diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | 75649-0.txt | 2969 | ||||
| -rw-r--r-- | 75649-h/75649-h.htm | 3798 | ||||
| -rw-r--r-- | 75649-h/images/lordlister0319-front.jpg | bin | 0 -> 79444 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 75649-h/images/p0319-01.png | bin | 0 -> 9334 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
7 files changed, 6784 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/75649-0.txt b/75649-0.txt new file mode 100644 index 0000000..1a5e0b5 --- /dev/null +++ b/75649-0.txt @@ -0,0 +1,2969 @@ + +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 75649 *** + + + + + + LORD LISTER + GENAAMD RAFFLES + DE GROOTE ONBEKENDE. + + NO. 319 HET KOMPLOT TEGEN JUDENITSCH. + + + + + + + + +HET COMPLOT TEGEN JUDENITSCH. + + +HOOFDSTUK I. + +IN HET KAMP DER WITTEN. + + +Het was op een vinnig kouden Decemberdag, toen een met twee krachtige +paarden bespannen slede snel voortgleed over de met sneeuw bedekte +vlakte die zich als een eindeloos tapijt zonder eenige afwisseling, ten +noordoosten van het Onega-Meer uitstrekt. + +In deze slede zaten drie personen. + +De man die de paarden bestuurde was iemand van reusachtigen +lichaamsbouw en hij had in het geheel geen Russisch type; men herkende +in hem den vreemdeling, zelfs al was er van zijn gelaat niet veel meer +te bespeuren dan de neus en de oogen, daar de rest verborgen was onder +een grooten bontmuts met kleppen. + +De twee andere personen zaten achter in de slede, en ook zij waren +dicht in hun pelsen gewikkeld, zoodat er weinig van hun gelaat te +bespeuren viel. + +Deze beide mannen waren John Raffles, de gentleman-inbreker, en zijn +trouwe vriend Charly Brand en de reus, die de paarden bestuurde, was +James Henderson, die in zijn dagelijksch leven chauffeur was van den +grooten Onbekende, wanneer deze onder den naam van Lord William +Aberdeen, in zijn fraai huis te Londen woonde. + +Door een zonderlingen samenloop van omstandigheden bevonden de drie +mannen zich thans tusschen twee strijdende partijen in dit +onherbergzame gebied van Rusland, tusschen de witten en de rooden, die +hier pas kort geleden een verbitterd gevecht hadden geleverd, waarbij +de Rooden de overhand hadden behouden. + +John Raffles was natuurlijk onder een anderen naam en wel als graaf +Finsburry, omtrent een week geleden een zijner Russische vrienden gaan +bezoeken: Iwan Dobrinsky, die tot de roode partij behoorde, zooals +Raffles tot zijne niet geringe verbazing bemerkt had. + +Hij kwam met Charly Brand op diens landgoed om er te jagen, maar +instede daarvan geschiedde er heel iets anders! + +Dicht in de nabijheid werd hevig gestreden, en Dobrinsky nam als +kapitein aan dat gevecht deel, terwijl Raffles en zijn reisgezel zich +aanboden als geneesheer en Roode-Kruissoldaten, teneinde de gewonden te +verplegen, waarbij zij er volstrekt niet op letten of deze ongelukkigen +Bolsjewiki dan wel Monarchisten waren. + +Maar Raffles had nog een doel, hij wilde onderzoek doen naar de +verblijfplaats van een jong meisje, de verloofde van Dobrinsky, die in +handen van een majoor van het Witte Leger was gevallen! + +En het had hem mogen gelukken, met behulp van den trouwen Henderson, +tot in de vijandelijke linie door te dringen en daar het jonge meisje +te bevrijden uit het huis, waar deze eerlooze schurk, Michael Popowitch +geheeten, haar had opgesloten. + +Met een buitgemaakte vliegmachine hadden zij naar het legerkamp der +Rooden kunnen terugkeeren en dadelijk was Ilja Sicorsky, zoo was de +naam van het ontvoerde meisje, naar haar verloofde toegesneld, die bij +de jongste gevechten opnieuw gewond was, hoewel gelukkig niet zwaar. + +Dit alles had zich toegedragen in het kleine stadje Koloderskei, eenige +wersten ten oosten van de Wodla gelegen, en waarom hevig gestreden was. + +In dit stadje werd Dobrinsky verpleegd, en nu zijne genezing slechts +een kwestie van tijd was en hij zijn aanstaande vrouw hervonden had, +was er voor Raffles geen reden meer, om hier te blijven vertoeven, daar +zijn toestand wel eens zeer onaangenaam kon worden. + +Hij had daarom hartelijk afscheid genomen van Ilja en van zijn vriend +Dobrinsky, en zich met Charly en Henderson op weg begeven om naar +Petrograd terug te keeren, waar zij weder den trein hoopten te nemen, +die hen door Westelijk Rusland, Polen en Duitschland weder huiswaarts +zou voeren. + +Maar er hadden zich in die acht dagen gebeurtenissen voorgedaan waarvan +Raffles onkundig was gebleven en die zijne plannen zeer ongunstig +zouden beïnvloeden. + +Want in die enkele week had het leger van Generaal Judenitsch snelle en +aanzienlijke vorderingen gemaakt en bedreigde nu Petrograd van twee +zijden: uit het zuiden en uit het zuid-oosten. + +Tegelijkertijd maakte de rechterflank van zijn leger, dat uit +verscheidene Divisies bestond eene zeer groote omtrekkende beweging, +klaarblijkelijk met het doel om aansluiting te krijgen bij eene andere +afdeeling der Witten, die ten Oosten van het Onega-meer streed. + +Indien deze beweging slaagde, zouden de Rooden daar ter plaatse als in +een nijptang gevangen zijn, en de insluiting van Petrograd zou slechts +een kwestie van tijd zijn. + +De Bolsjewiki zouden zich daar spoedig moeten overgeven daar men de +stad geheel zou kunnen isoleeren en den levensmiddelen-toevoer zou +kunnen afsnijden. + +Van dit alles wist Raffles echter nog niets, toen hij met zijn twee +reisgezellen Koloderskei verliet, om de lange reis naar Petrograd te +beginnen. + +Het vroor sedert eenige weken fel, en het Onega-meer was met een dikke +ijskorst overdekt, zoodat men den weg aanzienlijk zou kunnen bekorten +en tot ongeveer vijfhonderd wersten beperken, dat is ongeveer evenveel +kilometers beperken door dit meer dwars over te steken. + +Als ze op geregelde tijden bij de posthuizen van paarden verwisselden +zou men per dag wel honderd wersten kunnen afleggen, en als het moest +zou men nog sneller kunnen rijden. + +Treinen waren er in deze streken niet, en men was des winters +uitsluitend op de slede als vervoermiddel aangewezen. + +Raffles en Charly hadden aldus reeds twee dagen gereisd, voorzien van +eene groote hoeveelheid levensmiddelen, gepekeld Berenvleesch, groenten +in blik en brood, hetwelk zij aan de posthuizen nu en dan aanvulden, en +er had zich nog niets bijzonders voorgedaan, ja, als zij niet pas kort +geleden zelven aan den strijd hadden deelgenomen, dan zouden zij +meenen, dat hier in Rusland alles rust en vrede was, en dat hier geen +afschuwelijke broederstrijd werd gevoerd. + +Zij waren de kleine stad Wytegra reeds gepasseerd, welke gelegen is aan +den Zuid-Oostelijken punt van het Onega-meer, en reden nu door de +vlakte, welke dat meer scheidt van den lagen bergketen in het Oosten, +welke op zijn beurt het moeras begrenst, hetwelk zich vele tientallen +wersten ver in Oostelijke richting uitstrekt, maar dat ook thans +overdekt was met een korst ijs, sterk genoeg, om er de zwaarste +artillerie zonder gevaar over te kunnen vervoeren. + +Slechts zeer zelden waren zij eene kleine afdeeling Rooden +tegengekomen, die op patrouille waren, en die hen allen ongehinderd +lieten passeeren, zoodra zij hunne door den opperbevelhebber van het +Roode leger geteekende passen lieten zien. + +Maar nu waren zij reeds uren en uren door de barre sneeuwwoestenij +getrokken zonder eenig levend wezen te ontmoeten, uitgezonderd een paar +vluchtende raven, die als zwarte stippen hoog aan den hemel verschenen, +die vaag blauw was, als verlepte zijde, en dan snel nederkwamen, om +eenige keeren boven hun hoofden te cirkelen, om tenslotte weder te +verdwijnen. + +Het was omstreeks drie uur in den middag, toen Charly de hand ophief en +naar iets zwarts in de verte wees, dat vrij duidelijk afstak tegen de +verblindende witte sneeuw. + +Dat zwarte scheen naderbij te komen en grooter te worden. + +—Wat zou dat zijn? vroeg de jonge man. Toch geen Rooden? + +—Dat komt mij onwaarschijnlijk voor. Ik kan niet aannemen, dat de +Rooden zich zoover zuidwaarts zouden wagen, al hebben zij eergisteren +groote vorderingen in Oostelijke richting gemaakt. + +—Zie—de zwarte vlek beweegt zich nu snel, en komt onze richting uit. +Raffles had zijn kijker te voorschijn gehaald, veegde de beslagen +lenzen schoon en bracht het instrument aan zijn oog. + +Hij tuurde even scherp en liet toen den kijker weder zakken. + +Zijn gelaat stond ernstig. + +—Wat is het? vroeg Charly nieuwsgierig. + +—Een kleine troepenafdeeling—en ditmaal niet van de Rooden, maar van de +andere partij! gaf Raffles ten antwoord. + +—Zouden zij ons gezien hebben? ging de jonge man voort. + +—Ongetwijfeld, want zij komen recht op ons aan, binnen tien minuten +kunnen zij hier zijn. + +—Kan eene ontmoeting met de Witten ons niet gevaarlijk worden? + +—Ik wil het niet verzwijgen, dat ik hen veel liever vermeden had! zeide +Raffles hoofdschuddend. Wij komen van den kant der tegenpartij, en onze +passen zijn geteekend door de Rooden. En de verbittering tegen de +Bolsjewiki is fel, dat weet je! + +—Zouden wij hen nog kunnen ontwijken? + +—Daartoe is het te laat—en bovendien: waar zouden wij dan heen moeten? +Wij kunnen niet terugkeeren, want om naar Engeland te reizen, moeten +wij over Petrograd gaan. De reis naar Archangel waar onze landgenooten +nog zeer geringe marinetroepen hebben staan, zou in dit jaargetijde +zeer gevaarlijk zijn, en wij zouden weken lang door de steppen moeten +trekken, en daarenboven wordt er in die streken hevig gevochten, en men +zou ons zeker daar niet zoo gemakkelijk doorlaten, als in deze buurt +waar slechts sporadisch gevochten wordt. + +De zwarte vlek was nu reeds veel dichterbij, en men kon al met het +bloote oog ontdekken, dat daar een dertigtal ruiters naderden, op +kleine, maar sterke paarden gezeten, en allen in uniform gekleed. + +Zelfs al zouden zij gewild hebben, dan zouden de drie mannen niet meer +hebben kunnen vluchten, want de ruitertroep was niet alleen met geweren +bewapend, maar voerde ook een paar mitrailleurs op sleden mede, die +door groote honden getrokken werden, en Raffles en zijn reisgezellen +waren reeds eenigen tijd onder schot gekomen. + +Nog tien minuten en toen konden de reizigers zelfs de distinctieven op +de kragen der meerderen zien. + +De kleine troep stond onder bevel van een eersten luitenant, die +vooruit reed, met de vuist op de heup geleund, in een trotsche houding. + +Hij hield zijn paard in en bracht het naast de slede, terwijl hij de +hand ophief en bevelend riep: + +—Halt! Wie zijt gij, en hoe komt gij hier? + +—Wij zijn Engelschen, en wij hebben hier gejaagd! + +—Gij komt uit het Noorden—gij zijt dus bij de Rooden geweest? + +Daar ontkennen niet zou baten, antwoordde Raffles rustig: + +—Ja, luitenant! + +—Toon mij uw passen! + +De papieren werden te voorschijn gehaald, en de luitenant las ze met +aandacht door. + +Zijn gelaat verkreeg een koude, dreigende uitdrukking, toen hij weder +opkeek van het papier. + +—Ik zie de handteekening van Trotsky op deze passen! zeide hij +langzaam. Gij zult mij moeten volgen! + +—Waarheen en waarom, als ik vragen mag, luitenant? kwam Raffles. + +—Daarop behoef ik u niet te antwoorden, mijnheer! antwoordde de +luitenant koeltjes. Ik tref u hier op een gevaarlijke plek aan, +gevaarlijk vooral voor u, zooals u spoedig zal blijken! En gij komt uit +het Noorden, van de zijde der Bolsjewiki! Ik wil u de waarheid niet +verbloemen—ik houd u voor spionnen! + +—Daartegen protesteer ik, hernam Raffles kalm. Ik erken, dat wij als +Roode Kruissoldaten dienst hebben gedaan bij het Roode leger—maar ik +verzeker u, dat wij geen seconde geaarzeld zouden hebben, den Witten +onze diensten aan te bieden als het toeval gewild had, dat de vriend, +dien ik hier ging bezoeken, tot de monarchisten had behoord. + +—Dit is een zaak, welke de krijgsraad heeft uit te maken, mijnheer, +ging de luitenant voort, terwijl hij de passen in zijn wijden mantelzak +liet glijden. + +—De krijgsraad! riep Raffles uit. Zoudt gij vrije Engelschen voor een +krijgsraad willen en durven dagen? Bezint voor gij begint, +luitenant—dat is alles wat ik u te zeggen heb! + +Maar de Rus verhief zich trotsch in het zadel en riep toornig: + +—Gij hebt wel recht, u op uwe nationaliteit te beroepen, mijnheer! Als +uw landgenooten ons ter hulp waren gekomen, toen de tijd daarvoor +gunstig was, dan zouden wij de Bolsjewiki reeds onder de knie hebben +gehad, en in ons arm land zouden nu geen ellende en broedermoord +heerschen! Als gij Uwe troepen niet uit vrees voor de Bolsjewiki terug +had geroepen, dan zou de nederlaag van generaal Judenitsch onder de +muren van Petrograd niet hebben plaats gehad, en de hoofdstad zou nu +reeds in ons bezit zijn! + +Terwijl Raffles naar deze bittere woorden luisterde, zwollen de aderen +van toorn op zijn voorhoofd, maar hij wist zich te beheerschen en +haalde de schouders op. + +—Ik weet niet, of uw politiek inzicht ver genoeg strekt, om u een beter +inzicht in de houding van de Engelsche regeering te geven! zeide hij. +Maar hoe dit ook zij—men zal te Londen niet toelaten, dat Engelschen +door Russen, wie zij dan ook zijn, ongestraft voor een krijgsraad +worden gesleept! + +De Rus barstte in een onbeschaamd lachen uit en riep spottend: + +—Gij spreekt bout, mijnheer de Engelschman! Gij vergeet dat wij meester +zijn in ons eigen land, en dat wij om ons bestaan strijden! Tijdens den +grooten oorlog werden vreemdelingen die van den kant van den vijand +kwamen zonder vorm van proces doodgeschoten—dat hebben Uwe landgenooten +ook gedaan, en gij weet zeer goed dat dit oorlogsgebruik is. + +Raffles zweeg, want in zijn binnenste moest hij den Rus gelijk geven. + +Als de Franschen bijvoorbeeld gedurende een offensief burgerlijke +personen hadden aangetroffen in “Niemandsland” dan zouden zij hen zeker +dadelijk gefusilleerd hebben, en de Engelschen zoowel als de Belgen, de +Amerikanen en de Duitschers deden desgelijks. + +Een beroep op zijne regeering zou hem dan ook niet baten, dat wist hij +zeer goed! + +Hij had slechts eens willen zien, of zijne bedreiging wellicht indruk +op den luitenant zou hebben gemaakt; deze had intusschen zijn paard +weer doen wenden en gaf nu in zijn landstaal eenige korte bevelen aan +zijn manschappen. + +De ruiters kwamen aangalloppeeren, en één hunner steeg af, gaf de +leidsels van zijn paard aan een makker, en nam naast Henderson plaats, +om de teugels van de twee paarden te grijpen. + +Met een grimmig gelaat wendde de reus zich naar Raffles om, en vroeg: + +—Zal ik dien kerel met zijn boeventronie van de slede smijten, Milord +of moet ik dulden dat hij naast mij blijft zitten en mij de teugels +afneemt? + +—Laat hem begaan, Henderson! beval Raffles. Iedere tegenstand is +nutteloos en zou onzen toestand slechts verergeren. + +Brommend gaf de reus nu de teugels aan den Rus, en hij uitte een paar +krachtige echt Londensche verwenschingen, die den soldaat echter +volkomen onverschillig lieten. + +Deze liet een eigenaardig kleppend geluid met de tong hooren en daarop +schoten de paarden vooruit, terwijl de geheele ruiterstroep +rechtsomkeer maakte en de slede omringde. + +De jonge Luitenant had zijn paard naast het voertuig gebracht en +richtte zich nu opnieuw tot Raffles. + +—Gij erkent nietwaar, dat gij bij de Rooden geweest zijt? + +—Dat heb ik U zooeven medegedeeld! antwoordde Raffles kortaf. + +—Dan zult gij wel op de hoogte zijn van hun plannen? + +—Slechts in zeer geringe mate! + +—Maar dan sympatiseert u dus met de Bolsjewiki riep de Luitenant +toornig. + +—Daaromtrent wensch ik mij niet uit te laten, hernam Raffles koeltjes. +Ik kan u alleen zeggen, dat het met mijn begrip van eer in strijd is, +als ik de geheimen verraad van lieden, die mij gastvrij ontvangen +hebben, en die mijne hulp hebben aanvaard! + +De Luitenant beet zich op de lippen, maar hij drong niet verder aan. + +Zwijgend werd de tocht voortgezet. + +De kleine stoet trok in Zuid-Westelijke richting verder, en bereikte +ten slotte, toen de duisternis reeds gevallen was een klein gehucht aan +de monding van de Suda gelegen. + +En nu pas begon Raffles den toestand beter te begrijpen, en bemerkte +hij dat de Witten een omtrekkende beweging op groote schaal hadden +ondernomen teneinde de Rooden ten Oosten van het Onega-Meer in den +flank te kunnen aanvallen, en hun zoo mogelijk in den rug te komen, om +hun dan een vernietigende nederlaag toe te brengen. + +Reeds eenige malen waren zij oprukkende kolonnes gepasseerd, die hun +stellingen gingen innemen, en voortdurend in Noordoostelijke richting +oprukten. + +Het was duidelijk dat van de manschappen het uiterste werd gevergd, +want als deze groot opgezette beweging niet snel werd uitgevoerd, dan +zouden de Rooden wellicht den tijd vinden, zich uit den knellenden +greep van de tegenpartij los te maken. + +Het Gehucht zelf was vol artillerie, cavallerie en infanterie, en +klaarblijkelijk werd het als een sterk steunpunt beschouwd. + +Adjudanten op Motorrijwielen en paarden renden langs de met sneeuw +bedekte straten heen en weder, waaruit Raffles terecht afleidde, dat +zich in deze vlakte stafofficieren ophielden. + +Voor zoover hij het kon beoordeelen moest het zelfs een divisiestaf +zijn, wat niet te verwonderen was, want dit gehucht was het +scharnierpunt, waaromheen de aanvallende legers hunne omtrekkende +beweging zouden maken. + +Nog steeds omringd door den kleinen ruitertroep gleed de slede het +gehucht binnen; volgde de eenige straat, welke het rijk was, en hield +eindelijk stil voor een huis, hetwelk waarschijnlijk een herberg was, +want er hing een oud verveloos uithangbord boven de deur, waarop eene +groote druiventros geschilderd was. + +De drie Engelschen kregen bevel om uit te stappen, en werden de herberg +binnengeleid, maar niet dan nadat men hen hunne revolvers en +jachtmessen had afgenomen. + +Een paar minuten later stonden zij tegenover Majoor Wladimir Geschoff, +den chef van den divisiestaf. + + + + + + + + +HOOFDSTUK II. + +TER DOOD VEROORDEELD. + + +De majoor was niet alleen, maar bevond zich met een aantal andere +officieren in een vrij groot vertrek op de eerste verdieping van het +huis dat door een petroleumlamp verlicht werd en waar een groot vuur in +den haard brandde, dat een aangename warmte verspreidde. + +Raffles had den majoor dadelijk vlak in het gelaat gekeken, en bij +zichzelf de opmerking gemaakt, dat hij zelden zulk een onaangenaam +boosaardig gezicht gezien had. + +De kleine, sluwe vossenoogen, dicht naast elkander geplaatst, de +breede, korte neus, aan het ondereinde opgewipt, de breede mond met de +dikke lippen en de uitstekende jukbeenderen, wezen op een Mongoolschen +afkomst, en het lage voorhoofd en de vooruitstekende kaken gaven hem +een aapachtig voorkomen. + +Van onder zijne borstelige wenkbrauwen keek hij de drie binnengebrachte +vreemdelingen achtereenvolgens nieuwsgierig aan, en wendde zich toen +tot den Luitenant die mede was binnengetreden met de vraag: + +—Wat heeft dat te beteekenen Luitenant? hoe komt gij aan die drie +snuiters? + +In korte woorden, en met de hand eerbiedig aan zijn pet rapporteerde de +luitenant het geval. + +Terwijl hij luisterde nam het gelaat van Majoor Geschoff een dreigende +uitdrukking aan en hij streek zich eenige keeren met zijn groote hand +over den knevel. + +Toen de luitenant zijn rapport geëindigd had, zeide Geschoff op ruwen +toon: + +—Zij zijn bij de Rooden geweest, wel, dan zijn het spionnen! + +Hij wendde zich tot zijne officieren en vervolgde: + +—Wij zullen de zaak snel even afdoen, mijne heeren, en ons als +krijgsraad constitueeren.... + +De stafofficieren bogen zwijgend, en daarop namen zij allen plaats, +zeven in getal, achter de ruw houten tafel die midden in het vertrek +stond, en overdekt was met kaarten en rapporten. + +Majoor Geschoff had als president in hun midden plaatsgenomen. + +Achter de drie Engelschen stond een zestal soldaten met de bajonet op +het geweer, de stafofficieren droegen allen de revolver en iedere +poging tot verzet was dus bij voorbaat gedoemd om te mislukken. + +Majoor Geschoff steunde zijn kin even in zijn hand, keek de gevangenen +loerend aan, en begon: + +—Gij zijt immers Engelschen? + +—Ja Majoor! antwoordde Raffles voor de anderen. + +—Uwe namen? + +—Ik ben graaf Wilburn, deze heer is mijn secretaris Finsburry en deze +man is mijn chauffeur. + +Majoor Geschoff haalde de schouders op en zeide droog: + +—Nu ja, men kan gemakkelijk een naam opgeven. Het doet er ook niet toe! +Wat kwaamt gij hier uitvoeren? + +—Ik kwam jagen bij mijn vriend Baron Iwan Dobrinsky. + +Een daverende vuistslag van den majoor op het tafelblad deed hem +ophouden. + +—Gij durft hier dus zonder meer bekennen dat gij een vriend zijt van +dien renegaat, dien vervloekten overlooper? + +—Ja, en daar ben ik trotsch op, antwoordde Raffles met stemverhooging. + +—En gij mijnheer? zoo wendde de majoor zich tot Charly. + +—De vrienden van den graaf zijn natuurlijk ook mijn vrienden, +antwoordde de jonge man eenvoudig. + +—Zoo? welnu, dan zult gij er ook niets op tegen hebben, het lot van uw +meester te deelen, zeide Geschoff op kouden toon. + +—Daar vraag ik om! hernam Charly. + +—Wat waart gij voornemens, toen de luitenant u in de vlakte aantrof? + +—Wij waren op weg naar Petrograd! + +Majoor Geschoff liet een verachtelijk lachje hooren. + +Ik verlies mijn tijd—Uw zaak is helder als glas! Uw pas is door dien +bandiet van een Trotsky onderteekend, gij zijt als burgers midden in +het operatie-terrein aangetroffen—er kan geen twijfel zijn aangaande +uwe bedoelingen! + +Tot dusverre had Majoor Geschoff zich van de Engelsche taal bediend, +welke hij met een sterk accent maar tamelijk goed sprak. + +Hij wendde zich nu tot de andere officieren, en ging op fluisterenden +toon voort, maar thans in de Russische taal. + +—Ik geloof niet dat wij lang hoeven te beraadslagen mijne heeren, wij +moeten met de uiterste gestrengheid optreden en een voorbeeld stellen. + +Hij liet nu zijn stem zoover dalen dat Raffles niet meer kon hooren wat +hij zeide. + +Maar eenige malen had hij naar Henderson gekeken, en nu nam hij opnieuw +het woord, en vroeg op luiden toon, terwijl hij zich tot den reus +wendde: + +—Gij zijt zeker in dienst geweest bij het Engelsche leger? + +—Ja Majoor! + +—Dan hebben wij u een vraag te stellen! Wij gelooven dat gij er niet op +gesteld zijt om te worden doodgeschoten? + +—Niet meer dan ieder ander Majoor! antwoordde Henderson. + +—Welnu, gij kunt uw leven redden, als gij ons zegt wat de man, die zich +voor uw meester uitgeeft bij de Rooden heeft uitgericht en wat zijn +doel was. + +Een oogenblik leek het of Henderson zich op den Majoor zou werpen en +hij wist zich slechts met de uiterste krachtsinspanning te bedwingen. + +Toen liet hij een kort lachje hooren en zeide op minachtenden toon: + +—Iets dergelijks mag hier het gebruik zijn—bij ons weet men daar niet +van. Ik ben een Brit, en een eerlijk man! Ik zeg u dat wij drie +volkomen onschuldige reizigers zijn,—maar zelfs al kwam mijn meester +hier spioneeren, dan zoudt gij toch uit mijn mond geen bijzonderheden +vernemen. + +Majoor Geschoff beet zich op de dikke lippen, en wierp Henderson een +woesten blik toe. + +Toen zeide hij: + +—Het is goed! gij hebt het zelf gewild. De krijgsraad heeft vonnis +geveld en veroordeelt u tot den kogel. Het vonnis zal aanstonds +voltrokken worden—gij hebt nog een kwartier om de noodige schikkingen +te treffen. Hebt gij nog iets op te merken? + +—Niets anders, dan dat ik voor de zaak der Witten hoop, dat hun leger +niet uitsluitend is samengesteld uit mannen zooals gij! Gij maakt +misbruik van Uwe macht, en dit zou u wel eens kunnen berouwen! + +De majoor liet een schamper lachje hooren, en wees met een bevelend +gebaar naar de deur. + +Hij en de andere officieren waren onder het uitspreken van het vonnis +opgestaan en hij wees nu naar de deur en zeide tot den luitenant: + +—Gij hebt het gehoord! Ik wensch dat die drie spionnen binnen een +kwartier terecht gesteld zijn! + +De luitenant, die zeer bleek was geworden, salueerde, en daarop gaf hij +bevel, de drie gevangenen de handen op de rug samen te binden. + +Hun zakken werden onderzocht en men nam hen hunne papieren af. + +Vervolgens gaf de luitenant een kort bevel, en de zes soldaten namen de +gevangenen mede, waarop zij allen de trap afdaalden. + +Uit de gelagkamer werden nog twee man gehaald om het vuurpeloton aan te +vullen. + +De acht soldaten omringden, op straat gekomen, opnieuw de gevangenen, +de luitenant riep een kort bevel, en men begaf zich op weg. + +De straten waren bijna volkomen duister en slechts hier en daar pinkte +een licht achter een venster. + +Het was nog zeer druk van komende en gaande Colonnes, en soms had het +executie-peloton moeite zich een weg door deze menigte soldaten te +banen. + +De jonge luitenant, die zijn sabel getrokken had, hield de gevangenen +nauwkeurig in het oog, met de linkerhand aan de kolf van zijn revolver. + +Toen zij de dorpsstraat ten einde waren sloegen de soldaten een soort +zijweg in en hier was het veel stiller. + +Op eenigen afstand waren een dertigtal paarden aan een kamplijn +gebonden. + +Zij behoorden zeker tot troepen, die zooeven waren aangekomen, want zij +waren nog niet allen ontzadeld. + +Op een tiental meters daar vandaan, verhief zich een muur, die +waarschijnlijk bij het kleine kerkhof van het dorp behoorde. + +En als bij ingeving begrepen de gevangenen, dat zij aanstonds tegen +dezen muur zouden worden gezet om het doodelijk lood te ontvangen. + +Nog tien minuten en zij zouden den muur bereikt hebben. + +Het kerkhof grensde dadelijk aan het open veld dat met een dikke laag +sneeuw overdekt was, met uitzondering van een tamelijk breeden weg, +waarlangs pas kort geleden duizenden en duizenden soldaten waren +getrokken, en die zich thans als een groezelig lint door de eindelooze +vlakten slingerde. + +Met gebogen hoofd liepen de drie Engelschen voort. Alles was zoo snel +in zijn werk gegaan, dat zij half verbijsterd waren, en hun gedachten +schenen beneveld. + +Nog vijf minuten......... + +Dof kraakte de sneeuw onder de voeten der marcheerende soldaten en de +loopen van de geweren glansden zwakjes in het maanlicht, evenals de +sabel van den Luitenant. + +Nu hadden zij den muur van het kerkhof bereikt. + +Weer klonk een op korten toon gegeven bevel en de drie gevangenen +werden tegen den muur geplaatst. + +De soldaten maakten rechtsomkeer, teneinde zich op eenige meters +afstand van den muur te plaatsen. + +Maar juist op dat oogenblik rukte Henderson met een geweldige +krachtsinspanning de touwen stuk die zijn polsen omkneld hadden. + +Met één sprong als van een tijger was hij bij den vleugelman van het +executiepeloton, dat juist met den rug naar den muur stond gekeerd en +ontrukte hem zijn geweer. + +Hij greep het wapen bij den loop en zwaaide het als een knots om zich +heen. En dit alles was zoo bliksemsnel in zijn werk gegaan dat er drie +soldaten met verbrijzelde ledematen of een zware hoofdwonde waren +neergestort, vóór de anderen goed en wel begrepen wat er gaande was. + +De Luitenant slaakte een woesten kreet en trok zijn revolver, maar vóór +hij van het wapen gebruik had kunnen maken was de kolf van Henderson’s +geweer met kracht op zijn schedel neergedaald en hij stortte +bewusteloos voorover met het gelaat in de sneeuw. + +De andere soldaten wilden vuren, maar zij waren te dicht bij, en +Henderson gaf hun geen gelegenheid hun geweer aan den schouder te +brengen. + +Hij hanteerde het geweer alsof het een rieten wandelstokje was en het +gevecht scheen hem zelfs veel vermaak te geven want hij lachte nu en +dan luidkeels terwijl hij op de koppen en lijven der vier soldaten +beukte. + +Raffles en Charly wendden wanhopige pogingen aan om zich op hunne beurt +te bevrijden en den dapperen kerel ter hulp te komen maar zij +beschikten niet over de ontzettende lichaamskracht van den reus. + +Maar toch hielpen zij door toe te snellen en hun voet tusschen de +beenen der soldaten te steken zoodat deze struikelden en tijdelijk +weerloos waren. + +Toen was de strijd binnen enkele oogenblikken beslist! + +Henderson zwaaide het geweer nog enkele malen, liet het als molenwieken +om zijn hoofd wentelen en sloeg den laatsten soldaat met een +welgerichten slag neer. + +Toen trok hij de bajonet uit de schede van een der soldaten en sneed +vliegensvlug de touwen door welke de polsen van zijn beide metgezellen +gebonden hielden. + +Dadelijk maakte Raffles zich meester van de revolver van den Luitenant +en diens patroontasch, terwijl Charly en Henderson zich ieder van een +geweer en van munitie voorzagen. + +Tot hun groot geluk hadden de oppassers van de cavalleriepaarden eenige +minuten te voren hun arbeid beëindigd en zich verwijderd. Naar de +paarden, mannen! beval Raffles op zachten toon, het is onze eenige +kans! + +Zoo snel hun beenen hun wilden dragen, ijlden de drie Engelschen naar +de plek waar de paarden bijeen gebonden stonden. + +De dieren droegen allen een wollen dek, op een paar na, die nog +gezadeld waren—waarschijnlijk ordonnancepaarden. + +Terzijde stond een slede, die zooeven was afgespannen en nog wat verder +lagen de tuigen. Zoo snel zij maar konden spanden de vluchtelingen, die +zooeven aan den dood ontkomen waren drie paarden voor de slede en +daarop wierpen Raffles en Charly zich op den rug van de twee gezadelde +paarden terwijl Henderson in de slede plaats nam om de paarden te +besturen. + +In vliegende galop joegen zij weg, juist toen een paar Russchische +soldaten aan wie de zorg voor de paarden was toevertrouwd, +terugkeerden. Zij hadden zich zeker zooeven met een glas Wodka +versterkt. + +De slede vloog als een stormwind over de bevroren sneeuw en Raffles en +Charly spoorden hun rijdieren tot den hoogsten spoed aan. + +Zij begrepen maar al te goed dat hun lot beslist was, als zij weder in +handen vielen van Majoor Geschoff. + +Intusschen bleef hun toestand zeer gevaarlijk want ieder oogenblik +konden zij op troepenafdeelingen stuiten die hen zeker zouden aanhouden +nu zij in het geheel geen passen meer bezaten en stellig als spionnen +zouden worden behandeld. + +Zij vermeden dus zorgvuldig den grooten weg die in de richting van +Petrograd liep en trachtten dekking te zoeken achter een reeks lage +heuvels die zich van het Oosten naar het Westen uitstrekte. + +Zoo bleven zij voortsnellen tot de vermoeidheid der paarden hen wel +dwong om die snelheid te matigen. + +Ook de honger begon zich nu te doen gevoelen, maar zij zouden zich +tegen dat gevoel moeten verzetten want zij konden hun honger onmogelijk +bevredigen. Het zou nog vele uren duren voor zij weder een bewoonde +plaats aantroffen en dan was het nog de vraag of zij zich daar niet +zorgvuldig verborgen zouden moeten houden. + +Zij hadden nu bijna zes uren aan één stuk door gereden en zij streden +uit alle macht tegen de vermoeidheid die hen bekroop daar zij wel +wisten dat zij onherroepelijk ten doode gedoemd waren als zij zich met +deze vreeselijke koude in deze sneeuw ter ruste legden en dat zij +nimmer weer zouden ontwaken. + +Het was ongeveer vier uur in den morgen en de hemel begon zich in het +Oosten lichtrood te kleuren toen Henderson in de slede overeind ging +staan, zijn hand boven de oogen legde en scherp in de verte tuurde. + +Raffles en Charly hadden hun doodelijk vermoeide paarden ingehouden +daar zij begrepen dat Henderson met zijn scherpe blik iets moest hebben +ontdekt wat zijn aandacht trok. + +Raffles reed op de slede toe en vroeg: + +—Zie je iets Henderson? + +—Ik zou zeggen dat ik daar licht zie, Mylord—daar op een paar kilometer +voor ons uit, kan daar een dorp zijn? + +—Ja, als ik mij niet vergis ligt daar een dorp, Henderson, maar wij +weten volstrekt niet of het door de Witten of door de Rooden bezet is. + +—Ik voor mij geloof dat dat er weinig toe doet, Mylord, hernam +Henderson droogjes. Wat ik tot dusverre van die heeren Russen gezien +heb heeft mij geen grooten dunk van hen gegeven! + +—Wij zullen er toch op af moeten Henderson, en trachten wat voedsel te +vinden en versche paarden te krijgen, zeide Raffles. Wij zouden anders +zeker om het leven komen. + +—Zijn wij op dit punt nog ver van Petrograd verwijderd? vroeg Charly. + +—Hoogstens honderd kilometer, Charly, iets meer dan negentig wersten! +Ik denk dat gindsch dorp het laatste is voor wij Petrograd bereikten, +als wij er tenminste levend afkomen. Want met deze paarden zullen wij +zeker geen tien kilometer per uur kunnen afleggen. + +De drie Engelschen hadden hun vermoeide paarden weder aangespoord en +het leek wel of de dieren de nabijheid van een stal en van voedsel +rooken, want zij waren met nieuwe kracht bezield en vlogen over de +bevroren vlakte alsof zij vleugels hadden. + +Een half uur later was de zon in heerlijke pracht boven den horizon +gerezen en de lichtjes van het dorp waren verdwenen. + +Maar in plaats daarvan konden zij nu duidelijk de donkere omtrekken der +huizen waarnemen. + +Het was een tamelijk groot dorp en daar was zeker wel het noodige te +krijgen en de drie Engelschen waren voornemens zich het noodige te +verschaffen, want zij zouden niet lang meer zonder voedsel kunnen +blijven in deze hevige, met iedere beschrijving spottende, koude. + +Naarmate zij naderbij kwamen matigden zij hun snelheid, want niemand +kon zeggen wie er meester was in dit dorp. + +Voorzichtig kwamen de drie reizigers naderbij. + +Maar eensklaps wende Charly het hoofd om en schreeuwde: + +—Zij zitten ons op de hielen! + +Het was maar al te waar—daarginds over de vlakte naderde een troep +ruiters van bijna zestig man sterk en hun paarden joegen in vollen +galop over de sneeuwvlakte. + +De drie Engelschen waren dus tusschen twee vuren geraakt! Achter hen +kwamen de achtervolgers, en voor hen lag het dorp—en daar zou de +ontvangst wel niet veel beter zijn! Zij moesten echter voor ditmaal het +onzekere voor het zekere nemen want in ieder geval bleef de kans +bestaan dat dit dorp nog in handen der Rooden was, of dat de bevolking +zich in ieder geval gewapenderhand tegen de naderende ruiters zoude +verzetten. + +Raffles aarzelde dus niet, maar riep: + +—Vooruit vrienden! Wij moeten naar het dorp, anders leven wij over een +half uur niet meer! + +—Maar de paarden zijn uitgeput! kreet Charly. + +—Dan zullen wij hen snel voor de slede spannen, dan trekken zij met z’n +drieën! + +De twee vrienden stegen ijlings af en spanden hun paarden met de hulp +van Henderson voor de slede. + +Maar toen zij hiermede gereed waren hadden de achtervolgers snelle +vorderingen gemaakt en juist toen zij in het voertuig stapten, kraakten +schoten en vlogen de kogels hen om de ooren! + +Henderson bukte zich zoo diep mogelijk, en legde de zweep over de +paarden, terwijl Raffles en Charly ieder een geweer grepen, vast +besloten, hun leven zoo duur mogelijk te verkoopen. + +Zij knielden achter in de slede neder, legden den loop van hun geweer +op de rand van het voertuig en vuurden. + +Twee der achtervolgers stortten van hun paarden, die ruiterloos voort +ijlden. + +De drie paarden voor de slede hijgden van inspanning en vermoeienis +maar de arme dieren deden al hun best, en trokken de slede pijlsnel +over de sneeuw. + +Reeds waren de eerste huizen van het dorp duidelijk zichtbaar +geworden—en daar verschenen ook eenige menschen, die haastig heen en +weer schenen te loopen, achter de huizen verdwenen en dan weder te +voorschijn kwamen. + +Henderson spoorde de paarden tot de uiterste krachtsinspanning aan, en +Raffles en Charly hadden hunne geweren opnieuw schietvaardig gehouden. + +Onder het rijden vuurden de soldaten der Witten onophoudelijk op de +vluchtelingen en verscheidene kogels drongen door het hout van de +slede. + +Eén er van nam een stuk van Charly’s mouw mede en een tweede raakte +Raffles licht aan de wang. + +Weer vuurden zij, en weer stortten twee mannen in vollen ren van hun +paarden en bleven roerloos in de sneeuw liggen. + +Maar eensklaps kwam er een groot aantal mannen uit het dorp rennen, die +met geweren gewapend waren en de slede tegemoet snelden. + +Blijkbaar had men daarginds het schieten gehoord. + +—Het zijn Rooden! schreeuwde Henderson opgewonden. Het dorp is in hun +handen. + +De reus had goed gezien—inderdaad kwamen daar een paar honderd man der +Roode troepen aansnellen, die zich dicht voor de slede in de sneeuw +wierpen, en dadelijk een moorddadig vuur op de Witten openden. + +Deze waren verreweg in het nadeel, omdat zij bereden waren en dus veel +minder nauwkeurig konden schieten en voorts, omdat zij veel geringer in +aantal waren. + +Zij geraakten in wanorde, schenen te aarzelen—en eensklaps maakten zij +rechtsomkeer, wendden den teugel en renden weg, zoo spoedig zij konden, +terwijl de slede het dorp binnen stoof, waar zij stil hield voor een +logement op het kleine marktplein. + +De met schuim overdekte paarden die van vermoeidheid op de beenen +trilden werden afgespannen, en naar den stal gevoerd, terwijl de drie +Engelschen zich naar de gelagkamer haastten, waar zij dadelijk omringd +werden door een aantal soldaten die alle tegelijk door elkaar +schreeuwden, en wilden weten, hoe de vreemdelingen hier kwamen en hoe +het stond bij de Witten. + +Raffles liet hen kalm praten en begon met een maaltijd te bestellen +voor zich en zijn vrienden. + +Dit ging lang niet gemakkelijk, maar tenslotte wist hij toch een stuk +roggebrood, wat boter, rijst en een stuk paardenvleesch machtig te +worden—een delicatesse in dezen tijd, en op deze plek, zoo dicht bij de +hoofdstad, waar de grootste nood heerschte. + +Een der soldaten had een officier gehaald en nog terwijl de drie +reisgenooten om den maaltijd zaten, kwam er een kapitein binnen met een +streng maar open gelaat, die den vreemdelingen eerst verlof gaf hun +honger te stillen, en daarop zijn ondervraging begon. + + + + + + + + +HOOFDSTUK III. + +NAAR PETROGRAD! + + +Raffles deed een omstandig verhaal van zijn wedervaren en de kapitein +viel hem geen oogenblik in de rede, maar luisterde met aandacht, het +hoofd een weinig gebogen. + +Toen Raffles gereed was, zeide de officier: + +—Ik kan de waarheid van uwe beweringen gemakkelijk controleeren, want +ik heb gisteren een paar vliegers naar de stellingen van Kolodoserskoi +gezonden, en verwacht die ieder oogenblik terug. Daar zal men van hen +zeker wel een en ander omtrent uw tocht naar het vijandelijke kamp +gehoord hebben. Gij zult echter wel begrijpen dat wij U hier onmogelijk +kunnen houden, al zouden wij de medische hulp van een bekwaam +geneesheer en de sterke armen van twee menschlievende mannen zeker wel +kunnen gebruiken. Ik heb echter juist gisteravond strenge orders +gekregen, onder geen beding vreemdelingen in onze gelederen aan te +nemen,—wij hebben daar juist treurige ervaringen mede opgedaan—er +liepen vurige verraders onder! + +—Wij zelven verlangen niets liever dan weder naar ons land terug te +keeren, kapitein! hernam Raffles. De toestand is hier echter zoo +verward, dat ik geen uitkomst zie! Ik meende hier stellig Witte troepen +te zullen vinden! + +—Misschien zullen zij hier spoedig genoeg zijn! zeide de kapitein der +Bolsjewiki op somberen toon. Generaal Judenitsch staat voor de poorten +van Petrograd, en misschien is hij de stad wel reeds binnengetrokken, +terwijl ik hier met U spreek. + +—Wat raadt gij mij aan te doen, kapitein? ging Raffles voort. Ik wensch +tot iederen prijs naar de hoofdstad terug te keeren, want een mijner +vrienden heeft daar mijn geld in bewaring, hetwelk ik dringend noodig +heb, daar de Witten mijn zakken op even doeltreffende als volledige +wijze hebben leeggehaald! + +De kapitein dacht even na en zei toen: + +—Ik kan niet anders doen dan U een vrijgeleide te geven tot Petrograd. +Is de stad nog in onze handen, dan zult gij geen moeilijkheden +ondervinden—maar als Judenitsch is binnengerukt, dan sta ik voor niets +in! En gij behoeft er niet aan te denken met een trein naar Duitschland +te kunnen reizen, want op alle lijnen en op het geheele +spoorwegmateriaal is door de militairen beslag gelegd. + +—Maar hoe komen wij dan weder weg? riep Charly uit. + +—Er zou maar één middel zijn, Mijnheer! antwoordde de kapitein. Gij +zoudt van hier per slede tot Nygyrska, aan de spoorlijn van Petrograd +naar Wiborg, aan de Finsche grens kunnen gaan. Van de eerstgenoemde +plaats af loopen er nog op ongeregelde tijden personen-treinen, +ofschoon het de grootste moeite kost, daarin een plaats te krijgen. Van +Wiborg zoudt gij dan verder per trein naar Abo aan den Finschen golf +kunnen reizen, en daar wachten, tot zich een scheepsgelegenheid naar +Engeland, Frankrijk of Scandinavië voordoet! + +—Nu, ik zal mij in ieder geval dit jachtavontuur nog lang herinneren! +zeide Raffles glimlachend. Als dus alles medeloopt, zouden wij over +eenige weken in Engeland terug kunnen zijn—en als dit eens niet het +geval was—dan zou het maanden kunnen duren! Laat mij u mogen zeggen, +kapitein, dat dit geenszins strookt met mijn plannen! En daarom zouden +ik en mijn vrienden het zeer op prijs stellen indien gij ons passen tot +Petrograd zoudt willen geven. + +—Zooals gij wilt, Mijnheer, hernam de kapitein. + +Op dit oogenblik kwam een depecherijder het vertrek binnen, die in de +militaire houding voor zijn chef bleef staan, en salueerde. + +—Wat is er, Michael? vroeg deze. + +—De beide vliegers zijn teruggekeerd, kapitein! + +—Mooi zoo, zeg dat zij op mij wachten! + +De koerier vertrok en de kapitein wendde zich weder tot Raffles met de +woorden: + +—Ik zal u moeten verzoeken, hier te blijven, tot ik het rapport van +mijn luitenants heb aangehoord. Gij zult mijn houding billijken, daar +ben ik zeker van! + +Raffles boog, zonder te antwoorden en de kapitein verliet het vertrek. + +—Hij mag dan een Roode zijn, maar hij is althans heel wat beleefder dan +die oude schurk van een majoor der Witten, die ons had willen laten +fusilleeren! bromde Henderson. + +Daarop keerde hij zich tot Charly en vervolgde: + +—Het moet mij van het hart, Mijnheer Brand, ik heb voorloopig meer dan +genoeg van Rusland. Het kan dan vroeger heel belangwekkend geweest +zijn, maar het reizen op dit tijdstip is geen pleiziertje! + +—Ik ben het volkomen met je eens, Henderson! antwoordde Charly +glimlachend. Ook ik zal den hemel danken als wij weder goed en wel in +Engeland terug zijn! + +De drie mannen moesten geruimen tijd wachten, bijna een uur, maar toen +keerde de kapitein terug, stak Raffles en zijn metgezellen met een +spontaan gebaar de hand toe en zeide: + +—Alles is in orde, Mijne heeren. Ik heb van de beide vliegers vernomen, +dat alles zich inderdaad zoo heeft toegedragen, als gij mij hebt +medegedeeld. Thans blijft mij niets anders over, dan u de passen ter +hand te stellen, welke de generaal van onze divisie zoo even voor u +heeft laten opstellen en onderteekenen. + +Hij nam een drietal passen uit de portefeuille, welke hij bij zich had, +en overhandigde ze aan de Engelschen. + +—Daarmede kunt gij naar Petrograd komen, zonder te worden lastig +gevallen. Natuurlijk geldt dit slechts voor zooverre de stad nog in +onze handen is. De berichten luidden gisteren helaas zeer ongunstig, en +ijlboden wisten zelfs te verhalen dat een vooruitgeschoven +troepenafdeeling van Judenitsch tot in de voorste stadswijken van de +hoofdstad was doorgedrongen. Alle risico blijft dus voor uwe rekening, +bedenk dat! + +—Dat spreekt van zelf, kapitein! zeide Raffles. Ik dank u, ook namens +mijne reisgezellen voor uwe bemoeiingen en verzoek u, ons in staat te +stellen onze reis te vervolgen, door ons de slede en de paarden af te +staan, welke ons hier hebben gebracht en welke wij aan de Witten hadden +ontnomen. Als gij dit wenscht zullen wij één en ander te Petrograd +achterlaten en in handen van de Roode troepen daar stellen, die ze dan +als oorlogsbuit kunnen beschouwen. + +—Onder deze omstandigheden kunt gij er over beschikken, mijnheer! zeide +de kapitein. Wanneer wilt gij vertrekken? + +—Zoodra de paarden en wij zelven zijn uitgerust, antwoordde Raffles. + +—Gij zult er goed aan doen, zoo spoedig mogelijk de hoofdstad te +verlaten! hernam de kapitein. Weliswaar zijn de verhalen omtrent de +hongersnood, die er zou heerschen en welke in de buitenlandsche bladen +blijkbaar gretig worden opgenomen sterk overdreven, maar toch heerscht +er gebrek en als de stad eens werkelijk werd ingesloten, dan zou zij +zich binnen enkele weken, ja misschien binnen enkele dagen moeten +overgeven! En nu moet ik afscheid van u nemen, mijnheer! Mijn plicht +roept mij en wij moeten eene verkenning in Oostelijke richting +ondernemen. Het feit, dat de Witten het gewaagd hebben, u tot hiertoe +te achtervolgen, baart ons veel zorg—ik vrees, dat zij eene omtrekkende +beweging uitvoeren, welke ons, als zij slaagt, in groot gevaar zou +brengen. + +Hij salueerde voor de drie vreemdelingen en had het volgend oogenblik +de gelagkamer verlaten. + +Langzamerhand kwamen de reizigers weder bij van de ondervonden +vermoeienissen, bij het knappende houtvuur en een goed glas heete wijn. + +Zij voorzagen zich van eenige levensmiddelen, betaalden met geld, +hetwelk Henderson in zijn zak bleek te hebben en dat aan de aandacht +van de Witten ontsnapt was, en laadden deze in de slede, die hen hier +had gebracht. + +Toen de paarden geheel en al waren uitgerust en goed gevoederd waren, +spande Henderson de dieren opnieuw voor de slede, en de reizigers namen +weder in het voertuig plaats. + +Het was toen omstreeks tien uur in de morgen. + +Het was nog altijd bitter koud, maar gelukkig was de wind een weinig +gaan liggen, en de zon schitterde aan den wolkeloozen hemel, van een +pastelblauwe, aan de kim donker wordende kleur. + +Nadat de geweren waren nagezien, en de revolvers waren geladen, begaven +de drie Engelschen zich weder op weg. + +Indien zij er in slaagden, vijftien wersten per uur af te leggen, +hetgeen niet te veel berekend was, daar de paarden volkomen uitgerust +waren, en de sneeuw een harde, gladde oppervlakte vormde, dan konden +zij voor het vallen van de duisternis Petrograd bereikt hebben. + +Maar het Noodlot scheen zich ditmaal wel met hardnekkigheid tegen de +reizigers te hebben gekeerd! + +Want toen zij reeds heel in de verte de vage omtrekken van de hoofdstad +meenden te ontwaren, zagen zij tegelijkertijd dichte, zwarte colonnes +over de sneeuw naderen. + +Het geschut had den geheelen dag geklonken, maar nu kwam het merkbaar +naderbij. + +—Zouden de Rooden retireeren? vroeg Charly, terwijl hij met gespannen +aandacht door den kijker tuurde. + +—Ik vrees het, antwoordde Raffles ernstig. En daardoor komen wij weder +in een zeer gevaarlijken toestand. Wij zouden nu tusschen twee vuren +geraken, en ditmaal zou er geen ontkomen meer aan zijn—tenminste als +wij onzen weg in dezelfde richting wilden voortzetten. Wij zouden door +het mitrailleur-vuur onherroepelijk worden gedood. Klaarblijkelijk zijn +de Rooden gedwongen, Petrograd, of tenminste een deel ervan te +ontruimen. + +—Daar naderen tenminste troepen, die onordelijk oprukken, hernam +Charly. + +—Houdt links aan, Henderson! beval Raffles. Wij zullen trachten de stad +meer in het Zuiden te naderen. + +—Maar dan moeten wij een grooten omweg maken! riep Charly uit. + +—Dat is minder erg, dan dat wij tusschen twee vuren zouden geraken! +hernam Raffles. + +Henderson had intusschen het gegeven bevel reeds opgevolgd, en de slede +week nu af van den tot dusverre gevolgden weg. + +Het geschutvuur werd hoe langer hoe heviger, en plotseling konden de +reizigers, door den kijker, een batterij gewaar worden, die stelling +had genomen ten Noord-Oosten van een lagen heuvelkling, en vandaar de +Witten onder vuur nam die echter voor de drie Engelschen onzichtbaar +waren. + +De Rooden schoten zoo snel zij konden, en het gedonder klonk als een +aanhoudend gerommel van een onweder. + +Een half uur later trokken de retireerende troepen op eenige wersten +voorbij, juist langs den weg, die de slede tot dusverre gevolgd had. + +Het geschutvuur werd minder hevig, en het was duidelijk, dat de +hoofdstad reeds voor een deel in de handen der Witten moest zijn. + +—Ik geloof, dat het tijd begint te worden, ons maar weder te ontdoen +van onze door de Rooden geteekende passen, zeide Raffles na eenigen +tijd. Als niet alles bedriegt, zullen wij wel in een Petrograd +aankomen, dat door de troepen van Judenitsch bezet is. Wij zullen +echter tot het laatste oogenblik wachten met het vernietigen van die +passen, welke ons reeds eenmaal aan den rand van het graf hebben +gebracht. + +—Maar zouden de Witten zich hier wel kunnen handhaven? vroeg Charly. +Zonder den steun van Judenitsch en zijn legers zullen zij vroeg of laat +terug moeten want de Rooden zijn hier zeer sterk! + +—Je kunt gelijk hebben, maar voor het oogenblik moeten wij er toch +rekening mede houden, dat wij met de Witten te doen krijgen! + +De slede gleed intusschen met onverminderde snelheid over de bevroren +vlakte en Raffles verbaasde er zich over, dat het gevecht zich niet tot +hier uitgebreid had. + +Misschien was het plan der Witten, zich eerst van geheel Petrograd +meester te maken en dan snel in Oostelijke richting op te rukken. + +Wel kwamen zij nu en dan kleine afdeelingen Rooden tegen, die hen +echter ongemoeid lieten, nadat de passen vertoond waren. + +De duisternis begon reeds te vallen en de paarden begonnen opnieuw +teekenen van vermoeidheid te geven, en nog moesten er twintig wersten +afgelegd worden alvorens men de hoofdstad bereikt zou hebben, welke de +reizigers thans van uit het Zuid-Oosten naderden. + +Maar eensklaps, nadat zij in geruimen tijd geen, Rooden meer hadden +zien voor bijgaan, naderde er over de sneeuwvlakte een afdeeling +bereden manschappen, die aan de uniformen aanstonds als Witten te +herkennen waren. + +Voor de reizigers goed en wel wisten wat er gebeurde, had deze kleine +ruitertroep zich uit de duisternis losgemaakt en omringden zij de +slede. + +—Wij zijt gij en waar gaat gij heen? zoo luidde de gewone, reeds zoo +vaak gehoorde vraag. + +—Wij zijn Engelschen en wij wilden naar Petrograd gaan! antwoordde +Raffles. + +—Waar komt gij vandaan? + +Daar loochenen niets zou helpen antwoordde Raffles: + +—Wij komen van de zijde van het Onega-meer, waar gestreden is tusschen +Uwe troepen en de Rooden. + +—Wat deed gij daar? + +—Wij kwamen daar om te jagen en zijn door de gebeurtenissen verrast. + +—Wat waren uw plannen te Petrograd? + +—Geen andere, dan ten spoedigste naar ons eigen land terug te keeren! + +De Luitenant die deze vragen gesteld had keek Raffles en zijn +metgezellen aandachtig aan en zeide toen: + +—Ik zal u naar het hoofdkwartier moeten brengen, al doet het mij leed. +Mijn instructies zijn formeel. + +—Dan moet gij u er aan houden, Luitenant, hernam Raffles bedaard, maar +inwendig rees de vraag bij hem, of hij en zijn beide reisgenooten nu +nog niet aan het einde hunner beproevingen waren! + +Want immers—als men hier te weten kwam dat de drie Engelschen elders +door dezelfde partij reeds waren ter dood veroordeeld en slechts hadden +kunnen ontkomen door aanwending van geweld, dan zag het er weder somber +voor hen uit. + +En toch zouden zij zich in de omstandigheden moeten schikken. + +De overmacht was te groot, dan dat zij aan verzet zouden kunnen denken. + +En zoo trok, juist als een paar dagen geleden, een kleine stoet over de +vlakte voort, en de slede vormde wederom het middenpunt. + +Henderson had opnieuw de teugels uit handen moeten geven, en keek +brommend als een groote hond, wien men een been heeft afgenomen, toe, +hoe de soldaat, die naast hem had plaats genomen de vermoeide paarden +met vaste hand bestuurde en de slede weder op den weg bracht. + +Deze bleek voor een groot gedeelte van sneeuw bevrijd te zijn en het +was duidelijk dat hier reeds genie aan het werk was geweest, om den +straatweg die naar de hoofdstad voerde, voor het troepenverkeer vrij te +maken. + +En nu begonnen reeds in de verte de lichten van Petrograd te pinken! + +De vrees der Rooden was dus niet ijdel geweest!—de partij der Witten +had inderdaad groote vorderingen gemaakt, en althans een gedeelte van +de hoofdstad weten te bezetten. + +Wie weet werd er op dit oogenblik woedend gestreden in de straten van +de beklagenswaardige stad! + +Inderdaad werd het vuren weder heviger en twee malen passeerde men een +batterij veldgeschut, die in vollen ren, terwijl de sneeuw onder de +hoeven der woest galoppeerende paarden opstoof, nieuwe stellingen +gingen innemen. + +—Mag ik vragen waarheen gij ons geleidt? vroeg Raffles eindelijk aan +den jongen luitenant, die naast de slede draafde. + +—Dat zeide ik u reeds—naar het hoofdkwartier. Generaal Judenitsch zal +wel over uw lot beslissen. + +Het was dus waar—de hoofdmacht van de Witten onder aanvoering van den +veelgenoemden generaal stond voor de muren van de hoofdstad, het +bolwerk van het Bolsjewisme en had daar op het oogenblik wellicht zijn +intocht reeds gedaan! + +Nog een half uur verliep en steeds meer troepen passeerden op weg naar +het Oosten. + +Boven Petrograd dat vlakbij scheen te liggen, hing een rossige +nevel—waarschijnlijk stond een deel van de groote stad in brand. + +Nu en dan klonk het gehuil der granaten, vlak boven de hoofden der +mannen en even later hoorde men de losbarsting op ongeveer twee wersten +afstand. + +De kleine troep was een dorp binnengetrokken, waar de Witten +dienzelfden dag vasten voet hadden gekregen, en waar zij hun +hoofdkwartier hadden gevestigd, in afwachting, dat zij het naar +Petrograd zouden kunnen overbrengen. + +Het huis van den burgemeester van het dorp, die aan de zijde der +Bolsjewiki streed, was tot verblijf van den staf ingericht. + +Eenige korte bevelen klonken en toen moesten de drie Engelschen de +slede verlaten en het burgemeestershuis binnengaan. + +Zij werden naar een kleine wachtkamer gebracht, waarvan de deur +gesloten werd. Voor de deur hoorden zij het regelmatig op en neder +loopen van een schildwacht. Het kleine vertrek was spaarzaam verlicht +door een petroleumlamp, die zacht aan een ijzeren haak heen en weder +schommelde. + +Dit werd veroorzaakt, omdat onophoudelijk het geheele huis dreunde van +de losbarstingen eener batterij, die juist aan den zoom van het dorp +was opgesteld en vandaar een der voorsteden van Petrograd onder vuur +nam. + +Zwijgend zaten de vrienden bij elkander. + +Weliswaar was de luitenant zeer beleefd geweest, en ook de houding der +soldaten had niets te wenschen overgelaten,—maar zou de generaal in +dezelfde stemming verkeeren? Dat moest worden afgewacht! + +Iets anders dan wachten konden zij trouwens niet doen. + +Er viel niet aan te denken uit dit huis te ontsnappen waar zich een +groot aantal officieren ophielden, terwijl het in de straten krioelde +van soldaten, allen gewapend. + +Neen, er schoot niets anders op over dan rustig te wachten. + +Nog waren er geen volle tien minuten verloopen of er naderden schreden, +en de deur werd geopend. De luitenant trad binnen, en verzocht de drie +Engelschen hem te volgen. + +Raffles zag dat de jonge militair geheel alleen was en dit dacht hem +een gunstig teeken. + +De luitenant geleidde de drie mannen door eenige gangen naar een +vertrek waar zich vier officieren bevonden, die achter een groote tafel +gezeten waren, en tot den staf van het Witte leger behoorden, dat in +deze streek opereerde. + +In één hunner herkende de drie reisgenooten van de portretten in de +Londensche bladen en tijdschriften aanstonds generaal Judenitsch. + +Het gelaat van den legeraanvoerder der Witten had een ernstige en een +weinig stroeve uitdrukking, zooals hij daar onbewegelijk zat, met de +kin in de hand gesteund schijnbaar zonder op het binnentreden der drie +vreemdelingen te letten. + +De luitenant was op de tafel toegetreden en zeide iets op eerbiedigen +toon tot den generaal. + +Toen hief Judenitsch het hoofd op, en de drie tochtgenooten keken in +een paar staalblauwe sterke oogen, onder dichte wenkbrauwen half +verborgen. + +Die oogen bleven een tijdlang strak op de Engelschen gericht, en daarop +wendde hij zich in het Engelsch tot Raffles dien hij blijkbaar dadelijk +als het hoofd van het kleine reisgezelschap erkende: + +—De luitenant heeft mij zooeven medegedeeld dat hij u en uwe +metgezellen midden in de vlakte heeft aangetroffen, mijnheer de graaf. +Hij heeft mij ook medegedeeld dat gij hier gejaagd hebt, en door de +gebeurtenissen zijt overvallen. Ik wil dit wel aannemen, ofschoon velen +u misschien op staanden voet zouden hebben gefusilleerd. + +Raffles dacht aan het gevaar, hetwelk hij en zijn twee makkers nog +slechts weinige dagen geleden hadden geloopen, maar hij wachtte er zich +wel voor, dit avontuur aan generaal Judenitsch mede te deelen! + +De legeraanvoerder wachtte even, alvorens te vervolgen: + +—Ik zou uwe aanwezigheid in deze streken wellicht meer gewaardeerd +hebben—... indien gij niet met drie man, maar met dertigduizend, en zoo +mogelijk met drie honderd duizend waart gekomen, graaf! Ik wil u niet +verzwijgen, dat het mij bitter teleurgesteld heeft, dat uwe regeering +haar troepen uit Rusland heeft teruggeroepen, in stede van ons bij te +staan, ons arm land van het vervloekte Bolsjewisme te zuiveren! De +zaken zouden zeer waarschijnlijk heel anders staan indien de +geallieerden ons de behulpzame hand hadden geboden! Wat dunkt u? + +—Ik weet niet goed wat ik u hierop moet antwoorden, generaal! +antwoordde Raffles. Ik denk echter, dat onze regeering is bezweken voor +den aandrang van de arbeiders in ons eigen land, die aan het +bloedvergieten een einde gemaakt wenschten te zien. Het is een publiek +geheim, dat de regeering te Londen een gevaarlijk spel zou hebben +gespeeld, indien zij den wil van een groot en machtig deel onzer natie +in den wind had geslagen, en een groote legermacht hier had gelaten om +aan uwen strijd deel te nemen, al wenscht zij zelve niets liever, dan +een einde te zien gemaakt aan een toestand, die niet veel langer kan +voortduren, zonder geheel Rusland in den afgrond te doen verzinken. + +Generaal Judenitsch had zwijgend toegeluisterd, en zich nu en dan met +zijn groote, gespierde hand over het voorhoofd gestreken. + +Nu zuchtte hij diep en zeide op doffen toon: + +—Ik kan ook niet van een vreemdeling verwachten, dat hij deze zaak uit +het zelfde oogpunt zal beschouwen als wij Russen! Maar dit zeg ik u +graaf, dat men er te Londen en te Parijs misschien nog wel eens spijt +van zal hebben, niet aan ons verzoek om hulp te hebben gehoor gegeven! + +Generaal Judenitsch trommelde even met een blauw potlood op het blad +van de tafel en hernam op anderen toon: + +—Laten wij hier niet verder over praten, graaf! Het Noodlot moet zich +voltrekken—daar kunnen wij menschen toch niets aan veranderen. Wat uwe +positie betreft—ik wil niet ontkennen, dat zij op dit oogenblik voor u +zeer onaangenaam is. De slag is nog onbeslist—het is evengoed mogelijk, +dat wij er in slagen, Petrograd binnen te rukken, als dat de Rooden +versterkingen krijgen en ons weder terugdrijven! + +De generaal wierp een korten blik op de kaart die voor hem lag +uitgespreid en ging voort: + +—Daar intusschen de kansen, dat wij er in slagen de hoofdstad te nemen, +grooter zijn dan die, dat wij teruggeworpen worden, zoo zal ik u +toestaan naar Petrograd te reizen, maar dan moet gij ook onmiddellijk +vertrekken, want ik kan natuurlijk niet toestaan, dat vreemdelingen de +operaties van mijn leger medemaken! + +—Wij zelven verlangen niets liever, generaal! kwam Raffles haastig. Wij +hebben volstrekt geen geld meer, en een vriend van mij in de hoofdstad +bewaart mijn reispenningen. Er is ons dus alles aan gelegen, zoo snel +mogelijk in Petrograd te komen. + +—Dan zal ik u een pas en een vrijgeleide geven, hernam generaal +Judenitsch. Ik kan echter volstrekt geen aansprakelijkheid voor uw +veiligheid op mij nemen! + +—Dat begrijp ik generaal, hernam Raffles, maar al te verheugd, dat hij +en zijn makkers er zoo gemakkelijk afkwamen. + +—Wat ons betreft—ik hoop dat wij binnen enkele dagen zelve in de +hoofdstad zullen zijn en als gij u dan bij mij wilt aanmelden dan zal +ik trachten uwe terugreis te vergemakkelijken! + +Raffles boog, bij wijze van dankzegging, en de generaal maakte een +gebaar waaruit de Engelschen begrepen, dat hij het gesprek als +geëindigd beschouwde. + +Zij verlieten het vertrek, waar misschien het lot van het onmetelijke +Russische rijk werd beslist, door de weinige mannen achter hunne +stafkaarten aan de groote tafel, en een uur later waren zij in het +bezit van passen, welke het hun mogelijk zouden maken, Petrograd nog +voor het vallen van den nacht te bereiken. + +Een convooi, dat over enkele oogenblikken naar de hoofdstad zou +vertrekken zou hen medenemen. + +En heel wat geruster dan eenige uren geleden, trokken de drie reizigers +nu opnieuw over de sneeuwvlakte, in de richting van den rossigen gloed, +en van de vele lichtjes, die in de verte schenen te wenken. + +Daar lag Petrograd—de stad, om welks bezit zoo heftig gestreden werd! + + + + + + + + +HOOFDSTUK IV. + +FEODORA LESZINSKY. + + +Het was tien uur, toen Raffles en zijn makkers de hoofdstad of liever +een der voorsteden binnen kwamen. + +Aan alles was te zien, dat hier nog niet lang geleden verbitterd +gestreden was. + +Eenige huizen, half in puin geschoten, rookten nog, en overal lagen +paardencadavers, overblijfselen van kanonaffuiten, geweren, +uitrustingsstukken van allerlei aard. + +Maar de Witten waren hier meester, dat was zeker. + +Want overal ontmoette men hunne troepen, die op patrouille waren of +kwartier maakten voor hen die na hen zouden komen. + +Uit eenige uitroepen, welke hij opving maakte Raffles op, dat meer dan +de helft van de hoofdstad in handen der Witten was en dat de Rooden +zich nog met de grootste hardnekkigheid verdedigden ten Oosten van de +Newa rondom het Alexander Newsky-Plein, op het Basilius Eiland, en bij +het Admiraliteitsplein. + +De Witten schenen echter te hopen, dat zij er binnen vier en twintig +uur in geslaagd zouden zijn, de tegenpartij geheel en al uit de stad te +verdrijven. + +Eindelijk hield de aanvoerder van het konvooi zijn paard in en zeide +tot de drie Engelschen: + +—Ik heb bevel, U tot hier te begeleiden, mijne heeren! Hier scheiden +zich onze wegen dus. Ik wil U nog slechts den raad geven u niet al te +ver in het centrum van de stad te wagen want gij kunt hier het gedonder +van het geschut hooren, en er wordt daarginds hevig gestreden. Op den +linker oever van de Newa zult gij echter genoeg hotels vinden—die +echter ongehoord duur zijn—daarvoor waarschuw ik u! + +—De linkeroever is dus nog in handen der Witten? vroeg Raffles. + +—Dat was hij althans nog een paar uur geleden! + +—Dan kan ik van geluk spreken, want mijn vriend, die mijn geld in +bewaring heeft, woont daar! Wij zullen er nu aanstonds heengaan! + +—Ik vrees dat gij dan zult moeten loopen, mijne heeren, want gij zult +wel vruchteloos op een huurslede of een rijtuig wachten! + +Dat begrepen Raffles en zijn metgezellen ook—de huurkoetsiers zouden er +wel niet veel voor gevoelen, naar het centrum der stad te rijden, +terwijl ieder oogenblik de kansen konden keeren, en een granaat hen en +hun voertuig kon verpletteren! + +En zoo namen zij afscheid van den aanvoerder van het konvooi en trokken +te voet de stad verder in. + +—Waar gaan wij nu het eerst heen? vroeg Charly, toen zij een paar +honderd meter verder waren. + +—Naar den Engelschen Consul, die mijn geld in bewaring heeft, +antwoordde Raffles. Wij zijn hier wel in een stad, die voor de helft +nog in handen is van lieden die niets van geld willen weten, maar +zonder dat aardsche slijk zouden wij toch in een uiterst onaangename +positie komen. Ik zou werkelijk niet weten hoe wij naar ons eigen land +zouden kunnen terugkeeren. Hij woont hier niet ver vandaan en ik denk +wel dat hij op dit oogenblik thuis is, want men gaat thans werkelijk +niet voor zijn genoegen de straat op! + +Dat was zeker zoo want op niet al te verre afstand was de hemel rood +van de vlammen, die uit sommige stadswijken opstegen, en de lucht was +vervuld van het gedonder van het geschut, terwijl nu en dan vuurpijlen +opstegen, zoeklichten den hemel afzochten en granaten met donderend +geweld uiteenbarstten. + +Na een half uur loopens hadden de drie mannen het fraaie huis van den +consul bereikt, en Raffles begaf zich alleen naar binnen, toen de +bediende hem op zijn schellen had medegedeeld dat zijn meester tehuis +was. + +Hij bleef nauwelijks tien minuten weg en keerde met een vergenoegd +gelaat terug. + +—Nu kunnen wij tenminste ergens onderdak krijgen! riep hij uit. Want +men mag zeggen wat men wil—zelfs hier, in het brandpunt van het +Bolsjewisme, is het geld nog altijd de bewegingszenuw van het geheele +stoffelijke bestaan! + +—Waar gaan wij heen? vroeg Charly. + +—Naar een goed hotel. Ik weet er een aan het Newsky-Prospect. Het +Alexander Hotel. Het is een der eerste van de stad. + +—Maar ligt het in een buurt, die voor ons veilig is, dat wil zeggen, in +een stadswijk, welke in handen van de Witten is? hernam Charly. + +—Ja. + +—Nu, dan moeten wij er maar spoedig heengaan! Ik wil wel bekennen, dat +ik tamelijk vermoeid ben na al die avonturen van de laatste dagen! + +—Een goed souper—voor zoover het te krijgen is!—en een goed bed zullen +ons wel weder geheel doen bekomen van onze ontberingen, beste jongen! +zeide Raffles. En nu snel op weg, want het wordt al laat, en ik ben er +niet zeker van of men ons wel zal opnemen nu er nog zoo hevig gevochten +wordt. + +De drie reisgenooten begaven zich op weg en twintig minuten later +stonden zij voor het groote hotel, dat thans echter een somberen indruk +maakte daar bijna alle lichten daarbinnen gedoofd waren, zeker om geen +doelwit op te leveren voor vijandelijke vliegers. + +Het deed wel zeer zonderling aan dat er dicht bij de deur een sierlijk +uitgedoste portier op post stond, alsof men zich in vollen vrede +bevond, en er niet vlak in de buurt slechts weinige uren geleden +verbitterd gestreden was. + +De man ontving de drie reizigers zoo rustig, dat het hun een oogenblik +was alsof zij al hun avonturen van de laatste dagen slechts gedroomd +hadden en dat er geen sprake was van strijd tusschen zonen van één +stam. + +Raffles vroeg naar kamers, en het bleek dat er nog verscheidene open +waren, zij het dan tegen prijzen, welke vroeger eenvoudig ondenkbaar +geweest zouden zijn. + +Voor twee kleine kamers moest Raffles honderd vijftig roebels per nacht +betalen! + +Hij vertrok echter geen spier van zijn gelaat en besprak de kamers. + +—Zijn er veel reizigers? vroeg hij toen. + +—Naar de omstandigheden te rekenen, vrij wat mijnheer! antwoordde de +man. Er zijn veel Duitschers die hier zaken komen doen. + +Raffles keek Charly glimlachend aan. + +—Steeds de ouden gebleven! zeide hij zacht. Zij zouden zaken gaan doen +in de hel, als het mogelijk was om daarheen te gaan—en er ook weder +vandaan te komen. Intusschen—wij hebben vrede met elkander gesloten, en +ik denk er niet aan ergens anders heen te gaan! Wij zouden daar +trouwens zeer waarschijnlijk ook onze oude tegenstanders aantreffen! + +De drie mannen begaven zich nu allereerst naar de hun aangewezen +vertrekken. + +Raffles en Charly zouden er een van betrekken, Henderson het tweede, +aan de tegenovergestelde zijde van de gang gelegen. + +Nadat zij zoo goed en zoo kwaad als het ging toilet hadden gemaakt, +begaven Raffles en Charly zich naar de groote eetzaal, terwijl +Henderson afzonderlijk zou avondmalen. + +De brave kerel zelf bleef er onder alle omstandigheden op staan dat “de +afstand zou worden bewaard” zooals hij het noemde. + +Honderden malen had hij, in den loop van gevaarvolle avonturen en +reizen, gezamenlijk met zijn meester de maaltijden gebruikt, en met hem +in dezelfde hut, onder dezelfde tent geslapen. + +Maar niet zoodra was men weder in de beschaafde wereld terug, of hij +wilde weder de chauffeur van Zijne Lordschap zijn, en niets anders. + +En zoo zaten dan de twee vrienden in de groote eetzaal, waarvan de +gordijnen zorgvuldig waren dichtgetrokken, zoodat er geen licht naar +buiten kon doordringen. + +Het souper-uur had juist geslagen en de zaal was vrij goed bezet, en +wel met een zoo zonderling allegaartje, als men daar in tijden van +vrede zeker niet bijeen had aangetroffen. + +Er zaten daar Polen, binnen enkele jaren schatrijk geworden, er waren +Galicische Joden die hun voordeel hadden weten te doen met de +conjunctuur, en in eens schatten hadden verdiend, er zaten militairen, +thans uitsluitend Witten, en dan was er een groot aantal +demi-mondaines, die eensklaps als paddestoelen uit den grond schenen te +zijn geschoten. + +Ten slotte kon men er wel zeker van zijn, dat er in deze zaal ook +eenige Bolsjewiki zaten—maar zij pasten wel op, dat men ze niet als +zoodanig zou herkennen! Er werd zeer veel wijn en champagne gedronken, +die met fabelachtige prijzen werd betaald, en als men de met spijzen +beladen tafels zag, dan kon men zich niet begrijpen, dat er in de +buitenlandsche bladen van “ontzettend gebrek” werd gesproken—als men +niet wist, dat de gewone burger zich dan ook dit voedsel onmogelijk kon +verschaffen, wegens de ongehoorde prijzen. + +Op dat tijdstip kostte te Petrograd, een goed middagmaal, zonder wijn +evenwel, ongeveer honderd zeventig roebels! + +Toen Raffles en Charly hadden plaats genomen, trad er juist een vrouw +binnen op wie zich dadelijk aller blikken vestigden. + +Zij was zeer schoon en van waarlijk vorstelijke gestalte. + +Fluweelzwarte oogen in een ovaal, eenigszins olijfkleurig gelaat, een +kleine roode mond, als met een penseel getrokken wenkbrauwen, donzen +wangen, en een prachtige hals, overgaande in een weelderigen boezem, +welke een Titiaan zou hebben verrukt. + +Zij was in gezelschap van een kleinen zwarten man, die haar met groote +eerbied scheen te behandelen. + +In de sierlijk gevormde ooren schitterden twee zeer groote diamanten, +en haar ver ontbloote hals was omgeven door een snoer parelen van +groote waarde. + +Ook haar vingers leken wel vonken te schieten zoo waren zij overladen +met juweelen ringen. + +Zij scheen even rond te zien, en ging toen naar een nog onbezet +tafeltje, niet ver van de beide vrienden verwijderd. + +—Een zeer schoone vrouw! zeide Charly op zachten toon. + +—Ja, zij heeft een Poolsch type. Als de Poolsche vrouwen schoon zijn, +dan zijn zij ook ware Venussen. + +—Men kan wel zien, dat de Witten hier thans de overhand hebben, anders +zou zij het zeker niet wagen in het publiek met zooveel kostbaarheden +te pronken. + +—Dat mag je wel zeggen—en ik vind het tamelijk gedurfd, want niemand +kan immers weten hoe de zaken reeds morgen zullen staan. Als de Rooden +het verloren terrein terugwinnen—als die vrouw dan nog hier is—en als +de Bolsjewiki zich haar opschik herinneren, dan zal zij die niet veel +langer meer bezitten. + +—Zou dat kleine mannetje met zijn stekende oogjes haar echtgenoot zijn? + +—De man heeft inderdaad het type van den echtgenoot eener buitengewoon +schoone vrouw. Ik heb opgelet, dat bevallige en groote vrouwen dikwijls +gehuwd zijn met kleine onbeteekenende mannen. Misschien deden zij het +om hun schoonheid des te beter te doen uitkomen! + +—Dat is weer juist iets voor jou, Edward! zeide Charly verwijtend. + +—Laten wij dan in dit geval aannemen, dat die man haar broeder is—of +haar minnaar. Voor haar vader is hij veel te jong. Hij kan +ternauwernood veertig jaren zijn. + +De kellner kwam aandragen met het bestelde, en de beide vrienden zetten +zich aan den maaltijd. + +Maar intusschen hield Raffles geen oog van de schoone vrouw, die +zooeven was binnengetreden en die in hooge mate zijn belangstelling +scheen te trekken. + +Eensklaps bleef hij een paar seconden doodstil zitten, met zijn lepel +halverwege zijn bord en zijn lippen. + +Maar reeds het volgende oogenblik at hij rustig verder. + +Charly had echter goede oogen, en hij had de verbazing van Raffles +gezien. + +—Wat was er—waar keek je zoo naar? vroeg hij nieuwsgierig. + +—Ik keek naar onze schoone Poolsche, Charly, antwoordde Raffles zacht. + +—Maar je zag er zoo verwonderd uit. + +—Dat was ik ook, en ik hoop dat jij het alleen gemerkt hebt! + +—Hoezoo? vroeg Charly, wiens verbazing toenam. + +—Wel, de kellner drukte haar zooeven een papiertje in de hand! + +—De onze? + +—Neen, hij bedient aan haar tafeltje. + +—Wat zou dat eigenlijk? Ik houd die vrouw voor een zeer welgestelde +demi-mondaine—en die kellner kan wel haar amant zijn! + +—Dat is niet erg waarschijnlijk, want zij verstopte eerst snel het +briefje, haalde het daarna zoogenaamd uit haar zilveren beugeltasch, +las het en liet het toen aan haar metgezel zien. Ik heb er wel niet +veel verstand van, maar ik geloof toch niet dat dit gebruikelijk is +onder minnaar en minnares! + +—Wel, dan zal het iets anders zijn, hernam Charly. Misschien een +briefje van iemand die buiten op antwoord wacht! + +—Waarom was de kellner dan zoo bevreesd, dat anderen zouden zien hoe +hij het papiertje overhandigde? Neen,—zij verwachtte dat briefje, want +toen de man naderde liet zij haar hand langs de tafel afhangen en hij +duwde het er vliegensvlug in. + +—Nu, dan weet ik het niet! hernam Charly, die niet veel beteekenis aan +het geheele voorval scheen te hechten. + +Maar het was duidelijk dat Raffles er anders over dacht. + +Na eenigen tijd te hebben gezwegen en de schoone vrouw van ter zijde te +hebben opgenomen, vervolgde hij: + +—Wat den kellner betreft, die haar het papiertje in de hand +moffelde—heb je niets bijzonders aan den man gezien? + +—Neen, ik vind hem alleen niet heel mooi! + +—Dat is hij ook niet—maar ik meen iets anders! Die man is in het geheel +geen kellner! + +—Lieve hemel, Edward,—waarom denk je dat? vroeg Charly verwonderd. + +—Omdat hij niet bedienen kan! Kijk hem eens onhandig omgaan met zijn +schalen en flesschen! Zóó draagt geen enkele kellner zelfs niet uit een +ordinair wijnhuis een schaal met gerechten en een flesch champagne! + +—Misschien is hij wel pas kellner geworden! + +—Dat zou dan gisteren geweest moeten zijn! + +—Vertel mij eens wat er eigenlijk in je omgaat, Edward, kwam Charly. Ik +begin in te zien, dat je blijkbaar aan deze zaak veel meer gewicht +hecht dan ik! Wat denk je toch? + +—Ik denk dat hier een klein—of wellicht een groot complot gesmeed +wordt, beste Charly! Zulke opvallend mooie vrouwen, in gezelschap van +zulke opvallend kleine en onbeteekenende mannen, die briefjes aannemen +van kellners, die geen kellners zijn en die zulke schitterende juweelen +dragen, ofschoon de Rooden op een geweerschot afstand staan—dat +beteekent niet veel goeds! + +Charly had zijn vork laten rusten en keek Raffles onderzoekend aan. + +—Als ik niet meende, dat wij hier wel iets anders te doen +hebben—namelijk zoo spoedig mogelijk heen te gaan—dan zou ik durven +wedden, dat je veel lust hebt hier te blijven, alleen om te zien, wat +er met die mooie cocotte, en dien kellner gaat gebeuren! + +—Je zoudt je weddenschap gewonnen hebben, Charly—want dat ben ik +inderdaad voornemens! + +—Je drijft er zeker den spot mee? riep Charly verschrikt uit. + +—Ik meen het in volle ernst! + +—In deze stad die wel een vulkaan gelijkt, welke ieder oogenblik tot +uitbarsting kan komen? + +—Ik kan het niet helpen, dat dit interessante feit zich juist hier +afspeelt, hernam Raffles bedaard. + +—Maar als die vrouw werkelijk gevaarlijk is, en iets in den zin heeft, +dan branden wij onze vingers, als wij er ons mede bemoeien! ging Charly +voort. + +—Wij kunnen oppassen! + +—Maar die vrouw hoort hier misschien in het geheel niet thuis! hield +Charly wanhopig aan. + +—Dat is te onderzoeken—en als zij werkelijk niet in de stad thuis +hoort,—wel, dan zullen wij haar volgen! Maar wij zullen spoedig +zekerheid kunnen hebben! + +Hij wenkte den kellner die hen bediend had, en die dadelijk gedienstig +kwam toesnellen. + +Raffles wees op de schoone vrouw aan het andere tafeltje en vroeg op +zachten toon: + +—Kunt gij mij ook zeggen, goede vriend, wie die dame daarginds is en +hoe zij heet? + +De kellner wierp een vluchtigen blik in de aangeduide richting en zei +toen: + +—Wie zij is, zou ik U niet kunnen zeggen mijnheer, maar zij heet +Feodora Leszinsky, en zij is denkelijk een Poolsche, zeer rijke +demi-mondaine. + +—En die heer naast haar? + +—Wij houden hem voor haar minnaar, ofschoon hij niet in dit hotel +logeert. + +—Dus dat doet die dame wel? vroeg Raffles op levendigen toon. + +—Ja mijnheer, zij heeft twee prachtige kamers op de tweede verdieping. + +—Zeker nog niet lang? vroeg Raffles als terloops. + +—Sedert gisteren! + +Raffles knikte den kellner toe en deze trok zich weder terug. + +Raffles bleef eenige oogenblikken in gedachten zitten en hief toen +eensklaps het hoofd op. + +—Ik gaf er heel wat voor, als ik wist wat er in het briefje stond, dat +de kellner haar zooeven tersluiks in de hand heeft geduwd, zeide hij op +zachten toon. + +—Je kunt het haar moeilijk vragen, Edward! meende Charly. + +—Neen, dat zal niet gaan, hernam Raffles met een flauwen glimlach. Wij +zouden echter kunnen trachten het briefje door list in handen te +krijgen! + +—Maar mijn hemel! hecht je daar dan zoo bijzonder aan? + +—Ja, zeer bijzonder. Ik weet niet wat het is, maar die vrouw oefent een +ongeloofelijke aantrekkingskracht op mij uit. + +—Ha, ha! Eindelijk heb je je dan toch eens bloot gegeven! riep Charly +op zegevierenden toon uit. Eindelijk ben je dan toch onder den invloed +van de schitterende bekoorlijkheid van die vrouw! + +—Je vergist je, Charly—ik denk alleen aan haar schitterende diamanten, +hernam Raffles lakoniek. Haar uiterlijk is mij volkomen onverschillig. + +Charly maakte een gebaar van teleurstelling en bromde zuchtend voor +zich heen. + +—Onverbeterlijk! Onverbeterlijk! + +Raffles had intusschen rustig een paar halen aan zijn cigaret gedaan, +waarvoor hij echter drie roebel had moeten betalen en scheen in +gedachten verzonken. + +Toen boog hij zich naar Charly over en zeide: + +—Zij heeft het briefje in haar boezem weggemoffeld en het zal inderdaad +wat lastig zijn om het uit die schuilplaats te voorschijn te brengen, +zonder dat zij het bemerkt. Maar er zal toch een oogenblik komen dat +zij zich van haar kleederen ontdoet en het briefje wegbergt en dat +oogenblik moeten wij benutten. + +—Tenminste als zij het niet voor dien tijd verscheurd heeft! merkte +Charly op. + +—Dat zouden wij moeten afwachten! + +—Zeg mij nu eens duidelijk wat je plannen zijn! + +—Vannacht in haar kamer binnendringen en naar het briefje zoeken. + +—En als zij ontwaakt? + +—Snel heengaan en doen als of er geen wolkje aan de lucht is. + +—En als zij haar revolver neemt en op je schiet, zooals Poolschen dat +gewend zijn? + +—Bidden, dat zij zal misschieten. Heb je nog meer aanmerkingen? + +Charly maakte een stom gebaar van wanhoop, en schudde ontkennend het +hoofd. + +—Het blijft dus afgesproken, ging Raffles voort. Wij logeeren ook op de +tweede verdieping, en het zal gemakkelijk zijn het nummer van haar +kamers te weten te komen. + +—Als je er dan volstrekt op gesteld bent je hoofd in een strop te +steken, Edward en haar kamer binnen te dringen, dan zou ik in +overweging willen geven, eenvoudig haar juweelenkistje onder den arm te +nemen, en zoo spoedig mogelijk te verdwijnen zonder je verder met dat +briefje van den kellner te bemoeien. + +—Pardon, dat briefje kon weleens de hoofdzaak zijn, en veel meer waard +dan haar juweelen! + + + + + + + + +HOOFDSTUK V. + +DE AANSLAG OP JUDENITSCH. + + +Charly gaf zich gewonnen, daar hij wel inzag dat Raffles zich vast had +voorgenomen om het geheim te doorgronden, en niet eerder zou rusten, +voor hij den inhoud van het briefje ontdekt had. + +—Kan ik je tenminste helpen? vroeg hij. + +—Neen, mijn jongen, ik geloof dat het beter is als ik dit alleen doe, +in een hotel opereert men beter alleen! + +De eetzaal was nu langzamerhand leeggeloopen en de schoone Poolsche +stond nu ook op en liet zich door haar kleinen donkeren metgezel haar +bontmantel omhangen en verliet met denzelfden koninklijken tred +waarmede zij gekomen was, de zaal. + +Maar van dat oogenblik af zou zij niet meer ontkomen aan den spiedenden +blik van den Grooten Onbekende. + +Raffles wenkte den kellner, betaalde hem—gaf dertig roebel fooi, wat +maar juist even voldoende bleek te zijn, waarop hij zich haastte er +vijftig van te maken en verliet op zijn beurt met Charly de eetzaal. + +In het hotel was als schrille tegenstelling met den nood der tijden een +danszaal ingericht waarin een strijkje van Hongaren meesleepende +dansmuziek speelde. En in die zaal danste men als of er niet nog steeds +om het bezit van de stad gestreden werd tusschen de Witten en +Rooden—men danste er, zooals de edellieden tijdens het hoogtepunt van +de Fransche Revolutie in hun gevangenis in de Bastille dansten, tot op +het oogenblik dat zij met karren tegelijk naar de guillotine werden +gevoerd. + +De Poolsche was deze zaal binnengetreden, en zij vertoefde er bijna een +uur. + +Raffles scheen volstrekt geen vermoeienis meer te gevoelen, en bewaakte +haar evenals een kat het een muizenhol doet. + +Maar toen scheen zij er genoeg van te hebben, en zij ruischte weg, +nagezien door alle heeren in de zaal, terwijl de kleine zwarte man, die +steeds in haar gezelschap was geweest, achterbleef. + +Feodora Leszinsky begaf zich naar hare kamer, en Charly vroeg op +fluisterenden toon: + +—Nu zal het dus voor ons ook tijd worden om onze kamers op te zoeken? + +—Ja, mijn jongen! antwoordde Raffles, het doet mij leed dat ik je van +een deel van je nachtrust beroofd heb, maar wezenlijk, deze zaak houdt +mij zoozeer bezig dat ik niet zal rusten, alvorens ik ze tot klaarheid +heb gebracht. Ik zelf zal een paar uur rust nemen en dan zullen wij +eens zien wat het briefje bevat! + +De beide vrienden zochten hun kamer op, na zich te hebben vergewist dat +de logeerkamer van de schoone Poolsche inderdaad op hun eigen +verdieping gelegen was en dat zij zich in haar appartementen had +teruggetrokken. + +Het was omstreeks één uur in den nacht. + +Men hoorde hier zeer zacht en gedempt de tonen opklinken van het kleine +orkestje in de danszaal, waar men, zooals de kellner verzekerd had, den +geheelen nacht zou blijven doordansen! + +Dit maakte natuurlijk de onderneming van Raffles niet gemakkelijker, +daar hij nu rekening moest houden met de mogelijkheid, dat hij op de +gang nog gasten zou tegenkomen. Hij was echter niet van zins zich +daarom van zijn voornemen te laten terughouden. + +Ofschoon Charly poogde, zoolang mogelijk wakker te blijven, won de +vermoeienis het van hem en hij sluimerde in. + +Wat Raffles betreft—hij had zich voorgenomen om juist half vier in den +morgen wakker te worden—en het scheelde ook geen vier minuten! + +Hij sprong zonder eenig gerucht te maken uit het bed, schoot snel +eenige kleedingstukken aan, liet zijn revolver in zijn zak glijden, en +zijn kleine electrische zaklantaarn, die hem steeds had vergezeld. + +Vervolgens opende hij behoedzaam de deur van zijn kamer en keek in de +gang. + +Deze was flauw verlicht door een paar kleine electrische lampjes in de +zoldering aangebracht, en lag daar stil en verlaten, maar daar beneden +klonk de zachte gedempte dansmuziek nog altijd door—en tegelijkertijd +kon men hier duidelijk het dof gerommel van het geschut hooren! + +Raffles bedacht zich echter niet, maar trad naar buiten, trok zachtjes +de deur achter zich dicht en stak snel de gang over. + +Hij wist dat Feodora Leszinsky een kamer als slaapvertrek gebruikte +terwijl de andere als een soort salon werd benut. + +Hij stond nu voor de deur van dit laatste vertrek en draaide behoedzaam +aan de kruk. + +Zooals hij wel kon verwachten, was de deur van binnen met den sleutel +gesloten. Dit was echter voor iemand als Raffles geen bezwaar. + +Hij haalde een klein instrument te voorschijn, hetwelk de Witte met +zijn sleutelbos en nog wat andere schijnbare waardelooze voorwerpen in +zijn bezit hadden gelaten, stak dit in het slot, en draaide van buiten +af voorzichtig den sleutel in het slot om. + +Deze manoeuvre had nauwelijks eenige seconden geduurd. + +Raffles vergewiste zich nog eens dat men hem niet bespiedde, en opende +vervolgens snel en geruischloos de deur welke hij dadelijk weer achter +zich sloot. + +Het was stikdonker in het vertrek, maar de deur die tot het +slaapvertrek toegang gaf stond op een kier, en vandaar drong een flauw +lichtschijnsel in den salon door—er brandde dus een nachtlicht in het +slaapvertrek. + +Het eerste wat Raffles deed, was naar deze tusschendeur te sluipen en +haar te sluiten. + +Het tweede was zich te overtuigen dat het raam uitzicht gaf op een +balkon dat langs den geheelen zijgevel van het hotel liep, en aan welks +einde zich een brandladder bevond. + +Na zich op deze wijze te hebben vergewischt, dat zijn aftocht gedekt +was in geval van nood, schoof Raffles de gordijnen weder dicht en +ontstak zijn zaklantaarn, teneinde het vertrek te onderzoeken. + +Er stonden niet veel, maar zeer fraaie meubels en daaronder was een +klein schrijfbureau van rozenhout waarvan het blad gesloten was. + +Raffles trad er dadelijk op toe, onderzocht met kennersoog het slot, +haalde minachtend de schouders op en opende het blad met evenveel gemak +alsof er een sleutel op gezeten had. + +Het Bureau scheen gebruikt te worden, want er lag briefpapier in en een +vloeilegger, een sierlijke schrijfmap, en de laden, eveneens voor een +deel gesloten, bleken brieven te bevatten. + +Raffles haalde er eenige uit de enveloppen en las ze vluchtig door. + +Deze lectuur scheen hem groot belang in te boezemen, want een half uur +later las hij nog altijd! + +Zijn gelaat teekende verrassing, toen hij eindelijk de laadjes weder +dicht schoof, na de brieven weder allen op hun plaats te hebben gelegd. + +Hij wilde ook de klep reeds weder sluiten, toen zijn oog viel op een +slordig opgevouwen stukje papier, dat half uit de schrijfmap stak. + +—Dat papiertje lijkt al zeer veel op het briefje hetwelk de kellner +heden avond aan onze schoone dame ter hand stelde! dacht hij. + +Hij vouwde het open en las slechts deze woorden: + +—“Houd je gereed. Word een dezer dagen in dit hotel verwacht.” + +Een oogenblik bleef Raffles in gedachten met het briefje in de handen +staan en daarop stak hij het weder in de schrijfmap en sloot het +bureau. + +Een oogenblik hield de gedachte hem bezig, dat er in het naastgelegen +vertrek voor een waarde van minstens honderd duizend roebel aan +juweelen was te vinden—maar Raffles scheen andere plannen te +hebben—want hij opende slechts weder de tusschendeur op een kier, +zooals hij ze gevonden had, en verliet het vertrek zonder meer leven te +maken, dan een vos zou hebben gemaakt. + +Hij overtuigde zich dat de weg veilig was en stond met een paar +sprongen weder voor zijn eigen kamer. + +Een minuut later had hij zich weder ontkleed en te bed begeven. + +Charly sliep nog altijd rustig en Raffles dacht er niet aan hem wakker +te maken, ofschoon hij in de kamer van de schoone Poolsche zeer veel +belangrijks had ontdekt..... + + + +De beide vrienden sliepen voor hun doen zeer lang en stonden pas om +half negen volkomen uitgerust en verkwikt op. + +Zij namen een bad en daarop bracht een étage-kellner het eenvoudig +ontbijt in hun kamer bestaande uit chocolade en kleine broodjes. + +Toen zij voor het raam gezeten waren, vanwaar zij een prachtig gezicht +hadden op het Newa Prospect, vroeg Charly nieuwsgierig: + +—Nu zult je toch den tijd voor de confidenties wel aangebroken achten, +mag ik vragen of ge iets bijzonders ontdekt hebt in de kamer van de +schoone Feodora? + +Raffles knikte bevestigend, nam een teug van de geurende chocolade en +zeide toen langzaam: + +—Wat ik daar vond was zeker van gewicht! Wat denk je wel dat die mooie +demi-mondaine inderdaad is? + +—Hoe zou ik dat kunnen weten? Misschien wel een voormalige +grootvorstin. + +—Neen, dat niet bepaald! Zij is in dienst van de Rooden! + +—Wat zeg je daar? Dus een Bolsjewiki? riep Charly verbaasd uit. + +—Niets meer en niets minder. Ik heb in haar bureau een gansche +correspondentie gevonden met een Luitenant van Lenin. Zij heeft hier +een zending te vervullen en daarom heeft zij, hoewel slechts voor +tijdelijk, haar intrek in dit hotel genomen! Weet je wie hier verwacht +wordt? + +—Lenin zelf misschien? + +—Neen, Generaal Judenitsch! + +—Judenitsch? Hier? Hoe weet je dat? + +—Het stond in het briefje hetwelk de kellner haar gisteren in handen +speelde! Weliswaar werd daarin alleen de voorletter J genoemd, maar er +kan niet aan getwijfeld worden of hij is bedoeld, afgaande op de +overige correspondentie welke ik verwacht heb. + +—En zij? Wat is haar taak? + +—Haar taak is tweeërlei.—Zij moet trachten zich van de krijgskas +meester te maken waarover hij het beheer heeft, en daarna moet zij hem +dooden! + +Charly verbleekte. + +—Vreeselijk! zeide hij toonloos. Een sluipmoordenares dus! + +—Ja, maar zoo zullen de Rooden het natuurlijk niet noemen, ging Raffles +kalm voort. Zij zullen haar wel wreekster of iets dergelijks noemen, en +in geval zij terecht gesteld wordt, heet zij natuurlijk een martelares! + +—Maar je zult dat toch aanstonds bij de politie aangeven? riep Charly +uit. + +—Geen haar op mijn hoofd denkt daar aan! antwoordde Raffles rustig. Ten +eerste is het begrip politie wat al te vaag op dit oogenblik, en in +deze stad. Vergeet niet dat wij hier in een stad zijn, die tot op +gisteren altijd in handen van de Bolsjewiki is geweest, en waar dus óók +de politiemacht onder controle van Lenin en Trotsky stond! Maar al is +dat niet zoo, ik heb heel andere plannen! + +—Wat ben je van zins? + +—Ik wil, om te beginnen de juweelen van die Poolsche hebben, want zij +zijn zeer schoon en zij zijn haar waarschijnlijk verschaft door het +Roode Hoofdkwartier, dat er ook wel niet op een eerlijke wijze zal zijn +aangekomen. Die heeft zij natuurlijk gekregen om naar behooren haar rol +van rijke Poolsche te spelen. Zij moet door haar schoonheid Generaal +Judenitsch tot zich lokken—en dan zou de rest haar niet moeilijk +vallen. + +—Maar waarom heb je die juweelen dan eenvoudig van nacht niet +meegenomen? ging Charly voort. + +—Dat zou zeer gevaarlijk zijn geweest, vergeet niet dat wij hier in een +zeer gevaarlijke omgeving zijn, en dat wij letterlijk aan de genade of +ongenade zijn overgeleverd van de partij die toevallig de overhand +heeft! Iedereen kan ons naar onze passen vragen en ons in de gevangenis +laten werpen! Een juweelendiefstal zou natuurlijk dadelijk ontdekt +zijn, en wat zou er met ons gebeuren, denk je, als men die kostbare +steenen bij ons vond? Je zult misschien aanvoeren, dat wij dadelijk de +vlucht hadden kunnen nemen, maar ik verzeker je dat we niet ver gekomen +zouden zijn! In ons land gaat men eenvoudig in een trein zitten, of wij +hebben onze auto bij de hand, of wij trekken ons eenvoudig terug naar +één van onze landgoederen, onder één of andere vermomming, maar dat +gaat ditmaal niet. Ik wist daarenboven, dat die diamanten mij niet +zouden ontgaan, als ik slechts den goeden weg volgde. + +—En mag ik weten wat die goede weg is? + +—Heel eenvoudig! Ik zal de plaats innemen van Generaal Judenitsch! + +Charly liet een lichten kreet hooren, en bijna was zijn kop chocolade +hem uit de hand gevallen. + +Hij staarde Raffles met wijd geopende oogen aan en zeide toen, nadat +hij zich hersteld had op ironischen toon: + +—Wel zeker—dat is bijzonder eenvoudig! Het kon bijna niet eenvoudiger! +Ik begrijp niet, dat ik daar zelf niet op ben gekomen. + +—Je drijft er den spot mede, hernam Raffles kalm, en je denkt dat het +moeilijk zal zijn, om mijn plan ten uitvoer te brengen. + +—Moeilijk? maar Edward, het is volkomen onmogelijk! + +—Waarom, als ik vragen mag? + +—Waarom? Wel om alles! riep Charly uit. + +—Noem mij dan eens eenige redenen, wat ik je verzoeken mag. + +—Daar is om te beginnen het uiterlijk! Je hebt ditmaal niets +medegenomen om je te kunnen vermommen, en het weinige dat je had, is +met onze bagage verloren gegaan! + +Raffles haalde de schouders op en sprak: + +—Ik erken dat dit een bezwaar is, maar het is niet onoverkomelijk. Je +zult je herinneren, Charly, dat ik je eens heb medegedeeld, hoe ik in +alle hoofdsteden der voornaamste landen van Europa, te Berlijn zoowel +als te Parijs, te Madrid, te Rome, te Weenen en te Petrograd een +kleinen voorraad van vermommingen bezat, die in geval van nood moesten +dienst doen. + +—Zeker herinner ik mij dat, Edward, maar je gelooft toch niet dat +tijdens den oorlog die bergplaatsen en die kleine kamertjes welke je +gehuurd had of zelfs de kleine huizen welke je bezat, onaangeroerd zijn +gebleven! + +—Dat mag ik tenminste niet hopen, Charly, antwoordde Raffles. In die +jaren zal er heel wat gebeurd zijn, vooral in de oorlogvoerende landen, +maar in ieder geval zullen wij dadelijk op onderzoek uitgaan en zien +hoe of het met mijn woning staat! + +—Die is natuurlijk al lang door anderen in bezit genomen! + +—Dat is zeer wel mogelijk, maar dat zou niet hinderen zoo lang men mijn +geheime bergplaatsen niet heeft ontdekt! + +—En als dat wel het geval is? + +—Dan zouden wij ons moeten wenden tot een of anderen Theaterkapper! Ik +erken dat dit lang niet hetzelfde is, maar na eenige uren werk zouden +wij hetgeen de man ons verschaft, voldoende hebben kunnen veranderen. + +—Maar de uniform, Edward? Hoe kom je daar aan? + +—Judenitsch draagt een zeer eenvoudige generaalsuniform, en toen wij +hem zagen was hij in veldtenue. Een dergelijke uniform is zeer +gemakkelijk ergens te krijgen—wij zullen er aanstonds eens op uitgaan. + +—Zijn ridderorden? + +—Namaken of bij een opkooper aanvragen. + +—Zijn gevolg? + +—Hij komt hier niet met zijn geheelen staf, maar slechts met zijn +adjudant en dat ben jij! + +—Maar ik ken niet voldoende Russisch! + +—Er wordt ook niet van je verlangt dat je je mond opendoet! + +Charly zocht met inspanning naar nog andere tegenwerpingen, maar hij +kon er geen vinden en liet zich wanhopig achter in zijn stoel vallen, +terwijl hij een gebaar van machteloosheid maakte. + +Toen bromde hij: + +—Ik zeide het al—er is niets aan te doen. Dan moet het noodlot zich +maar voltrekken! + + + + + + + + +HOOFDSTUK VI. + +TOEBEREIDSELEN. + + +Nu Raffles zich éénmaal vast had voorgenomen, om zijn plan ten uitvoer +te brengen, begon hij ook dadelijk met koortsachtigen ijver aan de +toebereidselen. + +Charly had zich in het onvermijdelijke geschikt en ondanks zichzelf +bewonderde hij de weergalooze stoutmoedigheid van dezen man, die zelfs +onder deze omstandigheden niet terugschrok voor een onderneming welke +ieder ander zeker als waanzinnig en tot mislukken gedoemd zou +beschouwen! + +Dadelijk na het ontbijt verlieten de beide mannen het hotel, nadat zij +Henderson hadden gewaarschuwd. + +Deze kreeg in opdracht zoo mogelijk voor een zeer snelle auto te zorgen +ofschoon dat zeker niet gemakkelijk zou zijn, daar Henderson alleen +maar Engelsch sprak. + +Raffles en Charly wisten een huurauto machtig te worden en de eerste +gaf den chauffeur het adres op van een kleine straat dicht bij het +Admiraliteitsplein. + +De man scheen even na te denken, en zeide toen: + +—Dat zal U honderd roebel kosten, mijnheer, ik geloof dat die buurt nog +door de Rooden onder vuur wordt genomen. + +—Dat kunnen wij afwachten, zeide Raffles bedaard. + +Zij stapten in en de auto zette zich in beweging. + +De chauffeur had vrij wat moeite het voertuig naar de hem opgegeven +plaats te brengen, want hier en daar lag de sneeuw nog zeer dik en +bovendien waren de straten nu en dan versperd door barricades of de +puinhoopen van door het granaatvuur vernielde huizen. + +Maar eindelijk bereikten zij toch de aangewezen straat. + +Raffles gelastte den chauffeur te wachten en verzocht Charly in de auto +te blijven tot hij zou zijn teruggekeerd. + +Hij liep haastig de straat in en hield ten slotte stil voor een oud +huis waarvan hij jaren geleden een kamer op de bovenste verdieping had +gehuurd, waarnaar hij echter tijdens den oorlog niet had kunnen omzien. + +Zooals hij wel vermoed had, was deze kamer intusschen reeds herhaalde +malen aan anderen verhuurd, zooals de portier van het groote huis hem +medegedeeld had. + +Maar de tegenwoordige huurder, die bij het leger der Rooden dienst +deed, was reeds veertien dagen geleden heengegaan, en sedert dien had +men niets van hem vernomen. + +Raffles greep de gelegenheid aanstonds aan en zeide tot den portier: + +—Ik zal U eens wat zeggen! Ik heb deze woning eenige jaren geleden +gehuurd en ofschoon ik er volstrekt geen rechten op wil doen gelden zou +ik ze gaarne weder betrekken gedurende een paar dagen, ik ben niet rijk +genoeg om een duur hotel te betalen en ik beloof U dat ik aanstonds +weder zal verhuizen als de tegenwoordige huurder mocht terugkeeren. + +Raffles had hem onder het spreken een goudstuk in de handen gedrukt,—en +al was het dan een Engelsch, de portier verbaasde er zich ten zeerste +over dat hij in deze stad goudgeld te zien kreeg! Raffles noemde toen +den naam waaronder hij eenige jaren geleden de woning gehuurd had. + +De man scheen even in beraad te staan, maar de Engelsche Souverein had +hem reeds zoo week als boter gemaakt—hij wist wel dat hij voor dat +geldstukje gemakkelijk vijftig en zelfs zestig roebels zou kunnen +maken! En daarom zeide hij: + +—Ik denk wel dat het zal gaan, mijnheer! Gij zult er echter zeer weinig +meubels vinden en die zijn nog van den huiseigenaar! + +—Dat doet er niet toe. Ik kom hier slechts eenige dagen met een paar +mijner vrienden wonen. + +Raffles knikte den man toe, keerde naar de auto terug, en zeide op +zachten toon tot Charly: + +—Het lot is ons gunstig! We hebben nu een dak boven ons hoofd, ik heb +dezelfde kamer kunnen huren, waarin ik destijds mijn vermommingen heb +weggeborgen. + +—En denk je dat die er nog zijn? + +—Dat zullen we aanstonds onderzoeken! + +Raffles betaalde den chauffeur, Charly stapte uit en te voet begaven de +beide vrienden zich naar het huis. + +De portier geleidde hen naar een vrij groote kamer op de bovenste +verdieping en vroeg toen: + +—Hebben de heeren geen bagage bij zich? + +—Neen, die is aan de grens opgehouden! antwoordde Raffles voor de vuist +weg, maar wij zullen U een week huur vooruit betalen! + +—Dan is alles in orde, mijne heeren, zeide de man waarop hij zich +terugtrok. Zoodra het geluid zijner voetstappen was weggestorven sloot +Raffles de deur van het eenvoudig gemeubelde vertrek en trad snel op +een der hoeken toe, die het verste van de ramen verwijderd was. + +Hij sloeg hier een punt van het vloerzeil terug, en nu zag Charly een +soort luik, dat hij echter niet als zoodanig herkend zou hebben, als +hij niet half en half verwacht had wat hij te zien zou krijgen, dat +bijna anderhalve meter in het vierkant mat. + +Niet zonder groote moeite wist Raffles het open te krijgen—en daar +zagen zij nu een aantal platte blikken doozen, alles voorzien van een +etiket, waarvan de opschriften echter door vocht en door stof bijna +onleesbaar waren geworden. + +—Ik heb dat luik zelf gemaakt, zeide Raffles en de ruimte benut +tusschen het plafond en den vloer die tamelijk groot is, zooals je +ziet. En nu zullen wij eens zien hoe de inhoud zich wel gehouden heeft +in al die jaren. + +Hij nam een paar blikken uit de schuilplaats, en opende ze. + +De doozen waren vrij sterk door de roest aangetast, en de inhoud bleek +op eenige plekken van motten en houtwurmen te hebben geleden. + +Maar gelukkig niet zoo erg als Raffles wel gevreesd had. + +Nu kwam er een groote roode doos te voorschijn, die een aantal pruiken +bleek te bevatten. + +Deze waren allen nog geheel en al ongeschonden alsof zij zoo van den +pruikenmaker kwamen. Tevens bevonden er zich eenige voortreffelijk +nagemaakte en eenige echte ridderorden in. + +—Zooals je ziet, gaat alles naar wensch, beste Charly, zeide Raffles +glimlachend. + +—O ja, het gaat voortreffelijk, hernam de jonge man meesmuilend. + +—Het is alsof alles al goed en wel achter den rug is! Ik geloof +waarlijk dat je het vinden van deze kleederen als de hoofdzaak schijnt +te beschouwen. + +—Dat is het ook in zekeren zin, zeide Raffles bedaard. Want als ik +eenmaal als generaal Judenitsch kan optreden dan is de rest slechts +kinderwerk. + +Charly zeide niets en vergenoegde er zich mede even de schouders op te +halen. + +Raffles had intusschen eenige andere doozen nagezien, waarvan er een +twintigtal in het groote gat stonden en eindelijk had hij er één +gevonden die een generaalsuniform bevatte, nog van vóór den oorlog +evenwel, en waarvan alle galons, gouden tressen en andere fraaiigheden +verwijderd zouden moeten worden. + +Gelukkig was de kleur door den tijd en het lange liggen een weinig +verschoten en dat kwam juist goed uit. + +In dezelfde trommel bevond zich nog een tweede uniform, die met eenige +veranderingen zeer goed kon doorgaan voor die van kapitein. + +—Ik zou je wel iets willen vragen, zeide Charly toen Raffles het +noodige had uitgezocht en daarna alle blikken doozen weder op hun +plaats had gezet. + +—Laat eens hooren? + +—Als wij ons hier vermommen als de generaal en zijn adjudant, hoe komen +wij dan onopgemerkt hier weg? Of wil je tot vanavond hier blijven? + +—Dat zal wel noodig zijn, Charly, want het zal waarschijnlijk +verdenking baren als Judenitsch zoo vroeg in de stad komt, welke hij +pas voor een deel veroverd heeft; bovendien moeten wij nog vrij wat +onderzoeken, voor wij zonder gevaar onze rol moeten spelen. Dit staat +vast, dat de zoogenaamde kellner geweten heeft, dat de generaal in het +Admiraals-Hotel zijn intrek zou nemen en er moeten dus spionnen bij de +Witten geweest zijn die dit wisten; hoe dit ook zij, wij moeten den +staat van zaken goed kennen en daar zullen wel verscheidene uren mee +gemoeid zijn. + +Onder het spreken had Raffles de kleederen en de pruiken weggesloten in +een muurkast waarvan hij den sleutel bij zich stak. + +—Nu moeten wij Henderson nog waarschuwen, want de brave kerel zal +volstrekt niet weten waar wij zitten. + +Raffles opende de deur van het vertrek weder en de twee mannen +verlieten het huis, na aan den portier te hebben medegedeeld dat zij +dien avond zouden terugkeeren. + +Nu begaven zij zich allereerst naar hun Hotel, waar Henderson nog +steeds vertoefde en daar ontving de reus voor zoover het noodig was, +zijn instructies. + +Hij was pas kort geleden teruggekeerd van zijn ommegang door het door +de Witten bezette deel van de stad en ten slotte was hij er in geslaagd +een kleine maar zeer snelle auto te huren bij een handelaar in +automobielen die tamelijk goed Engelsch sprak. + +Hij had den wagen niet aanstonds kunnen medenemen want de handelaar had +een bespottelijk hoog garantie bedrag geëischt, en dat had hij +natuurlijk niet bij zich gehad. + +Het eerste wat Raffles nu deed, was zich in gezelschap van Henderson en +Charly naar den handelaar te begeven en hem de gevraagde garantiesom te +betalen. Vijf duizend roebel voor een auto die er op dit oogenblik +zeker geen drie duizend waard was, tenminste naar de vroegere koers +berekend. + +Het was een verveloos ding, maar het geoefende oog van Henderson had +dadelijk gezien dat de motor voortreffelijk was en dat de wagen +gemakkelijk negentig kilometer per uur zou kunnen loopen. + +De straten waren op dit oogenblik reeds vol Witte troepen en de ruiten +rinkelden van het gedaver der voorbijtrekkende artillerie. + +Als niet alle voorteekenen bedrogen, en als de Rooden niet spoedig +versterkingen kregen, dan zou Petrograd zeker voor hen verloren gaan! + +Overal zag men officieren, die bevelen schreeuwden en ordonnancen die +op hun motorrijwielen of te paard, vliegensvlug orders gingen +overbrengen of halen. + +—Ik geloof dat het tijd wordt om te handelen, zeide Raffles, toen hij +dit alles eens had opgenomen. Want, als het zoo voortgaat, is de +geheele stad morgen in het bezit der Witte troepen, en dan zou +Judenitsch wel eens kunnen verschijnen vóór wij tusschenbeide zijn +gekomen. Het moet dus vóór vanavond zijn. + +Door voorzichtig hier en daar navraag te doen, vernam Raffles dat het +Hoofdkwartier zich nog steeds op eenige wersten afstands van de +hoofdstad bevond en dat het waarschijnlijk in den loop van den nacht +zou worden verplaatst. + +Zoodra de duisternis begon te vallen, omstreeks vier uur in den middag, +begaven Raffles en Charly zich weder naar het huis, waar zij hun +vermommingen zouden aanleggen, maar onderweg liet Raffles Henderson +stilhouden voor een uitdragerij, waar zij, na eenig zoeken, een gewone +soldatenuniform vonden, ruim genoeg voor den reus. + +Het was volkomen duister toen de kleine renwagen voor het huis +stilhield. Raffles trad op Henderson toe en zei op zachten toon: + +—Rijd nu de straat ten einde en trek daar op het onbebouwde veld dat +zich daar bevindt, snel de uniform aan, houd daar echter je eigen +kleederen onder aan, want die zul je zeker nog noodig hebben, zet je +horloge met het mijne gelijk, en keer juist over drie kwartier, dus om +zes uur, weder hier terug om ons op te nemen, rijd dan weg, zoodra wij +in de auto hebben plaats genomen en breng ons dan naar het +Admiraals-Hotel! + +Henderson tikte aan zijn pet, en reed weg, terwijl Raffles en Charly +zich de trappen opspoedden. + +Nog zelden had de Groote Onbekende zooveel zorg besteed aan één zijner +vermommingen, want hij begreep dat het thans om zijn leven ging. + +Natuurlijk kende de zoogenaamde kellner Judenitsch van aanzien en ook +de schoone Poolsche zou wel zeer goed weten, hoe haar slachtoffer er +uitzag! + +Terwijl zij druk bezig waren hun gelaat een geheele verandering te +laten ondergaan, vroeg Charly: + +—Dit complot is zeker lang van te voren beraamd, voor het geval +Judenitsch ooit te Petrograd mocht komen, want het is niet denkbaar dat +Feodora Leszinsky er ooit op heeft gerekend dat zij tot het groote +Hoofdkwartier zou kunnen doordringen. + +—Dat is ook mijn meening. Ik ben er echter van overtuigd, dat er nog +wel andere plannen hebben bestaan, voor het geval dat de +Opperbevelhebber van de Noord-Westelijke legertroep niet te Petrograd +maar elders zou zijn verschenen. + +—Wat zijn je plannen voor hedenavond? + +—Dat moet ik van de omstandigheden laten afhangen, dat wil zeggen, van +hetgeen de schoone Poolsche voorstelt! Ik denk dat zij dadelijk tracht +kennis met mij aan te knoopen en mij naar een andere plek zal willen +meelokken, want in het hotel zou zij haar plan moeilijk ten uitvoer +kunnen brengen. + +De vrienden waren nu geheel gereed en Charly riep vol bewondering uit: + +—Je lijkt werkelijk verbluffend veel op Judenitsch. + +—Zooveel te beter! Het is een gelukkig toeval dat wij den man nog geen +vier en twintig uur geleden in levenden lijve hebben gezien! + +Hij raadpleegde zijn horloge en zeide: + +—Nog vijf minuten! Wij zullen nu van onze kleederen snel een bundeltje +maken en in de auto leggen, waarmede Henderson steeds in onze nabijheid +moet blijven. + +—Maar is het niet erg gevaarlijk, dat we een Russisch soldaat van hem +hebben gemaakt, als hij toch eens werd aangesproken? + +—Hij moet altijd zoo vlug rijden dat dit onmogelijk is, en als men hem +aanspreekt moet hij maar een paar Duitsche klanken uitstooten, je weet +misschien wel dat er verscheidene Duitsche soldaten bij de Rooden +zoowel als bij de Witten dienst hebben genomen. + +De kleederen werden snel bijeen gepakt en met een touw omwikkeld en +daarop maakten de mannen zich gereed om het vertrek te verlaten waar +zij waarschijnlijk niet meer zouden terugkeeren. + + + + + + + + +HOOFDSTUK VII. + +VERGIFT EN DIAMANTEN! + + +Zij liepen de trap haastig af en nauwelijks hadden zij de voordeur +geopend of zij zagen de auto komen aanrijden en stilhouden. + +Henderson was nauwkeurig op zijn tijd geweest. + +De beide mannen stapten in, en zij hadden nauwelijks plaats genomen of +reeds stoof de auto weg. + +Een uur later stond zij weder stil voor het Admiraals-Hotel. + +Raffles wendde zich tot Henderson en fluisterde hem toe: + +—Blijf hier in de buurt rondrijden, over twee uren ongeveer zul je mij +in gezelschap van een dame het hotel zien uitkomen en daarop zal +Mijnheer Brand zich bij je voegen om je nadere instructies te geven. +Als men je soms mocht aanspreken roep je maar: Verstaan nicht, en rijdt +zoo hard je kunt door, je gaat voor een Duitscher door, begrijp je? + +—Uitstekend, Mylord. En als ze te lastig zijn zal ik ze wel op z’n +Engelsch neerslaan! + +—Geen geweld, dan in geval van nood, Henderson! maande Raffles hem aan. + +Hij knikte den reus nog eens toe en ging daarna het Hotel binnen met +Charly wiens hart hoorbaar klopte. + +—Nu zullen wij afspreken, Charly, dat je hevige kiespijn voorwend, +ingeval men persoonlijk het woord tot je zou richten, wat ik echter +niet denk! + +Zij traden de groote eetzaal binnen en onmiddellijk richtten zich de +blikken van eenige personen op hen die hen blijkbaar herkend hadden. + +Daaronder was ook de kellner die den dag tevoren het briefje aan +Feodora Leszinsky in handen had gegeven. + +Maar veel doordringender dan de blik van hen allen was die van de +Poolsche zelf, die blijkbaar zooeven was binnengetreden, en aan een +tafeltje had plaats genomen, thans geheel alleen. + +Raffles deed, alsof hij haar aanvankelijk niet opmerkte, maar hij zag, +hoe zij met een bijna onmerkbare beweging van het hoofd den gewaanden +kellner wenkte en snel eenige woorden met hem wisselde, terwijl zij in +de richting van de beide vrienden keek. + +Daarop knikte de kellner bevestigend en verwijderde zich. + +—Zij bijt aan! bromde Raffles verheugd. Het spel gaat beginnen! + +Hij had met zijn gewaanden adjudant reeds plaats genomen en dadelijk +kwam er een kellner toeloopen aan wie Raffles zijn bestelling zei. + +De eetzaal was dien avond niet zeer druk bezet, en dadelijk begon het +stomme oogenspel tusschen de schoone Poolsche en den man, dien zij +gezworen had te zullen dooden. + +—Je kunt over drie kwartier, zoo tegen het dessert, wel verdwijnen, +beste Charly, zeide Raffles, want de eend zwemt regelrecht in de fuik, +hetzij met alle eerbied gezegd van de schoone samenzweerster! + +—En waar moet ik dan blijven! + +—Tracht Henderson op te vangen, en dan kunnen jullie beiden die uniform +wel weer afleggen, nu ik het wild beet heb! Des te minder vat geven wij +op ons. + +Hij had een blik op zijn horloge geworpen en ging nu voort: + +—Ik zal het zoo aanleggen, dat zij mij over een uur ongeveer naar haar +woning brengt, welke zij hier zeker zal hebben, met het oog op het +moordplan. Zij is natuurlijk slechts hier komen logeeren, om kennis met +den generaal te kunnen aanknoopen en ik ben wel benieuwd hoe zij dat +zal kunnen aanleggen! + +Daarop behoefde Raffles niet lang te wachten, want nog voor het dessert +van het diner was opgedragen, stond de schoone Poolsche op, wierp haar +medeplichtige een snellen, waarschuwenden blik toe, en kwam in de +richting van het tafeltje waaraan de mannen gezeten waren, die zij voor +Generaal Judenitsch en zijn adjudant hield. + +Zij had een sigaret tusschen de roode lippen, en op eenige passen van +het tafeltje verwijderd stond zij stil en wilde ze met een zilveren +sigarenaansteker doen ontbranden. + +Schijnbaar bij ongeluk echter gleed het voorwerpje uit hare handen en +viel voor de voeten van Raffles neder. + +Deze bukte zich haastig, raapte het sierlijke voorwerpje op, en maakte +vuur, en hield het de schoone vrouw met een buiging voor. + +Terwijl zij zich voorover boog teneinde haar sigaret aan te steken, +blikten haar schoone oogen diep in die van den gewaanden generaal en +toen zeide zij vriendelijk: + +—Ik dank U, Generaal! en ik maak van de gelegenheid gebruik U als +overwinnaar welkom te heeten in deze stad! + +—Hoe, gij weet....? riep Raffles schijnbaar verrast uit, ik meende toch +mijn incognito goed bewaard te hebben. + +—Dat zou U in deze stad niet gelukken, generaal! daarvoor is uw gelaat +al te bekend, hernam de Poolsche terwijl er een verleidelijk glimlachje +om haar lippen speelde. + +Raffles maakte opnieuw een buiging en hernam: + +—Ik had mij waarlijk geen schooner bewoonster van de hoofdstad kunnen +wenschen, om mij het welkom toe te roepen, en ik zie dat gij alleen +zijt, madame, wilt gij mij veroorloven, met U een glas champagne te +drinken? Op mijn overwinning? + +Even scheen de schoone vrouw te aarzelen, maar toen klonk er een +zilveren lachje en zij riep: + +—Welnu, generaal, dan zullen wij de conventie ditmaal maar eens buiten +spel laten, ik neem uw hoffelijk aanbod aan. + +De generaal wierp zijn adjudant een blik toe, die zooveel beteekende, +als: + +—Je bent te veel, goede vriend, waarop deze haastig opstond, zwijgend +een diepe buiging voor de schoone Poolsche maakte, zijn uniformpet +greep, voor zijn chef salueerde en de eetzaal verliet. + +Het volgende oogenblik waren de schoone vrouw en haar vermeend +slachtoffer zoo goed als alléén in het afgelegen hoekje van de groote +zaal, en nu werd een steekspel aangevangen, in welks verloop Raffles +alle gelegenheid had de slagvaardigheid van de verleidelijk schoone +vrouw te bewonderen. + +Zij wendde, schijnbaar zonder opzet, alle kunsten aan, welke een +betooverende vrouw ten dienste staan, om een willoozen man in haar +netten te lokken maar die op Raffles volstrekt geen invloed zouden +hebben uitgeoefend, als hij niet generaal Judenitsch had moeten +voorstellen. Maar nu scheen hij snel onder den invloed te geraken van +de heerlijk schoone vrouw, die tegenover hem was gezeten en met haar +roode lippen van haar champagneglas nipte. + +En er was zeker nog geen uur verloopen of de samenzweerster had den +generaal waar zij hem hebben wilde..... + +Zij zouden gezamenlijk naar haar woning gaan, waar zij den generaal, +naar zij voorgaf, aan eenige vrienden wilde voorstellen, die niets +liever verlangden dan de Witten als hun bevrijders te verwelkomen. + +Toen dit was afgesproken, verzon zij een voorwendsel om den generaal +eenigen tijd op haar te laten wachten. + +Raffles glimlachte, want hij begreep wel wat zij ging doen. Zij zou +haar valies met de juweelen pakken omdat zij na het volbrengen van de +daad dadelijk de vlucht zou moeten nemen, en er niet aan te denken +viel, dat zij nog naar het hotel zou kunnen terugkeeren. + +Hij bleek goed te hebben gezien, want een kwartier later kwam zij terug +terwijl zij een sierlijk maar sterk valies droeg. + +Raffles schoot dadelijk toe teneinde er haar van te ontlasten maar zij +weerde hem af en zeide: + +—Het is heel vriendelijk van u, generaal, maar dit valies geef ik nooit +uit mijn handen. + +—Zooals gij wilt, madame! zeide de gewaande generaal. + +Toeval of niet—er kwam juist een huurauto aanrijden, die van pas kwam +om het paar naar de woning van de schoone vrouw te brengen. + +In de auto nam Raffles zijn voorzorgen want hij was er volstrekt niet +zeker van of de chauffeur niet in het complot was geweest en de schoone +samenzweerster zou trachten hem in het voertuig van het leven te +berooven. + +Voor alle zekerheid trok hij dus den rechterarm van de schoone vrouw +door den zijne, en vatte ook haar andere hand, alsof hij die wilde +liefkoozen hetgeen de schoone verleidster voor de leus zich werend, +lachend toeliet. + +Er gebeurde echter niets gedurende den rit van een kwartier, en toen de +wagen stilstond begreep Raffles dat de moordenaars er de voorkeur aan +hadden gegeven den generaal binnenshuis uit den weg te ruimen. + +Toen hij uitstapte en den chauffeur betaalde zag hij juist hoe de +snelle renwagen kwam aanjagen en op zijn beurt stilstond. + +Henderson en Charly waren dus op hun post! + +De schoone vrouw was hem snel voorgegaan en op de deur van een fraai +huis toegeloopen waar zij thans aanschelde. + +Een Russische bediende, die wel achter de deur scheen te hebben +gestaan, opende deze, en wierp Raffles in het voorbijgaan een snellen, +wraakzuchtigen blik toe. + +Raffles zag dadelijk dat hij zich in een met groote weelde ingericht +huis bevond, hetgeen wel noodig was geweest om het slachtoffer niet +ontijdig argwaan te doen krijgen. + +Feodora had den bediende op zachten toon snel eenige bevelen gegeven en +maakte daarna een uitnoodigend gebaar naar de deur van een vertrek, +welke de bediende haastig afsloot. + +—Vergun mij dat ik mij even verkleed, generaal, ik ben aanstonds weder +tot uw dienst! zeide zij lachend. + +Zij knikte Raffles met een betooverenden glimlach toe en verliet het +vertrek. + +De Gentleman-inbreker keek eenigen tijd naar de gesloten deur en +mompelde bij zich zelf: + +—Het schijnt dus, dat vrouwen een medemensch glimlachend naar de andere +wereld kunnen helpen. Nu, als ik er iets aan doen kan, dan zal zij er +ditmaal toch nog vrij wat moeite mede hebben. Ik geloof dat die +bediende—ongetwijfeld de medeplichtige—de eenige andere persoon hier in +huis is, en dat is mij des te liever. Maar de Bolsjewiki moeten toch +een vrij laag denkbeeld van Generaal Judenitsch gehad hebben, om te +kunnen veronderstellen dat hij, tijdens een nog onbeslisten veldslag, +een vrouw zou volgen, ook al is zij zoo bedwelmend schoon als die +Poolsche duivelin! + +Raffles was nog niet lang met zijn alleenspraak gereed, toen Feodora +weder binnentrad, thans in een prachtig gewaad van roode zijde, diep +uitgesneden, zoodat haar heerlijke vormen goed te zien waren. + +Zij noodigde Raffles haar naar de eetzaal te volgen, waar een kleine +versnapering was gereed gezet. + +—Zoo, het schijnt met vergift te moeten gebeuren! bromde Raffles voor +zich heen, en een huivering beving hem als hij die schoone vrouw +aanschouwde, die kon lachen en schertsen, terwijl zij op het punt +stond, een medemensch in koelen bloede het leven te benemen. + +In de kleine kamer, waarheen de Poolsche Raffles thans geleidde, +stonden op een tafeltje van perenhout, sierlijk ingelegd, een flesch +wijn, een schaal met sigaretten en een kom met heerlijke zuidvruchten, +die zeker met een burgermanskapitaal waren betaald. + +Sedert de vrouw terug was gekomen, had Raffles haar geen seconde uit +het oog verloren, en hij hield ook de deur goed in het oog, terwijl hij +als bij toeval langs de beide ramen had gestreken, om te zien, of er +achter de gesloten gordijnen niemand verborgen was. + +Toen zette hij zich neder, en Feodora Leszinsky schonk den wijn in. + +Maar Raffles had scherp toegezien. + +En hij had ontdekt dat het glas, hetwelk voor hem was neergezet, een +zeer geringe hoeveelheid fijn wit poeder op den bodem bevatte, niet te +zien voor wien er niet in het bijzonder oplette. + +Raffles kon niet beletten, dat er een rilling over zijn rug liep, toen +hij het doodelijk poeder in het glas ontwaarde, maar een oogenblik +later had hij zich hersteld. + +Wat de vrouw betreft, haar hand sidderde zelfs niet, toen zij den wijn +in het glas van haren gast schonk, die hem den dood moest brengen. + +Nu waren de beide glazen gevuld. + +Feodora hief het hare op, lachte den gewaanden generaal toe en zeide: + +—Tot op den bodem, generaal! Ik drink op Uw overwinning! + +—Ik wil U bescheid doen, madame, maar het is onder ons Witten de +gewoonte dat wij voordien de glazen ruilen..... Wilt gij dus het mijne +ledigen? + +De oogen van de twee menschen boorden zich in elkander. + +Langzaam zette Feodora het glas weder neder. + +Er verscheen een floers voor haar oogen en haar gelaat verkreeg een +oogenblik een tijgerachtige uitdrukking. + +Raffles hield haar zijn glas voor en eensklaps sloeg zij het hem uit de +hand met doodsbleek gezicht, haalde een zilveren fluitje te voorschijn +en wilde het aan haar lippen brengen. + +Maar voor zij dit kon doen, had Raffles met de linkerhand haar pols +grepen, terwijl hij haar met de rechterhand zijn revolver voorhield! + +—Weg dat fluitje en geen geluid, caronje, of bij God, ik schiet je +neer, zooals men een dollen hond neerschiet! beval hij. + +Het fluitje viel op tafel. + +—Steek je handen op! + +De witte handen gingen bevend omhoog en de zwarte oogen brandden met +vurigen haat in het bleeke gezicht. + +In een oogwenk had Raffles de polsen van de schoone moordenares geboeid +en haar een doek in den mond gestopt. + +Daarop droeg hij haar naar een sofa waarop hij haar met een dik touw +stevig vastbond. + +Tenslotte maakte hij een spottende buiging voor haar en zeide: + +—Het feestje heeft een eenigszins ander verloop dan gij U hadt +voorgesteld, lieve dame, maar dat is uw eigen schuld! En nu snel de +rest! + +Raffles greep het fluitje, rukte een der gordijnkoorden af en liep naar +de deur, waar hij naast ging staan. + +Toen maakte hij een lus aan het einde van het koord, legde dien voor +den drempel op den vloer en bracht het fluitje aan de lippen. + +Een schelle fluittoon snerpte. + +Een paar seconden later vloog de deur open en de bediende stormde +binnen de revolver in de vuist. + +Maar hij kwam niet ver! + +Raffles gaf een ruk aan het koord, waar de man juist over liep en met +een vloek stortte hij voorover, terwijl de revolver hem uit de hand +vloog en ver van hem neerviel. + +Voor de Rus weder kon opstaan, had Raffles hem handig het koord om +armen en beenen geslagen, zoodat de man zich niet verroeren kon. + +Ook hij werd gekneveld en aan de kruk van de deur vastgebonden. + +En nu snelde Raffles vlug het vertrek uit, en doorzocht vlug maar +grondig de andere vertrekken. + +In de slaapkamer vond hij niet alleen de tasch met de juweelen, maar +ook nog een groot aantal andere sieraden, welke hij goeden buit +verklaarde, en in een soort werkkamer stond een kast waarin hij een +klein ijzeren kistje ontdekte, hetwelk ongeveer honderd dertigduizend +roebel bleek te bevatten. + +Ook dit geld verdween in zijn beide uniformzakken. + +Toen zijn strooptocht geëindigd was, trad hij nogmaals het vertrek +binnen waar de machteloos gemaakte Bolsjewiki lagen, en riep tot de +schoone samenzweerster: + +—Ik moet U tot mijn spijt vroeger verlaten, dan mijn plan was, madame! +Ik zal zoo vrij zijn, de politie te waarschuwen per telefoon, want ik +wil niets met haar te doen hebben! Die moet dan maar zien wat zij denkt +te doen! Neen, vrees niet, dat ik U aan de Witten zal verraden! Het is +niet mijne gewoonte vrouwen aan het vuurpeloton over te leveren, zelfs +al hebben ze mij willen dooden! Gij kijkt mij verbaasd aan? Laat ik u +dan zeggen, dat gij er voortaan beter aan zult doen, eerst eens goed +toe te zien of de generaals die gij in uw netten lokt, misschien niet +heel iemand anders zijn! + +Met deze woorden nam Raffles snel de grijze pruik af, die zijn hoofd +bedekte, hief de tasch met de juweelen in de hoogte, en groette de +Poolsche die vuurrood van woede was geworden, met een bevallig +handgebaar. + +Een oogenblik later had hij het huis verlaten en snelde op de auto toe, +die hem wachtte, en snel met hem verdween! + + + + + + + + + + + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 75649 *** diff --git a/75649-h/75649-h.htm b/75649-h/75649-h.htm new file mode 100644 index 0000000..ccc1c76 --- /dev/null +++ b/75649-h/75649-h.htm @@ -0,0 +1,3798 @@ +<!DOCTYPE HTML> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2025-03-17T19:17:10Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> +<html lang="nl"> +<head> +<title>Lord Lister No. 319: Het komplot tegen Judenitsch | Project Gutenberg</title> +<meta charset="utf-8"> +<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> +<meta name="author" content="Felix Hageman (1877–1966)"> +<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1920)"> +<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> +<link rel="coverpage" href="images/lordlister0319-front.jpg"> +<link rel="icon" href="images/lordlister0319-front.jpg" type="image/x-cover"> +<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 319: Het komplot tegen Judenitsch"> +<meta name="DC.Creator" content="Felix Hageman (1877–1966)"> +<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1920)"> +<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<meta name="DC.Format" content="text/html"> +<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> +<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals"> +<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals"> +<style> /* <![CDATA[ */ +html { +line-height: 1.3; +} +body { +margin: 0; +} +main { +display: block; +} +h1 { +font-size: 2em; +margin: 0.67em 0; +} +hr { +height: 0; +overflow: visible; +} +pre { +font-family: monospace; +font-size: 1em; +} +a { +background-color: transparent; +} +abbr[title] { +border-bottom: none; +text-decoration: underline; +} +b, strong { +font-weight: bolder; +} +code, kbd, samp { +font-family: monospace; +font-size: 1em; +} +small { +font-size: 80%; +} +sub, sup { +font-size: 67%; +line-height: 0; +position: relative; +vertical-align: baseline; +} +sub { +bottom: -0.25em; +} +sup { +top: -0.5em; +} +img { +border-style: none; +} +body { +font-family: serif; +font-size: 100%; +text-align: left; +margin-top: 2.4em; +} +div.front, div.body { +margin-bottom: 7.2em; +} +div.back { +margin-bottom: 2.4em; +} +.div0 { +margin-top: 7.2em; +margin-bottom: 7.2em; +} +.div1 { +margin-top: 5.6em; +margin-bottom: 5.6em; +} +.div2 { +margin-top: 4.8em; +margin-bottom: 4.8em; +} +.div3 { +margin-top: 3.6em; +margin-bottom: 3.6em; +} +.div4 { +margin-top: 2.4em; +margin-bottom: 2.4em; +} +.div5, .div6, .div7 { +margin-top: 1.44em; +margin-bottom: 1.44em; +} +.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, +.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { +margin-bottom: 0; +} +blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, +.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { +margin-top: 0; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .h3 { +font-size: 1.2em; +} +h3.label { +font-size: 1em; +margin-bottom: 0; +} +h4, .h4 { +font-size: 1em; +} +.alignleft { +text-align: left; +} +.alignright { +text-align: right; +} +.alignblock { +text-align: justify; +} +p.tb, hr.tb, .par.tb, li.tb { +margin: 1.6em auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { +font-size: 0.9em; +text-indent: 0; +} +p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { +margin: 1.58em 10%; +} +.opener, .address { +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +.addrline { +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.dateline { +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +text-align: right; +} +.salute { +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.signed { +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph { +font-size: 0.9em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl { +display: block; +text-align: right; +} +.trailer { +clear: both; +margin-top: 3.6em; +} +span.abbr, abbr { +white-space: nowrap; +} +span.parNum { +font-weight: bold; +} +span.corr, span.gap { +border-bottom: 1px dotted red; +} +span.num, span.trans { +border-bottom: 1px dotted gray; +} +span.measure { +border-bottom: 1px dotted green; +} +.ex { +letter-spacing: 0.2em; +} +.sc { +font-variant: small-caps; +} +.asc { +font-variant: small-caps; +text-transform: lowercase; +} +.uc { +text-transform: uppercase; +} +.tt { +font-family: monospace; +} +.underline { +text-decoration: underline; +} +.overline, .overtilde { +text-decoration: overline; +} +.rm { +font-style: normal; +} +.red { +color: red; +} +hr { +clear: both; +border: none; +border-bottom: 1px solid black; +width: 45%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +margin-top: 1em; +text-align: center; +} +hr.dotted { +border-bottom: 2px dotted black; +} +hr.dashed { +border-bottom: 2px dashed black; +} +.aligncenter { +text-align: center; +} +h1, h2, .h1, .h2 { +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5; +} +h1.label, h2.label { +font-size: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} +h5, h6 { +font-size: 1em; +font-style: italic; +} +p, .par { +text-indent: 0; +} +p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { +text-transform: uppercase; +} +.hangq { +text-indent: -0.32em; +} +.hangqq { +text-indent: -0.42em; +} +.hangqqq { +text-indent: -0.84em; +} +p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { +float: left; +clear: left; +margin: 0 0.05em 0 0; +padding: 0; +line-height: 0.8; +font-size: 420%; +vertical-align: super; +} +blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { +font-size: 0.9em; +margin: 1.58em 5%; +} +.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { +text-decoration: none; +} +.advertisement, .advertisements { +background-color: #FFFEE0; +border: black 1px dotted; +color: #000; +margin: 2em 5%; +padding: 1em; +} +span.accent { +display: inline-block; +text-align: center; +} +span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base { +line-height: 0.40em; +} +span.accent span.top { +font-weight: bold; +font-size: 5pt; +} +span.accent span.base { +display: block; +} +.footnotes .body, .footnotes .div1 { +padding: 0; +} +.fnarrow { +color: #AAAAAA; +font-weight: bold; +text-decoration: none; +} +.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { +color: #660000; +} +.fnreturn { +color: #AAAAAA; +font-size: 80%; +font-weight: bold; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +a { +text-decoration: none; +} +a:hover { +text-decoration: underline; +background-color: #e9f5ff; +} +a.noteRef, a.pseudoNoteRef { +font-size: 67%; +vertical-align: super; +text-decoration: none; +margin-left: 0.1em; +} +.externalUrl { +font-size: small; +font-family: monospace; +color: gray; +} +.displayfootnote { +display: none; +} +div.footnotes { +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep { +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote, .par.footnote { +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { +float: left; +margin-left: -0.1em; +min-width: 1.0em; +padding-right: 0.4em; +} +.apparatusnote { +text-decoration: none; +} +.apparatusnote:target, .fndiv:target { +background-color: #eaf3ff; +} +table.tocList { +width: 100%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +border-width: 0; +border-collapse: collapse; +} +td.tocText { +padding-top: 2em; +padding-bottom: 1em; +} +td.tocPageNum, td.tocDivNum { +text-align: right; +min-width: 10%; +border-width: 0; +white-space: nowrap; +} +td.tocDivNum { +padding-left: 0; +padding-right: 0.5em; +vertical-align: top; +} +td.tocPageNum { +padding-left: 0.5em; +padding-right: 0; +vertical-align: bottom; +} +td.tocDivTitle { +width: auto; +} +p.tocPart, .par.tocPart { +margin: 1.58em 0; +font-variant: small-caps; +} +p.tocChapter, .par.tocChapter { +margin: 1.58em 0; +} +p.tocSection, .par.tocSection { +margin: 0.7em 5%; +} +table.tocList td { +vertical-align: top; +} +table.tocList td.tocPageNum { +vertical-align: bottom; +} +table.inner { +display: inline-table; +border-collapse: collapse; +width: 100%; +} +td.itemNum { +text-align: right; +min-width: 5%; +padding-right: 0.8em; +} +td.innerContainer { +padding: 0; +margin: 0; +} +.index { +font-size: 80%; +} +.index p { +text-indent: -1em; +margin-left: 1em; +} +.indexToc { +text-align: center; +} +.transcriberNote { +background-color: #DDE; +border: black 1px dotted; +color: #000; +font-family: sans-serif; +font-size: 80%; +margin: 2em 5%; +padding: 1em; +} +.missingTarget { +text-decoration: line-through; +color: red; +} +.correctionTable { +width: 75%; +} +.width20 { +width: 20%; +} +.width40 { +width: 40%; +} +p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { +color: #666666; +font-size: 80%; +} +span.musictime { +vertical-align: middle; +display: inline-block; +text-align: center; +} +span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { +padding: 1px 0.5px; +font-size: xx-small; +font-weight: bold; +line-height: 0.7em; +} +span.musictime span.bottom { +display: block; +} +audio { +height: 20px; +margin-left: 0.5em; +margin-right: 0.5em; +} +ul { +list-style-type: none; +} +.splitListTable { +margin-left: 0; +} +.splitListTable td { +vertical-align: top; +} +.numberedItem { +text-indent: -3em; +margin-left: 3em; +} +.numberedItem .itemNumber { +float: left; +position: relative; +left: -3.5em; +width: 3em; +display: inline-block; +text-align: right; +} +.itemGroupTable { +border-collapse: collapse; +margin-left: 0; +} +.itemGroupTable td { +padding: 0; +margin: 0; +vertical-align: middle; +} +.itemGroupBrace { +padding: 0 0.5em !important; +} +div.figure, div.figureGroup { +text-align: center; +} +table.figureGroupTable { +width: 80%; +border-collapse: collapse; +} +.figure, .figureGroup { +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft { +float: left; +margin: 10px 10px 10px 0; +} +.floatRight { +float: right; +margin: 10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead, .par.figureHead { +font-size: 100%; +text-align: center; +} +.figAnnotation { +font-size: 80%; +position: relative; +margin: 0 auto; +} +.figTopLeft, .figBottomLeft { +float: left; +} +.figTopRight, .figBottomRight { +float: right; +} +.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par { +font-size: 80%; +margin-top: 0; +text-align: center; +} +img { +border-width: 0; +} +td.galleryFigure { +text-align: center; +vertical-align: middle; +} +td.galleryCaption { +text-align: center; +vertical-align: top; +} +body { +padding: 1.58em 16%; +} +.pageNum { +display: inline; +font-size: 8.4pt; +font-style: normal; +margin: 0; +padding: 0; +position: absolute; +right: 1%; +text-align: right; +letter-spacing: normal; +} +.marginnote { +font-size: 0.8em; +height: 0; +left: 1%; +position: absolute; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: left; +} +.right-marginnote { +font-size: 0.8em; +height: 0; +right: 3%; +position: absolute; +text-indent: 0; +text-align: right; +width: 11% +} +.cut-in-left-note { +font-size: 0.8em; +left: 1%; +float: left; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: left; +padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; +} +.cut-in-right-note { +font-size: 0.8em; +left: 1%; +float: right; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: right; +padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; +} +span.tocPageNum, span.flushright { +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +text-indent: 0; +} +.pglink::after { +content: "\0000A0\01F4D8"; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.catlink::after { +content: "\0000A0\01F4C7"; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { +content: "\0000A0\002197\00FE0F"; +color: blue; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.pglink:hover { +background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover { +background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { +background-color: #FFDCDC; +} +body { +background: #FFFFFF; +font-family: serif; +} +body, a.hidden { +color: black; +} +h1, h2, .h1, .h2 { +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-weight: normal; +} +p.byline { +text-align: center; +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { +text-align: left; +} +.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { +color: #660000; +} +.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { +color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { +color: red; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6 { +font-weight: normal; +} +table { +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +td.tocText { +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.5; +} +.tableCaption { +text-align: center; +} +.arab { font-family: Scheherazade, serif; } +.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } +.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } +.hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } +.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } +/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ +.imprint { +color: gray; text-align: center; +} +div.advertisement img { +mix-blend-mode: darken; +} +.center { +text-align: center; +} +.large { +font-size: large; +} +.xl { +font-size: x-large; +} +.xxl { +font-size: xx-large; +} +.xxxl { +font-size: 300%; +} +/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ +.cover-imagewidth { +width:561px; +} +.xd33e113 { +font-size:x-large; +} +.xd33e115 { +font-size:small; +} +.xd33e121 { +font-size:xx-large; +} +/* ]]> */ </style> +</head> +<body> +<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 75649 ***</div> +<div class="front"> +<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0319-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="561" height="720"></div><p> +<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first xd33e113">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜ +</p> +<p class="xd33e115">UITGAVE VAN DEN ROMAN-<span class="corr" id="xd33e117" title="Niet in bron">,</span> BOEK- EN KUNSTHANDEL—SINGEL 236,—AMSTERDAM. +</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="body"> +<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<div class="figure"><img src="images/p0319-01.png" alt="HET COMPLOT TEGEN JUDENITSCH." width="720" height="193"></div> +<h2 class="super xd33e121">HET COMPLOT TEGEN JUDENITSCH.</h2> +<h2 class="label">HOOFDSTUK I.</h2> +<h2 class="main">In het kamp der Witten.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het was op een vinnig kouden Decemberdag, toen een met twee krachtige paarden bespannen +slede snel voortgleed over de met sneeuw bedekte vlakte die zich als een eindeloos +tapijt zonder eenige afwisseling, ten noordoosten van het Onega-Meer uitstrekt. +</p> +<p>In deze slede zaten drie personen. +</p> +<p>De man die de paarden bestuurde was iemand van reusachtigen lichaamsbouw en hij had +in het geheel geen <span class="corr" id="xd33e130" title="Bron: russisch">Russisch</span> type; men herkende in hem den vreemdeling, zelfs al was er van zijn gelaat niet veel +meer te bespeuren dan de neus en de oogen, daar de rest verborgen was onder een grooten +bontmuts met kleppen. +</p> +<p>De twee andere personen zaten achter in de slede, en ook zij waren dicht in hun pelsen +gewikkeld, zoodat er weinig van hun gelaat te bespeuren viel. +</p> +<p>Deze beide mannen waren John Raffles, de gentleman-inbreker, en zijn trouwe vriend +Charly Brand en de reus, die de paarden bestuurde, was James Henderson, die in zijn +dagelijksch leven chauffeur was van den grooten Onbekende, wanneer deze onder den +naam van Lord William Aberdeen, in zijn fraai huis te Londen woonde. +</p> +<p>Door een zonderlingen samenloop van omstandigheden bevonden de drie mannen zich thans +tusschen twee strijdende partijen in dit onherbergzame gebied van Rusland, tusschen +de witten en de rooden, die hier pas kort geleden een verbitterd gevecht hadden geleverd, +waarbij de Rooden de overhand hadden behouden. +</p> +<p>John <span class="corr" id="xd33e138" title="Bron: Raffels">Raffles</span> was natuurlijk onder een anderen naam en wel als graaf Finsburry, omtrent een week +geleden een zijner Russische vrienden gaan bezoeken: Iwan Dobrinsky, die tot de roode +partij behoorde, zooals Raffles tot zijne niet geringe verbazing bemerkt had. +<span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span></p> +<p>Hij kwam met Charly Brand op diens landgoed om er te jagen, maar instede daarvan geschiedde +er heel iets anders! +</p> +<p>Dicht in de nabijheid werd hevig gestreden, en Dobrinsky nam als kapitein aan dat +gevecht deel, terwijl <span class="corr" id="xd33e146" title="Bron: Raffels">Raffles</span> en zijn reisgezel zich aanboden als geneesheer en Roode-Kruissoldaten, teneinde de +gewonden te verplegen, waarbij zij er volstrekt niet op letten of deze ongelukkigen +Bolsjewiki dan wel Monarchisten waren. +</p> +<p>Maar Raffles had nog een doel, hij wilde onderzoek doen naar de verblijfplaats van +een jong meisje, de verloofde van Dobrinsky, die in handen van een majoor van het +Witte Leger was gevallen! +</p> +<p>En het had hem mogen gelukken, met behulp van den trouwen Henderson, tot in de vijandelijke +linie door te dringen en daar het jonge meisje te bevrijden uit het huis, waar deze +eerlooze schurk, Michael Popowitch geheeten, haar had opgesloten. +</p> +<p>Met een buitgemaakte vliegmachine hadden zij naar het legerkamp der Rooden kunnen +terugkeeren en dadelijk was Ilja Sicorsky, zoo was de naam van het ontvoerde meisje, +naar haar verloofde toegesneld, die bij de jongste gevechten opnieuw gewond was, hoewel +gelukkig niet zwaar. +</p> +<p>Dit alles had zich toegedragen in het kleine stadje Koloderskei, eenige wersten ten +oosten van de Wodla gelegen, en waarom hevig gestreden was. +</p> +<p>In dit stadje werd Dobrinsky verpleegd, en nu zijne genezing slechts een kwestie van +tijd was en hij zijn aanstaande vrouw hervonden had, was er voor Raffles geen reden +meer, om hier te blijven vertoeven, daar zijn toestand wel eens zeer onaangenaam kon +worden. +</p> +<p>Hij had daarom hartelijk afscheid genomen van Ilja en van zijn vriend Dobrinsky, en +zich met Charly en Henderson op weg begeven om naar Petrograd terug te keeren, waar +zij weder den trein hoopten te nemen, die hen door Westelijk Rusland<span class="corr" id="xd33e156" title="Niet in bron">,</span> Polen en Duitschland weder huiswaarts zou voeren. +</p> +<p>Maar er hadden zich in die acht dagen gebeurtenissen voorgedaan waarvan Raffles onkundig +was gebleven en die zijne plannen zeer ongunstig zouden <span class="corr" id="xd33e160" title="Bron: beinvloeden">beïnvloeden</span>. +</p> +<p>Want in die enkele week had het leger van Generaal Judenitsch snelle en aanzienlijke +vorderingen gemaakt en bedreigde nu Petrograd van twee zijden: uit het zuiden en uit +het zuid-oosten. +</p> +<p>Tegelijkertijd maakte de rechterflank van zijn leger, dat uit <span class="corr" id="xd33e166" title="Bron: verscheidende">verscheidene</span> Divisies bestond eene zeer groote omtrekkende beweging, klaarblijkelijk met het doel +om aansluiting te krijgen bij eene andere afdeeling der <span class="corr" id="xd33e169" title="Bron: witten">Witten</span>, die ten Oosten van het Onega-meer streed. +</p> +<p>Indien deze beweging slaagde, zouden de Rooden daar ter plaatse als in een nijptang +gevangen zijn, en de insluiting van Petrograd zou slechts een kwestie van tijd zijn. +</p> +<p>De Bolsjewiki zouden zich daar spoedig moeten overgeven daar men de stad geheel zou +kunnen isoleeren en den levensmiddelen-toevoer zou kunnen afsnijden. +</p> +<p>Van dit alles wist Raffles echter nog niets, toen hij met zijn twee reisgezellen Koloderskei +verliet, om de lange reis naar Petrograd te beginnen. +</p> +<p>Het vroor sedert eenige weken fel, en het Onega-meer was met een dikke ijskorst overdekt, +zoodat men den weg aanzienlijk zou kunnen bekorten en tot ongeveer vijfhonderd wersten +beperken, dat is ongeveer evenveel kilometers beperken door dit meer dwars over te +steken. +</p> +<p>Als ze op geregelde tijden bij de posthuizen van paarden verwisselden zou men per +dag wel honderd wersten kunnen afleggen, en als het moest zou men nog sneller kunnen +rijden. +</p> +<p>Treinen waren er in deze streken niet, en men was des winters uitsluitend op de slede +als vervoermiddel aangewezen. +</p> +<p>Raffles en Charly hadden aldus reeds twee dagen gereisd, voorzien van eene groote +hoeveelheid levensmiddelen, gepekeld Berenvleesch, groenten in blik en brood, hetwelk +zij aan de posthuizen nu en dan aanvulden, en er had zich nog niets bijzonders voorgedaan, +ja, als zij niet pas kort geleden zelven aan den strijd hadden deelgenomen, dan zouden +zij meenen, dat hier in Rusland alles rust en vrede was, en dat hier geen afschuwelijke +broederstrijd werd gevoerd. +</p> +<p>Zij waren de kleine stad Wytegra reeds gepasseerd, welke gelegen is aan den Zuid-Oostelijken +punt van het Onega-meer, en reden nu door de vlakte, welke dat meer scheidt van den +lagen bergketen in het Oosten, welke op zijn beurt het moeras begrenst, hetwelk zich +vele tientallen wersten ver in Oostelijke richting uitstrekt, maar dat ook thans overdekt +was <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>met een korst ijs, sterk genoeg, om er de zwaarste artillerie zonder gevaar over te +kunnen vervoeren. +</p> +<p>Slechts zeer zelden waren zij eene kleine afdeeling Rooden tegengekomen, die op patrouille +waren, en die hen allen ongehinderd lieten passeeren, zoodra zij hunne door den opperbevelhebber +van het Roode leger geteekende passen lieten zien. +</p> +<p>Maar nu waren zij reeds uren en uren door de barre sneeuwwoestenij getrokken zonder +eenig levend wezen te ontmoeten, uitgezonderd een paar vluchtende raven, die als zwarte +stippen hoog aan den hemel verschenen, die vaag blauw was, als verlepte zijde, en +dan snel nederkwamen, om eenige keeren boven hun hoofden te cirkelen, om tenslotte +weder te verdwijnen. +</p> +<p>Het was omstreeks drie uur in den middag, toen Charly de hand ophief en naar iets +zwarts in de verte wees, dat vrij duidelijk afstak tegen de verblindende witte sneeuw. +</p> +<p>Dat zwarte scheen naderbij te komen en grooter te worden. +</p> +<p>—Wat zou dat zijn? vroeg de jonge man. Toch geen Rooden? +</p> +<p>—Dat komt mij onwaarschijnlijk voor. Ik kan niet aannemen, dat de Rooden zich zoover +zuidwaarts zouden wagen, al hebben zij eergisteren groote vorderingen in Oostelijke +richting gemaakt. +</p> +<p>—Zie—de zwarte vlek beweegt zich nu snel, en komt onze richting uit. Raffles had zijn +kijker te voorschijn gehaald, veegde de beslagen lenzen schoon en bracht het instrument +aan zijn oog. +</p> +<p>Hij tuurde even scherp en liet toen den kijker weder zakken. +</p> +<p>Zijn gelaat stond ernstig. +</p> +<p>—Wat is het? vroeg Charly nieuwsgierig. +</p> +<p>—Een kleine troepenafdeeling—en ditmaal niet van de Rooden, maar van de andere partij! +gaf Raffles ten antwoord. +</p> +<p>—Zouden zij ons gezien hebben? ging de jonge man voort. +</p> +<p>—Ongetwijfeld, want zij komen recht op ons aan, binnen tien minuten kunnen zij hier +zijn. +</p> +<p>—Kan eene ontmoeting met de Witten ons niet gevaarlijk worden? +</p> +<p>—Ik wil het niet verzwijgen, dat ik hen veel liever vermeden had! zeide Raffles hoofdschuddend. +Wij komen van den kant der tegenpartij, en onze passen zijn geteekend door de Rooden. +En de verbittering tegen de Bolsjewiki is fel, dat weet je! +</p> +<p>—Zouden wij hen nog kunnen ontwijken? +</p> +<p>—Daartoe is het te laat—en bovendien: waar zouden wij dan heen moeten? Wij kunnen +niet terugkeeren, want om naar Engeland te reizen, moeten wij over Petrograd gaan. +De reis naar Archangel waar onze landgenooten nog zeer geringe marinetroepen hebben +staan, zou in dit jaargetijde zeer gevaarlijk zijn, en wij zouden weken lang door +de steppen moeten trekken, en daarenboven wordt er in die streken hevig gevochten, +en men zou ons zeker daar niet zoo gemakkelijk doorlaten, als in deze buurt waar slechts +sporadisch gevochten wordt. +</p> +<p>De zwarte vlek was nu reeds veel dichterbij, en men kon al met het bloote oog ontdekken, +dat daar een dertigtal ruiters naderden, op kleine, maar sterke paarden gezeten, en +allen in uniform gekleed. +</p> +<p>Zelfs al zouden zij gewild hebben, dan zouden de drie mannen niet meer hebben kunnen +vluchten, want de ruitertroep was niet alleen met geweren bewapend, maar voerde ook +een paar mitrailleurs op sleden mede, die door groote honden getrokken werden, en +Raffles en zijn reisgezellen waren reeds eenigen tijd onder schot gekomen. +</p> +<p>Nog tien minuten en toen konden de reizigers zelfs de distinctieven op de kragen der +meerderen zien. +</p> +<p>De kleine troep stond onder bevel van een eersten luitenant, die vooruit reed, met +de vuist op de heup geleund, in een trotsche houding. +</p> +<p>Hij hield zijn paard in en bracht het naast de slede, terwijl hij de hand ophief en +bevelend riep: +</p> +<p>—Halt! Wie zijt gij, en hoe komt gij hier? +</p> +<p>—Wij zijn Engelschen, en wij hebben hier gejaagd! +</p> +<p>—Gij komt uit het Noorden—gij zijt dus bij de Rooden geweest? +</p> +<p>Daar ontkennen niet zou baten, antwoordde Raffles rustig: +</p> +<p>—Ja, luitenant! +</p> +<p>—Toon mij uw passen! +</p> +<p>De papieren werden te voorschijn gehaald, en de luitenant las ze met aandacht door. +</p> +<p>Zijn gelaat verkreeg een koude, dreigende uitdrukking, toen hij weder opkeek van het +papier. +</p> +<p>—Ik zie de handteekening van <span class="corr" id="xd33e219" title="Bron: Trotzky">Trotsky</span> op deze passen!<span id="xd33e222"></span> zeide hij langzaam. Gij zult mij moeten volgen! +<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p> +<p>—Waarheen en waarom, als ik vragen mag, luitenant? kwam Raffles. +</p> +<p>—Daarop behoef ik u niet te antwoorden, mijnheer! antwoordde de luitenant koeltjes. +Ik tref u hier op een gevaarlijke plek aan, <span class="corr" id="xd33e228" title="Bron: gevaarlij kvooral">gevaarlijk vooral</span> voor u, zooals u spoedig zal blijken! En gij komt uit het Noorden, van de zijde der +Bolsjewiki! Ik wil u de waarheid niet verbloemen—ik houd u voor spionnen! +</p> +<p>—Daartegen protesteer ik, hernam Raffles kalm. Ik erken, dat wij als Roode Kruissoldaten +dienst hebben gedaan bij het Roode leger—maar ik verzeker u, dat wij geen seconde +geaarzeld zouden hebben, den Witten onze diensten aan te bieden als het toeval gewild +had, dat de vriend, dien ik hier ging bezoeken, tot de monarchisten had behoord. +</p> +<p>—Dit is een zaak, welke de krijgsraad heeft uit te maken, mijnheer, ging de luitenant +voort, terwijl hij de passen in zijn wijden mantelzak liet glijden. +</p> +<p>—De krijgsraad! riep Raffles uit. Zoudt gij vrije Engelschen voor een krijgsraad willen +en durven dagen? Bezint voor gij begint, luitenant—dat is alles wat ik u te zeggen +heb! +</p> +<p>Maar de Rus verhief zich trotsch in het zadel en riep toornig: +</p> +<p>—Gij hebt wel recht, u op uwe nationaliteit te beroepen, mijnheer! Als uw landgenooten +ons ter hulp waren gekomen, toen de tijd daarvoor gunstig was, dan zouden wij de Bolsjewiki +reeds onder de knie hebben gehad, en in ons arm land zouden nu geen ellende en broedermoord +heerschen! Als gij Uwe troepen niet uit vrees voor de Bolsjewiki terug had geroepen, +dan zou de nederlaag van generaal Judenitsch onder de muren van Petrograd niet hebben +plaats gehad, en de <span class="corr" id="xd33e238" title="Bron: hoofstad">hoofdstad</span> zou nu reeds in ons bezit zijn! +</p> +<p>Terwijl Raffles naar deze bittere woorden luisterde, zwollen de aderen van toorn op +zijn voorhoofd, maar hij wist zich te beheerschen en haalde de schouders op. +</p> +<p>—Ik weet niet, of uw politiek inzicht ver genoeg strekt, om u een beter inzicht in +de houding van de Engelsche regeering te geven! zeide hij. Maar hoe dit ook zij—men +zal te Londen niet toelaten, dat Engelschen door Russen, wie zij dan ook zijn<span class="corr" id="xd33e244" title="Niet in bron">,</span> ongestraft voor een krijgsraad worden gesleept! +</p> +<p>De Rus barstte in een onbeschaamd lachen uit en riep spottend: +</p> +<p>—Gij spreekt bout, mijnheer de Engelschman! Gij vergeet dat wij meester zijn in ons +eigen land, en dat wij om ons bestaan strijden! Tijdens den grooten oorlog werden +vreemdelingen die van den kant van den vijand kwamen zonder vorm van proces doodgeschoten—dat +hebben Uwe landgenooten ook gedaan, en gij weet zeer goed dat dit oorlogsgebruik is. +</p> +<p>Raffles zweeg, want in zijn binnenste moest hij den Rus gelijk geven. +</p> +<p>Als de Franschen bijvoorbeeld gedurende een offensief <span class="corr" id="xd33e251" title="Bron: burgelijke">burgerlijke</span> personen hadden aangetroffen in “Niemandsland” dan zouden zij hen zeker dadelijk +gefusilleerd hebben, en de Engelschen zoowel als de Belgen, de Amerikanen en de Duitschers +deden desgelijks. +</p> +<p>Een beroep op zijne regeering zou hem dan ook niet baten, dat wist hij zeer goed! +</p> +<p>Hij had slechts eens willen zien, of zijne bedreiging wellicht indruk op den luitenant +zou hebben gemaakt; deze had intusschen zijn paard weer doen wenden en gaf nu in zijn +landstaal eenige korte bevelen aan zijn manschappen. +</p> +<p>De ruiters kwamen aangalloppeeren, en één hunner steeg af, gaf de leidsels van zijn +paard aan een makker, en nam naast Henderson plaats, om de teugels van de twee paarden +te grijpen. +</p> +<p>Met een grimmig gelaat wendde de reus zich naar Raffles om, en vroeg: +</p> +<p>—Zal ik dien kerel met zijn boeventronie van de slede smijten, Milord of moet ik dulden +dat hij naast mij blijft zitten en mij de teugels afneemt? +</p> +<p>—Laat hem begaan, Henderson! beval Raffles. Iedere tegenstand is nutteloos en zou +onzen toestand slechts <span class="corr" id="xd33e262" title="Bron: verergen">verergeren</span>. +</p> +<p>Brommend gaf de reus nu de teugels aan den Rus, en hij uitte een paar krachtige echt +Londensche verwenschingen, die den soldaat echter volkomen onverschillig lieten. +</p> +<p>Deze liet een eigenaardig kleppend geluid met de tong hooren en daarop schoten de +paarden vooruit, terwijl de geheele ruiterstroep rechtsomkeer maakte en de slede omringde. +</p> +<p>De jonge Luitenant had zijn paard naast het voertuig gebracht en richtte zich nu opnieuw +tot Raffles. +</p> +<p>—Gij erkent nietwaar, dat gij bij de Rooden geweest zijt? +<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p> +<p>—Dat heb ik U zooeven medegedeeld! antwoordde Raffles kortaf. +</p> +<p>—Dan zult gij wel op de hoogte zijn van hun plannen? +</p> +<p>—Slechts in zeer geringe mate! +</p> +<p>—Maar dan sympatiseert u dus met de Bolsjewiki riep de Luitenant toornig. +</p> +<p>—Daaromtrent wensch ik mij niet uit te laten, hernam Raffles koeltjes. Ik kan u alleen +zeggen, dat het met mijn begrip van eer in strijd is, als ik de geheimen verraad van +lieden, die mij gastvrij ontvangen hebben, en die mijne hulp hebben aanvaard! +</p> +<p>De Luitenant beet zich op de lippen, maar hij drong niet verder aan. +</p> +<p>Zwijgend werd de tocht voortgezet. +</p> +<p>De kleine stoet trok in Zuid-Westelijke richting verder, en bereikte ten slotte, toen +de duisternis reeds gevallen was een klein gehucht aan de monding van de Suda gelegen. +</p> +<p>En nu pas begon Raffles den toestand beter te begrijpen, en bemerkte hij dat de Witten +een omtrekkende beweging op groote schaal hadden ondernomen teneinde de Rooden ten +Oosten van het Onega-Meer in den flank te kunnen aanvallen, en hun zoo mogelijk in +den rug te komen, om hun dan een vernietigende nederlaag toe te brengen. +</p> +<p>Reeds eenige malen waren zij oprukkende kolonnes gepasseerd, die hun stellingen gingen +innemen, en voortdurend in Noordoostelijke richting oprukten. +</p> +<p>Het was duidelijk dat van de manschappen het uiterste werd gevergd, want als deze +groot opgezette beweging niet snel werd uitgevoerd, dan zouden de Rooden wellicht +den tijd vinden, zich uit den knellenden greep van de tegenpartij los te maken. +</p> +<p>Het Gehucht zelf was vol artillerie, cavallerie en infanterie, en klaarblijkelijk +werd het als een sterk steunpunt beschouwd. +</p> +<p>Adjudanten op Motorrijwielen en paarden renden langs de met sneeuw bedekte straten +heen en weder, waaruit Raffles terecht afleidde, dat zich in deze vlakte stafofficieren +ophielden. +</p> +<p>Voor zoover hij het kon beoordeelen moest het zelfs een divisiestaf zijn, wat niet +te verwonderen was, want dit gehucht was het scharnierpunt, waaromheen de aanvallende +legers hunne omtrekkende beweging zouden maken. +</p> +<p>Nog steeds omringd door den kleinen ruitertroep gleed de slede het gehucht binnen; +volgde de eenige straat, welke het rijk was, en hield eindelijk stil voor een huis, +hetwelk waarschijnlijk een herberg was, want er hing een oud verveloos uithangbord +boven de deur, waarop eene groote druiventros geschilderd was. +</p> +<p>De drie Engelschen kregen bevel om uit te stappen, en werden de herberg binnengeleid, +maar niet dan nadat men hen hunne revolvers en jachtmessen had afgenomen. +</p> +<p>Een paar minuten later stonden zij tegenover Majoor Wladimir Geschoff, den chef van +den divisiestaf. +<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK II.</h2> +<h2 class="main">Ter Dood Veroordeeld.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De majoor was niet alleen, maar bevond zich met een aantal andere officieren in een +vrij groot vertrek op de eerste verdieping van het huis dat door een <span class="corr" id="xd33e298" title="Bron: petroleum-lamp">petroleumlamp</span> verlicht werd en waar een groot vuur in den haard brandde, dat een aangename warmte +verspreidde. +</p> +<p>Raffles had den majoor dadelijk vlak in het gelaat gekeken, en bij zichzelf de opmerking +gemaakt, dat hij zelden zulk een onaangenaam boosaardig gezicht gezien had. +</p> +<p>De kleine, sluwe vossenoogen, dicht naast elkander geplaatst, de breede, korte neus, +aan het ondereinde opgewipt, de breede mond met de dikke lippen en de uitstekende +jukbeenderen, wezen op een <span class="corr" id="xd33e304" title="Bron: mongoolschen">Mongoolschen</span> afkomst, en het lage voorhoofd en de vooruitstekende kaken gaven hem een aapachtig +voorkomen. +</p> +<p>Van onder zijne borstelige wenkbrauwen keek hij de drie binnengebrachte vreemdelingen +achtereenvolgens nieuwsgierig aan, en wendde zich toen tot den Luitenant die mede +was binnengetreden met de vraag: +</p> +<p>—Wat heeft dat te beteekenen Luitenant?<span id="xd33e310"></span> hoe komt gij aan die drie snuiters<span class="corr" id="xd33e312" title="Bron: .">?</span> +</p> +<p>In korte woorden, en met de hand eerbiedig aan zijn pet rapporteerde de luitenant +het geval. +</p> +<p>Terwijl hij luisterde nam het gelaat van Majoor Geschoff een dreigende uitdrukking +aan en hij streek zich eenige keeren met zijn groote hand over den knevel. +</p> +<p>Toen de luitenant zijn rapport geëindigd had, zeide Geschoff op ruwen toon: +</p> +<p>—Zij zijn bij de Rooden geweest, wel, dan zijn het spionnen! +</p> +<p>Hij wendde zich tot zijne officieren en vervolgde: +</p> +<p>—Wij zullen de zaak snel even afdoen, mijne heeren, en ons als krijgsraad constitueeren.… +</p> +<p>De stafofficieren bogen zwijgend, en daarop namen zij allen plaats, zeven in getal, +achter de ruw houten tafel die midden in het vertrek stond, en overdekt was met kaarten +en rapporten. +</p> +<p>Majoor Geschoff had als president in hun midden plaatsgenomen. +</p> +<p>Achter de drie Engelschen stond een zestal soldaten met de bajonet op het geweer, +de stafofficieren droegen allen de revolver en iedere poging tot verzet was dus bij +voorbaat gedoemd om te mislukken. +</p> +<p>Majoor Geschoff steunde zijn kin even in zijn hand, keek de gevangenen loerend aan, +en begon: +</p> +<p>—Gij zijt immers Engelschen? +</p> +<p>—Ja Majoor! antwoordde Raffles voor de anderen. +</p> +<p>—Uwe namen? +</p> +<p>—Ik ben graaf Wilburn, deze heer is mijn secretaris Finsburry en deze man is mijn +chauffeur. +</p> +<p>Majoor Geschoff haalde de schouders op en zeide droog: +</p> +<p>—Nu ja, men kan gemakkelijk een naam opgeven. Het doet er ook niet toe! Wat kwaamt +gij hier uitvoeren<span class="corr" id="xd33e334" title="Bron: !">?</span> +</p> +<p>—Ik kwam jagen bij mijn vriend Baron Iwan Dobrinsky. +</p> +<p>Een daverende vuistslag van den majoor op het tafelblad deed hem ophouden. +</p> +<p>—Gij durft hier dus zonder meer bekennen dat gij een vriend zijt van dien renegaat, +dien vervloekten overlooper? +</p> +<p>—Ja, en daar ben ik trotsch op, antwoordde Raffles met stemverhooging. +</p> +<p>—En gij mijnheer? zoo wendde de majoor zich tot Charly. +</p> +<p>—De vrienden van den graaf zijn natuurlijk ook mijn vrienden, antwoordde de jonge +man eenvoudig. +</p> +<p>—Zoo? welnu, dan zult gij er ook niets op tegen hebben, het lot van uw meester te +deelen, zeide Geschoff op kouden toon. +</p> +<p>—Daar vraag ik om! hernam Charly. +</p> +<p>—Wat waart gij voornemens, toen de luitenant u in de vlakte aantrof? +</p> +<p>—Wij waren op weg naar Petrograd! +</p> +<p>Majoor Geschoff liet een verachtelijk lachje hooren. +</p> +<p>Ik verlies mijn tijd—Uw zaak is helder als glas! Uw pas is door dien bandiet van een +Trotsky onderteekend, gij zijt als burgers midden in het <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>operatie-terrein aangetroffen—er kan geen twijfel zijn aangaande uwe bedoelingen! +</p> +<p>Tot dusverre had Majoor Geschoff zich van de Engelsche taal bediend, welke hij met +een sterk accent maar tamelijk goed sprak. +</p> +<p>Hij wendde zich nu tot de andere officieren, en ging op fluisterenden toon voort, +maar thans in de Russische taal. +</p> +<p>—Ik geloof niet dat wij lang hoeven te beraadslagen mijne heeren, wij moeten met de +uiterste gestrengheid optreden en een voorbeeld stellen. +</p> +<p>Hij liet nu zijn stem zoover dalen dat Raffles niet meer kon hooren wat hij zeide. +</p> +<p>Maar eenige malen had hij naar Henderson gekeken, en nu nam hij opnieuw het woord, +en vroeg op luiden toon, terwijl hij zich tot den reus wendde: +</p> +<p>—Gij zijt zeker in dienst geweest bij het Engelsche leger? +</p> +<p>—Ja Majoor! +</p> +<p>—Dan hebben wij u een vraag te stellen! Wij gelooven dat gij er niet <span class="corr" id="xd33e362" title="Bron: opgesteld">op gesteld</span> zijt om te worden doodgeschoten<span class="corr" id="xd33e365" title="Bron: !">?</span> +</p> +<p>—Niet meer dan ieder ander Majoor! antwoordde Henderson. +</p> +<p>—Welnu, gij kunt uw leven redden, als gij ons zegt wat de man, die zich voor uw meester +uitgeeft bij de Rooden heeft uitgericht en wat zijn doel was. +</p> +<p>Een oogenblik leek het of Henderson zich op den Majoor zou werpen en hij wist zich +slechts met de uiterste krachtsinspanning te bedwingen. +</p> +<p>Toen liet hij een kort lachje hooren en zeide op minachtenden toon: +</p> +<p>—Iets dergelijks mag hier het gebruik zijn—bij ons weet men daar niet van. Ik ben +een Brit, en een eerlijk man! Ik zeg u dat wij drie volkomen onschuldige reizigers +zijn,—maar zelfs al kwam mijn meester hier spioneeren, dan zoudt gij toch uit mijn +mond geen <span class="corr" id="xd33e375" title="Bron: bizonderheden">bijzonderheden</span> vernemen. +</p> +<p>Majoor Geschoff beet zich op de dikke lippen, en wierp Henderson een woesten blik +toe. +</p> +<p>Toen zeide hij: +</p> +<p>—Het is goed! gij hebt het zelf gewild. De krijgsraad heeft vonnis geveld en veroordeelt +u tot den kogel. Het vonnis zal aanstonds voltrokken worden—gij hebt nog een kwartier +om de noodige schikkingen te treffen. Hebt gij nog iets op te merken? +</p> +<p>—Niets anders, dan dat ik voor de zaak der Witten hoop, dat hun leger niet uitsluitend +is samengesteld uit mannen zooals gij! Gij maakt misbruik van Uwe macht, en dit zou +u wel eens kunnen berouwen! +</p> +<p>De majoor liet een schamper lachje hooren, en wees met een bevelend gebaar naar de +deur. +</p> +<p>Hij en de andere officieren waren onder het uitspreken van het vonnis opgestaan en +hij wees nu naar de deur en zeide tot den luitenant: +</p> +<p>—Gij hebt het gehoord! Ik wensch dat die drie spionnen binnen een kwartier terecht +gesteld zijn! +</p> +<p>De luitenant, die zeer bleek was geworden, salueerde, en daarop gaf hij bevel, de +drie gevangenen de handen op de rug samen te binden. +</p> +<p>Hun zakken werden onderzocht en men nam hen hunne papieren af. +</p> +<p>Vervolgens gaf de luitenant een kort bevel, en de zes soldaten namen de gevangenen +mede, waarop zij allen de trap afdaalden. +</p> +<p>Uit de gelagkamer werden nog twee man gehaald om het vuurpeloton aan te vullen. +</p> +<p>De acht soldaten omringden, op straat gekomen, opnieuw de gevangenen, de luitenant +riep een kort bevel, en men begaf zich <span class="corr" id="xd33e392" title="Bron: opweg">op weg</span>. +</p> +<p>De straten waren bijna volkomen duister en slechts hier en daar <span class="corr" id="xd33e397" title="Bron: pinkten">pinkte</span> een licht achter een venster. +</p> +<p>Het was nog zeer druk van komende en gaande Colonnes, en soms had het executie-peloton +moeite zich een weg door deze menigte soldaten te banen. +</p> +<p>De jonge luitenant, die zijn sabel getrokken had, hield de gevangenen nauwkeurig in +het oog, met de linkerhand aan de kolf van zijn revolver. +</p> +<p>Toen zij de dorpsstraat ten einde waren sloegen de soldaten een soort zijweg in en +hier was het veel stiller. +</p> +<p>Op eenigen afstand waren een dertigtal paarden aan een kamplijn gebonden. +</p> +<p>Zij behoorden zeker tot troepen, die zooeven waren aangekomen, want zij waren nog +niet allen ontzadeld. +</p> +<p>Op een tiental meters daar vandaan, verhief zich een muur, die waarschijnlijk bij +het kleine kerkhof van het dorp behoorde. +</p> +<p>En als bij ingeving begrepen de gevangenen, dat zij aanstonds tegen dezen muur zouden +worden gezet om het doodelijk lood te ontvangen. +<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p> +<p>Nog tien minuten en zij zouden den muur bereikt hebben. +</p> +<p>Het kerkhof grensde dadelijk aan het open veld dat met een dikke laag sneeuw overdekt +was, met uitzondering van een tamelijk breeden weg, waarlangs pas kort geleden duizenden +en duizenden soldaten waren getrokken, en die zich thans als een groezelig lint door +de eindelooze vlakten slingerde. +</p> +<p>Met gebogen hoofd liepen de drie Engelschen voort. Alles was zoo snel in zijn werk +gegaan, dat zij half verbijsterd waren, en hun gedachten schenen beneveld. +</p> +<p>Nog vijf minuten.….…. +</p> +<p>Dof kraakte de sneeuw onder de voeten der marcheerende soldaten en de loopen van de +geweren glansden zwakjes in het maanlicht, evenals de sabel van den Luitenant. +</p> +<p>Nu hadden zij den muur van het kerkhof bereikt. +</p> +<p>Weer klonk een op korten toon gegeven bevel en de drie gevangenen werden tegen den +muur geplaatst. +</p> +<p>De soldaten maakten rechtsomkeer, teneinde zich op eenige meters afstand van den muur +te plaatsen. +</p> +<p>Maar juist op dat oogenblik rukte Henderson met een geweldige krachtsinspanning de +touwen stuk die zijn polsen omkneld hadden. +</p> +<p>Met één sprong als van een tijger was hij bij den vleugelman van het <span class="corr" id="xd33e422" title="Bron: executie peloton">executiepeloton</span>, dat juist met den rug naar den muur stond gekeerd en ontrukte hem zijn geweer. +</p> +<p>Hij greep het wapen bij den loop en zwaaide het als een knots om zich heen. En dit +alles was zoo bliksemsnel in zijn werk gegaan dat er drie soldaten met verbrijzelde +ledematen of een zware hoofdwonde waren neergestort, vóór de anderen goed en wel begrepen +wat er gaande was. +</p> +<p>De Luitenant slaakte een woesten kreet en trok zijn revolver, maar vóór hij van het +wapen gebruik had kunnen maken was de kolf van Henderson’s geweer met kracht op zijn +schedel neergedaald en hij stortte bewusteloos voorover met het gelaat in de sneeuw. +</p> +<p>De andere soldaten wilden vuren, maar zij waren te dicht bij, en Henderson gaf hun +geen gelegenheid hun geweer aan den schouder te brengen. +</p> +<p>Hij hanteerde het geweer alsof het een rieten wandelstokje was en het gevecht scheen +hem zelfs veel vermaak te geven want hij lachte nu en dan luidkeels terwijl hij op +de koppen en lijven der vier soldaten beukte. +</p> +<p>Raffles en Charly wendden wanhopige pogingen aan om zich op hunne beurt te bevrijden +en den dapperen kerel ter hulp te komen maar zij beschikten niet over de ontzettende +lichaamskracht van den reus. +</p> +<p>Maar toch hielpen zij door toe te snellen en hun voet tusschen de beenen der soldaten +te steken zoodat deze struikelden en tijdelijk weerloos waren. +</p> +<p>Toen was de strijd binnen enkele oogenblikken beslist! +</p> +<p>Henderson zwaaide het geweer nog enkele malen, liet het als molenwieken om zijn hoofd +wentelen en sloeg den laatsten soldaat met een welgerichten slag neer. +</p> +<p>Toen trok hij de bajonet uit de schede van een der soldaten en sneed vliegensvlug +de touwen door welke de polsen van zijn beide metgezellen gebonden hielden. +</p> +<p>Dadelijk maakte Raffles zich meester van de revolver van den Luitenant en diens patroontasch, +terwijl Charly en Henderson zich ieder van een geweer en van munitie voorzagen. +</p> +<p>Tot hun groot geluk hadden de oppassers van de <span class="corr" id="xd33e438" title="Bron: cavelleriepaarden">cavalleriepaarden</span> eenige minuten te voren hun arbeid beëindigd en zich verwijderd. Naar de paarden, +mannen! beval Raffles op zachten toon, het is onze eenige kans! +</p> +<p>Zoo snel hun beenen hun wilden dragen, ijlden de drie Engelschen naar de plek waar +de paarden bijeen gebonden stonden. +</p> +<p>De dieren droegen allen een wollen dek, op een paar na, die nog gezadeld waren—waarschijnlijk +ordonnancepaarden. +</p> +<p>Terzijde stond een slede, die zooeven was afgespannen en nog wat verder lagen de tuigen. +Zoo snel zij maar konden spanden de vluchtelingen, die zooeven aan den dood ontkomen +waren drie paarden voor de slede en daarop wierpen Raffles en Charly zich op den rug +van de twee gezadelde paarden terwijl Henderson in de slede plaats nam om de paarden +te besturen. +</p> +<p>In vliegende galop joegen zij weg, juist toen een paar Russchische soldaten aan wie +de zorg voor de paarden was toevertrouwd, terugkeerden. Zij hadden zich zeker zooeven +met een glas <span class="corr" id="xd33e446" title="Bron: Wodki">Wodka</span> versterkt. +</p> +<p>De slede vloog als een stormwind over de bevroren <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>sneeuw en Raffles en Charly spoorden hun rijdieren tot den hoogsten spoed aan. +</p> +<p>Zij begrepen maar al te goed dat hun lot beslist was, als zij weder in handen vielen +van Majoor Geschoff. +</p> +<p>Intusschen bleef hun toestand zeer gevaarlijk want ieder oogenblik konden zij op troepenafdeelingen +stuiten die hen zeker zouden aanhouden nu zij in het geheel geen passen meer bezaten +en stellig als spionnen zouden worden behandeld. +</p> +<p>Zij vermeden dus zorgvuldig den grooten weg die in de richting van Petrograd liep +en trachtten dekking te zoeken achter een reeks lage heuvels die zich van het Oosten +naar het Westen uitstrekte. +</p> +<p>Zoo bleven zij voortsnellen tot de vermoeidheid der paarden hen wel dwong om die snelheid +te matigen. +</p> +<p>Ook de honger begon zich nu te doen gevoelen, maar zij zouden zich tegen dat gevoel +moeten verzetten want zij konden hun honger onmogelijk bevredigen. Het zou nog vele +uren duren voor zij weder een bewoonde plaats aantroffen en dan was het nog de vraag +of zij zich daar niet zorgvuldig verborgen zouden moeten houden. +</p> +<p>Zij hadden nu bijna zes uren aan één stuk door gereden en zij streden uit alle macht +tegen de vermoeidheid die hen bekroop daar zij wel wisten dat zij onherroepelijk ten +doode gedoemd waren als zij zich met deze vreeselijke koude in deze sneeuw ter ruste +legden en dat zij nimmer weer zouden ontwaken. +</p> +<p>Het was ongeveer vier uur in den morgen en de hemel begon zich in het Oosten lichtrood +te kleuren toen Henderson in de slede overeind ging staan, zijn hand boven de oogen +legde en scherp in de verte tuurde. +</p> +<p>Raffles en Charly hadden hun doodelijk vermoeide paarden ingehouden daar zij begrepen +dat Henderson met zijn scherpe blik iets moest hebben ontdekt wat zijn aandacht trok. +</p> +<p>Raffles reed op de slede toe en vroeg: +</p> +<p>—Zie je iets Henderson? +</p> +<p>—Ik zou zeggen dat ik daar licht zie, Mylord—daar op een paar kilometer voor ons uit, +kan daar een dorp zijn? +</p> +<p>—Ja, als ik mij niet vergis ligt daar een dorp, Henderson, maar wij weten volstrekt +niet of het door de Witten of door de Rooden bezet is. +</p> +<p>—Ik voor mij geloof dat dat er weinig toe doet, Mylord, hernam Henderson droogjes. +Wat ik tot dusverre van die heeren Russen gezien heb heeft mij geen grooten dunk van +hen gegeven! +</p> +<p>—Wij zullen er toch op af moeten Henderson, en trachten wat voedsel te vinden en versche +paarden te krijgen, zeide Raffles. Wij zouden anders zeker om het leven komen. +</p> +<p>—Zijn wij op dit punt nog ver van Petrograd verwijderd? vroeg Charly. +</p> +<p>—Hoogstens honderd kilometer, Charly, iets meer dan negentig wersten! Ik denk dat +gindsch dorp het laatste is voor wij Petrograd bereikten, als wij er tenminste levend +afkomen. Want met deze paarden zullen wij zeker geen tien kilometer per uur kunnen +afleggen. +</p> +<p>De drie Engelschen hadden hun vermoeide paarden weder aangespoord en het leek wel +of de dieren de nabijheid van een stal en van voedsel rooken, want zij waren met nieuwe +kracht bezield en vlogen over de bevroren vlakte alsof zij vleugels hadden. +</p> +<p>Een half uur later was de zon in heerlijke pracht boven den <span class="corr" id="xd33e474" title="Bron: herizon">horizon</span> gerezen en de lichtjes van het dorp waren verdwenen. +</p> +<p>Maar in plaats daarvan konden zij nu duidelijk de donkere omtrekken der huizen waarnemen. +</p> +<p>Het was een tamelijk groot dorp en daar was zeker wel het noodige te krijgen en de +drie Engelschen waren voornemens zich het noodige te verschaffen, want zij zouden +niet lang meer zonder voedsel kunnen blijven in deze hevige, met iedere beschrijving +spottende, koude. +</p> +<p>Naarmate zij naderbij kwamen matigden zij hun snelheid, want niemand kon zeggen wie +er meester was in dit dorp. +</p> +<p>Voorzichtig kwamen de drie reizigers naderbij. +</p> +<p>Maar eensklaps wende Charly het hoofd om en schreeuwde: +</p> +<p>—Zij zitten ons op de hielen! +</p> +<p>Het was maar al te waar—daarginds over de vlakte naderde een troep ruiters van bijna +zestig man sterk en hun paarden joegen in vollen galop over de sneeuwvlakte. +</p> +<p>De drie Engelschen waren dus tusschen twee vuren geraakt! Achter hen kwamen de achtervolgers, +en voor hen lag het dorp—en daar zou de ontvangst wel niet veel beter zijn! Zij moesten +echter voor ditmaal het onzekere voor het zekere <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>nemen want in ieder geval bleef de kans bestaan dat dit dorp nog in handen der Rooden +was, of dat de bevolking zich in ieder geval gewapenderhand tegen de naderende ruiters +zoude verzetten. +</p> +<p>Raffles aarzelde dus niet, maar riep: +</p> +<p>—Vooruit vrienden! Wij moeten naar het dorp, anders leven wij over een half uur niet +meer! +</p> +<p>—Maar de paarden zijn uitgeput! kreet Charly. +</p> +<p>—Dan zullen wij hen snel voor de slede spannen, dan trekken zij met z’n drieën! +</p> +<p>De twee vrienden stegen ijlings af en spanden hun paarden met de hulp van Henderson +voor de slede. +</p> +<p>Maar toen zij hiermede gereed waren hadden de achtervolgers snelle vorderingen gemaakt +en juist toen zij in het voertuig stapten, kraakten schoten en vlogen de kogels hen +om de ooren! +</p> +<p>Henderson bukte zich zoo diep mogelijk, en legde de zweep over de paarden, terwijl +Raffles en Charly ieder een geweer grepen, vast besloten, hun leven zoo duur mogelijk +te verkoopen. +</p> +<p>Zij knielden achter in de slede neder, legden den loop van hun geweer op de rand van +het voertuig en vuurden. +</p> +<p>Twee der achtervolgers stortten van hun paarden, die ruiterloos voort ijlden. +</p> +<p>De drie paarden voor de slede hijgden van inspanning en vermoeienis maar de arme dieren +deden al hun best, en trokken de slede pijlsnel over de sneeuw. +</p> +<p>Reeds waren de eerste huizen van het dorp duidelijk zichtbaar geworden—en daar verschenen +ook eenige menschen, die haastig heen en weer schenen te loopen, achter de huizen +verdwenen en dan weder te voorschijn kwamen. +</p> +<p>Henderson spoorde de paarden tot de uiterste krachtsinspanning aan, en Raffles en +Charly hadden hunne geweren opnieuw schietvaardig gehouden. +</p> +<p>Onder het rijden vuurden de soldaten der Witten onophoudelijk op de vluchtelingen +en verscheidene kogels drongen door het hout van de slede. +</p> +<p>Eén er van nam een stuk van Charly’s mouw mede en een tweede raakte Raffles licht +aan de wang. +</p> +<p>Weer vuurden zij, en weer stortten twee mannen in vollen ren van hun paarden en bleven +roerloos in de sneeuw liggen. +</p> +<p>Maar eensklaps kwam er een groot aantal mannen uit het dorp rennen, die met geweren +gewapend waren en de slede tegemoet snelden. +</p> +<p>Blijkbaar had men daarginds het schieten gehoord. +</p> +<p>—Het zijn Rooden! schreeuwde Henderson opgewonden. Het dorp is in hun handen. +</p> +<p>De reus had goed gezien—inderdaad kwamen daar een paar honderd man der Roode troepen +aansnellen, die zich dicht voor de slede in de sneeuw wierpen, en dadelijk een moorddadig +vuur op de Witten openden. +</p> +<p>Deze waren verreweg in het nadeel, omdat zij bereden waren en dus veel minder nauwkeurig +konden schieten en voorts, omdat zij veel geringer in aantal waren. +</p> +<p>Zij geraakten in wanorde, schenen te aarzelen—en eensklaps maakten zij rechtsomkeer, +wendden den teugel en renden weg, zoo spoedig zij konden, terwijl de slede het dorp +binnen stoof, waar zij stil hield voor een logement op het kleine marktplein. +</p> +<p>De met schuim overdekte paarden die van vermoeidheid op de beenen trilden werden afgespannen, +en naar den stal gevoerd, terwijl de drie Engelschen zich naar de gelagkamer haastten, +waar zij dadelijk omringd werden door een aantal soldaten die alle tegelijk door elkaar +schreeuwden, en wilden weten, hoe de vreemdelingen hier kwamen en hoe het stond bij +de Witten. +</p> +<p>Raffles liet hen kalm praten en begon met een maaltijd te bestellen voor zich en zijn +vrienden. +</p> +<p>Dit ging lang niet gemakkelijk, maar tenslotte wist hij toch een stuk roggebrood, +wat boter, rijst en een stuk paardenvleesch machtig te worden—een delicatesse in dezen +tijd, en op deze plek, zoo dicht bij de hoofdstad, waar de grootste nood heerschte. +</p> +<p>Een der soldaten had een officier gehaald en nog terwijl de drie reisgenooten om den +maaltijd zaten, kwam er een kapitein binnen met een streng maar open gelaat, die den +vreemdelingen eerst verlof gaf hun honger te stillen, en daarop zijn ondervraging +begon. +<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK III.</h2> +<h2 class="main">Naar Petrograd!</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Raffles deed een omstandig verhaal van zijn wedervaren en de kapitein viel hem geen +oogenblik in de rede, maar luisterde met aandacht, het hoofd een weinig gebogen. +</p> +<p>Toen Raffles gereed was, zeide de officier: +</p> +<p>—Ik kan de waarheid van uwe beweringen gemakkelijk controleeren, want ik heb gisteren +een paar vliegers naar de stellingen van Kolodoserskoi gezonden, en verwacht die ieder +oogenblik terug. Daar zal men <span class="corr" id="xd33e526" title="Niet in bron">van </span>hen zeker wel een en ander omtrent uw tocht naar het vijandelijke kamp gehoord hebben. +Gij zult echter wel begrijpen dat wij U hier onmogelijk kunnen houden, al zouden wij +de medische hulp van een bekwaam geneesheer en de sterke armen van twee menschlievende +mannen zeker wel kunnen gebruiken. Ik heb echter juist gisteravond strenge orders +gekregen, onder geen beding vreemdelingen in onze gelederen aan te nemen,—wij hebben +daar juist treurige ervaringen mede opgedaan—er liepen vurige verraders onder! +</p> +<p>—Wij zelven verlangen niets liever dan weder naar ons land terug te keeren, kapitein! +hernam Raffles. De toestand is hier echter zoo verward, dat ik geen uitkomst zie! +Ik meende hier stellig Witte troepen te zullen vinden! +</p> +<p>—Misschien zullen zij hier spoedig genoeg zijn! zeide de kapitein der Bolsjewiki op +somberen toon. <span class="corr" id="xd33e531" title="Bron: General">Generaal</span> Judenitsch staat voor de poorten van Petrograd, en misschien is hij de stad wel reeds +binnengetrokken, terwijl ik hier met U spreek. +</p> +<p>—Wat raadt gij mij aan te doen, kapitein? ging Raffles voort. Ik wensch tot iederen +prijs naar de hoofdstad terug te keeren, want een mijner vrienden heeft daar mijn +geld in bewaring, hetwelk ik dringend noodig heb, daar de Witten mijn zakken op even +doeltreffende als volledige wijze hebben leeggehaald! +</p> +<p>De kapitein dacht even na en zei toen: +</p> +<p>—Ik kan niet anders doen dan U een vrijgeleide te geven tot Petrograd. Is de stad +nog in onze handen, dan zult gij geen moeilijkheden ondervinden—maar als Judenitsch +is binnengerukt, dan sta ik voor niets in! En gij behoeft er niet aan te denken met +een trein naar Duitschland te kunnen reizen, want op alle lijnen en op het geheele +spoorwegmateriaal is door de militairen beslag gelegd. +</p> +<p>—Maar hoe komen wij dan weder weg? riep Charly uit. +</p> +<p>—Er zou maar één middel zijn, Mijnheer! antwoordde de kapitein. Gij zoudt van hier +per slede tot Nygyrska, aan de spoorlijn van Petrograd naar Wiborg, aan de Finsche +grens kunnen gaan. Van de eerstgenoemde plaats af loopen er nog op ongeregelde tijden +personen-treinen, ofschoon het de grootste moeite kost, daarin een plaats te krijgen. +Van Wiborg zoudt gij dan verder per trein naar Abo aan den Finschen golf kunnen reizen, +en daar wachten, tot zich een scheepsgelegenheid naar Engeland, Frankrijk of Scandinavië +voordoet! +</p> +<p>—Nu, ik zal mij in ieder geval dit jachtavontuur nog lang herinneren! zeide Raffles +glimlachend. Als dus alles medeloopt, zouden wij over eenige weken in Engeland terug +kunnen zijn—en als dit eens niet het geval was—dan zou het maanden kunnen duren! Laat +mij u mogen zeggen, kapitein, dat dit geenszins strookt met mijn plannen! En daarom +zouden ik en mijn vrienden het zeer op prijs stellen indien gij ons passen tot Petrograd +zoudt willen geven. +</p> +<p>—Zooals gij wilt, Mijnheer, hernam de kapitein. +</p> +<p>Op dit oogenblik kwam een depecherijder het vertrek binnen, die in de militaire houding +voor zijn chef bleef staan, en salueerde. +</p> +<p>—Wat is er, Michael? vroeg deze. +</p> +<p>—De beide vliegers zijn teruggekeerd, kapitein! +</p> +<p>—Mooi zoo, zeg dat zij op mij wachten! +</p> +<p>De koerier vertrok en de kapitein wendde zich weder tot Raffles met de woorden: +</p> +<p>—Ik zal u moeten verzoeken, hier te blijven, tot ik het rapport van mijn luitenants +heb aangehoord. Gij zult mijn houding billijken, daar ben ik zeker van! +<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p> +<p>Raffles boog, zonder te antwoorden en de kapitein verliet het vertrek. +</p> +<p>—Hij mag dan een Roode zijn, maar hij is althans heel wat beleefder dan die oude schurk +van een majoor der Witten, die ons had willen laten <span class="corr" id="xd33e553" title="Bron: fusileeren">fusilleeren</span>! bromde Henderson. +</p> +<p>Daarop keerde hij zich tot Charly en vervolgde: +</p> +<p>—Het moet mij van het hart, Mijnheer Brand, ik heb voorloopig meer dan genoeg van +Rusland. Het kan dan vroeger heel belangwekkend geweest zijn, maar het reizen op dit +tijdstip is geen pleiziertje! +</p> +<p>—Ik ben het volkomen met je eens, Henderson! antwoordde Charly glimlachend. Ook ik +zal den hemel danken als wij weder goed en wel in Engeland terug zijn! +</p> +<p>De drie mannen moesten geruimen tijd wachten, bijna een uur, maar toen keerde de kapitein +terug, stak Raffles en zijn metgezellen met een spontaan gebaar de hand toe en zeide: +</p> +<p>—Alles is in orde, Mijne heeren. Ik heb van de beide vliegers vernomen, dat alles +zich inderdaad zoo heeft toegedragen, als gij mij hebt medegedeeld. Thans blijft mij +niets anders over, dan u de passen ter hand te stellen, welke de generaal van onze +divisie zoo even voor u heeft laten opstellen en onderteekenen. +</p> +<p>Hij nam een drietal passen uit de portefeuille, welke hij bij zich had, en overhandigde +ze aan de Engelschen. +</p> +<p>—Daarmede kunt gij naar Petrograd komen, zonder te worden lastig gevallen. Natuurlijk +geldt dit slechts voor zooverre de stad nog in onze handen is. De berichten luidden +gisteren helaas zeer ongunstig, en ijlboden wisten zelfs te verhalen dat een <span class="corr" id="xd33e565" title="Bron: ooruitgeschoven">vooruitgeschoven</span> troepenafdeeling van Judenitsch tot in de voorste stadswijken van de hoofdstad was +doorgedrongen. Alle risico blijft dus voor uwe rekening, bedenk dat! +</p> +<p>—Dat spreekt van zelf, kapitein! zeide Raffles. Ik dank u, ook namens mijne reisgezellen +voor uwe bemoeiingen en verzoek u, ons in staat te stellen onze reis te vervolgen, +door ons de slede en de paarden af te staan, welke ons hier hebben gebracht en welke +wij aan de Witten hadden ontnomen. Als gij dit wenscht zullen wij één en ander te +Petrograd achterlaten en in handen van de Roode troepen daar stellen, die ze dan als +oorlogsbuit kunnen beschouwen. +</p> +<p>—Onder deze omstandigheden kunt gij er over beschikken, mijnheer! zeide de kapitein. +Wanneer wilt gij vertrekken? +</p> +<p>—Zoodra de paarden en wij zelven zijn uitgerust, antwoordde Raffles. +</p> +<p>—Gij zult er goed aan doen, zoo spoedig mogelijk de hoofdstad te verlaten! hernam +de kapitein. Weliswaar zijn de verhalen omtrent de hongersnood, die er zou heerschen +en welke in de buitenlandsche bladen blijkbaar gretig worden opgenomen sterk overdreven, +maar toch heerscht er gebrek en als de stad eens werkelijk werd ingesloten, dan zou +zij zich binnen enkele weken, ja misschien binnen enkele dagen moeten overgeven! En +nu moet ik afscheid van u nemen, mijnheer! Mijn plicht roept mij en wij moeten eene +verkenning in Oostelijke richting ondernemen. Het feit, dat de Witten het gewaagd +hebben, u tot hiertoe te achtervolgen, baart ons veel zorg—ik vrees, dat zij eene +omtrekkende beweging uitvoeren, welke ons, als zij slaagt, in groot gevaar zou brengen. +</p> +<p>Hij salueerde voor de drie vreemdelingen en had het volgend oogenblik de gelagkamer +verlaten. +</p> +<p>Langzamerhand kwamen de reizigers weder bij van de ondervonden vermoeienissen, bij +het knappende houtvuur en een goed glas heete wijn. +</p> +<p>Zij voorzagen zich van eenige levensmiddelen, betaalden met geld, hetwelk Henderson +in zijn zak bleek te hebben en dat aan de aandacht van de Witten ontsnapt was, en +<span class="corr" id="xd33e577" title="Bron: laden">laadden</span> deze in de slede, die hen hier had gebracht. +</p> +<p>Toen de paarden geheel en al waren uitgerust en goed gevoederd waren, spande Henderson +de dieren opnieuw voor de slede, en de reizigers namen weder in het voertuig plaats. +</p> +<p>Het was toen omstreeks tien uur in de morgen. +</p> +<p>Het was nog altijd bitter koud, maar gelukkig was de wind een weinig gaan liggen, +en de zon schitterde aan den wolkeloozen hemel, van een pastelblauwe, aan de kim donker +wordende kleur. +</p> +<p>Nadat de geweren waren nagezien, en de revolvers waren geladen, begaven de drie Engelschen +zich weder op weg. +</p> +<p>Indien zij er in slaagden, vijftien wersten per uur af te leggen, hetgeen niet te +veel berekend was, daar de paarden volkomen uitgerust waren, en de <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>sneeuw een harde, gladde oppervlakte vormde, dan konden zij voor het vallen van de +duisternis Petrograd bereikt hebben. +</p> +<p>Maar het Noodlot scheen zich ditmaal wel met hardnekkigheid tegen de reizigers te +hebben gekeerd! +</p> +<p>Want toen zij reeds heel in de verte de vage omtrekken van de hoofdstad meenden te +ontwaren, zagen zij tegelijkertijd dichte, zwarte colonnes over de sneeuw naderen. +</p> +<p>Het geschut had den geheelen dag geklonken, maar nu kwam het merkbaar naderbij. +</p> +<p>—Zouden de Rooden retireeren? vroeg Charly, terwijl hij met gespannen aandacht door +den kijker tuurde. +</p> +<p>—Ik vrees het, antwoordde Raffles ernstig. En daardoor komen wij weder in een zeer +gevaarlijken toestand. Wij zouden nu tusschen twee vuren geraken, en ditmaal zou er +geen ontkomen meer aan zijn—tenminste als wij onzen weg in dezelfde richting wilden +voortzetten. Wij zouden door het <span class="corr" id="xd33e595" title="Bron: mitrailleur vuur">mitrailleur-vuur</span> onherroepelijk worden gedood. Klaarblijkelijk zijn de Rooden gedwongen, Petrograd, +of tenminste een deel ervan te ontruimen. +</p> +<p>—Daar naderen tenminste troepen, die onordelijk oprukken, hernam Charly. +</p> +<p>—Houdt links aan, Henderson! beval Raffles. Wij zullen trachten de stad meer in het +Zuiden te naderen. +</p> +<p>—Maar dan moeten wij een grooten omweg maken! riep Charly uit. +</p> +<p>—Dat is minder erg, dan dat wij tusschen twee vuren zouden geraken! hernam Raffles. +</p> +<p>Henderson had intusschen het gegeven bevel reeds opgevolgd, en de slede week nu af +van den tot dusverre gevolgden weg. +</p> +<p>Het geschutvuur werd hoe langer hoe heviger, en plotseling konden de reizigers, door +den kijker, een batterij gewaar worden, die stelling had genomen ten Noord-Oosten +van een lagen heuvelkling, en vandaar de Witten onder vuur nam die echter voor de +drie Engelschen onzichtbaar waren. +</p> +<p>De Rooden schoten zoo snel zij konden, en het gedonder klonk als een aanhoudend gerommel +van een onweder. +</p> +<p>Een half uur later trokken de retireerende troepen op eenige wersten voorbij, juist +langs den weg, die de slede tot dusverre gevolgd had. +</p> +<p>Het geschutvuur werd minder hevig, en het was duidelijk, dat de hoofdstad reeds voor +een deel in de handen der Witten moest zijn. +</p> +<p>—Ik geloof, dat het tijd begint te worden, ons maar weder te ontdoen van onze door +de Rooden geteekende passen, zeide Raffles na eenigen tijd. Als niet alles bedriegt, +zullen wij wel in een Petrograd aankomen, dat door de troepen van Judenitsch bezet +is. Wij zullen echter tot het laatste oogenblik wachten met het vernietigen van die +passen, welke ons reeds eenmaal aan den rand van het graf hebben gebracht. +</p> +<p>—Maar zouden de Witten zich hier wel kunnen handhaven? vroeg Charly. Zonder den steun +van Judenitsch en zijn legers zullen zij vroeg of laat terug moeten want de Rooden +zijn hier zeer sterk! +</p> +<p>—Je kunt gelijk hebben, maar voor het oogenblik moeten wij er toch rekening mede houden, +dat wij met de Witten te doen krijgen! +</p> +<p>De slede gleed intusschen met onverminderde snelheid over de bevroren vlakte en Raffles +verbaasde er zich over, dat het gevecht zich niet tot hier uitgebreid had. +</p> +<p>Misschien was het plan der Witten, zich eerst van geheel Petrograd meester te maken +en dan snel in Oostelijke richting op te rukken. +</p> +<p>Wel kwamen zij nu en dan kleine afdeelingen Rooden tegen, die hen echter ongemoeid +lieten, nadat de passen vertoond waren. +</p> +<p>De duisternis begon reeds te vallen en de paarden begonnen opnieuw teekenen van vermoeidheid +te geven, en nog moesten er twintig wersten afgelegd worden alvorens men de hoofdstad +bereikt zou hebben, welke de reizigers thans van uit het Zuid-Oosten naderden. +</p> +<p>Maar eensklaps, nadat zij in geruimen tijd geen, Rooden meer hadden zien voor bijgaan, +naderde er over de sneeuwvlakte een afdeeling bereden manschappen, die aan de uniformen +aanstonds als Witten te herkennen waren. +</p> +<p>Voor de reizigers goed en wel wisten wat er gebeurde, had deze kleine ruitertroep +zich uit de duisternis losgemaakt en omringden zij de slede. +</p> +<p>—Wij zijt gij en waar gaat gij heen? zoo luidde de gewone, reeds zoo vaak gehoorde +vraag. +</p> +<p>—Wij zijn Engelschen en wij wilden naar Petrograd gaan! antwoordde Raffles. +</p> +<p>—Waar komt gij vandaan? +<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p> +<p>Daar loochenen niets zou helpen antwoordde Raffles: +</p> +<p>—Wij komen van de zijde van het Onega-meer, waar gestreden is tusschen Uwe troepen +en de Rooden. +</p> +<p>—Wat deed gij daar? +</p> +<p>—Wij kwamen daar om te jagen en zijn door de gebeurtenissen verrast. +</p> +<p>—Wat waren uw plannen te Petrograd? +</p> +<p>—Geen andere, dan ten spoedigste naar ons eigen land terug te keeren! +</p> +<p>De Luitenant die deze vragen gesteld had keek Raffles en zijn metgezellen aandachtig +aan en zeide toen: +</p> +<p>—Ik zal u naar het hoofdkwartier moeten brengen, al doet het mij leed. Mijn instructies +zijn formeel. +</p> +<p>—Dan moet gij u er aan houden, Luitenant, hernam Raffles bedaard, maar inwendig rees +de vraag bij hem, of hij en zijn beide reisgenooten nu nog niet aan het einde hunner +beproevingen waren! +</p> +<p>Want immers—als men hier te weten kwam dat de drie Engelschen elders door dezelfde +partij reeds waren ter dood veroordeeld en slechts hadden kunnen ontkomen door aanwending +van geweld, dan zag het er weder somber voor hen uit. +</p> +<p>En toch zouden zij zich in de omstandigheden moeten schikken. +</p> +<p>De overmacht was te groot, dan dat zij aan verzet zouden kunnen denken. +</p> +<p>En zoo trok, juist als een paar dagen geleden, een kleine stoet over de vlakte voort, +en de slede vormde wederom het middenpunt. +</p> +<p>Henderson had opnieuw de teugels uit handen moeten geven, en keek brommend als een +groote hond, wien men een been heeft afgenomen, toe, hoe de soldaat, die naast hem +had plaats genomen de vermoeide paarden met vaste hand bestuurde en de slede weder +op den weg bracht. +</p> +<p>Deze bleek voor een groot gedeelte van sneeuw bevrijd te zijn en het was duidelijk +dat hier reeds genie aan het werk was geweest, om den straatweg die naar de hoofdstad +voerde, voor het troepenverkeer vrij te maken. +</p> +<p>En nu begonnen reeds in de verte de lichten van Petrograd te pinken! +</p> +<p>De vrees der Rooden was dus niet ijdel geweest!—de partij der Witten had inderdaad +groote vorderingen gemaakt, en althans een gedeelte van de hoofdstad weten te bezetten. +</p> +<p>Wie weet werd er op dit oogenblik woedend gestreden in de straten van de beklagenswaardige +stad! +</p> +<p>Inderdaad werd het vuren weder heviger en twee malen passeerde men een batterij veldgeschut, +die in vollen ren, terwijl de sneeuw onder de hoeven der woest galoppeerende paarden +opstoof, nieuwe stellingen gingen innemen. +</p> +<p>—Mag ik vragen waarheen gij ons geleidt? vroeg Raffles eindelijk aan den jongen luitenant, +die naast de slede draafde. +</p> +<p>—Dat zeide ik u reeds—naar het hoofdkwartier. Generaal Judenitsch zal wel over uw +lot beslissen. +</p> +<p>Het was dus waar—de hoofdmacht van de Witten onder aanvoering van den veelgenoemden +generaal stond voor de muren van de hoofdstad, het bolwerk van het Bolsjewisme en +had daar op het oogenblik wellicht zijn intocht reeds gedaan! +</p> +<p>Nog een half uur verliep en steeds meer troepen passeerden op weg naar het Oosten. +</p> +<p>Boven Petrograd dat vlakbij scheen te liggen, hing een rossige nevel—waarschijnlijk +stond een deel van de groote stad in brand. +</p> +<p>Nu en dan klonk het gehuil der granaten, vlak boven de hoofden der mannen en even +later hoorde men de losbarsting op ongeveer twee wersten afstand. +</p> +<p>De kleine troep was een dorp binnengetrokken, waar de Witten dienzelfden dag vasten +voet hadden gekregen, en waar zij hun hoofdkwartier hadden gevestigd, in afwachting, +dat zij het naar Petrograd zouden kunnen overbrengen. +</p> +<p>Het huis van den burgemeester van het dorp, die aan de zijde der Bolsjewiki streed, +was tot verblijf van den staf ingericht. +</p> +<p>Eenige korte bevelen klonken en toen moesten de drie Engelschen de slede verlaten +en het burgemeestershuis binnengaan. +</p> +<p>Zij werden naar een kleine wachtkamer gebracht, waarvan de deur gesloten werd. Voor +de deur hoorden zij het regelmatig op en neder loopen van een schildwacht. Het kleine +vertrek was spaarzaam verlicht door een petroleumlamp, die zacht aan een ijzeren haak +heen en weder schommelde. +</p> +<p>Dit werd veroorzaakt, omdat onophoudelijk het geheele huis dreunde van de losbarstingen +eener <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>batterij, die juist aan den zoom van het dorp was opgesteld en vandaar een der voorsteden +van Petrograd onder vuur nam. +</p> +<p>Zwijgend zaten de vrienden bij elkander. +</p> +<p>Weliswaar was de luitenant zeer beleefd geweest, en ook de houding der soldaten had +niets te wenschen overgelaten,—maar zou de generaal in dezelfde stemming verkeeren? +Dat moest worden afgewacht! +</p> +<p>Iets anders dan wachten konden zij trouwens niet doen. +</p> +<p>Er viel niet aan te denken uit dit huis te ontsnappen waar zich een groot aantal officieren +ophielden, terwijl het in de straten krioelde van soldaten, allen gewapend. +</p> +<p>Neen, er schoot niets anders op over dan rustig te wachten. +</p> +<p>Nog waren er geen volle tien minuten verloopen of er naderden schreden, en de deur +werd geopend. De luitenant trad binnen, en verzocht de drie Engelschen hem te volgen. +</p> +<p>Raffles zag dat de jonge militair geheel alleen was en dit dacht hem een gunstig teeken. +</p> +<p>De luitenant geleidde de drie mannen door eenige gangen naar een vertrek waar zich +vier officieren bevonden, die achter een groote tafel gezeten waren, en tot den staf +van het Witte leger behoorden, dat in deze streek opereerde. +</p> +<p>In één hunner herkende de drie reisgenooten van de portretten in de Londensche bladen +en tijdschriften aanstonds generaal Judenitsch. +</p> +<p>Het gelaat van den legeraanvoerder der Witten had een ernstige en een weinig stroeve +uitdrukking, zooals hij daar onbewegelijk zat, met de kin in de hand gesteund schijnbaar +zonder op het binnentreden der drie vreemdelingen te letten. +</p> +<p>De luitenant was op de tafel toegetreden en zeide iets op eerbiedigen toon tot den +generaal. +</p> +<p>Toen hief Judenitsch het hoofd op, en de drie tochtgenooten keken in een paar staalblauwe +sterke oogen, onder dichte wenkbrauwen half verborgen. +</p> +<p>Die oogen bleven een tijdlang strak op de Engelschen gericht, en daarop wendde hij +zich in het Engelsch tot Raffles dien hij blijkbaar dadelijk als het hoofd van het +kleine reisgezelschap erkende: +</p> +<p>—De luitenant heeft mij zooeven medegedeeld dat hij u en uwe metgezellen midden in +de vlakte heeft aangetroffen, mijnheer de graaf. Hij heeft mij ook medegedeeld dat +gij hier gejaagd hebt, en door de gebeurtenissen zijt overvallen. Ik wil dit wel aannemen, +ofschoon velen u misschien op staanden voet zouden hebben <span class="corr" id="xd33e675" title="Bron: gefusileerd">gefusilleerd</span>. +</p> +<p>Raffles dacht aan het gevaar, hetwelk hij en zijn twee makkers nog slechts weinige +dagen geleden hadden geloopen, maar hij wachtte er zich wel voor, dit avontuur aan +generaal Judenitsch mede te deelen! +</p> +<p>De legeraanvoerder wachtte even, alvorens te vervolgen: +</p> +<p>—Ik zou uwe aanwezigheid in deze streken wellicht meer gewaardeerd hebben—… indien +gij niet met drie man, maar met <span class="corr" id="xd33e682" title="Bron: dertig duizend">dertigduizend</span>, en zoo mogelijk met drie honderd duizend waart gekomen, graaf! Ik wil u niet verzwijgen, +dat het mij bitter teleurgesteld heeft, dat uwe regeering haar troepen uit Rusland +heeft teruggeroepen, in stede van ons bij te staan, ons arm land van het vervloekte +Bolsjewisme te zuiveren! De zaken zouden zeer waarschijnlijk heel anders staan indien +de geallieerden ons de behulpzame hand hadden geboden! Wat dunkt u? +</p> +<p>—Ik weet niet goed wat ik u hierop moet antwoorden, generaal! antwoordde Raffles. +Ik denk echter, dat onze regeering is bezweken voor den aandrang van de arbeiders +in ons eigen land, die aan het bloedvergieten een einde gemaakt wenschten te zien. +Het is een publiek geheim, dat de regeering te Londen een gevaarlijk spel zou hebben +gespeeld, indien zij den wil van een groot en machtig deel onzer natie in den wind +had geslagen, en een groote legermacht hier had gelaten om aan uwen strijd deel te +nemen, al wenscht zij zelve niets liever, dan een einde te zien gemaakt aan een toestand, +die niet veel langer kan voortduren, zonder geheel Rusland in den afgrond te doen +verzinken. +</p> +<p>Generaal Judenitsch had zwijgend toegeluisterd, en zich nu en dan met zijn groote, +gespierde hand over het voorhoofd gestreken. +</p> +<p>Nu zuchtte hij diep en zeide op doffen toon: +</p> +<p>—Ik kan ook niet van een vreemdeling verwachten, dat hij deze zaak uit het zelfde +oogpunt zal beschouwen als wij Russen! Maar dit zeg ik u graaf, dat men er te Londen +en te Parijs misschien nog wel eens spijt van zal hebben, niet aan ons verzoek om +hulp te hebben gehoor gegeven! +<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p> +<p>Generaal Judenitsch trommelde even met een blauw potlood op het blad van de tafel +en hernam op anderen toon: +</p> +<p>—Laten wij hier niet verder over praten, graaf! Het Noodlot moet zich voltrekken—daar +kunnen wij menschen toch niets aan veranderen. Wat uwe positie betreft—ik wil niet +ontkennen, dat zij op dit oogenblik voor u zeer onaangenaam is. De slag is nog onbeslist—het +is evengoed mogelijk, dat wij er in slagen, Petrograd binnen te rukken, als dat de +Rooden versterkingen krijgen en ons weder terugdrijven! +</p> +<p>De generaal wierp een korten blik op de kaart die voor hem lag uitgespreid en ging +voort: +</p> +<p>—Daar intusschen de kansen, dat wij er in slagen de hoofdstad te nemen, grooter zijn +dan die, dat wij teruggeworpen worden, zoo zal ik u toestaan naar Petrograd te reizen, +maar dan moet gij ook <span class="corr" id="xd33e697" title="Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> vertrekken, want ik kan natuurlijk niet toestaan, dat vreemdelingen de operaties +van mijn leger medemaken! +</p> +<p>—Wij zelven verlangen niets liever, generaal! kwam Raffles haastig. Wij hebben volstrekt +geen geld meer, en een vriend van mij in de hoofdstad bewaart mijn reispenningen. +Er is ons dus alles aan <span class="corr" id="xd33e702" title="Bron: gelegem">gelegen</span>, zoo snel mogelijk in Petrograd te komen. +</p> +<p>—Dan zal ik u een pas en een vrijgeleide geven, hernam generaal Judenitsch. Ik kan +echter volstrekt geen aansprakelijkheid voor uw veiligheid op mij nemen! +</p> +<p>—Dat begrijp ik generaal, hernam Raffles, maar al te verheugd, dat hij en zijn makkers +er zoo gemakkelijk afkwamen. +</p> +<p>—Wat ons betreft—ik hoop dat wij binnen enkele dagen zelve in de hoofdstad zullen +zijn en als gij u dan bij mij wilt aanmelden dan zal ik trachten uwe terugreis te +vergemakkelijken! +</p> +<p>Raffles boog, bij wijze van dankzegging, en de generaal maakte een gebaar waaruit +de Engelschen begrepen, dat hij het gesprek als geëindigd beschouwde. +</p> +<p>Zij verlieten het vertrek, waar misschien het lot van het onmetelijke Russische rijk +werd beslist, door de weinige mannen achter hunne stafkaarten aan de groote tafel, +en een uur later waren zij in het bezit van passen, welke het hun mogelijk zouden +maken, Petrograd nog voor het vallen van den nacht te bereiken. +</p> +<p>Een convooi, dat over enkele oogenblikken naar de hoofdstad zou vertrekken zou hen +medenemen. +</p> +<p>En heel wat geruster dan eenige uren geleden, trokken de drie reizigers nu opnieuw +over de sneeuwvlakte, in de richting van den rossigen gloed, en van de vele lichtjes, +die in de verte schenen te wenken. +</p> +<p>Daar lag Petrograd—de stad, om welks bezit zoo heftig gestreden werd! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK IV.</h2> +<h2 class="main">Feodora Leszinsky.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het was tien uur, toen Raffles en zijn makkers de hoofdstad of liever een der voorsteden +binnen kwamen. +</p> +<p>Aan alles was te zien, dat hier nog niet lang geleden verbitterd gestreden was. +</p> +<p>Eenige huizen, half in puin geschoten, rookten nog, en overal lagen <span class="corr" id="xd33e721" title="Bron: paarden cadavers">paardencadavers</span>, overblijfselen van kanonaffuiten, geweren, uitrustingsstukken van allerlei aard. +</p> +<p>Maar de Witten waren hier meester, dat was zeker. +</p> +<p>Want overal ontmoette men hunne troepen, die op patrouille waren of kwartier maakten +voor hen die na hen zouden komen. +</p> +<p>Uit eenige uitroepen, welke hij opving maakte Raffles op, dat meer dan de helft van +de hoofdstad in handen der Witten was en dat de Rooden zich nog met de grootste hardnekkigheid +verdedigden ten Oosten van de Newa rondom het Alexander Newsky-Plein, op het Basilius +Eiland, en bij het Admiraliteitsplein. +<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p> +<p>De Witten schenen echter te hopen, dat zij er binnen vier en twintig uur in geslaagd +zouden zijn, de tegenpartij geheel en al uit de stad te verdrijven. +</p> +<p>Eindelijk hield de aanvoerder van het konvooi zijn paard in en zeide tot de drie Engelschen: +</p> +<p>—Ik heb bevel, U tot hier te begeleiden, mijne heeren! Hier scheiden zich onze wegen +dus. Ik wil U nog slechts den raad geven u niet al te ver in het centrum van de stad +te wagen want gij kunt hier het gedonder van het geschut hooren, en er wordt daarginds +hevig gestreden. Op den linker oever van de Newa zult gij echter genoeg hotels vinden—die +echter ongehoord duur zijn—daarvoor waarschuw ik u! +</p> +<p>—De linkeroever is dus nog in handen der Witten? vroeg Raffles. +</p> +<p>—Dat was hij althans nog een paar uur geleden! +</p> +<p>—Dan kan ik van geluk spreken, want mijn vriend, die mijn geld in bewaring heeft, +woont daar! Wij zullen er nu aanstonds heengaan! +</p> +<p>—Ik vrees dat gij dan zult moeten loopen, mijne heeren, want gij zult wel vruchteloos +op een huurslede of een rijtuig wachten! +</p> +<p>Dat begrepen Raffles en zijn <span class="corr" id="xd33e739" title="Bron: metgezellem">metgezellen</span> ook—de huurkoetsiers zouden er wel niet veel voor gevoelen, naar het centrum der +stad te rijden, terwijl ieder oogenblik de kansen konden keeren, en een granaat hen +en hun voertuig kon verpletteren! +</p> +<p>En zoo namen zij afscheid van den aanvoerder van het konvooi en trokken te voet de +stad verder in. +</p> +<p>—Waar gaan wij nu het eerst heen? vroeg Charly, toen zij een paar honderd meter verder +waren. +</p> +<p>—Naar den Engelschen Consul, die mijn geld in bewaring heeft, antwoordde Raffles. +Wij zijn hier wel in een stad, die voor de helft nog in handen is van lieden die niets +van geld willen weten, maar zonder dat aardsche slijk zouden wij toch in een uiterst +onaangename positie komen. Ik zou werkelijk niet weten hoe wij naar ons eigen land +zouden kunnen terugkeeren. Hij woont hier niet ver vandaan en ik denk wel dat hij +op dit oogenblik thuis is, want men gaat thans werkelijk niet voor zijn genoegen de +straat op! +</p> +<p>Dat was zeker zoo want op niet al te verre afstand was de hemel rood van de vlammen, +die uit sommige stadswijken opstegen, en de lucht was vervuld van het gedonder van +het geschut, terwijl nu en dan vuurpijlen opstegen, zoeklichten den hemel afzochten +en granaten met donderend geweld uiteenbarstten. +</p> +<p>Na een half uur loopens hadden de drie mannen het fraaie huis van den consul bereikt, +en Raffles begaf zich alleen naar binnen, toen de bediende hem op zijn schellen had +medegedeeld dat zijn meester tehuis was. +</p> +<p>Hij bleef nauwelijks tien minuten weg en keerde met een vergenoegd gelaat terug. +</p> +<p>—Nu kunnen wij tenminste ergens onderdak krijgen! riep hij uit. Want men mag zeggen +wat men wil—zelfs hier, in het brandpunt van het Bolsjewisme, is het geld nog altijd +de bewegingszenuw van het geheele stoffelijke bestaan! +</p> +<p>—Waar gaan wij heen? vroeg Charly. +</p> +<p>—Naar een goed hotel. Ik weet er een aan het Newsky-Prospect. Het Alexander Hotel. +Het is een der eerste van de stad. +</p> +<p>—Maar ligt het in een buurt, die voor ons veilig is, dat wil zeggen, in een stadswijk, +welke in handen van de Witten is? hernam Charly. +</p> +<p>—Ja. +</p> +<p>—Nu, dan moeten wij er maar spoedig heengaan! Ik wil wel bekennen, dat ik tamelijk +vermoeid ben na al die avonturen van de laatste dagen! +</p> +<p>—Een goed souper—voor zoover het te krijgen is!—en een goed bed zullen ons wel weder +geheel doen bekomen van onze ontberingen, beste jongen! zeide Raffles. En nu snel +op weg, want het wordt al laat, en ik ben er niet zeker van of men ons wel zal opnemen +nu er nog zoo hevig gevochten wordt. +</p> +<p>De drie reisgenooten begaven zich op weg en twintig minuten later stonden zij voor +het groote hotel, dat thans echter een somberen indruk maakte daar bijna alle lichten +daarbinnen gedoofd waren, zeker om geen doelwit op te leveren voor vijandelijke vliegers. +</p> +<p>Het deed wel zeer zonderling aan dat er dicht bij de deur een sierlijk uitgedoste +portier op post stond, alsof men zich in vollen vrede bevond, en er niet vlak in de +buurt slechts weinige uren geleden verbitterd gestreden was. +</p> +<p>De man ontving de drie reizigers zoo rustig, dat het hun een oogenblik was alsof zij +al hun avonturen van de laatste dagen slechts gedroomd hadden en dat er geen sprake +was van strijd tusschen zonen van één stam. +</p> +<p>Raffles vroeg naar kamers, en het bleek dat er nog verscheidene open waren, zij het +dan tegen <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>prijzen, welke vroeger eenvoudig ondenkbaar geweest zouden zijn. +</p> +<p>Voor twee kleine kamers moest Raffles honderd vijftig roebels per nacht betalen! +</p> +<p>Hij vertrok echter geen spier van zijn gelaat en besprak de kamers. +</p> +<p>—Zijn er veel reizigers? vroeg hij toen. +</p> +<p>—Naar de omstandigheden te rekenen, vrij wat mijnheer! antwoordde de man. Er zijn +veel Duitschers die hier zaken komen doen. +</p> +<p>Raffles keek Charly glimlachend aan. +</p> +<p>—Steeds de ouden gebleven! zeide hij zacht. Zij zouden zaken gaan doen in de hel, +als het mogelijk was om daarheen te gaan—en er ook weder vandaan te komen. Intusschen—wij +hebben vrede met elkander gesloten, en ik denk er niet aan ergens anders heen te gaan! +Wij zouden daar trouwens zeer waarschijnlijk ook onze oude tegenstanders aantreffen! +</p> +<p>De drie mannen begaven zich nu allereerst naar de hun aangewezen vertrekken. +</p> +<p>Raffles en Charly zouden er een van betrekken, Henderson het tweede, aan de tegenovergestelde +zijde van de gang gelegen. +</p> +<p>Nadat zij zoo goed en zoo kwaad als het ging toilet hadden gemaakt, begaven Raffles +en Charly zich naar de groote eetzaal, terwijl Henderson afzonderlijk zou avondmalen. +</p> +<p>De brave kerel zelf bleef er onder alle omstandigheden op staan dat “de afstand zou +worden bewaard” zooals hij het noemde. +</p> +<p>Honderden malen had hij, in den loop van gevaarvolle avonturen en reizen, gezamenlijk +met zijn meester de maaltijden gebruikt, en met hem in dezelfde hut, onder <span class="corr" id="xd33e776" title="Bron: de zelfde">dezelfde</span> tent geslapen. +</p> +<p>Maar niet zoodra was men weder in de beschaafde wereld terug, of hij wilde weder de +chauffeur van Zijne Lordschap zijn, en niets anders. +</p> +<p>En zoo zaten dan de twee vrienden in de groote eetzaal, waarvan de gordijnen zorgvuldig +waren dichtgetrokken, zoodat er geen licht naar buiten kon doordringen. +</p> +<p>Het souper-uur had juist geslagen en de zaal was vrij goed bezet, en wel met een zoo +zonderling allegaartje, als men daar in tijden van vrede zeker niet bijeen had aangetroffen. +</p> +<p>Er zaten daar Polen, binnen enkele jaren schatrijk geworden, er waren Galicische Joden +die hun voordeel hadden weten te doen met de conjunctuur, en in eens schatten hadden +verdiend, er zaten militairen, thans uitsluitend Witten, en dan was er een groot aantal +<span class="corr" id="xd33e785" title="Bron: demimondaines">demi-mondaines</span>, die eensklaps als paddestoelen uit den grond schenen te zijn geschoten. +</p> +<p>Ten slotte kon men er wel zeker van zijn, dat er in deze zaal ook eenige <span class="corr" id="xd33e790" title="Bron: Bolsjewiski">Bolsjewiki</span> zaten—maar zij pasten wel op, dat men ze niet als zoodanig zou herkennen! Er werd +zeer veel wijn en champagne gedronken, die met fabelachtige prijzen werd betaald, +en als men de met spijzen beladen tafels zag, dan kon men zich niet begrijpen, dat +er in de buitenlandsche bladen van “ontzettend gebrek” werd gesproken—als men niet +wist, dat de gewone burger zich dan ook dit voedsel onmogelijk kon verschaffen, wegens +de ongehoorde prijzen. +</p> +<p>Op dat tijdstip kostte te Petrograd, een goed middagmaal, zonder wijn evenwel, ongeveer +honderd zeventig roebels! +</p> +<p>Toen Raffles en Charly hadden plaats genomen, trad er juist een vrouw binnen op wie +zich dadelijk aller blikken vestigden. +</p> +<p>Zij was zeer schoon en van waarlijk vorstelijke gestalte. +</p> +<p>Fluweelzwarte oogen in een ovaal, eenigszins olijfkleurig gelaat, een kleine roode +mond, als met een penseel getrokken wenkbrauwen, donzen wangen, en een prachtige hals, +overgaande in een weelderigen boezem, welke een Titiaan zou hebben verrukt. +</p> +<p>Zij was in gezelschap van een kleinen zwarten man, die haar met groote eerbied scheen +te behandelen. +</p> +<p>In de sierlijk gevormde ooren schitterden twee zeer groote diamanten, en haar ver +ontbloote hals was omgeven door een snoer parelen van groote waarde. +</p> +<p>Ook haar vingers leken wel vonken te schieten zoo waren zij overladen met juweelen +ringen. +</p> +<p>Zij scheen even rond te zien, en ging toen naar een nog onbezet tafeltje, niet ver +van de beide vrienden verwijderd. +</p> +<p>—Een zeer schoone vrouw! zeide Charly op zachten toon. +</p> +<p>—Ja, zij heeft een Poolsch type. Als de Poolsche vrouwen schoon zijn, dan zijn zij +ook ware Venussen. +</p> +<p>—Men kan wel zien, dat de Witten hier thans de overhand hebben, anders zou zij het +zeker niet <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>wagen in het publiek met zooveel kostbaarheden te pronken. +</p> +<p>—Dat mag je wel zeggen—en ik vind het tamelijk gedurfd, want niemand kan immers weten +hoe de zaken reeds morgen zullen staan. Als de Rooden het verloren terrein terugwinnen—als +die vrouw dan nog hier is—en als de Bolsjewiki zich haar opschik herinneren, dan zal +zij die niet veel langer meer bezitten. +</p> +<p>—Zou dat kleine mannetje met zijn stekende oogjes haar echtgenoot zijn? +</p> +<p>—De man heeft inderdaad het type van den echtgenoot eener buitengewoon schoone vrouw. +Ik heb opgelet, dat bevallige en groote vrouwen dikwijls gehuwd zijn met kleine onbeteekenende +mannen. Misschien deden zij het om hun schoonheid des te beter te doen uitkomen! +</p> +<p>—Dat is weer juist iets voor jou, Edward! zeide Charly verwijtend. +</p> +<p>—Laten wij dan in dit geval aannemen, dat die man haar broeder is—of haar minnaar. +Voor haar vader is hij veel te jong. Hij kan ternauwernood veertig jaren zijn. +</p> +<p>De kellner kwam aandragen met het bestelde, en de beide vrienden zetten zich aan den +maaltijd. +</p> +<p>Maar intusschen hield Raffles geen oog van de schoone vrouw, die zooeven was binnengetreden +en die in hooge mate zijn belangstelling scheen te trekken. +</p> +<p>Eensklaps bleef hij een paar seconden doodstil zitten, met zijn lepel halverwege zijn +bord en zijn lippen. +</p> +<p>Maar reeds het volgende oogenblik at hij rustig verder. +</p> +<p>Charly had echter goede oogen, en hij had de verbazing van Raffles gezien. +</p> +<p>—Wat was er—waar keek je zoo naar? vroeg hij nieuwsgierig. +</p> +<p>—Ik keek naar onze schoone Poolsche, Charly, antwoordde Raffles zacht. +</p> +<p>—Maar je zag er zoo verwonderd uit. +</p> +<p>—Dat was ik ook, en ik hoop dat jij het alleen gemerkt hebt! +</p> +<p>—Hoezoo? vroeg Charly, wiens verbazing toenam. +</p> +<p>—Wel, de kellner drukte haar zooeven een papiertje in de hand! +</p> +<p>—De onze? +</p> +<p>—Neen, hij bedient aan haar tafeltje. +</p> +<p>—Wat zou dat eigenlijk? Ik houd die vrouw voor een zeer welgestelde demi-mondaine—en +die kellner kan wel haar amant zijn! +</p> +<p>—Dat is niet erg waarschijnlijk, want zij verstopte eerst snel het briefje, haalde +het daarna zoogenaamd uit haar zilveren beugeltasch, las het en liet het toen aan +haar metgezel zien. Ik heb er wel niet veel verstand van, maar ik geloof toch niet +dat dit gebruikelijk is onder minnaar en minnares! +</p> +<p>—Wel, dan zal het iets anders zijn, hernam Charly. Misschien een briefje van iemand +die buiten op antwoord wacht! +</p> +<p>—Waarom was de kellner dan zoo bevreesd, dat anderen zouden zien hoe hij het papiertje +overhandigde<span class="corr" id="xd33e833" title="Bron: .">?</span> Neen,—zij verwachtte dat briefje, want toen de man naderde liet zij haar hand langs +de tafel afhangen en hij duwde het er vliegensvlug in. +</p> +<p>—Nu, dan weet ik het niet! hernam Charly, die niet veel beteekenis aan het geheele +voorval scheen te hechten. +</p> +<p>Maar het was duidelijk dat Raffles er anders over dacht. +</p> +<p>Na eenigen tijd te hebben gezwegen en de schoone vrouw van ter zijde te hebben opgenomen, +vervolgde hij: +</p> +<p>—Wat den kellner betreft, die haar het papiertje in de hand moffelde—heb je niets +bijzonders aan den man gezien? +</p> +<p>—Neen, ik vind hem alleen niet heel mooi! +</p> +<p>—Dat is hij ook niet—maar ik meen iets anders! Die man is in het geheel geen kellner! +</p> +<p>—Lieve hemel, Edward,—waarom denk je dat? vroeg Charly verwonderd. +</p> +<p>—Omdat hij niet bedienen kan! Kijk hem eens onhandig omgaan met zijn schalen en flesschen! +Zóó draagt geen enkele kellner zelfs niet uit een ordinair wijnhuis een schaal met +gerechten en een flesch champagne! +</p> +<p>—Misschien is hij wel pas kellner geworden! +</p> +<p>—Dat zou dan gisteren geweest moeten zijn! +</p> +<p>—Vertel mij eens wat er eigenlijk in je omgaat, Edward, kwam Charly. Ik begin in te +zien, dat je blijkbaar aan deze zaak veel meer gewicht hecht dan ik! Wat denk je toch? +</p> +<p>—Ik denk dat hier een klein—of wellicht een groot complot gesmeed wordt, beste Charly! +Zulke opvallend mooie vrouwen, in gezelschap van zulke opvallend kleine en onbeteekenende +mannen, die <span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span>briefjes aannemen van kellners, die geen kellners zijn en die zulke schitterende juweelen +dragen, ofschoon de Rooden op een geweerschot afstand staan—dat beteekent niet veel +goeds! +</p> +<p>Charly had zijn vork laten rusten en keek Raffles onderzoekend aan. +</p> +<p>—Als ik niet meende, dat wij hier wel iets anders te doen hebben—namelijk zoo spoedig +mogelijk heen te gaan—dan zou ik durven wedden, dat je veel lust hebt hier te blijven, +alleen om te zien, wat er met die mooie cocotte, en dien kellner gaat gebeuren! +</p> +<p>—Je zoudt je weddenschap gewonnen hebben, Charly—want dat ben ik inderdaad voornemens! +</p> +<p>—Je drijft er zeker den spot mee? riep Charly verschrikt uit. +</p> +<p>—Ik meen het in volle ernst! +</p> +<p>—In deze stad die wel een vulkaan gelijkt, welke ieder oogenblik tot uitbarsting kan +komen? +</p> +<p>—Ik kan het niet helpen, dat dit interessante feit zich juist hier afspeelt, hernam +Raffles bedaard. +</p> +<p>—Maar als die vrouw werkelijk gevaarlijk is, en iets in den zin heeft, dan branden +wij onze vingers, als wij er ons mede bemoeien! ging Charly voort. +</p> +<p>—Wij kunnen oppassen! +</p> +<p>—Maar die vrouw hoort hier misschien in het geheel niet thuis! hield Charly wanhopig +aan. +</p> +<p>—Dat is te onderzoeken—en als zij werkelijk niet in de stad thuis hoort,—wel, dan +zullen wij haar volgen! Maar wij zullen spoedig <span class="corr" id="xd33e865" title="Bron: zkerheid">zekerheid</span> kunnen hebben! +</p> +<p>Hij wenkte den kellner die hen bediend had, en die dadelijk gedienstig kwam toesnellen. +</p> +<p>Raffles wees op de schoone vrouw aan het andere tafeltje en vroeg op zachten toon: +</p> +<p>—Kunt gij mij ook zeggen, goede vriend, wie die dame daarginds is en hoe zij heet? +</p> +<p>De kellner wierp een vluchtigen blik in de aangeduide richting en zei toen: +</p> +<p>—Wie zij is, zou ik U niet kunnen zeggen mijnheer, maar zij heet Feodora Leszinsky, +en zij is denkelijk een <span class="corr" id="xd33e874" title="Bron: poolsche">Poolsche</span>, zeer rijke <span class="corr" id="xd33e877" title="Bron: demi mondaine">demi-mondaine</span>. +</p> +<p>—En die heer naast haar? +</p> +<p>—Wij houden hem voor haar minnaar, ofschoon hij niet in dit hotel logeert. +</p> +<p>—Dus dat doet die dame wel? vroeg Raffles op levendigen toon. +</p> +<p>—Ja mijnheer, zij heeft twee prachtige kamers op de tweede verdieping. +</p> +<p>—Zeker nog niet lang? vroeg Raffles als terloops. +</p> +<p>—Sedert gisteren! +</p> +<p>Raffles knikte den kellner toe en deze trok zich weder terug. +</p> +<p>Raffles bleef eenige oogenblikken in gedachten zitten en hief toen eensklaps het hoofd +op. +</p> +<p>—Ik gaf er heel wat voor, als ik wist wat er in het briefje stond, dat de kellner +haar zooeven tersluiks in de hand heeft geduwd, zeide hij op zachten toon. +</p> +<p>—Je kunt het haar moeilijk vragen, Edward! meende Charly. +</p> +<p>—Neen, dat zal niet gaan, hernam Raffles met een flauwen glimlach. Wij zouden echter +kunnen trachten het briefje door list in handen te krijgen! +</p> +<p>—Maar mijn hemel! hecht je daar dan zoo bijzonder aan? +</p> +<p>—Ja, zeer bijzonder. Ik weet niet wat het is, maar die vrouw oefent een ongeloofelijke +aantrekkingskracht op mij uit. +</p> +<p>—Ha, ha! Eindelijk heb je je dan toch eens bloot gegeven! riep Charly op zegevierenden +toon uit. Eindelijk ben je dan toch onder den invloed van de schitterende bekoorlijkheid +van die vrouw! +</p> +<p>—Je vergist je, Charly—ik denk alleen aan haar schitterende diamanten, hernam Raffles +lakoniek. Haar uiterlijk is mij volkomen onverschillig. +</p> +<p>Charly maakte een gebaar van teleurstelling en bromde zuchtend voor zich heen. +</p> +<p>—Onverbeterlijk! Onverbeterlijk! +</p> +<p>Raffles had intusschen rustig een paar halen aan zijn cigaret gedaan, waarvoor hij +echter drie roebel had moeten betalen en scheen in gedachten verzonken. +</p> +<p>Toen boog hij zich naar Charly over en zeide: +</p> +<p>—Zij heeft het briefje in haar boezem weggemoffeld en het zal inderdaad wat lastig +zijn om het uit die schuilplaats te voorschijn te brengen, zonder dat zij het bemerkt. +Maar er zal toch een oogenblik komen dat zij zich van <span class="corr" id="xd33e903" title="Bron: kaar">haar</span> kleederen ontdoet en het briefje wegbergt en dat oogenblik moeten wij benutten. +</p> +<p>—Tenminste als zij het niet voor dien tijd verscheurd heeft! merkte Charly op. +</p> +<p>—Dat zouden wij moeten afwachten! +</p> +<p>—Zeg mij nu eens duidelijk wat je plannen zijn! +<span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span></p> +<p>—Vannacht in haar kamer binnendringen en naar het briefje zoeken. +</p> +<p>—En als zij ontwaakt? +</p> +<p>—Snel heengaan en doen als of er geen wolkje aan de lucht is. +</p> +<p>—En als zij haar revolver neemt en op je schiet, zooals Poolschen dat gewend zijn? +</p> +<p>—Bidden, dat zij zal misschieten. Heb je nog meer aanmerkingen? +</p> +<p>Charly maakte een stom gebaar van wanhoop, en schudde ontkennend het hoofd. +</p> +<p>—Het blijft dus afgesproken, ging Raffles voort<span class="corr" id="xd33e920" title="Bron: ,">.</span> Wij logeeren ook op de tweede verdieping, en het zal gemakkelijk zijn het nummer +van haar kamers te weten te komen. +</p> +<p>—Als je er dan volstrekt op gesteld bent je hoofd in een strop te steken, Edward en +haar kamer binnen te dringen, dan zou ik in overweging willen geven, eenvoudig haar +juweelenkistje onder den arm te nemen, en zoo spoedig mogelijk te verdwijnen zonder +je verder met dat briefje van den kellner te bemoeien. +</p> +<p>—Pardon, dat briefje kon weleens de hoofdzaak zijn, en veel meer waard dan haar juweelen! +</p> +</div> +</div> +<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK V.</h2> +<h2 class="main">De aanslag op Judenitsch.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Charly gaf zich gewonnen, daar hij wel inzag dat Raffles zich vast had voorgenomen +om het geheim te doorgronden, en niet eerder zou rusten, voor hij den inhoud van het +briefje ontdekt had. +</p> +<p>—Kan ik je tenminste helpen? vroeg hij. +</p> +<p>—Neen, mijn jongen, ik geloof dat het beter is als ik dit alleen doe, in een hotel +opereert men beter alleen! +</p> +<p>De eetzaal was nu langzamerhand leeggeloopen en de schoone Poolsche stond nu ook op +en liet zich door haar kleinen donkeren metgezel haar bontmantel omhangen en verliet +met denzelfden koninklijken tred waarmede zij gekomen was, de zaal. +</p> +<p>Maar van dat oogenblik af zou zij niet meer ontkomen aan den spiedenden blik van den +Grooten Onbekende. +</p> +<p>Raffles wenkte den kellner, betaalde hem—gaf dertig roebel fooi, wat maar juist even +voldoende bleek te zijn, waarop hij zich haastte er vijftig van te maken en verliet +op zijn beurt met Charly de eetzaal. +</p> +<p>In het hotel was als schrille tegenstelling met den nood der tijden een danszaal ingericht +waarin een strijkje van Hongaren meesleepende dansmuziek speelde. En in die zaal danste +men als of er niet nog steeds om het bezit van de stad gestreden werd tusschen de +Witten en Rooden—men danste er, zooals de edellieden tijdens het <span class="corr" id="xd33e937" title="Bron: hoogstepunt">hoogtepunt</span> van de Fransche Revolutie in hun gevangenis in de Bastille dansten, tot op het oogenblik +dat zij met karren tegelijk naar de guillotine werden gevoerd. +</p> +<p>De Poolsche was deze zaal binnengetreden, en zij vertoefde er bijna een uur. +</p> +<p>Raffles scheen volstrekt geen vermoeienis meer te gevoelen, en bewaakte haar evenals +een kat het een muizenhol doet. +</p> +<p>Maar toen scheen zij er genoeg van te hebben, en zij ruischte weg, nagezien door alle +heeren in de zaal, terwijl de kleine zwarte man, die steeds in haar gezelschap was +geweest, achterbleef. +</p> +<p>Feodora Leszinsky begaf zich naar hare kamer, en Charly vroeg op fluisterenden toon: +</p> +<p>—Nu zal het dus voor ons ook tijd worden om onze kamers op te zoeken? +</p> +<p>—Ja, mijn jongen! antwoordde Raffles, het doet mij leed dat ik je van een deel van +je nachtrust beroofd heb, maar wezenlijk, deze zaak houdt mij zoozeer bezig dat ik +niet zal rusten, alvorens ik ze tot klaarheid heb gebracht. Ik zelf zal een paar uur +rust nemen en dan zullen wij eens zien wat het briefje bevat! +<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p> +<p>De beide vrienden zochten hun kamer op, na zich te hebben vergewist dat de logeerkamer +van de schoone Poolsche inderdaad op hun eigen verdieping gelegen was en dat zij zich +in haar appartementen had teruggetrokken. +</p> +<p>Het was omstreeks één uur in den nacht. +</p> +<p>Men hoorde hier zeer zacht en gedempt de tonen opklinken van het kleine orkestje in +de danszaal, waar men<span class="corr" id="xd33e953" title="Niet in bron">,</span> zooals de kellner verzekerd had, den geheelen nacht zou blijven doordansen! +</p> +<p>Dit maakte natuurlijk de onderneming van Raffles niet gemakkelijker, daar hij nu rekening +moest houden met de mogelijkheid, dat hij op de gang nog gasten zou tegenkomen. Hij +was echter niet van zins zich daarom van zijn voornemen te laten terughouden. +</p> +<p>Ofschoon Charly poogde, zoolang mogelijk wakker te blijven, won de vermoeienis het +van hem en hij sluimerde in. +</p> +<p>Wat Raffles betreft—hij had zich voorgenomen om juist half vier in den morgen wakker +te worden—en het scheelde ook geen vier minuten! +</p> +<p>Hij sprong zonder eenig gerucht te maken uit het bed, schoot snel eenige kleedingstukken +aan, liet zijn revolver in zijn zak glijden, en zijn kleine electrische zaklantaarn, +die hem steeds had vergezeld. +</p> +<p>Vervolgens opende hij behoedzaam de deur van zijn kamer en keek in de gang. +</p> +<p>Deze was flauw verlicht door een paar kleine electrische lampjes in de zoldering aangebracht, +en lag daar stil en verlaten, maar daar beneden klonk de zachte gedempte dansmuziek +nog altijd door—en tegelijkertijd kon men hier duidelijk het dof gerommel van het +geschut hooren! +</p> +<p>Raffles bedacht zich echter niet, maar trad naar buiten, trok zachtjes de deur achter +zich dicht en stak snel de gang over. +</p> +<p>Hij wist dat Feodora Leszinsky een kamer als slaapvertrek gebruikte terwijl de andere +als een soort salon werd benut. +</p> +<p>Hij stond nu voor de deur van dit laatste vertrek en draaide behoedzaam aan de kruk. +</p> +<p>Zooals hij wel kon verwachten, was de deur van binnen met den sleutel gesloten. Dit +was echter voor iemand als Raffles geen bezwaar. +</p> +<p>Hij haalde een klein instrument te voorschijn, hetwelk de Witte met zijn sleutelbos +en nog wat andere schijnbare waardelooze voorwerpen in zijn bezit hadden gelaten, +stak dit in het slot, en draaide van buiten af voorzichtig den sleutel in het slot +om. +</p> +<p>Deze manoeuvre had nauwelijks eenige seconden geduurd. +</p> +<p>Raffles vergewiste zich nog eens dat men hem niet bespiedde, en opende vervolgens +snel en geruischloos de deur welke hij dadelijk weer achter zich sloot. +</p> +<p>Het was stikdonker in het vertrek, maar de deur die tot het slaapvertrek toegang gaf +stond op een kier, en vandaar drong een flauw lichtschijnsel in den salon door—er +brandde dus een nachtlicht in het slaapvertrek. +</p> +<p>Het eerste wat Raffles deed, was naar deze tusschendeur te sluipen en haar te sluiten. +</p> +<p>Het tweede was zich te overtuigen dat het raam uitzicht gaf op een balkon dat langs +den geheelen zijgevel van het hotel liep, en aan welks einde zich een brandladder +bevond. +</p> +<p>Na zich op deze wijze te hebben vergewischt, dat zijn aftocht gedekt was in geval +van nood, schoof Raffles de gordijnen weder dicht en ontstak zijn <span class="corr" id="xd33e975" title="Bron: zak-lantaarn">zaklantaarn</span>, teneinde het vertrek te onderzoeken. +</p> +<p>Er stonden niet veel, maar zeer fraaie meubels en daaronder was een klein schrijfbureau +van rozenhout waarvan het blad gesloten was. +</p> +<p>Raffles trad er dadelijk op toe, onderzocht met kennersoog het slot, haalde minachtend +de schouders op en opende het blad met evenveel gemak alsof er een sleutel op gezeten +had. +</p> +<p>Het Bureau scheen gebruikt te worden, want er lag briefpapier in en een vloeilegger, +een sierlijke schrijfmap, en de laden, eveneens voor een deel gesloten, bleken brieven +te bevatten. +</p> +<p>Raffles haalde er eenige uit de enveloppen en las ze vluchtig door. +</p> +<p>Deze lectuur scheen hem groot belang in te boezemen, want een half uur later las hij +nog altijd! +</p> +<p>Zijn gelaat teekende verrassing, toen hij eindelijk de laadjes weder dicht schoof, +na de brieven weder allen op hun plaats te hebben gelegd. +</p> +<p>Hij wilde ook de klep reeds weder sluiten, toen zijn oog viel op een slordig opgevouwen +stukje papier, dat half uit de schrijfmap stak. +</p> +<p>—Dat papiertje lijkt al zeer veel op het briefje hetwelk de kellner heden avond aan +onze schoone dame ter hand stelde! <span class="corr" id="xd33e987" title="Bron: docht">dacht</span> hij. +</p> +<p>Hij vouwde het open en las slechts deze woorden: +<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span></p> +<p>—“Houd je gereed. Word een dezer dagen in dit hotel verwacht.” +</p> +<p>Een oogenblik bleef Raffles in gedachten met het briefje in de handen staan en daarop +stak hij het weder in de schrijfmap en sloot het <span class="corr" id="xd33e997" title="Bron: Bureau">bureau</span>. +</p> +<p>Een oogenblik hield de gedachte hem bezig, dat er in het naastgelegen vertrek voor +een waarde van minstens honderd duizend <span class="corr" id="xd33e1002" title="Bron: Roebel">roebel</span> aan juweelen was te vinden—maar Raffles scheen andere plannen te hebben—want hij +opende slechts weder de tusschendeur op een kier, zooals hij ze gevonden had, en verliet +het vertrek zonder meer leven te maken, dan een vos zou hebben gemaakt. +</p> +<p>Hij overtuigde zich dat de weg veilig was en stond met een paar sprongen weder voor +zijn eigen kamer. +</p> +<p>Een minuut later had hij zich weder ontkleed en te bed begeven. +</p> +<p>Charly sliep nog altijd rustig en Raffles dacht er niet aan hem wakker te maken, ofschoon +hij in de kamer van de schoone Poolsche zeer veel belangrijks had ontdekt.…. +</p> +<p class="tb"></p><p> +</p> +<p>De beide vrienden sliepen voor hun doen zeer lang en stonden pas om half negen volkomen +uitgerust en verkwikt op. +</p> +<p>Zij namen een bad en daarop bracht een <span class="corr" id="xd33e1014" title="Bron: étage kellner">étage-kellner</span> het eenvoudig ontbijt in hun kamer bestaande uit <span class="corr" id="xd33e1017" title="Bron: Chocolade">chocolade</span> en kleine broodjes. +</p> +<p>Toen zij voor het raam gezeten waren, vanwaar zij een prachtig gezicht hadden op het +<span class="corr" id="xd33e1022" title="Bron: News">Newa</span> Prospect, vroeg Charly nieuwsgierig: +</p> +<p>—Nu zult je toch den tijd voor de <span class="corr" id="xd33e1027" title="Bron: confidentie’s">confidenties</span> wel aangebroken achten, mag ik vragen of ge iets <span class="corr" id="xd33e1030" title="Bron: bizonders">bijzonders</span> ontdekt hebt in de kamer van de schoone Feodora? +</p> +<p>Raffles knikte bevestigend, nam een teug van de geurende chocolade en zeide toen langzaam: +</p> +<p>—Wat ik daar vond was zeker van gewicht! Wat denk je wel dat die mooie demi-mondaine +inderdaad is? +</p> +<p>—Hoe zou ik dat kunnen weten? Misschien wel een voormalige grootvorstin. +</p> +<p>—Neen, dat niet bepaald! Zij is in dienst van de Rooden! +</p> +<p>—Wat zeg je daar? Dus een Bolsjewiki? riep Charly verbaasd uit. +</p> +<p>—Niets meer en niets minder. Ik heb in haar bureau een gansche correspondentie gevonden +met een Luitenant van Lenin. Zij heeft hier een zending te vervullen en daarom heeft +zij, hoewel slechts voor tijdelijk, haar intrek in dit hotel genomen! Weet je wie +hier verwacht wordt? +</p> +<p>—Lenin zelf misschien? +</p> +<p>—Neen, Generaal Judenitsch! +</p> +<p>—Judenitsch? Hier? Hoe weet je dat? +</p> +<p>—Het stond in het briefje hetwelk de kellner haar gisteren in handen speelde! Weliswaar +werd daarin alleen de voorletter J genoemd, maar er kan niet aan getwijfeld worden +of hij is bedoeld, afgaande op de overige correspondentie welke ik verwacht heb. +</p> +<p>—En zij? Wat is haar taak? +</p> +<p>—Haar taak is tweeërlei.—Zij moet trachten zich van de krijgskas meester te maken +waarover hij het beheer heeft, en daarna moet zij hem dooden! +</p> +<p>Charly verbleekte. +</p> +<p>—Vreeselijk! zeide hij toonloos. Een sluipmoordenares dus! +</p> +<p>—Ja, maar zoo zullen de Rooden het natuurlijk niet noemen, ging Raffles kalm voort. +Zij zullen haar wel wreekster of iets dergelijks noemen, en in geval zij terecht gesteld +wordt, heet zij natuurlijk een martelares! +</p> +<p>—Maar je zult dat toch aanstonds bij de politie aangeven? riep Charly uit. +</p> +<p>—Geen haar op mijn hoofd denkt daar aan! antwoordde <span class="corr" id="xd33e1053" title="Bron: Raffes">Raffles</span> rustig. Ten eerste is het begrip politie wat al te vaag op dit oogenblik, en in deze +stad. Vergeet niet dat wij hier in een stad zijn, die tot op gisteren altijd in handen +van de Bolsjewiki is geweest, en waar dus óók de politiemacht onder controle van Lenin +en Trotsky stond! Maar al is dat niet zoo, ik heb heel andere plannen! +</p> +<p>—Wat ben je van zins? +</p> +<p>—Ik wil, om te beginnen de juweelen van die Poolsche hebben, want zij zijn zeer schoon +en zij zijn haar waarschijnlijk verschaft door het Roode Hoofdkwartier, dat er ook +wel niet op een eerlijke wijze zal zijn aangekomen. Die heeft zij natuurlijk gekregen +om naar behooren haar rol van rijke Poolsche te spelen. Zij moet door haar schoonheid +Generaal Judenitsch tot zich lokken—en dan zou de rest haar niet moeilijk vallen. +</p> +<p>—Maar waarom heb je die juweelen dan eenvoudig van nacht niet meegenomen? ging Charly +voort. +</p> +<p>—Dat zou zeer gevaarlijk zijn geweest, vergeet niet dat wij hier in een zeer gevaarlijke +omgeving <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>zijn, en dat wij letterlijk aan de genade of ongenade zijn overgeleverd van de partij +die toevallig de overhand heeft! Iedereen kan ons naar onze passen vragen en ons in +de gevangenis laten werpen! Een <span class="corr" id="xd33e1063" title="Bron: juweelen diefstal">juweelendiefstal</span> zou natuurlijk dadelijk ontdekt zijn, en wat zou er met ons gebeuren, denk je, als +men die kostbare steenen bij ons vond? Je zult misschien aanvoeren, dat wij dadelijk +de vlucht hadden kunnen nemen, maar ik verzeker je dat we niet ver gekomen zouden +zijn! In ons land gaat men eenvoudig in een trein zitten, of wij hebben onze auto +bij de hand, of wij trekken ons eenvoudig terug naar één van onze landgoederen, onder +één of andere vermomming, maar dat gaat ditmaal niet. Ik wist daarenboven, dat die +diamanten mij niet zouden ontgaan, als ik slechts den goeden weg volgde. +</p> +<p>—En mag ik weten wat die goede weg is? +</p> +<p>—Heel eenvoudig! Ik zal de plaats innemen van Generaal Judenitsch! +</p> +<p>Charly liet een lichten kreet hooren, en bijna was zijn kop chocolade hem uit de hand +gevallen. +</p> +<p>Hij staarde Raffles met wijd geopende oogen aan en zeide toen, nadat hij zich hersteld +had op ironischen toon: +</p> +<p>—Wel zeker—dat is bijzonder eenvoudig! Het kon bijna niet eenvoudiger! Ik begrijp +niet, dat ik daar zelf niet op ben gekomen. +</p> +<p>—Je drijft er den spot mede, hernam Raffles kalm, en je denkt dat het moeilijk zal +zijn, om mijn plan ten uitvoer te brengen. +</p> +<p>—Moeilijk? maar Edward, het is volkomen onmogelijk! +</p> +<p>—Waarom, als ik vragen mag? +</p> +<p>—Waarom? Wel om alles! riep Charly uit. +</p> +<p>—Noem mij dan eens eenige redenen, wat ik je verzoeken mag. +</p> +<p>—Daar is om te beginnen het uiterlijk! Je hebt ditmaal niets medegenomen om je te +kunnen vermommen, en het weinige dat je had, is met onze bagage verloren gegaan! +</p> +<p>Raffles haalde de schouders op en sprak: +</p> +<p>—Ik erken dat dit een bezwaar is, maar het is niet onoverkomelijk. Je zult je herinneren, +Charly, dat ik je eens heb medegedeeld, hoe ik in alle hoofdsteden der voornaamste +landen van Europa, te Berlijn zoowel als te Parijs, te Madrid, te Rome, te Weenen +en te Petrograd een kleinen voorraad van vermommingen bezat, die in geval van nood +moesten dienst doen. +</p> +<p>—Zeker herinner ik mij dat, Edward, maar je gelooft toch niet dat tijdens den oorlog +die bergplaatsen en die kleine kamertjes welke je gehuurd had of zelfs de kleine huizen +welke je bezat, onaangeroerd zijn gebleven! +</p> +<p>—Dat mag ik tenminste niet hopen, Charly, antwoordde Raffles. In die jaren zal er +heel wat gebeurd zijn, vooral in de oorlogvoerende landen, maar in ieder geval zullen +wij dadelijk op onderzoek uitgaan en zien hoe of het met mijn woning staat! +</p> +<p>—Die is natuurlijk al lang door anderen in bezit genomen! +</p> +<p>—Dat is zeer wel mogelijk, maar dat zou niet hinderen zoo lang men mijn geheime bergplaatsen +niet heeft ontdekt! +</p> +<p>—En als dat wel het geval is? +</p> +<p>—Dan zouden wij ons moeten wenden tot een of anderen Theaterkapper! Ik erken dat dit +lang niet hetzelfde is, maar na eenige uren werk zouden wij hetgeen de man ons verschaft, +voldoende hebben kunnen veranderen. +</p> +<p>—Maar de uniform, Edward? Hoe kom je daar aan? +</p> +<p>—Judenitsch draagt een zeer eenvoudige generaalsuniform, en toen wij hem zagen was +hij in veldtenue. Een dergelijke uniform is zeer gemakkelijk ergens te krijgen—wij +zullen er aanstonds eens op uitgaan. +</p> +<p>—Zijn ridderorden? +</p> +<p>—Namaken of bij een opkooper aanvragen. +</p> +<p>—Zijn gevolg? +</p> +<p>—Hij komt hier niet met zijn geheelen staf, maar slechts met zijn adjudant en dat +ben jij! +</p> +<p>—Maar ik ken niet voldoende Russisch! +</p> +<p>—Er wordt ook niet van je verlangt dat je je mond opendoet! +</p> +<p>Charly zocht met inspanning naar nog andere tegenwerpingen, maar hij kon er geen vinden +en liet zich wanhopig achter in zijn stoel vallen, terwijl hij een gebaar van machteloosheid +maakte. +</p> +<p>Toen bromde hij: +</p> +<p>—Ik zeide het al—er is niets aan te doen. Dan moet het noodlot zich maar voltrekken! +<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK VI.</h2> +<h2 class="main">Toebereidselen.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Nu Raffles zich éénmaal vast had voorgenomen, om zijn plan ten uitvoer te brengen, +begon hij ook dadelijk met koortsachtigen ijver aan de toebereidselen. +</p> +<p>Charly had zich in het onvermijdelijke geschikt en ondanks zichzelf bewonderde hij +de weergalooze stoutmoedigheid van dezen man, die zelfs onder deze omstandigheden +niet terugschrok voor een onderneming welke ieder ander zeker als waanzinnig en tot +mislukken gedoemd zou beschouwen! +</p> +<p>Dadelijk na het ontbijt verlieten de beide mannen het hotel, nadat zij Henderson hadden +gewaarschuwd. +</p> +<p>Deze kreeg in opdracht zoo mogelijk voor een zeer snelle auto te zorgen ofschoon dat +zeker niet gemakkelijk zou zijn, daar Henderson alleen maar Engelsch sprak. +</p> +<p>Raffles en Charly wisten een huurauto machtig te worden en de eerste gaf den chauffeur +het adres op van een kleine straat dicht bij het <span class="corr" id="xd33e1111" title="Bron: Admiraalplein">Admiraliteitsplein</span>. +</p> +<p>De man scheen even na te denken, en zeide toen: +</p> +<p>—Dat zal U honderd roebel kosten, mijnheer, ik geloof dat die buurt nog door de Rooden +onder vuur wordt genomen. +</p> +<p>—Dat kunnen wij afwachten, zeide Raffles bedaard. +</p> +<p>Zij stapten in en de auto zette zich in beweging. +</p> +<p>De chauffeur had vrij wat moeite het voertuig naar de hem opgegeven plaats te brengen, +want hier en daar lag de sneeuw nog zeer dik en bovendien waren de straten nu en dan +versperd door barricades of de puinhoopen van door het granaatvuur vernielde huizen. +</p> +<p>Maar eindelijk bereikten zij toch de aangewezen straat. +</p> +<p>Raffles gelastte den chauffeur te wachten en verzocht Charly in de auto te blijven +tot hij zou zijn teruggekeerd. +</p> +<p>Hij liep haastig de straat in en hield ten slotte stil voor een oud huis waarvan hij +jaren geleden een kamer op de bovenste verdieping had gehuurd, waarnaar hij echter +tijdens den oorlog niet had kunnen omzien. +</p> +<p>Zooals hij wel vermoed had, was deze kamer intusschen reeds herhaalde malen aan anderen +verhuurd, zooals de portier van het groote huis hem medegedeeld had. +</p> +<p>Maar de tegenwoordige huurder, die bij het leger der Rooden dienst deed, was reeds +veertien dagen geleden heengegaan, en sedert dien had men niets van hem vernomen. +</p> +<p>Raffles greep de gelegenheid aanstonds aan en zeide tot den portier: +</p> +<p>—Ik zal U eens wat zeggen! Ik heb deze woning eenige jaren geleden gehuurd en ofschoon +ik er volstrekt geen rechten op wil doen gelden zou ik ze gaarne weder betrekken gedurende +een paar dagen, ik ben niet rijk genoeg om een duur hotel te betalen en ik beloof +U dat ik aanstonds weder zal verhuizen als de tegenwoordige huurder mocht terugkeeren. +</p> +<p>Raffles had hem onder het spreken een goudstuk in de handen gedrukt,—en al was het +dan een Engelsch, de portier verbaasde er zich ten zeerste over dat hij in deze stad +goudgeld te zien kreeg! Raffles noemde toen den naam waaronder hij eenige jaren geleden +de woning gehuurd had. +</p> +<p>De man scheen even in beraad te staan, maar de Engelsche Souverein had hem reeds zoo +week als boter gemaakt—hij wist wel dat hij voor dat geldstukje gemakkelijk vijftig +en zelfs zestig roebels zou kunnen maken! En daarom zeide hij: +</p> +<p>—Ik denk wel dat het zal gaan, mijnheer! Gij zult er echter zeer weinig meubels vinden +en die zijn nog van den huiseigenaar! +</p> +<p>—Dat doet er niet toe. Ik kom hier slechts eenige dagen met een paar mijner vrienden +wonen. +</p> +<p>Raffles knikte den man toe, keerde naar de auto terug, en zeide op zachten toon tot +Charly: +</p> +<p>—Het lot is ons gunstig! We hebben nu een dak boven ons hoofd, ik heb dezelfde kamer +kunnen huren, waarin ik destijds mijn vermommingen heb weggeborgen. +<span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span></p> +<p>—En denk je dat die er nog zijn? +</p> +<p>—Dat zullen we aanstonds onderzoeken! +</p> +<p>Raffles betaalde den chauffeur, Charly stapte uit en te voet begaven de beide vrienden +zich naar het huis. +</p> +<p>De portier geleidde hen naar een vrij groote kamer op de bovenste verdieping en vroeg +toen: +</p> +<p>—Hebben de heeren geen bagage bij <span class="corr" id="xd33e1142" title="Bron: hen">zich</span>? +</p> +<p>—Neen, die is aan de grens opgehouden! antwoordde Raffles voor de vuist weg, maar +wij zullen U een week huur vooruit betalen! +</p> +<p>—Dan is alles in orde, mijne heeren, zeide de man waarop hij zich terugtrok. Zoodra +het geluid zijner voetstappen was weggestorven sloot Raffles de deur van het eenvoudig +gemeubelde vertrek en trad snel op een der hoeken toe, die het verste van de ramen +verwijderd was. +</p> +<p>Hij sloeg hier een punt van het vloerzeil terug, en nu zag Charly een soort luik, +dat hij echter niet als zoodanig <span class="corr" id="xd33e1149" title="Bron: erkend">herkend</span> zou hebben, als hij niet half en half verwacht had wat hij te zien zou krijgen, dat +bijna anderhalve meter in het vierkant mat. +</p> +<p>Niet zonder groote moeite wist Raffles het open te krijgen—en daar zagen zij nu een +aantal platte blikken doozen, alles voorzien van een etiket, waarvan de opschriften +echter door vocht en door stof bijna onleesbaar waren geworden. +</p> +<p>—Ik heb dat luik zelf gemaakt, zeide Raffles en de ruimte benut tusschen het plafond +en den vloer die tamelijk groot is, zooals je ziet. En nu zullen wij eens zien hoe +de inhoud zich wel gehouden heeft in al die jaren. +</p> +<p>Hij nam een paar blikken uit de schuilplaats, en opende ze. +</p> +<p>De doozen waren vrij sterk door de roest aangetast, en de inhoud bleek op eenige plekken +van motten en houtwurmen te hebben geleden. +</p> +<p>Maar gelukkig niet zoo erg als Raffles wel gevreesd had. +</p> +<p>Nu kwam er een groote roode doos te voorschijn, die een aantal pruiken bleek te bevatten. +</p> +<p>Deze waren allen nog geheel en al ongeschonden alsof zij zoo van den pruikenmaker +kwamen. Tevens bevonden er zich eenige voortreffelijk nagemaakte en eenige echte ridderorden +in. +</p> +<p>—Zooals je ziet, gaat alles naar wensch, beste Charly, zeide Raffles glimlachend. +</p> +<p>—O ja, het gaat voortreffelijk, hernam de jonge man meesmuilend. +</p> +<p>—Het is alsof alles al goed en wel achter den rug is! Ik geloof waarlijk dat je het +vinden van deze kleederen als de hoofdzaak schijnt te beschouwen. +</p> +<p>—Dat is het ook in zekeren zin, zeide Raffles bedaard. Want als ik eenmaal als generaal +Judenitsch kan optreden dan is de rest slechts kinderwerk. +</p> +<p>Charly zeide niets en vergenoegde er zich mede even de schouders op te halen. +</p> +<p>Raffles had intusschen eenige andere doozen nagezien, waarvan er een twintigtal in +het groote gat stonden en eindelijk had hij er één gevonden die een generaalsuniform +bevatte, nog van vóór den oorlog evenwel, en waarvan alle galons, gouden tressen en +andere fraaiigheden verwijderd zouden moeten worden. +</p> +<p>Gelukkig was de kleur door den tijd en het lange liggen een weinig verschoten en dat +kwam juist goed uit. +</p> +<p>In dezelfde trommel bevond zich nog een tweede uniform, die met eenige veranderingen +zeer goed kon doorgaan voor die van kapitein. +</p> +<p>—Ik zou je wel iets willen vragen, zeide Charly toen Raffles het noodige had uitgezocht +en daarna alle blikken doozen weder op hun plaats had gezet. +</p> +<p>—Laat eens hooren? +</p> +<p>—Als wij ons hier vermommen als de generaal en zijn adjudant, hoe komen wij dan onopgemerkt +hier weg? Of wil je tot vanavond hier blijven? +</p> +<p>—Dat zal wel noodig zijn, Charly, want het zal waarschijnlijk verdenking baren als +Judenitsch zoo vroeg in de stad komt, welke hij pas voor een deel veroverd heeft; +bovendien moeten wij nog vrij wat onderzoeken, voor wij zonder gevaar onze rol moeten +spelen. Dit staat vast, dat de zoogenaamde kellner geweten heeft, dat de generaal +in het Admiraals-Hotel zijn intrek zou nemen en er moeten dus spionnen bij de Witten +geweest zijn die dit wisten; hoe dit ook zij, wij moeten den staat van zaken goed +kennen en daar zullen wel verscheidene uren mee gemoeid zijn. +</p> +<p>Onder het spreken had Raffles de kleederen en de pruiken weggesloten in een muurkast +waarvan hij den sleutel bij zich stak. +</p> +<p>—Nu moeten wij Henderson nog waarschuwen, want de brave kerel zal volstrekt niet weten +waar wij zitten. +<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p> +<p>Raffles opende de deur van het vertrek weder en de twee mannen verlieten het huis, +na aan den portier te hebben medegedeeld dat zij dien avond zouden terugkeeren. +</p> +<p>Nu begaven zij zich allereerst naar hun Hotel, waar Henderson nog steeds vertoefde +en daar ontving de reus voor zoover het noodig was, zijn instructies. +</p> +<p>Hij was pas kort geleden teruggekeerd van zijn ommegang door het door de Witten bezette +deel van de stad en ten slotte was hij er in geslaagd een kleine maar zeer snelle +auto te huren bij een handelaar in automobielen die tamelijk goed Engelsch sprak. +</p> +<p>Hij had den wagen niet aanstonds kunnen medenemen want de handelaar had een bespottelijk +hoog garantie bedrag geëischt, en dat had hij natuurlijk niet bij zich gehad. +</p> +<p>Het eerste wat Raffles nu deed, was zich in gezelschap van Henderson en Charly naar +den handelaar te begeven en hem de gevraagde garantiesom te betalen. Vijf duizend +roebel voor een auto die er op dit oogenblik zeker geen drie duizend waard was, tenminste +naar de vroegere koers berekend. +</p> +<p>Het was een verveloos ding, maar het geoefende oog van Henderson had dadelijk gezien +dat de motor voortreffelijk was en dat de wagen gemakkelijk negentig kilometer per +uur zou kunnen loopen. +</p> +<p>De straten waren op dit oogenblik reeds vol Witte troepen en de ruiten rinkelden van +het gedaver der voorbijtrekkende artillerie. +</p> +<p>Als niet alle voorteekenen bedrogen, en als de Rooden niet spoedig versterkingen kregen, +dan zou Petrograd zeker voor hen verloren gaan! +</p> +<p>Overal zag men officieren, die bevelen schreeuwden en ordonnancen die op hun motorrijwielen +of te paard, vliegensvlug orders gingen overbrengen of halen. +</p> +<p>—Ik geloof dat het tijd wordt om te handelen, zeide Raffles, toen hij dit alles eens +had opgenomen. Want, als het zoo voortgaat, is de geheele stad morgen in het bezit +der Witte troepen, en dan zou Judenitsch wel eens kunnen verschijnen vóór wij tusschenbeide +zijn gekomen. Het moet dus vóór vanavond zijn. +</p> +<p>Door voorzichtig hier en daar navraag te doen, vernam Raffles dat het Hoofdkwartier +zich nog steeds op eenige wersten afstands van de hoofdstad bevond en dat het waarschijnlijk +in den loop van den nacht zou worden verplaatst. +</p> +<p>Zoodra de duisternis begon te vallen, omstreeks vier uur in den middag, begaven Raffles +en Charly zich weder naar het huis, waar zij hun vermommingen zouden aanleggen, maar +onderweg liet Raffles Henderson stilhouden voor een uitdragerij, waar zij, na eenig +zoeken, een gewone soldatenuniform vonden, ruim genoeg voor den reus. +</p> +<p>Het was volkomen duister toen de kleine renwagen voor het huis stilhield. Raffles +trad op Henderson toe en zei op zachten toon: +</p> +<p>—Rijd nu de straat ten einde en trek daar op het onbebouwde veld dat zich daar bevindt, +snel de uniform aan, houd daar echter je eigen kleederen onder aan, want die zul je +zeker nog noodig hebben, zet je horloge met het mijne gelijk, en keer juist over drie +kwartier, dus om zes uur, weder hier terug om ons op te nemen, rijd dan weg, zoodra +wij in de auto hebben plaats genomen en breng ons dan naar het Admiraals-Hotel! +</p> +<p>Henderson tikte aan zijn pet, en reed weg, terwijl Raffles en Charly zich de trappen +opspoedden. +</p> +<p>Nog zelden had de Groote Onbekende zooveel zorg besteed aan één zijner vermommingen, +want hij begreep dat het thans om zijn leven ging. +</p> +<p>Natuurlijk kende de zoogenaamde kellner Judenitsch van aanzien en ook de schoone Poolsche +zou wel zeer goed weten, hoe haar slachtoffer er uitzag! +</p> +<p>Terwijl zij druk bezig waren hun gelaat een geheele verandering te laten ondergaan, +vroeg Charly: +</p> +<p>—Dit complot is zeker lang van te voren beraamd, voor het geval Judenitsch ooit te +Petrograd mocht komen, want het is niet denkbaar dat Feodora Leszinsky er ooit op +heeft gerekend dat zij tot het groote Hoofdkwartier zou kunnen doordringen. +</p> +<p>—Dat is ook mijn meening. Ik ben er echter van overtuigd, dat er nog wel andere plannen +hebben bestaan, voor het geval dat de Opperbevelhebber van de Noord-Westelijke legertroep +niet te Petrograd maar elders zou zijn verschenen. +</p> +<p>—Wat zijn je plannen voor hedenavond? +</p> +<p>—Dat moet ik van de omstandigheden laten afhangen, dat wil zeggen, van hetgeen de +schoone Poolsche voorstelt! Ik denk dat zij dadelijk tracht kennis met mij aan te +knoopen en mij naar een andere plek zal willen meelokken, want in het hotel zou zij +haar plan moeilijk ten uitvoer kunnen brengen. +<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p> +<p>De vrienden waren nu geheel gereed en Charly riep vol bewondering uit: +</p> +<p>—Je lijkt werkelijk verbluffend veel op Judenitsch. +</p> +<p>—Zooveel te beter! Het is een gelukkig toeval dat wij den man nog geen vier en twintig +uur geleden in levenden lijve hebben gezien! +</p> +<p>Hij raadpleegde zijn horloge en zeide: +</p> +<p>—Nog vijf minuten! Wij zullen nu van onze kleederen snel een bundeltje maken en in +de auto leggen, waarmede Henderson steeds in onze nabijheid moet blijven. +</p> +<p>—Maar is het niet erg gevaarlijk, dat we een Russisch soldaat van hem hebben gemaakt, +als hij toch eens werd aangesproken? +</p> +<p>—Hij moet altijd zoo vlug rijden dat dit onmogelijk is, en als men hem aanspreekt +moet hij maar een paar Duitsche klanken uitstooten, je weet misschien wel dat er verscheidene +Duitsche soldaten bij de Rooden zoowel als bij de Witten dienst hebben genomen. +</p> +<p>De kleederen werden snel bijeen gepakt en met een touw omwikkeld en daarop maakten +de mannen zich gereed om het vertrek te verlaten waar zij waarschijnlijk niet meer +zouden terugkeeren. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch7" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK VII.</h2> +<h2 class="main">Vergift en Diamanten!</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Zij liepen de trap haastig af en nauwelijks hadden zij de voordeur geopend of zij +zagen de auto komen aanrijden en stilhouden. +</p> +<p>Henderson was nauwkeurig op zijn tijd geweest. +</p> +<p>De beide mannen stapten in, en zij hadden nauwelijks plaats genomen of reeds stoof +de auto weg. +</p> +<p>Een uur later stond zij weder stil voor het <span class="corr" id="xd33e1221" title="Bron: Admiraals Hotel">Admiraals-Hotel</span>. +</p> +<p>Raffles wendde zich tot Henderson en fluisterde hem toe: +</p> +<p>—Blijf hier in de buurt rondrijden, over twee uren ongeveer zul je mij in gezelschap +van een dame het <span class="corr" id="xd33e1227" title="Bron: Hotel">hotel</span> zien uitkomen en daarop zal Mijnheer Brand zich bij je voegen om je nadere instructies +te geven. Als men je soms mocht aanspreken roep je maar: Verstaan nicht, en rijdt +zoo hard je kunt door, je gaat voor een Duitscher door, begrijp je? +</p> +<p>—Uitstekend, Mylord. En als ze te lastig zijn zal ik ze wel op z’n Engelsch neerslaan! +</p> +<p>—Geen geweld, dan in geval van nood, <span class="corr" id="xd33e1233" title="Bron: Henderon">Henderson</span>! maande Raffles hem aan. +</p> +<p>Hij knikte den reus nog eens toe en ging daarna het Hotel binnen met Charly wiens +hart hoorbaar klopte. +</p> +<p>—Nu zullen wij afspreken, Charly, dat je hevige kiespijn voorwend, ingeval men persoonlijk +het woord tot je zou richten, wat ik echter niet denk! +</p> +<p>Zij traden de groote eetzaal binnen en onmiddellijk richtten zich de blikken van eenige +personen op hen die hen blijkbaar herkend hadden. +</p> +<p>Daaronder was ook de kellner die den dag tevoren het briefje aan Feodora Leszinsky +in handen had gegeven. +</p> +<p>Maar veel doordringender dan de blik van hen allen was die van de Poolsche zelf, die +blijkbaar zooeven was binnengetreden, en aan een tafeltje had plaats genomen, thans +geheel alleen. +</p> +<p>Raffles deed, alsof hij haar aanvankelijk niet opmerkte, maar hij zag, hoe zij met +een bijna onmerkbare beweging van het hoofd den gewaanden kellner wenkte en snel eenige +woorden met hem wisselde, terwijl zij in de richting van de beide vrienden keek. +<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p> +<p>Daarop knikte de kellner bevestigend en verwijderde zich. +</p> +<p>—Zij bijt aan! bromde Raffles verheugd. Het spel gaat beginnen! +</p> +<p>Hij had met zijn gewaanden adjudant reeds plaats genomen en dadelijk kwam er een kellner +toeloopen aan wie Raffles zijn bestelling zei. +</p> +<p>De eetzaal was dien avond niet zeer druk bezet, en dadelijk begon het stomme oogenspel +tusschen de schoone Poolsche en den man, dien zij gezworen had te zullen dooden. +</p> +<p>—Je kunt over drie kwartier, zoo tegen het dessert, wel verdwijnen, beste Charly, +zeide Raffles, want de eend zwemt regelrecht in de fuik, hetzij met alle eerbied gezegd +van de schoone <span class="corr" id="xd33e1251" title="Bron: zamenzweerster">samenzweerster</span>! +</p> +<p>—En waar moet ik dan blijven! +</p> +<p>—Tracht Henderson op te vangen, en dan kunnen jullie beiden die uniform wel weer afleggen, +nu ik het wild beet heb! Des te minder vat geven wij op ons. +</p> +<p>Hij had een blik op zijn horloge geworpen en ging nu voort: +</p> +<p>—Ik zal het zoo aanleggen, dat zij mij over een uur ongeveer naar haar woning brengt, +welke zij hier zeker zal hebben, met het oog op het moordplan. Zij is natuurlijk slechts +hier komen logeeren, om kennis met den generaal te kunnen aanknoopen en ik ben wel +benieuwd hoe zij dat zal kunnen aanleggen! +</p> +<p>Daarop behoefde Raffles niet lang te wachten, want nog voor het dessert van het diner +was opgedragen, stond de schoone Poolsche op, wierp haar medeplichtige een snellen, +waarschuwenden blik toe, en kwam in de richting van het tafeltje waaraan de mannen +gezeten waren, die zij voor Generaal Judenitsch en zijn adjudant hield. +</p> +<p>Zij had een sigaret tusschen de roode lippen, en op eenige passen van het tafeltje +verwijderd stond zij stil en wilde ze met een zilveren sigarenaansteker doen ontbranden. +</p> +<p>Schijnbaar bij ongeluk echter gleed het voorwerpje uit hare handen en viel voor de +voeten van Raffles neder. +</p> +<p>Deze bukte zich haastig, raapte het sierlijke voorwerpje op, en maakte vuur, en hield +het de schoone vrouw met een buiging voor. +</p> +<p>Terwijl zij zich voorover boog teneinde haar sigaret aan te steken, blikten haar schoone +oogen diep in die van den gewaanden generaal en toen zeide zij vriendelijk: +</p> +<p>—Ik dank U, Generaal! en ik maak van de gelegenheid gebruik U als overwinnaar welkom +te heeten in deze stad! +</p> +<p>—Hoe, gij weet.…? riep Raffles schijnbaar verrast uit, ik meende toch mijn incognito +goed bewaard te hebben. +</p> +<p>—Dat zou U in deze stad niet gelukken, generaal! daarvoor is uw gelaat al te bekend, +hernam de Poolsche terwijl er een verleidelijk glimlachje om haar lippen speelde. +</p> +<p>Raffles maakte opnieuw een buiging en hernam: +</p> +<p>—Ik had mij waarlijk geen schooner bewoonster van de hoofdstad kunnen wenschen, om +mij het welkom toe te roepen, en ik zie dat gij alleen zijt, madame, wilt gij mij +veroorloven, met U een glas champagne te drinken? Op mijn overwinning? +</p> +<p>Even scheen de schoone vrouw te aarzelen, maar toen klonk er een zilveren lachje en +zij riep: +</p> +<p>—Welnu, generaal, dan zullen wij de conventie ditmaal maar eens buiten spel laten, +ik neem uw hoffelijk aanbod aan. +</p> +<p>De generaal wierp zijn adjudant een blik toe, die zooveel beteekende, als: +</p> +<p>—Je bent te veel, goede vriend, waarop deze haastig opstond, zwijgend een diepe buiging +voor de schoone Poolsche maakte, zijn uniformpet greep, voor zijn chef salueerde en +de eetzaal verliet. +</p> +<p>Het volgende oogenblik waren de schoone vrouw en haar vermeend slachtoffer zoo goed +als alléén in het afgelegen hoekje van de groote zaal, en nu werd een steekspel aangevangen, +in welks verloop Raffles alle gelegenheid had de slagvaardigheid van de verleidelijk +schoone vrouw te bewonderen. +</p> +<p>Zij wendde, schijnbaar zonder opzet, alle kunsten aan, welke een betooverende vrouw +ten dienste staan, om een willoozen man in haar netten te lokken maar die op Raffles +volstrekt geen invloed zouden hebben uitgeoefend, als hij niet generaal Judenitsch +had moeten voorstellen. Maar nu scheen hij snel onder den invloed te geraken van de +heerlijk schoone vrouw, die tegenover hem was gezeten en met haar roode lippen van +haar champagneglas nipte. +<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p> +<p>En er was zeker nog geen uur verloopen of de samenzweerster had den generaal waar +zij hem hebben wilde.…. +</p> +<p>Zij zouden gezamenlijk naar haar woning gaan, waar zij den generaal, naar zij voorgaf, +aan eenige vrienden wilde voorstellen, die niets liever verlangden dan de Witten als +hun bevrijders te verwelkomen. +</p> +<p>Toen dit was afgesproken, verzon zij een voorwendsel om den generaal eenigen tijd +op haar te laten wachten. +</p> +<p>Raffles glimlachte, want hij begreep wel wat zij ging doen. Zij zou haar valies met +de juweelen pakken omdat zij na het volbrengen van de daad dadelijk de vlucht zou +moeten nemen, en er niet aan te denken viel, dat zij nog naar het <span class="corr" id="xd33e1284" title="Bron: Hotel">hotel</span> zou kunnen terugkeeren. +</p> +<p>Hij bleek goed te hebben gezien, want een kwartier later kwam zij terug terwijl zij +een sierlijk maar sterk valies droeg. +</p> +<p>Raffles schoot dadelijk toe teneinde er haar van te ontlasten maar zij weerde hem +af en zeide: +</p> +<p>—Het is heel vriendelijk van u, generaal, maar dit valies geef ik nooit uit mijn handen. +</p> +<p>—Zooals gij wilt, madame! zeide de gewaande generaal. +</p> +<p>Toeval of niet—er kwam juist een huurauto aanrijden, die van pas kwam om het paar +naar de woning van de schoone vrouw te brengen. +</p> +<p>In de auto nam Raffles zijn voorzorgen want hij was er volstrekt niet zeker van of +de chauffeur niet in het complot was geweest en de schoone samenzweerster zou trachten +hem in het voertuig van het leven te berooven. +</p> +<p>Voor alle zekerheid trok hij dus den rechterarm van de schoone vrouw door den zijne, +en vatte ook haar andere hand, alsof hij die wilde liefkoozen hetgeen de schoone verleidster +voor de leus zich werend, lachend toeliet. +</p> +<p>Er gebeurde echter niets gedurende den rit van een kwartier, en toen de wagen stilstond +begreep Raffles dat de moordenaars er de voorkeur aan hadden gegeven den generaal +binnenshuis uit den weg te ruimen. +</p> +<p>Toen hij uitstapte en den chauffeur betaalde zag hij juist hoe de snelle renwagen +kwam aanjagen en op zijn beurt stilstond. +</p> +<p>Henderson en Charly waren dus op hun post! +</p> +<p>De schoone vrouw was hem snel voorgegaan en op de deur van een fraai huis toegeloopen +waar zij thans aanschelde. +</p> +<p>Een Russische bediende, die wel achter de deur scheen te hebben gestaan, opende deze, +en wierp Raffles in het voorbijgaan een snellen, wraakzuchtigen blik toe. +</p> +<p>Raffles zag dadelijk dat hij zich in een met groote weelde ingericht huis bevond, +hetgeen wel noodig was geweest om het slachtoffer niet ontijdig argwaan te doen krijgen. +</p> +<p>Feodora had den bediende op zachten toon snel eenige bevelen gegeven en maakte daarna +een uitnoodigend gebaar naar de deur van een vertrek, welke de bediende haastig afsloot. +</p> +<p>—Vergun mij dat ik mij even verkleed, generaal, ik ben aanstonds weder tot uw dienst! +zeide zij lachend. +</p> +<p>Zij knikte Raffles met een betooverenden glimlach toe en verliet het vertrek. +</p> +<p>De Gentleman-inbreker keek eenigen tijd naar de gesloten deur en mompelde bij zich +zelf: +</p> +<p>—Het schijnt dus, dat vrouwen een medemensch glimlachend naar de andere wereld kunnen +helpen. Nu, als ik er iets aan doen kan, dan zal zij er ditmaal toch nog vrij wat +moeite mede hebben. Ik geloof dat die bediende—ongetwijfeld de medeplichtige—de eenige +andere persoon hier in huis is, en dat is mij des te liever. Maar de Bolsjewiki moeten +toch een vrij laag denkbeeld van Generaal Judenitsch gehad hebben, om te kunnen veronderstellen +dat hij, tijdens een nog onbeslisten veldslag, een vrouw zou volgen, ook al is zij +zoo bedwelmend schoon als die Poolsche duivelin! +</p> +<p>Raffles was nog niet lang met zijn alleenspraak gereed, toen Feodora weder binnentrad, +thans in een prachtig gewaad van roode zijde, diep uitgesneden, zoodat haar heerlijke +vormen goed te zien waren. +</p> +<p>Zij noodigde Raffles haar naar de eetzaal te volgen, waar een kleine versnapering +was gereed gezet. +</p> +<p>—Zoo, het schijnt met vergift te moeten gebeuren! bromde Raffles voor zich heen, en +een huivering beving hem als hij die schoone vrouw aanschouwde, die kon lachen en +schertsen, terwijl <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>zij op het punt stond, een medemensch in koelen bloede het leven te benemen. +</p> +<p>In de kleine kamer, waarheen de Poolsche Raffles thans geleidde, stonden op een tafeltje +van perenhout, sierlijk ingelegd, een flesch wijn, een schaal met sigaretten en een +kom met heerlijke zuidvruchten, die zeker met een <span class="corr" id="xd33e1315" title="Bron: burgermans kapitaal">burgermanskapitaal</span> waren betaald. +</p> +<p>Sedert de vrouw terug was gekomen, had Raffles haar geen seconde uit het oog verloren, +en hij hield ook de deur goed in het oog, terwijl hij als bij toeval langs de beide +ramen had gestreken, om te zien, of er achter de gesloten gordijnen niemand verborgen +was. +</p> +<p>Toen zette hij zich neder, en Feodora Leszinsky schonk den wijn in. +</p> +<p>Maar Raffles had scherp toegezien. +</p> +<p>En hij had ontdekt dat het glas, hetwelk voor hem was neergezet, een zeer geringe +hoeveelheid fijn wit poeder op den bodem bevatte, niet te zien voor wien er niet in +het bijzonder oplette. +</p> +<p>Raffles kon niet beletten, dat er een rilling over zijn rug liep, toen hij het doodelijk +poeder in het glas ontwaarde, maar een oogenblik later had hij zich hersteld. +</p> +<p>Wat de vrouw betreft, haar hand sidderde zelfs niet, toen zij den wijn in het glas +van haren gast schonk, die hem den dood moest brengen. +</p> +<p>Nu waren de beide glazen gevuld. +</p> +<p>Feodora hief het hare op, lachte den gewaanden generaal toe en zeide: +</p> +<p>—Tot op den bodem, generaal! Ik drink op Uw overwinning! +</p> +<p>—Ik wil U bescheid doen, madame, maar het is onder ons Witten de gewoonte dat wij +voordien de glazen ruilen.…. Wilt gij dus het mijne ledigen? +</p> +<p>De oogen van de twee menschen boorden zich in elkander. +</p> +<p>Langzaam zette Feodora het glas weder neder. +</p> +<p>Er verscheen een floers voor haar oogen en haar gelaat verkreeg een oogenblik een +tijgerachtige uitdrukking. +</p> +<p>Raffles hield haar zijn glas voor en eensklaps sloeg zij het hem uit de hand met doodsbleek +gezicht, haalde een zilveren fluitje te voorschijn en wilde het aan haar lippen brengen. +</p> +<p>Maar voor zij dit kon doen, had Raffles met de linkerhand haar pols grepen, terwijl +hij haar met de rechterhand zijn revolver voorhield! +</p> +<p>—Weg dat fluitje en geen geluid, caronje, of bij God, ik schiet je neer, zooals men +een dollen hond neerschiet! beval hij. +</p> +<p>Het fluitje viel op tafel. +</p> +<p>—Steek je handen op! +</p> +<p>De witte handen gingen bevend omhoog en de zwarte oogen brandden met vurigen haat +in het bleeke gezicht. +</p> +<p>In een oogwenk had Raffles de polsen van de schoone moordenares geboeid en haar een +doek in den mond gestopt. +</p> +<p>Daarop droeg hij haar naar een sofa waarop hij haar met een dik touw stevig vastbond. +</p> +<p>Tenslotte maakte hij een spottende buiging voor haar en zeide: +</p> +<p>—Het feestje heeft een eenigszins ander verloop dan gij U hadt voorgesteld, lieve +dame, maar dat is uw eigen schuld! En nu snel de rest! +</p> +<p>Raffles greep het fluitje, rukte een der gordijnkoorden af en liep naar de deur, waar +hij naast ging staan. +</p> +<p>Toen maakte hij een lus aan het einde van het koord, legde dien voor den drempel op +den vloer en bracht het fluitje aan de lippen. +</p> +<p>Een schelle fluittoon snerpte. +</p> +<p>Een paar seconden later vloog de deur open en de bediende stormde binnen de revolver +in de vuist. +</p> +<p>Maar hij kwam niet ver! +</p> +<p>Raffles gaf een ruk aan het koord, waar de man juist over liep en met een vloek stortte +hij voorover, terwijl de revolver hem uit de hand vloog en ver van hem neerviel. +</p> +<p>Voor de Rus weder kon opstaan, had Raffles hem handig het koord om armen en beenen +geslagen, zoodat de man zich niet verroeren kon. +</p> +<p>Ook hij werd gekneveld en aan de kruk van de deur vastgebonden. +</p> +<p>En nu snelde Raffles vlug het vertrek uit, en doorzocht vlug maar grondig de andere +vertrekken. +</p> +<p>In de slaapkamer vond hij niet alleen de tasch met de juweelen, maar ook nog een groot +aantal andere sieraden, welke hij goeden buit verklaarde, en in een soort werkkamer +stond een kast waarin <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>hij een klein ijzeren kistje ontdekte, hetwelk ongeveer honderd dertigduizend roebel +bleek te bevatten. +</p> +<p>Ook dit geld verdween in zijn beide uniformzakken. +</p> +<p>Toen zijn strooptocht geëindigd was, trad hij nogmaals het vertrek binnen waar de +machteloos gemaakte Bolsjewiki lagen, en riep tot de schoone samenzweerster: +</p> +<p>—Ik moet U tot mijn spijt vroeger verlaten, dan mijn plan was, madame! Ik zal zoo +vrij zijn, de politie te waarschuwen per telefoon, want ik wil niets met haar te doen +hebben! Die moet dan maar zien wat zij denkt te doen! Neen, vrees niet, dat ik U aan +de Witten zal verraden! Het is niet mijne gewoonte vrouwen aan het <span class="corr" id="xd33e1361" title="Bron: vuurpeleton">vuurpeloton</span> over te leveren, zelfs al hebben ze mij willen dooden! Gij kijkt mij verbaasd aan? +Laat ik u dan zeggen, dat gij er voortaan beter aan zult doen, eerst eens goed toe +te zien of de generaals die gij in uw netten lokt, misschien niet heel iemand anders +zijn! +</p> +<p>Met deze woorden nam Raffles snel de grijze pruik af, die zijn hoofd bedekte, hief +de tasch met de juweelen in de hoogte, en groette de Poolsche die vuurrood van woede +was geworden, met een bevallig handgebaar. +</p> +<p>Een oogenblik later had hij het huis verlaten en snelde op de auto toe, die hem wachtte, +en snel met hem verdween! +</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first center">De volgende aflevering (No. 320) bevat: +</p> +<p class="center xxl">De Japansche Handelsmissie. +</p> +</div> +</div> +<div class="div1" id="toc"> +<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> +<table> +<tr id="ch1.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">I. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">In het kamp der Witten.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> +</tr> +<tr id="ch2.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">II. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">Ter Dood Veroordeeld.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">6</a></td> +</tr> +<tr id="ch3.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">III. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Naar Petrograd!</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">11</a></td> +</tr> +<tr id="ch4.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">IV. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">Feodora Leszinsky.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">16</a></td> +</tr> +<tr id="ch5.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">V. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">De aanslag op Judenitsch.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">21</a></td> +</tr> +<tr id="ch6.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">VI. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">Toebereidselen.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">25</a></td> +</tr> +<tr id="ch7.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">VII. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">Vergift en Diamanten!</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">28</a></td> +</tr> +</table> +</div> +<div class="transcriberNote"> +<h2 class="main">Colofon</h2> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het +einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel +zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van +dit boek.</p> +<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>2025-03-16 Begonnen. +</li> +</ul> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende 73 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table class="correctionTable"> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +<th>Bewerkingsafstand</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e117">1</a>, <a class="pageref" href="#xd33e156">2</a>, <a class="pageref" href="#xd33e244">4</a>, <a class="pageref" href="#xd33e953">22</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e130">1</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">russisch</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Russisch</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e138">1</a>, <a class="pageref" href="#xd33e146">2</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Raffels</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Raffles</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e160">2</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">beinvloeden</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">beïnvloeden</td> +<td class="bottom">1 / 0</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e166">2</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">verscheidende</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">verscheidene</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e169">2</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">witten</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Witten</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e219">3</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Trotzky</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Trotsky</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e222">3</a>, <a class="pageref" href="#xd33e310">6</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Verwijderd</i>] +</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e228">4</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">gevaarlij kvooral</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">gevaarlijk vooral</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e238">4</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">hoofstad</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">hoofdstad</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e251">4</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">burgelijke</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">burgerlijke</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e262">4</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">verergen</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">verergeren</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e298">6</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">petroleum-lamp</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">petroleumlamp</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e304">6</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">mongoolschen</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Mongoolschen</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e312">6</a>, <a class="pageref" href="#xd33e833">19</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">?</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e334">6</a>, <a class="pageref" href="#xd33e365">7</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">!</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">?</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e362">7</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">opgesteld</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">op gesteld</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e375">7</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">bizonderheden</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">bijzonderheden</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e392">7</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">opweg</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">op weg</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e397">7</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">pinkten</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">pinkte</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e422">8</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">executie peloton</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">executiepeloton</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e438">8</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">cavelleriepaarden</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">cavalleriepaarden</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e446">8</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Wodki</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Wodka</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e474">9</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">herizon</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">horizon</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e526">11</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">van </td> +<td class="bottom">4</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e531">11</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">General</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Generaal</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e553">12</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">fusileeren</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">fusilleeren</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e565">12</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">ooruitgeschoven</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">vooruitgeschoven</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e577">12</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">laden</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">laadden</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e595">13</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">mitrailleur vuur</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">mitrailleur-vuur</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e675">15</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">gefusileerd</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">gefusilleerd</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e682">15</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">dertig duizend</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">dertigduizend</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e697">16</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">onmiddelijk</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">onmiddellijk</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e702">16</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">gelegem</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">gelegen</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e721">16</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">paarden cadavers</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">paardencadavers</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e739">17</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">metgezellem</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">metgezellen</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e776">18</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">de zelfde</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">dezelfde</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e785">18</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">demimondaines</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">demi-mondaines</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e790">18</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Bolsjewiski</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Bolsjewiki</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e865">20</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zkerheid</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zekerheid</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e874">20</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">poolsche</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Poolsche</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e877">20</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">demi mondaine</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">demi-mondaine</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e903">20</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">kaar</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">haar</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e920">21</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e937">21</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">hoogstepunt</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">hoogtepunt</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e975">22</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zak-lantaarn</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zaklantaarn</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e987">22</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">docht</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">dacht</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e997">23</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Bureau</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">bureau</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1002">23</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Roebel</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">roebel</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1014">23</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">étage kellner</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">étage-kellner</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1017">23</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Chocolade</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">chocolade</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1022">23</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">News</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Newa</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1027">23</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">confidentie’s</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">confidenties</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1030">23</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">bizonders</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">bijzonders</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1053">23</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Raffes</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Raffles</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1063">24</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">juweelen diefstal</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">juweelendiefstal</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1111">25</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Admiraalplein</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Admiraliteitsplein</td> +<td class="bottom">7</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1142">26</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">hen</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zich</td> +<td class="bottom">4</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1149">26</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">erkend</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">herkend</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1221">28</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Admiraals Hotel</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Admiraals-Hotel</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1227">28</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1284">30</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Hotel</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">hotel</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1233">28</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Henderon</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Henderson</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1251">29</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zamenzweerster</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">samenzweerster</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1315">31</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">burgermans kapitaal</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">burgermanskapitaal</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1361">32</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">vuurpeleton</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">vuurpeloton</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 75649 ***</div> +</body> +</html> + diff --git a/75649-h/images/lordlister0319-front.jpg b/75649-h/images/lordlister0319-front.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a23bdfe --- /dev/null +++ b/75649-h/images/lordlister0319-front.jpg diff --git a/75649-h/images/p0319-01.png b/75649-h/images/p0319-01.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..482bb3a --- /dev/null +++ b/75649-h/images/p0319-01.png diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..654bfd8 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #75649 (https://www.gutenberg.org/ebooks/75649) |
