summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/47327-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/47327-0.txt')
-rw-r--r--old/47327-0.txt3853
1 files changed, 3853 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/47327-0.txt b/old/47327-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..d455785
--- /dev/null
+++ b/old/47327-0.txt
@@ -0,0 +1,3853 @@
+Project Gutenberg's Thomas More, by Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
+other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
+the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
+www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
+to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
+
+
+
+Title: Thomas More
+ Een treurspel in verzen
+
+Author: Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+Release Date: November 11, 2014 [EBook #47327]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK THOMAS MORE ***
+
+
+
+
+Produced by Kanta Dihal, srjfoo, Hans Pieterse and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ THOMAS MORE
+
+
+
+
+ THOMAS MORE
+
+ EEN TREURSPEL IN VERZEN DOOR
+ HENRIETTE ROLAND HOLST
+ VAN DER SCHALK
+
+ TWEEDE DRUK
+
+ W. L. & J. BRUSSE’S UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ
+ ROTTERDAM MCMXVI
+
+ [Logo van de uitgever]
+
+
+
+
+ AAN KARL KAUTSKY
+
+ DIE MIJ DEN EERSTEN MODERNEN COMMUNIST
+ LEERDE BEGRIJPEN EN LIEFHEBBEN
+
+
+
+
+PERSONEN
+
+
+ Sir Thomas More.
+ Zijn vrouw Else.
+ Zijn dochters Margreet en Dance.
+ Zijn pleegdochter Mercy.
+ William Roper, Margreets echtgenoot.
+ Simon Grynæus, een jong fransch geleerde.
+ De hertog van Norfolk.
+ Bisschop Cranmer.
+ Southwell, procureur-generaal.
+ Palmer, zijn bediende.
+ Rich, een gehuurd getuige.
+ Sir William Kingston, konstabel van den Tower.
+ Dienaar bij More.
+ Gevangenen-bewaker in den Tower.
+
+
+Het eerste en tweede bedrijf spelen in More’s woning, het derde in den
+Tower, het vierde op de Theemskade bij Londenbrug.
+
+
+
+
+EERSTE BEDRIJF
+
+
+ Het terras van More’s paviljoen te Chelsea.
+
+ More, Grynæus, Margreet, Dance, Mercy, later William en vrouw Else.
+
+
+ GRYNÆUS Heer Thomas, nauw terug van overzee
+ drijft mij een drang dit liefgeworden huis
+ dat ik zoo vaak droombetrad, na een dag
+ van lang verlangen, weder te betreden
+ wakend, en mij in werk’lijkheid te laven
+ aan uw oneind’ge heuschheid, aan dit leven
+ van scherts-doorweven ernst, geluk’ge arbeid
+ waar droombegooch’ling mij hongrig naar liet.
+
+ MORE Gij zijt mij welkom als weleer, Grynæus,
+ en gelijk mij ben ’k zeker al de mijnen.
+ Vindt g’ ons in andren staat weer naar de wereld
+ dan g’ ons verliet,—pronk en praal zijn gevloden,
+ maar blijheid zingt naar d’ ouden trant door ’t huis.
+ (tot Margreet) Niet waar, mijn lust?
+
+ MARGREET Het is een heerlijk leven
+ dat wij nu leiden: ik voor mij begeer
+ geen ander, ook het oude niet terug.
+
+ GRYNÆUS Margreet, hoezeer gelijk hebt ge!—Ge weet
+ ik ging, om in Italië mij te laven
+ aan de eedle bron, die daar rijk’lijk welt:
+ de kennis der latijnsche en grieksche spraken,
+ waaruit het schoon en diepzinnig gelaat
+ ons tegenlacht van de wijsheid der ouden.
+ Aan menig hof wijlde ik waar een grootmoedig vorst
+ wedijv’rend met de vorsten zijn geburen
+ een schaar van uitgelezen geesten hield
+ verzaâmd; hun roem verhoogde zijnen luister
+ meer dan het stoutst wapenfeit. O hoe klein
+ maakte mij hun diepwort’lende geleerdheid:
+ ik kroop weg onder haar machtigen boom!
+ Ja en ook vrouwen vond ik, stralender
+ van vernuft dan de kostbare gesteenten
+ die heerlijk flonkerde’ om hun zwanenhals.
+ Veel leerde ik van hen, veel heb ik genoten:
+ parelend schenkt daarginds, uit gulle tuiten
+ het leven gulpen van genot.... ik wijlde
+ gaarn’ in ’t gezegend land!
+ Maar nergens vond ik, gelijk onder u,
+ den stroom vernuft beglansd door ’t milde schijnsel
+ van teederheid van hart, en nergens vond
+ ik den boom weten als bij u geworteld
+ in diepen levensernst. En vraagt ge mij
+ wat m’ ontbrak in het schitterend Italië:
+ ik vond geen mensch, bij wien ’k gansch mensch kon wezen;
+ een man gelijk uw vader vond ik niet.
+
+ DANCE Die is ook niet te vinde’ op ’t wereldrond.
+
+ MORE (Schertsend tot zijn dochters)
+ Ei hoor, wat hoofsche wendingen zijn tong
+ in ’t zuidland leerde, om een oud man te loven.
+
+ GRYNÆUS Heer Thomas, niet uitheemsche hoofsche zede,
+ mijn hart leerde aan mijn tong uw lof. Vergun
+ nu allereerst dat ik u overbreng
+ minnigen groet van veel vereerde mannen
+ uit de landen die ik bezocht.
+ Niet vele hunner hoorden ooit uw stem
+ als ik haar hoor, en zage’ uw aangezicht
+ als ik het zie zich tot hen overbuigen,
+ maar alle kennen u en hebbe’ u lief.
+ Een broeder rekenen de oud’ren u,
+ de jongeren een wijzer vriend;
+ en om met die u ’t waardst is te beginnen:
+ Erasmus zendt u teed’ren broedergroet.
+
+ MORE Hoe vaart mijn lieve vriend?
+
+ GRYNÆUS Gelijk hij plag;
+ wel hebben ziekte en ouderdom hem bij
+ de hand gevat, en onbarmhartig sleuren
+ zij hem tusschen zich in omlaag naar ’t graf:
+ zijn uitgebloeide lijf ontkomt hun niet.
+ Maar over den geest hebben zij geen macht!
+ die stuurt de felle straal van wetenschap
+ en ’t kleurig vonkensproeisel van vernuft
+ uit als weleer, lustig en onverzwakt.
+ O een feest is het te zien hoe zijn spot
+ slingert den brand in die damme’, opgehoopt
+ door d’ eeuwen: domheid, onverstand, vooroordeel,
+ bijgeloof, en ze opgaan doet in asch.
+
+ MORE Jammer maar dat uit die asch tot nieuw leven
+ de domheid weer herrijst....
+ Ja bleef alles wat Erasmus versloeg
+ met geestespijle’, ook dood, ja dan... Ge vondt hem
+ in Freiburg? Hij mijdt Bazel nog?
+
+ GRYNÆUS Helaas....
+ o vergun dat ik gelijk vroeger spreke
+ tot u vrij-uit, heer Thomas.... ik kan niet
+ ’t verschelen tusschen ons wegdekken met
+ glad mozaïek van levenlooze woorden....
+ Ge weet hoe ik hem hooghield, hoe vereerde....
+ ons geslacht vond, opgroeiend, voor zich uit
+ het spoor van zijne glanzende gevechten
+ tegen ’t bederf der kerk, en volgde het.
+ En waar ’t ophield, gingen wij verder, met
+ Luther, met Melanchton, met Zwingli, verder
+ tot de klare onherroepelijke daad.
+ Zij is zijn werk, zijn werk is de hervorming;
+ hij leerde ons niets schuwen, niets ontzien.
+ O zeg niet neen; gij kunt het niet bestrijden:
+ wij ketters zijn de zonen van zijn geest.
+ Waarom verloochent hij ons dan? Waarom
+ vlood hij uit Bazel; verbrak, een oud man,
+ en ziek’lijk, langgewende levensplooi;
+ verliet verknochte vrienden, de stad waar
+ een elk vol liefde en eerbied aan hem hing,
+ elk kind hem groette met vertrouwelijk ontzag?
+ Ziet: gij hebt u tege’over ons gesteld
+ en stut de oude kerk met uw vermaardheid;
+ het doet ons leed, ’t verdriet ons: ’t grieft ons niet.
+ Maar grievend is zijn dubbelzinnigheid,
+ zijn angstig poge’ een evenwicht te vinden
+ tusschen twee machten die elkaar bespringen
+ als vuur en water.... Reeds gaat tusschen ons
+ als een gangbare munt dit bitter oordeel:
+ Erasmus denkt gelijk met de hervormden
+ maar durft niet doen gelijk hij denkt.... Vergeef
+ zoo ik u krenkte.... ’k had dit best verzwegen...
+ gij kent mijn heete gallisch bloed....
+
+ MORE Niet krenkte,
+ bedroefde wel. Het smart mij diep, mijn zoon,
+ u weer te vinden nog verstrikt in ’t net
+ van ketterij.... Maar eigen wil vermag
+ niet meer ons te brenge’ aan den voet der waarheid
+ dan de magneet het schip stuurt door zijn kracht.
+ God zette u vrij. Ik wil door ’t welkom zoet
+ van samenzijn te lang ontbeerd, niet mengen
+ de gal, die twistgesprek altoos ontdruipt.
+ Maar van Erasmus moet ik een woord spreken,
+ dat ge uw onrecht ziet. Niet vrees houdt hem
+ van de hervormden ver, maar zijn geweten.
+ Hij wil één kerk, vernieuwd aan hoofd en leden,
+ geen breuk, geen scheuring in de christenheid.
+ Hij heeft geleefd om haar dreige’ af te wenden;
+ gestreden, om de kerk te zuiv’ren. Dat
+ hij faalde is niet zijn schuld, maar schuld zou ’t wezen
+ zoo hij zijn welgewogen wil verliet
+ en zich meesleepen liet om te verzamen
+ met hen wier doen hij niet goedkeuren kan.
+ Hem rest niet anders in zijn oude dagen
+ dan partij te maken voor zich alleen.
+ Denk welk een moed het vergt om dit te doen,
+ tot mikpunt, dag aan dag, te dienen voor de
+ pijlen, gedoopt in ’t gif van hoon en laster
+ die spijtigheid afschiet op u! Veel lichter
+ ware ’t, te neigen naar één zij, te geven
+ gewonnen zich, aan wie zoo zoetjes vleien
+ „kom bij ons”, te schuilen in de bescherming
+ van bondgenootschap—maar het mag niet zijn.
+ Zoo leeft hij dan vereenzaamd, fel bestookt
+ van beide zijden, vogelvrij, maar ook
+ vrij van inwendig wrijten, ’t deel van wien
+ samengaat met zoodaan’gen, wier weg hij
+ niet gansch kan loven.—Ziet hem nu uw denken
+ in milder licht?
+
+ GRYNÆUS In mij strijden ’t oude met
+ het nieuw gezicht en maken mij verward.
+ Maar ook uw rede knoopt vast om mijn denken
+ een band dien ik zelf niet losmaken kan.
+ Gij looft Erasmus, dat hij tusschen beide
+ partijen staan blijft.... en gij koost partij....
+
+ MORE Wij zijn gevormd uit and’re stof.... en leven
+ drong ons op andre banen. Niet aan elk
+ stelt het de groote vraag op d’ eigen wijze,
+ niet voor elk blinkt in zijner lijnen wirwar
+ dezelfde als die der plicht. Had Erasmus
+ gestaan voor mijne keus, ik meen hij had ge-
+ kozen als ik.... maar dit zijn ijdle woorden....
+ Wist hij toen ge hem ’t laatst bezocht, dat ik
+ des konings dienst verlaten had? Sprak hij
+ met u daarover?
+
+ GRYNÆUS Toen ik hem verliet
+ had nog de tijding Freiburg niet bereikt;
+ wel het gerucht dat ge in de zaak van ’s konings
+ huw’lijk den vorst weerstreefdet. Toen Erasmus
+ dat vernam, pelde zijn scherpzinnigheid
+ dra het gevolg uit den bolster der oorzaak:
+ hij voorzag uw besluit.
+
+ MORE En keurde ’t goed?
+
+ GRYNÆUS Hij sprak er van, behoedzaam,
+ afwegende het voor en tegen, zóó
+ dat ik nauw merken kon, naar welke zij de
+ schaal van zijn oordeel overwoog. Hij loofde uw
+ onbuigzaam wezen met zinrijke en
+ hartgrond’ge woorden, makend mij den prijzer
+ haast even lief als den gepreez’ne. Maar
+ dan weer sprak hij van de noodzaak’lijkheid
+ voor wie in ’s levens raderwerk wil wezen
+ een wiel, om het beweeg van zijnen wil
+ zóó te reeg’len dat geen geduchter rad’ren
+ hem brijz’len, botsend tegen hem. Hij roemde
+ uw taak: de plecht der koninklijke macht
+ richten naar wat’ren van vrede; de scherpe
+ haken der heerschzucht met de wol omwinden
+ van matiging.... en zoo, veel kwaad voorkomen
+ dat anders vast geschiedde. „Laat,” sprak hij,
+ „More in de zaak van ’s konings huw’lijk niet
+ te vast zich klampen aan zijn meening.... Moge
+ zij juist zijn, hij moet tot het uiterste
+ niet gaan; hij is verplicht te denken aan de
+ gevolgen van zijn daad: valt hij, zoo worden
+ wij humanisten alle ontkrachtigd, onze
+ invloed krijgt in alle landen een knak.
+ Men moet ook wete’ iets toe te geven: laat hij
+ ditmaal doen ’s konings wil.... een andermaal
+ kan hij met te meer klem de teugels korten
+ en vindt volgzamen zin.”....
+
+ MORE Onnoozel kind....
+ En dat zegt mijn scherpzinnige Erasmus!
+ Hij weet niet dat wie achter koningsluimen
+ aandraaft, te land komt in den diepen kuil
+ der machteloosheid, en daar liggen blijft:
+ ’k herken in den raad zijn plooibaar gemoed
+ dat tot het laatst beproeft vreê te bewaren,
+ te verzoenen wat onverzoenlijk is.
+ Hij meester in den woordenstrijd, schuwt strijd
+ die uitgaat boven het gewar van woorden
+ tot naakte klippen van de daad.—Mijn vriend,
+ ge draagt zijn meening met veel warmte voor:
+ ge deelt haar wel?
+
+ GRYNÆUS ’t Past mij niet, uit te spreken
+ wat ik zou voelen als een oordeel over
+ een, dien ik boven alle menschen eer.
+ Maar ik erken, dit weegt voor mij wel zwaar:
+ —heeft zeker ook u zwaar gewogen, Morus—
+ wij humanisten reek’nen ’t onze taak
+ om het heil dat nu opborrelt uit klare
+ en lang-gestremde wellen, te doen stroomen
+ over de wijde levensvelden, zoo
+ die voorbereidend eens een oogst te dragen
+ van menschlijk-milde, broederlijke zeden
+ nietwaar? Maar wij kunnen die welle’ alleen
+ heenleiden waar ze ’t menschezijn bevruchten,
+ door de rotssteen der vorstelijke macht.
+ Door dat graniet moeten wij een weg banen
+ onzen droom naar het land der daad. Daarom
+ is het veel waard, meen ik, eens konings vriend
+ en zijn raadsman te wezen; het te blijven
+ ook offers waard.... het moeten gronden zijn
+ stijgend uit de diepten van het geweten
+ die ons loslaten doen, als onze harten
+ eenmaal vastgrepe’ eens konings hart....
+
+ MORE Geef mij
+ uw hand, Grynæus: ’k denk als gij. Uit diepten
+ van het geweten kwam de stem die ik
+ volgde, toen ik mij van den koning wendde.
+ Hij zette zijn voet op donkere paden;
+ ik kon hem niet weerhouden: hem verzellen
+ wilde ik niet.—
+ En zoo vindt g’ons terug, aan wereldsch goed
+ verarmd, van menigeen verlaten die
+ onzen voorspoed omzwerfde als de vlinder
+ kleurige kelk tot hem de bui verjaagt;
+ en vindt ons vergenoegd en vredig levend
+ voor elkaar, de zoetste gaven des levens
+ genietend met een onbekommerd hart.
+ Zoo dienaren ontbreken, onze handen
+ bezorgen fluks het werk en geen lakeien
+ reppe’ als onze voeten zich vóór ’t bevel.
+ Kauwend roemen wij ’t zwarte brood, dat maakt
+ de tanden blink-wit en geurig den adem—
+ nietwaar kinderen? Ik voor mij betreur
+ niets van het oude zorgbezwaarde leven,
+ en de lang ontbeerde lucht der vrijheid
+ adem ik in verrukt.
+
+ MARGREET Wij voele’ ons één in liefde en alle dingen
+ zijn tusschen ons gemeen: ik bid tot God
+ niet anders, dan dat hij het late blijven
+ gelijk het is.
+
+ MERCY Neen, niet betreur ik weelde
+ of pronk, maar dat men menig arme nu
+ wegsturen moet, die gewend was te vinden
+ zijn nooddruft hier....
+
+ DANCE En menig trouw dienaar
+ wiens goed’ge kop sinds onze prille jaren
+ ons toelachte op de trappen van het huis,
+ verdwenen is.... de arme nar!
+
+ MORE Hij vond
+ een goeden meester, kind.
+
+ DIENAAR (treedt binnen) Heer Thomas, de
+ bisschoppen van Winchester, Bath en Kent
+ verzoeke’ een onderhoud. Zij hebben, zeggen
+ ze, u hun bezoek gemeld.
+
+ MORE Zeg dat ik kom.
+ (tot de vrouwen) Houdt vast den lieven gast, dat ’k hem weervinde;
+ (tot Grynæus) ik moet nog veel vernemen. (Af.)
+
+ MERCY (verschrikt) Wat beteekent
+ dit hoog bezoek?
+
+ DANCE Bisschoppe’ en groote heeren
+ sleten den drempel van ons huis niet af
+ in ’t laatste jaar.... hunne voetstappen wekken
+ in onze harten vrees....
+
+ GRYNÆUS Wat scheelt u Dance?
+ Vrees waarvoor? Wat verschrikt u? een oud vriend
+ moet alles weten....
+
+ MARGREET Ge zult alles hooren,
+ Simon, maar zeg mij eerst: hoe dunkt u vader?
+ Vindt ge hem anders, dan hij placht te zijn?
+
+ GRYNÆUS Hij is nog milder, maar iets minder blij.
+ ’t Is of zijn oude speelschheid breekt door waas
+ van weemoed heen, als zon door fijne nevel....
+ ’k zag om zijn mondhoeken een trek gegroefd
+ die daar niet was, toen ’k hem, nu voor twee jaren
+ verliet in de beslom’ring van het ambt....
+ Maar zijn voorhoofd is even klaar.... nooit zag ik
+ zulk een milden glans over een gelaat
+ als heldert soms over uws vaders aan-
+ gezicht, Margreet.... ’t zweemt naar de gulden klaarte
+ die d’oude heilgen in Italie dragen
+ op ’t blank gemaald gelaat.... maar toch weer anders:
+ niet hemelsch, van boven-af neergezegen;
+ —neen aardsch, van binnen-uit....
+
+ MARGREET (nadenkend) Het is het hart
+ dat uit zijn wezen straalt, Grynæus; ’t wijd-
+ open meegevoel voor het lot der menschen
+ geeft hem die milde glans. Maar wat mij maakt
+ bezorgd, ’t zijn d’ enk’le nieuwe groeven niet
+ door kommers hand onbarmhartig gesneden
+ langs ’t liefst gelaat.... Er is iets anders, er
+ is een verand’ring, zoo fijn, in zijn wezen,
+ dat woorden haar niet vatten kunnen, toch
+ zoo klaar, dat ik niet twijfel.... In de dagen
+ dat hij het kanseliersschap neerlei, kwam
+ ze over hem.... eerst een gespannen droefheid
+ die zijn trekken verhardde.... en toen.... dit.
+ Het groeide door zijn ernst.... meest door zijn glimlach,
+ zooals door ’t klare goud van najaarsdagen
+ langzaam de ijlheid van den winter groeit.
+ Och, d’ oude schalksche glimlach, als bedauwd
+ van levenslust, speelt om zijn lip niet meer;
+ een andre nam zijn plaats, onstof’lijker....
+ het is of hij de poort des levens achter
+ zich sloot, en ons toelacht van gene zijde,
+ niet meer bewogen als een sterveling....
+ Ik ben zoo bang, Grynæus....
+
+ GRYNÆUS Maar waarvoor
+ Margreet? uw vader trad uit ’s konings dienst....
+ hij is toch veilig?
+
+ DANCE Och vriend, laat ons de
+ zwaarte een weinig uitstorten, die ons drukt....
+ Wij kunnen het zoo schaars.... Wij willen vader
+ niet kwellen met onze bezorgdheid, binden
+ ons voor hem een blijmoedig masker voor....
+ dat is hem ’t liefst.... Moeder is krank: het treuren
+ over het oude verstoort haar gemoed;
+ zij wrokt dat vader liet tusschen zijn vingers
+ rijkdom en aanzien glippen, of het waren
+ kralen van glas.... zijn hooge zin blijft haar
+ gesloten.... u heugt hoe zij placht te wezen
+ niet waar?
+
+ GRYNÆUS Ja, ge zijt niet haar kind’ren.... vaak
+ heb ik gepeinsd, hoe uw eigene moeder
+ geweest moet zijn.... Maar verhaal mij nu waarvoor
+ ge zijt bevreesd.
+
+ DANCE Vader is in gevaar.
+ De nieuwe koningin vergeeft hem niet
+ dat hij haar huw’lijk dwarsboomde en den koning
+ afried van haar.... Zij is trotsch en wraakzuchtig:
+ Hendrik volgt haar wil, als het schip het roer.
+
+ GRYNÆUS Maar hoe dwarsboomde uw vader haar huwelijk?
+ ’k meende dat hij terugtrad uit het ambt
+ om t’ ontgaan een openlijk zich verklaren
+ tegen zijn vorst en toch zichzelf te blijven
+ getrouw.
+
+ MARGREET Zoo is ’t ook, Simon, maar de koning
+ hoopte met hulp van mannen van gezag
+ ’t nietig verklaren van zijn eerste huw’lijk
+ t’ omgeven met een valsche glimp van godlijk
+ en menschlijk recht. En bove’ alle andre namen,
+ was vaders naam hem waard, om ’t dubb’le stralen
+ van zijn groot wete’ en zijn onkreukbaarheid.
+ O vriend, wat laffe kruipers zijn de meeste
+ menschen, zijn al die hooggeleerde raadsliên
+ waartoe mijn jeugd zoo schuchter opzag.—Hebt ge ’t
+ niet gehoord: negen universiteiten
+ van Eng’land, Frankrijk, Italië verklaarden
+ de scheiding geldig naar kerkelijk recht....
+ De vreemden gaven ’t laf getuigenis
+ voor goud—de pen waarmee mijn landsliên schreven
+ was gedoopt in de witte verf der vrees.
+ O ’k heb een harde les
+ geleerd: ik leerde menschen te verachten
+ die ’k had vereerd.... Zij, die achtbaren, wijzen,
+ wier taak het was, met kennis’ vlammend zwaard
+ den driesten aanrander van heil’ge wetten
+ terug te drijven, braken ’t zwaard aan stukken
+ toen hij ’t beval....
+
+ GRYNÆUS Ja, de meeste geleerden
+ deugen voor mart’laar niet, dat ’s vast. Maar uw
+ vader, Margreet?
+
+ MARGREET De koning gaf hem last
+ de goudgekochte en afgeperste adviezen
+ voor te lezen aan ’t parlement, om zoo
+ de meening te doen sijp’len in de harten
+ als druppels gift „Morus is voor den koning”
+ en de kiemen van ’t verzet te ontkrachten
+ dat opkwam hier en daar.
+ Dat waren donk’re dagen, vriend! ’k zag vader
+ nooit, gelijk toen, met zich zelven in strijd.
+ De wolk tusschen zijn brauwen trok niet op;
+ zijn strakke, naar binnen gekeerde blik
+ scheen geen onzer te zien. ’t Huis was verduisterd.
+ Maar op een morgen kwam hij thuis met d’ oude
+ teedere schalkschheid trillend om zijn mond,
+ streelde ons en kuste ons, en vertelde ons schertsend
+ „gij zijt niet meer de kind’ren van mijnheer den
+ rijkskanselier, maar die van mijnheer More.”
+ Dien eigen avond riep hij ons bijeen
+ hier op ’t terras, en met eenvoud’ge woorden
+ sprak hij ons toe, vroeg onze steun en hulp,
+ vermaande ons zacht tot moed en eendracht, beurde
+ ons hart zóó op, toonde ons ’t stroef gelaat
+ van armoe, nu nabij, zoo schoon-eerwaardig,
+ dat wij in liefde ontbrandden tot haar.
+ Wij weenden zoete tranen. Sinds dat uur
+ hebben onze vijf gezinnen geleefd
+ als één gezin, en niemand onzer heeft meer
+ iets zijn eigen genoemd....
+
+ GRYNÆUS Ik moet veel hooren
+ van deze zachte zede die u bindt,
+ maar laat mij eerst al uw zorgen meedragen:
+ wat wil de koning meer, dan dat uw vader
+ niet openlijk tegen hem staat?
+
+ DANCE De koning
+ zou zich hiermee misschien tevreden geven,
+ maar Anna nooit.... Zij gunt dit vredig leven
+ aan vader niet,
+ zij wil hem vernederen en vernielen....
+ ik zie haar haat loere’ uit de schaduw-nissen
+ van het paleis, omspinnen onze woning
+ met boos beraad.... In net van donk’re logens
+ wordt vader ingesponnen; schandelijke
+ verzinsels trekt men samen om zijn hoofd.
+ Hem, die ieder geschenk met zachten drang
+ weder toeschoof den schenker, dat geen spatsel
+ zou ’t kleed zijner onkreukbaarheid bevlekken,
+ beschuldigt men....
+
+ GRYNÆUS Van omgekocht te wezen?
+ Hem, Thomas More? Geen mensch die het gelooft.
+ Is dat uw zorg, Margreet?
+
+ MARGREET O was het dat alleenig!
+ Laster in alle soorten draagt men aan!—
+ Wie is als hij verdraagzaam? Leerde hij ons
+ dit denken niet: ’t recht geloof is genade,
+ geen verdienste, geen vrucht van eigen wil;
+ ketters moet men beklagen, men moet trachten
+ ze te genezen van hun slecht geloof
+ door voorbeeld en betoog; ze te vervolgen
+ is ijdel—en behaagt niet God. Nu heet het
+ dat vader ketters aan den lijve strafte om
+ der wille van ’t geloof
+ en met geweld de gewetens wou dwingen.
+
+ GRYNÆUS Daarvan kan ik getuigen, die, schoon volg’ling
+ van Melanchton, vond in zijn huis het thuis
+ dat mij weeromtrok uit zonnig Italie
+ naar uw zonloos nevelbedekte land.
+ Zijn lamp was ’t die mij ’t altijd welkom straalde,
+ als ik, vermoeid van ’t ingespannen turen
+ op de handschriften waar de tijd aan vrat,
+ voelde in den schemer het heimwee besluipen
+ naar het zachte land Touraine mijn hart.
+ Zijn voorspraak ontsloot m’ als een tooverspreuk
+ kostbare boekerijen waar de schatten
+ te fonk’len lagen van den griekschen geest.
+ Hij effende mij de moeilijke wegen
+ in den vreemde, maakte er te leven zacht
+ door de gulheid van zijn vriendschap, den omgang
+ met zijn gezin, ’t liefste dat ik ooit vond....
+ Dat was zijn onverdraagzaamheid!
+
+ MERCY O, dit
+ smaakt bitter in den mond: hij, minlijkste
+ van alle menschen,
+ die niemand ongetroost kon laten gaan,
+ elks verdrukking voelde in zijn eigen vleesch,
+ die de weeze’ opnam in zijn huis’lijkheid
+ en in zijn hart—gelijk ik heb ervaren,—
+ de verongelijkten hielp aan hun recht
+ of ’t ook verdroot machtigen naar de wereld,
+ —als onze William weet—hij wordt beschuldigd
+ van onmenschlijkheid....
+
+ DANCE Als men bedenkt
+ hoevele hij oprichtte uit ellende,
+ ze weldoend met een zoo verheugd gezicht
+ als was hij het, die helpend werd geholpen,
+ dan voelt men verbaasd, dat zij alle niet
+ rijzen, en een ring om hem vormend, roepen
+ „raakt hem niet aan, raakt onzen More niet aan.”
+
+ MARGREET Zij durven niet, vrees maakt hen laf.
+
+ DANCE Ach Simon,
+ wij hebben u nog niet verhaald het ergste,
+ wat wij van d’ aanvang te verhalen hunk’ren
+ maar konden ’t niet: ’t is of de lippen weig’ren
+ vrij te laten dat wat de ziel het meest
+ vult met angstig gevoel en donk’re beelden.
+ Ons ontrusten maar niet losse en wilde
+ geruchten: neen een feit staat als een muur
+ dreigend voor onze hulp’looze gedachten;
+ ze willen vluchten, maar ze kunnen niet....
+ Vader.... wordt beschuldigd.... van hoogverraad.
+
+ GRYNÆUS Dat kan niet waar zijn.
+
+ MERCY Het is waar, Grynæus.
+ Hebt ge niet van het heilig wijf uit Kent
+ gehoord, dat voorgeeft stemmen te vernemen
+ uit hemelrijk, haar gelastend te maken
+ ’s konings huwelijk als een werk des duivels
+ bij ’t volk bekend?—Z’ is aangeklaagd, en vader
+ werd in d’ aanklacht betrokken, als de man
+ die haar verleid zou hebben tot bedrieg’lijk
+ voorwenden van hemelsche ingeving....
+
+ MARGREET Hij
+ voorzag den strik en poogde die t’ ontkomen:
+ daarom heeft hij tege’ elk verzwegen of
+ hij haar voor een bedriegster houdt dan voor een
+ godbegenadigd wezen.... nimmer zag
+ hij haar, noch zond haar iets van zijne hand....
+ De aanklacht tegen hem vindt geen duimbreed
+ bewijs om op te staan: elk eerlijk rechter
+ moet in haar herkennen de giftige vrucht
+ van verborgen gewroet die hij, gelijk
+ een booze pad, wegstoot van voor zijn voeten....
+ Maar men wil zijn schuld, waar men macht heeft om
+ den wil tot daad te maken: daarom sling’ren
+ wij angstig tusschen hoop en vrees.
+
+ GRYNÆUS Vergeef me:
+ ik vind geen woorden.... wanneer kunt ge weten....
+
+ MARGREET Misschien vandaag.... Geruchten gaan, dat vaders
+ naam is gedelgd in d’ aanklacht: mijn man voer
+ bij ’t morgenkrieke’ al stadwaarts, uit te vinden
+ of ’t waarheid zingt, dit zoet-getongd gerucht.
+ Wij kunnen hem elk oogenblik terug
+ verwachten.... vader weet van niets.... Begrijpt ge
+ nu onze spanning, vriend?
+
+ GRYNÆUS Alles begrijp ik,
+ en hoop ’t beste, Margreet.
+
+ DANCE Daar komt een sloep
+ de bocht om.... neen.... ja toch, het is de onze....
+ zij roeien hard....
+
+ MERCY William staat op.... hij wuift
+ ons toe.... opnieuw....
+
+ MARGREET Het afgesproken teeken
+ voor goede tijding.... ’k ga hem tegemoet. (Af.)
+
+ GRYNÆUS Gij verlangt ook te gaan? Zoo ge ’t vergunt
+ zal ik uw moeder in dien tijd begroeten
+ dat zij mij niet verdenke onheusch te wezen,
+ en vind u dan weer hier terug. Moge alles
+ zijn als wij hopen, vriendinnen! Tot straks. (Af.)
+
+ DANCE Die laat zich niet wegslaan van ’t hart waarin
+ hij wierp zijn anker.... wisten allen die
+ zich noemden onze vrienden, even wel
+ wat trouw beteekent, als die „wufte Franschman”,
+ dan groeide ’t gras nu niet tusschen de steenen
+ rondom ons huis....
+
+ MERCY Dance, wanneer vaders onschuld
+ rijst boven de dikke wolken van laster
+ weer stralend uit, dan zullen velen keeren
+ die vrees nu ver houdt van ons huis....
+
+ DANCE Och Mercy,
+ boven de wolk van ’s konings ongenade
+ zal vader niet weer uitrijzen—en die
+ maakt om ons heen zulk een doodsche leegte
+ als broeit een booze ziekte over ’t huis,
+ niet geloof aan zijn schuld.
+
+ MERCY Stil, daar komt vader.
+
+ MORE Dat was een lang bezoek! hun vriend’lijke aandrang
+ liet maar niet af!....
+
+ MERCY Wat wilden zij van u?
+
+ MORE Mij presse’ om deel te nemen aan de aanstaande
+ blijde intocht der nieuwe koningin
+ door Londen’s straten: twintig gouddukaten
+ boden ze mij aan om een feestgewaad
+ te koopen, want ze wisten onze spinde
+ maar slecht voorzien....
+
+ DANCE Ge zeidet ja?
+
+ MORE Ge schertst toch,
+ mijn kind? Kunt g’ u uw vader denken, uit-
+ gedoscht in kleurig narrenpak, op Paschen
+ meegevoerd in den stoet, gelijk een zeldzaam
+ en lang weerbarstig dier, eindlijk getemd?
+
+ DANCE Maar zal de koning niet toornen?
+
+ MORE Ach, die zal ternauwernood
+ missen in heel die doorluchtige stoet
+ van glinst’rende eed’le’ en statige prelaten
+ zich verdringend om zijne hand te kussen
+ en zijn nieuwbakken koningin te huld’gen,
+ den simplen burger Thomas More.—Waar bleef
+ de gast?
+
+ DANCE Die wijlt bij moeder.
+
+ MARGREET (binnenkomend met William) Vader, vader,
+ uw naam is weggenomen uit de aanklacht,
+ mijn William bracht de goede tijding mee!
+ Wij zijn zoo blij....
+
+ WILLIAM Mijn beste, beste vader....
+
+ MORE (steekt hem de handen toe; de vrouwen omhelzen hem, ook
+ Grynæus en vrouw Else treden binnen.)
+ Mijn beste zoon, veel dank.—Mijn lieve kind’ren,
+ wij willen de verademing genieten
+ met heel ons hart, maar niet vergeten dat wat
+ vandaag voorbijdreef, morgen keeren kan.—
+ Grynæus, gij blijft onze gast van avond
+ niet waar? Kom zet u tusschen ons, gelijk
+ in d’ oude dagen: doe verhalend ’t zacht
+ azuur en de edelgewelfde lijnen
+ der bergen van het schoone land Italië
+ voor ons opstaan.... en de klare gestalten
+ gaande daarin. Wij luist’ren toe....
+
+(Allen zetten zich; sommigen op de trappen van het terras; ook More,
+met zijn hoofd op Margreets schoot, die een trede hooger zit.)
+
+ GRYNÆUS ’k Vond in Verona....
+ Vreemd, dingen die nog gist’ren glansden aan
+ den boom herinnering als gouden vruchten,
+ liggen nu ergens waar ’k ze niet kan vinden,
+ bestoven in een uithoek van het brein....
+ ’t Is mij, als schouwde ik in een droom Italië
+ en voel, ontwaakt, den droom nu ver en verder
+ weggaan van mij....
+
+ WILLIAM ’t Komt door de heete broeiing
+ der lucht: die maakt vandaag den zin zoo loom.
+
+ MARGREET De lentebosschen op de heuvelen
+ donk’ren violet tegen den looden kim;
+ zij schijnen wonderlijk nabij: ’t zijn teek’nen
+ dat onweer dreigt....
+
+ DANCE Zie de zwaluwen scheren
+ over het water dat als olie schijnt
+ zoo traag en dik.
+
+ MERCY Men hoort de schippers roepen
+ over den stroom....
+
+ MARGREET Hen antwoorden de knapen
+ van de moeslanden aan de overzij....
+ alle geluiden klinken hoog en fijn
+ door de gespannen stilte....
+
+ MERCY Huivert ge,
+ Margreet?
+
+ MARGREET Het was of onzichtbare vlerken
+ flapten tegen mijn hoofd.—Voelt gij ze niet?
+
+ MORE Komt kinderen, wie uwer weet een lied
+ dat d’ onrust van deze broeiende stilte
+ weer effent door ons bloed?—Gij Mercy?
+
+ MERCY Ik
+ kan nu niet zingen, vader.
+
+ MORE Dance, dan gij?
+ Wij zijn het onzen lieven gast verplicht:
+ hij mag niet denken, dat wij ’t zinge’ ontleerden.
+
+ DANCE Mij valt niets in dan de klagende wijze
+ van de moeder die den knaap Vrede zocht.
+
+ MORE Dan zullen w’ onrust met onrust verjagen,
+ mijn kind, want wat opwolkt in zoete toonen
+ bezwaart niet langer ’t hart.
+
+ DANCE (zingt)
+ Edele heeren en schoone vrouwen
+ Kwam hier voorbij een blonde knaap?
+ Tot ik mijn arme’ om zijn leest kan vouwen
+ vindt mijn hart geen rust en mijn oog geen slaap.
+
+ Ik schrijd en ik schrijd over heuvels, langs dalen
+ door zandige vlakten en wild foreest
+ om den lieflijken knaap te achterhalen
+ wiens adem mijn kranke hart geneest.
+
+ Zijn stem is zacht als de zang der baren,
+ zijn lach als de lach van den dageraad,
+ de geur die stroomt uit zijn blonde haren
+ alle geuren der lente te boven gaat.
+
+ Ik schrijd en ik schrijd, mijn voeten bloeden
+ mijn adem hijgt, maar ik merk het nauw
+ tot ik kom aan wijde glanzende vloeden
+ of waar bergen rijzen in ’t koep’lend blauw.
+
+ Dan zit ik en ween, want het spoor is verloren
+ en ik moet terug, en ik weet niet waar
+ ik den knaap met den lach van morgengloren
+ zal zoeken en ’t lentegeurig haar.
+
+ Maar ik ga, en aan zingende menschen weder
+ vraag ik „kwam hier niet een knaap voorbij?
+ Vrede is zijn naam en zijn oog is teeder
+ als lente en als vogelzangen blij.”
+
+ En sommigen schudden het hoofd en spreken
+ gedempt: „Wij hebben hem niet gezien;
+ wij droomen van hem—uit die droomen breken
+ dan liederen uit—droomt ge ook misschien?”
+
+ En anderen zien mij vreemd aan en wijzen
+ omhoog: „daar woont de knaap dien ge meent”
+ en ze zingen weer, maar een and’re wijze
+ dan waar mijn verlangend hart naar weent.
+
+ Want ik weet dat hij leeft op deze aarde
+ en geen droom is: ik droeg hem in dezen schoot,
+ ik was ’t die hem droeg, ik was ’t die hem baarde,
+ ik was ’t die hem baarde, ik kweekte hem groot.
+
+ Maar hij ontvlood—om hem weer te vinden
+ zoek ik de wereld, de wereld door,
+ want hij is mijn eige’ en mijn meest beminde
+ en mijn hart vond geen rust, sinds het hem verloor....
+
+ Edele heeren en schoone vrouwen
+ kwam hier niet voorbij mijn blonde kind?
+ Zijn gelaat is een bloem om te aanschouwen
+ en zijn adem geurende lentewind.
+
+ MERCY Arme moeder, hoe lang nog zult ge jagen
+ om vrede door de groote wereld? Wie
+ vindt den weg weer tot het verloren kind
+ der menschheid?
+
+ MARGREET Eenmaal zullen wij hem vinden,
+ zoo we zoeken, allen te samen—is
+ het niet, vader?
+
+ VROUW ELSE Thomas, waar peinst gij aan?
+
+ MORE Ik peinsde aan den tijd, dat dit hoofd weder
+ zal liggen, gelijk nu, in dezen schoot.
+
+
+
+
+TWEEDE BEDRIJF
+
+
+ More’s paviljoen te Chelsea.
+
+ More, Margreet, een kind van Margreet zit op More’s knie. Dienaar.
+ Later Bisschop Cranmer en de Hertog van Norfolk.
+
+
+ MARGREET (lezend) En Crito, dit gehoord hebbende
+ sprak tot Sokrates....
+
+ DIENAAR Heer Thomas, de Hertog van Norfolk en
+ bisschop Cranmer vragen om u te spreken.
+
+ MORE Breng de heeren hierheen.—Doe ’t boek niet dicht, mijn kind:
+ wij zullen na het bezoek verder lezen.
+
+ (Cranmer en Norfolk treden binnen)
+
+ Welkom, mijnheeren. Zet u. Het is lang
+ sinds wij elkander zagen. In mijn woning
+ zijn gaste’ als gij nu zeldzaam gelijk bloemen
+ in wintertijd, en des te warmer welkom.
+
+ CRANMER Plato, naar ik zie. Het doet mij leed, dat wij
+ u en uw dochter storen in zoo zoete
+ genieting.... maar ’t geldt een zaak van gewicht....
+ Wij wenschten u vertrouwelijk te spreken....
+
+ MORE Ik heb voor deze geen geheimen.
+
+ NORFOLK ’t Zijn
+ Zaken van staat.
+
+ MORE ’k Meende, met zulke zaken
+ te hebben afgedaan.—Laat ons alleen,
+ Margreet. (Margreet en kind af.)
+
+ NORFOLK Ik zou u haast benijden, More.
+ De last der openbare zaak is van uw
+ schouders gelicht; ge zijt gezond, nog krachtig,
+ uw lieven vorme’ om u een dubblen ring
+ van kind’ren en kindskind’ren: daarin straalt ge,
+ hun middelpunt, hun zon; en al uw uren
+ moogt g’ als u lust verdeelen, tusschen ’t zoet
+ verkeer met de geliefde uwer jeugd:
+ de studie, en het zorgloos samenzijn
+ met d’uwe’ in teeder kooze’ of luchte scherts;
+ terwijl wij in de stormbewogen tijden,
+ van onzen post, met zorgbezwaarde harten
+ de golven zien bespringen ’t schip van staat,
+ en onze willen spannen, ze te keeren.—
+ Gelukkig man!
+
+ MORE Misgun mij niet, mijnheer,
+ het gloren dat mijn avondlijken hemel
+ verguldt: wie weet hoe ras mijn dag zal zinken!
+ Ik koester mij misschien aan jeugd en blijheid
+ vandaag voor ’t laatst.—Maar wat brengt u hierheen?
+
+ NORFOLK Wij komen, More, tot u als vrienden,—mij
+ behaagde altijd uw frank en open wezen,
+ uw vrije luim, de mildheid van uw hart.
+ Gij hebt den staat goede diensten bewezen
+ en niemand was aan ’s konings hart gegroeid zoo
+ innig als gij.—Hij treurt om uw besluit
+ nog immer, wenschte u weer terug aan ’t hof,
+ hem bij te staan gelijk gij placht. Hij is
+ bereid al wat geschiedde te vergeten
+ en u opnieuw t’ omvatten in de koest’ring
+ van zijne gunst.
+
+ MORE Ik dank den koning, Norfolk,
+ zijn goedertierenheid verwarmt mijn hart.
+
+ NORFOLK Gij hebt niet anders
+ te doen als ’t eene woord te spreken, More,
+ dat, zooals ’t flappen van den standaard meldt
+ aan allen die het zien: „hier wijlt de koning”,
+ u kenbaar maakt wijd-uit bij alle menschen
+ een trouw dienaar der koninklijke macht.
+
+ MORE Welk woord, mijnheer?
+
+ NORFOLK ’t Bezweren der nieuwe besluiten
+ die de kind’ren der vroeg’re koningin
+ uitsluiten van den troon met hun geslacht
+ en den koning tot hoofd der kerk van Engeland
+ verheffen.
+
+ MORE Mijnheeren, ik dank u voor
+ de vriendlijke gezindheid die u doet
+ pogen de wijzers van mijn zin te richten
+ naar de slag van den koninklijken wil.
+ Maar zij zijn te stroef om den sprong te maken
+ dien gij verlangt. Ik kan de gunst des konings
+ niet koopen tot den prijs dien hij mij vraagt:
+ de rust van mijn geweten. Het verbiedt mij
+ dien eed.
+
+ CRANMER Hoe kan ’t geweten u te doen
+ verbieden wat zooveel eerwaard’ge en vrome
+ Christenen zonder schroom hebben gedaan?
+ Acht gij u dan hen allen wijzer, méér
+ door godlijk licht verhelderd? Zie: dat zweemt
+ naar hoogmoed, naar eigengerechtigheid.
+ Behoede u God voor deze zonde! En dan,
+ hoe zou ’t geweten u verbieden, om
+ een woord te spreken, dat den toegang tot
+ de lichte banen van barmhartigheid
+ en goede werken opent? Ge zijt mild,
+ haast overmild placht ge uw geld en goed
+ te deelen met die derfden; schutspatroon
+ waart g’ aller armen; uw lach klonk nooit zoo ruim,
+ noch stond uw oog zoo helder, dan wanneer
+ ge een bekommerde hadt opgericht,
+ geholpen een verdrukte. Maar toen ge
+ uw ambt verliet, wierpen uw eigen handen
+ de bronnen van uw macht tot helpen dicht.
+ Ge hebt noch geld, noch invloed meer te geven,
+ en ongetroost gaan velen van u weg.
+ Keer terug tot des konings dienst, en dra
+ zullen de bronnen van uw gulheid weder
+ borrelen, rijklijk als weleer.... ik spreek
+ niet van de vruchten voor wie zijn u ’t naast:
+ ge telt dat niet—’t is edel—maar bedenk:
+ wie arm is....
+
+ MORE Ik raad u, mijnheer, niet verder
+ te ploegen deze voor, zoo ge niet wilt
+ dat ons gesprek stuite op ijzerhard en
+ niet weg te ruimen oer.—En wat betreft
+ mijn machtloosheid te helpen, hare heeling:
+ ik weet dat geen gulheid kan zegen werken
+ die uit den modder van een veil geweten
+ troebel ontspringt; en geen werk’lijke gave
+ groeit uit het zaad, dat in de slechte aarde
+ verzuurd is van een slinksch gemoed.—Ge zegt
+ dat ik niets kan, niets meer vermag te doen
+ nu koninklijke gunst mij niet meer hooghoudt
+ op haren arm—toch nog een man te wezen,
+ wil ’k hopen, die zich niet verlokken laat
+ zijn geweten te ruilen voor wat aanzien
+ en goud:—misschien een vaan ook waar omheen zich
+ zaamlen wie denke’ als ik....
+
+ CRANMER Wat, wilt ge worden
+ middelpunt van verzet?—Vergeldt ge zóó
+ den vorst zijn gunst, de lange weldaden
+ dier jaren dat de weerschijn van zijn macht
+ om uw persoon een sfeer van hoogheid spreidde
+ die elk eerbiedig neigen deed voor u?
+ Zwarte ondank, trouweloosheid zou dat wezen....
+ dat meent ge niet....
+
+ MORE Trouweloosheid en ondank
+ zijn mijn zin vreemd, mijnheer. Ondankbaar is
+ wie met een stomp of geprikkeld gemoed
+ ziende naar het weldadig vuur waaraan hij
+ verwarmde zijn kleumende lijf, het uittrapt
+ en verder gaat, niet wie de taaie vezels
+ van liefde voor zijn weldoener, met pijn
+ rukt uit zijn eigen tegenstrevend hart,
+ zich zelven aandoend een bloedende wonde
+ die nooit meer heelt....
+
+ CRANMER Hoe meent ge?
+
+ MORE Luister.... ik
+ wensch geen mensch toe dat het lot hem bescheer’
+ wat ’t mij beschoor: zich los te moeten maken
+ van wat hij liefhad, tegenover ’t voorwerp
+ van lange liefde met ontgoochelde oogen
+ te komen staan.... Mijn hart hing aan den koning.
+ Had ik den jong’ling niet zien overbuigen
+ hunk’rend om uit den stroom van ’t nieuwe weten
+ te drinken, waar ik zelf zoo diep-begeerig
+ uit dronk? Wist ik hem aan zijns vaders hof
+ niet kwijne’, een plant van eed’ler soort, dan in die
+ grove aarde tieren kon? Ik zag
+ de adem van den zachter, ruimer geest
+ die waarde door Europa, vulle’ en ronden
+ de weeke vormen van zijn jong gemoed.
+ En toen zijn koninklijke wil mij riep,
+ verliet ik welgemoed de vreed’ge stilte,
+ waar ’t plechtig ruischen van philosophie
+ zich met klokjes-heldere stemmen, kinder-
+ stemmen, verbond tot schoone harmonie.
+ Het beste deel van mijn manlijke krachten,
+ gaf ik den koning—en hij hief mij hoog
+ in zijn vertrouwen, stortte gunst en vriendschap
+ met milde hande’ over mij uit. ’k Gedenk het,
+ al die glans-omvloten jaren gedenk ik,
+ gelijk mij past, met eerbiedigen dank;
+ en ook, als wij verloren vreugd herdenken:
+ met smartbewogen zin....
+
+ NORFOLK Maar waarom hebt ge....
+
+ MORE Toen ik dat alles weg moest stooten, dien
+ bond van veel jaren breken, heb ik lang
+ naar kracht gezocht, om wat in ’t hart was samen-
+ gegroeid met de ranken van veel-vertakt
+ levensbedrijf, daaruit te rukken. En
+ in ’t eind vond ik die kracht: in mijn geweten
+ vond ik haar. En de stille oogen van
+ mijn dankbaarheid, die mij verwijtend volgden,
+ heb ik gesloten met een lange kus
+ gelijk men een vrouw kust waar men voor eeuwig
+ van scheidt.
+
+ Begrijpt ge nu, waarom mijn ooren wel
+ hoore’ uw verwijt, ik zou ondankbaar wezen,
+ mijn hart het niet verstaat?
+
+ CRANMER Maar de trouw schendt,
+ wie, gelijk gij....
+
+ MORE Gunt me, ik bid u, ’t recht
+ van iederen beklaagde: vrij te spreken
+ tot zijn verdediging—’k zal niet lang meer zijn.
+ Ge noemt me trouwloos: ik erken geen trouw
+ die bindt in ’t slechte.—Mijn trouw was ’t, den koning
+ ’t gelaat der waarheid t’ ontsluieren, haar
+ stem te doen uitklinken boven het koor
+ van vleierij en logen, dat de ooren
+ der vorsten vult. Mijn trouw was ’t hem te raden
+ tegen de baan, waarheen hem drong begeerte,
+ zijn driftig bloed, zijn heerschzuchtige aard.
+ Mijn trouw, met zachten aandrang hem te leiden
+ omhoog tot effen vrede-weiden waar
+ zijn volk kon grazen—niet met hem te rollen
+ de helling af van ied’re lust. Mijn trouw
+ was het, niet elke ongerechtigheid
+ met hondsche aanbidding t’ omkwispelen. Niet
+ die trouw had hij gevraagd, had ik gezworen,
+ in ’t uur dat onze bond gesloten werd,
+ toen hij, zijn arm om mijnen nek geslagen,
+ zóó, sprak tot mij: „Zie eerst naar God en uw
+ geweten—dan naar mij; zoo zult ge mij
+ immer het beste dienen.” O ’k heb hem
+ nog lief, omdat hij dat woord heeft gesproken
+ eenmaal. Mijn trouw verkoor het zich tot vaan,
+ volgde ’t op de woelige levensvelden
+ waarheen zijn dienst mij voerde,—en volgt het heden
+ door ter zijde te staan....
+
+ NORFOLK Het loopt verkeerd.—De koning,
+ Morus, is zeer verbitterd tegen u.
+ Zijn gunst hield u vaak staande als uw benijders
+ saamspanden tot uw val; zij was het schild
+ dat hunne slagen weerde. Nu heeft hij
+ zijn vrienden noodig. De lucht bulkt van strijd:
+ het gaat er om, wie heerschen zal in Eng’land,
+ koning of paus. Ontvalt gij hem—de staf
+ die hij zich uitverkoor om op te leunen—
+ dan aadmen al zijn vijanden verruimd,
+ en steken tot weerspannigheid de hoofden
+ bijeen. Uw afval geeft hun moed. Hij kàn
+ uw afval niet gedoogen. Begrijpt ge? Hij kan ’t niet.
+ Zoo staat de zaak. Ik raad u, om uw zelfs wil,
+ raad ik u, Morus, voorzichtig te zijn.
+
+ MORUS Ik dank u voor dien raad, mijnheer. Voorzichtig
+ was ik zoo lang ik kon. De dagen van
+ heldhaftige overmoed ben ik ontwassen
+ sinds lang; mijn lijf jaagt niet vooruit, begeerig,
+ bij ’t speuren van gevaar.
+ Door meen’ge rustelooze nacht lag ik
+ uitmetend de gevaren die mij dreigden
+ zoo ik niet zwenkte, en hun aangezichten
+ maakten mijn zwak hart telkenmaal vervaard.
+ Daarom ontweek ik mij te stellen tegen-
+ over den koning—’k had voor dit ontwijken
+ grond genoeg—zocht ik veiligheid in het
+ verborgen bestaan van den simp’len burger,
+ als een dier in zijn hol. Maar in het perk
+ des levens rukken onvoorziene winden
+ de ballen onzer best-gemikte daden
+ vaak van hun baan. Niet met mijn wil, mijn neiging,
+ ondanks hen is het oogenblik gekomen
+ van de keus: voor, of—tegen. Hoort mij aan:
+ ik ben een oud man, gehecht aan de zijnen,
+ verlangend naar rust en een weinig vreugde
+ om zacht t’ enden.—Maar bovenal schat ik
+ inwend’ge vrede.... Ge kunt verder spreken
+ u sparen: ’k heb de keus gedaan.
+
+ CRANMER Stijfhoofdig
+ en roek’loos man, hol niet zoo blindelings
+ naar uw verderf. Staat ge alleen? Hebt ge
+ het recht, om al de uwen te verderven,
+ ze mee te sleuren in uw val?
+ Vijf gezinnen hebt g’ om u heen verzameld
+ van kind’ren en kindskind’ren, ze gewend
+ van u t’ ontvangen al wat leven zacht en
+ behaaglijk maakt. In uwe ruime huizing
+ vonden allen plaats. Reeds waart, naar men zegt,
+ de armoewolf rondom de staat’ge woning,
+ die nu, een overruim gewaad, omrimpelt
+ uw veel-gekrompen staat.—Maar laat dit wezen
+ als ’t is. Wat zal gebeuren, zoo ge blijft
+ weig’ren te zweren?—U zelf wacht de Tower
+ tot de dood u verlost....
+ Uw goederen verklaart de kroon vervallen,
+ d’ uwen worden verjaagd van huis en hof....
+ Denk aan hun lot, denk aan ’t harde bestaan
+ dat al die teere vrouwe’ en jonge kindren
+ bedreigt.... verstrooid zullen zij zwerven, lijden,
+ verkwijne’ in zorg en kommer.... van het oude
+ glansrijke leven, zal hun enkel blijven
+ stekende herinnering....
+
+ MORE Zij zijn jong
+ en sterk, met kennis en verstand gewapend:
+ zij zullen eten ’t zelfverdiende brood
+ en proeven ’t zoet....
+
+ CRANMER Waar zullen ze verdienste
+ vinden? Des konings ongenade schuift
+ den grendel dicht voor ieder wel-bezoldigd
+ en eervol ambt—weet ge het niet?
+
+ MORE Dan zullen
+ z’ aan de deuren vragen barmhartigheid
+ van wie vergeefs barmhartigheid nooit vroegen
+ aan onze deur.
+
+ CRANMER En zullen vinden ze
+ geslote’ alom, want des verraders kindren
+ te helpen, brengt zelf in reuk van verraad,
+ en vrees bedwingt de laffe menschenharten....
+
+ MORE Niet alle....
+
+ CRANMER Neen, maar ’t overgroot getal.
+ Laat een storm schudden aan uw levensboom:
+ de vrienden die hem welig maakten, dwar’len
+ omlaag en vluchten weg in dolle vaart.
+ Uw kind’ren zullen naakt staan in de wereld,
+ zonder bescherming, vriendeloos, verlaten....
+ dat zal uw daad zijn.... zij zullen hun vader
+ niet danken voor die daad....
+
+ MORE Zij zouden hem
+ verachten zoo zijn leer ging eenen weg,
+ zijn doen een andre.... Laat hij in hun hart
+ voortleven als een man, die ’t liefste liet,
+ ’t lieve leven zelf neerlei, liever dan
+ wat hem heilig was, uit vrees te verraden....
+ ik ben tevree als zulk een man te leven
+ in hun herin’ring....
+
+ NORFOLK Maar ge zult dat niet,
+ vriend, want de greep der wereld zal het beeld
+ van den held en den mart’laar in hun harten
+ verwringen tot gedaante monsterlijk,
+ en haar bazuinen stem zal zóó luid dreunen:
+ „schande over Morus, hij verried zijn koning,
+ die hem met weldaden omkranste”, dat
+ de stem des bloeds in een beschaamd gefluister
+ uitdooven zal. Bezin u, Morus, luister
+ naar rede, onteer niet den naam dien ge draagt!
+ Ge erfdet hem, een ongerepte spiegel,
+ die veel geslachten voor u hielden blank;
+ uw daden en geschriften maakten heller
+ zijn glans: en wilt ge nu die naam
+ uw kind’ren overgeven, zwart besmeurd met
+ roep van verraad? Zal uw geslacht
+ hem voortaan medesleepen door de tijden,
+ beschaamd, of schuw verbergen onder een
+ geborgden, klankloos van herinneringen,
+ inderhaast opgeraapt?
+
+ MORE Ik geef mijn naam
+ vertrouwend aan den vloed der tijden over,
+ wetend, dat hij daaruit eens op zal rijzen
+ blinkend-geschuurd en blank van schuld. De toekomst
+ maakt het onrecht van heden goed....
+
+ NORFOLK En zoo
+ het anders kwame?
+
+ MORE Dan wil ik liever ook toekomstig onrecht
+ dragen, dan tegen mijn geweten doen....
+
+ NORFOLK Ge zijt uitzinnig! Allen zullen zweren....
+
+ MORE Zoo laat dan één anders dan allen zijn:
+ gewetens zijn niet gelijk aren, buigend
+ alle naar ééne zijde voor den wind.
+
+ NORFOLK Bij God, Heer Thomas, voor de laatste maal,
+ neem u in acht met koningen te twisten:
+ des konings wraak beduidt de dood.
+
+ MORE De dood
+ spaart evenmin wie in ’s konings genade
+ volop zich zont. Hij is de oceaan
+ waar onze levens eens alle in monden,
+ al is hun aller weg niet even lang....
+
+ CRANMER (tot Norfolk) Hij is niet meer te helpen....
+ (tot More) ’t Is des konings wil
+ dat gij en de bisschop van Rochester morgen
+ u vervoegt in het aartsbisschoppelijk
+ paleis, om de besluiten te bezweren....
+ Een bode haalt u nog van avond af....
+ Zie toe, dat ge voor morgen maakt gesmijdig
+ dit overstug geweten, ’t leert te plooien
+ zich naar den vorm van ’s konings wil. Zoo niet:
+ de Tower wacht....
+
+ MORE (tot Cranmer) Morgen als heden geve God mij kracht
+ voor geen verlokking of geweld te wijken;
+ (tot Norfolk) Ik wensch u heil, mijnheer.
+
+ NORFOLK Ik u verstand.
+
+ (Norfolk en Cranmer af).
+
+ MORE Nu heb ik een koers gezet, die mijn schip
+ doet recht tegen de klip der koningsmacht
+ oploope’, en zeker zal verbrijzelen....
+ Ik kan niet meer terug.... Vreemd om het land
+ te zien wegdeinen en zeker te weten
+ dat men nooit in de haven wederkeert....
+ Goddank! het zwaarste deed ik.... al het and’re
+ zal gebeuren zonder mijn doen. (Margreet treedt binnen)
+ Margreet....
+ Kom bij me, kind.
+
+ MARGREET Ik zag de heeren gaan....
+ Ze bleven lang.... (Zij ziet More aan en verschrikt)
+ Vader, wat is.... wat kwamen
+ ze doen?
+
+ MORE Zien, of ze konden met gedreig
+ murv maken je vaders gewete’, of dat
+ hardere hamers daartoe noodig zijn....
+
+ MARGREET Ze dreigden u? Waarmee?....
+
+ MORE (ziet haar zwijgend aan; zij bedekt het gezicht met de handen)
+ Wees niet verschrikt,
+ er is niets gebeurd om verschrikt te wezen,
+ mijn kind. Kom, zet je op het oude plaatsje:
+ wij willen akademie houden, als
+ je placht te noemen ons vertrouw’lijk spreken
+ over de vragen die van alle zijden
+ dit klein levens-eiland ombruisen.
+
+ MARGREET (gaat aan zijn voeten op een bankje zitten) Zoo
+ voel ’k mij weer worden het jongmeisje, vol
+ van vagen drang en onbestemd verlangen,
+ dat uit uw zacht-nadrukkelijke woorden
+ eens ’t licht van zekerheid zag opgaan....
+
+ MORE Zacht
+ wendde je jonge ziel zich naar dat licht....
+ Ik zag de kelk zich openen, begeerig
+ drinken den dauw, dien ik opving voor jou
+ van Plato’s lip en die der and’re wijzen.
+
+ MARGREET Wat was het zoet, aan uw hand te betreên
+ dat gouden land van de philosophie;
+ te voelen, hoe een vastheid in mij groeide
+ en sterker werd.
+
+ MORE Wat was het zoet, te stijgen
+ hand in hand naar de toppen der gedachte,
+ waar opengaat de zin des levens.... Kind,
+ ik heb in jou mijn groot geluk gevonden
+ en ik wil dat je weet hoe ik het vond.—
+ Mijn kind’ren heb ik alle lief
+ gelijkelijk, met de teedere liefde
+ eens vaders, maar jou heb ik ook nog lief
+ anders, niet teederder maar hoopvoller.
+ Ik heb in jou mijn liefste droomen lief,
+ het heilige verlangen en verwachten,
+ dat mijn hart aanraakte: het zoet gezicht
+ dat in mij groeide door de blijde dagen
+ van mijn volrijpe jeugd....
+
+ MARGREET Ge meent het beeld
+ der vrouw, gelijk zij zijn zal, wanneer allen
+ denken als gij denkt.
+
+ MORE Ja, het beeld der vrouw
+ als zij zijn zal in schemerverren tijd,
+ wanneer de booze waan heeft uitgewoed
+ die haar nu houdt vernederd en gevangen....
+ O schoone wereld, waarin zij zal zijn
+ den man gezellin, saam zij zullen dorschen
+ ’t gedachte-zaad....
+
+ MARGREET Konden wij haar zien worden,
+ die schoone wereld....
+
+ MORE Ik zag haar worden kind
+ en dat was mijn geluk.... ’k zag in jou hoofdje
+ de vonk der rede aangroeien tot vlam....
+ Ik zag over dit zacht gelaat, tot mij
+ in teed’re schroomvalligheid eerst geheven,
+ den glans zich breiden van bewusten wil,
+ en d’argelooze blik dier lieve oogen
+ verdiepen tot lange nadenkendheid.
+ Ik zag het meisje vol verholen drang
+ schuilgaand in droomen, tot de jonkvrouw rijpen,
+ moedig en frank, wier welgewogen oordeel
+ weegt voor den man, dien hare vrije neiging
+ verkoor.... ik zag de jonge moeder niet
+ de lijfjes maar van haar liev’lingen koest’ren,
+ hun leen’ge willen ook buigen en leiden
+ met zek’ren zin en vaste hand.—En als
+ de spotters, kleingeloovigen, wier vleugels
+ hen niet drage’ over heden heen, mij hoonden
+ om de droomvrouwen van Utopia,
+ lachte ik hun een stille glimlach tegen
+ en mijn hart sprong de tijden tegemoet
+ dat de kleine jonkvrouwen zullen baden
+ in klare kennis hun kost’lijke ziel,
+ en de moeders wetenden zijn, en vroed
+ voor de gemeenschap.... jij gaf mij die zegen:
+ ik dank je daarvoor kind....
+
+ MARGREET Al wat ik ben
+ werd ik door u; al wat ik weet, ik heb het
+ van u geleerd; aan u gelijk te worden
+ zooveel ik kon, dat was mijn prilste wensch;
+ mijn stoutste droom, u tot een hulp te zijn.
+
+ MORE Jij waart de blanke vijver, die getrouw
+ de kruinen spiegelde, en al hun deinen
+ van mijn gedachte-woud, die ’t heimlijk ruischen
+ van mijn hart kende, en nimmer verried.
+
+ MARGREET O laat het mij nu ook zijn! Geef mij weder
+ uw hart! Vertrouw mij, leg op mij de zwaarte
+ die ’k zie dat u bedrukt....
+
+ MORE Heugt je den dag
+ dat wij gelezen hadden Plato’s woorden
+ over de ziel en haar onsterflijkheid,
+ en daarna zaten in den stillen schemer
+ wiens zachte hand soms de verborgen dingen
+ omhoog streelt uit hun schuilhoek in het hart?
+ Heugt het je nog?
+
+ MARGREET Het was den dag nadat
+ ge tot het kanselierschap waart gehuldigd,
+ een vrede-ademende najaarsdag....
+ Vijf jaren zijn sinds dien voorbijgestroomd,
+ ik huwde, God schonk mij twee lieve kindren,
+ en gist’ren schijnt die dag....
+
+ MORE Heugt je nog wat
+ wij toen sprake’ over dood en leven, hoe
+ worde’ is der wereld wezen, alle dingen
+ dragen in zich kiem van weder-vergaan?
+ En dit aller droefheden droefheid is,
+ dat het hart niets omvatten kan in veilig
+ bezit?
+
+ MARGREET ’t Is mij als hoor ik weer uw stem,
+ manend: „daarom moet het tot d’ eeuwge sterren
+ zich beuren, en tusschen hun gouden spaken
+ zich vleie’ als in een nest”.... ’k voel langs mijn wangen
+ weer druppen de tranen van stil berouw.
+ Wij meisjes waren overstelpt geweest
+ door d’ ongewende pracht, de vreemde hulde....
+ Wij waande’ ons in een hoog’re sfeer geheven
+ boven ons oude zelf.... den dag na ’t feest
+ riept ge mij, om samen Plato te lezen
+ en koost den Phaedon.... ik voelde den roes
+ van wereldschheid als dunne damp vervliegen....
+ Mijn beste vader, ’k dank het meest dat uur
+ dat toen ineenstortte ons oude leven
+ van weelde en glans, mijn hart niet werd verschrikt.
+
+ MORE Ja, jij bleef staan,
+ een steun voor arme ontwrichtte moeder en
+ jongere zusters, die met duiven-oogen
+ mij hulp’loos aanzagen.... O blijf ook nu
+ mijn onverschrokken kind.... Heugt het je nog
+ hoe wij verder sprake’ in den stillen avond
+ over den mensch, hoe hij soms raakt beklemd
+ tusschen ’t stuwen van oversterke machten,
+ gedreven wordt waarheen hij niet wil gaan,
+ en een wijl worstelt in wanhopig weren
+ van wat zijn diepst ik onafweerbaar weet?
+ Tot hij op een dag neerdaalt in zichzelven
+ en zich gewonnen geeft; en op het pad,
+ dat hem ontvoeren zal aan de beklemming
+ der dingen en het wrijten van zijn wil,
+ vestigt hij rustig-lang den blik der oogen
+ en rijst om te gaan.... Weet je ’t nog, Margreet?
+
+ MARGREET Hoe zou ik het vergeten? In dat uur
+ werd immers ons verbond gesloten....
+
+ MORE Ja,
+ in dat uur vond je dapper hart zichzelf.
+ Want toen ik vroeg: kind, zoo wie jou was ’t liefste,
+ stond voor de keus, als voor een donker water,
+ de steilte van den dood beklimmen, of
+ zich laten dringen op omlage wegen
+ die hij verfoeit—zag ik je wange’ en hals
+ en heel je wezen bespreid van den gloed
+ dien het hart opzendt als een eed’le en hooge
+ willing ’t in vlam zet, en je stem was hel
+ van dapperheids goudenen klankkleur, sprekend:
+ „veel liever zag ik hem dood, dan zich zelven
+ ontrouw—immers wenschte ik hem dan toe lijden
+ bitterder dan de dood”—weet je het nog,
+ mijn kind?
+
+ MARGREET Ik heb zoo vaak
+ geschreid, omdat ik het niet kon vergeten,
+ en wat toen kwam....
+
+ MORE Hoe ik je hand nam en
+ die kleine koude hand tusschen de mijnen
+ klemmend, vroeg „zoo de dag eens kwam, Margreet,
+ dat ik stond, aangedrukt tegen de keuze
+ waaraan het leven hangt—zou jij mij dan
+ steunen van uit je hart”—en jij niet spreken
+ kon, maar knikte van ja?—dat was ’t niet waar?
+
+(Margreet knikt zwijgend.)
+
+ Het heugt je nog. Nu is die dag gekomen.
+ Help mij Margreet. Ik heb de keus gedaan.
+
+ MARGREET Vader.... Wat gaat ge doen?
+
+ MORE Ik ben gedreven
+ naar wat ik wou ontgaan. Al mijn beleid
+ heb ik gebruikt, mijn boot voorbij te sturen
+ aan deze klip, met al mijn kracht gestreefd
+ den greep t’ ontkomen, die zich om mij knelt.
+ Vergeefs! ik had sinds lang met eigen handen
+ de ketenen gesmeed waarmee het lot
+ mij binden zou.
+
+ MARGREET Van dat g’ u verbondt aan den koning, broeide
+ de botsing aan de kim van elken dag;
+ komen moest zij als zijn zelfzuchtige driften
+ schuimend zouden bijte’ in den breidel van
+ uw wil.... wij wisten ’t.... Dikwijls vreesden wij
+ wat ging gebeuren. Maar ge hebt den band
+ verbroken, die u aan den koning bond....
+ ge zijt weer vrij.... ik dacht u veilig.... vader,
+ wat dreigt ons nog?
+
+ MORE Ik heb den band verbroken
+ die m’ aan den koning bond, maar niemand kan
+ den band ontbinden tusschen hem en zijn
+ verleden: ’t weefsel van zijn vroeg’re daden
+ omwikkelt hem voor goed.... Hoe hooger ’k steeg,
+ hoe vaster mij de vorst in zijn vertrouwen
+ omvatte, als in een tooverring, die zich
+ nooit meer ontsluit waar hij zich heeft gesloten,
+ des te minder kon zijn koningswil dulden
+ dat ik mij loswrong.... poogde het te doen....
+ Toen in zijn sterke lijf de sterke lusten:
+ wulpschheid, heerschzucht, gelddorst, uitbraken en
+ het teer gewas wegvraten der belofte
+ van zijn groene jeugd, toen moest ik gaan,
+ wilde ik niet, blijvend, mee schuld drage’ aan daden
+ die ik verfoeide,—of tusschen hem en mij
+ oproepen d’ erge botsing, die zou voeren
+ tot mijn vernietiging. Die te ontwijken
+ ben ik gegaan: ik ging vergeefs, Margreet.
+
+ MARGREET Wat wil hij nog?
+
+ MORE Aanzien en rijkdom stroopte ik mij
+ als waardelooze vodden van het lijf
+ en waande een poos den greep te zijn ontkomen,
+ reeds knellend om mijn hals.—’k Herademde!
+ Maar ’t onweer drong weer op, geduchter dan het
+ eerst was geweest.... Toen wist ik mij verloren....
+ Ik wees het je, maar je wilde niet zien....
+
+ MARGREET Ik kon het niet....
+
+ MORE Mijn dapper kind, nu staat
+ de booze wolk vlak boven onze hoofden:
+ nu moèt je zien. De koning eischt een eed,
+ die zijn leugenbond met Anna vat
+ in gouden lijst van wettelijke wijding,
+ en een and’ren, die hem verheft tot hoofd
+ der kerk van Engeland. Ik kan die eeden
+ niet zweren, mijn geweten wil het niet.
+
+ MARGREET Wat zult ge....
+
+ MORE Ik kan niet verder uitwijken,
+ en mijn weig’ring raakt den koning in ’t hart;
+ want om zijn wil door te zetten behoeft
+ hij steun van allen, wier woord in de schalen
+ der openbare meening weegt:—wie niet
+ met hem meespringt over de hinderpalen
+ van wet en zede en goddelijk gebod,
+ wordt zelf, een hinderpaal, omvergehaald.
+ Hem blijft geen keus, als mij geen keus blijft. Hij
+ moet mij vernielen, misschien tegenwillig,
+ zooals ik tegenwillig moet trotseeren
+ ’t zwaard zijner macht.
+
+ MARGREET O waart ge nooit in dienst
+ getreden van den koning! Hadt ge nooit
+ voor hem ’t vrije leven van den geleerde
+ vaarwel gezegd, waarnaar uw hart bleef hunk’ren
+ als een schelp naar de zee.... Hem offerdet
+ ge de rust der dagen, de slaap der nachten,
+ ’t zoet verzamen met ons,.... voor hem hebt ge
+ der zorgen last geschouderd, haar gedragen
+ van jaar op jaar, en nu....
+
+ MORE Margreet, spreek zoo niet verder;
+ je weet niet wat mij dreef in ’s konings dienst.
+ Ik wil je alles toevertrouwen, kind,
+ dat je moogt zien hoe wat nu gaat gebeuren
+ met diepe wortels vastzit in ’t verleên.—
+ Heerlijk waren de dagen mijner jeugd!
+ de luchten trilden van de nieuwe leuzen,
+ die d’ ontwakenden toeriepen elkaar.
+ Boven de grenzen uit van land en taal
+ werd een zuivere broederschap geboren;
+ strijdbroederschap tegen al wat het blijde
+ leven op Gods lieflijke aarde ontwijdt:
+ domheid en wreedheid, breidelooze zeden
+ en blind geweld. Eén hoop bevleugelde ons:
+ niet maar de kerk, neen, d’ aarde zelf, de menschheid
+ te zuiveren door de macht van den geest.
+ Sommigen onzer verdiepten zich zoo
+ in de zinnige woorden die ons tegen-
+ fonkelden uit de lang verzonken tijden,
+ dat zij tot zoete levenstaak verkozen
+ die te reinigen van der eeuwen stof.
+ Mij gaf natuur een zin, die zich niet kon
+ gansch in vervlogene schoonheid verzinken,
+ maar zich van haar beurde naar onze dagen,
+ om die schooner te maken, kon het zijn.
+ Ik zag der tijden drang, den harden nood
+ der arme duizenden, die hulploos zwerven,
+ verjaagd van hof en erf;
+ ’k zag gouddorst in de grooten mensch’lijkheid
+ versmoren, de kleinen zich, gelijk wormen
+ gemarteld, winde’ in kronkels van den nijd.
+ Ik zag de vrouw in lediggang vermorsen
+ haar reedlijke vermogens en haar hart,
+ een weeldepop, of als lastdier beladen
+ overzwaar, zwoegen naar den dood. Ik zag
+ alom de ongelijkheid van bezit,
+ als de grond van de algemeene krankte
+ die ’t lichaam aanvrat van de christenheid.
+ —Maar ook zag ik het menschelijk vernuft
+ opendwingen, een geweldige beitel,
+ de geheime bergplaatsen der natuur.
+ Ik zag de aarde grooter worden: voor
+ onze verbaasde, opgetogen oogen
+ nieuwe deelen van haar verschijnen, als
+ trok morgennevel op over de wereld.
+ En toen rijpte het droomgezicht in mij;
+ uit vele wortels groeide het omhoog....
+ Land van geluk en minnelijk verkeer
+ der menschen, van vrede die zal omranken
+ hun dagen, als ’t bezit gemeen zal zijn
+ van de goederen des levens, en geen mensch meer
+ om geld zijn broeder misbruikt en verdrukt,
+ als allen samen maken wat behoeven
+ allen tot leven,
+ lieflijke velden van Utopia,
+ lachende huizen tusschen groene tuinen,
+ lachende kinderen die geen vrees kent,
+ blinkende scharen van mannen en vrouwen
+ edel van leden en zuiver van ziel:
+ eens zult ge zijn, ik weet het. Maar wanneer?
+ Hoe zal de menschheid haar weg tot u vinden?
+ Ik kan ’t niet zien.—In mijn hoopvolle jeugd,
+ Margreet, waande ik een weg te weten: daarom
+ trad ik in ’s konings dienst.
+
+ MARGREET Vader.... ik zie
+ uw hoop.... den koning.... hem wildet gij winnen,
+ voor de wet winnen van Utopia....
+
+ MORE Een vriend van ’t nieuwe weten leek hij, wien het
+ dienden minlijk gezind—en toen hij was gekroond,
+ wendend den steven van zijn vaders banen
+ naar recht en vrede weg. Hij riep mij tot zich,
+ en het snijdend woord mishaagde hem niet,
+ waar ik de euvelen van de gemeenschap
+ mee openlei. Zoo werd mijn waan geboren,
+ —uit verlangen en hoop werd die geboren—
+ dat hij de heerscher was, verkozen om
+ menschheid op den weg van geluk te voeren,
+ zoo ik hem steunde. Heerlijk door mijn leden
+ welde een vloed toen van duizelig geluk.
+ Maar ook verhief zich door het bloed de stem
+ der neiging, en fluisterde mijn hart toe:
+ „de staatsdienst is het graf der vrijheid”, en
+ uit nog dieper gewelven rees omhoog
+ woord’looze maning, zoodat ik mij wist
+ op een verraderlijke zee te wagen,
+ die mij niet weer zou geve’.... Een dag, een nacht,
+ en nog een dag en nacht heb ik gestreden
+ tegen mij zelf: toen overwon dat hunk’ren
+ naar ’t menschengeluk en die hoop. Ik ging
+ tot den koning. Dien dag bracht ik aan ’t wank’len
+ de steen die mij verplettren gaat. God weet het,
+ ik was niet karig met mijn kracht. Den boog
+ van mijn vermogens spande ik dag aan dag tot
+ het uiterste,—en ’t scheen in ’t eerst, als neigde
+ het hart des konings naar mijn raad.... Niet lang....
+ ’t was ’t gloren van een valsche dageraad,
+ waarop een somb’re nacht van onrecht volgde...
+ bedrog.... geweld.... Ik heb het doel gemist...
+ De hoop die ontlook aan mijn morgenhemel,
+ is sedert lang verwelkt; ik zelf
+ ga door dwingelandij gebroken worden.
+ Ik zie de baan niet naar menschegeluk,
+ ik weet den zin niet van mijn eigen leven:
+ moge ’t een and’re wezen, dan nu schijnt!
+ Maar één ding weet ik: wat mij dreef in jeugd,
+ te doen als ik deed, dat drijft mij ook nu.
+ Niet allen kunnen strijden op één wijs,
+ noch kan op d’ eigen wijze één altijd strijden,
+ maar één ding doet allen die strijden nood
+ t’ allen tijde voor meer gerechtigheid
+ en meer geluk op aard: zich zelven niet
+ te zoeken, de zoete dingen van ’t leven
+ niet liever te hebben dan ’t klaar gebod
+ van d’innerlijke stem. Dit ééne weet ik,
+ en zoo zal ’k doen, Margreet.
+
+ MARGREET O ik ben blij
+ dat ge zijt als de heil’ge martelaren
+ en d’ oude helden... ik heb u zoo lief...
+ vader, ik kan niet zonder u....
+
+ MORE Mijn hart,
+ een macht oversterk dringt tusschen ons beide
+ en maakt d’omstreng’ling onzer armen los.
+ Wij moete’ uiteen. De zoete wenning die
+ de jaren tusschen ons al vaster vlochten
+ wordt nu ontknocht. Wij zullen niet meer gaan
+ samen door ’t bosch in den herfstklaren morgen,
+ als de lage zon ’t laatste knetterblad
+ rosgoud doet gloeien onder schuinsch gestraal.
+ En als de lente komt, zal zij ons niet
+ meer dwalen zien, het avondrood in d’oogen,
+ langs ’t slingerpad dat de rivier bezoomt,
+ en huiswaarts keeren als de vogels zwijgen,
+ vol vredige gedachten, arm in arm.
+ Wij zullen niet meer, onze hoofden samen
+ aandachtig buigend over ’t oude boek,
+ waaruit heil’ge schoonheid en wijsheid stijgen,
+ voele’ onze harten kloppen in één maatgang
+ van eerbiedige vreugd. Wij zullen niet
+ meer, in de ijle sfeeren der muziek
+ samen ontzweefd, werelden op zien deinen
+ en weer vergaan....
+ Ik daal waar de lente geen oogen heeft
+ en alle zachte lach en stemmen zwijgen,
+ en dalend breng ik droefheid over jou.
+ Arm kind, nu zullen je dagen voortaan
+ gedoopt zijn in de vale schaduw van de
+ alleenheid waarin ik jou laat.—Nu moeten
+ we sterk zijn, hart, en wat we al die jaren
+ beleden met de lippen, onze levens-
+ waarheid te zijn, moet het hange’ onzer schouders
+ weer richten overend.
+ Moeder en zusters zullen mijn zin zwaar
+ maken, d’armen, met bidden en vermanen
+ dat ik toch buige.... Zult jij stand houden,
+ en voor mij vechten tegen hun begeeren,
+ voor wat je weet in mij ’t beste te wezen,
+ al gaat het om het leven zelf?
+ Kunt je ’t beloven, hart?
+
+ MARGREET Ik kan beloven....
+ te trachten trouw te zijn aan den wil dien
+ g’ in mij gewekt hebt....
+
+ MORE Dan ga ik gerust
+ den donk’ren gang in der gevangenschap.
+ Trouw hart, wij blijven samen, worden onze
+ lichamen ook gescheiden.... en mijn lieven
+ laat ik in zek’ren troost....
+
+ Dat nu een stem
+ mocht zinge’ een dier verlangenzware wijzen,
+ waar ’t hart zoo zoet op wegdeint.... ik ben mat....
+
+(More zinkt vermoeid in zijn zetel achterover. Men hoort Mercy in den
+tuin zingen. Tegen het einde van het gezang ziet men haar).
+
+ MARGREET Hoor vader, Mercy heeft uw wensch geraden
+ gelijk zij pleegt zoo vaak.... het is de wijze
+ van het eiland glanzend over den vloed.
+
+ MERCY
+ Ver over de glinst’rende zeeën, verder weg dan het avondrood,
+ voorbij de klippen van strijd, en het bare strand van den nood,
+
+ voorbij aan de rots waar de winden van den haat worden uitgebroed
+ drijft het zon- en schaduwbeminde eiland van geluk op den vloed.
+
+ Zijn groene oevers ombruisen de oevers van groen kristal,
+ den zeezang echoot het ruischen van zijn dichten boomenwal.
+
+ Daar in het bosch wordt geboren het allerinnigst geluid:
+ de tortel koert haar bekoren-bewogene vrede uit.
+
+ Glanzende boomen dragen ’t eener tijd bloesem en vrucht,
+ en door de bloeiende hagen gonst altijd zomergerucht.
+
+ Het dichte gewas der dalen buigt onder zijn gouden vracht,
+ en tegen de hellingen stralen de weiden hun gouden pracht.
+
+ Daar wonen de blinkende menschen met vrede-omlicht gelaat
+ door wien het gemeene wenschen als een stroom van kracht heengaat.
+
+ Hun spraak ruischt als onze gebeden, hun gang schrijdt als onze
+ dans,
+ hun stem is een nest van zachtheden, hun oog een bad van glans.
+
+ Leven is altijd beladen daar met een geur van vreugd
+ als waar zomerwind vol genade hier somtijds ons hart mee verheugt.
+
+ In den morgen gaan blijde gezellen zingend tot het arbeidsfeest
+ dat lijf noch ziel zal kwellen, en dadendrang geneest.
+
+ En de uren der rust heenglijden door den toover menigvoud
+ van der schoonheid fonk’lend gesmijde, en het plechtig gedachtewoud.
+
+ De dood komt op lichte schreden, hij draagt een wit gewaad
+ en wie hij wenkt gaat mede, als een gast van een feest opstaat.
+
+ Hem woelt door het hart niet de wreede zorg om wees of hulplooze
+ weeuw,
+ want daar heerschen de zachte zeden, heerscht de wet van de gouden
+ eeuw.
+
+ Het veld en de wei en de bosschen, en de vruchten der zee en de
+ wijn.
+ geperst uit de purperen trossen, daar het erfdeel van allen zijn.
+
+ Mijn en dijn hebben verloren hun rink’lende klank van metaal
+ en zoeme’ in die zuivere ooren als zinlooze kindertaal.
+
+ O wisten wij waar u te vinden, land van gelukzaligheid,
+ voorbij aan de rots der winden van haat, en de klippen van strijd.
+
+ DIENAAR Heer Thomas, een bode van staat wacht buiten;
+ hij vraagt of ge gereed zijt.
+
+ MORE Zeg hem: ja.
+
+
+
+
+DERDE BEDRIJF
+
+
+ More’s vertrek in den Tower.
+
+ More, Kingston, gevangenenbewaker. Later Grynæus en Margreet.
+
+
+ KINGSTON Een jonkman, die al vele malen poogde
+ u te bezoeke’ in uw gevangenschap,
+ —maar mijn bevelen bleven onveranderd:
+ „Laat niemand buiten zijn verwanten toe,”—
+ heeft eindelijk het langbegeerd verlof,
+ God weet door welke liste’, of lang beleg
+ van wie hoog wone’ in ’s konings gunst, veroverd.
+ Zal ik hem bij u laten?
+
+ MORE Wie is het?
+
+ KINGSTON Simon Grynæus.
+
+ MORE Dat ’s een naam die vaart
+ gelijk een frissche windstroom door de dompe
+ en muffe lucht. Laat hij gauw komen.
+
+ KINGSTON (tot den bewaker.) Roep
+ mijnheer Grynæus hier....
+
+ GRYNÆUS Mijn oude Morus,
+ hoe dikwijls trachtte ik tot u door te dringen....
+ ze lieten mij nooit toe....
+
+ MORE Het doet mij goed
+ de warme tintelingen van uw oogen
+ weer over mij te zien.... Kom, zet u hier.
+ Zie niet zoo droef. Wel was ’t een luchtiger
+ verblijf, ons paviljoen te Chelsea, waar
+ wij samen te philosopheeren plachten,
+ terwijl zacht gerilte ons koelte toewoei....
+ maar de bloem der philosophie bloeit ook
+ tusschen de spleten van deze gewelven:
+ ruikt gij haar geuren niet?
+
+ GRYNÆUS Ik kan niet schertsen
+ heer Thomas: vergeef mij mijn beklemd hart.
+ ’k Zie u, en vraag mij af: is hij het werk’lijk?
+ —dat sneeuwen haar, die vervallen gestalte,
+ dat vaal gelaat.... o wee.... heeft zoo de kerker
+ gevreten aan uw kracht?
+
+ MORE Mijn zoon, de kerker
+ kust met een adem die van ’t lijf de kloekheid
+ breekt als de rijp een bloem.... zoo onverlet de
+ geest blijft, is ’t onheil klein.... Mijn kinderen berichtten
+ mij over u, over uw trouwe steun
+ in hun verlatenheid: ik dacht niet anders
+ van u.... En hoe slaagde uw arbeid? hebt ge
+ dat manuscript ontward?
+
+ GRYNÆUS O Morus, spreek
+ niet van mijn arbeid: nietig schijnt mij, haatbaar
+ dat delven in de mijnen van ’t verleden
+ naar edelsteenen, terwijl in ’t vandaag
+ het licht van een steen dreigt gedoofd te worden
+ wiens flonkeringen ons verrukte’, en al
+ om niet, neen, erger dan om niet.... Ik bid u,
+ laat mij uitspreken wat al sedert maanden
+ schrijnt door mij, telkens wanneer mijn gedachten
+ beroerden uw geliefde beeld. Niet ik
+ alleen, al uw vrienden, de mannen wier
+ wille’ in één harmonie met uw wil samen
+ klonken, door alle levensjaren heen,
+ zij zijn bedrukt, niet omdat ge gaat sterven
+ maar om de zaak waarvoor. Het is hun zaak,
+ ’t is d’ uwe niet. Ge moogt niet door de tijden
+ rijzen, een mart’laar van het roomsch geloof;
+ gij kunt niet willen dekken met uw dood
+ ’t verderf, dat dadig uw leven bestreed.
+ Erasmus bidt u door mijn mond, nog and’ren:
+ laat het daartoe niet komen, ga op zij,
+ buig voor den koning. Zijn wil is niet louter,
+ ’k weet het, welt uit geen zuivre gronde’ omhoog,
+ maar Rome’s verzet tegen dien wil stroomt uit
+ een lichaam, stinkend van verderf.... O keten
+ u daaraan niet voor alle tijden vast,
+ door d’ eenge daad, die men nooit kan herroepen,
+ nooit uitwisschen.... verwar den klaren zin
+ van uw leven niet door verbijsterenden
+ troebelen dood....
+
+ MORE Zoon, troebel en verbijsterend
+ zal mijn dood enkel zijn voor wie verwart
+ d’ uiterlijke verschijning met het wezen.
+ De dingen der wereld staan niet gelijk
+ gij meent, tot ijz’ren onverzoenlijkheden
+ verstard, tegenover elkaar. ’t Wanneer
+ en waar, vult de hoekige, harde leuzen
+ met warme stoflijkheid: elk oogenblik
+ vervluchtigt zich en wordt opnieuw geboren
+ die levenswarme kern.
+ „Tegen den koning” beduidt thans en hier
+ niet vòòr plundring en verdomming door Rome
+ maar verzet tegen.... een andere macht,
+ een erger dreiging voor het heil der menschen.
+ In dat verzet te vallen is geen logen,
+ tast d’ essence van mijn leven niet aan.
+
+ GRYNÆUS O ’k weet het wel, ik weet het wel dat gij
+ rein zijt van hart, dat uw wil naar het goede
+ zich richt, van zelf, als een bloem naar de zon.
+ Wij weten ’t, maar niet alle weten ’t; Rome
+ zal uw dood munten tot het losgeld om
+ haar eigen verdoeming mee af te koopen;
+ uw martlaarshoofd, zoodra de beul ’t laat vallen,
+ oprape’ en dragen triomfantelijk
+ voor zich uit, dat van die gebroken oogen
+ de magische blik vele vrome zielen
+ weer bindt aan haar....
+
+ MORE Dat moet ik dulden, zoon.
+ In ’t groote woelen van onze aardsche wat’ren
+ vloeien recht en onrecht nu alle dagen
+ dooreen. Er zijn geen vlekkelooze zaken
+ om voor te leven en te sterve’: er zijn
+ zuiv’re harten, die ook in zaak, bevlekt
+ door mensch’lijke onvolkomenheid, omhelzen
+ hun hoogste levensdroom. Mijn vijanden
+ zullen zeker saamwerpen mijn verzet
+ tegen den koning, met alle ongerechtig-
+ heden, Rome verkankerend; u brengt
+ de opstand tegen Rome saam, in d’ oogen
+ van wie niet goed onderscheiden door haat,
+ met de tuchtlooze wreede boerenbenden
+ die trokken roovend moordend Duitschland door.
+ Zoo kan elk van ons in verbond verschijnen
+ met wat hem meest mishaagt. Het mag ons niet weerhouden
+ te doen wat ons geweten wil.
+
+ GRYNÆUS Maar ook uw vrienden
+ misprijzen uw besluit. Ziet ge die blaam
+ van wie zoo warm u loofde’ en graag u volgden
+ altijd, niet vóór u, een waarschuwend teeken
+ dat ge nu dwaalt?
+
+ MORE De blaam der lieve vrienden
+ bedrukt m’ en breidt om mij een kille nevel
+ waardoor ik moeilijk aadmend verder ga:
+ Maar hij weerhoudt mij niet.
+
+ GRYNÆUS Kan niets weerhoude’ u?
+
+ MORE Niets. Al de wat’ren van mijn wezen vloeiden
+ naar dit punt samen, om van hier den sprong
+ te nemen naar de rustiger gewesten
+ waar nieuw hun loop begint. Een langen tijd
+ groeie’ onze dade’ in ons om rijp te worden;
+ rijp zijnd, vallen zij af. Zij rijzen uit
+ de verborgene wortels van ons wezen,
+ en worden door der wereld zon en regen
+ gevoed. Om ze anders te maken zou
+ ’t zelf anders moeten zijn en al het andere.
+
+ GRYNÆUS Vaarwel dan Morus. O wee, dat de worm
+ van dit verdriet nu voortaan altijd knagen
+ zal aan ’t beeld dat ik oprichtte in mijn hart;
+ hem die ik levend boven allen eerde
+ kon ik niet eeren in zijn dood.... Dat God u make
+ het sterven licht....
+
+ MORE En u het leven zoet.
+ Bedroef u niet, omdat mijn levenswil
+ verwrongen zal verschijnen aan de menschen:
+ wij lijden nog, ook waar wij doen.—
+ Ik bid u, laat Erasmus weten dat
+ ik meende een andere te moeten schijnen
+ om dezelfde te zijn. Vaarwel. (Grynæus af.) Hoe zwaar
+ is ’t vrienden te bedroeven!—Voor het eerst
+ gaat hij van mij weg onvoldaan, en armer
+ aan vreugde dan hij kwam.... ’k zag in zijn oogen
+ neerstrijken op de velden van zijn hart
+ de zwartgevlerkte vogel die daar lang
+ zal broeden: doffe smart van niet te kunnen
+ begrijpen de daden van wie wij minnen,
+ omdat ze zijn één wezen, een ander wij.
+ „Hij was een goed man, maar hij stierf voor Rome,
+ zijn dood maakte op zijn leve’ een smet”—zoo zal
+ Grynæus mij gedenken, hij zelf zei ’t,
+ en de gedachte voelen als een stekel
+ prieme’ in zijn vleesch....
+
+ Ja zoo denken de menschen:
+ hun denken kruipt behoedzaam langs de banen
+ van het leven en houdt diens vaart niet bij.
+ Het bindt de dingen samen tot een vlot
+ en daarop zet hun traagheid zich, tevreden
+ voortdroomend, onbekommerd of de stroom
+ des levens ongestuim de lichte balken
+ weer uit elkander sloeg.—Of ’t zoo moet zijn?
+ Of mijn denkingswijs in de vuist der velen
+ breken zou en hen laten, gelijk blinden
+ rondtastend zonder staf? Behoeven zij
+ starre gedachte-banden om daarin
+ de veelheid der verschijnselen te persen,
+ en de verand’ring vast te leggen, zóó
+ zichzelf beschermend van door over-veelheid
+ verbijsterd te worden? Wie zal ’t mij zeggen?
+ Wie is er die het weet?
+
+ (Southwell, Palmer en Rich komen binnen.)
+
+ SOUTHWELL Mijnheer, wil onze komst vergeven: zij is
+ niet onze keus. ’t Hooggerechtshof belastte
+ ons met een werk waarvan wij hopen dat
+ gij ’t zult toerekenen die daartoe gaven ’t
+ bevel, niet ons.
+
+ MORE Mijnheer de procureur,
+ wat wilt ge van mij?
+
+ SOUTHWELL Wij kregen de last
+ uw vertrek te doorzoeke’ en mee te nemen
+ al wat wij vinde’ aan boeken en geschriften,
+ om ze over te leggen aan het hof.
+ Vergunt ge dat ik d’ onwelkome taak
+ seffens volvoer’?
+
+ MORE Ik heb niets te vergunnen
+ mijnheer. Men heeft mij niet gevraagd, toen men
+ mij pennen en papier ontnam, men zou
+ niet luisteren, zoo ik mij nu bezwaarde.
+ Voert gij uw opdracht uit.
+
+ SOUTHWELL Komt heeren, aan
+ het werk.
+
+ (Palmer en Rich zoeken in het vertrek en pakken de boeken en
+ geschriften bijeen die Southwell doorbladert; na eenigen tijd,
+ terwijl Palmer nog zoekt, wendt Rich zich tot More die rustig is
+ blijven zitten.)
+
+ RICH Heer Thomas, ge zijt wijs
+ en in de wetten van den staat geleerd,
+ vergun daarom, dat ik u voorleg eene
+ vraag die mij zeer vervult. Zoo ’t parlement
+ tot koning van Engeland mij verklaarde,
+ zoudt gij mij dan erkennen als koning?
+
+ MORE Ja Mijnheer ’k zou u erkennen als koning.
+
+ RICH Maar stel nu ’t geval, dat het parlement
+ een wet maakte die mij tot paus verklaarde,
+ zoudt gij mij dan als paus erkennen?
+
+ MORE Of
+ stel dit ander geval eens, mijnheer Rich,
+ dat het parlement door een wet verklaarde
+ God niet meer God te zijn, zoudt ge u achten
+ gebonden door zoo’n wet?
+
+ RICH Neen toch mijnheer:
+ geen parlement heeft in geest’lijke zaken
+ te binden macht.
+
+ MORE ’t Is als gij zegt, mijnheer.
+
+ (Southwell die aan ’t einde scherp heeft toegeluisterd maakt een
+ beweging van teleurstelling; dan wendt hij zich tot Palmer en
+ Rich en beduidt hun dat zij kunnen vertrekken).
+
+ SOUTHWELL Wij hebben onzen last volvoerd, mijnheer,
+ maar vergun mij, eer ik ga, nog een woord
+ met u te spreken.... Ge zult weldra moeten
+ verschijnen voor het hof.
+
+ MORE Ik weet het.
+
+ SOUTHWELL Weet
+ ge ook, waarom ’t een vol jaar duurde, eer ge
+ werd voorgeroepen?
+
+ MORE ’k Meen het te begrijpen,
+ maar weet het niet.
+
+ SOUTHWELL De koning wilde u
+ redden, tegen u zelven u beschermen:
+ achter het fronsen van zijn ongenade
+ leeft in zijn hart nog de lach van zijn gunst.
+ Hij hoopte, dat g’ in eenzaamheid hervinden
+ u zelf zoudt, tot u inkeeren.... Zijn oor
+ boog gretig naar het eerst gemurmel over
+ dat zou stijge’ uit de lang bevroren wellen
+ van uwe trouw.... nog buigt hij luistrend over....
+ Maar ’t is nu gauw te laat.... Ge zwijgt, heer Thomas?
+
+ MORE Spreken valt te zwaar.
+ Ik zou den koning en mij zelven gaarne
+ besparen wat nu komt, maar mijn geweten
+ verbiedt mij te doen gelijk hij verlangt.
+ Is u dat nieuw?
+
+ SOUTHWELL De koning laat u weten
+ dat hij, wanneer het oordeel is gevallen
+ niets meer vermag, om....
+
+ MORE De koning kan weten
+ dat ik het oordeel, wanneer recht en wet nog
+ gelde’ in zijn rijk, met gerustheid verwacht.
+
+ (Southwell maakt opnieuw een beweging van teleurstelling en loopt
+ eenige malen het vertrek op en neer, dan wendt hij zich op nieuw
+ tot More.)
+
+ SOUTHWELL Ik kan zulk een halstarrigheid niet vatten,
+ in een vroom christen, mijnheer More, als gij:
+ ge staat alleen met uwe weig’ring tegen
+ alle bisschoppen; gij, een leek,
+ werpt door dit weig’re’ een blaam op hun gedrag
+ in geestelijke dingen; matigt u
+ een oordeel aan over hen wien ge zijt
+ gehoorzaamheid in zaken des geloofs
+ verschuldigd.... ik begrijp u niet....
+
+ MORE Mijnheer,
+ daden te oordeelen was eens mijn ambt,
+ het is ’t niet meer; in de harten te lezen
+ komt mij, een feilbaar mensch, niet toe. Ik volg
+ den weg, dien ’k voor den goede houd, de eeden
+ weig’rend, en neem aan dat de bisschoppen
+ ze zwerend, gaan den weg die hun geweten
+ hun zegt te gaan....
+
+ SOUTHWELL Weet ge wel dat uwe liefste
+ vrienden uw koppigheid betreuren? Zij
+ achten ’t onwaardig een verlichten geest,
+ zich zoo te klampen aan een vorm, als gij doet
+ in deze zaak....
+
+ MORE Mijn vrienden hebben mooglijk
+ mijne redenen om te weig’ren niet,
+ noch ik de hunne, om voor den eisch des konings
+ te buigen ’t hoofd.... Er zijn tijden, mijnheer,
+ waarin wie dachten in de levenszee
+ bijeen te blijven, door machtige winden
+ worden verstrooid en elk voor zich moet zoeken
+ veilige reede. Dit is zulk een tijd....
+
+ SOUTHWELL Wat waant ge toch weigerend te bereiken?
+
+ MORE En zoo alleen de vrede van ’t gemoed,
+ lijkt u dat zoo gering een ding, dat ik
+ daarvoor het restje van mijn aardsche dagen
+ niet ruilen zou?
+
+ SOUTHWELL Ik ben verbaasd te hooren
+ dat wie zoo teeder aan de zijnen hing
+ als gij, dien vrede proeven kan, terwijl
+ uw kind’ren zich om u van angst verteeren.
+ Zeg mij, Morus, verstoort nimmer uw vrede
+ gedachte aan hun onvree? Dan moet zij
+ zich, naar mij dunkt, hebben gehuld in dikke
+ mantel van zelf-genoegzaamheid....
+
+ MORE Mijn kind’ren
+ kunnen niet willen dat ik mijn geweten
+ geweld aandoe voor hen....
+
+ SOUTHWELL Uw kinderen
+ billijken niet uw redeloos vasthouden
+ aan ’t onzalig besluit. Zij kozen niet
+ uw zijde.... niet één hunner koos uw zijde....
+ uw lievlingsdochter zelve, d’ edelste
+ loot van uw stam, schaart zich tegen haar vader:
+ zij deed den eed.
+
+ MORE Ik ried haar die te doen.
+ Wat één betaamt, is niet voor allen goed:
+ zij, jonge vrouw en moeder, kon ’t niet dragen
+ van man en kleinen gescheiden te zijn....
+
+ SOUTHWELL (na een stilte) Ik moet nu gaan, mijnheer. Ge moogt bedenken
+ dat wij weer zullen samenkomen waar
+ mijn ambt den toon van zachte overreding
+ en hartelijken aandrang mij verbiedt....
+ Nu ik verzekerd ben van uw verstoktheid,
+ zal het mij lichter vallen voor ’t gerecht
+ de volle lengte en breedte uit te meten
+ van uwe schuld.... Tot wederziens, mijnheer. (Southwell af.)
+
+ MORE De laatste poging....
+ Heden en hier werd mijn vonnis geveld....
+ de plompe Rich en de geslepen Southwell....
+ een vreemd verbond.... Hoe velen hebben zoo
+ hun krachten beproefd op de taaie vezels
+ van dit half-stukgereten hart.... De koning
+ schaamt zich, ’t grijze hoofd van zijn ouden dienaar
+ te doen neerrollen langs de trappen van
+ ’t schavot.... wist ik voor hem en mij een uitweg....
+ maar ’t moet geschieden....
+
+ KINGSTON Morus, ik ben blij
+ de brenger te zijn van welkome tijding;
+ uw dochter Margreet kreeg verlof u te
+ bezoeken.... zij zal daadlijk hier zijn,.... zie,
+ daar is zij al....
+
+ (Margreet komt binnen en werpt zich in de armen van More.)
+
+ MORE Mijn trouwe kind!
+
+ MARGREET Mijn vader!
+
+ MORE Had ik geweten dat die vrucht voor mij
+ te rijpen hing aan den boom van vandaag,
+ hoe zouden mijn gedachten lang te voren
+ daaraan hebben gefeest!
+
+ MARGREET Het heugt mij niet
+ dat ik hier groeide....
+
+ MORE Een geur als van jong gras
+ omhing de laatste maal je haar en kleedje....
+ Dat was mijn zomer.... tot vandaag.... Nu ligt
+ zeker het versche hooi al op de weide
+ gespreid voor ’t huis nietwaar? Lief hart, hoe leven
+ de onzen?—je gezicht is klein en strak....
+
+ MARGREET O laat mij zoo nog blijven zonder spreken....
+ Ik voel de zwaarte der beklemming wijken,
+ mijn angst wordt een onwezelijke droom.
+ Hier is het goed en vrede.... o kon ik blijven
+ hier bij u, vader.... Schuilen bij u.... Vader,
+ ik ben uw eigen kind niet meer.... ik kon
+ mijn woord niet houden, de onzen te steunen,
+ ik had geen kracht meer, ik tast zelf naar steun....
+
+ MORE Geen stam zoo welgeworteld, of een wind leeft
+ die hem omwerpen kan.... geen menschehart
+ zoo sterk, of een smart kan het overstelpen....
+ Maar de ontwortelde stam blijft geveld,
+ en dapper richten zich weer op de harten.
+ Verhaal, arm kind.
+
+ MARGREET Sedert mijn kleine liev’ling
+ gestorven is, die ons omschaduwd leven
+ licht maakte met zijn zilv’ren kinderlach,
+ heb ik mijn kloekheid niet teruggevonden.
+ Mijn goede William houdt, met liefdesterke
+ armen, zooveel hij kan, mij op de helling
+ tegen naar zwart gepeins; hij draagt geduldig
+ dat hij mij niet over u troosten kan.
+ Dance heeft door angst en bezorgdheid verloren
+ de speelschheid die haar zoo gevallig maakte,
+ en sluipt een stille schim, door ’t stille huis.
+ .... Mercy is krank.... De jongens gaan en keeren
+ bedrukt van uitzicht, want de ooren blijven
+ doof voor hen en de deuren dicht. Onze arme
+ moeder weeklaagt en jammert dag en nacht:
+ „Thomas, Thomas, wat doet g’ ons allen aan,
+ hartlooze man”—in ’t huis dat voorheen zoemde
+ van blij arbeidsgerucht en levensvreugd
+ hoort men nu enkel haar snikkend geklaag
+ door de beklemming van de stilte scheuren....
+
+ MORE Twijfel te lijden,
+ lang dobb’ren op onzekerheid,
+ maakt harten altijd flauw. Een steun
+ komt nader, hij is ons al zeer nabij:
+ dat wat onherroepelijk is en blijvend.
+ Nog een weinig geduld, mijn kind....
+
+ MARGREET O vader,
+ zoo wij maar eenig waren, zoo maar allen
+ van ons als zeker zagen dat ge doet
+ wat goed is, al kunnen zij ’t niet doorgronden,
+ en om u heen vlochten een ring van trouw,
+ ’t zou niet zoo vreeslijk zijn,—maar ’k sta alleen,
+ altijd alleen tegen hun klagend vragen
+ waarom ge toch ’t zoete leven wegstoot
+ van u: hun smeeken maakt mij zoo ellendig,
+ of ik u niet òmstemmen kan, die ’t dichtste
+ leefde aan uw hart, hun verholen verwijten
+ dat ik het nog niet deed....
+
+ MORE Mijn dierbaar kind,
+ ’t is liefde die hen drijft: zij is niet ziende,
+ maar ook blinde liefde stemt zacht ons hart.
+ Geduld: misschien gaan hun oogen nog open.
+ O ’k weet het wel, het is voor jou het zwaarst....
+ Is er dan niemand van de oude vrienden
+ wiens vaste lichte hand de zwakke stengel
+ opbinden kan van hun slaphangend hart?
+ Is er niemand, Margreet?
+
+ MARGREET Ach vader, die
+ ons bleven trouw—en het zijn er maar wein’ge—
+ zuchten, en wenden ’t hoofd af als wij spreken
+ van u.... Zij willen onze smart niet met
+ het koude ijzer van hun blaam beroeren
+ maar zij begrijpen niet, wat u beweegt....
+ er is niemand meer, die u steunt....
+
+ MORE Mijn kind,
+ wees daarom niet verdrietig: niemands steun
+ kan mijn stam tegen den windvlaag beschermen
+ die mij omwerpen gaat. O waarom springt
+ je hart telkens zoo schichtig voor de waarheid
+ wier schaduw valt voor onzen voet, opzij?
+ Zie haar aan: zij is niet verschrikkelijk
+ zoodra je haar aanziet met vaste oogen.
+ Is de dood zulk een vreeslijk kwaad voor mij?
+ Ik ben sinds lang nog maar van hem gescheiden
+ door een dunne en ijle mist. Tweemaal
+ sedert ik hier kwam scheurde die: ik zag
+ zijn rustomkransd gelaat over het mijne
+ gebogen en voelde geen vrees.... wèl lichte
+ droefheid toen ’t weer verdween....
+
+ MARGREET O spreek niet zoo,
+ ik kan ’t niet hooren.... Vader, mijn hart is
+ sinds ge weg zijt, zoo dof en zwaar geworden....
+ ik kan niet verder leven met dat doffe
+ bezwaarde hart! O dat ge ’t nemen kondt
+ tusschen uw hande’ en met uw warme adem
+ weer daarin wekken d’ oude heerlijkheid
+ van hoogen drang en gloed. Die is nu dood.
+ Moed is in mij dood.... o ik bid u, help mij, vader,
+ geef mij een levenswoord, geef mij een woord
+ dat ik dag en nacht als een warme zachte
+ troost kan drukken tegen mijn borst, en voelen
+ dringen zijn kracht in mij....
+
+ MORE Zoo’n wonderwoord
+ groeit hier op aarde niet, dochter Margreet:
+ het hart wekt in de woorden warm getril
+ van leven, door zijn eigen levenswarmte;
+ is het zelf kil dan blijven z’ in hem slapen
+ als zaad in hard-bevroren aard.... Mijn kind,
+ niemand kan voor een ander wezen voeren
+ de worsteling tegen een smartgolf als
+ jou overmocht; dat moet hij zelf, zijn eigen
+ kracht moet hem weer oprichten.... Ik kan niets
+ dan zóó je handen streelend, zachtjes zeggen:
+ hef je hart op naar d’ oude helderheden,
+ zij stralen nog....
+
+ MARGREET Ik kan het niet.... ik kan
+ niets voelen als die doffe zwaarte, en scheurt die
+ de scheuten van een vreeselijke pijn....
+ vader.... heb medelijden met ons.... Laat
+ ons niet zoo achter.... morgen is de dag....
+ Laat ons niet zoo verloren achter, vader....
+ ik smeek u, doe den eed....
+
+ MORE (na een stilte) Ook jij, Margreet....
+ nu breekt de laatste staf waarop ik leunde
+ doormidden.... waarom heb je dat gedaan....
+
+ MARGREET Vader....
+
+ KINGSTON (binnenkomend) Vrouwe Margreet, de tijd is om.
+ Ik liet u blijven tot het allerlaatst,
+ maar de poorten moeten gesloten worden:
+ ik bid u, maak een kort vaarwel.
+
+ MARGREET O vader,
+ moeten wij dan zóó scheiden....
+
+ MORE Mijn arm kind,
+ het moet, en langer waar alleen verlenging
+ van onze pijn. Kus moeder goedendag,
+ groet maag en vriend van mij, zeg hun te dragen
+ een moedig hart, en te roeme’ in de waarheid:
+ dat is het heil. Dank die mij diende’ in trouw,
+ en de geburen, wier hulpvaardigheid
+ mijn hart dikwijls verheugde: geef hun allen
+ minlijke groet.... Treur niet te zeer, mijn kind:
+ wij zullen elkaar weerzien waar vreugd bloesemt
+ uit alle droefheid, alle aardsche zwakheid
+ gelouterd wordt tot kracht.
+
+ MARGREET Vergiffenis....
+
+ MORE Mijn lieve hart, er valt niets te vergeven:
+ het moest zoo zijn.
+
+ (Margreet met Kingston af. More na lang zwijgen.)
+
+ Kom nu, mijn laatste vriend,
+ kom dood en maak dit kranke hart gezond....
+ Ik kan niet meer.—
+ Mijn vrienden zoeken mij te wringen in
+ het enge keurs van hun partijd’ge meening;
+ zij wenden zich in wrevel van mij af
+ omdat hun wil niet mijn kompas kan wezen.
+ Voor de mijnen ben ik een steen geworden
+ waaraan hun voet zich stoot.... Mijn liefste kind
+ hoort als een vreemd en onverstaan rumoeren
+ het kloppen aan van mijn hart.... Eenzaamheid,
+ ik zag u lang genaken, eenzaamheid,
+ en voor u sidderde mijn hart terug
+ dat maar gedijt, wanneer het houdt één maat
+ met and’re harten.... sidderde terug
+ als het u hoorde spoken door mijn hoofd,
+ en kon u toch niet, kon u toch niet vliên....
+ ge zijt gekome’: onder uw looden hand
+ krimpen mijn schouders en huivert mijn hart.
+
+ O dat een vrouw nu komen mocht tot mij,
+ die sinds lang van mijn gemoed alle paden
+ kende en trad tot de gronden van mijn hart....
+ ’t zou zoet zijn in haar oog te lezen dat
+ ik deed gelijk haar vertrouwen verwachtte,
+ haar warm begrijpen als een luwe wind
+ te voelen zacht mijn wang omspelen, drogend
+ op mijn gelaat de klamheid van den dood....
+ Else en ik hebben in verscheiden sfeeren
+ altijd gewoond.... een menscheleven lang
+ weet ik het, heb het zonder wrok gedragen....
+ arme ziel! waarom drukke’ uw enge grenzen
+ vandaag zoo zwaar?.... Mijn hart had één vertrouwde:
+ als ik mij tot haar wat’ren overboog
+ vond ik mijn wil verzacht, verinnigd weder
+ in ’t lout’re willen van mijn liefste kind....
+ Nu zendt de ziel van mijn Margreet omhoog
+ een ander beeld.... ik kan niet meer, mij spieg’lend
+ in haar klaarten, denken: ’t is wel met mij....
+ Zij en Erasmus stonden mij het naast
+ van alle wezens.... Nu denkt hij aan mij als
+ aan een afvallige; de tijding van
+ mijn sterven zal den stervende vervullen
+ met bitterheid.... ’t Is droef te weten dat
+ wij tweegespan die zoo lang najaagden
+ eenzelfde waarheid, den dood in gaan dragend
+ tot elkander een wrevelig hart....
+ Mijn leven schijnt een zinnelooze leegte
+ en ik kan niets denken als droefenis.
+
+
+ O diepe zeeën, wijd-zwellende landen,
+ begroeide ruigten tusschen ons, niet gij
+ hebt mij van mijn oude genoot gescheiden,
+ niet gij doet mij hem voelen ver en vreemd.
+ IJzeren grendels en dikke gewelven
+ van ongehouwen steen, en tralies die
+ onwrikbaar donkert tusschen mij en vrijheid—
+ ik ben ellendig, maar niet door uw macht.
+ Smaadlijke dood, die dreigend vóór mij staat,
+ bijl dien ik zweven zie boven mijn hoofd,
+ het is de vrees voor u niet, die mij martelt,
+ maar dat ik eenzaam sterf.
+ O welk een vloed,
+ welk een zaligheid van zongouden licht,
+ zou stroomen langs de vaalheid dezer wanden,
+ zoo ik maar wist, dat ergens in de wereld
+ andere harten neigden met mijn hart;
+ neigden in één wil, ééne hoop, één blijheid....
+ Oude honger, hunkering ongestild
+ naar een broederschap, die ik nauw kan denken,
+ waar ik geen naam voor weet, doorwoelt ge tot het einde
+ dit dwaze hart?
+ Ge wordt nu haast gestild;
+ ziedaar: de gemeenschap der heiligen
+ gaat voor u open.... zijt ge nòg niet blij?
+ neen nog niet gansch: de gemeenschap der menschen
+ die haar wortel en stam is, stoot u uit.
+
+
+ Welk een vreemd lot is mijn lot! Tot de menschen
+ voelde ik mij vroeg getrokken als een golf
+ getrokken voelt om tusschen andre golven
+ zich op te lossen in hun reidans. Maar
+ ik bleef altijd eenzaam onder hun scharen
+ in ’t allerdiepste, want ik vond er geen
+ die wilde met mijn wil, zag met mijn oogen,
+ die dacht als ik dacht dat de schande’ en smarten
+ niet kome’ uit God, maar uit de maatschappij,
+ en met mij wilde voorwaarts dringen naar
+ waar smart en schande overwonnen worden....
+ eenzame wil, eenzame golf, ga onder....
+
+
+ Er zijn er die zullen brande’ om mijn naam
+ de wierook van hun lof, en zullen stemp’len
+ met het merk hunner waarheid mijn gedachtenis....
+ Ach, zij hebben zich nooit gebogen over
+ de bronnen van mijn hart, nimmer hun ruischen
+ vermoed.... eenzame golf, eenzame wil....
+
+
+ Hoe droef-misvormd, Thomas More, zal uw beeld
+ voortleven in de spiegeling der tijden,
+ onkenbaar verwrongen door lof en blaam,
+ gelijk een onbegrepen melodie
+ tot zinnelooze verwardheid verkeerend
+ door plompe druk van ongevoel’ge hand.
+ Mij walgt daaraan te denken.... Eenzaam, eenzaam
+ ook in den dood....
+ Zoo ik maar wist dat eens
+ liefdevol-begrijpende gedachte
+ zou heenbuige’ over mijn herinnering,
+ ik zou zoo hongerig niet sterven....
+ Ach,
+ kon ik een mensch uit d’ongeboren tijden
+ den sleutel reiken tot mijn binnenst hart!
+ Ja, had ik, gelijk dichters doen, mijn wezen
+ gebed tusschen bloesems van schoone droomen
+ waar het doorheen scheen, blinkend zacht voor wie
+ dieper doordringen dan de eerste blik,
+ en langer wijlen.... Maar dat kon ik niet....
+ Ik heb het diepste hunk’ren van mijn ziel
+ niet met der schoonheid zilverdraad doorweven
+ maar gestikt tot een bruin en nuchter web....
+ Tusschen de bladen der Utopia
+ daar leeft mijn wezen, als des dichters wezen
+ in zijn gedicht....
+ En zal dan daarin niet
+ mij vinden wie mij zoekt? Zal hij ’t wanbeeld
+ niet afwerend, waartoe menschen mij maakten,
+ mij oproepen uit wat ik heb gewrocht?
+ O ja, dat zal hij.... eenmaal komt een tijd
+ dat wat nu schijnt een nest van speelsche droomen
+ voor vele’ als klare levenswaarheid staat,
+ waartoe hun voeten zich in maat bewegen
+ waarnaar hun armen zich strekke’ en hun hart....
+ O Kommunisme, als de wil tot u,
+ een stormwind, zwelt door de wouden der menschheid,
+ dan wordt mijn wil begrepen en bemind....
+
+
+ Verre vriend die mij toelacht door een mist;
+ ik kan uw aangezicht niet zien, de tijden
+ breiden hun nevel tusschen u en mij,
+ maar ’k voel uw hand vol mild begrijpen tasten
+ naar den klop van mijn hart.... ge vindt het, ge
+ buigt over mij zooals een ouder broeder
+ over zijn jonger broer; ge leest mij, onze harten
+ neigen te zaam.... O zoet geluk, ge komt,
+ zoete broederschap, ge komt eens voor mij....
+
+
+ De eenzaamheid, die mijn denken omhuifde
+ met looden kap, is weg, mijn bloed stroomt vrij.
+ Door de donkere schaduwhoeken zie ’k
+ de lichte, vriend’lijke gestalten zweven
+ van maag en vriend.... Zoete herinneringen
+ omzoemen mij, uit uren dat ik voelde
+ in liefde met de menschen zoetst-verzaamd.
+
+
+ O zacht-geoogde vriend dier verre tijden,
+ gij hebt den steen der eenzaamheid getild
+ van mijn gemoed.... Ja de gedachte aan u
+ zond God mij, dat niet met dat hongerknagen
+ in ’t hart, ’k zou scheiden van zijn lichte aarde.
+ Nu ben ik weer blij, dat ik heb geleefd....
+ Mijn ziel verkwikt een wonderzoete vrede,
+ die ik in lang niet had gevoeld....
+
+ KINGSTON Mijn oude
+ makker, het eind van uw gevangenschap
+ is eind’lijk—o zij ’t einde goed—gekomen;
+ ge moet morgen verschijnen voor het hof.
+
+ MORE Het eind wordt zeker goed, Kingston: ’k zie morgen
+ dagen met een gerust en vrolijk hart.
+
+
+
+
+VIERDE BEDRIJF
+
+
+ De Theemskade bij Londenbrug. Nacht. Aan gindsche zijde van de
+ brug aan den anderen oever, ziet men flauw de omtrekken der
+ stadspoort.
+
+ William, Grynæus, later Kingston, Margreet en de nar.
+
+
+ WILLIAM Hier zijn wij waar wij moeten wezen: dit is
+ de afgesproken plek.
+
+ GRYNÆUS Kingston is er
+ nog niet....
+
+ WILLIAM Maar hij komt zeker: dat ’s er een
+ van het soort die hun woord gestand doen. Hij
+ en gij Simon, bevriende’ ons nog; al d’anderen
+ verstoven na dien slag.... De nacht is geurig....
+
+ GRYNÆUS Ja, door de zoelte hangt een geur van vlier....
+
+ WILLIAM Hoe genoot hij de zomerzoete geuren
+ van zulke nachten.... Ach Simon, ik kan
+ het niet gelooven....
+
+ GRYNÆUS En toch is het waar:
+ van ginds-af ziet, verschole’ in fulpen duister
+ zijn bloedeloos hoofd op ons neer....
+
+ WILLIAM Afgrijslijk....
+ o dat we enkel d’arme geknotte romp
+ begraven mogen, en moete’ overlaten
+ het edelste ten prooi....
+
+ GRYNÆUS Stil, ik hoor schreden.
+ Wie komt daar?
+
+ KINGSTON William Kingston. Zijt gij het,
+ mijnheer Grynæus? Is niet William Roper
+ met u?
+
+ WILLIAM Hier ben ik Kingston. Dank dat gij
+ gekomen zijt.... wij hunkeren te hooren....
+ En toch.... mijn hart huivert.... O Kingston,
+ hoe ging hij op?
+
+ KINGSTON Blijde als een kind, dat huiswaarts
+ naar moeder keert, en even gerust.
+ Maar o vrienden, de schande.... o de schande....
+ Hoe kan één van ons die daarbij was, nog
+ het licht verdrage’.... Een getuig’nis, gevlochten
+ uit dikke en drieste leugens hebben zij
+ gedraaid tot den strik, om mee te verworgen
+ den nek, die het nobelste hart van England
+ bond aan het beste brein.... Hoordet g’ op welke
+ gronden het vonnis werd geveld?
+
+ WILLIAM Alleen
+ geruchten. Men zegt, een gekocht getuige
+ zwoer, dat hij vader had gehoord betwisten,
+ en honen ’s konings kerkelijk opperrecht.
+ Is dat waar, Kingston?
+
+ KINGSTON Ja, Judas’ geslacht
+ is nog niet uitgestorven.... ik wil trachten
+ geregeld te verhalen, maar de woorden
+ stokken mij in de keel.
+
+ WILLIAM Zeg eerst of vader
+ ’t band zijner zwijgzaamheid verbroken heeft.
+ Opende hij hun, waarom zijn geweten
+ te zweren hem verbood?
+
+ KINGSTON Ja William, en
+ de reden was als wij konden verwachten
+ van een man gelijk hij.... Kon ik in woorden
+ uitdrukken welk gevoel alle, ook de rechters
+ deed opstaan toen hij binnen werd gebracht!
+ Het was geen deernis met zijn lijdend wezen,
+ zijn gebogen gestalte, moeizaam gaande
+ geleund op eenen stok.... het was ontzag
+ voor een milde majesteit, uitgerezen
+ boven het leed.... Toen mijnheer Audley alvoor
+ d’ aanklacht te lezen Morus heuschelijk
+ begroette, en bood voor ’t laatst in naam des konings
+ vergiffenis, hoopte ik even dat hij
+ had toegestemd te zweeren, en ’t zoo tusschen
+ hen was gekomen overeen. Maar rustig
+ klonk reeds zijn antwoord door de zaal:
+ „Mijnheeren rechters,
+ ik ben den koning zeer erkentelijk,
+ maar bid tot God, dat hij in zijn genade
+ mij helpe in mijn gezindheid te volharden
+ tot dit flakkerlicht wordt gebluscht.”
+ Toen wist ik
+ dat hij zijn leve’ in handen van de rechters
+ legde, en niets hem redden kon, dan mooglijk
+ hun manhafte moed.... ik oude dwaas hoopte
+ daarop....
+
+ GRYNÆUS Ge wist toch dat de koningin
+ zijn ondergang gezworen had.... haar willen
+ reikt ver.
+
+ KINGSTON De rechters zetten zich, en mijnheer Southwell
+ las d’ aanklacht voor.... Gij kent de punten?
+
+ WILLIAM Ja.
+
+ KINGSTON Toen hij gedaan had, kreeg uw vader ’t woord
+ tot zijn verdeed’ging, zittend, want hij had een
+ zetel verzocht, zeggend zich te gevoelen
+ te zwak om lang te staan.... Langs d’ eerste punten
+ gleed hij met korte woorden heen; gekomen
+ tot de hoofdzaak,
+ zei hij nadrukkelijk, nimmer te hebben
+ gezocht, één mensch met woorden te bewerken
+ den eed te weigeren, noch één ontsloten
+ de gronden van zijn weig’ring. God kwam het toe
+ en God alleen, de gedachten te richten,
+ geen aardsche rechters mochten ’t doen. Daarom
+ bestreed hij, dat hij door te zwijgen zich
+ verraderlijk tegen zijn koning keerde,
+ en zou het bestrijden zijn leven lang.
+ Hier zag hij rond; zijn stem was weeker toen hij
+ voortvoer: „Ik heb in deze eigen zaal
+ veel jaren recht gesproken, vele malen
+ in menschelijke zwakheid mij vergist.
+ Maar nooit—hier zocht de oogen van zijn rechters
+ zijn vrije blik—heb ik bewust gebogen
+ onrecht tot recht: dit maakt mij stout, een woord
+ tot u uit innerlijken drang te spreken.”
+ Hij rees op, zijn gestalte strekte zich,
+ zijn vaal, ingezonken gelaat bezielde
+ de blos van heilgen ijver; warmte trilde
+ door de diepere tonen van zijn stem,
+ toen hij riep „Rechters, ik bezweer u, rechters,
+ o buigt het recht niet krom.”
+ Toen ging hij kalmer
+ weer voort, hun toonend hoe gemeenschap vergt
+ om vast te staan, zede en recht, als de steenen
+ de kalk behoeven, te vormen een bouw;
+ hoe zoo zij, van wie op aardsche rechters
+ was geen beroep, nu ’t recht krombogen, dit
+ zou zijn den bouw der maatschappij ontwrichten
+ zoodat geen mensch meer veilig wonen kon.
+ Rustig en zacht besloot hij: „ge weet wel
+ dat ik mijn leven niet terug wil winnen
+ als in een kansspel uit uw hand. Ik heb
+ mijn anker reeds gelicht, en merk den stroom
+ mij voeren naar de wijde wateren
+ der eeuwigheid. Maar gij blijft en het volk
+ van Eng’land blijft: voor u zelf pleit ik, en voor
+ dat volk. Moog God van uw hoofden afwenden
+ dit erge doen.” Toen zonk hij in zijn zetel
+ terug, en sloot d’ oogen....
+
+ GRYNÆUS Leken de rechters
+ ontroerd?
+
+ KINGSTON Een mompelen ging tusschen hen
+ en ik ving enk’le woorden op die deden
+ opscheemren voor mijn hart een zweem van hoop.
+ „Wij kunnen niet”.... „er is geen grond”.... „het schuldig
+ sterft op de tong”.... maar mijnheer Southwell trad
+ naar voren, en ik zag op zijn gluipgezicht
+ een lachje van boosaardig triomfeeren
+ en voelde mij verstijven, want ik kende
+ hem voor een nijdaard, Morus slecht gezind.
+ Met effen stem vroeg hij het hof verlof
+ hun alsnog voor te stellen een getuige
+ die zelf gehoord had ’t schennend woord ontvallen
+ aan Morus’ lip. Ik geef mijn hoofd, Grynæus
+ zoo die getuigenis niet was te voren
+ bekonkeld tusschen hen....
+
+ GRYNÆUS ’t Is zeer waarschijnlijk,
+ maar ik bid u, ga voort....
+
+ KINGSTON De getuige
+ werd vóórgebracht, een zek’re Rich. Hij zwoer
+ waarheid te zeggen, en dischte op den rechters
+ dit dwaas verhaal. Hoe hij onlangs in opdracht
+ tot Morus ging, met Southwell en een klerk,
+ zijn kerker te doorzoeken naar geschriften;
+ en terwijl d’ anderen zochten, vroeg hij
+ More tot een vraag verlof, te weten:
+ zoo ’t parlement hem, Rich, tot koning maakte,
+ of More hem dan erkennen zou. En Morus
+ zeide van ja. Toen vroeg Rich verder, of
+ zoo het parlement hem tot paus verklaarde
+ More hem als paus erkennen zou. Maar Morus
+ antwoordde, vragend op zijn beurt, of zoo
+ het parlement God niet meer God verklaarde
+ te zijn, hij Rich, zich reek’nen zou gebonden
+ aan zoo’n besluit. En Rich „wel zeker niet,
+ geen parlement had macht dat te bepalen.”
+ Waarop More „evenmin, een wereldsch vorst te maken
+ tot hoofd der christenheid.”
+
+ GRYNÆUS En deze plompe leugen
+ nam het hof aan als een bewijs van schuld!....
+ Niet te gelooven.... Wat antwoordde Morus?
+
+ KINGSTON Hij bracht den rechters in herinnering
+ hoe hij alree verklaard had, en ’t bezworen,
+ nooit te hebben aan eenig mensch ontsloten
+ in deze zaak, de gronden van zijn hart,
+ en bad hen te bedenken, dat zoo hij
+ een man was, die met eeden speelde als waren ’t
+ ballen, hij niet vóór hen zou staan, maar zeet’len
+ tusschen hen in „Immers slechts een eed scheidt mij
+ als u bekend is, van mijn ouden staat.”
+ Ik zag bij ’t woord sommigen van de rechters
+ de oogen neerslaan, als beschaamd.
+ Toen, zich wendend naar waar Rich stond, sprak hij
+ verder, niet in toorn, maar gestreng van wezen:
+ „Ik heb eeden altijd gehouden heilig,
+ en daarom mijnheer Rich, bedroeft mij meer
+ uw meineed nu, dan mijn bedreigde leven.
+ Ik ken u sinds de dagen van uw jeugd,
+ —wij woonden immers in hetzelfde kerspel—
+ als een lichtzinnig mensch, een erge speler,
+ en nimmer hield ik u voor eenen man
+ dien ik, of dien een ander zou verkiezen
+ tot zijn vertrouweling.”
+
+ WILLIAM Antwoordde Rich?
+
+ KINGSTON O neen, met een uitdagend lachje hoorde
+ hij ’t streng-klinkend woord van uw vader aan,
+ en haalde, toen die zweeg, de schouders op
+ als vond hij zich te goed hem te weerspreken.
+
+ WILLIAM Verdorven hart, is in u alle schaamte
+ dan dood?
+
+ KINGSTON Schaamte? ’k wed, hij zal morgen pralen
+ met zijn meineed als zijn verdienste.... Mompelt
+ men niet, dat hij eerstdaags geadeld wordt...
+ Maar gij verlangt verder te hooren.... Als
+ merkte hij niet het ergelijk gebaar
+ van den ellend’ling, wendde tot de rechters
+ Morus zich weer, met vaste klare stem
+ vragend, of dit hun toescheen geloofwaardig,
+ dat hij, een oud man, in de school des levens
+ geoefend in lange geslotenheid,
+ zou hebben geopend ’t geheime boek
+ van zijn geweten, dat hij niemand toonde
+ —ook niet den trouwste’ en meest vertrouwden vriend—
+ aan een nietswaardig mensch, dobb’laar en drinker,
+ dien hij laag achtte en waartoe niets hem dreef.
+ Hij bracht hun in herinnering, hoe de koning
+ had uitgezonden tot hem, in zijn kerker,
+ veelmalen, mannen van beproefd verstand,
+ opdat hun schranderheid hem zou ontlokken
+ zijn welbewaard geheim—maar steeds vergeefs.
+ „Houdt ge het dan voor mogelijk,” besloot hij,
+ „dat waar zoovele goede schutters waren
+ afgedeinsd, en hadde’ alle ’t doel gemist,
+ zoo plomp een hand zou zijn bij d’ eerste poging
+ geslaagd?”—O vrienden ik had het wel willen
+ uitschreeuwen, willen roepen tot de rechters:
+ zie waarheid op dit voorhoofd zeet’len, hoor
+ haar klank die hartgrondige stem doorgulden;
+ en zie dan daarheen, naar dat driest gezicht,
+ waar alle lage drifte’ op achterlieten
+ hun slijm’rig spoor.... Kunt ge in trouwe ’t een
+ getuigenis tegen het ander wegen?
+ Maar ach, ik zweeg....
+
+ WILLIAM Wat had het ook gegeven!....
+ Sprak een der rechters nog aan de getuig’nis
+ van Rich zijn twijfel uit?
+
+ KINGSTON Geen. Mijnheer Audley
+ rees, zeggend dat nu uw vader de faam
+ van den getuige aantastte, hij moest vragen
+ Southwell, of die iets had gehoord....
+
+ WILLIAM Maar Southwell
+ had gewis niets gehoord....
+
+ KINGSTON Southwell bezwoer
+ zijn aandacht was hij zoo bij zijn taak geweest,
+ dat niets tot hem drong van hun beider spreken.
+ Maar snel rees Morus op, en weder klonken
+ zijn strenge woorden door de dompe zaal:
+ „Southwell, waarom bevlekt gij uw geweten
+ met valsch te zweren?”; en hij verhaalde hoe
+ hij den leugenaar had gemerkt, begeerig
+ happend naar ’t woord, dat hem More zou verderven,
+ gespannen luistren, en toen ’t uitbleef, den
+ schurk had gezien met een gebaar van wrevel
+ zich afwenden, of hij ’t niet kroppen kon.
+
+ WILLIAM Zei Southwell iets?
+
+ KINGSTON Hij veinsde niet te hooren,
+ verdiept in zijn papieren, maar ik zag
+ zijn gezicht vertrekken en zich verharden
+ tot een masker van haat.... Het was de beurt
+ nu aan zijn slangenrede.... ik bid u, laat
+ mij u bespare’ en besparen mijzelven
+ dat glinst’rend web van boosaardige leugens
+ weer uit te spreiden.... ’t walgt me....
+
+ WILLIAM Enkel dit:
+ waagde hij het, zich te beroepen op
+ de Judas-getuig’nis van dien meineedge?
+
+ KINGSTON Hij waagde het. Schaamteloos was de wijze
+ waarop hij uw vader hoonde, met woorden
+ groen van venijn. Zie die spotter, sprak hij,
+ staande bij hen die Rome felst bestookten
+ weleer vooraan.... maar nu zijn koning, die
+ twintig jaar lang met de room zijner gunsten
+ hem heeft gevoed, zijn hulp behoeft, zie, nu
+ verschuilt hij achter Rome en haar geboden
+ zijn verraderlijk hart....
+
+ WILLIAM Ellendeling!
+
+ GRYNÆUS Ik vreesde dit.... Antwoordde Morus nog
+ op deze rede?
+
+ KINGSTON Hij verklaarde
+ dat hij eerst na het oordeel spreken zou.
+ De rechters trokken zich terug tot hunne
+ beraadslaging.... een doffe zwaarte lag
+ over de broeiing van den heeten noen
+ waar vliegen droomerig doorgonsden.... soms
+ hoorde men even een gedempt gefluister
+ als was er tusschen ons een doode.... More
+ had het gelaat in de handen verborgen
+ en peinsde of bad.... Ik weet niet of het lang was
+ dat wij wachtten.... de tijd bestond niet meer,
+ niets bestond als een doffe
+ knaging van onrust en benauwenis.
+ Eindelijk hoorden wij schreden, de rechters
+ keerden door de holle gangen terug.
+ Stappen naderden, deuren sprongen open,
+ en ’k las op de schuldbewuste gezichten
+ hun eigen schande. Audley stelde de vraag,
+ en zesmaal spitsten zich de droge lippen
+ tot het gruwelijk onverzoenbaar woord
+ dat toonloos zonk in de beklemde stilte:
+ „schuldig—schuldig—schuldig—schuldig—schuldig—
+ schuldig.”—Zes malen kromp mijn hart ineen.
+ Ik zag naar uwen vader, waar hij zat:
+ een licht van troosting, vrede en klaarheid straalde
+ van dat ontspannen rustig-mild gelaat.
+ Toen kwam het vonnis, en wij huiverden
+ bij de klank van die vreeselijke woorden:
+ „zal met gloeiende tangen eerst genepen
+ dan ’t hart hem worden uitgerukt,” maar toen
+ volgde dat de koning in zijn genade
+ het tot onthoofding had verzacht;—hoe licht
+ getroost is toch de mensch in zijn ellende:
+ wij voelden iets verruimd.
+
+ WILLIAM En vader?
+
+ KINGSTON Hij
+ rees op, en met zachte heldere stem,
+ als waren wij allen bijeen in vrede,
+ begon hij te spreken, zeggend alleen
+ zoolang met zwijgzaamheid te hebbe’ omsloten
+ zijn lip, uit vrees dat vervolging hem vinden
+ mocht zwak, en klein van hart,
+ want hij voelde ’t in zich niet onvervaard
+ gelijk de martelaren die getuigend
+ uitlokken lijde’ en gaan ten jubeldood,
+ en ’t scheen hem hoogmoed toe door eigen doen
+ op zich te laden, wat hij tot het einde
+ misschien niet standvastig zou dragen....
+
+ WILLIAM O vader,
+ dat ’s uw ootmoed’ge zin.... Ach, Kingston, wij
+ vielen hem hard, omdat hij zijn vertrouwen
+ weghield voor ons....
+
+ KINGSTON Na die bekentenis
+ verklaarde hij met mannelijke woorden
+ waarom hij niet kon zweeren, sprekend uit
+ wat nu in Engeland alle rechtschapen
+ harten denken, maar niemand zegt:
+ hoe koning Hendrik de hervorming niet
+ tot stand wil brengen om de kerk te rein’gen,
+ maar uit belustheid op het goed der kerk,
+ en hoe de geestelijken die hem steunen
+ als hem beweegt begeerlijkheid—of vrees.
+ Hier zweeg hij even, over zijn gezicht
+ trok donk’re schaduw toen hij voortvoer: „nu
+ zullen de kloosters worden opgeheven,
+ der armen wett’lijk erfdeel, hun geschonken
+ tot de verlichting van hun lange nood,
+ wordt hun ontgrist door gewelddaad’ge handen;
+ de borsten waaraan ’t arme volk zich laafde
+ verdrogen: hoor ze krijten van den dorst.”
+ Weer zweeg hij; zijn wezen versomberde
+ een nieuwe vlaag van aanstormende smart:
+ hij sidderde, zijn wijd-gesperde oogen
+ schenen achter de hoofden van de rechters
+ een ontzetting te zien; en haar bedreiging
+ beefde in ’t schrille stijgen van zijn stem:
+ „ik zie de duizenden, die veilig leefden
+ op ’t kloostergoed, worden door nieuwe heeren
+ verjaagd om plaats te maken voor de schapen;
+ ik zie ’t reed’looze vee vreten de menschen,
+ ik zie de troepen hongerige zwervers
+ dolen over ’t land;—ik zie de zweepen dalen
+ en weer opspringen in der beulen vuist,
+ en de galgen niet ophouden te dragen
+ hunner verschrikking vreemd-bengelende bloem”:
+ en, als den hemel nemend tot getuige
+ hief hij de armen hoog „dat heet hervorming,
+ o monsterlijke, monsterlijke leugen,
+ hemeltergend onrecht, zaad van langen haat”....
+
+ WILLIAM O vader, vader, liefde tot de armen
+ dreef u in den dood....
+
+ GRYNÆUS Ja dat was het,
+ en ik merkte het niet....
+
+ KINGSTON Toen hij ’t gemoed ontlast had
+ effende zich zijn weze’ opnieuw tot vrede;
+ een klare zilvervlam brandde zijn stem.
+ Hij wist wel, zei hij, dat één steen niet stuiten
+ kan losgebroken stroom: hem overstelpen
+ de wateren. En hij, die schier alleen
+ zich stelde in den weg van ’t vorstlijk willen
+ moest zoo worde’ overstelpt en ondergaan.
+ Maar dat men onrecht niet kon keeren was
+ nooit rede om niet tegen onrecht te strijden:
+ „niet alle strijders kunnen zegen oogsten,
+ maar alle kunne’, onrecht weerstaande, nader
+ brengen uw dag, gerechtigheid, op aard.”
+ Hij zei dit zacht, als beschaamd voor de and’ren
+ die niet hadden weerstaan.
+ Maar ik voelde wereldsche eere, praal
+ van weidsche daden en wapenenluister
+ verbleeke’ en zinken naast dit simpel woord,
+ zich stil ontvouwend als een zilv’rig bloeisel
+ hoog aan den stengel der recht-oppe daad.
+
+ WILLIAM Sprak hij nog meer?
+
+ KINGSTON Zijn rechters aanziend met
+ een glimlach die zoet als olijventwijg
+ boven de bitterheid van dat uur zweefde
+ zei hij hun mild vaarwel. Hij bad hen, hem
+ te willen gedenken in hun gebeden
+ niet als den man dien zij daar vonnisten,
+ maar als den makker, wiens beeld vóór hen rees
+ uit heugnis van veel zacht-gesleten uren
+ die mensch binden aan mensch. Eens zouden zij
+ en hij weer samenkomen waar de draden
+ van hun verwarde willen zeker gingen
+ zich effenen tot glanzend vreugde-web.
+
+ WILLIAM Niet meer?
+
+ KINGSTON Ja toch: hij liet den koning weten
+ dat Morus, met dankbaar hart oude dagen
+ gedenkend, zonder wrok ging in den dood.
+ Dat was het laatste.
+
+ WILLIAM Hij heet een verrader!
+
+ KINGSTON En toen gaf mijnheer Audley mij bevel
+ om More terug te voeren naar den Tower
+ te lijden daar den dood als ’t vonnis wou.
+ De rechters gingen heen....
+
+ WILLIAM Mijn arme Kingston,
+ moest gij dat zijn?
+
+ KINGSTON William, ik weet niet of
+ hemelsche boodschappers nog tot de menschen
+ dalen om hen te sterken met hun aêm.
+ Maar zoo ’t geschiedt stond zulk een hemelling
+ vast, door ons ongezien, achter uw vader
+ hem toewuivend op blanke wiek genâ.
+ Want toen ik tot hem trad, en droefheid mij
+ zoo overmande, dat ik luid uitsnikte
+ of dit zou zijn de laatste dienst dien ik
+ ging aandoen den beminden man, de laatste
+ bloem die veeljaarge plant van vriendschap dreef,
+ sloeg hij zijn arm vertroostend om mijn hals,
+ en lachte mij mild-bemoedigend toe.
+ „Kingston,” zei hij „wees welgemoed man, laat
+ uw hart zich niet bezwaren om uw last;
+ mij behaagt wèl dat gij me zult geleiden,
+ oude vriend, naar de poort der eeuwigheid.
+ Ik ga, zegenend onze goede aarde,
+ maar blijde dat het is mijn tijd te gaan,
+ want ik heb uitgestaan veel moeienissen”.
+ Toen omhelsde hij mij, en wie ons beide
+ daar zag, die had gezworen hem den trooster,
+ en mij, afwachtend smadelijken dood!
+
+ WILLIAM Wij zijn ’t die troost behoeven, niet meer hij....
+
+ KINGSTON Ach, een afscheid is hem nog zwaar gevallen....
+ Vrouwe Margreet verhaalde u wis, hoe zij
+ opwachte zijn terugweg, en zich wierp
+ tusschen de mannen van de wacht? Ik wist niet
+ dat zulke kloekheid wonen kan in ’t schuchter
+ gemoed van een teedere vrouw....
+
+ WILLIAM Margreet
+ heeft haars vaders wezen geërfd; ook zijne
+ groothartigheid.... wij alle steune’ op haar....
+ ik kan niet denken wat mijn leven wezen
+ zou zonder dezen steun.... Zeg mij, Kingston
+ hoe was het mooglijk dat zij tot hem drong
+ ondanks de wacht, dat al die hellebarden
+ haar niet stuitten, een wapenlooze vrouw?
+ Was het verrassing? Weken z’ uit erbarmen?
+ Zij zelf weet niets, zegt ze, als dat vaders aanschijn
+ riep tot haar, van ver, en zoo’n grooten drang
+ haar overmocht, om hem nog ééns te kussen
+ dat vrees en schuwheid van haar lieten, en zij
+ gezogen werd naar waar hij stond....
+
+ KINGSTON Ik kan
+ u dit alleen maar zeggen, William; wij
+ hoorden, toen wij onder den Tower landden
+ een stem die riep „vader,” en weer „vader.”
+ Zulk een angst van verlangen zwol daarin
+ dat allen stilhielden en het hoofd wendden,
+ naar dien roep als van een verschrikte vogel
+ die om zijn jongen krijt. Ik zag haar staan,
+ de armen voor zich uitgestrekt, en naast haar
+ uws vaders oude nar met het vroegwijze
+ kindergezicht, toen vreemdvertrokken grijnzend
+ in smartelijken lach. Ik hoorde hem
+ schreeuwen: „nu vrouwe,” en zag hem voorwaarts storten
+ tusschen de pieken, zij hem na. Maar even
+ verdween z’ in wriemling van wapens en lijven,
+ toen zag ik haar weer, ijlings verder schietend
+ als tusschen gouden flikk’ringen een visch.
+ Zij dook op aan de zijde van uw vader
+ hing als een drenkeling hem om den hals....
+ Mijn oude oogen loopen weder over
+ bij de herinnering....
+
+ GRYNÆUS Meent ge dat Morus
+ blij was zijn lieveling nog eens te zien,
+ of viel ’t hem zwaar?
+
+ KINGSTON Mij scheen ’t dat vreugde en droefheid
+ streden in hem. Toen zij viel in zijn armen
+ zag ik een glans verhelderen zijn edel
+ ontvleescht gelaat, en een oneindig-teed’ren
+ blik uit zijn milde grijze oogen glijden
+ over haar zachtgebogen hoofd. Maar plots
+ doorschokte hem een siddering, hij klemde
+ de lippen saam, als een man die verbijt
+ een felle pijn. Toen schudde hij meewarig
+ het hoofd, en streelde haar en kuste haar
+ en maakte haar armen voorzichtig los
+ van om zijn hals. Hij hield haar van zich af
+ rondziende, als zocht hij wie haar weg kon voeren.
+ Maar toen zij voor de tweede maal zich klampte
+ aan hem, zacht-kreunend, zag ik op zijn voorhoofd
+ de druppels paarlen van den bangen strijd
+ en aan zijn wimpers hingen zware tranen.
+ Even aarzelde hij, toen overbuigend
+ tot haar, fluisterde hij dicht aan haar oor
+ wat geen onzer verstond, maar met een schok
+ kwam z’ overend, kuste hem en verdween
+ als zwolg de grond haar op.... Wij gingen verder.
+
+ WILLIAM Hij vroeg haar een belofte te gedenken
+ die zij hem eenmaal deed.... Haar grootste schat
+ is een verfrommeld briefje, in haast geschreven
+ dat hij haar deed zenden, vlak voor het end.
+ Hij roemt haar daarin zijn dappere kind
+ die hij nooit zóó als in het uur beminde
+ dat zij voor het laatst hem hing om den hals,
+ want hem behaagde boven maat als liefde
+ alle wereldsche bloôheid overwint.
+ Er komt over haar een wondere blijheid
+ als zij ’t herleest....
+
+ KINGSTON Het heeft zoo moeten wezen,
+ maar waarom is voor ’t hart een duist’re zee....
+ Het ziet de vrucht niet blinken van zijn lijden,
+ en vruchtloos lijden van goeden en wijzen
+ onthutst het hart.
+
+ GRYNÆUS Misschien dat vruchten rijpen
+ die wij niet zien....
+
+ KINGSTON Zeg mij William, is ’t waar
+ dat gij het vaderlijk erf moet verlaten?
+ Beval de koning ’t waarlijk?
+
+ WILLIAM Hij beval ’t.
+ Kingston, wij mogen niet meer wonen waar
+ zijn beeld oprijst uit de vertrouwde steenen
+ en alle dingen spreken met zijn stem.
+ De wraak der machtigen verslaat ons, maar
+ één troost houdt mij staande in het bitter zwerven
+ dat nu begint: ik wil het aardsche doen
+ van onzen heilige gaan nederschrijven
+ in een getrouw relaas: zoo zal zijn geest
+ voortleven, en de komende geslachten
+ ten voorbeeld zijn....
+
+ GRYNÆUS Maar zult ge ook vermogen
+ d’ eigenste kern en klankkleur van dien geest
+ in woord te beelden? ’k voel in hem een wezen
+ dat ons allen ontgaat.
+
+ KINGSTON Ja, niemand onzer
+ doorziet hem gansch. Onze zielen begrijpen
+ van zijn ziel ’t stuk, waar eigen kracht toe reikt;
+ zoo zult ook gij, mijn goede William, beelden
+ wat ge van hem verstaat.
+
+ GRYNÆUS Zijn eigen werken
+ beelden hem beter dan een onzer ’t kan.
+
+ WILLIAM Kingston, ge weet, de koning gaf verlof
+ dat wij zijn arme romp begraven mogen....
+ zij noemen ’t gunst.... Vrouwe Margreet verweent
+ haar oogen van verlangen, eens te koest’ren
+ nog, en te bedden zacht zijn wreedgeschonden hoofd.
+ Weet gij een weg, Kingston?
+
+ KINGSTON Mijn beste William,
+ ik heb daartoe geen macht. Kom: ’k hoor de hanen
+ de komst verkonden van den nieuwen dag.
+ Hoe leeg en kil rijst hij, hoe arm aan vreugde!
+ Ja, leven is somtijds een zware vracht.
+ God sterke u, William, en de uwen allen;
+ ge ziet mij spoedig weer.
+
+ WILLIAM Dank voor uw komen,
+ Kingston, en steun ons verder met uw trouw. (Kingston af.)
+ Kom keeren wij ook huiswaarts Simon: wis
+ waakt mijn Margreet, wachtend van mij te hooren
+ wat Kingston heeft verhaald.
+
+ (William en Grynæus af—Margreet en de nar komen van de andere
+ zijde op; de nar spiedt behoedzaam rond.)
+
+ DE NAR Vrouwe Margreet,
+ zet u hier, en wacht totdat ge zult hooren
+ driemaal herhaald, het krassen van een uil.
+ Kom dan en stel u rechts onder de poort
+ en houdt uw voorschoot op.... wij zullen slagen.
+ Wees niet vervaard: wie ons bevrienden houden
+ wacht op de brug....
+
+ MARGREET Goede nar, wees gerust.
+ Mijn hart bonst, maar niet in vervaardheid, enkel
+ van verlangen, en dat wordt dra gestild.
+ Ga, haast u: voor de tweede maal al kraaiden
+ de hanen en de nacht wordt dun. (de nar verdwijnt.)
+ Ik dank u
+ God, dat het liefste hoofd nog eens zal rusten
+ gelijk het deed zoo vaak, in dezen schoot.
+
+
+EINDE
+
+
+
+
+HISTORISCHE AANTEEKENING
+OVER THOMAS MORE
+
+
+Op het einde der 15de en het begin der 16de eeuw vonden in Engeland
+ingrijpende veranderingen plaats in het ekonomische en sociale leven.
+De oude feudale verhoudingen raakten in verval, het voornaamste
+bestaansmiddel, de landbouw, werd gerevolutioneerd door het opkomen
+van een stand van vrije kapitalistische pachters en door den snellen
+overgang van graanbouw tot veeteelt, die voor den adel voordeelig was.
+Het vroegere feudale landbouw-bedrijf had behoefte gehad aan zooveel
+mogelijk arbeidskrachten, aan vele menschen op het land, het nieuwe
+kapitalistische bedrijf had behoefte aan zooveel mogelijk land en
+zoo min mogelijk menschen, aan het uitsparen van arbeidskrachten. De
+heeren stalen op groote schaal de gemeente-landerijen, verklaarden
+deze tot privaatbezit en verdreven de boeren; in korten tijd verdwenen
+tienduizenden boerenbedrijven. Ten gevolge van deze geweldadige
+onteigening ontstond een talrijk overtollig proletariaat. Er was geen
+industrie in-opkomst, dus geen behoefte aan arbeidskrachten, er waren
+geen koloniën die dit proletariaat konden opzuigen, het vond geen ander
+bestaansmiddel dan bedelen of stelen. Een barbaarsch-strenge wetgeving
+trachtte de landloopers uit te roeien door ze onmenschelijk streng te
+straffen; gedurende de regeering van Hendrik VIII werden 72.000 groote
+en kleine dieven ter dood gebracht. Maar door bloedwetten kon het
+vraagstuk der armoede als sociaal verschijnsel niet worden opgelost.
+
+De algemeene nood gaf nieuw voedsel aan de oud-christelijke
+overlevering van gemeenschappelijk bezit der verbruiks-middelen, de
+kettersche communistische sekten der Lollarden en der Wederdoopers
+vonden vele aanhangers onder de arme klassen. Maar dit vage communisme
+geboren uit vertwijfeling over de ellende des levens, bevatte geen
+enkel element van maatschappelijken vooruitgang noch van aanpassing aan
+de maatschappelijke omstandigheden.
+
+Slechts één man was er in Engeland, één enkele die te midden van de
+algemeene radeloosheid een uitweg zag. Die man was Thomas More. Zijn
+algemeene kennis op philosophisch, ekonomisch en politiek gebied,
+zijn doorzicht in de behoeften en de hulpmiddelen van den tijd, zijn
+geniale intuïtie en zijn brandende begeerte de armen en verdrukten te
+helpen, hadden hem het spoor doen vinden van een nieuw communisme, van
+het gemeenschappelijk bezit der produktiemiddelen en de planmatige
+organisatie der produktie op nationale schaal.
+
+More werd in 1478 geboren; hij studeerde in Oxford en werd daar een
+geestdriftig aanhanger van de „nieuwe richting” in de wetenschap:
+het humanisme (de studie der latijnsche en grieksche oudheid). Deze
+richting bestreed de misbruiken in de roomsche kerk, maar wilde vredige
+hervorming, geen scheuring. Nadat hij zijn studie voltooid had werd
+More advocaat en kreeg veel praktijk onder de Londensche kooplieden, de
+klasse die toen meer dan welke andere ook, den ekonomischen vooruitgang
+belichaamde. Hierdoor verkreeg hij theoretische en praktische kennis
+op maatschappelijk gebied. In 1504 werd hij tot lid van het Parlement
+gekozen; daar kwam hij al spoedig in konflikt met de willekeur van
+den koning (Hendrik VII) en was genoodzaakt zich uit het openbare
+leven terug te trekken. Toen in 1507 Hendrik VIII, een kweekeling der
+humanisten, den troon beklom, scheen het of een nieuwe koers ging
+beginnen; More die in groot aanzien stond bij den jongen vorst, werd
+koninklijk ambtenaar en een man van invloed aan het hof.
+
+In 1515 maakte hij als gevolmachtigde der kooplieden deel uit van een
+gezantschap dat naar Vlaanderen ging om te trachten een handelstraktaat
+tot stand te brengen. Daar schreef hij de Utopia, het werk dat zijn
+naam onsterfelijk zou maken. Het bevat zoowel een doordringend-scherpe
+kritiek van de maatschappelijke misstanden zijner dagen als een
+uitvoerige beschrijving van den socialistischen heilstaat.
+
+Van een hersenschim: vage hoop, of herinnering aan ver verleden, is het
+communisme in de Utopia voor de eerste maal tot een wetenschappelijke
+gedachte geworden, geboren uit doorzicht in de maatschappelijke
+behoeften en de maatschappelijke hulpmiddelen.
+
+Eén hersenschimmig bestanddeel bevatte het communisme van More
+echter nog: hij zag geen ander middel het te verwezenlijken dan door
+het initiatief van een wijs en machtig vorst. Dit hersenschimmig
+bestanddeel, de verwachting namelijk dat de heerschende klassen
+(vorsten of kapitalisten) voor het socialisme gewonnen zouden
+kunnen worden en het verwezenlijken, kon eerst verdwijnen na het
+ontstaan van het moderne proletariaat, de klasse wier positie in
+het produktie-proces de socialistische inrichting der maatschappij
+voor haar maakt tot den eenigen weg ter ontkoming aan ellende en
+bestaans-onzekerheid.
+
+Drie eeuwen lang volgden alle socialistische denkers de banen, waarin
+More hun was voorgegaan; toen eerst waren de tijden rijp voor een
+nieuwen grooten stap van het menschelijk denken, den stap van utopisch
+tot wetenschappelijk socialisme.
+
+
+De Utopie had geen invloed op More’s verhouding tot den koning. De
+tijdgenooten beschouwden het werk als de luimige vrucht van luimige
+uren, een fantastisch gedachtespel. Hij steeg al hooger in ’s Konings
+gunst, werd minister en rijkskanselier. Maar zijn onbuigzaamheid van
+geweten en zijn liefde tot het volk moesten hem in konflikt brengen
+met het algemeene streven naar machtsuitbreiding van den vorst. Om een
+tegenwicht te vormen tegen de spaansche monarchie, wilde Hendrik zich
+verbinden met Frankrijk en een fransche prinses tot vrouw nemen. Maar
+daartoe moest hij zich van Catharina, de spaansche prinses waarmee
+hij gehuwd was, laten scheiden en de paus, die geheel in de macht
+van Spanje was geraakt, weigerde die scheiding te bekrachtigen. Toen
+besloot Hendrik met Rome te breken, hij verklaarde de engelsche kerk
+voor onafhankelijk en zichzelven tot haar hoofd. De geestelijkheid
+waagde het niet tegen deze „Hervorming” in verzet te komen, ook hoopte
+zij er voordeel van te halen. Hendrik onteigende kloosters en kerken
+op groote schaal. Spekulanten en gunstelingen maakten zich meester van
+de kerkgoederen, uit wier inkomsten voorheen duizenden behoeftigen
+gespijzigd waren. Zoo stond de „Hervorming” van Hendrik in lijnrechte
+tegenstelling tot de behoeften van het volk.
+
+More trachtte in den strijd tusschen paus en koning onzijdig te
+blijven, maar dit bleek op den duur niet mogelijk. Een jaar nadat
+de engelsche geestelijkheid Hendrik als hoofd der kerk van Engeland
+erkend had legde hij het ambt van rijkskanselier neer. De koning
+beschouwde deze daad als rebellie en hoogverraad; More werd in den
+Tower opgesloten en na een lange gevangenschap door de laffe rechters
+met hulp van een omgekocht getuige veroordeeld en den 6den Juli 1535
+ter dood gebracht.
+
+
+
+
+ Er zijn verschenen van
+ HENRIËTTE ROLAND HOLST-VAN DER SCHALK
+
+
+ Sonnetten en verzen in terzinnen geschreven. Tweede druk 1913.
+ De Nieuwe Geboort. 1902. Derde druk 1913.
+ Opwaartsche wegen. 1907. Tweede druk 1914.
+ De vrouw in het woud. 1912. Tweede druk 1917.
+ Thomas More. 1912. Tweede druk 1916.
+ Het Feest der Gedachtenis. 1915.
+ In eene editie van ƒ 1,25 ingenaaid en ƒ 1,75 gebonden per deel.
+
+ Stempels van S. H. de Roos.
+
+
+ Verder verscheen
+
+ De Maatschappelijke Ontwikkeling en de Bevrijding der Vrouw.
+ Prijs ƒ 0,85 ingenaaid.
+
+
+ Bij de Wereldbibliotheek zag het licht
+
+ De Opstandelingen. 1910.
+ Jean Jacques Rousseau, Een beeld van zijn leven en werken. 1912.
+
+
+ * * * * *
+
+
+ Opmerkingen van de bewerker
+
+ De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele
+ spelling. Leestekens zijn op verschillende plaatsen stilzwijgend
+ verbeterd.
+
+ Enkele druk- of spelfouten in het origineel zijn als volgt
+ gecorrigeerd:
+
+ Pag. 9: „steigend” vervangen door „stijgend” (stijgend uit de
+ diepten van het geweten).
+ Pag. 13: „GRYNÆEUS” vervangen door „GRYNÆUS” (GRYNÆUS Maar hoe
+ dwarsboomde uw vader).
+ Pag. 29: „tevenstrevend” vervangen door „tegenstrevend” (zijn
+ eigen tegenstrevend hart).
+ Pag. 30: „buzuinen” vervangen door „bazuinen” (haar bazuinen stem).
+ Pag. 36: „aardsbisschoppelijk” vervangen door
+ „aartsbisschoppelijk” (het aartsbisschoppelijk paleis).
+ Pag. 67: „MAGREET” vervangen door „MARGREET” (MARGREET O vader).
+ Pag. 68: „MAGREET” vervangen door „MARGREET” (MARGREET Ach vader).
+ Pag. 95: „klankleur” vervangen door „klankkleur” (d’ eigenste
+ kern en klankkleur).
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Thomas More, by
+Henriette Roland Holst van der Schalk
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK THOMAS MORE ***
+
+***** This file should be named 47327-0.txt or 47327-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/4/7/3/2/47327/
+
+Produced by Kanta Dihal, srjfoo, Hans Pieterse and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License available with this file or online at
+ www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation information page at www.gutenberg.org
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at 809
+North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
+contact links and up to date contact information can be found at the
+Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+