summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:05:53 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:05:53 -0700
commit46d095c96df3c7d96630979e2b06e2630b8cec61 (patch)
treea0aa097207a3ddf295ffd0d053460b683e3f724e
initial commit of ebook 47327HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--47327-0.txt3853
-rw-r--r--47327-0.zipbin0 -> 60315 bytes
-rw-r--r--47327-h.zipbin0 -> 144066 bytes
-rw-r--r--47327-h/48327-h.htm4085
-rw-r--r--47327-h/images/cover.jpgbin0 -> 61305 bytes
-rw-r--r--47327-h/images/im-01.jpgbin0 -> 17690 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/47327-0.txt3853
-rw-r--r--old/47327-0.zipbin0 -> 60315 bytes
-rw-r--r--old/47327-h.zipbin0 -> 144066 bytes
-rw-r--r--old/47327-h/48327-h.htm4085
-rw-r--r--old/47327-h/images/cover.jpgbin0 -> 61305 bytes
-rw-r--r--old/47327-h/images/im-01.jpgbin0 -> 17690 bytes
15 files changed, 15892 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/47327-0.txt b/47327-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..d455785
--- /dev/null
+++ b/47327-0.txt
@@ -0,0 +1,3853 @@
+Project Gutenberg's Thomas More, by Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
+other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
+the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
+www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
+to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
+
+
+
+Title: Thomas More
+ Een treurspel in verzen
+
+Author: Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+Release Date: November 11, 2014 [EBook #47327]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK THOMAS MORE ***
+
+
+
+
+Produced by Kanta Dihal, srjfoo, Hans Pieterse and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ THOMAS MORE
+
+
+
+
+ THOMAS MORE
+
+ EEN TREURSPEL IN VERZEN DOOR
+ HENRIETTE ROLAND HOLST
+ VAN DER SCHALK
+
+ TWEEDE DRUK
+
+ W. L. & J. BRUSSE’S UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ
+ ROTTERDAM MCMXVI
+
+ [Logo van de uitgever]
+
+
+
+
+ AAN KARL KAUTSKY
+
+ DIE MIJ DEN EERSTEN MODERNEN COMMUNIST
+ LEERDE BEGRIJPEN EN LIEFHEBBEN
+
+
+
+
+PERSONEN
+
+
+ Sir Thomas More.
+ Zijn vrouw Else.
+ Zijn dochters Margreet en Dance.
+ Zijn pleegdochter Mercy.
+ William Roper, Margreets echtgenoot.
+ Simon Grynæus, een jong fransch geleerde.
+ De hertog van Norfolk.
+ Bisschop Cranmer.
+ Southwell, procureur-generaal.
+ Palmer, zijn bediende.
+ Rich, een gehuurd getuige.
+ Sir William Kingston, konstabel van den Tower.
+ Dienaar bij More.
+ Gevangenen-bewaker in den Tower.
+
+
+Het eerste en tweede bedrijf spelen in More’s woning, het derde in den
+Tower, het vierde op de Theemskade bij Londenbrug.
+
+
+
+
+EERSTE BEDRIJF
+
+
+ Het terras van More’s paviljoen te Chelsea.
+
+ More, Grynæus, Margreet, Dance, Mercy, later William en vrouw Else.
+
+
+ GRYNÆUS Heer Thomas, nauw terug van overzee
+ drijft mij een drang dit liefgeworden huis
+ dat ik zoo vaak droombetrad, na een dag
+ van lang verlangen, weder te betreden
+ wakend, en mij in werk’lijkheid te laven
+ aan uw oneind’ge heuschheid, aan dit leven
+ van scherts-doorweven ernst, geluk’ge arbeid
+ waar droombegooch’ling mij hongrig naar liet.
+
+ MORE Gij zijt mij welkom als weleer, Grynæus,
+ en gelijk mij ben ’k zeker al de mijnen.
+ Vindt g’ ons in andren staat weer naar de wereld
+ dan g’ ons verliet,—pronk en praal zijn gevloden,
+ maar blijheid zingt naar d’ ouden trant door ’t huis.
+ (tot Margreet) Niet waar, mijn lust?
+
+ MARGREET Het is een heerlijk leven
+ dat wij nu leiden: ik voor mij begeer
+ geen ander, ook het oude niet terug.
+
+ GRYNÆUS Margreet, hoezeer gelijk hebt ge!—Ge weet
+ ik ging, om in Italië mij te laven
+ aan de eedle bron, die daar rijk’lijk welt:
+ de kennis der latijnsche en grieksche spraken,
+ waaruit het schoon en diepzinnig gelaat
+ ons tegenlacht van de wijsheid der ouden.
+ Aan menig hof wijlde ik waar een grootmoedig vorst
+ wedijv’rend met de vorsten zijn geburen
+ een schaar van uitgelezen geesten hield
+ verzaâmd; hun roem verhoogde zijnen luister
+ meer dan het stoutst wapenfeit. O hoe klein
+ maakte mij hun diepwort’lende geleerdheid:
+ ik kroop weg onder haar machtigen boom!
+ Ja en ook vrouwen vond ik, stralender
+ van vernuft dan de kostbare gesteenten
+ die heerlijk flonkerde’ om hun zwanenhals.
+ Veel leerde ik van hen, veel heb ik genoten:
+ parelend schenkt daarginds, uit gulle tuiten
+ het leven gulpen van genot.... ik wijlde
+ gaarn’ in ’t gezegend land!
+ Maar nergens vond ik, gelijk onder u,
+ den stroom vernuft beglansd door ’t milde schijnsel
+ van teederheid van hart, en nergens vond
+ ik den boom weten als bij u geworteld
+ in diepen levensernst. En vraagt ge mij
+ wat m’ ontbrak in het schitterend Italië:
+ ik vond geen mensch, bij wien ’k gansch mensch kon wezen;
+ een man gelijk uw vader vond ik niet.
+
+ DANCE Die is ook niet te vinde’ op ’t wereldrond.
+
+ MORE (Schertsend tot zijn dochters)
+ Ei hoor, wat hoofsche wendingen zijn tong
+ in ’t zuidland leerde, om een oud man te loven.
+
+ GRYNÆUS Heer Thomas, niet uitheemsche hoofsche zede,
+ mijn hart leerde aan mijn tong uw lof. Vergun
+ nu allereerst dat ik u overbreng
+ minnigen groet van veel vereerde mannen
+ uit de landen die ik bezocht.
+ Niet vele hunner hoorden ooit uw stem
+ als ik haar hoor, en zage’ uw aangezicht
+ als ik het zie zich tot hen overbuigen,
+ maar alle kennen u en hebbe’ u lief.
+ Een broeder rekenen de oud’ren u,
+ de jongeren een wijzer vriend;
+ en om met die u ’t waardst is te beginnen:
+ Erasmus zendt u teed’ren broedergroet.
+
+ MORE Hoe vaart mijn lieve vriend?
+
+ GRYNÆUS Gelijk hij plag;
+ wel hebben ziekte en ouderdom hem bij
+ de hand gevat, en onbarmhartig sleuren
+ zij hem tusschen zich in omlaag naar ’t graf:
+ zijn uitgebloeide lijf ontkomt hun niet.
+ Maar over den geest hebben zij geen macht!
+ die stuurt de felle straal van wetenschap
+ en ’t kleurig vonkensproeisel van vernuft
+ uit als weleer, lustig en onverzwakt.
+ O een feest is het te zien hoe zijn spot
+ slingert den brand in die damme’, opgehoopt
+ door d’ eeuwen: domheid, onverstand, vooroordeel,
+ bijgeloof, en ze opgaan doet in asch.
+
+ MORE Jammer maar dat uit die asch tot nieuw leven
+ de domheid weer herrijst....
+ Ja bleef alles wat Erasmus versloeg
+ met geestespijle’, ook dood, ja dan... Ge vondt hem
+ in Freiburg? Hij mijdt Bazel nog?
+
+ GRYNÆUS Helaas....
+ o vergun dat ik gelijk vroeger spreke
+ tot u vrij-uit, heer Thomas.... ik kan niet
+ ’t verschelen tusschen ons wegdekken met
+ glad mozaïek van levenlooze woorden....
+ Ge weet hoe ik hem hooghield, hoe vereerde....
+ ons geslacht vond, opgroeiend, voor zich uit
+ het spoor van zijne glanzende gevechten
+ tegen ’t bederf der kerk, en volgde het.
+ En waar ’t ophield, gingen wij verder, met
+ Luther, met Melanchton, met Zwingli, verder
+ tot de klare onherroepelijke daad.
+ Zij is zijn werk, zijn werk is de hervorming;
+ hij leerde ons niets schuwen, niets ontzien.
+ O zeg niet neen; gij kunt het niet bestrijden:
+ wij ketters zijn de zonen van zijn geest.
+ Waarom verloochent hij ons dan? Waarom
+ vlood hij uit Bazel; verbrak, een oud man,
+ en ziek’lijk, langgewende levensplooi;
+ verliet verknochte vrienden, de stad waar
+ een elk vol liefde en eerbied aan hem hing,
+ elk kind hem groette met vertrouwelijk ontzag?
+ Ziet: gij hebt u tege’over ons gesteld
+ en stut de oude kerk met uw vermaardheid;
+ het doet ons leed, ’t verdriet ons: ’t grieft ons niet.
+ Maar grievend is zijn dubbelzinnigheid,
+ zijn angstig poge’ een evenwicht te vinden
+ tusschen twee machten die elkaar bespringen
+ als vuur en water.... Reeds gaat tusschen ons
+ als een gangbare munt dit bitter oordeel:
+ Erasmus denkt gelijk met de hervormden
+ maar durft niet doen gelijk hij denkt.... Vergeef
+ zoo ik u krenkte.... ’k had dit best verzwegen...
+ gij kent mijn heete gallisch bloed....
+
+ MORE Niet krenkte,
+ bedroefde wel. Het smart mij diep, mijn zoon,
+ u weer te vinden nog verstrikt in ’t net
+ van ketterij.... Maar eigen wil vermag
+ niet meer ons te brenge’ aan den voet der waarheid
+ dan de magneet het schip stuurt door zijn kracht.
+ God zette u vrij. Ik wil door ’t welkom zoet
+ van samenzijn te lang ontbeerd, niet mengen
+ de gal, die twistgesprek altoos ontdruipt.
+ Maar van Erasmus moet ik een woord spreken,
+ dat ge uw onrecht ziet. Niet vrees houdt hem
+ van de hervormden ver, maar zijn geweten.
+ Hij wil één kerk, vernieuwd aan hoofd en leden,
+ geen breuk, geen scheuring in de christenheid.
+ Hij heeft geleefd om haar dreige’ af te wenden;
+ gestreden, om de kerk te zuiv’ren. Dat
+ hij faalde is niet zijn schuld, maar schuld zou ’t wezen
+ zoo hij zijn welgewogen wil verliet
+ en zich meesleepen liet om te verzamen
+ met hen wier doen hij niet goedkeuren kan.
+ Hem rest niet anders in zijn oude dagen
+ dan partij te maken voor zich alleen.
+ Denk welk een moed het vergt om dit te doen,
+ tot mikpunt, dag aan dag, te dienen voor de
+ pijlen, gedoopt in ’t gif van hoon en laster
+ die spijtigheid afschiet op u! Veel lichter
+ ware ’t, te neigen naar één zij, te geven
+ gewonnen zich, aan wie zoo zoetjes vleien
+ „kom bij ons”, te schuilen in de bescherming
+ van bondgenootschap—maar het mag niet zijn.
+ Zoo leeft hij dan vereenzaamd, fel bestookt
+ van beide zijden, vogelvrij, maar ook
+ vrij van inwendig wrijten, ’t deel van wien
+ samengaat met zoodaan’gen, wier weg hij
+ niet gansch kan loven.—Ziet hem nu uw denken
+ in milder licht?
+
+ GRYNÆUS In mij strijden ’t oude met
+ het nieuw gezicht en maken mij verward.
+ Maar ook uw rede knoopt vast om mijn denken
+ een band dien ik zelf niet losmaken kan.
+ Gij looft Erasmus, dat hij tusschen beide
+ partijen staan blijft.... en gij koost partij....
+
+ MORE Wij zijn gevormd uit and’re stof.... en leven
+ drong ons op andre banen. Niet aan elk
+ stelt het de groote vraag op d’ eigen wijze,
+ niet voor elk blinkt in zijner lijnen wirwar
+ dezelfde als die der plicht. Had Erasmus
+ gestaan voor mijne keus, ik meen hij had ge-
+ kozen als ik.... maar dit zijn ijdle woorden....
+ Wist hij toen ge hem ’t laatst bezocht, dat ik
+ des konings dienst verlaten had? Sprak hij
+ met u daarover?
+
+ GRYNÆUS Toen ik hem verliet
+ had nog de tijding Freiburg niet bereikt;
+ wel het gerucht dat ge in de zaak van ’s konings
+ huw’lijk den vorst weerstreefdet. Toen Erasmus
+ dat vernam, pelde zijn scherpzinnigheid
+ dra het gevolg uit den bolster der oorzaak:
+ hij voorzag uw besluit.
+
+ MORE En keurde ’t goed?
+
+ GRYNÆUS Hij sprak er van, behoedzaam,
+ afwegende het voor en tegen, zóó
+ dat ik nauw merken kon, naar welke zij de
+ schaal van zijn oordeel overwoog. Hij loofde uw
+ onbuigzaam wezen met zinrijke en
+ hartgrond’ge woorden, makend mij den prijzer
+ haast even lief als den gepreez’ne. Maar
+ dan weer sprak hij van de noodzaak’lijkheid
+ voor wie in ’s levens raderwerk wil wezen
+ een wiel, om het beweeg van zijnen wil
+ zóó te reeg’len dat geen geduchter rad’ren
+ hem brijz’len, botsend tegen hem. Hij roemde
+ uw taak: de plecht der koninklijke macht
+ richten naar wat’ren van vrede; de scherpe
+ haken der heerschzucht met de wol omwinden
+ van matiging.... en zoo, veel kwaad voorkomen
+ dat anders vast geschiedde. „Laat,” sprak hij,
+ „More in de zaak van ’s konings huw’lijk niet
+ te vast zich klampen aan zijn meening.... Moge
+ zij juist zijn, hij moet tot het uiterste
+ niet gaan; hij is verplicht te denken aan de
+ gevolgen van zijn daad: valt hij, zoo worden
+ wij humanisten alle ontkrachtigd, onze
+ invloed krijgt in alle landen een knak.
+ Men moet ook wete’ iets toe te geven: laat hij
+ ditmaal doen ’s konings wil.... een andermaal
+ kan hij met te meer klem de teugels korten
+ en vindt volgzamen zin.”....
+
+ MORE Onnoozel kind....
+ En dat zegt mijn scherpzinnige Erasmus!
+ Hij weet niet dat wie achter koningsluimen
+ aandraaft, te land komt in den diepen kuil
+ der machteloosheid, en daar liggen blijft:
+ ’k herken in den raad zijn plooibaar gemoed
+ dat tot het laatst beproeft vreê te bewaren,
+ te verzoenen wat onverzoenlijk is.
+ Hij meester in den woordenstrijd, schuwt strijd
+ die uitgaat boven het gewar van woorden
+ tot naakte klippen van de daad.—Mijn vriend,
+ ge draagt zijn meening met veel warmte voor:
+ ge deelt haar wel?
+
+ GRYNÆUS ’t Past mij niet, uit te spreken
+ wat ik zou voelen als een oordeel over
+ een, dien ik boven alle menschen eer.
+ Maar ik erken, dit weegt voor mij wel zwaar:
+ —heeft zeker ook u zwaar gewogen, Morus—
+ wij humanisten reek’nen ’t onze taak
+ om het heil dat nu opborrelt uit klare
+ en lang-gestremde wellen, te doen stroomen
+ over de wijde levensvelden, zoo
+ die voorbereidend eens een oogst te dragen
+ van menschlijk-milde, broederlijke zeden
+ nietwaar? Maar wij kunnen die welle’ alleen
+ heenleiden waar ze ’t menschezijn bevruchten,
+ door de rotssteen der vorstelijke macht.
+ Door dat graniet moeten wij een weg banen
+ onzen droom naar het land der daad. Daarom
+ is het veel waard, meen ik, eens konings vriend
+ en zijn raadsman te wezen; het te blijven
+ ook offers waard.... het moeten gronden zijn
+ stijgend uit de diepten van het geweten
+ die ons loslaten doen, als onze harten
+ eenmaal vastgrepe’ eens konings hart....
+
+ MORE Geef mij
+ uw hand, Grynæus: ’k denk als gij. Uit diepten
+ van het geweten kwam de stem die ik
+ volgde, toen ik mij van den koning wendde.
+ Hij zette zijn voet op donkere paden;
+ ik kon hem niet weerhouden: hem verzellen
+ wilde ik niet.—
+ En zoo vindt g’ons terug, aan wereldsch goed
+ verarmd, van menigeen verlaten die
+ onzen voorspoed omzwerfde als de vlinder
+ kleurige kelk tot hem de bui verjaagt;
+ en vindt ons vergenoegd en vredig levend
+ voor elkaar, de zoetste gaven des levens
+ genietend met een onbekommerd hart.
+ Zoo dienaren ontbreken, onze handen
+ bezorgen fluks het werk en geen lakeien
+ reppe’ als onze voeten zich vóór ’t bevel.
+ Kauwend roemen wij ’t zwarte brood, dat maakt
+ de tanden blink-wit en geurig den adem—
+ nietwaar kinderen? Ik voor mij betreur
+ niets van het oude zorgbezwaarde leven,
+ en de lang ontbeerde lucht der vrijheid
+ adem ik in verrukt.
+
+ MARGREET Wij voele’ ons één in liefde en alle dingen
+ zijn tusschen ons gemeen: ik bid tot God
+ niet anders, dan dat hij het late blijven
+ gelijk het is.
+
+ MERCY Neen, niet betreur ik weelde
+ of pronk, maar dat men menig arme nu
+ wegsturen moet, die gewend was te vinden
+ zijn nooddruft hier....
+
+ DANCE En menig trouw dienaar
+ wiens goed’ge kop sinds onze prille jaren
+ ons toelachte op de trappen van het huis,
+ verdwenen is.... de arme nar!
+
+ MORE Hij vond
+ een goeden meester, kind.
+
+ DIENAAR (treedt binnen) Heer Thomas, de
+ bisschoppen van Winchester, Bath en Kent
+ verzoeke’ een onderhoud. Zij hebben, zeggen
+ ze, u hun bezoek gemeld.
+
+ MORE Zeg dat ik kom.
+ (tot de vrouwen) Houdt vast den lieven gast, dat ’k hem weervinde;
+ (tot Grynæus) ik moet nog veel vernemen. (Af.)
+
+ MERCY (verschrikt) Wat beteekent
+ dit hoog bezoek?
+
+ DANCE Bisschoppe’ en groote heeren
+ sleten den drempel van ons huis niet af
+ in ’t laatste jaar.... hunne voetstappen wekken
+ in onze harten vrees....
+
+ GRYNÆUS Wat scheelt u Dance?
+ Vrees waarvoor? Wat verschrikt u? een oud vriend
+ moet alles weten....
+
+ MARGREET Ge zult alles hooren,
+ Simon, maar zeg mij eerst: hoe dunkt u vader?
+ Vindt ge hem anders, dan hij placht te zijn?
+
+ GRYNÆUS Hij is nog milder, maar iets minder blij.
+ ’t Is of zijn oude speelschheid breekt door waas
+ van weemoed heen, als zon door fijne nevel....
+ ’k zag om zijn mondhoeken een trek gegroefd
+ die daar niet was, toen ’k hem, nu voor twee jaren
+ verliet in de beslom’ring van het ambt....
+ Maar zijn voorhoofd is even klaar.... nooit zag ik
+ zulk een milden glans over een gelaat
+ als heldert soms over uws vaders aan-
+ gezicht, Margreet.... ’t zweemt naar de gulden klaarte
+ die d’oude heilgen in Italie dragen
+ op ’t blank gemaald gelaat.... maar toch weer anders:
+ niet hemelsch, van boven-af neergezegen;
+ —neen aardsch, van binnen-uit....
+
+ MARGREET (nadenkend) Het is het hart
+ dat uit zijn wezen straalt, Grynæus; ’t wijd-
+ open meegevoel voor het lot der menschen
+ geeft hem die milde glans. Maar wat mij maakt
+ bezorgd, ’t zijn d’ enk’le nieuwe groeven niet
+ door kommers hand onbarmhartig gesneden
+ langs ’t liefst gelaat.... Er is iets anders, er
+ is een verand’ring, zoo fijn, in zijn wezen,
+ dat woorden haar niet vatten kunnen, toch
+ zoo klaar, dat ik niet twijfel.... In de dagen
+ dat hij het kanseliersschap neerlei, kwam
+ ze over hem.... eerst een gespannen droefheid
+ die zijn trekken verhardde.... en toen.... dit.
+ Het groeide door zijn ernst.... meest door zijn glimlach,
+ zooals door ’t klare goud van najaarsdagen
+ langzaam de ijlheid van den winter groeit.
+ Och, d’ oude schalksche glimlach, als bedauwd
+ van levenslust, speelt om zijn lip niet meer;
+ een andre nam zijn plaats, onstof’lijker....
+ het is of hij de poort des levens achter
+ zich sloot, en ons toelacht van gene zijde,
+ niet meer bewogen als een sterveling....
+ Ik ben zoo bang, Grynæus....
+
+ GRYNÆUS Maar waarvoor
+ Margreet? uw vader trad uit ’s konings dienst....
+ hij is toch veilig?
+
+ DANCE Och vriend, laat ons de
+ zwaarte een weinig uitstorten, die ons drukt....
+ Wij kunnen het zoo schaars.... Wij willen vader
+ niet kwellen met onze bezorgdheid, binden
+ ons voor hem een blijmoedig masker voor....
+ dat is hem ’t liefst.... Moeder is krank: het treuren
+ over het oude verstoort haar gemoed;
+ zij wrokt dat vader liet tusschen zijn vingers
+ rijkdom en aanzien glippen, of het waren
+ kralen van glas.... zijn hooge zin blijft haar
+ gesloten.... u heugt hoe zij placht te wezen
+ niet waar?
+
+ GRYNÆUS Ja, ge zijt niet haar kind’ren.... vaak
+ heb ik gepeinsd, hoe uw eigene moeder
+ geweest moet zijn.... Maar verhaal mij nu waarvoor
+ ge zijt bevreesd.
+
+ DANCE Vader is in gevaar.
+ De nieuwe koningin vergeeft hem niet
+ dat hij haar huw’lijk dwarsboomde en den koning
+ afried van haar.... Zij is trotsch en wraakzuchtig:
+ Hendrik volgt haar wil, als het schip het roer.
+
+ GRYNÆUS Maar hoe dwarsboomde uw vader haar huwelijk?
+ ’k meende dat hij terugtrad uit het ambt
+ om t’ ontgaan een openlijk zich verklaren
+ tegen zijn vorst en toch zichzelf te blijven
+ getrouw.
+
+ MARGREET Zoo is ’t ook, Simon, maar de koning
+ hoopte met hulp van mannen van gezag
+ ’t nietig verklaren van zijn eerste huw’lijk
+ t’ omgeven met een valsche glimp van godlijk
+ en menschlijk recht. En bove’ alle andre namen,
+ was vaders naam hem waard, om ’t dubb’le stralen
+ van zijn groot wete’ en zijn onkreukbaarheid.
+ O vriend, wat laffe kruipers zijn de meeste
+ menschen, zijn al die hooggeleerde raadsliên
+ waartoe mijn jeugd zoo schuchter opzag.—Hebt ge ’t
+ niet gehoord: negen universiteiten
+ van Eng’land, Frankrijk, Italië verklaarden
+ de scheiding geldig naar kerkelijk recht....
+ De vreemden gaven ’t laf getuigenis
+ voor goud—de pen waarmee mijn landsliên schreven
+ was gedoopt in de witte verf der vrees.
+ O ’k heb een harde les
+ geleerd: ik leerde menschen te verachten
+ die ’k had vereerd.... Zij, die achtbaren, wijzen,
+ wier taak het was, met kennis’ vlammend zwaard
+ den driesten aanrander van heil’ge wetten
+ terug te drijven, braken ’t zwaard aan stukken
+ toen hij ’t beval....
+
+ GRYNÆUS Ja, de meeste geleerden
+ deugen voor mart’laar niet, dat ’s vast. Maar uw
+ vader, Margreet?
+
+ MARGREET De koning gaf hem last
+ de goudgekochte en afgeperste adviezen
+ voor te lezen aan ’t parlement, om zoo
+ de meening te doen sijp’len in de harten
+ als druppels gift „Morus is voor den koning”
+ en de kiemen van ’t verzet te ontkrachten
+ dat opkwam hier en daar.
+ Dat waren donk’re dagen, vriend! ’k zag vader
+ nooit, gelijk toen, met zich zelven in strijd.
+ De wolk tusschen zijn brauwen trok niet op;
+ zijn strakke, naar binnen gekeerde blik
+ scheen geen onzer te zien. ’t Huis was verduisterd.
+ Maar op een morgen kwam hij thuis met d’ oude
+ teedere schalkschheid trillend om zijn mond,
+ streelde ons en kuste ons, en vertelde ons schertsend
+ „gij zijt niet meer de kind’ren van mijnheer den
+ rijkskanselier, maar die van mijnheer More.”
+ Dien eigen avond riep hij ons bijeen
+ hier op ’t terras, en met eenvoud’ge woorden
+ sprak hij ons toe, vroeg onze steun en hulp,
+ vermaande ons zacht tot moed en eendracht, beurde
+ ons hart zóó op, toonde ons ’t stroef gelaat
+ van armoe, nu nabij, zoo schoon-eerwaardig,
+ dat wij in liefde ontbrandden tot haar.
+ Wij weenden zoete tranen. Sinds dat uur
+ hebben onze vijf gezinnen geleefd
+ als één gezin, en niemand onzer heeft meer
+ iets zijn eigen genoemd....
+
+ GRYNÆUS Ik moet veel hooren
+ van deze zachte zede die u bindt,
+ maar laat mij eerst al uw zorgen meedragen:
+ wat wil de koning meer, dan dat uw vader
+ niet openlijk tegen hem staat?
+
+ DANCE De koning
+ zou zich hiermee misschien tevreden geven,
+ maar Anna nooit.... Zij gunt dit vredig leven
+ aan vader niet,
+ zij wil hem vernederen en vernielen....
+ ik zie haar haat loere’ uit de schaduw-nissen
+ van het paleis, omspinnen onze woning
+ met boos beraad.... In net van donk’re logens
+ wordt vader ingesponnen; schandelijke
+ verzinsels trekt men samen om zijn hoofd.
+ Hem, die ieder geschenk met zachten drang
+ weder toeschoof den schenker, dat geen spatsel
+ zou ’t kleed zijner onkreukbaarheid bevlekken,
+ beschuldigt men....
+
+ GRYNÆUS Van omgekocht te wezen?
+ Hem, Thomas More? Geen mensch die het gelooft.
+ Is dat uw zorg, Margreet?
+
+ MARGREET O was het dat alleenig!
+ Laster in alle soorten draagt men aan!—
+ Wie is als hij verdraagzaam? Leerde hij ons
+ dit denken niet: ’t recht geloof is genade,
+ geen verdienste, geen vrucht van eigen wil;
+ ketters moet men beklagen, men moet trachten
+ ze te genezen van hun slecht geloof
+ door voorbeeld en betoog; ze te vervolgen
+ is ijdel—en behaagt niet God. Nu heet het
+ dat vader ketters aan den lijve strafte om
+ der wille van ’t geloof
+ en met geweld de gewetens wou dwingen.
+
+ GRYNÆUS Daarvan kan ik getuigen, die, schoon volg’ling
+ van Melanchton, vond in zijn huis het thuis
+ dat mij weeromtrok uit zonnig Italie
+ naar uw zonloos nevelbedekte land.
+ Zijn lamp was ’t die mij ’t altijd welkom straalde,
+ als ik, vermoeid van ’t ingespannen turen
+ op de handschriften waar de tijd aan vrat,
+ voelde in den schemer het heimwee besluipen
+ naar het zachte land Touraine mijn hart.
+ Zijn voorspraak ontsloot m’ als een tooverspreuk
+ kostbare boekerijen waar de schatten
+ te fonk’len lagen van den griekschen geest.
+ Hij effende mij de moeilijke wegen
+ in den vreemde, maakte er te leven zacht
+ door de gulheid van zijn vriendschap, den omgang
+ met zijn gezin, ’t liefste dat ik ooit vond....
+ Dat was zijn onverdraagzaamheid!
+
+ MERCY O, dit
+ smaakt bitter in den mond: hij, minlijkste
+ van alle menschen,
+ die niemand ongetroost kon laten gaan,
+ elks verdrukking voelde in zijn eigen vleesch,
+ die de weeze’ opnam in zijn huis’lijkheid
+ en in zijn hart—gelijk ik heb ervaren,—
+ de verongelijkten hielp aan hun recht
+ of ’t ook verdroot machtigen naar de wereld,
+ —als onze William weet—hij wordt beschuldigd
+ van onmenschlijkheid....
+
+ DANCE Als men bedenkt
+ hoevele hij oprichtte uit ellende,
+ ze weldoend met een zoo verheugd gezicht
+ als was hij het, die helpend werd geholpen,
+ dan voelt men verbaasd, dat zij alle niet
+ rijzen, en een ring om hem vormend, roepen
+ „raakt hem niet aan, raakt onzen More niet aan.”
+
+ MARGREET Zij durven niet, vrees maakt hen laf.
+
+ DANCE Ach Simon,
+ wij hebben u nog niet verhaald het ergste,
+ wat wij van d’ aanvang te verhalen hunk’ren
+ maar konden ’t niet: ’t is of de lippen weig’ren
+ vrij te laten dat wat de ziel het meest
+ vult met angstig gevoel en donk’re beelden.
+ Ons ontrusten maar niet losse en wilde
+ geruchten: neen een feit staat als een muur
+ dreigend voor onze hulp’looze gedachten;
+ ze willen vluchten, maar ze kunnen niet....
+ Vader.... wordt beschuldigd.... van hoogverraad.
+
+ GRYNÆUS Dat kan niet waar zijn.
+
+ MERCY Het is waar, Grynæus.
+ Hebt ge niet van het heilig wijf uit Kent
+ gehoord, dat voorgeeft stemmen te vernemen
+ uit hemelrijk, haar gelastend te maken
+ ’s konings huwelijk als een werk des duivels
+ bij ’t volk bekend?—Z’ is aangeklaagd, en vader
+ werd in d’ aanklacht betrokken, als de man
+ die haar verleid zou hebben tot bedrieg’lijk
+ voorwenden van hemelsche ingeving....
+
+ MARGREET Hij
+ voorzag den strik en poogde die t’ ontkomen:
+ daarom heeft hij tege’ elk verzwegen of
+ hij haar voor een bedriegster houdt dan voor een
+ godbegenadigd wezen.... nimmer zag
+ hij haar, noch zond haar iets van zijne hand....
+ De aanklacht tegen hem vindt geen duimbreed
+ bewijs om op te staan: elk eerlijk rechter
+ moet in haar herkennen de giftige vrucht
+ van verborgen gewroet die hij, gelijk
+ een booze pad, wegstoot van voor zijn voeten....
+ Maar men wil zijn schuld, waar men macht heeft om
+ den wil tot daad te maken: daarom sling’ren
+ wij angstig tusschen hoop en vrees.
+
+ GRYNÆUS Vergeef me:
+ ik vind geen woorden.... wanneer kunt ge weten....
+
+ MARGREET Misschien vandaag.... Geruchten gaan, dat vaders
+ naam is gedelgd in d’ aanklacht: mijn man voer
+ bij ’t morgenkrieke’ al stadwaarts, uit te vinden
+ of ’t waarheid zingt, dit zoet-getongd gerucht.
+ Wij kunnen hem elk oogenblik terug
+ verwachten.... vader weet van niets.... Begrijpt ge
+ nu onze spanning, vriend?
+
+ GRYNÆUS Alles begrijp ik,
+ en hoop ’t beste, Margreet.
+
+ DANCE Daar komt een sloep
+ de bocht om.... neen.... ja toch, het is de onze....
+ zij roeien hard....
+
+ MERCY William staat op.... hij wuift
+ ons toe.... opnieuw....
+
+ MARGREET Het afgesproken teeken
+ voor goede tijding.... ’k ga hem tegemoet. (Af.)
+
+ GRYNÆUS Gij verlangt ook te gaan? Zoo ge ’t vergunt
+ zal ik uw moeder in dien tijd begroeten
+ dat zij mij niet verdenke onheusch te wezen,
+ en vind u dan weer hier terug. Moge alles
+ zijn als wij hopen, vriendinnen! Tot straks. (Af.)
+
+ DANCE Die laat zich niet wegslaan van ’t hart waarin
+ hij wierp zijn anker.... wisten allen die
+ zich noemden onze vrienden, even wel
+ wat trouw beteekent, als die „wufte Franschman”,
+ dan groeide ’t gras nu niet tusschen de steenen
+ rondom ons huis....
+
+ MERCY Dance, wanneer vaders onschuld
+ rijst boven de dikke wolken van laster
+ weer stralend uit, dan zullen velen keeren
+ die vrees nu ver houdt van ons huis....
+
+ DANCE Och Mercy,
+ boven de wolk van ’s konings ongenade
+ zal vader niet weer uitrijzen—en die
+ maakt om ons heen zulk een doodsche leegte
+ als broeit een booze ziekte over ’t huis,
+ niet geloof aan zijn schuld.
+
+ MERCY Stil, daar komt vader.
+
+ MORE Dat was een lang bezoek! hun vriend’lijke aandrang
+ liet maar niet af!....
+
+ MERCY Wat wilden zij van u?
+
+ MORE Mij presse’ om deel te nemen aan de aanstaande
+ blijde intocht der nieuwe koningin
+ door Londen’s straten: twintig gouddukaten
+ boden ze mij aan om een feestgewaad
+ te koopen, want ze wisten onze spinde
+ maar slecht voorzien....
+
+ DANCE Ge zeidet ja?
+
+ MORE Ge schertst toch,
+ mijn kind? Kunt g’ u uw vader denken, uit-
+ gedoscht in kleurig narrenpak, op Paschen
+ meegevoerd in den stoet, gelijk een zeldzaam
+ en lang weerbarstig dier, eindlijk getemd?
+
+ DANCE Maar zal de koning niet toornen?
+
+ MORE Ach, die zal ternauwernood
+ missen in heel die doorluchtige stoet
+ van glinst’rende eed’le’ en statige prelaten
+ zich verdringend om zijne hand te kussen
+ en zijn nieuwbakken koningin te huld’gen,
+ den simplen burger Thomas More.—Waar bleef
+ de gast?
+
+ DANCE Die wijlt bij moeder.
+
+ MARGREET (binnenkomend met William) Vader, vader,
+ uw naam is weggenomen uit de aanklacht,
+ mijn William bracht de goede tijding mee!
+ Wij zijn zoo blij....
+
+ WILLIAM Mijn beste, beste vader....
+
+ MORE (steekt hem de handen toe; de vrouwen omhelzen hem, ook
+ Grynæus en vrouw Else treden binnen.)
+ Mijn beste zoon, veel dank.—Mijn lieve kind’ren,
+ wij willen de verademing genieten
+ met heel ons hart, maar niet vergeten dat wat
+ vandaag voorbijdreef, morgen keeren kan.—
+ Grynæus, gij blijft onze gast van avond
+ niet waar? Kom zet u tusschen ons, gelijk
+ in d’ oude dagen: doe verhalend ’t zacht
+ azuur en de edelgewelfde lijnen
+ der bergen van het schoone land Italië
+ voor ons opstaan.... en de klare gestalten
+ gaande daarin. Wij luist’ren toe....
+
+(Allen zetten zich; sommigen op de trappen van het terras; ook More,
+met zijn hoofd op Margreets schoot, die een trede hooger zit.)
+
+ GRYNÆUS ’k Vond in Verona....
+ Vreemd, dingen die nog gist’ren glansden aan
+ den boom herinnering als gouden vruchten,
+ liggen nu ergens waar ’k ze niet kan vinden,
+ bestoven in een uithoek van het brein....
+ ’t Is mij, als schouwde ik in een droom Italië
+ en voel, ontwaakt, den droom nu ver en verder
+ weggaan van mij....
+
+ WILLIAM ’t Komt door de heete broeiing
+ der lucht: die maakt vandaag den zin zoo loom.
+
+ MARGREET De lentebosschen op de heuvelen
+ donk’ren violet tegen den looden kim;
+ zij schijnen wonderlijk nabij: ’t zijn teek’nen
+ dat onweer dreigt....
+
+ DANCE Zie de zwaluwen scheren
+ over het water dat als olie schijnt
+ zoo traag en dik.
+
+ MERCY Men hoort de schippers roepen
+ over den stroom....
+
+ MARGREET Hen antwoorden de knapen
+ van de moeslanden aan de overzij....
+ alle geluiden klinken hoog en fijn
+ door de gespannen stilte....
+
+ MERCY Huivert ge,
+ Margreet?
+
+ MARGREET Het was of onzichtbare vlerken
+ flapten tegen mijn hoofd.—Voelt gij ze niet?
+
+ MORE Komt kinderen, wie uwer weet een lied
+ dat d’ onrust van deze broeiende stilte
+ weer effent door ons bloed?—Gij Mercy?
+
+ MERCY Ik
+ kan nu niet zingen, vader.
+
+ MORE Dance, dan gij?
+ Wij zijn het onzen lieven gast verplicht:
+ hij mag niet denken, dat wij ’t zinge’ ontleerden.
+
+ DANCE Mij valt niets in dan de klagende wijze
+ van de moeder die den knaap Vrede zocht.
+
+ MORE Dan zullen w’ onrust met onrust verjagen,
+ mijn kind, want wat opwolkt in zoete toonen
+ bezwaart niet langer ’t hart.
+
+ DANCE (zingt)
+ Edele heeren en schoone vrouwen
+ Kwam hier voorbij een blonde knaap?
+ Tot ik mijn arme’ om zijn leest kan vouwen
+ vindt mijn hart geen rust en mijn oog geen slaap.
+
+ Ik schrijd en ik schrijd over heuvels, langs dalen
+ door zandige vlakten en wild foreest
+ om den lieflijken knaap te achterhalen
+ wiens adem mijn kranke hart geneest.
+
+ Zijn stem is zacht als de zang der baren,
+ zijn lach als de lach van den dageraad,
+ de geur die stroomt uit zijn blonde haren
+ alle geuren der lente te boven gaat.
+
+ Ik schrijd en ik schrijd, mijn voeten bloeden
+ mijn adem hijgt, maar ik merk het nauw
+ tot ik kom aan wijde glanzende vloeden
+ of waar bergen rijzen in ’t koep’lend blauw.
+
+ Dan zit ik en ween, want het spoor is verloren
+ en ik moet terug, en ik weet niet waar
+ ik den knaap met den lach van morgengloren
+ zal zoeken en ’t lentegeurig haar.
+
+ Maar ik ga, en aan zingende menschen weder
+ vraag ik „kwam hier niet een knaap voorbij?
+ Vrede is zijn naam en zijn oog is teeder
+ als lente en als vogelzangen blij.”
+
+ En sommigen schudden het hoofd en spreken
+ gedempt: „Wij hebben hem niet gezien;
+ wij droomen van hem—uit die droomen breken
+ dan liederen uit—droomt ge ook misschien?”
+
+ En anderen zien mij vreemd aan en wijzen
+ omhoog: „daar woont de knaap dien ge meent”
+ en ze zingen weer, maar een and’re wijze
+ dan waar mijn verlangend hart naar weent.
+
+ Want ik weet dat hij leeft op deze aarde
+ en geen droom is: ik droeg hem in dezen schoot,
+ ik was ’t die hem droeg, ik was ’t die hem baarde,
+ ik was ’t die hem baarde, ik kweekte hem groot.
+
+ Maar hij ontvlood—om hem weer te vinden
+ zoek ik de wereld, de wereld door,
+ want hij is mijn eige’ en mijn meest beminde
+ en mijn hart vond geen rust, sinds het hem verloor....
+
+ Edele heeren en schoone vrouwen
+ kwam hier niet voorbij mijn blonde kind?
+ Zijn gelaat is een bloem om te aanschouwen
+ en zijn adem geurende lentewind.
+
+ MERCY Arme moeder, hoe lang nog zult ge jagen
+ om vrede door de groote wereld? Wie
+ vindt den weg weer tot het verloren kind
+ der menschheid?
+
+ MARGREET Eenmaal zullen wij hem vinden,
+ zoo we zoeken, allen te samen—is
+ het niet, vader?
+
+ VROUW ELSE Thomas, waar peinst gij aan?
+
+ MORE Ik peinsde aan den tijd, dat dit hoofd weder
+ zal liggen, gelijk nu, in dezen schoot.
+
+
+
+
+TWEEDE BEDRIJF
+
+
+ More’s paviljoen te Chelsea.
+
+ More, Margreet, een kind van Margreet zit op More’s knie. Dienaar.
+ Later Bisschop Cranmer en de Hertog van Norfolk.
+
+
+ MARGREET (lezend) En Crito, dit gehoord hebbende
+ sprak tot Sokrates....
+
+ DIENAAR Heer Thomas, de Hertog van Norfolk en
+ bisschop Cranmer vragen om u te spreken.
+
+ MORE Breng de heeren hierheen.—Doe ’t boek niet dicht, mijn kind:
+ wij zullen na het bezoek verder lezen.
+
+ (Cranmer en Norfolk treden binnen)
+
+ Welkom, mijnheeren. Zet u. Het is lang
+ sinds wij elkander zagen. In mijn woning
+ zijn gaste’ als gij nu zeldzaam gelijk bloemen
+ in wintertijd, en des te warmer welkom.
+
+ CRANMER Plato, naar ik zie. Het doet mij leed, dat wij
+ u en uw dochter storen in zoo zoete
+ genieting.... maar ’t geldt een zaak van gewicht....
+ Wij wenschten u vertrouwelijk te spreken....
+
+ MORE Ik heb voor deze geen geheimen.
+
+ NORFOLK ’t Zijn
+ Zaken van staat.
+
+ MORE ’k Meende, met zulke zaken
+ te hebben afgedaan.—Laat ons alleen,
+ Margreet. (Margreet en kind af.)
+
+ NORFOLK Ik zou u haast benijden, More.
+ De last der openbare zaak is van uw
+ schouders gelicht; ge zijt gezond, nog krachtig,
+ uw lieven vorme’ om u een dubblen ring
+ van kind’ren en kindskind’ren: daarin straalt ge,
+ hun middelpunt, hun zon; en al uw uren
+ moogt g’ als u lust verdeelen, tusschen ’t zoet
+ verkeer met de geliefde uwer jeugd:
+ de studie, en het zorgloos samenzijn
+ met d’uwe’ in teeder kooze’ of luchte scherts;
+ terwijl wij in de stormbewogen tijden,
+ van onzen post, met zorgbezwaarde harten
+ de golven zien bespringen ’t schip van staat,
+ en onze willen spannen, ze te keeren.—
+ Gelukkig man!
+
+ MORE Misgun mij niet, mijnheer,
+ het gloren dat mijn avondlijken hemel
+ verguldt: wie weet hoe ras mijn dag zal zinken!
+ Ik koester mij misschien aan jeugd en blijheid
+ vandaag voor ’t laatst.—Maar wat brengt u hierheen?
+
+ NORFOLK Wij komen, More, tot u als vrienden,—mij
+ behaagde altijd uw frank en open wezen,
+ uw vrije luim, de mildheid van uw hart.
+ Gij hebt den staat goede diensten bewezen
+ en niemand was aan ’s konings hart gegroeid zoo
+ innig als gij.—Hij treurt om uw besluit
+ nog immer, wenschte u weer terug aan ’t hof,
+ hem bij te staan gelijk gij placht. Hij is
+ bereid al wat geschiedde te vergeten
+ en u opnieuw t’ omvatten in de koest’ring
+ van zijne gunst.
+
+ MORE Ik dank den koning, Norfolk,
+ zijn goedertierenheid verwarmt mijn hart.
+
+ NORFOLK Gij hebt niet anders
+ te doen als ’t eene woord te spreken, More,
+ dat, zooals ’t flappen van den standaard meldt
+ aan allen die het zien: „hier wijlt de koning”,
+ u kenbaar maakt wijd-uit bij alle menschen
+ een trouw dienaar der koninklijke macht.
+
+ MORE Welk woord, mijnheer?
+
+ NORFOLK ’t Bezweren der nieuwe besluiten
+ die de kind’ren der vroeg’re koningin
+ uitsluiten van den troon met hun geslacht
+ en den koning tot hoofd der kerk van Engeland
+ verheffen.
+
+ MORE Mijnheeren, ik dank u voor
+ de vriendlijke gezindheid die u doet
+ pogen de wijzers van mijn zin te richten
+ naar de slag van den koninklijken wil.
+ Maar zij zijn te stroef om den sprong te maken
+ dien gij verlangt. Ik kan de gunst des konings
+ niet koopen tot den prijs dien hij mij vraagt:
+ de rust van mijn geweten. Het verbiedt mij
+ dien eed.
+
+ CRANMER Hoe kan ’t geweten u te doen
+ verbieden wat zooveel eerwaard’ge en vrome
+ Christenen zonder schroom hebben gedaan?
+ Acht gij u dan hen allen wijzer, méér
+ door godlijk licht verhelderd? Zie: dat zweemt
+ naar hoogmoed, naar eigengerechtigheid.
+ Behoede u God voor deze zonde! En dan,
+ hoe zou ’t geweten u verbieden, om
+ een woord te spreken, dat den toegang tot
+ de lichte banen van barmhartigheid
+ en goede werken opent? Ge zijt mild,
+ haast overmild placht ge uw geld en goed
+ te deelen met die derfden; schutspatroon
+ waart g’ aller armen; uw lach klonk nooit zoo ruim,
+ noch stond uw oog zoo helder, dan wanneer
+ ge een bekommerde hadt opgericht,
+ geholpen een verdrukte. Maar toen ge
+ uw ambt verliet, wierpen uw eigen handen
+ de bronnen van uw macht tot helpen dicht.
+ Ge hebt noch geld, noch invloed meer te geven,
+ en ongetroost gaan velen van u weg.
+ Keer terug tot des konings dienst, en dra
+ zullen de bronnen van uw gulheid weder
+ borrelen, rijklijk als weleer.... ik spreek
+ niet van de vruchten voor wie zijn u ’t naast:
+ ge telt dat niet—’t is edel—maar bedenk:
+ wie arm is....
+
+ MORE Ik raad u, mijnheer, niet verder
+ te ploegen deze voor, zoo ge niet wilt
+ dat ons gesprek stuite op ijzerhard en
+ niet weg te ruimen oer.—En wat betreft
+ mijn machtloosheid te helpen, hare heeling:
+ ik weet dat geen gulheid kan zegen werken
+ die uit den modder van een veil geweten
+ troebel ontspringt; en geen werk’lijke gave
+ groeit uit het zaad, dat in de slechte aarde
+ verzuurd is van een slinksch gemoed.—Ge zegt
+ dat ik niets kan, niets meer vermag te doen
+ nu koninklijke gunst mij niet meer hooghoudt
+ op haren arm—toch nog een man te wezen,
+ wil ’k hopen, die zich niet verlokken laat
+ zijn geweten te ruilen voor wat aanzien
+ en goud:—misschien een vaan ook waar omheen zich
+ zaamlen wie denke’ als ik....
+
+ CRANMER Wat, wilt ge worden
+ middelpunt van verzet?—Vergeldt ge zóó
+ den vorst zijn gunst, de lange weldaden
+ dier jaren dat de weerschijn van zijn macht
+ om uw persoon een sfeer van hoogheid spreidde
+ die elk eerbiedig neigen deed voor u?
+ Zwarte ondank, trouweloosheid zou dat wezen....
+ dat meent ge niet....
+
+ MORE Trouweloosheid en ondank
+ zijn mijn zin vreemd, mijnheer. Ondankbaar is
+ wie met een stomp of geprikkeld gemoed
+ ziende naar het weldadig vuur waaraan hij
+ verwarmde zijn kleumende lijf, het uittrapt
+ en verder gaat, niet wie de taaie vezels
+ van liefde voor zijn weldoener, met pijn
+ rukt uit zijn eigen tegenstrevend hart,
+ zich zelven aandoend een bloedende wonde
+ die nooit meer heelt....
+
+ CRANMER Hoe meent ge?
+
+ MORE Luister.... ik
+ wensch geen mensch toe dat het lot hem bescheer’
+ wat ’t mij beschoor: zich los te moeten maken
+ van wat hij liefhad, tegenover ’t voorwerp
+ van lange liefde met ontgoochelde oogen
+ te komen staan.... Mijn hart hing aan den koning.
+ Had ik den jong’ling niet zien overbuigen
+ hunk’rend om uit den stroom van ’t nieuwe weten
+ te drinken, waar ik zelf zoo diep-begeerig
+ uit dronk? Wist ik hem aan zijns vaders hof
+ niet kwijne’, een plant van eed’ler soort, dan in die
+ grove aarde tieren kon? Ik zag
+ de adem van den zachter, ruimer geest
+ die waarde door Europa, vulle’ en ronden
+ de weeke vormen van zijn jong gemoed.
+ En toen zijn koninklijke wil mij riep,
+ verliet ik welgemoed de vreed’ge stilte,
+ waar ’t plechtig ruischen van philosophie
+ zich met klokjes-heldere stemmen, kinder-
+ stemmen, verbond tot schoone harmonie.
+ Het beste deel van mijn manlijke krachten,
+ gaf ik den koning—en hij hief mij hoog
+ in zijn vertrouwen, stortte gunst en vriendschap
+ met milde hande’ over mij uit. ’k Gedenk het,
+ al die glans-omvloten jaren gedenk ik,
+ gelijk mij past, met eerbiedigen dank;
+ en ook, als wij verloren vreugd herdenken:
+ met smartbewogen zin....
+
+ NORFOLK Maar waarom hebt ge....
+
+ MORE Toen ik dat alles weg moest stooten, dien
+ bond van veel jaren breken, heb ik lang
+ naar kracht gezocht, om wat in ’t hart was samen-
+ gegroeid met de ranken van veel-vertakt
+ levensbedrijf, daaruit te rukken. En
+ in ’t eind vond ik die kracht: in mijn geweten
+ vond ik haar. En de stille oogen van
+ mijn dankbaarheid, die mij verwijtend volgden,
+ heb ik gesloten met een lange kus
+ gelijk men een vrouw kust waar men voor eeuwig
+ van scheidt.
+
+ Begrijpt ge nu, waarom mijn ooren wel
+ hoore’ uw verwijt, ik zou ondankbaar wezen,
+ mijn hart het niet verstaat?
+
+ CRANMER Maar de trouw schendt,
+ wie, gelijk gij....
+
+ MORE Gunt me, ik bid u, ’t recht
+ van iederen beklaagde: vrij te spreken
+ tot zijn verdediging—’k zal niet lang meer zijn.
+ Ge noemt me trouwloos: ik erken geen trouw
+ die bindt in ’t slechte.—Mijn trouw was ’t, den koning
+ ’t gelaat der waarheid t’ ontsluieren, haar
+ stem te doen uitklinken boven het koor
+ van vleierij en logen, dat de ooren
+ der vorsten vult. Mijn trouw was ’t hem te raden
+ tegen de baan, waarheen hem drong begeerte,
+ zijn driftig bloed, zijn heerschzuchtige aard.
+ Mijn trouw, met zachten aandrang hem te leiden
+ omhoog tot effen vrede-weiden waar
+ zijn volk kon grazen—niet met hem te rollen
+ de helling af van ied’re lust. Mijn trouw
+ was het, niet elke ongerechtigheid
+ met hondsche aanbidding t’ omkwispelen. Niet
+ die trouw had hij gevraagd, had ik gezworen,
+ in ’t uur dat onze bond gesloten werd,
+ toen hij, zijn arm om mijnen nek geslagen,
+ zóó, sprak tot mij: „Zie eerst naar God en uw
+ geweten—dan naar mij; zoo zult ge mij
+ immer het beste dienen.” O ’k heb hem
+ nog lief, omdat hij dat woord heeft gesproken
+ eenmaal. Mijn trouw verkoor het zich tot vaan,
+ volgde ’t op de woelige levensvelden
+ waarheen zijn dienst mij voerde,—en volgt het heden
+ door ter zijde te staan....
+
+ NORFOLK Het loopt verkeerd.—De koning,
+ Morus, is zeer verbitterd tegen u.
+ Zijn gunst hield u vaak staande als uw benijders
+ saamspanden tot uw val; zij was het schild
+ dat hunne slagen weerde. Nu heeft hij
+ zijn vrienden noodig. De lucht bulkt van strijd:
+ het gaat er om, wie heerschen zal in Eng’land,
+ koning of paus. Ontvalt gij hem—de staf
+ die hij zich uitverkoor om op te leunen—
+ dan aadmen al zijn vijanden verruimd,
+ en steken tot weerspannigheid de hoofden
+ bijeen. Uw afval geeft hun moed. Hij kàn
+ uw afval niet gedoogen. Begrijpt ge? Hij kan ’t niet.
+ Zoo staat de zaak. Ik raad u, om uw zelfs wil,
+ raad ik u, Morus, voorzichtig te zijn.
+
+ MORUS Ik dank u voor dien raad, mijnheer. Voorzichtig
+ was ik zoo lang ik kon. De dagen van
+ heldhaftige overmoed ben ik ontwassen
+ sinds lang; mijn lijf jaagt niet vooruit, begeerig,
+ bij ’t speuren van gevaar.
+ Door meen’ge rustelooze nacht lag ik
+ uitmetend de gevaren die mij dreigden
+ zoo ik niet zwenkte, en hun aangezichten
+ maakten mijn zwak hart telkenmaal vervaard.
+ Daarom ontweek ik mij te stellen tegen-
+ over den koning—’k had voor dit ontwijken
+ grond genoeg—zocht ik veiligheid in het
+ verborgen bestaan van den simp’len burger,
+ als een dier in zijn hol. Maar in het perk
+ des levens rukken onvoorziene winden
+ de ballen onzer best-gemikte daden
+ vaak van hun baan. Niet met mijn wil, mijn neiging,
+ ondanks hen is het oogenblik gekomen
+ van de keus: voor, of—tegen. Hoort mij aan:
+ ik ben een oud man, gehecht aan de zijnen,
+ verlangend naar rust en een weinig vreugde
+ om zacht t’ enden.—Maar bovenal schat ik
+ inwend’ge vrede.... Ge kunt verder spreken
+ u sparen: ’k heb de keus gedaan.
+
+ CRANMER Stijfhoofdig
+ en roek’loos man, hol niet zoo blindelings
+ naar uw verderf. Staat ge alleen? Hebt ge
+ het recht, om al de uwen te verderven,
+ ze mee te sleuren in uw val?
+ Vijf gezinnen hebt g’ om u heen verzameld
+ van kind’ren en kindskind’ren, ze gewend
+ van u t’ ontvangen al wat leven zacht en
+ behaaglijk maakt. In uwe ruime huizing
+ vonden allen plaats. Reeds waart, naar men zegt,
+ de armoewolf rondom de staat’ge woning,
+ die nu, een overruim gewaad, omrimpelt
+ uw veel-gekrompen staat.—Maar laat dit wezen
+ als ’t is. Wat zal gebeuren, zoo ge blijft
+ weig’ren te zweren?—U zelf wacht de Tower
+ tot de dood u verlost....
+ Uw goederen verklaart de kroon vervallen,
+ d’ uwen worden verjaagd van huis en hof....
+ Denk aan hun lot, denk aan ’t harde bestaan
+ dat al die teere vrouwe’ en jonge kindren
+ bedreigt.... verstrooid zullen zij zwerven, lijden,
+ verkwijne’ in zorg en kommer.... van het oude
+ glansrijke leven, zal hun enkel blijven
+ stekende herinnering....
+
+ MORE Zij zijn jong
+ en sterk, met kennis en verstand gewapend:
+ zij zullen eten ’t zelfverdiende brood
+ en proeven ’t zoet....
+
+ CRANMER Waar zullen ze verdienste
+ vinden? Des konings ongenade schuift
+ den grendel dicht voor ieder wel-bezoldigd
+ en eervol ambt—weet ge het niet?
+
+ MORE Dan zullen
+ z’ aan de deuren vragen barmhartigheid
+ van wie vergeefs barmhartigheid nooit vroegen
+ aan onze deur.
+
+ CRANMER En zullen vinden ze
+ geslote’ alom, want des verraders kindren
+ te helpen, brengt zelf in reuk van verraad,
+ en vrees bedwingt de laffe menschenharten....
+
+ MORE Niet alle....
+
+ CRANMER Neen, maar ’t overgroot getal.
+ Laat een storm schudden aan uw levensboom:
+ de vrienden die hem welig maakten, dwar’len
+ omlaag en vluchten weg in dolle vaart.
+ Uw kind’ren zullen naakt staan in de wereld,
+ zonder bescherming, vriendeloos, verlaten....
+ dat zal uw daad zijn.... zij zullen hun vader
+ niet danken voor die daad....
+
+ MORE Zij zouden hem
+ verachten zoo zijn leer ging eenen weg,
+ zijn doen een andre.... Laat hij in hun hart
+ voortleven als een man, die ’t liefste liet,
+ ’t lieve leven zelf neerlei, liever dan
+ wat hem heilig was, uit vrees te verraden....
+ ik ben tevree als zulk een man te leven
+ in hun herin’ring....
+
+ NORFOLK Maar ge zult dat niet,
+ vriend, want de greep der wereld zal het beeld
+ van den held en den mart’laar in hun harten
+ verwringen tot gedaante monsterlijk,
+ en haar bazuinen stem zal zóó luid dreunen:
+ „schande over Morus, hij verried zijn koning,
+ die hem met weldaden omkranste”, dat
+ de stem des bloeds in een beschaamd gefluister
+ uitdooven zal. Bezin u, Morus, luister
+ naar rede, onteer niet den naam dien ge draagt!
+ Ge erfdet hem, een ongerepte spiegel,
+ die veel geslachten voor u hielden blank;
+ uw daden en geschriften maakten heller
+ zijn glans: en wilt ge nu die naam
+ uw kind’ren overgeven, zwart besmeurd met
+ roep van verraad? Zal uw geslacht
+ hem voortaan medesleepen door de tijden,
+ beschaamd, of schuw verbergen onder een
+ geborgden, klankloos van herinneringen,
+ inderhaast opgeraapt?
+
+ MORE Ik geef mijn naam
+ vertrouwend aan den vloed der tijden over,
+ wetend, dat hij daaruit eens op zal rijzen
+ blinkend-geschuurd en blank van schuld. De toekomst
+ maakt het onrecht van heden goed....
+
+ NORFOLK En zoo
+ het anders kwame?
+
+ MORE Dan wil ik liever ook toekomstig onrecht
+ dragen, dan tegen mijn geweten doen....
+
+ NORFOLK Ge zijt uitzinnig! Allen zullen zweren....
+
+ MORE Zoo laat dan één anders dan allen zijn:
+ gewetens zijn niet gelijk aren, buigend
+ alle naar ééne zijde voor den wind.
+
+ NORFOLK Bij God, Heer Thomas, voor de laatste maal,
+ neem u in acht met koningen te twisten:
+ des konings wraak beduidt de dood.
+
+ MORE De dood
+ spaart evenmin wie in ’s konings genade
+ volop zich zont. Hij is de oceaan
+ waar onze levens eens alle in monden,
+ al is hun aller weg niet even lang....
+
+ CRANMER (tot Norfolk) Hij is niet meer te helpen....
+ (tot More) ’t Is des konings wil
+ dat gij en de bisschop van Rochester morgen
+ u vervoegt in het aartsbisschoppelijk
+ paleis, om de besluiten te bezweren....
+ Een bode haalt u nog van avond af....
+ Zie toe, dat ge voor morgen maakt gesmijdig
+ dit overstug geweten, ’t leert te plooien
+ zich naar den vorm van ’s konings wil. Zoo niet:
+ de Tower wacht....
+
+ MORE (tot Cranmer) Morgen als heden geve God mij kracht
+ voor geen verlokking of geweld te wijken;
+ (tot Norfolk) Ik wensch u heil, mijnheer.
+
+ NORFOLK Ik u verstand.
+
+ (Norfolk en Cranmer af).
+
+ MORE Nu heb ik een koers gezet, die mijn schip
+ doet recht tegen de klip der koningsmacht
+ oploope’, en zeker zal verbrijzelen....
+ Ik kan niet meer terug.... Vreemd om het land
+ te zien wegdeinen en zeker te weten
+ dat men nooit in de haven wederkeert....
+ Goddank! het zwaarste deed ik.... al het and’re
+ zal gebeuren zonder mijn doen. (Margreet treedt binnen)
+ Margreet....
+ Kom bij me, kind.
+
+ MARGREET Ik zag de heeren gaan....
+ Ze bleven lang.... (Zij ziet More aan en verschrikt)
+ Vader, wat is.... wat kwamen
+ ze doen?
+
+ MORE Zien, of ze konden met gedreig
+ murv maken je vaders gewete’, of dat
+ hardere hamers daartoe noodig zijn....
+
+ MARGREET Ze dreigden u? Waarmee?....
+
+ MORE (ziet haar zwijgend aan; zij bedekt het gezicht met de handen)
+ Wees niet verschrikt,
+ er is niets gebeurd om verschrikt te wezen,
+ mijn kind. Kom, zet je op het oude plaatsje:
+ wij willen akademie houden, als
+ je placht te noemen ons vertrouw’lijk spreken
+ over de vragen die van alle zijden
+ dit klein levens-eiland ombruisen.
+
+ MARGREET (gaat aan zijn voeten op een bankje zitten) Zoo
+ voel ’k mij weer worden het jongmeisje, vol
+ van vagen drang en onbestemd verlangen,
+ dat uit uw zacht-nadrukkelijke woorden
+ eens ’t licht van zekerheid zag opgaan....
+
+ MORE Zacht
+ wendde je jonge ziel zich naar dat licht....
+ Ik zag de kelk zich openen, begeerig
+ drinken den dauw, dien ik opving voor jou
+ van Plato’s lip en die der and’re wijzen.
+
+ MARGREET Wat was het zoet, aan uw hand te betreên
+ dat gouden land van de philosophie;
+ te voelen, hoe een vastheid in mij groeide
+ en sterker werd.
+
+ MORE Wat was het zoet, te stijgen
+ hand in hand naar de toppen der gedachte,
+ waar opengaat de zin des levens.... Kind,
+ ik heb in jou mijn groot geluk gevonden
+ en ik wil dat je weet hoe ik het vond.—
+ Mijn kind’ren heb ik alle lief
+ gelijkelijk, met de teedere liefde
+ eens vaders, maar jou heb ik ook nog lief
+ anders, niet teederder maar hoopvoller.
+ Ik heb in jou mijn liefste droomen lief,
+ het heilige verlangen en verwachten,
+ dat mijn hart aanraakte: het zoet gezicht
+ dat in mij groeide door de blijde dagen
+ van mijn volrijpe jeugd....
+
+ MARGREET Ge meent het beeld
+ der vrouw, gelijk zij zijn zal, wanneer allen
+ denken als gij denkt.
+
+ MORE Ja, het beeld der vrouw
+ als zij zijn zal in schemerverren tijd,
+ wanneer de booze waan heeft uitgewoed
+ die haar nu houdt vernederd en gevangen....
+ O schoone wereld, waarin zij zal zijn
+ den man gezellin, saam zij zullen dorschen
+ ’t gedachte-zaad....
+
+ MARGREET Konden wij haar zien worden,
+ die schoone wereld....
+
+ MORE Ik zag haar worden kind
+ en dat was mijn geluk.... ’k zag in jou hoofdje
+ de vonk der rede aangroeien tot vlam....
+ Ik zag over dit zacht gelaat, tot mij
+ in teed’re schroomvalligheid eerst geheven,
+ den glans zich breiden van bewusten wil,
+ en d’argelooze blik dier lieve oogen
+ verdiepen tot lange nadenkendheid.
+ Ik zag het meisje vol verholen drang
+ schuilgaand in droomen, tot de jonkvrouw rijpen,
+ moedig en frank, wier welgewogen oordeel
+ weegt voor den man, dien hare vrije neiging
+ verkoor.... ik zag de jonge moeder niet
+ de lijfjes maar van haar liev’lingen koest’ren,
+ hun leen’ge willen ook buigen en leiden
+ met zek’ren zin en vaste hand.—En als
+ de spotters, kleingeloovigen, wier vleugels
+ hen niet drage’ over heden heen, mij hoonden
+ om de droomvrouwen van Utopia,
+ lachte ik hun een stille glimlach tegen
+ en mijn hart sprong de tijden tegemoet
+ dat de kleine jonkvrouwen zullen baden
+ in klare kennis hun kost’lijke ziel,
+ en de moeders wetenden zijn, en vroed
+ voor de gemeenschap.... jij gaf mij die zegen:
+ ik dank je daarvoor kind....
+
+ MARGREET Al wat ik ben
+ werd ik door u; al wat ik weet, ik heb het
+ van u geleerd; aan u gelijk te worden
+ zooveel ik kon, dat was mijn prilste wensch;
+ mijn stoutste droom, u tot een hulp te zijn.
+
+ MORE Jij waart de blanke vijver, die getrouw
+ de kruinen spiegelde, en al hun deinen
+ van mijn gedachte-woud, die ’t heimlijk ruischen
+ van mijn hart kende, en nimmer verried.
+
+ MARGREET O laat het mij nu ook zijn! Geef mij weder
+ uw hart! Vertrouw mij, leg op mij de zwaarte
+ die ’k zie dat u bedrukt....
+
+ MORE Heugt je den dag
+ dat wij gelezen hadden Plato’s woorden
+ over de ziel en haar onsterflijkheid,
+ en daarna zaten in den stillen schemer
+ wiens zachte hand soms de verborgen dingen
+ omhoog streelt uit hun schuilhoek in het hart?
+ Heugt het je nog?
+
+ MARGREET Het was den dag nadat
+ ge tot het kanselierschap waart gehuldigd,
+ een vrede-ademende najaarsdag....
+ Vijf jaren zijn sinds dien voorbijgestroomd,
+ ik huwde, God schonk mij twee lieve kindren,
+ en gist’ren schijnt die dag....
+
+ MORE Heugt je nog wat
+ wij toen sprake’ over dood en leven, hoe
+ worde’ is der wereld wezen, alle dingen
+ dragen in zich kiem van weder-vergaan?
+ En dit aller droefheden droefheid is,
+ dat het hart niets omvatten kan in veilig
+ bezit?
+
+ MARGREET ’t Is mij als hoor ik weer uw stem,
+ manend: „daarom moet het tot d’ eeuwge sterren
+ zich beuren, en tusschen hun gouden spaken
+ zich vleie’ als in een nest”.... ’k voel langs mijn wangen
+ weer druppen de tranen van stil berouw.
+ Wij meisjes waren overstelpt geweest
+ door d’ ongewende pracht, de vreemde hulde....
+ Wij waande’ ons in een hoog’re sfeer geheven
+ boven ons oude zelf.... den dag na ’t feest
+ riept ge mij, om samen Plato te lezen
+ en koost den Phaedon.... ik voelde den roes
+ van wereldschheid als dunne damp vervliegen....
+ Mijn beste vader, ’k dank het meest dat uur
+ dat toen ineenstortte ons oude leven
+ van weelde en glans, mijn hart niet werd verschrikt.
+
+ MORE Ja, jij bleef staan,
+ een steun voor arme ontwrichtte moeder en
+ jongere zusters, die met duiven-oogen
+ mij hulp’loos aanzagen.... O blijf ook nu
+ mijn onverschrokken kind.... Heugt het je nog
+ hoe wij verder sprake’ in den stillen avond
+ over den mensch, hoe hij soms raakt beklemd
+ tusschen ’t stuwen van oversterke machten,
+ gedreven wordt waarheen hij niet wil gaan,
+ en een wijl worstelt in wanhopig weren
+ van wat zijn diepst ik onafweerbaar weet?
+ Tot hij op een dag neerdaalt in zichzelven
+ en zich gewonnen geeft; en op het pad,
+ dat hem ontvoeren zal aan de beklemming
+ der dingen en het wrijten van zijn wil,
+ vestigt hij rustig-lang den blik der oogen
+ en rijst om te gaan.... Weet je ’t nog, Margreet?
+
+ MARGREET Hoe zou ik het vergeten? In dat uur
+ werd immers ons verbond gesloten....
+
+ MORE Ja,
+ in dat uur vond je dapper hart zichzelf.
+ Want toen ik vroeg: kind, zoo wie jou was ’t liefste,
+ stond voor de keus, als voor een donker water,
+ de steilte van den dood beklimmen, of
+ zich laten dringen op omlage wegen
+ die hij verfoeit—zag ik je wange’ en hals
+ en heel je wezen bespreid van den gloed
+ dien het hart opzendt als een eed’le en hooge
+ willing ’t in vlam zet, en je stem was hel
+ van dapperheids goudenen klankkleur, sprekend:
+ „veel liever zag ik hem dood, dan zich zelven
+ ontrouw—immers wenschte ik hem dan toe lijden
+ bitterder dan de dood”—weet je het nog,
+ mijn kind?
+
+ MARGREET Ik heb zoo vaak
+ geschreid, omdat ik het niet kon vergeten,
+ en wat toen kwam....
+
+ MORE Hoe ik je hand nam en
+ die kleine koude hand tusschen de mijnen
+ klemmend, vroeg „zoo de dag eens kwam, Margreet,
+ dat ik stond, aangedrukt tegen de keuze
+ waaraan het leven hangt—zou jij mij dan
+ steunen van uit je hart”—en jij niet spreken
+ kon, maar knikte van ja?—dat was ’t niet waar?
+
+(Margreet knikt zwijgend.)
+
+ Het heugt je nog. Nu is die dag gekomen.
+ Help mij Margreet. Ik heb de keus gedaan.
+
+ MARGREET Vader.... Wat gaat ge doen?
+
+ MORE Ik ben gedreven
+ naar wat ik wou ontgaan. Al mijn beleid
+ heb ik gebruikt, mijn boot voorbij te sturen
+ aan deze klip, met al mijn kracht gestreefd
+ den greep t’ ontkomen, die zich om mij knelt.
+ Vergeefs! ik had sinds lang met eigen handen
+ de ketenen gesmeed waarmee het lot
+ mij binden zou.
+
+ MARGREET Van dat g’ u verbondt aan den koning, broeide
+ de botsing aan de kim van elken dag;
+ komen moest zij als zijn zelfzuchtige driften
+ schuimend zouden bijte’ in den breidel van
+ uw wil.... wij wisten ’t.... Dikwijls vreesden wij
+ wat ging gebeuren. Maar ge hebt den band
+ verbroken, die u aan den koning bond....
+ ge zijt weer vrij.... ik dacht u veilig.... vader,
+ wat dreigt ons nog?
+
+ MORE Ik heb den band verbroken
+ die m’ aan den koning bond, maar niemand kan
+ den band ontbinden tusschen hem en zijn
+ verleden: ’t weefsel van zijn vroeg’re daden
+ omwikkelt hem voor goed.... Hoe hooger ’k steeg,
+ hoe vaster mij de vorst in zijn vertrouwen
+ omvatte, als in een tooverring, die zich
+ nooit meer ontsluit waar hij zich heeft gesloten,
+ des te minder kon zijn koningswil dulden
+ dat ik mij loswrong.... poogde het te doen....
+ Toen in zijn sterke lijf de sterke lusten:
+ wulpschheid, heerschzucht, gelddorst, uitbraken en
+ het teer gewas wegvraten der belofte
+ van zijn groene jeugd, toen moest ik gaan,
+ wilde ik niet, blijvend, mee schuld drage’ aan daden
+ die ik verfoeide,—of tusschen hem en mij
+ oproepen d’ erge botsing, die zou voeren
+ tot mijn vernietiging. Die te ontwijken
+ ben ik gegaan: ik ging vergeefs, Margreet.
+
+ MARGREET Wat wil hij nog?
+
+ MORE Aanzien en rijkdom stroopte ik mij
+ als waardelooze vodden van het lijf
+ en waande een poos den greep te zijn ontkomen,
+ reeds knellend om mijn hals.—’k Herademde!
+ Maar ’t onweer drong weer op, geduchter dan het
+ eerst was geweest.... Toen wist ik mij verloren....
+ Ik wees het je, maar je wilde niet zien....
+
+ MARGREET Ik kon het niet....
+
+ MORE Mijn dapper kind, nu staat
+ de booze wolk vlak boven onze hoofden:
+ nu moèt je zien. De koning eischt een eed,
+ die zijn leugenbond met Anna vat
+ in gouden lijst van wettelijke wijding,
+ en een and’ren, die hem verheft tot hoofd
+ der kerk van Engeland. Ik kan die eeden
+ niet zweren, mijn geweten wil het niet.
+
+ MARGREET Wat zult ge....
+
+ MORE Ik kan niet verder uitwijken,
+ en mijn weig’ring raakt den koning in ’t hart;
+ want om zijn wil door te zetten behoeft
+ hij steun van allen, wier woord in de schalen
+ der openbare meening weegt:—wie niet
+ met hem meespringt over de hinderpalen
+ van wet en zede en goddelijk gebod,
+ wordt zelf, een hinderpaal, omvergehaald.
+ Hem blijft geen keus, als mij geen keus blijft. Hij
+ moet mij vernielen, misschien tegenwillig,
+ zooals ik tegenwillig moet trotseeren
+ ’t zwaard zijner macht.
+
+ MARGREET O waart ge nooit in dienst
+ getreden van den koning! Hadt ge nooit
+ voor hem ’t vrije leven van den geleerde
+ vaarwel gezegd, waarnaar uw hart bleef hunk’ren
+ als een schelp naar de zee.... Hem offerdet
+ ge de rust der dagen, de slaap der nachten,
+ ’t zoet verzamen met ons,.... voor hem hebt ge
+ der zorgen last geschouderd, haar gedragen
+ van jaar op jaar, en nu....
+
+ MORE Margreet, spreek zoo niet verder;
+ je weet niet wat mij dreef in ’s konings dienst.
+ Ik wil je alles toevertrouwen, kind,
+ dat je moogt zien hoe wat nu gaat gebeuren
+ met diepe wortels vastzit in ’t verleên.—
+ Heerlijk waren de dagen mijner jeugd!
+ de luchten trilden van de nieuwe leuzen,
+ die d’ ontwakenden toeriepen elkaar.
+ Boven de grenzen uit van land en taal
+ werd een zuivere broederschap geboren;
+ strijdbroederschap tegen al wat het blijde
+ leven op Gods lieflijke aarde ontwijdt:
+ domheid en wreedheid, breidelooze zeden
+ en blind geweld. Eén hoop bevleugelde ons:
+ niet maar de kerk, neen, d’ aarde zelf, de menschheid
+ te zuiveren door de macht van den geest.
+ Sommigen onzer verdiepten zich zoo
+ in de zinnige woorden die ons tegen-
+ fonkelden uit de lang verzonken tijden,
+ dat zij tot zoete levenstaak verkozen
+ die te reinigen van der eeuwen stof.
+ Mij gaf natuur een zin, die zich niet kon
+ gansch in vervlogene schoonheid verzinken,
+ maar zich van haar beurde naar onze dagen,
+ om die schooner te maken, kon het zijn.
+ Ik zag der tijden drang, den harden nood
+ der arme duizenden, die hulploos zwerven,
+ verjaagd van hof en erf;
+ ’k zag gouddorst in de grooten mensch’lijkheid
+ versmoren, de kleinen zich, gelijk wormen
+ gemarteld, winde’ in kronkels van den nijd.
+ Ik zag de vrouw in lediggang vermorsen
+ haar reedlijke vermogens en haar hart,
+ een weeldepop, of als lastdier beladen
+ overzwaar, zwoegen naar den dood. Ik zag
+ alom de ongelijkheid van bezit,
+ als de grond van de algemeene krankte
+ die ’t lichaam aanvrat van de christenheid.
+ —Maar ook zag ik het menschelijk vernuft
+ opendwingen, een geweldige beitel,
+ de geheime bergplaatsen der natuur.
+ Ik zag de aarde grooter worden: voor
+ onze verbaasde, opgetogen oogen
+ nieuwe deelen van haar verschijnen, als
+ trok morgennevel op over de wereld.
+ En toen rijpte het droomgezicht in mij;
+ uit vele wortels groeide het omhoog....
+ Land van geluk en minnelijk verkeer
+ der menschen, van vrede die zal omranken
+ hun dagen, als ’t bezit gemeen zal zijn
+ van de goederen des levens, en geen mensch meer
+ om geld zijn broeder misbruikt en verdrukt,
+ als allen samen maken wat behoeven
+ allen tot leven,
+ lieflijke velden van Utopia,
+ lachende huizen tusschen groene tuinen,
+ lachende kinderen die geen vrees kent,
+ blinkende scharen van mannen en vrouwen
+ edel van leden en zuiver van ziel:
+ eens zult ge zijn, ik weet het. Maar wanneer?
+ Hoe zal de menschheid haar weg tot u vinden?
+ Ik kan ’t niet zien.—In mijn hoopvolle jeugd,
+ Margreet, waande ik een weg te weten: daarom
+ trad ik in ’s konings dienst.
+
+ MARGREET Vader.... ik zie
+ uw hoop.... den koning.... hem wildet gij winnen,
+ voor de wet winnen van Utopia....
+
+ MORE Een vriend van ’t nieuwe weten leek hij, wien het
+ dienden minlijk gezind—en toen hij was gekroond,
+ wendend den steven van zijn vaders banen
+ naar recht en vrede weg. Hij riep mij tot zich,
+ en het snijdend woord mishaagde hem niet,
+ waar ik de euvelen van de gemeenschap
+ mee openlei. Zoo werd mijn waan geboren,
+ —uit verlangen en hoop werd die geboren—
+ dat hij de heerscher was, verkozen om
+ menschheid op den weg van geluk te voeren,
+ zoo ik hem steunde. Heerlijk door mijn leden
+ welde een vloed toen van duizelig geluk.
+ Maar ook verhief zich door het bloed de stem
+ der neiging, en fluisterde mijn hart toe:
+ „de staatsdienst is het graf der vrijheid”, en
+ uit nog dieper gewelven rees omhoog
+ woord’looze maning, zoodat ik mij wist
+ op een verraderlijke zee te wagen,
+ die mij niet weer zou geve’.... Een dag, een nacht,
+ en nog een dag en nacht heb ik gestreden
+ tegen mij zelf: toen overwon dat hunk’ren
+ naar ’t menschengeluk en die hoop. Ik ging
+ tot den koning. Dien dag bracht ik aan ’t wank’len
+ de steen die mij verplettren gaat. God weet het,
+ ik was niet karig met mijn kracht. Den boog
+ van mijn vermogens spande ik dag aan dag tot
+ het uiterste,—en ’t scheen in ’t eerst, als neigde
+ het hart des konings naar mijn raad.... Niet lang....
+ ’t was ’t gloren van een valsche dageraad,
+ waarop een somb’re nacht van onrecht volgde...
+ bedrog.... geweld.... Ik heb het doel gemist...
+ De hoop die ontlook aan mijn morgenhemel,
+ is sedert lang verwelkt; ik zelf
+ ga door dwingelandij gebroken worden.
+ Ik zie de baan niet naar menschegeluk,
+ ik weet den zin niet van mijn eigen leven:
+ moge ’t een and’re wezen, dan nu schijnt!
+ Maar één ding weet ik: wat mij dreef in jeugd,
+ te doen als ik deed, dat drijft mij ook nu.
+ Niet allen kunnen strijden op één wijs,
+ noch kan op d’ eigen wijze één altijd strijden,
+ maar één ding doet allen die strijden nood
+ t’ allen tijde voor meer gerechtigheid
+ en meer geluk op aard: zich zelven niet
+ te zoeken, de zoete dingen van ’t leven
+ niet liever te hebben dan ’t klaar gebod
+ van d’innerlijke stem. Dit ééne weet ik,
+ en zoo zal ’k doen, Margreet.
+
+ MARGREET O ik ben blij
+ dat ge zijt als de heil’ge martelaren
+ en d’ oude helden... ik heb u zoo lief...
+ vader, ik kan niet zonder u....
+
+ MORE Mijn hart,
+ een macht oversterk dringt tusschen ons beide
+ en maakt d’omstreng’ling onzer armen los.
+ Wij moete’ uiteen. De zoete wenning die
+ de jaren tusschen ons al vaster vlochten
+ wordt nu ontknocht. Wij zullen niet meer gaan
+ samen door ’t bosch in den herfstklaren morgen,
+ als de lage zon ’t laatste knetterblad
+ rosgoud doet gloeien onder schuinsch gestraal.
+ En als de lente komt, zal zij ons niet
+ meer dwalen zien, het avondrood in d’oogen,
+ langs ’t slingerpad dat de rivier bezoomt,
+ en huiswaarts keeren als de vogels zwijgen,
+ vol vredige gedachten, arm in arm.
+ Wij zullen niet meer, onze hoofden samen
+ aandachtig buigend over ’t oude boek,
+ waaruit heil’ge schoonheid en wijsheid stijgen,
+ voele’ onze harten kloppen in één maatgang
+ van eerbiedige vreugd. Wij zullen niet
+ meer, in de ijle sfeeren der muziek
+ samen ontzweefd, werelden op zien deinen
+ en weer vergaan....
+ Ik daal waar de lente geen oogen heeft
+ en alle zachte lach en stemmen zwijgen,
+ en dalend breng ik droefheid over jou.
+ Arm kind, nu zullen je dagen voortaan
+ gedoopt zijn in de vale schaduw van de
+ alleenheid waarin ik jou laat.—Nu moeten
+ we sterk zijn, hart, en wat we al die jaren
+ beleden met de lippen, onze levens-
+ waarheid te zijn, moet het hange’ onzer schouders
+ weer richten overend.
+ Moeder en zusters zullen mijn zin zwaar
+ maken, d’armen, met bidden en vermanen
+ dat ik toch buige.... Zult jij stand houden,
+ en voor mij vechten tegen hun begeeren,
+ voor wat je weet in mij ’t beste te wezen,
+ al gaat het om het leven zelf?
+ Kunt je ’t beloven, hart?
+
+ MARGREET Ik kan beloven....
+ te trachten trouw te zijn aan den wil dien
+ g’ in mij gewekt hebt....
+
+ MORE Dan ga ik gerust
+ den donk’ren gang in der gevangenschap.
+ Trouw hart, wij blijven samen, worden onze
+ lichamen ook gescheiden.... en mijn lieven
+ laat ik in zek’ren troost....
+
+ Dat nu een stem
+ mocht zinge’ een dier verlangenzware wijzen,
+ waar ’t hart zoo zoet op wegdeint.... ik ben mat....
+
+(More zinkt vermoeid in zijn zetel achterover. Men hoort Mercy in den
+tuin zingen. Tegen het einde van het gezang ziet men haar).
+
+ MARGREET Hoor vader, Mercy heeft uw wensch geraden
+ gelijk zij pleegt zoo vaak.... het is de wijze
+ van het eiland glanzend over den vloed.
+
+ MERCY
+ Ver over de glinst’rende zeeën, verder weg dan het avondrood,
+ voorbij de klippen van strijd, en het bare strand van den nood,
+
+ voorbij aan de rots waar de winden van den haat worden uitgebroed
+ drijft het zon- en schaduwbeminde eiland van geluk op den vloed.
+
+ Zijn groene oevers ombruisen de oevers van groen kristal,
+ den zeezang echoot het ruischen van zijn dichten boomenwal.
+
+ Daar in het bosch wordt geboren het allerinnigst geluid:
+ de tortel koert haar bekoren-bewogene vrede uit.
+
+ Glanzende boomen dragen ’t eener tijd bloesem en vrucht,
+ en door de bloeiende hagen gonst altijd zomergerucht.
+
+ Het dichte gewas der dalen buigt onder zijn gouden vracht,
+ en tegen de hellingen stralen de weiden hun gouden pracht.
+
+ Daar wonen de blinkende menschen met vrede-omlicht gelaat
+ door wien het gemeene wenschen als een stroom van kracht heengaat.
+
+ Hun spraak ruischt als onze gebeden, hun gang schrijdt als onze
+ dans,
+ hun stem is een nest van zachtheden, hun oog een bad van glans.
+
+ Leven is altijd beladen daar met een geur van vreugd
+ als waar zomerwind vol genade hier somtijds ons hart mee verheugt.
+
+ In den morgen gaan blijde gezellen zingend tot het arbeidsfeest
+ dat lijf noch ziel zal kwellen, en dadendrang geneest.
+
+ En de uren der rust heenglijden door den toover menigvoud
+ van der schoonheid fonk’lend gesmijde, en het plechtig gedachtewoud.
+
+ De dood komt op lichte schreden, hij draagt een wit gewaad
+ en wie hij wenkt gaat mede, als een gast van een feest opstaat.
+
+ Hem woelt door het hart niet de wreede zorg om wees of hulplooze
+ weeuw,
+ want daar heerschen de zachte zeden, heerscht de wet van de gouden
+ eeuw.
+
+ Het veld en de wei en de bosschen, en de vruchten der zee en de
+ wijn.
+ geperst uit de purperen trossen, daar het erfdeel van allen zijn.
+
+ Mijn en dijn hebben verloren hun rink’lende klank van metaal
+ en zoeme’ in die zuivere ooren als zinlooze kindertaal.
+
+ O wisten wij waar u te vinden, land van gelukzaligheid,
+ voorbij aan de rots der winden van haat, en de klippen van strijd.
+
+ DIENAAR Heer Thomas, een bode van staat wacht buiten;
+ hij vraagt of ge gereed zijt.
+
+ MORE Zeg hem: ja.
+
+
+
+
+DERDE BEDRIJF
+
+
+ More’s vertrek in den Tower.
+
+ More, Kingston, gevangenenbewaker. Later Grynæus en Margreet.
+
+
+ KINGSTON Een jonkman, die al vele malen poogde
+ u te bezoeke’ in uw gevangenschap,
+ —maar mijn bevelen bleven onveranderd:
+ „Laat niemand buiten zijn verwanten toe,”—
+ heeft eindelijk het langbegeerd verlof,
+ God weet door welke liste’, of lang beleg
+ van wie hoog wone’ in ’s konings gunst, veroverd.
+ Zal ik hem bij u laten?
+
+ MORE Wie is het?
+
+ KINGSTON Simon Grynæus.
+
+ MORE Dat ’s een naam die vaart
+ gelijk een frissche windstroom door de dompe
+ en muffe lucht. Laat hij gauw komen.
+
+ KINGSTON (tot den bewaker.) Roep
+ mijnheer Grynæus hier....
+
+ GRYNÆUS Mijn oude Morus,
+ hoe dikwijls trachtte ik tot u door te dringen....
+ ze lieten mij nooit toe....
+
+ MORE Het doet mij goed
+ de warme tintelingen van uw oogen
+ weer over mij te zien.... Kom, zet u hier.
+ Zie niet zoo droef. Wel was ’t een luchtiger
+ verblijf, ons paviljoen te Chelsea, waar
+ wij samen te philosopheeren plachten,
+ terwijl zacht gerilte ons koelte toewoei....
+ maar de bloem der philosophie bloeit ook
+ tusschen de spleten van deze gewelven:
+ ruikt gij haar geuren niet?
+
+ GRYNÆUS Ik kan niet schertsen
+ heer Thomas: vergeef mij mijn beklemd hart.
+ ’k Zie u, en vraag mij af: is hij het werk’lijk?
+ —dat sneeuwen haar, die vervallen gestalte,
+ dat vaal gelaat.... o wee.... heeft zoo de kerker
+ gevreten aan uw kracht?
+
+ MORE Mijn zoon, de kerker
+ kust met een adem die van ’t lijf de kloekheid
+ breekt als de rijp een bloem.... zoo onverlet de
+ geest blijft, is ’t onheil klein.... Mijn kinderen berichtten
+ mij over u, over uw trouwe steun
+ in hun verlatenheid: ik dacht niet anders
+ van u.... En hoe slaagde uw arbeid? hebt ge
+ dat manuscript ontward?
+
+ GRYNÆUS O Morus, spreek
+ niet van mijn arbeid: nietig schijnt mij, haatbaar
+ dat delven in de mijnen van ’t verleden
+ naar edelsteenen, terwijl in ’t vandaag
+ het licht van een steen dreigt gedoofd te worden
+ wiens flonkeringen ons verrukte’, en al
+ om niet, neen, erger dan om niet.... Ik bid u,
+ laat mij uitspreken wat al sedert maanden
+ schrijnt door mij, telkens wanneer mijn gedachten
+ beroerden uw geliefde beeld. Niet ik
+ alleen, al uw vrienden, de mannen wier
+ wille’ in één harmonie met uw wil samen
+ klonken, door alle levensjaren heen,
+ zij zijn bedrukt, niet omdat ge gaat sterven
+ maar om de zaak waarvoor. Het is hun zaak,
+ ’t is d’ uwe niet. Ge moogt niet door de tijden
+ rijzen, een mart’laar van het roomsch geloof;
+ gij kunt niet willen dekken met uw dood
+ ’t verderf, dat dadig uw leven bestreed.
+ Erasmus bidt u door mijn mond, nog and’ren:
+ laat het daartoe niet komen, ga op zij,
+ buig voor den koning. Zijn wil is niet louter,
+ ’k weet het, welt uit geen zuivre gronde’ omhoog,
+ maar Rome’s verzet tegen dien wil stroomt uit
+ een lichaam, stinkend van verderf.... O keten
+ u daaraan niet voor alle tijden vast,
+ door d’ eenge daad, die men nooit kan herroepen,
+ nooit uitwisschen.... verwar den klaren zin
+ van uw leven niet door verbijsterenden
+ troebelen dood....
+
+ MORE Zoon, troebel en verbijsterend
+ zal mijn dood enkel zijn voor wie verwart
+ d’ uiterlijke verschijning met het wezen.
+ De dingen der wereld staan niet gelijk
+ gij meent, tot ijz’ren onverzoenlijkheden
+ verstard, tegenover elkaar. ’t Wanneer
+ en waar, vult de hoekige, harde leuzen
+ met warme stoflijkheid: elk oogenblik
+ vervluchtigt zich en wordt opnieuw geboren
+ die levenswarme kern.
+ „Tegen den koning” beduidt thans en hier
+ niet vòòr plundring en verdomming door Rome
+ maar verzet tegen.... een andere macht,
+ een erger dreiging voor het heil der menschen.
+ In dat verzet te vallen is geen logen,
+ tast d’ essence van mijn leven niet aan.
+
+ GRYNÆUS O ’k weet het wel, ik weet het wel dat gij
+ rein zijt van hart, dat uw wil naar het goede
+ zich richt, van zelf, als een bloem naar de zon.
+ Wij weten ’t, maar niet alle weten ’t; Rome
+ zal uw dood munten tot het losgeld om
+ haar eigen verdoeming mee af te koopen;
+ uw martlaarshoofd, zoodra de beul ’t laat vallen,
+ oprape’ en dragen triomfantelijk
+ voor zich uit, dat van die gebroken oogen
+ de magische blik vele vrome zielen
+ weer bindt aan haar....
+
+ MORE Dat moet ik dulden, zoon.
+ In ’t groote woelen van onze aardsche wat’ren
+ vloeien recht en onrecht nu alle dagen
+ dooreen. Er zijn geen vlekkelooze zaken
+ om voor te leven en te sterve’: er zijn
+ zuiv’re harten, die ook in zaak, bevlekt
+ door mensch’lijke onvolkomenheid, omhelzen
+ hun hoogste levensdroom. Mijn vijanden
+ zullen zeker saamwerpen mijn verzet
+ tegen den koning, met alle ongerechtig-
+ heden, Rome verkankerend; u brengt
+ de opstand tegen Rome saam, in d’ oogen
+ van wie niet goed onderscheiden door haat,
+ met de tuchtlooze wreede boerenbenden
+ die trokken roovend moordend Duitschland door.
+ Zoo kan elk van ons in verbond verschijnen
+ met wat hem meest mishaagt. Het mag ons niet weerhouden
+ te doen wat ons geweten wil.
+
+ GRYNÆUS Maar ook uw vrienden
+ misprijzen uw besluit. Ziet ge die blaam
+ van wie zoo warm u loofde’ en graag u volgden
+ altijd, niet vóór u, een waarschuwend teeken
+ dat ge nu dwaalt?
+
+ MORE De blaam der lieve vrienden
+ bedrukt m’ en breidt om mij een kille nevel
+ waardoor ik moeilijk aadmend verder ga:
+ Maar hij weerhoudt mij niet.
+
+ GRYNÆUS Kan niets weerhoude’ u?
+
+ MORE Niets. Al de wat’ren van mijn wezen vloeiden
+ naar dit punt samen, om van hier den sprong
+ te nemen naar de rustiger gewesten
+ waar nieuw hun loop begint. Een langen tijd
+ groeie’ onze dade’ in ons om rijp te worden;
+ rijp zijnd, vallen zij af. Zij rijzen uit
+ de verborgene wortels van ons wezen,
+ en worden door der wereld zon en regen
+ gevoed. Om ze anders te maken zou
+ ’t zelf anders moeten zijn en al het andere.
+
+ GRYNÆUS Vaarwel dan Morus. O wee, dat de worm
+ van dit verdriet nu voortaan altijd knagen
+ zal aan ’t beeld dat ik oprichtte in mijn hart;
+ hem die ik levend boven allen eerde
+ kon ik niet eeren in zijn dood.... Dat God u make
+ het sterven licht....
+
+ MORE En u het leven zoet.
+ Bedroef u niet, omdat mijn levenswil
+ verwrongen zal verschijnen aan de menschen:
+ wij lijden nog, ook waar wij doen.—
+ Ik bid u, laat Erasmus weten dat
+ ik meende een andere te moeten schijnen
+ om dezelfde te zijn. Vaarwel. (Grynæus af.) Hoe zwaar
+ is ’t vrienden te bedroeven!—Voor het eerst
+ gaat hij van mij weg onvoldaan, en armer
+ aan vreugde dan hij kwam.... ’k zag in zijn oogen
+ neerstrijken op de velden van zijn hart
+ de zwartgevlerkte vogel die daar lang
+ zal broeden: doffe smart van niet te kunnen
+ begrijpen de daden van wie wij minnen,
+ omdat ze zijn één wezen, een ander wij.
+ „Hij was een goed man, maar hij stierf voor Rome,
+ zijn dood maakte op zijn leve’ een smet”—zoo zal
+ Grynæus mij gedenken, hij zelf zei ’t,
+ en de gedachte voelen als een stekel
+ prieme’ in zijn vleesch....
+
+ Ja zoo denken de menschen:
+ hun denken kruipt behoedzaam langs de banen
+ van het leven en houdt diens vaart niet bij.
+ Het bindt de dingen samen tot een vlot
+ en daarop zet hun traagheid zich, tevreden
+ voortdroomend, onbekommerd of de stroom
+ des levens ongestuim de lichte balken
+ weer uit elkander sloeg.—Of ’t zoo moet zijn?
+ Of mijn denkingswijs in de vuist der velen
+ breken zou en hen laten, gelijk blinden
+ rondtastend zonder staf? Behoeven zij
+ starre gedachte-banden om daarin
+ de veelheid der verschijnselen te persen,
+ en de verand’ring vast te leggen, zóó
+ zichzelf beschermend van door over-veelheid
+ verbijsterd te worden? Wie zal ’t mij zeggen?
+ Wie is er die het weet?
+
+ (Southwell, Palmer en Rich komen binnen.)
+
+ SOUTHWELL Mijnheer, wil onze komst vergeven: zij is
+ niet onze keus. ’t Hooggerechtshof belastte
+ ons met een werk waarvan wij hopen dat
+ gij ’t zult toerekenen die daartoe gaven ’t
+ bevel, niet ons.
+
+ MORE Mijnheer de procureur,
+ wat wilt ge van mij?
+
+ SOUTHWELL Wij kregen de last
+ uw vertrek te doorzoeke’ en mee te nemen
+ al wat wij vinde’ aan boeken en geschriften,
+ om ze over te leggen aan het hof.
+ Vergunt ge dat ik d’ onwelkome taak
+ seffens volvoer’?
+
+ MORE Ik heb niets te vergunnen
+ mijnheer. Men heeft mij niet gevraagd, toen men
+ mij pennen en papier ontnam, men zou
+ niet luisteren, zoo ik mij nu bezwaarde.
+ Voert gij uw opdracht uit.
+
+ SOUTHWELL Komt heeren, aan
+ het werk.
+
+ (Palmer en Rich zoeken in het vertrek en pakken de boeken en
+ geschriften bijeen die Southwell doorbladert; na eenigen tijd,
+ terwijl Palmer nog zoekt, wendt Rich zich tot More die rustig is
+ blijven zitten.)
+
+ RICH Heer Thomas, ge zijt wijs
+ en in de wetten van den staat geleerd,
+ vergun daarom, dat ik u voorleg eene
+ vraag die mij zeer vervult. Zoo ’t parlement
+ tot koning van Engeland mij verklaarde,
+ zoudt gij mij dan erkennen als koning?
+
+ MORE Ja Mijnheer ’k zou u erkennen als koning.
+
+ RICH Maar stel nu ’t geval, dat het parlement
+ een wet maakte die mij tot paus verklaarde,
+ zoudt gij mij dan als paus erkennen?
+
+ MORE Of
+ stel dit ander geval eens, mijnheer Rich,
+ dat het parlement door een wet verklaarde
+ God niet meer God te zijn, zoudt ge u achten
+ gebonden door zoo’n wet?
+
+ RICH Neen toch mijnheer:
+ geen parlement heeft in geest’lijke zaken
+ te binden macht.
+
+ MORE ’t Is als gij zegt, mijnheer.
+
+ (Southwell die aan ’t einde scherp heeft toegeluisterd maakt een
+ beweging van teleurstelling; dan wendt hij zich tot Palmer en
+ Rich en beduidt hun dat zij kunnen vertrekken).
+
+ SOUTHWELL Wij hebben onzen last volvoerd, mijnheer,
+ maar vergun mij, eer ik ga, nog een woord
+ met u te spreken.... Ge zult weldra moeten
+ verschijnen voor het hof.
+
+ MORE Ik weet het.
+
+ SOUTHWELL Weet
+ ge ook, waarom ’t een vol jaar duurde, eer ge
+ werd voorgeroepen?
+
+ MORE ’k Meen het te begrijpen,
+ maar weet het niet.
+
+ SOUTHWELL De koning wilde u
+ redden, tegen u zelven u beschermen:
+ achter het fronsen van zijn ongenade
+ leeft in zijn hart nog de lach van zijn gunst.
+ Hij hoopte, dat g’ in eenzaamheid hervinden
+ u zelf zoudt, tot u inkeeren.... Zijn oor
+ boog gretig naar het eerst gemurmel over
+ dat zou stijge’ uit de lang bevroren wellen
+ van uwe trouw.... nog buigt hij luistrend over....
+ Maar ’t is nu gauw te laat.... Ge zwijgt, heer Thomas?
+
+ MORE Spreken valt te zwaar.
+ Ik zou den koning en mij zelven gaarne
+ besparen wat nu komt, maar mijn geweten
+ verbiedt mij te doen gelijk hij verlangt.
+ Is u dat nieuw?
+
+ SOUTHWELL De koning laat u weten
+ dat hij, wanneer het oordeel is gevallen
+ niets meer vermag, om....
+
+ MORE De koning kan weten
+ dat ik het oordeel, wanneer recht en wet nog
+ gelde’ in zijn rijk, met gerustheid verwacht.
+
+ (Southwell maakt opnieuw een beweging van teleurstelling en loopt
+ eenige malen het vertrek op en neer, dan wendt hij zich op nieuw
+ tot More.)
+
+ SOUTHWELL Ik kan zulk een halstarrigheid niet vatten,
+ in een vroom christen, mijnheer More, als gij:
+ ge staat alleen met uwe weig’ring tegen
+ alle bisschoppen; gij, een leek,
+ werpt door dit weig’re’ een blaam op hun gedrag
+ in geestelijke dingen; matigt u
+ een oordeel aan over hen wien ge zijt
+ gehoorzaamheid in zaken des geloofs
+ verschuldigd.... ik begrijp u niet....
+
+ MORE Mijnheer,
+ daden te oordeelen was eens mijn ambt,
+ het is ’t niet meer; in de harten te lezen
+ komt mij, een feilbaar mensch, niet toe. Ik volg
+ den weg, dien ’k voor den goede houd, de eeden
+ weig’rend, en neem aan dat de bisschoppen
+ ze zwerend, gaan den weg die hun geweten
+ hun zegt te gaan....
+
+ SOUTHWELL Weet ge wel dat uwe liefste
+ vrienden uw koppigheid betreuren? Zij
+ achten ’t onwaardig een verlichten geest,
+ zich zoo te klampen aan een vorm, als gij doet
+ in deze zaak....
+
+ MORE Mijn vrienden hebben mooglijk
+ mijne redenen om te weig’ren niet,
+ noch ik de hunne, om voor den eisch des konings
+ te buigen ’t hoofd.... Er zijn tijden, mijnheer,
+ waarin wie dachten in de levenszee
+ bijeen te blijven, door machtige winden
+ worden verstrooid en elk voor zich moet zoeken
+ veilige reede. Dit is zulk een tijd....
+
+ SOUTHWELL Wat waant ge toch weigerend te bereiken?
+
+ MORE En zoo alleen de vrede van ’t gemoed,
+ lijkt u dat zoo gering een ding, dat ik
+ daarvoor het restje van mijn aardsche dagen
+ niet ruilen zou?
+
+ SOUTHWELL Ik ben verbaasd te hooren
+ dat wie zoo teeder aan de zijnen hing
+ als gij, dien vrede proeven kan, terwijl
+ uw kind’ren zich om u van angst verteeren.
+ Zeg mij, Morus, verstoort nimmer uw vrede
+ gedachte aan hun onvree? Dan moet zij
+ zich, naar mij dunkt, hebben gehuld in dikke
+ mantel van zelf-genoegzaamheid....
+
+ MORE Mijn kind’ren
+ kunnen niet willen dat ik mijn geweten
+ geweld aandoe voor hen....
+
+ SOUTHWELL Uw kinderen
+ billijken niet uw redeloos vasthouden
+ aan ’t onzalig besluit. Zij kozen niet
+ uw zijde.... niet één hunner koos uw zijde....
+ uw lievlingsdochter zelve, d’ edelste
+ loot van uw stam, schaart zich tegen haar vader:
+ zij deed den eed.
+
+ MORE Ik ried haar die te doen.
+ Wat één betaamt, is niet voor allen goed:
+ zij, jonge vrouw en moeder, kon ’t niet dragen
+ van man en kleinen gescheiden te zijn....
+
+ SOUTHWELL (na een stilte) Ik moet nu gaan, mijnheer. Ge moogt bedenken
+ dat wij weer zullen samenkomen waar
+ mijn ambt den toon van zachte overreding
+ en hartelijken aandrang mij verbiedt....
+ Nu ik verzekerd ben van uw verstoktheid,
+ zal het mij lichter vallen voor ’t gerecht
+ de volle lengte en breedte uit te meten
+ van uwe schuld.... Tot wederziens, mijnheer. (Southwell af.)
+
+ MORE De laatste poging....
+ Heden en hier werd mijn vonnis geveld....
+ de plompe Rich en de geslepen Southwell....
+ een vreemd verbond.... Hoe velen hebben zoo
+ hun krachten beproefd op de taaie vezels
+ van dit half-stukgereten hart.... De koning
+ schaamt zich, ’t grijze hoofd van zijn ouden dienaar
+ te doen neerrollen langs de trappen van
+ ’t schavot.... wist ik voor hem en mij een uitweg....
+ maar ’t moet geschieden....
+
+ KINGSTON Morus, ik ben blij
+ de brenger te zijn van welkome tijding;
+ uw dochter Margreet kreeg verlof u te
+ bezoeken.... zij zal daadlijk hier zijn,.... zie,
+ daar is zij al....
+
+ (Margreet komt binnen en werpt zich in de armen van More.)
+
+ MORE Mijn trouwe kind!
+
+ MARGREET Mijn vader!
+
+ MORE Had ik geweten dat die vrucht voor mij
+ te rijpen hing aan den boom van vandaag,
+ hoe zouden mijn gedachten lang te voren
+ daaraan hebben gefeest!
+
+ MARGREET Het heugt mij niet
+ dat ik hier groeide....
+
+ MORE Een geur als van jong gras
+ omhing de laatste maal je haar en kleedje....
+ Dat was mijn zomer.... tot vandaag.... Nu ligt
+ zeker het versche hooi al op de weide
+ gespreid voor ’t huis nietwaar? Lief hart, hoe leven
+ de onzen?—je gezicht is klein en strak....
+
+ MARGREET O laat mij zoo nog blijven zonder spreken....
+ Ik voel de zwaarte der beklemming wijken,
+ mijn angst wordt een onwezelijke droom.
+ Hier is het goed en vrede.... o kon ik blijven
+ hier bij u, vader.... Schuilen bij u.... Vader,
+ ik ben uw eigen kind niet meer.... ik kon
+ mijn woord niet houden, de onzen te steunen,
+ ik had geen kracht meer, ik tast zelf naar steun....
+
+ MORE Geen stam zoo welgeworteld, of een wind leeft
+ die hem omwerpen kan.... geen menschehart
+ zoo sterk, of een smart kan het overstelpen....
+ Maar de ontwortelde stam blijft geveld,
+ en dapper richten zich weer op de harten.
+ Verhaal, arm kind.
+
+ MARGREET Sedert mijn kleine liev’ling
+ gestorven is, die ons omschaduwd leven
+ licht maakte met zijn zilv’ren kinderlach,
+ heb ik mijn kloekheid niet teruggevonden.
+ Mijn goede William houdt, met liefdesterke
+ armen, zooveel hij kan, mij op de helling
+ tegen naar zwart gepeins; hij draagt geduldig
+ dat hij mij niet over u troosten kan.
+ Dance heeft door angst en bezorgdheid verloren
+ de speelschheid die haar zoo gevallig maakte,
+ en sluipt een stille schim, door ’t stille huis.
+ .... Mercy is krank.... De jongens gaan en keeren
+ bedrukt van uitzicht, want de ooren blijven
+ doof voor hen en de deuren dicht. Onze arme
+ moeder weeklaagt en jammert dag en nacht:
+ „Thomas, Thomas, wat doet g’ ons allen aan,
+ hartlooze man”—in ’t huis dat voorheen zoemde
+ van blij arbeidsgerucht en levensvreugd
+ hoort men nu enkel haar snikkend geklaag
+ door de beklemming van de stilte scheuren....
+
+ MORE Twijfel te lijden,
+ lang dobb’ren op onzekerheid,
+ maakt harten altijd flauw. Een steun
+ komt nader, hij is ons al zeer nabij:
+ dat wat onherroepelijk is en blijvend.
+ Nog een weinig geduld, mijn kind....
+
+ MARGREET O vader,
+ zoo wij maar eenig waren, zoo maar allen
+ van ons als zeker zagen dat ge doet
+ wat goed is, al kunnen zij ’t niet doorgronden,
+ en om u heen vlochten een ring van trouw,
+ ’t zou niet zoo vreeslijk zijn,—maar ’k sta alleen,
+ altijd alleen tegen hun klagend vragen
+ waarom ge toch ’t zoete leven wegstoot
+ van u: hun smeeken maakt mij zoo ellendig,
+ of ik u niet òmstemmen kan, die ’t dichtste
+ leefde aan uw hart, hun verholen verwijten
+ dat ik het nog niet deed....
+
+ MORE Mijn dierbaar kind,
+ ’t is liefde die hen drijft: zij is niet ziende,
+ maar ook blinde liefde stemt zacht ons hart.
+ Geduld: misschien gaan hun oogen nog open.
+ O ’k weet het wel, het is voor jou het zwaarst....
+ Is er dan niemand van de oude vrienden
+ wiens vaste lichte hand de zwakke stengel
+ opbinden kan van hun slaphangend hart?
+ Is er niemand, Margreet?
+
+ MARGREET Ach vader, die
+ ons bleven trouw—en het zijn er maar wein’ge—
+ zuchten, en wenden ’t hoofd af als wij spreken
+ van u.... Zij willen onze smart niet met
+ het koude ijzer van hun blaam beroeren
+ maar zij begrijpen niet, wat u beweegt....
+ er is niemand meer, die u steunt....
+
+ MORE Mijn kind,
+ wees daarom niet verdrietig: niemands steun
+ kan mijn stam tegen den windvlaag beschermen
+ die mij omwerpen gaat. O waarom springt
+ je hart telkens zoo schichtig voor de waarheid
+ wier schaduw valt voor onzen voet, opzij?
+ Zie haar aan: zij is niet verschrikkelijk
+ zoodra je haar aanziet met vaste oogen.
+ Is de dood zulk een vreeslijk kwaad voor mij?
+ Ik ben sinds lang nog maar van hem gescheiden
+ door een dunne en ijle mist. Tweemaal
+ sedert ik hier kwam scheurde die: ik zag
+ zijn rustomkransd gelaat over het mijne
+ gebogen en voelde geen vrees.... wèl lichte
+ droefheid toen ’t weer verdween....
+
+ MARGREET O spreek niet zoo,
+ ik kan ’t niet hooren.... Vader, mijn hart is
+ sinds ge weg zijt, zoo dof en zwaar geworden....
+ ik kan niet verder leven met dat doffe
+ bezwaarde hart! O dat ge ’t nemen kondt
+ tusschen uw hande’ en met uw warme adem
+ weer daarin wekken d’ oude heerlijkheid
+ van hoogen drang en gloed. Die is nu dood.
+ Moed is in mij dood.... o ik bid u, help mij, vader,
+ geef mij een levenswoord, geef mij een woord
+ dat ik dag en nacht als een warme zachte
+ troost kan drukken tegen mijn borst, en voelen
+ dringen zijn kracht in mij....
+
+ MORE Zoo’n wonderwoord
+ groeit hier op aarde niet, dochter Margreet:
+ het hart wekt in de woorden warm getril
+ van leven, door zijn eigen levenswarmte;
+ is het zelf kil dan blijven z’ in hem slapen
+ als zaad in hard-bevroren aard.... Mijn kind,
+ niemand kan voor een ander wezen voeren
+ de worsteling tegen een smartgolf als
+ jou overmocht; dat moet hij zelf, zijn eigen
+ kracht moet hem weer oprichten.... Ik kan niets
+ dan zóó je handen streelend, zachtjes zeggen:
+ hef je hart op naar d’ oude helderheden,
+ zij stralen nog....
+
+ MARGREET Ik kan het niet.... ik kan
+ niets voelen als die doffe zwaarte, en scheurt die
+ de scheuten van een vreeselijke pijn....
+ vader.... heb medelijden met ons.... Laat
+ ons niet zoo achter.... morgen is de dag....
+ Laat ons niet zoo verloren achter, vader....
+ ik smeek u, doe den eed....
+
+ MORE (na een stilte) Ook jij, Margreet....
+ nu breekt de laatste staf waarop ik leunde
+ doormidden.... waarom heb je dat gedaan....
+
+ MARGREET Vader....
+
+ KINGSTON (binnenkomend) Vrouwe Margreet, de tijd is om.
+ Ik liet u blijven tot het allerlaatst,
+ maar de poorten moeten gesloten worden:
+ ik bid u, maak een kort vaarwel.
+
+ MARGREET O vader,
+ moeten wij dan zóó scheiden....
+
+ MORE Mijn arm kind,
+ het moet, en langer waar alleen verlenging
+ van onze pijn. Kus moeder goedendag,
+ groet maag en vriend van mij, zeg hun te dragen
+ een moedig hart, en te roeme’ in de waarheid:
+ dat is het heil. Dank die mij diende’ in trouw,
+ en de geburen, wier hulpvaardigheid
+ mijn hart dikwijls verheugde: geef hun allen
+ minlijke groet.... Treur niet te zeer, mijn kind:
+ wij zullen elkaar weerzien waar vreugd bloesemt
+ uit alle droefheid, alle aardsche zwakheid
+ gelouterd wordt tot kracht.
+
+ MARGREET Vergiffenis....
+
+ MORE Mijn lieve hart, er valt niets te vergeven:
+ het moest zoo zijn.
+
+ (Margreet met Kingston af. More na lang zwijgen.)
+
+ Kom nu, mijn laatste vriend,
+ kom dood en maak dit kranke hart gezond....
+ Ik kan niet meer.—
+ Mijn vrienden zoeken mij te wringen in
+ het enge keurs van hun partijd’ge meening;
+ zij wenden zich in wrevel van mij af
+ omdat hun wil niet mijn kompas kan wezen.
+ Voor de mijnen ben ik een steen geworden
+ waaraan hun voet zich stoot.... Mijn liefste kind
+ hoort als een vreemd en onverstaan rumoeren
+ het kloppen aan van mijn hart.... Eenzaamheid,
+ ik zag u lang genaken, eenzaamheid,
+ en voor u sidderde mijn hart terug
+ dat maar gedijt, wanneer het houdt één maat
+ met and’re harten.... sidderde terug
+ als het u hoorde spoken door mijn hoofd,
+ en kon u toch niet, kon u toch niet vliên....
+ ge zijt gekome’: onder uw looden hand
+ krimpen mijn schouders en huivert mijn hart.
+
+ O dat een vrouw nu komen mocht tot mij,
+ die sinds lang van mijn gemoed alle paden
+ kende en trad tot de gronden van mijn hart....
+ ’t zou zoet zijn in haar oog te lezen dat
+ ik deed gelijk haar vertrouwen verwachtte,
+ haar warm begrijpen als een luwe wind
+ te voelen zacht mijn wang omspelen, drogend
+ op mijn gelaat de klamheid van den dood....
+ Else en ik hebben in verscheiden sfeeren
+ altijd gewoond.... een menscheleven lang
+ weet ik het, heb het zonder wrok gedragen....
+ arme ziel! waarom drukke’ uw enge grenzen
+ vandaag zoo zwaar?.... Mijn hart had één vertrouwde:
+ als ik mij tot haar wat’ren overboog
+ vond ik mijn wil verzacht, verinnigd weder
+ in ’t lout’re willen van mijn liefste kind....
+ Nu zendt de ziel van mijn Margreet omhoog
+ een ander beeld.... ik kan niet meer, mij spieg’lend
+ in haar klaarten, denken: ’t is wel met mij....
+ Zij en Erasmus stonden mij het naast
+ van alle wezens.... Nu denkt hij aan mij als
+ aan een afvallige; de tijding van
+ mijn sterven zal den stervende vervullen
+ met bitterheid.... ’t Is droef te weten dat
+ wij tweegespan die zoo lang najaagden
+ eenzelfde waarheid, den dood in gaan dragend
+ tot elkander een wrevelig hart....
+ Mijn leven schijnt een zinnelooze leegte
+ en ik kan niets denken als droefenis.
+
+
+ O diepe zeeën, wijd-zwellende landen,
+ begroeide ruigten tusschen ons, niet gij
+ hebt mij van mijn oude genoot gescheiden,
+ niet gij doet mij hem voelen ver en vreemd.
+ IJzeren grendels en dikke gewelven
+ van ongehouwen steen, en tralies die
+ onwrikbaar donkert tusschen mij en vrijheid—
+ ik ben ellendig, maar niet door uw macht.
+ Smaadlijke dood, die dreigend vóór mij staat,
+ bijl dien ik zweven zie boven mijn hoofd,
+ het is de vrees voor u niet, die mij martelt,
+ maar dat ik eenzaam sterf.
+ O welk een vloed,
+ welk een zaligheid van zongouden licht,
+ zou stroomen langs de vaalheid dezer wanden,
+ zoo ik maar wist, dat ergens in de wereld
+ andere harten neigden met mijn hart;
+ neigden in één wil, ééne hoop, één blijheid....
+ Oude honger, hunkering ongestild
+ naar een broederschap, die ik nauw kan denken,
+ waar ik geen naam voor weet, doorwoelt ge tot het einde
+ dit dwaze hart?
+ Ge wordt nu haast gestild;
+ ziedaar: de gemeenschap der heiligen
+ gaat voor u open.... zijt ge nòg niet blij?
+ neen nog niet gansch: de gemeenschap der menschen
+ die haar wortel en stam is, stoot u uit.
+
+
+ Welk een vreemd lot is mijn lot! Tot de menschen
+ voelde ik mij vroeg getrokken als een golf
+ getrokken voelt om tusschen andre golven
+ zich op te lossen in hun reidans. Maar
+ ik bleef altijd eenzaam onder hun scharen
+ in ’t allerdiepste, want ik vond er geen
+ die wilde met mijn wil, zag met mijn oogen,
+ die dacht als ik dacht dat de schande’ en smarten
+ niet kome’ uit God, maar uit de maatschappij,
+ en met mij wilde voorwaarts dringen naar
+ waar smart en schande overwonnen worden....
+ eenzame wil, eenzame golf, ga onder....
+
+
+ Er zijn er die zullen brande’ om mijn naam
+ de wierook van hun lof, en zullen stemp’len
+ met het merk hunner waarheid mijn gedachtenis....
+ Ach, zij hebben zich nooit gebogen over
+ de bronnen van mijn hart, nimmer hun ruischen
+ vermoed.... eenzame golf, eenzame wil....
+
+
+ Hoe droef-misvormd, Thomas More, zal uw beeld
+ voortleven in de spiegeling der tijden,
+ onkenbaar verwrongen door lof en blaam,
+ gelijk een onbegrepen melodie
+ tot zinnelooze verwardheid verkeerend
+ door plompe druk van ongevoel’ge hand.
+ Mij walgt daaraan te denken.... Eenzaam, eenzaam
+ ook in den dood....
+ Zoo ik maar wist dat eens
+ liefdevol-begrijpende gedachte
+ zou heenbuige’ over mijn herinnering,
+ ik zou zoo hongerig niet sterven....
+ Ach,
+ kon ik een mensch uit d’ongeboren tijden
+ den sleutel reiken tot mijn binnenst hart!
+ Ja, had ik, gelijk dichters doen, mijn wezen
+ gebed tusschen bloesems van schoone droomen
+ waar het doorheen scheen, blinkend zacht voor wie
+ dieper doordringen dan de eerste blik,
+ en langer wijlen.... Maar dat kon ik niet....
+ Ik heb het diepste hunk’ren van mijn ziel
+ niet met der schoonheid zilverdraad doorweven
+ maar gestikt tot een bruin en nuchter web....
+ Tusschen de bladen der Utopia
+ daar leeft mijn wezen, als des dichters wezen
+ in zijn gedicht....
+ En zal dan daarin niet
+ mij vinden wie mij zoekt? Zal hij ’t wanbeeld
+ niet afwerend, waartoe menschen mij maakten,
+ mij oproepen uit wat ik heb gewrocht?
+ O ja, dat zal hij.... eenmaal komt een tijd
+ dat wat nu schijnt een nest van speelsche droomen
+ voor vele’ als klare levenswaarheid staat,
+ waartoe hun voeten zich in maat bewegen
+ waarnaar hun armen zich strekke’ en hun hart....
+ O Kommunisme, als de wil tot u,
+ een stormwind, zwelt door de wouden der menschheid,
+ dan wordt mijn wil begrepen en bemind....
+
+
+ Verre vriend die mij toelacht door een mist;
+ ik kan uw aangezicht niet zien, de tijden
+ breiden hun nevel tusschen u en mij,
+ maar ’k voel uw hand vol mild begrijpen tasten
+ naar den klop van mijn hart.... ge vindt het, ge
+ buigt over mij zooals een ouder broeder
+ over zijn jonger broer; ge leest mij, onze harten
+ neigen te zaam.... O zoet geluk, ge komt,
+ zoete broederschap, ge komt eens voor mij....
+
+
+ De eenzaamheid, die mijn denken omhuifde
+ met looden kap, is weg, mijn bloed stroomt vrij.
+ Door de donkere schaduwhoeken zie ’k
+ de lichte, vriend’lijke gestalten zweven
+ van maag en vriend.... Zoete herinneringen
+ omzoemen mij, uit uren dat ik voelde
+ in liefde met de menschen zoetst-verzaamd.
+
+
+ O zacht-geoogde vriend dier verre tijden,
+ gij hebt den steen der eenzaamheid getild
+ van mijn gemoed.... Ja de gedachte aan u
+ zond God mij, dat niet met dat hongerknagen
+ in ’t hart, ’k zou scheiden van zijn lichte aarde.
+ Nu ben ik weer blij, dat ik heb geleefd....
+ Mijn ziel verkwikt een wonderzoete vrede,
+ die ik in lang niet had gevoeld....
+
+ KINGSTON Mijn oude
+ makker, het eind van uw gevangenschap
+ is eind’lijk—o zij ’t einde goed—gekomen;
+ ge moet morgen verschijnen voor het hof.
+
+ MORE Het eind wordt zeker goed, Kingston: ’k zie morgen
+ dagen met een gerust en vrolijk hart.
+
+
+
+
+VIERDE BEDRIJF
+
+
+ De Theemskade bij Londenbrug. Nacht. Aan gindsche zijde van de
+ brug aan den anderen oever, ziet men flauw de omtrekken der
+ stadspoort.
+
+ William, Grynæus, later Kingston, Margreet en de nar.
+
+
+ WILLIAM Hier zijn wij waar wij moeten wezen: dit is
+ de afgesproken plek.
+
+ GRYNÆUS Kingston is er
+ nog niet....
+
+ WILLIAM Maar hij komt zeker: dat ’s er een
+ van het soort die hun woord gestand doen. Hij
+ en gij Simon, bevriende’ ons nog; al d’anderen
+ verstoven na dien slag.... De nacht is geurig....
+
+ GRYNÆUS Ja, door de zoelte hangt een geur van vlier....
+
+ WILLIAM Hoe genoot hij de zomerzoete geuren
+ van zulke nachten.... Ach Simon, ik kan
+ het niet gelooven....
+
+ GRYNÆUS En toch is het waar:
+ van ginds-af ziet, verschole’ in fulpen duister
+ zijn bloedeloos hoofd op ons neer....
+
+ WILLIAM Afgrijslijk....
+ o dat we enkel d’arme geknotte romp
+ begraven mogen, en moete’ overlaten
+ het edelste ten prooi....
+
+ GRYNÆUS Stil, ik hoor schreden.
+ Wie komt daar?
+
+ KINGSTON William Kingston. Zijt gij het,
+ mijnheer Grynæus? Is niet William Roper
+ met u?
+
+ WILLIAM Hier ben ik Kingston. Dank dat gij
+ gekomen zijt.... wij hunkeren te hooren....
+ En toch.... mijn hart huivert.... O Kingston,
+ hoe ging hij op?
+
+ KINGSTON Blijde als een kind, dat huiswaarts
+ naar moeder keert, en even gerust.
+ Maar o vrienden, de schande.... o de schande....
+ Hoe kan één van ons die daarbij was, nog
+ het licht verdrage’.... Een getuig’nis, gevlochten
+ uit dikke en drieste leugens hebben zij
+ gedraaid tot den strik, om mee te verworgen
+ den nek, die het nobelste hart van England
+ bond aan het beste brein.... Hoordet g’ op welke
+ gronden het vonnis werd geveld?
+
+ WILLIAM Alleen
+ geruchten. Men zegt, een gekocht getuige
+ zwoer, dat hij vader had gehoord betwisten,
+ en honen ’s konings kerkelijk opperrecht.
+ Is dat waar, Kingston?
+
+ KINGSTON Ja, Judas’ geslacht
+ is nog niet uitgestorven.... ik wil trachten
+ geregeld te verhalen, maar de woorden
+ stokken mij in de keel.
+
+ WILLIAM Zeg eerst of vader
+ ’t band zijner zwijgzaamheid verbroken heeft.
+ Opende hij hun, waarom zijn geweten
+ te zweren hem verbood?
+
+ KINGSTON Ja William, en
+ de reden was als wij konden verwachten
+ van een man gelijk hij.... Kon ik in woorden
+ uitdrukken welk gevoel alle, ook de rechters
+ deed opstaan toen hij binnen werd gebracht!
+ Het was geen deernis met zijn lijdend wezen,
+ zijn gebogen gestalte, moeizaam gaande
+ geleund op eenen stok.... het was ontzag
+ voor een milde majesteit, uitgerezen
+ boven het leed.... Toen mijnheer Audley alvoor
+ d’ aanklacht te lezen Morus heuschelijk
+ begroette, en bood voor ’t laatst in naam des konings
+ vergiffenis, hoopte ik even dat hij
+ had toegestemd te zweeren, en ’t zoo tusschen
+ hen was gekomen overeen. Maar rustig
+ klonk reeds zijn antwoord door de zaal:
+ „Mijnheeren rechters,
+ ik ben den koning zeer erkentelijk,
+ maar bid tot God, dat hij in zijn genade
+ mij helpe in mijn gezindheid te volharden
+ tot dit flakkerlicht wordt gebluscht.”
+ Toen wist ik
+ dat hij zijn leve’ in handen van de rechters
+ legde, en niets hem redden kon, dan mooglijk
+ hun manhafte moed.... ik oude dwaas hoopte
+ daarop....
+
+ GRYNÆUS Ge wist toch dat de koningin
+ zijn ondergang gezworen had.... haar willen
+ reikt ver.
+
+ KINGSTON De rechters zetten zich, en mijnheer Southwell
+ las d’ aanklacht voor.... Gij kent de punten?
+
+ WILLIAM Ja.
+
+ KINGSTON Toen hij gedaan had, kreeg uw vader ’t woord
+ tot zijn verdeed’ging, zittend, want hij had een
+ zetel verzocht, zeggend zich te gevoelen
+ te zwak om lang te staan.... Langs d’ eerste punten
+ gleed hij met korte woorden heen; gekomen
+ tot de hoofdzaak,
+ zei hij nadrukkelijk, nimmer te hebben
+ gezocht, één mensch met woorden te bewerken
+ den eed te weigeren, noch één ontsloten
+ de gronden van zijn weig’ring. God kwam het toe
+ en God alleen, de gedachten te richten,
+ geen aardsche rechters mochten ’t doen. Daarom
+ bestreed hij, dat hij door te zwijgen zich
+ verraderlijk tegen zijn koning keerde,
+ en zou het bestrijden zijn leven lang.
+ Hier zag hij rond; zijn stem was weeker toen hij
+ voortvoer: „Ik heb in deze eigen zaal
+ veel jaren recht gesproken, vele malen
+ in menschelijke zwakheid mij vergist.
+ Maar nooit—hier zocht de oogen van zijn rechters
+ zijn vrije blik—heb ik bewust gebogen
+ onrecht tot recht: dit maakt mij stout, een woord
+ tot u uit innerlijken drang te spreken.”
+ Hij rees op, zijn gestalte strekte zich,
+ zijn vaal, ingezonken gelaat bezielde
+ de blos van heilgen ijver; warmte trilde
+ door de diepere tonen van zijn stem,
+ toen hij riep „Rechters, ik bezweer u, rechters,
+ o buigt het recht niet krom.”
+ Toen ging hij kalmer
+ weer voort, hun toonend hoe gemeenschap vergt
+ om vast te staan, zede en recht, als de steenen
+ de kalk behoeven, te vormen een bouw;
+ hoe zoo zij, van wie op aardsche rechters
+ was geen beroep, nu ’t recht krombogen, dit
+ zou zijn den bouw der maatschappij ontwrichten
+ zoodat geen mensch meer veilig wonen kon.
+ Rustig en zacht besloot hij: „ge weet wel
+ dat ik mijn leven niet terug wil winnen
+ als in een kansspel uit uw hand. Ik heb
+ mijn anker reeds gelicht, en merk den stroom
+ mij voeren naar de wijde wateren
+ der eeuwigheid. Maar gij blijft en het volk
+ van Eng’land blijft: voor u zelf pleit ik, en voor
+ dat volk. Moog God van uw hoofden afwenden
+ dit erge doen.” Toen zonk hij in zijn zetel
+ terug, en sloot d’ oogen....
+
+ GRYNÆUS Leken de rechters
+ ontroerd?
+
+ KINGSTON Een mompelen ging tusschen hen
+ en ik ving enk’le woorden op die deden
+ opscheemren voor mijn hart een zweem van hoop.
+ „Wij kunnen niet”.... „er is geen grond”.... „het schuldig
+ sterft op de tong”.... maar mijnheer Southwell trad
+ naar voren, en ik zag op zijn gluipgezicht
+ een lachje van boosaardig triomfeeren
+ en voelde mij verstijven, want ik kende
+ hem voor een nijdaard, Morus slecht gezind.
+ Met effen stem vroeg hij het hof verlof
+ hun alsnog voor te stellen een getuige
+ die zelf gehoord had ’t schennend woord ontvallen
+ aan Morus’ lip. Ik geef mijn hoofd, Grynæus
+ zoo die getuigenis niet was te voren
+ bekonkeld tusschen hen....
+
+ GRYNÆUS ’t Is zeer waarschijnlijk,
+ maar ik bid u, ga voort....
+
+ KINGSTON De getuige
+ werd vóórgebracht, een zek’re Rich. Hij zwoer
+ waarheid te zeggen, en dischte op den rechters
+ dit dwaas verhaal. Hoe hij onlangs in opdracht
+ tot Morus ging, met Southwell en een klerk,
+ zijn kerker te doorzoeken naar geschriften;
+ en terwijl d’ anderen zochten, vroeg hij
+ More tot een vraag verlof, te weten:
+ zoo ’t parlement hem, Rich, tot koning maakte,
+ of More hem dan erkennen zou. En Morus
+ zeide van ja. Toen vroeg Rich verder, of
+ zoo het parlement hem tot paus verklaarde
+ More hem als paus erkennen zou. Maar Morus
+ antwoordde, vragend op zijn beurt, of zoo
+ het parlement God niet meer God verklaarde
+ te zijn, hij Rich, zich reek’nen zou gebonden
+ aan zoo’n besluit. En Rich „wel zeker niet,
+ geen parlement had macht dat te bepalen.”
+ Waarop More „evenmin, een wereldsch vorst te maken
+ tot hoofd der christenheid.”
+
+ GRYNÆUS En deze plompe leugen
+ nam het hof aan als een bewijs van schuld!....
+ Niet te gelooven.... Wat antwoordde Morus?
+
+ KINGSTON Hij bracht den rechters in herinnering
+ hoe hij alree verklaard had, en ’t bezworen,
+ nooit te hebben aan eenig mensch ontsloten
+ in deze zaak, de gronden van zijn hart,
+ en bad hen te bedenken, dat zoo hij
+ een man was, die met eeden speelde als waren ’t
+ ballen, hij niet vóór hen zou staan, maar zeet’len
+ tusschen hen in „Immers slechts een eed scheidt mij
+ als u bekend is, van mijn ouden staat.”
+ Ik zag bij ’t woord sommigen van de rechters
+ de oogen neerslaan, als beschaamd.
+ Toen, zich wendend naar waar Rich stond, sprak hij
+ verder, niet in toorn, maar gestreng van wezen:
+ „Ik heb eeden altijd gehouden heilig,
+ en daarom mijnheer Rich, bedroeft mij meer
+ uw meineed nu, dan mijn bedreigde leven.
+ Ik ken u sinds de dagen van uw jeugd,
+ —wij woonden immers in hetzelfde kerspel—
+ als een lichtzinnig mensch, een erge speler,
+ en nimmer hield ik u voor eenen man
+ dien ik, of dien een ander zou verkiezen
+ tot zijn vertrouweling.”
+
+ WILLIAM Antwoordde Rich?
+
+ KINGSTON O neen, met een uitdagend lachje hoorde
+ hij ’t streng-klinkend woord van uw vader aan,
+ en haalde, toen die zweeg, de schouders op
+ als vond hij zich te goed hem te weerspreken.
+
+ WILLIAM Verdorven hart, is in u alle schaamte
+ dan dood?
+
+ KINGSTON Schaamte? ’k wed, hij zal morgen pralen
+ met zijn meineed als zijn verdienste.... Mompelt
+ men niet, dat hij eerstdaags geadeld wordt...
+ Maar gij verlangt verder te hooren.... Als
+ merkte hij niet het ergelijk gebaar
+ van den ellend’ling, wendde tot de rechters
+ Morus zich weer, met vaste klare stem
+ vragend, of dit hun toescheen geloofwaardig,
+ dat hij, een oud man, in de school des levens
+ geoefend in lange geslotenheid,
+ zou hebben geopend ’t geheime boek
+ van zijn geweten, dat hij niemand toonde
+ —ook niet den trouwste’ en meest vertrouwden vriend—
+ aan een nietswaardig mensch, dobb’laar en drinker,
+ dien hij laag achtte en waartoe niets hem dreef.
+ Hij bracht hun in herinnering, hoe de koning
+ had uitgezonden tot hem, in zijn kerker,
+ veelmalen, mannen van beproefd verstand,
+ opdat hun schranderheid hem zou ontlokken
+ zijn welbewaard geheim—maar steeds vergeefs.
+ „Houdt ge het dan voor mogelijk,” besloot hij,
+ „dat waar zoovele goede schutters waren
+ afgedeinsd, en hadde’ alle ’t doel gemist,
+ zoo plomp een hand zou zijn bij d’ eerste poging
+ geslaagd?”—O vrienden ik had het wel willen
+ uitschreeuwen, willen roepen tot de rechters:
+ zie waarheid op dit voorhoofd zeet’len, hoor
+ haar klank die hartgrondige stem doorgulden;
+ en zie dan daarheen, naar dat driest gezicht,
+ waar alle lage drifte’ op achterlieten
+ hun slijm’rig spoor.... Kunt ge in trouwe ’t een
+ getuigenis tegen het ander wegen?
+ Maar ach, ik zweeg....
+
+ WILLIAM Wat had het ook gegeven!....
+ Sprak een der rechters nog aan de getuig’nis
+ van Rich zijn twijfel uit?
+
+ KINGSTON Geen. Mijnheer Audley
+ rees, zeggend dat nu uw vader de faam
+ van den getuige aantastte, hij moest vragen
+ Southwell, of die iets had gehoord....
+
+ WILLIAM Maar Southwell
+ had gewis niets gehoord....
+
+ KINGSTON Southwell bezwoer
+ zijn aandacht was hij zoo bij zijn taak geweest,
+ dat niets tot hem drong van hun beider spreken.
+ Maar snel rees Morus op, en weder klonken
+ zijn strenge woorden door de dompe zaal:
+ „Southwell, waarom bevlekt gij uw geweten
+ met valsch te zweren?”; en hij verhaalde hoe
+ hij den leugenaar had gemerkt, begeerig
+ happend naar ’t woord, dat hem More zou verderven,
+ gespannen luistren, en toen ’t uitbleef, den
+ schurk had gezien met een gebaar van wrevel
+ zich afwenden, of hij ’t niet kroppen kon.
+
+ WILLIAM Zei Southwell iets?
+
+ KINGSTON Hij veinsde niet te hooren,
+ verdiept in zijn papieren, maar ik zag
+ zijn gezicht vertrekken en zich verharden
+ tot een masker van haat.... Het was de beurt
+ nu aan zijn slangenrede.... ik bid u, laat
+ mij u bespare’ en besparen mijzelven
+ dat glinst’rend web van boosaardige leugens
+ weer uit te spreiden.... ’t walgt me....
+
+ WILLIAM Enkel dit:
+ waagde hij het, zich te beroepen op
+ de Judas-getuig’nis van dien meineedge?
+
+ KINGSTON Hij waagde het. Schaamteloos was de wijze
+ waarop hij uw vader hoonde, met woorden
+ groen van venijn. Zie die spotter, sprak hij,
+ staande bij hen die Rome felst bestookten
+ weleer vooraan.... maar nu zijn koning, die
+ twintig jaar lang met de room zijner gunsten
+ hem heeft gevoed, zijn hulp behoeft, zie, nu
+ verschuilt hij achter Rome en haar geboden
+ zijn verraderlijk hart....
+
+ WILLIAM Ellendeling!
+
+ GRYNÆUS Ik vreesde dit.... Antwoordde Morus nog
+ op deze rede?
+
+ KINGSTON Hij verklaarde
+ dat hij eerst na het oordeel spreken zou.
+ De rechters trokken zich terug tot hunne
+ beraadslaging.... een doffe zwaarte lag
+ over de broeiing van den heeten noen
+ waar vliegen droomerig doorgonsden.... soms
+ hoorde men even een gedempt gefluister
+ als was er tusschen ons een doode.... More
+ had het gelaat in de handen verborgen
+ en peinsde of bad.... Ik weet niet of het lang was
+ dat wij wachtten.... de tijd bestond niet meer,
+ niets bestond als een doffe
+ knaging van onrust en benauwenis.
+ Eindelijk hoorden wij schreden, de rechters
+ keerden door de holle gangen terug.
+ Stappen naderden, deuren sprongen open,
+ en ’k las op de schuldbewuste gezichten
+ hun eigen schande. Audley stelde de vraag,
+ en zesmaal spitsten zich de droge lippen
+ tot het gruwelijk onverzoenbaar woord
+ dat toonloos zonk in de beklemde stilte:
+ „schuldig—schuldig—schuldig—schuldig—schuldig—
+ schuldig.”—Zes malen kromp mijn hart ineen.
+ Ik zag naar uwen vader, waar hij zat:
+ een licht van troosting, vrede en klaarheid straalde
+ van dat ontspannen rustig-mild gelaat.
+ Toen kwam het vonnis, en wij huiverden
+ bij de klank van die vreeselijke woorden:
+ „zal met gloeiende tangen eerst genepen
+ dan ’t hart hem worden uitgerukt,” maar toen
+ volgde dat de koning in zijn genade
+ het tot onthoofding had verzacht;—hoe licht
+ getroost is toch de mensch in zijn ellende:
+ wij voelden iets verruimd.
+
+ WILLIAM En vader?
+
+ KINGSTON Hij
+ rees op, en met zachte heldere stem,
+ als waren wij allen bijeen in vrede,
+ begon hij te spreken, zeggend alleen
+ zoolang met zwijgzaamheid te hebbe’ omsloten
+ zijn lip, uit vrees dat vervolging hem vinden
+ mocht zwak, en klein van hart,
+ want hij voelde ’t in zich niet onvervaard
+ gelijk de martelaren die getuigend
+ uitlokken lijde’ en gaan ten jubeldood,
+ en ’t scheen hem hoogmoed toe door eigen doen
+ op zich te laden, wat hij tot het einde
+ misschien niet standvastig zou dragen....
+
+ WILLIAM O vader,
+ dat ’s uw ootmoed’ge zin.... Ach, Kingston, wij
+ vielen hem hard, omdat hij zijn vertrouwen
+ weghield voor ons....
+
+ KINGSTON Na die bekentenis
+ verklaarde hij met mannelijke woorden
+ waarom hij niet kon zweeren, sprekend uit
+ wat nu in Engeland alle rechtschapen
+ harten denken, maar niemand zegt:
+ hoe koning Hendrik de hervorming niet
+ tot stand wil brengen om de kerk te rein’gen,
+ maar uit belustheid op het goed der kerk,
+ en hoe de geestelijken die hem steunen
+ als hem beweegt begeerlijkheid—of vrees.
+ Hier zweeg hij even, over zijn gezicht
+ trok donk’re schaduw toen hij voortvoer: „nu
+ zullen de kloosters worden opgeheven,
+ der armen wett’lijk erfdeel, hun geschonken
+ tot de verlichting van hun lange nood,
+ wordt hun ontgrist door gewelddaad’ge handen;
+ de borsten waaraan ’t arme volk zich laafde
+ verdrogen: hoor ze krijten van den dorst.”
+ Weer zweeg hij; zijn wezen versomberde
+ een nieuwe vlaag van aanstormende smart:
+ hij sidderde, zijn wijd-gesperde oogen
+ schenen achter de hoofden van de rechters
+ een ontzetting te zien; en haar bedreiging
+ beefde in ’t schrille stijgen van zijn stem:
+ „ik zie de duizenden, die veilig leefden
+ op ’t kloostergoed, worden door nieuwe heeren
+ verjaagd om plaats te maken voor de schapen;
+ ik zie ’t reed’looze vee vreten de menschen,
+ ik zie de troepen hongerige zwervers
+ dolen over ’t land;—ik zie de zweepen dalen
+ en weer opspringen in der beulen vuist,
+ en de galgen niet ophouden te dragen
+ hunner verschrikking vreemd-bengelende bloem”:
+ en, als den hemel nemend tot getuige
+ hief hij de armen hoog „dat heet hervorming,
+ o monsterlijke, monsterlijke leugen,
+ hemeltergend onrecht, zaad van langen haat”....
+
+ WILLIAM O vader, vader, liefde tot de armen
+ dreef u in den dood....
+
+ GRYNÆUS Ja dat was het,
+ en ik merkte het niet....
+
+ KINGSTON Toen hij ’t gemoed ontlast had
+ effende zich zijn weze’ opnieuw tot vrede;
+ een klare zilvervlam brandde zijn stem.
+ Hij wist wel, zei hij, dat één steen niet stuiten
+ kan losgebroken stroom: hem overstelpen
+ de wateren. En hij, die schier alleen
+ zich stelde in den weg van ’t vorstlijk willen
+ moest zoo worde’ overstelpt en ondergaan.
+ Maar dat men onrecht niet kon keeren was
+ nooit rede om niet tegen onrecht te strijden:
+ „niet alle strijders kunnen zegen oogsten,
+ maar alle kunne’, onrecht weerstaande, nader
+ brengen uw dag, gerechtigheid, op aard.”
+ Hij zei dit zacht, als beschaamd voor de and’ren
+ die niet hadden weerstaan.
+ Maar ik voelde wereldsche eere, praal
+ van weidsche daden en wapenenluister
+ verbleeke’ en zinken naast dit simpel woord,
+ zich stil ontvouwend als een zilv’rig bloeisel
+ hoog aan den stengel der recht-oppe daad.
+
+ WILLIAM Sprak hij nog meer?
+
+ KINGSTON Zijn rechters aanziend met
+ een glimlach die zoet als olijventwijg
+ boven de bitterheid van dat uur zweefde
+ zei hij hun mild vaarwel. Hij bad hen, hem
+ te willen gedenken in hun gebeden
+ niet als den man dien zij daar vonnisten,
+ maar als den makker, wiens beeld vóór hen rees
+ uit heugnis van veel zacht-gesleten uren
+ die mensch binden aan mensch. Eens zouden zij
+ en hij weer samenkomen waar de draden
+ van hun verwarde willen zeker gingen
+ zich effenen tot glanzend vreugde-web.
+
+ WILLIAM Niet meer?
+
+ KINGSTON Ja toch: hij liet den koning weten
+ dat Morus, met dankbaar hart oude dagen
+ gedenkend, zonder wrok ging in den dood.
+ Dat was het laatste.
+
+ WILLIAM Hij heet een verrader!
+
+ KINGSTON En toen gaf mijnheer Audley mij bevel
+ om More terug te voeren naar den Tower
+ te lijden daar den dood als ’t vonnis wou.
+ De rechters gingen heen....
+
+ WILLIAM Mijn arme Kingston,
+ moest gij dat zijn?
+
+ KINGSTON William, ik weet niet of
+ hemelsche boodschappers nog tot de menschen
+ dalen om hen te sterken met hun aêm.
+ Maar zoo ’t geschiedt stond zulk een hemelling
+ vast, door ons ongezien, achter uw vader
+ hem toewuivend op blanke wiek genâ.
+ Want toen ik tot hem trad, en droefheid mij
+ zoo overmande, dat ik luid uitsnikte
+ of dit zou zijn de laatste dienst dien ik
+ ging aandoen den beminden man, de laatste
+ bloem die veeljaarge plant van vriendschap dreef,
+ sloeg hij zijn arm vertroostend om mijn hals,
+ en lachte mij mild-bemoedigend toe.
+ „Kingston,” zei hij „wees welgemoed man, laat
+ uw hart zich niet bezwaren om uw last;
+ mij behaagt wèl dat gij me zult geleiden,
+ oude vriend, naar de poort der eeuwigheid.
+ Ik ga, zegenend onze goede aarde,
+ maar blijde dat het is mijn tijd te gaan,
+ want ik heb uitgestaan veel moeienissen”.
+ Toen omhelsde hij mij, en wie ons beide
+ daar zag, die had gezworen hem den trooster,
+ en mij, afwachtend smadelijken dood!
+
+ WILLIAM Wij zijn ’t die troost behoeven, niet meer hij....
+
+ KINGSTON Ach, een afscheid is hem nog zwaar gevallen....
+ Vrouwe Margreet verhaalde u wis, hoe zij
+ opwachte zijn terugweg, en zich wierp
+ tusschen de mannen van de wacht? Ik wist niet
+ dat zulke kloekheid wonen kan in ’t schuchter
+ gemoed van een teedere vrouw....
+
+ WILLIAM Margreet
+ heeft haars vaders wezen geërfd; ook zijne
+ groothartigheid.... wij alle steune’ op haar....
+ ik kan niet denken wat mijn leven wezen
+ zou zonder dezen steun.... Zeg mij, Kingston
+ hoe was het mooglijk dat zij tot hem drong
+ ondanks de wacht, dat al die hellebarden
+ haar niet stuitten, een wapenlooze vrouw?
+ Was het verrassing? Weken z’ uit erbarmen?
+ Zij zelf weet niets, zegt ze, als dat vaders aanschijn
+ riep tot haar, van ver, en zoo’n grooten drang
+ haar overmocht, om hem nog ééns te kussen
+ dat vrees en schuwheid van haar lieten, en zij
+ gezogen werd naar waar hij stond....
+
+ KINGSTON Ik kan
+ u dit alleen maar zeggen, William; wij
+ hoorden, toen wij onder den Tower landden
+ een stem die riep „vader,” en weer „vader.”
+ Zulk een angst van verlangen zwol daarin
+ dat allen stilhielden en het hoofd wendden,
+ naar dien roep als van een verschrikte vogel
+ die om zijn jongen krijt. Ik zag haar staan,
+ de armen voor zich uitgestrekt, en naast haar
+ uws vaders oude nar met het vroegwijze
+ kindergezicht, toen vreemdvertrokken grijnzend
+ in smartelijken lach. Ik hoorde hem
+ schreeuwen: „nu vrouwe,” en zag hem voorwaarts storten
+ tusschen de pieken, zij hem na. Maar even
+ verdween z’ in wriemling van wapens en lijven,
+ toen zag ik haar weer, ijlings verder schietend
+ als tusschen gouden flikk’ringen een visch.
+ Zij dook op aan de zijde van uw vader
+ hing als een drenkeling hem om den hals....
+ Mijn oude oogen loopen weder over
+ bij de herinnering....
+
+ GRYNÆUS Meent ge dat Morus
+ blij was zijn lieveling nog eens te zien,
+ of viel ’t hem zwaar?
+
+ KINGSTON Mij scheen ’t dat vreugde en droefheid
+ streden in hem. Toen zij viel in zijn armen
+ zag ik een glans verhelderen zijn edel
+ ontvleescht gelaat, en een oneindig-teed’ren
+ blik uit zijn milde grijze oogen glijden
+ over haar zachtgebogen hoofd. Maar plots
+ doorschokte hem een siddering, hij klemde
+ de lippen saam, als een man die verbijt
+ een felle pijn. Toen schudde hij meewarig
+ het hoofd, en streelde haar en kuste haar
+ en maakte haar armen voorzichtig los
+ van om zijn hals. Hij hield haar van zich af
+ rondziende, als zocht hij wie haar weg kon voeren.
+ Maar toen zij voor de tweede maal zich klampte
+ aan hem, zacht-kreunend, zag ik op zijn voorhoofd
+ de druppels paarlen van den bangen strijd
+ en aan zijn wimpers hingen zware tranen.
+ Even aarzelde hij, toen overbuigend
+ tot haar, fluisterde hij dicht aan haar oor
+ wat geen onzer verstond, maar met een schok
+ kwam z’ overend, kuste hem en verdween
+ als zwolg de grond haar op.... Wij gingen verder.
+
+ WILLIAM Hij vroeg haar een belofte te gedenken
+ die zij hem eenmaal deed.... Haar grootste schat
+ is een verfrommeld briefje, in haast geschreven
+ dat hij haar deed zenden, vlak voor het end.
+ Hij roemt haar daarin zijn dappere kind
+ die hij nooit zóó als in het uur beminde
+ dat zij voor het laatst hem hing om den hals,
+ want hem behaagde boven maat als liefde
+ alle wereldsche bloôheid overwint.
+ Er komt over haar een wondere blijheid
+ als zij ’t herleest....
+
+ KINGSTON Het heeft zoo moeten wezen,
+ maar waarom is voor ’t hart een duist’re zee....
+ Het ziet de vrucht niet blinken van zijn lijden,
+ en vruchtloos lijden van goeden en wijzen
+ onthutst het hart.
+
+ GRYNÆUS Misschien dat vruchten rijpen
+ die wij niet zien....
+
+ KINGSTON Zeg mij William, is ’t waar
+ dat gij het vaderlijk erf moet verlaten?
+ Beval de koning ’t waarlijk?
+
+ WILLIAM Hij beval ’t.
+ Kingston, wij mogen niet meer wonen waar
+ zijn beeld oprijst uit de vertrouwde steenen
+ en alle dingen spreken met zijn stem.
+ De wraak der machtigen verslaat ons, maar
+ één troost houdt mij staande in het bitter zwerven
+ dat nu begint: ik wil het aardsche doen
+ van onzen heilige gaan nederschrijven
+ in een getrouw relaas: zoo zal zijn geest
+ voortleven, en de komende geslachten
+ ten voorbeeld zijn....
+
+ GRYNÆUS Maar zult ge ook vermogen
+ d’ eigenste kern en klankkleur van dien geest
+ in woord te beelden? ’k voel in hem een wezen
+ dat ons allen ontgaat.
+
+ KINGSTON Ja, niemand onzer
+ doorziet hem gansch. Onze zielen begrijpen
+ van zijn ziel ’t stuk, waar eigen kracht toe reikt;
+ zoo zult ook gij, mijn goede William, beelden
+ wat ge van hem verstaat.
+
+ GRYNÆUS Zijn eigen werken
+ beelden hem beter dan een onzer ’t kan.
+
+ WILLIAM Kingston, ge weet, de koning gaf verlof
+ dat wij zijn arme romp begraven mogen....
+ zij noemen ’t gunst.... Vrouwe Margreet verweent
+ haar oogen van verlangen, eens te koest’ren
+ nog, en te bedden zacht zijn wreedgeschonden hoofd.
+ Weet gij een weg, Kingston?
+
+ KINGSTON Mijn beste William,
+ ik heb daartoe geen macht. Kom: ’k hoor de hanen
+ de komst verkonden van den nieuwen dag.
+ Hoe leeg en kil rijst hij, hoe arm aan vreugde!
+ Ja, leven is somtijds een zware vracht.
+ God sterke u, William, en de uwen allen;
+ ge ziet mij spoedig weer.
+
+ WILLIAM Dank voor uw komen,
+ Kingston, en steun ons verder met uw trouw. (Kingston af.)
+ Kom keeren wij ook huiswaarts Simon: wis
+ waakt mijn Margreet, wachtend van mij te hooren
+ wat Kingston heeft verhaald.
+
+ (William en Grynæus af—Margreet en de nar komen van de andere
+ zijde op; de nar spiedt behoedzaam rond.)
+
+ DE NAR Vrouwe Margreet,
+ zet u hier, en wacht totdat ge zult hooren
+ driemaal herhaald, het krassen van een uil.
+ Kom dan en stel u rechts onder de poort
+ en houdt uw voorschoot op.... wij zullen slagen.
+ Wees niet vervaard: wie ons bevrienden houden
+ wacht op de brug....
+
+ MARGREET Goede nar, wees gerust.
+ Mijn hart bonst, maar niet in vervaardheid, enkel
+ van verlangen, en dat wordt dra gestild.
+ Ga, haast u: voor de tweede maal al kraaiden
+ de hanen en de nacht wordt dun. (de nar verdwijnt.)
+ Ik dank u
+ God, dat het liefste hoofd nog eens zal rusten
+ gelijk het deed zoo vaak, in dezen schoot.
+
+
+EINDE
+
+
+
+
+HISTORISCHE AANTEEKENING
+OVER THOMAS MORE
+
+
+Op het einde der 15de en het begin der 16de eeuw vonden in Engeland
+ingrijpende veranderingen plaats in het ekonomische en sociale leven.
+De oude feudale verhoudingen raakten in verval, het voornaamste
+bestaansmiddel, de landbouw, werd gerevolutioneerd door het opkomen
+van een stand van vrije kapitalistische pachters en door den snellen
+overgang van graanbouw tot veeteelt, die voor den adel voordeelig was.
+Het vroegere feudale landbouw-bedrijf had behoefte gehad aan zooveel
+mogelijk arbeidskrachten, aan vele menschen op het land, het nieuwe
+kapitalistische bedrijf had behoefte aan zooveel mogelijk land en
+zoo min mogelijk menschen, aan het uitsparen van arbeidskrachten. De
+heeren stalen op groote schaal de gemeente-landerijen, verklaarden
+deze tot privaatbezit en verdreven de boeren; in korten tijd verdwenen
+tienduizenden boerenbedrijven. Ten gevolge van deze geweldadige
+onteigening ontstond een talrijk overtollig proletariaat. Er was geen
+industrie in-opkomst, dus geen behoefte aan arbeidskrachten, er waren
+geen koloniën die dit proletariaat konden opzuigen, het vond geen ander
+bestaansmiddel dan bedelen of stelen. Een barbaarsch-strenge wetgeving
+trachtte de landloopers uit te roeien door ze onmenschelijk streng te
+straffen; gedurende de regeering van Hendrik VIII werden 72.000 groote
+en kleine dieven ter dood gebracht. Maar door bloedwetten kon het
+vraagstuk der armoede als sociaal verschijnsel niet worden opgelost.
+
+De algemeene nood gaf nieuw voedsel aan de oud-christelijke
+overlevering van gemeenschappelijk bezit der verbruiks-middelen, de
+kettersche communistische sekten der Lollarden en der Wederdoopers
+vonden vele aanhangers onder de arme klassen. Maar dit vage communisme
+geboren uit vertwijfeling over de ellende des levens, bevatte geen
+enkel element van maatschappelijken vooruitgang noch van aanpassing aan
+de maatschappelijke omstandigheden.
+
+Slechts één man was er in Engeland, één enkele die te midden van de
+algemeene radeloosheid een uitweg zag. Die man was Thomas More. Zijn
+algemeene kennis op philosophisch, ekonomisch en politiek gebied,
+zijn doorzicht in de behoeften en de hulpmiddelen van den tijd, zijn
+geniale intuïtie en zijn brandende begeerte de armen en verdrukten te
+helpen, hadden hem het spoor doen vinden van een nieuw communisme, van
+het gemeenschappelijk bezit der produktiemiddelen en de planmatige
+organisatie der produktie op nationale schaal.
+
+More werd in 1478 geboren; hij studeerde in Oxford en werd daar een
+geestdriftig aanhanger van de „nieuwe richting” in de wetenschap:
+het humanisme (de studie der latijnsche en grieksche oudheid). Deze
+richting bestreed de misbruiken in de roomsche kerk, maar wilde vredige
+hervorming, geen scheuring. Nadat hij zijn studie voltooid had werd
+More advocaat en kreeg veel praktijk onder de Londensche kooplieden, de
+klasse die toen meer dan welke andere ook, den ekonomischen vooruitgang
+belichaamde. Hierdoor verkreeg hij theoretische en praktische kennis
+op maatschappelijk gebied. In 1504 werd hij tot lid van het Parlement
+gekozen; daar kwam hij al spoedig in konflikt met de willekeur van
+den koning (Hendrik VII) en was genoodzaakt zich uit het openbare
+leven terug te trekken. Toen in 1507 Hendrik VIII, een kweekeling der
+humanisten, den troon beklom, scheen het of een nieuwe koers ging
+beginnen; More die in groot aanzien stond bij den jongen vorst, werd
+koninklijk ambtenaar en een man van invloed aan het hof.
+
+In 1515 maakte hij als gevolmachtigde der kooplieden deel uit van een
+gezantschap dat naar Vlaanderen ging om te trachten een handelstraktaat
+tot stand te brengen. Daar schreef hij de Utopia, het werk dat zijn
+naam onsterfelijk zou maken. Het bevat zoowel een doordringend-scherpe
+kritiek van de maatschappelijke misstanden zijner dagen als een
+uitvoerige beschrijving van den socialistischen heilstaat.
+
+Van een hersenschim: vage hoop, of herinnering aan ver verleden, is het
+communisme in de Utopia voor de eerste maal tot een wetenschappelijke
+gedachte geworden, geboren uit doorzicht in de maatschappelijke
+behoeften en de maatschappelijke hulpmiddelen.
+
+Eén hersenschimmig bestanddeel bevatte het communisme van More
+echter nog: hij zag geen ander middel het te verwezenlijken dan door
+het initiatief van een wijs en machtig vorst. Dit hersenschimmig
+bestanddeel, de verwachting namelijk dat de heerschende klassen
+(vorsten of kapitalisten) voor het socialisme gewonnen zouden
+kunnen worden en het verwezenlijken, kon eerst verdwijnen na het
+ontstaan van het moderne proletariaat, de klasse wier positie in
+het produktie-proces de socialistische inrichting der maatschappij
+voor haar maakt tot den eenigen weg ter ontkoming aan ellende en
+bestaans-onzekerheid.
+
+Drie eeuwen lang volgden alle socialistische denkers de banen, waarin
+More hun was voorgegaan; toen eerst waren de tijden rijp voor een
+nieuwen grooten stap van het menschelijk denken, den stap van utopisch
+tot wetenschappelijk socialisme.
+
+
+De Utopie had geen invloed op More’s verhouding tot den koning. De
+tijdgenooten beschouwden het werk als de luimige vrucht van luimige
+uren, een fantastisch gedachtespel. Hij steeg al hooger in ’s Konings
+gunst, werd minister en rijkskanselier. Maar zijn onbuigzaamheid van
+geweten en zijn liefde tot het volk moesten hem in konflikt brengen
+met het algemeene streven naar machtsuitbreiding van den vorst. Om een
+tegenwicht te vormen tegen de spaansche monarchie, wilde Hendrik zich
+verbinden met Frankrijk en een fransche prinses tot vrouw nemen. Maar
+daartoe moest hij zich van Catharina, de spaansche prinses waarmee
+hij gehuwd was, laten scheiden en de paus, die geheel in de macht
+van Spanje was geraakt, weigerde die scheiding te bekrachtigen. Toen
+besloot Hendrik met Rome te breken, hij verklaarde de engelsche kerk
+voor onafhankelijk en zichzelven tot haar hoofd. De geestelijkheid
+waagde het niet tegen deze „Hervorming” in verzet te komen, ook hoopte
+zij er voordeel van te halen. Hendrik onteigende kloosters en kerken
+op groote schaal. Spekulanten en gunstelingen maakten zich meester van
+de kerkgoederen, uit wier inkomsten voorheen duizenden behoeftigen
+gespijzigd waren. Zoo stond de „Hervorming” van Hendrik in lijnrechte
+tegenstelling tot de behoeften van het volk.
+
+More trachtte in den strijd tusschen paus en koning onzijdig te
+blijven, maar dit bleek op den duur niet mogelijk. Een jaar nadat
+de engelsche geestelijkheid Hendrik als hoofd der kerk van Engeland
+erkend had legde hij het ambt van rijkskanselier neer. De koning
+beschouwde deze daad als rebellie en hoogverraad; More werd in den
+Tower opgesloten en na een lange gevangenschap door de laffe rechters
+met hulp van een omgekocht getuige veroordeeld en den 6den Juli 1535
+ter dood gebracht.
+
+
+
+
+ Er zijn verschenen van
+ HENRIËTTE ROLAND HOLST-VAN DER SCHALK
+
+
+ Sonnetten en verzen in terzinnen geschreven. Tweede druk 1913.
+ De Nieuwe Geboort. 1902. Derde druk 1913.
+ Opwaartsche wegen. 1907. Tweede druk 1914.
+ De vrouw in het woud. 1912. Tweede druk 1917.
+ Thomas More. 1912. Tweede druk 1916.
+ Het Feest der Gedachtenis. 1915.
+ In eene editie van ƒ 1,25 ingenaaid en ƒ 1,75 gebonden per deel.
+
+ Stempels van S. H. de Roos.
+
+
+ Verder verscheen
+
+ De Maatschappelijke Ontwikkeling en de Bevrijding der Vrouw.
+ Prijs ƒ 0,85 ingenaaid.
+
+
+ Bij de Wereldbibliotheek zag het licht
+
+ De Opstandelingen. 1910.
+ Jean Jacques Rousseau, Een beeld van zijn leven en werken. 1912.
+
+
+ * * * * *
+
+
+ Opmerkingen van de bewerker
+
+ De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele
+ spelling. Leestekens zijn op verschillende plaatsen stilzwijgend
+ verbeterd.
+
+ Enkele druk- of spelfouten in het origineel zijn als volgt
+ gecorrigeerd:
+
+ Pag. 9: „steigend” vervangen door „stijgend” (stijgend uit de
+ diepten van het geweten).
+ Pag. 13: „GRYNÆEUS” vervangen door „GRYNÆUS” (GRYNÆUS Maar hoe
+ dwarsboomde uw vader).
+ Pag. 29: „tevenstrevend” vervangen door „tegenstrevend” (zijn
+ eigen tegenstrevend hart).
+ Pag. 30: „buzuinen” vervangen door „bazuinen” (haar bazuinen stem).
+ Pag. 36: „aardsbisschoppelijk” vervangen door
+ „aartsbisschoppelijk” (het aartsbisschoppelijk paleis).
+ Pag. 67: „MAGREET” vervangen door „MARGREET” (MARGREET O vader).
+ Pag. 68: „MAGREET” vervangen door „MARGREET” (MARGREET Ach vader).
+ Pag. 95: „klankleur” vervangen door „klankkleur” (d’ eigenste
+ kern en klankkleur).
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Thomas More, by
+Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK THOMAS MORE ***
+
+***** This file should be named 47327-0.txt or 47327-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/4/7/3/2/47327/
+
+Produced by Kanta Dihal, srjfoo, Hans Pieterse and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License available with this file or online at
+ www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation information page at www.gutenberg.org
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at 809
+North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
+contact links and up to date contact information can be found at the
+Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
diff --git a/47327-0.zip b/47327-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..7b39725
--- /dev/null
+++ b/47327-0.zip
Binary files differ
diff --git a/47327-h.zip b/47327-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..465d62e
--- /dev/null
+++ b/47327-h.zip
Binary files differ
diff --git a/47327-h/48327-h.htm b/47327-h/48327-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..e17c594
--- /dev/null
+++ b/47327-h/48327-h.htm
@@ -0,0 +1,4085 @@
+
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+"http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" lang="nl" xml:lang="nl">
+<head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+ <title>The Project Gutenberg eBook of Thomas More,
+ by Henritte Roland Holst van der Schalk.</title>
+ <link rel="coverpage" href="images/cover.jpg" />
+
+ <style type="text/css">
+
+h1,h2 {text-align: center; clear: both;}
+h1 {margin: 3em 0 0 0;}
+h2 {margin: 4em 0 1em 0;}
+
+p {margin: 0.5em 0 0 0.5em; text-align: justify; text-indent: 1.5em;}
+
+.pagenum {position: absolute; right: 6%; font-size: small;
+ font-style: normal; font-weight: normal; letter-spacing: normal;
+ color: #ccc; text-align: right;} /* page numbers shown */
+
+/* titles */
+.cent {text-align: center; text-indent: 0; clear: both;}
+.t2 {font-size: 1.6em;}
+.t3 {font-size: 1.25em;}
+.t4 {font-size: 0.9em;}
+p.st_loc {margin: 0.5em 0 0 1.5em; text-align: justify; font-size: 0.9em; text-indent: 0;}
+p.st_set {margin: 0.5em auto 0em auto; text-align: center; font-size: 0.9em; text-indent: 0;}
+
+/* spacing */
+.sep0 {margin-top: 0em;}
+.sep1 {margin-top: 1.2em;}
+.sep2 {margin-top: 2em;}
+.sep4 {margin-top: 4em;}
+
+/* styling */
+ins {text-decoration: none; border-bottom: thin dotted silver;}
+.hang {margin-left: 1.5em; text-indent: -1.5em;}
+.noind {text-indent: 0;}
+.sansrf {font-family: sans-serif;}
+
+/* images */
+.figcenter {margin: 2em auto 2em auto; text-align: center; text-indent: 0;}
+
+/* lists */
+.lsoff {list-style-type: none; margin-left: 3em; text-indent: -1.5em;
+ font-size: 0.9em; margin-bottom: 0;}
+li {margin-top: 0.1em; margin-bottom: 0; line-height: 1.2em;}
+
+/* box */
+.boxnt {margin: 6em auto 2em auto; max-width: 32em;
+ background-color: #f6f6f6; padding: 1em; border: solid 1px #ccc;
+ font-size: 0.9em;}
+div.boxnt p {text-align: left;}
+
+/* lines */
+hr.full {margin: 2em auto 2em auto; height: 4px;
+ border-width: 4px 0 0 0; border-color: #999;
+ clear: both;}
+
+/* Poetry */
+div.poetry {margin:2em auto; clear:both; padding-left: 2em;}
+div.poetry p {margin:0 auto 0 4em; text-indent:-4em; text-align:left;
+ clear:both;}
+div.poetry p.first {margin: 0.5em 0 0 4em; text-indent: -5.5em; clear: right;}
+div.poetry p.first_st {margin: 0.5em 0 0 0em; text-indent: -1.5em; clear: right;}
+em {margin-left: 0; padding-right: 0.6em;
+ font-style: normal;}
+div.poetry p.noind {margin: 0; text-indent: 0;}
+div.poetry p.st_dir {margin: 0.5em 0 0.5em 0; font-size: 0.9em;
+ text-indent: 0; text-align: justify; max-width: 32em;}
+div.poetry p.sep2 {margin-top: 0.6em;}
+div.poetry em.dir {font-style: normal; font-size: 0.9em; padding-right: 0.6em;}
+em.i1 {padding-right: 1em;}
+em.i2 {padding-right: 2em;}
+em.i3 {padding-right: 3em;}
+em.i4 {padding-right: 4em;}
+em.i5 {padding-right: 5em;}
+em.i6 {padding-right: 6em;}
+em.i7 {padding-right: 7em;}
+em.i8 {padding-right: 8em;}
+em.i9 {padding-right: 9em;}
+em.i10 {padding-right: 10em;}
+em.i11 {padding-right: 11em;}
+em.i12 {padding-right: 12em;}
+em.i13 {padding-right: 13em;}
+em.i14 {padding-right: 14em;}
+
+@media screen {
+ body {width: 80%; max-width: 32em; margin: 0 auto 0 auto;}
+ div.poetry {width: 32em;}
+ }
+
+@media handheld {
+ .pagenum {display: none;}
+ .npage {page-break-before: always;}
+ div.poetry {width: 90%;}
+ }
+
+/* links */
+a:link {color:#99c; text-decoration: none;}
+a:visited {color:#99c; text-decoration: none;}
+a:hover {color:#000; text-decoration: underline;}
+
+ </style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Thomas More, by Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
+other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
+the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
+www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
+to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
+
+
+
+Title: Thomas More
+ Een treurspel in verzen
+
+Author: Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+Release Date: November 11, 2014 [EBook #47327]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK THOMAS MORE ***
+
+
+
+
+Produced by Kanta Dihal, srjfoo, Hans Pieterse and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<hr class="full" />
+
+<p class="noind sansrf"><a href="#noot">Opmerkingen van de bewerker</a></p>
+
+<p class="sep4 cent t2">THOMAS MORE</p>
+
+<div class="npage">
+
+<h1>THOMAS MORE</h1>
+
+<p class="cent t2">EEN TREURSPEL IN VERZEN DOOR<br />
+HENRIETTE ROLAND HOLST<br />
+VAN DER SCHALK</p>
+
+<p class="cent t2">TWEEDE DRUK</p>
+
+<p class="cent t3">W. L. &amp; J. BRUSSE&rsquo;S UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ<br />
+ROTTERDAM MCMXVI</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 200px;">
+<img src="images/im-01.jpg" width="200" height="201" title="Logo" alt="Logo" />
+</div>
+
+</div>
+
+<div class="npage">
+
+<p class="sep4 cent t2">AAN KARL KAUTSKY</p>
+
+<p class="cent">DIE MIJ DEN EERSTEN MODERNEN COMMUNIST<br />
+LEERDE BEGRIJPEN EN LIEFHEBBEN</p>
+
+</div>
+
+<div class="npage">
+
+<p class="sep4 cent t3">PERSONEN</p>
+
+<ul class="lsoff">
+<li>Sir Thomas More.</li>
+<li>Zijn vrouw Else.</li>
+<li>Zijn dochters Margreet en Dance.</li>
+<li>Zijn pleegdochter Mercy.</li>
+<li>William Roper, Margreets echtgenoot.</li>
+<li>Simon Grynus, een jong fransch geleerde.</li>
+<li>De hertog van Norfolk.</li>
+<li>Bisschop Cranmer.</li>
+<li>Southwell, procureur-generaal.</li>
+<li>Palmer, zijn bediende.</li>
+<li>Rich, een gehuurd getuige.</li>
+<li>Sir William Kingston, konstabel van den Tower.</li>
+<li>Dienaar bij More.</li>
+<li>Gevangenen-bewaker in den Tower.</li>
+</ul>
+
+<p class="noind">Het eerste en tweede bedrijf spelen in More&rsquo;s woning, het derde
+in den Tower, het vierde op de Theemskade bij Londenbrug.</p>
+
+</div>
+
+<div class="pagenum" id="Page_1">1</div>
+
+<h2>EERSTE BEDRIJF</h2>
+
+<p class="st_set">Het terras van More&rsquo;s paviljoen te Chelsea.</p>
+
+<p class="st_set">More, Grynus, Margreet, Dance, Mercy, later William en vrouw Else.</p>
+
+<div class="poetry">
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Heer Thomas, nauw terug van overzee</p>
+<p>drijft mij een drang dit liefgeworden huis</p>
+<p>dat ik zoo vaak droombetrad, na een dag</p>
+<p>van lang verlangen, weder te betreden</p>
+<p>wakend, en mij in werk&rsquo;lijkheid te laven</p>
+<p>aan uw oneind&rsquo;ge heuschheid, aan dit leven</p>
+<p>van scherts-doorweven ernst, geluk&rsquo;ge arbeid</p>
+<p>waar droombegooch&rsquo;ling mij hongrig naar liet.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Gij zijt mij welkom als weleer, Grynus,</p>
+<p>en gelijk mij ben &rsquo;k zeker al de mijnen.</p>
+<p>Vindt g&rsquo; ons in andren staat weer naar de wereld</p>
+<p>dan g&rsquo; ons verliet,&mdash;pronk en praal zijn gevloden,</p>
+<p>maar blijheid zingt naar d&rsquo; ouden trant door &rsquo;t huis.</p>
+<p><em class="dir">(tot Margreet)</em> Niet waar, mijn lust?</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MARGREET</em> Het is een heerlijk leven</p>
+<p>dat wij nu leiden: ik voor mij begeer</p>
+<p>geen ander, ook het oude niet terug.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Margreet, hoezeer gelijk hebt ge!&mdash;Ge weet</p>
+<p>ik ging, om in Itali mij te laven</p>
+<p>aan de eedle bron, die daar rijk&rsquo;lijk welt:</p>
+<p>de kennis der latijnsche en grieksche spraken,</p>
+<p>waaruit het schoon en diepzinnig gelaat</p>
+<p>ons tegenlacht van de wijsheid der ouden.</p>
+<p>Aan menig hof wijlde ik waar een grootmoedig vorst</p>
+<p>wedijv&rsquo;rend met de vorsten zijn geburen</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_2">2</span>
+een schaar van uitgelezen geesten hield</p>
+<p>verzamd; hun roem verhoogde zijnen luister</p>
+<p>meer dan het stoutst wapenfeit. O hoe klein</p>
+<p>maakte mij hun diepwort&rsquo;lende geleerdheid:</p>
+<p>ik kroop weg onder haar machtigen boom!</p>
+<p>Ja en ook vrouwen vond ik, stralender</p>
+<p>van vernuft dan de kostbare gesteenten</p>
+<p>die heerlijk flonkerde&rsquo; om hun zwanenhals.</p>
+<p>Veel leerde ik van hen, veel heb ik genoten:</p>
+<p>parelend schenkt daarginds, uit gulle tuiten</p>
+<p>het leven gulpen van genot.... ik wijlde</p>
+<p>gaarn&rsquo; in &rsquo;t gezegend land!</p>
+<p>Maar nergens vond ik, gelijk onder u,</p>
+<p>den stroom vernuft beglansd door &rsquo;t milde schijnsel</p>
+<p>van teederheid van hart, en nergens vond</p>
+<p>ik den boom weten als bij u geworteld</p>
+<p>in diepen levensernst. En vraagt ge mij</p>
+<p>wat m&rsquo; ontbrak in het schitterend Itali:</p>
+<p>ik vond geen mensch, bij wien &rsquo;k gansch mensch kon wezen;</p>
+<p>een man gelijk uw vader vond ik niet.</p>
+
+<p class="first"><em>DANCE</em> Die is ook niet te vinde&rsquo; op &rsquo;t wereldrond.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> <em class="dir">(Schertsend tot zijn dochters)</em></p>
+<p>Ei hoor, wat hoofsche wendingen zijn tong</p>
+<p>in &rsquo;t zuidland leerde, om een oud man te loven.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Heer Thomas, niet uitheemsche hoofsche zede,</p>
+<p>mijn hart leerde aan mijn tong uw lof. Vergun</p>
+<p>nu allereerst dat ik u overbreng</p>
+<p>minnigen groet van veel vereerde mannen</p>
+<p>uit de landen die ik bezocht.</p>
+<p>Niet vele hunner hoorden ooit uw stem</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_3">3</span>
+als ik haar hoor, en zage&rsquo; uw aangezicht</p>
+<p>als ik het zie zich tot hen overbuigen,</p>
+<p>maar alle kennen u en hebbe&rsquo; u lief.</p>
+<p>Een broeder rekenen de oud&rsquo;ren u,</p>
+<p>de jongeren een wijzer vriend;</p>
+<p>en om met die u &rsquo;t waardst is te beginnen:</p>
+<p>Erasmus zendt u teed&rsquo;ren broedergroet.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Hoe vaart mijn lieve vriend?</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">GRYNUS</em> Gelijk hij plag;</p>
+<p>wel hebben ziekte en ouderdom hem bij</p>
+<p>de hand gevat, en onbarmhartig sleuren</p>
+<p>zij hem tusschen zich in omlaag naar &rsquo;t graf:</p>
+<p>zijn uitgebloeide lijf ontkomt hun niet.</p>
+<p>Maar over den geest hebben zij geen macht!</p>
+<p>die stuurt de felle straal van wetenschap</p>
+<p>en &rsquo;t kleurig vonkensproeisel van vernuft</p>
+<p>uit als weleer, lustig en onverzwakt.</p>
+<p>O een feest is het te zien hoe zijn spot</p>
+<p>slingert den brand in die damme&rsquo;, opgehoopt</p>
+<p>door d&rsquo; eeuwen: domheid, onverstand, vooroordeel,</p>
+<p>bijgeloof, en ze opgaan doet in asch.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Jammer maar dat uit die asch tot nieuw leven</p>
+<p>de domheid weer herrijst....</p>
+<p>Ja bleef alles wat Erasmus versloeg</p>
+<p>met geestespijle&rsquo;, ook dood, ja dan... Ge vondt hem</p>
+<p>in Freiburg? Hij mijdt Bazel nog?</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">GRYNUS</em>Helaas....</p>
+<p>o vergun dat ik gelijk vroeger spreke</p>
+<p>tot u vrij-uit, heer Thomas.... ik kan niet</p>
+<p>&rsquo;t verschelen tusschen ons wegdekken met</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_4">4</span>
+glad mozaek van levenlooze woorden....</p>
+<p>Ge weet hoe ik hem hooghield, hoe vereerde....</p>
+<p>ons geslacht vond, opgroeiend, voor zich uit</p>
+<p>het spoor van zijne glanzende gevechten</p>
+<p>tegen &rsquo;t bederf der kerk, en volgde het.</p>
+<p>En waar &rsquo;t ophield, gingen wij verder, met</p>
+<p>Luther, met Melanchton, met Zwingli, verder</p>
+<p>tot de klare onherroepelijke daad.</p>
+<p>Zij is zijn werk, zijn werk is de hervorming;</p>
+<p>hij leerde ons niets schuwen, niets ontzien.</p>
+<p>O zeg niet neen; gij kunt het niet bestrijden:</p>
+<p>wij ketters zijn de zonen van zijn geest.</p>
+<p>Waarom verloochent hij ons dan? Waarom</p>
+<p>vlood hij uit Bazel; verbrak, een oud man,</p>
+<p>en ziek&rsquo;lijk, langgewende levensplooi;</p>
+<p>verliet verknochte vrienden, de stad waar</p>
+<p>een elk vol liefde en eerbied aan hem hing,</p>
+<p>elk kind hem groette met vertrouwelijk ontzag?</p>
+<p>Ziet: gij hebt u tege&rsquo;over ons gesteld</p>
+<p>en stut de oude kerk met uw vermaardheid;</p>
+<p>het doet ons leed, &rsquo;t verdriet ons: &rsquo;t grieft ons niet.</p>
+<p>Maar grievend is zijn dubbelzinnigheid,</p>
+<p>zijn angstig poge&rsquo; een evenwicht te vinden</p>
+<p>tusschen twee machten die elkaar bespringen</p>
+<p>als vuur en water.... Reeds gaat tusschen ons</p>
+<p>als een gangbare munt dit bitter oordeel:</p>
+<p>Erasmus denkt gelijk met de hervormden</p>
+<p>maar durft niet doen gelijk hij denkt.... Vergeef</p>
+<p>zoo ik u krenkte.... &rsquo;k had dit best verzwegen...</p>
+<p>gij kent mijn heete gallisch bloed....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_5">5</span>
+<em class="i9">MORE</em> Niet krenkte,</p>
+<p>bedroefde wel. Het smart mij diep, mijn zoon,</p>
+<p>u weer te vinden nog verstrikt in &rsquo;t net</p>
+<p>van ketterij.... Maar eigen wil vermag</p>
+<p>niet meer ons te brenge&rsquo; aan den voet der waarheid</p>
+<p>dan de magneet het schip stuurt door zijn kracht.</p>
+<p>God zette u vrij. Ik wil door &rsquo;t welkom zoet</p>
+<p>van samenzijn te lang ontbeerd, niet mengen</p>
+<p>de gal, die twistgesprek altoos ontdruipt.</p>
+<p>Maar van Erasmus moet ik een woord spreken,</p>
+<p>dat ge uw onrecht ziet. Niet vrees houdt hem</p>
+<p>van de hervormden ver, maar zijn geweten.</p>
+<p>Hij wil n kerk, vernieuwd aan hoofd en leden,</p>
+<p>geen breuk, geen scheuring in de christenheid.</p>
+<p>Hij heeft geleefd om haar dreige&rsquo; af te wenden;</p>
+<p>gestreden, om de kerk te zuiv&rsquo;ren. Dat</p>
+<p>hij faalde is niet zijn schuld, maar schuld zou &rsquo;t wezen</p>
+<p>zoo hij zijn welgewogen wil verliet</p>
+<p>en zich meesleepen liet om te verzamen</p>
+<p>met hen wier doen hij niet goedkeuren kan.</p>
+<p>Hem rest niet anders in zijn oude dagen</p>
+<p>dan partij te maken voor zich alleen.</p>
+<p>Denk welk een moed het vergt om dit te doen,</p>
+<p>tot mikpunt, dag aan dag, te dienen voor de</p>
+<p>pijlen, gedoopt in &rsquo;t gif van hoon en laster</p>
+<p>die spijtigheid afschiet op u! Veel lichter</p>
+<p>ware &rsquo;t, te neigen naar n zij, te geven</p>
+<p>gewonnen zich, aan wie zoo zoetjes vleien</p>
+<p>&bdquo;kom bij ons&rdquo;, te schuilen in de bescherming</p>
+<p>van bondgenootschap&mdash;maar het mag niet zijn.</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_6">6</span>
+Zoo leeft hij dan vereenzaamd, fel bestookt</p>
+<p>van beide zijden, vogelvrij, maar ook</p>
+<p>vrij van inwendig wrijten, &rsquo;t deel van wien</p>
+<p>samengaat met zoodaan&rsquo;gen, wier weg hij</p>
+<p>niet gansch kan loven.&mdash;Ziet hem nu uw denken</p>
+<p>in milder licht?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> In mij strijden &rsquo;t oude met</p>
+<p>het nieuw gezicht en maken mij verward.</p>
+<p>Maar ook uw rede knoopt vast om mijn denken</p>
+<p>een band dien ik zelf niet losmaken kan.</p>
+<p>Gij looft Erasmus, dat hij tusschen beide</p>
+<p>partijen staan blijft.... en gij koost partij....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Wij zijn gevormd uit and&rsquo;re stof.... en leven</p>
+<p>drong ons op andre banen. Niet aan elk</p>
+<p>stelt het de groote vraag op d&rsquo; eigen wijze,</p>
+<p>niet voor elk blinkt in zijner lijnen wirwar</p>
+<p>dezelfde als die der plicht. Had Erasmus</p>
+<p>gestaan voor mijne keus, ik meen hij had ge-</p>
+<p>kozen als ik.... maar dit zijn ijdle woorden....</p>
+<p>Wist hij toen ge hem &rsquo;t laatst bezocht, dat ik</p>
+<p>des konings dienst verlaten had? Sprak hij</p>
+<p>met u daarover?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> Toen ik hem verliet</p>
+<p>had nog de tijding Freiburg niet bereikt;</p>
+<p>wel het gerucht dat ge in de zaak van &rsquo;s konings</p>
+<p>huw&rsquo;lijk den vorst weerstreefdet. Toen Erasmus</p>
+<p>dat vernam, pelde zijn scherpzinnigheid</p>
+<p>dra het gevolg uit den bolster der oorzaak:</p>
+<p>hij voorzag uw besluit.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> En keurde &rsquo;t goed?</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_7">7</span>
+<em>GRYNUS</em> Hij sprak er van, behoedzaam,</p>
+<p>afwegende het voor en tegen, z</p>
+<p>dat ik nauw merken kon, naar welke zij de</p>
+<p>schaal van zijn oordeel overwoog. Hij loofde uw</p>
+<p>onbuigzaam wezen met zinrijke en</p>
+<p>hartgrond&rsquo;ge woorden, makend mij den prijzer</p>
+<p>haast even lief als den gepreez&rsquo;ne. Maar</p>
+<p>dan weer sprak hij van de noodzaak&rsquo;lijkheid</p>
+<p>voor wie in &rsquo;s levens raderwerk wil wezen</p>
+<p>een wiel, om het beweeg van zijnen wil</p>
+<p>z te reeg&rsquo;len dat geen geduchter rad&rsquo;ren</p>
+<p>hem brijz&rsquo;len, botsend tegen hem. Hij roemde</p>
+<p>uw taak: de plecht der koninklijke macht</p>
+<p>richten naar wat&rsquo;ren van vrede; de scherpe</p>
+<p>haken der heerschzucht met de wol omwinden</p>
+<p>van matiging.... en zoo, veel kwaad voorkomen</p>
+<p>dat anders vast geschiedde. &bdquo;Laat,&rdquo; sprak hij,</p>
+<p>&bdquo;More in de zaak van &rsquo;s konings huw&rsquo;lijk niet</p>
+<p>te vast zich klampen aan zijn meening.... Moge</p>
+<p>zij juist zijn, hij moet tot het uiterste</p>
+<p>niet gaan; hij is verplicht te denken aan de</p>
+<p>gevolgen van zijn daad: valt hij, zoo worden</p>
+<p>wij humanisten alle ontkrachtigd, onze</p>
+<p>invloed krijgt in alle landen een knak.</p>
+<p>Men moet ook wete&rsquo; iets toe te geven: laat hij</p>
+<p>ditmaal doen &rsquo;s konings wil.... een andermaal</p>
+<p>kan hij met te meer klem de teugels korten</p>
+<p>en vindt volgzamen zin.&rdquo;....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Onnoozel kind....</p>
+<p>En dat zegt mijn scherpzinnige Erasmus!</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_8">8</span>
+Hij weet niet dat wie achter koningsluimen</p>
+<p>aandraaft, te land komt in den diepen kuil</p>
+<p>der machteloosheid, en daar liggen blijft:</p>
+<p>&rsquo;k herken in den raad zijn plooibaar gemoed</p>
+<p>dat tot het laatst beproeft vre te bewaren,</p>
+<p>te verzoenen wat onverzoenlijk is.</p>
+<p>Hij meester in den woordenstrijd, schuwt strijd</p>
+<p>die uitgaat boven het gewar van woorden</p>
+<p>tot naakte klippen van de daad.&mdash;Mijn vriend,</p>
+<p>ge draagt zijn meening met veel warmte voor:</p>
+<p>ge deelt haar wel?</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">GRYNUS</em> &rsquo;t Past mij niet, uit te spreken</p>
+<p>wat ik zou voelen als een oordeel over</p>
+<p>een, dien ik boven alle menschen eer.</p>
+<p>Maar ik erken, dit weegt voor mij wel zwaar:</p>
+<p>&mdash;heeft zeker ook u zwaar gewogen, Morus&mdash;</p>
+<p>wij humanisten reek&rsquo;nen &rsquo;t onze taak</p>
+<p>om het heil dat nu opborrelt uit klare</p>
+<p>en lang-gestremde wellen, te doen stroomen</p>
+<p>over de wijde levensvelden, zoo</p>
+<p>die voorbereidend eens een oogst te dragen</p>
+<p>van menschlijk-milde, broederlijke zeden</p>
+<p>nietwaar? Maar wij kunnen die welle&rsquo; alleen</p>
+<p>heenleiden waar ze &rsquo;t menschezijn bevruchten,</p>
+<p>door de rotssteen der vorstelijke macht.</p>
+<p>Door dat graniet moeten wij een weg banen</p>
+<p>onzen droom naar het land der daad. Daarom</p>
+<p>is het veel waard, meen ik, eens konings vriend</p>
+<p>en zijn raadsman te wezen; het te blijven</p>
+<p>ook offers waard.... het moeten gronden zijn</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_9">9</span>
+<ins id="cor_8" title="steigend">stijgend</ins> uit de diepten van het geweten</p>
+<p>die ons loslaten doen, als onze harten</p>
+<p>eenmaal vastgrepe&rsquo; eens konings hart....</p>
+
+<p class="first"><em class="i13">MORE</em> Geef mij</p>
+<p>uw hand, Grynus: &rsquo;k denk als gij. Uit diepten</p>
+<p>van het geweten kwam de stem die ik</p>
+<p>volgde, toen ik mij van den koning wendde.</p>
+<p>Hij zette zijn voet op donkere paden;</p>
+<p>ik kon hem niet weerhouden: hem verzellen</p>
+<p>wilde ik niet.&mdash;</p>
+<p>En zoo vindt g&rsquo;ons terug, aan wereldsch goed</p>
+<p>verarmd, van menigeen verlaten die</p>
+<p>onzen voorspoed omzwerfde als de vlinder</p>
+<p>kleurige kelk tot hem de bui verjaagt;</p>
+<p>en vindt ons vergenoegd en vredig levend</p>
+<p>voor elkaar, de zoetste gaven des levens</p>
+<p>genietend met een onbekommerd hart.</p>
+<p>Zoo dienaren ontbreken, onze handen</p>
+<p>bezorgen fluks het werk en geen lakeien</p>
+<p>reppe&rsquo; als onze voeten zich vr &rsquo;t bevel.</p>
+<p>Kauwend roemen wij &rsquo;t zwarte brood, dat maakt</p>
+<p>de tanden blink-wit en geurig den adem&mdash;</p>
+<p>nietwaar kinderen? Ik voor mij betreur</p>
+<p>niets van het oude zorgbezwaarde leven,</p>
+<p>en de lang ontbeerde lucht der vrijheid</p>
+<p>adem ik in verrukt.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Wij voele&rsquo; ons n in liefde en alle dingen</p>
+<p>zijn tusschen ons gemeen: ik bid tot God</p>
+<p>niet anders, dan dat hij het late blijven</p>
+<p>gelijk het is.</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_10">10</span>
+<em>MERCY</em> Neen, niet betreur ik weelde</p>
+<p>of pronk, maar dat men menig arme nu</p>
+<p>wegsturen moet, die gewend was te vinden</p>
+<p>zijn nooddruft hier....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">DANCE</em> En menig trouw dienaar</p>
+<p>wiens goed&rsquo;ge kop sinds onze prille jaren</p>
+<p>ons toelachte op de trappen van het huis,</p>
+<p>verdwenen is.... de arme nar!</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">MORE</em> Hij vond</p>
+<p>een goeden meester, kind.</p>
+
+<p class="first"><em>DIENAAR</em> <em class="dir">(treedt binnen)</em><em class="i1">&nbsp;</em> Heer Thomas, de</p>
+<p>bisschoppen van Winchester, Bath en Kent</p>
+<p>verzoeke&rsquo; een onderhoud. Zij hebben, zeggen</p>
+<p>ze, u hun bezoek gemeld.</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Zeg dat ik kom.</p>
+<p><em class="dir">(tot de vrouwen)</em> Houdt vast den lieven gast, dat &rsquo;k hem weervinde;</p>
+<p><em class="dir">(tot Grynus)</em> ik moet nog veel vernemen. <em class="dir">(Af.)</em></p>
+
+<p class="first"><em>MERCY</em> <em class="dir">(verschrikt)</em> <em class="i4">&nbsp;</em> Wat beteekent</p>
+<p>dit hoog bezoek?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">DANCE</em> Bisschoppe&rsquo; en groote heeren</p>
+<p>sleten den drempel van ons huis niet af</p>
+<p>in &rsquo;t laatste jaar.... hunne voetstappen wekken</p>
+<p>in onze harten vrees....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">GRYNUS</em> Wat scheelt u Dance?</p>
+<p>Vrees waarvoor? Wat verschrikt u? een oud vriend</p>
+<p>moet alles weten....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Ge zult alles hooren,</p>
+<p>Simon, maar zeg mij eerst: hoe dunkt u vader?</p>
+<p>Vindt ge hem anders, dan hij placht te zijn?</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Hij is nog milder, maar iets minder blij.</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_11">11</span>
+&rsquo;t Is of zijn oude speelschheid breekt door waas</p>
+<p>van weemoed heen, als zon door fijne nevel....</p>
+<p>&rsquo;k zag om zijn mondhoeken een trek gegroefd</p>
+<p>die daar niet was, toen &rsquo;k hem, nu voor twee jaren</p>
+<p>verliet in de beslom&rsquo;ring van het ambt....</p>
+<p>Maar zijn voorhoofd is even klaar.... nooit zag ik</p>
+<p>zulk een milden glans over een gelaat</p>
+<p>als heldert soms over uws vaders aan-</p>
+<p>gezicht, Margreet.... &rsquo;t zweemt naar de gulden klaarte</p>
+<p>die d&rsquo;oude heilgen in Italie dragen</p>
+<p>op &rsquo;t blank gemaald gelaat.... maar toch weer anders:</p>
+<p>niet hemelsch, van boven-af neergezegen;</p>
+<p>&mdash;neen aardsch, van binnen-uit....</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> <em class="dir">(nadenkend)</em> <em class="i3">&nbsp;</em> Het is het hart</p>
+<p>dat uit zijn wezen straalt, Grynus; &rsquo;t wijd-</p>
+<p>open meegevoel voor het lot der menschen</p>
+<p>geeft hem die milde glans. Maar wat mij maakt</p>
+<p>bezorgd, &rsquo;t zijn d&rsquo; enk&rsquo;le nieuwe groeven niet</p>
+<p>door kommers hand onbarmhartig gesneden</p>
+<p>langs &rsquo;t liefst gelaat.... Er is iets anders, er</p>
+<p>is een verand&rsquo;ring, zoo fijn, in zijn wezen,</p>
+<p>dat woorden haar niet vatten kunnen, toch</p>
+<p>zoo klaar, dat ik niet twijfel.... In de dagen</p>
+<p>dat hij het kanseliersschap neerlei, kwam</p>
+<p>ze over hem.... eerst een gespannen droefheid</p>
+<p>die zijn trekken verhardde.... en toen.... dit.</p>
+<p>Het groeide door zijn ernst.... meest door zijn glimlach,</p>
+<p>zooals door &rsquo;t klare goud van najaarsdagen</p>
+<p>langzaam de ijlheid van den winter groeit.</p>
+<p>Och, d&rsquo; oude schalksche glimlach, als bedauwd</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_12">12</span>
+van levenslust, speelt om zijn lip niet meer;</p>
+<p>een andre nam zijn plaats, onstof&rsquo;lijker....</p>
+<p>het is of hij de poort des levens achter</p>
+<p>zich sloot, en ons toelacht van gene zijde,</p>
+<p>niet meer bewogen als een sterveling....</p>
+<p>Ik ben zoo bang, Grynus....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> Maar waarvoor</p>
+<p>Margreet? uw vader trad uit &rsquo;s konings dienst....</p>
+<p>hij is toch veilig?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">DANCE</em> Och vriend, laat ons de</p>
+<p>zwaarte een weinig uitstorten, die ons drukt....</p>
+<p>Wij kunnen het zoo schaars.... Wij willen vader</p>
+<p>niet kwellen met onze bezorgdheid, binden</p>
+<p>ons voor hem een blijmoedig masker voor....</p>
+<p>dat is hem &rsquo;t liefst.... Moeder is krank: het treuren</p>
+<p>over het oude verstoort haar gemoed;</p>
+<p>zij wrokt dat vader liet tusschen zijn vingers</p>
+<p>rijkdom en aanzien glippen, of het waren</p>
+<p>kralen van glas.... zijn hooge zin blijft haar</p>
+<p>gesloten.... u heugt hoe zij placht te wezen</p>
+<p>niet waar?</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em>Ja, ge zijt niet haar kind&rsquo;ren.... vaak</p>
+<p>heb ik gepeinsd, hoe uw eigene moeder</p>
+<p>geweest moet zijn.... Maar verhaal mij nu waarvoor</p>
+<p>ge zijt bevreesd.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">DANCE</em> Vader is in gevaar.</p>
+<p>De nieuwe koningin vergeeft hem niet</p>
+<p>dat hij haar huw&rsquo;lijk dwarsboomde en den koning</p>
+<p>afried van haar.... Zij is trotsch en wraakzuchtig:</p>
+<p>Hendrik volgt haar wil, als het schip het roer.</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_13">13</span>
+<em><ins id="cor_1" title="GRYNEUS">GRYNUS</ins></em> Maar hoe dwarsboomde uw vader haar huwelijk?</p>
+<p>&rsquo;k meende dat hij terugtrad uit het ambt</p>
+<p>om t&rsquo; ontgaan een openlijk zich verklaren</p>
+<p>tegen zijn vorst en toch zichzelf te blijven</p>
+<p>getrouw.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Zoo is &rsquo;t ook, Simon, maar de koning</p>
+<p>hoopte met hulp van mannen van gezag</p>
+<p>&rsquo;t nietig verklaren van zijn eerste huw&rsquo;lijk</p>
+<p>t&rsquo; omgeven met een valsche glimp van godlijk</p>
+<p>en menschlijk recht. En bove&rsquo; alle andre namen,</p>
+<p>was vaders naam hem waard, om &rsquo;t dubb&rsquo;le stralen</p>
+<p>van zijn groot wete&rsquo; en zijn onkreukbaarheid.</p>
+<p>O vriend, wat laffe kruipers zijn de meeste</p>
+<p>menschen, zijn al die hooggeleerde raadslin</p>
+<p>waartoe mijn jeugd zoo schuchter opzag.&mdash;Hebt ge &rsquo;t</p>
+<p>niet gehoord: negen universiteiten</p>
+<p>van Eng&rsquo;land, Frankrijk, Itali verklaarden</p>
+<p>de scheiding geldig naar kerkelijk recht....</p>
+<p>De vreemden gaven &rsquo;t laf getuigenis</p>
+<p>voor goud&mdash;de pen waarmee mijn landslin schreven</p>
+<p>was gedoopt in de witte verf der vrees.</p>
+<p>O &rsquo;k heb een harde les</p>
+<p>geleerd: ik leerde menschen te verachten</p>
+<p>die &rsquo;k had vereerd.... Zij, die achtbaren, wijzen,</p>
+<p>wier taak het was, met kennis&rsquo; vlammend zwaard</p>
+<p>den driesten aanrander van heil&rsquo;ge wetten</p>
+<p>terug te drijven, braken &rsquo;t zwaard aan stukken</p>
+<p>toen hij &rsquo;t beval....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> Ja, de meeste geleerden</p>
+<p>deugen voor mart&rsquo;laar niet, dat &rsquo;s vast. Maar uw</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_14">14</span>
+vader, Margreet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> De koning gaf hem last</p>
+<p>de goudgekochte en afgeperste adviezen</p>
+<p>voor te lezen aan &rsquo;t parlement, om zoo</p>
+<p>de meening te doen sijp&rsquo;len in de harten</p>
+<p>als druppels gift &bdquo;Morus is voor den koning&rdquo;</p>
+<p>en de kiemen van &rsquo;t verzet te ontkrachten</p>
+<p>dat opkwam hier en daar.</p>
+<p>Dat waren donk&rsquo;re dagen, vriend! &rsquo;k zag vader</p>
+<p>nooit, gelijk toen, met zich zelven in strijd.</p>
+<p>De wolk tusschen zijn brauwen trok niet op;</p>
+<p>zijn strakke, naar binnen gekeerde blik</p>
+<p>scheen geen onzer te zien. &rsquo;t Huis was verduisterd.</p>
+<p>Maar op een morgen kwam hij thuis met d&rsquo; oude</p>
+<p>teedere schalkschheid trillend om zijn mond,</p>
+<p>streelde ons en kuste ons, en vertelde ons schertsend</p>
+<p>&bdquo;gij zijt niet meer de kind&rsquo;ren van mijnheer den</p>
+<p>rijkskanselier, maar die van mijnheer More.&rdquo;</p>
+<p>Dien eigen avond riep hij ons bijeen</p>
+<p>hier op &rsquo;t terras, en met eenvoud&rsquo;ge woorden</p>
+<p>sprak hij ons toe, vroeg onze steun en hulp,</p>
+<p>vermaande ons zacht tot moed en eendracht, beurde</p>
+<p>ons hart z op, toonde ons &rsquo;t stroef gelaat</p>
+<p>van armoe, nu nabij, zoo schoon-eerwaardig,</p>
+<p>dat wij in liefde ontbrandden tot haar.</p>
+<p>Wij weenden zoete tranen. Sinds dat uur</p>
+<p>hebben onze vijf gezinnen geleefd</p>
+<p>als n gezin, en niemand onzer heeft meer</p>
+<p>iets zijn eigen genoemd....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">GRYNUS</em> Ik moet veel hooren</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_15">15</span>
+van deze zachte zede die u bindt,</p>
+<p>maar laat mij eerst al uw zorgen meedragen:</p>
+<p>wat wil de koning meer, dan dat uw vader</p>
+<p>niet openlijk tegen hem staat?</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">DANCE</em> De koning</p>
+<p>zou zich hiermee misschien tevreden geven,</p>
+<p>maar Anna nooit.... Zij gunt dit vredig leven</p>
+<p>aan vader niet,</p>
+<p>zij wil hem vernederen en vernielen....</p>
+<p>ik zie haar haat loere&rsquo; uit de schaduw-nissen</p>
+<p>van het paleis, omspinnen onze woning</p>
+<p>met boos beraad.... In net van donk&rsquo;re logens</p>
+<p>wordt vader ingesponnen; schandelijke</p>
+<p>verzinsels trekt men samen om zijn hoofd.</p>
+<p>Hem, die ieder geschenk met zachten drang</p>
+<p>weder toeschoof den schenker, dat geen spatsel</p>
+<p>zou &rsquo;t kleed zijner onkreukbaarheid bevlekken,</p>
+<p>beschuldigt men....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> Van omgekocht te wezen?</p>
+<p>Hem, Thomas More? Geen mensch die het gelooft.</p>
+<p>Is dat uw zorg, Margreet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MARGREET</em> O was het dat alleenig!</p>
+<p>Laster in alle soorten draagt men aan!&mdash;</p>
+<p>Wie is als hij verdraagzaam? Leerde hij ons</p>
+<p>dit denken niet: &rsquo;t recht geloof is genade,</p>
+<p>geen verdienste, geen vrucht van eigen wil;</p>
+<p>ketters moet men beklagen, men moet trachten</p>
+<p>ze te genezen van hun slecht geloof</p>
+<p>door voorbeeld en betoog; ze te vervolgen</p>
+<p>is ijdel&mdash;en behaagt niet God. Nu heet het</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_16">16</span>
+dat vader ketters aan den lijve strafte om</p>
+<p>der wille van &rsquo;t geloof</p>
+<p>en met geweld de gewetens wou dwingen.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Daarvan kan ik getuigen, die, schoon volg&rsquo;ling</p>
+<p>van Melanchton, vond in zijn huis het thuis</p>
+<p>dat mij weeromtrok uit zonnig Italie</p>
+<p>naar uw zonloos nevelbedekte land.</p>
+<p>Zijn lamp was &rsquo;t die mij &rsquo;t altijd welkom straalde,</p>
+<p>als ik, vermoeid van &rsquo;t ingespannen turen</p>
+<p>op de handschriften waar de tijd aan vrat,</p>
+<p>voelde in den schemer het heimwee besluipen</p>
+<p>naar het zachte land Touraine mijn hart.</p>
+<p>Zijn voorspraak ontsloot m&rsquo; als een tooverspreuk</p>
+<p>kostbare boekerijen waar de schatten</p>
+<p>te fonk&rsquo;len lagen van den griekschen geest.</p>
+<p>Hij effende mij de moeilijke wegen</p>
+<p>in den vreemde, maakte er te leven zacht</p>
+<p>door de gulheid van zijn vriendschap, den omgang</p>
+<p>met zijn gezin, &rsquo;t liefste dat ik ooit vond....</p>
+<p>Dat was zijn onverdraagzaamheid!</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">MERCY</em> O, dit</p>
+<p>smaakt bitter in den mond: hij, minlijkste</p>
+<p>van alle menschen,</p>
+<p>die niemand ongetroost kon laten gaan,</p>
+<p>elks verdrukking voelde in zijn eigen vleesch,</p>
+<p>die de weeze&rsquo; opnam in zijn huis&rsquo;lijkheid</p>
+<p>en in zijn hart&mdash;gelijk ik heb ervaren,&mdash;</p>
+<p>de verongelijkten hielp aan hun recht</p>
+<p>of &rsquo;t ook verdroot machtigen naar de wereld,</p>
+<p>&mdash;als onze William weet&mdash;hij wordt beschuldigd</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_17">17</span>
+van onmenschlijkheid....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">DANCE</em> Als men bedenkt</p>
+<p>hoevele hij oprichtte uit ellende,</p>
+<p>ze weldoend met een zoo verheugd gezicht</p>
+<p>als was hij het, die helpend werd geholpen,</p>
+<p>dan voelt men verbaasd, dat zij alle niet</p>
+<p>rijzen, en een ring om hem vormend, roepen</p>
+<p>&bdquo;raakt hem niet aan, raakt onzen More niet aan.&rdquo;</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Zij durven niet, vrees maakt hen laf.</p>
+
+<p class="first"><em class="i14">DANCE</em> Ach Simon,</p>
+<p>wij hebben u nog niet verhaald het ergste,</p>
+<p>wat wij van d&rsquo; aanvang te verhalen hunk&rsquo;ren</p>
+<p>maar konden &rsquo;t niet: &rsquo;t is of de lippen weig&rsquo;ren</p>
+<p>vrij te laten dat wat de ziel het meest</p>
+<p>vult met angstig gevoel en donk&rsquo;re beelden.</p>
+<p>Ons ontrusten maar niet losse en wilde</p>
+<p>geruchten: neen een feit staat als een muur</p>
+<p>dreigend voor onze hulp&rsquo;looze gedachten;</p>
+<p>ze willen vluchten, maar ze kunnen niet....</p>
+<p>Vader.... wordt beschuldigd.... van hoogverraad.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Dat kan niet waar zijn.</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">MERCY</em> Het is waar, Grynus.</p>
+<p>Hebt ge niet van het heilig wijf uit Kent</p>
+<p>gehoord, dat voorgeeft stemmen te vernemen</p>
+<p>uit hemelrijk, haar gelastend te maken</p>
+<p>&rsquo;s konings huwelijk als een werk des duivels</p>
+<p>bij &rsquo;t volk bekend?&mdash;Z&rsquo; is aangeklaagd, en vader</p>
+<p>werd in d&rsquo; aanklacht betrokken, als de man</p>
+<p>die haar verleid zou hebben tot bedrieg&rsquo;lijk</p>
+<p>voorwenden van hemelsche ingeving....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_18">18</span>
+<em class="i11">MARGREET</em> Hij</p>
+<p>voorzag den strik en poogde die t&rsquo; ontkomen:</p>
+<p>daarom heeft hij tege&rsquo; elk verzwegen of</p>
+<p>hij haar voor een bedriegster houdt dan voor een</p>
+<p>godbegenadigd wezen.... nimmer zag</p>
+<p>hij haar, noch zond haar iets van zijne hand....</p>
+<p>De aanklacht tegen hem vindt geen duimbreed</p>
+<p>bewijs om op te staan: elk eerlijk rechter</p>
+<p>moet in haar herkennen de giftige vrucht</p>
+<p>van verborgen gewroet die hij, gelijk</p>
+<p>een booze pad, wegstoot van voor zijn voeten....</p>
+<p>Maar men wil zijn schuld, waar men macht heeft om</p>
+<p>den wil tot daad te maken: daarom sling&rsquo;ren</p>
+<p>wij angstig tusschen hoop en vrees.</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">GRYNUS</em> Vergeef me:</p>
+<p>ik vind geen woorden.... wanneer kunt ge weten....</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Misschien vandaag.... Geruchten gaan, dat vaders</p>
+<p>naam is gedelgd in d&rsquo; aanklacht: mijn man voer</p>
+<p>bij &rsquo;t morgenkrieke&rsquo; al stadwaarts, uit te vinden</p>
+<p>of &rsquo;t waarheid zingt, dit zoet-getongd gerucht.</p>
+<p>Wij kunnen hem elk oogenblik terug</p>
+<p>verwachten.... vader weet van niets.... Begrijpt ge</p>
+<p>nu onze spanning, vriend?</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> Alles begrijp ik,</p>
+<p>en hoop &rsquo;t beste, Margreet.</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">DANCE</em> Daar komt een sloep</p>
+<p>de bocht om.... neen.... ja toch, het is de onze....</p>
+<p>zij roeien hard....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MERCY</em> William staat op.... hij wuift</p>
+<p>ons toe.... opnieuw....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_19">19</span>
+<em class="i4">MARGREET</em> Het afgesproken teeken</p>
+<p>voor goede tijding.... &rsquo;k ga hem tegemoet. <em class="dir">(Af.)</em></p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Gij verlangt ook te gaan? Zoo ge &rsquo;t vergunt</p>
+<p>zal ik uw moeder in dien tijd begroeten</p>
+<p>dat zij mij niet verdenke onheusch te wezen,</p>
+<p>en vind u dan weer hier terug. Moge alles</p>
+<p>zijn als wij hopen, vriendinnen! Tot straks. <em class="dir">(Af.)</em></p>
+
+<p class="first"><em>DANCE</em> Die laat zich niet wegslaan van &rsquo;t hart waarin</p>
+<p>hij wierp zijn anker.... wisten allen die</p>
+<p>zich noemden onze vrienden, even wel</p>
+<p>wat trouw beteekent, als die &bdquo;wufte Franschman&rdquo;,</p>
+<p>dan groeide &rsquo;t gras nu niet tusschen de steenen</p>
+<p>rondom ons huis....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MERCY</em> Dance, wanneer vaders onschuld</p>
+<p>rijst boven de dikke wolken van laster</p>
+<p>weer stralend uit, dan zullen velen keeren</p>
+<p>die vrees nu ver houdt van ons huis....</p>
+
+<p class="first"><em class="i13">DANCE</em> Och Mercy,</p>
+<p>boven de wolk van &rsquo;s konings ongenade</p>
+<p>zal vader niet weer uitrijzen&mdash;en die</p>
+<p>maakt om ons heen zulk een doodsche leegte</p>
+<p>als broeit een booze ziekte over &rsquo;t huis,</p>
+<p>niet geloof aan zijn schuld.</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MERCY</em> Stil, daar komt vader.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Dat was een lang bezoek! hun vriend&rsquo;lijke aandrang</p>
+<p>liet maar niet af!....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MERCY</em> Wat wilden zij van u?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Mij presse&rsquo; om deel te nemen aan de aanstaande</p>
+<p>blijde intocht der nieuwe koningin</p>
+<p>door Londen&rsquo;s straten: twintig gouddukaten</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_20">20</span>
+boden ze mij aan om een feestgewaad</p>
+<p>te koopen, want ze wisten onze spinde</p>
+<p>maar slecht voorzien....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">DANCE</em> Ge zeidet ja?</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">MORE</em> Ge schertst toch,</p>
+<p>mijn kind? Kunt g&rsquo; u uw vader denken, uit-</p>
+<p>gedoscht in kleurig narrenpak, op Paschen</p>
+<p>meegevoerd in den stoet, gelijk een zeldzaam</p>
+<p>en lang weerbarstig dier, eindlijk getemd?</p>
+
+<p class="first"><em>DANCE</em> Maar zal de koning niet toornen?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Ach, die zal ternauwernood</p>
+<p>missen in heel die doorluchtige stoet</p>
+<p>van glinst&rsquo;rende eed&rsquo;le&rsquo; en statige prelaten</p>
+<p>zich verdringend om zijne hand te kussen</p>
+<p>en zijn nieuwbakken koningin te huld&rsquo;gen,</p>
+<p>den simplen burger Thomas More.&mdash;Waar bleef</p>
+<p>de gast?</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">DANCE</em> Die wijlt bij moeder.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> <em class="dir">(binnenkomend met William)</em> Vader, vader,</p>
+<p>uw naam is weggenomen uit de aanklacht,</p>
+<p>mijn William bracht de goede tijding mee!</p>
+<p>Wij zijn zoo blij....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">WILLIAM</em> Mijn beste, beste vader....</p>
+
+<p class="first_st"><em>MORE</em> <em class="dir">(steekt hem de handen toe; de vrouwen omhelzen hem,<br />
+ook Grynus en vrouw Else treden binnen.)</em></p>
+<p>Mijn beste zoon, veel dank.&mdash;Mijn lieve kind&rsquo;ren,</p>
+<p>wij willen de verademing genieten</p>
+<p>met heel ons hart, maar niet vergeten dat wat</p>
+<p>vandaag voorbijdreef, morgen keeren kan.&mdash;</p>
+<p>Grynus, gij blijft onze gast van avond</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_21">21</span>
+niet waar? Kom zet u tusschen ons, gelijk</p>
+<p>in d&rsquo; oude dagen: doe verhalend &rsquo;t zacht</p>
+<p>azuur en de edelgewelfde lijnen</p>
+<p>der bergen van het schoone land Itali</p>
+<p>voor ons opstaan.... en de klare gestalten</p>
+<p>gaande daarin. Wij luist&rsquo;ren toe....</p>
+
+<p class="noind"><em class="dir">(Allen zetten zich; sommigen op de trappen van het terras; ook More,<br />
+met zijn hoofd op Margreets schoot, die een trede hooger zit.)</em></p>
+
+<p class="first"><em class="i8">GRYNUS</em> &rsquo;k Vond in Verona....</p>
+<p>Vreemd, dingen die nog gist&rsquo;ren glansden aan</p>
+<p>den boom herinnering als gouden vruchten,</p>
+<p>liggen nu ergens waar &rsquo;k ze niet kan vinden,</p>
+<p>bestoven in een uithoek van het brein....</p>
+<p>&rsquo;t Is mij, als schouwde ik in een droom Itali</p>
+<p>en voel, ontwaakt, den droom nu ver en verder</p>
+<p>weggaan van mij....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">WILLIAM</em> &rsquo;t Komt door de heete broeiing</p>
+<p>der lucht: die maakt vandaag den zin zoo loom.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> De lentebosschen op de heuvelen</p>
+<p>donk&rsquo;ren violet tegen den looden kim;</p>
+<p>zij schijnen wonderlijk nabij: &rsquo;t zijn teek&rsquo;nen</p>
+<p>dat onweer dreigt....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">DANCE</em> Zie de zwaluwen scheren</p>
+<p>over het water dat als olie schijnt</p>
+<p>zoo traag en dik.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MERCY</em> Men hoort de schippers roepen</p>
+<p>over den stroom....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Hen antwoorden de knapen</p>
+<p>van de moeslanden aan de overzij....</p>
+<p>alle geluiden klinken hoog en fijn</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_22">22</span>
+door de gespannen stilte....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MERCY</em> Huivert ge,</p>
+<p>Margreet?</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Het was of onzichtbare vlerken</p>
+<p>flapten tegen mijn hoofd.&mdash;Voelt gij ze niet?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Komt kinderen, wie uwer weet een lied</p>
+<p>dat d&rsquo; onrust van deze broeiende stilte</p>
+<p>weer effent door ons bloed?&mdash;Gij Mercy?</p>
+
+<p class="first"><em class="i14">MERCY</em> Ik</p>
+<p>kan nu niet zingen, vader.</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Dance, dan gij?</p>
+<p>Wij zijn het onzen lieven gast verplicht:</p>
+<p>hij mag niet denken, dat wij &rsquo;t zinge&rsquo; ontleerden.</p>
+
+<p class="first"><em>DANCE</em> Mij valt niets in dan de klagende wijze</p>
+<p>van de moeder die den knaap Vrede zocht.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Dan zullen w&rsquo; onrust met onrust verjagen,</p>
+<p>mijn kind, want wat opwolkt in zoete toonen</p>
+<p>bezwaart niet langer &rsquo;t hart.</p>
+
+<p class="first"><em>DANCE</em> <em class="dir">(zingt)</em></p>
+<p>Edele heeren en schoone vrouwen</p>
+<p>Kwam hier voorbij een blonde knaap?</p>
+<p>Tot ik mijn arme&rsquo; om zijn leest kan vouwen</p>
+<p>vindt mijn hart geen rust en mijn oog geen slaap.</p>
+
+<p class="sep2">Ik schrijd en ik schrijd over heuvels, langs dalen</p>
+<p>door zandige vlakten en wild foreest</p>
+<p>om den lieflijken knaap te achterhalen</p>
+<p>wiens adem mijn kranke hart geneest.</p>
+
+<p class="sep2">Zijn stem is zacht als de zang der baren,</p>
+<p>zijn lach als de lach van den dageraad,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_23">23</span>
+de geur die stroomt uit zijn blonde haren</p>
+<p>alle geuren der lente te boven gaat.</p>
+
+<p class="sep2">Ik schrijd en ik schrijd, mijn voeten bloeden</p>
+<p>mijn adem hijgt, maar ik merk het nauw</p>
+<p>tot ik kom aan wijde glanzende vloeden</p>
+<p>of waar bergen rijzen in &rsquo;t koep&rsquo;lend blauw.</p>
+
+<p class="sep2">Dan zit ik en ween, want het spoor is verloren</p>
+<p>en ik moet terug, en ik weet niet waar</p>
+<p>ik den knaap met den lach van morgengloren</p>
+<p>zal zoeken en &rsquo;t lentegeurig haar.</p>
+
+<p class="sep2">Maar ik ga, en aan zingende menschen weder</p>
+<p>vraag ik &bdquo;kwam hier niet een knaap voorbij?</p>
+<p>Vrede is zijn naam en zijn oog is teeder</p>
+<p>als lente en als vogelzangen blij.&rdquo;</p>
+
+<p class="sep2">En sommigen schudden het hoofd en spreken</p>
+<p>gedempt: &bdquo;Wij hebben hem niet gezien;</p>
+<p>wij droomen van hem&mdash;uit die droomen breken</p>
+<p>dan liederen uit&mdash;droomt ge ook misschien?&rdquo;</p>
+
+<p class="sep2">En anderen zien mij vreemd aan en wijzen</p>
+<p>omhoog: &bdquo;daar woont de knaap dien ge meent&rdquo;</p>
+<p>en ze zingen weer, maar een and&rsquo;re wijze</p>
+<p>dan waar mijn verlangend hart naar weent.</p>
+
+<p class="sep2">Want ik weet dat hij leeft op deze aarde</p>
+<p>en geen droom is: ik droeg hem in dezen schoot,</p>
+<p>ik was &rsquo;t die hem droeg, ik was &rsquo;t die hem baarde,</p>
+<p>ik was &rsquo;t die hem baarde, ik kweekte hem groot.</p>
+
+<p class="sep2"><span class="pagenum" id="Page_24">24</span>
+Maar hij ontvlood&mdash;om hem weer te vinden</p>
+<p>zoek ik de wereld, de wereld door,</p>
+<p>want hij is mijn eige&rsquo; en mijn meest beminde</p>
+<p>en mijn hart vond geen rust, sinds het hem verloor....</p>
+
+<p class="sep2">Edele heeren en schoone vrouwen</p>
+<p>kwam hier niet voorbij mijn blonde kind?</p>
+<p>Zijn gelaat is een bloem om te aanschouwen</p>
+<p>en zijn adem geurende lentewind.</p>
+
+<p class="first"><em>MERCY</em> Arme moeder, hoe lang nog zult ge jagen</p>
+<p>om vrede door de groote wereld? Wie</p>
+<p>vindt den weg weer tot het verloren kind</p>
+<p>der menschheid?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Eenmaal zullen wij hem vinden,</p>
+<p>zoo we zoeken, allen te samen&mdash;is</p>
+<p>het niet, vader?</p>
+
+<p class="first"><em class="i1">VROUW ELSE</em> Thomas, waar peinst gij aan?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Ik peinsde aan den tijd, dat dit hoofd weder</p>
+<p>zal liggen, gelijk nu, in dezen schoot.</p>
+
+</div>
+
+<h2><span class="pagenum" id="Page_25">25</span>
+TWEEDE BEDRIJF</h2>
+
+<p class="st_set">More&rsquo;s paviljoen te Chelsea.</p>
+
+<p class="st_set">More, Margreet, een kind van Margreet zit op More&rsquo;s knie.
+Dienaar. Later Bisschop Cranmer en de Hertog van Norfolk.</p>
+
+<div class="poetry">
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> <em class="dir">(lezend)</em> En Crito, dit gehoord hebbende</p>
+<p>sprak tot Sokrates....</p>
+
+<p class="first"><em>DIENAAR</em> Heer Thomas, de Hertog van Norfolk en</p>
+<p>bisschop Cranmer vragen om u te spreken.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Breng de heeren hierheen.&mdash;Doe &rsquo;t boek niet dicht, mijn kind:</p>
+<p>wij zullen na het bezoek verder lezen.</p>
+
+<p><em class="dir">(Cranmer en Norfolk treden binnen)</em></p>
+
+<p>Welkom, mijnheeren. Zet u. Het is lang</p>
+<p>sinds wij elkander zagen. In mijn woning</p>
+<p>zijn gaste&rsquo; als gij nu zeldzaam gelijk bloemen</p>
+<p>in wintertijd, en des te warmer welkom.</p>
+
+<p class="first"><em>CRANMER</em> Plato, naar ik zie. Het doet mij leed, dat wij</p>
+<p>u en uw dochter storen in zoo zoete</p>
+<p>genieting.... maar &rsquo;t geldt een zaak van gewicht....</p>
+<p>Wij wenschten u vertrouwelijk te spreken....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Ik heb voor deze geen geheimen.</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">NORFOLK</em> &rsquo;t Zijn</p>
+<p>Zaken van staat.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> &rsquo;k Meende, met zulke zaken</p>
+<p>te hebben afgedaan.&mdash;Laat ons alleen,</p>
+<p>Margreet. <em class="dir">(Margreet en kind af.)</em></p>
+
+<p class="first"><em>NORFOLK</em> Ik zou u haast benijden, More.</p>
+<p>De last der openbare zaak is van uw</p>
+<p>schouders gelicht; ge zijt gezond, nog krachtig,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_26">26</span>
+uw lieven vorme&rsquo; om u een dubblen ring</p>
+<p>van kind&rsquo;ren en kindskind&rsquo;ren: daarin straalt ge,</p>
+<p>hun middelpunt, hun zon; en al uw uren</p>
+<p>moogt g&rsquo; als u lust verdeelen, tusschen &rsquo;t zoet</p>
+<p>verkeer met de geliefde uwer jeugd:</p>
+<p>de studie, en het zorgloos samenzijn</p>
+<p>met d&rsquo;uwe&rsquo; in teeder kooze&rsquo; of luchte scherts;</p>
+<p>terwijl wij in de stormbewogen tijden,</p>
+<p>van onzen post, met zorgbezwaarde harten</p>
+<p>de golven zien bespringen &rsquo;t schip van staat,</p>
+<p>en onze willen spannen, ze te keeren.&mdash;</p>
+<p>Gelukkig man!</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MORE</em> Misgun mij niet, mijnheer,</p>
+<p>het gloren dat mijn avondlijken hemel</p>
+<p>verguldt: wie weet hoe ras mijn dag zal zinken!</p>
+<p>Ik koester mij misschien aan jeugd en blijheid</p>
+<p>vandaag voor &rsquo;t laatst.&mdash;Maar wat brengt u hierheen?</p>
+
+<p class="first"><em>NORFOLK</em> Wij komen, More, tot u als vrienden,&mdash;mij</p>
+<p>behaagde altijd uw frank en open wezen,</p>
+<p>uw vrije luim, de mildheid van uw hart.</p>
+<p>Gij hebt den staat goede diensten bewezen</p>
+<p>en niemand was aan &rsquo;s konings hart gegroeid zoo</p>
+<p>innig als gij.&mdash;Hij treurt om uw besluit</p>
+<p>nog immer, wenschte u weer terug aan &rsquo;t hof,</p>
+<p>hem bij te staan gelijk gij placht. Hij is</p>
+<p>bereid al wat geschiedde te vergeten</p>
+<p>en u opnieuw t&rsquo; omvatten in de koest&rsquo;ring</p>
+<p>van zijne gunst.</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MORE</em> Ik dank den koning, Norfolk,</p>
+<p>zijn goedertierenheid verwarmt mijn hart.</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_27">27</span>
+<em>NORFOLK</em> Gij hebt niet anders</p>
+<p>te doen als &rsquo;t eene woord te spreken, More,</p>
+<p>dat, zooals &rsquo;t flappen van den standaard meldt</p>
+<p>aan allen die het zien: &bdquo;hier wijlt de koning&rdquo;,</p>
+<p>u kenbaar maakt wijd-uit bij alle menschen</p>
+<p>een trouw dienaar der koninklijke macht.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Welk woord, mijnheer?</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">NORFOLK</em> &rsquo;t Bezweren der nieuwe besluiten</p>
+<p>die de kind&rsquo;ren der vroeg&rsquo;re koningin</p>
+<p>uitsluiten van den troon met hun geslacht</p>
+<p>en den koning tot hoofd der kerk van Engeland</p>
+<p>verheffen.</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MORE</em> Mijnheeren, ik dank u voor</p>
+<p>de vriendlijke gezindheid die u doet</p>
+<p>pogen de wijzers van mijn zin te richten</p>
+<p>naar de slag van den koninklijken wil.</p>
+<p>Maar zij zijn te stroef om den sprong te maken</p>
+<p>dien gij verlangt. Ik kan de gunst des konings</p>
+<p>niet koopen tot den prijs dien hij mij vraagt:</p>
+<p>de rust van mijn geweten. Het verbiedt mij</p>
+<p>dien eed.</p>
+
+<p class="first"><em>CRANMER</em> Hoe kan &rsquo;t geweten u te doen</p>
+<p>verbieden wat zooveel eerwaard&rsquo;ge en vrome</p>
+<p>Christenen zonder schroom hebben gedaan?</p>
+<p>Acht gij u dan hen allen wijzer, mr</p>
+<p>door godlijk licht verhelderd? Zie: dat zweemt</p>
+<p>naar hoogmoed, naar eigengerechtigheid.</p>
+<p>Behoede u God voor deze zonde! En dan,</p>
+<p>hoe zou &rsquo;t geweten u verbieden, om</p>
+<p>een woord te spreken, dat den toegang tot</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_28">28</span>
+de lichte banen van barmhartigheid</p>
+<p>en goede werken opent? Ge zijt mild,</p>
+<p>haast overmild placht ge uw geld en goed</p>
+<p>te deelen met die derfden; schutspatroon</p>
+<p>waart g&rsquo; aller armen; uw lach klonk nooit zoo ruim,</p>
+<p>noch stond uw oog zoo helder, dan wanneer</p>
+<p>ge een bekommerde hadt opgericht,</p>
+<p>geholpen een verdrukte. Maar toen ge</p>
+<p>uw ambt verliet, wierpen uw eigen handen</p>
+<p>de bronnen van uw macht tot helpen dicht.</p>
+<p>Ge hebt noch geld, noch invloed meer te geven,</p>
+<p>en ongetroost gaan velen van u weg.</p>
+<p>Keer terug tot des konings dienst, en dra</p>
+<p>zullen de bronnen van uw gulheid weder</p>
+<p>borrelen, rijklijk als weleer.... ik spreek</p>
+<p>niet van de vruchten voor wie zijn u &rsquo;t naast:</p>
+<p>ge telt dat niet&mdash;&rsquo;t is edel&mdash;maar bedenk:</p>
+<p>wie arm is....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MORE</em> Ik raad u, mijnheer, niet verder</p>
+<p>te ploegen deze voor, zoo ge niet wilt</p>
+<p>dat ons gesprek stuite op ijzerhard en</p>
+<p>niet weg te ruimen oer.&mdash;En wat betreft</p>
+<p>mijn machtloosheid te helpen, hare heeling:</p>
+<p>ik weet dat geen gulheid kan zegen werken</p>
+<p>die uit den modder van een veil geweten</p>
+<p>troebel ontspringt; en geen werk&rsquo;lijke gave</p>
+<p>groeit uit het zaad, dat in de slechte aarde</p>
+<p>verzuurd is van een slinksch gemoed.&mdash;Ge zegt</p>
+<p>dat ik niets kan, niets meer vermag te doen</p>
+<p>nu koninklijke gunst mij niet meer hooghoudt</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_29">29</span>
+op haren arm&mdash;toch nog een man te wezen,</p>
+<p>wil &rsquo;k hopen, die zich niet verlokken laat</p>
+<p>zijn geweten te ruilen voor wat aanzien</p>
+<p>en goud:&mdash;misschien een vaan ook waar omheen zich</p>
+<p>zaamlen wie denke&rsquo; als ik....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">CRANMER</em> Wat, wilt ge worden</p>
+<p>middelpunt van verzet?&mdash;Vergeldt ge z</p>
+<p>den vorst zijn gunst, de lange weldaden</p>
+<p>dier jaren dat de weerschijn van zijn macht</p>
+<p>om uw persoon een sfeer van hoogheid spreidde</p>
+<p>die elk eerbiedig neigen deed voor u?</p>
+<p>Zwarte ondank, trouweloosheid zou dat wezen....</p>
+<p>dat meent ge niet....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> Trouweloosheid en ondank</p>
+<p>zijn mijn zin vreemd, mijnheer. Ondankbaar is</p>
+<p>wie met een stomp of geprikkeld gemoed</p>
+<p>ziende naar het weldadig vuur waaraan hij</p>
+<p>verwarmde zijn kleumende lijf, het uittrapt</p>
+<p>en verder gaat, niet wie de taaie vezels</p>
+<p>van liefde voor zijn weldoener, met pijn</p>
+<p>rukt uit zijn eigen <ins id="cor_2" title="tevenstrevend">tegenstrevend</ins> hart,</p>
+<p>zich zelven aandoend een bloedende wonde</p>
+<p>die nooit meer heelt....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">CRANMER</em> Hoe meent ge?</p>
+
+<p class="first"><em class="i13">MORE</em> Luister.... ik</p>
+<p>wensch geen mensch toe dat het lot hem bescheer&rsquo;</p>
+<p>wat &rsquo;t mij beschoor: zich los te moeten maken</p>
+<p>van wat hij liefhad, tegenover &rsquo;t voorwerp</p>
+<p>van lange liefde met ontgoochelde oogen</p>
+<p>te komen staan.... Mijn hart hing aan den koning.</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_30">30</span>
+Had ik den jong&rsquo;ling niet zien overbuigen</p>
+<p>hunk&rsquo;rend om uit den stroom van &rsquo;t nieuwe weten</p>
+<p>te drinken, waar ik zelf zoo diep-begeerig</p>
+<p>uit dronk? Wist ik hem aan zijns vaders hof</p>
+<p>niet kwijne&rsquo;, een plant van eed&rsquo;ler soort, dan in die</p>
+<p>grove aarde tieren kon? Ik zag</p>
+<p>de adem van den zachter, ruimer geest</p>
+<p>die waarde door Europa, vulle&rsquo; en ronden</p>
+<p>de weeke vormen van zijn jong gemoed.</p>
+<p>En toen zijn koninklijke wil mij riep,</p>
+<p>verliet ik welgemoed de vreed&rsquo;ge stilte,</p>
+<p>waar &rsquo;t plechtig ruischen van philosophie</p>
+<p>zich met klokjes-heldere stemmen, kinder-</p>
+<p>stemmen, verbond tot schoone harmonie.</p>
+<p>Het beste deel van mijn manlijke krachten,</p>
+<p>gaf ik den koning&mdash;en hij hief mij hoog</p>
+<p>in zijn vertrouwen, stortte gunst en vriendschap</p>
+<p>met milde hande&rsquo; over mij uit. &rsquo;k Gedenk het,</p>
+<p>al die glans-omvloten jaren gedenk ik,</p>
+<p>gelijk mij past, met eerbiedigen dank;</p>
+<p>en ook, als wij verloren vreugd herdenken:</p>
+<p>met smartbewogen zin....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">NORFOLK</em> Maar waarom hebt ge....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Toen ik dat alles weg moest stooten, dien</p>
+<p>bond van veel jaren breken, heb ik lang</p>
+<p>naar kracht gezocht, om wat in &rsquo;t hart was samen-</p>
+<p>gegroeid met de ranken van veel-vertakt</p>
+<p>levensbedrijf, daaruit te rukken. En</p>
+<p>in &rsquo;t eind vond ik die kracht: in mijn geweten</p>
+<p>vond ik haar. En de stille oogen van</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_31">31</span>
+mijn dankbaarheid, die mij verwijtend volgden,</p>
+<p>heb ik gesloten met een lange kus</p>
+<p>gelijk men een vrouw kust waar men voor eeuwig</p>
+<p>van scheidt.</p>
+<p>Begrijpt ge nu, waarom mijn ooren wel</p>
+<p>hoore&rsquo; uw verwijt, ik zou ondankbaar wezen,</p>
+<p>mijn hart het niet verstaat?</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">CRANMER</em> Maar de trouw schendt,</p>
+<p>wie, gelijk gij....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MORE</em> Gunt me, ik bid u, &rsquo;t recht</p>
+<p>van iederen beklaagde: vrij te spreken</p>
+<p>tot zijn verdediging&mdash;&rsquo;k zal niet lang meer zijn.</p>
+<p>Ge noemt me trouwloos: ik erken geen trouw</p>
+<p>die bindt in &rsquo;t slechte.&mdash;Mijn trouw was &rsquo;t, den koning</p>
+<p>&rsquo;t gelaat der waarheid t&rsquo; ontsluieren, haar</p>
+<p>stem te doen uitklinken boven het koor</p>
+<p>van vleierij en logen, dat de ooren</p>
+<p>der vorsten vult. Mijn trouw was &rsquo;t hem te raden</p>
+<p>tegen de baan, waarheen hem drong begeerte,</p>
+<p>zijn driftig bloed, zijn heerschzuchtige aard.</p>
+<p>Mijn trouw, met zachten aandrang hem te leiden</p>
+<p>omhoog tot effen vrede-weiden waar</p>
+<p>zijn volk kon grazen&mdash;niet met hem te rollen</p>
+<p>de helling af van ied&rsquo;re lust. Mijn trouw</p>
+<p>was het, niet elke ongerechtigheid</p>
+<p>met hondsche aanbidding t&rsquo; omkwispelen. Niet</p>
+<p>die trouw had hij gevraagd, had ik gezworen,</p>
+<p>in &rsquo;t uur dat onze bond gesloten werd,</p>
+<p>toen hij, zijn arm om mijnen nek geslagen,</p>
+<p>z, sprak tot mij: &bdquo;Zie eerst naar God en uw</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_32">32</span>
+geweten&mdash;dan naar mij; zoo zult ge mij</p>
+<p>immer het beste dienen.&rdquo; O &rsquo;k heb hem</p>
+<p>nog lief, omdat hij dat woord heeft gesproken</p>
+<p>eenmaal. Mijn trouw verkoor het zich tot vaan,</p>
+<p>volgde &rsquo;t op de woelige levensvelden</p>
+<p>waarheen zijn dienst mij voerde,&mdash;en volgt het heden</p>
+<p>door ter zijde te staan....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">NORFOLK</em> Het loopt verkeerd.&mdash;De koning,</p>
+<p>Morus, is zeer verbitterd tegen u.</p>
+<p>Zijn gunst hield u vaak staande als uw benijders</p>
+<p>saamspanden tot uw val; zij was het schild</p>
+<p>dat hunne slagen weerde. Nu heeft hij</p>
+<p>zijn vrienden noodig. De lucht bulkt van strijd:</p>
+<p>het gaat er om, wie heerschen zal in Eng&rsquo;land,</p>
+<p>koning of paus. Ontvalt gij hem&mdash;de staf</p>
+<p>die hij zich uitverkoor om op te leunen&mdash;</p>
+<p>dan aadmen al zijn vijanden verruimd,</p>
+<p>en steken tot weerspannigheid de hoofden</p>
+<p>bijeen. Uw afval geeft hun moed. Hij kn</p>
+<p>uw afval niet gedoogen. Begrijpt ge? Hij kan &rsquo;t niet.</p>
+<p>Zoo staat de zaak. Ik raad u, om uw zelfs wil,</p>
+<p>raad ik u, Morus, voorzichtig te zijn.</p>
+
+<p class="first"><em>MORUS</em> Ik dank u voor dien raad, mijnheer. Voorzichtig</p>
+<p>was ik zoo lang ik kon. De dagen van</p>
+<p>heldhaftige overmoed ben ik ontwassen</p>
+<p>sinds lang; mijn lijf jaagt niet vooruit, begeerig,</p>
+<p>bij &rsquo;t speuren van gevaar.</p>
+<p>Door meen&rsquo;ge rustelooze nacht lag ik</p>
+<p>uitmetend de gevaren die mij dreigden</p>
+<p>zoo ik niet zwenkte, en hun aangezichten</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_33">33</span>
+maakten mijn zwak hart telkenmaal vervaard.</p>
+<p>Daarom ontweek ik mij te stellen tegen-</p>
+<p>over den koning&mdash;&rsquo;k had voor dit ontwijken</p>
+<p>grond genoeg&mdash;zocht ik veiligheid in het</p>
+<p>verborgen bestaan van den simp&rsquo;len burger,</p>
+<p>als een dier in zijn hol. Maar in het perk</p>
+<p>des levens rukken onvoorziene winden</p>
+<p>de ballen onzer best-gemikte daden</p>
+<p>vaak van hun baan. Niet met mijn wil, mijn neiging,</p>
+<p>ondanks hen is het oogenblik gekomen</p>
+<p>van de keus: voor, of&mdash;tegen. Hoort mij aan:</p>
+<p>ik ben een oud man, gehecht aan de zijnen,</p>
+<p>verlangend naar rust en een weinig vreugde</p>
+<p>om zacht t&rsquo; enden.&mdash;Maar bovenal schat ik</p>
+<p>inwend&rsquo;ge vrede.... Ge kunt verder spreken</p>
+<p>u sparen: &rsquo;k heb de keus gedaan.</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">CRANMER</em> Stijfhoofdig</p>
+<p>en roek&rsquo;loos man, hol niet zoo blindelings</p>
+<p>naar uw verderf. Staat ge alleen? Hebt ge</p>
+<p>het recht, om al de uwen te verderven,</p>
+<p>ze mee te sleuren in uw val?</p>
+<p>Vijf gezinnen hebt g&rsquo; om u heen verzameld</p>
+<p>van kind&rsquo;ren en kindskind&rsquo;ren, ze gewend</p>
+<p>van u t&rsquo; ontvangen al wat leven zacht en</p>
+<p>behaaglijk maakt. In uwe ruime huizing</p>
+<p>vonden allen plaats. Reeds waart, naar men zegt,</p>
+<p>de armoewolf rondom de staat&rsquo;ge woning,</p>
+<p>die nu, een overruim gewaad, omrimpelt</p>
+<p>uw veel-gekrompen staat.&mdash;Maar laat dit wezen</p>
+<p>als &rsquo;t is. Wat zal gebeuren, zoo ge blijft</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_34">34</span>
+weig&rsquo;ren te zweren?&mdash;U zelf wacht de Tower</p>
+<p>tot de dood u verlost....</p>
+<p>Uw goederen verklaart de kroon vervallen,</p>
+<p>d&rsquo; uwen worden verjaagd van huis en hof....</p>
+<p>Denk aan hun lot, denk aan &rsquo;t harde bestaan</p>
+<p>dat al die teere vrouwe&rsquo; en jonge kindren</p>
+<p>bedreigt.... verstrooid zullen zij zwerven, lijden,</p>
+<p>verkwijne&rsquo; in zorg en kommer.... van het oude</p>
+<p>glansrijke leven, zal hun enkel blijven</p>
+<p>stekende herinnering....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Zij zijn jong</p>
+<p>en sterk, met kennis en verstand gewapend:</p>
+<p>zij zullen eten &rsquo;t zelfverdiende brood</p>
+<p>en proeven &rsquo;t zoet....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">CRANMER</em> Waar zullen ze verdienste</p>
+<p>vinden? Des konings ongenade schuift</p>
+<p>den grendel dicht voor ieder wel-bezoldigd</p>
+<p>en eervol ambt&mdash;weet ge het niet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">MORE</em> Dan zullen</p>
+<p>z&rsquo; aan de deuren vragen barmhartigheid</p>
+<p>van wie vergeefs barmhartigheid nooit vroegen</p>
+<p>aan onze deur.</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">CRANMER</em> En zullen vinden ze</p>
+<p>geslote&rsquo; alom, want des verraders kindren</p>
+<p>te helpen, brengt zelf in reuk van verraad,</p>
+<p>en vrees bedwingt de laffe menschenharten....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Niet alle....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">CRANMER</em> Neen, maar &rsquo;t overgroot getal.</p>
+<p>Laat een storm schudden aan uw levensboom:</p>
+<p>de vrienden die hem welig maakten, dwar&rsquo;len</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_35">35</span>
+omlaag en vluchten weg in dolle vaart.</p>
+<p>Uw kind&rsquo;ren zullen naakt staan in de wereld,</p>
+<p>zonder bescherming, vriendeloos, verlaten....</p>
+<p>dat zal uw daad zijn.... zij zullen hun vader</p>
+<p>niet danken voor die daad....</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Zij zouden hem</p>
+<p>verachten zoo zijn leer ging eenen weg,</p>
+<p>zijn doen een andre.... Laat hij in hun hart</p>
+<p>voortleven als een man, die &rsquo;t liefste liet,</p>
+<p>&rsquo;t lieve leven zelf neerlei, liever dan</p>
+<p>wat hem heilig was, uit vrees te verraden....</p>
+<p>ik ben tevree als zulk een man te leven</p>
+<p>in hun herin&rsquo;ring....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">NORFOLK</em> Maar ge zult dat niet,</p>
+<p>vriend, want de greep der wereld zal het beeld</p>
+<p>van den held en den mart&rsquo;laar in hun harten</p>
+<p>verwringen tot gedaante monsterlijk,</p>
+<p>en haar <ins id="cor_3" title="buzuinen">bazuinen</ins> stem zal z luid dreunen:</p>
+<p>&bdquo;schande over Morus, hij verried zijn koning,</p>
+<p>die hem met weldaden omkranste&rdquo;, dat</p>
+<p>de stem des bloeds in een beschaamd gefluister</p>
+<p>uitdooven zal. Bezin u, Morus, luister</p>
+<p>naar rede, onteer niet den naam dien ge draagt!</p>
+<p>Ge erfdet hem, een ongerepte spiegel,</p>
+<p>die veel geslachten voor u hielden blank;</p>
+<p>uw daden en geschriften maakten heller</p>
+<p>zijn glans: en wilt ge nu die naam</p>
+<p>uw kind&rsquo;ren overgeven, zwart besmeurd met</p>
+<p>roep van verraad? Zal uw geslacht</p>
+<p>hem voortaan medesleepen door de tijden,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_36">36</span>
+beschaamd, of schuw verbergen onder een</p>
+<p>geborgden, klankloos van herinneringen,</p>
+<p>inderhaast opgeraapt?</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Ik geef mijn naam</p>
+<p>vertrouwend aan den vloed der tijden over,</p>
+<p>wetend, dat hij daaruit eens op zal rijzen</p>
+<p>blinkend-geschuurd en blank van schuld. De toekomst</p>
+<p>maakt het onrecht van heden goed....</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">NORFOLK</em> En zoo</p>
+<p>het anders kwame?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MORE</em> Dan wil ik liever ook toekomstig onrecht</p>
+<p>dragen, dan tegen mijn geweten doen....</p>
+
+<p class="first"><em>NORFOLK</em> Ge zijt uitzinnig! Allen zullen zweren....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Zoo laat dan n anders dan allen zijn:</p>
+<p>gewetens zijn niet gelijk aren, buigend</p>
+<p>alle naar ne zijde voor den wind.</p>
+
+<p class="first"><em>NORFOLK</em> Bij God, Heer Thomas, voor de laatste maal,</p>
+<p>neem u in acht met koningen te twisten:</p>
+<p>des konings wraak beduidt de dood.</p>
+
+<p class="first"><em class="i13">MORE</em> De dood</p>
+<p>spaart evenmin wie in &rsquo;s konings genade</p>
+<p>volop zich zont. Hij is de oceaan</p>
+<p>waar onze levens eens alle in monden,</p>
+<p>al is hun aller weg niet even lang....</p>
+
+<p class="first"><em>CRANMER</em> <em class="dir">(tot Norfolk)</em> Hij is niet meer te helpen....</p>
+<p><em class="dir">(tot More)</em> &rsquo;t Is des konings wil</p>
+<p>dat gij en de bisschop van Rochester morgen</p>
+<p>u vervoegt in het <ins id="cor_4" title="aardsbisschoppelijk">aartsbisschoppelijk</ins></p>
+<p>paleis, om de besluiten te bezweren....</p>
+<p>Een bode haalt u nog van avond af....</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_37">37</span>
+Zie toe, dat ge voor morgen maakt gesmijdig</p>
+<p>dit overstug geweten, &rsquo;t leert te plooien</p>
+<p>zich naar den vorm van &rsquo;s konings wil. Zoo niet:</p>
+<p>de Tower wacht....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> <em class="dir">(tot Cranmer)</em> Morgen als heden geve God mij kracht</p>
+<p>voor geen verlokking of geweld te wijken;</p>
+<p><em class="dir">(tot Norfolk)</em> Ik wensch u heil, mijnheer.</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">NORFOLK</em> Ik u verstand.</p>
+
+<p><em class="dir">(Norfolk en Cranmer af)</em>.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Nu heb ik een koers gezet, die mijn schip</p>
+<p>doet recht tegen de klip der koningsmacht</p>
+<p>oploope&rsquo;, en zeker zal verbrijzelen....</p>
+<p>Ik kan niet meer terug.... Vreemd om het land</p>
+<p>te zien wegdeinen en zeker te weten</p>
+<p>dat men nooit in de haven wederkeert....</p>
+<p>Goddank! het zwaarste deed ik.... al het and&rsquo;re</p>
+<p>zal gebeuren zonder mijn doen. <em class="dir">(Margreet treedt binnen)</em></p>
+<p><em class="i13">&nbsp;</em>Margreet....</p>
+<p>Kom bij me, kind.</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Ik zag de heeren gaan....</p>
+<p>Ze bleven lang.... <em class="dir">(Zij ziet More aan en verschrikt)</em></p>
+<p><em class="i7">&nbsp;</em>Vader, wat is.... wat kwamen</p>
+<p>ze doen?</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">MORE</em> Zien, of ze konden met gedreig</p>
+<p>murv maken je vaders gewete&rsquo;, of dat</p>
+<p>hardere hamers daartoe noodig zijn....</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Ze dreigden u? Waarmee?....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> <em class="dir">(ziet haar zwijgend aan; zij bedekt het gezicht met de handen)</em></p>
+<p><em class="i12">&nbsp;</em>Wees niet verschrikt,</p>
+<p>er is niets gebeurd om verschrikt te wezen,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_38">38</span>
+mijn kind. Kom, zet je op het oude plaatsje:</p>
+<p>wij willen akademie houden, als</p>
+<p>je placht te noemen ons vertrouw&rsquo;lijk spreken</p>
+<p>over de vragen die van alle zijden</p>
+<p>dit klein levens-eiland ombruisen.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> <em class="dir">(gaat aan zijn voeten op een bankje zitten)</em> Zoo</p>
+<p>voel &rsquo;k mij weer worden het jongmeisje, vol</p>
+<p>van vagen drang en onbestemd verlangen,</p>
+<p>dat uit uw zacht-nadrukkelijke woorden</p>
+<p>eens &rsquo;t licht van zekerheid zag opgaan....</p>
+
+<p class="first"><em class="i14">MORE</em> Zacht</p>
+<p>wendde je jonge ziel zich naar dat licht....</p>
+<p>Ik zag de kelk zich openen, begeerig</p>
+<p>drinken den dauw, dien ik opving voor jou</p>
+<p>van Plato&rsquo;s lip en die der and&rsquo;re wijzen.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Wat was het zoet, aan uw hand te betren</p>
+<p>dat gouden land van de philosophie;</p>
+<p>te voelen, hoe een vastheid in mij groeide</p>
+<p>en sterker werd.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> Wat was het zoet, te stijgen</p>
+<p>hand in hand naar de toppen der gedachte,</p>
+<p>waar opengaat de zin des levens.... Kind,</p>
+<p>ik heb in jou mijn groot geluk gevonden</p>
+<p>en ik wil dat je weet hoe ik het vond.&mdash;</p>
+<p>Mijn kind&rsquo;ren heb ik alle lief</p>
+<p>gelijkelijk, met de teedere liefde</p>
+<p>eens vaders, maar jou heb ik ook nog lief</p>
+<p>anders, niet teederder maar hoopvoller.</p>
+<p>Ik heb in jou mijn liefste droomen lief,</p>
+<p>het heilige verlangen en verwachten,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_39">39</span>
+dat mijn hart aanraakte: het zoet gezicht</p>
+<p>dat in mij groeide door de blijde dagen</p>
+<p>van mijn volrijpe jeugd....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MARGREET</em> Ge meent het beeld</p>
+<p>der vrouw, gelijk zij zijn zal, wanneer allen</p>
+<p>denken als gij denkt.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Ja, het beeld der vrouw</p>
+<p>als zij zijn zal in schemerverren tijd,</p>
+<p>wanneer de booze waan heeft uitgewoed</p>
+<p>die haar nu houdt vernederd en gevangen....</p>
+<p>O schoone wereld, waarin zij zal zijn</p>
+<p>den man gezellin, saam zij zullen dorschen</p>
+<p>&rsquo;t gedachte-zaad....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Konden wij haar zien worden,</p>
+<p>die schoone wereld....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Ik zag haar worden kind</p>
+<p>en dat was mijn geluk.... &rsquo;k zag in jou hoofdje</p>
+<p>de vonk der rede aangroeien tot vlam....</p>
+<p>Ik zag over dit zacht gelaat, tot mij</p>
+<p>in teed&rsquo;re schroomvalligheid eerst geheven,</p>
+<p>den glans zich breiden van bewusten wil,</p>
+<p>en d&rsquo;argelooze blik dier lieve oogen</p>
+<p>verdiepen tot lange nadenkendheid.</p>
+<p>Ik zag het meisje vol verholen drang</p>
+<p>schuilgaand in droomen, tot de jonkvrouw rijpen,</p>
+<p>moedig en frank, wier welgewogen oordeel</p>
+<p>weegt voor den man, dien hare vrije neiging</p>
+<p>verkoor.... ik zag de jonge moeder niet</p>
+<p>de lijfjes maar van haar liev&rsquo;lingen koest&rsquo;ren,</p>
+<p>hun leen&rsquo;ge willen ook buigen en leiden</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_40">40</span>
+met zek&rsquo;ren zin en vaste hand.&mdash;En als</p>
+<p>de spotters, kleingeloovigen, wier vleugels</p>
+<p>hen niet drage&rsquo; over heden heen, mij hoonden</p>
+<p>om de droomvrouwen van Utopia,</p>
+<p>lachte ik hun een stille glimlach tegen</p>
+<p>en mijn hart sprong de tijden tegemoet</p>
+<p>dat de kleine jonkvrouwen zullen baden</p>
+<p>in klare kennis hun kost&rsquo;lijke ziel,</p>
+<p>en de moeders wetenden zijn, en vroed</p>
+<p>voor de gemeenschap.... jij gaf mij die zegen:</p>
+<p>ik dank je daarvoor kind....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MARGREET</em> Al wat ik ben</p>
+<p>werd ik door u; al wat ik weet, ik heb het</p>
+<p>van u geleerd; aan u gelijk te worden</p>
+<p>zooveel ik kon, dat was mijn prilste wensch;</p>
+<p>mijn stoutste droom, u tot een hulp te zijn.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Jij waart de blanke vijver, die getrouw</p>
+<p>de kruinen spiegelde, en al hun deinen</p>
+<p>van mijn gedachte-woud, die &rsquo;t heimlijk ruischen</p>
+<p>van mijn hart kende, en nimmer verried.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> O laat het mij nu ook zijn! Geef mij weder</p>
+<p>uw hart! Vertrouw mij, leg op mij de zwaarte</p>
+<p>die &rsquo;k zie dat u bedrukt....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Heugt je den dag</p>
+<p>dat wij gelezen hadden Plato&rsquo;s woorden</p>
+<p>over de ziel en haar onsterflijkheid,</p>
+<p>en daarna zaten in den stillen schemer</p>
+<p>wiens zachte hand soms de verborgen dingen</p>
+<p>omhoog streelt uit hun schuilhoek in het hart?</p>
+<p>Heugt het je nog?</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_41">41</span>
+<em class="i3">MARGREET</em> Het was den dag nadat</p>
+<p>ge tot het kanselierschap waart gehuldigd,</p>
+<p>een vrede-ademende najaarsdag....</p>
+<p>Vijf jaren zijn sinds dien voorbijgestroomd,</p>
+<p>ik huwde, God schonk mij twee lieve kindren,</p>
+<p>en gist&rsquo;ren schijnt die dag....</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Heugt je nog wat</p>
+<p>wij toen sprake&rsquo; over dood en leven, hoe</p>
+<p>worde&rsquo; is der wereld wezen, alle dingen</p>
+<p>dragen in zich kiem van weder-vergaan?</p>
+<p>En dit aller droefheden droefheid is,</p>
+<p>dat het hart niets omvatten kan in veilig</p>
+<p>bezit?</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> &rsquo;t Is mij als hoor ik weer uw stem,</p>
+<p>manend: &bdquo;daarom moet het tot d&rsquo; eeuwge sterren</p>
+<p>zich beuren, en tusschen hun gouden spaken</p>
+<p>zich vleie&rsquo; als in een nest&rdquo;.... &rsquo;k voel langs mijn wangen</p>
+<p>weer druppen de tranen van stil berouw.</p>
+<p>Wij meisjes waren overstelpt geweest</p>
+<p>door d&rsquo; ongewende pracht, de vreemde hulde....</p>
+<p>Wij waande&rsquo; ons in een hoog&rsquo;re sfeer geheven</p>
+<p>boven ons oude zelf.... den dag na &rsquo;t feest</p>
+<p>riept ge mij, om samen Plato te lezen</p>
+<p>en koost den Phaedon.... ik voelde den roes</p>
+<p>van wereldschheid als dunne damp vervliegen....</p>
+<p>Mijn beste vader, &rsquo;k dank het meest dat uur</p>
+<p>dat toen ineenstortte ons oude leven</p>
+<p>van weelde en glans, mijn hart niet werd verschrikt.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Ja, jij bleef staan,</p>
+<p>een steun voor arme ontwrichtte moeder en</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_42">42</span>
+jongere zusters, die met duiven-oogen</p>
+<p>mij hulp&rsquo;loos aanzagen.... O blijf ook nu</p>
+<p>mijn onverschrokken kind.... Heugt het je nog</p>
+<p>hoe wij verder sprake&rsquo; in den stillen avond</p>
+<p>over den mensch, hoe hij soms raakt beklemd</p>
+<p>tusschen &rsquo;t stuwen van oversterke machten,</p>
+<p>gedreven wordt waarheen hij niet wil gaan,</p>
+<p>en een wijl worstelt in wanhopig weren</p>
+<p>van wat zijn diepst ik onafweerbaar weet?</p>
+<p>Tot hij op een dag neerdaalt in zichzelven</p>
+<p>en zich gewonnen geeft; en op het pad,</p>
+<p>dat hem ontvoeren zal aan de beklemming</p>
+<p>der dingen en het wrijten van zijn wil,</p>
+<p>vestigt hij rustig-lang den blik der oogen</p>
+<p>en rijst om te gaan.... Weet je &rsquo;t nog, Margreet?</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Hoe zou ik het vergeten? In dat uur</p>
+<p>werd immers ons verbond gesloten....</p>
+
+<p class="first"><em class="i13">MORE</em> Ja,</p>
+<p>in dat uur vond je dapper hart zichzelf.</p>
+<p>Want toen ik vroeg: kind, zoo wie jou was &rsquo;t liefste,</p>
+<p>stond voor de keus, als voor een donker water,</p>
+<p>de steilte van den dood beklimmen, of</p>
+<p>zich laten dringen op omlage wegen</p>
+<p>die hij verfoeit&mdash;zag ik je wange&rsquo; en hals</p>
+<p>en heel je wezen bespreid van den gloed</p>
+<p>dien het hart opzendt als een eed&rsquo;le en hooge</p>
+<p>willing &rsquo;t in vlam zet, en je stem was hel</p>
+<p>van dapperheids goudenen klankkleur, sprekend:</p>
+<p>&bdquo;veel liever zag ik hem dood, dan zich zelven</p>
+<p>ontrouw&mdash;immers wenschte ik hem dan toe lijden</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_43">43</span>
+bitterder dan de dood&rdquo;&mdash;weet je het nog,</p>
+<p>mijn kind?</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Ik heb zoo vaak</p>
+<p>geschreid, omdat ik het niet kon vergeten,</p>
+<p>en wat toen kwam....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MORE</em> Hoe ik je hand nam en</p>
+<p>die kleine koude hand tusschen de mijnen</p>
+<p>klemmend, vroeg &bdquo;zoo de dag eens kwam, Margreet,</p>
+<p>dat ik stond, aangedrukt tegen de keuze</p>
+<p>waaraan het leven hangt&mdash;zou jij mij dan</p>
+<p>steunen van uit je hart&rdquo;&mdash;en jij niet spreken</p>
+<p>kon, maar knikte van ja?&mdash;dat was &rsquo;t niet waar?</p>
+
+<p><em class="dir">(Margreet knikt zwijgend.)</em></p>
+
+<p>Het heugt je nog. Nu is die dag gekomen.</p>
+<p>Help mij Margreet. Ik heb de keus gedaan.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Vader.... Wat gaat ge doen?</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">MORE</em> Ik ben gedreven</p>
+<p>naar wat ik wou ontgaan. Al mijn beleid</p>
+<p>heb ik gebruikt, mijn boot voorbij te sturen</p>
+<p>aan deze klip, met al mijn kracht gestreefd</p>
+<p>den greep t&rsquo; ontkomen, die zich om mij knelt.</p>
+<p>Vergeefs! ik had sinds lang met eigen handen</p>
+<p>de ketenen gesmeed waarmee het lot</p>
+<p>mij binden zou.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Van dat g&rsquo; u verbondt aan den koning, broeide</p>
+<p>de botsing aan de kim van elken dag;</p>
+<p>komen moest zij als zijn zelfzuchtige driften</p>
+<p>schuimend zouden bijte&rsquo; in den breidel van</p>
+<p>uw wil.... wij wisten &rsquo;t.... Dikwijls vreesden wij</p>
+<p>wat ging gebeuren. Maar ge hebt den band</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_44">44</span>
+verbroken, die u aan den koning bond....</p>
+<p>ge zijt weer vrij.... ik dacht u veilig.... vader,</p>
+<p>wat dreigt ons nog?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MORE</em> Ik heb den band verbroken</p>
+<p>die m&rsquo; aan den koning bond, maar niemand kan</p>
+<p>den band ontbinden tusschen hem en zijn</p>
+<p>verleden: &rsquo;t weefsel van zijn vroeg&rsquo;re daden</p>
+<p>omwikkelt hem voor goed.... Hoe hooger &rsquo;k steeg,</p>
+<p>hoe vaster mij de vorst in zijn vertrouwen</p>
+<p>omvatte, als in een tooverring, die zich</p>
+<p>nooit meer ontsluit waar hij zich heeft gesloten,</p>
+<p>des te minder kon zijn koningswil dulden</p>
+<p>dat ik mij loswrong.... poogde het te doen....</p>
+<p>Toen in zijn sterke lijf de sterke lusten:</p>
+<p>wulpschheid, heerschzucht, gelddorst, uitbraken en</p>
+<p>het teer gewas wegvraten der belofte</p>
+<p>van zijn groene jeugd, toen moest ik gaan,</p>
+<p>wilde ik niet, blijvend, mee schuld drage&rsquo; aan daden</p>
+<p>die ik verfoeide,&mdash;of tusschen hem en mij</p>
+<p>oproepen d&rsquo; erge botsing, die zou voeren</p>
+<p>tot mijn vernietiging. Die te ontwijken</p>
+<p>ben ik gegaan: ik ging vergeefs, Margreet.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Wat wil hij nog?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Aanzien en rijkdom stroopte ik mij</p>
+<p>als waardelooze vodden van het lijf</p>
+<p>en waande een poos den greep te zijn ontkomen,</p>
+<p>reeds knellend om mijn hals.&mdash;&rsquo;k Herademde!</p>
+<p>Maar &rsquo;t onweer drong weer op, geduchter dan het</p>
+<p>eerst was geweest.... Toen wist ik mij verloren....</p>
+<p>Ik wees het je, maar je wilde niet zien....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_45">45</span>
+<em>MARGREET</em> Ik kon het niet....</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Mijn dapper kind, nu staat</p>
+<p>de booze wolk vlak boven onze hoofden:</p>
+<p>nu mot je zien. De koning eischt een eed,</p>
+<p>die zijn leugenbond met Anna vat</p>
+<p>in gouden lijst van wettelijke wijding,</p>
+<p>en een and&rsquo;ren, die hem verheft tot hoofd</p>
+<p>der kerk van Engeland. Ik kan die eeden</p>
+<p>niet zweren, mijn geweten wil het niet.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Wat zult ge....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Ik kan niet verder uitwijken,</p>
+<p>en mijn weig&rsquo;ring raakt den koning in &rsquo;t hart;</p>
+<p>want om zijn wil door te zetten behoeft</p>
+<p>hij steun van allen, wier woord in de schalen</p>
+<p>der openbare meening weegt:&mdash;wie niet</p>
+<p>met hem meespringt over de hinderpalen</p>
+<p>van wet en zede en goddelijk gebod,</p>
+<p>wordt zelf, een hinderpaal, omvergehaald.</p>
+<p>Hem blijft geen keus, als mij geen keus blijft. Hij</p>
+<p>moet mij vernielen, misschien tegenwillig,</p>
+<p>zooals ik tegenwillig moet trotseeren</p>
+<p>&rsquo;t zwaard zijner macht.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MARGREET</em> O waart ge nooit in dienst</p>
+<p>getreden van den koning! Hadt ge nooit</p>
+<p>voor hem &rsquo;t vrije leven van den geleerde</p>
+<p>vaarwel gezegd, waarnaar uw hart bleef hunk&rsquo;ren</p>
+<p>als een schelp naar de zee.... Hem offerdet</p>
+<p>ge de rust der dagen, de slaap der nachten,</p>
+<p>&rsquo;t zoet verzamen met ons,.... voor hem hebt ge</p>
+<p>der zorgen last geschouderd, haar gedragen</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_46">46</span>
+van jaar op jaar, en nu....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Margreet, spreek zoo niet verder;</p>
+<p>je weet niet wat mij dreef in &rsquo;s konings dienst.</p>
+<p>Ik wil je alles toevertrouwen, kind,</p>
+<p>dat je moogt zien hoe wat nu gaat gebeuren</p>
+<p>met diepe wortels vastzit in &rsquo;t verlen.&mdash;</p>
+<p>Heerlijk waren de dagen mijner jeugd!</p>
+<p>de luchten trilden van de nieuwe leuzen,</p>
+<p>die d&rsquo; ontwakenden toeriepen elkaar.</p>
+<p>Boven de grenzen uit van land en taal</p>
+<p>werd een zuivere broederschap geboren;</p>
+<p>strijdbroederschap tegen al wat het blijde</p>
+<p>leven op Gods lieflijke aarde ontwijdt:</p>
+<p>domheid en wreedheid, breidelooze zeden</p>
+<p>en blind geweld. En hoop bevleugelde ons:</p>
+<p>niet maar de kerk, neen, d&rsquo; aarde zelf, de menschheid</p>
+<p>te zuiveren door de macht van den geest.</p>
+<p>Sommigen onzer verdiepten zich zoo</p>
+<p>in de zinnige woorden die ons tegen-</p>
+<p>fonkelden uit de lang verzonken tijden,</p>
+<p>dat zij tot zoete levenstaak verkozen</p>
+<p>die te reinigen van der eeuwen stof.</p>
+<p>Mij gaf natuur een zin, die zich niet kon</p>
+<p>gansch in vervlogene schoonheid verzinken,</p>
+<p>maar zich van haar beurde naar onze dagen,</p>
+<p>om die schooner te maken, kon het zijn.</p>
+<p>Ik zag der tijden drang, den harden nood</p>
+<p>der arme duizenden, die hulploos zwerven,</p>
+<p>verjaagd van hof en erf;</p>
+<p>&rsquo;k zag gouddorst in de grooten mensch&rsquo;lijkheid</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_47">47</span>
+versmoren, de kleinen zich, gelijk wormen</p>
+<p>gemarteld, winde&rsquo; in kronkels van den nijd.</p>
+<p>Ik zag de vrouw in lediggang vermorsen</p>
+<p>haar reedlijke vermogens en haar hart,</p>
+<p>een weeldepop, of als lastdier beladen</p>
+<p>overzwaar, zwoegen naar den dood. Ik zag</p>
+<p>alom de ongelijkheid van bezit,</p>
+<p>als de grond van de algemeene krankte</p>
+<p>die &rsquo;t lichaam aanvrat van de christenheid.</p>
+<p>&mdash;Maar ook zag ik het menschelijk vernuft</p>
+<p>opendwingen, een geweldige beitel,</p>
+<p>de geheime bergplaatsen der natuur.</p>
+<p>Ik zag de aarde grooter worden: voor</p>
+<p>onze verbaasde, opgetogen oogen</p>
+<p>nieuwe deelen van haar verschijnen, als</p>
+<p>trok morgennevel op over de wereld.</p>
+<p>En toen rijpte het droomgezicht in mij;</p>
+<p>uit vele wortels groeide het omhoog....</p>
+<p>Land van geluk en minnelijk verkeer</p>
+<p>der menschen, van vrede die zal omranken</p>
+<p>hun dagen, als &rsquo;t bezit gemeen zal zijn</p>
+<p>van de goederen des levens, en geen mensch meer</p>
+<p>om geld zijn broeder misbruikt en verdrukt,</p>
+<p>als allen samen maken wat behoeven</p>
+<p>allen tot leven,</p>
+<p>lieflijke velden van Utopia,</p>
+<p>lachende huizen tusschen groene tuinen,</p>
+<p>lachende kinderen die geen vrees kent,</p>
+<p>blinkende scharen van mannen en vrouwen</p>
+<p>edel van leden en zuiver van ziel:</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_48">48</span>
+eens zult ge zijn, ik weet het. Maar wanneer?</p>
+<p>Hoe zal de menschheid haar weg tot u vinden?</p>
+<p>Ik kan &rsquo;t niet zien.&mdash;In mijn hoopvolle jeugd,</p>
+<p>Margreet, waande ik een weg te weten: daarom</p>
+<p>trad ik in &rsquo;s konings dienst.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MARGREET</em> Vader.... ik zie</p>
+<p>uw hoop.... den koning.... hem wildet gij winnen,</p>
+<p>voor de wet winnen van Utopia....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Een vriend van &rsquo;t nieuwe weten leek hij, wien het</p>
+<p>dienden minlijk gezind&mdash;en toen hij was gekroond,</p>
+<p>wendend den steven van zijn vaders banen</p>
+<p>naar recht en vrede weg. Hij riep mij tot zich,</p>
+<p>en het snijdend woord mishaagde hem niet,</p>
+<p>waar ik de euvelen van de gemeenschap</p>
+<p>mee openlei. Zoo werd mijn waan geboren,</p>
+<p>&mdash;uit verlangen en hoop werd die geboren&mdash;</p>
+<p>dat hij de heerscher was, verkozen om</p>
+<p>menschheid op den weg van geluk te voeren,</p>
+<p>zoo ik hem steunde. Heerlijk door mijn leden</p>
+<p>welde een vloed toen van duizelig geluk.</p>
+<p>Maar ook verhief zich door het bloed de stem</p>
+<p>der neiging, en fluisterde mijn hart toe:</p>
+<p>&bdquo;de staatsdienst is het graf der vrijheid&rdquo;, en</p>
+<p>uit nog dieper gewelven rees omhoog</p>
+<p>woord&rsquo;looze maning, zoodat ik mij wist</p>
+<p>op een verraderlijke zee te wagen,</p>
+<p>die mij niet weer zou geve&rsquo;.... Een dag, een nacht,</p>
+<p>en nog een dag en nacht heb ik gestreden</p>
+<p>tegen mij zelf: toen overwon dat hunk&rsquo;ren</p>
+<p>naar &rsquo;t menschengeluk en die hoop. Ik ging</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_49">49</span>
+tot den koning. Dien dag bracht ik aan &rsquo;t wank&rsquo;len</p>
+<p>de steen die mij verplettren gaat. God weet het,</p>
+<p>ik was niet karig met mijn kracht. Den boog</p>
+<p>van mijn vermogens spande ik dag aan dag tot</p>
+<p>het uiterste,&mdash;en &rsquo;t scheen in &rsquo;t eerst, als neigde</p>
+<p>het hart des konings naar mijn raad.... Niet lang....</p>
+<p>&rsquo;t was &rsquo;t gloren van een valsche dageraad,</p>
+<p>waarop een somb&rsquo;re nacht van onrecht volgde...</p>
+<p>bedrog.... geweld.... Ik heb het doel gemist...</p>
+<p>De hoop die ontlook aan mijn morgenhemel,</p>
+<p>is sedert lang verwelkt; ik zelf</p>
+<p>ga door dwingelandij gebroken worden.</p>
+<p>Ik zie de baan niet naar menschegeluk,</p>
+<p>ik weet den zin niet van mijn eigen leven:</p>
+<p>moge &rsquo;t een and&rsquo;re wezen, dan nu schijnt!</p>
+<p>Maar n ding weet ik: wat mij dreef in jeugd,</p>
+<p>te doen als ik deed, dat drijft mij ook nu.</p>
+<p>Niet allen kunnen strijden op n wijs,</p>
+<p>noch kan op d&rsquo; eigen wijze n altijd strijden,</p>
+<p>maar n ding doet allen die strijden nood</p>
+<p>t&rsquo; allen tijde voor meer gerechtigheid</p>
+<p>en meer geluk op aard: zich zelven niet</p>
+<p>te zoeken, de zoete dingen van &rsquo;t leven</p>
+<p>niet liever te hebben dan &rsquo;t klaar gebod</p>
+<p>van d&rsquo;innerlijke stem. Dit ne weet ik,</p>
+<p>en zoo zal &rsquo;k doen, Margreet.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MARGREET</em> O ik ben blij</p>
+<p>dat ge zijt als de heil&rsquo;ge martelaren</p>
+<p>en d&rsquo; oude helden... ik heb u zoo lief...</p>
+<p>vader, ik kan niet zonder u....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_50">50</span>
+<em class="i10">MORE</em> Mijn hart,</p>
+<p>een macht oversterk dringt tusschen ons beide</p>
+<p>en maakt d&rsquo;omstreng&rsquo;ling onzer armen los.</p>
+<p>Wij moete&rsquo; uiteen. De zoete wenning die</p>
+<p>de jaren tusschen ons al vaster vlochten</p>
+<p>wordt nu ontknocht. Wij zullen niet meer gaan</p>
+<p>samen door &rsquo;t bosch in den herfstklaren morgen,</p>
+<p>als de lage zon &rsquo;t laatste knetterblad</p>
+<p>rosgoud doet gloeien onder schuinsch gestraal.</p>
+<p>En als de lente komt, zal zij ons niet</p>
+<p>meer dwalen zien, het avondrood in d&rsquo;oogen,</p>
+<p>langs &rsquo;t slingerpad dat de rivier bezoomt,</p>
+<p>en huiswaarts keeren als de vogels zwijgen,</p>
+<p>vol vredige gedachten, arm in arm.</p>
+<p>Wij zullen niet meer, onze hoofden samen</p>
+<p>aandachtig buigend over &rsquo;t oude boek,</p>
+<p>waaruit heil&rsquo;ge schoonheid en wijsheid stijgen,</p>
+<p>voele&rsquo; onze harten kloppen in n maatgang</p>
+<p>van eerbiedige vreugd. Wij zullen niet</p>
+<p>meer, in de ijle sfeeren der muziek</p>
+<p>samen ontzweefd, werelden op zien deinen</p>
+<p>en weer vergaan....</p>
+<p>Ik daal waar de lente geen oogen heeft</p>
+<p>en alle zachte lach en stemmen zwijgen,</p>
+<p>en dalend breng ik droefheid over jou.</p>
+<p>Arm kind, nu zullen je dagen voortaan</p>
+<p>gedoopt zijn in de vale schaduw van de</p>
+<p>alleenheid waarin ik jou laat.&mdash;Nu moeten</p>
+<p>we sterk zijn, hart, en wat we al die jaren</p>
+<p>beleden met de lippen, onze levens-</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_51">51</span>
+waarheid te zijn, moet het hange&rsquo; onzer schouders</p>
+<p>weer richten overend.</p>
+<p>Moeder en zusters zullen mijn zin zwaar</p>
+<p>maken, d&rsquo;armen, met bidden en vermanen</p>
+<p>dat ik toch buige.... Zult jij stand houden,</p>
+<p>en voor mij vechten tegen hun begeeren,</p>
+<p>voor wat je weet in mij &rsquo;t beste te wezen,</p>
+<p>al gaat het om het leven zelf?</p>
+<p>Kunt je &rsquo;t beloven, hart?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MARGREET</em> Ik kan beloven....</p>
+<p>te trachten trouw te zijn aan den wil dien</p>
+<p>g&rsquo; in mij gewekt hebt....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Dan ga ik gerust</p>
+<p>den donk&rsquo;ren gang in der gevangenschap.</p>
+<p>Trouw hart, wij blijven samen, worden onze</p>
+<p>lichamen ook gescheiden.... en mijn lieven</p>
+<p>laat ik in zek&rsquo;ren troost....</p>
+
+<p class="sep2"><em class="i10">&nbsp;</em>Dat nu een stem</p>
+<p>mocht zinge&rsquo; een dier verlangenzware wijzen,</p>
+<p>waar &rsquo;t hart zoo zoet op wegdeint.... ik ben mat....</p>
+
+<p class="noind"><em class="dir">(More zinkt vermoeid in zijn zetel achterover.<br />
+Men hoort Mercy in den tuin zingen.<br />
+Tegen het einde van het gezang ziet men haar).</em></p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Hoor vader, Mercy heeft uw wensch geraden</p>
+<p>gelijk zij pleegt zoo vaak.... het is de wijze</p>
+<p>van het eiland glanzend over den vloed.</p>
+
+<p class="first"><em>MERCY</em></p>
+
+<p class="sep2">Ver over de glinst&rsquo;rende zeen, verder weg dan het avondrood,</p>
+<p>voorbij de klippen van strijd, en het bare strand van den nood,</p>
+
+<p class="sep2"><span class="pagenum" id="Page_52">52</span>
+voorbij aan de rots waar de winden van den haat worden uitgebroed</p>
+<p>drijft het zon- en schaduwbeminde eiland van geluk op den vloed.</p>
+
+<p class="sep2">Zijn groene oevers ombruisen de oevers van groen kristal,</p>
+<p>den zeezang echoot het ruischen van zijn dichten boomenwal.</p>
+
+<p class="sep2">Daar in het bosch wordt geboren het allerinnigst geluid:</p>
+<p>de tortel koert haar bekoren-bewogene vrede uit.</p>
+
+<p class="sep2">Glanzende boomen dragen &rsquo;t eener tijd bloesem en vrucht,</p>
+<p>en door de bloeiende hagen gonst altijd zomergerucht.</p>
+
+<p class="sep2">Het dichte gewas der dalen buigt onder zijn gouden vracht,</p>
+<p>en tegen de hellingen stralen de weiden hun gouden pracht.</p>
+
+<p class="sep2">Daar wonen de blinkende menschen met vrede-omlicht gelaat</p>
+<p>door wien het gemeene wenschen als een stroom van kracht heengaat.</p>
+
+<p class="sep2">Hun spraak ruischt als onze gebeden, hun gang schrijdt als onze dans,</p>
+<p>hun stem is een nest van zachtheden, hun oog een bad van glans.</p>
+
+<p class="sep2">Leven is altijd beladen daar met een geur van vreugd</p>
+<p>als waar zomerwind vol genade hier somtijds ons hart mee verheugt.</p>
+
+<p class="sep2">In den morgen gaan blijde gezellen zingend tot het arbeidsfeest</p>
+<p>dat lijf noch ziel zal kwellen, en dadendrang geneest.</p>
+
+<p class="sep2">En de uren der rust heenglijden door den toover menigvoud</p>
+<p>van der schoonheid fonk&rsquo;lend gesmijde, en het plechtig gedachtewoud.</p>
+
+<p class="sep2">De dood komt op lichte schreden, hij draagt een wit gewaad</p>
+<p>en wie hij wenkt gaat mede, als een gast van een feest opstaat.</p>
+
+<p class="sep2">Hem woelt door het hart niet de wreede zorg om wees of hulplooze weeuw,</p>
+<p>want daar heerschen de zachte zeden, heerscht de wet van de gouden eeuw.</p>
+
+<p class="sep2"><span class="pagenum" id="Page_53">53</span>
+Het veld en de wei en de bosschen, en de vruchten der zee en de wijn.</p>
+<p>geperst uit de purperen trossen, daar het erfdeel van allen zijn.</p>
+
+<p class="sep2">Mijn en dijn hebben verloren hun rink&rsquo;lende klank van metaal</p>
+<p>en zoeme&rsquo; in die zuivere ooren als zinlooze kindertaal.</p>
+
+<p class="sep2">O wisten wij waar u te vinden, land van gelukzaligheid,</p>
+<p>voorbij aan de rots der winden van haat, en de klippen van strijd.</p>
+
+<p class="first"><em>DIENAAR</em> Heer Thomas, een bode van staat wacht buiten;</p>
+<p>hij vraagt of ge gereed zijt.</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">MORE</em> Zeg hem: ja.</p>
+
+</div>
+
+<h2><span class="pagenum" id="Page_54">54</span>
+DERDE BEDRIJF</h2>
+
+<p class="st_set">More&rsquo;s vertrek in den Tower.</p>
+
+<p class="st_set">More, Kingston, gevangenenbewaker. Later Grynus en Margreet.</p>
+
+<div class="poetry">
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Een jonkman, die al vele malen poogde</p>
+<p>u te bezoeke&rsquo; in uw gevangenschap,</p>
+<p>&mdash;maar mijn bevelen bleven onveranderd:</p>
+<p>&bdquo;Laat niemand buiten zijn verwanten toe,&rdquo;&mdash;</p>
+<p>heeft eindelijk het langbegeerd verlof,</p>
+<p>God weet door welke liste&rsquo;, of lang beleg</p>
+<p>van wie hoog wone&rsquo; in &rsquo;s konings gunst, veroverd.</p>
+<p>Zal ik hem bij u laten?</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Wie is het?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Simon Grynus.</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">MORE</em> Dat &rsquo;s een naam die vaart</p>
+<p>gelijk een frissche windstroom door de dompe</p>
+<p>en muffe lucht. Laat hij gauw komen.</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> <em class="dir">(tot den bewaker.)</em><em class="i4">&nbsp;</em> Roep</p>
+<p>mijnheer Grynus hier....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">GRYNUS</em> Mijn oude Morus,</p>
+<p>hoe dikwijls trachtte ik tot u door te dringen....</p>
+<p>ze lieten mij nooit toe....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Het doet mij goed</p>
+<p>de warme tintelingen van uw oogen</p>
+<p>weer over mij te zien.... Kom, zet u hier.</p>
+<p>Zie niet zoo droef. Wel was &rsquo;t een luchtiger</p>
+<p>verblijf, ons paviljoen te Chelsea, waar</p>
+<p>wij samen te philosopheeren plachten,</p>
+<p>terwijl zacht gerilte ons koelte toewoei....</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_55">55</span>
+maar de bloem der philosophie bloeit ook</p>
+<p>tusschen de spleten van deze gewelven:</p>
+<p>ruikt gij haar geuren niet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> Ik kan niet schertsen</p>
+<p>heer Thomas: vergeef mij mijn beklemd hart.</p>
+<p>&rsquo;k Zie u, en vraag mij af: is hij het werk&rsquo;lijk?</p>
+<p>&mdash;dat sneeuwen haar, die vervallen gestalte,</p>
+<p>dat vaal gelaat.... o wee.... heeft zoo de kerker</p>
+<p>gevreten aan uw kracht?</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Mijn zoon, de kerker</p>
+<p>kust met een adem die van &rsquo;t lijf de kloekheid</p>
+<p>breekt als de rijp een bloem.... zoo onverlet de</p>
+<p>geest blijft, is &rsquo;t onheil klein.... Mijn kinderen berichtten</p>
+<p>mij over u, over uw trouwe steun</p>
+<p>in hun verlatenheid: ik dacht niet anders</p>
+<p>van u.... En hoe slaagde uw arbeid? hebt ge</p>
+<p>dat manuscript ontward?</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> O Morus, spreek</p>
+<p>niet van mijn arbeid: nietig schijnt mij, haatbaar</p>
+<p>dat delven in de mijnen van &rsquo;t verleden</p>
+<p>naar edelsteenen, terwijl in &rsquo;t vandaag</p>
+<p>het licht van een steen dreigt gedoofd te worden</p>
+<p>wiens flonkeringen ons verrukte&rsquo;, en al</p>
+<p>om niet, neen, erger dan om niet.... Ik bid u,</p>
+<p>laat mij uitspreken wat al sedert maanden</p>
+<p>schrijnt door mij, telkens wanneer mijn gedachten</p>
+<p>beroerden uw geliefde beeld. Niet ik</p>
+<p>alleen, al uw vrienden, de mannen wier</p>
+<p>wille&rsquo; in n harmonie met uw wil samen</p>
+<p>klonken, door alle levensjaren heen,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_56">56</span>
+zij zijn bedrukt, niet omdat ge gaat sterven</p>
+<p>maar om de zaak waarvoor. Het is hun zaak,</p>
+<p>&rsquo;t is d&rsquo; uwe niet. Ge moogt niet door de tijden</p>
+<p>rijzen, een mart&rsquo;laar van het roomsch geloof;</p>
+<p>gij kunt niet willen dekken met uw dood</p>
+<p>&rsquo;t verderf, dat dadig uw leven bestreed.</p>
+<p>Erasmus bidt u door mijn mond, nog and&rsquo;ren:</p>
+<p>laat het daartoe niet komen, ga op zij,</p>
+<p>buig voor den koning. Zijn wil is niet louter,</p>
+<p>&rsquo;k weet het, welt uit geen zuivre gronde&rsquo; omhoog,</p>
+<p>maar Rome&rsquo;s verzet tegen dien wil stroomt uit</p>
+<p>een lichaam, stinkend van verderf.... O keten</p>
+<p>u daaraan niet voor alle tijden vast,</p>
+<p>door d&rsquo; eenge daad, die men nooit kan herroepen,</p>
+<p>nooit uitwisschen.... verwar den klaren zin</p>
+<p>van uw leven niet door verbijsterenden</p>
+<p>troebelen dood....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> Zoon, troebel en verbijsterend</p>
+<p>zal mijn dood enkel zijn voor wie verwart</p>
+<p>d&rsquo; uiterlijke verschijning met het wezen.</p>
+<p>De dingen der wereld staan niet gelijk</p>
+<p>gij meent, tot ijz&rsquo;ren onverzoenlijkheden</p>
+<p>verstard, tegenover elkaar. &rsquo;t Wanneer</p>
+<p>en waar, vult de hoekige, harde leuzen</p>
+<p>met warme stoflijkheid: elk oogenblik</p>
+<p>vervluchtigt zich en wordt opnieuw geboren</p>
+<p>die levenswarme kern.</p>
+<p>&bdquo;Tegen den koning&rdquo; beduidt thans en hier</p>
+<p>niet vr plundring en verdomming door Rome</p>
+<p>maar verzet tegen.... een andere macht,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_57">57</span>
+een erger dreiging voor het heil der menschen.</p>
+<p>In dat verzet te vallen is geen logen,</p>
+<p>tast d&rsquo; essence van mijn leven niet aan.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> O &rsquo;k weet het wel, ik weet het wel dat gij</p>
+<p>rein zijt van hart, dat uw wil naar het goede</p>
+<p>zich richt, van zelf, als een bloem naar de zon.</p>
+<p>Wij weten &rsquo;t, maar niet alle weten &rsquo;t; Rome</p>
+<p>zal uw dood munten tot het losgeld om</p>
+<p>haar eigen verdoeming mee af te koopen;</p>
+<p>uw martlaarshoofd, zoodra de beul &rsquo;t laat vallen,</p>
+<p>oprape&rsquo; en dragen triomfantelijk</p>
+<p>voor zich uit, dat van die gebroken oogen</p>
+<p>de magische blik vele vrome zielen</p>
+<p>weer bindt aan haar....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Dat moet ik dulden, zoon.</p>
+<p>In &rsquo;t groote woelen van onze aardsche wat&rsquo;ren</p>
+<p>vloeien recht en onrecht nu alle dagen</p>
+<p>dooreen. Er zijn geen vlekkelooze zaken</p>
+<p>om voor te leven en te sterve&rsquo;: er zijn</p>
+<p>zuiv&rsquo;re harten, die ook in zaak, bevlekt</p>
+<p>door mensch&rsquo;lijke onvolkomenheid, omhelzen</p>
+<p>hun hoogste levensdroom. Mijn vijanden</p>
+<p>zullen zeker saamwerpen mijn verzet</p>
+<p>tegen den koning, met alle ongerechtig-</p>
+<p>heden, Rome verkankerend; u brengt</p>
+<p>de opstand tegen Rome saam, in d&rsquo; oogen</p>
+<p>van wie niet goed onderscheiden door haat,</p>
+<p>met de tuchtlooze wreede boerenbenden</p>
+<p>die trokken roovend moordend Duitschland door.</p>
+<p>Zoo kan elk van ons in verbond verschijnen</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_58">58</span>
+met wat hem meest mishaagt. Het mag ons niet weerhouden</p>
+<p>te doen wat ons geweten wil.</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">GRYNUS</em> Maar ook uw vrienden</p>
+<p>misprijzen uw besluit. Ziet ge die blaam</p>
+<p>van wie zoo warm u loofde&rsquo; en graag u volgden</p>
+<p>altijd, niet vr u, een waarschuwend teeken</p>
+<p>dat ge nu dwaalt?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> De blaam der lieve vrienden</p>
+<p>bedrukt m&rsquo; en breidt om mij een kille nevel</p>
+<p>waardoor ik moeilijk aadmend verder ga:</p>
+<p>Maar hij weerhoudt mij niet.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> Kan niets weerhoude&rsquo; u?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Niets. Al de wat&rsquo;ren van mijn wezen vloeiden</p>
+<p>naar dit punt samen, om van hier den sprong</p>
+<p>te nemen naar de rustiger gewesten</p>
+<p>waar nieuw hun loop begint. Een langen tijd</p>
+<p>groeie&rsquo; onze dade&rsquo; in ons om rijp te worden;</p>
+<p>rijp zijnd, vallen zij af. Zij rijzen uit</p>
+<p>de verborgene wortels van ons wezen,</p>
+<p>en worden door der wereld zon en regen</p>
+<p>gevoed. Om ze anders te maken zou</p>
+<p>&rsquo;t zelf anders moeten zijn en al het andere.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Vaarwel dan Morus. O wee, dat de worm</p>
+<p>van dit verdriet nu voortaan altijd knagen</p>
+<p>zal aan &rsquo;t beeld dat ik oprichtte in mijn hart;</p>
+<p>hem die ik levend boven allen eerde</p>
+<p>kon ik niet eeren in zijn dood.... Dat God u make</p>
+<p>het sterven licht....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> En u het leven zoet.</p>
+<p>Bedroef u niet, omdat mijn levenswil</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_59">59</span>
+verwrongen zal verschijnen aan de menschen:</p>
+<p>wij lijden nog, ook waar wij doen.&mdash;</p>
+<p>Ik bid u, laat Erasmus weten dat</p>
+<p>ik meende een andere te moeten schijnen</p>
+<p>om dezelfde te zijn. Vaarwel. <em class="dir">(Grynus af.)</em> Hoe zwaar</p>
+<p>is &rsquo;t vrienden te bedroeven!&mdash;Voor het eerst</p>
+<p>gaat hij van mij weg onvoldaan, en armer</p>
+<p>aan vreugde dan hij kwam.... &rsquo;k zag in zijn oogen</p>
+<p>neerstrijken op de velden van zijn hart</p>
+<p>de zwartgevlerkte vogel die daar lang</p>
+<p>zal broeden: doffe smart van niet te kunnen</p>
+<p>begrijpen de daden van wie wij minnen,</p>
+<p>omdat ze zijn n wezen, een ander wij.</p>
+<p>&bdquo;Hij was een goed man, maar hij stierf voor Rome,</p>
+<p>zijn dood maakte op zijn leve&rsquo; een smet&rdquo;&mdash;zoo zal</p>
+<p>Grynus mij gedenken, hij zelf zei &rsquo;t,</p>
+<p>en de gedachte voelen als een stekel</p>
+<p>prieme&rsquo; in zijn vleesch....</p>
+
+<p class="sep2"><em class="i8">&nbsp;</em>Ja zoo denken de menschen:</p>
+<p>hun denken kruipt behoedzaam langs de banen</p>
+<p>van het leven en houdt diens vaart niet bij.</p>
+<p>Het bindt de dingen samen tot een vlot</p>
+<p>en daarop zet hun traagheid zich, tevreden</p>
+<p>voortdroomend, onbekommerd of de stroom</p>
+<p>des levens ongestuim de lichte balken</p>
+<p>weer uit elkander sloeg.&mdash;Of &rsquo;t zoo moet zijn?</p>
+<p>Of mijn denkingswijs in de vuist der velen</p>
+<p>breken zou en hen laten, gelijk blinden</p>
+<p>rondtastend zonder staf? Behoeven zij</p>
+<p>starre gedachte-banden om daarin</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_60">60</span>
+de veelheid der verschijnselen te persen,</p>
+<p>en de verand&rsquo;ring vast te leggen, z</p>
+<p>zichzelf beschermend van door over-veelheid</p>
+<p>verbijsterd te worden? Wie zal &rsquo;t mij zeggen?</p>
+<p>Wie is er die het weet?</p>
+
+<p class="sep2 noind"><em class="dir">(Southwell, Palmer en Rich komen binnen.)</em></p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> Mijnheer, wil onze komst vergeven: zij is</p>
+<p>niet onze keus. &rsquo;t Hooggerechtshof belastte</p>
+<p>ons met een werk waarvan wij hopen dat</p>
+<p>gij &rsquo;t zult toerekenen die daartoe gaven &rsquo;t</p>
+<p>bevel, niet ons.</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MORE</em> Mijnheer de procureur,</p>
+<p>wat wilt ge van mij?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">SOUTHWELL</em> Wij kregen de last</p>
+<p>uw vertrek te doorzoeke&rsquo; en mee te nemen</p>
+<p>al wat wij vinde&rsquo; aan boeken en geschriften,</p>
+<p>om ze over te leggen aan het hof.</p>
+<p>Vergunt ge dat ik d&rsquo; onwelkome taak</p>
+<p>seffens volvoer&rsquo;?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> Ik heb niets te vergunnen</p>
+<p>mijnheer. Men heeft mij niet gevraagd, toen men</p>
+<p>mij pennen en papier ontnam, men zou</p>
+<p>niet luisteren, zoo ik mij nu bezwaarde.</p>
+<p>Voert gij uw opdracht uit.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">SOUTHWELL</em> Komt heeren, aan</p>
+<p>het werk.</p>
+
+<p class="st_dir">(Palmer en Rich zoeken in het vertrek en pakken de boeken en geschriften
+bijeen die Southwell doorbladert; na eenigen tijd, terwijl
+Palmer nog zoekt, wendt Rich zich tot More die rustig is blijven zitten.)</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_61">61</span>
+<em class="i3">RICH</em> Heer Thomas, ge zijt wijs</p>
+<p>en in de wetten van den staat geleerd,</p>
+<p>vergun daarom, dat ik u voorleg eene</p>
+<p>vraag die mij zeer vervult. Zoo &rsquo;t parlement</p>
+<p>tot koning van Engeland mij verklaarde,</p>
+<p>zoudt gij mij dan erkennen als koning?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Ja Mijnheer &rsquo;k zou u erkennen als koning.</p>
+
+<p class="first"><em>RICH</em> Maar stel nu &rsquo;t geval, dat het parlement</p>
+<p>een wet maakte die mij tot paus verklaarde,</p>
+<p>zoudt gij mij dan als paus erkennen?</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">MORE</em> Of</p>
+<p>stel dit ander geval eens, mijnheer Rich,</p>
+<p>dat het parlement door een wet verklaarde</p>
+<p>God niet meer God te zijn, zoudt ge u achten</p>
+<p>gebonden door zoo&rsquo;n wet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">RICH</em> Neen toch mijnheer:</p>
+<p>geen parlement heeft in geest&rsquo;lijke zaken</p>
+<p>te binden macht.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> &rsquo;t Is als gij zegt, mijnheer.</p>
+
+<p class="st_dir">(Southwell die aan &rsquo;t einde scherp heeft toegeluisterd maakt een beweging
+van teleurstelling; dan wendt hij zich tot Palmer en Rich en beduidt hun
+dat zij kunnen vertrekken).</p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> Wij hebben onzen last volvoerd, mijnheer,</p>
+<p>maar vergun mij, eer ik ga, nog een woord</p>
+<p>met u te spreken.... Ge zult weldra moeten</p>
+<p>verschijnen voor het hof.</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Ik weet het.</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">SOUTHWELL</em> Weet</p>
+<p>ge ook, waarom &rsquo;t een vol jaar duurde, eer ge</p>
+<p>werd voorgeroepen?</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_62">62</span>
+<em class="i6">MORE</em> &rsquo;k Meen het te begrijpen,</p>
+<p>maar weet het niet.</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">SOUTHWELL</em> De koning wilde u</p>
+<p>redden, tegen u zelven u beschermen:</p>
+<p>achter het fronsen van zijn ongenade</p>
+<p>leeft in zijn hart nog de lach van zijn gunst.</p>
+<p>Hij hoopte, dat g&rsquo; in eenzaamheid hervinden</p>
+<p>u zelf zoudt, tot u inkeeren.... Zijn oor</p>
+<p>boog gretig naar het eerst gemurmel over</p>
+<p>dat zou stijge&rsquo; uit de lang bevroren wellen</p>
+<p>van uwe trouw.... nog buigt hij luistrend over....</p>
+<p>Maar &rsquo;t is nu gauw te laat.... Ge zwijgt, heer Thomas?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Spreken valt te zwaar.</p>
+<p>Ik zou den koning en mij zelven gaarne</p>
+<p>besparen wat nu komt, maar mijn geweten</p>
+<p>verbiedt mij te doen gelijk hij verlangt.</p>
+<p>Is u dat nieuw?</p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> De koning laat u weten</p>
+<p>dat hij, wanneer het oordeel is gevallen</p>
+<p>niets meer vermag, om....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> De koning kan weten</p>
+<p>dat ik het oordeel, wanneer recht en wet nog</p>
+<p>gelde&rsquo; in zijn rijk, met gerustheid verwacht.</p>
+
+<p class="st_dir">(Southwell maakt opnieuw een beweging van teleurstelling en loopt eenige
+malen het vertrek op en neer, dan wendt hij zich op nieuw tot More.)</p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> Ik kan zulk een halstarrigheid niet vatten,</p>
+<p>in een vroom christen, mijnheer More, als gij:</p>
+<p>ge staat alleen met uwe weig&rsquo;ring tegen</p>
+<p>alle bisschoppen; gij, een leek,</p>
+<p>werpt door dit weig&rsquo;re&rsquo; een blaam op hun gedrag</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_63">63</span>
+in geestelijke dingen; matigt u</p>
+<p>een oordeel aan over hen wien ge zijt</p>
+<p>gehoorzaamheid in zaken des geloofs</p>
+<p>verschuldigd.... ik begrijp u niet....</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">MORE</em> Mijnheer,</p>
+<p>daden te oordeelen was eens mijn ambt,</p>
+<p>het is &rsquo;t niet meer; in de harten te lezen</p>
+<p>komt mij, een feilbaar mensch, niet toe. Ik volg</p>
+<p>den weg, dien &rsquo;k voor den goede houd, de eeden</p>
+<p>weig&rsquo;rend, en neem aan dat de bisschoppen</p>
+<p>ze zwerend, gaan den weg die hun geweten</p>
+<p>hun zegt te gaan....</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">SOUTHWELL</em> Weet ge wel dat uwe liefste</p>
+<p>vrienden uw koppigheid betreuren? Zij</p>
+<p>achten &rsquo;t onwaardig een verlichten geest,</p>
+<p>zich zoo te klampen aan een vorm, als gij doet</p>
+<p>in deze zaak....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MORE</em> Mijn vrienden hebben mooglijk</p>
+<p>mijne redenen om te weig&rsquo;ren niet,</p>
+<p>noch ik de hunne, om voor den eisch des konings</p>
+<p>te buigen &rsquo;t hoofd.... Er zijn tijden, mijnheer,</p>
+<p>waarin wie dachten in de levenszee</p>
+<p>bijeen te blijven, door machtige winden</p>
+<p>worden verstrooid en elk voor zich moet zoeken</p>
+<p>veilige reede. Dit is zulk een tijd....</p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> Wat waant ge toch weigerend te bereiken?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> En zoo alleen de vrede van &rsquo;t gemoed,</p>
+<p>lijkt u dat zoo gering een ding, dat ik</p>
+<p>daarvoor het restje van mijn aardsche dagen</p>
+<p>niet ruilen zou?</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_64">64</span>
+<em class="i2">SOUTHWELL</em> Ik ben verbaasd te hooren</p>
+<p>dat wie zoo teeder aan de zijnen hing</p>
+<p>als gij, dien vrede proeven kan, terwijl</p>
+<p>uw kind&rsquo;ren zich om u van angst verteeren.</p>
+<p>Zeg mij, Morus, verstoort nimmer uw vrede</p>
+<p>gedachte aan hun onvree? Dan moet zij</p>
+<p>zich, naar mij dunkt, hebben gehuld in dikke</p>
+<p>mantel van zelf-genoegzaamheid....</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">MORE</em> Mijn kind&rsquo;ren</p>
+<p>kunnen niet willen dat ik mijn geweten</p>
+<p>geweld aandoe voor hen....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">SOUTHWELL</em> Uw kinderen</p>
+<p>billijken niet uw redeloos vasthouden</p>
+<p>aan &rsquo;t onzalig besluit. Zij kozen niet</p>
+<p>uw zijde.... niet n hunner koos uw zijde....</p>
+<p>uw lievlingsdochter zelve, d&rsquo; edelste</p>
+<p>loot van uw stam, schaart zich tegen haar vader:</p>
+<p>zij deed den eed.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> Ik ried haar die te doen.</p>
+<p>Wat n betaamt, is niet voor allen goed:</p>
+<p>zij, jonge vrouw en moeder, kon &rsquo;t niet dragen</p>
+<p>van man en kleinen gescheiden te zijn....</p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> <em class="dir">(na een stilte)</em> Ik moet nu gaan, mijnheer. Ge moogt bedenken</p>
+<p>dat wij weer zullen samenkomen waar</p>
+<p>mijn ambt den toon van zachte overreding</p>
+<p>en hartelijken aandrang mij verbiedt....</p>
+<p>Nu ik verzekerd ben van uw verstoktheid,</p>
+<p>zal het mij lichter vallen voor &rsquo;t gerecht</p>
+<p>de volle lengte en breedte uit te meten</p>
+<p>van uwe schuld.... Tot wederziens, mijnheer. <em class="dir">(Southwell af.)</em></p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_65">65</span>
+<em>MORE</em> De laatste poging....</p>
+<p>Heden en hier werd mijn vonnis geveld....</p>
+<p>de plompe Rich en de geslepen Southwell....</p>
+<p>een vreemd verbond.... Hoe velen hebben zoo</p>
+<p>hun krachten beproefd op de taaie vezels</p>
+<p>van dit half-stukgereten hart.... De koning</p>
+<p>schaamt zich, &rsquo;t grijze hoofd van zijn ouden dienaar</p>
+<p>te doen neerrollen langs de trappen van</p>
+<p>&rsquo;t schavot.... wist ik voor hem en mij een uitweg....</p>
+<p>maar &rsquo;t moet geschieden....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">KINGSTON</em> Morus, ik ben blij</p>
+<p>de brenger te zijn van welkome tijding;</p>
+<p>uw dochter Margreet kreeg verlof u te</p>
+<p>bezoeken.... zij zal daadlijk hier zijn,.... zie,</p>
+<p>daar is zij al....</p>
+
+<p class="st_dir">(Margreet komt binnen en werpt zich in de armen van More.)</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MORE</em> Mijn trouwe kind!</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MARGREET</em> Mijn vader!</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Had ik geweten dat die vrucht voor mij</p>
+<p>te rijpen hing aan den boom van vandaag,</p>
+<p>hoe zouden mijn gedachten lang te voren</p>
+<p>daaraan hebben gefeest!</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MARGREET</em> Het heugt mij niet</p>
+<p>dat ik hier groeide....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MORE</em> Een geur als van jong gras</p>
+<p>omhing de laatste maal je haar en kleedje....</p>
+<p>Dat was mijn zomer.... tot vandaag.... Nu ligt</p>
+<p>zeker het versche hooi al op de weide</p>
+<p>gespreid voor &rsquo;t huis nietwaar? Lief hart, hoe leven</p>
+<p>de onzen?&mdash;je gezicht is klein en strak....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_66">66</span>
+<em>MARGREET</em> O laat mij zoo nog blijven zonder spreken....</p>
+<p>Ik voel de zwaarte der beklemming wijken,</p>
+<p>mijn angst wordt een onwezelijke droom.</p>
+<p>Hier is het goed en vrede.... o kon ik blijven</p>
+<p>hier bij u, vader.... Schuilen bij u.... Vader,</p>
+<p>ik ben uw eigen kind niet meer.... ik kon</p>
+<p>mijn woord niet houden, de onzen te steunen,</p>
+<p>ik had geen kracht meer, ik tast zelf naar steun....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Geen stam zoo welgeworteld, of een wind leeft</p>
+<p>die hem omwerpen kan.... geen menschehart</p>
+<p>zoo sterk, of een smart kan het overstelpen....</p>
+<p>Maar de ontwortelde stam blijft geveld,</p>
+<p>en dapper richten zich weer op de harten.</p>
+<p>Verhaal, arm kind.</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Sedert mijn kleine liev&rsquo;ling</p>
+<p>gestorven is, die ons omschaduwd leven</p>
+<p>licht maakte met zijn zilv&rsquo;ren kinderlach,</p>
+<p>heb ik mijn kloekheid niet teruggevonden.</p>
+<p>Mijn goede William houdt, met liefdesterke</p>
+<p>armen, zooveel hij kan, mij op de helling</p>
+<p>tegen naar zwart gepeins; hij draagt geduldig</p>
+<p>dat hij mij niet over u troosten kan.</p>
+<p>Dance heeft door angst en bezorgdheid verloren</p>
+<p>de speelschheid die haar zoo gevallig maakte,</p>
+<p>en sluipt een stille schim, door &rsquo;t stille huis.</p>
+<p>.... Mercy is krank.... De jongens gaan en keeren</p>
+<p>bedrukt van uitzicht, want de ooren blijven</p>
+<p>doof voor hen en de deuren dicht. Onze arme</p>
+<p>moeder weeklaagt en jammert dag en nacht:</p>
+<p>&bdquo;Thomas, Thomas, wat doet g&rsquo; ons allen aan,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_67">67</span>
+hartlooze man&rdquo;&mdash;in &rsquo;t huis dat voorheen zoemde</p>
+<p>van blij arbeidsgerucht en levensvreugd</p>
+<p>hoort men nu enkel haar snikkend geklaag</p>
+<p>door de beklemming van de stilte scheuren....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Twijfel te lijden,</p>
+<p>lang dobb&rsquo;ren op onzekerheid,</p>
+<p>maakt harten altijd flauw. Een steun</p>
+<p>komt nader, hij is ons al zeer nabij:</p>
+<p>dat wat onherroepelijk is en blijvend.</p>
+<p>Nog een weinig geduld, mijn kind....</p>
+
+<p class="first"><em class="i9"><ins id="cor_5" title="MAGREET">MARGREET</ins></em> O vader,</p>
+<p>zoo wij maar eenig waren, zoo maar allen</p>
+<p>van ons als zeker zagen dat ge doet</p>
+<p>wat goed is, al kunnen zij &rsquo;t niet doorgronden,</p>
+<p>en om u heen vlochten een ring van trouw,</p>
+<p>&rsquo;t zou niet zoo vreeslijk zijn,&mdash;maar &rsquo;k sta alleen,</p>
+<p>altijd alleen tegen hun klagend vragen</p>
+<p>waarom ge toch &rsquo;t zoete leven wegstoot</p>
+<p>van u: hun smeeken maakt mij zoo ellendig,</p>
+<p>of ik u niet mstemmen kan, die &rsquo;t dichtste</p>
+<p>leefde aan uw hart, hun verholen verwijten</p>
+<p>dat ik het nog niet deed....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Mijn dierbaar kind,</p>
+<p>&rsquo;t is liefde die hen drijft: zij is niet ziende,</p>
+<p>maar ook blinde liefde stemt zacht ons hart.</p>
+<p>Geduld: misschien gaan hun oogen nog open.</p>
+<p>O &rsquo;k weet het wel, het is voor jou het zwaarst....</p>
+<p>Is er dan niemand van de oude vrienden</p>
+<p>wiens vaste lichte hand de zwakke stengel</p>
+<p>opbinden kan van hun slaphangend hart?</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_68">68</span>
+Is er niemand, Margreet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6"><ins id="cor_6" title="MAGREET">MARGREET</ins></em> Ach vader, die</p>
+<p>ons bleven trouw&mdash;en het zijn er maar wein&rsquo;ge&mdash;</p>
+<p>zuchten, en wenden &rsquo;t hoofd af als wij spreken</p>
+<p>van u.... Zij willen onze smart niet met</p>
+<p>het koude ijzer van hun blaam beroeren</p>
+<p>maar zij begrijpen niet, wat u beweegt....</p>
+<p>er is niemand meer, die u steunt....</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">MORE</em> Mijn kind,</p>
+<p>wees daarom niet verdrietig: niemands steun</p>
+<p>kan mijn stam tegen den windvlaag beschermen</p>
+<p>die mij omwerpen gaat. O waarom springt</p>
+<p>je hart telkens zoo schichtig voor de waarheid</p>
+<p>wier schaduw valt voor onzen voet, opzij?</p>
+<p>Zie haar aan: zij is niet verschrikkelijk</p>
+<p>zoodra je haar aanziet met vaste oogen.</p>
+<p>Is de dood zulk een vreeslijk kwaad voor mij?</p>
+<p>Ik ben sinds lang nog maar van hem gescheiden</p>
+<p>door een dunne en ijle mist. Tweemaal</p>
+<p>sedert ik hier kwam scheurde die: ik zag</p>
+<p>zijn rustomkransd gelaat over het mijne</p>
+<p>gebogen en voelde geen vrees.... wl lichte</p>
+<p>droefheid toen &rsquo;t weer verdween....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MARGREET</em> O spreek niet zoo,</p>
+<p>ik kan &rsquo;t niet hooren.... Vader, mijn hart is</p>
+<p>sinds ge weg zijt, zoo dof en zwaar geworden....</p>
+<p>ik kan niet verder leven met dat doffe</p>
+<p>bezwaarde hart! O dat ge &rsquo;t nemen kondt</p>
+<p>tusschen uw hande&rsquo; en met uw warme adem</p>
+<p>weer daarin wekken d&rsquo; oude heerlijkheid</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_69">69</span>
+van hoogen drang en gloed. Die is nu dood.</p>
+<p>Moed is in mij dood.... o ik bid u, help mij, vader,</p>
+<p>geef mij een levenswoord, geef mij een woord</p>
+<p>dat ik dag en nacht als een warme zachte</p>
+<p>troost kan drukken tegen mijn borst, en voelen</p>
+<p>dringen zijn kracht in mij....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Zoo&rsquo;n wonderwoord</p>
+<p>groeit hier op aarde niet, dochter Margreet:</p>
+<p>het hart wekt in de woorden warm getril</p>
+<p>van leven, door zijn eigen levenswarmte;</p>
+<p>is het zelf kil dan blijven z&rsquo; in hem slapen</p>
+<p>als zaad in hard-bevroren aard.... Mijn kind,</p>
+<p>niemand kan voor een ander wezen voeren</p>
+<p>de worsteling tegen een smartgolf als</p>
+<p>jou overmocht; dat moet hij zelf, zijn eigen</p>
+<p>kracht moet hem weer oprichten.... Ik kan niets</p>
+<p>dan z je handen streelend, zachtjes zeggen:</p>
+<p>hef je hart op naar d&rsquo; oude helderheden,</p>
+<p>zij stralen nog....</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">MARGREET</em> Ik kan het niet.... ik kan</p>
+<p>niets voelen als die doffe zwaarte, en scheurt die</p>
+<p>de scheuten van een vreeselijke pijn....</p>
+<p>vader.... heb medelijden met ons.... Laat</p>
+<p>ons niet zoo achter.... morgen is de dag....</p>
+<p>Laat ons niet zoo verloren achter, vader....</p>
+<p>ik smeek u, doe den eed....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> <em class="dir">(na een stilte)</em><em class="i2">&nbsp;</em> Ook jij, Margreet....</p>
+<p>nu breekt de laatste staf waarop ik leunde</p>
+<p>doormidden.... waarom heb je dat gedaan....</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Vader....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_70">70</span>
+<em>KINGSTON</em> <em class="dir">(binnenkomend)</em> Vrouwe Margreet, de tijd is om.</p>
+<p>Ik liet u blijven tot het allerlaatst,</p>
+<p>maar de poorten moeten gesloten worden:</p>
+<p>ik bid u, maak een kort vaarwel.</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MARGREET</em> O vader,</p>
+<p>moeten wij dan z scheiden....</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">MORE</em> Mijn arm kind,</p>
+<p>het moet, en langer waar alleen verlenging</p>
+<p>van onze pijn. Kus moeder goedendag,</p>
+<p>groet maag en vriend van mij, zeg hun te dragen</p>
+<p>een moedig hart, en te roeme&rsquo; in de waarheid:</p>
+<p>dat is het heil. Dank die mij diende&rsquo; in trouw,</p>
+<p>en de geburen, wier hulpvaardigheid</p>
+<p>mijn hart dikwijls verheugde: geef hun allen</p>
+<p>minlijke groet.... Treur niet te zeer, mijn kind:</p>
+<p>wij zullen elkaar weerzien waar vreugd bloesemt</p>
+<p>uit alle droefheid, alle aardsche zwakheid</p>
+<p>gelouterd wordt tot kracht.</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MARGREET</em> Vergiffenis....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Mijn lieve hart, er valt niets te vergeven:</p>
+<p>het moest zoo zijn.</p>
+
+<p class="st_dir">(Margreet met Kingston af. More na lang zwijgen.)</p>
+
+<p class="sep1"><em class="i8">&nbsp;</em>Kom nu, mijn laatste vriend,</p>
+<p>kom dood en maak dit kranke hart gezond....</p>
+<p>Ik kan niet meer.&mdash;</p>
+<p>Mijn vrienden zoeken mij te wringen in</p>
+<p>het enge keurs van hun partijd&rsquo;ge meening;</p>
+<p>zij wenden zich in wrevel van mij af</p>
+<p>omdat hun wil niet mijn kompas kan wezen.</p>
+<p>Voor de mijnen ben ik een steen geworden</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_71">71</span>
+waaraan hun voet zich stoot.... Mijn liefste kind</p>
+<p>hoort als een vreemd en onverstaan rumoeren</p>
+<p>het kloppen aan van mijn hart.... Eenzaamheid,</p>
+<p>ik zag u lang genaken, eenzaamheid,</p>
+<p>en voor u sidderde mijn hart terug</p>
+<p>dat maar gedijt, wanneer het houdt n maat</p>
+<p>met and&rsquo;re harten.... sidderde terug</p>
+<p>als het u hoorde spoken door mijn hoofd,</p>
+<p>en kon u toch niet, kon u toch niet vlin....</p>
+<p>ge zijt gekome&rsquo;: onder uw looden hand</p>
+<p>krimpen mijn schouders en huivert mijn hart.</p>
+
+<p class="sep2">O dat een vrouw nu komen mocht tot mij,</p>
+<p>die sinds lang van mijn gemoed alle paden</p>
+<p>kende en trad tot de gronden van mijn hart....</p>
+<p>&rsquo;t zou zoet zijn in haar oog te lezen dat</p>
+<p>ik deed gelijk haar vertrouwen verwachtte,</p>
+<p>haar warm begrijpen als een luwe wind</p>
+<p>te voelen zacht mijn wang omspelen, drogend</p>
+<p>op mijn gelaat de klamheid van den dood....</p>
+<p>Else en ik hebben in verscheiden sfeeren</p>
+<p>altijd gewoond.... een menscheleven lang</p>
+<p>weet ik het, heb het zonder wrok gedragen....</p>
+<p>arme ziel! waarom drukke&rsquo; uw enge grenzen</p>
+<p>vandaag zoo zwaar?.... Mijn hart had n vertrouwde:</p>
+<p>als ik mij tot haar wat&rsquo;ren overboog</p>
+<p>vond ik mijn wil verzacht, verinnigd weder</p>
+<p>in &rsquo;t lout&rsquo;re willen van mijn liefste kind....</p>
+<p>Nu zendt de ziel van mijn Margreet omhoog</p>
+<p>een ander beeld.... ik kan niet meer, mij spieg&rsquo;lend</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_72">72</span>
+in haar klaarten, denken: &rsquo;t is wel met mij....</p>
+<p>Zij en Erasmus stonden mij het naast</p>
+<p>van alle wezens.... Nu denkt hij aan mij als</p>
+<p>aan een afvallige; de tijding van</p>
+<p>mijn sterven zal den stervende vervullen</p>
+<p>met bitterheid.... &rsquo;t Is droef te weten dat</p>
+<p>wij tweegespan die zoo lang najaagden</p>
+<p>eenzelfde waarheid, den dood in gaan dragend</p>
+<p>tot elkander een wrevelig hart....</p>
+<p>Mijn leven schijnt een zinnelooze leegte</p>
+<p>en ik kan niets denken als droefenis.</p>
+
+<p class="sep2">O diepe zeen, wijd-zwellende landen,</p>
+<p>begroeide ruigten tusschen ons, niet gij</p>
+<p>hebt mij van mijn oude genoot gescheiden,</p>
+<p>niet gij doet mij hem voelen ver en vreemd.</p>
+<p>IJzeren grendels en dikke gewelven</p>
+<p>van ongehouwen steen, en tralies die</p>
+<p>onwrikbaar donkert tusschen mij en vrijheid&mdash;</p>
+<p>ik ben ellendig, maar niet door uw macht.</p>
+<p>Smaadlijke dood, die dreigend vr mij staat,</p>
+<p>bijl dien ik zweven zie boven mijn hoofd,</p>
+<p>het is de vrees voor u niet, die mij martelt,</p>
+<p>maar dat ik eenzaam sterf.</p>
+<p><em class="i11">&nbsp;</em>O welk een vloed,</p>
+<p>welk een zaligheid van zongouden licht,</p>
+<p>zou stroomen langs de vaalheid dezer wanden,</p>
+<p>zoo ik maar wist, dat ergens in de wereld</p>
+<p>andere harten neigden met mijn hart;</p>
+<p>neigden in n wil, ne hoop, n blijheid....</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_73">73</span>
+Oude honger, hunkering ongestild</p>
+<p>naar een broederschap, die ik nauw kan denken,</p>
+<p>waar ik geen naam voor weet, doorwoelt ge tot het einde</p>
+<p>dit dwaze hart?</p>
+<p><em class="i6">&nbsp;</em>Ge wordt nu haast gestild;</p>
+<p>ziedaar: de gemeenschap der heiligen</p>
+<p>gaat voor u open.... zijt ge ng niet blij?</p>
+<p>neen nog niet gansch: de gemeenschap der menschen</p>
+<p>die haar wortel en stam is, stoot u uit.</p>
+
+<p class="sep2">Welk een vreemd lot is mijn lot! Tot de menschen</p>
+<p>voelde ik mij vroeg getrokken als een golf</p>
+<p>getrokken voelt om tusschen andre golven</p>
+<p>zich op te lossen in hun reidans. Maar</p>
+<p>ik bleef altijd eenzaam onder hun scharen</p>
+<p>in &rsquo;t allerdiepste, want ik vond er geen</p>
+<p>die wilde met mijn wil, zag met mijn oogen,</p>
+<p>die dacht als ik dacht dat de schande&rsquo; en smarten</p>
+<p>niet kome&rsquo; uit God, maar uit de maatschappij,</p>
+<p>en met mij wilde voorwaarts dringen naar</p>
+<p>waar smart en schande overwonnen worden....</p>
+<p>eenzame wil, eenzame golf, ga onder....</p>
+
+<p class="sep2">Er zijn er die zullen brande&rsquo; om mijn naam</p>
+<p>de wierook van hun lof, en zullen stemp&rsquo;len</p>
+<p>met het merk hunner waarheid mijn gedachtenis....</p>
+<p>Ach, zij hebben zich nooit gebogen over</p>
+<p>de bronnen van mijn hart, nimmer hun ruischen</p>
+<p>vermoed.... eenzame golf, eenzame wil....</p>
+
+<p class="sep2">Hoe droef-misvormd, Thomas More, zal uw beeld</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_74">74</span>
+voortleven in de spiegeling der tijden,</p>
+<p>onkenbaar verwrongen door lof en blaam,</p>
+<p>gelijk een onbegrepen melodie</p>
+<p>tot zinnelooze verwardheid verkeerend</p>
+<p>door plompe druk van ongevoel&rsquo;ge hand.</p>
+<p>Mij walgt daaraan te denken.... Eenzaam, eenzaam</p>
+<p>ook in den dood....</p>
+<p> Zoo ik maar wist dat eens</p>
+<p>liefdevol-begrijpende gedachte</p>
+<p>zou heenbuige&rsquo; over mijn herinnering,</p>
+<p>ik zou zoo hongerig niet sterven....</p>
+<p><em class="i14">&nbsp;</em>Ach,</p>
+<p>kon ik een mensch uit d&rsquo;ongeboren tijden</p>
+<p>den sleutel reiken tot mijn binnenst hart!</p>
+<p>Ja, had ik, gelijk dichters doen, mijn wezen</p>
+<p>gebed tusschen bloesems van schoone droomen</p>
+<p>waar het doorheen scheen, blinkend zacht voor wie</p>
+<p>dieper doordringen dan de eerste blik,</p>
+<p>en langer wijlen.... Maar dat kon ik niet....</p>
+<p>Ik heb het diepste hunk&rsquo;ren van mijn ziel</p>
+<p>niet met der schoonheid zilverdraad doorweven</p>
+<p>maar gestikt tot een bruin en nuchter web....</p>
+<p>Tusschen de bladen der Utopia</p>
+<p>daar leeft mijn wezen, als des dichters wezen</p>
+<p>in zijn gedicht....</p>
+<p><em class="i6">&nbsp;</em>En zal dan daarin niet</p>
+<p>mij vinden wie mij zoekt? Zal hij &rsquo;t wanbeeld</p>
+<p>niet afwerend, waartoe menschen mij maakten,</p>
+<p>mij oproepen uit wat ik heb gewrocht?</p>
+<p>O ja, dat zal hij.... eenmaal komt een tijd</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_75">75</span>
+dat wat nu schijnt een nest van speelsche droomen</p>
+<p>voor vele&rsquo; als klare levenswaarheid staat,</p>
+<p>waartoe hun voeten zich in maat bewegen</p>
+<p>waarnaar hun armen zich strekke&rsquo; en hun hart....</p>
+<p>O Kommunisme, als de wil tot u,</p>
+<p>een stormwind, zwelt door de wouden der menschheid,</p>
+<p>dan wordt mijn wil begrepen en bemind....</p>
+
+<p class="sep2">Verre vriend die mij toelacht door een mist;</p>
+<p>ik kan uw aangezicht niet zien, de tijden</p>
+<p>breiden hun nevel tusschen u en mij,</p>
+<p>maar &rsquo;k voel uw hand vol mild begrijpen tasten</p>
+<p>naar den klop van mijn hart.... ge vindt het, ge</p>
+<p>buigt over mij zooals een ouder broeder</p>
+<p>over zijn jonger broer; ge leest mij, onze harten</p>
+<p>neigen te zaam.... O zoet geluk, ge komt,</p>
+<p>zoete broederschap, ge komt eens voor mij....</p>
+
+<p class="sep2">De eenzaamheid, die mijn denken omhuifde</p>
+<p>met looden kap, is weg, mijn bloed stroomt vrij.</p>
+<p>Door de donkere schaduwhoeken zie &rsquo;k</p>
+<p>de lichte, vriend&rsquo;lijke gestalten zweven</p>
+<p>van maag en vriend.... Zoete herinneringen</p>
+<p>omzoemen mij, uit uren dat ik voelde</p>
+<p>in liefde met de menschen zoetst-verzaamd.</p>
+
+<p class="sep2">O zacht-geoogde vriend dier verre tijden,</p>
+<p>gij hebt den steen der eenzaamheid getild</p>
+<p>van mijn gemoed.... Ja de gedachte aan u</p>
+<p>zond God mij, dat niet met dat hongerknagen</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_76">76</span>
+in &rsquo;t hart, &rsquo;k zou scheiden van zijn lichte aarde.</p>
+<p>Nu ben ik weer blij, dat ik heb geleefd....</p>
+<p>Mijn ziel verkwikt een wonderzoete vrede,</p>
+<p>die ik in lang niet had gevoeld....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">KINGSTON</em> Mijn oude</p>
+<p>makker, het eind van uw gevangenschap</p>
+<p>is eind&rsquo;lijk&mdash;o zij &rsquo;t einde goed&mdash;gekomen;</p>
+<p>ge moet morgen verschijnen voor het hof.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Het eind wordt zeker goed, Kingston: &rsquo;k zie morgen</p>
+<p>dagen met een gerust en vrolijk hart.</p>
+
+</div>
+
+<h2><span class="pagenum" id="Page_77">77</span>
+VIERDE BEDRIJF</h2>
+
+<p class="st_loc">De Theemskade bij Londenbrug. Nacht. Aan gindsche zijde
+van de brug aan den anderen oever, ziet men flauw de
+omtrekken der stadspoort.</p>
+
+<p class="st_set">William, Grynus, later Kingston, Margreet en de nar.</p>
+
+<div class="poetry">
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Hier zijn wij waar wij moeten wezen: dit is</p>
+<p>de afgesproken plek.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">GRYNUS</em> Kingston is er</p>
+<p>nog niet....</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Maar hij komt zeker: dat &rsquo;s er een</p>
+<p>van het soort die hun woord gestand doen. Hij</p>
+<p>en gij Simon, bevriende&rsquo; ons nog; al d&rsquo;anderen</p>
+<p>verstoven na dien slag.... De nacht is geurig....</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Ja, door de zoelte hangt een geur van vlier....</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Hoe genoot hij de zomerzoete geuren</p>
+<p>van zulke nachten.... Ach Simon, ik kan</p>
+<p>het niet gelooven....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> En toch is het waar:</p>
+<p>van ginds-af ziet, verschole&rsquo; in fulpen duister</p>
+<p>zijn bloedeloos hoofd op ons neer....</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">WILLIAM</em> Afgrijslijk....</p>
+<p>o dat we enkel d&rsquo;arme geknotte romp</p>
+<p>begraven mogen, en moete&rsquo; overlaten</p>
+<p>het edelste ten prooi....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">GRYNUS</em> Stil, ik hoor schreden.</p>
+<p>Wie komt daar?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> William Kingston. Zijt gij het,</p>
+<p>mijnheer Grynus? Is niet William Roper</p>
+<p>met u?</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_78">78</span>
+<em>WILLIAM</em> Hier ben ik Kingston. Dank dat gij</p>
+<p>gekomen zijt.... wij hunkeren te hooren....</p>
+<p>En toch.... mijn hart huivert.... O Kingston,</p>
+<p>hoe ging hij op?</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">KINGSTON</em> Blijde als een kind, dat huiswaarts</p>
+<p>naar moeder keert, en even gerust.</p>
+<p>Maar o vrienden, de schande.... o de schande....</p>
+<p>Hoe kan n van ons die daarbij was, nog</p>
+<p>het licht verdrage&rsquo;.... Een getuig&rsquo;nis, gevlochten</p>
+<p>uit dikke en drieste leugens hebben zij</p>
+<p>gedraaid tot den strik, om mee te verworgen</p>
+<p>den nek, die het nobelste hart van England</p>
+<p>bond aan het beste brein.... Hoordet g&rsquo; op welke</p>
+<p>gronden het vonnis werd geveld?</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">WILLIAM</em> Alleen</p>
+<p>geruchten. Men zegt, een gekocht getuige</p>
+<p>zwoer, dat hij vader had gehoord betwisten,</p>
+<p>en honen &rsquo;s konings kerkelijk opperrecht.</p>
+<p>Is dat waar, Kingston?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">KINGSTON</em> Ja, Judas&rsquo; geslacht</p>
+<p>is nog niet uitgestorven.... ik wil trachten</p>
+<p>geregeld te verhalen, maar de woorden</p>
+<p>stokken mij in de keel.</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">WILLIAM</em> Zeg eerst of vader</p>
+<p>&rsquo;t band zijner zwijgzaamheid verbroken heeft.</p>
+<p>Opende hij hun, waarom zijn geweten</p>
+<p>te zweren hem verbood?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">KINGSTON</em> Ja William, en</p>
+<p>de reden was als wij konden verwachten</p>
+<p>van een man gelijk hij.... Kon ik in woorden</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_79">79</span>
+uitdrukken welk gevoel alle, ook de rechters</p>
+<p>deed opstaan toen hij binnen werd gebracht!</p>
+<p>Het was geen deernis met zijn lijdend wezen,</p>
+<p>zijn gebogen gestalte, moeizaam gaande</p>
+<p>geleund op eenen stok.... het was ontzag</p>
+<p>voor een milde majesteit, uitgerezen</p>
+<p>boven het leed.... Toen mijnheer Audley alvoor</p>
+<p>d&rsquo; aanklacht te lezen Morus heuschelijk</p>
+<p>begroette, en bood voor &rsquo;t laatst in naam des konings</p>
+<p>vergiffenis, hoopte ik even dat hij</p>
+<p>had toegestemd te zweeren, en &rsquo;t zoo tusschen</p>
+<p>hen was gekomen overeen. Maar rustig</p>
+<p>klonk reeds zijn antwoord door de zaal:</p>
+<p>&bdquo;Mijnheeren rechters,</p>
+<p>ik ben den koning zeer erkentelijk,</p>
+<p>maar bid tot God, dat hij in zijn genade</p>
+<p>mij helpe in mijn gezindheid te volharden</p>
+<p>tot dit flakkerlicht wordt gebluscht.&rdquo;</p>
+<p><em class="i12">&nbsp;</em>Toen wist ik</p>
+<p>dat hij zijn leve&rsquo; in handen van de rechters</p>
+<p>legde, en niets hem redden kon, dan mooglijk</p>
+<p>hun manhafte moed.... ik oude dwaas hoopte</p>
+<p>daarop....</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Ge wist toch dat de koningin</p>
+<p>zijn ondergang gezworen had.... haar willen</p>
+<p>reikt ver.</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> De rechters zetten zich, en mijnheer Southwell</p>
+<p>las d&rsquo; aanklacht voor.... Gij kent de punten?</p>
+
+<p class="first"><em class="i14">WILLIAM</em> Ja.</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Toen hij gedaan had, kreeg uw vader &rsquo;t woord</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_80">80</span>
+tot zijn verdeed&rsquo;ging, zittend, want hij had een</p>
+<p>zetel verzocht, zeggend zich te gevoelen</p>
+<p>te zwak om lang te staan.... Langs d&rsquo; eerste punten</p>
+<p>gleed hij met korte woorden heen; gekomen</p>
+<p>tot de hoofdzaak,</p>
+<p>zei hij nadrukkelijk, nimmer te hebben</p>
+<p>gezocht, n mensch met woorden te bewerken</p>
+<p>den eed te weigeren, noch n ontsloten</p>
+<p>de gronden van zijn weig&rsquo;ring. God kwam het toe</p>
+<p>en God alleen, de gedachten te richten,</p>
+<p>geen aardsche rechters mochten &rsquo;t doen. Daarom</p>
+<p>bestreed hij, dat hij door te zwijgen zich</p>
+<p>verraderlijk tegen zijn koning keerde,</p>
+<p>en zou het bestrijden zijn leven lang.</p>
+<p>Hier zag hij rond; zijn stem was weeker toen hij</p>
+<p>voortvoer: &bdquo;Ik heb in deze eigen zaal</p>
+<p>veel jaren recht gesproken, vele malen</p>
+<p>in menschelijke zwakheid mij vergist.</p>
+<p>Maar nooit&mdash;hier zocht de oogen van zijn rechters</p>
+<p>zijn vrije blik&mdash;heb ik bewust gebogen</p>
+<p>onrecht tot recht: dit maakt mij stout, een woord</p>
+<p>tot u uit innerlijken drang te spreken.&rdquo;</p>
+<p>Hij rees op, zijn gestalte strekte zich,</p>
+<p>zijn vaal, ingezonken gelaat bezielde</p>
+<p>de blos van heilgen ijver; warmte trilde</p>
+<p>door de diepere tonen van zijn stem,</p>
+<p>toen hij riep &bdquo;Rechters, ik bezweer u, rechters,</p>
+<p>o buigt het recht niet krom.&rdquo;</p>
+<p><em class="i12">&nbsp;</em>Toen ging hij kalmer</p>
+<p>weer voort, hun toonend hoe gemeenschap vergt</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_81">81</span>
+om vast te staan, zede en recht, als de steenen</p>
+<p>de kalk behoeven, te vormen een bouw;</p>
+<p>hoe zoo zij, van wie op aardsche rechters</p>
+<p>was geen beroep, nu &rsquo;t recht krombogen, dit</p>
+<p>zou zijn den bouw der maatschappij ontwrichten</p>
+<p>zoodat geen mensch meer veilig wonen kon.</p>
+<p>Rustig en zacht besloot hij: &bdquo;ge weet wel</p>
+<p>dat ik mijn leven niet terug wil winnen</p>
+<p>als in een kansspel uit uw hand. Ik heb</p>
+<p>mijn anker reeds gelicht, en merk den stroom</p>
+<p>mij voeren naar de wijde wateren</p>
+<p>der eeuwigheid. Maar gij blijft en het volk</p>
+<p>van Eng&rsquo;land blijft: voor u zelf pleit ik, en voor</p>
+<p>dat volk. Moog God van uw hoofden afwenden</p>
+<p>dit erge doen.&rdquo; Toen zonk hij in zijn zetel</p>
+<p>terug, en sloot d&rsquo; oogen....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">GRYNUS</em> Leken de rechters</p>
+<p>ontroerd?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Een mompelen ging tusschen hen</p>
+<p>en ik ving enk&rsquo;le woorden op die deden</p>
+<p>opscheemren voor mijn hart een zweem van hoop.</p>
+<p>&bdquo;Wij kunnen niet&rdquo;.... &bdquo;er is geen grond&rdquo;.... &bdquo;het schuldig</p>
+<p>sterft op de tong&rdquo;.... maar mijnheer Southwell trad</p>
+<p>naar voren, en ik zag op zijn gluipgezicht</p>
+<p>een lachje van boosaardig triomfeeren</p>
+<p>en voelde mij verstijven, want ik kende</p>
+<p>hem voor een nijdaard, Morus slecht gezind.</p>
+<p>Met effen stem vroeg hij het hof verlof</p>
+<p>hun alsnog voor te stellen een getuige</p>
+<p>die zelf gehoord had &rsquo;t schennend woord ontvallen</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_82">82</span>
+aan Morus&rsquo; lip. Ik geef mijn hoofd, Grynus</p>
+<p>zoo die getuigenis niet was te voren</p>
+<p>bekonkeld tusschen hen....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">GRYNUS</em> &rsquo;t Is zeer waarschijnlijk,</p>
+<p>maar ik bid u, ga voort....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">KINGSTON</em> De getuige</p>
+<p>werd vrgebracht, een zek&rsquo;re Rich. Hij zwoer</p>
+<p>waarheid te zeggen, en dischte op den rechters</p>
+<p>dit dwaas verhaal. Hoe hij onlangs in opdracht</p>
+<p>tot Morus ging, met Southwell en een klerk,</p>
+<p>zijn kerker te doorzoeken naar geschriften;</p>
+<p>en terwijl d&rsquo; anderen zochten, vroeg hij</p>
+<p>More tot een vraag verlof, te weten:</p>
+<p>zoo &rsquo;t parlement hem, Rich, tot koning maakte,</p>
+<p>of More hem dan erkennen zou. En Morus</p>
+<p>zeide van ja. Toen vroeg Rich verder, of</p>
+<p>zoo het parlement hem tot paus verklaarde</p>
+<p>More hem als paus erkennen zou. Maar Morus</p>
+<p>antwoordde, vragend op zijn beurt, of zoo</p>
+<p>het parlement God niet meer God verklaarde</p>
+<p>te zijn, hij Rich, zich reek&rsquo;nen zou gebonden</p>
+<p>aan zoo&rsquo;n besluit. En Rich &bdquo;wel zeker niet,</p>
+<p>geen parlement had macht dat te bepalen.&rdquo;</p>
+<p>Waarop More &bdquo;evenmin, een wereldsch vorst te maken</p>
+<p>tot hoofd der christenheid.&rdquo;</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> En deze plompe leugen</p>
+<p>nam het hof aan als een bewijs van schuld!....</p>
+<p>Niet te gelooven.... Wat antwoordde Morus?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Hij bracht den rechters in herinnering</p>
+<p>hoe hij alree verklaard had, en &rsquo;t bezworen,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_83">83</span>
+nooit te hebben aan eenig mensch ontsloten</p>
+<p>in deze zaak, de gronden van zijn hart,</p>
+<p>en bad hen te bedenken, dat zoo hij</p>
+<p>een man was, die met eeden speelde als waren &rsquo;t</p>
+<p>ballen, hij niet vr hen zou staan, maar zeet&rsquo;len</p>
+<p>tusschen hen in &bdquo;Immers slechts een eed scheidt mij</p>
+<p>als u bekend is, van mijn ouden staat.&rdquo;</p>
+<p>Ik zag bij &rsquo;t woord sommigen van de rechters</p>
+<p>de oogen neerslaan, als beschaamd.</p>
+<p>Toen, zich wendend naar waar Rich stond, sprak hij</p>
+<p>verder, niet in toorn, maar gestreng van wezen:</p>
+<p>&bdquo;Ik heb eeden altijd gehouden heilig,</p>
+<p>en daarom mijnheer Rich, bedroeft mij meer</p>
+<p>uw meineed nu, dan mijn bedreigde leven.</p>
+<p>Ik ken u sinds de dagen van uw jeugd,</p>
+<p>&mdash;wij woonden immers in hetzelfde kerspel&mdash;</p>
+<p>als een lichtzinnig mensch, een erge speler,</p>
+<p>en nimmer hield ik u voor eenen man</p>
+<p>dien ik, of dien een ander zou verkiezen</p>
+<p>tot zijn vertrouweling.&rdquo;</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">WILLIAM</em> Antwoordde Rich?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> O neen, met een uitdagend lachje hoorde</p>
+<p>hij &rsquo;t streng-klinkend woord van uw vader aan,</p>
+<p>en haalde, toen die zweeg, de schouders op</p>
+<p>als vond hij zich te goed hem te weerspreken.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Verdorven hart, is in u alle schaamte</p>
+<p>dan dood?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Schaamte? &rsquo;k wed, hij zal morgen pralen</p>
+<p>met zijn meineed als zijn verdienste.... Mompelt</p>
+<p>men niet, dat hij eerstdaags geadeld wordt...</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_84">84</span>
+Maar gij verlangt verder te hooren.... Als</p>
+<p>merkte hij niet het ergelijk gebaar</p>
+<p>van den ellend&rsquo;ling, wendde tot de rechters</p>
+<p>Morus zich weer, met vaste klare stem</p>
+<p>vragend, of dit hun toescheen geloofwaardig,</p>
+<p>dat hij, een oud man, in de school des levens</p>
+<p>geoefend in lange geslotenheid,</p>
+<p>zou hebben geopend &rsquo;t geheime boek</p>
+<p>van zijn geweten, dat hij niemand toonde</p>
+<p>&mdash;ook niet den trouwste&rsquo; en meest vertrouwden vriend&mdash;</p>
+<p>aan een nietswaardig mensch, dobb&rsquo;laar en drinker,</p>
+<p>dien hij laag achtte en waartoe niets hem dreef.</p>
+<p>Hij bracht hun in herinnering, hoe de koning</p>
+<p>had uitgezonden tot hem, in zijn kerker,</p>
+<p>veelmalen, mannen van beproefd verstand,</p>
+<p>opdat hun schranderheid hem zou ontlokken</p>
+<p>zijn welbewaard geheim&mdash;maar steeds vergeefs.</p>
+<p>&bdquo;Houdt ge het dan voor mogelijk,&rdquo; besloot hij,</p>
+<p>&bdquo;dat waar zoovele goede schutters waren</p>
+<p>afgedeinsd, en hadde&rsquo; alle &rsquo;t doel gemist,</p>
+<p>zoo plomp een hand zou zijn bij d&rsquo; eerste poging</p>
+<p>geslaagd?&rdquo;&mdash;O vrienden ik had het wel willen</p>
+<p>uitschreeuwen, willen roepen tot de rechters:</p>
+<p>zie waarheid op dit voorhoofd zeet&rsquo;len, hoor</p>
+<p>haar klank die hartgrondige stem doorgulden;</p>
+<p>en zie dan daarheen, naar dat driest gezicht,</p>
+<p>waar alle lage drifte&rsquo; op achterlieten</p>
+<p>hun slijm&rsquo;rig spoor.... Kunt ge in trouwe &rsquo;t een</p>
+<p>getuigenis tegen het ander wegen?</p>
+<p>Maar ach, ik zweeg....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_85">85</span>
+<em class="i5">WILLIAM</em> Wat had het ook gegeven!....</p>
+<p>Sprak een der rechters nog aan de getuig&rsquo;nis</p>
+<p>van Rich zijn twijfel uit?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">KINGSTON</em> Geen. Mijnheer Audley</p>
+<p>rees, zeggend dat nu uw vader de faam</p>
+<p>van den getuige aantastte, hij moest vragen</p>
+<p>Southwell, of die iets had gehoord....</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">WILLIAM</em> Maar Southwell</p>
+<p>had gewis niets gehoord....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">KINGSTON</em> Southwell bezwoer</p>
+<p>zijn aandacht was hij zoo bij zijn taak geweest,</p>
+<p>dat niets tot hem drong van hun beider spreken.</p>
+<p>Maar snel rees Morus op, en weder klonken</p>
+<p>zijn strenge woorden door de dompe zaal:</p>
+<p>&bdquo;Southwell, waarom bevlekt gij uw geweten</p>
+<p>met valsch te zweren?&rdquo;; en hij verhaalde hoe</p>
+<p>hij den leugenaar had gemerkt, begeerig</p>
+<p>happend naar &rsquo;t woord, dat hem More zou verderven,</p>
+<p>gespannen luistren, en toen &rsquo;t uitbleef, den</p>
+<p>schurk had gezien met een gebaar van wrevel</p>
+<p>zich afwenden, of hij &rsquo;t niet kroppen kon.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Zei Southwell iets?</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">KINGSTON</em> Hij veinsde niet te hooren,</p>
+<p>verdiept in zijn papieren, maar ik zag</p>
+<p>zijn gezicht vertrekken en zich verharden</p>
+<p>tot een masker van haat.... Het was de beurt</p>
+<p>nu aan zijn slangenrede.... ik bid u, laat</p>
+<p>mij u bespare&rsquo; en besparen mijzelven</p>
+<p>dat glinst&rsquo;rend web van boosaardige leugens</p>
+<p>weer uit te spreiden.... &rsquo;t walgt me....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_86">86</span>
+<em class="i10">WILLIAM</em> Enkel dit:</p>
+<p>waagde hij het, zich te beroepen op</p>
+<p>de Judas-getuig&rsquo;nis van dien meineedge?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Hij waagde het. Schaamteloos was de wijze</p>
+<p>waarop hij uw vader hoonde, met woorden</p>
+<p>groen van venijn. Zie die spotter, sprak hij,</p>
+<p>staande bij hen die Rome felst bestookten</p>
+<p>weleer vooraan.... maar nu zijn koning, die</p>
+<p>twintig jaar lang met de room zijner gunsten</p>
+<p>hem heeft gevoed, zijn hulp behoeft, zie, nu</p>
+<p>verschuilt hij achter Rome en haar geboden</p>
+<p>zijn verraderlijk hart....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">WILLIAM</em> Ellendeling!</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Ik vreesde dit.... Antwoordde Morus nog</p>
+<p>op deze rede?</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">KINGSTON</em> Hij verklaarde</p>
+<p>dat hij eerst na het oordeel spreken zou.</p>
+<p>De rechters trokken zich terug tot hunne</p>
+<p>beraadslaging.... een doffe zwaarte lag</p>
+<p>over de broeiing van den heeten noen</p>
+<p>waar vliegen droomerig doorgonsden.... soms</p>
+<p>hoorde men even een gedempt gefluister</p>
+<p>als was er tusschen ons een doode.... More</p>
+<p>had het gelaat in de handen verborgen</p>
+<p>en peinsde of bad.... Ik weet niet of het lang was</p>
+<p>dat wij wachtten.... de tijd bestond niet meer,</p>
+<p>niets bestond als een doffe</p>
+<p>knaging van onrust en benauwenis.</p>
+<p>Eindelijk hoorden wij schreden, de rechters</p>
+<p>keerden door de holle gangen terug.</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_87">87</span>
+Stappen naderden, deuren sprongen open,</p>
+<p>en &rsquo;k las op de schuldbewuste gezichten</p>
+<p>hun eigen schande. Audley stelde de vraag,</p>
+<p>en zesmaal spitsten zich de droge lippen</p>
+<p>tot het gruwelijk onverzoenbaar woord</p>
+<p>dat toonloos zonk in de beklemde stilte:</p>
+<p>&bdquo;schuldig&mdash;schuldig&mdash;schuldig&mdash;schuldig&mdash;schuldig&mdash;</p>
+<p>schuldig.&rdquo;&mdash;Zes malen kromp mijn hart ineen.</p>
+<p>Ik zag naar uwen vader, waar hij zat:</p>
+<p>een licht van troosting, vrede en klaarheid straalde</p>
+<p>van dat ontspannen rustig-mild gelaat.</p>
+<p>Toen kwam het vonnis, en wij huiverden</p>
+<p>bij de klank van die vreeselijke woorden:</p>
+<p>&bdquo;zal met gloeiende tangen eerst genepen</p>
+<p>dan &rsquo;t hart hem worden uitgerukt,&rdquo; maar toen</p>
+<p>volgde dat de koning in zijn genade</p>
+<p>het tot onthoofding had verzacht;&mdash;hoe licht</p>
+<p>getroost is toch de mensch in zijn ellende:</p>
+<p>wij voelden iets verruimd.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">WILLIAM</em> En vader?</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">KINGSTON</em> Hij</p>
+<p>rees op, en met zachte heldere stem,</p>
+<p>als waren wij allen bijeen in vrede,</p>
+<p>begon hij te spreken, zeggend alleen</p>
+<p>zoolang met zwijgzaamheid te hebbe&rsquo; omsloten</p>
+<p>zijn lip, uit vrees dat vervolging hem vinden</p>
+<p>mocht zwak, en klein van hart,</p>
+<p>want hij voelde &rsquo;t in zich niet onvervaard</p>
+<p>gelijk de martelaren die getuigend</p>
+<p>uitlokken lijde&rsquo; en gaan ten jubeldood,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_88">88</span>
+en &rsquo;t scheen hem hoogmoed toe door eigen doen</p>
+<p>op zich te laden, wat hij tot het einde</p>
+<p>misschien niet standvastig zou dragen....</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">WILLIAM</em> O vader,</p>
+<p>dat &rsquo;s uw ootmoed&rsquo;ge zin.... Ach, Kingston, wij</p>
+<p>vielen hem hard, omdat hij zijn vertrouwen</p>
+<p>weghield voor ons....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">KINGSTON</em> Na die bekentenis</p>
+<p>verklaarde hij met mannelijke woorden</p>
+<p>waarom hij niet kon zweeren, sprekend uit</p>
+<p>wat nu in Engeland alle rechtschapen</p>
+<p>harten denken, maar niemand zegt:</p>
+<p>hoe koning Hendrik de hervorming niet</p>
+<p>tot stand wil brengen om de kerk te rein&rsquo;gen,</p>
+<p>maar uit belustheid op het goed der kerk,</p>
+<p>en hoe de geestelijken die hem steunen</p>
+<p>als hem beweegt begeerlijkheid&mdash;of vrees.</p>
+<p>Hier zweeg hij even, over zijn gezicht</p>
+<p>trok donk&rsquo;re schaduw toen hij voortvoer: &bdquo;nu</p>
+<p>zullen de kloosters worden opgeheven,</p>
+<p>der armen wett&rsquo;lijk erfdeel, hun geschonken</p>
+<p>tot de verlichting van hun lange nood,</p>
+<p>wordt hun ontgrist door gewelddaad&rsquo;ge handen;</p>
+<p>de borsten waaraan &rsquo;t arme volk zich laafde</p>
+<p>verdrogen: hoor ze krijten van den dorst.&rdquo;</p>
+<p>Weer zweeg hij; zijn wezen versomberde</p>
+<p>een nieuwe vlaag van aanstormende smart:</p>
+<p>hij sidderde, zijn wijd-gesperde oogen</p>
+<p>schenen achter de hoofden van de rechters</p>
+<p>een ontzetting te zien; en haar bedreiging</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_89">89</span>
+beefde in &rsquo;t schrille stijgen van zijn stem:</p>
+<p>&bdquo;ik zie de duizenden, die veilig leefden</p>
+<p>op &rsquo;t kloostergoed, worden door nieuwe heeren</p>
+<p>verjaagd om plaats te maken voor de schapen;</p>
+<p>ik zie &rsquo;t reed&rsquo;looze vee vreten de menschen,</p>
+<p>ik zie de troepen hongerige zwervers</p>
+<p>dolen over &rsquo;t land;&mdash;ik zie de zweepen dalen</p>
+<p>en weer opspringen in der beulen vuist,</p>
+<p>en de galgen niet ophouden te dragen</p>
+<p>hunner verschrikking vreemd-bengelende bloem&rdquo;:</p>
+<p>en, als den hemel nemend tot getuige</p>
+<p>hief hij de armen hoog &bdquo;dat heet hervorming,</p>
+<p>o monsterlijke, monsterlijke leugen,</p>
+<p>hemeltergend onrecht, zaad van langen haat&rdquo;....</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> O vader, vader, liefde tot de armen</p>
+<p>dreef u in den dood....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">GRYNUS</em> Ja dat was het,</p>
+<p>en ik merkte het niet....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">KINGSTON</em> Toen hij &rsquo;t gemoed ontlast had</p>
+<p>effende zich zijn weze&rsquo; opnieuw tot vrede;</p>
+<p>een klare zilvervlam brandde zijn stem.</p>
+<p>Hij wist wel, zei hij, dat n steen niet stuiten</p>
+<p>kan losgebroken stroom: hem overstelpen</p>
+<p>de wateren. En hij, die schier alleen</p>
+<p>zich stelde in den weg van &rsquo;t vorstlijk willen</p>
+<p>moest zoo worde&rsquo; overstelpt en ondergaan.</p>
+<p>Maar dat men onrecht niet kon keeren was</p>
+<p>nooit rede om niet tegen onrecht te strijden:</p>
+<p>&bdquo;niet alle strijders kunnen zegen oogsten,</p>
+<p>maar alle kunne&rsquo;, onrecht weerstaande, nader</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_90">90</span>
+brengen uw dag, gerechtigheid, op aard.&rdquo;</p>
+<p>Hij zei dit zacht, als beschaamd voor de and&rsquo;ren</p>
+<p>die niet hadden weerstaan.</p>
+<p>Maar ik voelde wereldsche eere, praal</p>
+<p>van weidsche daden en wapenenluister</p>
+<p>verbleeke&rsquo; en zinken naast dit simpel woord,</p>
+<p>zich stil ontvouwend als een zilv&rsquo;rig bloeisel</p>
+<p>hoog aan den stengel der recht-oppe daad.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Sprak hij nog meer?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">KINGSTON</em> Zijn rechters aanziend met</p>
+<p>een glimlach die zoet als olijventwijg</p>
+<p>boven de bitterheid van dat uur zweefde</p>
+<p>zei hij hun mild vaarwel. Hij bad hen, hem</p>
+<p>te willen gedenken in hun gebeden</p>
+<p>niet als den man dien zij daar vonnisten,</p>
+<p>maar als den makker, wiens beeld vr hen rees</p>
+<p>uit heugnis van veel zacht-gesleten uren</p>
+<p>die mensch binden aan mensch. Eens zouden zij</p>
+<p>en hij weer samenkomen waar de draden</p>
+<p>van hun verwarde willen zeker gingen</p>
+<p>zich effenen tot glanzend vreugde-web.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Niet meer?</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">KINGSTON</em> Ja toch: hij liet den koning weten</p>
+<p>dat Morus, met dankbaar hart oude dagen</p>
+<p>gedenkend, zonder wrok ging in den dood.</p>
+<p>Dat was het laatste.</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">WILLIAM</em> Hij heet een verrader!</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> En toen gaf mijnheer Audley mij bevel</p>
+<p>om More terug te voeren naar den Tower</p>
+<p>te lijden daar den dood als &rsquo;t vonnis wou.</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_91">91</span>
+De rechters gingen heen....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">WILLIAM</em> Mijn arme Kingston,</p>
+<p>moest gij dat zijn?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">KINGSTON</em> William, ik weet niet of</p>
+<p>hemelsche boodschappers nog tot de menschen</p>
+<p>dalen om hen te sterken met hun am.</p>
+<p>Maar zoo &rsquo;t geschiedt stond zulk een hemelling</p>
+<p>vast, door ons ongezien, achter uw vader</p>
+<p>hem toewuivend op blanke wiek gen.</p>
+<p>Want toen ik tot hem trad, en droefheid mij</p>
+<p>zoo overmande, dat ik luid uitsnikte</p>
+<p>of dit zou zijn de laatste dienst dien ik</p>
+<p>ging aandoen den beminden man, de laatste</p>
+<p>bloem die veeljaarge plant van vriendschap dreef,</p>
+<p>sloeg hij zijn arm vertroostend om mijn hals,</p>
+<p>en lachte mij mild-bemoedigend toe.</p>
+<p>&bdquo;Kingston,&rdquo; zei hij &bdquo;wees welgemoed man, laat</p>
+<p>uw hart zich niet bezwaren om uw last;</p>
+<p>mij behaagt wl dat gij me zult geleiden,</p>
+<p>oude vriend, naar de poort der eeuwigheid.</p>
+<p>Ik ga, zegenend onze goede aarde,</p>
+<p>maar blijde dat het is mijn tijd te gaan,</p>
+<p>want ik heb uitgestaan veel moeienissen&rdquo;.</p>
+<p>Toen omhelsde hij mij, en wie ons beide</p>
+<p>daar zag, die had gezworen hem den trooster,</p>
+<p>en mij, afwachtend smadelijken dood!</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Wij zijn &rsquo;t die troost behoeven, niet meer hij....</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Ach, een afscheid is hem nog zwaar gevallen....</p>
+<p>Vrouwe Margreet verhaalde u wis, hoe zij</p>
+<p>opwachte zijn terugweg, en zich wierp</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_92">92</span>
+tusschen de mannen van de wacht? Ik wist niet</p>
+<p>dat zulke kloekheid wonen kan in &rsquo;t schuchter</p>
+<p>gemoed van een teedere vrouw....</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">WILLIAM</em> Margreet</p>
+<p>heeft haars vaders wezen gerfd; ook zijne</p>
+<p>groothartigheid.... wij alle steune&rsquo; op haar....</p>
+<p>ik kan niet denken wat mijn leven wezen</p>
+<p>zou zonder dezen steun.... Zeg mij, Kingston</p>
+<p>hoe was het mooglijk dat zij tot hem drong</p>
+<p>ondanks de wacht, dat al die hellebarden</p>
+<p>haar niet stuitten, een wapenlooze vrouw?</p>
+<p>Was het verrassing? Weken z&rsquo; uit erbarmen?</p>
+<p>Zij zelf weet niets, zegt ze, als dat vaders aanschijn</p>
+<p>riep tot haar, van ver, en zoo&rsquo;n grooten drang</p>
+<p>haar overmocht, om hem nog ns te kussen</p>
+<p>dat vrees en schuwheid van haar lieten, en zij</p>
+<p>gezogen werd naar waar hij stond....</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">KINGSTON</em> Ik kan</p>
+<p>u dit alleen maar zeggen, William; wij</p>
+<p>hoorden, toen wij onder den Tower landden</p>
+<p>een stem die riep &bdquo;vader,&rdquo; en weer &bdquo;vader.&rdquo; </p>
+<p>Zulk een angst van verlangen zwol daarin</p>
+<p>dat allen stilhielden en het hoofd wendden,</p>
+<p>naar dien roep als van een verschrikte vogel</p>
+<p>die om zijn jongen krijt. Ik zag haar staan,</p>
+<p>de armen voor zich uitgestrekt, en naast haar</p>
+<p>uws vaders oude nar met het vroegwijze</p>
+<p>kindergezicht, toen vreemdvertrokken grijnzend</p>
+<p>in smartelijken lach. Ik hoorde hem</p>
+<p>schreeuwen: &bdquo;nu vrouwe,&rdquo; en zag hem voorwaarts storten</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_93">93</span>
+tusschen de pieken, zij hem na. Maar even</p>
+<p>verdween z&rsquo; in wriemling van wapens en lijven,</p>
+<p>toen zag ik haar weer, ijlings verder schietend</p>
+<p>als tusschen gouden flikk&rsquo;ringen een visch.</p>
+<p>Zij dook op aan de zijde van uw vader</p>
+<p>hing als een drenkeling hem om den hals....</p>
+<p>Mijn oude oogen loopen weder over</p>
+<p>bij de herinnering....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">GRYNUS</em> Meent ge dat Morus</p>
+<p>blij was zijn lieveling nog eens te zien,</p>
+<p>of viel &rsquo;t hem zwaar?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">KINGSTON</em> Mij scheen &rsquo;t dat vreugde en droefheid</p>
+<p>streden in hem. Toen zij viel in zijn armen</p>
+<p>zag ik een glans verhelderen zijn edel</p>
+<p>ontvleescht gelaat, en een oneindig-teed&rsquo;ren</p>
+<p>blik uit zijn milde grijze oogen glijden</p>
+<p>over haar zachtgebogen hoofd. Maar plots</p>
+<p>doorschokte hem een siddering, hij klemde</p>
+<p>de lippen saam, als een man die verbijt</p>
+<p>een felle pijn. Toen schudde hij meewarig</p>
+<p>het hoofd, en streelde haar en kuste haar</p>
+<p>en maakte haar armen voorzichtig los</p>
+<p>van om zijn hals. Hij hield haar van zich af</p>
+<p>rondziende, als zocht hij wie haar weg kon voeren.</p>
+<p>Maar toen zij voor de tweede maal zich klampte</p>
+<p>aan hem, zacht-kreunend, zag ik op zijn voorhoofd</p>
+<p>de druppels paarlen van den bangen strijd</p>
+<p>en aan zijn wimpers hingen zware tranen.</p>
+<p>Even aarzelde hij, toen overbuigend</p>
+<p>tot haar, fluisterde hij dicht aan haar oor</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_94">94</span>
+wat geen onzer verstond, maar met een schok</p>
+<p>kwam z&rsquo; overend, kuste hem en verdween</p>
+<p>als zwolg de grond haar op.... Wij gingen verder.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Hij vroeg haar een belofte te gedenken</p>
+<p>die zij hem eenmaal deed.... Haar grootste schat</p>
+<p>is een verfrommeld briefje, in haast geschreven</p>
+<p>dat hij haar deed zenden, vlak voor het end.</p>
+<p>Hij roemt haar daarin zijn dappere kind</p>
+<p>die hij nooit z als in het uur beminde</p>
+<p>dat zij voor het laatst hem hing om den hals,</p>
+<p>want hem behaagde boven maat als liefde</p>
+<p>alle wereldsche bloheid overwint.</p>
+<p>Er komt over haar een wondere blijheid</p>
+<p>als zij &rsquo;t herleest....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">KINGSTON</em> Het heeft zoo moeten wezen,</p>
+<p>maar waarom is voor &rsquo;t hart een duist&rsquo;re zee....</p>
+<p>Het ziet de vrucht niet blinken van zijn lijden,</p>
+<p>en vruchtloos lijden van goeden en wijzen</p>
+<p>onthutst het hart.</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> Misschien dat vruchten rijpen</p>
+<p>die wij niet zien....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">KINGSTON</em> Zeg mij William, is &rsquo;t waar</p>
+<p>dat gij het vaderlijk erf moet verlaten?</p>
+<p>Beval de koning &rsquo;t waarlijk?</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">WILLIAM</em> Hij beval &rsquo;t.</p>
+<p>Kingston, wij mogen niet meer wonen waar</p>
+<p>zijn beeld oprijst uit de vertrouwde steenen</p>
+<p>en alle dingen spreken met zijn stem.</p>
+<p>De wraak der machtigen verslaat ons, maar</p>
+<p>n troost houdt mij staande in het bitter zwerven</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_95">95</span>
+dat nu begint: ik wil het aardsche doen</p>
+<p>van onzen heilige gaan nederschrijven</p>
+<p>in een getrouw relaas: zoo zal zijn geest</p>
+<p>voortleven, en de komende geslachten</p>
+<p>ten voorbeeld zijn....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">GRYNUS</em> Maar zult ge ook vermogen</p>
+<p>d&rsquo; eigenste kern en <ins id="cor_7" title="klankleur">klankkleur</ins> van dien geest</p>
+<p>in woord te beelden? &rsquo;k voel in hem een wezen</p>
+<p>dat ons allen ontgaat.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">KINGSTON</em> Ja, niemand onzer</p>
+<p>doorziet hem gansch. Onze zielen begrijpen</p>
+<p>van zijn ziel &rsquo;t stuk, waar eigen kracht toe reikt;</p>
+<p>zoo zult ook gij, mijn goede William, beelden</p>
+<p>wat ge van hem verstaat.</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">GRYNUS</em> Zijn eigen werken</p>
+<p>beelden hem beter dan een onzer &rsquo;t kan.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Kingston, ge weet, de koning gaf verlof</p>
+<p>dat wij zijn arme romp begraven mogen....</p>
+<p>zij noemen &rsquo;t gunst.... Vrouwe Margreet verweent</p>
+<p>haar oogen van verlangen, eens te koest&rsquo;ren</p>
+<p>nog, en te bedden zacht zijn wreedgeschonden hoofd.</p>
+<p>Weet gij een weg, Kingston?</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">KINGSTON</em> Mijn beste William,</p>
+<p>ik heb daartoe geen macht. Kom: &rsquo;k hoor de hanen</p>
+<p>de komst verkonden van den nieuwen dag.</p>
+<p>Hoe leeg en kil rijst hij, hoe arm aan vreugde!</p>
+<p>Ja, leven is somtijds een zware vracht.</p>
+<p>God sterke u, William, en de uwen allen;</p>
+<p>ge ziet mij spoedig weer.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">WILLIAM</em> Dank voor uw komen,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_96">96</span>
+Kingston, en steun ons verder met uw trouw. <em class="dir">(Kingston af.)</em></p>
+<p>Kom keeren wij ook huiswaarts Simon: wis</p>
+<p>waakt mijn Margreet, wachtend van mij te hooren</p>
+<p>wat Kingston heeft verhaald.</p>
+
+<p class="st_dir">(William en Grynus af&mdash;Margreet en de nar komen
+van de andere zijde op; de nar spiedt behoedzaam rond.)</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">DE NAR</em> Vrouwe Margreet,</p>
+<p>zet u hier, en wacht totdat ge zult hooren</p>
+<p>driemaal herhaald, het krassen van een uil.</p>
+<p>Kom dan en stel u rechts onder de poort</p>
+<p>en houdt uw voorschoot op.... wij zullen slagen.</p>
+<p>Wees niet vervaard: wie ons bevrienden houden</p>
+<p>wacht op de brug....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Goede nar, wees gerust.</p>
+<p>Mijn hart bonst, maar niet in vervaardheid, enkel</p>
+<p>van verlangen, en dat wordt dra gestild.</p>
+<p>Ga, haast u: voor de tweede maal al kraaiden</p>
+<p>de hanen en de nacht wordt dun. <em class="dir">(de nar verdwijnt.)</em></p>
+<p><em class="i14">&nbsp;</em>Ik dank u</p>
+<p>God, dat het liefste hoofd nog eens zal rusten</p>
+<p>gelijk het deed zoo vaak, in dezen schoot.</p>
+
+</div>
+
+<p class="sep2 cent">EINDE</p>
+
+<h2><span class="pagenum" id="Page_97">97</span>
+HISTORISCHE AANTEEKENING<br />
+OVER THOMAS MORE</h2>
+
+<p>Op het einde der 15de en het begin der 16de eeuw vonden in Engeland
+ingrijpende veranderingen plaats in het ekonomische en sociale
+leven. De oude feudale verhoudingen raakten in verval, het voornaamste
+bestaansmiddel, de landbouw, werd gerevolutioneerd door
+het opkomen van een stand van vrije kapitalistische pachters en door
+den snellen overgang van graanbouw tot veeteelt, die voor den adel
+voordeelig was. Het vroegere feudale landbouw-bedrijf had behoefte
+gehad aan zooveel mogelijk arbeidskrachten, aan vele menschen op
+het land, het nieuwe kapitalistische bedrijf had behoefte aan zooveel
+mogelijk land en zoo min mogelijk menschen, aan het uitsparen van
+arbeidskrachten. De heeren stalen op groote schaal de gemeente-landerijen,
+verklaarden deze tot privaatbezit en verdreven de boeren; in
+korten tijd verdwenen tienduizenden boerenbedrijven. Ten gevolge
+van deze geweldadige onteigening ontstond een talrijk overtollig
+proletariaat. Er was geen industrie in-opkomst, dus geen behoefte aan
+arbeidskrachten, er waren geen kolonin die dit proletariaat konden
+opzuigen, het vond geen ander bestaansmiddel dan bedelen of stelen.
+Een barbaarsch-strenge wetgeving trachtte de landloopers uit te
+roeien door ze onmenschelijk streng te straffen; gedurende de regeering
+van Hendrik VIII werden 72.000 groote en kleine dieven
+ter dood gebracht. Maar door bloedwetten kon het vraagstuk der
+armoede als sociaal verschijnsel niet worden opgelost.</p>
+
+<p>De algemeene nood gaf nieuw voedsel aan de oud-christelijke overlevering
+van gemeenschappelijk bezit der verbruiks-middelen, de
+kettersche communistische sekten der Lollarden en der Wederdoopers
+vonden vele aanhangers onder de arme klassen. Maar dit
+<span class="pagenum" id="Page_98">98</span>
+vage communisme geboren uit vertwijfeling over de ellende des
+levens, bevatte geen enkel element van maatschappelijken vooruitgang
+noch van aanpassing aan de maatschappelijke omstandigheden.</p>
+
+<p>Slechts n man was er in Engeland, n enkele die te midden van de
+algemeene radeloosheid een uitweg zag. Die man was Thomas More.
+Zijn algemeene kennis op philosophisch, ekonomisch en politiek gebied,
+zijn doorzicht in de behoeften en de hulpmiddelen van den tijd,
+zijn geniale intutie en zijn brandende begeerte de armen en verdrukten
+te helpen, hadden hem het spoor doen vinden van een nieuw
+communisme, van het gemeenschappelijk bezit der produktiemiddelen
+en de planmatige organisatie der produktie op nationale schaal.</p>
+
+<p>More werd in 1478 geboren; hij studeerde in Oxford en werd daar
+een geestdriftig aanhanger van de &bdquo;nieuwe richting&rdquo; in de wetenschap:
+het humanisme (de studie der latijnsche en grieksche oudheid).
+Deze richting bestreed de misbruiken in de roomsche kerk, maar
+wilde vredige hervorming, geen scheuring. Nadat hij zijn studie voltooid
+had werd More advocaat en kreeg veel praktijk onder de
+Londensche kooplieden, de klasse die toen meer dan welke andere
+ook, den ekonomischen vooruitgang belichaamde. Hierdoor verkreeg
+hij theoretische en praktische kennis op maatschappelijk gebied.
+In 1504 werd hij tot lid van het Parlement gekozen; daar
+kwam hij al spoedig in konflikt met de willekeur van den koning
+(Hendrik VII) en was genoodzaakt zich uit het openbare leven terug
+te trekken. Toen in 1507 Hendrik VIII, een kweekeling der humanisten,
+den troon beklom, scheen het of een nieuwe koers ging
+beginnen; More die in groot aanzien stond bij den jongen vorst, werd
+koninklijk ambtenaar en een man van invloed aan het hof.</p>
+
+<p>In 1515 maakte hij als gevolmachtigde der kooplieden deel uit van
+een gezantschap dat naar Vlaanderen ging om te trachten een handelstraktaat
+tot stand te brengen. Daar schreef hij de Utopia, het
+<span class="pagenum" id="Page_99">99</span>
+werk dat zijn naam onsterfelijk zou maken. Het bevat zoowel een
+doordringend-scherpe kritiek van de maatschappelijke misstanden
+zijner dagen als een uitvoerige beschrijving van den socialistischen
+heilstaat.</p>
+
+<p>Van een hersenschim: vage hoop, of herinnering aan ver verleden,
+is het communisme in de Utopia voor de eerste maal tot een wetenschappelijke
+gedachte geworden, geboren uit doorzicht in de maatschappelijke
+behoeften en de maatschappelijke hulpmiddelen.</p>
+
+<p>En hersenschimmig bestanddeel bevatte het communisme van
+More echter nog: hij zag geen ander middel het te verwezenlijken
+dan door het initiatief van een wijs en machtig vorst. Dit hersenschimmig
+bestanddeel, de verwachting namelijk dat de heerschende
+klassen (vorsten of kapitalisten) voor het socialisme gewonnen zouden
+kunnen worden en het verwezenlijken, kon eerst verdwijnen na
+het ontstaan van het moderne proletariaat, de klasse wier positie in
+het produktie-proces de socialistische inrichting der maatschappij
+voor haar maakt tot den eenigen weg ter ontkoming aan ellende en
+bestaans-onzekerheid.</p>
+
+<p>Drie eeuwen lang volgden alle socialistische denkers de banen,
+waarin More hun was voorgegaan; toen eerst waren de tijden rijp
+voor een nieuwen grooten stap van het menschelijk denken, den
+stap van utopisch tot wetenschappelijk socialisme.</p>
+
+<p class="sep2">De Utopie had geen invloed op More&rsquo;s verhouding tot den koning.
+De tijdgenooten beschouwden het werk als de luimige vrucht van
+luimige uren, een fantastisch gedachtespel. Hij steeg al hooger in &rsquo;s
+Konings gunst, werd minister en rijkskanselier. Maar zijn onbuigzaamheid
+van geweten en zijn liefde tot het volk moesten hem in
+konflikt brengen met het algemeene streven naar machtsuitbreiding
+van den vorst. Om een tegenwicht te vormen tegen de spaansche
+<span class="pagenum" id="Page_100">100</span>
+monarchie, wilde Hendrik zich verbinden met Frankrijk en een
+fransche prinses tot vrouw nemen. Maar daartoe moest hij zich van
+Catharina, de spaansche prinses waarmee hij gehuwd was, laten
+scheiden en de paus, die geheel in de macht van Spanje was geraakt,
+weigerde die scheiding te bekrachtigen. Toen besloot Hendrik met
+Rome te breken, hij verklaarde de engelsche kerk voor onafhankelijk
+en zichzelven tot haar hoofd. De geestelijkheid waagde het niet tegen
+deze &bdquo;Hervorming&rdquo; in verzet te komen, ook hoopte zij er voordeel
+van te halen. Hendrik onteigende kloosters en kerken op groote
+schaal. Spekulanten en gunstelingen maakten zich meester van de
+kerkgoederen, uit wier inkomsten voorheen duizenden behoeftigen
+gespijzigd waren. Zoo stond de &bdquo;Hervorming&rdquo; van Hendrik in lijnrechte
+tegenstelling tot de behoeften van het volk.</p>
+
+<p>More trachtte in den strijd tusschen paus en koning onzijdig te
+blijven, maar dit bleek op den duur niet mogelijk. Een jaar nadat de
+engelsche geestelijkheid Hendrik als hoofd der kerk van Engeland
+erkend had legde hij het ambt van rijkskanselier neer. De koning
+beschouwde deze daad als rebellie en hoogverraad; More werd in
+den Tower opgesloten en na een lange gevangenschap door de laffe
+rechters met hulp van een omgekocht getuige veroordeeld en den
+6den Juli 1535 ter dood gebracht.</p>
+
+<p class="sep4 cent">Er zijn verschenen van<br />
+HENRITTE ROLAND HOLST-VAN DER SCHALK</p>
+
+<ul class="lsoff">
+<li>Sonnetten en verzen in terzinnen geschreven. Tweede druk 1913.</li>
+<li>De Nieuwe Geboort. 1902. Derde druk 1913.</li>
+<li>Opwaartsche wegen. 1907. Tweede druk 1914.</li>
+<li>De vrouw in het woud. 1912. Tweede druk 1917.</li>
+<li>Thomas More. 1912. Tweede druk 1916.</li>
+<li>Het Feest der Gedachtenis. 1915.</li>
+<li>In eene editie van &#402;&nbsp;1,25 ingenaaid en &#402;&nbsp;1,75 gebonden per deel.</li>
+</ul>
+
+<p class="sep0 cent t4">Stempels van S. H. de Roos.</p>
+
+<p class="sep2 cent">Verder verscheen</p>
+
+<ul class="lsoff">
+<li>De Maatschappelijke Ontwikkeling en de Bevrijding der Vrouw.</li>
+</ul>
+
+<p class="sep0 cent t4">Prijs &#402;&nbsp;0,85 ingenaaid.</p>
+
+<p class="sep2 cent">Bij de Wereldbibliotheek zag het licht</p>
+
+<ul class="lsoff">
+<li>De Opstandelingen. 1910.</li>
+<li>Jean Jacques Rousseau, Een beeld van zijn leven en werken. 1912.</li>
+</ul>
+
+<div class="sep4 boxnt" id="noot">
+
+<p class="sansrf">Opmerkingen van de bewerker</p>
+
+<p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele
+spelling. Leestekens zijn op verschillende plaatsen stilzwijgend
+verbeterd.</p>
+
+<p>Enkele druk- of spelfouten in het origineel zijn als volgt
+gecorrigeerd:</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_8">Pag. 9</a>: &bdquo;steigend&rdquo; vervangen door &bdquo;stijgend&rdquo; (stijgend uit de
+diepten van het geweten).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_1">Pag. 13</a>: &bdquo;GRYNEUS&rdquo; vervangen door &bdquo;GRYNUS&rdquo; (GRYNUS Maar hoe
+dwarsboomde uw vader).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_2">Pag. 29</a>: &bdquo;tevenstrevend&rdquo; vervangen door &bdquo;tegenstrevend&rdquo; (zijn
+eigen tegenstrevend hart).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_3">Pag. 30</a>: &bdquo;buzuinen&rdquo; vervangen door &bdquo;bazuinen&rdquo; (haar bazuinen
+stem).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_4">Pag. 36</a>: &bdquo;aardsbisschoppelijk&rdquo; vervangen door
+&bdquo;aartsbisschoppelijk&rdquo; (het aartsbisschoppelijk paleis).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_5">Pag. 67</a>: &bdquo;MAGREET&rdquo; vervangen door &bdquo;MARGREET&rdquo; (MARGREET O vader).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_6">Pag. 68</a>: &bdquo;MAGREET&rdquo; vervangen door &bdquo;MARGREET&rdquo; (MARGREET Ach
+vader).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_7">Pag. 95</a>: &bdquo;klankleur&rdquo; vervangen door &bdquo;klankkleur&rdquo; (d&rsquo; eigenste
+kern en klankkleur).</p>
+
+</div>
+
+<hr class="full" />
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Thomas More, by
+Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK THOMAS MORE ***
+
+***** This file should be named 47327-h.htm or 47327-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/4/7/3/2/47327/
+
+Produced by Kanta Dihal, srjfoo, Hans Pieterse and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License available with this file or online at
+ www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation information page at www.gutenberg.org
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at 809
+North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
+contact links and up to date contact information can be found at the
+Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/47327-h/images/cover.jpg b/47327-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..53f187e
--- /dev/null
+++ b/47327-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/47327-h/images/im-01.jpg b/47327-h/images/im-01.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b6a21ef
--- /dev/null
+++ b/47327-h/images/im-01.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..e858cb6
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #47327 (https://www.gutenberg.org/ebooks/47327)
diff --git a/old/47327-0.txt b/old/47327-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..d455785
--- /dev/null
+++ b/old/47327-0.txt
@@ -0,0 +1,3853 @@
+Project Gutenberg's Thomas More, by Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
+other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
+the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
+www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
+to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
+
+
+
+Title: Thomas More
+ Een treurspel in verzen
+
+Author: Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+Release Date: November 11, 2014 [EBook #47327]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK THOMAS MORE ***
+
+
+
+
+Produced by Kanta Dihal, srjfoo, Hans Pieterse and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ THOMAS MORE
+
+
+
+
+ THOMAS MORE
+
+ EEN TREURSPEL IN VERZEN DOOR
+ HENRIETTE ROLAND HOLST
+ VAN DER SCHALK
+
+ TWEEDE DRUK
+
+ W. L. & J. BRUSSE’S UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ
+ ROTTERDAM MCMXVI
+
+ [Logo van de uitgever]
+
+
+
+
+ AAN KARL KAUTSKY
+
+ DIE MIJ DEN EERSTEN MODERNEN COMMUNIST
+ LEERDE BEGRIJPEN EN LIEFHEBBEN
+
+
+
+
+PERSONEN
+
+
+ Sir Thomas More.
+ Zijn vrouw Else.
+ Zijn dochters Margreet en Dance.
+ Zijn pleegdochter Mercy.
+ William Roper, Margreets echtgenoot.
+ Simon Grynæus, een jong fransch geleerde.
+ De hertog van Norfolk.
+ Bisschop Cranmer.
+ Southwell, procureur-generaal.
+ Palmer, zijn bediende.
+ Rich, een gehuurd getuige.
+ Sir William Kingston, konstabel van den Tower.
+ Dienaar bij More.
+ Gevangenen-bewaker in den Tower.
+
+
+Het eerste en tweede bedrijf spelen in More’s woning, het derde in den
+Tower, het vierde op de Theemskade bij Londenbrug.
+
+
+
+
+EERSTE BEDRIJF
+
+
+ Het terras van More’s paviljoen te Chelsea.
+
+ More, Grynæus, Margreet, Dance, Mercy, later William en vrouw Else.
+
+
+ GRYNÆUS Heer Thomas, nauw terug van overzee
+ drijft mij een drang dit liefgeworden huis
+ dat ik zoo vaak droombetrad, na een dag
+ van lang verlangen, weder te betreden
+ wakend, en mij in werk’lijkheid te laven
+ aan uw oneind’ge heuschheid, aan dit leven
+ van scherts-doorweven ernst, geluk’ge arbeid
+ waar droombegooch’ling mij hongrig naar liet.
+
+ MORE Gij zijt mij welkom als weleer, Grynæus,
+ en gelijk mij ben ’k zeker al de mijnen.
+ Vindt g’ ons in andren staat weer naar de wereld
+ dan g’ ons verliet,—pronk en praal zijn gevloden,
+ maar blijheid zingt naar d’ ouden trant door ’t huis.
+ (tot Margreet) Niet waar, mijn lust?
+
+ MARGREET Het is een heerlijk leven
+ dat wij nu leiden: ik voor mij begeer
+ geen ander, ook het oude niet terug.
+
+ GRYNÆUS Margreet, hoezeer gelijk hebt ge!—Ge weet
+ ik ging, om in Italië mij te laven
+ aan de eedle bron, die daar rijk’lijk welt:
+ de kennis der latijnsche en grieksche spraken,
+ waaruit het schoon en diepzinnig gelaat
+ ons tegenlacht van de wijsheid der ouden.
+ Aan menig hof wijlde ik waar een grootmoedig vorst
+ wedijv’rend met de vorsten zijn geburen
+ een schaar van uitgelezen geesten hield
+ verzaâmd; hun roem verhoogde zijnen luister
+ meer dan het stoutst wapenfeit. O hoe klein
+ maakte mij hun diepwort’lende geleerdheid:
+ ik kroop weg onder haar machtigen boom!
+ Ja en ook vrouwen vond ik, stralender
+ van vernuft dan de kostbare gesteenten
+ die heerlijk flonkerde’ om hun zwanenhals.
+ Veel leerde ik van hen, veel heb ik genoten:
+ parelend schenkt daarginds, uit gulle tuiten
+ het leven gulpen van genot.... ik wijlde
+ gaarn’ in ’t gezegend land!
+ Maar nergens vond ik, gelijk onder u,
+ den stroom vernuft beglansd door ’t milde schijnsel
+ van teederheid van hart, en nergens vond
+ ik den boom weten als bij u geworteld
+ in diepen levensernst. En vraagt ge mij
+ wat m’ ontbrak in het schitterend Italië:
+ ik vond geen mensch, bij wien ’k gansch mensch kon wezen;
+ een man gelijk uw vader vond ik niet.
+
+ DANCE Die is ook niet te vinde’ op ’t wereldrond.
+
+ MORE (Schertsend tot zijn dochters)
+ Ei hoor, wat hoofsche wendingen zijn tong
+ in ’t zuidland leerde, om een oud man te loven.
+
+ GRYNÆUS Heer Thomas, niet uitheemsche hoofsche zede,
+ mijn hart leerde aan mijn tong uw lof. Vergun
+ nu allereerst dat ik u overbreng
+ minnigen groet van veel vereerde mannen
+ uit de landen die ik bezocht.
+ Niet vele hunner hoorden ooit uw stem
+ als ik haar hoor, en zage’ uw aangezicht
+ als ik het zie zich tot hen overbuigen,
+ maar alle kennen u en hebbe’ u lief.
+ Een broeder rekenen de oud’ren u,
+ de jongeren een wijzer vriend;
+ en om met die u ’t waardst is te beginnen:
+ Erasmus zendt u teed’ren broedergroet.
+
+ MORE Hoe vaart mijn lieve vriend?
+
+ GRYNÆUS Gelijk hij plag;
+ wel hebben ziekte en ouderdom hem bij
+ de hand gevat, en onbarmhartig sleuren
+ zij hem tusschen zich in omlaag naar ’t graf:
+ zijn uitgebloeide lijf ontkomt hun niet.
+ Maar over den geest hebben zij geen macht!
+ die stuurt de felle straal van wetenschap
+ en ’t kleurig vonkensproeisel van vernuft
+ uit als weleer, lustig en onverzwakt.
+ O een feest is het te zien hoe zijn spot
+ slingert den brand in die damme’, opgehoopt
+ door d’ eeuwen: domheid, onverstand, vooroordeel,
+ bijgeloof, en ze opgaan doet in asch.
+
+ MORE Jammer maar dat uit die asch tot nieuw leven
+ de domheid weer herrijst....
+ Ja bleef alles wat Erasmus versloeg
+ met geestespijle’, ook dood, ja dan... Ge vondt hem
+ in Freiburg? Hij mijdt Bazel nog?
+
+ GRYNÆUS Helaas....
+ o vergun dat ik gelijk vroeger spreke
+ tot u vrij-uit, heer Thomas.... ik kan niet
+ ’t verschelen tusschen ons wegdekken met
+ glad mozaïek van levenlooze woorden....
+ Ge weet hoe ik hem hooghield, hoe vereerde....
+ ons geslacht vond, opgroeiend, voor zich uit
+ het spoor van zijne glanzende gevechten
+ tegen ’t bederf der kerk, en volgde het.
+ En waar ’t ophield, gingen wij verder, met
+ Luther, met Melanchton, met Zwingli, verder
+ tot de klare onherroepelijke daad.
+ Zij is zijn werk, zijn werk is de hervorming;
+ hij leerde ons niets schuwen, niets ontzien.
+ O zeg niet neen; gij kunt het niet bestrijden:
+ wij ketters zijn de zonen van zijn geest.
+ Waarom verloochent hij ons dan? Waarom
+ vlood hij uit Bazel; verbrak, een oud man,
+ en ziek’lijk, langgewende levensplooi;
+ verliet verknochte vrienden, de stad waar
+ een elk vol liefde en eerbied aan hem hing,
+ elk kind hem groette met vertrouwelijk ontzag?
+ Ziet: gij hebt u tege’over ons gesteld
+ en stut de oude kerk met uw vermaardheid;
+ het doet ons leed, ’t verdriet ons: ’t grieft ons niet.
+ Maar grievend is zijn dubbelzinnigheid,
+ zijn angstig poge’ een evenwicht te vinden
+ tusschen twee machten die elkaar bespringen
+ als vuur en water.... Reeds gaat tusschen ons
+ als een gangbare munt dit bitter oordeel:
+ Erasmus denkt gelijk met de hervormden
+ maar durft niet doen gelijk hij denkt.... Vergeef
+ zoo ik u krenkte.... ’k had dit best verzwegen...
+ gij kent mijn heete gallisch bloed....
+
+ MORE Niet krenkte,
+ bedroefde wel. Het smart mij diep, mijn zoon,
+ u weer te vinden nog verstrikt in ’t net
+ van ketterij.... Maar eigen wil vermag
+ niet meer ons te brenge’ aan den voet der waarheid
+ dan de magneet het schip stuurt door zijn kracht.
+ God zette u vrij. Ik wil door ’t welkom zoet
+ van samenzijn te lang ontbeerd, niet mengen
+ de gal, die twistgesprek altoos ontdruipt.
+ Maar van Erasmus moet ik een woord spreken,
+ dat ge uw onrecht ziet. Niet vrees houdt hem
+ van de hervormden ver, maar zijn geweten.
+ Hij wil één kerk, vernieuwd aan hoofd en leden,
+ geen breuk, geen scheuring in de christenheid.
+ Hij heeft geleefd om haar dreige’ af te wenden;
+ gestreden, om de kerk te zuiv’ren. Dat
+ hij faalde is niet zijn schuld, maar schuld zou ’t wezen
+ zoo hij zijn welgewogen wil verliet
+ en zich meesleepen liet om te verzamen
+ met hen wier doen hij niet goedkeuren kan.
+ Hem rest niet anders in zijn oude dagen
+ dan partij te maken voor zich alleen.
+ Denk welk een moed het vergt om dit te doen,
+ tot mikpunt, dag aan dag, te dienen voor de
+ pijlen, gedoopt in ’t gif van hoon en laster
+ die spijtigheid afschiet op u! Veel lichter
+ ware ’t, te neigen naar één zij, te geven
+ gewonnen zich, aan wie zoo zoetjes vleien
+ „kom bij ons”, te schuilen in de bescherming
+ van bondgenootschap—maar het mag niet zijn.
+ Zoo leeft hij dan vereenzaamd, fel bestookt
+ van beide zijden, vogelvrij, maar ook
+ vrij van inwendig wrijten, ’t deel van wien
+ samengaat met zoodaan’gen, wier weg hij
+ niet gansch kan loven.—Ziet hem nu uw denken
+ in milder licht?
+
+ GRYNÆUS In mij strijden ’t oude met
+ het nieuw gezicht en maken mij verward.
+ Maar ook uw rede knoopt vast om mijn denken
+ een band dien ik zelf niet losmaken kan.
+ Gij looft Erasmus, dat hij tusschen beide
+ partijen staan blijft.... en gij koost partij....
+
+ MORE Wij zijn gevormd uit and’re stof.... en leven
+ drong ons op andre banen. Niet aan elk
+ stelt het de groote vraag op d’ eigen wijze,
+ niet voor elk blinkt in zijner lijnen wirwar
+ dezelfde als die der plicht. Had Erasmus
+ gestaan voor mijne keus, ik meen hij had ge-
+ kozen als ik.... maar dit zijn ijdle woorden....
+ Wist hij toen ge hem ’t laatst bezocht, dat ik
+ des konings dienst verlaten had? Sprak hij
+ met u daarover?
+
+ GRYNÆUS Toen ik hem verliet
+ had nog de tijding Freiburg niet bereikt;
+ wel het gerucht dat ge in de zaak van ’s konings
+ huw’lijk den vorst weerstreefdet. Toen Erasmus
+ dat vernam, pelde zijn scherpzinnigheid
+ dra het gevolg uit den bolster der oorzaak:
+ hij voorzag uw besluit.
+
+ MORE En keurde ’t goed?
+
+ GRYNÆUS Hij sprak er van, behoedzaam,
+ afwegende het voor en tegen, zóó
+ dat ik nauw merken kon, naar welke zij de
+ schaal van zijn oordeel overwoog. Hij loofde uw
+ onbuigzaam wezen met zinrijke en
+ hartgrond’ge woorden, makend mij den prijzer
+ haast even lief als den gepreez’ne. Maar
+ dan weer sprak hij van de noodzaak’lijkheid
+ voor wie in ’s levens raderwerk wil wezen
+ een wiel, om het beweeg van zijnen wil
+ zóó te reeg’len dat geen geduchter rad’ren
+ hem brijz’len, botsend tegen hem. Hij roemde
+ uw taak: de plecht der koninklijke macht
+ richten naar wat’ren van vrede; de scherpe
+ haken der heerschzucht met de wol omwinden
+ van matiging.... en zoo, veel kwaad voorkomen
+ dat anders vast geschiedde. „Laat,” sprak hij,
+ „More in de zaak van ’s konings huw’lijk niet
+ te vast zich klampen aan zijn meening.... Moge
+ zij juist zijn, hij moet tot het uiterste
+ niet gaan; hij is verplicht te denken aan de
+ gevolgen van zijn daad: valt hij, zoo worden
+ wij humanisten alle ontkrachtigd, onze
+ invloed krijgt in alle landen een knak.
+ Men moet ook wete’ iets toe te geven: laat hij
+ ditmaal doen ’s konings wil.... een andermaal
+ kan hij met te meer klem de teugels korten
+ en vindt volgzamen zin.”....
+
+ MORE Onnoozel kind....
+ En dat zegt mijn scherpzinnige Erasmus!
+ Hij weet niet dat wie achter koningsluimen
+ aandraaft, te land komt in den diepen kuil
+ der machteloosheid, en daar liggen blijft:
+ ’k herken in den raad zijn plooibaar gemoed
+ dat tot het laatst beproeft vreê te bewaren,
+ te verzoenen wat onverzoenlijk is.
+ Hij meester in den woordenstrijd, schuwt strijd
+ die uitgaat boven het gewar van woorden
+ tot naakte klippen van de daad.—Mijn vriend,
+ ge draagt zijn meening met veel warmte voor:
+ ge deelt haar wel?
+
+ GRYNÆUS ’t Past mij niet, uit te spreken
+ wat ik zou voelen als een oordeel over
+ een, dien ik boven alle menschen eer.
+ Maar ik erken, dit weegt voor mij wel zwaar:
+ —heeft zeker ook u zwaar gewogen, Morus—
+ wij humanisten reek’nen ’t onze taak
+ om het heil dat nu opborrelt uit klare
+ en lang-gestremde wellen, te doen stroomen
+ over de wijde levensvelden, zoo
+ die voorbereidend eens een oogst te dragen
+ van menschlijk-milde, broederlijke zeden
+ nietwaar? Maar wij kunnen die welle’ alleen
+ heenleiden waar ze ’t menschezijn bevruchten,
+ door de rotssteen der vorstelijke macht.
+ Door dat graniet moeten wij een weg banen
+ onzen droom naar het land der daad. Daarom
+ is het veel waard, meen ik, eens konings vriend
+ en zijn raadsman te wezen; het te blijven
+ ook offers waard.... het moeten gronden zijn
+ stijgend uit de diepten van het geweten
+ die ons loslaten doen, als onze harten
+ eenmaal vastgrepe’ eens konings hart....
+
+ MORE Geef mij
+ uw hand, Grynæus: ’k denk als gij. Uit diepten
+ van het geweten kwam de stem die ik
+ volgde, toen ik mij van den koning wendde.
+ Hij zette zijn voet op donkere paden;
+ ik kon hem niet weerhouden: hem verzellen
+ wilde ik niet.—
+ En zoo vindt g’ons terug, aan wereldsch goed
+ verarmd, van menigeen verlaten die
+ onzen voorspoed omzwerfde als de vlinder
+ kleurige kelk tot hem de bui verjaagt;
+ en vindt ons vergenoegd en vredig levend
+ voor elkaar, de zoetste gaven des levens
+ genietend met een onbekommerd hart.
+ Zoo dienaren ontbreken, onze handen
+ bezorgen fluks het werk en geen lakeien
+ reppe’ als onze voeten zich vóór ’t bevel.
+ Kauwend roemen wij ’t zwarte brood, dat maakt
+ de tanden blink-wit en geurig den adem—
+ nietwaar kinderen? Ik voor mij betreur
+ niets van het oude zorgbezwaarde leven,
+ en de lang ontbeerde lucht der vrijheid
+ adem ik in verrukt.
+
+ MARGREET Wij voele’ ons één in liefde en alle dingen
+ zijn tusschen ons gemeen: ik bid tot God
+ niet anders, dan dat hij het late blijven
+ gelijk het is.
+
+ MERCY Neen, niet betreur ik weelde
+ of pronk, maar dat men menig arme nu
+ wegsturen moet, die gewend was te vinden
+ zijn nooddruft hier....
+
+ DANCE En menig trouw dienaar
+ wiens goed’ge kop sinds onze prille jaren
+ ons toelachte op de trappen van het huis,
+ verdwenen is.... de arme nar!
+
+ MORE Hij vond
+ een goeden meester, kind.
+
+ DIENAAR (treedt binnen) Heer Thomas, de
+ bisschoppen van Winchester, Bath en Kent
+ verzoeke’ een onderhoud. Zij hebben, zeggen
+ ze, u hun bezoek gemeld.
+
+ MORE Zeg dat ik kom.
+ (tot de vrouwen) Houdt vast den lieven gast, dat ’k hem weervinde;
+ (tot Grynæus) ik moet nog veel vernemen. (Af.)
+
+ MERCY (verschrikt) Wat beteekent
+ dit hoog bezoek?
+
+ DANCE Bisschoppe’ en groote heeren
+ sleten den drempel van ons huis niet af
+ in ’t laatste jaar.... hunne voetstappen wekken
+ in onze harten vrees....
+
+ GRYNÆUS Wat scheelt u Dance?
+ Vrees waarvoor? Wat verschrikt u? een oud vriend
+ moet alles weten....
+
+ MARGREET Ge zult alles hooren,
+ Simon, maar zeg mij eerst: hoe dunkt u vader?
+ Vindt ge hem anders, dan hij placht te zijn?
+
+ GRYNÆUS Hij is nog milder, maar iets minder blij.
+ ’t Is of zijn oude speelschheid breekt door waas
+ van weemoed heen, als zon door fijne nevel....
+ ’k zag om zijn mondhoeken een trek gegroefd
+ die daar niet was, toen ’k hem, nu voor twee jaren
+ verliet in de beslom’ring van het ambt....
+ Maar zijn voorhoofd is even klaar.... nooit zag ik
+ zulk een milden glans over een gelaat
+ als heldert soms over uws vaders aan-
+ gezicht, Margreet.... ’t zweemt naar de gulden klaarte
+ die d’oude heilgen in Italie dragen
+ op ’t blank gemaald gelaat.... maar toch weer anders:
+ niet hemelsch, van boven-af neergezegen;
+ —neen aardsch, van binnen-uit....
+
+ MARGREET (nadenkend) Het is het hart
+ dat uit zijn wezen straalt, Grynæus; ’t wijd-
+ open meegevoel voor het lot der menschen
+ geeft hem die milde glans. Maar wat mij maakt
+ bezorgd, ’t zijn d’ enk’le nieuwe groeven niet
+ door kommers hand onbarmhartig gesneden
+ langs ’t liefst gelaat.... Er is iets anders, er
+ is een verand’ring, zoo fijn, in zijn wezen,
+ dat woorden haar niet vatten kunnen, toch
+ zoo klaar, dat ik niet twijfel.... In de dagen
+ dat hij het kanseliersschap neerlei, kwam
+ ze over hem.... eerst een gespannen droefheid
+ die zijn trekken verhardde.... en toen.... dit.
+ Het groeide door zijn ernst.... meest door zijn glimlach,
+ zooals door ’t klare goud van najaarsdagen
+ langzaam de ijlheid van den winter groeit.
+ Och, d’ oude schalksche glimlach, als bedauwd
+ van levenslust, speelt om zijn lip niet meer;
+ een andre nam zijn plaats, onstof’lijker....
+ het is of hij de poort des levens achter
+ zich sloot, en ons toelacht van gene zijde,
+ niet meer bewogen als een sterveling....
+ Ik ben zoo bang, Grynæus....
+
+ GRYNÆUS Maar waarvoor
+ Margreet? uw vader trad uit ’s konings dienst....
+ hij is toch veilig?
+
+ DANCE Och vriend, laat ons de
+ zwaarte een weinig uitstorten, die ons drukt....
+ Wij kunnen het zoo schaars.... Wij willen vader
+ niet kwellen met onze bezorgdheid, binden
+ ons voor hem een blijmoedig masker voor....
+ dat is hem ’t liefst.... Moeder is krank: het treuren
+ over het oude verstoort haar gemoed;
+ zij wrokt dat vader liet tusschen zijn vingers
+ rijkdom en aanzien glippen, of het waren
+ kralen van glas.... zijn hooge zin blijft haar
+ gesloten.... u heugt hoe zij placht te wezen
+ niet waar?
+
+ GRYNÆUS Ja, ge zijt niet haar kind’ren.... vaak
+ heb ik gepeinsd, hoe uw eigene moeder
+ geweest moet zijn.... Maar verhaal mij nu waarvoor
+ ge zijt bevreesd.
+
+ DANCE Vader is in gevaar.
+ De nieuwe koningin vergeeft hem niet
+ dat hij haar huw’lijk dwarsboomde en den koning
+ afried van haar.... Zij is trotsch en wraakzuchtig:
+ Hendrik volgt haar wil, als het schip het roer.
+
+ GRYNÆUS Maar hoe dwarsboomde uw vader haar huwelijk?
+ ’k meende dat hij terugtrad uit het ambt
+ om t’ ontgaan een openlijk zich verklaren
+ tegen zijn vorst en toch zichzelf te blijven
+ getrouw.
+
+ MARGREET Zoo is ’t ook, Simon, maar de koning
+ hoopte met hulp van mannen van gezag
+ ’t nietig verklaren van zijn eerste huw’lijk
+ t’ omgeven met een valsche glimp van godlijk
+ en menschlijk recht. En bove’ alle andre namen,
+ was vaders naam hem waard, om ’t dubb’le stralen
+ van zijn groot wete’ en zijn onkreukbaarheid.
+ O vriend, wat laffe kruipers zijn de meeste
+ menschen, zijn al die hooggeleerde raadsliên
+ waartoe mijn jeugd zoo schuchter opzag.—Hebt ge ’t
+ niet gehoord: negen universiteiten
+ van Eng’land, Frankrijk, Italië verklaarden
+ de scheiding geldig naar kerkelijk recht....
+ De vreemden gaven ’t laf getuigenis
+ voor goud—de pen waarmee mijn landsliên schreven
+ was gedoopt in de witte verf der vrees.
+ O ’k heb een harde les
+ geleerd: ik leerde menschen te verachten
+ die ’k had vereerd.... Zij, die achtbaren, wijzen,
+ wier taak het was, met kennis’ vlammend zwaard
+ den driesten aanrander van heil’ge wetten
+ terug te drijven, braken ’t zwaard aan stukken
+ toen hij ’t beval....
+
+ GRYNÆUS Ja, de meeste geleerden
+ deugen voor mart’laar niet, dat ’s vast. Maar uw
+ vader, Margreet?
+
+ MARGREET De koning gaf hem last
+ de goudgekochte en afgeperste adviezen
+ voor te lezen aan ’t parlement, om zoo
+ de meening te doen sijp’len in de harten
+ als druppels gift „Morus is voor den koning”
+ en de kiemen van ’t verzet te ontkrachten
+ dat opkwam hier en daar.
+ Dat waren donk’re dagen, vriend! ’k zag vader
+ nooit, gelijk toen, met zich zelven in strijd.
+ De wolk tusschen zijn brauwen trok niet op;
+ zijn strakke, naar binnen gekeerde blik
+ scheen geen onzer te zien. ’t Huis was verduisterd.
+ Maar op een morgen kwam hij thuis met d’ oude
+ teedere schalkschheid trillend om zijn mond,
+ streelde ons en kuste ons, en vertelde ons schertsend
+ „gij zijt niet meer de kind’ren van mijnheer den
+ rijkskanselier, maar die van mijnheer More.”
+ Dien eigen avond riep hij ons bijeen
+ hier op ’t terras, en met eenvoud’ge woorden
+ sprak hij ons toe, vroeg onze steun en hulp,
+ vermaande ons zacht tot moed en eendracht, beurde
+ ons hart zóó op, toonde ons ’t stroef gelaat
+ van armoe, nu nabij, zoo schoon-eerwaardig,
+ dat wij in liefde ontbrandden tot haar.
+ Wij weenden zoete tranen. Sinds dat uur
+ hebben onze vijf gezinnen geleefd
+ als één gezin, en niemand onzer heeft meer
+ iets zijn eigen genoemd....
+
+ GRYNÆUS Ik moet veel hooren
+ van deze zachte zede die u bindt,
+ maar laat mij eerst al uw zorgen meedragen:
+ wat wil de koning meer, dan dat uw vader
+ niet openlijk tegen hem staat?
+
+ DANCE De koning
+ zou zich hiermee misschien tevreden geven,
+ maar Anna nooit.... Zij gunt dit vredig leven
+ aan vader niet,
+ zij wil hem vernederen en vernielen....
+ ik zie haar haat loere’ uit de schaduw-nissen
+ van het paleis, omspinnen onze woning
+ met boos beraad.... In net van donk’re logens
+ wordt vader ingesponnen; schandelijke
+ verzinsels trekt men samen om zijn hoofd.
+ Hem, die ieder geschenk met zachten drang
+ weder toeschoof den schenker, dat geen spatsel
+ zou ’t kleed zijner onkreukbaarheid bevlekken,
+ beschuldigt men....
+
+ GRYNÆUS Van omgekocht te wezen?
+ Hem, Thomas More? Geen mensch die het gelooft.
+ Is dat uw zorg, Margreet?
+
+ MARGREET O was het dat alleenig!
+ Laster in alle soorten draagt men aan!—
+ Wie is als hij verdraagzaam? Leerde hij ons
+ dit denken niet: ’t recht geloof is genade,
+ geen verdienste, geen vrucht van eigen wil;
+ ketters moet men beklagen, men moet trachten
+ ze te genezen van hun slecht geloof
+ door voorbeeld en betoog; ze te vervolgen
+ is ijdel—en behaagt niet God. Nu heet het
+ dat vader ketters aan den lijve strafte om
+ der wille van ’t geloof
+ en met geweld de gewetens wou dwingen.
+
+ GRYNÆUS Daarvan kan ik getuigen, die, schoon volg’ling
+ van Melanchton, vond in zijn huis het thuis
+ dat mij weeromtrok uit zonnig Italie
+ naar uw zonloos nevelbedekte land.
+ Zijn lamp was ’t die mij ’t altijd welkom straalde,
+ als ik, vermoeid van ’t ingespannen turen
+ op de handschriften waar de tijd aan vrat,
+ voelde in den schemer het heimwee besluipen
+ naar het zachte land Touraine mijn hart.
+ Zijn voorspraak ontsloot m’ als een tooverspreuk
+ kostbare boekerijen waar de schatten
+ te fonk’len lagen van den griekschen geest.
+ Hij effende mij de moeilijke wegen
+ in den vreemde, maakte er te leven zacht
+ door de gulheid van zijn vriendschap, den omgang
+ met zijn gezin, ’t liefste dat ik ooit vond....
+ Dat was zijn onverdraagzaamheid!
+
+ MERCY O, dit
+ smaakt bitter in den mond: hij, minlijkste
+ van alle menschen,
+ die niemand ongetroost kon laten gaan,
+ elks verdrukking voelde in zijn eigen vleesch,
+ die de weeze’ opnam in zijn huis’lijkheid
+ en in zijn hart—gelijk ik heb ervaren,—
+ de verongelijkten hielp aan hun recht
+ of ’t ook verdroot machtigen naar de wereld,
+ —als onze William weet—hij wordt beschuldigd
+ van onmenschlijkheid....
+
+ DANCE Als men bedenkt
+ hoevele hij oprichtte uit ellende,
+ ze weldoend met een zoo verheugd gezicht
+ als was hij het, die helpend werd geholpen,
+ dan voelt men verbaasd, dat zij alle niet
+ rijzen, en een ring om hem vormend, roepen
+ „raakt hem niet aan, raakt onzen More niet aan.”
+
+ MARGREET Zij durven niet, vrees maakt hen laf.
+
+ DANCE Ach Simon,
+ wij hebben u nog niet verhaald het ergste,
+ wat wij van d’ aanvang te verhalen hunk’ren
+ maar konden ’t niet: ’t is of de lippen weig’ren
+ vrij te laten dat wat de ziel het meest
+ vult met angstig gevoel en donk’re beelden.
+ Ons ontrusten maar niet losse en wilde
+ geruchten: neen een feit staat als een muur
+ dreigend voor onze hulp’looze gedachten;
+ ze willen vluchten, maar ze kunnen niet....
+ Vader.... wordt beschuldigd.... van hoogverraad.
+
+ GRYNÆUS Dat kan niet waar zijn.
+
+ MERCY Het is waar, Grynæus.
+ Hebt ge niet van het heilig wijf uit Kent
+ gehoord, dat voorgeeft stemmen te vernemen
+ uit hemelrijk, haar gelastend te maken
+ ’s konings huwelijk als een werk des duivels
+ bij ’t volk bekend?—Z’ is aangeklaagd, en vader
+ werd in d’ aanklacht betrokken, als de man
+ die haar verleid zou hebben tot bedrieg’lijk
+ voorwenden van hemelsche ingeving....
+
+ MARGREET Hij
+ voorzag den strik en poogde die t’ ontkomen:
+ daarom heeft hij tege’ elk verzwegen of
+ hij haar voor een bedriegster houdt dan voor een
+ godbegenadigd wezen.... nimmer zag
+ hij haar, noch zond haar iets van zijne hand....
+ De aanklacht tegen hem vindt geen duimbreed
+ bewijs om op te staan: elk eerlijk rechter
+ moet in haar herkennen de giftige vrucht
+ van verborgen gewroet die hij, gelijk
+ een booze pad, wegstoot van voor zijn voeten....
+ Maar men wil zijn schuld, waar men macht heeft om
+ den wil tot daad te maken: daarom sling’ren
+ wij angstig tusschen hoop en vrees.
+
+ GRYNÆUS Vergeef me:
+ ik vind geen woorden.... wanneer kunt ge weten....
+
+ MARGREET Misschien vandaag.... Geruchten gaan, dat vaders
+ naam is gedelgd in d’ aanklacht: mijn man voer
+ bij ’t morgenkrieke’ al stadwaarts, uit te vinden
+ of ’t waarheid zingt, dit zoet-getongd gerucht.
+ Wij kunnen hem elk oogenblik terug
+ verwachten.... vader weet van niets.... Begrijpt ge
+ nu onze spanning, vriend?
+
+ GRYNÆUS Alles begrijp ik,
+ en hoop ’t beste, Margreet.
+
+ DANCE Daar komt een sloep
+ de bocht om.... neen.... ja toch, het is de onze....
+ zij roeien hard....
+
+ MERCY William staat op.... hij wuift
+ ons toe.... opnieuw....
+
+ MARGREET Het afgesproken teeken
+ voor goede tijding.... ’k ga hem tegemoet. (Af.)
+
+ GRYNÆUS Gij verlangt ook te gaan? Zoo ge ’t vergunt
+ zal ik uw moeder in dien tijd begroeten
+ dat zij mij niet verdenke onheusch te wezen,
+ en vind u dan weer hier terug. Moge alles
+ zijn als wij hopen, vriendinnen! Tot straks. (Af.)
+
+ DANCE Die laat zich niet wegslaan van ’t hart waarin
+ hij wierp zijn anker.... wisten allen die
+ zich noemden onze vrienden, even wel
+ wat trouw beteekent, als die „wufte Franschman”,
+ dan groeide ’t gras nu niet tusschen de steenen
+ rondom ons huis....
+
+ MERCY Dance, wanneer vaders onschuld
+ rijst boven de dikke wolken van laster
+ weer stralend uit, dan zullen velen keeren
+ die vrees nu ver houdt van ons huis....
+
+ DANCE Och Mercy,
+ boven de wolk van ’s konings ongenade
+ zal vader niet weer uitrijzen—en die
+ maakt om ons heen zulk een doodsche leegte
+ als broeit een booze ziekte over ’t huis,
+ niet geloof aan zijn schuld.
+
+ MERCY Stil, daar komt vader.
+
+ MORE Dat was een lang bezoek! hun vriend’lijke aandrang
+ liet maar niet af!....
+
+ MERCY Wat wilden zij van u?
+
+ MORE Mij presse’ om deel te nemen aan de aanstaande
+ blijde intocht der nieuwe koningin
+ door Londen’s straten: twintig gouddukaten
+ boden ze mij aan om een feestgewaad
+ te koopen, want ze wisten onze spinde
+ maar slecht voorzien....
+
+ DANCE Ge zeidet ja?
+
+ MORE Ge schertst toch,
+ mijn kind? Kunt g’ u uw vader denken, uit-
+ gedoscht in kleurig narrenpak, op Paschen
+ meegevoerd in den stoet, gelijk een zeldzaam
+ en lang weerbarstig dier, eindlijk getemd?
+
+ DANCE Maar zal de koning niet toornen?
+
+ MORE Ach, die zal ternauwernood
+ missen in heel die doorluchtige stoet
+ van glinst’rende eed’le’ en statige prelaten
+ zich verdringend om zijne hand te kussen
+ en zijn nieuwbakken koningin te huld’gen,
+ den simplen burger Thomas More.—Waar bleef
+ de gast?
+
+ DANCE Die wijlt bij moeder.
+
+ MARGREET (binnenkomend met William) Vader, vader,
+ uw naam is weggenomen uit de aanklacht,
+ mijn William bracht de goede tijding mee!
+ Wij zijn zoo blij....
+
+ WILLIAM Mijn beste, beste vader....
+
+ MORE (steekt hem de handen toe; de vrouwen omhelzen hem, ook
+ Grynæus en vrouw Else treden binnen.)
+ Mijn beste zoon, veel dank.—Mijn lieve kind’ren,
+ wij willen de verademing genieten
+ met heel ons hart, maar niet vergeten dat wat
+ vandaag voorbijdreef, morgen keeren kan.—
+ Grynæus, gij blijft onze gast van avond
+ niet waar? Kom zet u tusschen ons, gelijk
+ in d’ oude dagen: doe verhalend ’t zacht
+ azuur en de edelgewelfde lijnen
+ der bergen van het schoone land Italië
+ voor ons opstaan.... en de klare gestalten
+ gaande daarin. Wij luist’ren toe....
+
+(Allen zetten zich; sommigen op de trappen van het terras; ook More,
+met zijn hoofd op Margreets schoot, die een trede hooger zit.)
+
+ GRYNÆUS ’k Vond in Verona....
+ Vreemd, dingen die nog gist’ren glansden aan
+ den boom herinnering als gouden vruchten,
+ liggen nu ergens waar ’k ze niet kan vinden,
+ bestoven in een uithoek van het brein....
+ ’t Is mij, als schouwde ik in een droom Italië
+ en voel, ontwaakt, den droom nu ver en verder
+ weggaan van mij....
+
+ WILLIAM ’t Komt door de heete broeiing
+ der lucht: die maakt vandaag den zin zoo loom.
+
+ MARGREET De lentebosschen op de heuvelen
+ donk’ren violet tegen den looden kim;
+ zij schijnen wonderlijk nabij: ’t zijn teek’nen
+ dat onweer dreigt....
+
+ DANCE Zie de zwaluwen scheren
+ over het water dat als olie schijnt
+ zoo traag en dik.
+
+ MERCY Men hoort de schippers roepen
+ over den stroom....
+
+ MARGREET Hen antwoorden de knapen
+ van de moeslanden aan de overzij....
+ alle geluiden klinken hoog en fijn
+ door de gespannen stilte....
+
+ MERCY Huivert ge,
+ Margreet?
+
+ MARGREET Het was of onzichtbare vlerken
+ flapten tegen mijn hoofd.—Voelt gij ze niet?
+
+ MORE Komt kinderen, wie uwer weet een lied
+ dat d’ onrust van deze broeiende stilte
+ weer effent door ons bloed?—Gij Mercy?
+
+ MERCY Ik
+ kan nu niet zingen, vader.
+
+ MORE Dance, dan gij?
+ Wij zijn het onzen lieven gast verplicht:
+ hij mag niet denken, dat wij ’t zinge’ ontleerden.
+
+ DANCE Mij valt niets in dan de klagende wijze
+ van de moeder die den knaap Vrede zocht.
+
+ MORE Dan zullen w’ onrust met onrust verjagen,
+ mijn kind, want wat opwolkt in zoete toonen
+ bezwaart niet langer ’t hart.
+
+ DANCE (zingt)
+ Edele heeren en schoone vrouwen
+ Kwam hier voorbij een blonde knaap?
+ Tot ik mijn arme’ om zijn leest kan vouwen
+ vindt mijn hart geen rust en mijn oog geen slaap.
+
+ Ik schrijd en ik schrijd over heuvels, langs dalen
+ door zandige vlakten en wild foreest
+ om den lieflijken knaap te achterhalen
+ wiens adem mijn kranke hart geneest.
+
+ Zijn stem is zacht als de zang der baren,
+ zijn lach als de lach van den dageraad,
+ de geur die stroomt uit zijn blonde haren
+ alle geuren der lente te boven gaat.
+
+ Ik schrijd en ik schrijd, mijn voeten bloeden
+ mijn adem hijgt, maar ik merk het nauw
+ tot ik kom aan wijde glanzende vloeden
+ of waar bergen rijzen in ’t koep’lend blauw.
+
+ Dan zit ik en ween, want het spoor is verloren
+ en ik moet terug, en ik weet niet waar
+ ik den knaap met den lach van morgengloren
+ zal zoeken en ’t lentegeurig haar.
+
+ Maar ik ga, en aan zingende menschen weder
+ vraag ik „kwam hier niet een knaap voorbij?
+ Vrede is zijn naam en zijn oog is teeder
+ als lente en als vogelzangen blij.”
+
+ En sommigen schudden het hoofd en spreken
+ gedempt: „Wij hebben hem niet gezien;
+ wij droomen van hem—uit die droomen breken
+ dan liederen uit—droomt ge ook misschien?”
+
+ En anderen zien mij vreemd aan en wijzen
+ omhoog: „daar woont de knaap dien ge meent”
+ en ze zingen weer, maar een and’re wijze
+ dan waar mijn verlangend hart naar weent.
+
+ Want ik weet dat hij leeft op deze aarde
+ en geen droom is: ik droeg hem in dezen schoot,
+ ik was ’t die hem droeg, ik was ’t die hem baarde,
+ ik was ’t die hem baarde, ik kweekte hem groot.
+
+ Maar hij ontvlood—om hem weer te vinden
+ zoek ik de wereld, de wereld door,
+ want hij is mijn eige’ en mijn meest beminde
+ en mijn hart vond geen rust, sinds het hem verloor....
+
+ Edele heeren en schoone vrouwen
+ kwam hier niet voorbij mijn blonde kind?
+ Zijn gelaat is een bloem om te aanschouwen
+ en zijn adem geurende lentewind.
+
+ MERCY Arme moeder, hoe lang nog zult ge jagen
+ om vrede door de groote wereld? Wie
+ vindt den weg weer tot het verloren kind
+ der menschheid?
+
+ MARGREET Eenmaal zullen wij hem vinden,
+ zoo we zoeken, allen te samen—is
+ het niet, vader?
+
+ VROUW ELSE Thomas, waar peinst gij aan?
+
+ MORE Ik peinsde aan den tijd, dat dit hoofd weder
+ zal liggen, gelijk nu, in dezen schoot.
+
+
+
+
+TWEEDE BEDRIJF
+
+
+ More’s paviljoen te Chelsea.
+
+ More, Margreet, een kind van Margreet zit op More’s knie. Dienaar.
+ Later Bisschop Cranmer en de Hertog van Norfolk.
+
+
+ MARGREET (lezend) En Crito, dit gehoord hebbende
+ sprak tot Sokrates....
+
+ DIENAAR Heer Thomas, de Hertog van Norfolk en
+ bisschop Cranmer vragen om u te spreken.
+
+ MORE Breng de heeren hierheen.—Doe ’t boek niet dicht, mijn kind:
+ wij zullen na het bezoek verder lezen.
+
+ (Cranmer en Norfolk treden binnen)
+
+ Welkom, mijnheeren. Zet u. Het is lang
+ sinds wij elkander zagen. In mijn woning
+ zijn gaste’ als gij nu zeldzaam gelijk bloemen
+ in wintertijd, en des te warmer welkom.
+
+ CRANMER Plato, naar ik zie. Het doet mij leed, dat wij
+ u en uw dochter storen in zoo zoete
+ genieting.... maar ’t geldt een zaak van gewicht....
+ Wij wenschten u vertrouwelijk te spreken....
+
+ MORE Ik heb voor deze geen geheimen.
+
+ NORFOLK ’t Zijn
+ Zaken van staat.
+
+ MORE ’k Meende, met zulke zaken
+ te hebben afgedaan.—Laat ons alleen,
+ Margreet. (Margreet en kind af.)
+
+ NORFOLK Ik zou u haast benijden, More.
+ De last der openbare zaak is van uw
+ schouders gelicht; ge zijt gezond, nog krachtig,
+ uw lieven vorme’ om u een dubblen ring
+ van kind’ren en kindskind’ren: daarin straalt ge,
+ hun middelpunt, hun zon; en al uw uren
+ moogt g’ als u lust verdeelen, tusschen ’t zoet
+ verkeer met de geliefde uwer jeugd:
+ de studie, en het zorgloos samenzijn
+ met d’uwe’ in teeder kooze’ of luchte scherts;
+ terwijl wij in de stormbewogen tijden,
+ van onzen post, met zorgbezwaarde harten
+ de golven zien bespringen ’t schip van staat,
+ en onze willen spannen, ze te keeren.—
+ Gelukkig man!
+
+ MORE Misgun mij niet, mijnheer,
+ het gloren dat mijn avondlijken hemel
+ verguldt: wie weet hoe ras mijn dag zal zinken!
+ Ik koester mij misschien aan jeugd en blijheid
+ vandaag voor ’t laatst.—Maar wat brengt u hierheen?
+
+ NORFOLK Wij komen, More, tot u als vrienden,—mij
+ behaagde altijd uw frank en open wezen,
+ uw vrije luim, de mildheid van uw hart.
+ Gij hebt den staat goede diensten bewezen
+ en niemand was aan ’s konings hart gegroeid zoo
+ innig als gij.—Hij treurt om uw besluit
+ nog immer, wenschte u weer terug aan ’t hof,
+ hem bij te staan gelijk gij placht. Hij is
+ bereid al wat geschiedde te vergeten
+ en u opnieuw t’ omvatten in de koest’ring
+ van zijne gunst.
+
+ MORE Ik dank den koning, Norfolk,
+ zijn goedertierenheid verwarmt mijn hart.
+
+ NORFOLK Gij hebt niet anders
+ te doen als ’t eene woord te spreken, More,
+ dat, zooals ’t flappen van den standaard meldt
+ aan allen die het zien: „hier wijlt de koning”,
+ u kenbaar maakt wijd-uit bij alle menschen
+ een trouw dienaar der koninklijke macht.
+
+ MORE Welk woord, mijnheer?
+
+ NORFOLK ’t Bezweren der nieuwe besluiten
+ die de kind’ren der vroeg’re koningin
+ uitsluiten van den troon met hun geslacht
+ en den koning tot hoofd der kerk van Engeland
+ verheffen.
+
+ MORE Mijnheeren, ik dank u voor
+ de vriendlijke gezindheid die u doet
+ pogen de wijzers van mijn zin te richten
+ naar de slag van den koninklijken wil.
+ Maar zij zijn te stroef om den sprong te maken
+ dien gij verlangt. Ik kan de gunst des konings
+ niet koopen tot den prijs dien hij mij vraagt:
+ de rust van mijn geweten. Het verbiedt mij
+ dien eed.
+
+ CRANMER Hoe kan ’t geweten u te doen
+ verbieden wat zooveel eerwaard’ge en vrome
+ Christenen zonder schroom hebben gedaan?
+ Acht gij u dan hen allen wijzer, méér
+ door godlijk licht verhelderd? Zie: dat zweemt
+ naar hoogmoed, naar eigengerechtigheid.
+ Behoede u God voor deze zonde! En dan,
+ hoe zou ’t geweten u verbieden, om
+ een woord te spreken, dat den toegang tot
+ de lichte banen van barmhartigheid
+ en goede werken opent? Ge zijt mild,
+ haast overmild placht ge uw geld en goed
+ te deelen met die derfden; schutspatroon
+ waart g’ aller armen; uw lach klonk nooit zoo ruim,
+ noch stond uw oog zoo helder, dan wanneer
+ ge een bekommerde hadt opgericht,
+ geholpen een verdrukte. Maar toen ge
+ uw ambt verliet, wierpen uw eigen handen
+ de bronnen van uw macht tot helpen dicht.
+ Ge hebt noch geld, noch invloed meer te geven,
+ en ongetroost gaan velen van u weg.
+ Keer terug tot des konings dienst, en dra
+ zullen de bronnen van uw gulheid weder
+ borrelen, rijklijk als weleer.... ik spreek
+ niet van de vruchten voor wie zijn u ’t naast:
+ ge telt dat niet—’t is edel—maar bedenk:
+ wie arm is....
+
+ MORE Ik raad u, mijnheer, niet verder
+ te ploegen deze voor, zoo ge niet wilt
+ dat ons gesprek stuite op ijzerhard en
+ niet weg te ruimen oer.—En wat betreft
+ mijn machtloosheid te helpen, hare heeling:
+ ik weet dat geen gulheid kan zegen werken
+ die uit den modder van een veil geweten
+ troebel ontspringt; en geen werk’lijke gave
+ groeit uit het zaad, dat in de slechte aarde
+ verzuurd is van een slinksch gemoed.—Ge zegt
+ dat ik niets kan, niets meer vermag te doen
+ nu koninklijke gunst mij niet meer hooghoudt
+ op haren arm—toch nog een man te wezen,
+ wil ’k hopen, die zich niet verlokken laat
+ zijn geweten te ruilen voor wat aanzien
+ en goud:—misschien een vaan ook waar omheen zich
+ zaamlen wie denke’ als ik....
+
+ CRANMER Wat, wilt ge worden
+ middelpunt van verzet?—Vergeldt ge zóó
+ den vorst zijn gunst, de lange weldaden
+ dier jaren dat de weerschijn van zijn macht
+ om uw persoon een sfeer van hoogheid spreidde
+ die elk eerbiedig neigen deed voor u?
+ Zwarte ondank, trouweloosheid zou dat wezen....
+ dat meent ge niet....
+
+ MORE Trouweloosheid en ondank
+ zijn mijn zin vreemd, mijnheer. Ondankbaar is
+ wie met een stomp of geprikkeld gemoed
+ ziende naar het weldadig vuur waaraan hij
+ verwarmde zijn kleumende lijf, het uittrapt
+ en verder gaat, niet wie de taaie vezels
+ van liefde voor zijn weldoener, met pijn
+ rukt uit zijn eigen tegenstrevend hart,
+ zich zelven aandoend een bloedende wonde
+ die nooit meer heelt....
+
+ CRANMER Hoe meent ge?
+
+ MORE Luister.... ik
+ wensch geen mensch toe dat het lot hem bescheer’
+ wat ’t mij beschoor: zich los te moeten maken
+ van wat hij liefhad, tegenover ’t voorwerp
+ van lange liefde met ontgoochelde oogen
+ te komen staan.... Mijn hart hing aan den koning.
+ Had ik den jong’ling niet zien overbuigen
+ hunk’rend om uit den stroom van ’t nieuwe weten
+ te drinken, waar ik zelf zoo diep-begeerig
+ uit dronk? Wist ik hem aan zijns vaders hof
+ niet kwijne’, een plant van eed’ler soort, dan in die
+ grove aarde tieren kon? Ik zag
+ de adem van den zachter, ruimer geest
+ die waarde door Europa, vulle’ en ronden
+ de weeke vormen van zijn jong gemoed.
+ En toen zijn koninklijke wil mij riep,
+ verliet ik welgemoed de vreed’ge stilte,
+ waar ’t plechtig ruischen van philosophie
+ zich met klokjes-heldere stemmen, kinder-
+ stemmen, verbond tot schoone harmonie.
+ Het beste deel van mijn manlijke krachten,
+ gaf ik den koning—en hij hief mij hoog
+ in zijn vertrouwen, stortte gunst en vriendschap
+ met milde hande’ over mij uit. ’k Gedenk het,
+ al die glans-omvloten jaren gedenk ik,
+ gelijk mij past, met eerbiedigen dank;
+ en ook, als wij verloren vreugd herdenken:
+ met smartbewogen zin....
+
+ NORFOLK Maar waarom hebt ge....
+
+ MORE Toen ik dat alles weg moest stooten, dien
+ bond van veel jaren breken, heb ik lang
+ naar kracht gezocht, om wat in ’t hart was samen-
+ gegroeid met de ranken van veel-vertakt
+ levensbedrijf, daaruit te rukken. En
+ in ’t eind vond ik die kracht: in mijn geweten
+ vond ik haar. En de stille oogen van
+ mijn dankbaarheid, die mij verwijtend volgden,
+ heb ik gesloten met een lange kus
+ gelijk men een vrouw kust waar men voor eeuwig
+ van scheidt.
+
+ Begrijpt ge nu, waarom mijn ooren wel
+ hoore’ uw verwijt, ik zou ondankbaar wezen,
+ mijn hart het niet verstaat?
+
+ CRANMER Maar de trouw schendt,
+ wie, gelijk gij....
+
+ MORE Gunt me, ik bid u, ’t recht
+ van iederen beklaagde: vrij te spreken
+ tot zijn verdediging—’k zal niet lang meer zijn.
+ Ge noemt me trouwloos: ik erken geen trouw
+ die bindt in ’t slechte.—Mijn trouw was ’t, den koning
+ ’t gelaat der waarheid t’ ontsluieren, haar
+ stem te doen uitklinken boven het koor
+ van vleierij en logen, dat de ooren
+ der vorsten vult. Mijn trouw was ’t hem te raden
+ tegen de baan, waarheen hem drong begeerte,
+ zijn driftig bloed, zijn heerschzuchtige aard.
+ Mijn trouw, met zachten aandrang hem te leiden
+ omhoog tot effen vrede-weiden waar
+ zijn volk kon grazen—niet met hem te rollen
+ de helling af van ied’re lust. Mijn trouw
+ was het, niet elke ongerechtigheid
+ met hondsche aanbidding t’ omkwispelen. Niet
+ die trouw had hij gevraagd, had ik gezworen,
+ in ’t uur dat onze bond gesloten werd,
+ toen hij, zijn arm om mijnen nek geslagen,
+ zóó, sprak tot mij: „Zie eerst naar God en uw
+ geweten—dan naar mij; zoo zult ge mij
+ immer het beste dienen.” O ’k heb hem
+ nog lief, omdat hij dat woord heeft gesproken
+ eenmaal. Mijn trouw verkoor het zich tot vaan,
+ volgde ’t op de woelige levensvelden
+ waarheen zijn dienst mij voerde,—en volgt het heden
+ door ter zijde te staan....
+
+ NORFOLK Het loopt verkeerd.—De koning,
+ Morus, is zeer verbitterd tegen u.
+ Zijn gunst hield u vaak staande als uw benijders
+ saamspanden tot uw val; zij was het schild
+ dat hunne slagen weerde. Nu heeft hij
+ zijn vrienden noodig. De lucht bulkt van strijd:
+ het gaat er om, wie heerschen zal in Eng’land,
+ koning of paus. Ontvalt gij hem—de staf
+ die hij zich uitverkoor om op te leunen—
+ dan aadmen al zijn vijanden verruimd,
+ en steken tot weerspannigheid de hoofden
+ bijeen. Uw afval geeft hun moed. Hij kàn
+ uw afval niet gedoogen. Begrijpt ge? Hij kan ’t niet.
+ Zoo staat de zaak. Ik raad u, om uw zelfs wil,
+ raad ik u, Morus, voorzichtig te zijn.
+
+ MORUS Ik dank u voor dien raad, mijnheer. Voorzichtig
+ was ik zoo lang ik kon. De dagen van
+ heldhaftige overmoed ben ik ontwassen
+ sinds lang; mijn lijf jaagt niet vooruit, begeerig,
+ bij ’t speuren van gevaar.
+ Door meen’ge rustelooze nacht lag ik
+ uitmetend de gevaren die mij dreigden
+ zoo ik niet zwenkte, en hun aangezichten
+ maakten mijn zwak hart telkenmaal vervaard.
+ Daarom ontweek ik mij te stellen tegen-
+ over den koning—’k had voor dit ontwijken
+ grond genoeg—zocht ik veiligheid in het
+ verborgen bestaan van den simp’len burger,
+ als een dier in zijn hol. Maar in het perk
+ des levens rukken onvoorziene winden
+ de ballen onzer best-gemikte daden
+ vaak van hun baan. Niet met mijn wil, mijn neiging,
+ ondanks hen is het oogenblik gekomen
+ van de keus: voor, of—tegen. Hoort mij aan:
+ ik ben een oud man, gehecht aan de zijnen,
+ verlangend naar rust en een weinig vreugde
+ om zacht t’ enden.—Maar bovenal schat ik
+ inwend’ge vrede.... Ge kunt verder spreken
+ u sparen: ’k heb de keus gedaan.
+
+ CRANMER Stijfhoofdig
+ en roek’loos man, hol niet zoo blindelings
+ naar uw verderf. Staat ge alleen? Hebt ge
+ het recht, om al de uwen te verderven,
+ ze mee te sleuren in uw val?
+ Vijf gezinnen hebt g’ om u heen verzameld
+ van kind’ren en kindskind’ren, ze gewend
+ van u t’ ontvangen al wat leven zacht en
+ behaaglijk maakt. In uwe ruime huizing
+ vonden allen plaats. Reeds waart, naar men zegt,
+ de armoewolf rondom de staat’ge woning,
+ die nu, een overruim gewaad, omrimpelt
+ uw veel-gekrompen staat.—Maar laat dit wezen
+ als ’t is. Wat zal gebeuren, zoo ge blijft
+ weig’ren te zweren?—U zelf wacht de Tower
+ tot de dood u verlost....
+ Uw goederen verklaart de kroon vervallen,
+ d’ uwen worden verjaagd van huis en hof....
+ Denk aan hun lot, denk aan ’t harde bestaan
+ dat al die teere vrouwe’ en jonge kindren
+ bedreigt.... verstrooid zullen zij zwerven, lijden,
+ verkwijne’ in zorg en kommer.... van het oude
+ glansrijke leven, zal hun enkel blijven
+ stekende herinnering....
+
+ MORE Zij zijn jong
+ en sterk, met kennis en verstand gewapend:
+ zij zullen eten ’t zelfverdiende brood
+ en proeven ’t zoet....
+
+ CRANMER Waar zullen ze verdienste
+ vinden? Des konings ongenade schuift
+ den grendel dicht voor ieder wel-bezoldigd
+ en eervol ambt—weet ge het niet?
+
+ MORE Dan zullen
+ z’ aan de deuren vragen barmhartigheid
+ van wie vergeefs barmhartigheid nooit vroegen
+ aan onze deur.
+
+ CRANMER En zullen vinden ze
+ geslote’ alom, want des verraders kindren
+ te helpen, brengt zelf in reuk van verraad,
+ en vrees bedwingt de laffe menschenharten....
+
+ MORE Niet alle....
+
+ CRANMER Neen, maar ’t overgroot getal.
+ Laat een storm schudden aan uw levensboom:
+ de vrienden die hem welig maakten, dwar’len
+ omlaag en vluchten weg in dolle vaart.
+ Uw kind’ren zullen naakt staan in de wereld,
+ zonder bescherming, vriendeloos, verlaten....
+ dat zal uw daad zijn.... zij zullen hun vader
+ niet danken voor die daad....
+
+ MORE Zij zouden hem
+ verachten zoo zijn leer ging eenen weg,
+ zijn doen een andre.... Laat hij in hun hart
+ voortleven als een man, die ’t liefste liet,
+ ’t lieve leven zelf neerlei, liever dan
+ wat hem heilig was, uit vrees te verraden....
+ ik ben tevree als zulk een man te leven
+ in hun herin’ring....
+
+ NORFOLK Maar ge zult dat niet,
+ vriend, want de greep der wereld zal het beeld
+ van den held en den mart’laar in hun harten
+ verwringen tot gedaante monsterlijk,
+ en haar bazuinen stem zal zóó luid dreunen:
+ „schande over Morus, hij verried zijn koning,
+ die hem met weldaden omkranste”, dat
+ de stem des bloeds in een beschaamd gefluister
+ uitdooven zal. Bezin u, Morus, luister
+ naar rede, onteer niet den naam dien ge draagt!
+ Ge erfdet hem, een ongerepte spiegel,
+ die veel geslachten voor u hielden blank;
+ uw daden en geschriften maakten heller
+ zijn glans: en wilt ge nu die naam
+ uw kind’ren overgeven, zwart besmeurd met
+ roep van verraad? Zal uw geslacht
+ hem voortaan medesleepen door de tijden,
+ beschaamd, of schuw verbergen onder een
+ geborgden, klankloos van herinneringen,
+ inderhaast opgeraapt?
+
+ MORE Ik geef mijn naam
+ vertrouwend aan den vloed der tijden over,
+ wetend, dat hij daaruit eens op zal rijzen
+ blinkend-geschuurd en blank van schuld. De toekomst
+ maakt het onrecht van heden goed....
+
+ NORFOLK En zoo
+ het anders kwame?
+
+ MORE Dan wil ik liever ook toekomstig onrecht
+ dragen, dan tegen mijn geweten doen....
+
+ NORFOLK Ge zijt uitzinnig! Allen zullen zweren....
+
+ MORE Zoo laat dan één anders dan allen zijn:
+ gewetens zijn niet gelijk aren, buigend
+ alle naar ééne zijde voor den wind.
+
+ NORFOLK Bij God, Heer Thomas, voor de laatste maal,
+ neem u in acht met koningen te twisten:
+ des konings wraak beduidt de dood.
+
+ MORE De dood
+ spaart evenmin wie in ’s konings genade
+ volop zich zont. Hij is de oceaan
+ waar onze levens eens alle in monden,
+ al is hun aller weg niet even lang....
+
+ CRANMER (tot Norfolk) Hij is niet meer te helpen....
+ (tot More) ’t Is des konings wil
+ dat gij en de bisschop van Rochester morgen
+ u vervoegt in het aartsbisschoppelijk
+ paleis, om de besluiten te bezweren....
+ Een bode haalt u nog van avond af....
+ Zie toe, dat ge voor morgen maakt gesmijdig
+ dit overstug geweten, ’t leert te plooien
+ zich naar den vorm van ’s konings wil. Zoo niet:
+ de Tower wacht....
+
+ MORE (tot Cranmer) Morgen als heden geve God mij kracht
+ voor geen verlokking of geweld te wijken;
+ (tot Norfolk) Ik wensch u heil, mijnheer.
+
+ NORFOLK Ik u verstand.
+
+ (Norfolk en Cranmer af).
+
+ MORE Nu heb ik een koers gezet, die mijn schip
+ doet recht tegen de klip der koningsmacht
+ oploope’, en zeker zal verbrijzelen....
+ Ik kan niet meer terug.... Vreemd om het land
+ te zien wegdeinen en zeker te weten
+ dat men nooit in de haven wederkeert....
+ Goddank! het zwaarste deed ik.... al het and’re
+ zal gebeuren zonder mijn doen. (Margreet treedt binnen)
+ Margreet....
+ Kom bij me, kind.
+
+ MARGREET Ik zag de heeren gaan....
+ Ze bleven lang.... (Zij ziet More aan en verschrikt)
+ Vader, wat is.... wat kwamen
+ ze doen?
+
+ MORE Zien, of ze konden met gedreig
+ murv maken je vaders gewete’, of dat
+ hardere hamers daartoe noodig zijn....
+
+ MARGREET Ze dreigden u? Waarmee?....
+
+ MORE (ziet haar zwijgend aan; zij bedekt het gezicht met de handen)
+ Wees niet verschrikt,
+ er is niets gebeurd om verschrikt te wezen,
+ mijn kind. Kom, zet je op het oude plaatsje:
+ wij willen akademie houden, als
+ je placht te noemen ons vertrouw’lijk spreken
+ over de vragen die van alle zijden
+ dit klein levens-eiland ombruisen.
+
+ MARGREET (gaat aan zijn voeten op een bankje zitten) Zoo
+ voel ’k mij weer worden het jongmeisje, vol
+ van vagen drang en onbestemd verlangen,
+ dat uit uw zacht-nadrukkelijke woorden
+ eens ’t licht van zekerheid zag opgaan....
+
+ MORE Zacht
+ wendde je jonge ziel zich naar dat licht....
+ Ik zag de kelk zich openen, begeerig
+ drinken den dauw, dien ik opving voor jou
+ van Plato’s lip en die der and’re wijzen.
+
+ MARGREET Wat was het zoet, aan uw hand te betreên
+ dat gouden land van de philosophie;
+ te voelen, hoe een vastheid in mij groeide
+ en sterker werd.
+
+ MORE Wat was het zoet, te stijgen
+ hand in hand naar de toppen der gedachte,
+ waar opengaat de zin des levens.... Kind,
+ ik heb in jou mijn groot geluk gevonden
+ en ik wil dat je weet hoe ik het vond.—
+ Mijn kind’ren heb ik alle lief
+ gelijkelijk, met de teedere liefde
+ eens vaders, maar jou heb ik ook nog lief
+ anders, niet teederder maar hoopvoller.
+ Ik heb in jou mijn liefste droomen lief,
+ het heilige verlangen en verwachten,
+ dat mijn hart aanraakte: het zoet gezicht
+ dat in mij groeide door de blijde dagen
+ van mijn volrijpe jeugd....
+
+ MARGREET Ge meent het beeld
+ der vrouw, gelijk zij zijn zal, wanneer allen
+ denken als gij denkt.
+
+ MORE Ja, het beeld der vrouw
+ als zij zijn zal in schemerverren tijd,
+ wanneer de booze waan heeft uitgewoed
+ die haar nu houdt vernederd en gevangen....
+ O schoone wereld, waarin zij zal zijn
+ den man gezellin, saam zij zullen dorschen
+ ’t gedachte-zaad....
+
+ MARGREET Konden wij haar zien worden,
+ die schoone wereld....
+
+ MORE Ik zag haar worden kind
+ en dat was mijn geluk.... ’k zag in jou hoofdje
+ de vonk der rede aangroeien tot vlam....
+ Ik zag over dit zacht gelaat, tot mij
+ in teed’re schroomvalligheid eerst geheven,
+ den glans zich breiden van bewusten wil,
+ en d’argelooze blik dier lieve oogen
+ verdiepen tot lange nadenkendheid.
+ Ik zag het meisje vol verholen drang
+ schuilgaand in droomen, tot de jonkvrouw rijpen,
+ moedig en frank, wier welgewogen oordeel
+ weegt voor den man, dien hare vrije neiging
+ verkoor.... ik zag de jonge moeder niet
+ de lijfjes maar van haar liev’lingen koest’ren,
+ hun leen’ge willen ook buigen en leiden
+ met zek’ren zin en vaste hand.—En als
+ de spotters, kleingeloovigen, wier vleugels
+ hen niet drage’ over heden heen, mij hoonden
+ om de droomvrouwen van Utopia,
+ lachte ik hun een stille glimlach tegen
+ en mijn hart sprong de tijden tegemoet
+ dat de kleine jonkvrouwen zullen baden
+ in klare kennis hun kost’lijke ziel,
+ en de moeders wetenden zijn, en vroed
+ voor de gemeenschap.... jij gaf mij die zegen:
+ ik dank je daarvoor kind....
+
+ MARGREET Al wat ik ben
+ werd ik door u; al wat ik weet, ik heb het
+ van u geleerd; aan u gelijk te worden
+ zooveel ik kon, dat was mijn prilste wensch;
+ mijn stoutste droom, u tot een hulp te zijn.
+
+ MORE Jij waart de blanke vijver, die getrouw
+ de kruinen spiegelde, en al hun deinen
+ van mijn gedachte-woud, die ’t heimlijk ruischen
+ van mijn hart kende, en nimmer verried.
+
+ MARGREET O laat het mij nu ook zijn! Geef mij weder
+ uw hart! Vertrouw mij, leg op mij de zwaarte
+ die ’k zie dat u bedrukt....
+
+ MORE Heugt je den dag
+ dat wij gelezen hadden Plato’s woorden
+ over de ziel en haar onsterflijkheid,
+ en daarna zaten in den stillen schemer
+ wiens zachte hand soms de verborgen dingen
+ omhoog streelt uit hun schuilhoek in het hart?
+ Heugt het je nog?
+
+ MARGREET Het was den dag nadat
+ ge tot het kanselierschap waart gehuldigd,
+ een vrede-ademende najaarsdag....
+ Vijf jaren zijn sinds dien voorbijgestroomd,
+ ik huwde, God schonk mij twee lieve kindren,
+ en gist’ren schijnt die dag....
+
+ MORE Heugt je nog wat
+ wij toen sprake’ over dood en leven, hoe
+ worde’ is der wereld wezen, alle dingen
+ dragen in zich kiem van weder-vergaan?
+ En dit aller droefheden droefheid is,
+ dat het hart niets omvatten kan in veilig
+ bezit?
+
+ MARGREET ’t Is mij als hoor ik weer uw stem,
+ manend: „daarom moet het tot d’ eeuwge sterren
+ zich beuren, en tusschen hun gouden spaken
+ zich vleie’ als in een nest”.... ’k voel langs mijn wangen
+ weer druppen de tranen van stil berouw.
+ Wij meisjes waren overstelpt geweest
+ door d’ ongewende pracht, de vreemde hulde....
+ Wij waande’ ons in een hoog’re sfeer geheven
+ boven ons oude zelf.... den dag na ’t feest
+ riept ge mij, om samen Plato te lezen
+ en koost den Phaedon.... ik voelde den roes
+ van wereldschheid als dunne damp vervliegen....
+ Mijn beste vader, ’k dank het meest dat uur
+ dat toen ineenstortte ons oude leven
+ van weelde en glans, mijn hart niet werd verschrikt.
+
+ MORE Ja, jij bleef staan,
+ een steun voor arme ontwrichtte moeder en
+ jongere zusters, die met duiven-oogen
+ mij hulp’loos aanzagen.... O blijf ook nu
+ mijn onverschrokken kind.... Heugt het je nog
+ hoe wij verder sprake’ in den stillen avond
+ over den mensch, hoe hij soms raakt beklemd
+ tusschen ’t stuwen van oversterke machten,
+ gedreven wordt waarheen hij niet wil gaan,
+ en een wijl worstelt in wanhopig weren
+ van wat zijn diepst ik onafweerbaar weet?
+ Tot hij op een dag neerdaalt in zichzelven
+ en zich gewonnen geeft; en op het pad,
+ dat hem ontvoeren zal aan de beklemming
+ der dingen en het wrijten van zijn wil,
+ vestigt hij rustig-lang den blik der oogen
+ en rijst om te gaan.... Weet je ’t nog, Margreet?
+
+ MARGREET Hoe zou ik het vergeten? In dat uur
+ werd immers ons verbond gesloten....
+
+ MORE Ja,
+ in dat uur vond je dapper hart zichzelf.
+ Want toen ik vroeg: kind, zoo wie jou was ’t liefste,
+ stond voor de keus, als voor een donker water,
+ de steilte van den dood beklimmen, of
+ zich laten dringen op omlage wegen
+ die hij verfoeit—zag ik je wange’ en hals
+ en heel je wezen bespreid van den gloed
+ dien het hart opzendt als een eed’le en hooge
+ willing ’t in vlam zet, en je stem was hel
+ van dapperheids goudenen klankkleur, sprekend:
+ „veel liever zag ik hem dood, dan zich zelven
+ ontrouw—immers wenschte ik hem dan toe lijden
+ bitterder dan de dood”—weet je het nog,
+ mijn kind?
+
+ MARGREET Ik heb zoo vaak
+ geschreid, omdat ik het niet kon vergeten,
+ en wat toen kwam....
+
+ MORE Hoe ik je hand nam en
+ die kleine koude hand tusschen de mijnen
+ klemmend, vroeg „zoo de dag eens kwam, Margreet,
+ dat ik stond, aangedrukt tegen de keuze
+ waaraan het leven hangt—zou jij mij dan
+ steunen van uit je hart”—en jij niet spreken
+ kon, maar knikte van ja?—dat was ’t niet waar?
+
+(Margreet knikt zwijgend.)
+
+ Het heugt je nog. Nu is die dag gekomen.
+ Help mij Margreet. Ik heb de keus gedaan.
+
+ MARGREET Vader.... Wat gaat ge doen?
+
+ MORE Ik ben gedreven
+ naar wat ik wou ontgaan. Al mijn beleid
+ heb ik gebruikt, mijn boot voorbij te sturen
+ aan deze klip, met al mijn kracht gestreefd
+ den greep t’ ontkomen, die zich om mij knelt.
+ Vergeefs! ik had sinds lang met eigen handen
+ de ketenen gesmeed waarmee het lot
+ mij binden zou.
+
+ MARGREET Van dat g’ u verbondt aan den koning, broeide
+ de botsing aan de kim van elken dag;
+ komen moest zij als zijn zelfzuchtige driften
+ schuimend zouden bijte’ in den breidel van
+ uw wil.... wij wisten ’t.... Dikwijls vreesden wij
+ wat ging gebeuren. Maar ge hebt den band
+ verbroken, die u aan den koning bond....
+ ge zijt weer vrij.... ik dacht u veilig.... vader,
+ wat dreigt ons nog?
+
+ MORE Ik heb den band verbroken
+ die m’ aan den koning bond, maar niemand kan
+ den band ontbinden tusschen hem en zijn
+ verleden: ’t weefsel van zijn vroeg’re daden
+ omwikkelt hem voor goed.... Hoe hooger ’k steeg,
+ hoe vaster mij de vorst in zijn vertrouwen
+ omvatte, als in een tooverring, die zich
+ nooit meer ontsluit waar hij zich heeft gesloten,
+ des te minder kon zijn koningswil dulden
+ dat ik mij loswrong.... poogde het te doen....
+ Toen in zijn sterke lijf de sterke lusten:
+ wulpschheid, heerschzucht, gelddorst, uitbraken en
+ het teer gewas wegvraten der belofte
+ van zijn groene jeugd, toen moest ik gaan,
+ wilde ik niet, blijvend, mee schuld drage’ aan daden
+ die ik verfoeide,—of tusschen hem en mij
+ oproepen d’ erge botsing, die zou voeren
+ tot mijn vernietiging. Die te ontwijken
+ ben ik gegaan: ik ging vergeefs, Margreet.
+
+ MARGREET Wat wil hij nog?
+
+ MORE Aanzien en rijkdom stroopte ik mij
+ als waardelooze vodden van het lijf
+ en waande een poos den greep te zijn ontkomen,
+ reeds knellend om mijn hals.—’k Herademde!
+ Maar ’t onweer drong weer op, geduchter dan het
+ eerst was geweest.... Toen wist ik mij verloren....
+ Ik wees het je, maar je wilde niet zien....
+
+ MARGREET Ik kon het niet....
+
+ MORE Mijn dapper kind, nu staat
+ de booze wolk vlak boven onze hoofden:
+ nu moèt je zien. De koning eischt een eed,
+ die zijn leugenbond met Anna vat
+ in gouden lijst van wettelijke wijding,
+ en een and’ren, die hem verheft tot hoofd
+ der kerk van Engeland. Ik kan die eeden
+ niet zweren, mijn geweten wil het niet.
+
+ MARGREET Wat zult ge....
+
+ MORE Ik kan niet verder uitwijken,
+ en mijn weig’ring raakt den koning in ’t hart;
+ want om zijn wil door te zetten behoeft
+ hij steun van allen, wier woord in de schalen
+ der openbare meening weegt:—wie niet
+ met hem meespringt over de hinderpalen
+ van wet en zede en goddelijk gebod,
+ wordt zelf, een hinderpaal, omvergehaald.
+ Hem blijft geen keus, als mij geen keus blijft. Hij
+ moet mij vernielen, misschien tegenwillig,
+ zooals ik tegenwillig moet trotseeren
+ ’t zwaard zijner macht.
+
+ MARGREET O waart ge nooit in dienst
+ getreden van den koning! Hadt ge nooit
+ voor hem ’t vrije leven van den geleerde
+ vaarwel gezegd, waarnaar uw hart bleef hunk’ren
+ als een schelp naar de zee.... Hem offerdet
+ ge de rust der dagen, de slaap der nachten,
+ ’t zoet verzamen met ons,.... voor hem hebt ge
+ der zorgen last geschouderd, haar gedragen
+ van jaar op jaar, en nu....
+
+ MORE Margreet, spreek zoo niet verder;
+ je weet niet wat mij dreef in ’s konings dienst.
+ Ik wil je alles toevertrouwen, kind,
+ dat je moogt zien hoe wat nu gaat gebeuren
+ met diepe wortels vastzit in ’t verleên.—
+ Heerlijk waren de dagen mijner jeugd!
+ de luchten trilden van de nieuwe leuzen,
+ die d’ ontwakenden toeriepen elkaar.
+ Boven de grenzen uit van land en taal
+ werd een zuivere broederschap geboren;
+ strijdbroederschap tegen al wat het blijde
+ leven op Gods lieflijke aarde ontwijdt:
+ domheid en wreedheid, breidelooze zeden
+ en blind geweld. Eén hoop bevleugelde ons:
+ niet maar de kerk, neen, d’ aarde zelf, de menschheid
+ te zuiveren door de macht van den geest.
+ Sommigen onzer verdiepten zich zoo
+ in de zinnige woorden die ons tegen-
+ fonkelden uit de lang verzonken tijden,
+ dat zij tot zoete levenstaak verkozen
+ die te reinigen van der eeuwen stof.
+ Mij gaf natuur een zin, die zich niet kon
+ gansch in vervlogene schoonheid verzinken,
+ maar zich van haar beurde naar onze dagen,
+ om die schooner te maken, kon het zijn.
+ Ik zag der tijden drang, den harden nood
+ der arme duizenden, die hulploos zwerven,
+ verjaagd van hof en erf;
+ ’k zag gouddorst in de grooten mensch’lijkheid
+ versmoren, de kleinen zich, gelijk wormen
+ gemarteld, winde’ in kronkels van den nijd.
+ Ik zag de vrouw in lediggang vermorsen
+ haar reedlijke vermogens en haar hart,
+ een weeldepop, of als lastdier beladen
+ overzwaar, zwoegen naar den dood. Ik zag
+ alom de ongelijkheid van bezit,
+ als de grond van de algemeene krankte
+ die ’t lichaam aanvrat van de christenheid.
+ —Maar ook zag ik het menschelijk vernuft
+ opendwingen, een geweldige beitel,
+ de geheime bergplaatsen der natuur.
+ Ik zag de aarde grooter worden: voor
+ onze verbaasde, opgetogen oogen
+ nieuwe deelen van haar verschijnen, als
+ trok morgennevel op over de wereld.
+ En toen rijpte het droomgezicht in mij;
+ uit vele wortels groeide het omhoog....
+ Land van geluk en minnelijk verkeer
+ der menschen, van vrede die zal omranken
+ hun dagen, als ’t bezit gemeen zal zijn
+ van de goederen des levens, en geen mensch meer
+ om geld zijn broeder misbruikt en verdrukt,
+ als allen samen maken wat behoeven
+ allen tot leven,
+ lieflijke velden van Utopia,
+ lachende huizen tusschen groene tuinen,
+ lachende kinderen die geen vrees kent,
+ blinkende scharen van mannen en vrouwen
+ edel van leden en zuiver van ziel:
+ eens zult ge zijn, ik weet het. Maar wanneer?
+ Hoe zal de menschheid haar weg tot u vinden?
+ Ik kan ’t niet zien.—In mijn hoopvolle jeugd,
+ Margreet, waande ik een weg te weten: daarom
+ trad ik in ’s konings dienst.
+
+ MARGREET Vader.... ik zie
+ uw hoop.... den koning.... hem wildet gij winnen,
+ voor de wet winnen van Utopia....
+
+ MORE Een vriend van ’t nieuwe weten leek hij, wien het
+ dienden minlijk gezind—en toen hij was gekroond,
+ wendend den steven van zijn vaders banen
+ naar recht en vrede weg. Hij riep mij tot zich,
+ en het snijdend woord mishaagde hem niet,
+ waar ik de euvelen van de gemeenschap
+ mee openlei. Zoo werd mijn waan geboren,
+ —uit verlangen en hoop werd die geboren—
+ dat hij de heerscher was, verkozen om
+ menschheid op den weg van geluk te voeren,
+ zoo ik hem steunde. Heerlijk door mijn leden
+ welde een vloed toen van duizelig geluk.
+ Maar ook verhief zich door het bloed de stem
+ der neiging, en fluisterde mijn hart toe:
+ „de staatsdienst is het graf der vrijheid”, en
+ uit nog dieper gewelven rees omhoog
+ woord’looze maning, zoodat ik mij wist
+ op een verraderlijke zee te wagen,
+ die mij niet weer zou geve’.... Een dag, een nacht,
+ en nog een dag en nacht heb ik gestreden
+ tegen mij zelf: toen overwon dat hunk’ren
+ naar ’t menschengeluk en die hoop. Ik ging
+ tot den koning. Dien dag bracht ik aan ’t wank’len
+ de steen die mij verplettren gaat. God weet het,
+ ik was niet karig met mijn kracht. Den boog
+ van mijn vermogens spande ik dag aan dag tot
+ het uiterste,—en ’t scheen in ’t eerst, als neigde
+ het hart des konings naar mijn raad.... Niet lang....
+ ’t was ’t gloren van een valsche dageraad,
+ waarop een somb’re nacht van onrecht volgde...
+ bedrog.... geweld.... Ik heb het doel gemist...
+ De hoop die ontlook aan mijn morgenhemel,
+ is sedert lang verwelkt; ik zelf
+ ga door dwingelandij gebroken worden.
+ Ik zie de baan niet naar menschegeluk,
+ ik weet den zin niet van mijn eigen leven:
+ moge ’t een and’re wezen, dan nu schijnt!
+ Maar één ding weet ik: wat mij dreef in jeugd,
+ te doen als ik deed, dat drijft mij ook nu.
+ Niet allen kunnen strijden op één wijs,
+ noch kan op d’ eigen wijze één altijd strijden,
+ maar één ding doet allen die strijden nood
+ t’ allen tijde voor meer gerechtigheid
+ en meer geluk op aard: zich zelven niet
+ te zoeken, de zoete dingen van ’t leven
+ niet liever te hebben dan ’t klaar gebod
+ van d’innerlijke stem. Dit ééne weet ik,
+ en zoo zal ’k doen, Margreet.
+
+ MARGREET O ik ben blij
+ dat ge zijt als de heil’ge martelaren
+ en d’ oude helden... ik heb u zoo lief...
+ vader, ik kan niet zonder u....
+
+ MORE Mijn hart,
+ een macht oversterk dringt tusschen ons beide
+ en maakt d’omstreng’ling onzer armen los.
+ Wij moete’ uiteen. De zoete wenning die
+ de jaren tusschen ons al vaster vlochten
+ wordt nu ontknocht. Wij zullen niet meer gaan
+ samen door ’t bosch in den herfstklaren morgen,
+ als de lage zon ’t laatste knetterblad
+ rosgoud doet gloeien onder schuinsch gestraal.
+ En als de lente komt, zal zij ons niet
+ meer dwalen zien, het avondrood in d’oogen,
+ langs ’t slingerpad dat de rivier bezoomt,
+ en huiswaarts keeren als de vogels zwijgen,
+ vol vredige gedachten, arm in arm.
+ Wij zullen niet meer, onze hoofden samen
+ aandachtig buigend over ’t oude boek,
+ waaruit heil’ge schoonheid en wijsheid stijgen,
+ voele’ onze harten kloppen in één maatgang
+ van eerbiedige vreugd. Wij zullen niet
+ meer, in de ijle sfeeren der muziek
+ samen ontzweefd, werelden op zien deinen
+ en weer vergaan....
+ Ik daal waar de lente geen oogen heeft
+ en alle zachte lach en stemmen zwijgen,
+ en dalend breng ik droefheid over jou.
+ Arm kind, nu zullen je dagen voortaan
+ gedoopt zijn in de vale schaduw van de
+ alleenheid waarin ik jou laat.—Nu moeten
+ we sterk zijn, hart, en wat we al die jaren
+ beleden met de lippen, onze levens-
+ waarheid te zijn, moet het hange’ onzer schouders
+ weer richten overend.
+ Moeder en zusters zullen mijn zin zwaar
+ maken, d’armen, met bidden en vermanen
+ dat ik toch buige.... Zult jij stand houden,
+ en voor mij vechten tegen hun begeeren,
+ voor wat je weet in mij ’t beste te wezen,
+ al gaat het om het leven zelf?
+ Kunt je ’t beloven, hart?
+
+ MARGREET Ik kan beloven....
+ te trachten trouw te zijn aan den wil dien
+ g’ in mij gewekt hebt....
+
+ MORE Dan ga ik gerust
+ den donk’ren gang in der gevangenschap.
+ Trouw hart, wij blijven samen, worden onze
+ lichamen ook gescheiden.... en mijn lieven
+ laat ik in zek’ren troost....
+
+ Dat nu een stem
+ mocht zinge’ een dier verlangenzware wijzen,
+ waar ’t hart zoo zoet op wegdeint.... ik ben mat....
+
+(More zinkt vermoeid in zijn zetel achterover. Men hoort Mercy in den
+tuin zingen. Tegen het einde van het gezang ziet men haar).
+
+ MARGREET Hoor vader, Mercy heeft uw wensch geraden
+ gelijk zij pleegt zoo vaak.... het is de wijze
+ van het eiland glanzend over den vloed.
+
+ MERCY
+ Ver over de glinst’rende zeeën, verder weg dan het avondrood,
+ voorbij de klippen van strijd, en het bare strand van den nood,
+
+ voorbij aan de rots waar de winden van den haat worden uitgebroed
+ drijft het zon- en schaduwbeminde eiland van geluk op den vloed.
+
+ Zijn groene oevers ombruisen de oevers van groen kristal,
+ den zeezang echoot het ruischen van zijn dichten boomenwal.
+
+ Daar in het bosch wordt geboren het allerinnigst geluid:
+ de tortel koert haar bekoren-bewogene vrede uit.
+
+ Glanzende boomen dragen ’t eener tijd bloesem en vrucht,
+ en door de bloeiende hagen gonst altijd zomergerucht.
+
+ Het dichte gewas der dalen buigt onder zijn gouden vracht,
+ en tegen de hellingen stralen de weiden hun gouden pracht.
+
+ Daar wonen de blinkende menschen met vrede-omlicht gelaat
+ door wien het gemeene wenschen als een stroom van kracht heengaat.
+
+ Hun spraak ruischt als onze gebeden, hun gang schrijdt als onze
+ dans,
+ hun stem is een nest van zachtheden, hun oog een bad van glans.
+
+ Leven is altijd beladen daar met een geur van vreugd
+ als waar zomerwind vol genade hier somtijds ons hart mee verheugt.
+
+ In den morgen gaan blijde gezellen zingend tot het arbeidsfeest
+ dat lijf noch ziel zal kwellen, en dadendrang geneest.
+
+ En de uren der rust heenglijden door den toover menigvoud
+ van der schoonheid fonk’lend gesmijde, en het plechtig gedachtewoud.
+
+ De dood komt op lichte schreden, hij draagt een wit gewaad
+ en wie hij wenkt gaat mede, als een gast van een feest opstaat.
+
+ Hem woelt door het hart niet de wreede zorg om wees of hulplooze
+ weeuw,
+ want daar heerschen de zachte zeden, heerscht de wet van de gouden
+ eeuw.
+
+ Het veld en de wei en de bosschen, en de vruchten der zee en de
+ wijn.
+ geperst uit de purperen trossen, daar het erfdeel van allen zijn.
+
+ Mijn en dijn hebben verloren hun rink’lende klank van metaal
+ en zoeme’ in die zuivere ooren als zinlooze kindertaal.
+
+ O wisten wij waar u te vinden, land van gelukzaligheid,
+ voorbij aan de rots der winden van haat, en de klippen van strijd.
+
+ DIENAAR Heer Thomas, een bode van staat wacht buiten;
+ hij vraagt of ge gereed zijt.
+
+ MORE Zeg hem: ja.
+
+
+
+
+DERDE BEDRIJF
+
+
+ More’s vertrek in den Tower.
+
+ More, Kingston, gevangenenbewaker. Later Grynæus en Margreet.
+
+
+ KINGSTON Een jonkman, die al vele malen poogde
+ u te bezoeke’ in uw gevangenschap,
+ —maar mijn bevelen bleven onveranderd:
+ „Laat niemand buiten zijn verwanten toe,”—
+ heeft eindelijk het langbegeerd verlof,
+ God weet door welke liste’, of lang beleg
+ van wie hoog wone’ in ’s konings gunst, veroverd.
+ Zal ik hem bij u laten?
+
+ MORE Wie is het?
+
+ KINGSTON Simon Grynæus.
+
+ MORE Dat ’s een naam die vaart
+ gelijk een frissche windstroom door de dompe
+ en muffe lucht. Laat hij gauw komen.
+
+ KINGSTON (tot den bewaker.) Roep
+ mijnheer Grynæus hier....
+
+ GRYNÆUS Mijn oude Morus,
+ hoe dikwijls trachtte ik tot u door te dringen....
+ ze lieten mij nooit toe....
+
+ MORE Het doet mij goed
+ de warme tintelingen van uw oogen
+ weer over mij te zien.... Kom, zet u hier.
+ Zie niet zoo droef. Wel was ’t een luchtiger
+ verblijf, ons paviljoen te Chelsea, waar
+ wij samen te philosopheeren plachten,
+ terwijl zacht gerilte ons koelte toewoei....
+ maar de bloem der philosophie bloeit ook
+ tusschen de spleten van deze gewelven:
+ ruikt gij haar geuren niet?
+
+ GRYNÆUS Ik kan niet schertsen
+ heer Thomas: vergeef mij mijn beklemd hart.
+ ’k Zie u, en vraag mij af: is hij het werk’lijk?
+ —dat sneeuwen haar, die vervallen gestalte,
+ dat vaal gelaat.... o wee.... heeft zoo de kerker
+ gevreten aan uw kracht?
+
+ MORE Mijn zoon, de kerker
+ kust met een adem die van ’t lijf de kloekheid
+ breekt als de rijp een bloem.... zoo onverlet de
+ geest blijft, is ’t onheil klein.... Mijn kinderen berichtten
+ mij over u, over uw trouwe steun
+ in hun verlatenheid: ik dacht niet anders
+ van u.... En hoe slaagde uw arbeid? hebt ge
+ dat manuscript ontward?
+
+ GRYNÆUS O Morus, spreek
+ niet van mijn arbeid: nietig schijnt mij, haatbaar
+ dat delven in de mijnen van ’t verleden
+ naar edelsteenen, terwijl in ’t vandaag
+ het licht van een steen dreigt gedoofd te worden
+ wiens flonkeringen ons verrukte’, en al
+ om niet, neen, erger dan om niet.... Ik bid u,
+ laat mij uitspreken wat al sedert maanden
+ schrijnt door mij, telkens wanneer mijn gedachten
+ beroerden uw geliefde beeld. Niet ik
+ alleen, al uw vrienden, de mannen wier
+ wille’ in één harmonie met uw wil samen
+ klonken, door alle levensjaren heen,
+ zij zijn bedrukt, niet omdat ge gaat sterven
+ maar om de zaak waarvoor. Het is hun zaak,
+ ’t is d’ uwe niet. Ge moogt niet door de tijden
+ rijzen, een mart’laar van het roomsch geloof;
+ gij kunt niet willen dekken met uw dood
+ ’t verderf, dat dadig uw leven bestreed.
+ Erasmus bidt u door mijn mond, nog and’ren:
+ laat het daartoe niet komen, ga op zij,
+ buig voor den koning. Zijn wil is niet louter,
+ ’k weet het, welt uit geen zuivre gronde’ omhoog,
+ maar Rome’s verzet tegen dien wil stroomt uit
+ een lichaam, stinkend van verderf.... O keten
+ u daaraan niet voor alle tijden vast,
+ door d’ eenge daad, die men nooit kan herroepen,
+ nooit uitwisschen.... verwar den klaren zin
+ van uw leven niet door verbijsterenden
+ troebelen dood....
+
+ MORE Zoon, troebel en verbijsterend
+ zal mijn dood enkel zijn voor wie verwart
+ d’ uiterlijke verschijning met het wezen.
+ De dingen der wereld staan niet gelijk
+ gij meent, tot ijz’ren onverzoenlijkheden
+ verstard, tegenover elkaar. ’t Wanneer
+ en waar, vult de hoekige, harde leuzen
+ met warme stoflijkheid: elk oogenblik
+ vervluchtigt zich en wordt opnieuw geboren
+ die levenswarme kern.
+ „Tegen den koning” beduidt thans en hier
+ niet vòòr plundring en verdomming door Rome
+ maar verzet tegen.... een andere macht,
+ een erger dreiging voor het heil der menschen.
+ In dat verzet te vallen is geen logen,
+ tast d’ essence van mijn leven niet aan.
+
+ GRYNÆUS O ’k weet het wel, ik weet het wel dat gij
+ rein zijt van hart, dat uw wil naar het goede
+ zich richt, van zelf, als een bloem naar de zon.
+ Wij weten ’t, maar niet alle weten ’t; Rome
+ zal uw dood munten tot het losgeld om
+ haar eigen verdoeming mee af te koopen;
+ uw martlaarshoofd, zoodra de beul ’t laat vallen,
+ oprape’ en dragen triomfantelijk
+ voor zich uit, dat van die gebroken oogen
+ de magische blik vele vrome zielen
+ weer bindt aan haar....
+
+ MORE Dat moet ik dulden, zoon.
+ In ’t groote woelen van onze aardsche wat’ren
+ vloeien recht en onrecht nu alle dagen
+ dooreen. Er zijn geen vlekkelooze zaken
+ om voor te leven en te sterve’: er zijn
+ zuiv’re harten, die ook in zaak, bevlekt
+ door mensch’lijke onvolkomenheid, omhelzen
+ hun hoogste levensdroom. Mijn vijanden
+ zullen zeker saamwerpen mijn verzet
+ tegen den koning, met alle ongerechtig-
+ heden, Rome verkankerend; u brengt
+ de opstand tegen Rome saam, in d’ oogen
+ van wie niet goed onderscheiden door haat,
+ met de tuchtlooze wreede boerenbenden
+ die trokken roovend moordend Duitschland door.
+ Zoo kan elk van ons in verbond verschijnen
+ met wat hem meest mishaagt. Het mag ons niet weerhouden
+ te doen wat ons geweten wil.
+
+ GRYNÆUS Maar ook uw vrienden
+ misprijzen uw besluit. Ziet ge die blaam
+ van wie zoo warm u loofde’ en graag u volgden
+ altijd, niet vóór u, een waarschuwend teeken
+ dat ge nu dwaalt?
+
+ MORE De blaam der lieve vrienden
+ bedrukt m’ en breidt om mij een kille nevel
+ waardoor ik moeilijk aadmend verder ga:
+ Maar hij weerhoudt mij niet.
+
+ GRYNÆUS Kan niets weerhoude’ u?
+
+ MORE Niets. Al de wat’ren van mijn wezen vloeiden
+ naar dit punt samen, om van hier den sprong
+ te nemen naar de rustiger gewesten
+ waar nieuw hun loop begint. Een langen tijd
+ groeie’ onze dade’ in ons om rijp te worden;
+ rijp zijnd, vallen zij af. Zij rijzen uit
+ de verborgene wortels van ons wezen,
+ en worden door der wereld zon en regen
+ gevoed. Om ze anders te maken zou
+ ’t zelf anders moeten zijn en al het andere.
+
+ GRYNÆUS Vaarwel dan Morus. O wee, dat de worm
+ van dit verdriet nu voortaan altijd knagen
+ zal aan ’t beeld dat ik oprichtte in mijn hart;
+ hem die ik levend boven allen eerde
+ kon ik niet eeren in zijn dood.... Dat God u make
+ het sterven licht....
+
+ MORE En u het leven zoet.
+ Bedroef u niet, omdat mijn levenswil
+ verwrongen zal verschijnen aan de menschen:
+ wij lijden nog, ook waar wij doen.—
+ Ik bid u, laat Erasmus weten dat
+ ik meende een andere te moeten schijnen
+ om dezelfde te zijn. Vaarwel. (Grynæus af.) Hoe zwaar
+ is ’t vrienden te bedroeven!—Voor het eerst
+ gaat hij van mij weg onvoldaan, en armer
+ aan vreugde dan hij kwam.... ’k zag in zijn oogen
+ neerstrijken op de velden van zijn hart
+ de zwartgevlerkte vogel die daar lang
+ zal broeden: doffe smart van niet te kunnen
+ begrijpen de daden van wie wij minnen,
+ omdat ze zijn één wezen, een ander wij.
+ „Hij was een goed man, maar hij stierf voor Rome,
+ zijn dood maakte op zijn leve’ een smet”—zoo zal
+ Grynæus mij gedenken, hij zelf zei ’t,
+ en de gedachte voelen als een stekel
+ prieme’ in zijn vleesch....
+
+ Ja zoo denken de menschen:
+ hun denken kruipt behoedzaam langs de banen
+ van het leven en houdt diens vaart niet bij.
+ Het bindt de dingen samen tot een vlot
+ en daarop zet hun traagheid zich, tevreden
+ voortdroomend, onbekommerd of de stroom
+ des levens ongestuim de lichte balken
+ weer uit elkander sloeg.—Of ’t zoo moet zijn?
+ Of mijn denkingswijs in de vuist der velen
+ breken zou en hen laten, gelijk blinden
+ rondtastend zonder staf? Behoeven zij
+ starre gedachte-banden om daarin
+ de veelheid der verschijnselen te persen,
+ en de verand’ring vast te leggen, zóó
+ zichzelf beschermend van door over-veelheid
+ verbijsterd te worden? Wie zal ’t mij zeggen?
+ Wie is er die het weet?
+
+ (Southwell, Palmer en Rich komen binnen.)
+
+ SOUTHWELL Mijnheer, wil onze komst vergeven: zij is
+ niet onze keus. ’t Hooggerechtshof belastte
+ ons met een werk waarvan wij hopen dat
+ gij ’t zult toerekenen die daartoe gaven ’t
+ bevel, niet ons.
+
+ MORE Mijnheer de procureur,
+ wat wilt ge van mij?
+
+ SOUTHWELL Wij kregen de last
+ uw vertrek te doorzoeke’ en mee te nemen
+ al wat wij vinde’ aan boeken en geschriften,
+ om ze over te leggen aan het hof.
+ Vergunt ge dat ik d’ onwelkome taak
+ seffens volvoer’?
+
+ MORE Ik heb niets te vergunnen
+ mijnheer. Men heeft mij niet gevraagd, toen men
+ mij pennen en papier ontnam, men zou
+ niet luisteren, zoo ik mij nu bezwaarde.
+ Voert gij uw opdracht uit.
+
+ SOUTHWELL Komt heeren, aan
+ het werk.
+
+ (Palmer en Rich zoeken in het vertrek en pakken de boeken en
+ geschriften bijeen die Southwell doorbladert; na eenigen tijd,
+ terwijl Palmer nog zoekt, wendt Rich zich tot More die rustig is
+ blijven zitten.)
+
+ RICH Heer Thomas, ge zijt wijs
+ en in de wetten van den staat geleerd,
+ vergun daarom, dat ik u voorleg eene
+ vraag die mij zeer vervult. Zoo ’t parlement
+ tot koning van Engeland mij verklaarde,
+ zoudt gij mij dan erkennen als koning?
+
+ MORE Ja Mijnheer ’k zou u erkennen als koning.
+
+ RICH Maar stel nu ’t geval, dat het parlement
+ een wet maakte die mij tot paus verklaarde,
+ zoudt gij mij dan als paus erkennen?
+
+ MORE Of
+ stel dit ander geval eens, mijnheer Rich,
+ dat het parlement door een wet verklaarde
+ God niet meer God te zijn, zoudt ge u achten
+ gebonden door zoo’n wet?
+
+ RICH Neen toch mijnheer:
+ geen parlement heeft in geest’lijke zaken
+ te binden macht.
+
+ MORE ’t Is als gij zegt, mijnheer.
+
+ (Southwell die aan ’t einde scherp heeft toegeluisterd maakt een
+ beweging van teleurstelling; dan wendt hij zich tot Palmer en
+ Rich en beduidt hun dat zij kunnen vertrekken).
+
+ SOUTHWELL Wij hebben onzen last volvoerd, mijnheer,
+ maar vergun mij, eer ik ga, nog een woord
+ met u te spreken.... Ge zult weldra moeten
+ verschijnen voor het hof.
+
+ MORE Ik weet het.
+
+ SOUTHWELL Weet
+ ge ook, waarom ’t een vol jaar duurde, eer ge
+ werd voorgeroepen?
+
+ MORE ’k Meen het te begrijpen,
+ maar weet het niet.
+
+ SOUTHWELL De koning wilde u
+ redden, tegen u zelven u beschermen:
+ achter het fronsen van zijn ongenade
+ leeft in zijn hart nog de lach van zijn gunst.
+ Hij hoopte, dat g’ in eenzaamheid hervinden
+ u zelf zoudt, tot u inkeeren.... Zijn oor
+ boog gretig naar het eerst gemurmel over
+ dat zou stijge’ uit de lang bevroren wellen
+ van uwe trouw.... nog buigt hij luistrend over....
+ Maar ’t is nu gauw te laat.... Ge zwijgt, heer Thomas?
+
+ MORE Spreken valt te zwaar.
+ Ik zou den koning en mij zelven gaarne
+ besparen wat nu komt, maar mijn geweten
+ verbiedt mij te doen gelijk hij verlangt.
+ Is u dat nieuw?
+
+ SOUTHWELL De koning laat u weten
+ dat hij, wanneer het oordeel is gevallen
+ niets meer vermag, om....
+
+ MORE De koning kan weten
+ dat ik het oordeel, wanneer recht en wet nog
+ gelde’ in zijn rijk, met gerustheid verwacht.
+
+ (Southwell maakt opnieuw een beweging van teleurstelling en loopt
+ eenige malen het vertrek op en neer, dan wendt hij zich op nieuw
+ tot More.)
+
+ SOUTHWELL Ik kan zulk een halstarrigheid niet vatten,
+ in een vroom christen, mijnheer More, als gij:
+ ge staat alleen met uwe weig’ring tegen
+ alle bisschoppen; gij, een leek,
+ werpt door dit weig’re’ een blaam op hun gedrag
+ in geestelijke dingen; matigt u
+ een oordeel aan over hen wien ge zijt
+ gehoorzaamheid in zaken des geloofs
+ verschuldigd.... ik begrijp u niet....
+
+ MORE Mijnheer,
+ daden te oordeelen was eens mijn ambt,
+ het is ’t niet meer; in de harten te lezen
+ komt mij, een feilbaar mensch, niet toe. Ik volg
+ den weg, dien ’k voor den goede houd, de eeden
+ weig’rend, en neem aan dat de bisschoppen
+ ze zwerend, gaan den weg die hun geweten
+ hun zegt te gaan....
+
+ SOUTHWELL Weet ge wel dat uwe liefste
+ vrienden uw koppigheid betreuren? Zij
+ achten ’t onwaardig een verlichten geest,
+ zich zoo te klampen aan een vorm, als gij doet
+ in deze zaak....
+
+ MORE Mijn vrienden hebben mooglijk
+ mijne redenen om te weig’ren niet,
+ noch ik de hunne, om voor den eisch des konings
+ te buigen ’t hoofd.... Er zijn tijden, mijnheer,
+ waarin wie dachten in de levenszee
+ bijeen te blijven, door machtige winden
+ worden verstrooid en elk voor zich moet zoeken
+ veilige reede. Dit is zulk een tijd....
+
+ SOUTHWELL Wat waant ge toch weigerend te bereiken?
+
+ MORE En zoo alleen de vrede van ’t gemoed,
+ lijkt u dat zoo gering een ding, dat ik
+ daarvoor het restje van mijn aardsche dagen
+ niet ruilen zou?
+
+ SOUTHWELL Ik ben verbaasd te hooren
+ dat wie zoo teeder aan de zijnen hing
+ als gij, dien vrede proeven kan, terwijl
+ uw kind’ren zich om u van angst verteeren.
+ Zeg mij, Morus, verstoort nimmer uw vrede
+ gedachte aan hun onvree? Dan moet zij
+ zich, naar mij dunkt, hebben gehuld in dikke
+ mantel van zelf-genoegzaamheid....
+
+ MORE Mijn kind’ren
+ kunnen niet willen dat ik mijn geweten
+ geweld aandoe voor hen....
+
+ SOUTHWELL Uw kinderen
+ billijken niet uw redeloos vasthouden
+ aan ’t onzalig besluit. Zij kozen niet
+ uw zijde.... niet één hunner koos uw zijde....
+ uw lievlingsdochter zelve, d’ edelste
+ loot van uw stam, schaart zich tegen haar vader:
+ zij deed den eed.
+
+ MORE Ik ried haar die te doen.
+ Wat één betaamt, is niet voor allen goed:
+ zij, jonge vrouw en moeder, kon ’t niet dragen
+ van man en kleinen gescheiden te zijn....
+
+ SOUTHWELL (na een stilte) Ik moet nu gaan, mijnheer. Ge moogt bedenken
+ dat wij weer zullen samenkomen waar
+ mijn ambt den toon van zachte overreding
+ en hartelijken aandrang mij verbiedt....
+ Nu ik verzekerd ben van uw verstoktheid,
+ zal het mij lichter vallen voor ’t gerecht
+ de volle lengte en breedte uit te meten
+ van uwe schuld.... Tot wederziens, mijnheer. (Southwell af.)
+
+ MORE De laatste poging....
+ Heden en hier werd mijn vonnis geveld....
+ de plompe Rich en de geslepen Southwell....
+ een vreemd verbond.... Hoe velen hebben zoo
+ hun krachten beproefd op de taaie vezels
+ van dit half-stukgereten hart.... De koning
+ schaamt zich, ’t grijze hoofd van zijn ouden dienaar
+ te doen neerrollen langs de trappen van
+ ’t schavot.... wist ik voor hem en mij een uitweg....
+ maar ’t moet geschieden....
+
+ KINGSTON Morus, ik ben blij
+ de brenger te zijn van welkome tijding;
+ uw dochter Margreet kreeg verlof u te
+ bezoeken.... zij zal daadlijk hier zijn,.... zie,
+ daar is zij al....
+
+ (Margreet komt binnen en werpt zich in de armen van More.)
+
+ MORE Mijn trouwe kind!
+
+ MARGREET Mijn vader!
+
+ MORE Had ik geweten dat die vrucht voor mij
+ te rijpen hing aan den boom van vandaag,
+ hoe zouden mijn gedachten lang te voren
+ daaraan hebben gefeest!
+
+ MARGREET Het heugt mij niet
+ dat ik hier groeide....
+
+ MORE Een geur als van jong gras
+ omhing de laatste maal je haar en kleedje....
+ Dat was mijn zomer.... tot vandaag.... Nu ligt
+ zeker het versche hooi al op de weide
+ gespreid voor ’t huis nietwaar? Lief hart, hoe leven
+ de onzen?—je gezicht is klein en strak....
+
+ MARGREET O laat mij zoo nog blijven zonder spreken....
+ Ik voel de zwaarte der beklemming wijken,
+ mijn angst wordt een onwezelijke droom.
+ Hier is het goed en vrede.... o kon ik blijven
+ hier bij u, vader.... Schuilen bij u.... Vader,
+ ik ben uw eigen kind niet meer.... ik kon
+ mijn woord niet houden, de onzen te steunen,
+ ik had geen kracht meer, ik tast zelf naar steun....
+
+ MORE Geen stam zoo welgeworteld, of een wind leeft
+ die hem omwerpen kan.... geen menschehart
+ zoo sterk, of een smart kan het overstelpen....
+ Maar de ontwortelde stam blijft geveld,
+ en dapper richten zich weer op de harten.
+ Verhaal, arm kind.
+
+ MARGREET Sedert mijn kleine liev’ling
+ gestorven is, die ons omschaduwd leven
+ licht maakte met zijn zilv’ren kinderlach,
+ heb ik mijn kloekheid niet teruggevonden.
+ Mijn goede William houdt, met liefdesterke
+ armen, zooveel hij kan, mij op de helling
+ tegen naar zwart gepeins; hij draagt geduldig
+ dat hij mij niet over u troosten kan.
+ Dance heeft door angst en bezorgdheid verloren
+ de speelschheid die haar zoo gevallig maakte,
+ en sluipt een stille schim, door ’t stille huis.
+ .... Mercy is krank.... De jongens gaan en keeren
+ bedrukt van uitzicht, want de ooren blijven
+ doof voor hen en de deuren dicht. Onze arme
+ moeder weeklaagt en jammert dag en nacht:
+ „Thomas, Thomas, wat doet g’ ons allen aan,
+ hartlooze man”—in ’t huis dat voorheen zoemde
+ van blij arbeidsgerucht en levensvreugd
+ hoort men nu enkel haar snikkend geklaag
+ door de beklemming van de stilte scheuren....
+
+ MORE Twijfel te lijden,
+ lang dobb’ren op onzekerheid,
+ maakt harten altijd flauw. Een steun
+ komt nader, hij is ons al zeer nabij:
+ dat wat onherroepelijk is en blijvend.
+ Nog een weinig geduld, mijn kind....
+
+ MARGREET O vader,
+ zoo wij maar eenig waren, zoo maar allen
+ van ons als zeker zagen dat ge doet
+ wat goed is, al kunnen zij ’t niet doorgronden,
+ en om u heen vlochten een ring van trouw,
+ ’t zou niet zoo vreeslijk zijn,—maar ’k sta alleen,
+ altijd alleen tegen hun klagend vragen
+ waarom ge toch ’t zoete leven wegstoot
+ van u: hun smeeken maakt mij zoo ellendig,
+ of ik u niet òmstemmen kan, die ’t dichtste
+ leefde aan uw hart, hun verholen verwijten
+ dat ik het nog niet deed....
+
+ MORE Mijn dierbaar kind,
+ ’t is liefde die hen drijft: zij is niet ziende,
+ maar ook blinde liefde stemt zacht ons hart.
+ Geduld: misschien gaan hun oogen nog open.
+ O ’k weet het wel, het is voor jou het zwaarst....
+ Is er dan niemand van de oude vrienden
+ wiens vaste lichte hand de zwakke stengel
+ opbinden kan van hun slaphangend hart?
+ Is er niemand, Margreet?
+
+ MARGREET Ach vader, die
+ ons bleven trouw—en het zijn er maar wein’ge—
+ zuchten, en wenden ’t hoofd af als wij spreken
+ van u.... Zij willen onze smart niet met
+ het koude ijzer van hun blaam beroeren
+ maar zij begrijpen niet, wat u beweegt....
+ er is niemand meer, die u steunt....
+
+ MORE Mijn kind,
+ wees daarom niet verdrietig: niemands steun
+ kan mijn stam tegen den windvlaag beschermen
+ die mij omwerpen gaat. O waarom springt
+ je hart telkens zoo schichtig voor de waarheid
+ wier schaduw valt voor onzen voet, opzij?
+ Zie haar aan: zij is niet verschrikkelijk
+ zoodra je haar aanziet met vaste oogen.
+ Is de dood zulk een vreeslijk kwaad voor mij?
+ Ik ben sinds lang nog maar van hem gescheiden
+ door een dunne en ijle mist. Tweemaal
+ sedert ik hier kwam scheurde die: ik zag
+ zijn rustomkransd gelaat over het mijne
+ gebogen en voelde geen vrees.... wèl lichte
+ droefheid toen ’t weer verdween....
+
+ MARGREET O spreek niet zoo,
+ ik kan ’t niet hooren.... Vader, mijn hart is
+ sinds ge weg zijt, zoo dof en zwaar geworden....
+ ik kan niet verder leven met dat doffe
+ bezwaarde hart! O dat ge ’t nemen kondt
+ tusschen uw hande’ en met uw warme adem
+ weer daarin wekken d’ oude heerlijkheid
+ van hoogen drang en gloed. Die is nu dood.
+ Moed is in mij dood.... o ik bid u, help mij, vader,
+ geef mij een levenswoord, geef mij een woord
+ dat ik dag en nacht als een warme zachte
+ troost kan drukken tegen mijn borst, en voelen
+ dringen zijn kracht in mij....
+
+ MORE Zoo’n wonderwoord
+ groeit hier op aarde niet, dochter Margreet:
+ het hart wekt in de woorden warm getril
+ van leven, door zijn eigen levenswarmte;
+ is het zelf kil dan blijven z’ in hem slapen
+ als zaad in hard-bevroren aard.... Mijn kind,
+ niemand kan voor een ander wezen voeren
+ de worsteling tegen een smartgolf als
+ jou overmocht; dat moet hij zelf, zijn eigen
+ kracht moet hem weer oprichten.... Ik kan niets
+ dan zóó je handen streelend, zachtjes zeggen:
+ hef je hart op naar d’ oude helderheden,
+ zij stralen nog....
+
+ MARGREET Ik kan het niet.... ik kan
+ niets voelen als die doffe zwaarte, en scheurt die
+ de scheuten van een vreeselijke pijn....
+ vader.... heb medelijden met ons.... Laat
+ ons niet zoo achter.... morgen is de dag....
+ Laat ons niet zoo verloren achter, vader....
+ ik smeek u, doe den eed....
+
+ MORE (na een stilte) Ook jij, Margreet....
+ nu breekt de laatste staf waarop ik leunde
+ doormidden.... waarom heb je dat gedaan....
+
+ MARGREET Vader....
+
+ KINGSTON (binnenkomend) Vrouwe Margreet, de tijd is om.
+ Ik liet u blijven tot het allerlaatst,
+ maar de poorten moeten gesloten worden:
+ ik bid u, maak een kort vaarwel.
+
+ MARGREET O vader,
+ moeten wij dan zóó scheiden....
+
+ MORE Mijn arm kind,
+ het moet, en langer waar alleen verlenging
+ van onze pijn. Kus moeder goedendag,
+ groet maag en vriend van mij, zeg hun te dragen
+ een moedig hart, en te roeme’ in de waarheid:
+ dat is het heil. Dank die mij diende’ in trouw,
+ en de geburen, wier hulpvaardigheid
+ mijn hart dikwijls verheugde: geef hun allen
+ minlijke groet.... Treur niet te zeer, mijn kind:
+ wij zullen elkaar weerzien waar vreugd bloesemt
+ uit alle droefheid, alle aardsche zwakheid
+ gelouterd wordt tot kracht.
+
+ MARGREET Vergiffenis....
+
+ MORE Mijn lieve hart, er valt niets te vergeven:
+ het moest zoo zijn.
+
+ (Margreet met Kingston af. More na lang zwijgen.)
+
+ Kom nu, mijn laatste vriend,
+ kom dood en maak dit kranke hart gezond....
+ Ik kan niet meer.—
+ Mijn vrienden zoeken mij te wringen in
+ het enge keurs van hun partijd’ge meening;
+ zij wenden zich in wrevel van mij af
+ omdat hun wil niet mijn kompas kan wezen.
+ Voor de mijnen ben ik een steen geworden
+ waaraan hun voet zich stoot.... Mijn liefste kind
+ hoort als een vreemd en onverstaan rumoeren
+ het kloppen aan van mijn hart.... Eenzaamheid,
+ ik zag u lang genaken, eenzaamheid,
+ en voor u sidderde mijn hart terug
+ dat maar gedijt, wanneer het houdt één maat
+ met and’re harten.... sidderde terug
+ als het u hoorde spoken door mijn hoofd,
+ en kon u toch niet, kon u toch niet vliên....
+ ge zijt gekome’: onder uw looden hand
+ krimpen mijn schouders en huivert mijn hart.
+
+ O dat een vrouw nu komen mocht tot mij,
+ die sinds lang van mijn gemoed alle paden
+ kende en trad tot de gronden van mijn hart....
+ ’t zou zoet zijn in haar oog te lezen dat
+ ik deed gelijk haar vertrouwen verwachtte,
+ haar warm begrijpen als een luwe wind
+ te voelen zacht mijn wang omspelen, drogend
+ op mijn gelaat de klamheid van den dood....
+ Else en ik hebben in verscheiden sfeeren
+ altijd gewoond.... een menscheleven lang
+ weet ik het, heb het zonder wrok gedragen....
+ arme ziel! waarom drukke’ uw enge grenzen
+ vandaag zoo zwaar?.... Mijn hart had één vertrouwde:
+ als ik mij tot haar wat’ren overboog
+ vond ik mijn wil verzacht, verinnigd weder
+ in ’t lout’re willen van mijn liefste kind....
+ Nu zendt de ziel van mijn Margreet omhoog
+ een ander beeld.... ik kan niet meer, mij spieg’lend
+ in haar klaarten, denken: ’t is wel met mij....
+ Zij en Erasmus stonden mij het naast
+ van alle wezens.... Nu denkt hij aan mij als
+ aan een afvallige; de tijding van
+ mijn sterven zal den stervende vervullen
+ met bitterheid.... ’t Is droef te weten dat
+ wij tweegespan die zoo lang najaagden
+ eenzelfde waarheid, den dood in gaan dragend
+ tot elkander een wrevelig hart....
+ Mijn leven schijnt een zinnelooze leegte
+ en ik kan niets denken als droefenis.
+
+
+ O diepe zeeën, wijd-zwellende landen,
+ begroeide ruigten tusschen ons, niet gij
+ hebt mij van mijn oude genoot gescheiden,
+ niet gij doet mij hem voelen ver en vreemd.
+ IJzeren grendels en dikke gewelven
+ van ongehouwen steen, en tralies die
+ onwrikbaar donkert tusschen mij en vrijheid—
+ ik ben ellendig, maar niet door uw macht.
+ Smaadlijke dood, die dreigend vóór mij staat,
+ bijl dien ik zweven zie boven mijn hoofd,
+ het is de vrees voor u niet, die mij martelt,
+ maar dat ik eenzaam sterf.
+ O welk een vloed,
+ welk een zaligheid van zongouden licht,
+ zou stroomen langs de vaalheid dezer wanden,
+ zoo ik maar wist, dat ergens in de wereld
+ andere harten neigden met mijn hart;
+ neigden in één wil, ééne hoop, één blijheid....
+ Oude honger, hunkering ongestild
+ naar een broederschap, die ik nauw kan denken,
+ waar ik geen naam voor weet, doorwoelt ge tot het einde
+ dit dwaze hart?
+ Ge wordt nu haast gestild;
+ ziedaar: de gemeenschap der heiligen
+ gaat voor u open.... zijt ge nòg niet blij?
+ neen nog niet gansch: de gemeenschap der menschen
+ die haar wortel en stam is, stoot u uit.
+
+
+ Welk een vreemd lot is mijn lot! Tot de menschen
+ voelde ik mij vroeg getrokken als een golf
+ getrokken voelt om tusschen andre golven
+ zich op te lossen in hun reidans. Maar
+ ik bleef altijd eenzaam onder hun scharen
+ in ’t allerdiepste, want ik vond er geen
+ die wilde met mijn wil, zag met mijn oogen,
+ die dacht als ik dacht dat de schande’ en smarten
+ niet kome’ uit God, maar uit de maatschappij,
+ en met mij wilde voorwaarts dringen naar
+ waar smart en schande overwonnen worden....
+ eenzame wil, eenzame golf, ga onder....
+
+
+ Er zijn er die zullen brande’ om mijn naam
+ de wierook van hun lof, en zullen stemp’len
+ met het merk hunner waarheid mijn gedachtenis....
+ Ach, zij hebben zich nooit gebogen over
+ de bronnen van mijn hart, nimmer hun ruischen
+ vermoed.... eenzame golf, eenzame wil....
+
+
+ Hoe droef-misvormd, Thomas More, zal uw beeld
+ voortleven in de spiegeling der tijden,
+ onkenbaar verwrongen door lof en blaam,
+ gelijk een onbegrepen melodie
+ tot zinnelooze verwardheid verkeerend
+ door plompe druk van ongevoel’ge hand.
+ Mij walgt daaraan te denken.... Eenzaam, eenzaam
+ ook in den dood....
+ Zoo ik maar wist dat eens
+ liefdevol-begrijpende gedachte
+ zou heenbuige’ over mijn herinnering,
+ ik zou zoo hongerig niet sterven....
+ Ach,
+ kon ik een mensch uit d’ongeboren tijden
+ den sleutel reiken tot mijn binnenst hart!
+ Ja, had ik, gelijk dichters doen, mijn wezen
+ gebed tusschen bloesems van schoone droomen
+ waar het doorheen scheen, blinkend zacht voor wie
+ dieper doordringen dan de eerste blik,
+ en langer wijlen.... Maar dat kon ik niet....
+ Ik heb het diepste hunk’ren van mijn ziel
+ niet met der schoonheid zilverdraad doorweven
+ maar gestikt tot een bruin en nuchter web....
+ Tusschen de bladen der Utopia
+ daar leeft mijn wezen, als des dichters wezen
+ in zijn gedicht....
+ En zal dan daarin niet
+ mij vinden wie mij zoekt? Zal hij ’t wanbeeld
+ niet afwerend, waartoe menschen mij maakten,
+ mij oproepen uit wat ik heb gewrocht?
+ O ja, dat zal hij.... eenmaal komt een tijd
+ dat wat nu schijnt een nest van speelsche droomen
+ voor vele’ als klare levenswaarheid staat,
+ waartoe hun voeten zich in maat bewegen
+ waarnaar hun armen zich strekke’ en hun hart....
+ O Kommunisme, als de wil tot u,
+ een stormwind, zwelt door de wouden der menschheid,
+ dan wordt mijn wil begrepen en bemind....
+
+
+ Verre vriend die mij toelacht door een mist;
+ ik kan uw aangezicht niet zien, de tijden
+ breiden hun nevel tusschen u en mij,
+ maar ’k voel uw hand vol mild begrijpen tasten
+ naar den klop van mijn hart.... ge vindt het, ge
+ buigt over mij zooals een ouder broeder
+ over zijn jonger broer; ge leest mij, onze harten
+ neigen te zaam.... O zoet geluk, ge komt,
+ zoete broederschap, ge komt eens voor mij....
+
+
+ De eenzaamheid, die mijn denken omhuifde
+ met looden kap, is weg, mijn bloed stroomt vrij.
+ Door de donkere schaduwhoeken zie ’k
+ de lichte, vriend’lijke gestalten zweven
+ van maag en vriend.... Zoete herinneringen
+ omzoemen mij, uit uren dat ik voelde
+ in liefde met de menschen zoetst-verzaamd.
+
+
+ O zacht-geoogde vriend dier verre tijden,
+ gij hebt den steen der eenzaamheid getild
+ van mijn gemoed.... Ja de gedachte aan u
+ zond God mij, dat niet met dat hongerknagen
+ in ’t hart, ’k zou scheiden van zijn lichte aarde.
+ Nu ben ik weer blij, dat ik heb geleefd....
+ Mijn ziel verkwikt een wonderzoete vrede,
+ die ik in lang niet had gevoeld....
+
+ KINGSTON Mijn oude
+ makker, het eind van uw gevangenschap
+ is eind’lijk—o zij ’t einde goed—gekomen;
+ ge moet morgen verschijnen voor het hof.
+
+ MORE Het eind wordt zeker goed, Kingston: ’k zie morgen
+ dagen met een gerust en vrolijk hart.
+
+
+
+
+VIERDE BEDRIJF
+
+
+ De Theemskade bij Londenbrug. Nacht. Aan gindsche zijde van de
+ brug aan den anderen oever, ziet men flauw de omtrekken der
+ stadspoort.
+
+ William, Grynæus, later Kingston, Margreet en de nar.
+
+
+ WILLIAM Hier zijn wij waar wij moeten wezen: dit is
+ de afgesproken plek.
+
+ GRYNÆUS Kingston is er
+ nog niet....
+
+ WILLIAM Maar hij komt zeker: dat ’s er een
+ van het soort die hun woord gestand doen. Hij
+ en gij Simon, bevriende’ ons nog; al d’anderen
+ verstoven na dien slag.... De nacht is geurig....
+
+ GRYNÆUS Ja, door de zoelte hangt een geur van vlier....
+
+ WILLIAM Hoe genoot hij de zomerzoete geuren
+ van zulke nachten.... Ach Simon, ik kan
+ het niet gelooven....
+
+ GRYNÆUS En toch is het waar:
+ van ginds-af ziet, verschole’ in fulpen duister
+ zijn bloedeloos hoofd op ons neer....
+
+ WILLIAM Afgrijslijk....
+ o dat we enkel d’arme geknotte romp
+ begraven mogen, en moete’ overlaten
+ het edelste ten prooi....
+
+ GRYNÆUS Stil, ik hoor schreden.
+ Wie komt daar?
+
+ KINGSTON William Kingston. Zijt gij het,
+ mijnheer Grynæus? Is niet William Roper
+ met u?
+
+ WILLIAM Hier ben ik Kingston. Dank dat gij
+ gekomen zijt.... wij hunkeren te hooren....
+ En toch.... mijn hart huivert.... O Kingston,
+ hoe ging hij op?
+
+ KINGSTON Blijde als een kind, dat huiswaarts
+ naar moeder keert, en even gerust.
+ Maar o vrienden, de schande.... o de schande....
+ Hoe kan één van ons die daarbij was, nog
+ het licht verdrage’.... Een getuig’nis, gevlochten
+ uit dikke en drieste leugens hebben zij
+ gedraaid tot den strik, om mee te verworgen
+ den nek, die het nobelste hart van England
+ bond aan het beste brein.... Hoordet g’ op welke
+ gronden het vonnis werd geveld?
+
+ WILLIAM Alleen
+ geruchten. Men zegt, een gekocht getuige
+ zwoer, dat hij vader had gehoord betwisten,
+ en honen ’s konings kerkelijk opperrecht.
+ Is dat waar, Kingston?
+
+ KINGSTON Ja, Judas’ geslacht
+ is nog niet uitgestorven.... ik wil trachten
+ geregeld te verhalen, maar de woorden
+ stokken mij in de keel.
+
+ WILLIAM Zeg eerst of vader
+ ’t band zijner zwijgzaamheid verbroken heeft.
+ Opende hij hun, waarom zijn geweten
+ te zweren hem verbood?
+
+ KINGSTON Ja William, en
+ de reden was als wij konden verwachten
+ van een man gelijk hij.... Kon ik in woorden
+ uitdrukken welk gevoel alle, ook de rechters
+ deed opstaan toen hij binnen werd gebracht!
+ Het was geen deernis met zijn lijdend wezen,
+ zijn gebogen gestalte, moeizaam gaande
+ geleund op eenen stok.... het was ontzag
+ voor een milde majesteit, uitgerezen
+ boven het leed.... Toen mijnheer Audley alvoor
+ d’ aanklacht te lezen Morus heuschelijk
+ begroette, en bood voor ’t laatst in naam des konings
+ vergiffenis, hoopte ik even dat hij
+ had toegestemd te zweeren, en ’t zoo tusschen
+ hen was gekomen overeen. Maar rustig
+ klonk reeds zijn antwoord door de zaal:
+ „Mijnheeren rechters,
+ ik ben den koning zeer erkentelijk,
+ maar bid tot God, dat hij in zijn genade
+ mij helpe in mijn gezindheid te volharden
+ tot dit flakkerlicht wordt gebluscht.”
+ Toen wist ik
+ dat hij zijn leve’ in handen van de rechters
+ legde, en niets hem redden kon, dan mooglijk
+ hun manhafte moed.... ik oude dwaas hoopte
+ daarop....
+
+ GRYNÆUS Ge wist toch dat de koningin
+ zijn ondergang gezworen had.... haar willen
+ reikt ver.
+
+ KINGSTON De rechters zetten zich, en mijnheer Southwell
+ las d’ aanklacht voor.... Gij kent de punten?
+
+ WILLIAM Ja.
+
+ KINGSTON Toen hij gedaan had, kreeg uw vader ’t woord
+ tot zijn verdeed’ging, zittend, want hij had een
+ zetel verzocht, zeggend zich te gevoelen
+ te zwak om lang te staan.... Langs d’ eerste punten
+ gleed hij met korte woorden heen; gekomen
+ tot de hoofdzaak,
+ zei hij nadrukkelijk, nimmer te hebben
+ gezocht, één mensch met woorden te bewerken
+ den eed te weigeren, noch één ontsloten
+ de gronden van zijn weig’ring. God kwam het toe
+ en God alleen, de gedachten te richten,
+ geen aardsche rechters mochten ’t doen. Daarom
+ bestreed hij, dat hij door te zwijgen zich
+ verraderlijk tegen zijn koning keerde,
+ en zou het bestrijden zijn leven lang.
+ Hier zag hij rond; zijn stem was weeker toen hij
+ voortvoer: „Ik heb in deze eigen zaal
+ veel jaren recht gesproken, vele malen
+ in menschelijke zwakheid mij vergist.
+ Maar nooit—hier zocht de oogen van zijn rechters
+ zijn vrije blik—heb ik bewust gebogen
+ onrecht tot recht: dit maakt mij stout, een woord
+ tot u uit innerlijken drang te spreken.”
+ Hij rees op, zijn gestalte strekte zich,
+ zijn vaal, ingezonken gelaat bezielde
+ de blos van heilgen ijver; warmte trilde
+ door de diepere tonen van zijn stem,
+ toen hij riep „Rechters, ik bezweer u, rechters,
+ o buigt het recht niet krom.”
+ Toen ging hij kalmer
+ weer voort, hun toonend hoe gemeenschap vergt
+ om vast te staan, zede en recht, als de steenen
+ de kalk behoeven, te vormen een bouw;
+ hoe zoo zij, van wie op aardsche rechters
+ was geen beroep, nu ’t recht krombogen, dit
+ zou zijn den bouw der maatschappij ontwrichten
+ zoodat geen mensch meer veilig wonen kon.
+ Rustig en zacht besloot hij: „ge weet wel
+ dat ik mijn leven niet terug wil winnen
+ als in een kansspel uit uw hand. Ik heb
+ mijn anker reeds gelicht, en merk den stroom
+ mij voeren naar de wijde wateren
+ der eeuwigheid. Maar gij blijft en het volk
+ van Eng’land blijft: voor u zelf pleit ik, en voor
+ dat volk. Moog God van uw hoofden afwenden
+ dit erge doen.” Toen zonk hij in zijn zetel
+ terug, en sloot d’ oogen....
+
+ GRYNÆUS Leken de rechters
+ ontroerd?
+
+ KINGSTON Een mompelen ging tusschen hen
+ en ik ving enk’le woorden op die deden
+ opscheemren voor mijn hart een zweem van hoop.
+ „Wij kunnen niet”.... „er is geen grond”.... „het schuldig
+ sterft op de tong”.... maar mijnheer Southwell trad
+ naar voren, en ik zag op zijn gluipgezicht
+ een lachje van boosaardig triomfeeren
+ en voelde mij verstijven, want ik kende
+ hem voor een nijdaard, Morus slecht gezind.
+ Met effen stem vroeg hij het hof verlof
+ hun alsnog voor te stellen een getuige
+ die zelf gehoord had ’t schennend woord ontvallen
+ aan Morus’ lip. Ik geef mijn hoofd, Grynæus
+ zoo die getuigenis niet was te voren
+ bekonkeld tusschen hen....
+
+ GRYNÆUS ’t Is zeer waarschijnlijk,
+ maar ik bid u, ga voort....
+
+ KINGSTON De getuige
+ werd vóórgebracht, een zek’re Rich. Hij zwoer
+ waarheid te zeggen, en dischte op den rechters
+ dit dwaas verhaal. Hoe hij onlangs in opdracht
+ tot Morus ging, met Southwell en een klerk,
+ zijn kerker te doorzoeken naar geschriften;
+ en terwijl d’ anderen zochten, vroeg hij
+ More tot een vraag verlof, te weten:
+ zoo ’t parlement hem, Rich, tot koning maakte,
+ of More hem dan erkennen zou. En Morus
+ zeide van ja. Toen vroeg Rich verder, of
+ zoo het parlement hem tot paus verklaarde
+ More hem als paus erkennen zou. Maar Morus
+ antwoordde, vragend op zijn beurt, of zoo
+ het parlement God niet meer God verklaarde
+ te zijn, hij Rich, zich reek’nen zou gebonden
+ aan zoo’n besluit. En Rich „wel zeker niet,
+ geen parlement had macht dat te bepalen.”
+ Waarop More „evenmin, een wereldsch vorst te maken
+ tot hoofd der christenheid.”
+
+ GRYNÆUS En deze plompe leugen
+ nam het hof aan als een bewijs van schuld!....
+ Niet te gelooven.... Wat antwoordde Morus?
+
+ KINGSTON Hij bracht den rechters in herinnering
+ hoe hij alree verklaard had, en ’t bezworen,
+ nooit te hebben aan eenig mensch ontsloten
+ in deze zaak, de gronden van zijn hart,
+ en bad hen te bedenken, dat zoo hij
+ een man was, die met eeden speelde als waren ’t
+ ballen, hij niet vóór hen zou staan, maar zeet’len
+ tusschen hen in „Immers slechts een eed scheidt mij
+ als u bekend is, van mijn ouden staat.”
+ Ik zag bij ’t woord sommigen van de rechters
+ de oogen neerslaan, als beschaamd.
+ Toen, zich wendend naar waar Rich stond, sprak hij
+ verder, niet in toorn, maar gestreng van wezen:
+ „Ik heb eeden altijd gehouden heilig,
+ en daarom mijnheer Rich, bedroeft mij meer
+ uw meineed nu, dan mijn bedreigde leven.
+ Ik ken u sinds de dagen van uw jeugd,
+ —wij woonden immers in hetzelfde kerspel—
+ als een lichtzinnig mensch, een erge speler,
+ en nimmer hield ik u voor eenen man
+ dien ik, of dien een ander zou verkiezen
+ tot zijn vertrouweling.”
+
+ WILLIAM Antwoordde Rich?
+
+ KINGSTON O neen, met een uitdagend lachje hoorde
+ hij ’t streng-klinkend woord van uw vader aan,
+ en haalde, toen die zweeg, de schouders op
+ als vond hij zich te goed hem te weerspreken.
+
+ WILLIAM Verdorven hart, is in u alle schaamte
+ dan dood?
+
+ KINGSTON Schaamte? ’k wed, hij zal morgen pralen
+ met zijn meineed als zijn verdienste.... Mompelt
+ men niet, dat hij eerstdaags geadeld wordt...
+ Maar gij verlangt verder te hooren.... Als
+ merkte hij niet het ergelijk gebaar
+ van den ellend’ling, wendde tot de rechters
+ Morus zich weer, met vaste klare stem
+ vragend, of dit hun toescheen geloofwaardig,
+ dat hij, een oud man, in de school des levens
+ geoefend in lange geslotenheid,
+ zou hebben geopend ’t geheime boek
+ van zijn geweten, dat hij niemand toonde
+ —ook niet den trouwste’ en meest vertrouwden vriend—
+ aan een nietswaardig mensch, dobb’laar en drinker,
+ dien hij laag achtte en waartoe niets hem dreef.
+ Hij bracht hun in herinnering, hoe de koning
+ had uitgezonden tot hem, in zijn kerker,
+ veelmalen, mannen van beproefd verstand,
+ opdat hun schranderheid hem zou ontlokken
+ zijn welbewaard geheim—maar steeds vergeefs.
+ „Houdt ge het dan voor mogelijk,” besloot hij,
+ „dat waar zoovele goede schutters waren
+ afgedeinsd, en hadde’ alle ’t doel gemist,
+ zoo plomp een hand zou zijn bij d’ eerste poging
+ geslaagd?”—O vrienden ik had het wel willen
+ uitschreeuwen, willen roepen tot de rechters:
+ zie waarheid op dit voorhoofd zeet’len, hoor
+ haar klank die hartgrondige stem doorgulden;
+ en zie dan daarheen, naar dat driest gezicht,
+ waar alle lage drifte’ op achterlieten
+ hun slijm’rig spoor.... Kunt ge in trouwe ’t een
+ getuigenis tegen het ander wegen?
+ Maar ach, ik zweeg....
+
+ WILLIAM Wat had het ook gegeven!....
+ Sprak een der rechters nog aan de getuig’nis
+ van Rich zijn twijfel uit?
+
+ KINGSTON Geen. Mijnheer Audley
+ rees, zeggend dat nu uw vader de faam
+ van den getuige aantastte, hij moest vragen
+ Southwell, of die iets had gehoord....
+
+ WILLIAM Maar Southwell
+ had gewis niets gehoord....
+
+ KINGSTON Southwell bezwoer
+ zijn aandacht was hij zoo bij zijn taak geweest,
+ dat niets tot hem drong van hun beider spreken.
+ Maar snel rees Morus op, en weder klonken
+ zijn strenge woorden door de dompe zaal:
+ „Southwell, waarom bevlekt gij uw geweten
+ met valsch te zweren?”; en hij verhaalde hoe
+ hij den leugenaar had gemerkt, begeerig
+ happend naar ’t woord, dat hem More zou verderven,
+ gespannen luistren, en toen ’t uitbleef, den
+ schurk had gezien met een gebaar van wrevel
+ zich afwenden, of hij ’t niet kroppen kon.
+
+ WILLIAM Zei Southwell iets?
+
+ KINGSTON Hij veinsde niet te hooren,
+ verdiept in zijn papieren, maar ik zag
+ zijn gezicht vertrekken en zich verharden
+ tot een masker van haat.... Het was de beurt
+ nu aan zijn slangenrede.... ik bid u, laat
+ mij u bespare’ en besparen mijzelven
+ dat glinst’rend web van boosaardige leugens
+ weer uit te spreiden.... ’t walgt me....
+
+ WILLIAM Enkel dit:
+ waagde hij het, zich te beroepen op
+ de Judas-getuig’nis van dien meineedge?
+
+ KINGSTON Hij waagde het. Schaamteloos was de wijze
+ waarop hij uw vader hoonde, met woorden
+ groen van venijn. Zie die spotter, sprak hij,
+ staande bij hen die Rome felst bestookten
+ weleer vooraan.... maar nu zijn koning, die
+ twintig jaar lang met de room zijner gunsten
+ hem heeft gevoed, zijn hulp behoeft, zie, nu
+ verschuilt hij achter Rome en haar geboden
+ zijn verraderlijk hart....
+
+ WILLIAM Ellendeling!
+
+ GRYNÆUS Ik vreesde dit.... Antwoordde Morus nog
+ op deze rede?
+
+ KINGSTON Hij verklaarde
+ dat hij eerst na het oordeel spreken zou.
+ De rechters trokken zich terug tot hunne
+ beraadslaging.... een doffe zwaarte lag
+ over de broeiing van den heeten noen
+ waar vliegen droomerig doorgonsden.... soms
+ hoorde men even een gedempt gefluister
+ als was er tusschen ons een doode.... More
+ had het gelaat in de handen verborgen
+ en peinsde of bad.... Ik weet niet of het lang was
+ dat wij wachtten.... de tijd bestond niet meer,
+ niets bestond als een doffe
+ knaging van onrust en benauwenis.
+ Eindelijk hoorden wij schreden, de rechters
+ keerden door de holle gangen terug.
+ Stappen naderden, deuren sprongen open,
+ en ’k las op de schuldbewuste gezichten
+ hun eigen schande. Audley stelde de vraag,
+ en zesmaal spitsten zich de droge lippen
+ tot het gruwelijk onverzoenbaar woord
+ dat toonloos zonk in de beklemde stilte:
+ „schuldig—schuldig—schuldig—schuldig—schuldig—
+ schuldig.”—Zes malen kromp mijn hart ineen.
+ Ik zag naar uwen vader, waar hij zat:
+ een licht van troosting, vrede en klaarheid straalde
+ van dat ontspannen rustig-mild gelaat.
+ Toen kwam het vonnis, en wij huiverden
+ bij de klank van die vreeselijke woorden:
+ „zal met gloeiende tangen eerst genepen
+ dan ’t hart hem worden uitgerukt,” maar toen
+ volgde dat de koning in zijn genade
+ het tot onthoofding had verzacht;—hoe licht
+ getroost is toch de mensch in zijn ellende:
+ wij voelden iets verruimd.
+
+ WILLIAM En vader?
+
+ KINGSTON Hij
+ rees op, en met zachte heldere stem,
+ als waren wij allen bijeen in vrede,
+ begon hij te spreken, zeggend alleen
+ zoolang met zwijgzaamheid te hebbe’ omsloten
+ zijn lip, uit vrees dat vervolging hem vinden
+ mocht zwak, en klein van hart,
+ want hij voelde ’t in zich niet onvervaard
+ gelijk de martelaren die getuigend
+ uitlokken lijde’ en gaan ten jubeldood,
+ en ’t scheen hem hoogmoed toe door eigen doen
+ op zich te laden, wat hij tot het einde
+ misschien niet standvastig zou dragen....
+
+ WILLIAM O vader,
+ dat ’s uw ootmoed’ge zin.... Ach, Kingston, wij
+ vielen hem hard, omdat hij zijn vertrouwen
+ weghield voor ons....
+
+ KINGSTON Na die bekentenis
+ verklaarde hij met mannelijke woorden
+ waarom hij niet kon zweeren, sprekend uit
+ wat nu in Engeland alle rechtschapen
+ harten denken, maar niemand zegt:
+ hoe koning Hendrik de hervorming niet
+ tot stand wil brengen om de kerk te rein’gen,
+ maar uit belustheid op het goed der kerk,
+ en hoe de geestelijken die hem steunen
+ als hem beweegt begeerlijkheid—of vrees.
+ Hier zweeg hij even, over zijn gezicht
+ trok donk’re schaduw toen hij voortvoer: „nu
+ zullen de kloosters worden opgeheven,
+ der armen wett’lijk erfdeel, hun geschonken
+ tot de verlichting van hun lange nood,
+ wordt hun ontgrist door gewelddaad’ge handen;
+ de borsten waaraan ’t arme volk zich laafde
+ verdrogen: hoor ze krijten van den dorst.”
+ Weer zweeg hij; zijn wezen versomberde
+ een nieuwe vlaag van aanstormende smart:
+ hij sidderde, zijn wijd-gesperde oogen
+ schenen achter de hoofden van de rechters
+ een ontzetting te zien; en haar bedreiging
+ beefde in ’t schrille stijgen van zijn stem:
+ „ik zie de duizenden, die veilig leefden
+ op ’t kloostergoed, worden door nieuwe heeren
+ verjaagd om plaats te maken voor de schapen;
+ ik zie ’t reed’looze vee vreten de menschen,
+ ik zie de troepen hongerige zwervers
+ dolen over ’t land;—ik zie de zweepen dalen
+ en weer opspringen in der beulen vuist,
+ en de galgen niet ophouden te dragen
+ hunner verschrikking vreemd-bengelende bloem”:
+ en, als den hemel nemend tot getuige
+ hief hij de armen hoog „dat heet hervorming,
+ o monsterlijke, monsterlijke leugen,
+ hemeltergend onrecht, zaad van langen haat”....
+
+ WILLIAM O vader, vader, liefde tot de armen
+ dreef u in den dood....
+
+ GRYNÆUS Ja dat was het,
+ en ik merkte het niet....
+
+ KINGSTON Toen hij ’t gemoed ontlast had
+ effende zich zijn weze’ opnieuw tot vrede;
+ een klare zilvervlam brandde zijn stem.
+ Hij wist wel, zei hij, dat één steen niet stuiten
+ kan losgebroken stroom: hem overstelpen
+ de wateren. En hij, die schier alleen
+ zich stelde in den weg van ’t vorstlijk willen
+ moest zoo worde’ overstelpt en ondergaan.
+ Maar dat men onrecht niet kon keeren was
+ nooit rede om niet tegen onrecht te strijden:
+ „niet alle strijders kunnen zegen oogsten,
+ maar alle kunne’, onrecht weerstaande, nader
+ brengen uw dag, gerechtigheid, op aard.”
+ Hij zei dit zacht, als beschaamd voor de and’ren
+ die niet hadden weerstaan.
+ Maar ik voelde wereldsche eere, praal
+ van weidsche daden en wapenenluister
+ verbleeke’ en zinken naast dit simpel woord,
+ zich stil ontvouwend als een zilv’rig bloeisel
+ hoog aan den stengel der recht-oppe daad.
+
+ WILLIAM Sprak hij nog meer?
+
+ KINGSTON Zijn rechters aanziend met
+ een glimlach die zoet als olijventwijg
+ boven de bitterheid van dat uur zweefde
+ zei hij hun mild vaarwel. Hij bad hen, hem
+ te willen gedenken in hun gebeden
+ niet als den man dien zij daar vonnisten,
+ maar als den makker, wiens beeld vóór hen rees
+ uit heugnis van veel zacht-gesleten uren
+ die mensch binden aan mensch. Eens zouden zij
+ en hij weer samenkomen waar de draden
+ van hun verwarde willen zeker gingen
+ zich effenen tot glanzend vreugde-web.
+
+ WILLIAM Niet meer?
+
+ KINGSTON Ja toch: hij liet den koning weten
+ dat Morus, met dankbaar hart oude dagen
+ gedenkend, zonder wrok ging in den dood.
+ Dat was het laatste.
+
+ WILLIAM Hij heet een verrader!
+
+ KINGSTON En toen gaf mijnheer Audley mij bevel
+ om More terug te voeren naar den Tower
+ te lijden daar den dood als ’t vonnis wou.
+ De rechters gingen heen....
+
+ WILLIAM Mijn arme Kingston,
+ moest gij dat zijn?
+
+ KINGSTON William, ik weet niet of
+ hemelsche boodschappers nog tot de menschen
+ dalen om hen te sterken met hun aêm.
+ Maar zoo ’t geschiedt stond zulk een hemelling
+ vast, door ons ongezien, achter uw vader
+ hem toewuivend op blanke wiek genâ.
+ Want toen ik tot hem trad, en droefheid mij
+ zoo overmande, dat ik luid uitsnikte
+ of dit zou zijn de laatste dienst dien ik
+ ging aandoen den beminden man, de laatste
+ bloem die veeljaarge plant van vriendschap dreef,
+ sloeg hij zijn arm vertroostend om mijn hals,
+ en lachte mij mild-bemoedigend toe.
+ „Kingston,” zei hij „wees welgemoed man, laat
+ uw hart zich niet bezwaren om uw last;
+ mij behaagt wèl dat gij me zult geleiden,
+ oude vriend, naar de poort der eeuwigheid.
+ Ik ga, zegenend onze goede aarde,
+ maar blijde dat het is mijn tijd te gaan,
+ want ik heb uitgestaan veel moeienissen”.
+ Toen omhelsde hij mij, en wie ons beide
+ daar zag, die had gezworen hem den trooster,
+ en mij, afwachtend smadelijken dood!
+
+ WILLIAM Wij zijn ’t die troost behoeven, niet meer hij....
+
+ KINGSTON Ach, een afscheid is hem nog zwaar gevallen....
+ Vrouwe Margreet verhaalde u wis, hoe zij
+ opwachte zijn terugweg, en zich wierp
+ tusschen de mannen van de wacht? Ik wist niet
+ dat zulke kloekheid wonen kan in ’t schuchter
+ gemoed van een teedere vrouw....
+
+ WILLIAM Margreet
+ heeft haars vaders wezen geërfd; ook zijne
+ groothartigheid.... wij alle steune’ op haar....
+ ik kan niet denken wat mijn leven wezen
+ zou zonder dezen steun.... Zeg mij, Kingston
+ hoe was het mooglijk dat zij tot hem drong
+ ondanks de wacht, dat al die hellebarden
+ haar niet stuitten, een wapenlooze vrouw?
+ Was het verrassing? Weken z’ uit erbarmen?
+ Zij zelf weet niets, zegt ze, als dat vaders aanschijn
+ riep tot haar, van ver, en zoo’n grooten drang
+ haar overmocht, om hem nog ééns te kussen
+ dat vrees en schuwheid van haar lieten, en zij
+ gezogen werd naar waar hij stond....
+
+ KINGSTON Ik kan
+ u dit alleen maar zeggen, William; wij
+ hoorden, toen wij onder den Tower landden
+ een stem die riep „vader,” en weer „vader.”
+ Zulk een angst van verlangen zwol daarin
+ dat allen stilhielden en het hoofd wendden,
+ naar dien roep als van een verschrikte vogel
+ die om zijn jongen krijt. Ik zag haar staan,
+ de armen voor zich uitgestrekt, en naast haar
+ uws vaders oude nar met het vroegwijze
+ kindergezicht, toen vreemdvertrokken grijnzend
+ in smartelijken lach. Ik hoorde hem
+ schreeuwen: „nu vrouwe,” en zag hem voorwaarts storten
+ tusschen de pieken, zij hem na. Maar even
+ verdween z’ in wriemling van wapens en lijven,
+ toen zag ik haar weer, ijlings verder schietend
+ als tusschen gouden flikk’ringen een visch.
+ Zij dook op aan de zijde van uw vader
+ hing als een drenkeling hem om den hals....
+ Mijn oude oogen loopen weder over
+ bij de herinnering....
+
+ GRYNÆUS Meent ge dat Morus
+ blij was zijn lieveling nog eens te zien,
+ of viel ’t hem zwaar?
+
+ KINGSTON Mij scheen ’t dat vreugde en droefheid
+ streden in hem. Toen zij viel in zijn armen
+ zag ik een glans verhelderen zijn edel
+ ontvleescht gelaat, en een oneindig-teed’ren
+ blik uit zijn milde grijze oogen glijden
+ over haar zachtgebogen hoofd. Maar plots
+ doorschokte hem een siddering, hij klemde
+ de lippen saam, als een man die verbijt
+ een felle pijn. Toen schudde hij meewarig
+ het hoofd, en streelde haar en kuste haar
+ en maakte haar armen voorzichtig los
+ van om zijn hals. Hij hield haar van zich af
+ rondziende, als zocht hij wie haar weg kon voeren.
+ Maar toen zij voor de tweede maal zich klampte
+ aan hem, zacht-kreunend, zag ik op zijn voorhoofd
+ de druppels paarlen van den bangen strijd
+ en aan zijn wimpers hingen zware tranen.
+ Even aarzelde hij, toen overbuigend
+ tot haar, fluisterde hij dicht aan haar oor
+ wat geen onzer verstond, maar met een schok
+ kwam z’ overend, kuste hem en verdween
+ als zwolg de grond haar op.... Wij gingen verder.
+
+ WILLIAM Hij vroeg haar een belofte te gedenken
+ die zij hem eenmaal deed.... Haar grootste schat
+ is een verfrommeld briefje, in haast geschreven
+ dat hij haar deed zenden, vlak voor het end.
+ Hij roemt haar daarin zijn dappere kind
+ die hij nooit zóó als in het uur beminde
+ dat zij voor het laatst hem hing om den hals,
+ want hem behaagde boven maat als liefde
+ alle wereldsche bloôheid overwint.
+ Er komt over haar een wondere blijheid
+ als zij ’t herleest....
+
+ KINGSTON Het heeft zoo moeten wezen,
+ maar waarom is voor ’t hart een duist’re zee....
+ Het ziet de vrucht niet blinken van zijn lijden,
+ en vruchtloos lijden van goeden en wijzen
+ onthutst het hart.
+
+ GRYNÆUS Misschien dat vruchten rijpen
+ die wij niet zien....
+
+ KINGSTON Zeg mij William, is ’t waar
+ dat gij het vaderlijk erf moet verlaten?
+ Beval de koning ’t waarlijk?
+
+ WILLIAM Hij beval ’t.
+ Kingston, wij mogen niet meer wonen waar
+ zijn beeld oprijst uit de vertrouwde steenen
+ en alle dingen spreken met zijn stem.
+ De wraak der machtigen verslaat ons, maar
+ één troost houdt mij staande in het bitter zwerven
+ dat nu begint: ik wil het aardsche doen
+ van onzen heilige gaan nederschrijven
+ in een getrouw relaas: zoo zal zijn geest
+ voortleven, en de komende geslachten
+ ten voorbeeld zijn....
+
+ GRYNÆUS Maar zult ge ook vermogen
+ d’ eigenste kern en klankkleur van dien geest
+ in woord te beelden? ’k voel in hem een wezen
+ dat ons allen ontgaat.
+
+ KINGSTON Ja, niemand onzer
+ doorziet hem gansch. Onze zielen begrijpen
+ van zijn ziel ’t stuk, waar eigen kracht toe reikt;
+ zoo zult ook gij, mijn goede William, beelden
+ wat ge van hem verstaat.
+
+ GRYNÆUS Zijn eigen werken
+ beelden hem beter dan een onzer ’t kan.
+
+ WILLIAM Kingston, ge weet, de koning gaf verlof
+ dat wij zijn arme romp begraven mogen....
+ zij noemen ’t gunst.... Vrouwe Margreet verweent
+ haar oogen van verlangen, eens te koest’ren
+ nog, en te bedden zacht zijn wreedgeschonden hoofd.
+ Weet gij een weg, Kingston?
+
+ KINGSTON Mijn beste William,
+ ik heb daartoe geen macht. Kom: ’k hoor de hanen
+ de komst verkonden van den nieuwen dag.
+ Hoe leeg en kil rijst hij, hoe arm aan vreugde!
+ Ja, leven is somtijds een zware vracht.
+ God sterke u, William, en de uwen allen;
+ ge ziet mij spoedig weer.
+
+ WILLIAM Dank voor uw komen,
+ Kingston, en steun ons verder met uw trouw. (Kingston af.)
+ Kom keeren wij ook huiswaarts Simon: wis
+ waakt mijn Margreet, wachtend van mij te hooren
+ wat Kingston heeft verhaald.
+
+ (William en Grynæus af—Margreet en de nar komen van de andere
+ zijde op; de nar spiedt behoedzaam rond.)
+
+ DE NAR Vrouwe Margreet,
+ zet u hier, en wacht totdat ge zult hooren
+ driemaal herhaald, het krassen van een uil.
+ Kom dan en stel u rechts onder de poort
+ en houdt uw voorschoot op.... wij zullen slagen.
+ Wees niet vervaard: wie ons bevrienden houden
+ wacht op de brug....
+
+ MARGREET Goede nar, wees gerust.
+ Mijn hart bonst, maar niet in vervaardheid, enkel
+ van verlangen, en dat wordt dra gestild.
+ Ga, haast u: voor de tweede maal al kraaiden
+ de hanen en de nacht wordt dun. (de nar verdwijnt.)
+ Ik dank u
+ God, dat het liefste hoofd nog eens zal rusten
+ gelijk het deed zoo vaak, in dezen schoot.
+
+
+EINDE
+
+
+
+
+HISTORISCHE AANTEEKENING
+OVER THOMAS MORE
+
+
+Op het einde der 15de en het begin der 16de eeuw vonden in Engeland
+ingrijpende veranderingen plaats in het ekonomische en sociale leven.
+De oude feudale verhoudingen raakten in verval, het voornaamste
+bestaansmiddel, de landbouw, werd gerevolutioneerd door het opkomen
+van een stand van vrije kapitalistische pachters en door den snellen
+overgang van graanbouw tot veeteelt, die voor den adel voordeelig was.
+Het vroegere feudale landbouw-bedrijf had behoefte gehad aan zooveel
+mogelijk arbeidskrachten, aan vele menschen op het land, het nieuwe
+kapitalistische bedrijf had behoefte aan zooveel mogelijk land en
+zoo min mogelijk menschen, aan het uitsparen van arbeidskrachten. De
+heeren stalen op groote schaal de gemeente-landerijen, verklaarden
+deze tot privaatbezit en verdreven de boeren; in korten tijd verdwenen
+tienduizenden boerenbedrijven. Ten gevolge van deze geweldadige
+onteigening ontstond een talrijk overtollig proletariaat. Er was geen
+industrie in-opkomst, dus geen behoefte aan arbeidskrachten, er waren
+geen koloniën die dit proletariaat konden opzuigen, het vond geen ander
+bestaansmiddel dan bedelen of stelen. Een barbaarsch-strenge wetgeving
+trachtte de landloopers uit te roeien door ze onmenschelijk streng te
+straffen; gedurende de regeering van Hendrik VIII werden 72.000 groote
+en kleine dieven ter dood gebracht. Maar door bloedwetten kon het
+vraagstuk der armoede als sociaal verschijnsel niet worden opgelost.
+
+De algemeene nood gaf nieuw voedsel aan de oud-christelijke
+overlevering van gemeenschappelijk bezit der verbruiks-middelen, de
+kettersche communistische sekten der Lollarden en der Wederdoopers
+vonden vele aanhangers onder de arme klassen. Maar dit vage communisme
+geboren uit vertwijfeling over de ellende des levens, bevatte geen
+enkel element van maatschappelijken vooruitgang noch van aanpassing aan
+de maatschappelijke omstandigheden.
+
+Slechts één man was er in Engeland, één enkele die te midden van de
+algemeene radeloosheid een uitweg zag. Die man was Thomas More. Zijn
+algemeene kennis op philosophisch, ekonomisch en politiek gebied,
+zijn doorzicht in de behoeften en de hulpmiddelen van den tijd, zijn
+geniale intuïtie en zijn brandende begeerte de armen en verdrukten te
+helpen, hadden hem het spoor doen vinden van een nieuw communisme, van
+het gemeenschappelijk bezit der produktiemiddelen en de planmatige
+organisatie der produktie op nationale schaal.
+
+More werd in 1478 geboren; hij studeerde in Oxford en werd daar een
+geestdriftig aanhanger van de „nieuwe richting” in de wetenschap:
+het humanisme (de studie der latijnsche en grieksche oudheid). Deze
+richting bestreed de misbruiken in de roomsche kerk, maar wilde vredige
+hervorming, geen scheuring. Nadat hij zijn studie voltooid had werd
+More advocaat en kreeg veel praktijk onder de Londensche kooplieden, de
+klasse die toen meer dan welke andere ook, den ekonomischen vooruitgang
+belichaamde. Hierdoor verkreeg hij theoretische en praktische kennis
+op maatschappelijk gebied. In 1504 werd hij tot lid van het Parlement
+gekozen; daar kwam hij al spoedig in konflikt met de willekeur van
+den koning (Hendrik VII) en was genoodzaakt zich uit het openbare
+leven terug te trekken. Toen in 1507 Hendrik VIII, een kweekeling der
+humanisten, den troon beklom, scheen het of een nieuwe koers ging
+beginnen; More die in groot aanzien stond bij den jongen vorst, werd
+koninklijk ambtenaar en een man van invloed aan het hof.
+
+In 1515 maakte hij als gevolmachtigde der kooplieden deel uit van een
+gezantschap dat naar Vlaanderen ging om te trachten een handelstraktaat
+tot stand te brengen. Daar schreef hij de Utopia, het werk dat zijn
+naam onsterfelijk zou maken. Het bevat zoowel een doordringend-scherpe
+kritiek van de maatschappelijke misstanden zijner dagen als een
+uitvoerige beschrijving van den socialistischen heilstaat.
+
+Van een hersenschim: vage hoop, of herinnering aan ver verleden, is het
+communisme in de Utopia voor de eerste maal tot een wetenschappelijke
+gedachte geworden, geboren uit doorzicht in de maatschappelijke
+behoeften en de maatschappelijke hulpmiddelen.
+
+Eén hersenschimmig bestanddeel bevatte het communisme van More
+echter nog: hij zag geen ander middel het te verwezenlijken dan door
+het initiatief van een wijs en machtig vorst. Dit hersenschimmig
+bestanddeel, de verwachting namelijk dat de heerschende klassen
+(vorsten of kapitalisten) voor het socialisme gewonnen zouden
+kunnen worden en het verwezenlijken, kon eerst verdwijnen na het
+ontstaan van het moderne proletariaat, de klasse wier positie in
+het produktie-proces de socialistische inrichting der maatschappij
+voor haar maakt tot den eenigen weg ter ontkoming aan ellende en
+bestaans-onzekerheid.
+
+Drie eeuwen lang volgden alle socialistische denkers de banen, waarin
+More hun was voorgegaan; toen eerst waren de tijden rijp voor een
+nieuwen grooten stap van het menschelijk denken, den stap van utopisch
+tot wetenschappelijk socialisme.
+
+
+De Utopie had geen invloed op More’s verhouding tot den koning. De
+tijdgenooten beschouwden het werk als de luimige vrucht van luimige
+uren, een fantastisch gedachtespel. Hij steeg al hooger in ’s Konings
+gunst, werd minister en rijkskanselier. Maar zijn onbuigzaamheid van
+geweten en zijn liefde tot het volk moesten hem in konflikt brengen
+met het algemeene streven naar machtsuitbreiding van den vorst. Om een
+tegenwicht te vormen tegen de spaansche monarchie, wilde Hendrik zich
+verbinden met Frankrijk en een fransche prinses tot vrouw nemen. Maar
+daartoe moest hij zich van Catharina, de spaansche prinses waarmee
+hij gehuwd was, laten scheiden en de paus, die geheel in de macht
+van Spanje was geraakt, weigerde die scheiding te bekrachtigen. Toen
+besloot Hendrik met Rome te breken, hij verklaarde de engelsche kerk
+voor onafhankelijk en zichzelven tot haar hoofd. De geestelijkheid
+waagde het niet tegen deze „Hervorming” in verzet te komen, ook hoopte
+zij er voordeel van te halen. Hendrik onteigende kloosters en kerken
+op groote schaal. Spekulanten en gunstelingen maakten zich meester van
+de kerkgoederen, uit wier inkomsten voorheen duizenden behoeftigen
+gespijzigd waren. Zoo stond de „Hervorming” van Hendrik in lijnrechte
+tegenstelling tot de behoeften van het volk.
+
+More trachtte in den strijd tusschen paus en koning onzijdig te
+blijven, maar dit bleek op den duur niet mogelijk. Een jaar nadat
+de engelsche geestelijkheid Hendrik als hoofd der kerk van Engeland
+erkend had legde hij het ambt van rijkskanselier neer. De koning
+beschouwde deze daad als rebellie en hoogverraad; More werd in den
+Tower opgesloten en na een lange gevangenschap door de laffe rechters
+met hulp van een omgekocht getuige veroordeeld en den 6den Juli 1535
+ter dood gebracht.
+
+
+
+
+ Er zijn verschenen van
+ HENRIËTTE ROLAND HOLST-VAN DER SCHALK
+
+
+ Sonnetten en verzen in terzinnen geschreven. Tweede druk 1913.
+ De Nieuwe Geboort. 1902. Derde druk 1913.
+ Opwaartsche wegen. 1907. Tweede druk 1914.
+ De vrouw in het woud. 1912. Tweede druk 1917.
+ Thomas More. 1912. Tweede druk 1916.
+ Het Feest der Gedachtenis. 1915.
+ In eene editie van ƒ 1,25 ingenaaid en ƒ 1,75 gebonden per deel.
+
+ Stempels van S. H. de Roos.
+
+
+ Verder verscheen
+
+ De Maatschappelijke Ontwikkeling en de Bevrijding der Vrouw.
+ Prijs ƒ 0,85 ingenaaid.
+
+
+ Bij de Wereldbibliotheek zag het licht
+
+ De Opstandelingen. 1910.
+ Jean Jacques Rousseau, Een beeld van zijn leven en werken. 1912.
+
+
+ * * * * *
+
+
+ Opmerkingen van de bewerker
+
+ De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele
+ spelling. Leestekens zijn op verschillende plaatsen stilzwijgend
+ verbeterd.
+
+ Enkele druk- of spelfouten in het origineel zijn als volgt
+ gecorrigeerd:
+
+ Pag. 9: „steigend” vervangen door „stijgend” (stijgend uit de
+ diepten van het geweten).
+ Pag. 13: „GRYNÆEUS” vervangen door „GRYNÆUS” (GRYNÆUS Maar hoe
+ dwarsboomde uw vader).
+ Pag. 29: „tevenstrevend” vervangen door „tegenstrevend” (zijn
+ eigen tegenstrevend hart).
+ Pag. 30: „buzuinen” vervangen door „bazuinen” (haar bazuinen stem).
+ Pag. 36: „aardsbisschoppelijk” vervangen door
+ „aartsbisschoppelijk” (het aartsbisschoppelijk paleis).
+ Pag. 67: „MAGREET” vervangen door „MARGREET” (MARGREET O vader).
+ Pag. 68: „MAGREET” vervangen door „MARGREET” (MARGREET Ach vader).
+ Pag. 95: „klankleur” vervangen door „klankkleur” (d’ eigenste
+ kern en klankkleur).
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Thomas More, by
+Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK THOMAS MORE ***
+
+***** This file should be named 47327-0.txt or 47327-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/4/7/3/2/47327/
+
+Produced by Kanta Dihal, srjfoo, Hans Pieterse and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License available with this file or online at
+ www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation information page at www.gutenberg.org
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at 809
+North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
+contact links and up to date contact information can be found at the
+Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
diff --git a/old/47327-0.zip b/old/47327-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..7b39725
--- /dev/null
+++ b/old/47327-0.zip
Binary files differ
diff --git a/old/47327-h.zip b/old/47327-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..465d62e
--- /dev/null
+++ b/old/47327-h.zip
Binary files differ
diff --git a/old/47327-h/48327-h.htm b/old/47327-h/48327-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..e17c594
--- /dev/null
+++ b/old/47327-h/48327-h.htm
@@ -0,0 +1,4085 @@
+
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+"http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" lang="nl" xml:lang="nl">
+<head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+ <title>The Project Gutenberg eBook of Thomas More,
+ by Henritte Roland Holst van der Schalk.</title>
+ <link rel="coverpage" href="images/cover.jpg" />
+
+ <style type="text/css">
+
+h1,h2 {text-align: center; clear: both;}
+h1 {margin: 3em 0 0 0;}
+h2 {margin: 4em 0 1em 0;}
+
+p {margin: 0.5em 0 0 0.5em; text-align: justify; text-indent: 1.5em;}
+
+.pagenum {position: absolute; right: 6%; font-size: small;
+ font-style: normal; font-weight: normal; letter-spacing: normal;
+ color: #ccc; text-align: right;} /* page numbers shown */
+
+/* titles */
+.cent {text-align: center; text-indent: 0; clear: both;}
+.t2 {font-size: 1.6em;}
+.t3 {font-size: 1.25em;}
+.t4 {font-size: 0.9em;}
+p.st_loc {margin: 0.5em 0 0 1.5em; text-align: justify; font-size: 0.9em; text-indent: 0;}
+p.st_set {margin: 0.5em auto 0em auto; text-align: center; font-size: 0.9em; text-indent: 0;}
+
+/* spacing */
+.sep0 {margin-top: 0em;}
+.sep1 {margin-top: 1.2em;}
+.sep2 {margin-top: 2em;}
+.sep4 {margin-top: 4em;}
+
+/* styling */
+ins {text-decoration: none; border-bottom: thin dotted silver;}
+.hang {margin-left: 1.5em; text-indent: -1.5em;}
+.noind {text-indent: 0;}
+.sansrf {font-family: sans-serif;}
+
+/* images */
+.figcenter {margin: 2em auto 2em auto; text-align: center; text-indent: 0;}
+
+/* lists */
+.lsoff {list-style-type: none; margin-left: 3em; text-indent: -1.5em;
+ font-size: 0.9em; margin-bottom: 0;}
+li {margin-top: 0.1em; margin-bottom: 0; line-height: 1.2em;}
+
+/* box */
+.boxnt {margin: 6em auto 2em auto; max-width: 32em;
+ background-color: #f6f6f6; padding: 1em; border: solid 1px #ccc;
+ font-size: 0.9em;}
+div.boxnt p {text-align: left;}
+
+/* lines */
+hr.full {margin: 2em auto 2em auto; height: 4px;
+ border-width: 4px 0 0 0; border-color: #999;
+ clear: both;}
+
+/* Poetry */
+div.poetry {margin:2em auto; clear:both; padding-left: 2em;}
+div.poetry p {margin:0 auto 0 4em; text-indent:-4em; text-align:left;
+ clear:both;}
+div.poetry p.first {margin: 0.5em 0 0 4em; text-indent: -5.5em; clear: right;}
+div.poetry p.first_st {margin: 0.5em 0 0 0em; text-indent: -1.5em; clear: right;}
+em {margin-left: 0; padding-right: 0.6em;
+ font-style: normal;}
+div.poetry p.noind {margin: 0; text-indent: 0;}
+div.poetry p.st_dir {margin: 0.5em 0 0.5em 0; font-size: 0.9em;
+ text-indent: 0; text-align: justify; max-width: 32em;}
+div.poetry p.sep2 {margin-top: 0.6em;}
+div.poetry em.dir {font-style: normal; font-size: 0.9em; padding-right: 0.6em;}
+em.i1 {padding-right: 1em;}
+em.i2 {padding-right: 2em;}
+em.i3 {padding-right: 3em;}
+em.i4 {padding-right: 4em;}
+em.i5 {padding-right: 5em;}
+em.i6 {padding-right: 6em;}
+em.i7 {padding-right: 7em;}
+em.i8 {padding-right: 8em;}
+em.i9 {padding-right: 9em;}
+em.i10 {padding-right: 10em;}
+em.i11 {padding-right: 11em;}
+em.i12 {padding-right: 12em;}
+em.i13 {padding-right: 13em;}
+em.i14 {padding-right: 14em;}
+
+@media screen {
+ body {width: 80%; max-width: 32em; margin: 0 auto 0 auto;}
+ div.poetry {width: 32em;}
+ }
+
+@media handheld {
+ .pagenum {display: none;}
+ .npage {page-break-before: always;}
+ div.poetry {width: 90%;}
+ }
+
+/* links */
+a:link {color:#99c; text-decoration: none;}
+a:visited {color:#99c; text-decoration: none;}
+a:hover {color:#000; text-decoration: underline;}
+
+ </style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Thomas More, by Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
+other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
+the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
+www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
+to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
+
+
+
+Title: Thomas More
+ Een treurspel in verzen
+
+Author: Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+Release Date: November 11, 2014 [EBook #47327]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK THOMAS MORE ***
+
+
+
+
+Produced by Kanta Dihal, srjfoo, Hans Pieterse and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<hr class="full" />
+
+<p class="noind sansrf"><a href="#noot">Opmerkingen van de bewerker</a></p>
+
+<p class="sep4 cent t2">THOMAS MORE</p>
+
+<div class="npage">
+
+<h1>THOMAS MORE</h1>
+
+<p class="cent t2">EEN TREURSPEL IN VERZEN DOOR<br />
+HENRIETTE ROLAND HOLST<br />
+VAN DER SCHALK</p>
+
+<p class="cent t2">TWEEDE DRUK</p>
+
+<p class="cent t3">W. L. &amp; J. BRUSSE&rsquo;S UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ<br />
+ROTTERDAM MCMXVI</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 200px;">
+<img src="images/im-01.jpg" width="200" height="201" title="Logo" alt="Logo" />
+</div>
+
+</div>
+
+<div class="npage">
+
+<p class="sep4 cent t2">AAN KARL KAUTSKY</p>
+
+<p class="cent">DIE MIJ DEN EERSTEN MODERNEN COMMUNIST<br />
+LEERDE BEGRIJPEN EN LIEFHEBBEN</p>
+
+</div>
+
+<div class="npage">
+
+<p class="sep4 cent t3">PERSONEN</p>
+
+<ul class="lsoff">
+<li>Sir Thomas More.</li>
+<li>Zijn vrouw Else.</li>
+<li>Zijn dochters Margreet en Dance.</li>
+<li>Zijn pleegdochter Mercy.</li>
+<li>William Roper, Margreets echtgenoot.</li>
+<li>Simon Grynus, een jong fransch geleerde.</li>
+<li>De hertog van Norfolk.</li>
+<li>Bisschop Cranmer.</li>
+<li>Southwell, procureur-generaal.</li>
+<li>Palmer, zijn bediende.</li>
+<li>Rich, een gehuurd getuige.</li>
+<li>Sir William Kingston, konstabel van den Tower.</li>
+<li>Dienaar bij More.</li>
+<li>Gevangenen-bewaker in den Tower.</li>
+</ul>
+
+<p class="noind">Het eerste en tweede bedrijf spelen in More&rsquo;s woning, het derde
+in den Tower, het vierde op de Theemskade bij Londenbrug.</p>
+
+</div>
+
+<div class="pagenum" id="Page_1">1</div>
+
+<h2>EERSTE BEDRIJF</h2>
+
+<p class="st_set">Het terras van More&rsquo;s paviljoen te Chelsea.</p>
+
+<p class="st_set">More, Grynus, Margreet, Dance, Mercy, later William en vrouw Else.</p>
+
+<div class="poetry">
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Heer Thomas, nauw terug van overzee</p>
+<p>drijft mij een drang dit liefgeworden huis</p>
+<p>dat ik zoo vaak droombetrad, na een dag</p>
+<p>van lang verlangen, weder te betreden</p>
+<p>wakend, en mij in werk&rsquo;lijkheid te laven</p>
+<p>aan uw oneind&rsquo;ge heuschheid, aan dit leven</p>
+<p>van scherts-doorweven ernst, geluk&rsquo;ge arbeid</p>
+<p>waar droombegooch&rsquo;ling mij hongrig naar liet.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Gij zijt mij welkom als weleer, Grynus,</p>
+<p>en gelijk mij ben &rsquo;k zeker al de mijnen.</p>
+<p>Vindt g&rsquo; ons in andren staat weer naar de wereld</p>
+<p>dan g&rsquo; ons verliet,&mdash;pronk en praal zijn gevloden,</p>
+<p>maar blijheid zingt naar d&rsquo; ouden trant door &rsquo;t huis.</p>
+<p><em class="dir">(tot Margreet)</em> Niet waar, mijn lust?</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MARGREET</em> Het is een heerlijk leven</p>
+<p>dat wij nu leiden: ik voor mij begeer</p>
+<p>geen ander, ook het oude niet terug.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Margreet, hoezeer gelijk hebt ge!&mdash;Ge weet</p>
+<p>ik ging, om in Itali mij te laven</p>
+<p>aan de eedle bron, die daar rijk&rsquo;lijk welt:</p>
+<p>de kennis der latijnsche en grieksche spraken,</p>
+<p>waaruit het schoon en diepzinnig gelaat</p>
+<p>ons tegenlacht van de wijsheid der ouden.</p>
+<p>Aan menig hof wijlde ik waar een grootmoedig vorst</p>
+<p>wedijv&rsquo;rend met de vorsten zijn geburen</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_2">2</span>
+een schaar van uitgelezen geesten hield</p>
+<p>verzamd; hun roem verhoogde zijnen luister</p>
+<p>meer dan het stoutst wapenfeit. O hoe klein</p>
+<p>maakte mij hun diepwort&rsquo;lende geleerdheid:</p>
+<p>ik kroop weg onder haar machtigen boom!</p>
+<p>Ja en ook vrouwen vond ik, stralender</p>
+<p>van vernuft dan de kostbare gesteenten</p>
+<p>die heerlijk flonkerde&rsquo; om hun zwanenhals.</p>
+<p>Veel leerde ik van hen, veel heb ik genoten:</p>
+<p>parelend schenkt daarginds, uit gulle tuiten</p>
+<p>het leven gulpen van genot.... ik wijlde</p>
+<p>gaarn&rsquo; in &rsquo;t gezegend land!</p>
+<p>Maar nergens vond ik, gelijk onder u,</p>
+<p>den stroom vernuft beglansd door &rsquo;t milde schijnsel</p>
+<p>van teederheid van hart, en nergens vond</p>
+<p>ik den boom weten als bij u geworteld</p>
+<p>in diepen levensernst. En vraagt ge mij</p>
+<p>wat m&rsquo; ontbrak in het schitterend Itali:</p>
+<p>ik vond geen mensch, bij wien &rsquo;k gansch mensch kon wezen;</p>
+<p>een man gelijk uw vader vond ik niet.</p>
+
+<p class="first"><em>DANCE</em> Die is ook niet te vinde&rsquo; op &rsquo;t wereldrond.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> <em class="dir">(Schertsend tot zijn dochters)</em></p>
+<p>Ei hoor, wat hoofsche wendingen zijn tong</p>
+<p>in &rsquo;t zuidland leerde, om een oud man te loven.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Heer Thomas, niet uitheemsche hoofsche zede,</p>
+<p>mijn hart leerde aan mijn tong uw lof. Vergun</p>
+<p>nu allereerst dat ik u overbreng</p>
+<p>minnigen groet van veel vereerde mannen</p>
+<p>uit de landen die ik bezocht.</p>
+<p>Niet vele hunner hoorden ooit uw stem</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_3">3</span>
+als ik haar hoor, en zage&rsquo; uw aangezicht</p>
+<p>als ik het zie zich tot hen overbuigen,</p>
+<p>maar alle kennen u en hebbe&rsquo; u lief.</p>
+<p>Een broeder rekenen de oud&rsquo;ren u,</p>
+<p>de jongeren een wijzer vriend;</p>
+<p>en om met die u &rsquo;t waardst is te beginnen:</p>
+<p>Erasmus zendt u teed&rsquo;ren broedergroet.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Hoe vaart mijn lieve vriend?</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">GRYNUS</em> Gelijk hij plag;</p>
+<p>wel hebben ziekte en ouderdom hem bij</p>
+<p>de hand gevat, en onbarmhartig sleuren</p>
+<p>zij hem tusschen zich in omlaag naar &rsquo;t graf:</p>
+<p>zijn uitgebloeide lijf ontkomt hun niet.</p>
+<p>Maar over den geest hebben zij geen macht!</p>
+<p>die stuurt de felle straal van wetenschap</p>
+<p>en &rsquo;t kleurig vonkensproeisel van vernuft</p>
+<p>uit als weleer, lustig en onverzwakt.</p>
+<p>O een feest is het te zien hoe zijn spot</p>
+<p>slingert den brand in die damme&rsquo;, opgehoopt</p>
+<p>door d&rsquo; eeuwen: domheid, onverstand, vooroordeel,</p>
+<p>bijgeloof, en ze opgaan doet in asch.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Jammer maar dat uit die asch tot nieuw leven</p>
+<p>de domheid weer herrijst....</p>
+<p>Ja bleef alles wat Erasmus versloeg</p>
+<p>met geestespijle&rsquo;, ook dood, ja dan... Ge vondt hem</p>
+<p>in Freiburg? Hij mijdt Bazel nog?</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">GRYNUS</em>Helaas....</p>
+<p>o vergun dat ik gelijk vroeger spreke</p>
+<p>tot u vrij-uit, heer Thomas.... ik kan niet</p>
+<p>&rsquo;t verschelen tusschen ons wegdekken met</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_4">4</span>
+glad mozaek van levenlooze woorden....</p>
+<p>Ge weet hoe ik hem hooghield, hoe vereerde....</p>
+<p>ons geslacht vond, opgroeiend, voor zich uit</p>
+<p>het spoor van zijne glanzende gevechten</p>
+<p>tegen &rsquo;t bederf der kerk, en volgde het.</p>
+<p>En waar &rsquo;t ophield, gingen wij verder, met</p>
+<p>Luther, met Melanchton, met Zwingli, verder</p>
+<p>tot de klare onherroepelijke daad.</p>
+<p>Zij is zijn werk, zijn werk is de hervorming;</p>
+<p>hij leerde ons niets schuwen, niets ontzien.</p>
+<p>O zeg niet neen; gij kunt het niet bestrijden:</p>
+<p>wij ketters zijn de zonen van zijn geest.</p>
+<p>Waarom verloochent hij ons dan? Waarom</p>
+<p>vlood hij uit Bazel; verbrak, een oud man,</p>
+<p>en ziek&rsquo;lijk, langgewende levensplooi;</p>
+<p>verliet verknochte vrienden, de stad waar</p>
+<p>een elk vol liefde en eerbied aan hem hing,</p>
+<p>elk kind hem groette met vertrouwelijk ontzag?</p>
+<p>Ziet: gij hebt u tege&rsquo;over ons gesteld</p>
+<p>en stut de oude kerk met uw vermaardheid;</p>
+<p>het doet ons leed, &rsquo;t verdriet ons: &rsquo;t grieft ons niet.</p>
+<p>Maar grievend is zijn dubbelzinnigheid,</p>
+<p>zijn angstig poge&rsquo; een evenwicht te vinden</p>
+<p>tusschen twee machten die elkaar bespringen</p>
+<p>als vuur en water.... Reeds gaat tusschen ons</p>
+<p>als een gangbare munt dit bitter oordeel:</p>
+<p>Erasmus denkt gelijk met de hervormden</p>
+<p>maar durft niet doen gelijk hij denkt.... Vergeef</p>
+<p>zoo ik u krenkte.... &rsquo;k had dit best verzwegen...</p>
+<p>gij kent mijn heete gallisch bloed....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_5">5</span>
+<em class="i9">MORE</em> Niet krenkte,</p>
+<p>bedroefde wel. Het smart mij diep, mijn zoon,</p>
+<p>u weer te vinden nog verstrikt in &rsquo;t net</p>
+<p>van ketterij.... Maar eigen wil vermag</p>
+<p>niet meer ons te brenge&rsquo; aan den voet der waarheid</p>
+<p>dan de magneet het schip stuurt door zijn kracht.</p>
+<p>God zette u vrij. Ik wil door &rsquo;t welkom zoet</p>
+<p>van samenzijn te lang ontbeerd, niet mengen</p>
+<p>de gal, die twistgesprek altoos ontdruipt.</p>
+<p>Maar van Erasmus moet ik een woord spreken,</p>
+<p>dat ge uw onrecht ziet. Niet vrees houdt hem</p>
+<p>van de hervormden ver, maar zijn geweten.</p>
+<p>Hij wil n kerk, vernieuwd aan hoofd en leden,</p>
+<p>geen breuk, geen scheuring in de christenheid.</p>
+<p>Hij heeft geleefd om haar dreige&rsquo; af te wenden;</p>
+<p>gestreden, om de kerk te zuiv&rsquo;ren. Dat</p>
+<p>hij faalde is niet zijn schuld, maar schuld zou &rsquo;t wezen</p>
+<p>zoo hij zijn welgewogen wil verliet</p>
+<p>en zich meesleepen liet om te verzamen</p>
+<p>met hen wier doen hij niet goedkeuren kan.</p>
+<p>Hem rest niet anders in zijn oude dagen</p>
+<p>dan partij te maken voor zich alleen.</p>
+<p>Denk welk een moed het vergt om dit te doen,</p>
+<p>tot mikpunt, dag aan dag, te dienen voor de</p>
+<p>pijlen, gedoopt in &rsquo;t gif van hoon en laster</p>
+<p>die spijtigheid afschiet op u! Veel lichter</p>
+<p>ware &rsquo;t, te neigen naar n zij, te geven</p>
+<p>gewonnen zich, aan wie zoo zoetjes vleien</p>
+<p>&bdquo;kom bij ons&rdquo;, te schuilen in de bescherming</p>
+<p>van bondgenootschap&mdash;maar het mag niet zijn.</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_6">6</span>
+Zoo leeft hij dan vereenzaamd, fel bestookt</p>
+<p>van beide zijden, vogelvrij, maar ook</p>
+<p>vrij van inwendig wrijten, &rsquo;t deel van wien</p>
+<p>samengaat met zoodaan&rsquo;gen, wier weg hij</p>
+<p>niet gansch kan loven.&mdash;Ziet hem nu uw denken</p>
+<p>in milder licht?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> In mij strijden &rsquo;t oude met</p>
+<p>het nieuw gezicht en maken mij verward.</p>
+<p>Maar ook uw rede knoopt vast om mijn denken</p>
+<p>een band dien ik zelf niet losmaken kan.</p>
+<p>Gij looft Erasmus, dat hij tusschen beide</p>
+<p>partijen staan blijft.... en gij koost partij....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Wij zijn gevormd uit and&rsquo;re stof.... en leven</p>
+<p>drong ons op andre banen. Niet aan elk</p>
+<p>stelt het de groote vraag op d&rsquo; eigen wijze,</p>
+<p>niet voor elk blinkt in zijner lijnen wirwar</p>
+<p>dezelfde als die der plicht. Had Erasmus</p>
+<p>gestaan voor mijne keus, ik meen hij had ge-</p>
+<p>kozen als ik.... maar dit zijn ijdle woorden....</p>
+<p>Wist hij toen ge hem &rsquo;t laatst bezocht, dat ik</p>
+<p>des konings dienst verlaten had? Sprak hij</p>
+<p>met u daarover?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> Toen ik hem verliet</p>
+<p>had nog de tijding Freiburg niet bereikt;</p>
+<p>wel het gerucht dat ge in de zaak van &rsquo;s konings</p>
+<p>huw&rsquo;lijk den vorst weerstreefdet. Toen Erasmus</p>
+<p>dat vernam, pelde zijn scherpzinnigheid</p>
+<p>dra het gevolg uit den bolster der oorzaak:</p>
+<p>hij voorzag uw besluit.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> En keurde &rsquo;t goed?</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_7">7</span>
+<em>GRYNUS</em> Hij sprak er van, behoedzaam,</p>
+<p>afwegende het voor en tegen, z</p>
+<p>dat ik nauw merken kon, naar welke zij de</p>
+<p>schaal van zijn oordeel overwoog. Hij loofde uw</p>
+<p>onbuigzaam wezen met zinrijke en</p>
+<p>hartgrond&rsquo;ge woorden, makend mij den prijzer</p>
+<p>haast even lief als den gepreez&rsquo;ne. Maar</p>
+<p>dan weer sprak hij van de noodzaak&rsquo;lijkheid</p>
+<p>voor wie in &rsquo;s levens raderwerk wil wezen</p>
+<p>een wiel, om het beweeg van zijnen wil</p>
+<p>z te reeg&rsquo;len dat geen geduchter rad&rsquo;ren</p>
+<p>hem brijz&rsquo;len, botsend tegen hem. Hij roemde</p>
+<p>uw taak: de plecht der koninklijke macht</p>
+<p>richten naar wat&rsquo;ren van vrede; de scherpe</p>
+<p>haken der heerschzucht met de wol omwinden</p>
+<p>van matiging.... en zoo, veel kwaad voorkomen</p>
+<p>dat anders vast geschiedde. &bdquo;Laat,&rdquo; sprak hij,</p>
+<p>&bdquo;More in de zaak van &rsquo;s konings huw&rsquo;lijk niet</p>
+<p>te vast zich klampen aan zijn meening.... Moge</p>
+<p>zij juist zijn, hij moet tot het uiterste</p>
+<p>niet gaan; hij is verplicht te denken aan de</p>
+<p>gevolgen van zijn daad: valt hij, zoo worden</p>
+<p>wij humanisten alle ontkrachtigd, onze</p>
+<p>invloed krijgt in alle landen een knak.</p>
+<p>Men moet ook wete&rsquo; iets toe te geven: laat hij</p>
+<p>ditmaal doen &rsquo;s konings wil.... een andermaal</p>
+<p>kan hij met te meer klem de teugels korten</p>
+<p>en vindt volgzamen zin.&rdquo;....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Onnoozel kind....</p>
+<p>En dat zegt mijn scherpzinnige Erasmus!</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_8">8</span>
+Hij weet niet dat wie achter koningsluimen</p>
+<p>aandraaft, te land komt in den diepen kuil</p>
+<p>der machteloosheid, en daar liggen blijft:</p>
+<p>&rsquo;k herken in den raad zijn plooibaar gemoed</p>
+<p>dat tot het laatst beproeft vre te bewaren,</p>
+<p>te verzoenen wat onverzoenlijk is.</p>
+<p>Hij meester in den woordenstrijd, schuwt strijd</p>
+<p>die uitgaat boven het gewar van woorden</p>
+<p>tot naakte klippen van de daad.&mdash;Mijn vriend,</p>
+<p>ge draagt zijn meening met veel warmte voor:</p>
+<p>ge deelt haar wel?</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">GRYNUS</em> &rsquo;t Past mij niet, uit te spreken</p>
+<p>wat ik zou voelen als een oordeel over</p>
+<p>een, dien ik boven alle menschen eer.</p>
+<p>Maar ik erken, dit weegt voor mij wel zwaar:</p>
+<p>&mdash;heeft zeker ook u zwaar gewogen, Morus&mdash;</p>
+<p>wij humanisten reek&rsquo;nen &rsquo;t onze taak</p>
+<p>om het heil dat nu opborrelt uit klare</p>
+<p>en lang-gestremde wellen, te doen stroomen</p>
+<p>over de wijde levensvelden, zoo</p>
+<p>die voorbereidend eens een oogst te dragen</p>
+<p>van menschlijk-milde, broederlijke zeden</p>
+<p>nietwaar? Maar wij kunnen die welle&rsquo; alleen</p>
+<p>heenleiden waar ze &rsquo;t menschezijn bevruchten,</p>
+<p>door de rotssteen der vorstelijke macht.</p>
+<p>Door dat graniet moeten wij een weg banen</p>
+<p>onzen droom naar het land der daad. Daarom</p>
+<p>is het veel waard, meen ik, eens konings vriend</p>
+<p>en zijn raadsman te wezen; het te blijven</p>
+<p>ook offers waard.... het moeten gronden zijn</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_9">9</span>
+<ins id="cor_8" title="steigend">stijgend</ins> uit de diepten van het geweten</p>
+<p>die ons loslaten doen, als onze harten</p>
+<p>eenmaal vastgrepe&rsquo; eens konings hart....</p>
+
+<p class="first"><em class="i13">MORE</em> Geef mij</p>
+<p>uw hand, Grynus: &rsquo;k denk als gij. Uit diepten</p>
+<p>van het geweten kwam de stem die ik</p>
+<p>volgde, toen ik mij van den koning wendde.</p>
+<p>Hij zette zijn voet op donkere paden;</p>
+<p>ik kon hem niet weerhouden: hem verzellen</p>
+<p>wilde ik niet.&mdash;</p>
+<p>En zoo vindt g&rsquo;ons terug, aan wereldsch goed</p>
+<p>verarmd, van menigeen verlaten die</p>
+<p>onzen voorspoed omzwerfde als de vlinder</p>
+<p>kleurige kelk tot hem de bui verjaagt;</p>
+<p>en vindt ons vergenoegd en vredig levend</p>
+<p>voor elkaar, de zoetste gaven des levens</p>
+<p>genietend met een onbekommerd hart.</p>
+<p>Zoo dienaren ontbreken, onze handen</p>
+<p>bezorgen fluks het werk en geen lakeien</p>
+<p>reppe&rsquo; als onze voeten zich vr &rsquo;t bevel.</p>
+<p>Kauwend roemen wij &rsquo;t zwarte brood, dat maakt</p>
+<p>de tanden blink-wit en geurig den adem&mdash;</p>
+<p>nietwaar kinderen? Ik voor mij betreur</p>
+<p>niets van het oude zorgbezwaarde leven,</p>
+<p>en de lang ontbeerde lucht der vrijheid</p>
+<p>adem ik in verrukt.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Wij voele&rsquo; ons n in liefde en alle dingen</p>
+<p>zijn tusschen ons gemeen: ik bid tot God</p>
+<p>niet anders, dan dat hij het late blijven</p>
+<p>gelijk het is.</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_10">10</span>
+<em>MERCY</em> Neen, niet betreur ik weelde</p>
+<p>of pronk, maar dat men menig arme nu</p>
+<p>wegsturen moet, die gewend was te vinden</p>
+<p>zijn nooddruft hier....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">DANCE</em> En menig trouw dienaar</p>
+<p>wiens goed&rsquo;ge kop sinds onze prille jaren</p>
+<p>ons toelachte op de trappen van het huis,</p>
+<p>verdwenen is.... de arme nar!</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">MORE</em> Hij vond</p>
+<p>een goeden meester, kind.</p>
+
+<p class="first"><em>DIENAAR</em> <em class="dir">(treedt binnen)</em><em class="i1">&nbsp;</em> Heer Thomas, de</p>
+<p>bisschoppen van Winchester, Bath en Kent</p>
+<p>verzoeke&rsquo; een onderhoud. Zij hebben, zeggen</p>
+<p>ze, u hun bezoek gemeld.</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Zeg dat ik kom.</p>
+<p><em class="dir">(tot de vrouwen)</em> Houdt vast den lieven gast, dat &rsquo;k hem weervinde;</p>
+<p><em class="dir">(tot Grynus)</em> ik moet nog veel vernemen. <em class="dir">(Af.)</em></p>
+
+<p class="first"><em>MERCY</em> <em class="dir">(verschrikt)</em> <em class="i4">&nbsp;</em> Wat beteekent</p>
+<p>dit hoog bezoek?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">DANCE</em> Bisschoppe&rsquo; en groote heeren</p>
+<p>sleten den drempel van ons huis niet af</p>
+<p>in &rsquo;t laatste jaar.... hunne voetstappen wekken</p>
+<p>in onze harten vrees....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">GRYNUS</em> Wat scheelt u Dance?</p>
+<p>Vrees waarvoor? Wat verschrikt u? een oud vriend</p>
+<p>moet alles weten....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Ge zult alles hooren,</p>
+<p>Simon, maar zeg mij eerst: hoe dunkt u vader?</p>
+<p>Vindt ge hem anders, dan hij placht te zijn?</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Hij is nog milder, maar iets minder blij.</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_11">11</span>
+&rsquo;t Is of zijn oude speelschheid breekt door waas</p>
+<p>van weemoed heen, als zon door fijne nevel....</p>
+<p>&rsquo;k zag om zijn mondhoeken een trek gegroefd</p>
+<p>die daar niet was, toen &rsquo;k hem, nu voor twee jaren</p>
+<p>verliet in de beslom&rsquo;ring van het ambt....</p>
+<p>Maar zijn voorhoofd is even klaar.... nooit zag ik</p>
+<p>zulk een milden glans over een gelaat</p>
+<p>als heldert soms over uws vaders aan-</p>
+<p>gezicht, Margreet.... &rsquo;t zweemt naar de gulden klaarte</p>
+<p>die d&rsquo;oude heilgen in Italie dragen</p>
+<p>op &rsquo;t blank gemaald gelaat.... maar toch weer anders:</p>
+<p>niet hemelsch, van boven-af neergezegen;</p>
+<p>&mdash;neen aardsch, van binnen-uit....</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> <em class="dir">(nadenkend)</em> <em class="i3">&nbsp;</em> Het is het hart</p>
+<p>dat uit zijn wezen straalt, Grynus; &rsquo;t wijd-</p>
+<p>open meegevoel voor het lot der menschen</p>
+<p>geeft hem die milde glans. Maar wat mij maakt</p>
+<p>bezorgd, &rsquo;t zijn d&rsquo; enk&rsquo;le nieuwe groeven niet</p>
+<p>door kommers hand onbarmhartig gesneden</p>
+<p>langs &rsquo;t liefst gelaat.... Er is iets anders, er</p>
+<p>is een verand&rsquo;ring, zoo fijn, in zijn wezen,</p>
+<p>dat woorden haar niet vatten kunnen, toch</p>
+<p>zoo klaar, dat ik niet twijfel.... In de dagen</p>
+<p>dat hij het kanseliersschap neerlei, kwam</p>
+<p>ze over hem.... eerst een gespannen droefheid</p>
+<p>die zijn trekken verhardde.... en toen.... dit.</p>
+<p>Het groeide door zijn ernst.... meest door zijn glimlach,</p>
+<p>zooals door &rsquo;t klare goud van najaarsdagen</p>
+<p>langzaam de ijlheid van den winter groeit.</p>
+<p>Och, d&rsquo; oude schalksche glimlach, als bedauwd</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_12">12</span>
+van levenslust, speelt om zijn lip niet meer;</p>
+<p>een andre nam zijn plaats, onstof&rsquo;lijker....</p>
+<p>het is of hij de poort des levens achter</p>
+<p>zich sloot, en ons toelacht van gene zijde,</p>
+<p>niet meer bewogen als een sterveling....</p>
+<p>Ik ben zoo bang, Grynus....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> Maar waarvoor</p>
+<p>Margreet? uw vader trad uit &rsquo;s konings dienst....</p>
+<p>hij is toch veilig?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">DANCE</em> Och vriend, laat ons de</p>
+<p>zwaarte een weinig uitstorten, die ons drukt....</p>
+<p>Wij kunnen het zoo schaars.... Wij willen vader</p>
+<p>niet kwellen met onze bezorgdheid, binden</p>
+<p>ons voor hem een blijmoedig masker voor....</p>
+<p>dat is hem &rsquo;t liefst.... Moeder is krank: het treuren</p>
+<p>over het oude verstoort haar gemoed;</p>
+<p>zij wrokt dat vader liet tusschen zijn vingers</p>
+<p>rijkdom en aanzien glippen, of het waren</p>
+<p>kralen van glas.... zijn hooge zin blijft haar</p>
+<p>gesloten.... u heugt hoe zij placht te wezen</p>
+<p>niet waar?</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em>Ja, ge zijt niet haar kind&rsquo;ren.... vaak</p>
+<p>heb ik gepeinsd, hoe uw eigene moeder</p>
+<p>geweest moet zijn.... Maar verhaal mij nu waarvoor</p>
+<p>ge zijt bevreesd.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">DANCE</em> Vader is in gevaar.</p>
+<p>De nieuwe koningin vergeeft hem niet</p>
+<p>dat hij haar huw&rsquo;lijk dwarsboomde en den koning</p>
+<p>afried van haar.... Zij is trotsch en wraakzuchtig:</p>
+<p>Hendrik volgt haar wil, als het schip het roer.</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_13">13</span>
+<em><ins id="cor_1" title="GRYNEUS">GRYNUS</ins></em> Maar hoe dwarsboomde uw vader haar huwelijk?</p>
+<p>&rsquo;k meende dat hij terugtrad uit het ambt</p>
+<p>om t&rsquo; ontgaan een openlijk zich verklaren</p>
+<p>tegen zijn vorst en toch zichzelf te blijven</p>
+<p>getrouw.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Zoo is &rsquo;t ook, Simon, maar de koning</p>
+<p>hoopte met hulp van mannen van gezag</p>
+<p>&rsquo;t nietig verklaren van zijn eerste huw&rsquo;lijk</p>
+<p>t&rsquo; omgeven met een valsche glimp van godlijk</p>
+<p>en menschlijk recht. En bove&rsquo; alle andre namen,</p>
+<p>was vaders naam hem waard, om &rsquo;t dubb&rsquo;le stralen</p>
+<p>van zijn groot wete&rsquo; en zijn onkreukbaarheid.</p>
+<p>O vriend, wat laffe kruipers zijn de meeste</p>
+<p>menschen, zijn al die hooggeleerde raadslin</p>
+<p>waartoe mijn jeugd zoo schuchter opzag.&mdash;Hebt ge &rsquo;t</p>
+<p>niet gehoord: negen universiteiten</p>
+<p>van Eng&rsquo;land, Frankrijk, Itali verklaarden</p>
+<p>de scheiding geldig naar kerkelijk recht....</p>
+<p>De vreemden gaven &rsquo;t laf getuigenis</p>
+<p>voor goud&mdash;de pen waarmee mijn landslin schreven</p>
+<p>was gedoopt in de witte verf der vrees.</p>
+<p>O &rsquo;k heb een harde les</p>
+<p>geleerd: ik leerde menschen te verachten</p>
+<p>die &rsquo;k had vereerd.... Zij, die achtbaren, wijzen,</p>
+<p>wier taak het was, met kennis&rsquo; vlammend zwaard</p>
+<p>den driesten aanrander van heil&rsquo;ge wetten</p>
+<p>terug te drijven, braken &rsquo;t zwaard aan stukken</p>
+<p>toen hij &rsquo;t beval....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> Ja, de meeste geleerden</p>
+<p>deugen voor mart&rsquo;laar niet, dat &rsquo;s vast. Maar uw</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_14">14</span>
+vader, Margreet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> De koning gaf hem last</p>
+<p>de goudgekochte en afgeperste adviezen</p>
+<p>voor te lezen aan &rsquo;t parlement, om zoo</p>
+<p>de meening te doen sijp&rsquo;len in de harten</p>
+<p>als druppels gift &bdquo;Morus is voor den koning&rdquo;</p>
+<p>en de kiemen van &rsquo;t verzet te ontkrachten</p>
+<p>dat opkwam hier en daar.</p>
+<p>Dat waren donk&rsquo;re dagen, vriend! &rsquo;k zag vader</p>
+<p>nooit, gelijk toen, met zich zelven in strijd.</p>
+<p>De wolk tusschen zijn brauwen trok niet op;</p>
+<p>zijn strakke, naar binnen gekeerde blik</p>
+<p>scheen geen onzer te zien. &rsquo;t Huis was verduisterd.</p>
+<p>Maar op een morgen kwam hij thuis met d&rsquo; oude</p>
+<p>teedere schalkschheid trillend om zijn mond,</p>
+<p>streelde ons en kuste ons, en vertelde ons schertsend</p>
+<p>&bdquo;gij zijt niet meer de kind&rsquo;ren van mijnheer den</p>
+<p>rijkskanselier, maar die van mijnheer More.&rdquo;</p>
+<p>Dien eigen avond riep hij ons bijeen</p>
+<p>hier op &rsquo;t terras, en met eenvoud&rsquo;ge woorden</p>
+<p>sprak hij ons toe, vroeg onze steun en hulp,</p>
+<p>vermaande ons zacht tot moed en eendracht, beurde</p>
+<p>ons hart z op, toonde ons &rsquo;t stroef gelaat</p>
+<p>van armoe, nu nabij, zoo schoon-eerwaardig,</p>
+<p>dat wij in liefde ontbrandden tot haar.</p>
+<p>Wij weenden zoete tranen. Sinds dat uur</p>
+<p>hebben onze vijf gezinnen geleefd</p>
+<p>als n gezin, en niemand onzer heeft meer</p>
+<p>iets zijn eigen genoemd....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">GRYNUS</em> Ik moet veel hooren</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_15">15</span>
+van deze zachte zede die u bindt,</p>
+<p>maar laat mij eerst al uw zorgen meedragen:</p>
+<p>wat wil de koning meer, dan dat uw vader</p>
+<p>niet openlijk tegen hem staat?</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">DANCE</em> De koning</p>
+<p>zou zich hiermee misschien tevreden geven,</p>
+<p>maar Anna nooit.... Zij gunt dit vredig leven</p>
+<p>aan vader niet,</p>
+<p>zij wil hem vernederen en vernielen....</p>
+<p>ik zie haar haat loere&rsquo; uit de schaduw-nissen</p>
+<p>van het paleis, omspinnen onze woning</p>
+<p>met boos beraad.... In net van donk&rsquo;re logens</p>
+<p>wordt vader ingesponnen; schandelijke</p>
+<p>verzinsels trekt men samen om zijn hoofd.</p>
+<p>Hem, die ieder geschenk met zachten drang</p>
+<p>weder toeschoof den schenker, dat geen spatsel</p>
+<p>zou &rsquo;t kleed zijner onkreukbaarheid bevlekken,</p>
+<p>beschuldigt men....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> Van omgekocht te wezen?</p>
+<p>Hem, Thomas More? Geen mensch die het gelooft.</p>
+<p>Is dat uw zorg, Margreet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MARGREET</em> O was het dat alleenig!</p>
+<p>Laster in alle soorten draagt men aan!&mdash;</p>
+<p>Wie is als hij verdraagzaam? Leerde hij ons</p>
+<p>dit denken niet: &rsquo;t recht geloof is genade,</p>
+<p>geen verdienste, geen vrucht van eigen wil;</p>
+<p>ketters moet men beklagen, men moet trachten</p>
+<p>ze te genezen van hun slecht geloof</p>
+<p>door voorbeeld en betoog; ze te vervolgen</p>
+<p>is ijdel&mdash;en behaagt niet God. Nu heet het</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_16">16</span>
+dat vader ketters aan den lijve strafte om</p>
+<p>der wille van &rsquo;t geloof</p>
+<p>en met geweld de gewetens wou dwingen.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Daarvan kan ik getuigen, die, schoon volg&rsquo;ling</p>
+<p>van Melanchton, vond in zijn huis het thuis</p>
+<p>dat mij weeromtrok uit zonnig Italie</p>
+<p>naar uw zonloos nevelbedekte land.</p>
+<p>Zijn lamp was &rsquo;t die mij &rsquo;t altijd welkom straalde,</p>
+<p>als ik, vermoeid van &rsquo;t ingespannen turen</p>
+<p>op de handschriften waar de tijd aan vrat,</p>
+<p>voelde in den schemer het heimwee besluipen</p>
+<p>naar het zachte land Touraine mijn hart.</p>
+<p>Zijn voorspraak ontsloot m&rsquo; als een tooverspreuk</p>
+<p>kostbare boekerijen waar de schatten</p>
+<p>te fonk&rsquo;len lagen van den griekschen geest.</p>
+<p>Hij effende mij de moeilijke wegen</p>
+<p>in den vreemde, maakte er te leven zacht</p>
+<p>door de gulheid van zijn vriendschap, den omgang</p>
+<p>met zijn gezin, &rsquo;t liefste dat ik ooit vond....</p>
+<p>Dat was zijn onverdraagzaamheid!</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">MERCY</em> O, dit</p>
+<p>smaakt bitter in den mond: hij, minlijkste</p>
+<p>van alle menschen,</p>
+<p>die niemand ongetroost kon laten gaan,</p>
+<p>elks verdrukking voelde in zijn eigen vleesch,</p>
+<p>die de weeze&rsquo; opnam in zijn huis&rsquo;lijkheid</p>
+<p>en in zijn hart&mdash;gelijk ik heb ervaren,&mdash;</p>
+<p>de verongelijkten hielp aan hun recht</p>
+<p>of &rsquo;t ook verdroot machtigen naar de wereld,</p>
+<p>&mdash;als onze William weet&mdash;hij wordt beschuldigd</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_17">17</span>
+van onmenschlijkheid....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">DANCE</em> Als men bedenkt</p>
+<p>hoevele hij oprichtte uit ellende,</p>
+<p>ze weldoend met een zoo verheugd gezicht</p>
+<p>als was hij het, die helpend werd geholpen,</p>
+<p>dan voelt men verbaasd, dat zij alle niet</p>
+<p>rijzen, en een ring om hem vormend, roepen</p>
+<p>&bdquo;raakt hem niet aan, raakt onzen More niet aan.&rdquo;</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Zij durven niet, vrees maakt hen laf.</p>
+
+<p class="first"><em class="i14">DANCE</em> Ach Simon,</p>
+<p>wij hebben u nog niet verhaald het ergste,</p>
+<p>wat wij van d&rsquo; aanvang te verhalen hunk&rsquo;ren</p>
+<p>maar konden &rsquo;t niet: &rsquo;t is of de lippen weig&rsquo;ren</p>
+<p>vrij te laten dat wat de ziel het meest</p>
+<p>vult met angstig gevoel en donk&rsquo;re beelden.</p>
+<p>Ons ontrusten maar niet losse en wilde</p>
+<p>geruchten: neen een feit staat als een muur</p>
+<p>dreigend voor onze hulp&rsquo;looze gedachten;</p>
+<p>ze willen vluchten, maar ze kunnen niet....</p>
+<p>Vader.... wordt beschuldigd.... van hoogverraad.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Dat kan niet waar zijn.</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">MERCY</em> Het is waar, Grynus.</p>
+<p>Hebt ge niet van het heilig wijf uit Kent</p>
+<p>gehoord, dat voorgeeft stemmen te vernemen</p>
+<p>uit hemelrijk, haar gelastend te maken</p>
+<p>&rsquo;s konings huwelijk als een werk des duivels</p>
+<p>bij &rsquo;t volk bekend?&mdash;Z&rsquo; is aangeklaagd, en vader</p>
+<p>werd in d&rsquo; aanklacht betrokken, als de man</p>
+<p>die haar verleid zou hebben tot bedrieg&rsquo;lijk</p>
+<p>voorwenden van hemelsche ingeving....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_18">18</span>
+<em class="i11">MARGREET</em> Hij</p>
+<p>voorzag den strik en poogde die t&rsquo; ontkomen:</p>
+<p>daarom heeft hij tege&rsquo; elk verzwegen of</p>
+<p>hij haar voor een bedriegster houdt dan voor een</p>
+<p>godbegenadigd wezen.... nimmer zag</p>
+<p>hij haar, noch zond haar iets van zijne hand....</p>
+<p>De aanklacht tegen hem vindt geen duimbreed</p>
+<p>bewijs om op te staan: elk eerlijk rechter</p>
+<p>moet in haar herkennen de giftige vrucht</p>
+<p>van verborgen gewroet die hij, gelijk</p>
+<p>een booze pad, wegstoot van voor zijn voeten....</p>
+<p>Maar men wil zijn schuld, waar men macht heeft om</p>
+<p>den wil tot daad te maken: daarom sling&rsquo;ren</p>
+<p>wij angstig tusschen hoop en vrees.</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">GRYNUS</em> Vergeef me:</p>
+<p>ik vind geen woorden.... wanneer kunt ge weten....</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Misschien vandaag.... Geruchten gaan, dat vaders</p>
+<p>naam is gedelgd in d&rsquo; aanklacht: mijn man voer</p>
+<p>bij &rsquo;t morgenkrieke&rsquo; al stadwaarts, uit te vinden</p>
+<p>of &rsquo;t waarheid zingt, dit zoet-getongd gerucht.</p>
+<p>Wij kunnen hem elk oogenblik terug</p>
+<p>verwachten.... vader weet van niets.... Begrijpt ge</p>
+<p>nu onze spanning, vriend?</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> Alles begrijp ik,</p>
+<p>en hoop &rsquo;t beste, Margreet.</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">DANCE</em> Daar komt een sloep</p>
+<p>de bocht om.... neen.... ja toch, het is de onze....</p>
+<p>zij roeien hard....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MERCY</em> William staat op.... hij wuift</p>
+<p>ons toe.... opnieuw....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_19">19</span>
+<em class="i4">MARGREET</em> Het afgesproken teeken</p>
+<p>voor goede tijding.... &rsquo;k ga hem tegemoet. <em class="dir">(Af.)</em></p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Gij verlangt ook te gaan? Zoo ge &rsquo;t vergunt</p>
+<p>zal ik uw moeder in dien tijd begroeten</p>
+<p>dat zij mij niet verdenke onheusch te wezen,</p>
+<p>en vind u dan weer hier terug. Moge alles</p>
+<p>zijn als wij hopen, vriendinnen! Tot straks. <em class="dir">(Af.)</em></p>
+
+<p class="first"><em>DANCE</em> Die laat zich niet wegslaan van &rsquo;t hart waarin</p>
+<p>hij wierp zijn anker.... wisten allen die</p>
+<p>zich noemden onze vrienden, even wel</p>
+<p>wat trouw beteekent, als die &bdquo;wufte Franschman&rdquo;,</p>
+<p>dan groeide &rsquo;t gras nu niet tusschen de steenen</p>
+<p>rondom ons huis....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MERCY</em> Dance, wanneer vaders onschuld</p>
+<p>rijst boven de dikke wolken van laster</p>
+<p>weer stralend uit, dan zullen velen keeren</p>
+<p>die vrees nu ver houdt van ons huis....</p>
+
+<p class="first"><em class="i13">DANCE</em> Och Mercy,</p>
+<p>boven de wolk van &rsquo;s konings ongenade</p>
+<p>zal vader niet weer uitrijzen&mdash;en die</p>
+<p>maakt om ons heen zulk een doodsche leegte</p>
+<p>als broeit een booze ziekte over &rsquo;t huis,</p>
+<p>niet geloof aan zijn schuld.</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MERCY</em> Stil, daar komt vader.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Dat was een lang bezoek! hun vriend&rsquo;lijke aandrang</p>
+<p>liet maar niet af!....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MERCY</em> Wat wilden zij van u?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Mij presse&rsquo; om deel te nemen aan de aanstaande</p>
+<p>blijde intocht der nieuwe koningin</p>
+<p>door Londen&rsquo;s straten: twintig gouddukaten</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_20">20</span>
+boden ze mij aan om een feestgewaad</p>
+<p>te koopen, want ze wisten onze spinde</p>
+<p>maar slecht voorzien....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">DANCE</em> Ge zeidet ja?</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">MORE</em> Ge schertst toch,</p>
+<p>mijn kind? Kunt g&rsquo; u uw vader denken, uit-</p>
+<p>gedoscht in kleurig narrenpak, op Paschen</p>
+<p>meegevoerd in den stoet, gelijk een zeldzaam</p>
+<p>en lang weerbarstig dier, eindlijk getemd?</p>
+
+<p class="first"><em>DANCE</em> Maar zal de koning niet toornen?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Ach, die zal ternauwernood</p>
+<p>missen in heel die doorluchtige stoet</p>
+<p>van glinst&rsquo;rende eed&rsquo;le&rsquo; en statige prelaten</p>
+<p>zich verdringend om zijne hand te kussen</p>
+<p>en zijn nieuwbakken koningin te huld&rsquo;gen,</p>
+<p>den simplen burger Thomas More.&mdash;Waar bleef</p>
+<p>de gast?</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">DANCE</em> Die wijlt bij moeder.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> <em class="dir">(binnenkomend met William)</em> Vader, vader,</p>
+<p>uw naam is weggenomen uit de aanklacht,</p>
+<p>mijn William bracht de goede tijding mee!</p>
+<p>Wij zijn zoo blij....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">WILLIAM</em> Mijn beste, beste vader....</p>
+
+<p class="first_st"><em>MORE</em> <em class="dir">(steekt hem de handen toe; de vrouwen omhelzen hem,<br />
+ook Grynus en vrouw Else treden binnen.)</em></p>
+<p>Mijn beste zoon, veel dank.&mdash;Mijn lieve kind&rsquo;ren,</p>
+<p>wij willen de verademing genieten</p>
+<p>met heel ons hart, maar niet vergeten dat wat</p>
+<p>vandaag voorbijdreef, morgen keeren kan.&mdash;</p>
+<p>Grynus, gij blijft onze gast van avond</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_21">21</span>
+niet waar? Kom zet u tusschen ons, gelijk</p>
+<p>in d&rsquo; oude dagen: doe verhalend &rsquo;t zacht</p>
+<p>azuur en de edelgewelfde lijnen</p>
+<p>der bergen van het schoone land Itali</p>
+<p>voor ons opstaan.... en de klare gestalten</p>
+<p>gaande daarin. Wij luist&rsquo;ren toe....</p>
+
+<p class="noind"><em class="dir">(Allen zetten zich; sommigen op de trappen van het terras; ook More,<br />
+met zijn hoofd op Margreets schoot, die een trede hooger zit.)</em></p>
+
+<p class="first"><em class="i8">GRYNUS</em> &rsquo;k Vond in Verona....</p>
+<p>Vreemd, dingen die nog gist&rsquo;ren glansden aan</p>
+<p>den boom herinnering als gouden vruchten,</p>
+<p>liggen nu ergens waar &rsquo;k ze niet kan vinden,</p>
+<p>bestoven in een uithoek van het brein....</p>
+<p>&rsquo;t Is mij, als schouwde ik in een droom Itali</p>
+<p>en voel, ontwaakt, den droom nu ver en verder</p>
+<p>weggaan van mij....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">WILLIAM</em> &rsquo;t Komt door de heete broeiing</p>
+<p>der lucht: die maakt vandaag den zin zoo loom.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> De lentebosschen op de heuvelen</p>
+<p>donk&rsquo;ren violet tegen den looden kim;</p>
+<p>zij schijnen wonderlijk nabij: &rsquo;t zijn teek&rsquo;nen</p>
+<p>dat onweer dreigt....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">DANCE</em> Zie de zwaluwen scheren</p>
+<p>over het water dat als olie schijnt</p>
+<p>zoo traag en dik.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MERCY</em> Men hoort de schippers roepen</p>
+<p>over den stroom....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Hen antwoorden de knapen</p>
+<p>van de moeslanden aan de overzij....</p>
+<p>alle geluiden klinken hoog en fijn</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_22">22</span>
+door de gespannen stilte....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MERCY</em> Huivert ge,</p>
+<p>Margreet?</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Het was of onzichtbare vlerken</p>
+<p>flapten tegen mijn hoofd.&mdash;Voelt gij ze niet?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Komt kinderen, wie uwer weet een lied</p>
+<p>dat d&rsquo; onrust van deze broeiende stilte</p>
+<p>weer effent door ons bloed?&mdash;Gij Mercy?</p>
+
+<p class="first"><em class="i14">MERCY</em> Ik</p>
+<p>kan nu niet zingen, vader.</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Dance, dan gij?</p>
+<p>Wij zijn het onzen lieven gast verplicht:</p>
+<p>hij mag niet denken, dat wij &rsquo;t zinge&rsquo; ontleerden.</p>
+
+<p class="first"><em>DANCE</em> Mij valt niets in dan de klagende wijze</p>
+<p>van de moeder die den knaap Vrede zocht.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Dan zullen w&rsquo; onrust met onrust verjagen,</p>
+<p>mijn kind, want wat opwolkt in zoete toonen</p>
+<p>bezwaart niet langer &rsquo;t hart.</p>
+
+<p class="first"><em>DANCE</em> <em class="dir">(zingt)</em></p>
+<p>Edele heeren en schoone vrouwen</p>
+<p>Kwam hier voorbij een blonde knaap?</p>
+<p>Tot ik mijn arme&rsquo; om zijn leest kan vouwen</p>
+<p>vindt mijn hart geen rust en mijn oog geen slaap.</p>
+
+<p class="sep2">Ik schrijd en ik schrijd over heuvels, langs dalen</p>
+<p>door zandige vlakten en wild foreest</p>
+<p>om den lieflijken knaap te achterhalen</p>
+<p>wiens adem mijn kranke hart geneest.</p>
+
+<p class="sep2">Zijn stem is zacht als de zang der baren,</p>
+<p>zijn lach als de lach van den dageraad,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_23">23</span>
+de geur die stroomt uit zijn blonde haren</p>
+<p>alle geuren der lente te boven gaat.</p>
+
+<p class="sep2">Ik schrijd en ik schrijd, mijn voeten bloeden</p>
+<p>mijn adem hijgt, maar ik merk het nauw</p>
+<p>tot ik kom aan wijde glanzende vloeden</p>
+<p>of waar bergen rijzen in &rsquo;t koep&rsquo;lend blauw.</p>
+
+<p class="sep2">Dan zit ik en ween, want het spoor is verloren</p>
+<p>en ik moet terug, en ik weet niet waar</p>
+<p>ik den knaap met den lach van morgengloren</p>
+<p>zal zoeken en &rsquo;t lentegeurig haar.</p>
+
+<p class="sep2">Maar ik ga, en aan zingende menschen weder</p>
+<p>vraag ik &bdquo;kwam hier niet een knaap voorbij?</p>
+<p>Vrede is zijn naam en zijn oog is teeder</p>
+<p>als lente en als vogelzangen blij.&rdquo;</p>
+
+<p class="sep2">En sommigen schudden het hoofd en spreken</p>
+<p>gedempt: &bdquo;Wij hebben hem niet gezien;</p>
+<p>wij droomen van hem&mdash;uit die droomen breken</p>
+<p>dan liederen uit&mdash;droomt ge ook misschien?&rdquo;</p>
+
+<p class="sep2">En anderen zien mij vreemd aan en wijzen</p>
+<p>omhoog: &bdquo;daar woont de knaap dien ge meent&rdquo;</p>
+<p>en ze zingen weer, maar een and&rsquo;re wijze</p>
+<p>dan waar mijn verlangend hart naar weent.</p>
+
+<p class="sep2">Want ik weet dat hij leeft op deze aarde</p>
+<p>en geen droom is: ik droeg hem in dezen schoot,</p>
+<p>ik was &rsquo;t die hem droeg, ik was &rsquo;t die hem baarde,</p>
+<p>ik was &rsquo;t die hem baarde, ik kweekte hem groot.</p>
+
+<p class="sep2"><span class="pagenum" id="Page_24">24</span>
+Maar hij ontvlood&mdash;om hem weer te vinden</p>
+<p>zoek ik de wereld, de wereld door,</p>
+<p>want hij is mijn eige&rsquo; en mijn meest beminde</p>
+<p>en mijn hart vond geen rust, sinds het hem verloor....</p>
+
+<p class="sep2">Edele heeren en schoone vrouwen</p>
+<p>kwam hier niet voorbij mijn blonde kind?</p>
+<p>Zijn gelaat is een bloem om te aanschouwen</p>
+<p>en zijn adem geurende lentewind.</p>
+
+<p class="first"><em>MERCY</em> Arme moeder, hoe lang nog zult ge jagen</p>
+<p>om vrede door de groote wereld? Wie</p>
+<p>vindt den weg weer tot het verloren kind</p>
+<p>der menschheid?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Eenmaal zullen wij hem vinden,</p>
+<p>zoo we zoeken, allen te samen&mdash;is</p>
+<p>het niet, vader?</p>
+
+<p class="first"><em class="i1">VROUW ELSE</em> Thomas, waar peinst gij aan?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Ik peinsde aan den tijd, dat dit hoofd weder</p>
+<p>zal liggen, gelijk nu, in dezen schoot.</p>
+
+</div>
+
+<h2><span class="pagenum" id="Page_25">25</span>
+TWEEDE BEDRIJF</h2>
+
+<p class="st_set">More&rsquo;s paviljoen te Chelsea.</p>
+
+<p class="st_set">More, Margreet, een kind van Margreet zit op More&rsquo;s knie.
+Dienaar. Later Bisschop Cranmer en de Hertog van Norfolk.</p>
+
+<div class="poetry">
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> <em class="dir">(lezend)</em> En Crito, dit gehoord hebbende</p>
+<p>sprak tot Sokrates....</p>
+
+<p class="first"><em>DIENAAR</em> Heer Thomas, de Hertog van Norfolk en</p>
+<p>bisschop Cranmer vragen om u te spreken.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Breng de heeren hierheen.&mdash;Doe &rsquo;t boek niet dicht, mijn kind:</p>
+<p>wij zullen na het bezoek verder lezen.</p>
+
+<p><em class="dir">(Cranmer en Norfolk treden binnen)</em></p>
+
+<p>Welkom, mijnheeren. Zet u. Het is lang</p>
+<p>sinds wij elkander zagen. In mijn woning</p>
+<p>zijn gaste&rsquo; als gij nu zeldzaam gelijk bloemen</p>
+<p>in wintertijd, en des te warmer welkom.</p>
+
+<p class="first"><em>CRANMER</em> Plato, naar ik zie. Het doet mij leed, dat wij</p>
+<p>u en uw dochter storen in zoo zoete</p>
+<p>genieting.... maar &rsquo;t geldt een zaak van gewicht....</p>
+<p>Wij wenschten u vertrouwelijk te spreken....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Ik heb voor deze geen geheimen.</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">NORFOLK</em> &rsquo;t Zijn</p>
+<p>Zaken van staat.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> &rsquo;k Meende, met zulke zaken</p>
+<p>te hebben afgedaan.&mdash;Laat ons alleen,</p>
+<p>Margreet. <em class="dir">(Margreet en kind af.)</em></p>
+
+<p class="first"><em>NORFOLK</em> Ik zou u haast benijden, More.</p>
+<p>De last der openbare zaak is van uw</p>
+<p>schouders gelicht; ge zijt gezond, nog krachtig,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_26">26</span>
+uw lieven vorme&rsquo; om u een dubblen ring</p>
+<p>van kind&rsquo;ren en kindskind&rsquo;ren: daarin straalt ge,</p>
+<p>hun middelpunt, hun zon; en al uw uren</p>
+<p>moogt g&rsquo; als u lust verdeelen, tusschen &rsquo;t zoet</p>
+<p>verkeer met de geliefde uwer jeugd:</p>
+<p>de studie, en het zorgloos samenzijn</p>
+<p>met d&rsquo;uwe&rsquo; in teeder kooze&rsquo; of luchte scherts;</p>
+<p>terwijl wij in de stormbewogen tijden,</p>
+<p>van onzen post, met zorgbezwaarde harten</p>
+<p>de golven zien bespringen &rsquo;t schip van staat,</p>
+<p>en onze willen spannen, ze te keeren.&mdash;</p>
+<p>Gelukkig man!</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MORE</em> Misgun mij niet, mijnheer,</p>
+<p>het gloren dat mijn avondlijken hemel</p>
+<p>verguldt: wie weet hoe ras mijn dag zal zinken!</p>
+<p>Ik koester mij misschien aan jeugd en blijheid</p>
+<p>vandaag voor &rsquo;t laatst.&mdash;Maar wat brengt u hierheen?</p>
+
+<p class="first"><em>NORFOLK</em> Wij komen, More, tot u als vrienden,&mdash;mij</p>
+<p>behaagde altijd uw frank en open wezen,</p>
+<p>uw vrije luim, de mildheid van uw hart.</p>
+<p>Gij hebt den staat goede diensten bewezen</p>
+<p>en niemand was aan &rsquo;s konings hart gegroeid zoo</p>
+<p>innig als gij.&mdash;Hij treurt om uw besluit</p>
+<p>nog immer, wenschte u weer terug aan &rsquo;t hof,</p>
+<p>hem bij te staan gelijk gij placht. Hij is</p>
+<p>bereid al wat geschiedde te vergeten</p>
+<p>en u opnieuw t&rsquo; omvatten in de koest&rsquo;ring</p>
+<p>van zijne gunst.</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MORE</em> Ik dank den koning, Norfolk,</p>
+<p>zijn goedertierenheid verwarmt mijn hart.</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_27">27</span>
+<em>NORFOLK</em> Gij hebt niet anders</p>
+<p>te doen als &rsquo;t eene woord te spreken, More,</p>
+<p>dat, zooals &rsquo;t flappen van den standaard meldt</p>
+<p>aan allen die het zien: &bdquo;hier wijlt de koning&rdquo;,</p>
+<p>u kenbaar maakt wijd-uit bij alle menschen</p>
+<p>een trouw dienaar der koninklijke macht.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Welk woord, mijnheer?</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">NORFOLK</em> &rsquo;t Bezweren der nieuwe besluiten</p>
+<p>die de kind&rsquo;ren der vroeg&rsquo;re koningin</p>
+<p>uitsluiten van den troon met hun geslacht</p>
+<p>en den koning tot hoofd der kerk van Engeland</p>
+<p>verheffen.</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MORE</em> Mijnheeren, ik dank u voor</p>
+<p>de vriendlijke gezindheid die u doet</p>
+<p>pogen de wijzers van mijn zin te richten</p>
+<p>naar de slag van den koninklijken wil.</p>
+<p>Maar zij zijn te stroef om den sprong te maken</p>
+<p>dien gij verlangt. Ik kan de gunst des konings</p>
+<p>niet koopen tot den prijs dien hij mij vraagt:</p>
+<p>de rust van mijn geweten. Het verbiedt mij</p>
+<p>dien eed.</p>
+
+<p class="first"><em>CRANMER</em> Hoe kan &rsquo;t geweten u te doen</p>
+<p>verbieden wat zooveel eerwaard&rsquo;ge en vrome</p>
+<p>Christenen zonder schroom hebben gedaan?</p>
+<p>Acht gij u dan hen allen wijzer, mr</p>
+<p>door godlijk licht verhelderd? Zie: dat zweemt</p>
+<p>naar hoogmoed, naar eigengerechtigheid.</p>
+<p>Behoede u God voor deze zonde! En dan,</p>
+<p>hoe zou &rsquo;t geweten u verbieden, om</p>
+<p>een woord te spreken, dat den toegang tot</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_28">28</span>
+de lichte banen van barmhartigheid</p>
+<p>en goede werken opent? Ge zijt mild,</p>
+<p>haast overmild placht ge uw geld en goed</p>
+<p>te deelen met die derfden; schutspatroon</p>
+<p>waart g&rsquo; aller armen; uw lach klonk nooit zoo ruim,</p>
+<p>noch stond uw oog zoo helder, dan wanneer</p>
+<p>ge een bekommerde hadt opgericht,</p>
+<p>geholpen een verdrukte. Maar toen ge</p>
+<p>uw ambt verliet, wierpen uw eigen handen</p>
+<p>de bronnen van uw macht tot helpen dicht.</p>
+<p>Ge hebt noch geld, noch invloed meer te geven,</p>
+<p>en ongetroost gaan velen van u weg.</p>
+<p>Keer terug tot des konings dienst, en dra</p>
+<p>zullen de bronnen van uw gulheid weder</p>
+<p>borrelen, rijklijk als weleer.... ik spreek</p>
+<p>niet van de vruchten voor wie zijn u &rsquo;t naast:</p>
+<p>ge telt dat niet&mdash;&rsquo;t is edel&mdash;maar bedenk:</p>
+<p>wie arm is....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MORE</em> Ik raad u, mijnheer, niet verder</p>
+<p>te ploegen deze voor, zoo ge niet wilt</p>
+<p>dat ons gesprek stuite op ijzerhard en</p>
+<p>niet weg te ruimen oer.&mdash;En wat betreft</p>
+<p>mijn machtloosheid te helpen, hare heeling:</p>
+<p>ik weet dat geen gulheid kan zegen werken</p>
+<p>die uit den modder van een veil geweten</p>
+<p>troebel ontspringt; en geen werk&rsquo;lijke gave</p>
+<p>groeit uit het zaad, dat in de slechte aarde</p>
+<p>verzuurd is van een slinksch gemoed.&mdash;Ge zegt</p>
+<p>dat ik niets kan, niets meer vermag te doen</p>
+<p>nu koninklijke gunst mij niet meer hooghoudt</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_29">29</span>
+op haren arm&mdash;toch nog een man te wezen,</p>
+<p>wil &rsquo;k hopen, die zich niet verlokken laat</p>
+<p>zijn geweten te ruilen voor wat aanzien</p>
+<p>en goud:&mdash;misschien een vaan ook waar omheen zich</p>
+<p>zaamlen wie denke&rsquo; als ik....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">CRANMER</em> Wat, wilt ge worden</p>
+<p>middelpunt van verzet?&mdash;Vergeldt ge z</p>
+<p>den vorst zijn gunst, de lange weldaden</p>
+<p>dier jaren dat de weerschijn van zijn macht</p>
+<p>om uw persoon een sfeer van hoogheid spreidde</p>
+<p>die elk eerbiedig neigen deed voor u?</p>
+<p>Zwarte ondank, trouweloosheid zou dat wezen....</p>
+<p>dat meent ge niet....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> Trouweloosheid en ondank</p>
+<p>zijn mijn zin vreemd, mijnheer. Ondankbaar is</p>
+<p>wie met een stomp of geprikkeld gemoed</p>
+<p>ziende naar het weldadig vuur waaraan hij</p>
+<p>verwarmde zijn kleumende lijf, het uittrapt</p>
+<p>en verder gaat, niet wie de taaie vezels</p>
+<p>van liefde voor zijn weldoener, met pijn</p>
+<p>rukt uit zijn eigen <ins id="cor_2" title="tevenstrevend">tegenstrevend</ins> hart,</p>
+<p>zich zelven aandoend een bloedende wonde</p>
+<p>die nooit meer heelt....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">CRANMER</em> Hoe meent ge?</p>
+
+<p class="first"><em class="i13">MORE</em> Luister.... ik</p>
+<p>wensch geen mensch toe dat het lot hem bescheer&rsquo;</p>
+<p>wat &rsquo;t mij beschoor: zich los te moeten maken</p>
+<p>van wat hij liefhad, tegenover &rsquo;t voorwerp</p>
+<p>van lange liefde met ontgoochelde oogen</p>
+<p>te komen staan.... Mijn hart hing aan den koning.</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_30">30</span>
+Had ik den jong&rsquo;ling niet zien overbuigen</p>
+<p>hunk&rsquo;rend om uit den stroom van &rsquo;t nieuwe weten</p>
+<p>te drinken, waar ik zelf zoo diep-begeerig</p>
+<p>uit dronk? Wist ik hem aan zijns vaders hof</p>
+<p>niet kwijne&rsquo;, een plant van eed&rsquo;ler soort, dan in die</p>
+<p>grove aarde tieren kon? Ik zag</p>
+<p>de adem van den zachter, ruimer geest</p>
+<p>die waarde door Europa, vulle&rsquo; en ronden</p>
+<p>de weeke vormen van zijn jong gemoed.</p>
+<p>En toen zijn koninklijke wil mij riep,</p>
+<p>verliet ik welgemoed de vreed&rsquo;ge stilte,</p>
+<p>waar &rsquo;t plechtig ruischen van philosophie</p>
+<p>zich met klokjes-heldere stemmen, kinder-</p>
+<p>stemmen, verbond tot schoone harmonie.</p>
+<p>Het beste deel van mijn manlijke krachten,</p>
+<p>gaf ik den koning&mdash;en hij hief mij hoog</p>
+<p>in zijn vertrouwen, stortte gunst en vriendschap</p>
+<p>met milde hande&rsquo; over mij uit. &rsquo;k Gedenk het,</p>
+<p>al die glans-omvloten jaren gedenk ik,</p>
+<p>gelijk mij past, met eerbiedigen dank;</p>
+<p>en ook, als wij verloren vreugd herdenken:</p>
+<p>met smartbewogen zin....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">NORFOLK</em> Maar waarom hebt ge....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Toen ik dat alles weg moest stooten, dien</p>
+<p>bond van veel jaren breken, heb ik lang</p>
+<p>naar kracht gezocht, om wat in &rsquo;t hart was samen-</p>
+<p>gegroeid met de ranken van veel-vertakt</p>
+<p>levensbedrijf, daaruit te rukken. En</p>
+<p>in &rsquo;t eind vond ik die kracht: in mijn geweten</p>
+<p>vond ik haar. En de stille oogen van</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_31">31</span>
+mijn dankbaarheid, die mij verwijtend volgden,</p>
+<p>heb ik gesloten met een lange kus</p>
+<p>gelijk men een vrouw kust waar men voor eeuwig</p>
+<p>van scheidt.</p>
+<p>Begrijpt ge nu, waarom mijn ooren wel</p>
+<p>hoore&rsquo; uw verwijt, ik zou ondankbaar wezen,</p>
+<p>mijn hart het niet verstaat?</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">CRANMER</em> Maar de trouw schendt,</p>
+<p>wie, gelijk gij....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MORE</em> Gunt me, ik bid u, &rsquo;t recht</p>
+<p>van iederen beklaagde: vrij te spreken</p>
+<p>tot zijn verdediging&mdash;&rsquo;k zal niet lang meer zijn.</p>
+<p>Ge noemt me trouwloos: ik erken geen trouw</p>
+<p>die bindt in &rsquo;t slechte.&mdash;Mijn trouw was &rsquo;t, den koning</p>
+<p>&rsquo;t gelaat der waarheid t&rsquo; ontsluieren, haar</p>
+<p>stem te doen uitklinken boven het koor</p>
+<p>van vleierij en logen, dat de ooren</p>
+<p>der vorsten vult. Mijn trouw was &rsquo;t hem te raden</p>
+<p>tegen de baan, waarheen hem drong begeerte,</p>
+<p>zijn driftig bloed, zijn heerschzuchtige aard.</p>
+<p>Mijn trouw, met zachten aandrang hem te leiden</p>
+<p>omhoog tot effen vrede-weiden waar</p>
+<p>zijn volk kon grazen&mdash;niet met hem te rollen</p>
+<p>de helling af van ied&rsquo;re lust. Mijn trouw</p>
+<p>was het, niet elke ongerechtigheid</p>
+<p>met hondsche aanbidding t&rsquo; omkwispelen. Niet</p>
+<p>die trouw had hij gevraagd, had ik gezworen,</p>
+<p>in &rsquo;t uur dat onze bond gesloten werd,</p>
+<p>toen hij, zijn arm om mijnen nek geslagen,</p>
+<p>z, sprak tot mij: &bdquo;Zie eerst naar God en uw</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_32">32</span>
+geweten&mdash;dan naar mij; zoo zult ge mij</p>
+<p>immer het beste dienen.&rdquo; O &rsquo;k heb hem</p>
+<p>nog lief, omdat hij dat woord heeft gesproken</p>
+<p>eenmaal. Mijn trouw verkoor het zich tot vaan,</p>
+<p>volgde &rsquo;t op de woelige levensvelden</p>
+<p>waarheen zijn dienst mij voerde,&mdash;en volgt het heden</p>
+<p>door ter zijde te staan....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">NORFOLK</em> Het loopt verkeerd.&mdash;De koning,</p>
+<p>Morus, is zeer verbitterd tegen u.</p>
+<p>Zijn gunst hield u vaak staande als uw benijders</p>
+<p>saamspanden tot uw val; zij was het schild</p>
+<p>dat hunne slagen weerde. Nu heeft hij</p>
+<p>zijn vrienden noodig. De lucht bulkt van strijd:</p>
+<p>het gaat er om, wie heerschen zal in Eng&rsquo;land,</p>
+<p>koning of paus. Ontvalt gij hem&mdash;de staf</p>
+<p>die hij zich uitverkoor om op te leunen&mdash;</p>
+<p>dan aadmen al zijn vijanden verruimd,</p>
+<p>en steken tot weerspannigheid de hoofden</p>
+<p>bijeen. Uw afval geeft hun moed. Hij kn</p>
+<p>uw afval niet gedoogen. Begrijpt ge? Hij kan &rsquo;t niet.</p>
+<p>Zoo staat de zaak. Ik raad u, om uw zelfs wil,</p>
+<p>raad ik u, Morus, voorzichtig te zijn.</p>
+
+<p class="first"><em>MORUS</em> Ik dank u voor dien raad, mijnheer. Voorzichtig</p>
+<p>was ik zoo lang ik kon. De dagen van</p>
+<p>heldhaftige overmoed ben ik ontwassen</p>
+<p>sinds lang; mijn lijf jaagt niet vooruit, begeerig,</p>
+<p>bij &rsquo;t speuren van gevaar.</p>
+<p>Door meen&rsquo;ge rustelooze nacht lag ik</p>
+<p>uitmetend de gevaren die mij dreigden</p>
+<p>zoo ik niet zwenkte, en hun aangezichten</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_33">33</span>
+maakten mijn zwak hart telkenmaal vervaard.</p>
+<p>Daarom ontweek ik mij te stellen tegen-</p>
+<p>over den koning&mdash;&rsquo;k had voor dit ontwijken</p>
+<p>grond genoeg&mdash;zocht ik veiligheid in het</p>
+<p>verborgen bestaan van den simp&rsquo;len burger,</p>
+<p>als een dier in zijn hol. Maar in het perk</p>
+<p>des levens rukken onvoorziene winden</p>
+<p>de ballen onzer best-gemikte daden</p>
+<p>vaak van hun baan. Niet met mijn wil, mijn neiging,</p>
+<p>ondanks hen is het oogenblik gekomen</p>
+<p>van de keus: voor, of&mdash;tegen. Hoort mij aan:</p>
+<p>ik ben een oud man, gehecht aan de zijnen,</p>
+<p>verlangend naar rust en een weinig vreugde</p>
+<p>om zacht t&rsquo; enden.&mdash;Maar bovenal schat ik</p>
+<p>inwend&rsquo;ge vrede.... Ge kunt verder spreken</p>
+<p>u sparen: &rsquo;k heb de keus gedaan.</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">CRANMER</em> Stijfhoofdig</p>
+<p>en roek&rsquo;loos man, hol niet zoo blindelings</p>
+<p>naar uw verderf. Staat ge alleen? Hebt ge</p>
+<p>het recht, om al de uwen te verderven,</p>
+<p>ze mee te sleuren in uw val?</p>
+<p>Vijf gezinnen hebt g&rsquo; om u heen verzameld</p>
+<p>van kind&rsquo;ren en kindskind&rsquo;ren, ze gewend</p>
+<p>van u t&rsquo; ontvangen al wat leven zacht en</p>
+<p>behaaglijk maakt. In uwe ruime huizing</p>
+<p>vonden allen plaats. Reeds waart, naar men zegt,</p>
+<p>de armoewolf rondom de staat&rsquo;ge woning,</p>
+<p>die nu, een overruim gewaad, omrimpelt</p>
+<p>uw veel-gekrompen staat.&mdash;Maar laat dit wezen</p>
+<p>als &rsquo;t is. Wat zal gebeuren, zoo ge blijft</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_34">34</span>
+weig&rsquo;ren te zweren?&mdash;U zelf wacht de Tower</p>
+<p>tot de dood u verlost....</p>
+<p>Uw goederen verklaart de kroon vervallen,</p>
+<p>d&rsquo; uwen worden verjaagd van huis en hof....</p>
+<p>Denk aan hun lot, denk aan &rsquo;t harde bestaan</p>
+<p>dat al die teere vrouwe&rsquo; en jonge kindren</p>
+<p>bedreigt.... verstrooid zullen zij zwerven, lijden,</p>
+<p>verkwijne&rsquo; in zorg en kommer.... van het oude</p>
+<p>glansrijke leven, zal hun enkel blijven</p>
+<p>stekende herinnering....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Zij zijn jong</p>
+<p>en sterk, met kennis en verstand gewapend:</p>
+<p>zij zullen eten &rsquo;t zelfverdiende brood</p>
+<p>en proeven &rsquo;t zoet....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">CRANMER</em> Waar zullen ze verdienste</p>
+<p>vinden? Des konings ongenade schuift</p>
+<p>den grendel dicht voor ieder wel-bezoldigd</p>
+<p>en eervol ambt&mdash;weet ge het niet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">MORE</em> Dan zullen</p>
+<p>z&rsquo; aan de deuren vragen barmhartigheid</p>
+<p>van wie vergeefs barmhartigheid nooit vroegen</p>
+<p>aan onze deur.</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">CRANMER</em> En zullen vinden ze</p>
+<p>geslote&rsquo; alom, want des verraders kindren</p>
+<p>te helpen, brengt zelf in reuk van verraad,</p>
+<p>en vrees bedwingt de laffe menschenharten....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Niet alle....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">CRANMER</em> Neen, maar &rsquo;t overgroot getal.</p>
+<p>Laat een storm schudden aan uw levensboom:</p>
+<p>de vrienden die hem welig maakten, dwar&rsquo;len</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_35">35</span>
+omlaag en vluchten weg in dolle vaart.</p>
+<p>Uw kind&rsquo;ren zullen naakt staan in de wereld,</p>
+<p>zonder bescherming, vriendeloos, verlaten....</p>
+<p>dat zal uw daad zijn.... zij zullen hun vader</p>
+<p>niet danken voor die daad....</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Zij zouden hem</p>
+<p>verachten zoo zijn leer ging eenen weg,</p>
+<p>zijn doen een andre.... Laat hij in hun hart</p>
+<p>voortleven als een man, die &rsquo;t liefste liet,</p>
+<p>&rsquo;t lieve leven zelf neerlei, liever dan</p>
+<p>wat hem heilig was, uit vrees te verraden....</p>
+<p>ik ben tevree als zulk een man te leven</p>
+<p>in hun herin&rsquo;ring....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">NORFOLK</em> Maar ge zult dat niet,</p>
+<p>vriend, want de greep der wereld zal het beeld</p>
+<p>van den held en den mart&rsquo;laar in hun harten</p>
+<p>verwringen tot gedaante monsterlijk,</p>
+<p>en haar <ins id="cor_3" title="buzuinen">bazuinen</ins> stem zal z luid dreunen:</p>
+<p>&bdquo;schande over Morus, hij verried zijn koning,</p>
+<p>die hem met weldaden omkranste&rdquo;, dat</p>
+<p>de stem des bloeds in een beschaamd gefluister</p>
+<p>uitdooven zal. Bezin u, Morus, luister</p>
+<p>naar rede, onteer niet den naam dien ge draagt!</p>
+<p>Ge erfdet hem, een ongerepte spiegel,</p>
+<p>die veel geslachten voor u hielden blank;</p>
+<p>uw daden en geschriften maakten heller</p>
+<p>zijn glans: en wilt ge nu die naam</p>
+<p>uw kind&rsquo;ren overgeven, zwart besmeurd met</p>
+<p>roep van verraad? Zal uw geslacht</p>
+<p>hem voortaan medesleepen door de tijden,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_36">36</span>
+beschaamd, of schuw verbergen onder een</p>
+<p>geborgden, klankloos van herinneringen,</p>
+<p>inderhaast opgeraapt?</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Ik geef mijn naam</p>
+<p>vertrouwend aan den vloed der tijden over,</p>
+<p>wetend, dat hij daaruit eens op zal rijzen</p>
+<p>blinkend-geschuurd en blank van schuld. De toekomst</p>
+<p>maakt het onrecht van heden goed....</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">NORFOLK</em> En zoo</p>
+<p>het anders kwame?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MORE</em> Dan wil ik liever ook toekomstig onrecht</p>
+<p>dragen, dan tegen mijn geweten doen....</p>
+
+<p class="first"><em>NORFOLK</em> Ge zijt uitzinnig! Allen zullen zweren....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Zoo laat dan n anders dan allen zijn:</p>
+<p>gewetens zijn niet gelijk aren, buigend</p>
+<p>alle naar ne zijde voor den wind.</p>
+
+<p class="first"><em>NORFOLK</em> Bij God, Heer Thomas, voor de laatste maal,</p>
+<p>neem u in acht met koningen te twisten:</p>
+<p>des konings wraak beduidt de dood.</p>
+
+<p class="first"><em class="i13">MORE</em> De dood</p>
+<p>spaart evenmin wie in &rsquo;s konings genade</p>
+<p>volop zich zont. Hij is de oceaan</p>
+<p>waar onze levens eens alle in monden,</p>
+<p>al is hun aller weg niet even lang....</p>
+
+<p class="first"><em>CRANMER</em> <em class="dir">(tot Norfolk)</em> Hij is niet meer te helpen....</p>
+<p><em class="dir">(tot More)</em> &rsquo;t Is des konings wil</p>
+<p>dat gij en de bisschop van Rochester morgen</p>
+<p>u vervoegt in het <ins id="cor_4" title="aardsbisschoppelijk">aartsbisschoppelijk</ins></p>
+<p>paleis, om de besluiten te bezweren....</p>
+<p>Een bode haalt u nog van avond af....</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_37">37</span>
+Zie toe, dat ge voor morgen maakt gesmijdig</p>
+<p>dit overstug geweten, &rsquo;t leert te plooien</p>
+<p>zich naar den vorm van &rsquo;s konings wil. Zoo niet:</p>
+<p>de Tower wacht....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> <em class="dir">(tot Cranmer)</em> Morgen als heden geve God mij kracht</p>
+<p>voor geen verlokking of geweld te wijken;</p>
+<p><em class="dir">(tot Norfolk)</em> Ik wensch u heil, mijnheer.</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">NORFOLK</em> Ik u verstand.</p>
+
+<p><em class="dir">(Norfolk en Cranmer af)</em>.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Nu heb ik een koers gezet, die mijn schip</p>
+<p>doet recht tegen de klip der koningsmacht</p>
+<p>oploope&rsquo;, en zeker zal verbrijzelen....</p>
+<p>Ik kan niet meer terug.... Vreemd om het land</p>
+<p>te zien wegdeinen en zeker te weten</p>
+<p>dat men nooit in de haven wederkeert....</p>
+<p>Goddank! het zwaarste deed ik.... al het and&rsquo;re</p>
+<p>zal gebeuren zonder mijn doen. <em class="dir">(Margreet treedt binnen)</em></p>
+<p><em class="i13">&nbsp;</em>Margreet....</p>
+<p>Kom bij me, kind.</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Ik zag de heeren gaan....</p>
+<p>Ze bleven lang.... <em class="dir">(Zij ziet More aan en verschrikt)</em></p>
+<p><em class="i7">&nbsp;</em>Vader, wat is.... wat kwamen</p>
+<p>ze doen?</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">MORE</em> Zien, of ze konden met gedreig</p>
+<p>murv maken je vaders gewete&rsquo;, of dat</p>
+<p>hardere hamers daartoe noodig zijn....</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Ze dreigden u? Waarmee?....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> <em class="dir">(ziet haar zwijgend aan; zij bedekt het gezicht met de handen)</em></p>
+<p><em class="i12">&nbsp;</em>Wees niet verschrikt,</p>
+<p>er is niets gebeurd om verschrikt te wezen,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_38">38</span>
+mijn kind. Kom, zet je op het oude plaatsje:</p>
+<p>wij willen akademie houden, als</p>
+<p>je placht te noemen ons vertrouw&rsquo;lijk spreken</p>
+<p>over de vragen die van alle zijden</p>
+<p>dit klein levens-eiland ombruisen.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> <em class="dir">(gaat aan zijn voeten op een bankje zitten)</em> Zoo</p>
+<p>voel &rsquo;k mij weer worden het jongmeisje, vol</p>
+<p>van vagen drang en onbestemd verlangen,</p>
+<p>dat uit uw zacht-nadrukkelijke woorden</p>
+<p>eens &rsquo;t licht van zekerheid zag opgaan....</p>
+
+<p class="first"><em class="i14">MORE</em> Zacht</p>
+<p>wendde je jonge ziel zich naar dat licht....</p>
+<p>Ik zag de kelk zich openen, begeerig</p>
+<p>drinken den dauw, dien ik opving voor jou</p>
+<p>van Plato&rsquo;s lip en die der and&rsquo;re wijzen.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Wat was het zoet, aan uw hand te betren</p>
+<p>dat gouden land van de philosophie;</p>
+<p>te voelen, hoe een vastheid in mij groeide</p>
+<p>en sterker werd.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> Wat was het zoet, te stijgen</p>
+<p>hand in hand naar de toppen der gedachte,</p>
+<p>waar opengaat de zin des levens.... Kind,</p>
+<p>ik heb in jou mijn groot geluk gevonden</p>
+<p>en ik wil dat je weet hoe ik het vond.&mdash;</p>
+<p>Mijn kind&rsquo;ren heb ik alle lief</p>
+<p>gelijkelijk, met de teedere liefde</p>
+<p>eens vaders, maar jou heb ik ook nog lief</p>
+<p>anders, niet teederder maar hoopvoller.</p>
+<p>Ik heb in jou mijn liefste droomen lief,</p>
+<p>het heilige verlangen en verwachten,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_39">39</span>
+dat mijn hart aanraakte: het zoet gezicht</p>
+<p>dat in mij groeide door de blijde dagen</p>
+<p>van mijn volrijpe jeugd....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MARGREET</em> Ge meent het beeld</p>
+<p>der vrouw, gelijk zij zijn zal, wanneer allen</p>
+<p>denken als gij denkt.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Ja, het beeld der vrouw</p>
+<p>als zij zijn zal in schemerverren tijd,</p>
+<p>wanneer de booze waan heeft uitgewoed</p>
+<p>die haar nu houdt vernederd en gevangen....</p>
+<p>O schoone wereld, waarin zij zal zijn</p>
+<p>den man gezellin, saam zij zullen dorschen</p>
+<p>&rsquo;t gedachte-zaad....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Konden wij haar zien worden,</p>
+<p>die schoone wereld....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Ik zag haar worden kind</p>
+<p>en dat was mijn geluk.... &rsquo;k zag in jou hoofdje</p>
+<p>de vonk der rede aangroeien tot vlam....</p>
+<p>Ik zag over dit zacht gelaat, tot mij</p>
+<p>in teed&rsquo;re schroomvalligheid eerst geheven,</p>
+<p>den glans zich breiden van bewusten wil,</p>
+<p>en d&rsquo;argelooze blik dier lieve oogen</p>
+<p>verdiepen tot lange nadenkendheid.</p>
+<p>Ik zag het meisje vol verholen drang</p>
+<p>schuilgaand in droomen, tot de jonkvrouw rijpen,</p>
+<p>moedig en frank, wier welgewogen oordeel</p>
+<p>weegt voor den man, dien hare vrije neiging</p>
+<p>verkoor.... ik zag de jonge moeder niet</p>
+<p>de lijfjes maar van haar liev&rsquo;lingen koest&rsquo;ren,</p>
+<p>hun leen&rsquo;ge willen ook buigen en leiden</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_40">40</span>
+met zek&rsquo;ren zin en vaste hand.&mdash;En als</p>
+<p>de spotters, kleingeloovigen, wier vleugels</p>
+<p>hen niet drage&rsquo; over heden heen, mij hoonden</p>
+<p>om de droomvrouwen van Utopia,</p>
+<p>lachte ik hun een stille glimlach tegen</p>
+<p>en mijn hart sprong de tijden tegemoet</p>
+<p>dat de kleine jonkvrouwen zullen baden</p>
+<p>in klare kennis hun kost&rsquo;lijke ziel,</p>
+<p>en de moeders wetenden zijn, en vroed</p>
+<p>voor de gemeenschap.... jij gaf mij die zegen:</p>
+<p>ik dank je daarvoor kind....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MARGREET</em> Al wat ik ben</p>
+<p>werd ik door u; al wat ik weet, ik heb het</p>
+<p>van u geleerd; aan u gelijk te worden</p>
+<p>zooveel ik kon, dat was mijn prilste wensch;</p>
+<p>mijn stoutste droom, u tot een hulp te zijn.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Jij waart de blanke vijver, die getrouw</p>
+<p>de kruinen spiegelde, en al hun deinen</p>
+<p>van mijn gedachte-woud, die &rsquo;t heimlijk ruischen</p>
+<p>van mijn hart kende, en nimmer verried.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> O laat het mij nu ook zijn! Geef mij weder</p>
+<p>uw hart! Vertrouw mij, leg op mij de zwaarte</p>
+<p>die &rsquo;k zie dat u bedrukt....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Heugt je den dag</p>
+<p>dat wij gelezen hadden Plato&rsquo;s woorden</p>
+<p>over de ziel en haar onsterflijkheid,</p>
+<p>en daarna zaten in den stillen schemer</p>
+<p>wiens zachte hand soms de verborgen dingen</p>
+<p>omhoog streelt uit hun schuilhoek in het hart?</p>
+<p>Heugt het je nog?</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_41">41</span>
+<em class="i3">MARGREET</em> Het was den dag nadat</p>
+<p>ge tot het kanselierschap waart gehuldigd,</p>
+<p>een vrede-ademende najaarsdag....</p>
+<p>Vijf jaren zijn sinds dien voorbijgestroomd,</p>
+<p>ik huwde, God schonk mij twee lieve kindren,</p>
+<p>en gist&rsquo;ren schijnt die dag....</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Heugt je nog wat</p>
+<p>wij toen sprake&rsquo; over dood en leven, hoe</p>
+<p>worde&rsquo; is der wereld wezen, alle dingen</p>
+<p>dragen in zich kiem van weder-vergaan?</p>
+<p>En dit aller droefheden droefheid is,</p>
+<p>dat het hart niets omvatten kan in veilig</p>
+<p>bezit?</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> &rsquo;t Is mij als hoor ik weer uw stem,</p>
+<p>manend: &bdquo;daarom moet het tot d&rsquo; eeuwge sterren</p>
+<p>zich beuren, en tusschen hun gouden spaken</p>
+<p>zich vleie&rsquo; als in een nest&rdquo;.... &rsquo;k voel langs mijn wangen</p>
+<p>weer druppen de tranen van stil berouw.</p>
+<p>Wij meisjes waren overstelpt geweest</p>
+<p>door d&rsquo; ongewende pracht, de vreemde hulde....</p>
+<p>Wij waande&rsquo; ons in een hoog&rsquo;re sfeer geheven</p>
+<p>boven ons oude zelf.... den dag na &rsquo;t feest</p>
+<p>riept ge mij, om samen Plato te lezen</p>
+<p>en koost den Phaedon.... ik voelde den roes</p>
+<p>van wereldschheid als dunne damp vervliegen....</p>
+<p>Mijn beste vader, &rsquo;k dank het meest dat uur</p>
+<p>dat toen ineenstortte ons oude leven</p>
+<p>van weelde en glans, mijn hart niet werd verschrikt.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Ja, jij bleef staan,</p>
+<p>een steun voor arme ontwrichtte moeder en</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_42">42</span>
+jongere zusters, die met duiven-oogen</p>
+<p>mij hulp&rsquo;loos aanzagen.... O blijf ook nu</p>
+<p>mijn onverschrokken kind.... Heugt het je nog</p>
+<p>hoe wij verder sprake&rsquo; in den stillen avond</p>
+<p>over den mensch, hoe hij soms raakt beklemd</p>
+<p>tusschen &rsquo;t stuwen van oversterke machten,</p>
+<p>gedreven wordt waarheen hij niet wil gaan,</p>
+<p>en een wijl worstelt in wanhopig weren</p>
+<p>van wat zijn diepst ik onafweerbaar weet?</p>
+<p>Tot hij op een dag neerdaalt in zichzelven</p>
+<p>en zich gewonnen geeft; en op het pad,</p>
+<p>dat hem ontvoeren zal aan de beklemming</p>
+<p>der dingen en het wrijten van zijn wil,</p>
+<p>vestigt hij rustig-lang den blik der oogen</p>
+<p>en rijst om te gaan.... Weet je &rsquo;t nog, Margreet?</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Hoe zou ik het vergeten? In dat uur</p>
+<p>werd immers ons verbond gesloten....</p>
+
+<p class="first"><em class="i13">MORE</em> Ja,</p>
+<p>in dat uur vond je dapper hart zichzelf.</p>
+<p>Want toen ik vroeg: kind, zoo wie jou was &rsquo;t liefste,</p>
+<p>stond voor de keus, als voor een donker water,</p>
+<p>de steilte van den dood beklimmen, of</p>
+<p>zich laten dringen op omlage wegen</p>
+<p>die hij verfoeit&mdash;zag ik je wange&rsquo; en hals</p>
+<p>en heel je wezen bespreid van den gloed</p>
+<p>dien het hart opzendt als een eed&rsquo;le en hooge</p>
+<p>willing &rsquo;t in vlam zet, en je stem was hel</p>
+<p>van dapperheids goudenen klankkleur, sprekend:</p>
+<p>&bdquo;veel liever zag ik hem dood, dan zich zelven</p>
+<p>ontrouw&mdash;immers wenschte ik hem dan toe lijden</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_43">43</span>
+bitterder dan de dood&rdquo;&mdash;weet je het nog,</p>
+<p>mijn kind?</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Ik heb zoo vaak</p>
+<p>geschreid, omdat ik het niet kon vergeten,</p>
+<p>en wat toen kwam....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MORE</em> Hoe ik je hand nam en</p>
+<p>die kleine koude hand tusschen de mijnen</p>
+<p>klemmend, vroeg &bdquo;zoo de dag eens kwam, Margreet,</p>
+<p>dat ik stond, aangedrukt tegen de keuze</p>
+<p>waaraan het leven hangt&mdash;zou jij mij dan</p>
+<p>steunen van uit je hart&rdquo;&mdash;en jij niet spreken</p>
+<p>kon, maar knikte van ja?&mdash;dat was &rsquo;t niet waar?</p>
+
+<p><em class="dir">(Margreet knikt zwijgend.)</em></p>
+
+<p>Het heugt je nog. Nu is die dag gekomen.</p>
+<p>Help mij Margreet. Ik heb de keus gedaan.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Vader.... Wat gaat ge doen?</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">MORE</em> Ik ben gedreven</p>
+<p>naar wat ik wou ontgaan. Al mijn beleid</p>
+<p>heb ik gebruikt, mijn boot voorbij te sturen</p>
+<p>aan deze klip, met al mijn kracht gestreefd</p>
+<p>den greep t&rsquo; ontkomen, die zich om mij knelt.</p>
+<p>Vergeefs! ik had sinds lang met eigen handen</p>
+<p>de ketenen gesmeed waarmee het lot</p>
+<p>mij binden zou.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Van dat g&rsquo; u verbondt aan den koning, broeide</p>
+<p>de botsing aan de kim van elken dag;</p>
+<p>komen moest zij als zijn zelfzuchtige driften</p>
+<p>schuimend zouden bijte&rsquo; in den breidel van</p>
+<p>uw wil.... wij wisten &rsquo;t.... Dikwijls vreesden wij</p>
+<p>wat ging gebeuren. Maar ge hebt den band</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_44">44</span>
+verbroken, die u aan den koning bond....</p>
+<p>ge zijt weer vrij.... ik dacht u veilig.... vader,</p>
+<p>wat dreigt ons nog?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MORE</em> Ik heb den band verbroken</p>
+<p>die m&rsquo; aan den koning bond, maar niemand kan</p>
+<p>den band ontbinden tusschen hem en zijn</p>
+<p>verleden: &rsquo;t weefsel van zijn vroeg&rsquo;re daden</p>
+<p>omwikkelt hem voor goed.... Hoe hooger &rsquo;k steeg,</p>
+<p>hoe vaster mij de vorst in zijn vertrouwen</p>
+<p>omvatte, als in een tooverring, die zich</p>
+<p>nooit meer ontsluit waar hij zich heeft gesloten,</p>
+<p>des te minder kon zijn koningswil dulden</p>
+<p>dat ik mij loswrong.... poogde het te doen....</p>
+<p>Toen in zijn sterke lijf de sterke lusten:</p>
+<p>wulpschheid, heerschzucht, gelddorst, uitbraken en</p>
+<p>het teer gewas wegvraten der belofte</p>
+<p>van zijn groene jeugd, toen moest ik gaan,</p>
+<p>wilde ik niet, blijvend, mee schuld drage&rsquo; aan daden</p>
+<p>die ik verfoeide,&mdash;of tusschen hem en mij</p>
+<p>oproepen d&rsquo; erge botsing, die zou voeren</p>
+<p>tot mijn vernietiging. Die te ontwijken</p>
+<p>ben ik gegaan: ik ging vergeefs, Margreet.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Wat wil hij nog?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Aanzien en rijkdom stroopte ik mij</p>
+<p>als waardelooze vodden van het lijf</p>
+<p>en waande een poos den greep te zijn ontkomen,</p>
+<p>reeds knellend om mijn hals.&mdash;&rsquo;k Herademde!</p>
+<p>Maar &rsquo;t onweer drong weer op, geduchter dan het</p>
+<p>eerst was geweest.... Toen wist ik mij verloren....</p>
+<p>Ik wees het je, maar je wilde niet zien....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_45">45</span>
+<em>MARGREET</em> Ik kon het niet....</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Mijn dapper kind, nu staat</p>
+<p>de booze wolk vlak boven onze hoofden:</p>
+<p>nu mot je zien. De koning eischt een eed,</p>
+<p>die zijn leugenbond met Anna vat</p>
+<p>in gouden lijst van wettelijke wijding,</p>
+<p>en een and&rsquo;ren, die hem verheft tot hoofd</p>
+<p>der kerk van Engeland. Ik kan die eeden</p>
+<p>niet zweren, mijn geweten wil het niet.</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Wat zult ge....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Ik kan niet verder uitwijken,</p>
+<p>en mijn weig&rsquo;ring raakt den koning in &rsquo;t hart;</p>
+<p>want om zijn wil door te zetten behoeft</p>
+<p>hij steun van allen, wier woord in de schalen</p>
+<p>der openbare meening weegt:&mdash;wie niet</p>
+<p>met hem meespringt over de hinderpalen</p>
+<p>van wet en zede en goddelijk gebod,</p>
+<p>wordt zelf, een hinderpaal, omvergehaald.</p>
+<p>Hem blijft geen keus, als mij geen keus blijft. Hij</p>
+<p>moet mij vernielen, misschien tegenwillig,</p>
+<p>zooals ik tegenwillig moet trotseeren</p>
+<p>&rsquo;t zwaard zijner macht.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MARGREET</em> O waart ge nooit in dienst</p>
+<p>getreden van den koning! Hadt ge nooit</p>
+<p>voor hem &rsquo;t vrije leven van den geleerde</p>
+<p>vaarwel gezegd, waarnaar uw hart bleef hunk&rsquo;ren</p>
+<p>als een schelp naar de zee.... Hem offerdet</p>
+<p>ge de rust der dagen, de slaap der nachten,</p>
+<p>&rsquo;t zoet verzamen met ons,.... voor hem hebt ge</p>
+<p>der zorgen last geschouderd, haar gedragen</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_46">46</span>
+van jaar op jaar, en nu....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Margreet, spreek zoo niet verder;</p>
+<p>je weet niet wat mij dreef in &rsquo;s konings dienst.</p>
+<p>Ik wil je alles toevertrouwen, kind,</p>
+<p>dat je moogt zien hoe wat nu gaat gebeuren</p>
+<p>met diepe wortels vastzit in &rsquo;t verlen.&mdash;</p>
+<p>Heerlijk waren de dagen mijner jeugd!</p>
+<p>de luchten trilden van de nieuwe leuzen,</p>
+<p>die d&rsquo; ontwakenden toeriepen elkaar.</p>
+<p>Boven de grenzen uit van land en taal</p>
+<p>werd een zuivere broederschap geboren;</p>
+<p>strijdbroederschap tegen al wat het blijde</p>
+<p>leven op Gods lieflijke aarde ontwijdt:</p>
+<p>domheid en wreedheid, breidelooze zeden</p>
+<p>en blind geweld. En hoop bevleugelde ons:</p>
+<p>niet maar de kerk, neen, d&rsquo; aarde zelf, de menschheid</p>
+<p>te zuiveren door de macht van den geest.</p>
+<p>Sommigen onzer verdiepten zich zoo</p>
+<p>in de zinnige woorden die ons tegen-</p>
+<p>fonkelden uit de lang verzonken tijden,</p>
+<p>dat zij tot zoete levenstaak verkozen</p>
+<p>die te reinigen van der eeuwen stof.</p>
+<p>Mij gaf natuur een zin, die zich niet kon</p>
+<p>gansch in vervlogene schoonheid verzinken,</p>
+<p>maar zich van haar beurde naar onze dagen,</p>
+<p>om die schooner te maken, kon het zijn.</p>
+<p>Ik zag der tijden drang, den harden nood</p>
+<p>der arme duizenden, die hulploos zwerven,</p>
+<p>verjaagd van hof en erf;</p>
+<p>&rsquo;k zag gouddorst in de grooten mensch&rsquo;lijkheid</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_47">47</span>
+versmoren, de kleinen zich, gelijk wormen</p>
+<p>gemarteld, winde&rsquo; in kronkels van den nijd.</p>
+<p>Ik zag de vrouw in lediggang vermorsen</p>
+<p>haar reedlijke vermogens en haar hart,</p>
+<p>een weeldepop, of als lastdier beladen</p>
+<p>overzwaar, zwoegen naar den dood. Ik zag</p>
+<p>alom de ongelijkheid van bezit,</p>
+<p>als de grond van de algemeene krankte</p>
+<p>die &rsquo;t lichaam aanvrat van de christenheid.</p>
+<p>&mdash;Maar ook zag ik het menschelijk vernuft</p>
+<p>opendwingen, een geweldige beitel,</p>
+<p>de geheime bergplaatsen der natuur.</p>
+<p>Ik zag de aarde grooter worden: voor</p>
+<p>onze verbaasde, opgetogen oogen</p>
+<p>nieuwe deelen van haar verschijnen, als</p>
+<p>trok morgennevel op over de wereld.</p>
+<p>En toen rijpte het droomgezicht in mij;</p>
+<p>uit vele wortels groeide het omhoog....</p>
+<p>Land van geluk en minnelijk verkeer</p>
+<p>der menschen, van vrede die zal omranken</p>
+<p>hun dagen, als &rsquo;t bezit gemeen zal zijn</p>
+<p>van de goederen des levens, en geen mensch meer</p>
+<p>om geld zijn broeder misbruikt en verdrukt,</p>
+<p>als allen samen maken wat behoeven</p>
+<p>allen tot leven,</p>
+<p>lieflijke velden van Utopia,</p>
+<p>lachende huizen tusschen groene tuinen,</p>
+<p>lachende kinderen die geen vrees kent,</p>
+<p>blinkende scharen van mannen en vrouwen</p>
+<p>edel van leden en zuiver van ziel:</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_48">48</span>
+eens zult ge zijn, ik weet het. Maar wanneer?</p>
+<p>Hoe zal de menschheid haar weg tot u vinden?</p>
+<p>Ik kan &rsquo;t niet zien.&mdash;In mijn hoopvolle jeugd,</p>
+<p>Margreet, waande ik een weg te weten: daarom</p>
+<p>trad ik in &rsquo;s konings dienst.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MARGREET</em> Vader.... ik zie</p>
+<p>uw hoop.... den koning.... hem wildet gij winnen,</p>
+<p>voor de wet winnen van Utopia....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Een vriend van &rsquo;t nieuwe weten leek hij, wien het</p>
+<p>dienden minlijk gezind&mdash;en toen hij was gekroond,</p>
+<p>wendend den steven van zijn vaders banen</p>
+<p>naar recht en vrede weg. Hij riep mij tot zich,</p>
+<p>en het snijdend woord mishaagde hem niet,</p>
+<p>waar ik de euvelen van de gemeenschap</p>
+<p>mee openlei. Zoo werd mijn waan geboren,</p>
+<p>&mdash;uit verlangen en hoop werd die geboren&mdash;</p>
+<p>dat hij de heerscher was, verkozen om</p>
+<p>menschheid op den weg van geluk te voeren,</p>
+<p>zoo ik hem steunde. Heerlijk door mijn leden</p>
+<p>welde een vloed toen van duizelig geluk.</p>
+<p>Maar ook verhief zich door het bloed de stem</p>
+<p>der neiging, en fluisterde mijn hart toe:</p>
+<p>&bdquo;de staatsdienst is het graf der vrijheid&rdquo;, en</p>
+<p>uit nog dieper gewelven rees omhoog</p>
+<p>woord&rsquo;looze maning, zoodat ik mij wist</p>
+<p>op een verraderlijke zee te wagen,</p>
+<p>die mij niet weer zou geve&rsquo;.... Een dag, een nacht,</p>
+<p>en nog een dag en nacht heb ik gestreden</p>
+<p>tegen mij zelf: toen overwon dat hunk&rsquo;ren</p>
+<p>naar &rsquo;t menschengeluk en die hoop. Ik ging</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_49">49</span>
+tot den koning. Dien dag bracht ik aan &rsquo;t wank&rsquo;len</p>
+<p>de steen die mij verplettren gaat. God weet het,</p>
+<p>ik was niet karig met mijn kracht. Den boog</p>
+<p>van mijn vermogens spande ik dag aan dag tot</p>
+<p>het uiterste,&mdash;en &rsquo;t scheen in &rsquo;t eerst, als neigde</p>
+<p>het hart des konings naar mijn raad.... Niet lang....</p>
+<p>&rsquo;t was &rsquo;t gloren van een valsche dageraad,</p>
+<p>waarop een somb&rsquo;re nacht van onrecht volgde...</p>
+<p>bedrog.... geweld.... Ik heb het doel gemist...</p>
+<p>De hoop die ontlook aan mijn morgenhemel,</p>
+<p>is sedert lang verwelkt; ik zelf</p>
+<p>ga door dwingelandij gebroken worden.</p>
+<p>Ik zie de baan niet naar menschegeluk,</p>
+<p>ik weet den zin niet van mijn eigen leven:</p>
+<p>moge &rsquo;t een and&rsquo;re wezen, dan nu schijnt!</p>
+<p>Maar n ding weet ik: wat mij dreef in jeugd,</p>
+<p>te doen als ik deed, dat drijft mij ook nu.</p>
+<p>Niet allen kunnen strijden op n wijs,</p>
+<p>noch kan op d&rsquo; eigen wijze n altijd strijden,</p>
+<p>maar n ding doet allen die strijden nood</p>
+<p>t&rsquo; allen tijde voor meer gerechtigheid</p>
+<p>en meer geluk op aard: zich zelven niet</p>
+<p>te zoeken, de zoete dingen van &rsquo;t leven</p>
+<p>niet liever te hebben dan &rsquo;t klaar gebod</p>
+<p>van d&rsquo;innerlijke stem. Dit ne weet ik,</p>
+<p>en zoo zal &rsquo;k doen, Margreet.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MARGREET</em> O ik ben blij</p>
+<p>dat ge zijt als de heil&rsquo;ge martelaren</p>
+<p>en d&rsquo; oude helden... ik heb u zoo lief...</p>
+<p>vader, ik kan niet zonder u....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_50">50</span>
+<em class="i10">MORE</em> Mijn hart,</p>
+<p>een macht oversterk dringt tusschen ons beide</p>
+<p>en maakt d&rsquo;omstreng&rsquo;ling onzer armen los.</p>
+<p>Wij moete&rsquo; uiteen. De zoete wenning die</p>
+<p>de jaren tusschen ons al vaster vlochten</p>
+<p>wordt nu ontknocht. Wij zullen niet meer gaan</p>
+<p>samen door &rsquo;t bosch in den herfstklaren morgen,</p>
+<p>als de lage zon &rsquo;t laatste knetterblad</p>
+<p>rosgoud doet gloeien onder schuinsch gestraal.</p>
+<p>En als de lente komt, zal zij ons niet</p>
+<p>meer dwalen zien, het avondrood in d&rsquo;oogen,</p>
+<p>langs &rsquo;t slingerpad dat de rivier bezoomt,</p>
+<p>en huiswaarts keeren als de vogels zwijgen,</p>
+<p>vol vredige gedachten, arm in arm.</p>
+<p>Wij zullen niet meer, onze hoofden samen</p>
+<p>aandachtig buigend over &rsquo;t oude boek,</p>
+<p>waaruit heil&rsquo;ge schoonheid en wijsheid stijgen,</p>
+<p>voele&rsquo; onze harten kloppen in n maatgang</p>
+<p>van eerbiedige vreugd. Wij zullen niet</p>
+<p>meer, in de ijle sfeeren der muziek</p>
+<p>samen ontzweefd, werelden op zien deinen</p>
+<p>en weer vergaan....</p>
+<p>Ik daal waar de lente geen oogen heeft</p>
+<p>en alle zachte lach en stemmen zwijgen,</p>
+<p>en dalend breng ik droefheid over jou.</p>
+<p>Arm kind, nu zullen je dagen voortaan</p>
+<p>gedoopt zijn in de vale schaduw van de</p>
+<p>alleenheid waarin ik jou laat.&mdash;Nu moeten</p>
+<p>we sterk zijn, hart, en wat we al die jaren</p>
+<p>beleden met de lippen, onze levens-</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_51">51</span>
+waarheid te zijn, moet het hange&rsquo; onzer schouders</p>
+<p>weer richten overend.</p>
+<p>Moeder en zusters zullen mijn zin zwaar</p>
+<p>maken, d&rsquo;armen, met bidden en vermanen</p>
+<p>dat ik toch buige.... Zult jij stand houden,</p>
+<p>en voor mij vechten tegen hun begeeren,</p>
+<p>voor wat je weet in mij &rsquo;t beste te wezen,</p>
+<p>al gaat het om het leven zelf?</p>
+<p>Kunt je &rsquo;t beloven, hart?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MARGREET</em> Ik kan beloven....</p>
+<p>te trachten trouw te zijn aan den wil dien</p>
+<p>g&rsquo; in mij gewekt hebt....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Dan ga ik gerust</p>
+<p>den donk&rsquo;ren gang in der gevangenschap.</p>
+<p>Trouw hart, wij blijven samen, worden onze</p>
+<p>lichamen ook gescheiden.... en mijn lieven</p>
+<p>laat ik in zek&rsquo;ren troost....</p>
+
+<p class="sep2"><em class="i10">&nbsp;</em>Dat nu een stem</p>
+<p>mocht zinge&rsquo; een dier verlangenzware wijzen,</p>
+<p>waar &rsquo;t hart zoo zoet op wegdeint.... ik ben mat....</p>
+
+<p class="noind"><em class="dir">(More zinkt vermoeid in zijn zetel achterover.<br />
+Men hoort Mercy in den tuin zingen.<br />
+Tegen het einde van het gezang ziet men haar).</em></p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Hoor vader, Mercy heeft uw wensch geraden</p>
+<p>gelijk zij pleegt zoo vaak.... het is de wijze</p>
+<p>van het eiland glanzend over den vloed.</p>
+
+<p class="first"><em>MERCY</em></p>
+
+<p class="sep2">Ver over de glinst&rsquo;rende zeen, verder weg dan het avondrood,</p>
+<p>voorbij de klippen van strijd, en het bare strand van den nood,</p>
+
+<p class="sep2"><span class="pagenum" id="Page_52">52</span>
+voorbij aan de rots waar de winden van den haat worden uitgebroed</p>
+<p>drijft het zon- en schaduwbeminde eiland van geluk op den vloed.</p>
+
+<p class="sep2">Zijn groene oevers ombruisen de oevers van groen kristal,</p>
+<p>den zeezang echoot het ruischen van zijn dichten boomenwal.</p>
+
+<p class="sep2">Daar in het bosch wordt geboren het allerinnigst geluid:</p>
+<p>de tortel koert haar bekoren-bewogene vrede uit.</p>
+
+<p class="sep2">Glanzende boomen dragen &rsquo;t eener tijd bloesem en vrucht,</p>
+<p>en door de bloeiende hagen gonst altijd zomergerucht.</p>
+
+<p class="sep2">Het dichte gewas der dalen buigt onder zijn gouden vracht,</p>
+<p>en tegen de hellingen stralen de weiden hun gouden pracht.</p>
+
+<p class="sep2">Daar wonen de blinkende menschen met vrede-omlicht gelaat</p>
+<p>door wien het gemeene wenschen als een stroom van kracht heengaat.</p>
+
+<p class="sep2">Hun spraak ruischt als onze gebeden, hun gang schrijdt als onze dans,</p>
+<p>hun stem is een nest van zachtheden, hun oog een bad van glans.</p>
+
+<p class="sep2">Leven is altijd beladen daar met een geur van vreugd</p>
+<p>als waar zomerwind vol genade hier somtijds ons hart mee verheugt.</p>
+
+<p class="sep2">In den morgen gaan blijde gezellen zingend tot het arbeidsfeest</p>
+<p>dat lijf noch ziel zal kwellen, en dadendrang geneest.</p>
+
+<p class="sep2">En de uren der rust heenglijden door den toover menigvoud</p>
+<p>van der schoonheid fonk&rsquo;lend gesmijde, en het plechtig gedachtewoud.</p>
+
+<p class="sep2">De dood komt op lichte schreden, hij draagt een wit gewaad</p>
+<p>en wie hij wenkt gaat mede, als een gast van een feest opstaat.</p>
+
+<p class="sep2">Hem woelt door het hart niet de wreede zorg om wees of hulplooze weeuw,</p>
+<p>want daar heerschen de zachte zeden, heerscht de wet van de gouden eeuw.</p>
+
+<p class="sep2"><span class="pagenum" id="Page_53">53</span>
+Het veld en de wei en de bosschen, en de vruchten der zee en de wijn.</p>
+<p>geperst uit de purperen trossen, daar het erfdeel van allen zijn.</p>
+
+<p class="sep2">Mijn en dijn hebben verloren hun rink&rsquo;lende klank van metaal</p>
+<p>en zoeme&rsquo; in die zuivere ooren als zinlooze kindertaal.</p>
+
+<p class="sep2">O wisten wij waar u te vinden, land van gelukzaligheid,</p>
+<p>voorbij aan de rots der winden van haat, en de klippen van strijd.</p>
+
+<p class="first"><em>DIENAAR</em> Heer Thomas, een bode van staat wacht buiten;</p>
+<p>hij vraagt of ge gereed zijt.</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">MORE</em> Zeg hem: ja.</p>
+
+</div>
+
+<h2><span class="pagenum" id="Page_54">54</span>
+DERDE BEDRIJF</h2>
+
+<p class="st_set">More&rsquo;s vertrek in den Tower.</p>
+
+<p class="st_set">More, Kingston, gevangenenbewaker. Later Grynus en Margreet.</p>
+
+<div class="poetry">
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Een jonkman, die al vele malen poogde</p>
+<p>u te bezoeke&rsquo; in uw gevangenschap,</p>
+<p>&mdash;maar mijn bevelen bleven onveranderd:</p>
+<p>&bdquo;Laat niemand buiten zijn verwanten toe,&rdquo;&mdash;</p>
+<p>heeft eindelijk het langbegeerd verlof,</p>
+<p>God weet door welke liste&rsquo;, of lang beleg</p>
+<p>van wie hoog wone&rsquo; in &rsquo;s konings gunst, veroverd.</p>
+<p>Zal ik hem bij u laten?</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Wie is het?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Simon Grynus.</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">MORE</em> Dat &rsquo;s een naam die vaart</p>
+<p>gelijk een frissche windstroom door de dompe</p>
+<p>en muffe lucht. Laat hij gauw komen.</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> <em class="dir">(tot den bewaker.)</em><em class="i4">&nbsp;</em> Roep</p>
+<p>mijnheer Grynus hier....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">GRYNUS</em> Mijn oude Morus,</p>
+<p>hoe dikwijls trachtte ik tot u door te dringen....</p>
+<p>ze lieten mij nooit toe....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Het doet mij goed</p>
+<p>de warme tintelingen van uw oogen</p>
+<p>weer over mij te zien.... Kom, zet u hier.</p>
+<p>Zie niet zoo droef. Wel was &rsquo;t een luchtiger</p>
+<p>verblijf, ons paviljoen te Chelsea, waar</p>
+<p>wij samen te philosopheeren plachten,</p>
+<p>terwijl zacht gerilte ons koelte toewoei....</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_55">55</span>
+maar de bloem der philosophie bloeit ook</p>
+<p>tusschen de spleten van deze gewelven:</p>
+<p>ruikt gij haar geuren niet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> Ik kan niet schertsen</p>
+<p>heer Thomas: vergeef mij mijn beklemd hart.</p>
+<p>&rsquo;k Zie u, en vraag mij af: is hij het werk&rsquo;lijk?</p>
+<p>&mdash;dat sneeuwen haar, die vervallen gestalte,</p>
+<p>dat vaal gelaat.... o wee.... heeft zoo de kerker</p>
+<p>gevreten aan uw kracht?</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MORE</em> Mijn zoon, de kerker</p>
+<p>kust met een adem die van &rsquo;t lijf de kloekheid</p>
+<p>breekt als de rijp een bloem.... zoo onverlet de</p>
+<p>geest blijft, is &rsquo;t onheil klein.... Mijn kinderen berichtten</p>
+<p>mij over u, over uw trouwe steun</p>
+<p>in hun verlatenheid: ik dacht niet anders</p>
+<p>van u.... En hoe slaagde uw arbeid? hebt ge</p>
+<p>dat manuscript ontward?</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> O Morus, spreek</p>
+<p>niet van mijn arbeid: nietig schijnt mij, haatbaar</p>
+<p>dat delven in de mijnen van &rsquo;t verleden</p>
+<p>naar edelsteenen, terwijl in &rsquo;t vandaag</p>
+<p>het licht van een steen dreigt gedoofd te worden</p>
+<p>wiens flonkeringen ons verrukte&rsquo;, en al</p>
+<p>om niet, neen, erger dan om niet.... Ik bid u,</p>
+<p>laat mij uitspreken wat al sedert maanden</p>
+<p>schrijnt door mij, telkens wanneer mijn gedachten</p>
+<p>beroerden uw geliefde beeld. Niet ik</p>
+<p>alleen, al uw vrienden, de mannen wier</p>
+<p>wille&rsquo; in n harmonie met uw wil samen</p>
+<p>klonken, door alle levensjaren heen,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_56">56</span>
+zij zijn bedrukt, niet omdat ge gaat sterven</p>
+<p>maar om de zaak waarvoor. Het is hun zaak,</p>
+<p>&rsquo;t is d&rsquo; uwe niet. Ge moogt niet door de tijden</p>
+<p>rijzen, een mart&rsquo;laar van het roomsch geloof;</p>
+<p>gij kunt niet willen dekken met uw dood</p>
+<p>&rsquo;t verderf, dat dadig uw leven bestreed.</p>
+<p>Erasmus bidt u door mijn mond, nog and&rsquo;ren:</p>
+<p>laat het daartoe niet komen, ga op zij,</p>
+<p>buig voor den koning. Zijn wil is niet louter,</p>
+<p>&rsquo;k weet het, welt uit geen zuivre gronde&rsquo; omhoog,</p>
+<p>maar Rome&rsquo;s verzet tegen dien wil stroomt uit</p>
+<p>een lichaam, stinkend van verderf.... O keten</p>
+<p>u daaraan niet voor alle tijden vast,</p>
+<p>door d&rsquo; eenge daad, die men nooit kan herroepen,</p>
+<p>nooit uitwisschen.... verwar den klaren zin</p>
+<p>van uw leven niet door verbijsterenden</p>
+<p>troebelen dood....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> Zoon, troebel en verbijsterend</p>
+<p>zal mijn dood enkel zijn voor wie verwart</p>
+<p>d&rsquo; uiterlijke verschijning met het wezen.</p>
+<p>De dingen der wereld staan niet gelijk</p>
+<p>gij meent, tot ijz&rsquo;ren onverzoenlijkheden</p>
+<p>verstard, tegenover elkaar. &rsquo;t Wanneer</p>
+<p>en waar, vult de hoekige, harde leuzen</p>
+<p>met warme stoflijkheid: elk oogenblik</p>
+<p>vervluchtigt zich en wordt opnieuw geboren</p>
+<p>die levenswarme kern.</p>
+<p>&bdquo;Tegen den koning&rdquo; beduidt thans en hier</p>
+<p>niet vr plundring en verdomming door Rome</p>
+<p>maar verzet tegen.... een andere macht,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_57">57</span>
+een erger dreiging voor het heil der menschen.</p>
+<p>In dat verzet te vallen is geen logen,</p>
+<p>tast d&rsquo; essence van mijn leven niet aan.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> O &rsquo;k weet het wel, ik weet het wel dat gij</p>
+<p>rein zijt van hart, dat uw wil naar het goede</p>
+<p>zich richt, van zelf, als een bloem naar de zon.</p>
+<p>Wij weten &rsquo;t, maar niet alle weten &rsquo;t; Rome</p>
+<p>zal uw dood munten tot het losgeld om</p>
+<p>haar eigen verdoeming mee af te koopen;</p>
+<p>uw martlaarshoofd, zoodra de beul &rsquo;t laat vallen,</p>
+<p>oprape&rsquo; en dragen triomfantelijk</p>
+<p>voor zich uit, dat van die gebroken oogen</p>
+<p>de magische blik vele vrome zielen</p>
+<p>weer bindt aan haar....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Dat moet ik dulden, zoon.</p>
+<p>In &rsquo;t groote woelen van onze aardsche wat&rsquo;ren</p>
+<p>vloeien recht en onrecht nu alle dagen</p>
+<p>dooreen. Er zijn geen vlekkelooze zaken</p>
+<p>om voor te leven en te sterve&rsquo;: er zijn</p>
+<p>zuiv&rsquo;re harten, die ook in zaak, bevlekt</p>
+<p>door mensch&rsquo;lijke onvolkomenheid, omhelzen</p>
+<p>hun hoogste levensdroom. Mijn vijanden</p>
+<p>zullen zeker saamwerpen mijn verzet</p>
+<p>tegen den koning, met alle ongerechtig-</p>
+<p>heden, Rome verkankerend; u brengt</p>
+<p>de opstand tegen Rome saam, in d&rsquo; oogen</p>
+<p>van wie niet goed onderscheiden door haat,</p>
+<p>met de tuchtlooze wreede boerenbenden</p>
+<p>die trokken roovend moordend Duitschland door.</p>
+<p>Zoo kan elk van ons in verbond verschijnen</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_58">58</span>
+met wat hem meest mishaagt. Het mag ons niet weerhouden</p>
+<p>te doen wat ons geweten wil.</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">GRYNUS</em> Maar ook uw vrienden</p>
+<p>misprijzen uw besluit. Ziet ge die blaam</p>
+<p>van wie zoo warm u loofde&rsquo; en graag u volgden</p>
+<p>altijd, niet vr u, een waarschuwend teeken</p>
+<p>dat ge nu dwaalt?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> De blaam der lieve vrienden</p>
+<p>bedrukt m&rsquo; en breidt om mij een kille nevel</p>
+<p>waardoor ik moeilijk aadmend verder ga:</p>
+<p>Maar hij weerhoudt mij niet.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> Kan niets weerhoude&rsquo; u?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Niets. Al de wat&rsquo;ren van mijn wezen vloeiden</p>
+<p>naar dit punt samen, om van hier den sprong</p>
+<p>te nemen naar de rustiger gewesten</p>
+<p>waar nieuw hun loop begint. Een langen tijd</p>
+<p>groeie&rsquo; onze dade&rsquo; in ons om rijp te worden;</p>
+<p>rijp zijnd, vallen zij af. Zij rijzen uit</p>
+<p>de verborgene wortels van ons wezen,</p>
+<p>en worden door der wereld zon en regen</p>
+<p>gevoed. Om ze anders te maken zou</p>
+<p>&rsquo;t zelf anders moeten zijn en al het andere.</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Vaarwel dan Morus. O wee, dat de worm</p>
+<p>van dit verdriet nu voortaan altijd knagen</p>
+<p>zal aan &rsquo;t beeld dat ik oprichtte in mijn hart;</p>
+<p>hem die ik levend boven allen eerde</p>
+<p>kon ik niet eeren in zijn dood.... Dat God u make</p>
+<p>het sterven licht....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> En u het leven zoet.</p>
+<p>Bedroef u niet, omdat mijn levenswil</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_59">59</span>
+verwrongen zal verschijnen aan de menschen:</p>
+<p>wij lijden nog, ook waar wij doen.&mdash;</p>
+<p>Ik bid u, laat Erasmus weten dat</p>
+<p>ik meende een andere te moeten schijnen</p>
+<p>om dezelfde te zijn. Vaarwel. <em class="dir">(Grynus af.)</em> Hoe zwaar</p>
+<p>is &rsquo;t vrienden te bedroeven!&mdash;Voor het eerst</p>
+<p>gaat hij van mij weg onvoldaan, en armer</p>
+<p>aan vreugde dan hij kwam.... &rsquo;k zag in zijn oogen</p>
+<p>neerstrijken op de velden van zijn hart</p>
+<p>de zwartgevlerkte vogel die daar lang</p>
+<p>zal broeden: doffe smart van niet te kunnen</p>
+<p>begrijpen de daden van wie wij minnen,</p>
+<p>omdat ze zijn n wezen, een ander wij.</p>
+<p>&bdquo;Hij was een goed man, maar hij stierf voor Rome,</p>
+<p>zijn dood maakte op zijn leve&rsquo; een smet&rdquo;&mdash;zoo zal</p>
+<p>Grynus mij gedenken, hij zelf zei &rsquo;t,</p>
+<p>en de gedachte voelen als een stekel</p>
+<p>prieme&rsquo; in zijn vleesch....</p>
+
+<p class="sep2"><em class="i8">&nbsp;</em>Ja zoo denken de menschen:</p>
+<p>hun denken kruipt behoedzaam langs de banen</p>
+<p>van het leven en houdt diens vaart niet bij.</p>
+<p>Het bindt de dingen samen tot een vlot</p>
+<p>en daarop zet hun traagheid zich, tevreden</p>
+<p>voortdroomend, onbekommerd of de stroom</p>
+<p>des levens ongestuim de lichte balken</p>
+<p>weer uit elkander sloeg.&mdash;Of &rsquo;t zoo moet zijn?</p>
+<p>Of mijn denkingswijs in de vuist der velen</p>
+<p>breken zou en hen laten, gelijk blinden</p>
+<p>rondtastend zonder staf? Behoeven zij</p>
+<p>starre gedachte-banden om daarin</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_60">60</span>
+de veelheid der verschijnselen te persen,</p>
+<p>en de verand&rsquo;ring vast te leggen, z</p>
+<p>zichzelf beschermend van door over-veelheid</p>
+<p>verbijsterd te worden? Wie zal &rsquo;t mij zeggen?</p>
+<p>Wie is er die het weet?</p>
+
+<p class="sep2 noind"><em class="dir">(Southwell, Palmer en Rich komen binnen.)</em></p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> Mijnheer, wil onze komst vergeven: zij is</p>
+<p>niet onze keus. &rsquo;t Hooggerechtshof belastte</p>
+<p>ons met een werk waarvan wij hopen dat</p>
+<p>gij &rsquo;t zult toerekenen die daartoe gaven &rsquo;t</p>
+<p>bevel, niet ons.</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MORE</em> Mijnheer de procureur,</p>
+<p>wat wilt ge van mij?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">SOUTHWELL</em> Wij kregen de last</p>
+<p>uw vertrek te doorzoeke&rsquo; en mee te nemen</p>
+<p>al wat wij vinde&rsquo; aan boeken en geschriften,</p>
+<p>om ze over te leggen aan het hof.</p>
+<p>Vergunt ge dat ik d&rsquo; onwelkome taak</p>
+<p>seffens volvoer&rsquo;?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> Ik heb niets te vergunnen</p>
+<p>mijnheer. Men heeft mij niet gevraagd, toen men</p>
+<p>mij pennen en papier ontnam, men zou</p>
+<p>niet luisteren, zoo ik mij nu bezwaarde.</p>
+<p>Voert gij uw opdracht uit.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">SOUTHWELL</em> Komt heeren, aan</p>
+<p>het werk.</p>
+
+<p class="st_dir">(Palmer en Rich zoeken in het vertrek en pakken de boeken en geschriften
+bijeen die Southwell doorbladert; na eenigen tijd, terwijl
+Palmer nog zoekt, wendt Rich zich tot More die rustig is blijven zitten.)</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_61">61</span>
+<em class="i3">RICH</em> Heer Thomas, ge zijt wijs</p>
+<p>en in de wetten van den staat geleerd,</p>
+<p>vergun daarom, dat ik u voorleg eene</p>
+<p>vraag die mij zeer vervult. Zoo &rsquo;t parlement</p>
+<p>tot koning van Engeland mij verklaarde,</p>
+<p>zoudt gij mij dan erkennen als koning?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Ja Mijnheer &rsquo;k zou u erkennen als koning.</p>
+
+<p class="first"><em>RICH</em> Maar stel nu &rsquo;t geval, dat het parlement</p>
+<p>een wet maakte die mij tot paus verklaarde,</p>
+<p>zoudt gij mij dan als paus erkennen?</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">MORE</em> Of</p>
+<p>stel dit ander geval eens, mijnheer Rich,</p>
+<p>dat het parlement door een wet verklaarde</p>
+<p>God niet meer God te zijn, zoudt ge u achten</p>
+<p>gebonden door zoo&rsquo;n wet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">RICH</em> Neen toch mijnheer:</p>
+<p>geen parlement heeft in geest&rsquo;lijke zaken</p>
+<p>te binden macht.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> &rsquo;t Is als gij zegt, mijnheer.</p>
+
+<p class="st_dir">(Southwell die aan &rsquo;t einde scherp heeft toegeluisterd maakt een beweging
+van teleurstelling; dan wendt hij zich tot Palmer en Rich en beduidt hun
+dat zij kunnen vertrekken).</p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> Wij hebben onzen last volvoerd, mijnheer,</p>
+<p>maar vergun mij, eer ik ga, nog een woord</p>
+<p>met u te spreken.... Ge zult weldra moeten</p>
+<p>verschijnen voor het hof.</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Ik weet het.</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">SOUTHWELL</em> Weet</p>
+<p>ge ook, waarom &rsquo;t een vol jaar duurde, eer ge</p>
+<p>werd voorgeroepen?</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_62">62</span>
+<em class="i6">MORE</em> &rsquo;k Meen het te begrijpen,</p>
+<p>maar weet het niet.</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">SOUTHWELL</em> De koning wilde u</p>
+<p>redden, tegen u zelven u beschermen:</p>
+<p>achter het fronsen van zijn ongenade</p>
+<p>leeft in zijn hart nog de lach van zijn gunst.</p>
+<p>Hij hoopte, dat g&rsquo; in eenzaamheid hervinden</p>
+<p>u zelf zoudt, tot u inkeeren.... Zijn oor</p>
+<p>boog gretig naar het eerst gemurmel over</p>
+<p>dat zou stijge&rsquo; uit de lang bevroren wellen</p>
+<p>van uwe trouw.... nog buigt hij luistrend over....</p>
+<p>Maar &rsquo;t is nu gauw te laat.... Ge zwijgt, heer Thomas?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Spreken valt te zwaar.</p>
+<p>Ik zou den koning en mij zelven gaarne</p>
+<p>besparen wat nu komt, maar mijn geweten</p>
+<p>verbiedt mij te doen gelijk hij verlangt.</p>
+<p>Is u dat nieuw?</p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> De koning laat u weten</p>
+<p>dat hij, wanneer het oordeel is gevallen</p>
+<p>niets meer vermag, om....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> De koning kan weten</p>
+<p>dat ik het oordeel, wanneer recht en wet nog</p>
+<p>gelde&rsquo; in zijn rijk, met gerustheid verwacht.</p>
+
+<p class="st_dir">(Southwell maakt opnieuw een beweging van teleurstelling en loopt eenige
+malen het vertrek op en neer, dan wendt hij zich op nieuw tot More.)</p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> Ik kan zulk een halstarrigheid niet vatten,</p>
+<p>in een vroom christen, mijnheer More, als gij:</p>
+<p>ge staat alleen met uwe weig&rsquo;ring tegen</p>
+<p>alle bisschoppen; gij, een leek,</p>
+<p>werpt door dit weig&rsquo;re&rsquo; een blaam op hun gedrag</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_63">63</span>
+in geestelijke dingen; matigt u</p>
+<p>een oordeel aan over hen wien ge zijt</p>
+<p>gehoorzaamheid in zaken des geloofs</p>
+<p>verschuldigd.... ik begrijp u niet....</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">MORE</em> Mijnheer,</p>
+<p>daden te oordeelen was eens mijn ambt,</p>
+<p>het is &rsquo;t niet meer; in de harten te lezen</p>
+<p>komt mij, een feilbaar mensch, niet toe. Ik volg</p>
+<p>den weg, dien &rsquo;k voor den goede houd, de eeden</p>
+<p>weig&rsquo;rend, en neem aan dat de bisschoppen</p>
+<p>ze zwerend, gaan den weg die hun geweten</p>
+<p>hun zegt te gaan....</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">SOUTHWELL</em> Weet ge wel dat uwe liefste</p>
+<p>vrienden uw koppigheid betreuren? Zij</p>
+<p>achten &rsquo;t onwaardig een verlichten geest,</p>
+<p>zich zoo te klampen aan een vorm, als gij doet</p>
+<p>in deze zaak....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MORE</em> Mijn vrienden hebben mooglijk</p>
+<p>mijne redenen om te weig&rsquo;ren niet,</p>
+<p>noch ik de hunne, om voor den eisch des konings</p>
+<p>te buigen &rsquo;t hoofd.... Er zijn tijden, mijnheer,</p>
+<p>waarin wie dachten in de levenszee</p>
+<p>bijeen te blijven, door machtige winden</p>
+<p>worden verstrooid en elk voor zich moet zoeken</p>
+<p>veilige reede. Dit is zulk een tijd....</p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> Wat waant ge toch weigerend te bereiken?</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> En zoo alleen de vrede van &rsquo;t gemoed,</p>
+<p>lijkt u dat zoo gering een ding, dat ik</p>
+<p>daarvoor het restje van mijn aardsche dagen</p>
+<p>niet ruilen zou?</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_64">64</span>
+<em class="i2">SOUTHWELL</em> Ik ben verbaasd te hooren</p>
+<p>dat wie zoo teeder aan de zijnen hing</p>
+<p>als gij, dien vrede proeven kan, terwijl</p>
+<p>uw kind&rsquo;ren zich om u van angst verteeren.</p>
+<p>Zeg mij, Morus, verstoort nimmer uw vrede</p>
+<p>gedachte aan hun onvree? Dan moet zij</p>
+<p>zich, naar mij dunkt, hebben gehuld in dikke</p>
+<p>mantel van zelf-genoegzaamheid....</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">MORE</em> Mijn kind&rsquo;ren</p>
+<p>kunnen niet willen dat ik mijn geweten</p>
+<p>geweld aandoe voor hen....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">SOUTHWELL</em> Uw kinderen</p>
+<p>billijken niet uw redeloos vasthouden</p>
+<p>aan &rsquo;t onzalig besluit. Zij kozen niet</p>
+<p>uw zijde.... niet n hunner koos uw zijde....</p>
+<p>uw lievlingsdochter zelve, d&rsquo; edelste</p>
+<p>loot van uw stam, schaart zich tegen haar vader:</p>
+<p>zij deed den eed.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MORE</em> Ik ried haar die te doen.</p>
+<p>Wat n betaamt, is niet voor allen goed:</p>
+<p>zij, jonge vrouw en moeder, kon &rsquo;t niet dragen</p>
+<p>van man en kleinen gescheiden te zijn....</p>
+
+<p class="first"><em>SOUTHWELL</em> <em class="dir">(na een stilte)</em> Ik moet nu gaan, mijnheer. Ge moogt bedenken</p>
+<p>dat wij weer zullen samenkomen waar</p>
+<p>mijn ambt den toon van zachte overreding</p>
+<p>en hartelijken aandrang mij verbiedt....</p>
+<p>Nu ik verzekerd ben van uw verstoktheid,</p>
+<p>zal het mij lichter vallen voor &rsquo;t gerecht</p>
+<p>de volle lengte en breedte uit te meten</p>
+<p>van uwe schuld.... Tot wederziens, mijnheer. <em class="dir">(Southwell af.)</em></p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_65">65</span>
+<em>MORE</em> De laatste poging....</p>
+<p>Heden en hier werd mijn vonnis geveld....</p>
+<p>de plompe Rich en de geslepen Southwell....</p>
+<p>een vreemd verbond.... Hoe velen hebben zoo</p>
+<p>hun krachten beproefd op de taaie vezels</p>
+<p>van dit half-stukgereten hart.... De koning</p>
+<p>schaamt zich, &rsquo;t grijze hoofd van zijn ouden dienaar</p>
+<p>te doen neerrollen langs de trappen van</p>
+<p>&rsquo;t schavot.... wist ik voor hem en mij een uitweg....</p>
+<p>maar &rsquo;t moet geschieden....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">KINGSTON</em> Morus, ik ben blij</p>
+<p>de brenger te zijn van welkome tijding;</p>
+<p>uw dochter Margreet kreeg verlof u te</p>
+<p>bezoeken.... zij zal daadlijk hier zijn,.... zie,</p>
+<p>daar is zij al....</p>
+
+<p class="st_dir">(Margreet komt binnen en werpt zich in de armen van More.)</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">MORE</em> Mijn trouwe kind!</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MARGREET</em> Mijn vader!</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Had ik geweten dat die vrucht voor mij</p>
+<p>te rijpen hing aan den boom van vandaag,</p>
+<p>hoe zouden mijn gedachten lang te voren</p>
+<p>daaraan hebben gefeest!</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">MARGREET</em> Het heugt mij niet</p>
+<p>dat ik hier groeide....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MORE</em> Een geur als van jong gras</p>
+<p>omhing de laatste maal je haar en kleedje....</p>
+<p>Dat was mijn zomer.... tot vandaag.... Nu ligt</p>
+<p>zeker het versche hooi al op de weide</p>
+<p>gespreid voor &rsquo;t huis nietwaar? Lief hart, hoe leven</p>
+<p>de onzen?&mdash;je gezicht is klein en strak....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_66">66</span>
+<em>MARGREET</em> O laat mij zoo nog blijven zonder spreken....</p>
+<p>Ik voel de zwaarte der beklemming wijken,</p>
+<p>mijn angst wordt een onwezelijke droom.</p>
+<p>Hier is het goed en vrede.... o kon ik blijven</p>
+<p>hier bij u, vader.... Schuilen bij u.... Vader,</p>
+<p>ik ben uw eigen kind niet meer.... ik kon</p>
+<p>mijn woord niet houden, de onzen te steunen,</p>
+<p>ik had geen kracht meer, ik tast zelf naar steun....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Geen stam zoo welgeworteld, of een wind leeft</p>
+<p>die hem omwerpen kan.... geen menschehart</p>
+<p>zoo sterk, of een smart kan het overstelpen....</p>
+<p>Maar de ontwortelde stam blijft geveld,</p>
+<p>en dapper richten zich weer op de harten.</p>
+<p>Verhaal, arm kind.</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Sedert mijn kleine liev&rsquo;ling</p>
+<p>gestorven is, die ons omschaduwd leven</p>
+<p>licht maakte met zijn zilv&rsquo;ren kinderlach,</p>
+<p>heb ik mijn kloekheid niet teruggevonden.</p>
+<p>Mijn goede William houdt, met liefdesterke</p>
+<p>armen, zooveel hij kan, mij op de helling</p>
+<p>tegen naar zwart gepeins; hij draagt geduldig</p>
+<p>dat hij mij niet over u troosten kan.</p>
+<p>Dance heeft door angst en bezorgdheid verloren</p>
+<p>de speelschheid die haar zoo gevallig maakte,</p>
+<p>en sluipt een stille schim, door &rsquo;t stille huis.</p>
+<p>.... Mercy is krank.... De jongens gaan en keeren</p>
+<p>bedrukt van uitzicht, want de ooren blijven</p>
+<p>doof voor hen en de deuren dicht. Onze arme</p>
+<p>moeder weeklaagt en jammert dag en nacht:</p>
+<p>&bdquo;Thomas, Thomas, wat doet g&rsquo; ons allen aan,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_67">67</span>
+hartlooze man&rdquo;&mdash;in &rsquo;t huis dat voorheen zoemde</p>
+<p>van blij arbeidsgerucht en levensvreugd</p>
+<p>hoort men nu enkel haar snikkend geklaag</p>
+<p>door de beklemming van de stilte scheuren....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Twijfel te lijden,</p>
+<p>lang dobb&rsquo;ren op onzekerheid,</p>
+<p>maakt harten altijd flauw. Een steun</p>
+<p>komt nader, hij is ons al zeer nabij:</p>
+<p>dat wat onherroepelijk is en blijvend.</p>
+<p>Nog een weinig geduld, mijn kind....</p>
+
+<p class="first"><em class="i9"><ins id="cor_5" title="MAGREET">MARGREET</ins></em> O vader,</p>
+<p>zoo wij maar eenig waren, zoo maar allen</p>
+<p>van ons als zeker zagen dat ge doet</p>
+<p>wat goed is, al kunnen zij &rsquo;t niet doorgronden,</p>
+<p>en om u heen vlochten een ring van trouw,</p>
+<p>&rsquo;t zou niet zoo vreeslijk zijn,&mdash;maar &rsquo;k sta alleen,</p>
+<p>altijd alleen tegen hun klagend vragen</p>
+<p>waarom ge toch &rsquo;t zoete leven wegstoot</p>
+<p>van u: hun smeeken maakt mij zoo ellendig,</p>
+<p>of ik u niet mstemmen kan, die &rsquo;t dichtste</p>
+<p>leefde aan uw hart, hun verholen verwijten</p>
+<p>dat ik het nog niet deed....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">MORE</em> Mijn dierbaar kind,</p>
+<p>&rsquo;t is liefde die hen drijft: zij is niet ziende,</p>
+<p>maar ook blinde liefde stemt zacht ons hart.</p>
+<p>Geduld: misschien gaan hun oogen nog open.</p>
+<p>O &rsquo;k weet het wel, het is voor jou het zwaarst....</p>
+<p>Is er dan niemand van de oude vrienden</p>
+<p>wiens vaste lichte hand de zwakke stengel</p>
+<p>opbinden kan van hun slaphangend hart?</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_68">68</span>
+Is er niemand, Margreet?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6"><ins id="cor_6" title="MAGREET">MARGREET</ins></em> Ach vader, die</p>
+<p>ons bleven trouw&mdash;en het zijn er maar wein&rsquo;ge&mdash;</p>
+<p>zuchten, en wenden &rsquo;t hoofd af als wij spreken</p>
+<p>van u.... Zij willen onze smart niet met</p>
+<p>het koude ijzer van hun blaam beroeren</p>
+<p>maar zij begrijpen niet, wat u beweegt....</p>
+<p>er is niemand meer, die u steunt....</p>
+
+<p class="first"><em class="i11">MORE</em> Mijn kind,</p>
+<p>wees daarom niet verdrietig: niemands steun</p>
+<p>kan mijn stam tegen den windvlaag beschermen</p>
+<p>die mij omwerpen gaat. O waarom springt</p>
+<p>je hart telkens zoo schichtig voor de waarheid</p>
+<p>wier schaduw valt voor onzen voet, opzij?</p>
+<p>Zie haar aan: zij is niet verschrikkelijk</p>
+<p>zoodra je haar aanziet met vaste oogen.</p>
+<p>Is de dood zulk een vreeslijk kwaad voor mij?</p>
+<p>Ik ben sinds lang nog maar van hem gescheiden</p>
+<p>door een dunne en ijle mist. Tweemaal</p>
+<p>sedert ik hier kwam scheurde die: ik zag</p>
+<p>zijn rustomkransd gelaat over het mijne</p>
+<p>gebogen en voelde geen vrees.... wl lichte</p>
+<p>droefheid toen &rsquo;t weer verdween....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MARGREET</em> O spreek niet zoo,</p>
+<p>ik kan &rsquo;t niet hooren.... Vader, mijn hart is</p>
+<p>sinds ge weg zijt, zoo dof en zwaar geworden....</p>
+<p>ik kan niet verder leven met dat doffe</p>
+<p>bezwaarde hart! O dat ge &rsquo;t nemen kondt</p>
+<p>tusschen uw hande&rsquo; en met uw warme adem</p>
+<p>weer daarin wekken d&rsquo; oude heerlijkheid</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_69">69</span>
+van hoogen drang en gloed. Die is nu dood.</p>
+<p>Moed is in mij dood.... o ik bid u, help mij, vader,</p>
+<p>geef mij een levenswoord, geef mij een woord</p>
+<p>dat ik dag en nacht als een warme zachte</p>
+<p>troost kan drukken tegen mijn borst, en voelen</p>
+<p>dringen zijn kracht in mij....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">MORE</em> Zoo&rsquo;n wonderwoord</p>
+<p>groeit hier op aarde niet, dochter Margreet:</p>
+<p>het hart wekt in de woorden warm getril</p>
+<p>van leven, door zijn eigen levenswarmte;</p>
+<p>is het zelf kil dan blijven z&rsquo; in hem slapen</p>
+<p>als zaad in hard-bevroren aard.... Mijn kind,</p>
+<p>niemand kan voor een ander wezen voeren</p>
+<p>de worsteling tegen een smartgolf als</p>
+<p>jou overmocht; dat moet hij zelf, zijn eigen</p>
+<p>kracht moet hem weer oprichten.... Ik kan niets</p>
+<p>dan z je handen streelend, zachtjes zeggen:</p>
+<p>hef je hart op naar d&rsquo; oude helderheden,</p>
+<p>zij stralen nog....</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">MARGREET</em> Ik kan het niet.... ik kan</p>
+<p>niets voelen als die doffe zwaarte, en scheurt die</p>
+<p>de scheuten van een vreeselijke pijn....</p>
+<p>vader.... heb medelijden met ons.... Laat</p>
+<p>ons niet zoo achter.... morgen is de dag....</p>
+<p>Laat ons niet zoo verloren achter, vader....</p>
+<p>ik smeek u, doe den eed....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> <em class="dir">(na een stilte)</em><em class="i2">&nbsp;</em> Ook jij, Margreet....</p>
+<p>nu breekt de laatste staf waarop ik leunde</p>
+<p>doormidden.... waarom heb je dat gedaan....</p>
+
+<p class="first"><em>MARGREET</em> Vader....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_70">70</span>
+<em>KINGSTON</em> <em class="dir">(binnenkomend)</em> Vrouwe Margreet, de tijd is om.</p>
+<p>Ik liet u blijven tot het allerlaatst,</p>
+<p>maar de poorten moeten gesloten worden:</p>
+<p>ik bid u, maak een kort vaarwel.</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">MARGREET</em> O vader,</p>
+<p>moeten wij dan z scheiden....</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">MORE</em> Mijn arm kind,</p>
+<p>het moet, en langer waar alleen verlenging</p>
+<p>van onze pijn. Kus moeder goedendag,</p>
+<p>groet maag en vriend van mij, zeg hun te dragen</p>
+<p>een moedig hart, en te roeme&rsquo; in de waarheid:</p>
+<p>dat is het heil. Dank die mij diende&rsquo; in trouw,</p>
+<p>en de geburen, wier hulpvaardigheid</p>
+<p>mijn hart dikwijls verheugde: geef hun allen</p>
+<p>minlijke groet.... Treur niet te zeer, mijn kind:</p>
+<p>wij zullen elkaar weerzien waar vreugd bloesemt</p>
+<p>uit alle droefheid, alle aardsche zwakheid</p>
+<p>gelouterd wordt tot kracht.</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">MARGREET</em> Vergiffenis....</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Mijn lieve hart, er valt niets te vergeven:</p>
+<p>het moest zoo zijn.</p>
+
+<p class="st_dir">(Margreet met Kingston af. More na lang zwijgen.)</p>
+
+<p class="sep1"><em class="i8">&nbsp;</em>Kom nu, mijn laatste vriend,</p>
+<p>kom dood en maak dit kranke hart gezond....</p>
+<p>Ik kan niet meer.&mdash;</p>
+<p>Mijn vrienden zoeken mij te wringen in</p>
+<p>het enge keurs van hun partijd&rsquo;ge meening;</p>
+<p>zij wenden zich in wrevel van mij af</p>
+<p>omdat hun wil niet mijn kompas kan wezen.</p>
+<p>Voor de mijnen ben ik een steen geworden</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_71">71</span>
+waaraan hun voet zich stoot.... Mijn liefste kind</p>
+<p>hoort als een vreemd en onverstaan rumoeren</p>
+<p>het kloppen aan van mijn hart.... Eenzaamheid,</p>
+<p>ik zag u lang genaken, eenzaamheid,</p>
+<p>en voor u sidderde mijn hart terug</p>
+<p>dat maar gedijt, wanneer het houdt n maat</p>
+<p>met and&rsquo;re harten.... sidderde terug</p>
+<p>als het u hoorde spoken door mijn hoofd,</p>
+<p>en kon u toch niet, kon u toch niet vlin....</p>
+<p>ge zijt gekome&rsquo;: onder uw looden hand</p>
+<p>krimpen mijn schouders en huivert mijn hart.</p>
+
+<p class="sep2">O dat een vrouw nu komen mocht tot mij,</p>
+<p>die sinds lang van mijn gemoed alle paden</p>
+<p>kende en trad tot de gronden van mijn hart....</p>
+<p>&rsquo;t zou zoet zijn in haar oog te lezen dat</p>
+<p>ik deed gelijk haar vertrouwen verwachtte,</p>
+<p>haar warm begrijpen als een luwe wind</p>
+<p>te voelen zacht mijn wang omspelen, drogend</p>
+<p>op mijn gelaat de klamheid van den dood....</p>
+<p>Else en ik hebben in verscheiden sfeeren</p>
+<p>altijd gewoond.... een menscheleven lang</p>
+<p>weet ik het, heb het zonder wrok gedragen....</p>
+<p>arme ziel! waarom drukke&rsquo; uw enge grenzen</p>
+<p>vandaag zoo zwaar?.... Mijn hart had n vertrouwde:</p>
+<p>als ik mij tot haar wat&rsquo;ren overboog</p>
+<p>vond ik mijn wil verzacht, verinnigd weder</p>
+<p>in &rsquo;t lout&rsquo;re willen van mijn liefste kind....</p>
+<p>Nu zendt de ziel van mijn Margreet omhoog</p>
+<p>een ander beeld.... ik kan niet meer, mij spieg&rsquo;lend</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_72">72</span>
+in haar klaarten, denken: &rsquo;t is wel met mij....</p>
+<p>Zij en Erasmus stonden mij het naast</p>
+<p>van alle wezens.... Nu denkt hij aan mij als</p>
+<p>aan een afvallige; de tijding van</p>
+<p>mijn sterven zal den stervende vervullen</p>
+<p>met bitterheid.... &rsquo;t Is droef te weten dat</p>
+<p>wij tweegespan die zoo lang najaagden</p>
+<p>eenzelfde waarheid, den dood in gaan dragend</p>
+<p>tot elkander een wrevelig hart....</p>
+<p>Mijn leven schijnt een zinnelooze leegte</p>
+<p>en ik kan niets denken als droefenis.</p>
+
+<p class="sep2">O diepe zeen, wijd-zwellende landen,</p>
+<p>begroeide ruigten tusschen ons, niet gij</p>
+<p>hebt mij van mijn oude genoot gescheiden,</p>
+<p>niet gij doet mij hem voelen ver en vreemd.</p>
+<p>IJzeren grendels en dikke gewelven</p>
+<p>van ongehouwen steen, en tralies die</p>
+<p>onwrikbaar donkert tusschen mij en vrijheid&mdash;</p>
+<p>ik ben ellendig, maar niet door uw macht.</p>
+<p>Smaadlijke dood, die dreigend vr mij staat,</p>
+<p>bijl dien ik zweven zie boven mijn hoofd,</p>
+<p>het is de vrees voor u niet, die mij martelt,</p>
+<p>maar dat ik eenzaam sterf.</p>
+<p><em class="i11">&nbsp;</em>O welk een vloed,</p>
+<p>welk een zaligheid van zongouden licht,</p>
+<p>zou stroomen langs de vaalheid dezer wanden,</p>
+<p>zoo ik maar wist, dat ergens in de wereld</p>
+<p>andere harten neigden met mijn hart;</p>
+<p>neigden in n wil, ne hoop, n blijheid....</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_73">73</span>
+Oude honger, hunkering ongestild</p>
+<p>naar een broederschap, die ik nauw kan denken,</p>
+<p>waar ik geen naam voor weet, doorwoelt ge tot het einde</p>
+<p>dit dwaze hart?</p>
+<p><em class="i6">&nbsp;</em>Ge wordt nu haast gestild;</p>
+<p>ziedaar: de gemeenschap der heiligen</p>
+<p>gaat voor u open.... zijt ge ng niet blij?</p>
+<p>neen nog niet gansch: de gemeenschap der menschen</p>
+<p>die haar wortel en stam is, stoot u uit.</p>
+
+<p class="sep2">Welk een vreemd lot is mijn lot! Tot de menschen</p>
+<p>voelde ik mij vroeg getrokken als een golf</p>
+<p>getrokken voelt om tusschen andre golven</p>
+<p>zich op te lossen in hun reidans. Maar</p>
+<p>ik bleef altijd eenzaam onder hun scharen</p>
+<p>in &rsquo;t allerdiepste, want ik vond er geen</p>
+<p>die wilde met mijn wil, zag met mijn oogen,</p>
+<p>die dacht als ik dacht dat de schande&rsquo; en smarten</p>
+<p>niet kome&rsquo; uit God, maar uit de maatschappij,</p>
+<p>en met mij wilde voorwaarts dringen naar</p>
+<p>waar smart en schande overwonnen worden....</p>
+<p>eenzame wil, eenzame golf, ga onder....</p>
+
+<p class="sep2">Er zijn er die zullen brande&rsquo; om mijn naam</p>
+<p>de wierook van hun lof, en zullen stemp&rsquo;len</p>
+<p>met het merk hunner waarheid mijn gedachtenis....</p>
+<p>Ach, zij hebben zich nooit gebogen over</p>
+<p>de bronnen van mijn hart, nimmer hun ruischen</p>
+<p>vermoed.... eenzame golf, eenzame wil....</p>
+
+<p class="sep2">Hoe droef-misvormd, Thomas More, zal uw beeld</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_74">74</span>
+voortleven in de spiegeling der tijden,</p>
+<p>onkenbaar verwrongen door lof en blaam,</p>
+<p>gelijk een onbegrepen melodie</p>
+<p>tot zinnelooze verwardheid verkeerend</p>
+<p>door plompe druk van ongevoel&rsquo;ge hand.</p>
+<p>Mij walgt daaraan te denken.... Eenzaam, eenzaam</p>
+<p>ook in den dood....</p>
+<p> Zoo ik maar wist dat eens</p>
+<p>liefdevol-begrijpende gedachte</p>
+<p>zou heenbuige&rsquo; over mijn herinnering,</p>
+<p>ik zou zoo hongerig niet sterven....</p>
+<p><em class="i14">&nbsp;</em>Ach,</p>
+<p>kon ik een mensch uit d&rsquo;ongeboren tijden</p>
+<p>den sleutel reiken tot mijn binnenst hart!</p>
+<p>Ja, had ik, gelijk dichters doen, mijn wezen</p>
+<p>gebed tusschen bloesems van schoone droomen</p>
+<p>waar het doorheen scheen, blinkend zacht voor wie</p>
+<p>dieper doordringen dan de eerste blik,</p>
+<p>en langer wijlen.... Maar dat kon ik niet....</p>
+<p>Ik heb het diepste hunk&rsquo;ren van mijn ziel</p>
+<p>niet met der schoonheid zilverdraad doorweven</p>
+<p>maar gestikt tot een bruin en nuchter web....</p>
+<p>Tusschen de bladen der Utopia</p>
+<p>daar leeft mijn wezen, als des dichters wezen</p>
+<p>in zijn gedicht....</p>
+<p><em class="i6">&nbsp;</em>En zal dan daarin niet</p>
+<p>mij vinden wie mij zoekt? Zal hij &rsquo;t wanbeeld</p>
+<p>niet afwerend, waartoe menschen mij maakten,</p>
+<p>mij oproepen uit wat ik heb gewrocht?</p>
+<p>O ja, dat zal hij.... eenmaal komt een tijd</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_75">75</span>
+dat wat nu schijnt een nest van speelsche droomen</p>
+<p>voor vele&rsquo; als klare levenswaarheid staat,</p>
+<p>waartoe hun voeten zich in maat bewegen</p>
+<p>waarnaar hun armen zich strekke&rsquo; en hun hart....</p>
+<p>O Kommunisme, als de wil tot u,</p>
+<p>een stormwind, zwelt door de wouden der menschheid,</p>
+<p>dan wordt mijn wil begrepen en bemind....</p>
+
+<p class="sep2">Verre vriend die mij toelacht door een mist;</p>
+<p>ik kan uw aangezicht niet zien, de tijden</p>
+<p>breiden hun nevel tusschen u en mij,</p>
+<p>maar &rsquo;k voel uw hand vol mild begrijpen tasten</p>
+<p>naar den klop van mijn hart.... ge vindt het, ge</p>
+<p>buigt over mij zooals een ouder broeder</p>
+<p>over zijn jonger broer; ge leest mij, onze harten</p>
+<p>neigen te zaam.... O zoet geluk, ge komt,</p>
+<p>zoete broederschap, ge komt eens voor mij....</p>
+
+<p class="sep2">De eenzaamheid, die mijn denken omhuifde</p>
+<p>met looden kap, is weg, mijn bloed stroomt vrij.</p>
+<p>Door de donkere schaduwhoeken zie &rsquo;k</p>
+<p>de lichte, vriend&rsquo;lijke gestalten zweven</p>
+<p>van maag en vriend.... Zoete herinneringen</p>
+<p>omzoemen mij, uit uren dat ik voelde</p>
+<p>in liefde met de menschen zoetst-verzaamd.</p>
+
+<p class="sep2">O zacht-geoogde vriend dier verre tijden,</p>
+<p>gij hebt den steen der eenzaamheid getild</p>
+<p>van mijn gemoed.... Ja de gedachte aan u</p>
+<p>zond God mij, dat niet met dat hongerknagen</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_76">76</span>
+in &rsquo;t hart, &rsquo;k zou scheiden van zijn lichte aarde.</p>
+<p>Nu ben ik weer blij, dat ik heb geleefd....</p>
+<p>Mijn ziel verkwikt een wonderzoete vrede,</p>
+<p>die ik in lang niet had gevoeld....</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">KINGSTON</em> Mijn oude</p>
+<p>makker, het eind van uw gevangenschap</p>
+<p>is eind&rsquo;lijk&mdash;o zij &rsquo;t einde goed&mdash;gekomen;</p>
+<p>ge moet morgen verschijnen voor het hof.</p>
+
+<p class="first"><em>MORE</em> Het eind wordt zeker goed, Kingston: &rsquo;k zie morgen</p>
+<p>dagen met een gerust en vrolijk hart.</p>
+
+</div>
+
+<h2><span class="pagenum" id="Page_77">77</span>
+VIERDE BEDRIJF</h2>
+
+<p class="st_loc">De Theemskade bij Londenbrug. Nacht. Aan gindsche zijde
+van de brug aan den anderen oever, ziet men flauw de
+omtrekken der stadspoort.</p>
+
+<p class="st_set">William, Grynus, later Kingston, Margreet en de nar.</p>
+
+<div class="poetry">
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Hier zijn wij waar wij moeten wezen: dit is</p>
+<p>de afgesproken plek.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">GRYNUS</em> Kingston is er</p>
+<p>nog niet....</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Maar hij komt zeker: dat &rsquo;s er een</p>
+<p>van het soort die hun woord gestand doen. Hij</p>
+<p>en gij Simon, bevriende&rsquo; ons nog; al d&rsquo;anderen</p>
+<p>verstoven na dien slag.... De nacht is geurig....</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Ja, door de zoelte hangt een geur van vlier....</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Hoe genoot hij de zomerzoete geuren</p>
+<p>van zulke nachten.... Ach Simon, ik kan</p>
+<p>het niet gelooven....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> En toch is het waar:</p>
+<p>van ginds-af ziet, verschole&rsquo; in fulpen duister</p>
+<p>zijn bloedeloos hoofd op ons neer....</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">WILLIAM</em> Afgrijslijk....</p>
+<p>o dat we enkel d&rsquo;arme geknotte romp</p>
+<p>begraven mogen, en moete&rsquo; overlaten</p>
+<p>het edelste ten prooi....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">GRYNUS</em> Stil, ik hoor schreden.</p>
+<p>Wie komt daar?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> William Kingston. Zijt gij het,</p>
+<p>mijnheer Grynus? Is niet William Roper</p>
+<p>met u?</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_78">78</span>
+<em>WILLIAM</em> Hier ben ik Kingston. Dank dat gij</p>
+<p>gekomen zijt.... wij hunkeren te hooren....</p>
+<p>En toch.... mijn hart huivert.... O Kingston,</p>
+<p>hoe ging hij op?</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">KINGSTON</em> Blijde als een kind, dat huiswaarts</p>
+<p>naar moeder keert, en even gerust.</p>
+<p>Maar o vrienden, de schande.... o de schande....</p>
+<p>Hoe kan n van ons die daarbij was, nog</p>
+<p>het licht verdrage&rsquo;.... Een getuig&rsquo;nis, gevlochten</p>
+<p>uit dikke en drieste leugens hebben zij</p>
+<p>gedraaid tot den strik, om mee te verworgen</p>
+<p>den nek, die het nobelste hart van England</p>
+<p>bond aan het beste brein.... Hoordet g&rsquo; op welke</p>
+<p>gronden het vonnis werd geveld?</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">WILLIAM</em> Alleen</p>
+<p>geruchten. Men zegt, een gekocht getuige</p>
+<p>zwoer, dat hij vader had gehoord betwisten,</p>
+<p>en honen &rsquo;s konings kerkelijk opperrecht.</p>
+<p>Is dat waar, Kingston?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">KINGSTON</em> Ja, Judas&rsquo; geslacht</p>
+<p>is nog niet uitgestorven.... ik wil trachten</p>
+<p>geregeld te verhalen, maar de woorden</p>
+<p>stokken mij in de keel.</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">WILLIAM</em> Zeg eerst of vader</p>
+<p>&rsquo;t band zijner zwijgzaamheid verbroken heeft.</p>
+<p>Opende hij hun, waarom zijn geweten</p>
+<p>te zweren hem verbood?</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">KINGSTON</em> Ja William, en</p>
+<p>de reden was als wij konden verwachten</p>
+<p>van een man gelijk hij.... Kon ik in woorden</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_79">79</span>
+uitdrukken welk gevoel alle, ook de rechters</p>
+<p>deed opstaan toen hij binnen werd gebracht!</p>
+<p>Het was geen deernis met zijn lijdend wezen,</p>
+<p>zijn gebogen gestalte, moeizaam gaande</p>
+<p>geleund op eenen stok.... het was ontzag</p>
+<p>voor een milde majesteit, uitgerezen</p>
+<p>boven het leed.... Toen mijnheer Audley alvoor</p>
+<p>d&rsquo; aanklacht te lezen Morus heuschelijk</p>
+<p>begroette, en bood voor &rsquo;t laatst in naam des konings</p>
+<p>vergiffenis, hoopte ik even dat hij</p>
+<p>had toegestemd te zweeren, en &rsquo;t zoo tusschen</p>
+<p>hen was gekomen overeen. Maar rustig</p>
+<p>klonk reeds zijn antwoord door de zaal:</p>
+<p>&bdquo;Mijnheeren rechters,</p>
+<p>ik ben den koning zeer erkentelijk,</p>
+<p>maar bid tot God, dat hij in zijn genade</p>
+<p>mij helpe in mijn gezindheid te volharden</p>
+<p>tot dit flakkerlicht wordt gebluscht.&rdquo;</p>
+<p><em class="i12">&nbsp;</em>Toen wist ik</p>
+<p>dat hij zijn leve&rsquo; in handen van de rechters</p>
+<p>legde, en niets hem redden kon, dan mooglijk</p>
+<p>hun manhafte moed.... ik oude dwaas hoopte</p>
+<p>daarop....</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Ge wist toch dat de koningin</p>
+<p>zijn ondergang gezworen had.... haar willen</p>
+<p>reikt ver.</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> De rechters zetten zich, en mijnheer Southwell</p>
+<p>las d&rsquo; aanklacht voor.... Gij kent de punten?</p>
+
+<p class="first"><em class="i14">WILLIAM</em> Ja.</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Toen hij gedaan had, kreeg uw vader &rsquo;t woord</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_80">80</span>
+tot zijn verdeed&rsquo;ging, zittend, want hij had een</p>
+<p>zetel verzocht, zeggend zich te gevoelen</p>
+<p>te zwak om lang te staan.... Langs d&rsquo; eerste punten</p>
+<p>gleed hij met korte woorden heen; gekomen</p>
+<p>tot de hoofdzaak,</p>
+<p>zei hij nadrukkelijk, nimmer te hebben</p>
+<p>gezocht, n mensch met woorden te bewerken</p>
+<p>den eed te weigeren, noch n ontsloten</p>
+<p>de gronden van zijn weig&rsquo;ring. God kwam het toe</p>
+<p>en God alleen, de gedachten te richten,</p>
+<p>geen aardsche rechters mochten &rsquo;t doen. Daarom</p>
+<p>bestreed hij, dat hij door te zwijgen zich</p>
+<p>verraderlijk tegen zijn koning keerde,</p>
+<p>en zou het bestrijden zijn leven lang.</p>
+<p>Hier zag hij rond; zijn stem was weeker toen hij</p>
+<p>voortvoer: &bdquo;Ik heb in deze eigen zaal</p>
+<p>veel jaren recht gesproken, vele malen</p>
+<p>in menschelijke zwakheid mij vergist.</p>
+<p>Maar nooit&mdash;hier zocht de oogen van zijn rechters</p>
+<p>zijn vrije blik&mdash;heb ik bewust gebogen</p>
+<p>onrecht tot recht: dit maakt mij stout, een woord</p>
+<p>tot u uit innerlijken drang te spreken.&rdquo;</p>
+<p>Hij rees op, zijn gestalte strekte zich,</p>
+<p>zijn vaal, ingezonken gelaat bezielde</p>
+<p>de blos van heilgen ijver; warmte trilde</p>
+<p>door de diepere tonen van zijn stem,</p>
+<p>toen hij riep &bdquo;Rechters, ik bezweer u, rechters,</p>
+<p>o buigt het recht niet krom.&rdquo;</p>
+<p><em class="i12">&nbsp;</em>Toen ging hij kalmer</p>
+<p>weer voort, hun toonend hoe gemeenschap vergt</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_81">81</span>
+om vast te staan, zede en recht, als de steenen</p>
+<p>de kalk behoeven, te vormen een bouw;</p>
+<p>hoe zoo zij, van wie op aardsche rechters</p>
+<p>was geen beroep, nu &rsquo;t recht krombogen, dit</p>
+<p>zou zijn den bouw der maatschappij ontwrichten</p>
+<p>zoodat geen mensch meer veilig wonen kon.</p>
+<p>Rustig en zacht besloot hij: &bdquo;ge weet wel</p>
+<p>dat ik mijn leven niet terug wil winnen</p>
+<p>als in een kansspel uit uw hand. Ik heb</p>
+<p>mijn anker reeds gelicht, en merk den stroom</p>
+<p>mij voeren naar de wijde wateren</p>
+<p>der eeuwigheid. Maar gij blijft en het volk</p>
+<p>van Eng&rsquo;land blijft: voor u zelf pleit ik, en voor</p>
+<p>dat volk. Moog God van uw hoofden afwenden</p>
+<p>dit erge doen.&rdquo; Toen zonk hij in zijn zetel</p>
+<p>terug, en sloot d&rsquo; oogen....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">GRYNUS</em> Leken de rechters</p>
+<p>ontroerd?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Een mompelen ging tusschen hen</p>
+<p>en ik ving enk&rsquo;le woorden op die deden</p>
+<p>opscheemren voor mijn hart een zweem van hoop.</p>
+<p>&bdquo;Wij kunnen niet&rdquo;.... &bdquo;er is geen grond&rdquo;.... &bdquo;het schuldig</p>
+<p>sterft op de tong&rdquo;.... maar mijnheer Southwell trad</p>
+<p>naar voren, en ik zag op zijn gluipgezicht</p>
+<p>een lachje van boosaardig triomfeeren</p>
+<p>en voelde mij verstijven, want ik kende</p>
+<p>hem voor een nijdaard, Morus slecht gezind.</p>
+<p>Met effen stem vroeg hij het hof verlof</p>
+<p>hun alsnog voor te stellen een getuige</p>
+<p>die zelf gehoord had &rsquo;t schennend woord ontvallen</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_82">82</span>
+aan Morus&rsquo; lip. Ik geef mijn hoofd, Grynus</p>
+<p>zoo die getuigenis niet was te voren</p>
+<p>bekonkeld tusschen hen....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">GRYNUS</em> &rsquo;t Is zeer waarschijnlijk,</p>
+<p>maar ik bid u, ga voort....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">KINGSTON</em> De getuige</p>
+<p>werd vrgebracht, een zek&rsquo;re Rich. Hij zwoer</p>
+<p>waarheid te zeggen, en dischte op den rechters</p>
+<p>dit dwaas verhaal. Hoe hij onlangs in opdracht</p>
+<p>tot Morus ging, met Southwell en een klerk,</p>
+<p>zijn kerker te doorzoeken naar geschriften;</p>
+<p>en terwijl d&rsquo; anderen zochten, vroeg hij</p>
+<p>More tot een vraag verlof, te weten:</p>
+<p>zoo &rsquo;t parlement hem, Rich, tot koning maakte,</p>
+<p>of More hem dan erkennen zou. En Morus</p>
+<p>zeide van ja. Toen vroeg Rich verder, of</p>
+<p>zoo het parlement hem tot paus verklaarde</p>
+<p>More hem als paus erkennen zou. Maar Morus</p>
+<p>antwoordde, vragend op zijn beurt, of zoo</p>
+<p>het parlement God niet meer God verklaarde</p>
+<p>te zijn, hij Rich, zich reek&rsquo;nen zou gebonden</p>
+<p>aan zoo&rsquo;n besluit. En Rich &bdquo;wel zeker niet,</p>
+<p>geen parlement had macht dat te bepalen.&rdquo;</p>
+<p>Waarop More &bdquo;evenmin, een wereldsch vorst te maken</p>
+<p>tot hoofd der christenheid.&rdquo;</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">GRYNUS</em> En deze plompe leugen</p>
+<p>nam het hof aan als een bewijs van schuld!....</p>
+<p>Niet te gelooven.... Wat antwoordde Morus?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Hij bracht den rechters in herinnering</p>
+<p>hoe hij alree verklaard had, en &rsquo;t bezworen,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_83">83</span>
+nooit te hebben aan eenig mensch ontsloten</p>
+<p>in deze zaak, de gronden van zijn hart,</p>
+<p>en bad hen te bedenken, dat zoo hij</p>
+<p>een man was, die met eeden speelde als waren &rsquo;t</p>
+<p>ballen, hij niet vr hen zou staan, maar zeet&rsquo;len</p>
+<p>tusschen hen in &bdquo;Immers slechts een eed scheidt mij</p>
+<p>als u bekend is, van mijn ouden staat.&rdquo;</p>
+<p>Ik zag bij &rsquo;t woord sommigen van de rechters</p>
+<p>de oogen neerslaan, als beschaamd.</p>
+<p>Toen, zich wendend naar waar Rich stond, sprak hij</p>
+<p>verder, niet in toorn, maar gestreng van wezen:</p>
+<p>&bdquo;Ik heb eeden altijd gehouden heilig,</p>
+<p>en daarom mijnheer Rich, bedroeft mij meer</p>
+<p>uw meineed nu, dan mijn bedreigde leven.</p>
+<p>Ik ken u sinds de dagen van uw jeugd,</p>
+<p>&mdash;wij woonden immers in hetzelfde kerspel&mdash;</p>
+<p>als een lichtzinnig mensch, een erge speler,</p>
+<p>en nimmer hield ik u voor eenen man</p>
+<p>dien ik, of dien een ander zou verkiezen</p>
+<p>tot zijn vertrouweling.&rdquo;</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">WILLIAM</em> Antwoordde Rich?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> O neen, met een uitdagend lachje hoorde</p>
+<p>hij &rsquo;t streng-klinkend woord van uw vader aan,</p>
+<p>en haalde, toen die zweeg, de schouders op</p>
+<p>als vond hij zich te goed hem te weerspreken.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Verdorven hart, is in u alle schaamte</p>
+<p>dan dood?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Schaamte? &rsquo;k wed, hij zal morgen pralen</p>
+<p>met zijn meineed als zijn verdienste.... Mompelt</p>
+<p>men niet, dat hij eerstdaags geadeld wordt...</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_84">84</span>
+Maar gij verlangt verder te hooren.... Als</p>
+<p>merkte hij niet het ergelijk gebaar</p>
+<p>van den ellend&rsquo;ling, wendde tot de rechters</p>
+<p>Morus zich weer, met vaste klare stem</p>
+<p>vragend, of dit hun toescheen geloofwaardig,</p>
+<p>dat hij, een oud man, in de school des levens</p>
+<p>geoefend in lange geslotenheid,</p>
+<p>zou hebben geopend &rsquo;t geheime boek</p>
+<p>van zijn geweten, dat hij niemand toonde</p>
+<p>&mdash;ook niet den trouwste&rsquo; en meest vertrouwden vriend&mdash;</p>
+<p>aan een nietswaardig mensch, dobb&rsquo;laar en drinker,</p>
+<p>dien hij laag achtte en waartoe niets hem dreef.</p>
+<p>Hij bracht hun in herinnering, hoe de koning</p>
+<p>had uitgezonden tot hem, in zijn kerker,</p>
+<p>veelmalen, mannen van beproefd verstand,</p>
+<p>opdat hun schranderheid hem zou ontlokken</p>
+<p>zijn welbewaard geheim&mdash;maar steeds vergeefs.</p>
+<p>&bdquo;Houdt ge het dan voor mogelijk,&rdquo; besloot hij,</p>
+<p>&bdquo;dat waar zoovele goede schutters waren</p>
+<p>afgedeinsd, en hadde&rsquo; alle &rsquo;t doel gemist,</p>
+<p>zoo plomp een hand zou zijn bij d&rsquo; eerste poging</p>
+<p>geslaagd?&rdquo;&mdash;O vrienden ik had het wel willen</p>
+<p>uitschreeuwen, willen roepen tot de rechters:</p>
+<p>zie waarheid op dit voorhoofd zeet&rsquo;len, hoor</p>
+<p>haar klank die hartgrondige stem doorgulden;</p>
+<p>en zie dan daarheen, naar dat driest gezicht,</p>
+<p>waar alle lage drifte&rsquo; op achterlieten</p>
+<p>hun slijm&rsquo;rig spoor.... Kunt ge in trouwe &rsquo;t een</p>
+<p>getuigenis tegen het ander wegen?</p>
+<p>Maar ach, ik zweeg....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_85">85</span>
+<em class="i5">WILLIAM</em> Wat had het ook gegeven!....</p>
+<p>Sprak een der rechters nog aan de getuig&rsquo;nis</p>
+<p>van Rich zijn twijfel uit?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">KINGSTON</em> Geen. Mijnheer Audley</p>
+<p>rees, zeggend dat nu uw vader de faam</p>
+<p>van den getuige aantastte, hij moest vragen</p>
+<p>Southwell, of die iets had gehoord....</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">WILLIAM</em> Maar Southwell</p>
+<p>had gewis niets gehoord....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">KINGSTON</em> Southwell bezwoer</p>
+<p>zijn aandacht was hij zoo bij zijn taak geweest,</p>
+<p>dat niets tot hem drong van hun beider spreken.</p>
+<p>Maar snel rees Morus op, en weder klonken</p>
+<p>zijn strenge woorden door de dompe zaal:</p>
+<p>&bdquo;Southwell, waarom bevlekt gij uw geweten</p>
+<p>met valsch te zweren?&rdquo;; en hij verhaalde hoe</p>
+<p>hij den leugenaar had gemerkt, begeerig</p>
+<p>happend naar &rsquo;t woord, dat hem More zou verderven,</p>
+<p>gespannen luistren, en toen &rsquo;t uitbleef, den</p>
+<p>schurk had gezien met een gebaar van wrevel</p>
+<p>zich afwenden, of hij &rsquo;t niet kroppen kon.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Zei Southwell iets?</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">KINGSTON</em> Hij veinsde niet te hooren,</p>
+<p>verdiept in zijn papieren, maar ik zag</p>
+<p>zijn gezicht vertrekken en zich verharden</p>
+<p>tot een masker van haat.... Het was de beurt</p>
+<p>nu aan zijn slangenrede.... ik bid u, laat</p>
+<p>mij u bespare&rsquo; en besparen mijzelven</p>
+<p>dat glinst&rsquo;rend web van boosaardige leugens</p>
+<p>weer uit te spreiden.... &rsquo;t walgt me....</p>
+
+<p class="first"><span class="pagenum" id="Page_86">86</span>
+<em class="i10">WILLIAM</em> Enkel dit:</p>
+<p>waagde hij het, zich te beroepen op</p>
+<p>de Judas-getuig&rsquo;nis van dien meineedge?</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Hij waagde het. Schaamteloos was de wijze</p>
+<p>waarop hij uw vader hoonde, met woorden</p>
+<p>groen van venijn. Zie die spotter, sprak hij,</p>
+<p>staande bij hen die Rome felst bestookten</p>
+<p>weleer vooraan.... maar nu zijn koning, die</p>
+<p>twintig jaar lang met de room zijner gunsten</p>
+<p>hem heeft gevoed, zijn hulp behoeft, zie, nu</p>
+<p>verschuilt hij achter Rome en haar geboden</p>
+<p>zijn verraderlijk hart....</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">WILLIAM</em> Ellendeling!</p>
+
+<p class="first"><em>GRYNUS</em> Ik vreesde dit.... Antwoordde Morus nog</p>
+<p>op deze rede?</p>
+
+<p class="first"><em class="i2">KINGSTON</em> Hij verklaarde</p>
+<p>dat hij eerst na het oordeel spreken zou.</p>
+<p>De rechters trokken zich terug tot hunne</p>
+<p>beraadslaging.... een doffe zwaarte lag</p>
+<p>over de broeiing van den heeten noen</p>
+<p>waar vliegen droomerig doorgonsden.... soms</p>
+<p>hoorde men even een gedempt gefluister</p>
+<p>als was er tusschen ons een doode.... More</p>
+<p>had het gelaat in de handen verborgen</p>
+<p>en peinsde of bad.... Ik weet niet of het lang was</p>
+<p>dat wij wachtten.... de tijd bestond niet meer,</p>
+<p>niets bestond als een doffe</p>
+<p>knaging van onrust en benauwenis.</p>
+<p>Eindelijk hoorden wij schreden, de rechters</p>
+<p>keerden door de holle gangen terug.</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_87">87</span>
+Stappen naderden, deuren sprongen open,</p>
+<p>en &rsquo;k las op de schuldbewuste gezichten</p>
+<p>hun eigen schande. Audley stelde de vraag,</p>
+<p>en zesmaal spitsten zich de droge lippen</p>
+<p>tot het gruwelijk onverzoenbaar woord</p>
+<p>dat toonloos zonk in de beklemde stilte:</p>
+<p>&bdquo;schuldig&mdash;schuldig&mdash;schuldig&mdash;schuldig&mdash;schuldig&mdash;</p>
+<p>schuldig.&rdquo;&mdash;Zes malen kromp mijn hart ineen.</p>
+<p>Ik zag naar uwen vader, waar hij zat:</p>
+<p>een licht van troosting, vrede en klaarheid straalde</p>
+<p>van dat ontspannen rustig-mild gelaat.</p>
+<p>Toen kwam het vonnis, en wij huiverden</p>
+<p>bij de klank van die vreeselijke woorden:</p>
+<p>&bdquo;zal met gloeiende tangen eerst genepen</p>
+<p>dan &rsquo;t hart hem worden uitgerukt,&rdquo; maar toen</p>
+<p>volgde dat de koning in zijn genade</p>
+<p>het tot onthoofding had verzacht;&mdash;hoe licht</p>
+<p>getroost is toch de mensch in zijn ellende:</p>
+<p>wij voelden iets verruimd.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">WILLIAM</em> En vader?</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">KINGSTON</em> Hij</p>
+<p>rees op, en met zachte heldere stem,</p>
+<p>als waren wij allen bijeen in vrede,</p>
+<p>begon hij te spreken, zeggend alleen</p>
+<p>zoolang met zwijgzaamheid te hebbe&rsquo; omsloten</p>
+<p>zijn lip, uit vrees dat vervolging hem vinden</p>
+<p>mocht zwak, en klein van hart,</p>
+<p>want hij voelde &rsquo;t in zich niet onvervaard</p>
+<p>gelijk de martelaren die getuigend</p>
+<p>uitlokken lijde&rsquo; en gaan ten jubeldood,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_88">88</span>
+en &rsquo;t scheen hem hoogmoed toe door eigen doen</p>
+<p>op zich te laden, wat hij tot het einde</p>
+<p>misschien niet standvastig zou dragen....</p>
+
+<p class="first"><em class="i12">WILLIAM</em> O vader,</p>
+<p>dat &rsquo;s uw ootmoed&rsquo;ge zin.... Ach, Kingston, wij</p>
+<p>vielen hem hard, omdat hij zijn vertrouwen</p>
+<p>weghield voor ons....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">KINGSTON</em> Na die bekentenis</p>
+<p>verklaarde hij met mannelijke woorden</p>
+<p>waarom hij niet kon zweeren, sprekend uit</p>
+<p>wat nu in Engeland alle rechtschapen</p>
+<p>harten denken, maar niemand zegt:</p>
+<p>hoe koning Hendrik de hervorming niet</p>
+<p>tot stand wil brengen om de kerk te rein&rsquo;gen,</p>
+<p>maar uit belustheid op het goed der kerk,</p>
+<p>en hoe de geestelijken die hem steunen</p>
+<p>als hem beweegt begeerlijkheid&mdash;of vrees.</p>
+<p>Hier zweeg hij even, over zijn gezicht</p>
+<p>trok donk&rsquo;re schaduw toen hij voortvoer: &bdquo;nu</p>
+<p>zullen de kloosters worden opgeheven,</p>
+<p>der armen wett&rsquo;lijk erfdeel, hun geschonken</p>
+<p>tot de verlichting van hun lange nood,</p>
+<p>wordt hun ontgrist door gewelddaad&rsquo;ge handen;</p>
+<p>de borsten waaraan &rsquo;t arme volk zich laafde</p>
+<p>verdrogen: hoor ze krijten van den dorst.&rdquo;</p>
+<p>Weer zweeg hij; zijn wezen versomberde</p>
+<p>een nieuwe vlaag van aanstormende smart:</p>
+<p>hij sidderde, zijn wijd-gesperde oogen</p>
+<p>schenen achter de hoofden van de rechters</p>
+<p>een ontzetting te zien; en haar bedreiging</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_89">89</span>
+beefde in &rsquo;t schrille stijgen van zijn stem:</p>
+<p>&bdquo;ik zie de duizenden, die veilig leefden</p>
+<p>op &rsquo;t kloostergoed, worden door nieuwe heeren</p>
+<p>verjaagd om plaats te maken voor de schapen;</p>
+<p>ik zie &rsquo;t reed&rsquo;looze vee vreten de menschen,</p>
+<p>ik zie de troepen hongerige zwervers</p>
+<p>dolen over &rsquo;t land;&mdash;ik zie de zweepen dalen</p>
+<p>en weer opspringen in der beulen vuist,</p>
+<p>en de galgen niet ophouden te dragen</p>
+<p>hunner verschrikking vreemd-bengelende bloem&rdquo;:</p>
+<p>en, als den hemel nemend tot getuige</p>
+<p>hief hij de armen hoog &bdquo;dat heet hervorming,</p>
+<p>o monsterlijke, monsterlijke leugen,</p>
+<p>hemeltergend onrecht, zaad van langen haat&rdquo;....</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> O vader, vader, liefde tot de armen</p>
+<p>dreef u in den dood....</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">GRYNUS</em> Ja dat was het,</p>
+<p>en ik merkte het niet....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">KINGSTON</em> Toen hij &rsquo;t gemoed ontlast had</p>
+<p>effende zich zijn weze&rsquo; opnieuw tot vrede;</p>
+<p>een klare zilvervlam brandde zijn stem.</p>
+<p>Hij wist wel, zei hij, dat n steen niet stuiten</p>
+<p>kan losgebroken stroom: hem overstelpen</p>
+<p>de wateren. En hij, die schier alleen</p>
+<p>zich stelde in den weg van &rsquo;t vorstlijk willen</p>
+<p>moest zoo worde&rsquo; overstelpt en ondergaan.</p>
+<p>Maar dat men onrecht niet kon keeren was</p>
+<p>nooit rede om niet tegen onrecht te strijden:</p>
+<p>&bdquo;niet alle strijders kunnen zegen oogsten,</p>
+<p>maar alle kunne&rsquo;, onrecht weerstaande, nader</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_90">90</span>
+brengen uw dag, gerechtigheid, op aard.&rdquo;</p>
+<p>Hij zei dit zacht, als beschaamd voor de and&rsquo;ren</p>
+<p>die niet hadden weerstaan.</p>
+<p>Maar ik voelde wereldsche eere, praal</p>
+<p>van weidsche daden en wapenenluister</p>
+<p>verbleeke&rsquo; en zinken naast dit simpel woord,</p>
+<p>zich stil ontvouwend als een zilv&rsquo;rig bloeisel</p>
+<p>hoog aan den stengel der recht-oppe daad.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Sprak hij nog meer?</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">KINGSTON</em> Zijn rechters aanziend met</p>
+<p>een glimlach die zoet als olijventwijg</p>
+<p>boven de bitterheid van dat uur zweefde</p>
+<p>zei hij hun mild vaarwel. Hij bad hen, hem</p>
+<p>te willen gedenken in hun gebeden</p>
+<p>niet als den man dien zij daar vonnisten,</p>
+<p>maar als den makker, wiens beeld vr hen rees</p>
+<p>uit heugnis van veel zacht-gesleten uren</p>
+<p>die mensch binden aan mensch. Eens zouden zij</p>
+<p>en hij weer samenkomen waar de draden</p>
+<p>van hun verwarde willen zeker gingen</p>
+<p>zich effenen tot glanzend vreugde-web.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Niet meer?</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">KINGSTON</em> Ja toch: hij liet den koning weten</p>
+<p>dat Morus, met dankbaar hart oude dagen</p>
+<p>gedenkend, zonder wrok ging in den dood.</p>
+<p>Dat was het laatste.</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">WILLIAM</em> Hij heet een verrader!</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> En toen gaf mijnheer Audley mij bevel</p>
+<p>om More terug te voeren naar den Tower</p>
+<p>te lijden daar den dood als &rsquo;t vonnis wou.</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_91">91</span>
+De rechters gingen heen....</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">WILLIAM</em> Mijn arme Kingston,</p>
+<p>moest gij dat zijn?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">KINGSTON</em> William, ik weet niet of</p>
+<p>hemelsche boodschappers nog tot de menschen</p>
+<p>dalen om hen te sterken met hun am.</p>
+<p>Maar zoo &rsquo;t geschiedt stond zulk een hemelling</p>
+<p>vast, door ons ongezien, achter uw vader</p>
+<p>hem toewuivend op blanke wiek gen.</p>
+<p>Want toen ik tot hem trad, en droefheid mij</p>
+<p>zoo overmande, dat ik luid uitsnikte</p>
+<p>of dit zou zijn de laatste dienst dien ik</p>
+<p>ging aandoen den beminden man, de laatste</p>
+<p>bloem die veeljaarge plant van vriendschap dreef,</p>
+<p>sloeg hij zijn arm vertroostend om mijn hals,</p>
+<p>en lachte mij mild-bemoedigend toe.</p>
+<p>&bdquo;Kingston,&rdquo; zei hij &bdquo;wees welgemoed man, laat</p>
+<p>uw hart zich niet bezwaren om uw last;</p>
+<p>mij behaagt wl dat gij me zult geleiden,</p>
+<p>oude vriend, naar de poort der eeuwigheid.</p>
+<p>Ik ga, zegenend onze goede aarde,</p>
+<p>maar blijde dat het is mijn tijd te gaan,</p>
+<p>want ik heb uitgestaan veel moeienissen&rdquo;.</p>
+<p>Toen omhelsde hij mij, en wie ons beide</p>
+<p>daar zag, die had gezworen hem den trooster,</p>
+<p>en mij, afwachtend smadelijken dood!</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Wij zijn &rsquo;t die troost behoeven, niet meer hij....</p>
+
+<p class="first"><em>KINGSTON</em> Ach, een afscheid is hem nog zwaar gevallen....</p>
+<p>Vrouwe Margreet verhaalde u wis, hoe zij</p>
+<p>opwachte zijn terugweg, en zich wierp</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_92">92</span>
+tusschen de mannen van de wacht? Ik wist niet</p>
+<p>dat zulke kloekheid wonen kan in &rsquo;t schuchter</p>
+<p>gemoed van een teedere vrouw....</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">WILLIAM</em> Margreet</p>
+<p>heeft haars vaders wezen gerfd; ook zijne</p>
+<p>groothartigheid.... wij alle steune&rsquo; op haar....</p>
+<p>ik kan niet denken wat mijn leven wezen</p>
+<p>zou zonder dezen steun.... Zeg mij, Kingston</p>
+<p>hoe was het mooglijk dat zij tot hem drong</p>
+<p>ondanks de wacht, dat al die hellebarden</p>
+<p>haar niet stuitten, een wapenlooze vrouw?</p>
+<p>Was het verrassing? Weken z&rsquo; uit erbarmen?</p>
+<p>Zij zelf weet niets, zegt ze, als dat vaders aanschijn</p>
+<p>riep tot haar, van ver, en zoo&rsquo;n grooten drang</p>
+<p>haar overmocht, om hem nog ns te kussen</p>
+<p>dat vrees en schuwheid van haar lieten, en zij</p>
+<p>gezogen werd naar waar hij stond....</p>
+
+<p class="first"><em class="i10">KINGSTON</em> Ik kan</p>
+<p>u dit alleen maar zeggen, William; wij</p>
+<p>hoorden, toen wij onder den Tower landden</p>
+<p>een stem die riep &bdquo;vader,&rdquo; en weer &bdquo;vader.&rdquo; </p>
+<p>Zulk een angst van verlangen zwol daarin</p>
+<p>dat allen stilhielden en het hoofd wendden,</p>
+<p>naar dien roep als van een verschrikte vogel</p>
+<p>die om zijn jongen krijt. Ik zag haar staan,</p>
+<p>de armen voor zich uitgestrekt, en naast haar</p>
+<p>uws vaders oude nar met het vroegwijze</p>
+<p>kindergezicht, toen vreemdvertrokken grijnzend</p>
+<p>in smartelijken lach. Ik hoorde hem</p>
+<p>schreeuwen: &bdquo;nu vrouwe,&rdquo; en zag hem voorwaarts storten</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_93">93</span>
+tusschen de pieken, zij hem na. Maar even</p>
+<p>verdween z&rsquo; in wriemling van wapens en lijven,</p>
+<p>toen zag ik haar weer, ijlings verder schietend</p>
+<p>als tusschen gouden flikk&rsquo;ringen een visch.</p>
+<p>Zij dook op aan de zijde van uw vader</p>
+<p>hing als een drenkeling hem om den hals....</p>
+<p>Mijn oude oogen loopen weder over</p>
+<p>bij de herinnering....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">GRYNUS</em> Meent ge dat Morus</p>
+<p>blij was zijn lieveling nog eens te zien,</p>
+<p>of viel &rsquo;t hem zwaar?</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">KINGSTON</em> Mij scheen &rsquo;t dat vreugde en droefheid</p>
+<p>streden in hem. Toen zij viel in zijn armen</p>
+<p>zag ik een glans verhelderen zijn edel</p>
+<p>ontvleescht gelaat, en een oneindig-teed&rsquo;ren</p>
+<p>blik uit zijn milde grijze oogen glijden</p>
+<p>over haar zachtgebogen hoofd. Maar plots</p>
+<p>doorschokte hem een siddering, hij klemde</p>
+<p>de lippen saam, als een man die verbijt</p>
+<p>een felle pijn. Toen schudde hij meewarig</p>
+<p>het hoofd, en streelde haar en kuste haar</p>
+<p>en maakte haar armen voorzichtig los</p>
+<p>van om zijn hals. Hij hield haar van zich af</p>
+<p>rondziende, als zocht hij wie haar weg kon voeren.</p>
+<p>Maar toen zij voor de tweede maal zich klampte</p>
+<p>aan hem, zacht-kreunend, zag ik op zijn voorhoofd</p>
+<p>de druppels paarlen van den bangen strijd</p>
+<p>en aan zijn wimpers hingen zware tranen.</p>
+<p>Even aarzelde hij, toen overbuigend</p>
+<p>tot haar, fluisterde hij dicht aan haar oor</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_94">94</span>
+wat geen onzer verstond, maar met een schok</p>
+<p>kwam z&rsquo; overend, kuste hem en verdween</p>
+<p>als zwolg de grond haar op.... Wij gingen verder.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Hij vroeg haar een belofte te gedenken</p>
+<p>die zij hem eenmaal deed.... Haar grootste schat</p>
+<p>is een verfrommeld briefje, in haast geschreven</p>
+<p>dat hij haar deed zenden, vlak voor het end.</p>
+<p>Hij roemt haar daarin zijn dappere kind</p>
+<p>die hij nooit z als in het uur beminde</p>
+<p>dat zij voor het laatst hem hing om den hals,</p>
+<p>want hem behaagde boven maat als liefde</p>
+<p>alle wereldsche bloheid overwint.</p>
+<p>Er komt over haar een wondere blijheid</p>
+<p>als zij &rsquo;t herleest....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">KINGSTON</em> Het heeft zoo moeten wezen,</p>
+<p>maar waarom is voor &rsquo;t hart een duist&rsquo;re zee....</p>
+<p>Het ziet de vrucht niet blinken van zijn lijden,</p>
+<p>en vruchtloos lijden van goeden en wijzen</p>
+<p>onthutst het hart.</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">GRYNUS</em> Misschien dat vruchten rijpen</p>
+<p>die wij niet zien....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">KINGSTON</em> Zeg mij William, is &rsquo;t waar</p>
+<p>dat gij het vaderlijk erf moet verlaten?</p>
+<p>Beval de koning &rsquo;t waarlijk?</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">WILLIAM</em> Hij beval &rsquo;t.</p>
+<p>Kingston, wij mogen niet meer wonen waar</p>
+<p>zijn beeld oprijst uit de vertrouwde steenen</p>
+<p>en alle dingen spreken met zijn stem.</p>
+<p>De wraak der machtigen verslaat ons, maar</p>
+<p>n troost houdt mij staande in het bitter zwerven</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_95">95</span>
+dat nu begint: ik wil het aardsche doen</p>
+<p>van onzen heilige gaan nederschrijven</p>
+<p>in een getrouw relaas: zoo zal zijn geest</p>
+<p>voortleven, en de komende geslachten</p>
+<p>ten voorbeeld zijn....</p>
+
+<p class="first"><em class="i4">GRYNUS</em> Maar zult ge ook vermogen</p>
+<p>d&rsquo; eigenste kern en <ins id="cor_7" title="klankleur">klankkleur</ins> van dien geest</p>
+<p>in woord te beelden? &rsquo;k voel in hem een wezen</p>
+<p>dat ons allen ontgaat.</p>
+
+<p class="first"><em class="i5">KINGSTON</em> Ja, niemand onzer</p>
+<p>doorziet hem gansch. Onze zielen begrijpen</p>
+<p>van zijn ziel &rsquo;t stuk, waar eigen kracht toe reikt;</p>
+<p>zoo zult ook gij, mijn goede William, beelden</p>
+<p>wat ge van hem verstaat.</p>
+
+<p class="first"><em class="i6">GRYNUS</em> Zijn eigen werken</p>
+<p>beelden hem beter dan een onzer &rsquo;t kan.</p>
+
+<p class="first"><em>WILLIAM</em> Kingston, ge weet, de koning gaf verlof</p>
+<p>dat wij zijn arme romp begraven mogen....</p>
+<p>zij noemen &rsquo;t gunst.... Vrouwe Margreet verweent</p>
+<p>haar oogen van verlangen, eens te koest&rsquo;ren</p>
+<p>nog, en te bedden zacht zijn wreedgeschonden hoofd.</p>
+<p>Weet gij een weg, Kingston?</p>
+
+<p class="first"><em class="i8">KINGSTON</em> Mijn beste William,</p>
+<p>ik heb daartoe geen macht. Kom: &rsquo;k hoor de hanen</p>
+<p>de komst verkonden van den nieuwen dag.</p>
+<p>Hoe leeg en kil rijst hij, hoe arm aan vreugde!</p>
+<p>Ja, leven is somtijds een zware vracht.</p>
+<p>God sterke u, William, en de uwen allen;</p>
+<p>ge ziet mij spoedig weer.</p>
+
+<p class="first"><em class="i7">WILLIAM</em> Dank voor uw komen,</p>
+<p><span class="pagenum" id="Page_96">96</span>
+Kingston, en steun ons verder met uw trouw. <em class="dir">(Kingston af.)</em></p>
+<p>Kom keeren wij ook huiswaarts Simon: wis</p>
+<p>waakt mijn Margreet, wachtend van mij te hooren</p>
+<p>wat Kingston heeft verhaald.</p>
+
+<p class="st_dir">(William en Grynus af&mdash;Margreet en de nar komen
+van de andere zijde op; de nar spiedt behoedzaam rond.)</p>
+
+<p class="first"><em class="i9">DE NAR</em> Vrouwe Margreet,</p>
+<p>zet u hier, en wacht totdat ge zult hooren</p>
+<p>driemaal herhaald, het krassen van een uil.</p>
+<p>Kom dan en stel u rechts onder de poort</p>
+<p>en houdt uw voorschoot op.... wij zullen slagen.</p>
+<p>Wees niet vervaard: wie ons bevrienden houden</p>
+<p>wacht op de brug....</p>
+
+<p class="first"><em class="i3">MARGREET</em> Goede nar, wees gerust.</p>
+<p>Mijn hart bonst, maar niet in vervaardheid, enkel</p>
+<p>van verlangen, en dat wordt dra gestild.</p>
+<p>Ga, haast u: voor de tweede maal al kraaiden</p>
+<p>de hanen en de nacht wordt dun. <em class="dir">(de nar verdwijnt.)</em></p>
+<p><em class="i14">&nbsp;</em>Ik dank u</p>
+<p>God, dat het liefste hoofd nog eens zal rusten</p>
+<p>gelijk het deed zoo vaak, in dezen schoot.</p>
+
+</div>
+
+<p class="sep2 cent">EINDE</p>
+
+<h2><span class="pagenum" id="Page_97">97</span>
+HISTORISCHE AANTEEKENING<br />
+OVER THOMAS MORE</h2>
+
+<p>Op het einde der 15de en het begin der 16de eeuw vonden in Engeland
+ingrijpende veranderingen plaats in het ekonomische en sociale
+leven. De oude feudale verhoudingen raakten in verval, het voornaamste
+bestaansmiddel, de landbouw, werd gerevolutioneerd door
+het opkomen van een stand van vrije kapitalistische pachters en door
+den snellen overgang van graanbouw tot veeteelt, die voor den adel
+voordeelig was. Het vroegere feudale landbouw-bedrijf had behoefte
+gehad aan zooveel mogelijk arbeidskrachten, aan vele menschen op
+het land, het nieuwe kapitalistische bedrijf had behoefte aan zooveel
+mogelijk land en zoo min mogelijk menschen, aan het uitsparen van
+arbeidskrachten. De heeren stalen op groote schaal de gemeente-landerijen,
+verklaarden deze tot privaatbezit en verdreven de boeren; in
+korten tijd verdwenen tienduizenden boerenbedrijven. Ten gevolge
+van deze geweldadige onteigening ontstond een talrijk overtollig
+proletariaat. Er was geen industrie in-opkomst, dus geen behoefte aan
+arbeidskrachten, er waren geen kolonin die dit proletariaat konden
+opzuigen, het vond geen ander bestaansmiddel dan bedelen of stelen.
+Een barbaarsch-strenge wetgeving trachtte de landloopers uit te
+roeien door ze onmenschelijk streng te straffen; gedurende de regeering
+van Hendrik VIII werden 72.000 groote en kleine dieven
+ter dood gebracht. Maar door bloedwetten kon het vraagstuk der
+armoede als sociaal verschijnsel niet worden opgelost.</p>
+
+<p>De algemeene nood gaf nieuw voedsel aan de oud-christelijke overlevering
+van gemeenschappelijk bezit der verbruiks-middelen, de
+kettersche communistische sekten der Lollarden en der Wederdoopers
+vonden vele aanhangers onder de arme klassen. Maar dit
+<span class="pagenum" id="Page_98">98</span>
+vage communisme geboren uit vertwijfeling over de ellende des
+levens, bevatte geen enkel element van maatschappelijken vooruitgang
+noch van aanpassing aan de maatschappelijke omstandigheden.</p>
+
+<p>Slechts n man was er in Engeland, n enkele die te midden van de
+algemeene radeloosheid een uitweg zag. Die man was Thomas More.
+Zijn algemeene kennis op philosophisch, ekonomisch en politiek gebied,
+zijn doorzicht in de behoeften en de hulpmiddelen van den tijd,
+zijn geniale intutie en zijn brandende begeerte de armen en verdrukten
+te helpen, hadden hem het spoor doen vinden van een nieuw
+communisme, van het gemeenschappelijk bezit der produktiemiddelen
+en de planmatige organisatie der produktie op nationale schaal.</p>
+
+<p>More werd in 1478 geboren; hij studeerde in Oxford en werd daar
+een geestdriftig aanhanger van de &bdquo;nieuwe richting&rdquo; in de wetenschap:
+het humanisme (de studie der latijnsche en grieksche oudheid).
+Deze richting bestreed de misbruiken in de roomsche kerk, maar
+wilde vredige hervorming, geen scheuring. Nadat hij zijn studie voltooid
+had werd More advocaat en kreeg veel praktijk onder de
+Londensche kooplieden, de klasse die toen meer dan welke andere
+ook, den ekonomischen vooruitgang belichaamde. Hierdoor verkreeg
+hij theoretische en praktische kennis op maatschappelijk gebied.
+In 1504 werd hij tot lid van het Parlement gekozen; daar
+kwam hij al spoedig in konflikt met de willekeur van den koning
+(Hendrik VII) en was genoodzaakt zich uit het openbare leven terug
+te trekken. Toen in 1507 Hendrik VIII, een kweekeling der humanisten,
+den troon beklom, scheen het of een nieuwe koers ging
+beginnen; More die in groot aanzien stond bij den jongen vorst, werd
+koninklijk ambtenaar en een man van invloed aan het hof.</p>
+
+<p>In 1515 maakte hij als gevolmachtigde der kooplieden deel uit van
+een gezantschap dat naar Vlaanderen ging om te trachten een handelstraktaat
+tot stand te brengen. Daar schreef hij de Utopia, het
+<span class="pagenum" id="Page_99">99</span>
+werk dat zijn naam onsterfelijk zou maken. Het bevat zoowel een
+doordringend-scherpe kritiek van de maatschappelijke misstanden
+zijner dagen als een uitvoerige beschrijving van den socialistischen
+heilstaat.</p>
+
+<p>Van een hersenschim: vage hoop, of herinnering aan ver verleden,
+is het communisme in de Utopia voor de eerste maal tot een wetenschappelijke
+gedachte geworden, geboren uit doorzicht in de maatschappelijke
+behoeften en de maatschappelijke hulpmiddelen.</p>
+
+<p>En hersenschimmig bestanddeel bevatte het communisme van
+More echter nog: hij zag geen ander middel het te verwezenlijken
+dan door het initiatief van een wijs en machtig vorst. Dit hersenschimmig
+bestanddeel, de verwachting namelijk dat de heerschende
+klassen (vorsten of kapitalisten) voor het socialisme gewonnen zouden
+kunnen worden en het verwezenlijken, kon eerst verdwijnen na
+het ontstaan van het moderne proletariaat, de klasse wier positie in
+het produktie-proces de socialistische inrichting der maatschappij
+voor haar maakt tot den eenigen weg ter ontkoming aan ellende en
+bestaans-onzekerheid.</p>
+
+<p>Drie eeuwen lang volgden alle socialistische denkers de banen,
+waarin More hun was voorgegaan; toen eerst waren de tijden rijp
+voor een nieuwen grooten stap van het menschelijk denken, den
+stap van utopisch tot wetenschappelijk socialisme.</p>
+
+<p class="sep2">De Utopie had geen invloed op More&rsquo;s verhouding tot den koning.
+De tijdgenooten beschouwden het werk als de luimige vrucht van
+luimige uren, een fantastisch gedachtespel. Hij steeg al hooger in &rsquo;s
+Konings gunst, werd minister en rijkskanselier. Maar zijn onbuigzaamheid
+van geweten en zijn liefde tot het volk moesten hem in
+konflikt brengen met het algemeene streven naar machtsuitbreiding
+van den vorst. Om een tegenwicht te vormen tegen de spaansche
+<span class="pagenum" id="Page_100">100</span>
+monarchie, wilde Hendrik zich verbinden met Frankrijk en een
+fransche prinses tot vrouw nemen. Maar daartoe moest hij zich van
+Catharina, de spaansche prinses waarmee hij gehuwd was, laten
+scheiden en de paus, die geheel in de macht van Spanje was geraakt,
+weigerde die scheiding te bekrachtigen. Toen besloot Hendrik met
+Rome te breken, hij verklaarde de engelsche kerk voor onafhankelijk
+en zichzelven tot haar hoofd. De geestelijkheid waagde het niet tegen
+deze &bdquo;Hervorming&rdquo; in verzet te komen, ook hoopte zij er voordeel
+van te halen. Hendrik onteigende kloosters en kerken op groote
+schaal. Spekulanten en gunstelingen maakten zich meester van de
+kerkgoederen, uit wier inkomsten voorheen duizenden behoeftigen
+gespijzigd waren. Zoo stond de &bdquo;Hervorming&rdquo; van Hendrik in lijnrechte
+tegenstelling tot de behoeften van het volk.</p>
+
+<p>More trachtte in den strijd tusschen paus en koning onzijdig te
+blijven, maar dit bleek op den duur niet mogelijk. Een jaar nadat de
+engelsche geestelijkheid Hendrik als hoofd der kerk van Engeland
+erkend had legde hij het ambt van rijkskanselier neer. De koning
+beschouwde deze daad als rebellie en hoogverraad; More werd in
+den Tower opgesloten en na een lange gevangenschap door de laffe
+rechters met hulp van een omgekocht getuige veroordeeld en den
+6den Juli 1535 ter dood gebracht.</p>
+
+<p class="sep4 cent">Er zijn verschenen van<br />
+HENRITTE ROLAND HOLST-VAN DER SCHALK</p>
+
+<ul class="lsoff">
+<li>Sonnetten en verzen in terzinnen geschreven. Tweede druk 1913.</li>
+<li>De Nieuwe Geboort. 1902. Derde druk 1913.</li>
+<li>Opwaartsche wegen. 1907. Tweede druk 1914.</li>
+<li>De vrouw in het woud. 1912. Tweede druk 1917.</li>
+<li>Thomas More. 1912. Tweede druk 1916.</li>
+<li>Het Feest der Gedachtenis. 1915.</li>
+<li>In eene editie van &#402;&nbsp;1,25 ingenaaid en &#402;&nbsp;1,75 gebonden per deel.</li>
+</ul>
+
+<p class="sep0 cent t4">Stempels van S. H. de Roos.</p>
+
+<p class="sep2 cent">Verder verscheen</p>
+
+<ul class="lsoff">
+<li>De Maatschappelijke Ontwikkeling en de Bevrijding der Vrouw.</li>
+</ul>
+
+<p class="sep0 cent t4">Prijs &#402;&nbsp;0,85 ingenaaid.</p>
+
+<p class="sep2 cent">Bij de Wereldbibliotheek zag het licht</p>
+
+<ul class="lsoff">
+<li>De Opstandelingen. 1910.</li>
+<li>Jean Jacques Rousseau, Een beeld van zijn leven en werken. 1912.</li>
+</ul>
+
+<div class="sep4 boxnt" id="noot">
+
+<p class="sansrf">Opmerkingen van de bewerker</p>
+
+<p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele
+spelling. Leestekens zijn op verschillende plaatsen stilzwijgend
+verbeterd.</p>
+
+<p>Enkele druk- of spelfouten in het origineel zijn als volgt
+gecorrigeerd:</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_8">Pag. 9</a>: &bdquo;steigend&rdquo; vervangen door &bdquo;stijgend&rdquo; (stijgend uit de
+diepten van het geweten).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_1">Pag. 13</a>: &bdquo;GRYNEUS&rdquo; vervangen door &bdquo;GRYNUS&rdquo; (GRYNUS Maar hoe
+dwarsboomde uw vader).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_2">Pag. 29</a>: &bdquo;tevenstrevend&rdquo; vervangen door &bdquo;tegenstrevend&rdquo; (zijn
+eigen tegenstrevend hart).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_3">Pag. 30</a>: &bdquo;buzuinen&rdquo; vervangen door &bdquo;bazuinen&rdquo; (haar bazuinen
+stem).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_4">Pag. 36</a>: &bdquo;aardsbisschoppelijk&rdquo; vervangen door
+&bdquo;aartsbisschoppelijk&rdquo; (het aartsbisschoppelijk paleis).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_5">Pag. 67</a>: &bdquo;MAGREET&rdquo; vervangen door &bdquo;MARGREET&rdquo; (MARGREET O vader).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_6">Pag. 68</a>: &bdquo;MAGREET&rdquo; vervangen door &bdquo;MARGREET&rdquo; (MARGREET Ach
+vader).</p>
+
+<p class="hang"><a href="#cor_7">Pag. 95</a>: &bdquo;klankleur&rdquo; vervangen door &bdquo;klankkleur&rdquo; (d&rsquo; eigenste
+kern en klankkleur).</p>
+
+</div>
+
+<hr class="full" />
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Thomas More, by
+Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK THOMAS MORE ***
+
+***** This file should be named 47327-h.htm or 47327-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/4/7/3/2/47327/
+
+Produced by Kanta Dihal, srjfoo, Hans Pieterse and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License available with this file or online at
+ www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation information page at www.gutenberg.org
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at 809
+North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
+contact links and up to date contact information can be found at the
+Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/old/47327-h/images/cover.jpg b/old/47327-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..53f187e
--- /dev/null
+++ b/old/47327-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/47327-h/images/im-01.jpg b/old/47327-h/images/im-01.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b6a21ef
--- /dev/null
+++ b/old/47327-h/images/im-01.jpg
Binary files differ