summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/75649-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-03-17 17:21:24 -0700
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-03-17 17:21:24 -0700
commit43876fdfad0733df6d643239cf0a199ac793d2fe (patch)
treed2d15241a6adf08ae2b7d057be779d68d3f110d6 /75649-0.txt
Initial commitHEADmain
Diffstat (limited to '75649-0.txt')
-rw-r--r--75649-0.txt2969
1 files changed, 2969 insertions, 0 deletions
diff --git a/75649-0.txt b/75649-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..1a5e0b5
--- /dev/null
+++ b/75649-0.txt
@@ -0,0 +1,2969 @@
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 75649 ***
+
+
+
+
+
+ LORD LISTER
+ GENAAMD RAFFLES
+ DE GROOTE ONBEKENDE.
+
+ NO. 319 HET KOMPLOT TEGEN JUDENITSCH.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET COMPLOT TEGEN JUDENITSCH.
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+IN HET KAMP DER WITTEN.
+
+
+Het was op een vinnig kouden Decemberdag, toen een met twee krachtige
+paarden bespannen slede snel voortgleed over de met sneeuw bedekte
+vlakte die zich als een eindeloos tapijt zonder eenige afwisseling, ten
+noordoosten van het Onega-Meer uitstrekt.
+
+In deze slede zaten drie personen.
+
+De man die de paarden bestuurde was iemand van reusachtigen
+lichaamsbouw en hij had in het geheel geen Russisch type; men herkende
+in hem den vreemdeling, zelfs al was er van zijn gelaat niet veel meer
+te bespeuren dan de neus en de oogen, daar de rest verborgen was onder
+een grooten bontmuts met kleppen.
+
+De twee andere personen zaten achter in de slede, en ook zij waren
+dicht in hun pelsen gewikkeld, zoodat er weinig van hun gelaat te
+bespeuren viel.
+
+Deze beide mannen waren John Raffles, de gentleman-inbreker, en zijn
+trouwe vriend Charly Brand en de reus, die de paarden bestuurde, was
+James Henderson, die in zijn dagelijksch leven chauffeur was van den
+grooten Onbekende, wanneer deze onder den naam van Lord William
+Aberdeen, in zijn fraai huis te Londen woonde.
+
+Door een zonderlingen samenloop van omstandigheden bevonden de drie
+mannen zich thans tusschen twee strijdende partijen in dit
+onherbergzame gebied van Rusland, tusschen de witten en de rooden, die
+hier pas kort geleden een verbitterd gevecht hadden geleverd, waarbij
+de Rooden de overhand hadden behouden.
+
+John Raffles was natuurlijk onder een anderen naam en wel als graaf
+Finsburry, omtrent een week geleden een zijner Russische vrienden gaan
+bezoeken: Iwan Dobrinsky, die tot de roode partij behoorde, zooals
+Raffles tot zijne niet geringe verbazing bemerkt had.
+
+Hij kwam met Charly Brand op diens landgoed om er te jagen, maar
+instede daarvan geschiedde er heel iets anders!
+
+Dicht in de nabijheid werd hevig gestreden, en Dobrinsky nam als
+kapitein aan dat gevecht deel, terwijl Raffles en zijn reisgezel zich
+aanboden als geneesheer en Roode-Kruissoldaten, teneinde de gewonden te
+verplegen, waarbij zij er volstrekt niet op letten of deze ongelukkigen
+Bolsjewiki dan wel Monarchisten waren.
+
+Maar Raffles had nog een doel, hij wilde onderzoek doen naar de
+verblijfplaats van een jong meisje, de verloofde van Dobrinsky, die in
+handen van een majoor van het Witte Leger was gevallen!
+
+En het had hem mogen gelukken, met behulp van den trouwen Henderson,
+tot in de vijandelijke linie door te dringen en daar het jonge meisje
+te bevrijden uit het huis, waar deze eerlooze schurk, Michael Popowitch
+geheeten, haar had opgesloten.
+
+Met een buitgemaakte vliegmachine hadden zij naar het legerkamp der
+Rooden kunnen terugkeeren en dadelijk was Ilja Sicorsky, zoo was de
+naam van het ontvoerde meisje, naar haar verloofde toegesneld, die bij
+de jongste gevechten opnieuw gewond was, hoewel gelukkig niet zwaar.
+
+Dit alles had zich toegedragen in het kleine stadje Koloderskei, eenige
+wersten ten oosten van de Wodla gelegen, en waarom hevig gestreden was.
+
+In dit stadje werd Dobrinsky verpleegd, en nu zijne genezing slechts
+een kwestie van tijd was en hij zijn aanstaande vrouw hervonden had,
+was er voor Raffles geen reden meer, om hier te blijven vertoeven, daar
+zijn toestand wel eens zeer onaangenaam kon worden.
+
+Hij had daarom hartelijk afscheid genomen van Ilja en van zijn vriend
+Dobrinsky, en zich met Charly en Henderson op weg begeven om naar
+Petrograd terug te keeren, waar zij weder den trein hoopten te nemen,
+die hen door Westelijk Rusland, Polen en Duitschland weder huiswaarts
+zou voeren.
+
+Maar er hadden zich in die acht dagen gebeurtenissen voorgedaan waarvan
+Raffles onkundig was gebleven en die zijne plannen zeer ongunstig
+zouden beïnvloeden.
+
+Want in die enkele week had het leger van Generaal Judenitsch snelle en
+aanzienlijke vorderingen gemaakt en bedreigde nu Petrograd van twee
+zijden: uit het zuiden en uit het zuid-oosten.
+
+Tegelijkertijd maakte de rechterflank van zijn leger, dat uit
+verscheidene Divisies bestond eene zeer groote omtrekkende beweging,
+klaarblijkelijk met het doel om aansluiting te krijgen bij eene andere
+afdeeling der Witten, die ten Oosten van het Onega-meer streed.
+
+Indien deze beweging slaagde, zouden de Rooden daar ter plaatse als in
+een nijptang gevangen zijn, en de insluiting van Petrograd zou slechts
+een kwestie van tijd zijn.
+
+De Bolsjewiki zouden zich daar spoedig moeten overgeven daar men de
+stad geheel zou kunnen isoleeren en den levensmiddelen-toevoer zou
+kunnen afsnijden.
+
+Van dit alles wist Raffles echter nog niets, toen hij met zijn twee
+reisgezellen Koloderskei verliet, om de lange reis naar Petrograd te
+beginnen.
+
+Het vroor sedert eenige weken fel, en het Onega-meer was met een dikke
+ijskorst overdekt, zoodat men den weg aanzienlijk zou kunnen bekorten
+en tot ongeveer vijfhonderd wersten beperken, dat is ongeveer evenveel
+kilometers beperken door dit meer dwars over te steken.
+
+Als ze op geregelde tijden bij de posthuizen van paarden verwisselden
+zou men per dag wel honderd wersten kunnen afleggen, en als het moest
+zou men nog sneller kunnen rijden.
+
+Treinen waren er in deze streken niet, en men was des winters
+uitsluitend op de slede als vervoermiddel aangewezen.
+
+Raffles en Charly hadden aldus reeds twee dagen gereisd, voorzien van
+eene groote hoeveelheid levensmiddelen, gepekeld Berenvleesch, groenten
+in blik en brood, hetwelk zij aan de posthuizen nu en dan aanvulden, en
+er had zich nog niets bijzonders voorgedaan, ja, als zij niet pas kort
+geleden zelven aan den strijd hadden deelgenomen, dan zouden zij
+meenen, dat hier in Rusland alles rust en vrede was, en dat hier geen
+afschuwelijke broederstrijd werd gevoerd.
+
+Zij waren de kleine stad Wytegra reeds gepasseerd, welke gelegen is aan
+den Zuid-Oostelijken punt van het Onega-meer, en reden nu door de
+vlakte, welke dat meer scheidt van den lagen bergketen in het Oosten,
+welke op zijn beurt het moeras begrenst, hetwelk zich vele tientallen
+wersten ver in Oostelijke richting uitstrekt, maar dat ook thans
+overdekt was met een korst ijs, sterk genoeg, om er de zwaarste
+artillerie zonder gevaar over te kunnen vervoeren.
+
+Slechts zeer zelden waren zij eene kleine afdeeling Rooden
+tegengekomen, die op patrouille waren, en die hen allen ongehinderd
+lieten passeeren, zoodra zij hunne door den opperbevelhebber van het
+Roode leger geteekende passen lieten zien.
+
+Maar nu waren zij reeds uren en uren door de barre sneeuwwoestenij
+getrokken zonder eenig levend wezen te ontmoeten, uitgezonderd een paar
+vluchtende raven, die als zwarte stippen hoog aan den hemel verschenen,
+die vaag blauw was, als verlepte zijde, en dan snel nederkwamen, om
+eenige keeren boven hun hoofden te cirkelen, om tenslotte weder te
+verdwijnen.
+
+Het was omstreeks drie uur in den middag, toen Charly de hand ophief en
+naar iets zwarts in de verte wees, dat vrij duidelijk afstak tegen de
+verblindende witte sneeuw.
+
+Dat zwarte scheen naderbij te komen en grooter te worden.
+
+—Wat zou dat zijn? vroeg de jonge man. Toch geen Rooden?
+
+—Dat komt mij onwaarschijnlijk voor. Ik kan niet aannemen, dat de
+Rooden zich zoover zuidwaarts zouden wagen, al hebben zij eergisteren
+groote vorderingen in Oostelijke richting gemaakt.
+
+—Zie—de zwarte vlek beweegt zich nu snel, en komt onze richting uit.
+Raffles had zijn kijker te voorschijn gehaald, veegde de beslagen
+lenzen schoon en bracht het instrument aan zijn oog.
+
+Hij tuurde even scherp en liet toen den kijker weder zakken.
+
+Zijn gelaat stond ernstig.
+
+—Wat is het? vroeg Charly nieuwsgierig.
+
+—Een kleine troepenafdeeling—en ditmaal niet van de Rooden, maar van de
+andere partij! gaf Raffles ten antwoord.
+
+—Zouden zij ons gezien hebben? ging de jonge man voort.
+
+—Ongetwijfeld, want zij komen recht op ons aan, binnen tien minuten
+kunnen zij hier zijn.
+
+—Kan eene ontmoeting met de Witten ons niet gevaarlijk worden?
+
+—Ik wil het niet verzwijgen, dat ik hen veel liever vermeden had! zeide
+Raffles hoofdschuddend. Wij komen van den kant der tegenpartij, en onze
+passen zijn geteekend door de Rooden. En de verbittering tegen de
+Bolsjewiki is fel, dat weet je!
+
+—Zouden wij hen nog kunnen ontwijken?
+
+—Daartoe is het te laat—en bovendien: waar zouden wij dan heen moeten?
+Wij kunnen niet terugkeeren, want om naar Engeland te reizen, moeten
+wij over Petrograd gaan. De reis naar Archangel waar onze landgenooten
+nog zeer geringe marinetroepen hebben staan, zou in dit jaargetijde
+zeer gevaarlijk zijn, en wij zouden weken lang door de steppen moeten
+trekken, en daarenboven wordt er in die streken hevig gevochten, en men
+zou ons zeker daar niet zoo gemakkelijk doorlaten, als in deze buurt
+waar slechts sporadisch gevochten wordt.
+
+De zwarte vlek was nu reeds veel dichterbij, en men kon al met het
+bloote oog ontdekken, dat daar een dertigtal ruiters naderden, op
+kleine, maar sterke paarden gezeten, en allen in uniform gekleed.
+
+Zelfs al zouden zij gewild hebben, dan zouden de drie mannen niet meer
+hebben kunnen vluchten, want de ruitertroep was niet alleen met geweren
+bewapend, maar voerde ook een paar mitrailleurs op sleden mede, die
+door groote honden getrokken werden, en Raffles en zijn reisgezellen
+waren reeds eenigen tijd onder schot gekomen.
+
+Nog tien minuten en toen konden de reizigers zelfs de distinctieven op
+de kragen der meerderen zien.
+
+De kleine troep stond onder bevel van een eersten luitenant, die
+vooruit reed, met de vuist op de heup geleund, in een trotsche houding.
+
+Hij hield zijn paard in en bracht het naast de slede, terwijl hij de
+hand ophief en bevelend riep:
+
+—Halt! Wie zijt gij, en hoe komt gij hier?
+
+—Wij zijn Engelschen, en wij hebben hier gejaagd!
+
+—Gij komt uit het Noorden—gij zijt dus bij de Rooden geweest?
+
+Daar ontkennen niet zou baten, antwoordde Raffles rustig:
+
+—Ja, luitenant!
+
+—Toon mij uw passen!
+
+De papieren werden te voorschijn gehaald, en de luitenant las ze met
+aandacht door.
+
+Zijn gelaat verkreeg een koude, dreigende uitdrukking, toen hij weder
+opkeek van het papier.
+
+—Ik zie de handteekening van Trotsky op deze passen! zeide hij
+langzaam. Gij zult mij moeten volgen!
+
+—Waarheen en waarom, als ik vragen mag, luitenant? kwam Raffles.
+
+—Daarop behoef ik u niet te antwoorden, mijnheer! antwoordde de
+luitenant koeltjes. Ik tref u hier op een gevaarlijke plek aan,
+gevaarlijk vooral voor u, zooals u spoedig zal blijken! En gij komt uit
+het Noorden, van de zijde der Bolsjewiki! Ik wil u de waarheid niet
+verbloemen—ik houd u voor spionnen!
+
+—Daartegen protesteer ik, hernam Raffles kalm. Ik erken, dat wij als
+Roode Kruissoldaten dienst hebben gedaan bij het Roode leger—maar ik
+verzeker u, dat wij geen seconde geaarzeld zouden hebben, den Witten
+onze diensten aan te bieden als het toeval gewild had, dat de vriend,
+dien ik hier ging bezoeken, tot de monarchisten had behoord.
+
+—Dit is een zaak, welke de krijgsraad heeft uit te maken, mijnheer,
+ging de luitenant voort, terwijl hij de passen in zijn wijden mantelzak
+liet glijden.
+
+—De krijgsraad! riep Raffles uit. Zoudt gij vrije Engelschen voor een
+krijgsraad willen en durven dagen? Bezint voor gij begint,
+luitenant—dat is alles wat ik u te zeggen heb!
+
+Maar de Rus verhief zich trotsch in het zadel en riep toornig:
+
+—Gij hebt wel recht, u op uwe nationaliteit te beroepen, mijnheer! Als
+uw landgenooten ons ter hulp waren gekomen, toen de tijd daarvoor
+gunstig was, dan zouden wij de Bolsjewiki reeds onder de knie hebben
+gehad, en in ons arm land zouden nu geen ellende en broedermoord
+heerschen! Als gij Uwe troepen niet uit vrees voor de Bolsjewiki terug
+had geroepen, dan zou de nederlaag van generaal Judenitsch onder de
+muren van Petrograd niet hebben plaats gehad, en de hoofdstad zou nu
+reeds in ons bezit zijn!
+
+Terwijl Raffles naar deze bittere woorden luisterde, zwollen de aderen
+van toorn op zijn voorhoofd, maar hij wist zich te beheerschen en
+haalde de schouders op.
+
+—Ik weet niet, of uw politiek inzicht ver genoeg strekt, om u een beter
+inzicht in de houding van de Engelsche regeering te geven! zeide hij.
+Maar hoe dit ook zij—men zal te Londen niet toelaten, dat Engelschen
+door Russen, wie zij dan ook zijn, ongestraft voor een krijgsraad
+worden gesleept!
+
+De Rus barstte in een onbeschaamd lachen uit en riep spottend:
+
+—Gij spreekt bout, mijnheer de Engelschman! Gij vergeet dat wij meester
+zijn in ons eigen land, en dat wij om ons bestaan strijden! Tijdens den
+grooten oorlog werden vreemdelingen die van den kant van den vijand
+kwamen zonder vorm van proces doodgeschoten—dat hebben Uwe landgenooten
+ook gedaan, en gij weet zeer goed dat dit oorlogsgebruik is.
+
+Raffles zweeg, want in zijn binnenste moest hij den Rus gelijk geven.
+
+Als de Franschen bijvoorbeeld gedurende een offensief burgerlijke
+personen hadden aangetroffen in “Niemandsland” dan zouden zij hen zeker
+dadelijk gefusilleerd hebben, en de Engelschen zoowel als de Belgen, de
+Amerikanen en de Duitschers deden desgelijks.
+
+Een beroep op zijne regeering zou hem dan ook niet baten, dat wist hij
+zeer goed!
+
+Hij had slechts eens willen zien, of zijne bedreiging wellicht indruk
+op den luitenant zou hebben gemaakt; deze had intusschen zijn paard
+weer doen wenden en gaf nu in zijn landstaal eenige korte bevelen aan
+zijn manschappen.
+
+De ruiters kwamen aangalloppeeren, en één hunner steeg af, gaf de
+leidsels van zijn paard aan een makker, en nam naast Henderson plaats,
+om de teugels van de twee paarden te grijpen.
+
+Met een grimmig gelaat wendde de reus zich naar Raffles om, en vroeg:
+
+—Zal ik dien kerel met zijn boeventronie van de slede smijten, Milord
+of moet ik dulden dat hij naast mij blijft zitten en mij de teugels
+afneemt?
+
+—Laat hem begaan, Henderson! beval Raffles. Iedere tegenstand is
+nutteloos en zou onzen toestand slechts verergeren.
+
+Brommend gaf de reus nu de teugels aan den Rus, en hij uitte een paar
+krachtige echt Londensche verwenschingen, die den soldaat echter
+volkomen onverschillig lieten.
+
+Deze liet een eigenaardig kleppend geluid met de tong hooren en daarop
+schoten de paarden vooruit, terwijl de geheele ruiterstroep
+rechtsomkeer maakte en de slede omringde.
+
+De jonge Luitenant had zijn paard naast het voertuig gebracht en
+richtte zich nu opnieuw tot Raffles.
+
+—Gij erkent nietwaar, dat gij bij de Rooden geweest zijt?
+
+—Dat heb ik U zooeven medegedeeld! antwoordde Raffles kortaf.
+
+—Dan zult gij wel op de hoogte zijn van hun plannen?
+
+—Slechts in zeer geringe mate!
+
+—Maar dan sympatiseert u dus met de Bolsjewiki riep de Luitenant
+toornig.
+
+—Daaromtrent wensch ik mij niet uit te laten, hernam Raffles koeltjes.
+Ik kan u alleen zeggen, dat het met mijn begrip van eer in strijd is,
+als ik de geheimen verraad van lieden, die mij gastvrij ontvangen
+hebben, en die mijne hulp hebben aanvaard!
+
+De Luitenant beet zich op de lippen, maar hij drong niet verder aan.
+
+Zwijgend werd de tocht voortgezet.
+
+De kleine stoet trok in Zuid-Westelijke richting verder, en bereikte
+ten slotte, toen de duisternis reeds gevallen was een klein gehucht aan
+de monding van de Suda gelegen.
+
+En nu pas begon Raffles den toestand beter te begrijpen, en bemerkte
+hij dat de Witten een omtrekkende beweging op groote schaal hadden
+ondernomen teneinde de Rooden ten Oosten van het Onega-Meer in den
+flank te kunnen aanvallen, en hun zoo mogelijk in den rug te komen, om
+hun dan een vernietigende nederlaag toe te brengen.
+
+Reeds eenige malen waren zij oprukkende kolonnes gepasseerd, die hun
+stellingen gingen innemen, en voortdurend in Noordoostelijke richting
+oprukten.
+
+Het was duidelijk dat van de manschappen het uiterste werd gevergd,
+want als deze groot opgezette beweging niet snel werd uitgevoerd, dan
+zouden de Rooden wellicht den tijd vinden, zich uit den knellenden
+greep van de tegenpartij los te maken.
+
+Het Gehucht zelf was vol artillerie, cavallerie en infanterie, en
+klaarblijkelijk werd het als een sterk steunpunt beschouwd.
+
+Adjudanten op Motorrijwielen en paarden renden langs de met sneeuw
+bedekte straten heen en weder, waaruit Raffles terecht afleidde, dat
+zich in deze vlakte stafofficieren ophielden.
+
+Voor zoover hij het kon beoordeelen moest het zelfs een divisiestaf
+zijn, wat niet te verwonderen was, want dit gehucht was het
+scharnierpunt, waaromheen de aanvallende legers hunne omtrekkende
+beweging zouden maken.
+
+Nog steeds omringd door den kleinen ruitertroep gleed de slede het
+gehucht binnen; volgde de eenige straat, welke het rijk was, en hield
+eindelijk stil voor een huis, hetwelk waarschijnlijk een herberg was,
+want er hing een oud verveloos uithangbord boven de deur, waarop eene
+groote druiventros geschilderd was.
+
+De drie Engelschen kregen bevel om uit te stappen, en werden de herberg
+binnengeleid, maar niet dan nadat men hen hunne revolvers en
+jachtmessen had afgenomen.
+
+Een paar minuten later stonden zij tegenover Majoor Wladimir Geschoff,
+den chef van den divisiestaf.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+TER DOOD VEROORDEELD.
+
+
+De majoor was niet alleen, maar bevond zich met een aantal andere
+officieren in een vrij groot vertrek op de eerste verdieping van het
+huis dat door een petroleumlamp verlicht werd en waar een groot vuur in
+den haard brandde, dat een aangename warmte verspreidde.
+
+Raffles had den majoor dadelijk vlak in het gelaat gekeken, en bij
+zichzelf de opmerking gemaakt, dat hij zelden zulk een onaangenaam
+boosaardig gezicht gezien had.
+
+De kleine, sluwe vossenoogen, dicht naast elkander geplaatst, de
+breede, korte neus, aan het ondereinde opgewipt, de breede mond met de
+dikke lippen en de uitstekende jukbeenderen, wezen op een Mongoolschen
+afkomst, en het lage voorhoofd en de vooruitstekende kaken gaven hem
+een aapachtig voorkomen.
+
+Van onder zijne borstelige wenkbrauwen keek hij de drie binnengebrachte
+vreemdelingen achtereenvolgens nieuwsgierig aan, en wendde zich toen
+tot den Luitenant die mede was binnengetreden met de vraag:
+
+—Wat heeft dat te beteekenen Luitenant? hoe komt gij aan die drie
+snuiters?
+
+In korte woorden, en met de hand eerbiedig aan zijn pet rapporteerde de
+luitenant het geval.
+
+Terwijl hij luisterde nam het gelaat van Majoor Geschoff een dreigende
+uitdrukking aan en hij streek zich eenige keeren met zijn groote hand
+over den knevel.
+
+Toen de luitenant zijn rapport geëindigd had, zeide Geschoff op ruwen
+toon:
+
+—Zij zijn bij de Rooden geweest, wel, dan zijn het spionnen!
+
+Hij wendde zich tot zijne officieren en vervolgde:
+
+—Wij zullen de zaak snel even afdoen, mijne heeren, en ons als
+krijgsraad constitueeren....
+
+De stafofficieren bogen zwijgend, en daarop namen zij allen plaats,
+zeven in getal, achter de ruw houten tafel die midden in het vertrek
+stond, en overdekt was met kaarten en rapporten.
+
+Majoor Geschoff had als president in hun midden plaatsgenomen.
+
+Achter de drie Engelschen stond een zestal soldaten met de bajonet op
+het geweer, de stafofficieren droegen allen de revolver en iedere
+poging tot verzet was dus bij voorbaat gedoemd om te mislukken.
+
+Majoor Geschoff steunde zijn kin even in zijn hand, keek de gevangenen
+loerend aan, en begon:
+
+—Gij zijt immers Engelschen?
+
+—Ja Majoor! antwoordde Raffles voor de anderen.
+
+—Uwe namen?
+
+—Ik ben graaf Wilburn, deze heer is mijn secretaris Finsburry en deze
+man is mijn chauffeur.
+
+Majoor Geschoff haalde de schouders op en zeide droog:
+
+—Nu ja, men kan gemakkelijk een naam opgeven. Het doet er ook niet toe!
+Wat kwaamt gij hier uitvoeren?
+
+—Ik kwam jagen bij mijn vriend Baron Iwan Dobrinsky.
+
+Een daverende vuistslag van den majoor op het tafelblad deed hem
+ophouden.
+
+—Gij durft hier dus zonder meer bekennen dat gij een vriend zijt van
+dien renegaat, dien vervloekten overlooper?
+
+—Ja, en daar ben ik trotsch op, antwoordde Raffles met stemverhooging.
+
+—En gij mijnheer? zoo wendde de majoor zich tot Charly.
+
+—De vrienden van den graaf zijn natuurlijk ook mijn vrienden,
+antwoordde de jonge man eenvoudig.
+
+—Zoo? welnu, dan zult gij er ook niets op tegen hebben, het lot van uw
+meester te deelen, zeide Geschoff op kouden toon.
+
+—Daar vraag ik om! hernam Charly.
+
+—Wat waart gij voornemens, toen de luitenant u in de vlakte aantrof?
+
+—Wij waren op weg naar Petrograd!
+
+Majoor Geschoff liet een verachtelijk lachje hooren.
+
+Ik verlies mijn tijd—Uw zaak is helder als glas! Uw pas is door dien
+bandiet van een Trotsky onderteekend, gij zijt als burgers midden in
+het operatie-terrein aangetroffen—er kan geen twijfel zijn aangaande
+uwe bedoelingen!
+
+Tot dusverre had Majoor Geschoff zich van de Engelsche taal bediend,
+welke hij met een sterk accent maar tamelijk goed sprak.
+
+Hij wendde zich nu tot de andere officieren, en ging op fluisterenden
+toon voort, maar thans in de Russische taal.
+
+—Ik geloof niet dat wij lang hoeven te beraadslagen mijne heeren, wij
+moeten met de uiterste gestrengheid optreden en een voorbeeld stellen.
+
+Hij liet nu zijn stem zoover dalen dat Raffles niet meer kon hooren wat
+hij zeide.
+
+Maar eenige malen had hij naar Henderson gekeken, en nu nam hij opnieuw
+het woord, en vroeg op luiden toon, terwijl hij zich tot den reus
+wendde:
+
+—Gij zijt zeker in dienst geweest bij het Engelsche leger?
+
+—Ja Majoor!
+
+—Dan hebben wij u een vraag te stellen! Wij gelooven dat gij er niet op
+gesteld zijt om te worden doodgeschoten?
+
+—Niet meer dan ieder ander Majoor! antwoordde Henderson.
+
+—Welnu, gij kunt uw leven redden, als gij ons zegt wat de man, die zich
+voor uw meester uitgeeft bij de Rooden heeft uitgericht en wat zijn
+doel was.
+
+Een oogenblik leek het of Henderson zich op den Majoor zou werpen en
+hij wist zich slechts met de uiterste krachtsinspanning te bedwingen.
+
+Toen liet hij een kort lachje hooren en zeide op minachtenden toon:
+
+—Iets dergelijks mag hier het gebruik zijn—bij ons weet men daar niet
+van. Ik ben een Brit, en een eerlijk man! Ik zeg u dat wij drie
+volkomen onschuldige reizigers zijn,—maar zelfs al kwam mijn meester
+hier spioneeren, dan zoudt gij toch uit mijn mond geen bijzonderheden
+vernemen.
+
+Majoor Geschoff beet zich op de dikke lippen, en wierp Henderson een
+woesten blik toe.
+
+Toen zeide hij:
+
+—Het is goed! gij hebt het zelf gewild. De krijgsraad heeft vonnis
+geveld en veroordeelt u tot den kogel. Het vonnis zal aanstonds
+voltrokken worden—gij hebt nog een kwartier om de noodige schikkingen
+te treffen. Hebt gij nog iets op te merken?
+
+—Niets anders, dan dat ik voor de zaak der Witten hoop, dat hun leger
+niet uitsluitend is samengesteld uit mannen zooals gij! Gij maakt
+misbruik van Uwe macht, en dit zou u wel eens kunnen berouwen!
+
+De majoor liet een schamper lachje hooren, en wees met een bevelend
+gebaar naar de deur.
+
+Hij en de andere officieren waren onder het uitspreken van het vonnis
+opgestaan en hij wees nu naar de deur en zeide tot den luitenant:
+
+—Gij hebt het gehoord! Ik wensch dat die drie spionnen binnen een
+kwartier terecht gesteld zijn!
+
+De luitenant, die zeer bleek was geworden, salueerde, en daarop gaf hij
+bevel, de drie gevangenen de handen op de rug samen te binden.
+
+Hun zakken werden onderzocht en men nam hen hunne papieren af.
+
+Vervolgens gaf de luitenant een kort bevel, en de zes soldaten namen de
+gevangenen mede, waarop zij allen de trap afdaalden.
+
+Uit de gelagkamer werden nog twee man gehaald om het vuurpeloton aan te
+vullen.
+
+De acht soldaten omringden, op straat gekomen, opnieuw de gevangenen,
+de luitenant riep een kort bevel, en men begaf zich op weg.
+
+De straten waren bijna volkomen duister en slechts hier en daar pinkte
+een licht achter een venster.
+
+Het was nog zeer druk van komende en gaande Colonnes, en soms had het
+executie-peloton moeite zich een weg door deze menigte soldaten te
+banen.
+
+De jonge luitenant, die zijn sabel getrokken had, hield de gevangenen
+nauwkeurig in het oog, met de linkerhand aan de kolf van zijn revolver.
+
+Toen zij de dorpsstraat ten einde waren sloegen de soldaten een soort
+zijweg in en hier was het veel stiller.
+
+Op eenigen afstand waren een dertigtal paarden aan een kamplijn
+gebonden.
+
+Zij behoorden zeker tot troepen, die zooeven waren aangekomen, want zij
+waren nog niet allen ontzadeld.
+
+Op een tiental meters daar vandaan, verhief zich een muur, die
+waarschijnlijk bij het kleine kerkhof van het dorp behoorde.
+
+En als bij ingeving begrepen de gevangenen, dat zij aanstonds tegen
+dezen muur zouden worden gezet om het doodelijk lood te ontvangen.
+
+Nog tien minuten en zij zouden den muur bereikt hebben.
+
+Het kerkhof grensde dadelijk aan het open veld dat met een dikke laag
+sneeuw overdekt was, met uitzondering van een tamelijk breeden weg,
+waarlangs pas kort geleden duizenden en duizenden soldaten waren
+getrokken, en die zich thans als een groezelig lint door de eindelooze
+vlakten slingerde.
+
+Met gebogen hoofd liepen de drie Engelschen voort. Alles was zoo snel
+in zijn werk gegaan, dat zij half verbijsterd waren, en hun gedachten
+schenen beneveld.
+
+Nog vijf minuten.........
+
+Dof kraakte de sneeuw onder de voeten der marcheerende soldaten en de
+loopen van de geweren glansden zwakjes in het maanlicht, evenals de
+sabel van den Luitenant.
+
+Nu hadden zij den muur van het kerkhof bereikt.
+
+Weer klonk een op korten toon gegeven bevel en de drie gevangenen
+werden tegen den muur geplaatst.
+
+De soldaten maakten rechtsomkeer, teneinde zich op eenige meters
+afstand van den muur te plaatsen.
+
+Maar juist op dat oogenblik rukte Henderson met een geweldige
+krachtsinspanning de touwen stuk die zijn polsen omkneld hadden.
+
+Met één sprong als van een tijger was hij bij den vleugelman van het
+executiepeloton, dat juist met den rug naar den muur stond gekeerd en
+ontrukte hem zijn geweer.
+
+Hij greep het wapen bij den loop en zwaaide het als een knots om zich
+heen. En dit alles was zoo bliksemsnel in zijn werk gegaan dat er drie
+soldaten met verbrijzelde ledematen of een zware hoofdwonde waren
+neergestort, vóór de anderen goed en wel begrepen wat er gaande was.
+
+De Luitenant slaakte een woesten kreet en trok zijn revolver, maar vóór
+hij van het wapen gebruik had kunnen maken was de kolf van Henderson’s
+geweer met kracht op zijn schedel neergedaald en hij stortte
+bewusteloos voorover met het gelaat in de sneeuw.
+
+De andere soldaten wilden vuren, maar zij waren te dicht bij, en
+Henderson gaf hun geen gelegenheid hun geweer aan den schouder te
+brengen.
+
+Hij hanteerde het geweer alsof het een rieten wandelstokje was en het
+gevecht scheen hem zelfs veel vermaak te geven want hij lachte nu en
+dan luidkeels terwijl hij op de koppen en lijven der vier soldaten
+beukte.
+
+Raffles en Charly wendden wanhopige pogingen aan om zich op hunne beurt
+te bevrijden en den dapperen kerel ter hulp te komen maar zij
+beschikten niet over de ontzettende lichaamskracht van den reus.
+
+Maar toch hielpen zij door toe te snellen en hun voet tusschen de
+beenen der soldaten te steken zoodat deze struikelden en tijdelijk
+weerloos waren.
+
+Toen was de strijd binnen enkele oogenblikken beslist!
+
+Henderson zwaaide het geweer nog enkele malen, liet het als molenwieken
+om zijn hoofd wentelen en sloeg den laatsten soldaat met een
+welgerichten slag neer.
+
+Toen trok hij de bajonet uit de schede van een der soldaten en sneed
+vliegensvlug de touwen door welke de polsen van zijn beide metgezellen
+gebonden hielden.
+
+Dadelijk maakte Raffles zich meester van de revolver van den Luitenant
+en diens patroontasch, terwijl Charly en Henderson zich ieder van een
+geweer en van munitie voorzagen.
+
+Tot hun groot geluk hadden de oppassers van de cavalleriepaarden eenige
+minuten te voren hun arbeid beëindigd en zich verwijderd. Naar de
+paarden, mannen! beval Raffles op zachten toon, het is onze eenige
+kans!
+
+Zoo snel hun beenen hun wilden dragen, ijlden de drie Engelschen naar
+de plek waar de paarden bijeen gebonden stonden.
+
+De dieren droegen allen een wollen dek, op een paar na, die nog
+gezadeld waren—waarschijnlijk ordonnancepaarden.
+
+Terzijde stond een slede, die zooeven was afgespannen en nog wat verder
+lagen de tuigen. Zoo snel zij maar konden spanden de vluchtelingen, die
+zooeven aan den dood ontkomen waren drie paarden voor de slede en
+daarop wierpen Raffles en Charly zich op den rug van de twee gezadelde
+paarden terwijl Henderson in de slede plaats nam om de paarden te
+besturen.
+
+In vliegende galop joegen zij weg, juist toen een paar Russchische
+soldaten aan wie de zorg voor de paarden was toevertrouwd,
+terugkeerden. Zij hadden zich zeker zooeven met een glas Wodka
+versterkt.
+
+De slede vloog als een stormwind over de bevroren sneeuw en Raffles en
+Charly spoorden hun rijdieren tot den hoogsten spoed aan.
+
+Zij begrepen maar al te goed dat hun lot beslist was, als zij weder in
+handen vielen van Majoor Geschoff.
+
+Intusschen bleef hun toestand zeer gevaarlijk want ieder oogenblik
+konden zij op troepenafdeelingen stuiten die hen zeker zouden aanhouden
+nu zij in het geheel geen passen meer bezaten en stellig als spionnen
+zouden worden behandeld.
+
+Zij vermeden dus zorgvuldig den grooten weg die in de richting van
+Petrograd liep en trachtten dekking te zoeken achter een reeks lage
+heuvels die zich van het Oosten naar het Westen uitstrekte.
+
+Zoo bleven zij voortsnellen tot de vermoeidheid der paarden hen wel
+dwong om die snelheid te matigen.
+
+Ook de honger begon zich nu te doen gevoelen, maar zij zouden zich
+tegen dat gevoel moeten verzetten want zij konden hun honger onmogelijk
+bevredigen. Het zou nog vele uren duren voor zij weder een bewoonde
+plaats aantroffen en dan was het nog de vraag of zij zich daar niet
+zorgvuldig verborgen zouden moeten houden.
+
+Zij hadden nu bijna zes uren aan één stuk door gereden en zij streden
+uit alle macht tegen de vermoeidheid die hen bekroop daar zij wel
+wisten dat zij onherroepelijk ten doode gedoemd waren als zij zich met
+deze vreeselijke koude in deze sneeuw ter ruste legden en dat zij
+nimmer weer zouden ontwaken.
+
+Het was ongeveer vier uur in den morgen en de hemel begon zich in het
+Oosten lichtrood te kleuren toen Henderson in de slede overeind ging
+staan, zijn hand boven de oogen legde en scherp in de verte tuurde.
+
+Raffles en Charly hadden hun doodelijk vermoeide paarden ingehouden
+daar zij begrepen dat Henderson met zijn scherpe blik iets moest hebben
+ontdekt wat zijn aandacht trok.
+
+Raffles reed op de slede toe en vroeg:
+
+—Zie je iets Henderson?
+
+—Ik zou zeggen dat ik daar licht zie, Mylord—daar op een paar kilometer
+voor ons uit, kan daar een dorp zijn?
+
+—Ja, als ik mij niet vergis ligt daar een dorp, Henderson, maar wij
+weten volstrekt niet of het door de Witten of door de Rooden bezet is.
+
+—Ik voor mij geloof dat dat er weinig toe doet, Mylord, hernam
+Henderson droogjes. Wat ik tot dusverre van die heeren Russen gezien
+heb heeft mij geen grooten dunk van hen gegeven!
+
+—Wij zullen er toch op af moeten Henderson, en trachten wat voedsel te
+vinden en versche paarden te krijgen, zeide Raffles. Wij zouden anders
+zeker om het leven komen.
+
+—Zijn wij op dit punt nog ver van Petrograd verwijderd? vroeg Charly.
+
+—Hoogstens honderd kilometer, Charly, iets meer dan negentig wersten!
+Ik denk dat gindsch dorp het laatste is voor wij Petrograd bereikten,
+als wij er tenminste levend afkomen. Want met deze paarden zullen wij
+zeker geen tien kilometer per uur kunnen afleggen.
+
+De drie Engelschen hadden hun vermoeide paarden weder aangespoord en
+het leek wel of de dieren de nabijheid van een stal en van voedsel
+rooken, want zij waren met nieuwe kracht bezield en vlogen over de
+bevroren vlakte alsof zij vleugels hadden.
+
+Een half uur later was de zon in heerlijke pracht boven den horizon
+gerezen en de lichtjes van het dorp waren verdwenen.
+
+Maar in plaats daarvan konden zij nu duidelijk de donkere omtrekken der
+huizen waarnemen.
+
+Het was een tamelijk groot dorp en daar was zeker wel het noodige te
+krijgen en de drie Engelschen waren voornemens zich het noodige te
+verschaffen, want zij zouden niet lang meer zonder voedsel kunnen
+blijven in deze hevige, met iedere beschrijving spottende, koude.
+
+Naarmate zij naderbij kwamen matigden zij hun snelheid, want niemand
+kon zeggen wie er meester was in dit dorp.
+
+Voorzichtig kwamen de drie reizigers naderbij.
+
+Maar eensklaps wende Charly het hoofd om en schreeuwde:
+
+—Zij zitten ons op de hielen!
+
+Het was maar al te waar—daarginds over de vlakte naderde een troep
+ruiters van bijna zestig man sterk en hun paarden joegen in vollen
+galop over de sneeuwvlakte.
+
+De drie Engelschen waren dus tusschen twee vuren geraakt! Achter hen
+kwamen de achtervolgers, en voor hen lag het dorp—en daar zou de
+ontvangst wel niet veel beter zijn! Zij moesten echter voor ditmaal het
+onzekere voor het zekere nemen want in ieder geval bleef de kans
+bestaan dat dit dorp nog in handen der Rooden was, of dat de bevolking
+zich in ieder geval gewapenderhand tegen de naderende ruiters zoude
+verzetten.
+
+Raffles aarzelde dus niet, maar riep:
+
+—Vooruit vrienden! Wij moeten naar het dorp, anders leven wij over een
+half uur niet meer!
+
+—Maar de paarden zijn uitgeput! kreet Charly.
+
+—Dan zullen wij hen snel voor de slede spannen, dan trekken zij met z’n
+drieën!
+
+De twee vrienden stegen ijlings af en spanden hun paarden met de hulp
+van Henderson voor de slede.
+
+Maar toen zij hiermede gereed waren hadden de achtervolgers snelle
+vorderingen gemaakt en juist toen zij in het voertuig stapten, kraakten
+schoten en vlogen de kogels hen om de ooren!
+
+Henderson bukte zich zoo diep mogelijk, en legde de zweep over de
+paarden, terwijl Raffles en Charly ieder een geweer grepen, vast
+besloten, hun leven zoo duur mogelijk te verkoopen.
+
+Zij knielden achter in de slede neder, legden den loop van hun geweer
+op de rand van het voertuig en vuurden.
+
+Twee der achtervolgers stortten van hun paarden, die ruiterloos voort
+ijlden.
+
+De drie paarden voor de slede hijgden van inspanning en vermoeienis
+maar de arme dieren deden al hun best, en trokken de slede pijlsnel
+over de sneeuw.
+
+Reeds waren de eerste huizen van het dorp duidelijk zichtbaar
+geworden—en daar verschenen ook eenige menschen, die haastig heen en
+weer schenen te loopen, achter de huizen verdwenen en dan weder te
+voorschijn kwamen.
+
+Henderson spoorde de paarden tot de uiterste krachtsinspanning aan, en
+Raffles en Charly hadden hunne geweren opnieuw schietvaardig gehouden.
+
+Onder het rijden vuurden de soldaten der Witten onophoudelijk op de
+vluchtelingen en verscheidene kogels drongen door het hout van de
+slede.
+
+Eén er van nam een stuk van Charly’s mouw mede en een tweede raakte
+Raffles licht aan de wang.
+
+Weer vuurden zij, en weer stortten twee mannen in vollen ren van hun
+paarden en bleven roerloos in de sneeuw liggen.
+
+Maar eensklaps kwam er een groot aantal mannen uit het dorp rennen, die
+met geweren gewapend waren en de slede tegemoet snelden.
+
+Blijkbaar had men daarginds het schieten gehoord.
+
+—Het zijn Rooden! schreeuwde Henderson opgewonden. Het dorp is in hun
+handen.
+
+De reus had goed gezien—inderdaad kwamen daar een paar honderd man der
+Roode troepen aansnellen, die zich dicht voor de slede in de sneeuw
+wierpen, en dadelijk een moorddadig vuur op de Witten openden.
+
+Deze waren verreweg in het nadeel, omdat zij bereden waren en dus veel
+minder nauwkeurig konden schieten en voorts, omdat zij veel geringer in
+aantal waren.
+
+Zij geraakten in wanorde, schenen te aarzelen—en eensklaps maakten zij
+rechtsomkeer, wendden den teugel en renden weg, zoo spoedig zij konden,
+terwijl de slede het dorp binnen stoof, waar zij stil hield voor een
+logement op het kleine marktplein.
+
+De met schuim overdekte paarden die van vermoeidheid op de beenen
+trilden werden afgespannen, en naar den stal gevoerd, terwijl de drie
+Engelschen zich naar de gelagkamer haastten, waar zij dadelijk omringd
+werden door een aantal soldaten die alle tegelijk door elkaar
+schreeuwden, en wilden weten, hoe de vreemdelingen hier kwamen en hoe
+het stond bij de Witten.
+
+Raffles liet hen kalm praten en begon met een maaltijd te bestellen
+voor zich en zijn vrienden.
+
+Dit ging lang niet gemakkelijk, maar tenslotte wist hij toch een stuk
+roggebrood, wat boter, rijst en een stuk paardenvleesch machtig te
+worden—een delicatesse in dezen tijd, en op deze plek, zoo dicht bij de
+hoofdstad, waar de grootste nood heerschte.
+
+Een der soldaten had een officier gehaald en nog terwijl de drie
+reisgenooten om den maaltijd zaten, kwam er een kapitein binnen met een
+streng maar open gelaat, die den vreemdelingen eerst verlof gaf hun
+honger te stillen, en daarop zijn ondervraging begon.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+NAAR PETROGRAD!
+
+
+Raffles deed een omstandig verhaal van zijn wedervaren en de kapitein
+viel hem geen oogenblik in de rede, maar luisterde met aandacht, het
+hoofd een weinig gebogen.
+
+Toen Raffles gereed was, zeide de officier:
+
+—Ik kan de waarheid van uwe beweringen gemakkelijk controleeren, want
+ik heb gisteren een paar vliegers naar de stellingen van Kolodoserskoi
+gezonden, en verwacht die ieder oogenblik terug. Daar zal men van hen
+zeker wel een en ander omtrent uw tocht naar het vijandelijke kamp
+gehoord hebben. Gij zult echter wel begrijpen dat wij U hier onmogelijk
+kunnen houden, al zouden wij de medische hulp van een bekwaam
+geneesheer en de sterke armen van twee menschlievende mannen zeker wel
+kunnen gebruiken. Ik heb echter juist gisteravond strenge orders
+gekregen, onder geen beding vreemdelingen in onze gelederen aan te
+nemen,—wij hebben daar juist treurige ervaringen mede opgedaan—er
+liepen vurige verraders onder!
+
+—Wij zelven verlangen niets liever dan weder naar ons land terug te
+keeren, kapitein! hernam Raffles. De toestand is hier echter zoo
+verward, dat ik geen uitkomst zie! Ik meende hier stellig Witte troepen
+te zullen vinden!
+
+—Misschien zullen zij hier spoedig genoeg zijn! zeide de kapitein der
+Bolsjewiki op somberen toon. Generaal Judenitsch staat voor de poorten
+van Petrograd, en misschien is hij de stad wel reeds binnengetrokken,
+terwijl ik hier met U spreek.
+
+—Wat raadt gij mij aan te doen, kapitein? ging Raffles voort. Ik wensch
+tot iederen prijs naar de hoofdstad terug te keeren, want een mijner
+vrienden heeft daar mijn geld in bewaring, hetwelk ik dringend noodig
+heb, daar de Witten mijn zakken op even doeltreffende als volledige
+wijze hebben leeggehaald!
+
+De kapitein dacht even na en zei toen:
+
+—Ik kan niet anders doen dan U een vrijgeleide te geven tot Petrograd.
+Is de stad nog in onze handen, dan zult gij geen moeilijkheden
+ondervinden—maar als Judenitsch is binnengerukt, dan sta ik voor niets
+in! En gij behoeft er niet aan te denken met een trein naar Duitschland
+te kunnen reizen, want op alle lijnen en op het geheele
+spoorwegmateriaal is door de militairen beslag gelegd.
+
+—Maar hoe komen wij dan weder weg? riep Charly uit.
+
+—Er zou maar één middel zijn, Mijnheer! antwoordde de kapitein. Gij
+zoudt van hier per slede tot Nygyrska, aan de spoorlijn van Petrograd
+naar Wiborg, aan de Finsche grens kunnen gaan. Van de eerstgenoemde
+plaats af loopen er nog op ongeregelde tijden personen-treinen,
+ofschoon het de grootste moeite kost, daarin een plaats te krijgen. Van
+Wiborg zoudt gij dan verder per trein naar Abo aan den Finschen golf
+kunnen reizen, en daar wachten, tot zich een scheepsgelegenheid naar
+Engeland, Frankrijk of Scandinavië voordoet!
+
+—Nu, ik zal mij in ieder geval dit jachtavontuur nog lang herinneren!
+zeide Raffles glimlachend. Als dus alles medeloopt, zouden wij over
+eenige weken in Engeland terug kunnen zijn—en als dit eens niet het
+geval was—dan zou het maanden kunnen duren! Laat mij u mogen zeggen,
+kapitein, dat dit geenszins strookt met mijn plannen! En daarom zouden
+ik en mijn vrienden het zeer op prijs stellen indien gij ons passen tot
+Petrograd zoudt willen geven.
+
+—Zooals gij wilt, Mijnheer, hernam de kapitein.
+
+Op dit oogenblik kwam een depecherijder het vertrek binnen, die in de
+militaire houding voor zijn chef bleef staan, en salueerde.
+
+—Wat is er, Michael? vroeg deze.
+
+—De beide vliegers zijn teruggekeerd, kapitein!
+
+—Mooi zoo, zeg dat zij op mij wachten!
+
+De koerier vertrok en de kapitein wendde zich weder tot Raffles met de
+woorden:
+
+—Ik zal u moeten verzoeken, hier te blijven, tot ik het rapport van
+mijn luitenants heb aangehoord. Gij zult mijn houding billijken, daar
+ben ik zeker van!
+
+Raffles boog, zonder te antwoorden en de kapitein verliet het vertrek.
+
+—Hij mag dan een Roode zijn, maar hij is althans heel wat beleefder dan
+die oude schurk van een majoor der Witten, die ons had willen laten
+fusilleeren! bromde Henderson.
+
+Daarop keerde hij zich tot Charly en vervolgde:
+
+—Het moet mij van het hart, Mijnheer Brand, ik heb voorloopig meer dan
+genoeg van Rusland. Het kan dan vroeger heel belangwekkend geweest
+zijn, maar het reizen op dit tijdstip is geen pleiziertje!
+
+—Ik ben het volkomen met je eens, Henderson! antwoordde Charly
+glimlachend. Ook ik zal den hemel danken als wij weder goed en wel in
+Engeland terug zijn!
+
+De drie mannen moesten geruimen tijd wachten, bijna een uur, maar toen
+keerde de kapitein terug, stak Raffles en zijn metgezellen met een
+spontaan gebaar de hand toe en zeide:
+
+—Alles is in orde, Mijne heeren. Ik heb van de beide vliegers vernomen,
+dat alles zich inderdaad zoo heeft toegedragen, als gij mij hebt
+medegedeeld. Thans blijft mij niets anders over, dan u de passen ter
+hand te stellen, welke de generaal van onze divisie zoo even voor u
+heeft laten opstellen en onderteekenen.
+
+Hij nam een drietal passen uit de portefeuille, welke hij bij zich had,
+en overhandigde ze aan de Engelschen.
+
+—Daarmede kunt gij naar Petrograd komen, zonder te worden lastig
+gevallen. Natuurlijk geldt dit slechts voor zooverre de stad nog in
+onze handen is. De berichten luidden gisteren helaas zeer ongunstig, en
+ijlboden wisten zelfs te verhalen dat een vooruitgeschoven
+troepenafdeeling van Judenitsch tot in de voorste stadswijken van de
+hoofdstad was doorgedrongen. Alle risico blijft dus voor uwe rekening,
+bedenk dat!
+
+—Dat spreekt van zelf, kapitein! zeide Raffles. Ik dank u, ook namens
+mijne reisgezellen voor uwe bemoeiingen en verzoek u, ons in staat te
+stellen onze reis te vervolgen, door ons de slede en de paarden af te
+staan, welke ons hier hebben gebracht en welke wij aan de Witten hadden
+ontnomen. Als gij dit wenscht zullen wij één en ander te Petrograd
+achterlaten en in handen van de Roode troepen daar stellen, die ze dan
+als oorlogsbuit kunnen beschouwen.
+
+—Onder deze omstandigheden kunt gij er over beschikken, mijnheer! zeide
+de kapitein. Wanneer wilt gij vertrekken?
+
+—Zoodra de paarden en wij zelven zijn uitgerust, antwoordde Raffles.
+
+—Gij zult er goed aan doen, zoo spoedig mogelijk de hoofdstad te
+verlaten! hernam de kapitein. Weliswaar zijn de verhalen omtrent de
+hongersnood, die er zou heerschen en welke in de buitenlandsche bladen
+blijkbaar gretig worden opgenomen sterk overdreven, maar toch heerscht
+er gebrek en als de stad eens werkelijk werd ingesloten, dan zou zij
+zich binnen enkele weken, ja misschien binnen enkele dagen moeten
+overgeven! En nu moet ik afscheid van u nemen, mijnheer! Mijn plicht
+roept mij en wij moeten eene verkenning in Oostelijke richting
+ondernemen. Het feit, dat de Witten het gewaagd hebben, u tot hiertoe
+te achtervolgen, baart ons veel zorg—ik vrees, dat zij eene omtrekkende
+beweging uitvoeren, welke ons, als zij slaagt, in groot gevaar zou
+brengen.
+
+Hij salueerde voor de drie vreemdelingen en had het volgend oogenblik
+de gelagkamer verlaten.
+
+Langzamerhand kwamen de reizigers weder bij van de ondervonden
+vermoeienissen, bij het knappende houtvuur en een goed glas heete wijn.
+
+Zij voorzagen zich van eenige levensmiddelen, betaalden met geld,
+hetwelk Henderson in zijn zak bleek te hebben en dat aan de aandacht
+van de Witten ontsnapt was, en laadden deze in de slede, die hen hier
+had gebracht.
+
+Toen de paarden geheel en al waren uitgerust en goed gevoederd waren,
+spande Henderson de dieren opnieuw voor de slede, en de reizigers namen
+weder in het voertuig plaats.
+
+Het was toen omstreeks tien uur in de morgen.
+
+Het was nog altijd bitter koud, maar gelukkig was de wind een weinig
+gaan liggen, en de zon schitterde aan den wolkeloozen hemel, van een
+pastelblauwe, aan de kim donker wordende kleur.
+
+Nadat de geweren waren nagezien, en de revolvers waren geladen, begaven
+de drie Engelschen zich weder op weg.
+
+Indien zij er in slaagden, vijftien wersten per uur af te leggen,
+hetgeen niet te veel berekend was, daar de paarden volkomen uitgerust
+waren, en de sneeuw een harde, gladde oppervlakte vormde, dan konden
+zij voor het vallen van de duisternis Petrograd bereikt hebben.
+
+Maar het Noodlot scheen zich ditmaal wel met hardnekkigheid tegen de
+reizigers te hebben gekeerd!
+
+Want toen zij reeds heel in de verte de vage omtrekken van de hoofdstad
+meenden te ontwaren, zagen zij tegelijkertijd dichte, zwarte colonnes
+over de sneeuw naderen.
+
+Het geschut had den geheelen dag geklonken, maar nu kwam het merkbaar
+naderbij.
+
+—Zouden de Rooden retireeren? vroeg Charly, terwijl hij met gespannen
+aandacht door den kijker tuurde.
+
+—Ik vrees het, antwoordde Raffles ernstig. En daardoor komen wij weder
+in een zeer gevaarlijken toestand. Wij zouden nu tusschen twee vuren
+geraken, en ditmaal zou er geen ontkomen meer aan zijn—tenminste als
+wij onzen weg in dezelfde richting wilden voortzetten. Wij zouden door
+het mitrailleur-vuur onherroepelijk worden gedood. Klaarblijkelijk zijn
+de Rooden gedwongen, Petrograd, of tenminste een deel ervan te
+ontruimen.
+
+—Daar naderen tenminste troepen, die onordelijk oprukken, hernam
+Charly.
+
+—Houdt links aan, Henderson! beval Raffles. Wij zullen trachten de stad
+meer in het Zuiden te naderen.
+
+—Maar dan moeten wij een grooten omweg maken! riep Charly uit.
+
+—Dat is minder erg, dan dat wij tusschen twee vuren zouden geraken!
+hernam Raffles.
+
+Henderson had intusschen het gegeven bevel reeds opgevolgd, en de slede
+week nu af van den tot dusverre gevolgden weg.
+
+Het geschutvuur werd hoe langer hoe heviger, en plotseling konden de
+reizigers, door den kijker, een batterij gewaar worden, die stelling
+had genomen ten Noord-Oosten van een lagen heuvelkling, en vandaar de
+Witten onder vuur nam die echter voor de drie Engelschen onzichtbaar
+waren.
+
+De Rooden schoten zoo snel zij konden, en het gedonder klonk als een
+aanhoudend gerommel van een onweder.
+
+Een half uur later trokken de retireerende troepen op eenige wersten
+voorbij, juist langs den weg, die de slede tot dusverre gevolgd had.
+
+Het geschutvuur werd minder hevig, en het was duidelijk, dat de
+hoofdstad reeds voor een deel in de handen der Witten moest zijn.
+
+—Ik geloof, dat het tijd begint te worden, ons maar weder te ontdoen
+van onze door de Rooden geteekende passen, zeide Raffles na eenigen
+tijd. Als niet alles bedriegt, zullen wij wel in een Petrograd
+aankomen, dat door de troepen van Judenitsch bezet is. Wij zullen
+echter tot het laatste oogenblik wachten met het vernietigen van die
+passen, welke ons reeds eenmaal aan den rand van het graf hebben
+gebracht.
+
+—Maar zouden de Witten zich hier wel kunnen handhaven? vroeg Charly.
+Zonder den steun van Judenitsch en zijn legers zullen zij vroeg of laat
+terug moeten want de Rooden zijn hier zeer sterk!
+
+—Je kunt gelijk hebben, maar voor het oogenblik moeten wij er toch
+rekening mede houden, dat wij met de Witten te doen krijgen!
+
+De slede gleed intusschen met onverminderde snelheid over de bevroren
+vlakte en Raffles verbaasde er zich over, dat het gevecht zich niet tot
+hier uitgebreid had.
+
+Misschien was het plan der Witten, zich eerst van geheel Petrograd
+meester te maken en dan snel in Oostelijke richting op te rukken.
+
+Wel kwamen zij nu en dan kleine afdeelingen Rooden tegen, die hen
+echter ongemoeid lieten, nadat de passen vertoond waren.
+
+De duisternis begon reeds te vallen en de paarden begonnen opnieuw
+teekenen van vermoeidheid te geven, en nog moesten er twintig wersten
+afgelegd worden alvorens men de hoofdstad bereikt zou hebben, welke de
+reizigers thans van uit het Zuid-Oosten naderden.
+
+Maar eensklaps, nadat zij in geruimen tijd geen, Rooden meer hadden
+zien voor bijgaan, naderde er over de sneeuwvlakte een afdeeling
+bereden manschappen, die aan de uniformen aanstonds als Witten te
+herkennen waren.
+
+Voor de reizigers goed en wel wisten wat er gebeurde, had deze kleine
+ruitertroep zich uit de duisternis losgemaakt en omringden zij de
+slede.
+
+—Wij zijt gij en waar gaat gij heen? zoo luidde de gewone, reeds zoo
+vaak gehoorde vraag.
+
+—Wij zijn Engelschen en wij wilden naar Petrograd gaan! antwoordde
+Raffles.
+
+—Waar komt gij vandaan?
+
+Daar loochenen niets zou helpen antwoordde Raffles:
+
+—Wij komen van de zijde van het Onega-meer, waar gestreden is tusschen
+Uwe troepen en de Rooden.
+
+—Wat deed gij daar?
+
+—Wij kwamen daar om te jagen en zijn door de gebeurtenissen verrast.
+
+—Wat waren uw plannen te Petrograd?
+
+—Geen andere, dan ten spoedigste naar ons eigen land terug te keeren!
+
+De Luitenant die deze vragen gesteld had keek Raffles en zijn
+metgezellen aandachtig aan en zeide toen:
+
+—Ik zal u naar het hoofdkwartier moeten brengen, al doet het mij leed.
+Mijn instructies zijn formeel.
+
+—Dan moet gij u er aan houden, Luitenant, hernam Raffles bedaard, maar
+inwendig rees de vraag bij hem, of hij en zijn beide reisgenooten nu
+nog niet aan het einde hunner beproevingen waren!
+
+Want immers—als men hier te weten kwam dat de drie Engelschen elders
+door dezelfde partij reeds waren ter dood veroordeeld en slechts hadden
+kunnen ontkomen door aanwending van geweld, dan zag het er weder somber
+voor hen uit.
+
+En toch zouden zij zich in de omstandigheden moeten schikken.
+
+De overmacht was te groot, dan dat zij aan verzet zouden kunnen denken.
+
+En zoo trok, juist als een paar dagen geleden, een kleine stoet over de
+vlakte voort, en de slede vormde wederom het middenpunt.
+
+Henderson had opnieuw de teugels uit handen moeten geven, en keek
+brommend als een groote hond, wien men een been heeft afgenomen, toe,
+hoe de soldaat, die naast hem had plaats genomen de vermoeide paarden
+met vaste hand bestuurde en de slede weder op den weg bracht.
+
+Deze bleek voor een groot gedeelte van sneeuw bevrijd te zijn en het
+was duidelijk dat hier reeds genie aan het werk was geweest, om den
+straatweg die naar de hoofdstad voerde, voor het troepenverkeer vrij te
+maken.
+
+En nu begonnen reeds in de verte de lichten van Petrograd te pinken!
+
+De vrees der Rooden was dus niet ijdel geweest!—de partij der Witten
+had inderdaad groote vorderingen gemaakt, en althans een gedeelte van
+de hoofdstad weten te bezetten.
+
+Wie weet werd er op dit oogenblik woedend gestreden in de straten van
+de beklagenswaardige stad!
+
+Inderdaad werd het vuren weder heviger en twee malen passeerde men een
+batterij veldgeschut, die in vollen ren, terwijl de sneeuw onder de
+hoeven der woest galoppeerende paarden opstoof, nieuwe stellingen
+gingen innemen.
+
+—Mag ik vragen waarheen gij ons geleidt? vroeg Raffles eindelijk aan
+den jongen luitenant, die naast de slede draafde.
+
+—Dat zeide ik u reeds—naar het hoofdkwartier. Generaal Judenitsch zal
+wel over uw lot beslissen.
+
+Het was dus waar—de hoofdmacht van de Witten onder aanvoering van den
+veelgenoemden generaal stond voor de muren van de hoofdstad, het
+bolwerk van het Bolsjewisme en had daar op het oogenblik wellicht zijn
+intocht reeds gedaan!
+
+Nog een half uur verliep en steeds meer troepen passeerden op weg naar
+het Oosten.
+
+Boven Petrograd dat vlakbij scheen te liggen, hing een rossige
+nevel—waarschijnlijk stond een deel van de groote stad in brand.
+
+Nu en dan klonk het gehuil der granaten, vlak boven de hoofden der
+mannen en even later hoorde men de losbarsting op ongeveer twee wersten
+afstand.
+
+De kleine troep was een dorp binnengetrokken, waar de Witten
+dienzelfden dag vasten voet hadden gekregen, en waar zij hun
+hoofdkwartier hadden gevestigd, in afwachting, dat zij het naar
+Petrograd zouden kunnen overbrengen.
+
+Het huis van den burgemeester van het dorp, die aan de zijde der
+Bolsjewiki streed, was tot verblijf van den staf ingericht.
+
+Eenige korte bevelen klonken en toen moesten de drie Engelschen de
+slede verlaten en het burgemeestershuis binnengaan.
+
+Zij werden naar een kleine wachtkamer gebracht, waarvan de deur
+gesloten werd. Voor de deur hoorden zij het regelmatig op en neder
+loopen van een schildwacht. Het kleine vertrek was spaarzaam verlicht
+door een petroleumlamp, die zacht aan een ijzeren haak heen en weder
+schommelde.
+
+Dit werd veroorzaakt, omdat onophoudelijk het geheele huis dreunde van
+de losbarstingen eener batterij, die juist aan den zoom van het dorp
+was opgesteld en vandaar een der voorsteden van Petrograd onder vuur
+nam.
+
+Zwijgend zaten de vrienden bij elkander.
+
+Weliswaar was de luitenant zeer beleefd geweest, en ook de houding der
+soldaten had niets te wenschen overgelaten,—maar zou de generaal in
+dezelfde stemming verkeeren? Dat moest worden afgewacht!
+
+Iets anders dan wachten konden zij trouwens niet doen.
+
+Er viel niet aan te denken uit dit huis te ontsnappen waar zich een
+groot aantal officieren ophielden, terwijl het in de straten krioelde
+van soldaten, allen gewapend.
+
+Neen, er schoot niets anders op over dan rustig te wachten.
+
+Nog waren er geen volle tien minuten verloopen of er naderden schreden,
+en de deur werd geopend. De luitenant trad binnen, en verzocht de drie
+Engelschen hem te volgen.
+
+Raffles zag dat de jonge militair geheel alleen was en dit dacht hem
+een gunstig teeken.
+
+De luitenant geleidde de drie mannen door eenige gangen naar een
+vertrek waar zich vier officieren bevonden, die achter een groote tafel
+gezeten waren, en tot den staf van het Witte leger behoorden, dat in
+deze streek opereerde.
+
+In één hunner herkende de drie reisgenooten van de portretten in de
+Londensche bladen en tijdschriften aanstonds generaal Judenitsch.
+
+Het gelaat van den legeraanvoerder der Witten had een ernstige en een
+weinig stroeve uitdrukking, zooals hij daar onbewegelijk zat, met de
+kin in de hand gesteund schijnbaar zonder op het binnentreden der drie
+vreemdelingen te letten.
+
+De luitenant was op de tafel toegetreden en zeide iets op eerbiedigen
+toon tot den generaal.
+
+Toen hief Judenitsch het hoofd op, en de drie tochtgenooten keken in
+een paar staalblauwe sterke oogen, onder dichte wenkbrauwen half
+verborgen.
+
+Die oogen bleven een tijdlang strak op de Engelschen gericht, en daarop
+wendde hij zich in het Engelsch tot Raffles dien hij blijkbaar dadelijk
+als het hoofd van het kleine reisgezelschap erkende:
+
+—De luitenant heeft mij zooeven medegedeeld dat hij u en uwe
+metgezellen midden in de vlakte heeft aangetroffen, mijnheer de graaf.
+Hij heeft mij ook medegedeeld dat gij hier gejaagd hebt, en door de
+gebeurtenissen zijt overvallen. Ik wil dit wel aannemen, ofschoon velen
+u misschien op staanden voet zouden hebben gefusilleerd.
+
+Raffles dacht aan het gevaar, hetwelk hij en zijn twee makkers nog
+slechts weinige dagen geleden hadden geloopen, maar hij wachtte er zich
+wel voor, dit avontuur aan generaal Judenitsch mede te deelen!
+
+De legeraanvoerder wachtte even, alvorens te vervolgen:
+
+—Ik zou uwe aanwezigheid in deze streken wellicht meer gewaardeerd
+hebben—... indien gij niet met drie man, maar met dertigduizend, en zoo
+mogelijk met drie honderd duizend waart gekomen, graaf! Ik wil u niet
+verzwijgen, dat het mij bitter teleurgesteld heeft, dat uwe regeering
+haar troepen uit Rusland heeft teruggeroepen, in stede van ons bij te
+staan, ons arm land van het vervloekte Bolsjewisme te zuiveren! De
+zaken zouden zeer waarschijnlijk heel anders staan indien de
+geallieerden ons de behulpzame hand hadden geboden! Wat dunkt u?
+
+—Ik weet niet goed wat ik u hierop moet antwoorden, generaal!
+antwoordde Raffles. Ik denk echter, dat onze regeering is bezweken voor
+den aandrang van de arbeiders in ons eigen land, die aan het
+bloedvergieten een einde gemaakt wenschten te zien. Het is een publiek
+geheim, dat de regeering te Londen een gevaarlijk spel zou hebben
+gespeeld, indien zij den wil van een groot en machtig deel onzer natie
+in den wind had geslagen, en een groote legermacht hier had gelaten om
+aan uwen strijd deel te nemen, al wenscht zij zelve niets liever, dan
+een einde te zien gemaakt aan een toestand, die niet veel langer kan
+voortduren, zonder geheel Rusland in den afgrond te doen verzinken.
+
+Generaal Judenitsch had zwijgend toegeluisterd, en zich nu en dan met
+zijn groote, gespierde hand over het voorhoofd gestreken.
+
+Nu zuchtte hij diep en zeide op doffen toon:
+
+—Ik kan ook niet van een vreemdeling verwachten, dat hij deze zaak uit
+het zelfde oogpunt zal beschouwen als wij Russen! Maar dit zeg ik u
+graaf, dat men er te Londen en te Parijs misschien nog wel eens spijt
+van zal hebben, niet aan ons verzoek om hulp te hebben gehoor gegeven!
+
+Generaal Judenitsch trommelde even met een blauw potlood op het blad
+van de tafel en hernam op anderen toon:
+
+—Laten wij hier niet verder over praten, graaf! Het Noodlot moet zich
+voltrekken—daar kunnen wij menschen toch niets aan veranderen. Wat uwe
+positie betreft—ik wil niet ontkennen, dat zij op dit oogenblik voor u
+zeer onaangenaam is. De slag is nog onbeslist—het is evengoed mogelijk,
+dat wij er in slagen, Petrograd binnen te rukken, als dat de Rooden
+versterkingen krijgen en ons weder terugdrijven!
+
+De generaal wierp een korten blik op de kaart die voor hem lag
+uitgespreid en ging voort:
+
+—Daar intusschen de kansen, dat wij er in slagen de hoofdstad te nemen,
+grooter zijn dan die, dat wij teruggeworpen worden, zoo zal ik u
+toestaan naar Petrograd te reizen, maar dan moet gij ook onmiddellijk
+vertrekken, want ik kan natuurlijk niet toestaan, dat vreemdelingen de
+operaties van mijn leger medemaken!
+
+—Wij zelven verlangen niets liever, generaal! kwam Raffles haastig. Wij
+hebben volstrekt geen geld meer, en een vriend van mij in de hoofdstad
+bewaart mijn reispenningen. Er is ons dus alles aan gelegen, zoo snel
+mogelijk in Petrograd te komen.
+
+—Dan zal ik u een pas en een vrijgeleide geven, hernam generaal
+Judenitsch. Ik kan echter volstrekt geen aansprakelijkheid voor uw
+veiligheid op mij nemen!
+
+—Dat begrijp ik generaal, hernam Raffles, maar al te verheugd, dat hij
+en zijn makkers er zoo gemakkelijk afkwamen.
+
+—Wat ons betreft—ik hoop dat wij binnen enkele dagen zelve in de
+hoofdstad zullen zijn en als gij u dan bij mij wilt aanmelden dan zal
+ik trachten uwe terugreis te vergemakkelijken!
+
+Raffles boog, bij wijze van dankzegging, en de generaal maakte een
+gebaar waaruit de Engelschen begrepen, dat hij het gesprek als
+geëindigd beschouwde.
+
+Zij verlieten het vertrek, waar misschien het lot van het onmetelijke
+Russische rijk werd beslist, door de weinige mannen achter hunne
+stafkaarten aan de groote tafel, en een uur later waren zij in het
+bezit van passen, welke het hun mogelijk zouden maken, Petrograd nog
+voor het vallen van den nacht te bereiken.
+
+Een convooi, dat over enkele oogenblikken naar de hoofdstad zou
+vertrekken zou hen medenemen.
+
+En heel wat geruster dan eenige uren geleden, trokken de drie reizigers
+nu opnieuw over de sneeuwvlakte, in de richting van den rossigen gloed,
+en van de vele lichtjes, die in de verte schenen te wenken.
+
+Daar lag Petrograd—de stad, om welks bezit zoo heftig gestreden werd!
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+FEODORA LESZINSKY.
+
+
+Het was tien uur, toen Raffles en zijn makkers de hoofdstad of liever
+een der voorsteden binnen kwamen.
+
+Aan alles was te zien, dat hier nog niet lang geleden verbitterd
+gestreden was.
+
+Eenige huizen, half in puin geschoten, rookten nog, en overal lagen
+paardencadavers, overblijfselen van kanonaffuiten, geweren,
+uitrustingsstukken van allerlei aard.
+
+Maar de Witten waren hier meester, dat was zeker.
+
+Want overal ontmoette men hunne troepen, die op patrouille waren of
+kwartier maakten voor hen die na hen zouden komen.
+
+Uit eenige uitroepen, welke hij opving maakte Raffles op, dat meer dan
+de helft van de hoofdstad in handen der Witten was en dat de Rooden
+zich nog met de grootste hardnekkigheid verdedigden ten Oosten van de
+Newa rondom het Alexander Newsky-Plein, op het Basilius Eiland, en bij
+het Admiraliteitsplein.
+
+De Witten schenen echter te hopen, dat zij er binnen vier en twintig
+uur in geslaagd zouden zijn, de tegenpartij geheel en al uit de stad te
+verdrijven.
+
+Eindelijk hield de aanvoerder van het konvooi zijn paard in en zeide
+tot de drie Engelschen:
+
+—Ik heb bevel, U tot hier te begeleiden, mijne heeren! Hier scheiden
+zich onze wegen dus. Ik wil U nog slechts den raad geven u niet al te
+ver in het centrum van de stad te wagen want gij kunt hier het gedonder
+van het geschut hooren, en er wordt daarginds hevig gestreden. Op den
+linker oever van de Newa zult gij echter genoeg hotels vinden—die
+echter ongehoord duur zijn—daarvoor waarschuw ik u!
+
+—De linkeroever is dus nog in handen der Witten? vroeg Raffles.
+
+—Dat was hij althans nog een paar uur geleden!
+
+—Dan kan ik van geluk spreken, want mijn vriend, die mijn geld in
+bewaring heeft, woont daar! Wij zullen er nu aanstonds heengaan!
+
+—Ik vrees dat gij dan zult moeten loopen, mijne heeren, want gij zult
+wel vruchteloos op een huurslede of een rijtuig wachten!
+
+Dat begrepen Raffles en zijn metgezellen ook—de huurkoetsiers zouden er
+wel niet veel voor gevoelen, naar het centrum der stad te rijden,
+terwijl ieder oogenblik de kansen konden keeren, en een granaat hen en
+hun voertuig kon verpletteren!
+
+En zoo namen zij afscheid van den aanvoerder van het konvooi en trokken
+te voet de stad verder in.
+
+—Waar gaan wij nu het eerst heen? vroeg Charly, toen zij een paar
+honderd meter verder waren.
+
+—Naar den Engelschen Consul, die mijn geld in bewaring heeft,
+antwoordde Raffles. Wij zijn hier wel in een stad, die voor de helft
+nog in handen is van lieden die niets van geld willen weten, maar
+zonder dat aardsche slijk zouden wij toch in een uiterst onaangename
+positie komen. Ik zou werkelijk niet weten hoe wij naar ons eigen land
+zouden kunnen terugkeeren. Hij woont hier niet ver vandaan en ik denk
+wel dat hij op dit oogenblik thuis is, want men gaat thans werkelijk
+niet voor zijn genoegen de straat op!
+
+Dat was zeker zoo want op niet al te verre afstand was de hemel rood
+van de vlammen, die uit sommige stadswijken opstegen, en de lucht was
+vervuld van het gedonder van het geschut, terwijl nu en dan vuurpijlen
+opstegen, zoeklichten den hemel afzochten en granaten met donderend
+geweld uiteenbarstten.
+
+Na een half uur loopens hadden de drie mannen het fraaie huis van den
+consul bereikt, en Raffles begaf zich alleen naar binnen, toen de
+bediende hem op zijn schellen had medegedeeld dat zijn meester tehuis
+was.
+
+Hij bleef nauwelijks tien minuten weg en keerde met een vergenoegd
+gelaat terug.
+
+—Nu kunnen wij tenminste ergens onderdak krijgen! riep hij uit. Want
+men mag zeggen wat men wil—zelfs hier, in het brandpunt van het
+Bolsjewisme, is het geld nog altijd de bewegingszenuw van het geheele
+stoffelijke bestaan!
+
+—Waar gaan wij heen? vroeg Charly.
+
+—Naar een goed hotel. Ik weet er een aan het Newsky-Prospect. Het
+Alexander Hotel. Het is een der eerste van de stad.
+
+—Maar ligt het in een buurt, die voor ons veilig is, dat wil zeggen, in
+een stadswijk, welke in handen van de Witten is? hernam Charly.
+
+—Ja.
+
+—Nu, dan moeten wij er maar spoedig heengaan! Ik wil wel bekennen, dat
+ik tamelijk vermoeid ben na al die avonturen van de laatste dagen!
+
+—Een goed souper—voor zoover het te krijgen is!—en een goed bed zullen
+ons wel weder geheel doen bekomen van onze ontberingen, beste jongen!
+zeide Raffles. En nu snel op weg, want het wordt al laat, en ik ben er
+niet zeker van of men ons wel zal opnemen nu er nog zoo hevig gevochten
+wordt.
+
+De drie reisgenooten begaven zich op weg en twintig minuten later
+stonden zij voor het groote hotel, dat thans echter een somberen indruk
+maakte daar bijna alle lichten daarbinnen gedoofd waren, zeker om geen
+doelwit op te leveren voor vijandelijke vliegers.
+
+Het deed wel zeer zonderling aan dat er dicht bij de deur een sierlijk
+uitgedoste portier op post stond, alsof men zich in vollen vrede
+bevond, en er niet vlak in de buurt slechts weinige uren geleden
+verbitterd gestreden was.
+
+De man ontving de drie reizigers zoo rustig, dat het hun een oogenblik
+was alsof zij al hun avonturen van de laatste dagen slechts gedroomd
+hadden en dat er geen sprake was van strijd tusschen zonen van één
+stam.
+
+Raffles vroeg naar kamers, en het bleek dat er nog verscheidene open
+waren, zij het dan tegen prijzen, welke vroeger eenvoudig ondenkbaar
+geweest zouden zijn.
+
+Voor twee kleine kamers moest Raffles honderd vijftig roebels per nacht
+betalen!
+
+Hij vertrok echter geen spier van zijn gelaat en besprak de kamers.
+
+—Zijn er veel reizigers? vroeg hij toen.
+
+—Naar de omstandigheden te rekenen, vrij wat mijnheer! antwoordde de
+man. Er zijn veel Duitschers die hier zaken komen doen.
+
+Raffles keek Charly glimlachend aan.
+
+—Steeds de ouden gebleven! zeide hij zacht. Zij zouden zaken gaan doen
+in de hel, als het mogelijk was om daarheen te gaan—en er ook weder
+vandaan te komen. Intusschen—wij hebben vrede met elkander gesloten, en
+ik denk er niet aan ergens anders heen te gaan! Wij zouden daar
+trouwens zeer waarschijnlijk ook onze oude tegenstanders aantreffen!
+
+De drie mannen begaven zich nu allereerst naar de hun aangewezen
+vertrekken.
+
+Raffles en Charly zouden er een van betrekken, Henderson het tweede,
+aan de tegenovergestelde zijde van de gang gelegen.
+
+Nadat zij zoo goed en zoo kwaad als het ging toilet hadden gemaakt,
+begaven Raffles en Charly zich naar de groote eetzaal, terwijl
+Henderson afzonderlijk zou avondmalen.
+
+De brave kerel zelf bleef er onder alle omstandigheden op staan dat “de
+afstand zou worden bewaard” zooals hij het noemde.
+
+Honderden malen had hij, in den loop van gevaarvolle avonturen en
+reizen, gezamenlijk met zijn meester de maaltijden gebruikt, en met hem
+in dezelfde hut, onder dezelfde tent geslapen.
+
+Maar niet zoodra was men weder in de beschaafde wereld terug, of hij
+wilde weder de chauffeur van Zijne Lordschap zijn, en niets anders.
+
+En zoo zaten dan de twee vrienden in de groote eetzaal, waarvan de
+gordijnen zorgvuldig waren dichtgetrokken, zoodat er geen licht naar
+buiten kon doordringen.
+
+Het souper-uur had juist geslagen en de zaal was vrij goed bezet, en
+wel met een zoo zonderling allegaartje, als men daar in tijden van
+vrede zeker niet bijeen had aangetroffen.
+
+Er zaten daar Polen, binnen enkele jaren schatrijk geworden, er waren
+Galicische Joden die hun voordeel hadden weten te doen met de
+conjunctuur, en in eens schatten hadden verdiend, er zaten militairen,
+thans uitsluitend Witten, en dan was er een groot aantal
+demi-mondaines, die eensklaps als paddestoelen uit den grond schenen te
+zijn geschoten.
+
+Ten slotte kon men er wel zeker van zijn, dat er in deze zaal ook
+eenige Bolsjewiki zaten—maar zij pasten wel op, dat men ze niet als
+zoodanig zou herkennen! Er werd zeer veel wijn en champagne gedronken,
+die met fabelachtige prijzen werd betaald, en als men de met spijzen
+beladen tafels zag, dan kon men zich niet begrijpen, dat er in de
+buitenlandsche bladen van “ontzettend gebrek” werd gesproken—als men
+niet wist, dat de gewone burger zich dan ook dit voedsel onmogelijk kon
+verschaffen, wegens de ongehoorde prijzen.
+
+Op dat tijdstip kostte te Petrograd, een goed middagmaal, zonder wijn
+evenwel, ongeveer honderd zeventig roebels!
+
+Toen Raffles en Charly hadden plaats genomen, trad er juist een vrouw
+binnen op wie zich dadelijk aller blikken vestigden.
+
+Zij was zeer schoon en van waarlijk vorstelijke gestalte.
+
+Fluweelzwarte oogen in een ovaal, eenigszins olijfkleurig gelaat, een
+kleine roode mond, als met een penseel getrokken wenkbrauwen, donzen
+wangen, en een prachtige hals, overgaande in een weelderigen boezem,
+welke een Titiaan zou hebben verrukt.
+
+Zij was in gezelschap van een kleinen zwarten man, die haar met groote
+eerbied scheen te behandelen.
+
+In de sierlijk gevormde ooren schitterden twee zeer groote diamanten,
+en haar ver ontbloote hals was omgeven door een snoer parelen van
+groote waarde.
+
+Ook haar vingers leken wel vonken te schieten zoo waren zij overladen
+met juweelen ringen.
+
+Zij scheen even rond te zien, en ging toen naar een nog onbezet
+tafeltje, niet ver van de beide vrienden verwijderd.
+
+—Een zeer schoone vrouw! zeide Charly op zachten toon.
+
+—Ja, zij heeft een Poolsch type. Als de Poolsche vrouwen schoon zijn,
+dan zijn zij ook ware Venussen.
+
+—Men kan wel zien, dat de Witten hier thans de overhand hebben, anders
+zou zij het zeker niet wagen in het publiek met zooveel kostbaarheden
+te pronken.
+
+—Dat mag je wel zeggen—en ik vind het tamelijk gedurfd, want niemand
+kan immers weten hoe de zaken reeds morgen zullen staan. Als de Rooden
+het verloren terrein terugwinnen—als die vrouw dan nog hier is—en als
+de Bolsjewiki zich haar opschik herinneren, dan zal zij die niet veel
+langer meer bezitten.
+
+—Zou dat kleine mannetje met zijn stekende oogjes haar echtgenoot zijn?
+
+—De man heeft inderdaad het type van den echtgenoot eener buitengewoon
+schoone vrouw. Ik heb opgelet, dat bevallige en groote vrouwen dikwijls
+gehuwd zijn met kleine onbeteekenende mannen. Misschien deden zij het
+om hun schoonheid des te beter te doen uitkomen!
+
+—Dat is weer juist iets voor jou, Edward! zeide Charly verwijtend.
+
+—Laten wij dan in dit geval aannemen, dat die man haar broeder is—of
+haar minnaar. Voor haar vader is hij veel te jong. Hij kan
+ternauwernood veertig jaren zijn.
+
+De kellner kwam aandragen met het bestelde, en de beide vrienden zetten
+zich aan den maaltijd.
+
+Maar intusschen hield Raffles geen oog van de schoone vrouw, die
+zooeven was binnengetreden en die in hooge mate zijn belangstelling
+scheen te trekken.
+
+Eensklaps bleef hij een paar seconden doodstil zitten, met zijn lepel
+halverwege zijn bord en zijn lippen.
+
+Maar reeds het volgende oogenblik at hij rustig verder.
+
+Charly had echter goede oogen, en hij had de verbazing van Raffles
+gezien.
+
+—Wat was er—waar keek je zoo naar? vroeg hij nieuwsgierig.
+
+—Ik keek naar onze schoone Poolsche, Charly, antwoordde Raffles zacht.
+
+—Maar je zag er zoo verwonderd uit.
+
+—Dat was ik ook, en ik hoop dat jij het alleen gemerkt hebt!
+
+—Hoezoo? vroeg Charly, wiens verbazing toenam.
+
+—Wel, de kellner drukte haar zooeven een papiertje in de hand!
+
+—De onze?
+
+—Neen, hij bedient aan haar tafeltje.
+
+—Wat zou dat eigenlijk? Ik houd die vrouw voor een zeer welgestelde
+demi-mondaine—en die kellner kan wel haar amant zijn!
+
+—Dat is niet erg waarschijnlijk, want zij verstopte eerst snel het
+briefje, haalde het daarna zoogenaamd uit haar zilveren beugeltasch,
+las het en liet het toen aan haar metgezel zien. Ik heb er wel niet
+veel verstand van, maar ik geloof toch niet dat dit gebruikelijk is
+onder minnaar en minnares!
+
+—Wel, dan zal het iets anders zijn, hernam Charly. Misschien een
+briefje van iemand die buiten op antwoord wacht!
+
+—Waarom was de kellner dan zoo bevreesd, dat anderen zouden zien hoe
+hij het papiertje overhandigde? Neen,—zij verwachtte dat briefje, want
+toen de man naderde liet zij haar hand langs de tafel afhangen en hij
+duwde het er vliegensvlug in.
+
+—Nu, dan weet ik het niet! hernam Charly, die niet veel beteekenis aan
+het geheele voorval scheen te hechten.
+
+Maar het was duidelijk dat Raffles er anders over dacht.
+
+Na eenigen tijd te hebben gezwegen en de schoone vrouw van ter zijde te
+hebben opgenomen, vervolgde hij:
+
+—Wat den kellner betreft, die haar het papiertje in de hand
+moffelde—heb je niets bijzonders aan den man gezien?
+
+—Neen, ik vind hem alleen niet heel mooi!
+
+—Dat is hij ook niet—maar ik meen iets anders! Die man is in het geheel
+geen kellner!
+
+—Lieve hemel, Edward,—waarom denk je dat? vroeg Charly verwonderd.
+
+—Omdat hij niet bedienen kan! Kijk hem eens onhandig omgaan met zijn
+schalen en flesschen! Zóó draagt geen enkele kellner zelfs niet uit een
+ordinair wijnhuis een schaal met gerechten en een flesch champagne!
+
+—Misschien is hij wel pas kellner geworden!
+
+—Dat zou dan gisteren geweest moeten zijn!
+
+—Vertel mij eens wat er eigenlijk in je omgaat, Edward, kwam Charly. Ik
+begin in te zien, dat je blijkbaar aan deze zaak veel meer gewicht
+hecht dan ik! Wat denk je toch?
+
+—Ik denk dat hier een klein—of wellicht een groot complot gesmeed
+wordt, beste Charly! Zulke opvallend mooie vrouwen, in gezelschap van
+zulke opvallend kleine en onbeteekenende mannen, die briefjes aannemen
+van kellners, die geen kellners zijn en die zulke schitterende juweelen
+dragen, ofschoon de Rooden op een geweerschot afstand staan—dat
+beteekent niet veel goeds!
+
+Charly had zijn vork laten rusten en keek Raffles onderzoekend aan.
+
+—Als ik niet meende, dat wij hier wel iets anders te doen
+hebben—namelijk zoo spoedig mogelijk heen te gaan—dan zou ik durven
+wedden, dat je veel lust hebt hier te blijven, alleen om te zien, wat
+er met die mooie cocotte, en dien kellner gaat gebeuren!
+
+—Je zoudt je weddenschap gewonnen hebben, Charly—want dat ben ik
+inderdaad voornemens!
+
+—Je drijft er zeker den spot mee? riep Charly verschrikt uit.
+
+—Ik meen het in volle ernst!
+
+—In deze stad die wel een vulkaan gelijkt, welke ieder oogenblik tot
+uitbarsting kan komen?
+
+—Ik kan het niet helpen, dat dit interessante feit zich juist hier
+afspeelt, hernam Raffles bedaard.
+
+—Maar als die vrouw werkelijk gevaarlijk is, en iets in den zin heeft,
+dan branden wij onze vingers, als wij er ons mede bemoeien! ging Charly
+voort.
+
+—Wij kunnen oppassen!
+
+—Maar die vrouw hoort hier misschien in het geheel niet thuis! hield
+Charly wanhopig aan.
+
+—Dat is te onderzoeken—en als zij werkelijk niet in de stad thuis
+hoort,—wel, dan zullen wij haar volgen! Maar wij zullen spoedig
+zekerheid kunnen hebben!
+
+Hij wenkte den kellner die hen bediend had, en die dadelijk gedienstig
+kwam toesnellen.
+
+Raffles wees op de schoone vrouw aan het andere tafeltje en vroeg op
+zachten toon:
+
+—Kunt gij mij ook zeggen, goede vriend, wie die dame daarginds is en
+hoe zij heet?
+
+De kellner wierp een vluchtigen blik in de aangeduide richting en zei
+toen:
+
+—Wie zij is, zou ik U niet kunnen zeggen mijnheer, maar zij heet
+Feodora Leszinsky, en zij is denkelijk een Poolsche, zeer rijke
+demi-mondaine.
+
+—En die heer naast haar?
+
+—Wij houden hem voor haar minnaar, ofschoon hij niet in dit hotel
+logeert.
+
+—Dus dat doet die dame wel? vroeg Raffles op levendigen toon.
+
+—Ja mijnheer, zij heeft twee prachtige kamers op de tweede verdieping.
+
+—Zeker nog niet lang? vroeg Raffles als terloops.
+
+—Sedert gisteren!
+
+Raffles knikte den kellner toe en deze trok zich weder terug.
+
+Raffles bleef eenige oogenblikken in gedachten zitten en hief toen
+eensklaps het hoofd op.
+
+—Ik gaf er heel wat voor, als ik wist wat er in het briefje stond, dat
+de kellner haar zooeven tersluiks in de hand heeft geduwd, zeide hij op
+zachten toon.
+
+—Je kunt het haar moeilijk vragen, Edward! meende Charly.
+
+—Neen, dat zal niet gaan, hernam Raffles met een flauwen glimlach. Wij
+zouden echter kunnen trachten het briefje door list in handen te
+krijgen!
+
+—Maar mijn hemel! hecht je daar dan zoo bijzonder aan?
+
+—Ja, zeer bijzonder. Ik weet niet wat het is, maar die vrouw oefent een
+ongeloofelijke aantrekkingskracht op mij uit.
+
+—Ha, ha! Eindelijk heb je je dan toch eens bloot gegeven! riep Charly
+op zegevierenden toon uit. Eindelijk ben je dan toch onder den invloed
+van de schitterende bekoorlijkheid van die vrouw!
+
+—Je vergist je, Charly—ik denk alleen aan haar schitterende diamanten,
+hernam Raffles lakoniek. Haar uiterlijk is mij volkomen onverschillig.
+
+Charly maakte een gebaar van teleurstelling en bromde zuchtend voor
+zich heen.
+
+—Onverbeterlijk! Onverbeterlijk!
+
+Raffles had intusschen rustig een paar halen aan zijn cigaret gedaan,
+waarvoor hij echter drie roebel had moeten betalen en scheen in
+gedachten verzonken.
+
+Toen boog hij zich naar Charly over en zeide:
+
+—Zij heeft het briefje in haar boezem weggemoffeld en het zal inderdaad
+wat lastig zijn om het uit die schuilplaats te voorschijn te brengen,
+zonder dat zij het bemerkt. Maar er zal toch een oogenblik komen dat
+zij zich van haar kleederen ontdoet en het briefje wegbergt en dat
+oogenblik moeten wij benutten.
+
+—Tenminste als zij het niet voor dien tijd verscheurd heeft! merkte
+Charly op.
+
+—Dat zouden wij moeten afwachten!
+
+—Zeg mij nu eens duidelijk wat je plannen zijn!
+
+—Vannacht in haar kamer binnendringen en naar het briefje zoeken.
+
+—En als zij ontwaakt?
+
+—Snel heengaan en doen als of er geen wolkje aan de lucht is.
+
+—En als zij haar revolver neemt en op je schiet, zooals Poolschen dat
+gewend zijn?
+
+—Bidden, dat zij zal misschieten. Heb je nog meer aanmerkingen?
+
+Charly maakte een stom gebaar van wanhoop, en schudde ontkennend het
+hoofd.
+
+—Het blijft dus afgesproken, ging Raffles voort. Wij logeeren ook op de
+tweede verdieping, en het zal gemakkelijk zijn het nummer van haar
+kamers te weten te komen.
+
+—Als je er dan volstrekt op gesteld bent je hoofd in een strop te
+steken, Edward en haar kamer binnen te dringen, dan zou ik in
+overweging willen geven, eenvoudig haar juweelenkistje onder den arm te
+nemen, en zoo spoedig mogelijk te verdwijnen zonder je verder met dat
+briefje van den kellner te bemoeien.
+
+—Pardon, dat briefje kon weleens de hoofdzaak zijn, en veel meer waard
+dan haar juweelen!
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+DE AANSLAG OP JUDENITSCH.
+
+
+Charly gaf zich gewonnen, daar hij wel inzag dat Raffles zich vast had
+voorgenomen om het geheim te doorgronden, en niet eerder zou rusten,
+voor hij den inhoud van het briefje ontdekt had.
+
+—Kan ik je tenminste helpen? vroeg hij.
+
+—Neen, mijn jongen, ik geloof dat het beter is als ik dit alleen doe,
+in een hotel opereert men beter alleen!
+
+De eetzaal was nu langzamerhand leeggeloopen en de schoone Poolsche
+stond nu ook op en liet zich door haar kleinen donkeren metgezel haar
+bontmantel omhangen en verliet met denzelfden koninklijken tred
+waarmede zij gekomen was, de zaal.
+
+Maar van dat oogenblik af zou zij niet meer ontkomen aan den spiedenden
+blik van den Grooten Onbekende.
+
+Raffles wenkte den kellner, betaalde hem—gaf dertig roebel fooi, wat
+maar juist even voldoende bleek te zijn, waarop hij zich haastte er
+vijftig van te maken en verliet op zijn beurt met Charly de eetzaal.
+
+In het hotel was als schrille tegenstelling met den nood der tijden een
+danszaal ingericht waarin een strijkje van Hongaren meesleepende
+dansmuziek speelde. En in die zaal danste men als of er niet nog steeds
+om het bezit van de stad gestreden werd tusschen de Witten en
+Rooden—men danste er, zooals de edellieden tijdens het hoogtepunt van
+de Fransche Revolutie in hun gevangenis in de Bastille dansten, tot op
+het oogenblik dat zij met karren tegelijk naar de guillotine werden
+gevoerd.
+
+De Poolsche was deze zaal binnengetreden, en zij vertoefde er bijna een
+uur.
+
+Raffles scheen volstrekt geen vermoeienis meer te gevoelen, en bewaakte
+haar evenals een kat het een muizenhol doet.
+
+Maar toen scheen zij er genoeg van te hebben, en zij ruischte weg,
+nagezien door alle heeren in de zaal, terwijl de kleine zwarte man, die
+steeds in haar gezelschap was geweest, achterbleef.
+
+Feodora Leszinsky begaf zich naar hare kamer, en Charly vroeg op
+fluisterenden toon:
+
+—Nu zal het dus voor ons ook tijd worden om onze kamers op te zoeken?
+
+—Ja, mijn jongen! antwoordde Raffles, het doet mij leed dat ik je van
+een deel van je nachtrust beroofd heb, maar wezenlijk, deze zaak houdt
+mij zoozeer bezig dat ik niet zal rusten, alvorens ik ze tot klaarheid
+heb gebracht. Ik zelf zal een paar uur rust nemen en dan zullen wij
+eens zien wat het briefje bevat!
+
+De beide vrienden zochten hun kamer op, na zich te hebben vergewist dat
+de logeerkamer van de schoone Poolsche inderdaad op hun eigen
+verdieping gelegen was en dat zij zich in haar appartementen had
+teruggetrokken.
+
+Het was omstreeks één uur in den nacht.
+
+Men hoorde hier zeer zacht en gedempt de tonen opklinken van het kleine
+orkestje in de danszaal, waar men, zooals de kellner verzekerd had, den
+geheelen nacht zou blijven doordansen!
+
+Dit maakte natuurlijk de onderneming van Raffles niet gemakkelijker,
+daar hij nu rekening moest houden met de mogelijkheid, dat hij op de
+gang nog gasten zou tegenkomen. Hij was echter niet van zins zich
+daarom van zijn voornemen te laten terughouden.
+
+Ofschoon Charly poogde, zoolang mogelijk wakker te blijven, won de
+vermoeienis het van hem en hij sluimerde in.
+
+Wat Raffles betreft—hij had zich voorgenomen om juist half vier in den
+morgen wakker te worden—en het scheelde ook geen vier minuten!
+
+Hij sprong zonder eenig gerucht te maken uit het bed, schoot snel
+eenige kleedingstukken aan, liet zijn revolver in zijn zak glijden, en
+zijn kleine electrische zaklantaarn, die hem steeds had vergezeld.
+
+Vervolgens opende hij behoedzaam de deur van zijn kamer en keek in de
+gang.
+
+Deze was flauw verlicht door een paar kleine electrische lampjes in de
+zoldering aangebracht, en lag daar stil en verlaten, maar daar beneden
+klonk de zachte gedempte dansmuziek nog altijd door—en tegelijkertijd
+kon men hier duidelijk het dof gerommel van het geschut hooren!
+
+Raffles bedacht zich echter niet, maar trad naar buiten, trok zachtjes
+de deur achter zich dicht en stak snel de gang over.
+
+Hij wist dat Feodora Leszinsky een kamer als slaapvertrek gebruikte
+terwijl de andere als een soort salon werd benut.
+
+Hij stond nu voor de deur van dit laatste vertrek en draaide behoedzaam
+aan de kruk.
+
+Zooals hij wel kon verwachten, was de deur van binnen met den sleutel
+gesloten. Dit was echter voor iemand als Raffles geen bezwaar.
+
+Hij haalde een klein instrument te voorschijn, hetwelk de Witte met
+zijn sleutelbos en nog wat andere schijnbare waardelooze voorwerpen in
+zijn bezit hadden gelaten, stak dit in het slot, en draaide van buiten
+af voorzichtig den sleutel in het slot om.
+
+Deze manoeuvre had nauwelijks eenige seconden geduurd.
+
+Raffles vergewiste zich nog eens dat men hem niet bespiedde, en opende
+vervolgens snel en geruischloos de deur welke hij dadelijk weer achter
+zich sloot.
+
+Het was stikdonker in het vertrek, maar de deur die tot het
+slaapvertrek toegang gaf stond op een kier, en vandaar drong een flauw
+lichtschijnsel in den salon door—er brandde dus een nachtlicht in het
+slaapvertrek.
+
+Het eerste wat Raffles deed, was naar deze tusschendeur te sluipen en
+haar te sluiten.
+
+Het tweede was zich te overtuigen dat het raam uitzicht gaf op een
+balkon dat langs den geheelen zijgevel van het hotel liep, en aan welks
+einde zich een brandladder bevond.
+
+Na zich op deze wijze te hebben vergewischt, dat zijn aftocht gedekt
+was in geval van nood, schoof Raffles de gordijnen weder dicht en
+ontstak zijn zaklantaarn, teneinde het vertrek te onderzoeken.
+
+Er stonden niet veel, maar zeer fraaie meubels en daaronder was een
+klein schrijfbureau van rozenhout waarvan het blad gesloten was.
+
+Raffles trad er dadelijk op toe, onderzocht met kennersoog het slot,
+haalde minachtend de schouders op en opende het blad met evenveel gemak
+alsof er een sleutel op gezeten had.
+
+Het Bureau scheen gebruikt te worden, want er lag briefpapier in en een
+vloeilegger, een sierlijke schrijfmap, en de laden, eveneens voor een
+deel gesloten, bleken brieven te bevatten.
+
+Raffles haalde er eenige uit de enveloppen en las ze vluchtig door.
+
+Deze lectuur scheen hem groot belang in te boezemen, want een half uur
+later las hij nog altijd!
+
+Zijn gelaat teekende verrassing, toen hij eindelijk de laadjes weder
+dicht schoof, na de brieven weder allen op hun plaats te hebben gelegd.
+
+Hij wilde ook de klep reeds weder sluiten, toen zijn oog viel op een
+slordig opgevouwen stukje papier, dat half uit de schrijfmap stak.
+
+—Dat papiertje lijkt al zeer veel op het briefje hetwelk de kellner
+heden avond aan onze schoone dame ter hand stelde! dacht hij.
+
+Hij vouwde het open en las slechts deze woorden:
+
+—“Houd je gereed. Word een dezer dagen in dit hotel verwacht.”
+
+Een oogenblik bleef Raffles in gedachten met het briefje in de handen
+staan en daarop stak hij het weder in de schrijfmap en sloot het
+bureau.
+
+Een oogenblik hield de gedachte hem bezig, dat er in het naastgelegen
+vertrek voor een waarde van minstens honderd duizend roebel aan
+juweelen was te vinden—maar Raffles scheen andere plannen te
+hebben—want hij opende slechts weder de tusschendeur op een kier,
+zooals hij ze gevonden had, en verliet het vertrek zonder meer leven te
+maken, dan een vos zou hebben gemaakt.
+
+Hij overtuigde zich dat de weg veilig was en stond met een paar
+sprongen weder voor zijn eigen kamer.
+
+Een minuut later had hij zich weder ontkleed en te bed begeven.
+
+Charly sliep nog altijd rustig en Raffles dacht er niet aan hem wakker
+te maken, ofschoon hij in de kamer van de schoone Poolsche zeer veel
+belangrijks had ontdekt.....
+
+
+
+De beide vrienden sliepen voor hun doen zeer lang en stonden pas om
+half negen volkomen uitgerust en verkwikt op.
+
+Zij namen een bad en daarop bracht een étage-kellner het eenvoudig
+ontbijt in hun kamer bestaande uit chocolade en kleine broodjes.
+
+Toen zij voor het raam gezeten waren, vanwaar zij een prachtig gezicht
+hadden op het Newa Prospect, vroeg Charly nieuwsgierig:
+
+—Nu zult je toch den tijd voor de confidenties wel aangebroken achten,
+mag ik vragen of ge iets bijzonders ontdekt hebt in de kamer van de
+schoone Feodora?
+
+Raffles knikte bevestigend, nam een teug van de geurende chocolade en
+zeide toen langzaam:
+
+—Wat ik daar vond was zeker van gewicht! Wat denk je wel dat die mooie
+demi-mondaine inderdaad is?
+
+—Hoe zou ik dat kunnen weten? Misschien wel een voormalige
+grootvorstin.
+
+—Neen, dat niet bepaald! Zij is in dienst van de Rooden!
+
+—Wat zeg je daar? Dus een Bolsjewiki? riep Charly verbaasd uit.
+
+—Niets meer en niets minder. Ik heb in haar bureau een gansche
+correspondentie gevonden met een Luitenant van Lenin. Zij heeft hier
+een zending te vervullen en daarom heeft zij, hoewel slechts voor
+tijdelijk, haar intrek in dit hotel genomen! Weet je wie hier verwacht
+wordt?
+
+—Lenin zelf misschien?
+
+—Neen, Generaal Judenitsch!
+
+—Judenitsch? Hier? Hoe weet je dat?
+
+—Het stond in het briefje hetwelk de kellner haar gisteren in handen
+speelde! Weliswaar werd daarin alleen de voorletter J genoemd, maar er
+kan niet aan getwijfeld worden of hij is bedoeld, afgaande op de
+overige correspondentie welke ik verwacht heb.
+
+—En zij? Wat is haar taak?
+
+—Haar taak is tweeërlei.—Zij moet trachten zich van de krijgskas
+meester te maken waarover hij het beheer heeft, en daarna moet zij hem
+dooden!
+
+Charly verbleekte.
+
+—Vreeselijk! zeide hij toonloos. Een sluipmoordenares dus!
+
+—Ja, maar zoo zullen de Rooden het natuurlijk niet noemen, ging Raffles
+kalm voort. Zij zullen haar wel wreekster of iets dergelijks noemen, en
+in geval zij terecht gesteld wordt, heet zij natuurlijk een martelares!
+
+—Maar je zult dat toch aanstonds bij de politie aangeven? riep Charly
+uit.
+
+—Geen haar op mijn hoofd denkt daar aan! antwoordde Raffles rustig. Ten
+eerste is het begrip politie wat al te vaag op dit oogenblik, en in
+deze stad. Vergeet niet dat wij hier in een stad zijn, die tot op
+gisteren altijd in handen van de Bolsjewiki is geweest, en waar dus óók
+de politiemacht onder controle van Lenin en Trotsky stond! Maar al is
+dat niet zoo, ik heb heel andere plannen!
+
+—Wat ben je van zins?
+
+—Ik wil, om te beginnen de juweelen van die Poolsche hebben, want zij
+zijn zeer schoon en zij zijn haar waarschijnlijk verschaft door het
+Roode Hoofdkwartier, dat er ook wel niet op een eerlijke wijze zal zijn
+aangekomen. Die heeft zij natuurlijk gekregen om naar behooren haar rol
+van rijke Poolsche te spelen. Zij moet door haar schoonheid Generaal
+Judenitsch tot zich lokken—en dan zou de rest haar niet moeilijk
+vallen.
+
+—Maar waarom heb je die juweelen dan eenvoudig van nacht niet
+meegenomen? ging Charly voort.
+
+—Dat zou zeer gevaarlijk zijn geweest, vergeet niet dat wij hier in een
+zeer gevaarlijke omgeving zijn, en dat wij letterlijk aan de genade of
+ongenade zijn overgeleverd van de partij die toevallig de overhand
+heeft! Iedereen kan ons naar onze passen vragen en ons in de gevangenis
+laten werpen! Een juweelendiefstal zou natuurlijk dadelijk ontdekt
+zijn, en wat zou er met ons gebeuren, denk je, als men die kostbare
+steenen bij ons vond? Je zult misschien aanvoeren, dat wij dadelijk de
+vlucht hadden kunnen nemen, maar ik verzeker je dat we niet ver gekomen
+zouden zijn! In ons land gaat men eenvoudig in een trein zitten, of wij
+hebben onze auto bij de hand, of wij trekken ons eenvoudig terug naar
+één van onze landgoederen, onder één of andere vermomming, maar dat
+gaat ditmaal niet. Ik wist daarenboven, dat die diamanten mij niet
+zouden ontgaan, als ik slechts den goeden weg volgde.
+
+—En mag ik weten wat die goede weg is?
+
+—Heel eenvoudig! Ik zal de plaats innemen van Generaal Judenitsch!
+
+Charly liet een lichten kreet hooren, en bijna was zijn kop chocolade
+hem uit de hand gevallen.
+
+Hij staarde Raffles met wijd geopende oogen aan en zeide toen, nadat
+hij zich hersteld had op ironischen toon:
+
+—Wel zeker—dat is bijzonder eenvoudig! Het kon bijna niet eenvoudiger!
+Ik begrijp niet, dat ik daar zelf niet op ben gekomen.
+
+—Je drijft er den spot mede, hernam Raffles kalm, en je denkt dat het
+moeilijk zal zijn, om mijn plan ten uitvoer te brengen.
+
+—Moeilijk? maar Edward, het is volkomen onmogelijk!
+
+—Waarom, als ik vragen mag?
+
+—Waarom? Wel om alles! riep Charly uit.
+
+—Noem mij dan eens eenige redenen, wat ik je verzoeken mag.
+
+—Daar is om te beginnen het uiterlijk! Je hebt ditmaal niets
+medegenomen om je te kunnen vermommen, en het weinige dat je had, is
+met onze bagage verloren gegaan!
+
+Raffles haalde de schouders op en sprak:
+
+—Ik erken dat dit een bezwaar is, maar het is niet onoverkomelijk. Je
+zult je herinneren, Charly, dat ik je eens heb medegedeeld, hoe ik in
+alle hoofdsteden der voornaamste landen van Europa, te Berlijn zoowel
+als te Parijs, te Madrid, te Rome, te Weenen en te Petrograd een
+kleinen voorraad van vermommingen bezat, die in geval van nood moesten
+dienst doen.
+
+—Zeker herinner ik mij dat, Edward, maar je gelooft toch niet dat
+tijdens den oorlog die bergplaatsen en die kleine kamertjes welke je
+gehuurd had of zelfs de kleine huizen welke je bezat, onaangeroerd zijn
+gebleven!
+
+—Dat mag ik tenminste niet hopen, Charly, antwoordde Raffles. In die
+jaren zal er heel wat gebeurd zijn, vooral in de oorlogvoerende landen,
+maar in ieder geval zullen wij dadelijk op onderzoek uitgaan en zien
+hoe of het met mijn woning staat!
+
+—Die is natuurlijk al lang door anderen in bezit genomen!
+
+—Dat is zeer wel mogelijk, maar dat zou niet hinderen zoo lang men mijn
+geheime bergplaatsen niet heeft ontdekt!
+
+—En als dat wel het geval is?
+
+—Dan zouden wij ons moeten wenden tot een of anderen Theaterkapper! Ik
+erken dat dit lang niet hetzelfde is, maar na eenige uren werk zouden
+wij hetgeen de man ons verschaft, voldoende hebben kunnen veranderen.
+
+—Maar de uniform, Edward? Hoe kom je daar aan?
+
+—Judenitsch draagt een zeer eenvoudige generaalsuniform, en toen wij
+hem zagen was hij in veldtenue. Een dergelijke uniform is zeer
+gemakkelijk ergens te krijgen—wij zullen er aanstonds eens op uitgaan.
+
+—Zijn ridderorden?
+
+—Namaken of bij een opkooper aanvragen.
+
+—Zijn gevolg?
+
+—Hij komt hier niet met zijn geheelen staf, maar slechts met zijn
+adjudant en dat ben jij!
+
+—Maar ik ken niet voldoende Russisch!
+
+—Er wordt ook niet van je verlangt dat je je mond opendoet!
+
+Charly zocht met inspanning naar nog andere tegenwerpingen, maar hij
+kon er geen vinden en liet zich wanhopig achter in zijn stoel vallen,
+terwijl hij een gebaar van machteloosheid maakte.
+
+Toen bromde hij:
+
+—Ik zeide het al—er is niets aan te doen. Dan moet het noodlot zich
+maar voltrekken!
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+TOEBEREIDSELEN.
+
+
+Nu Raffles zich éénmaal vast had voorgenomen, om zijn plan ten uitvoer
+te brengen, begon hij ook dadelijk met koortsachtigen ijver aan de
+toebereidselen.
+
+Charly had zich in het onvermijdelijke geschikt en ondanks zichzelf
+bewonderde hij de weergalooze stoutmoedigheid van dezen man, die zelfs
+onder deze omstandigheden niet terugschrok voor een onderneming welke
+ieder ander zeker als waanzinnig en tot mislukken gedoemd zou
+beschouwen!
+
+Dadelijk na het ontbijt verlieten de beide mannen het hotel, nadat zij
+Henderson hadden gewaarschuwd.
+
+Deze kreeg in opdracht zoo mogelijk voor een zeer snelle auto te zorgen
+ofschoon dat zeker niet gemakkelijk zou zijn, daar Henderson alleen
+maar Engelsch sprak.
+
+Raffles en Charly wisten een huurauto machtig te worden en de eerste
+gaf den chauffeur het adres op van een kleine straat dicht bij het
+Admiraliteitsplein.
+
+De man scheen even na te denken, en zeide toen:
+
+—Dat zal U honderd roebel kosten, mijnheer, ik geloof dat die buurt nog
+door de Rooden onder vuur wordt genomen.
+
+—Dat kunnen wij afwachten, zeide Raffles bedaard.
+
+Zij stapten in en de auto zette zich in beweging.
+
+De chauffeur had vrij wat moeite het voertuig naar de hem opgegeven
+plaats te brengen, want hier en daar lag de sneeuw nog zeer dik en
+bovendien waren de straten nu en dan versperd door barricades of de
+puinhoopen van door het granaatvuur vernielde huizen.
+
+Maar eindelijk bereikten zij toch de aangewezen straat.
+
+Raffles gelastte den chauffeur te wachten en verzocht Charly in de auto
+te blijven tot hij zou zijn teruggekeerd.
+
+Hij liep haastig de straat in en hield ten slotte stil voor een oud
+huis waarvan hij jaren geleden een kamer op de bovenste verdieping had
+gehuurd, waarnaar hij echter tijdens den oorlog niet had kunnen omzien.
+
+Zooals hij wel vermoed had, was deze kamer intusschen reeds herhaalde
+malen aan anderen verhuurd, zooals de portier van het groote huis hem
+medegedeeld had.
+
+Maar de tegenwoordige huurder, die bij het leger der Rooden dienst
+deed, was reeds veertien dagen geleden heengegaan, en sedert dien had
+men niets van hem vernomen.
+
+Raffles greep de gelegenheid aanstonds aan en zeide tot den portier:
+
+—Ik zal U eens wat zeggen! Ik heb deze woning eenige jaren geleden
+gehuurd en ofschoon ik er volstrekt geen rechten op wil doen gelden zou
+ik ze gaarne weder betrekken gedurende een paar dagen, ik ben niet rijk
+genoeg om een duur hotel te betalen en ik beloof U dat ik aanstonds
+weder zal verhuizen als de tegenwoordige huurder mocht terugkeeren.
+
+Raffles had hem onder het spreken een goudstuk in de handen gedrukt,—en
+al was het dan een Engelsch, de portier verbaasde er zich ten zeerste
+over dat hij in deze stad goudgeld te zien kreeg! Raffles noemde toen
+den naam waaronder hij eenige jaren geleden de woning gehuurd had.
+
+De man scheen even in beraad te staan, maar de Engelsche Souverein had
+hem reeds zoo week als boter gemaakt—hij wist wel dat hij voor dat
+geldstukje gemakkelijk vijftig en zelfs zestig roebels zou kunnen
+maken! En daarom zeide hij:
+
+—Ik denk wel dat het zal gaan, mijnheer! Gij zult er echter zeer weinig
+meubels vinden en die zijn nog van den huiseigenaar!
+
+—Dat doet er niet toe. Ik kom hier slechts eenige dagen met een paar
+mijner vrienden wonen.
+
+Raffles knikte den man toe, keerde naar de auto terug, en zeide op
+zachten toon tot Charly:
+
+—Het lot is ons gunstig! We hebben nu een dak boven ons hoofd, ik heb
+dezelfde kamer kunnen huren, waarin ik destijds mijn vermommingen heb
+weggeborgen.
+
+—En denk je dat die er nog zijn?
+
+—Dat zullen we aanstonds onderzoeken!
+
+Raffles betaalde den chauffeur, Charly stapte uit en te voet begaven de
+beide vrienden zich naar het huis.
+
+De portier geleidde hen naar een vrij groote kamer op de bovenste
+verdieping en vroeg toen:
+
+—Hebben de heeren geen bagage bij zich?
+
+—Neen, die is aan de grens opgehouden! antwoordde Raffles voor de vuist
+weg, maar wij zullen U een week huur vooruit betalen!
+
+—Dan is alles in orde, mijne heeren, zeide de man waarop hij zich
+terugtrok. Zoodra het geluid zijner voetstappen was weggestorven sloot
+Raffles de deur van het eenvoudig gemeubelde vertrek en trad snel op
+een der hoeken toe, die het verste van de ramen verwijderd was.
+
+Hij sloeg hier een punt van het vloerzeil terug, en nu zag Charly een
+soort luik, dat hij echter niet als zoodanig herkend zou hebben, als
+hij niet half en half verwacht had wat hij te zien zou krijgen, dat
+bijna anderhalve meter in het vierkant mat.
+
+Niet zonder groote moeite wist Raffles het open te krijgen—en daar
+zagen zij nu een aantal platte blikken doozen, alles voorzien van een
+etiket, waarvan de opschriften echter door vocht en door stof bijna
+onleesbaar waren geworden.
+
+—Ik heb dat luik zelf gemaakt, zeide Raffles en de ruimte benut
+tusschen het plafond en den vloer die tamelijk groot is, zooals je
+ziet. En nu zullen wij eens zien hoe de inhoud zich wel gehouden heeft
+in al die jaren.
+
+Hij nam een paar blikken uit de schuilplaats, en opende ze.
+
+De doozen waren vrij sterk door de roest aangetast, en de inhoud bleek
+op eenige plekken van motten en houtwurmen te hebben geleden.
+
+Maar gelukkig niet zoo erg als Raffles wel gevreesd had.
+
+Nu kwam er een groote roode doos te voorschijn, die een aantal pruiken
+bleek te bevatten.
+
+Deze waren allen nog geheel en al ongeschonden alsof zij zoo van den
+pruikenmaker kwamen. Tevens bevonden er zich eenige voortreffelijk
+nagemaakte en eenige echte ridderorden in.
+
+—Zooals je ziet, gaat alles naar wensch, beste Charly, zeide Raffles
+glimlachend.
+
+—O ja, het gaat voortreffelijk, hernam de jonge man meesmuilend.
+
+—Het is alsof alles al goed en wel achter den rug is! Ik geloof
+waarlijk dat je het vinden van deze kleederen als de hoofdzaak schijnt
+te beschouwen.
+
+—Dat is het ook in zekeren zin, zeide Raffles bedaard. Want als ik
+eenmaal als generaal Judenitsch kan optreden dan is de rest slechts
+kinderwerk.
+
+Charly zeide niets en vergenoegde er zich mede even de schouders op te
+halen.
+
+Raffles had intusschen eenige andere doozen nagezien, waarvan er een
+twintigtal in het groote gat stonden en eindelijk had hij er één
+gevonden die een generaalsuniform bevatte, nog van vóór den oorlog
+evenwel, en waarvan alle galons, gouden tressen en andere fraaiigheden
+verwijderd zouden moeten worden.
+
+Gelukkig was de kleur door den tijd en het lange liggen een weinig
+verschoten en dat kwam juist goed uit.
+
+In dezelfde trommel bevond zich nog een tweede uniform, die met eenige
+veranderingen zeer goed kon doorgaan voor die van kapitein.
+
+—Ik zou je wel iets willen vragen, zeide Charly toen Raffles het
+noodige had uitgezocht en daarna alle blikken doozen weder op hun
+plaats had gezet.
+
+—Laat eens hooren?
+
+—Als wij ons hier vermommen als de generaal en zijn adjudant, hoe komen
+wij dan onopgemerkt hier weg? Of wil je tot vanavond hier blijven?
+
+—Dat zal wel noodig zijn, Charly, want het zal waarschijnlijk
+verdenking baren als Judenitsch zoo vroeg in de stad komt, welke hij
+pas voor een deel veroverd heeft; bovendien moeten wij nog vrij wat
+onderzoeken, voor wij zonder gevaar onze rol moeten spelen. Dit staat
+vast, dat de zoogenaamde kellner geweten heeft, dat de generaal in het
+Admiraals-Hotel zijn intrek zou nemen en er moeten dus spionnen bij de
+Witten geweest zijn die dit wisten; hoe dit ook zij, wij moeten den
+staat van zaken goed kennen en daar zullen wel verscheidene uren mee
+gemoeid zijn.
+
+Onder het spreken had Raffles de kleederen en de pruiken weggesloten in
+een muurkast waarvan hij den sleutel bij zich stak.
+
+—Nu moeten wij Henderson nog waarschuwen, want de brave kerel zal
+volstrekt niet weten waar wij zitten.
+
+Raffles opende de deur van het vertrek weder en de twee mannen
+verlieten het huis, na aan den portier te hebben medegedeeld dat zij
+dien avond zouden terugkeeren.
+
+Nu begaven zij zich allereerst naar hun Hotel, waar Henderson nog
+steeds vertoefde en daar ontving de reus voor zoover het noodig was,
+zijn instructies.
+
+Hij was pas kort geleden teruggekeerd van zijn ommegang door het door
+de Witten bezette deel van de stad en ten slotte was hij er in geslaagd
+een kleine maar zeer snelle auto te huren bij een handelaar in
+automobielen die tamelijk goed Engelsch sprak.
+
+Hij had den wagen niet aanstonds kunnen medenemen want de handelaar had
+een bespottelijk hoog garantie bedrag geëischt, en dat had hij
+natuurlijk niet bij zich gehad.
+
+Het eerste wat Raffles nu deed, was zich in gezelschap van Henderson en
+Charly naar den handelaar te begeven en hem de gevraagde garantiesom te
+betalen. Vijf duizend roebel voor een auto die er op dit oogenblik
+zeker geen drie duizend waard was, tenminste naar de vroegere koers
+berekend.
+
+Het was een verveloos ding, maar het geoefende oog van Henderson had
+dadelijk gezien dat de motor voortreffelijk was en dat de wagen
+gemakkelijk negentig kilometer per uur zou kunnen loopen.
+
+De straten waren op dit oogenblik reeds vol Witte troepen en de ruiten
+rinkelden van het gedaver der voorbijtrekkende artillerie.
+
+Als niet alle voorteekenen bedrogen, en als de Rooden niet spoedig
+versterkingen kregen, dan zou Petrograd zeker voor hen verloren gaan!
+
+Overal zag men officieren, die bevelen schreeuwden en ordonnancen die
+op hun motorrijwielen of te paard, vliegensvlug orders gingen
+overbrengen of halen.
+
+—Ik geloof dat het tijd wordt om te handelen, zeide Raffles, toen hij
+dit alles eens had opgenomen. Want, als het zoo voortgaat, is de
+geheele stad morgen in het bezit der Witte troepen, en dan zou
+Judenitsch wel eens kunnen verschijnen vóór wij tusschenbeide zijn
+gekomen. Het moet dus vóór vanavond zijn.
+
+Door voorzichtig hier en daar navraag te doen, vernam Raffles dat het
+Hoofdkwartier zich nog steeds op eenige wersten afstands van de
+hoofdstad bevond en dat het waarschijnlijk in den loop van den nacht
+zou worden verplaatst.
+
+Zoodra de duisternis begon te vallen, omstreeks vier uur in den middag,
+begaven Raffles en Charly zich weder naar het huis, waar zij hun
+vermommingen zouden aanleggen, maar onderweg liet Raffles Henderson
+stilhouden voor een uitdragerij, waar zij, na eenig zoeken, een gewone
+soldatenuniform vonden, ruim genoeg voor den reus.
+
+Het was volkomen duister toen de kleine renwagen voor het huis
+stilhield. Raffles trad op Henderson toe en zei op zachten toon:
+
+—Rijd nu de straat ten einde en trek daar op het onbebouwde veld dat
+zich daar bevindt, snel de uniform aan, houd daar echter je eigen
+kleederen onder aan, want die zul je zeker nog noodig hebben, zet je
+horloge met het mijne gelijk, en keer juist over drie kwartier, dus om
+zes uur, weder hier terug om ons op te nemen, rijd dan weg, zoodra wij
+in de auto hebben plaats genomen en breng ons dan naar het
+Admiraals-Hotel!
+
+Henderson tikte aan zijn pet, en reed weg, terwijl Raffles en Charly
+zich de trappen opspoedden.
+
+Nog zelden had de Groote Onbekende zooveel zorg besteed aan één zijner
+vermommingen, want hij begreep dat het thans om zijn leven ging.
+
+Natuurlijk kende de zoogenaamde kellner Judenitsch van aanzien en ook
+de schoone Poolsche zou wel zeer goed weten, hoe haar slachtoffer er
+uitzag!
+
+Terwijl zij druk bezig waren hun gelaat een geheele verandering te
+laten ondergaan, vroeg Charly:
+
+—Dit complot is zeker lang van te voren beraamd, voor het geval
+Judenitsch ooit te Petrograd mocht komen, want het is niet denkbaar dat
+Feodora Leszinsky er ooit op heeft gerekend dat zij tot het groote
+Hoofdkwartier zou kunnen doordringen.
+
+—Dat is ook mijn meening. Ik ben er echter van overtuigd, dat er nog
+wel andere plannen hebben bestaan, voor het geval dat de
+Opperbevelhebber van de Noord-Westelijke legertroep niet te Petrograd
+maar elders zou zijn verschenen.
+
+—Wat zijn je plannen voor hedenavond?
+
+—Dat moet ik van de omstandigheden laten afhangen, dat wil zeggen, van
+hetgeen de schoone Poolsche voorstelt! Ik denk dat zij dadelijk tracht
+kennis met mij aan te knoopen en mij naar een andere plek zal willen
+meelokken, want in het hotel zou zij haar plan moeilijk ten uitvoer
+kunnen brengen.
+
+De vrienden waren nu geheel gereed en Charly riep vol bewondering uit:
+
+—Je lijkt werkelijk verbluffend veel op Judenitsch.
+
+—Zooveel te beter! Het is een gelukkig toeval dat wij den man nog geen
+vier en twintig uur geleden in levenden lijve hebben gezien!
+
+Hij raadpleegde zijn horloge en zeide:
+
+—Nog vijf minuten! Wij zullen nu van onze kleederen snel een bundeltje
+maken en in de auto leggen, waarmede Henderson steeds in onze nabijheid
+moet blijven.
+
+—Maar is het niet erg gevaarlijk, dat we een Russisch soldaat van hem
+hebben gemaakt, als hij toch eens werd aangesproken?
+
+—Hij moet altijd zoo vlug rijden dat dit onmogelijk is, en als men hem
+aanspreekt moet hij maar een paar Duitsche klanken uitstooten, je weet
+misschien wel dat er verscheidene Duitsche soldaten bij de Rooden
+zoowel als bij de Witten dienst hebben genomen.
+
+De kleederen werden snel bijeen gepakt en met een touw omwikkeld en
+daarop maakten de mannen zich gereed om het vertrek te verlaten waar
+zij waarschijnlijk niet meer zouden terugkeeren.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+VERGIFT EN DIAMANTEN!
+
+
+Zij liepen de trap haastig af en nauwelijks hadden zij de voordeur
+geopend of zij zagen de auto komen aanrijden en stilhouden.
+
+Henderson was nauwkeurig op zijn tijd geweest.
+
+De beide mannen stapten in, en zij hadden nauwelijks plaats genomen of
+reeds stoof de auto weg.
+
+Een uur later stond zij weder stil voor het Admiraals-Hotel.
+
+Raffles wendde zich tot Henderson en fluisterde hem toe:
+
+—Blijf hier in de buurt rondrijden, over twee uren ongeveer zul je mij
+in gezelschap van een dame het hotel zien uitkomen en daarop zal
+Mijnheer Brand zich bij je voegen om je nadere instructies te geven.
+Als men je soms mocht aanspreken roep je maar: Verstaan nicht, en rijdt
+zoo hard je kunt door, je gaat voor een Duitscher door, begrijp je?
+
+—Uitstekend, Mylord. En als ze te lastig zijn zal ik ze wel op z’n
+Engelsch neerslaan!
+
+—Geen geweld, dan in geval van nood, Henderson! maande Raffles hem aan.
+
+Hij knikte den reus nog eens toe en ging daarna het Hotel binnen met
+Charly wiens hart hoorbaar klopte.
+
+—Nu zullen wij afspreken, Charly, dat je hevige kiespijn voorwend,
+ingeval men persoonlijk het woord tot je zou richten, wat ik echter
+niet denk!
+
+Zij traden de groote eetzaal binnen en onmiddellijk richtten zich de
+blikken van eenige personen op hen die hen blijkbaar herkend hadden.
+
+Daaronder was ook de kellner die den dag tevoren het briefje aan
+Feodora Leszinsky in handen had gegeven.
+
+Maar veel doordringender dan de blik van hen allen was die van de
+Poolsche zelf, die blijkbaar zooeven was binnengetreden, en aan een
+tafeltje had plaats genomen, thans geheel alleen.
+
+Raffles deed, alsof hij haar aanvankelijk niet opmerkte, maar hij zag,
+hoe zij met een bijna onmerkbare beweging van het hoofd den gewaanden
+kellner wenkte en snel eenige woorden met hem wisselde, terwijl zij in
+de richting van de beide vrienden keek.
+
+Daarop knikte de kellner bevestigend en verwijderde zich.
+
+—Zij bijt aan! bromde Raffles verheugd. Het spel gaat beginnen!
+
+Hij had met zijn gewaanden adjudant reeds plaats genomen en dadelijk
+kwam er een kellner toeloopen aan wie Raffles zijn bestelling zei.
+
+De eetzaal was dien avond niet zeer druk bezet, en dadelijk begon het
+stomme oogenspel tusschen de schoone Poolsche en den man, dien zij
+gezworen had te zullen dooden.
+
+—Je kunt over drie kwartier, zoo tegen het dessert, wel verdwijnen,
+beste Charly, zeide Raffles, want de eend zwemt regelrecht in de fuik,
+hetzij met alle eerbied gezegd van de schoone samenzweerster!
+
+—En waar moet ik dan blijven!
+
+—Tracht Henderson op te vangen, en dan kunnen jullie beiden die uniform
+wel weer afleggen, nu ik het wild beet heb! Des te minder vat geven wij
+op ons.
+
+Hij had een blik op zijn horloge geworpen en ging nu voort:
+
+—Ik zal het zoo aanleggen, dat zij mij over een uur ongeveer naar haar
+woning brengt, welke zij hier zeker zal hebben, met het oog op het
+moordplan. Zij is natuurlijk slechts hier komen logeeren, om kennis met
+den generaal te kunnen aanknoopen en ik ben wel benieuwd hoe zij dat
+zal kunnen aanleggen!
+
+Daarop behoefde Raffles niet lang te wachten, want nog voor het dessert
+van het diner was opgedragen, stond de schoone Poolsche op, wierp haar
+medeplichtige een snellen, waarschuwenden blik toe, en kwam in de
+richting van het tafeltje waaraan de mannen gezeten waren, die zij voor
+Generaal Judenitsch en zijn adjudant hield.
+
+Zij had een sigaret tusschen de roode lippen, en op eenige passen van
+het tafeltje verwijderd stond zij stil en wilde ze met een zilveren
+sigarenaansteker doen ontbranden.
+
+Schijnbaar bij ongeluk echter gleed het voorwerpje uit hare handen en
+viel voor de voeten van Raffles neder.
+
+Deze bukte zich haastig, raapte het sierlijke voorwerpje op, en maakte
+vuur, en hield het de schoone vrouw met een buiging voor.
+
+Terwijl zij zich voorover boog teneinde haar sigaret aan te steken,
+blikten haar schoone oogen diep in die van den gewaanden generaal en
+toen zeide zij vriendelijk:
+
+—Ik dank U, Generaal! en ik maak van de gelegenheid gebruik U als
+overwinnaar welkom te heeten in deze stad!
+
+—Hoe, gij weet....? riep Raffles schijnbaar verrast uit, ik meende toch
+mijn incognito goed bewaard te hebben.
+
+—Dat zou U in deze stad niet gelukken, generaal! daarvoor is uw gelaat
+al te bekend, hernam de Poolsche terwijl er een verleidelijk glimlachje
+om haar lippen speelde.
+
+Raffles maakte opnieuw een buiging en hernam:
+
+—Ik had mij waarlijk geen schooner bewoonster van de hoofdstad kunnen
+wenschen, om mij het welkom toe te roepen, en ik zie dat gij alleen
+zijt, madame, wilt gij mij veroorloven, met U een glas champagne te
+drinken? Op mijn overwinning?
+
+Even scheen de schoone vrouw te aarzelen, maar toen klonk er een
+zilveren lachje en zij riep:
+
+—Welnu, generaal, dan zullen wij de conventie ditmaal maar eens buiten
+spel laten, ik neem uw hoffelijk aanbod aan.
+
+De generaal wierp zijn adjudant een blik toe, die zooveel beteekende,
+als:
+
+—Je bent te veel, goede vriend, waarop deze haastig opstond, zwijgend
+een diepe buiging voor de schoone Poolsche maakte, zijn uniformpet
+greep, voor zijn chef salueerde en de eetzaal verliet.
+
+Het volgende oogenblik waren de schoone vrouw en haar vermeend
+slachtoffer zoo goed als alléén in het afgelegen hoekje van de groote
+zaal, en nu werd een steekspel aangevangen, in welks verloop Raffles
+alle gelegenheid had de slagvaardigheid van de verleidelijk schoone
+vrouw te bewonderen.
+
+Zij wendde, schijnbaar zonder opzet, alle kunsten aan, welke een
+betooverende vrouw ten dienste staan, om een willoozen man in haar
+netten te lokken maar die op Raffles volstrekt geen invloed zouden
+hebben uitgeoefend, als hij niet generaal Judenitsch had moeten
+voorstellen. Maar nu scheen hij snel onder den invloed te geraken van
+de heerlijk schoone vrouw, die tegenover hem was gezeten en met haar
+roode lippen van haar champagneglas nipte.
+
+En er was zeker nog geen uur verloopen of de samenzweerster had den
+generaal waar zij hem hebben wilde.....
+
+Zij zouden gezamenlijk naar haar woning gaan, waar zij den generaal,
+naar zij voorgaf, aan eenige vrienden wilde voorstellen, die niets
+liever verlangden dan de Witten als hun bevrijders te verwelkomen.
+
+Toen dit was afgesproken, verzon zij een voorwendsel om den generaal
+eenigen tijd op haar te laten wachten.
+
+Raffles glimlachte, want hij begreep wel wat zij ging doen. Zij zou
+haar valies met de juweelen pakken omdat zij na het volbrengen van de
+daad dadelijk de vlucht zou moeten nemen, en er niet aan te denken
+viel, dat zij nog naar het hotel zou kunnen terugkeeren.
+
+Hij bleek goed te hebben gezien, want een kwartier later kwam zij terug
+terwijl zij een sierlijk maar sterk valies droeg.
+
+Raffles schoot dadelijk toe teneinde er haar van te ontlasten maar zij
+weerde hem af en zeide:
+
+—Het is heel vriendelijk van u, generaal, maar dit valies geef ik nooit
+uit mijn handen.
+
+—Zooals gij wilt, madame! zeide de gewaande generaal.
+
+Toeval of niet—er kwam juist een huurauto aanrijden, die van pas kwam
+om het paar naar de woning van de schoone vrouw te brengen.
+
+In de auto nam Raffles zijn voorzorgen want hij was er volstrekt niet
+zeker van of de chauffeur niet in het complot was geweest en de schoone
+samenzweerster zou trachten hem in het voertuig van het leven te
+berooven.
+
+Voor alle zekerheid trok hij dus den rechterarm van de schoone vrouw
+door den zijne, en vatte ook haar andere hand, alsof hij die wilde
+liefkoozen hetgeen de schoone verleidster voor de leus zich werend,
+lachend toeliet.
+
+Er gebeurde echter niets gedurende den rit van een kwartier, en toen de
+wagen stilstond begreep Raffles dat de moordenaars er de voorkeur aan
+hadden gegeven den generaal binnenshuis uit den weg te ruimen.
+
+Toen hij uitstapte en den chauffeur betaalde zag hij juist hoe de
+snelle renwagen kwam aanjagen en op zijn beurt stilstond.
+
+Henderson en Charly waren dus op hun post!
+
+De schoone vrouw was hem snel voorgegaan en op de deur van een fraai
+huis toegeloopen waar zij thans aanschelde.
+
+Een Russische bediende, die wel achter de deur scheen te hebben
+gestaan, opende deze, en wierp Raffles in het voorbijgaan een snellen,
+wraakzuchtigen blik toe.
+
+Raffles zag dadelijk dat hij zich in een met groote weelde ingericht
+huis bevond, hetgeen wel noodig was geweest om het slachtoffer niet
+ontijdig argwaan te doen krijgen.
+
+Feodora had den bediende op zachten toon snel eenige bevelen gegeven en
+maakte daarna een uitnoodigend gebaar naar de deur van een vertrek,
+welke de bediende haastig afsloot.
+
+—Vergun mij dat ik mij even verkleed, generaal, ik ben aanstonds weder
+tot uw dienst! zeide zij lachend.
+
+Zij knikte Raffles met een betooverenden glimlach toe en verliet het
+vertrek.
+
+De Gentleman-inbreker keek eenigen tijd naar de gesloten deur en
+mompelde bij zich zelf:
+
+—Het schijnt dus, dat vrouwen een medemensch glimlachend naar de andere
+wereld kunnen helpen. Nu, als ik er iets aan doen kan, dan zal zij er
+ditmaal toch nog vrij wat moeite mede hebben. Ik geloof dat die
+bediende—ongetwijfeld de medeplichtige—de eenige andere persoon hier in
+huis is, en dat is mij des te liever. Maar de Bolsjewiki moeten toch
+een vrij laag denkbeeld van Generaal Judenitsch gehad hebben, om te
+kunnen veronderstellen dat hij, tijdens een nog onbeslisten veldslag,
+een vrouw zou volgen, ook al is zij zoo bedwelmend schoon als die
+Poolsche duivelin!
+
+Raffles was nog niet lang met zijn alleenspraak gereed, toen Feodora
+weder binnentrad, thans in een prachtig gewaad van roode zijde, diep
+uitgesneden, zoodat haar heerlijke vormen goed te zien waren.
+
+Zij noodigde Raffles haar naar de eetzaal te volgen, waar een kleine
+versnapering was gereed gezet.
+
+—Zoo, het schijnt met vergift te moeten gebeuren! bromde Raffles voor
+zich heen, en een huivering beving hem als hij die schoone vrouw
+aanschouwde, die kon lachen en schertsen, terwijl zij op het punt
+stond, een medemensch in koelen bloede het leven te benemen.
+
+In de kleine kamer, waarheen de Poolsche Raffles thans geleidde,
+stonden op een tafeltje van perenhout, sierlijk ingelegd, een flesch
+wijn, een schaal met sigaretten en een kom met heerlijke zuidvruchten,
+die zeker met een burgermanskapitaal waren betaald.
+
+Sedert de vrouw terug was gekomen, had Raffles haar geen seconde uit
+het oog verloren, en hij hield ook de deur goed in het oog, terwijl hij
+als bij toeval langs de beide ramen had gestreken, om te zien, of er
+achter de gesloten gordijnen niemand verborgen was.
+
+Toen zette hij zich neder, en Feodora Leszinsky schonk den wijn in.
+
+Maar Raffles had scherp toegezien.
+
+En hij had ontdekt dat het glas, hetwelk voor hem was neergezet, een
+zeer geringe hoeveelheid fijn wit poeder op den bodem bevatte, niet te
+zien voor wien er niet in het bijzonder oplette.
+
+Raffles kon niet beletten, dat er een rilling over zijn rug liep, toen
+hij het doodelijk poeder in het glas ontwaarde, maar een oogenblik
+later had hij zich hersteld.
+
+Wat de vrouw betreft, haar hand sidderde zelfs niet, toen zij den wijn
+in het glas van haren gast schonk, die hem den dood moest brengen.
+
+Nu waren de beide glazen gevuld.
+
+Feodora hief het hare op, lachte den gewaanden generaal toe en zeide:
+
+—Tot op den bodem, generaal! Ik drink op Uw overwinning!
+
+—Ik wil U bescheid doen, madame, maar het is onder ons Witten de
+gewoonte dat wij voordien de glazen ruilen..... Wilt gij dus het mijne
+ledigen?
+
+De oogen van de twee menschen boorden zich in elkander.
+
+Langzaam zette Feodora het glas weder neder.
+
+Er verscheen een floers voor haar oogen en haar gelaat verkreeg een
+oogenblik een tijgerachtige uitdrukking.
+
+Raffles hield haar zijn glas voor en eensklaps sloeg zij het hem uit de
+hand met doodsbleek gezicht, haalde een zilveren fluitje te voorschijn
+en wilde het aan haar lippen brengen.
+
+Maar voor zij dit kon doen, had Raffles met de linkerhand haar pols
+grepen, terwijl hij haar met de rechterhand zijn revolver voorhield!
+
+—Weg dat fluitje en geen geluid, caronje, of bij God, ik schiet je
+neer, zooals men een dollen hond neerschiet! beval hij.
+
+Het fluitje viel op tafel.
+
+—Steek je handen op!
+
+De witte handen gingen bevend omhoog en de zwarte oogen brandden met
+vurigen haat in het bleeke gezicht.
+
+In een oogwenk had Raffles de polsen van de schoone moordenares geboeid
+en haar een doek in den mond gestopt.
+
+Daarop droeg hij haar naar een sofa waarop hij haar met een dik touw
+stevig vastbond.
+
+Tenslotte maakte hij een spottende buiging voor haar en zeide:
+
+—Het feestje heeft een eenigszins ander verloop dan gij U hadt
+voorgesteld, lieve dame, maar dat is uw eigen schuld! En nu snel de
+rest!
+
+Raffles greep het fluitje, rukte een der gordijnkoorden af en liep naar
+de deur, waar hij naast ging staan.
+
+Toen maakte hij een lus aan het einde van het koord, legde dien voor
+den drempel op den vloer en bracht het fluitje aan de lippen.
+
+Een schelle fluittoon snerpte.
+
+Een paar seconden later vloog de deur open en de bediende stormde
+binnen de revolver in de vuist.
+
+Maar hij kwam niet ver!
+
+Raffles gaf een ruk aan het koord, waar de man juist over liep en met
+een vloek stortte hij voorover, terwijl de revolver hem uit de hand
+vloog en ver van hem neerviel.
+
+Voor de Rus weder kon opstaan, had Raffles hem handig het koord om
+armen en beenen geslagen, zoodat de man zich niet verroeren kon.
+
+Ook hij werd gekneveld en aan de kruk van de deur vastgebonden.
+
+En nu snelde Raffles vlug het vertrek uit, en doorzocht vlug maar
+grondig de andere vertrekken.
+
+In de slaapkamer vond hij niet alleen de tasch met de juweelen, maar
+ook nog een groot aantal andere sieraden, welke hij goeden buit
+verklaarde, en in een soort werkkamer stond een kast waarin hij een
+klein ijzeren kistje ontdekte, hetwelk ongeveer honderd dertigduizend
+roebel bleek te bevatten.
+
+Ook dit geld verdween in zijn beide uniformzakken.
+
+Toen zijn strooptocht geëindigd was, trad hij nogmaals het vertrek
+binnen waar de machteloos gemaakte Bolsjewiki lagen, en riep tot de
+schoone samenzweerster:
+
+—Ik moet U tot mijn spijt vroeger verlaten, dan mijn plan was, madame!
+Ik zal zoo vrij zijn, de politie te waarschuwen per telefoon, want ik
+wil niets met haar te doen hebben! Die moet dan maar zien wat zij denkt
+te doen! Neen, vrees niet, dat ik U aan de Witten zal verraden! Het is
+niet mijne gewoonte vrouwen aan het vuurpeloton over te leveren, zelfs
+al hebben ze mij willen dooden! Gij kijkt mij verbaasd aan? Laat ik u
+dan zeggen, dat gij er voortaan beter aan zult doen, eerst eens goed
+toe te zien of de generaals die gij in uw netten lokt, misschien niet
+heel iemand anders zijn!
+
+Met deze woorden nam Raffles snel de grijze pruik af, die zijn hoofd
+bedekte, hief de tasch met de juweelen in de hoogte, en groette de
+Poolsche die vuurrood van woede was geworden, met een bevallig
+handgebaar.
+
+Een oogenblik later had hij het huis verlaten en snelde op de auto toe,
+die hem wachtte, en snel met hem verdween!
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 75649 ***