summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:59:47 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:59:47 -0700
commitd59763ae5c8cc01bb4a398fcf23dee6086baa7bb (patch)
tree64cbfbbf964d537abcfff385413d404e4e9cb8a1
initial commit of ebook 33563HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--33563-0.txt13413
-rw-r--r--33563-0.zipbin0 -> 279871 bytes
-rw-r--r--33563-h.zipbin0 -> 320543 bytes
-rw-r--r--33563-h/33563-h.htm15451
-rw-r--r--33563-h/images/book.pngbin0 -> 364 bytes
-rw-r--r--33563-h/images/external.pngbin0 -> 172 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/33563-8.txt13442
-rw-r--r--old/33563-8.zipbin0 -> 272703 bytes
-rw-r--r--old/33563-h.zipbin0 -> 313647 bytes
-rw-r--r--old/33563-h/33563-h.htm15425
-rw-r--r--old/33563-h/images/book.pngbin0 -> 364 bytes
-rw-r--r--old/33563-h/images/external.pngbin0 -> 172 bytes
15 files changed, 57747 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/33563-0.txt b/33563-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..24a3e39
--- /dev/null
+++ b/33563-0.txt
@@ -0,0 +1,13413 @@
+The Project Gutenberg eBook of It aade Friesche Terp, by Johannes Hilarides
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
+www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
+will have to check the laws of the country where you are located before
+using this eBook.
+
+Title: It aade Friesche Terp
+ of Kronyk der Geschiedenissen van de Vrye Friesen
+
+Author: Johannes Hilarides
+
+Editor: J. van Leeuwen
+
+Release Date: August 28, 2010 [eBook #33563]
+[Most recently updated: January 6, 2023]
+
+Language: Dutch
+
+Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg. (This book was produced from scanned images of
+public domain material from the Google Print project.)
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK IT AADE FRIESCHE TERP ***
+
+
+
+
+ IT AADE FRIESCHE TERP
+
+ of
+
+ Kronyk
+ der Geschiedenissen van de
+ Vrye Friesen:
+
+ met
+ Bijvoegsels en Aanteekeningen.
+
+ van
+ J. van Leeuwen,
+ Griffier van de Regtbank te Leeuwarden.
+
+
+
+ te Leeuwarden, bij
+ J. Proost.
+
+ 1834.
+
+
+
+
+
+
+
+VOORBERIGT.
+
+
+In den jare 1677 werd te Leeuwarden uitgegeven de eerste druk dezer
+Kronijk ander den titel:
+
+
+ IT AADE FRIESCHE TERP,
+ Vertoonende
+ DE FRYE FRIESEN,
+
+ in haar Oorsprong, Opkomst en Voortgang: Als Landsbestiering,
+ Waapenhandel, Krychsdaaden, Weetenschap, Vreemde voorvallen, Yver
+ voor de Vryheit, Afgooderye, Godsdienst en Landstreek.
+
+ In 't gemeen bij een gehoopt,
+
+ Voor de Liefhebbers der Vryheit.
+
+
+Op dezen druk, beginnende met het jaar 313 voor Christus geboorte
+en eindigende 1677, volgde een tweede, uitgegeven te Haarlem 1743,
+getiteld: It aade Friesche Terp, of Kronyk der Geschiedenissen van de
+Vrye Friesen, met een Bijvoegsel gaande tot de geboorte van Willem
+Karel Hendrik Friso. Daarna zijn er nog twee Uitgaven in het licht
+verschenen de eerste te 's Gravenhage 1746 en de laatste te Leeuwarden
+bij Chalmot 1771, welke beiden als een tweede druk worden vermeld en,
+uitgezonderd het titelblad, ook letterlijk van inhoud zijn als die
+van 1743. Deze tweede druk is behalve het Bijvoegsel aanmerkelijk
+vermeerderd en aangevuld met een aantal gebeurtenissen, tot Friesland
+en Groningen betrekking hebbende, welke in de eerste druk niet zijn
+vermeld, terwijl taal, stijl en spelling naar het gebruik van dien tijd
+zijn veranderd. Het Motto, op de keerzijde des titels of op den titel
+zelven geplaatst, was het gezegde van Aeneas Silvius of Paus Pius II:
+Een Fries weigert niet voor de Vrijheid zelfs in de dood te gaan.
+
+Ofschoon ook deze Kronijk met de gewone sprookjes, fabelen en wonderen
+uit den ouden tijd is voorzien, bevat zij echter een beknopt verhaal
+van de meest belangrijke voorvallen uit de verschillende Friesche
+Geschiedschrijvers getrokken. Wie echter de Schrijvers of Opstellers
+zijn geweest is mij niet gebleken.
+
+Uit hoofde dit boekje van tijd tot tijd zeldzamer was geworden, komende
+de eerste druk bijna nimmer voor, ondernam de Boekhandelaar Proost
+alhier eene nieuwe Uitgave, noodigde mij uit die te willen verzorgen,
+en er tevens zoodanige Aanteekeningen en Bemerkingen bij te voegen,
+als voor de beoefening en opheldering der Friesche Historie, bijzonder
+over de XV eerste eeuwen, nuttig en dienstig zouden kunnen zijn. Aan
+dit verzoek voldoende, meende ik den tweeden druk der Kronijk in
+deze Uitgave getrouw te moeten volgen, mij alleen veroorlovende de
+ongelijkheid in de spelling, en de te groote afwijking hier en daar
+in de taal wat te verbeteren.
+
+Bij het doorlezen der kronijken, geschiedboeken, en andere schriften
+heb ik voor de Bijvoegsels en Aantekeningen, daaruit overgenomen of
+kortelijk aangestipt, wat mij voor mijn oogmerk belangrijk toescheen
+en dienen kon de Geschiedenis toe te lichten. Als een hoofddoel van
+dezen arbeid heb ik getracht den minder geoefenden tot eigen onderzoek
+en nasporing den weg aan te wijzen, weshalve ik al de Schrijvers en
+Geschriften naauwkeurig heb aangeteekend, in welken de uitvoeriger
+behandeling der zaken te vinden is, en de geschiedenis beter wordt
+voorgesteld. Ben ik in deze mijne poging, om anderen van nut te zijn,
+ten deele geslaagd, meer voldoening begeer ik niet.
+
+Over de waarde en geloofwaardigheid der oude kronijken en
+geschiedverhalen heb ik met een enkel woord mijne meening gezegd,
+en mijne stelling blijven verdedigen, dat aan dezelven daarom zoo
+weinig gezag wordt toegekend, omdat zij nimmer oordeelkundig zijn
+onderzocht en met de nog vele voorhanden zijnde bronnen vergeleken;
+dat geen Schrijver van lateren tijd, de Geschiedenis der Friezen ter
+harte heeft genomen, waardoor zij dus bij velen onbekend gebleven,
+bij anderen opzettelijk is achterwege gelaten; en dat men te ver
+is gegaan om door het Werk van Ubbo Emmius, die als de Feniks aller
+Geschiedschrijvers, gelijk Dousa hem noemt, gehuldigd werd, Frieslands
+Historie voor voldongen te houden, daar hij geen kritiesch onderzoek
+in het werk heeft kunnen stellen, als verstoken van de noodige
+hulpmiddelen en bronnen. Niet dat ik de waarde van dezen te regt
+hooggeschatten Schrijver wil verkleinen of iets nieuws voortbrengen,
+daartoe is mijne kennis te gering: evenmin wil ik als een voorstander
+van de leer der oude kronijken met hunne fabels en wonderen beschouwd
+worden; maar het is alleen om aan te toonen hoe verkeerd men handelt
+onvoorwaardelijk het gezag van anderen te volgen, en zonder eigen
+overweging en grondig onderzoek onze oude Schrijvers te verwerpen. En
+dit is niet mijn oordeel alleen, hetwelk op de ondervinding steunt;
+maar vele geleerde en schrandere mannen, zoo als: v. Schwartzenberg,
+Ypeij, Visser, Amersfoordt, Westendorp, v. Halmael en anderen, die de
+Friesche Historie bestudeerden, hebben in hunne geschriften ditzelfde
+beweerd, tevens de noodzakelijkheid betoogende, welke er sinds lang
+heeft bestaan, om de zeer belangrijke Geschiedenis van dit Gewest
+van de vroegste tijden af beter te leeren kennen, te onderzoeken en
+waarderen, zoodat eene zorgvuldige en oordeelkundige beschrijving,
+naar den geest en de smaak des tegenwoordigen tijd ingerigt, allezins
+wenschelijk ware. Daartoe heb ik reeds in den jare 1827 alle mijne
+pogingen in het werk gesteld, en een plan, hetwelk veel belangstelling,
+aanmoediging en ondersteuning, ook bij den Heere Staatsraad,
+Gouverneur en Gedeputeerde Staten van dit Gewest, heeft gevonden,
+tot stand trachten te brengen, dan door omstandigheden, geheel van
+mij onafhankelijk, is hetzelve onvolvoerd gebleven [4]. Een gelijk
+lot heeft een tweede Ontwerp van den Heer van Halmael en mij, tot
+de Uitgave van een Geslacht- en Wapenboek van den Adel in Friesland,
+een werk hoogst gewigtig voor de Geschiedenis, moeten ondergaan. Ik
+heb alzoo mijnen wil getoond, en daar ik tot geene Uitgaven op eene
+andere dan de door mij voorgestelde wijze besluiten kan, laat ik het
+nu aan ieder wie het luste over, om ter liefde voor de Geschiedenis,
+ter wille onzer Landgenooten en ten nutte voor de Nakomelingschap
+hunne middelen aan te wenden, hopende dat zij met een beter gevolg
+in de erkende behoefte [5] en den algemeenen wensch van hen, die de
+wetenschappen op prijs stellen, mogen voorzien.
+
+Voor het Titelplaatje koos ik de aloude adellijke State van den
+Potestaat Wiarda te Goutum, thans het eigendom van en bewoond
+door de Familie v. Cammingha, welke met Martena-State te Cornjum,
+bijna de eenigen zijn, die, in den voorvaderlijken tijd gesticht,
+nog de algemeene slooping zijn ontkomen; want ook Tjaerda-Stins
+te Rinsumageest zal spoedig, naar het voorbeeld van Liauckama
+te Sexbierum, Hania te Holwerd, Holdinga te Anjum, Nieuw-Botnia
+te Franeker en zoo vele anderen binnen weinige jaren vernietigd,
+in eene puinhoop verkeeren.
+
+
+ Den 11 Junij 1834.
+
+ J. van Leeuwen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+FRIESCHE KRONYK.
+
+
+Friesland, een van de zeven Vereenigde Nederlandsche Provintien zynde,
+legt aan de noordooster zyde van de Zuiderzee en Fliestroom, die het
+van Westfriesland afscheid: aan 't noordwesten word het bedekt van de
+Wadden, tusschen de Vooreilanden van de Noordzee, als Ter Schelling,
+Ameland en Schiermunniks Oog. Het riviertje de Lawers verdeelt het van
+de Groninger Ommelanden: van daar naar de zuidzyde is de Drenthe en
+het Stigt van Overyzel, loopende bij de Kuinder aan de Zuiderzee. Maar
+met de verdeelinge dezer landstreek willen wy den leezer niet ophouden.
+
+Van ouds was de wydte van zijne landpaalen vry verder uitgestrekt,
+als loopende van den Ouden Rhyn, die door Leyden aan Utrecht langs
+vloeyende, by Katwyk in zee uitliep: begrypende den geheelen zeekant
+en de Zuiderzee, diestyds noch droog zynde, tot aan den Eiderstroom,
+die het van Jutland afsnyd. Aan de landzyde van Westfalen, Overyzel,
+Gelderland, tot het Ryk van Nieumegen en Utrecht, binnen zyne grenzen.
+
+Welke alle door verscheidene vyanden en andere voorvallen, als by
+lappen afgescheurd zynde, het boven geschreven lapje land, zyne
+vryheid, te gelyk met den naam van Friesland, zonder bystelling van
+Oost of West, wel yverigst verdedigt hebben. [6]
+
+Dat is van 't Land, welks Inwoonderen de stoffe van ons schryven zal
+zyn, naar het gemeenzaamste gevoelen byeen gesteld, als hier na volgt.
+
+
+
+ De Heeren, onder welks Gebied de
+ Friesen van tyd tot tyd
+ geweest zyn.
+
+I. ONDER ZEVEN PRINSEN. [7]
+
+
+Het 313de jaar voor dat onze Zaligmaker geboren wierd, was de tyd dat
+Frieso, de eerste Prins van Friesland, en Voorganger der Stichters,
+door welke dit ons Vaderland eerst bevolkt wierd, hier te lande kwam:
+dat zich dusdaniger wyze heeft toegedragen.
+
+Als die roemruchtige en groote Alexander, die in het bloeyenste van zyn
+jeugd het meerendeel van Asia overweldigde, kreeg hy toeloop van veele
+volkeren, die hy of overwonnen hadde, of in die gewesten huis hielden;
+om zyne gelukkige wapenen tot zo veele spoedige overwinningen te
+helpen bevorderen. Onder deze vrywillige krygers waren zommige van de
+voornaamsten uit Persien, en hunne onderhoorige Saxen (Sacæ) de minsten
+niet. Dewelke, na dat Alexander overleden was, en die voorige verheerde
+[8] volkeren, door zijner Nazaaten oneenigheid, de handen ruim kregen,
+vreesden dat het hun t'eeniger tyd mogte gewrooken worden: zy maaken
+derhalve een besluit, om met malkanderen, naar de wyze van dien tyd,
+een veiliger land tot hun wooninge op te zoeken. Hunne Geleiders waren
+Frieso en Saxo, om hunne gezelligheid gebroeders gezegt, en eigentlyk
+zo genaamt, of naar den volksnaam van hunne landslieden zo bekent:
+welker eerste Persiaanen, en de andere hun gebuuren, uit de woestyn,
+die nu Belor heet, gemeenlyk Indiaanen genoemt zyn; om datze van ouds,
+allen die naar 't Oosten woonden, den naam van Indiaanen gaven. Des
+zij tot hunnen sleep [9] een vloot van 300 zeilen toetakelden, en
+staken 'er mede af van het land van Cilicien, in Notalia of kleen
+Asia, gelegen in de Zwarte Zee. Van waar zy, wonderlyk omkruissende,
+door verscheidene woeste zeën heen slingerden, tot dat zy eindelyk, na
+veele ondervindingen en verlies van de meeste schepen, met slechts 54
+stuks in de Oostzee zyn vervallen; en waar van 12 op het eiland Rugen,
+en 18 in Pruissen zijn aangeland: de overige 24 den Fliestroom (welke
+de Roomsche Schryvers den derden Mond des Rhyns noemen) inzeilende,
+hebben dit gewest, dat nu van hunnen naam Friesland genaamt word,
+aangedaan, landende ten west Staveren op de Kreil, daar nu de volle
+zee voor Enkhuizen is: alwaar zy, geen menschen vindende, en na zo een
+kommerlyk omzwerven, het eerste stand greepen, en die plaatze den naam
+gaven van Staden. Daar Frieso ook een Vryhuis voor de vlugtelingen
+bouwde, zelve een weinig oostelyker optrok, en een stad bouwde, die
+naderhand Staveren genaamt wierd. Doch als in het volgende jaar de
+zomer hoogde, [10] kwamen de Swaaven, die hier 's zomers huis hielden
+en 's winters landwaards in weeken, om de overwateringen van de zwaare
+stormen: want het land was doe noch met geen dyken omheinigt. Deze,
+om datze ruuwe en onervaarene krygslieden waren, zyn ligtelyk van
+de Friesen op de vlugt gedreven, die hun zetel hier nu door goede
+beschansingen gevestigt hadden.
+
+Frieso had by zyn wyf Hil zeven zoonen, die hy elk over een gedeelte
+des lands, dat in zeven Zeelanden was verdeelt, tot Voogden heeft
+gestelt. En daar toe eene dochter, welke hy Weemoed noemde, om dat
+haare moeder van haar in den arbeid was gestorven. Daartoe stelden
+hy zyn zoon Æsge over de Burgerlyke Rechten, en Scholte over de
+Halszaaken. Haaije maakte hy Priester der Druïden, over de bosschen
+der Afgoden. Gæle wierd Dykgraaf, om daar opzigt te houden. Hette
+verzond hy, om Voogd te zyn over de Katten, een volk in Duitschland,
+dat naar zynen naam nu noch Hessen genaamt word.
+
+In den jaare 308 trouwde Fyt (Vito) of Jutte, een van Friso's zoonen,
+de dochter van Bokke (Bocchus,) Koning van Jutland; zo als het
+naderhand, naar zynen naam genoemt is: en kreeg tot een huwelyksgoed,
+het land dat men nu noch heden Sleeswijk noemt.
+
+In den jaare 300, wanneer 'er verschil onder de Veehoeders ontstond,
+zyn de Saxen, by gemeenen raade, van hun gescheiden: en, op de Elve
+aangekomen zynde, hebben zich aan geen zyde, dat nu Noordballingen is,
+nedergeslagen. Houdende dat gewest noch den naam van Saxen en Sassen.
+
+Frieso heeft daar na het land, om dat het zeer laag en moerig was,
+met dyken van aarde, en zylen of sluizen, om het water te doen
+afloopen, tot hun gebruik bequaam gemaakt: en om de overwateringen
+van hooge vloeden alomme verhevene wieren doen opwerpen, en daar
+huizen laten opbouwen, het land met beschansingen versterkt, en
+met dorpen en buurten rondom lustig bevolkt. En, om de welstand en
+eenigheid des volks te bewaaren, liet hij goede wetten en heilzaame
+beveelen aankundigen.
+
+En uit dat broekachtig en waterig land, schynt het, dat zy het
+oude Friesche Wapen hebben genomen, hetwelk bestond uit 7 Plompen,
+beteekenende de 7 Waterlanden, op 3 Zilveren balken, in een Blaauw veld
+[11]. Gelijk die Plompen noch hedendaags in 't Wapen van Groningen
+te zien zyn. Hoewel de onweetende teekenaars daar nu 3 Herten van
+maken. Bezie hunne munten, tot op de duiten toe.
+
+In den jaare 245 is Frieso, na dat hy dit land 68 jaaren wijsselijk
+in vrede geregeert hadde, eindelyk gestorven, en na zyn vaderlyke
+Persiaansche wyze te Staveren staatelyk begraven.
+
+Aanstonds is Adel, zijn oudste zoon, in 's Vaders plaatze gevolgt:
+die zyne nagelaatene wetten bevestigt, vermeerdert, en in schrift
+gestelt heeft. Hy bragt in gebruik, om de bequaamheid der gemoederen
+te onderzoeken, dat 'er alomme gasteryen en drinkgelagen wierden
+gehouden, daar men malkanderen in 't omdrinken, met het geeven van de
+regterhand, zoude kussen of zoenen op zyn Persiaans: dat men nu noemt
+op zyn plat Fries. In de gasteryen deed hy de geregten by malkander
+in een grooten Schotel leggen, en belaste dat men uit een grooten
+Hoorn zoude omdrinken. Waar van wy noch zeggen, de Friesche Pateele,
+en de Friesche Hoorn, en by zommige Gilden noch in gebruik. Hy trouwde
+Swebyne, de dochter van den Koning der Swaaven, zyne gebuuren. Om zyn
+rechtvaardigheid, is hy by zyne onderdaanen en gebuuren zo vermaard
+geworden, dat alle, die wel regeerden, daar van Adelingen, en van
+Adel gezegt wierden. Welke benaamingen tot op den huidigen dag zyn
+overgebleven.
+
+Ubbe, Juttes zoon, om Jutland tegen den aanval der Deenen te bevryden,
+zette zyn zoon Fyt ter dezer dagen tot Voogd over Eiderland, en
+Hendrik, zyn jongste zoon, over Jutland; die ondertrouwd wierd met
+Signe, Dochter des Konings der Finnen.
+
+En in den jaare 234, Granus, vyfde Koning der Deenen, dit bemerkende,
+heeft zich vermomd, en Hendrik op den dag der bruiloft, nevens veele
+van zyne vrienden onvoorziens vermoord: en de Bruid, uit Finland
+wegvoerende, zelfs getrouwt: edoch dat hy twee jaaren daar na met de
+dood moest bekoopen.
+
+In den jaare 220 heeft Adel, Schotte, zyn broeder Scholtes zoon, naar
+'t land, dat naderhand Schotland is genaamt geworden, heen gezonden,
+op dat hy 't met volk zoude beplanten.
+
+In den jaare 201, Jutte, over de dood zyns broeders vergramd zynde,
+heeft de Deenen veele jaaren met zeerooveryen geplaagt: tot dat hy
+van Froote, achtste Koning der Deenen, in een zeeslag overwonnen
+wierd. Die daar op de geheele Friesche kust heeft uitgeplondert;
+zynde zulks van de Deenen voorheen nooit ondernomen: en voort het
+Flie inzeilende, heeft zelfs het voorste van Duitschland aangetast:
+en van daar is hy met zynen roof of buit naar Engeland overgestoken.
+
+In den jaare 151, is Adel, na dat hy in langduurige vrede loffelyk
+het Vaderland bestierd hadde, gestorven.
+
+Doe wierd Ubbe tot derde Prins in 's Vaders plaats van de Staaten
+des Lands aangenomen.
+
+In den jaare 131, als Ubbe, op 't aanraaden van zyne moeder Swobyne,
+zyn grootvader, Koning der Swaaven, om de vrindschap te versterken,
+eens bezogt hadde, heeft hy Keulen aan den Rhyn gesticht, ter plaatze
+daar nu Duts legt. Daarom zyn de Keulenaars by de Romeinen eertyds
+Ubii geheeten, van deze Ubbe.
+
+In den jaare 127 heeft Baate, zoon van den Koning der Katten, van
+Friesche afkomst, met zyn gezelschap zich eerstmaal in de Betuw
+nedergeslagen: daar hy Baatenburg en andere plaatzen stichte. Zynde
+de oorsprong van die bekende Bataviers, dewelke nu Hollanders genaamt
+worden.
+
+In den jaare 120 heeft Frieso de jonge getrouwd de dochter van Ubbe,
+welkers naame Frouw was. Deze Frieso was de zoon van Gryns, zoon
+van Gæle, zoon van Haaje, zoon van Frieso de eerste. Hy trok met
+een hoop over den Fliestroom, en bewoonde het land, dat van hem noch
+Westfriesland is genaamt, en in dien tyd gebynaamt, kleene Friesen
+[12]. Daar bouwde hy, omtrent duizent schreeden van Alkmaar, aan een
+inham van een arm der Rhyn, die Krabbendam van Kennemerland afscheid,
+de stad Vroonen, die zo ryk en vermaard door den koophandel wierd. Waar
+van hedendaags niets meer te zien is [13].
+
+In den jaare 71 overleed Ubbe; en Azinga Askon, zyn zoon, quam in
+zyn plaats: dezelve was een onrustig en eerzuchtig mensch: hy voerde
+verscheidene doch ongelukkige oorlogen met den Koning van Tongeren
+en de Baatenburgers.
+
+In den jaare 59 zyn eenige kooplieden uit Indiën, onder den noorder
+aspunt om, door storm en onweder aan de Duitsche kust vervallen, en,
+zo men meent, in Friesland aangeland.
+
+Azinga heeft Staveren met muuren omtrokken, en eerst dien naam
+gegeeven, naar een ruuwen onbeschaafden Staf, hunnen Afgod; daar
+zy God, na de wyze der ongeloovige volkeren, by in erkentenisse
+hielden; om dat God de menschen als een staf en leunstok is in alle
+gevaaren. Want het was by de Duitsche volkeren gemeen, om God door een
+stok, blok, of steen, op hunne wyze te dienen, door dien zy zulken
+hoogen achtinge wel van God hadden, dat zy hem met geen duidelyke
+gelykenisze, het zy van een mensch, of diergelyke konden afbeelden.
+
+In den jaare 10, ter gelegentheid, dat de Romeinen onder hunnen Overste
+Drusus de Baatenburgers, Geldersche, en nabuurige volkeren overwonnen
+hadde, heeft hy de Westfriesen ook aangetast, van welke hy jaarlyks
+slegts een getal ossenhuiden bedong: en, zullende de volkeren over
+den Eems mede aandoen, hebben de Friesen der Romeinen schepen, die
+door de ebbe op hunne wadden waren vast geraakt, uit het gevaar van
+vergaan verlost.
+
+Als Azinga nu in 't 71ste jaar zyner regeeringe was, is de hoope
+Izraëls, en de wensch aller Heidenen vervult geworden, als onze
+Zaligmaker Jezus Christus te Bethlehem, in het Joodsche Land, gebooren
+wierd, tot troost van die geene, die dien dag der zaligheid voor
+langen tyd hadden begeeren te zien: terwyl onze Voorvaderen noch in
+een dikke duisternis van onwetenheid gezeten waren.
+
+In den jaare 2, na de geboorte van Christus, Azinga ziende, dat de
+Westfriesen, door hulpe der Baatenburgers, onder de Romeinen gebragt,
+en van de Roomsche Overste Drusus met 50 Schansen langs den Rhyn
+wel bewaart waren, heeft hij de Baatenburgers geweldig bevogten, en
+veele ter neder gemaakt. Maar Azinga, door een pyl zwaar gewond zynde,
+vlugten de Friesen, hem brengende op zyn slot, omtrent een halve myl
+van Staveren, op de Kreil. De Friesen maakende ondertusschen, buiten
+zyn bevel, eenen tweeden aanslag, versloegen nochmaals 500 mannen;
+waar tegen zy 300 Mannen verlooren, en zyn alzo met overwinning en
+goeden buit weder gekeert.
+
+In den jaare 4 is Diokarus Seegen, neef van Azinga, Ridder geslagen
+van Brabo, eerste Hertog van Braband, en met groote eere weder in
+Friesland gekomen.
+
+Ook is by 't Roode Klif, niet verre van Staveren, een vlamme uit
+de aarde geborsten, welke 3 dagen duurde. Den 4den dag quam 'er een
+groote draak regt om hoog uitvliegen, die de aanschouwers een half
+uur lang geweldig verbaasde, en is weder in de spleete neder gerukt.
+
+In den jaare 5 heeft Azinga die van Tongeren den oorlog aangedaan,
+en veele van hen verslagen: doch Brabo, Hertog van Braband, die van
+Tongeren te hulpe komende, hebben zy Azinga gevangen gekregen. Doch
+om de erkentenisse van Diokarus Seegen, heeft gemelde Hertog hem
+alleen maar met verachtelyke woorden gestraft [14], en doe weder na
+Friesland gezonden.
+
+In den jaare 6 heeft Tiberius, Veldoverste der Romeinen, Kennemerland
+ingenomen.
+
+In den jaare 11 is Azinga Askon gestorven: en zyn Neef Diokarus Seegen
+quam in zyn plaats.
+
+In den jaare 15 heeft hy allomme door geheel Friesland schoolen
+voor de jeugd ingesteld; en in 't byzonder schermschoolen binnen de
+Hoofdstad Staveren en Dokkum; daar 't volk met allen yver driemaal
+'s weeks wierd onderwezen.
+
+In den jaare 16 en 17 zyn de Romeinen met hunne krygsbenden door, langs
+en om Friesland getrokken, om de nabuurige volkeren te beheerschen;
+zynde de Friesen met hun in een goed verbond.
+
+In den jaare 29, als de Westfriesen, door de gierigheid der Romeinsche
+Overste Holle [15], byna uitgeput waren, alzo hy van hun afeischte
+grooter ossenhuiden tot schattinge, als zy konden leveren, zo zyn zy
+tegen hem opgestaan, en hebben zyne aangestelde Tolmeester opgehangen,
+en het slot op het Flie, daar hy gevlugt was, sterk belegert. Maar,
+door den Romeinschen Overste der Duitschers Apronius opgeslagen
+zynde [16], hebben nochtans groote overwinninge tegens de Romeinen
+gehad: dewelke by de 900 mannen verlooren omtrent het woud Baduhenne;
+behalven noch 400 soldaaten, die uit vreeze voor de Friesen malkander
+doodsloegen. Waar door Diokarus ook den toenaam van Seegen schynt
+bekomen te hebben.
+
+Omtrent den jaare 44, als de Friesen wel met de Romeinen stonden, en
+dat Diokarus zich ook by den Roomschen Keizer Claudius ten stryde
+begeeven had, daar hy groote eer behaalde, was 'er een groote
+hongersnood in 't land.
+
+In den jaare 46, als Seegen den staat des lands loffelyk bedient had,
+is hy in tyd van vrede gestorven: en zyn oudste zoon Dibbald Seegen is
+de zesde Prins der Friesen geworden. Hy was een goedertierend Vorst
+omtrent zyne onderdaanen: maar aan de andere zyde zeer onrustig,
+en genegen tot den oorlog. Waarom hy zich naar 't Roomsche leger in
+Engeland begaf, daar hy veele ridderlyke daaden uitvoerde: laatende
+Friesland onder 't bestier van een aangestelden Landvoogd.
+
+In dien tyd was 'er in Friesland een kloek Ridder, genaamt Idsert
+Jetse, van een verwonderlyke kragt, waarom ook onder de wandeling
+Sterke Man geheeten, dezelve was acht voeten in de lengte groot, hy
+kon in ieder hand een tonne Bier 220 treeden verre dragen, neemende
+onder ieder oxel [17] een kaas, omze van 't ligchaam te doen afhouden:
+ook droeg hy 2 mannen een halve myl verre op zyne armen: een onbezuist
+paard, kon hy met zyn vuist slaan, dat het dood ter aarde viel: en
+wanneer hy toornig was, derfde hem geen mensch onder de oogen te komen.
+
+Na den jaare 48, is Corbulo, een Romeinsche Overste, de Westfriesen
+onvoorziens op 't lyf gekomen, wegens hunne wederspannigheid, daar hier
+boven van gezegt is: en gyzelaars te pande mede neemende, stelde hun
+de paalen, daar zy niet over mogten komen. Het welk men meent de Lek te
+zyn, die hy liet graaven tusschen de Maas en Rhyn, daar nu Holland is.
+
+In den jaare 52 quam Dibbald, van den Roomschen Keizer Claudius
+grootelyks begiftigt, weder in Friesland: met hem leidende den Overste
+van Camga; daar het edel geslachte van Camminga uit gesproten is.
+
+In den jaare 55, als Claudius gestorven was, is Dibbald oostwaards
+opgetrokken, brandende en blaakende zeer verwoed.
+
+In den jaare 59, zyn Vryt of Verritus en Malorix, nevens een goed
+gezelschap, in gezantschap tot den Keizer Nero naar Rome getrokken,
+ter oorzaake van de klagten der Romeinen, dat de Friesen hun met
+de akkerbouw al te na by den Rhyn quamen. Vryt was van 't Geslachte
+van Hermana, afkomstig van Manne, die een kindskind was van Frieso
+de eerste. En Malorix van Camminga. Behalven dat zy van den Keizer
+groote eerbewyzingen, nevens het burgerrecht van Romen verkreegen,
+zynde daar ook tot het Christelyk geloove bekeert. En Ægistus, een der
+70 Discipelen van Christus, quam met hun in Friesland, om daar ook die
+leere te verbreiden: doch Seerp, Zoon van Fyt, en derde Priester der
+Druïden, op 't Oude Hof te Lewerden [18], stond hem zeer tegen. Zo
+dat hy weinig vrugt in 't land deed, en wierd van de ongeloovigen
+dood geslagen.
+
+In den jaare 61, is Dibbald tegen de Duitschers opgetrokken, doch
+keerde met verlies van 800 mannen schandelyk weder naar huis.
+
+In den jaare 62, quamen de Deenen, opgemaakt [19] van de Duitschers,
+Friesland plonderen en verwoesten 6 geheele jaaren lang; want Dibbald
+lag ziek te bedde.
+
+In den jaare 69, trok Dibbald met een groote vloot schepen naar
+Deenemarken, om zyn leed te wreeken.
+
+In den jaare 77 deed hy de Gelderschen den oorlog aan: die hem
+zo wel onthaalden, dat hy 500 mannen verloor, en hy zelve in een
+teeringziekte verviel.
+
+In den jaare 85 overleed Dibbald, en wierd te Staveren begraven.
+
+En Tabbe is tot de zevende en laatste Prins van Friesland aangenomen,
+dewyl Dibbald zonder kinderen was gestorven. Hy was een der voornaamste
+van Dibbalds Veldoversten, een wreed en onstuimig man. Waarom hy ook
+geheele 7 jaaren onder den Roomschen Keizer Domitianus ten oorlog trok;
+laatende Friesland onder een Stadhouder.
+
+In den jaare 94 deeden de Noormannen een tocht op Friesland, dat zy
+plonderden en veel roof uit haalden. Waar over Tabbe t'huis onboden
+zynde, zy zich hebben weggemaakt. Hy ondernam eerst met een goede
+vloot, en doe te land, zyn wraak te neemen; maar had weinig voorspoed.
+
+Omtrent den jaare 100 was Harke, zoon van Seerp, de 4de Priester der
+Druïden op 't oude Hof.
+
+En in den jaare 130 is Tabbe, de laatste Prins, gestorven [20].
+
+
+
+
+
+II. ONDER ZEVEN HERTOGEN.
+
+
+In het zelve jaar 130 quam Askon in zyn vaders plaats, die zich,
+naar de manier der Romeinen, Hertog liet noemen.
+
+Sinne, de 5de Priester der Druïden, schreef in deze tyden tot Askon:
+om de Christenen uit het land te verjaagen, en de Afgoden des lands,
+na ouder gewoonte te dienen.
+
+In den jaare 155 is 'er weder eene groote vlamme op 't Roode Klif
+uitgeborsten, ter zelver plaatze, als boven verhaalt is: en alzo de
+menschen, daar omtrent woonende, daar zeer bevreest voor wierden,
+vroegen zy hunnen Afgod Staf: Wat daar van worden zou? Zo antwoorde
+hun de Duivel door den Staf, als eertyds tot Eva door de Slang. Dat
+zy voor dit vuur niet behoefden te vreezen; om dat 'er na eenigen
+tyd wel wat kouds op mogt volgen.
+
+In den jaare 163 deeden de Friesen, met de Oosterlingen en Katten
+een inval in Frankenland, daar zy 't zeer verwoesten.
+
+In den jaare 164 is in het zuidwesten, omtrent een halve myl van
+Staveren, een put gegraven, die zo veel zout water opgaf, dat men
+vreesde het geheele land zoude onderloopen. Waar over den Afgod Staf
+nochmaals om raad gevraagt zynde, hun ten antwoord gaf: het bloed
+van een driejarig kind daar in te gieten. Dat gedaan wierd, en waar
+na het ook ophield, dat 'er zelf geen water meer in de put bleef. Zo
+snakt de Duivel naar menschen bloed.
+
+Askon deed verscheidene fraaije dorpen stichten, als Westerbierum
+[21], niet verre van Flieland; en Dyxhorne, tusschen Almeenum,
+dat nu Harlingen genaamt word; Ter Schelling [22] en Westerbierum,
+die nu beide door de zee verdronken leggen.
+
+In den jaare 168 zyn 2 Meereminnen uit de Lauwers opgekomen; en
+door Friesland omzwervende, tot verwondering van veele lieden,
+hebben zich eindelyk by Westerbierum, van waar zy gekomen waren,
+weder ondergedompelt.
+
+In den jaare 173 is Askon, na een vreedzaame en loffelyke regeeringe,
+mede gestorven. Hy liet 4 zoonen na, namentlyk, Adelbold, Tiete,
+Richold en Radbout. Radbout vertrok naar Friesland, alwaar hy trouwde,
+en een zoon won, welke was Diderik, eerste Hertog van Westfriesland:
+van wien naderhand de Hertogen en Koningen van Westfriesland
+voortgesprooten zyn.
+
+Maar Adelbold wierd de 2de Hertog in zyn's vaders plaatze; en aanstonds
+beoorloogde hy zyne nagebuuren.
+
+In den jaare 174 vertrok zyn Broeder Tiete naar Romen: alwaar hy
+zich in goede konsten, en byzonder in die van de welspreekentheid
+oeffende. Waarom hy ook by den Keizer Antoninus, de Philosooph,
+wel bemint was.
+
+Na den jaare 175 had Godefroy Brabo, de zesde Hertog van Braband,
+oorlog met de Romeinen; daar Adelbold en Tiete hem met hun volk
+te hulpe quamen: alwaar Tiete, om zyn ongemeene dapperheid, Ridder
+geslagen wierd van Brabo.
+
+In den jaare 178, als Keizer Antoninus oorloogde met de volkeren,
+die tegen de Romeinen opstonden, heeft Adelbold zyn Broeder Tiete met
+hulpbenden tot den Keizer gezonden: die daar over zeer verblyd was,
+en zyne vyanden vrees aanjoeg, alzo zy op die tyding de vlugt namen.
+
+In den jaare 180 vielen de Friesen met een groote furie in Walsland,
+afloopende of bedervende al wat hun voor quam; waar doorze by hunne
+vyanden een grooten naam en verbaastheid hebben gemaakt.
+
+In den jaare 183 hebben de Wenden en Gotten, uit de Noordsche Landen
+opgeborsten, verscheidene volkeren overvallen. En van de Deenen
+afgekeert, quamen ze over de Elve, neemende hun zitplaats aan beide
+de zyden van de Weezer; en wierden van dien tyd af Oostfaalingen,
+nu Oosterlingen en Westfaalingen, geheeten. Van welke 1500 dachten
+in Friesland te vallen: maar wanneer zy zagen, dat de Friesen aan
+de andere zyde van de Eems goede beschansingen hadden, derfden zy
+niet onderneemen om over te komen. Waar op Tiete, hun van achteren
+bespringende, alle heeft geslaagen, behalven 400, die den Eems
+overzwommen; doch in Adelbolds handen vervielen, en die 'er goede
+buit van maakte.
+
+In den jaare 186, als Adelbold krank was geworden, wilde hy
+zyn broeder Tiete de landbestiering opdraagen. Welke het ernstig
+weigerde, doch echter moest aanneemen. Na welken tyd Adelbold noch
+veele jaaren leefde.
+
+Tiete Bojokalus, mogelyk Beukels, was de 3de Hertog van Friesland [23].
+
+In den jaare 187 wierd hy ingehuldigt, en regeerde het land met groote
+voorzigtigheid, houdende alomme vrede, zo buiten- als binnenslands.
+
+In den jaare 208 Adelbold gestorven zynde, is met een ongemeene pracht
+te Staveren in de groote kerk begraven.
+
+In den jaare 217 is voor de derdemaal op het Roode Klif eene vlamme
+opgeborsten, doch 18 treeden westelyker, als waar van wy hier boven
+gezegt hebben; dezelve vertoonde zich 11 dagen lang, tot verschrikkinge
+van die daar omtrent woonden. Tiete, na dat hy den Afgod Staf 3 dagen
+lang brandoffer toegedient hadde, zo gaf denzelven tot antwoord:
+Dat door ten gewapend Ridder 3 kannen water, uit de Noordzee gehaalt,
+moest in gegooten worden; alzo het anders niet zoude uitgaan. Zulks
+gedaan wordende, zo verdween de vlam. De Duivel kon ligt genoeg zien,
+dat het land door de slag van het water geweldig ondermynt wordende,
+de Noordsche golven daar wel haast haaren loop zouden neemen.
+
+In den jaare 240 is Tiete overleden: en zyn neef Ubbe, zoon van
+Richold, Tietes Broeder, is in 't zelve jaar tot 4de Hertog
+verkooren. Door dien hy zeer vredelievend was, heeft hy 't
+Land met treffelyke gebouwen, sterktens, vestingen, dorpen en
+steden verheerlykt. In 't 2de jaar van zyne regeeringe bouwde hy
+in Westfaalen, dat hy met volk bezet hadde, een slot, geevende het
+zelve den naam van Tiete, na zyn oom, of Tietenburg [24]. Het zelve
+is nu een stad, maakende met het omleggende gewest het graafschap uit,
+voerende beide den naam van Tekelenburg, en in zyn wapen noch tweemaal
+3 Plompen, nevens 2 Ankers, uit het oude Friesche wapen.
+
+In den jaare 248 stichte Ubbe aan de Lauwers een sterk kasteel,
+'t welk hy den naam gaf van Dokkenburg, dat zo veel gezegt is als
+Havenslot; want Dokke, zeggen de Geleerden, is in oud Duitsch een
+haven, doch word in Friesland ook in de beteekenis van een kinder
+poppetje gebruikt. Gemelde kasteel was zeer bequaam, om de haven
+tegen de zeeroovers te beschermen. Naderhand is 'er de stad Dokkum van
+geworden. Staveren heeft hy veel vergroot, en met heerlyke gebouwen
+aanzienlyk gemaakt.
+
+In den jaare 260, ten tyde als Hertog Haron een Heer des lands was,
+is 'er naauwelyks eenig landschap in gantsch Duitschland geweest,
+of het brande en blakerde van oorlog. In Zweeden, Noorwegen, Hessen,
+Friesland, enz. was alles op de been. Van dezen Haron zoude het dorp
+Haren alhier zyne benaminge ontfangen hebben.
+
+In den jaare 279 vielen de Baatenburgers in Friesland, en deeden veel
+quaad, eer de Friesen zich verweeren konden: maar als Ubbe hen met
+een party volk [25], zo spoedig als hy 't zelve byeen konde krygen,
+tegen quam, wierd 'er aan weêrskanten hardnekkig gevogten, en vielen
+wederzyds wel omtrent 500 mannen.
+
+In den jaare 289 zyn de Hollanders, Friesen, Drenthers, enz. in den
+winter, als de wateren bevrooren waren, met een schrikkelyk groot
+krygsheir den Rhyn gepasseert; inneemende de landen aan geene zyde
+dezelve gelegen, doodslaande en verwoestende voorts alles, daar maar
+Roomsche bezettinge inlag.
+
+In den jaare 299 overleed Ubbe, en wierd te Staveren, by zyn oom Tiete,
+in de groote kerk begraven.
+
+Om dat zyn oudste zoon Odilbald by den Keizer Diocletianus, wegens
+het inneemen van de stad Alexandria, in groote achting was, en hem
+tot wigtige zaaken in Egypten groote dienst deed, zo wierd Haron,
+Ubbes jongste zoon, tot 5de Hertog van Friesland verkooren, en trouwde
+de dochter van den Koning der Deenen.
+
+In den jaare 308 en eenige volgende jaaren, heeft Constantinus Magnus,
+Roomsch Keizer, deze landen wederom onder zyn gehoorzaamheid gebragt;
+doende de guarnisoenen versterken, nieuwe kasteelen bouwen, en de oude
+verbeteren [26]. Voorts alle de geene dreigende, die zich in volgende
+tyden zouden roeren, hen te vuure en zwaarde te zullen vervolgen.
+
+Omtrent den jaare 312 is Westfriesland, dat dus lang als verlaaten en
+woest had gelegen, van 5 voornaame mannen begonnen bebouwd te worden,
+en met dorpen en heerlykheden versiert. Waar van Diderik, zoon van
+Radbout, zoon van Askon, eerste Hertog der Friesen, wel de grootste
+aanleider was: dezelve heeft ook het eerste ontwerp van Medenblik
+gemaakt, en tot een Hoofdstad van Westfriesland gestelt.
+
+In den jaare 334 heeft Diderik, door deze nieuwe heerlykheden
+verhovaardigt zynde, den naam van Koning willen voeren. Waarom Haron,
+Hertog der Friesen, hem zo met wapenen te keer ging, dat hy binnen
+3 dagen te Staveren quam; en gemelde Diderik dwong zyne Koninglyke
+Kroon af te leggen. En Diderik, als overwonnen, zynen overwinnaar om
+vergiffenisse bad, die hem eindelyk toestond Hertog van Westfriesland
+te blyven: doch met eene eeuwige onderwerpinge onder hem en zyne
+nakomelingen. Diderik had een zoon en zoons zoon, die beide Lem of
+Willem genaamt waren. Van de laatste draagt Haarlem zynen naam.
+
+Van dien tyd af is de naam van Westfriesland geweest: ook zyn de
+inwoonders doe Friesche Buinen, dat is Plompaarts, (Frisiabones)
+genaamt [27].
+
+In den jaare 335 is Haron by 't Roode Klif overleden, en te Staveren
+by zynen vader in 't graf gelegt.
+
+Odilbald, Harons zoon, wierd aanstonds tot 6de Hertog verkooren. Hy
+was een dapper krygsman, en tot de landbestiering wel onderwezen.
+
+In den jaare 339 heeft hy Staveren noch wyder uitgezet, en hooger en
+breeder muuren daarom getrokken, en met diepe wyde gragten voorzien,
+en met heerlyker vryheden begiftigt. Het land liet hy alomme met
+meer buurten en dorpen bezetten, en dezelve met volk bewoonen. Aan
+de Lauwers, tusschen Dokkenburg en Schiermunniksoog, heeft hy mede
+een stad doen bouwen, die Waarden wierd genaamd, om het land voor
+zeerooveryen te beschermen.
+
+In den jaare 344 zyn de Westfaalingen, met die van Angria [28], hunne
+gebuuren, tusschen de Eems en de Lauwers, daar nu Groningerland is,
+ingevallen. Doch Odilbald heeft niet alleen hunnen roof ontjaagt,
+maar hen zelve in hun land vervolgt, dat hy onder zyn gebied bragt,
+en eenen Igle Laskon tot Overste daar in gestelt, die 't ook 65 jaaren
+trouwhartig bewaarde. Ook bouwde hy aldaar tot zekerheid 3 kasteelen,
+als in Angria, Soest en der Yburg: welke 2 laatste nu steden van die
+naamen zyn. Na gemelde overwinning, vertrok Odilbald weder tot zyn
+slot Dokkenburg.
+
+Hy bequam ook na eenige dagen tyding van den inval der Baatenburgers
+in Friesland. Dewelke van hem aangetast zynde, bleeven 'er wederzyds
+omtrent 400 dood: doch de Baatenburgers vlugtende, nam hy eenige
+van hunne sterktens in, en versloeg noch van de vlugtelingen wel 250
+vyanden: keerende met goeden buit weder te rugge. En leefde voortaan
+gerust, zonder eenige oorlogen.
+
+In den jaare 357 verbrande de onlangs gebouwde stad Waarden geheel af.
+
+In den jaare 359 overleed Odilbald, tot droefheid van zyn volk.
+
+In 't begin van den jaare 360 is Odolf Haron, de laatste Hertog
+verkooren. Zyne genegentheid was zeer tot den oorlog, en was door
+Laskon in den wapenhandel wel geoeffent en onderwezen.
+
+In den jaare 368 zyn die van Angria, de Westfaalingen en Gelderschen
+tegen Igle Laskon opgestaan. Doch Haron met een machtig leger
+afkomende, versloeg hen, plonderde Gelderland, en bragt het onder
+zyn gebied.
+
+Niet lang daar na zond Igle aan Haron een wolf, die over den huid met
+veelerlei zeldzaame afbeeldzels van hoofden bezet was. Haron vereerde
+denzelve aan den Keizer Valentinianus, als een wonderschepzel.
+
+In den jaare 376 vergaderde Odolf een grooten hoop volk by Staveren
+en Dokkenburg, waar mede hy in 't oost en zuidoost is opgetrokken,
+neemende aldaar verscheidene vestingen in, die hy met volk bezette.
+
+In den jaare 377, heeft Odolf de afgebrande stad Waarden weder
+opgebouwt, en Ezonstad genaamt, daar nu Emmerzyl is [29].
+
+In den jaare 385 kon Friesland zyne Inwoonders niet voeden, alzo de
+traage akkerbouw schaarsheid in levensmiddelen voortbragt, zo dat by
+gemeenen raade wierd goedgevonden, een gedeelte strydbaare mannen by
+lotinge uit te kiezen, om een ander land op te zoeken: ja de Hertog
+Odolf was zelve zo toegeevende, dat hy deze lotinge mede over zyne
+eigene zoonen liet gaan, en het lot mede op hen is gevallen: des
+Hengst en Hors, zyne zoonen, tot Hoofden van 't uitgelote volk gestelt
+zynde, hebben den Eiderstroom aangedaan, en aldaar zich nedergeslagen:
+want zy aan 't Hof van den Keizer Valentinianus zeer wel in krygs-
+en staatszaaken onderweezen waren; als ook by Karel Taxander, 10de
+Hertog van Braband, groote proeven van kloekmoedigheid hadden gegeeven;
+en ook by Laskon lang in Westfaalen geweest waren. Het land, dewyl het
+laag en broekig was, wierd met dyken en sluizen, tot haar gebruik ten
+nutte gemaakt: en gaven 't den naam van kleen Friesland, vervattende
+het land dat men nu Eiderstede, Angelen en Strantfriesen noemt [30].
+
+In den jaare 389 hebben de volkeren dezer landen aan de Romeinen
+schattinge geweigert te geeven, en daar by hunnen Raadsheer Sisinus met
+al zyn volk doodgeslagen. Daar op togen zy langs den Rhyn, en vielen
+zeer schrikkelyk op de Romeinen in, om hen uit het land tusschen Rhyn
+en Maas gelegen te verdryven; doch te sterken tegenstand vindende,
+moesten zy vrugteloos weêr te rug trekken.
+
+In den jaare 420 hebben deze volkeren wederom een schrikkelyk krygsheir
+byeen gezamelt, en in de wapenen gebragt; vallende voorts by Doesburg
+over den Rhyn, en hakten alles, wat zy van de Romeinen op de been
+vonden, kapot; voorts het gansche land doorstroopende, namen zy alle
+steden en sterktens tusschen Rhyn en Maas in bezettinge, en bevolkte
+dezelve met hun eigen natie.
+
+In den jaare 429 zyn in Friesland, alschoon Haron en de zyne
+afgodendienaars waren, door de Christenen 4 kloosters gesticht.
+
+In den jaare 432, Haron, wegens zynen ouderdom, de regeering moede
+geworden zynde, heeft met goedvinden van de Staaten des Lands, zyn
+zwager Offe in deszelfs plaatze gestelt.
+
+
+
+
+
+III. ONDER NEGEN KONINGEN.
+
+
+Zo wierd Richold Offe in Odolfs plaats verkooren, en is 1ste Koning
+geworden.
+
+In den jaare 435 zyn de Noormannen met een groote scheepsvloot in
+Groningerland geland, trekkende voorts voorby het Huis Groenenberg,
+in 't Drenth, roovende en plonderende alles wat ze konden krygen. Doch
+Richold, Koning der Friesen, heeft hen met zyn macht het land wederom
+doen ruimen.
+
+In den jaare 436 overleed Odolf Haron: van doe af aan heeft Richold
+den naam van Koning eerst aangenomen, om dat hy zyne gebuuren zulks
+zag doen: want hy meer land onder zyn gebied had, als iemand onder hen,
+te weeten, van de Fliestroom af tot de Eider, en geheel Westfaalen.
+
+In den jaare 442, zyn de Noormannen, een onrustig volk, leevende
+van den roof, om buit in Friesland gekomen; en hebben 't land tot
+den grond toe bedorven, maar Richold, een man van onbezweeken moede,
+trok hun by Grunenberg [31], nu Groningen, te gemoet; doch verloor in
+dien stryd, alzo zyn volk moede was van den tocht, by de 300 mannen,
+en, ten zy de nacht daar niet tusschen gekomen ware, zouden de vyanden
+hem met de zynen geheel verslagen hebben. Doch met het aanbreeken van
+den dag, is hy andermaal op de Noormannen aangevallen, en versloeg ze,
+dat 'er 900 op de vegtplaats dood bleven; de overige wierden van de
+landlieden verslagen, ja men weet niet dat 'er een van ontkomen is.
+
+In den jaare 449, als Hengst en Hors geweldige rooveryen op zee
+bedreeven, heeft Vortigern, der Britten Koning, hunne hulpe tegen
+de Pikten en Schotten gebruikt, die zy overwonnen; en stichten, na
+veel tegenstand, aan de voorkant van Engeland het Ryk, dat noch Kent
+genaamt word, en daar Hengst de 1ste Koning is geweest: geevende hunnen
+oorspronk aan de tegenwoordige Engelschen, gelyk de naam van Angelen en
+Angelboeren, te vooren gemeld, ook wel uitwyzen. 2 Friesche Edelingen,
+als Tæke Heerema en Douwe Hiddema, waren hunne Admiraalen, die ook
+het Eiland Frisland zouden opgedaan en dien naam gegeeven hebben.
+
+In den jaare 453 bouwde Richold tusschen Staveren en Medenblik een
+groote kerk, en stelde die tot een Vryhuis voor de ballingen [32]. En
+in 't volgende jaar maakte hy vrede met de Noormannen.
+
+In den jaare 463 bouwde hy binnen Staveren een kostelyk en koninglyk
+Huis, daar hy alle Prinsen en Hertogen van Frieso den 1sten af,
+tot zynen tyd toe, in liet afbeelden; met een naauwkeurig verhaal
+van hunne daaden en tyd van regeeringe daar by gestelt. Waar van het
+gerucht alomme verspreide tot vreemde volkeren, en nieuwsgierigheid
+verwekte, ja zelfs dat Karel de Schoone, Hertog van Braband, nevens
+zyne Hovelingen, zich naar Staveren begaven, om de pragt en deftigheid
+van dat werk met verwondering te bezichtigen.
+
+In den jaare 471, als Odilbald, Richolds zoon, aan Haddinge, der
+Noormannen Konings dogter, getrouwt was, wierd hy van zyn vader tot
+1ste Graaf van Tietenburg gestelt, dat nu Tekelenburg genaamt word.
+
+In den jaare 496, deed Klodoveus, (Klovis) zoon van Childrik, Koning
+van Vrankryk, een inval in Friesland, meenende hetzelve onder zyn
+gebied te brengen. Maar Richold heeft hem zoo wel ontfangen, dat hy
+met groote schande weder naar Vrankryk moest vlugten. Na dien tyd
+had Richold goede vrede, liet veele huizen, hoeven, heerlykheden en
+slooten, die wy stinzen noemen, alomme aanbouwen: ook stichte hy, tot
+vermaak van zyn hofgezin, een lustige Stins en Lusthof, in een woud,
+omtrent een myl verre van Staveren, dat naderhand een geweldige meer is
+geworden, die de Flusse genaamt word. En, eer dit jaar ten einde was
+geloopen, overleed hy, en wierd van zyn zoon naar Titenburg gevoert,
+en aldaar ter aarde bestelt.
+
+Odilbald, Graaf van Tietenburg, wierd in zyn's vaders plaats de 2de
+Koning der Friesen. Hy was een verstandig en beleefd man, goedertierend
+over zyne onderdaanen, en kloek tegen zyne vyanden. Zyne zoonen zond
+hy tot den Koning der Noormannen, om in den wapenhandel geoeffent
+te worden.
+
+In den jaare 513 zyn in een kelder, omtrent een halve myl van
+Dokkenburg, zeer subiet omgekomen 9 mannen, 3 vrouwen en 6 kinderen,
+zo men vermoede door een basiliskus. Waar op het huis aanstonds
+verbrand wierd, en men vernam geen quaad meer.
+
+Omtrent dezen tyd gebeurde het, ten huize van Yv Hopper, of Hopheer,
+tusschen Staveren en Hoorn, (daar de Zee noch het Hoornsche Hop
+genaamt word, en nu diepe baaren schiet; waar van men ook noch zegt:
+'t Hoornsche Hop, leegt den krop,) dat een dienstmaagd, als zy water
+uit de put schepte, een leevendige haring mede optrok. Waar door Hopper
+verschrikte, indachtig wordende, 't geen de Afgod Staf voorzegt had:
+dat na dat vuur, daar we op 't jaar 155 van gemeld hebben, wel wat
+kouds mogt volgen. Des hy zyne landen verkogt en verruilde, en alzo
+voorquam dat hy geen schade door de wegspoeling derzelver behoefde
+te lyden [33].
+
+In den jaare 516 is geheel Friesland byna door de zee onder geloopen,
+waar door meer dan 6000 menschen en veel vee is verdronken.
+
+In den jaare 517 zyn in Friesland ongemeene groote hagelsteenen
+gevallen, waar van zommige een halve voet breed en een heele voet lang
+waren, voortgedreven door een zwaaren wind. Groningen, by de Friesen
+Grins genaamt, is in dezen tyd met houte planken omheiningt geworden.
+
+In den jaare 527 is Odilbald te Dokkenburg gestorven, en te Tietenburg
+begraaven.
+
+Richold, zyn oudste zoon, quam door algemeene toestemminge der
+Staaten, terstond in zyn's vaders plaats. Om zyne deugden was hy by
+de landzaaten zeer bemint. Onder Richolds regeeringe had Dibbald
+het gezach over Westfriesland, en nam met verlof van Richold, zyn
+Beschermheer, den naam van Koning aan. Zyn zoon Lem, of Willem, bouwde
+een slot, dat het volk Heer Lems Slot noemde, en wierd naderhand een
+Stad, die nu noch daar van Haarlem genaamt is [34].
+
+In den jaare 548 hebben de Deenen het Graafschap Tietenburg jammerlyk
+geplaagt en uitgeplondert; doch de komste van Richold gewaar wordende,
+zyn doorgegaan. Waar op de Koning zyn Overste Harke, uit het edel
+geslachte der Rodmannen, een onverzaagden held, met een grooten
+hoop volk naar Deenemarken zond; die daar zeer brande en blaakte, en
+komende met een ryken buit weder in Friesland te rug. Middelerwyl zyn
+ook de Gelderschen en Westfaalingen wederspannig geworden; doch als
+Richold hen, met een groote macht van volk, in een slag overwonnen
+had, hebbenze om lyfsgenade moeten bidden, met belofte van eene
+eeuwige onderwerping.
+
+In Westfriesland werd Dibbald van de Baatenburgers mede zeer benaauwt;
+dat, ten waare Richold hem met geen machtige hand beschermt hadde, hy
+'t halve Land zoude kwyt geweest zyn: doch bequam nu, boven het zyne,
+noch verscheidene van hunne vestingen. Hy liet, na zyn overlyden,
+Ridzert Aurundulus in zyne plaats, die zyn kindskind was.
+
+In den jaare 570 ontstond 'er uit het noordwesten een vreesselyk
+onweder, dat 3 dagen aanhield, en Friesland jammerlyk onder water
+zette. Daar wierden op het Roode Klif 35 zwaare boomen uit den
+grond gerukt en ter neêr geworpen: en van het lusthof van den Koning
+Odilbald, aldaar gebouwd, wierd niet den eenen steen op den anderen
+gelaaten. Ook overleed Richold in dit zelve jaar [35].
+
+Beeroald volgde hem in 't landbestier, en quam terstond het gebied
+van Westfriesland weder op hem: want Aurundulus gestorven was, wiens
+dochter hy trouwde. Van inborst was hy zeer mild en vreedzaam. Hy gewan
+twee zoonen, als Adgild en Harke, die een onechte was; die hy deftig in
+de schoolen liet onderwyzen: doch Harke verlaatende de schoole buiten
+'s vaders kennisse, trok uit lust tot de wapenen naar Braband.
+
+In den jaare 606 wierd Harke uit Braband, met Pipyn van Landen,
+zoon van Karelman, ten hove gezonden naar Vrankryk: daar Harke,
+uit afgunst om zyne dapperheid, het hof heimelyk verlaatende, naar
+Schotland vertrok; en wierd Overste van 't Schotsche veldleger,
+en waar door hy huuwde aan de maagschap van den Koning van Schotland.
+
+In den jaare 612, Lotrik [36], der Franschen Koning, achtende dat de
+roemrugtigheid van Harke tot zyn nadeel zoude strekken, om Friesland
+niet te konnen overmeesteren, liet hem door verspieders ombrengen,
+tot groot leetwezen van den Schotschen Koning Eugenius.
+
+In den jaare 628 beeft Dagobert, nieuwe Koning van Oostvrankryk gestelt
+zynde van Lotrik zyn vader, Friesland willen onder zyn gebied brengen;
+op dat zy tot het Christelyk geloove zouden gebragt worden: des hy
+Soest, in Westfaalen, belegerde, wierd hem van Igle of Yge Gaalema
+een stuk van zyn helm en eenige hoofdhairen afgeslagen. Waarom hy
+zyn vader uit Vrankryk ontbood.
+
+Des Lotrik, in den jaare 630, een hoop volk byeen rukkende, onverwagt
+in Friesland viel. Waar over Beeroald hem omtrent het dorp Englum hef
+hoofd bied. En als Lotrik hem zag, die hy meinde al dood te zyn, zei hy
+op zyn plat Fries: Ach duw aade schiere bolle, bistu dir salm! [37] Het
+welk terstond voor Lotriks ooren komende, week hy niet uit den stryd,
+voor dat hy Beeroald gedood hadde. En heeft daarom alle Friesen, drie
+dagen lang, dood laaten slaan, die langer waren dan zyn zwaard. Van
+dien tyd af heeft Dagobert de Friesen veele landen ontnomen.
+
+Adgild wierd in zyn's vaders plaats tot 5de Koning van Friesland
+gestelt, wegens Lotrik, Koning van Vrankryk; en stelde 4 Friesche
+heeren tot Raaden nevens hem, die de Christenen wel mogten lyden. Maar
+de landen over de Zuiderzee, verstaande Westfriesland daar niet onder,
+wierden hem afgenomen: als mede dat zij buiten Drenth en Twente
+hadden bezeten; doch oostwaards aan bleef het in zyn geheel: en een
+jaarlyksche schattinge van 600 ossen of koeyen wierd hun opgelegt.
+
+In den jaare 652 was Friesland in gerustheid, midden in der Franschen
+oneenigheden; en Adgild leerde de Ingezetenen, voor de overstroomingen,
+hooge aardhoopen, die wy Terpen noemen, opwerpen; om by 't doorbreeken
+der zeedyken, met hunne beesten, goed en have aldaar de vlugt te
+neemen. Dagobert, Koning van Oostvrankryk, bouwde te dezer tyd een
+slot, nevens Wiltenburg, dat hy Utrecht benoemde, alwaar de schepen,
+die uit zee den Rhyn opvoeren, zich moesten vertollen. Welke plaats
+in voorigen tyd den Friesen had toebehoort. Hy gaf dit nieuw gebouwde
+Utrecht aan Thuinibert, Bisschop van Keulen, die daar aan de Thomas
+Kerk, een oeffenhuis van predikers, stichte, om de Friesen van hun
+ongeloove te bekeeren. Adgild had een zoon gewonnen, die Radbout heete,
+en eene dochter, Heile genaamt.
+
+Omtrent den jaare 671 hadden de Friesen eene goede vrede, terwyl 't
+rondom door de wapenen der Franschen als in den brand stond: want
+Adgild, erkennende van wien hy 't Ryk ontfangen hadde, deed alles
+naar der Franschen zinnelykheid [38], en liet de Christenen hunne
+godsdienst met alle vryheid oeffenen.
+
+In den jaare 672 vertrok Radbout naar Deenemarken, om zich in den
+wapenhandel te oeffenen: en wierd, ook aldaar noch meer in zyn
+ongeloove gesterkt.
+
+In den jaare 678 heeft Adgild, den Prediker van Utrecht, genaamt
+Kenochius, toegelaaten in Friesland te prediken. En Wilfrid,
+Aardsbisschop van Jork, zullende naar Romen reizen, doch door
+onweder in Friesland vervallen, wierd den geheelen winter huisvestinge
+gegeeven, inmiddels dezelve mede alomme de Christelyke leere verbreide
+en veele doopten: doch de Koning en zyn hofgezin begeerden van hun
+ongeloove niet af te wyken. Maar, om grootere voortplantinge te doen,
+zo vereischten meerdere arbeiders; des hy hier over schreef aan de
+Broederen in Engeland.
+
+In den jaare 679 overleed Adgild, en wierd te Staveren begraven.
+
+Radbout is de 6de Koning der Friesen geworden, in zyn's vaders
+plaatze: hy was onrustig en wreed van gemoed, en tot den oorlog zeer
+genegen. Hy nam het zeer euvel op, dat zyn vader zo gewillig onder
+de Franschen hadde gestaan: waarom hy ook de landen, die zy zyn vader
+hadden afgenomen, met het zwaard wilde wederhaalen. Des hy, om geld te
+bekomen, zyne onderdaanen onverdraagelyke schattingen opleide, en de
+onvermogenden gebruikte hy, door houte duimyzers, als slaaven. Want
+de Friesen lieten zich, buiten redenen, niet vrywillig om den tuin
+leiden. En om des te bequaamer tot zyn voorneemen te komen, voerde hy
+zyn hofgezin naar Staveren. Van waar hy optrok, en het slot Wiltenburg
+en Trajectum, nu beide Utrecht genaamt, weder veroverde. Ondertusschen
+was Wigbert, op het schryven van Wilfrid, naar Friesland vertrokken:
+doch is, wegens de onbekeerlykheid van het volk, na 2 jaaren, weder
+in Engeland te rugge gekomen.
+
+In den jaare 690, als Egbert, Bisschop van Jork, daar door tot
+mededogentheid ontroerd wierd over de Friesen, heeft hy 12 geleerde
+mannen, uit verscheidene kloosters, byeen vergadert; waar onder
+Willebrord, en zyn neeve Switbert, de voornaamste waren: dewelke
+allen den Rhyn inkomende, zyn te Utrecht aangeland, en, wegens de
+vredelievende eenvoudigheid van die tyden, hunne goederen in 't gemeen
+gebruikende, hebben zy met een heiligen yver, tot het onderwyzen der
+onweetende of afgodische Friesen, van daar een aanvang gemaakt. Maar
+alzo gemelde Friesen, in hunne afgodery noch als verzoopen lagen, wierd
+hun niet toegelaaten om Gods Woord te verkondigen, en met bedreiginge
+van leevensstraf, zo zy zulks ondernamen. Des zy de platte landen en
+aangrenzende landstreeken van Friesland zyn doorgewandelt, op dat zy
+noch eenigen voor Christus mogten gewinnen.
+
+In den jaare 693 heeft Pepyn, dies tyds Voorvegter der Franschen,
+en Hertog van Braband [39], Radbout weder uit Wiltenburg verjaagt:
+die zich van dien tyd af als balling op een eiland onthield, alwaar
+hy en zyn volk groote afgodery met eenen afgod Foste bedreeven;
+waar van gemelde eiland ook Fosteland, nu Heiligeland, genaamt is,
+leggende in de bogt van Jutland.
+
+In den jaare 694 quam Willebrord met de zynen op dat eiland,
+en begonnen, na eenige dagen daar geweest te hebben, Christus te
+verkondigen: maar konden niet meer als 3 menschen van hun ongeloove
+aftrekken, en, na zy de beelden van Jupiter en Foste afgeworpen hadden,
+dat Wigbert met de dood moest bekoopen, zynze door Radbout weder van
+daar verjaagt. Maar, als zy naar Pipyn vertrokken, wierdenze door
+deszelfs toedoen weder in Utrecht herstelt. Van welken tyd af zy zeer
+veel bekeerden.
+
+In den jaare 695 bouwde Willebrord, op de plaats van de afgeworpene
+kerk, binnen Utrecht, eene andere ter gedachtenisse van het kruis.
+
+Daar maaktenze een verdeling, en zonden van hen af, by tweeën en
+drieën, na de deelen van Duitschland, om de Christelyke leere aldaar
+mede onder de ongeloovigen voort te planten. Willebrord bleef te
+Utrecht; en Switbert, met twee medehelpers, vertrokken naar Wyk te
+Duurstede, daar nu Baatenburg is: alwaar zy door een wonderwerk
+veelen bekeerden. 't Welk zy te Utrecht boodschappende, zo zyn
+Willebrord en Switbert, om de zaaken wel te bestellen, tot Hoofden
+uitverkooren. Switbert vertrok naar Engeland, daar hy Bisschop
+wierd gemaakt, en deed, na zyne wederkomst, in Friesland, Holland,
+en Teisterband veele stichtinge.
+
+In den jaare 697 quam Willebrord weder te Utrecht, zynde in 't
+voorgaande jaar van den Paus te Romen aangestelt tot Bisschop der
+Friesen, daar in dien tyd de Groningers, Overysselschen, Utrechtschen,
+Hollanders, en Gelderschen mede onder begrepen waren; en stelde zynen
+zetel te Utrecht: Waar van zyne navolgers Bisschoppen van Utrecht
+zyn genaamt geworden, daar hy de eerste van was; en Switbert was
+zyn medehelper.
+
+Dit alles kon Radbout met geene goede oogen aanzien; waarom hy
+Gerlacus, een woedend krygsman en Overste van Fosteland of Heiligeland,
+woonende te Warns, alwaar hy ook een sterk slot gebouwd hadde, afzond,
+eerst om Baatenburg, en dan Utrecht te vermeesteren. Maar is van Pipyn
+zodanig overwonnen, dat hy hem veel buit moest achterlaaten, als mede
+eene belofte doen, om de Christenen in Friesland te vergunnen, Gods
+woord vry te mogen verkondigen. Ook wierd Willebrord ondertusschen
+van Pipyn aangemaant, om het heilige werk met yver in Friesland voort
+te zetten.
+
+In den jaare 698 verzond Willebrord veele vroome en geleerde mannen
+naar Friesland: maar hunne leere wierd niet aangenomen, en zy in
+tegendeel bespot, verjaagt en doodgeslagen.
+
+In den jaare 700 Wulfranus, Bisschop te Sens, een stad in Champagne,
+in Vrankryk, door den geest geroert zynde, is met brieven van
+voorschryvinge des Konings van Vrankryk, aan Radbout, in Friesland
+gekomen; daar hy, door zyne krachtige welsprekentheid, veel volk won,
+en ook den Koning byna bewoogen had, zo dat hy zelve begeerde gedoopt
+te zyn. Waar op hy Koning, met den Bisschop buiten Medenblik gaande,
+alwaar Radbout dien tyd zyn verblyf had, en reeds den eenen voet nu
+al in 't water gezet hebbende, vroeg hy gemelde Bisschop: Waar zyne
+voorouderen, die zonder den doop gestorven zyn, waren gebleven? De
+Bisschop dien ruuwen mensche, door onvoorzigtigheid, wat t'
+onbedagtelyk antwoordende, zeide: Dat buiten de kennisse van Christus,
+en den waaren God, met verachtinge van de heilige Sacramenten, geene
+zaligheid te bekomen was: en daarom moestenze in de helle zyn. Wel,
+antwoorde Radbout, dan zal 't my veel grooter eere en aanzien geeven,
+dat ik by myne voortreffelyke en beroemde Voorvaderen in de helle ben,
+als met een geringen hoop Christenen in den hemel. En trok aanstonds
+zyne voet te rugge uit het water, met beschimpinge van den Bisschop.
+
+In den jaare 719, als Radbout zag, dat de christenkennisse grootelyks
+in Friesland toenam, en zyne afgodendienst in verachtinge quam,
+is hy, ten deele uit spyt, en ten deele door een knaaging van zyn
+aangeroerd gemoed, na een zesjaarige uitteering, eindelyk binnen
+Medenblik overleden, en te Staveren begraven.
+
+Adgild, de tweede van dien naam, wierd van het volk tot zevende
+Koning verkooren, in zyn's vaders plaats. Hy regeerde het land in
+groote gerustheid en vrede. Ook liet hy de Christenen onverhindert in
+hunne oeffeningen; want hy had zelve de Christelyke leere aangenomen,
+en zich laaten doopen.
+
+In den jaare 726 quam Horne, een onechte zoon van Radbout, uit
+Deenemarken; en alschoon hy zyn vader in ongestuimigheid en wrevel
+gelyk was, heeft hy zich echter, door Adgilds toedoen, laaten
+doopen. Deze heeft de stad Hoorn gebouwd.
+
+Omtrent den jaare 728, als de christenkennisse te Utrecht zeer
+toenam, heeft Bisschop Willebrord wederom verscheidene leeraars
+naar Friesland gezonden. Welke, schoon zy vry en veilig konden gaan,
+evenwel weinig voordeel by de hardnekkige Friesen hebben kunnen doen:
+want de blindheid des volks, en zugt tot hunne afgoderye, was te
+groot. Een Veldoverste Richold, veinsde te willen zyn gedoopt, doch
+bespotte den Christendienaar op gelyke wyze, als wy hier boven van
+Radbout hebben aangeteekent.
+
+In den jaare 729 is Karel Martel, [40] Koning van Austrasia of
+Oostvrankryk, met een groote vloot schepen op de rivier de Burde
+aangekomen, zynde van den Bisschop Willebrord daar toe verzogt, om de
+Friesen te noodzaaken hunne afgoderye te verlaaten: hy overwon den
+Overste Poppe, zoon van Gerke; waar op hy Friesland zeer verwoeste;
+de afgodische kerkhoven en beelden uitroeide en verbrande, en veel
+roof mede nam. Na welke overwinninge, Willebrord alomme Christen
+kerken deed bouwen. En de Friesen, uit vreeze voor de Franschen,
+derfde de Christenen niet meer tegenstaan.
+
+In den jaare 736 is Bisschop Willebrord ontslaapen: uit zyne
+onderwyzingen zyn veele deftige leeraars voortgekomen, en is een
+werktuig geweest van de bekeering der Friesen, die hem daarom wel in
+goede erkentenisse mogen houden. In zyn plaats quam Bonifaas, als
+tweede Bisschop der Friesen, te Utrecht, en verbeterde het verval
+der kerke grootelyks, met ongemeene stichtinge, in deze landen.
+
+In den jaare 737 overleed Adgild, en is te Staveren by zyn vader in
+'t graf gelegt. Door hem is de stad Alkmaar gesticht. Eene van zyne
+dochters, Konovelle genaamt, was uitgehuuwt aan Adelbrik, een voornaam
+edelman, die omtrent Sixbierum een slot had gesticht, dat hy Adelburg
+noemde. Hy had veele kinderen, aan wien hy zyn goed by zyn leeven
+uitdeelde: daarom begeerde hy dat zy zich niet van Adelburg, maar
+van Adelen zouden laaten noemen; dat noch tot heden zo gebleven is.
+
+Gundebald, Adgilds zoon, wierd tot achtste Koning ingehuldigt: hy
+was, als zyn vader, mede tot het Christelyk geloove bekeert, en had
+gestadige vrede in zynen tyd. Hy heeft van 't kasteel Dokkenburg de
+stad Dokkum gebouwt.
+
+In den jaare 739 quam Saake Rodman, met eene uitmuntende geleerdheid
+en krygskunde voorzien, in Friesland, hebbende 13 jaaren op 't hof van
+den Keizer, Paus en Hertog van Venetien verkeert, waarom Gundebald
+hem tot zynen raadsman aannam: en deed groote weldadigheid aan de
+stamme der Rodmannen.
+
+In den jaare 749 overleed Gundebald, nalaatende twee zoonen, als
+Gundebald de tweede en Jan, welke om zyne vroomheid gebynaamt wierd
+Priester Jan, daar verscheidene vertellingtjes van zyn. Zyne dochter
+Taekle huuwde aan Haaje Kamminga, en haare dochter namaals met eenen
+Ode Botnia, Hertog van Zweeden; alwaar 't geslachte van Botnia uit
+voortgesprooten is.
+
+Radbout, de tweede van dien naam, is de laatste Koning der Friesen
+geweest; zynde de broeder van Gundebald, en zoon van Adgild de tweede:
+van welke hy veel verschilde, doordien hy in Deenemarken opgevoed,
+en in de afgoderye zeer gewoon was: hy wierd godloos en wreed, en
+alzo hy nog jong was, geen meester van zyne verkeerde hartstogten om
+dezelve te bedwingen.
+
+Zynen afgod Foste stelde hy op Ameland wederom ten toon: om de
+Christenen nochmaals dezelve te noodzaken, en van hun geloove af
+te trekken; of by weigering, strafte hy dezelve met de dood, of
+bande ze uit den lande. Dus handelde hy ook met Rodman en de zynen,
+om het Christen geloove, en beroofde hen van alle de waardigheden
+en eerampten, by Gundebald voorheen aan hen vergunt. Des Saake,
+zyne goederen verlaatende, tot den Koning van Vrankryk de vlugt nam;
+die hem in groote achtinge hield.
+
+In deze dagen had Solke Forteman de geschiedenissen en daaden
+der Friesen, van hunnen oorsprong af tot op zynen tyd toe, vlytig
+beschreven: en om dat hy Radbout zo veel eere niet gaf, als zyn
+gestorven broeder, die de Christelyke leere had voorgestaan, daar
+deze de vervloekte afgoderye weder op den troon trachte te stellen,
+zo wierd dit Radbout, door zyne benyders, en inzonderheid door toedoen
+van Syvert, Priester der Druïden, op 't Oude Hof, aangebragt: waar
+op Fortemans boeken voor zyne oogen wierden verbrand, en hy zelve in
+de gevangenis geworpen.
+
+In den jaare 752 heeft Bonifaas tweede Bisschop van Utrecht,
+goedgevonden, de Christenheid, die Radbout zo wreevelmoedig verdrukte,
+in Friesland wederom te herstellen: des hy met 51 leeraars te
+Almeenum, daar nu Harlingen is, aangekomen zynde, hebben zy zich
+eerst in Westergo verspreid, de afgoden te landewaarts omgeworpen,
+Christen kerken gesticht, en veel volk bekeert: en om andere mede te
+stichten, voeren zy de Burde ten einde, hunne tenten nederslaande by
+'t dorp Oudeboorn, alwaar zy mede eenige geestelyke voordeelen deeden.
+
+In den jaare 754, als 'er veele nieuwelingen gedoopt waren, zo beloofde
+Bonifaas hun de bevestiginge, naar de wyze der Roomsche kerk, op
+Pinxter binnen de stad Dokkum te geeven. Maar ter bestemder plaatze en
+tyd quam een hoop moordenaars, die den Bisschop en zyne medearbeiders
+wreedelyk vermoorden. Tot even voor de reformatie vertoonde men noch
+te Dokkum van dezen Bonifaas zyn herssenpan, Bisschops staf en andere
+overblyfzelen; dat zy het volk wilden doen gelooven.
+
+Omtrent den jaare 769 was in Friesland een dapper en geleerd edelman,
+genaamt Feye Forteman; welke namaals Veldoverste onder Karel den
+Groote wierd, en die zich mede tot het Christen geloove bekeerde.
+
+In den jaare 769 heeft Radbout een harden aanval op Utrecht gedaan,
+waar door hy haar geweldig plaagde; en van Pipyn geboden zynde,
+daar van af te zien, achte hy zulks weinig.
+
+In den jaare 775, als Radbout uit eigener booze driften, en door
+de opstookinge eerst van Syvert, en daar na van Okke, Priesters
+der afgodische Druïden, zeer verwoed tegen de Christenen te werk
+ging, klaagdenze zeer erbarmlyk aan Karel den Groote, Koning der
+Franschen. Welke Koning, na dat hy de Saxen overwonnen hadde, de
+Friesen mede beoorloogde, en Radbout in twee veldslagen, overwonnen
+hebbende, vluchte dezelve liever in Deenemarken, als dat hy de
+Christenen by verdrag of vredeverbond in 't land wilde vrye oeffening
+van hunne godsdienst vergunnen. En dit wierd de gelegentheid, dat de
+Koninglyke Heerschappye in Friesland een einde nam.
+
+
+
+
+
+IV. VREEMDE HEEREN.
+
+
+Karel de Groote, Friesland dus onder zyn heerschappye gebragt hebbende,
+heeft het zelve als een overheerd land of provintie gehouden, en stelde
+'er Landvoogden over, die 't in zynen naam bestierden of regeerden.
+
+Hy nam ook zeer ter harten, dat 'er vroome en geleerde mannen, om de
+Christenheid yverig voort te planten, wierden naar toe gezonden.
+
+In den jaare 777 is Ludger, die te Wierum in Friesland gebooren was,
+een man van eene uitsteekende geleerdheid, te Dokkum tot Priester
+aangestelt, van wege den Bisschop van Utrecht. Deze heeft de
+ongeloovigen stigtelijke onderwyzing gegeeven, en de afgodery geheel
+ten lande uitgeroeit.
+
+Gustavus (mogelyk Goffe of Gosling) Forteman heeft te Almeenum,
+dat nu Harlingen is, een kerk, van hout en met riet gedekt, ter
+gedachtenisse van den Engel Michaël [41], in dezen tyd laaten bouwen,
+om tot een vergaderplaats der Christenen te dienen. Na welk voorbeeld
+naderhand veele kerken gemaakt zyn.
+
+In den jaare 779 vielen de Noormannen by Westerbierum, daar boven van
+gemeld is, in Friesland, en versloegen den edelen Heermana: waarom
+de Friesen, zeer verbittert zynde, by de 400 Noormannen versloegen,
+en ontroofden hunnen geplonderden buit. Des de Noormannen, in hunne
+schepen vluchtende, doorgingen. Maar de Friesen afgetrokken zynde,
+zo quamen de Noormannen tusschen Kornwerd en Hindeloopen, dat doe
+noch een dorp was, weder te land, welke plaatzen zy uitplonderden,
+en daags daar aan verbranden. Doch die van Staveren, het eerste zulks
+gewaar wordende, verjoegenze nochmaals, veroverden van hen vyf schepen
+en al dien geroofden buit.
+
+In den jaare 784 zyn de Noormannen wederom met Wydekind, Hertog van
+Saxen, die door Karel den Groote overwonnen zynde, en in Deenemarken
+gevlucht was, op de Eems aangekomen: maar wierden door die van Staveren
+en Ezonstad met een goede vloot schepen van daar gejaagt. Zy noch
+eens wederkomende, moesten nochmaals het Amelander Gat weder uit:
+des de Friesen, hunne vyanden te gering achtende, maar zich zelve
+bedriegende, beslooten hunne vloot te Staveren en Ezonstad op te
+leggen, als zy deeden. 't Welk de Noormannen gewaar wordende, zo
+quamenze onverwagt de Friesen zodanig overrompelen, datze dezelve te
+vuur en te zwaard verdreven: en dewyl Wydekind en zy zeer hardnekkige
+afgodendienaars waren, dwongen ze de nieuwbekeerde lieden weder tot
+hunne afgoden; die zulks weigerden, wierden van hen verdelgt, waar
+door veelen vermoord wierden, en ten lande uitvlugten; onder welke
+Ludger en Wydekind zich mede bevonden.
+
+In den jaare 785 is Ludger, als Kerkenleeraar, in de Ommelanden
+gezonden, op 't bevel van Karel den Groote; na dat Wydekind by hem
+weder in genade was aangenomen, en de Friesen ook bevryd waren:
+daar hy op nieuws veele stichtinge deed.
+
+In den jaare 793 is Radbout in vreemde landen overleden, zonder dat
+men eigentlyk weet waar ter plaatze.
+
+In den jaare 793 zyn door het doorbreeken der dyken, veele menschen en
+beesten in Friesland verdronken. Waarom men alomme doe weder Terpen
+begon te maken, als voornaamentlyk te Koudum, Almeenum, Midlum,
+Hitsum, Winsum, Tjum, Dronryp en Uitgong, dat nu Berlikum genaamt word.
+
+In den jaare 797 vielen de Deenen met eenige schepen uit Jutland in
+de Lauwers, daar zy 't zeer verwoesten en afbranden: doch die van
+Staveren, Ezonstad en Dokkum rusteden ook een groote vloot uit,
+waar mede zy naar Jutland voeren, en haalden mede van daar eenen
+grooten roof.
+
+In den jaare 804 is te Uitgong, nu Berlikum, een wanschapen kind
+gebooren, zynde ruggelings aaneen, maar anders alle leden tweemaal,
+of het twee kinderen waren, en is drie weeken oud zynde overleden.
+
+Te dezer tyd woonde te Sixbierum, op het slot Adelen, Konovelle,
+dochter van Adgild den tweede, zevende Koning van Friesland, welke
+twee zoonen had, als Fredrik en Alfrik, die zy by den Bisschop van
+Utrecht liet onderwyzen; welke zo onderwezen waren in geleerdheid, dat
+dezelve beide, na den dood van den Bisschop, Bisschoppen wierden [42].
+
+In den jaare 806 wierd de afgod Foste op Ameland door de Christenen
+afgebrooken en uitgeroeit. In dit zelve jaar vielen heel zwaare
+hagelsteenen, zo groot als henne-eyeren, die veel schade deeden.
+
+Ook quamen de Deenen in dit jaar met vyf schepen 't Flie in, en
+verbranden Dyxherne en Sixbierum, behalven twee huizen en de kerk,
+en vertrokken met veel roof.
+
+In dit jaar overleed binnen Staveren de Overste, door Karel den Groote
+over Friesland gestelt, hebbende 30 jaaren het land geregeert. En na
+eenigen tyd, quam weder een andere in zyn plaats.
+
+En in dit zelve jaar, op St. Thomas dag, was 'er een zwaare watervloed
+over Friesland, waar door, zo anderen verhaalen, wel 600 menschen en
+een groot getal beesten verdronken, en groote schade geschiede.
+
+In den jaare 808 is Olaus, of Oele, zoon van den Koning van
+Deenemarken, in Friesland gevallen; en de Friesen, door zyne groote
+krygsmacht, bevreest geworden zynde, ja zo dat de Landvoogd in zyn
+moed byna bezweek; doch evenwel eindelyk door de Friesen tot den stryd
+aangemoedigt zynde, hervatten zy gezamentlyk een heldhaftig besluit, en
+gesterkt met de macht van Gaele, of Jelle (Gellius) Hardeman, Overste
+van Staveren, na eenige schermutselingen, versloegenze zyn geheele
+leger, neemende hem zelve, met noch 175 mannen op de Eems gevangen.
+
+In dit jaar wierd te Staveren de St. Nicolaas tooren, daar de afgod
+Stavo op gestaan had, door onweder van donder en blixem omgeworpen;
+en wierden veele menschen en beesten gedood. Omtrent dien zelven tyd,
+liet Igle Tadema, edelman, een zeer diepe put in zyn land graaven,
+omtrent in 't noorden van 't woud Kreil, van gedagten zynde, dat 'er
+aanstonds water zoude uit komen, doch bleef droog tot aan den avond
+van den vierden dag. Doe dacht hy een stemme te hooren, die ettelyke
+maalen riep: Verlaat dit land! Verlaat dit land! Waar op hy een weinig
+water op den grond van de put ziende, bevond dat het zout als zeewater
+was. Waarom gemelde put weder toegedempt wierd; om dat men indachtig
+wierd, als hier boven op het jaar 513 gezegt is, of 'er wel na volgen
+mogt, 't geen de Duivel door den afgod Staf gezegt had; te meer, om
+dat het zelve zynen grootvader ook wedervaaren was. Igle, de derde
+week daar na stervende, zo verruilde en verkogt zyn zoon Jouke, die
+hier alleen maar kennis van had, alle zyn's vaders landen en erven,
+op de Kreil gelegen; en kogt weêr anderen op Geesterland. Zyn neef,
+Sibbe Tadema, nam dit zeer euvel op, en vervolgde daarom Jouke zodanig,
+dat de stammen van Tadema en Rodman, daar gemelde Jouke eene dochter
+uit trouwen zoude, malkanderen op de bruiloft wreedelyk aanvogten
+en vernielden, ja zo dat er van beide stammen geen een leevendige
+ziele overbleef.
+
+In dit zelve jaar quamen twee walvissen, de eene 38 en de andere
+29 voeten lang, by Ezonstad, daar nu Emmerzyl is, by Oostmahorn,
+op strand aandryven. Ook is het paleis van Richold Offe, door een
+schielyke brand, geheel verteert [43].
+
+Ook quamen de Noormannen dit jaar schielyk te Ezonstad, hebbende
+dezelve ingenomen, geplondert en verbrand. Doch wierd weder haastig
+opgebouwd. En die van Staveren, Bolswert en Dokkum rusten hier op
+een Vloot uit tegen de Deenen, Jutten en Noormannen, die malkanderen
+met rooven en branden aan beide zyden zeer lastig vielen: doch ten
+laatsten bragten die van Staveren 6 Noordsche schepen met buit te
+Dokkum op; waar van zy uitdeelinge deeden aan die 't meeste schade
+geleden hadden. Ook overleed dit jaar de tweede Landvoogd, die Karel
+de Groote over Friesland gestelt hadde. Waar na gemelde Koning Karel,
+inboorlingen uit den Frieschen Adel, tot Landvoogden stelde, in plaats
+van Franschen.
+
+In dit zelve jaar noch is Magnus Forteman van den Koning tot Landvoogd
+verkooren, om het land in zynen naam te bestieren, even gelyk als de
+Franschen naar hunne wetten gedaan hadden: deze Magnus was een zoon
+van Gosse Forteman, waar van boven op 't jaar 777 is gemeld.
+
+In den jaare 809, als 'er te Romen tusschen den Paus en eenige Edelen
+een twist ontstaan was, waar door geheel Italien in oproer quam, en de
+Saraseenen in het land vielen, is Karel, met een groote macht, om zulks
+te dempen, derwaarts heen gerukt. Zo dra Forteman dit vernomen hadde,
+heeft hy de Friesen mede aangeport, om by deze gelegentheid, dewyl zy
+nu doch rust van de Noormannen hadden, den Keizer en de Franschen door
+gedienstigheid te helpen, om dezelve meer tot hunne gunst te trekken,
+en of 'er eens eene deur tot hunne voorige vryheid konde geöpent
+worden. Waar op gemelde Magnus, by gemeenen raade en bewilliging,
+met veele gewapende Friesen, na veele uitgestaane moeijelykheden, tot
+voor Romen is gekomen: gevallig ter zelver tyd, als de Romeinen een
+uitval op den Keizer deeden; het welk zy ziende, booden den Keizer
+hunne dienst aan, met gereedheid om op die uitgevallene Romers een
+kans te waagen. De Keizer hun verzoek toestaande, sloegen zy aanstonds
+hand aan 't werk, en bragten het, na eenige schermutselingen, zo verre,
+dat zy gemelde Romeinen weder naar binnen dreeven, en mede ter poorten
+indringende, maakten de Friesen zich meester van de stad; en Magnus
+plante zyn vendel op het hooge raadhuis, dat de Romeinen Capitolium
+noemen, hoe dat het de Franschen ook speet. Om welke daad Karel de
+Groote en Paus Leo de derde, de Friesen groote aanbiedingen van goud
+en zilver deeden: doch zy zulks van de hand wyzende, gaven te kennen,
+dat het hen alleen om de vryheid te doen was. Waar op zy van den
+Keizer en Paus, met een breedluidende Vrybrief voorzien zynde, op vrye
+voeten wierden gestelt, gelyk als zy ten tyde van Karel Martel waren
+geweest. Na hunne wederkomst wierd deze Vrybrief, met groote vreugde
+door Magnus in den Dom of Kerk te Almeenum ter bewaaringe gebragt,
+benevens een Vendel. Alwaar de Roomschgezinde wonderlyke vertellingtjes
+van weeten te verhaalen: dat de Harlingers noch, met den stryd van
+den Opperengel Michaël tegen den Draak, daar in geschildert, by hun
+stads Wapen voegen: en voert noch by ons den naam van Magnus Faene.
+
+In den jaare 810 zyn de Deenen, ten beveele van hunnen Koning Gotrik
+[44] met een vloot van 200 schepen, zeer schielyk aan de Friesche
+kust gekomen; en hebbende eerst de vooreilanden afgeloopen, wierden
+de Friesen in de derde slag overwonnen, en in Deensche slaavernye
+gebragt; moetende jaarlyks een schattinge van 200 ponden zilver
+opbrengen [45]. Om welke schattinge te ontfangen, heeft der Deenen
+Koning Landvoogden gestelt, en bouwde een tolhuis van 240 voeten lang,
+en in 12 egaale vertrekken afgedeelt; in welker eerste de Tolmeester of
+Landvoogd zich plaatste, en hebbende in de achterste een koper bekken
+geplaatst, alwaar de schatpenningen moesten in geworpen worden, dat
+dezelve klonken, of mogt voor geen betaalinge verstrekken, by aldien
+gemelde Tolmeester het geluid niet hadde gehoort.
+
+En verder word verhaalt, dat Gotrik mede gebood, dat de deuren van
+der Friesen huizen alle tegen het noorden moesten geplaatst worden,
+en van zo een laagte, dat de Friesen, niet zonder kniebuiginge, daar
+konden uit of in gaan: op dat zy in erkentenisse zouden houden, wie hun
+Landsheer was; en dat zy, ten teeken van slaavernye en dienstbaarheid,
+ook houte halsbanden moesten draagen, die van rys en tienen te zamen
+gevlochten waren.
+
+Deze slaavernye der Friesen by Karel den Groote vernomen zynde,
+zo verzamelde hy zeer spoedig uit alle omleggende landen veel
+krygsvolk byeen: doch, voor hy noch in aantocht was, wierden hem
+andere zwaarigheden geboodschapt; als de dood van zyn zoon Pipyn;
+gezanten van Constantinopolen en Corsica; behalven een gerucht, dat
+de Deenen weder naar hun land waren vertrokken, om dat hunne Koning,
+door gemaakte verbintenissen, om 't leeven was gebragt. Alle redenen,
+waarom Karel zich weder naar Aken heeft begeeven. En de Friesen, de
+handen nu ruim krygende, tasten hunne vryheid weder aan, voorneemende
+dezelve met alle mogelyke middelen tegen alle vyandelyke aanvallen
+te verdeedigen. Dus quam het bestier weder tot de volgende
+
+
+
+
+
+V. LANDSHEEREN, OF POTESTAATEN.
+
+
+Karel de Groote, overweegende de getrouwe manhaftigheid der Friesen, zo
+aan hem in 't verwinnen der Saraseenen, en Wydekind, Hertog van Saxen,
+als in verscheidene voorvallen aan zyne voorzaaten Pipyn en Karel
+Martel beweezen; benevens hunne genegentheid en gestadige diensten
+aan 't Fransche Ryk; verzelt met den onophoudelyken yver tegen de
+Noordsche volkeren, van welker slaavernye zy zich nu weder op nieuws,
+na 't ombrengen van Gotrik, hadden vry gemaakt: zo heeft hy hen noch
+in volkomener vryheid gestelt, en ontlast van de schattinge van eenige
+ponden zilver, die zy van voor eenige jaaren hadden moeten betaalen:
+vergunnende hun, ten blyke van volkomene vryheid, het recht, om hun
+land, als vrygevogtene, naar hunne eigene wetten te regeeren; daar
+toe een Overste uit de Edelen van hunne eigene landaard te verkiezen,
+om de landzaaken zo in oorlog als vrede te bestieren, die zy den naam
+van Potestaat, naar 't gebruik der Italiaanen, zouden geeven. Dezen
+Potestaat, dat is Landsheere, wierd van de Staaten een getal van mannen
+bygevoegt, om over alle voorvallende verschillen, twee of driemaal
+'s jaars, als byzitters of mederechters hun oordeel te vellen.
+
+Op dat nu de vryheid geen inbreuk zoude lyden, zo wierden de
+Landsheeren slegts voor een jaar verkooren: doch ter goeder trouwe
+wierden zy doorgaans wel langer toegelaaten.
+
+Welk vervolg, met de eventydige geschiedenissen, wy nu zullen ophaalen,
+zo als die uit de oude schriften na malkanderen zyn aangeteekent;
+maar het te dugten is, dat het eigentlyke getal wat onzeker is, alzo
+het land by vredestyd wel zonder Landsheere is geweest: doch als
+'er een uitlandsch vyand aannaderde, om hen te overvallen, wierd
+'er by gemeenen raade, alschoon zy binnen 's lands door twistige
+oneenigheden malkanderen verteerden, aanstonds een verkooren.
+
+Magnus Forteman, die des Keizers Stedehouder was, als boven op den
+jaare 808 gemeld is, wierd tot eerste Landsheer verkooren. Behalven
+het bovengemelde, heeft hy den Keizer noch verscheidene roemwaardige
+diensten, tot lof van zynen landaard, tegen de Saraseenen gedaan:
+maar van dezelve eindelyk in eenen stryd verslagen, en zyn ligchaam
+in het slagveld onder de dooden door zyne Friesche krygsknechten
+gevonden zynde, en die 't naar Romen bragten, is hy aldaar op eene
+heerlyke wyze in de St. Michiels kerk begraaven: welke kerk daarom
+met eene ryke begiftiging wierd voorzien, ten behoeve der Friesen,
+die naar Romen quamen, om het zelve te bezoeken. Ja Magnus wierd zelve
+onder de Roomsche Hulpgoden of Heiligen gestelt. Deze geheele historie
+staat ter gedachtenisse in gemelde kerk in een marmersteen uitgehouwen.
+
+In den jaare 814 is Karel de Groote, te gelyk Roomsch Keizer en Koning
+van Vrankryk, na een ongemeenen yver voor de Christen leere getoont
+te hebben, zo in zyne landen als in Friesland, om dezelve voort te
+planten, mede in den Heere gerust. En zyn zoon Louis, toegenaamt de
+Vroome, quam in zyn plaats aan het roer van regeeringe.
+
+In den jaare 819 is Fokke Ludigman, tot tweede Landsheer of Potestaat
+verkooren.
+
+In den jaare 821 vertoonden zich omtrent de Friesche kust 13 Deensche
+Zeeroovers: doch de Friesen door Ludigman, uit een waakzaame voorzorg,
+met goede schansen of kasteelen voorzien zynde, zo derfden zy het
+niet waagen om te landen, maar trokken weder af.
+
+In den jaare 826 wierd Anscharius, mogelyk Anske of Aanske, gebooren
+te Waarden, als wy boven gezegt hebben, van Keizer Lodewyk naar
+Deenemarken gezonden, om aldaar het Christen geloove te verkondigen;
+alwaar hy veelen bekeerde. Na twee jaaren wederkeerende, verzond
+hem gemelde Keizer naar Zweeden; alwaar hy blydelyk van dien Koning
+ontfangen wierd; en deed mede binnen een jaar overvloedige stichtinge
+ter bekeeringe. Ook is ten tyde van dezen Ludigman te Dokkum een
+klooster gebouwd, ter gedachtenis van Bonifaas, aldaar in voorigen
+tyd zoo jammerlyk vermoord.
+
+In den jaare 830 wierd Adelbrik van Adelen tot Landsheer verkooren,
+en had zyn woonstede te Sixbierum.
+
+In den jaare 835, als de Noormannen, na een schielyken inval in
+Friesland, door Keizer Lodewyk verdreven waren, zyn dezelve echter in
+'t volgende jaar weder gekomen, en dwongen de Friesen eene schattinge
+af [46].
+
+In den jaare 838 Frederik van Adelen [47], geboortig van Sixbierum,
+Bisschop te Utrecht, zullende de leere der kerke eens onderzoeken,
+en komende te Westergo in Friesland, bevond hy aldaar het volk met de
+verderfelyke leere der Arriaanen zeer besmet; en kunnende met zyne
+medehelpers dat hardnekkige volk van dit besmettende gevoelen niet
+afbrengen; zo resolveerde hy noch tot zyne hulpe te roepen, Adolf,
+Kanunnik te Utrecht, dewelke om zyne vroomheid tot Leeraar te Staveren
+wierd aangestelt; alwaar hy met eenen grooten yver zyn plicht waarnam;
+ook een klooster en kerk in het westen der stad heeft gebouwd: die
+namaals, doe de zee haaren loop daar kreeg, op de zuidzyde wierd
+herbouwt. Waar van, by een laag gety, het muurwerk noch te zien is,
+gelyk wy zelve hebben bevonden, leggende nu met gemelde stad geheel
+in zee verdronken.
+
+In den jaare 840 overleed Lodewyk de Vroome, Keizer des Roomschen Ryks
+[48]. Een Gustaaf Lappon quam met 800 Gotten aantrekken, om zich in
+Friesland neder te zetten: maar de Landsheer Adelbrik van Adelen trok
+den zelven met zyne byhebbende macht tegen, en versloegze by Kollum
+zodanig, dat 'er naauwlyks overbleven, die deze tyding van hunnen
+nederlaag in Zweeden konden brengen.
+
+In den jaare 850, of omtrent dezen tyd, of voort na het overlyden
+van den Bisschop Alfridus, hebben de burgers van Groningen de kerk
+van St. Walburg, tegen het overvallen der Noormannen gebouwt.
+
+In den jaare 867 was in Friesland en elders een groote watervloed,
+waar door groote schade aan menschen en beesten geschiede.
+
+In den jaare 876 quamen de Noormannen, na dat zy de Fransche kusten
+hadden uitgeplondert, weder in Friesland, eischende van de Friesen
+schattinge: doch afgeslagen zynde, deeden zy zwaare dreigementen
+van moord en brand: maar de Friesen, aangevoert van Hessel Hermana,
+vierde Landsheer, woonachtig te Minnersga, zynde een kloekmoedig en
+onvertzaagd krygsman, tasten dezelve manmoedig aan, en versloegze
+zodanig, dat hun Overste en 800 mannen van zyn volk op de vegtplaats
+sneuvelden; de overgeblevene bezette zy in een huis, alwaar deze
+beloften moesten doen, al hun geroofden buit van goud en zilver over te
+geeven, en nimmer weder in 't land te komen stroopen. In dit treffen
+wierd Hermana ook gewond, waar van hy stierf.
+
+Na hem wierd Yge Gaalema [49] tot vyfde Landsheer verkooren; hy
+was zeer ervaaren in den krygshandel. Van hem wierden langs de
+geheele Friesche kust schildwachten uitgezet, om zo op de invallen
+der Noormannen, als wel byzonder op het doorbreeken der dyken te
+passen. De vastigheden langs de zeekusten eens bezoekende, gaf hy die
+van Ezonstad een waarschouwinge, om voor de Noormannen een waakend
+oog in 't zeil te houden, zeggende:
+
+
+ Wacht jimme fen dy noordere oord:
+ Uit dy grims herne komt alle qwaed foort [50].
+
+
+En overleed in dit zelve jaar, nalaatende eenen zoon, genaamt
+Igle Gaalema.
+
+In den jaare 880 zyn de Noormannen, hebbende groot voordeel op de
+Saxen gehad, die zy geweldig plaagden, weder in Friesland gevallen,
+van meininge om het zelve geheel te verwoesten: doch by Norden, dat
+nu Embderland is, tegenstand vindende, zyn 'er wel 10377 Noormannen
+verslagen, behalven noch een grooter getal, die in de rivieren en
+poelen gejaagt wierden, en aldaar moesten verdrinken; alzo zy zeer
+ongeschikt, door malkanderen loopende, vlugten [51].
+
+In den jaare 890, of omtrent dezen tyd, bestonden de Groninger
+Ommelanden alleen in vyf, doch zeer wyduitgestrekte dorpen, doe genaamt
+Hugomonhi, Hunisga, Fivelga, Emisga en Federitga; en 't eilandje de
+Band genaamt, 't welk vermoed word gelegen te hebben tusschen het
+Dokummer Diep en de Lauwers [52].
+
+In den jaare 910, als Staveren haaren Koophandel in vreemde gewesten
+wyd en zyds verspreide, en haar recht tot de Heeselpoort van Nieumegen
+uitstrekte, waar van noch ten huidigen dage in een steen uitgehouwen
+staat, in het latyn: Dus verre is het Recht van Staveren, doe verbrande
+aldaar de kerk, toegewyd aan de Moedermaagd Maria, staande in 't
+westen der stad, daar men ging naar 't klooster van Odolf.
+
+Omtrent dezen tyd quam Ode Botnia, zoon van den Hertog van Botnia,
+grenzende aan het noorden van Zweeden, alwaar 't nu als een overheerd
+land onder behoort, en gelegen aan de noordelykste inham van de
+Oostzee; deze, wegens zyne vroomheid, verkreeg de dochter van Taeke
+Camminga tot zyne huisvrouwe, en bouwde een stins in Oostergo. En
+deze is de oorsprong van dat geslachte, dat noch onder den naam van
+Botnia heden bekent is.
+
+Westerman heeft uit oude schriften aangeteekent, dat in dit jaar te
+Hindeloopen de eerste huizen gebouwd zyn: het welk verstaan moet
+worden, van na dien brand, waar van wy hier boven op 't jaar 779
+hebben gesprooken.
+
+Omtrent den jaare 920 leefde Koppen van Staveren, of Cappidus
+Stavriensis, die de geschiedenissen der Friesen, van oude tyden af,
+heeft aangeteekent, daar nu slegts noch maar eenige overblyfzelen
+van zyn.
+
+En omtrent den jaare 970 leefde Okke van Scharl, Scharlensis, welke
+uit zommige overblyfzelen, nagelaaten van zynen, oom Solke Forteman,
+de daaden der Friesen heeft beschreven.
+
+Omtrent den jaare 989 Gosse Ludigman, nu zesde Landsheer zynde
+en woonende te Staveren, is tot hem veldvlugtig [53] uit Holland
+overgekomen een zoon van Aarnoud, Graave van Holland, die de Friesen
+Sikke noemden: welke van Ludigman minnelyk ontfangen wordende, en ook
+na eenigen tyd hem zyne dochter Tet ter vrouwe gaf; alwaar hy twee
+zoonen by overwon. En daar na, op den trouwdag van zynen broeder,
+weder in Holland ontbooden zynde, zo gaf hem zyn vader ten erfdeel
+eenige breede roeden land in Zuidholland en Kennemerland, en 't slot
+dat heden tusschen Haarlem en Beverwyk is gelegen, het welk daar van
+noch Brederoede of Brederode genaamt word.
+
+In den jaare 995 wierd te Westerbierum een kind met drie hoofden
+gebooren, ziende twee naar voren en het middelste naar achteren.
+
+In den jaare 998 is door de Noormannen het stedeke Uitgong geheel
+verwoest, en tot den grond toe vernietigt. Omtrent die plaats legt
+nu het dorp Berlikum.
+
+In den jaare 999 vertoonde zich boven Staveren een vreesselyke
+staartstar of comeet, 10 dagen lang: waar op een zwaare sterfte in
+veele landen is gevolgt.
+
+In den jaare 1006 was 'er byna de geheele waereld door een felle
+hongersnood, en groote sterfte in het land; dat zomtyds zelve de
+leevendige, in 't begraaven der afgestorvene ligchaamen, wel mede
+dood in de graven vielen.
+
+En in de naastvolgende jaaren deeden de Noormannen geweldige
+invallen in Westfriesland, daar de Friesen hen lieten begaan; om
+de landpaalen tegen de vyandelykheid der Graaven van Holland niet
+te ontblooten. Welke oorlogen met de Westfriesen, in deze eeuw
+voorgevallen, hier van ons overgeslagen worden.
+
+Omtrent dezen tyd zyn eenige Friesche Edelluiden uit de Weezer
+gevaaren, die om de Noord vreemde landen zogten op te doen; welke,
+boven Ysland omzeilende, na verlies van hunne schepen, aan de Goudkust,
+mogelyk Mexica, zyn vervallen; van waar zy het eerste goud en zilver
+in deze landen hebben gebragt.
+
+In den jaare 1040 is het Gôrecht door Keizer Hendrik, bygenaamt de
+Zwarte, aan de Stoel van Utrecht geschonken: waar uit naderhand een
+groote twist ontstond. Want de Groningers waren van gedachten, het
+Gôrecht alleen maar vergeeven te zyn: waar tegen de Bisschoppen en
+Clerigie van Utrecht staande hielden, dat de stad Groningen insgelyks
+aan hen was geschonken. 't Welk de Bisschoppen ook, met geweld en hunne
+geestelyke luister hebben door gedrongen, dat zy daar na honderden van
+jaaren Heeren van deze stad zyn geweest, doch niet absolutelyk [54].
+
+In den jaare 1042 wierd de stad Bremen door een booswigt in brand
+gestoken: waar door de Dom, des Bisschops Paleis en andere heilige
+huizen, met de schatten der kerksieraaden en boeken verbranden.
+
+In deze eeuw leefden verscheidene Friesche Edelen; als onder anderen
+een Julius Deekema, die diverse Gezantschappen voor Keizer Hendrik
+den tweede bediende.
+
+In den jaare 1045 zyn verscheidene Friesche Edelen, die met grooten
+lof gedient hadden in den oorlog van Keizer Hendrik den derde, tegen
+de Hongaaren en Poolen, wederom gekomen.
+
+In den jaare 1064, wanneer de Edelen te Almeenum, in St. Pieters
+kerk zouden ten offer gaan, is een Sasker toe Harns, (waar van de
+stad namaals den naam Harns, zo als wy dezelve in 't plat Fries noch
+benoemen, zoude gekreegen hebben,) zich in de voorrang stellende,
+door eenen Ruerd Jarckes Harliga op het kerkhof doodgeslagen. Zo
+veel kragtiger was diestyds de waereldsche eere, boven zaaken van
+godsdienst.
+
+In den jaare 1072 is Friesland door Egbertus, uit het Huis van Saxen,
+aan de andere zyde ingenomen. Doch ook door Keizer Hendrik, wel haast
+weêr tot afstand gedwongen, en hetzelve aan den Utrechtschen Bisschop
+geschonken: des hebben de Friesen zich tegen dat jok aangestelt,
+zo dat geen graaf van Holland, Utrechtsche Bisschoppen, of Saxische
+Vorsten, in het bezit van Friesland gekomen zyn.
+
+In den jaare 1076 was 'er een schrikkelyke harde winter, geduurende
+van St. Marten tot aan 't einde van Maart in 't volgende jaar; de
+Zuiderzee, Rhynstroom en andere rivieren waren zo sterk bevrooren,
+datze dien geheelen tyd als de aardbodem gebruikt wierden.
+
+Diderik de vyfde, Graave van Holland, de Westfriesen in eene zwaare
+slag overwonnen hebbende, zette het op Staveren aan; welke stad,
+na drie weeken tyd belegert te zyn geweest, genoodzaakt wierd zich
+over te geeven: doch kogt haar weder vry voor 1400 kroonen.
+
+In den jaare 1096, wanneer Paus Urbanus de tweede, alle de Christen
+Prinsen van Europa in 't voorgaande jaar hadde gaande gemaakt, om de
+ongeloovige Saraseenen uit Natolien en 't Joodsche land te verdryven;
+hebben zich veele Friesche Edelen en gemeene lieden daar mede heenen
+begeeven, geteekent met een rood wollen kruis op hunne schouders,
+onder 't geleide van eenen Peter, Ambiaansche heremyt: en zyn,
+na veele gevaaren en ongemakken uitgestaan te hebben, met eenen
+ongemeenen yver boven andere volkeren, in Natolien aangekomen.
+
+In den jaare 1097 overwonnenze aldaar verscheidene steden.
+
+En in den jaare 1099 is Jerusalem na 10 dagen belegerings ingenomen.
+
+Na den jaare 1100 trokken op dat gerucht noch derwaarts verscheidene
+uit den Frieschen adel; als mede noch veele na dezen tyd [55].
+
+In den jaare 1110 quam Hendrik de Dikke, zoon van Otte, Hertog
+Van Beijeren, om Friesland af te loopen, dat hem de Keizer reeds
+geschonken had: doch de Friesen, om hunne vryheid te beschermen,
+joegen zyn volk by Norden op de vlugt, en hy zelve wierd door de
+zeelieden aan 't strand gegreepen en in zee geworpen.
+
+In dit zelve jaar is Groningen, in plaatze van haare houtene
+omheininge, met wallen, gragten en een steenen muur omringd. Doch
+Godebald, de 24ste Bisschop van Utrecht, heeft in den jaare 1112 de
+Groningers gedwongen hunne noch nieuwsgemaakte vestingwerken wederom
+af te breeken; en hen geboden, zoodanig een versterken der stad zich
+nooit meer te onderwinden, voor dat de Utrechtsche Kerkvoogd daar in
+hadde bewilligt. Evenwel heeft deze stad van dien tyd af beginnen te
+floreeren en in rykdom toegenomen [56].
+
+In den jaare 1119 ontstond tusschen Gaale Yges Gaalema, en Floris
+de Vette, Graave van Holland, twist over den eigendom van 't bosch
+de Kreil, gelegen tusschen Enkhuizen en Staveren; tot zo verre
+dat Gaalema, den Graave aanvegtende, in zynen regterarm eene wond
+toebragt, om dat dezelve hem zyne jagers netten en ander tuig had
+afhandig gemaakt. Doch deze twist wierd weder bygelegt. Omtrent
+in dezen tyd stonden in Dyxherne, tusschen Almeenum en Flieland,
+de geweldige stinsen van Gratinga, Harliga en Harns.
+
+In den jaare 1143 hebben te Groningen eenige oproerige burgers, in
+afwezen van hunnen Bisschop, die naar Romen was, St. Walburgs kerk
+met vestingwerken versterkt; om daar door den Burggraaf tot eenige
+voor lang verzogte zaaken te dwingen. Maar Egbert, Heere van het slot
+Groenenberg, vermaande hen, van hun opzet te willen veranderen, doch te
+vergeefs: waar op hy aanstonds met zyn volk het slot belegerde, en zeer
+dapper aantaste; maar door deszelfs vastigheid niet kunnende vorderen,
+heeft hy zich te vreden moeten houden met de sterkte zeer naauw te
+besluiten; tot dat eindelyk de Bisschop, wederom gekomen zynde, hen
+met een troup soldaaten en krygstuig zodanig aantastede, dat zy zich
+by verdrag moesten overgeeven. Doe deed de Bisschop hen zweeren, van
+nooit meer tegen de Utrechtsche Stoel te zullen opstaan. Dus bestierde
+hy dit alles ten voordeele zyner broederen geevende aan den eenen,
+Leffert genaamt, het Burggraafschap van Groningen, en aan den anderen,
+Ludolf geheeten, het Kasteleinschap van Koeverden: waar uit naderhand
+groote onheilen zyn ontstaan [57].
+
+Ondertusschen quam de Paltsgraave, Gouverneur van Benthem, met
+zyne macht in Drenth vallen, en verwoeste dat land, zonder eenige
+tegenweer. Doch dit volk is naderhand door des Bisschops krygsbenden
+by Hemsen verslagen.
+
+In den jaare 1148 is de stad Utrecht voor 't grootste gedeelte
+afgebrand.
+
+In den jaare 1162, als Miliaan door den Keizer F. Barbarosse [58]
+geheel vernielt en geslegt wierd, is Hessel Martena, een Friesch
+Edelman, in de belegering omgekomen; na dat dezelve dapper gestreden,
+verscheidene bedieningen en bezendingen voor den Keizer had uitgevoert,
+en ridder geslagen zynde, bevel over 10000 krygsknegten had gehad. Een
+Ofke Reinalda onthield zich ook eenige jaaren in deze Italiaansche
+oorlogen van Barbarossa.
+
+In den jaare 1164 overleed Leffert, Burggraaf van Groningen, zonder
+mannelyke erfgenamen na te laaten; waar uit een zwaare oorlog
+ontstond. Want deze overledene had wel eene dochter nagelaaten,
+hebbende drie zoonen, die het recht van hunnen overledenen grootvader
+meinden te erven: maar die tegenwoordige Bisschop van Utrecht weigerde
+deze zoonen aan te neemen voor volle neeven van den voorigen Bisschop;
+van gedachten zynde, dat door deze dood het Leen verviel, en tot
+den Stoel van Utrecht was wedergekeert. De Gemeente was echter tot
+de zoonen genegen, en waren 'er ook reeds al in 't bezit; hoewel met
+vreeze voor des Bisschops geweld, waarom zy, tot afkeeringe van dien,
+den Hertog van Gelder om hulpe verzogten: die voorts met een goede
+krygsmacht afquam, en zich voor Groningen vertoonde. De Bisschop
+zulks gewaar wordende, trok aanstonds op het kasteel of den tooren,
+van waar hy in 't duistere des nachts de vlugt nam naar Floris, Graave
+van Holland. Daar op wierd het kasteel met groot geweld aangetast;
+tot eindelyk de vrede wierd gemaakt; onder voorwaarde, dat de Bisschop
+van deze zoonen zoude ontfangen 300 mark, en dan wederom ten vollen
+afstaan het Drost- of Burggraafschap van Groningen [59].
+
+In dit jaar was ook een verschrikkelyke watervloed over Friesland,
+Juliaans Vloed genaamt; waar door in Friesland en elders wel 100000
+menschen verdronken.
+
+In den jaare 1170, den derden November, is Nederland door een droevigen
+watervloed aangetast, waar door het zeewater met 'er haast voor Utrecht
+stond; kabeljauw en wytingen wierden voor de stads muuren gevangen,
+en veele menschen en beesten zyn verdronken.
+
+Omtrent dezen tyd, of eenige jaaren onbegreepen, is Saake Reinalda, de
+zevende Landvoogd, tot groote droefheid der Friesen, overleeden. Van
+hem word verhaalt, dat men hem noch tweemaalen voorstelde in de
+Landvoogdyschap te blyven: maar het zelve t'elkens weigerende,
+met dit antwoord: dat zulks strydig was tegens 's Lands wetten
+en vrybrieven. Verder verhaalt men, dat hy als Landvoogd goud- en
+zilvergeld liet munten.
+
+Omtrent den jaare 1182 vertoonden zich vier zonnen aan den hemel;
+ook zag men gewapende mannen in de lucht, en bloedregen viel op
+de aarde. Ook door een geweldig onweder, ondermengt met een dikke
+sneeuwjagt, zyn de dyken by Uitgong, een stedeke aan de Burde,
+doorgebrooken, waar door die landen geheel onderliepen. Niet lang daar
+na brande het gemelde steedje byna geheel af: en het overgeblevene
+wierd in vervolg van tyd door de Noormannen vernielt. Nu legt op
+dezelve plaats het dorp genaamt Berlikum of Beltjom.
+
+In den jaare 1190, of omtrent dezen tyd, is de stad Leeuwarden eerst
+met wallen versterkt.
+
+In den jaare 1192 is, door 't uitroeyen van Uitgong, Franeker tot
+meerder aanwas gekomen, wordende uitgelegt met twee naastgelegene
+akkers, als Froonakker en Godsakker, en zo tot een stad geworden;
+waar van zy ook eerst Froonakker genaamt wierd. Godsakker is aldaar
+noch hedendaags een bekende Straat.
+
+In dit zelve jaar, op den vyfden van Juny, is het vermaarde Klooster
+van St. Bernard [60], te Aduard begonnen; dat met eene prachtige
+kerk en 4 toorens pronkte, deftiger als 'er ooit tusschen de Eems en
+Lauwers te zien is geweest.
+
+In den jaare 1196 ontstond te Groningen onder de burgerye en hunnen
+Bisschop een groote onlust, over de kerk van St. Walburg. De burgerye
+was van gedachten, dat deze sterkte, eertyds tegen het overvallen der
+Noormannen gebouwt, de stad toe quam: en de Bisschop daar en tegen
+redeneerde, dat deze kerk van ouds af in zyner voorzaatens macht
+hadde gestaan. Dit liep zo hoog, dat de burgers de kerk, het dak
+en een gedeelte der muuren deeden afwerpen. Waar over de Bisschop zo
+toornig wierd, dat hy den Kastelein van Koeverden, zynde de voornaamste
+aanstooker van dit werk, benevens de burgers van Groningen, in den
+ban deed, en voorts ook met zyne macht naar Koeverden trekkende,
+dwong hy die plaats met geweld tot de overgaaf. Ondertusschen, als
+de Bisschop hier mede bezig was, hermaakte de Groningers hunne stads
+muuren weder op, na datze hunnen Bevelhebber hadden doodgeslagen [61].
+
+Omtrent den jaare 1200 was de stad Staveren noch, van oude tyden af,
+in groot gezach, en dreef zwaare koopmanschappen door alle de gewesten
+des waerelds, zo dat de inwoonderen, door weelde en dartelheid,
+zelfs goud aan hunne stoepens [62] lieten slaan. Waar van zy noch
+ten huidigen dagen genoemt worden: De verweende [63] Kinderen van
+Staveren. Ten blyke van dit gezegde, dient dit volgende: «eene zekere
+ryke koopvrouw verzond een schip naar Dansich, belastende den schipper,
+om van de allerkostelykste waren voor haar tot zyne ladinge weêrom
+te brengen: dezelve weder komende, en denkende zyne zaak wel verricht
+te hebben, quam met weite geladen aan de stad. 't Welk zyne koopvrouw
+verstaan hebbende, was daar over t' onvrede, en belaste den schipper,
+zyne lading, die zy verstond aan bakboord ingekregen te hebben, aan
+stuurboord weder in zee te werpen. Waar op de droogte, die men noch het
+Vrouwezand noemt, voor de haven is geschoten, als eene straffe over
+hunne verwaantheid; zo dat de haven, na verloop van tyd, noordelyker
+heeft moeten verlegt worden; gelyk zy nu noch is. En heeft gemelde
+stad, van dien tyd af, allengskens beginnen af te neemen, tot op
+haare tegenwoordige staat. Van boven verhaalde koopvrouw werd getuigt,
+dat zy zich eindelyk noch met den bedelzak heeft moeten behelpen."
+
+In den jaare 1210, verbrande, door een geweldige droogen zomer, het
+bosch de Flussen geheel af; en wierd, door het inscheuren van het
+zeewater, eerst een kleen meertje, en met 'er tyd tot die groote,
+als het heden is.
+
+Omtrent den jaare 1212 vielen 'er geweldige watervloeden over 't
+Land, waar door dyken, dammen, hoven en huizen wegspoelden, en wel
+100000 menschen verdronken: en by aldien niet veele op de terpen,
+stinsen en hooge boomen waren gevlugt, zou Friesland, tusschen den
+Rhyn en de Eems van zyne inwoonders zyn ontbloot geworden. Waar
+door het volk zo verarmt was geworden, dat zy de dyken, zo haastig
+niet kunnende herstellen, moesten laaten verwaarloozen; waar door
+met een noordwesten wind de zee, tusschen het Flie en Ter Schelling,
+geweldig haaren loop nam, en het land meer en meer overstroomde. Want
+in dien tyd was de Fliestroom noch maar een gemeene rivier, die
+Westfriesland van ons afscheide; zo dat gemelde aanpersing van water,
+met 'er tyd meer en meer toeneemende, eene oorzaak geweest is, dat
+de naastgelegene landzaaten afleidingen in gemelden stroom gemaakt
+hebben; alwaar de zee haaren loop inneemende, zyn de landeryen eerst
+in poelen en meeren afgescheurt.
+
+In den jaare 1219, den 16 van January, zyn deze landen wederom door
+een verschrikkelyken watervloed aangetast, die St. Marcellus Vloed is
+genaamt; verwoestende alomme de dyken, dorpen, kerken en kloosters,
+groot en kleen vee in meenigte opgeslokt, en waar van word aangeteekent
+mede wel 100000 menschen in verdronken zyn. Deze vloed heeft eene
+oorzaak geweest, dat de volkeren naderhand de stranden verlieten,
+en zich op hooge plaatzen, landwaards in, ter wooninge begaven.
+
+Omtrent den jaare 1220 is Gryn [64], gelegen tusschen het Flie
+en Almeenum, door Siardus, mogelyk Sierd Siersma, Abt van Lidlum,
+met gragten en wallen voorzien, en tot een stad gemaakt; alwaar ook
+een schoole van geleerdheid of Academie wierd gesticht. Niet lang na
+dezen tyd, als de lieden zeer eenvoudig en weinig Onderwezen waren,
+hebben de Roomsche Geestelyken, deze slegtigheid [65] des volks
+tot hun voordeel neemende, byna het derdendeel van de goederen en
+rykdommen des lands in hunne kloosters gesleept; en veele ryke lieden,
+om alles na hunne dood te behouden, tot het kloosterleeven bewoogen.
+
+In den jaare 1221, omtrent Driekoningen Dag, zyn door eenen watervloed
+wederom eenige duizenden menschen en beesten in Friesland om 't leeven
+geraakt. En den 24ste van February volgde een derde vloed: daar na
+een zeer groote droogte zonder regen, die de landen de teelkragt,
+om iets voort te brengen, deed verliezen. Hier op volgde, daags na
+St. Lambert, wederom een vloed, die de opgedroogde landen met zoute
+wateren vervulde.
+
+In den jaare 1222, in January, was 'er wederom een vloed over deze
+landen, waar door veele schade veroorzaakt wierd.
+
+In dezen tyd leed Groningen zwaare onheilen; want de stad van hare
+vestingen beroofd wezende, quam een ieder by dag en nacht daar in,
+bedryvende veele gruwelen van moorden en bloedstortingen zonder dat
+daar recht over wierd gedaan.
+
+In den jaare 1224 is Friesland wederom door het zoute water
+overstroomt; waar door over de 10000 menschen verdronken, en al wat
+meest van de beesten voorhanden was.
+
+In den jaare 1227 braken de Groninger onlusten wederom op, tusschen
+Rudolf, Kastelein van Koeverden, en Egbert, Burggraaf van Groningen,
+over deszelfs Burggraafschap. Doch de Utrechtsche Bisschop, Otto
+van der Lip, quam met 'er haast herwaards en vereenigde hen. Maar
+de Bisschop was zo dra niet vertrokken, of Rudolf, zynde misnoegt
+over het gemaakte verbond, heeft Egberts slot by den Ham aangetast
+en geruïneert; en daar op zelfs voor Groningen trekkende, wierd hy
+door die van zyn aanhang binnen gelaaten.
+
+Hier op moest Egbert de stad verlaaten, maar verzamelde daar en
+tegen een groote macht van Friesen, waar mede hy de stad voort weêr
+belegerde; schietende zo een zwaar vuur in dezelve, datze voor 't
+grootste gedeelte in weinig tyd verbrande, en hy haar overwon. Rudolf
+moest insgelyks vlugten, trok derhalven op Koeverden, en bragt byna
+het geheele Drenth in de wapenen; waar mede hy Groningen belegerde,
+en met groot geweld aantaste: doch de goede bezetting van binnen deed
+hen t'elkens afdeinzen. Ondertusschen quam de Bisschop van Utrecht
+mede herwaards, om Egbert te ontzetten, hebbende by hem een machtig
+leger van uitgelezene ruiters en soldaaten, met veele Grooten tot hunne
+Bevelhebbers, tot omtrent Koeverden; doende het daar ter neêr slaan,
+en den Gouverneur Rudolf opentlyk voor een rebel verklaaren.
+
+Rudolf brak aanstonds de belegeringe voor Groningen op, en marcheerde
+zeer moedig met zyne macht tot omtrent zyne vyanden, laatende alleen
+een moerassig land tusschen beide.
+
+Des anderen daags morgens quamen de vyanden voor den dag springen,
+om alzo Rudolf en de zynen te overvallen: maar hunne groote stoutheid
+bragt hen op de slagtbank; want zo als zy op de moerassige weide
+quamen, wierd 'er van achteren zodanig gedrongen, datze 'er voor 't
+meerendeel in bleven steeken. Doe viel Rudolf met de zynen op hen in,
+en hieuw zo vreesselyk onder die benaauwde vyanden, dat 'er in 't
+kort 500 door 't zwaard nedergezabelt wierden, of in 't moeras waren
+gesmoord, en waar onder de Bisschop zelve, die op eene zeer wreede
+wyze om 't leeven wierd gebragt; vervolgens de vlugtende nagezet,
+en veele perzoonen van grooten rang gevangen genomen [66].
+
+In den jaare 1228 quam de Utrechtsche Bisschop Wilbrand met een groote
+krygsmacht in 't Drenth, om de dood van zyn Voorzaat te wreeken. Hy
+pleegde dieshalven eene groote tirannye aan de inwoonders. Rudolf
+moest zelve ook voor hem buigen, geevende Koeverden weêr over. Doch
+Rudolf hernam door eene krygslist het kasteel van Koeverden wederom,
+slaande de geheele bezettinge daar in dood.
+
+Daar na heeft de Bisschop met een nieuw verzamelde macht, in den
+winter, onder de begunstiging van een felle vorst, wederom eene tocht
+herwaards gedaan; maar een zeer zwaar onweder van regen en haastige
+dooy deed hen alle de vlugt neemen, met achterlaatinge van alle hunne
+bagagie, ten voordeele van Rudolf.
+
+Na dezen bragt die Bisschop wederom een leger op de been, en hy op
+het Hardenberger Kasteel zynde, voorneemens om Koeverden te bestormen,
+komt Rudolf ondertusschen van het kasteel, om met den Bisschop in der
+minne te accordeeren. Maar de Bisschop, het tegendeel zoekende, nam
+den Gouverneur Rudolf, nevens zynen raadsman Hendrik van Graastorp,
+gevangen, doende hen schrikkelyk pynigen, voorts leevendig râbraaken
+en de ligchaamen op raderen stellen.
+
+In den jaare 1230, den 17de van February, zyn door een tempeest van
+donder en blixem, over Friesland gaande, veele huizen, verbrand en
+neêrgeworpen; en daar boven een watervloed, in welke veele duizenden
+menschen en beesten, verdronken [67].
+
+In dit zelve jaar waren de Reilanders en Asschendorpers [68] in
+eenen hevigen oorlog; maar de eerste gansch onkundig, vielen met
+hunne meeste Edelluiden in des vyands handen.
+
+In den jaare 1231 ontstond tusschen de dorpelingen van Uithuizen, en
+die Van Eendrum, een openbaare oorlog, over een kleen eilandje, aan de
+Noorder dyken gelegen. Dit verschil was bevoorens al uitgesprooken door
+de Rechters van Upstalsboom [69] ten voordeele van de Uithuizers. Doch
+die van Eendrum achte zich verongelykt, en wilden aan het gevelde
+vonnis niet gehoorzamen; gingen daarom by de Groningers om hulpe,
+die hen ten eersten met een groote hoop krygsbenden bysprongen,
+en dus gelykerhand de Uithuizers aantasteden en in hinderlaag bragten.
+
+Hier tegen kreegen de Uithuizers ook onderstand van de Drenthers,
+Drenthwolders, Vredewolders enz., trekkende ieder op hunne post. De
+Uithuizers wederom tegen die van Eendrum, slaande hen op de vlugt,
+en bequamen veel buit. Maar de Drenthers trokken voor Groningen,
+en stieten daar schrikkelyk het hoofd: want, nadatze daar drie dagen
+gelegen hadden, wierden zy door die van binnen, uitvallende, deerlyk
+verslagen, achterlaatende aan de Groningers 600 paarden, al hunne
+proviand enz. Door deze overwinninge kreegen de Eendrumers wederom
+moed; vallende daarop in des vyands land, en hielden 'er gruwelyk huis;
+want zelve staken zy de brand in de kerk Usquert, welke, behalven de
+andere geheiligde dingen daar in, met eene geweide hostie, verbrande;
+daar en boven wierden de vrouwen geschonden, en noch oude of jonge,
+lieden gespaart.
+
+Ondertusschen, als de Drenthers voor Groningen waren, quam Bisschop
+Wolbrand met zyne soldaaten voor Koeverden; neemende de stad en
+voorburg in, en zabelde alles neêr wat 'er in was, zonder zelve de
+noch in de wieg leggende kinderen te sparen: hier na gaf hy de plaats
+aan zyne soldaaten; die dezelve geheel uitplonderden en naderhand
+in brand staken. Maar het kasteel heeft hy, om zyne vastigheid,
+niet kunnen bemachtigen; alhoewel het echter op die of een anderen
+tyd ook ten eenemaal verdistrueert is geworden [70].
+
+In den jaare 1232, in September, was te Groningen een zamenkomst
+van die van Husingo, Westerlanders en hunne bondgenooten, welke dus
+gelykerhand in Fivelingo vielen, tot omtrent Wester-Embden: maar
+wierden door hunne partye zo deerlyk gehavent, datze met 'er haast de
+vlugt moesten neemen, met achterlaatinge van 400 dooden of gevangenen,
+en veele gekwetsten aan hunne vyanden.
+
+In den jaare 1233 is Otto de derde, Graaf van Holland, met een groote
+krygsmacht in 't Drenth gevallen; heeft de stad Koeverden, benevens
+de Drenthers, onder zyne gehoorzaamheid gebragt, en hen daar na
+gedwongen, behalven andere breuken te geeven, een klooster te bouwen
+[71], ter plaatze daar wel eer de Utrechtsche Bisschop Otto van der
+Lip verslagen was. Dit klooster is het volgende jaar aangevangen, en
+ter plaatze, daar nu Assen is, volbragt; zynde het zelve dat namaals
+en nu noch tegenwoordig tot het Gemeenelands Huis gebruikt word.
+
+In den jaare 1234 is het stedeke Wartena, door een harden storm,
+geheel weggespoelt. Het was gelegen in de Grietenye van Idaarderadeel,
+omtrent Grou: waar van nu noch een dorp van die zelven naam is.
+
+In dezen tyd is 'er weder twist ontstaan, om de voorrang in 't offeren,
+tusschen die van Albada en Reinalda te Waaxens, by Holwerd: waar
+uit naderhand de scheuringen tusschen de Schieringers en Vetkoopers
+gerezen zyn.
+
+De buurt, omtrent het westen van Almeenum, is in dit jaar tot een
+stad geworden, en met haare voorrechten voorzien. Maar, als 'er twist
+tusschen de Edelen van Harliga en Harns ontstond om den naam, zo heeft
+zy tot heden die beide naamen behouden, en word in de gemeene Spraak
+Harlingen, en in de Friesche landspraak Harns genoemt.
+
+In den jaare 1239 was Sikke Sjaarda of Sjaardema, Landsheer van
+Friesland. En Willem, Roomsch Keizer, en 21ste Graave van Holland,
+de stad Aken belegert hebbende, ontbood de Friesen tot zyn hulpe:
+welke de stad met water bezettede en overwonnen. Voor deze dienst,
+aan hem bewezen, bevestigde de Graave hunnen vrybrief, door Karel den
+Groote voorheen aan hen gegeven. Daar na verzogt hy Sjaardema, zo door
+groote giften van geld, als 't Erfstadhouderschap hem Friesland over
+te geeven. Maar dezelve sloeg des Graafs voorstel door een vinnigen
+brief plat af; schryvende aan hem: «Meent gy, dat ik, om my en myn
+geslacht te verheffen, een verraader wil zyn, en myne nakomelingen
+van de vryheid berooven, die onze Voorvaderen boven alle goederen
+geächt hebben?" En liet noch, ter beschimpinge en verachtinge van
+gemelden Graaf, goude penningen slaan, waar op aan de eene zyde in
+'t latyn, doch dus vertaald, stond: Sikke Sjaardema, Landsheer van
+Friesland: en aan de andere zyde: Libertas prævalet auro: dat in eene
+goede zin gezegt is: Liever Vry, als Ryk. Waarom hier na tusschen
+den gemelden Graaf en de Friesen een oorlog is ontstaan, waar in de
+eersten, overwonnen zynde, sneuvelde. Hega Holtwada schryft, dat dit
+voorgevallen is in den jaare 1255.
+
+In den jaare 1242 was te Groningen een zamenzweeringe gemaakt
+door de Gelkingen, tegen de drie nagelaatene zoonen van Egbert van
+Groenenberg. Zy vielen eerst op den oudsten en sloegen hem dood; maar
+de andere twee gingen vlugten, verzamelden, goede hulpe, en trokken
+op hunne vyanden af. Doe wierd 'er een burgerlyke oorlog binnen de
+stads vesten gevoert; leggende een ieder op zyn hoede, om zyne party
+afbreuk te doen; bedryvende groot geweld en bloedstortinge. Doch de
+meeste neêrlaagen vielen de autheurs van dit werk ten deel, die zelve
+veel volk verlooren, en de stad ook moesten ruimen. Hier op wierden
+hunne huizen aangetast, beroofd en verscheidene tot den grond toe
+geraseert, en in brand gestoken.
+
+In den jaare 1246 is te Groningen de St. Nikolaas kerk, nu der A,
+gebouwd; welke door Bisschop Otto van Utrecht in den jaare 1446, op
+verzoek der ingezetenen van de stad, tot een Parochiekerk is opgeregt.
+
+'t Zelve jaar, in November, was door zwaare storm en onweder een
+groote watervloed over Friesland, en elders, waar door aan menschen
+en goederen veele schade geschiede.
+
+In den jaare 1248 braken de Groninger onlusten wederom op, waar in, op
+den eersten November, Thetse door Rudolf van Pedesen wierd omgebragt.
+
+Den 19de der zelve maand volgde hier op een droevige watervloed,
+die zelve, behalven de buitendyken, de dyken van het diep genaamt,
+welke nu aan de Eems een zyl en verlaat hebben, wegspoelde.
+
+In 't begin van den jaare 1249 is wederom een watervloed over deze
+landen gegaan; wordende door een andere vloed op den 12de van February
+gevolgt; en daar na met eene zwaare pestellentie en duuren tyd.
+
+Evenwel was Groningen noch vol onlusten: want die van de stad,
+doe zeer wreed zynde, hielden het koren in dezen bedroefden tyd op
+een zeer hoogen prys, en daar boven wierd het vee, 't welk door de
+landlieden ter markt wierd gebragt, door eenige oproerige geesten
+aangetast en veel beschadigt.
+
+Omtrent dezen tyd is het Hof in 's Graavenhaage, benevens de groote
+Zaal aldaar, door Koning Willem den tweede, en 21ste Graaf van Holland,
+gebouwd.
+
+In den jaare 1250 was te Farmsum een Deken, Sikke genaamt, welke de
+Ommelandsche gemoederen zeer ontrustede: hy maakte zelve een verbond
+tusschen die van Hunsingo en Fivelingo; en dus met malkanderen te
+velde trekkende, wierpen zy het slot Groenenberg omverre, en poogden
+Groningen ook te belegeren.
+
+In dit en 't volgende jaar is Friesland wederom door twee watervloeden
+overstroomt geworden; waar door veele duizenden van menschen en
+beesten verdronken.
+
+In den jaare 1251 is Groningen door de Ommelanders belegert en
+verscheidene maalen bestormt; doch, door de goede bezettinge, wierden
+de bespringers t'elkens afgewezen. Nochtans hebben die van binnen
+zich, na een beleg van vier weeken, met verdrag aan hunne vyanden
+moeten overgeeven.
+
+Hier na wierd Groningen, door de ballingen wederom verrast, brengende
+in den eersten aanval Hendrik Butel om 't leeven, en roofde doe veele
+goederen van de Gelkingen.
+
+Op dit gerucht trokken de Ommelander bondgenooten wederom welgewapent
+voor de stad, welke haar door Conraad, Hoofd der Ballingen, zonder hun
+geweld af te wagten, wierd overgegeeven. Hier door geraakte Conraad in
+gyzeling; maar kort daar na, door schoone beloften, ook wederom los;
+brengende, hoewel tegen zyn gemaakt verbond, een hoop krygsvolk byeen,
+waar mede hy het Franciscaner Klooster verraste, laatende het zelve
+voort van volk en andere noodwendigheden voorzien. Ook namen zy alle
+steene huizen, die vast tegen hunne vyanden waren, in, en deeden die
+van proviand en oorlogstuig voorzien.
+
+De wederparty vlugte tot de kerken van St. Marten en St. Nicolaas;
+alwaar zy zo sterk wierden bevogten en in benaauwtheid gebragt,
+datze by de landlieden om verdere hulpe riepen. Hier op quamen die
+van Fivelingo af, ontzettede hen, en tastede der vyanden bezettinge
+zo sterk aan, datze hen, na groote bloestortinge, tot overgeevinge
+dwongen, doch Conraad ontstreek hen en ging in 't heetste van 't
+gevegt door.
+
+In den jaare 1254 is Groningen weder door Conraad met verrassinge
+ingenomen. De bespringers quamen heimelyk by nacht in de stad, en op
+St. Martens Kerk, houdende zich tot den morgenstond verborgen: doe,
+de trappen afloopende, vielen zy hunne partye op 't lyf, slaande
+9 mannen dood, en de andere salveerden zich, zo zy best konden:
+daarop is alles, wat 'er in de kerk gevonden wierd, prys gemaakt, en
+daar van een gedeelte aan de gehuurde soldaaten tot soldye gegeeven:
+waar door de stad door plonderinge en oproer vervult wierd.
+
+In den jaare 1255 is Hindeloopen, nu, na de brandstichtinge en
+uitplonderinge der Noordsche volkeren, weder haaren wasdom bekomen
+hebbende, tot een stad geworden, en met voorrechten en privilegien
+begiftigt of voorzien.
+
+In het zelve jaar, den 18 van January [72], is Willem de tweede,
+Graave van Holland, omtrent Hoogwoud van de boeren dood geslagen. Deze
+Graaf was van Alkmaar met een groote krygsmacht uitgetrokken,
+voor hebbende de Friesen, die tegens hem en zyn voorzaaten altoos
+wederspannig hadden geweest, met de wapenen te temmen, en onder zyne
+gehoorzaamheid te brengen. Maar de Graaf, door onvoorzigtigheid,
+te verre vooruit rydende, trapte het paard door het ys; waarop de
+boeren, van achter de struiken komende, hem dood sloegen.
+
+In den jaare 1257, den 10de van October, is Friesland weder door een
+watervloed overstroomt geworden; waar door de dyk in Groningerland,
+by Zonda, daar de rivier de Fivela met nieuw werk bedykt was, omverre
+wierd geworpen, en voorts het water over het land stroomde.
+
+In den jaare 1259 quam Hendrik, de achtste Bisschop van Utrecht, in
+Drenthwolde, nu 't Gôrecht, en vorderde groote sommen geld van de,
+inwoonders: doch wierd hem geweigert. Hierom deed hy de Drenthers
+aanstonds wapenen, en de naaste huizen van hunne partyen in brand
+steeken. Daar tegen verzamelde de Drenthwolders hunne macht ook byeen,
+en vielen aanstonds met eene groote hevigheid op de vyanden in;
+waar door zy in den eersten aanval 120 dood sloegen, veele quetsten,
+en eenige gevankelyk met zich sleepten.
+
+In den jaare 1262 wierd in Friesland eene aardbeevinge gevoelt, welke
+Groningen mede trof, inzonderheid het klooster Wittewyrum, waar door
+de toren instortte: hier op volgde een watervloed door de dyken,
+met verbreeking van de zyl Fismar, in den Oldambte.
+
+In den jaare 1263 is de kerk van het vermaarde klooster St. Bernard,
+te Aduwerd, ten tyde van Gayke, de zevende Abt, op eene zeer plechtige
+wyze ingewyd, na dat 'er ruim 200 monniken 23 volle jaaren aan hadden
+gearbeid, om de kerk op te bouwen en het werk voort te zetten.
+
+In den jaare 1266 was de tweede Marcellus vloed, waar door Friesland
+wederom wierd bezogt: evenwel raakte Fivelingo, door de sterke dyken,
+die de monnikken van Wyrum met die van Zonda en hunne nabuuren, daar
+'t voorige jaar tegen de Eems hadden gelegt, bevryd.
+
+In den jaare 1268 wierd D'rYlst, een kleene myl leggende van Sneek,
+en doe noch maar eene buurt, mede met Stads voorrechtbrieven of
+privilegien voorzien. Indien 'er eene Yle Stins geweest is, schynt
+het niet ongeloofelyk, dat het daar van haaren naam ontleent heeft,
+volgens gebruikelyke verkortinge en zamentrekking der woorden.
+
+In den jaare 1270 is te Bolswert het Broere Klooster gesticht, waar
+toe het houtwerk voor het grootste gedeelte van de Kreil, by Staveren,
+wierd gehaalt. Gelyk ook te Staveren, Hindeloopen en andere plaatzen
+in den Zuidhoek, nu noch wel hout, uit het gemelde bosch gehouwen,
+te zien is.
+
+In den jaare 1272 is door geheel Friesland eene zwaare sterfte onder
+het vee geweest, als ook een groote hongersnood onder de menschen.
+
+In den jaare 1273 zyn door eenen watervloed in Friesland wederom wel
+2000 menschen verdronken.
+
+In den jaare 1276, op goede Vrydag, beviel de Graavinne van Hennenberg
+te Loosduinen in het kraambed van 365 kinderen; wordende dezelve van
+haar oom, Bisschop Otto van Utrecht, in één bekke gedoopt: de knegtjes
+wierden Joannes, en de meisjes Elizabeth genaamt. Doch zy stierven alle
+nevens de moeder, en wierden te Loosduinen in 't klooster begraven.
+
+In den jaare 1277, den 25ste van December en den 13de van January 1278,
+heeft dit gewest door schrikkelyke watervloeden veel geleden; want
+door dezelve verdronken 33 dorpen en veele duizenden van menschen en
+beesten in den Dollaart; en doe is het begin gemaakt van dien grooten
+Inham, de Dollaart genaamt.
+
+Omtrent den jaare 1280, na dat de Friesen van de geduurige
+bespringingen der Graaven van Holland en der Noormannen, hunnen
+hals nu vryer hadden, zyn de oude wrokken, die in 't offeren om
+den voorrang zo meenigmaalen ontstaan waren, weder opgeborsten,
+en de stinsen, voorheenen tegen de uitlandsche vyanden gemaakt,
+wieschen nu in getal en meenigte: en onder schyn van bescherminge
+tegen de stormende watervloeden, wierden de landeryen en dorpen met
+hooge wieren van aarde digt te zamen gestampt, daar gemelde stinsen
+op gebouwd wierden. Waar uit eerst quaad nadenken, doe haat, nyd
+en eindelyk openbaare vyandschappen en moorderyen onder de Edelen
+ontstonden: het land wierd in tweeën verdeelt; die van Oostergo gaven
+de anderen den naam van Schieringers, om dat hunne landstreek, in
+broekig en waterachtig land bestaande, en hunne meeste kostwinning en
+handel in de visscherye van Schiere Aal, alwaar 't alomme van krielde,
+bestond of gelegen was. En zy zelve gaven zich den naam van Vetkoopers,
+om dat zy in hunne hooge landen en grasryke weiden met de vetweijeryen
+en landbezaaijingen meerendeels zich geneerden. Doch andere verhaalen
+om andere inzichten. Van alle welke twisten en oneenigheden wy niet van
+voorneemen zyn alle voorvallen te melden, om redenen dat die voor het
+meeste gedeelte tusschen byzondere Edelen zyn ontstaan, en daarom voor
+geene algemeene landtwisten zyn te houden: maar wy hebben voorgenomen
+te melden, de grootste gevallen, en die voor algemeene landtwisten
+te houden zyn, en tot eene daadelyke tweespalt des Gemeenen Lands
+zyn uitgeborsten, waar van wy alleen de voornaamste ontmoetingen,
+die steden en landen eenige merkelyke veranderinge aanbragten,
+hebben aangeteekent. Van welk alles in het gemeen geweeten dient,
+dat aan beide zyden dikwyls vredeverbonden gemaakt en verbrooken zyn,
+maar van ons niet alle aangeteekent, om dat wy kort willen zyn [73].
+
+In den jaare 1287 waayde het zo een geweldige stormwind, dat alle
+de dyken rondom Friesland doorbraaken, waar door kerken en huizen
+wegspoelden. Van het stedeke Gryn bleeven geen 10 huizen staan, en het
+getal der verdronkene menschen was wel 80000. By welke gelegentheid,
+Floris de vyfde, Graave van Holland, de macht der Friesen nu merkelyk
+verzwakt ziende, de Westfriesen met weinig moeite onder zyn gebied
+gebragt heeft, en een kasteel te Medenblik, nevens noch drie anderen,
+in 't gezigt der Oostersche Friesen, bouwde.
+
+In den jaare 1292 nam Graaf Floris de stad Staveren in, en begiftigde
+haar met verscheidene voorrechten.
+
+Omtrent dezen tyd begon in Friesland de wortel van die allerverdervende
+partyschap, Schieringers en Vetkoopers genaamt, aan te groeijen;
+zynde tot noch toe onder den Adel alleen beslooten; maar dat duurde
+niet lang, of de Gemeente wierd ook gedeelt en van een gescheurt. Ook
+begon men meer en meer steenhuizen of stinsen te bouwen, tot een
+toevlugt voor hen zelve, en afbreuk hunner vyanden.
+
+Gemelde scheuringe is eerst onder den Adel op de brasmaalen
+uitgebroeit, en kort daar na tot het gemeen over gegaan. De Vetkoopers
+of Vetwyders waren de Hollanders toegedaan: en de Schieringers,
+veel geringer van staat, hielden zich aan het Groninger verbond.
+
+In den jaare 1293 heeft Sneek, nu dagelyks in goede neeringe
+aanwasschende, mede stads voorrechten bekomen, tot groot nadeel
+van de nabuur-stad D'rYlst: maar in 't volgende jaar trof haar het
+ongelukkig lot van brand, welke gemelde stad tot op twee huizen na
+geheel in den asch leide en verteerde.
+
+In den jaare 1296, den 27ste van Juny [74], is Floris de vyfde en
+19de Graaf van Holland, door Gerrit van Velsen, Heer van Noordwyk,
+op eene moorddaadige wyze omgebragt.
+
+In den jaare 1299 namen de Friesen de drie nieuwgebouwde kasteelen
+der Hollanderen in, als ook Medenblik, nu reeds mede tot een stad
+geworden; en, na eenig stryden met de Graaven van Holland, moesten
+die Westfriesland weder verlaaten.
+
+Omtrent den jaare 1303 verscheen in de lucht, boven Scharl en Warns,
+verscheidene vertooningen van kryg en oorlog, met een ysselyk geroep:
+Help! help! De zon veranderde in bloed, en regen van bloed viel op
+de aarde.
+
+In den jaare 1305 verdroegen de Schieringers en Vetkoopers met
+malkanderen, om hunne twisten, door een gevegt van twee mannen uit
+hen, ten einde te brengen: dit werkstellig gemaakt zynde, bleven de
+Vetkoopers verwinnaars en de Schieringers verliezers.
+
+In den jaare 1306 quamen de Noormannen met eenige schepen in Friesland,
+om onder die inlandsche twisten, eenen roof uit het land te haalen:
+doch, Reiner Canga of Camminga, dies tyds Landsheer zynde, heeft hen
+met zyn byhebbende macht dapper afgeslagen; en over de 900 vyanden
+nedergemaakt hebbende, wierd hy zelve gequetst, waar van hy stierf,
+tot groote droefheid zyner landsgenooten.
+
+Na hem volgde J. Hessel Martena, hoewel tegen zynen zin, in het
+Landsheerlyke Gebied, om zyne uitmuntende vredelieventheid.
+
+Omtrent dezen tyd heeft Johannes Flieterp, Secretaris van Martena,
+onverwagt de beschryvinge, van Okke Scharlensis te Staveren gevonden;
+en dezelve uit het latyn vertaalt hebbende, met eenige van zyne eigene
+aanteekeningen, in het licht gegeeven.
+
+In dezen tyd wierden de Hollanders, die met hulpe der Westfriesen,
+Friesland dachten te berooven, dapper afgekeert: het welk Enkhuizen
+door eenen brand moest vergelden.
+
+In den jaare 1313 is de Landsheer Martena overleden, hebbende het land
+tegen de aanvallen der vyanden dapper bevryd, en dezelve verscheidene
+maalen verjaagt. Om nu een nieuwen Landsheer te verkiezen, ontstond
+onder het Friesche volk een zwaare twist: de een begeerde die,
+en de ander weêr een anderen, maar alzo in dien tyd stormwinden en
+overstroomingen quamen, die wel 500 menschen wegsleepten, staartsterren
+gezien wierden, bloedregen neder viel, en andere teekenen aan den
+hemel zich vertoonden, zoo quamenze daar door tot bedaaren. Ook
+ontstond 'er in dezen tyd een vreesselyke hongersnood; waar uit
+droevige exempelen voortquamen: onder anderen, eene zekere Vrouw,
+hebbende haar goed by de landtwisten verteert, en te Sixbierum haar
+armoede verbergende, sloot haar huis toe en stierf alzo met haare
+Kinderen. En een weinig tyds hier na, heeft eene ongemeene sterfte
+het derdedeel der menschen weggenoomen.
+
+In den jaare 1318 quamen de Hollanders met een kleen vaartuig te Makkum
+en Kornwert aan land, meenende, onder het gewoel van deze inlandsche
+scheuringe, een goeden buit weg te sleepen: maar de Friesen spoelden
+hen de voeten, en hebben door hulpe van die zelve schepen Medenblik
+en Enkhuizen uitgeplondert.
+
+In dezen tyd was Staveren mede in het Verbond der Anseesteeden.
+
+En in dezen tyd bevryden de Friesen hun Land mede voor de aanvallen der
+Graaven van Gelder; als mede voor die der Hollanders en Westfriesen,
+nu wederom hunne vyanden geworden.
+
+In den jaare 1323 wierd van alle de Friesen beraamt, voortaan hunne
+generaale Rechts-Vergaderinge te Upstalboom, in Oostfriesland,
+te houden.
+
+In den jaare 1324, in November, zyn door een groot tempeest van donder
+en blixem, en een watervloed over Friesland en Holland gaande, veele
+menschen en beesten verdronken.
+
+In den jaare 1326, of omtrent dezen tyd, begon Appingadam in alle
+neeringe, ambagten en rykdom toe te neemen, zelfs Groningen gelyk
+te worden.
+
+In den jaare 1327, een weinig na Kersmis, zyn de privilegien en keuren
+van Appingadam, door de Staaten van Fivelingo, in een zeer plechtige
+byeenkomst opgestelt en goedgekeurt. Ook zyn dezelve, weinig dagen
+daar na, op een algemeenen Landdag, te Upstalsboom bevestigt, en met
+het Zegel [75] bekragtigt.
+
+In den jaare 1328 was de toestand der Schieringers en Vetkoopers zo
+verre gekomen, dat de zwakste party nu begon vreemde soldaaten in
+dienst te neemen.
+
+In den jaare 1332 zyn de wetten gemaakt van de waterlossinge by het
+Huis Groenenberg; waar uit een oorlog ontstond; want de Friesen
+van Humsterland, Vredewold enz., zich t'zamen voegende tegen de
+Groningers, geschiede het eerste gevegt in Hunsingo, en de tweede
+slag in Fivelingo, beide tot nadeel der landlieden. Maar de derde
+treffinge was zwaarder dan de eerste, en viel de Groningers ten deel.
+
+Daar na is het Huis Kortinge, by Selwert, zynde met eenige Drentsche
+Edelen bezet, door de landlieden stormenderhand ingenomen, en de
+gansche bezettinge daar in dood geslagen. Voorts wierd Groningen ook
+door hen overweldigt, wordende veele burgers in de eerste furie gedood,
+en 60 der voornaamste auteurs van die onlusten opentlyk op de markt,
+by de Pelster-, Gaddinge-, en Volkeringe Straat door 't zwaard onthoofd
+[76].
+
+In den jaare 1334, in November, op St. Klemens Dag, was 'er een groot
+onweêr van donder en blixem; en zo een watervloed, dat het zeewater
+over de dyken heen stroomde, waardoor veele menschen in Friesland en
+elders verdronken.
+
+In den jaare 1336 zyn te Bolswert 136 huizen verbrand. Ook wierd
+Friesland in dit jaar wederom door een watervloed aangetast, daar
+door veele menschen en beesten verdronken.
+
+In den jaare 1342 was het Aduarder klooster zo machtig en weelig
+geworden, dat hun verboden wierd, meer goederen en landeryen aan
+te koopen.
+
+In dit zelve jaar, den 25ste van September, is Graaf Willem van
+Holland, zo 'er gezegt word, in Friesland gevallen met over de 100000
+mannen: maar wierden van de Friesen zoodanig gehavent, dat zy met
+achterlaatinge van 18000 mannen, waar onder de Graaf, en omtrent 200
+Edelen, wederom moesten aftrekken; zynde dit de grootste overwinninge
+die de Zeelandsche Friesen ooit hebben bevogten. Want daar word gezegt,
+dat de Hollanders 10 mannen tegen de Friesen een sterk waren geweest.
+
+In den jaare 1346 waren die van Hunsingo met de stad Hamburg in oorlog;
+doch de Hamburgers den Frieschen koophandel niet kunnende missen,
+bragten door anderen zo veel te weeg, dat de zaak door wederzydsche
+gezanten is bygelegt geworden.
+
+In den jaare 1350 was 'er zulk eene vergiftige pest in en omtrent
+Friesland, dat de menschen al gaande en staande dood nedervielen,
+blyvende van 1000 naauwelyks 10 in 't leeven. ô Ysselyk verhaal!
+
+In den jaare 1361 is te Groningen eene generale vergadering gehouden
+van alle Magistraatsperzoonen in 't geheele vrye Friesland, tot
+conservatie van hunne rust en vrede.
+
+In den jaare 1364 heeft Hertog Aalbregt van Beyeren, Graave van
+Holland, het Eiland Ter Schelling in brand gestoken; doch niet zonder
+weêrzydsche bloedstortingen, want het in dien tyd onder Friesland
+behoorde.
+
+In den jaare 1368, den vierden van September, is Groningen door alle
+regeerende, en daar toe gerechtigde perzoonen, tusschen de Eems en
+Lauwers, gerechtigd tot de Stoel der gemeene Vergaderingen; 't welke
+zy voorheen maar naar gewoonte hadde geweest.
+
+In den jaare 1379 is Koeverden door de Rustringen en Oostringen,
+met Sibet en meer andere Hovelingen, ingenomen.
+
+In den jaare 1387 zyn in Friesland door een watervloed wederom veele
+menschen en beesten verdronken.
+
+In den jaare 1388 heeft Folkmer Allena het steedje Aurik,
+in Oostfriesland, ingenomen, en het slot zeer hevig laaten
+beschieten. Okko was Bevelhebber daar binnen, die, na stilstand van
+wapenen verkreegen te hebben, naar beneden in de stad ging, om over
+het verdrag te handelen; maar het zelve niet getroffen wordende, wierd
+Okke door zyne trouwlooze vyanden op den 26ste van July doorstoken;
+stervende alzo de eerste Ridder in Oostfriesland, Okko, Heer van
+Broekmerland.
+
+In den jaare 1392 is Leeuwarden, door 't aangroeyen der inlandsche
+oneenigheden, heimelyk aan de noordzyde in brand gestooken; waar door
+'t Prediker klooster en kerk verteerden.
+
+Hier na quamen de Hollanders met een machtig leger in Friesland
+vallen, tot omtrent Schooterzyl: alwaar zy door de Friesen wierden
+tegen gestaan, vegtende aan weêrskanten zeer scherp, tot beider groot
+verlies; want de Hollanders de overwinning hebbende, verlooren nochtans
+1300 mannen, zo aan dooden als gevangenen, en de Friesen daarentegen
+600 mannen.
+
+In den jaare 1397 was Yv Juwinga Landsheer, die van zommigen ook
+genoemt word Ju Jongama. In dien tyd quam Albrecht van Beyeren met
+eene macht van 18000 mannen in de Kuinre, dies tyds een Graafschap,
+om Friesland te overweldigen. En Juwinga, de Friesen tegen hem niet
+kunnende afraaden, om geen slag met hen te waagen, kreegen zy by
+Schooterzyl de nederlaag, en verlooren omtrent 500 mannen, als mede
+den Landsheer zelve. Daar na trok Albrecht naar de Lauwers; daar de
+Friesen hem tegenstonden. Ondertusschen verteerden de Schieringers
+en Vetkoopers malkander zodanig, door hunne oneenigheden, dat de
+Vetkoopers te raade wierden, voor hunne zyde het land aan Albrecht
+op te draagen; en de stad Staveren wierd hem ingeruimt. Doch van
+de Schieringers tegengestaan zynde, vertrok hy van de Lauwers, door
+geheel Oostergo en Westergo.
+
+In den jaare 1398 nam Albrecht Dokkum in, en deed de voornaamste
+der Schieringers naar Groningen vlugten; alwaar dezelve door eenen
+Koppen Jarges van Staveren gestyft zynde, benevens de Groningers,
+den Hertog weder tegen trokken, onder het geleide van Sikke Deekema,
+Gaale Hanja, en Ode Botnia.
+
+In dit zelve jaar, hebben eenige Ommelander Heeren, de Ommelanden
+heimelyk aan den Graaf van Holland opgedraagen. Maar doe de andere
+Heeren zulks gewaar wierden, en buiten weeten, zich tegens recht
+en privilegien overgelevert te zien aan hunne vyanden, beraamden
+daar op het jok af te schudden. Eppo Nittersum, zynde een Patroon
+der Schieringers, maakte hier aanstonts een begin van, neemende den
+tooren of vastigheid tusschen ten Post en Mude in, en sloeg het daar
+binnenleggende guarnisoen, uit Hollanders bestaande, altemaal dood,
+of deeden hen in de Damstervaart verdrinken. Ondertusschen wierd
+Groningen ook van den Graaf van Holland verzogt, hem voor haren Heere
+te neemen; doch te vergeefs.
+
+In den jaare 1399 namen zy Dokkum, Cammingaburg en het slot ter Luine,
+gelegen tusschen Kollummer en Oudwoudumerzyl, weder van den Hertog, en
+noodzaakten hem weder uit Friesland te vlugten; alleen noch behoudende
+de stad Staveren. Van waar Brederode, meenende de schans te Molkwerren,
+dat Winsemius ook Molkenhuizen noemt, in te neemen, doch mislukte:
+maar wierd van de Friesen geslagen, en hy zelve gevangen genomen. Doch
+weinig tyd hier na is de vrede geslooten in den Briel, tusschen Johan
+van Beyeren, Graaf van Holland, de Friesen en de stad Groningen en
+Ommelanden. Waar op de Graaf door de Groningers met 50 vette Ossen
+wierd vereert.
+
+De Friesen dus hunne vryheid weder bevogten en gewonnen hebbende,
+zyn de drie voornoemde Edelen, de een na den anderen tot Landsheeren
+verkooren; doch de een het op den anderen schuivende, hebben zy
+'t allen geweigert.
+
+In den jaare 1400, verzogten de Vetkoopers of Ballingen by den Bisschop
+van Utrecht, Frederik van Blankenheim, zyne hulpe, geevende hem een
+goede zomme geld, mits dat hy hen by de Groningers in voorige charges
+en goederen zoude herstellen. Waar op de Bisschop brieven en gezanten
+aan de Groningers afzond, hen zelfs ook gebiedende, de wapenen neêr
+te leggen: doch alles te vergeefs. Want die van Groningen en hunne
+Bondgenooten zeer moedig zynde, hebben ondertusschen onder het beleid
+van den Burgemeester Albert Wigbolts, Aapke Onstema's Huis, te Sauwert,
+met veel moeite ingenomen. Dit Huis was zeer sterk, hebbende muuren
+van 12 voeten dikte, met een wyde gragt om dezelve, en om welke noch
+een andere gragt heenen ging, bevattende 5 steene torens.
+
+Dit gerucht deed de Bisschop met zyn krygsmacht afkomen, doende de
+stad Groningen op St. Jacobs Dag aan de zuidzyde berennen: waar op
+veele schermutselingen volgden. Doch, na drie weeken belegs, heeft
+de Bisschop de stad wederom moeten verlaten, zich te vreden houdende
+alleen een Blokhuis te Blankeweer met volk wel te bezetten.
+
+Omtrent dezen tyd hebben de Groningers het Stapelrecht bekomen.
+
+In den jaare 1401 kogten de Groningers van den Bisschop van
+Munster zyne vriendschap voor 2000 guldens; mits dat hy zich by den
+Utrechtschen Bisschop niet zou voegen. Hier op trokken de Groningers
+met grooten moed in de Ommelanden, werpende veele steene huizen
+omverre, als van Snelgers huizen in den Dam; van daar na Ripperda's
+huis te Farmsum, maar met zo een goeden uitslag niet als by den
+eerste; want Ripperda, 400 zeeroovers tot bezetting gekregen hebbende,
+vielen op hen uit, en sloegen veelen van de Groningers dood. Waarom
+de Groningers aftrokken; doch maakten hunne krygsgereetschappen
+wederom in den Dam gereed, waar mede zy, na drie dagen toevens, weder
+derwaarts trokken; vallende doe met zo eene verwoedheid op gemeld
+huis en hunne vyanden aan, datze in 't kort overwinnaars wierden,
+en alles aan stukken hakten, of in 't water deeden verdrinken die 'er
+op waren. Daar na trokken de bondgenooten naar Termunten, en haalden
+het huis van Menno Houwerda omverre; als ook daar na Gockinga's huis,
+te Broeke.
+
+In den jaare 1404 zyn Sioerd Wiarda en Haring Harinxma, by gemeenen
+raade, tot Landsheeren verkooren; hebbende de eerste zyn opzicht
+in Oostergo, en de andere in Westergo. In dezen tyd zyn nochmaals
+eenige Friesche Edellieden naar het Joodsche Land vertrokken, om
+kunne krygslust oeffening te geeven.
+
+In den jaare 1405, den eersten van October, is de vrede tusschen
+den Bisschop van Utrecht en de stad Groningen geslooten; waar door
+weêrzyds gevangenen zouden los gelaaten, en de ballingen in hunne
+voorige goederen herstelt worden.
+
+In den jaare 1408 is Darrelt, in Oostfriesland, door de Hollanders
+ingenomen, en daar na getracht vast te maaken: doch Jonker Keno, van
+Broekmerland, heeft hun voornemen verydelt, en ter plaatze uit gejaagt.
+
+In den jaare 1409 heeft Jonker Keno Folkmer Allena's huis te
+Oosterhuizen, in Oostfriesland, ingenomen, neemende zyne zusters zoonen
+gevangen, en wierpze te Aurik in eene, vuile gevangkenisse, alwaar zy,
+door toedoen van zyne moeder, van honger en vuiligheid zyn gestorven.
+
+In den jaare 1412 waren de partyschappen in Friesland tusschen
+Schieringers en Vetkoopers schrikkelyk woedende: want de Vetkoopers,
+hebbende in eene vergadering voorgedragen, om de Schieringers ten
+eenemaal uit te roeijen, zonder zelve de kinderen in de wieg te
+spaaren. Hier om wierden de gemoederen der Schieringers noch meer
+ontsteeken; en daar zy hunne vyanden maar bespringen konden, sloegenze
+die dood.
+
+In den jaare 1413 is de stad Embden door Jonker Keno van Broekmerland
+ingenomen: waarom Proost Hiske, aldaar Heer zynde, naar Groningen de
+vlugt nam.
+
+Door deze overeenkomst van Proost Hiske, begon Groningen ook verdeelt
+te worden, door die alverdervende partyschappen van de Schieringers
+en Vetkoopers. Die van Rengers, Huginge, Clant, Clinge en Brugge,
+neigden naar de Vetkoopers, als zynde de Hollanders toegedaan: de
+andere waren meest alle in 't openbaar Schieringers; hun Opperhoofd
+was Koppen Jarges, houdende zich aan 't Groninger verbond.
+
+Deze Scheuringe veroorzaakte eene groote bloedstortinge; want de
+Schieringers wilden den gevlugte Proost Hiske [77] helpen, tegen
+zyn vyand Jonker Keno; en de Vetkoopers daar en tegen niet. Hier
+op stonden de Schieringers, als de sterkste party zynde, den 23ste
+van October uit haat op, en vielen op het Raadhuis aan, als de Raad
+vergadert was: zy doorstaken aanstonds den Burgemeester Jan Rengers
+en Albert Barelts, en Johan Hekman veele wonden toegebragt hebbende,
+wierpenze ter venster uit op de markt. Voorts bragten zy Hendrik
+Ottesz. Clant mede om 't leeven, als ook Allard Clant, daar hy aan
+tafel zat te eeten. Vervolgens deeden zy den Raad besluiten, dat alle
+de geene die van de Vetkoopers partye was, zich zonder eenig ophouden,
+uit de stad en de Ommelanden zouden vertrekken.
+
+In den jaare 1414 hebben de Friesen van Westergo de stad Staveren
+overrompelt; waar door Friesland geheel van het Hollandsche jok
+wierd vry gemaakt. Ook waren de Schieringers, onder Koppen Jarges,
+in Groningerland op hunne hoede: want de ballingen, hunne toevlugt by
+Jonker Keno genomen hebbende, deeden derhalve alle de aankomsten aan
+de Eems met krygsvolk bezetten: ook liet Jarges het goud en zilver
+uit de kerken in Fivelingo neemen, waar van te Kampen geld wierd
+geslagen; dat naderhand Koppens guldens genaamt wierd. Daar op nam
+de landbederving een begin, steekende twee sluizen te Reiderland in
+brand, en op verscheidene plaatzen de dyken door. Jonker Keno deed
+het zelfde aan de Groninger kant, doorsteekende mede op verscheidene
+plaatzen de dyken: moetende alzo het gemeene volk de dolle razernye
+der Grooten ontgelden.
+
+In den jaare 1415 hebben de ballingen of Vetkoopers hunne macht,
+benevens hunne vrienden, en die 't met hun hielden, te Eelde, in 't
+Drenth, byeen vergadert, waar mede zy op den 13de van September, des
+avonds, den dyk langs, stilletjes voor Groningen trekkende, en voorts
+over de stads muur klimmende, de sloten van de Aa Poort afhieuwen,
+en dus de stad, na veel bloed vergooten te hebben, innamen; hier op
+stakenze aanstonds drie huizen in brand, ten teeken voor Jonker Keno;
+welke met een vloot schepen voor Delfzyl leggende, ten eersten met zyn
+krygsvolk naar de stad afquam, en herstelde de ballingen aanstonds
+in hunne voorige bedieningen en goederen. Daar na trok Jonker Keno
+met zyn volk door de Ommelanden, en deed verscheidene van der vyanden
+heerenhuizen omverre werpen.
+
+In den jaare 1416 hebben de Groningers, met die van Hunsingo en
+Fivelingo, hunne oude verbonden wederom vernieuwt, na dat Jonker Keno
+vertrokken was; waar in alle vyandschappen en misdaaden vergeeven
+wierden.
+
+Ook heeft Proost Hiske, met hulpe zyner vrienden, de stad Embden
+wederom overweldigt en onder zyn gebied gebragt.
+
+In den jaare 1417 zijn de Vetkoopers door de Schieringers uit
+de Westerlauwers gejaagt. Maar Jonker Keno zulks berigt zynde,
+trok hen op den 10de van Juny by Noordhorn tegen; alwaar zeer hevig
+gevogten wordende, de Schieringers 500 dooden en 400 gevangenen lieten
+zitten. Korts hierna is Jonker Keno ziek geworden, en op 't Huis te
+Oldenburg overleden.
+
+In den jaare 1418 heeft Fokko te Lier Dokkum ingenomen, geplondert
+en in brand gestoken; de bolwerken in de gragt geworpen, en al de
+huizen en stinsen der Schieringers geraseert, als mede ook het huis
+van A. Kamstra, bezuiden Dokkum: het blokhuis by Esumerzyl wierd
+stormerhand ingenomen, waar in vier mannen door den eersten aanval
+wierden gedood, en de rest der bezettinge, zynde zeeroovers, door
+beuls handen den kop afgeslagen. Doch in het volgende jaar quamen de
+Schieringers, onder 't geleide van Sikke Sjaardema, en wierden daar
+weder meester van.
+
+Des Okke van Broek, de zyde der Vetkoopers versterkende, quam met een
+hoop volk uit Embderland, dat hy tusschen Staveren en Hindeloopen aan
+land zettede, en met Sjaardema in een hevig gevegt raakte: waar in
+300 Schieringers verslagen, en 200 gevangen wierden; de overgeblevene
+vlugten naar Slooten, dat zy in allen spoed met eene wal versterkten
+of omtrokken: en wierden van hunne vyanden belegert: doch door hulp
+des Graaven van Holland weder ontzet.
+
+In den jaare 1419 hebben de Groningers den Bisschop van Utrecht,
+Frederik van Blankenheim, voor hunnen Beschermheer aangenomen,
+wordende hy in 't begin van Juny gehuldigt, en de Handvest op den
+11de dito geteekent.
+
+In den jaare 1420 liet Sjaardema, door des Graaven volk, Makkum met een
+bolwerk omringen. Maar zy, door een listigen brief van Tjeerd Ailua,
+Vetkooper te Witmarsum, wierden daar uitgelokt: en is doe die wal weder
+geslegt [78]. Ook trof men een veldslag by Hindeloopen, daar wel 200
+mannen wierden verslagen en verdronken, en noch zo veel gevangen.
+
+Den 30ste van April, in dat zelve jaar, is Bolswert door de
+Schieringers ingenomen, wordende aldaar een Jan Tjalling, Hoveling,
+met noch eenige Vetkoopers door de kling gejaagt, om dat zy voorheene
+eenen van Koppen Jarges volk hadden doodgeslagen.
+
+Daar na hebben de Vetkoopers, onder het commando van Fokko te Lier,
+op den 12de van May, de Schieringers by Catse geslagen; die daar 300
+dooden en 200 gevangenen verlooren.
+
+Den 26ste van September wonnen de Vetkoopers Staveren, alwaar Koppen
+Jarges, zeer dapper vegtende, het leeven verloor. Omtrent dezen
+tyd ontstond te Staveren een groote brand, waar door in 't kort 500
+huizen verteerden.
+
+In den jaare 1421 wierd Leeuwarden door de Vetkoopers vermeestert,
+en de Hollanders uit de Lemmer verdreven; daar hun sterk Blokhuis
+wierd omverre geworpen en geslegt.
+
+In 't zelve jaar, den 19de van November, is in Friesland, Holland
+en elders, een schrikkelyke watervloed geweest, waar door de dyken
+wierden gebroken, veele duizenden van menschen en beesten opgeslokt,
+en tusschen Dordrecht en Geertruidenberg 72 dorpen zyn vergaan.
+
+In den jaare 1422, in February, wierd 'er weder een verdrag van
+vrede [79] gemaakt tusschen de Schieringers en Vetkoopers. Waar op
+Dokkumerwal, en het slot op Esumerzyl geslegt wierden. Echter bleef
+by zommigen noch de twistgierigheid, waar door de zorg voor de dyken
+verwaarloost wordende, het water zoodanig inspoelde, dat het land
+drie jaaren lang tot aan Drenth en Stellingwerf met het zelve bezet
+bleef leggen.
+
+In dit zelve jaar hebben de Groningers de stad Slooten belegert;
+doch vrugteloos: want op St. Benedictus dag hebben de Hollanders de
+stad ontzet en de belegeraars geslagen.
+
+In den jaare 1424 was geheel Westergo in onrust, door de partyschappen
+van de geslachten Bonnema en Gerkema. De stins van Gerkema wierd
+overweldigt, en zelve met den vader daar in verbrand. Doch twee jaaren
+daar na wierd Fokko Bonnema ook verslagen.
+
+In den jaare 1426, in September, geschiede het bloedige gevegt van
+Fokko Ukens, Hoveling te Leer, tegen Nikolaas, Graaf van Oldenburg, en
+den Aartsbisschop van Breemen, by Deteren: alwaar Fokko, overwinnaar
+wezende, van de vyanden 5000 mannen doodsloeg, en 300 gevangenen
+bequam, waar onder veele heeren van grooten rang.
+
+In den jaare 1427, den 28ste van October, was 'er wederom een zwaare
+stryd van Fokko Ukens, tegen Jonker Okko van Broekmerland, tusschen
+Veenhuizen en Opgant; daar geschiede een groote bloedstortinge;
+want Fokko wel de overhand hebbende, verloor nochtans 4000 mannen;
+doch Okko verloor van zyne kant noch meer, en viel zelve in des vyands
+handen; alwaar hy, na zes jaaren in de gevangenisse gezeten te hebben,
+is komen te sterven.
+
+In dit zelve jaar deed de Geldersche Hertog, met een groote krygsmacht,
+een inval in 't landschap Drenth, steekende verscheide dorpen en
+buurtschappen in brand; vernielde het koren; roovende en plunderende
+alle de beste goederen, en dezelve met hem naar Gelderland sleepende.
+
+In den jaare 1428 sloeg Fokko Ukens de slag by Oterdum, tegen de
+Groningers; alwaar Fokko, wederom overwinnaar zynde, van de vyanden
+500 mannen doode, en veele gevangen nam, waar onder een Burgemeester
+van Groningen.
+
+In den jaare 1429, was Groningen en Hamburg wederom in Oorlog; want
+weêrzyds waren schepen ter zee met elkanderen geduurig in actie. In
+dezen tyd is overleden Proost Hiske van Embden.
+
+In den jaare 1430 zag men noch, by een laage ty, de kapel en ringmuur
+van 't kerkhof van Odulfs Klooster, by Staveren, in de zee.
+
+In den jaare 1431 hebben de Hamburgers, met een vloot schepen, voor
+Embden leggende, den Drost Imelo Abdema, zynde de zoon van Proost Hiske
+boven gemeld, onder schyn van vriendschap, op een gastmaal genoodigt;
+'t welke zy tot dien einde op een van de schepen hadden toegericht:
+maar de Drost aldaar gekomen zynde, en een buitengewoon glaasje wyn
+gedronken hebbende, staken zy ondertusschen in zee, en voerden hem
+alzoo over naar Hamburg; alwaar hy in groote elende 24 jaaren lang
+gevangen heeft gezeten: en de andere schepen zettede zich voor Embden,
+die de stad met geweld en dreigementen tot de overgave dwongen.
+
+In den jaare 1434 was Groningen met de Hamburgers noch in oorlog;
+by deze gelegentheid wierd Willem Wicheringe, Olderman of Hoofdman
+der Gilden, thans Olderman van 't Gildrecht genaamt in Groningen,
+willende het Stapelrecht voor de stad verdedigen, in een oploop van
+de landslieden te Farmsum doodgeslagen. Hier op wierd door de Heeren
+van de stad vergoedinge dier doodslag geeischt: doch wierd door Hayo
+Ripperda, Heer van Farmsum, geweigert, en begeerde den schuldige van
+het gedaane feyt niet over te leveren. Hier door ontstond eene groote
+tweespalt onder den Adel; want de Groningers eindelyk de wapenen
+aangordende, wilden Ripperda tot vergoedinge dwingen: doch hy zulks
+niet afwagtende, bood zich aan tot verdrag; 't welk op den 27ste van
+July deszelfden jaars wierd getroffen [80].
+
+In den jaare 1435 overleed de dappere Fokko Ukkens, Hoveling te Leer,
+op het Huis te Dykhuizen, by Appingadam, wordende in het klooster
+aldaar begraven.
+
+In den jaare 1437 hebben de Hamburgers en Embders der Hovelingen huizen
+in Oostfriesland om verre geworpen en geraseert, als te Oosterhuizen,
+Hinta, Grimmersum, Groothuizen enz., omdat ze tot geen toevlugt voor
+de vyanden zouden wezen.
+
+Ook was in dezen tyd een watervloed over deze landen, waar door groote
+schade aan menschen en beesten geschiede; als mede eene pestilentie,
+daar veele duizende menschen door stierven.
+
+In den jaare 1438, in Augusty, zonden de Groningers by nacht een schip
+met volk naar Termunten, en verrasten aldaar het kasteel. Zy joegen
+alle de Hamburgers daar uit, en stelden 'er wederom tot Commandant
+Lodewyk Hoornken. Daar na namen zy het huis van Eppo Gockinga, te
+Broeke, in, als mede de sterke toren te Bellingewolde, die zy ter
+neêr wierpen.
+
+In den jaare 1443 is het Stadshuis te Groningen gebouwt.
+
+Ter dezer tyd was Friesland wederom in groote onlusten; want die van
+Ripperda en Heemstra bedreven groote geweldenaaryen van moorden en
+branden tegen elkander.
+
+In den jaare 1444 is overleden de heer Eppo Gockinga [81], waar door
+het geheele Oldambt, volgens accoord en der Oldambsteren toestemminge,
+onder des stads jurisdictie is geraakt; wordende voorts door de
+Magistraat van Groningen een Drost gestelt, om de zaaken uit hunnen
+naam aldaar waar te neemen.
+
+In den jaare 1446 hebben die van Sjaardema, als hun huis, aan 't oosten
+van Franeker, bouwvallig begon te worden, een nieuw huis of Slot aan
+'t westereind van de stad gebouwd, op een plaats genaamt Kaale Hei,
+alwaar 't noch ten huidigen dage staat.
+
+In dit zelve jaar, na dat het vuur der Schieringers en Vetkoopers
+weêr ontstooken was, hebben de Vetkoopers de kerk en toren te Workum
+tegen de Schieringers versterkt. Doch deze laatsten hebben hunne
+vyanden aanstonts belegert; en de Overste Ketelhoet, die afgekomen
+was om de belegerden te ontzetten, geslagen; alwaar Ketelhoet zelve,
+en veele gemeenen zyn gedood en gevangen genomen [82].
+
+In den jaare 1448, even na St. Jan, is in Appingadam tusschen de steden
+Hamburg en Groningen de vrede geslooten, waar in alles wierd bygelegt,
+en de vrye handel open gemaakt.
+
+In den jaare 1453 is de Utrechtsche Bisschop, Roelof van Diepholt,
+door de Groningers voor hunnen Beschermheer aangenomen en gehuldigt.
+
+Ook heeft Jonker Ulrich in dezen tyd, na dat hy van de Prelaaten,
+Hovelingen, enz., tot een Heere van Oostfriesland was aangenomen,
+de stad Embden met deszelfs burgt, als ook de burgt te Leeroort,
+van de Hamburgers gekogt voor 10000 mark.
+
+Omtrent dit jaar heeft Philip de Goede, Hertog van Bourgondien,
+en Graaf van Holland, eerst door veele laagen, en daar na door
+dreigementen, Friesland getracht te overmeesteren. Doch de Friesen
+hier tegen, maakten gezamenlyk eene onderlinge verbindtenisse, om
+hem met een gemeene macht tegen te gaan.
+
+In den jaare 1454 was te Groningen onder de burgerye een groote onlust,
+ter oorzaake van eene zekere resolutie, by den Raad genomen, dat geen
+inwoonder van de stad de waaren, welke van de landlieden ter markt
+wierden gebragt, zoude mogen koopen; maar dat deze door opkoopers,
+van den Raad daar toe gestelt, alleen zouden mogen worden opgekogt,
+en dus verder aan de ingezetenen uitgesleten worden. Maar een Warner
+Smith, Raadsheer der stad, stelde zich hier tegen, willende zelfs
+zyn gryzen kop daar by opzetten, om de burgers van die last te
+bevryden. Hy ging derhalven van het raadhuis, en maakte zulks aan
+de Bouwmeesters en Gildens bekent. De Raad dit vernomen hebbende, is
+aanstonds met 24 mannen vergadert; welke beslooten, dezen Raadsheer
+Warner Smith om 't leeven te laaten brengen. Weinig dagen hier na
+vergaderde de Raad weder, en deed den Raadsheer Smith door een stads
+Dienaar ontbieden: doch hy merkte het quaad; geevende daarom hier van
+aanstonds kennisse aan de Bouwmeesters en Gildens, en hun gebiedende,
+naauwe wacht te houden voor het Raadhuis. Hier op ging Smith met eene
+groote vrymoedigheid naar boven: maar den beul aan de deur vindende,
+trad hy in de Raadkamer, zeggende: «Wat, wilt gy uw gebod met bloed
+schryven; door de handen van een beul?" Onderwyl zagen eenige heeren
+uit de vensteren, en vernamen dat de geheele markt vol gewapende
+en oproerige menschen stond; derhalven wierden zy met de uiterste
+verbaastheid aangedaan, en veranderden gansch van resolutie: want de
+Raadsheer Smith wierd daar op niet alleen vry verklaart, maar zelfs
+de genomene resolutie ook wederom ingetrokken: waarom het gepeupel
+weêr vertrok.
+
+In den jaare 1455 is het Verbond tussen de stad Groningen en de
+Ommelanden voor den tyd van 10 jaaren vernieuwt. Waar op St. Martens
+toren is gefondeert, en na vyf jaaren voltrokken.
+
+In den jaare 1456 verscheen over Friesland eene ysselyke staartstar;
+waar op, eenige jaaren na malkanderen, een groote duurte omtrent
+de leevensmiddelen is gevolgt. Omtrent dezen tyd zoude, door de
+dapperheid der Friesen, die doorgaans den H. Kryg volgde, om de
+inlandsche oneenigheden te myden, wel 30000 Turken ter neder gemaakt
+zyn, in de groote overwinningen die de Hongaren bevogten.
+
+In dezen tyd deed Tanne Kankena een inval in Oostringen, neemende
+Jeveren in; en voerde daar na 300 menschen gevankelyk, als mede 3000
+stuks vee, naar Hargelingeland.
+
+Omtrent den jaare 1457 is Sneek byna geheel afgebrand, blyvende de
+dyk en 't nieuw zand maar alleen over. Doch veel tyd daar na is het
+weder opgebouwd.
+
+Niet lang daar na wierd Slooten mede byna geheel door 't vuur verteert;
+zynde in den brand gestooken uit twistende eergierigheid van eenige
+Edelen.
+
+In den jaare 1459 hebben de Groningers hunne stad met nieuwe wallen,
+gragten en poorten versterkt. Ook hebben zy David van Bourgondien,
+Bisschop van Utrecht, voor hunnen Beschermheer aangenomen en gehuldigt.
+
+In den jaare 1461 is Harlingen mede door den brand geheel vernielt.
+
+In den jaare 1462, in October, sloegen de Vetkoopers tegen de
+Schieringers by Aalsum; waar in de laatste verscheidene Grooten,
+en omtrent 250 gemeenen verlooren.
+
+In den jaare 1465 is de Zyl of Sluis van Offingawier door storm en
+onweder weggescheurt; welke opening weder gestopt wierd door een stuk
+land, leggende buitendyks, en afgescheurt zynde, daar weder in dreef,
+terwyl het door enige varkens en schaapen beweid wierd.
+
+In den jaare 1470 heeft Karel de Stoute de Friesen wederom getracht
+onder 't Huis van Bourgondien te brengen, op gelyke wyze als zyn vader
+Philip, daar wy boven van gemeld hebben. Doch de Friesen vonden zich
+geraden nochmaals hunne vryheid te verdedigen. Omtrent dezen tyd,
+wierden tusschen Heemelum en Koudum, drie mannen en twee vrouwen
+doodgeslagen, zonder dat elders van eenige verdere schade gehoort
+wierd. En op Ameland quam een walvis, 83 voeten lang, aandryven.
+
+In den jaare 1471 hebben de Groningers, na dat de Hertog van Beyeren
+hun den oorlog hadde aangekondigt, hunne stad zeer vast gemaakt;
+maakende eene aarde wal buiten de gragt, aan de zuidkant, met zes
+steene torens: ook een steenhuis aan de inloopinge van de Hunse en
+Aa: als mede de Heere en daar na de Ooster poort; en hebbende de stad
+tegenwoordig acht poorten, daarze bevoorens 'er maar zes had gehad.
+
+Omtrent dezen tyd leefde de vermaarde en hooggeleerde jongeling
+Andreas Canter, van Groningen, welke 10 jaaren oud zynde, by den Keizer
+Frederik de derde ten Hove ontboden wierd, om zyne groote geleertheid
+[83].
+
+In den jaare 1472 wierd door Jonker Onno van Ewsum een zeer zwaare
+toren te Middelstum gebouwd, dat geheel strydig tegen de gemaakte
+verbonden was. De Groningers namen het daarom ook zeer qualyk; zendende
+eenige Gecommitteerden derwaarts, om het werk te bezigtigen. Hy quam
+ondertusschen zelve te Groningen, en betuigde niets quaads tegen de
+stad in den zin te hebben; maar dat hy alleen een schuilplaats tegen
+zyne vyanden zogt. Echter wierd hem door den Raad geordonneert, dat
+de zwaarte der muuren van 6 tot 3 voeten moesten vermindert worden,
+volgens hun gemaakt verbond. Doch Jonker Onno voer evenwel met het
+werk voort: en om andere zwaarigheden, dachten de Heeren van den Raad
+niet meer aan hem.
+
+In den jaare 1474 deed een watervloed, over Friesland gaande, veel
+schade aan menschen en beesten.
+
+In den jaare 1477, den 17de van September, was 'er de Cosmus en
+Damianus vloed: waar door in Friesland en elders zwaare schade
+geschiede. By 't klooster te Lidlum wierd een zeekalf gevangen; en in
+de gragt van Bolswert wierden mede twee zeldzame visschen gevangen,
+schynende de eene vleugelen te hebben, en de andere een zeehond te zyn.
+
+In den jaare 1478 hebben de Groningers het slot te Wedde, van Hayo,
+te Westerwolde, ingenomen en geslegt; maakende aanstonds op een andere
+plaats een nieuw slot, en noemde het zelve Pekel a Burg, of Pekelburg;
+alwaar de Groningers een Kastelein op stelden, welke over Westerwold
+en het deel van den Oldambt, aan de eene zyde van den Dollaart,
+zoude richten.
+
+In den jaare 1480 is binnen Bolswert een kind met twee hoofden
+gebooren. En te Leeuwarden zyn in dezen tyd de eerste Gildens in
+gestelt.
+
+In den jaare 1481 quamen de Keizerlyke Gezanten Steenbergen en Loo te
+Groningen, en presenteerden hunne brieven aan den Raad en de Gemeente,
+waar in de Keizer, den Burgemeesteren en Raaden in Groningen, het
+Potestaatschap van Wester-Lauwers eeuwig en erffelyk gaf, zonder te
+mogen beroepen worden, enz.; als mede met de ridderlyke orde wierden
+begiftigt, zo wel de toekomende als tegenwoordige Burgemeesteren
+en Raadsheeren dezer stad. Ook gaf hy hun het recht, om goude
+en zilvere munt te slaan. Doch het accoord wierd niet getroffen:
+waar van de voornaamste oorzaak was, zo men zegt, om dat de Keizer
+een jaarlyksche tribuit van 10000 rhynsche goudguldens eischte,
+te betalen uit de inkomsten van Friesland over de Lauwers: 't welk
+alhier te zwaar wierd geacht.
+
+In den jaare 1482 wierd het groote en vermaarde laatste verbond
+tusschen de stad Groningen en Ommelanden voor den tyd van 40 jaaren
+gemaakt. Waar na Stad en Lande heeft gefloreert, en in rykdommen
+toegenomen. Waar op voorts de hooge en zwaare St. Martens tooren is
+voltrokken [84].
+
+In den jaare 1486, in October, overleed te Heidelberg de Hooggeleerde
+en beroemde Rudolf Agricola; hy was te Baflo, in Groningerland
+gebooren, en zeer geleerd in de hebreeuwsche, grieksche en latynsche
+taalen; ook was hy een groot musicus, hebbende het groote en deftige
+orgel in St. Martens kerk te Groningen eerst nieuws gemaakt.
+
+In den jaare 1487 is de stad Leeuwarden door de Schieringers
+gewapenderhand ingenomen.
+
+Ook hebben de Groningers een rykgeladen Hollands schip, 't welk de
+Oostfriesen genomen hadden, hun op de Wadden weêr ontweldigt; wordende
+de roovers daar van te Groningen opgebragt, en den kop afgeslagen.
+
+Daar na trokken de Groningers 't Drenth in, en haalden Jonker Aapke
+Ewsums Huis te Roôn om verre. Als mede hadden zy, onder het bevel
+van Ulrich, te Dornum, een aanslag op den Dam; doch vrugteloos.
+
+Omtrent dezen tyd is een vrouwe ligchaam, 12 houtvoeten lang, uit de
+zee opgeworpen, en aan het strand van Ter Schelling komen aandryven.
+
+In den jaare 1490 vermeesterden de Vetkoopers, die nu voor 't
+meerendeel door verloop van hunne zaaken, in Holland gevlugt waren,
+de stad Workum; komende, onder 't geleide van Yge Gaalema, uit Holland
+over 't ys aantreeden.
+
+In dit zelve jaar is de wydberoemde Wesselius Gansefort, te Groningen
+gebooren, aldaar overleden; zynde door zyne theologische Studien
+zo beroemd, dat hy 't Licht der Waereld genaamt wierd. Hy was ook
+een groot medicus, hebbende Paus Sixtus de vierde eenige jaaren
+als Lyfmedicus gedient, en wierd in het geestelyke Maagde-Klooster
+begraven.
+
+In den jaare 1491 heeft Berlikum noch de voorrechten en vryheden van
+stads gerechtigheid gehad. Omtrent dezen tyd ontstonden in Friesland
+verscheidene branden aan huizen: ook vertoonden zich veele gezichten
+aan de lucht, als voorboden van droevige tyden.
+
+In dit zelve jaar hebben de Groningers die van Dokkum, Dongeradeel,
+enz., mede in hun verbond aangenomen, wordende het accoord voorts
+opgemaakt, en op St. Lamberts Dag van weêrszyden geteekent. Doch
+dit verbond heeft naderhand groote onlusten en bloedstortingen
+veroorzaakt. Want de Groningers zyn daar na met een groote krygsmacht
+in Friesland gevallen, om de malcontenten, die noch tegen dat verbond
+waren, tot gehoorzaamheid te brengen; smeeten veele steenenhuizen
+omverre, en zettede eenen Sikko Bolte voor Dokkum op een rad.
+
+In den jaare 1492 quamen de Leeuwarders mede in het Groninger
+verbond. Maar die van Sneek, en meer andere Hovelingen daar
+omtrent, bleven daar noch tegen; waarom zy met de Groningers, omtrent
+Leeuwarden, in gevegt traden, daar zy zeer ongelukkig vegtende, van hun
+100 mannen gedood, en 250 gevangen wierden. Doe stelden de Groningers
+een Gouverneur te Leeuwarden en Dokkum, die deze twee steden, en
+genoemde landen, uit hunnen naam, aldaar regeeren en bestellen zoude.
+
+In den jaare 1493 quam de Heer Otto van Langen, als Ambassadeur van
+den Keizer Frederik de derde, in Friesland, om de partyschappen
+en oorlogen, tusschen de Groningers en die van Sneek, met hunne
+aanhangers, by te leggen.
+
+Ook zyn de Friesen in dezen tyd in Munsterland gevallen, beroofden
+en staken verscheidene dorpen in brand, en sloegen veele menschen
+dood. Insgelyks deeden de Munsterschen wederom aan de andere kant,
+spaarende noch kerk, noch dorp in Friesland.
+
+In den jaare 1494 hebben de Groningers hunne Gezanten aan den Keizer
+Maximiliaan gezonden, die het gemaakte verbond met die van Oostergo
+confirmeerde, mits aan hem betaalende 10000, en aan den Hertog van
+Saxen 1000 rhynse guldens. Hier na zond de Keizer drie van zyne
+Hofraaden in Friesland, te Leeuwarden, Dokkum, enz.; alwaar zy
+de Groningers lieten huldigen, plicht en eed doen, uit naame des
+H. Roomschen Ryks.
+
+In dit zelve jaar heeft Keizer Maximiliaan de oude voorrechten
+en vryheden der Friesen op nieuws weder door brieven bevestigt;
+beveelende hun, als voorheen, wederom uit hunne eigene Edelen
+eenen Landsheer te verkiezen, op dat de verwoede handelingen en
+heillooze scheuringen eens ten einde mogten komen: dreigende hen,
+by nalaatigheid van dien, onder een vreemd Heer te willen zetten,
+met een eeuwig verlies van hunne vryheid; alzo hy zulks verstond,
+tot merkelyke ruste van het Duitsche Ryk, te behooren.
+
+Hier op wierd Julius Deekema, van Baard, by gemeenen raade, tot
+Landsheer of Potestaat verkooren, om dat hy een man was, vreedzaam
+van gemoed, en een haater van tweespalt.
+
+In dit zelve jaar, 's nachts omtrent twee uuren, hoorde men digt
+by Bolswert, een schrikkelyk geraas en getier, als van strydende
+heirlegers; zo dat de wacht, de ronde doende, in 't eerst meinde,
+dat 'er in der daad een gevegt omtrent de stad was.
+
+In den jaare 1495 hebben de Schieringers, gesterkt met de vreemde
+krygslieden van Hertog Albrecht, uit Holland gehaalt, en wel 2000
+uitmakende, Workum en Hottingahuis ingenomen: brandschattende
+Hindeloopen, Molkwerren, Staveren en geheel Wymertserdeel. Koudum
+stakenze in den brand. Doe schattenze de Gaasterlanders. Deze riepen
+de Woudlieden om hulp: en zich daar tegen kantende, belegerdenze te
+gelyk Slooten.
+
+In den jaare 1496, in January, hebben de Schieringers, die zich
+met veele Geldersche krygslieden, onder den Oversten Fox, binnen
+Sneek versterkt hadden, een tocht ondernomen, om de Woudlieden
+en Gaasterlanders van 't beleg voor Slooten te doen opbreeken: de
+Woudlieden, yverende tegen de onderdrukkingen en brandschattingen der
+Schieringers, die nu dagelyks veele Gelderschen in het Land hadden
+gehaalt, stelden zich op Sneekermeer tot tegenweer; doch het ys,
+door hunne zwaarte, aan stukken barstende, verdronken 'er veelen;
+die staande bleeven, verweerden zich tot den laatsten man; zo dat
+'er over de 4500 Woudlieden omquamen, en de Overste Fox wierd zelve
+mede gequetst.
+
+De stad Harlingen door de Groningers, die naast eenige dagen in 't
+Land gekomen waren, in bezettinge genomen zynde, wierden door die van
+Franeker overrompelt; doch, door dien zy 't blokhuis der Groningers
+niet meester konden worden, moesten zy gemelde stad weder verlaaten,
+na alvoorens dezelve uitgeplondert te hebben, en een Busse of stuk
+Geschut, dat 'er ter verdediging der stad gevonden wierd, mede naar
+Franeker te neemen. Daar na vermeesterdenze echter het blokhuis,
+en de Groningers geraakten het Land uit.
+
+In den jaare 1497, wierden Redmer Vealma, Ridder, en Barent Conders,
+Burgermeester, met 7 a 8000 mannen, door de Groningers naar de
+Lemmer gezonden; welke by Takezyl een sterk Kasteel bouwden. Daar na
+kogten de Sneekers Jonker Fox met zyn krygsvolk uit Sneek, en geheel
+Westfriesland, voor 8000 rhynse guldens.
+
+
+
+
+
+VI. ERFHEEREN.
+
+1. Albrecht, Hertog van Saxen.
+
+
+In den jaare 1498 is Albrecht, Hertog van Saxen, door Keizer
+Maximiliaan in Friesland gezonden; hem aanstellende tot Erfstadhouder,
+of Erfpotestaat van Oostergo, Westergo, Sevenwouden, Groningen en
+Ommelanden, Ditmarsen, Strandfriesen, Wirsters en van Stellingwerf:
+zynde de Keizer, door quaade aandieningen van zyne Gezanten,
+verkeerdelyk onderricht omtrent de verschillen der Landzaaten: te
+weeten, als dat dezelve wel tot merkelyk nadeel van het Roomsche
+Ryk mogten uitvallen: heeft daarom de vryheid der Friesen omverre
+geworpen, alschoon dezelve van Karel den Grootes tyden af, ook
+by zynen vader Sigismund, en noch onlangs door hem zelve zo wel
+bevestigt was. Maar de voornaamste oorzaaken waren, dat Hertog
+Albrecht, hebbende de voogdyschap der Graaflykheid van Holland voor
+Philip van Oostenryk bedient, die in het voorgaande jaar mondig was
+geworden, eischte, voor de onkosten, die hy in den oorlog tusschen
+de Hoekschen en Kabeljauwschen te beslegten hadde gemaakt, een zomma
+van 350000 rhynsche guldens: ter verzekeringe voor die zomma, eer het
+konde opgebragt worden, heeft Maximiliaan Friesland, enz., als een
+leengoed des Roomschen Ryks, hem te pande gegeeven; tot 'er tyd toe dat
+gemelde 350000 rhynsche guldens door Philip of de zynen aan hem zouden
+opgebragt zyn. Waar op Albrecht van Saxen, op zyn luimen leggende,
+hoe hy een voet in het Land zoude krygen, heeft door heimelyke listen
+en bezendingen zo veel te weege gebragt, dat eenige Schieringers,
+die nu de zwaksten waren, een verbond met hem maakten. Doch de Hertog
+de Friesen in 't gemeen ongenegen vindende, besloot eerst om dezelve
+met geweld te bedwingen; maar in raad weder veranderende, bragt door
+verscheidene listen en bedriegeryen vreemde krygslieden in 't Land;
+waar door hy de Schieringers met veele geweldenaaryen tot verdrag
+bragt, en hem in Westergo innamen. Daar op zyn de Vetkoopers, na
+eenige vergeefsche tegenweer, mede tot de huldiging des Hertogs wegens
+Oostergo vereenigt. Alleen stond Leeuwarden, en eenige aanhang, hem
+noch tegen: doch na eenigen tyd belegert te zyn geweest, gaf het zich
+mede in het verdrag. Hier op liet de Hertog te Leeuwarden aanstonds
+een blokhuis bouwen, van de steenen der afgebrookene stinsen, die hy
+tegens wille van de eigenaars liet afwerpen, om tot gemeld blokhuis
+te gebruiken.
+
+In den jaare 1499 had Graaf Edzard van Oostfriesland het oog op
+Groningen, doch die van binnen zulks gewaar wordende, trokken uit,
+onder het bevel van Ulrich, te Dornum, met 200 mannen, neemende
+den Dam in en bezetteden de aankomsten aan de Eems, als Farmsum,
+Oterdum, Reide, enz., en deeden verscheidene Ommelander heerenhuizen
+omverre werpen. Evenwel trok Graaf Edzard met zyne krygsmacht over
+in den Oldambte, bestaande het geheele leger uit 2800 burgers en
+soldaaten, benevens de Ommelander Hovelingen, neemende aanstonds
+Pekel a Borg in. Daar na dwongen zy de Oldambsters 2200 rhynse
+guldens brandschattinge af; en trokken dus voort voorby Slochteren,
+tot in het klooster Wittewyrum: waar door de Groningers den Dam en de
+andere plaatsen verlieten; en dezelve door des Graaven volk wederom
+in bezettinge wierd genomen. Graaf Edzard zelfs quam met 1000 burgers
+over de Eems; hy was uit den Oldambte naar huis getrokken, en deed
+groot geweld van rooven, branden, en schattinge te vorderen. Doch
+de Groningers spaarden hunne vyanden ook niet. Nochtans maakte Graaf
+Edzard een kasteel te Oterdum, en den Dam vast tot een oorlogsstoel.
+
+Ondertusschen zonden de Groningers 400 soldaaten, met een goed gedeelte
+van oorlogsgereetschap voor het huis te Sauwert: 't welk ten eersten
+aan hun wierd overgegeven; wordende aldaar de vestingwerken afgeworpen,
+en de bezettinge gevangkelyk mede in de stad gevoert.
+
+Den 22ste van July is Jonker Fox met zyn volk, 250 mannen sterk
+zynde uit Friesland, over Drenth, naar Graaf Edzard willende, door de
+Groningers omtrent Cropewolde aangetast en geslagen; Fox zelve wilde
+zich niet overgeeven, schoon hy verscheidene wonden gekregen had,
+maar vogt, op zyn kniën leggende, zo lang tot hy den geest gaf. De
+Groningers hadden hier een groote overwinninge, want 30 bleeven 'er,
+behalven Fox zelve, van de vyanden dood, en 125 wierden 'er gevangen.
+
+Alhoewel deze Jonker Fox altoos der Groningers ergste vyand is geweest,
+hebbende zy hem evenwel, om zyne dapperheid, naar Groningen gevoert,
+en aldaar in de Minnebroeders kerk, met eeretekenen begraven. Door
+het verslaan van dezen Jonker Fox, heeft het plaatsje Foxhol zyne
+benaaminge bekomen.
+
+In dit zelve jaar, quam Hertog Albrecht, met zynen zoon Hendrik, te
+Harlingen aan; en wierd eerst te Franeker, en daar na te Leeuwarden
+op 't Oude Hof ingehuldigt. Binnen Franeker heeft hy, om eene goede
+bestellinge der wetten in den Lande te geeven, den Hoogen Raad,
+die wy nu noch het Hof van Friesland noemen, ingestelt.
+
+Daar na vertrok Hertog Albrecht uit Friesland, naar Meissen, in
+Duitschland, laatende zyn zoon Hendrik, aangestelt als Stadhouder,
+op het Hof binnen Franeker; zynde het Slot van Sjaardema. Doch deze
+niet wel onderrecht zynde, leide de gemeente ondraagelyke lasten op;
+waar door een groot oproer ontstond.
+
+In den jaare 1500 hebben de Friesen hem in Franeker met 16000
+mannen komen belegeren: en vooral waakende dat 'er geen meerder
+vreemd krygsvolk in 't Land wierd gebragt, zo namenze dit volgende
+voor hunne leuze: Fjouwer lotter-claer leep aayen op in finne herne
+in ien nest [85]. Die dit niet zeggen kon, achten zy een Uitlander
+te zyn, en wierd aanstonds veroordeelt om verdronken te worden. Om
+hunne belegeringe voort te zetten, en gemelde stad te vuur en te
+zwaard wel aan te tasten, hebben zy de Groningers ondertusschen voor
+vier stukken geschut, tot dit beleg benoodigt, alle het zilverwerk
+en andere kostelykheden, uit alle kerken en kloosters geligt zynde,
+te pande gegeven. Albrecht ondertusschen, met veel volk uit Meissen
+te rugge komende, slaat, met een onderstand van den Graaf van Holland,
+het leger voor Franeker weder op. Waar op die van Leeuwarden hunne stad
+verlaaten: en Hertog Hendrik trok daar weder in, bedryvende alomme veel
+moedwille, brengende veele Edelen en gemeene lieden in ballingschap.
+
+In dit zelve jaar is den Dam door de Groningers belegert, en zeer hevig
+beschooten, maar het afkomen van Graaf Edzard, en de overstroominge
+van het water, deed hen dezelve wederom verlaaten, en naar Groningen
+trekken. Waar op des Graaven volk, in moedwil uitbarstende, hier na
+de dorpen Wagenborgen, Uithuizen en Meden in brand stak, waar door
+veele huizen verteerden.
+
+Ook zynze daar na in de Marne gevallen, hebbende de Groningers,
+die met de landlieden te zamen vereenigt waren, geslagen; en daar
+na ongehoorde gruwelstukken van rooven, moorden en branden, vrouwen
+verkragten, en kerkschenderye bedreeven.
+
+Groningen wierd door de Saxen op den eersten van Augusty aan
+de noordzyde belegert, leggende het geheele leger voor de naaste
+molenbergen van de stad; van waar hetzelve, doch met weinig schade,
+15 a 16 dagen beschoten wierd. Maar hunne schepen van proviand en
+oorlogs-ammunutie lagen het Reidiep langs, waar by 1000 mannen Saxen
+tot dekking in Jarges tigchelwerk geposteerd waren.
+
+Onderwylen quam de Bisschop van Utrecht, met verscheidene heeren uit
+de Staaten des Lands in 't leger, en bewerkte zo veel tusschen den
+Hertog van Saxen en de stad Groningen, dat de vrede op den 21ste van
+Augusty te Aduard voor eenige maanden geteekent wierd. Waar op het
+beleg aanstonds wierd opgebroken, en 12000 soldaaten daar van naar
+Friesland gezonden; trekkende de Hertog zelve met het overige volk
+naar den Dam, en van daar naar Embden; daar hy, na eene ziekte en
+hoofdwonde, die hy door een musquetkogel in het beleg had ontfangen,
+op den 8ste van September is komen te sterven.
+
+
+
+
+
+2. Georg, Hertog van Saxen.
+
+
+Deze is, volgens het recht van erffenisse, in 's vaders plaats
+gekomen; na dat zyn broeder Hendrik zyn recht aan hem by verdrag had
+over gedaan.
+
+In den jaare 1501 hebben de Groningers 2000 soldaaten aangenomen,
+onder voorwaarde, dat zy hen den Dam zouden helpen winnen, waar
+voor zy dan zouden genieten, behalven de plondering, 7000 guldens,
+en al het geene dat zy tot dien aanslag noodig zouden hebben. Daar
+op zynze den 18de van May met malkander uitgetrokken, en berenden
+voorts den Dam aan drie kanten; neemende ondertusschen Delfzyl weg,
+en sloegen het daar binnenleggende guarnisoen dood. Vervolgens deeden
+zy verscheiden stormen op den Dam, en schooten 'er den brand in:
+maar die van binnen zich mannelyk kwytende, sloegen hen t'elkens
+af. Ondertusschen quam Graaf Edzard met 4000 mannen over de Eems,
+regt uit naar den Dam, stellende zyn krygsvolk, in drieën verdeelt, in
+slagorde, met het geschut vooraan, en marcheerde alzo op den weg van
+Jukwert, regts tegens hunne vyanden in; waar op het bloedvergieten
+aanging, en wierd 'er zo gruwelyk onder de Groningers geslagen,
+dat ze den Dam moesten verlaaten, en de vlugtende tot aan Groningen
+nagezet; die zo droevig verslagen of in de Damstervaart verdronken,
+dat 'er, naar 't zeggen van zommige, 3000 mannen wierden verlooren,
+waar onder vier Burgemeesters zoonen van Groningen, als Albert Jarges,
+Harmen Jarges, Gosen Schaffer, en Johan Mepsche. Daar na namen de
+Saxen het Huis te Mude in, en verbranden eenige molens en kapellen
+aan de noordzyde voor Groningen; ook op een na alle de molens en
+huizen aan de zuidkant, tot aan de gragtswal.
+
+In den jaare 1502 quam de jonge Hertog van Saxen in Groningerland, by
+hem hebbende zes Graaven, veele Edelen, 200 ruiters en 300 soldaaten,
+met allerlei veldstukken en bagagie. De eerste nacht bragt hy door
+te Aduard, mits naauwe wacht houdende voor de Groningers, hoewel
+'t bestand noch liep. Van daar trok hy naar den Dam, alwaar hem
+de burgers met kruissen en vaanen te gemoet traden, en met veele
+eeretekenen in haalden. Zy droegen altemaal vellen op hunne knieën,
+ten teeken van onderwerping: waar op de hovelingen uit de Ommelanden,
+in den Dam wezende, hem mede huldinge en eed hebben gedaan.
+
+In dezen tyd hebben de Groningers met Hertog Karel van Gelder een
+verbond gemaakt; mits dat de wederzydsche burgers in elkanders land
+een vryen koophandel zouden mogen dryven.
+
+In den jaare 1504 heeft Graaf Edzard, by de punterbrug, een zeer
+sterk kasteel laaten bouwen; 't welk naderhand Weerdenbras genaamt
+is geworden.
+
+In den jaare 1505 was te Harlingen een zwaare nood van water, waar door
+veele dyken doorbraken. Daar op volgde een groote droogte in den lande,
+waar door zwaare branden in de veenen wierden veroorzaakt: als ook
+te Hindeloopen, dat met 'er kerk voor 't meerendeel geheel verteerde.
+
+In dit zelve jaar, den 8ste van April, trok een party Groninger burgers
+en soldaaten naar Onderdendam, en bragten by hunne te rugkomst 14
+Saxische soldaaten en twee boeren gevankelyk mede in Groningen;
+waar door het oorlogsvuur weder ontstooken wierd.
+
+Den 20ste dito quam een troup Saxischen uit Aduard, in den nacht, by
+de Aa Poort, en verbranden aldaar 8 a 9 huizen. Daar tegen zonden de
+Groningers 4 a 500 mannen naar Oosterwyrum en de omleggende plaatzen,
+brandende het dorp Heveskes geheel af, en haalden een grooten buit van
+ossen, koeyen en schaapen van Wytwert, enz.; alwaar de kerken wierden
+aangetast, de goederen daar uit gehaalt, en naar Groningen gevoert.
+
+Den 22ste van Augusty wierden de Groningers en Saxischen te Haren
+handgemeen, alwaar de eersten 20, en de laatsten 100 mannen op het
+slagveld lieten leggen.
+
+Aldus de oorlog wederom een begin genomen hebbende, droeg de Hertog
+van Saxen het veldheerschap op aan Graaf Edzard van Oostfriesland,
+en Jonker Vitus, van Draaksdorf, die de Groningers 'er toegangen
+zeer naauw lieten bezetten: waar door die van binnen, zich zeer
+geprangt vindende, en van alle hulpe ontbloot ziende, wierd het
+gemeene volk nochtans, door de onmenschelyke wreedheden der Saxen,
+te meer verbittert: waarom de Groningers hunne bescherminge by iemand
+wilden zoeken. Hier op verkozenze Graaf Edzard, van Oostfriesland,
+voor hunnen Beschermheer; aan wien zy de stad opdroegen; waar van
+de artykelen in den jaare 1506, op den 24ste van April, wierden
+bezegelt, wordende in dezelve alle de privilegien en vryheden, die
+Groningen met haare ingezetenen ooit gehad hadden, behouden. Daar
+op quam de Graaf met zyne keurlyke krygsbenden, verzelt met veele
+Edelen, naar Groningen af; gaande de Magistraat van de Stad,
+benevens de jonge manschap en soldaaten, door de Poele Poort uit,
+hem tot aan Ooster Hoogebrug te gemoet, en deeden hem aldaar den
+eed van getrouwheid. By de Poele Poort gekomen zynde, ontfong hy uit
+handen van Burgemeesteren de sleutels van de stads poorten. Vervolgens
+wierd de Graaf met een prachtige staatsie, onder het losbranden van
+'t kanon, trommen- en trompettengeschal, luiden der klokken, enz.,
+ter stad ingehaalt; rydende alzo de Poelestraat door, naar de markt,
+alwaar het krygsvolk in volle wapenen, in ryen en gelederen geschaart
+stond, tot aan de hoek van de Gelkingestraat, daar het logement voor
+hem bereid was. Daags daar aan ging hy in St. Walburgs kerk, alwaar
+de burgers hem huldinge, pligt en eed deeden, volgens inhoud van het
+accoord. Daar na deed de Graaf een sterk en zwaar kasteel bouwen,
+tusschen de Steenstil en Ooster Poort, zynde voorzien met zeer wyde
+en diepe gragten en hooge wallen.
+
+In den jaare 1506 quam Hertog Georg in Friesland, en wierd
+ingehuldigt. Hy gebood, om over geheel Friesland te gebruiken
+de Workumer ellen, het Bolswerder loopen, de Leeuwarder kanne, de
+Keulsche wicht; en het Hof van Gerichte, by zynen vader te Franeker
+ingestelt, liet hy naar Leeuwarden vervoeren. Daar na liet hy het
+Bild allereerst bedyken, na dat het al eenige jaaren goed vast land
+was geweest, en by zynen vader Albrecht in eigendom ware genomen,
+zonder dat de Staaten des lands daar in bewilligt hadden.
+
+In dezen tyd heeft gemelde Hertog ook de Floreen Rente over den
+Lande gestelt, en elk naar hunne schattinge doen betaalen; waarom,
+om het zo veel te gemakkelyker in te vorderen, hy het Landschap in
+zyne hoofddeelen onderscheiden heeft: die wy nu Grietenyen noemen.
+
+In den jaare 1507 heeft de Hertog van Saxen, na dat Graaf Edzard
+Groningen in 't bezit had genomen, groote pretensien van den Graaf
+en de Groningers gevordert. Doch deze questien zyn te Constans op
+den Ryksdag gebragt, alwaar wederzydsche Gezanten wierden gezonden;
+maar naderhand ook te Keulen hervat.
+
+In dit zelve jaar is de vaart van Leeuwarden naar Franeker, en naar
+Bolswert begonnen gegraaven te worden.
+
+In den jaare 1508 is Norden, in Oostfriesland, door zyn eigen
+vuur voor 't meerendeel verbrand. En op den 16de van October was de
+tweede St. Gallus watervloed, welke in Oostfriesland en elders groote
+schade veroorzaakte: wordende in de zelve kabeljauw en wytingen voor
+Groningen gevangen.
+
+In den jaare 1509, den 26ste van September, was 'er een hooge
+watervloed over Friesland, Groningerland, en elders, waar door niet
+alleen verscheidene dyken zyn weggespoelt, maar ook veele menschen
+en beesten verdronken. By de Dollaart scheurde een stuk lands af, op
+welke 10 a 12 zwaare beesten te weiden gingen, van het overige land
+in den Oldambte, en dreef over de Dollaart, in Reiderland, alwaar
+het vast en behouden bleef zitten; 't welk naderhand een oorzaak van
+proces gaf tusschen die van 't verdrevene en 't aangespoelde stuk land.
+
+In den jaare 1511 ontstond 'er te Leeuwarden een zwaare brand, die
+wel 200 huizen verteerde.
+
+In den jaare 1512 wierd Koeverden door Roelof van Munster, gewezene
+Drost van 't Drenth, met verrassinge ingenomen. Doch zeer kort hier na,
+heeft de Bisschop Munster hem wederom belegert, en tot verlaatinge
+dier plaats gedwongen; stellende daar doe wederom tot Drost Adolf
+van Rechteren.
+
+In den jaare 1513 zond de Keizer Maximiliaan een scherp mandaat aan
+Graaf Edzard, hem gebiedende, op zwaare straffe, de stad Groningen
+te verlaaten, en dezelve aan den Hertog van Saxen in te ruimen:
+doch vrugteloos.
+
+In den jaare 1514, in het begin, deed de Hertog van Saxen, ziende
+dat hy 't met die van Groningen niet eens konde worden, een inval in
+Oostfriesland, doende allerlei wreedheden van moorden, brandschatten
+en branden. Zy belegerden zelfs Lieroort; doch dat zy, na de Hertog
+van Brunswyk zyn leeven daar voor had verlooren, moesten verlaaten.
+
+Den 7de van Juny wonnen de Saxen in Groningerland het sterke klooster
+Selwert, doende het zelve versterken, en met een sterk guarnisoen
+bezetten. Ook hebben zy Delfzyl met geweld ingenomen, slaande aldaar
+alles dood dat zy vonden, slegten de werken, en staken het plaatsje
+in brand.
+
+Voorts quam Graaf Edzard, na dat hy zyn eigen land tegen de Saxen
+had verdedigt, met 700 mannen hulptroepen te Groningen; die op den
+volgenden dag buiten de Bottinge Poort met de Saxen slaags raakten,
+waar door veelen sneuvelden.
+
+Den 21ste van July, trok de Hertog van Saxen met zyn leger, om
+zich aan Groningen en Graaf Edzard te wreeken, voor den Dam, doende
+die plaats aan drie zyden belegeren. Daar binnen waren 800 kloeke
+welgewapende mannen, een goede meenigte boeren, en een strydbaare
+burgerye tot bezettinge. Otto van Diepholt was Commandeur; benevens
+hem waren 'er noch eenige dappere Edelen. De belegeraars damden de
+slooten, en sloegen by nacht een brug over de vaart: zy aprocheerden,
+werkten in de aarde, en schooten met gloeijende kogels hevig op de
+stads vesten en poorten. Die van binnen queeten zich dapper: maar de
+groote menigte der vyanden stormde op den 3de van Augusty op de drie
+poorten te gelyk, met een afgrysselyk geweld: na dat zy t'elkens
+waren afgeslagen, met den jongen Hertog van Brunswyk achter hen,
+roepende vreesselyk, en dreef zyn volk alzo aan, tot dat zy eindelyk
+de belegerden overwonnen, en in de stad quamen; waar op het moorden
+aanging, wordende in de eerste furie noch kerken, noch autaaren,
+noch kraamhuizen gespaart. De jonge Hertog rende door de straaten,
+met het bloote zwaard in de hand, roepende: Sla dood, sla dood, tot
+wraake van myn Vader! Veelen zyn op de autaaren, eenige met de beelden
+omvat, en andere met het kruisifiks in hunne handen, omgebragt. Eylco
+Lewe stond met een lang slagzwaard in zyn hand, en sloeg zo gruwelyk
+onder de vyanden, dat 'er veelen met hem gedood wierden. Het getal
+der dooden wierd in alles op 1136 gerekent. Omtrent 200 soldaaten
+en weinige burgers wierden 'er gevangen genomen; doch 150 waren 'er
+reeds in den beginne der overval ontkomen. De Commandant Diepholt,
+en noch een Kapitein, wierden gekeetent en gevangkelyk naar Medenblik
+gevoert. De vrouwen en kinderen wierden ook gevangen gezet en gepynigt,
+om de verborgene schatten aan te wyzen; en daar na naakt en bloot
+ter stad uitgejaagt. En de schoonste maagden en jonge vrouwen wierden
+door de soldaaten eenigen tyd tot vuile lusten gehouden.
+
+Hier na heeft Graaf Edzard de Regeeringe van Groningen verlaaten:
+waar op de Groningers Karel van Egmond, Hertog van Gelderland, voor
+hunnen Beschutsheer hebben aangenomen; doende voorts den eed aan zyn
+Marschalk Willem van Ojen op den 3de van Novemb. in St. Walburgs kerk.
+
+In den jaare 1515, omtrent Driekoningen Dag, hebben de Saxischen
+uit den Dam de kerk en 't geheele dorp Farmsum geplondert en ten
+eenemaal verbrand.
+
+Den 17de van Maart namen de Groningers het kasteel of blokhuis by
+Aduwarderzyl in, en hebben het ten eenemaal geraseert en geslegt. Ook
+hebben zy, met hulpe Van Graaf Edzards volk, Delfzyl met geweld
+ingenomen: als mede den Dam, alwaar in 't uittrekken der Saxische
+troupen een groot tumult ontstond; want de burgers en eenige soldaaten,
+de oude bejegeningen noch in 't hoofd zittende, vielen in hunne
+achterhoede, plunderden de bagagie, en ontnamen hun vele goederen.
+
+Daar na quam de zwarte Hoop, zynde een zamengeraapt volk van ruim
+5000 koppen, in Friesland vallen; welke alle de dorpen, daarze aan
+quamen, in koolen zettede, als mede de steden Workum, Hindeloopen en
+Molkwerren ook afbranden.
+
+Ook hebben de Groningers het kasteel Weerdenbras, by de Punterbrug,
+ingenomen.
+
+Na dat Hertog Georg in voorige jaaren veel moeite met de Groningers en
+Graave van Oostfriesland hadde gehad, en de Graave met de Groningers
+hunne gerechtigheid aan Karel, Hertog van Gelderland, overgedraagen
+hadden, zo hebben de Gelderschen de Sevenwouden en 't grootste gedeelte
+van Westergo met een meenigte van volk afgeloopen. Waar op Georg
+van Saxen, geen middel ziende om de Friesen weêr onder zyn geweld te
+krygen, uit het land vertrokken is; laatende zynen Stadhouder Everwyn,
+Graave van Benthem, alhier.
+
+Ondertusschen maakten de Gelderschen in de Zuidhoek, als te Workum,
+Hindeloopen, Molkwerren, Staveren en Slooten, zeilschepen; om in de
+Zuiderzee op het ontzet der Hollanders te kruizen: onder dewelke zich
+Groote Pier, geboortig van Kimswert, mede begeeven heeft. Deze Groote
+Pier was door de Saxischen van alle zyne goederen en welvaart beroofd,
+ook hadden zy het dorp, daar hy woonde, in brand gestooken: waarom hy
+met een aanhang van meer dan 500 vrienden, op gemelde schepen gegaan
+was: en hebbende verscheidene gelukkige zeeslagen met de Hollanders
+gehouden, en veele scheepen van hen genomen, zo maakte hy verder de
+geheele Zuiderzee vry.
+
+Hertog Georg, veel geld en moeiten te vergeefs verspilt hebbende,
+om de Friesen te vermeesteren, droeg, na alle zyne nederlagen, het
+erfrecht over aan den Prins van
+
+
+
+
+2. het Huis van Bourgondien.
+
+1. Karel de Vyfde.
+
+
+In dit zelve jaar 1515, Karel, Koning van Spanje, en na een korten tyd
+Keizer van 't Roomsche Ryk, nu Erfheer van Friesland geworden zynde,
+stelde Graaf Floris van Ysselstein tot Stadhouder aan; die zich met
+de zynen eerst alleen binnen Leeuwarden, Franeker en Harlingen moest
+verhouden: zynde het overige des Lands meest door de Gelderschen
+bezet; tot welkers voordeel Sneek en Slooten in dien tyd met muuren
+en sterktens zyn vast gemaakt [86].
+
+En gemelde Groote Pier, speelende alle zeilen blank [87], nam weg
+alles wat tegen de Gelderschen aanquam, werpende veele menschen
+overboord: en inzonderheid te Workum, dat hy inneemende, de Hollanders
+de voeten spoelde, daar by voegende dit grove Friesche vloekwoord:
+Sjug ho kenne dy D: tjietten swomme [88].
+
+In den jaare 1516, in April, is Delfzyl, na dat de Graaf Edzard
+zyne bezetting daar uit had genomen, door Boele Ripperda, van haare
+vestingen beroofd. Daar op zyn de Groningers, met hulpe van zommige
+Ommelanders, uitgetrokken, hebbende den Dam gedemanteleert, en voorts
+Weerdenbras ook geraseert. Verder, het kasteel van Graaf Edzard,
+te Groningen gebouwd, wederom afgebroken.
+
+In den jaare 1517 quam 'er weder zulk een hooge watervloed, dat
+het water eene elle boven de dyken stond; waar men de schade wel
+kan afmeeten.
+
+Groote Pier beschermde Sneek, tegen de belegeringe der Bourgoenschen;
+en nam Hindeloopen weder in, dat de gemelde Bourgoenschen vast gemaakt,
+en met 300 mannen bezet hadden: en daar na Medenblik, dat hy verbrande.
+
+In dit jaar wierd ook tusschen de Bourgoenschen en den Hertog
+van Gelderland een verdrag gemaakt, na dat aan weêrszyden veele
+vyandelykheden waren voorgevallen; waar door de steden nu van de eene
+en dan van de andere zyde waren ingenomen, en de platte landen veel
+geweld, moord en brand hadden geleden. Doch Groote Pier, met die de
+Gelderschen aanhingen, zich hier noch niet toe verstaande, bleven
+even standvastig tegen de Bourgoenschen, en begeerden Pier voor een
+Beschermheer der vryheid geacht te wezen; dat hy voorheen ook zoude
+gedaan hebben, byaldien het zommigen niet verbrod hadden. Als hy door
+eenen Hollander in een brief tot afstand geraaden wierd, bespotte hy
+hem met een rymtje na dien tyd, voegende boven het zelve al boertende
+deze Eeretytelen: Ik, Groote Pier, Koning van Friesland, Hertog van
+Sneek, Graaf van Slooten, Vryheer van Hindeloopen, en Capitein-Generaal
+van de Zuiderzee [89].
+
+Dus wierd de vereeniging door de Gelderschen verbrooken, en des
+Keizers volk moest, als voorheen, zich alleen in Leeuwarden, Franeker
+en Harlingen verhouden. Groote Pier deed ondertusschen de Keizerschen
+op de Zuiderzee veel afbreuk, neemende gestadig aan weg alles wat
+hem voorquam.
+
+In den jaare 1518 heeft de Hertog van Gelder het accoord van Maarschalk
+Willem van Ojen met de Magistraat van Groningen, uit zyn naam ingegaan,
+geconfirmeert en gezegelt.
+
+In den jaare 1519, den 6de van February, wierd te Arnhem het vorstelyke
+bruiloftsfeest van den Hertog van Gelder met de Hertoginne van Brunswyk
+Lunenburg zeer prachtig gehouden: zynde aldaar uit deze Provintie
+van Groningen mede verzogt, Ludolf Conders, en Klaas Schaffer,
+Burgemeesteren; Willem Frederiks, Priester van St. Martens kerk, wegens
+de stad; en Roelof Lennep, Ritmeester, wegens de Ommelanden. Dewelke
+allen zeer prachtig uitgedost waren; Willem op een wagen, en de anderen
+te paard, zynde alle de paarden eveneens met blinkende wapenen over
+hunne gansche ligchamen bedekt, verzelt met 30 ruiters, in heerlyke
+kleederen. Hunne geschenken, dieze voor het jonge paar mede bragten,
+bestonden in twee zilvere wynkannen, en twee zilvere schenkvaten,
+zeer konstig verguld en bearbeid, wegende over de 50 mark zilver. Daar
+nevens bragten zy 4 welgemeste ossen, van een buitengewoone zwaarte,
+en 4 schoone paarden.
+
+In dit zelve jaar, als Groote Pier bemerkte, dat de Gelderschen het
+land, even als de Saxischen voorheen, onder het juk van slaavernye
+meenden te brengen, zo quiteerde hy daarom zyn ampt, en zettede zich
+gerust binnen Sneek ter neêr, alwaar hy zyn leeven na eenigen tyd
+heeft geëindigt.
+
+In den jaare 1520 wierd het klooster te Aduard, het waereldsche gebied,
+mitsgaders het recht van patroonschap over Suidhorm en Wyrum ontnomen,
+om reden dat eenige monniken op St. Bernards dag, onder een gastmaal,
+dat jaarlyks wierd gehouden, twee Edellieden, Hendrik en Frederik
+Gaykinga, vegtenderhand hadden doodgeslagen. [90]
+
+Als Karel de vyfde nu tot Roomsch Keizer was verkooren, heeft hy in
+den jaare 1521 Georg Schenk tot Stadhouder over Friesland aangestelt:
+die, met zyn leger te Arum staande, de Geldersche steden, Sneek en
+Bolswert heeft gebrandschat: doch Stoffel van Meurs, Stadhouder der
+Gelderschen, vertrok naar Workum, dat hy vast maakte, om gemelde
+brandschatting der Bourgoenschen af te weeren.
+
+Hier op dreven de Sneekers de Gelderschen uit; het welk die van
+Bolswert, weinig tyd daar na, mede deeden.
+
+In dit zelve jaar, den 12de van May, is de Hertog van Gelder, door
+de Staaten der Ommelanden, mede tot hunnen beschutsheer aangenomen.
+
+In den jaare 1522, den tweede van November, quam de Hertog van Gelder
+te Groningen; wordende door de Magistraat buiten de Oosterpoort
+opgehaalt, en tot aan de St. Martens Kerk geleid; alwaar hy door
+Mr. Willem, Kerkheer, ontfangen wierd, die hem mede naar zyn huis
+nam en logeerde. Des anderen daags ontfing hy op het raadhuis de
+sleutelen van de stads poorten, en den eed van de Magistraat en
+de Gezworene Gemeente, en vervolgens in St. Walburgs kerk van het
+gemeen. Des Sondags daar aan wierd hy door de Magistraat der stad
+op het Heeren Wynhuis zeer prachtig ter maaltyd onthaalt. Daar na,
+de Hertog vertrokken zynde, zond hy Jasper van Marwyk als Stadhouder
+te Groningen, die zyn logiment nam op Munnikeholm.
+
+In den jaare 1523 bouwde Stoffel van Meurs een blokhuis te Workum,
+en den tooren versterkte hy met gragt en wallen, om de zeekust tegen
+de Bourgoenschen te beschermen. Maar wierden van Schenk vermeestert,
+die den tooren van boven af liet werpen, en het blokhuis met veel
+volk bezette. In welken tyd ook de geweldige Stins van Inthiema door
+de Keizerschen verbrand en vernietigt is. Doe zonden de Gelderschen
+eenige zeeroovers uit Dokkum; het welk de Bourgoenschen belegerden, en
+mede by verdrag inkreegen. Ook vlugten de Gelderschen van Bolswert naar
+Slooten; dat zich, belegert ziende, mede aan Schenk over gaf. En by
+een gemeen opbod der landlieden, zyn de Gelderschen t'eenemaal uit het
+land gejaagt: en Karel de vyfde tot Erfheer over Friesland bevestigt.
+
+Ook is Schenk en Wassenaar, uit naam des Keizers, in de Ommelanden
+gekomen, roovende en brandende zeer schielyk onder de landlieden;
+vervolgens ontboden zy hen om den Keizer te beëedigen te Noorthorm,
+mits tot boete geevende 32000 goudguldens.
+
+In den jaare 1525, des Vrydags voor St. Laurens, geraakte de stad
+Groningen in een groot oproer; alzo de Bouwmeesters en Gildens zich
+heimelyk verbonden hadden van hunne goederen 'er by op te zetten,
+om alle de accynsen, uitgenomen de wyn en het Hamburger bier, af te
+schaffen. Zy hadden dieshalven by de twee Bouwmeesters, noch 24 van
+de voornaamste personen uit de Gildens gekooren, die het zelve aan
+den Raad zouden voordraagen. Als deze voorstellinge op het raadhuis
+geschiede, stond de geheele markt van het gemeen bezet, raazende en
+tierende als verwoede menschen, die door des Overigheids redenen
+niet te stillen waren. Een groote hoop liep als woedende op het
+stadshuis, met een groot stuk hout in de handen, en stoote de deur
+van de raadkamer daar mede open; voorneemens om den geheelen Raad
+dood te slaan. De geene die beneden stonden, met bloote messen in
+hunne handen, riepen: Sla dood, sla dood; werpt ons de verraaders
+ter vensteren uit! Waar door de Raad zich genoodzaakt vond, deze
+gecommitteerden te zeggen, hunne begeerte te zullen voldoen: doende
+daar op de klok luiden, en hunne wille publiceren. Waar door het
+woedende gepeupel wederom vertrok.
+
+In den jaare 1527 was 'er wederom een groote onlust te Groningen,
+waar door omtrent verscheidene magistraatspersoonen hun leeven zouden
+verlooren hebben: want een Jan Gryp, zynde een groot oproermaker,
+trok zyn zwaard uit, en riep: Sla dood! en sloeg den Bouwmeester
+Jan.... onder den voet, houwende nochmaals verscheidene keeren naar
+hem; doch wierd, door toedoen van anderen, noch gelukkig gered. De
+Raad, vergadert zynde, vlood van het stadshuis; ziende ieder om een
+goed heenkomen. De Burgemeester Hillebrands, Roltman en Rein Duirds,
+met noch eenige andere Raadsheeren, liepen in de St. Martens kerk;
+maar de Burgemeester Ludolf Conders viel by de waag onder het gespuis;
+waar door hy nochtans door eenige raadsgezinde burgers gelukkig wierd
+ontzet, neemende daar op de vlugt, de Heere Poort uit, naar Helpman
+op zyn hofstede.
+
+Dit zelve jaar overleed Graaf Edzard van Oostfriesland, oud zynde 66
+jaaren, binnen Embden; wordende des Vrydags na vastenavond tot Norden
+begraven. Na hem succedeerde Graaf Enno daar op, in zyns vaders plaats.
+
+In den jaare 1530 heeft Keizer Karel aan zynen Stadhouder Schenk last
+gegeeven, om Dokkum en Slooten, welke Steden hy, na 't vertrek der
+Gelderschen, hadden doen vast maaken, de wallen wederom te slegten.
+
+In dit zelve jaar, den 10 van July, nam Graaf Enno van Oostfriesland
+Widmond door verrassinge in; en belegerde voorts Ezens; waar op
+hy verscheidene maalen stormde, en veel volk verloor; doch op den
+28ste van September hebben die van binnen zich aan hunne vyanden
+overgegeeven; waar op, Jonker Balthazar een voetval voor Graaf Enno
+doende, pardon bequam.
+
+In den jaare 1531 heeft Jonker Balthazar een hoop krygsvolk aangenomen,
+waar mede hy in Graaf Enno's land trekkende, alles in brand stak wat
+hem voor quam; sleepende een grooten buit met zich; en begaf zich
+naderhand onder den Vorst van Gelder.
+
+In den jaare 1533 heeft Jonker Balthazar den Overste Meindert van Ham
+met omtrent 2000 Geldersche soldaaten te Jemmigen, in Reiderland,
+gezonden: maar Graaf Enno hen te gemoet trekkende, heeft van hen
+een Vendel Gelderschen, welke by de Noorth verachtert waren, ter
+neêr geslagen. Doch een weinig tyd daar na, hebben de Gelderschen
+de Oostfrieschen aangegreepen, en deerlyk geslagen; waar door in 't
+geheel omtrent 400 mannen zyn gebleven, en waar onder veele braave
+persoonen van aanzien.
+
+In den jaare 1535, den 30ste van Maart, zyn omtrent 300 zo
+genaamde Wederdoopers, na datze hunne leere in Friesland openbaar
+hadden voorgestelt, byeen getrokken, overvallende Oldenklooster,
+by Bolswert, en namen het in; noodzaakende de monniken daar uit te
+vlugten; en van gedachten zynde, by aldien de Landsheer hen mogt komen
+bestormen, zouden de bestormers zelve door hunne eigene wapenen gedood
+worden. Maar de Gouverneur G. Schenk zulks gewaar wordende, zond een
+troup soldaaten derwaarts, en overweldigde het klooster aanstonds;
+waar door in de eerste furie het meestedeel dier arme menschen door de
+kling wierden gejaagt: 24 zyn 'er vervolgens aan galgen opgehangen,
+en 15 onthalst; en de vrouwen en maagden eenige te Leeuwarden, en
+andere in het Hempensermeer doen verdrinken.
+
+In den jaare 1536 heeft Menno Simons, Priester te Witmaarsum, zyn
+priesterambt verlaaten, en zich tot de Wederdoopers begeeven: waar
+van dezelve den naam van Mennisten hebben bekomen, zo als zy noch in
+Friesland, zonder onderscheid, allen genoemt worden.
+
+In dit zelve jaar, hebben de Groningers hunne hulpe aan den Hertog
+van Gelder tegens Graaf Enno van Oostfriesland opgezegt. Waar over
+de Hertog zeer te onvreden zynde, zyne krygsmacht deed vermeerderen,
+en den Overste Meinard van Ham met de zelve den 29ste van April naar
+den Dam zond; die aldaar ten eerste de vestingen deed versterken,
+steekende de voorstad by de Steenstil- en Poelepoort in brand;
+als ook de voorstad van de Ebbinge- en Botteringepoort; waar door,
+alzo de vlam over de wal quam, omtrent de Peperstraat 5 huizen en 30
+schepen verbrande.
+
+Waarom door de Staaten van Stad en Lande, door groote verbitteringe
+dieze tegens den Gelderschen Vorst gekregen hadden, geresolveerd
+wierd, zich aan het Huis van Bourgondien over te geeven; zendende
+derhalve hunne Gezanten aan Koningin Maria, zuster van Keizer Karel den
+vyfde, in Brabant, met verzoek, dat zy onder de bescherminge van zyn
+Keizerlyke Majesteit mogten aangenomen worden. De Koninginne heeft hen
+daar op met veele beleeftheid aangenomen, en voorts met een genoegzaame
+krygsmacht onder het bevel van Georg Schenk versterkt. Waar op Schenk
+den 7de van Juny met groote blydschap ter stad wierd ingehaalt, en
+als Stadhouder gehuldigt, doende de Raad en het Gemeen voorts den
+eed aan hem, uit naame des Keizers. Wordende dus de stad Groningen
+en Ommelanden aan de Nederlanden gehegt.
+
+Hier na trok Schenk te velde, en sloeg de Holsteinschen in
+Westerwolde; nam Delfzyl in; won den Dam, Wedde en Koeverden van de
+Gelderschen. Hier na is de vrede tusschen den Keizer en Hertog van
+Gelder geslooten, welke te Groningen op den 8ste van December van
+'t stadshuis gepubliceert is geworden.
+
+In den jaare 1538, of omtrent dezen tyd, overleed de trouwelooze
+Hertog Karel van Gelder, oud 70 jaaren; hebbende zyne nabuuren 50
+jaaren lang met verscheidene oorlogen beroert.
+
+En omtrent dien zelfden tyd leefde Vorperus Thaborita, Kanunnik
+te Thabor, by Sneek; die, tot op dien tyd, de oude Friesche
+Geschiedenissen heeft te zamen gestelt.
+
+In den jaare 1540 overleed Georg Schenk, Stadhouder van Groningen, in
+wiens plaats, hem opvolgde Maximiliaan van Egmond, Graaf van Buuren. En
+den 24ste van September overleed Graaf Enno van Oostfriesland,
+wordende te Embden begraven.
+
+In den jaare 1542 is een watervloed over deze landen geweest, waar
+door veele schade aan menschen en beesten is veroorzaakt.
+
+In den jaare 1545, omtrent St. Jan, quam Koninginne Maria te Groningen;
+wordende aldaar door de Magistraat op eene zeer plechtige wyze
+ingehaalt, en met ryke geschenken beschonken.
+
+In den jaare 1546 is in 't Klooster Wittewyrum eene conferentie
+gehouden, over het verschil van de voorbyvaart van Embden, tusschen
+de Groningers en de Graavinne van Oostfriesland.
+
+In den jaare 1548 overleed Maximiliaan van Egmond, Graaf van Buuren,
+en Stadhouder van Groningen, in wiens plaatze hem opvolgde Jan van
+Ligne, Graaf van Arenberg.
+
+In den jaare 1550 hebben de Groningers, benevens die van de Ommelanden,
+aan den Graaf van Arenberg hunnen eed gedaan, wegens Philippus den
+tweede, Koning van Spanje.
+
+In den jaare 1552 was 'er, na 't geweldig doorbreeken der dyken, en
+'t vloeijen van water, zulk een harde winter, dat men van Friesland
+naar Ter Schelling, van Medenblik naar Staveren, en van Amsterdam
+naar Kampen, met paard en slede, kon over de Zuiderzee ryden [91].
+
+In den jaare 1555 droeg Keizer Karel de vyfde de bestiering der
+Nederlanden over aan zynen zoon Philippus.
+
+
+
+
+2. Philippus de Tweede, Koning van Spanje.
+
+
+In dit jaar, Philippus de zeventien Nederlandsche Provintien van zynen
+vader verkreegen hebbende, in zo een vreedzaame en wettelyke stand,
+als Prins of Onderdaanen konden wenschen: kreeg het Land in tegendeel
+in Philippus te gelyk een nieuw Heer, met allerlei nasleep van onheilen
+en oproer. Want als hy niet wel overdagt hadde, dat zyn vader, door
+eene byzondere naarstigheid, op alles een wakend oog had gehouden,
+met overal zelve by te zyn; zo ondernam Philippus daar en tegen,
+deze Landen in goede rust te zullen houden door eenen Stadhouder,
+blyvende zelve in Spanje.
+
+In den jaare 1559, na Philippus de Nederlanden doorreist hadde,
+is hy weder naar Spanje vertrokken; bestellende het gebied der
+Landen aan Margareta, Hertoginne van Parma, zyne Bastartzuster: en
+iedere byzondere Provintie aan hunne Stadhouders, en Friesland aan
+bovengemelden Graaf van Arenberg; die ook het opzicht over Overyssel,
+Groningen en Lingen hadde.
+
+Onder deze aanstellinge gaf hy ook met eene last, die hy hun by zeer
+strenge placaaten, voor zyn vertrek, gegeven hadde, en die de waare
+oorzaaken van alle volgende onlusten zyn geweest; waar van deze drie
+de byzonderste waren: 1. Het aanstellen van 14 nieuwe Bisschoppen,
+boven de drie, die 'er voorheenen hadden geweest. 2. Het openbaar
+bevel, om de besluiten van het Consilie van Trenten in den Lande
+uit te voeren: daar toe aanstellende Inquisiteurs en Kettermeesters
+[92], om het volk wegens hun geloove te onderzoeken. En ten 3de. Het
+onderhouden van 4000 vreemde krygsknegten, ten laste van den Lande,
+en dat in tyd van vrede.
+
+In dit zelve jaar is te Groningen overleden Regnerus Predrinus,
+hebbende aldaar veel tyd Rector der Latynsche schoolen geweest,
+predikende op de feestdagen openlyk het Evangelium.
+
+De leere tegen de Pausselyke dwaalingen, nu door geheel Europa
+zich uitgebreid hebbende, en in Vrankryk en Engeland daarom veele
+vervolgingen geschiedende, zo quam 'er veel volk naar de Nederlanden
+vlugten. Welke vervolging strydig was tegen de oude privilegien en
+vryheden van den Lande, die de Koning hun beloofd hadde te behouden.
+
+De Edelen van den Lande ondertusschen, om zulk een voorneemen naar
+vermogen af te weeren, kantteden zich eerst tegen de dwingnagel van
+de bovengemelde 4000 soldaaten, waar door het volk grooten overlast
+wierd aangedaan, van gevoelen zynde, dat dan de Inquisitie weinig
+klem zoude hebben.
+
+Des zo beraadslaagdenze om den Koning te beweegen, dien last van
+soldaaten van hen af te ligten; en zyn, na veele moeijelykheden,
+naar Spanje afgescheept in den jaare 1561.
+
+In dit zelve jaar is Groningen, by het aanstellen van nieuwe
+Bisschoppen in de Nederlanden, tot een Bisdom verheven; en wierd tot
+eerste Bisschop aangestelt, Heer Johan Cnyf, Minnebroeder.
+
+In dezen tyd is wederom een watervloed over Oostfriesland gegaan,
+welke de dyken verbrekende, en veele beesten om 't leeven bragt [93].
+
+In den jaare 1564 is aan de Staaten van Friesland, nevens andere
+Provintien, bevel gezonden van de Hertoginne van Parma, om den nieuwen
+Bisschop Cunerus Petri aan te neemen, en in te huldigen tot Bisschop
+van Friesland; zyn zetel te stellen binnen Leeuwarden, en hem in alles
+de hand te bieden: het welk de Staaten weigerden; verzoekende daar
+van ontslagen te zyn, als strydig tegens hunne vryheden en voorrechten.
+
+In dit zelve jaar hebben de Engelschen de stapel der lakenhandel,
+in een tyd datze verschil met de Nederlanders hadden, te Embden
+geplant. Want daar quam den 23ste van May een groote vloot schepen
+met lakens, na dat 'er reeds 6 gekomen waren, te Embden aan. Waar
+over de vreugde in die Stad zo groot was, dat 'er eereschooten van
+weêrskanten wierden gedaan. Doch de blydschap, en het voordeel datze
+zich zelve daar van belooft hadden, verdween zeer haastig: over zulks
+de Engelschen, hun verschil met de Nederlanders vereenigt hebbende,
+van daar vertrokken, en bragten de lakens naar Antwerpen.
+
+In den jaare 1565, als de Inquisitie hoe langer hoe wreeder voortging,
+hebben de Edelen, na lange te vergeefs by de Hertoginne vertooningen
+en verzoekschriften te hebben ingelevert, den Graave van Egmond aan
+den Koning gezonden. Dewelke, na eenigen tyd, eerst antwoord bequam,
+en hier op uit quam, dat des Konings meininge was, dat zyne beveelen
+en strenge placaaten moesten uitgevoert worden. Derhalven heeft de
+Gemeente ondertusschen, uit onverduldigheid, om bovenstaand langdraadig
+antwoord des Konings, de kerken overvallen, en alle Roomsche beelden
+daar uit gestormt.
+
+Waar op in den jaare 1566 de Heer van Brederode, verzelt met meer
+dan 200 Edelen, uit alle Provintien, verzogten aan de Hertoginne
+te Brussel, om verzagtinge van die strenge beveelen des Konings te
+genieten. By welke gelegentheid de naam van Geusen, waar door de
+Gereformeerden beteekent worden, tot op dezen dag, van de geene die
+buiten zyn, zynen oorsprong heeft genomen: wat een van 't Hofgezin der
+Hertoginne, met naame de Heer van Barlemont, dezen hoop Edelen, die
+slegt in de kleederen waren, het eerste aan 't Hof ziende komen, zeide
+in de Fransche Spraak, dat 'er een hoop Bedelaars voor de poort waren;
+gebruikende het Frans woord Gueux, dat een Bedelaar beteekent. De
+Edelen dit verstaan hebbende, schaamden zich hier niet over; maar
+begeerden na dien dag altyd Geusen genaamt te zyn: waarom veelen van
+hen graauwe kleederen aantrokken, als de bedelende Graauwe Monniken,
+en houte nappen aan hunne zyde hongen, met zilvere plaatjes beslagen,
+waar op in 't Latyn stond: Het gaa den Geuzen wel: of vivent les Geux.
+
+Het voorige verzoek der Edelen naar den Koning gezonden zynde, maar
+het antwoord te laat aankomende, was 'er ondertusschen weder alomme
+door het land een algemeene kerkrooving en beeldstormerye ontstaan;
+en de Gereformeerden, door toelaatinge des Prinsen van Oranje,
+bouwden openbaarlyk kerken binnen Antwerpen. Waar op de burgers,
+zo te Leeuwarden als Sneek, mede de vryheid namen om de beelden uit
+hunne kerken te breeken, en de zuivere leere te doen stand grypen;
+daar veelen reeds opentlyke belydenisse van deeden. Ondertusschen
+hebben de Inquisitiemeesters den nieuwen Bisschop te Leeuwarden
+toegestaan, van de inkomsten der kloosters Mariengaard en Lidlum,
+tot zyn jaarlyks onderhoud, een zomma van 3000 ducaten; en 't verdere
+overschot ten behoeve voor monniken en paapen.
+
+In dit zelve jaar is de Minnebroeders kerk te Groningen door de
+Gereformeerden ingenomen, van de altaaren en beelden, met verlof
+van de Magistraat, gezuivert, en die hun stads arbeidsvolk bestelde,
+om de vloer van puin en belemmeringen te ontdoen, en bequaam tot de
+predikdienst te maaken. Doch deze zaak heeft naderhand, in den jaare
+1569, eenige werklieden het leeven gekost. In de Ommelander dorpen, als
+te Winsum, Garshuizen, Westerembden, Ten Post, Middelstum en elders,
+wierd de boer door den adel opgehitst, en veele kerken, geplondert,
+tegens dank en wil der Overheden.
+
+Arenberg, deze beeldstormerye verstaan hebbende, deed, uit last
+der Hertoginne, alle de predikanten het land uitjaagen, en alle
+Gereformeerden strengelyk vervolgen.
+
+Als mede, uit naam van den Koning van Spanje, zond hy op eene
+listige wyze, vier compagnien Hoogduitsche soldaten in Groningen;
+welke aldaar, gedurende hunne inquartieringe, wegens den Koning,
+veel moetwil bedreven aan de burgers, inzonderheid de Gereformeerden;
+neemende de stads sleutels na zich, ontwapende de burgerye, en deeden
+een jongman, om opgelegt verraad, vierendeelen.
+
+In den jaare 1567, als de Prins van Oranje zag, dat de zaken, na zo
+veele moeijelykheden, van erger tot erger vervielen, vertrok hy,
+met een groot gevolg van Edelen en andere aanzienlyke lieden naar
+Duitschland. En een schip met Edelen van Amsterdam naar Embden
+vlugtende zyn by Harlingen, door trouwloosheid van den schipper,
+in handen van Arenberg geraakt: waar onder de twee jonge Heeren van
+Baatenburg, en drie Friesche Edelen waren; die, nevens veele van de
+anderen, binnen weinig tyd daar na, te Brussel zyn omgebragt.
+
+De Koning van Spanje ziende, dat de verwerringe al grooter en grooter
+wierd, besloot zyne zuster van verdere moeite te ontlasten, en zond
+als Stadhouder in haar plaatze dien wreeden en alom beruchten Hertog
+van Alva; dewelke een groote krygsmacht mede bragt, van voornemen,
+om alles op een wreede en gruuwzame wyze te vervolgen; die ook dien
+weêrgaloozen bitteren bloedraad instelde, welke alles het onderste
+boven wentelde.
+
+In den jare 1568, als de vlugtelingen door de wreedheid van Duc d'Alva
+dagelyks meer wierden, zoo dagten zy op middelen, om weder in beteren
+stand in hun Land te komen. De Prins dan, veel volk vergaderende,
+begon van dezen tyd af den Hertog te beoorlogen.
+
+In dit zelve jaar, in May hebben de Graaven Lodewyk en Adolf van
+Nassau, nevens Graaf Joost van Schouwenburg en anderen, met hunne
+krygsmacht in Groningerland trekkende, het Huis te Wedde, den Dam,
+en daar na meer andere plaatzen ingenomen: hoewelze na een korten
+tyd gedwongen wierden den Dam wederom te verlaaten.
+
+Ondertusschen was de Graaf van Arenberg, nevens den Graaf van Megen,
+met hunne krijgsmacht en zes stukken kanon afgekomen: het welk van
+Graaf Lodewyk vernomen zynde, trok zyne krygsbenden bijeen, vallende
+den 24ste van May met eene groote dapperheid bij Heiligerlee op de
+vijanden in, voor dat de Graaf van Megen daar noch was bygekomen,
+en sloegen zoo furieus met hun nieuwgeworven krygsvolk onder hen,
+dat er in 't kort veelen wierden neergevelt. Waarom Arenberg met
+eene groote bitterheid op Graaf Adolf los rende; en, schoon hy
+eerst met een kogel doorschooten wierd, heeft hy nochtans dies te
+verwoeder, eerst met 't pistool, en daar na met het rapier Graaf
+Adolf ook doodelyk gewond; waarop zy alle beide zyn neêrgevallen,
+en niet verre van den anderen gestorven. De rest van Arenbergs leger,
+alzo 't volk geen kennisse van 't Land hadde, en van de Nassauschen
+omsingelt zynde, is meestendeels gequetst of dood gebleven. Omtrent
+1600 mannen, zo Spanjaarden als Duitschen, wierden 'er verslagen,
+waar onder vele perzoonen van rang; daar by bequam Lodewyk veel buit,
+als alle de bagagie van Arenberg, zyn zilverwerk, en daar en boven
+veel geld, dat tot betaalinge der soldaaten gekomen was, en zes
+stukken kanon. Graaf Adolf wierd te Wedde, en de Graaf van Arenberg
+in de kerk van het klooster te Heiligerlee begraven.
+
+Daar na trok Graaf Lodewyk met zyn leger voor Groningen, doende de stad
+aan twee zyden belegeren; maar de vastigheden van die plaats, groote
+bezettinge daar binnen, en den belegeraars zwaar geschut ontbreekende,
+deed hem niets vorderen: evenwel wierden 'er verscheidene aanvallen
+gedaan, inzonderheid op den 22ste van Juny, alwaar wel 200 van de
+Nassauschen, en veelen van de beleegerden sneuvelden. Maar het afkomen
+van den Hertog van Alva met een leger van 16000 mannen, deed hem de
+belegeringe den 14de van July opbreken, marcherende daar mede langs de
+Eems, om zich aldaar te versterken; doch de Hertog is hem zeer haastig
+nagetrokken, en heeft Graaf Lodewyk op den 21ste dito by Jemmingen
+aangetast, en zeer afgryzelyk met al zyn volk, dat niet vegten wilde,
+verslagen; daar bleven 'er weinigen over, en veelen wierden door
+'t zwaard gejaagd, of in 't water verdronken. Graaf Lodewyk zelve,
+als eenigen verhalen, ontquam het met zwemmen over de Eems; doch
+anderen willen, dat hy met een scheepje overgeraakt zoude zyn. Daar
+wierden verlooren 16 stukken kanon, omtrent 1500 paarden, 20 vendels,
+veele horenbeesten, en omtrent 7000 mannen.
+
+Daar na trok de Hertog langs de dyken naar Delfzyl, voorneemens om
+die plaats en Farmsum tot een stad te maaken, en dezelve Marseburg
+te noemen: doch de smeekinge der Groningers heeft zulks terug
+gehouden. Vervolgens hebben de Spaanschen in het aftrekken veele dorpen
+in brand gestoken, eenige duizenden van horenbeesten uit het land
+gedreven en groote schade gedaan. Voorts quam de Hertog te Groningen,
+en ordonneerde aldaar een kasteel te bouwen, tusschen de Ooster-
+en Heere Poort, met 5 bolwerken; dat het jaar daar aan is begonnen.
+
+Karel Brimeu, Graave van Megen, wierd Stadhouder van Friesland, van
+'s Konings wegen, na de dood van Arenberg.
+
+Den 7de van December is te Leeuwarden, voor de eerstemaal des Heeren
+Avondmaal openbaar, naar de wyze der Gereformeerden, uitgedeelt, na dat
+de gewapende burgery de beelden, door last van Burgemeesteren, uit de
+kerken geworpen hadden, niet tegenstaande des Konings Stadhouder, en
+'t Hof zich daar tegen stelden. Ook hebben zy den Koning afgeswooren,
+en zich door sterke burgerwachten bevestigt. Ook wierpen verscheidene
+paapen hun priesterlyk gewaad weg, en verkondigden nu het zuivere
+Woord des Heeren.
+
+In den jare 1569, in April, quam de Commissaris Quarre te Groningen,
+en informeerde zich wegens de kerkplonderinge en andere misdaaden,
+in den jaare 1566 gedaan. Waarop eenigen by den kop wierden gevat;
+doch de Bouwmeester, met twee arbeidsluiden braken uit de gevangkenis;
+maar de andere drie a vier zyn, niet tegenstaande het verlof van de
+Magistraat, om hunne begaane misdaad, op de markt onthoofd. hoofd.
+
+Voorts hier na quam de Bisschop Johan Cnyf ook te Groningen, neemende
+zijn logement in het huis dat nu des Stadhouders Hof is.
+
+Ook wierd door bevel van den Hertog van Alva een kasteel geordonneert;
+men bouwde het met vyf bastions, waarvan drie buiten en twee binnen
+de stad quamen te leggen: schietende het eene met haar punt op der
+Pelsterstraat, en het andere op de Gelkingestraat: waar van de gragt
+wierd aangelegt op 100 voeten wyd; en de benedenste voet van de wal
+op 75 voeten breed.
+
+In den jaare 1570, den 1ste November, is 'er een geweldig onweder,
+met een verschrikkelyke hooge watersnood, uit den noordwesten ontstaan;
+die tot heden met den naam van Allerheiligensvloed bekent is: waar door
+het water zeer hoog in Vlaanderen, Holland en Zeeland is opgeloopen,
+doch by den dag, en diensvolgens met minder schade, als in Friesland:
+alwaar het des avonds, omtrent 9 uuren, het geheele Land overstroomde
+tot aan Sevenwouden toe; blyvende Gaasterland, en wel voornaamentlyk
+Oud Mardum, Ruigehuizen en Sondel onbeschadigt. De schade aan menschen
+en beesten was ontelbaar, en is af te neemen uit 1800 menschen, die
+alleen in de Grieteny van Oostdongeradeel verdronken waren; daar de
+vloed tot elf voeten hooger, als een gemeen ty, was opgerezen. Van
+Sneek naar de Lemmer voer men regt uit op zeven en een halve voet
+water over 't vlakke land: râzeilen met drie masten dreven, met
+haar volle ladingen door de inbraaken der dyken. En een wieg, met
+een leevend kind en kat daar in, quam te Sneek aandryven.
+
+In den jaare 1571 hebben de Friesen alomme, gelyk ook die van Braband
+en Vlaanderen, de beelden bestormt, en de paapen en monniken weder
+het land uitgejaagt.
+
+In den jaare 1572, den 7de van January, overleed binnen Zwol, de
+Graaf van Megen, Gouverneur van Friesland, Groningen, enz. In wiens
+plaatze hem opvolgde Gillis van Barlamond, Heere van Hierges.
+
+In dit zelve jaar namen de Watergeusen den Briel in; en de Prins van
+Oranje wierd in 't openbaar voor een Hoofd der Vereenigde Bontgenooten
+verklaart. Diederik van Bronkhorst nam Sneek, Bolswert en Franeker in,
+alzo het volk daar meest uit verloopen was. En des Konings Colonel,
+Casper de Robles, Heer van Billi, daarentegen lag bezettinge op
+de zeedyken.
+
+Schouwenburgs volk, gesterkt met een party, van des Prinsen macht,
+dat van Ameland naar Oostmahorn over quam, heeft Dokkum ingenomen:
+maar de Colonel Robles, hen overvallende, heeft de plaats weder
+hernomen, laatende de soldaaten vermoorden en schenden, en de stad
+in brand steeken [94].
+
+In September is Joost van Schouwenburg, als Stadhouder by den Prins
+van Oranje over Friesland, te Sneek gekomen; en, na eenigen tyd,
+trok hy binnen Franeker, en zette zich op Sjaardema's Slot ter
+neder. Doch na zyn vertrek vielen zy weder in handen van Robles,
+gelyk ook die van Bolswert. Ondertusschen hebben 's Prinsen volk de
+zeekusten, behalven Harlingen en Staveren, weder onvry gemaakt; alwaar
+Gaasterland en de geheele zuidhoek veel verdriet heeft uitgestaan. En
+inzonderheid word verhaalt, dat die van Wykel van de roovers wierden
+overvallen; Wybren Wykel met zyn vrouwe Doed en dochter Bauk gedood;
+Foockel gevankelyk naar Enkhuizen gevoert, en noch eene van hunne
+zusters ter vensteren uitgeworpen; Hans, hunne broeder, ontquam het
+met de vlugt; en het huis wierd verbrand: van welker afkomst ons noch
+een aanzienlyk huisgezin in onze woonplaats bekent is. Robles moest
+hier na Sneek weder verlaaten. Diederik van Bronkhorst nam hier op
+Bolswert in; alwaar hy de Overigheid veranderde, en de Gereformeerden
+opentlyk liet prediken; welke eerste predikatie in de Broeren Kerk
+gedaan wierd. Hier van daan vertrok hy naar Sneek en Franeker, alwaar
+hy het Stadhoudersampt, in 't afzyn van Schouwenburg, bediende. Daar
+na nam 's Prinsen volk het blokhuis te Staveren in: maar daags daar
+aan herwonnen 's Konings volk het wederom, en staken de stad in brand.
+
+Schouwenburg, eenige schattinge by een vergadert hebbende, tot reddinge
+der Provintie, is, na hy de zelve ontfangen had, met dien geroofden
+buit uit den Lande doorgegaan.
+
+Ondertusschen heeft de Koning van Spanje, Don Louis de Requesens,
+Grootbevelhebber van Castilien, tot een Landvoogd der Nederlanden
+gezonden, in plaats van dien bloeddorstigen Hertog van Alva: die hier
+op aanstonds weder naar Spanje vertrok; welke roemde, dat 'er door
+zyn bevel wel 18000 menschen alleen door beuls handen in Nederland
+waren omgebragt, behalven die in den kryg waren gesneuvelt.
+
+In den jaare 1573, is Groningerland, Friesland en Embderland, door
+een watervloed aangetast: waar door de dyken wierden gebroken, en
+groote schade aan menschen en beesten geschiede.
+
+In den jaare 1574 heeft Casper Robles, om de verschillen en
+oneenigheden, al van oude tyden af, die ontstaan waren over het
+maaken der zeedyken, weg te neemen, uitgevonden, en volgens zyne
+gedachten en raad voorgewend, dezelve dyken, tegen zulke zwaare en
+hooge watervloeden, waar van zy zo menigmaalen de smerten gevoelt
+hadden, in beter order te brengen, en beginnen te verzwaaren. Wordende
+omtrent twee jaaren hier na, ter gedachtenisse van dit loffelyke werk,
+het Steene Beeld, dat noch heden by Harlingen op den dyk te zien is,
+op 's Lands kosten, opgeregt: dienende met eene tot een Scheidbeeld
+van de afdeelinge der dyken.
+
+Alschoon des Konings zaaken dagelyks te post verliepen, zo waren echter
+Staveren, Hindeloopen, de Schans te Makkum, Harlingen, en de geheele
+kust, na het doorgaan van Schouwenburg, weder met Robles volk bezet
+geworden. Doch Wouter Heegeman, Hopman van den Prins van Oranje, van
+Texel afvaarende, heeft Hindeloopen, by eene donkere nacht, met 300
+mannen overvallen en ingenomen. Waar op die van Enkhuizen hem kruid
+en lood toezonden, om de plaats te versterken. Doch op het gerucht
+van Robles volk, dat op hem aanquam, deed hem resolveeren, de stad
+uit te plonderen en in brand te steeken. De Drost van Staveren begon
+ook zyne vestingen, daags daar aan, weder te versterken.
+
+In den jaare 1575 Bartel Entes, met eenig volk van Ter Schelling
+afvaarende, lande op Oostmahorn, alwaar hy een schans opwierp: doch
+na eenige schermutselingen, wierd hy door 't volk van Robles daar
+weder uitgedreeven.
+
+In den jaare 1576 waaide het een geweldige storm, waar door veele
+boomen uit den grond wierden gerukt; en het dak van de Oude Hoofster
+Kerk te Leeuwarden, dat door oudheid geheel bouwvallig was geworden,
+deed instorten: en is tot op dezen dag niet weder opgebouwt. 't Was
+mogelyk een voorteeken, dat gelyk het heidendom, voor veele eeuwen,
+uit deze plaats uitgeroeit, alzo deze plaats het kerkhof was geweest,
+daar het altaar van den Afgod Staf gestaan had, en dezelve geviert
+wierd, alzo ook nu het gebouw des Pausdoms in deze Landen wel haast
+een geweldige krak zoude krygen. Waarom wy wel mogen zeggen:
+
+
+ Het oude Duivels Hof, door schynschrift
+ lang misbruikt,
+ Wat wonder, zo 't haar hoofd voor 't regt
+ Geloove duikt.
+
+
+In dit jaar hebben de Staaten en Voornaamste des Lands met malkanderen
+binnen Gent een verbond gemaakt, om de welvaart des Lands, met
+raad en daad des Prinsen van Oranje te helpen bevorderen: wordende
+gemeld verbond gemeenelyk de Pacificatie van Gent genaamt. Het welk
+de Koning daar na ook met zyne onderteekening bevestigde. De inhoud
+van dit verdrag bestond voor 't meest: 1. Dat de vreemde krygslieden
+uit het Land zouden gevoert worden. 2. Dat de gebruikelykste wyze van
+regeeren zoude vastgestelt worden. 3. Dat ieder Provintie de zaaken
+van Godsdienst zoude handhaven, na dat het tot ruste des volks het
+beste zoude geoordeelt worden.
+
+In dit jaar is te Madrid overleden Joachim Hopperus, geboortig van
+Heemelum; afkomstig van dat oud Geslacht der Hopheeren, waar van boven
+op het jaar 513 gemeld is; om zyne uitmuntende geleerdheid, heeft
+hy hooge bedieningen bekleed, als Professor der Rechten te Leuven;
+Heer van den Grooten Raad te Mechelen, en in den Geheimen Raad te
+Brussel, daar Viglius de voorzitplaats had; Heer van den Hoogen Raad
+der Nederlandsche Zaaken in Spanje, en 's Konings Zegelbewaarder;
+waar by hem de Koning tot Ridder van de Goude Spoor sloeg, te gelyk
+en op een uur met Don Jan van Oostenryk.
+
+Ook overleed in dit zelve jaar, te Gent, Viglius Swichemius ab Aita,
+afkomstig van Swichum, by Leeuwarden; deze is mede om zyne uitsteekende
+geleerdheid in groot aanzien geweest, als Professor in de Rechten te
+Padua, in Italien, en na 't afslaan van veele eerampten, Ryksraad in
+de Kamer te Spiers; wederom wierd hy Professor te Ingolstad, Heer in
+den Grooten Raad te Mechelen, Praeses of Voorzitter in den Geheimen
+Raad en Raad van Staaten te Brussel, Ridder van 't Gulde Vlies, enz.
+
+In dit jaar, den 7de van October, is te Groningen de Bisschop Johan
+Cnyf, Minnebroeder, aan de pest overleden.
+
+Den 22ste van November ontstond te Groningen een groote onlust,
+door dien de Staaten Generaal, het oog op deze stad hebbende,
+eenen M. T. Stella herwaarts hadden gezonden, om de Magistraat en
+het krygsvolk tot het aannemen der Pacificatie van Gent te beweegen;
+als mede, dat zy 't met de Generaliteit zouden houden; waar voor zy
+beloofden, alle de achterstallige schulden, van de soldaten, die zeer
+groot waren, te zullen voldoen.
+
+De Gouverneur Robles, hier kennis van krygende, deed Stella aanstonts
+apprehenderen en pynigen, om alzo zyn commissie uit hem gewaar te
+worden: doch alles te vergeefs. Ondertusschen wist Stella door zyn
+bequaamheden in 't geheim aan de soldaaten te kennen te geeven,
+dat zo zy zich voor de Staaten wilden verklaren, zy van alle hunne
+achterstallen ten vollen voldaan zouden worden. Hier op waren de
+soldaaten aanstonds als vol vuur, namen ten eersten hunnen Gouverneur
+Casper de Robles, benevens eenige Spaansche Kapiteinen, of die 't
+met hun hielden, gevangen; loopende voorts naar de Waag, en haalden
+de daar staande wippe omverre, en verbrandeze op de Markt, roepende:
+Lang leeve de Prins! lang leeven de Staaten! Waar op zy aanstonds heen
+liepen en maakten Stella los; bragten hem op de Markt, en deeden hem
+in de naame der Staaten den eed van getrouwheid. Vervolgens zonden
+zy Gecommitteerden met Stella naar Brussel; die aldaar de stad aan
+de Staaten opdroegen, en een Gouverneur van hen verzogten: waar op
+de Graaf van Rennenberg is afgezonden geworden, die aldaar in den
+jare 1577, den 7de van January, met eenige heeren is aangekomen,
+en betaalden de soldaaten hunne achterstallen ten vollen, dat
+eenige tonnen gouds beliep. Waar op de Waalen den 13de van Maart
+ter stad uittrokken; daar die van binnen zeer over verblyd waren,
+om hunne gepleegden moetwille, daar ze nu van verlost wierden, dat ze
+vreugdevuuren daar over aanstaken; waar door de St. Martens toren in
+brand geraakte en zeer beschadigt wierd. Daar na kreeg Rennenberg
+Delfzyl, en stelde daar een nieuwen Commandeur. Voorts deeden
+de Groningers hem en de Generaliteit den eed van getrouwigheid;
+doende daar na het kasteel, door den Hertog van Alva gebouwt,
+wederom afbreeken.
+
+Op den eersten November deed de Gouverneur Rennenberg de Staaten van
+Stad en Lande te Groningen vergaderen, alwaar de Ommelander Jonkers
+en Hovelingen compareerden in groot getal, doch niet denkende, dat
+er iets quaads met hen voor handen was. Maar, als zy vergadert waren,
+voor Rennenberg zyn propositie nog had voorgesteld of gedaan, wierden
+beide de leden oneens; het welke niet verdraagen wierd; waar door
+de Heeren van de Ommelanden door de Heeren van de Stad zyn gevangen
+genomen, tot 24 in getal, en in leelyke gevangkenissen geworpen: niet
+tegenstaande het ontzach van hunnen Stadhouder, die daar tegenwoordig
+was. Daar op wierd de sterkte van Delfzyl den 20ste van December van
+hare vestingen berooft; waar afgevoert wierden 9 metaale en 7 yzere
+stukken kanon, en 14 bassen.
+
+In den jaare 1578 zyn des Konings Raaden en Grietmannen in Friesland
+afgezet, en andere Heeren voor hen in de plaats verkooren. Waarop de
+Gereformeerden, die noch in 't heimelijk hunne oeffeningen deeden,
+verzogten om in 't openbaar te moogen leeren en jaargeld te genieten,
+om hunne Predikanten eerlyk te kunnen onderhouden: 't welk door den
+Religions Vrede, tusschen den Aartshertog Matthias en den Prins van
+Oranje, toegestaan zynde, zo bequamen die van Leeuwarden de Jacobiner
+kerk tot hun gebruik; alwaar zij voor de tweedemaal de Roomsche
+beelden afwierpen, en dezelve kerk tot de zuivere godsdienst inweiden.
+
+In dit zelve jaar dagten de Ommelanders zich te wreeken; deeden
+derhalve in de maand February, onder den Heer Barthold Entes van
+Menteda, 12 vendelen soldaaten werven: maar de Groningers zulks gewaar
+wordende, vielen op hen uit, en verstrooidenze, waar van eenige wierden
+doodgeslagen, de vlugtenden nagezet, en Barthold Entes gevangkelyk
+van Koevorden mede naar Groningen gevoert; daar hy groot gevaar liep
+van met de andere gevangene Ommelanders onthoofd te worden. Doch de
+Aartshertog Matthias en de Staaten Generaal waren hunne voorspraaken,
+om het different by te leggen.
+
+Den 28ste van Maart heeft het zeewater in Groningerland, Oostfriesland
+en elders, groote schade gedaan, en veele menschen en beesten
+verdronken.
+
+In den jare 1579, om redenen, dat de Spanjaarden in geenen deele de
+articulen der Pacificatie van Gent na quamen, hebben de Staaten van
+Nederland goedgevonden, een naauwer verbintenisse te maaken binnen
+Utrecht, die men de nadere Unie van Utrecht noemt: waar in de zeven
+vereenigde Provintien, als Gelderland, Sutfen, Holland, Zeeland,
+Utrecht, Overyssel, Friesland, Groningen en Ommelanden, daar benevens
+Lingen en Drenth, hun eerste verbond maakten, bestaande voornaamentlyk
+in: 1. Dat deze Provintien een en gemeen zouden zyn, om nooit, onder
+wat naam ook, te mogen gescheiden worden: blyvende ieder nochtans
+by zyne eigene oude voorrechten. 2. Dat zy malkanderen, tegen alle
+vyandelyk geweld, met goed en bloed zullen helpen verdeedigen. En
+3. In de oeffeninge van Godsdienst de Pacificatie van Gent na te komen.
+
+In dit zelve jaar hebben de Heeren van de Ommelanden den Riligions
+Vrede mede aangenomen, insgelyks de Graave van Rennenberg; maar
+die van Groningen, uit haat tegen de Ommelanden, kantede zich hier
+tegen. Waarom Rennenberg een Landdag te Visvliet deed uitschryven,
+om alle questien aldaar tusschen de beide leden in der minne by te
+leggen. Doch de Groningers, als strydende tegen hunne verbonden,
+weigerden aldaar te compareren. Rennenberg deed derhalve zyn krygsmacht
+ontbieden, om zich van Groningen nochmaals te verzekeren; doende de
+stad voorts op den 22ste van May, aan de noordwestzyde, met omtrent
+2000 mannen, doch tot weinig schade der stad, berennen.
+
+Den eersten van Juny begonnen de belegeraars met die van binnen
+handgemeen te worden, neemende hun een groot getal beesten af. Daar
+tegen bragten die van de stad 2300 boeren uit hunne jurisdictien
+op de been: welke terstond met weinig krygsvolk op de vlugt wierden
+gedreven, en daar boven nog met geld geeven gestraft. Den 6de dito
+verstonden die van binnen, dat er buskruid in het leger ontbrak, deeden
+derhalven met hun geweld van welgewapende boeren en eenig krygsvolk,
+met het geschut voor aan, een uitval op de vyanden, hebbende by hen 600
+dienstmaagden, om het geschut te beschanssen. Dus in slagorde staande,
+wierd er aan weêrskanten dapper gevogten; waar door veele sneuvelden,
+en de partye genoodzaakt wierd te vlugten, welke tot aan de poorten,
+niet zonder verlies van volk, wierden vervolgt.
+
+Daar na begonnen die van binnen naar vrede te luisteren, geevende
+zich op den 10de van Juny aan de Staaten Generaal over: de Gouverneur
+Rennenberg deed zyn publyke intrede op St. Jans Dag in de stad;
+die aldaar de Magistraat veranderde, en dezelve met Staatsgezinden
+bezettede; den Riligions Vrede verkondigde, en de Gereformeerden de
+St. Walburgs en Minnebroeder kerk deed inruimen. Vervolgens heeft
+Rennenberg de fortresse Koevorden wederom vastgemaakt: doch toonde
+zeer kort daar na dat hy 't met de Staaten niet wel meende.
+
+Want in den jare 1580, den 3de van Maart, heeft de trouwlooze Graaf de
+stad wederom aan den Koning van Spanje gebragt, na dat hy dezelve maar
+9 maanden voor de Staaten Generaal als Gouverneur hadde geregeert. Hy
+had zyn voorneemen zo geheim weeten houden, dat, schoon hy beschuldigt
+wierd, van heimelyk correspondentie te houden met den Hertog van Parma,
+hy nochtans den Burgemeester Hillebrands, zynde de voornaamste daar
+die van de Gereformeerde religie zich op vertrouwden, des avonds,
+voor dat hy de stad onder zyn geweld bragt, bedroog, terwyl deze hem
+voorstelde alle de quade geruchten die er van hem gingen, en dat hy
+niet hoopte dat de Graaf iets quaads met hen voor hadde. Waar op de
+Graaf antwoorde: «ô Myn Vader! dien ik voor myn Vader houde! zou gy
+zulk een quaad vermoeden van my hebben? Wees hierin maar gerust:" en
+sloeg het hem dus uit den zin. Evenwel lag de Graaf op zyn luimen,
+laatende geen tyd passeeren; want op den tweeden van Maart, des
+avonds en des nachts, heeft hy met zyn geheele Hofgezin, en veele
+Spaanschgezinde burgers, als mede eenige verborgene krygsknegten,
+tegens den morgenstond, den 3de dito, hen gewapent. Zo dra als hy nu
+kennisse had bekomen, dat de Gereformeerde wacht in den dageraat was
+gaan slaapen, is hy met zyn volk, hebbende witte teekenen aan hunne
+linker armen, uit zyn logiment naar de Markt gereden, gewapent zynde
+van het hoofd tot de voeten, met de bloote sabel in de vuist, roepende:
+Sta by, sta by, goede Burgers! heden ben ik eerst regt Stadhouder dezer
+Landen. Op dit gerucht quam de Burgemeester Hillebrands, woonende
+in de Heerestraat, haastig met eenige Gereformeerden voor den dag
+springen, die direct op hem aanvielen: maar een van Rennenbergs knegts
+schoot op hem los, dat hy dood ter aarde viel. Waarom de anderen de
+vlugt namen. Eenigen wierden aanstonds gevangen genomen, en anderen
+verweerden zich noch in hunne huizen; maar daar bleef niemand dood
+als een perzoon. Voorts liepen en renden zij door de straaten,
+schietende naar allen, die het hoofd ter vensteren uitstaken. Daar
+na de stad doorzoekende, namen zy allen, die in der Spaanschgezinden
+ongunst stonden, tot over de 200 voornaamste burgers gevangen; waar
+van eenigen zeer qualyk wierden gehandelt; die evenwel naderhand door
+verscheidene middelen meest los quamen.
+
+Op dien zelven dag, als Rennenberg de stad voor den Koning van Spanje
+had hernomen, wierd dezelve wederom door Barthold Entes belegert, met
+13 vendelen soldaaten en 2 vendelen ruiters. Die van de stad maakten
+eenige beschansinge in de voorstad, gelegen op het Schuitendiep,
+en noch twee molenbergen buiten de stad, waarmede zy hunne beesten,
+die dagelyks in de weide gingen, beveiligden. Vervolgens zonden de
+Staaten Generaal den Graaf van Hohenlo, en Graaf Lodewyk van Nassau,
+met nog 16 vendelen naar 't beleg.
+
+Den 16de van May deeden de belegeraars eene attaque op 't
+Schuitendiep, alwaar zeer hevig gevogten wierd, en Barthold Entes
+zyn leeven verloor. Ondertusschen ontstond een gerugt in 't leger,
+dat de Spanjaarden, onder 't bevel van Marten Schenk, afquamen om
+Groningen te ontzetten. Hier op trok Hohenlo met eenige vendelen uit
+de belegeringe naar Hardenberg, Schenk te gemoet; alwaar het gevegt
+op den 16de van Juny, tot groote schade van den Graaf van Hohenlo,
+wierd gehouden. Overzulks wierd Groningen door Graaf Lodewyk, na ruim
+drie maanden belegert geweest te zyn, wederom verlaaten.
+
+Den 29 van July is Delfzyl door den Graaf van Rennenberg ingenomen;
+ook Enematil; doch wierd kort daar na door Hohenlo wederom herwonnen;
+ook joeg hy de Rennenbergschen uit de schans Weerdenbras, by de
+Ponterbrug, en nam daarop Koevorden in.
+
+Den eersten September is Enematil door de Rennenbergschen wederom
+ingenomen en geslegt.
+
+Den 4de dito wierd Hohenlo's volk by de Bourtange door de
+Rennenbergschen geslagen.
+
+Den 6de dito zyn de Rennenbergschen, door de Friesen uit Dokkum
+en Kollum, in 't klooster Aduard verrast en verslagen; waar op het
+klooster, uit vreeze van wederom overvallen te worden, is in brand
+gestoken; waar in de Rennenbergschen wel 300 mannen verlooren.
+
+Den 20ste dito won Rennenberg Koevorden; onder voorwaarde, dat de
+bezettinge, uit 200 mannen bestaande, met zydgeweer zouden mogen
+uittrekken.
+
+In dit zelve jaar, als de Stadhouder Rennenberg door ontrouw van de
+Staaten en Prins van Oranje was overgegaan tot den Koning van Spanje
+[95], en die van Leeuwarden door het blokhuis, dat noch vast was,
+en by hem bezet bleef, meende te dwingen, gelyk hy Groningen reeds
+al in zyne macht hadde; zo hebben de burgers, dit bemerkende, het
+zelve manmoedig ingenomen, en de wallen en sterktens geslegt: ook
+namen de Staaten de blokhuizen van Harlingen en Staveren mede in
+hunne macht, en roeiden uit de kerken der Paapen alle de beelden;
+en de kloosterinkomsten wierden allen geschikt tot onderhoud der
+Predikanten en schoolen.
+
+De Geestelyken dus uitgeroeit zynde, verkreegen die van Oostergo
+de eerste stem in hunne plaats; en de steden de vierde stem in
+landszaaken. Koevorden wierd vaster beschanst; en Harlingen met
+nieuwe wallen en gragten versterkt. En wegens de ongetrouwigheid
+van Rennenberg, zogten de Staaten zich van eenen anderen Stadhouder
+te voorzien.
+
+
+
+
+
+VII. STADHOUDERS DER STAATEN.
+
+
+1. Willem, Prins van Oranje, Graave van Nassau, enz., wierd van de
+Staaten van Friesland, om het Stadhouderschap van deze Provintie
+mede waar te neemen, begroet. Doch, om de moeijelykheden, daar de
+andere Provintien in stonden, gaf het hem ongelegentheid, om overal
+zelve te gaan; derhalven zond hy Merode, Heer van Rummen, om van
+zynent wegen het Stadhoudersampt als Luitenant te bedienen. Hier na
+belegerde Rennenberg Steenwyk; neemt de Kuinder en Slooten in; trekt
+naar Staveren, daar hy 't kasteel weder opbouwt; werpt te Makkum
+weder een nieuwe schans op, en stroopt langs de zeekust tot aan de
+Harlinger Poort. Waar door Friesland weder in 't uiterste gevaar quam
+om overwonnen te worden. Doch daarentegen ontzette de Overste Norrits
+Zwartsluis, 't kasteel van Hattem en Steenwyk; waardoor Rennenbergs
+loop ten eenemaal gestuit wierd, en al het voorgemelde weder by de
+Staaten herwonnen.
+
+De onzen verlooren ook een veldslag by Winsum, in Groningerland,
+dat Friesland in eene groote benaauwdheid bragt: maar als de Overste
+Norrits den vyand by Visvliet geslagen, en tot aan de poorten van
+Groningen verjaagt hadde, veranderde het zelve in vreugde. Even hier
+na wierd het bolwerk en wallen om Dokkum gemaakt.
+
+In den jaare 1581, in May, quamen de Rennenbergschen uit Aduard, om
+een schans op het Reidiep te maaken, om alzo den Heer van Nienoort
+uit zee af te snijden: doch hy wierd zulks tydig gewaar, en voorquam
+niet alleen hunne aanslag, maar bragt hen zelve in hinderlaag; waar
+door veelen der vyanden wierden verslagen.
+
+Daar na is Aduard door den Heer van Nienoort belegert; brengende
+grof geschut daar voor, om het klooster daar mede daadelijk te
+beschieten. Maar de Rennenbergschen van alom hunne macht byeen
+rukkende, trokken by Groningen over het Reidiep, om de belegerden te
+ontzetten. Nienoort was zulks wel verwittigt, maar door meerderheid
+van stemmen geresolveert de vyanden af te wagten: dewelke van achter
+het klooster straks quamen toeschieten: waar door de Nienoortschen de
+vlugt namen, achterlaatende verscheidene Officieren voor gevangenen, en
+eenige dooden aan hunne bespringers. Voorts trokken de Rennenbergschen
+op Aduarder-Zyl, en deeden het plaatsje aanstonds, doch vrugteloos,
+bestormen: maar met kanon daar voor komende, en een goede bresse
+geschoten zynde, quamen zy met de derde storm daar binnen; slaande
+doe alles dood wat 'er in was; waar onder Schelto Jarges, een zeer
+geleerd en dapper Kapitein.
+
+Den 9de van July sloeg Norrits de Rennenbergschen by Grypskerk, en
+vervolgden hen tot aan Groningen, waar van 700 mannen door de kling
+gejaagt, en veelen gevangen wierden genomen; vier stukken kanon,
+alle de bagagie, en veele paarden wierden tot buit gemaakt; zynde
+des overwinnaars verlies daar tegen zeer gering.
+
+Den 23ste dito is in Groningen overleden die trouwelooze Graaf van
+Rennenberg, Stadhouder van Groningen, enz.; zynde door eene knaaginge
+zyner confidentie geheel uitgeteert van mismoedigheid en berouw,
+om dat hy de Staaten Generaal zo ontrouw had behandelt; wordende
+begraven in St. Martens Kerk, in 't choor. Hy had in zynen laatsten
+levenstyd zyne zuster verstooten, die hem tot dezen afval vervoert
+had. Daar na is Francois de Verdugo wegens den Prins van Parma,
+als Stadhouder van Groningen, in des overleedens plaatze gestelt.
+
+De algemeene Staaten van gevoelen zynde, dat door deze geduurige
+vyandelykheden, de Koning van Spanje meer een openbaare vyand, als een
+beschermend Overheer was; hebben daarom geresolveert, hem van alle zyne
+voogdye af te zetten, en zyne gehoorzaamheid ten eenemaal afgezwooren:
+waar toe de Staaten van de andere Provintien, en Friesland mede, in
+dit zelve hebben bewilligt. Waarop des Konings wapenen alomme wierden
+afgebroken, uitgestreeken en vernietigt, de zegelen plat geklopt,
+en die der Staaten in deszelfs plaats gestelt.
+
+Rennenberg overleden zynde, heeft de Koning, die de landen daarom
+noch niet verlooren gaf, eenen Francois Verdugo, Heer van Schenge,
+tot Stadhouder gezonden; die met 1500 Waalen te Groningen komende,
+de Friesen zeer verslagen maakte.
+
+Aanstonds nam Verdugo Reide in. En kort daarna raakte hy in een gevegt
+tegen het Staaten volk, onder Norrits, by Noorthorn, dat hy deerlyk
+sloeg: alwaar omtrent de helft zo Grooten als gemeenen sneuvelde,
+en een groot gedeelte gevangen wierd genomen.
+
+Des de landlieden, in de wapenen gebragt zynde, hebben in 't dorp
+Oudeboorn een schans opgeworpen; welke van Verdugo aangevallen,
+maar afgeslagen is: waar op hy, na eenige plonderingen, uit het land
+weder vertrok.
+
+In den jaare 1582 heeft de Stad Groningen van den Koning van Spanje
+een bulle bekomen, omtrent het Stapelrecht.
+
+In den jaare 1583 heeft een Spaansch Overste, Taxis genaamt, Steenwyk
+door list ingenomen: en in Friesland vallende, de schans te Oudeboorn
+en Rotserschans ingenomen; en alomme het land door stroopingen en
+plonderingen geplaagt.
+
+In het zelve jaar in September is Oterdum door de Heeren van Nienoort
+en Azinga Entes verovert; jaagende de Spaanschen bezettinge daar uit,
+en deeden het plaatsje daar op versterken; waar mede zy veele dorpen
+daar omtrent tot contributie dwongen. Overzulks is Oterdum door de
+Spaanschen in de maand December wederom belegert: maar die van binnen
+dapper tegenstand biedende, is het beleg, wederom opgebroken.
+
+Omtrent dezen tyd overleed binnen deze sterkte de Heer van Nienoort,
+na eene langduurige ziekte, en wierd aldaar begraven; zynde een
+Edelman geweest, die naar zyn vermogen, groote diensten aan het
+Vaderland had gedaan.
+
+In den jaare 1584 heeft de Prins van Oranje den Graave van
+Merode uit Friesland opontboden, en Graaf Willem van Nassau tot
+Luitenant-Stadhouder in zyn plaats aangestelt. En, vermits de
+dagelyksche overvallen der vyanden, hebben de Staaten de schans in
+de Lemmer doen vast maaken.
+
+In dit zelve jaar, den 10de van July, wierd tot groote droefheid van
+den lande, binnen Delft, de Prins van Oranje, door een boosaardigen
+Franschman met een pistool doorschooten; zynde door de Spanjaarden
+daar toe verraadelyk omgekogt [96].
+
+2. Willem Lodewyk, Graave van Nassau, enz. wierd in deszelfs plaats
+van Luitenant-Stadhouder, door de Staaten van Friesland tot tweeden
+Stadhouder, na de afzweeringe van den Spanjaart, verkooren.
+
+Verdugo, de schans Oterdum op den 18de van September wederom belegert
+hebbende, liet dezelve aanstonds met twee stukken kanon beschieten:
+doch die van binnen, benevens de schepen die op de Eems lagen,
+bleven hun niet schuldig; waar door veelen van de belegeraars gedood
+en gequetst wierden. Daar na, in de maand December, wierd de schans
+gesecoureert door allerlei nooddruft, alhoewel de belegering noch
+zyn gang ging; doch met weinig voordeel. Maar op Lichtmissenacht in
+het volgende jaar, zyn de schansen van Verdugo voor Oterdum, door
+een geweldigen storm en watervloed weggespoelt; waar door veelen der
+belegeraars verdronken; zo dat Verdugo zich genootzaakt vond het beleg
+op te breken. Oterdum had weinig door 't water geleden, en wierd ten
+eersten herstelt met vier bolwerken, schoone gragten, en een haven,
+waar in omtrent 30 schepen te gelyk konden leggen, gemaakt.
+
+Den laatsten February deed Verdugo een vrugteloozen inval in
+Friesland. Maar de Westfriesen deeden insgelyks in Groningerland een
+inval van meer nadeel; verbrandende in de Marnkant, van Vierhuizen
+tot aan Baflo, meest alle de huizen af, om datze geen contributie
+wilden opbrengen.
+
+Omtrent dezen tyd, had Roelof Ketel een aanslag op Groningen, om deze
+plaats aan der Staaten zyde te brengen. Hy begaf zich derhalve met
+15 mannen daar binnen, verlaatende hem alleen op de slappigheid der
+wacht aan de poorten. Daar by was Graaf Willem van Nassau met 1500
+mannen in 't Drenth, om hem, zo de aanslag gelukte, by te springen:
+doch de zaak wierd ontdekt, en Roelof Ketel by den kop gevat zynde,
+wierd het hoofd afgeslagen en gevierendeelt.
+
+Insgelijks heeft Kapitein Schaay, leggende te Niezyl in bezettinge,
+een aanslag op Groningen gehad; zynde in een tyd dat de stad gebrek
+aan levensmiddelen had: maar dezelve voorts geproviandeert wordende,
+mislukte de aanslag.
+
+In den jaare 1585 hebben de Staaten de bestieringe der landen
+opgedragen aan Hendrik den derde, Koning van Vrankryk; maar die hen,
+om zyne eigene inlandsche oorlog, alwaar hy zelve zeer mede belemmert
+was, moeste afwyzen. Waar op hy Elisabeth, Koninginne van Engeland,
+tot bescherminge liet verzoeken: doch die Majesteit weigerde mede
+de volle heerschappye. Doch hier na, Prins Maurits in zyns vaders
+plaatze en bedieningen gestelt zynde, is van gemelde Koninginne
+de Graave van Leicester, als Overste van haare hulpbenden, naar de
+Nederlanden gezonden; die de Staaten naderhand tot Stadhouder der
+Nederlanden hebben aangenomen.
+
+Na dat de kloosterinkomsten, als wy boven reeds gemeld hebben, tot
+onderhoud van predikanten en schoolmeesters bestelt waren, heeft het
+de Staaten des Lands ook goed gedagt, uit de zelve ook een schoole
+van geleerdheid of Academie op te regten, en dezelve met bequaame
+leermeesters of professoren, en dat 'er verders toebehoort, mildelyk
+te voorzien; dezelve plaatzende binnen de Stad Franeker.
+
+In den jaare 1586 hebben de Spanjaards, over 't ys komende, alzo
+het zeer sterk gevrooren hadde, een uitval gedaan, trekkende met
+2500 voetknegten en 400 ruiters de Wouden in, door Lemsterland,
+en vernachtende omtrent Workum en Hindeloopen; van waar zy voorby
+Bolswert, over Marnzyl, door Schettens en Witmarsum, te Tjum zich
+nederzettende, quamen ten derden dage te Spannum en Winsum, welke
+dorpen zy beide in brand staken: en als zy veel gevlugt volk op de
+Winsumer toren gewaar wierden, zo stookten zy een zeer smookend vuur
+van onderen aan dezelve, om gemelde vlugtelingen te doen verstikken:
+waar door eene zwangere vrouw, gevoelende haare kleederen en
+hoofdhairen gezengt, uit de klokgaten sprong; en gevallen zynde,
+noch door een Spanjaard op de naakte borst getrapt, en zeer gewond
+geworden, waar door zy haare zinnen verloor: doch na twee maanden
+quam zy weder tot haare voorige kennis en verstand. En eene andere,
+met twee kinderen in haare armen, sprong uit het hoofd van den toren,
+en bragt het eene kind noch leevendig te Franeker. De onze in aller
+yl met 1000 voetknegten en een Cornet paarden daar na toe trekkende,
+vonden zich niet in staat om de vyanden te keer te gaan: des zy van
+Oosterlittens naar Boxum afweeken, op hoop van eenige hulp, om zich dan
+voordeeliger te kunnen te weêr stellen: maar de vyanden, hen spoedig
+nazettende, beletten dit, overvielenze, en een bloedige slag wierd
+getroffen, daar wederzyds veel volk sneuvelde; doch de onzen moesten
+eindelyk de vlugt neemen, zo naar Leeuwarden, als andere plaatzen;
+en een gedeelte wierd in de kerk bezet, en gevangen genomen. Van deze
+slag is zulken indruk in de gemoederen der menschen gebleven, dat 'er
+in Friesland niets bekender is, als deze Boxumer Slag, voorgevallen
+op den 17 January.
+
+In dit zelve jaar, ondernam Graaf Willem van Nassau een aanslag op
+Groningen: doch dezelve wierd door een zeer hoogen springvloed ontdekt
+en verydelt.
+
+In den jaare 1587, in September, had Graaf Willem van Nassau nochmaals
+eene vergeefsche aanslag op Groningen.
+
+Den 17de van December is een zwaare inbreuk van 't zoute water in de
+Ommelanden geweest, waar door alle hooge landen onder liepen, wezende
+het water byna zo hoog, als de Allerheiligen Vloed van den jaare 1570,
+maar deed zoo eene groote schade niet.
+
+In den jaare 1589, in 't begin van den zomer, had de Gouverneur Graaf
+Willem eene vergeefsche aanslag op Delfzyl; doch besprong Reide, en
+maakte daar een beschanst Eiland van: ook won hy de schans Eemetille;
+en kort daar na Swaagsterzyl en Soltkamp; zynde een schans in de mond
+van 't Reidiep, en dat stormenderhand, voor 't gezigte van Verdugo,
+slaande 80 mannen dood, en nam veele gevangenen mede.
+
+Daar na nam Verdugo Eemetille weder in; zond twee booswichten in 't
+leger by Kollum, om Graaf Willem te vermoorden: maar dezelve ontdekt
+zynde, wierden gevangen genomen en onthoofd.
+
+In den jaare 1590, in Maart, hebben eenige burgers en inwoonders van
+Groningen hunne stad en Staat onder de bescherminge van de Koninginne
+van Engeland gepresenteert: doch wierd hun geweigert. Waar op Verdugo,
+meer volk van den Hertog van Parma ontfangen hebbende, de schans
+Enematil besprong; trekkende van daar op Nieuwezyl. Ondertusschen
+quam Graaf Willem, Gouverneur van Friesland, afzakken, en legerde te
+Kollum; en alhoewel de legers ruim een uur maar van malkander lagen,
+viel er echter weêrzyds niets aanmerkelyks voor.
+
+In den jaare 1591, den tweeden van July, won Prins Maurits Delfzyl;
+waar in gevonden wierd 5 metaale stukken kanon, en 6 yzere
+gotelingen. Daar na deeden die van Friesland deze schans grooter
+en sterker bouwen; zelfs poogden zy daar van eene stad te maaken,
+en dezelve met groote Privilegien te begiftigen: om alzo de burgery
+van Groningen daar te trekken. Doch op hoope van Groningen ook te
+krygen, is zulks achter gebleven. Van hier trok het leger na de Opslag
+van Enematil, leggende op een water, genaamt Nieuwezyl, en dwong de
+bezettinge door geweld zich over te geeven, en met witte stokjes in
+hunne handen uit te trekken, sterk zynde 150 mannen. Voorts vertrok
+de Graaf naar Enematil, en beschoot de schans met 12 stukken kanon,
+tot dat de bezettinge zich op den 11de van July overgaven; als ook
+een weinig hier na de schans te Lettelbert.
+
+In den jaare 1592, in Augusty, heeft Prins Maurits de sterke vesting
+Koeverden belegert. Graaf Fredrik van den Berg had het bevel daar
+binnen, hebbende voor des Prinsen komste alle de huizen buiten de
+vesting in brand doen steeken.
+
+De belegeraars naderden hem met alle vlyt aan de loopgraaven,
+en benamen hun de sluizen; waar door zy het water uit de gragten
+leiden. Hier op begon het schieten aan weêrskanten dapper aan te
+gaan, wordende aan weêrszyden verscheidene mynen onder de wallen
+gegraven, die wel haast ter neêr of invielen. Den 7de van September,
+quam Verdugo met zyn krygsmacht voor den dag springen, hebbende alle
+witte hemden over hunne harnassen, om de belegerden te ontzetten. Hier
+op maakte Prins Maurits zich gereed, telde zyn volk in slagorder, met
+'t grof geschut vooraan, en ontfong der vyanden macht zo onbeleefd,
+dat door 't losbranden van 't kanon, een meenigte van hen over hoop
+en in 't moeras raakte. Daar bleven in 't geheel 300 mannen dood,
+behalven de gequetsten: en van 's Prinsen zyde bleven er maar 3
+mannen dood en 6 gequetsten, uitgenomen Graaf Willem van Nassau, die
+een schot, doch zonder gevaar, door 't dunne van zyn lyf kreeg. Daar
+na hebben die van Koeverden zich den 12de van September aan Prins
+Maurits overgegeven; mits met hunne vendelen, wapenen en brandende
+lonten uit te mogen trekken, behalven de Artillery en amunitie; daar
+wierden in gevonden 9 stukken kanon. Voorts is hier tot Gouverneur
+gestelt de Heer van Nienoort.
+
+In den jaare 1593, den 8ste van April, heeft Graaf Willem de
+Bellingewolderzyl beginnen te versterken, om alzo het fort de Bourtange
+te benaauwen. Hier tegen quam Verdugo met zyn leger by Vlagtwedde,
+in 't geheel sterk zynde 2500 mannen, doch derfde niets uitvoeren
+tegen dat vast maken.
+
+Den 29ste van Augusty nam Graaf Willem Wedde in; als mede de vaste
+pas Bourtange; 't welk aanstonts sterker wierd gemaakt, eer Verdugo
+daar by kon de komen.
+
+Daar na heeft Verdugo de sterke schans van Aduarderzyl; na den derden
+storm, met geweld ingenomen, slaande de geheele bezettinge dood. Van
+daar trok hy naar Wedde; dat hy ook in nam, en sloeg van de 117 mannen,
+die daar op waren, 50 dood. Voorts legerde hy zich voor de Bourtange;
+zynde dit fort tegenwoordig tamelyk sterk, en alzo dat 'er geen geschut
+voor gebragt konde worden; de wallen waren redelyk hoog, en de gragten
+wel voorzien van water. Vyf vendelen soldaaten, onder den Gouverneur
+de Jonge, lagen daar in bezettinge. Ondertusschen wierd Verdugo van
+andere gedagten; brak de belegeringe op, en trachte Graaf Willem
+aan te tasten; doch te vergeefs; hoewel er eenige schermutzelingen
+wierden gehouden, waar door veel volk is gebleven. Daar op trok
+Graaf Willem naar de Bourtange, neemende Wedde wederom in: en Verdugo
+naar Koeverden, beschanste daar de passagie; maar zyn volk is door
+ongemakken voor 't grootste gedeelte verstorven of verloopen.
+
+In den jaare 1594, den 12de van February, des nachts, hadden de
+Groningers een aanslag op Delfzyl: doch die van binnen hen tydig
+gewaar wordende, is 'er aan weêrskanten wel twee uuren lang scherp
+gevogten. Tot geluk van het Fort, was 'er een oorlogschip, daar omtrent
+leggende, dat wat nader aanquam, en de Groningers met 16 stukken kanon
+dwars onder hun hoop sterk beschoot, dat zy met groote schade moesten
+aftrekken, sleepende wel 35 sleden met dooden en gequetsten met zich
+naar de stad, en noch 7 dooden, dieze lieten leggen. Die van binnen
+verlooren een Kapitein, een Vendrig, een Sergeant, en 9 Gemeenen.
+
+Den 6de van May, quam Prins Maurits en Graaf Willem van Nassau met hun
+leger by Koeverden: welke aankomst van Verdugo bezigtigt zynde, hem
+deed resolveeren zyne beschansinge by nacht op te ruimen. Overzulks
+trok de Prins met zyn krygsbende direct naar Groningen; doende
+de stad op den 20 dito berennen, en aanstonds opeischen. Doch
+kreeg tot antwoord: Dat dit geen stad was, die zich zo haast konde
+overgeven. Prins Maurits liet derhalven al zyn oorlogstuig aan land
+zetten, en het kanon voor de stad planten. Onderwylen heeft Graaf
+Willem op den laatsten van May de sterke schans Aduarderzyl aangetast,
+hebbende over de 135 mannen tot bezettinge, en tot Commandant eenen
+Kapitein Prenger, die aan Graaf Willem ten antwoord gaf, als hy de
+schans opeischte: Dat hy het met hem zoude wagen, als met een meisje
+van 15 jaaren. Maar dit geviel hem niet wel; want de vesting wierd
+kort daar na zo gruwelyk sterk beschooten, datze dezelve met 'er
+haast beklommen en inkreegen; doe wierd alles aan stukken geslagen wat
+'er in was, uitgenomen 8 a 9 perzoonen, die 't ontquamen.
+
+Ondertusschen had Prins Maurits eenige andere schansen ingenomen,
+als Slogteren, Hogerbrugge, enz., waar door de leevensmiddelen in
+'t leger zeer goedkoop wierden.
+
+De Stad Groningen was zeer wel voorzien van een wel in de wapenen
+geoeffende burgerye; en geeft ander guarnisoen binnen hebbende,
+dan de slegtste burgerye en inwoonders, dewelke al voor langen tyd,
+als soldaaten onder vendelen geoeffent, in plaats van bezetting,
+van den Koning wierden betaalt: behalven deze, hadden zy krygsvolk
+van Verdugo altoos onder haar gebied; en hadden nu onder het beleg 5
+goede oude vendelen daar van, onder den Overste Luitenant Laukema,
+buiten de stad, op een gesterkte plaats aan 't Schuitendiep. Van
+krygstuig, voorraad enz., wasze alles wel voorzien. Die van de
+stad wenden vervolgens alles aan wat hun dacht dat den vyand zoude
+krenken. Waarom de Prins zyn begravinge van verre moest neemen, en
+aldaar zyne batteryen opwerpen, mits digt onder de stad de belegerden
+tegen-batteryen maakten; hebbende 400 groote tonnen met buskruit en
+geschut meer, als andere steden. De Groningers deeden verscheidene
+uitvallen, waar mede zy meenig braaf Kapitein en soldaat versloegen,
+en zelfs eenige vendels binnen bragten: weshalven de loopgraaven
+versterkt moesten worden. De belegeraars deeden alle afbreuk met
+hun geschut dieze doen konden; doch vorderden nochtans weinig,
+tot dat zy een poort met een brug, die na een rondeel liep, omverre
+hadden geschooten, eenige bolwerken ondergraven, en eenige gragten
+aldaar vulden, alles onder de bescherminge van 't geschut: dis deed
+de trouwe burgery gedwee worden, en begon naar verdrag uit te zien;
+overzulks zy Jan te Boer met brieven aan Prins Maurits en Graaf Willem
+uitzonden, om verdrag: wordende daarop weêrszyds gyselaars gegeven,
+en hielden op van schieten. Maar de burgemeester Jarges, zynde een hard
+Konings-gezinde, rukte een party voerlieden en schuitevoerders byeen,
+en stonden op tegen die geene, die van verdrag hadden gesproken. Hier
+na kregen de belegeraars een te smadelyk antwoord, te weeten, dat
+de belegerden besloten hadden, noch een tyd lang hun ontzet af te
+wagten. Hier op trad Maurits met Willem in de loopgraven, om een
+plaats tot een nieuwe batterye af te zien; ondertusschen komt een
+kogel zo sterk tegen de rondas, die Maurits voorgehouden wierd,
+dat hy achterover viel, doch zonder hem te quetzen.
+
+Den tweeden van July waren de belegeraars over de gragt, en wel 30
+voeten onder het rondeel gekomen, daar de heele stad haar winst of
+verlies aan hing. Drie dagen daar aan was de myn 30 voeten diep,
+en opgepropt met 5 a 6000 ponden buskruit, dat den 10de dito, des
+avonds, na het gegevene teeken, in brand wierd gestoken; waar door een
+groot gedeelte aarde, en alles wat 'er op was, in de lucht sprong,
+met wel 140 menschen; waar van twee in 't leger vielen, en de een
+noch leevendig: hier op vielen drie vendelen Schotten los, die straks
+meester van het rondeel waren, en alles, wat noch leevendig bevonden
+wierd, doodsloegen, blyvende daar in 't geheel wel 200 dood. Daar
+boven sneuvelden 30 Schotten, behalven noch twee Kapiteins. Dit
+bragt onder de gezamentlyke soldaaten, en onder de allerhartigste
+burgerye zulk een schrik, bevreest zynde voor meer ondergravingen,
+datzy op verdrag dagten. Over zulks zonden zy Gecommitteerden uit,
+zo wegens de Geestelyke, Magistraat en Ambagten der stad, als ook
+wegens den Overste Luitenant Laukema; en op Ostagiers handelende van
+den 16de tot den 22ste van July, met Prins Maurits en Graaf Willem
+van Nassau, zyn daar op met advis van den Raad van Staaten eindelyk
+overeen gekomen. Dus is Groningen en de Ommelanden op den 24ste van
+July onder Maurits gebied gebragt, na dat 'er wel 10000 schooten op
+waren gedaan, en 400 mannen voor zyn gebleven: waar tegen de belegerden
+ook 300 soldaaten en veele burgers hebben verloren. In de stad wierden
+gevonden 36 metaale stukken kanon, behalven de yzeren, en wierd daar
+over Graaf Willem van Nassau tot Stadhouder gestelt. Prins Maurits
+en Graaf Willem daar binnen komende, wierden verwellekomt door den
+klokspeelder, speelende de wys van den 6den Psalm. Daar na wierd
+de Magistraat verandert, wordende daar tot eerste Burgemeesters
+aangestelt, Mello Conders, Joachim Alting, Harmen Koning en Egbert
+Alberda. Voorts wierd de St. Martens Kerk van hare beelden gezuivert,
+en de eerste predikatie van de Gereformeerden daar in gedaan: doende
+de Magistraat en Burgerye daar na den eed van getrouwigheid aan Graaf
+Willem, hunnen Stadhouder en aan de Staaten Generaal.
+
+In 't zelve jaar is de Aartshertog Ernestus, van 's Konings wegen,
+in Nederland tot Stadhouder gezonden.
+
+In den jaare 1596 is uit last van de algemeene Staaten en den Prins
+van Oranje, het Collegie der Admiraliteit te Dokkum ingestelt; om
+alzo bequaamelyk over het werven der oorlogschepen van Friesland alle
+zaaken te kunnen beraamen.
+
+In het zelve jaar, den 24ste van Augusty, is Graaf Willem van Nassau,
+Stadhouder van Groningen, mede tot Gouverneur over het Landschap
+Drenth aangestelt.
+
+In dit jaar is de Cardinaal Albertus, Aartshertog van Oostenryk, tot
+Stadhouder des Konings, in Nederland gekomen; die naderhand huuwde
+met Isabelle, Dochter des Konings; en deze landen wierden hem tot
+een huwelyks goed toegezegt.
+
+Omtrent dezen tyd was 'er eene Friesche dochter, Margarita genaamt,
+zynde een jong vrouwsperzoon, of moedige Amazoone, en lang van persoon;
+deze heeft, in manskleederen, de Heeren Staaten zo binnen Oostende
+als elders zeven jaaren gedient, buiten kennisse haarer ouders, in
+alle eerbaarheid, eerst een spies gedraagen, en daar na een musquet
+gevoert, met een witte veder op de hoed, als een kloek en onvertzaagt
+krygsgezel, ja onder de Adelborsten gerekent, en zelve veele schansen
+om Groningen en Steenwyk helpen inneemen. Ten laatsten bekent geworden
+by haar medegezel, als zy een schoon hemd aandeed, hebbende groote
+borsten en rond opgewasschen, meer dan andere welgevleesde jongmans:
+op zyn vraage, heeft ze hem beleden, een vrouwsperzoon te zyn, dat
+hy verwonderende aanhoorde; is daar op met eere verlieft geworden, en
+in 't leger voor Koeverden met haar getrouwt. Zy waren noch woonende
+binnen Groningen in den jaare 1602, en veele jaaren daar na, een winkel
+doende van vette waaren, in alle stilheid en eerbaarheid huishoudende,
+en t'zamen geneerende. Deze Amazoone heeft ook een lied gedicht, de
+jonge Dochters tot liefde des krygs, om 't Vaderland te beschermen,
+na haar voorbeeld vermaanende. Zie E. v. Meteren [97].
+
+In den jaare 1597 verzogten die van Groningen aan de Staaten van
+Friesland, om Drenth en Twenth geheel vry te maaken, en den vyand
+van daar te vernestelen: welk verzoek uit last van de algemeene
+Staaten, door hulp van den Prins van Oranje, wierd vastgestelt: en
+alle sterktens en schansen, door de vyanden aldaar bezet, wierden
+overwonnen, namentlyk, Grol, Ootmarsen, Oldenzeel, Lingen, enz.
+
+In dit zelve jaar, den eersten van Juny, is de Overste Sonoy, gewezen
+Gouverneur van Noordholland, op Dyxterhuis, een Heerlykheid in de
+Ommelanden, overleden; wordende deszelfs ligchaam tot Peterbuuren in
+de kerk, in tegenwoordigheid van zyn Genade Graaf Willem van Nassau,
+Stadhouder van Groningen, begraven.
+
+Den 18de van Augusty was 'er een zwaare watervloed in deze landen,
+waar door de Delfzylen en anderen uitbarsten, en veele menschen en
+beesten verdronken.
+
+Den 8ste van December is Graaf Willem door de Groningers met groote
+toejuichinge ingehaalt.
+
+In den jaare 1599 is te Groningen door de Heeren Burgermeesteren en
+Raad het Burger-Weeshuis opgericht.
+
+In den jaare 1600 is te Groningen. omtrent de Heere Poort, wederom
+een kasteel gebouwt; zijnde ten zuidoosten van de stad, omtrent ter
+plaatze daar weleer de kasteelen van Graaf Edzard van Oostfriesland,
+en van den Hertog van Alva hadden geweest: welk kasteel over de
+400000 guldens quam te kosten. Ook wierd de burgerye ontwapent,
+en Jonker Casper van Ewsum met 800 mannen op gemeld kasteel gelegt.
+
+In dit zelve jaar ontstond 'er groote oneenigheid tusschen de Heeren
+van den Lande en Steden, over het stuk van de gemeene lasten en
+bezwaaringen te draagen: doch wierd door Gemachtigden van de algemeene
+Staaten en den Stadhouder weder bygeleit.
+
+In den jaare 1605, den 10de van Augusty, zyn te Groningen door
+de Heeren Burgemeesteren en Raad, in plaats van vier Kapiteinen
+der burgerye, hier Hopmans genaamt, acht aangestelt; en doende de
+Kapiteinen de nominatie van de Vendrigs, die door den Raad wierden
+geëligeert op den zelfden dito.
+
+Den 23ste van Augusty quam de Stadhouder Graaf Willem van Nassau
+met 18 vendelen, voetvolk en 6 compagnien ruiters binnen Groningen;
+waar door de stad van het haar gedreigde quaad bevryd wierd. Ook gaf
+men de burgerye hun geweer weder. Prins Maurits verzond ook eenige
+troupen ter versterkinge van Koeverden en de Bourtange; zijnde deze
+plaatzen alle met groote verbaastheid aangedaan, wegens de veroveringe
+van Lingen en Oldenzeel, door de Spaanschen, onder het commando van
+den Marquis de Spinola.
+
+Ambrosius Spinola met zijn macht in Twenth zijnde, om op Friesland een
+kans te waagen, en welk land de Koning van Spanje hem reeds ten erve
+had geschonken; doch, God zij gedankt, hem nooit heeft kunnen leveren,
+moest zich vergenoegen met Lingen en Oldenzeel, en dat Friesland in
+groote benaauwtheid bragt. Maar Graaf Willem hield binnen Koeverden
+een oog in 't zeil, zo dat Spinola die plaats niet derfde aantasten,
+en vertrok druipstaartende weder naar Vlaanderen, ook eenigzints door
+de natte zomer verhindert.
+
+In dit zelve jaar, in Maart, wierd met den Spanjaard een bestand van
+acht maanden geslooten.
+
+In den jaare 1608 was 't zo een harden winter, dat men van de Friesche
+kusten naar de vooreilanden, als Ameland, Ter Schelling, en ook naar
+Grind niet alleen, maar zelf naar de Hollandsche kusten van Harlingen
+af met paard en slede konde overjaagen. Gelyk een Ariën Wierds,
+den 9de van February uit de Haven rydende, voor 't poortsluiten te
+Amsterdam binnen quam. Ook drilde voor de Harlinger haven op het ys
+een compagnie soldaaten.
+
+In dit zelve jaar zyn de nieuwe fortificatiewerken van de Groningers
+begonnen, wordende de stad aan de zuidkant daar door vergroot; ook
+is een gedeelte van het Groninger kasteel, tegens de burgers aldaar
+gebouwt, wederom afgebroken.
+
+In den jaare 1609, den 9den van April, is te Antwerpen het twaalfjaarig
+bestand geslooten, tusschen den Koning van Spanje en de Staaten
+Generaal der vereenigde Nederlanden; zynde wegens de Provintie
+van Groningen aldaar gecommitteert Abel Conders, Burgermeester te
+Groningen, wordende het zelve op den 18de dito in 's Hage gepubliceert.
+
+In den jaare 1610, op Nieuwejaarsdag, hebben de burgers van Leeuwarden,
+na dat zy eenigen tyd met de Burgermeesteren oneens waren geworden,
+de deur van 't Raadhuis met een mast open geloopen, verbreekende de
+glazen, vensteren en alles wat hun voor quam.
+
+Een Jan Cornelisz. Femmes, bestond in dit jaar een reukelooze daad,
+spruitende uit een wedspel, waar in hy aannam, om een rond jaar te
+willen woonen op het Kamper Zand (dat een droogte is, gelegen tusschen
+Ter Schelling en Ameland, loopende met alle etmaalse vloeden onder
+water). Op voorwaarde gaf hy aan zyn medewedder paarden, wagen,
+ploegen, en andere huismans gereetschappen; zullende hy, by aldien
+hy zyn voorneemen een rond jaar uitvoerde, een groote zomme geld in
+tegendeel genieten. Hier op bouwde Jan den 2de van Juny aldaar op
+eenige roeden of stutten een huisje; en om het zelve by springvloeden
+of hooge watertyden om hoog te heffen, gebruikte hy een tistel of
+vyzel, waar door hy het om hoog kon opvyzelen, of doen zakken: en dus
+hielde hy 't het bestemde jaar volkomen uit; zynde eene ongehoorde
+zaak. [98]
+
+In den jaare 1611, den 25ste van January, heeft Graaf Enno van
+Oostfriesland de sterke vesting Lieroort aan haar Hoog Mogende de
+Heeren Staaten Generaal overgegeven.
+
+In den jaare 1612, en 't volgende jaar, is de stad Groningen rondom
+vergroot, doch meest naar 't noorden, en is doe vervolgens met zeven
+schoone groote poorten voorzien, benevens noch een kleen poortje
+bezyden het Schuitendiep; hebbende een zeer breede en hooge wal,
+met 17 dwingers of bastions en een diepe besloten gragt.
+
+In den jaare 1614 is de Academie te Groningen opgericht, onder het
+Stadhouderschap van Graaf Willem Lodewyk van Nassau. De inwydinge
+geschiede op den 23ste van Augusty. De eerste Professoren zyn
+geweest Ubbo Emmius, Professor in de Historiën en Grieksche Taal,
+als eerste Rector Magnificus. Herman Ravensberg, Professor in de
+Godgeleerdheid. Cornelius Pynaker, Professor in de Rechten. Nicolaas
+Mulerius, Professor in de Medicynen en Mathesis. Johan Epinus,
+Professor in de Philosophie en Ethicæ, en extr. in de Rechten,
+Guill. Macdowel, Professor in de Philosophie, Logicis, Phys:
+& Methaphysicis. De inleidings redevoeringe wierd uit naam der
+geheele Provintie gedaan, door Do. Pancratius, stads Syndicus. Na 't
+eindigen derzelve, deed Do. Ravensberg een andere, op deze handelinge
+passende. De eerste Rector in de Rechten, die hier zyn promotie bequam,
+was Hugo van Nyeveen; houdende zyn inauguraal dispuit op den 13de van
+November 1615, onder het Rectoraat van gemelden Professor Ravensberg.
+
+In den jaare 1616, den 18de van Maart, is Graaf Willem Lodewyk door
+de Groningers zeer plechtig ingehaalt.
+
+In den jaare 1618 is het Sapmeer droog gemaakt, en is het volgende
+jaar met gruppen en een doorgaande vaart voorzien. Waar op is gevolgt
+de aanvang en continuatie van deszelfs vaart of diep door 't hooge
+en wilde Veen, van Sapmeer tot aan Zuidbroek.
+
+In den jaare 1619 bequamen die van Staveren vernieuwinge en handhavinge
+van hun onderrecht.
+
+In dit zelve jaar, in July, is de Heerlykheid van Wedde, Westerwolde,
+Bellingewolde en Bleyham gekogt van Willem van den Hove, en den
+2de Augusty in den Raad geapprobeert, voor de zomma van 140300
+guldens. Voorts heeft de stad deszelfs possessie aanvaart, en is den
+21ste van September Edzard Rengers tot Drost, en Michiel Visscher
+tot Richter van Bellingwolde en Bleyham gekoren.
+
+In den jaare 1620, den laatsten van May, is binnen Leeuwarden
+overleden Graaf Willem, Stadhouder van Friesland; tot wiens loffelyke
+gedachtenisse die heerlyke begraafplaats of tombe in de Jacobyner
+Kerk is opgeregt; alwaar hy met zyn Gemalinne na 't leven in steen op
+uitgehouwen is: en is zedert dien tyd de rustplaats der Stadhouders
+altoos geweest en gebleven.
+
+3. Ernst Casimier, Graave van Nassau, enz., wierd, na 't overlyden
+van zynen broeder, in de maand Augusty, tot Stadhouder van Friesland
+verkooren. En die van Groningen, Ommelanden en Drenth verkooren Prins
+Maurits tot hunnen Stadhouder. In December begon het zo geweldig te
+vriesen, dat men wederom naar Ter Schelling en Ameland met paard
+en slede overjoeg. Het volgende jaar, den 2de van February, quam
+een Harlinger schipper, met een sleetje en stok in de hand, van
+Friesland, over den Fliestroom, te Harlingen binnen treden. Graaf
+Ernst, geleidende den jongen Koning van Boheemen, quam met gezelschap
+van over de 100 sleden, van Leeuwarden tot op de zee voor Harlingen
+afjaagen.
+
+In den jaare 1621, den 29ste van Maart, is de Burgerye te Groningen
+door de Heeren van den Raad in 12 vendelen verdeelt; wordende daar op
+den 30ste dito de Officieren gekooren, en den 13de van April door hun
+Edelheden goedgekeurt, dat voortaan de Vendrigs onder de Luitenants
+zouden staan.
+
+De volgende winter van het jaar 1621 en 1622 was het mede een
+harde winter; waar in Anna Sophia, Gemalinne van den Stadhouder,
+vergezelschapt met een compagnie soldaaten, en hun byhebbende
+gereedschap, van Enkhuizen naar Staveren langs het ys overquam.
+
+In den jaare 1622, in Augusty, deeden de Spanjaards een aanval
+op Friesland, trekkende met 800 voetknegten en 70 ruiters door
+Oudeberkoop, naar Schoot, om 't Heerenveen te overvallen. En vermits
+het Staaten Volk zich meest aan den Rhyn nedergeslagen had, waren
+slegts maar drie compagnien verstrooit in de Zevenwouden gebleven;
+dewelke, naar 't Veen rukkende, den vyand, die een geweldigen storm
+deed op een schansje of redout op den weg naar Schoot, wakker afkeerde,
+en veelen van zyn volk deeden sneuvelen. De vyanden, misleid zynde,
+waren van gedachten geweest, dat 'er boeren en geen soldaaten op het
+Veen lagen: en trokken na dit treffen weder af op Ommen: alwaar zy
+door des Prinsen volk van achteren bezet wierden, en in de kerk allen
+gevangen zyn genomen.
+
+In October is Ernst Lodewig, Graaf van Mansveld, met zyn krygsbenden,
+wel 5000 mannen uitmaakende, in Oostfriesland gevallen, bedervende
+de inwoonders en landen elendig, zelfs zodanig, dat zyn eigen volk in
+den jaare 1624 meest van honger verliep. Hy had zyn hoofdquartier in
+de vesting Lieroort; en eer hy vertrekken wilde, dwong hy Graaf Enno
+van Oostfriesland een groote zomme geld af.
+
+In den jaare 1623 was er een zwaare pestziekte in Groningen; als
+mede een groot oproer over het draagen der dooden: want op den 5de
+van Augusty zyn de oude lyken des voormiddags door de vrouwen, en de
+jonge lyken des namiddags door de maagden ter aarde gebragt.
+
+In den jaare 1624 deeden de Spanjaards, onder het bevel van Lucas
+Cayro, Gouverneur van Lingen, een inval in den Oldambte; zy staken
+verscheidene dorpen in brand, als Winschoot, Heiligerlee, Noordbroek,
+Scheemda en Slogteren; verzonden in alle omleggende plaatzen brieven
+van brandschattinge: waar door de huislieden afquamen om de brand
+af te koopen. Maar het geruchte der aankomst van den Oversten
+Stakenbroek, deed hen haastelyk de vlugt neemen, doch een grooten
+roof mede voerende.
+
+In den jaare 1625, den 8ste van Maart, is Oostfriesland door een
+schrikkelyke watervloed aangetast, alle dyken doorbrekende of
+beschadigende, zodanig datze met geen 800000 guldens te herstellen
+waren; en de huislieden, door de Mansvelder troupen ten eenemaal
+verarmt en bedorven zynde, hadden geen macht om die te repareren,
+dies de zee daar uit en in spoelde.
+
+In dit zelve jaar, den 23ste van April, is Prins Maurits, na een
+langduurige krankheid uitgekwynt zynde, in 's Gravenhage ontslaapen. En
+zyn broeder Frederik Hendrik wierd aanstonds in zyn plaats tot opperste
+Veldoverste verkooren.
+
+In dit jaar is Graaf Ernst van Nassau tot Stadhouder van Groningen
+en Ommelanden, en 't Drenth aangenomen.
+
+Den 29ste van December overleed binnen Groningen de Hooggeleerde en
+wydvermaarde Ubbo Emmius, Professor dier Academie.
+
+Omtrent den jaare 1627 is het groote Provinciale magazyn of
+Artilleryhuis alhier gebouwt, en het Orgel in 't H. Geest-Gasthuis
+nieuw gemaakt: ook het Orgel in de groote kerk, eertyds door Agricola
+gemaakt, vergroot en vernieuwt.
+
+In den jaare 1628, in Augusty, is de Nieuwe of Lange-Akkerschans
+volveerdigt, en daar in drie compagnien soldaaten tot bezettinge
+gelegt, onder den Gouverneur Roussel; dewelke in October de Dylerschans
+innamen; doch zyn 'er voort daar na door de Keizerschen wederom
+uitgejaagt.
+
+In den jaare 1631 wierd Prins Frederik Hendrik, behalven Holland en
+Zeeland, ook het Stadhouderschap van Gelderland, Utrecht, en Overyssel
+opgedraagen. Maar Stad en Lande hebben Graaf Ernst aangenomen.
+
+In dit zelve jaar, in de maand van May, ontstond door 't geheele
+Land een geweldige oploop van 't gemeene volk; waar door beide, zo
+Opper- als Onderregenten, by hen verdagt wierden, en alle aanzienlyke
+lieden in verachtinge quamen. En den eersten Augusty heeft Graaf
+Ernst Oldenzeel ingenomen, en des zelfs vestingen afgeworpen.
+
+In den jaare 1632 wierd Graaf Ernst, zo als hy van Venlo op Roermond
+aankomende, en den grond aldaar bezigtigde, van de wal met een vuurroer
+door 't hoofd geschooten; en echter wierd hy dien dag noch meester
+van de stad.
+
+4. Hendrik Ernst, Graave van Nassau, enz., wierd in de plaats van
+zynen vader tot Stadhouder van Friesland aangenomen; en weinig tyd
+daar na mede van Groningen, enz.
+
+In den jaare 1633, omtrent Pinxter, was 'er een watervloed in
+Oostfriesland, waar door al het koren op 't land verdronk.
+
+In dezen tyd trokken twee compagnien of 350 burgers uit Groningen
+naar de Bourtange; dewelke op het verzoek van haar Hoog Mogende de
+Staaten Generaal, en Advis van zyne Exellentie, op 10 stuivers daags
+naar buiten zouden marcheren, om hun vaderland te dienen, en op de
+vyanden te waaken; en hebben alzo hunne huizen en familien een tydlang
+vrywillig verlaaten.
+
+In den jaare 1634, wanneer de nieuwe Middelen, als Hoofd- en
+Schoorsteengelden, enz., ter ondersteuning van den oorlog, eerst
+in Friesland verpagt wierden, ontstond 'er in verscheidene steden en
+dorpen een groote oploop; waar door zommige Heeren en heerenhuizen zeer
+slegt mishandelt wierden: maar door inlegering van soldaaten wierden
+de voornaamste belhamels gevat, en alzo weder tot stilte gebragt. In 't
+begin van dit voorjaar strande aan Ameland een Walvis: ook schryft men,
+dat 'er op dit zelve Eiland mede in dit jaar vorsschen zyn geregent.
+
+In den jaare 1635 was 'er te Groningen een zwaare pestziekte, waar
+door over de 100 menschen in een week stierven.
+
+In den jaare 1636 is Oostfriesland door twee watervloeden aangetast:
+de eerste op den 24ste van Juny, en de andere op den 25ste van July,
+waar door de huislieden, wegens gebrek van hooy, hunne beesten naar
+andere plaatzen in de kost moesten besteden.
+
+In den jaare 1638, als het leger van den Prins voor de Graaf lag,
+en Graaf Hendrik naar 't huis te Gennip, om het zelve te bezichtigen,
+gezonden was, gebeurde het dat zyn paard op zekere plaats achteruit
+deinsde, en in een bedekte put tot op den grond nederschoot; maar
+Graaf Hendrik zulks voelende, in aller haast zyn voeten uit de beugels
+van de stegelreep rukkende, viel achter over de gemelde put heenen;
+buiten welke val hy elendig had moeten omkomen en versmooren.
+
+In den jaare 1640, is Graaf Hendrik, zullende in de belegeringe van
+Hulst een schansje of redout bespringen, doodelyk gewond geworden;
+na hy en de zynen ongemeen manhaftig gestreden hadden; en onder
+andere zyn broeder Graaf Willem, die reeds al op zyn derde paard was
+gestegen. En den 17de van July overleed gemelde Graaf aan zyn quetzuur,
+die door geheel Nederland zeer beklaagt wierd.
+
+5. Willem Frederik, Graave van Nassau, enz., wierd, na zyn broeders
+overlyden, tot Stadhouder van Friesland aangenomen. En de Prins van
+Oranje verkreeg het Stadhouderschap van Groningen en Ommelanden.
+
+In den jaare 1643 is 'er in veele landen door 't hooge water een
+onwaardeerlyke schade geschied, zodanig als by menschen geheugenisse
+niet was voorgevallen. In 't dorp Gaast spoelden de dooden uit de
+graaven. Door 't doorbreeken der dyken, was het land zo verre onder
+water, dat men dwars over het land van Groningen naar Zwartsluis
+konde overvaaren.
+
+In den jaare 1645, den 22ste van January, is Oostfriesland wederom door
+een watervloed overstroomt; waar door veele dyken wierden gebroken,
+en tot Embden, zo 'er gezegt word, de Corps de Guarde wegspoelde.
+
+Dit jaar, den eersten van September, quam de Stadhouder Prins Willem
+van Oranje te Groningen, om aldaar de doe zwevende verschillen by te
+leggen; wordende door de Magistraat en burgerye met groote eertekenen
+ingehaalt, 't guarnisoen in de wapenen, benevens 't losbranden van
+het kanon, enz.
+
+In dit zelve jaar, wierd de trekweg van Harlingen naar Leeuwarden
+gemaakt.
+
+In den jaare 1647, den 14de van Maart, is Frederik Hendrik, Prins van
+Oranje, in 's Gravenhage ontslaapen. En dien zelven dag deed zynen
+Zoon, Willem de tweede, den eed van getrouwigheid aan de Staaten.
+
+In den jaare 1648, den 30ste van January, is binnen Munster in
+Westfaalen, na een oorlog van over de 80 jaaren gevoert, eene vrede
+gemaakt, tusschen den Koning van Spanje, en de Staaten der zeven
+Provintien: door welke gemelde Koning deze Landen voor eigene en
+vrygevogtene landen heeft moeten verklaaren; en zyn recht op dezelve
+eeuwig en erflyk afgestaan.
+
+In dit zelve jaar gebeurde binnen Dokkum, op 't Raadhuis, een gering
+doch merkwaardig geval, zinnebeeldig op bovenstaande vrede; men zag
+een mossel een muis vangen: dat dus geschiede, een hoop mosselen
+aldaar leggende, quam de muis daar zyn aas zoeken, en een treffende,
+die gaapte, sloot de mossel haare schelpen toe, en de muis, in de
+zyde gevat, was gevangen.
+
+In den jaare 1650, den 27ste van October, is Prins Willem van Oranje,
+in 's Gravenhage, aan de kinderpokjes overleden.
+
+In den jaare 1651, den 22ste van February, was 'er een watervloed
+over de Groninger Provintie, en elders; waar door de dyken wierden
+gebroken en groote schade geschiede.
+
+Den 20ste van May is Graaf Willem Frederik van Nassau, Frieslands
+Stadhouder, te Groningen ingereden; wordende door de Magistraat en
+burgerye met groose staatsie opgehaalt, en ten zelven dage aldaar tot
+Stadhouder en Gouverneur over Stad en Lande aangenomen, gehuldigt,
+en in 't openbaar beëedigt.
+
+In den jaare 1653 is, uit vreeze voor de Engelschen, die zich voor onze
+kusten vertoonden, op Ameland, Ter Schelling, Flieland, enz., een goede
+wacht van krygsvolk gezet, om een waakend oog in 't zeil te houden.
+
+Niet lang daar na quamen zy voor de zeegaten van Texel en 't Flie,
+met schrobbers en bezems op de masten braveerende; willende daar door
+te verstaan geeven, dat zy als Meesters van de zee, dezelve hadden
+schoon gemaakt.
+
+Den 8ste van Augusty geschiede omtrent Texel het zeegevegt van
+drie dagen, waar in de Admiraal Tromp door een musquetschoot wierd
+getroffen, en dood op den overloop van 't schip ter neêrgeveld.
+
+In den jaare 1654 was 'er geheel Europa door een groote overvloed
+van graanen; alzo dat de Hollandsche kooplieden het zelve op hunne
+korenzolders niet kunnende bergen, naar Friesland moesten overvoeren.
+
+In den jaare 1655, den 10de van November, zyn de eerste trekschuiten
+tusschen Groningen en Leeuwarden gevaaren.
+
+In den jaare 1656, den 8ste van Februarij, heeft de Magistraat van
+Groningen, ter gelegentheid van de Raads-keur, voor de eerstemaal met
+Goude Boonen beginnen te looten; zijnde het zelve bevoorens altoos
+met gemeene Turksche Boonen gedaan.
+
+In den jaare 1657, den 17de van October, waaide het drie dagen lang
+zo een bittere stormende oosten wind, dat de zuiderzee en andere
+binnenstroomen het water op veele plaatzen ontliep; zo dat men van
+'t eilandje Ens droog over naar Friesland konde gaan. Odulfs Kerk,
+en andere oudheden, lagen by Staveren geheel bloot. Waar op volgde
+een felle en lange winter.
+
+In het zelve jaar, den 23ste van October, zyn te Groningen de 12
+vendelen burgerye door de Heeren van den Raad tot op 18 vendelen
+vermeerdert.
+
+Ook was 'er in dit jaar te Groningen zekere onlust; waar door eenige
+huizen wierden geplondert: doch door den Stadhouder Prins Willem
+wierdze wederom gestilt.
+
+In den jaare 1659, den 6de van Juny, is de Vorst van Anhalt, Joan
+Georg, met de Prinsesse Henrietta Catharina van Oranje, enz., zeer
+prachtig te Groningen in de St. Martens Kerk getrouwt. De ingang
+van gemelde kerk tot aan het Vorstelyke Trouw-Theater was rondom
+zeer heerlyk behangen, en met tapyten belegt. De Prinsesse Bruid was
+zeer prachtig gekleed, met een heerlyke kroon vol diamanten op haar
+hoofd, enz., wordende verzelt van de Keurvorstinne van Brandenburg,
+Graaf Willem van Nassau en zyne Gemalinne, Prins Maurits en meer
+andere Grooten. Hier na wierd de geheele stad vervult van vreugde,
+zo door konstige vuurwerken, losbranden van het kanon, enz.
+
+In den jaare 1662, den 28ste van February, heeft Oostfriesland door
+een watervloed wederom zeer veel geleden: want daar groote schade
+aan dyken geschiede, en tusschen Delfzyl en Embden 8 schepen vergingen.
+
+In den jaare 1663, den 30ste van October, liep Oostfriesland wederom
+geheel onder; waar door veele beesten wierden weggerukt, en groote
+schade aan dyken geschiede.
+
+In den jaare 1664, den 6de van July, is door Graaf Willem, Stadhouder
+van Friesland, de Eilerschans by verdrag verovert van den Bisschop
+van Munster.
+
+Den 21ste van Augusty, is Willem Frederik, gemelde Stadhouder, binnen
+Leeuwarden, aan een quetzuur overleden; welke hy van onderen in de kin
+door een pistool bekomen had, als hy de proef daar van zoude neemen:
+schryvende zelf: als zy geen vuur wilde geeven, doe zag ik daar na,
+en willende den stempel daar uittrekken, zo ging ze in dien tyd
+los. Nalaatende een Prins van 8 jaaren en twee Prinsessen.
+
+6. Hendrik Casimier, Graave van Nassau, enz., aan wien de Staaten
+des Lands al in den jaare 1659, by survivance of overlevinge, de
+toezegginge van 't Stadhouderschap, by 's Vaders leeven, hadden
+verleent, wierd nu mede het Kapiteinschap Generaal over Friesland
+opgedraagen; om deze bedieninge in het 20ste jaar zyns ouderdoms aan
+te vaarden.
+
+In den jaare 1665, in January, als Prins Johan Maurits, wederkeerende
+van Leeuwarden van de begraaffenis van Prins Willem Frederik,
+Stadhouder van Friesland, en door Franeker reed, zo schoot hy met
+zyn paard, op een oude valbrug zynde, in 't water ter neder; doch,
+schoon in gevaar van zyn leeven te verliezen, wierd hy echter noch
+onbezeert gereddet.
+
+Den 22ste van September trok de Bisschop van Munster, als een huurling
+en in dienst van Engeland [99], om Nederland aan deze zyde te plaagen,
+met zyne macht Twenthe en Drenthe in, daar hy alles verwoeste: en
+omtrent eene maand verloopen zynde, boorde hy by 't Roveen door; dat
+in Friesland geen kleene vrees veroorzaakte. Doch, voor Ommerschans
+afgeslagen zynde, vertrok hy naar Groningerland, en nam Winschooterzyl
+en Burgerschans in. Maar als hy een goede borstweering by Heiligerlee
+vond, en de Bourtang, Koeverden, Ommerschans en Friesland van alles
+wel voorzien zag, achte hy zich gelukkig, zonder van Maurits volk
+bezet te worden, zelve weder uit te geraaken.
+
+Den 5de van December was 'er weder een zwaare watervloed in veele
+Landen, die Zeeland, Holland, Friesland en de Ommelanden groote
+schade toebragt.
+
+In den jaare 1666, den 15de van July, heeft de dappere en manhafte
+Zeeheld Tjerk Hiddes, Luitenant-Admiraal van Friesland, terwyl hy
+met den Zeeuwschen Luitenant-Admiraal Jan Evertsz. den Engelschen
+Admiraal van de witte vlag aan boord lag, en zeer moedig streed, zyn
+been te gelyk met het leeven verlooren: zyn ligchaam wierd staatelyk
+binnen Harlingen ter aarde bestelt.
+
+Den 8ste van Augusty quamen de Engelschen, met menige scheepjes
+en vyf branders binnen 't Flie, daar zy de twee convojers, en een
+vloot van 170 koopvaarders in den brand staken; van welke ook veelen
+door de vlam verteert wierden: waar onder omtrent 30 schippers van
+Hindeloopen van hune schepen beroofd wierden; en ook eenige die 't
+ontvluchten. Daar op landen zy op Ter Schelling, en staken een onnoozel
+weerloos visschers dorpje in den brand: roemende in Engeland als of
+zy de geheele waereld gedwongen hadden. Maar Gods wraak vervolgde hen
+al te spoedig, alzo het beste gedeelte van de vermaarde stad Londen
+in vyf dagen, door een byna onuitblusbaare brand, in de assche wierd
+gelegt, tot een onwaardeerlyke schade van veele gegoede lieden. En
+de schade door 350 huizen, op Ter Schelling in den brand gestooken,
+had een geringe overeenkomst, tegen van hen ruim 35000 huizen door
+de vlammen verteert.
+
+In den jaare 1672, wanneer Louis de veertiende, Koning van Vrankryk,
+trachtende na het Oppergebied van geheel Europa, en reeds zulks in
+'t werk stellende, het niet voor 't geringste gedeelte van zyne
+uitvoeringen achtede, de zeven Vereenigde Nederlanden alvoorens af te
+loopen, om onder zyn geweld te brengen; en Friesland, een gedeelte
+daar af zynde, na de gelykheid van de leden van het zelve ligchaam,
+kon hier niet ongevoelig van zyn.
+
+Den eersten van Juny, of na de oude Styl den 22ste van May, moet voor
+een Schrikdag van geheel Nederland aangeteekent worden: van welken
+tyd zy geen 50 dagen konden tellen, of was meer als 80 van hunne
+sterkste steden en vermaardste beschansingen door den vyand ontbloot.
+
+Doe wierd Nederland met 6 legers, op 6 verscheidene plaatsen, te
+gelyk besprongen, namentlyk van 4 Franschen voor Orsou, Rynberk,
+Wezel, Burik, en 2 Bisschopschen voor Grol en in Twenthe. Na alle
+bovengemelde veroveringen, den vyand voorttrekkende, nam ook langs
+den Rhynstroom alle plaatzen in.
+
+Den 2de van Juny, ruktenze voorby Schenkenschans, daarze by 't Tolhuis,
+langs een droogte in den Rhyn, doorbraaken: zynde die plaats door
+den Oversten A. W. van Ailua met eenige Friesen dies tyds bezet. Waar
+op Mombas, schynende de Franschen eerst te willen tegen gaan, dwars
+heen en weêr met zyn ruitery door het Friesche voetvolk reed, dat
+zich zeer mannelyk weerde, alschoon zy door geduurig omzwerven,
+dan naar Nieumegen, dan naar Doesburg, Zutfen en Schenkeschans,
+zeer vermoeit en afgemat waren: geevende dien verraader Mombas daar
+door gelegentheid, dat het Friesche voetvolk onder de voeten van
+zyn ruitery, en diesvolgens in een groote verwarringe geraakte,
+zo dat zy genootzaakt wierden om quartier of lyfsgenade te roepen,
+en alzo elendig wierden overwonnen. Dit doorbreeken in de Betuw, door
+dien men meende, dat des vyands macht aan den Rhyn verbrooken zoude
+worden, was een droevig begin van alle volgende onheilen: waarom het
+ook in Holland zo een verbaastheid verwekte, dat men geene woorden
+zou kunnen uitvinden om het zelve uit te drukken. Waar op dat heel
+kort daar na het Sticht Utrecht mede onder de macht des vyands quam.
+
+Den 13de van Juny heeft geheel Overyssel zich by verdrag mede schendig
+aan den vyand overgegeeven. En zo is Friesland, door 't verlies van
+de Kuinder, Blokzyl, Zwartsluis, Steenwyk, Ommerschans en Roveen zyn
+plegtanker afgekapt geworden. Waar over de verbaastheid, ontroeringe,
+en flaauwhartigheid, die de winkels innam, de handwerken aan een zyde
+wierp, de Rechtbanken toesloot, de Academien en Schoolen ledig maakten,
+de lieden van angst en benaauwtheid uit hunne huizen deed loopen,
+den eenen tegen den andere aanstootende, en zo alles in verwerringe
+bragt. De vreeze en benaauwdheid was te grooter, om dat alles hen
+zo schielyk en onverwagt overquam: waar van geen eigener beeldenis
+kan vertoont worden, als ieder gevoelig mensch zich, in herdenking
+van dien tyd, in zyne gedachten voorstelle: en die het slegts in
+een eenvoudig en naakt verhaal wilde te kennen geeven, zoude woorden
+moeten uitvinden, om eenigzints uit te drukken. Om daar evenwel iets
+van te zeggen, zullen wy daar over, als ook over de eerste gevolgen
+van dien, de woorden van Mr. P. Valkenier, Pleitbezorger voor den
+Hove van Holland, hier by voegen [100]. Hy schryft:
+
+«De tydinge van dit schandelyk en haastig overgaan van de geheele
+Provintie van Overyssel, vloog aanstonds geheel Friesland en
+Groningerland door, en verwekte aldaar zo een groote vreeze en
+verbaastheid, als het doorbreeken der Franschen aan 't Tolhuis, en het
+verlies van Utrecht, in Holland veroorzaakte. Want elk stond verlegen,
+en verwagte alle omzien den vyand. Niemand wist wien het eerst zoude
+gelden; alzo het geheele land onbedekt, en zonder de minste afsnydinge
+voor hem open lag. Elk wilde met zyne beste losse goederen vluchten,
+maar niemand wist byna waar heen. Eenigen, die hunne goederen uit
+de steden wilden vervoeren, wierden dezelve of door oploop, of door
+plondering van 't gemeene volk kwyt. De Overheden, die mede wat meenden
+te bergen, moesten opentlyk het verwyt aanhooren, dat zy verraaders
+waren, en de gemeente in deze algemeene nood wilden verlaaten. De
+Regeeringe stond raadeloos, en het volk redenloos, alzo het zelve,
+als een pot te vuur, opliep, en voorts alles in verwarringe bragt. De
+Heeren Gedeputeerde Staaten van Friesland, ziende dat de geheele last
+van dit onheil op hunne schouderen aanquam, wierden te raade, om de
+Heeren Raaden van 't Hof van Gerichte te verzoeken, dat zy hen in deze
+verlegentheid met raad en daad geliefden by te staan. Waar op beide
+die aanzienlyke vergaderingen, tusschen den 13de en 14de van Juny,
+'s nachts, binnen Leeuwarden, in alle stilheid byeen vergaderden:
+alwaar voorgestelt wierd, de bedroefde staat van hunne Provintie. Hoe
+dat de doortocht van Meppel, regt naar Dokkum, en voort de Dongerdeelen
+in 't Bild door, tot Harlingen toe, om haare hoogte, niet konde onder
+water gezet worden. Dat de twee schansen, op die doortocht gelegen,
+als Breeberg en de Friesche Paalen, genoegzaam geslegt waren,
+en geen wezen meer hadden. Dat het krygsvolk, op hunne bezoldinge
+staande, tot bewaaringe der grenzen van andere Provintien zodanig
+was gebruikt, dat 'er tot bezettinge van hunne eigene Provintie,
+niet een eenige soldaat over was, als alleen eenige compagnien onder
+den Luitenant-Generaal Ailua, die uit Overyssel quamen afzakken. En
+dat hunne wapenhuizen en de wallen der steden van geschut, wapenen
+en leevensmiddelen onvoorzien en geheel ontbloot waren, en alzo in
+'t geheel niet of weinig voorraad ter verweering. Hier op begon men
+te beraadslagen, hoe men de Provintie op het beste zoude bewaaren uit
+den tegenwoordigen nood en gedreigde gevaaren, die hen zo na boven
+'t hoofd hingen. Waar op wierd voorgeslagen, dat zulks zou moeten
+geschieden door een van deze twee middelen: of gemeenzamerhand en met
+alle ernst trachten te verweeren, en het uiterste te waagen: of dat
+men zich met een algemeene overgeeving der Provintie uit die onheilen
+zoude redden: en ingevalle van overgeeving, dat men dan behoorde
+indachtig te zyn, met wat voorwaarden men de gemeene welvaart het
+best zoude kunnen verzekeren.
+
+«Na eenige onderlinge strydigheden, en na dat de Predikanten der
+stad Leeuwarden mede in deze vergaderinge verschenen, die byzonderlyk
+aanbevoolen, het stuk van godsdienst en gemeene vryheid, wierden alle
+zwaarigheden aan eene zyde gestelt, en een moedig en hartelijk besluit
+genomen, om, tot behoudinge van godsdienst en vryheid, gezamentlyk
+het uiterste te waagen, en goed en bloed tot den laatsten droppel aan
+te leggen. Men zond aanstonds uit het midden van deze vergaderinge
+eenige Heeren aan hunne Hoog Mogende, aan de Staaten van Holland,
+aan die van 't Noorder Quartier, aan die van Stad en Lande, en aan
+die van Amsterdam: welke alle, daar na, zonder troost of de minste
+hulpe weder te rugge zyn gekomen. Men besloot, om alle sluizen open,
+en alle Polders en bedykte landen onder water te zetten. Men deed
+een opontbod van alle Steden en Grietenyen; die daar op met vreugde
+uittrokken na het Heerenveen, om zich daar met de weinige aankomende
+krygslieden, onder den Heer Luitenant-Generaal Ailua, te vereenigen,
+en een legertje uit te maaken; om daar mede den vyand te verwagten,
+en te betoonen, dat zy noch van 't regte bloed der oude en beroemde
+Friesen waren, die in standvastigheid alle volkeren overtroffen." Dus
+schryft die Hollander.
+
+En alschoon het geruchte, wegens dat merkelyk verlies van de Friesche
+krygslieden aan het Tolhuis, van welke slegts maar eenige weinigen
+door den Oversten Hans W. van Ailua, ter naauwernood uit Zwol gered,
+naar de grenzen van Friesland, tot onder Leeuwarden quamen afzakken,
+de verslagentheid niet verminderde; zo begon echter evenwel de moed
+weder aan te wasschen, door 't bovengemelde legertje, dat ondertusschen
+tot 13 a 1400 soldaaten vermeerderde, behalven een goed getal burgers
+en boeren, die 'er dagelyks toevloeiden. Dit gemelde legertje wierd
+zeer voorzichtig, onder het beleid van den Heer Ailua, op de grenzen
+in een geduurige beweeging gehouden, op dat niemand van de Bevelhebbers
+konde weeten, hoe sterk of zwak het was.
+
+Middelertyd, als de vyand zyn aantocht over Steenwyk, op Friesland
+had genomen, bequam hy tyding, dat de Friesen met de Groningers zich
+wakker tot tegenweer stelden; waar over de Bisschop van Munster
+zeer bulderende en geweldig tegen de Friesen uitvoer, barstende
+onder anderen in dezen Bisschops vloek uit: Der Teuffel hoole die
+Pfhaffen! waar door hy de Predikanten van Leeuwarden verstond. Des
+hy van voorneemen veranderde, achte het dienstiger naar Koeverden
+te zetten, en heeft eerst d' Eiler-, Oude- en Nieuwe Schans,
+Winschooterzyl, en 't Huis te Wedde, met alles wat 'er by of omtrent
+was, zonder slag of stoot ingenomen: de Bourtange eischte hy mede op,
+en bood aan den Commandeur of Opperbevelhebber Prot 200000 guldens,
+en aan ieder Kapitein of Hoofdman 50000 guldens, by aldien zy zich
+wilden overgeeven. Maar de Bevelhebber Prot gaf hierop tot antwoord:
+dat hy eerst met den Bisschop wel een gesprek wilde houden, daar hy
+hem zo veel kogels zou vereeren, als hem guldens waren aangeboden.
+
+Hier na hield de Bisschop een krygsraad, en de vraag was, of men
+Friesland, of Delfzyl, of Groningen zoude overvallen? Het laatste
+wierd by hem beslooten. Doch van dien tyd af wierd hy wel degelyk
+in zyn raad verbystert, en in zyn voortgang zodanig gestuit, dat hy
+daarna niet een voet aarde meer heeft gewonnen.
+
+Uit de zeesteden zond hy kapers uit, om de Zuiderzee onveilig te
+maken: dat, zo men zegt, geen drie dagen voortgang had: want alle
+zyne vaartuigen wierden hem afhandig gemaakt: gelyk ook eenige van
+zyn volk, meenende het eilandje Urk uit te plonderen, wierden van de
+inwoonderen gevangelyk naar Enkhuizen gevoert.
+
+De steden ondertusschen, waar eenige schyn van bescherminge was,
+herstelden haare vestingen. Gelyk mede aan elke zyde van den Zwarten
+Weg, omtrent neeven Meedum wierd een schansje gebouwd, en by Tietjerk
+een schoone borstweering, reikende langs de weg naar Hardegaryp.
+
+En door dien men bedugt was, of men in 't toekomende een geweldigen
+vyand, of overlastige stroopers te gemoet zag, hebben die van
+Hindeloopen, ten opzichte dat zy voor 't grootste gedeelte aan de
+zee genoeg bevryd waren, aan de zuidoostzyde, daar zy aan 't land
+vast zyn, een vesting van drie bolwerken opgeworpen: bestaande de
+werklieden uit de burgerye, die zulks uit eigen drift gewillig bij
+der hand namen: maar, nadien zy by ongelegentheid van dien tyd geen
+onderstand of fortificatiepenningen, in gelykheid van andere steden,
+uit de Gemeene Lands Middelen hebben kunnen bekomen, zo hebbenze het
+verdere opmaaken tot op beter gesteltheid van tyden willen opschorten.
+
+In deze dagen hebben de Bisschopschen uit de Kuinder de Lemmer
+opgeeischt, en zoudenze overvallen hebben, ten waare zy de wagens met
+vlugtelingen langs de wegen niet voor toevoer van krygsvolk hadden
+aangezien: daar zij slegts een borstweering met eenige stukken geschut
+op de zeedyk hadden toegestelt; welks toegang zy in 't verborgen
+bedekten met heimelyk aan een gekeppelde eggen.
+
+Den 4de van July heeft de Bisschop van Munster de sterke fortresse
+Koeverden met een macht van 16000 mannen belegert, doende dezelven
+dag noch aan de loopgraven werken. De twee volgende dagen liet hij zo
+een groote menigte bommen en granaaten werpen, dat het tuighuis daar
+binnen, met verscheide daar bystaande huizen, in brand geraakten. Den
+7de dito liet hij de plaats opeischen, en eerlyke voorwaarden aan de
+bezettinge aanbieden. Doch de Commandant Johan van Burum [101], na
+die niet willende luisteren, wierd 'er overzulks aan weêrskanten noch
+dapper vuur gegeven, tot den 10de der maand; wanneer de Bisschop de
+plaats voor de tweedemaal opeischte. Ter zelver tyd zond de Commandant
+drie Officieren aan den Bisschop, die den 12de de overgaaf der plaats,
+zonder consent van den Bevelhebber, doch op eerlyke voorwaarden,
+beslooten. Maar de Bisschop had Koeverden zo dra niet in 't bezit,
+of betoonde zyne trouwloosheid en barbaarsche wreedheid aan de
+uittrekkende soldaaten.
+
+Ondertusschen maakte de Overste Ailua, met 1200 uitgeloote of
+gecommandeerde burgers en soldaaten, eenen aanslag op de Kuinder;
+alwaar de Bisschopschen veel roof hadden te hoop gesleept. Zy zouden
+het vermeestert hebben, en hadden reeds al 200 mannen van den vyand
+ter nedergeschooten, ten ware de besprookene Hollandsche kaapers,
+wegens onstuimig weder opgehouden, hadden kunnen aannaderen, en de
+vyand mede geen haastig ontzet van 2000 mannen, zo uit Kampen, als
+Zwol had bekomen. Waar op de Friesen, dit ziende, met verlies van 30
+mannen, weder aftrokken. En zy afgetrokken zynde, hebben de vyanden
+het zelve uitgeplundert en hunnen buit vervoert.
+
+Den 16de van July is de Friesche Brandwacht, leggende tusschen Bergum
+en de Drachten, niet wel op hun hoede zynde, van 13 standaarden
+Bisschopsche ruiters overvallen geworden. Doch zich in tyds noch
+naar het gros van 't leger te Bergum begeevende, quam het terstond in
+roeren, en viel de ruitery daar op in. Waar door de vyanden achteruit
+deinsden, en de Friesen alzo tot nevens hunne hinderlaagen uitlokkende,
+die het byna te quaad zouden gehad hebben, door dien een party volk
+van den vyand in 't korenland verborgen lag; doch echter, door hunne
+manmoedigheid, drevenze de Bisschopschen te rugge, met verlies van
+van 150 ruiters, en maar 25 van hunne Friesen.
+
+Daar na wierd de stad Groningen, op den 19de van July, door den
+Bisschop van Munster en den Keurvorst van Keulen, met eene macht van
+22000 mannen, aan de zuidkant by twee poorten belegert. De stad had tot
+Gouverneur Karel Rabenhaupt, een dapper en ervaaren Kapitein. De Hertog
+van Holstein Pleun had het bestier van het voetvolk, en de Colonel
+Stoltzenburg van de ruitery. De bezetting bestond in 't begin maar
+uit 24 compagnien voetknegten, 4 standaarden ruiters, en 3 vendels
+dragonders, die alle te zamen omtrent 2000 mannen uitmaakten. Maar
+zy wierd meer dan de helft versterkt, door de 18 vendelen burgers,
+die geweer voerden. Daar na wierden 'er noch vier compagnien van
+Advocaaten en andere lieden, die tot dezen tyd toe vry van de wacht
+hadden geweest, en een compagnie studenten, 150 mannen uitmaakende,
+opgericht: en voor dat de stad noch geheel berent was, quamen 'er 200
+met byltjes gewapende mannen, uit het regiment van Koningsmark binnen.
+
+De sterktens en magazynen waren in goeden staat, met overvloed van
+wapenen, krygs- en leevensbehoeften voorzien; de Magistraat meende
+het zo wel als het volk, en waren altemaal de bevelen van Rabenhaupt
+onderdanig.
+
+Deze Gouverneur de belegering al van langerhand voorzien hebbende,
+had derhalven alle de huizen en tuinen, die buiten die kant van de
+stad stonden, doen verbranden of slegten. Op de eerste aantocht der
+vyanden deed hy de sluizen openen, en de dyken doorsteeken, om alzo het
+land rondom te laten onder loopen. Doch dit weerhield den Munsterschen
+Bisschop niet, den 22ste van July zyne krygsbenden te doen aannaderen,
+en dien zelven avond aan de loopgraven te laaten werken. Hy deed den
+27ste dito van een battery met 5 stukken kanon op de stad schieten;
+maar de braave konstapels, waar van de stad voorzien was, maakten
+de geheele battery, eer den dag ten einde was, onbruikbaar. Des
+anderendaags liet de Bisschop de mortieren te werk stellen, en met
+bomben en granaaten op de huizen werpen; doch door de goede voorzorg
+van Rabenhaupt en de naarstigheid der Mennoniten deden ze weinig
+schade. Maar de volgende dagen schooten de belegeraars geweldiger,
+waar door in de stad groote schade wierd veroorzaakt; 't welk de
+inwoonders noodzaakte met hun huisgezin naar het noordergedeelte van
+de stad, daar zy niet komen konden, te vertrekken.
+
+Rabenhaupt schikte zyn mortieren zodanig op de wallen, dat hy op 't
+laatste van de maand de wyken van den Bisschop, en van de Keurvorst
+zeer begon te beschadigen. Hy liet verscheide uitvallen doen, waar
+door de belegeraars genootzaakt wierden met verlies te wyken, en
+nieuwe werken te beginnen. De burgers, die de beveelen des Gouverneurs
+gehoorzaamden, droegen zich zo manhaftig, als de beste in den oorlog
+geoeffende en geschikste krygsbenden. De Studenten queeten zich op
+zo een verwonderenswaardige manier, dat de Staaten der Provintie
+Gedenkpenningen tot hunner eer lieten slaan, om deszelfs geheugenis
+voor de nakomelingen over te laaten. Inmiddels zagen de belegeraars
+het getal hunner bomben verminderen, zonder veel uit te werken; en
+daarom begonnenze in de maand Augusty met gloeiende kogels te schieten:
+daar waren 'er geen dan de eerste die schade bybragten, want door den
+grooten yver der Mennoniten wierden 'er veelen uitgedooft. Daar na
+zond de Bisschop een trompetter en een tamboer aan den Magistraat,
+om eerlyke aanbiedingen voor te stellen, indien zy de stad wilden
+overgeeven. Doch hem wierd te kennen gegeven: dat in 't algemeen
+beslooten was, het uitterste af te wagten, en de stad, die een nieuwe
+versterkinge van soldaaten, kruid en geld bekomen had, van volk en
+allerlei behoeften voor veele maanden was voorzien, te verdedigen.
+
+Het vuur van 't geschut en de bomben ging echter met dezelve hevigheid
+voort, tot dat het den 25ste van Augusty op de middag begon te
+verslappen, en de Bisschop de geheele hoop verloor van een generaale
+storm te waagen. Na dien tyd hoorde men in zyn leger niet meer als met
+musquetten schieten; 't welk de belegerden deed denken, dat zyn geschut
+onbruikbaar was, en vreesden derhalven voor een krygslist: doch 300
+van de ongeduldigste mannen deeden een uitval op de loopgraven van den
+Keurvorst van Keulen, daar zy een groot bloedbad maakten, en eenige
+gevangenen mede in de stad bragten. De volgende nacht liet de vyand
+het gros des legers opbreeken, laatende de mynen, die zy vervaardigt
+hadden, springen, en verlieten alle hunne werken. Rabenhaupt kreeg
+hier kondschap van, deed daar op den 27ste dito de batteryen in brand
+steeken, de gragten vullen, en de wapenen, krygsbehoeftens en tuig,
+dat de vyanden achtergelaaten hadden, daar uit halen. De stad wierd
+den laatsten dag geheel verlaaten; welke dag door vasten en bidden
+gevierd wierd, om God over deze gelukkige verlossinge te danken.
+
+Het verlies der belegerden was zeer gering, na de groote meenigte
+kogels, bomben, en granaaten, die op hen geschooten en geworpen waren;
+en daar wierden geen 100 menschen verloren. Maar dat der vyanden was
+zeer groot: van 22000 mannen, die zy in 't begin des belegs sterk
+waren geweest, gingen 'er maar 12000 te rug; waar onder men 1400
+zieken rekende: 600 quamen 'er in de stad overloopen, en 5000 begaven
+zich naar andere plaatzen, zo dat 'er omtrent 4500 dooden waren,
+waar onder de 3 Kolonellen, 2 Luitenant-Kolonels en 63 Kapiteinen
+wierden gevonden.
+
+Den 13de van Augusty heeft de Heer Dirk Baard en Kapitein Hania,
+geleidende 450 mannen van de Friesche burgery, en met verscheidene
+vaartuigen omtrent Blanckenham landende, Blokzyl vermeestert: de
+burgery van binnen had een goed gesprek met dezelve, en opende de
+poorten, ter beschaaminge van geheel Overyssel. Aanmerkelyk was 't,
+dat, terwyl de vyanden de zuiderpoort uitvluchten, zekere Mennoniet
+veelen van dezelve in zyn huis riep, zeggende, dat zy zich alle aldaar
+voor de eerste oploopentheid der Friesen konden verbergen, en leverde
+alzo by de 70 Bisschopsche soldaaten in handen van de onzen gevangen.
+
+Den 2den van September, als de Kuinder, door het overgaan van Blokzyl,
+nu van toevoer afgesneden was, heeft Kapitein Holbarent, met 240
+mannen, een aanval op dezelve gemaakt, met gering verlies van volk,
+alzo de Bisschopschen, schoon 250 mannen sterk, na eenige weinige
+tegenstand, de vlucht namen; achterlaatende eenigen buit, een karos
+en gespan van 6 paarden, en 28 gevangenen: zynde hunne voornaamste
+roof al te vooren weggepakt.
+
+Van den eersten September af begonnen de Groningers ook hunne handen
+ruim te krygen. En alles van binnen wel bestelt hebbende, heeft de
+Overste Jorman, met 2000 mannen, zo voetvolk als ruitery, Winschooten
+vermeestert. Waar op de vyand, door vreeze, de Winschooterschans, Zyl,
+'t Huis te Wedde, en Brugschans aanstonds heeft verlaaten.
+
+Tusschen den 8 en 9de van September, zyn de Bisschopschen, met een
+groote furie, tot driemaalen in die zelve nacht, op de Schans van 't
+Heerenveen aangevallen; doch telkens manmoedig afgeslagen, alhoewel
+daar eene kleene bezetting in lag: hebbende de onzen voorheen een
+Ritmeester, een Luitenant, een Cornet, en 4 ruiters gevangen bekomen.
+
+Den 17de van October is de Oude Schans door de Groningers, onder
+het commando van den Oversten Eybergen, wederom belegert, en met
+grof geschut beschooten. De belegeraars maakten zeer kort zo een
+benaauwtheid, door hun sterk schieten, in deze schans, dat die van de
+Nieuwe Schans, versterkt zynde met veel volk uit Munsterland, afquamen
+om de belegerden te ontzetten. Doch Eybergen wierd zulks tydig gewaar,
+zendende derhalven 250 mannen, onder het commando van den Oversten
+Wachtmeester Wyllers, met twee stukken kanon vooraan, hun tegen,
+stellende hen by Stoksterhorn in slagordre. Hier op quamen de vyanden,
+omtrent 1500 mannen sterk zynde, den 25ste van October op hen los:
+maar Wyllers hen zeer na onder het geschut laatende komen, deed hy tot
+twee keeren een generaale losbrandinge onder de vyanden; waar door zy
+ten eenemaal in confusie de vlugt namen, wordende veele Bevelhebbers
+en soldaaten doodgeslagen en eenige gevangenen mede gevoert.
+
+Daar na verzogten die van de Oude Schans op den 27ste dezes te
+capituleren: 't welk den zelven avond noch wierd geslooten; wordende de
+plaats voort des anderendaags met 7 vendelen Staatsche troupen bezet.
+
+Den 26ste van December heeft de Gouverneur Rabenhaupt, na dat hy alles,
+wat tot den aanslag op Koeverden noodig was, had laten vervaardigen, en
+waar toe een harde vorst, daar op een haastigen dooy en zwaare nevel,
+hem grootelyks bevoordeelde, deed hy het ys in de gragten om Groningen
+opbreeken. Hy gaf het opperbevel aan den Kolonel Eybergen; dat van het
+voetvolk aan den Oversten Wachtmeester Wyllers; en dat van de ruiterye
+aan den Majoor Jan Hendrik Sikkinge. Voorts liet hy de konstapels
+en grenadiers aannaderen, en het overige van het kleine leger, dat
+niet boven de 400 paarden en 1000 voetknegten sterk was, begaf zich
+in aantocht op den 27ste der maand. Den 30ste dezes, des morgens ten 3
+uuren, quamen zy voor Koeverden, en verdeelden zich in drie ligchaamen,
+ieder op zyn bestemde post. God gaf, om den aanslag te begunstigen,
+met het aanbreken van den dag zo een zwaare mist, dat de geene, die
+malkanderen aanraakten, zich niet konden onderscheiden. Zy naderden
+daar op tot aan de conterscharp, zonder ontdekt te worden; maar door
+de biesbruggen over de gragt te leggen, wierdenze van de schildwacht
+ontdekt; die daar op alarm maakte. Voorts quam de bezettinge in de
+wapenen, en gaven dapper vuur van de wallen. Doch dit weerhield de
+bespringers niet, van tot aan de afschutzels en stormpaalen van de
+conterscharp te geraaken, die zy met bylen omverre hakten.
+
+Hier op wierden de wallen, doch met groote moeite en verlies van
+hun volk, beklommen; zy geraakten 'er op, en overweldigde den vyand
+met het rapier in de vuist, en wierden meester van de poorten des
+kasteels. Hier op overstelpte de vreugde de overwinnaars zodanig,
+dat de Bevelhebbers, in hunne eerste ontmoetinge op 't kasteel,
+geheel als verstomd waren: tot dat eene, als uit verrukkinge van
+zinnen opryzende, zeide: Wel hoe is het mogelyk! Waar op dezelve zeer
+wel voegende ten antwoord kreeg: Dit is niet anders als Gods hand.
+
+De Gouverneur Jan de Mooy wierd 'er gedood, na dat hy zyn plicht
+als Commandant zeer wel had waargenomen. Maar door zyn verlies liet
+de bezettinge de moed zakken, waar van 'er 700 weerbaare mannen in
+gevonden wierden; die daar na zagen, datze door de groote meenigte
+hunner vyanden overmand waren, liepen 'er 200 de poort uit; omtrent
+150 zyn 'er gesneuvelt, en de rest lieten het geweer vallen, en
+wierden ten getalle van 400 tot krygsgevangenen gemaakt, en in de
+kerk geslooten: ondertusschen stonden de overwinnaars de soldaaten
+toe de plaats te plunderen; alwaar zo wel de soldaaten als Officieren
+grooten buit bequamen; hebbende van hun kant in 't bespringen omtrent
+60 mannen verlooren.
+
+Deze buitengewoone daad trok de Hollanders, die onder het gebied
+der Staaten, in een tyd dat Neêrland overweldigt scheen te worden,
+uit hunne algemeene verslagentheid.
+
+En veele zullen 't noch indachtig zyn, hoedanig die overwinning de
+gemoederen in Friesland en Groningen ontroerde, en van vreugde veelen
+de traanen uit de oogen deeden barsten.
+
+De Gouverneur Rabenhaupt wierd daar op van de Staaten, behalven
+Luitenant-Generaal dezer Provintie van Groningen en Ommelanden, en
+van Gouverneur der stad Groningen, met het Drossaartschap van het
+Landschap Drenth en Gouverneur van Koeverden begiftigt. De Kolonel
+Eybergen wierd Commandant binnen Koeverden, en Meester Meyndert van
+Thynen, die als voornaamste wegwyzer der bespringers had gediend,
+wierd aldaar tot Generaal-Commies gemaakt.
+
+Van dien tyd af hebben de Groningers in 't Graafschap Benthem, Twenth,
+en tot onder Zwol en Deventer gestroopt; haalende van daar gestadig
+veel roof, en met veele gelukkige schermutselingen op de Bisschopschen.
+
+In den jaare 1673 is 'er een vuur van oneenigheid opgeborsten uit
+de gemeene beroeringen des volks tusschen de Heeren der Regeeringe,
+die van de Gemeente zeer mistrouwd wierden, en dat al in 't einde
+van 't verloopene jaar had beginnen te smeulen. De oude en nieuwe
+Regeeringe wierd elk byzonder gehandhaafd, beide de Souverainiteit
+en Oppergezag der Provintie vertoonende, de eene te Leeuwarden en
+de andere te Sneek vergaderende, en neemende strydige besluiten
+tegen malkanderen, zonder malkanderen te kunnen verstaan; dat zeer
+schadelyk voor de Provintie was. Doch wierd gemeld verschil eindelyk
+weder door Gelastigden van hunne Hoog Mogenden en den Heer Stadhouder,
+als bemiddelaars, bemiddelt.
+
+In 't begin van 't jaar, in January, bequam de Overste Ailua, in een
+hevige schermutzeling tegen den Graave van der Lip, twee trompetten
+en een vendel, die hy den Prins van Oranje vereerde.
+
+In February quam 'er een gerucht, als of de Munsterschen een inval
+op Friesland voorgenomen hadden: waar op een goed getal krygsvolk
+uit Holland wierd overgescheept.
+
+In April hebben de Heeren Staaten, ten Landsdage vergadert zynde,
+beslooten, hoedaniger wyze men het Land zoude onder water zetten,
+indien een hoogdringende nood zulks vereischte: als mede om aan
+'t Heerenveen een schans te doen opwerpen, tot verzekeringe van
+'t Land. Voorts wierden de overige posten wel verzekert, hebbende
+Prins Johan Maurits het Oppergezach over de Hollandsche krygslieden,
+Ailua over de Friesche, en Rabenhaupt over de Groningers.
+
+Den 29ste van April wierd een algemeen, opontbod der landzaaten en
+burgery gedaan; wordende ieder huisgezin belast, een weerbaar man,
+tusschen de 18 en 60 jaaren oud zynde, uit te leveren, en moetende
+binnen 14 dagen met snaphaanen en pieken gereed zyn; zullende ieder
+burger ter week 3 guldens soldy genieten.
+
+Omtrent dezen tyd maakten de Friesche stroopers, uit het leger van
+den Oversten Ailua, dagelyks een goeden buit.
+
+Den 6de van Juny vertoonde zich Houttuin met 18 standaarden ruiters,
+en 1500 voetknegten, aan de post te Sonnega, welke hy opeischte: andere
+2000 ruiters, met eenige honderden voetvolk verzelt, wierden tusschen
+Steenwyk en Blesse ontdekt, waar van een groot gedeelte te paard,
+elk met een musquettier achter op, tot aan de Blesbrugge naderde:
+maar wierd, door de hulp van de ruitery van Wolvega en Oudeberkoop,
+rustig afgekeert. Waar op Prins Maurits met het gros van 't leger, in
+meeninge hem op den weg naar Steenwyk te onderscheppen, is afgekomen:
+doch zy reeds te verre afgeweken zynde, zo zond hy eenig volk hen
+achter na; waar uit zy verstonden, dat het gemelde voetvolk, behalven
+de 2000 ruiters, noch 1000 mannen sterk was. Van den vyand zyn twee
+Kapiteinen gedood, en 70 gequetsten wierden binnen Deventer gebragt. Na
+dit voorval deed Prins Maurits een ongemeenen iever, om het water in
+het land te doen loopen, dat door een sterken wind ook zeer schielyk
+voortging; en om het ingelaatene te bewaaren, liet hy een dyk in de
+Tjonger leggen: waar door het den vyand ondoenlyk wierd om ergens
+te kunnen doorbreeken. Ondertusschen quamen 3 geheele compagnien
+Munsterschen, met hunne Bevelhebbers, tot de onzen overloopen.
+
+Den 10de van Juny heeft Rabenhaupt de Nieuwe Schans, na dat hy dezelve
+den geheelen winter door geblokkeert had gehad, met geweld van wapenen
+aangetast. Hy trok te water met veel volk, geschut en voorraad,
+aan geene zyde, en posteerde zich op de Bonder dyk, en daar omtrent,
+om de schans van drie zyden aan te doen.
+
+De Bisschop van Munster deed aanstonds zyn uiterste best in 't werk
+stellen, om de belegerden te ontzetten; zendende derhalven een Overste
+met 600 dragonders en 400 fantaisyns [102], om het beleg door te
+breeken; doch wierden met groot verlies te rug gedreven. Overzulks
+wierd de belegeringe sterker voortgezet: zo dat de Bisschop voornam,
+tusschen den 29ste en 30ste van deze maand noch eene proef tot ontzet
+van deze plaats te neemen, en met een macht van 3500 mannen de post
+by Bonda te overvallen; meenende langs een nieuwe passagie door 't
+moeras heen eenige vyandlyke troupen af te snyden: doch Rabenhaupt
+zulks tydig gewaar wordende, zond aanstonds 9 vendelen, onder het
+commando van een Majoor, derwaards; die te zamen den vyand niet
+alleen afgekeert, maar hun zelfs met een groote furie hebben op de
+vlugt gedreven, laatende wel 300 zo dooden als gequetsten achter.
+
+Daar na, op den 18de dito, eischte Rabenhaupt de schans op: doch
+kreeg tot antwoord: Dat de Ravens dien Winter daar niet nestelen
+zouden. Hier op deed zyn Excellentie den Luitenant-Kolonel Tamminga met
+zyn krygsbenden aannaderen, en tusschen den 21ste en 22ste de aldaar
+leggende redoute aantasten. Des nachts ten een uur ging de attaque aan,
+die zo sterk wierd voortgezet, datze, na eenigen tegenstand, dezelve
+veroverden; vlugtende de Munsterschen met de uiterste verbaastheid
+langs de conterscharp naar de schans: maar de Staatschen volgden hen
+op de hielen, datze met hen in de poort, en vervolgens in de schans
+geraakten; hoewel zeer weinigen in 't getal, dewyl zy door de engte
+van de passagie, maar eene t'effens konden voortgaan: doch de vyand
+door deze onverhoedsche overval nochtans verbaast zynde, denkende dat
+de geheele macht van de Staatschen binnen quam, wierpen de wapenen
+neêr en riepen om quartier, terwyl Rabenhaupt, niet weetende van dit
+vervolg, noch dapper op de schans schoot, daar ze al gewonnen was. Dat
+het meest te verwonderen is, is dat niet meer als twee mannen van de
+Staatschen in dit stormen zyn gebleven.
+
+Den eersten van July quam Johan Maurits, vergezelt met de Heer
+Scheltinga, Gedeputeerde, en den Oversten Ailua, geleidende een
+hoop volk van 3000 ruiters, en 600 voetknegten, by zich hebbende 4
+veldstukken, van 't Heerenveen, door Dieveren, om de Munsterschen,
+leggende tusschen de Wyk en Staphorst, achter een borstweering en
+schansje, doch zonder geschut, te vernestelen: als de dragonders den
+aanval deeden, zo wierd des vyands Overste Post gewond en gevangen,
+en op zyn woord van eer naar Hasselt gelaaten, neemende de overigen
+de vlucht: die door de achterlaage gekeert zouden zyn geweest, by
+aldien de bestelde 800 mannen uit Blokzyl, ter bestemder tyd op weg
+zynde, die van Hasselt naar 't Rooveen legt, had kunnen tegenwoordig
+zyn. Van den vyand wierden 'er 20 by de onzen gevangen genomen,
+waar onder 10 Bevelhebbers, en 17 of 18 gedood. De onzen hebben 2
+dragonders by misverstand geschooten.
+
+Den 3de van Augusty hebben eenige dragonders de brandwacht der
+Bisschopschen, bestaande in 18 ruiters, van tot onder Steenwyk
+weggehaalt, en in het leger op 't Heerenveen gebragt.
+
+Den 5de van Augusty zyn 7 vyandlyke ruiters, met hunne volle
+wapenrustinge, mede ingehaalt.
+
+Den 25ste van Augusty zyn over de 8000 vyandlyke voetknegten, en
+100 cornetten of standaarden ruitery, van Steenwyk uittrekkende,
+op Friesland aangekomen, die zich in zo veele benden afdeelden,
+dat zy de schansjes by Meldam, als Blesbrug, Bekaf, Donkerbroek,
+Makkinga en Wolvega, die maar bequaam waren om de huislieden voor
+strooperyen te beschermen, te gelyk konden bespringen: omtrent
+1000 paarden en een regiment dragonders, quamen, onder 't beleid
+van Houttuin op Blesbrugge aanzetten, en anderen op Bekaf; 't was
+een Mornas, die de zynen door Makkinga, Donkerbroek en Nyjeberkoop,
+op Wolvega aanvoerde, alwaar de Overste Ailua het gezach voerde over
+6 regimenten, als 3 te paard, 2 te voet en een dragonders.
+
+Als Prins Maurits bemerkte, dat 's vyands voornemen was, om alle
+het bovengemelde van 't Heerenveen af te snyden, zo verwittigde
+hy den Overste Ailua en anderen, om gelykelyk naar 't Veen af
+te deinsen. Middelerwyl ontmoete de Graave van Dona met zyn 200
+soldaaten, op de heide van Meldam 150 vyandelyke ruiters, waar mede hy
+een schermutseling hield, en schooten 26 Bisschopschen onder de voet,
+benevens 2 Bevelhebbers, waar van hy de eene, een Ritmeester zynde, met
+eigener piek doode. De onzen dus naar 't Veen de wyk genomen hebbende,
+zo wierden aanstonds eenigen naar de Jouwer, en anderen naar Gordyk
+gezonden. Van waar 60 mannen, den vyand, die over de Veenen meenden
+te komen, wierden tegengestelt; en met dezelve in schermutseling
+geraakende, liet de vyand 14 dooden, 25 gemeenen en 4 Bevelhebbers,
+als gevangenen na. Een andere party van 30 mannen, vervielen in handen
+van den vyand: als ook een brandwacht van 15 dragonders achter Bekaf.
+
+De Bisschopschen dus nu de voet al te Schoot hebbende, konden wel ligt
+het Heerenveen trachten te overweldigen, om zo voort Friesland in te
+trekken, alzo zy wagens mei stroowerk mede voerden, om de gragten te
+kunnen vullen: waarom de Staaten van Friesland alomme de uitgeloote
+manschap, ten spoedigste, zo by nacht als dag, derwaards deed pressen.
+
+Ondertusschen zo stelden zich de Bisschopschen als roofzieke wolven
+aan, in 't uitplonderen der onweerbare landzaaten: dat in die gewesten
+weder een groot vluchten veroorzaakten.
+
+Den eersten September vertrokken zy, hebbende wel 600 mannen laaten
+zitten, zonder iets merkwaardigs uitgevoert te hebben; als dat zy
+het bederf van die boeren wat verhaastenden.
+
+Den eersten October is de dyk, die de Bisschop van Munster met
+veele kosten over de Vecht gemaakt had, en meer als derdehalf uur
+gaans lang was, alleen om Koeverden door water te benaauwen, door een
+stormwind weggespoelt: waar door omtrent 1400 menschen verdronken. 't
+Is aanmerkelyk, dat dit geschiede juist op dien tyd, als men op 't
+Heerenveen raadpleegde, om die te overweldigen, en reeds daar toe al
+3000 Friesche burgers om de grenzen, als 't Veen en andere te bezetten,
+waren uitgezonden.
+
+Als de Prins, met de Keizersche en Spaansche Bondgenooten den vyand
+buiten 't Land lokte, om van krygsbodem te veranderen, in 't Sticht
+Keulen en elders waren ingevallen; zo wierden de Franschen daar door
+genoodzaakt, hunne veroverde plaatzen weder te verlaaten, gelyk zy
+dit jaar alles verlieten, behalven de Graaf.
+
+In den jaare 1674, den 10de van February, is er vrede gemaakt tusschen
+den Koning van Engeland, en de Staaten Generaal, welke den 9de van
+February, oude styl, te Londen van gemelden Koning wierd geteekent.
+
+Den 12de Maart zijn de Bisschopschen, omtrent 1000 mannen sterk,
+over de hartgevroorene moerassen, by 't klooster ter Appel,
+in Groningerland gevallen, plonderende te Winschooten en daar
+omtrent. Waar op Rabenhaupt Nyjenhuys met stormen, en andere steden
+met bezettinge innam, en maakte Twenthe geheel zuiver en vry.
+
+De Bisschop sloot ondertusschen den vrede met den Keizer, die te
+Keulen den 11de van April wierd geteekent: als mede daags daar aan
+met de Heeren Staaten Generaal. In de Meymaand volgde de Bisschop van
+Keulen mede. Waar op zy de overheerde plaatzen, die ze zoo schielyk
+hadden overrompelt, noch haastiger weder moesten ontleedigen: en 't
+geen zy zo greetig hadden ingeslokt, in weedom van hunne harten, weder
+uitbraaken. En alzo zijn de drie verloorene Provintien wederom aan
+de andere gehegt, en de bundel der Zeven Pylen weder te zamen gebonden.
+
+In den jaare 1675 was 't een felle en lange winter; zo dat laat in
+'t voorjaar, van Harlingen naar Enkhuizen, over de Zuider-Zee, veele
+menschen met geheele gezelschappen, en beesten op 't ys overtrokken:
+ja eenigen hadden in 't laatst van April noch op 't ys gestaan.
+
+In Maart, hebben de Friesen, overwegende beide de loffelyke daaden
+en voorzorge van 't Huis van Nassau, en in 't byzonder de groote
+gevaaren, die zyn Vorstelyke Doorluchtigheid, onze Heer Stadhouder,
+in groote manhaftigheid, had ten dienste van 't gemeen uitgestaan
+in de laatst voorigen slag in Henegouwen tegen de Franschen, het
+Stadhouderschap hem erflyk opgedraagen: alle de Heeren, zo van 't
+Land als Steden, leverden daar toe om de eerste te zijn, te meer,
+alzo de Hollanders den Prins van Oranje mede tot Erfstadhouder van
+hunne Provintie hadden aangenomen.
+
+In het zelve jaar, den 12de van Augustij, is te Koeverden overleden
+Karel Rabenhaupt, Baron van Zucha en Crombach, Luitenant-Generaal
+der Vereenigde Nederlanden, wegens de Provintie van Stad en Lande,
+Gouverneur van Groningen, mitsgaders Drossaart van 't Landschap Drenth,
+en Gouverneur der fortresse Koeverden: zijnde een krijgsman geweest van
+een zonderling beleid en dapperheid. Tot 's mans lof heeft G. Bidloo,
+dit volgende bij zijne afbeeldinge gestelt:
+
+
+ Dit 's Rabenhaupt, die Dorsten won,
+ Die Nuis en Lingen temmen kon;
+ Die Karel, die Lamboy versloeg,
+ Van Groeningen den Bisschop joeg;
+ En knoopte aan zyn legerkrans
+ Van Koeverden, de Nieuwe Schans.
+ Zo waakt zyn' staatzorg, deugd en hand
+ Ten dienst van 't Volk, en Kerk en Land.
+ Zyn' dapperheid is uit zyn weezen
+ Zo wel, als uit zyn' kling te leezen [103].
+
+
+Als 'er tusschen den 26ste en 27ste van October, met een noordweste
+wind, veele dyken, door de felle aanpersing van 't water, waren
+doorgebrooken, leeden die van Friesland mede geen kleene last: want
+een gat van 30 roeden brak by Staveren, en omtrent by Molkwerren was
+het niet veel kleender, zo dat die geheele landstreek blank van 't
+zeewater stond: ook was 'er een gat van 30 roeden breed en zeer diep,
+by Zwartsluis.
+
+In het jaar 1676 was men bezig om op de vredehandeling der Europische
+Prinsen, die in 't voorgaande jaar te Nieumegen was begonnen, alle
+geschillen, door welke Europa in de grootste verwerringe gebragt was,
+te beslechten; terwyl de geweldige oorlogstrompetten noch al geen
+minder krygstoerusting verkondigden, als voorheenen. Doch de sterke
+rustgeevende Vredevorst gaf hier toe, dat uit het blaakend oorlogsvuur
+schielyk ontsproot de heilzaame en zegenryke hoorn des vredes: en
+dus wierd de roemruchtigste Vryheid der Friesen weder als herbooren,
+en zy eindelyk verlost van de slaavernye des duivels [104].
+
+
+
+In den jaare 1677 zyn de opgerezene staatsgeschillen tusschen
+Groningen en de Ommelanden, door de Heeren Staaten Generaal weder
+beslegt geworden; gelyk mede te Deventer.
+
+In den jaare 1678, den 15de van February, is te Groningen de Landsdag
+weder aangevangen, na dat de Heere Osebrand Rengers van zyn zesjaarige
+gevangenis was ontslagen en herstelt.
+
+In dit zelve jaar, den 10de van Augusty, is te Nieumegen, de vrede
+tusschen den Koning van Vrankryk en de Staaten Generaal geslooten.
+
+In den jaare 1679, den 10de van April, stond Albertina Agnes, moeder
+van den Stadhouder Hendrik Kasimier, nu 20 jaaren oud zynde, haare
+Voogdye af, en vertrok naar haare landgoederen in Duitschland.
+
+In den jaare 1681, den 2de van Augusty, zyn te Groningen vier ringen
+aan alle kanten van de zon gezien, en eenigen verhaalen, dat diergelyke
+zich mede te Rome en Tubingen hebben vertoont.
+
+In den jaare 1682, in May, is in Groningerland en Oostfriesland een
+zeer hevige veeziekte geweest, waar door veel rundvee is gestorven:
+doch op 't uitgaan van het jaar is de sterfte weder opgehouden.
+
+Den 4de van November is Grietzyl, in Oostfriesland, door de
+Baandenburgsche soldaaten overrompelt, die zich naderhand aldaar ook
+hebben neêrgelegt, als ook te Norden en Embden.
+
+In den jaare 1683, in November, is de Erfstadhouder van Friesland,
+Hendrik Kasimier, en zyne Gemaalinne Amelia, te Leeuwarden, met
+staatsiewagens en vertooningen, nevens een groot en prachtig vuurwerk,
+ingehaald: doende, eenige dagen daar na, zynde den 17de van September,
+ook zyne intrede binnen Groningen.
+
+In den jaare 1686, in July, overleed de jonge Prins van Nassau, zoon
+van den Erfstadhouder van Friesland, enz.; en omtrent een maand daar
+na beviel de Vorstinne weder van een jongen Prins.
+
+In dit zelve jaar, den 22ste van November, wierd Groningerland,
+door een afgrysselyke watervloed aangetast, al het omleggende
+land overdekkende; waar door veele menschen en beesten het leeven
+verlooren. Het getal der verdronkene menschen beliep 1558, geheel
+weggespoelde huizen 631, en de zeer beschadigden 616, de verdronkene
+paarden 1387 en de koeyen 7861.
+
+In den jaare 1687, den 2de van May, overquam Groningen een tweede ramp,
+door een schrikkelyke brand in de Veenen van Sapmeer, Wildervank en
+Pekel A, waar door alle de gegravene turf tot duizende van vuuren,
+eenige huizen en schepen verbranden, en de schade op eenige tonnen
+gouds wierd geschat.
+
+In dit zelve jaar, den 14de van Augusty, is de Prins Jan Willem Friso,
+te Dessau gebooren.
+
+In den jaare 1688, den 11de van November, deed Prins Willem van Oranje
+die vermaarde overtocht naar Engeland; landende met zyn byhebbende
+krygsbenden den 15de dezer in de haven van Torbay.
+
+In den jaare 1689, den 11de van April, is de Prins van Oranje, Willem,
+nevens Maria, zyn Gemalinne, te Londen met de gewoonlyke plechtigheden
+gekroont als Koning en Koninginne van Engeland.
+
+In den jaare 1690, den eersten van July, geschiede het bloedige
+gevegt in de vlakte van Fleury, door de Franschen onder Luxenburg,
+en de Geallieerden onder Waldek; waar van 't weêrzyds verlies op
+16000 mannen wierd begroot.
+
+In den jaare 1691, den 5de van February, is Koning Willem in 's
+Gravenhaage met zeer groote vreugde en eerteekenen, door praalpoorten,
+vol geschilderde zinnebeelden, opgehaalt en naar het Hof gevoert.
+
+In den jaare 1692, den 3de van Augusty, sloeg het voetvolk der
+Geallieerden, onder den Hertog van Wirtenberg, tegens de Franschen
+onder Luxenburg, by Steenkerken, doch met weinig voordeel.
+
+In den jaare 1693, den 29ste van July, geschiede het gevegt by het dorp
+Landen, tusschen de Geallieerden, onder Koning William en Keur-Beyeren,
+en de Franschen onder Luxenburg, 80000 tegens 40000 mannen: dus schade
+aan weêrszyden.
+
+In den jaare 1694, den 15de van Augusty, wierd te Groningen gejubileert
+van des stads overgang voor 100 jaaren aan der Staaten zyde, door
+het beleid van Prins Maurits en Graaf Willem van Nassau; ook datze
+de Gereformeerde Religie aannam; by welke gelegentheid ook medaillien
+geslagen wierden; waar op staat:
+
+
+ Des Prinsen zwaard, met Godes arm,
+ Bragt Paap en Spanjaard in alarm,
+ Als leugen voor het licht verdween,
+ Wier zuivre glans in templen scheen.
+ Een regte vreugd voor klein en groot,
+ Die Groningen sluit in haar schoot.
+ Dit heeft des Heeren hand gedaan,
+ En deze Penningen doen slaan.
+
+
+In den jaare 1695, den 7de van January, is de Koninginne van Engeland,
+Maria Stuart, eene zeer deugdzaame Prinsesse, te Londen overleden.
+
+In den jaare 1696, den 25ste van Maart, overleed te Leeuwarden
+Hendrik Kasimier, Stadhouder van Friesland, enz., aan een borstquaal;
+nalaatende een zoon en eenige dochters. Tot wiens lof L. Smids zegt:
+
+
+ 't Was Frieslands Stedevoogd, Vorst Willems Bloedverwant,
+ Zoon, Neef en Naneef van drie nooit volpreezen Helden,
+ Gedrochtetemmers in 't ontroerde Nederland,
+ Die, zich, gelyk een wal, voor haat en outer stelden:
+ Doch dit Geboorterecht nam Hendrik geenzins aan,
+ Maar stond na heldenroem, door eigene oorlogsdaên.
+
+
+In dit zelve jaar, den 24ste van May, is op Oranjewoud, in Friesland,
+overleden Albertina Agnes, moeder van den overledenen Stadhouder, en
+dochter van Frederik Hendrik, Prins van Oranje, in den ouderdom van
+62 jaaren. En in de maand van Augusty, is Amelia, weduwe van Hendrik
+Kasimier, Erfstadhouder van Friesland, enz., te Leeuwarden van eene
+Prinsesse bevallen.
+
+In den jaare 1697, den 20ste van September, is de algemeene vrede
+op het huis Nieuburg, te Ryswyk, by 's Gravenhaage, geslooten,
+tusschen Engeland, Vrankryk, Spanje, het Duitsche Ryk en de Vereenigde
+Nederlanden; zynde hier over den 6de van November alomme vreugdevuuren
+aangestoken.
+
+In den jaare 1698 zyn de sterke fortificatiewerken, aan de zuidkant
+buiten Groningen, door den Generaal Koehoorn begonnen; en na eenige
+jaaren met zeer vaste muuren opgemetzelt, en de halvemaanen of bastions
+met bruggen en poorten voorzien.
+
+In den jaare 1699, den 15de van November, is in Oostfriesland een
+hooge watervloed ontstaan, waar door groote schade geschiede: want de
+nieuwshermaakte dyk, om 't dorp Gerdsweer, wierd byna geheel vernielt;
+zes huizen spoelden geheel weg, eenigen wierden beschadigt, en veele
+beesten zyn verdronken.
+
+In den jaare 1700, den 27ste van November, heeft de Koning van Sweden,
+Karel de XIIde, met 12000 mannen geoeffende troupen, 80000 Moskovieters
+verslagen, op de vlugt gedreven, en aldus de stad Nerva geweldiger
+hand ontzet.
+
+In den jaare 1701, in het begin, namen de Franschen alle de steden
+van de Spaansche Nederlanden in bezettinge; waar op de toebereidzels
+ten oorlog door den Keizer wierden gemaakt.
+
+Den 28ste van May trokken de Keizerschen, met groote moeite en zwaaren
+arbeid, over het Alpische gebergte, in Tirol, maakende vervolgens in
+Italien een doortogt met de degen in de vuist.
+
+In den jaare 1702, den 19de van Maart, is Willem de derde, Koning
+van Engeland, te Kensington overleden; zynde op de jagt met zyn
+paard gestruikelt, waar door hy het sleutelbeen brak; wordende op
+den 23ste van April daar aan volgende, in de Kapel van Westmunster,
+zonder uiterlyke pracht, begraven. Hy wierd in de regeeringe opgevolgt
+door Prinsesse Anna, Gemaalinne van Prins Georg van Denemarken.
+
+Den 15de van May wierd byna overal de oorlog tegens den Koning van
+Vrankryk gepubliceert.
+
+Den 11 de van Juny, hebben die van Nieumegen, met een groote
+dapperheid, der Franschen hevige aanval, onder den Maarschalk de
+Bouflers, van hunne vestingen afgekeert en te rug gedreven.
+
+Den 16de dito is Keizerszwaard van de Geallieerden belegert en
+ingenomen.
+
+Den 15de van Augusty heeft Prins Eugenius de Franschen met groot
+voordeel by Luzzara geslagen.
+
+Den 8ste van September won Keur-Beyeren Ulm, in Swabenland.
+
+Den 10de dito is Landau de Franschen ontweldigt; als ook den 23ste
+dito Venlo, en den 2de van October Stevenswaart.
+
+Den 7de van October wierd Roermond met geweld door de Geallieerden
+tot overgaaf gedwongen, en den 13de dito is Luyk door de burgers aan
+de Geallieerden overgegeven.
+
+Den 22, 23 en 24ste dito, wierd de Fransche Zilvervloot, by Vigos,
+door de Engelschen en Hollanders bemachtigt, geplondert, verbrand
+en geruïneert.
+
+In den jaare 1703, den 15de van February, is Rhynberg door de wapenen
+des Konings van Pruyssen bemachtigt; en omtrent dezen tyd Traarbach
+door Hessen-Kassel.
+
+Den 8ste van April won de Beyervorst Regensburg.
+
+Den eersten van May wierden de Polen door de Zweden, by Pultouw,
+geslagen: den 10de dito wonnen de Franschen Tongeren, en den 15de
+dito is Bon door de Geallieerden herwonnen.
+
+Den eersten van July geschiede het bloedig gevegt by Eekeren en
+Wilmerdonk, waar in de Hollandsche dapperheid in 't byzonder heeft
+uitgeblonken; onaangezien de Generaal Obdam genoodzaakt geweest is
+naar Breda te vlugten.
+
+Den 25ste dito is de stad Hoey den Franschen ontnomen.
+
+Den 4de van September is Trente door de Franschen gebombardeert,
+en Brizak door hun gewonnen; als mede den 27ste dito Limburg door
+Marlboroug bemachtigt.
+
+Den 14de van October wonnen de Zweden de stad Thoorn.
+
+Den 8ste van December trof een ysselyke zuidweste stormwind, zo
+te water als te lande, Engeland, Vlaanderen, Holland, Friesland,
+en meer aangrenzende gewesten, waar door veele ongelukken gebeurden.
+
+Den 16de dito is de stad Gelder door den Koning van Pruyssen verovert.
+
+In den jaare 1704, in February, wierd Prins Friso in Friesland
+geavanceert; verwekkende dit eenig misnoegen by zommige andere
+Provintien.
+
+In dit zelve jaar, den 27ste van Maart, overleed Menno Koehoorn,
+in 's Gravenhage; zynde lang ziekelyk geweest, en over de 70 jaaren
+oud. J. de Recht heeft op zyn afbeeldzel dit eervaars toegepast:
+
+
+ Ziet hier een Held, beproefd in oorlogsblixem vlammen;
+ Die voor 's Landt Vryheid spreekt uit monden van metaal;
+ Die 't opgezwolle nat door dyken jaagd en dammen,
+ En 's vyands krachten breekt door water, vuur en staal,
+ Den Vriessen Jupiter, die, met zyn donderslaagen,
+ Den Franssen Faëton bonst uit zyn Zonnewagen.
+
+
+Den 2de van July sloeg Marlboroug en Baden, in Beyeren, de Fransche
+en Beyersche krygsmacht, by den Schellenberg; en op den zelven dag
+is Brugge door de Geallieerden ook gebombardeert.
+
+Den 3de dito is door de Geallieerden Donawerth bemachtigt, en den 11de
+dito Regensburg; als mede den 26, 27 en 28ste dito, de stad Namen,
+doch zonder voordeel, gebombardeert.
+
+Den 4de van Augusty heeft de Geallieerden vloot, onder Hessen-Darmstad,
+Gibralter bemachtigt; en den 13de dito hebben de Geallieerden, onder
+de Generaals Marlboroug en Eugenius, de Franschen en Beyerschen by
+Hogstet geslagen; zynde hun verlies wel op 40000 mannen begroot.
+
+Den 18de van November wonnen de Geallieerden, onder den Erfprins van
+Hessen-Kassel, Traarbach.
+
+In den jaare 1705, den 5de van May, overleed te Weenen Keizer
+Leopoldus, oud zynde 65 jaaren; wordende van zynen zoon Josefus in
+'t Keizerryk gevolgt.
+
+Den 5de van September zyn 96 schepen van de Groenlandsche vloot voor
+Delfzyl gearriveert, hebbende in alles gevangen 1100 vissen.
+
+Den 14de van October gaf Barcellona zich aan Koning Karel over. Ook
+is Stanislaus omtrent dezen tyd tot Koning van Polen verklaart en
+gekroont.
+
+In den jaare 1706, den 23ste van May, sloegen de Geallieerden,
+onder Marlboroug, tegens de Franschen, by Ramellies, en bequamen
+een roemruchtige overwinninge; waar op zich verscheidene steden in
+Braband en Vlaanderen hebben overgegeven. Den 6de van July wonnen
+de Geallieerden Oostende: den 22ste van Augusty Meenen; den 5de van
+September Dendermonde; en den 7de dito is Turin door Prins Eugenius
+gewapenderhand ontzet: en den 3de van October is Aath mede door de
+Geallieerden gewonnen.
+
+In den jaare 1707, den 16de van April, leeden de Geallieerden een
+groote neêrlaag in Spanje, by Almanza. Den 20ste van July, heeft
+de stad Napels, met haar drie kasteelen, zich aan Koning Karel
+onderworpen.
+
+In dit zelve jaar, in Augusty, is Johan Willem Friso, Stadhouder van
+Friesland, enz., getreden in zyn chargie als Generaal der Infantery
+of voetknegten. L. Smids, voegde dit onder zyn afbeeldzel:
+
+
+ Als Friesland zag het beeld van Frieso; reeds in 't weezen
+ Oranjes yver en Nassouwers moed kon leezen
+ Zo sprak zy, (drukkende dit konststuk aan haar mond)
+ Wat schooner dag beloofd my zulk een morgenstond!
+
+
+In den jaare 1708, in February, is zyne Hoogheid Jan Willem Friso,
+Prins van Oranje en Nassau, en der Friesen Erfstadhouder, door de
+Edele Groot Mogende de Heeren Staaten van Stad en Lande, tot Stadhouder
+over derzelver Provintie aangenomen.
+
+Den 5de van July is Gent en Brugge door de Franschen ingenomen;
+den 11de dito zyn de Franschen door de Geallieerden, onder Eugenius,
+Marlboroug en Ouwerkerk, by Oudenaarden geslagen.
+
+In Augusty wierd aan Prins Friso het Oppergezach der belegeringe
+van Ryssel toevertrouwt, ondersteunt van Prins Eugenius; en wierd
+dit meesterstuk der krygsbouwkunde by verdrag gewonnen den 22ste van
+October, en 't kasteel den 8ste van December. En den 30ste dito wierd
+Brugge den Franschen weder ontnomen.
+
+In den jaare 1709, den 4de van January, hebben de Franschen de stad
+Gent wederom verlaaten.
+
+Den 29ste van April is zyn Hoogheid Jan Willem Friso, Prins van Oranje
+en Nassau, met Prinsesse Maria Louisa, dochter van den Landgraaf van
+Hessen-Kassel, op het kasteel van Kassel met zeer groote plechtigheid
+getrouwt.
+
+Den 8ste van July wierd de Koning van Zweden, door de Moskovieters,
+in de Ukranie, by Pultowa, ten eenemaal geslagen: den 28ste dito
+is de stad Doornik aan de Geallieerden overgegaan: den 11de van
+September geschiede het wreede en bloedige gevegt der Franschen en
+Geallieerden by Malplaquet: en den 25ste dito wonnen de Geallieerden
+Bergen, in Henegouwen.
+
+In den jaare 1710, den 2de van January, is Prins Friso, nevens zyne
+Gemalinne, te Leeuwarden, met een buitengemeene staatsie ingehaalt. Als
+mede den 18de van Maart te Groningen.
+
+Den 25ste van Juny is Douay door de Bondgenooten verovert: den 28ste
+van Augusty Bethune: den 28ste van September St. Venant: den 8ste
+van November Arien.
+
+In den jare 1711, den 17de van April, is Keizer Josephus te Weenen
+overleden, oud zynde 33 jaaren.
+
+Den 14de van July, op den middag, is zyne Hoogheid, Prins Jan Willem
+Friso, Frieslands en der Groningers Stadhouder, in 't overvaaren van
+'t Hollandsche Diep, aan 't Stryensche Sas, zeer ongelukkig verdronken;
+wordende deszelfs ligchaam door een schipper, van de Klundert komende,
+op den 22ste derzelver maand eerst gevonden en opgevischt, voorts haar
+Dordrecht gebragt, en aldaar gebalsemt, en vervolgens naar Leeuwarden
+gevoert: alwaar het op den 25ste van February 1712 met eene heerlyke
+doch droevige lykstaatie in 't graf zyner Voorvaderen wierd bygezet.
+
+En in hetzelve jaar, den eersten van September, is de Prinsesse van
+Friesland, Weduwe van den Stadhouder, van een Prins bevallen, en
+genaamt Willem Karel Hendrik Friso, zynde de tegenwoordige Stadhouder.
+
+
+
+
+
+
+LANDVERDEELING VAN FRIESLAND.
+
+
+Schoon de aantekeningen van voorgaande Geschiedenissen, zonder
+kennisse der gelegentheid van Landen en Steden, in 't naleezen
+noch nuttig, noch aangenaam kunnen zyn, zo 'er niet iets nevens of
+voor dezelve gemelt word: zo mogen de leezers ook niet met al te
+langwylige verhandelingen derzelve opgehouden worden; dewyl anders
+zo een beschryvinge op zich zelve en hier van afgescheiden vereischt,
+die men de Landbeschryvinge noemt.
+
+Waarom wy, tot verstand van de voorverhaalde Geschiedenissen, hier
+van iets behoevende by te brengen, met een bloote verdeelinge van
+de Landstreek, en een optellinge van Steden en Dorpen in iedere
+afdeelinge, zonder van de beschryvinge iets te mogen aanroeren,
+den eisch der voorgaande bladeren geacht voldaan te hebben.
+
+De Landstreek van deze Provincie word in drie gedeeltens afgedeelt,
+als Oostergo, Westergo en Zevenwouden. In voorige tyden bestond het
+in de twee eersten alleen; die ook elk den naam van een Graafschap
+by zommige Schrijvers hebben gevoert, en mogelijk ook in der daad
+zyn geweest, zonder dat de Wouden als een byzonder deel wierden
+aangemerkt. En zyn zo genaamt naar de Goën of Dorpen, in de Ooster-
+of Westerverdeeling gelegen; en de Wouden, om de veelheid van 't
+geboomte, dat eertyds mogelyk meerder is geweest, als hedendaags: en
+zo wat verlatynt zynde, wierden Estrachia, Westrachia en Forestensis
+genaamt, by de Schryvers in die taal.
+
+Deze Leden worden elk in een getal van mindere verdeelingen
+onderscheiden, die wy Grietenyen noemen, naar de Bevelhebbers van ieder
+gedeelte, die men een Grietman noemt, dat zo veel is als Overheer,
+want gritte, greet, en greut, is groot te zeggen. Elke Grieteny vervat
+een zeker getal Dorpen onder zich, staande onder de regeering van een
+Grietman. De Steden zyn 11 in getal, rustende elk op haar eigen recht;
+maakende te zamen in zaaken van regeering het vierde Lid van Staat. In
+'t optellen van welke Dorpen, doordien zy naar de verscheidentheid
+der byzondere spraaken (dialecten) of anderzins ook verscheiden worden
+genoemt, zo komt in bedenkinge, welke wyze gevoegelijkst mag gevolgt
+worden: want van de benaaminge der zelve zyn zommige gebruikelyk,
+
+1. In de gemeene taal, alleen Buitenpost, Donkerbroek.
+
+2. In de Stadsspraak, als Nyega.
+
+3. In de Landsspraak alleen, als Tjietjerk, Tjaalebird.
+
+4. Gemengd, 1. uit de gemeene Stadsspraak, als Peperga, Lutkepost,
+Nyjenhuis. 2. Uit de gemeene en Landsspraak, als Langewar, Suerig. En
+3. uit Stads- en Landsspraak, als Tserkgaast, Molkweeren.
+
+5. De zelve Dorpen, anders in 't gemeen, als by stedelingen en
+landlieden, als Nieukerk, Nykerk, Nytjerke: Molkweeren, Molkwarren.
+
+6. Naar oude misspellinge, Hyelsum voor Jelsum; Hyaure voor Jaure of
+Joure; en Greonterp voor Grien of Groenterp.
+
+7. In verkorting, als Birdaard voor Birdewerd, Oestrum voor Eestroom,
+Raard voor Raawerd, enz.
+
+Waar op het wel billyk is, dat men in een schrift, in de gemeene taal
+geschreven, als dit tegenwoordige, ook hier de naamen der Dorpen
+in die zelve taal zoude stellen: doch nochtans hier niet vry staat
+omtrent eenigen, als die haar oorsprong uit de byzondere spraaken
+hebben, gelyk Tserkgaast, Adegae en Molkwarren: voor welke men
+(hoewel mogelyk in gelyke zin, doch ongerymt) zou zeggen, Kerkburg,
+Ouddorp en Melkfennen. Even ongerymt zoudenze alle in de Stads- of
+Landsspraak gestelt worden: en geheel overtollig in die alle te gelyk.
+
+Daarom hebben wy geacht dezelve veilig te mogen gebruiken, naar
+de uitspraak die in de gemeene wandeling meest omgaat. Gelyk wy
+zien dat in de Saxische bedeelinge, (achter dien Hertogs Wetten,
+in die tyden gedrukt) en ook by Winsemius, Schotanus en anderen,
+geen eenerlei wyze is gehouden.
+
+
+
+
+
+I. OOSTERGO.
+
+
+Hierin zyn twee Steden gelegen, als Leeuwarden en Dokkum. 't Word
+verdeeld in 11 Grietenyen.
+
+I. Leeuwarderadeel, heeft 14 Dorpen. 't Word in 3 Trindels of
+derdendeelen afgedeelt. 1. 't Middeltrindel, is onder de klokslag
+van Leeuwarden. 2. Zuidertrindel, Wirdum, Swichchum, Goutum, Huizum,
+Hempens en Teerns. 3. Noordertrindel, Steens, Finckum, Hyjum, Britsum,
+Kornjum, Jelsum, Lekkum en Meedum.
+
+II. Ferwerderadeel, heeft 11 Dorpen, als, Ferwert, Hoogebeintum, Blyje,
+Hallum, Marrum, Nykerk, Wanswert, Geenum, Jeslum, Reisum en Lichtaard.
+
+III. Westdongeradeel, heeft 14 Dorpen, als, Holwert, Tennaard, Wierum,
+Nes, Hantumhuizen, (Raad, Bierum, Medent, Germerhuizen, Nyjenhuis,
+zynde Gebuurten, maakende eene stem,) Jaure, Betterwird, Bornmerhuizen,
+Bornwert, Raard, Foudgum, Brantgum en Waaxens.
+
+IV. Oostdongeradeel, heeft 13 Dorpen, als, Anjum, Engwierum, Ee,
+Jouswier, Oestrum, Aalsum, Wetsens, Nyjewier, Nykerk, Paasens,
+Ljuessens, Morre en Metselwier.
+
+V. Kollumerland, heeft 6 Dorpen, als, Kollumerswaag, Westergeest,
+Oudwoude, Kollum, Lutkewoude of Ausbuer en Buerom.
+
+VI. Achtkarspelen, heeft 8 Dorpen, als, Surhuizen, Austynsga,
+Harkma-opeinde, Droogeham, De Kooten, Op 't Wyzel, Buitenpost en
+Lutkepost.
+
+VII. Dantumerdeel, heeft 12 Dorpen, als, Driesum, Wouterswoude,
+Dantumerwoude, Murmelwoude, Akkerwoude, Rinsmageest, Sybrandahuis,
+Janum, Birdaard, Roodkerk, Feenwouden en Swaagwesteinde.
+
+VIII. Tjietjerksterdeel, heeft 14 Dorpen, als, Wyns, Oudkerk, Oenkerk,
+Giekerk, Ryperkerk, Tjietjerk, Suwoude, Hardegaryp, Bergum, Eestrum,
+Oostermeer, Sumeer, Garyp en Eernwoude.
+
+IX. Smallingerland, heeft 7 Dorpen, als, Oudega, Nyjega, Opeinde,
+Noorderdrachten, Suiderdrachten, Kortehem en Bornbergum.
+
+X. Idaarderdeel, heeft 8 Dorpen, als, Idaard, Æaegum, Roodahuizum,
+Friens, Grou, Warrega, Warstiens en Wartena.
+
+XI. Rawerderhem, heeft 6 Dorpen, als, Rawerd, Yrnsum, Poppingawier,
+Tersool, Sybrandabuert en Deersum.
+
+
+
+
+II. WESTERGO.
+
+
+Hier in zyn 8 Steden, namentlyk, Bolswert, Franeker, Sneek, Harlingen,
+Staveren, Workum, D'r Ylst en Hindeloopen. 't Word verdeelt in
+9 Grietenyen.
+
+I. Menaldumerdeel, heeft 12 Dorpen, als, Menaldum, Berlikum, Wier,
+Beetgum, Englum, Marsum, Deinum, Boxum, Blessum, Dronryp, Schingen,
+Slappeterp en 't Klooster Anjum.
+
+II. Franekerdeel, heeft 11 dorpen, als, Tjum, Hitsum, Achlum, Midlum,
+Herbaajum, Doenjum, Boer, Ried, Peins, Sweins en Schalsum.
+
+III. Barradeel, heeft 8 Dorpen, als, Minnertsga, Firdgum, Tjiemaarum,
+Oosterbierum, Sixbierum, Pytersbierum, Winaldum, Almeenum, nu meest
+binnen de muuren van Harlingen, daar het haare stem heeft in de Kerk,
+en 't Klooster Lidlum.
+
+IV. Baarderdeel, heeft 16 Dorpen, als, Jorwert, Weidum, Mantgum,
+Schillaard, Oosterwierum, Bozum, Wiewert, Britsert, Oosterlittens,
+Winsum, Baard, Huins, Lyons, Hilaard, Jellum en Beers.
+
+V. Hennaarderdeel, heeft 12 Dorpen, als, Hennaard, Ytens, Lutkewierum,
+Oosterend, Hidaard, Wommels, Waaxens, Kubaard, Wielsryp, Baajum,
+Spannum en Eedens.
+
+VI. Wonzerdeel, heeft 27 Dorpen, als, Aarum, Allingwier, Burgwert,
+Kornwert, Dedgum, Exmorre, Engwier, Ferwoude, Greonterp, Gaast,
+Hartwert, Hichtum, Hiezlum, Idzegahuizen, Kunswert, Ruigelollum,
+Longerhou, Makkum, Pinsum, Parrega, Pyaam, Schettens, Schraad, Suerig,
+Tjerkwert, Witmaarsum en Wons.
+
+VII. Wymertser- of Wymbritserdeel, heeft 28 Dorpen, dezelve worden
+aangeteekent, als, Buitendyks: Oppenhuizen, Uitwellingerga, Jortryp,
+Hommerts, Smallebregge, Woudseind, Ypekolsga, Indyk, Heeg, Gasmeer,
+Nyjehuis, Santfirde, Oudega en Idzega. Binnendyks: Oosthem, Abbega,
+Westhem, Wolsum, Nyland, Folsgaare, Tjaalehuizen, Ysbrechtum, Tirns,
+Scharnegoutum, Goinga, Looienga, Gaau en Offingawier.
+
+VIII. Heemelumer Oudephert en Noordwoude, heeft 9 Dorpen, als,
+Heemelum, Koudum, Warns, Scharl, Molkwarren, Oudega, Nyjega, Elahuizen
+en Kouderwoude.
+
+IX. Het Bilt, heeft 3 Dorpen, als, St. Japikskerk, St. Annekerk en
+L. Vrouwenkerk.
+
+
+
+
+
+III. ZEVENWOUDEN.
+
+
+Hier in legt de Stad Slooten alleen. 't Word verdeelt in 10 Grietenyen.
+
+I. Uitingerdeel, heeft 6 Dorpen, als, Oudeboorn, Nes, Akrum, Terhorne,
+Terkaple en Akmaryp.
+
+II. Engwerden, heeft 4 Dorpen, als, Gersloot, Tjaalebird, Luinjebird,
+Ter Trebant met Bansterschans, en noch een gedeelte van 't Vlek
+Heerenveen.
+
+III. Doniawerstal, heeft 14 Dorpen, als, Goingaryp, Broek, Austerhaule,
+Nyjega, Oudouwer, St. Niklaasga, Doniaga, Tserkgaast, Itskenhuizen,
+Leegemeer, Ter Oele, Indyken, Langweer en Bornswaag.
+
+IV. Hasscherland, heeft 6 Dorpen, als, Westermeer, Snikswaag,
+Hasscherdyken, Nyjehassche, Oudehassche en Hasscherschorne.
+
+V. Schooterland, heeft 18 Dorpen, als, Hornsterswaag, Jubbega,
+Schuerega, Oudehorn, Nyjehorn, Katlyk, Brongerga, Nybrongerga,
+Melledam, Oudeschoot, Nyjeschoot, Rottum, St. Jansga, De Kleinegaast,
+Haule, Roehel of Nyjega, Delfstrahuizen, Oudega en Uitdyken, en een
+groot deel van 't Vlek Heerenveen.
+
+VI. Lemsterland, heeft 5 Dorpen, als, Lemmer, Eesterga, Follega,
+Oosterzee en Echten.
+
+VII. Gaasterland, heeft 7 Dorpen, als, Wykel, Sundel, Nyjemardum,
+Oudemardum, Mirns, Haarig, Ruigehuizen en 't Vlek Balk.
+
+VIII. Upsterland, heeft 13 Dorpen, als, Beets, Beetsterswaag,
+Olterterp, Uereterp, Sygerswoude, Duerswoude, Wynjeterp, Hemryk,
+Loppenhuizen, Wispel, Korteswaag, Langeswaag en Luxwoude.
+
+IX. Stellingwarf-Oosteinde, heeft 10 Dorpen, als, Oudeberkoop,
+Nyjeberkoop, Makkinga, Donkerbroek, Haule, Oosterwoude, Fochtele,
+Appelsche, Langedyk en Elsloo.
+
+X. Stellingwarf-Westeinde, heeft 20 Dorpen, als, Beuil, Noordwoude,
+Finkinga, Steggerden, Peperga, Blesdyk, Nyjehoutpade, Oudehoutpade,
+Wolvega, Sonnega, Oudetryne, Nyjetryne, Spangen, Scherpenseel,
+Munnekebuuren, Oudelemmer, Nyjelemmer, Nyjehoutwoude, Oudehoutwoude
+en Ter Idsert.
+
+
+
+ Geschreven in slaavernye, en gegeeven
+ in April, in 't Jaar
+ onzes Heeren
+ 1678.
+
+
+
+
+
+
+
+BIJVOEGSELS EN AANTEEKENINGEN.
+
+
+Bladz. 2.
+
+
+Van den alouden staat onzer Provincie kan geene naauwkeurige
+beschrijving worden gegeven, daar er niets dan onzekere berigten en
+velerlei uiteenloopende gevoelens tot ons zijn overgekomen. Op eenigen
+goeden grond echter mag men besluiten, dat omstreeks de vijfde eeuw
+onzer jaartelling Friesland zich van Vlaanderen tot de Elve heeft
+uitgestrekt, en hetzelve noordwaards den Eiderstroom tot grensscheiding
+had, waardoor dan ook de kustbewoners aan deze rivier, nog heden
+ten dage van den naam des Lands, dien van Strandfriezen dragen. Dat
+Vlaanderen tot Friesland behoord hebbe, zoo als meermalen is beweerd,
+valt zeer te betwijfelen, want aldaar was de grensscheiding.
+
+Onder Koning Radboud I, en later nog ten tijde van Karel den Groote,
+vinden wij de uitgestrektheid van dit Gewest van het land van Katzand
+af, tusschen de rivier Sincfal of Zwene (de Suin of Zwin) bij Sluis
+[105], tot aan de Elve: de Waal scheidde het van het gebied der
+Franken af en de Wezer was tot oostelijke grenspaal gesteld. Al de
+landen dus aan de oevers der Noordzee, van het Hertogdom Bremen tot
+aan Vlaanderen, maakten het oorspronkelijk en overwonnen gebied der
+Friezen uit: het oorspronkelijk of oud Friesland lag tusschen de Eems
+en het Vlie langs de Noordzeekusten. Van de Eems tot den Wezer en aan
+geene zijde van het Vlie, met een groot deel binnenlands tot aan het
+Zwin, was overheerd land. Ook de eilanden tot den mond van de Eems
+behoorden den Friezen, doch geenszins Helgoland, zeer verkeerdelijk
+voor Radbouds zetel gehouden.
+
+Weinige jaren voor 's Heilands geboorte, werden de Friezen, tusschen
+de Eems en het Vlie wonende, de Groote Friezen, en die tusschen het
+Vlie en den Rijn de Kleine Friezen genaamd. De eersten bewoonden
+dus gedeelten van Gelderland, Overijssel, Drenthe en het Gooiland,
+alsmede de streken beoosten de Zuiderzee en de rivier Flevo tot aan
+de Eems toe: de laatsten een gedeelte van Rijnland, Kennemerland,
+Amstelland en Noord-Holland. Daarna werden deze West-Friezen en gene
+Oost-Friezen geheeten. Een aantal kleine volken van Germaanschen en
+Gallischen of Frankischen oorsprong hadden de Friezen tot naburen.
+
+Te dien tijde, eenige jaren namelijk voor Christus geboorte, toen
+de Opperbevelhebber Claudius Drusus Nero, stiefzoon van den Keizer
+Augustus, ook Friesland onder de magt der Romeinen wilde brengen, lag
+tusschen West-Friesland (Noord-Holland) en het tegenwoordig Friesland
+het groote meer Flevo. Het Graafschap Staveren beoosten het Vlie,
+wiens uitwatering eerst tusschen Texel en Vlieland, daarna tusschen
+Vlieland en Terschelling plaats had, paalde aan Noord-Holland. Het
+eiland Flevo, door de verdeelde armen van het Vlie omvat, lag ter
+plaatse alwaar nu de zandplaat Bree-sand zich bevindt. Uitgestrekte
+bosschen lagen in den omtrek der stad Staveren, thans allen in zee
+verzwolgen. De kleine rivier de IJssel liep in 't meer Flevo, hetwelk
+na de door Drusus gemaakte vereeniging van den Rijn met den IJssel,
+door verschillende stroomen zich in de Middelzee ontlastte [106]. Deze
+zee besloeg een groot deel van het noorden der Provincie, scheidende
+Oostergo en Westergo, haren loop nemende door de Grietenijen Barradeel,
+Idaarderadeel, Hennaarderadeel, Rauwerderhem tot in Wijmbritseradeel,
+eindigende bij Bolsward en Sneek. Bij de stad Uitgong, welligt nabij
+Berlikum had zij hare uitwatering in de Wadden, en voorts tusschen
+Terschelling en Ameland in de Noordzee.
+
+Wij geven geene meer bepaalde beschrijving van den alouden staat der
+Provincie, maar verwijzen den Lezer tot de breedvoeriger behandeling
+hiervan te vinden in Winsemius, Schotanus, Emmius, F. Sjoerds,
+bijzonder het kort overzigt in den Tegenwoord. Staat van Friesland
+I deel, en over de Groote en Kleine Friezen de Aanteekeningen van
+Siccama op de Lex Frisionum pag. 137 seq. Men vergelijke hierbij
+hetgeen door den heer Westendorp in zijn Jaarboek van en voor de
+Provincie Groningen, en door Bilderdyk in het 1 deel van zijne
+Geschiedenis des Vaderlands (bepaald op bl. 18 en 251 volgg.) met
+betrekking tot de oude Historie is geboekt:--als ook de Geschiedenis
+der Nederlandsche Taal van den Hoogleeraar A. Ypeij, II. 106,
+die aldaar en elders belangrijke bijvoegsels geeft tot den alouden
+staat van Friesland betrekking hebbende.--Over de Middelzee, hare
+grenzen en uitgestrektheid bevelen wij zeer aan de Bijdragen tot de
+Geschiedenis der voormalige Middelzee in Friesland, door P. Brouwer
+Pz. en W. Eekhoff [107]. Zie voorts de Inleiding van mijn Tafereel van
+den Watervloed in Friesland. Wij voegen hierbij nog de aanmerking, ook
+door anderen gemaakt, van den Ridder Scheltema, voorkomende in zijne
+als nog onuitgegevene Geschiedenis der Zuiderzee, dat in vorengemelden
+tijd welligt het Gooiland in Holland en Gaasterland in ons Gewest
+aaneengehecht waren, verdienende het bijzondere opmerking dat de
+grondgesteldheid gelijk is, en aan beide zijden de einden van eene
+hooge aardrigchel, in Holland de Muiderberg en bij Staveren het Klif,
+aanwezig is; even als de afgebrokene en tegen over elkander liggende
+Krijtbergen in Frankrijk en Engeland zouden bewijzen dat eertijds
+hier geene scheiding bestond. Waarschijnlijk stroomde er toen nog
+geen zout water binnen den kreits der duinen van Terschelling af tot
+aan den uitloop der Maas.--Belangrijke opmerkingen deelt de kundige
+F. Arends ons mede in zijne Geschiedenis der Noordzeekusten, in welke
+hij de veranderingen beschrijft, welke die kusten door stormvloeden,
+gedurende een tijdvak van tweeduizend jaren hebben ondergaan [108].
+
+
+Bl. 2.--Ao 313.
+
+Wat betreft de heerschappij der Prinsen, Hertogen en Koningen
+over Friesland, van den jare 313 voor Christus geboorte tot 773 of
+775 jaren na dezelve, waarvan de korte beschrijving in de eerste
+drie hoofdstukken dezer kronijk begrepen is, daarin komt zeer veel
+onwaarschijnlijks en fabelachtigs voor, zoodat wij niet gaarne op het
+gezag van deze en andere Geschied- en Kronijkschrijvers alles voor
+goede munt zouden aanprijzen: alles evenwel te verwerpen, gelijk ook
+door Friesche Schrijvers-zelve geschied, is evenmin raadzaam. Men leze
+en overwege hier naauwkeurig wat de geleerde Baron thoe Schwartzenberg
+en Hohelansberg, in de uitmuntende Voorrede voor zijn Charterboek
+(vooral I. D. bl. 16 en 17), een geschrift, even nuttig als het
+boek-zelf, op dit punt zegt, en aan wiens gevoelen wij eene hooge
+waarde hechten. Het was voor den geleerden Emmius en in navolging
+van hem voor Foeke Sjoerds en den schranderen van Rhyn, die evenwel
+hier en daar niet zoo gestreng is, niet moeijelijk, het gezag van
+andere Schrijvers te verwerpen, en, wat niet met krachtige bewijzen
+gestaafd konde worden, voor fabels te verklaren. Maar men brenge ook
+de meeningen van den Baron van Schwartzenberg ter toetse, en het lijdt
+geen' twijfel, of de oordeelkundige Lezer zal, even als wij, tot de
+uitkomst moeten komen, dat het gevoelen der eerstgemelden aan gewigtige
+tegenbedenking is onderworpen. Het groote en altijd herhaalde argument,
+waarom wij toch zoo weinig bij de Romeinsche Schrijvers van alles,
+wat de kronijken bevatten, vinden, zal toch wel niet als voldoende
+kunnen worden beschouwd:--dan het is hier niet de plaats, daarover
+verder uit te weiden, liever willen wij hier invoegen wat de zeer
+verdienstelijke Oudheidkundige N. Westendorp, in zijn Jaarboek van
+en voor de Provincie Groningen (I. 21 volgg.), op dit onderwerp zegt:
+
+»De Vriesche jaarboeken beginnen de lijst der Vriesche koningen en
+vorsten reeds van vóór den tijd van 's Heilands geboorte af. Alhoewel
+wij ons geenszins met zekerheid op de berigten dezer verzamelaars,
+ten aanzien dier opvolgingen, durven en willen verlaten; nogtans
+deelen wij gansch niet in de twijfelzucht van Emmius en van anderen,
+welke hem gevolgd zijn. Vooreerst zijn er geene redenen, om zoo
+ten eenenmale de geloofwaardigheid van Cappidus Staurensis, geleefd
+omtrent 920, van Occo Scharlensis, welke begon te schrijven in 903 en
+zulks vervolgde tot 970, van Johannes Vlieterpius, Schrijver van den
+potestaat J. H. Martna en der gemeene Landsregteren, die Occo's kronijk
+grootendeels uit het H. S. vertaalde en hier en daar vermeerderde
+(1370), van M. Alvinus (1400), van Andreas Cornelius, overleden te
+Harlingen in 1589, van Corn. Kempius (1588), van Vorperus Taboritha,
+Suffridus Petri, Mart. Hamconius (1624), van Bernh. Gerbr. Furmerius
+(1613), en van meer anderen, te verwerpen. Trouwens de Vriezen
+hadden weleer hunne barden en bardengezangen: zoo hoorde nog de
+bisschop Ludger, eenen Vrieschen bard de daden der vroegere tijden
+bezingen. Andr. Cornelius is ook in mijn oog een achtingwaardig
+Schrijver. Deze verhaalt in de voorrede van zijn werk, dat Vlieterp
+in eene zeer lange voorrede berigtte, dat Occo Scharlensis in de
+voorrede van zijn werk in het breede had ontvouwd, hoe zijn oude oom
+Solcko Forteman het leven der Vriesche koningen, prinsen en heeren,
+die van het begin af in Vriesland hadden geregeerd, ten tijde van den
+laatsten Vrieschen koning Radbod naauwkeurig beschreven had: over welk
+geschrift hij door dien koning zeer was vervolgd geworden. Schoon nu
+dit opstel te dien tijde op koninklijk bevel was verbrand geworden,
+nogtans waren al zijne overgeblevene schriften en boeken in handen
+van Occo gekomen, door middel van Gatje Takama (zijnen vader), welke
+er vele fragmenten en schoone stukken betrekkelijk Vriesland onder
+gevonden had. Deze schat bewoog hem, om alles te verzamelen, wat
+overgebleven was, en wat hij wist. Volgens getuigenis van Suffridus
+Petri, zouden de bouwstoffen tot het werk van Alvinus uit zoodanige
+oude liederen genomen zijn. Daarenboven heeft S. Petri toegang
+gehad tot alle kloosterkronijken en kloosterpapieren van Vriesland,
+waardoor hij in de gelegenheid was, om meer ontwaar te worden dan
+anderen. Ook vinden wij er geene de minste tegenstrijdigheid in, dat
+de Vriezen, even gelijk de Kymry in Wallis en de Galen in Ierland,
+hunne geschiedenis aan de bardenorde toevertrouwden, en dat deze
+ook hunne Taliesins gehad hebben. Bij de Kymry en de Ieren zijn
+deze liederen nog grootendeels behouden, en dalen mede tot vroegere
+tijden terug. De Vriesche berigten, hoezeer vermengd met dichterlijke
+bijvoegselen en met aanvullingen van verschillenden aard, verdienen
+waarlijk de aandacht van onderzoeklievende mannen" [109].
+
+Betrekkelijk den oorsprong der Friezen vinden wij bij Grieksche noch
+Romeinsche Schrijvers eenige voldoende berigten, uit hoofde zij hun
+gezag van den aanvang niet in deze oorden gevestigd hebben. Over
+de benaming en aanvankelijke regeringsvorm zijn ook verschillende
+meeningen te berde gebragt. Het gevoelen ten dezen van den heer
+Mr. A. van Halmael Jr. ook het onze zijnde, nemen wij hier over,
+hetgeen in zijn beknopt Overzigt der Friesche Geschiedenis [110]
+is vermeld:
+
+»De oorsprong van de namen Friezen en Friesland heeft met dien van vele
+andere volkeren en landen dit gemeen, dat hij hoogst onzeker is. Even
+onzeker schier is het te bepalen, op welke wijze het land in de oudste
+tijden is geregeerd geworden; of er één enkel persoon aan het spits
+der regering stond, en zoo ja, welken naam hij droeg. Ook naar de
+uitgestrektheid van het land, hetwelk den naam van Friesland droeg,
+en naar de gedaante van hetzelve, kan men weinig meer dan gissen."
+
+»Het komt ons echter, wat het eerste betreft, niet onwaarschijnlijk
+voor, dat de naam van Friezen niet anders dan vrijen heeft beteekend,
+welken naam dat gedeelte der Germaansche of Duitsche volkeren,
+hetwelk het eerst Friesland tot woonplaats verkozen heeft, zal hebben
+aangenomen, ten einde zich daardoor te onderscheiden van andere
+stammen, die misschien minder naijverig waren op hetgeen zij Friezen
+verstonden onder vrijheid,--volkomen onafhankelijkheid van allen,
+die niet tot hunnen eigenen stam behoorden, of tot de genen welke
+zij daarin goedvonden aan te nemen" [111].
+
+»Wat der Regering betreft, één persoon schijnt aan het hoofd der
+Friezen gestaan te hebben; niet evenwel zonder, in openlijke
+aangelegenheden, den raad der Wijsten, dat is Oudsten zijner
+landgenooten, in aangelegenheden van algemeen belang, de meening van
+het geheele volk ingenomen, en dien van de meerderheid gevolgd te
+hebben. Het komt ons wijders niet onaannemelijk voor, dat die ééne
+persoon, meerder uitvoerder van 's volks wil dan eigenmagtig gebieder,
+maar ook in de uitvoering ongebonden, den naam van Koning droeg,
+welken naam wij, naar de afleiding des woords, meenen aangeduid te
+hebben: den eersten man van het eerste (d. i. mannelijk) geslacht,
+eens heerschenden volks."
+
+»Daarmede willen wij echter niet geacht worden, de geheele rij
+der zeven eerste Koningen (in kronijken Prinsen genoemd), der zeven
+Hertogen en der negen, dezen wederom vervangen hebbende Koningen, welke
+alle door onze kronijkschrijvers met name genoemd worden, te erkennen."
+
+»Ook gelooven wij niet dat de oppermagt der Vorsten erfelijk was,
+althans niet in de eerste tijden, hoewel meestal de zoon eens konings,
+over wiens bewind het volk tevreden was, hem zal opgevolgd zijn."
+
+
+
+Er bestaan over den oorsprong des Frieschen volks eenige overleveringen
+en sagen uit den overouden tijd, in welken de geschiedkundige waarheid,
+met de noodige versierselen en verdichtselen, werd gehuld en bewaard
+gebleven is: jammer maar dat het en door den geest der vroegere
+tijdperken, en door de wijze der overlevering zoo moeijelijk is
+geworden waarheid en fabel van elkander te schiften. Alles komt
+echter op dit punt neder, dat de Friezen geene aborigenes, dat is
+inboorlingen van Friesland waren, maar over zee naar deze landstreken
+waren aangekomen om dezelve te bevolken [112]. Wij willen kortelijk uit
+de geschiedenis enigen dier sagen en volksvertellingen bijeenverzamelen
+en mededeelen, dewijl onze kronijk slechts van eene enkele gewaagd.
+
+Naar het gevoelen van Joachim Hopper zouden de Friezen afkomstig zijn
+van de Hijperboreische volkeren, van wien zij hunne taal, godsdienst
+en zeden hadden ontvangen [113].
+
+Cornelius Kempius verhaalt dat een Karthuizer, genaamd Reinerus de
+Friezen deed afstammen van een aantal Joden, die door Vespasianus
+na de inneming: van Jeruzalem in 't leven gespaard, uit het Joodsche
+land verdreven en herwaarts in ballingschap gezonden waren. »Doch de
+goede man (zoo zegt Van Rhyn [114]) moet Tacitus en andere schrijvers
+niet gelezen hebben, die hem zouden onderricht hebben, dat de Vriezen
+hier al woonden omtrent de tijden van Christus,"--dus voor Jeruzalems
+verwoesting [115]. Deze overlevering hoorde ook bij de oude Pruissen
+te huis, wier voorouders door Salmanzar uit het Joodsche land waren
+verdreven [116].
+
+Van Frankischen oorsprong schijnt navolgende sage door Joannes
+Trithemius, in navolging van Hunibaldus, geboekt in zijne geschiedenis
+der Frankische koningen. Frisius was de zoon van koning Coglio;
+deze werd met toestemming aller Franken Koning van Friesland, doch
+aan deze keus verbonden zij de voorwaarde, dat hij en alle zijne
+opvolgers met hunne onderdanen onder de Franken zouden staan, en tot
+schatting jaarlijks tweehonderd en zestig koeijen leveren: daarenboven
+waren zij verpligt als getrouwe vrienden en bondgenooten der Franken,
+dezen in alle oorlogen bij te staan. De Friezen nu zouden, volgens
+het beweerde van verschillende schrijvers [117], van dezen Koning den
+naam gekregen hebben. Ook dit verhaal wordt door de geschiedschrijvers
+van lateren tijd verworpen, daar de Franken toen nog niet als magtig
+volk zouden hebben bestaan, maar eerst driehonderd jaar na Christus
+geboorte.--Het is echter vrij zeker, dat het Frankisch gezag reeds
+zeer vroeg bij de Friezen heeft geheerscht; zelfs de benaming dezer
+beide volken wordt vaak verwisseld. Deze geheele sage zal echter van
+later dagteekening zijn dan anderen [118].
+
+Hubertus Thomas, een Luikenaar, schreef een boek over de Tongren en
+Eburonen, waarin hij met kracht van redenen betoogde, dat de Friezen
+uit de oude Phrygeers of Trojanen herkomstig waren, welk gevoelen ook
+anderen aankleefden [119]. Grunus, een voornaam Trojaan onder hen, had
+Groningen gebouwd, het gewest Frisia en dus het volk met den naam van
+Friezen gedoopt. Vierhonderd drie en dertig jaren voor Christus waren
+deze Trojanen, onder Marcomir, in Duitschland bij de Saksen gekomen en
+naar den zeekant afgezakt [120]. Tot een vernuftig bewijs van zijne
+stelling brengt Thomas bij, dat het stedeken Ylst niet Elostum, zoo
+als sommige Latijnen zeggen, maar Iliacum, dus genaamd naar Ilium,
+heeten moet, en dat Aschendorp in Groningerland, naar den befaamden
+Ascanius ook den naam Ascania heeft gedragen.--Dit verhaal schijnt
+van Oud-Duitsche geboorte te zijn [121].
+
+Eggerik Beninga beschrijft in zijne Oost-Friesche Kronijk [122]
+den oorsprong der Friezen ook op deze wijze. Ten tijde dat Samuel
+regter over de kinderen Israels was, nadat de wereld 2860 jaren had
+gestaan, was er een koning van Assyrien, Diedictus genaamd, wiens
+gemalinne Albiona bij het volk in kwaad geruchte stond. Op zekeren
+tijd liet zij alle hare zusters, twee en dertig in getal, en allen aan
+koningen, vorsten en groote heeren door den echt verbonden, bij zich
+komen, en, zich niet langer door hare mannen willende laten regeren,
+sloten zij in 't geheim een verbond, dat elk zijnen echtgenoot zou
+om het leven brengen en dan zelve het bestuur in handen nemen. Maar
+de zamenzwering werd ontdekt en tot straf werden de 32 zusters,
+met al de medepligtigen, in een schip zonder roer en zeilen gezet
+en zoo voor wind en stroom aan de willekeur der woeste golven prijs
+gegeven. Na lang omzwervens kwamen zij ten laatste aan een onbewoond
+eiland, hetwelk zij, naar den naam der oudste zuster Albion noemden
+en langen tijd bewoonden. Uit deze zusters werd het groote en wreede
+reuzengeslacht geteeld, dat door Brutus is verslagen en op de vlugt
+gejaagd, welke vlugtelingen de Noordzee opstevenden en naar een
+nieuw vaderland zochten. Dus aan de Friesche kust gekomen, namen zij
+dit land ten deele met geweld in, en zetten zich er neder. Brutus,
+nu Heer van Albion, herdoopte het eiland in Brutannien en liet de
+stad Londen bouwen, dan ook hij werd op zijnen tijd weder verdreven
+door het geweld der Friesche koningen Engistes en Horses.--Zoo ver
+Beninga.--In Westendorp's Kronyk wordt verhaald, dat de gevlugte
+reuzen, bij hunne aankomst aan den Frieschen wal, onvermoeds door
+de ingezetenen des lands verdreven zijn, de Maas zijn opgevaren en
+Slavenburg hebben gesticht.--Zoodat volgens dit verhaal dan reeds
+het land bevolkt was [123]. Deze overlevering schijnt op de Kelten,
+de oudste bewoners van Brittannien te slaan.
+
+In bijna al de geschied- en kronijkschrijvers, zoo als ook in de onze,
+vinden wij de volks-overlevering, welke ook in den Frieschen geest
+geheel gestemd is, van de overkomst der drie gebroeders Saxo, Bruno en
+Friso [124] vermeld, en wel van verschillenden vorm en inhoud. Vooral
+wat betreft de afkomst van den stamvader Friso, daarover is een groot
+verschil. De een maakt hem tot een Jood, de ander tot een Macedonier,
+velen tot een Indiaan. Sommige oude schrijvers hebben de waarheid van
+deze overlevering niet alleen niet in twijfel getrokken, maar die
+tegen anders denkenden met hand en tand verdedigd. B. Furmerius en
+vooral Suffridus Petri hebben zelfs, (de laatste in zijne Apologie)
+Ubbo Emmius en anderen, die dit verhaal voor eene fabel verklaarden,
+voor dwarsdrijvers, slechte recensenten en vijanden des vaderlands
+verklaard. Andere Friesche schrijvers, even als Emmius, verwerpen het
+ook geheel, maar de meesten zijn ook getrouwe navolgers, ja zelfs
+naschrijvers en napraters van Emmius, die als de God der Historie
+werd aangebeden. Het valt niet te ontkennen, dat zijn geschiedboek
+groote waarde heeft, doch ook onvoorwaardelijk in zijne twijfelzucht
+te berusten is niet het veilig midden kiezen.
+
+Uit hoofde men deze sage overal vindt, zullen wij dezelve in zijn
+verband niet herhalen, evenmin als de geschiedenis der zeven zonen
+van den Frieschen Aartsvader Friso, die de volkplanters in Jutland,
+Hessen en Schotland zijn geweest. Men vindt een beknopt verhaal
+hiervan in het Nabericht op Vriesland van van Rhyn [125], dat altijd
+waardig is gelezen en herlezen te worden. Daarin wordt ook vermeld
+hoe de West-Friezen, Keulenaars, Frisiabonen of Nieuwe Friezen,
+Zwitsers en Graubunders, Franken, Strand-Friezen en Eiderstedders,
+uit de oude Friezen zouden herkomstig zijn; terwijl zij ook in
+Oud-Engeland of Brittannien, Ethiopien en Chili in Amerika, zich
+zouden hebben voortgeplant. Van de vermelding ten tweede male der
+Helvetiers of Zwitsers uit de Friezen gesproten [126], ten tijde van
+den Potestaat Magnus Forteman is eene geheel verschillende lezing
+in de Corte Chronyck van Sybe Jarichs [127], welke zegt, dat de
+Friezen die onder Forteman tegen de Romeinen waren opgetrokken, op
+den terugtogt ten deele in Lombardijen en Italien metter woon waren
+gebleven, door een hoop volks meestal gedood werden, zoodat er maar
+weinigen ontkwamen. Dezen nu zwierven op bergen en in dalen rond,
+tot dat zij in Zwitserland gekomen, aldaar zich huizen hebben gebouwd
+en een gedeelte lands bevolkt.
+
+Menso Alting beweert, dat de Friezen van een en dezelfde afkomst zijn
+als al de Overrijnsche volkeren. Het voorgeven, dat zij uit Phrygien,
+of de Indien herwaarts zijn gekomen, acht hij voor zottengeklap en eene
+lange reeks van leugens [128]. Hoezeer eene geheele vergelijking van al
+het geschrevene over dit onderwerp, met een naauwkeurig oordeelkundig
+onderzoek gepaard, een moeijelijke arbeid ware, en hoe bezwaarlijk
+men ook welligt meerder licht in dezen ontvangen zou, was echter de
+beproeving daarvan, en eene wijsgeerige beschouwing van alle nog
+voorhanden zijnde werken en geschriften der moeite overwaardig en
+een zeer verdienstelijk werk. Er is nog zoo veel aanwezig, geschikt
+tot bruikbare bouwstoffen, hoezeer dan ook de vernielingswoede vele
+belangrijke Charters voor altoos hebbe vernietigd, ja zelfs vele
+gedenkstukken der oudheid door zorgelooze onnoozelheid het droevig lot
+hebben moeten ondergaan van over de zeepalen te worden geworpen, en
+welligt hun graf hebben gevonden in de diepte dier golven, welke over
+de verzonken grondvesten der aloude Friesche Koningsstad henenrollen,
+even als of men ook de laatste getuigen des voorvaderlijken roems in
+hetzelfde graf voor eeuwig wilde begraven. Wenschelijk ware eene meer
+algemeene belangstelling in het lot der Historie en in den goeden wil
+dier Schrijvers, welke zonder zelfverheffing of eerbejag slechts hun
+vaderland en de wetenschappen willen dienen, wier doel en handeling
+niet door gloeijende eerzucht of geldgewin worden bestuurd.
+
+Wij willen hiermede over alles wat den oorsprong der Friezen betreft
+afstappen [129].
+
+
+
+Het ligt geheel buiten ons bestek, alles te verzamelen en te vermelden
+wat door de geschiedschrijvers al niet geboekt, geoordeeld en gegist
+is over het hoogst onzekere tijdvak van de eerste bewoners dezer
+Friesche landen, tot op de geboorte van Christus Dit behoort tot
+eene volledige Geschiedenis der Friezen; dan met eenige meerdere
+zekerheid kunnen worden vermeld, de gebeurtenissen van de komst van
+den Veldheer Drusus in Friesland af tot aan de heerschappij van
+Karel den Groote. Wij willen derhalve overnemen, hetgeen de heer
+van Halmael in zijn zeer belangrijk Overzigt over dit tijdvak heeft
+geschreven [130], in hetwelk men natuurlijk wel overeenkomst met de
+kronijken, maar tevens ook vele afwijkingen van sommiger stellingen
+zal ontdekken. Er heerscht echter over deze tijden ook nog eene vale
+schemering, zoo geene duisternis; want de eerste Friesche Koning, wiens
+naam en handelingen met genoegzame zekerheid kunnen worden vermeld,
+heeft geregeerd in de zevende eeuw en heeft den troon beklommen omtrent
+590 of 630. Adgillus de Eerste was die Vorst: wie echter zijn vader
+was, daarover hebben de geleerden het niet eens kunnen worden.
+
+Nu volgt het Overzigt:
+
+
+§ 2.
+
+»Elf jaren voor Christus geboorte, vertoonde zich de veldheer
+der werelddwingende Romeinen, Claudius Drusus Nero in het land der
+Batavieren. Men zegt, ten einde de Germanen of Duitschers te straffen,
+die in de landen, aan hunne grenzen liggende, en onder het oppergebied
+der Romeinen staande, geplunderd hadden. Hij begaf zich langs den Rijn
+in den Oceaan, ten einde de monden Van de Eems en Wezer te bezoeken,
+tusschen welke de Cauchen of Chauken toen woonden. Aan hunne grenzen
+raakte hij in groot gevaar, doch de Friezen, met welke hij bevorens
+in een vriendschappelijk verbond was getreden, redden hem."
+
+»Een jaar later deed hij eene gracht graven, waardoor hij van den Rijn,
+door den Ouden IJssel in het meer Flevo komen konde. Van daar konde hij
+door de Middelzee en verder over de Wadden, in de Eems geraken. De
+Friezen verbonden zich, waarschijnlijk omdat hij hun beloofde,
+dat de Romeinen hen bijstaan zouden tegen hunne, immer onrustige,
+Germaansche naburen, tot het jaarlijks leveren van een bepaald aantal
+ossenhuiden. Ook schijnt hij ter hunner bescherming een kasteel, aan
+de Noordzee te hebben aangelegd. Dat kasteel almede Flevo of Flevum
+genoemd, plaatsen de oudheidkundigen op het tegenwoordig eiland Grind,
+thans eene schulpplaat, niet verre van Terschelling. Daaruit kon de
+Romeinsche bezetting spoedig de Eems bereiken [131]."
+
+
+§ 3.
+
+Jaren na Chr. 29. 48.
+
+»Met de goede trouw, die van oudsher de Friezen kenschetste
+(gelijk de Germanen over het algemeen), voldeden zij eenige jaren
+aan hunne verbindtenis, en wel tot aan of in het jaar 29 na Christus
+geboorte. Den Romeinschen veldheer Germanicus schijnen zij bijgestaan,
+en zelfs zijn leger eenmaal eene groote dienst bewezen te hebben,
+met hem zekere plant, door de Romeinen Brittenkruid genaamd,
+ter heeling van de scheurbuik aan te wijzen [132]. In gemeld jaar
+eischte zekere Olennius, een Romein, die met eenig bevelhebberschap,
+misschien wel met dat van het kasteel Flevum, en met het invorderen
+der zoogenaamde schatting belast was, eene soort van huiden, welke
+zij, evenmin als de waarde van dien, leveren konden. Zij lieten
+zich eerst daarvoor hunne ossen, toen hunne landerijen, eindelijk
+hunne vrouwen en kinderen tot slaven afnemen, hopende dat men hunne
+bereidwilligheid ziende, hun geregtigheid zou doen wedervaren. Maar,
+het zij de klagten der armen het oor des Keizers niet bereiken konden,
+het zij de Keizer zijne prefecten toeliet in het klein te plunderen,
+gelijk hij-zelf in het groot deed, zij vonden geen gehoor, en begonnen
+den regvaardigsten krijg. Zij grepen en doodden de hen kwellende
+knechten, en belegerden Olennius in de Romeinsche sterkte. Wel moesten
+zij het beleg opbreken, omdat er een aantal Romeinsche benden ter
+ontzet naderde, alles onderwegen plunderende en verwoestende; doch,
+ofschoon de Romeinen, volgens het zeggen hunner geschiedschrijvers,
+hen, evenwel niet zonder aanvankelijke nederlagen en groot verlies,
+overwonnen, zij schijnen hunne vrouwen en kinderen, en hunne landerijen
+toch terug bekomen te hebben, en waarschijnlijk zijn zij zelfs wel
+van Romeinen en schatting ontslagen geworden, of ontheven gebleven."
+
+»Althans men vindt niet weder van Romeinen hier te lande gewag gemaakt,
+dan omtrent twintig jaren later. Toen, heet het, hebben de Friezen zich
+aan den veldheer Corbulo onderworpen. Hij leidde weder krijgsbezetting
+in Friesland, en stichtte er eene sterkte, zoo sommigen meenen ter
+plaatse, waar nu Groningen ligt. Doch hij moest die bezetting welhaast
+terugtrekken, op bevel van zijnen toenmaligen Keizer, Claudius, die
+den Rijn tot grens des Rijks bepaalde:--van eenige schatting wordt
+te dier gelegenheid niet gesproken."
+
+
+§ 4.
+
+J. na Chr. 59.
+
+»'t Schijnt evenwel dat de Friezen, wier naam, sedert het gebeurde
+met Olennius, reeds onder de Germanen doorluchtig was geworden,
+bondgenooten der Romeinen gebleven zijn.--Toen toch, eenige jaren
+later, een deel der Friezen, onder aanvoering van Verritus en Malorix
+[133], die men daarom niet voor Friesche Koningen behoeft te houden,
+zich op eene ledige plek gronds, denkelijk aan den linker Rijn-oever
+nedersloegen; toen daarop de Romeinsche gezaghebber in dien oord
+hun aanzeide, dat zij die weder verlaten moesten, ten zij de Keizer
+hun toestond, haar in te nemen, begaven Verritus en Malorix zich, om
+'s Vorsten toestemming te verkrijgen, naar Rome. Daar bragt men hen
+in den schouwburg; zij zagen er de gezanten der volkeren, die gezegd
+worden in trouw en liefde voor Rome uit te munten, op de banken der
+Romeinsche Raadsheeren zitten, dat een eerbewijs heette. Daarop begaven
+zij zich derwaarts, en zetten er zich insgelijks neder, zeggende:
+dat geene stervelingen de Germanen in wapenen of trouw overtroffen. De
+Friesche rondheid behaagde zelfs den wellevenden Romeinen."
+
+
+§ 5.
+
+J. na Chr. 240, 350, 418.
+
+»Het komt ons voor, dat de Friezen, bij vervolg van tijd, nu eens
+de zijde der Romeinen zullen gehouden hebben, in de oorlogen,
+welke dezen bij voortduring tegen de Germaansche volkeren voeren
+moesten; dan weder, zich met de laatstgemelden tegen de Romeinen
+zullen vereenigd hebben. Van het laatste vinden wij een bewijs in
+den bekenden oorlog, door de Batavieren, onder Claudius Civilis,
+tegen hunne onderdrukkers ondernomen. Ook kan het zijn, dat zij
+somtijds inderdaad aan hen onderworpen geweest zijn; doch zij raakten
+eindelijk buiten alle betrekking tot dezelven. Gedeeltelijk voorzeker
+reeds, toen onderscheidene Germaansche volkeren, onder den naam van
+Franken, omtrent het jaar 240, vereenigd, zich ruim honderd jaren
+later, vestigden in Taxandrie, waardoor men het voormalig eiland
+der Batavieren met de zuidelijk daaraan grenzende landen, en een
+gedeelte van Braband, misschien ook Zeeland moet verstaan.--Voor zoo
+verre zij zelven, of althans een gedeelte hunner, tot dat verbond
+behoord mogten hebben, en onder de Saliers mogen gerekend zijn,
+zijn zij nogtans zekerlijk vrij en onafhankelijk gebleven, en dien
+Franken niet onderworpen.--Geheel echter, toen die zelfde Franken,
+nog ongeveer honderd jaren later, een koningrijk in Gallië, het
+tegenwoordige Frankrijk, stichteden, hetgeen Rome erkende. Rome, dat
+Rijk, hetwelk intusschen door zijnen opperheer, Theodosius den Groote,
+in twee Keizerrijken, het Oostersch, hoofdstad Constantinopolen, en
+het Westersch, hoofdstad Rome, was gesplitst geworden, en onder zijn
+eigen gewigt bezweek, gelijk alle Staten zullen doen, die, als Rome,
+naar de opperheerschappij der wereld trachten;--o troostrijke leer
+der Geschiedenis!"
+
+
+§ 6.
+
+J. na Chr. 62, 68, 90, 183, 186.
+
+»Als men het gezag onzer kronijken niet geheel wil verwerpen,--en het
+zoude zoo ondienstig voor de beoefening der geschiedenis als onbillijk
+jegens onze voorvaderen gehandeld zijn, indien wij het deden,--leden
+de Friezen intusschen menigen aanstoot van de Noordelijker en
+Noord-oostelijker volkeren, onder onderscheidene namen, maar vooral
+onder dien van Deenen in gemelde schriften voorkomende.
+
+Reeds op het jaar 62, wordt van zulk eenen inval der Deenen in
+Friesland gesproken, en jaarlijks schijnen zij, tot in 68, hunne
+pogingen te hebben herhaald, meer om te plonderen, dan om zich hier
+te vestigen. Op het jaar 90 vindt men van eenen inval der Noormannen
+gewaagd. Omtrent 183 van eenen dergelijken der Gothen en Wenden. Op 186
+van eenen der Wilten, welke bij die gelegenheid de eerste grondslagen
+van Wiltenburg, naderhand de stad Utrecht, zouden gelegd hebben [134].
+
+Zijn er inderdaad zulke invallen, bloot met oogmerk te plunderen,
+geschied, dan mag men daaruit afnemen, dat deze landen minder arm dan
+voorheen waren. De netten van eenige visschers, en het weinige vee
+van eenige arme landbouwers, kunnen toch de roofzucht van tamelijk
+afgelegene volkeren niet, bij herhaling, hebben aangelokt; en wanneer
+het waar is, dat men hier, op zijne beurt zich bereidde tot eenen
+zeetogt naar de landen dier lastige plonderaars (welken togt, uit
+hoofde van een getroffen bestand, achterwege bleef), schijnt zulks
+eene regering aan te kondigen, die niet geheel van magt en veêrkracht
+ontbloot was. Doch wij zullen hier niet verder in treden, omdat onze
+bronnen niet zekerder en naauwkeuriger zijn [135]."
+
+
+§ 7.
+
+Jaren na Chr. 280, 449.
+
+»Inmiddels hadden ook de Saksen zich van een gedeelte van
+ons tegenwoordig Nederland meester gemaakt.--Dit volk, welks
+oorspronkelijke woonplaats men denkelijk in het tegenwoordige Sleeswijk
+en Holstein, over de Elve, langs de Noordzee, en op de eilanden aan de
+kust dier zee moet zoeken, schoon het sedert lang zich westwaarts had
+uitgebreid, kwam, waarschijnlijk over zee, eerst in Taxandrie (verg. §
+5), en trad in verbond met de Franken, die hen de bezette landstreek
+behouden lieten. Toen de Franken zich zuidelijker op begaven, hebben
+de Saksen meerderen hunner landgenooten tot zich gelokt, en zich
+meer en meer van de Franken afscheidende, en een gedeelte hunner
+vorige woonplaatsen bezettende, eenen Staat op zich zelven gaan
+uitmaken. Franken, Saksen en Friezen, waarin de kleindere natien,
+die voorheen ook dezen grond bewoonden, versmolten waren, wat met
+name van het overschot der voormalige Batavieren mag gezegd worden,
+die zich met de Friezen vereenigd hebben;--Franken, Saksen en Friezen
+bezetteden alzoo het grootste deel van het tegenwoordige Frankrijk
+en onze Nederlanden, en naarmate de Saksen hunne vorige woonplaatsen
+verlieten, hebben de Friezen zich daarin uitgebreid."
+
+»Toen de Franken nog aan de Friezen grensden, werd er een gedeelte der
+eerstgemelden, bij zekere gelegenheid, door den Romeinschen Keizer
+Probus naar de kust van Pontus overgebragt. Deze Franken, gedreven
+door liefde tot den voormaligen grond, verlangden daarna terug te
+keeren. Zij maakten zich meester van eenige Romeinsche schepen, zeilen
+daarmede door den Bosphoros en den Hellespont tot in de Middellandsche
+zee, plunderen de kusten van Asia, Griekenland, de rijke stad Syrakuse
+op het eiland Sicilië; zeilen vervolgens door de straat van Gibraltar,
+en zoo komen deze stoutmoedige roovers, langs de kusten van Spanje
+en Frankrijk, door het kanaal, aan het strand der Batavieren of
+aan dat der Friezen. Dit einde van hunnen togt, welke eene reis om
+de wereld mag heeten, maakt het waarschijnlijk dat er ook Friezen
+onder deze zeevaarders geweest zijn, en dat de eer dier onderneming,
+aan welke men zijne bewondering niet kan weigeren, ook gedeeltelijk
+aan onze voorouderen toekomt. Van oudsher was verkleefdheid aan den
+vaderlandschen grond een hoofdtrek van het Friesche karakter."
+
+»Nadat de Saksen de onmiddellijke naburen der Friezen geworden
+waren, hebben zij met dezen in verbond geleefd. Ook mag men het
+daarvoor houden, dat de lotgevallen der Saksen, bij de Schrijvers
+der middeleeuwen vermeld, grootendeels mede die der Friezen geweest
+zijn [136], die dan eerst weder met hunnen eigenen naam ten tooneele
+verschijnen, nadat de Saksen oostwaarts wijken voor de Franken, die
+zich op nieuw tot aan Friesland uitbreiden, en eindelijk ook daar
+meester worden."
+
+»Zoo is het b. v. bij de naauwkeurigste en oordeelkundigste
+Geschiedschrijvers zeker, dat er Friezen geweest zijn onder de Saksers
+en de met hen vereenigde Anglen (een ander noord-oostelijk volk),
+die zich, onder aanvoering van Hengst en Hors, zoo men ze noemt,
+in 449 of 50 naar Brittanje, het tegenwoordige Engeland, begaven. En
+hoewel het nagenoeg zeker is, dat de aanvoerders zelve Saksen waren,
+komt het ons voor, dat zelfs het grootste gedeelte dier vreemdelingen
+uit Friezen heeft bestaan."
+
+»Zij waren tot die overkomst uitgenoodigd geworden door de Britten
+zelven, die hunne noordelijke grens-naburen, de Schotten en Pikten,
+niet wederstaan konden. Van hen en van de dochter van Hengst, de
+schoone Ronixa of Rovena, maken zoowel de Britsche kronijken als de
+onze gewag."
+
+»Hier voor pleit ook de overeenkomst van de Engelsche met de echt
+Friesche taal, beide dochters der Saksische, naderhand Anglo-Saksische
+genaamd, d. i. dier taal, welke de in Brittanje overgekomene Saksen,
+Anglen en Friezen spraken. De Britten tot hun ongeluk te laat beseft
+hebbende, dat zij nimmer ter beslissing der twisten op hun eiland,
+vreemden hadden moeten inhalen, moesten later die vreemden tot hunne
+heeren aannemen, of hun vaderland ontwijken. Velen begaven zich naar
+een gedeelte van Frankrijk, naderhand naar hen Bretagne genaamd; de
+overigen versmolten in de Anglo-Saksen. De tegenwoordige Engelschen
+en de Friezen mag men met regt broeders kinderen heeten. Ware deze
+les voor de Friezen slechts niet evenzeer verloren gegaan als voor
+zoo vele latere volkeren!"
+
+
+§ 8.
+
+J. na C. 468, 496, 555, 562, 605, 628, 631.
+
+»Doch toen de Saksen en Franken elkander wederkeerig te magtig
+werden, ontstond er groote vijandschap tusschen deze beide strijdbare
+volkeren. Toen de Koning der Franken, Childerik, met zijnen mededinger
+Egidius (Gilles) om de kroon twistte, kozen de Saksen de zijde van den
+laatstgemelde, die hen om bijstand aanzocht. Staatkundig was het, het
+verzoek van den zwakste in te willigen, ter vernedering en verzwakking
+van den magtigste.--Maar de Saksers streden zoo ongelukkig, dat zij
+genoodzaakt waren, zich aan Childerik te onderwerpen, zelfs hem bij te
+staan in zijne oorlogen tegen andere Duitsche volkeren. Daarna weder
+in oorlog geraakt met Childerik's zoon, Klovis, schoten zij ook tegen
+dezen te kort. Klovis verdeelde, bij zijnen dood, zijn rijk onder
+zijne zonen, en dat gedeelte, hetwelk vervolgens onder Oost-Frankrijk
+of Austrasie heeft behoord, grensde aan de Saksen.--Eerst het aandeel
+van Theodorik I zijnde, geraakte het later in handen van Klovis'
+jongsten zoon, Chlotarius I. Deze met de Saksen in oorlog geraakt,
+bragt hun verscheidene nederlagen toe. De strijd werd telkens hervat,
+en eindigde met de oplegging eener schatting aan den vijand, die van
+den Franken 500 koeijen jaarlijks te leveren."
+
+»Evenmin gelukkig waren zij tegen Sigebert I, zoon van Chlotarius I,
+en Koning van Austrasie, die hen sloeg aan het Boerdiep, d. i. de
+Middelzee, dus in het hart van ons tegenwoordig Friesland,--tegen
+Theodebert II en Theodorik II, kleinzonen van voormelden Sigebert I,
+Koningen van Austrasie en Bourgonje,--tegen Chlotarius II, Koning van
+geheel Frankrijk, en tegen Dagobert I, diens zoon. Deze laatste schold
+hun de schatting kwijt, hun door Chlotarius I opgelegd, mits zij de
+Slavoniers, een Noordsch volk, dat hem te magtig was, beteugelden,
+'t geen hun echter niet gelukte."
+
+
+§ 9.
+
+Jaren na Chr. 513, 677.
+
+»Inmiddels hadden de Noordsche volkeren niet stil gezeten. Nogtans
+vielen zij met meer zoo bij voortduring op de Friezen aan als te
+voren. 't Schijnt zelfs dat dezen, of om in den stijl van dien tijd te
+spreken, de Saksen, hen hebben bijgestaan tot het doen van eenen inval
+op het grondgebied van den reeds vermelden Theodorik I. Toen Dagobert
+hun de schatting kwijtschold, was Adgillus I Koning der Friezen. Hem
+kunnen wij prijzen als een regtvaardig en edel Vorst. Hij vergunde
+het prediken van het alleen zaligmakend Evangelie in deze landen. De
+heilige Wilfrid, Bisschop van Jork in Brittanje, kwam van daar
+herwaarts. Zijne vijanden aan het Engelsche hof, waartoe de Koning zelf
+schijnt behoord te hebben, wanende dat hij naar Frankrijk was gegaan,
+wisten den ondeugenden Ebroïn, toen Groot-Hofmeester bij den Koning
+van Frankrijk, in hun belang te trekken. Deze schreef aan Adgillus,
+en beloofde hem eene aanzienlijke som gelds, bijaldien hij hem den
+Bisschop, levendig of dood, wilde overleveren. Adgillus was geen
+Christen, maar de oude deugd der Duitschers (der Friezen vooral, zeggen
+wij) woonde in zijn hart. Hij deed een' brief, in tegenwoordigheid
+van Wilfrid en zijne medgezellen, en in dien van Ebroïns gezanten,
+luide voorlezen; vervolgens nam hij dien, verscheurde hem, en leverde
+het overschot der vlam over, de Frankische afgezondenen den smaad en
+der schaamte ter prooi latende."
+
+»Volgens onze kronijken, deed ook Adgillus zekere hoogten of terpen
+opwerpen, opdat zich de landzaten daarop bergen mogten tegen de
+overstroomingen, welke van oudsher deze landen met wee en jammer
+overstelpten [137]."
+
+
+§ 10.
+
+J. na Chr. 679, 685, 687, 711, 719.
+
+»De opvolger van Adgillus, Radboud I, (of hij zijn zoon was,
+wordt door sommigen, niet zonder grond, betwijfeld) regeerde niet
+gelukkig.--Volgens de Kronijken, werd hij zelfs door de Denen
+gevangen genomen en naar Denemarken gevoerd; naderhand echter weder
+vrij gegeven. Het Frankische Rijk was een tijdlang ter prooi aan
+binnenlandsche oneenigheden. Van deze schijnt Radboud zich aanvankelijk
+bediend te hebben, ten einde zijn Rijk tot aan den mond der Schelde
+uit te breiden. Dit echter wikkelde hem in eenen krijg met de Franken,
+die voorlang de Saksen verdreven hadden uit de landstreken, welke
+Radboud nu aan zich trok, en er meesters geworden waren."
+
+»De Koningen der Franken waren thans slechts Koningen in naam,
+en de klem van het bewind was in handen (sedert 687) van den
+Groot-Hofmeester Pepijn van Herstal, die zich Hertog en Prins der
+Franken noemde. Pepijn schijnt Radboud een aanzienlijk gedeelte van
+zijn Rijk ontweldigd te hebben, onder anderen Wiltenburg (Utrecht), 't
+welk Pepijn vervolgens ten verblijve gaf aan Willebrord, door den Paus
+tot Bisschop der Friezen verheven. Pepijn was een ijverig Christen,
+en wist het Christendom wonder wel dienstbaar te maken aan zijne staat-
+en heerschzuchtige oogmerken. Radboud haatte Pepijn en het Christendom,
+hetwelk hem aan Pepijn onderwerpen moest. Daarom verwoestte hij bij
+de eerste gelegenheid de beste den nieuwen Bisschopszetel, doch moest
+weder voor Pepijn zwichten."
+
+»Op nieuw werd de prediking in Friesland hervat. Zelfs nam Radboud's
+dochter, Theodesinde of Teutsinda, het Christendom aan, en werd de
+echtgenoote van Grimoald, zoon van Pepijn. Dit bewijst duidelijk,
+dat de zoo magtige Franken evenwel geene kans zagen, zich de Friezen
+te onderwerpen, en dat Pepijn uit dien hoofde, zich door zoodanig eene
+verbintenis, ten minste tegen hunne vijandschap, poogde te verzetten."
+
+»Deze Grimoald werd daarna vermoord door zekeren Rangarius, welke
+gezegd wordt tot de lijfwachten van Koning Radboud behoord te
+hebben. Daarom wijten sommigen hem, anderen zijner dochter, dien
+moord. Doch dit is ver van bewezen, en wij zien inderdaad niet,
+dat Radboud enig belang bij den ondergang van Grimoald zoude gehad
+hebben, eene reden te minder, om aan die beschuldiging geloof te
+slaan.--Wel zegt een onzer Geschiedschrijvers, dat Radboud, die
+zich immer nog niet ontzag de Christenen te vervolgen, niet beducht
+voor de wraak van Pepijn, wiens jaren hoog geklommen waren, vreezen
+moest, dat Grimoald den hoon, zijnen vader aangedaan, zou wreken,
+en hem daarom uit den weg moest ruimen; doch wat zou hem dit gebaat
+hebben, daar Pepijn nog twee andere volwassen zonen had, door geene
+echtverbindtenis aan Radboud verbonden, en van welke hem dus zoodanig
+eene wraak nog veel meer stond te vreezen?"
+
+»Om een bewijs te geven, hoe verschillend de latere Geschiedschrijvers
+de gebeurtenissen van dien tijd opvatten, en hoe moeijelijk het
+daarom is, een overzigt van denzelven daar te stellen, willen wij,
+hetgeen op dien moord volgde, op tweederlei wijze verhalen."
+
+»Pepijn, zegt een der beroemdste hedendaagsche Duitse
+Geschiedschrijvers [138], bepaalde hierop, dat Theudoald, Grimoald's
+onechte zoon, Hofmeester in Austrasie zou worden, welke waardigheid
+alleen Pepijn eigenlijk had bekleed, hoewel hij ook grooten invloed
+op de zaaken van West-Frankrijk (Neustrië of Neustrasie) had. Daarop
+deed Plectrude, grootmoeder van Theudoald, de zonen van Pepijn bij
+zekere Alpheid (of Alphaïda), Karel (Martel) en Hildebrand gevangen
+nemen, opdat zij aan Theudoald de waardigheid van Groot-Hofmeester
+niet betwisten zouden. Dit kon niet geschieden zonder voorkennis
+van Pepijn.--Pepijn stierf. De West-Franken verkozen toen zekeren
+Raginfrid tot hunnen Groot-Hofmeester. Daartegen verzetteden zich de
+Oost-Franken, met Theudoald aan 't hoofd. Er viel een veldslag voor,
+dien de Neustrasiers wonnen. Theudoald nam de vlugt, en kwam kort
+daarna om. Hierop ontkwam Karel Martel zijner gevangenis, en wilde
+zich met het Groot-Hofmeesterschap van Austrasie te vreden houden. Ook
+dit wilden de Neustrasiers hem niet laten. Nu streed hij dan om het
+geheel, en het gelukte hem, Groot-Hofmeester over de beide Rijken,
+ook Hertog en Prins te worden. Theudoald was voor het overige ouder
+dan Karel, die omstreeks 690 geboren was."
+
+»Pepijn, zegt een der nieuwere en wijsgeerigste Fransche
+Geschiedschrijvers [139], was Groot-Hofmeester over geheel Frankrijk;
+eene van zijne grootste zorgen was, alle onderscheiding tusschen
+Austrasie en Neustrië te doen verdwijnen; maar hij was genoodzaakt,
+die onderscheiding weder op nieuw te maken, ter gunste van zijne
+zonen. Toen Grimoald stierf, liet hij eenen zoon na, Theudoald, oud
+ongeveer zes jaren. Dezen schonk Pepijn toen het Groot-Hofmeesterschap
+van Neustrië. Toen stierf hij. Na zijnen dood deed Plectrude Karel
+Martel gevangen nemen,--van Childebrand (Hildebrand) wordt niet
+gesproken; dit had Pepijn voorzeker niet gelast. Daardoor veroorzaakte
+zij dat Karel, die anders aan Theudoald het Groot-Hofmeesterschap
+van Neustrië wel zou gelaten hebben, als zich met dat van Austrasie
+kunnende vergenoegen, nu uit wraak, om den hem aangedanen hoon, hem dat
+moest betwisten.--De grooten van Neustrië, niet door een kind willende
+geregeerd worden, kozen Raganfrid. Deze wilde Groot-Hofmeester van
+het geheele Rijk worden. Het overige komt met het verhaal van den
+Duitscher nagenoeg overeen. Alleen wordt, bij den Franschman, Ramfroy
+(Raganfrid) eerst na de nederlage van degenen, die het voor Theudoald
+opnamen, tot Groot-Hofmeester verkoren."
+
+»Zooveel is intusschen zeker, dat Raganfrid, die alleen wilde
+heerschen, en eindigde met alles, op één Graafschap na, te verliezen,
+naderhand echter zoo verstandig was, zich met hetzelve tevrede te
+houden, hetwelk andere overweldigers, die in het eerste zijn voorbeeld
+gevolgd hebben, niet deden; dat deze Raganfrid hulp zocht bij Radboud,
+dien de Fransche Schrijvers slechts Hertog der Friezen noemen;--hij
+mogt geen hooger rang dan Pepijn en Karel hebben. Dit moet den
+doodvijand der Austrasiers welkom geweest zijn.--Hij trok te veld,
+en overwon Karel, die hem afzonderlijk aanviel. Hij schijnt zich
+vervolgens met de Neustrasiers vereenigd te hebben tot het beleg
+van Keulen, in welke stad Plectrude zich onthield, die, nadat de
+Neustrasiers hadden moeten aftrekken, omdat Karel hen in den rug
+dreigde, hem tot den aftogt, door eene aanzienlijke som gelds,
+overhaalde."
+
+»Hiermede was echter de krijg tusschen Karel en Radboud nog niet
+geëindigd. Nadat Frankrijk-zelf was bevredigd geworden, schijnt
+Radboud, die misschien zijne aanvallen op dat gedeelte van zijn gebied,
+hetwelk hem door Pepijn was afgenomen, hernieuwd heeft, nog eene
+nederlage aan de Middelzee te hebben geleden, en dien ten gevolge
+op nieuw de prediking van het Christendom door geheel Friesland te
+hebben moeten toestaan. Daarna verklaarde hij zich zelfs bereid den
+H. Doop te ontvangen. Toen echter Wulfram, laatstelijk Bisschop
+van Sens, gereed stond, hem dien toe te dienen, en hij bereids
+met den éénen voet in de doopvonte stond, vroeg hij den Bisschop,
+of hij zijne voorvaderen en de verstorvene Friesche Edelen ook in
+den hemel hervinden zoude? Wulfram's onbedacht antwoord: dat die in
+de hel waren, als ongedoopten, deed hem, onder het zeggen, dat hij
+liever met zijne voorvaderen en vrienden in de hel, dan met aan hem
+onbekende Christenen in den hemel zijn wilde, den voet terugtrekken."
+
+»Volgens anderen zou dit al onder Pepijn zijn voorgevallen. Sommigen
+verklaren de geheele gebeurtenis, welke den inborst van Radboud
+nogtans volkomen kenschetst, voor eene fabel."
+
+»Kort daarop kwam Radboud te sterven."
+
+
+§ 11.
+
+J. na Chr. 734, 738, 744, 746, 754 of 755.
+
+»Wie hem opvolgde, is niet geheel zeker; sommigen zeggen, zijn
+zoon Adgillus II, anderen, zekeren Poppo. Misschien is het
+Radboud I mogelijk geweest, zijn gebied, op het voorbeeld der
+Frankische Koningen, onder zijne kinderen te deelen, en dan zal hij
+Oost-Friesland, het land der groote Friezen, aan zijn oudsten zoon,
+Adgillus II, en wat hem van het overige gebleven was (Noord-Holland),
+aan diens broeder Poppo gegeven hebben."
+
+»Poppo oorloogde met Karel Martel. De twistappel, hetgeen den Frieschen
+Koningen van het voormalig land der kleine Friezen ontnomen was,
+was voorhanden. Poppo is waarschijnlijk in dien strijd gesneuveld,
+zonder dat de Friezen meer gronds verloren; zijn broeder erfde zijn
+Rijk, en verdeelde bij zijnen dood hetzelve weder onder zijne zonen,
+Gondebald en Radboud II."
+
+»De laatste bekwam West- de eerstgemelde Oost-Friesland."
+
+»Gondebald was een vreedzaam Vorst; maar Radboud II had den aard en
+de denkenswijze van zijnen voorzaat van gelijken naam, en bovenal
+diens afkeer van het Christendom overgeërfd. Met de Saksen verbonden,
+beoorloogde hij Karoloman en Pepijn den Korte, zonen en opvolgers van
+Karel Martel, maar zonder vrucht. Daarentegen stond hij zijn' broeder,
+Pepijn, bij tegen de Saksen. Het schijnt op aandrijving van Radboud
+geweest te zijn, dat de vrome Bonifacius, Aartsbisschop van Maintz,
+het Christendom verkondigende, in het gebied van Gondebald, omtrent
+het toenmalige vlek Dokkum, door de ongeloovige Friezen vermoord is
+geworden. Althans Pepijn, toen reeds Koning der Franken, heeft dien
+moord op hem gewroken, of dien, tot voorwendsel om hem op nieuw te
+beoorlogen, genomen. Radboud moest de vlugt naar Denemarken nemen,
+en misschien heeft hij zich toen eenigen tijd op het eiland Helgoland
+opgehouden, en aldaar de afgodendienst in al haren vorigen luister
+hersteld. Ook zou het kunnen zijn, dat Gondebald eerst toen, na het
+vertrek van Radboud, de kroon verkregen heeft, en dat de laatstgemelde
+tot dien tijd toe alleen in Friesland geheerscht had. In dit geval
+zouden wij onderstellen mogen, dat Radboud de oudste zoon van Adgillus
+II geweest is."
+
+
+
+Tot dusverre het Overzigt van den heer v. Halmael, uit al
+de Geschiedschrijvers bijeengebragt en met zijn eigen oordeel
+verrijkt. Het verschil in de jaren, waarin de gebeurtenissen worden
+vermeld, is bij vele Schrijvers zeer opmerkelijk; dan een opzettelijk
+onderzoek hierover, zou voor ons doel van weinig nut zijn.--Wij zullen
+liever de korte geschiedenis van Radboud tot aan zijnen dood vervolgen.
+
+In den jare 768 stierf Pepijn, nalatende drie zonen, Karloman, Karel
+en Gilles; welke beide eersten, daar de laatste tot den geestelijken
+stand was opgebragt, het rijk verdeelden. Karloman viel Oost-Frankrijk
+en Karel Friesland ten deel. Karel, door zijne regtschapenheid,
+vele deugden en groote kundigheden, verwierf zich te regt den naam
+van den Grooten [140]; maar zijne onrustige broeder, wien twist en
+tweedragt liever was dan rust en vrede, vervolgde hem steeds als een
+vijand. Dan slechts drie jaren werd hem daartoe gegeven, want toen
+stelde de dood paal en perk aan deze kwelling. Karel werd nu ook als
+Koning van Oost-Frankrijk erkend.
+
+Radboud, de bittere vijand zoowel der Christenen als der Franken,
+was in Friesland teruggekeerd, algemeen weder tot Koning erkend,
+en begon zijnen woesten aard en wreede vervolging weder vrijen
+teugel te vieren. Hij vereenigde zich met der Saksen Koning of
+Hertog Witekind, ten einde Karels magt te fnuiken en op den troon
+te blijven. Meer dan eens moest hij echter het onderspit delven,
+tot hij eindelijk gedrongen werd weder naar de Denen de wijk te
+nemen. Een paar jaren daarna, (gelijk sommige Schrijvers beweren)
+tijdens den togt van Karel naar Spanje, waarin alwat Frankenland
+groot en edels opleverde, tot volkomen nederlaag en vernieling werd
+gebragt, kwam de nog woelzieke Radboud in Friesland, en hernam het
+bewind, doch slechts voor twee jaren lang.--Karel's legertroepen
+joegen den woesten Fries weder naar Denemarken, zijn toevlugtsoord,
+alwaar hij in ballingschap zal gestorven zijn. Geene zekere, zelfs
+flaauwe narigten van zijn levenseinde, zijne familie of kinderen is
+aan de nakomelingschap overgebragt.
+
+In Oost-Friesland zijn nog overblijfselen uit den ouden tijd aanwezig,
+zoo als de Kon-Rebberts- en Rabboltswegen, de Rabboltsbergen en een
+deel van de heerbaan in Groningerland, welke Radbodiweg genoemd wordt
+[141].
+
+
+Bl. 6.
+
+Over het Friesche Wapen meenen wij te mogen aanmerken, dat, wanneer
+men het oude Wapen van Friesland, voorkomende bij Winsemius,
+Hamconius en anderen, voor het familiewapen der Friesche Koningen
+houdt, de geschiedenis hiermede in strijd is, als den oorsprong der
+Familienamen en Wapens uit de tijden der Kruistogten, aangevangen in
+1096, vermeldende; terwijl de laatste Koning, Radboud II, omtrent
+den jare 775 de kroon verloor, en waarschijnlijk kort daarop is
+gestorven. Sommigen hebben echter beweerd, dat de oorsprong der Wapens
+reeds bij de oude Germanen te zoeken zij; doch hoewel de schilden der
+voornaamste krijgshelden onder hen werden beschilderd en versierd,
+vindt men geen bewijs voor de regelmatige zamenstelling en afwisseling
+van kleuren naar bepaalde regels, of van eenige figuren tot kenteeken
+aangenomen. Hebben de Friezen, voor dat zij met de Romeinen bekend
+waren, vanen gebruikt, het blijkt nergens uit, dat deze met figuren
+zouden zijn voorzien geweest; en van de Romeinen konden zij die niet
+overnemen, daar deze wel effen gekleurde en met goud gestikte vanen
+bezigden; doch van regelmatige wapen-figuren vindt men niet vermeld
+[142].
+
+Het oude Friesche Wapen heeft zeer veel overeenkomst met die
+wapenschilden, welke sedert de Kruistogten in gebruik kwamen,
+en dit versterkt de meening, dat het niet van Friso's tijd af als
+Landswapen of als veldteeken is gevoerd.--Hamconius zegt, dat van
+Friso af tot Beroald het Wapen bestaan hebbe uit een azuren schild,
+waarop drie zilveren balken, op welke zeven roode plompebladeren
+(niet pompelbladeren, zegt Dodonaeus) geplaatst waren.--Van Beroald
+tot Radboud II werden er een balk met vier bladeren bijgevoegd,
+zoodanig als Beroald het veranderde, toen hij, de dochter van Koning
+Ridzard gehuwd hebbende, na den dood zijns schoonvaders Oost- en
+West-Friesland vereenigde.--Suffr. Petri plaatst de plompebladeren
+tusschen de balken en niet op dezelve, strijdig met de regelen der
+Wapenkunde, welke niet toelaten, dat men kleuren op kleuren, maar wel
+kleuren op metalen plaatst, gelijk men dit bij de Schrijvers over de
+Heraldie zal vinden.--Koning Haron zoude vroeger aan de Hertogen van
+West-Friesland een Wapen gegeven hebben, met slechts één zilveren balk
+en vier roode plompebladeren in het blaauwe schild.--Met de regering
+van Karel den Groote kwamen de leeuwen en blokjes in het Landswapen.
+
+
+Bl. 7.--Ao 245.
+
+De Friesche Pateele en de Friesche Hoorn. Winsemius, Chron. fol. 12,
+spreekt niet uitdrukkelijk van de eigenlijke Pateele als door Adel
+ingesteld, maar wel van de vriendenmaaltijden en andere bijeenkomsten,
+waarop men zich, ook op Duitsche wijze, aan de dronkenschap overgaf:
+iets dat aan geen tijdvak zeer vreemd is. Echter werd er spoedig bij de
+feesten een ceremonie- of zedemeester aangesteld, wien bij het drinken
+vooral het toevoorzigt was gegeven. De kantteekening van Wins. ter
+a. p. luidt: »Die Vriesche Hoorn inghestelt met den Schuttel."--Deze
+Pateele of schotel zou uit dertien of veertien verschillende geregten
+bestaan hebben, en de Hoorn een gewone stierenhoren geweest zijn. Wie
+nu de geschiedenis van Adel voor eene fabel houden, beweren, dat de
+Friezen het gebruik van uit Horens te drinken van de Denen en Noren
+hebben overgenomen.--Dan stellig is het, dat het gebruik in overouden
+tijd bestond; als ook, dat men later de Horens niet meer van gemeene
+stieren, maar van Ur-ossen genomen heeft, dezelve zeer versierde en
+met goud en zilver prachtig liet beslaan.--In de onuitgegeven Kronijk
+van Worp van Thabor, Lib. I. cap. 2, wordt hierover uitgewijd. Zie
+Hamconius, Frisia, fol 8; Gabbema, Verh. van Leeuw., bl 13; Alkemade,
+Displegtigheden, II. 408 volgg.
+
+
+Bl. 7.--Ao 245.
+
+Adelingen. Ofschoon er reeds in de vroegste tijden, en welligt in
+Friesland vroeger dan elders, een stand van mannen bestond, die men
+Edelen noemde, is het echter niet aannemelijk, dat zij hunnen naam
+van dien van Prins Adel hebben ontvangen. Immers de afleiding van het
+woord spreekt het tegen. Het zij voldoende, uit meerderen hier het
+aangevoerde van de kundige en schrandere Vertalers en Aanteekenaren
+op de Oude Friesche Wetten aan te halen, en als het meest aannemelijk
+denkbeeld na te volgen. Aldaar, op bl. 132, lezen wij: »Waar in het
+weezen van den Adel, onder de Duitsche volken, bij ouds bestaan
+hebbe, kan met geen volkomen zekerheid bepaald worden.--Leibnits
+(Excerpt. Mejerian. p. 289) en Gærtner (ad. L. L. Sax. p. 21.) leiden
+het woord Edelman af van het over oud woord ot of od predium,
+possessio, [een goed, hetzij op het land of in de stad; bezit]
+(waar van allod), zoo dat Edelman zooveel zoude zijn als odelman,
+predii vel pagi possessor, [groot goed- of landbezitter] en stellen
+op dien grond het oorspronglijk weezen van den Adel in de bezitting
+van aanzienlijke vaste goederen."--Wachter en anderen stellen het
+wezen van den Adel in hooge geboorte; doch altijd blijft de vraag,
+hoe de eerste edelman in de wereld gekomen zij.
+
+Adel dus van od, ode, ade, ede [143], grond, bezitting afkomstig,
+zoo is Edele, Edelman oorspronkelijk een grondbezitter. Daar nu deze
+Edellieden, als de aanzienlijkste personen, natuurlijke voorregten
+genoten, tot hooger ambten en vooral tot hoogere rangen in de
+krijgsdienst werden verkozen, hadden zij ook, in de vroegste tijden
+namelijk, over hunne minderen het beheer en bestier, zelfs eigene
+regtspleging en vrij gebied. In lateren tijd echter werden er algemeene
+bepalingen, blijkbaar uit de alleroudste Friesche wetten (Lex Frisionum
+sive antiquae Frisiorum leges) gemaakt, waaraan de Edelen zich moesten
+houden. De afstammelingen der grondbezitters, rijksten, traden, hoewel
+niet regtens, in de voorregten der ouders, met het ontvangen van het
+ouderlijk erfdeel (Ethel, in 't Oud-Friesch). De rijken evenwel, die
+zich goederen aankochten, werden niet onder den Adelstand opgenomen,
+omdat hunne voorouders niet onder de Edelen hadden behoord: zoodat
+al zeer vroeg de Adel zijn voorregt aan geboorte toekende.--Destijds
+bestonden nog bij den alouden Frieschen Adel geene brieven, wapenen
+of teekenen van Adeldom, daar deze eerst in de XI of XII eeuw in
+gebruik zijn gekomen.
+
+Ten tijde van den regerenden Vorst, Hertog Georg van Saxen, (1505)
+werd op diens last een register van den Frieschen Adel opgemaakt
+[144], in hetwelk de in de Grietenijen aanwezige Edelen, met de wegens
+oorlogen of onlusten afwezigen, werden opgeschreven. Hierdoor mogen
+wij vooronderstellen, dat van dien tijd af de wezenlijke erkenning
+van den Adel heeft plaats gehad, en ook de bepaalde erfopvolging is
+begonnen. De Friesche Adel onderscheidde zich alzoo van die van andere
+landen, daar de eerste ten gevolge van vrij en onafhankelijk bezit van
+goederen tot dien stand was verheven, terwijl de andere ten gevolge van
+landgoederen, van zijnen Vorst ontvangen, daartoe geraakte; ook werden
+er soms door den Vorst, zonder dit, in den adelstand ingelijfd, dat is,
+in diens voorregten gelijk gesteld. Zoo had men dan ook in Friesland
+niet de verdeeling in bijzondere rangen, als Graven, Hertogen, Baronnen
+en Heeren, [145], maar alleen den rang en titel van Friesch Edelman,
+den hoogsten rang en titel, welken men voeren kon en wilde. Echter
+verkoos men in den eersten tijd zich Raden, Hoofden en Aanvoerders in
+oorlog en vrede, die dan Heerschappen en Hovelingen, en in de steden,
+bepaaldelijk Oldermannen genoemd werden. Deze posten bleven ook in
+de familiën.
+
+Onder de regering van Keizer Lotharius II , omstreeks den jare 1125,
+bestond er tweederlei Adel,--de Hoogere, die onmiddelijk onder den
+Keizer was gesteld, en de Lagere, die onder Hertogen en Graven behoorde
+te staan. Dan de Friesche Edellieden wilden geene Hertogen of Graven
+van Friesland erkennen, maar alleen onder de oppermagt des Keizers
+staan, even als hun land. Leenmannen te wezen was hun een ondragelijk
+denkbeeld, even als het voorregt uit vorstengunst gesproten, en zoo was
+dan ook de alleen begeerde titel van Friesch Edelman geen mindere, dan
+die van Graaf en Hertog. Het gebruik bij den Adel, om zich naar hunne
+landerijen en kasteelen te noemen, was in Friesland minder algemeen,
+daar men voor geslachtsnaam veeltijds den voornaam zijns Stamvaders
+nam. Men leze v. Halmael's Oersicht oer Frieslâns Schijdnis, § 24:
+Friesch Jierboeckjen, 1833. Vergel. voorts het vertoog van Jonkheer
+M. Hettema over den Oorsprong van den Frieschen Adel, voorkomende
+in het Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 27 November 1832;
+de Narede van den Heer v. Halmael achter zijn Treurspel Ats Bonninga;
+F. Sjoerds, Beschr. v. Friesland, I. 470; Wakker van Zon, zijn Boekje
+getit. de Adel, door Anonymus Belga, p. 16. volgg.
+
+
+Bl. 10.--Ao 59.
+
+Over den Afgod Stavo, denzelfden met Thor, leze men Westendorp's
+Verhandeling over het gebruik der Noordsche Mythologie, (in de
+Nieuwe Werken van de Maatschappij der Nederl. Letterk. II. D. 1
+St.) p. 29-33;--en vergelijke Oudh. en Gest. van Vriesl. I 283-285
+en 485.
+
+
+Bl. 12--Ao 4.
+
+'t Roode Klif. Al de wonderen van het Roode Klif, nabij Stavoren,
+met en zonder het bestuur des Duivels, alhier en vervolgens vermeld,
+kunnen wij op geenen goeden grond den waarheidlievenden Lezer
+aanbevelen. Echter willen deskundigen, na ontdekking en onderzoek
+van eene soort van lava in den grond aanwezig, het denkbeeld niet
+verwerpen, dat het Klif een vulkaan van minderen rang is geweest, of
+ten minste daarvan eigenschappen heeft gehad.--Over de menschenoffers
+in Friesland gebruikelijk, zie de Aant. op 't jaar 700.
+
+
+Bl. 13.--Ao 29.
+
+Deze Holle, Olennius, was Hoofdman eener Keurbende, en Landvoogd
+van wege de Romeinen over Friesland. F. Sjoerds (Jaarb. I. 128)
+noemt hem »een gemeen persoon onder de Voorpyllenaars" [146].
+
+De verklaring van Holle of Hollo, naar de Friesche taal Hoofd,
+Hoofdman, vindt men bij Hamc. Fris. p. 11, en bij S. Petri, de
+Frisior. Antiq. et Orig. Lib. I. Cap. IX, welke laatste hem, echter
+verkeerd, een Fries van afkomst noemt.--Diocarus ontving eerst,
+volgens de kronijken, na de overwinning op de Romeinen den naam van
+Segon. Hamc. I. I.
+
+
+Bl. 13.--Ao 29.
+
+Omtrent het woud Baduhenne. Over den oorsprong en ligging van dit
+in de Vaderlandsche Geschiedenis beroemde heilig woud is verschil
+ontstaan, zoo als natuurlijk volgen moet, wanneer geene de minste
+narigten uit de oudheid overblijven. Er pleit echter meer voor, dat
+deszelfs ligging in de Wouden dan bij Franeker geweest zij. Even zoo
+is het onzeker welke Godheid, aldaar vereerd, door Baduhenna wordt
+aangeduid. Ook de Oudheidkenner Westendorp heeft het onbeslist gelaten
+in zijne genoemde Verhandeling. v. Halmael, in het voorberigt voor
+zijn Treurspel Adel en Ida, zegt: »De naam van het woud Baduhenna
+is voorzeker door Tacitus verlatijnd. Wanneer men er den uitgang
+enna of henna (dien wij, hoewel misschien anders gewijzigd, ook
+in den naam Nehalennia ontmoeten,) afwerpt, heeft Badu genoegzame
+overeenkomst met Balder, om de onderstelling te rechtvaardigen, dat
+Baduhenna een aan Balder geheiligd woud was." Dit komt ons geenszins
+vreemd voor, daar ook de vereering van den in de Scandinavische
+godenleer zeer bekende Godheid Balder, zoon der Godinne Frigga,
+voornamelijk en welligt uitsluitend tusschen den Rijn en den Wezer
+plaats had, en aldaar in hoogen rang en van groot gezag was.--Dat
+er in Friesland gewijde bosschen zijn geweest, is buiten twijfel;
+jammer maar dat hunne ligging niet is nagespoord geworden, en dit,
+met zoo vele andere zaken, voor een nageslacht bewaard blijft, 't
+welk alsdan in zijne nasporingen misschien niets meer ontdekken zal,
+dan dat het eenige eeuwen te laat gekomen is!--Vergel. West. zijne
+uitstekende Verh. over het gebruik der Noordsche Mythologie. Halma,
+Toneel der Vereenigde Nederlanden, enz.
+
+
+Bl. 15--Ao 59.
+
+Vryt of Verritus en Malorix,--of Maloriges. In de Jaarboeken van
+Tacitus, het dertiende, is het voorval dezer beide gezanten, welke
+hij regerende Vorsten noemt, in zijne bijzonderheden omschreven,
+bepaaldelijk vermeldende hunne vrijmoedigheid, toen zij in den
+schouwburg meer met de aanschouwers dan met het spel zich bezig
+hielden, en van zitplaats veranderden, om zich in het Raadsheerlijk
+gestoelte neder te zetten, onder de afgezanten van andere volken,
+die men wegens trouw en vriendschap bijzonder eer bewees. Deze aloude
+opregtheid, zoo als men het noemde, beviel niet alleen aan het publiek,
+maar ook den Keizer Nero zoo wel, (wien in eene kwade luim zulk een
+gedrag weleens zeer mishaagd konde hebben) dat hij den Gezanten het
+belangrijk burgerregt te Rome schonk.--Van de bekeering in den tekst
+vermeld, ook bij Winsemius geboekt, wordt bij Tacitus niet gewaagd,
+zoo als het ook niet voor waarheid wordt aangenomen, onder anderen
+door Harkenroht in zijne Oostfr. Oorsprongkelykheeden, p. 24 en 29,
+dat Verritus en Malorix, of zoo als zij anders mogen geheeten hebben,
+uit de adellijke geslachten der Hermana's en Cammingha's gesproten
+zijn, 't welk door Suffr. Petri en Hamconius wordt beweerd.--P. Nota,
+in zijn Aanhangzel betreffende de Oudheden van Berlikum, p. 79
+in de noot, vermeent, in de woorden van Tacitus de bevestiging te
+vinden, dat Verr. en Malor. geene Friesche maar Duitsche gezanten
+geweest zijn. Maar waarom kunnen zij niet enkel Leidslieden van de
+uittrekkende Friezen geweest zijn, en een ander Koning of Vorst der
+teruggeblevenen? Deze gebeurtenis, zegt West. Jaarb. p. 15, behoort
+niet tot de geschiedenis der Groote Friezen.
+
+Betrekkelijk deze namen vinden wij bij A. Ypeij, Geschied. der
+Nederl. Tale, I. D. bl. 161 noot, onder de bewijzen, dat de oude
+Friezen vele namen met hunne buren gemeen hadden, en er dus eene groote
+wederzijdsche gemeenschap van volk en taal bestond, 't navolgende:
+»Reeds onder de oudste Vriezen schijnen er zulke algemeene namen in
+gebruik te zijn geweest. Zulks toch mag men opmaken, uit de namen
+van twee Vriesche gezanten van Rome, onder Nero, welke Tacitus voor
+ons bewaard heeft, namelijk Verritus en Malorix. Ann. Lib. XIII
+C. 54. Indien ik mij niet bedriege, waren dit, de nog bekende namen
+Gerrit en Maurik. De V toch, gelijk wij weten, verandert ligtelijk in
+G, en de L in U. Gelijk de Nederlanders in het algemeen van Gerrit, hun
+Geert hebben, zoo hebben, naar het schijnt, de Vriezen bijzonderlijk
+van Maurik hun Murk gemaakt."
+
+
+Bl. 16.--Ao 59.
+
+Op 't Oude Hof te Lewerden. Cappidus van Staveren, Suffr. Petri
+en Hamconius zeggen, dat reeds voor Christus geboorte Leeuwarden
+onder den naam van Aula Dei, dat is Gods-Hof, bekend was, alwaar het
+opperhoofd der Druiden, Barden of Priesters was gesteld. Hier was de
+leerschool van de Friezen, en genoten zij onderwijs in de godsdienst,
+wetenschappen en wijsbegeerte. Dit gesticht zoude te Oldehove gestaan
+en uitstekende mannen hebben voortgebragt. Latere schrijvers verwerpen
+dit denkbeeld geheelenal. Wat er van zij is moeijelijk op te sporen,
+nog moeijelijker te beslissen. Verg. Oudhed. en Gesticht. I. 283,
+alwaar de kundige vertaler, v. Rhyn, in den geest van Emmius steeds
+tot verwerpen genegen van de oude kronijken, ook geen geloof daaraan
+hecht. Over de goden- en geloofsleer der Druiden, hun priesterschap,
+beheer, en hun bestaan in het oude Friesche Rijk, vergelijke
+men de meergemelde Verhand. van Westendorp, over de Noordsche
+Mythologie, p. 319 volgg. en 331 volgg.--v. Wijn, Huisz. Leven,
+I. 8, en Hist. Avondst. I. 123, zegt, dat de Germanen en dus ook de
+Friezen geene Druiden of Barden gehad hebben: het tegendeel wordt
+door West. bewezen;--zie bl. 287 onzer Aanteekeningen.
+
+
+Bl. 17.--Ao 94.
+
+De Noormannen. In dezen tijd, en gedurende vele eeuwen later,
+werd Friesland van tijd tot tijd door de Noren en Denen vreeslijk
+geteisterd en geplonderd. Menigmalen behaalden de Friezen eenen triomf
+op dezelven; doch ook dikwijls leden zij bloedige nederlagen. Ocko van
+Scharl spreekt reeds van eenen sterken inval op den jare 62, wanneer de
+Deensche Koning door sommige Oostersche volken zou opgehitst zijn. In
+het jaar 69 wil men dat de Friezen, het jaarlijks rooven, plunderen
+en moorden moede, eene groote krijgsmagt naar Denemarken zonden, om
+ze in hun eigen land te bevechten, dan storm en onweer hadden dezen
+togt belet. In 't volgend jaar echter sloten zij met den Koning een
+bestand, 't welk, hoe wonder ook, volkomen stand gehouden heeft tot
+den bepaalden tijd. Deze boven bedoelde inval der Noormannen, welke
+anderen op den jare 90 stellen, schijnt zeer geweldig geweest te zijn,
+en uit hoofde van den weinigen wederstand aan deze zijde, daar de
+meeste Friezen in Romeinsche dienst afwezig waren, hadden zij tijd en
+gelegenheid zich aan moord en roof ter kele toe te verzadigen. Picardt,
+in zijne Annales Drenthiae, spreekt ook alzoo van dit feit.--Zie de
+noot p. 305. F. Sjoerds, Jaarb. I. 197.
+
+
+Bl. 17.
+
+Onder zeven Hertogen. Het algemeen gevoelen is, dat men onder die
+waardigheid van Hertog, met welken titel thans dien van Prins,
+in navolging der naburige volken, verwisseld werd, niet in eenen
+Hoogvorstelijken of Koninklijken staat en magt bestaan hebbe, maar
+dat de Hertogen, Heervoerders, Krijgsoversten of Opperbevelhebbers
+waren, aan welken het bestuur en beleid des oorlogs, met alwat daartoe
+behoorde, was opgedragen.
+
+
+Bl. 22.--Ao 248.
+
+Dokkenburg. Deze verklaring is zeer juist. Bij Kiliaan vinden
+wij Docke, (vetus) navale: waaronder verstaan wordt: stabulum of
+armamentarium, ligplaats der schepen, d. i. haven. Ook bij denzelfden
+Docke, Germ. poppe: en in den Theutonista, Dock of Pupp, pupa, pupulla,
+popje.--Docke van Stro.
+
+Over de stichting dezer stad zullen wij niet uitweiden; zij is na
+Stavoren de oudste, en in allen opzigte zeer merkwaardig geworden. Men
+leze hierover de Oudheden en Gestichten, I. 404, met de aanmerkingen
+van v. Rhyn, die met Emmius de hooge oudheid betwijfelt. Wat voorts
+derzelver geschiedenis betreft, zeer belangrijk is, om herlezen en
+vergeleken te worden, de korte Geschiedenis der stad Dokkum voor den
+Vrede van Munster, voorkomende in het Mengelwerk der Leeuwarder Courant
+van den 6 Julij 1830; alsmede de beide stukken in dezelfde Couranten
+van 2 en 9 Maart te voren, ter verdediging strekkende tegen de dikwijls
+kleingeestige en dwaze aanvallen tegen Dokkum en deszelfs bewoners,
+vooral van lieden wier spelend vernuft zich door duizend vervelende
+herhalingen van vroegere aardigheden tracht staande te houden. In die
+stukken is eene naauwkeurige opgave der groote en beroemde mannen,
+die Dokkum heeft opgeleverd, te vinden.
+
+
+Bl. 23.
+
+In den jaare 289,--of omstreeks dezen tijd, toen Constantius Chlorus,
+door Keizer Diocletianus tot den rang van Roomsch Koning verheven,
+Galliën met zijne grensprovincien onder zijn gebied verkregen, en de
+Franken, Saksen en Friezen in Batavien had overheerd, werden er velen
+door hem omgebragt, anderen verplaatst, gevankelijk weggevoerd, in het
+Romeinsch leger ingelijfd, of tot harde slavendiensten vernederd. Uit
+verbittering en tot weêrwraak moesten nu de Friezen, Overrijnsche
+Franken, Cauchen, Chamaven en Bructeren in vereenigde magt, van den
+winter en den digtgevrozen Rijn gebruik maken, om Constantius en
+zijn heir te overvallen. Dan het goed krijgsgeluk diende hen niet zoo
+gunstig als onze kronijk vermeld; de dooi viel in, het eiland werd door
+de Romeinen omsingeld, de Friezen ingesloten, vermoord of gevangen,
+en nog dieper onder 't juk gebragt. Daarna is er met hen een verbond
+gesloten.--Schot. Fr. Hist. p. 30.--F. Sjoerds, Jaarb. I. 225 volgg.
+
+
+Bl. 24.
+
+Omtrent den jaare 312, enz. De kronijkschrijvers verhalen, dat
+omstreeks dezen tijd door vijf aanzienlijke Edellieden, West-Friesland
+(d. i. de landen ten westen het Flie) is bevolkt en bebouwd. De in
+onze kronijk genoemde Diederik stichtte de hoofdplaats Medemelaca,
+Medemblik, aldus genaamd naar de Godin Medea; Geerard bouwde het
+dorp Opdijk; Roelaard, 't dorp Wildenes, met een sterk kasteel; Keno
+was stichter van Bennenbroek, en Adelbold van het dorp Winckel.--Dit
+verhaal heeft eene meerdere beteekenis, dan wij thans nog in staat zijn
+te geven. Over Medemblik zijn oorkonden van de IX eeuw voorhanden.--Zie
+over den naamsoorsprong enz. den Tegenw. Staat van Holland, II. 502.
+
+
+Bl. 25.--Ao 334.
+
+Friesche Buinen. Op bl. 9 onzer kronijk wordt reeds gesproken
+van West-Friesland, en zou deze benaming er dus vroeger geweest
+zijn.--Hamconius, Frisia, bl. 5 en 9, zegt op Firsiabones, dat
+Bone in 't oud Friesch Boer beteekende, en dus Frisiabones, Friesche
+Boeren zijn, waarvoor onze kronijk Plompaarts geeft. A. W. Schrieck,
+in Orig. rerum Celt. et Belg., verklaart het woord door Frisii
+separatim habitantes, Friezen die afgezonderd van hun eigenlijk land
+en landgenooten woonden. Alting, van Rhyn en anderen beweren, dat
+het woord beteekent Friesche Waterbewoners, waarmede zich latere
+schrijvers hebben vereenigd, en 't welk ook door den geleerden
+Ypeij, in zijne Geschiedenis der Nederl. Tale, I. bl. 164, en
+II. bl 109 en volgg. nader is bevestigd. A beteekent water: buen,
+boen, wonen, verblijf houden, dus zijn Frisiabones Friezen, die
+aan het water wonen; en deze uitlegging is de eenvoudigste en de
+beste, wel zoo goed als de ongelukkige inval van Junius (Batavia,
+p. 48. Ed. 1652), om van Frisiabones, Friesche apen te maken!--Plinius
+noemt dezelve als wonende tusschen het Vlie en het Helium, monden
+van den Rijn. Dat deze Schrijver ook hier heeft misgetast, bewijst
+Schwartz, Voorr. I. 26. Tacitus zwijgt er van, doch deze kan hen
+gehouden hebben onder de Kleine Friezen te behooren. Het denkbeeld
+van den Heer Ypeij is zeer aannemelijk, dat de Frisiabonen eene
+volkplanting van echte Friezen zijn geweest, wonende aan de linkerzijde
+van het Vlie in West-Friesland, onderscheiden van de Kaninefaten,
+(waarschijnlijk aan de oevers der Noordzee woonachtig) en van de
+Marsatii in de moerassige, naderhand door de Zuiderzee overspoelde
+landen zich ophoudende, even zoo als de eerste Bildtbewoners eene
+volkplanting was van oorspronkelijke Noord-Hollanders.
+
+
+Bl. 26.--Ao 339.
+
+Die Waarden wierd genaamd. (Zie ook op de jaren 357 en 377.) Even
+zoo ook verhaalt Winsemius, Chronique, fol. 37 doch naderhand;
+(fol. 40) noemt hij de stad Norden, om welke reden weet ik niet;
+daarin is Soet. in zijn Op- en Nederganck van Stavoren, p. 55, hem
+gevolgd, die door Harkenroth, Oostfr. Oorsprongkel. (p. 39 en 232)
+daarover zeer gegispt wordt, dat hij Van Esonstad, Norden maken wil;
+en toch heeft Soet, slechts het gezag van Wins. gevolgd. Door de
+Noren en Denen zoowel als door herhaalde watervloeden heeft die stad
+veel geleden, en is dikwijls geplunderd en grootendeels afgebrand
+geworden. Westend. Jaarb. p. 19, stelt op 't jaar 398 het bouwen
+van Esonstad door den Koning Ubbo (Uffo). Over de oudheid dezer stad
+heeft Emmius ook zijnen twijfel mede gedeeld, doch v. Rhyn is hier
+wat toegevender dan wel anders.--Zie Oudh. en Gest. I. 454 volgg.
+
+
+Bl. 28 en 31.--Ao 385 en 449.
+
+Des Hengst en Hors, zijn zoonen enz. In den jaare 449, als Hengst en
+Hors enz.--De geschiedenis dezer Koningszonen is belangrijk genoeg
+om in aandacht genomen te worden, en wij vinden er, verondersteld
+zelfs dat wij onze kronijkschrijvers verwerpen, ook bij den Engelschen
+Historieschrijver Beda, (lib. I. Cap. 15) de vermelding van. Deze zegt
+dat zij de zoons van den Saxischen Vorst Vergistus (achter-kleinzoon
+van Wodan), en dus niet van Odolf Haron waren, hetgeen ook met de
+tijdrekening verkeerd zoude uitkomen. Hierover is twist ontstaan,
+welke onbeslist is gebleven: echter komt men daarin overeen, dat
+Hengistus en Hors aan het hoofd van de Saksen, Friezen, Angelen en
+andere naburige volken, door den Britschen Koning Vortigern te hulp
+geroepen, derwaarts zijn getogen, en zich eindelijk meester van dat
+land hebben gemaakt. Hunne geschiedenis is omstandig beschreven bij
+Ocko van Scharl; en hoezeer dezelve ook bij andere schrijvers in een
+romantisch gewaad is gewikkeld, draagt zij, in onderlinge vergelijking
+gebragt, vele kenmerken van oorspronkelijkheid. Wij kunnen hier in
+geene verdere ontwikkeling treden, doch zullen voor dien het lust, de
+bronnen en navolgingen aanwijzen, waarin de historie dezer gebroeders
+beschreven staat, met derzelver verscheidenheden.--Occo Scharlensis,
+Chronyck, op 't jaar 385 en 441; Furmerius, Annal. Phrisic. p. 124
+en 144; Winsem. Chr. fol 43 en 47; Schot. Fr. Hist. fol. 39 en 53;
+F. Sjoerds, Jaarb. I. 269 volgg.; Emmius, Lib. III. p. 39 seq.;
+Oudheden en Gestichten, Nabericht van v. Rhyn, bl. 368; Wagenaar,
+Vad. Hist. I. 289; Beda, Hist. Eccl. Lib. I. cap. 12 etc. en Chronicon;
+Jancko Douwama, Boeck der Partijen, p. 37; Westend. Jaarb. I. bl. 26;
+Overzigt van v. Halmael hiervoren § 7, jaar 449; Gibbon, Hist. of
+the decline and fall of the Rom. Emp. Ch. 38. IV. 395; Hume,
+Hist. v. Engel. I. 23 volgg.
+
+
+Bl. 32.
+
+In den jaare 463. Men vergelijke de tegenspraak in gemeld Nabericht
+van v. Rhyn, p. 372.
+
+
+Bl. 32.--Ao 496.
+
+Deed Klodoveus, een inval in Friesland. F. Sjoerds, Jaarb. I. 290
+en anderen verhalen, dat de Friezen in dezen strijd het onderspit
+delfden, de Friezen en Saksen terugkeerden, maar de Allemannen, welke
+in dezen strijd deelden, hun gebied verloren; terwijl Koning Clovis,
+ingevolge hunne belofte, na de overwinning in dezen hagchelijken kamp,
+met 3000 Franken, tot het Christendom overging. Eenige jaren vroeger,
+omstreeks 476, was het Westersche Keizerrijk geheel ten gronde gegaan,
+en niemand over de Maas en den Rijn gaf gehoor aan het Romeinsche
+gezag.--Verg. Bilderdyk, Geschiedenis des Vaderlands, I. 60 en 61.
+
+
+Bl. 34--Ao 517.
+
+Groningen, bij de Friesen Grins genaamt. In 517 werd, luidens het
+verhaal van eene der kronijken, Groninge of Groinge (Grens, Grins) met
+een houten staketsel omgeven, ter beveiliging der veste. Deze wijze
+van bevestiging was reeds veel vroeger bij de Germanen en Belgiërs
+in gebruik, en behoeft, op dezen tijd, niet de minste verwondering
+te verwekken.
+
+
+Bl. 34.--Ao 527.
+
+Richold, zijn oudste zoon. Over de geschiedenis in dit tijdvak
+is een bijzonder verschil ontstaan bij vele schrijvers, daar de
+verwarringen, zoowel in den tijd als in de personen, aanduiden, dat
+men het spoor bijster is geraakt, en men alzoo tot gissingen zijne
+toevlugt heeft genomen, om uit de onderlinge tegenspraak tot eenige
+waarschijnlijkheid te geraken. Ook onze kronijk geeft geen meerder
+licht, maar is schijnbaar in den doolhof medegedwaald. De opgave van
+den zoon en kleinzoon van Diderik, (zie op 't jaar 334) beide Lem of
+Willem geheeten, en Dibbalds zoon van denzelfden naam, waarvan Haarlem
+zijnen naam ontleende, is in 't geheel niet in de haak, schoon ook
+Winsemius (fol. 36 en 48) hem hierin is voorgegaan. Verg. Scriverius
+in zijden Toets-steen op het Oude Goutsche Chronycxken, p. 204,
+205. De andere kronijken springen met die historie, tot op Adgillus
+tijd, wonder om, terwijl men het over diens vader maar geheel niet
+eens kan worden.--Was Adgillus een Saks of een Fries? Beroald,
+Bertoald of Berthold voerde volgens veler gevoelen het gebied over
+de Saksen, en daar Ritserd, naderhand bijgenaamd Arundelius, in dien
+tijd Koning der Hoog-Friezen was, (in onze kronijk bl. 36 genoemd)
+moet Adgillus diens zoon geweest zijn. Dit is mede de gissing van
+Emmius, door v. Rhyn goedgekeurd, en door F. Sjoerds (Jaarb. I. 334)
+gevolgd. Het is ons wel voorgekomen, dat men Saksen en Friezen, Beroald
+en Ridserd met en onder elkander heeft verward, en dat Beroald door
+de Saksen tot Koning of Hertog was verkozen;--maar in hoeverre hij
+ook een deel der Friezen beheerscht hebbe, en hoedanig van Odibbald
+af de geslachtsopvolging geweest zij tot aan Adgillus, behoort tot een
+nader naauwkeurig onderzoek. Verg. onder anderen v. Rhyn's Nabericht,
+bl. 376-382, te dezen opzigte zeer duidelijk. Over Ridserd Arundelius,
+die een dapper en vermaard Vorst moet geweest zijn, West. Jaarb. bl
+30 volgg. Schot. Fr. Hist. fol. 47.
+
+
+Bl. 35
+
+Watervloeden in Friesland.
+
+In den jaare 570. Dus ook Winsemius, Soet en anderen, doch Gutberleth,
+in zijne Aanteekeningen op Gabbema's Watervloeden, p. 14, vermeldt uit
+de geschreven kronijk van Ocko van Scharl, hem ten gebruike gegeven
+door Bern. Fullenius, den weêrgaloozen Hoogleeraar in de Wiskunst
+in Frieslands Opperschool (gelijk hij zegt), dat aldaar deze vloed
+gesteld wordt op den jare 533. Ook de kronijkschrijver Twisk noemt
+hetzelfde jaar.
+
+Door Dirk, Burger van Schoorl, wordt in diens kronijk als eerste
+Watervloed opgegeven die van 333 in Noord-Holland, wanneer de Zijpe
+is ingebroken en 1200 jaren verdronken heeft gelegen. De stad Grebbe,
+door de Romeinen gesticht, liggende aan 't Eimer Swin, thans nabij
+het Nieuwe Diep, of een half uur gaans benoorden Wieringen, zou toen
+verdronken zijn, schoon anderen dit voorval later stellen [147]. In
+435 was er weder een zware vloed over Friesland, zoo als ook in 516,
+in onze kronijk vermeld. Na 570 volgde die van 584, met het wonder
+zeldzame, vruchtbare jaar. In 586 of 626 [148], of welligt in beide
+jaren, werd Friesland alweder overstroomd. Een viertal jaren later
+begon de wijze Adgillus vliedbergen en terpen te maken, en gaf der
+bedijking hare geboorte. Vele menschen en veel vee verdronken in
+den vloed van 792 of 793, en door al deze verwoestingen waren er een
+aantal steden, dorpen, bosschen, alsmede eene groote uitgestrektheid
+lands verzwolgen en vernietigd, waarvan de onder de golven der zee
+liggende zandbanken de sporen van het vorig bestaan aanwijzen.
+
+De St. Thomas vloed van den jare 806 was geducht voor Friesland; en
+van dien tijd tot op de helft der XII eeuw moeten door verscheidene
+overstroomingen Friesland, Noord-Holland, Zeeland en Vlaanderen
+deerlijk zijn geteisterd, vooral in den jare 839 zou dit gewest bijna
+geheel overstroomd geweest zijn, en er eene gansche omwenteling in
+den bodem van ons vaderland te weeg zijn gebragt.
+
+De St. Juliaans-vloed in 't begin van 1164 kostte het leven aan
+duizenden van menschen en beesten; waarop de alles verwoestende
+Allerheiligen-vloed van 1178 volgde, die de zeebaren tot aan
+Utrechts wallen voortjoeg. In dezen tijd kreeg de Zuiderzee eene
+groote uitgestrektheid; terwijl de baatzuchtige Friesche Abten vele
+verderfelijke doorgravingen deden maken, die de zee in vernielende
+krachten deed aanwinnen. Ook in 1200 stroomde een deel van Friesland
+over; doch van den schrikkelijken watervloed in Noord-Holland, in
+1212, vindt men niets betrekkelijk Friesland vermeld. Dan bij den
+ijsselijken Marcellus-vloed, in Januarij 1219, was geene overstrooming
+te vergelijken, hetgeen dan ook bij de nakomelingschap ten spreekwoord
+is geworden. Alwat tusschen den Wezer en de Schelde op en over de
+oppervlakte van den grond aanwezig was, werd op vele plaatsen vernield
+en vernietigd, en duizenden menschen van 't leven beroofd. Dezen vloed
+(zegt Westend. Jaarb. p. 238) meenden velen te moeten toeschrijven
+aan de brooddronkenheid en de woestheid van een zekeren Fries en
+kampvechter, die het hoogwaardig sacrament te Wijtwerd en Uskwerd,
+ter plaatse waar men naderhand het klooster van St. Jan stichtte,
+zeer hoonde en ontheiligde.
+
+De jaren 1220, 1221, 1222, 1223, 1224, 1227, 1230, 1237, 1246, 1248,
+1249, 1250, 1257, 1262, 1266, 1273, 1277, 1285, 1287, 1288 en 1290
+waren uiterst rampvol voor Friesland, en wie kan er zich een denkbeeld
+van vormen? twintig overstroomingen in ééne en dezelfde eeuw, in één en
+hetzelfde Gewest! En niet alleen door de vloeden, maar ook omstreeks
+het midden dezer eeuw werd Friesland door eene vernielende pest onder
+menschen en vee jammerlijk geteisterd, terwijl haat en nijd, twist en
+tweedragt onder de ingezetenen aller onheil ten top voerden.--In deze
+eeuw verdwenen Ezonstad, Camminghaburg bij Leeuwarden, Britsenburg
+aan de Middelzee, de stedekens Wartena ten deele en Grind geheel.
+
+In de veertiende eeuw werd Friesland acht malen gedeeltelijk
+overstroomd, en wel ten jare 1313, in welke de beroemde Wijbo Sjoerds
+van Grovestins, voornaam hoofd der Vetkoopers, het leven liet, en op
+welke overstrooming weder eene pestziekte zoude gevolgd zijn: voorts
+in 1334, 1336, 1361, 1377, 1380, 1387 en in 1400, de Friesche vloed
+genaamd, welke van belang is geweest voor de opkomst van Amsterdam,
+door het aanmerkelijk verwijden van het Marsdiep, het zeegat tusschen
+Texel en den Helder.
+
+Wederom vijftien overstroomingen in de XV eeuw, waren ons gewest ten
+geesel en ter vernieling. In 1403 was de 3de Catharina's vloed, maar in
+1421 rigtte de St. Elisabeth's-vloed hare ijsselijke verwoestingen aan,
+waarin de 72 dorpen in den Zuid-Hollandschen Waard bedolven werden,
+zoodat er twintig geheel te niete gingen. De volgende vloeden hadden
+plaats in 1425, 1426, 1427, 1428, 1429, 1434, 1437, 1446, 1464,
+1470, 1474, 1477, en 1497; en geen wonder dat het land overstroomde,
+want de onderlinge twist en tweedragt gaf aan den oorlog voedsel,
+terwijl de eendragtige zorgen voor het behoud des lands verloren
+waren. West-Workum, Westerbierum en Dijkshorne waren den golven ter
+prooi geworden: niet alles echter was verlies, want de Middelzee was
+nu geheel aangeslijkt, en gaf kostelijk land.
+
+Ook in de XVI eeuw was Friesland even ongelukkig door den ramp
+der vloeden, zoodat wel twintig malen in dit tijdvak het land
+overstroomde. In de jaren 1502, 1503, 1509, 1516, 1517, 1520, 1524,
+1525, wanneer er drie vloeden in één jaar waren; in 1530, 1531 en 1532
+(misschien dezelfde), 1552 en 1559 rigtten zij vele verwoestingen
+aan. Maar de geweldige Allerheiligen-vloed van 1570 heeft het gansche
+land langs de zeekusten van Frankrijk tot aan Noorwegen toe, als in
+ééne zee herschapen; terwijl in Friesland de schrik en ellende, die
+land en inwoonderen in eenen poel van jammeren stortte, door geene
+pen waren te beschrijven, door geene woorden te vermelden. Wel 20,000
+menschen, zeggen de schrijvers, zijn in onze Provincie omgekomen:
+1800 telde men in ééne Grietenij.--Daarna had men weder met dit
+onheil te kampen in 1572, 1573, 1575, 1577 en 1578. Toen evenwel, door
+tusschenkomst en dwang van Caspar de Robles, werd er gedijkt en gedamd.
+
+Hoewel nu de vloeden in de XVII eeuw minder waren dan in de vorige, was
+evenwel de zee niet in banden te houden, maar brak nog dikwijls door de
+dijken heen, en bedierf een deel van het zoo vaak geteisterd gewest. In
+1610 liep de zuidwesthoek onder: 1623, 1625, 1643, 1651, 1665 en
+1675 waren noodlottige jaren, en vooral het jaar 1651, waarin de
+St. Pieters-vloed, na dat in Januarij de algemeene rivier-overstrooming
+in de Nederlanden had plaats gehad, in de volgende maand vele oorden in
+Friesland verwoestte. Voor Noord-Holland was die vloed verschrikkelijk.
+
+In den aanvang der XVIII eeuw, en wel in 1701 en 1703, zoo ook in
+1715, leden door de overstroomingen het land en de zeedijken veel
+schade, dan door den 7 kersvloed in 1717 was de verwoesting groot,
+vooral in Oost-Friesland.--Ten jare 1731 werd het paalwerk langs
+de kusten, en sommige sluisdeuren door de wormen geheel doorknaagd
+en verteerd. Bijna zestig jaren lang bleef Friesland voor storm en
+vloed beveiligd, doch in 1775 en 1776 had de provincie door twee
+overstroomingen, en vooral door de laatste, veel te lijden; dit was
+echter niet te vergelijken bij den geduchten watervloed van den jare
+1825, die langs de zeekusten van Noord-Jutland af tot Frankrijk toe,
+zijne vernielende kracht heeft uitgeoefend.
+
+Vergelijk de Inleiding voor mijn Geschiedkundig Tafereel van
+den Watervloed en de Overstroomingen in de Provincie Vriesland;
+voorgevallen in 1825, en alle de afzonderlijk daarin aangehaalde
+schrijvers. Westend. Jaarb. van Groningen, op de verschillende jaren,
+die echter vele overstroomingen niet heeft vermeld.--Een zeer goed
+boek over de laatste overstrooming is dat van den kundigen F. Arends,
+Gemählde der Sturmfluthen vom 3 bis 5 Februar 1825: (zu haben bei
+dem Verfasser, 1826.) In zijn verdienstelijk reeds aangehaald werk:
+Physische Geschichte der Nordsee-Küste, geeft de Schrijver, in het
+tweede deel, eene Geschiedenis van al de watervloeden, vermeerderd
+met vele bijzonderheden, door vroegere schrijvers niet vermeld.
+
+
+Bl. 37.
+
+In den jaare 628 enz. Het omstandig verhaal dezen belangrijken strijd,
+vindt men bij alle latere geschiedschrijvers bijna op dezelfde wijze
+geboekt, en komt in de hoofdzaak overeen. Echter bij vergelijking
+der oudste Friesche jaarboeken, zal men eenige afwijking van anderen
+vinden. Niet, zoo als deze willen, was Dagobert de aanvallende partij
+in Friesland, of wilde dit land dadelijk overheeren; maar de Saksen,
+onder Koning Berthold, wilden niet meer onder der Franken gebied
+blijven, maar vrij zijn, des zij hunne krijgsboden aan Klotaris
+zonden, om dien op een barschen toon den wil van hunnen Koning te
+kennen te geven, hetwelk der Franken Opperhoofd dezen zoo hoog afnam,
+dat, waren zij niet door de christelijke staatkunde van den Bisschop
+van Meaux gered, hij hen welligt het hoofd voor de voeten had doen
+leggen. Zij keerden, tot christenen gedoopt, met eere en geschenken
+terug. Doch de Saksen verbonden zich met de Friezen, volvoerden hun
+plan, rukten tegen Dagobert op, die zijnen vader te hulp roept en de
+overwinning behaalt; en nu had er eene ijsselijke slagting onder de
+Saksen en Friezen plaats. Die langer dan zijn zwaard waren [149],
+dat is, die de wapenen weder zouden kunnen voeren en geschikt ten
+strijde waren, werden vermoord; vrouwen en kinders werden in Frankrijk
+als slaven verkocht, en daarmede eindigde dit treurtooneel.--Dat dit
+gevecht in Friesland bij de Middelzee plaats had, gelijk Rolevink,
+en in navolging van hem Furmerius, Winsemius en anderen, beweren,
+heeft geen schijn, daar men moet vooronderstellen, dat het niet anders
+dan bij den Wezer kan hebben plaats gehad.
+
+Dagobert moet omstreeks dezen tijd ook een christenkerk te Utrecht
+gesticht, en den Bisschop van Keulen het beheer over de Friezen
+gegeven hebben; dan dezen, te zeer nog aan hunne afgoden verslaafd,
+te stijf van hoofd en stug van aard, boden te veel tegenstand, en
+men vorderde dus weinig.
+
+Dat ook deze Dagobert, als overheerder der Friezen, de insteller
+der wetten is geweest, wordt bestreden en met grond betwijfeld.--Zie
+daarover Schwartz., Charterb. Voorr. I. bl. 36, 37, 38. Men vindt deze
+gebeurtenis beschreven bij Furmerius, Ann. Lib. III. c. IV. p. 172;
+Wins. Chr. fol. 52; Schot. Hist. fol. 47; F. Sjoerds, Jaarb. I. 323;
+Wagen. Vad. Hist. I. 331; Tegenw. Staat v. Fr. I. 221; Oudh. en
+Gest. II. 111, 112 en 377; Cerisier, Gesch. d. Vereen. Ned. I. 90;
+Bilderdyk, Gesch. d. Vaderl. I. 66.
+
+
+Bl. 37.
+
+Adgild wierd enz. Over de regering van den christelijken Adgillus
+en onchristelijken Radboud, is in het Overzigt genoegzame melding
+gemaakt. Schot. Fr. Hist. p. 55, zegt, dat volgens eene Hollandsche
+kronijk, Radboud geen zoon van Adgillus, maar van Diederik, omtrent
+den jare 300 Koning van Friesland, bewesten 't Flie, geweest zou
+zijn. Wij hebben echter die kronijk niet gevonden, en volgen liever
+het getuigenis van alle overige geschiedschrijvers.
+
+
+Bl. 42.--Ao 695.
+
+In Friesland, Holland en Teisterband. Over het oude graafschap
+Teisterband, in 'twelk het geheele Sticht, met het land tusschen Maas
+en Rijn, en van daar oostwaarts, met Kleef, Berg en Gulikerland,
+vervat werd, leze men Bilderdyk's Geschied. d. Vaderl. I. bl. 161,
+193 en 341 volgg. De afleiding is deze: Bant, Ban is jurisdictie,
+regtsban, Deister is bogt, kromte van deisen, thans deinzen,
+afwijken. Het wordt van ouds algemeen op de kromte van eene rivier
+toegepast. Dus is Teister of Deisterbant de regtsban (of 't gezag)
+van de bogt (de afwijking) des Rijns, waar hij van noordwaarts ten
+westen afdeinst.--Vergel. de door Bild. zelven vervaardigde kaart
+achter het I. deel.
+
+
+Bl. 43.
+
+In den jaare 700. In dezen tijd, en zelfs gedurende een gedeelte der
+VIII eeuw, was geheel Friesland nog heidensch. De Menschen-offers, door
+geheel Galliën, Germanie en Scandinavie gebruikelijk, bij de Denen
+en Noren in zwang, vonden ook in Friesland grooten bijval, zoodat
+het geenszins vreemd is, in dezen tijd daarvan in de geschiedenis
+voorbeelden te vinden. Men heeft het verhaal van den schoonen jongeling
+Ovo, door den Priester Wulfram van den dood verlost, onder de fabels
+gesteld, dan tijden, zeden en gewoonten in acht genomen, en de leer
+der ondervinding geraadpleegd, zou ik niet weten, waarom, door deze
+of gene omstandigheid, hetzij aan hooger magt toe te schrijven,
+of vindt men dit te ouderwets gedacht, dan door een toeval, of wel
+door eene behendigheid des Priesters, dit voorval niet had kunnen
+plaats hebben [150]. Men twijfelt toch, in weerwil der zonderlinge
+tegenspraak van sommige geleerden, geenszins aan zoo vele bloedige
+offeranden aan de Goden gebragt, aan het slagten, verdrinken of op eene
+andere wijze dooden van zoo vele mannen, vrouwen, ja zelfs kinderen,
+waarvan de geschiedenis in de eerste eeuwen voorbeelden, aangeeft: en
+zou het dus zoo vreemd zijn, dat in de eerste tijden bij verbazende
+natuurverschijnselen of andere gebeurtenissen, men in zijnen angst
+tot het menschenoffer, (gelijk dat van een driejarig kind, bij het
+ontstaan eener zoute welle) als het hoogste, waarmede men zijne Goden
+vereeren kon, waarmede men rampen afweren en gunsten verwerven wilde,
+toevlugt nam?
+
+Zeer gegrond is de aanmerking, dat door deze volharding in de
+afgodendienst overvloedig blijkt, hoe weinig der Romeinen gezag
+en invloed op de Friezen werkte. Men leze over het offeren van
+menschen en beesten de meergen. Verhandeling van Westendorp, over het
+gebr. der Noordsche Mythologie, bepaaldelijk over de Heilige gebruiken,
+bl. 339 volgg.
+
+
+Bl. 44.
+
+Adgild, de tweede. Sommigen willen liever tot opvolger van Radboud
+zijnen zoon Poppo, dan Adgillus hebben; de een onder den titel van
+Koning, de ander onder dien van Hertog. De gissing echter in § 11
+van het Overzigt (bl. 315), komt mij zeer aannemelijk voor. Zie van
+Loon, Aloude Holl. Hist. I. 324b, 325a; Oudh. en Gest. Naber. p. 393;
+Bijv. en Aanm. op Wagenaar, I. 92; West. Jaarb. p. 42.
+
+
+Bl. 46.--Ao 736.
+
+Is Bisschop Willebrord ontslaapen. Deze heeft ongetwijfeld den
+eersten grondslag gelegd, en groot nut aan Friesland gedaan, tot
+bekeering der heidensche natie. Volgens Wagenaar (I. 378) stierf hij in
+slagtmaand 737, nalatende een alleraanzienlijks vermogen, meest door de
+Franken hem geschonken, hetwelk hij aan zijne geliefkoosde Abdij van
+Epternach, bij Trier, uit eene gifte van Dagoberts Dochter gesticht,
+vermaakte. Omstreeks dezen tijd schijnt ook de Priester Marcellus,
+die zeventig jaren lang het Evangeliewerk verrigtte, in Friesland
+met goed gevolg gepredikt te hebben.
+
+Ook in dit tijdvak kwam de vrome en geleerde Bonifacius hier te lande
+uit Engeland. Deze bestreed met kracht, verstand en godvruchtigen
+ijver, niet alleen de heidensche bijgeloovigheden, ruwheid van zeden
+en woestheid der Friezen, maar ging ook met ernst het zedebederf, de
+onkunde, boosheid, onwettigheid en valsche leer der geestelijken te
+keer, wier doel en middelen met de christelijke godsdienst zoo zeer in
+strijd waren. Zie het op bl. 348 aanbevolen werk van den heer Glasius,
+IV en V Hoofdst.
+
+
+Bl. 47.--Ao 749.
+
+Priester Jan.--Zie over dezen Oudh. en Gest. II. 84-86 en
+Naber. bl. 349.
+
+
+Bl. 50.
+
+Vreemde Heeren. De Heer v. Halmael, heeft zijn tweede Tijdperk van het
+Overzigt, (gedeeltelijk geplaatst in 't Friesch Jierboeckjen van 1833)
+loopende van 773 tot 1498, zijnde van Karel den Groote tot de regering
+van Albrecht, Hertog van Saksen, genoemd: Het Vrije Friesland. Niet
+dadelijk evenwel (zoo als ook de Schrijver aanmerkt) waren de Friezen
+vrij, maar trapsgewijze onder Karel's opvolgers werd die vrijheid
+verkregen, niet door Karel zelven hen geschonken. En ook natuurlijk,
+want daar onder de hoofdvoorwaarden het aannemen van de Christelijken
+Godsdienst, en dus ook onderwerping aan een' Bisschop behoorde, was
+het van zelf, dat het onrustig en onstuimig karakter niet zoo dadelijk
+met die zachte middelen te temmen was, waardoor dus menig opstand en
+oproer dikwijls de reeds geschonken vrijdommen weder deden bekrimpen.
+
+Karel verdeelde het tegenwoordig Friesland, naar het schijnt, in drie
+Graafschappen: Oostergouwe, Westergouwe en Stavoren. Het Graafschap
+Islegouwe (IJsselland), waarin Oost- en West-stellingwerf begrepen
+zullen zijn, is welligt een Saksisch en geen eigenlijk Friesch
+Graafschap geweest of alzoo genoemd. Ieder Graafschap had zijn
+opperhoofd, bekleed met de burgerlijke en militaire magt, en over
+eenige Graafschappen was een Hertog, uitsluitend het bewind over de
+krijgsmagt voerende, gesteld [151].
+
+De wetten, naar welke Karel de Friesche Graafschappen in het algemeen
+deed regeren, zijn die, welke onder den titel van Leges Frisionum
+in druk zijn uitgegeven. Het eerste deel bevat de overoude gewoonten
+der Friezen onder de Romeinen, met eenige wetten der Franken, en het
+tweede, de ophelderende bijvoegselen van Sachsmund en Wulmar. Echter
+beschouwen wij dit niet als een volledig Corpus of wetboek, maar
+veeleer voor een handboek voor de Keizerlijke Graven en Ambtenaren, om
+daarop regt te doen, ook ter berekening der breuken en boeten. Hieruit
+zoowel als van elders blijkt, dat de Friezen destijds in vier
+standen of klassen verdeeld waren. Edelen, dit waren de rijksten,
+de begoedigsten; Vrijen, minder gegoeden, echter onafhankelijken;
+Liten, lijfeigene boeren, en Slaven of Knechten, geheel dienstbaren.
+
+Karel ontnam den Friezen het regt op de vaderlijke erfenis, alzoo hun
+regt op de nagelatene goederen der ouders, dat is: het vrije bezit
+der erf-, stam- of landgoederen van den adel en van de welgeboren
+lieden; en voerde dus het zoogenaamde Leenregt in. Deze algemeene
+hoon en smaad werd weder uitgewischt door Karel's wettigen zoon en
+opvolger Lodewijk den Vrome of Godvruchtige [152], die zijne regering
+begon met aan de Friezen dit regt, en met dit regt den eernaam van
+Vrije Friezen weder te geven. Hij was een zeer menschlievend Vorst,
+doch welligt wat al te vroom om zulk een groot gebied en een onverlicht
+volk te regeren.--Zie Friesch Jierboeckjen, 1833, §§ 4 en 7; bijzonder
+Charterboek, Voorrede I. bl. 40 volgg. en aldaar den Giftbrief;
+vergel. West. Jaarb. bl. 55 volgg.
+
+Ten opzigte der wijze, hoedanig de opgemelde wetten in geschrifte
+gesteld zijn, verhaalt men, dat dit door twaalf deskundigen, (welk
+getal men in regtszaken steeds hoog waardeerde,) door de Friezen
+gekozen, uit de overleveringen moest geschieden. Doch men wilde
+liever bij het oud regt blijven, dan deze zware taak te verrigten,
+en men was dus onwillig. Des Keizers wil woog echter zwaarder, dan
+die der twaalven, en het werk werd volbragt.
+
+De Sage, zegt de Heer Westendorp (Jaarb. I. 59), heeft deze gebeurtenis
+in een kostelijk kleed gestoken:
+
+»Daar deze twaalf wijzen dan onwillig waren, om de wetten der Vriezen
+in schrift te stellen, zoo gaf de Keizer hun zeven dagen tijds om
+tusschen de onthoofding, het levende begraven, of het ter prooi geven
+aan de woeste golven in een stureloos schip, te kiezen. De wijzen
+kozen lijdzaam en moedig het laatste. Men zette hen dan nu in een
+schip zonder zeil, roer, riemen en anker, en liet hen voor wind en
+weder drijven. Een der Wimoedes, Asega of Azinge geheeten, van het
+Wilken-geslacht, en een der eerste Vriezen, die deze benaming droeg,
+herinnerde in dezen nood zijnen mede-ambtgenooten aan eene door hem
+gehoorde leerrede van Willebrord, nopens de verschijning van Christus
+Jezus, voort na zijne opstanding, aan zijne, in druk gezetene,
+vrienden, hoewel de deuren gesloten waren. Hij stelde hen tevens
+ootmoedig voor, om de hulp, redding en tusschenkomst van Christus
+Jezus in dit gevaar biddend af te smeeken. Dit geschiedde eenparig
+knielende. En ziet, onder hun gebed vertoonde zich achter in het schip
+een man, welke met zijne hand een kromhout hield, en die de twaalven
+wederom in de haven terug bragt, vanwaar zij uitgegaan waren. Als nu
+de dertiende met de twaalven te lande kwam, wierp hij het kromhout
+op den grond, en terstond ontsprong aldaar eene bron, rondom welke
+allen gingen zitten: een ieder verkwikte zich met het water van de
+bron. De dertiende, welke aan de twaalvde volkomen gelijk en daarvan
+niet te onderscheiden was, leerde hen en gaf hun in, welke regten
+zij, ter gehoorzaming aan het keizerlijk bevel, zouden uitkiezen en
+beschrijven. Als zij nu wel onderrigt waren, zagen zij den dertienden
+niet langer; zij gingen aan hunne taak, en volbragten dezelve. »Zij
+kozen het landregt, dat hen door Maria's zoon geleerd was," zegt een
+der kronijken. Men legde deze verzameling den keizer en den paus
+voor, en het werk verwierf de goedkeuring van beiden."--Verg. de
+O. Fr. Wetten en de belangrijke Aant. van bl. 103-114, alwaar men
+in het verhaal van de twee Kon., Karel en Radboud, deze sage vindt,
+zoo als ook bij Beninga en Kempius.
+
+
+Bl. 50.
+
+In den jaare 777 is Ludger. Het verwondert mij dat onze kronijk, nog al
+gehecht aan bijzondere voorvallen, hier niet vermeldt de wonderbare
+redding van de moeder van dezen Ludger, te vinden in Schotanus,
+Beschryvinge v. Frieslandt, p. 22, overgenomen uit eenen (aldaar
+niet genoemden) Levensbeschrijver van Ludger. Dus luidt hoofdzakelijk
+aldaar deze gebeurtenis. Wrisung, de grootvader van Ludger, was der
+Christen-godsdienst toegedaan, en werd dus door Radboud verdreven. Hij
+ging over het Vlie wonen, en volvoerde zijn christelijk werk; zijn'
+jongsten zoon Tjadgrim in Utrecht ter leerschool bestellende. Deze
+huwde na zijns vaders dood eene vrouw, genaamd Liafburg of Liatburg,
+waarbij hij drie zoons en ook onzen Ludger verwekte. Deze Liafburg
+geboren zijnde, moest op last van hare heidensche grootmoeder,
+verdrietig dat harer schoondochter alleen meisjes werden geboren, door
+eene slavin worden verdronken; een regt dat zij volgens hare leer,
+op jonggeboren kinderen hadden, om ze om te brengen en te offeren,
+mits zij vooraf niets genuttigd of geproefd hadden. Dan het wichtje
+greep met zijne handjes het vat of den emmer, waarin het gestoken werd,
+om den rand, en worstelde dus tegen den dood. Eene buurvrouw dit ziende
+en bewogen met het onnoozel schepsel, ontnam het der slavinne, liep
+in haar huis en stak het een weinig honigs in den mond, waardoor het
+van den offerdood was verlost. Zij voedde het kindje zorgvuldig op,
+gaf het na den dood der grootmoeder aan de ouders terug, en dit meisje
+werd de moeder van den geleerden en verdienstelijken Priester Ludger,
+van wien men leest, dat hij de Friesche, Engelsche, Frankische en
+Latijnsche talen vlug en vaardig sprak, en wiens leven en daden overal
+tot zijnen lof zijn beschreven. Als opvolger van den braven Bonifacius
+en in diens voetspoor tredende, bekleedde deze wijdvermaarde Fries
+eene aanzienlijke plaats onder de Christenherders, die boven velen,
+godvruchtig, ijverig en standvastig in zijnen arbeid was.
+
+Men vindt onder anderen de levensbeschrijving der eerste
+Geloofpredikers bij F. Sjoerds, Beschr. v. O. en N. Friesland, VI
+Hoofdst.--Over Ludger, Westendorp, I. 64 en volgg. 89 volgg.--die
+echter, tegen het verhaal van Schotanus aan, niet de moeder van Ludger
+den offerdood doet ontkomen, maar Ludger zelf, waardoor de genoemde
+oorzaak zou wegvallen, welke aanleiding tot het ombrengen van het
+jonggeboren kind had gegeven. Maar belangrijk is ten dezen het werk
+van den heer B. Glasius, de Gesch. der Christ. Kerk en Godsd. in de
+Nederl. vóór het vestigen der Herv., waarvan het eerste deel het licht
+ziet, en waarin wij voor de eerste pogingen ter verkondiging van het
+Christendom in ons Vaderland en der Christenleeraars eene naauwkeurige
+en belangrijke beschrijving hebben gevonden. Ook den beoefenaren der
+Friesche Historie zij dit werk bij zonder aanbevolen [153].
+
+
+Bl. 51.--Ao 784.
+
+Zijn de Noormannen wederom met Wydekind. In het Archief van de
+oude Hannoversche stad Goslar is eene oorkonde aanwezig, bevattende
+het gebed of de gelofte, waardoor de Saksen over hunnen aanvoerder
+Witekind, in den krijg met Karel den Groote, heil en zegen afsmeekten
+van hunnen God Wodan, wiens beeld op den Hartsberg vereerd werd. Dit
+is de Duitsche tekst:
+
+»Heiliger, groszer Wodan! Hilf uns unserm Herrn Wittikind, auch
+dem Kelta (Unterfeldherrn) von dem aischen (garstigen) Karl-pfui
+dem Schlächter! Ich gebe dir einen Ochsen und zwei Schaafe und
+den Raub. Ich schlachte dir alle Gefangene auf deinem heiligen
+Hartisberge!" De geleerde Ypeij deelt deze bede benevens eene tweede
+oorkonde, twee of drie jaren later gesteld, toen de Saksen zich aan
+Karel onderworpen hadden, in de Nedersaksische spraak mede [154],
+met een aantal belangrijke taalkundige aanmerkingen vooral op het
+laatste gedenkstuk.
+
+
+Bl. 54.--Ao 808.
+
+Omtrent dien zelven tijd liet Igle Tadema. Het is zeker dat het meer
+Flevo zich in dezen tijd en ook reeds vroeger merkelijk uitbreidde,
+waartoe herhaalde stormen en watervloeden krachtig medewerkten,
+zoodat het zoute water niet alleen de tegenwoordige kusten naderde,
+maar ook van tijd tot tijd ondermijnde. Het is dus zeer mogelijk, dat
+bij het graven van putten, gelijk ook op 't jaar 513 van Juw Hoppers
+wordt vermeld, er zout water is opgekomen, en het verhaal van Tadema de
+gewone versiering heeft ondergaan, zoo als van vele andere voorvallen,
+zonder dat het noodig zij het geheel te verwerpen. Dat Igles zoon op
+bevel van zijnen vader het landgoed bij het Kreil verkocht, en zich
+in Gaasterland vestigde, dit is zeer natuurlijk, en dat de familie
+hier over wrokkend was en zich op eene voor onzen tijd ijsselijk
+wreede wijze wraak verschafte, is ook niet zoo vreemd.--Men leze deze
+schrikkelijke geschiedenis in O. v. Scharl's Kronijk op 't jaar 808,
+die echter 't voorval met Juw Hoppers niet heeft opgeteekend. Zie
+Wins. fol. 47 en 85; Schot. Fr. Hist. fol. 53.
+
+
+Bl. 56.
+
+In den jaare 809, als er te Romen. Op Kersdag van den jare 800 werd
+Karel de Groote in de hoofdkerk te Rome als Augustus en Caesar der
+Romeinen over het Westen uitgeroepen, gezalfd, gekroond en gehuldigd.
+
+»De Friezen dienden hunnen nieuwen meester getrouw; doch weinig
+geloof zoude 't verhaal verdienen, dat zij met hem Rome zouden
+hebben veroverd, gelijk onze en andere Kronijken op den jare 809 of
+omstreeks dien tijd vermelden. Men kan dit feit hebben verward met
+de verovering van Rome door Arnulph, den laatsten afstammeling van
+dezen Karel, wien het vergund was den Westelijken Keizerskroon te
+dragen, doch om gekroond te worden, de stad moest overwinnen, waarin
+de Friezen beoosten het Flie hem bij stonden." Dit is hoofdzakelijk,
+met anderen, ook het gevoelen van den heer v. Halmael: versterkende
+dit zijn gevoelen door het argument dat de beschrijvers van het leven
+en de daden van Karel daarvan geen gewag maken. Dan Bilderdyk is van
+een tegengesteld begrip. »Het zijn de Friezen niet alleen, zegt hij,
+die van hunne verovering gewagen. De Romanciers en Heldenboeken
+der middeleeuwen zijn er vol van, dat de Friezen Rome voor Karel
+innamen. En waarom mag dit niet zijn? Dat hij Friezen in zijne legers
+had, is zeker en boven alle bedenkelijkheid; en daar hij ze ook in
+Spanje bij zich gehad heeft, daar zij hem over de Pyreneën verzelden
+en hun trouw bewezen, waarom mag het niet waar zijn, dat zij 't ook
+over de Alpen deden; en dat toen er een oproer in Rome bij Karels
+aannadering ontstond, en de poorten hem gesloten werden, zoo als
+bij die Romanciers deels gemeld, deels duidelijk ondersteld wordt,
+zij het waren, die de poort gewonnen hebben, en hun dus in de stad
+gevoerd? Daar is iets zoo natuurlijks in, zoo wel zamenhangende, en zoo
+wel passende op de zaak, dat het mij ten minste niet onaannemelijk
+voorkomt; en dat zij eene belooning daarvoor gekregen hebben,
+geëvenredigd aan het belang dat Karel in de bewezen dienst stelde, is
+mede zeer waarschijnelijk. Het zij dat dit in 799 gebeurde, toen hij
+den verdreven Paus Leo III op den zetel herstelde; waarbij het niet te
+verwonderen is, zoo geweld en dapperheid en bestorming van eene poort
+noodig was: het zij in 800 toen hem de keizerkroon opgezet wierd, en
+er bij die gelegenheid mooglijk een oproer van de oude partij ontstond,
+die men gefnuikt waande, maar zonder de Friezen van gevolge had kunnen
+zijn. De zaak kan dus waar zijn; en men heeft onrecht een geheel volk
+tegen te spreken, wanneer er eenige samenstemming in zijne overlevering
+is met hetgeen van elders getuigd of voor waar en aangenomen is in
+een tijd dat de geheugenis nog versch was."--»Men behoeft enz."
+
+Hoezeer dan ook de Bulle of open Brief van Karel den Groote
+ontwijfelbaar valsch is, behoeft daarom het vermelde feit geen fabel
+te zijn, en het is onbetwistbaar, dat er dikwijls valsche stukken
+zijn gesmeed tot bewijs van wezenlijke waarheden, waarom ik mij
+dan ook met de meening van Bilderdyk wel kan vereenigen [155]. Uit
+een der te Oxford berustende handschriften, tot de nalatenschap van
+Junius behoorende, getiteld: Incipiunt Gesta Fresonum, hetwelk door
+het Fr. Genoots. wordt uitgegeven, zal ongetwijfeld dit gevoelen
+worden versterkt.
+
+Wij vinden op dezen jare 809, en ook vooral op het volgend jaar,
+aangeteekend, dat er in alle provinciën eene geweldige runderpest
+woedde, zoodat er bijkans geen os in het leger overbleef, welke ziekte
+nog vele jaren voortduurde.
+
+
+Bl. 58.--Ao 810.
+
+Een schattinge van 200 ponden zilver. Anderen bepalen die op de
+helft. Deze belasting, onder den naam van Klipschild, klinkschatting,
+werd dus genoemd omdat de munten in een bekken moesten geworpen
+en de klank daarvan in de verte gehoord worden. Zoo moesten ook
+de Engelschen lange jaren het zoogenaamde Deangeld aan Godfried
+opbrengen. Zie O. Fr. Wetten, bl. 130, in de Aanteekening.
+
+
+Bl. 61.--Ao 808.
+
+Magnus Forteman. Dat deze de eerste Potestaat is geweest, hebben
+latere schrijvers tegengesproken, op grond dat deze waardigheid
+zijnen oorsprong uit Karel's Bulle, welke voor valsch verklaard is,
+moet hebben gekregen. Echter erkent men, zelfs Emmius ook, dat de
+Friezen al van ouds Potestaten hebben gehad, die, als de handhaving
+van het regt, of ander algemeen belang, als er oorlog op handen
+was of ontstaan zou, verkozen werden. De geschiedenis van Magnus
+Forteman kan niet gereedelijk voor waarheid worden aangenomen; doch
+het bestaan van zoodanige gezagvoerders, als door het Potestaatschap
+wordt bedoeld, kan men ten zijne tijde niet betwisten.--Men leze
+hierover ter bevestiging v. Rhyn's Nabericht, bl. 410, 411, 417-420;
+F. Sjoerds, Jaarb. I. 440-444, 464, 473; II. 9, 64, 84, 85 en de
+aldaar aangehaalde schrijvers [156].
+
+
+Bl. 62.--Ao 826.
+
+Anscharius. Vermaarde Monnik uit het te Corveij gestichte klooster,
+werd eerste Bisschop te Hamburg, later Aartsbisschop van Bremen en
+Hamburg, en stierf in 865.
+
+
+Bl. 62.
+
+In den jaare 830 wierd Adelbrik van Adelen tot Landsheer
+verkooren. Adgillus II had twee zoons en twee dochters nagelaten,
+van welke laatsten de eene Konovella was geheeten. Deze was getrouwd
+met een aanzienlijk Edelman van Sexbierum, Adelbrik, wonende op het
+slot Adelburg. Twee zonen werden uit dezen echt geboren met namen
+Adelbrik, deze Potestaat, en Frederik van Adelen, de Bisschop op
+den jare 838 vermeld. Zie Winsemius, fol. 67, 83 en 105, alwaar men
+hunne geschiedenis vermeld vindt. Uit dezen zou het beroemd Friesch
+geslacht der van Adelens gesproten zijn.--Van den Potestaat, wiens
+aanvankelijke regering door sommigen later gesteld wordt, is weinig
+aangeteekend; doch van den moord des Bisschops zegt ook onder anderen
+de heer v. Halmael (Friesch Jierb. 1833, § 8), dat dit waarschijnlijk
+door toedoen of op last van Keizer Lodewijks tweede echtgenoot, Judith,
+dochter van Welf, Graaf van Beijeren, is geschied, wier huwelijk hij
+bloedschendig verklaarde. »Had de man (voegt deze schrijver er bij)
+zich niet bemoeid met zaken, welke hem niet onmiddelijk aangingen,
+even als zoo vele andere geestelijken van vroegere en latere tijden,
+hem was dit lot denkelijk niet wedervaren. Doch zijn voorbeeld heeft
+misschien niemand geleerd het niet na te volgen, en de bemoeiallen
+zijn nog niet uitgeroeid."--Verg. F. Sjoerds, Jaarb. II. 23 volgg.
+
+
+Bl. 63.--Ao 838.
+
+De verderfelijke leere der Arriaanen. Arius, geboren in Lijbië
+omstreeks den jare 300, Priester te Alexandrie, wilde na den dood
+van Achillas in dit bisdom diens opvolger worden. Dit mislukte hem;
+hij besloot ketter te worden, en verkondigde eene leer, welke door de
+Synode van Alexandrie in 320, en door de kerkvergadering van Nicea in
+325 veroordeeld werd. Arius, schoon gevangen gezet en gebannen, kreeg
+talrijke en vermogende aanhangers, bragt de geheele kerk in tweespalt
+en won de gunst van Konstantijn, die zich op de Ariaansche wijze liet
+doopen, en zelf het Arianismus tot zijne hofreligie maakte. Arius, te
+Alexandrie geweigerd, trok in 336 naar Konstantinopel en stierf bij
+zijnen plegtigen intogt. Zijne leer echter begon nu eerst te leven
+en bragt het geheele Oosten in beroering; doch de haarkloverijen en
+spitsvondigheden der Arianen, die elkander onderling verketterden,
+bezorgden eindelijk aan de Katholijke kerk de overwinning. Nu en
+dan verhieven zij zich weder, doch sedert den ondergang van het
+Longobardische rijk, liep ook hun rijk voornamelijk ten einde, en na
+de VII eeuw werd de algemeene invloed van hun stelsel krachteloos.--In
+Friesland, en vooral in Westergo, schijnt nog later der Arianen leer
+gehuldigd te zijn; doch Bisschop Frederik, en na hem de vermaarde
+Kanunnik Odulphus (Adolf), gingen ook hier deze ketterijen met kracht
+te keer.--Zie Algemeen Noodw. Woordenb. der Zamenleving, op de woorden
+Arius en Arianen.
+
+Onder de verschillende secten dier tijden maakten de Arianen den
+meesten naam. Het stelsel van Arius was, dat de Zoon van God, die, ter
+verlossinge der menschen, mensch werd, in waardigheid en natuur den
+Vader niet gelijk stond, maar, vóór de schepping, door den Vader als
+het voornaamste schepsel uit niets is voortgebragt.--Verg. B. Glasius,
+Gesch. der Christ. Kerk en Godsdienst, I. 37; F. Sjoerds,
+Jaarb. II. 22.
+
+
+Bl. 64.
+
+In den jaare 840 overleed Lodewijk.--Zijn opvolger Lodewijk de
+Duitscher, was een regtschapen en godsdienstig Vorst, de stichter en
+grondvester van het Duitsche rijk. Zijne zesendertig-jarige regering
+was zeer onstuimig, vol van bloedige oorlogen en moorddadige gevechten
+tegen de telkens invallende Noordsche volken. Hij verdeelde in of na
+870 het rijk, door hem beheerscht, onder zijne drie zonen, Karloman,
+Lodewijk en Karel, bijgenaamd de Dikke. Lodewijk de Jongere bekwam
+in zijn aandeel, behalve andere landen, twee deelen van Friesland,
+liggende ter regterzijde van den Rijn, en Karel een deel, dat gelegen
+was aan de linkerzijde der Maas. Bij een nader vergelijk tusschen de
+broeders schijnt geheel Friesland aan Lodewijk den Jongere gekomen te
+zijn. Zijne regering was echter niet van langen duur, daar hij in 877
+overleed, wordende opgevolgd door zijnen broeder Karel den Dikke, die,
+na den dood van zijnen oom, Karel den Kale, en diens zoon Lodewijk
+den Stamelaar, in 879 gestorven, tot de keizerlijke waardigheid werd
+verheven. Een gedeelte van Friesland werd door den Keizer aan Gisla,
+dochter van Lotharius II, huwende met den Noordschen Vorst Godfried,
+ten bruidschat gegeven, ten einde dezen tot vriend te houden; waarom
+hij zich dan ook in 822 liet doopen. Deze daad kwam den Friezen duur
+te staan, want hij heerschte als een tiran, liet zijne onderdanen,
+zoo als men verhaalt met halsbanden boeijen, om ze bij elk gering
+vergrijp of naar willekeur te doen ophangen, en maakte hen tot
+lastdieren. Eindelijk werd hij ook van kant gemaakt.
+
+In 880 (anderen stellen 881 en 884) vielen weder de Noormannen
+met eene groote magt eerst in Saksen, daarna in Frankrijk, en het
+tegenwoordig Friesland en Oost-Friesland, met oogmerk alwat Christen
+was uit te roeijen. De Saksen wilden dien woedenden stroom stuiten,
+doch hun leger werd vernield met diens Hertog, drie Bisschoppen,
+in hoedanigheid van geestelijken het leger volgende, en twaalf
+Graven. Verschrikkelijk was hun moorden, branden, plunderen en rooven,
+terwijl zoo hier als elders, landen en volken door die helsche benden
+werden verwoest en geteisterd. Bij hunnen inval in Friesland moesten
+zij het echter ontgelden, want aldaar leden zij de groote nederlaag,
+in onze Kronijk bedoeld. Intusschen kwam het, wat ons Friesland betrof,
+met Lodewijk tot een vergelijk. Daarna hadden zij, bij een inval in
+de Maas, de steden Maastricht, Luik, Tongeren, Keulen, Bonn, Trier,
+Mentz en andere plaatsen verwoest en de inwoners deerlijk mishandeld.
+
+Karel de Dikke, in 't bezit gekomen van het grootste gedeelte der
+Monarchij van Karel den Groote, bezat te beperkte geestvermogens om
+zulk een groot rijk te bestieren. Hij werd zwak en onmagtig, door zijne
+onderdanen verstoten, onttroond en stierf in 888 in armoede en ellende
+te Reichenau. Opgevolgd door Arnulph, die onder de Noormannen te
+Leuven eene ijsselijke slagting aanrigtede, veroverde deze daarna Rome
+met medehulp der Friezen, om aldaar gekroond te worden. Lodewijk, bij
+zijns vaders dood nog geen acht jaren oud, en daarom het Kind geheeten,
+volgde hem in het rijksgebied op, hetwelk echter bestuurd werd door
+Hatto, Aartsbisschop van Mentz, Adalhero, Bisschop van Augsburg,
+en Otto, Hertog van Saksen, zijnde de jonge Vorst onder voogdij
+van Otto en Hatto gesteld. In zijn achttiende jaar stierf Lodewijk,
+ongehuwd en zonder kinderen na te laten, en met hem was het geslacht
+des Grooten Karels, en alzoo de Karolingische stam, uitgestorven.
+
+Over de volgende Vorsten en Regering, den oorsprong van het graafschap
+Holland enz. verwijzen wij den Lezer tot het Friesch Jierboeckjen,
+1833, § 15 en volgenden. West. Jaarb. I. 131 volgg.; Wagenaar,
+F. Sjoerds, en anderen. Belangrijk is ook de geschiedenis van den
+Deen Erik, Rorik of Roruk, zoon des Deenschen Konings Heriold,
+waarvan in de aangehaalde Schrijvers omstandig gewag gemaakt wordt;
+ook Bilderdyk, I. 100, 148 enz., voorts bl. 167 over den oorsprong
+van het Graafschap Holland.
+
+
+Bl. 64--Ao 850.
+
+De kerk van St. Walburg.--Verg. de korte beschrijving van
+West. Jaarb. op 't jaar 850.
+
+
+Bl. 64.
+
+In den jaare 867. In dit jaar werd het Benedictijner klooster op het
+eiland Ameland, 't welk 's jaars te voren door den Heer Haijo van
+Cammingha, ter plaatse daar de tempel der Godin Foste gestaan had,
+was gesticht, met monniken bevolkt door Odilbaldus XII, Bisschop van
+Utrecht. Uit hoofde echter dit klooster en zijne bewoners aanhoudend
+door de zeeroovers werden geteisterd, is het na verloop van bijna
+derdehalf eeuw onder Ferwerd, in Ferwerderadeel, verplaatst, door
+de godvruchtige Anna van Cammingha, vrouw van Graaf Adolf van
+Fronenberg. Het doel des Stichters was eene kweekschool voor de
+wetenschappen, welke destijds bijzonder door de Benedictijnen werden
+beoefend, aan te leggen. Oudh. en Gest. II. 286; West. Jaarb. I. 123;
+F. Sjoerds, Jaarb. II. 55, 56, 270, enz.
+
+In den jare 873 kwam er een ontzettend aantal sprinkhanen over
+Friesland, welke een duim dik waren, met zes vleugelen en zeer sterke
+tanden voorzien. Zij vraten in één uur alles van het veld, zeven à acht
+mijlen in den omtrek, en knaagden de takken en basten der jonge boomen
+af. Na eene verschrikkelijke verwoesting, dreef de wind hen zeewaarts;
+toen verdronken zij, doch door den vloed werd deze geweldige massa
+op de oevers geworpen, en veroorzaakte eene pestziekte.--F. Sjoerds,
+Jaarb. II. 65.
+
+
+Bl. 67.
+
+In den jaare 910. Te regt klaagt de Heer West. bij den aanvang van het
+tweede Perk des Jaarboeks, als ook de Schrijver van den Tegenwoordige
+Staat van Friesland, over de weinige bijdragen en den schralen oogst,
+welke de geschiedenis van Friesland ons in de tiende en elfde eeuwen
+oplevert. In dit tijdvak zijn bij de Kronijk- en Geschiedschrijvers
+weinig belangrijke bijzonderheden vermeld, en ook onze kronijk deelt
+er dus weinige mede.
+
+Friesland strekte zich te dien tijd uit van den Sincfal, de plaats
+waar zich de rivier de Maas in zee ontlast, bij Ostende lot aan den
+Wezer.--Later werd de verdeeling in zeven Zeelanden daargestelt.--Van
+dezen besloeg ons tegenwoordig Friesland er twee, en een deel van het
+derde Zeeland. Friesch Jierb. 1834, § 5; voorts West. Jaarb. I. 211,
+en de daar aangehaalde Schrijvers. Wiarda, Von den Landt. d. Fries,
+b. Upstalsboom, 3 Abschnitt; Meng. Leeuw. Cour. 4 Oct. 1831.
+
+
+Bl. 67.--Ao 910.
+
+Westerman heeft enz. Adam Westerman, Predikant te Stavoren,
+heeft in den jare 1635 uitgegeven: Korte Beschrijvinge van de
+oude Anse-stad Stavoren; in welke aangewesen werd haren Ouderdom,
+Opgang, Voortreffelijkheid, Afgang, en tegenwoordigen Stand. Eene
+herdruk daarvan verscheen te Amsterdam in 1684. De Schrijver schijnt
+de kronijken gevolgd te zijn, en niet meer gegeven te hebben dan
+H. I. Soet, in zijn: Op- en Neder-ganck van Stavoren. Verg. Pars,
+Naamrol van de Batavise en Holl. Schrijvers, bl. 141.
+
+
+Bl. 67.--Ao 920 en 970.
+
+Koppen van Stavoren--Okke van Scharl. Het bestaan van de schriften
+van dezen eersten wordt mede betwist. Suffridus Petri [157] zegt,
+dat hij van Andreas Gryphius fragmenten ter leen gehad heeft, door
+den Priester Cappidus van Stavoren zamengesteld, welke hem tot zijne
+geschriften zeer ten dienste hadden gestaan;--doch ook deze zijne
+woorden, welke door geene latere bewijzen bevestigd zijn, hebben
+geen geloof kunnen vinden,--even min als zijn verhaal van Ocko van
+Scharl. Volgens de overlevering hadden de Schriften van zijn oudoom
+Solke, of Carel Solke Forteman, hem de bouwstof geleverd, voor zijne
+bekende Kronijk, welke door Johannes Vlijtarp, Geheimschrijver van
+den laatsten Potestaat, J. Hessel Martena, in de XIV eeuw is aangevuld
+en verbeterd, en daarna door Andreas Cornelis, geboortig van Stavoren
+en Organist te Harlingen, werd overgewerkt, vervolgd en na diens dood
+uitgegeven in den jare 1597 te Leeuwarden, in folio, bij Jacob Jansz,
+doch te Amsterdam gedrukt. Deze kronijk is herdrukt in quarto, en te
+Leeuwarden uitgegeven bij Abraham Ferwerda in 1742. Een tweede druk
+daarvan verscheen bij D. Balk te Workum in 1753, welke echter zoo
+letterlijk, ja stiptelijk met al zijne versierselen gelijk is aan
+den vorige, dat alleen de titel het onderscheid uitmaakt, even als
+met de Leeuwarder en Franeker drukken van Gysbert Japicx Rijmlerye
+en de 3 laatste Uitgaven onzer Kronijk.
+
+Vele Schrijvers zijn van gevoelen, dat deze Kronijk geen het minste
+geloof verdient, als gevuld met fabelen en bijgeloovigheden. Emmius, in
+zijne Refut. Apol., van Rhyn, op de Oudh. en Gest. I. 51; F. Sjoerds,
+Inleiding voor de Besch. van O. en N. Friesland, en anderen beweren
+dit op gelijke gronden; geen gezag aan Suffridus Petri kunnende
+toekennen. Ook de Wind, in zijne Inleiding voor de Bibliotheek van
+Nederl. Geschiedschrijvers, heeft dit punt met oordeel behandeld. Zijn
+gevoelen stemt niet dat van Emmius overeen: »Hoezeer dan ook, zegt
+hij, Andreas Cornelis een handschrift moge voor zich gehad hebben,
+waaruit hij de drie eerste boeken getrokken heeft, is het onbewezen
+dat dit H. S. eene kronijk van O. van Scharl uit de tiende, en van
+J. Vlijtarp uit de veertiende eeuw inhield. Veeleer zal dit H. S. het
+werk geweest zijn van een Schrijver uit het begin der dertiende eeuw,
+die deze fabelen heeft zamengeflanst, in dien tijd, toen bijbel en
+ware geschiedenis in het kleed van een roman moesten gehuld worden,
+wilde men dezelve aanhooren." Wij willen de gronden van den kundigen
+de Wind wel niet betwisten of wederleggen, als hier niet voegende,
+dan ik kan er evenwel nog niet toe komen, om met Emmius alles weg te
+redeneren; en zelfs naar aanleiding van bovengemeld argument, blijf
+ik beweren, dat er veel waarheid, hoe dan ook in fabelen gehuld,
+uit deze kronijk en andere dergelijke schriften is op te sporen,
+waarom wij met den geleerden Westendorp gereedelijk instemmen,
+dat er geene voldoende redenen bestaan, de geloofwaardigheid dier
+oude Schrijvers geheel te verwerpen. Zie voorts gem. Biblioth. der
+Ned. Geschiedschrijvers, II. St. p. 223; Suffr. Petri, D. 5. c. 9. en
+D. 7. c. 4, de Script. Frisiae; Schwartz. Chart. Voorr. II. 67;
+onze Aantt. bl. 286-288.
+
+
+Bl. 68.
+
+Omtrent den jaare 969 Gosse Ludigman. Zie v. Rhyn's Nabericht, bl. 417
+volgg. Vóór het huwelijk van des Potestaats dochter Tet, met Sicco,
+zoon van Graaf Arnout, uit wien de Teilingen en Brederoden stamden,
+is, schoon betwist, zeer veel te zeggen, hoezeer ook v. Rhyn eene
+andere uitlegging heeft.
+
+
+Bl. 68.--Ao 998.
+
+Het stedeke Uitgong verwoest. De bouwing dezer stad is in de hooge
+oudheid te zoeken, en zij moet in den vroegsten tijd zeer belangrijk
+voor den handel en met eene goede haven voorzien zijn geweest; liggende
+aan het Boerdiep of Middelzee. Na gemelde verwoesting weder opgebouwd
+zijnde, werd zij in 1181 door een hevig en brand geteisterd; dan tien
+jaren daarna werd de gansche stad door de Noormannen geplunderd, en
+te vuur en te zwaard vernield, zoodat met haar bestaan ook zelfs die
+naam voor altoos werd uitgewischt. De inwoners schijnen zich metter
+woon naar Franeker te hebben begeven. Hoezeer evenwel Uitgong eene
+stad of stedeke genoemd werd, vermeent men echter, dat het met geene
+wallen of muren omringd, maar eene open plaats geweest is: het had
+niettemin stads voorregten en het regt van Oldermanschap. Wij kunnen
+over deze belangrijke plaats niet verder uitweiden; wie daartoe lust
+hebbe, leze het Aanhangsel betreffende de Oudheden, en voornaamste
+Gebeurtenissen van Berlikum, achter het Tweetal Leerredenen van
+Petrus Nota, (Franeker, 1781) waarin men alles in een kort bestek
+bij elkander heeft en de Schrijvers vindt aangehaald.
+
+Omstreeks dezen tijd sneuvelde de Hollandsche Graaf Arnout, in een
+veldslag nabij Schagen in West-Friesland. De Friezen bleven altoos
+weigeren de Graven als hunne Heeren te erkennen. De vermaarde Friesche
+Edelman Adelbold, deelende in de gunst van den Keizer Otto III,
+werd tot Bisschop van Utrecht benoemd.
+
+
+Bl. 69.--Ao 1006-1010.
+
+Deeden de Noormannen geweldige invallen. De geschiedschrijvers
+vermelden allen, met verschil nogtans van sommige omstandigheden, deze
+invallen en gevechten op de jaren 1009 en 1010, en daarmede hield dien
+geesel ook voor Friesland op: want dit was der Noren laatste inval,
+welke echter nog vele menschenlevens kostte. De meerdere uitbreiding
+van 't Christendom, doch ook zwakheid in strijdkrachten, zullen
+hiertoe veel bijgebragt hebben. F. Sjoerds, Jaarb. II. 171; Wagenaar,
+II. 135; Bilderdyk, II. 7. Deze Schrijver vermeld, een door hem uit
+het Yslandsch overgebragt verhaal, van een inval der Noormannen in
+'t jaar 943, voorkomende in de Eglo-Saga, dat is, Historie van Egil,
+hetwelk wij willen overnemen:
+
+Uit Egils-Saga, Hafniae 1809. Cap. 72. Ao. 943.
+
+
+ »Ambiorn was dien winter 't huis op zijn erf (of land);
+ maar omtrent de lente lustede 't hem om ten krijg (zeeroof)
+ te varen. Hij had veel goede schepen. Hij had omtrent de lente
+ drie lange schepen en die alle sterk. Hij had 300 man. Hij had
+ bedienden in zijn schip en was zeer wel gescheept. Hij had ook
+ menige boeren-zonen met zich. Egill besloot met hem te varen
+ en stuurde (beval) een schip. Ook voeren met hem vele van zijne
+ luiden, die hij met zich van IJsland genomen had. Een koopschip,
+ dat hij van IJsland gehad had, liet hij vlieten Oostwaarts naar
+ Wik, (en) nam daartoe mannen om met zijn pakkaadje te varen,
+ en zij, Axinbiorn en Egill hielden de lange schepen om meê te
+ landen. Zoo dan stevenden zij Zuidelijk naar Saxenland, en hier
+ toefden zij tot den somer en vingen veel buit, en voor den oogst of
+ herfst keerden zij Noordelijk en landden in Friesland. Op zekeren
+ nacht, als het weêr gunstig was, zeilden zij den mond van een
+ rivier op. (Want) daar is 't kwaad te havenen, en een grooten
+ inham. Daar waren landwaart op groote vlakten en.... bosschen
+ dichte bij. Daar waren veel plasschen, want het had veel geregend;
+ daar besloten zij op (aan land) te gaan, en lieten eenige hunner
+ lieden achter om de schepen te bewaren. Zij gingen op midden
+ tusschen de rivier en de bosschen. Niet ver van daar was een
+ dorp en daar woonden veel boeren. Het volk liep uit het dorp naar
+ 't land, wat het mocht, en de roovers achter hen. Zij kwamen aan
+ een ander dorp en een derde: de lieden vloden al wat zij konden;
+ daar waren velden en groote vlakten; daar waren grachten om de
+ landerijen gegraven en stonden in 't water, en daar waren groote
+ palen in de grachten gezet, daar waren om over te gaan bruggen
+ en planken over. Het landvolk vlood in de bosschen; maar als de
+ roovers ver in 't dorp gekomen waren, zoo trokken de Friezen te
+ zamen in de bosschen, en als zij bij de 300 hoofden bijéén waren,
+ zoo trokken zij de roovers in 't gemoet, en geraakten met hen in
+ strijd; en werd daar een groot gevecht, tot de Friezen vluchteden,
+ maar de roovers de vluchtenden vervolgden. De hoop dorpelingen
+ werd verstrooid, en zoo ging 't ook met die hen achter na vlogen;
+ en dus bleven er weinige bij een. Egill vloog hard achter hen
+ en weinige mannen met hem. De Friezen kwamen daar aan een gracht
+ en trokken die over, en namen toen de brug weg. Toen kwam Egill
+ aan de andere kant en sprong dadelijk over de brug. Maar dat was
+ geen sprong voor een ander, en niemand deed het hem na, en zijn
+ makkers snelden naar hunne schepen om hulp te zoeken. En wanneer
+ de Friezen zagen, dat één man daar over was (en niet meer) zoo
+ keerden zij om en kwamen op hem aan. Maar hij verdedigde zich,
+ de gracht van achteren tot beschutsel. Daar vielen hem elf aan,
+ met dat gevolg, dat hij die allen neêrsloeg. Daarna schoof hij de
+ brug en kwam over de gracht. Toen, als hij nu zag dat alle naar
+ de schepen getrokken waren, hield hij zich dicht bij de bosschen;
+ en dus trok Egill langs de bosschen en zoo naar de schepen, dat
+ hij in 't hout mocht kunnen wijken zoo 't noodig ware. De roovers
+ hadden veel slachtvee naar 't strand gedreven, en als zij aan de
+ schepen kwamen, slachtten sommige die, andere voerden ze te scheep
+ van daar; sommige maakten een schildburg. Want de Friezen waren
+ opgekomen in groote menigte en schoten op hen. Maar Egill kwam
+ op en hij zag wat gebeurde. Daar vloog hij ten snelste op dien
+ hoop, en greep zijn slagzwaard met beide handen, en wierp zijn
+ schild op den rug. Hij zwaaide zijn zwaard en sloeg op al wat
+ daar voor stond, en maakte zoo ruimte onder 't volk, dat hij tot
+ de zijnen kwam. Daarna gingen zij 't scheep en staken van land,
+ en zeilden naar Denemarken."
+
+
+Bl. 70.--Ao 1064.
+
+Den naam Harns. Over den oorsprong van dezen naam, zie men Oudh. en
+Gest. II. 142. Sommigen leiden dien af van de twee adellijke Staten
+Harliga en Harns, waarbij, of op wier grond de aanleg der stad
+gebouwd was, en welke beide namen, naar tijds gewoonte, veel twist
+veroorzaakten, wie den boventoon behouden zou; weer anderen willen dat
+de Friesche naam Harns, zijn oorsprong had in de ligging der plaats aan
+een uithoek van de Middelzee en de Wadden. Vergel. bl. 89 der kronijk.
+
+
+Bl. 71.
+
+In den jaare 1096, wanneer Paus Urbanus. Wij laten hier volgen een
+aaneengeschakeld verhaal van
+
+
+
+
+
+DE KRUISTOGTEN DER FRIEZEN NAAR PALESTINA [158].
+
+
+ Zoo liet het Voorgeslacht het edel denkvermogen
+ Zich rooven; alles lag voor 't Bijgeloof gebogen:
+ Hem staat, met krommen hals, de trotsche Huichlarij,
+ En, 't aangezigt vermomd, Bedrog, zijn vader, bij.
+
+ Haller.
+
+In de Europesche geschiedenis maken de kruistogten een
+allerbelangrijkst tijdvak uit. Door dezen werd Europa ontvolkt;
+millioenen vonden in Hongarijen, Griekenland, Syrië, Palestina, Egypte,
+in de Middellandsche zee en onder weg hun graf; door dezen schoot het
+bijgeloof vaste wortelen, werd de Pauselijke stoel verheven boven de
+troonen van wereldlijke regenten, wies het monnikendom door blinde
+gehoorzaamheid aan, en ontstonden te voren onbekende orden, kloosters
+en prachtige kerken; door dezen werden onnoemelijke schatten van Europa
+in Azië begraven, en wereldlijke Vorsten werden, door de verwijdering
+van magtige vassalen, despoten. Daarentegen gaven zij aanleiding dat
+kunsten en wetenschappen van het eene volk tot het andere overgebragt
+en door Europa verbreid werden. In deze Kruistogten hebben ook onze
+Voorvaderen, de Friezen, deel genomen. Daar nu de geschiedenis van de
+Kruistogten door onze historieschrijvers deels onaangeroerd blijft,
+deels stuksgewijze en zonder zamenhang geleverd wordt, zoo veroorloof
+ik mij, onze lezers in deze Bijvoegsels een aaneengeschakeld verhaal
+te geven.
+
+Reeds ten jare 637 hadden de Saracenen onder hunnen Kalif Omar I zich
+meester gemaakt van Palestina en de Heilige Stad, en zij bleven meer
+dan vijfthalve eeuw in derzelver rustig bezit. Tegen het einde der
+elfde Eeuw kwam Peter de Kluizenaar, een ondernemende dweeper, te
+Rome. Hij schilderde met krachtige verwen de gruwelijke vervolgingen,
+die de verdrukte Christenen van de Mohamedanen lijden moesten. Een
+bewegelijke brief van Simon, den Patriarch van Jeruzalem, bevestigde
+zijne reden. Paus Urbanus II gaf hem volmagt, om de wereldlijke
+Vorsten aan te moedigen tot de bevrijding des Heiligen Lands uit de
+handen der barbaren.
+
+Daar liep Peter met het Krucifix in de hand, barrevoets en blootshoofds
+Italië, Frankrijk en Duitschland af. Zijne dweeperij, zijn prediken,
+de brief des Patriarchs en de Pauselijke Bulle verwekten overal dorst
+naar Turkenbloed. In het jaar 1095 hield de Paus, eerst te Piacenza,
+en in November deszelfden jaars te Clermont in Auvergne eene groote
+kerkvergadering. Na het eindigen eener vurige rede, waarin de Paus
+een Kruistogt had bevolen, riep de ontelbare verzamelde menigte uit:
+»God wil het, God wil het!"--Ridders, die avonturen zochten; monniken,
+welken het klooster te eng, te benaauwd was; verrukte vromen, die met
+den helm op het hoofd en het zwaard in de hand den hemel dachten te
+verwerven; schuldenaars, die zich van hunne schuldeischers wilden
+ontdoen; gaauwdieven en booswichten, die de welverdiende straffen
+ontliepen; straatslijpers, die het omzwerven boven eene eerlijke
+kostwinning verkozen; knechten, die zich van het juk hunner heeren
+ontsloegen; in één woord, allen, die het zwaard konden voeren, maakten
+zich voor en na gereed tot eenen krijgstogt tegen de Saracenen. Alle
+deze hemelhelden ontvingen, terstond bij hunne aanwerving, een
+klein kruis, dat zij op den schouder vastmaakten. Aan dit kruis kon,
+een ieder zijnen landgenoot kennen [159]. Naar hetzelve werden de
+soldaten Kruisbroeders, en deze togten Kruistogten of ook heilige
+Krijgstogten genoemd.
+
+Er werd dan tot een heiligen krijgstogt besloten en een leger
+van 300,000 man onder verschillende hoofden bijeengebragt. Een
+Fransch Ridder, Walter (Gautier), trok met 20,000 man vooruit. Deze
+Christelijke barbaren pleegden in Bulgariën met moorden en stelen
+grooten moedwil; waarom de Bulgaren zich vereenigden en schier deze
+gansche voorhoede nedersabelden. Peter de Kluizenaar voerde zelf
+20,000 man aan en volgde Wouter. Het ging hem echter in Hongarije en
+Bulgariën niet veel beter. Hij kwam evenwel met het gering overschot
+zijner troepen in Konstantinopel aan. Nog een ander leger, dat op
+200,000 man geschat wordt, en uit Duitschers, Franschen en Engelschen
+bestond, leed buitengewoon veel door het zwaard der Hongaren en meer
+nog door den honger en het gebrek. Een andere hoop scheepte zich in,
+en kwam door de Middellandsche zee in Syrië. Godfried van Bouillon
+voerde 80,000 Duitschers aan, en trok met dezen naar Philopolis. In
+het jaar 1097 vereenigde zich het gansche Christenleger, dat door
+eenige Schrijvers op 500,000 voetknechten en 130,000 ruiters wordt
+geschat, te Chalcedon. Nu vingen de Christenen hunne ondernemingen
+tegen de Saracenen en Turken aan. Zij veroverden Nicea, Antiochië,
+Cesarea en eindelijk in 1099 ook stormenderhand Jeruzalem, alwaar
+Godfried van Bouillon, Hertog van Neder-Lotharingen tot Koning van
+Jeruzalem werd uitgeroepen.
+
+In dezen eersten Kruistogt hebben ook de Friezen deel genomen. Zij
+zijn om Frankrijk, Spanje en Italië henen naar Palestina gezeild. De
+jaarboekschrijvers noemen ons de voornaamste Edellieden, die den
+togt mede ondernomen hebben, als Tjepke Forteman, Jarich Ludinga,
+Epo Hartman, Igo Galama, Feico Botnia, Eelco en Sicco Liauckama, en
+Ubbo Harmana. Bij de belegering van Nicea zijn Hartman en Forteman,
+de laatste van zijn geslacht, gesneuveld. Eelco Liauckama zoude
+zich bijzonder onderscheiden hebben. Hij was Generaal over 3000 man
+ruiterij, en werd eerst tot bevelhebber van Nicea aangesteld, doch
+ging daarna, ontevreden over zijnen werkeloozen toestand, verder in
+Palestina in garnizoen.
+
+Harmana en Galama zijn in een veldslag,--en Eelco Liauckama en
+Botnia bij de verovering van Jeruzalem zwaar gewond geworden. Na
+hunne herstelling zijn deze beiden eindelijk door Koning Godfried tot
+ridder geslagen. Naderhand zijn nog verscheiden Friesche Edellieden,
+Homminga, Roorda, Cammingha en Ockinga naar Palestina getogen, en
+hebben onder Boudewijn, den tweeden Koning van Jeruzalem, lauweren
+bevochten tegen de Saracenen. Daardoor stonden zij bij den Koning
+en de voornaamste Hoofden van het Rijk in bijzondere hoogachting. De
+faam hunner heldendaden drong gansch Europa door, en de Koning wilde
+hen noode ontslaan uit zijne dienst. Hij geleidde hen in persoon
+met honderd ruiters naar Jaffa, alwaar zij zich inscheepten, en over
+Venetiën en Rome den 15 December 1106 in goeden welstand in Friesland
+terugkwamen. Zij werden door hunne vrienden in plegtigen optogt,
+met kruis en vanen, onder gejuich en blijdschap ontvangen. In dit
+jaar zijn de meeste Friezen weder teruggekomen.
+
+Watze Herama, vroeger teruggehouden door de ziekte van zijnen
+reisgenoot Roorda om naar Palestina te reizen, schijnt in den jare
+1119 met dezen en andere Friesche Edelen, als Harmana, Homminga,
+Ockinga en Cammingha, over Venetiën en Jaffa den togt te hebben
+aangenomen. Zij streden in 1120 dapper, dan dit gevecht viel voor hen
+nadeelig uit. Herama en Homminga werden verslagen. Koning Boudewijn
+met de Edelen, waaronder ook Cammingha en Ockinga vielen den Parthen
+in handen; Roorda en Harmana werden zwaar gewond, doch ook weder
+genezen en de gevangenen uitgewisseld.
+
+In het jaar 1145 liet Paus Eugenius III door den heiligen Bernard
+op nieuw het Kruis prediken. Keizer Koenraad en Lodewijk VII van
+Frankrijk namen zelven het Kruis aan. De togt werd in 1147 aangevangen,
+doch liep, voornamelijk door de trouwloosheid des Oosterschen Keizers
+Manuel, ongelukkig af. Na vruchtelooze belegering der stad Damascus,
+trok het geringe overschot des Christen-legers weder huiswaarts.
+
+Dezen tweeden heiligen krijg schijnen de Friezen niet mede bijgewoond
+te hebben. De Paus echter beval eenen dubbelen Kruistogt ten zelfden
+tijde (1149): eenen naar Spanje om de Saracenen te verdrijven, en
+een' anderen tegen de ongeloovige Sclaven aan de Oostzee. Tot beide
+Kruistogten hebben zich voornamelijk de Westfalingers, Friezen en
+Hollanders laten gebruiken.
+
+Helmold, een geschiedschrijver, die omtrent dezen tijd leefde, laat
+eenen Frieschen Priester Gerlaf toen de Sclaven de Friezen ingesloten
+hadden, aldus aanspreken:
+
+»Nescitis apud Slavos nulla gens detestabilior Fresis? Sane foetet
+eis odor noster."
+
+»Weet gij niet dat bij de Slavoniers geen volk zoo zeer verfoeid
+wordt als de Friezen? Zij mogen ons waarlijk niet eenmaal rieken
+[160]." Een duidelijk bewijs, dat de Friezen met de Sclaven wakker
+aan den slag geweest zijn.
+
+Intusschen werd de toestand der Christenen in het Oosten van tijd tot
+tijd moeijelijker en gevaarlijker. De Sultan Saladin, deze om zijne
+grootmoedigheid in de geschiedenis zoo bekende Vorst, veroverde ten
+jare 1187 eindelijk Jeruzalem, en maakte een einde aan het Koningrijk,
+dat 88 jaren bestaan had. Nu maakte de Paus een gruwelijk alarm, en
+bewoog den Keizer Frederik Roodbaard (Barbarossa), Koning Filips II
+(Philippus Augustus) van Frankrijk en Richard I (Leeuwenhart) van
+Engeland om nog eenen Kruistogt te wagen. In 1189 brak het heirleger
+op. De Friezen en Denen rustten 50 schepen uit, vereenigden zich
+met de Hollanders en Vlamingen, hielden hier en daar in Spanje aan,
+geraakten aldaar slaags met de Saracenen, voegden zich nabij Sicilië
+bij de Italiaansche vloot, en kwamen eindelijk te Ptolomais (toen
+Acre genoemd) aan.
+
+Ook in dezen krijgstogt, in welken de Keizer door een toeval het
+leven verloor, rigtten de Christenen niets verder uit, dan dat zij
+Ptolomais veroverden. Niettegenstaande dezen ongelukkigen uitslag,
+liet de Paus Coelestinus in 1197 op nieuw het Kruis prediken. De
+Friezen namen met de Denen en die van Lubek en Bremen hunnen gewonen
+weg om Spanje, voegden zich op Cyprus bij het hoofdleger en landden
+weder te Ptolomais. Ook op dezen togt maakten de Christenen geene de
+minste verovering. Zij sloten evenwel met Saladin eenen wapenstilstand
+voor 6 jaren.
+
+Ten jare 1199 keerden de heilige krijgers, die in 1189 en 1197 zich
+op reis begeven hadden, voor zooverre zij waren overgebleven, tot de
+hunnen terug.
+
+Zekerlijk kwamen deze Kruisvaarders vermagerd, hongerig en met ledige
+handen huiswaarts; doch, gelijk vermeld wordt, had de generaal der
+Friezen, Hartwijck, Aartsbisschop van Bremen, eenige beenderen der
+Heilige Anna, en het zwaard, waarmede Petrus het oor van Malchus had
+afgehouwen, medegebragt [161].
+
+Het tijdstip, 't welk ik thans nader, is voor ons des te belangrijker,
+omdat de voornaamste feiten meestendeels door gelijktijdige schrijvers
+en door bewijzen gestaafd worden. De Pausen moedigden de wereldlijke
+Vorsten, toen de met Saladin geslotene wapenstilstand ten einde liep,
+tot eenen nieuwen Kruistogt aan; doch wegens de ongelukkige gevolgen
+der vorigen, bleef alles bij vrome wenschen. Eindelijk was Paus
+Innocentius III zoo gelukkig, dat op eene door hem in 1215 belegde
+kerk vergadering tot een nieuwen Kruistogt besloten werd. Hierop
+beval de Paus allen Bisschoppen, in hunne kerspelen het Kruis
+te laten prediken. De Aartsbisschop van Keulen zond den Keulschen
+Leeraar Olivier [162] met bijzondere aanbevelingsbrieven van den Paus
+naar Friesland. Deze predikte zelf het Kruis, en gaf aan eene menigte
+Vicarien door het geheele land volmagt, om in zijne afwezigheid aflaten
+te schenken en rekruten voor den heiligen krijg aan te werven. Hij
+liet in de kerken uitgeholde, van boven met ijzer beslagene blokken
+nederzetten, opdat ieder door eene daarin zich bevindende opening zijne
+bijdragen tot bevordering der krijgstoerusting mogte storten. Het
+prediken van Olivier had eenen buitengemeenen indruk gemaakt bij de
+Friezen, zoodat een ongeloofelijk aantal het Kruis aannam. Zij schijnen
+echter met de toebereidselen tot den optogt zich niet zoozeer gehaast
+te hebben; ten minste herinnerde Olivier hun in eenen brief van den
+jare 1216, dat, de Denen, Bremers en Keulenaars reeds eene groote
+vloot uitrusteden, het ook tijd werd hunne schepen te bemannen.
+
+Ook in dezen tijd had de geestvervoering tot overwinning van 't
+Heilige Land zulk eene algemeene werking, dat duizenden van kinders
+naar de zeeplaatsen liepen, om ook deel aan den strijd te nemen, en
+hoewel door hunne ouders opgesloten, wisten zij hunne gevangenis te
+ontkomen op allerlei wijzen, zonder dat de meesten daarna immer zijn
+teruggekeerd. Zeker Schrijver [163] verhaalt er 't volgende van: »In
+'t jaar 1211 vereenigde zich een groot aantal kinderen (men geeft het
+op voor 90,000), onder aanvoering van een' ouderen knaap, met het
+voornemen het Beloofde Land weder te veroveren. De meesten kwamen
+uit Duitschland en wandelden blijde naar Genua. Hier ondervonden
+zij echter uit onbekendheid, waar eigenlijk het Beloofde Land lag,
+onoverkomelijke hinderpalen, om hunne avontuurlijke onderneming verder
+ten uitvoer te brengen. Te Marseille kwamen 30,000; een deel daarvan
+stierf van ellende, een deel werd vermoord en de overigen als slaven
+aan de Saracenen verkocht."
+
+De Hertog Leopold van Oostenrijk, Boudewijn van Vlaanderen, Lodewijk
+van Savoijen, benevens verschillende Bisschoppen en Graven vereenigden
+zich met den Koning Andreas van Hongarije en trokken te land naar
+Palestina. Daarentegen scheepten de Graaf van Holland (Willem I) en
+de Graaf van Wieden met de overigen zich op de Maas in, en stevenden
+door de Middellandsche Zee naar Ptolomais, alwaar de verzamelplaats
+der Kruisvaarders was. De Friezen behoorden tot de vloot des Graven
+van Holland. Deze geheele reis tot op de aankomst in Ptolomais is van
+eenen Kruisbroeder [164], die den togt mede heeft gemaakt, naauwkeurig
+beschreven geworden. Het reisverhaal daarvan is te vinden in Emo's
+Chronicon (p. 16-35), waaruit ik het volgende overneem:
+
+»Op het einde van Mei 1217 ligtten de Friezen in den Lauwerstroom
+de ankers, en staken met groote schepen, die zij Koggen noemden, uit
+den stroom in zee. Onder Engeland ontmoetten zij eene groote vloot,
+onder bevel der Graven van Holland en Wieden [165]. Hier werden het
+plan des geheelen togts en wetten ontworpen, waaraan een iegelijk moest
+gehoorzaam zijn. De Graaf van Holland [166] werd tot eersten Admiraal
+der gansche vloot benoemd, die in twee afdeelingen afzeilde. De eene
+werd door den Graaf van Holland zelven, de andere door dien van Wieden
+aangevoerd, en de Friesche schepen behoorden onder het smaldeel des
+Graven van Holland.
+
+Eerst kwamen zij in de havens van St. Mattheus en vervolgens te Faro
+(of Ferrol), eene stad in Gallicie, aan. De Kruisbroeders ontscheepten
+zich hier, en gingen te voet in bedevaart naar St. Jacob van
+Compostella. Hier bezochten zij de heilige overblijfsels (reliquiën)
+des Apostels, en bragten hem hunne offers. Toen zij weder scheep
+gegaan waren, voeren zij eerst wegens tegenwind noordwaarts af, en
+laveerden eindelijk met veel moeite naar Portugal; zij ankerden voor
+Salerno, lieten zich daar van den Abt te Alkubar vele wonderen en
+avonturen verhalen, en voeren na eenige dagen den Taag op, totdat zij
+eindelijk te Lissabon aanlandden. De daar aanwezige Bisschop wendde
+al de kunsten zijner welsprekendheid aan, om het Kruisheir te bewegen
+tot het verdrijven der Saracenen uit Spanje. Door verdelging dezer
+barbaren, zoo sprak hij, zouden de Christenen God dezelfde dienst
+bewijzen, als wanneer zij, Hem ter eere, in Palestina hunne handen
+in Saracenen-bloed wieschen. Sommigen lieten zich begoochelen,
+en bleven met hunne schepen in de haven van Lissabon liggen. De
+meeste Kruisvaarders echter en inzonderheid de Friezen lieten zich
+van hun voornemen, om in het Heilige Land veroveringen te maken,
+niet aftrekken. Zij ligtten vervolgens wederom het anker, en voeren
+het gebergte St. Vincent om. Door hevigen storm moesten zij de haven
+St. Maria binnenloopen. Deze was eene wel versterkte stad, waarvan
+de hooge muren zoo dik waren, dat boven op dezelve twee ruiters
+elkander konden voorbij rijden. Het leger was onderling niet eens,
+of men de stad aantasten, dan wel met den eersten gunstigen wind weder
+onder zeil gaan zoude. Toevallig vertoonden zich vele Saracenen voor
+de stad. De Friezen hieven een lofzang (Hymnus) aan, vielen op den
+vijand in, en drongen hem binnen de stad terug. In de schemering zag
+een Fries eenen Saraceen, die zich door middel van een koord van den
+muur liet afzakken. Deze gelegenheid maakte hij zich ten nutte: hij
+doodde den Saraceen en steeg naar boven. Als hij nu met dat touw velen
+zijner makkers had opgetrokken, plantten zij een krijgsvaan boven op
+den muur: deze koene strijders drongen vooruit tot aan de poort. De
+wacht, die zich daar bevond, werd op het gezigt der Christenen door
+eene plotselijke schrik bevangen, geraakte in wanorde, en kon niet
+beletten dat de poort geopend werd. Het gansche leger drong binnen,
+en zoo werd de stad veroverd, en nu rigteden de Christenen een groot
+bloedbad aan, plunderden alles wat hen voorkwam, en staken tot afscheid
+de stad in brand.
+
+Vele Kruisbroeders, waarschijnlijk dweepzieke monniken, hebben in de
+wolken het beeld der heilige Maria gezien, welke over het geluk en
+de gedragingen der Christenen met welbehagen glimlachte. De Priesters
+hadden moeten doen zien, dat de heilige maagd tranen stortte over deze
+Christelijke barbaren!--Dit geschiedde den 1 Augustus:--twee volle
+maanden hadden dus onze Friezen reeds rondgezworven. Des anderen
+daags ligtten zij wederom de ankers, voeren digt onder de Spaansche
+kusten langs, en landden te Roden. Het gerucht van den gruwel der
+verwoesting in St. Maria was reeds tot hier doorgedrongen. De bevreesde
+Saracenen hadden de stad verlaten; de Christenen trokken de ontvolkte
+stad binnen, plunderden dezelve, volgens loffelijke gewoonte, uit,
+en legden haar in de assche. Eenige Christenen hadden zich op de bij
+de stad liggende wijnbergen verspreid, in de hoop van ook daar nog
+eenigen buit te behalen; maar de Saracenen lagen daar in sluipholen
+verborgen, kwamen onverwacht te voorschijn, en vermoordden allen,
+die zich niet met de vlugt tot aan de haven redden konden. Daarop
+gingen de Christenen naar Kadix, en ook deze reeds destijds rijke
+stad was van de Saracenen verlaten. De Kruisvaarders sloopten eene
+bij uitstek kostbare moskee tot den grond toe, plunderden de stad
+en de omliggende landhuizen uit, en namen, van roof verzadigd, het
+vroom besluit, deze prachtige stad door het vuur te verwoesten.
+
+Nu rigteden de Christelijke zeeroovers hunne koers naar de straat van
+Gibraltar. Een zware storm uit het Oosten belette hun de doorvaart,
+en verstrooide de vloot; 86 schepen, waaronder die der Friezen, liepen
+in de havens van Sevila aan den mond der Guadalquivir binnen. Drie
+dagen daarna liepen zij uit met eenen gunstigen wind, geraakten
+gelukkig door de straat, verzeilden op den vierden dag daaraan uit
+onkunde naar het eiland Ivica, en kwamen na eenige dagen te Tortoso
+aan den mond van den Ebro. Zij gingen aan land om versch water
+in te nemen, bleven hier twee dagen, en stevenden naar Barcelona,
+waar zij verscheiden schepen hunner door den storm verstrooide vloot
+aantroffen. In de haven van den H. Felicianus (St. Felice de Guixolis)
+in Catalonië vonden zij het overschot derzelve weder.
+
+De vloot ging weder onder zeil, en ankerde in de haven van
+St. Mardrianus omtrent Marseille. Nu hielden zij zich digt langs de
+kusten van Frankrijk en daarna van Italië, voeren Nizza, Pisa, Genua,
+Livorno en andere steden voorbij, en kwamen eindelijk te Piombino in
+Toskanen. In Piombino vertoefden zij 8 dagen, en rigtten nu hunnen
+koers naar Messina op Sicilië; dan storm en tegenwind dwongen hen
+om naar Civita Vecchia te zeilen. Daar het jaargetijde zoo verre was
+verloopen, besloot men hier de winter kwartieren te betrekken, want
+het was reeds 9 October toen de vloot in de haven van voornoemde stad
+voor anker kwam. Vijftehalve maand had dus de vloot van huis af naar
+Italië te zoek gebragt. Zulk een lange tijd kan ons niet bevreemden,
+als men denkt, dat de vloot geenszins de volle zee, maar altijd de
+kusten gehouden, en in vele havens vertoefd heeft. Ondertusschen was
+de haven van Civita Vecchia niet ruim genoeg om de schepen allen
+te bevatten, weshalve zich eenigen van de vloot afscheidden. 18
+Friesche bodems liepen de haven van Corneto binnen, alwaar zij
+op uitdrukkelijken last van Paus Honorius III, inzonderheid omdat
+zij in Spanje zoo dapper gestreden, zoo vele Saracenen onthalsd en
+steden verwoest hadden, heerlijk onthaald werden; ja, de Paus had
+zoo veel met hen op, dat hij hun tweemalen de Veronica (het in den
+Zweetdoek afgedrukte gelaat des Heilands) liet zien. Tot den 21 Maart
+1218 lagen de Friezen daar in de winterkwartieren. Bij hun vertrek
+werden zij door de gezamenlijke ingezetenen met 158 vanen in heiligen
+optogt tot aan de schepen begeleid. Zeer velen uit deze stad en het
+omliggende land, van Viterbo, Sièna, Vetralla enz. scheepten zich
+met 40 vanen met de Friezen in. De bevelhebber van Corneto liet bij
+den aftogt het volk eenen kring maken, plaatste zich in het midden,
+en hield eene aanspraak, waarin hij de dapperheid der Friezen roemde,
+en hun zijne mede vertrekkende landslieden hartelijk aanbeval. Na het
+eindigen zijner rede overhandigde hij den Friezen een Krijgsvaan, ten
+teeken des opperbevels over de medetrekkende Italianen. Nu gingen zij
+aan boord, en vereenigden zich met de van Civita Vecchia uitgeloopen
+vloot. Na eenige, hoewel niet belangrijke tegenheden, landden zij te
+Sijracuze aan, waar zij den palmzondag vierden. Onder Creta leden
+zij eenen zwaren storm, die de vloot verstrooide, doch de meeste
+schepen liepen daar eene haven in. Zij zeilden vervolgens Cnidus,
+Rhodus en Cyprus voorbij, en kwamen eindelijk, den 26 April 1218,
+te Ptolomais aan.
+
+In deze haven vonden zij Johannes, Koning van Jeruzalem, Andreas,
+Koning van Hongarijen, den Koning van Cyprus, de Hertogen van
+Oostenrijk en Beijeren en andere groote Heeren met het geheele
+Christen-leger, hetwelk men op 80,000 man berekende. Ondertusschen
+hadden die Kruisvaarders, welke zich door de reden des Bisschops hadden
+laten overhalen in Lissabon te blijven, op de Saracenen in Portugal
+eenige veroveringen gemaakt; doch op bevel van den Paus zijn zij van
+daar opgebroken, en onder aanvoering van Graaf Willem van Holland met
+eenen gunstigen wind, nog vroeger dan hunne voormalige togtgenooten,
+te Ptolomais, de verzamelplaats van dezen Kruistogt, aangekomen.
+
+Het thans weder vereenigde leger maakte het volgende plan: Damiate,
+de sleutel van Egypte, zoude veroverd worden, dan ware het den
+Christenen gemakkelijk Cairo en Alexandrië den ongeloovigen te
+ontrukken. Wanneer op deze wijze Egypte in handen der Christenen viel,
+zoo kon men den ongeloovigen in Syrië en Palestina de pas van Egypte,
+van waar zij toevoer en rekruten ontvingen, afsnijden, en zoo moesten
+dan Syrië en Palestina zich van zelf overgeven. Sed homo proponit;
+Deus disponit!--»Doch de mensch maakt plannen; God beschikt!"
+
+Ingevolge dit plan ligtte de vloot het anker, en stevende in 3 dagen
+naar Egypte. Met zeer veel moeite liep zij den Nijl in, waar toen de
+manschap niet ver van Damiate aan land stapte. Hier vertoonden zich
+vele Saraceensche ruiters aan het strand, hetzij om de ontscheping te
+beletten, hetzij om de Christenen te verkennen. Een gespierde Fries
+met breede schouders zwaaide zijne lans, en daagde den eersten den
+besten Muzelman uit; eene gewoonte, die sedert Goliath's tijd en nog
+vroeger zich tot nu toe had staande gehouden. Een Saraceensch ruiter
+reed voor, maar werd oogenblikkelijk door den uitdager uit den zadel
+geligt en afgemaakt [167]. De Saracenen beschouwden dit als een kwaad
+voorteeken, en trokken in de stad terug. Diamiate was eene voor dien
+tijd bijzonder sterke stad; zij was met eenen driedubbelden muur,
+de een hooger dan de ander, omgeven; digt langs den muur liep de Nijl
+met een' krommen arm om dezelve. Op de zijde der stad lag de voorstad,
+welke door een' sterken toren gedekt werd. Dezen toren kon men niet
+naderen, daar zij op een eilandje stond, welks geheele oppervlakte
+door den voet des torens werd beslagen, zoodat de toren uit het
+water scheen op te rijzen. Tusschen dezen en eenen anderen even
+zoo gelegenen, ofschoon kleineren toren, lag de haven, en van beide
+torens was eene zware keten gespannen, om de haven te sluiten. Nadat
+men eenige vruchtelooze aanvallen op de stad en den toren had gedaan,
+vonden de Duitschers uit het Bisdom Keulen een kunstig werktuig uit,
+waarmede zij den toren dachten te veroveren; doch ook dit mislukte.
+
+De Zomer liep reeds ten einde, zoodat men aan de verovering der
+stad begon te wanhopen. In dezen hagchelijken toestand kwamen
+de Friezen op eenen bij zonderen inval. Zij klampten twee hunner
+grootste schepen aan elkander, welke naar één breed schip geleken:
+op deze beide schepen maakten zij vier sterke masten in een vierkant
+vast. Tusschen deze masten rigtten zij een houten bolwerk op, dat zij
+met sterke kruisgewijze gelegde balken verzorgden, en van buiten met
+natte koehuiden overtrokken. Boven op het bolwerk hadden zij lange
+ladders, die zij op den toren werpen en waarmede zij dan deszelfs
+platte oppervlakte bereiken konden. Vervolgens sloegen zij op een ander
+schip een lager bolwerk op met naar buiten vallende bruggen, om aan
+den voet des torens te komen, en met deze beide werktuigen voeren de
+Christenen tot aan den toren. De Saracenen benaauwden de belegeraars
+met hunne pijlen, die zij van boven van den toren afschoten, en met
+het Grieksche vuur, dat echter door de natte koehuiden weinig werking
+kon doen. Gedurende dit gevecht lagen de Patriarch en gezamenlijke
+Geestelijken op de knieën, hieven de gevouwene handen ten hemel, en
+riepen God, doch inzonderheid Maria en St. Bartholomeus (het was juist
+Bartholomeus-dag) om hulpe aan. Eindelijk gelukte het den Christenen
+uit het bovenste bolwerk ladders op den toren te werpen. Hendrik,
+een Luikenaar, en Haije, een Fries van Fivelingo uit Groningerland,
+waren de eersten, die den toren beklommen. De eerste had eene zware
+kolf en de laatste een ijzeren dorschvlegel, die met ijzeren ringen
+aan elkander gezet en versterkt was, in de hand. Elke slag gold
+eenen gekneusden kop, ontwrichten arm of stukken geslagen beenen;
+zoo maaiden zij regts en links om zich henen, en maakten ruimte voor
+hunne makkers. De Saracenen, die van boven van den toren naar beneden
+gedrongen waren, wierpen Grieksch vuur uit, waardoor de Christenen
+zoo bestookt werden, dat zij den toren weder moesten verlaten. Daar
+evenwel de vijand ook den toren verlaten had, zoo kreeg het andere
+schip met het lage bolwerk lucht. Men wierp de bruggen uit, en naderde
+den toren van onderen. Als zij nu met alle magt op de poort aanvielen
+om die met geweld te doen bezwijken, gaven de Saracenen den toren bij
+verdrag over. Eenige buitenlandsche Schrijvers voegen hierbij, dat
+het groote schip van voren met eene sterke ijzeren zaag is voorzien
+geweest, en dat de ketting, door tegen haar met volle zeilen aan te
+varen, is gesprongen [168].
+
+Toen de Christenen den toren hadden, werd ook spoedig daarop
+de voorstad bemagtigd; doch de stad zelve konden zij nog niet
+bemeesteren, omdat zij bestendig uit het leger des Sultans Meleddin
+[169] toevoer en ondersteuning ontving. Het Christen-leger had ook veel
+te lijden van overstrooming des Nijls, waarom vast- en biddagen werden
+ingesteld. Toen de Nijl naderhand binnen zijne oevers terug trad,
+vernielden de Duitsche Kruisbroeders eene schipbrug, over welke de
+belegerden toevoer ontvingen uit het Saraceensch leger. Toen wies der
+Christenen moed; zij wierpen zich tusschen het leger des Sultans en de
+stad, en vielen hem eindelijk nu eens gelukkig, dan eens ongelukkig,
+zelfs in zijn leger aan. De Sultan werd deze kwellingen eindelijk
+moede, en bood den Christenen het vrije bezit van Palestina, het kruis
+des Heilands, het ontslag der Christen-gevangenen en een eeuwigen vrede
+aan. Het Kruisleger en vooral de Duitschers en Franschen lieten zich
+het aanbod gaarne welgevallen, maar de Pauselijke Legaat protesteerde
+en verlangde de geheele uitroeijing der Saracenen en Turken. Deze
+zielenherders kregen eindelijk bij de Christelijke schapen gehoor,
+men vocht nog een tijdlang met de ongeloovigen, en bereikte ten
+laatste, op het einde van Aug. 1219, door bemagtiging van Damiate,
+welke stad schier geheel door de pest was uitgestorven, het eerste
+gedeelte hunner wenschen. Natuurlijk viel hier in deze rijke en weleer
+volkrijke stad weder kostelijken buit te maken, dien de Christenen
+eerlijk onder elkander verdeelden.
+
+Toen Damiate was overgegaan, trok de Sultan naar Cairo terug. Men
+hield zich wederzijds langen tijd in dit en het volgende jaar stil,
+doch eindelijk beval de Paus tegen den zin der meeste Christenen en
+zelfs van Koning Johannes den vijand te vervolgen. Dit bevel kwam
+ter kwader uur, daar de Nijl overstroomde, en groote verwoesting in
+het Christenleger aanrigtte. Nu zagen zich de Christenen genoodzaakt
+met de ongeloovigen vrede te sluiten. De vredesvoorwaarden waren
+deze: de gevangenen zouden van wederzijden vrijgelaten worden; de
+Christenen moesten Damiate ontruimen, en de Sultan moest hun het
+te voren door Saladin veroverde Kruis des Heeren uitleveren. Deze
+was de eindelijke vrucht des ganschen togts, want in Aug. 1221 werd
+Damiate weder overgegeven. Zoo was dan wederom alles verloren, en de
+Christenen trokken weder huiswaarts."
+
+Ik kan niet voorbij hier nog aan te voeren dat de bovengemelde Olivier
+dezen Kruistogt in persoon heeft bijgewoond. Misschien is hij zelf
+de vervaardiger van het Itinerarium (Reisverhaal) geweest. Uit het
+leger voor Damiate heeft hij een brief aan de Abten, Prelaten en
+Burgemeesteren (Consuls) in Friesland geschreven. Ik neem hier het
+volgende uit over, dat den Friezen tot eer verstrekt:
+
+»De Zegepraler in Israël, van wien alle goede gaven en volmaakte giften
+afdalen, heeft uw vroom en in de moeijelijkheden der vreemdelingschap
+volhardend volk op aarde groot gemaakt, bereidende hun een'
+triomfwagen, als hebbende eene eeuwige belooning bij tijdelijken
+roem verdiend, dewelke zij nooit zullen verliezen, indien zij den
+ingetreden weg ten einde toe blijven bewandelen. Bij Damiate immers
+hebben zij zich door betoon van groote nedrigheid, milddadigheid,
+gehoorzaamheid en stoutmoedigheid, bij de Saracenen geducht, bij de
+Christenen bemind gemaakt. Weshalve wij U, Prelaten" enz., enz.
+
+»Geschreven bij Damiate op het feest der H. Kruisverheffing."
+
+De Patriarch van Jeruzalem gaf den Friezen bij hunnen aftogt eene
+loffelijke getuigenis mede, waarin onder anderen het volgende voorkomt:
+
+--»en nadat zij met ons in Egypte zijn gekomen, hebben zij veel
+leeds uitgestaan, zoo ten aanzien van hunne personen als van hunne
+geldmiddelen. Wij hebben hen van hunne dienst ontslagen en laten
+vertrekken, volgens de toelating door de Roomsche Kerk in de algemeene
+kerkvergadering verleend. Wij geven eene loffelijke getuigenis aan
+het Friesche Volk, daarom, dat zij eenen braven wandel hebben geleid,
+en dapper en vroom gestreden hebben in de dienst van J. C. Weshalve
+wij u vermanen en van uwe bescheidenheid in den Heere bidden, dat
+gij deze zelfde Friezen, uit hunne vreemdelingschap terugkeerende,
+in gunst moogt ontvangen," enz.--
+
+Zoo veel van dezen togt.
+
+Naauwelijks waren de Kruisvaarders weder te huis gekomen, of de heilige
+Vader Honorius II begon reeds weder alarm te blazen. Keizer Frederik
+II nam zelf het Kruis aan, doch scheen zich, na den dood van Honorius,
+om zijne gelofte weinig te bekommeren; hij werd door den opvolger
+van Honorius, Paus Gregorius, in den ban gedaan, trad wakker met den
+Heiligen Vader in het strijdperk, en ondernam eindelijk in 1228 den
+Kruistogt. Terstond bij zijne aankomst boden hem de Saracenen eenen
+10 jarigen wapenstilstand aan, waarbij zij hem Jeruzalem, Nazareth
+en Sidon inruimden. Daarop liet hij zich tot Koning van Jeruzalem
+kroonen, en keerde terstond daarna terug. Ook aan dezen togt hebben
+de Friezen deel genomen, en zoowel de Paus Honorius, als de Keizer
+Frederik moedigden de Friezen aan, den togt mede te ondernemen. De
+Paus streek den Friezen in eenen brief van 1226 niet weinig honig om
+den mond. Onder anderen zegt hij in dien brief:
+
+»Voorwaar, daar de Friezen weleer met onderscheiding in den Kruistogt
+ter zee den Heere gediend hebben in de overzeesche landen, zoodat
+uw gedenkboek van geslacht tot geslacht met vermelding van uwen lof
+zal aangehaald worden, zoo hebben wij noodig en raadzaam gedacht,
+ulieden als beroemde Kampvechters wel bijzonder tot het volgen van
+dezen (togt) te moeten oproepen, vastelijk hopende en vertrouwende,
+dat gij, die onder overige volken uitmunt in grootmoedige dapperheid,
+den strijd des Heeren mannelijk en met kracht zult strijden.
+
+»Wij bidden u dan allen enz."
+
+En Keizer Frederik schrijft onder anderen:
+
+»Want buitenlands is uw krijgsbeleid gevreesd en ondervonden van
+die volken, tot welker uitroeijing gij weleer uwe krachten loffelijk
+geoefend hebt, terwijl het bloed van uwe martelaren in de dienst des
+Kruises geplengd, glansrijk blinkt, en hunne roemrijke ligchamen door
+de bezetting en verovering van Damiate herdacht worden. Ontbrande
+dan uwe dapperheid!--
+
+»Gegeven te Salerno 1 Febr. 14de Indictie."--
+
+Olivier kwam ook weder in Mei 1224 in Friesland, en predikte eerst
+in Groningen, daarna in Reiderland en in 't Emderambt het Kruis;
+voornamelijk echter hield hij zich te Uttum en Groothuizen (Huttum en
+Usum zegt Emo) op, waar hij evenwel weinig uitwerkte. Vervolgens zond
+hij door geheel Friesland herderlijke brieven rond, en vermaande de
+Friezen met de Denen, Bremers en de Keulenaren, die reeds eene vloot
+begonnen uit te rusten, gemeene zaak te maken, terwijl de eerste
+bemoeijing der Geestelijken was, om geld voor den te ondernemen
+Kruistogt te verzamelen. Onze geschiedschrijver Emo liet zich zelven
+daartoe gebruiken, en bragt eene aanzienlijke som bijeen.
+
+Den 22 Mei 1227 gingen de Friesche schepen bij Borkum onder zeil;
+de manschap echter leed veel door allerlei gevaar, storm, ziekte en
+honger, en kwam, merkelijk ontdaan, eindelijk in Palestina [170]. Het
+einde van dezen togt heb ik reeds boven kortelijk opgegeven.
+
+In het jaar 1247 werd eene groote kerkvergadering te Lyon in Frankrijk
+gehouden, op welke nogmaals een heilige krijg tegen de ongeloovigen
+werd vastgesteld. Koning Lodewijk de Heilige nam zelf het Kruis aan,
+en de Paus zond, op bijzonder verlangen des Konings, den Bisschop
+Albert van Riga en Willibrand, een monnik uit het Mentzsche, naar
+Friesland, alwaar zij alle Abten, Dekens, Priesters, Edellieden,
+regterlijke Beambten en de voornaamste Mannen verzamelden, en hun den
+Pauselijken lastbrief voorlazen. Terstond liet zich eene groote menigte
+tot dezen togt aanwerven; maar toen den Friezen werd aangekondigd,
+dat zij tegen Mei 1248 reeds tot den togt gereed moesten zijn,
+schreeuwden allen, dat deze bepaalde tijd veel te kort was. Daarop
+werd de tijd des aftogts tot Mei 1249 uitgesteld.
+
+Deze Krijgstogt is voor de Christenen van rampzalige gevolgen geweest,
+daar bijna het geheele Christelijke leger in Egypte, deels door de
+pest, deels door het zwaard, werd vernield, en de Koning Lodewijk
+zelf gevangen genomen. Door klinkende munt en eenen schandelijken
+vrede kocht hij zijne vrijheid weder. Of nu de Friezen dezen togt
+mede gedaan hebben, en werkelijk uitgezeild zijn of niet, melden ons
+de geschiedschrijvers niet [171]. Waarschijnlijk hebben de Friezen,
+daar zij te huis genoeg te doen hadden, en den nieuw verkozen Roomsch
+Koning Willem reeds in 1248 Aken hielpen veroveren, doch daarna met
+hem in onmin geraakten, en hem, gelijk uit 's Konings geschiedenis
+genoeg bekend is, in de tegenwoordige provincie Friesland om hals
+bragten, aan dezen togt geen deel genomen [172].
+
+Zeer aardig herinnert een Bisschop van Syrië in eenen uit Ptolomais
+geschreven brief na het jaar 1260 hun aan hunne pligten. Hij
+noemt zich: »Frater Thomas de ordine Praedicatorium, Dominici
+praesepii et virginalis puerperii custos indignus, Apostolicae Sedis
+Legatus." »Broeder Thomas van de orde der predikheeren, onwaardige
+bewaker van de kribbe van Dominicus en het maagdelijk kraambed,
+legaat van den Apostolischen zetel." Hij meldt daarin (de ruimte laat
+niet toe, den geheelen merkwaardiger en kluchtigen brief hier in te
+lasschen) onder anderen, dat de Friezen, die voor 10 en meer jaren
+het Kruis hebben aangenomen, hunne kruisgeloften gestand doen, en
+opkomen, of wettige redenen van hun uitblijven opgeven moeten. Daarbij
+verzoekt hij de Proosten en Dekenen de Friesche vrouwen, welke het
+Kruis hebben aangenomen, den togt af te raden, dewijl men, helaas,
+meermalen de treurige ervarenis heeft gehad, dat door verleidingen
+des Satans deze vrome vrouwen reeds aanstonds op weg afschuwelijke
+hoererij en echtbreuk bedreven hebben. Wanneer deze goede kinderen
+slechts zooveel baar geld betaalden, als hun de reis heen en weder
+zou kosten, dan konden zij rustig te huis blijven, en nu besluit hij:
+
+»Aan alle welke voornoemde vrouwen en anderen, die op voorzeide
+wijze mogen verschoond worden, wij uit kracht van de aan ons door
+den Apostolischen Stoel verleende volmagt die vergeving van zonden
+schenken, welke zij zouden verwerven, zoo zij het Heilige Land in
+persoon bezocht hadden."
+
+Koning Lodewijk nam in 1267 andermaal het Kruis aan, en zond naar
+Friesland eenen monnik, Gerhard, om aldaar het Kruis te prediken. Deze
+trok geheel Friesland door, doch hield zich den meesten tijd, volgens
+getuigenis van den gelijktijdigen Schrijver Menco, in Norden op, alwaar
+hij het Jakobiten-Klooster stichtte. Het gelukte hem ten behoeve van
+dezen voorgenomen togt den ingezetenen groote sommen gelds uit de
+beurs te praten, en een groot getal strijdbare mannen te overreden,
+zich met het Kruis te laten teekenen.
+
+Thans werd eene betere orde ingevoerd. Opdat niet wederom allerlei
+janhagel den togt mede ondernemen, en zich op kosten van het Kruisleger
+mesten, of ook weerlooze vrouwen vervolgens wanorde in het leger
+veroorzaken mogten, werd uitdrukkelijk bevolen dat alle vrouwen,
+zonder onderscheid, te huis blijven, en ieder Kruissoldaat 7 mark
+sterling aan klinkende munt, vervolgens 7 ton boter, een halven os,
+een ham, een half mudde meel en zoovele wapens en kleederen, als hij
+zou noodig hebben, medenemen moesten.
+
+In 1269, kort voor Paschen, scheepten de Friezen zich in. Zij
+verzamelden zich bij Borkum, en moesten daar 20 dagen wegens westelijke
+tegenwinden blijven liggen. De uitgeloopene Friesche vloot bestond,
+behalve de kleine schepen, uit 50 koggen. Met goeden wind landden zij,
+na volgens gewoonte vooraf in eenige havens te zijn binnengevallen, te
+Marseille aan. De Koning van Frankrijk had met de Friezen afgesproken
+hen tot St. Jan in te wachten; dan daar deze tijd verstreken was, zoo
+was de Koning met zijne vloot reeds voor de aankomst der Friezen naar
+Tunis afgezeild. De Sultan had een sterk leger naar Afrika gezonden,
+waarom de Koning vreesde, dat de Turken, na den aftogt der Christen
+troepen, in Sicilie, Italie, Frankrijk en Spanje eene afwending zouden
+maken. Daar ook de Saracenen in Syrië en Palestina veel ondersteuning
+en levensmiddelen ontvingen van de Barbarijsche kusten, zoo achtte hij
+het voordeelig eerst Tunis te verwoesten. De Friezen morden over dezen
+togt, en wilden liever naar Palestina, doch lieten zich ten laatste
+door eenen geestelijken overreden den Koning na te zeilen. Bij hunne
+aankomst vernamen zij wel, dat de Koning de Ongeloovigen geslagen en
+Tunis reeds ingesloten had, doch tevens dat hij zelf kort daarna aan
+de pest gestorven was. Op dit berigt wilden de Friezen oogenblikkelijk
+weder naar Syrië afzeilen; dan, daar juist ten zelfden tijde de broeder
+des overledenen Konings Lodewijk, de Koning Karel van Napels, met eene
+versche vloot aankwam, zoo lieten zij zich bewegen, daar te blijven. De
+belegering werd dan ijverig voortgezet; de Saracenen deden eenen uitval
+op eene afdeeling Duitschers en Friezen, die verspreid nabij de stad
+ginds en herwaarts liepen, om den vijand uit zijne verschansingen
+te lokken. De Christenen togen aanvankelijk in wanorde terug, maar
+herstelden zich weldra weder, rukten als één man tegen den vijand
+op, en dreven hem tot eene rivier, die voorbij Tunis stroomt. Vele
+Ongeloovigen sneuvelden door het zwaard, de meesten echter verdronken
+in den vloed. De stad kon door storm niet ligt veroverd worden, omdat
+de pest in het Christenleger eene groote verwoesting had aangerigt:
+desniettemin werden de belegerden zoo benaauwd, dat zij den Christenen
+eenen vrede aanboden. De inhoud der aangenomene vredes-voorwaarden was,
+dat de gevangenen van wederzijde bevrijd,--Tunis aan Koning Karel eene
+jaarlijksche schatting betalen,--en de Christenen op de Middellandsche
+Zee door geene zeeroovers zouden ontrust worden. Het leger werd
+daarop ontbonden, en de meeste Italianen en Franschen gingen weder
+naar huis; dan de Friezen, Duitschers en Engelschen vervolgden hunne
+reis en zeilden naar Palestina. Onder weg leden zij veel door storm
+en ziekte, en kwamen in veel verminderd getal eindelijk te Ptolomais
+aan, alwaar zij het Christen-leger in eenen jammerlijken toestand en
+verderfelijke oneenigheid aantroffen, welke tweespalt de Saracenen zich
+ten nutte, en vele veroveringen hadden gemaakt. Intusschen werden de
+Friezen door de Tempelheeren wel ontvangen en kostelijk onthaald: zij
+werden naar Tyrus gevoerd, alwaar men aanzienlijke hulptroepen van de
+Christenheid en bijzonderlijk van Koning Karel van Napels verwachtte,
+doch daar deze uitbleven, zoo kregen ook de Friezen het heimwee. Hunne
+uit den storm nog overgeblevene schepen waren zoo jammerlijk gesteld,
+dat zij geen zee konden bouwen, zoodat zij zich in vreemde vaartuigen
+moesten inschepen, en van elkander afgescheiden, sommigen door Italië,
+anderen door Frankrijk afzonderlijk terugkwamen. De meesten echter
+hadden hunnen dood in Afrika, in de Middellandsche Zee en in Palestina
+gevonden, terwijl het geringe in het Vaderland terugkeerend overschot
+ledige buidels, hongerige magen en zieke ligchamen mede terugbragt.
+
+Van nu af aan waren de Christenen te zwak om den Turken het spits te
+bieden. De eene vesting ging na de andere over. Antiochië, Cesarea,
+Joppe en andere steden kwamen in handen der Turken. Ten jare 1291
+werden ook Ptolomais, Tyrus en Berytus heroverd. Zoo behielden dus de
+Christenen der Latijnsche Kerk, die ter verovering en beheersching
+des Heiligen Lands, zoo vele millioenen verspilden, en zoo veel
+bloeds deden stroomen, in Palestina geen voet gronds. Paus Nikolaas
+IV, wien dit zeer ter harte ging, wekte wel alle geestelijke en
+wereldlijke Vorsten tot eenen nieuwen togt op, doch zijne pogingen
+waren vruchteloos [173].
+
+Palestina, ontbloot van allen bijstand, verzonk weder in de oude
+slavernij, die misschien dragelijker was, dan de heerschappij van
+teugellooze schraapzuchtige Christenen.--En dit was het einde der
+heilige oorlogen of vrome razernij, die omtrent twee honderd jaren
+gewoed, en Europa omtrent zeven millioenen menschen en onmetelijke
+schatten gekost heeft.
+
+Wat nu het goed en kwaad betreft, het is moeijelijk te beslissen of de
+Kruistogten meer voordeel dan nadeel aan Europa hebben toegebragt. Dus
+oordeelt er de Duitsche Geleerde J. G. Mair over [174]. Heeren is door
+zijn onderzoek der gevolgen van de Kruistogten voor Europa [175] tot
+het gunstig resultaat gekomen, dat zij wel niet op eens eene betere
+wereld schiepen, maar die voor de nakomelingschap hebben voorbereid.
+
+Wakker van Zon heeft, in zijne Bijdrage tot de Geschiedenis der
+Kruisvaarten, voor ons Vaderland daarin weinig voordeel kunnen vinden,
+en laat het nadeel ver het overwigt behouden; zelfs in de heftigheid
+van zijn betoog uitroepende: »Rede! Deugd en Godsdienst! wij leggen
+op uw heilig altaar de plegtige en onherroepelijke bekentenis af--,
+dat de Kruisvaarten ons Vaderland tot eene bron van onuitrekenbare
+ellende verstrekt hebben!"--
+
+Zoo zijn er meerdere gevoelens van geleerden uitgebragt, terwijl
+die Schrijvers, welke niet overdrijven, maar den middelweg hebben
+bewandeld, zoo als Heeren en Luden, gewis den voorrang boven anderen
+verdienen [176].
+
+Voor Friesland waren gewis de gevolgen ook van groot belang. De
+burgerlijke vrijheid is er zeer door bevorderd: want een slaaf werd
+vrij man, en de haat en wraak der aanzienlijke geslachten werden
+getemperd. Het werkzame deel des volks werd door den landbouw als
+anderszins voor armoede beveiligd, en de zedelijke beschaving zal
+er allengs bij gewonnen hebben. De handel in de X eeuw nog in zijne
+kindschheid, moet eene eeuw na den aanvang der Kruistogten te Stavoren
+reeds tot grooten bloei zijn gekomen: want deze stad en Bolsward
+tot de Hanzesteden behoorende, voerden hunne koopwaren naar Brugge,
+werwaarts de Lombarden hunne Oostersche goederen bragten, om dezelve
+zoo door de Hanzesteden weder in het Noorden te verspreiden. De
+welvaart, pracht en weelde der XIII en XIV eeuwen kunnen van deze
+gevolgen getuigen.--Kunsten en wetenschappen, altoos met den handel
+zich parende, moesten ook wel in Friesland toenemen.--Dan het nadeel
+heeft zich ook voor dit gewest geopenbaard, en in de onheilen moest
+het dus ook aandeel hebben.
+
+
+Bl. 72.
+
+Omtrent den jare 1100 was er een voornaam Bouwkunstenaar, zijnde een
+Fries, die voor den Bisschop van Utrecht eene fraaije kerk bouwde,
+doch misnoegd over deszelfs behandeling, den Bisschop om het leven
+bragt. Dit zal het bedoelde geval zijn 't welk voorkomt in F. Sjoerds,
+Jaarb. II. 285.
+
+
+Bl. 72.
+
+In den jaare 1110. Door dezen strijd en nederlaag bleef de vrijheid
+van Oost-Friesland bewaard, en de Friesche Graafschappen Oostergo en
+Westergo genoten een aantal jaren rust en vrede.
+
+
+Bl. 73.
+
+In den jaare 1119 ontstond. Het verhaal van dezen twist tusschen
+Floris II en den Frieschen Edelman Galama is naauwkeurig opgeteekend
+door Gabbema in zijne Watervloeden, p. 50 en 51, en bij de
+Kronijkschrijvers met eenige kleine veranderingen vermeld. Zie
+Tegenw. Staat van Friesland, I. 315; F. Sjoerds, Jaarb. II. 318,
+welke te regt in Wagenaar (II. 213,) verbetert, dat Galama niet in
+dezen twist is omgekomen, en ook een eigenlijke Fries geen Westfries
+was. Schotanus, van dit voorval niet sprekende, heeft men de waarheid
+daarvan betwijfeld, waarom ook welligt Cerisier (Geschiedenis der
+Nederl. I. 214) niet voor de echtheid wil instaan. Bilderdyk, altijd
+kwaadaardigst tegen Wagenaar, zegt in zijne Gesch. des Vaderl. II. 34:
+»Wagenaar, altijd kwaadaardigst tegen de braafste Vorsten, brengt
+tegen Floris in, »dat zijne uitmuntendheden van geest en lichaam niet
+verhinderden, dat de Edelen dezer landen hunne vrijheden tegen het
+Grafelijk geweld, dat met den aanwas van 's Graven macht meer dan te
+voren gevoeld werd, moediglijk verdedigen durfden."" »En tot bewijs
+van dit Grafelijk geweld en het moedig verdedigen van de vrijheden
+daar tegen, komt den moedwil van Galama voor den dag.----Het geval
+(waar of onwaar, want men twijfelt er aan) is eenvoudig. De Graaf
+(wien naar het Leenrecht, als Vorst of wegens den Keizer regeerende,
+wouden en wildernissen behooren, en alle jacht die niet afgestaan
+is) in het bosch van Kreil (aan den rand der Zuiderzee, die nu dit
+gedeelte verzwolgen heeft) jagende, vindt daar jagers van Galama,
+wien hij als naar stijle, de daarmeê verbeurde honden ontnemen
+doet. Galama verneemt dit, stuift op, zoekt den Graaf in het bosch,
+spreekt den Graaf (onbesuisd, zegt Wagenaar) en onvoeglijk aan, en bij
+Floris aanmerking op dien onbehoorlijken toon en taal, valt hem met
+den blooten degen op het lijf en doorboort hem den arm!--Zie daar"
+enz.; hier volgt weder eene onbehoorlijke uitval op Wagenaar en een
+schampschot op de onschendbaarheid en wijsheid, gezeten hebbende in
+de majestueuze Amsterdammer paruiken.
+
+Dit is dus met een kort woord aan Galama zijn regt ontnomen,
+hem als overtreder des Roomschen regts veroordeeld, en Floris
+geregtvaardigd. Wij houden het er daarentegen voor, dat het niet
+bewezen is of Graaf Floris in het Kreilerwoud iets had te zeggen, en
+zoo niet, dan beschouwen wij de daad van Galama (niet gelijk Bilderdyk)
+als die van een dolleman, maar van een regtschapen Fries, die zich door
+geen Hollandschen Graaf naar willekeur liet regeren en behandelen, hoe
+deze dan ook het Kreil, Galama's eigendom, mogt beschouwen. Waarom
+dit voorval onder de verdichtselen geplaatst zou moeten worden,
+daarvoor kunnen wij geene reden vinden. Friesch Jierb. 1833, § 22;
+Bijvoegsels op Wagenaar, II. D. bl. 72.
+
+
+Bl. 73.
+
+In den jaare 1143. In onze kronijk wordt niet vermeld, zoo als bij
+andere Schrijvers, dat omstreeks dezen tijd, onder de regering van
+Keizer Koenraad III, vele bewoners der tegenwoordige Nederlanden,
+op verzoek van den Graaf van Holstein, Adolf, na de verdrijving der
+Obodriten, eenige landstreken aan de Elve gingen bewonen, en hoezeer
+door deze woeste Wandalen weder aangevallen, met ongehoorde dapperheid
+tegen dezen streden, en eindelijk, door den stoutmoedigen Priester
+Gerlacus aangepord en voorgegaan, met behulp van 's Graven volk de
+volkomene overwinning behaalden [177].
+
+De Graafschappen Oostergo en Westergo werden door dezen Keizer Koenraad
+weder aan den Utrechtschen Bisschop geschonken, welke schenking twee
+jaren daarna bij eenen giftbrief werd bevestigd. Hoe echter de Friezen
+over deze en dergelijke brieven dachten en hunne vrijheid wisten te
+handhaven, ziet men beschreven bij Emmius, bijzonder in het VI boek,
+bl. 103 zijner Friesche Geschiedenis.
+
+Eenige jaren hierna in 1157, of gelijk Emmius in 1165, is het vermaarde
+klooster Ludingakerk bewesten Franeker gesticht, waarvan Wigboldus de
+eerste Abt is geworden. Uit deze Abdij, met aanzienlijke landerijen
+en rijkdommen begiftigd, en van den Roomsch Koning Willem II met het
+eiland Flieland beschonken, kwamen de kloosters van Anjum, Achlum,
+Oegeklooster en anderen voort. Tusschen Flieland en Terschelling, toen
+nog aaneen, groef men, tot bevordering der aanslijking, om nog al meer
+voordeelen te genieten, eene wijde gracht, tegen wil en raad van den
+verstandigen Lidlumer Abt, Gerhardus, waardoor men de woedende zee
+het land vernielen liet, dat noodig was te behouden ter voorkoming
+van de latere ellende door storm en vloed ontstaan. F. Sjoerds,
+Jaarb. II. 377; Oudh. en Gest. II. 131.
+
+In 1163 stichtte men het klooster Mariengaard onder Hallum, onder
+opzigt en beleid van den waarlijk vromen Pastoor der kerk te Hallum,
+Frederik, die daar eerste Abt werd, en de order der Premonstratenzers
+omhelsd had. Doordien er een grooter toeloop was dan het klooster
+bevatten kon, werd door den Abt, ter plaatse Bartlehiem genoemd in
+Tietjerksteradeel, een nonnenklooster, onder den naam Bethlehem,
+gebouwd. Onder de waardige Abten die deze kloosters telden, is
+de godvruchtige Syardus hoog geroemd. Deze en vele anderen, die
+het zoo goed met de godsdienst meenden, waren echter onbestand
+tegen het ongeschikte, wanhebbelijk en zedeloos leven der
+kloosterlingen.--Oudh. en Gest. I. 385; Tegenw. Staat. I. 345.
+
+In den jare 1165 werd de Abdij Klaarkamp in Dantumadeel gesticht,
+onder 't beheer van den dorpe Rinsumageest, door vrouwe Clara,
+eene rijke en godvruchtige weduwe. De Bernardiner of Cistercienzer
+monniken, ook naar hunne kleeding witte en zwarte monniken genoemd,
+die aanvankelijk om hunnen stichtelijken wandel en goede zeden zeer
+geroemd zijn geworden, hebben hetzelve onder den eersten Abt, Eiso
+betrokken, en vele kloosters in Friesland en Holland hebben onder
+deze Abdij gestaan. De Abt van Klaarkamp had onder de Prelaten ter
+Landsvergadering de eerste plaats.
+
+Deze eeuw was dus bijzonder vruchtbaar in het voortbrengen van Abdijen,
+Kloosters, geestelijke Gestichten en Kerken. In den jare 1182 werd
+ook door Sybe van Lidlum met hulpe van Tjalling Donia van Winsum,
+tusschen Tjummarum en Oosterbierum, het Lidlumer Klooster gesticht,
+'t welk na verloop van eene halve eeuw is verplaatst. Het was gesteld
+onder de order der Reguliere Kanunniken. Oudh. en Gest. II. 162;
+Schotanus, Beschryvinge von Frieslandt, Quarto, p. 311 en verv.
+
+
+Bl. 76.--Ao 1170.
+
+Omtrent dezen tijd, is Saake Reinalda, overleden. De Geschiedenis
+vermeldt dezen Potestaat als een kundig, ervaren, braaf, edelmoedig
+en vredelievend man, die in allen opzigte, vrij van vooroordeel en
+ongepaste eerzucht, het belang zijner landgenoten zoodanig behartigde,
+dat de Edelen, de Staten en het Volk hem levenslang tot hunnen
+Landsheer wilden verkiezen, welk voorregt hij echter niet begeerde,
+als strijdig met zijne beginselen en 't gebruik der voorvaderen.
+
+
+Bl. 77.
+
+In den jaare 1190. Omstreeks dezen tijd vindt men bij de meeste
+geschiedschrijvers het eerst gewag gemaakt van Leeuwarden als stad;
+doch er zijn er, die beweren, dat reeds ten jare 1149 de stad bij
+dien naam zou bekend geweest zijn, daarbij aanhalende de twee brieven
+door den Abt Wybaldus geschreven, voorkomende in het Charterboek van
+van Schwartzenberg, I. 76, de een aan de gemeente van Leeuwarden,
+houdende klagten over de zorgeloosheid van vier Priesters aldaar,
+en de andere aan den Utrechtschen Bisschop, Heribertus, betrekkelijk
+den slechten toestand der kerk.
+
+
+Bl. 77.--Ao 1192.
+
+Als Froonakker en Godsakker. De Tempelschattingen dienden bij de
+Franken tot onderhoud der Priesterschap, tot instandhouding van de
+godsdienst, tot aanschaffing der offerdieren, tot bekostiging der
+openbare feesten en tot verzekering van regt en veiligheid. Wij vinden
+in de Friesche geschiedenis der IX en X eeuw ook de Tempelschattingen
+vermeld, welke in iedere kapel, op zekere tijden, aan den Hemelkoning
+moesten worden opgebragt; en wat betreft het bezit van landgoederen,
+meren, wouden en stroomen, dit wordt genoeg opgehelderd uit de, bij
+de bevestiging des Christendoms hier te lande, zoo rijkelijk door
+de Frankische vorsten weggeschonken goederen, welke ongetwijfeld,
+voor een groot deel, mede hiervan afkomstig waren. En zoo is men
+op het vermoeden gekomen, dat de Vroonlanden en Vroonakkers, welke
+hier en daar weleer aangetroffen werden, van deze landgoederen
+afkomstig waren, en dat Franeker daarvan den naam zoude ontleend
+hebben. Verg. Westendorp, Verhand. over het gebruik der Noordsche
+Mythologie, bl. 335.
+
+
+Bl. 82.--Ao 1227.
+
+Kastelein van Koevorden. Een Kastelein was ambtman over een
+regtsgebied; oorspronkelijk kasteelman, praefectus arcis;--Borchgreve,
+burggraaf, slotvoogd, enz.--Verg. den Teuthonista van G. v. d. Schueren
+en Kiliaan.
+
+
+Bl. 85.--Ao 1230.
+
+In den jaare 1230. Het jaar te voren schrijven de kronijken van eene
+groote zonsverduistering, gevolgd door geweldigen hagel, in welk onweer
+de Edelman Sixtus Botnia met zijne vrouw zou zijn omgekomen, alsmede
+Douwe Galama en Jolke Taijkama. Over den vloed van 1230, zie Gabbema,
+Watervloeden, bl. 70; Wins. fol. 163; F. Sjoerds, Jaarb. II. 543.
+
+In of omtrent dezen tijd vindt men het eerst van de veenen en
+turfgraverijen gewag gemaakt.
+
+
+Bl. 86.--Ao 1231.
+
+Door de Rechters van Upstalsboom. Als hier ter plaatse zeer gepast,
+nemen wij een gedeelte over van het belangrijk Overzigt, geplaatst in
+het Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 4 October 1831, getiteld:
+Herinnering aan de Landdagen der Friezen bij Upstalboom, hoofdzakelijk
+getrokken uit het werk van T. D. Wiarda over dit onderwerp, en ons
+medegedeeld door den kundigen beoefenaar der Friesche Geschiedenis,
+Taal-, en Dichtkunde, Mr. A. Telting, Secretaris der stad Franeker.
+
+»Buiten de stad Aurick in Oost-Friesland is een eerwaardige
+plek, rijk in herinneringen aan de vrijheidsmin en volkstrouw
+onzer Friesche Vaderen. Deze plek draagt den naam van Upstalboom
+(Upstallisbeam, Opstalbeam). Wij zullen ons niet verdiepen in de
+verschillende gevoelens omtrent de afleiding en beteekenis van dezen
+naam, dien sommigen voor eene zamenstelling houden uit Upstalling,
+d. i. hoveling, eigenlijk een man uit een oud geslacht, en beam of
+boom, beteekenende alzoo een' boom, waarbij zich de voornaamsten des
+volks verzamelen,--anderen samengesteld achten uit up of öp, staal,
+boom, d. i. bij den opgerigten boom,--anderen weder uit up of op, saal
+(zaal, de oude benaming van eene plaats, waar men geregt hield) en
+boom,--en nog anderen eindelijk uit up, stoel en beam, d. i. de boom,
+waar de stoel des gerigts wordt gehouden. Wij laten de beslissing aan
+anderen over, maar meenen zooveel met zekerheid uit dezen naam te mogen
+opmaken, dat daar een of meerdere oude boomen hebben gestaan, onder
+welke zich de regters zullen hebben gezeteld, terwijl de verzamelde
+afgevaardigden des volks zich daar om heen zullen hebben geschaard,
+alles overeenkomstig de zeden der overige Germanen, die, het voor
+vrije mannen onbetamelijk achtende in beslotene plaatsen te vergaderen,
+daartoe uitgestrekte vlakten of heilige wouden verkozen. Een uur buiten
+Aurick vertoont zich dan ook nog een heuvel, waarop naar luid der
+overlevering drie groote eiken plagten te staan, en die algemeen als
+de vergaderplaats wordt opgegeven. De landlieden noemen dien heuvel den
+Boombarg. Men heeft er ten aandenken later eenen grooten beuk geplant,
+en de hoogte met eene kleine gracht omgeven. Daar vergaderden op den
+eersten Dingsdag na het Pinksterfeest telken jare de afgevaardigden
+der zeven Friesche Zeelanden. Men zag er de geestelijkheid, de edelen
+en de vrijgeboren mannen uit geheel den Staat zamenvloeijen, om de
+belangen des gemeenen Vaderlands voor te staan. De eerste dagen der
+bijeenkomst waren der gastvrije vrolijkheid gewijd. Auricks vrouwen
+en maagden ontvingen den aankomenden vreemdeling, en bragten hem
+den welkomsbeker toe, met den groet: het ghilt eele frye Fryse! Nog
+heden dansen hare nakomelingen op den Pinksterdag om den Meiboom,
+en zingen haar volkslied:
+
+
+ »Mayboom, Mayboom, holt die faste,
+ Morgen krieg wy fremde lue toe gaste!"--
+
+
+Wanneer de eerste dagen der gulle vreugde waren vervlogen, en
+langzamerhand alle afgevaardigden zich ter bestemder plaatse
+hadden vervoegd, ging men over tot de beraadslagingen. Er werden
+voorstellen gedaan, en voor te besluiten trok het volk ter onderlinge
+beraadslaging, zoo de overlevering wil, naar een nabij gelegen dorp,
+dat vandaar den naam van Rahde zou verkregen hebben. Voor den heuvel
+liggen twee akkers, nog de Wandelakkers genaamd, waar men wil,
+dat de Rigters gedurende deze beraadslagingen van het volk gewoon
+waren heen en weêr te wandelen. De besluiten der vergadering werden
+in schrift gebragt, en met een zegel voorzien. Dit zegel stelde voor
+een' geharnasd' man, met eene spies in de regter en een zwaard in de
+linkerhand, staande onder een' bladerrijken boom. Het groote doel
+dezer landdagen was,--zoo als blijken kan uit verscheidene wetten,
+tot op onze dagen bewaard gebleven, die daar gemaakt zijn,--om in
+het belang van het geheele vrije land alle bestaande verschillen
+zooveel mogelijk te beslechten, vrede en rust te stichten en te
+bewaren, den weêrspanneling desnoods met geweld tot onderwerping te
+noodzaken, zich tot gemeenschappelijke weer tegen vreemden aanval
+telkens met nieuwe kracht en eendragtigen moed te verbinden, goede
+en nuttige wetten in te stellen, de bestaande te herzien en zoo
+noodig te verbeteren. De uitvoering der genomene besluiten berustte
+bij telken jare op nieuw verkozene regters (zij worden in de Leges
+Upstalbomicae van den jare 1323 § 23 Judices Zelandini genoemd, bij
+Emo Abt van Werum, in zijn Chronicon, Jurati apud Upstallesbome, ook
+Consules terrae). Deze vertegenwoordigden dus de hoogste magt in de
+vrije Zeelanden. Wanneer is men het eerst begonnen deze landdagen te
+houden?--welke der Friesche Zeelanden hebben daaraan deel genomen?--en
+wanneer hebben deze zamenkomsten opgehouden?--ziet daar drie vragen,
+die ieder belangstellend lezer zich al dadelijk voorstelt, en waarop
+wij kortelijk zullen trachten te antwoorden."
+
+Wat nu betreft de eerste vraag, zoo komt het antwoord van den Schrijver
+hierop neder, dat, ofschoon men met geene volkomene zekerheid kan
+bepalen, wanneer de Upstalboomsche landdagen der Friezen een begin
+hebben genomen, men echter met eenige waarschijnlijkheid kan besluiten,
+dat zij, zoo al niet door Karel den Grooten zelven ingesteld, toch aan
+den door hem te Upstalboom gevestigden regtszetel hunnen oorsprong te
+danken hebben, en dat de Friezen al zeer vroeg deze regtsplaats, als
+in het midden van Friesland gelegen, tot het houden hunner landdagen
+bij uitnemendheid geschikt hebben gerekend. De vroegste vermelding
+eener gezagsoefening van de Upstalboomsche Regters vindt men bij
+Emmius op het jaar 1214 aangeteekend.
+
+In de eerste tijden namelijk van Karel den Grooten, zullen al de
+Friezen van de Maas tot aan den Wezer deel hebben genomen aan die
+landdagen. De landen over den Wezer schijnen, vóór de indeeling
+van den Frieschen Staat in zeven Zeelanden, te zijn afgescheiden,
+en zoo lang nu al deze landen zich in het bezit hunner vrijheid
+hebben mogen verheugen, hebben zij ongetwijfeld mede deel genomen
+aan de Upstalboomsche vergadering. Wanneer deze zamenkomsten voor
+altijd hebben opgehouden kan men met geene zekerheid opgeven;
+doch in de eerste helft der vijftiende eeuw, nadat er reeds
+onderscheidene beletselen tot het bijeenkomen hadden plaats
+gehad, door de dwingelandij van eenige magtige Hovelingen en vele
+partijschappen onderling, moet zulks hebben plaats gehad. Zie
+voorts gemeld Overzigt. Schotanus, Fr. Hist. bl. 170 volgg.;
+Harkenr. Oostfr. Oorsp. 125-127; F. Sjoerds, Besch. I. 62.
+
+
+Bl. 89.--Ao 1234.
+
+Om de voorrang in 't offeren. Over dezen twist kan men vergelijken
+Oudh. en Gest. II. 275; Teg. Staat, I. 360; F. Sjoerds, Beschr. I. 499.
+
+
+Bl. 89.--Ao 1239.
+
+Sikke Sjaarda of Sjaardema. Over de geschiedenis van den achtsten
+Potestaat Sjaerdema en den hier vermelden brief heerscht, eenige
+duisterheid. Emmius (in zijn X Boek, p. 157) verklaart in twee
+regels, na den dood van Willem II vermeld te hebben, dat hij alles,
+wat in dat gedeelte der historie verhaald wordt van Sicco Sjaerda,
+op eene smakelooze, laffe wijze (insipide), niet eens der vermelding
+waardig acht. Hamconius en de kronijk van O. v. Scharl zwijgen van
+dezen Potestaat; doch van Rhyn in het meergedacht Nabericht wil
+deze gebeurtenis niet als ongerijmd verwerpen. Winsemius (fol. 169)
+en Schotanus (40, bl. 100 en 127) verhalen ons de zaak, gelijk die
+in onze kronijk voorkomt met inlassching des briefs van Sjaerdema,
+welks echtheid evenwel wordt betwijfeld, en door sommigen voor een
+valsch stuk gehouden. Bij het onderzoek: Of de Graven van Holland,
+regtens, ooit Heeren van Friesland waren, geplaatst in het Mengelwerk
+der Leeuwarder Courant van den 25 Junij 1833, heeft de Schrijver,
+de Heer v. Halmael, aangemerkt, dat de valschheid van dezen brief
+niet volgt uit de jaarteekening 1239 bij Winsemius, daar het,
+uit het op den anderen kant der bladzijde gestelde jaartal 1248,
+genoegzaam blijkt, dat dertich eene drukfout is, en men veertich
+lezen moet. Ook de Hoogleeraar Ypeij, houdt die dagteekening voor een
+misslag; men zie zijne Gesch. der Nederl. Taal, II. 318. F. Sjoerds,
+Fr. Jaarb. III. 63, wil den brief in 1254 geschreven hebben, dan dit is
+niet te vooronderstellen. Wijders geeft de Schrijver van bovenvermeld
+onderzoek nog in bedenking, twee punten: of de Roomsch-Koning den
+brief, op welken die van Sjaerdema (zoo hij echt is) een antwoord
+is, niet geschreven kan hebben in de hoop, dat de Friezen, schoon
+daartoe onverpligt, hem, door bemiddeling van Sjaerdema en behoudens
+vergoeding, vrijwillig tot hunnen Potestaat zouden aannemen:--wijders,
+of niet beide brieven kunnen gezien hebben op de Noord-Hollanders of
+eenigen hunner. Deze Noord-Hollanders kon en mogt Willem als zijne
+onderdanen beschouwen, en daarbij rekenen, dat zijn voorregtsbrief
+alleen de Friezen tusschen het Flie en de Lauwers (of die, welke ten
+westen door het Flie begrensd werden) betrof; en Sjaerdema kon evenzeer
+die Friezen, als onder zijn Potestaatschap behoorende, aanmerken, daar
+zij toch van oudsher Friezen geweest waren, en zich der Hollandsche
+heerschappij niet onderwerpen wilden. Dit laatste schijnt mij wat
+eene zeer milde uitlegging, doch overigens hebben de bedenkingen,
+mijns inziens, zeer veel grond, en ik vind er geene zwarigheid in,
+het daarvoor te houden, dat Sjaerdema weigerde den Koning behulpzaam
+te zijn, om Friesland onder zijn beheer te krijgen: Sjaerdema moge hem
+als Keizer, en zoodanig als Souverein over Friesland erkend hebben,
+dan wilde hem niet huldigen als bijzonderen Heer of Graaf van deze
+Provincie. En er was een man van dapperen moede, zoo als Schotanus
+(Fr. Hist. bl. 118) hem noemt, noodig, om de listige aanslagen en
+heimelijke ondernemingen van vermogende tegenstanders stout en krachtig
+het hoofd te bieden, ten einde het eenmaal aangenomen beginsel, door
+geen vreemden zich te laten regeren, vast te houden en te doen gelden.
+
+In den jare 1248 heeft Willem II de Bulle van van Karel, of het
+als zoodanig genoemd stuk, hem door de Friezen aangeboden, met zijne
+vrijheden en voorregten bekrachtigd, hoewel hij dat stuk niet in zijnen
+Voorregtsbrief heeft ingelascht. Dat de Friezen in de verovering van
+Aken, het gewigtigst deel hebben gehad, lijdt geen twijfel, hoezeer
+dan ook Bilderdyk hiervan evenmin als van den Voorregtsbrief eenig
+gewag maakt [178].
+
+
+Bl. 95.--Ao 1263.
+
+De kerk van het vermaarde klooster St. Bernard. Deze kerk was 50
+schreden lang en 25 breed. In het midden stelde men aan iederen
+kant nog een gebouw, ieder van 25 schreden lang en 24 breed. Het
+gebouw rustte op 26 pilaren, en het hooge verwufsel daarenboven werd
+ondersteund door een aantal pilasters. Een groot en prachtig altaar
+stond in 't midden en elf anderen in evenveel sierlijke kapellen;
+van binnen was alles even kostbaar en luisterrijk.
+
+
+Bl. 95.--Ao 1268.
+
+D'r Ylst, verkorting voor Ter Ylst, volgens Emmius, is de regte naam
+Yleke of Ylk, daarna veranderd in Yltz en voorts in Ylst.
+
+Dat Ylst van ouds welvarender was dan Sneek, en toen dit laatste nog
+een dorp was, reeds tot eene stad werd verheven, heeft veel schijn,
+en wordt door v. Rhyn (Oudh. en Gest. II. 77), tegen Emmius aan,
+niet verworpen. In 1268 was Sneek nog eene buurt of gehucht.
+
+
+Bl. 96.
+
+In 1270 is te Bolswert het Broereklooster. Reeds in de achtste eeuw
+wil men dat Bolsward gesticht zoude zijn, welke stad ongetwijfeld
+tot eene hooge oudheid opklimt. Eenige Edelen en godvruchtige lieden
+bouwden dit klooster der Minderbroeders, waarvan de kerk in 't jaar
+1281 werd gesticht, eerst door Gaudenten, Franciskaner Monniken
+en naderhand door Observanten bewoond, die zich naar de hervorming
+regelden.--Schot. Fr. Hist. bl. 348; Oudh. en Gest. II. 11.
+
+In den jare 1503 brandde het klooster af, doch het schijnt naderhand
+weder opgebouwd.
+
+
+Bl. 96.--Ao 1273.
+
+Als ook een groote hongersnood. Deze was een gevolg, deels van
+de schaarschheid van geld, door de kruistogten veroorzaakt, deels
+door de veepest en de slechte oogsten, maar ook door het bevel des
+Munsterschen Bisschops, Gerard, om geene jaarmarkten te houden en allen
+handel te staken, zoodat niemand van de Friezen vee, boter en kaas
+wilde koopen; daarenboven kwam er van den overvloed van granen uit de
+Oostzee niets over, daar ook de uitvoer zwaar belast werd. De ellende
+steeg dus ten hoogsten top, en vele menschen stierven den hongerdood;
+de liefdadigheid van sommige kloosterlingen alleen behield nog den
+verarmden het leven. Die te voren hunne eigene landen bebouwden,
+moesten in de dorpen gaan bedelen, of voor den kost in de steden
+en voor de kloosters dienen. In de herfst steeg de nood ten top,
+een groot aantal leefden van distels en zeker kruid, hondribbe
+genoemd.--Verg. West. Jaarb. I. 356; F. Sjoerds, Jaarb. III. 101.
+
+
+Bl. 97.
+
+Omtrent den jaare 1280. De ware oorsprong der oude Partijschappen,
+zoo in Friesland als andere Provincien en Landstreken, is veelal
+met de oudheid zelve verdwenen, en de waarheid dus moeijelijk uit te
+vinden. Vele zorgvolle nasporingen leveren dikwijls geringe uitkomsten,
+want na het lezen en herlezen moet men nog vaak zijn toevlugt nemen
+tot gissingen, en met een: »het komt mij, behoudens beter, dus of
+zoo voor," besluiten. Ook met betrekking tot den eigenlijken aanleg
+en oorsprong der noodlottige verdeeldheden tusschen de Vetkoopers en
+Schieringers bleef mijn onderzoek zonder gewenscht gevolg, daar ik
+hiervan een kort verslag had willen geven, hoewel het niet dadelijk
+of noodwendig tot de Bijvoegsels dezer Kronijk behoort: het zoude
+echter tot inlichting goed te stade gekomen zijn. Het een en ander,
+hoe gebrekkig, wil ik deswege mededeelen.
+
+Jancko Douwama, voornaam Friesch Edelman uit het begin der
+XVI eeuw, geboren te Oldeboorn, een man, zoo als Schotanus zegt
+(Fr. Hist. p. 617) »van voortreffelijk verstand, groot van moede,
+een groot beminnaar der vaderlandsche vrijheid, kloek van beleid;
+voorspoed en tegenspoed met een gezet en wijs hart kunnende dragen,
+en die een beter lot verdiend had, dan in eene gevangenis zijn leven
+te laten," heeft te Vilvoorden in den kerker, verstoken van eenig
+gebruik van boeken of papieren, uit zijn geheugen over de Geschiedenis
+van Friesland, bepaaldelijk ook van zijnen tijd, een geschrift
+zamengesteld, getiteld: Boeck der Partijen, waarin hij, afwijkende
+van anderen, over de Vetkoopers en Schieringers dit vermeld [179]:
+
+
+ van den Anfanck der Falsche Partije
+ VAN
+ FRIESLANT.
+
+
+»Als in Hollant then ersten alsulcke commocie anfanckelijcken vp
+gestanden were, bij de welcke dattz vast in de landen al misselijck to
+ginck, se funden then ersten geen groet wederstant, so begosten daer in
+Frieslant oeck voel volcx nae to lusteren; ende dat concept, in Hollant
+an gehewen, dochten hoer to mael goet ende wijslijck gedaen to wesen;
+doer de welcke dat voele armen luden bij en ander voergadderden. Dan
+se wolden niet worden genoempt Hoecken, angeseen datse gene fiskers
+weren; oeck so dochten hoer dat to wesen een smaetlijcke name;
+en oeck wolden se dat so gewaltlijcken niet doen, alst in Hollant
+angehewen were; dan vnderstunden den rijcke luden met goede woerden
+to vnderwijsen, dattz also voer Godt ende de Werlt behoerden: Wel
+bet dan de ander in goet vermochten, dat he sculdich were to helpen
+ende to bate to comen den armen, om sijn armoet to verhoeden. Dan
+de rijcke luden wolden daer niet nae hoeren, doer de welcke dat de
+arme vast met de rijcke in de kiste begosten to tasten. Doen het
+daer hen quam, dat se de rijcke begosten in der taske to tasten,
+doen funden se hulp genoech; want daer voel Herscapen an de landen
+weren, den gewoentlijcken weren met hoer nabueren to to tasten;
+als se nv alsulcken oersaecke ende hulp hadden, doen sumeden se hoer
+niet te tijdt, dattz hoer gheboeren mochten. Ende den rijcken luden
+worden genoempt Fetcopers, ende dat daer vmme, dat se wal hadden,
+en fette waer vermochten to koepen; en dan gaewen den rijcke luden
+de arme weder een naeme, en noembden se Scirongen, ende dat daer
+vmme, dat se erst met goede woerden vnderstanden hadden to doen,
+datse nae met gewalt deden; want Sckijren is vp de Friesche spraeke
+so voele gesecht als spreken; Scirong is so voele als een relaes;
+Scirongen is so voele gesecht als voele groten woerden. Nv ist waer,
+he behoert oeck wal to konnen spreken, de een anders goet wil hebben,
+sunder daer wat willen weder tegen gewen, dan allene woerden."
+
+Gabbema, in zijn Verhaal van Leeuwaarden (bl. 16 en 17), geeft hiervan
+eene verklaring, en een bladzijde vroeger een verhaal van eene andere
+oorzaak der Partijschappen en beteekenis der woorden. Dit verhaal
+echter, ook bij andere Schrijvers vermeld, alsof op zekeren maaltijd
+door den twist tusschen twee kooplieden, over de keuze van den Sievard
+of Zedemeester (thans zouden wij Ceremoniemeester zeggen), de eerste
+aanleiding daartoe gegeven zou hebben, vindt geen algemeenen bijval.
+
+Wanneer men nu de geschiedenis dier tijden raadpleegt, en tot den
+oorsprong en aanleg der ongelukkige factie eenigzins wil besluiten,
+komt, mijns oordeels, het resultaat hierop neder: dat de reeds vroeg
+ontstane twisten tusschen verschillende adellijke of aanzienlijke
+familien, zoo als die van Albada en Renalda, Gerbranda, Gratinga en
+Douwe van Harns en andere Grooten, ter oorzake van den voorrang in
+het offeren, uit hoogmoed, heerschzucht en ongebondenheid, aangeblazen
+door bedorven Geestelijken, werkeloosheid en slapheid der Justitie, en
+vernedering en onregt den minderen aangedaan, de eerste aanleiding tot,
+en door den haat en veete onderling, dadelijk voedsel hebben gegeven,
+aan de ongelukkigste en ellendigste der partijschappen, de grootste
+der rampen, die ooit een land en volk treffen kan, den Burgeroorlog.
+
+De algemeene verbittering der adellijke geslachten onderling; de
+aanmatiging van rijke en magtige Edelen en Grooten; de verheffing
+van dezen in de eerste ambten en betrekkingen, waarvan men zich had
+meester gemaakt; daar bij vernedering en onderdrukking van den niet
+rijken Adel en de Patriciers, worden steeds, en te regte, als de
+grondslagen van alle partijschappen gesteld, hoezeer dan ook eenig
+ander doel of oogmerk werd voorgewend, en men eene geheel andere
+kleur aan zijne handelingen trachtte te geven [180]. Vandaar dat vele
+Edelen en aanzienlijken, niet uit algemeen, maar uit eigen belang,
+uit nijd, afgunst en wraakzucht den burgertwist begonnen, en zich aan
+het hoofd stelden, en eindelijk steden en landschappen, Landsheeren en
+Vorsten daarin deden deelen.--Men leze ter bevestiging de historie
+van de Hoekschen en Kabeljaauwschen in Holland, der Heeckerens
+en Bronckhorsten in Gelderland, der Lokhorsten en Lichtenbergers
+in Utrecht, der Blaauwvoetsche en Isengrine factie in Vlaanderen,
+der Guelfen en Gibellinen in Italië, van de Roode en Witte Roos in
+Engeland, en zoo vele anderen.
+
+Zoo zal het dan ook wel in Friesland zijn geweest: want al ware eens
+de minder aanzienlijke stand of 't gemeene volk aanlegger van deze
+partijschappen geworden, tot welke stelling bij enkele Schrijvers
+aanleiding wordt gegeven, zonder hoofden van magt en aanzien zouden
+dezelve geen voortgang hebben gehad. Tegen de invallen der Noormannen,
+ter beveiliging van watervloeden, en uit hoofde van den toenemenden
+overvloed en weelde der ingezetenen, was het getal der aanvankelijk
+gebouwde steenen huizen of stinzen aanmerkelijk vermeerderd [181]. Zij
+werden nu ook bijzonder tot betere en sterkere vestingen gemaakt,
+om als Fries Heer tegen den aanvaller zich te beveiligen, of zijn
+gezag eens regt te doen gelden. Koophandel en fabrijken waren naar
+den aard der tijden, vooral onder den burgerstand, in vollen bloei,
+en de hooggeschatte vrijheid was aller leus. Rijkdom, magt, eer en
+aanzien baarden, zoo als altijd, nijd, afgunst en overmoed, terwijl
+dezen door regeringloosheid en verwarring geen teugel vonden. Elke
+vrije Fries van aanzien kon toch niet dulden, dat een ander boven
+hem verheven werd of den meester speelde: wie der eigenerfden kon
+voor den anderen bukken, en welk adellijk geslacht zou aan het
+ander den voorrang toekennen? Zoo groeiden wrok en wrevel tot eene
+hatelijke vijandschap aan; onderlinge tweespalt en verdeeldheid
+deden den zwakkeren bijstand zoeken tegen den aanval der sterkeren:
+zoo vormden zich geweldige partijen, en elke beleediging, elke twist,
+elke kwetsing der eere moest met veel bloeds worden uitgewischt, niet
+tot vernietiging der verdeeldheden, maar om al weder den grondslag te
+leggen van nieuwen haat en vervolging. Dus werd de woede en vijandschap
+der verschillende partijen ontzettend in die tijden: want men gunde
+den andersdenkende licht noch leven, totdat na twee volle eeuwen van
+roof, moord en verwoesting, verlies van goed, bloed en vrijheid het
+eindelijk loon was der Friezen voor hunne boosheid en dwaasheden.
+
+De Edelen in Oostergo behoorden in den aanvang tot de partij der
+Vetkoopers, die zich over de Lauwers vrienden en bondgenooten
+kozen, en met Groningen zich vereenigden. De Adel in Westergo
+vormde hoofdzakelijk de Schieringer-partij, die bij de Hollanders
+ondersteuning zocht. Evenwel voegden zich verschillende geslachten
+uit de beide Goën, dan tot deze, dan tot gene partij; zelfs
+familiën verdeelden zich, en dit gaf derzelver leden nieuw voedsel
+tot scheuring en bederving. De factiën zelve volgden dus geen vast
+stelsel van staatkunde, of trokken voor het algemeen welzijn, naar elks
+verschillend gevoelen, partij; maar wanneer zij door buitenlandschen
+aanval werden bedreigd of overvallen door anderen, dan wapenden
+zij zich algemeen tegen den uitheemschen vijand. De Schieringers
+hebben over 't algemeen geijverd voor de aloude Friesche vrijheid
+en onafhankelijkheid, als afkeerig van vreemde magt en invloed;
+daarentegen zochten later de Vetkoopers de inzigten der Hollandsche
+Graven te begunstigen. Gedurende het laatste gedeelte der veertiende
+en 't begin der vijftiende eeuw stond de stad Groningen aan het hoofd
+der Schieringers. In 1491 echter sloten de Vetkoopers met die stad
+een verbond, waarbij aan haar groote magt over een deel van Friesland
+gegeven werd.
+
+In dezen tijd stonden de Vetkoopers ook in verbindtenis met de
+Kabeljaauwschen in Holland [182].
+
+Wat nu den naamsoorsprong betreft, deze is onzeker, en heeft tot
+verschillende gissingen aanleiding gegeven. Men zie daarover de
+aangehaalde Schrijvers, welke echter geen genoegzame gronden opgeven,
+om tot eenige zekerheid te besluiten. Alle verklaringen echter
+vereenigen zich hoofdzakelijk in dit punt, dat door Vetkoopers
+aanzienlijke en vermogende personen worden aangeduid, en door
+Schieringers de minder begoedigden en geringeren stand. De geleerde
+Westendorp (Jaarb. I. 355 en 356) voegt hier deze opmerking bij:
+»dat men eenen man met een voorkomen van rijkdom en gezag, ook thans
+nog eenen Vetkooper, en iemand, die tamelijk, doch zuiver gekleed
+is, zonder eenig voorkomen, Schier noemt. Zoo zegt men hier (in
+de Provincie Groningen) nog dagelijks: het is een heele Vetkooper,
+en hij is hemmel en schier; of ook: hij zit er goed, en, hij heeft
+eenen schieren boedel, dat is, een' boedel zonder schulden." In
+onze Provincie zegt men wel: hemmel of hemel en schien, beteekenende:
+zindelijk, proper (hoewel behoeftig) en schoon. Schier beteekent altoos
+graauw, grijs. Verg. Wassenbergh, Idioticon, en Epkema, Woordenboek.
+
+Een der merkteekenen van onderkenning schijnt in het aanleggen der
+turven aan den haard geweest te zijn, leggende de een het vuur boven
+en de ander hetzelve onder.
+
+Bij hunne gastmalen, dus wordt verhaald, werd steeds een bedekte
+schotel op tafel gebragt, en na met eenen dronk indachtig te
+zijn geweest aan de de verslagen Bondgenooten, na vermelding der
+heldendaden, aanvuring en vernieuwing van 't eedverbond, ontdekte
+men den schotel, waarin de Zelen lagen, waarmede de opgegeten ossen
+waren gebonden geweest, tot herinnering, dat het weder tijd was op
+nieuwen roof en buit uit te gaan. Dit noemde men in onze landtaal:
+'t Horspil in de patele. Over de beteekenis van 't woord Horspil hebben
+de taalgeleerden getwist. In het zeer zeldzaam geworden Geschriftje:
+Nuttigheid van de Taalkennis der Middeleeuwen, alsmede van die der
+oude Vriesen, door A. ten Broecke Hoekstra (denkelijk in 't jaar 1814
+uitgegeven), p. 22 en 23, vinden wij het volgende:
+
+»Horspil in de patele, dus noemde men de Koezelen, welke de
+Schieringers en Vetkoopers, bij het eindigen der maaltijden, in den
+schotel legden, om hunne vrienden en dischgenooten weder tot nieuwen
+roof uit te noodigen.--V. Rooy vermoedt, dat Hors in het Oud-Vriesch
+eene algemeene benoeming van groot vee geweest zij, en dus zoo wel
+eenen os of eene koe, als een paard, beteekend hebbe.--Het is mij
+onbegrijpelijk, hoe dat men, zoo weinig met der taalsoorspronkelijkheid
+eens Lands bekend, aan uitleggingen van die natuur zich wage; maar
+mijne verwondering rijst ten top, wanneer men, daar de uitlegging er
+bijgevoegd, en door den Schrijver zelven aangevoerd wordt, naar de
+beteekenis des woords gaat rondtasten."
+
+»Horspil is eene verkorte uitspraak en schrijving van horn-spil:
+horn is hoorn, of horen, cornu; en spil, spel, gereedschap, hier
+de zelen, ook in Vriesland horn-touwen genoemd: zoo zegt men mede
+aldaar tornbeyen (spreek uit toân-beyen) en dit voor thorn beyen,
+doren-bessen, braambessen: de ky bornje (spreek uit boânje) dat is:
+de koeijen bornen, wateren."
+
+De geleerde Friesche Taalkenner J. H. Halbertsma gaf mij hierop deze
+bedenking: »Deze uitlegging van den heer Hoekstra voldoet niet volkomen
+aan eenen taalkenner. In lettergrepen die met rn eindigen, laat de
+Fries de r vallen, en houdt de n, gelijk in thoán, boán-je, koán in
+plaats van thoarn, boarnje, koarn (garst). In hornspil daarentegen
+zou de n verdwenen en de r overgebleven zijn, waarvan ik geen tweede
+voorbeeld in de Friesche taal ken. Indien men onderstellen mag dat
+Hamconius, en in navolging Gabbema, met zijne gewone onnaauwkeurigheid
+in taalkundige onderwerpen, Hornspil in Horspil bedorven hebben, is
+de verklaring van Hoekstra volkomen juist. In hoernes hluud, hoornen
+geluid (Oude Fr. Wetten, bl. 254), hornfia, horenvee (Chart. I. 342),
+hoernleggher, horenleger (Chart. I. 517), ziet men dat de n nooit
+van haren post wijkt."
+
+Bij v. Alkemade, in Nederl. Displegtigheden, I. 466, volgg., wordt
+hierover gehandeld, doch hieruit zal men weinig licht scheppen, daar
+de Schrijver Horspil voor Paarde-tuig of toom verklaard hebbende,
+met de koezelen geen weg weet.
+
+
+Bl. 100.
+
+Omtrent den jaare 1303. Wij laten deze luchtverschijningen en
+bloedregens, niet alleen bij O. van Scharl en Winsemius, maar ook door
+Schotanus (fol. 164, quarto bl. 179) vermeld, daar; doch zeker is het,
+dat deze en volgende jaren allernoodlottigst voor dit gewest waren;
+want de woede der Vetkooper- en Schieringer-partijen steeg zoo hoog,
+dat men noch op weg, noch in huis of elders, bijna meer veilig was. Het
+regt van den sterkste gold alleen: teugelloos en wreedaardig woelde men
+in zijnen ontzindheid voort, en spaarde geene jaren of kunne; vooral de
+rijke huislieden waren in den dollen moedwil meesters boven allen, waar
+het op moorden, branden en doodslaan aankwam. En onder al dit kwaad,
+dat de menschen elkander brouwden, steeg de druk der tijden nog hooger
+en hooger, daar geweldige regens en onweders de vruchten der landbouw
+vernielden, waardoor kort daarna dure tijden, groote hongersnood en
+pestziekten volgden. Dit alles wordt ook beschreven in de kronijk
+van Worp van Thabor. Zie voorts F. Sjoerds, Jaarb. III. 219 volgg.
+
+
+Bl. 101.--Ao 1306.
+
+Omtrent dezen tijd heeft J. Flieterp. Zie onze aanteekeningen op
+bl. 286, 288 en 359.
+
+
+Bl. 101.
+
+In den jaare 1313 is de Landsheer Martena overleden. Met den dood van
+dezen braven Landsvader vermeerderde ook Frieslands ramp en onheil;
+want met de twisten der Regters, die eene wijle tijds het land
+bestuurden, namen de ondeugden der kerkelijken en wereldlijken toe;
+en waar de geestelijkheid alleen voor haar staatkundig belang ijvert,
+gaat regt en godsdienst te gelijk verloren. Men nam dus tot Upstalboom
+zijn toevlugt, dat aanvankelijk een beteren toestand beloofde; doch
+toen de partijgeest, onder den schijn van vrijheidszucht, weder het
+booze hoofd opwaarts stak, was het een jammer zonder einde.
+
+In dit jaar werd aan de kerk te Ylst de eere gegund, om voor
+dengenen die haar in bedevaart bezocht aflaat van zonden te schenken,
+met al de gebruikelijke plegtigheden; dan ook door deze en andere
+bijgeloovigheden was geen razende partijschap te dempen, waren geene
+driften te koelen. Men zie den Aflaatsbrief in 't Charterb. I. 151. De
+kronijken verhalen vele schrikkelijke gebeurtenissen en wonderen, in
+dezen tijd van hongersnood en ellende voorgevallen. Zie ook Westendorp,
+Jaarb. II. 102-109.
+
+
+Bl. 102.--Ao 1318.
+
+In dezen tijd was Stavoren in het verbond der Anseesteden. Het
+merkwaardig Hanzee-verbond moet gesloten zijn aanvankelijk tusschen
+de steden Lubek en Hamburg, in 1241, ter beveiliging van den zee-
+en landhandel, destijds door roovers en vrijbuiters belemmerd en
+benadeeld. Een aantal koopsteden traden tot dit verbond toe, als
+hebbende dezelfde behoefte, en zoo werden de Friesche steden ook in
+deze handelmaatschappij opgenomen. Daar zij echter eene groote zeemagt
+ontwikkelde, en haar bestaan en invloed met die der vermogende Vorsten
+van Europa dikwijls in strijd waren, ondervond zij van dezen vele
+beletselen. Deze en andere omstandigheden veroorzaakten in 1630 haren
+ondergang. Alleen Lubek, Hamburg en Bremen vernieuwden het verdrag.
+
+De Etymologisten hebben, als naar gewoonte, over den oorsprong des
+woords zeer getwist. Kiliaan verklaart Hans als Socius, Collega,
+dus Hans-steden voor Sociae et liberae civitates, enz. Bilderdyk
+(Geslachtlijst) zegt: »het woord is Hansbeker, d. i. oorbeker van
+hanse of anse (Lat. ansa) oor, handvat, Hans-eê is dus bekerverbond,
+'t geen men dwaaslijk hans-eê-verbond noemt. Du Cange, in zijn
+Glossarium, geeft nog andere afleidingen, strijdig met die van
+Bilderdyk, als ook de Teuthonista van van der Schueren. Zie Wagenaar,
+Vad. Hist. III. 500, en Aanmerkingen daarop bl. 96, waar men het woord
+liefst door Broederschap wil verklaren. Bild. Gesch. der Vad. IV, 350.
+
+
+Bl. 103.
+
+In den jaare 1332. De vrome en brave Eelko Liauckama, Abt van
+Lidlum, werd in dit jaar vermoord. Men leze de korte Levensschets
+in het Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 10 December
+1833. Verg. F. Sjoerds, Jaarb. III. 329, en de aangehaalde Schrijvers.
+
+
+Bl. 104--Ao 1342.
+
+In dit zelve jaar, den 25 September, is Graaf Willem enz. Deze slag
+is voorgevallen den 26 of 27 September 1345 [183] nabij Warns, (niet
+Werrega, gelijk Wagenaar vermeldt,) wordende het getal dooden bij
+sommige Schrijvers op slechts 3700 gesteld:--doch zeker is het, dat de
+meesten der Hollandsche huizen er hun hoofd of een afstammeling lieten,
+dewijl het Hollandsche leger derwijze werd geslagen en nagejaagd,
+dat er weinig meer dan twintig levendig afkwamen, waaronder Jan van
+Beaumont behoorde, die door zijn schildknaap, ondanks zijne wonde,
+met een vaartuig gered werd. Het lijk des Graven werd tien dagen na
+den slag gevonden, en in 't klooster Bloemkamp, bij Bolsward, begraven,
+doch later, zoo men wil, naar 's Gravenhage vervoerd. Des Graven dood
+gaf alom groote droefheid. Men verklaarde de goederen der Friezen
+verbeurd, en eene wraakzuchtige bende begaf zich naar het eiland
+Marken, stak een Monnikenklooster, tot de Abdij van Mariëngaarde
+behoorende, in brand, en wierp de ongelukkige Cellebroeders in
+zee. Verg. Bilderdyk, Gesch. des Vaderl. III. 118, volgg; Teg. Staat,
+I. 493, en de daar vermelde Schrijvers.
+
+
+Bl. 105--Ao 1348.
+
+Onze kronijk maakt mede geen gewag van het Bestand, tusschen de
+Friezen en den Graaf van Holland den 22 Junij 1348 gesloten. Dit voor
+de Friesche Geschiedenis zeer gewigtig stuk, in 't Charterb. van
+v. Schwartzenberg niet vermeld, komt voor als II Bijlage achter
+de uitmuntende Verhandeling over den oorsprong der Hoeksche en
+Kabeljaauwsche twisten, van den Rijks-Archivarius Mr. J. C. de Jonge
+(Leijden, 1817). Het vredeverdrag werd gesloten met de Edele en
+Aanzienlijke Mannen, Heer Willem, Hertog van Beijeren, Graaf van
+Holland, Zeeland en West-Friesland en Heer Jan van Beaumont, benevens
+de Ridderschap, Steden, overige Ingezetenen der voorzeide Landen,
+door de Prelaten, Grietmannen, Hovelingen en de geheele Gemeente der
+Landen van Oostergo en Westergo. Deze beloven daarbij met algemeenen
+wijzen en rijpen rade aan hunne partijen en al derzelver bondgenooten,
+een vast bestand zonder arg of list, gedurende twintig aaneenvolgende
+jaren, van af den toen eerstvolgenden St. Jacobsdag, om den kwaden
+twist tusschen hen ontstaan te bedaren, uit te dooven en tot goed
+verdrag te brengen, en zulks op de volgende voorwaarden:
+
+Dat de onderdanen van den Graaf de grenzen dezer landen niet zouden
+mogen overschrijden, zelfs niet om eenig schijnbaar gevaar te ontgaan;
+met uitzondering echter van het geval, dat zij door storm of dergelijke
+oorzaken in vrees en angst waren gebragt, als wanneer zij met hunne
+goederen en personen, zich moesten houden aan het gezegde bestand.
+
+Dat, zoo zij echter hier plagten te vertoeven om koophandel te drijven,
+zij ten allen tijde en zooveel hun behaagde de drie plaatsen dezer
+landen, waar de waren ter koop aangeboden en markten gehouden worden,
+namelijk Harich en Cornwerth in Westergo en Holwerth in Oostergo,
+zouden mogen bezoeken en die weder verlaten, onder de hierna te melden
+voorwaarde van dit zelfde bestand.
+
+Dat het voorzegde bestand zich zoude uitstrekken tot alle rivieren,
+zeeën, steden, dorpen en plaatsen, waar de wederzijdsche ingezetenen
+mogten zamenkomen of elkander ontmoeten, buiten de grenzen van
+beider gebied.
+
+Dat zoo iemand door ingeving des Duivels of op eenige andere wijze
+buiten belegden rade van regteren en hovelingen dezer landen, iemand
+van 's Graven onderdanen mogte beleedigen, dooden of zijner goederen
+berooven, tegen den inhoud van dit verdrag, het bestand daardoor niet
+gerekend zoude worden verbroken te zijn, maar dat den beleedigden naar
+de wetten en gewoonten der plaats, waar het voorzegde misdrijf had
+plaats gehad, door de gestelde regters voldoening en schadevergoeding
+zoude verschaft worden, gelijk zulks in het omgekeerde geval ook bij
+'s Graven ambtenaren naar hunne wetten zou gevorderd worden.
+
+Dat, om 's Graven wille, dit bestand, zich ook ter goeder trouw
+uitstrekken zoude tot die van Stavoren, wier voorspraak Hij geweest
+was, en dat hun ten volle vergund werd, om binnen de grenzen dezer
+landen terug te keeren en er te verblijven.
+
+Hierop wordt er het volgende slot bijgevoegd: Ten bewijze hiervan is
+deze tegenwoordige bevestigd met de Zegels der Landen van Oostergo
+en Westergo, der eerwaarde Heeren Abten van Bethanien en Klaarkamp in
+Oostergo, Bloemkamp en Ludingakerk in Westergo, en der steden Dockum
+en Leeuwarden in Oostergo, Sneek en Bolsward in Westergo. Gegeven in
+'t jaar onzes Heeren 1348 Zondags na het feest der H. Drieeenheid.
+
+Dit is de zakelijke inhoud van het Bestand, welke aldus is medegedeeld,
+met eenige zeer belangrijke ophelderende Aanteekeningen, in het
+Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 31 Julij 1832, waarnaar
+wij den Lezer verwijzen.
+
+
+Bl. 105.
+
+In den jaare 1361. Over deze merkwaardige Vergadering en derzelver
+werkzaamheden leze men Westend. Jaarb. II. 200, volgg.
+
+
+Bl. 106.--Ao 1388.
+
+Folkmer Allena. De Kronijkschrijver E. Beninga deelt nopens dezen man
+een volksliedje mede, om deszelfs vorm en oudheid merkwaardig. Het
+staat in de Anal. v. Mattheus, IV. 158 en 159, en in 't Jaarboek van
+Westendorp, II. 245, met eene veranderde spelling.
+
+
+Bl. 107.--Ao 1397.
+
+In den jaare 1397. Ik houd het er voor dat dit moet zijn 1396. Onze
+kronijk echter verwart deze en andere veldtogten met elkander. Van
+dit ongelukkig gevecht vinden wij bij alle Schrijvers uitvoerige
+vermelding. Winsemius stelt het ook op 1397, tegen de aanteekeningen
+van Edo van Jonghama, Petrus van Thabor en Emmius aan. Hier moet
+ik opmerken, dat men bij gelegenheid van dezen merkwaardigen togt
+van Hertog Albrecht van Beijeren tegen de Friezen het eerst gewag
+vindt gemaakt, dat de schepen in deze landen van geschut en buskruid
+zijn voorzien. Hiervan wordt melding gemaakt in een Handschrift,
+berustende in ons Rijks-Archief, in 't welk men leest, dat, op bevel
+van Hertog Albrecht en deszelfs Raad, Bussen, Kruid, Steen, Schutte,
+Vierpannen, Torken en andere behoeften worden aangekocht, welke
+men in de groote schepen noodig had [184]. In een Hanzee-verbond
+van den jare 1418, waartoe ook de Nederlandsche steden behoorden,
+wordt aan het scheepsvolk verboden op lijfstraffe wapenen en buskruid
+te verkoopen [185]. Twintig jaren later wordt onder de middelen van
+verdediging en afbreuk op de schepen uitdrukkelijk van Bussen, dat
+is, van kanon, melding gemaakt. Sedert dien tijd werd het geschut en
+ook het handgeweer meer en meer algemeen, en op de schepen de gewone
+wapenen [186].
+
+Over den tijd der uitvinding van het buskruid is men oneens, daar
+velen, niet te onregt, beweren, dat het vóór Berthold den Zwarten
+reeds bestond. Zeker is het, dat het gebruik daarvan, hier te lande
+eerst in 1350 of 1351 is geweest, en wel in het beleg van het Kasteel
+Rozenburg, nabij Voorschoten.
+
+Maar ik mag niet voorbijgaan het koddig verhaal van Cornelis Kempius,
+waarin hij beweert, dat een Friesch Koning, met name Chimoscus, den
+Graaf van Holland en zijne twee zonen met een musket had doodgeschoten,
+en ook in een tweegevecht, ter oorzake van 's Graven dochter, de
+schoone Olimpia, met Graaf Roeland van Vlaanderen, zijn schutgeweer
+gebruikt had, zoodat de Friezen uitvinders van het buskruid zijn,
+hetwelk Hamconius ook bevestigt, die mede Chimoscus voor den uitvinder
+daarvan houdt. Wij evenwel betwijfelen het zeer, en geven liever
+aan het dichterlijk vernuft van den geestigen Ariosto, aan wien
+Kempius zijn verhaal ontleende, de eer dezer vinding. Verg. Oudh. en
+Gest. II. 354-357. E. Beninga, in zijne Hist. van Oost-Vriesland op de
+jaren 1379 en 1380, vermeldt, dat men destijds in de Friesche onlusten
+zich van buskruid en geschut bediende. Zie Driessen, Mon. Groningana,
+II. 399.
+
+
+Bl. 109 en 110.
+
+In den jaare 1400-1401. Onder al de twisten en oorlogen, de rampen
+en onheilen daaruit geboren, waren het niet altoos de Friezen en
+onderlinge partijen, bij welke men de aanleiding en oorzaak zoeken
+moet, maar aanhitsing en ondersteuning van buiten, alles naar
+staatkunde en eigenbelang berekend, heerschzucht en vijandschap
+van Bisschoppen, Graven en anderen, gaven meestal voedsel aan den
+burgeroorlog. Vandaar ook die (zoo als men ze noemde) Groote, dat
+is, woeste en beruchte lieden dezer eeuw. Onder de zeeroovers dier
+tijden was Stortenbeker een befaamd man, in het drinken zoowel als
+in het vechten: dit blijkt uit den bij hem gevonden grooten beker,
+toen hij gevangen genomen werd, waarop dit kreupel vers stond:
+
+
+ Ick Joncker Sissingha,
+ Van Groninga,
+ Dronck dees hensa,
+ In een flensa,
+ Door myn kraga,
+ In myn maga.
+
+
+Bl. 111.--Ao 1404.
+
+Sjoerd Wiarda. Naar dezen Potestaat ontving het slot te Goutum den
+naam van Wiarda-State, hetwelk hij reeds in den jare 1404, toen
+hij met Harinxma tot Potestaat verkozen werd, bewoonde. Ons werd de
+navolgende geschrevene aantekening, op Schotanus zijne Beschryvinge,
+van den Old-Raadsheer Tjalling Edo van Sminia, medegedeeld:
+
+»Goutum. Hier ligt de State Wiarda, een groot sieraad van dit dorp, een
+schoon gebouw met zijn hovinge en graften, bewoond bij den Hr. Jonkheer
+Tiberius Pipinius van Eminga; wierde bijgenaamd Schenkinsma, gelijk
+daar ook leggen Putsma, nieulinks met eene nieuwe hovinge en een
+welbeplante opreed versiert door den Hr. Jonkheer Ruurdt van Burmania;
+en Drinkuitsma door denselven afgebroken en geslegt, daar nabij
+gelegen. Deze drie plaatsen plegen van drie Gebroederen bewoond te
+worden, die groot vermaak schepten in 't drinken, en daarop roemden;
+tot hare gedachtenisse wierde dit versje gemaakt:
+
+
+ Qui nos tres geminos superat certamine Bacchi
+ Hic venit Alcides redivivus conteret Hydram."
+
+
+d. i. vrij overgezet:
+
+
+ Eer dat ons dapper driemanschap,
+ In Bacchus' school volleerd,
+ Worde in een Frieschen bekerstrijd
+ Verslagen of verheerd;
+ Eer zal de woeste Hercules
+ Herrijzen uit zijn graf,
+ En slaan een tweeden monsterdier
+ Tienduizend koppen af!
+
+
+Bl. 112, op de Noot.
+
+Hiske Abdena was Proost en Hoveling te Emden, een hoog heerschzuchtig
+man, die zich aan het hoofd der Schieringers in Oostfriesland had
+gesteld en in naauw verband met de Groningers stond. Gevlugt naar
+Groningen, wilden de Schieringers hem ondersteunen, doch de Vetkoopers
+hielden de partij van Keno ten Broek,--en ziehier den oorsprong der
+partijnamen Hisk- of Hikhorsters en Bronkhorsters.
+
+
+Bl. 113.--Ao 1414.
+
+Ook liet Jarges het goud en zilver enz. Niet alleen te Fivelgo, maar
+ook te Midwolde en Loppersum, maakte hij zich meester van het gouden
+en zilveren vaatwerk, en liet de ongezinde kerkvoogden eenigen tijd
+vastzetten, om zoo zijn oogmerk te bereiken.
+
+De Koppens-gulden was dezelfde met den Arendsgulden, welke naar de
+tegenwoordige munt, eene waarde moet gehad hebben van 37 1/2 cent. In
+1453 gold hij 7 braspenningen van 9 duiten 't stuk: in 1491 werd
+dezelve afgezet.
+
+
+Bl. 115.
+
+In den jaare 1418 heeft Fokko te Lier. Fokke Uken, Ukena of Ukessen,
+Hoveling [187] te Evermoer in Leer, Heer van Aurich en Broekmerland
+of te Broekum, die eene groote en belangrijke rol in de onlusten der
+Schieringers en Vetkoopers in 't begin van de XV eeuw speelde, was uit
+eene voorname adellijke, doch niet vermogende Oost-friesche familie
+gesproten. Zijn vader heette Uko en zijne moeder Amke van Lengen. De
+ruïnen van hunnen ouden burgt waren ten tijde van den geschiedschrijver
+Emmius nog aanwezig: thans toont men slechts de plaats aan, waar
+dezelve stond, op de veenakkers tusschen Aurich en Leer. Nergens vindt
+men Fokke's geboortejaar vermeld; doch hij stierf, oud van jaren,
+den 29 Augustus 1435, gelijk sommigen beweren, ten gevolge van het
+nuttigen van eene vergiftigde biersoep, door zijne Echtgenoote Hidde
+hem toegediend. Hij trad als officier in dienst van Keno ten Broek:
+zijne eerste vrouw was Theda van Reide, bij welke hij twee zoons
+en twee dochters had: zijne tweede vrouw was Hidde van Dijkhuizen,
+uit welk huwelijk zijne dochter Ulske, gehuwd aan Unico Ripperda,
+sproot. Beide deze vrouwen bragten hem een groot vermogen aan, en
+het gelukte hem zijne kinders aan zeer aanzienlijke, rijke familiën
+uit te huwen. Hij was verstandig en omzigtig in het aanleggen zijner
+plannen, dapper en koen aan de spits zijns legers, onverschrokken in
+gevaren, trotsch in zijne handelingen, die vermeerdering zijner magt
+en rijkdom ten doel hadden, en wraakgierig tegen zijne vijanden. Van
+zijnen jeugdigen leeftijd wordt nergens gewag gemaakt, en op het einde
+van de XIV eeuw is men het eerst in de geschiedenis zijns gedachtig.
+
+Er is eene korte levensbeschrijving van hem in 't Latijn zamengesteld
+uit Emmius en Beninga. De verdienstelijke Wiarda echter heeft
+eene uitvoerige beschrijving van zijn leven en bedrijf gegeven,
+en geplaatst in het Tijdschrift: Ost-Friesische Mannigfaltigkeiten,
+erster Jahrgang, Aurich 1784, getrokken uit de beste bronnen destijds
+in druk en handschrift aanwezig, en met bijzondere naauwkeurigheid
+behandeld. Ik heb daarvan eene vertaling gegeven in het Mengelwerk
+der Leeuwarder Couranten van den 4 en 11 September, 2 en 16 October
+1832, welke bijdrage tot de geschiedenis van dien tijd zeer belangrijk
+is. Men verg. overigens het Jaarb. van Westendorp, op 1411-1435. Het
+portret van Ukena bevindt zich thans op het buitengoed van Jonkheer
+Hora Siccama van de Harkstede.
+
+
+Bl. 116.--Ao 1420.
+
+De Schieringers hij Catse geslagen. Schotanus noemt ook te Catze,
+aan een plaets geheeten Palesloot: Petr. Thab. ter Colze. Volgens
+Amersf. en Visser moet men waarschijnlijk hierdoor den omtrek van
+Koudum verstaan. Winsem. en Emmius plaatsen ook den slag omtrent
+Palesloot, tusschen Hindeloopen en Molkwerum, op de kaart van Schotanus
+nog aangeduid, zoo als ook de Fokke-graft of Fokke-sloot, uit het
+Slootermeer komende, en waarin Fokko, na zijne nederlaag bij Slooten,
+die op zijne overwinning volgde, eene groote busse of stuk kanen,
+door hem uit Groningen medegenomen, zinken liet.
+
+
+Bl. 117.
+
+In den jaare 1421. Ook in dit jaar braken de Groningers met Sikko
+Sjaerdema, Hoveling te Franeker, Hoofd der Schieringers. Zij
+beschuldigden hem heimelijk den Graaf van Holland, Hertog Jan van
+Beijeren, te zijn toegedaan, en met de vijandelijke vrijbuiters te
+heulen--namen twee schepen met hout geladen, aan de kerk te Franeker
+toebehoorende, weg, en zes Franeker burgers gevangen. Zij dreigden
+hem te zullen belegeren, indien hij niet te Groningen kwam om zich te
+verantwoorden, of zijnen twaalfjarigen zoon als gijzelaar zond. Tot
+dit laatste werd hij genoodzaakt, deels voor zijne overeenkomst,
+deels voor de betaling eener door deze Vetkoopers uitgeschrevene
+schatting van 1000 schilden over de Schieringers, tusschen Stavoren
+en Gerkesbrugge. Sjaerdema kwam zelf te Groningen en verantwoordde
+zich, weshalve hij zijnen eenigen zoon terug begeerde. Men beloofde de
+terugzending, dan men hield geen woord. Daarop zond hij een vertrouwd
+vriend, om het kind af te halen, die het vond aan een ijzeren keten
+gesloten, waarmede hij in eene kamer kon rondwandelen; doch ook deze
+moest onverrigter zake terugkeeren. Nog in hetzelfde jaar overleed
+de knaap, volgens voorgeven, aan de pest: doch men vermoedde, dat
+de Groningers hem hadden omgebragt; in het volgend jaar stierf zijn
+vader. Zie Westendorp, Jaarb. op 't jaar 1421, en de aangehaalde
+Schrijvers. F. Sjoerds, Jaarb. IV. 447.
+
+
+Bl. 120.--Ao 1434.
+
+Het Stapelrecht. In 't jaar 1430 vinden wij het eerst hiervan
+betrekkelijk Groningen vermelding. Het woord Stapel, eigenlijk een
+staf, stok of stut beteekenende; is ook een hoop van dingen, die op
+een afzonderlijk steunsel opgehoopt of gestapeld zijn. Vervolgens
+heeft stapel overdragtelijk de beteekenis van een hoop koopwaren,
+die op eene bijzondere marktplaats opgestapeld waren, en eindelijk
+van de markt of verkoopplaats zelve. Aldaar moesten zekere van buiten
+inkomende goederen ter verkoop aangeboden, voor een tijd opgestapeld
+en bij gebrek aan koopers vertold worden. Dordrecht, Middelburg
+en andere steden waren in het bezit van het Stapelregt der wijnen
+enz. Zeer verschillend was dit regt op onderscheidene plaatsen,
+en bepaalde zich tot allerhande koopwaren.
+
+
+Bl. 122-123.
+
+In den jaare 1453-1454. Over deze gebeurtenissen is verschillend
+geschreven, en men heeft het bij waarschijnlijkheid moeten laten
+blijven. Verg. S. Jarichs, Beninga en Emmius.
+
+
+Bl. 128.--Ao 1478.
+
+Haijo te Westerwolde. Hajo Addinga van Westerwolde had eed en hulde aan
+den Bisschop van Munster gedaan, en volgde zijnen vader in het leen
+van Westerwolde op. Hij was een wreedaardig en woest mensch, roofde
+en verkwistte met zijne trawanten, plaagde zijn volk, en wie hem niet
+ter wille was werd gekluisterd, gepijnigd en gemarteld op allerhande
+wijze. Den Priester van Onswedde, die hem zijn slecht gedrag verweet,
+liet hij, de handen op den rug gebonden, aan den staart eens paards
+voorgesleept, dus vaneen trappen en verscheuren. Een ander Priester
+werd daarna ook jammerlijk om het leven gebragt, en zoo pleegde hij
+vele gruwelen. Zie West. op 't jaar 1477.
+
+
+Bl. 129.--Ao 1486.
+
+Rudolf Agricola. Dezen, in zijnen tijd zoo vermaarden man, noemde men
+den hersteller der Wetenschappen in het Duitsche Rijk, den grootsten
+redenaar van zijnen tijd, den eersten Duitschen Hoogleeraar in de
+Grieksche, Latijnsche en Hebreeuwsche talen; dengenen, die door geenen
+geleerde, ook zelfs van Italië, werd overtroffen; eene ster der eerste
+grootte. Westend. Jaarb. II. 645.
+
+
+Bl. 129.
+
+In den jaare 1487. Dit doelt op 't zoogenaamde Bier-Oproer. De
+Regering van Leeuwarden had, op aandrang der burgerij, op nieuw
+eene ordonnantie afgekondigd, waarbij het gebruik van het geliefde
+Haarlemmer Bier, Kuit genaamd, verboden, en alleen het in de stad
+gebrouwen bier werd toegelaten. Eenige landlieden overtraden dit gebod,
+waardoor tusschen hen en de brouwers, ondersteund door de burgers,
+een gevecht ontstond. De landlieden, de minsten zijnde, namen de vlugt
+op 't Amelandshuis, destijds de stins van den Schieringer Pieter
+Cammingha, hetwelk met overmeestering en plundering bedreigd werd,
+daar Cammingha de gevlugte landlieden aan hunne vervolgers niet wilde
+overgeven. Het gerucht hiervan bragt de Schieringers in Ooster- en
+Westergo spoedig tegen het Vetkoopersgezinde Leeuwarden op de been,
+die vervolgens deze stad innamen. Meester Pieter Sybrands Auckama,
+bijgenaamd Pinckert, Olderman der stad, sneuvelde in dit gevecht [188].
+
+Dat het Haarlemmer Bier destijds een artikel van veel belang was,
+blijkt onder anderen ook uit het door Winsemius op 't jaar 1480
+vermelde sprookje, (dus te schrijven):
+
+
+ De Leidske Lape,
+ In Harlimmer Tape,
+ In schiere iel
+ Bringt Frieslân yn'e wiel.
+
+
+»Het Leidsche laken, Haarlemmer bier (Kuit genaamd) en Schieraal, helpt
+Friesland in den grond." Verg. hierbij Wassenbergh, Taalk. Bijdr. tot
+den Frieschen Tongval, II. St, bl. 17, noot f en bl. 156. Vol van bier
+zijn, te bier gaan, boven zijn bier zijn en dergelijke uitdrukkingen
+waren in dien tijd, zoowel in Holland als Friesland, algemeen, daar
+het bier een algemeene drank was, en de kracht daarvan, bij den
+overmatigen drinker, een bierroes ten gevolge had.
+
+
+Bl. 130.--Ao 1490.
+
+In dit zelve jaar is de wijdberoemde Wesselius Ganzevoort. Hij werd
+geboren te Groningen in 1419, en overleed 1489. Deze hoogst vermaarde
+en geleerde man, was ook een der edelste kweekelingen van de stichting
+der Broederschap van Gerard Groote. Zijne verlichte denkwijs vooral
+werd zeer geroemd, zoodat Luther zelf getuigde: »Indien ik vroeger
+de werken van Wessel gelezen had, zouden mijne vijanden mogen
+vooronderstellen, dat ik alles uit zijne schriften geput had. Het
+geeft mij vreugde en kracht, en ik twijfel niet meer aan de waarheid
+van hetgeen ik leer; wanneer ik tusschen hem en mij eene volslagene
+overeenstemming van gedachten en zelfs van woorden bespeur."
+
+In de bestrijding van bijgeloof en dweepzucht kent men dezen man, boven
+Erasmus zelfs den voorrang toe, terwijl in al zijn streven tot dit
+doel, hij eene waarheidsliefde en eene zedelijke kracht ontwikkelde,
+voor welke Erasmus niet vatbaar was. Als letterkundige, wijsgeer,
+godgeleerde en geneeskundige was hij bijna even groot; zijne matige
+leefwijze stak bijzonder af bij de zwelgerij en dronkenschap van
+vele geleerde tijdgenooten, waardoor hij dan ook tot zijn zeventigste
+jaar eene sterke gezondheid genoot. Hij reisde de wereld door, om den
+schat zijner reeds verkregene kennis te vermeerderen, en daarvan ten
+nutte der wereld dubbelde renten uit te deelen. Van Paus Sixtus, wiens
+vriend en lijfarts hij was en die hem tot bisschop wilde verheffen,
+verzocht hij alleen de gunst, om de Handschriften van eenen Griekschen
+en Hebreeuwschen bijbel te mogen bezitten. Zijne laatste levensdagen
+sleet hij in 't klooster der adellijke maagden te Groningen, in hetwelk
+hij overleed. Zie zijne leerstellingen kortelijk aangeteekend bij
+Westendorp, Jaarb. op den jare 1489; en verg. de Verhandeling over
+de Broederschap van G. Groote, door G. H. M. Delprat, bl. 79-81,
+112 en Bijl. VII.
+
+
+Bl. 131.
+
+In den jaare 1492. Men vergelijke op dit en de twee volgende jaren,
+West. Jaarb., die daarmede het derde Tijdperk en het tweede Stuk van
+zijn werk eindigt, waarmede hij den beoefenaren der Geschiedenis eene
+gewigtige dienst heeft bewezen, Petr. Thab. op dezelfde jaren.
+
+
+Bl. 133.--Ao 1496.
+
+Onder den Oversten Fox. Nittert of Nuttert Fox, volgens Gabbema
+in Frankenland geboren, was bevelhebber van eene bende de Groote
+Garde genaamd. Hij zelf droeg den naam van Grooten Kapitein. Petrus
+van Thabor vermeld hem als Joncker Voecks op 't jaar 1498. Zie het
+Archief van Visser en Amersfoort, I. 74, alwaar mede wordt aangemerkt,
+dat in de middeleeuwen veelal de ellendige gewoonte bestond, dat een
+hoop soldaten, die zeker niet tot de beste lieden behoorden, onder
+een hoofd, door hen verkozen, zich vereenigden, en vervolgens aan den
+meestbiedende, hetzelfde welke zaak hij voor had, zich verhuurden. Zoo
+waren er zelfs benden, die geheel zonder opperhoofd rondzwierven, zoo
+als de in onze Kronijk op bl. 150 vermelden Zwarten Hoop of Saksische
+knechten. Schotanus, Fr. Hist, fol. 419, geeft hem den titel van:
+»Capiteyn van een deel af-gedanckte Companyen, op de grensen van
+Nederlandt omhengelende, op hoope van nieuwe beroerten;"--doch roemt
+hem mede ook als een krijgshaftig en stoutmoedig soldaat. E. Beninga
+maakte op de jaren 1492 en 1499 van Fox melding. In eene noot op
+bl. 362 zijner Hist. van Oostfr. wordt mede, gelijk in onze Kronijk
+op bl. 138, beweerd, dat de plaats, waar hij vechtende stierf, naar
+hem Foxhol genoemd zoude zijn; doch te onregt: want reeds in een
+brief van 1460 komt dit gehucht voor als Vossehol. Zie Tegenw. Staat
+van Stad en Lande, I. 225; Bilderdyk, Gesch. des Vaderl. IV. 316,
+noemt Fox Witterfox.
+
+
+Bl. 138.--Ao 1499.
+
+Den Hoogen Raad enz. Ten tijde van Karel den Grooten schijnt er reeds
+over geheel Friesland eene opperste Regtbank of Hof, misschien wel
+door hemzelven ingesteld, bestaan te hebben en te Franeker geweest
+te zijn, welk Hof nog in 't begin der XV eeuw den naam droeg van dat
+hageste Keijzer riocht to Franeker. Onder de woelende twisten der
+Schieringers en Vetkoopers moest het zijn gezag verliezen, doch bleef
+nog bestaan in die algemeene en hoogere Regtbank, aan welke de vijf
+eerste Grietenijen in Westergo, hare twistgedingen, in het laatste
+ressort onderwierpen. Thans hergaf de Hertog dit Geregtshof zijnen
+ouden luister, door de nieuwe instelling op st. Jacobs dag (24 Julij)
+van 't jaar 1499. Het bestond toen uit 12 Leden, zes Geestelijken en
+zes Friesche Edelen, terwijl de Kanselier Phlug het Voorzitters-ambt
+bekleedde. Op Sjaerdema-slot was het aanvankelijk gezeteld, doch
+werd daarna naar Leeuwarden verplaatst. Men vindt dit alles in het
+breede beschreven in mijne meergemelde Geschiedenis der Kanselarij
+te Leeuwarden. Over de Wetten vergelijke men onder anderen § 4 van
+het Overzigt in 't Friesch Jierboeckjen van 1833, en § 3 van 1834.
+
+
+Bl. 138.--Ao 1500.
+
+Fjouwer lotter-claer enz. Wassenbergh, Idioticon op 't woord Fenne,
+vertaalt deze leus: »vier gelouterde (beproefde, in het water
+onderzochte) klaare Kievitseieren, op den hoek van een aan huis
+geleegen Kamp, in één nest." Zie voorts Epkema, Woordenb. op Finne,
+en Weiland, N. T. Woordb. op Veen.
+
+
+Bl. 142. - Ao 1504.
+
+Weerdenbras. O. van Scharl, op 't jaar 1505, geeft den oorsprong op
+van deze benaming, welke bevestigd wordt bij Schot. bl. 507 en 508,
+die in zijn XIV en XV boek een zeer omstandig verhaal geeft, van
+den strijd met Groningen en wat daartoe betrekking heeft. Ook bij
+Winsemius, Emmius, Petr. van Thabor, Sicco en Eggerik Beninga enz.
+
+Vitus Draaksdorp of Traxdorp, was, bij afwezigheid van Hertog Georg,
+Opperbevelhebber over het krijgsvolk. Verg. Archief van Visser en
+Amersf. II. st. bl. 112; Aantt. op bl. 169.
+
+
+Bl. 146.
+
+In den jaare 1511. Zie Gabbema, bl. 265; Winsemius op dit jaar.
+
+
+Bl. 147, 149.--Ao 1514.
+
+Den 21 van July.--Hier na heeft Graaf Edzard. Verg. Tegenw. Staat van
+Stad en Lande, I. 303, volgg.; Wins. bl. 376 volgg; Schot. XV boek,
+Beninga, III. B. bl. 490; alwaar over de wreedheden der Saksen, de
+misleiding door graaf Edzard en zijne vergelding daarvoor van den
+Gelderschen Hertog in het breede gewaagd wordt. Zie gem. Archief,
+II. bl. 171-176, en de Aantt. daarop; ook het Nabericht van van Rhyn,
+bl. 537.
+
+
+Bl. 150.--Ao 1515.
+
+De zwarte Hoop. Zie Aantt. op Nittert Fox, bl. 431; Petr. v. Thabor
+zegt, dat er verschillende uitleggingen van die benaming zijn, als:
+omdat zij met den Hertog van Brunswijk gekomen waren, of omdat hun
+aangezigt was zwart en leelijk geworden, wegens het lijden van koude
+en overlast in den winter, of uithoofde dat hun bij den dood der
+Hertogen van Brunswijk zwart laken was gegeven, tot teeken van rouw;
+het is mogelijk, dat al het genoemde met elkander tot de benaming
+aanleiding hebbe gegeven.
+
+
+Bl. 150 en 151.
+
+Deze Groote Pier. Gelijk het met vele groote en zeldzame mannen
+gaat, die eene belangrijke rol in hunnen leeftijd hebben gespeeld,
+en daarover verschillend worden beoordeeld, zoo is het ook met Groote
+Pier gelegen. De een noemt hem een roemruchtig held zonder wederga,
+die voor de vrijheid en voor Friesland wonderen deed; anderen
+noemen hem een wreedaardig krijgsman en verachtelijk zeeschuimer,
+die slechts roof en moord beoogde. Wanneer men de geschiedenis van
+dien tijd naauwkeurig gadeslaat, den toestand van Groote Pier en
+zijne bedoelingen beschouwt, daarbij den geest des tijds, de wijze van
+oorlogen, vooral ter zee, het Saksisch despotisme in tegenoverstelling
+van het Friesch karakter, en de laagheid des Hertogen van Gelder in
+aanmerking neemt, dan zal de onpartijdigheid ten voordeele van den
+man moeten beslissen, wiens bedoelingen eerlijk waren, maar wiens
+daden het merk van ruwheid droegen, en door de fortuin begunstigd
+in euvelmoed en woestheid ontaard zijn. Zijn tijdgenoot Petrus van
+Thabor schetst hem in zijn ware licht; woest en onbesuisd van aard,
+maar rond en eerlijk van inborst. Zie het Archief van Visser en
+Amersf. II. 259. In het Gedenks. van Neerl. Heldend. ter Zee van
+Engelbert Gerrits, I. 76 volgg., is de beoordeeling minder juist. Zie
+voorts de schets van Groote Pier en zijne daden in het Mengelwerk der
+Leeuwarder Courant van 11 Maart 1834, door W. Eekhoff zamengesteld,
+en de daar aangehaalde Schrijvers. Op welk eene wijze het zeewezen
+in Friesland bestierd werd, leest men na het aangehaalde werk van de
+Jonge, over het Nederl. Zeewezen, I. 154 volgg. Tot in de XVI eeuw
+was het eene algemeene gewoonte, de gevangenen zonder genade over
+boord te werpen.
+
+
+Bl. 151.--Ao 1515.
+
+Hertog Georg. Aldus werd Friesland als 't ware weder
+verkocht, en, zooveel de Saks vermogt, geleverd voor
+honderd duizend goudguldens. Wagenaar, Vad. Hist. IV. 390, en
+Bild. Gesch. V. 11. maaken er 350,000 van, doch de Acte van afstand
+van den 19 Mei 1515, bij Schwartzenberg in het tweede deel zijns
+Charterboeks voorhanden, spreekt dit tegen. Een Rijnse gulden en een
+Goudgulden hadden ieder 90 cents waarde.
+
+
+Bl. 151.
+
+Karel de Vyfde. Het belangrijkste gedeelte van het Boeck der
+Partijen van Jancko Douwama loopt over de gebeurtenissen onder het
+Saksisch bewind, alsmede over de eerste regeringsjaren van Keizer
+Karel den Vijfden. Men leert hierin die gebeurtenissen in Friesland,
+gedurende dit gewigtig tijdvak, van eene geheel nieuwe en onbekende
+zijde kennen; en al ware het, dat niet al de berigten van Douwama
+volkomen geloof verdienden, zoo blijft het echter, bij de voorhanden
+zijnde bescheiden, meestal onder den invloed van het Bourgondisch
+bewind opgesteld, van het hoogste belang, door zijne tusschenkomst,
+ook eens de gedachten van de andere partij te kunnen vernemen. Zie
+over J. Douwama en zijne geschriften, het Verslag der Handelingen
+van het Prov. Friesch Genootschap, bl. 57 volgg.
+
+
+Bl. 151.--Ao 1515.
+
+Graaf Floris van Ysselstein. Floris van Egmond, Heer van IJsselstein,
+als Stadhouder gehuldigd zijnde, werden er verschillende voorwaarden
+gemaakt. Zie Gabbema, Verh. van Leeuw., bl. 302; Schot. fol. 573,
+en Wins. fol. 431; welke eerste hem ook Floorken dunn'- bier noemt.
+
+
+Bl. 155.--Ao 1520.
+
+Hendrik en Frederik Gaykinga. Belangrijk is het verhaal van Sicco
+Beninga, Chronickel der Vriescher Landen, in de Anal. van v. Nidek,
+bl. 321 volgg.
+
+
+Bl. 158.--Ao 1523.
+
+En Karel de vyfde tot Erfheer. Verg. Cerisier, Gesch. der
+Nederl. II. 420-423; Schot. fol. 621. Na lange en rustelooze woelingen,
+het aanstoken van partijschappen, het voeden van den burgerkrijg,
+en het vergieten van stroomen bloeds, genoot nu Friesland, bewesten
+de Lauwers, met uitzondering van nog eenen inval der Gelderschen,
+eene rust van bijna eene halve eeuw; terwijl de voortdurende onlusten
+te Groningen veel onheils bleven stichten, en de geest van muiterij
+de overhand behield.
+
+
+Bl. 160.
+
+In den jaare 1535. Verg. Wins. fol. 506; Schot. 664 volgg.;
+Egg. Beninga, die echter zeer onvolledig is in zijn verhaal. O. van
+Scharl op 't jaar 1535; Gabbema, Verh. van Leeuwaarden, bl. 365
+volgg. [189]
+
+De Sententieboeken van het Hof van Friesland nagaande, vonden wij
+onder vele vonnissen, bij welke in dit jaar een aantal Wederdoopers
+veroordeeld zijn, om onthoofd te worden, twee derzelve van den 12
+April, houdende veroordeeling, de eene van 31 vrouwen en de andere
+van twee, om verdronken te worden, uithoofde zij: »onlangs bevonden
+zyn in Oldeclooster myt de andere seditieuse ende oproerighe persoonen
+der Secten van de Anabaptisten ende anderen van 't verbundt van dien
+zy adhoererende."
+
+Nog langen tijd daarna moesten er ook in Friesland maatregelen tegen
+de woelingen der Wederdoopers worden genomen, onder anderen blijkbaar
+uit de Brieven en Aanschrijvingen ter voorzieninge van de Landvoogdes,
+Maria van Hongarijen, gerigt aan den President en Raden van het Hof van
+Friesland. Van deze brieven zijn nog eenigen aanwezig in het Archief
+van gemeld Hof, door de Landvoogdes onderteekend, welke niet in het
+Charterboek vermeld zijn. Wij willen hier een' van dezelven overnemen:
+
+
+ MARIA, by der gratie Gods Coninginne
+ Douagiere van Hongryen ende Beemen,
+ Regente.
+
+ »Lieue ende Besundere. Volgende den afscheet ende Resolutie hier
+ onlancx genomen, int bijwesen van v President, beroerende de
+ secten ende ketterien, zoo van wederdooperie als andere dwalingen,
+ die anderwers vpstaen in Vrieslant ende omliggenden landen. Wij
+ schicken jegenwoirdelick aldaer den Deken van sinte Marie tot
+ Vtrecht, Heer Herman Betinatius, ende meester Franchois Zonnius,
+ Domheere aldaer, bede doctueren in den heiligen scriften, bringers
+ van desen, Commissarisen van wegen des hieligen Stoeles van Roome,
+ ende by Keys. Majest. onsen Heere weauctoriseert, om tegens de
+ besmette van den voirsz. secten te Inquireren ende procederen,
+ alsoe behoiren zal, gelijck ghy naeder by de voirsz. Commissarisen
+ sult mogen verstaen. Ende alsoe ons ernstich begeren es, dat
+ tegens de voirsz. ketterien geremedieert ende voirsien worde,
+ beuelen ende ordineren v van wegen zijner Majest., dat ghij de
+ voirsz. Commissarisen Informatie doet geuen, ende hun bericht
+ van tgene deser zaken beroeren mach ende notelick wesen sal:
+ Doende hun voirts alle bijstant ende vorderingen int volbringen
+ van hueren laste v mogelick zijnde; Ende indien ghij eenige
+ ongeregeltheit beuint onder de geestelicheit desselfs lants,
+ sunderlinge in cloisteren ende godshuysen, sult hun sulcx mogen
+ te kennen geuen, ende samentlick daerinne voirsien, alst behoiren
+ sal, volgende den last die zij des hebben, zoe wel van ons, als
+ van den geestelicken ordinarisen. Ende want het zeer oirboirlick
+ waere in desen tijt eenige goede jonghen tonderhouden in die
+ Vniuersiteit van Loeuen, studerende in de heilige scriften,
+ om metter tijt daer vuyt geleerde priesters ende pastoirs in
+ Vrieslant te ouercommen, zult ghij, zoe verre v van node duncken
+ zal, duer de voirmelte Commissarisen sulcx aen den prelaten van
+ Vrieslant laeten versoucken ende de selue onderwijsen, dat zij
+ ende yegelick van hun tot voirderinge der heiliger Religie,
+ ende der gemeene weltvaert des lants daertoe willen verstaen
+ ende contribueren. Lieue ende Besundere, onse heere God zij met
+ v. Gescreuen te Brussele den XVIJen van Octobre 1553.
+
+
+ (get.) MARIE. (onder stond)
+ De Langhe.
+
+
+Het opschrift is: Onsen Lieuen ende Besunderen, den President ende
+Raden des Keysers, geordonneert in Vrieslant.
+
+
+Bl. 163.--Ao 1538.
+
+Vorperus Thaborita, Kanunnik te Thabor. Worp van Thabor, geboren
+omtrent het jaar 1538, wellicht afkomstig van het adellijk geslacht
+Tziaerda, was eerst Pastoor in zijne geboorteplaats Rinsumageest, en
+daarna Prior van 't Reguliere Kanonniken Klooster Thabor, te Tirns bij
+Sneek. Hij schreef in de Latijnsche taal eene kronijk van Friesland,
+in drie boeken verdeeld. Het eerste boek handelt over den oorsprong
+der Friezen en hun Land, en eindigt met de heerschappij van Karel den
+Grooten. Het tweede loopt tot het bestuur der Graven van Holland, en
+het derde eindigt met den tijd zijns levens. Baron v. Schwartzenberg
+heeft vijf afschriften van die kronijk met elkander vergeleken,
+getuigt zeer gunstig van dezelve, en had het plan tot de uitgave
+gevormd. Dit is niet tot stand gekomen, en die uitgave bleef tot
+heden achter, zoodat het wel niet te hopen, maar toch te vreezen is,
+dat met zoo vele anderen, ook dit merkwaardig gedenkstuk der oudheid,
+het licht niet zal gegund worden. In de Voorrede van het II Deel van 't
+Charterboek wordt een uitvoerig verslag van dit Handschrift gegeven,
+waartoe wij den Lezer verwijzen. Aldaar staat ook aangeteekend,
+hoe Schotanus in zijne Friesche Historie, vele bladzijden uit den
+Chronicon Frisiae van Worp, woordelijk vertaald, heeft overgenomen,
+en voor zijn eigen arbeid laten doorgaan.
+
+Een beter lot heeft in het belang der wetenschappen getroffen, het
+geschrift van Petrus van Thabor, in onze kronijk niet vermeld. Deze,
+wiens leeftijd voorviel tusschen de jaren 1460 en 1530, en welke hij
+voornamelijk als Leekebroeder in het klooster Thabor [190] sleet,
+schreef eene uitvoerige kronijk van Friesland, vooral ten doel
+hebbende de gebeurtenissen, gedurende zijn eigen leven voorgevallen,
+met naauwkeurigheid en waarheidsliefde te boeken, in den vorm van een
+Dagboek. Daardoor is dit werk ook belangrijk voor de kennis van den
+inwendigen burgerlijken en zedelijken toestand des Lands, terwijl het
+van bijgeloof, wonderen en duivelskunsten geheel vrij is. De Heeren
+Amersfoordt en Visser, hebben daarvan de Uitgave in het Archief voor
+Vaderl. en Vriesche Geschiedenis bezorgd, en verrijkt met een aantal
+uitmuntende Aanteekeningen, hoofdzakelijk door den eersten bewerkt,
+welke van de kunde en geleerdheid des vervaardigers getuigen.
+
+Door dezen Petrus van Thabor is omstandiger dan elders beschreven,
+de Donia-oorlog, eene der merkwaardigste en treffendste burger-
+en familietwisten, door welke Friesland meermalen werd geteisterd,
+welke geduurd heeft van 1458 tot 1496. Verg. het Archief, I. p. 16-24
+en de Aanteekeningen, alsmede de aanmerkingen van den Heer van Halmael,
+benevens het antwoord daarop van den Heer Amersfoordt, in de Leeuwarder
+Couranten van 14 en 21 Junij 1831; 3, 10, 17 April en 1 Mei 1832;
+welke stukken voor de geschiedenis van te veel waarde zijn, om niet
+in een beter en duurzamer vorm te worden overgegoten.
+
+
+Bl. 166.--Ao 1559.
+
+Regnerus Predrinus of Reinier van Winsum, geboren 1508, was een
+zeer geleerd en verdienstelijk man en een der leerlingen uit het
+Fraterhuis. Zijne gehoorzaal was met een toevloed van leerlingen
+opgevuld, met welken hij de schriften van Plato, Aristoteles,
+Demosthenes, Cicero en Quinctilianus behandelde. Gansche scharen uit
+Oost- en West-Friesland, Braband, Vlaanderen, Duitschland, Frankrijk,
+Italië, Spanje en Polen kwamen tot hem over, en vormden als het ware
+eene Hoogeschool rondom hem. Kort na zijnen dood, in 1563, verdween
+de gansche stichting der Broederschap. In 1582 deed de Regering eene
+poging, om haar te doen herleven, door de aanstelling van Antonius
+Folcard of Folkerts van Boornbergum, tot Overste, doch dit besluit werd
+niet uitgevoerd. De oprigting der Hoogeschool in Groningen, in het jaar
+1614, gaf deswege eene nieuwe schadeloosstelling. Reeds in den aanvang
+der XVI eeuw begon die Broederschap voor de Hervorming van Luther te
+wijken: de minachting voor de kloosterinrigtingen deed haar in die
+oorden te niete gaan; maar in andere gewesten werd zij verdrongen
+door eene veel magtiger orde, die met gesloten gelederen overal eene
+Broederschap vervolgde, welke immer daarop roem kon dragen, dat zij
+noch dezelfde verdedigingsmiddelen, noch dezelfde wapens kende. Het
+waren de Jezuiten, die zich in hunne plaats stelden. Delprat,
+Verh. over de Broederschap van G. Groote, bl. 117 en 186.
+
+
+Bl. 169.--Ao 1566.
+
+Waar op in 't Latyn stond. Moet zijn in 't Fransch. Zie over
+de Geuzennapjes v. Alkemade. Displegt. II. 459 en van Loon,
+Ned. Hist. Penn. I. 82. In het algemeen waren de nappen eigenlijk
+uitgeholde houten bakken van middelmatige grootte, welke dienen moesten
+om eenig vocht in zich te houden. Zij waren, zoowel als de bedelzakken,
+het kenteeken der bedelaars, en werden door dezen gebruikt, om er de
+soep in te ontvangen, welke hun aan de kloosters werd uitgereikt,
+wanneer zij het godsdienstig onderwijs genoten hadden. Tot gebruik
+over tafel, om er elkander den dronk uit toe te brengen, afgezonderd
+zijnde, zijn de nappen natuurlijk tot napjes gebragt. Collot d'Escury,
+Holl. Roem, II. A. 111.
+
+
+Bl. 170.--Ao 1567.
+
+En een schip met Edelen. Breedvoerig vindt men dit verhaal bij
+Wins. fol. 538; verg. Gabbema, Verh. van Leeuw. bl. 493.
+
+
+Bl. 172--Ao 1568.
+
+Waarom Arenberg--op Graaf Adolf los rende. Dat de beide Graven door
+elkanders handen zouden zijn gesneuveld, wordt door van Meteren en
+anderen tegengesproken, hoezeer er eene oude overlevering is, welke
+dit vermeldt, en door onze kronijk schijnt gevolgd te zijn. Het is mij
+ook voorgekomen, dat de Schrijver of Schrijvers van It aade Friesche
+Terp zich op vele plaatsen niet van de beste bronnen hebben bediend,
+dan het ligt niet in ons plan, over de verschillende gebeurtenissen
+breedvoerig uit te weiden, en de gebreken allen aan te wijzen, waardoor
+wij het bestek dezer Aanteekeningen verre zouden overschrijden. Men
+vergelijke over dit geheele tijdvak den Tegenwoordige Staat van Stad
+en Lande, I. Deel.
+
+
+Bl. 174.--Ao 1568.
+
+Den 7de van December. Niet in December 1568 is dit gebeurd, maar in
+het begin van Herfstmaand 1566: want reeds in 1567 werd de Roomsche
+godsdienst weder hersteld, en in 1570 zond Alba Cunerus Petri als
+Bisschop naar Leeuwarden, alwaar hij den 1 Februarij op nieuw de kerken
+inwijdde, en de getrouw geblevene gemeente inzegende. Zie Gabbema,
+Verh. van Leeuw. bl. 457, die den 7 of 16 van Wintermaand noemt,
+gelijk ook Wins. en Schot. schrijven, terwijl September moet worden
+gesteld. Verg. ook ten dezen het Iets over de Kerken, kloosters en
+voormalige gasthuizen binnen Leeuwarden, van den Heer van Halmael,
+geplaatst in het Mengelw. der Leeuward. Courant van den 14 Augustus
+1832.
+
+
+Bl. 178.--Ao 1574.
+
+Casper Robles. Verg. de Inleiding van mijn Tafereel van den Watervloed,
+bl. XLI en XLII; Scheltema, Staatk. Nederland, II. 250 en de
+aangehaalde Schrijvers; Outhof, Verhaal van alle hooge Watervloeden,
+bl. 535; Dumbar, Analecta, III, in hetwelk door Reinico Fresinga
+van Frennicker (zoo als hij zich onderschrijft), in diens Memorien,
+ook een cort verhaal van Billys gelegentheyt wordt gegeven [191]. De
+beschrijving in 't Latijn, over de daden van de Robles in Friesland
+bedreven, door Johannes Carolus, uitgegeven te Leeuwarden 1731, door de
+zorg van den beroemden Petrus Wesseling, loopt slechts over een kort
+tijdsbestek, en is met eene scherpe pen geschreven [192]. Zie voorts
+Gabbema, Verh. van Leeuwaarden, bl. 534; Wins. Historiae, L. III,
+en Chron. XVI boek. Over het Kolonels- of Roblesdiep, Tegenw. Staat
+van Friesland, II. 228.
+
+
+Bl. 181.--Ao 1576.
+
+Joachim Hopperus. Deze zeer vermaarde man werd in den jare 1523 te
+Sneek geboren, uit een edel geslachte, bekleedde gewigtige ambten, werd
+de stichter der Hoogeschool te Douaij, en behaalde als Regtsgeleerde
+hoogen roem. Als Staatsman echter was hij te veel hoveling, om,
+naar der Friezen aard, als zoodanig door hen op hoogen prijs te
+worden gesteld. Men geeft hem zelfs na, dat de spotvogels hem met
+den bijnaam van Oui, Madame! bestempelden, daar hij de Landvoogdes
+in den Raad nimmer zoude tegenspreken. Hij was echter om zijne
+groote kundigheden teregt zeer beroemd; en men mag nooit uit het
+oog verliezen, dat hij in zijne hooge betrekkingen altoos, vooral
+in dien tijd, op een zeer gevaarlijk standpunt was geplaatst. Zeer
+waardig is aan hem en zijne geschriften herdacht door den geleerden
+Gabinus de Wal, in zijn klassiek werk: Oratio de claris Frisiae
+Jurisconsultis, pag. 27 van de Oratie, 90 volgg. der Aanteekeningen,
+en 428 der Bijvoegselen. Verg. Scheltema, Staatk. Nederl. I. 492;
+Wins. fol. 599. In de Nalezingen op Wagenaar van van Wyn zijn vele
+bijzonderheden uit de brieven van Hopper te vinden, en van zijn leven
+is eene goede beschrijving aanwezig in de Levens van Nederl. Mannen
+en Vrouwen, IV Deel. Onze voornaamste Geschiedschrijvers hebben van
+zijne schriften gebruik gemaakt. Zijne brieven aan Viglius, welke
+de Antwerpsche Bisschop, de Nelis, heeft laten drukken, en daarna
+uitgegeven zijn, zijn hoogst belangrijk voor de geschiedenis. In
+de bibliotheek te Brussel bevinden zich nog een aantal andere
+oorspronkelijke brieven van hem en Viglius, in hunne landtaal
+geschreven, bevattende vele zaken, welke zij elkander in 't geheim
+wilden mededeelen. Zie de Wind, Bibliotheek, II. 172.
+
+
+Bl. 181.--Ao 1576.
+
+Ook overleed in dit zelve jaar, te Gent, Viglius Swichemius ab
+Aita. Een groot aantal geleerde en kundige mannen hebben zich van tijd
+tot tijd bezig gehouden, met het beschrijven van het leven en de daden
+van den wijdvermaarden Fries, Wigle van Aytta van Zwichum, den 19den
+van Wijnmaand 1507, op de State Barahuis [193], onder den dorpe Wirdum
+geboren, uit eene der oudste en aanzienlijkste Friesche geslachten,
+en gestorven den 8 van Bloeimaand 1577 binnen Brussel. Onder deze
+geschriften verdient bijzondere opmerking, de uitmuntende Redevoering
+van den Amsterdamschen Rector van Ommeren, in welke (gelijk de Ridder
+Scheltema te regte vermeldt [194]), het karakter van Viglius van
+de beschuldiging van zwakheid en ongelijkmatigheid meesterlijk is
+vrijgepleit [195].
+
+Ook het uitstekend en krachtvolle Verhaal van het leven en de daden
+van Vigle van Ayta, door Mr. A. Telting met oordeel en verstand
+zamengesteld, plaatst den grooten man in een helder daglicht,
+en geeft hem de verdiende eere [196], hoezeer anderen een minder
+gunstig oordeel over hem hebben geveld. Verg. hierover Holland's
+Roem in Kunsten en Wetenschappen door den Baron Collot d' Escury,
+II. 23 en Aantt. bl. 69. Deze Schrijver maakt tevens gewag in de
+Aanteekeningen op zijn eerste Deel van den glazen beker, door Viglius
+aan Keizer Karel toegebragt, toen deze Utrecht bezocht heeft, en welke
+naderhand op vele gastmalen gebruikt werd, wanneer men hem al drinkende
+ronddraaide, om met de lippen dezelfde plaats te treffen, als die de
+Keizer had aangeroerd. Op dezen beker, van dik bruin glas, thans in
+bezit van Z. E. den Minister van Maanen, heeft Anna Maria Schurman
+met een diamant het volgende geschreven en met haren naam onderteekend:
+
+
+ Viglius Zuichemius.
+
+ Al ben ik duister,
+ De naam geeft luister.
+
+
+Zie v. Alkemade, Displegtigh. II. 528. Uitvoerige melding van
+Viglius en zijne geschriften vindt men in de aangehaalde Oratie
+van den Hoogleeraar de Wal, bl. 31, 103, 430 volgg. Verg. de Wind,
+Bibliotheek, II. 188.
+
+
+Bl. 182.--Ao 1577.
+
+Waar op de Graaf van Rennenberg. Georg van Lalaing, Heer van Velle
+en Graaf van Rennenberg, gesproten uit een der aanzienlijkste en
+oudste stamhuizen van Henegouwen, reeds in de XII eeuw bekend, was
+een man van grooten aanleg en kunde. Tot Stadhouder van Friesland,
+Groningen en Overijssel benoemd, bekleedde hij in den aanvang
+het Staatsambt met wijsheid en matigheid, doch later schandvlekte
+hij zich zelven in 's Lands geschiedenis als eenen verrader. De
+verdienstelijke Rijks-Archivarius de Jonge [197] vermeent, dat hij
+welligt door onze Voorvaderen, om deze daad, zonder inachtneming
+der omstandigheden, te streng veroordeeld; doch wanneer wij bij
+den uitmuntenden Geschiedschrijver A. Kluit, in diens Historie der
+Hollandsche Staatsregering (I. 176, noot), lezen, dat, hoezeer de ware
+staatkundige redenen van den afval van Rennenberg, niet zoo zeer bekend
+zijn, men het echter, naar aanleiding zijner eigenhandige brieven,
+aan zijne vrienden geschreven, daarvoor moet houden, dat die redenen
+gelegen waren in jalouzij op Nassau en bevordering van eigen grootheid;
+hoe zal men dan nog voor zulk een boos en misdadig opzet, in een
+Bestuurder des Lands, middelen ter verdediging kunnen vinden? Zijn
+karakter vinden wij juist beschreven door een zijner tijdgenooten,
+die de meeste gebeurtenissen zelf heeft bijgewoond, en wel tot de
+Staatsgezinde partij behoorde, dan met onpartijdigheid een uitgebreid
+verhaal van de jaren 1576 tot 1582 heeft gegeven. Dit is de Franeker
+Burgemeester Renico of Rienk Fresinga, hier voren gemeld, wiens
+boeksken vooral over dit tijdvak belangrijk is [198]. De onsterfelijke
+Hooft geeft navolgende uitnemende karakterschets van den Graaf:
+
+»Hij was geweest een Heer, eedelaardigh, milddaadigh, heusch
+en minlyk van zeeden; verfoeyer van wreetheit, geweldenaary, en
+dronckenschap; betrachter der krystught, en lief den landzaaten,
+zonder nochtans de gunst der soldaaten te verliezen, mits de zorghe
+die hy voor hunne betaaling droegh; hier beneevens versiert met meer
+dan gemeene geleertheit; welgeoeffent in de Grieksche, Latynsche,
+en andere taalen; zeer zoet op de wiskonstighe weetenschapen,
+inzonderheit de maatzang. Al dat 'er in te berispen scheen, was een'
+blaakzuchtighe ruimborstigheit in 't houden van hof en disch, booven
+zijn' inkomst; een toegeeven aan zyn' geneigtheit tot vrouweeren;
+opstyghing van moedt, als 't geluk hem meede; stryking, als 't
+hem teeghen liep; en 't ontzuivren van zyn' eer en gewisse met
+verandering van parthy. Eevenwel om de kosten zynes staatvoerens te
+vergelden, schrobd' hy nooit de gemeente, en stak maar eighe middelen
+af. Zyn' boelaadjen beleidd' hy zoo heimelyk, dat ze ten minste geen'
+arghernis baarden. Onbestendigheit in voor- en teeghenspoedt is de
+zeldzaamste der menschelijke zwakheeden niet. Zyn' trouwbreuk strekte
+eenen naaghel aan zyn' doodkist, en werd geboet met een berouw dat
+zyn' ziel doorsneed: 't en zy hem 't quaalyk beslaaghen meer dan
+'t misdryf gezeurt heeft. Oover Groninge, zeeker, in zyn' ziekte,
+riep hy dikwyls, wenschende 't nooit gezien te hebben. Ook verbood hy
+in de laatste daaghen, zyn' zuster Kornelia, als het dwaallicht dat
+hem verleidt had, onder zyn' ooghen te koomen. De gemelde deughden,
+en fraayigheden naa deughd zweemende, deeden hem beklaaghen, zelfs van
+zyn' meeste vyanden, dien 't jammerde dat hy tot dien val geraakt was."
+
+Verg. Schot. Fr. Hist. bl. 810 volgg., bij welken Schrijver
+men op bl. 884 deze karakterschets wedervindt, er (uit Fresinga)
+bijvoegende, dat zijne zuster Kornelia hem ook had bekoord en gevleid,
+met het uitzigt op een huwelijk met Maria van Brimeu, Gravinne van
+Megen, weduwe van Lancelot Barlaimont, hetwelk echter mislukte. Zie
+Wins. Chron. XVIII Boek; Histor. p. 544; J. Bosscha, Neêrl. Heldend. te
+Land, bl. 257, 265, 266; welke laatste zijnen afval toeschrijft,
+aan gemoedelijk bezwaar en ontzag voor de Katholijke kerk.
+
+
+Bl. 191.--Ao 1580.
+
+Merode, Heer van Rummen. De geschiedenis getuigt van hem als van
+een edel, eerlijk en standvastig voorstander der vrijheid, getrouw
+voor de goede zaak, dapper in den krijg, en wiens verkregen roem,
+door zijn verstandig stadhouderlijk bestuur in Friesland is staande
+gehouden. Er is nog in geschrifte van dien tijd, aanwezig een
+Journaal van voorgevallene saacken in Friesland, enz., geholden
+bij Bernard van Meroode, Stadholder,--van den 7 Julij 1580 tot den
+12 Junij 1583: aan de achterzijde op den pergamenten omslag staat:
+Prothocol de la Secretairie du Gowerneur de Frise. Dit belangrijk
+Handschrift onderzoekende, bevond ik dat hetzelve bevatte vele
+Commissiën, Instructiën, Resolutiën, Ordonnantiën, bijzonder voor
+de Hoofden der Krijgsmagt en voor de burgerlijke Besturen; voorts
+Paspoorten, Sauvegardes, Brieven aan Vorsten en Edelen, Requesten,
+Plakkaten en andere Staatsstukken, van welke slechts zeer weinigen in
+het Charterboek van Schwartzenb. voorhanden zijn, en wel alleen die,
+welke te vinden waren in de Leeuwarder Plakkaatb.
+
+In 1583 verzocht Merode, uit hoofde van zijnen hoogen ouderdom, om de
+gedurige onrust der tijden, de twist en tweedragt om het Meesterschap
+tusschen de Staten en het Hof, en omdat de Edelen geen ontzag voor
+hem hadden, zijn ontslag, en verkreeg zulks op eene zeer vereerende
+wijze. Zijne Commissie van den Prins van Oranje, om in zijnen naam
+Friesland te besturen, is van den 17 Junij 1580, Chartb. IV. 172;
+Wins. fol. 670. Verg. Leven van Willem I, door L. F. de Beaufort,
+XI Boek. Bernard van Merode en zijn broeder Willem behoorden tot
+de eersten, die onder den Prins dienst namen, en in het veld door
+dapperheid en wijs beleid uitmuntten. Dit geslacht heeft aanzienlijke
+bezittingen in de Provincie Noord-Braband, doch behoorde van overouden
+tijd tot den Belgischen Adel. Verg. J. Bosscha, Neêrl. Heldend. te
+Land, bl. 243.
+
+
+Bl. 196.--Ao 1584.
+
+Wij laten hier volgen een kort overzigt van de Stadhouders van
+Friesland, uit het Huis van Nassau:
+
+
+WILLEM LODEWIJK.
+EERSTE STADHOUDER.
+
+Willem Lodewijk, Graaf van Nassau, was de zoon van Johan den Ouden,
+Graaf van Nassau-Dillenburg, Broeder van Willem I. Hij werd geboren
+op den 13 Maart 1560; huwde in den jare 1587 Prinses Anna, Dochter
+van zijnen Oom Willem I, verwekt bij diens tweede Gemalinne Anna van
+Saksen [199]. Slechts ruim zeven maanden duurde deze echt, daar de
+Prinses in den jare 1588 ten huize van Julius van Botnia, een der
+voornaamste Friesche Edelen, ijveraar voor vrijheid en godsdienst,
+in den ouderdom van 26 jaren te Franeker is overleden. WILLEM zelf
+is den 31 Mei 1620, ten gevolge eener beroerte binnen Leeuwarden
+gestorven; zoo men verhaalt, terwijl hij bezig was zijnen Neef Maurits
+bij geschrifte te raadplegen, wat hem te doen zou staan, indien eens
+Maurits, zonder behoorlijke schikkingen te hebben gemaakt, door een'
+plotselingen dood werd overvallen.
+
+In 1583, in de plaats van Merode gesteld zijnde, werd hij op den
+16 October 1584 door de Staten van Friesland, op den Landsdag te
+Franeker, tot absoluut Stadhouder en Gouverneur over dat Gewest,
+verkoren, nadat men plegtig den Koning van Spanje afgezworen had.
+
+Hij was een voortreffelijk Vorst, een dapper en bekwaam krijgsman, een
+voorstander van de godsdienst, en, hoewel deelende in de kerkelijke
+scheuring, meer gematigd dan Prins Maurits. Loffelijk getuigen
+Ubbo Emmius, van Reijd en Willem van Haren van zijne krijgskundige
+verdiensten en grondige kennis, zoowel der theorie als praktijk. Als
+beminnaar en hoogachter van letteren en geleerdheid, erkent men in hem
+den Stichter der Friesche Hoogeschool, welke, zoowel als de geheele
+Provincie, die door hem weder in rust gebragt werd, zijne bijzondere
+bescherming heeft genoten. Ook aan hem mag de eer worden toegekend
+van de oprigting der Groninger Akademie.
+
+Hij regeerde van 1584 tot 1620.
+
+
+ERNST CASIMIR.
+TWEEDE STADHOUDER.
+
+Ernst Casimir, Graaf van Nassau, Broeder van Willem Lodewijk, werd
+diens Opvolger in het Stadhouderschap over Friesland. Hij was geboren
+den 22 of 24 December 1573, trouwde in den jare 1607 met Anna Sophia,
+dochter van den den Hertog Julius van Brunswijk, welke Prinses in
+1642 is overleden. Uit dit huwelijk zijn twee zonen en twee dochters
+geboren, welke laatsten jong en ongehuwd overleden zijn; de beide
+zoons, Hendrik Casimir en Willem Frederik, zijn hem in de regering
+opgevolgd. Na een aantal gewigtige zendingen ten dienste van den Staat,
+werd hij eerst Stadhouder van Friesland, en daarna door Groningen
+en Drenthe in die waardigheid erkend. In vele krijgsverrigtingen
+muntte zijn beleid en dapperheid bijzonder uit; doch in het beleg van
+Roermonde, op den 2 Junij 1632, trof een vijandelijke musketkogel,
+terwijl hij de loopgraven bezigtigde, zoodanig zijn hoofd, dat hij
+na verloop van drie uren daarna den geest gaf. Als staatsman vond
+ik hem niet bijzonder vermeld: in het kerkelijke bezat hij minder
+gematigdheid dan zijn broeder.
+
+Hij regeerde van 1620 tot 1632.
+
+
+HENDRIK CASIMIR I.
+DERDE STADHOUDER.
+
+Hendrik Casimir I, Graaf van Nassau, oudste Zoon van Ernst Casimir
+en Anna Sophia, werd in den jare 1611 geboren en is niet gehuwd
+geweest. Men roemt hem als een dapper held, wiens leven in velerlei
+krijgstogten werd gesleten, terwijl een schoon getuigenis wordt gegeven
+van zijn godsdienstig, standvastig en braaf karakter. Zelfs zijner
+wederpartij dwong hij zoodanige hoogachting af, dat een vijandlijk
+Officier bij 's Vorsten doodberigt had uitgeroepen: »Nu is de braafste
+Kapitein in Nederland gestorven!" Onder de beroerten in Friesland
+in 1635 bewees hij ook dat Gewest groote diensten. Bij de belegering
+van Hulst en Brugge trof hem een pistoolschot in den rug, welke wonde
+hem op den 12 of 13 van Hooimaand 1640 den dood veroorzaakte.
+
+Hij regeerde van 1632 tot 1640.
+
+
+WILLEM FREDERIK.
+VIERDE STADHOUDER.
+
+Willem Frederik, Graaf of Prins van Nassau, jongste Zoon van Ernst
+Casimir, werd te Arnhem op den 7 Augustus 1613 geboren, en trad den 2
+Mei 1652 in den echt met Albertina Agnes, Dochter van Frederik Hendrik,
+Prins van Oranje. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren: Prinses
+Amelia, met den Hertog van Saksen-Eysenach getrouwd; Sophia Hedwich,
+omtrent derdehalf jaren oud gestorven, en Hendrik Casimir. Willem
+Frederik verlangde zijnen Broeder Hendrik op te volgen als Stadhouder
+van Friesland, Groningen en Drenthe, doch Frederik Hendrik, begeerde
+over al de gewesten te heerschen. Hierover ontstond geschil, en beide
+namen hunne maatregelen om tot hun doel te geraken. Willem Frederik
+werd door de Staten van Friesland tot Stadhouder, en Frederik Hendrik,
+door die van Groningen en Drenthe verkozen. Gelijk alle twisten
+tusschen hooge personen nadeelig werken voor Land en Volk, had ook dit
+geschil buitendien voor den Vorst zeer onaangename gevolgen: want de
+magtiger Frederik dwong zijnen mededinger tot menige vernedering. Op
+eene noodlottige wijze verloor hij het leven: want bij het beproeven
+van een zadelpistool, zullende dienen op zijne voorgenomene reis naar
+Westfalen, ging het schot af, en trof hem dermate in het aangezigt,
+dat hij drie dagen daarna overleed. Dit was op den 21 October 1664,
+terwijl de Stadhouder te Leeuwarden resideerde.
+
+Hij was een bekwaam krijgsman, bedreven in staatszaken en van karakter
+uitstekend: daarenboven een beoefenaar en hoogschatter der Letteren,
+waarvan de Hoogleeraar Ulrik Huber getuigt, dat de werken van Tacitus
+en Seneca, zoowel des nachts als des daags door den Prins werden
+gelezen, en in het geheugen geprent. De Franeker Hoogeschool verloor
+in hem eenen sterken voorstander en verdediger.
+
+Hij regeerde van 1640 tot 1664.
+
+
+ALBERTINA AGNES.
+VOOGDESSE.
+
+Albertina Agnes, Prinses van Oranje, in 's Gravenhage op den 29
+April 1634 geboren, had gedurende den tijd der voogdijschap over
+haren zoon Hendrik Casimir, die nog geen acht jaren oud was bij den
+dood zijns Vaders, het bestuur over dit Gewest, en verwierf zich
+veel gezag bij de Friezen. Zij was eene verstandige, beminnelijke en
+zeer godsdienstige vrouw; eene voortreffelijke echtgenoot, en eene
+waardige en zorgvuldige moeder voor hare kinderen, welke zij allen,
+voor zich ten grave zag dalen. Den 24 Mei 1696 overleed zij op hare
+lustplaats, het Oranjewoud, alwaar zij een geruimen tijd van haren
+weduwlijken staat had doorgebragt.
+
+Zij regeerde van 1664 tot 1679.
+
+
+HENDRIK CASIMIR II.
+VIJFDE STADHOUDER.
+
+Hendrik Casimir II, Prins van Nassau, eenige Zoon van Willem Frederik
+en Albertina Agnes, werd geboren op den 18 Januarij 1657. Op zijn
+vijftiende jaar legde hij als Stadhouder den eed af, welke waardigheid
+drie jaren later door de Staten van Friesland, Groningen en Drenthe,
+voor zijne mannelijke nakomelingen, erfelijk verklaard werd. Op zijn
+22 jaar echter kreeg hij eerst het Stadhouderlijk bewind alleen in
+handen. Den 16 November 1683 trad bij in den echt met Amelia, Prinses
+van Anhalt-Dessau, Dochter van Johan Georg II, waarmede hij dertien
+jaren vereenigd was, en uit welk huwelijk zijn gesproten zeven dochters
+en twee zoons: Willem Georg Friso, die een jaar na zijne geboorte is
+gestorven, en Johan Willem Friso, zijns Vaders opvolger.
+
+Zijne benoeming tot Kapitein-Generaal en andere voorvallen gaven
+aanleiding tot twisten tusschen hem en Prins Willem III, welke echter
+door diens uitzigt op de kroon van Engeland bedaarden, en in 1685,
+onder bemiddeling van den vermaarden Hoogleeraar Joh. van der Waeijen,
+daarna des Stadhouders Raadsman, geheel werden bijgelegd. Op zijn
+zeventiende jaar stortte hij bij een gevegt, te stoutmoedig met
+den degen in de vuist op den vijand indringende, met zijn paard in
+eene laagte, ten gevolge van welken val, hij steeds onderhevig aan
+bloedspuwingen is geweest; en door deze kwaal in zijne gezondheid
+ondermijnd, overleed hij te Leeuwarden op den 25 Maart 1696.
+
+Hij studeerde in den jare 1671 te Franeker, en gaf vele blijken van
+verstand, oordeel en ervarenheid; dan vooral in het krijgswezen muntte
+hij uit in moed, beleid en onverschrokkenheid. De dappere Generaal
+Hans Willem, Baron van Aylva, die den Lande in een zeer netelig
+tijdperk voortreffelijke diensten bewees, was hem een Leermeester
+zonder wederga, en had hem den weg tot een onsterfelijken roem helpen
+banen. Zijn dood was voor Friesland een zware slag, want in hem werd
+een schrander, deugdzaam en edelmoedig Vorst, een magtig Beschermheer
+verloren.
+
+Hij regeerde van 1679 tot 1696.
+
+
+AMELIA.
+VOOGDESSE.
+
+Amelia, Prinses van Anhalt-Dessau, geboren in 1666, werd als Voogdesse
+erkend over haren zoon Johan Willem Friso, oud ruim acht jaren bij het
+overlijden zijns Vaders, en had tot zijne meerderjarigheid het bestuur
+in handen. Zij kocht voor haren zoon de Heerlijkheid Ameland, voor
+170,000 Karels guldens. Men vindt weinige bijzondere berigten over haar
+vermeld: zij moet eene schoone, vernuftige en schrandere vrouw geweest
+zijn, wier zucht echter tot pracht en weelde der spaarzaamheid zeer
+in den weg stond. In den jare 1726 is zij in Duitschland gestorven.
+
+Zij regeerde van 1696 tot 1707.
+
+
+JOHAN WILLEM FRISO.
+ZESDE STADHOUDER.
+
+Johan Willem Friso, Prins van Oranje-Nassau, geboren den 14 Augustus
+1687 te Dessau, aanvaardde in 1707 het Stadhouderschap over Friesland,
+en het jaar daarna over Groningen en Ommelanden. Na den dood zijns
+Vaders nam Prins Willem III de zorg zijner opvoeding op zich, en deze,
+zonder kinderen overlijdende, maakte zijn geliefden kweekeling tot
+zijnen eenigen erfgenaam. Op den 1 Mei 1709 trad hij in den echt met
+Maria Louisa, Prinses van Hessen-Cassel, uit welk huwelijk zijn geboren
+twee kinderen: eene dochter Anna Charlotta Amelia, getrouwd met den
+Prins van Baden-Durlach, en een zoon, Willem Karel Hendrik Friso. Op
+den 14 Julij 1711 is de Stadhouder, in zijnen jeugdigen leeftijd,
+op eene droevige wijze omgekomen, daar hij bij de overvaart van het
+Strijensche Sas aan den Moerdijk, toen door een rukwind de pont werd
+omgeslagen, zijn dood in de golven vond. Zijn krijgsroem was reeds
+gevestigd; zijne deugden waren velen, en had hem een langer leven
+mogen te beurt vallen, hij zou ongetwijfeld in 's Lands geschiedenis
+eene luisterrijke plaats hebben bekleed. Gedurende anderhalf jaar, in
+1700 en 1701, heeft de Prins te Franeker gestudeerd, en bijzonder het
+onderwijs van den beroemden Fullenius genoten, waarna hij, op begeerte
+van zijnen Voogd, Prins Willem III, zich ook naar de Hoogeschool te
+Utrecht begaf.
+
+Hij regeerde van 1707 tot 1711.
+
+
+MARIA LOUISA.
+VOOGDESSE.
+
+Maria Louisa, Prinses van Hessen-Cassel, een der veertien kinderen
+van den Landgraaf Karel en Maria Amelia, Prinses van Courland, is
+geboren op den 17 Februarij 1688. Onder de leiding harer uitmuntende
+moeder, wier evenbeeld zij werd, ontwikkelde zich in haren jeugdigen
+leeftijd reeds den voortreffelijken aanleg tot deugd en bekwaamheid,
+welke het sieraad eener vrouwe zijn, en de Vorstin bovendien tot een
+verheven en magtig voorbeeld voor hare onderdanen stelt. Gedurende
+de minderjarigheid van haren Zoon, bestuurde zij 's Lands zaken met
+beleid en verstand, zoodat zelfs de Staten van dit gewest, haar met
+een geschenk van 5000 gulden vereerden, en eene levenslange jaarwedde
+van eene gelijke som. Na den dood van Prins Willem IV en deszelfs
+Weduwe werd haar weder de waarneming van het Stadhouderlijk bewind
+over Friesland opgedragen, hetwelk zij met welgezindheid aanvaardde
+en met ijver behartigde. Op den 9 April 1765, dus ruim 77 jaren
+oud, is deze Vorstin te Leeuwarden overleden, en hare nagedachtenis
+is door alle tijden bij de Friezen in zegening gebleven: want zij
+was godsdienstig, nederig, milddadig en beminnelijk van karakter,
+zoodat men dan ook haar steeds met den vereerenden lievelingsnaam
+van Maryke-Mui bestempelde. Als Stadhouderes regeerde zij met
+wijsheid en gematigdheid. Zoowel voor de stille rust als voor het
+woelige hofleven geschikt, bragt zij in godsdienstige afzondering en
+vrolijke uitspanning vele dagen door in haren lusttuin Marienburg,
+bij Leeuwarden, of op het geliefkoosd Oranjewoud [200].
+
+Zij regeerde van 1711 tot 1731, wanneer haar zoon meerderjarig
+werd. Van diens dood tot in 1759, in welk jaar hare schoondochter
+Prinses Anna, is overleden, had zij eenig deel aan 't Stadhouderlijk
+bewind, en na dien tijd regeerde zij weder geheel tot 1765.
+
+
+WILLEM KAREL HENDRIK FRISO.
+ZEVENDE STADHOUDER.
+
+Willem Karel Hendrik Friso, of Willem IV, Prins van Oranje-Nassau,
+werd te Leeuwarden geboren den eersten van Herfstmaand 1711, zes
+weken na zijns Vaders overlijden. In den eersten leeftijd onder het
+oog zijner verstandige moeder opgevoed, daarna door de beroemdste
+geleerden, zoo als Wesseling, Hemsterhuis, Heineccius en anderen,
+aan de Friesche en Utrechtsche Hoogescholen, onderwezen, moest
+zijn krachtvolle geest zich spoedig ontwikkelen, en eene grondige
+kennis van zaken bekomen, welke den echten Landsvader kenmerken, en
+zijn bestuur ten beste der onderdanen doen gedijen. In den jare 1731
+aanvaardde hij de waardigheid van Stadhouder over Friesland, na reeds
+daarin over Groningen, Drenthe en Gelderland te zijn bevestigd. In het
+merkwaardig jaar 1747 werd een perk gesteld aan de verdeeldheden eener
+vijfenveertigjarige Stadhouderlooze regering in de overige Provincien,
+en Willem IV tot Algemeen Stadhouder over al de gewesten verkoren, met
+erfelijk-verklaring dier hooge waardigheden, zoowel in de vrouwelijke
+als mannelijke linie. Hij trad in den echt met Anna, Kroonprinses van
+Groot-Brittanje op den 25 Maart 1734. De spruiten uit dezen echt waren,
+behalve drie dochters, welke allen kort na de geboorte zijn overleden,
+Prinses Carolina en Prins Willem V. Hij regeerde gelijk het den Vorst
+betaamt, wien zijn Land en Volk, als zijn eigen welzijn, zeer ter
+harte gaan. Twee groote Nederlandsche Historieschrijvers, Stuart en
+Scheltema, getuigen beide van hem: »dat hij de grootheid van zijn
+Huis alleen zocht in de ware grootheid van den Staat; zijn hoogste
+eerzucht in de liefde zijns Volks stellende." Geen offer achtte
+hij te dier voor de belangen der natie, en standvastig van geest
+volgde hij steeds het hem aangewezen moeijelijk pad. Vele goede en
+beminnelijke hoedanigheden waren van de Moeder op den Zoon overgegaan;
+godsvrucht en christenliefde paarde zich aan opregtheid en eerlijkheid
+[201]. Als vriend der geleerden en voorstander der wetenschappen, vond
+ook de Friesche Hoogeschool in hem eenen ijverigen Beschermheer. In
+den ouderdom van ruim veertig jaren bezweek zijn van tijd tot tijd
+verzwakt ligchaam, onder de rusteloosheid van eenen veelvuldigen
+zwaren arbeid. Hij stierf den 22 October 1751, en werd te Delft in
+den Vorstelijken grafkelder van Willem I begraven.
+
+Hij regeerde van 1731 tot 1751.
+
+
+
+
+
+Anna, Kroonprinses van Groot-Brittanje, Prinses van
+Brunswijk-Lunenburg, Gemalinne van Willem IV, was de oudste Dochter
+van Koning George II, en werd geboren den 2 November 1709. Zij was
+eene schoone vrouw, helder en krachtvol van geest, kloek van verstand,
+edel van ziel en grootmoedig van karakter; de geschiedenis getuigt
+van haar, dat zij niet alleen vele voortreffelijke deugden, maar
+ook uitstekende talenten bezat, zoodat zij in verschillende talen
+oordeelkundige werken over godsdienst, geschiedenis en zedekunde
+geschreven heeft, en dit wel, hetgeen bijzondere opmerking verdient,
+niet om te schitteren, maar tot eigen oefening en anderer nut. Dat
+zij alzoo voor haren Gemaal een onschatbaar kleinood was, zal wel
+geen betoog behoeven: want, ook in staatszaken ervaren, ondersteunde
+zij in die oproerige tijden den vredelievenden Vorst met wijzen
+raad. Na den dood van dezen had zij bij het voeren des bewinds en
+'t bestier der voogdij, eene standvastigheid en kloekheid betoond,
+die den Grooten Frederik, op het ontvangen van haar doodberigt, aan
+der Staten Gezant schrijven deed: »Ik heb eene Vriendin verloren,
+die door hare grootmoedigheid, wijsheid en eene hare kunne te boven
+gaande kracht van geest al mijne achting verdiende." Op den 12 van
+Louwmaand 1759 ontsliep zij in den ouderdom van ruim 49 jaren te
+'s Gravenhage, en werd bij haren Gemaal te Delft begraven.
+
+Zij regeerde als Gouvernante van 1751 tot 1759; terwijl echter
+het beheer in Friesland aan de Staten en Prinses Maria Louisa was
+opgedragen.
+
+
+CAROLINA.
+REGENTESSE.
+
+Aan Carolina, Prinses van Oranje, eenige overgeblevene dochter van
+Willem IV, geboren te Leeuwarden den 28 Februarij 1743, werden, na
+den dood harer Grootmoeder Maria Louisa, in den jare 1765, ten gevolge
+der Landsverordeningen op de Voogdij, de Magistraatsbeschikkingen in
+de Friesche steden opgedragen, tot aan de meerderjarigheid van haren
+Broeder. Zij huwde in 1759, dus zestien jaren oud, na vele staatkundige
+tegenstribbelingen, aan Carel Christiaan, Prins van Nassau-Weilburg,
+gesproten uit de linie van Walram.
+
+Zij regeerde tot in 1766.
+
+
+WILLEM V.
+ALGEMEEN STADHOUDER.
+
+Willem V, Prins van Oranje-Nassau, geboren den 8 Maart 1748, aanvaardde
+het Stadhouderschap over al de Gewesten den 8 Maart 1766. Hij trad
+in den echt den 4 October 1767 met Frederica Sophia Wilhelmina,
+Prinses van Pruissen, Nicht van Koning Frederik II, den 7 Aug. 1751
+geboren. Deze zijn de doorluchtige Ouders van onzen geëerbiedigden
+Koning. Prins Willem overleed te Brunswijk in Grasmaand 1806, en
+zijne verhevene Gemalinne op het Loo 9 Junij 1820.
+
+
+Bl. 201.--Ao 1591.
+
+En 6 yzere gotelingen. In dezen tijd was voornamelijk ook eene
+soort van geschut in gebruik, genaamd Gotelingen, van 18, 8, 6, 4,
+3 en 2-1/2 pond, benevens metalen Kartouwen, Colverijns, Veldslangen,
+Sakers, Dranken, Mignions en anderen; die vooral op de schepen gebezigd
+werden. De Jonge, Gesch. van het Zeewezen, I. 402. Verg. Kiliaan op
+'t woord.
+
+
+Bl. 208.--Ao 1594.
+
+En op Ostagiers handelende. Ostagier, Stagier beteekent een gijzelaar;
+vandaar: op Ostagiers geven, handelen, nemen, d. i. gijzelaars ten
+onderpand geven of ontvangen. Zie Kiliaan. Over dit merkwaardig
+beleg vergelijke men den Tegenw. Staat van Stad en Lande, I. 518;
+Wins. fol. 817, enz.
+
+
+Bl. 216.--Ao 1620.
+
+Die heerlyke begraafplaats. De Groote of Jacobijner kerk is volgens
+Gabbema, Verhaal van Leeuwaarden, gebouwd in den jare 1487, doch,
+volgens J. van den Bosch, in zijn meergem. werk, was zij reeds door
+de Heeren van Cammingha en eenige rijke burgers in 1228 gesticht;
+en daarna afgebrand zijnde, werd zij herbouwd in 1487. In derzelver
+Koor aanschouwde men de prachtige marmeren graftombe van Graaf Willem
+van Nassau en zijne Gemalinne Anna, onder welke tombe de Vorstelijke
+Grafkelder zich bevond, waarin zijn bijgezet geworden:
+
+
+ 1. Prinses Anna, Gemalin van Willem Lodewijk.
+ 2. Graaf Willem Lodewijk, eerste Stadhouder.
+ 3. Graaf Ernst Casimir, tweede Stadhouder.
+ 4. Graaf Hendrik Casimir, derde Stadhouder.
+ 5. Prinses Anna Sophia, Weduwe van Graaf Ernst Casimir.
+ 6. Graaf Willem Frederik, vierde Stadhouder.
+ 7. Prinses Sophia Hedwich, dochter van Graaf Willem Frederik.
+ 8. Prinses Albertina Agnes, Weduwe van Graaf Willem Frederik.
+
+
+Nog stonden in dezen grafkelder twee kleine kisten, waarin
+waarschijnlijk de dochters van Graaf Ernst Casimir zijn bijgezet; zoo
+bevonden er zich drie kleine houten kistjes, in welke tinnen doozen,
+waren geplaatst, die ingewanden van gebalsemde Vorstelijke lijken
+zullen hebben bevat.
+
+Toen deze begraafplaats te klein geworden was is door Prinses Amelia
+eene tweede aangelegd, in welke zijn bijgezet:
+
+
+ 1. Prins Willem Georg Friso, zoon van Prins Casimir II, geboren
+ te Leeuwarden 24 Junij 1685.
+ 2. Prins Hendrik Casimir II, vijfde Stadhouder.
+ 3. Prins Johan Willem Friso, zesde Stadhouder.
+ 4. De tweede dochter van Prins Willem IV, bij de geboorte gestorven
+ 22 December 1739.
+ 5. Prinses Anna, jongste dochter van Prins Willem IV, geboren te
+ Leeuwarden 15 November, en den 29 December 1746 overleden.
+ 6. Prinses Maria Louisa, weduwe van Prins Johan Willem Friso.
+
+
+Van deze Vorstelijke begraafplaats en het marmeren grafgesticht
+is niets meer overgebleven, dan het aandenken aan derzelver vorig
+bestaan. Niet door den vernielenden tand des tijds, die al wat
+onvergankelijk schijnt aan stukken knaagt, maar door den geesel der
+verwoesting en het teugelloos geweld, uit overdreven vrijheidszucht,
+haat en partijschap geboren, wier blinde drift zelfs de graven der
+afgestorvenen niet eerbiedigt, zijn deze gedenkteekenen vernietigd. Dan
+wij willen de treurige herinnering aan die tijden niet verlevendigen,
+en dergelijke gebeurtenissen liever der vergetelheid overgeven.
+
+Van de zeven Stadhouders, de Prinsessen Amelia, Maria Louisa en Anna,
+benevens de Graven Johan Maurits, Adolf, Jan en Albert van Nassau,
+zijn op het Hof te Leeuwarden nog uitmuntend geschilderde beeldtenissen
+bewaard gebleven.
+
+
+Bl. 221.--Ao 1636.
+
+Een oud boekje getiteld: Teghen-gifte teghen de Peste, door Lucas
+Trelcatius beschreven, uitgegeven te Leeuwarden 1637, meldt in
+een Aenhanghsel, dat de verschrikkelijke Pest, welke in dit jaar in
+Holland heerschte ook tot Friesland was overgeslagen, en in de dorpen
+nog heviger woedde dan in de steden, vooral in Anjum, Grouw, Oldkerk,
+enz. terwijl binnen Leeuwarden ettelijke weken lang, bij en over de
+200 dooden werden begraven, waarna men de verwoesting in de dorpen
+aangerigt kan afmeten.
+
+
+Bl. 227.--Ao 1665.
+
+De Veldmaarschalk Graaf Johan Maurits van Nassau was de kleinzoon van
+Johan den Ouden, den Vader des eersten Frieschen Stadhouders. Bij
+gelegenheid van dit ongeluk maakte hij te Franeker zijn uiterste
+wille, en gaf die over ter bewaring aan de Akademie. In 1679 overleed
+deze zachtaardige en brave man te Bergendaal bij Kleef, alwaar zijne
+nederige grafstede nog jaarlijks door vele reizenden bezigtigd wordt.
+
+
+Bl. 229.--Ao 1672.
+
+Den eersten van Juny, of na de oude Styl den 22ste van May. Voor dat
+men den tijd naar behooren geregeld en verdeeld had, of willekeurig
+verdeelde, om te voorkomen dat de Saizoenen zich niet verplaatsten,
+was het opzigt hierover aan de Priesters des volks aanbevolen. Eene
+halve eeuw voor onze jaartelling maakte Julius Caesar een einde aan de
+verwarde tijdsberekeningen en derzelver gevolgen in zijnen Staat. Hij
+bepaalde het zonnejaar op 365 dagen en 6 uren. Het burgerlijk jaar
+werd dus verordend: er zouden telkens drie achtereenvolgende jaren
+ieder van 365 dagen loopen, en het vierde of schrikkeljaar moest een
+dag meer dragen, welke dag in de maand Februarij werd ingelascht. Het
+jaar bestond uit 12 eenigzins ongelijke maanden, zoo als het nu nog
+bestaat. Dit was de Juliaansche Jaarrekening of Stijl, Oude Stijl
+genaamd.
+
+De bepaling des zonnejaars van 365 dagen en 6 uren was echter ruim
+elf minuten te groot genomen, hetwelk eene afwijking of verloop
+moest veroorzaken, die dan ook na vier eeuwen tijds bij de viering
+van het Paaschfeest, waarvan de berekening op de maan gegrond was,
+duidelijk werd opgemerkt. Men nam maatregelen welke echter onvoldoende
+waren, en gedurende vele eeuwen bleef dit gebrek bestaan, zoodat in
+de XVI eeuw de lente-nachtevening van den 21 Maart op den 10 was
+gekomen. Eindelijk nam Paus Gregorius XIII zich de zaak ernstig
+ter harte, liet door geleerden en deskundigen het ontwerp van
+Aloisius Lilius, een geneesheer van Verona, onderzoeken, en na rijp
+beraad werd er in den jare 1581, bij Apostolische Bulle, eene nieuwe
+verbetering aangekondigd en bevolen. De sedert het Concilie van Nicea
+vervroegde tien dagen, moesten in het jaar 1582 in de maand October
+worden uitgelaten, zoodat men van den 4 dadelijk op den 15 telde. Het
+verschil van de elf minuten, die men vroeger op het zonnejaar te veel
+gerekend had; werd gevonden, door in vier eeuwen, telkens op het einde
+van ieder eeuw één schrikkeljaar over te slaan; dus zoude het jaar
+1600 een schrikkeljaar blijven, maar 1700, 1800 en 1900 gemeene jaren
+van 365 dagen, en 2000 weder een schrikkeljaar zijn. Het zonnejaar
+werd alzoo vastgesteld op 365 en het schrikkeljaar op 366 dagen. Deze
+inrigting noemde men de Gregoriaansche Jaarrekening of Stijl, en in
+tegenoverstelling van den Juliaanschen den Nieuwen Stijl.
+
+Door deze verstandige en doeltreffende instelling was er geene
+afwijking of verloop van tijdsberekening in eeuwen meer te duchten;
+en was men overal verstandig genoeg geweest, men zou niet geaarseld
+hebben daarin te berusten, dan vooroordeel, dwaze driften, koppigheid
+en ongodsdienstige ijver, keerden aanvankelijk in die woelige tijden
+van hervorming onder zoo vele goede zaken ook deze. In de Catholijke
+Landen werd de verbeterde Calender spoedig aangenomen, dan eerst in
+en omstreeks den aanvang der XVIII eeuw, ging men daartoe in andere
+Landen, en ook in de Nederlanden over: Braband, Vlaanderen, Zeeland
+en Holland waren de eerste gewesten, daarna volgden Friesland,
+Groningen, Gelderland, Utrecht en Overijssel. Dat deze instelling
+op ongelijke tijden aangenomen, en dus de een zich van den Ouden,
+de ander van den Nieuwen Stijl bedienende, veel verwarring te weeg
+bragt, is meermalen gebleken. Zoo schreef b. v. Graaf Johan Maurits
+van Nassau, hiervoren gemeld, uit 's Gravenhage eene Missive aan
+den Rector en Senaat van de Akademie te Franeker, op den 3 September
+1670, en het antwoord op dezelve, drie dagen na dien datum afgezonden,
+droeg de dagteekening van den 27 Augustus. In Engeland heeft men eerst
+in 1752, en in Zweden een jaar daarna, den Nieuwen Stijl ingevoerd:
+in Rusland volgt men nog den Juliaanschen.
+
+Ingevolge Resolutiën der Staten van Friesland van den 10 en 11
+October 1700 werd vastgesteld en bij Publicatie van den 12 dier
+maand afgekondigd, dat op den 1 Januarij 1701, in plaats van den
+Ouden Stijl de Nieuwe zou worden ingevoerd, en men op dien dag niet
+den eersten maar den twaalfden Januarij zoude schrijven, en aldus
+de telling vervolgen. Alzoo eindigde in Friesland het jaar 1700 op
+Dingsdag den 31 December, en den volgenden dag, Woensdag, heeft men
+12 Januarij 1701 geschreven [202]. In de Provincie Groningen is ten
+zelfde dage en op gelijke wijze de Nieuwe Stijl ingevoerd.
+
+Het verschil alzoo tusschen den Ouden en Nieuwen Stijl, door vele
+schrijvers niet in acht genomen, waardoor misstellingen in de
+dagteekeningen zijn ontstaan, of bij sommigen verkeerd aangeduid,
+bestaat alleen hierin, dat men altoos tien dagen tellen moet bij de
+dagteekening, welke de Oude of Juliaansche Jaarrekening aangeeft.
+
+Men vergelijke de Historische Verhandeling over den zoogenaamden
+Nieuwen Stijl door den Oud-Hoogleeraar Mr. J. W. de Crane, geplaatst
+in het II. Stuk van het Archief der Heeren Visser en Amersfoordt.
+
+
+Bl. 259.
+
+In den jaare 1677. Hetgeen hier volgt tot bladzijde 271 is een
+bijvoegsel van den tweeden druk, en heeft niet uitsluitend betrekking
+op Friesland, maar is meer eene kronijksgewijze opgave van algemeene
+gebeurtenissen. Wij hebben ons moeten onthouden van eene meerdere
+uitbreiding onzer Aanteekeningen over het belangrijk tijdvak der
+geschiedenis in de laatste eeuwen, daar dezelve reeds tot een aantal
+bladen zijn aangegroeid, en ons bestek geen grootere uitvoerigheid
+gedoogde. Ook mogen wij het daarvoor houden, dat dit gedeelte
+der Historie, en bepaaldelijk die der Stadhouderlijke Regering,
+den Lezer meer bekend zij, als zijnde daarover ook genoegzame
+bronnen voorhanden. Wij hebben achterwege gelaten de onbelangrijke
+beschrijving van den intogt des Prinsen J. W. Friso in Groningen,
+op bl. 327 en 328 van den tweeden druk der kronijk voorkomende, als
+mede de berijmde Nareeden, of zoo als achter den eersten druk staat,
+Aanspraak op Naaspraak, hoewel tot onderschrift voerende: 't Kan niet
+beeter; want wie zal thans nog smaak vinden in verzen als deze?
+
+
+ Wiens breinkas gestoffeerd met puik van waarde stoffen,
+ Zal ooit op eenge stoff, wiens loff maar stoff is stoffen.
+
+
+of
+
+
+ Een keurger keure, keur de keur, met keur in 't leezen;
+ In 't geen hy keurig keurt, met keur 't zyn uit te leesen.
+
+
+Ook het Treurig gesprek tusschen een Vreemdeling en een Fries, over
+het verongelukken van Johan Willem Friso, in zeer middelmatig rijm
+van de door haren tijdgenoot Lucas Pater en daarna door den heer J. de
+Vries hoog verheven, door Witsen Geysbeek daarentegen diep vernederde
+Friesche Dichteres Jetske Reinou van der Malen, hebben wij gedacht
+veilig te kunnen weglaten.
+
+
+Bl. 273.
+
+De Landstreek van deze Provincie. Over deze verdeeling en het bestuur
+der Graafschappen, vergelijke men onze Aantt. bl. 344; § 4 van het
+Overzigt in het Friesch Jierboeckjen 1833, en de 2de § van dat van
+1834. Over de benamingen van Estrachia of Austrachia en Westrachia,
+moet ik nog wel aanmerken, dat Alting in zijne Descriptio agri Batavi
+et Frisii, of Notit. Germ. Inf. zeer verkeerd op alle zijne kaarten de
+eilanden Ameland en Terschelling dus noemt, in navolging van zekeren
+Fredegarius, een Schrijver van de VII eeuw, (die echter voor Austrachia
+Anistrachia schrijft,) als zullende beteekenen Ooster- en Wester-oog,
+van achia, age, oog, welke benaming dikwijls aan eilanden gegeven
+wordt, zoo als Schiermonnikoog, Spikeroog, Langeroog enz. Te vergeefs
+zal men bij eenig Friesch Schrijver die eilanden, dus genoemd, zoeken,
+maar wel vindt men, dat eertijds Westrachia Westergo, en Austrachia
+Oostergo beteekende. Winsemius bevestigt zulks op den jare 728,
+toen Karel Martel Oostergo en Westergo plonderde en verwoestte. In
+de afbeelding van Oud-Friesland door Schotanus, de eenige oude kaart,
+welke het best met de geschiedenis overeenkomt en 't meest vertrouwen
+verdient, gevoegd in zijne Beschr. van Frieslandt en achter de Groote
+Atlas, worden de streken beoosten en bewesten de Burdo of Middelzee,
+welke ook het best door hem is afgeteekend, te regte Austrachia en
+Westrachia genoemd. Verg. Oudh. en Gest. II. 287, alwaar v. Rhyn
+in 't breede hierover uitweidt, aan Fredegarius geen gezag boven
+Friesche Schrijvers toekennende. Alting, II. in voc. Austrachia
+Burdine, Westrachia; Brouwer en Eekhoff, Nasporingen betrekkelijk de
+Middelzee, bl. 31 noot, 116 en 117, waarin ook de gebrekkigheid van
+de oude kaarten wordt aangetoond.
+
+
+Bl. 273.
+
+Die men een Grietman noemt. In het laatst der XIII en in het begin
+der XIV eeuwen, wordt het eerst van Grietmannen gewaagd. Van ouds
+moet de verkiezing door de gemeente, de ingezetenen of de bezitters
+der stemhebbende Staten hebben plaats gehad. Zij hadden Assessoren of
+Bijzitters en andere Regters van minderen rang onder zich, terwijl er
+tevens Schouten hebben bestaan, welk ambt later weder is vernietigd
+of in die des Grietmans is overgegaan. Aanvankelijk waren zij Regters,
+maar in den drang en druk der oproerige tijden, in welke geene regten
+geëerbiedigd werden, moesten zij zich tot Beschermheeren verheffen,
+en wisten van hunne magt en invloed een krachtig, soms al te krachtig
+gebruik te maken. Elke Grietenij had één Grietman, voor één jaar
+benoemd tot Hoofd; doch eene enkele uitzondering was er op dezen regel:
+bij latere inrigting werd bepaald, dat ieder, die de vereischten bezat,
+op zijn beurt den post van Grietman en Regter zoude waarnemen. Onder
+de Hertogen van Saksen en daarna onder het Stadhouderlijk Bewind was
+de begeving van dit ambt ook aan dezen en aan het Hof verbleven.
+
+Maar nu den oorsprong van den naam Grietman te bepalen, dit is eene
+moeijelijke zaak, waarover reeds vele geleerden zijn geraadpleegd en
+veler gevoelen ter toetse is gebragt, doch het is als nog onbeslist,
+welke beteekenis voor de eigenlijke en oorspronkelijke moet worden
+gehouden. Onze Kronijk is er, mijns bedunkens, niet achter en geen
+wonder, want de Heer Beyma, in zijn Tractatus de Grietmannis geeft een
+aantal verschillende gevoelens op, en na dezen Schrijver zijn er nog
+meerdere te berde gebragt [203]. Het meest aannemelijk gevoelen is, dat
+men den naam moet afleiden van het Oud-Friesche Greta, klagen en dus
+Greet- of Grietman degeen was, die aan de klagers regt verschafte. Zeer
+belangrijk zijn de Aanteekeningen over de Grietmannen van de Heeren
+H. en W. v. S. voorkomende in het Mengelwerk der Leeuwarder Couranten
+van den 15 en 29 Mei 1832, tot welke wij den Lezer verwijzen, als
+mede tot opgenoemd Tractatus de Grietmannis van C. L. van Beyma,
+Franeq. 1780.
+
+Wat het kerkelijk Bestuur van Friesland in de vroegste tijden aangaat,
+dit is ons niet klaar genoeg gebleken: later was dit gewest den
+Bisschop van Utrecht onderworpen, die tot het Aartsbisdom van Keulen
+behoorde. Friesland was verdeeld in Dekenschappen, waarvan de Dekens
+door den Bisschop werden gekozen en met groot gezag en magt bekleed. De
+Hoofdpriesters of Priesters in eene parochiekerk werden Personae
+genoemd, en de mindere Priesters Kapellanen. De Abten waren Oversten
+of Bestuurders der Kloosters en derzelver aanhoorigheden: zij stonden
+op zich zelven, hadden vele voorregten, samen de eerste plaats op de
+Landsdagen, en waren alleen den Paus onderworpen: de Priors waren
+oorspronkelijk hoofden van minderen rang, gelijk ook de Proosten,
+hoezeer dikwijls deze verschillende benamingen door elkander gebruikt
+werden. Zie hierover onder anderen Friesch Jierb. 1833. Oersicht § 4.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DRUKFOUTEN.
+
+
+Op Bladz. 66, 281 tot 372, komt meermalen in den 2den en 3den
+ naamval voor: Karel den Groote; ook Lodewijk den
+ Vrome, Godvruchtige, Jongere, Karel den Dikke,
+ den Kale; men voege achter 't bijv. naamwoord
+ eene n.
+
+» » 284 staat: Barradeel, lees: Baarderadeel.
+» » » » Bijdragen tot de Gesch. lees: Nasporingen
+ betrekkelijk de Gesch.
+» » 327 » dat men onder die waardigh. lees: dat die
+ waardigheid.
+» » 336 » 1178 lees: 1170.
+» » 367 » bij hunne aanwer-een ving, lees: bij hunne
+ aanwerving, een.
+» » 415 » der landbouw, lees: van den landb.
+» » 439 » weauctoriseert, » geauctoriseert.
+» » 448 » Heer van Velle, » Heer van Ville.
+
+De Bladz. 391 is verkeerdelijk gemerkt 191.
+
+
+De Lezer gelieve geringere drukfeilen, als: Friesen voor Friezen,
+Firsiabones voor Fris.; Theutonista voor Teuthon.; geene voor geen;
+noordwaards voor noordwaarts of dergelijken over het hoofd te zien.
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Een korte beschrijving van dit document.
+
+[2] Kort stukje promotionele tekst voor op de achterflap.
+
+[3] Kort extract uit de tekst.
+
+[4] Deze belangstelling is onder anderen ook gebleken uit de plaatsing
+van het Prospectus of Berigt, waarbij ik mijn oogmerk heb ontwikkeld,
+in de derde Mnemosyne, 1829, I. 278, en de aanbeveling van den
+Hoogleeraar H. W. Tydeman; als mede uit de opname van hetzelve in de
+Handleiding tot de kennis van het Staatsbestuur in het Koningrijk der
+Nederlanden, V. 646, alwaar tevens de wensch wordt geuit dat dit plan
+spoedig moge verwezenlijkt worden.
+
+[5] Ook tot een goed Schoolboek van de Geschiedenis van Friesland
+strekt zich deze behoefte uit.
+
+[6] Deze zeer onbepaalde beschrijving van den alouden Staat der
+Provincie is in de Bijvoegsels en Aantt. aangevuld.
+
+[7] De regering dezer Prinsen, zoo wel als die der opvolgende Hertogen
+en Koningen, behoort tot het fabelachtig gedeelte der Historie, welke
+ook met betrekking tot de gebroeders Friso, Saxo en Bruno (de laatste
+wordt hier niet gemeld) zeer verschillend wordt voorgedragen. Zie de
+Bijv. en Aantt.
+
+[8] Verheerd, d.i. overwonnen, te onder gebragt.
+
+[9] Gevolg.
+
+[10] Als de zomer hoogde, d. i. in het midden van den zomer.
+
+[11] Ook Hamconius en Cappidus van Stavoren beweren, dat er van
+Friso's tijd af een wapen heeft bestaan, hetwelk echter moeijelijk
+valt te gelooven, daar men het er voor houden moet, dat in den tijd
+der kruistogten, dus niet vroeger dan in het begin der XII eeuw,
+de familiewapens zijn uitgevonden. Men zie over dit onderwerp de
+Bijv. en Aantt.
+
+[12] Over de groote en kleine Friesen zie Bijv. en Aantt. over den
+alouden staat van Friesland.
+
+[13] In de Uitgave van 1677 staat: "Waar van heedendaachs noch top,
+noch teil (tegel) te zien is."
+
+[14] In de Ie uitgave staat: "Heeft de Hertog hem bekeeven."
+
+[15] Holle is Olennius. Zie Aantt.
+
+[16] d. i. gedwongen om het beleg op te breken.
+
+[17] Oxel, Oksel, holligheid onder den arm.
+
+[18] Het Gods Hof of Aula Dei, kweekschool van Priesters, waarvan
+C. Stavriensis, S. Petri, Hamconius en anderen spreken. Zie Aantt.
+
+[19] d. i. aangehitst, opgestookt.
+
+[20] Het beknopt Chronykjen van Friesland opgesteld en bijeenverzameld
+door C. G. Jacoby, Leeuwarden 1755, voornamelijk bestaande in een
+uittreksel van Ocko van Scharl, vermeld slechts vijf Prinsen, latende
+Adel en Ubbe buiten het spel, en springt dus een tijdvak van bijna
+twee eeuwen over.
+
+[21] Lees Westerwierum.
+
+[22] Lees: tusschen Almenum en Terschelling. Verg. Hamconius, Frisia,
+fol. 14, die deze gebeurtenissen van 't Klif en der Meerminnen
+verhaalt, echter den Duivel buiten het spel laat.
+
+[23] Bij andere Schrijvers Basterd-Broeder van Adelbold genoemd.
+
+[24] Volgens anderen door Tiete of Titus zelf gebouwd.
+
+[25] De oude Uitgave zegt: "Met een gaar geraapten hoop."
+
+[26] Dit geschiedde langs den geheelen Rijn tot aan de Noordzee,
+uit wantrouwen tegen de Germanen.
+
+[27] Over de verschillende gevoelens dezer benamingen hebben wij het
+noodig geacht in de Bijvoegsels het een en ander aan te stippen.
+
+[28] Engeren, Angeren.
+
+[29] De Ezumazijl nabij Ezonstad, alwaar in den tijd van Foeke Sjoerds
+(Beschr. van O. en N. Friesland I. 240) nog eenige overblijfselen
+van te zien zoude geweest zijn. Zie verder Aant. op 't jaar 339.
+
+[30] Over de Geschiedenis der Gebroeders Hengst en Hors, die Brittanje
+zouden hebben veroverd, zijn de Geleerden het mede niet eens. Zie
+daarop de Bijv. en Aantt.
+
+[31] 't Kasteel Grunenberg of Gronenberg was de oudste Burgt, volgens
+de Friesche Overlevering, tusschen de Eems en het Vlie.
+
+[32] Vergel. Westendorp, Jaarboek van en over Groningen, p. 24, op
+'t jaar 409;--alsmede de beschrijving der vrije Schuilplaatsen p. 110.
+
+[33] Zie de Aantt. op 't jaar 808.
+
+[34] Vergel. p. 23, waar ook van twee Lems of Willems gesproken
+wordt. Zie voorts Bijv. en Aantt.
+
+[35] Uit hoofde van der Schrijveren verschil in de jaren, waarin de
+watervloeden hebben plaats gehad, hebben wij in de Aantt. eene opgave,
+zoo naauwkeurig mogelijk, geplaatst.
+
+[36] Chlotarius II.
+
+[37] F. Sjoerds voegt hierbij de woorden: an fen dead wir libben
+werden! Schot. Fr. Hist. heeft het tweeledig, zie p. 47 en 54.
+
+[38] In de Uitgave van 1677 staat: "naar den Franschen zin, En liet
+de Christenen vryjelijk toe."
+
+[39] Pepyn van Herstal of de Dikke noemde zich Hertog en Prins der
+Franken, en was Groot-Hofmeester.
+
+[40] Natuurlijke zoon van Pepyn; was Groot-Hofmeester.
+
+[41] Van daar Sant Michiels dom genaamd.
+
+[42] Men zie de Aant. op 't jaar 830.
+
+[43] Vergel. op 't jaar 463.
+
+[44] Godfried.
+
+[45] Deze belasting heette Klipschild.
+
+[46] Deze togt geschiedde onder bevel van den Deenschen
+Koningszoon Hendrik. Van tijd tot tijd moest het handwerk van
+zeerooverij worden herhaald op alle kusten, om de jonge manschap te
+oefenen. Geloofwaardige Fransche Kronyken vermelden het verwoesten door
+de Noren in 837 van drie koopsteden: Antwerpen aan de Schelde, Witha of
+Wintland aan den mond der Maas, en Groningen aan de Eems. West. Jaarb.
+
+[47] Men zie Aant. op 't jaar 830.
+
+[48] Zijn zoon Lodewijk, bijgenaamd de Duitscher, volgde hem op.
+
+[49] Thans was Lodewijks zoon, Lodewijk de jonge, Heer der Friesche
+Landen.
+
+[50] Winsemius: Haadet goede wacht tyen da Nordera oordt, Want vuyt
+da Grimma herna comt ws alle quaed voort.
+
+
+[51] Nu kwam Lodewijks Broeder, Karel de Dikke aan het gebied. Zie
+voorts over dezen strijd de Bijv.
+
+[52] Omstreeks dezen tijd werd Karel de Dikke onttroond, en de
+laatste van den stam van Karel de Groote, die 't Westen regeerde,
+met name Arnulph, natuurlijke zoon van Karloman volgde hem op,
+regeerde drie jaren en stierf, wordende door zijn zoon Lodewijk in
+'t gebied vervangen. Zie Aant. op het jaar 840.
+
+[53] Een veldvlugtige is een overlooper.
+
+[54] Men zie over deze begiftiging het Jaarb. van den Heer Westendorp
+op de jaren 1040 en 1046.
+
+[55] Wij hebben het niet ondienstig geacht over de Kruistogten der
+Friezen een aangeschakeld verhaal in de Bijvoegsels eene plaats te
+geven,--waardoor wij ons onthouden, van alle andere aanteekeningen
+op de verschillende jaren, waarin dezelve zijn voorgevallen, 't welk
+anders noodig zoude zijn.
+
+[56] Vergel. Westendorp Jaarb. op 1112.
+
+[57] Als voren op 't jaar 1143.
+
+[58] Onder de namen bekend van Frederik I, Aenobarbus, Roodbaard,
+ook Keizer Frederik de Groote.--
+
+[59] Dit verhaal komt hoofdzakelijk overeen met het Jaarboek van
+den Heer Westendorp, de vermelding op den jaare 1160,--en andere
+Schrijvers.
+
+[60] Of van de St. Cistercie-orde. Deze Abdy is de vermaardste geworden
+in de Ommelanden, bezittende aanzienelijke rijkdommen.
+
+[61] Over dit voorval, 't welk eene andere oorzaak gehad heeft,
+vergel. men West. Jaarb. op 't jaar 1195.
+
+[62] Stoepens zijn Stoopen of Drinkkannen geweest en geenszins de
+Stoepen voor de deuren, waarvan anderen uit gebrek aan taalkennis
+ooit de Kloppers aan de deuren gemaakt hebben.
+
+[63] Verweend is verwaand; ook fier,--lekker opgebragt, weelderig
+enz.--
+
+[64] Of Grind.
+
+[65] Slegtigheid is hier eenvoudigheid, onbeschaafdheid.
+
+[66] Men zie over dezen strijd West. Jaarb. op de jaren 1226 enz.--
+
+[67] Vergel. de Aantt.
+
+[68] Westendorp Jaarb. na 't jaar 1232 noemt de Reiderlanders en
+Emisgooërs, welke twist ontstaan was door het verdrinken van een
+Reiderlander, omdat hij de lieden, die van de jaarmarkt kwamen,
+had willen berooven.--Verg. denzelven I. 280.
+
+[69] Upstalsboom, gelegen een uur gaans ten zuidwesten van
+Aurik. Alhier stonden drie hooge eike boomen, met de takken en kroonen
+meest aan malkanderen gegroeit, hebbende op 2 a 300 treden na geene
+huizen omtrent. De Rechtspleeginge geschiede aldaar onder den blaauwen
+Hemel, van de Regeerende en daar toe gerechtigde Perzoonen van alle
+de Frieslanden, en richtede alhier over alle zwaare zaaken, welke bij
+de mindere Collegien niet afgedaan wierden; als wanneer daar tenten
+opgeslagen en banken van opgegraavene aarde wierden gemaakt.
+
+[70] West. Jaarb. I. 282 beschrijft kortelijk dezen oorlog voornamelijk
+naar de verhalen van E. Beninga en Harkenroth gevolgd, bewerende
+tevens dat het niet de Eenrummers maar de Emersen geweest zijn.
+
+[71] Voor de zusters van de Cistercie-orde, opdat de schimmen der
+verslagenen mogten verzoend worden. Het werd eerst aangelegd by
+Koevorden aan de A, doch naderhand verplaatst.
+
+[72] Is gebeurd 21 Januarij 1256 op zijnen togt tegen de
+West-Friesen.--Zie voorts de Aant. op Sikko Sjaardema in 't jaar 1239.
+
+[73] Over deze twisten zie men de algemeene Aanteekeningen.
+
+[74] Over den juisten dag, waarop deze gruwelijke moord heeft plaats
+gehad, zijn vele Schrijvers het niet eens en in zonderlingen twist
+geraakt.--
+
+[75] Dit Zegel der vrye Frieslanden verbeelt een geheel gewapent Man,
+houdende in zyn regterhand een Lans, en in de linkerhand een bloot
+Zwaard, dat na de schouder opgeheven word, en staande onder een Boom.
+
+[76] Men zie Westend. Jaarb. over dezen strijd op de jaren 1232
+en 1233, die dezelve toeschrijft aan de partijschappen tusschen
+de Vetkoopers en Schieringers, en waarin deze laatsten de overhand
+behielden.
+
+[77] Deze Proost Hiske had eene dochter, genaamt Reinske, welke met
+Hayo te Westerwolde trouwde; en naderhand uit haare eigene goederen de
+Groote Kerk met vier Torens te Mildwolde, in den Oldambte, heeft laaten
+bouwen; zynde de zelve die voor enige jaaren is afgesleeten geworden.
+
+[78] Vergelijk over deze list
+Wins. fol. 242. Schot. Fr. Hist. p. 253. Petrus Thab. op dit jaar.
+
+[79] Zoo als meermalen was ook thans het eerste artikel van
+het verdrag: "volkomen verzoening en een eeuwige vrede!" Bij
+West. Jaarb. op dit jaar vindt men eene reeks van voorwaarden.
+
+[80] Vergelijk West. Jaarb. op hetzelfde jaar.
+
+[81] Te regt wordt van hem gezegd dat zijn leven een strijd en
+worsteling op deze wereld geweest is.--In dit jaar werd ook door de
+Friesen en Groningers een verbond aangegaan ter wering bijzonder van
+dieverijen en ander misdrijf. Vergel. Schwartz. Charterb. I. 526.
+
+[82] Zie op dit jaar Westend.
+
+[83] De Keizer Frederik de III. roemt hem wegens zijne ongemeene kunde
+in de vrije kunsten, in de Keizerlijke regten, in het Kerkelijk regt,
+en vooral zijne gevatheid en vaardigheid in de openbare zintwisten.
+
+[84] Een der heerlijkste werken der bouwkunde van de middeleeuwen. Men
+plaatste op den toren een koperen paard van de grootte van eene gewone
+noordsche kidde, hetwelk tot een windhaan diende en het teeken was
+van St. Maarten van Utrecht. West.
+
+[85] Dus ook Winsemius, Schotanus geeft de leus aldus op: Op uws Finne
+herne, lizze fjouwer klaer lotter Ljep-Ayen ijn ien Nest. Zie Aant.
+
+[86] Vast maken is zoo hier als op alle vorige en volgende plaatsen:
+Versterken.
+
+[87] Spelen alle zeilen blank: dit gezegde heeft zijn' oorsprong van de
+zeerooverij, waarin men van vriend en vijand kaapt en rooft, wat men
+vangen en grijpen kan:--alles wegrooven wat men op zee ontmoet. Zie
+Winschootens Zeeman, op 't woord Seil, en Weiland N. T. Woord.
+
+[88] Hij smeet (zegt Winsemius fol. 446,) vele Hollanders in plaats
+van Borgoenschen over boord, volgens Martinus Ylst uit de overlevering
+van Bonne Haisma zijne medgezellen toeroepende: Siuch faynten, ho
+kenne da deels kijetten swomma.
+
+[89] Zie hierover de Bijv. en Aantt.
+
+[90] Frederik Gaykinga, in den jaare 1360, Abt van Aduard zynde, had,
+tot nadeel van zyn geslacht, hoewel tot eere, dit klooster met veele
+goederen begiftigt; doch op zekere voorwaarden, waartoe zyn geslacht
+altoos gerechtigt zou wezen. Bestaande 't voornaamste hier in, dat die
+van Gaykinga voor eeuwig zouden hebben alle jaar op St. Martens avond
+een witte Zwaan, een Capoen, en een kanne Wyn, en zouden voor altoos
+eene misse houden in 't Kapittelhuis, en een brandende lampe voor 't
+geheele geslachte. Wanneer iemand van 't geslachte quam te verarmen,
+zoude aldaar voor zyn leeven de kost hebben; ook wanneer zy met hun
+gezinde quamen, zoude de Abdy voor hun geöpent, en de tafel gedekt
+worden, na de waardigheid des geslachts, in de voornaamste kamer;
+benevens jaarlyks op St. Bernards dag te gast genoodigt worden. Aldus
+was Hendrik op dit jaar genoodigt, maar Jan en Frederik quamen van
+zelfs. Waar op, onder de monniken een jalousie ontstond, die hun zeer
+qualyk bejegende, en waar door het gevegt ontstond.
+
+[91] Wins. Chronyck fol. 519.
+
+[92] Kettermeester hetzelfde als Geloofsonderzoeker.
+
+[93] In de maanden Mei en Julij hadden er twee overstroomingen plaats,
+door welken, vooral den laatsten, waarvan bij Outhof geen gewag
+gemaakt wordt, ook vele menschen omkwamen.--Zie F. Arends Physische
+Geschichte der Nordsee-kuste. II. 96.
+
+[94] Zie over dezen strijd het uitvoerig verhaal van Winsemius
+Chronyck, fol. 565 volgg.
+
+[95] In den eersten druk van 1677 staat: »Als de Stadhouder
+Rennenberg zich door ontrou omgekeert hebbende tot de Papisten; die
+van Leeuwarden," enz.--Het woord Papen is overal in den tekst behouden,
+omdat de Schrijver er de Roomschgezinden over 't algemeen, zoo leeken
+als priesters, mede bedoeld, en het dus hier voor geen scheldwoord moet
+worden gehouden, evenmin als Arminianen, Menisten, Calvinisten, enz.
+
+[96] Balthazar Gerards genaamd, geboren te Villefans in Bourgondien,
+oud 26 a 27 jaren. Onder verschillende personen, die zich op 't
+leven des Prinsen toelagen, moet ook zekere Koopman te Vlissingen,
+Hans Hanses, geweest zijn, wiens aanslag echter door eenen Fries,
+uit het geslacht der Auckama's ware ontdekt. Gevat zijnde had
+hij beleden, daartoe middelen te hebben aangewend.--Gerards werd
+daarna als Martelaar hoog vereerd en waardig geacht gecanoniseerd
+te worden--onder de belooningen, wil men, was ook de verheffing der
+familie in den adelstand.
+
+[97] Nederl. Oorl. en Geschied. 1623, fol. 474 verso.
+
+[98] Dit voorval wordt omstandig beschreven bij Winsemius, Chronyck
+fol. 897.
+
+[99] In de druk van 1677 staat: (een gehuerde vleegel enz.)
+
+[100] Zie 't Verwerd Europa ofte Polityke en Historische Beschryvinge
+enz., Amst. 1675, bl. 596 volgg.--Van dezen Schrijver, welks werk twee
+jaren vroeger dan de eerste druk van onze Kronyk was uitgekomen, is
+veel gebruik gemaakt en daaruit overgenomen door onze Kronykschrijvers.
+
+[101] De Leezer dient te weten, dat zekere Broersma hier eigentlyk
+Commandant zynde, door de Staaten Generaal was opontboden; doch in
+plaats van in den Haag te compareeren, ging hy over by den Bisschop
+van Munster, en wierd aldus een verraader van zyn eigen Commandement.
+
+[102] Fantassin, Fant: voetknechten, infanterie.--
+
+[103] Mengel-Poezy, bl. 257.
+
+[104] en der zonde, voegt de eerste druk dezer Kronyk hierbij,
+waarmede zij haar verhaal eindigt en de Landverdeeling van Friesland
+volgen laat.
+
+[105] Dat de Schelde en de Sincfal, later Zwene geheten, niet dezelfde
+rivieren zijn, en dus niet voor elkander genomen moeten worden, wordt
+behalve in de Bijv. voor het I. D. van Wagenaars Vad. Hist. ook in
+het breede betoogd door den Hoogleeraar Ypeij, in het II. D. zijner
+Geschiedenis der Nederl. Taal, bl. 115 volgg.
+
+[106] Over deze vergraving lezen wij in Bilderdyks Geschiedenis des
+Vaderlands, I. 24: »'t Was natuurlijk dat Drusus, geheel het zuidelijk
+Land zijner Landvoogdij jaarlijks overstroomd ziende, bedacht was
+om het Rijnwater af te leiden. Naderhand deed Corbulo 't zelfde met
+den zoogenaamden Vliet te graven. Maar beide ondernemingen hadden
+gelijke gevolgen: Het verderf van een groot gedeelte Lands. Gelukkig
+Holland, zoo men nooit gegraven en nooit gedijkt had! Wij zouden
+thans boven de rivieren wonen, die het Land doorsnijden moesten, en
+er nu over heen loopen in gemaakte goten, wier bodem steeds verhoogt
+door de vallende slib, en die dus hoe langer hoe meer boven het land
+rijzen en in kracht en gewelddadigheid hunne dijken overmeesteren;
+terwijl men haar nog bovendien door de droogmaking van meeren,
+de noodige boezems onttrokken heeft, om zich, bij voorkomende
+opzetting van boven, te kunnen ontlasten, zonder hunne boorden te
+verwoesten."--Hoezeer deze en dergelijke gevoelens tegenstanders
+vinden, kan ik er echter bijvoegen, dat met andere deskundigen ook
+de zeer bekwame Waterbouwkundige Cornelis Zillesen in zijne werken
+zeer tegen alle vergravingen ijvert. Nog op zijn negentigste jaar
+heeft hij daartegen ernstig gewaarschuwd in zijn belangrijk stukje,
+getiteld: Iets over de natuurlijke oorzaken der steeds toenemende
+Zeeoverstroomingen (Rott. 1825), waarin hij ook beweert en bewijst,
+dat de Alwijze Schepper der natuur voor de ontlasting des waters had
+gezorgd, en dat, om van land water te maken, alleen daar noodig was,
+waar door rivieren of binnenvaarten de kanalen verbeterd moesten
+worden, terwijl de verhooging der rivierdijken en de daarin begane
+misslagen zoodanig de inkeldering der binnenlanden en woningen
+had veroorzaakt, dat bij elke doorbraak de rivieren die landen tot
+hunne beddingen verkozen. Ook had deze maatregel een ander nadeel ten
+gevolge, het onderhoud namelijk, tot groote kosten van den landbouw,
+op plaatsen daar men reeds niet meer het water door sluizen kon
+ontlasten, van 2000 watermolens alleen in Holland. De Schrijver geeft
+voorts onkostbare behoedmiddelen aan de hand, en dit boekje verdient
+de opmerking des onpartijdigen.
+
+[107] Door den Emeritus Predikant P. Brouwer, een man van kennis
+en verstand, was in geschriften nagelaten eene Nasporing en
+Aanwijzing van den Loop en de Grenzen der opgeslijkte Middelzee,
+welk stuk te gelijk wordt uitgegeven (terwijl deze ter perse is,)
+met een zeer naauwkeurig en grondig Onderzoek naar de oorspronkelijke
+uitgestrektheid, en den tijd en wijze van opslijking der Middelzee;
+alsmede hoe Leeuwarden door haar is bespoeld geweest, zamengesteld
+door den ijverigen beoefenaar der Geschiedenis W. Eekhoff. Eene zeer
+aanbevelende Voorrede van den kundigen Worp v. Peyma versiert dit
+werk. Het onderzoek van Do. Brouwer bepaalt zich tot den omvang en
+begrensdheid der Middelzee in de 13 eeuw. Eekhoff heeft getracht aan
+te toonen en tot eenen hoogen trap van waarschijnlijkheid te brengen,
+welke in de oudste tijden de grenzen dier Zee waren, kennende haar eene
+veel meerdere uitgestrektheid toe, dan waarvan de geschiedenis gewaagt.
+
+[108] Dit werk getiteld: Physische Geschichte der Nordsee-Küste und
+deren Veränderungen durch Sturmfluthen seit der Cymbrischen Fluth
+bis jetzt, is in twee deelen uitgekomen te Emden 1833, en was het
+laatste voortbrengsel van dezen verdienstelijken man, ten nutte
+van zijn Vaderland, omdat hij dat Vaderland verlaten en zich naar
+een ander werelddeel begeven moest, ten einde zich een voortdurend
+bestaan te verschaffen.
+
+[109] Vergelijk hierbij de Voorrede voor het II deel van 't
+Charterboek, p. 65 en 66.
+
+[110] Vervaardigd voor het, door 't Friesch Genootschap uitgegeven,
+Friesch Jierboeckjen. Het eerste gedeelte is geplaatst in dat van 1831:
+Kirt Oersicht oer Frieslâns Schijdnis, fenne fierste tijd oon it jier
+1814 to, loopende dit deel van de vroegste tijden af tot aan Karel
+den Groote, dat is, tot aan 't jaar 773 of daaromtrent. Dit tijdvak
+noemt de Schrijver het Fabelachtige Friesland.
+
+Het tweede tijdperk, loopende tot op de aanneming van Albrecht,
+Hertog van Saksen, tot Heer van Friesland, d. i., tot aan 1498,
+wordt genoemd het Vrije Friesland.
+
+Het derde, de geschiedenis zullende bevatten van 1498 tot op de
+afzwering van Philips II., Koning van Spanje, als Heer der Nederlanden,
+heet het Overheerde Friesland.
+
+Het vierde tijdvak, van 1584 tot aan 1795, tijdstip van het vertrek van
+Prins Willem den V., laatste Stadhouder der VII Vereenigde Gewesten,
+uit Holland, zal het Stadhouderlijk Friesland genoemd worden.
+
+Het vijfde, zullende gaan van 1795 tot de omwenteling van 1813, zal
+den naam ontvangen van het Nieuwere Friesland.--Zie gem. Jierboeckjen.
+
+[111] Het gevoelen van den heer Hettema, ontwikkeld in zijn Iets over
+de Geschiedenis van Friesland (zie het Mengelwerk van de Leeuwarder
+Courant van den 10 Augustus 1830, No. 64), vind ik niet aannemelijk,
+dat namelijk Friezen hetzelfde zoude beteekenen als Frigen, Frisschen
+of vreemde volkplantingen;--hoezeer dan ook M. Alting in zijne
+Notitia Bat. et Frisiae Ant. in voce Frisii deze beteekenis aan
+de hand geeft en daartoe overhelt. H. v. Rhyn, in zijne Aantt. op
+de Friesche Oudhed. en Gest. I. 43, en andere Geleerden houden het
+met de beteekenis van vrijen. Dat de frissche of koude landstreek
+den naam Friezen zou geschapen hebben, zal toch wel geen' ingang
+vinden.--Vergelijk ook de voorrede van Gutberleth, voor Gabbema's
+Verh. van Leeuwaarden.
+
+[112] Vg. bl. 206, II. deel van de Bekn. Geschied. der Nederl. Taal
+door A. Ypeij, over de herkomst der Friezen.--
+
+[113] Winsemius in zijne Chronique, f. 6, en Suffr. Petri de
+Frisior. antiq. et orig. p. 234, noemen Hoppers een beroemd en
+verdienstelijk man, de eer der Friesche natie; v. Rhyn en na hem
+F. Sjoerds zeggen echter, dat zijn gevoelen geene voorstanders heeft.
+
+[114] Gemelde Aantt. p. 44.
+
+[115] Cf. Suffr. Petri de Fr. Or. L. I. Cap. XVIII.
+
+[116] Zie deswegens v. Rhyn t. a. p. en Westendorp, Jaarboek van en
+voor Groningen, p. 5.
+
+[117] Hunibaldus, Trithemius, Funccius, Panthaleo; of hebben zij
+zonder onderzoek elkander nageschreven?
+
+[118] Westendorp, Kronyk, p. 6 en 7.--V. Rhyn, ll. F. Sjoerds,
+Fr. Jaarb. I. 14 enz.
+
+[119] Wolfgang, Lazius en Aventinus.
+
+[120] Zie Westendorp, p. 8. Van deze omstandigheid, in de Kronyk van
+Eggerik Beninga vermeld, maken V. Rhyn, F. Sjoerds en anderen geen
+gewag.--Over andere volksvertellingen der stichting van Groningen,
+zie men onder anderen West., p. 19.
+
+[121] Men zie ook wat Bilderdyk, Geschied. des Vaderlands. I. 296
+over de Sagen zegt.
+
+[122] Vergel. A. Matthæi veter. ævi Anal. T. IV. p. 9, de derde
+Ankomst der Fresen.
+
+[123] Bl. 6.--De Heer Westendorp zijne bronnen in het I. deel van
+zijn Jaarboek nergens hebbende opgegeven, heb ik te vergeefs gezocht
+naar den veranderden inhoud dier sage.
+
+[124] Waarom onze schrijver Bruno heeft verkiezen weg te laten, is
+mij een raadsel, daar hij toch in alle andere kronijken mede zijne
+rol speelt.
+
+[125] Achter de Oudheden en Gestichten van Vriesland geplaatst,
+tot aanvulling van vele onvermelde zaken in dit werk, in welks
+voorafspraak bij de Friesche schrijvers luchtig beoordeelt. Hij
+verwerpt S. Petri, Furmerius, Winsemius, Hamconius en Zoeteboom,
+en houdt zich aan Emmius, Douza, Schotanus, Buchelius, Huetius en
+Alting. F. Sjoerds komt met zijn oordeel zeer naauwkeurig overeen in
+al wat van Rhyn geoordeeld heeft.
+
+[126] Zie gem. Nabericht, p. 350.
+
+[127] Cf. M. B. v. Nidek, Anal. Medii aevi, p. 140, drukfout voor
+440.--
+
+[128] Not. Bat. in voce Frisii.
+
+[129] Men vergelijke voorts de Chronyk van Eggerik Beninga in de
+Ann. van Mattheus.
+
+Onder verschillende schrijvers die over de Friezen en derzelver
+oorsprong geschreven hebben, kwam mij als niet een der geloofwaardigste
+voor, den minder bekenden en in Mencker's Gelerthen Lexicon, door
+Jöcher uitgegeven, vermelden Werner Rolevink de Laer, een Karthuizer
+Monnik te Keulen, uit Westfalen geboortig. Hij bloeide omstreeks 1495,
+onderzocht vlijtig de H. Schrift, leidde een godvruchtig leven en
+stierf in eenen hoogen ouderdom. Deze heeft onder vele werken ook een
+ten titel voerende: De origine Frisionum uitgegeven.--Suffr. Petri
+in Origine Frisionum maakt gewag van hem op p. 237,--en Furmerius
+heeft bij het opstellen zijner Annales gebruik van hem gemaakt.
+
+[130] Friesch Jierboeckjen foar it jier 1831, bl. XII en volgg.
+
+[131] Ook op Texel stichtte Drusus een burgt, waarvan het bewijs nog
+aanwezig is in den naam der hoofdplaats, terwijl grafheuvels en andere
+oudheden van het verblijf der Romeinen in die streken getuigen.
+
+Waarschijnlijk is destijds de stad Grebbe gesticht, welke gelegen heeft
+omtrent een half uur gaans benoorden Wieringen, aan het tegenwoordig
+Amsteldiep. Omstreeks 1710 was er nog veel muurwerk overig, en voorheen
+moet de massa van dat muurwerk ongelijk grooter geweest zijn, vermits
+men om het midden der XVII eeuw zeer veel duifsteen heeft opgehaald en
+met kagen naar Amsterdam vervoerd.--Over het bestaan dezer stad is veel
+getwist en aan de kronijkschrijvers Twisk, Borger, Valkoog en Zoeteboom
+voorheen (zoo als aan de oude Friesche kronijken) allen geloof in dezen
+ontzegd; doch na de opsporingen en berigten van Paludanus en anderen,
+in onzen leeftijd gedaan en gegeven, is die twijfel opgehouden.--Dat
+Drusus in deze streken dijken heeft aangelegd, is door de berigten en
+ontdekkingen van de geleerde oudheidkundigen A. Junius, den Marquis
+de Saint Simon en R. Paludanus buiten twijfel gesteld.--Scheltema,
+Geschiedenis der Zuiderzee. M. S.
+
+[132] Over deze daad en het Brittenkruid vergelijke
+men Plinius XXV. 3. F. Sjoerds, Fr. Jaarb. I. 125
+en 126,--Beschr. v. Fr. I. 344. Schotanus,
+Friesche Hist. p. 8. West. Jaarb. p. 14. Wagenaar,
+Vad. Hist. I. 79. H. Cannegiet. Dissert. de Herba Brittanica
+etc. p. 40.--Tegenw. Staat van Friesl. I. p. 19 volgg. en p. 126.
+
+[133] 't Zal met deze namen den Romeinen, als den lateren Franschen
+met die van de Admiralen Tjerk Hiddes en van Duvenvoorde gegaan
+zijn. Dezen heetten zij Kierkides en Vandenfort.
+
+[134] Zie F. Sjoerds, Jaarb. I. 203. Schot,
+Fr. Hist. bl. 26. Tegenwoordige Staat van Utrecht, I. 13 volgg.
+
+[135] Ook Westendorp (Jaarb. p. 16) heeft hier geen licht verspreid,
+verklarende niet te weten, op welk gezag de Jaarboekschrijvers
+van eenen inval der Noormannen in 't jaar 90, bij F. Sjoerds Gothen
+genoemd, gewagen.--Dit punt verdiende mede een opzettelijk onderzoek,
+daar men toch niet kan vooronderstellen, dat deze vermelde feiten,
+op verschillende tijden geschied, uit de lucht gegrepen zouden zijn.
+
+[136] Vergel. F. Sjoerds, Jaarb. I. 220 en volgg.
+
+[137] Vergelijk Westendorp, Jaarb. van en over Groningen, p. 32 en
+volgg., zoo over deze als de opvolgende tijdvakken, onder de regering
+der Koningen Radboud I, Adgillus II, Gondebald en Radboud II., de
+laatste Koning over Friesland.
+
+[138] Luden, Geschichte des Teutschen Volks. Een onwaardeerbaar boek!
+
+[139] Gaillard, Histoire de Charlemagne. Niet een van de minsten,
+wat zijnen schrijftrant betreft.
+
+[140] Hoezeer te dikwijls de kleine daden van groote mannen tot
+bouwstof moeten dienen, om des Schrijvers historie met luister op te
+sieren, is echter in de geschiedenis van dezen Karel, hoe dikwijls
+ook beschreven, geen verdicht sieraad noodig: want altoos levert
+zij een grootsch tafereel op van een merkwaardig Vorst, aan wien de
+wetenschappen en letteren, maar vooral de vrijheid en onafhankelijkheid
+van geheel de Christenheid, alles te danken hebben.
+
+[141] Over deze en al de oude wegen in Oost-Friesland is eene zeer
+uitvoerige beschrijving gegeven door Fr. Arends, in het Ostfrisisches
+Volks-Buch van het jaar 1832, waarvan eene gedeeltelijke vertaling
+door mij is gegeven, in het Mengelwerk der Leeuwarder Courant.
+
+[142] Men zie hierover Adam en Meijer, Römische Altherthümer, II. D.,
+en vergelijke de Aanteekeningen over het Oude Friesche Wapen,
+in het Mengelw. Leeuw. Courant, 20 Sept. 1831. alwaar dit breeder
+ontwikkeld is.
+
+[143] Bilderdyk, Geslachtlyst op het woord Adel, zegt: het is slechts
+eene andere uitspraak van edel; van aad, oud. Van deze meening moeten
+wij, met anderen, verschillen.
+
+[144] Dit Register is onder anderen te vinden bij Winsemius,
+Chron. fol. 402.
+
+[145] Graven waren Bestuurders namens den Vorst in de
+Provinciën,--Hertogen waren Legerhoofden,--Baronnen of Baanderheeren
+Hoofden van een District--en Heeren Krijgsmannen.
+
+[146] Tacitus zegt: Olennius e primipilaribus regendis Frisiis
+impositus.--De Primipilares behoorden tot de eerste compagnie der
+Triariërs; vandaar Primipilares scil. Centurio, de Hoofdman van die
+eerste compagnie: Stuart, Rom. Gesch. XXII. noemt Olennius een der
+eerste Hoplieden eener keurbende.
+
+[147] Men weet dat er over het bestaan van deze stad Grebbe bij de
+oudheidkundigen is getwist. Aan de latere kronijkschrijvers Twisk,
+Borger, Valkoog en Zoeteboom werd voorheen in dezen geloof ontzegd,
+doch na de opsporingen en berigten van Paludanus en anderen, in onzen
+leeftijd gedaan en gegeven, heeft de twijfel opgehouden. Scheltema,
+Geschiedenis der Zuiderzee. M.S.
+
+[148] Westend. Jaarb. spreekt in 662 van een zwaren watervloed over
+West-Friesland. Deze heb ik niet kunnen vinden; welligt is 't eene
+drukfout voor 626.
+
+[149] Westendorp, Jaarb. p. 31 zegt: die langer dan de Spies van
+Klotarius waren: dit zou nog al verschil maken.
+
+[150] Het is beschreven onder anderen bij Wins. Chronique, fol. 61;
+West. Jaarb. p. 39. Vergel. F. Sjoerds, Beschr. I. 546.
+
+[151] Over de Graven en Hertogen vergelijke men
+Bild. Gesch. d. Vad. I. 107 volgg.
+
+[152] Algemeen noemt men hem Lodewijk den Vrome doch Bilderdijk zegt
+(Gesch. d. Vaderl. I. 100. noot), dat pius niet vroom beteekent,
+want dat vroom eigenlijk is 't geen de Romeinen strenuus,
+dapper, noemen.--Beter noemden hem de Franschen, le debonnaire,
+de Zachtmoedige.
+
+[153] Uitgegeven te Leiden bij S. en J. Luchtmans, 1833.
+
+[154] Gesch. d. Ned. Taal, II. 136. De aanmerking van den Schrijver,
+dat er in het woord karelui in den Neders. tekst door onachtzaamheid
+of onkunde der afschrijvers een misslag begaan is, en dit Karelen of
+Karels zal moeten zijn, zal ook in den Duitschen tekst gelden, daar de
+Duitsche overzetter van Karelui, Karl-pfui schijnt gemaakt te hebben.
+
+[155] Zie de Aanteek. op den jare 1239. Fr. Jierb. 1833, §§ 5 en 14;
+Bild. Gesch. I. 89, 92-94, 252 en 296.
+
+[156] Westendorp maakt geen gewag van deze Potestaten. Ook Bild. laat
+dit punt onaangeroerd.
+
+[157] De Script. Frisiae, Dec. VII. C. 3 et Dec. XII. C. 6.
+
+[158] Wij hebben dit verhaal hoofdzakelijk getrokken uit een door
+den geschiedkundigen T. D. Wiarda bewerkt stuk, zamengesteld uit de
+Friesche en andere Kronijk- en Geschiedschrijvers, benevens eenige
+Handschriften. Men vindt het in het Tijdschrift Ost-Friesische
+Mannigfaltigkeiten, 3 Jahrgang, Aurich, 1786.--Waar het ons
+noodig dacht, hebben wij eenige veranderingen en vermeerderingen
+gemaakt. Wiarda heeft alle zijne bronnen naauwkeurig aangewezen, welke
+aanhalingen wij hebben achterwege gelaten, doch eenige ophelderende
+aanteekeningen er bij gevoegd. In het Mengelw. der Leeuwarder Couranten
+van 4 Junij, 6, 20 Aug. en 10 Sep. 1833, in welke wij dit stuk als
+eene bijdrage geven, zijn de eersten te vinden.
+
+[159] De meeste Geschiedschrijvers spreken van roode kruisen. Dit
+kan van dezen eersten Kruistogt waar zijn; doch in de volgenden
+hebben voorzeker de onderscheidene natiën zich door de kleuren
+kenbaar gemaakt. »De Koning van Frankrijk neemt met de zijnen roode,
+de Koning van Engeland met de zijnen witte, de Graaf van Vlaanderen
+met de zijnen groene kruisen aan:"
+
+Et Rex Franciae cum suis rubeas cruces, Rex Angliae cum suis albas,
+Comis Flandrensis cum suis virides suscipiunt. Andr. Sylv. Marcian:
+ad ann. 1188.
+
+[160] Helmoldi Chron. Slav. L. 2. C. 66. Dit geval vindt men beter
+en omstandiger vermeld bij F. Sjoerds, Jaarb. II, 361-363.--Schotanus
+zegt: »Onse reuck is stanck in hare neus-gaten."--
+
+Volgens Ebert, Bibliogr. Lexicon, is de Kronijk van Helmold naar het
+H. S. te Lubeck uitgegeven in den jare 1659, en met nooten voorzien
+door H. Bangertus in quarto;--de eerste druk echter is van 1556.
+
+[161] Van de groote bijgeloovigheid dier tijden kan men zich bijna
+geen denkbeeld maken. Het ontbrak in Friesland niet aan kruisen
+in de lucht: misschien reeds de vliegeruitvinding, om het volk te
+verbijsteren. F. Sjoerds, Jaarb. II, 491.
+
+[162] Deze Olivier werd in 1223 Bisschop te Paderborn en in 1226
+Kardinaal. Vid. Nic. Schat. Hist. Westph. L. XX, p. 996 seq.--Deze
+N. Schaten was een Jesuit in Westfalen, geboren 1608, heeft ook
+de daden van Karel den Groote beschreven: zijne geschiedenis van
+Westfalen kwam het eerst uit in 1690. Ebert in voce.
+
+[163] K. Muchler, Abendzeitung, August. 1831. F. Sjoerds, Jaarb. II,
+492; J. C. Maier, Geschiedenis der kruistogten, p. 187.
+
+[164] Misschien van Olivier zelven, die den togt mede gedaan,
+en ook eene Historia Damiatina (Geschiedenis van Damiate)
+geschreven heeft. Eccard heeft in Corp. Hist. med. aevi dezelve doen
+afdrukken. Het spijt mij, dat mij dit werk, 't welk ik hier met nut
+gebruiken kon, niet ten dienste staat.
+
+[165] Het Itinerarium zegt van 12 schepen. Emmius, die dit Itinerarium
+desgelijks in Mspt. (want het was toen nog niet afgedrukt) voor zich
+had, spreekt van 212 schepen. Het eerste is zeker eene drukfout. Ook
+in de Wijsgeerige en Staatkundige Geschiedenis der Wereld, van
+K. H. L. Pölitz, door Wits. Geysbeek vertaald, wordt slechts van 12
+schepen gemeld; dan volgens F. Sjoerds, Jaarb. II, 493 en anderen,
+stak Graaf Willem met 12 schepen uit de Maas in zee, wordende gevolgd
+van een groot aantal volks. Naar Engeland overstekende, vereenigden
+zich de Hollandsche en Friesche vloten met die der Engelschen, onder
+bevel van George, Grave van Wight, welke vereenigde vloten uit 212
+schepen zullen bestaan hebben.
+
+[166] Volgens de woorden van Emo's Chronicon: (vid Matth. Analecta
+vet. aev. II, 26)--Comes de Wetha Praedux totius classis est electus,
+posteriore custodia Comiti Hollandiae deputata, quem Ducem et Dominum
+jam totus sibi delegerat exercitus.--was niet den Graaf van Holland,
+maar den Graaf van Wieden het Opper-Admiraalschap opgedragen.
+
+[167] Wij willen hierbij voegen, hetgene voorkomt in het
+geslachtregister van Friesche Adellijke Familien, opgemaakt door
+S. v. Adelen van Cronenburgh, en vervolgd door P. van Albada ter
+Oele (M. S.), betrekkelijk het Geslacht der Roordaas, die eertijds
+in hun wapen mede rozen boven de baar voerden, maar dit naderhand
+hebben veranderd.
+
+De oorzaak van deze verandering is dit: »'t Is gebeurd ten tijde dat
+veel verscheidene Natiën, gelijk de Friezen, in 't H. Land waren
+getogen, om hetzelve uit de handen en het geweld der Saracenen of
+Turken te verlossen, dat onder anderen verscheidene Edellingen uit
+Friesland, ook die van het Geslacht van Roorda, met de menigte aldaar
+zijn geweest, onder welke zoo het gebeurde, tusschen de beide heiren
+van de Christenen en Saracenen, dat er een uitnemend groot, stout en
+vaillant Moorsch Prins was uit het Saraceensche heir, die voor het
+Christen-leger zeer hoogmoedig ging braveeren, uitdagende aldaar een
+van de vaillantste Ridderen der Christenen, om met hem een kampslag
+te slaan; zoo heeft er terstond een stoutmoedige edele Fries uit het
+geslacht van Roorda verlof van zijnen Prins begeerd, om met dezen
+man een kampslag te doen; 't welk hem toegestaan zijnde, is hij in
+het aanzien van beide legers tegen dezen Moor in het veld getreden,
+en heeft aldaar zulk eene forsigheid met feiten van wapens bedreven,
+dat hij ten laatste dezen Moor heeft overweldigd, ter neêr gehouwen en
+onthoofd, het hooft ook tot een teeken van victorien op de poot van
+zijn geweer naar het Christen-leger triumphantlijk gebragt; alwaar
+hij bij alle de Prinsen, Heeren en Ridders zeer loffelijk van zijne
+stoutmoedigheid zeer geprezen, en mede Ridder geslagen en eerlijk
+ontvangen is. En is hem ook, alsmede zijnen nakomelingen, tot een
+teeken en memorie van eene zoo vrome daad, een Moriaanshoofd in zijn
+schild en wapens vereerd, gelijk zijn geslacht nog tegenwoordig voert,
+benevens zeer loffelijke brieven en attestatie met Prinsen en Heeren
+Zegelen bevestigd."
+
+[168] In het Grand Theatre Historique, T. III, p. 328 vindt men de
+plaat van dit met eene zaag voorziene schip. De stad Haarlem eigent
+zich dit schip toe. Men vindt daarom nog in de groote kerk zelfs een
+model van dat schip. Ook maken er de Dokkumers aanspraak op. Zij
+hebben er een model van tot windwijzer op den toren der groote
+kerk gemaakt. Idsinga, Staatsregt van Groningen, p. 126.--Wagenaar,
+Vad. Hist. II, 350.
+
+[169] Meleddin was de oudste zoon van den Sultan Saphaddin, die
+gedurende het beleg van Damiate gestorven was.
+
+[170] De te voren vermelde verovering der stad Damiate plaatst Beninga
+verkeerdelijk in het jaar 1229, in de Geschiedenis dezes Kruistogts
+onder Frederik II.
+
+[171] Dat zij aan dezen Kruistogt geen deel genomen hebben,
+is genoegzaam zeker, want op verzoek van den Koning Willem had
+de Kardinaal Caputio, namens den Paus, de Friezen van hunnen
+Kruistogt naar het H. Land ontslagen, mits zij Willem Aken hielpen
+veroveren, waarop zij bij gansche scharen naar zijn leger optrokken,
+natuurlijkerwijze dezen togt ver de voorkeur gevende, boven den meer
+verwijderden naar Palestina. Verg. J. Meerman, Gesch. van Graaf Willem
+van Holland, Roomsch Koning, I. 263-264.
+
+[172] Willem is, gelijke bekend staat, en onze Kronijk zegt, niet in
+Friesland, maar te Hoogwoude in Noord-Holland door de West-Friezen
+vermoord. Zie Meerman, als voren. De opgave van Wiarda is dus
+hier onjuist. Vergelijk Wagenaar, Vad. Hist. II. 401; Bilderdyk,
+Geschiedenis des Vaderlands, II. 151, 152.
+
+[173] Tot dusver loopt het verhaal van Wiarda.
+
+[174] Zie het slot van aangehaalde werk: Proeve van eene Geschiedenis
+der Kruistogten en derzelver gevolgen, bl. 546, waarin echter
+zeer uitroerig over de voordeelen en weinig over de nadeelen wordt
+gesproken.
+
+[175] Dit uitmuntend werk is door den zeer kundigen Steenbergen
+van Goor in den jare 1823 uit het Hoogduitsch vertaald en met vele
+belangrijke aanmerkingen voorzien. Het gevoelen van dezen was het
+volgende: »Dat Europa door de Kruistogten veel geleden heeft, zal
+niemand ontkennen; maar dat het tevens door dezelve in burgerlijke
+vrijheid, beschaving, verlichting, koophandel en kunstvlijt veel,
+zeer veel heeft gewonnen, is onbetwistbaar. En nu vrage men, of die
+voordeelen destijds voor eenen minderen prijs te verkrijgen zouden
+geweest zijn?" Ook Luden in zijne Allgemeine Geschichte der Völker
+und Staaten des Mittelalters, is ten dezen niet genoeg aan te bevelen.
+
+[176] Verg. Styl, Opkomst en Bloei der Nederlanden, bl. 28;
+Tegenwoordige Staat van Friesland, I. 312; West., Jaarb. I. 209;
+Cerisier, Geschiedenis der Nederlanden, I. 209.
+
+[177] Verg. Schot. Fr. Hist. bl. 92; Egger. Beninga, Kronijk, bl. 101;
+Dumbar, Analecta, I. 333.
+
+[178] Vergel. Gesch. des Vaderl. II. 130, waar het anders had
+behooren vermeld te zijn. Over de Bulle van Karel Byv. en Aanm. op
+Wagenaar, I. 107, en A. Kluit, Hist. der Holl. Staatsr. V. 52,
+die het vrij zeker stelt, dat voor den jare 1300 dat stuk
+bestond. Aantt. O. Fr. Wett. 109, 112. Zie over den dood van Willem,
+onze noot op bl. 387, Tegenw. Staat, I. 409 en 410.
+
+[179] Op bl. 20 en 21; welk Geschiedverhaal met de andere Geschriften
+van Jancko Douwama worden uitgegeven door het Provinciaal Genootschap
+ter beoefening der Friesche Geschied-, Oudheid- en Taalkunde, waarvan
+de eerste aflevering in den jare 1830 is uitgekomen.
+
+[180] Verg. H. W. Tydeman, Over de Hoeksche en Kabeljaauwsche twisten,
+bl. 111.
+
+[181] Winsemius, fol. 174: »Wat meer is die oude gheschreven Chroniquen
+ghetuygen, dat door 't selve quaedt van tweedracht, die inghesetenen
+deser landen, nu in ryckdom ende weelde sittende, alle hare macht
+aengheleyt te hebben tot stiftinghe der Stinsen ende vasticheden,
+in sulcken aentale, dat in een Dorp 't begrijp van dertich huysen,
+hebbende, sesthien Stinsen uyt den ouden Vrieschen Steen gemaeckt
+(welcke van hardicheyt een vlintsteen ghelyck was) ghevonden zyn."
+
+[182] Over het vroeger tijdvak en de gesloten verbonden en
+overeenkomsten zijn belangrijk de Monumenta Groningana veteris
+aevi inedita, door den geleerden Keuchenius Driessen uitgegeven, en
+met uitnemende Aanteekeningen verrijkt; bijzonder zijne Aantt. op
+bl. 335, 398, 475, 493, 797 en 831. Verg. Iets over den Oorsprong
+en de Partijnamen der Schieringers en Vetkoopers, door den Heer
+P. Burggraaff, in No. I van het Tijdschrift voor Onderwijzers, die
+alleen als oorzaak der twisten beschouwt: het ontstaan, de uitbreiding
+en het toenemend aanzien van den vierden stand der maatschappij dien
+der burgers.
+
+[183] In de eerste druk van onze kronijk staat ook dit jaar vermeld.
+
+[184] Dit H. S. is de oorspronkelijke Grafelijke Rekening van den
+Heer Garbrand van der Couster, Proost van Berghen in Henegouwen,
+ende Jorghel, mijns Heeren Camerling, van 't geen sy ontfaen
+hebben van mijnen lieven Heere van Holland, toter reyze behoef van
+Oistvrieslant; verrekend en gesloten op den 18 Maart 1396, hofstijl,
+d. i. 1397. Zie de uitmuntende Geschiedenis van het Nederl. Zeewezen,
+door den Archivarius de Jonge, I. 30 en 31.
+
+[185] Wagenaar, V. H. III. 502.
+
+[186] de Jonge, t. a. p.
+
+[187] Hoveling. De Edellieden, die op vaste burgten, sloten of stinzen
+woonden, werden in Friesland Hovelingen genoemd. Verg. Archief
+voor Vaderl. en Vriesche Geschiedenis van Visser en Amersfoordt,
+Aant. I. bl. 25.
+
+[188] De Geschiedschrijvers vermelden dit voorval breedvoerig:
+O. v. Scharl. quarto, bl. 245-247; Wins. Chron. fol. 306;
+Schot. Fr. Hist. fol. 372; Gabbema, Verhaal van Leeuw. 164;
+Petr. Thaborita op 't jaar 1487; Kronijk en Beschrijving van de stad
+Sneek, door Napjus, 2e dr. bl. 11, enz. De Heer van Halmael heeft
+in een gedicht dit feit herdacht. Zie Mengelwerk der Leeuw. Courant,
+20 April 1830.
+
+[189] Onder de oudere Schrijvers heeft de geleerde en verdienstelijke
+Historieschrijver Lambertus Hortensius van Montfoort, in zijn werk:
+de tumultu Anabaptistarum, te Bazel in 1548 uitgegeven, van dit oproer
+in Friesland een getrouw verslag gedaan. In de zeldzame Hollandsche
+vertaling van 1659, in klein Octavo, versierd met fraaije plaatjes,
+is ook eene afbeelding van de belegering des kloosters. De Wind,
+Bibliotheek, I. 150 noemt een' druk van 1660.
+
+[190] Vele oude kloosters, en ook het Convent Thabor, waren zeer
+uitgebreid en groot gebouwd, zoodat zij zelfs een aantal krijgslieden
+konden bevatten en verzorgen. Deze Schrijver verhaalt, dat zijn Convent
+de navolgende gebouwen had: een Molkenhuis, Bakhuis, Waschhuis,
+Schoenmakershuis, Poorthuis, Bouwhuis, Timmerhuis (welligt met het
+Bouwhuis hetzelfde), Koehuis, Molkenhuis, Brouwhuis, Ziekenhuis,
+verscheidene Dormters, slaapplaatsen der Geestelijken en Leeken,
+eene Kloosterkerk, Sacristij, Capittelhuis enz., voorts Binnenhof,
+Tuin, Bosch en Boomgaard.--De bewoners waren Geestelijken, Leeken,
+Priesters en Monniken: Beambten waren er velen, als Bouwmeester,
+Opzigter, Kellener, Molkenmeester, Portier, Biermeester enz.,
+terwijl er voor de gewone behoeften een aantal bedienden nodig waren.
+
+[191] Deze Memorien zijn eerst uitgegeven in 1564, daarna door Dumbar
+in zijne Analecta geplaatst, met vele bijgevoegde aanteekeningen,
+uithoofde dit werk uiterst zeldzaam was geworden. Zie Aantt. op
+bl. 182 der kronijk.
+
+[192] De titel is: Joannis Caroli de rebus Casparis â Robles Billaei
+in Frisia gestis commentariorum Libri IV. De Schrijver, geboren te
+Antwerpen in de laatste helft der XVI eeuw, was lid van den Grooten
+Raad te Mechelen, uithoofde van welke betrekking hij in den jare 1567
+in Friesland kwam, en Algemeen Geregtsverzorger (Procureur Generaal)
+werd. Hij legde daarna zijne ambten neder, werd Franciskaner Monnik,
+doch stierf nog voor het einde van zijn proefjaar in 1598.
+
+[193] Bara-Huis, Bara-Stins en Bara-Convent waarschijnlijk dus genoemd
+naar den naam des stichters, die even onbekend is als den tijd waarin
+de stichting heeft plaats gehad. Men kan echter voor zeker stellen,
+dat de Middelzee nog in volle kracht was, toen de bouwing heeft plaats
+gehad. In de burgeroorlogen der Friesche partijen werden er meene
+dagen, vergaderingen en bijeenkomsten, gehouden. Twee boereplaatsen
+zijn aldaar nu aanwezig, waarvan de eene waarschijnlijk op den bouwval
+van het Convent zal zijn aangelegd, en in de tweede boerderij, aan
+den straatweg gelegen, wordt de naam nog bewaard.
+
+[194] Staatkundig Nederland, I. 49. Aldaar wordt ook melding gemaakt
+van de marmeren poort van Viglius, voorzien met zijne spreuk: Vita
+mortalium Vigilia (het leven der stervelingen is eene nachtwake),
+geplaatst in de voorzaal der Kanselarij. Doch dit was zij weleer,
+want ook dit eerwaardig gedenkstuk der oudheid moest in de algemeene
+vernietiging deelen.
+
+[195] Deze redevoering is uitgesproken in een Letterkundig Genootschap
+te Amsterdam na 1795, en na 's mans dood gedrukt en uitgegeven,
+door de zorg van den verdienstelijken Hoogleeraar H. W. Tydeman,
+in de Mnemosijne, XIV Deel.
+
+[196] Deze Verhandeling, in het openbaar uitgesproken, is daarna
+geplaatst in het Mengelwerk der Leeuwarder Couranten van 23 en 30
+Maart 1830.
+
+[197] Zie de Unie van Brussel des jaars 1577, naar het oorspronkelijke
+uitgegeven door Mr. J. C. de Jonge, bl. 95 en 166-169.
+
+[198] Zie het Cort Verhael van Rennenburgs leven, op bl. 469-473 zijner
+Memorien. Dit geschrift heeft hoofdzakelijk tot bouwstof gediend voor
+de Schrijvers van den Tegenwoordige Staat van Stad en Lande, I. 420 tot
+502, bevattende Rennenberg's geschiedenis; voor van Meteren, in het
+breede 't beleg van Steenwijk vermeldende en voor Wagenaar over dit
+tijdvak, welke ook schijnt te betwijfelen: »of hem de kwaade uitslag
+zyns bedryfs niet meer dan de snoodheid en 't verraad gesmert hebbe."
+
+[199] Van dit Huwelijk wordt bij Winsemius, Wagenaar en anderen geene
+melding gemaakt. Kok, Vaderl. Woordenb. zegt dat Graaf Willem niet
+getrouwd is geweest. Wij hebben ook misstellingen en veel verschil in
+de dagteekeningen ontdekt, en daarom de opschriften der grafzerken,
+zoo ver vermeld, gevolgd. Men vergelijke onder anderen over deze en de
+volgende Stadhouders Johannes van den Bosch, de Heeren Stadhouderen
+van Vriesland,--beschreven, enz.;--de Redevoering van A. G. Camper,
+bij de inhuldiging van Vrieslands Athenaeum uitgesproken, met het
+eerste bijvoegsel, en Holland's Roem, door den Baron Collot d'Escury,
+IV. Aantt. bl. 220, 221.
+
+[200] Over de begraving der Vorstelijke Familiën, zie de Noot op den
+jare 1620.
+
+[201] Uit eene verzameling van eigenhandige en vertrouwelijke Brieven
+van den Stadhouder, geschreven van de jaren 1734 tot 1747, aan zijnen
+Vriend en Raadsman den Heere van der Mieden, Raadsheer in het Hof van
+Holland, mij goedgunstig door deszelfs Neef, Mr. J. Schonck, Raad in
+het Hoog Geregtshof te 's Gravenhage, medegedeeld, blijkt des Vorsten
+uitnemend karakter. Ook is deze hoogst belangrijke Correspondentie
+tevens bevattende een aantal eigenhandige brieven van Prinses Anna,
+den Baron H. van Aylva, den Hertog Lodewijk van Brunswijk, den
+Opperstalmeester Grovestins, den Secretaris van Prinses Anna, de
+Larrey en anderen, voor de geschiedenis van dien tijd van hooge waarde.
+
+[202] In ons Gewest bleef echter van die invoering tot op den huidigen
+dag een gebruik over, bij anderen niet aangenomen, zijn oorsprong
+ontleenende uit het verschil van dagen, door den Ouden en Nieuwen
+Stijl ontstaan. Alle verhuringen en verhuizingen hebben plaats op
+den 12 Mei, niet op den eersten; zoo komen alle dienstboden op den
+12 Mei en 12 November, welke dagen men oude Mei en oude Allerheiligen
+noemt, in hunne diensten; dit gebruik is gewettigd geworden bij eene
+nadere Publicatie der Provinciale Staten van 29 Januarij 1701. Men
+verkoopt en verhuurt de Zathen en Landen enz. te aanvaarden, voor de
+landen St. Petri, dat is den 5 Maart, (oude Sint Pieter), en voor de
+huizinge en schuur den 12 Mei; overigens rigt men zich in alles naar
+den gewonen Gregoriaanschen Almanak.
+
+[203] In de nagelatene Adversaria van een' onzer verdienstelijke
+Friesche Geleerden, vond ik nog deze aanteekening op het woord
+Grietman: »De geregtelijke tweegevechten werden gehouden in eene
+plaats het Krijtveld genaamd. Kryt staat voor het Hoogd. griet
+of gries, (gruis), dat volgens Veit Weber, Sagen der Vorzeit,
+B. 11. p. 101, beteekent het Steenzand, waarmede de kampplaats
+wordt bestrooid. Kan de benaming Grietman hiervan ook eenig licht
+erlangen? Hij zoude dan oorspronkelijk de Opziener over zulk eene
+Regterlijke kampplaats, Hoofd van zulk eene Regtspleging geweest zijn,
+en het zou dan eigenlijk hetzelfde beteekenen als in de Oude Wetten
+'t woord grieswart, grieswärtel, tournooivoogd, of volgens nog ouder
+schrijfwijs greiswärtel. Zie Haltaus, Gloss. Germ. med. aev. p. 753,
+die hetzelve drie beteekenissen toekent, welke met die waardigheid
+overeenkomen. Het woord greta, waarvan het afgeleid wordt bij Beyma,
+is, meen ik, oorspronkelijk ook alleen gebruikt van oproeping of
+dagvaarding ten kampstrijd; (si vacat, hoc ulterius demonstrabo)."
+
+»Huydecoper op Melis Stoke, III. 54, legt krijt uit door kring (kreis,
+kreits), doch ten aanzien van onze gissing over den oorsprong van
+het Woord Grietman is dit hetzelfde."
+
+B. A.
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK IT AADE FRIESCHE TERP ***
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions will
+be renamed.
+
+Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
+law means that no one owns a United States copyright in these works,
+so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
+United States without permission and without paying copyright
+royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
+of this license, apply to copying and distributing Project
+Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
+concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
+and may not be used if you charge for an eBook, except by following
+the terms of the trademark license, including paying royalties for use
+of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
+copies of this eBook, complying with the trademark license is very
+easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
+of derivative works, reports, performances and research. Project
+Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
+do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
+by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
+license, especially commercial redistribution.
+
+START: FULL LICENSE
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
+Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
+www.gutenberg.org/license.
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
+Gutenberg-tm electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or
+destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
+possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
+Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
+by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
+person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
+1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
+agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
+electronic works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
+Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
+of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
+works in the collection are in the public domain in the United
+States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
+United States and you are located in the United States, we do not
+claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
+displaying or creating derivative works based on the work as long as
+all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
+that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
+free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
+works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
+Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
+comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
+same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
+you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
+in a constant state of change. If you are outside the United States,
+check the laws of your country in addition to the terms of this
+agreement before downloading, copying, displaying, performing,
+distributing or creating derivative works based on this work or any
+other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
+representations concerning the copyright status of any work in any
+country other than the United States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
+immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
+prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
+on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
+phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
+performed, viewed, copied or distributed:
+
+ This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+ most other parts of the world at no cost and with almost no
+ restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
+ under the terms of the Project Gutenberg License included with this
+ eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
+ United States, you will have to check the laws of the country where
+ you are located before using this eBook.
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
+derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
+contain a notice indicating that it is posted with permission of the
+copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
+the United States without paying any fees or charges. If you are
+redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
+Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
+either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
+obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
+trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
+additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
+will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
+posted with the permission of the copyright holder found at the
+beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
+any word processing or hypertext form. However, if you provide access
+to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
+other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
+version posted on the official Project Gutenberg-tm website
+(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
+to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
+of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
+Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
+full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
+provided that:
+
+* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
+ to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
+ agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
+ within 60 days following each date on which you prepare (or are
+ legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
+ payments should be clearly marked as such and sent to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
+ Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
+ Literary Archive Foundation."
+
+* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or destroy all
+ copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
+ all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
+ works.
+
+* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
+ any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
+ receipt of the work.
+
+* You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
+Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
+are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
+from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
+the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
+forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
+Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
+electronic works, and the medium on which they may be stored, may
+contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
+or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
+other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
+cannot be read by your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium
+with your written explanation. The person or entity that provided you
+with the defective work may elect to provide a replacement copy in
+lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
+or entity providing it to you may choose to give you a second
+opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
+the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
+without further opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
+OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of
+damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
+violates the law of the state applicable to this agreement, the
+agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
+limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
+unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
+remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
+accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
+production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
+electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
+including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
+the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
+or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
+additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
+Defect you cause.
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of
+computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
+exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
+from people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
+generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
+Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
+www.gutenberg.org
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
+U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
+Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
+to date contact information can be found at the Foundation's website
+and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
+widespread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
+DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
+state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations. To
+donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
+Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
+freely shared with anyone. For forty years, he produced and
+distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
+volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
+the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
+necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
+edition.
+
+Most people start at our website which has the main PG search
+facility: www.gutenberg.org
+
+This website includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/33563-0.zip b/33563-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..bf89a06
--- /dev/null
+++ b/33563-0.zip
Binary files differ
diff --git a/33563-h.zip b/33563-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..8aed59f
--- /dev/null
+++ b/33563-h.zip
Binary files differ
diff --git a/33563-h/33563-h.htm b/33563-h/33563-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..7379c99
--- /dev/null
+++ b/33563-h/33563-h.htm
@@ -0,0 +1,15451 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2010-08-28T21:43:49.853+02:00. -->
+<html lang="nl">
+<head>
+<meta name="generator" content=
+"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
+<title>It aade Friesche Terp; of Kronyk der Geschiedenissen van de Vrye
+Friesen</title>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
+<meta name="generator" content=
+"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/">
+<meta name="author" content=
+"Johannes Hilarides (1648&ndash;1725) Jacob van Leeuwen (1787&ndash;1857)">
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="DC.Creator" content=
+"Johannes Hilarides (1648&ndash;1725) Jacob van Leeuwen (1787&ndash;1857)">
+<meta name="DC.Title" content=
+"It aade Friesche Terp; of Kronyk der Geschiedenissen van de Vrye Friesen">
+<meta name="DC.Date" content="#####">
+<meta name="DC.Language" content="nl">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content="Friesland (Netherlands) - History">
+<style type="text/css">
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/***** Titlepage *****************************************************/
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/***** End Titlepage *****/
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .pseudoh3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, pseudoh4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+p.dateline
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+p.signed
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.marginnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/****** Tables ******/
+td.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/****** Poetry ******/
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum, .sp .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left: 16%;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/***** Drama *****/
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/***** End Drama *****/
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/****** Font Styles and Colors *****/
+.ex
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+.uc
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/***** End Font Styles and Colors *****/
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote, div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+/***** External Links *****/
+.exlink
+{
+background: url(images/external.png) center right no-repeat;
+padding-right: 13px;
+}
+.exlink:hover
+{
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+h1, .pseudoh1
+{
+padding-bottom: 5em;
+}
+h1, h2, .pseudoh1, .pseudoh2
+{
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline
+{
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+font-weight: normal;
+}
+table
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.tablecaption
+{
+text-align: center;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+</style>
+
+<style type="text/css">
+.xref, .xsection
+{
+margin-top: 2em;
+margin-bottom: .5em;
+font-weight: bold;
+}
+.pseudoh1
+{
+padding: 0;
+margin-top: 2em;
+margin-bottom: 1em;
+}
+.pseudoh2
+{
+padding: 0;
+margin-top: 1em;
+margin-bottom: 0.75em;
+}
+.xd20e102
+{
+text-align:center;
+}
+.xd20e1232
+{
+font-style:italic;
+}
+.xd20e2637
+{
+text-indent:2em;
+}
+.xd20e7739
+{
+text-align:right;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+<p style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of It aade Friesche Terp, by Johannes Hilarides</p>
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
+at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
+are not located in the United States, you will have to check the laws of the
+country where you are located before using this eBook.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: It aade Friesche Terp<br>
+ of Kronyk der Geschiedenissen van de Vrye Friesen</div>
+<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: Johannes Hilarides</div>
+<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Editor: J. van Leeuwen</div>
+<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Release Date: August 28, 2010 [eBook #33563]<br>
+[Most recently updated: January 6, 2023]</p>
+<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Language: Dutch</p>
+ <p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em; text-align:left'>Produced by:
+ Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+ Gutenberg. (This book was produced from scanned images of public domain material from the Google Print project.)</p>
+<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK IT AADE FRIESCHE TERP ***</div>
+
+
+<div class="front">
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p class="firstpar xd20e102">Kronyk<br>
+der<br>
+Geschiedenissen<br>
+van de<br>
+<i>Vrye Friesen.</i> <span class="pagenum">[<a id="xd20e116" href=
+"#xd20e116" name="xd20e116">3</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">It aade Friesche Terp</div>
+<br>
+<div class="subTitle">of<br>
+Kronyk<br>
+der Geschiedenissen van de<br>
+Vrye Friesen:<br>
+met<br>
+Bijvoegsels en Aanteekeningen.</div>
+</div>
+<div class="byline"><i>van</i><br>
+<span class="docAuthor"><i>J. van Leeuwen,</i></span><br>
+<i>Griffier van de Regtbank te Leeuwarden.</i></div>
+<div class="docImprint">te Leeuwarden, bij<br>
+J. Proost.<br>
+<span class="docDate">1834.</span></div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e157" href="#xd20e157" name=
+"xd20e157">I</a>]</span></p>
+<div id="voorberigt" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e159" class="main">Voorberigt.</h2>
+<p class="firstpar"><i>In den jare 1677 werd te Leeuwarden uitgegeven
+de eerste druk dezer Kronijk ander den titel:</i></p>
+<div class="blockquote">
+<p class="firstpar xd20e102"><span class="sc">IT AADE FRIESCHE
+TERP,</span><br>
+<i>Vertoonende</i><br>
+DE FRYE FRIESEN,</p>
+<p>in haar Oorsprong, Opkomst en Voortgang: Als Landsbestiering,
+Waapenhandel, Krychsdaaden, Weetenschap, Vreemde voorvallen, Yver voor
+de Vryheit, Afgooderye, Godsdienst en Landstreek.</p>
+<p class="xd20e102"><i>In &rsquo;t gemeen bij een gehoopt,</i></p>
+<p class="xd20e102"><span class="sc">Voor de Liefhebbers der
+Vryheit.</span></p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e185" href="#xd20e185" name=
+"xd20e185">II</a>]</span></p>
+<p><i>Op dezen druk, beginnende met het jaar 313 voor Christus geboorte
+en eindigende 1677, volgde een tweede, uitgegeven te Haarlem 1743,
+getiteld: <span class="rm">It aade Friesche Terp, of <span class=
+"sc">Kronyk</span> der Geschiedenissen van de <span class="sc">Vrye
+Friesen</span></span>, met een Bijvoegsel gaande tot de geboorte van
+<span class="rm"><span class="sc">Willem Karel Hendrik
+Friso</span></span>. Daarna zijn er nog twee Uitgaven in het licht
+verschenen de eerste te &rsquo;s Gravenhage 1746 en de laatste te
+Leeuwarden bij Chalmot 1771, welke beiden als een tweede druk worden
+vermeld en, uitgezonderd het titelblad, ook letterlijk van inhoud zijn
+als die van 1743. Deze tweede druk is behalve het Bijvoegsel
+aanmerkelijk vermeerderd en aangevuld met een aantal gebeurtenissen,
+tot Friesland en Groningen betrekking hebbende, welke in de eerste druk
+niet zijn vermeld, terwijl taal, stijl en spelling naar het gebruik van
+dien tijd zijn veranderd. Het Motto, op de keerzijde des titels of op
+den titel zelven geplaatst, was het gezegde van <span class=
+"rm"><span class="sc">Aeneas Silvius</span></span> of Paus <span class=
+"rm"><span class="sc">Pius II</span></span>: <span class="rm">Een Fries
+weigert niet voor de <span class="sc">Vrijheid</span> zelfs in de dood
+te gaan.</span></i> <span class="pagenum">[<a id="xd20e215" href=
+"#xd20e215" name="xd20e215">III</a>]</span></p>
+<p><i>Ofschoon ook deze Kronijk met de gewone sprookjes, fabelen en
+wonderen uit den ouden tijd is voorzien, bevat zij echter een beknopt
+verhaal van de meest belangrijke voorvallen uit de verschillende
+Friesche Geschiedschrijvers getrokken. Wie echter de Schrijvers of
+Opstellers zijn geweest is mij niet gebleken.</i></p>
+<p><i>Uit hoofde dit boekje van tijd tot tijd zeldzamer was geworden,
+komende de eerste druk bijna nimmer voor, ondernam de Boekhandelaar
+<span class="rm"><span class="sc">Proost</span></span> alhier eene
+nieuwe Uitgave, noodigde mij uit die te willen verzorgen, en er tevens
+zoodanige Aanteekeningen en Bemerkingen bij te voegen, als voor de
+beoefening en opheldering der Friesche Historie, bijzonder over de XV
+eerste eeuwen, nuttig en dienstig zouden kunnen zijn. Aan dit verzoek
+voldoende, meende ik den tweeden druk der Kronijk in deze Uitgave
+getrouw te moeten volgen, mij alleen veroorlovende de ongelijkheid in
+de spelling, en de te groote afwijking hier en daar in de taal wat te
+verbeteren.</i></p>
+<p><i>Bij het doorlezen der kronijken, geschiedboeken, en andere
+schriften heb ik voor de <span class="pagenum">[<a id="xd20e231" href=
+"#xd20e231" name="xd20e231">IV</a>]</span>Bijvoegsels en Aantekeningen,
+daaruit overgenomen of kortelijk aangestipt, wat mij voor mijn oogmerk
+belangrijk toescheen en dienen kon de Geschiedenis toe te lichten. Als
+een hoofddoel van dezen arbeid heb ik getracht den minder geoefenden
+tot eigen onderzoek en nasporing den weg aan te wijzen, weshalve ik al
+de Schrijvers en Geschriften naauwkeurig heb aangeteekend, in welken de
+uitvoeriger behandeling der zaken te vinden is, en de geschiedenis
+beter wordt voorgesteld. Ben ik in deze mijne poging, om anderen van
+nut te zijn, ten deele geslaagd, meer voldoening begeer ik
+niet.</i></p>
+<p><i>Over de waarde en geloofwaardigheid der oude kronijken en
+geschiedverhalen heb ik met een enkel woord mijne meening gezegd, en
+mijne stelling blijven verdedigen, dat aan dezelven daarom zoo weinig
+gezag wordt toegekend, omdat zij nimmer oordeelkundig zijn onderzocht
+en met de nog vele voorhanden zijnde bronnen vergeleken; dat geen
+Schrijver van lateren tijd, de Geschiedenis der Friezen ter harte heeft
+genomen, waardoor zij dus bij velen onbekend <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e237" href="#xd20e237" name=
+"xd20e237">V</a>]</span>gebleven, bij anderen opzettelijk is achterwege
+gelaten; en dat men te ver is gegaan om door het Werk van <span class=
+"rm"><span class="sc">Ubbo Emmius</span></span>, die als de Feniks
+aller Geschiedschrijvers, gelijk <span class="rm"><span class=
+"sc">Dousa</span></span> hem noemt, gehuldigd werd, Frieslands Historie
+voor voldongen te houden, daar hij geen kritiesch onderzoek in het werk
+heeft kunnen stellen, als verstoken van de noodige hulpmiddelen en
+bronnen. Niet dat ik de waarde van dezen te regt hooggeschatten
+Schrijver wil verkleinen of iets nieuws voortbrengen, daartoe is mijne
+kennis te gering: evenmin wil ik als een voorstander van de leer der
+oude kronijken met hunne fabels en wonderen beschouwd worden; maar het
+is alleen om aan te toonen hoe verkeerd men handelt onvoorwaardelijk
+het gezag van anderen te volgen, en zonder eigen overweging en grondig
+onderzoek onze oude Schrijvers te verwerpen. En dit is niet mijn
+oordeel alleen, hetwelk op de ondervinding steunt; maar vele geleerde
+en schrandere mannen, zoo als: <span class="rm"><span class="sc">v.
+Schwartzenberg</span></span>, <span class="rm"><span class=
+"sc">Ypeij</span></span>, <span class="rm"><span class=
+"sc">Visser</span></span>, <span class="rm"><span class=
+"sc">Amersfoordt</span></span>, <span class="rm"><span class=
+"sc">Westendorp</span></span>, <span class="rm"><span class="sc">v.
+Halmael</span></span> en anderen, die de <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e272" href="#xd20e272" name="xd20e272">VI</a>]</span>Friesche
+Historie bestudeerden, hebben in hunne geschriften ditzelfde beweerd,
+tevens de noodzakelijkheid betoogende, welke er sinds lang heeft
+bestaan, om de zeer belangrijke Geschiedenis van dit Gewest van de
+vroegste tijden af beter te leeren kennen, te onderzoeken en waarderen,
+zoodat eene zorgvuldige en oordeelkundige beschrijving, naar den geest
+en de smaak des tegenwoordigen tijd ingerigt, allezins wenschelijk
+ware. Daartoe heb ik reeds in den jare 1827 alle mijne pogingen in het
+werk gesteld, en een plan, hetwelk veel belangstelling, aanmoediging en
+ondersteuning, ook bij den Heere <span class="sc">Staatsraad</span>,
+<span class="sc">Gouverneur</span> en <span class="sc">Gedeputeerde
+Staten</span> van dit Gewest, heeft gevonden, tot stand trachten te
+brengen, dan door omstandigheden, <span class="rm">geheel van mij
+onafhankelijk</span>, is hetzelve onvolvoerd gebleven<a class="noteref"
+id="xd20e287src" href="#xd20e287" name="xd20e287src">1</a>. Een gelijk
+lot heeft een tweede <span class="pagenum">[<a id="xd20e314" href=
+"#xd20e314" name="xd20e314">VII</a>]</span>Ontwerp van den Heer
+<span class="rm"><span class="sc">van Halmael</span></span> en mij, tot
+de Uitgave van een <span class="rm">Geslacht- en Wapenboek van den Adel
+in Friesland</span>, een werk hoogst gewigtig voor de Geschiedenis,
+moeten ondergaan. Ik heb alzoo mijnen wil getoond, en daar ik tot geene
+Uitgaven op eene andere dan de door mij voorgestelde wijze besluiten
+kan, laat ik het nu aan ieder wie het luste over, om ter liefde voor de
+Geschiedenis, ter wille onzer Landgenooten en ten nutte voor de
+Nakomelingschap hunne middelen aan te wenden, hopende dat zij met een
+beter gevolg in de erkende behoefte<a class="noteref" id="xd20e324src"
+href="#xd20e324" name="xd20e324src">2</a> en den algemeenen wensch van
+hen, die de wetenschappen op prijs stellen, mogen voorzien.</i></p>
+<p><i>Voor het Titelplaatje koos ik de aloude adellijke State van den
+Potestaat <span class="rm"><span class="sc">Wiarda</span></span>
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e338" href="#xd20e338" name=
+"xd20e338">VIII</a>]</span>te Goutum, thans het eigendom van en bewoond
+door de Familie <span class="rm"><span class="sc">v.
+Cammingha</span></span>, welke met Martena-State te Cornjum, bijna de
+eenigen zijn, die, in den voorvaderlijken tijd gesticht, nog de
+algemeene slooping zijn ontkomen; want ook Tjaerda-Stins te
+Rinsumageest zal spoedig, naar het voorbeeld van Liauckama te
+Sexbierum, Hania te Holwerd, Holdinga te Anjum, Nieuw-Botnia te
+Franeker en zoo vele anderen binnen weinige jaren vernietigd, in eene
+puinhoop verkeeren.</i></p>
+<p class="signed"><i>Den 11 Junij 1834.</i></p>
+<p class="signed"><span class="sc">J. van Leeuwen.</span> <span class=
+"pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e287" href="#xd20e287src" name="xd20e287">1</a></span> Deze
+belangstelling is onder anderen ook gebleken uit de plaatsing van het
+<i>Prospectus</i> of <i>Berigt</i>, waarbij ik mijn oogmerk heb
+ontwikkeld, in de derde <i>Mnemosyne</i>, 1829, <i>I.</i> 278, en de
+aanbeveling van den Hoogleeraar <span class="sc">H. W. Tydeman</span>;
+als mede uit de opname van hetzelve in de <i>Handleiding tot de kennis
+van het Staatsbestuur in het Koningrijk der Nederlanden</i>, <i>V.</i>
+646, alwaar tevens de wensch wordt geuit dat dit plan spoedig moge
+verwezenlijkt worden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e324" href="#xd20e324src" name="xd20e324">2</a></span> Ook tot een
+goed <i>Schoolboek</i> van de Geschiedenis van Friesland strekt zich
+deze behoefte uit.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="kronyk" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e356" class="main">Friesche Kronyk.</h2>
+<p class="firstpar"><span class="rm">F</span>riesland, een van de zeven
+Vereenigde Nederlandsche Provintien zynde, legt aan de noordooster zyde
+van de Zuiderzee en Fliestroom, die het van Westfriesland afscheid: aan
+&rsquo;t noordwesten word het bedekt van de Wadden, tusschen de
+Vooreilanden van de Noordzee, als Ter Schelling, Ameland en
+Schiermunniks Oog. Het riviertje de Lawers verdeelt het van de
+Groninger Ommelanden: van daar naar de zuidzyde is de Drenthe en het
+Stigt van Overyzel, loopende bij de Kuinder aan de Zuiderzee. Maar met
+de verdeelinge dezer landstreek willen wy den leezer niet ophouden.</p>
+<p>Van ouds was de wydte van zijne landpaalen vry verder uitgestrekt,
+als loopende van den Ouden Rhyn, die door Leyden aan Utrecht langs
+vloeyende, by Katwyk in zee uitliep: begrypende den geheelen zeekant en
+de Zuiderzee, diestyds noch droog zynde, tot aan den Eiderstroom, die
+het van Jutland afsnyd. Aan de landzyde van Westfalen, Overyzel,
+Gelderland, tot het <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2"
+name="pb2">2</a>]</span>Ryk van Nieumegen en Utrecht, binnen zyne
+grenzen.</p>
+<p>Welke alle door verscheidene vyanden en andere voorvallen, als by
+lappen afgescheurd zynde, het boven geschreven lapje land, zyne
+vryheid, te gelyk met den naam van Friesland, zonder bystelling van
+Oost of West, wel yverigst verdedigt hebben.<a class="noteref" id=
+"xd20e368src" href="#xd20e368" name="xd20e368src">1</a></p>
+<p>Dat is van &rsquo;t Land, welks Inwoonderen de stoffe van ons
+schryven zal zyn, naar het gemeenzaamste gevoelen byeen gesteld, als
+hier na volgt.</p>
+<div class="div2" id="zevenprinsen"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e374" class="super">De Heeren, onder welks Gebied de
+Friesen van tyd tot tyd geweest zyn.</h3>
+<h3 class="main">I. Onder zeven Prinsen.<a class="noteref" id=
+"xd20e378src" href="#xd20e378" name="xd20e378src">2</a></h3>
+<p class="firstpar">Het 313de jaar voor dat onze Zaligmaker geboren
+wierd, was de tyd dat <span class="sc">Frieso,</span> de eerste Prins
+van Friesland, en Voorganger <span class="pagenum">[<a id="pb3" href=
+"#pb3" name="pb3">3</a>]</span>der Stichters, door welke dit ons
+Vaderland eerst bevolkt wierd, hier te lande kwam: dat zich dusdaniger
+wyze heeft toegedragen.</p>
+<p>Als die roemruchtige en groote Alexander, die in het bloeyenste van
+zyn jeugd het meerendeel van Asia overweldigde, kreeg hy toeloop van
+veele volkeren, die hy of overwonnen hadde, of in die gewesten huis
+hielden; om zyne gelukkige wapenen tot zo veele spoedige overwinningen
+te helpen bevorderen. Onder deze vrywillige krygers waren zommige van
+de voornaamsten uit Persien, en hunne onderhoorige Saxen (Sac&aelig;)
+de minsten niet. Dewelke, na dat Alexander overleden was, en die
+voorige verheerde<a class="noteref" id="xd20e389src" href="#xd20e389"
+name="xd20e389src">3</a> volkeren, door zijner Nazaaten oneenigheid, de
+handen ruim kregen, vreesden dat het hun t&rsquo;eeniger tyd mogte
+gewrooken worden: zy maaken derhalve een besluit, om met malkanderen,
+naar de wyze van dien tyd, een veiliger land tot hun wooninge op te
+zoeken. Hunne Geleiders waren Frieso en Saxo, om hunne gezelligheid
+gebroeders gezegt, en eigentlyk zo genaamt, of naar den volksnaam van
+hunne landslieden zo bekent: welker eerste Persiaanen, en de andere hun
+gebuuren, uit de woestyn, die nu Belor heet, gemeenlyk Indiaanen
+genoemt zyn; om datze van ouds, <span class="pagenum">[<a id="pb4"
+href="#pb4" name="pb4">4</a>]</span>allen die naar &rsquo;t Oosten
+woonden, den naam van Indiaanen gaven. Des zij tot hunnen
+sleep<a class="noteref" id="xd20e394src" href="#xd20e394" name=
+"xd20e394src">4</a> een vloot van 300 zeilen toetakelden, en staken
+&rsquo;er mede af van het land van Cilicien, in Notalia of kleen Asia,
+gelegen in de Zwarte Zee. Van waar zy, wonderlyk omkruissende, door
+verscheidene woeste ze&euml;n heen slingerden, tot dat zy eindelyk, na
+veele ondervindingen en verlies van de meeste schepen, met slechts 54
+stuks in de Oostzee zyn vervallen; en waar van 12 op het eiland Rugen,
+en 18 in Pruissen zijn aangeland: de overige 24 den Fliestroom (welke
+de Roomsche Schryvers den derden Mond des Rhyns noemen) inzeilende,
+hebben dit gewest, dat nu van hunnen naam Friesland genaamt word,
+aangedaan, landende ten west Staveren op de Kreil, daar nu de volle zee
+voor Enkhuizen is: alwaar zy, geen menschen vindende, en na zo een
+kommerlyk omzwerven, het eerste stand greepen, en die plaatze den naam
+gaven van Staden. Daar Frieso ook een Vryhuis voor de vlugtelingen
+bouwde, zelve een weinig oostelyker optrok, en een stad bouwde, die
+naderhand Staveren genaamt wierd. Doch als in het volgende jaar de
+zomer hoogde,<a class="noteref" id="xd20e397src" href="#xd20e397" name=
+"xd20e397src">5</a> kwamen <span class="pagenum">[<a id="pb5" href=
+"#pb5" name="pb5">5</a>]</span>de Swaaven, die hier &rsquo;s zomers
+huis hielden en &rsquo;s winters landwaards in weeken, om de
+overwateringen van de zwaare stormen: want het land was doe noch met
+geen dyken omheinigt. Deze, om datze ruuwe en onervaarene krygslieden
+waren, zyn ligtelyk van de Friesen op de vlugt gedreven, die hun zetel
+hier nu door goede beschansingen gevestigt hadden.</p>
+<p>Frieso had by zyn wyf Hil zeven zoonen, die hy elk over een gedeelte
+des lands, dat in zeven Zeelanden was verdeelt, tot Voogden heeft
+gestelt. En daar toe eene dochter, welke hy Weemoed noemde, om dat
+haare moeder van haar in den arbeid was gestorven. Daartoe stelden hy
+zyn zoon &AElig;sge over de Burgerlyke Rechten, en Scholte over de
+Halszaaken. Haaije maakte hy Priester der Dru&iuml;den, over de
+bosschen der Afgoden. G&aelig;le wierd Dykgraaf, om daar opzigt te
+houden. Hette verzond hy, om Voogd te zyn over de Katten, een volk in
+Duitschland, dat naar zynen naam nu noch Hessen genaamt word.</p>
+<p>In den jaare 308 trouwde Fyt (Vito) of Jutte, een van Friso&rsquo;s
+zoonen, de dochter van Bokke (Bocchus,) Koning van Jutland; zo als het
+naderhand, naar zynen naam <span class="corr" id="xd20e406" title=
+"Bron: ge-genoemt">genoemt</span> is: en kreeg tot een huwelyksgoed,
+het land dat men nu noch heden Sleeswijk noemt.</p>
+<p>In den jaare 300, wanneer &rsquo;er verschil onder de Veehoeders
+ontstond, zyn de <span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name=
+"pb6">6</a>]</span>Saxen, by gemeenen raade, van hun gescheiden: en, op
+de Elve aangekomen zynde, hebben zich aan geen zyde, dat nu
+Noordballingen is, nedergeslagen. Houdende dat gewest noch den naam van
+Saxen en Sassen.</p>
+<p>Frieso heeft daar na het land, om dat het zeer laag en moerig was,
+met dyken van aarde, en zylen of sluizen, om het water te doen
+afloopen, tot hun gebruik bequaam gemaakt: en om de overwateringen van
+hooge vloeden alomme verhevene wieren doen opwerpen, en daar huizen
+laten opbouwen, het land met beschansingen versterkt, en met dorpen en
+buurten rondom lustig bevolkt. En, om de welstand en eenigheid des
+volks te bewaaren, liet hij goede wetten en heilzaame beveelen
+aankundigen.</p>
+<p>En uit dat broekachtig en waterig land, schynt het, dat zy het oude
+Friesche Wapen hebben genomen, hetwelk bestond uit 7 Plompen,
+beteekenende de 7 Waterlanden, op 3 Zilveren balken, in een Blaauw
+veld<a class="noteref" id="xd20e417src" href="#xd20e417" name=
+"xd20e417src">6</a>. Gelijk die Plompen noch hedendaags in &rsquo;t
+Wapen van Groningen te zien zyn. Hoewel de onweetende teekenaars daar
+nu 3 Herten <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name=
+"pb7">7</a>]</span>van maken. Bezie hunne munten, tot op de duiten
+toe.</p>
+<p>In den jaare 245 is Frieso, na dat hy dit land 68 jaaren wijsselijk
+in vrede geregeert hadde, eindelyk gestorven, en na zyn vaderlyke
+Persiaansche wyze te Staveren staatelyk begraven.</p>
+<p>Aanstonds is <span class="sc">Adel,</span> zijn oudste zoon, in
+&rsquo;s Vaders plaatze gevolgt: die zyne nagelaatene wetten bevestigt,
+vermeerdert, en in schrift gestelt heeft. Hy bragt in gebruik, om de
+bequaamheid der gemoederen te onderzoeken, dat &rsquo;er alomme
+gasteryen en drinkgelagen wierden gehouden, daar men malkanderen in
+&rsquo;t omdrinken, met het geeven van de regterhand, zoude kussen of
+zoenen op zyn Persiaans: dat men nu noemt op zyn plat Fries. In de
+gasteryen deed hy de geregten by malkander in een grooten Schotel
+leggen, en belaste dat men uit een grooten Hoorn zoude omdrinken. Waar
+van wy noch zeggen, de Friesche Pateele, en de Friesche Hoorn, en by
+zommige Gilden noch in gebruik. Hy trouwde Swebyne, de dochter van den
+Koning der Swaaven, zyne gebuuren. Om zyn rechtvaardigheid, is hy by
+zyne onderdaanen en gebuuren zo vermaard geworden, dat alle, die wel
+regeerden, daar van Adelingen, en van Adel gezegt wierden. Welke
+benaamingen tot op den huidigen dag zyn overgebleven.</p>
+<p>Ubbe, Juttes zoon, om Jutland tegen <span class="pagenum">[<a id=
+"pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>den aanval der Deenen te
+bevryden, zette zyn zoon Fyt ter dezer dagen tot Voogd over Eiderland,
+en Hendrik, zyn jongste zoon, over Jutland; die ondertrouwd wierd met
+Signe, Dochter des Konings der Finnen.</p>
+<p>En in den jaare 234, Granus, vyfde Koning der Deenen, dit
+bemerkende, heeft zich vermomd, en Hendrik op den dag der bruiloft,
+nevens veele van zyne vrienden onvoorziens vermoord: en de Bruid, uit
+Finland wegvoerende, zelfs getrouwt: edoch dat hy twee jaaren daar na
+met de dood moest bekoopen.</p>
+<p>In den jaare 220 heeft Adel, Schotte, zyn broeder Scholtes zoon,
+naar &rsquo;t land, dat naderhand Schotland is genaamt geworden, heen
+gezonden, op dat hy &rsquo;t met volk zoude beplanten.</p>
+<p>In den jaare 201, Jutte, over de dood zyns broeders vergramd zynde,
+heeft de Deenen veele jaaren met zeerooveryen geplaagt: tot dat hy van
+Froote, achtste Koning der Deenen, in een zeeslag overwonnen wierd. Die
+daar op de geheele Friesche kust heeft uitgeplondert; zynde zulks van
+de Deenen voorheen nooit ondernomen: en voort het Flie inzeilende,
+heeft zelfs het voorste van Duitschland aangetast: en van daar is hy
+met zynen roof of buit naar Engeland overgestoken.</p>
+<p>In den jaare 151, is Adel, na dat hy in langduurige vrede loffelyk
+het Vaderland bestierd hadde, gestorven. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span></p>
+<p>Doe wierd <span class="sc">Ubbe</span> tot derde Prins in &rsquo;s
+Vaders plaats van de Staaten des Lands aangenomen.</p>
+<p>In den jaare 131, als Ubbe, op &rsquo;t aanraaden van zyne moeder
+Swobyne, zyn grootvader, Koning der Swaaven, om de vrindschap te
+versterken, eens bezogt hadde, heeft hy Keulen aan den Rhyn gesticht,
+ter plaatze daar nu Duts legt. Daarom zyn de Keulenaars by de Romeinen
+eertyds Ubii geheeten, van deze Ubbe.</p>
+<p>In den jaare 127 heeft Baate, zoon van den Koning der Katten, van
+Friesche afkomst, met zyn gezelschap zich eerstmaal in de Betuw
+nedergeslagen: daar hy Baatenburg en andere plaatzen stichte. Zynde de
+oorsprong van die bekende Bataviers, dewelke nu Hollanders genaamt
+worden.</p>
+<p>In den jaare 120 heeft Frieso de jonge getrouwd de dochter van Ubbe,
+welkers naame Frouw was. Deze Frieso was de zoon van Gryns, zoon van
+G&aelig;le, zoon van Haaje, zoon van Frieso de eerste. Hy trok met een
+hoop over den Fliestroom, en bewoonde het land, dat van hem noch
+Westfriesland is genaamt, en in dien tyd gebynaamt, kleene
+Friesen<a class="noteref" id="xd20e460src" href="#xd20e460" name=
+"xd20e460src">7</a>. Daar bouwde hy, omtrent duizent schreeden van
+Alkmaar, aan een inham van een arm der <span class="pagenum">[<a id=
+"pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>Rhyn, die Krabbendam van
+Kennemerland afscheid, de stad Vroonen, die zo ryk en vermaard door den
+koophandel wierd. Waar van hedendaags niets meer te zien is<a class=
+"noteref" id="xd20e465src" href="#xd20e465" name=
+"xd20e465src">8</a>.</p>
+<p>In den jaare 71 overleed Ubbe; en <span class="sc">Azinga
+Askon,</span> zyn zoon, quam in zyn plaats: dezelve was een onrustig en
+eerzuchtig mensch: hy voerde verscheidene doch ongelukkige oorlogen met
+den Koning van Tongeren en de Baatenburgers.</p>
+<p>In den jaare 59 zyn eenige kooplieden uit Indi&euml;n, onder den
+noorder aspunt om, door storm en onweder aan de Duitsche kust
+vervallen, en, zo men meent, in Friesland aangeland.</p>
+<p>Azinga heeft Staveren met muuren omtrokken, en eerst dien naam
+gegeeven, naar een ruuwen onbeschaafden Staf, hunnen Afgod; daar zy
+God, na de wyze der ongeloovige volkeren, by in erkentenisse hielden;
+om dat God de menschen als een staf en leunstok is in alle gevaaren.
+Want het was by de Duitsche volkeren gemeen, om God door een stok,
+blok, of steen, op hunne wyze te dienen, door dien zy zulken hoogen
+achtinge wel van God hadden, dat zy hem met geen duidelyke gelykenisze,
+het zy van een mensch, of diergelyke konden afbeelden. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 10, ter gelegentheid, dat de Romeinen onder hunnen
+Overste Drusus de Baatenburgers, Geldersche, en nabuurige volkeren
+overwonnen hadde, heeft hy de Westfriesen ook aangetast, van welke hy
+jaarlyks slegts een getal ossenhuiden bedong: en, zullende de volkeren
+over den Eems mede aandoen, hebben de Friesen der Romeinen schepen, die
+door de ebbe op hunne wadden waren vast geraakt, uit het gevaar van
+vergaan verlost.</p>
+<p>Als Azinga nu in &rsquo;t 71ste jaar zyner regeeringe was, is de
+hoope Izra&euml;ls, en de wensch aller Heidenen vervult geworden, als
+onze Zaligmaker <span class="sc">Jezus Christus</span> te Bethlehem, in
+het Joodsche Land, gebooren wierd, tot troost van die geene, die dien
+dag der zaligheid voor langen tyd hadden begeeren te zien: terwyl onze
+Voorvaderen noch in een dikke duisternis van onwetenheid gezeten
+waren.</p>
+<p>In den jaare 2, na de geboorte van Christus, Azinga ziende, dat de
+Westfriesen, door hulpe der Baatenburgers, onder de Romeinen gebragt,
+en van de Roomsche Overste Drusus met 50 Schansen langs den Rhyn wel
+bewaart waren, heeft hij de Baatenburgers geweldig bevogten, en veele
+ter neder gemaakt. Maar Azinga, door een pyl zwaar gewond zynde,
+vlugten de Friesen, hem brengende op zyn slot, omtrent een halve myl
+van Staveren, op de Kreil. De Friesen maakende ondertusschen, buiten
+zyn <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name=
+"pb12">12</a>]</span>bevel, eenen tweeden aanslag, versloegen nochmaals
+500 mannen; waar tegen zy 300 Mannen verlooren, en zyn alzo met
+overwinning en goeden buit weder gekeert.</p>
+<p>In den jaare 4 is Diokarus Seegen, neef van Azinga, Ridder geslagen
+van Brabo, eerste Hertog van Braband, en met groote eere weder in
+Friesland gekomen.</p>
+<p>Ook is by &rsquo;t Roode Klif, niet verre van Staveren, een vlamme
+uit de aarde geborsten, welke 3 dagen duurde. Den 4den dag quam
+&rsquo;er een groote draak regt om hoog uitvliegen, die de aanschouwers
+een half uur lang geweldig verbaasde, en is weder in de spleete neder
+gerukt.</p>
+<p>In den jaare 5 heeft Azinga die van Tongeren den oorlog aangedaan,
+en veele van hen verslagen: doch Brabo, Hertog van Braband, die van
+Tongeren te hulpe komende, hebben zy Azinga gevangen gekregen. Doch om
+de erkentenisse van Diokarus Seegen, heeft gemelde Hertog hem alleen
+maar met <span class="corr" id="xd20e496" title=
+"Bron: verachtelyde">verachtelyke</span> woorden gestraft<a class=
+"noteref" id="xd20e499src" href="#xd20e499" name="xd20e499src">9</a>,
+en doe weder na Friesland gezonden.</p>
+<p>In den jaare 6 heeft Tiberius, Veldoverste der Romeinen,
+Kennemerland ingenomen.</p>
+<p>In den jaare 11 is Azinga Askon gestorven: <span class=
+"pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>en zyn
+Neef <span class="sc">Diokarus Seegen</span> quam in zyn plaats.</p>
+<p>In den jaare 15 heeft hy allomme door geheel Friesland schoolen voor
+de jeugd ingesteld; en in &rsquo;t byzonder schermschoolen binnen de
+Hoofdstad Staveren en Dokkum; daar &rsquo;t volk met allen yver
+driemaal &rsquo;s weeks wierd onderwezen.</p>
+<p>In den jaare 16 en 17 zyn de Romeinen met hunne krygsbenden door,
+langs en om Friesland getrokken, om de nabuurige volkeren te
+beheerschen; zynde de Friesen met hun in een goed verbond.</p>
+<p>In den jaare 29, als de Westfriesen, door de gierigheid der
+Romeinsche Overste Holle<a class="noteref" id="xd20e522src" href=
+"#xd20e522" name="xd20e522src">10</a>, byna uitgeput waren, alzo hy van
+hun afeischte grooter ossenhuiden tot schattinge, als zy konden
+leveren, zo zyn zy tegen hem opgestaan, en hebben zyne aangestelde
+Tolmeester opgehangen, en het slot op het Flie, daar hy gevlugt was,
+sterk belegert. Maar, door den Romeinschen Overste der Duitschers
+Apronius opgeslagen zynde<a class="noteref" id="xd20e525src" href=
+"#xd20e525" name="xd20e525src">11</a>, hebben nochtans groote
+overwinninge tegens de Romeinen gehad: dewelke by de 900 mannen
+verlooren omtrent het woud Baduhenne; behalven noch 400 soldaaten, die
+uit vreeze voor de Friesen <span class="pagenum">[<a id="pb14" href=
+"#pb14" name="pb14">14</a>]</span>malkander doodsloegen. Waar door
+Diokarus ook den toenaam van Seegen schynt bekomen te hebben.</p>
+<p>Omtrent den jaare 44, als de Friesen wel met de Romeinen stonden, en
+dat Diokarus zich ook by den Roomschen Keizer Claudius ten stryde
+begeeven had, daar hy groote eer behaalde, was &rsquo;er een groote
+hongersnood in &rsquo;t land.</p>
+<p>In den jaare 46, als Seegen den staat des lands loffelyk bedient
+had, is hy in tyd van vrede gestorven: en zyn oudste zoon <span class=
+"sc">Dibbald Seegen</span> is de zesde Prins der Friesen geworden. Hy
+was een goedertierend Vorst omtrent zyne onderdaanen: maar aan de
+andere zyde zeer onrustig, en genegen tot den oorlog. Waarom hy zich
+naar &rsquo;t Roomsche leger in Engeland begaf, daar hy veele
+ridderlyke daaden uitvoerde: laatende Friesland onder &rsquo;t bestier
+van een aangestelden Landvoogd.</p>
+<p>In dien tyd was &rsquo;er in Friesland een kloek Ridder, genaamt
+Idsert Jetse, van een verwonderlyke kragt, waarom ook onder de
+wandeling Sterke Man geheeten, dezelve was acht voeten in de lengte
+groot, hy kon in ieder hand een tonne Bier 220 treeden verre dragen,
+neemende onder ieder oxel<a class="noteref" id="xd20e539src" href=
+"#xd20e539" name="xd20e539src">12</a> een kaas, omze van &rsquo;t
+ligchaam te doen afhouden: ook droeg hy 2 mannen een halve <span class=
+"pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span>myl
+verre op zyne armen: een onbezuist paard, kon hy met zyn vuist slaan,
+dat het dood ter aarde viel: en wanneer hy toornig was, derfde hem geen
+mensch onder de oogen te komen.</p>
+<p>Na den jaare 48, is Corbulo, een Romeinsche Overste, de Westfriesen
+onvoorziens op &rsquo;t lyf gekomen, wegens hunne wederspannigheid,
+daar hier boven van gezegt is: en gyzelaars te pande mede neemende,
+stelde hun de paalen, daar zy niet over mogten komen. Het welk men
+meent de Lek te zyn, die hy liet graaven tusschen de Maas en Rhyn, daar
+nu Holland is.</p>
+<p>In den jaare 52 quam Dibbald, van den Roomschen Keizer Claudius
+grootelyks begiftigt, weder in Friesland: met hem leidende den Overste
+van Camga; daar het edel geslachte van Camminga uit gesproten is.</p>
+<p>In den jaare 55, als Claudius gestorven was, is Dibbald oostwaards
+opgetrokken, brandende en blaakende zeer verwoed.</p>
+<p>In den jaare 59, zyn Vryt of Verritus en Malorix, nevens een goed
+gezelschap, in gezantschap tot den Keizer Nero naar Rome getrokken, ter
+oorzaake van de klagten der Romeinen, dat de Friesen hun met de
+akkerbouw al te na by den Rhyn quamen. Vryt was van &rsquo;t Geslachte
+van Hermana, afkomstig van Manne, die een kindskind was van Frieso de
+eerste. En Malorix van Camminga. Behalven dat zy van den Keizer groote
+eerbewyzingen, nevens het <span class="pagenum">[<a id="pb16" href=
+"#pb16" name="pb16">16</a>]</span>burgerrecht van Romen verkreegen,
+zynde daar ook tot het Christelyk geloove bekeert. En &AElig;gistus,
+een der 70 Discipelen van Christus, quam met hun in Friesland, om daar
+ook die leere te verbreiden: doch Seerp, Zoon van Fyt, en derde
+Priester der Dru&iuml;den, op &rsquo;t Oude Hof te Lewerden<a class=
+"noteref" id="xd20e554src" href="#xd20e554" name="xd20e554src">13</a>,
+stond hem zeer tegen. Zo dat hy weinig vrugt in &rsquo;t land deed, en
+wierd van de ongeloovigen dood geslagen.</p>
+<p>In den jaare 61, is Dibbald tegen de Duitschers opgetrokken, doch
+keerde met verlies van 800 mannen schandelyk weder naar huis.</p>
+<p>In den jaare 62, quamen de Deenen, opgemaakt<a class="noteref" id=
+"xd20e561src" href="#xd20e561" name="xd20e561src">14</a> van de
+Duitschers, Friesland plonderen en verwoesten 6 geheele jaaren lang;
+want Dibbald lag ziek te bedde.</p>
+<p>In den jaare 69, trok Dibbald met een groote vloot schepen naar
+Deenemarken, om zyn leed te wreeken.</p>
+<p>In den jaare 77 deed hy de Gelderschen den oorlog aan: die hem zo
+wel onthaalden, dat hy 500 mannen verloor, en hy zelve in een
+teeringziekte verviel.</p>
+<p>In den jaare 85 overleed Dibbald, en wierd te Staveren begraven.
+<span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" name=
+"pb17">17</a>]</span></p>
+<p>En <span class="sc">Tabbe</span> is tot de zevende en laatste Prins
+van Friesland aangenomen, dewyl Dibbald zonder kinderen was gestorven.
+Hy was een der voornaamste van Dibbalds Veldoversten, een wreed en
+onstuimig man. Waarom hy ook geheele 7 jaaren onder den Roomschen
+Keizer Domitianus ten oorlog trok; laatende Friesland onder een
+Stadhouder.</p>
+<p>In den jaare 94 deeden de Noormannen een tocht op Friesland, dat zy
+<span class="corr" id="xd20e579" title=
+"Bron: plonderde">plonderden</span> en veel roof uit haalden. Waar over
+Tabbe t&rsquo;huis onboden zynde, zy zich hebben weggemaakt. Hy
+ondernam eerst met een goede vloot, en doe te land, zyn wraak te
+neemen; maar had weinig voorspoed.</p>
+<p>Omtrent den jaare 100 was Harke, zoon van Seerp, de 4de Priester der
+Dru&iuml;den op &rsquo;t oude Hof.</p>
+<p>En in den jaare 130 is Tabbe, de laatste Prins, gestorven<a class=
+"noteref" id="xd20e586src" href="#xd20e586" name=
+"xd20e586src">15</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2" id="zevenhertogen"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e596" class="main">II. Onder zeven Hertogen.</h3>
+<p class="firstpar">In het zelve jaar 130 quam <span class=
+"sc">Askon</span> in <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18"
+name="pb18">18</a>]</span>zyn vaders plaats, die zich, naar de manier
+der Romeinen, Hertog liet noemen.</p>
+<p>Sinne, de 5de Priester der Dru&iuml;den, schreef in deze tyden tot
+Askon: om de Christenen uit het land te verjaagen, en de Afgoden des
+lands, na ouder gewoonte te dienen.</p>
+<p>In den jaare 155 is &rsquo;er weder eene groote vlamme op &rsquo;t
+Roode Klif uitgeborsten, ter zelver plaatze, als boven verhaalt is: en
+alzo de menschen, daar omtrent woonende, daar zeer bevreest voor
+wierden, vroegen zy hunnen Afgod Staf: Wat daar van worden zou? Zo
+antwoorde hun de Duivel door den Staf, als eertyds tot Eva door de
+Slang. Dat zy voor dit vuur niet behoefden te vreezen; om dat &rsquo;er
+na eenigen tyd wel wat kouds op mogt volgen.</p>
+<p>In den jaare 163 deeden de Friesen, met de Oosterlingen en Katten
+een inval in Frankenland, daar zy &rsquo;t zeer verwoesten.</p>
+<p>In den jaare 164 is in het zuidwesten, omtrent een halve myl van
+Staveren, een put gegraven, die zo veel zout water opgaf, dat men
+vreesde het geheele land zoude onderloopen. Waar over den Afgod Staf
+nochmaals om raad gevraagt zynde, hun ten antwoord gaf: het bloed van
+een driejarig kind daar in te gieten. Dat gedaan wierd, en waar na het
+ook ophield, dat &rsquo;er zelf geen water meer in de put bleef. Zo
+snakt de Duivel naar menschen bloed.</p>
+<p>Askon deed verscheidene fraaije dorpen <span class="pagenum">[<a id=
+"pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span>stichten, als
+Westerbierum<a class="noteref" id="xd20e617src" href="#xd20e617" name=
+"xd20e617src">16</a>, niet verre van Flieland; en Dyxhorne, tusschen
+Almeenum, dat nu Harlingen genaamt word; Ter Schelling<a class=
+"noteref" id="xd20e620src" href="#xd20e620" name="xd20e620src">17</a>
+en Westerbierum, die nu beide door de zee verdronken leggen.</p>
+<p>In den jaare 168 zyn 2 Meereminnen uit de Lauwers opgekomen; en door
+Friesland omzwervende, tot verwondering van veele lieden, hebben zich
+eindelyk by Westerbierum, van waar zy gekomen waren, weder
+ondergedompelt.</p>
+<p>In den jaare 173 is Askon, na een vreedzaame en loffelyke
+regeeringe, mede gestorven. Hy liet 4 zoonen na, namentlyk, Adelbold,
+Tiete, Richold en Radbout. Radbout vertrok naar Friesland, alwaar hy
+trouwde, en een zoon won, welke was Diderik, eerste Hertog van
+Westfriesland: van wien naderhand de Hertogen en Koningen van
+Westfriesland voortgesprooten zyn.</p>
+<p>Maar Adelbold wierd de 2de Hertog in zyn&rsquo;s vaders plaatze; en
+aanstonds beoorloogde hy zyne nagebuuren.</p>
+<p>In den jaare 174 vertrok zyn Broeder Tiete naar Romen: alwaar hy
+zich in goede <span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20" name=
+"pb20">20</a>]</span>konsten, en byzonder in die van de
+welspreekentheid oeffende. Waarom hy ook by den Keizer Antoninus, de
+Philosooph, wel bemint was.</p>
+<p>Na den jaare 175 had Godefroy Brabo, de zesde Hertog van Braband,
+oorlog met de Romeinen; daar Adelbold en Tiete hem met hun volk te
+hulpe quamen: alwaar Tiete, om zyn ongemeene dapperheid, Ridder
+geslagen wierd van Brabo.</p>
+<p>In den jaare 178, als Keizer Antoninus oorloogde met de volkeren,
+die tegen de Romeinen opstonden, heeft Adelbold zyn Broeder Tiete met
+hulpbenden tot den Keizer gezonden: die daar over zeer verblyd was, en
+zyne vyanden vrees aanjoeg, alzo zy op die tyding de vlugt namen.</p>
+<p>In den jaare 180 vielen de Friesen met een groote furie in Walsland,
+afloopende of bedervende al wat hun voor quam; waar doorze by hunne
+vyanden een grooten naam en verbaastheid hebben gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 183 hebben de Wenden en Gotten, uit de Noordsche Landen
+opgeborsten, verscheidene volkeren overvallen. En van de Deenen
+afgekeert, quamen ze over de Elve, neemende hun zitplaats aan beide de
+zyden van de Weezer; en wierden van dien tyd af Oostfaalingen, nu
+Oosterlingen en Westfaalingen, geheeten. Van welke 1500 dachten in
+Friesland te vallen: maar wanneer zy zagen, dat de Friesen aan de
+andere zyde van de Eems goede beschansingen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span>hadden,
+derfden zy niet onderneemen om over te komen. Waar op Tiete, hun van
+achteren bespringende, alle heeft geslaagen, behalven 400, die den Eems
+overzwommen; doch in Adelbolds handen vervielen, en die &rsquo;er goede
+buit van maakte.</p>
+<p>In den jaare 186, als Adelbold krank was geworden, wilde hy zyn
+broeder Tiete de landbestiering opdraagen. Welke het ernstig weigerde,
+doch echter moest aanneemen. Na welken tyd Adelbold noch veele jaaren
+leefde.</p>
+<p><span class="sc">Tiete Bojokalus,</span> mogelyk <span class=
+"sc">Beukels,</span> was de 3de Hertog van Friesland<a class="noteref"
+id="xd20e664src" href="#xd20e664" name="xd20e664src">18</a>.</p>
+<p>In den jaare 187 wierd hy ingehuldigt, en regeerde het land met
+groote voorzigtigheid, houdende alomme vrede, zo buiten- als
+binnenslands.</p>
+<p>In den jaare 208 Adelbold gestorven zynde, is met een ongemeene
+pracht te Staveren in de groote kerk begraven.</p>
+<p>In den jaare 217 is voor de derdemaal op het Roode Klif eene vlamme
+opgeborsten, doch 18 treeden westelyker, als waar van wy hier boven
+gezegt hebben; dezelve vertoonde zich 11 dagen lang, tot verschrikkinge
+van die daar omtrent woonden. Tiete, na dat hy den Afgod Staf 3 dagen
+lang brandoffer toegedient hadde, zo gaf denzelven <span class=
+"pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span>tot
+antwoord: Dat door ten gewapend Ridder 3 kannen water, uit de Noordzee
+gehaalt, moest in gegooten worden; alzo het anders niet zoude uitgaan.
+Zulks gedaan wordende, zo verdween de vlam. De Duivel kon ligt genoeg
+zien, dat het land door de slag van het water geweldig ondermynt
+wordende, de Noordsche golven daar wel haast haaren loop zouden
+neemen.</p>
+<p>In den jaare 240 is Tiete overleden: en zyn neef <span class=
+"sc">Ubbe</span>, zoon van Richold, Tietes Broeder, is in &rsquo;t
+zelve jaar tot 4de Hertog verkooren. Door dien hy zeer vredelievend
+was, heeft hy &rsquo;t Land met treffelyke gebouwen, sterktens,
+vestingen, dorpen en steden verheerlykt. In &rsquo;t 2de jaar van zyne
+regeeringe bouwde hy in Westfaalen, dat hy met volk bezet hadde, een
+slot, geevende het zelve den naam van Tiete, na zyn oom, of
+Tietenburg<a class="noteref" id="xd20e683src" href="#xd20e683" name=
+"xd20e683src">19</a>. Het zelve is nu een stad, maakende met het
+omleggende gewest het graafschap uit, voerende beide den naam van
+Tekelenburg, en in zyn wapen noch tweemaal 3 Plompen, nevens 2 Ankers,
+uit het oude Friesche wapen.</p>
+<p>In den jaare 248 stichte Ubbe aan de Lauwers een sterk kasteel,
+&rsquo;t welk hy den naam gaf van Dokkenburg, dat zo veel gezegt is als
+Havenslot; want Dokke, zeggen <span class="pagenum">[<a id="pb23" href=
+"#pb23" name="pb23">23</a>]</span>de Geleerden, is in oud Duitsch een
+haven, doch word in Friesland ook in de beteekenis van een kinder
+poppetje gebruikt. Gemelde kasteel was zeer bequaam, om de haven tegen
+de zeeroovers te beschermen. Naderhand is &rsquo;er de stad Dokkum van
+geworden. Staveren heeft hy veel vergroot, en met heerlyke gebouwen
+aanzienlyk gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 260, ten tyde als Hertog Haron een Heer des lands was,
+is &rsquo;er naauwelyks eenig landschap in gantsch Duitschland geweest,
+of het brande en blakerde van oorlog. In Zweeden, Noorwegen, Hessen,
+Friesland, enz. was alles op de been. Van dezen Haron zoude het dorp
+Haren alhier zyne benaminge ontfangen hebben.</p>
+<p>In den jaare 279 vielen de Baatenburgers in Friesland, en deeden
+veel quaad, eer de Friesen zich verweeren konden: maar als Ubbe hen met
+een party volk<a class="noteref" id="xd20e701src" href="#xd20e701"
+name="xd20e701src">20</a>, zo spoedig als hy &rsquo;t zelve byeen konde
+krygen, tegen quam, wierd &rsquo;er aan we&ecirc;rskanten hardnekkig
+gevogten, en vielen wederzyds wel omtrent 500 mannen.</p>
+<p>In den jaare 289 zyn de Hollanders, Friesen, Drenthers, enz. in den
+winter, als de wateren bevrooren waren, met een schrikkelyk groot
+krygsheir den Rhyn gepasseert; inneemende de landen aan geene zyde
+dezelve <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name=
+"pb24">24</a>]</span>gelegen, doodslaande en verwoestende voorts alles,
+daar maar Roomsche bezettinge inlag.</p>
+<p>In den jaare 299 overleed Ubbe, en wierd te Staveren, by zyn oom
+Tiete, in de groote kerk begraven.</p>
+<p>Om dat zyn oudste zoon Odilbald by den Keizer Diocletianus, wegens
+het inneemen van de stad Alexandria, in groote achting was, en hem tot
+wigtige zaaken in Egypten groote dienst deed, zo wierd <span class=
+"sc">Haron</span>, Ubbes jongste zoon, tot 5de Hertog van Friesland
+verkooren, en trouwde de dochter van den Koning der Deenen.</p>
+<p>In den jaare 308 en eenige volgende jaaren, heeft Constantinus
+Magnus, Roomsch Keizer, deze landen wederom onder zyn gehoorzaamheid
+gebragt; doende de guarnisoenen versterken, nieuwe kasteelen bouwen, en
+de oude verbeteren<a class="noteref" id="xd20e717src" href="#xd20e717"
+name="xd20e717src">21</a>. Voorts alle de geene dreigende, die zich in
+volgende tyden zouden roeren, hen te vuure en zwaarde te zullen
+vervolgen.</p>
+<p>Omtrent den jaare 312 is Westfriesland, dat dus lang als verlaaten
+en woest had gelegen, van 5 voornaame mannen begonnen bebouwd te
+worden, en met dorpen en heerlykheden versiert. Waar van Diderik, zoon
+van Radbout, zoon van Askon, eerste <span class="pagenum">[<a id="pb25"
+href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span>Hertog der Friesen, wel de
+grootste aanleider was: dezelve heeft ook het eerste ontwerp van
+Medenblik gemaakt, en tot een Hoofdstad van Westfriesland gestelt.</p>
+<p>In den jaare 334 heeft Diderik, door deze nieuwe heerlykheden
+verhovaardigt zynde, den naam van Koning willen voeren. Waarom Haron,
+Hertog der Friesen, hem zo met wapenen te keer ging, dat hy binnen 3
+dagen te Staveren quam; en gemelde Diderik dwong zyne Koninglyke Kroon
+af te leggen. En Diderik, als overwonnen, zynen overwinnaar om
+vergiffenisse bad, die hem eindelyk toestond Hertog van Westfriesland
+te blyven: doch met eene eeuwige onderwerpinge onder hem en zyne
+nakomelingen. Diderik had een zoon en zoons zoon, die beide Lem of
+Willem genaamt waren. Van de laatste draagt Haarlem zynen naam.</p>
+<p>Van dien tyd af is de naam van Westfriesland geweest: ook zyn de
+inwoonders doe Friesche Buinen, dat is Plompaarts, (Frisiabones)
+genaamt<a class="noteref" id="xd20e731src" href="#xd20e731" name=
+"xd20e731src">22</a>.</p>
+<p>In den jaare 335 is Haron by &rsquo;t Roode Klif overleden, en te
+Staveren by zynen vader in &rsquo;t graf gelegt.</p>
+<p><span class="sc">Odilbald</span>, Harons zoon, wierd aanstonds
+<span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name=
+"pb26">26</a>]</span>tot 6de Hertog verkooren. Hy was een dapper
+krygsman, en tot de landbestiering wel onderwezen.</p>
+<p>In den jaare 339 heeft hy Staveren noch wyder uitgezet, en hooger en
+breeder muuren daarom getrokken, en met diepe wyde gragten voorzien, en
+met heerlyker vryheden begiftigt. Het land liet hy alomme met meer
+buurten en dorpen bezetten, en dezelve met volk bewoonen. Aan de
+Lauwers, tusschen Dokkenburg en Schiermunniksoog, heeft hy mede een
+stad doen bouwen, die Waarden wierd genaamd, om het land voor
+zeerooveryen te beschermen.</p>
+<p>In den jaare 344 zyn de Westfaalingen, met die van Angria<a class=
+"noteref" id="xd20e747src" href="#xd20e747" name="xd20e747src">23</a>,
+hunne gebuuren, tusschen de Eems en de Lauwers, daar nu Groningerland
+is, ingevallen. Doch Odilbald heeft niet alleen hunnen roof ontjaagt,
+maar hen zelve in hun land vervolgt, dat hy onder zyn gebied bragt, en
+eenen Igle Laskon tot Overste daar in gestelt, die &rsquo;t ook 65
+jaaren trouwhartig bewaarde. Ook bouwde hy aldaar tot zekerheid 3
+kasteelen, als in Angria, Soest en der Yburg: welke 2 laatste nu steden
+van die naamen zyn. Na gemelde overwinning, vertrok Odilbald weder tot
+zyn slot Dokkenburg.</p>
+<p>Hy bequam ook na eenige dagen tyding van den inval der Baatenburgers
+in Friesland. <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name=
+"pb27">27</a>]</span>Dewelke van hem aangetast zynde, bleeven &rsquo;er
+wederzyds omtrent 400 dood: doch de Baatenburgers vlugtende, nam hy
+eenige van hunne sterktens in, en versloeg noch van de vlugtelingen wel
+250 vyanden: keerende met goeden buit weder te rugge. En leefde
+voortaan gerust, zonder eenige oorlogen.</p>
+<p>In den jaare 357 verbrande de onlangs gebouwde stad Waarden geheel
+af.</p>
+<p>In den jaare 359 overleed Odilbald, tot droefheid van zyn volk.</p>
+<p>In &rsquo;t begin van den jaare 360 is <span class="sc">Odolf
+Haron,</span> de laatste Hertog verkooren. Zyne genegentheid was zeer
+tot den oorlog, en was door Laskon in den wapenhandel wel geoeffent en
+onderwezen.</p>
+<p>In den jaare 368 zyn die van Angria, de Westfaalingen en Gelderschen
+tegen Igle Laskon opgestaan. Doch Haron met een machtig leger
+afkomende, versloeg hen, plonderde Gelderland, en bragt het onder zyn
+gebied.</p>
+<p>Niet lang daar na zond Igle aan Haron een wolf, die over den huid
+met veelerlei zeldzaame afbeeldzels van hoofden bezet was. Haron
+vereerde denzelve aan den Keizer Valentinianus, als een
+wonderschepzel.</p>
+<p>In den jaare 376 vergaderde Odolf een grooten hoop volk by Staveren
+en Dokkenburg, waar mede hy in &rsquo;t oost en zuidoost is
+opgetrokken, neemende aldaar verscheidene vestingen in, die hy met volk
+bezette. <span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name=
+"pb28">28</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 377, heeft Odolf de afgebrande stad Waarden weder
+opgebouwt, en Ezonstad genaamt, daar nu Emmerzyl is<a class="noteref"
+id="xd20e772src" href="#xd20e772" name="xd20e772src">24</a>.</p>
+<p>In den jaare 385 kon Friesland zyne Inwoonders niet voeden, alzo de
+traage akkerbouw schaarsheid in levensmiddelen voortbragt, zo dat by
+gemeenen raade wierd goedgevonden, een gedeelte strydbaare mannen by
+lotinge uit te kiezen, om een ander land op te zoeken: ja de Hertog
+Odolf was zelve zo toegeevende, dat hy deze lotinge mede over zyne
+eigene zoonen liet gaan, en het lot mede op hen is gevallen: des Hengst
+en Hors, zyne zoonen, tot Hoofden van &rsquo;t uitgelote volk gestelt
+zynde, hebben den Eiderstroom aangedaan, en aldaar zich nedergeslagen:
+want zy aan &rsquo;t Hof van den Keizer Valentinianus zeer wel in
+krygs- en staatszaaken onderweezen waren; als ook by Karel Taxander,
+10de Hertog van Braband, groote proeven van kloekmoedigheid hadden
+gegeeven; en ook by Laskon lang in Westfaalen geweest waren. Het land,
+dewyl het laag en broekig was, wierd met dyken en sluizen, tot haar
+gebruik ten nutte gemaakt: en gaven &rsquo;t den naam van kleen
+Friesland, vervattende het land dat <span class="pagenum">[<a id="pb29"
+href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span>men nu Eiderstede, Angelen en
+Strantfriesen noemt<a class="noteref" id="xd20e782src" href="#xd20e782"
+name="xd20e782src">25</a>.</p>
+<p>In den jaare 389 hebben de volkeren dezer landen aan de Romeinen
+schattinge geweigert te geeven, en daar by hunnen Raadsheer Sisinus met
+al zyn volk doodgeslagen. Daar op togen zy langs den Rhyn, en vielen
+zeer schrikkelyk op de Romeinen in, om hen uit het land tusschen Rhyn
+en Maas gelegen te verdryven; doch te sterken tegenstand vindende,
+moesten zy vrugteloos we&ecirc;r te rug trekken.</p>
+<p>In den jaare 420 hebben deze volkeren wederom een schrikkelyk
+krygsheir byeen gezamelt, en in de wapenen gebragt; vallende voorts by
+Doesburg over den Rhyn, en hakten alles, wat zy van de Romeinen op de
+been vonden, kapot; voorts het gansche land doorstroopende, namen zy
+alle steden en sterktens tusschen Rhyn en Maas in bezettinge, en
+bevolkte dezelve met hun eigen natie.</p>
+<p>In den jaare 429 zyn in Friesland, alschoon Haron en de zyne
+afgodendienaars waren, door de Christenen 4 kloosters gesticht.</p>
+<p>In den jaare 432, Haron, wegens zynen ouderdom, de regeering moede
+geworden zynde, heeft met goedvinden van de Staaten des Lands, zyn
+zwager Offe in deszelfs plaatze gestelt. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2" id="negenkoningen"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e796" class="main">III. Onder negen Koningen.</h3>
+<p class="firstpar">Zo wierd <span class="sc">Richold Offe</span> in
+Odolfs plaats verkooren, en is 1ste Koning geworden.</p>
+<p>In den jaare 435 zyn de Noormannen met een groote scheepsvloot in
+Groningerland geland, trekkende voorts voorby het Huis Groenenberg, in
+&rsquo;t Drenth, roovende en plonderende alles wat ze konden krygen.
+Doch Richold, Koning der Friesen, heeft hen met zyn macht het land
+wederom doen ruimen.</p>
+<p>In den jaare 436 overleed Odolf Haron: van doe af aan heeft Richold
+den naam van Koning eerst aangenomen, om dat hy zyne gebuuren zulks zag
+doen: want hy meer land onder zyn gebied had, als iemand onder hen, te
+weeten, van de Fliestroom af tot de Eider, en geheel Westfaalen.</p>
+<p>In den jaare 442, zyn de Noormannen, een onrustig volk, leevende van
+den roof, om buit in Friesland gekomen; en hebben &rsquo;t land tot den
+grond toe bedorven, maar Richold, een man van onbezweeken moede, trok
+hun by Grunenberg<a class="noteref" id="xd20e809src" href="#xd20e809"
+name="xd20e809src">26</a>, nu Groningen, te gemoet; doch verloor in
+dien stryd, alzo zyn volk moede was van den tocht, by de 300 mannen,
+en, ten zy de nacht daar <span class="pagenum">[<a id="pb31" href=
+"#pb31" name="pb31">31</a>]</span>niet tusschen gekomen ware, zouden de
+vyanden hem met de zynen geheel verslagen hebben. Doch met het
+aanbreeken van den dag, is hy andermaal op de Noormannen aangevallen,
+en <span class="corr" id="xd20e814" title="Bron: versloegze">versloeg
+ze</span>, dat &rsquo;er 900 op de vegtplaats dood bleven; de overige
+wierden van de landlieden verslagen, ja men weet niet dat &rsquo;er een
+van ontkomen is.</p>
+<p>In den jaare 449, als Hengst en Hors geweldige rooveryen op zee
+bedreeven, heeft Vortigern, der Britten Koning, hunne hulpe tegen de
+Pikten en Schotten gebruikt, die zy overwonnen; en stichten, na veel
+tegenstand, aan de voorkant van Engeland het Ryk, dat noch Kent genaamt
+word, en daar Hengst de 1ste Koning is geweest: geevende hunnen
+oorspronk aan de tegenwoordige Engelschen, gelyk de naam van Angelen en
+Angelboeren, te vooren gemeld, ook wel uitwyzen. 2 Friesche Edelingen,
+als T&aelig;ke Heerema en Douwe Hiddema, waren hunne Admiraalen, die
+ook het Eiland Frisland zouden opgedaan en dien naam gegeeven
+hebben.</p>
+<p>In den jaare 453 bouwde Richold tusschen Staveren en Medenblik een
+groote kerk, en stelde die tot een Vryhuis voor de ballingen<a class=
+"noteref" id="xd20e821src" href="#xd20e821" name="xd20e821src">27</a>.
+En in &rsquo;t volgende jaar maakte hy vrede met de Noormannen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name=
+"pb32">32</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 463 bouwde hy binnen Staveren een kostelyk en koninglyk
+Huis, daar hy alle Prinsen en Hertogen van Frieso den 1sten af, tot
+zynen tyd toe, in liet afbeelden; met een naauwkeurig verhaal van hunne
+daaden en tyd van regeeringe daar by gestelt. Waar van het gerucht
+alomme verspreide tot vreemde volkeren, en nieuwsgierigheid verwekte,
+ja zelfs dat Karel de Schoone, Hertog van Braband, nevens zyne
+Hovelingen, zich naar Staveren begaven, om de pragt en deftigheid van
+dat werk met verwondering te bezichtigen.</p>
+<p>In den jaare 471, als Odilbald, Richolds zoon, aan Haddinge, der
+Noormannen Konings dogter, getrouwt was, wierd hy van zyn vader tot
+1ste Graaf van Tietenburg gestelt, dat nu Tekelenburg genaamt word.</p>
+<p>In den jaare 496, deed Klodoveus, (Klovis) zoon van Childrik, Koning
+van Vrankryk, een inval in Friesland, meenende hetzelve onder zyn
+gebied te brengen. Maar Richold heeft hem zoo wel ontfangen, dat hy met
+groote schande weder naar Vrankryk moest vlugten. Na dien tyd had
+Richold goede vrede, liet veele huizen, hoeven, heerlykheden en
+slooten, die wy stinzen noemen, alomme aanbouwen: ook stichte hy, tot
+vermaak van zyn hofgezin, een lustige Stins en Lusthof, in een woud,
+omtrent een myl verre van Staveren, dat naderhand een geweldige meer is
+geworden, die de Flusse genaamt word. En, eer dit <span class=
+"pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>jaar ten
+einde was geloopen, overleed hy, en wierd van zyn zoon naar Titenburg
+gevoert, en aldaar ter aarde bestelt.</p>
+<p><span class="sc">Odilbald,</span> Graaf van Tietenburg, wierd in
+zyn&rsquo;s vaders plaats de 2de Koning der Friesen. Hy was een
+verstandig en beleefd man, goedertierend over zyne onderdaanen, en
+kloek tegen zyne vyanden. Zyne zoonen zond hy tot den Koning der
+Noormannen, om in den wapenhandel geoeffent te worden<span class="corr"
+id="xd20e846" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p>In den jaare 513 zyn in een kelder, omtrent een halve myl van
+Dokkenburg, zeer subiet omgekomen 9 mannen, 3 vrouwen en 6 kinderen, zo
+men vermoede door een basiliskus<span class="corr" id="xd20e852" title=
+"Niet in bron">.</span> Waar op het huis aanstonds verbrand wierd, en
+men vernam geen quaad meer.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd gebeurde het, ten huize van Yv Hopper, of Hopheer,
+tusschen Staveren en Hoorn, (daar de Zee noch het Hoornsche Hop genaamt
+word, en nu diepe baaren schiet; waar van men ook noch zegt:
+<i>&rsquo;t Hoornsche Hop, leegt den krop</i>,) dat een dienstmaagd,
+als zy water uit de put schepte, een leevendige haring mede optrok.
+Waar door Hopper verschrikte, indachtig wordende, &rsquo;t geen de
+Afgod Staf voorzegt had: dat na dat vuur, daar we op &rsquo;t jaar 155
+van gemeld hebben, wel wat kouds mogt volgen. Des hy zyne landen
+verkogt en verruilde, en alzo voorquam dat hy geen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>schade
+door de wegspoeling derzelver behoefde te lyden<a class="noteref" id=
+"xd20e862src" href="#xd20e862" name="xd20e862src">28</a>.</p>
+<p>In den jaare 516 is geheel Friesland byna door de zee onder
+geloopen, waar door meer dan 6000 menschen en veel vee is
+verdronken.</p>
+<p>In den jaare 517 zyn in Friesland ongemeene groote hagelsteenen
+gevallen, waar van zommige een halve voet breed en een heele voet lang
+waren, voortgedreven door een zwaaren wind. Groningen, by de Friesen
+Grins genaamt, is in dezen tyd met houte planken omheiningt
+geworden.</p>
+<p>In den jaare 527 is Odilbald te Dokkenburg gestorven, en te
+Tietenburg begraaven.</p>
+<p><span class="sc">Richold,</span> zyn oudste zoon, quam door
+algemeene toestemminge der Staaten, terstond in zyn&rsquo;s vaders
+plaats. Om zyne deugden was hy by de landzaaten zeer bemint. Onder
+Richolds regeeringe had Dibbald het gezach over Westfriesland, en nam
+met verlof van Richold, zyn Beschermheer, den naam van Koning
+aan<span class="corr" id="xd20e875" title="Niet in bron">.</span> Zyn
+zoon Lem, of Willem, bouwde een slot, dat het volk Heer Lems Slot
+noemde, en wierd naderhand een Stad, die nu noch daar van Haarlem
+genaamt is<a class="noteref" id="xd20e878src" href="#xd20e878" name=
+"xd20e878src">29</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35"
+name="pb35">35</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 548 hebben de Deenen het Graafschap Tietenburg
+jammerlyk geplaagt en uitgeplondert; doch de komste van Richold gewaar
+wordende, zyn doorgegaan. Waar op de Koning zyn Overste Harke, uit het
+edel geslachte der Rodmannen, een onverzaagden held, met een grooten
+hoop volk naar Deenemarken zond; die daar zeer brande en blaakte, en
+komende met een ryken buit weder in Friesland te rug. Middelerwyl zyn
+ook de Gelderschen en Westfaalingen wederspannig geworden; doch als
+Richold hen, met een groote macht van volk, in een slag overwonnen had,
+hebbenze om lyfsgenade moeten bidden, met belofte van eene eeuwige
+onderwerping.</p>
+<p>In Westfriesland werd Dibbald van de Baatenburgers mede zeer
+benaauwt; dat, ten waare Richold hem met geen machtige hand beschermt
+hadde, hy &rsquo;t halve Land zoude kwyt geweest zyn: doch bequam nu,
+boven het zyne, noch verscheidene van hunne vestingen. Hy liet, na zyn
+overlyden, Ridzert Aurundulus in zyne plaats, die zyn kindskind
+was.</p>
+<p>In den jaare 570 ontstond &rsquo;er uit het noordwesten een
+vreesselyk onweder, dat 3 dagen aanhield, en Friesland jammerlyk onder
+water zette. Daar wierden op het Roode Klif 35 zwaare boomen uit den
+grond gerukt en ter ne&ecirc;r geworpen: en van het lusthof van den
+Koning Odilbald, aldaar gebouwd, wierd niet den eenen steen op den
+anderen <span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name=
+"pb36">36</a>]</span>gelaaten. Ook overleed Richold in dit zelve
+jaar<a class="noteref" id="xd20e890src" href="#xd20e890" name=
+"xd20e890src">30</a>.</p>
+<p><span class="sc">Beeroald</span> volgde hem in &rsquo;t landbestier,
+en quam terstond het gebied van Westfriesland weder op hem: want
+Aurundulus gestorven was, wiens dochter hy trouwde. Van inborst was hy
+zeer mild en vreedzaam. Hy gewan twee zoonen, als Adgild en Harke, die
+een onechte was; die hy deftig in de schoolen liet onderwyzen: doch
+Harke verlaatende de schoole buiten &rsquo;s vaders kennisse, trok uit
+lust tot de wapenen naar Braband.</p>
+<p>In den jaare 606 wierd Harke uit Braband, met Pipyn van Landen, zoon
+van Karelman, ten hove gezonden naar Vrankryk: daar Harke, uit afgunst
+om zyne dapperheid, het hof heimelyk verlaatende, naar Schotland
+vertrok; en wierd Overste van &rsquo;t Schotsche veldleger, en waar
+door hy huuwde aan de maagschap van den Koning van Schotland.</p>
+<p>In den jaare 612, Lotrik<a class="noteref" id="xd20e902src" href=
+"#xd20e902" name="xd20e902src">31</a>, der Franschen Koning, achtende
+dat de roemrugtigheid van Harke tot zyn nadeel zoude strekken, om
+Friesland niet te konnen overmeesteren, liet hem door verspieders
+ombrengen, <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name=
+"pb37">37</a>]</span>tot groot leetwezen van den Schotschen Koning
+Eugenius.</p>
+<p>In den jaare 628 beeft Dagobert, nieuwe Koning van Oostvrankryk
+gestelt zynde van Lotrik zyn vader, Friesland willen onder zyn gebied
+brengen; op dat zy tot het Christelyk geloove zouden gebragt worden:
+des hy Soest, in Westfaalen, belegerde, wierd hem van Igle of Yge
+Gaalema een stuk van zyn helm en eenige hoofdhairen afgeslagen. Waarom
+hy zyn vader uit Vrankryk ontbood.</p>
+<p>Des Lotrik, in den jaare 630, een hoop volk byeen rukkende,
+onverwagt in Friesland viel. Waar over Beeroald hem omtrent het dorp
+Englum hef hoofd bied. En als Lotrik hem zag, die hy meinde al dood te
+zyn, zei hy op zyn plat Fries: <i lang="fy">Ach duw aade schiere bolle,
+bistu dir salm!<a class="noteref" id="xd20e913src" href="#xd20e913"
+name="xd20e913src">32</a></i> Het welk terstond voor Lotriks ooren
+komende, week hy niet uit den stryd, voor dat hy Beeroald gedood hadde.
+En heeft daarom alle Friesen, drie dagen lang, dood laaten slaan, die
+langer waren dan zyn zwaard. Van dien tyd af heeft Dagobert de Friesen
+veele landen ontnomen.</p>
+<p><span class="sc">Adgild</span> wierd in zyn&rsquo;s vaders plaats
+tot 5de Koning van Friesland gestelt, wegens <span class=
+"pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>Lotrik,
+Koning van Vrankryk; en stelde 4 Friesche heeren tot Raaden nevens hem,
+die de Christenen wel mogten lyden. Maar de landen over de Zuiderzee,
+verstaande Westfriesland daar niet onder, wierden hem afgenomen: als
+mede dat zij buiten Drenth en Twente hadden bezeten; doch oostwaards
+aan bleef het in zyn geheel: en een jaarlyksche schattinge van 600
+ossen of koeyen wierd hun opgelegt.</p>
+<p>In den jaare 652 was Friesland in gerustheid, midden in der
+Franschen oneenigheden; en Adgild leerde de Ingezetenen, voor de
+overstroomingen, hooge aardhoopen, die wy Terpen noemen, opwerpen; om
+by &rsquo;t doorbreeken der zeedyken, met hunne beesten, goed en have
+aldaar de vlugt te neemen. Dagobert, Koning van Oostvrankryk, bouwde te
+dezer tyd een slot, nevens Wiltenburg, dat hy Utrecht benoemde, alwaar
+de schepen, die uit zee den Rhyn opvoeren, zich moesten vertollen.
+Welke plaats in voorigen tyd den Friesen had toebehoort. Hy gaf dit
+nieuw gebouwde Utrecht aan Thuinibert, Bisschop van Keulen, die daar
+aan de Thomas Kerk, een oeffenhuis van predikers, stichte, om de
+Friesen van hun ongeloove te bekeeren. Adgild had een zoon gewonnen,
+die Radbout heete, en eene dochter, Heile genaamt.</p>
+<p>Omtrent den jaare 671 hadden de Friesen eene goede vrede, terwyl
+&rsquo;t rondom door <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39"
+name="pb39">39</a>]</span>de wapenen der Franschen als in den brand
+stond: want Adgild, erkennende van wien hy &rsquo;t Ryk ontfangen
+hadde, deed alles naar der Franschen zinnelykheid<a class="noteref" id=
+"xd20e939src" href="#xd20e939" name="xd20e939src">33</a>, en liet de
+Christenen hunne godsdienst met alle vryheid oeffenen.</p>
+<p>In den jaare 672 vertrok Radbout naar Deenemarken, om zich in den
+wapenhandel te oeffenen: en wierd, ook aldaar noch meer in zyn
+ongeloove gesterkt.</p>
+<p>In den jaare 678 heeft Adgild, den Prediker van Utrecht, genaamt
+Kenochius, toegelaaten in Friesland te prediken. En Wilfrid,
+Aardsbisschop van Jork, zullende naar Romen reizen, doch door onweder
+in Friesland vervallen, wierd den geheelen winter huisvestinge
+gegeeven, inmiddels dezelve mede alomme de Christelyke leere verbreide
+en veele doopten: doch de Koning en zyn hofgezin begeerden van hun
+ongeloove niet af te wyken. Maar, om grootere voortplantinge te doen,
+zo vereischten meerdere arbeiders; des hy hier over schreef aan de
+Broederen in Engeland.</p>
+<p>In den jaare 679 overleed Adgild, en wierd te Staveren begraven.</p>
+<p><span class="sc">Radbout</span> is de 6de Koning der Friesen
+geworden, in zyn&rsquo;s vaders plaatze: hy was <span class=
+"pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span>onrustig
+en wreed van gemoed, en tot den oorlog zeer genegen. Hy nam het zeer
+euvel op, dat zyn vader zo gewillig onder de Franschen hadde gestaan:
+waarom hy ook de landen, die zy zyn vader hadden afgenomen, met het
+zwaard wilde wederhaalen. Des hy, om geld te bekomen, zyne onderdaanen
+onverdraagelyke schattingen opleide, en de onvermogenden gebruikte hy,
+door houte duimyzers, als slaaven. Want de Friesen lieten zich, buiten
+redenen, niet vrywillig om den tuin leiden. En om des te bequaamer tot
+zyn voorneemen te komen, voerde hy zyn hofgezin naar Staveren. Van waar
+hy optrok, en het slot Wiltenburg en Trajectum, nu beide Utrecht
+genaamt, weder veroverde. Ondertusschen was Wigbert, op het schryven
+van Wilfrid, naar Friesland vertrokken: doch is, wegens de
+onbekeerlykheid van het volk, na 2 jaaren, weder in Engeland te rugge
+gekomen.</p>
+<p>In den jaare 690, als Egbert, Bisschop van Jork, daar door tot
+mededogentheid ontroerd wierd over de Friesen, heeft hy 12 geleerde
+mannen, uit verscheidene kloosters, byeen vergadert; waar onder
+Willebrord, en zyn neeve Switbert, de voornaamste waren: dewelke allen
+den Rhyn inkomende, zyn te Utrecht aangeland, en, wegens de
+vredelievende eenvoudigheid van die tyden, hunne goederen in &rsquo;t
+gemeen gebruikende, hebben zy met een heiligen yver, tot het onderwyzen
+<span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name=
+"pb41">41</a>]</span>der onweetende of afgodische Friesen, van daar een
+aanvang gemaakt. Maar alzo gemelde Friesen, in hunne afgodery noch als
+verzoopen lagen, wierd hun niet toegelaaten om Gods Woord te
+verkondigen, en met bedreiginge van leevensstraf, zo zy zulks
+ondernamen. Des zy de platte landen en aangrenzende landstreeken van
+Friesland zyn doorgewandelt, op dat zy noch eenigen voor Christus
+mogten gewinnen.</p>
+<p>In den jaare 693 heeft Pepyn, dies tyds Voorvegter der Franschen, en
+Hertog van Braband<a class="noteref" id="xd20e961src" href="#xd20e961"
+name="xd20e961src">34</a>, Radbout weder uit Wiltenburg verjaagt: die
+zich van dien tyd af als balling op een eiland onthield, alwaar hy en
+zyn volk groote afgodery met eenen afgod Foste bedreeven; waar van
+gemelde eiland ook Fosteland, nu Heiligeland, genaamt is, leggende in
+de bogt van Jutland.</p>
+<p>In den jaare 694 quam Willebrord met de zynen op dat eiland, en
+begonnen, na eenige dagen daar geweest te hebben, Christus te
+verkondigen: maar konden niet meer als 3 menschen van hun ongeloove
+aftrekken, en, na zy de beelden van Jupiter en Foste afgeworpen hadden,
+dat Wigbert met de dood moest bekoopen, zynze door Radbout weder
+<span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name=
+"pb42">42</a>]</span>van daar verjaagt. Maar, als zy naar Pipyn
+vertrokken, wierdenze door deszelfs toedoen weder in Utrecht herstelt.
+Van welken tyd af zy zeer veel bekeerden.</p>
+<p>In den jaare 695 bouwde Willebrord, op de plaats van de afgeworpene
+kerk, binnen Utrecht, eene andere ter gedachtenisse van het kruis.</p>
+<p>Daar maaktenze een verdeling, en zonden van hen af, by twee&euml;n
+en drie&euml;n, na de deelen van Duitschland, om de Christelyke leere
+aldaar mede onder de ongeloovigen voort te planten. Willebrord bleef te
+Utrecht; en Switbert, met twee medehelpers, vertrokken naar Wyk te
+Duurstede, daar nu Baatenburg is: alwaar zy door een wonderwerk veelen
+bekeerden. &rsquo;t Welk zy te Utrecht boodschappende, zo zyn
+Willebrord en Switbert, om de zaaken wel te bestellen, tot Hoofden
+uitverkooren. Switbert vertrok naar Engeland, daar hy Bisschop wierd
+gemaakt, en deed, na zyne wederkomst, in Friesland, Holland, en
+Teisterband veele stichtinge.</p>
+<p>In den jaare 697 quam Willebrord weder te Utrecht, zynde in &rsquo;t
+voorgaande jaar van den Paus te Romen aangestelt tot Bisschop der
+Friesen, daar in dien tyd de Groningers, Overysselschen, Utrechtschen,
+Hollanders, en Gelderschen mede onder begrepen waren; en stelde zynen
+zetel te Utrecht: Waar van zyne navolgers Bisschoppen van Utrecht zyn
+genaamt geworden, daar hy de <span class="pagenum">[<a id="pb43" href=
+"#pb43" name="pb43">43</a>]</span>eerste van was; en Switbert was zyn
+medehelper.</p>
+<p>Dit alles kon Radbout met geene goede oogen aanzien; waarom hy
+Gerlacus, een woedend krygsman en Overste van Fosteland of Heiligeland,
+woonende te Warns, alwaar hy ook een sterk slot gebouwd hadde, afzond,
+eerst om Baatenburg, en dan Utrecht te vermeesteren. Maar is van Pipyn
+zodanig overwonnen, dat hy hem veel buit moest achterlaaten, als mede
+eene belofte doen, om de Christenen in Friesland te vergunnen, Gods
+woord vry te mogen verkondigen. Ook wierd Willebrord ondertusschen van
+Pipyn aangemaant, om het heilige werk met yver in Friesland voort te
+zetten.</p>
+<p>In den jaare 698 verzond Willebrord veele vroome en geleerde mannen
+naar Friesland: maar hunne leere wierd niet aangenomen, en zy in
+tegendeel bespot, verjaagt en doodgeslagen.</p>
+<p>In den jaare 700 Wulfranus, Bisschop te Sens, een stad in Champagne,
+in Vrankryk, door den geest geroert zynde, is met brieven van
+voorschryvinge des Konings van Vrankryk, aan Radbout, in Friesland
+gekomen; daar hy, door zyne krachtige welsprekentheid, veel volk won,
+en ook den Koning byna bewoogen had, zo dat hy zelve begeerde gedoopt
+te zyn. Waar op hy Koning, met den Bisschop buiten Medenblik gaande,
+alwaar Radbout dien tyd zyn verblyf had, en reeds den eenen voet nu al
+in <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name=
+"pb44">44</a>]</span>&rsquo;t water gezet hebbende, vroeg hy gemelde
+Bisschop: Waar zyne voorouderen, die zonder den doop gestorven zyn,
+waren gebleven? De Bisschop dien ruuwen mensche, door onvoorzigtigheid,
+wat t&rsquo; onbedagtelyk antwoordende, zeide: Dat buiten de kennisse
+van Christus, en den waaren God, met verachtinge van de heilige
+Sacramenten, geene zaligheid te bekomen was: en daarom moestenze in de
+helle zyn. <i>Wel,</i> antwoorde Radbout, <i>dan zal &rsquo;t my veel
+grooter eere en aanzien geeven, dat ik by myne voortreffelyke en
+beroemde Voorvaderen in de helle ben, als met een geringen hoop
+Christenen in den hemel.</i> En trok aanstonds zyne voet te rugge uit
+het water, met beschimpinge van den Bisschop.</p>
+<p>In den jaare 719, als Radbout zag, dat de christenkennisse
+grootelyks in Friesland toenam, en zyne afgodendienst in verachtinge
+quam, is hy, ten deele uit spyt, en ten deele door een knaaging van zyn
+aangeroerd gemoed, na een zesjaarige uitteering, eindelyk binnen
+Medenblik overleden, en te Staveren begraven.</p>
+<p><span class="sc">Adgild,</span> de tweede van dien naam, wierd van
+het volk tot zevende Koning verkooren, in zyn&rsquo;s vaders plaats. Hy
+regeerde het land in groote gerustheid en vrede. Ook liet hy de
+Christenen onverhindert in hunne oeffeningen; want hy had zelve de
+Christelyke leere aangenomen, en zich laaten doopen. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name="pb45">45</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 726 quam Horne, een onechte zoon van Radbout, uit
+Deenemarken; en alschoon hy zyn vader in ongestuimigheid en wrevel
+gelyk was, heeft hy zich echter, door Adgilds toedoen, laaten doopen.
+Deze heeft de stad Hoorn gebouwd.</p>
+<p>Omtrent den jaare 728, als de christenkennisse te Utrecht zeer
+toenam, heeft Bisschop Willebrord wederom verscheidene leeraars naar
+Friesland gezonden. Welke, schoon zy vry en veilig konden gaan, evenwel
+weinig voordeel by de hardnekkige Friesen hebben kunnen doen: want de
+blindheid des volks, en zugt tot hunne afgoderye, was te groot. Een
+Veldoverste Richold, veinsde te willen zyn gedoopt, doch bespotte den
+Christendienaar op gelyke wyze, als wy hier boven van Radbout hebben
+aangeteekent.</p>
+<p>In den jaare 729 is Karel Martel,<a class="noteref" id=
+"xd20e1004src" href="#xd20e1004" name="xd20e1004src">35</a> Koning van
+Austrasia of Oostvrankryk, met een groote vloot schepen op de rivier de
+Burde aangekomen, zynde van den Bisschop Willebrord daar toe verzogt,
+om de Friesen te noodzaaken hunne afgoderye te verlaaten: hy overwon
+den Overste Poppe, zoon van Gerke; waar op hy Friesland zeer verwoeste;
+de afgodische kerkhoven en beelden <span class="pagenum">[<a id="pb46"
+href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span>uitroeide en verbrande, en veel
+roof mede nam. Na welke overwinninge, Willebrord alomme Christen kerken
+deed bouwen. En de Friesen, uit vreeze voor de Franschen, derfde de
+Christenen niet meer tegenstaan.</p>
+<p>In den jaare 736 is Bisschop Willebrord ontslaapen: uit zyne
+onderwyzingen zyn veele deftige leeraars voortgekomen, en is een
+werktuig geweest van de bekeering der Friesen, die hem daarom wel in
+goede erkentenisse mogen houden. In zyn plaats quam Bonifaas, als
+tweede Bisschop der Friesen, te Utrecht, en verbeterde het verval der
+kerke grootelyks, met ongemeene stichtinge, in deze landen.</p>
+<p>In den jaare 737 overleed Adgild, en is te Staveren by zyn vader in
+&rsquo;t graf gelegt. Door hem is de stad Alkmaar gesticht. Eene van
+zyne dochters, Konovelle genaamt, was uitgehuuwt aan Adelbrik, een
+voornaam edelman, die omtrent Sixbierum een slot had gesticht, dat hy
+Adelburg noemde. Hy had veele kinderen, aan wien hy zyn goed by zyn
+leeven uitdeelde: daarom begeerde hy dat zy zich niet van Adelburg,
+maar van Adelen zouden laaten noemen; dat noch tot heden zo gebleven
+is.</p>
+<p><span class="sc">Gundebald,</span> Adgilds zoon, wierd tot achtste
+Koning ingehuldigt: hy was, als zyn vader, mede tot het Christelyk
+geloove bekeert, en had gestadige vrede in zynen tyd. Hy heeft van
+&rsquo;t kasteel Dokkenburg de stad Dokkum gebouwt. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 739 quam Saake Rodman, met eene uitmuntende geleerdheid
+en krygskunde voorzien, in Friesland, hebbende 13 jaaren op &rsquo;t
+hof van den Keizer, Paus en Hertog van Venetien verkeert, waarom
+Gundebald hem tot zynen raadsman aannam: en deed groote weldadigheid
+aan de stamme der Rodmannen.</p>
+<p>In den jaare 749 overleed Gundebald, nalaatende twee zoonen, als
+Gundebald de tweede en Jan, welke om zyne vroomheid gebynaamt wierd
+Priester Jan, daar verscheidene vertellingtjes van zyn. Zyne dochter
+Taekle huuwde aan Haaje Kamminga, en haare dochter namaals met eenen
+Ode Botnia, Hertog van Zweeden; alwaar &rsquo;t geslachte van Botnia
+uit voortgesprooten is.</p>
+<p><span class="sc">Radbout,</span> de tweede van dien naam, is de
+laatste Koning der Friesen geweest; zynde de broeder van Gundebald, en
+zoon van Adgild de tweede: van welke hy veel verschilde, doordien hy in
+Deenemarken opgevoed, en in de afgoderye zeer gewoon was: hy wierd
+godloos en wreed, en alzo hy nog jong was, geen meester van zyne
+verkeerde hartstogten om dezelve te bedwingen.</p>
+<p>Zynen afgod Foste stelde hy op Ameland wederom ten toon: om de
+Christenen nochmaals dezelve te noodzaken, en van hun geloove af te
+trekken; of by weigering, strafte hy dezelve met de dood, of bande ze
+uit den lande. Dus handelde hy ook met Rodman en de zynen, om het
+Christen <span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name=
+"pb48">48</a>]</span>geloove, en beroofde hen van alle de waardigheden
+en eerampten, by Gundebald voorheen aan hen vergunt. Des Saake, zyne
+goederen verlaatende, tot den Koning van Vrankryk de vlugt nam; die hem
+in groote achtinge hield.</p>
+<p>In deze dagen had Solke Forteman de geschiedenissen en daaden der
+Friesen, van hunnen oorsprong af tot op zynen tyd toe, vlytig
+beschreven: en om dat hy Radbout zo veel eere niet gaf, als zyn
+gestorven broeder, die de Christelyke leere had voorgestaan, daar deze
+de vervloekte afgoderye weder op den troon trachte te stellen, zo wierd
+dit Radbout, door zyne benyders, en inzonderheid door toedoen van
+Syvert, Priester der Dru&iuml;den, op &rsquo;t Oude Hof, aangebragt:
+waar op Fortemans boeken voor zyne oogen wierden verbrand, en hy zelve
+in de gevangenis geworpen.</p>
+<p>In den jaare 752 heeft Bonifaas tweede Bisschop van Utrecht,
+goedgevonden, de Christenheid, die Radbout zo wreevelmoedig verdrukte,
+in Friesland wederom te herstellen: des hy met 51 leeraars te Almeenum,
+daar nu Harlingen is, aangekomen zynde, hebben zy zich eerst in
+Westergo verspreid, de afgoden te landewaarts omgeworpen, Christen
+kerken gesticht, en veel volk bekeert: en om andere mede te stichten,
+voeren zy de Burde ten einde, hunne tenten nederslaande by &rsquo;t
+dorp Oudeboorn, <span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name=
+"pb49">49</a>]</span>alwaar zy mede eenige geestelyke voordeelen
+deeden.</p>
+<p>In den jaare 754, als &rsquo;er veele nieuwelingen gedoopt waren, zo
+beloofde Bonifaas hun de bevestiginge, naar de wyze der Roomsche kerk,
+op Pinxter binnen de stad Dokkum te geeven. Maar ter bestemder plaatze
+en tyd quam een hoop moordenaars, die den Bisschop en zyne
+medearbeiders wreedelyk vermoorden. Tot even voor de reformatie
+vertoonde men noch te Dokkum van dezen Bonifaas zyn herssenpan,
+Bisschops staf en andere overblyfzelen; dat zy het volk wilden doen
+gelooven.</p>
+<p>Omtrent den jaare 769 was in Friesland een dapper en geleerd
+edelman, genaamt Feye Forteman; welke namaals Veldoverste onder Karel
+den Groote wierd, en die zich mede tot het Christen geloove
+bekeerde.</p>
+<p>In den jaare 769 heeft Radbout een harden aanval op Utrecht gedaan,
+waar door hy haar geweldig plaagde; en van Pipyn geboden zynde, daar
+van af te zien, achte hy zulks weinig.</p>
+<p>In den jaare 775, als Radbout uit eigener booze driften, en door de
+opstookinge eerst van Syvert, en daar na van Okke, Priesters der
+afgodische Dru&iuml;den, zeer verwoed tegen de Christenen te werk ging,
+klaagdenze zeer erbarmlyk aan Karel den Groote, Koning der Franschen.
+Welke Koning, na dat hy de Saxen overwonnen hadde, de Friesen mede
+beoorloogde, en Radbout in twee veldslagen, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" name=
+"pb50">50</a>]</span>overwonnen hebbende, vluchte dezelve liever in
+Deenemarken, als dat hy de Christenen by verdrag of vredeverbond in
+&rsquo;t land wilde vrye oeffening van hunne godsdienst vergunnen. En
+dit wierd de gelegentheid, dat de Koninglyke Heerschappye in Friesland
+een einde nam.</p>
+</div>
+<div class="div2" id="vreemdeheren"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e1048" class="main">IV. Vreemde Heeren.</h3>
+<p class="firstpar"><span class="sc">Karel</span> de <span class=
+"sc">Groote,</span> Friesland dus onder zyn heerschappye gebragt
+hebbende, heeft het zelve als een overheerd land of provintie gehouden,
+en stelde &rsquo;er Landvoogden over, die &rsquo;t in zynen naam
+bestierden of regeerden.</p>
+<p>Hy nam ook zeer ter harten, dat &rsquo;er vroome en geleerde mannen,
+om de Christenheid yverig voort te planten, wierden naar toe
+gezonden.</p>
+<p>In den jaare 777 is Ludger, die te Wierum in Friesland gebooren was,
+een man van eene uitsteekende geleerdheid, te Dokkum tot Priester
+aangestelt, van wege den Bisschop van Utrecht. Deze heeft de
+ongeloovigen stigtelijke onderwyzing gegeeven, en de afgodery geheel
+ten lande uitgeroeit.</p>
+<p>Gustavus (mogelyk Goffe of Gosling) Forteman heeft te Almeenum, dat
+nu Harlingen is, een kerk, van hout en met riet gedekt, ter
+gedachtenisse van den Engel Micha&euml;l<a class="noteref" id=
+"xd20e1063src" href="#xd20e1063" name="xd20e1063src">36</a>, in dezen
+tyd laaten bouwen, om tot een vergaderplaats <span class=
+"pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span>der
+Christenen te dienen. Na welk voorbeeld naderhand veele kerken gemaakt
+zyn.</p>
+<p>In den jaare 779 vielen de Noormannen by Westerbierum, daar boven
+van gemeld is, in Friesland, en versloegen den edelen Heermana: waarom
+de Friesen, zeer verbittert zynde, by de 400 Noormannen versloegen, en
+ontroofden hunnen geplonderden buit. Des de Noormannen, in hunne
+schepen vluchtende, doorgingen. Maar de Friesen afgetrokken zynde, zo
+quamen de Noormannen tusschen Kornwerd en Hindeloopen, dat doe noch een
+dorp was, weder te land, welke plaatzen zy uitplonderden, en daags daar
+aan verbranden. Doch die van Staveren, het eerste zulks gewaar
+wordende, verjoegenze nochmaals, veroverden van hen vyf schepen en al
+dien geroofden buit.</p>
+<p>In den jaare 784 zyn de Noormannen wederom met Wydekind, Hertog van
+Saxen, die door Karel den Groote overwonnen zynde, en in Deenemarken
+gevlucht was, op de Eems aangekomen: maar wierden door die van Staveren
+en Ezonstad met een goede vloot schepen van daar gejaagt. Zy noch eens
+wederkomende, moesten nochmaals het Amelander Gat weder uit: des de
+Friesen, hunne vyanden te gering achtende, maar zich zelve bedriegende,
+beslooten hunne vloot te Staveren en Ezonstad op te leggen, als zy
+deeden. &rsquo;t Welk de Noormannen gewaar wordende, zo quamenze
+onverwagt de Friesen <span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52"
+name="pb52">52</a>]</span>zodanig overrompelen, datze dezelve te vuur
+en te zwaard verdreven: en dewyl Wydekind en zy zeer hardnekkige
+afgodendienaars waren, dwongen ze de nieuwbekeerde lieden weder tot
+hunne afgoden; die zulks weigerden, wierden van hen verdelgt, waar door
+veelen vermoord wierden, en ten lande uitvlugten; onder welke Ludger en
+Wydekind zich mede bevonden.</p>
+<p>In den jaare 785 is Ludger, als Kerkenleeraar, in de Ommelanden
+gezonden, op &rsquo;t bevel van Karel den Groote; na dat Wydekind by
+hem weder in genade was aangenomen, en de Friesen ook bevryd waren:
+daar hy op nieuws veele stichtinge deed.</p>
+<p>In den jaare 793 is Radbout in vreemde landen overleden, zonder dat
+men eigentlyk weet waar ter plaatze.</p>
+<p>In den jaare 793 zyn door het doorbreeken der dyken, veele menschen
+en beesten in Friesland verdronken. Waarom men alomme doe weder Terpen
+begon te maken, als voornaamentlyk te Koudum, Almeenum, Midlum, Hitsum,
+Winsum, Tjum, Dronryp en Uitgong, dat nu Berlikum genaamt word.</p>
+<p>In den jaare 797 vielen de Deenen met eenige schepen uit Jutland in
+de Lauwers, daar zy &rsquo;t zeer verwoesten en afbranden: doch die van
+Staveren, Ezonstad en Dokkum rusteden ook een groote vloot uit, waar
+mede zy naar Jutland voeren, en haalden mede van daar eenen grooten
+roof.</p>
+<p>In den jaare 804 is te Uitgong, nu Berlikum, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span>een
+wanschapen kind gebooren, zynde ruggelings aaneen, maar anders alle
+leden tweemaal, of het twee kinderen waren, en is drie weeken oud zynde
+overleden.</p>
+<p>Te dezer tyd woonde te Sixbierum, op het slot Adelen, Konovelle,
+dochter van Adgild den tweede, zevende Koning van Friesland, welke twee
+zoonen had, als Fredrik en Alfrik, die zy by den Bisschop van Utrecht
+liet onderwyzen; welke zo onderwezen waren in geleerdheid, dat dezelve
+beide, na den dood van den Bisschop, Bisschoppen wierden<a class=
+"noteref" id="xd20e1089src" href="#xd20e1089" name=
+"xd20e1089src">37</a>.</p>
+<p>In den jaare 806 wierd de afgod Foste op Ameland door de Christenen
+afgebrooken en uitgeroeit. In dit zelve jaar vielen heel zwaare
+hagelsteenen, zo groot als henne-eyeren, die veel schade deeden.</p>
+<p>Ook quamen de Deenen in dit jaar met vyf schepen &rsquo;t Flie in,
+en verbranden Dyxherne en Sixbierum, behalven twee huizen en de kerk,
+en vertrokken met veel roof.</p>
+<p>In dit jaar overleed binnen Staveren de Overste, door Karel den
+Groote over <span class="corr" id="xd20e1098" title=
+"Bron: Fries-gestelt">Friesland gestelt</span>, hebbende 30 jaaren het
+land geregeert. En na eenigen tyd, quam weder een andere in zyn
+plaats.</p>
+<p>En in dit zelve jaar, op St. Thomas dag, was &rsquo;er een zwaare
+watervloed over Friesland, waar door, zo anderen verhaalen,
+<span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name=
+"pb54">54</a>]</span>wel 600 menschen en een groot getal beesten
+verdronken, en groote schade geschiede.</p>
+<p>In den jaare 808 is Olaus, of Oele, zoon van den Koning van
+Deenemarken, in Friesland gevallen; en de Friesen, door zyne groote
+krygsmacht, bevreest geworden zynde, ja zo dat de Landvoogd in zyn moed
+byna bezweek; doch evenwel eindelyk door de Friesen tot den stryd
+aangemoedigt zynde, hervatten zy gezamentlyk een heldhaftig besluit, en
+gesterkt met de macht van Gaele, of Jelle (Gellius) Hardeman, Overste
+van Staveren, na eenige schermutselingen, versloegenze zyn geheele
+leger, neemende hem zelve, met noch 175 mannen op de Eems gevangen.</p>
+<p>In dit jaar wierd te Staveren de St. Nicolaas tooren, daar de afgod
+Stavo op gestaan had, door onweder van donder en blixem omgeworpen; en
+wierden veele menschen en beesten gedood. Omtrent dien zelven tyd, liet
+Igle Tadema, edelman, een zeer diepe put in zyn land graaven, omtrent
+in &rsquo;t noorden van &rsquo;t woud Kreil, van gedagten zynde, dat
+&rsquo;er aanstonds water zoude uit komen, doch bleef droog tot aan den
+avond van den vierden dag. Doe dacht hy een stemme te hooren, die
+ettelyke maalen riep: <i>Verlaat dit land! Verlaat dit land!</i> Waar
+op hy een weinig water op den grond van de put ziende, bevond dat het
+zout als zeewater was. Waarom gemelde put weder toegedempt wierd; om
+dat <span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name=
+"pb55">55</a>]</span>men indachtig wierd, als hier boven op het jaar
+513 gezegt is, of &rsquo;er wel na volgen mogt, &rsquo;t geen de Duivel
+door den afgod Staf gezegt had; te meer, om dat het zelve zynen
+grootvader ook wedervaaren was. Igle, de derde week daar na stervende,
+zo verruilde en verkogt zyn zoon Jouke, die hier alleen maar kennis van
+had, alle zyn&rsquo;s vaders landen en erven, op de Kreil gelegen; en
+kogt we&ecirc;r anderen op Geesterland. Zyn neef, Sibbe Tadema, nam dit
+zeer euvel op, en vervolgde daarom Jouke zodanig, dat de stammen van
+Tadema en Rodman, daar gemelde Jouke eene dochter uit trouwen zoude,
+malkanderen op de bruiloft wreedelyk aanvogten en vernielden, ja zo dat
+er van beide stammen geen een leevendige ziele overbleef.</p>
+<p>In dit zelve jaar quamen twee walvissen, de eene 38 en de andere 29
+voeten lang, by Ezonstad, daar nu Emmerzyl is, by Oostmahorn, op strand
+aandryven. Ook is het paleis van Richold Offe, door een schielyke
+brand, geheel verteert<a class="noteref" id="xd20e1116src" href=
+"#xd20e1116" name="xd20e1116src">38</a>.</p>
+<p>Ook quamen de Noormannen dit jaar schielyk te Ezonstad, hebbende
+dezelve ingenomen, geplondert en verbrand. Doch wierd weder haastig
+opgebouwd. En die van Staveren, Bolswert en Dokkum rusten hier op een
+Vloot uit tegen de Deenen, Jutten en <span class="pagenum">[<a id=
+"pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span>Noormannen, die
+malkanderen met rooven en branden aan beide zyden zeer lastig vielen:
+doch ten laatsten bragten die van Staveren 6 Noordsche schepen met buit
+te Dokkum op; waar van zy uitdeelinge deeden aan die &rsquo;t meeste
+schade geleden hadden. Ook overleed dit jaar de tweede Landvoogd, die
+Karel de Groote over Friesland gestelt hadde. Waar na gemelde Koning
+Karel, inboorlingen uit den Frieschen Adel, tot Landvoogden stelde, in
+plaats van Franschen.</p>
+<p>In dit zelve jaar noch is Magnus Forteman van den Koning tot
+Landvoogd verkooren, om het land in zynen naam te bestieren, even gelyk
+als de Franschen naar hunne wetten gedaan hadden: deze Magnus was een
+zoon van Gosse Forteman, waar van boven op &rsquo;t jaar 777 is
+gemeld.</p>
+<p>In den jaare 809, als &rsquo;er te Romen tusschen den Paus en eenige
+Edelen een twist ontstaan was, waar door geheel Italien in oproer quam,
+en de Saraseenen in het land vielen, is Karel, met een groote macht, om
+zulks te dempen, derwaarts heen gerukt. Zo dra Forteman dit vernomen
+hadde, heeft hy de Friesen mede aangeport, om by deze gelegentheid,
+dewyl zy nu doch rust van de Noormannen hadden, den Keizer en de
+Franschen door gedienstigheid te helpen, om dezelve meer tot hunne
+gunst te trekken, en of &rsquo;er eens eene deur tot hunne voorige
+vryheid konde ge&ouml;pent worden. <span class="pagenum">[<a id="pb57"
+href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span>Waar op gemelde Magnus, by
+gemeenen raade en bewilliging, met veele gewapende Friesen, na veele
+uitgestaane moeijelykheden, tot voor Romen is gekomen: gevallig ter
+zelver tyd, als de Romeinen een uitval op den Keizer deeden; het welk
+zy ziende, booden den Keizer hunne dienst aan, met gereedheid om op die
+uitgevallene Romers een kans te waagen. De Keizer hun verzoek
+toestaande, sloegen zy aanstonds hand aan &rsquo;t werk, en bragten
+het, na eenige schermutselingen, zo verre, dat zy gemelde Romeinen
+weder naar binnen dreeven, en mede ter poorten indringende, maakten de
+Friesen zich meester van de stad; en Magnus plante zyn vendel op het
+hooge raadhuis, dat de Romeinen Capitolium noemen, hoe dat het de
+Franschen ook speet. Om welke daad Karel de Groote en Paus Leo de
+derde, de Friesen groote aanbiedingen van goud en zilver deeden: doch
+zy zulks van de hand wyzende, gaven te kennen, dat het hen alleen om de
+vryheid te doen was. Waar op zy van den Keizer en Paus, met een
+breedluidende Vrybrief voorzien zynde, op vrye voeten wierden gestelt,
+gelyk als zy ten tyde van Karel Martel waren geweest. Na hunne
+wederkomst wierd deze Vrybrief, met groote vreugde door Magnus in den
+Dom of Kerk te Almeenum ter bewaaringe gebragt, benevens een Vendel.
+Alwaar de Roomschgezinde wonderlyke vertellingtjes van weeten te
+verhaalen: dat <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" name=
+"pb58">58</a>]</span>de Harlingers noch, met den stryd van den
+Opperengel Micha&euml;l tegen den Draak, daar in geschildert, by hun
+stads Wapen voegen: en voert noch by ons den naam van Magnus Faene.</p>
+<p>In den jaare 810 zyn de Deenen, ten beveele van hunnen Koning
+Gotrik<a class="noteref" id="xd20e1134src" href="#xd20e1134" name=
+"xd20e1134src">39</a> met een vloot van 200 schepen, zeer schielyk aan
+de Friesche kust gekomen; en hebbende eerst de vooreilanden afgeloopen,
+wierden de Friesen in de derde slag overwonnen, en in Deensche
+slaavernye gebragt; moetende jaarlyks een schattinge van 200 ponden
+zilver opbrengen<a class="noteref" id="xd20e1137src" href="#xd20e1137"
+name="xd20e1137src">40</a>. Om welke schattinge te ontfangen, heeft der
+Deenen Koning Landvoogden gestelt, en bouwde een tolhuis van 240 voeten
+lang, en in 12 egaale vertrekken afgedeelt; in welker eerste de
+Tolmeester of Landvoogd zich plaatste, en hebbende in de achterste een
+koper bekken geplaatst, alwaar de schatpenningen moesten in geworpen
+worden, dat dezelve klonken, of mogt voor geen betaalinge verstrekken,
+by aldien gemelde Tolmeester het geluid niet hadde gehoort.</p>
+<p>En verder word verhaalt, dat Gotrik mede gebood, dat de deuren van
+der Friesen huizen alle tegen het noorden moesten geplaatst
+<span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name=
+"pb59">59</a>]</span>worden, en van zo een laagte, dat de Friesen, niet
+zonder kniebuiginge, daar konden uit of in gaan: op dat zy in
+erkentenisse zouden houden, wie hun Landsheer was; en dat zy, ten
+teeken van slaavernye en dienstbaarheid, ook houte halsbanden moesten
+draagen, die van rys en tienen te zamen gevlochten waren.</p>
+<p>Deze slaavernye der Friesen by Karel den Groote vernomen zynde, zo
+verzamelde hy zeer spoedig uit alle omleggende landen veel krygsvolk
+byeen: doch, voor hy noch in aantocht was, wierden hem andere
+zwaarigheden geboodschapt; als de dood van zyn zoon Pipyn; gezanten van
+Constantinopolen en Corsica; behalven een gerucht, dat de Deenen weder
+naar hun land waren vertrokken, om dat hunne Koning, door gemaakte
+verbintenissen, om &rsquo;t leeven was gebragt. Alle redenen, waarom
+Karel zich weder naar Aken heeft begeeven. En de Friesen, de handen nu
+ruim krygende, tasten hunne vryheid weder aan, voorneemende dezelve met
+alle mogelyke middelen tegen alle vyandelyke aanvallen te verdeedigen.
+Dus quam het bestier weder tot de volgende</p>
+</div>
+<div class="div2" id="landsheeren"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e1150" class="main">V. Landsheeren, of Potestaaten.</h3>
+<p class="firstpar">Karel de Groote, overweegende de getrouwe
+manhaftigheid der Friesen, zo aan hem <span class="pagenum">[<a id=
+"pb60" href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span>in &rsquo;t verwinnen der
+Saraseenen, en Wydekind, Hertog van Saxen, als in verscheidene
+voorvallen aan zyne voorzaaten Pipyn en Karel Martel beweezen; benevens
+hunne genegentheid en gestadige diensten aan &rsquo;t Fransche Ryk;
+verzelt met den onophoudelyken yver tegen de Noordsche volkeren, van
+welker slaavernye zy zich nu weder op nieuws, na &rsquo;t ombrengen van
+Gotrik, hadden vry gemaakt: zo heeft hy hen noch in volkomener vryheid
+gestelt, en ontlast van de schattinge van eenige ponden zilver, die zy
+van voor eenige jaaren hadden moeten betaalen: vergunnende hun, ten
+blyke van volkomene vryheid, het recht, om hun land, als vrygevogtene,
+naar hunne eigene wetten te regeeren; daar toe een Overste uit de
+Edelen van hunne eigene landaard te verkiezen, om de landzaaken zo in
+oorlog als vrede te bestieren, die zy den naam van Potestaat, naar
+&rsquo;t gebruik der Italiaanen, zouden geeven. Dezen Potestaat, dat is
+Landsheere, wierd van de Staaten een getal van mannen bygevoegt, om
+over alle voorvallende verschillen, twee of driemaal &rsquo;s jaars,
+als byzitters of mederechters hun oordeel te vellen.</p>
+<p>Op dat nu de vryheid geen inbreuk zoude lyden, zo wierden de
+Landsheeren slegts voor een jaar verkooren: doch ter goeder trouwe
+wierden zy doorgaans wel langer toegelaaten.</p>
+<p>Welk vervolg, met de eventydige geschiedenissen, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span>wy nu
+zullen ophaalen, zo als die uit de oude schriften na malkanderen zyn
+<span class="corr" id="xd20e1162" title=
+"Bron: aaangeteekent">aangeteekent</span>; maar het te dugten is, dat
+het eigentlyke getal wat onzeker is, alzo het land by vredestyd wel
+zonder Landsheere is geweest: doch als &rsquo;er een uitlandsch vyand
+aannaderde, om hen te overvallen, wierd &rsquo;er by gemeenen raade,
+alschoon zy binnen &rsquo;s lands door twistige oneenigheden
+malkanderen verteerden, aanstonds een verkooren.</p>
+<p><span class="sc">Magnus Forteman,</span> die des Keizers Stedehouder
+was, als boven op den jaare 808 gemeld is, wierd tot eerste Landsheer
+verkooren. Behalven het bovengemelde, heeft hy den Keizer noch
+verscheidene roemwaardige diensten, tot lof van zynen landaard, tegen
+de Saraseenen gedaan: maar van dezelve eindelyk in eenen stryd
+verslagen, en zyn ligchaam in het slagveld onder de dooden door zyne
+Friesche krygsknechten gevonden zynde, en die &rsquo;t naar Romen
+bragten, is hy aldaar op eene heerlyke wyze in de St. Michiels kerk
+begraaven: welke kerk daarom met eene ryke begiftiging wierd voorzien,
+ten behoeve der Friesen, die naar Romen quamen, om het zelve te
+bezoeken. Ja Magnus wierd zelve onder de Roomsche Hulpgoden of Heiligen
+gestelt. Deze geheele historie staat ter gedachtenisse in gemelde kerk
+in een marmersteen uitgehouwen.</p>
+<p>In den jaare 814 is Karel de Groote, te gelyk Roomsch Keizer en
+Koning van Vrankryk, <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62"
+name="pb62">62</a>]</span>na een ongemeenen yver voor de Christen leere
+getoont te hebben, zo in zyne landen als in Friesland, om dezelve voort
+te planten, mede in den Heere gerust. En zyn zoon Louis, toegenaamt de
+Vroome, quam in zyn plaats aan het roer van regeeringe.</p>
+<p>In den jaare 819 is <span class="sc">Fokke Ludigman,</span> tot
+tweede Landsheer of Potestaat verkooren.</p>
+<p>In den jaare 821 vertoonden zich omtrent de Friesche kust 13
+Deensche Zeeroovers: doch de Friesen door Ludigman, uit een waakzaame
+voorzorg, met goede schansen of kasteelen voorzien zynde, zo derfden zy
+het niet waagen om te landen, maar trokken weder af.</p>
+<p>In den jaare 826 wierd Anscharius, mogelyk Anske of Aanske, gebooren
+te Waarden, als wy boven gezegt hebben, van Keizer Lodewyk naar
+Deenemarken gezonden, om aldaar het Christen geloove te verkondigen;
+alwaar hy veelen bekeerde. Na twee jaaren wederkeerende, verzond hem
+gemelde Keizer naar Zweeden; alwaar hy blydelyk van dien Koning
+ontfangen wierd; en deed mede binnen een jaar overvloedige stichtinge
+ter bekeeringe. Ook is ten tyde van dezen Ludigman te Dokkum een
+klooster gebouwd, ter gedachtenis van Bonifaas, aldaar in voorigen tyd
+zoo jammerlyk vermoord.</p>
+<p>In den jaare 830 wierd <span class="sc">Adelbrik</span> van
+<span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name=
+"pb63">63</a>]</span><span class="sc">Adelen</span> tot Landsheer
+verkooren, en had zyn woonstede te Sixbierum.</p>
+<p>In den jaare 835, als de Noormannen, na een schielyken inval in
+Friesland, door Keizer Lodewyk verdreven waren, zyn dezelve echter in
+&rsquo;t volgende jaar weder gekomen, en dwongen de Friesen eene
+schattinge af<a class="noteref" id="xd20e1193src" href="#xd20e1193"
+name="xd20e1193src">41</a>.</p>
+<p>In den jaare 838 Frederik van Adelen<a class="noteref" id=
+"xd20e1204src" href="#xd20e1204" name="xd20e1204src">42</a>, geboortig
+van Sixbierum, Bisschop te Utrecht, zullende de leere der kerke eens
+onderzoeken, en komende te Westergo in Friesland, bevond hy aldaar het
+volk met de verderfelyke leere der Arriaanen zeer besmet; en kunnende
+met zyne medehelpers dat hardnekkige volk van dit besmettende gevoelen
+niet afbrengen; zo resolveerde hy noch tot zyne hulpe te roepen, Adolf,
+Kanunnik te Utrecht, dewelke om zyne vroomheid tot Leeraar te Staveren
+wierd aangestelt; alwaar hy met eenen grooten yver zyn plicht waarnam;
+ook een klooster en <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64"
+name="pb64">64</a>]</span>kerk in het westen der stad heeft gebouwd:
+die namaals, doe de zee haaren loop daar kreeg, op de zuidzyde wierd
+herbouwt. Waar van, by een laag gety, het muurwerk noch te zien is,
+gelyk wy zelve hebben bevonden, leggende nu met gemelde stad geheel in
+zee verdronken.</p>
+<p>In den jaare 840 overleed Lodewyk de Vroome, Keizer des Roomschen
+Ryks<a class="noteref" id="xd20e1211src" href="#xd20e1211" name=
+"xd20e1211src">43</a>. Een Gustaaf Lappon quam met 800 Gotten
+aantrekken, om zich in Friesland neder te zetten: maar de Landsheer
+Adelbrik van Adelen trok den zelven met zyne byhebbende macht tegen, en
+versloegze by Kollum zodanig, dat &rsquo;er naauwlyks overbleven, die
+deze tyding van hunnen nederlaag in Zweeden konden brengen.</p>
+<p>In den jaare 850, of omtrent dezen tyd, of voort na het overlyden
+van den Bisschop Alfridus, hebben de burgers van Groningen de kerk van
+St. Walburg, tegen het overvallen der Noormannen gebouwt.</p>
+<p>In den jaare 867 was in Friesland en elders een groote watervloed,
+waar door groote schade aan menschen en beesten geschiede.</p>
+<p>In den jaare 876 quamen de Noormannen, na dat zy de Fransche kusten
+hadden uitgeplondert, weder in Friesland, eischende van de Friesen
+schattinge: doch afgeslagen <span class="pagenum">[<a id="pb65" href=
+"#pb65" name="pb65">65</a>]</span>zynde, deeden zy zwaare dreigementen
+van moord en brand: maar de Friesen, aangevoert van <span class=
+"sc">Hessel Hermana,</span> vierde Landsheer, woonachtig te Minnersga,
+zynde een kloekmoedig en onvertzaagd krygsman, tasten dezelve manmoedig
+aan, en versloegze zodanig, dat hun Overste en 800 mannen van zyn volk
+op de vegtplaats sneuvelden; de overgeblevene bezette zy in een huis,
+alwaar deze beloften moesten doen, al hun geroofden buit van goud en
+zilver over te geeven, en nimmer weder in &rsquo;t land te komen
+stroopen. In dit treffen wierd Hermana ook gewond, waar van hy
+stierf.</p>
+<p>Na hem wierd <span class="sc">Yge Gaalema</span><a class="noteref"
+id="xd20e1229src" href="#xd20e1229" name="xd20e1229src">44</a> tot
+vyfde Landsheer verkooren; hy was zeer ervaaren in den krygshandel. Van
+hem wierden langs de geheele Friesche kust schildwachten uitgezet, om
+zo op de invallen der Noormannen, als wel byzonder op het doorbreeken
+der dyken te passen. De vastigheden langs de zeekusten eens bezoekende,
+gaf hy die van Ezonstad een waarschouwinge, om voor de Noormannen een
+waakend oog in &rsquo;t zeil te houden, zeggende:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Wacht jimme fen dy noordere oord:</p>
+<p class="line">Uit dy grims herne komt alle qwaed foort<a class=
+"noteref" id="xd20e1237src" href="#xd20e1237" name=
+"xd20e1237src">45</a>.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name=
+"pb66">66</a>]</span></p>
+<p>En overleed in dit zelve jaar, nalaatende eenen zoon, genaamt Igle
+Gaalema.</p>
+<p>In den jaare 880 zyn de Noormannen, hebbende groot voordeel op de
+Saxen gehad, die zy geweldig plaagden, weder in Friesland gevallen, van
+meininge om het zelve geheel te verwoesten: doch by Norden, dat nu
+Embderland is, tegenstand vindende, zyn &rsquo;er wel 10377 Noormannen
+verslagen, behalven noch een grooter getal, die in de rivieren en
+poelen gejaagt wierden, en aldaar moesten verdrinken; alzo zy zeer
+ongeschikt, door malkanderen loopende, vlugten<a class="noteref" id=
+"xd20e1249src" href="#xd20e1249" name="xd20e1249src">46</a>.</p>
+<p>In den jaare 890, of omtrent dezen tyd, bestonden de Groninger
+Ommelanden alleen in vyf, doch zeer wyduitgestrekte dorpen, doe genaamt
+Hugomonhi, Hunisga, Fivelga, Emisga en Federitga; en &rsquo;t eilandje
+de Band genaamt, &rsquo;t welk vermoed word gelegen te hebben tusschen
+het Dokummer Diep en de Lauwers<a class="noteref" id="xd20e1254src"
+href="#xd20e1254" name="xd20e1254src">47</a>. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 910, als Staveren haaren Koophandel in vreemde gewesten
+wyd en zyds verspreide, en haar recht tot de Heeselpoort van Nieumegen
+uitstrekte, waar van noch ten huidigen dage in een steen uitgehouwen
+staat, in het latyn: <i>Dus verre is het Recht van Staveren</i>, doe
+verbrande aldaar de kerk, toegewyd aan de Moedermaagd Maria, staande in
+&rsquo;t westen der stad, daar men ging naar &rsquo;t klooster van
+Odolf.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd quam Ode Botnia, zoon van den Hertog van Botnia,
+grenzende aan het noorden van Zweeden, alwaar &rsquo;t nu als een
+overheerd land onder behoort, en gelegen aan de noordelykste inham van
+de Oostzee; deze, wegens zyne vroomheid, verkreeg de dochter van Taeke
+Camminga tot zyne huisvrouwe, en bouwde een stins in Oostergo. En deze
+is de oorsprong van dat geslachte, dat noch onder den naam van Botnia
+heden bekent is.</p>
+<p>Westerman heeft uit oude schriften aangeteekent, dat in dit jaar te
+Hindeloopen de eerste huizen gebouwd zyn: het welk verstaan moet
+worden, van na dien brand, waar van wy hier boven op &rsquo;t jaar 779
+hebben gesprooken.</p>
+<p>Omtrent den jaare 920 leefde Koppen van Staveren, of Cappidus
+Stavriensis, die de geschiedenissen der Friesen, van oude tyden af,
+heeft aangeteekent, daar nu slegts noch maar eenige overblyfzelen van
+zyn.</p>
+<p>En omtrent den jaare 970 leefde Okke <span class="pagenum">[<a id=
+"pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span>van Scharl, Scharlensis,
+welke uit zommige overblyfzelen, nagelaaten van zynen, oom Solke
+Forteman, de daaden der Friesen heeft beschreven.</p>
+<p>Omtrent den jaare 989 <span class="sc">Gosse Ludigman,</span> nu
+zesde Landsheer zynde en woonende te Staveren, is tot hem
+veldvlugtig<a class="noteref" id="xd20e1279src" href="#xd20e1279" name=
+"xd20e1279src">48</a> uit Holland overgekomen een zoon van Aarnoud,
+Graave van Holland, die de Friesen Sikke noemden: welke van Ludigman
+minnelyk ontfangen wordende, en ook na eenigen tyd hem zyne dochter Tet
+ter vrouwe gaf; alwaar hy twee zoonen by overwon. En daar na, op den
+trouwdag van zynen broeder, weder in Holland ontbooden zynde, zo gaf
+hem zyn vader ten erfdeel eenige breede roeden land in Zuidholland en
+Kennemerland, en &rsquo;t slot dat heden tusschen Haarlem en Beverwyk
+is gelegen, het welk daar van noch Brederoede of Brederode genaamt
+word.</p>
+<p>In den jaare 995 wierd te Westerbierum een kind met drie hoofden
+gebooren, ziende twee naar voren en het middelste naar achteren.</p>
+<p>In den jaare 998 is door de Noormannen het stedeke Uitgong geheel
+verwoest, en tot den grond toe vernietigt. Omtrent die plaats legt nu
+het dorp Berlikum.</p>
+<p>In den jaare 999 vertoonde zich boven <span class="pagenum">[<a id=
+"pb69" href="#pb69" name="pb69">69</a>]</span>Staveren een vreesselyke
+staartstar of comeet, 10 dagen lang: waar op een zwaare sterfte in
+veele landen is gevolgt.</p>
+<p>In den jaare 1006 was &rsquo;er byna de geheele waereld door een
+felle hongersnood, en groote sterfte in het land; dat zomtyds zelve de
+leevendige, in &rsquo;t begraaven der afgestorvene ligchaamen, wel mede
+dood in de graven vielen.</p>
+<p>En in de naastvolgende jaaren deeden de Noormannen geweldige
+invallen in Westfriesland, daar de Friesen hen lieten begaan; om de
+landpaalen tegen de vyandelykheid der Graaven van Holland niet te
+ontblooten. Welke oorlogen met de Westfriesen, in deze eeuw
+voorgevallen, hier van ons overgeslagen worden.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd zyn eenige Friesche Edelluiden uit de Weezer
+gevaaren, die om de Noord vreemde landen zogten op te doen; welke,
+boven Ysland omzeilende, na verlies van hunne schepen, aan de Goudkust,
+mogelyk Mexica, zyn vervallen; van waar zy het eerste goud en zilver in
+deze landen hebben gebragt.</p>
+<p>In den jaare 1040 is het G&ocirc;recht door Keizer Hendrik,
+bygenaamt de Zwarte, aan de Stoel van Utrecht geschonken: waar uit
+naderhand een groote twist ontstond. Want de Groningers waren van
+gedachten, het G&ocirc;recht alleen maar vergeeven te zyn: waar tegen
+de Bisschoppen en Clerigie van Utrecht staande hielden, dat de stad
+Groningen <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name=
+"pb70">70</a>]</span>insgelyks aan hen was geschonken. &rsquo;t Welk de
+Bisschoppen ook, met geweld en hunne geestelyke luister hebben door
+gedrongen, dat zy daar na honderden van jaaren Heeren van deze stad zyn
+geweest, doch niet absolutelyk<a class="noteref" id="xd20e1301src"
+href="#xd20e1301" name="xd20e1301src">49</a>.</p>
+<p>In den jaare 1042 wierd de stad Bremen door een booswigt in brand
+gestoken: waar door de Dom, des Bisschops Paleis en andere heilige
+huizen, met de schatten der kerksieraaden en boeken verbranden.</p>
+<p>In deze eeuw leefden verscheidene Friesche Edelen; als onder anderen
+een Julius Deekema, die diverse Gezantschappen voor Keizer Hendrik den
+tweede bediende.</p>
+<p>In den jaare 1045 zyn verscheidene Friesche Edelen, die met grooten
+lof gedient hadden in den oorlog van Keizer Hendrik den derde, tegen de
+Hongaaren en Poolen, wederom gekomen.</p>
+<p>In den jaare 1064, wanneer de Edelen te Almeenum, in St. Pieters
+kerk zouden ten offer gaan, is een Sasker toe Harns, (waar van de stad
+namaals den naam Harns, zo als wy dezelve in &rsquo;t plat Fries noch
+benoemen, zoude gekreegen hebben,) zich in de voorrang stellende, door
+eenen Ruerd Jarckes Harliga op het kerkhof doodgeslagen. Zo veel
+kragtiger was diestyds de waereldsche eere, boven zaaken van
+godsdienst. <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name=
+"pb71">71</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1072 is Friesland door Egbertus, uit het Huis van
+Saxen, aan de andere zyde ingenomen. Doch ook door Keizer Hendrik, wel
+haast we&ecirc;r tot afstand gedwongen, en hetzelve aan den
+Utrechtschen Bisschop geschonken: des hebben de Friesen zich tegen dat
+jok aangestelt, zo dat geen graaf van Holland, Utrechtsche Bisschoppen,
+of Saxische Vorsten, in het bezit van Friesland gekomen zyn.</p>
+<p>In den jaare 1076 was &rsquo;er een schrikkelyke harde winter,
+geduurende van St. Marten tot aan &rsquo;t einde van Maart in &rsquo;t
+volgende jaar; de Zuiderzee, Rhynstroom en andere rivieren waren zo
+sterk bevrooren, datze dien geheelen tyd als de aardbodem gebruikt
+wierden.</p>
+<p>Diderik de vyfde, Graave van Holland, de Westfriesen in eene zwaare
+slag overwonnen hebbende, zette het op Staveren aan; welke stad, na
+drie weeken tyd belegert te zyn geweest, genoodzaakt wierd zich over te
+geeven: doch kogt haar weder vry voor 1400 kroonen.</p>
+<p>In den jaare 1096, wanneer Paus Urbanus de tweede, alle de Christen
+Prinsen van Europa in &rsquo;t voorgaande jaar hadde gaande gemaakt, om
+de ongeloovige Saraseenen uit Natolien en &rsquo;t Joodsche land te
+verdryven; hebben zich veele Friesche Edelen en gemeene lieden daar
+mede heenen begeeven, geteekent met een rood wollen kruis op hunne
+schouders, onder &rsquo;t geleide van eenen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name="pb72">72</a>]</span>Peter,
+Ambiaansche heremyt: en zyn, na veele gevaaren en ongemakken uitgestaan
+te hebben, met eenen ongemeenen yver boven andere volkeren, in Natolien
+aangekomen.</p>
+<p>In den jaare 1097 overwonnenze aldaar verscheidene steden.</p>
+<p>En in den jaare 1099 is Jerusalem na 10 dagen belegerings
+ingenomen.</p>
+<p>Na den jaare 1100 trokken op dat gerucht noch derwaarts verscheidene
+uit den Frieschen adel; als mede noch veele na dezen tyd<a class=
+"noteref" id="xd20e1336src" href="#xd20e1336" name=
+"xd20e1336src">50</a>.</p>
+<p>In den jaare 1110 quam Hendrik de Dikke, zoon van Otte, Hertog Van
+Beijeren, om Friesland af te loopen, dat hem de Keizer reeds geschonken
+had: doch de Friesen, om hunne vryheid te beschermen, joegen zyn volk
+by Norden op de vlugt, en hy zelve wierd door de zeelieden aan &rsquo;t
+strand gegreepen en in zee geworpen.</p>
+<p>In dit zelve jaar is Groningen, in plaatze van haare houtene
+omheininge, met wallen, gragten en een steenen muur omringd. Doch
+Godebald, de 24ste Bisschop van Utrecht, heeft in den jaare 1112 de
+Groningers gedwongen hunne noch nieuwsgemaakte vestingwerken
+<span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name=
+"pb73">73</a>]</span>wederom af te breeken; en hen geboden, zoodanig
+een versterken der stad zich nooit meer te onderwinden, voor dat de
+Utrechtsche Kerkvoogd daar in hadde bewilligt. Evenwel heeft deze stad
+van dien tyd af beginnen te floreeren en in rykdom toegenomen<a class=
+"noteref" id="xd20e1345src" href="#xd20e1345" name=
+"xd20e1345src">51</a>.</p>
+<p>In den jaare 1119 ontstond tusschen Gaale Yges Gaalema, en Floris de
+Vette, Graave van Holland, twist over den eigendom van &rsquo;t bosch
+de Kreil, gelegen tusschen Enkhuizen en Staveren; tot zo verre dat
+Gaalema, den Graave aanvegtende, in zynen regterarm eene wond toebragt,
+om dat dezelve hem zyne jagers netten en ander tuig had afhandig
+gemaakt. Doch deze twist wierd weder bygelegt. Omtrent in dezen tyd
+stonden in Dyxherne, tusschen Almeenum en Flieland, de geweldige
+stinsen van Gratinga, Harliga en Harns.</p>
+<p>In den jaare 1143 hebben te Groningen eenige oproerige burgers, in
+afwezen van hunnen Bisschop, die naar Romen was, St. Walburgs kerk met
+vestingwerken versterkt; om daar door den Burggraaf tot eenige voor
+lang verzogte zaaken te dwingen. Maar Egbert, Heere van het slot
+Groenenberg, vermaande hen, van hun opzet te willen veranderen, doch te
+vergeefs: waar op hy aanstonds met zyn volk het slot belegerde,
+<span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name=
+"pb74">74</a>]</span>en zeer dapper aantaste; maar door deszelfs
+vastigheid niet kunnende vorderen, heeft hy zich te vreden moeten
+houden met de sterkte zeer naauw te besluiten; tot dat eindelyk de
+Bisschop, wederom gekomen zynde, hen met een troup soldaaten en
+krygstuig zodanig aantastede, dat zy zich by verdrag moesten
+overgeeven. Doe deed de Bisschop hen zweeren, van nooit meer tegen de
+Utrechtsche Stoel te zullen opstaan. Dus bestierde hy dit alles ten
+voordeele zyner broederen geevende aan den eenen, Leffert genaamt, het
+Burggraafschap van Groningen, en aan den anderen, Ludolf geheeten, het
+Kasteleinschap van Koeverden: waar uit naderhand groote onheilen zyn
+ontstaan<a class="noteref" id="xd20e1360src" href="#xd20e1360" name=
+"xd20e1360src">52</a>.</p>
+<p>Ondertusschen quam de Paltsgraave, Gouverneur van Benthem, met zyne
+macht in Drenth vallen, en verwoeste dat land, zonder eenige tegenweer.
+Doch dit volk is naderhand door des Bisschops krygsbenden by Hemsen
+verslagen.</p>
+<p>In den jaare 1148 is de stad Utrecht voor &rsquo;t grootste gedeelte
+afgebrand.</p>
+<p>In den jaare 1162, als Miliaan door den Keizer F.
+Barbarosse<a class="noteref" id="xd20e1369src" href="#xd20e1369" name=
+"xd20e1369src">53</a> geheel vernielt en geslegt wierd, is Hessel
+Martena, een <span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name=
+"pb75">75</a>]</span>Friesch Edelman, in de belegering omgekomen; na
+dat dezelve dapper gestreden, verscheidene bedieningen en bezendingen
+voor den Keizer had uitgevoert, en ridder geslagen zynde, bevel over
+10000 krygsknegten had gehad. Een Ofke Reinalda onthield zich ook
+eenige jaaren in deze Italiaansche oorlogen van Barbarossa.</p>
+<p>In den jaare 1164 overleed Leffert, Burggraaf van Groningen, zonder
+mannelyke erfgenamen na te laaten; waar uit een zwaare oorlog ontstond.
+Want deze overledene had wel eene dochter nagelaaten, hebbende drie
+zoonen, die het recht van hunnen overledenen grootvader meinden te
+erven: maar die tegenwoordige Bisschop van Utrecht weigerde deze zoonen
+aan te neemen voor volle neeven van den voorigen Bisschop; van
+gedachten zynde, dat door deze dood het Leen verviel, en tot den Stoel
+van Utrecht was wedergekeert. De Gemeente was echter tot de zoonen
+genegen, en waren &rsquo;er ook reeds al in &rsquo;t bezit; hoewel met
+vreeze voor des Bisschops geweld, waarom zy, tot afkeeringe van dien,
+den Hertog van Gelder om hulpe verzogten: die voorts met een goede
+krygsmacht afquam, en zich voor Groningen vertoonde. De Bisschop zulks
+gewaar wordende, trok aanstonds op het kasteel of den tooren, van waar
+hy in &rsquo;t duistere des nachts de vlugt nam naar Floris, Graave van
+Holland. Daar op wierd het kasteel met groot geweld aangetast; tot
+<span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name=
+"pb76">76</a>]</span>eindelyk de vrede wierd gemaakt; onder voorwaarde,
+dat de Bisschop van deze zoonen zoude ontfangen 300 mark, en dan
+wederom ten vollen afstaan het Drost- of Burggraafschap van
+Groningen<a class="noteref" id="xd20e1378src" href="#xd20e1378" name=
+"xd20e1378src">54</a>.</p>
+<p>In dit jaar was ook een verschrikkelyke watervloed over Friesland,
+Juliaans Vloed genaamt; waar door in Friesland en elders wel 100000
+menschen verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1170, den derden November, is Nederland door een
+droevigen watervloed aangetast, waar door het zeewater met &rsquo;er
+haast voor Utrecht stond; kabeljauw en wytingen wierden voor de stads
+muuren gevangen, en veele menschen en beesten zyn verdronken.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd, of eenige jaaren onbegreepen, is <span class=
+"sc">Saake Reinalda,</span> de zevende Landvoogd, tot groote droefheid
+der Friesen, overleeden. Van hem word verhaalt, dat men hem noch
+tweemaalen voorstelde in de Landvoogdyschap te blyven: maar het zelve
+t&rsquo;elkens weigerende, met dit antwoord: dat zulks strydig was
+tegens &rsquo;s Lands wetten en vrybrieven. Verder verhaalt men, dat hy
+als Landvoogd goud- en zilvergeld liet munten.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1182 vertoonden zich vier zonnen aan den hemel;
+ook zag men <span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name=
+"pb77">77</a>]</span>gewapende mannen in de lucht, en bloedregen viel
+op de aarde. Ook door een geweldig onweder, ondermengt met een dikke
+sneeuwjagt, zyn de dyken by Uitgong, een stedeke aan de Burde,
+doorgebrooken, waar door die landen geheel onderliepen. Niet lang daar
+na brande het gemelde steedje byna geheel af: en het overgeblevene
+wierd in vervolg van tyd door de Noormannen vernielt. Nu legt op
+dezelve plaats het dorp genaamt Berlikum of Beltjom.</p>
+<p>In den jaare 1190, of omtrent dezen tyd, is de stad Leeuwarden eerst
+met wallen versterkt.</p>
+<p>In den jaare 1192 is, door &rsquo;t uitroeyen van Uitgong, Franeker
+tot meerder aanwas gekomen, wordende uitgelegt met twee naastgelegene
+akkers, als Froonakker en Godsakker, en zo tot een stad geworden; waar
+van zy ook eerst Froonakker genaamt wierd. Godsakker is aldaar noch
+hedendaags een bekende Straat.</p>
+<p>In dit zelve jaar, op den vyfden van Juny, is het vermaarde Klooster
+van St. Bernard<a class="noteref" id="xd20e1407src" href="#xd20e1407"
+name="xd20e1407src">55</a>, te Aduard begonnen; dat met eene prachtige
+kerk en 4 toorens pronkte, deftiger als &rsquo;er ooit tusschen de Eems
+en Lauwers te zien is geweest. <span class="pagenum">[<a id="pb78"
+href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1196 ontstond te Groningen onder de burgerye en hunnen
+Bisschop een groote onlust, over de kerk van St. Walburg. De burgerye
+was van gedachten, dat deze sterkte, eertyds tegen het overvallen der
+Noormannen gebouwt, de stad toe quam: en de Bisschop daar en tegen
+redeneerde, dat deze kerk van ouds af in zyner voorzaatens macht hadde
+gestaan. Dit liep zo hoog, dat de burgers de kerk, het dak en een
+gedeelte der muuren deeden afwerpen. Waar over de Bisschop zo toornig
+wierd, dat hy den Kastelein van Koeverden, zynde de voornaamste
+aanstooker van dit werk, benevens de burgers van Groningen, in den ban
+deed, en voorts ook met zyne macht naar Koeverden trekkende, dwong hy
+die plaats met geweld tot de overgaaf. Ondertusschen, als de Bisschop
+hier mede bezig was, hermaakte de Groningers hunne stads muuren weder
+op, na datze hunnen Bevelhebber hadden doodgeslagen<a class="noteref"
+id="xd20e1413src" href="#xd20e1413" name="xd20e1413src">56</a>.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1200 was de stad Staveren noch, van oude tyden af,
+in groot gezach, en dreef zwaare koopmanschappen door alle de gewesten
+des waerelds, zo dat de inwoonderen, door weelde en dartelheid,
+<span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name=
+"pb79">79</a>]</span>zelfs goud aan hunne stoepens<a class="noteref"
+id="xd20e1426src" href="#xd20e1426" name="xd20e1426src">57</a> lieten
+slaan. Waar van zy noch ten huidigen dagen genoemt worden: <i>De
+verweende<a class="noteref" id="xd20e1445src" href="#xd20e1445" name=
+"xd20e1445src">58</a> Kinderen van Staveren</i>. Ten blyke van dit
+gezegde, dient dit volgende: &laquo;eene zekere ryke koopvrouw verzond
+een schip naar Dansich, belastende den schipper, om van de
+allerkostelykste waren voor haar tot zyne ladinge we&ecirc;rom te
+brengen: dezelve weder komende, en denkende zyne zaak wel verricht te
+hebben, quam met weite geladen aan de stad. &rsquo;t Welk zyne
+koopvrouw verstaan hebbende, was daar over t&rsquo; onvrede, en belaste
+den schipper, zyne lading, die zy verstond aan bakboord ingekregen te
+hebben, aan stuurboord weder in zee te werpen. Waar op de droogte, die
+men noch het Vrouwezand noemt, voor de haven is geschoten, als eene
+straffe over hunne verwaantheid; zo dat de haven, na verloop van tyd,
+noordelyker heeft moeten verlegt worden; gelyk zy nu noch is. En heeft
+gemelde stad, van dien tyd af, allengskens beginnen af te neemen, tot
+op haare tegenwoordige staat. Van boven verhaalde koopvrouw werd
+getuigt, dat zy zich <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80"
+name="pb80">80</a>]</span>eindelyk noch met den bedelzak heeft moeten
+behelpen.&rdquo;</p>
+<p>In den jaare 1210, verbrande, door een geweldige droogen zomer, het
+bosch de Flussen geheel af; en wierd, door het inscheuren van het
+zeewater, eerst een kleen meertje, en met &rsquo;er tyd tot die groote,
+als het heden is.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1212 vielen &rsquo;er geweldige watervloeden over
+&rsquo;t Land, waar door dyken, dammen, hoven en huizen wegspoelden, en
+wel 100000 menschen verdronken: en by aldien niet veele op de terpen,
+stinsen en hooge boomen waren gevlugt, zou Friesland, tusschen den Rhyn
+en de Eems van zyne inwoonders zyn ontbloot geworden. Waar door het
+volk zo verarmt was geworden, dat zy de dyken, zo haastig niet kunnende
+herstellen, moesten laaten verwaarloozen; waar door met een noordwesten
+wind de zee, tusschen het Flie en Ter Schelling, geweldig haaren loop
+nam, en het land meer en meer overstroomde. Want in dien tyd was de
+Fliestroom noch maar een gemeene rivier, die Westfriesland van ons
+afscheide; zo dat gemelde aanpersing van water, met &rsquo;er tyd meer
+en meer toeneemende, eene oorzaak geweest is, dat de naastgelegene
+landzaaten afleidingen in gemelden stroom gemaakt hebben; alwaar de zee
+haaren loop inneemende, zyn de landeryen eerst in poelen en meeren
+afgescheurt. <span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name=
+"pb81">81</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1219, den 16 van January, zyn deze landen wederom door
+een verschrikkelyken watervloed aangetast, die St. Marcellus Vloed is
+genaamt; verwoestende alomme de dyken, dorpen, kerken en kloosters,
+groot en kleen vee in meenigte opgeslokt, en waar van word aangeteekent
+mede wel 100000 menschen in verdronken zyn. Deze vloed heeft eene
+oorzaak geweest, dat de volkeren naderhand de stranden verlieten, en
+zich op hooge plaatzen, landwaards in, ter wooninge begaven.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1220 is Gryn<a class="noteref" id="xd20e1463src"
+href="#xd20e1463" name="xd20e1463src">59</a>, gelegen tusschen het Flie
+en Almeenum, door Siardus, mogelyk Sierd Siersma, Abt van Lidlum, met
+gragten en wallen voorzien, en tot een stad gemaakt; alwaar ook een
+schoole van geleerdheid of Academie wierd gesticht. Niet lang na dezen
+tyd, als de lieden zeer eenvoudig en weinig Onderwezen waren, hebben de
+Roomsche Geestelyken, deze slegtigheid<a class="noteref" id=
+"xd20e1466src" href="#xd20e1466" name="xd20e1466src">60</a> des volks
+tot hun voordeel neemende, byna het derdendeel van de goederen en
+rykdommen des lands in hunne kloosters gesleept; en veele ryke lieden,
+om alles na hunne dood te behouden, tot het kloosterleeven
+bewoogen.</p>
+<p>In den jaare 1221, omtrent Driekoningen Dag, zyn door eenen
+watervloed wederom <span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82"
+name="pb82">82</a>]</span>eenige duizenden menschen en beesten in
+Friesland om &rsquo;t leeven geraakt. En den 24ste van February volgde
+een derde vloed: daar na een zeer groote droogte zonder regen, die de
+landen de teelkragt, om iets voort te brengen, deed verliezen. Hier op
+volgde, daags na St. Lambert, wederom een vloed, die de opgedroogde
+landen met zoute wateren vervulde.</p>
+<p>In den jaare 1222, in January, was &rsquo;er wederom een vloed over
+deze landen, waar door veele schade veroorzaakt wierd.</p>
+<p>In dezen tyd leed Groningen zwaare onheilen; want de stad van hare
+vestingen beroofd wezende, quam een ieder by dag en nacht daar in,
+bedryvende veele gruwelen van moorden en bloedstortingen zonder dat
+daar recht over wierd gedaan.</p>
+<p>In den jaare 1224 is Friesland wederom door het zoute water
+overstroomt; waar door over de 10000 menschen verdronken, en al wat
+meest van de beesten voorhanden was.</p>
+<p>In den jaare 1227 braken de Groninger onlusten wederom op, tusschen
+Rudolf, Kastelein van Koeverden, en Egbert, Burggraaf van Groningen,
+over deszelfs Burggraafschap. Doch de Utrechtsche Bisschop, Otto van
+der Lip, quam met &rsquo;er haast herwaards en vereenigde hen. Maar de
+Bisschop was zo dra niet vertrokken, of Rudolf, zynde misnoegt over het
+gemaakte verbond, heeft Egberts slot by den Ham <span class=
+"pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name=
+"pb83">83</a>]</span>aangetast en geru&iuml;neert; en daar op zelfs
+voor Groningen trekkende, wierd hy door die van zyn aanhang binnen
+gelaaten.</p>
+<p>Hier op moest Egbert de stad verlaaten, maar verzamelde daar en
+tegen een groote macht van Friesen, waar mede hy de stad voort
+we&ecirc;r belegerde; schietende zo een zwaar vuur in dezelve, datze
+voor &rsquo;t grootste gedeelte in weinig tyd verbrande, en hy haar
+overwon. Rudolf moest insgelyks vlugten, trok derhalven op Koeverden,
+en bragt byna het geheele Drenth in de wapenen; waar mede hy Groningen
+belegerde, en met groot geweld aantaste: doch de goede bezetting van
+binnen deed hen t&rsquo;elkens afdeinzen. Ondertusschen quam de
+Bisschop van Utrecht mede herwaards, om Egbert te ontzetten, hebbende
+by hem een machtig leger van uitgelezene ruiters en soldaaten, met
+veele Grooten tot hunne Bevelhebbers, tot omtrent Koeverden; doende het
+daar ter ne&ecirc;r slaan, en den Gouverneur Rudolf opentlyk voor een
+rebel verklaaren.</p>
+<p>Rudolf brak aanstonds de belegeringe voor Groningen op, en
+marcheerde zeer moedig met zyne macht tot omtrent zyne vyanden,
+laatende alleen een moerassig land tusschen beide.</p>
+<p>Des anderen daags morgens quamen de vyanden voor den dag springen,
+om alzo Rudolf en de zynen te overvallen: maar hunne groote stoutheid
+bragt hen op de slagtbank; want zo als zy op de moerassige <span class=
+"pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>weide
+quamen, wierd &rsquo;er van achteren zodanig gedrongen, datze &rsquo;er
+voor &rsquo;t meerendeel in bleven steeken. Doe viel Rudolf met de
+zynen op hen in, en hieuw zo vreesselyk onder die benaauwde vyanden,
+dat &rsquo;er in &rsquo;t kort 500 door &rsquo;t zwaard nedergezabelt
+wierden, of in &rsquo;t moeras waren gesmoord, en waar onder de
+Bisschop zelve, die op eene zeer wreede wyze om &rsquo;t leeven wierd
+gebragt; vervolgens de vlugtende nagezet, en veele perzoonen van
+grooten rang gevangen genomen<a class="noteref" id="xd20e1491src" href=
+"#xd20e1491" name="xd20e1491src">61</a>.</p>
+<p>In den jaare 1228 quam de Utrechtsche Bisschop Wilbrand met een
+groote krygsmacht in &rsquo;t Drenth, om de dood van zyn Voorzaat te
+wreeken. Hy pleegde dieshalven eene groote tirannye aan de inwoonders.
+Rudolf moest zelve ook voor hem buigen, geevende Koeverden we&ecirc;r
+over. Doch Rudolf hernam door eene krygslist het kasteel van Koeverden
+wederom, slaande de geheele bezettinge daar in dood.</p>
+<p>Daar na heeft de Bisschop met een nieuw verzamelde macht, in den
+winter, onder de begunstiging van een felle vorst, wederom eene tocht
+herwaards gedaan; maar een zeer zwaar onweder van regen en haastige
+dooy deed hen alle de vlugt neemen, met achterlaatinge van alle hunne
+bagagie, ten voordeele van Rudolf. <span class="pagenum">[<a id="pb85"
+href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span></p>
+<p>Na dezen bragt die Bisschop wederom een leger op de been, en hy op
+het Hardenberger Kasteel zynde, voorneemens om Koeverden te bestormen,
+komt Rudolf ondertusschen van het kasteel, om met den Bisschop in der
+minne te accordeeren. Maar de Bisschop, het tegendeel zoekende, nam den
+Gouverneur Rudolf, nevens zynen raadsman Hendrik van Graastorp,
+gevangen, doende hen schrikkelyk pynigen, voorts leevendig
+r&acirc;braaken en de ligchaamen op raderen stellen.</p>
+<p>In den jaare 1230, den 17de van February, zyn door een tempeest van
+donder en blixem, over Friesland gaande, veele huizen, verbrand en
+ne&ecirc;rgeworpen; en daar boven een watervloed, in welke veele
+duizenden menschen en beesten, verdronken<a class="noteref" id=
+"xd20e1510src" href="#xd20e1510" name="xd20e1510src">62</a>.</p>
+<p>In dit zelve jaar waren de Reilanders en Asschendorpers<a class=
+"noteref" id="xd20e1515src" href="#xd20e1515" name=
+"xd20e1515src">63</a> in eenen hevigen oorlog; maar de eerste gansch
+onkundig, vielen met hunne meeste Edelluiden in des vyands handen.</p>
+<p>In den jaare 1231 ontstond tusschen de <span class="pagenum">[<a id=
+"pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>dorpelingen van
+Uithuizen, en die Van Eendrum, een openbaare oorlog, over een kleen
+eilandje, aan de Noorder dyken gelegen. Dit verschil was bevoorens al
+uitgesprooken door de Rechters van Upstalsboom<a class="noteref" id=
+"xd20e1527src" href="#xd20e1527" name="xd20e1527src">64</a> ten
+voordeele van de Uithuizers. Doch die van Eendrum achte zich
+verongelykt, en wilden aan het gevelde vonnis niet gehoorzamen; gingen
+daarom by de Groningers om hulpe, die hen ten eersten met een groote
+hoop krygsbenden bysprongen, en dus gelykerhand de Uithuizers
+aantasteden en in hinderlaag bragten.</p>
+<p>Hier tegen kreegen de Uithuizers ook onderstand van de Drenthers,
+Drenthwolders, Vredewolders enz., trekkende ieder op hunne post. De
+Uithuizers wederom tegen die van Eendrum, slaande hen op de vlugt, en
+bequamen veel buit. Maar de Drenthers trokken voor Groningen, en
+stieten daar schrikkelyk het hoofd: want, nadatze daar drie dagen
+gelegen hadden, wierden zy door <span class="pagenum">[<a id="pb87"
+href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>die van binnen, uitvallende,
+deerlyk verslagen, achterlaatende aan de Groningers 600 paarden, al
+hunne proviand enz. Door deze overwinninge kreegen de Eendrumers
+wederom moed; vallende daarop in des vyands land, en hielden &rsquo;er
+gruwelyk huis; want zelve staken zy de brand in de kerk Usquert, welke,
+behalven de andere geheiligde dingen daar in, met eene geweide hostie,
+verbrande; daar en boven wierden de vrouwen geschonden, en noch oude of
+jonge, lieden gespaart.</p>
+<p>Ondertusschen, als de Drenthers voor Groningen waren, quam Bisschop
+Wolbrand met zyne soldaaten voor Koeverden; neemende de stad en
+voorburg in, en zabelde alles ne&ecirc;r wat &rsquo;er in was, zonder
+zelve de noch in de wieg leggende kinderen te sparen: hier na gaf hy de
+plaats aan zyne soldaaten; die dezelve geheel uitplonderden en
+naderhand in brand staken. Maar het kasteel heeft hy, om zyne
+vastigheid, niet kunnen bemachtigen; alhoewel het echter op die of een
+anderen tyd ook ten eenemaal verdistrueert is geworden<a class=
+"noteref" id="xd20e1537src" href="#xd20e1537" name=
+"xd20e1537src">65</a>.</p>
+<p>In den jaare 1232, in September, was te Groningen een zamenkomst van
+die van Husingo, <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name=
+"pb88">88</a>]</span>Westerlanders en hunne bondgenooten, welke dus
+gelykerhand in Fivelingo vielen, tot omtrent Wester-Embden: maar
+wierden door hunne partye zo deerlyk gehavent, datze met &rsquo;er
+haast de vlugt moesten neemen, met achterlaatinge van 400 dooden of
+gevangenen, en veele gekwetsten aan hunne vyanden.</p>
+<p>In den jaare 1233 is Otto de derde, Graaf van Holland, met een
+groote krygsmacht in &rsquo;t Drenth gevallen; heeft de stad Koeverden,
+benevens de Drenthers, onder zyne gehoorzaamheid gebragt, en hen daar
+na gedwongen, behalven andere breuken te geeven, een klooster te
+bouwen<a class="noteref" id="xd20e1557src" href="#xd20e1557" name=
+"xd20e1557src">66</a>, ter plaatze daar wel eer de Utrechtsche Bisschop
+Otto van der Lip verslagen was. Dit klooster is het volgende jaar
+aangevangen, en ter plaatze, daar nu Assen is, volbragt; zynde het
+zelve dat namaals en nu noch tegenwoordig tot het Gemeenelands Huis
+gebruikt word.</p>
+<p>In den jaare 1234 is het stedeke Wartena, door een harden storm,
+geheel weggespoelt. Het was gelegen in de Grietenye van Idaarderadeel,
+omtrent Grou: waar van nu noch een dorp van die zelven naam is.</p>
+<p>In dezen tyd is &rsquo;er weder twist ontstaan, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>om de
+voorrang in &rsquo;t offeren, tusschen die van Albada en Reinalda te
+Waaxens, by Holwerd: waar uit naderhand de scheuringen tusschen de
+Schieringers en Vetkoopers gerezen zyn.</p>
+<p>De buurt, omtrent het westen van Almeenum, is in dit jaar tot een
+stad geworden, en met haare voorrechten voorzien. Maar, als &rsquo;er
+twist tusschen de Edelen van Harliga en Harns ontstond om den naam, zo
+heeft zy tot heden die beide naamen behouden, en word in de gemeene
+Spraak Harlingen, en in de Friesche landspraak Harns genoemt.</p>
+<p>In den jaare 1239 was <span class="sc">Sikke Sjaarda</span> of
+<span class="sc">Sjaardema,</span> Landsheer van Friesland. En Willem,
+Roomsch Keizer, en 21ste Graave van Holland, de stad Aken belegert
+hebbende, ontbood de Friesen tot zyn hulpe: welke de stad met water
+bezettede en overwonnen. Voor deze dienst, aan hem bewezen, bevestigde
+de Graave hunnen vrybrief, door Karel den Groote voorheen aan hen
+gegeven. Daar na verzogt hy Sjaardema, zo door groote giften van geld,
+als &rsquo;t Erfstadhouderschap hem Friesland over te geeven. Maar
+dezelve sloeg des Graafs voorstel door een vinnigen brief plat af;
+schryvende aan hem: &laquo;<i>Meent gy, dat ik, om my en myn geslacht
+te verheffen, een verraader wil zyn, en myne nakomelingen van de
+vryheid berooven, die onze Voorvaderen boven alle goederen ge&auml;cht
+<span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name=
+"pb90">90</a>]</span>hebben?</i>&rdquo; En liet noch, ter beschimpinge
+en verachtinge van gemelden Graaf, goude penningen slaan, waar op aan
+de eene zyde in &rsquo;t latyn, doch dus vertaald, stond: <span class=
+"sc">Sikke Sjaardema, Landsheer van Friesland</span>: en aan de andere
+zyde: <span class="sc">Libertas pr&aelig;valet auro</span>: dat in eene
+goede zin gezegt is: <i>Liever Vry, als Ryk</i>. Waarom hier na
+tusschen den gemelden Graaf en de Friesen een oorlog is ontstaan, waar
+in de eersten, overwonnen zynde, sneuvelde. Hega Holtwada schryft, dat
+dit voorgevallen is in den jaare 1255.</p>
+<p>In den jaare 1242 was te Groningen een zamenzweeringe gemaakt door
+de Gelkingen, tegen de drie nagelaatene zoonen van Egbert van
+Groenenberg. Zy vielen eerst op den oudsten en sloegen hem dood; maar
+de andere twee gingen vlugten, verzamelden, goede hulpe, en trokken op
+hunne vyanden af. Doe wierd &rsquo;er een burgerlyke oorlog binnen de
+stads vesten gevoert; leggende een ieder op zyn hoede, om zyne party
+afbreuk te doen; bedryvende groot geweld en bloedstortinge. Doch de
+meeste ne&ecirc;rlaagen vielen de autheurs van dit werk ten deel, die
+zelve veel volk verlooren, en de stad ook moesten ruimen. Hier op
+wierden hunne huizen aangetast, beroofd en verscheidene tot den grond
+toe geraseert, en in brand gestoken.</p>
+<p>In den jaare 1246 is te Groningen de St. Nikolaas kerk, nu der A,
+gebouwd; <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name=
+"pb91">91</a>]</span>welke door Bisschop Otto van Utrecht in den jaare
+1446, op verzoek der ingezetenen van de stad, tot een Parochiekerk is
+opgeregt.</p>
+<p>&rsquo;t Zelve jaar, in November, was door zwaare storm en onweder
+een groote watervloed over Friesland, en elders, waar door aan menschen
+en goederen veele schade geschiede.</p>
+<p>In den jaare 1248 braken de Groninger onlusten wederom op, waar in,
+op den eersten November, Thetse door Rudolf van Pedesen wierd
+omgebragt.</p>
+<p>Den 19de der zelve maand volgde hier op een droevige watervloed, die
+zelve, behalven de buitendyken, de dyken van het diep genaamt, welke nu
+aan de Eems een zyl en verlaat hebben, wegspoelde.</p>
+<p>In &rsquo;t begin van den jaare 1249 is wederom een watervloed over
+deze landen gegaan; wordende door een andere vloed op den 12de van
+February gevolgt; en daar na met eene zwaare pestellentie en duuren
+tyd.</p>
+<p>Evenwel was Groningen noch vol onlusten: want die van de stad, doe
+zeer wreed zynde, hielden het koren in dezen bedroefden tyd op een zeer
+hoogen prys, en daar boven wierd het vee, &rsquo;t welk door de
+landlieden ter markt wierd gebragt, door eenige oproerige geesten
+aangetast en veel beschadigt.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd is het Hof in &rsquo;s Graavenhaage, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span>benevens
+de groote Zaal aldaar, door Koning Willem den tweede, en 21ste Graaf
+van Holland, gebouwd.</p>
+<p>In den jaare 1250 was te Farmsum een Deken, Sikke genaamt, welke de
+Ommelandsche gemoederen zeer ontrustede: hy maakte zelve een verbond
+tusschen die van Hunsingo en Fivelingo; en dus met malkanderen te velde
+trekkende, wierpen zy het slot Groenenberg omverre, en poogden
+Groningen ook te belegeren.</p>
+<p>In dit en &rsquo;t volgende jaar is Friesland wederom door twee
+watervloeden overstroomt geworden; waar door veele duizenden van
+menschen en beesten verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1251 is Groningen door de Ommelanders belegert en
+verscheidene maalen bestormt; doch, door de goede bezettinge, wierden
+de bespringers t&rsquo;elkens afgewezen. Nochtans hebben die van binnen
+zich, na een beleg van vier weeken, met verdrag aan hunne vyanden
+moeten overgeeven.</p>
+<p>Hier na wierd Groningen, door de ballingen wederom verrast,
+brengende in den eersten aanval Hendrik Butel om &rsquo;t leeven, en
+roofde doe veele goederen van de Gelkingen.</p>
+<p>Op dit gerucht trokken de Ommelander bondgenooten wederom
+welgewapent voor de stad, welke haar door Conraad, Hoofd der Ballingen,
+zonder hun geweld af te wagten, wierd overgegeeven. Hier door geraakte
+Conraad <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name=
+"pb93">93</a>]</span>in gyzeling; maar kort daar na, door schoone
+beloften, ook wederom los; brengende, hoewel tegen zyn gemaakt verbond,
+een hoop krygsvolk byeen, waar mede hy het Franciscaner Klooster
+verraste, laatende het zelve voort van volk en andere noodwendigheden
+voorzien. Ook namen zy alle steene huizen, die vast tegen hunne vyanden
+waren, in, en deeden die van proviand en oorlogstuig voorzien.</p>
+<p>De wederparty vlugte tot de kerken van St. Marten en St. Nicolaas;
+alwaar zy zo sterk wierden bevogten en in benaauwtheid gebragt, datze
+by de landlieden om verdere hulpe riepen. Hier op quamen die van
+Fivelingo af, ontzettede hen, en tastede der vyanden bezettinge zo
+sterk aan, datze hen, na groote bloestortinge, tot overgeevinge
+dwongen, doch Conraad ontstreek hen en ging in &rsquo;t heetste van
+&rsquo;t gevegt door.</p>
+<p>In den jaare 1254 is Groningen weder door Conraad met verrassinge
+ingenomen. De bespringers quamen heimelyk by nacht in de stad, en op
+St. Martens Kerk, houdende zich tot den morgenstond verborgen: doe, de
+trappen afloopende, vielen zy hunne partye op &rsquo;t lyf, slaande 9
+mannen dood, en de andere salveerden zich, zo zy best konden: daarop is
+alles, wat &rsquo;er in de kerk gevonden wierd, prys gemaakt, en daar
+van een gedeelte aan de gehuurde soldaaten tot soldye gegeeven: waar
+door de stad door plonderinge en oproer vervult wierd. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1255 is Hindeloopen, nu, na de brandstichtinge en
+uitplonderinge der Noordsche volkeren, weder haaren wasdom bekomen
+hebbende, tot een stad geworden, en met voorrechten en privilegien
+begiftigt of voorzien.</p>
+<p>In het zelve jaar, den 18 van January<a class="noteref" id=
+"xd20e1634src" href="#xd20e1634" name="xd20e1634src">67</a>, is Willem
+de tweede, Graave van Holland, omtrent Hoogwoud van de boeren dood
+geslagen. Deze Graaf was van Alkmaar met een groote krygsmacht
+uitgetrokken, voor hebbende de Friesen, die tegens hem en zyn
+voorzaaten altoos wederspannig hadden geweest, met de wapenen te
+temmen, en onder zyne gehoorzaamheid te brengen. Maar de Graaf, door
+onvoorzigtigheid, te verre vooruit rydende, trapte het paard door het
+ys; waarop de boeren, van achter de struiken komende, hem dood
+sloegen.</p>
+<p>In den jaare 1257, den 10de van October, is Friesland weder door een
+watervloed overstroomt geworden; waar door de dyk in Groningerland, by
+Zonda, daar de rivier de Fivela met nieuw werk bedykt was, omverre
+wierd geworpen, en voorts het water over het land stroomde.</p>
+<p>In den jaare 1259 quam Hendrik, de achtste Bisschop van Utrecht, in
+Drenthwolde, nu &rsquo;t G&ocirc;recht, en vorderde groote <span class=
+"pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name="pb95">95</a>]</span>sommen
+geld van de, inwoonders: doch wierd hem geweigert. Hierom deed hy de
+Drenthers aanstonds wapenen, en de naaste huizen van hunne partyen in
+brand steeken. Daar tegen verzamelde de Drenthwolders hunne macht ook
+byeen, en vielen aanstonds met eene groote hevigheid op de vyanden in;
+waar door zy in den eersten aanval 120 dood sloegen, veele quetsten, en
+eenige gevankelyk met zich sleepten.</p>
+<p>In den jaare 1262 wierd in Friesland eene aardbeevinge gevoelt,
+welke Groningen mede trof, inzonderheid het klooster Wittewyrum, waar
+door de toren <span class="corr" id="xd20e1645" title=
+"Bron: instorte">instortte</span>: hier op volgde een watervloed door
+de dyken, met verbreeking van de zyl Fismar, in den Oldambte.</p>
+<p>In den jaare 1263 is de kerk van het vermaarde klooster St. Bernard,
+te Aduwerd, ten tyde van Gayke, de zevende Abt, op eene zeer plechtige
+wyze ingewyd, na dat &rsquo;er ruim 200 monniken 23 volle jaaren aan
+hadden gearbeid, om de kerk op te bouwen en het werk voort te
+zetten.</p>
+<p>In den jaare 1266 was de tweede Marcellus vloed, waar door Friesland
+wederom wierd bezogt: evenwel raakte Fivelingo, door de sterke dyken,
+die de monnikken van Wyrum met die van Zonda en hunne nabuuren, daar
+&rsquo;t voorige jaar tegen de Eems hadden gelegt, bevryd.</p>
+<p>In den jaare 1268 wierd D&rsquo;rYlst, een kleene myl leggende van
+Sneek, en doe noch <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96"
+name="pb96">96</a>]</span>maar eene buurt, mede met Stads
+voorrechtbrieven of privilegien voorzien. Indien &rsquo;er eene Yle
+Stins geweest is, schynt het niet ongeloofelyk, dat het daar van haaren
+naam ontleent heeft, volgens gebruikelyke verkortinge en zamentrekking
+der woorden.</p>
+<p>In den jaare 1270 is te Bolswert het Broere Klooster gesticht, waar
+toe het houtwerk voor het grootste gedeelte van de Kreil, by Staveren,
+wierd gehaalt. Gelyk ook te Staveren, Hindeloopen en andere plaatzen in
+den Zuidhoek, nu noch wel hout, uit het gemelde bosch gehouwen, te zien
+is.</p>
+<p>In den jaare 1272 is door geheel Friesland eene zwaare sterfte onder
+het vee geweest, als ook een groote hongersnood onder de menschen.</p>
+<p>In den jaare 1273 zyn door eenen watervloed in Friesland wederom wel
+2000 menschen verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1276, op goede Vrydag, beviel de Graavinne van
+Hennenberg te Loosduinen in het kraambed van 365 kinderen; wordende
+dezelve van haar oom, Bisschop Otto van Utrecht, in &eacute;&eacute;n
+bekke gedoopt: de knegtjes wierden Joannes, en de meisjes Elizabeth
+genaamt. Doch zy stierven alle nevens de moeder, en wierden te
+Loosduinen in &rsquo;t klooster begraven.</p>
+<p>In den jaare 1277, den 25ste van December en den 13de van January
+1278, heeft dit gewest door schrikkelyke watervloeden veel geleden;
+want door dezelve verdronken <span class="pagenum">[<a id="pb97" href=
+"#pb97" name="pb97">97</a>]</span>33 dorpen en veele duizenden van
+menschen en beesten in den Dollaart; en doe is het begin gemaakt van
+dien grooten Inham, de Dollaart genaamt.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1280, na dat de Friesen van de geduurige
+bespringingen der Graaven van Holland en der Noormannen, hunnen hals nu
+vryer hadden, zyn de oude wrokken, die in &rsquo;t offeren om den
+voorrang zo meenigmaalen ontstaan waren, weder opgeborsten, en de
+stinsen, voorheenen tegen de uitlandsche vyanden gemaakt, wieschen nu
+in getal en meenigte: en onder schyn van bescherminge tegen de
+stormende watervloeden, wierden de landeryen en dorpen met hooge wieren
+van aarde digt te zamen gestampt, daar gemelde stinsen op gebouwd
+wierden. Waar uit eerst quaad nadenken, doe haat, nyd en eindelyk
+openbaare vyandschappen en moorderyen onder de Edelen ontstonden: het
+land wierd in twee&euml;n verdeelt; die van Oostergo gaven de anderen
+den naam van <i>Schieringers</i>, om dat hunne landstreek, in broekig
+en waterachtig land bestaande, en hunne meeste kostwinning en handel in
+de visscherye van Schiere Aal, alwaar &rsquo;t alomme van krielde,
+bestond of gelegen was. En zy zelve gaven zich den naam van
+<i>Vetkoopers</i>, om dat zy in hunne hooge landen en grasryke weiden
+met de vetweijeryen en landbezaaijingen meerendeels zich geneerden.
+Doch andere verhaalen om andere inzichten. Van alle <span class=
+"pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>welke
+twisten en oneenigheden wy niet van voorneemen zyn alle voorvallen te
+melden, om redenen dat die voor het meeste gedeelte tusschen byzondere
+Edelen zyn ontstaan, en daarom voor geene algemeene landtwisten zyn te
+houden: maar wy hebben voorgenomen te melden, de grootste gevallen, en
+die voor algemeene landtwisten te houden zyn, en tot eene daadelyke
+tweespalt des Gemeenen Lands zyn uitgeborsten, waar van wy alleen de
+voornaamste ontmoetingen, die steden en landen eenige merkelyke
+veranderinge aanbragten, hebben aangeteekent. Van welk alles in het
+gemeen geweeten dient, dat aan beide zyden dikwyls vredeverbonden
+gemaakt en verbrooken zyn, maar van ons niet alle aangeteekent, om dat
+wy kort willen zyn<a class="noteref" id="xd20e1682src" href=
+"#xd20e1682" name="xd20e1682src">68</a>.</p>
+<p>In den jaare 1287 waayde het zo een geweldige stormwind, dat alle de
+dyken rondom Friesland doorbraaken, waar door kerken en huizen
+wegspoelden. Van het stedeke Gryn bleeven geen 10 huizen staan, en het
+getal der verdronkene menschen was wel 80000. By welke gelegentheid,
+Floris de vyfde, Graave van Holland, de macht der Friesen nu merkelyk
+verzwakt ziende, de Westfriesen met weinig moeite onder zyn gebied
+gebragt heeft, en een kasteel te Medenblik, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span>nevens
+noch drie anderen, in &rsquo;t gezigt der Oostersche Friesen,
+bouwde.</p>
+<p>In den jaare 1292 nam Graaf Floris de stad Staveren in, en
+begiftigde haar met verscheidene voorrechten.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd begon in Friesland de wortel van die
+allerverdervende partyschap, Schieringers en Vetkoopers genaamt, aan te
+groeijen; zynde tot noch toe onder den Adel alleen beslooten; maar dat
+duurde niet lang, of de Gemeente wierd ook gedeelt en van een
+gescheurt. Ook begon men meer en meer steenhuizen of stinsen te bouwen,
+tot een toevlugt voor hen zelve, en afbreuk hunner vyanden.</p>
+<p>Gemelde scheuringe is eerst onder den Adel op de brasmaalen
+uitgebroeit, en kort daar na tot het gemeen over gegaan. De Vetkoopers
+of Vetwyders waren de Hollanders toegedaan: en de Schieringers, veel
+geringer van staat, hielden zich aan het Groninger verbond.</p>
+<p>In den jaare 1293 heeft Sneek, nu dagelyks in goede neeringe
+aanwasschende, mede stads voorrechten bekomen, tot groot nadeel van de
+nabuur-stad D&rsquo;rYlst: maar in &rsquo;t volgende jaar trof haar het
+ongelukkig lot van brand, welke gemelde stad tot op twee huizen na
+geheel in den asch leide en verteerde.</p>
+<p>In den jaare 1296, den 27ste van Juny<a class="noteref" id=
+"xd20e1700src" href="#xd20e1700" name="xd20e1700src">69</a>,
+<span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name=
+"pb100">100</a>]</span>is Floris de vyfde en 19de Graaf van Holland,
+door Gerrit van Velsen, Heer van Noordwyk, op eene moorddaadige wyze
+omgebragt.</p>
+<p>In den jaare 1299 namen de Friesen de drie nieuwgebouwde kasteelen
+der Hollanderen in, als ook Medenblik, nu reeds mede tot een stad
+geworden; en, na eenig stryden met de Graaven van Holland, moesten die
+Westfriesland weder verlaaten.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1303 verscheen in de lucht, boven Scharl en Warns,
+verscheidene vertooningen van kryg en oorlog, met een ysselyk geroep:
+<i>Help! help!</i> De zon veranderde in bloed, en regen van bloed viel
+op de aarde.</p>
+<p>In den jaare 1305 verdroegen de Schieringers en Vetkoopers met
+malkanderen, om hunne twisten, door een gevegt van twee mannen uit hen,
+ten einde te brengen: dit werkstellig gemaakt zynde, bleven de
+Vetkoopers verwinnaars en de Schieringers verliezers.</p>
+<p>In den jaare 1306 quamen de Noormannen met eenige schepen in
+Friesland, om onder die inlandsche twisten, eenen roof uit het land te
+haalen: doch, <span class="sc">Reiner Canga</span> of <span class=
+"sc">Camminga,</span> dies tyds Landsheer zynde, heeft hen met zyn
+byhebbende <span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name=
+"pb101">101</a>]</span>macht dapper afgeslagen; en over de 900 vyanden
+nedergemaakt hebbende, wierd hy zelve gequetst, waar van hy stierf, tot
+groote droefheid zyner landsgenooten.</p>
+<p>Na hem volgde <span class="sc">J. Hessel Martena,</span> hoewel
+tegen zynen zin, in het Landsheerlyke Gebied, om zyne uitmuntende
+vredelieventheid.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd heeft Johannes Flieterp, Secretaris van Martena,
+onverwagt de beschryvinge, van Okke Scharlensis te Staveren gevonden;
+en dezelve uit het latyn vertaalt hebbende, met eenige van zyne eigene
+aanteekeningen, in het licht gegeeven.</p>
+<p>In dezen tyd wierden de Hollanders, die met hulpe der Westfriesen,
+Friesland dachten te berooven, dapper afgekeert: het welk Enkhuizen
+door eenen brand moest vergelden.</p>
+<p>In den jaare 1313 is de Landsheer Martena overleden, hebbende het
+land tegen de aanvallen der vyanden dapper bevryd, en dezelve
+verscheidene maalen verjaagt. Om nu een nieuwen Landsheer te verkiezen,
+ontstond onder het Friesche volk een zwaare twist: de een begeerde die,
+en de ander we&ecirc;r een anderen, maar alzo in dien tyd stormwinden
+en overstroomingen quamen, die wel 500 menschen wegsleepten,
+staartsterren gezien wierden, bloedregen neder viel, en andere teekenen
+aan den hemel zich vertoonden, zoo quamenze daar door tot bedaaren. Ook
+ontstond &rsquo;er in dezen tyd een vreesselyke hongersnood; waar uit
+droevige <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name=
+"pb102">102</a>]</span>exempelen voortquamen: onder anderen, eene
+zekere Vrouw, hebbende haar goed by de landtwisten verteert, en te
+Sixbierum haar armoede verbergende, sloot haar huis toe en stierf alzo
+met haare Kinderen. En een weinig tyds hier na, heeft eene ongemeene
+sterfte het derdedeel der menschen weggenoomen.</p>
+<p>In den jaare 1318 quamen de Hollanders met een kleen vaartuig te
+Makkum en Kornwert aan land, meenende, onder het gewoel van deze
+inlandsche scheuringe, een goeden buit weg te sleepen: maar de Friesen
+spoelden hen de voeten, en hebben door hulpe van die zelve schepen
+Medenblik en Enkhuizen uitgeplondert.</p>
+<p>In dezen tyd was Staveren mede in het Verbond der Anseesteeden.</p>
+<p>En in dezen tyd bevryden de Friesen hun Land mede voor de aanvallen
+der Graaven van Gelder; als mede voor die der Hollanders en
+Westfriesen, nu wederom hunne vyanden geworden.</p>
+<p>In den jaare 1323 wierd van alle de Friesen beraamt, voortaan hunne
+generaale Rechts-Vergaderinge te Upstalboom, in Oostfriesland, te
+houden.</p>
+<p>In den jaare 1324, in November, zyn door een groot tempeest van
+donder en blixem, en een watervloed over Friesland en Holland gaande,
+veele menschen en beesten verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1326, of omtrent dezen tyd, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name=
+"pb103">103</a>]</span>begon Appingadam in alle neeringe, ambagten en
+rykdom toe te neemen, zelfs Groningen gelyk te worden.</p>
+<p>In den jaare 1327, een weinig na Kersmis, zyn de privilegien en
+keuren van Appingadam, door de Staaten van Fivelingo, in een zeer
+plechtige byeenkomst opgestelt en goedgekeurt. Ook zyn dezelve, weinig
+dagen daar na, op een algemeenen Landdag, te Upstalsboom bevestigt, en
+met het Zegel<a class="noteref" id="xd20e1754src" href="#xd20e1754"
+name="xd20e1754src">70</a> bekragtigt.</p>
+<p>In den jaare 1328 was de toestand der Schieringers en Vetkoopers zo
+verre gekomen, dat de zwakste party nu begon vreemde soldaaten in
+dienst te neemen.</p>
+<p>In den jaare 1332 zyn de wetten gemaakt van de waterlossinge by het
+Huis Groenenberg; waar uit een oorlog ontstond; want de Friesen van
+Humsterland, Vredewold enz., zich t&rsquo;zamen voegende tegen de
+Groningers, geschiede het eerste gevegt in Hunsingo, en de tweede slag
+in Fivelingo, beide tot nadeel der landlieden. Maar de derde treffinge
+was zwaarder dan de eerste, en viel de Groningers ten deel.</p>
+<p>Daar na is het Huis Kortinge, by Selwert, zynde met eenige Drentsche
+Edelen <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name=
+"pb104">104</a>]</span>bezet, door de landlieden stormenderhand
+ingenomen, en de gansche bezettinge daar in dood geslagen. Voorts wierd
+Groningen ook door hen overweldigt, wordende veele burgers in de eerste
+furie gedood, en 60 der voornaamste auteurs van die onlusten opentlyk
+op de markt, by de Pelster-, Gaddinge-, en Volkeringe Straat door
+&rsquo;t zwaard onthoofd<a class="noteref" id="xd20e1766src" href=
+"#xd20e1766" name="xd20e1766src">71</a>.</p>
+<p>In den jaare 1334, in November, op St. Klemens Dag, was &rsquo;er
+een groot onwe&ecirc;r van donder en blixem; en zo een watervloed, dat
+het zeewater over de dyken heen stroomde, waardoor veele menschen in
+Friesland en elders verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1336 zyn te Bolswert 136 huizen verbrand. Ook wierd
+Friesland in dit jaar wederom door een watervloed aangetast, daar door
+veele menschen en beesten verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1342 was het Aduarder klooster zo machtig en weelig
+geworden, dat hun verboden wierd, meer goederen en landeryen aan te
+koopen.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 25ste van September, is Graaf Willem van
+Holland, zo &rsquo;er gezegt word, in Friesland gevallen met over
+<span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name=
+"pb105">105</a>]</span>de 100000 mannen: maar wierden van de Friesen
+zoodanig gehavent, dat zy met achterlaatinge van 18000 mannen, waar
+onder de Graaf, en omtrent 200 Edelen, wederom moesten aftrekken; zynde
+dit de grootste overwinninge die de Zeelandsche Friesen ooit hebben
+bevogten. Want daar word gezegt, dat de Hollanders 10 mannen tegen de
+Friesen een sterk waren geweest.</p>
+<p>In den jaare 1346 waren die van Hunsingo met de stad Hamburg in
+oorlog; doch de Hamburgers den Frieschen koophandel niet kunnende
+missen, bragten door anderen zo veel te weeg, dat de zaak door
+wederzydsche gezanten is bygelegt geworden.</p>
+<p>In den jaare 1350 was &rsquo;er zulk eene vergiftige pest in en
+omtrent Friesland, dat de menschen al gaande en staande dood
+nedervielen, blyvende van 1000 naauwelyks 10 in &rsquo;t leeven.
+&ocirc; Ysselyk verhaal!</p>
+<p>In den jaare 1361 is te Groningen eene generale vergadering gehouden
+van alle Magistraatsperzoonen in &rsquo;t geheele vrye Friesland, tot
+conservatie van hunne rust en vrede.</p>
+<p>In den jaare 1364 heeft Hertog Aalbregt van Beyeren, Graave van
+Holland, het Eiland Ter Schelling in brand gestoken; doch niet zonder
+we&ecirc;rzydsche bloedstortingen, want het in dien tyd onder Friesland
+behoorde.</p>
+<p>In den jaare 1368, den vierden van September, is Groningen door alle
+regeerende, <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name=
+"pb106">106</a>]</span>en daar toe gerechtigde perzoonen, tusschen de
+Eems en Lauwers, gerechtigd tot de Stoel der gemeene Vergaderingen;
+&rsquo;t welke zy voorheen maar naar gewoonte hadde geweest.</p>
+<p>In den jaare 1379 is Koeverden door de Rustringen en Oostringen, met
+Sibet en meer andere Hovelingen, ingenomen.</p>
+<p>In den jaare 1387 zyn in Friesland door een watervloed wederom veele
+menschen en beesten verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1388 heeft Folkmer Allena het steedje Aurik, in
+Oostfriesland, ingenomen, en het slot zeer hevig laaten beschieten.
+Okko was Bevelhebber daar binnen, die, na stilstand van wapenen
+verkreegen te hebben, naar beneden in de stad ging, om over het verdrag
+te handelen; maar het zelve niet getroffen wordende, wierd Okke door
+zyne trouwlooze vyanden op den 26ste van July doorstoken; stervende
+alzo de eerste Ridder in Oostfriesland, Okko, Heer van
+Broekmerland.</p>
+<p>In den jaare 1392 is Leeuwarden, door &rsquo;t aangroeyen der
+inlandsche oneenigheden, heimelyk aan de noordzyde in brand gestooken;
+waar door &rsquo;t Prediker klooster en kerk verteerden.</p>
+<p>Hier na quamen de Hollanders met een machtig leger in Friesland
+vallen, tot omtrent Schooterzyl: alwaar zy door de Friesen wierden
+tegen gestaan, vegtende aan we&ecirc;rskanten zeer scherp, tot beider
+groot <span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name=
+"pb107">107</a>]</span>verlies; want de Hollanders de overwinning
+hebbende, verlooren nochtans 1300 mannen, zo aan dooden als gevangenen,
+en de Friesen daarentegen 600 mannen.</p>
+<p>In den jaare 1397 was <span class="sc">Yv Juwinga</span> Landsheer,
+die van zommigen ook genoemt word <span class="sc">Ju Jongama.</span>
+In dien tyd quam Albrecht van Beyeren met eene macht van 18000 mannen
+in de Kuinre, dies tyds een Graafschap, om Friesland te overweldigen.
+En Juwinga, de Friesen tegen hem niet kunnende afraaden, om geen slag
+met hen te waagen, kreegen zy by Schooterzyl de nederlaag, en verlooren
+omtrent 500 mannen, als mede den Landsheer zelve. Daar na trok Albrecht
+naar de Lauwers; daar de Friesen hem tegenstonden. Ondertusschen
+verteerden de Schieringers en Vetkoopers malkander zodanig, door hunne
+oneenigheden, dat de Vetkoopers te raade wierden, voor hunne zyde het
+land aan Albrecht op te draagen; en de stad Staveren wierd hem
+ingeruimt. Doch van de Schieringers tegengestaan zynde, vertrok hy van
+de Lauwers, door geheel Oostergo en Westergo.</p>
+<p>In den jaare 1398 nam Albrecht Dokkum in, en deed de voornaamste der
+Schieringers naar Groningen vlugten; alwaar dezelve door eenen Koppen
+Jarges van Staveren gestyft zynde, benevens de Groningers, den Hertog
+weder tegen trokken, onder het <span class="pagenum">[<a id="pb108"
+href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span>geleide van Sikke Deekema,
+Gaale Hanja, en Ode Botnia.</p>
+<p>In dit zelve jaar, hebben eenige Ommelander Heeren, de Ommelanden
+heimelyk aan den Graaf van Holland opgedraagen. Maar doe de andere
+Heeren zulks gewaar wierden, en buiten weeten, zich tegens recht en
+privilegien overgelevert te zien aan hunne vyanden, beraamden daar op
+het jok af te schudden. Eppo Nittersum, zynde een Patroon der
+Schieringers, maakte hier aanstonts een begin van, neemende den tooren
+of vastigheid tusschen ten Post en Mude in, en sloeg het daar
+binnenleggende guarnisoen, uit Hollanders bestaande, altemaal dood, of
+deeden hen in de Damstervaart verdrinken. Ondertusschen wierd Groningen
+ook van den Graaf van Holland verzogt, hem voor haren Heere te neemen;
+doch te vergeefs.</p>
+<p>In den jaare 1399 namen zy Dokkum, Cammingaburg en het slot ter
+Luine, gelegen tusschen Kollummer en Oudwoudumerzyl, weder van den
+Hertog, en noodzaakten hem weder uit Friesland te vlugten; alleen noch
+behoudende de stad Staveren. Van waar Brederode, meenende de schans te
+Molkwerren, dat Winsemius ook Molkenhuizen noemt, in te neemen, doch
+mislukte: maar wierd van de Friesen geslagen, en hy zelve gevangen
+genomen. Doch weinig tyd hier na is de vrede geslooten in den Briel,
+tusschen Johan van Beyeren, Graaf <span class="pagenum">[<a id="pb109"
+href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span>van Holland, de Friesen en de
+stad Groningen en Ommelanden. Waar op de Graaf door de Groningers met
+50 vette Ossen wierd vereert.</p>
+<p>De Friesen dus hunne vryheid weder bevogten en gewonnen hebbende,
+zyn de drie voornoemde Edelen, de een na den anderen tot Landsheeren
+verkooren; doch de een het op den anderen schuivende, hebben zy
+&rsquo;t allen geweigert.</p>
+<p>In den jaare 1400, verzogten de Vetkoopers of Ballingen by den
+Bisschop van Utrecht, Frederik van Blankenheim, zyne hulpe, geevende
+hem een goede zomme geld, mits dat hy hen by de Groningers in voorige
+charges en goederen zoude herstellen. Waar op de Bisschop brieven en
+gezanten aan de Groningers afzond, hen zelfs ook gebiedende, de wapenen
+ne&ecirc;r te leggen: doch alles te vergeefs. Want die van Groningen en
+hunne Bondgenooten zeer moedig zynde, hebben ondertusschen onder het
+beleid van den Burgemeester Albert Wigbolts, Aapke Onstema&rsquo;s
+Huis, te Sauwert, met veel moeite ingenomen. Dit Huis was zeer sterk,
+hebbende muuren van 12 voeten dikte, met een wyde gragt om dezelve, en
+om welke noch een andere gragt heenen ging, bevattende 5 steene
+torens.</p>
+<p>Dit gerucht deed de Bisschop met zyn krygsmacht afkomen, doende de
+stad Groningen op St. Jacobs Dag aan de zuidzyde berennen: waar op
+veele schermutselingen <span class="pagenum">[<a id="pb110" href=
+"#pb110" name="pb110">110</a>]</span>volgden. Doch, na drie weeken
+belegs, heeft de Bisschop de stad wederom moeten verlaten, zich te
+vreden houdende alleen een Blokhuis te Blankeweer met volk wel te
+bezetten.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd hebben de Groningers het Stapelrecht bekomen.</p>
+<p>In den jaare 1401 kogten de Groningers van den Bisschop van Munster
+zyne vriendschap voor 2000 guldens; mits dat hy zich by den
+Utrechtschen Bisschop niet zou voegen. Hier op trokken de Groningers
+met grooten moed in de Ommelanden, werpende veele steene huizen
+omverre, als van Snelgers huizen in den Dam; van daar na
+Ripperda&rsquo;s huis te Farmsum, maar met zo een goeden uitslag niet
+als by den eerste; want Ripperda, 400 zeeroovers tot bezetting gekregen
+hebbende, vielen op hen uit, en sloegen veelen van de Groningers dood.
+Waarom de Groningers aftrokken; doch maakten hunne krygsgereetschappen
+wederom in den Dam gereed, waar mede zy, na drie dagen toevens, weder
+derwaarts trokken; vallende doe met zo eene verwoedheid op gemeld huis
+en hunne vyanden aan, datze in &rsquo;t kort overwinnaars wierden, en
+alles aan stukken hakten, of in &rsquo;t water deeden verdrinken die
+&rsquo;er op waren. Daar na trokken de bondgenooten naar Termunten, en
+haalden het huis van Menno Houwerda omverre; als ook daar na
+Gockinga&rsquo;s huis, te Broeke. <span class="pagenum">[<a id="pb111"
+href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1404 zyn <span class="sc">Sioerd Wiarda</span> en
+<span class="sc">Haring Harinxma,</span> by gemeenen raade, tot
+Landsheeren verkooren; hebbende de eerste zyn opzicht in Oostergo, en
+de andere in Westergo. In dezen tyd zyn nochmaals eenige Friesche
+Edellieden naar het Joodsche Land vertrokken, om kunne krygslust
+oeffening te geeven.</p>
+<p>In den jaare 1405, den eersten van October, is de vrede tusschen den
+Bisschop van Utrecht en de stad Groningen geslooten; waar door
+we&ecirc;rzyds gevangenen zouden los gelaaten, en de ballingen in hunne
+voorige goederen herstelt worden.</p>
+<p>In den jaare 1408 is Darrelt, in Oostfriesland, door de Hollanders
+ingenomen, en daar na getracht vast te maaken: doch Jonker Keno, van
+Broekmerland, heeft hun voornemen verydelt, en ter plaatze uit
+gejaagt.</p>
+<p>In den jaare 1409 heeft Jonker Keno Folkmer Allena&rsquo;s huis te
+Oosterhuizen, in Oostfriesland, ingenomen, neemende zyne zusters zoonen
+gevangen, en wierpze te Aurik in eene, vuile gevangkenisse, alwaar zy,
+door toedoen van zyne moeder, van honger en vuiligheid zyn
+gestorven.</p>
+<p>In den jaare 1412 waren de partyschappen in Friesland tusschen
+Schieringers en Vetkoopers schrikkelyk woedende: want de Vetkoopers,
+hebbende in eene vergadering voorgedragen, om de Schieringers ten
+eenemaal uit te roeijen, zonder zelve de kinderen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name="pb112">112</a>]</span>in
+de wieg te spaaren. Hier om wierden de gemoederen der Schieringers noch
+meer ontsteeken; en daar zy hunne vyanden maar bespringen konden,
+sloegenze die dood.</p>
+<p>In den jaare 1413 is de stad Embden door Jonker Keno van
+Broekmerland ingenomen: waarom Proost Hiske, aldaar Heer zynde, naar
+Groningen de vlugt nam.</p>
+<p>Door deze overeenkomst van Proost Hiske, begon Groningen ook
+verdeelt te worden, door die alverdervende partyschappen van de
+Schieringers en Vetkoopers. Die van Rengers, Huginge, Clant, Clinge en
+Brugge, neigden naar de Vetkoopers, als zynde de Hollanders toegedaan:
+de andere waren meest alle in &rsquo;t openbaar Schieringers; hun
+Opperhoofd was Koppen Jarges, houdende zich aan &rsquo;t Groninger
+verbond.</p>
+<p>Deze Scheuringe veroorzaakte eene groote bloedstortinge; want de
+Schieringers wilden den gevlugte Proost Hiske<a class="noteref" id=
+"xd20e1867src" href="#xd20e1867" name="xd20e1867src">72</a> helpen,
+tegen zyn vyand Jonker Keno; en de Vetkoopers daar en tegen niet. Hier
+op stonden de Schieringers, als de sterkste party zynde, den 23ste van
+October uit haat op, <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113"
+name="pb113">113</a>]</span>en vielen op het Raadhuis aan, als de Raad
+vergadert was: zy doorstaken aanstonds den Burgemeester Jan Rengers en
+Albert Barelts, en Johan Hekman veele wonden toegebragt hebbende,
+wierpenze ter venster uit op de markt. Voorts bragten zy Hendrik
+Ottesz. Clant mede om &rsquo;t leeven, als ook Allard Clant, daar hy
+aan tafel zat te eeten. Vervolgens deeden zy den Raad besluiten, dat
+alle de geene die van de Vetkoopers partye was, zich zonder eenig
+ophouden, uit de stad en de Ommelanden zouden vertrekken.</p>
+<p>In den jaare 1414 hebben de Friesen van Westergo de stad Staveren
+overrompelt; waar door Friesland geheel van het Hollandsche jok wierd
+vry gemaakt. Ook waren de Schieringers, onder Koppen Jarges, in
+Groningerland op hunne hoede: want de ballingen, hunne toevlugt by
+Jonker Keno genomen hebbende, deeden derhalve alle de aankomsten aan de
+Eems met krygsvolk bezetten: ook liet Jarges het goud en zilver uit de
+kerken in Fivelingo neemen, waar van te Kampen geld wierd geslagen; dat
+naderhand Koppens guldens genaamt wierd. Daar op nam de landbederving
+een begin, steekende twee sluizen te Reiderland in brand, en op
+verscheidene plaatzen de dyken door. Jonker Keno deed het zelfde aan de
+Groninger kant, doorsteekende mede op verscheidene plaatzen de dyken:
+moetende <span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name=
+"pb114">114</a>]</span>alzo het gemeene volk de dolle razernye der
+Grooten ontgelden.</p>
+<p>In den jaare 1415 hebben de ballingen of Vetkoopers hunne macht,
+benevens hunne vrienden, en die &rsquo;t met hun hielden, te Eelde, in
+&rsquo;t Drenth, byeen vergadert, waar mede zy op den 13de van
+September, des avonds, den dyk langs, stilletjes voor Groningen
+trekkende, en voorts over de stads muur klimmende, de sloten van de Aa
+Poort afhieuwen, en dus de stad, na veel bloed vergooten te hebben,
+innamen; hier op stakenze aanstonds drie huizen in brand, ten teeken
+voor Jonker Keno; welke met een vloot schepen voor Delfzyl leggende,
+ten eersten met zyn krygsvolk naar de stad afquam, en herstelde de
+ballingen aanstonds in hunne voorige bedieningen en goederen. Daar na
+trok Jonker Keno met zyn volk door de Ommelanden, en deed verscheidene
+van der vyanden heerenhuizen omverre werpen.</p>
+<p>In den jaare 1416 hebben de Groningers, met die van Hunsingo en
+Fivelingo, hunne oude verbonden wederom vernieuwt, na dat Jonker Keno
+vertrokken was; waar in alle vyandschappen en misdaaden vergeeven
+wierden.</p>
+<p>Ook heeft Proost Hiske, met hulpe zyner vrienden, de stad Embden
+wederom overweldigt en onder zyn gebied gebragt.</p>
+<p>In den jaare 1417 zijn de Vetkoopers door de Schieringers uit de
+Westerlauwers <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name=
+"pb115">115</a>]</span>gejaagt. Maar Jonker Keno zulks berigt zynde,
+trok hen op den 10de van Juny by Noordhorn tegen; alwaar zeer hevig
+gevogten wordende, de Schieringers 500 dooden en 400 gevangenen lieten
+zitten. Korts hierna is Jonker Keno ziek geworden, en op &rsquo;t Huis
+te Oldenburg overleden.</p>
+<p>In den jaare 1418 heeft Fokko te Lier Dokkum ingenomen, geplondert
+en in brand gestoken; de bolwerken in de gragt geworpen, en al de
+huizen en stinsen der Schieringers geraseert, als mede ook het huis van
+A. Kamstra, bezuiden Dokkum: het blokhuis by Esumerzyl wierd
+stormerhand ingenomen, waar in vier mannen door den eersten aanval
+wierden gedood, en de rest der bezettinge, zynde zeeroovers, door beuls
+handen den kop afgeslagen. Doch in het volgende jaar quamen de
+Schieringers, onder &rsquo;t geleide van Sikke Sjaardema, en wierden
+daar weder meester van.</p>
+<p>Des Okke van Broek, de zyde der Vetkoopers versterkende, quam met
+een hoop volk uit Embderland, dat hy tusschen Staveren en Hindeloopen
+aan land zettede, en met Sjaardema in een hevig gevegt raakte: waar in
+300 Schieringers verslagen, en 200 gevangen wierden; de overgeblevene
+vlugten naar Slooten, dat zy in allen spoed met eene wal versterkten of
+omtrokken: en wierden van hunne vyanden belegert: doch door hulp des
+Graaven van Holland weder ontzet.</p>
+<p>In den jaare 1419 hebben de Groningers <span class="pagenum">[<a id=
+"pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>den Bisschop van
+Utrecht, Frederik van Blankenheim, voor hunnen Beschermheer aangenomen,
+wordende hy in &rsquo;t begin van Juny gehuldigt, en de Handvest op den
+11de dito geteekent.</p>
+<p>In den jaare 1420 liet Sjaardema, door des Graaven volk, Makkum met
+een bolwerk omringen. Maar zy, door een listigen brief van Tjeerd
+Ailua, Vetkooper te Witmarsum, wierden daar uitgelokt: en is doe die
+wal weder geslegt<a class="noteref" id="xd20e1898src" href="#xd20e1898"
+name="xd20e1898src">73</a>. Ook trof men een veldslag by Hindeloopen,
+daar wel 200 mannen wierden verslagen en verdronken, en noch zo veel
+gevangen.</p>
+<p>Den 30ste van April, in dat zelve jaar, is Bolswert door de
+Schieringers ingenomen, wordende aldaar een Jan Tjalling, Hoveling, met
+noch eenige Vetkoopers door de kling gejaagt, om dat zy voorheene eenen
+van Koppen Jarges volk hadden <span class="corr" id="xd20e1915" title=
+"Bron: doodgegeslagen">doodgeslagen</span>.</p>
+<p>Daar na hebben de Vetkoopers, onder het commando van Fokko te Lier,
+op den 12de van May, de Schieringers by Catse geslagen; die daar 300
+dooden en 200 gevangenen verlooren.</p>
+<p>Den 26ste van September wonnen de Vetkoopers Staveren, alwaar Koppen
+Jarges, zeer dapper vegtende, het leeven verloor. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name=
+"pb117">117</a>]</span>Omtrent dezen tyd ontstond te Staveren een
+groote brand, waar door in &rsquo;t kort 500 huizen verteerden.</p>
+<p>In den jaare 1421 wierd Leeuwarden door de Vetkoopers vermeestert,
+en de Hollanders uit de Lemmer verdreven; daar hun sterk Blokhuis wierd
+omverre geworpen en geslegt.</p>
+<p>In &rsquo;t zelve jaar, den 19de van November, is in Friesland,
+Holland en elders, een schrikkelyke watervloed geweest, waar door de
+dyken wierden gebroken, veele duizenden van menschen en beesten
+opgeslokt, en tusschen Dordrecht en Geertruidenberg 72 dorpen zyn
+vergaan.</p>
+<p>In den jaare 1422, in February, wierd &rsquo;er weder een verdrag
+van vrede<a class="noteref" id="xd20e1931src" href="#xd20e1931" name=
+"xd20e1931src">74</a> gemaakt tusschen de Schieringers en Vetkoopers.
+Waar op Dokkumerwal, en het slot op Esumerzyl geslegt wierden. Echter
+bleef by zommigen noch de twistgierigheid, waar door de zorg voor de
+dyken verwaarloost wordende, het water zoodanig inspoelde, dat het land
+drie jaaren lang tot aan Drenth en Stellingwerf met het zelve bezet
+bleef leggen.</p>
+<p>In dit zelve jaar hebben de Groningers de stad Slooten belegert;
+doch vrugteloos: want op St. Benedictus dag hebben de Hollanders
+<span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name=
+"pb118">118</a>]</span>de stad ontzet en de belegeraars geslagen.</p>
+<p>In den jaare 1424 was geheel Westergo in onrust, door de
+partyschappen van de geslachten Bonnema en Gerkema. De stins van
+Gerkema wierd overweldigt, en zelve met den vader daar in verbrand.
+Doch twee jaaren daar na wierd Fokko Bonnema ook verslagen.</p>
+<p>In den jaare 1426, in September, geschiede het bloedige gevegt van
+Fokko Ukens, Hoveling te Leer, tegen Nikolaas, Graaf van Oldenburg, en
+den Aartsbisschop van Breemen, by Deteren: alwaar Fokko, overwinnaar
+wezende, van de vyanden 5000 mannen doodsloeg, en 300 gevangenen
+bequam, waar onder veele heeren van grooten rang.</p>
+<p>In den jaare 1427, den 28ste van October, was &rsquo;er wederom een
+zwaare stryd van Fokko Ukens, tegen Jonker Okko van Broekmerland,
+tusschen Veenhuizen en Opgant; daar geschiede een groote
+bloedstortinge; want Fokko wel de overhand hebbende, verloor nochtans
+4000 mannen; doch Okko verloor van zyne kant noch meer, en viel zelve
+in des vyands handen; alwaar hy, na zes jaaren in de gevangenisse
+gezeten te hebben, is komen te sterven.</p>
+<p>In dit zelve jaar deed de Geldersche Hertog, met een groote
+krygsmacht, een inval in &rsquo;t landschap Drenth, steekende
+verscheide dorpen en buurtschappen in brand; vernielde het koren;
+roovende en plunderende <span class="pagenum">[<a id="pb119" href=
+"#pb119" name="pb119">119</a>]</span>alle de beste goederen, en dezelve
+met hem naar Gelderland sleepende.</p>
+<p>In den jaare 1428 sloeg Fokko Ukens de slag by Oterdum, tegen de
+Groningers; alwaar Fokko, wederom overwinnaar zynde, van de vyanden 500
+mannen doode, en veele gevangen nam, waar onder een Burgemeester van
+Groningen.</p>
+<p>In den jaare 1429, was Groningen en Hamburg wederom in Oorlog; want
+we&ecirc;rzyds waren schepen ter zee met elkanderen geduurig in actie.
+In dezen tyd is overleden Proost Hiske van Embden.</p>
+<p>In den jaare 1430 zag men noch, by een laage ty, de kapel en
+ringmuur van &rsquo;t kerkhof van Odulfs Klooster, by Staveren, in de
+zee.</p>
+<p>In den jaare 1431 hebben de Hamburgers, met een vloot schepen, voor
+Embden leggende, den Drost Imelo Abdema, zynde de zoon van Proost Hiske
+boven gemeld, onder schyn van vriendschap, op een gastmaal genoodigt;
+&rsquo;t welke zy tot dien einde op een van de schepen hadden
+toegericht: maar de Drost aldaar gekomen zynde, en een buitengewoon
+glaasje wyn gedronken hebbende, staken zy ondertusschen in zee, en
+voerden hem alzoo over naar Hamburg; alwaar hy in groote elende 24
+jaaren lang gevangen heeft gezeten: en de andere schepen zettede zich
+voor Embden, die de stad met geweld en dreigementen tot de overgave
+dwongen. <span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name=
+"pb120">120</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1434 was Groningen met de Hamburgers noch in oorlog; by
+deze gelegentheid wierd Willem Wicheringe, Olderman of Hoofdman der
+Gilden, thans Olderman van &rsquo;t Gildrecht genaamt in Groningen,
+willende het Stapelrecht voor de stad verdedigen, in een oploop van de
+landslieden te Farmsum doodgeslagen. Hier op wierd door de Heeren van
+de stad vergoedinge dier doodslag geeischt: doch wierd door Hayo
+Ripperda, Heer van Farmsum, geweigert, en begeerde den schuldige van
+het gedaane feyt niet over te leveren. Hier door ontstond eene groote
+tweespalt onder den Adel; want de Groningers eindelyk de wapenen
+aangordende, wilden Ripperda tot vergoedinge dwingen: doch hy zulks
+niet afwagtende, bood zich aan tot verdrag; &rsquo;t welk op den 27ste
+van July deszelfden jaars wierd getroffen<a class="noteref" id=
+"xd20e1968src" href="#xd20e1968" name="xd20e1968src">75</a>.</p>
+<p>In den jaare 1435 overleed de dappere Fokko Ukkens, Hoveling te
+Leer, op het Huis te Dykhuizen, by Appingadam, wordende in het klooster
+aldaar begraven.</p>
+<p>In den jaare 1437 hebben de Hamburgers en Embders der Hovelingen
+huizen in Oostfriesland om verre geworpen en geraseert, als te
+Oosterhuizen, Hinta, Grimmersum, Groothuizen enz., omdat ze tot geen
+toevlugt voor de vyanden zouden wezen. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span></p>
+<p>Ook was in dezen tyd een watervloed over deze landen, waar door
+groote schade aan menschen en beesten geschiede; als mede eene
+pestilentie, daar veele duizende menschen door stierven.</p>
+<p>In den jaare 1438, in Augusty, zonden de Groningers by nacht een
+schip met volk naar Termunten, en verrasten aldaar het kasteel. Zy
+joegen alle de Hamburgers daar uit, en stelden &rsquo;er wederom tot
+Commandant Lodewyk Hoornken. Daar na namen zy het huis van Eppo
+Gockinga, te Broeke, in, als mede de sterke toren te Bellingewolde, die
+zy ter ne&ecirc;r wierpen.</p>
+<p>In den jaare 1443 is het Stadshuis te Groningen gebouwt.</p>
+<p>Ter dezer tyd was Friesland wederom in groote onlusten; want die van
+Ripperda en Heemstra bedreven groote geweldenaaryen van moorden en
+branden tegen elkander.</p>
+<p>In den jaare 1444 is overleden de heer Eppo Gockinga<a class=
+"noteref" id="xd20e1993src" href="#xd20e1993" name=
+"xd20e1993src">76</a>, waar door het geheele Oldambt, volgens accoord
+en der Oldambsteren toestemminge, onder des stads jurisdictie is
+geraakt; wordende voorts door de Magistraat van Groningen een Drost
+gestelt, <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name=
+"pb122">122</a>]</span>om de zaaken uit hunnen naam aldaar waar te
+neemen.</p>
+<p>In den jaare 1446 hebben die van Sjaardema, als hun huis, aan
+&rsquo;t oosten van Franeker, bouwvallig begon te worden, een nieuw
+huis of Slot aan &rsquo;t westereind van de stad gebouwd, op een plaats
+genaamt <i>Kaale Hei</i>, alwaar &rsquo;t noch ten huidigen dage
+staat.</p>
+<p>In dit zelve jaar, na dat het vuur der Schieringers en Vetkoopers
+we&ecirc;r ontstooken was, hebben de Vetkoopers de kerk en toren te
+Workum tegen de Schieringers versterkt. Doch deze laatsten hebben hunne
+vyanden aanstonts belegert; en de Overste Ketelhoet, die afgekomen was
+om de belegerden te ontzetten, geslagen; alwaar Ketelhoet zelve, en
+veele gemeenen zyn gedood en gevangen genomen<a class="noteref" id=
+"xd20e2005src" href="#xd20e2005" name="xd20e2005src">77</a>.</p>
+<p>In den jaare 1448, even na St. Jan, is in Appingadam tusschen de
+steden Hamburg en Groningen de vrede geslooten, waar in alles wierd
+bygelegt, en de vrye handel open gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 1453 is de Utrechtsche Bisschop, Roelof van Diepholt,
+door de Groningers voor hunnen Beschermheer aangenomen en
+gehuldigt.</p>
+<p>Ook heeft Jonker Ulrich in dezen tyd, na dat hy van de Prelaaten,
+Hovelingen, enz., tot een Heere van Oostfriesland was <span class=
+"pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" name=
+"pb123">123</a>]</span>aangenomen, de stad Embden met deszelfs burgt,
+als ook de burgt te Leeroort, van de Hamburgers gekogt voor 10000
+mark.</p>
+<p>Omtrent dit jaar heeft Philip de Goede, Hertog van Bourgondien, en
+Graaf van Holland, eerst door veele laagen, en daar na door
+dreigementen, Friesland getracht te overmeesteren. Doch de Friesen hier
+tegen, maakten gezamenlyk eene onderlinge verbindtenisse, om hem met
+een gemeene macht tegen te gaan.</p>
+<p>In den jaare 1454 was te Groningen onder de burgerye een groote
+onlust, ter oorzaake van eene zekere resolutie, by den Raad genomen,
+dat geen inwoonder van de stad de waaren, welke van de landlieden ter
+markt wierden gebragt, zoude mogen koopen; maar dat deze door
+opkoopers, van den Raad daar toe gestelt, alleen zouden mogen worden
+opgekogt, en dus verder aan de ingezetenen uitgesleten worden. Maar een
+Warner Smith, Raadsheer der stad, stelde zich hier tegen, willende
+zelfs zyn gryzen kop daar by opzetten, om de burgers van die last te
+bevryden. Hy ging derhalven van het raadhuis, en maakte zulks aan de
+Bouwmeesters en Gildens bekent. De Raad dit vernomen hebbende, is
+aanstonds met 24 mannen vergadert; welke beslooten, dezen Raadsheer
+Warner Smith om &rsquo;t leeven te laaten brengen. Weinig dagen hier na
+vergaderde de Raad weder, en deed den Raadsheer Smith door een stads
+Dienaar <span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name=
+"pb124">124</a>]</span>ontbieden: doch hy merkte het quaad; geevende
+daarom hier van aanstonds kennisse aan de Bouwmeesters en Gildens, en
+hun gebiedende, naauwe wacht te houden voor het Raadhuis. Hier op ging
+Smith met eene groote vrymoedigheid naar boven: maar den beul aan de
+deur vindende, trad hy in de Raadkamer, zeggende: &laquo;<i>Wat, wilt
+gy uw gebod met bloed schryven; door de handen van een beul?</i>&rdquo;
+Onderwyl zagen eenige heeren uit de vensteren, en vernamen dat de
+geheele markt vol gewapende en oproerige menschen stond; derhalven
+wierden zy met de uiterste verbaastheid aangedaan, en veranderden
+gansch van resolutie: want de Raadsheer Smith wierd daar op niet alleen
+vry verklaart, maar zelfs de genomene resolutie ook wederom
+ingetrokken: waarom het gepeupel we&ecirc;r vertrok.</p>
+<p>In den jaare 1455 is het Verbond tussen de stad Groningen en de
+Ommelanden voor den tyd van 10 jaaren vernieuwt. Waar op St. Martens
+toren is gefondeert, en na vyf jaaren voltrokken.</p>
+<p>In den jaare 1456 verscheen over Friesland eene ysselyke staartstar;
+waar op, eenige jaaren na malkanderen, een groote duurte omtrent de
+leevensmiddelen is gevolgt. Omtrent dezen tyd zoude, door de dapperheid
+der Friesen, die doorgaans den H. Kryg volgde, om de inlandsche
+oneenigheden te myden, wel 30000 Turken ter <span class=
+"pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" name=
+"pb125">125</a>]</span>neder gemaakt zyn, in de groote overwinningen
+die de Hongaren bevogten.</p>
+<p>In dezen tyd deed Tanne Kankena een inval in Oostringen, neemende
+Jeveren in; en voerde daar na 300 menschen gevankelyk, als mede 3000
+stuks vee, naar Hargelingeland.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1457 is Sneek byna geheel afgebrand, blyvende de
+dyk en &rsquo;t nieuw zand maar alleen over. Doch veel tyd daar na is
+het weder opgebouwd.</p>
+<p>Niet lang daar na wierd Slooten mede byna geheel door &rsquo;t vuur
+verteert; zynde in den brand gestooken uit twistende eergierigheid van
+eenige Edelen.</p>
+<p>In den jaare 1459 hebben de Groningers hunne stad met nieuwe wallen,
+gragten en poorten versterkt. Ook hebben zy David van Bourgondien,
+Bisschop van Utrecht, voor hunnen Beschermheer aangenomen en
+gehuldigt.</p>
+<p>In den jaare 1461 is Harlingen mede door den brand geheel
+vernielt.</p>
+<p>In den jaare 1462, in October, sloegen de Vetkoopers tegen de
+Schieringers by Aalsum; waar in de laatste verscheidene Grooten, en
+omtrent 250 gemeenen verlooren.</p>
+<p>In den jaare 1465 is de Zyl of Sluis van Offingawier door storm en
+onweder weggescheurt; welke opening weder gestopt wierd door een stuk
+land, leggende buitendyks, en afgescheurt zynde, daar weder in dreef,
+<span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name=
+"pb126">126</a>]</span>terwyl het door enige varkens en schaapen beweid
+wierd.</p>
+<p>In den jaare 1470 heeft Karel de Stoute de Friesen wederom getracht
+onder &rsquo;t Huis van Bourgondien te brengen, op gelyke wyze als zyn
+vader Philip, daar wy boven van gemeld hebben. Doch de Friesen vonden
+zich geraden nochmaals hunne vryheid te verdedigen. Omtrent dezen tyd,
+wierden tusschen Heemelum en Koudum, drie mannen en twee vrouwen
+doodgeslagen, zonder dat elders van eenige verdere schade gehoort
+wierd. En op Ameland quam een walvis, 83 voeten lang, aandryven.</p>
+<p>In den jaare 1471 hebben de Groningers, na dat de Hertog van Beyeren
+hun den oorlog hadde aangekondigt, hunne stad zeer vast gemaakt;
+maakende eene aarde wal buiten de gragt, aan de zuidkant, met zes
+steene torens: ook een steenhuis aan de inloopinge van de Hunse en Aa:
+als mede de Heere en daar na de Ooster poort; en hebbende de stad
+tegenwoordig acht poorten, daarze bevoorens &rsquo;er maar zes had
+gehad.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd leefde de vermaarde en hooggeleerde jongeling
+Andreas Canter, van Groningen, welke 10 jaaren oud zynde, by den Keizer
+Frederik de derde ten Hove ontboden wierd, om zyne groote
+geleertheid<a class="noteref" id="xd20e2057src" href="#xd20e2057" name=
+"xd20e2057src">78</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb127" href=
+"#pb127" name="pb127">127</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1472 wierd door Jonker Onno van Ewsum een zeer zwaare
+toren te Middelstum gebouwd, dat geheel strydig tegen de gemaakte
+verbonden was. De Groningers namen het daarom ook zeer qualyk; zendende
+eenige Gecommitteerden derwaarts, om het werk te bezigtigen. Hy quam
+ondertusschen zelve te Groningen, en betuigde niets quaads tegen de
+stad in den zin te hebben; maar dat hy alleen een schuilplaats tegen
+zyne vyanden zogt. Echter wierd hem door den Raad geordonneert, dat de
+zwaarte der muuren van 6 tot 3 voeten moesten vermindert worden,
+volgens hun gemaakt verbond. Doch Jonker Onno voer evenwel met het werk
+voort: en om andere zwaarigheden, dachten de Heeren van den Raad niet
+meer aan hem.</p>
+<p>In den jaare 1474 deed een watervloed, over Friesland gaande, veel
+schade aan menschen en beesten.</p>
+<p>In den jaare 1477, den 17de van September, was &rsquo;er de Cosmus
+en Damianus vloed: waar door in Friesland en elders zwaare schade
+geschiede. By &rsquo;t klooster te Lidlum wierd een zeekalf gevangen;
+en in de gragt van Bolswert wierden mede twee zeldzame visschen
+gevangen, schynende de <span class="pagenum">[<a id="pb128" href=
+"#pb128" name="pb128">128</a>]</span>eene vleugelen te hebben, en de
+andere een zeehond te zyn.</p>
+<p>In den jaare 1478 hebben de Groningers het slot te Wedde, van Hayo,
+te Westerwolde, ingenomen en geslegt; maakende aanstonds op een andere
+plaats een nieuw slot, en noemde het zelve Pekel a Burg, of Pekelburg;
+alwaar de Groningers een Kastelein op stelden, welke over Westerwold en
+het deel van den Oldambt, aan de eene zyde van den Dollaart, zoude
+richten.</p>
+<p>In den jaare 1480 is binnen Bolswert een kind met twee hoofden
+gebooren. En te Leeuwarden zyn in dezen tyd de eerste Gildens in
+gestelt.</p>
+<p>In den jaare 1481 quamen de Keizerlyke Gezanten Steenbergen en Loo
+te Groningen, en presenteerden hunne brieven aan den Raad en de
+Gemeente, waar in de Keizer, den Burgemeesteren en Raaden in Groningen,
+het Potestaatschap van Wester-Lauwers eeuwig en erffelyk gaf, zonder te
+mogen beroepen worden, enz.; als mede met de ridderlyke <span class=
+"corr" id="xd20e2077" title="Bron: ordre">orde</span> wierden
+begiftigt, zo wel de toekomende als tegenwoordige Burgemeesteren en
+Raadsheeren dezer stad. Ook gaf hy hun het recht, om goude en zilvere
+munt te slaan. Doch het accoord wierd niet getroffen: waar van de
+voornaamste oorzaak was, zo men zegt, om dat de Keizer een jaarlyksche
+tribuit van 10000 rhynsche goudguldens eischte, te betalen uit de
+inkomsten van Friesland over de <span class="pagenum">[<a id="pb129"
+href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>Lauwers: &rsquo;t welk alhier
+te zwaar wierd geacht.</p>
+<p>In den jaare 1482 wierd het groote en vermaarde laatste verbond
+tusschen de stad Groningen en Ommelanden voor den tyd van 40 jaaren
+gemaakt. Waar na Stad en Lande heeft gefloreert, en in rykdommen
+toegenomen. Waar op voorts de hooge en zwaare St. Martens tooren is
+voltrokken<a class="noteref" id="xd20e2084src" href="#xd20e2084" name=
+"xd20e2084src">79</a>.</p>
+<p>In den jaare 1486, in October, overleed te Heidelberg de
+Hooggeleerde en beroemde Rudolf Agricola; hy was te Baflo, in
+Groningerland gebooren, en zeer geleerd in de hebreeuwsche, grieksche
+en latynsche taalen; ook was hy een groot musicus, hebbende het groote
+en deftige orgel in St. Martens kerk te Groningen eerst nieuws
+gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 1487 is de stad Leeuwarden door de Schieringers
+gewapenderhand ingenomen.</p>
+<p>Ook hebben de Groningers een rykgeladen Hollands schip, &rsquo;t
+welk de Oostfriesen genomen hadden, hun op de Wadden we&ecirc;r
+ontweldigt; wordende de roovers daar van te Groningen opgebragt, en den
+kop afgeslagen. <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130"
+name="pb130">130</a>]</span></p>
+<p>Daar na trokken de Groningers &rsquo;t Drenth in, en haalden Jonker
+Aapke Ewsums Huis te Ro&ocirc;n om verre. Als mede hadden zy, onder het
+bevel van Ulrich, te Dornum, een aanslag op den Dam; doch
+vrugteloos.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd is een vrouwe ligchaam, 12 houtvoeten lang, uit de
+zee opgeworpen, en aan het strand van Ter Schelling komen
+aandryven.</p>
+<p>In den jaare 1490 vermeesterden de Vetkoopers, die nu voor &rsquo;t
+meerendeel door verloop van hunne zaaken, in Holland gevlugt waren, de
+stad Workum; komende, onder &rsquo;t geleide van Yge Gaalema, uit
+Holland over &rsquo;t ys aantreeden.</p>
+<p>In dit zelve jaar is de wydberoemde Wesselius Gansefort, te
+Groningen gebooren, aldaar overleden; zynde door zyne theologische
+Studien zo beroemd, dat hy <i>&rsquo;t Licht der Waereld</i> genaamt
+wierd. Hy was ook een groot medicus, hebbende Paus Sixtus de vierde
+eenige jaaren als Lyfmedicus gedient, en wierd in het geestelyke
+Maagde-Klooster begraven.</p>
+<p>In den jaare 1491 heeft Berlikum noch de voorrechten en vryheden van
+stads gerechtigheid gehad. Omtrent dezen tyd ontstonden in Friesland
+verscheidene branden aan huizen: ook vertoonden zich veele gezichten
+aan de lucht, als voorboden van droevige tyden.</p>
+<p>In dit zelve jaar hebben de Groningers die van Dokkum, Dongeradeel,
+enz., mede <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name=
+"pb131">131</a>]</span>in hun verbond aangenomen, wordende het accoord
+voorts opgemaakt, en op St. Lamberts Dag van we&ecirc;rszyden
+geteekent. Doch dit verbond heeft naderhand groote onlusten en
+bloedstortingen veroorzaakt. Want de Groningers zyn daar na met een
+groote krygsmacht in Friesland gevallen, om de malcontenten, die noch
+tegen dat verbond waren, tot gehoorzaamheid te brengen; smeeten veele
+steenenhuizen omverre, en zettede eenen Sikko Bolte voor Dokkum op een
+rad.</p>
+<p>In den jaare 1492 quamen de Leeuwarders mede in het Groninger
+verbond. Maar die van Sneek, en meer andere Hovelingen daar omtrent,
+bleven daar noch tegen; waarom zy met de Groningers, omtrent
+Leeuwarden, in gevegt traden, daar zy zeer ongelukkig vegtende, van hun
+100 mannen gedood, en 250 gevangen wierden. Doe stelden de Groningers
+een Gouverneur te Leeuwarden en Dokkum, die deze twee steden, en
+genoemde landen, uit hunnen naam, aldaar regeeren en bestellen
+zoude.</p>
+<p>In den jaare 1493 quam de Heer Otto van Langen, als Ambassadeur van
+den Keizer Frederik de derde, in Friesland, om de partyschappen en
+oorlogen, tusschen de Groningers en die van Sneek, met hunne
+aanhangers, by te leggen.</p>
+<p>Ook zyn de Friesen in dezen tyd in Munsterland gevallen, beroofden
+en staken verscheidene dorpen in brand, en sloegen veele <span class=
+"pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name=
+"pb132">132</a>]</span>menschen dood. Insgelyks deeden de Munsterschen
+wederom aan de andere kant, spaarende noch kerk, noch dorp in
+Friesland.</p>
+<p>In den jaare 1494 hebben de Groningers hunne Gezanten aan den Keizer
+Maximiliaan gezonden, die het gemaakte verbond met die van Oostergo
+confirmeerde, mits aan hem betaalende 10000, en aan den Hertog van
+Saxen 1000 rhynse guldens. Hier na zond de Keizer drie van zyne
+Hofraaden in Friesland, te Leeuwarden, Dokkum, enz.; alwaar zy de
+Groningers lieten huldigen, plicht en eed doen, uit naame des H.
+Roomschen Ryks.</p>
+<p>In dit zelve jaar heeft Keizer Maximiliaan de oude voorrechten en
+vryheden der Friesen op nieuws weder door brieven bevestigt; beveelende
+hun, als voorheen, wederom uit hunne eigene Edelen eenen Landsheer te
+verkiezen, op dat de verwoede handelingen en heillooze scheuringen eens
+ten einde mogten komen: dreigende hen, by nalaatigheid van dien, onder
+een vreemd Heer te willen zetten, met een eeuwig verlies van hunne
+vryheid; alzo hy zulks verstond, tot merkelyke ruste van het Duitsche
+Ryk, te behooren.</p>
+<p>Hier op wierd <span class="sc">Julius Deekema,</span> van Baard, by
+gemeenen raade, tot Landsheer of Potestaat verkooren, om dat hy een man
+was, vreedzaam van gemoed, en een haater van tweespalt.</p>
+<p>In dit zelve jaar, &rsquo;s nachts omtrent twee <span class=
+"pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name=
+"pb133">133</a>]</span>uuren, hoorde men digt by Bolswert, een
+schrikkelyk geraas en getier, als van strydende heirlegers; zo dat de
+wacht, de ronde doende, in &rsquo;t eerst meinde, dat &rsquo;er in der
+daad een gevegt omtrent de stad was.</p>
+<p>In den jaare 1495 hebben de Schieringers, gesterkt met de vreemde
+krygslieden van Hertog Albrecht, uit Holland gehaalt, en wel 2000
+uitmakende, Workum en Hottingahuis ingenomen: brandschattende
+Hindeloopen, Molkwerren, Staveren en geheel Wymertserdeel. Koudum
+stakenze in den brand. Doe schattenze de Gaasterlanders. Deze riepen de
+Woudlieden om hulp: en zich daar tegen kantende, belegerdenze te gelyk
+Slooten.</p>
+<p>In den jaare 1496, in January, hebben de Schieringers, die zich met
+veele Geldersche krygslieden, onder den Oversten Fox, binnen Sneek
+versterkt hadden, een tocht ondernomen, om de Woudlieden en
+Gaasterlanders van &rsquo;t beleg voor Slooten te doen opbreeken: de
+Woudlieden, yverende tegen de onderdrukkingen en brandschattingen der
+Schieringers, die nu dagelyks veele Gelderschen in het Land hadden
+gehaalt, stelden zich op Sneekermeer tot tegenweer; doch het ys, door
+hunne zwaarte, aan stukken barstende, verdronken &rsquo;er veelen; die
+staande bleeven, verweerden zich tot den laatsten man; zo dat &rsquo;er
+over de 4500 Woudlieden omquamen, en de Overste Fox wierd zelve mede
+gequetst. <span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name=
+"pb134">134</a>]</span></p>
+<p>De stad Harlingen door de Groningers, die naast eenige dagen in
+&rsquo;t Land gekomen waren, in bezettinge genomen zynde, wierden door
+die van Franeker overrompelt; doch, door dien zy &rsquo;t blokhuis der
+Groningers niet meester konden worden, moesten zy gemelde stad weder
+verlaaten, na alvoorens dezelve uitgeplondert te hebben, en een Busse
+of stuk Geschut, dat &rsquo;er ter verdediging der stad gevonden wierd,
+mede naar Franeker te neemen. Daar na vermeesterdenze echter het
+blokhuis, en de Groningers geraakten het Land uit.</p>
+<p>In den jaare 1497, wierden Redmer Vealma, Ridder, en Barent Conders,
+Burgermeester, met 7 a 8000 mannen, door de Groningers naar de Lemmer
+gezonden; welke by Takezyl een sterk Kasteel bouwden. Daar na kogten de
+Sneekers Jonker Fox met zyn krygsvolk uit Sneek, en geheel
+Westfriesland, voor 8000 rhynse guldens.</p>
+</div>
+<div class="div2" id="erfheeren"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e2146" class="main">VI. Erfheeren.</h3>
+<div class="div3" id="albrecht">
+<h4 id="xd20e2149" class="main">1. Albrecht, Hertog van Saxen.</h4>
+<p class="firstpar">In den jaare 1498 is Albrecht, Hertog van Saxen,
+door Keizer Maximiliaan in Friesland gezonden; hem aanstellende tot
+Erfstadhouder, of Erfpotestaat van Oostergo, Westergo, Sevenwouden,
+Groningen en Ommelanden, Ditmarsen, Strandfriesen, Wirsters en van
+Stellingwerf: zynde de Keizer, <span class="pagenum">[<a id="pb135"
+href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span>door quaade aandieningen van
+zyne Gezanten, verkeerdelyk onderricht omtrent de verschillen der
+Landzaaten: te weeten, als dat dezelve wel tot merkelyk nadeel van het
+Roomsche Ryk mogten uitvallen: heeft daarom de vryheid der Friesen
+omverre geworpen, alschoon dezelve van Karel den Grootes tyden af, ook
+by zynen vader Sigismund, en noch onlangs door hem zelve zo wel
+bevestigt was. Maar de voornaamste oorzaaken waren, dat Hertog
+Albrecht, hebbende de voogdyschap der Graaflykheid van Holland voor
+Philip van Oostenryk bedient, die in het voorgaande jaar mondig was
+geworden, eischte, voor de onkosten, die hy in den oorlog tusschen de
+Hoekschen en Kabeljauwschen te beslegten hadde gemaakt, een zomma van
+350000 rhynsche guldens: ter verzekeringe voor die zomma, eer het konde
+opgebragt worden, heeft Maximiliaan Friesland, enz., als een leengoed
+des Roomschen Ryks, hem te pande gegeeven; tot &rsquo;er tyd toe dat
+gemelde 350000 rhynsche guldens door Philip of de zynen aan hem zouden
+opgebragt zyn. Waar op Albrecht van Saxen, op zyn luimen leggende, hoe
+hy een voet in het Land zoude krygen, heeft door heimelyke listen en
+bezendingen zo veel te weege gebragt, dat eenige Schieringers, die nu
+de zwaksten waren, een verbond met hem maakten. Doch de Hertog de
+Friesen in &rsquo;t gemeen ongenegen vindende, besloot eerst om dezelve
+met geweld te bedwingen; <span class="pagenum">[<a id="pb136" href=
+"#pb136" name="pb136">136</a>]</span>maar in raad weder veranderende,
+bragt door verscheidene listen en bedriegeryen vreemde krygslieden in
+&rsquo;t Land; waar door hy de Schieringers met veele geweldenaaryen
+tot verdrag bragt, en hem in Westergo innamen. Daar op zyn de
+Vetkoopers, na eenige vergeefsche tegenweer, mede tot de huldiging des
+Hertogs wegens Oostergo vereenigt. Alleen stond Leeuwarden, en eenige
+aanhang, hem noch tegen: doch na eenigen tyd belegert te zyn geweest,
+gaf het zich mede in het verdrag. Hier op liet de Hertog te Leeuwarden
+aanstonds een blokhuis bouwen, van de steenen der afgebrookene stinsen,
+die hy tegens wille van de eigenaars liet afwerpen, om tot gemeld
+blokhuis te gebruiken.</p>
+<p>In den jaare 1499 had Graaf Edzard van Oostfriesland het oog op
+Groningen, doch die van binnen zulks gewaar wordende, trokken uit,
+onder het bevel van Ulrich, te Dornum, met 200 mannen, neemende den Dam
+in en bezetteden de aankomsten aan de Eems, als Farmsum, Oterdum,
+Reide, enz., en deeden verscheidene Ommelander heerenhuizen omverre
+werpen. Evenwel trok Graaf Edzard met zyne krygsmacht over in den
+Oldambte, bestaande het geheele leger uit 2800 burgers en soldaaten,
+benevens de Ommelander Hovelingen, neemende aanstonds Pekel a Borg in.
+Daar na dwongen zy de Oldambsters 2200 rhynse guldens brandschattinge
+af; en trokken dus <span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137"
+name="pb137">137</a>]</span>voort voorby Slochteren, tot in het
+klooster Wittewyrum: waar door de Groningers den Dam en de andere
+plaatsen verlieten; en dezelve door des Graaven volk wederom in
+bezettinge wierd genomen. Graaf Edzard zelfs quam met 1000 burgers over
+de Eems; hy was uit den Oldambte naar huis getrokken, en deed groot
+geweld van rooven, branden, en schattinge te vorderen. Doch de
+Groningers spaarden hunne vyanden ook niet. Nochtans maakte Graaf
+Edzard een kasteel te Oterdum, en den Dam vast tot een
+oorlogsstoel.</p>
+<p>Ondertusschen zonden de Groningers 400 soldaaten, met een goed
+gedeelte van oorlogsgereetschap voor het huis te Sauwert: &rsquo;t welk
+ten eersten aan hun wierd overgegeven; wordende aldaar de vestingwerken
+afgeworpen, en de bezettinge gevangkelyk mede in de stad gevoert.</p>
+<p>Den 22ste van July is Jonker Fox met zyn volk, 250 mannen sterk
+zynde uit Friesland, over Drenth, naar Graaf Edzard willende, door de
+Groningers omtrent Cropewolde aangetast en geslagen; Fox zelve wilde
+zich niet overgeeven, schoon hy verscheidene wonden gekregen had, maar
+vogt, op zyn kni&euml;n leggende, zo lang tot hy den geest gaf. De
+Groningers hadden hier een groote overwinninge, want 30 bleeven
+&rsquo;er, behalven Fox zelve, van de vyanden dood, en 125 wierden
+&rsquo;er gevangen.</p>
+<p>Alhoewel deze Jonker Fox altoos der Groningers <span class=
+"pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name=
+"pb138">138</a>]</span>ergste vyand is geweest, hebbende zy hem
+evenwel, om zyne dapperheid, naar Groningen gevoert, en aldaar in de
+Minnebroeders kerk, met eeretekenen begraven. Door het verslaan van
+dezen Jonker Fox, heeft het plaatsje Foxhol zyne benaaminge
+bekomen.</p>
+<p>In dit zelve jaar, quam Hertog Albrecht, met zynen zoon Hendrik, te
+Harlingen aan; en wierd eerst te Franeker, en daar na te Leeuwarden op
+&rsquo;t Oude Hof ingehuldigt. Binnen Franeker heeft hy, om eene goede
+bestellinge der wetten in den Lande te geeven, den Hoogen Raad, die wy
+nu noch het Hof van Friesland noemen, ingestelt.</p>
+<p>Daar na vertrok Hertog Albrecht uit Friesland, naar Meissen, in
+Duitschland, laatende zyn zoon Hendrik, aangestelt als Stadhouder, op
+het Hof binnen Franeker; zynde het Slot van Sjaardema. Doch deze niet
+wel onderrecht zynde, leide de gemeente ondraagelyke lasten op; waar
+door een groot oproer ontstond.</p>
+<p>In den jaare 1500 hebben de Friesen hem in Franeker met 16000 mannen
+komen belegeren: en vooral waakende dat &rsquo;er geen meerder vreemd
+krygsvolk in &rsquo;t Land wierd gebragt, zo namenze dit volgende voor
+hunne leuze: <i lang="fy">Fjouwer lotter-claer leep aayen op in finne
+herne in ien nest<a class="noteref" id="xd20e2177src" href="#xd20e2177"
+name="xd20e2177src">80</a>.</i> Die dit <span class="pagenum">[<a id=
+"pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span>niet zeggen kon,
+achten zy een Uitlander te zyn, en wierd aanstonds veroordeelt om
+verdronken te worden. Om hunne belegeringe voort te zetten, en gemelde
+stad te vuur en te zwaard wel aan te tasten, hebben zy de Groningers
+ondertusschen voor vier stukken geschut, tot dit beleg benoodigt, alle
+het zilverwerk en andere kostelykheden, uit alle kerken en kloosters
+geligt zynde, te pande gegeven. Albrecht ondertusschen, met veel volk
+uit Meissen te rugge komende, slaat, met een onderstand van den Graaf
+van Holland, het leger voor Franeker weder op. Waar op die van
+Leeuwarden hunne stad verlaaten: en Hertog Hendrik trok daar weder in,
+bedryvende alomme veel moedwille, brengende veele Edelen en gemeene
+lieden in ballingschap.</p>
+<p>In dit zelve jaar is den Dam door de Groningers belegert, en zeer
+hevig beschooten, maar het afkomen van Graaf Edzard, en de
+overstroominge van het water, deed hen dezelve wederom verlaaten, en
+naar Groningen trekken. Waar op des Graaven volk, in moedwil
+uitbarstende, hier na de dorpen Wagenborgen, Uithuizen en Meden in
+brand stak, waar door veele huizen verteerden.</p>
+<p>Ook zynze daar na in de Marne gevallen, hebbende de Groningers, die
+met de landlieden te zamen vereenigt waren, geslagen; en daar na
+ongehoorde gruwelstukken van rooven, moorden en branden, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" name=
+"pb140">140</a>]</span>vrouwen verkragten, en kerkschenderye
+bedreeven.</p>
+<p>Groningen wierd door de Saxen op den eersten van Augusty aan de
+noordzyde belegert, leggende het geheele leger voor de naaste
+molenbergen van de stad; van waar hetzelve, doch met weinig schade, 15
+a 16 dagen beschoten wierd. Maar hunne schepen van proviand en
+oorlogs-ammunutie lagen het Reidiep langs, waar by 1000 mannen Saxen
+tot dekking in Jarges tigchelwerk geposteerd waren.</p>
+<p>Onderwylen quam de Bisschop van Utrecht, met verscheidene heeren uit
+de Staaten des Lands in &rsquo;t leger, en bewerkte zo veel tusschen
+den Hertog van Saxen en de stad Groningen, dat de vrede op den 21ste
+van Augusty te Aduard voor eenige maanden geteekent wierd. Waar op het
+beleg aanstonds wierd opgebroken, en 12000 soldaaten daar van naar
+Friesland gezonden; trekkende de Hertog zelve met het overige volk naar
+den Dam, en van daar naar Embden; daar hy, na eene ziekte en
+hoofdwonde, die hy door een musquetkogel in het beleg had ontfangen, op
+den 8ste van September is komen te sterven.</p>
+</div>
+<div class="div3" id="k6.2">
+<h4 id="xd20e2204" class="main">2. Georg, Hertog van Saxen.</h4>
+<p class="firstpar">Deze is, volgens het recht van erffenisse, in
+&rsquo;s vaders plaats gekomen; na dat zyn <span class=
+"pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name=
+"pb141">141</a>]</span>broeder Hendrik zyn recht aan hem by verdrag had
+over gedaan.</p>
+<p>In den jaare 1501 hebben de Groningers 2000 soldaaten aangenomen,
+onder voorwaarde, dat zy hen den Dam zouden helpen winnen, waar voor zy
+dan zouden genieten, behalven de plondering, 7000 guldens, en al het
+geene dat zy tot dien aanslag noodig zouden hebben. Daar op zynze den
+18de van May met malkander uitgetrokken, en berenden voorts den Dam aan
+drie kanten; neemende ondertusschen Delfzyl weg, en sloegen het daar
+binnenleggende guarnisoen dood. Vervolgens deeden zy verscheiden
+stormen op den Dam, en schooten &rsquo;er den brand in: maar die van
+binnen zich mannelyk kwytende, sloegen hen t&rsquo;elkens af.
+Ondertusschen quam Graaf Edzard met 4000 mannen over de Eems, regt uit
+naar den Dam, stellende zyn krygsvolk, in drie&euml;n verdeelt, in
+slagorde, met het geschut vooraan, en marcheerde alzo op den weg van
+Jukwert, regts tegens hunne vyanden in; waar op het bloedvergieten
+aanging, en wierd &rsquo;er zo gruwelyk onder de Groningers geslagen,
+dat ze den Dam moesten verlaaten, en de vlugtende tot aan Groningen
+nagezet; die zo droevig verslagen of in de Damstervaart verdronken, dat
+&rsquo;er, naar &rsquo;t zeggen van zommige, 3000 mannen wierden
+verlooren, waar onder vier Burgemeesters zoonen van Groningen, als
+Albert Jarges, Harmen Jarges, Gosen Schaffer, en Johan Mepsche.
+<span class="pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142" name=
+"pb142">142</a>]</span>Daar na namen de Saxen het Huis te Mude in, en
+verbranden eenige molens en kapellen aan de noordzyde voor Groningen;
+ook op een na alle de molens en huizen aan de zuidkant, tot aan de
+gragtswal.</p>
+<p>In den jaare 1502 quam de jonge Hertog van Saxen in Groningerland,
+by hem hebbende zes Graaven, veele Edelen, 200 ruiters en 300
+soldaaten, met allerlei veldstukken en bagagie. De eerste nacht bragt
+hy door te Aduard, mits naauwe wacht houdende voor de Groningers,
+hoewel &rsquo;t bestand noch liep. Van daar trok hy naar den Dam,
+alwaar hem de burgers met kruissen en vaanen te gemoet traden, en met
+veele eeretekenen in haalden. Zy droegen altemaal vellen op hunne
+knie&euml;n, ten teeken van onderwerping: waar op de hovelingen uit de
+Ommelanden, in den Dam wezende, hem mede huldinge en eed hebben
+gedaan.</p>
+<p>In dezen tyd hebben de Groningers met Hertog Karel van Gelder een
+verbond gemaakt; mits dat de wederzydsche burgers in elkanders land een
+vryen koophandel zouden mogen dryven.</p>
+<p>In den jaare 1504 heeft Graaf Edzard, by de punterbrug, een zeer
+sterk kasteel laaten bouwen; &rsquo;t welk naderhand Weerdenbras
+genaamt is geworden.</p>
+<p>In den jaare 1505 was te Harlingen een zwaare nood van water, waar
+door veele dyken doorbraken. Daar op volgde een groote droogte in den
+lande, waar door <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143"
+name="pb143">143</a>]</span>zwaare branden in de veenen wierden
+veroorzaakt: als ook te Hindeloopen, dat met &rsquo;er kerk voor
+&rsquo;t meerendeel geheel verteerde.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 8ste van April, trok een party Groninger
+burgers en soldaaten naar Onderdendam, en bragten by hunne te rugkomst
+14 Saxische soldaaten en twee boeren gevankelyk mede in Groningen; waar
+door het oorlogsvuur weder ontstooken wierd.</p>
+<p>Den 20ste dito quam een troup Saxischen uit Aduard, in den nacht, by
+de Aa Poort, en verbranden aldaar 8 a 9 huizen. Daar tegen zonden de
+Groningers 4 a 500 mannen naar Oosterwyrum en de omleggende plaatzen,
+brandende het dorp Heveskes geheel af, en haalden een grooten buit van
+ossen, koeyen en schaapen van Wytwert, enz.; alwaar de kerken wierden
+aangetast, de goederen daar uit gehaalt, en naar Groningen gevoert.</p>
+<p>Den 22ste van Augusty wierden de Groningers en Saxischen te Haren
+handgemeen, alwaar de eersten 20, en de laatsten 100 mannen op het
+slagveld lieten leggen.</p>
+<p>Aldus de oorlog wederom een begin genomen hebbende, droeg de Hertog
+van Saxen het veldheerschap op aan Graaf Edzard van Oostfriesland, en
+Jonker Vitus, van Draaksdorf, die de Groningers &rsquo;er toegangen
+zeer naauw lieten bezetten: waar door die van binnen, zich zeer
+geprangt vindende, en van alle hulpe ontbloot ziende, wierd het
+<span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name=
+"pb144">144</a>]</span>gemeene volk nochtans, door de onmenschelyke
+wreedheden der Saxen, te meer verbittert: waarom de Groningers hunne
+bescherminge by iemand wilden zoeken. Hier op verkozenze Graaf Edzard,
+van Oostfriesland, voor hunnen Beschermheer; aan wien zy de stad
+opdroegen; waar van de artykelen in den jaare 1506, op den 24ste van
+April, wierden bezegelt, wordende in dezelve alle de privilegien en
+vryheden, die Groningen met haare ingezetenen ooit gehad hadden,
+behouden. Daar op quam de Graaf met zyne keurlyke krygsbenden, verzelt
+met veele Edelen, naar Groningen af; gaande de Magistraat van de Stad,
+benevens de jonge manschap en soldaaten, door de Poele Poort uit, hem
+tot aan Ooster Hoogebrug te gemoet, en deeden hem aldaar den eed van
+getrouwheid. By de Poele Poort gekomen zynde, ontfong hy uit handen van
+Burgemeesteren de sleutels van de stads poorten. Vervolgens wierd de
+Graaf met een prachtige staatsie, onder het losbranden van &rsquo;t
+kanon, trommen- en trompettengeschal, luiden der klokken, enz., ter
+stad ingehaalt; rydende alzo de Poelestraat door, naar de markt, alwaar
+het krygsvolk in volle wapenen, in ryen en gelederen geschaart stond,
+tot aan de hoek van de Gelkingestraat, daar het logement voor hem
+bereid was. Daags daar aan ging hy in St. Walburgs kerk, alwaar de
+burgers hem huldinge, pligt en eed deeden, volgens inhoud <span class=
+"pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name="pb145">145</a>]</span>van
+het accoord. Daar na deed de Graaf een sterk en zwaar kasteel bouwen,
+tusschen de Steenstil en Ooster Poort, zynde voorzien met zeer wyde en
+diepe gragten en hooge wallen.</p>
+<p>In den jaare 1506 quam Hertog Georg in Friesland, en wierd
+ingehuldigt. Hy gebood, om over geheel Friesland te gebruiken de
+Workumer ellen, het Bolswerder loopen, de Leeuwarder kanne, de Keulsche
+wicht; en het Hof van Gerichte, by zynen vader te Franeker ingestelt,
+liet hy naar Leeuwarden vervoeren. Daar na liet hy het Bild allereerst
+bedyken, na dat het al eenige jaaren goed vast land was geweest, en by
+zynen vader Albrecht in eigendom ware genomen, zonder dat de Staaten
+des lands daar in bewilligt hadden.</p>
+<p>In dezen tyd heeft gemelde Hertog ook de Floreen Rente over den
+Lande gestelt, en elk naar hunne schattinge doen betaalen; waarom, om
+het zo veel te gemakkelyker in te vorderen, hy het Landschap in zyne
+hoofddeelen onderscheiden heeft: die wy nu Grietenyen noemen.</p>
+<p>In den jaare 1507 heeft de Hertog van Saxen, na dat Graaf Edzard
+Groningen in &rsquo;t bezit had genomen, groote pretensien van den
+Graaf en de Groningers gevordert. Doch deze questien zyn te Constans op
+den Ryksdag gebragt, alwaar wederzydsche Gezanten wierden gezonden;
+maar naderhand ook te Keulen hervat. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb146" href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span></p>
+<p>In dit zelve jaar is de vaart van Leeuwarden naar Franeker, en naar
+Bolswert begonnen gegraaven te worden.</p>
+<p>In den jaare 1508 is Norden, in Oostfriesland, door zyn eigen vuur
+voor &rsquo;t meerendeel verbrand. En op den 16de van October was de
+tweede St. Gallus watervloed, welke in Oostfriesland en elders groote
+schade veroorzaakte: wordende in de zelve kabeljauw en wytingen voor
+Groningen gevangen.</p>
+<p>In den jaare 1509, den 26ste van September, was &rsquo;er een hooge
+watervloed over Friesland, Groningerland, en elders, waar door niet
+alleen verscheidene dyken zyn weggespoelt, maar ook veele menschen en
+beesten verdronken. By de Dollaart scheurde een stuk lands af, op welke
+10 a 12 zwaare beesten te weiden gingen, van het overige land in den
+Oldambte, en dreef over de Dollaart, in Reiderland, alwaar het vast en
+behouden bleef zitten; &rsquo;t welk naderhand een oorzaak van proces
+gaf tusschen die van &rsquo;t verdrevene en &rsquo;t aangespoelde stuk
+land.</p>
+<p>In den jaare 1511 ontstond &rsquo;er te Leeuwarden een zwaare brand,
+die wel 200 huizen verteerde.</p>
+<p>In den jaare 1512 wierd Koeverden door Roelof van Munster, gewezene
+Drost van &rsquo;t Drenth, met verrassinge ingenomen. Doch zeer kort
+hier na, heeft de Bisschop Munster hem wederom belegert, en tot
+verlaatinge <span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name=
+"pb147">147</a>]</span>dier plaats gedwongen; stellende daar doe
+wederom tot Drost Adolf van Rechteren.</p>
+<p>In den jaare 1513 zond de Keizer Maximiliaan een scherp mandaat aan
+Graaf Edzard, hem gebiedende, op zwaare straffe, de stad Groningen te
+verlaaten, en dezelve aan den Hertog van Saxen in te ruimen: doch
+vrugteloos.</p>
+<p>In den jaare 1514, in het begin, deed de Hertog van Saxen, ziende
+dat hy &rsquo;t met die van Groningen niet eens konde worden, een inval
+in Oostfriesland, doende allerlei wreedheden van moorden, brandschatten
+en branden. Zy belegerden zelfs Lieroort; doch dat zy, na de Hertog van
+Brunswyk zyn leeven daar voor had verlooren, moesten verlaaten.</p>
+<p>Den 7de van Juny wonnen de Saxen in Groningerland het sterke
+klooster Selwert, doende het zelve versterken, en met een sterk
+guarnisoen bezetten. Ook hebben zy Delfzyl met geweld ingenomen,
+slaande aldaar alles dood dat zy vonden, slegten de werken, en staken
+het plaatsje in brand.</p>
+<p>Voorts quam Graaf Edzard, na dat hy zyn eigen land tegen de Saxen
+had verdedigt, met 700 mannen hulptroepen te Groningen; die op den
+volgenden dag buiten de Bottinge Poort met de Saxen slaags raakten,
+waar door veelen sneuvelden.</p>
+<p>Den 21ste van July, trok de Hertog van Saxen met zyn leger, om zich
+aan Groningen <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name=
+"pb148">148</a>]</span>en Graaf Edzard te wreeken, voor den Dam, doende
+die plaats aan drie zyden belegeren. Daar binnen waren 800 kloeke
+welgewapende mannen, een goede meenigte boeren, en een strydbaare
+burgerye tot bezettinge. Otto van Diepholt was Commandeur; benevens hem
+waren &rsquo;er noch eenige dappere Edelen. De belegeraars damden de
+slooten, en sloegen by nacht een brug over de vaart: zy aprocheerden,
+werkten in de aarde, en schooten met gloeijende kogels hevig op de
+stads vesten en poorten. Die van binnen queeten zich dapper: maar de
+groote menigte der vyanden stormde op den 3de van Augusty op de drie
+poorten te gelyk, met een afgrysselyk geweld: na dat zy t&rsquo;elkens
+waren afgeslagen, met den jongen Hertog van Brunswyk achter hen,
+roepende vreesselyk, en dreef zyn volk alzo aan, tot dat zy eindelyk de
+belegerden overwonnen, en in de stad quamen; waar op het moorden
+aanging, wordende in de eerste furie noch kerken, noch autaaren, noch
+kraamhuizen gespaart. De jonge Hertog rende door de straaten, met het
+bloote zwaard in de hand, roepende: <i>Sla dood, sla dood, tot wraake
+van myn Vader!</i> Veelen zyn op de autaaren, eenige met de beelden
+omvat, en andere met het kruisifiks in hunne handen, omgebragt. Eylco
+Lewe stond met een lang slagzwaard in zyn hand, en sloeg zo gruwelyk
+onder de vyanden, dat &rsquo;er veelen met hem gedood wierden. Het
+getal der <span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name=
+"pb149">149</a>]</span>dooden wierd in alles op 1136 gerekent. Omtrent
+200 soldaaten en weinige burgers wierden &rsquo;er gevangen genomen;
+doch 150 waren &rsquo;er reeds in den beginne der overval ontkomen. De
+Commandant Diepholt, en noch een Kapitein, wierden gekeetent en
+gevangkelyk naar Medenblik gevoert. De vrouwen en kinderen wierden ook
+gevangen gezet en gepynigt, om de verborgene schatten aan te wyzen; en
+daar na naakt en bloot ter stad uitgejaagt. En de schoonste maagden en
+jonge vrouwen wierden door de soldaaten eenigen tyd tot vuile lusten
+gehouden.</p>
+<p>Hier na heeft Graaf Edzard de Regeeringe van Groningen verlaaten:
+waar op de Groningers Karel van Egmond, Hertog van Gelderland, voor
+hunnen Beschutsheer hebben aangenomen; doende voorts den eed aan zyn
+Marschalk Willem van Ojen op den 3de van Novemb. in St. Walburgs
+kerk.</p>
+<p>In den jaare 1515, omtrent Driekoningen Dag, hebben de Saxischen uit
+den Dam de kerk en &rsquo;t geheele dorp Farmsum geplondert en ten
+eenemaal verbrand.</p>
+<p>Den 17de van Maart namen de Groningers het kasteel of blokhuis by
+Aduwarderzyl in, en hebben het ten eenemaal geraseert en geslegt. Ook
+hebben zy, met hulpe Van Graaf Edzards volk, Delfzyl met geweld
+ingenomen: als mede den Dam, alwaar in &rsquo;t uittrekken der Saxische
+troupen een groot tumult ontstond; want de burgers en eenige
+<span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150" name=
+"pb150">150</a>]</span>soldaaten, de oude bejegeningen noch in &rsquo;t
+hoofd zittende, vielen in hunne achterhoede, plunderden de bagagie, en
+ontnamen hun vele goederen.</p>
+<p>Daar na quam de zwarte Hoop, zynde een zamengeraapt volk van ruim
+5000 koppen, in Friesland vallen; welke alle de dorpen, daarze aan
+quamen, in koolen zettede, als mede de steden Workum, Hindeloopen en
+Molkwerren ook afbranden.</p>
+<p>Ook hebben de Groningers het kasteel Weerdenbras, by de Punterbrug,
+ingenomen.</p>
+<p>Na dat Hertog Georg in voorige jaaren veel moeite met de Groningers
+en Graave van Oostfriesland hadde gehad, en de Graave met de Groningers
+hunne gerechtigheid aan Karel, Hertog van Gelderland, overgedraagen
+hadden, zo hebben de Gelderschen de Sevenwouden en &rsquo;t grootste
+gedeelte van Westergo met een meenigte van volk afgeloopen. Waar op
+Georg van Saxen, geen middel ziende om de Friesen we&ecirc;r onder zyn
+geweld te krygen, uit het land vertrokken is; laatende zynen Stadhouder
+Everwyn, Graave van Benthem, alhier.</p>
+<p>Ondertusschen maakten de Gelderschen in de Zuidhoek, als te Workum,
+Hindeloopen, Molkwerren, Staveren en Slooten, <span class="corr" id=
+"xd20e2290" title="Bron: zeinschepen">zeilschepen</span>; om in de
+Zuiderzee op het ontzet der Hollanders te kruizen: onder dewelke zich
+Groote Pier, geboortig van Kimswert, mede begeeven heeft. Deze Groote
+<span class="pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name=
+"pb151">151</a>]</span>Pier was door de Saxischen van alle zyne
+goederen en welvaart beroofd, ook hadden zy het dorp, daar hy woonde,
+in brand gestooken: waarom hy met een aanhang van meer dan 500
+vrienden, op gemelde schepen gegaan was: en hebbende verscheidene
+gelukkige zeeslagen met de Hollanders gehouden, en veele scheepen van
+hen genomen, zo maakte hy verder de geheele Zuiderzee vry.</p>
+<p>Hertog Georg, veel geld en moeiten te vergeefs verspilt hebbende, om
+de Friesen te vermeesteren, droeg, na alle zyne nederlagen, het
+erfrecht over aan den Prins van</p>
+</div>
+<div class="div3" id="bourgandien">
+<h4 id="xd20e2298" class="main">2. het Huis van Bourgondien.</h4>
+<div class="div4" id="karel5">
+<h5 id="xd20e2301" class="main">1. Karel de Vyfde.</h5>
+<p class="firstpar">In dit zelve jaar 1515, <span class=
+"sc">Karel,</span> Koning van Spanje, en na een korten tyd Keizer van
+&rsquo;t Roomsche Ryk, nu Erfheer van Friesland geworden zynde, stelde
+Graaf Floris van Ysselstein tot Stadhouder aan; die zich met de zynen
+eerst alleen binnen Leeuwarden, Franeker en Harlingen moest verhouden:
+zynde het overige des Lands meest door de Gelderschen bezet; tot
+welkers voordeel Sneek en Slooten in dien tyd <span class=
+"pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>met
+muuren en sterktens zyn vast gemaakt<a class="noteref" id=
+"xd20e2310src" href="#xd20e2310" name="xd20e2310src">81</a>.</p>
+<p>En gemelde Groote Pier, speelende alle zeilen blank<a class=
+"noteref" id="xd20e2318src" href="#xd20e2318" name=
+"xd20e2318src">82</a>, nam weg alles wat tegen de Gelderschen aanquam,
+werpende veele menschen overboord: en inzonderheid te Workum, dat hy
+inneemende, de Hollanders de voeten spoelde, daar by voegende dit grove
+Friesche vloekwoord: <i lang="fy">Sjug ho kenne dy D: tjietten
+swomme<a class="noteref" id="xd20e2339src" href="#xd20e2339" name=
+"xd20e2339src">83</a>.</i></p>
+<p>In den jaare 1516, in April, is Delfzyl, na dat de Graaf Edzard zyne
+bezetting daar uit had genomen, door Boele Ripperda, van haare
+vestingen beroofd. Daar op zyn de Groningers, met hulpe van zommige
+Ommelanders, uitgetrokken, hebbende den Dam gedemanteleert, en voorts
+Weerdenbras ook geraseert. Verder, het kasteel van <span class=
+"pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" name=
+"pb153">153</a>]</span>Graaf Edzard, te Groningen gebouwd, wederom
+afgebroken.</p>
+<p>In den jaare 1517 quam &rsquo;er weder zulk een hooge watervloed,
+dat het water eene elle boven de dyken stond; waar men de schade wel
+kan afmeeten.</p>
+<p>Groote Pier beschermde Sneek, tegen de belegeringe der
+Bourgoenschen; en nam Hindeloopen weder in, dat de gemelde
+Bourgoenschen vast gemaakt, en met 300 mannen bezet hadden: en daar na
+Medenblik, dat hy verbrande.</p>
+<p>In dit jaar wierd ook tusschen de Bourgoenschen en den Hertog van
+Gelderland een verdrag gemaakt, na dat aan we&ecirc;rszyden veele
+vyandelykheden waren voorgevallen; waar door de steden nu van de eene
+en dan van de andere zyde waren ingenomen, en de platte landen veel
+geweld, moord en brand hadden geleden. Doch Groote Pier, met die de
+Gelderschen aanhingen, zich hier noch niet toe verstaande, bleven even
+standvastig tegen de Bourgoenschen, en begeerden Pier voor een
+Beschermheer der vryheid geacht te wezen; dat hy voorheen ook zoude
+gedaan hebben, byaldien het zommigen niet verbrod hadden. Als hy door
+eenen Hollander in een brief tot afstand geraaden wierd, bespotte hy
+hem met een rymtje na dien tyd, voegende boven het zelve al boertende
+deze Eeretytelen: <i>Ik, Groote Pier, Koning van Friesland, Hertog van
+Sneek, Graaf van Slooten, Vryheer van <span class="pagenum">[<a id=
+"pb154" href="#pb154" name="pb154">154</a>]</span>Hindeloopen, en
+Capitein-Generaal van de Zuiderzee</i><a class="noteref" id=
+"xd20e2372src" href="#xd20e2372" name="xd20e2372src">84</a>.</p>
+<p>Dus wierd de vereeniging door de Gelderschen verbrooken, en des
+Keizers volk moest, als voorheen, zich alleen in Leeuwarden, Franeker
+en Harlingen verhouden. Groote Pier deed ondertusschen de Keizerschen
+op de Zuiderzee veel afbreuk, neemende gestadig aan weg alles wat hem
+voorquam.</p>
+<p>In den jaare 1518 heeft de Hertog van Gelder het accoord van
+Maarschalk Willem van Ojen met de Magistraat van Groningen, uit zyn
+naam ingegaan, geconfirmeert en gezegelt.</p>
+<p>In den jaare 1519, den 6de van February, wierd te Arnhem het
+vorstelyke bruiloftsfeest van den Hertog van Gelder met de Hertoginne
+van Brunswyk Lunenburg zeer prachtig gehouden: zynde aldaar uit deze
+Provintie van Groningen mede verzogt, Ludolf Conders, en Klaas
+Schaffer, Burgemeesteren; Willem Frederiks, Priester van St. Martens
+kerk, wegens de stad; en Roelof Lennep, Ritmeester, wegens de
+Ommelanden. Dewelke allen zeer prachtig uitgedost waren; Willem op een
+wagen, en de anderen te paard, zynde alle de paarden eveneens met
+blinkende wapenen over hunne gansche ligchamen bedekt, verzelt
+<span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name=
+"pb155">155</a>]</span>met 30 ruiters, in heerlyke kleederen. Hunne
+geschenken, dieze voor het jonge paar mede bragten, bestonden in twee
+zilvere wynkannen, en twee zilvere schenkvaten, zeer konstig verguld en
+bearbeid, wegende over de 50 mark zilver. Daar nevens bragten zy 4
+welgemeste ossen, van een buitengewoone zwaarte, en 4 schoone
+paarden.</p>
+<p>In dit zelve jaar, als Groote Pier bemerkte, dat de Gelderschen het
+land, even als de Saxischen voorheen, onder het juk van slaavernye
+meenden te brengen, zo quiteerde hy daarom zyn ampt, en zettede zich
+gerust binnen Sneek ter ne&ecirc;r, alwaar hy zyn leeven na eenigen tyd
+heeft ge&euml;indigt.</p>
+<p>In den jaare 1520 wierd het klooster te Aduard, het waereldsche
+gebied, mitsgaders het recht van patroonschap over Suidhorm en Wyrum
+ontnomen, om reden dat eenige monniken op St. Bernards dag, onder een
+gastmaal, dat jaarlyks wierd gehouden, twee Edellieden, Hendrik en
+Frederik Gaykinga, vegtenderhand hadden doodgeslagen.<a class="noteref"
+id="xd20e2388src" href="#xd20e2388" name="xd20e2388src">85</a>
+<span class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name=
+"pb156">156</a>]</span></p>
+<p>Als Karel de vyfde nu tot Roomsch Keizer was verkooren, heeft hy in
+den jaare 1521 Georg Schenk tot Stadhouder over Friesland aangestelt:
+die, met zyn leger te Arum staande, de Geldersche steden, Sneek en
+Bolswert heeft gebrandschat: doch Stoffel van Meurs, Stadhouder der
+Gelderschen, vertrok naar Workum, dat hy vast maakte, om gemelde
+brandschatting der Bourgoenschen af te weeren.</p>
+<p>Hier op dreven de Sneekers de Gelderschen uit; het welk die van
+Bolswert, weinig tyd daar na, mede deeden.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 12de van May, is de Hertog van Gelder, door
+de Staaten der Ommelanden, mede tot hunnen beschutsheer aangenomen.</p>
+<p>In den jaare 1522, den tweede van November, quam de Hertog van
+Gelder te Groningen; wordende door de Magistraat buiten <span class=
+"pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157" name="pb157">157</a>]</span>de
+Oosterpoort opgehaalt, en tot aan de St<span class="corr" id=
+"xd20e2406" title="Bron: ,">.</span> Martens Kerk geleid; alwaar hy
+door Mr. Willem, Kerkheer, ontfangen wierd, die hem mede naar zyn huis
+nam en logeerde. Des anderen daags ontfing hy op het raadhuis de
+sleutelen van de stads poorten, en den eed van de Magistraat en de
+Gezworene Gemeente, en vervolgens in St. Walburgs kerk van het gemeen.
+Des Sondags daar aan wierd hy door de Magistraat der stad op het Heeren
+Wynhuis zeer prachtig ter maaltyd onthaalt. Daar na, de Hertog
+vertrokken zynde, zond hy Jasper van Marwyk als Stadhouder te
+Groningen, die zyn logiment nam op Munnikeholm.</p>
+<p>In den jaare 1523 bouwde Stoffel van Meurs een blokhuis te Workum,
+en den tooren versterkte hy met gragt en wallen, om de zeekust tegen de
+Bourgoenschen te beschermen. Maar wierden van Schenk vermeestert, die
+den tooren van boven af liet werpen, en het blokhuis met veel volk
+bezette. In welken tyd ook de geweldige Stins van Inthiema door de
+Keizerschen verbrand en vernietigt is. Doe zonden de Gelderschen eenige
+zeeroovers uit Dokkum; het welk de Bourgoenschen belegerden, en mede by
+verdrag inkreegen. Ook vlugten de Gelderschen van Bolswert naar
+Slooten; dat zich, belegert ziende, mede aan Schenk over gaf. En by een
+gemeen opbod der landlieden, zyn de Gelderschen t&rsquo;eenemaal
+<span class="pagenum">[<a id="pb158" href="#pb158" name=
+"pb158">158</a>]</span>uit het land gejaagt: en Karel de vyfde tot
+Erfheer over Friesland bevestigt.</p>
+<p>Ook is Schenk en Wassenaar, uit naam des Keizers, in de Ommelanden
+gekomen, roovende en brandende zeer schielyk onder de landlieden;
+vervolgens ontboden zy hen om den Keizer te be&euml;edigen te
+Noorthorm, mits tot boete geevende 32000 goudguldens.</p>
+<p>In den jaare 1525, des Vrydags voor St. Laurens, geraakte de stad
+Groningen in een groot oproer; alzo de Bouwmeesters en Gildens zich
+heimelyk verbonden hadden van hunne goederen &rsquo;er by op te zetten,
+om alle de accynsen, uitgenomen de wyn en het Hamburger bier, af te
+schaffen. Zy hadden dieshalven by de twee Bouwmeesters, noch 24 van de
+voornaamste personen uit de Gildens gekooren, die het zelve aan den
+Raad zouden voordraagen. Als deze voorstellinge op het raadhuis
+geschiede, stond de geheele markt van het gemeen bezet, raazende en
+tierende als verwoede menschen, die door des Overigheids redenen niet
+te stillen waren. Een groote hoop liep als woedende op het stadshuis,
+met een groot stuk hout in de handen, en stoote de deur van de
+raadkamer daar mede open; voorneemens om den geheelen Raad dood te
+slaan. De geene die beneden stonden, met bloote messen in hunne handen,
+riepen: <i>Sla dood, sla dood; werpt ons de verraaders ter vensteren
+uit!</i> Waar door de Raad zich genoodzaakt vond, deze gecommitteerden
+<span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159" name=
+"pb159">159</a>]</span>te zeggen, hunne begeerte te zullen voldoen:
+doende daar op de klok luiden, en hunne wille publiceren. Waar door het
+woedende gepeupel wederom vertrok.</p>
+<p>In den jaare 1527 was &rsquo;er wederom een groote onlust te
+Groningen, waar door omtrent verscheidene magistraatspersoonen hun
+leeven zouden verlooren hebben: want een Jan Gryp, zynde een groot
+oproermaker, trok zyn zwaard uit, en riep: <i>Sla dood!</i> en sloeg
+den Bouwmeester Jan.... onder den voet, houwende nochmaals verscheidene
+keeren naar hem; doch wierd, door toedoen van anderen, noch gelukkig
+gered. De Raad, vergadert zynde, vlood van het stadshuis; ziende ieder
+om een goed heenkomen. De Burgemeester Hillebrands, Roltman en Rein
+Duirds, met noch eenige andere Raadsheeren, liepen in de St. Martens
+kerk; maar de Burgemeester Ludolf Conders viel by de waag onder het
+gespuis; waar door hy nochtans door eenige raadsgezinde burgers
+gelukkig wierd ontzet, neemende daar op de vlugt, de Heere Poort uit,
+naar Helpman op zyn hofstede.</p>
+<p>Dit zelve jaar overleed Graaf Edzard van Oostfriesland, oud zynde 66
+jaaren, binnen Embden; wordende des Vrydags na vastenavond tot Norden
+begraven. Na hem succedeerde Graaf Enno daar op, in zyns vaders
+plaats.</p>
+<p>In den jaare 1530 heeft Keizer Karel aan zynen Stadhouder Schenk
+last gegeeven, <span class="pagenum">[<a id="pb160" href="#pb160" name=
+"pb160">160</a>]</span>om Dokkum en Slooten, welke Steden hy, na
+&rsquo;t vertrek der Gelderschen, hadden doen vast maaken, de wallen
+wederom te slegten.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 10 van July, nam Graaf Enno van Oostfriesland
+Widmond door verrassinge in; en belegerde voorts Ezens; waar op hy
+verscheidene maalen stormde, en veel volk verloor; doch op den 28ste
+van September hebben die van binnen zich aan hunne vyanden
+overgegeeven; waar op, Jonker Balthazar een voetval voor Graaf Enno
+doende, pardon bequam.</p>
+<p>In den jaare 1531 heeft Jonker Balthazar een hoop krygsvolk
+aangenomen, waar mede hy in Graaf Enno&rsquo;s land trekkende, alles in
+brand stak wat hem voor quam; sleepende een grooten buit met zich; en
+begaf zich naderhand onder den Vorst van Gelder.</p>
+<p>In den jaare 1533 heeft Jonker Balthazar den Overste Meindert van
+Ham met omtrent 2000 Geldersche soldaaten te Jemmigen, in Reiderland,
+gezonden: maar Graaf Enno hen te gemoet trekkende, heeft van hen een
+Vendel Gelderschen, welke by de Noorth verachtert waren, ter ne&ecirc;r
+geslagen. Doch een weinig tyd daar na, hebben de Gelderschen de
+Oostfrieschen aangegreepen, en deerlyk geslagen; waar door in &rsquo;t
+geheel omtrent 400 mannen zyn gebleven, en waar onder veele braave
+persoonen van aanzien.</p>
+<p>In den jaare 1535, den 30ste van Maart, zyn omtrent 300 zo genaamde
+Wederdoopers, na datze hunne leere in Friesland <span class=
+"pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" name=
+"pb161">161</a>]</span>openbaar hadden voorgestelt, byeen getrokken,
+overvallende Oldenklooster, by Bolswert, en namen het in; noodzaakende
+de monniken daar uit te vlugten; en van gedachten zynde, by aldien de
+Landsheer hen mogt komen bestormen, zouden de bestormers zelve door
+hunne eigene wapenen gedood worden. Maar de Gouverneur G. Schenk zulks
+gewaar wordende, zond een troup soldaaten derwaarts, en overweldigde
+het klooster aanstonds; waar door in de eerste furie het meestedeel
+dier arme menschen door de kling wierden gejaagt: 24 zyn &rsquo;er
+vervolgens aan galgen opgehangen, en 15 onthalst; en de vrouwen en
+maagden eenige te Leeuwarden, en andere in het Hempensermeer doen
+verdrinken.</p>
+<p>In den jaare 1536 heeft Menno Simons, Priester te Witmaarsum, zyn
+priesterambt verlaaten, en zich tot de Wederdoopers begeeven: waar van
+dezelve den naam van Mennisten hebben bekomen, zo als zy noch in
+Friesland, zonder onderscheid, allen genoemt worden.</p>
+<p>In dit zelve jaar, hebben de Groningers hunne hulpe aan den Hertog
+van Gelder tegens Graaf Enno van Oostfriesland opgezegt. Waar over de
+Hertog zeer te onvreden zynde, zyne krygsmacht deed vermeerderen, en
+den Overste Meinard van Ham met de zelve den 29ste van April naar den
+Dam zond; die aldaar ten eerste de vestingen deed versterken, steekende
+de voorstad by de Steenstil- <span class="pagenum">[<a id="pb162" href=
+"#pb162" name="pb162">162</a>]</span>en Poelepoort in brand; als ook de
+voorstad van de Ebbinge- en Botteringepoort; waar door, alzo de vlam
+over de wal quam, omtrent de Peperstraat 5 huizen en 30 schepen
+verbrande.</p>
+<p>Waarom door de Staaten van Stad en Lande, door groote verbitteringe
+dieze tegens den Gelderschen Vorst gekregen hadden, geresolveerd wierd,
+zich aan het Huis van Bourgondien over te geeven; zendende derhalve
+hunne Gezanten aan Koningin Maria, zuster van Keizer Karel den vyfde,
+in Brabant, met verzoek, dat zy onder de bescherminge van zyn
+Keizerlyke Majesteit mogten aangenomen worden. De Koninginne heeft hen
+daar op met veele beleeftheid aangenomen, en voorts met een genoegzaame
+krygsmacht onder het bevel van Georg Schenk versterkt. Waar op Schenk
+den 7de van Juny met groote blydschap ter stad wierd ingehaalt, en als
+Stadhouder gehuldigt, doende de Raad en het Gemeen voorts den eed aan
+hem, uit naame des Keizers. Wordende dus de stad Groningen en
+Ommelanden aan de Nederlanden gehegt.</p>
+<p>Hier na trok Schenk te velde, en sloeg de Holsteinschen in
+Westerwolde; nam Delfzyl in; won den Dam, Wedde en Koeverden van de
+Gelderschen. Hier na is de vrede tusschen den Keizer en Hertog van
+Gelder geslooten, welke te Groningen op den 8ste van December van
+&rsquo;t stadshuis gepubliceert is geworden. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb163" href="#pb163" name="pb163">163</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1538, of omtrent dezen tyd, overleed de trouwelooze
+Hertog Karel van Gelder, oud 70 jaaren; hebbende zyne nabuuren 50
+jaaren lang met verscheidene oorlogen beroert.</p>
+<p>En omtrent dien zelfden tyd leefde Vorperus Thaborita, Kanunnik te
+Thabor, by Sneek; die, tot op dien tyd, de oude Friesche
+Geschiedenissen heeft te zamen gestelt.</p>
+<p>In den jaare 1540 overleed Georg Schenk, Stadhouder van Groningen,
+in wiens plaats, hem opvolgde Maximiliaan van Egmond, Graaf van Buuren.
+En den 24ste van September overleed Graaf Enno van Oostfriesland,
+wordende te Embden begraven.</p>
+<p>In den jaare 1542 is een watervloed over deze landen geweest, waar
+door veele schade aan menschen en beesten is veroorzaakt.</p>
+<p>In den jaare 1545, omtrent St. Jan, quam Koninginne Maria te
+Groningen; wordende aldaar door de Magistraat op eene zeer plechtige
+wyze ingehaalt, en met ryke geschenken beschonken.</p>
+<p>In den jaare 1546 is in &rsquo;t Klooster Wittewyrum eene
+conferentie gehouden, over het verschil van de voorbyvaart van Embden,
+tusschen de Groningers en de Graavinne van Oostfriesland.</p>
+<p>In den jaare 1548 overleed Maximiliaan van Egmond, Graaf van Buuren,
+en Stadhouder van Groningen, in wiens plaatze hem opvolgde Jan van
+Ligne, Graaf van Arenberg. <span class="pagenum">[<a id="pb164" href=
+"#pb164" name="pb164">164</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1550 hebben de Groningers, benevens die van de
+Ommelanden, aan den Graaf van Arenberg hunnen eed gedaan, wegens
+Philippus den tweede, Koning van Spanje.</p>
+<p>In den jaare 1552 was &rsquo;er, na &rsquo;t geweldig doorbreeken
+der dyken, en &rsquo;t vloeijen van water, zulk een harde winter, dat
+men van Friesland naar Ter Schelling, van Medenblik naar Staveren, en
+van Amsterdam naar Kampen, met paard en slede, kon over de Zuiderzee
+ryden<a class="noteref" id="xd20e2475src" href="#xd20e2475" name=
+"xd20e2475src">86</a>.</p>
+<p>In den jaare 1555 droeg Keizer Karel de vyfde de bestiering der
+Nederlanden over aan zynen zoon Philippus.</p>
+</div>
+<div class="div4" id="philippus2">
+<h5 id="xd20e2486" class="main">2. Philippus de Tweede, Koning van
+Spanje.</h5>
+<p class="firstpar">In dit jaar, Philippus de zeventien Nederlandsche
+Provintien van zynen vader verkreegen hebbende, in zo een vreedzaame en
+wettelyke stand, als Prins of Onderdaanen konden wenschen: kreeg het
+Land in tegendeel in Philippus te gelyk een nieuw Heer, met allerlei
+nasleep van onheilen en oproer. Want als hy niet wel overdagt hadde,
+dat <span class="pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165" name=
+"pb165">165</a>]</span>zyn vader, door eene byzondere naarstigheid, op
+alles een wakend oog had gehouden, met overal zelve by te zyn; zo
+ondernam Philippus daar en tegen, deze Landen in goede rust te zullen
+houden door eenen Stadhouder, blyvende zelve in Spanje.</p>
+<p>In den jaare 1559, na Philippus de Nederlanden doorreist hadde, is
+hy weder naar Spanje vertrokken; bestellende het gebied der Landen aan
+Margareta, Hertoginne van Parma, zyne Bastartzuster: en iedere
+byzondere Provintie aan hunne Stadhouders, en Friesland aan
+bovengemelden Graaf van Arenberg; die ook het opzicht over Overyssel,
+Groningen en Lingen hadde.</p>
+<p>Onder deze aanstellinge gaf hy ook met eene last, die hy hun by zeer
+strenge placaaten, voor zyn vertrek, gegeven hadde, en die de waare
+oorzaaken van alle volgende onlusten zyn geweest; waar van deze drie de
+byzonderste waren: 1. Het aanstellen van 14 nieuwe Bisschoppen, boven
+de drie, die &rsquo;er voorheenen hadden geweest. 2. Het openbaar
+bevel, om de besluiten van het Consilie van Trenten in den Lande uit te
+voeren: daar toe aanstellende Inquisiteurs en Kettermeesters<a class=
+"noteref" id="xd20e2496src" href="#xd20e2496" name=
+"xd20e2496src">87</a>, om het volk wegens hun geloove te onderzoeken.
+En ten 3de. Het onderhouden van 4000 vreemde krygsknegten, ten laste
+van den Lande, en dat in tyd van vrede. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb166" href="#pb166" name="pb166">166</a>]</span></p>
+<p>In dit zelve jaar is te Groningen overleden Regnerus Predrinus,
+hebbende aldaar veel tyd Rector der Latynsche schoolen geweest,
+predikende op de feestdagen openlyk het Evangelium.</p>
+<p>De leere tegen de Pausselyke dwaalingen, nu door geheel Europa zich
+uitgebreid hebbende, en in Vrankryk en Engeland daarom veele
+vervolgingen geschiedende, zo quam &rsquo;er veel volk naar de
+Nederlanden vlugten. Welke vervolging strydig was tegen de oude
+privilegien en vryheden van den Lande, die de Koning hun beloofd hadde
+te behouden.</p>
+<p>De Edelen van den Lande ondertusschen, om zulk een voorneemen naar
+vermogen af te weeren, kantteden zich eerst tegen de dwingnagel van de
+bovengemelde 4000 soldaaten, waar door het volk grooten overlast wierd
+aangedaan, van gevoelen zynde, dat dan de Inquisitie weinig klem zoude
+hebben.</p>
+<p>Des zo beraadslaagdenze om den Koning te beweegen, dien last van
+soldaaten van hen af te ligten; en zyn, na veele moeijelykheden, naar
+Spanje afgescheept in den jaare 1561.</p>
+<p>In dit zelve jaar is Groningen, by het aanstellen van nieuwe
+Bisschoppen in de Nederlanden, tot een Bisdom verheven; en wierd tot
+eerste Bisschop aangestelt, Heer Johan Cnyf, Minnebroeder.</p>
+<p>In dezen tyd is wederom een watervloed over Oostfriesland gegaan,
+welke de dyken <span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167" name=
+"pb167">167</a>]</span>verbrekende, en veele beesten om &rsquo;t leeven
+bragt<a class="noteref" id="xd20e2514src" href="#xd20e2514" name=
+"xd20e2514src">88</a>.</p>
+<p>In den jaare 1564 is aan de Staaten van Friesland, nevens andere
+Provintien, bevel gezonden van de Hertoginne van Parma, om den nieuwen
+Bisschop Cunerus Petri aan te neemen, en in te huldigen tot Bisschop
+van Friesland; zyn zetel te stellen binnen Leeuwarden, en hem in alles
+de hand te bieden: het welk de Staaten weigerden; verzoekende daar van
+ontslagen te zyn, als strydig tegens hunne vryheden en voorrechten.</p>
+<p>In dit zelve jaar hebben de Engelschen de stapel der lakenhandel, in
+een tyd datze verschil met de Nederlanders hadden, te Embden geplant.
+Want daar quam den 23ste van May een groote vloot schepen met lakens,
+na dat &rsquo;er reeds 6 gekomen waren, te Embden aan. Waar over de
+vreugde in die Stad zo groot was, dat &rsquo;er eereschooten van
+we&ecirc;rskanten wierden gedaan. Doch de blydschap, en het voordeel
+datze zich zelve daar van belooft hadden, verdween zeer haastig: over
+zulks de Engelschen, hun verschil met de Nederlanders vereenigt
+hebbende, van daar vertrokken, en bragten de lakens naar Antwerpen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168" name=
+"pb168">168</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1565, als de Inquisitie hoe langer hoe wreeder
+voortging, hebben de Edelen, na lange te vergeefs by de Hertoginne
+vertooningen en verzoekschriften te hebben ingelevert, den Graave van
+Egmond aan den Koning gezonden. Dewelke, na eenigen tyd, eerst antwoord
+bequam, en hier op uit quam, dat des Konings meininge was, dat zyne
+beveelen en strenge placaaten moesten uitgevoert worden. Derhalven
+heeft de Gemeente ondertusschen, uit onverduldigheid, om bovenstaand
+langdraadig antwoord des Konings, de kerken overvallen, en alle
+Roomsche beelden daar uit gestormt.</p>
+<p>Waar op in den jaare 1566 de Heer van Brederode, verzelt met meer
+dan 200 Edelen, uit alle Provintien, verzogten aan de Hertoginne te
+Brussel, om verzagtinge van die strenge beveelen des Konings te
+genieten. By welke gelegentheid de naam van Geusen, waar door de
+Gereformeerden beteekent worden, tot op dezen dag, van de geene die
+buiten zyn, zynen oorsprong heeft genomen: wat een van &rsquo;t
+Hofgezin der Hertoginne, met naame de Heer van Barlemont, dezen hoop
+Edelen, die slegt in de kleederen waren, het eerste aan &rsquo;t Hof
+ziende komen, zeide in de Fransche Spraak, dat &rsquo;er een hoop
+Bedelaars voor de poort waren; gebruikende het Frans woord Gueux, dat
+een Bedelaar beteekent. De Edelen dit verstaan hebbende, schaamden zich
+hier niet over; maar begeerden na dien dag altyd Geusen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169" name=
+"pb169">169</a>]</span>genaamt te zyn: waarom veelen van hen graauwe
+kleederen aantrokken, als de bedelende Graauwe Monniken, en houte
+nappen aan hunne zyde hongen, met zilvere plaatjes beslagen, waar op in
+&rsquo;t Latyn stond: <i>Het gaa den Geuzen wel</i>: of <i>vivent les
+Geux</i>.</p>
+<p>Het voorige verzoek der Edelen naar den Koning gezonden zynde, maar
+het antwoord te laat aankomende, was &rsquo;er ondertusschen weder
+alomme door het land een algemeene kerkrooving en beeldstormerye
+ontstaan; en de Gereformeerden, door toelaatinge des Prinsen van
+Oranje, bouwden openbaarlyk kerken binnen Antwerpen. Waar op de
+burgers, zo te Leeuwarden als Sneek, mede de vryheid namen om de
+beelden uit hunne kerken te breeken, en de zuivere leere te doen stand
+grypen; daar veelen reeds opentlyke belydenisse van deeden.
+Ondertusschen hebben de Inquisitiemeesters den nieuwen Bisschop te
+Leeuwarden toegestaan, van de inkomsten der kloosters Mariengaard en
+Lidlum, tot zyn jaarlyks onderhoud, een zomma van 3000 ducaten; en
+&rsquo;t verdere overschot ten behoeve voor monniken en paapen.</p>
+<p>In dit zelve jaar is de Minnebroeders kerk te Groningen door de
+Gereformeerden ingenomen, van de altaaren en beelden, met verlof van de
+Magistraat, gezuivert, en die hun stads arbeidsvolk bestelde, om de
+vloer van puin en belemmeringen te ontdoen, en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170" name=
+"pb170">170</a>]</span>bequaam tot de predikdienst te maaken. Doch deze
+zaak heeft naderhand, in den jaare 1569, eenige werklieden het leeven
+gekost. In de Ommelander dorpen, als te Winsum, Garshuizen,
+Westerembden, Ten Post, Middelstum en elders, wierd de boer door den
+adel opgehitst, en veele kerken, geplondert, tegens dank en wil der
+Overheden.</p>
+<p>Arenberg, deze beeldstormerye verstaan hebbende, deed, uit last der
+Hertoginne, alle de predikanten het land uitjaagen, en alle
+Gereformeerden strengelyk vervolgen.</p>
+<p>Als mede, uit naam van den Koning van Spanje, zond hy op eene
+listige wyze, vier compagnien Hoogduitsche soldaten in Groningen; welke
+aldaar, gedurende hunne inquartieringe, wegens den Koning, veel moetwil
+bedreven aan de burgers, inzonderheid de Gereformeerden; neemende de
+stads sleutels na zich, ontwapende de burgerye, en deeden een jongman,
+om opgelegt verraad, vierendeelen.</p>
+<p>In den jaare 1567, als de Prins van Oranje zag, dat de zaken, na zo
+veele moeijelykheden, van erger tot erger vervielen, vertrok hy, met
+een groot gevolg van Edelen en andere aanzienlyke lieden naar
+Duitschland. En een schip met Edelen van Amsterdam naar Embden
+vlugtende zyn by Harlingen, door trouwloosheid van den schipper, in
+handen van Arenberg geraakt: waar onder <span class="pagenum">[<a id=
+"pb171" href="#pb171" name="pb171">171</a>]</span>de twee jonge Heeren
+van Baatenburg, en drie Friesche Edelen waren; die, nevens veele van de
+anderen, binnen weinig tyd daar na, te Brussel zyn omgebragt.</p>
+<p>De Koning van Spanje ziende, dat de verwerringe al grooter en
+grooter wierd, besloot zyne zuster van verdere moeite te ontlasten, en
+zond als Stadhouder in haar plaatze dien wreeden en alom beruchten
+Hertog van Alva; dewelke een groote krygsmacht mede bragt, van
+voornemen, om alles op een wreede en gruuwzame wyze te vervolgen; die
+ook dien we&ecirc;rgaloozen bitteren bloedraad instelde, welke alles
+het onderste boven wentelde.</p>
+<p>In den jare 1568, als de vlugtelingen door de wreedheid van Duc
+d&rsquo;Alva dagelyks meer wierden, zoo dagten zy op middelen, om weder
+in beteren stand in hun Land te komen. De Prins dan, veel volk
+vergaderende, begon van dezen tyd af den Hertog te beoorlogen.</p>
+<p>In dit zelve jaar, in May hebben de Graaven Lodewyk en Adolf van
+Nassau, nevens Graaf Joost van Schouwenburg en anderen, met hunne
+krygsmacht in Groningerland trekkende, het Huis te Wedde, den Dam, en
+daar na meer andere plaatzen ingenomen: hoewelze na een korten tyd
+gedwongen wierden den Dam wederom te verlaaten.</p>
+<p>Ondertusschen was de Graaf van Arenberg, nevens den Graaf van Megen,
+met hunne krijgsmacht en zes stukken kanon afgekomen: <span class=
+"pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172" name="pb172">172</a>]</span>het
+welk van Graaf Lodewyk vernomen zynde, trok zyne krygsbenden bijeen,
+vallende den 24ste van May met eene groote dapperheid bij Heiligerlee
+op de vijanden in, voor dat de Graaf van Megen daar noch was bygekomen,
+en sloegen zoo furieus met hun nieuwgeworven krygsvolk onder hen, dat
+er in &rsquo;t kort veelen wierden neergevelt. Waarom Arenberg met eene
+groote bitterheid op Graaf Adolf los rende; en, schoon hy eerst met een
+kogel doorschooten wierd, heeft hy nochtans dies te verwoeder, eerst
+met &rsquo;t pistool, en daar na met het rapier Graaf Adolf ook
+doodelyk gewond; waarop zy alle beide zyn ne&ecirc;rgevallen, en niet
+verre van den anderen gestorven. De rest van Arenbergs leger, alzo
+&rsquo;t volk geen kennisse van &rsquo;t Land hadde, en van de
+Nassauschen omsingelt zynde, is meestendeels gequetst of dood gebleven.
+Omtrent 1600 mannen, zo Spanjaarden als Duitschen, wierden &rsquo;er
+verslagen, waar onder vele perzoonen van rang; daar by bequam Lodewyk
+veel buit, als alle de bagagie van Arenberg, zyn zilverwerk, en daar en
+boven veel geld, dat tot betaalinge der soldaaten gekomen was, en zes
+stukken kanon. Graaf Adolf wierd te Wedde, en de Graaf van Arenberg in
+de kerk van het klooster te Heiligerlee begraven.</p>
+<p>Daar na trok Graaf Lodewyk met zyn leger voor Groningen, doende de
+stad aan twee zyden belegeren; maar de vastigheden van die plaats,
+groote bezettinge daar binnen, en den <span class="pagenum">[<a id=
+"pb173" href="#pb173" name="pb173">173</a>]</span>belegeraars zwaar
+geschut ontbreekende, deed hem niets vorderen: evenwel wierden
+&rsquo;er verscheidene aanvallen gedaan, inzonderheid op den 22ste van
+Juny, alwaar wel 200 van de Nassauschen, en veelen van de beleegerden
+sneuvelden. Maar het afkomen van den Hertog van Alva met een leger van
+16000 mannen, deed hem de belegeringe den 14de van July opbreken,
+marcherende daar mede langs de Eems, om zich aldaar te versterken; doch
+de Hertog is hem zeer haastig nagetrokken, en heeft Graaf Lodewyk op
+den 21ste dito by Jemmingen aangetast, en zeer afgryzelyk met al zyn
+volk, dat niet vegten wilde, verslagen; daar bleven &rsquo;er weinigen
+over, en veelen wierden door &rsquo;t zwaard gejaagd, of in &rsquo;t
+water verdronken. Graaf Lodewyk zelve, als eenigen verhalen, ontquam
+het met zwemmen over de Eems; doch anderen willen, dat hy met een
+scheepje overgeraakt zoude zyn. Daar wierden verlooren 16 stukken
+kanon, omtrent 1500 paarden, 20 vendels, veele horenbeesten, en omtrent
+7000 mannen.</p>
+<p>Daar na trok de Hertog langs de dyken naar Delfzyl, voorneemens om
+die plaats en Farmsum tot een stad te maaken, en dezelve Marseburg te
+noemen: doch de smeekinge der Groningers heeft zulks terug gehouden.
+Vervolgens hebben de Spaanschen in het aftrekken veele dorpen in brand
+gestoken, eenige duizenden van horenbeesten uit het land gedreven en
+groote schade gedaan. Voorts <span class="pagenum">[<a id="pb174" href=
+"#pb174" name="pb174">174</a>]</span>quam de Hertog te Groningen, en
+ordonneerde aldaar een kasteel te bouwen, tusschen de Ooster- en Heere
+Poort, met 5 bolwerken; dat het jaar daar aan is begonnen.</p>
+<p>Karel Brimeu, Graave van Megen, wierd Stadhouder van Friesland, van
+&rsquo;s Konings wegen, na de dood van Arenberg.</p>
+<p>Den 7de van December is te Leeuwarden, voor de eerstemaal des Heeren
+Avondmaal openbaar, naar de wyze der Gereformeerden, uitgedeelt, na dat
+de gewapende burgery de beelden, door last van Burgemeesteren, uit de
+kerken geworpen hadden, niet tegenstaande des Konings Stadhouder, en
+&rsquo;t Hof zich daar tegen stelden. Ook hebben zy den Koning
+afgeswooren, en zich door sterke burgerwachten bevestigt. Ook wierpen
+verscheidene paapen hun priesterlyk gewaad weg, en verkondigden nu het
+zuivere Woord des Heeren.</p>
+<p>In den jare 1569, in April, quam de Commissaris Quarre te Groningen,
+en informeerde zich wegens de kerkplonderinge en andere misdaaden, in
+den jaare 1566 gedaan. Waarop eenigen by den kop wierden gevat; doch de
+Bouwmeester, met twee arbeidsluiden braken uit de gevangkenis; maar de
+andere drie a vier zyn, niet tegenstaande het verlof van de Magistraat,
+om hunne begaane misdaad, op de markt onthoofd. hoofd.</p>
+<p>Voorts hier na quam de Bisschop Johan Cnyf ook te Groningen,
+neemende zijn logement <span class="pagenum">[<a id="pb175" href=
+"#pb175" name="pb175">175</a>]</span>in het huis dat nu des Stadhouders
+Hof is.</p>
+<p>Ook wierd door bevel van den Hertog van Alva een kasteel
+geordonneert; men bouwde het met vyf bastions, waarvan drie buiten en
+twee binnen de stad quamen te leggen: schietende het eene met haar punt
+op der Pelsterstraat, en het andere op de Gelkingestraat: waar van de
+gragt wierd aangelegt op 100 voeten wyd; en de benedenste voet van de
+wal op 75 voeten breed.</p>
+<p>In den jaare 1570, den 1ste November, is &rsquo;er een geweldig
+onweder, met een verschrikkelyke hooge watersnood, uit den noordwesten
+ontstaan; die tot heden met den naam van Allerheiligensvloed bekent is:
+waar door het water zeer hoog in Vlaanderen, Holland en Zeeland is
+opgeloopen, doch by den dag, en diensvolgens met minder schade, als in
+Friesland: alwaar het des avonds, omtrent 9 uuren, het geheele Land
+overstroomde tot aan Sevenwouden toe; blyvende Gaasterland, en wel
+voornaamentlyk Oud Mardum, Ruigehuizen en Sondel onbeschadigt. De
+schade aan menschen en beesten was ontelbaar, en is af te neemen uit
+1800 menschen, die alleen in de Grieteny van Oostdongeradeel verdronken
+waren; daar de vloed tot elf voeten hooger, als een gemeen ty, was
+opgerezen. Van Sneek naar de Lemmer voer men regt uit op zeven en een
+halve voet water over &rsquo;t vlakke land: r&acirc;zeilen met drie
+masten dreven, <span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176" name=
+"pb176">176</a>]</span>met haar volle ladingen door de inbraaken der
+dyken. En een wieg, met een leevend kind en kat daar in, quam te Sneek
+aandryven.</p>
+<p>In den jaare 1571 hebben de Friesen alomme, gelyk ook die van
+Braband en Vlaanderen, de beelden bestormt, en de paapen en monniken
+weder het land uitgejaagt.</p>
+<p>In den jaare 1572, den 7de van January, overleed binnen Zwol, de
+Graaf van Megen, Gouverneur van Friesland, Groningen, enz. In wiens
+plaatze hem opvolgde Gillis van Barlamond, Heere van Hierges.</p>
+<p>In dit zelve jaar namen de Watergeusen den Briel in; en de Prins van
+Oranje wierd in &rsquo;t openbaar voor een Hoofd der Vereenigde
+Bontgenooten verklaart. Diederik van Bronkhorst nam Sneek, Bolswert en
+Franeker in, alzo het volk daar meest uit verloopen was. En des Konings
+Colonel, Casper de Robles, Heer van Billi, daarentegen lag bezettinge
+op de zeedyken.</p>
+<p>Schouwenburgs volk, gesterkt met een party, van des Prinsen macht,
+dat van Ameland naar Oostmahorn over quam, heeft Dokkum ingenomen: maar
+de Colonel Robles, hen overvallende, heeft de plaats weder hernomen,
+laatende de soldaaten vermoorden en schenden, en de stad in brand
+steeken<a class="noteref" id="xd20e2602src" href="#xd20e2602" name=
+"xd20e2602src">89</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb177" href=
+"#pb177" name="pb177">177</a>]</span></p>
+<p>In September is Joost van Schouwenburg, als Stadhouder by den Prins
+van Oranje over Friesland, te Sneek gekomen; en, na eenigen tyd, trok
+hy binnen Franeker, en zette zich op Sjaardema&rsquo;s Slot ter neder.
+Doch na zyn vertrek vielen zy weder in handen van Robles, gelyk ook die
+van Bolswert. Ondertusschen hebben &rsquo;s Prinsen volk de zeekusten,
+behalven Harlingen en Staveren, weder onvry gemaakt; alwaar Gaasterland
+en de geheele zuidhoek veel verdriet heeft uitgestaan. En inzonderheid
+word verhaalt, dat die van Wykel van de roovers wierden overvallen;
+Wybren Wykel met zyn vrouwe Doed en dochter Bauk gedood; Foockel
+gevankelyk naar Enkhuizen gevoert, en noch eene van hunne zusters ter
+vensteren uitgeworpen; Hans, hunne broeder, ontquam het met de vlugt;
+en het huis wierd verbrand: van welker afkomst ons noch een aanzienlyk
+huisgezin in onze woonplaats bekent is. Robles moest hier na Sneek
+weder verlaaten. Diederik van Bronkhorst nam hier op Bolswert in;
+alwaar hy de Overigheid veranderde, en de Gereformeerden opentlyk liet
+prediken; welke eerste predikatie in de Broeren Kerk gedaan wierd. Hier
+van daan vertrok hy naar Sneek en Franeker, alwaar hy het
+Stadhoudersampt, in &rsquo;t afzyn van Schouwenburg, bediende. Daar na
+nam &rsquo;s Prinsen volk het blokhuis te Staveren in: maar daags daar
+aan herwonnen <span class="pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178" name=
+"pb178">178</a>]</span>&rsquo;s Konings volk het wederom, en staken de
+stad in brand.</p>
+<p>Schouwenburg, eenige schattinge by een vergadert hebbende, tot
+reddinge der Provintie, is, na hy de zelve ontfangen had, met dien
+geroofden buit uit den Lande doorgegaan.</p>
+<p>Ondertusschen heeft de Koning van Spanje, Don Louis de Requesens,
+Grootbevelhebber van Castilien, tot een Landvoogd der Nederlanden
+gezonden, in plaats van dien bloeddorstigen Hertog van Alva: die hier
+op aanstonds weder naar Spanje vertrok; welke roemde, dat &rsquo;er
+door zyn bevel wel 18000 menschen alleen door beuls handen in Nederland
+waren omgebragt, behalven die in den kryg waren gesneuvelt.</p>
+<p>In den jaare 1573, is Groningerland, Friesland en Embderland, door
+een watervloed aangetast: waar door de dyken wierden gebroken, en
+groote schade aan menschen en beesten geschiede.</p>
+<p>In den jaare 1574 heeft Casper Robles, om de verschillen en
+oneenigheden, al van oude tyden af, die ontstaan waren over het maaken
+der zeedyken, weg te neemen, uitgevonden, en volgens zyne gedachten en
+raad voorgewend, dezelve dyken, tegen zulke zwaare en hooge
+watervloeden, waar van zy zo menigmaalen de smerten gevoelt hadden, in
+beter order te brengen, en beginnen te verzwaaren. Wordende omtrent
+twee jaaren hier na, ter gedachtenisse van dit loffelyke <span class=
+"pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179" name=
+"pb179">179</a>]</span>werk, het Steene Beeld, dat noch heden by
+Harlingen op den dyk te zien is, op &rsquo;s Lands kosten, opgeregt:
+dienende met eene tot een Scheidbeeld van de afdeelinge der dyken.</p>
+<p>Alschoon des Konings zaaken dagelyks te post verliepen, zo waren
+echter Staveren, Hindeloopen, de Schans te Makkum, Harlingen, en de
+geheele kust, na het doorgaan van Schouwenburg, weder met Robles volk
+bezet geworden. Doch Wouter Heegeman, Hopman van den Prins van Oranje,
+van Texel afvaarende, heeft Hindeloopen, by eene donkere nacht, met 300
+mannen overvallen en ingenomen. Waar op die van Enkhuizen hem kruid en
+lood toezonden, om de plaats te versterken. Doch op het gerucht van
+Robles volk, dat op hem aanquam, deed hem resolveeren, de stad uit te
+plonderen en in brand te steeken. De Drost van Staveren begon ook zyne
+vestingen, daags daar aan, weder te versterken.</p>
+<p>In den jaare 1575 Bartel Entes, met eenig volk van Ter Schelling
+afvaarende, lande op Oostmahorn, alwaar hy een schans opwierp: doch na
+eenige schermutselingen, wierd hy door &rsquo;t volk van Robles daar
+weder uitgedreeven.</p>
+<p>In den jaare 1576 waaide het een geweldige storm, waar door veele
+boomen uit den grond wierden gerukt; en het dak van de Oude Hoofster
+Kerk te Leeuwarden, dat door oudheid geheel bouwvallig was geworden,
+<span class="pagenum">[<a id="pb180" href="#pb180" name=
+"pb180">180</a>]</span>deed instorten: en is tot op dezen dag niet
+weder opgebouwt. &rsquo;t Was mogelyk een voorteeken, dat gelyk het
+heidendom, voor veele eeuwen, uit deze plaats uitgeroeit, alzo deze
+plaats het kerkhof was geweest, daar het altaar van den Afgod Staf
+gestaan had, en dezelve geviert wierd, alzo ook nu het gebouw des
+Pausdoms in deze Landen wel haast een geweldige krak zoude krygen.
+Waarom wy wel mogen zeggen:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Het oude Duivels Hof, door schynschrift</p>
+<p class="line xd20e2637">lang misbruikt,</p>
+<p class="line">Wat wonder, zo &rsquo;t haar hoofd voor &rsquo;t
+regt</p>
+<p class="line xd20e2637">Geloove duikt.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">In dit jaar hebben de Staaten en Voornaamste des
+Lands met malkanderen binnen Gent een verbond gemaakt, om de welvaart
+des Lands, met raad en daad des Prinsen van Oranje te helpen
+bevorderen: wordende gemeld verbond gemeenelyk de Pacificatie van Gent
+genaamt. Het welk de Koning daar na ook met zyne onderteekening
+bevestigde. De inhoud van dit verdrag bestond voor &rsquo;t meest: 1.
+Dat de vreemde krygslieden uit het Land zouden gevoert worden. 2. Dat
+de gebruikelykste wyze van regeeren zoude vastgestelt worden. 3. Dat
+ieder Provintie de zaaken van Godsdienst zoude handhaven, na dat het
+tot ruste des volks het beste zoude geoordeelt worden.</p>
+<p>In dit jaar is te Madrid overleden Joachim <span class=
+"pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name=
+"pb181">181</a>]</span>Hopperus, geboortig van Heemelum; afkomstig van
+dat oud Geslacht der Hopheeren, waar van boven op het jaar 513 gemeld
+is; om zyne uitmuntende geleerdheid, heeft hy hooge bedieningen
+bekleed, als Professor der Rechten te Leuven; Heer van den Grooten Raad
+te Mechelen, en in den Geheimen Raad te Brussel, daar Viglius de
+voorzitplaats had; Heer van den Hoogen Raad der Nederlandsche Zaaken in
+Spanje, en &rsquo;s Konings Zegelbewaarder; waar by hem de Koning tot
+Ridder van de Goude Spoor sloeg, te gelyk en op een uur met Don Jan van
+Oostenryk.</p>
+<p>Ook overleed in dit zelve jaar, te Gent, Viglius Swichemius ab Aita,
+afkomstig van Swichum, by Leeuwarden; deze is mede om zyne uitsteekende
+geleerdheid in groot aanzien geweest, als Professor in de Rechten te
+Padua, in Italien, en na &rsquo;t afslaan van veele eerampten, Ryksraad
+in de Kamer te Spiers; wederom wierd hy Professor te Ingolstad, Heer in
+den Grooten Raad te Mechelen, Praeses of Voorzitter in den Geheimen
+Raad en Raad van Staaten te Brussel, Ridder van &rsquo;t Gulde Vlies,
+enz.</p>
+<p>In dit jaar, den 7de van October, is te Groningen de Bisschop Johan
+Cnyf, Minnebroeder, aan de pest overleden.</p>
+<p>Den 22ste van November ontstond te Groningen een groote onlust, door
+dien de Staaten Generaal, het oog op deze stad hebbende, eenen M. T.
+Stella herwaarts hadden <span class="pagenum">[<a id="pb182" href=
+"#pb182" name="pb182">182</a>]</span>gezonden, om de Magistraat en het
+krygsvolk tot het aannemen der Pacificatie van Gent te beweegen; als
+mede, dat zy &rsquo;t met de Generaliteit zouden houden; waar voor zy
+beloofden, alle de achterstallige schulden, van de soldaten, die zeer
+groot waren, te zullen voldoen.</p>
+<p>De Gouverneur Robles, hier kennis van krygende, deed Stella
+aanstonts apprehenderen en pynigen, om alzo zyn commissie uit hem
+gewaar te worden: doch alles te vergeefs. Ondertusschen wist Stella
+door zyn bequaamheden in &rsquo;t geheim aan de soldaaten te kennen te
+geeven, dat zo zy zich voor de Staaten wilden verklaren, zy van alle
+hunne achterstallen ten vollen voldaan zouden worden. Hier op waren de
+soldaaten aanstonds als vol vuur, namen ten eersten hunnen Gouverneur
+Casper de Robles, benevens eenige Spaansche Kapiteinen, of die &rsquo;t
+met hun hielden, gevangen; loopende voorts naar de Waag, en haalden de
+daar staande wippe omverre, en verbrandeze op de Markt, roepende:
+<i>Lang leeve de Prins! lang leeven de Staaten!</i> Waar op zy
+aanstonds heen liepen en maakten Stella los; bragten hem op de Markt,
+en deeden hem in de naame der Staaten den eed van getrouwheid.
+Vervolgens zonden zy Gecommitteerden met Stella naar Brussel; die
+aldaar de stad aan de Staaten opdroegen, en een Gouverneur van hen
+verzogten: waar op de Graaf van Rennenberg is afgezonden geworden, die
+aldaar in den <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183" name=
+"pb183">183</a>]</span>jare 1577, den 7de van January, met eenige
+heeren is aangekomen, en betaalden de soldaaten hunne achterstallen ten
+vollen, dat eenige tonnen gouds beliep. Waar op de Waalen den 13de van
+Maart ter stad uittrokken; daar die van binnen zeer over verblyd waren,
+om hunne gepleegden moetwille, daar ze nu van verlost wierden, dat ze
+vreugdevuuren daar over aanstaken; waar door de St. Martens toren in
+brand geraakte en zeer beschadigt wierd. Daar na kreeg Rennenberg
+Delfzyl, en stelde daar een nieuwen Commandeur. Voorts deeden de
+Groningers hem en de Generaliteit den eed van getrouwigheid; doende
+daar na het kasteel, door den Hertog van Alva gebouwt, wederom
+afbreeken.</p>
+<p>Op den eersten November deed de Gouverneur Rennenberg de Staaten van
+Stad en Lande te Groningen vergaderen, alwaar de Ommelander Jonkers en
+Hovelingen compareerden in groot getal, doch niet denkende, dat er iets
+quaads met hen voor handen was. Maar, als zy vergadert waren, voor
+Rennenberg zyn propositie nog had voorgesteld of gedaan, wierden beide
+de leden oneens; het welke niet verdraagen wierd; waar door de Heeren
+van de Ommelanden door de Heeren van de Stad zyn gevangen genomen, tot
+24 in getal, en in leelyke gevangkenissen geworpen: niet tegenstaande
+het ontzach van hunnen Stadhouder, die daar tegenwoordig was. Daar op
+wierd de sterkte <span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184"
+name="pb184">184</a>]</span>van Delfzyl den 20ste van December van hare
+vestingen berooft; waar afgevoert wierden 9 metaale en 7 yzere stukken
+kanon, en 14 bassen.</p>
+<p>In den jaare 1578 zyn des Konings Raaden en Grietmannen in Friesland
+afgezet, en andere Heeren voor hen in de plaats verkooren. Waarop de
+Gereformeerden, die noch in &rsquo;t heimelijk hunne oeffeningen
+deeden, verzogten om in &rsquo;t openbaar te moogen leeren en jaargeld
+te genieten, om hunne Predikanten eerlyk te kunnen onderhouden:
+&rsquo;t welk door den Religions Vrede, tusschen den Aartshertog
+Matthias en den Prins van Oranje, toegestaan zynde, zo bequamen die van
+Leeuwarden de Jacobiner kerk tot hun gebruik; alwaar zij voor de
+tweedemaal de Roomsche beelden afwierpen, en dezelve kerk tot de
+zuivere godsdienst inweiden.</p>
+<p>In dit zelve jaar dagten de Ommelanders zich te wreeken; deeden
+derhalve in de maand February, onder den Heer Barthold Entes van
+Menteda, 12 vendelen soldaaten werven: maar de Groningers zulks gewaar
+wordende, vielen op hen uit, en verstrooidenze, waar van eenige wierden
+doodgeslagen, de vlugtenden nagezet, en Barthold Entes gevangkelyk van
+Koevorden mede naar Groningen gevoert; daar hy groot gevaar liep van
+met de andere gevangene Ommelanders onthoofd te worden. Doch de
+Aartshertog Matthias en de Staaten Generaal waren hunne voorspraaken,
+om het different by te leggen. <span class="pagenum">[<a id="pb185"
+href="#pb185" name="pb185">185</a>]</span></p>
+<p>Den 28ste van Maart heeft het zeewater in Groningerland,
+Oostfriesland en elders, groote schade gedaan, en veele menschen en
+beesten verdronken.</p>
+<p>In den jare 1579, om redenen, dat de Spanjaarden in geenen deele de
+articulen der Pacificatie van Gent na quamen, hebben de Staaten van
+Nederland goedgevonden, een naauwer verbintenisse te maaken binnen
+Utrecht, die men de nadere Unie van Utrecht noemt: waar in de zeven
+vereenigde Provintien, als Gelderland, Sutfen, Holland, Zeeland,
+Utrecht, Overyssel, Friesland, Groningen en Ommelanden, daar benevens
+Lingen en Drenth, hun eerste verbond maakten, bestaande voornaamentlyk
+in: 1. Dat deze Provintien een en gemeen zouden zyn, om nooit, onder
+wat naam ook, te mogen gescheiden worden: blyvende ieder nochtans by
+zyne eigene oude voorrechten. 2. Dat zy malkanderen, tegen alle
+vyandelyk geweld, met goed en bloed zullen helpen verdeedigen. En 3. In
+de oeffeninge van Godsdienst de Pacificatie van Gent na te komen.</p>
+<p>In dit zelve jaar hebben de Heeren van de Ommelanden den Riligions
+Vrede mede aangenomen, insgelyks de Graave van Rennenberg; maar die van
+Groningen, uit haat tegen de Ommelanden, kantede zich hier tegen.
+Waarom Rennenberg een Landdag te Visvliet deed uitschryven, om alle
+questien aldaar tusschen de beide leden in der minne by te leggen. Doch
+de Groningers, als strydende <span class="pagenum">[<a id="pb186" href=
+"#pb186" name="pb186">186</a>]</span>tegen hunne verbonden, weigerden
+aldaar te compareren. Rennenberg deed derhalve zyn krygsmacht
+ontbieden, om zich van Groningen nochmaals te verzekeren; doende de
+stad voorts op den 22ste van May, aan de noordwestzyde, met omtrent
+2000 mannen, doch tot weinig schade der stad, berennen.</p>
+<p>Den eersten van Juny begonnen de belegeraars met die van binnen
+handgemeen te worden, neemende hun een groot getal beesten af. Daar
+tegen bragten die van de stad 2300 boeren uit hunne jurisdictien op de
+been: welke terstond met weinig krygsvolk op de vlugt wierden gedreven,
+en daar boven nog met geld geeven gestraft. Den 6de dito verstonden die
+van binnen, dat er buskruid in het leger ontbrak, deeden derhalven met
+hun geweld van welgewapende boeren en eenig krygsvolk, met het geschut
+voor aan, een uitval op de vyanden, hebbende by hen 600 dienstmaagden,
+om het geschut te beschanssen. Dus in slagorde staande, wierd er aan
+we&ecirc;rskanten dapper gevogten; waar door veele sneuvelden, en de
+partye genoodzaakt wierd te vlugten, welke tot aan de poorten, niet
+zonder verlies van volk, wierden vervolgt.</p>
+<p>Daar na begonnen die van binnen naar vrede te luisteren, geevende
+zich op den 10de van Juny aan de Staaten Generaal over: de Gouverneur
+Rennenberg deed zyn publyke intrede op St. Jans Dag in de stad; die
+aldaar <span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name=
+"pb187">187</a>]</span>de Magistraat veranderde, en dezelve met
+Staatsgezinden bezettede; den Riligions Vrede verkondigde, en de
+Gereformeerden de St. Walburgs en Minnebroeder kerk deed inruimen.
+Vervolgens heeft Rennenberg de fortresse Koevorden wederom vastgemaakt:
+doch toonde zeer kort daar na dat hy &rsquo;t met de Staaten niet wel
+meende.</p>
+<p>Want in den jare 1580, den 3de van Maart, heeft de trouwlooze Graaf
+de stad wederom aan den Koning van Spanje gebragt, na dat hy dezelve
+maar 9 maanden voor de Staaten Generaal als Gouverneur hadde geregeert.
+Hy had zyn voorneemen zo geheim weeten houden, dat, schoon hy
+beschuldigt wierd, van heimelyk correspondentie te houden met den
+Hertog van Parma, hy nochtans den Burgemeester Hillebrands, zynde de
+voornaamste daar die van de Gereformeerde religie zich op vertrouwden,
+des avonds, voor dat hy de stad onder zyn geweld bragt, bedroog, terwyl
+deze hem voorstelde alle de quade geruchten die er van hem gingen, en
+dat hy niet hoopte dat de Graaf iets quaads met hen voor hadde. Waar op
+de Graaf antwoorde: &laquo;&ocirc; Myn Vader! dien ik voor myn Vader
+houde! zou gy zulk een quaad vermoeden van my hebben? Wees hierin maar
+gerust:&rdquo; en sloeg het hem dus uit den zin. Evenwel lag de Graaf
+op zyn luimen, laatende geen tyd passeeren; want op den tweeden van
+Maart, des avonds en des nachts, heeft hy met zyn <span class=
+"pagenum">[<a id="pb188" href="#pb188" name=
+"pb188">188</a>]</span>geheele Hofgezin, en veele Spaanschgezinde
+burgers, als mede eenige verborgene krygsknegten, tegens den
+morgenstond, den 3de dito, hen gewapent. Zo dra als hy nu kennisse had
+bekomen, dat de Gereformeerde wacht in den dageraat was gaan slaapen,
+is hy met zyn volk, hebbende witte teekenen aan hunne linker armen, uit
+zyn logiment naar de Markt gereden, gewapent zynde van het hoofd tot de
+voeten, met de bloote sabel in de vuist, roepende: <i>Sta by, sta by,
+goede Burgers! heden ben ik eerst regt Stadhouder dezer Landen.</i> Op
+dit gerucht quam de Burgemeester Hillebrands, woonende in de
+Heerestraat, haastig met eenige Gereformeerden voor den dag springen,
+die direct op hem aanvielen: maar een van Rennenbergs knegts schoot op
+hem los, dat hy dood ter aarde viel. Waarom de anderen de vlugt namen.
+Eenigen wierden aanstonds gevangen genomen, en anderen verweerden zich
+noch in hunne huizen; maar daar bleef niemand dood als een perzoon.
+Voorts liepen en renden zij door de straaten, schietende naar allen,
+die het hoofd ter vensteren uitstaken. Daar na de stad doorzoekende,
+namen zy allen, die in der Spaanschgezinden ongunst stonden, tot over
+de 200 voornaamste burgers gevangen; waar van eenigen zeer qualyk
+wierden gehandelt; die evenwel naderhand door verscheidene middelen
+meest los quamen.</p>
+<p>Op dien zelven dag, als Rennenberg de <span class="pagenum">[<a id=
+"pb189" href="#pb189" name="pb189">189</a>]</span>stad voor den Koning
+van Spanje had hernomen, wierd dezelve wederom door Barthold Entes
+belegert, met 13 vendelen soldaaten en 2 vendelen ruiters. Die van de
+stad maakten eenige beschansinge in de voorstad, gelegen op het
+Schuitendiep, en noch twee molenbergen buiten de stad, waarmede zy
+hunne beesten, die dagelyks in de weide gingen, beveiligden. Vervolgens
+zonden de Staaten Generaal den Graaf van Hohenlo, en Graaf Lodewyk van
+Nassau, met nog 16 vendelen naar &rsquo;t beleg.</p>
+<p>Den 16de van May deeden de belegeraars eene attaque op &rsquo;t
+Schuitendiep, alwaar zeer hevig gevogten wierd, en Barthold Entes zyn
+leeven verloor. Ondertusschen ontstond een gerugt in &rsquo;t leger,
+dat de Spanjaarden, onder &rsquo;t bevel van Marten Schenk, afquamen om
+Groningen te ontzetten. Hier op trok Hohenlo met eenige vendelen uit de
+belegeringe naar Hardenberg, Schenk te gemoet; alwaar het gevegt op den
+16de van Juny, tot groote schade van den Graaf van Hohenlo, wierd
+gehouden. Overzulks wierd Groningen door Graaf Lodewyk, na ruim drie
+maanden belegert geweest te zyn, wederom verlaaten.</p>
+<p>Den 29 van July is Delfzyl door den Graaf van Rennenberg ingenomen;
+ook Enematil; doch wierd kort daar na door Hohenlo wederom herwonnen;
+ook joeg hy de Rennenbergschen uit de schans Weerdenbras, by de
+Ponterbrug, en nam daarop Koevorden in. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb190" href="#pb190" name="pb190">190</a>]</span></p>
+<p>Den eersten September is Enematil door de Rennenbergschen wederom
+ingenomen en geslegt.</p>
+<p>Den 4de dito wierd Hohenlo&rsquo;s volk by de Bourtange door de
+Rennenbergschen geslagen.</p>
+<p>Den 6de dito zyn de Rennenbergschen, door de Friesen uit Dokkum en
+Kollum, in &rsquo;t klooster Aduard verrast en verslagen; waar op het
+klooster, uit vreeze van wederom overvallen te worden, is in brand
+gestoken; waar in de Rennenbergschen wel 300 mannen verlooren.</p>
+<p>Den 20ste dito won Rennenberg Koevorden; onder voorwaarde, dat de
+bezettinge, uit 200 mannen bestaande, met zydgeweer zouden mogen
+uittrekken.</p>
+<p>In dit zelve jaar, als de Stadhouder Rennenberg door ontrouw van de
+Staaten en Prins van Oranje was overgegaan tot den Koning van
+Spanje<a class="noteref" id="xd20e2716src" href="#xd20e2716" name=
+"xd20e2716src">90</a>, en die van Leeuwarden door het blokhuis, dat
+noch vast was, en by hem bezet bleef, meende te dwingen, gelyk hy
+Groningen reeds al in zyne macht hadde; zo hebben de burgers, dit
+bemerkende, <span class="pagenum">[<a id="pb191" href="#pb191" name=
+"pb191">191</a>]</span>het zelve manmoedig ingenomen, en de wallen en
+sterktens geslegt: ook namen de Staaten de blokhuizen van Harlingen en
+Staveren mede in hunne macht, en roeiden uit de kerken der Paapen alle
+de beelden; en de kloosterinkomsten wierden allen geschikt tot
+onderhoud der Predikanten en schoolen.</p>
+<p>De Geestelyken dus uitgeroeit zynde, verkreegen die van Oostergo de
+eerste stem in hunne plaats; en de steden de vierde stem in
+landszaaken. Koevorden wierd vaster beschanst; en Harlingen met nieuwe
+wallen en gragten versterkt. En wegens de ongetrouwigheid van
+Rennenberg, zogten de Staaten zich van eenen anderen Stadhouder te
+voorzien.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="stadhouders"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e2737" class="main">VII. Stadhouders der Staaten.</h3>
+<p class="firstpar">1. <span class="sc">Willem</span>, Prins van
+Oranje, Graave van Nassau, enz., wierd van de Staaten van Friesland, om
+het Stadhouderschap van deze Provintie mede waar te neemen, begroet.
+Doch, om de moeijelykheden, daar de andere Provintien in stonden, gaf
+het hem ongelegentheid, om overal zelve te gaan; derhalven zond hy
+Merode, Heer van Rummen, om van zynent wegen het Stadhoudersampt als
+Luitenant te bedienen. Hier na belegerde Rennenberg Steenwyk; neemt de
+<span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" name=
+"pb192">192</a>]</span>Kuinder en Slooten in; trekt naar Staveren, daar
+hy &rsquo;t kasteel weder opbouwt; werpt te Makkum weder een nieuwe
+schans op, en stroopt <span class="corr" id="xd20e2746" title=
+"Bron: lang">langs</span> de zeekust tot aan de Harlinger Poort. Waar
+door Friesland weder in &rsquo;t uiterste gevaar quam om overwonnen te
+worden. Doch daarentegen ontzette de Overste Norrits Zwartsluis,
+&rsquo;t kasteel van Hattem en Steenwyk; waardoor Rennenbergs loop ten
+eenemaal gestuit wierd, en al het voorgemelde weder by de Staaten
+herwonnen.</p>
+<p>De onzen verlooren ook een veldslag by Winsum, in Groningerland, dat
+Friesland in eene groote benaauwdheid bragt: maar als de Overste
+Norrits den vyand by Visvliet <span class="corr" id="xd20e2751" title=
+"Bron: ge-geslagen">geslagen</span>, en tot aan de poorten van
+Groningen verjaagt hadde, veranderde het zelve in vreugde. Even hier na
+wierd het bolwerk en wallen om Dokkum gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 1581, in May, quamen de Rennenbergschen uit Aduard, om
+een schans op het Reidiep te maaken, om alzo den Heer van Nienoort uit
+zee af te snijden: doch hy wierd zulks tydig gewaar, en voorquam niet
+alleen hunne aanslag, maar bragt hen zelve in hinderlaag; waar door
+veelen der vyanden wierden verslagen.</p>
+<p>Daar na is Aduard door den Heer van Nienoort belegert; brengende
+grof geschut daar voor, om het klooster daar mede daadelijk te
+beschieten. Maar de Rennenbergschen van alom hunne macht byeen
+rukkende, trokken by Groningen over het Reidiep, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb193" href="#pb193" name="pb193">193</a>]</span>om
+de belegerden te ontzetten. Nienoort was zulks wel verwittigt, maar
+door meerderheid van stemmen geresolveert de vyanden af te wagten:
+dewelke van achter het klooster straks quamen toeschieten: waar door de
+Nienoortschen de vlugt namen, achterlaatende verscheidene Officieren
+voor gevangenen, en eenige dooden aan hunne bespringers. Voorts trokken
+de Rennenbergschen op Aduarder-Zyl, en deeden het plaatsje aanstonds,
+doch vrugteloos, bestormen: maar met kanon daar voor komende, en een
+goede bresse geschoten zynde, quamen zy met de derde storm daar binnen;
+slaande doe alles dood wat &rsquo;er in was; waar onder Schelto Jarges,
+een zeer geleerd en dapper Kapitein.</p>
+<p>Den 9de van July sloeg Norrits de Rennenbergschen by Grypskerk, en
+vervolgden hen tot aan Groningen, waar van 700 mannen door de kling
+gejaagt, en veelen gevangen wierden genomen; vier stukken kanon, alle
+de bagagie, en veele paarden wierden tot buit gemaakt; zynde des
+overwinnaars verlies daar tegen zeer gering.</p>
+<p>Den 23ste dito is in Groningen overleden die trouwelooze Graaf van
+Rennenberg, Stadhouder van Groningen, enz.; zynde door eene knaaginge
+zyner confidentie geheel uitgeteert van mismoedigheid en berouw, om dat
+hy de Staaten Generaal zo ontrouw had behandelt; wordende begraven in
+St. Martens Kerk, in &rsquo;t choor. Hy had <span class=
+"pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name="pb194">194</a>]</span>in
+zynen laatsten levenstyd zyne zuster verstooten, die hem tot dezen
+afval vervoert had. Daar na is Francois de Verdugo wegens den Prins van
+Parma, als Stadhouder van Groningen, in des overleedens plaatze
+gestelt.</p>
+<p>De algemeene Staaten van gevoelen zynde, dat door deze geduurige
+vyandelykheden, de Koning van Spanje meer een openbaare vyand, als een
+beschermend Overheer was; hebben daarom geresolveert, hem van alle zyne
+voogdye af te zetten, en zyne gehoorzaamheid ten eenemaal afgezwooren:
+waar toe de Staaten van de andere Provintien, en Friesland mede, in dit
+zelve hebben bewilligt. Waarop des Konings wapenen alomme wierden
+afgebroken, uitgestreeken en vernietigt, de zegelen plat geklopt, en
+die der Staaten in deszelfs plaats gestelt.</p>
+<p>Rennenberg overleden zynde, heeft de Koning, die de landen daarom
+noch niet verlooren gaf, eenen Francois Verdugo, Heer van Schenge, tot
+Stadhouder gezonden; die met 1500 Waalen te Groningen komende, de
+Friesen zeer verslagen maakte.</p>
+<p>Aanstonds nam Verdugo Reide in. En kort daarna raakte hy in een
+gevegt tegen het Staaten volk, onder Norrits, by Noorthorn, dat hy
+deerlyk sloeg: alwaar omtrent de helft zo Grooten als gemeenen
+sneuvelde, en een groot gedeelte gevangen wierd genomen.</p>
+<p>Des de landlieden, in de wapenen gebragt <span class=
+"pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195" name=
+"pb195">195</a>]</span>zynde, hebben in &rsquo;t dorp Oudeboorn een
+schans opgeworpen; welke van Verdugo aangevallen, maar afgeslagen is:
+waar op hy, na eenige plonderingen, uit het land weder vertrok.</p>
+<p>In den jaare 1582 heeft de Stad Groningen van den Koning van Spanje
+een bulle bekomen, omtrent het Stapelrecht.</p>
+<p>In den jaare 1583 heeft een Spaansch Overste, Taxis genaamt,
+Steenwyk door list ingenomen: en in Friesland vallende, de schans te
+Oudeboorn en Rotserschans ingenomen; en alomme het land door
+stroopingen en plonderingen geplaagt.</p>
+<p>In het zelve jaar in September is Oterdum door de Heeren van
+Nienoort en Azinga Entes verovert; jaagende de Spaanschen bezettinge
+daar uit, en deeden het plaatsje daar op versterken; waar mede zy veele
+dorpen daar omtrent tot contributie dwongen. Overzulks is Oterdum door
+de Spaanschen in de maand December wederom belegert: maar die van
+binnen dapper tegenstand biedende, is het beleg, wederom
+opgebroken.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd overleed binnen deze sterkte de Heer van Nienoort,
+na eene langduurige ziekte, en wierd aldaar begraven; zynde een Edelman
+geweest, die naar zyn vermogen, groote diensten aan het Vaderland had
+gedaan.</p>
+<p>In den jaare 1584 heeft de Prins van Oranje den Graave van Merode
+uit Friesland <span class="pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196" name=
+"pb196">196</a>]</span>opontboden, en Graaf Willem van Nassau tot
+Luitenant-Stadhouder in zyn plaats aangestelt. En, vermits de
+dagelyksche overvallen der vyanden, hebben de Staaten de schans in de
+Lemmer doen vast maaken.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 10de van July, wierd tot groote droefheid van
+den lande, binnen Delft, de Prins van Oranje, door een boosaardigen
+Franschman met een pistool doorschooten; zynde door de Spanjaarden daar
+toe verraadelyk omgekogt<a class="noteref" id="xd20e2791src" href=
+"#xd20e2791" name="xd20e2791src">91</a>.</p>
+<p>2. <span class="sc">Willem Lodewyk</span>, Graave van Nassau, enz.
+wierd in deszelfs plaats van Luitenant-Stadhouder, door de Staaten van
+Friesland tot tweeden Stadhouder, na de afzweeringe van den Spanjaart,
+verkooren.</p>
+<p>Verdugo, de schans Oterdum op den 18de van September wederom
+belegert hebbende, liet dezelve aanstonds met twee stukken kanon
+beschieten: doch die van binnen, benevens de schepen die op de Eems
+lagen, bleven hun niet schuldig; waar door veelen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name="pb197">197</a>]</span>van
+de belegeraars gedood en gequetst wierden. Daar na, in de maand
+December, wierd de schans gesecoureert door allerlei nooddruft,
+alhoewel de belegering noch zyn gang ging; doch met weinig voordeel.
+Maar op Lichtmissenacht in het volgende jaar, zyn de schansen van
+Verdugo voor Oterdum, door een geweldigen storm en watervloed
+weggespoelt; waar door veelen der belegeraars <span class="corr" id=
+"xd20e2806" title="Bron: verdroken">verdronken</span>; zo dat Verdugo
+zich genootzaakt vond het beleg op te breken. Oterdum had weinig door
+&rsquo;t water geleden, en wierd ten eersten herstelt met vier
+bolwerken, schoone gragten, en een haven, waar in omtrent 30 schepen te
+gelyk konden leggen, gemaakt.</p>
+<p>Den laatsten February deed Verdugo een vrugteloozen inval in
+Friesland. Maar de Westfriesen deeden insgelyks in Groningerland een
+inval van meer nadeel; verbrandende in de Marnkant, van Vierhuizen tot
+aan Baflo, meest alle de huizen af, om datze geen contributie wilden
+opbrengen.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd, had Roelof Ketel een aanslag op Groningen, om
+deze plaats aan der Staaten zyde te brengen. Hy begaf zich derhalve met
+15 mannen daar binnen, verlaatende hem alleen op de slappigheid der
+wacht aan de poorten. Daar by was Graaf Willem van Nassau met 1500
+mannen in &rsquo;t Drenth, om hem, zo de aanslag gelukte, by te
+springen: doch de zaak wierd ontdekt, en Roelof Ketel by den kop gevat
+<span class="pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name=
+"pb198">198</a>]</span>zynde, wierd het hoofd afgeslagen en
+gevierendeelt.</p>
+<p>Insgelijks heeft Kapitein Schaay, leggende te Niezyl in bezettinge,
+een aanslag op Groningen gehad; zynde in een tyd dat de stad gebrek aan
+levensmiddelen had: maar dezelve voorts geproviandeert wordende,
+mislukte de aanslag.</p>
+<p>In den jaare 1585 hebben de Staaten de bestieringe der landen
+opgedragen aan Hendrik den derde, Koning van Vrankryk; maar die hen, om
+zyne eigene inlandsche oorlog, alwaar hy zelve zeer mede belemmert was,
+moeste afwyzen. Waar op hy Elisabeth, Koninginne van Engeland, tot
+bescherminge liet verzoeken: doch die Majesteit weigerde mede de volle
+heerschappye. Doch hier na, Prins Maurits in zyns vaders plaatze en
+bedieningen gestelt zynde, is van gemelde Koninginne de Graave van
+Leicester, als Overste van haare hulpbenden, naar de Nederlanden
+gezonden; die de Staaten naderhand tot Stadhouder der Nederlanden
+hebben aangenomen.</p>
+<p>Na dat de kloosterinkomsten, als wy boven reeds gemeld hebben, tot
+onderhoud van predikanten en schoolmeesters bestelt waren, heeft het de
+Staaten des Lands ook goed gedagt, uit de zelve ook een schoole van
+geleerdheid of Academie op te regten, en dezelve met bequaame
+leermeesters of professoren, en dat &rsquo;er verders toebehoort,
+<span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199" name=
+"pb199">199</a>]</span>mildelyk te voorzien; dezelve plaatzende binnen
+de Stad Franeker.</p>
+<p>In den jaare 1586 hebben de Spanjaards, over &rsquo;t ys komende,
+alzo het zeer sterk gevrooren hadde, een uitval gedaan, trekkende met
+2500 voetknegten en 400 ruiters de Wouden in, door Lemsterland, en
+vernachtende omtrent Workum en Hindeloopen; van waar zy voorby
+Bolswert, over Marnzyl, door Schettens en Witmarsum, te Tjum zich
+nederzettende, quamen ten derden dage te Spannum en Winsum, welke
+dorpen zy beide in brand staken: en als zy veel gevlugt volk op de
+Winsumer toren gewaar wierden, zo stookten zy een zeer smookend vuur
+van onderen aan dezelve, om gemelde vlugtelingen te doen verstikken:
+waar door eene zwangere vrouw, gevoelende haare kleederen en
+hoofdhairen gezengt, uit de klokgaten sprong; en gevallen zynde, noch
+door een Spanjaard op de naakte borst getrapt, en zeer gewond geworden,
+waar door zy haare zinnen verloor: doch na twee maanden quam zy weder
+tot haare voorige kennis en verstand. En eene andere, met twee kinderen
+in haare armen, sprong uit het hoofd van den toren, en bragt het eene
+kind noch leevendig te Franeker. De onze in aller yl met 1000
+voetknegten en een Cornet paarden daar na toe trekkende, vonden zich
+niet in staat om de vyanden te keer te gaan: des zy van Oosterlittens
+naar Boxum afweeken, op hoop <span class="pagenum">[<a id="pb200" href=
+"#pb200" name="pb200">200</a>]</span>van eenige hulp, om zich dan
+voordeeliger te kunnen te we&ecirc;r stellen: maar de vyanden, hen
+spoedig nazettende, beletten dit, overvielenze, en een bloedige slag
+wierd getroffen, daar wederzyds veel volk sneuvelde; doch de onzen
+moesten eindelyk de vlugt neemen, zo naar Leeuwarden, als andere
+plaatzen; en een gedeelte wierd in de kerk bezet, en gevangen genomen.
+Van deze slag is zulken indruk in de gemoederen der menschen gebleven,
+dat &rsquo;er in Friesland niets bekender is, als deze Boxumer Slag,
+voorgevallen op den 17 January.</p>
+<p>In dit zelve jaar, ondernam Graaf Willem van Nassau een aanslag op
+Groningen: doch dezelve wierd door een zeer hoogen springvloed ontdekt
+en verydelt.</p>
+<p>In den jaare 1587, in September, had Graaf Willem van Nassau
+nochmaals eene vergeefsche aanslag op Groningen.</p>
+<p>Den 17de van December is een zwaare inbreuk van &rsquo;t zoute water
+in de Ommelanden geweest, waar door alle hooge landen onder liepen,
+wezende het water byna zo hoog, als de Allerheiligen Vloed van den
+jaare 1570, maar deed zoo eene groote schade niet.</p>
+<p>In den jaare 1589, in &rsquo;t begin van den zomer, had de
+Gouverneur Graaf Willem eene vergeefsche aanslag op Delfzyl; doch
+besprong Reide, en maakte daar een beschanst Eiland van: ook won hy de
+schans Eemetille; en kort daar na Swaagsterzyl en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name=
+"pb201">201</a>]</span>Soltkamp; zynde een schans in de mond van
+&rsquo;t Reidiep, en dat stormenderhand, voor &rsquo;t gezigte van
+Verdugo, slaande 80 mannen dood, en nam veele gevangenen mede.</p>
+<p>Daar na nam Verdugo Eemetille weder in; zond twee booswichten in
+&rsquo;t leger by Kollum, om Graaf Willem te vermoorden: maar dezelve
+ontdekt zynde, wierden gevangen genomen en onthoofd.</p>
+<p>In den jaare 1590, in Maart, hebben eenige burgers en inwoonders van
+Groningen hunne stad en Staat onder de bescherminge van de Koninginne
+van Engeland gepresenteert: doch wierd hun geweigert. Waar op Verdugo,
+meer volk van den Hertog van Parma ontfangen hebbende, de schans
+Enematil besprong; trekkende van daar op Nieuwezyl<span class="corr"
+id="xd20e2842" title="Niet in bron">.</span> Ondertusschen quam Graaf
+Willem, Gouverneur van Friesland, afzakken, en legerde te Kollum; en
+alhoewel de legers ruim een uur maar van malkander lagen, viel er
+echter we&ecirc;rzyds niets aanmerkelyks voor.</p>
+<p>In den jaare 1591, den tweeden van July, won Prins Maurits Delfzyl;
+waar in gevonden wierd 5 metaale stukken kanon, en 6 yzere gotelingen.
+Daar na deeden die van Friesland deze schans grooter en sterker bouwen;
+zelfs poogden zy daar van eene stad te maaken, en dezelve met groote
+Privilegien te begiftigen: om alzo de burgery van Groningen daar te
+trekken. Doch op <span class="pagenum">[<a id="pb202" href="#pb202"
+name="pb202">202</a>]</span>hoope van Groningen ook te krygen, is zulks
+achter gebleven. Van hier trok het leger na de Opslag van Enematil,
+leggende op een water, genaamt Nieuwezyl, en dwong de bezettinge door
+geweld zich over te geeven, en met witte stokjes in hunne handen uit te
+trekken, sterk zynde 150 mannen. Voorts vertrok de Graaf naar Enematil,
+en beschoot de schans met 12 stukken <span class="corr" id="xd20e2849"
+title="Bron: kauon">kanon</span>, tot dat de bezettinge zich op den
+11de van July overgaven; als ook een weinig hier na de schans te
+Lettelbert.</p>
+<p>In den jaare 1592, in Augusty, heeft Prins Maurits de sterke vesting
+Koeverden belegert. Graaf Fredrik van den Berg had het bevel daar
+binnen, hebbende voor des Prinsen komste alle de huizen buiten de
+vesting in brand doen steeken.</p>
+<p>De belegeraars naderden hem met alle vlyt aan de loopgraaven, en
+benamen hun de sluizen; waar door zy het water uit de gragten leiden.
+Hier op begon het schieten aan we&ecirc;rskanten dapper aan te gaan,
+wordende aan we&ecirc;rszyden verscheidene mynen onder de wallen
+gegraven, die wel haast ter ne&ecirc;r of invielen. Den 7de van
+September, quam Verdugo met zyn krygsmacht voor den dag springen,
+hebbende alle witte hemden over hunne harnassen, om de belegerden te
+ontzetten. Hier op maakte Prins Maurits zich gereed, telde zyn volk in
+slagorder, met &rsquo;t grof geschut vooraan, en ontfong der vyanden
+macht zo onbeleefd, dat door <span class="pagenum">[<a id="pb203" href=
+"#pb203" name="pb203">203</a>]</span>&rsquo;t losbranden van &rsquo;t
+kanon, een meenigte van hen over hoop en in &rsquo;t moeras raakte.
+Daar bleven in &rsquo;t geheel 300 mannen dood, behalven de gequetsten:
+en van &rsquo;s Prinsen zyde bleven er maar 3 mannen dood en 6
+gequetsten, uitgenomen Graaf Willem van Nassau, die een schot, doch
+zonder gevaar, door &rsquo;t dunne van zyn lyf kreeg. Daar na hebben
+die van Koeverden zich den 12de van September aan Prins Maurits
+overgegeven; mits met hunne vendelen, wapenen en brandende lonten uit
+te mogen trekken, behalven de Artillery en amunitie; daar wierden in
+gevonden 9 stukken kanon. Voorts is hier tot Gouverneur gestelt de Heer
+van Nienoort.</p>
+<p>In den jaare 1593, den 8ste van April, heeft Graaf Willem de
+Bellingewolderzyl beginnen te versterken, om alzo het fort de Bourtange
+te benaauwen. Hier tegen quam Verdugo met zyn leger by Vlagtwedde, in
+&rsquo;t geheel sterk zynde 2500 mannen, doch derfde niets uitvoeren
+tegen dat vast maken.</p>
+<p>Den 29ste van Augusty nam Graaf Willem Wedde in; als mede de vaste
+pas Bourtange; &rsquo;t welk aanstonts sterker wierd gemaakt, eer
+Verdugo daar by kon de komen.</p>
+<p>Daar na heeft Verdugo de sterke schans van Aduarderzyl; na den
+derden storm, met geweld ingenomen, slaande de geheele bezettinge dood.
+Van daar trok hy naar Wedde; dat hy ook in nam, en sloeg van de 117
+mannen, die daar op waren, 50 dood. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb204" href="#pb204" name="pb204">204</a>]</span>Voorts legerde hy
+zich voor de Bourtange; zynde dit fort tegenwoordig tamelyk sterk, en
+alzo dat &rsquo;er geen geschut voor gebragt konde worden; de wallen
+waren redelyk hoog, en de gragten wel voorzien van water. Vyf vendelen
+soldaaten, onder den Gouverneur de Jonge, lagen daar in bezettinge.
+Ondertusschen wierd Verdugo van andere gedagten; brak de belegeringe
+op, en trachte Graaf Willem aan te tasten; doch te vergeefs; hoewel er
+eenige schermutzelingen wierden gehouden, waar door veel volk is
+gebleven. Daar op trok Graaf Willem naar de Bourtange, neemende Wedde
+wederom in: en Verdugo naar Koeverden, beschanste daar de passagie;
+maar zyn volk is door ongemakken voor &rsquo;t grootste gedeelte
+verstorven of verloopen.</p>
+<p>In den jaare 1594, den 12de van February, des nachts, hadden de
+Groningers een aanslag op Delfzyl: doch die van binnen hen tydig gewaar
+wordende, is &rsquo;er aan we&ecirc;rskanten wel twee uuren lang scherp
+gevogten. Tot geluk van het Fort, was &rsquo;er een oorlogschip, daar
+omtrent leggende, dat wat nader aanquam, en de Groningers met 16
+stukken kanon dwars onder hun hoop sterk beschoot, dat zy met groote
+schade moesten aftrekken, sleepende wel 35 sleden met dooden en
+gequetsten met zich naar de stad, en noch 7 dooden, dieze lieten
+leggen. Die van binnen verlooren een Kapitein, een Vendrig, een
+Sergeant, en 9 Gemeenen. <span class="pagenum">[<a id="pb205" href=
+"#pb205" name="pb205">205</a>]</span></p>
+<p>Den 6de van May, quam Prins Maurits en Graaf Willem van Nassau met
+hun leger by Koeverden: welke aankomst van Verdugo bezigtigt zynde, hem
+deed resolveeren zyne beschansinge by nacht op te ruimen. Overzulks
+trok de Prins met zyn krygsbende direct naar Groningen; doende de stad
+op den 20 dito berennen, en aanstonds opeischen. Doch kreeg tot
+antwoord: Dat dit geen stad was, die zich zo haast konde overgeven.
+Prins Maurits liet derhalven al zyn oorlogstuig aan land zetten, en het
+kanon voor de stad planten. Onderwylen heeft Graaf Willem op den
+laatsten van May de sterke schans Aduarderzyl aangetast, hebbende over
+de 135 mannen tot bezettinge, en tot Commandant eenen Kapitein Prenger,
+die aan Graaf Willem ten antwoord gaf, als hy de schans opeischte: Dat
+hy het met hem zoude wagen, als met een meisje van 15 jaaren. Maar dit
+geviel hem niet wel; want de vesting wierd kort daar na zo gruwelyk
+sterk beschooten, datze dezelve met &rsquo;er haast beklommen en
+inkreegen; doe wierd alles aan stukken geslagen wat &rsquo;er in was,
+uitgenomen 8 a 9 perzoonen, die &rsquo;t ontquamen.</p>
+<p>Ondertusschen had Prins Maurits eenige andere schansen ingenomen,
+als Slogteren, Hogerbrugge, enz., waar door de leevensmiddelen in
+&rsquo;t leger zeer goedkoop wierden.</p>
+<p>De Stad Groningen was zeer wel voorzien van een wel in de wapenen
+geoeffende burgerye; <span class="pagenum">[<a id="pb206" href="#pb206"
+name="pb206">206</a>]</span>en geeft ander guarnisoen binnen hebbende,
+dan de slegtste burgerye en inwoonders, dewelke al voor langen tyd, als
+soldaaten onder vendelen geoeffent, in plaats van bezetting, van den
+Koning wierden betaalt: behalven deze, hadden zy krygsvolk van Verdugo
+altoos onder haar gebied; en hadden nu onder het beleg 5 goede oude
+vendelen daar van, onder den Overste Luitenant Laukema, buiten de stad,
+op een gesterkte plaats aan &rsquo;t Schuitendiep. Van krygstuig,
+voorraad enz., wasze alles wel voorzien. Die van de stad wenden
+vervolgens alles aan wat hun dacht dat den vyand zoude krenken. Waarom
+de Prins zyn begravinge van verre moest neemen, en aldaar zyne
+batteryen opwerpen, mits digt onder de stad de belegerden
+tegen-batteryen maakten; hebbende 400 groote tonnen met buskruit en
+geschut meer, als andere steden. De Groningers deeden verscheidene
+uitvallen, waar mede zy meenig braaf Kapitein en soldaat versloegen, en
+zelfs eenige vendels binnen bragten: weshalven de loopgraaven versterkt
+moesten worden. De belegeraars deeden alle afbreuk met hun geschut
+dieze doen konden; doch vorderden nochtans weinig, tot dat zy een poort
+met een brug, die na een rondeel liep, omverre hadden geschooten,
+eenige bolwerken ondergraven, en eenige gragten aldaar vulden, alles
+<span class="corr" id="xd20e2878" title="Bron: ouder">onder</span> de
+bescherminge van &rsquo;t geschut: dis deed de trouwe burgery gedwee
+worden, <span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207" name=
+"pb207">207</a>]</span>en begon naar verdrag uit te zien; overzulks zy
+Jan te Boer met brieven aan Prins Maurits en Graaf Willem uitzonden, om
+verdrag: wordende daarop we&ecirc;rszyds gyselaars gegeven, en hielden
+op van schieten. Maar de burgemeester Jarges, zynde een hard
+Konings-gezinde, rukte een party voerlieden en schuitevoerders byeen,
+en stonden op tegen die geene, die van verdrag hadden gesproken. Hier
+na kregen de belegeraars een te smadelyk antwoord, te weeten, dat de
+belegerden besloten hadden, noch een tyd lang hun ontzet af te wagten.
+Hier op trad Maurits met Willem in de loopgraven, om een plaats tot een
+nieuwe batterye af te zien; ondertusschen komt een kogel zo sterk tegen
+de rondas, die Maurits voorgehouden wierd, dat hy achterover viel, doch
+zonder hem te quetzen.</p>
+<p>Den tweeden van July waren de belegeraars over de gragt, en wel 30
+voeten onder het rondeel gekomen, daar de heele stad haar winst of
+verlies aan hing. Drie dagen daar aan was de myn 30 voeten diep, en
+opgepropt met 5 a 6000 ponden buskruit, dat den 10de dito, des avonds,
+na het gegevene teeken, in brand wierd gestoken; waar door een groot
+gedeelte aarde, en alles wat &rsquo;er op was, in de lucht sprong, met
+wel 140 menschen; waar van twee in &rsquo;t leger vielen, en de een
+noch leevendig: hier op vielen drie vendelen Schotten los, die straks
+meester van het rondeel waren, en alles, wat <span class=
+"pagenum">[<a id="pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span>noch
+leevendig bevonden wierd, doodsloegen, blyvende daar in &rsquo;t geheel
+wel 200 dood. Daar boven sneuvelden 30 Schotten, behalven noch twee
+Kapiteins. Dit bragt onder de gezamentlyke soldaaten, en onder de
+allerhartigste burgerye zulk een schrik, bevreest zynde voor meer
+ondergravingen, datzy op verdrag dagten. Over zulks zonden zy
+Gecommitteerden uit, zo wegens de Geestelyke, Magistraat en Ambagten
+der stad, als ook wegens den Overste Luitenant Laukema; en op Ostagiers
+handelende van den 16de tot den 22ste van July, met Prins Maurits en
+Graaf Willem van Nassau, zyn daar op met advis van den Raad van Staaten
+eindelyk overeen gekomen. Dus is Groningen en de Ommelanden op den
+24ste van July onder Maurits gebied gebragt, na dat &rsquo;er wel 10000
+schooten op waren gedaan, en 400 mannen voor zyn gebleven: waar tegen
+de belegerden ook 300 soldaaten en veele burgers hebben verloren. In de
+stad wierden gevonden 36 metaale stukken kanon, behalven de yzeren, en
+wierd daar over Graaf Willem van Nassau tot Stadhouder gestelt. Prins
+Maurits en Graaf Willem daar binnen komende, wierden verwellekomt door
+den klokspeelder, speelende de wys van den 6den Psalm. Daar na wierd de
+Magistraat verandert, wordende daar tot eerste Burgemeesters
+aangestelt, Mello Conders, Joachim Alting, Harmen Koning en Egbert
+Alberda. Voorts wierd de St. Martens <span class="pagenum">[<a id=
+"pb209" href="#pb209" name="pb209">209</a>]</span>Kerk van hare beelden
+gezuivert, en de eerste predikatie van de Gereformeerden daar in
+gedaan: doende de Magistraat en Burgerye daar na den eed van
+getrouwigheid aan Graaf Willem, hunnen Stadhouder en aan de Staaten
+Generaal.</p>
+<p>In &rsquo;t zelve jaar is de Aartshertog Ernestus, van &rsquo;s
+Konings wegen, in Nederland tot Stadhouder gezonden.</p>
+<p>In den jaare 1596 is uit last van de algemeene Staaten en den Prins
+van Oranje, het Collegie der Admiraliteit te Dokkum ingestelt; om alzo
+bequaamelyk over het werven der oorlogschepen van Friesland alle zaaken
+te kunnen beraamen.</p>
+<p>In het zelve jaar, den 24ste van Augusty, is Graaf Willem van
+Nassau, Stadhouder van Groningen, mede tot Gouverneur over het
+Landschap Drenth aangestelt.</p>
+<p>In dit jaar is de Cardinaal Albertus, Aartshertog van Oostenryk, tot
+Stadhouder des Konings, in Nederland gekomen; die naderhand huuwde met
+Isabelle, Dochter des Konings; en deze landen wierden hem tot een
+huwelyks goed toegezegt.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd was &rsquo;er eene Friesche dochter, Margarita
+genaamt, zynde een jong vrouwsperzoon, of moedige Amazoone, en lang van
+persoon; deze heeft, in manskleederen, de Heeren Staaten zo binnen
+Oostende als elders zeven jaaren gedient, buiten kennisse haarer
+ouders, in alle eerbaarheid, eerst een spies gedraagen, en daar
+<span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name=
+"pb210">210</a>]</span>na een musquet gevoert, met een witte veder op
+de hoed, als een kloek en onvertzaagt krygsgezel, ja onder de
+Adelborsten gerekent, en zelve veele schansen om Groningen en Steenwyk
+helpen inneemen. Ten laatsten bekent geworden by haar medegezel, als zy
+een schoon hemd aandeed, hebbende groote borsten en rond opgewasschen,
+meer dan andere welgevleesde jongmans: op zyn vraage, heeft ze hem
+beleden, een vrouwsperzoon te zyn, dat hy verwonderende aanhoorde; is
+daar op met eere verlieft geworden, en in &rsquo;t leger voor Koeverden
+met haar getrouwt. Zy waren noch woonende binnen Groningen in den jaare
+1602, en veele jaaren daar na, een winkel doende van vette waaren, in
+alle stilheid en eerbaarheid huishoudende, en t&rsquo;zamen geneerende.
+Deze Amazoone heeft ook een lied gedicht, de jonge Dochters tot liefde
+des krygs, om &rsquo;t Vaderland te beschermen, na haar voorbeeld
+vermaanende. Zie E. v. Meteren<a class="noteref" id="xd20e2902src"
+href="#xd20e2902" name="xd20e2902src">92</a>.</p>
+<p>In den jaare 1597 verzogten die van Groningen aan de Staaten van
+Friesland, om Drenth en Twenth geheel vry te maaken, en den vyand van
+daar te vernestelen: welk verzoek uit last van de algemeene Staaten,
+door hulp van den Prins van Oranje, wierd vastgestelt: en alle
+sterktens en schansen, door de vyanden aldaar bezet, wierden
+overwonnen, namentlyk, Grol, Ootmarsen, Oldenzeel, Lingen, enz.
+<span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211" name=
+"pb211">211</a>]</span></p>
+<p>In dit zelve jaar, den eersten van Juny, is de Overste Sonoy,
+gewezen Gouverneur van Noordholland, op Dyxterhuis, een Heerlykheid in
+de Ommelanden, overleden; wordende deszelfs ligchaam tot Peterbuuren in
+de kerk, in tegenwoordigheid van zyn Genade Graaf Willem van Nassau,
+Stadhouder van Groningen, begraven.</p>
+<p>Den 18de van Augusty was &rsquo;er een zwaare watervloed in deze
+landen, waar door de Delfzylen en anderen uitbarsten, en veele menschen
+en beesten verdronken.</p>
+<p>Den 8ste van December is Graaf Willem door de Groningers met groote
+toejuichinge ingehaalt.</p>
+<p>In den jaare 1599 is te Groningen door de Heeren Burgermeesteren en
+Raad het Burger-Weeshuis opgericht.</p>
+<p>In den jaare 1600 is te Groningen. omtrent de Heere Poort, wederom
+een kasteel gebouwt; zijnde ten zuidoosten van de stad, omtrent ter
+plaatze daar weleer de kasteelen van Graaf Edzard van Oostfriesland, en
+van den Hertog van Alva hadden geweest: welk kasteel over de 400000
+guldens quam te kosten. Ook wierd de burgerye ontwapent, en Jonker
+Casper van Ewsum met 800 mannen op gemeld kasteel gelegt.</p>
+<p>In dit zelve jaar ontstond &rsquo;er groote oneenigheid tusschen de
+Heeren van den Lande en Steden, over het stuk van de gemeene lasten en
+bezwaaringen te draagen: doch wierd door Gemachtigden van de algemeene
+Staaten en den Stadhouder weder bygeleit. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb212" href="#pb212" name="pb212">212</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1605, den 10de van Augusty, zyn te Groningen door de
+Heeren Burgemeesteren en Raad, in plaats van vier Kapiteinen der
+burgerye, hier Hopmans genaamt, acht aangestelt; en doende de
+Kapiteinen de nominatie van de Vendrigs, die door den Raad wierden
+ge&euml;ligeert op den zelfden dito.</p>
+<p>Den 23ste van Augusty quam de Stadhouder Graaf Willem van Nassau met
+18 vendelen, voetvolk en 6 compagnien ruiters binnen Groningen; waar
+door de stad van het haar gedreigde quaad bevryd wierd. Ook gaf men de
+burgerye hun geweer weder. Prins Maurits verzond ook eenige troupen ter
+versterkinge van Koeverden en de Bourtange; zijnde deze plaatzen alle
+met groote verbaastheid aangedaan, wegens de veroveringe van Lingen en
+Oldenzeel, door de Spaanschen, onder het commando van den Marquis de
+Spinola.</p>
+<p>Ambrosius Spinola met zijn macht in Twenth zijnde, om op Friesland
+een kans te waagen, en welk land de Koning van Spanje hem reeds ten
+erve had geschonken; doch, God zij gedankt, hem nooit heeft kunnen
+leveren, moest zich vergenoegen met Lingen en Oldenzeel, en dat
+Friesland in groote benaauwtheid bragt. Maar Graaf Willem hield binnen
+Koeverden een oog in &rsquo;t zeil, zo dat Spinola die plaats niet
+derfde aantasten, en vertrok druipstaartende weder naar Vlaanderen, ook
+eenigzints door de natte zomer verhindert.</p>
+<p>In dit zelve jaar, in Maart, wierd met <span class="pagenum">[<a id=
+"pb213" href="#pb213" name="pb213">213</a>]</span>den Spanjaard een
+bestand van acht maanden geslooten.</p>
+<p>In den jaare 1608 was &rsquo;t zo een harden winter, dat men van de
+Friesche kusten naar de vooreilanden, als Ameland, Ter Schelling, en
+ook naar Grind niet alleen, maar zelf naar de Hollandsche kusten van
+Harlingen af met paard en slede konde overjaagen. Gelyk een Ari&euml;n
+Wierds, den 9de van February uit de Haven rydende, voor &rsquo;t
+poortsluiten te Amsterdam binnen quam. Ook drilde voor de Harlinger
+haven op het ys een compagnie soldaaten.</p>
+<p>In dit zelve jaar zyn de nieuwe fortificatiewerken van de Groningers
+begonnen, wordende de stad aan de zuidkant daar door vergroot; ook is
+een gedeelte van het Groninger kasteel, tegens de burgers aldaar
+gebouwt, wederom afgebroken.</p>
+<p>In den jaare 1609, den 9den van April, is te Antwerpen het
+twaalfjaarig bestand geslooten, tusschen den Koning van Spanje en de
+Staaten Generaal der vereenigde Nederlanden; zynde wegens de Provintie
+van Groningen aldaar gecommitteert Abel Conders, Burgermeester te
+Groningen, wordende het zelve op den 18de dito in &rsquo;s Hage
+gepubliceert.</p>
+<p>In den jaare 1610, op Nieuwejaarsdag, hebben de burgers van
+Leeuwarden, na dat zy eenigen tyd met de Burgermeesteren oneens waren
+geworden, de deur van &rsquo;t Raadhuis met een mast open geloopen,
+verbreekende <span class="pagenum">[<a id="pb214" href="#pb214" name=
+"pb214">214</a>]</span>de glazen, vensteren en alles wat hun voor
+quam.</p>
+<p>Een Jan Cornelisz. Femmes, bestond in dit jaar een reukelooze daad,
+spruitende uit een wedspel, waar in hy aannam, om een rond jaar te
+willen woonen op het Kamper Zand (dat een droogte is, gelegen tusschen
+Ter Schelling en Ameland, loopende met alle etmaalse vloeden onder
+water). Op voorwaarde gaf hy aan zyn medewedder paarden, wagen,
+ploegen, en andere huismans gereetschappen; zullende hy, by aldien hy
+zyn voorneemen een rond jaar uitvoerde, een groote zomme geld in
+tegendeel genieten. Hier op bouwde Jan den 2de van Juny aldaar op
+eenige roeden of stutten een huisje; en om het zelve by springvloeden
+of hooge watertyden om hoog te heffen, gebruikte hy een tistel of
+vyzel, waar door hy het om hoog kon opvyzelen, of doen zakken: en dus
+hielde hy &rsquo;t het bestemde jaar volkomen uit; zynde eene
+ongehoorde zaak.<a class="noteref" id="xd20e2949src" href="#xd20e2949"
+name="xd20e2949src">93</a></p>
+<p>In den jaare 1611, den 25ste van January, heeft Graaf Enno van
+Oostfriesland de sterke vesting Lieroort aan haar Hoog Mogende de
+Heeren Staaten Generaal overgegeven.</p>
+<p>In den jaare 1612, en &rsquo;t volgende jaar, is de stad Groningen
+rondom vergroot, doch meest naar &rsquo;t noorden, en is doe vervolgens
+met zeven schoone groote poorten voorzien, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name=
+"pb215">215</a>]</span>benevens noch een kleen poortje bezyden het
+Schuitendiep; hebbende een zeer breede en hooge wal, met 17 dwingers of
+bastions en een diepe besloten gragt.</p>
+<p>In den jaare 1614 is de Academie te Groningen opgericht, onder het
+Stadhouderschap van Graaf Willem Lodewyk van Nassau. De inwydinge
+geschiede op den 23ste van Augusty. De eerste Professoren zyn geweest
+Ubbo Emmius, Professor in de Histori&euml;n en Grieksche Taal, als
+eerste Rector Magnificus. Herman Ravensberg, Professor in de
+Godgeleerdheid. Cornelius Pynaker, Professor in de Rechten. Nicolaas
+Mulerius, Professor in de Medicynen en Mathesis. Johan Epinus,
+Professor in de Philosophie en Ethic&aelig;, en extr. in de Rechten,
+Guill. Macdowel, Professor in de Philosophie, Logicis, Phys: &amp;
+Methaphysicis. De inleidings redevoeringe wierd uit naam der geheele
+Provintie gedaan, door Do. Pancratius, stads Syndicus. Na &rsquo;t
+eindigen derzelve, deed Do. Ravensberg een andere, op deze handelinge
+passende. De eerste Rector in de Rechten, die hier zyn promotie bequam,
+was Hugo van Nyeveen; houdende zyn inauguraal dispuit op den 13de van
+November 1615, onder het Rectoraat van gemelden Professor
+Ravensberg.</p>
+<p>In den jaare 1616, den 18de van Maart, is Graaf Willem Lodewyk door
+de Groningers zeer plechtig ingehaalt.</p>
+<p>In den jaare 1618 is het Sapmeer droog <span class="pagenum">[<a id=
+"pb216" href="#pb216" name="pb216">216</a>]</span>gemaakt, en is het
+volgende jaar met gruppen en een doorgaande vaart voorzien. Waar op is
+gevolgt de aanvang en continuatie van deszelfs vaart of diep door
+&rsquo;t hooge en wilde Veen, van Sapmeer tot aan Zuidbroek.</p>
+<p>In den jaare 1619 bequamen die van Staveren vernieuwinge en
+handhavinge van hun onderrecht.</p>
+<p>In dit zelve jaar, in July, is de Heerlykheid van Wedde,
+Westerwolde, Bellingewolde en Bleyham gekogt van Willem van den Hove,
+en den 2de Augusty in den Raad geapprobeert, voor de zomma van 140300
+guldens. Voorts heeft de stad deszelfs possessie aanvaart, en is den
+21ste van September Edzard Rengers tot Drost, en Michiel Visscher tot
+Richter van Bellingwolde en Bleyham gekoren.</p>
+<p>In den jaare 1620, den laatsten van May, is binnen Leeuwarden
+overleden Graaf Willem, Stadhouder van Friesland; tot wiens loffelyke
+gedachtenisse die heerlyke begraafplaats of tombe in de Jacobyner Kerk
+is opgeregt; alwaar hy met zyn Gemalinne na &rsquo;t leven in steen op
+uitgehouwen is: en is zedert dien tyd de rustplaats der Stadhouders
+altoos geweest en gebleven.</p>
+<p>3. <span class="sc">Ernst Casimier</span>, Graave van Nassau, enz.,
+wierd, na &rsquo;t overlyden van zynen broeder, in de maand Augusty,
+tot Stadhouder van Friesland verkooren. En die van Groningen,
+Ommelanden en Drenth verkooren Prins Maurits tot hunnen Stadhouder.
+<span class="pagenum">[<a id="pb217" href="#pb217" name=
+"pb217">217</a>]</span>In December begon het zo geweldig te vriesen,
+dat men wederom naar Ter Schelling en Ameland met paard en slede
+overjoeg. Het volgende jaar, den 2de van February, quam een Harlinger
+schipper, met een sleetje en stok in de hand, van Friesland, over den
+Fliestroom, te Harlingen binnen treden. Graaf Ernst, geleidende den
+jongen Koning van Boheemen, quam met gezelschap van over de 100 sleden,
+van Leeuwarden tot op de zee voor Harlingen afjaagen.</p>
+<p>In den jaare 1621, den 29ste van Maart, is de Burgerye te Groningen
+door de Heeren van den Raad in 12 vendelen verdeelt; wordende daar op
+den 30ste dito de Officieren gekooren, en den 13de van April door hun
+Edelheden goedgekeurt, dat voortaan de Vendrigs onder de Luitenants
+zouden staan.</p>
+<p>De volgende winter van het jaar 1621 en 1622 was het mede een harde
+winter; waar in Anna Sophia, Gemalinne van den Stadhouder,
+vergezelschapt met een compagnie soldaaten, en hun byhebbende
+gereedschap, van Enkhuizen naar Staveren langs het ys overquam.</p>
+<p>In den jaare 1622, in Augusty, deeden de Spanjaards een aanval op
+Friesland, trekkende met 800 voetknegten en 70 ruiters door
+Oudeberkoop, naar Schoot, om &rsquo;t Heerenveen te overvallen. En
+vermits het Staaten Volk zich meest aan den Rhyn nedergeslagen
+<span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218" name=
+"pb218">218</a>]</span>had, waren slegts maar drie compagnien
+verstrooit in de Zevenwouden gebleven; dewelke, naar &rsquo;t Veen
+rukkende, den vyand, die een geweldigen storm deed op een schansje of
+redout op den weg naar Schoot, wakker afkeerde, en veelen van zyn volk
+deeden sneuvelen. De vyanden, misleid zynde, waren van gedachten
+geweest, dat &rsquo;er boeren en geen soldaaten op het Veen lagen: en
+trokken na dit treffen weder af op Ommen: alwaar zy door des Prinsen
+volk van achteren bezet wierden, en in de kerk allen gevangen zyn
+genomen.</p>
+<p>In October is Ernst Lodewig, Graaf van Mansveld, met zyn
+krygsbenden, wel 5000 mannen uitmaakende, in Oostfriesland gevallen,
+bedervende de inwoonders en landen elendig, zelfs zodanig, dat zyn
+eigen volk in den jaare 1624 meest van honger verliep. Hy had zyn
+hoofdquartier in de vesting Lieroort; en eer hy vertrekken wilde, dwong
+hy Graaf Enno van Oostfriesland een groote zomme geld af.</p>
+<p>In den jaare 1623 was er een zwaare pestziekte in Groningen; als
+mede een groot oproer over het draagen der dooden: want op den 5de van
+Augusty zyn de oude lyken des voormiddags door de vrouwen, en de jonge
+lyken des namiddags door de maagden ter aarde gebragt.</p>
+<p>In den jaare 1624 deeden de Spanjaards, onder het bevel van Lucas
+Cayro, Gouverneur van Lingen, een inval in den Oldambte; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name="pb219">219</a>]</span>zy
+staken verscheidene dorpen in brand, als Winschoot, Heiligerlee,
+Noordbroek, Scheemda en Slogteren; verzonden in alle omleggende
+plaatzen brieven van brandschattinge: waar door de huislieden afquamen
+om de brand af te koopen. Maar het geruchte der aankomst van den
+Oversten Stakenbroek, deed hen haastelyk de vlugt neemen, doch een
+grooten roof mede voerende.</p>
+<p>In den jaare 1625, den 8ste van Maart, is Oostfriesland door een
+schrikkelyke watervloed aangetast, alle dyken doorbrekende of
+beschadigende, zodanig datze met geen 800000 guldens te herstellen
+waren; en de huislieden, door de Mansvelder troupen ten eenemaal
+verarmt en bedorven zynde, hadden geen macht om die te repareren, dies
+de zee daar uit en in spoelde.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 23ste van April, is Prins Maurits, na een
+langduurige krankheid uitgekwynt zynde, in &rsquo;s Gravenhage
+ontslaapen. En zyn broeder Frederik Hendrik wierd aanstonds in zyn
+plaats tot opperste Veldoverste verkooren<span class="corr" id=
+"xd20e3007" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p>In dit jaar is Graaf Ernst van Nassau tot Stadhouder van Groningen
+en Ommelanden, en &rsquo;t Drenth aangenomen.</p>
+<p>Den 29ste van December overleed binnen Groningen de Hooggeleerde en
+wydvermaarde Ubbo Emmius, Professor dier Academie.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1627 is het groote Provinciale magazyn of
+Artilleryhuis alhier gebouwt, en het Orgel in &rsquo;t H.
+Geest-Gasthuis <span class="pagenum">[<a id="pb220" href="#pb220" name=
+"pb220">220</a>]</span>nieuw gemaakt: ook het Orgel in de groote kerk,
+eertyds door Agricola gemaakt, vergroot en vernieuwt.</p>
+<p>In den jaare 1628, in Augusty, is de Nieuwe of Lange-Akkerschans
+volveerdigt, en daar in drie compagnien soldaaten tot bezettinge
+gelegt, onder den Gouverneur Roussel; dewelke in October de Dylerschans
+innamen; doch zyn &rsquo;er voort daar na door de Keizerschen wederom
+uitgejaagt.</p>
+<p>In den jaare 1631 wierd Prins Frederik Hendrik, behalven Holland en
+Zeeland, ook het Stadhouderschap van Gelderland, Utrecht, en Overyssel
+opgedraagen. Maar Stad en Lande hebben Graaf Ernst aangenomen.</p>
+<p>In dit zelve jaar, in de maand van May, ontstond door &rsquo;t
+geheele Land een geweldige oploop van &rsquo;t gemeene volk; waar door
+beide, zo Opper- als Onderregenten, by hen verdagt wierden, en alle
+aanzienlyke lieden in verachtinge quamen. En den eersten Augusty heeft
+Graaf Ernst Oldenzeel ingenomen, en des zelfs vestingen afgeworpen.</p>
+<p>In den jaare 1632 wierd Graaf Ernst, zo als hy van Venlo op Roermond
+aankomende, en den grond aldaar bezigtigde, van de wal met een vuurroer
+door &rsquo;t hoofd geschooten; en echter wierd hy dien dag noch
+meester van de stad.</p>
+<p>4. <span class="sc">Hendrik Ernst</span>, Graave van Nassau, enz.,
+wierd in de plaats van zynen vader tot Stadhouder van Friesland
+aangenomen; en weinig tyd daar na mede van Groningen, enz. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221" name="pb221">221</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1633, omtrent Pinxter, was &rsquo;er een watervloed in
+Oostfriesland, waar door al het koren op &rsquo;t land verdronk.</p>
+<p>In dezen tyd trokken twee compagnien of 350 burgers uit Groningen
+naar de Bourtange; dewelke op het verzoek van haar Hoog Mogende de
+Staaten Generaal, en Advis van zyne Exellentie, op 10 stuivers daags
+naar buiten zouden marcheren, om hun vaderland te dienen, en op de
+vyanden te waaken; en hebben alzo hunne huizen en familien een tydlang
+vrywillig verlaaten.</p>
+<p>In den jaare 1634, wanneer de nieuwe Middelen, als Hoofd- en
+Schoorsteengelden, enz., ter ondersteuning van den oorlog, eerst in
+Friesland verpagt wierden, ontstond &rsquo;er in verscheidene steden en
+dorpen een groote oploop; waar door zommige Heeren en heerenhuizen zeer
+slegt mishandelt wierden: maar door inlegering van soldaaten wierden de
+voornaamste belhamels gevat, en alzo weder tot stilte gebragt. In
+&rsquo;t begin van dit voorjaar strande aan Ameland een Walvis: ook
+schryft men, dat &rsquo;er op dit zelve Eiland mede in dit jaar
+vorsschen zyn geregent.</p>
+<p>In den jaare 1635 was &rsquo;er te Groningen een zwaare pestziekte,
+waar door over de 100 menschen in een week stierven.</p>
+<p>In den jaare 1636 is Oostfriesland door twee watervloeden aangetast:
+de eerste op den 24ste van Juny, en de andere op den 25ste van July,
+waar door de huislieden, wegens gebrek van hooy, hunne beesten naar
+<span class="pagenum">[<a id="pb222" href="#pb222" name=
+"pb222">222</a>]</span>andere plaatzen in de kost moesten besteden.</p>
+<p>In den jaare 1638, als het leger van den Prins voor de Graaf lag, en
+Graaf Hendrik naar &rsquo;t huis te Gennip, om het zelve te
+bezichtigen, gezonden was, gebeurde het dat zyn paard op zekere plaats
+achteruit deinsde, en in een bedekte put tot op den grond nederschoot;
+maar Graaf Hendrik zulks voelende, in aller haast zyn voeten uit de
+beugels van de stegelreep rukkende, viel achter over de gemelde put
+heenen; buiten welke val hy elendig had moeten omkomen en
+versmooren.</p>
+<p>In den jaare 1640, is Graaf Hendrik, zullende in de belegeringe van
+Hulst een schansje of redout bespringen, doodelyk gewond geworden; na
+hy en de zynen ongemeen manhaftig gestreden hadden; en onder andere zyn
+broeder Graaf Willem, die reeds al op zyn derde paard was gestegen. En
+den 17de van July overleed gemelde Graaf aan zyn quetzuur, die door
+geheel Nederland zeer beklaagt wierd.</p>
+<p>5. <span class="sc">Willem Frederik</span>, Graave van Nassau, enz.,
+wierd, na zyn broeders overlyden, tot Stadhouder van Friesland
+aangenomen. En de Prins van Oranje verkreeg het Stadhouderschap van
+Groningen en Ommelanden.</p>
+<p>In den jaare 1643 is &rsquo;er in veele landen door &rsquo;t hooge
+water een onwaardeerlyke schade geschied, zodanig als by menschen
+geheugenisse niet was voorgevallen. In &rsquo;t dorp <span class=
+"pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name=
+"pb223">223</a>]</span>Gaast spoelden de dooden uit de graaven. Door
+&rsquo;t doorbreeken der dyken, was het land zo verre onder water, dat
+men dwars over het land van Groningen naar Zwartsluis konde
+overvaaren.</p>
+<p>In den jaare 1645, den 22ste van January, is Oostfriesland wederom
+door een watervloed overstroomt; waar door veele dyken wierden
+gebroken, en tot Embden, zo &rsquo;er gezegt word, de Corps de Guarde
+wegspoelde.</p>
+<p>Dit jaar, den eersten van September, quam de Stadhouder Prins Willem
+van Oranje te Groningen, om aldaar de doe zwevende verschillen by te
+leggen; wordende door de Magistraat en burgerye met groote eertekenen
+ingehaalt, &rsquo;t guarnisoen in de wapenen, benevens &rsquo;t
+losbranden van het kanon, enz.</p>
+<p>In dit zelve jaar, wierd de trekweg van Harlingen naar Leeuwarden
+gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 1647, den 14de van Maart, is Frederik Hendrik, Prins
+van Oranje, in &rsquo;s Gravenhage ontslaapen. En dien zelven dag deed
+zynen Zoon, Willem de tweede, den eed van getrouwigheid aan de
+Staaten.</p>
+<p>In den jaare 1648, den 30ste van January, is binnen Munster in
+Westfaalen, na een oorlog van over de 80 jaaren gevoert, eene vrede
+gemaakt, tusschen den Koning van Spanje, en de Staaten der zeven
+Provintien: door welke gemelde Koning deze Landen voor eigene en
+vrygevogtene landen heeft moeten verklaaren; en zyn recht op dezelve
+eeuwig en erflyk afgestaan. <span class="pagenum">[<a id="pb224" href=
+"#pb224" name="pb224">224</a>]</span></p>
+<p>In dit zelve jaar gebeurde binnen Dokkum, op &rsquo;t Raadhuis, een
+gering doch merkwaardig geval, zinnebeeldig op bovenstaande vrede; men
+zag een mossel een muis vangen: dat dus geschiede, een hoop mosselen
+aldaar leggende, quam de muis daar zyn aas zoeken, en een treffende,
+die gaapte, sloot de mossel haare schelpen toe, en de muis, in de zyde
+gevat, was gevangen.</p>
+<p>In den jaare 1650, den 27ste van October, is Prins Willem van
+Oranje, in &rsquo;s Gravenhage, aan de kinderpokjes overleden.</p>
+<p>In den jaare 1651, den 22ste van February, was &rsquo;er een
+watervloed over de Groninger Provintie, en elders; waar door de dyken
+wierden gebroken en groote schade geschiede.</p>
+<p>Den 20ste van May is Graaf Willem Frederik van Nassau, Frieslands
+Stadhouder, te Groningen ingereden; wordende door de Magistraat en
+burgerye met groose staatsie opgehaalt, en ten zelven dage aldaar tot
+Stadhouder en Gouverneur over Stad en Lande aangenomen, gehuldigt, en
+in &rsquo;t openbaar be&euml;edigt.</p>
+<p>In den jaare 1653 is, uit vreeze voor de Engelschen, die zich voor
+onze kusten vertoonden, op Ameland, Ter Schelling, Flieland, enz., een
+goede wacht van krygsvolk gezet, om een waakend oog in &rsquo;t zeil te
+houden.</p>
+<p>Niet lang daar na quamen zy voor de zeegaten van Texel en &rsquo;t
+Flie, met schrobbers <span class="pagenum">[<a id="pb225" href="#pb225"
+name="pb225">225</a>]</span>en bezems op de masten braveerende;
+willende daar door te verstaan geeven, dat zy als Meesters van de zee,
+dezelve hadden schoon gemaakt.</p>
+<p>Den 8ste van Augusty geschiede omtrent Texel het zeegevegt van drie
+dagen, waar in de Admiraal Tromp door een musquetschoot wierd
+getroffen, en dood op den overloop van &rsquo;t schip ter
+ne&ecirc;rgeveld.</p>
+<p>In den jaare 1654 was &rsquo;er geheel Europa door een groote
+overvloed van graanen; alzo dat de Hollandsche kooplieden het zelve op
+hunne korenzolders niet kunnende bergen, naar Friesland moesten
+overvoeren.</p>
+<p>In den jaare 1655, den 10de van November, zyn de eerste trekschuiten
+tusschen Groningen en Leeuwarden gevaaren.</p>
+<p>In den jaare 1656, den 8ste van Februarij, heeft de Magistraat van
+Groningen, ter gelegentheid van de Raads-keur, voor de eerstemaal met
+Goude Boonen beginnen te looten; zijnde het zelve bevoorens altoos met
+gemeene Turksche Boonen gedaan.</p>
+<p>In den jaare 1657, den 17de van October, waaide het drie dagen lang
+zo een bittere stormende oosten wind, dat de zuiderzee en andere
+binnenstroomen het water op veele plaatzen ontliep; zo dat men van
+&rsquo;t eilandje Ens droog over naar Friesland konde gaan. Odulfs
+Kerk, en andere oudheden, lagen by Staveren geheel bloot. Waar op
+volgde een felle en lange winter.</p>
+<p>In het zelve jaar, den 23ste van October, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb226" href="#pb226" name="pb226">226</a>]</span>zyn
+te Groningen de 12 vendelen burgerye door de Heeren van den Raad tot op
+18 vendelen vermeerdert.</p>
+<p>Ook was &rsquo;er in dit jaar te Groningen zekere onlust; waar door
+eenige huizen wierden geplondert: doch door den Stadhouder Prins Willem
+wierdze wederom gestilt.</p>
+<p>In den jaare 1659, den 6de van Juny, is de Vorst van Anhalt, Joan
+Georg, met de Prinsesse Henrietta Catharina van Oranje, enz., zeer
+prachtig te Groningen in de St. Martens Kerk getrouwt. De ingang van
+gemelde kerk tot aan het Vorstelyke Trouw-Theater was rondom zeer
+heerlyk behangen, en met tapyten belegt. De Prinsesse Bruid was zeer
+prachtig gekleed, met een heerlyke kroon vol diamanten op haar hoofd,
+enz., wordende verzelt van de Keurvorstinne van Brandenburg, Graaf
+Willem van Nassau en zyne Gemalinne, Prins Maurits en meer andere
+Grooten. Hier na wierd de geheele stad vervult van vreugde, zo door
+konstige vuurwerken, losbranden van het kanon, enz.</p>
+<p>In den jaare 1662, den 28ste van February, heeft Oostfriesland door
+een watervloed wederom zeer veel geleden: want daar groote schade aan
+dyken geschiede, en tusschen Delfzyl en Embden 8 schepen vergingen.</p>
+<p>In den jaare 1663, den 30ste van October, liep Oostfriesland wederom
+geheel onder; waar door veele beesten wierden weggerukt, en groote
+schade aan dyken geschiede.</p>
+<p>In den jaare 1664, den 6de van July, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb227" href="#pb227" name="pb227">227</a>]</span>is door Graaf Willem,
+Stadhouder van Friesland, de Eilerschans by verdrag verovert van den
+Bisschop van Munster.</p>
+<p>Den 21ste van Augusty, is Willem Frederik, gemelde Stadhouder,
+binnen Leeuwarden, aan een quetzuur overleden; welke hy van onderen in
+de kin door een pistool bekomen had, als hy de proef daar van zoude
+neemen: schryvende zelf: <i>als zy geen vuur wilde geeven, doe zag ik
+daar na, en willende den stempel daar uittrekken, zo ging ze in dien
+tyd los</i>. Nalaatende een Prins van 8 jaaren en twee Prinsessen.</p>
+<p>6. <span class="sc">Hendrik Casimier</span>, Graave van Nassau,
+enz., aan wien de Staaten des Lands al in den jaare 1659, by survivance
+of overlevinge, de toezegginge van &rsquo;t Stadhouderschap, by
+&rsquo;s Vaders leeven, hadden verleent, wierd nu mede het
+Kapiteinschap Generaal over Friesland opgedraagen; om deze bedieninge
+in het 20ste jaar zyns ouderdoms aan te vaarden.</p>
+<p>In den jaare 1665, in January, als Prins Johan Maurits,
+wederkeerende van Leeuwarden van de begraaffenis van Prins Willem
+Frederik, Stadhouder van Friesland, en door Franeker reed, zo schoot hy
+met zyn paard, op een oude valbrug zynde, in &rsquo;t water ter neder;
+doch, schoon in gevaar van zyn leeven te verliezen, wierd hy echter
+noch onbezeert gereddet.</p>
+<p>Den 22ste van September trok de Bisschop van Munster, als een
+huurling en in dienst <span class="pagenum">[<a id="pb228" href=
+"#pb228" name="pb228">228</a>]</span>van Engeland<a class="noteref" id=
+"xd20e3128src" href="#xd20e3128" name="xd20e3128src">94</a>, om
+Nederland aan deze zyde te plaagen, met zyne macht Twenthe en Drenthe
+in, daar hy alles verwoeste: en omtrent eene maand verloopen zynde,
+boorde hy by &rsquo;t Roveen door; dat in Friesland geen kleene vrees
+veroorzaakte. Doch, voor Ommerschans afgeslagen zynde, vertrok hy naar
+Groningerland, en nam Winschooterzyl en Burgerschans in. Maar als hy
+een goede borstweering by Heiligerlee vond, en de Bourtang, Koeverden,
+Ommerschans en Friesland van alles wel voorzien zag, achte hy zich
+gelukkig, zonder van Maurits volk bezet te worden, zelve weder uit te
+geraaken.</p>
+<p>Den 5de van December was &rsquo;er weder een zwaare watervloed in
+veele Landen, die Zeeland, Holland, Friesland en de Ommelanden groote
+schade toebragt.</p>
+<p>In den jaare 1666, den 15de van July, heeft de dappere en manhafte
+Zeeheld Tjerk Hiddes, Luitenant-Admiraal van Friesland, terwyl hy met
+den Zeeuwschen Luitenant-Admiraal Jan Evertsz. den Engelschen Admiraal
+van de witte vlag aan boord lag, en zeer moedig streed, zyn been te
+gelyk met het leeven verlooren: zyn ligchaam wierd staatelyk binnen
+Harlingen ter aarde bestelt.</p>
+<p>Den 8ste van Augusty quamen de Engelschen, met menige scheepjes en
+vyf branders binnen &rsquo;t Flie, daar zy de twee convojers,
+<span class="pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229" name=
+"pb229">229</a>]</span>en een vloot van 170 koopvaarders in den brand
+staken; van welke ook veelen door de vlam verteert wierden: waar onder
+omtrent 30 schippers van Hindeloopen van hune schepen beroofd wierden;
+en ook eenige die &rsquo;t ontvluchten. Daar op landen zy op Ter
+Schelling, en staken een onnoozel weerloos visschers dorpje in den
+brand: roemende in Engeland als of zy de geheele waereld gedwongen
+hadden. Maar Gods wraak vervolgde hen al te spoedig, alzo het beste
+gedeelte van de vermaarde stad Londen in vyf dagen, door een byna
+onuitblusbaare brand, in de assche wierd gelegt, tot een onwaardeerlyke
+schade van veele gegoede lieden. En de schade door 350 huizen, op Ter
+Schelling in den brand gestooken, had een geringe overeenkomst, tegen
+van hen ruim 35000 huizen door de vlammen verteert.</p>
+<p>In den jaare 1672, wanneer Louis de veertiende, Koning van Vrankryk,
+trachtende na het Oppergebied van geheel Europa, en reeds zulks in
+&rsquo;t werk stellende, het niet voor &rsquo;t geringste gedeelte van
+zyne uitvoeringen achtede, de zeven Vereenigde Nederlanden alvoorens af
+te loopen, om onder zyn geweld te brengen; en Friesland, een gedeelte
+daar af zynde, na de gelykheid van de leden van het zelve ligchaam, kon
+hier niet ongevoelig van zyn.</p>
+<p>Den eersten van Juny, of na de oude Styl den 22ste van May, moet
+voor een Schrikdag van geheel Nederland aangeteekent worden:
+<span class="pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name=
+"pb230">230</a>]</span>van welken tyd zy geen 50 dagen konden tellen,
+of was meer als 80 van hunne sterkste steden en vermaardste
+beschansingen door den vyand ontbloot.</p>
+<p>Doe wierd Nederland met 6 legers, op 6 verscheidene plaatsen, te
+gelyk besprongen, namentlyk van 4 Franschen voor Orsou, Rynberk, Wezel,
+Burik, en 2 Bisschopschen voor Grol en in Twenthe. Na alle bovengemelde
+veroveringen, den vyand voorttrekkende, nam ook langs den Rhynstroom
+alle plaatzen in.</p>
+<p>Den 2de van Juny, ruktenze voorby Schenkenschans, daarze by &rsquo;t
+Tolhuis, langs een droogte in den Rhyn, doorbraaken: zynde die plaats
+door den Oversten A. W. van Ailua met eenige Friesen dies tyds bezet.
+Waar op Mombas, schynende de Franschen eerst te willen tegen gaan,
+dwars heen en we&ecirc;r met zyn ruitery door het Friesche voetvolk
+reed, dat zich zeer mannelyk weerde, alschoon zy door geduurig
+omzwerven, dan naar Nieumegen, dan naar Doesburg, Zutfen en
+Schenkeschans, zeer vermoeit en afgemat waren: geevende dien verraader
+Mombas daar door gelegentheid, dat het Friesche voetvolk onder de
+voeten van zyn ruitery, en diesvolgens in een groote verwarringe
+geraakte, zo dat zy genootzaakt wierden om quartier of lyfsgenade te
+roepen, en alzo elendig wierden overwonnen. Dit doorbreeken in de
+Betuw, door dien men meende, dat des vyands macht aan den Rhyn
+<span class="pagenum">[<a id="pb231" href="#pb231" name=
+"pb231">231</a>]</span>verbrooken zoude worden, was een droevig begin
+van alle volgende onheilen: waarom het ook in Holland zo een
+verbaastheid verwekte, dat men geene woorden zou kunnen uitvinden om
+het zelve uit te drukken. Waar op dat heel kort daar na het Sticht
+Utrecht mede onder de macht des vyands quam.</p>
+<p>Den 13de van Juny heeft geheel Overyssel zich by verdrag mede
+schendig aan den vyand overgegeeven. En zo is Friesland, door &rsquo;t
+verlies van de Kuinder, Blokzyl, Zwartsluis, Steenwyk, Ommerschans en
+Roveen zyn plegtanker afgekapt geworden. Waar over de verbaastheid,
+ontroeringe, en flaauwhartigheid, die de winkels innam, de handwerken
+aan een zyde wierp, de Rechtbanken toesloot, de Academien en Schoolen
+ledig maakten, de lieden van angst en benaauwtheid uit hunne huizen
+deed loopen, den eenen tegen den andere aanstootende, en zo alles in
+verwerringe bragt. De vreeze en benaauwdheid was te grooter, om dat
+alles hen zo schielyk en onverwagt overquam: waar van geen eigener
+beeldenis kan vertoont worden, als ieder gevoelig mensch zich, in
+herdenking van dien tyd, in zyne gedachten voorstelle: en die het
+slegts in een eenvoudig en naakt verhaal wilde te kennen geeven, zoude
+woorden moeten uitvinden, om eenigzints uit te drukken. Om daar evenwel
+iets van te zeggen, zullen wy daar over, als ook over de eerste
+gevolgen van dien, de woorden van Mr. P. Valkenier, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232" name=
+"pb232">232</a>]</span>Pleitbezorger voor den Hove van Holland, hier by
+voegen<a class="noteref" id="xd20e3155src" href="#xd20e3155" name=
+"xd20e3155src">95</a>. Hy schryft:</p>
+<p>&laquo;De tydinge van dit schandelyk en haastig overgaan van de
+geheele Provintie van Overyssel, vloog aanstonds geheel Friesland en
+Groningerland door, en verwekte aldaar zo een groote vreeze en
+verbaastheid, als het doorbreeken der Franschen aan &rsquo;t Tolhuis,
+en het verlies van Utrecht, in Holland veroorzaakte. Want elk stond
+verlegen, en verwagte alle omzien den vyand. Niemand wist wien het
+eerst zoude gelden; alzo het geheele land onbedekt, en zonder de minste
+afsnydinge voor hem open lag. Elk wilde met zyne beste losse goederen
+vluchten, maar niemand wist byna waar heen. Eenigen, die hunne goederen
+uit de steden wilden vervoeren, wierden dezelve of door oploop, of door
+plondering van &rsquo;t gemeene volk kwyt. De Overheden, die mede wat
+meenden te bergen, moesten opentlyk het verwyt aanhooren, dat zy
+verraaders waren, en de gemeente in deze algemeene nood wilden
+verlaaten. De Regeeringe stond raadeloos, en het volk redenloos, alzo
+het zelve, als een pot te vuur, opliep, en voorts alles <span class=
+"pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233" name="pb233">233</a>]</span>in
+verwarringe bragt. De Heeren Gedeputeerde Staaten van Friesland, ziende
+dat de geheele last van dit onheil op hunne schouderen aanquam, wierden
+te raade, om de Heeren Raaden van &rsquo;t Hof van Gerichte te
+verzoeken, dat zy hen in deze verlegentheid met raad en daad geliefden
+by te staan. Waar op beide die aanzienlyke vergaderingen, tusschen den
+13de en 14de van Juny, &rsquo;s nachts, binnen Leeuwarden, in alle
+stilheid byeen vergaderden: alwaar voorgestelt wierd, de bedroefde
+staat van hunne Provintie. Hoe dat de doortocht van Meppel, regt naar
+Dokkum, en voort de Dongerdeelen in &rsquo;t Bild door, tot Harlingen
+toe, om haare hoogte, niet konde onder water gezet worden. Dat de twee
+schansen, op die doortocht gelegen, als Breeberg en de Friesche Paalen,
+genoegzaam geslegt waren, en geen wezen meer hadden. Dat het krygsvolk,
+op hunne bezoldinge staande, tot bewaaringe der grenzen van andere
+Provintien zodanig was gebruikt, dat &rsquo;er tot bezettinge van hunne
+eigene Provintie, niet een eenige soldaat over was, als alleen eenige
+compagnien onder den Luitenant-Generaal Ailua, die uit Overyssel quamen
+afzakken. En dat hunne wapenhuizen en de wallen der steden van geschut,
+wapenen en leevensmiddelen onvoorzien en geheel ontbloot waren, en alzo
+in &rsquo;t geheel niet of weinig voorraad ter verweering. Hier op
+begon men te beraadslagen, hoe men de Provintie op het <span class=
+"pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name=
+"pb234">234</a>]</span>beste zoude bewaaren uit den tegenwoordigen nood
+en gedreigde gevaaren, die hen zo na boven &rsquo;t hoofd hingen. Waar
+op wierd voorgeslagen, dat zulks zou moeten geschieden door een van
+deze twee middelen: of gemeenzamerhand en met alle ernst trachten te
+verweeren, en het uiterste te waagen: of dat men zich met een algemeene
+overgeeving der Provintie uit die onheilen zoude redden: en ingevalle
+van overgeeving, dat men dan behoorde indachtig te zyn, met wat
+voorwaarden men de gemeene welvaart het best zoude kunnen
+verzekeren.</p>
+<p>&laquo;Na eenige onderlinge strydigheden, en na dat de Predikanten
+der stad Leeuwarden mede in deze vergaderinge verschenen, die
+byzonderlyk aanbevoolen, het stuk van godsdienst en gemeene vryheid,
+wierden alle zwaarigheden aan eene zyde gestelt, en een moedig en
+hartelijk besluit genomen, om, tot behoudinge van godsdienst en
+vryheid, gezamentlyk het uiterste te waagen, en goed en bloed tot den
+laatsten droppel aan te leggen. Men zond aanstonds uit het midden van
+deze vergaderinge eenige Heeren aan hunne Hoog Mogende, aan de Staaten
+van Holland, aan die van &rsquo;t Noorder Quartier, aan die van Stad en
+Lande, en aan die van Amsterdam: welke alle, daar na, zonder troost of
+de minste hulpe weder te rugge zyn gekomen. Men besloot, om alle
+sluizen open, en alle Polders en bedykte landen onder water te zetten.
+Men deed een opontbod van <span class="pagenum">[<a id="pb235" href=
+"#pb235" name="pb235">235</a>]</span>alle Steden en Grietenyen; die
+daar op met vreugde uittrokken na het Heerenveen, om zich daar met de
+weinige aankomende krygslieden, onder den Heer Luitenant-Generaal
+Ailua, te vereenigen, en een legertje uit te maaken; om daar mede den
+vyand te verwagten, en te betoonen, dat zy noch van &rsquo;t regte
+bloed der oude en beroemde Friesen waren, die in standvastigheid alle
+volkeren overtroffen.&rdquo; Dus schryft die Hollander.</p>
+<p>En alschoon het geruchte, wegens dat merkelyk verlies van de
+Friesche krygslieden aan het Tolhuis, van welke slegts maar eenige
+weinigen door den Oversten Hans W. van Ailua, ter naauwernood uit Zwol
+gered, naar de grenzen van Friesland, tot onder Leeuwarden quamen
+afzakken, de verslagentheid niet verminderde; zo begon echter evenwel
+de moed weder aan te wasschen, door &rsquo;t bovengemelde legertje, dat
+ondertusschen tot 13 a 1400 soldaaten vermeerderde, behalven een goed
+getal burgers en boeren, die &rsquo;er dagelyks toevloeiden. Dit
+gemelde legertje wierd zeer voorzichtig, onder het beleid van den Heer
+Ailua, op de grenzen in een geduurige beweeging gehouden, op dat
+niemand van de Bevelhebbers konde weeten, hoe sterk of zwak het
+was.</p>
+<p>Middelertyd, als de vyand zyn aantocht over Steenwyk, op Friesland
+had genomen, bequam hy tyding, dat de Friesen met de Groningers zich
+wakker tot tegenweer stelden; waar over de Bisschop van Munster
+<span class="pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236" name=
+"pb236">236</a>]</span>zeer bulderende en geweldig tegen de Friesen
+uitvoer, barstende onder anderen in dezen Bisschops vloek uit: <i>Der
+Teuffel hoole die Pfhaffen!</i> waar door hy de Predikanten van
+Leeuwarden verstond. Des hy van voorneemen veranderde, achte het
+dienstiger naar Koeverden te zetten, en heeft eerst d&rsquo; Eiler-,
+Oude- en Nieuwe Schans, Winschooterzyl, en &rsquo;t Huis te Wedde, met
+alles wat &rsquo;er by of omtrent was, zonder slag of stoot ingenomen:
+de Bourtange eischte hy mede op, en bood aan den Commandeur of
+Opperbevelhebber Prot 200000 guldens, en aan ieder Kapitein of Hoofdman
+50000 guldens, by aldien zy zich wilden overgeeven. Maar de Bevelhebber
+Prot gaf hierop tot antwoord: <i>dat hy eerst met den Bisschop wel een
+gesprek wilde houden, daar hy hem zo veel kogels zou vereeren, als hem
+guldens waren aangeboden</i>.</p>
+<p>Hier na hield de Bisschop een krygsraad, en de vraag was, of men
+Friesland, of Delfzyl, of Groningen zoude overvallen? Het laatste wierd
+by hem beslooten. Doch van dien tyd af wierd hy wel degelyk in zyn raad
+verbystert, en in zyn voortgang zodanig gestuit, dat hy daarna niet een
+voet aarde meer heeft gewonnen.</p>
+<p>Uit de zeesteden zond hy kapers uit, om de Zuiderzee onveilig te
+maken: dat, zo men zegt, geen drie dagen voortgang had: want alle zyne
+vaartuigen wierden hem afhandig gemaakt: gelyk ook eenige van zyn
+<span class="pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237" name=
+"pb237">237</a>]</span>volk, meenende het eilandje Urk uit te
+plonderen, wierden van de inwoonderen gevangelyk naar Enkhuizen
+gevoert.</p>
+<p>De steden ondertusschen, waar eenige schyn van bescherminge was,
+herstelden haare vestingen. Gelyk mede aan elke zyde van den Zwarten
+Weg, omtrent neeven Meedum wierd een schansje gebouwd, en by Tietjerk
+een schoone borstweering, reikende langs de weg naar Hardegaryp.</p>
+<p>En door dien men bedugt was, of men in &rsquo;t toekomende een
+geweldigen vyand, of overlastige stroopers te gemoet zag, hebben die
+van Hindeloopen, ten opzichte dat zy voor &rsquo;t grootste gedeelte
+aan de zee genoeg bevryd waren, aan de zuidoostzyde, daar zy aan
+&rsquo;t land vast zyn, een vesting van drie bolwerken opgeworpen:
+bestaande de werklieden uit de burgerye, die zulks uit eigen drift
+gewillig bij der hand namen: maar, nadien zy by ongelegentheid van dien
+tyd geen onderstand of fortificatiepenningen, in gelykheid van andere
+steden, uit de Gemeene Lands Middelen hebben kunnen bekomen, zo
+hebbenze het verdere opmaaken tot op beter gesteltheid van tyden willen
+opschorten.</p>
+<p>In deze dagen hebben de Bisschopschen uit de Kuinder de Lemmer
+opgeeischt, en zoudenze overvallen hebben, ten waare zy de wagens met
+vlugtelingen langs de wegen niet voor toevoer van krygsvolk hadden
+aangezien: daar zij slegts een borstweering met eenige stukken geschut
+op de zeedyk hadden <span class="pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238"
+name="pb238">238</a>]</span>toegestelt; welks toegang zy in &rsquo;t
+verborgen bedekten met heimelyk aan een gekeppelde eggen.</p>
+<p>Den 4de van July heeft de Bisschop van Munster de sterke fortresse
+Koeverden met een macht van 16000 mannen belegert, doende dezelven dag
+noch aan de loopgraven werken. De twee volgende dagen liet hij zo een
+groote menigte bommen en granaaten werpen, dat het tuighuis daar
+binnen, met verscheide daar bystaande huizen, in brand geraakten. Den
+7de dito liet hij de plaats opeischen, en eerlyke voorwaarden aan de
+bezettinge aanbieden. Doch de Commandant Johan van Burum<a class=
+"noteref" id="xd20e3212src" href="#xd20e3212" name=
+"xd20e3212src">96</a>, na die niet willende luisteren, wierd &rsquo;er
+overzulks aan we&ecirc;rskanten noch dapper vuur gegeven, tot den 10de
+der maand; wanneer de Bisschop de plaats voor de tweedemaal opeischte.
+Ter zelver tyd zond de Commandant drie Officieren aan den Bisschop, die
+den 12de de overgaaf der plaats, zonder consent van den Bevelhebber,
+doch op eerlyke voorwaarden, beslooten. Maar de Bisschop had Koeverden
+zo dra niet in &rsquo;t bezit, of betoonde <span class=
+"pagenum">[<a id="pb239" href="#pb239" name="pb239">239</a>]</span>zyne
+trouwloosheid en barbaarsche wreedheid aan de uittrekkende
+soldaaten.</p>
+<p>Ondertusschen maakte de Overste Ailua, met 1200 uitgeloote of
+gecommandeerde burgers en soldaaten, eenen aanslag op de Kuinder;
+alwaar de Bisschopschen veel roof hadden te hoop gesleept. Zy zouden
+het vermeestert hebben, en hadden reeds al 200 mannen van den vyand ter
+nedergeschooten, ten ware de besprookene Hollandsche kaapers, wegens
+onstuimig weder opgehouden, hadden kunnen aannaderen, en de vyand mede
+geen haastig ontzet van 2000 mannen, zo uit Kampen, als Zwol had
+bekomen. Waar op de Friesen, dit ziende, met verlies van 30 mannen,
+weder aftrokken. En zy afgetrokken zynde, hebben de vyanden het zelve
+uitgeplundert en hunnen buit vervoert.</p>
+<p>Den 16de van July is de Friesche Brandwacht, leggende tusschen
+Bergum en de Drachten, niet wel op hun hoede zynde, van 13 standaarden
+Bisschopsche ruiters overvallen geworden. Doch zich in tyds noch naar
+het gros van &rsquo;t leger te Bergum begeevende, quam het terstond in
+roeren, en viel de ruitery daar op in. Waar door de vyanden achteruit
+deinsden, en de Friesen alzo tot nevens hunne hinderlaagen uitlokkende,
+die het byna te quaad zouden gehad hebben, door dien een party volk van
+den vyand in &rsquo;t korenland verborgen lag; doch echter, door hunne
+manmoedigheid, drevenze de Bisschopschen te rugge, met verlies van
+<span class="pagenum">[<a id="pb240" href="#pb240" name=
+"pb240">240</a>]</span>van 150 ruiters, en maar 25 van hunne
+Friesen.</p>
+<p>Daar na wierd de stad Groningen, op den 19de van July, door den
+Bisschop van Munster en den Keurvorst van Keulen, met eene macht van
+22000 mannen, aan de zuidkant by twee poorten belegert. De stad had tot
+Gouverneur Karel Rabenhaupt, een dapper en ervaaren Kapitein. De Hertog
+van Holstein Pleun had het bestier van het voetvolk, en de Colonel
+Stoltzenburg van de ruitery. De bezetting bestond in &rsquo;t begin
+maar uit 24 compagnien voetknegten, 4 standaarden ruiters, en 3 vendels
+dragonders, die alle te zamen omtrent 2000 mannen uitmaakten. Maar zy
+wierd meer dan de helft versterkt, door de 18 vendelen burgers, die
+geweer voerden. Daar na wierden &rsquo;er noch vier compagnien van
+Advocaaten en andere lieden, die tot dezen tyd toe vry van de wacht
+hadden geweest, en een compagnie studenten, 150 mannen uitmaakende,
+opgericht: en voor dat de stad noch geheel berent was, quamen &rsquo;er
+200 met byltjes gewapende mannen, uit het regiment van Koningsmark
+binnen.</p>
+<p>De sterktens en magazynen waren in goeden staat, met overvloed van
+wapenen, krygs- en leevensbehoeften voorzien; de Magistraat meende het
+zo wel als het volk, en waren altemaal de bevelen van Rabenhaupt
+onderdanig.</p>
+<p>Deze Gouverneur de belegering al van <span class="pagenum">[<a id=
+"pb241" href="#pb241" name="pb241">241</a>]</span>langerhand voorzien
+hebbende, had derhalven alle de huizen en tuinen, die buiten die kant
+van de stad stonden, doen verbranden of slegten. Op de eerste aantocht
+der vyanden deed hy de sluizen openen, en de dyken doorsteeken, om alzo
+het land rondom te laten onder loopen. Doch dit weerhield den
+Munsterschen Bisschop niet, den 22ste van July zyne krygsbenden te doen
+aannaderen, en dien zelven avond aan de loopgraven te laaten werken. Hy
+deed den 27ste dito van een battery met 5 stukken kanon op de stad
+schieten; maar de braave konstapels, waar van de stad voorzien was,
+maakten de geheele battery, eer den dag ten einde was, onbruikbaar. Des
+anderendaags liet de Bisschop de mortieren te werk stellen, en met
+bomben en granaaten op de huizen werpen; doch door de goede voorzorg
+van Rabenhaupt en de naarstigheid der Mennoniten deden ze weinig
+schade. Maar de volgende dagen schooten de belegeraars geweldiger, waar
+door in de stad groote schade wierd veroorzaakt; &rsquo;t welk de
+inwoonders noodzaakte met hun huisgezin naar het noordergedeelte van de
+stad, daar zy niet komen konden, te vertrekken.</p>
+<p>Rabenhaupt schikte zyn mortieren zodanig op de wallen, dat hy op
+&rsquo;t laatste van de maand de wyken van den Bisschop, en van de
+Keurvorst zeer begon te beschadigen. Hy liet verscheide uitvallen doen,
+waar door de belegeraars genootzaakt wierden met verlies <span class=
+"pagenum">[<a id="pb242" href="#pb242" name="pb242">242</a>]</span>te
+wyken, en nieuwe werken te beginnen. De burgers, die de beveelen des
+Gouverneurs gehoorzaamden, droegen zich zo manhaftig, als de beste in
+den oorlog geoeffende en geschikste krygsbenden. De Studenten queeten
+zich op zo een verwonderenswaardige manier, dat de Staaten der
+Provintie Gedenkpenningen tot hunner eer lieten slaan, om deszelfs
+geheugenis voor de nakomelingen over te laaten. Inmiddels zagen de
+belegeraars het getal hunner bomben verminderen, zonder veel uit te
+werken; en daarom begonnenze in de maand Augusty met gloeiende kogels
+te schieten: daar waren &rsquo;er geen dan de eerste die schade
+bybragten, want door den grooten yver der Mennoniten wierden &rsquo;er
+veelen uitgedooft. Daar na zond de Bisschop een trompetter en een
+tamboer aan den Magistraat, om eerlyke aanbiedingen voor te stellen,
+indien zy de stad wilden overgeeven. Doch hem wierd te kennen gegeven:
+dat in &rsquo;t algemeen beslooten was, het uitterste af te wagten, en
+de stad, die een nieuwe versterkinge van soldaaten, kruid en geld
+bekomen had, van volk en allerlei behoeften voor veele maanden was
+voorzien, te verdedigen.</p>
+<p>Het vuur van &rsquo;t geschut en de bomben ging echter met dezelve
+hevigheid voort, tot dat het den 25ste van Augusty op de middag begon
+te verslappen, en de Bisschop de geheele hoop verloor van een generaale
+storm te waagen. Na dien tyd hoorde men in zyn <span class=
+"pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243" name=
+"pb243">243</a>]</span>leger niet meer als met musquetten schieten;
+&rsquo;t welk de belegerden deed denken, dat zyn geschut onbruikbaar
+was, en vreesden derhalven voor een krygslist: doch 300 van de
+ongeduldigste mannen deeden een uitval op de loopgraven van den
+Keurvorst van Keulen, daar zy een groot bloedbad maakten, en eenige
+gevangenen mede in de stad bragten. De volgende nacht liet de vyand het
+gros des legers opbreeken, laatende de mynen, die zy vervaardigt
+hadden, springen, en verlieten alle hunne werken. Rabenhaupt kreeg hier
+kondschap van, deed daar op den 27ste dito de batteryen in brand
+steeken, de gragten vullen, en de wapenen, krygsbehoeftens en tuig, dat
+de vyanden achtergelaaten hadden, daar uit halen. De stad wierd den
+laatsten dag geheel verlaaten; welke dag door vasten en bidden gevierd
+wierd, om God over deze gelukkige verlossinge te danken.</p>
+<p>Het verlies der belegerden was zeer gering, na de groote meenigte
+kogels, bomben, en granaaten, die op hen geschooten en geworpen waren;
+en daar wierden geen 100 menschen verloren. Maar dat der vyanden was
+zeer groot: van 22000 mannen, die zy in &rsquo;t begin des belegs sterk
+waren geweest, gingen &rsquo;er maar 12000 te rug; waar onder men 1400
+zieken rekende: 600 quamen &rsquo;er in de stad overloopen, en 5000
+begaven zich naar andere plaatzen, zo dat &rsquo;er omtrent 4500 dooden
+waren, waar onder de 3 Kolonellen, <span class="pagenum">[<a id="pb244"
+href="#pb244" name="pb244">244</a>]</span>2 Luitenant-Kolonels en 63
+Kapiteinen wierden gevonden.</p>
+<p>Den 13de van Augusty heeft de Heer Dirk Baard en Kapitein Hania,
+geleidende 450 mannen van de Friesche burgery, en met verscheidene
+vaartuigen omtrent Blanckenham landende, Blokzyl vermeestert: de
+burgery van binnen had een goed gesprek met dezelve, en opende de
+poorten, ter beschaaminge van geheel Overyssel. Aanmerkelyk was
+&rsquo;t, dat, terwyl de vyanden de zuiderpoort uitvluchten, zekere
+Mennoniet veelen van dezelve in zyn huis riep, zeggende, dat zy zich
+alle aldaar voor de eerste oploopentheid der Friesen konden verbergen,
+en leverde alzo by de 70 Bisschopsche soldaaten in handen van de onzen
+gevangen.</p>
+<p>Den 2den van September, als de Kuinder, door het overgaan van
+Blokzyl, nu van toevoer afgesneden was, heeft Kapitein Holbarent, met
+240 mannen, een aanval op dezelve gemaakt, met gering verlies van volk,
+alzo de Bisschopschen, schoon 250 mannen sterk, na eenige weinige
+tegenstand, de vlucht namen; achterlaatende eenigen buit, een karos en
+gespan van 6 paarden, en 28 gevangenen: zynde hunne voornaamste roof al
+te vooren weggepakt.</p>
+<p>Van den eersten September af begonnen de Groningers ook hunne handen
+ruim te krygen. En alles van binnen wel bestelt hebbende, heeft de
+Overste Jorman, met 2000 mannen, zo voetvolk als ruitery, Winschooten
+<span class="pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245" name=
+"pb245">245</a>]</span>vermeestert. Waar op de vyand, door vreeze, de
+Winschooterschans, Zyl, &rsquo;t Huis te Wedde, en Brugschans aanstonds
+heeft verlaaten.</p>
+<p>Tusschen den 8 en 9de van September, zyn de Bisschopschen, met een
+groote furie, tot driemaalen in die zelve nacht, op de Schans van
+&rsquo;t Heerenveen aangevallen; doch telkens manmoedig afgeslagen,
+alhoewel daar eene kleene bezetting in lag: hebbende de onzen voorheen
+een Ritmeester, een Luitenant, een Cornet, en 4 ruiters gevangen
+bekomen.</p>
+<p>Den 17de van October is de Oude Schans door de Groningers, onder het
+commando van den Oversten Eybergen, wederom belegert, en met grof
+geschut beschooten. De belegeraars maakten zeer kort zo een
+benaauwtheid, door hun sterk schieten, in deze schans, dat die van de
+Nieuwe Schans, versterkt zynde met veel volk uit Munsterland, afquamen
+om de belegerden te ontzetten. Doch Eybergen wierd zulks tydig gewaar,
+zendende derhalven 250 mannen, onder het commando van den Oversten
+Wachtmeester Wyllers, met twee stukken kanon vooraan, hun tegen,
+stellende hen by Stoksterhorn in slagordre. Hier op quamen de vyanden,
+omtrent 1500 mannen sterk zynde, den 25ste van October op hen los: maar
+Wyllers hen zeer na onder het geschut laatende komen, deed hy tot twee
+keeren een generaale losbrandinge onder de vyanden; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246" name="pb246">246</a>]</span>waar
+door zy ten eenemaal in confusie de vlugt namen, wordende veele
+Bevelhebbers en soldaaten doodgeslagen en eenige gevangenen mede
+gevoert.</p>
+<p>Daar na verzogten die van de Oude Schans op den 27ste dezes te
+capituleren: &rsquo;t welk den zelven avond noch wierd geslooten;
+wordende de plaats voort des anderendaags met 7 vendelen Staatsche
+troupen bezet.</p>
+<p>Den 26ste van December heeft de Gouverneur Rabenhaupt, na dat hy
+alles, wat tot den aanslag op Koeverden noodig was, had laten
+vervaardigen, en waar toe een harde vorst, daar op een haastigen dooy
+en zwaare nevel, hem grootelyks bevoordeelde, deed hy het ys in de
+gragten om Groningen opbreeken. Hy gaf het opperbevel aan den Kolonel
+Eybergen; dat van het voetvolk aan den Oversten Wachtmeester Wyllers;
+en dat van de ruiterye aan den Majoor Jan Hendrik Sikkinge. Voorts liet
+hy de konstapels en grenadiers aannaderen, en het overige van het
+kleine leger, dat niet boven de 400 paarden en 1000 voetknegten sterk
+was, begaf zich in aantocht op den 27ste der maand. Den 30ste dezes,
+des morgens ten 3 uuren, quamen zy voor Koeverden, en verdeelden zich
+in drie ligchaamen, ieder op zyn bestemde post. God gaf, om den aanslag
+te begunstigen, met het aanbreken van den dag zo een zwaare mist, dat
+de geene, die malkanderen aanraakten, zich niet konden onderscheiden.
+Zy naderden daar op tot <span class="pagenum">[<a id="pb247" href=
+"#pb247" name="pb247">247</a>]</span>aan de conterscharp, zonder
+ontdekt te worden; maar door de biesbruggen over de gragt te leggen,
+wierdenze van de schildwacht ontdekt; die daar op alarm maakte. Voorts
+quam de bezettinge in de wapenen, en gaven dapper vuur van de wallen.
+Doch dit weerhield de bespringers niet, van tot aan de afschutzels en
+stormpaalen van de conterscharp te geraaken, die zy met bylen omverre
+hakten.</p>
+<p>Hier op wierden de wallen, doch met groote moeite en verlies van hun
+volk, beklommen; zy geraakten &rsquo;er op, en overweldigde den vyand
+met het rapier in de vuist, en wierden meester van de poorten des
+kasteels. Hier op overstelpte de vreugde de overwinnaars zodanig, dat
+de Bevelhebbers, in hunne eerste ontmoetinge op &rsquo;t kasteel,
+geheel als verstomd waren: tot dat eene, als uit verrukkinge van zinnen
+opryzende, zeide: <i>Wel hoe is het mogelyk!</i> Waar op dezelve zeer
+wel voegende ten antwoord kreeg: <i>Dit is niet anders als Gods
+hand.</i></p>
+<p>De Gouverneur Jan de Mooy wierd &rsquo;er gedood, na dat hy zyn
+plicht als Commandant zeer wel had waargenomen. Maar door zyn verlies
+liet de bezettinge de moed zakken, waar van &rsquo;er 700 weerbaare
+mannen in gevonden wierden; die daar na zagen, datze door de groote
+meenigte hunner vyanden overmand waren, liepen &rsquo;er 200 de poort
+uit; omtrent 150 zyn &rsquo;er gesneuvelt, en de rest lieten het geweer
+vallen, en wierden <span class="pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248"
+name="pb248">248</a>]</span>ten getalle van 400 tot krygsgevangenen
+gemaakt, en in de kerk geslooten: ondertusschen stonden de overwinnaars
+de soldaaten toe de plaats te plunderen; alwaar zo wel de soldaaten als
+Officieren grooten buit bequamen; hebbende van hun kant in &rsquo;t
+bespringen omtrent 60 mannen verlooren.</p>
+<p>Deze buitengewoone daad trok de Hollanders, die onder het gebied der
+Staaten, in een tyd dat Ne&ecirc;rland overweldigt scheen te worden,
+uit hunne algemeene verslagentheid.</p>
+<p>En veele zullen &rsquo;t noch indachtig zyn, hoedanig die
+overwinning de gemoederen in Friesland en Groningen ontroerde, en van
+vreugde veelen de traanen uit de oogen deeden barsten.</p>
+<p>De Gouverneur Rabenhaupt wierd daar op van de Staaten, behalven
+Luitenant-Generaal dezer Provintie van Groningen en Ommelanden, en van
+Gouverneur der stad Groningen, met het Drossaartschap van het Landschap
+Drenth en Gouverneur van Koeverden begiftigt. De Kolonel Eybergen wierd
+Commandant binnen Koeverden, en Meester Meyndert van Thynen, die als
+voornaamste wegwyzer der bespringers had gediend, wierd aldaar tot
+Generaal-Commies gemaakt.</p>
+<p>Van dien tyd af hebben de Groningers in &rsquo;t Graafschap Benthem,
+Twenth, en tot onder Zwol en Deventer gestroopt; haalende van daar
+gestadig veel roof, en met veele gelukkige schermutselingen op de
+Bisschopschen. <span class="pagenum">[<a id="pb249" href="#pb249" name=
+"pb249">249</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1673 is &rsquo;er een vuur van oneenigheid opgeborsten
+uit de gemeene beroeringen des volks tusschen de Heeren der Regeeringe,
+die van de Gemeente zeer mistrouwd wierden, en dat al in &rsquo;t einde
+van &rsquo;t verloopene jaar had beginnen te smeulen. De oude en nieuwe
+Regeeringe wierd elk byzonder gehandhaafd, beide de Souverainiteit en
+Oppergezag der Provintie vertoonende, de eene te Leeuwarden en de
+andere te Sneek vergaderende, en neemende strydige besluiten tegen
+malkanderen, zonder malkanderen te kunnen verstaan; dat zeer schadelyk
+voor de Provintie was. Doch wierd gemeld verschil eindelyk weder door
+Gelastigden van hunne Hoog Mogenden en den Heer Stadhouder, als
+bemiddelaars, bemiddelt.</p>
+<p>In &rsquo;t begin van &rsquo;t jaar, in January, bequam de Overste
+Ailua, in een hevige schermutzeling tegen den Graave van der Lip, twee
+trompetten en een vendel, die hy den Prins van Oranje vereerde.</p>
+<p>In February quam &rsquo;er een gerucht, als of de Munsterschen een
+inval op Friesland voorgenomen hadden: waar op een goed getal krygsvolk
+uit Holland wierd overgescheept.</p>
+<p>In April hebben de Heeren Staaten, ten Landsdage vergadert zynde,
+beslooten, hoedaniger wyze men het Land zoude onder water zetten,
+indien een hoogdringende nood zulks vereischte: als mede om aan
+&rsquo;t Heerenveen een schans te doen opwerpen, tot verzekeringe van
+&rsquo;t Land. Voorts wierden <span class="pagenum">[<a id="pb250"
+href="#pb250" name="pb250">250</a>]</span>de overige posten wel
+verzekert, hebbende Prins Johan Maurits het Oppergezach over de
+Hollandsche krygslieden, Ailua over de Friesche, en Rabenhaupt over de
+Groningers.</p>
+<p>Den 29ste van April wierd een algemeen, opontbod der landzaaten en
+burgery gedaan; wordende ieder huisgezin belast, een weerbaar man,
+tusschen de 18 en 60 jaaren oud zynde, uit te leveren, en moetende
+binnen 14 dagen met snaphaanen en pieken gereed zyn; zullende ieder
+burger ter week 3 guldens soldy genieten.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd maakten de Friesche stroopers, uit het leger van
+den Oversten Ailua, dagelyks een goeden buit.</p>
+<p>Den 6de van Juny vertoonde zich Houttuin met 18 standaarden ruiters,
+en 1500 voetknegten, aan de post te Sonnega, welke hy opeischte: andere
+2000 ruiters, met eenige honderden voetvolk verzelt, wierden tusschen
+Steenwyk en Blesse ontdekt, waar van een groot gedeelte te paard, elk
+met een musquettier achter op, tot aan de Blesbrugge naderde: maar
+wierd, door de hulp van de ruitery van Wolvega en Oudeberkoop, rustig
+afgekeert. Waar op Prins Maurits met het gros van &rsquo;t leger, in
+meeninge hem op den weg naar Steenwyk te onderscheppen, is afgekomen:
+doch zy reeds te verre afgeweken zynde, zo zond hy eenig volk hen
+achter na; waar uit zy verstonden, dat het gemelde voetvolk, behalven
+de 2000 ruiters, <span class="pagenum">[<a id="pb251" href="#pb251"
+name="pb251">251</a>]</span>noch 1000 mannen sterk was. Van den vyand
+zyn twee Kapiteinen gedood, en 70 gequetsten wierden binnen Deventer
+gebragt. Na dit voorval deed Prins Maurits een ongemeenen iever, om het
+water in het land te doen loopen, dat door een sterken wind ook zeer
+schielyk voortging; en om het ingelaatene te bewaaren, liet hy een dyk
+in de Tjonger leggen: waar door het den vyand ondoenlyk wierd om ergens
+te kunnen doorbreeken. Ondertusschen quamen 3 geheele compagnien
+Munsterschen, met hunne Bevelhebbers, tot de onzen overloopen.</p>
+<p>Den 10de van Juny heeft Rabenhaupt de Nieuwe Schans, na dat hy
+dezelve den geheelen winter door geblokkeert had gehad, met geweld van
+wapenen aangetast. Hy trok te water met veel volk, geschut en voorraad,
+aan geene zyde, en posteerde zich op de Bonder dyk, en daar omtrent, om
+de schans van drie zyden aan te doen.</p>
+<p>De Bisschop van Munster deed aanstonds zyn uiterste best in &rsquo;t
+werk stellen, om de belegerden te ontzetten; zendende derhalven een
+Overste met 600 dragonders en 400 fantaisyns<a class="noteref" id=
+"xd20e3310src" href="#xd20e3310" name="xd20e3310src">97</a>, om het
+beleg door te breeken; doch wierden met groot verlies te rug gedreven.
+Overzulks wierd de belegeringe sterker voortgezet: zo dat de Bisschop
+voornam, tusschen den 29ste en 30ste van deze maand <span class=
+"pagenum">[<a id="pb252" href="#pb252" name="pb252">252</a>]</span>noch
+eene proef tot ontzet van deze plaats te neemen, en met een macht van
+3500 mannen de post by Bonda te overvallen; meenende langs een nieuwe
+passagie door &rsquo;t moeras heen eenige vyandlyke troupen af te
+snyden: doch Rabenhaupt zulks tydig gewaar wordende, zond aanstonds 9
+vendelen, onder het commando van een Majoor, derwaards; die te zamen
+den vyand niet alleen afgekeert, maar hun zelfs met een groote furie
+hebben op de vlugt gedreven, laatende wel 300 zo dooden als gequetsten
+achter.</p>
+<p>Daar na, op den 18de dito, eischte Rabenhaupt de schans op: doch
+kreeg tot antwoord: <i>Dat de Ravens dien Winter daar niet nestelen
+zouden</i>. Hier op deed zyn Excellentie den Luitenant-Kolonel Tamminga
+met zyn krygsbenden aannaderen, en tusschen den 21ste en 22ste de
+aldaar leggende redoute aantasten. Des nachts ten een uur ging de
+attaque aan, die zo sterk wierd voortgezet, datze, na eenigen
+tegenstand, dezelve veroverden; vlugtende de Munsterschen met de
+uiterste verbaastheid langs de conterscharp naar de schans: maar de
+Staatschen volgden hen op de hielen, datze met hen in de poort, en
+vervolgens in de schans geraakten; hoewel zeer weinigen in &rsquo;t
+getal, dewyl zy door de engte van de passagie, maar eene t&rsquo;effens
+konden voortgaan: doch de vyand door deze onverhoedsche overval
+nochtans verbaast zynde, denkende dat de geheele macht van de
+Staatschen <span class="pagenum">[<a id="pb253" href="#pb253" name=
+"pb253">253</a>]</span>binnen quam, wierpen de wapenen ne&ecirc;r en
+riepen om quartier, terwyl Rabenhaupt, niet weetende van dit vervolg,
+noch dapper op de schans schoot, daar ze al gewonnen was. Dat het meest
+te verwonderen is, is dat niet meer als twee mannen van de Staatschen
+in dit stormen zyn gebleven.</p>
+<p>Den eersten van July quam Johan Maurits, vergezelt met de Heer
+Scheltinga, Gedeputeerde, en den Oversten Ailua, geleidende een hoop
+volk van 3000 ruiters, en 600 voetknegten, by zich hebbende 4
+veldstukken, van &rsquo;t Heerenveen, door Dieveren, om de
+Munsterschen, leggende tusschen de Wyk en Staphorst, achter een
+borstweering en schansje, doch zonder geschut, te vernestelen: als de
+dragonders den aanval deeden, zo wierd des vyands Overste Post gewond
+en gevangen, en op zyn woord van eer naar Hasselt gelaaten, neemende de
+overigen de vlucht: die door de achterlaage gekeert zouden zyn geweest,
+by aldien de bestelde 800 mannen uit Blokzyl, ter bestemder tyd op weg
+zynde, die van Hasselt naar &rsquo;t Rooveen legt, had kunnen
+tegenwoordig zyn. Van den vyand wierden &rsquo;er 20 by de onzen
+gevangen genomen, waar onder 10 Bevelhebbers, en 17 of 18 gedood. De
+onzen hebben 2 dragonders by misverstand geschooten.</p>
+<p>Den 3de van Augusty hebben eenige dragonders de brandwacht der
+Bisschopschen, bestaande in 18 ruiters, van tot onder Steenwyk
+<span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254" name=
+"pb254">254</a>]</span>weggehaalt, en in het leger op &rsquo;t
+Heerenveen gebragt.</p>
+<p>Den 5de van Augusty zyn 7 vyandlyke ruiters, met hunne volle
+wapenrustinge, mede ingehaalt.</p>
+<p>Den 25ste van Augusty zyn over de 8000 vyandlyke voetknegten, en 100
+cornetten of standaarden ruitery, van Steenwyk uittrekkende, op
+Friesland aangekomen, die zich in zo veele benden afdeelden, dat zy de
+schansjes by Meldam, als Blesbrug, Bekaf, Donkerbroek, Makkinga en
+Wolvega, die maar bequaam waren om de huislieden voor strooperyen te
+beschermen, te gelyk konden bespringen: omtrent 1000 paarden en een
+regiment dragonders, quamen, onder &rsquo;t beleid van Houttuin op
+Blesbrugge aanzetten, en anderen op Bekaf; &rsquo;t was een Mornas, die
+de zynen door Makkinga, Donkerbroek en Nyjeberkoop, op Wolvega
+aanvoerde, alwaar de Overste Ailua het gezach voerde over 6 regimenten,
+als 3 te paard, 2 te voet en een dragonders.</p>
+<p>Als Prins Maurits bemerkte, dat &rsquo;s vyands voornemen was, om
+alle het bovengemelde van &rsquo;t Heerenveen af te snyden, zo
+verwittigde hy den Overste Ailua en anderen, om gelykelyk naar &rsquo;t
+Veen af te deinsen. Middelerwyl ontmoete de Graave van Dona met zyn 200
+soldaaten, op de heide van Meldam 150 vyandelyke ruiters, waar mede hy
+een schermutseling hield, en schooten 26 Bisschopschen onder de voet,
+benevens <span class="pagenum">[<a id="pb255" href="#pb255" name=
+"pb255">255</a>]</span>2 Bevelhebbers, waar van hy de eene, een
+Ritmeester zynde, met eigener piek doode. De onzen dus naar &rsquo;t
+Veen de wyk genomen hebbende, zo wierden aanstonds eenigen naar de
+Jouwer, en anderen naar Gordyk gezonden. Van waar 60 mannen, den vyand,
+die over de Veenen meenden te komen, wierden tegengestelt; en met
+dezelve in schermutseling geraakende, liet de vyand 14 dooden, 25
+gemeenen en 4 Bevelhebbers, als gevangenen na. Een andere party van 30
+mannen, vervielen in handen van den vyand: als ook een brandwacht van
+15 dragonders achter Bekaf.</p>
+<p>De Bisschopschen dus nu de voet al te Schoot hebbende, konden wel
+ligt het Heerenveen trachten te overweldigen, om zo voort Friesland in
+te trekken, alzo zy wagens mei stroowerk mede voerden, om de gragten te
+kunnen vullen: waarom de Staaten van Friesland alomme de uitgeloote
+manschap, ten spoedigste, zo by nacht als dag, derwaards deed
+pressen.</p>
+<p>Ondertusschen zo stelden zich de Bisschopschen als roofzieke wolven
+aan, in &rsquo;t uitplonderen der onweerbare landzaaten: dat in die
+gewesten weder een groot vluchten veroorzaakten.</p>
+<p>Den eersten September vertrokken zy, hebbende wel 600 mannen laaten
+zitten, zonder iets merkwaardigs uitgevoert te hebben; als dat zy het
+bederf van die boeren wat verhaastenden. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb256" href="#pb256" name="pb256">256</a>]</span></p>
+<p>Den eersten October is de dyk, die de Bisschop van Munster met veele
+kosten over de Vecht gemaakt had, en meer als derdehalf uur gaans lang
+was, alleen om Koeverden door water te benaauwen, door een stormwind
+weggespoelt: waar door omtrent 1400 menschen verdronken. &rsquo;t Is
+aanmerkelyk, dat dit geschiede juist op dien tyd, als men op &rsquo;t
+Heerenveen raadpleegde, om die te overweldigen, en reeds daar toe al
+3000 Friesche burgers om de grenzen, als &rsquo;t Veen en andere te
+bezetten, waren uitgezonden.</p>
+<p>Als de Prins, met de Keizersche en Spaansche Bondgenooten den vyand
+buiten &rsquo;t Land lokte, om van krygsbodem te veranderen, in
+&rsquo;t Sticht Keulen en elders waren ingevallen; zo wierden de
+Franschen daar door genoodzaakt, hunne veroverde plaatzen weder te
+verlaaten, gelyk zy dit jaar alles verlieten, behalven de Graaf.</p>
+<p>In den jaare 1674, den 10de van February, is er vrede gemaakt
+tusschen den Koning van Engeland, en de Staaten Generaal, welke den 9de
+van February, oude styl, te Londen van gemelden Koning wierd
+geteekent.</p>
+<p>Den 12de Maart zijn de Bisschopschen, omtrent 1000 mannen sterk,
+over de hartgevroorene moerassen, by &rsquo;t klooster ter Appel, in
+Groningerland gevallen, plonderende te Winschooten en daar omtrent.
+Waar op Rabenhaupt Nyjenhuys met stormen, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb257" href="#pb257" name="pb257">257</a>]</span>en andere steden met
+bezettinge innam, en maakte Twenthe geheel zuiver en vry.</p>
+<p>De Bisschop sloot ondertusschen den vrede met den Keizer, die te
+Keulen den 11de van April wierd geteekent: als mede daags daar aan met
+de Heeren Staaten Generaal. In de Meymaand volgde de Bisschop van
+Keulen mede. Waar op zy de overheerde plaatzen, die ze zoo schielyk
+hadden overrompelt, noch haastiger weder moesten ontleedigen: en
+&rsquo;t geen zy zo greetig hadden ingeslokt, in weedom van hunne
+harten, weder uitbraaken. En alzo zijn de drie verloorene Provintien
+wederom aan de andere gehegt, en de bundel der Zeven Pylen weder te
+zamen gebonden.</p>
+<p>In den jaare 1675 was &rsquo;t een felle en lange winter; zo dat
+laat in &rsquo;t voorjaar, van Harlingen naar Enkhuizen, over de
+Zuider-Zee, veele menschen met geheele gezelschappen, en beesten op
+&rsquo;t ys overtrokken: ja eenigen hadden in &rsquo;t laatst van April
+noch op &rsquo;t ys gestaan.</p>
+<p>In Maart, hebben de Friesen, overwegende beide de loffelyke daaden
+en voorzorge van &rsquo;t Huis van Nassau, en in &rsquo;t byzonder de
+groote gevaaren, die zyn Vorstelyke Doorluchtigheid, onze Heer
+Stadhouder, in groote manhaftigheid, had ten dienste van &rsquo;t
+gemeen uitgestaan in de laatst voorigen slag in Henegouwen tegen de
+Franschen, het Stadhouderschap hem erflyk opgedraagen: alle de Heeren,
+zo van &rsquo;t Land als <span class="pagenum">[<a id="pb258" href=
+"#pb258" name="pb258">258</a>]</span>Steden, leverden daar toe om de
+eerste te zijn, te meer, alzo de Hollanders den Prins van Oranje mede
+tot Erfstadhouder van hunne Provintie hadden aangenomen.</p>
+<p>In het zelve jaar, den 12de van Augustij, is te Koeverden overleden
+Karel Rabenhaupt, Baron van Zucha en Crombach, Luitenant-Generaal der
+Vereenigde Nederlanden, wegens de Provintie van Stad en Lande,
+Gouverneur van Groningen, mitsgaders Drossaart van &rsquo;t Landschap
+Drenth, en Gouverneur der fortresse Koeverden: zijnde een krijgsman
+geweest van een zonderling beleid en dapperheid. Tot &rsquo;s mans lof
+heeft G. Bidloo, dit volgende bij zijne afbeeldinge gestelt:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Dit &rsquo;s <span class="sc">Rabenhaupt</span>, die
+Dorsten won,</p>
+<p class="line">Die Nuis en Lingen temmen kon;</p>
+<p class="line">Die Karel, die Lamboy versloeg,</p>
+<p class="line">Van Groeningen den Bisschop joeg;</p>
+<p class="line">En knoopte aan zyn legerkrans</p>
+<p class="line">Van Koeverden, de Nieuwe Schans.</p>
+<p class="line">Zo waakt zyn&rsquo; staatzorg, deugd en hand</p>
+<p class="line">Ten dienst van &rsquo;t Volk, en Kerk en Land.</p>
+<p class="line">Zyn&rsquo; dapperheid is uit zyn weezen</p>
+<p class="line">Zo wel, als uit zyn&rsquo; kling te leezen<a class=
+"noteref" id="xd20e3394src" href="#xd20e3394" name=
+"xd20e3394src">98</a>.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Als &rsquo;er tusschen den 26ste en 27ste van
+October, met een noordweste wind, veele dyken, door de felle aanpersing
+van &rsquo;t water, <span class="pagenum">[<a id="pb259" href="#pb259"
+name="pb259">259</a>]</span>waren doorgebrooken, leeden die van
+Friesland mede geen kleene last: want een gat van 30 roeden brak by
+Staveren, en omtrent by Molkwerren was het niet veel kleender, zo dat
+die geheele landstreek blank van &rsquo;t zeewater stond: ook was
+&rsquo;er een gat van 30 roeden breed en zeer diep, by Zwartsluis.</p>
+<p>In het jaar 1676 was men bezig om op de vredehandeling der
+Europische Prinsen, die in &rsquo;t voorgaande jaar te Nieumegen was
+begonnen, alle geschillen, door welke Europa in de grootste verwerringe
+gebragt was, te beslechten; terwyl de geweldige oorlogstrompetten noch
+al geen minder krygstoerusting verkondigden, als voorheenen. Doch de
+sterke rustgeevende Vredevorst gaf hier toe, dat uit het blaakend
+oorlogsvuur schielyk ontsproot de heilzaame en zegenryke hoorn des
+vredes: en dus wierd de roemruchtigste Vryheid der Friesen weder als
+herbooren, en zy eindelyk verlost van de slaavernye des
+duivels<a class="noteref" id="xd20e3403src" href="#xd20e3403" name=
+"xd20e3403src">99</a>.</p>
+<hr class="tb">
+<p>In den jaare 1677 zyn de opgerezene staatsgeschillen tusschen
+Groningen en de Ommelanden, door de Heeren Staaten Generaal
+<span class="pagenum">[<a id="pb260" href="#pb260" name=
+"pb260">260</a>]</span>weder beslegt geworden; gelyk mede te
+Deventer.</p>
+<p>In den jaare 1678, den 15de van February, is te Groningen de
+Landsdag weder aangevangen, na dat de Heere Osebrand Rengers van zyn
+zesjaarige gevangenis was ontslagen en herstelt.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 10de van Augusty, is te Nieumegen, de vrede
+tusschen den Koning van Vrankryk en de Staaten Generaal geslooten.</p>
+<p>In den jaare 1679, den 10de van April, stond Albertina Agnes, moeder
+van den Stadhouder Hendrik Kasimier, nu 20 jaaren oud zynde, haare
+Voogdye af, en vertrok naar haare landgoederen in Duitschland.</p>
+<p>In den jaare 1681, den 2de van Augusty, zyn te Groningen vier ringen
+aan alle kanten van de zon gezien, en eenigen verhaalen, dat diergelyke
+zich mede te Rome en Tubingen hebben vertoont.</p>
+<p>In den jaare 1682, in May, is in Groningerland en Oostfriesland een
+zeer hevige veeziekte geweest, waar door veel rundvee is gestorven:
+doch op &rsquo;t uitgaan van het jaar is de sterfte weder
+opgehouden.</p>
+<p>Den 4de van November is Grietzyl, in Oostfriesland, door de
+Baandenburgsche soldaaten overrompelt, die zich naderhand aldaar ook
+hebben ne&ecirc;rgelegt, als ook te Norden en Embden.</p>
+<p>In den jaare 1683, in November, is de Erfstadhouder van Friesland,
+Hendrik Kasimier, <span class="pagenum">[<a id="pb261" href="#pb261"
+name="pb261">261</a>]</span>en zyne Gemaalinne Amelia, te Leeuwarden,
+met staatsiewagens en vertooningen, nevens een groot en prachtig
+vuurwerk, ingehaald: doende, eenige dagen daar na, zynde den 17de van
+September, ook zyne intrede binnen Groningen.</p>
+<p>In den jaare 1686, in July, overleed de jonge Prins van Nassau, zoon
+van den Erfstadhouder van Friesland, enz.; en omtrent een maand daar na
+beviel de Vorstinne weder van een jongen Prins.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 22ste van November, wierd Groningerland, door
+een afgrysselyke watervloed aangetast, al het omleggende land
+overdekkende; waar door veele menschen en beesten het leeven verlooren.
+Het getal der verdronkene menschen beliep 1558, geheel weggespoelde
+huizen 631, en de zeer beschadigden 616, de verdronkene paarden 1387 en
+de koeyen 7861.</p>
+<p>In den jaare 1687, den 2de van May, overquam Groningen een tweede
+ramp, door een schrikkelyke brand in de Veenen van Sapmeer, Wildervank
+en Pekel A, waar door alle de gegravene turf tot duizende van vuuren,
+eenige huizen en schepen verbranden, en de schade op eenige tonnen
+gouds wierd geschat.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 14de van Augusty, is de Prins Jan Willem
+Friso, te Dessau gebooren.</p>
+<p>In den jaare 1688, den 11de van November, deed Prins Willem van
+Oranje die <span class="pagenum">[<a id="pb262" href="#pb262" name=
+"pb262">262</a>]</span>vermaarde overtocht naar Engeland; landende met
+zyn byhebbende krygsbenden den 15de dezer in de haven van Torbay.</p>
+<p>In den jaare 1689, den 11de van April, is de Prins van Oranje,
+Willem, nevens Maria, zyn Gemalinne, te Londen met de gewoonlyke
+plechtigheden gekroont als Koning en Koninginne van Engeland.</p>
+<p>In den jaare 1690, den eersten van July, geschiede het bloedige
+gevegt in de vlakte van Fleury, door de Franschen onder Luxenburg, en
+de Geallieerden onder Waldek; waar van &rsquo;t we&ecirc;rzyds verlies
+op 16000 mannen wierd begroot.</p>
+<p>In den jaare 1691, den 5de van February, is Koning Willem in
+&rsquo;s Gravenhaage met zeer groote vreugde en eerteekenen, door
+praalpoorten, vol geschilderde zinnebeelden, opgehaalt en naar het Hof
+gevoert.</p>
+<p>In den jaare 1692, den 3de van Augusty, sloeg het voetvolk der
+Geallieerden, onder den Hertog van Wirtenberg, tegens de Franschen
+onder Luxenburg, by Steenkerken, doch met weinig voordeel.</p>
+<p>In den jaare 1693, den 29ste van July, geschiede het gevegt by het
+dorp Landen, tusschen de Geallieerden, onder Koning William en
+Keur-Beyeren, en de Franschen onder Luxenburg, 80000 tegens 40000
+mannen: dus schade aan we&ecirc;rszyden.</p>
+<p>In den jaare 1694, den 15de van Augusty, wierd te Groningen
+gejubileert van des stads overgang voor 100 jaaren aan der <span class=
+"pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263" name=
+"pb263">263</a>]</span>Staaten zyde, door het beleid van Prins Maurits
+en Graaf Willem van Nassau; ook datze de Gereformeerde Religie aannam;
+by welke gelegentheid ook medaillien geslagen wierden; waar op
+staat:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Des Prinsen zwaard, met Godes arm,</p>
+<p class="line">Bragt Paap en Spanjaard in alarm,</p>
+<p class="line">Als leugen voor het licht verdween,</p>
+<p class="line">Wier zuivre glans in templen scheen.</p>
+<p class="line">Een regte vreugd voor klein en groot,</p>
+<p class="line">Die Groningen sluit in haar schoot.</p>
+<p class="line">Dit heeft des Heeren hand gedaan,</p>
+<p class="line">En deze Penningen doen slaan.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">In den jaare 1695, den 7de van January, is de
+Koninginne van Engeland, Maria Stuart, eene zeer deugdzaame Prinsesse,
+te Londen overleden.</p>
+<p>In den jaare 1696, den 25ste van Maart, overleed te Leeuwarden
+Hendrik Kasimier, Stadhouder van Friesland, enz., aan een borstquaal;
+nalaatende een zoon en eenige dochters. Tot wiens lof L. Smids
+zegt:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line xd20e2637">&rsquo;t Was Frieslands Stedevoogd, Vorst
+Willems Bloedverwant,</p>
+<p class="line">Zoon, Neef en Naneef van drie nooit volpreezen
+Helden,</p>
+<p class="line xd20e2637">Gedrochtetemmers in &rsquo;t ontroerde
+Nederland,</p>
+<p class="line">Die, zich, gelyk een wal, voor haat en outer
+stelden:</p>
+<p class="line xd20e2637">Doch dit Geboorterecht nam Hendrik geenzins
+aan,</p>
+<p class="line xd20e2637">Maar stond na heldenroem, door eigene
+oorlogsda&ecirc;n.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb264" href="#pb264" name=
+"pb264">264</a>]</span></p>
+<p>In dit zelve jaar, den 24ste van May, is op Oranjewoud, in
+Friesland, overleden Albertina Agnes, moeder van den overledenen
+Stadhouder, en dochter van Frederik Hendrik, Prins van Oranje, in den
+ouderdom van 62 jaaren. En in de maand van Augusty, is Amelia, weduwe
+van Hendrik Kasimier, Erfstadhouder van Friesland, enz., te Leeuwarden
+van eene Prinsesse bevallen.</p>
+<p>In den jaare 1697, den 20ste van September, is de algemeene vrede op
+het huis Nieuburg, te Ryswyk, by &rsquo;s Gravenhaage, geslooten,
+tusschen Engeland, Vrankryk, Spanje, het Duitsche Ryk en de Vereenigde
+Nederlanden; zynde hier over den 6de van November alomme vreugdevuuren
+aangestoken.</p>
+<p>In den jaare 1698 zyn de sterke fortificatiewerken, aan de zuidkant
+buiten Groningen, door den Generaal Koehoorn begonnen; en na eenige
+jaaren met zeer vaste muuren opgemetzelt, en de halvemaanen of bastions
+met bruggen en poorten voorzien.</p>
+<p>In den jaare 1699, den 15de van November, is in Oostfriesland een
+hooge watervloed ontstaan, waar door groote schade geschiede: want de
+nieuwshermaakte dyk, om &rsquo;t dorp Gerdsweer, wierd byna geheel
+vernielt; zes huizen spoelden geheel weg, eenigen wierden beschadigt,
+en veele beesten zyn verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1700, den 27ste van November, heeft de Koning van
+Sweden, Karel <span class="pagenum">[<a id="pb265" href="#pb265" name=
+"pb265">265</a>]</span>de XIIde, met 12000 mannen geoeffende troupen,
+80000 Moskovieters verslagen, op de vlugt gedreven, en aldus de stad
+Nerva geweldiger hand ontzet.</p>
+<p>In den jaare 1701, in het begin, namen de Franschen alle de steden
+van de Spaansche Nederlanden in bezettinge; waar op de toebereidzels
+ten oorlog door den Keizer wierden gemaakt.</p>
+<p>Den 28ste van May trokken de Keizerschen, met groote moeite en
+zwaaren arbeid, over het Alpische gebergte, in Tirol, maakende
+vervolgens in Italien een doortogt met de degen in de vuist.</p>
+<p>In den jaare 1702, den 19de van Maart, is Willem de derde, Koning
+van Engeland, te Kensington overleden; zynde op de jagt met zyn paard
+gestruikelt, waar door hy het sleutelbeen brak; wordende op den 23ste
+van April daar aan volgende, in de Kapel van Westmunster, zonder
+uiterlyke pracht, begraven. Hy wierd in de regeeringe opgevolgt door
+Prinsesse Anna, Gemaalinne van Prins Georg van Denemarken.</p>
+<p>Den 15de van May wierd byna overal de oorlog tegens den Koning van
+Vrankryk gepubliceert.</p>
+<p>Den 11 de van Juny, hebben die van Nieumegen, met een groote
+dapperheid, der Franschen hevige aanval, onder den Maarschalk de
+Bouflers, van hunne vestingen afgekeert en te rug gedreven.</p>
+<p>Den 16de dito is Keizerszwaard van de Geallieerden belegert en
+ingenomen. <span class="pagenum">[<a id="pb266" href="#pb266" name=
+"pb266">266</a>]</span></p>
+<p>Den 15de van Augusty heeft Prins Eugenius de Franschen met groot
+voordeel by Luzzara geslagen.</p>
+<p>Den 8ste van September won Keur-Beyeren Ulm, in Swabenland.</p>
+<p>Den 10de dito is Landau de Franschen ontweldigt; als ook den 23ste
+dito Venlo, en den 2de van October Stevenswaart.</p>
+<p>Den 7de van October wierd Roermond met geweld door de Geallieerden
+tot overgaaf gedwongen, en den 13de dito is Luyk door de burgers aan de
+Geallieerden overgegeven.</p>
+<p>Den 22, 23 en 24ste dito, wierd de Fransche Zilvervloot, by Vigos,
+door de Engelschen en Hollanders bemachtigt, geplondert, verbrand en
+geru&iuml;neert.</p>
+<p>In den jaare 1703, den 15de van February, is Rhynberg door de
+wapenen des Konings van Pruyssen bemachtigt; en omtrent dezen tyd
+Traarbach door Hessen-Kassel.</p>
+<p>Den 8ste van April won de Beyervorst Regensburg.</p>
+<p>Den eersten van May wierden de Polen door de Zweden, by Pultouw,
+geslagen: den 10de dito wonnen de Franschen Tongeren, en den 15de dito
+is Bon door de Geallieerden herwonnen.</p>
+<p>Den eersten van July geschiede het bloedig gevegt by Eekeren en
+Wilmerdonk, waar in de Hollandsche dapperheid in &rsquo;t byzonder
+heeft uitgeblonken; onaangezien de Generaal Obdam genoodzaakt geweest
+is naar Breda te vlugten. <span class="pagenum">[<a id="pb267" href=
+"#pb267" name="pb267">267</a>]</span></p>
+<p>Den 25ste dito is de stad Hoey den Franschen ontnomen.</p>
+<p>Den 4de van September is Trente door de Franschen gebombardeert, en
+Brizak door hun gewonnen; als mede den 27ste dito Limburg door
+Marlboroug bemachtigt.</p>
+<p>Den 14de van October wonnen de Zweden de stad Thoorn.</p>
+<p>Den 8ste van December trof een ysselyke zuidweste stormwind, zo te
+water als te lande, Engeland, Vlaanderen, Holland, Friesland, en meer
+aangrenzende gewesten, waar door veele ongelukken gebeurden.</p>
+<p>Den 16de dito is de stad Gelder door den Koning van Pruyssen
+verovert.</p>
+<p>In den jaare 1704, in February, wierd Prins Friso in Friesland
+geavanceert; verwekkende dit eenig misnoegen by zommige andere
+Provintien.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 27ste van Maart, overleed Menno Koehoorn, in
+&rsquo;s Gravenhage; zynde lang ziekelyk geweest, en over de 70 jaaren
+oud. J. de Recht heeft op zyn afbeeldzel dit eervaars toegepast:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Ziet hier een Held, beproefd in oorlogsblixem
+vlammen;</p>
+<p class="line">Die voor &rsquo;s Landt Vryheid spreekt uit monden van
+metaal;</p>
+<p class="line">Die &rsquo;t opgezwolle nat door dyken jaagd en
+dammen,</p>
+<p class="line">En &rsquo;s vyands krachten breekt door water, vuur en
+staal,</p>
+<p class="line">Den Vriessen Jupiter, die, met zyn donderslaagen,</p>
+<p class="line">Den Franssen Fa&euml;ton bonst uit zyn Zonnewagen.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Den 2de van July sloeg Marlboroug en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb268" href="#pb268" name=
+"pb268">268</a>]</span>Baden, in Beyeren, de Fransche en Beyersche
+krygsmacht, by den Schellenberg; en op den zelven dag is Brugge door de
+Geallieerden ook gebombardeert.</p>
+<p>Den 3de dito is door de Geallieerden Donawerth bemachtigt, en den
+11de dito Regensburg; als mede den 26, 27 en 28ste dito, de stad Namen,
+doch zonder voordeel, gebombardeert.</p>
+<p>Den 4de van Augusty heeft de Geallieerden vloot, onder
+Hessen-Darmstad, Gibralter bemachtigt; en den 13de dito hebben de
+Geallieerden, onder de Generaals Marlboroug en Eugenius, de Franschen
+en Beyerschen by Hogstet geslagen; zynde hun verlies wel op 40000
+mannen begroot.</p>
+<p>Den 18de van November wonnen de Geallieerden, onder den Erfprins van
+Hessen-Kassel, Traarbach.</p>
+<p>In den jaare 1705, den 5de van May, overleed te Weenen Keizer
+Leopoldus, oud zynde 65 jaaren; wordende van zynen zoon Josefus in
+&rsquo;t Keizerryk gevolgt.</p>
+<p>Den 5de van September zyn 96 schepen van de Groenlandsche vloot voor
+Delfzyl gearriveert, hebbende in alles gevangen 1100 vissen.</p>
+<p>Den 14de van October gaf Barcellona zich aan Koning Karel over. Ook
+is Stanislaus omtrent dezen tyd tot Koning van Polen verklaart en
+gekroont.</p>
+<p>In den jaare 1706, den 23ste van May, sloegen de Geallieerden, onder
+Marlboroug, <span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269" name=
+"pb269">269</a>]</span>tegens de Franschen, by Ramellies, en bequamen
+een roemruchtige overwinninge; waar op zich verscheidene steden in
+Braband en Vlaanderen hebben overgegeven. Den 6de van July wonnen de
+Geallieerden Oostende: den 22ste van Augusty Meenen; den 5de van
+September Dendermonde; en den 7de dito is Turin door Prins Eugenius
+gewapenderhand ontzet: en den 3de van October is Aath mede door de
+Geallieerden gewonnen.</p>
+<p>In den jaare 1707, den 16de van April, leeden de Geallieerden een
+groote ne&ecirc;rlaag in Spanje, by Almanza. Den 20ste van July, heeft
+de stad Napels, met haar drie kasteelen, zich aan Koning Karel
+onderworpen.</p>
+<p>In dit zelve jaar, in Augusty, is Johan Willem Friso, Stadhouder van
+Friesland, enz., getreden in zyn chargie als Generaal der Infantery of
+voetknegten. L. Smids, voegde dit onder zyn afbeeldzel:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Als Friesland zag het beeld van Frieso; reeds in
+&rsquo;t weezen</p>
+<p class="line">Oranjes yver en Nassouwers moed kon leezen</p>
+<p class="line">Zo sprak zy, (drukkende dit konststuk aan haar
+mond)</p>
+<p class="line">Wat schooner dag beloofd my zulk een morgenstond!</p>
+</div>
+<p class="firstpar">In den jaare 1708, in February, is zyne Hoogheid
+Jan Willem Friso, Prins van Oranje en Nassau, en der Friesen
+Erfstadhouder, door de Edele Groot Mogende de Heeren Staaten van Stad
+en Lande, tot Stadhouder over derzelver Provintie aangenomen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb270" href="#pb270" name=
+"pb270">270</a>]</span></p>
+<p>Den 5de van July is Gent en Brugge door de Franschen ingenomen; den
+11de dito zyn de Franschen door de Geallieerden, onder Eugenius,
+Marlboroug en Ouwerkerk, by Oudenaarden geslagen.</p>
+<p>In Augusty wierd aan Prins Friso het Oppergezach der belegeringe van
+Ryssel toevertrouwt, ondersteunt van Prins Eugenius; en wierd dit
+meesterstuk der krygsbouwkunde by verdrag gewonnen den 22ste van
+October, en &rsquo;t kasteel den 8ste van December. En den 30ste dito
+wierd Brugge den Franschen weder ontnomen.</p>
+<p>In den jaare 1709, den 4de van January, hebben de Franschen de stad
+Gent wederom verlaaten.</p>
+<p>Den 29ste van April is zyn Hoogheid Jan Willem Friso, Prins van
+Oranje en Nassau, met Prinsesse Maria Louisa, dochter van den Landgraaf
+van Hessen-Kassel, op het kasteel van Kassel met zeer groote
+plechtigheid getrouwt.</p>
+<p>Den 8ste van July wierd de Koning van Zweden, door de Moskovieters,
+in de Ukranie, by Pultowa, ten eenemaal geslagen: den 28ste dito is de
+stad Doornik aan de Geallieerden overgegaan: den 11de van September
+geschiede het wreede en bloedige gevegt der Franschen en Geallieerden
+by Malplaquet: en den 25ste dito wonnen de Geallieerden Bergen, in
+Henegouwen.</p>
+<p>In den jaare 1710, den 2de van January, is Prins Friso, nevens zyne
+Gemalinne, te <span class="pagenum">[<a id="pb271" href="#pb271" name=
+"pb271">271</a>]</span>Leeuwarden, met een buitengemeene staatsie
+ingehaalt. Als mede den 18de van Maart te Groningen.</p>
+<p>Den 25ste van Juny is Douay door de Bondgenooten verovert: den 28ste
+van Augusty Bethune: den 28ste van September St. Venant: den 8ste van
+November Arien.</p>
+<p>In den jare 1711, den 17de van April, is Keizer Josephus te Weenen
+overleden, oud zynde 33 jaaren.</p>
+<p>Den 14de van July, op den middag, is zyne Hoogheid, Prins Jan Willem
+Friso, Frieslands en der Groningers Stadhouder, in &rsquo;t overvaaren
+van &rsquo;t Hollandsche Diep, aan &rsquo;t Stryensche Sas, zeer
+ongelukkig verdronken; wordende deszelfs ligchaam door een schipper,
+van de Klundert komende, op den 22ste derzelver maand eerst gevonden en
+opgevischt, voorts haar Dordrecht gebragt, en aldaar gebalsemt, en
+vervolgens naar Leeuwarden gevoert: alwaar het op den 25ste van
+February 1712 met eene heerlyke doch droevige lykstaatie in &rsquo;t
+graf zyner Voorvaderen wierd bygezet.</p>
+<p>En in hetzelve jaar, den eersten van September, is de Prinsesse van
+Friesland, Weduwe van den Stadhouder, van een Prins bevallen, en
+genaamt Willem Karel Hendrik Friso, zynde de tegenwoordige Stadhouder.
+<span class="pagenum">[<a id="pb272" href="#pb272" name=
+"pb272">272</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e368" href="#xd20e368src" name="xd20e368">1</a></span> Deze zeer
+onbepaalde beschrijving van den alouden Staat der Provincie is in de
+Bijvoegsels en Aantt. aangevuld.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e378" href="#xd20e378src" name="xd20e378">2</a></span> De regering
+dezer Prinsen, zoo wel als die der opvolgende Hertogen en Koningen,
+behoort tot het fabelachtig gedeelte der Historie, welke ook met
+betrekking tot de gebroeders Friso, Saxo en Bruno (de laatste wordt
+hier niet gemeld) zeer verschillend wordt voorgedragen. Zie de Bijv. en
+Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e389" href="#xd20e389src" name="xd20e389">3</a></span> Verheerd,
+d.i. overwonnen, te onder gebragt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e394" href="#xd20e394src" name="xd20e394">4</a></span> Gevolg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e397" href="#xd20e397src" name="xd20e397">5</a></span> Als de
+zomer hoogde, d. i. in het midden van den zomer.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e417" href="#xd20e417src" name="xd20e417">6</a></span> Ook
+<span class="sc">Hamconius</span> en <span class="sc">Cappidus van
+Stavoren</span> beweren, dat er van Friso&rsquo;s tijd af een wapen
+heeft bestaan, hetwelk echter moeijelijk valt te gelooven, daar men het
+er voor houden moet, dat in den tijd der kruistogten, dus niet vroeger
+dan in het begin der XII eeuw, de familiewapens zijn uitgevonden. Men
+zie over dit onderwerp de Bijv. en Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e460" href="#xd20e460src" name="xd20e460">7</a></span> Over de
+groote en kleine Friesen zie Bijv. en Aantt. over den alouden staat van
+Friesland.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e465" href="#xd20e465src" name="xd20e465">8</a></span> In de
+Uitgave van 1677 staat: &ldquo;Waar van heedendaachs noch top, noch
+teil (tegel) te zien is.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e499" href="#xd20e499src" name="xd20e499">9</a></span> In de
+I<span class="corr" id="xd20e501" title=
+"Niet in bron"><sup>e</sup></span> uitgave staat: &ldquo;Heeft de
+Hertog hem bekeeven.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e522" href="#xd20e522src" name="xd20e522">10</a></span> Holle is
+Olennius. Zie Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e525" href="#xd20e525src" name="xd20e525">11</a></span> d. i.
+gedwongen om het beleg op te breken.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e539" href="#xd20e539src" name="xd20e539">12</a></span> Oxel,
+Oksel, holligheid onder den arm.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e554" href="#xd20e554src" name="xd20e554">13</a></span> Het Gods
+Hof of Aula Dei, kweekschool van Priesters, waarvan C. Stavriensis, S.
+Petri, Hamconius en anderen spreken. Zie Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e561" href="#xd20e561src" name="xd20e561">14</a></span> d. i.
+aangehitst, opgestookt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e586" href="#xd20e586src" name="xd20e586">15</a></span> Het
+beknopt Chronykjen van Friesland opgesteld en bijeenverzameld door
+<i>C. G. Jacoby</i>, Leeuwarden 1755, voornamelijk bestaande in een
+uittreksel van <i>Ocko van Scharl</i>, vermeld slechts vijf Prinsen,
+latende Adel en Ubbe buiten het spel, en springt dus een tijdvak van
+bijna twee eeuwen over.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e617" href="#xd20e617src" name="xd20e617">16</a></span> Lees
+Westerwierum.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e620" href="#xd20e620src" name="xd20e620">17</a></span> Lees:
+tusschen Almenum en Terschelling. Verg. <span class=
+"sc">Hamconius</span>, <i>Frisia</i>, <i>fol<span class="corr" id=
+"xd20e630" title="Niet in bron">.</span></i> 14, die deze
+gebeurtenissen van &rsquo;t Klif en der Meerminnen verhaalt, echter den
+Duivel buiten het spel laat.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e664" href="#xd20e664src" name="xd20e664">18</a></span> Bij andere
+Schrijvers <i>Basterd-Broeder</i> van Adelbold genoemd.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e683" href="#xd20e683src" name="xd20e683">19</a></span> Volgens
+anderen door <i>Tiete</i> of <i>Titus</i> zelf gebouwd.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e701" href="#xd20e701src" name="xd20e701">20</a></span> De oude
+Uitgave zegt: &ldquo;Met een gaar geraapten hoop.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e717" href="#xd20e717src" name="xd20e717">21</a></span> Dit
+geschiedde langs den geheelen Rijn tot aan de Noordzee, uit wantrouwen
+tegen de Germanen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e731" href="#xd20e731src" name="xd20e731">22</a></span> Over de
+verschillende gevoelens dezer benamingen hebben wij het noodig geacht
+in de Bijvoegsels het een en ander aan te stippen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e747" href="#xd20e747src" name="xd20e747">23</a></span> Engeren,
+Angeren.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e772" href="#xd20e772src" name="xd20e772">24</a></span> De
+Ezumazijl nabij Ezonstad, alwaar in den tijd van <i>Foeke Sjoerds</i>
+(Beschr. van O. en N. Friesland I. 240) nog eenige overblijfselen van
+te zien zoude geweest zijn. Zie verder Aant. op &rsquo;t jaar 339.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e782" href="#xd20e782src" name="xd20e782">25</a></span> Over de
+Geschiedenis der Gebroeders Hengst en Hors, die Brittanje zouden hebben
+veroverd, zijn de Geleerden het mede niet eens. Zie daarop de Bijv. en
+Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e809" href="#xd20e809src" name="xd20e809">26</a></span> &rsquo;t
+Kasteel Grunenberg of Gronenberg was de oudste Burgt, volgens de
+Friesche Overlevering, tusschen de Eems en het Vlie.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e821" href="#xd20e821src" name="xd20e821">27</a></span> Vergel.
+<span class="sc">Westendorp</span>, <i>Jaarboek van en over
+Groningen</i>, p. 24, op &rsquo;t jaar 409;&mdash;alsmede de
+beschrijving der vrije <span class="corr" id="xd20e829" title=
+"Bron: Schuilpaatsen">Schuilplaatsen</span> p. 110.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e862" href="#xd20e862src" name="xd20e862">28</a></span> Zie de
+Aantt. op &rsquo;t jaar 808.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e878" href="#xd20e878src" name="xd20e878">29</a></span> Vergel. p.
+23, waar ook van twee Lems of Willems gesproken wordt. Zie voorts Bijv.
+en Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e890" href="#xd20e890src" name="xd20e890">30</a></span> Uit hoofde
+van der Schrijveren verschil in de jaren, waarin de watervloeden hebben
+plaats gehad, hebben wij in de Aantt. eene opgave, zoo naauwkeurig
+mogelijk, geplaatst.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e902" href="#xd20e902src" name="xd20e902">31</a></span> Chlotarius
+II.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e913" href="#xd20e913src" name="xd20e913">32</a></span>
+<span class="sc">F. Sjoerds</span> voegt hierbij de woorden: <i lang=
+"fy">an fen dead wir libben werden!</i> <span class="sc">Schot.</span>
+<i>Fr. Hist.</i> heeft het tweeledig, zie p. 47 en 54.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e939" href="#xd20e939src" name="xd20e939">33</a></span> In de
+Uitgave van 1677 staat: &ldquo;naar den Franschen zin, En liet de
+Christenen vryjelijk toe.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e961" href="#xd20e961src" name="xd20e961">34</a></span> Pepyn van
+Herstal of de Dikke noemde zich Hertog en Prins der Franken, en was
+Groot-Hofmeester.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1004" href="#xd20e1004src" name="xd20e1004">35</a></span>
+Natuurlijke zoon van Pepyn; was Groot-Hofmeester.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1063" href="#xd20e1063src" name="xd20e1063">36</a></span> Van
+daar Sant Michiels dom genaamd.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1089" href="#xd20e1089src" name="xd20e1089">37</a></span> Men zie
+de Aant. op &rsquo;t jaar 830.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1116" href="#xd20e1116src" name="xd20e1116">38</a></span> Vergel.
+op &rsquo;t jaar 463.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1134" href="#xd20e1134src" name="xd20e1134">39</a></span>
+Godfried.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1137" href="#xd20e1137src" name="xd20e1137">40</a></span> Deze
+belasting heette <i>Klipschild</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1193" href="#xd20e1193src" name="xd20e1193">41</a></span> Deze
+togt geschiedde onder bevel van den Deenschen Koningszoon Hendrik. Van
+tijd tot tijd moest het handwerk van zeerooverij worden herhaald op
+alle kusten, om de jonge manschap te oefenen. Geloofwaardige Fransche
+Kronyken vermelden het verwoesten door de Noren in 837 van drie
+koopsteden: Antwerpen aan de Schelde, Witha of Wintland aan den mond
+der Maas, en Groningen aan de Eems. <span class="sc">West.</span>
+<i>Jaarb.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1204" href="#xd20e1204src" name="xd20e1204">42</a></span> Men zie
+Aant. op &rsquo;t jaar 830.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1211" href="#xd20e1211src" name="xd20e1211">43</a></span> Zijn
+zoon Lodewijk, bijgenaamd de Duitscher, volgde hem op.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1229" href="#xd20e1229src" name="xd20e1229">44</a></span> Thans
+was Lodewijks zoon, Lodewijk de jonge, Heer der Friesche Landen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1237" href="#xd20e1237src" name="xd20e1237">45</a></span>
+<span class="sc">Winsemius</span>: <i>Haadet goede wacht tyen da
+Nordera oordt, Want vuyt da Grimma herna comt ws alle quaed
+voort.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1249" href="#xd20e1249src" name="xd20e1249">46</a></span> Nu kwam
+Lodewijks Broeder, Karel de Dikke aan het gebied. Zie voorts over dezen
+strijd de Bijv.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1254" href="#xd20e1254src" name="xd20e1254">47</a></span>
+Omstreeks dezen tijd werd Karel de Dikke onttroond, en de laatste van
+den stam van Karel de Groote, die &rsquo;t Westen regeerde, met name
+Arnulph, natuurlijke zoon van Karloman volgde hem op, regeerde drie
+jaren en stierf, wordende door zijn zoon Lodewijk in &rsquo;t gebied
+vervangen. Zie Aant. op het jaar 840.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1279" href="#xd20e1279src" name="xd20e1279">48</a></span> Een
+veldvlugtige is een overlooper.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1301" href="#xd20e1301src" name="xd20e1301">49</a></span> Men zie
+over deze begiftiging het <i>Jaarb.</i> van den Heer <span class=
+"sc">Westendorp</span> op de jaren 1040 en 1046.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1336" href="#xd20e1336src" name="xd20e1336">50</a></span> Wij
+hebben het niet ondienstig geacht over de Kruistogten der Friezen een
+aangeschakeld verhaal in de Bijvoegsels eene plaats te
+geven,&mdash;waardoor wij ons onthouden, van alle andere aanteekeningen
+op de verschillende jaren, waarin dezelve zijn voorgevallen, &rsquo;t
+welk anders noodig zoude zijn.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1345" href="#xd20e1345src" name="xd20e1345">51</a></span> Vergel.
+<span class="sc">Westendorp</span> <i>Jaarb.</i> op 1112.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1360" href="#xd20e1360src" name="xd20e1360">52</a></span> Als
+voren op &rsquo;t jaar 1143.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1369" href="#xd20e1369src" name="xd20e1369">53</a></span> Onder
+de namen bekend van Frederik I, Aenobarbus, Roodbaard, ook Keizer
+Frederik de Groote.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1378" href="#xd20e1378src" name="xd20e1378">54</a></span> Dit
+verhaal komt hoofdzakelijk overeen met het <i>Jaarboek</i> van den Heer
+<span class="sc">Westendorp</span>, de vermelding op den jaare
+1160,&mdash;en andere Schrijvers.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1407" href="#xd20e1407src" name="xd20e1407">55</a></span> Of van
+de St. Cistercie-orde. Deze Abdy is de vermaardste geworden in de
+Ommelanden, bezittende aanzienelijke rijkdommen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1413" href="#xd20e1413src" name="xd20e1413">56</a></span> Over
+dit voorval, &rsquo;t welk eene andere oorzaak gehad heeft, vergel. men
+<span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> op &rsquo;t jaar 1195.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1426" href="#xd20e1426src" name="xd20e1426">57</a></span>
+<i>Stoepens</i> zijn <i>Stoopen</i> of <i>Drinkkannen</i> geweest en
+geenszins de <i>Stoepen</i> voor de deuren, waarvan anderen uit gebrek
+aan taalkennis ooit de <i>Kloppers</i> aan de deuren gemaakt
+hebben.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1445" href="#xd20e1445src" name="xd20e1445">58</a></span>
+<i>Verweend</i> is verwaand; ook fier,&mdash;lekker opgebragt,
+weelderig enz.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1463" href="#xd20e1463src" name="xd20e1463">59</a></span> Of
+Grind.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1466" href="#xd20e1466src" name="xd20e1466">60</a></span>
+Slegtigheid is hier eenvoudigheid, onbeschaafdheid.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1491" href="#xd20e1491src" name="xd20e1491">61</a></span> Men zie
+over dezen strijd <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> op de
+jaren 1226 enz.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1510" href="#xd20e1510src" name="xd20e1510">62</a></span> Vergel.
+de Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1515" href="#xd20e1515src" name="xd20e1515">63</a></span>
+<span class="sc">Westendorp</span> <i>Jaarb.</i> na &rsquo;t jaar 1232
+noemt de Reiderlanders en Emisgoo&euml;rs, welke twist ontstaan was
+door het verdrinken van een Reiderlander, omdat hij de lieden, die van
+de jaarmarkt kwamen, had willen berooven.&mdash;Verg. denzelven I.
+280.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1527" href="#xd20e1527src" name="xd20e1527">64</a></span>
+<i>Upstalsboom, gelegen een uur gaans ten zuidwesten van Aurik. Alhier
+stonden drie hooge eike boomen, met de takken en kroonen meest aan
+malkanderen gegroeit, hebbende op 2 a 300 treden na geene huizen
+omtrent. De Rechtspleeginge geschiede aldaar onder den blaauwen Hemel,
+van de Regeerende en daar toe gerechtigde Perzoonen van alle de
+Frieslanden, en richtede alhier over alle zwaare zaaken, welke bij de
+mindere Collegien niet afgedaan wierden; als wanneer daar tenten
+opgeslagen en banken van opgegraavene aarde wierden gemaakt.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1537" href="#xd20e1537src" name="xd20e1537">65</a></span>
+<span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> I. 282 beschrijft kortelijk
+dezen oorlog voornamelijk naar de verhalen van E. Beninga en Harkenroth
+gevolgd, bewerende tevens dat het niet de <i>Eenrummers</i> maar de
+<i>Emersen</i> geweest zijn.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1557" href="#xd20e1557src" name="xd20e1557">66</a></span> Voor de
+zusters van de Cistercie-orde, opdat de schimmen der verslagenen mogten
+verzoend worden. Het werd eerst aangelegd by Koevorden aan de A, doch
+naderhand verplaatst.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1634" href="#xd20e1634src" name="xd20e1634">67</a></span> Is
+gebeurd 21 Januarij 1256 op zijnen togt tegen de
+West-Friesen.&mdash;Zie voorts de Aant. op Sikko Sjaardema in &rsquo;t
+jaar 1239.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1682" href="#xd20e1682src" name="xd20e1682">68</a></span> Over
+deze twisten zie men de algemeene Aanteekeningen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1700" href="#xd20e1700src" name="xd20e1700">69</a></span> Over
+den juisten dag, waarop deze gruwelijke moord heeft plaats gehad, zijn
+vele Schrijvers het niet eens en in zonderlingen twist
+geraakt.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1754" href="#xd20e1754src" name="xd20e1754">70</a></span> <i>Dit
+Zegel der vrye Frieslanden verbeelt een geheel gewapent Man, houdende
+in zyn regterhand een Lans, en in de linkerhand een bloot Zwaard, dat
+na de schouder opgeheven word, en staande onder een Boom.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1766" href="#xd20e1766src" name="xd20e1766">71</a></span> Men zie
+<span class="sc">Westend.</span> <i>Jaarb.</i> over dezen strijd op de
+jaren 1232 en 1233, die dezelve toeschrijft aan de partijschappen
+tusschen de Vetkoopers en Schieringers, en waarin deze laatsten de
+overhand behielden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1867" href="#xd20e1867src" name="xd20e1867">72</a></span> <i>Deze
+Proost Hiske had eene dochter, genaamt Reinske, welke met Hayo te
+Westerwolde trouwde; en naderhand uit haare eigene goederen de Groote
+Kerk met vier Torens te Mildwolde, in den Oldambte, heeft laaten
+bouwen; zynde de zelve die voor enige jaaren is afgesleeten
+geworden.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1898" href="#xd20e1898src" name="xd20e1898">73</a></span>
+Vergelijk over deze list <span class="sc">Wins.</span> fol. 242.
+<span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> p. 253. <span class=
+"sc">Petrus Thab.</span> op dit jaar.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1931" href="#xd20e1931src" name="xd20e1931">74</a></span> Zoo als
+meermalen was ook thans het eerste artikel van het verdrag:
+&ldquo;volkomen verzoening en een <i>eeuwige</i> vrede!&rdquo; Bij
+<span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> op dit jaar vindt men eene
+reeks van voorwaarden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1968" href="#xd20e1968src" name="xd20e1968">75</a></span>
+Vergelijk <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> op hetzelfde
+jaar.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1993" href="#xd20e1993src" name="xd20e1993">76</a></span> Te regt
+wordt van hem gezegd dat zijn leven een strijd en worsteling op deze
+wereld geweest is.&mdash;In dit jaar werd ook door de Friesen en
+Groningers een verbond aangegaan ter wering bijzonder van dieverijen en
+ander misdrijf. Vergel. Schwartz. Charterb. I. 526.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2005" href="#xd20e2005src" name="xd20e2005">77</a></span> Zie op
+dit jaar <span class="sc">Westend.</span></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2057" href="#xd20e2057src" name="xd20e2057">78</a></span> De
+Keizer Frederik de III. roemt hem wegens zijne ongemeene kunde in de
+vrije kunsten, in de Keizerlijke regten, in het Kerkelijk regt, en
+vooral zijne gevatheid en vaardigheid in de openbare zintwisten.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2084" href="#xd20e2084src" name="xd20e2084">79</a></span> Een der
+heerlijkste werken der bouwkunde van de middeleeuwen. Men plaatste op
+den toren een koperen paard van de grootte van eene gewone noordsche
+kidde, hetwelk tot een windhaan diende en het teeken was van St.
+Maarten van Utrecht. <span class="sc">West.</span></p>
+<p class="footnote" lang="nl"><span class="label"><a class=
+"noteref" id="xd20e2177" href="#xd20e2177src" name=
+"xd20e2177">80</a></span> Dus ook <span class="sc">Winsemius</span>,
+<span class="sc">Schotanus</span> geeft de leus aldus op: <i lang=
+"fy">Op uws Finne herne, lizze fjouwer klaer lotter Ljep-Ayen ijn ien
+Nest.</i> Zie Aant.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2310" href="#xd20e2310src" name="xd20e2310">81</a></span> Vast
+maken is zoo hier als op alle vorige en volgende plaatsen:
+<i>Versterken</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2318" href="#xd20e2318src" name="xd20e2318">82</a></span>
+<i>Spelen alle zeilen blank</i>: dit gezegde heeft zijn&rsquo;
+oorsprong van de zeerooverij, waarin men van vriend en vijand kaapt en
+rooft, wat men vangen en grijpen kan:&mdash;alles wegrooven wat men op
+zee ontmoet. Zie <span class="sc">Winschootens</span> <i>Zeeman</i>, op
+&rsquo;t woord <span class="sc">Seil</span>, en <span class=
+"sc">Weiland</span> N. T. <i>Woord.</i></p>
+<p class="footnote" lang="nl"><span class="label"><a class=
+"noteref" id="xd20e2339" href="#xd20e2339src" name=
+"xd20e2339">83</a></span> Hij smeet (zegt <span class=
+"sc">Winsemius</span> fol. 446,) vele <i>Hollanders</i> in plaats van
+Borgoenschen over boord, volgens <i>Martinus Ylst</i> uit de
+overlevering van <i>Bonne Haisma</i> zijne medgezellen toeroepende:
+<i lang="fy">Siuch faynten, ho kenne da deels kijetten swomma</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2372" href="#xd20e2372src" name="xd20e2372">84</a></span> Zie
+hierover de Bijv. en Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2388" href="#xd20e2388src" name="xd20e2388">85</a></span>
+<i>Frederik Gaykinga, in den jaare 1360, Abt van Aduard zynde, had, tot
+nadeel van zyn geslacht, hoewel tot eere, dit klooster met veele
+goederen begiftigt; doch op zekere voorwaarden, waartoe zyn geslacht
+altoos gerechtigt zou wezen. Bestaande &rsquo;t voornaamste hier in,
+dat die van Gaykinga voor eeuwig zouden hebben alle jaar op St. Martens
+avond een witte Zwaan, een Capoen, en een kanne Wyn, en zouden voor
+altoos eene misse houden in &rsquo;t Kapittelhuis, en een brandende
+lampe voor &rsquo;t geheele geslachte. Wanneer iemand van &rsquo;t
+geslachte quam te verarmen, zoude aldaar voor zyn leeven de kost
+hebben; ook wanneer zy met hun gezinde quamen, zoude de Abdy voor hun
+ge&ouml;pent, en de tafel gedekt worden, na de waardigheid des
+geslachts, in de voornaamste kamer; benevens jaarlyks op St. Bernards
+dag te gast genoodigt worden. Aldus was Hendrik op dit jaar genoodigt,
+maar Jan en Frederik quamen van zelfs. Waar op, onder de monniken een
+jalousie ontstond, die hun zeer qualyk bejegende, en waar door het
+gevegt ontstond</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2475" href="#xd20e2475src" name="xd20e2475">86</a></span>
+<span class="sc">Wins.</span> <i>Chronyck</i> fol. 519.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2496" href="#xd20e2496src" name="xd20e2496">87</a></span>
+Kettermeester hetzelfde als Geloofsonderzoeker.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2514" href="#xd20e2514src" name="xd20e2514">88</a></span> In de
+maanden Mei en Julij hadden er twee overstroomingen plaats, door
+welken, vooral den laatsten, waarvan bij <span class="sc">Outhof</span>
+geen gewag gemaakt wordt, ook vele menschen omkwamen.&mdash;Zie
+<span class="sc">F. Arends</span> <i>Physische Geschichte der
+Nordsee-kuste</i>. II. 96.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2602" href="#xd20e2602src" name="xd20e2602">89</a></span> Zie
+over dezen strijd het uitvoerig verhaal van <span class=
+"sc">Winsemius</span> <i>Chronyck</i>, fol. 565 volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2716" href="#xd20e2716src" name="xd20e2716">90</a></span> In den
+eersten druk van 1677 staat: &raquo;Als de Stadhouder Rennenberg zich
+door ontrou omgekeert hebbende tot de Papisten; die van
+Leeuwarden,&rdquo; enz.&mdash;Het woord <i>Papen</i> is overal in den
+tekst behouden, omdat de Schrijver er de Roomschgezinden over &rsquo;t
+algemeen, zoo leeken als priesters, mede bedoeld, en het dus hier voor
+geen scheldwoord moet worden gehouden, evenmin als <i>Arminianen</i>,
+<i>Menisten</i>, <i>Calvinisten</i>, enz.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2791" href="#xd20e2791src" name="xd20e2791">91</a></span>
+Balthazar Gerards genaamd, geboren te Villefans in Bourgondien, oud 26
+a 27 jaren. Onder verschillende personen, die zich op &rsquo;t leven
+des Prinsen toelagen, moet ook zekere Koopman te Vlissingen, Hans
+Hanses, geweest zijn, wiens aanslag echter door eenen Fries, uit het
+geslacht der <i>Auckama&rsquo;s</i> ware ontdekt. Gevat zijnde had hij
+beleden, daartoe middelen te hebben aangewend.&mdash;Gerards werd
+daarna als Martelaar hoog vereerd en waardig geacht gecanoniseerd te
+worden&mdash;onder de belooningen, wil men, was ook de verheffing der
+familie in den adelstand.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2902" href="#xd20e2902src" name="xd20e2902">92</a></span>
+<i>Nederl. Oorl. en Geschied. 1623</i>, fol. 474 <i>verso</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2949" href="#xd20e2949src" name="xd20e2949">93</a></span> Dit
+voorval wordt omstandig beschreven bij <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <i>Chronyck</i> fol. 897.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3128" href="#xd20e3128src" name="xd20e3128">94</a></span> In de
+druk van 1677 staat: (een gehuerde vleegel enz.)</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3155" href="#xd20e3155src" name="xd20e3155">95</a></span> Zie
+&rsquo;t <i>Verwerd Europa</i> ofte <i>Polityke</i> en <i>Historische
+Beschryvinge</i> enz., <i>Amst. 1675</i>, <i>bl. 596</i>
+volgg.&mdash;Van dezen Schrijver, welks werk twee jaren vroeger dan de
+eerste druk van onze Kronyk was uitgekomen, is veel gebruik gemaakt en
+daaruit overgenomen door onze Kronykschrijvers.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3212" href="#xd20e3212src" name="xd20e3212">96</a></span> <i>De
+Leezer dient te weten, dat zekere Broersma hier eigentlyk Commandant
+zynde, door de Staaten Generaal was opontboden; doch in plaats van in
+den Haag te compareeren, ging hy over by den Bisschop van Munster, en
+wierd aldus een verraader van zyn eigen Commandement.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3310" href="#xd20e3310src" name="xd20e3310">97</a></span>
+<i>Fantassin</i>, <i>Fant</i>: voetknechten, infanterie.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3394" href="#xd20e3394src" name="xd20e3394">98</a></span>
+Mengel-Poezy, bl. 257.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3403" href="#xd20e3403src" name="xd20e3403">99</a></span> <i>en
+der zonde</i>, voegt de eerste druk dezer Kronyk hierbij, waarmede zij
+haar verhaal eindigt en de <i>Landverdeeling van <span class=
+"sc">Friesland</span></i> volgen laat.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="landverdeeling" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e3634" class="main">Landverdeeling van Friesland.</h2>
+<p class="firstpar">Schoon de aantekeningen van voorgaande
+Geschiedenissen, zonder kennisse der gelegentheid van Landen en Steden,
+in &rsquo;t naleezen noch nuttig, noch aangenaam kunnen zyn, zo
+&rsquo;er niet iets nevens of voor dezelve gemelt word: zo mogen de
+leezers ook niet met al te langwylige verhandelingen derzelve
+opgehouden worden; dewyl anders zo een beschryvinge op zich zelve en
+hier van afgescheiden vereischt, die men de Landbeschryvinge noemt.</p>
+<p>Waarom wy, tot verstand van de voorverhaalde Geschiedenissen, hier
+van iets behoevende by te brengen, met een bloote verdeelinge van de
+Landstreek, en een optellinge van Steden en Dorpen in iedere
+afdeelinge, zonder van de beschryvinge iets te mogen aanroeren, den
+eisch der voorgaande bladeren geacht voldaan te hebben. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb273" href="#pb273" name="pb273">273</a>]</span></p>
+<p>De Landstreek van deze Provincie word in drie gedeeltens afgedeelt,
+als Oostergo, Westergo en Zevenwouden. In voorige tyden bestond het in
+de twee eersten alleen; die ook elk den naam van een Graafschap by
+zommige Schrijvers hebben gevoert, en mogelijk ook in der daad zyn
+geweest, zonder dat de Wouden als een byzonder deel wierden aangemerkt.
+En zyn zo genaamt naar de Go&euml;n of Dorpen, in de Ooster- of
+Westerverdeeling gelegen; en de Wouden, om de veelheid van &rsquo;t
+geboomte, dat eertyds mogelyk meerder is geweest, als hedendaags: en zo
+wat verlatynt zynde, wierden Estrachia, Westrachia en Forestensis
+genaamt, by de Schryvers in die taal.</p>
+<p>Deze Leden worden elk in een getal van mindere verdeelingen
+onderscheiden, die wy Grietenyen noemen, naar de Bevelhebbers van ieder
+gedeelte, die men een Grietman noemt, dat zo veel is als Overheer, want
+gritte, greet, en greut, is groot te zeggen. Elke Grieteny vervat een
+zeker getal Dorpen onder zich, staande onder de regeering van een
+Grietman. De Steden zyn 11 in getal, rustende elk op haar eigen recht;
+maakende te zamen in zaaken van regeering het vierde Lid van Staat. In
+&rsquo;t optellen van welke Dorpen, doordien zy naar de
+verscheidentheid der byzondere spraaken (dialecten) of anderzins ook
+verscheiden worden genoemt, zo komt in bedenkinge, welke wyze
+gevoegelijkst mag gevolgt worden: want van de <span class=
+"pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274" name=
+"pb274">274</a>]</span>benaaminge der zelve zyn zommige
+gebruikelyk,</p>
+<p>1. In de gemeene taal, alleen Buitenpost, Donkerbroek.</p>
+<p>2. In de Stadsspraak, als Nyega.</p>
+<p>3. In de Landsspraak alleen, als Tjietjerk, Tjaalebird.</p>
+<p>4. Gemengd, 1. uit de gemeene Stadsspraak, als Peperga, Lutkepost,
+Nyjenhuis. 2. Uit de gemeene en Landsspraak, als Langewar, Suerig. En
+3. uit Stads- en Landsspraak, als Tserkgaast, Molkweeren.</p>
+<p>5. De zelve Dorpen, anders in &rsquo;t gemeen, als by stedelingen en
+landlieden, als Nieukerk, Nykerk, Nytjerke: Molkweeren, Molkwarren.</p>
+<p>6. Naar oude misspellinge, Hyelsum voor Jelsum; Hyaure voor Jaure of
+Joure; en Greonterp voor Grien of Groenterp.</p>
+<p>7. In verkorting, als Birdaard voor Birdewerd, Oestrum voor
+Eestroom, Raard voor Raawerd, enz.</p>
+<p>Waar op het wel billyk is, dat men in een schrift, in de gemeene
+taal geschreven, als dit tegenwoordige, ook hier de naamen der Dorpen
+in die zelve taal zoude stellen: doch nochtans hier niet vry staat
+omtrent eenigen, als die haar oorsprong uit de byzondere spraaken
+hebben, gelyk Tserkgaast, Adegae en Molkwarren: voor welke men (hoewel
+mogelyk in gelyke zin, doch ongerymt) zou zeggen, Kerkburg, Ouddorp en
+Melkfennen. Even ongerymt zoudenze alle <span class="pagenum">[<a id=
+"pb275" href="#pb275" name="pb275">275</a>]</span>in de Stads- of
+Landsspraak gestelt worden: en geheel overtollig in die alle te
+gelyk.</p>
+<p>Daarom hebben wy geacht dezelve veilig te mogen gebruiken, naar de
+uitspraak die in de gemeene wandeling meest omgaat. Gelyk wy zien dat
+in de Saxische bedeelinge, (achter dien Hertogs Wetten, in die tyden
+gedrukt) en ook by Winsemius, Schotanus en anderen, geen eenerlei wyze
+is gehouden.</p>
+<div class="div2" id="oostergo"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e3669" class="main">I. Oostergo.</h3>
+<p class="firstpar">Hierin zyn twee Steden gelegen, als Leeuwarden en
+Dokkum. &rsquo;t Word verdeeld in 11 Grietenyen.</p>
+<p>I. Leeuwarderadeel, heeft 14 Dorpen. &rsquo;t Word in 3 Trindels of
+derdendeelen afgedeelt. 1. &rsquo;t Middeltrindel, is onder de klokslag
+van Leeuwarden. 2. Zuidertrindel, Wirdum, Swichchum, Goutum, Huizum,
+Hempens en Teerns. 3. Noordertrindel, Steens, Finckum, Hyjum, Britsum,
+Kornjum, Jelsum, Lekkum en Meedum.</p>
+<p>II. Ferwerderadeel, heeft 11 Dorpen, als, Ferwert, Hoogebeintum,
+Blyje, Hallum, Marrum, Nykerk, Wanswert, Geenum, Jeslum, Reisum en
+Lichtaard.</p>
+<p>III. Westdongeradeel, heeft 14 Dorpen, als, Holwert, Tennaard,
+Wierum, Nes, Hantumhuizen, (Raad, Bierum, Medent, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb276" href="#pb276" name=
+"pb276">276</a>]</span>Germerhuizen, Nyjenhuis, zynde Gebuurten,
+maakende eene stem,) Jaure, Betterwird, Bornmerhuizen, Bornwert, Raard,
+Foudgum, Brantgum en Waaxens.</p>
+<p>IV. Oostdongeradeel, heeft 13 Dorpen, als, Anjum, Engwierum, Ee,
+Jouswier, Oestrum, Aalsum, Wetsens, Nyjewier, Nykerk, Paasens,
+Ljuessens, Morre en Metselwier.</p>
+<p>V. Kollumerland, heeft 6 Dorpen, als, Kollumerswaag, Westergeest,
+Oudwoude, Kollum, Lutkewoude of Ausbuer en Buerom.</p>
+<p>VI. Achtkarspelen, heeft 8 Dorpen, als, Surhuizen, Austynsga,
+Harkma-opeinde, Droogeham, De Kooten, Op &rsquo;t Wyzel, Buitenpost en
+Lutkepost.</p>
+<p>VII. Dantumerdeel, heeft 12 Dorpen, als, Driesum, Wouterswoude,
+Dantumerwoude, Murmelwoude, Akkerwoude, Rinsmageest, Sybrandahuis,
+Janum, Birdaard, Roodkerk, Feenwouden en Swaagwesteinde.</p>
+<p>VIII. Tjietjerksterdeel, heeft 14 Dorpen, als, Wyns, Oudkerk,
+Oenkerk, Giekerk, Ryperkerk, Tjietjerk, Suwoude, Hardegaryp, Bergum,
+Eestrum, Oostermeer, Sumeer, Garyp en Eernwoude.</p>
+<p>IX. Smallingerland, heeft 7 Dorpen, als, Oudega, Nyjega, Opeinde,
+Noorderdrachten, Suiderdrachten, Kortehem en Bornbergum.</p>
+<p>X. Idaarderdeel, heeft 8 Dorpen, als, Idaard, &AElig;aegum,
+Roodahuizum, Friens, Grou, Warrega, Warstiens en Wartena. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277" name="pb277">277</a>]</span></p>
+<p>XI. Rawerderhem, heeft 6 Dorpen, als, Rawerd, Yrnsum, Poppingawier,
+Tersool, Sybrandabuert en Deersum.</p>
+</div>
+<div class="div2" id="westergo"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e3700" class="main">II. Westergo.</h3>
+<p class="firstpar">Hier in zyn 8 Steden, namentlyk, Bolswert,
+Franeker, Sneek, Harlingen, Staveren, Workum, D&rsquo;r Ylst en
+Hindeloopen. &rsquo;t Word verdeelt in 9 Grietenyen.</p>
+<p>I. Menaldumerdeel, heeft 12 Dorpen, als, Menaldum, Berlikum, Wier,
+Beetgum, Englum, Marsum, Deinum, Boxum, Blessum, Dronryp, Schingen,
+Slappeterp en &rsquo;t Klooster Anjum.</p>
+<p>II. Franekerdeel, heeft 11 dorpen, als, Tjum, Hitsum, Achlum,
+Midlum, Herbaajum, Doenjum, Boer, Ried, Peins, Sweins en Schalsum.</p>
+<p>III. Barradeel, heeft 8 Dorpen, als, Minnertsga, Firdgum,
+Tjiemaarum, Oosterbierum, Sixbierum, Pytersbierum, Winaldum, Almeenum,
+nu meest binnen de muuren van Harlingen, daar het haare stem heeft in
+de Kerk, en &rsquo;t Klooster Lidlum.</p>
+<p>IV. Baarderdeel, heeft 16 Dorpen, als, Jorwert, Weidum, Mantgum,
+Schillaard, Oosterwierum, Bozum, Wiewert, Britsert, Oosterlittens,
+Winsum, Baard, Huins, Lyons, Hilaard, Jellum en Beers. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278" name="pb278">278</a>]</span></p>
+<p>V. Hennaarderdeel, heeft 12 Dorpen, als, Hennaard, Ytens,
+Lutkewierum, Oosterend, Hidaard, Wommels, Waaxens, Kubaard, Wielsryp,
+Baajum, Spannum en Eedens.</p>
+<p>VI. Wonzerdeel, heeft 27 Dorpen, als, Aarum, Allingwier, Burgwert,
+Kornwert, Dedgum, Exmorre, Engwier, Ferwoude, Greonterp, Gaast,
+Hartwert, Hichtum, Hiezlum, Idzegahuizen, Kunswert, Ruigelollum,
+Longerhou, Makkum, Pinsum, Parrega, Pyaam, Schettens, Schraad, Suerig,
+Tjerkwert, Witmaarsum en Wons.</p>
+<p>VII. Wymertser- of Wymbritserdeel, heeft 28 Dorpen, dezelve worden
+aangeteekent, als, Buitendyks: Oppenhuizen, Uitwellingerga, Jortryp,
+Hommerts, Smallebregge, Woudseind, Ypekolsga, Indyk, Heeg, Gasmeer,
+Nyjehuis, Santfirde, Oudega en Idzega. Binnendyks: Oosthem, Abbega,
+Westhem, Wolsum, Nyland, Folsgaare, Tjaalehuizen, Ysbrechtum, Tirns,
+Scharnegoutum, Goinga, Looienga, Gaau en Offingawier.</p>
+<p>VIII. Heemelumer Oudephert en Noordwoude, heeft 9 Dorpen, als,
+Heemelum, Koudum, Warns, Scharl, Molkwarren, Oudega, Nyjega, Elahuizen
+en Kouderwoude.</p>
+<p>IX. Het Bilt, heeft 3 Dorpen, als, St. Japikskerk, St. Annekerk en
+L. Vrouwenkerk. <span class="pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279"
+name="pb279">279</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2" id="zevenwouden"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e3725" class="main">III. Zevenwouden.</h3>
+<p class="firstpar">Hier in legt de Stad Slooten alleen. &rsquo;t Word
+verdeelt in 10 Grietenyen.</p>
+<p>I. Uitingerdeel, heeft 6 Dorpen, als, Oudeboorn, Nes, Akrum,
+Terhorne, Terkaple en Akmaryp.</p>
+<p>II. Engwerden, heeft 4 Dorpen, als, Gersloot, Tjaalebird,
+Luinjebird, Ter Trebant met Bansterschans, en noch een gedeelte van
+&rsquo;t Vlek Heerenveen.</p>
+<p>III. Doniawerstal, heeft 14 Dorpen, als, Goingaryp, Broek,
+Austerhaule, Nyjega, Oudouwer, St. Niklaasga, Doniaga, Tserkgaast,
+Itskenhuizen, Leegemeer, Ter Oele, Indyken, Langweer en Bornswaag.</p>
+<p>IV. Hasscherland, heeft 6 Dorpen, als, Westermeer, Snikswaag,
+Hasscherdyken, Nyjehassche, Oudehassche en Hasscherschorne.</p>
+<p>V. Schooterland, heeft 18 Dorpen, als, Hornsterswaag, Jubbega,
+Schuerega, Oudehorn, Nyjehorn, Katlyk, Brongerga, Nybrongerga,
+Melledam, Oudeschoot, Nyjeschoot, Rottum, St. Jansga, De Kleinegaast,
+Haule, Roehel of Nyjega, Delfstrahuizen, Oudega en Uitdyken, en een
+groot deel van &rsquo;t Vlek Heerenveen.</p>
+<p>VI. Lemsterland, heeft 5 Dorpen, als, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb280" href="#pb280" name="pb280">280</a>]</span>Lemmer, Eesterga,
+Follega, Oosterzee en Echten.</p>
+<p>VII. Gaasterland, heeft 7 Dorpen, als, Wykel, Sundel, Nyjemardum,
+Oudemardum, Mirns, Haarig, Ruigehuizen en &rsquo;t Vlek Balk.</p>
+<p>VIII. Upsterland, heeft 13 Dorpen, als, Beets, Beetsterswaag,
+Olterterp, Uereterp, Sygerswoude, Duerswoude, Wynjeterp, Hemryk,
+Loppenhuizen, Wispel, Korteswaag, Langeswaag en Luxwoude.</p>
+<p>IX. Stellingwarf-Oosteinde, heeft 10 Dorpen, als, Oudeberkoop,
+Nyjeberkoop, Makkinga, Donkerbroek, Haule, Oosterwoude, Fochtele,
+Appelsche, Langedyk en Elsloo.</p>
+<p>X. Stellingwarf-Westeinde, heeft 20 Dorpen, als, Beuil, Noordwoude,
+Finkinga, Steggerden, Peperga, Blesdyk, Nyjehoutpade, Oudehoutpade,
+Wolvega, Sonnega, Oudetryne, Nyjetryne, Spangen, Scherpenseel,
+Munnekebuuren, Oudelemmer, Nyjelemmer, Nyjehoutwoude, Oudehoutwoude en
+Ter Idsert.</p>
+<hr class="tb">
+<p class="xd20e102"><i>Geschreven in slaavernye, en gegeeven<br>
+in April, in &rsquo;t Jaar<br>
+onzes Heeren<br>
+<span class="rm">1678</span>.</i> <span class="pagenum">[<a id="pb281"
+href="#pb281" name="pb281">281</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="bijvoegsels" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e3769" class="main">Bijvoegsels en Aanteekeningen.</h2>
+<p class="firstpar xref">Bladz. <a href="#pb2" class=
+"pageref">2</a>.</p>
+<p>Van den alouden staat onzer Provincie kan geene naauwkeurige
+beschrijving worden gegeven, daar er niets dan onzekere berigten en
+velerlei uiteenloopende gevoelens tot ons zijn overgekomen. Op eenigen
+goeden grond echter mag men besluiten, dat omstreeks de vijfde eeuw
+onzer jaartelling Friesland zich van Vlaanderen tot de Elve heeft
+uitgestrekt, en hetzelve noordwaards den Eiderstroom tot grensscheiding
+had, waardoor dan ook de kustbewoners aan deze rivier, nog heden ten
+dage van den naam des Lands, dien van Strandfriezen dragen. Dat
+Vlaanderen tot Friesland behoord hebbe, zoo als meermalen is beweerd,
+valt zeer te betwijfelen, want aldaar was de grensscheiding.</p>
+<p>Onder Koning Radboud I, en later nog ten tijde van Karel den Groote,
+vinden wij de uitgestrektheid van dit Gewest van het land van Katzand
+af, tusschen de rivier Sincfal of Zwene (de Suin of Zwin) bij
+Sluis<a class="noteref" id="xd20e3780src" href="#xd20e3780" name=
+"xd20e3780src">1</a>, tot aan de Elve: de Waal scheidde het
+<span class="pagenum">[<a id="pb282" href="#pb282" name=
+"pb282">282</a>]</span>van het gebied der Franken af en de Wezer was
+tot oostelijke grenspaal gesteld. Al de landen dus aan de oevers der
+Noordzee, van het Hertogdom Bremen tot aan Vlaanderen, maakten het
+oorspronkelijk en overwonnen gebied der Friezen uit: het oorspronkelijk
+of oud Friesland lag tusschen de Eems en het Vlie langs de
+Noordzeekusten. Van de Eems tot den Wezer en aan geene zijde van het
+Vlie, met een groot deel binnenlands tot aan het Zwin, was overheerd
+land. Ook de eilanden tot den mond van de Eems behoorden den Friezen,
+doch geenszins Helgoland, zeer verkeerdelijk voor Radbouds zetel
+gehouden.</p>
+<p>Weinige jaren voor &rsquo;s Heilands geboorte, werden de Friezen,
+tusschen de Eems en het Vlie wonende, de <i>Groote Friezen</i>, en die
+tusschen het Vlie en den Rijn de <i>Kleine Friezen</i> genaamd. De
+eersten bewoonden dus gedeelten van Gelderland, Overijssel, Drenthe en
+het Gooiland, alsmede de streken beoosten de Zuiderzee en de rivier
+Flevo tot aan de Eems toe: de laatsten een gedeelte van Rijnland,
+Kennemerland, Amstelland en Noord-Holland. Daarna werden deze
+West-Friezen en gene Oost-Friezen geheeten. Een aantal kleine volken
+van Germaanschen en Gallischen of Frankischen oorsprong hadden de
+Friezen tot naburen.</p>
+<p>Te dien tijde, eenige jaren namelijk voor Christus geboorte, toen de
+Opperbevelhebber Claudius Drusus Nero, stiefzoon van den Keizer
+Augustus, ook Friesland onder de magt der Romeinen wilde brengen, lag
+tusschen West-Friesland (Noord-Holland) en het tegenwoordig Friesland
+het groote meer Flevo. Het Graafschap Staveren beoosten het Vlie, wiens
+uitwatering eerst tusschen Texel en Vlieland, daarna tusschen Vlieland
+en Terschelling plaats had, paalde aan Noord-Holland. Het eiland Flevo,
+door de verdeelde armen van het Vlie omvat, lag ter plaatse alwaar nu
+de zandplaat <i>Bree-sand</i> zich bevindt. Uitgestrekte bosschen lagen
+in den omtrek der stad Staveren, thans allen in zee verzwolgen. De
+kleine rivier de IJssel liep in &rsquo;t meer Flevo, hetwelk na de
+<span class="pagenum">[<a id="pb283" href="#pb283" name=
+"pb283">283</a>]</span>door Drusus gemaakte vereeniging van den Rijn
+met den IJssel, door verschillende stroomen zich in de Middelzee
+ontlastte<a class="noteref" id="xd20e3825src" href="#xd20e3825" name=
+"xd20e3825src">2</a>. Deze zee besloeg een groot <span class=
+"pagenum">[<a id="pb284" href="#pb284" name="pb284">284</a>]</span>deel
+van het noorden der Provincie, scheidende Oostergo en Westergo, haren
+loop nemende door de Grietenijen <span class="corr" id="xd20e3844"
+title="Bron: Barradeel">Baarderadeel</span>, Idaarderadeel,
+Hennaarderadeel, Rauwerderhem tot in Wijmbritseradeel, eindigende bij
+Bolsward en Sneek. Bij de stad Uitgong, welligt nabij Berlikum had zij
+hare uitwatering in de Wadden, en voorts tusschen Terschelling en
+Ameland in de Noordzee.</p>
+<p>Wij geven geene meer bepaalde beschrijving van den alouden staat der
+Provincie, maar verwijzen den Lezer tot de breedvoeriger behandeling
+hiervan te vinden in <span class="sc">Winsemius</span>, <span class=
+"sc">Schotanus</span>, <span class="sc">Emmius</span>, <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span>, bijzonder het kort overzigt in den
+<i>Tegenwoord. Staat van Friesland I deel</i>, en over de Groote en
+Kleine Friezen de Aanteekeningen van <span class="sc">Siccama</span> op
+de <i>Lex Frisionum</i> pag. 137 seq. Men vergelijke hierbij hetgeen
+door den heer <span class="sc">Westendorp</span> in zijn <i>Jaarboek
+van en voor de Provincie Groningen</i>, en door <span class=
+"sc">Bilderdyk</span> in het 1 deel van zijne <i>Geschiedenis des
+Vaderlands</i> (bepaald op bl. 18 en 251 volgg.) met betrekking tot de
+oude Historie is geboekt:&mdash;als ook de <i>Geschiedenis der
+Nederlandsche Taal</i> van den Hoogleeraar <span class="sc">A.
+<span class="corr" id="xd20e3889" title=
+"Bron: Ypey">Ypeij</span></span>, II. 106, die aldaar en elders
+belangrijke bijvoegsels geeft tot den alouden staat van Friesland
+betrekking hebbende.&mdash;Over de Middelzee, hare grenzen en
+uitgestrektheid bevelen wij zeer aan de <i><span class="corr" id=
+"xd20e3893" title="Bron: Bijdragen tot">Nasporingen betrekkelijk</span>
+de Geschiedenis der voormalige Middelzee in Friesland</i>, door
+<span class="sc">P. Brouwer Pz.</span> en <span class="sc">W.
+Eekhoff</span><a class="noteref" id="xd20e3902src" href="#xd20e3902"
+name="xd20e3902src">3</a>. Zie voorts de <i>Inleiding van mijn Tafereel
+<span class="pagenum">[<a id="pb285" href="#pb285" name=
+"pb285">285</a>]</span>van den Watervloed in Friesland</i>. Wij voegen
+hierbij nog de aanmerking, ook door anderen gemaakt, van den Ridder
+<span class="sc">Scheltema</span>, voorkomende in zijne als nog
+onuitgegevene <i>Geschiedenis der Zuiderzee</i>, dat in vorengemelden
+tijd welligt het Gooiland in Holland en Gaasterland in ons Gewest
+aaneengehecht waren, verdienende het bijzondere opmerking dat de
+grondgesteldheid gelijk is, en aan beide zijden de einden van eene
+hooge aardrigchel, in Holland de Muiderberg en bij Staveren het Klif,
+aanwezig is; even als de afgebrokene en tegen over elkander liggende
+Krijtbergen in Frankrijk en Engeland zouden bewijzen dat eertijds hier
+geene scheiding bestond. Waarschijnlijk stroomde er toen nog geen zout
+water binnen den kreits der duinen van Terschelling af tot aan den
+uitloop der Maas.&mdash;Belangrijke opmerkingen deelt de kundige
+<span class="sc">F. Arends</span> ons mede in zijne Geschiedenis der
+Noordzeekusten, in welke hij de veranderingen beschrijft, welke die
+kusten door stormvloeden, gedurende een tijdvak van tweeduizend jaren
+hebben ondergaan<a class="noteref" id="xd20e3938src" href="#xd20e3938"
+name="xd20e3938src">4</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb286" href=
+"#pb286" name="pb286">286</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb2" class=
+"pageref">2</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 313.</p>
+<p>Wat betreft de heerschappij der Prinsen, Hertogen en Koningen over
+Friesland, van den jare 313 voor Christus geboorte tot 773 of 775 jaren
+na dezelve, waarvan de korte beschrijving in de eerste drie
+hoofdstukken dezer kronijk begrepen is, daarin komt zeer veel
+onwaarschijnlijks en fabelachtigs voor, zoodat wij niet gaarne op het
+gezag van deze en andere Geschied- en Kronijkschrijvers alles voor
+goede munt zouden aanprijzen: alles evenwel te verwerpen, gelijk ook
+door Friesche Schrijvers-zelve geschied, is evenmin raadzaam. Men leze
+en overwege hier naauwkeurig wat de geleerde Baron <span class=
+"sc">thoe Schwartzenberg</span> en <span class=
+"sc">Hohelansberg</span>, in de uitmuntende <i>Voorrede</i> voor zijn
+<i>Charterboek</i> (vooral I. D. bl. 16 en 17), een geschrift, even
+nuttig als het boek-zelf, op dit punt zegt, en aan wiens gevoelen wij
+eene hooge waarde hechten. Het was voor den geleerden <span class=
+"sc">Emmius</span> en in navolging van hem voor <span class="sc">Foeke
+Sjoerds</span> en den schranderen <span class="sc">van Rhyn</span>, die
+evenwel hier en daar niet zoo gestreng is, niet moeijelijk, het gezag
+van andere Schrijvers te verwerpen, en, wat niet met krachtige bewijzen
+gestaafd konde worden, voor fabels te verklaren. Maar men brenge ook de
+meeningen van den Baron van <span class="sc"><span class="corr" id=
+"xd20e3983" title="Bron: Shwartzenberg">Schwartzenberg</span></span>
+ter toetse, en het lijdt geen&rsquo; twijfel, of de oordeelkundige
+Lezer zal, even als wij, tot de uitkomst moeten komen, dat het gevoelen
+der eerstgemelden aan gewigtige tegenbedenking is onderworpen. Het
+groote en altijd herhaalde argument, waarom wij toch zoo weinig bij de
+Romeinsche <span class="pagenum">[<a id="pb287" href="#pb287" name=
+"pb287">287</a>]</span>Schrijvers van alles, wat de kronijken bevatten,
+vinden, zal toch wel niet als voldoende kunnen worden
+beschouwd:&mdash;dan het is hier niet de plaats, daarover verder uit te
+weiden, liever willen wij hier invoegen wat de zeer verdienstelijke
+Oudheidkundige <span class="sc">N. Westendorp</span>, in zijn
+<i>Jaarboek van en voor de Provincie Groningen</i> (I. 21 volgg.), op
+dit onderwerp zegt:</p>
+<p>&raquo;De Vriesche jaarboeken beginnen de lijst der Vriesche
+koningen en vorsten reeds van v&oacute;&oacute;r den tijd van &rsquo;s
+Heilands geboorte af. Alhoewel wij ons geenszins met zekerheid op de
+berigten dezer verzamelaars, ten aanzien dier opvolgingen, durven en
+willen verlaten; nogtans deelen wij gansch niet in de twijfelzucht van
+<span class="sc">Emmius</span> en van anderen, welke hem gevolgd zijn.
+Vooreerst zijn er geene redenen, om zoo ten eenenmale de
+geloofwaardigheid van <span class="sc">Cappidus Staurensis</span>,
+geleefd omtrent 920, van <span class="sc">Occo Scharlensis</span>,
+welke begon te schrijven in 903 en zulks vervolgde tot 970, van
+<span class="sc">Johannes Vlieterpius</span>, Schrijver van den
+potestaat <span class="sc">J. H. Martna</span> en der gemeene
+Landsregteren, die <span class="sc">Occo&rsquo;s</span> kronijk
+grootendeels uit het H. S. vertaalde en hier en daar vermeerderde
+(1370), van <span class="sc">M. Alvinus</span> (1400), van <span class=
+"sc">Andreas Cornelius</span>, overleden te Harlingen in 1589, van
+<span class="sc">Corn. Kempius</span> (1588), van <span class=
+"sc">Vorperus Taboritha</span>, <span class="sc">Suffridus
+Petri</span>, <span class="sc">Mart. Hamconius</span> (1624), van
+<span class="sc">Bernh. Gerbr. Furmerius</span> (1613), en van meer
+anderen, te verwerpen. Trouwens de Vriezen hadden weleer hunne barden
+en bardengezangen: zoo hoorde nog de bisschop <span class=
+"sc">Ludger</span>, eenen Vrieschen bard de daden der vroegere tijden
+bezingen. <span class="sc">Andr. Cornelius</span> is ook in mijn oog
+een achtingwaardig Schrijver. Deze verhaalt in de voorrede van zijn
+werk, dat <span class="sc">Vlieterp</span> in eene zeer lange voorrede
+berigtte, dat <span class="sc">Occo Scharlensis</span> in de voorrede
+van zijn werk in het breede had ontvouwd, hoe zijn oude oom
+<span class="sc">Solcko Forteman</span> het leven der Vriesche
+koningen, prinsen en heeren, die van het begin af in Vriesland hadden
+geregeerd, ten tijde van den laatsten Vrieschen koning <span class=
+"pagenum">[<a id="pb288" href="#pb288" name=
+"pb288">288</a>]</span>Radbod naauwkeurig beschreven had: over welk
+geschrift hij door dien koning zeer was vervolgd geworden. Schoon nu
+dit opstel te dien tijde op koninklijk bevel was verbrand geworden,
+nogtans waren al zijne overgeblevene schriften en boeken in handen van
+<span class="sc">Occo</span> gekomen, door middel van <span class=
+"sc">Gatje Takama</span> (zijnen vader), welke er vele fragmenten en
+schoone stukken betrekkelijk Vriesland onder gevonden had. Deze schat
+bewoog hem, om alles te verzamelen, wat overgebleven was, en wat hij
+wist. Volgens getuigenis van <span class="sc">Suffridus Petri</span>,
+zouden de bouwstoffen tot het werk van <span class="sc">Alvinus</span>
+uit zoodanige oude liederen genomen zijn. Daarenboven heeft
+<span class="sc">S. Petri</span> toegang gehad tot alle
+kloosterkronijken en kloosterpapieren van Vriesland, waardoor hij in de
+gelegenheid was, om meer ontwaar te worden dan anderen. Ook vinden wij
+er geene de minste tegenstrijdigheid in, dat de Vriezen, even gelijk de
+Kymry in Wallis en de Galen in Ierland, hunne geschiedenis aan de
+bardenorde toevertrouwden, en dat deze ook hunne Taliesins gehad
+hebben. Bij de Kymry en de Ieren zijn deze liederen nog grootendeels
+behouden, en dalen mede tot vroegere tijden terug. De Vriesche
+berigten, hoezeer vermengd met dichterlijke bijvoegselen en met
+aanvullingen van verschillenden aard, verdienen waarlijk de aandacht
+van onderzoeklievende mannen&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e4071src"
+href="#xd20e4071" name="xd20e4071src">5</a>.</p>
+<p>Betrekkelijk den oorsprong der Friezen vinden wij bij Grieksche noch
+Romeinsche Schrijvers eenige voldoende berigten, uit hoofde zij hun
+gezag van den aanvang niet in deze oorden gevestigd hebben. Over de
+benaming en aanvankelijke regeringsvorm zijn ook verschillende
+meeningen te berde gebragt. Het gevoelen ten dezen van den heer Mr.
+<span class="sc">A. van Halmael</span> Jr. ook het onze zijnde, nemen
+wij hier over, hetgeen in zijn <i>beknopt Overzigt der <span class=
+"pagenum">[<a id="pb289" href="#pb289" name=
+"pb289">289</a>]</span>Friesche Geschiedenis</i><a class="noteref" id=
+"xd20e4086src" href="#xd20e4086" name="xd20e4086src">6</a> is
+vermeld:</p>
+<p>&raquo;De oorsprong van de namen <i>Friezen</i> en <i>Friesland</i>
+heeft met dien van vele andere volkeren en landen dit gemeen, dat hij
+hoogst onzeker is. Even onzeker schier is het te bepalen, op welke
+wijze het land in de oudste tijden is geregeerd geworden; of er
+&eacute;&eacute;n enkel persoon aan het spits der regering stond, en
+zoo ja, welken naam hij droeg. Ook naar de uitgestrektheid van het
+land, hetwelk den naam van <i>Friesland</i> droeg, en naar de gedaante
+van hetzelve, kan men weinig meer dan gissen.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Het komt ons echter, wat het eerste betreft, niet
+onwaarschijnlijk voor, dat de naam van <i>Friezen</i> niet anders dan
+<i>vrijen</i> heeft beteekend, welken naam dat gedeelte der Germaansche
+of Duitsche volkeren, <span class="pagenum">[<a id="pb290" href=
+"#pb290" name="pb290">290</a>]</span>hetwelk het eerst <i>Friesland</i>
+tot woonplaats verkozen heeft, zal hebben aangenomen, ten einde zich
+daardoor te onderscheiden van andere stammen, die misschien minder
+naijverig waren op hetgeen zij <i>Friezen</i> verstonden onder
+vrijheid,&mdash;volkomen onafhankelijkheid van allen, die niet tot
+hunnen eigenen stam behoorden, of tot de genen welke zij daarin
+goedvonden aan te nemen&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e4151src"
+href="#xd20e4151" name="xd20e4151src">7</a>.</p>
+<p>&raquo;Wat der Regering betreft, &eacute;&eacute;n persoon schijnt
+aan het hoofd der <i>Friezen</i> gestaan te hebben; niet evenwel
+zonder, in openlijke aangelegenheden, den raad der <i>Wijsten</i>, dat
+is <i>Oudsten</i> zijner landgenooten, in aangelegenheden van algemeen
+belang, de meening van het geheele volk ingenomen, en dien van de
+meerderheid gevolgd te hebben. Het komt ons wijders niet onaannemelijk
+voor, dat die &eacute;&eacute;ne persoon, meerder uitvoerder van
+&rsquo;s volks wil dan eigenmagtig gebieder, maar ook in de uitvoering
+ongebonden, den naam van <i>Koning</i> droeg, welken naam wij, naar de
+afleiding des woords, meenen aangeduid te hebben: <i>den eersten man
+van het eerste <span class="rm">(d. i<span class="corr" id="xd20e4232"
+title="Niet in bron">.</span> mannelijk)</span> geslacht, eens
+heerschenden volks</i>.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Daarmede willen wij echter niet geacht worden, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb291" href="#pb291" name="pb291">291</a>]</span>de
+geheele rij der <i>zeven</i> eerste Koningen (in kronijken
+<i>Prinsen</i> genoemd), der <i>zeven</i> Hertogen en der <i>negen</i>,
+dezen wederom vervangen hebbende Koningen, welke alle door onze
+kronijkschrijvers met name genoemd worden, te erkennen.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Ook gelooven wij niet dat de oppermagt der Vorsten erfelijk
+was, althans niet in de eerste tijden, hoewel meestal de zoon eens
+konings, over wiens bewind het volk tevreden was, hem zal opgevolgd
+zijn.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Er bestaan over den oorsprong des Frieschen volks eenige
+overleveringen en sagen uit den overouden tijd, in welken de
+geschiedkundige waarheid, met de noodige versierselen en verdichtselen,
+werd gehuld en bewaard gebleven is: jammer maar dat het en door den
+geest der vroegere tijdperken, en door de wijze der overlevering zoo
+moeijelijk is geworden waarheid en fabel van elkander te schiften.
+Alles komt echter op dit punt neder, dat de Friezen geene
+<i>aborigenes</i>, dat is inboorlingen van Friesland waren, maar over
+zee naar deze landstreken waren aangekomen om dezelve te
+bevolken<a class="noteref" id="xd20e4262src" href="#xd20e4262" name=
+"xd20e4262src">8</a>. Wij willen kortelijk uit de geschiedenis enigen
+dier sagen en volksvertellingen bijeenverzamelen en mededeelen, dewijl
+onze kronijk slechts van eene enkele gewaagd.</p>
+<p>Naar het gevoelen van <span class="sc">Joachim Hopper</span> zouden
+de Friezen afkomstig zijn van de Hijperboreische volkeren, van wien zij
+hunne taal, godsdienst en zeden hadden ontvangen<a class="noteref" id=
+"xd20e4276src" href="#xd20e4276" name="xd20e4276src">9</a>.
+<span class="pagenum">[<a id="pb292" href="#pb292" name=
+"pb292">292</a>]</span></p>
+<p><span class="sc">Cornelius Kempius</span> verhaalt dat een
+Karthuizer, genaamd Reinerus de Friezen deed afstammen van een aantal
+Joden, die door Vespasianus na de inneming: van Jeruzalem in &rsquo;t
+leven gespaard, uit het Joodsche land verdreven en herwaarts in
+ballingschap gezonden waren. &raquo;Doch de goede man (zoo zegt
+<span class="sc">Van Rhyn</span><a class="noteref" id="xd20e4307src"
+href="#xd20e4307" name="xd20e4307src">10</a>) moet <span class=
+"sc">Tacitus</span> en andere schrijvers niet gelezen hebben, die hem
+zouden onderricht hebben, dat de Vriezen hier al woonden omtrent de
+tijden van Christus,&rdquo;&mdash;dus voor Jeruzalems
+verwoesting<a class="noteref" id="xd20e4313src" href="#xd20e4313" name=
+"xd20e4313src">11</a>. Deze overlevering hoorde ook bij de oude
+Pruissen te huis, wier voorouders door Salmanzar uit het Joodsche land
+waren verdreven<a class="noteref" id="xd20e4322src" href="#xd20e4322"
+name="xd20e4322src">12</a>.</p>
+<p>Van Frankischen oorsprong schijnt navolgende sage door <span class=
+"sc">Joannes Trithemius</span>, in navolging van <span class=
+"sc">Hunibaldus</span>, geboekt in zijne geschiedenis der Frankische
+koningen. Frisius was de zoon van koning Coglio; deze werd met
+toestemming aller Franken Koning van Friesland, doch aan deze keus
+verbonden zij de voorwaarde, dat hij en alle zijne opvolgers met hunne
+onderdanen onder de Franken zouden staan, en tot schatting jaarlijks
+tweehonderd en zestig koeijen leveren: daarenboven waren zij verpligt
+als getrouwe vrienden en bondgenooten der Franken, dezen in alle
+oorlogen bij te staan. De Friezen nu zouden, volgens het beweerde van
+verschillende schrijvers<a class="noteref" id="xd20e4342src" href=
+"#xd20e4342" name="xd20e4342src">13</a>, van dezen Koning den naam
+gekregen hebben. Ook dit verhaal wordt door de geschiedschrijvers van
+lateren tijd verworpen, <span class="pagenum">[<a id="pb293" href=
+"#pb293" name="pb293">293</a>]</span>daar de Franken toen nog niet als
+magtig volk zouden hebben bestaan, maar eerst driehonderd jaar na
+Christus geboorte.&mdash;Het is echter vrij zeker, dat het Frankisch
+gezag reeds zeer vroeg bij de Friezen heeft geheerscht; zelfs de
+benaming dezer beide volken wordt vaak verwisseld. Deze geheele sage
+zal echter van later dagteekening zijn dan anderen<a class="noteref"
+id="xd20e4358src" href="#xd20e4358" name="xd20e4358src">14</a>.</p>
+<p><span class="sc">Hubertus Thomas</span>, een Luikenaar, schreef een
+boek over de Tongren en Eburonen, waarin hij met kracht van redenen
+betoogde, dat de Friezen uit de oude Phrygeers of Trojanen herkomstig
+waren, welk gevoelen ook anderen aankleefden<a class="noteref" id=
+"xd20e4382src" href="#xd20e4382" name="xd20e4382src">15</a>. Grunus,
+een voornaam Trojaan onder hen, had Groningen gebouwd, het gewest
+Frisia en dus het volk met den naam van Friezen gedoopt. Vierhonderd
+drie en dertig jaren voor Christus waren deze Trojanen, onder Marcomir,
+in Duitschland bij de Saksen gekomen en naar den zeekant
+afgezakt<a class="noteref" id="xd20e4393src" href="#xd20e4393" name=
+"xd20e4393src">16</a>. Tot een vernuftig bewijs van zijne stelling
+brengt <span class="sc">Thomas</span> bij, dat het stedeken Ylst niet
+Elostum, zoo als sommige Latijnen zeggen, maar Iliacum, dus genaamd
+naar Ilium, heeten moet, en dat Aschendorp in Groningerland, naar den
+befaamden Ascanius ook den naam Ascania heeft gedragen.&mdash;Dit
+verhaal schijnt van Oud-Duitsche geboorte te zijn<a class="noteref" id=
+"xd20e4418src" href="#xd20e4418" name="xd20e4418src">17</a>.</p>
+<p><span class="sc">Eggerik Beninga</span> beschrijft in zijne
+Oost-Friesche <span class="pagenum">[<a id="pb294" href="#pb294" name=
+"pb294">294</a>]</span>Kronijk<a class="noteref" id="xd20e4433src"
+href="#xd20e4433" name="xd20e4433src">18</a> den oorsprong der Friezen
+ook op deze wijze. Ten tijde dat Samuel regter over de kinderen Israels
+was, nadat de wereld 2860 jaren had gestaan, was er een koning van
+Assyrien, Diedictus genaamd, wiens gemalinne Albiona bij het volk in
+kwaad geruchte stond. Op zekeren tijd liet zij alle hare zusters, twee
+en dertig in getal, en allen aan koningen, vorsten en groote heeren
+door den echt verbonden, bij zich komen, en, zich niet langer door hare
+mannen willende laten regeren, sloten zij in &rsquo;t geheim een
+verbond, dat elk zijnen echtgenoot zou om het leven brengen en dan
+zelve het bestuur in handen nemen. Maar de zamenzwering werd ontdekt en
+tot straf werden de 32 zusters, met al de medepligtigen, in een schip
+zonder roer en zeilen gezet en zoo voor wind en stroom aan de willekeur
+der woeste golven prijs gegeven. Na lang omzwervens kwamen zij ten
+laatste aan een onbewoond eiland, hetwelk zij, naar den naam der oudste
+zuster Albion noemden en langen tijd bewoonden. Uit deze zusters werd
+het groote en wreede reuzengeslacht geteeld, dat door Brutus is
+verslagen en op de vlugt gejaagd, welke vlugtelingen de Noordzee
+opstevenden en naar een nieuw vaderland zochten. Dus aan de Friesche
+kust gekomen, namen zij dit land ten deele met geweld in, en zetten
+zich er neder. Brutus, nu Heer van Albion, herdoopte het eiland in
+Brutannien en liet de stad Londen bouwen, dan ook hij werd op zijnen
+tijd weder verdreven door het geweld der Friesche koningen Engistes en
+Horses.&mdash;Zoo ver <span class="sc">Beninga</span>.&mdash;In
+<span class="sc">Westendorp&rsquo;s</span> <i>Kronyk</i> wordt
+verhaald, dat de gevlugte reuzen, bij hunne aankomst aan den Frieschen
+wal, onvermoeds door de ingezetenen des lands verdreven zijn, de Maas
+zijn opgevaren en Slavenburg hebben gesticht.&mdash;Zoodat volgens dit
+verhaal dan reeds het land bevolkt <span class="pagenum">[<a id="pb295"
+href="#pb295" name="pb295">295</a>]</span>was<a class="noteref" id=
+"xd20e4454src" href="#xd20e4454" name="xd20e4454src">19</a>. Deze
+overlevering schijnt op de Kelten, de oudste bewoners van Brittannien
+te slaan.</p>
+<p>In bijna al de geschied- en kronijkschrijvers, zoo als ook in de
+onze, vinden wij de volks-overlevering, welke ook in den Frieschen
+geest geheel gestemd is, van de overkomst der drie gebroeders Saxo,
+Bruno en Friso<a class="noteref" id="xd20e4463src" href="#xd20e4463"
+name="xd20e4463src">20</a> vermeld, en wel van verschillenden vorm en
+inhoud. Vooral wat betreft de afkomst van den stamvader Friso, daarover
+is een groot verschil. De een maakt hem tot een Jood, de ander tot een
+Macedonier, velen tot een Indiaan. Sommige oude schrijvers hebben de
+waarheid van deze overlevering niet alleen niet in twijfel getrokken,
+maar die tegen anders denkenden met hand en tand verdedigd.
+<span class="sc">B. Furmerius</span> en vooral <span class=
+"sc">Suffridus Petri</span> hebben zelfs, (de laatste in zijne
+Apologie) <span class="sc">Ubbo Emmius</span> en anderen, die dit
+verhaal voor eene fabel verklaarden, voor dwarsdrijvers, slechte
+recensenten en vijanden des vaderlands verklaard. Andere Friesche
+schrijvers, even als <span class="sc">Emmius</span>, verwerpen het ook
+geheel, maar de meesten zijn ook getrouwe navolgers, ja zelfs
+naschrijvers en napraters van <span class="sc">Emmius</span>, die als
+de God der Historie werd aangebeden. Het valt niet te ontkennen, dat
+zijn geschiedboek groote waarde heeft, doch ook onvoorwaardelijk in
+zijne twijfelzucht te berusten is niet het veilig midden kiezen.</p>
+<p>Uit hoofde men deze sage overal vindt, zullen wij dezelve in zijn
+verband niet herhalen, evenmin als de geschiedenis der zeven zonen van
+den Frieschen Aartsvader Friso, die de volkplanters in Jutland, Hessen
+en Schotland zijn geweest. Men vindt een <span class="pagenum">[<a id=
+"pb296" href="#pb296" name="pb296">296</a>]</span>beknopt verhaal
+hiervan in het <i>Nabericht op Vriesland</i> van <span class="sc">van
+Rhyn</span><a class="noteref" id="xd20e4494src" href="#xd20e4494" name=
+"xd20e4494src">21</a>, dat altijd waardig is gelezen en herlezen te
+worden. Daarin wordt ook vermeld hoe de West-Friezen, Keulenaars,
+Frisiabonen of Nieuwe Friezen, Zwitsers en Graubunders, Franken,
+Strand-Friezen en Eiderstedders, uit de oude Friezen zouden herkomstig
+zijn; terwijl zij ook in Oud-Engeland of Brittannien, Ethiopien en
+Chili in Amerika, zich zouden hebben voortgeplant. Van de vermelding
+ten tweede male der Helvetiers of Zwitsers uit de Friezen
+gesproten<a class="noteref" id="xd20e4541src" href="#xd20e4541" name=
+"xd20e4541src">22</a>, ten tijde van den Potestaat Magnus Forteman is
+eene geheel verschillende lezing in <i>de Corte Chronyck</i> van
+<span class="sc">Sybe Jarichs</span><a class="noteref" id=
+"xd20e4553src" href="#xd20e4553" name="xd20e4553src">23</a>, welke
+zegt, dat de Friezen die onder Forteman tegen de Romeinen waren
+opgetrokken, op den terugtogt ten deele in Lombardijen en Italien
+metter woon waren gebleven, door een hoop volks meestal gedood werden,
+zoodat er maar weinigen ontkwamen. Dezen nu zwierven op bergen en in
+dalen rond, tot dat zij in Zwitserland gekomen, aldaar zich huizen
+hebben gebouwd en een gedeelte lands bevolkt.</p>
+<p><span class="sc">Menso Alting</span> beweert, dat de Friezen van een
+en dezelfde afkomst zijn als al de Overrijnsche volkeren. Het
+voorgeven, dat zij uit Phrygien, of de Indien herwaarts zijn gekomen,
+acht hij voor zottengeklap <span class="pagenum">[<a id="pb297" href=
+"#pb297" name="pb297">297</a>]</span>en eene lange reeks van
+leugens<a class="noteref" id="xd20e4568src" href="#xd20e4568" name=
+"xd20e4568src">24</a>. Hoezeer eene geheele vergelijking van al het
+geschrevene over dit onderwerp, met een naauwkeurig oordeelkundig
+onderzoek gepaard, een moeijelijke arbeid ware, en hoe bezwaarlijk men
+ook welligt meerder licht in dezen ontvangen zou, was echter de
+beproeving daarvan, en eene wijsgeerige beschouwing van alle nog
+voorhanden zijnde werken en geschriften der moeite overwaardig en een
+zeer verdienstelijk werk. Er is nog zoo veel aanwezig, geschikt tot
+bruikbare bouwstoffen, hoezeer dan ook de vernielingswoede vele
+belangrijke Charters voor altoos hebbe vernietigd, ja zelfs vele
+gedenkstukken der oudheid door zorgelooze onnoozelheid het droevig lot
+hebben moeten ondergaan van over de zeepalen te worden geworpen, en
+welligt hun graf hebben gevonden in de diepte dier golven, welke over
+de verzonken grondvesten der aloude Friesche Koningsstad henenrollen,
+even als of men ook de laatste getuigen des voorvaderlijken roems in
+hetzelfde graf voor eeuwig wilde begraven. Wenschelijk ware eene meer
+algemeene belangstelling in het lot der Historie en in den goeden wil
+dier Schrijvers, welke zonder zelfverheffing of eerbejag slechts hun
+vaderland en de wetenschappen willen dienen, wier doel en handeling
+niet door gloeijende eerzucht of geldgewin worden bestuurd.</p>
+<p>Wij willen hiermede over alles wat den oorsprong der Friezen betreft
+afstappen<a class="noteref" id="xd20e4578src" href="#xd20e4578" name=
+"xd20e4578src">25</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb298" href=
+"#pb298" name="pb298">298</a>]</span></p>
+<hr class="tb">
+<p>Het ligt geheel buiten ons bestek, alles te verzamelen en te
+vermelden wat door de geschiedschrijvers al niet geboekt, geoordeeld en
+gegist is over het hoogst onzekere tijdvak van de eerste bewoners dezer
+Friesche landen, tot op de geboorte van Christus Dit behoort tot eene
+volledige Geschiedenis der Friezen; dan met eenige meerdere zekerheid
+kunnen worden vermeld, de gebeurtenissen van de komst van den Veldheer
+Drusus in Friesland af tot aan de heerschappij van Karel den Groote.
+Wij willen derhalve overnemen, hetgeen de heer <span class="sc">van
+Halmael</span> in zijn zeer belangrijk <i>Overzigt</i> over dit tijdvak
+heeft geschreven<a class="noteref" id="xd20e4638src" href="#xd20e4638"
+name="xd20e4638src">26</a>, in hetwelk men natuurlijk wel overeenkomst
+met de kronijken, maar tevens ook vele afwijkingen van sommiger
+stellingen zal ontdekken. Er heerscht echter over deze tijden ook nog
+eene vale schemering, zoo geene duisternis; want de eerste Friesche
+Koning, wiens naam en handelingen met genoegzame zekerheid kunnen
+worden vermeld, heeft geregeerd in de zevende eeuw en heeft den troon
+beklommen omtrent 590 of 630. Adgillus de Eerste was die Vorst: wie
+echter zijn vader was, daarover hebben de geleerden het niet eens
+kunnen worden.</p>
+<p>Nu volgt het Overzigt: <span class="pagenum">[<a id="pb299" href=
+"#pb299" name="pb299">299</a>]</span></p>
+<p class="xsection">&sect; 2.</p>
+<p>&raquo;Elf jaren voor Christus geboorte, vertoonde zich de veldheer
+der werelddwingende Romeinen, Claudius Drusus Nero in het land der
+Batavieren. Men zegt, ten einde de Germanen of Duitschers te straffen,
+die in de landen, aan hunne grenzen liggende, en onder het oppergebied
+der Romeinen staande, geplunderd hadden. Hij begaf zich langs den Rijn
+in den Oceaan, ten einde de monden Van de Eems en Wezer te bezoeken,
+tusschen welke de Cauchen of Chauken toen woonden. Aan hunne grenzen
+raakte hij in groot gevaar, doch de Friezen, met welke hij bevorens in
+een vriendschappelijk verbond was getreden, redden hem.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Een jaar later deed hij eene gracht graven, waardoor hij van
+den Rijn, door den Ouden IJssel in het meer Flevo komen konde. Van daar
+konde hij door de Middelzee en verder over de Wadden, in de Eems
+geraken. De Friezen verbonden zich, waarschijnlijk omdat hij hun
+beloofde, dat de Romeinen hen bijstaan zouden tegen hunne, immer
+onrustige, Germaansche naburen, tot het jaarlijks leveren van een
+bepaald aantal ossenhuiden. Ook schijnt hij ter hunner bescherming een
+kasteel, aan de Noordzee te hebben aangelegd. Dat kasteel almede Flevo
+of Flevum genoemd, plaatsen de oudheidkundigen op het tegenwoordig
+eiland Grind, thans eene schulpplaat, niet verre van Terschelling.
+Daaruit kon de Romeinsche bezetting spoedig de Eems bereiken<a class=
+"noteref" id="xd20e4653src" href="#xd20e4653" name=
+"xd20e4653src">27</a>.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb300"
+href="#pb300" name="pb300">300</a>]</span></p>
+<p class="xsection">&sect; 3.</p>
+<p>Jaren na Chr. 29. 48.</p>
+<p>&raquo;Met de goede trouw, die van oudsher de Friezen kenschetste
+(gelijk de Germanen over het algemeen), voldeden zij eenige jaren aan
+hunne verbindtenis, en wel tot aan of in het jaar 29 na Christus
+geboorte. Den Romeinschen veldheer Germanicus schijnen zij bijgestaan,
+en zelfs zijn leger eenmaal eene groote dienst bewezen te hebben, met
+hem zekere plant, door de Romeinen Brittenkruid genaamd, ter heeling
+van de scheurbuik aan te wijzen<a class="noteref" id="xd20e4700src"
+href="#xd20e4700" name="xd20e4700src">28</a>. In gemeld jaar eischte
+zekere Olennius, <span class="pagenum">[<a id="pb301" href="#pb301"
+name="pb301">301</a>]</span>een Romein, die met eenig bevelhebberschap,
+misschien wel met dat van het kasteel Flevum, en met het invorderen der
+zoogenaamde schatting belast was, eene soort van huiden, welke zij,
+evenmin als de waarde van dien, leveren konden. Zij lieten zich eerst
+daarvoor hunne ossen, toen hunne landerijen, eindelijk hunne vrouwen en
+kinderen tot slaven afnemen, hopende dat men hunne bereidwilligheid
+ziende, hun geregtigheid zou doen wedervaren. Maar, het zij de klagten
+der armen het oor des Keizers niet bereiken konden, het zij de Keizer
+zijne prefecten toeliet in het klein te plunderen, gelijk hij-zelf in
+het groot deed, zij vonden geen gehoor, en begonnen den regvaardigsten
+krijg. Zij grepen en doodden de hen kwellende knechten, en belegerden
+Olennius in de Romeinsche sterkte. Wel moesten zij het beleg opbreken,
+omdat er een aantal Romeinsche benden ter ontzet naderde, alles
+onderwegen plunderende en verwoestende; doch, ofschoon de Romeinen,
+volgens het zeggen hunner geschiedschrijvers, hen, evenwel niet zonder
+aanvankelijke nederlagen en groot verlies, overwonnen, zij schijnen
+hunne vrouwen en kinderen, en hunne landerijen toch terug bekomen te
+hebben, en waarschijnlijk zijn zij zelfs wel van Romeinen en schatting
+ontslagen geworden, of ontheven gebleven.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Althans men vindt niet weder van Romeinen hier te lande gewag
+gemaakt, dan omtrent twintig jaren later. Toen, heet het, hebben de
+Friezen zich aan den veldheer Corbulo onderworpen. Hij leidde weder
+krijgsbezetting in Friesland, en stichtte er eene sterkte, zoo sommigen
+meenen ter plaatse, waar nu Groningen ligt. Doch hij moest die
+bezetting welhaast <span class="pagenum">[<a id="pb302" href="#pb302"
+name="pb302">302</a>]</span>terugtrekken, op bevel van zijnen
+toenmaligen Keizer, Claudius, die den Rijn tot grens des Rijks
+bepaalde:&mdash;van eenige schatting wordt te dier gelegenheid niet
+gesproken.&rdquo;</p>
+<p class="xsection">&sect; 4.</p>
+<p>J. na Chr. 59.</p>
+<p>&raquo;&rsquo;t Schijnt evenwel dat de Friezen, wier naam, sedert
+het gebeurde met Olennius, reeds onder de Germanen doorluchtig was
+geworden, bondgenooten der Romeinen gebleven zijn.&mdash;Toen toch,
+eenige jaren later, een deel der Friezen, onder aanvoering van Verritus
+en Malorix<a class="noteref" id="xd20e4761src" href="#xd20e4761" name=
+"xd20e4761src">29</a>, die men daarom niet voor Friesche Koningen
+behoeft te houden, zich op eene ledige plek gronds, denkelijk aan den
+linker Rijn-oever nedersloegen; toen daarop de Romeinsche gezaghebber
+in dien oord hun aanzeide, dat zij die weder verlaten moesten, ten zij
+de Keizer hun toestond, haar in te nemen, begaven Verritus en Malorix
+zich, om &rsquo;s Vorsten toestemming te verkrijgen, naar Rome. Daar
+bragt men hen in den schouwburg; zij zagen er de gezanten der volkeren,
+die gezegd worden in trouw en liefde voor Rome uit te munten, op de
+banken der Romeinsche Raadsheeren zitten, dat een eerbewijs heette.
+Daarop begaven zij zich derwaarts, en zetten er zich insgelijks neder,
+zeggende: dat geene stervelingen de Germanen in wapenen of trouw
+overtroffen. De Friesche rondheid behaagde zelfs den wellevenden
+Romeinen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb303" href="#pb303"
+name="pb303">303</a>]</span></p>
+<p class="xsection">&sect; 5.</p>
+<p>J. na Chr. 240, 350, 418.</p>
+<p>&raquo;Het komt ons voor, dat de Friezen, bij vervolg van tijd, nu
+eens de zijde der Romeinen zullen gehouden hebben, in de oorlogen,
+welke dezen bij voortduring tegen de Germaansche volkeren voeren
+moesten; dan weder, zich met de laatstgemelden tegen de Romeinen zullen
+vereenigd hebben. Van het laatste vinden wij een bewijs in den bekenden
+oorlog, door de Batavieren, onder Claudius Civilis, tegen hunne
+onderdrukkers ondernomen. Ook kan het zijn, dat zij somtijds inderdaad
+aan hen onderworpen geweest zijn; doch zij raakten eindelijk buiten
+alle betrekking tot dezelven. Gedeeltelijk voorzeker reeds, toen
+onderscheidene Germaansche volkeren, onder den naam van Franken,
+omtrent het jaar 240, vereenigd, zich ruim honderd jaren later,
+vestigden in Taxandrie, waardoor men het voormalig eiland der
+Batavieren met de zuidelijk daaraan grenzende landen, en een gedeelte
+van Braband, misschien ook Zeeland moet verstaan.&mdash;Voor zoo verre
+zij zelven, of althans een gedeelte hunner, tot dat verbond behoord
+mogten hebben, en onder de Saliers mogen gerekend zijn, zijn zij
+nogtans zekerlijk vrij en onafhankelijk gebleven, en dien Franken niet
+onderworpen.&mdash;Geheel echter, toen die zelfde Franken, nog ongeveer
+honderd jaren later, een koningrijk in Galli&euml;, het tegenwoordige
+Frankrijk, stichteden, hetgeen Rome erkende. Rome, dat Rijk, hetwelk
+intusschen door zijnen opperheer, Theodosius den Groote, in twee
+Keizerrijken, het Oostersch, hoofdstad Constantinopolen, en het
+Westersch, hoofdstad Rome, was gesplitst geworden, en onder zijn eigen
+gewigt bezweek, gelijk alle Staten zullen doen, die, als Rome, naar de
+opperheerschappij der wereld trachten;&mdash;o troostrijke leer der
+Geschiedenis!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb304" href="#pb304"
+name="pb304">304</a>]</span></p>
+<p class="xsection">&sect; 6.</p>
+<p>J. na Chr. 62, 68, 90, 183, 186.</p>
+<p>&raquo;Als men het gezag onzer kronijken niet geheel wil
+verwerpen,&mdash;en het zoude zoo ondienstig voor de beoefening der
+geschiedenis als onbillijk jegens onze voorvaderen gehandeld zijn,
+indien wij het deden,&mdash;leden de Friezen intusschen menigen
+aanstoot van de Noordelijker en Noord-oostelijker volkeren, onder
+onderscheidene namen, maar vooral onder dien van Deenen in gemelde
+schriften voorkomende.</p>
+<p>Reeds op het jaar 62, wordt van zulk eenen inval der Deenen in
+Friesland gesproken, en jaarlijks schijnen zij, tot in 68, hunne
+pogingen te hebben herhaald, meer om te plonderen, dan om zich hier te
+vestigen. Op het jaar 90 vindt men van eenen inval der Noormannen
+gewaagd. Omtrent 183 van eenen dergelijken der Gothen en Wenden. Op 186
+van eenen der Wilten, welke bij die gelegenheid de eerste grondslagen
+van Wiltenburg, naderhand de stad Utrecht, zouden gelegd
+hebben<a class="noteref" id="xd20e4802src" href="#xd20e4802" name=
+"xd20e4802src">30</a>.</p>
+<p>Zijn er inderdaad zulke invallen, bloot met oogmerk te plunderen,
+geschied, dan mag men daaruit afnemen, dat deze landen minder arm dan
+voorheen waren. De netten van eenige visschers, en het weinige vee van
+eenige arme landbouwers, kunnen toch de roofzucht van tamelijk
+afgelegene volkeren niet, bij herhaling, hebben aangelokt; en wanneer
+het waar is, dat men hier, op zijne beurt zich bereidde tot eenen
+zeetogt naar de landen dier lastige plonderaars (welken togt, uit
+hoofde van een getroffen bestand, achterwege bleef), schijnt zulks
+<span class="pagenum">[<a id="pb305" href="#pb305" name=
+"pb305">305</a>]</span>eene regering aan te kondigen, die niet geheel
+van magt en ve&ecirc;rkracht ontbloot was. Doch wij zullen hier niet
+verder in treden, omdat onze bronnen niet zekerder en naauwkeuriger
+zijn<a class="noteref" id="xd20e4824src" href="#xd20e4824" name=
+"xd20e4824src">31</a>.&rdquo;</p>
+<p class="xsection">&sect; 7.</p>
+<p>Jaren na Chr. 280, 449.</p>
+<p>&raquo;Inmiddels hadden ook de Saksen zich van een gedeelte van ons
+tegenwoordig Nederland meester gemaakt.&mdash;Dit volk, welks
+oorspronkelijke woonplaats men denkelijk in het tegenwoordige Sleeswijk
+en Holstein, over de Elve, langs de Noordzee, en op de eilanden aan de
+kust dier zee moet zoeken, schoon het sedert lang zich westwaarts had
+uitgebreid, kwam, waarschijnlijk over zee, eerst in Taxandrie (verg.
+&sect; 5), en trad in verbond met de Franken, die hen de bezette
+landstreek behouden lieten. Toen de Franken zich zuidelijker op
+begaven, hebben de Saksen meerderen hunner landgenooten tot zich
+gelokt, en zich meer en meer van de Franken afscheidende, en een
+gedeelte hunner vorige woonplaatsen bezettende, eenen Staat op zich
+zelven gaan uitmaken. Franken, Saksen en Friezen, waarin de kleindere
+natien, die voorheen ook dezen grond bewoonden, versmolten waren, wat
+met name van het overschot der voormalige Batavieren <span class=
+"pagenum">[<a id="pb306" href="#pb306" name="pb306">306</a>]</span>mag
+gezegd worden, die zich met de Friezen vereenigd hebben;&mdash;Franken,
+Saksen en Friezen bezetteden alzoo het grootste deel van het
+tegenwoordige Frankrijk en onze Nederlanden, en naarmate de Saksen
+hunne vorige woonplaatsen verlieten, hebben de Friezen zich daarin
+uitgebreid.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Toen de Franken nog aan de Friezen grensden, werd er een
+gedeelte der eerstgemelden, bij zekere gelegenheid, door den
+Romeinschen Keizer Probus naar de kust van Pontus overgebragt. Deze
+Franken, gedreven door liefde tot den voormaligen grond, verlangden
+daarna terug te keeren. Zij maakten zich meester van eenige Romeinsche
+schepen, zeilen daarmede door den Bosphoros en den Hellespont tot in de
+Middellandsche zee, plunderen de kusten van Asia, Griekenland, de rijke
+stad Syrakuse op het eiland Sicili&euml;; zeilen vervolgens door de
+straat van Gibraltar, en zoo komen deze stoutmoedige roovers, langs de
+kusten van Spanje en Frankrijk, door het kanaal, aan het strand der
+Batavieren of aan dat der Friezen. Dit einde van hunnen togt, welke
+eene reis om de wereld mag heeten, maakt het waarschijnlijk dat er ook
+Friezen onder deze zeevaarders geweest zijn, en dat de eer dier
+onderneming, aan welke men zijne bewondering niet kan weigeren, ook
+gedeeltelijk aan onze voorouderen toekomt. Van oudsher was
+verkleefdheid aan den vaderlandschen grond een hoofdtrek van het
+Friesche karakter.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Nadat de Saksen de onmiddellijke naburen der Friezen geworden
+waren, hebben zij met dezen in verbond geleefd. Ook mag men het
+daarvoor houden, dat de lotgevallen der Saksen, bij de Schrijvers der
+middeleeuwen vermeld, grootendeels mede die der Friezen geweest
+zijn<a class="noteref" id="xd20e4848src" href="#xd20e4848" name=
+"xd20e4848src">32</a>, die dan eerst weder met hunnen eigenen naam ten
+tooneele verschijnen, nadat de Saksen oostwaarts wijken voor de
+Franken, die zich op nieuw tot aan Friesland uitbreiden, en eindelijk
+ook daar meester worden.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb307"
+href="#pb307" name="pb307">307</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Zoo is het b. v. bij de naauwkeurigste en oordeelkundigste
+Geschiedschrijvers zeker, dat er Friezen geweest zijn onder de Saksers
+en de met hen vereenigde Anglen (een ander noord-oostelijk volk), die
+zich, onder aanvoering van Hengst en Hors, zoo men ze noemt, in 449 of
+50 naar Brittanje, het tegenwoordige Engeland, begaven. En hoewel het
+nagenoeg zeker is, dat de aanvoerders zelve Saksen waren, komt het ons
+voor, dat zelfs het grootste gedeelte dier vreemdelingen uit Friezen
+heeft bestaan.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Zij waren tot die overkomst uitgenoodigd geworden door de
+Britten zelven, die hunne noordelijke grens-naburen, de Schotten en
+Pikten, niet wederstaan konden. Van hen en van de dochter van Hengst,
+de schoone Ronixa of Rovena, maken zoowel de Britsche kronijken als de
+onze gewag.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Hier voor pleit ook de overeenkomst van de Engelsche met de
+echt Friesche taal, beide dochters der Saksische, naderhand
+Anglo-Saksische genaamd, d. i. dier taal, welke de in Brittanje
+overgekomene Saksen, Anglen en Friezen spraken. De Britten tot hun
+ongeluk te laat beseft hebbende, dat zij nimmer ter beslissing der
+twisten op hun eiland, vreemden hadden moeten inhalen, moesten later
+die vreemden tot hunne heeren aannemen, of hun vaderland ontwijken.
+Velen begaven zich naar een gedeelte van Frankrijk, naderhand naar hen
+Bretagne genaamd; de overigen versmolten in de Anglo-Saksen. De
+tegenwoordige Engelschen en de Friezen mag men met regt broeders
+kinderen heeten. Ware deze les voor de Friezen slechts niet evenzeer
+verloren gegaan als voor zoo vele latere volkeren!&rdquo;</p>
+<p class="xsection">&sect; 8.</p>
+<p>J. na C. 468, 496, 555, 562, 605, 628, 631.</p>
+<p>&raquo;Doch toen de Saksen en Franken elkander wederkeerig te magtig
+werden, ontstond er groote vijandschap <span class="pagenum">[<a id=
+"pb308" href="#pb308" name="pb308">308</a>]</span>tusschen deze beide
+strijdbare volkeren. Toen de Koning der Franken, Childerik, met zijnen
+mededinger Egidius (Gilles) om de kroon twistte, kozen de Saksen de
+zijde van den laatstgemelde, die hen om bijstand aanzocht. Staatkundig
+was het, het verzoek van den zwakste in te willigen, ter vernedering en
+verzwakking van den magtigste.&mdash;Maar de Saksers streden zoo
+ongelukkig, dat zij genoodzaakt waren, zich aan Childerik te
+onderwerpen, zelfs hem bij te staan in zijne oorlogen tegen andere
+Duitsche volkeren. Daarna weder in oorlog geraakt met Childerik&rsquo;s
+zoon, Klovis, schoten zij ook tegen dezen te kort. Klovis verdeelde,
+bij zijnen dood, zijn rijk onder zijne zonen, en dat gedeelte, hetwelk
+vervolgens onder Oost-Frankrijk of Austrasie heeft behoord, grensde aan
+de Saksen.&mdash;Eerst het aandeel van Theodorik I zijnde, geraakte het
+later in handen van Klovis&rsquo; jongsten zoon, Chlotarius I. Deze met
+de Saksen in oorlog geraakt, bragt hun verscheidene nederlagen toe. De
+strijd werd telkens hervat, en eindigde met de oplegging eener
+schatting aan den vijand, die van den Franken 500 koeijen jaarlijks te
+leveren.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Evenmin gelukkig waren zij tegen Sigebert I, zoon van
+Chlotarius I, en Koning van Austrasie, die hen sloeg aan het Boerdiep,
+d. i. de Middelzee, dus in het hart van ons tegenwoordig
+Friesland,&mdash;tegen Theodebert II en Theodorik II, kleinzonen van
+voormelden Sigebert I, Koningen van Austrasie en Bourgonje,&mdash;tegen
+Chlotarius II, Koning van geheel Frankrijk, en tegen Dagobert I, diens
+zoon. Deze laatste schold hun de schatting kwijt, hun door Chlotarius I
+opgelegd, mits zij de Slavoniers, een Noordsch volk, dat hem te magtig
+was, beteugelden, &rsquo;t geen hun echter niet gelukte.&rdquo;</p>
+<p class="xsection">&sect; 9.</p>
+<p>Jaren na Chr. 513, 677.</p>
+<p>&raquo;Inmiddels hadden de Noordsche volkeren niet stil <span class=
+"pagenum">[<a id="pb309" href="#pb309" name=
+"pb309">309</a>]</span>gezeten. Nogtans vielen zij met meer zoo bij
+voortduring op de Friezen aan als te voren. &rsquo;t Schijnt zelfs dat
+dezen, of om in den stijl van dien tijd te spreken, de Saksen, hen
+hebben bijgestaan tot het doen van eenen inval op het grondgebied van
+den reeds vermelden Theodorik I. Toen Dagobert hun de schatting
+kwijtschold, was Adgillus I Koning der Friezen. Hem kunnen wij prijzen
+als een regtvaardig en edel Vorst. Hij vergunde het prediken van het
+alleen zaligmakend Evangelie in deze landen. De heilige Wilfrid,
+Bisschop van Jork in Brittanje, kwam van daar herwaarts. Zijne vijanden
+aan het Engelsche hof, waartoe de Koning zelf schijnt behoord te
+hebben, wanende dat hij naar Frankrijk was gegaan, wisten den
+ondeugenden Ebro&iuml;n, toen Groot-Hofmeester bij den Koning van
+Frankrijk, in hun belang te trekken. Deze schreef aan Adgillus, en
+beloofde hem eene aanzienlijke som gelds, bijaldien hij hem den
+Bisschop, levendig of dood, wilde overleveren. Adgillus was geen
+Christen, maar de oude deugd der Duitschers (der Friezen vooral, zeggen
+wij) woonde in zijn hart. Hij deed een&rsquo; brief, in
+tegenwoordigheid van Wilfrid en zijne medgezellen, en in dien van
+Ebro&iuml;ns gezanten, luide voorlezen; vervolgens nam hij dien,
+verscheurde hem, en leverde het overschot der vlam over, de Frankische
+afgezondenen den smaad en der schaamte ter prooi latende.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Volgens onze kronijken, deed ook Adgillus zekere hoogten of
+terpen opwerpen, opdat zich de landzaten daarop bergen mogten tegen de
+overstroomingen, welke van oudsher deze landen met wee en jammer
+overstelpten<a class="noteref" id="xd20e4885src" href="#xd20e4885"
+name="xd20e4885src">33</a>.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb310"
+href="#pb310" name="pb310">310</a>]</span></p>
+<p class="xsection">&sect; 10.</p>
+<p>J. na Chr. 679, 685, 687, 711, 719.</p>
+<p>&raquo;De opvolger van Adgillus, Radboud I, (of hij zijn zoon was,
+wordt door sommigen, niet zonder grond, betwijfeld) regeerde niet
+gelukkig.&mdash;Volgens de Kronijken, werd hij zelfs door de Denen
+gevangen genomen en naar Denemarken gevoerd; naderhand echter weder
+vrij gegeven. Het Frankische Rijk was een tijdlang ter prooi aan
+binnenlandsche oneenigheden. Van deze schijnt Radboud zich aanvankelijk
+bediend te hebben, ten einde zijn Rijk tot aan den mond der Schelde uit
+te breiden. Dit echter wikkelde hem in eenen krijg met de Franken, die
+voorlang de Saksen verdreven hadden uit de landstreken, welke Radboud
+nu aan zich trok, en er meesters geworden waren.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;De Koningen der Franken waren thans slechts Koningen in naam,
+en de klem van het bewind was in handen (sedert 687) van den
+Groot-Hofmeester Pepijn van Herstal, die zich Hertog en Prins der
+Franken noemde. Pepijn schijnt Radboud een aanzienlijk gedeelte van
+zijn Rijk ontweldigd te hebben, onder anderen Wiltenburg (Utrecht),
+&rsquo;t welk Pepijn vervolgens ten verblijve gaf aan Willebrord, door
+den Paus tot Bisschop der Friezen verheven. Pepijn was een ijverig
+Christen, en wist het Christendom wonder wel dienstbaar te maken aan
+zijne staat- en heerschzuchtige oogmerken. Radboud haatte Pepijn en het
+Christendom, hetwelk hem aan Pepijn onderwerpen moest. Daarom
+verwoestte hij bij de eerste gelegenheid de beste den nieuwen
+Bisschopszetel, doch moest weder voor Pepijn zwichten.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Op nieuw werd de prediking in Friesland hervat. Zelfs nam
+Radboud&rsquo;s dochter, Theodesinde of Teutsinda, het Christendom aan,
+en werd de echtgenoote <span class="pagenum">[<a id="pb311" href=
+"#pb311" name="pb311">311</a>]</span>van Grimoald, zoon van Pepijn. Dit
+bewijst duidelijk, dat de zoo magtige Franken evenwel geene kans zagen,
+zich de Friezen te onderwerpen, en dat Pepijn uit dien hoofde, zich
+door zoodanig eene verbintenis, ten minste tegen hunne vijandschap,
+poogde te verzetten.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Deze Grimoald werd daarna vermoord door zekeren Rangarius,
+welke gezegd wordt tot de lijfwachten van Koning Radboud behoord te
+hebben. Daarom wijten sommigen hem, anderen zijner dochter, dien moord.
+Doch dit is ver van bewezen, en wij zien inderdaad niet, dat Radboud
+enig belang bij den ondergang van Grimoald zoude gehad hebben, eene
+reden te minder, om aan die beschuldiging geloof te slaan.&mdash;Wel
+zegt een onzer Geschiedschrijvers, dat Radboud, die zich immer nog niet
+ontzag de Christenen te vervolgen, niet beducht voor de wraak van
+Pepijn, wiens jaren hoog geklommen waren, vreezen moest, dat Grimoald
+den hoon, zijnen vader aangedaan, zou wreken, en hem daarom uit den weg
+moest ruimen; doch wat zou hem dit gebaat hebben, daar Pepijn nog twee
+andere volwassen zonen had, door geene echtverbindtenis aan Radboud
+verbonden, en van welke hem dus zoodanig eene wraak nog veel meer stond
+te vreezen?&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Om een bewijs te geven, hoe verschillend de latere
+Geschiedschrijvers de gebeurtenissen van dien tijd opvatten, en hoe
+moeijelijk het daarom is, een overzigt van denzelven daar te stellen,
+willen wij, hetgeen op dien moord volgde, op tweederlei wijze
+verhalen.&rdquo;</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4913" title=
+"Bron: &laquo;">&raquo;</span>Pepijn, zegt een der beroemdste
+hedendaagsche Duitse Geschiedschrijvers<a class="noteref" id=
+"xd20e4916src" href="#xd20e4916" name="xd20e4916src">34</a>, bepaalde
+hierop, dat Theudoald, Grimoald&rsquo;s onechte zoon, Hofmeester in
+Austrasie zou worden, welke waardigheid alleen Pepijn eigenlijk had
+bekleed, hoewel hij ook grooten invloed op de zaaken van West-Frankrijk
+<span class="pagenum">[<a id="pb312" href="#pb312" name=
+"pb312">312</a>]</span>(Neustri&euml; of Neustrasie) had. Daarop deed
+Plectrude, grootmoeder van Theudoald, de zonen van Pepijn bij zekere
+Alpheid (of Alpha&iuml;da), Karel (Martel) en Hildebrand gevangen
+nemen, opdat zij aan Theudoald de waardigheid van Groot-Hofmeester niet
+betwisten zouden. Dit kon niet geschieden zonder voorkennis van
+Pepijn.&mdash;Pepijn stierf. De West-Franken verkozen toen zekeren
+Raginfrid tot hunnen Groot-Hofmeester. Daartegen verzetteden zich de
+Oost-Franken, met Theudoald aan &rsquo;t hoofd. Er viel een veldslag
+voor, dien de Neustrasiers wonnen. Theudoald nam de vlugt, en kwam kort
+daarna om. Hierop ontkwam Karel Martel zijner gevangenis, en wilde zich
+met het Groot-Hofmeesterschap van Austrasie te vreden houden. Ook dit
+wilden de Neustrasiers hem niet laten. Nu streed hij dan om het geheel,
+en het gelukte hem, Groot-Hofmeester over de beide Rijken, ook Hertog
+en Prins te worden. Theudoald was voor het overige ouder dan Karel, die
+omstreeks 690 geboren was.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Pepijn, zegt een der nieuwere en wijsgeerigste Fransche
+Geschiedschrijvers<a class="noteref" id="xd20e4928src" href=
+"#xd20e4928" name="xd20e4928src">35</a>, was Groot-Hofmeester over
+geheel Frankrijk; eene van zijne grootste zorgen was, alle
+onderscheiding tusschen Austrasie en Neustri&euml; te doen verdwijnen;
+maar hij was genoodzaakt, die onderscheiding weder op nieuw te maken,
+ter gunste van zijne zonen. Toen Grimoald stierf, liet hij eenen zoon
+na, Theudoald, oud ongeveer zes jaren. Dezen schonk Pepijn toen het
+Groot-Hofmeesterschap van Neustri&euml;. Toen stierf hij. Na zijnen
+dood deed Plectrude Karel Martel gevangen nemen,&mdash;van Childebrand
+(Hildebrand) wordt niet gesproken; dit had Pepijn voorzeker niet
+gelast. Daardoor veroorzaakte zij dat Karel, die anders aan Theudoald
+het Groot-Hofmeesterschap van Neustri&euml; wel zou gelaten hebben, als
+zich met dat van Austrasie kunnende vergenoegen, nu uit wraak, om den
+hem aangedanen hoon, hem dat moest <span class="pagenum">[<a id="pb313"
+href="#pb313" name="pb313">313</a>]</span>betwisten.&mdash;De grooten
+van Neustri&euml;, niet door een kind willende geregeerd worden, kozen
+Raganfrid. Deze wilde Groot-Hofmeester van het geheele Rijk worden. Het
+overige komt met het verhaal van den Duitscher nagenoeg overeen. Alleen
+wordt, bij den Franschman, Ramfroy (Raganfrid) eerst na de nederlage
+van degenen, die het voor Theudoald opnamen, tot Groot-Hofmeester
+verkoren.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Zooveel is intusschen zeker, dat Raganfrid, die alleen wilde
+heerschen, en eindigde met alles, op &eacute;&eacute;n Graafschap na,
+te verliezen, naderhand echter zoo verstandig was, zich met hetzelve
+tevrede te houden, hetwelk andere overweldigers, die in het eerste zijn
+voorbeeld gevolgd hebben, niet deden; dat deze Raganfrid hulp zocht bij
+Radboud, dien de Fransche Schrijvers slechts Hertog der Friezen
+noemen;&mdash;hij mogt geen hooger rang dan Pepijn en Karel hebben. Dit
+moet den doodvijand der Austrasiers welkom geweest zijn.&mdash;Hij trok
+te veld, en overwon Karel, die hem afzonderlijk aanviel. Hij schijnt
+zich vervolgens met de Neustrasiers vereenigd te hebben tot het beleg
+van Keulen, in welke stad Plectrude zich onthield, die, nadat de
+Neustrasiers hadden moeten aftrekken, omdat Karel hen in den rug
+dreigde, hem tot den aftogt, door eene aanzienlijke som gelds,
+overhaalde.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Hiermede was echter de krijg tusschen Karel en Radboud nog
+niet ge&euml;indigd. Nadat Frankrijk-zelf was bevredigd geworden,
+schijnt Radboud, die misschien zijne aanvallen op dat gedeelte van zijn
+gebied, hetwelk hem door Pepijn was afgenomen, hernieuwd heeft, nog
+eene nederlage aan de Middelzee te hebben geleden, en dien ten gevolge
+op nieuw de prediking van het Christendom door geheel Friesland te
+hebben moeten toestaan. Daarna verklaarde hij zich zelfs bereid den H.
+Doop te ontvangen. Toen echter Wulfram, laatstelijk Bisschop van Sens,
+gereed stond, hem dien toe te dienen, en hij bereids met den
+&eacute;&eacute;nen voet in de doopvonte stond, vroeg hij den Bisschop,
+of hij zijne voorvaderen en de verstorvene Friesche Edelen ook in den
+<span class="pagenum">[<a id="pb314" href="#pb314" name=
+"pb314">314</a>]</span>hemel hervinden zoude? Wulfram&rsquo;s onbedacht
+antwoord: dat die in de hel waren, als ongedoopten, deed hem, onder het
+zeggen, dat hij liever met zijne voorvaderen en vrienden in de hel, dan
+met aan hem onbekende Christenen in den hemel zijn wilde, den voet
+terugtrekken.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Volgens anderen zou dit al onder Pepijn zijn voorgevallen.
+Sommigen verklaren de geheele gebeurtenis, welke den inborst van
+Radboud nogtans volkomen kenschetst, voor eene fabel.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Kort daarop kwam Radboud te sterven.&rdquo;</p>
+<p class="xsection">&sect; 11.</p>
+<p>J. na Chr. 734, 738, 744, 746, 754 of 755.</p>
+<p>&raquo;Wie hem opvolgde, is niet geheel zeker; sommigen zeggen, zijn
+zoon Adgillus II, anderen, zekeren Poppo. Misschien is het Radboud I
+mogelijk geweest, zijn gebied, op het voorbeeld der Frankische
+Koningen, onder zijne kinderen te deelen, en dan zal hij
+Oost-Friesland, het land der groote Friezen, aan zijn oudsten zoon,
+Adgillus II, en wat hem van het overige gebleven was (Noord-Holland),
+aan diens broeder Poppo gegeven hebben.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Poppo oorloogde met Karel Martel. De twistappel, hetgeen den
+Frieschen Koningen van het voormalig land der kleine Friezen ontnomen
+was, was voorhanden. Poppo is waarschijnlijk in dien strijd gesneuveld,
+zonder dat de Friezen meer gronds verloren; zijn broeder erfde zijn
+Rijk, en verdeelde bij zijnen dood hetzelve weder onder zijne zonen,
+Gondebald en Radboud II.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;De laatste bekwam West- de eerstgemelde
+Oost-Friesland.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Gondebald was een vreedzaam Vorst; maar Radboud II had den
+aard en de denkenswijze van zijnen voorzaat van gelijken naam, en
+bovenal diens afkeer van het Christendom overge&euml;rfd. Met de Saksen
+verbonden, beoorloogde hij Karoloman en <span class="pagenum">[<a id=
+"pb315" href="#pb315" name="pb315">315</a>]</span>Pepijn den Korte,
+zonen en opvolgers van Karel Martel, maar zonder vrucht. Daarentegen
+stond hij zijn&rsquo; broeder, Pepijn, bij tegen de Saksen. Het schijnt
+op aandrijving van Radboud geweest te zijn, dat de vrome Bonifacius,
+Aartsbisschop van Maintz, het Christendom verkondigende, in het gebied
+van Gondebald, omtrent het toenmalige vlek Dokkum, door de ongeloovige
+Friezen vermoord is geworden. Althans Pepijn, toen reeds Koning der
+Franken, heeft dien moord op hem gewroken, of dien, tot voorwendsel om
+hem op nieuw te beoorlogen, genomen. Radboud moest de vlugt naar
+Denemarken nemen, en misschien heeft hij zich toen eenigen tijd op het
+eiland Helgoland opgehouden, en aldaar de afgodendienst in al haren
+vorigen luister hersteld. Ook zou het kunnen zijn, dat Gondebald eerst
+toen, na het vertrek van Radboud, de kroon verkregen heeft, en dat de
+laatstgemelde tot dien tijd toe alleen in Friesland geheerscht had. In
+dit geval zouden wij onderstellen mogen, dat Radboud de oudste zoon van
+Adgillus II geweest is.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Tot dusverre het Overzigt van den heer <span class="sc">v.
+Halmael</span>, uit al de Geschiedschrijvers bijeengebragt en met zijn
+eigen oordeel verrijkt. Het verschil in de jaren, waarin de
+gebeurtenissen worden vermeld, is bij vele Schrijvers zeer opmerkelijk;
+dan een opzettelijk onderzoek hierover, zou voor ons doel van weinig
+nut zijn.&mdash;Wij zullen liever de korte geschiedenis van Radboud tot
+aan zijnen dood vervolgen.</p>
+<p>In den jare 768 stierf Pepijn, nalatende drie zonen, Karloman, Karel
+en Gilles; welke beide eersten, daar de laatste tot den geestelijken
+stand was opgebragt, het rijk verdeelden. Karloman viel Oost-Frankrijk
+en Karel Friesland ten deel. Karel, door zijne regtschapenheid, vele
+deugden en groote kundigheden, verwierf zich te regt den naam van
+<i>den <span class="pagenum">[<a id="pb316" href="#pb316" name=
+"pb316">316</a>]</span>Grooten</i><a class="noteref" id="xd20e4976src"
+href="#xd20e4976" name="xd20e4976src">36</a>; maar zijne onrustige
+broeder, wien twist en tweedragt liever was dan rust en vrede,
+vervolgde hem steeds als een vijand. Dan slechts drie jaren werd hem
+daartoe gegeven, want toen stelde de dood paal en perk aan deze
+kwelling. Karel werd nu ook als Koning van Oost-Frankrijk erkend.</p>
+<p>Radboud, de bittere vijand zoowel der Christenen als der Franken,
+was in Friesland teruggekeerd, algemeen weder tot Koning erkend, en
+begon zijnen woesten aard en wreede vervolging weder vrijen teugel te
+vieren. Hij vereenigde zich met der Saksen Koning of Hertog Witekind,
+ten einde Karels magt te fnuiken en op den troon te blijven. Meer dan
+eens moest hij echter het onderspit delven, tot hij eindelijk gedrongen
+werd weder naar de Denen de wijk te nemen. Een paar jaren daarna,
+(gelijk sommige Schrijvers beweren) tijdens den togt van Karel naar
+Spanje, waarin alwat Frankenland groot en edels opleverde, tot volkomen
+nederlaag en vernieling werd gebragt, kwam de nog woelzieke Radboud in
+Friesland, en hernam het bewind, doch slechts voor twee jaren
+lang.&mdash;Karel&rsquo;s legertroepen joegen den woesten Fries weder
+naar Denemarken, zijn toevlugtsoord, alwaar hij in ballingschap zal
+gestorven zijn. Geene zekere, zelfs flaauwe narigten van zijn
+levenseinde, zijne familie of kinderen is aan de nakomelingschap
+overgebragt.</p>
+<p>In Oost-Friesland zijn nog overblijfselen uit den ouden tijd
+aanwezig, zoo als de Kon-Rebberts- en Rabboltswegen, de Rabboltsbergen
+en een deel van <span class="pagenum">[<a id="pb317" href="#pb317"
+name="pb317">317</a>]</span>de heerbaan in Groningerland, welke
+Radbodiweg genoemd wordt<a class="noteref" id="xd20e4988src" href=
+"#xd20e4988" name="xd20e4988src">37</a>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb6" class="pageref">6</a>.</p>
+<p>Over het <i>Friesche Wapen</i> meenen wij te mogen aanmerken, dat,
+wanneer men het oude Wapen van Friesland, voorkomende bij <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <span class="sc">Hamconius</span> en anderen,
+voor het familiewapen der Friesche Koningen houdt, de geschiedenis
+hiermede in strijd is, als den oorsprong der Familienamen en Wapens uit
+de tijden der Kruistogten, aangevangen in 1096, vermeldende; terwijl de
+laatste Koning, Radboud II, omtrent den jare 775 de kroon verloor, en
+waarschijnlijk kort daarop is gestorven. Sommigen hebben echter
+beweerd, dat de oorsprong der Wapens reeds bij de oude Germanen te
+zoeken zij; doch hoewel de schilden der voornaamste krijgshelden onder
+hen werden beschilderd en versierd, vindt men geen bewijs voor de
+regelmatige zamenstelling en afwisseling van kleuren naar bepaalde
+regels, of van eenige figuren tot kenteeken aangenomen. Hebben de
+Friezen, voor dat zij met de Romeinen bekend waren, vanen gebruikt, het
+blijkt nergens uit, dat deze met figuren zouden zijn voorzien geweest;
+en van de Romeinen konden zij die niet overnemen, daar deze wel effen
+gekleurde en met goud gestikte vanen bezigden; doch van regelmatige
+wapen-figuren vindt men niet vermeld<a class="noteref" id=
+"xd20e5013src" href="#xd20e5013" name="xd20e5013src">38</a>.
+<span class="pagenum">[<a id="pb318" href="#pb318" name=
+"pb318">318</a>]</span></p>
+<p>Het oude Friesche Wapen heeft zeer veel overeenkomst met die
+wapenschilden, welke sedert de Kruistogten in gebruik kwamen, en dit
+versterkt de meening, dat het niet van Friso&rsquo;s tijd af als
+Landswapen of als veldteeken is gevoerd.&mdash;<span class=
+"sc">Hamconius</span> zegt, dat van Friso af tot Beroald het Wapen
+bestaan hebbe uit een azuren schild, waarop drie zilveren balken, op
+welke zeven roode plompebladeren (niet pompelbladeren, zegt
+<span class="sc">Dodonaeus</span>) geplaatst waren.&mdash;Van Beroald
+tot Radboud II werden er een balk met vier bladeren bijgevoegd,
+zoodanig als Beroald het veranderde, toen hij, de dochter van Koning
+Ridzard gehuwd hebbende, na den dood zijns schoonvaders Oost- en
+West-Friesland vereenigde.&mdash;<span class="sc">Suffr. Petri</span>
+plaatst de plompebladeren <i>tusschen</i> de balken en niet <i>op</i>
+dezelve, strijdig met de regelen der Wapenkunde, welke niet toelaten,
+dat men kleuren op kleuren, maar wel kleuren op metalen plaatst, gelijk
+men dit bij de Schrijvers over de Heraldie zal vinden.&mdash;Koning
+Haron zoude vroeger aan de Hertogen van West-Friesland een Wapen
+gegeven hebben, met slechts &eacute;&eacute;n zilveren balk en vier
+roode plompebladeren in het blaauwe schild.&mdash;Met de regering van
+Karel den Groote kwamen de leeuwen en blokjes in het Landswapen.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb7" class=
+"pageref">7</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 245.</p>
+<p><i>De Friesche Pateele en de Friesche Hoorn</i>. <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <i>Chron.</i> fol. 12, spreekt niet
+uitdrukkelijk van de eigenlijke <i>Pateele</i> als door Adel ingesteld,
+maar wel van de vriendenmaaltijden en andere bijeenkomsten, waarop men
+zich, ook op Duitsche wijze, aan de dronkenschap overgaf: iets dat aan
+geen tijdvak zeer vreemd is. Echter werd er spoedig <span class=
+"pagenum">[<a id="pb319" href="#pb319" name="pb319">319</a>]</span>bij
+de feesten een ceremonie- of zedemeester aangesteld, wien bij het
+drinken vooral het toevoorzigt was gegeven. De kantteekening van
+<span class="sc">Wins.</span> ter a. p. luidt: &raquo;<i><span class=
+"ex">Die Vriesche Hoorn inghestelt met den
+Schuttel.</span></i>&rdquo;&mdash;Deze <i>Pateele</i> of schotel zou
+uit dertien of veertien verschillende geregten bestaan hebben, en de
+<i>Hoorn</i> een gewone stierenhoren geweest zijn. Wie nu de
+geschiedenis van Adel voor eene fabel houden, beweren, dat de Friezen
+het gebruik van uit Horens te drinken van de Denen en Noren hebben
+overgenomen.&mdash;Dan stellig is het, dat het gebruik in overouden
+tijd bestond; als ook, dat men later de Horens niet meer van gemeene
+stieren, maar van Ur-ossen genomen heeft, dezelve zeer versierde en met
+goud en zilver prachtig liet beslaan.&mdash;In de onuitgegeven
+<i>Kronijk</i> van <span class="sc">Worp van Thabor</span>, Lib. I.
+cap. 2, wordt hierover uitgewijd. Zie <span class=
+"sc">Hamconius</span>, <i>Frisia</i>, fol 8; <span class=
+"sc">Gabbema</span>, <i>Verh. van Leeuw.</i>, bl 13; <span class=
+"sc">Alkemade</span>, <i>Displegtigheden, II</i>. 408 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb7" class=
+"pageref">7</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 245.</p>
+<p><i>Adelingen.</i> Ofschoon er reeds in de vroegste tijden, en
+welligt in Friesland vroeger dan elders, een stand van mannen bestond,
+die men <i>Edelen</i> noemde, is het echter niet aannemelijk, dat zij
+hunnen naam van dien van Prins Adel hebben ontvangen. Immers de
+afleiding van het woord spreekt het tegen. Het zij voldoende, uit
+meerderen hier het aangevoerde van de kundige en schrandere Vertalers
+en Aanteekenaren op de <i>Oude Friesche Wetten</i> aan te halen, en als
+het meest aannemelijk denkbeeld na te volgen. Aldaar, op bl. 132, lezen
+wij: &raquo;Waar in het weezen van den Adel, onder de Duitsche volken,
+bij ouds bestaan hebbe, kan met geen volkomen zekerheid bepaald
+worden.&mdash;<span class="sc">Leibnits</span> (<i>Excerpt.
+Mejerian.</i> p. 289) en <span class="sc">G&aelig;rtner</span> (<i>ad.
+L. L. <span class="pagenum">[<a id="pb320" href="#pb320" name=
+"pb320">320</a>]</span>Sax.</i> p. 21.) leiden het woord <i>Edelman</i>
+af van het over oud woord <i><span class="ex">ot</span></i> of
+<i><span class="ex">od</span> predium</i>, <i>possessio</i>, [een goed,
+hetzij op het land of in de stad; bezit] (waar van <i><span class=
+"ex">allod</span></i>), zoo dat <i>Edelman</i> zooveel zoude zijn als
+<i><span class="ex">odelman</span></i>, <i>predii vel pagi
+possessor</i>, [groot goed- of landbezitter] en stellen op dien grond
+het oorspronglijk weezen van den Adel in de bezitting van aanzienlijke
+vaste goederen.&rdquo;&mdash;<span class="sc">Wachter</span> en anderen
+stellen het wezen van den Adel in hooge geboorte; doch altijd blijft de
+vraag, hoe de eerste edelman in de wereld gekomen zij.</p>
+<p><i><span class="ex">Adel</span></i> dus van <i>od</i>, <i>ode</i>,
+<i>ade</i>, <i>ede</i><a class="noteref" id="xd20e5200src" href=
+"#xd20e5200" name="xd20e5200src">39</a>, <i>grond</i>, <i>bezitting</i>
+afkomstig, zoo is <i>Edele</i>, <i>Edelman</i> oorspronkelijk een
+grondbezitter. Daar nu deze Edellieden, als de aanzienlijkste personen,
+natuurlijke voorregten genoten, tot hooger ambten en vooral tot hoogere
+rangen in de krijgsdienst werden verkozen, hadden zij ook, in de
+vroegste tijden namelijk, over hunne minderen het beheer en bestier,
+zelfs eigene regtspleging en vrij gebied. In lateren tijd echter werden
+er algemeene bepalingen, blijkbaar uit de alleroudste Friesche wetten
+(<i>Lex Frisionum sive antiquae Frisiorum leges</i>) gemaakt, waaraan
+de Edelen zich moesten houden. De afstammelingen der grondbezitters,
+rijksten, traden, hoewel niet regtens, in de voorregten der ouders, met
+het ontvangen van het ouderlijk erfdeel (<i>Ethel</i>, in &rsquo;t
+Oud-Friesch). De rijken evenwel, die zich goederen aankochten, werden
+niet onder den Adelstand opgenomen, omdat hunne voorouders niet onder
+de Edelen hadden behoord: zoodat al zeer vroeg de Adel zijn voorregt
+aan geboorte toekende.&mdash;Destijds bestonden nog bij den alouden
+Frieschen Adel geene brieven, wapenen of teekenen van Adeldom, daar
+deze eerst in de XI of XII eeuw in gebruik zijn gekomen. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb321" href="#pb321" name="pb321">321</a>]</span></p>
+<p>Ten tijde van den regerenden Vorst, Hertog Georg van Saxen, (1505)
+werd op diens last een register van den Frieschen Adel
+opgemaakt<a class="noteref" id="xd20e5243src" href="#xd20e5243" name=
+"xd20e5243src">40</a>, in hetwelk de in de Grietenijen aanwezige
+Edelen, met de wegens oorlogen of onlusten afwezigen, werden
+opgeschreven. Hierdoor mogen wij vooronderstellen, dat van dien tijd af
+de wezenlijke erkenning van den Adel heeft plaats gehad, en ook de
+bepaalde erfopvolging is begonnen. De Friesche Adel onderscheidde zich
+alzoo van die van andere landen, daar de eerste ten gevolge van vrij en
+onafhankelijk bezit van goederen tot dien stand was verheven, terwijl
+de andere ten gevolge van landgoederen, van zijnen Vorst ontvangen,
+daartoe geraakte; ook werden er soms door den Vorst, zonder dit, in den
+adelstand ingelijfd, dat is, in diens voorregten gelijk gesteld. Zoo
+had men dan ook in Friesland niet de verdeeling in bijzondere rangen,
+als Graven, Hertogen, Baronnen en Heeren,<a class="noteref" id=
+"xd20e5252src" href="#xd20e5252" name="xd20e5252src">41</a>, maar
+alleen den rang en titel van <span class="ex">Friesch Edelman</span>,
+den hoogsten rang en titel, welken men voeren kon en wilde. Echter
+verkoos men in den eersten tijd zich Raden, Hoofden en Aanvoerders in
+oorlog en vrede, die dan <i>Heerschappen</i> en <i>Hovelingen</i>, en
+in de steden, bepaaldelijk <i>Oldermannen</i> genoemd werden. Deze
+posten bleven ook in de famili&euml;n.</p>
+<p>Onder de regering van Keizer <span class="sc">Lotharius II</span> ,
+omstreeks den jare 1125, bestond er tweederlei Adel,&mdash;de
+<i>Hoogere</i>, die onmiddelijk onder den Keizer was gesteld, en de
+<i>Lagere</i>, die onder Hertogen en Graven behoorde te staan. Dan de
+Friesche Edellieden wilden geene Hertogen of Graven van Friesland
+<span class="pagenum">[<a id="pb322" href="#pb322" name=
+"pb322">322</a>]</span>erkennen, maar alleen onder de oppermagt des
+Keizers staan, even als hun land. Leenmannen te wezen was hun een
+ondragelijk denkbeeld, even als het voorregt uit vorstengunst
+gesproten, en zoo was dan ook de alleen begeerde titel van Friesch
+Edelman geen mindere, dan die van Graaf en Hertog. Het gebruik bij den
+Adel, om zich naar hunne landerijen en kasteelen te noemen, was in
+Friesland minder algemeen, daar men voor geslachtsnaam veeltijds den
+voornaam zijns Stamvaders nam. Men leze <span class="sc">v.
+Halmael&rsquo;s</span> <i>Oersicht oer Friesl&acirc;ns Schijdnis</i>,
+&sect; 24: <span class="ex">Friesch Jierboeckjen</span>, 1833. Vergel.
+voorts het vertoog van Jonkheer <span class="sc">M. Hettema</span> over
+den <i>Oorsprong van den Frieschen Adel</i>, voorkomende in het
+<i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant</i> van den 27 November 1832; de
+<i>Narede</i> van den Heer <span class="sc">v. Halmael</span> achter
+zijn <i>Treurspel Ats Bonninga</i>; <span class="sc">F. Sjoerds</span>,
+<i>Beschr. v. Friesland</i>, I. 470; <span class="sc">Wakker van
+Zon</span>, zijn Boekje getit. <i>de Adel, door</i> <span class=
+"sc">Anonymus Belga</span>, p. 16. volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb10" class=
+"pageref">10</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 59.</p>
+<p>Over den Afgod <i>Stavo</i>, denzelfden met <i>Thor</i>, leze men
+<span class="sc">Westendorp&rsquo;s</span> <i>Verhandeling over het
+gebruik der Noordsche Mythologie</i>, (in de Nieuwe Werken van de
+Maatschappij der Nederl. Letterk. II. D. 1 St.) p.
+29&ndash;33;&mdash;en vergelijke <i>Oudh. en Gest. van Vriesl.</i> I
+283&ndash;285 en 485.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb12" class=
+"pageref">12</a>&mdash;A<sup>o</sup> 4.</p>
+<p><i>&rsquo;t Roode Klif</i>. Al de wonderen van het Roode Klif, nabij
+Stavoren, met en zonder het bestuur des Duivels, alhier en vervolgens
+vermeld, kunnen wij op geenen goeden grond den waarheidlievenden Lezer
+<span class="pagenum">[<a id="pb323" href="#pb323" name=
+"pb323">323</a>]</span>aanbevelen. Echter willen deskundigen, na
+ontdekking en onderzoek van eene soort van lava in den grond aanwezig,
+het denkbeeld niet verwerpen, dat het Klif een vulkaan van minderen
+rang is geweest, of ten minste daarvan eigenschappen heeft
+gehad.&mdash;Over de menschenoffers in Friesland gebruikelijk, zie de
+<i>Aant.</i> op &rsquo;t jaar 700.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb13" class=
+"pageref">13</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 29.</p>
+<p>Deze <i>Holle</i>, <i>Olennius</i>, was Hoofdman eener Keurbende, en
+Landvoogd van wege de Romeinen over Friesland. <span class="sc">F.
+Sjoerds</span> (<i>Jaarb.</i> I. 128) noemt hem &raquo;een gemeen
+persoon onder de <i>Voorpyllenaars</i>&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd20e5409src" href="#xd20e5409" name="xd20e5409src">42</a>.</p>
+<p>De verklaring van <i>Holle</i> of <i>Hollo</i>, naar de Friesche
+taal Hoofd, Hoofdman, vindt men bij <span class="sc">Hamc.</span>
+<i>Fris.</i> p. 11, en bij <span class="sc">S. Petri</span>, <i>de
+Frisior. Antiq. et Orig. Lib. I. Cap. IX</i>, welke laatste hem, echter
+verkeerd, een Fries van afkomst noemt.&mdash;<i>Diocarus</i> ontving
+eerst, volgens de kronijken, na de overwinning op de Romeinen den naam
+van <i>Segon</i>. <span class="sc">Hamc.</span> I. I.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb13" class=
+"pageref">13</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 29.</p>
+<p><i>Omtrent het woud Baduhenne</i>. Over den oorsprong en ligging van
+dit in de Vaderlandsche Geschiedenis beroemde heilig woud is verschil
+ontstaan, zoo als natuurlijk volgen moet, wanneer geene de <span class=
+"pagenum">[<a id="pb324" href="#pb324" name=
+"pb324">324</a>]</span>minste narigten uit de oudheid overblijven. Er
+pleit echter meer voor, dat deszelfs ligging in de Wouden dan bij
+Franeker geweest zij. Even zoo is het onzeker welke Godheid, aldaar
+vereerd, door <i>Baduhenna</i> wordt aangeduid. Ook de Oudheidkenner
+<span class="sc">Westendorp</span> heeft het onbeslist gelaten in zijne
+genoemde Verhandeling. <span class="sc">v. Halmael</span>, in het
+voorberigt voor zijn Treurspel <span class="sc">Adel</span> en
+<span class="sc">Ida</span>, zegt<span class="corr" id="xd20e5496"
+title="Bron: .">:</span> &raquo;De naam van het woud <i>Baduhenna</i>
+is voorzeker door <span class="sc">Tacitus</span> verlatijnd. Wanneer
+men er den uitgang <i>enna</i> of <i>henna</i> (dien wij, hoewel
+misschien anders gewijzigd, ook in den naam <i>Nehalennia</i>
+ontmoeten,) afwerpt, heeft <i>Badu</i> genoegzame overeenkomst met
+<span class="sc">Balder</span>, om de onderstelling te rechtvaardigen,
+dat <i>Baduhenna</i> een aan <span class="sc">Balder</span> geheiligd
+woud was.&rdquo; Dit komt ons geenszins vreemd voor, daar ook de
+vereering van den in de Scandinavische godenleer zeer bekende Godheid
+<span class="sc">Balder</span>, zoon der Godinne <span class=
+"sc">Frigga</span>, voornamelijk en welligt uitsluitend tusschen den
+Rijn en den Wezer plaats had, en aldaar in hoogen rang en van groot
+gezag was.&mdash;Dat er in Friesland gewijde bosschen zijn geweest, is
+buiten twijfel; jammer maar dat hunne ligging niet is nagespoord
+geworden, en dit, met zoo vele andere zaken, voor een nageslacht
+bewaard blijft, &rsquo;t welk alsdan in zijne nasporingen misschien
+niets meer ontdekken zal, dan dat het eenige eeuwen te laat gekomen
+is!&mdash;Vergel. <span class="sc">West.</span> zijne uitstekende
+<i>Verh. over het gebruik der Noordsche Mythologie</i>. <span class=
+"sc">Halma</span>, <i>Toneel der Vereenigde Nederlanden</i>, enz.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb15" class=
+"pageref">15</a>&mdash;A<sup>o</sup> 59.</p>
+<p><i>Vryt</i> of <i>Verritus en Malorix</i>,&mdash;of Maloriges. In de
+Jaarboeken van <span class="sc">Tacitus</span>, het dertiende, is het
+voorval dezer beide gezanten, welke hij regerende Vorsten noemt, in
+zijne bijzonderheden omschreven, <span class="pagenum">[<a id="pb325"
+href="#pb325" name="pb325">325</a>]</span>bepaaldelijk vermeldende
+hunne vrijmoedigheid, toen zij in den schouwburg meer met de
+aanschouwers dan met het spel zich bezig hielden, en van zitplaats
+veranderden, om zich in het Raadsheerlijk gestoelte neder te zetten,
+onder de afgezanten van andere volken, die men wegens trouw en
+vriendschap bijzonder eer bewees. Deze aloude opregtheid, zoo als men
+het noemde, beviel niet alleen aan het publiek, maar ook den Keizer
+Nero zoo wel, (wien in eene kwade luim zulk een gedrag weleens zeer
+mishaagd konde hebben) dat hij den Gezanten het belangrijk burgerregt
+te <i>Rome</i> schonk.&mdash;Van de bekeering in den tekst vermeld, ook
+bij <span class="sc">Winsemius</span> geboekt, wordt bij <span class=
+"sc">Tacitus</span> niet gewaagd, zoo als het ook niet voor waarheid
+wordt aangenomen, onder anderen door <span class="sc">Harkenroht</span>
+in zijne <i>Oostfr. Oorsprongkelykheeden</i>, p. 24 en 29, dat Verritus
+en Malorix, of zoo als zij anders mogen geheeten hebben, uit de
+adellijke geslachten der <i>Hermana&rsquo;s</i> en
+<i>Cammingha&rsquo;s</i> gesproten zijn, &rsquo;t welk door
+<span class="sc">Suffr. Petri</span> en <span class=
+"sc">Hamconius</span> wordt beweerd.&mdash;<span class="sc">P.
+Nota</span>, in zijn <i><span class="corr" id="xd20e5599" title=
+"Bron: Aanhanzel">Aanhangzel</span> betreffende de Oudheden van
+Berlikum</i>, p. 79 in de noot, vermeent, in de woorden van
+<span class="sc">Tacitus</span> de bevestiging te vinden, dat
+<span class="sc">Verr.</span> en <span class="sc">Malor.</span> geene
+Friesche maar Duitsche gezanten geweest zijn. Maar waarom kunnen zij
+niet enkel Leidslieden van de uittrekkende Friezen geweest zijn, en een
+ander Koning of Vorst der teruggeblevenen? Deze gebeurtenis, zegt
+<span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> p. 15, behoort niet tot de
+geschiedenis der Groote Friezen.</p>
+<p>Betrekkelijk deze namen vinden wij bij <span class="sc">A.
+Ypeij</span>, <i>Geschied. der Nederl. Tale, I.</i> D. bl. 161 noot,
+onder de bewijzen, dat de oude Friezen vele namen met hunne buren
+gemeen hadden, en er dus eene groote wederzijdsche gemeenschap van volk
+en taal bestond, &rsquo;t navolgende: &raquo;Reeds onder de oudste
+Vriezen schijnen er zulke algemeene namen in gebruik te zijn geweest.
+Zulks toch mag men opmaken, uit de namen van twee <i>Vriesche</i>
+gezanten van <i>Rome</i>, onder <span class="sc">Nero</span>, welke
+<span class="sc">Tacitus</span> voor ons bewaard heeft, namelijk
+<span class="sc">Verritus</span> en <span class="sc">Malorix</span>.
+<span class="pagenum">[<a id="pb326" href="#pb326" name=
+"pb326">326</a>]</span><i>Ann. Lib.</i> XIII C. 54. Indien ik mij niet
+bedriege, waren dit, de nog bekende namen <span class=
+"sc">Gerrit</span> en <span class="sc">Maurik</span>. De V toch, gelijk
+wij weten, verandert ligtelijk in G, en de L in U. Gelijk de
+Nederlanders in het algemeen van <span class="sc">Gerrit</span>, hun
+<span class="sc">Geert</span> hebben, zoo hebben, naar het schijnt, de
+Vriezen bijzonderlijk van <span class="sc">Maurik</span> hun
+<span class="sc">Murk</span> gemaakt.&rdquo;</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb16" class=
+"pageref">16</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 59.</p>
+<p><i>Op &rsquo;t Oude Hof te Lewerden.</i> <span class="sc">Cappidus
+van Staveren</span>, <span class="sc">Suffr. Petri</span> en
+<span class="sc">Hamconius</span> zeggen, dat reeds voor Christus
+geboorte <i>Leeuwarden</i> onder den naam van <i>Aula Dei</i>, dat is
+Gods-Hof, bekend was, alwaar het opperhoofd der Druiden, Barden of
+Priesters was gesteld. Hier was de leerschool van de Friezen, en
+genoten zij onderwijs in de godsdienst, wetenschappen en wijsbegeerte.
+Dit gesticht zoude te Oldehove gestaan en uitstekende mannen hebben
+voortgebragt. Latere schrijvers verwerpen dit denkbeeld geheelenal. Wat
+er van zij is moeijelijk op te sporen, nog moeijelijker te beslissen.
+Verg. <i>Oudhed. en Gesticht.</i> I. 283, alwaar de kundige vertaler,
+<span class="sc">v. Rhyn</span>, in den geest van <span class=
+"sc">Emmius</span> steeds tot verwerpen genegen van de oude kronijken,
+ook geen geloof daaraan hecht. Over de goden- en geloofsleer der
+Druiden, hun priesterschap, beheer, en hun bestaan in het oude Friesche
+Rijk, vergelijke men de meergemelde <i>Verhand.</i> van <span class=
+"sc">Westendorp</span>, <i>over de Noordsche Mythologie</i>, p. 319
+volgg. en 331 volgg.&mdash;<span class="sc">v. Wijn</span>, <i>Huisz.
+Leven, I.</i> 8, en <i>Hist. Avondst. I.</i> 123, zegt, dat de Germanen
+en dus ook de Friezen geene Druiden of Barden gehad hebben: het
+tegendeel wordt door <span class="sc">West.</span> bewezen;&mdash;zie
+bl. 287 onzer Aanteekeningen.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb17" class=
+"pageref">17</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 94.</p>
+<p><i>De Noormannen.</i> In dezen tijd, en gedurende <span class=
+"pagenum">[<a id="pb327" href="#pb327" name="pb327">327</a>]</span>vele
+eeuwen later, werd Friesland van tijd tot tijd door de Noren en Denen
+vreeslijk geteisterd en geplonderd. Menigmalen behaalden de Friezen
+eenen triomf op dezelven; doch ook dikwijls leden zij bloedige
+nederlagen. <span class="sc">Ocko van Scharl</span> spreekt reeds van
+eenen sterken inval op den jare 62, wanneer de Deensche Koning door
+sommige Oostersche volken zou opgehitst zijn. In het jaar 69 wil men
+dat de Friezen, het jaarlijks rooven, plunderen en moorden moede, eene
+groote krijgsmagt naar Denemarken zonden, om ze in hun eigen land te
+bevechten, dan storm en onweer hadden dezen togt belet. In &rsquo;t
+volgend jaar echter sloten zij met den Koning een bestand, &rsquo;t
+welk, hoe wonder ook, volkomen stand gehouden heeft tot den bepaalden
+tijd. Deze boven bedoelde inval der Noormannen, welke anderen op den
+jare 90 stellen, schijnt zeer geweldig geweest te zijn, en uit hoofde
+van den weinigen wederstand aan deze zijde, daar de meeste Friezen in
+Romeinsche dienst afwezig waren, hadden zij tijd en gelegenheid zich
+aan moord en roof ter kele toe te verzadigen. <span class=
+"sc">Picardt</span>, in zijne <i>Annales Drenthiae</i>, spreekt ook
+alzoo van dit feit.&mdash;Zie de noot p. 305. <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 197.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb17" class="pageref">17</a>.</p>
+<p><i>Onder zeven <span class="sc">Hertogen</span>.</i> Het algemeen
+gevoelen is, <span class="corr" id="xd20e5771" title=
+"Bron: dat men onder die">dat die</span> waardigheid van <i>Hertog</i>,
+met welken titel thans dien van <i>Prins</i>, in navolging der naburige
+volken, verwisseld werd, niet in eenen Hoogvorstelijken of Koninklijken
+staat en magt bestaan hebbe, maar dat de Hertogen, Heervoerders,
+Krijgsoversten of Opperbevelhebbers waren, aan welken het bestuur en
+beleid des oorlogs, met alwat daartoe behoorde, was opgedragen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb328" href="#pb328" name=
+"pb328">328</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb22" class=
+"pageref">22</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 248.</p>
+<p><i>Dokkenburg.</i> Deze verklaring is zeer juist. Bij <span class=
+"sc">Kiliaan</span> vinden wij <span class="sc">Docke</span>,
+<i>(vetus) navale</i>: waaronder verstaan wordt: <i>stabulum</i> of
+<i lang="la">armamentarium</i>, ligplaats der schepen, d. i. haven. Ook
+bij denzelfden <span class="sc">Docke</span>, <i><span class=
+"ex">Germ.</span> poppe</i>: en in den <span class=
+"sc">Theutonista</span>, <i>Dock</i> of <i>Pupp, pupa, pupulla,
+popje</i>.&mdash;<i><span class="ex">Docke van Stro</span></i>.</p>
+<p>Over de stichting dezer stad zullen wij niet uitweiden; zij is na
+Stavoren de oudste, en in allen opzigte zeer merkwaardig geworden. Men
+leze hierover de <i>Oudheden en Gestichten</i>, <i>I.</i> 404, met de
+aanmerkingen van <span class="sc">v. Rhyn</span>, die met <span class=
+"sc">Emmius</span> de hooge oudheid betwijfelt. Wat voorts derzelver
+geschiedenis betreft, zeer belangrijk is, om herlezen en vergeleken te
+worden, de <i>korte Geschiedenis der stad Dokkum voor den Vrede van
+Munster</i>, voorkomende in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder
+Courant</i> van den 6 Julij 1830; alsmede de beide stukken in dezelfde
+Couranten van 2 en 9 Maart te voren, ter verdediging strekkende tegen
+de dikwijls kleingeestige en dwaze aanvallen tegen <i>Dokkum</i> en
+deszelfs bewoners, vooral van lieden wier spelend vernuft zich door
+duizend vervelende herhalingen van vroegere aardigheden tracht staande
+te houden. In die stukken is eene naauwkeurige opgave der groote en
+beroemde mannen, die <i>Dokkum</i> heeft opgeleverd, te vinden.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb23" class="pageref">23</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 289</i>,&mdash;of omstreeks dezen tijd, toen
+Constantius Chlorus, door Keizer Diocletianus tot den rang van Roomsch
+Koning verheven, Galli&euml;n met zijne grensprovincien onder zijn
+gebied verkregen, en de Franken, Saksen en Friezen in Batavien had
+overheerd, werden er velen door hem omgebragt, anderen verplaatst,
+gevankelijk weggevoerd, in het Romeinsch leger ingelijfd, of tot harde
+slavendiensten <span class="pagenum">[<a id="pb329" href="#pb329" name=
+"pb329">329</a>]</span>vernederd. Uit verbittering en tot
+we&ecirc;rwraak moesten nu de Friezen, Overrijnsche Franken, Cauchen,
+Chamaven en Bructeren in vereenigde magt, van den winter en den
+digtgevrozen Rijn gebruik maken, om Constantius en zijn heir te
+overvallen. Dan het goed krijgsgeluk diende hen niet zoo gunstig als
+onze kronijk vermeld; de dooi viel in, het eiland werd door de Romeinen
+omsingeld, de Friezen ingesloten, vermoord of gevangen, en nog dieper
+onder &rsquo;t juk gebragt. Daarna is er met hen een verbond
+gesloten.&mdash;<span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> p.
+30.&mdash;<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 225
+volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb24" class="pageref">24</a>.</p>
+<p><i>Omtrent den jaare 312</i>, enz. De kronijkschrijvers verhalen,
+dat omstreeks dezen tijd door vijf aanzienlijke Edellieden,
+West-Friesland (d. i. de landen ten westen het Flie) is bevolkt en
+bebouwd. De in onze kronijk genoemde Diederik stichtte de hoofdplaats
+Medemelaca, Medemblik, aldus genaamd naar de Godin Medea; Geerard
+bouwde het dorp Opdijk; Roelaard, &rsquo;t dorp Wildenes, met een sterk
+kasteel; Keno was stichter van Bennenbroek, en Adelbold van het dorp
+Winckel.&mdash;Dit verhaal heeft eene meerdere beteekenis, dan wij
+thans nog in staat zijn te geven. Over Medemblik zijn oorkonden van de
+IX eeuw voorhanden.&mdash;Zie over den naamsoorsprong enz. den
+<i>Tegenw. Staat van Holland</i>, <i>II.</i> 502.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb25" class=
+"pageref">25</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 334.</p>
+<p><i>Friesche Buinen.</i> Op bl. 9 onzer kronijk wordt reeds gesproken
+van West-Friesland, en zou deze benaming er dus vroeger geweest
+zijn.&mdash;<span class="sc">Hamconius</span>, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb330" href="#pb330" name=
+"pb330">330</a>]</span><i>Frisia</i>, bl. 5 en 9, zegt op
+<i>Firsiabones</i>, dat <i>Bone</i> in &rsquo;t oud Friesch <i>Boer</i>
+beteekende, en dus <i>Frisiabones</i>, <i>Friesche Boeren</i> zijn,
+waarvoor onze kronijk <i>Plompaarts</i> geeft. <span class="sc">A. W.
+Schrieck</span>, in <i>Orig. rerum Celt. et Belg.</i>, verklaart het
+woord door <i>Frisii separatim habitantes</i>, Friezen die afgezonderd
+van hun eigenlijk land en landgenooten woonden. <span class=
+"sc">Alting</span>, <span class="sc">van Rhyn</span> en anderen
+beweren, dat het woord beteekent <i>Friesche Waterbewoners</i>,
+waarmede zich latere schrijvers hebben vereenigd, en &rsquo;t welk ook
+door den geleerden <span class="sc">Ypeij</span>, in zijne
+<i>Geschiedenis der Nederl. Tale</i>, <i>I.</i> bl. 164, en <i>II.</i>
+bl 109 en volgg. nader is bevestigd. A beteekent <i>water</i>:
+<span class="ex">buen</span>, <span class="ex">boen</span>,
+<i>wonen</i>, <i>verblijf houden</i>, dus zijn <i>Frisiabones</i>
+Friezen, die aan het water wonen; en deze uitlegging is de eenvoudigste
+en de beste, wel zoo goed als de ongelukkige inval van <span class=
+"sc">Junius</span> (<i>Batavia</i>, p. 48. Ed. 1652), om van
+<i>Frisiabones</i>, <i>Friesche apen</i> te maken!&mdash;<span class=
+"sc">Plinius</span> noemt dezelve als wonende tusschen het Vlie en het
+Helium, monden van den Rijn. Dat deze Schrijver ook hier heeft
+misgetast, bewijst <span class="sc">Schwartz</span>, <i>Voorr. I.</i>
+26. <span class="sc">Tacitus</span> zwijgt er van, doch deze kan hen
+gehouden hebben onder de Kleine Friezen te behooren. Het denkbeeld van
+den Heer <span class="sc">Ypeij</span> is zeer aannemelijk, dat de
+<i>Frisiabonen</i> eene volkplanting van echte Friezen zijn geweest,
+wonende aan de linkerzijde van het Vlie in West-Friesland,
+onderscheiden van de Kaninefaten, (waarschijnlijk aan de oevers der
+Noordzee woonachtig) en van de Marsatii in de moerassige, naderhand
+door de Zuiderzee overspoelde landen zich ophoudende, even zoo als de
+eerste Bildtbewoners eene volkplanting was van oorspronkelijke
+Noord-Hollanders.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb26" class=
+"pageref">26</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 339.</p>
+<p><i>Die <span class="sc">Waarden</span> wierd genaamd.</i> (Zie ook
+op de jaren 357 en 377.) Even zoo ook verhaalt <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <span class="pagenum">[<a id="pb331" href=
+"#pb331" name="pb331">331</a>]</span><i>Chronique</i>, fol. 37 doch
+naderhand; (fol. 40) noemt hij de stad <i>Norden</i>, om welke reden
+weet ik niet; daarin is <span class="sc">Soet.</span> in zijn <i>Op- en
+Nederganck van Stavoren</i>, p. 55, hem gevolgd, die door <span class=
+"sc">Harkenroth</span>, <i>Oostfr. Oorsprongkel.</i> (p. 39 en 232)
+daarover zeer gegispt wordt, dat hij Van Esonstad, Norden maken wil; en
+toch heeft <span class="sc">Soet,</span> slechts het gezag van
+<span class="sc">Wins.</span> gevolgd. Door de Noren en Denen zoowel
+als door herhaalde watervloeden heeft die stad veel geleden, en is
+dikwijls geplunderd en grootendeels afgebrand geworden. <span class=
+"sc">Westend.</span> <i>Jaarb.</i> p. 19, stelt op &rsquo;t jaar 398
+het bouwen van Esonstad door den Koning Ubbo (Uffo). Over de oudheid
+dezer stad heeft <span class="sc">Emmius</span> ook zijnen twijfel mede
+gedeeld, doch <span class="sc">v. Rhyn</span> is hier wat toegevender
+dan wel anders.&mdash;Zie <i>Oudh. en Gest. I.</i> 454 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb28" class="pageref">28</a> en
+31.&mdash;A<sup>o</sup> 385 en 449.</p>
+<p><i>Des Hengst en Hors, zijn zoonen</i> enz. <i>In den jaare 449, als
+Hengst en Hors</i> enz.&mdash;De geschiedenis dezer Koningszonen is
+belangrijk genoeg om in aandacht genomen te worden, en wij vinden er,
+verondersteld zelfs dat wij onze kronijkschrijvers <span class="corr"
+id="xd20e6091" title="Bron: verwer-werpen">verwerpen</span>, ook bij
+den Engelschen Historieschrijver <span class="sc">Beda</span>, (<i>lib.
+I. Cap.</i> 15) de vermelding van. Deze zegt dat zij de zoons van den
+Saxischen Vorst <i>Vergistus</i> (achter-kleinzoon van Wodan), en dus
+niet van Odolf Haron waren, hetgeen ook met de tijdrekening verkeerd
+zoude uitkomen. Hierover is twist ontstaan, welke onbeslist is
+gebleven: echter komt men daarin overeen, dat <i>Hengistus</i> en
+<i>Hors</i> aan het hoofd van de Saksen, Friezen, Angelen en andere
+naburige volken, door den Britschen Koning Vortigern te hulp geroepen,
+derwaarts zijn getogen, en zich eindelijk meester van dat land hebben
+gemaakt. Hunne geschiedenis is omstandig beschreven bij <span class=
+"sc">Ocko van Scharl</span>; en hoezeer dezelve ook bij andere
+<span class="pagenum">[<a id="pb332" href="#pb332" name=
+"pb332">332</a>]</span>schrijvers in een romantisch gewaad is
+gewikkeld, draagt zij, in onderlinge vergelijking gebragt, vele
+kenmerken van oorspronkelijkheid. Wij kunnen hier in geene verdere
+ontwikkeling treden, doch zullen voor dien het lust, de bronnen en
+navolgingen aanwijzen, waarin de historie dezer gebroeders beschreven
+staat, met derzelver verscheidenheden.&mdash;<span class="sc">Occo
+Scharlensis</span>, <i>Chronyck</i>, op &rsquo;t jaar 385 en 441;
+<span class="sc">Furmerius</span>, <i>Annal. Phrisic.</i> p. 124 en
+144; <span class="sc">Winsem<span class="corr" id="xd20e6130" title=
+"Niet in bron">.</span></span> <i>Chr.</i> fol 43 en 47; <span class=
+"sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> fol<span class="corr" id=
+"xd20e6143" title="Niet in bron">.</span> 39 en 53; <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 269 volgg.; <span class=
+"sc">Emmius</span>, <i>Lib. III.</i> p. 39 seq.; <i>Oudheden en
+Gestichten, Nabericht van</i> <span class="sc">v. Rhyn</span>, bl. 368;
+<span class="sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist. I.</i> 289;
+<span class="sc">Beda</span>, <i>Hist. Eccl. Lib. I. cap.</i> 12 etc.
+en <i>Chronicon</i>; <span class="sc">Jancko Douwama</span>, <i>Boeck
+der Partijen</i>, p. 37; <span class="sc">Westend.</span> <i>Jaarb.
+I.</i> bl. 26; <i>Overzigt</i> van <span class="sc">v. Halmael</span>
+hiervoren &sect; 7, jaar 449; <span class="sc">Gibbon</span>, <i>Hist.
+of the decline and fall of the Rom. Emp. Ch.</i> 38. <i>IV.</i> 395;
+<span class="sc">Hume</span>, <i>Hist. v. Engel. I.</i> 23 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb32" class="pageref">32</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 463</i>. Men vergelijke de tegenspraak in gemeld
+<i>Nabericht</i> van <span class="sc">v. Rhyn</span>, p. 372.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb32" class=
+"pageref">32</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 496.</p>
+<p><i>Deed Klodoveus, een inval in Friesland</i>. <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 290 en anderen verhalen, dat de
+Friezen in dezen strijd het onderspit delfden, de Friezen en Saksen
+terugkeerden, maar de Allemannen, welke in dezen strijd deelden, hun
+gebied verloren; terwijl Koning Clovis, ingevolge hunne belofte, na de
+overwinning in dezen hagchelijken kamp, met 3000 Franken, tot het
+Christendom overging. Eenige jaren vroeger, omstreeks 476, was het
+Westersche Keizerrijk <span class="pagenum">[<a id="pb333" href=
+"#pb333" name="pb333">333</a>]</span>geheel ten gronde gegaan, en
+niemand over de Maas en den Rijn gaf gehoor aan het Romeinsche
+gezag.&mdash;Verg. <span class="sc">Bilderdyk</span>, <i>Geschiedenis
+des Vaderlands</i>, <i>I.</i> 60 en 61.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb34" class=
+"pageref">34</a>&mdash;A<sup>o</sup> 517.</p>
+<p><i>Groningen, bij de Friesen Grins genaamt</i>. In 517 werd, luidens
+het verhaal van eene der kronijken, Groninge of Groinge (Grens, Grins)
+met een houten staketsel omgeven, ter beveiliging der veste. Deze wijze
+van bevestiging was reeds veel vroeger bij de Germanen en Belgi&euml;rs
+in gebruik, en behoeft, op dezen tijd, niet de minste verwondering te
+verwekken.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb34" class=
+"pageref">34</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 527.</p>
+<p><span class="sc">Richold</span>, <i>zijn oudste zoon</i>. Over de
+geschiedenis in dit tijdvak is een bijzonder verschil ontstaan bij vele
+schrijvers, daar de verwarringen, zoowel in den tijd als in de
+personen, aanduiden, dat men het spoor bijster is geraakt, en men alzoo
+tot gissingen zijne toevlugt heeft genomen, om uit de onderlinge
+tegenspraak tot eenige waarschijnlijkheid te geraken. Ook onze kronijk
+geeft geen meerder licht, maar is schijnbaar in den doolhof
+medegedwaald. De opgave van den zoon en kleinzoon van Diderik, (zie op
+&rsquo;t jaar 334) beide Lem of Willem geheeten, en Dibbalds zoon van
+denzelfden naam, waarvan <i>Haarlem</i> zijnen naam ontleende, is in
+&rsquo;t geheel niet in de haak, schoon ook <span class=
+"sc">Winsemius</span> (fol. 36 en 48) hem hierin is voorgegaan. Verg.
+<span class="sc">Scriverius</span> in zijden <i>Toets-steen</i> op het
+<i>Oude Goutsche Chronycxken</i>, p. 204, 205. De andere kronijken
+springen met die historie, tot op Adgillus tijd, wonder om, terwijl
+<span class="pagenum">[<a id="pb334" href="#pb334" name=
+"pb334">334</a>]</span>men het over diens vader maar geheel niet eens
+kan worden.&mdash;Was Adgillus een Saks of een Fries? Beroald, Bertoald
+of Berthold voerde volgens veler gevoelen het gebied over de Saksen, en
+daar Ritserd, naderhand bijgenaamd Arundelius, in dien tijd Koning der
+Hoog-Friezen was, (in onze kronijk bl. 36 genoemd) moet Adgillus diens
+zoon geweest zijn. Dit is mede de gissing van <span class=
+"sc">Emmius</span>, door <span class="sc">v. Rhyn</span> goedgekeurd,
+en door <span class="sc">F. Sjoerds</span> (<i>Jaarb. I.</i> 334)
+gevolgd. Het is ons wel voorgekomen, dat men Saksen en Friezen, Beroald
+en Ridserd met en onder elkander heeft verward, en dat Beroald door de
+Saksen tot Koning of Hertog was verkozen;&mdash;maar in hoeverre hij
+ook een deel der Friezen beheerscht hebbe, en hoedanig van Odibbald af
+de geslachtsopvolging geweest zij tot aan Adgillus, behoort tot een
+nader naauwkeurig onderzoek. Verg. onder anderen <span class="sc">v.
+Rhyn&rsquo;s</span> <i>Nabericht</i>, bl. 376&ndash;382, te dezen
+opzigte zeer duidelijk. Over Ridserd Arundelius, die een dapper en
+vermaard Vorst moet geweest zijn, <span class="sc">West.</span>
+<i>Jaarb.</i> bl 30 volgg. <span class="sc">Schot.</span> <i>Fr.
+Hist.</i> fol. 47.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb35" class="pageref">35</a></p>
+<p><i>Watervloeden in Friesland.</i></p>
+<p><i>In den jaare 570</i>. Dus ook <span class="sc">Winsemius</span>,
+<span class="sc">Soet</span> en anderen, doch <span class=
+"sc">Gutberleth</span>, in zijne Aanteekeningen op <span class=
+"sc">Gabbema&rsquo;s</span> <i>Watervloeden</i>, p. 14, vermeldt uit de
+geschreven kronijk van <span class="sc">Ocko van Scharl</span>, hem ten
+gebruike gegeven door Bern. Fullenius, den we&ecirc;rgaloozen
+Hoogleeraar in de Wiskunst in Frieslands Opperschool (gelijk hij zegt),
+dat aldaar deze vloed gesteld wordt op den jare 533. Ook de
+kronijkschrijver <span class="sc">Twisk</span> noemt hetzelfde jaar.
+<span class="pagenum">[<a id="pb335" href="#pb335" name=
+"pb335">335</a>]</span></p>
+<p>Door <span class="sc">Dirk, Burger van Schoorl</span>, wordt in
+diens kronijk als eerste Watervloed opgegeven die van 333 in
+Noord-Holland, wanneer de Zijpe is ingebroken en 1200 jaren verdronken
+heeft gelegen. De stad Grebbe, door de Romeinen gesticht, liggende aan
+&rsquo;t Eimer Swin, thans nabij het Nieuwe Diep, of een half uur gaans
+benoorden Wieringen, zou toen verdronken zijn, schoon anderen dit
+voorval later stellen<a class="noteref" id="xd20e6378src" href=
+"#xd20e6378" name="xd20e6378src">43</a>. In 435 was er weder een zware
+vloed over Friesland, zoo als ook in 516, in onze kronijk vermeld. Na
+570 volgde die van 584, met het wonder zeldzame, vruchtbare jaar. In
+586 of 626<a class="noteref" id="xd20e6403src" href="#xd20e6403" name=
+"xd20e6403src">44</a>, of welligt in beide jaren, werd Friesland
+alweder overstroomd. Een viertal jaren later begon de wijze Adgillus
+vliedbergen en terpen te maken, en gaf der bedijking hare geboorte.
+Vele menschen en veel vee verdronken in den vloed van 792 of 793, en
+door al deze verwoestingen waren er een aantal steden, dorpen,
+bosschen, alsmede eene groote uitgestrektheid lands verzwolgen en
+vernietigd, waarvan de onder de golven der zee liggende zandbanken de
+sporen van het vorig bestaan aanwijzen.</p>
+<p>De St. Thomas vloed van den jare 806 was geducht voor Friesland; en
+van dien tijd tot op de helft der XII eeuw moeten door verscheidene
+overstroomingen Friesland, Noord-Holland, Zeeland en Vlaanderen
+deerlijk zijn geteisterd, vooral in den jare 839 <span class=
+"pagenum">[<a id="pb336" href="#pb336" name="pb336">336</a>]</span>zou
+dit gewest bijna geheel overstroomd geweest zijn, en er eene gansche
+omwenteling in den bodem van ons vaderland te weeg zijn gebragt.</p>
+<p>De St. Juliaans-vloed in &rsquo;t begin van 1164 kostte het leven
+aan duizenden van menschen en beesten; waarop de alles verwoestende
+Allerheiligen-vloed van 1178 volgde, die de zeebaren tot aan Utrechts
+wallen voortjoeg. In dezen tijd kreeg de Zuiderzee eene groote
+uitgestrektheid; terwijl de baatzuchtige Friesche Abten vele
+verderfelijke doorgravingen deden maken, die de zee in vernielende
+krachten deed aanwinnen. Ook in 1200 stroomde een deel van Friesland
+over; doch van den schrikkelijken watervloed in Noord-Holland, in 1212,
+vindt men niets betrekkelijk Friesland vermeld. Dan bij den ijsselijken
+Marcellus-vloed, in Januarij 1219, was geene overstrooming te
+vergelijken, hetgeen dan ook bij de nakomelingschap ten spreekwoord is
+geworden. Alwat tusschen den Wezer en de Schelde op en over de
+oppervlakte van den grond aanwezig was, werd op vele plaatsen vernield
+en vernietigd, en duizenden menschen van &rsquo;t leven beroofd. Dezen
+vloed (zegt <span class="sc">Westend.</span> <i>Jaarb.</i> p. 238)
+meenden velen te moeten toeschrijven aan de brooddronkenheid en de
+woestheid van een zekeren Fries en kampvechter, die het hoogwaardig
+sacrament te Wijtwerd en Uskwerd, ter plaatse waar men naderhand het
+klooster van St. Jan stichtte, zeer hoonde en ontheiligde.</p>
+<p>De jaren 1220, 1221, 1222, 1223, 1224, 1227, 1230, 1237, 1246, 1248,
+1249, 1250, 1257, 1262, 1266, 1273, 1277, 1285, 1287, 1288 en 1290
+waren uiterst rampvol voor Friesland, en wie kan er zich een denkbeeld
+van vormen? twintig overstroomingen in &eacute;&eacute;ne en dezelfde
+eeuw, in &eacute;&eacute;n en hetzelfde Gewest! En niet alleen door de
+vloeden, maar ook omstreeks het midden dezer eeuw werd Friesland door
+eene vernielende pest onder menschen en vee jammerlijk geteisterd,
+terwijl haat en nijd, twist en tweedragt onder de ingezetenen aller
+onheil ten top voerden.&mdash;In deze eeuw verdwenen Ezonstad,
+<span class="pagenum">[<a id="pb337" href="#pb337" name=
+"pb337">337</a>]</span>Camminghaburg bij Leeuwarden, Britsenburg aan de
+Middelzee, de stedekens Wartena ten deele en Grind geheel.</p>
+<p>In de veertiende eeuw werd Friesland acht malen gedeeltelijk
+overstroomd, en wel ten jare 1313, in welke de beroemde <i>Wijbo
+Sjoerds van Grovestins</i>, voornaam hoofd der Vetkoopers, het leven
+liet, en op welke overstrooming weder eene pestziekte zoude gevolgd
+zijn: voorts in 1334, 1336, 1361, 1377, 1380, 1387 en in 1400, de
+Friesche vloed genaamd, welke van belang is geweest voor de opkomst van
+Amsterdam, door het aanmerkelijk verwijden van het Marsdiep, het zeegat
+tusschen Texel en den Helder.</p>
+<p>Wederom vijftien overstroomingen in de XV eeuw, waren ons gewest ten
+geesel en ter vernieling. In 1403 was de 3de Catharina&rsquo;s vloed,
+maar in 1421 rigtte de St. Elisabeth&rsquo;s-vloed hare ijsselijke
+verwoestingen aan, waarin de 72 dorpen in den Zuid-Hollandschen Waard
+bedolven werden, zoodat er twintig geheel te niete gingen. De volgende
+vloeden hadden plaats in 1425, 1426, 1427, 1428, 1429, 1434, 1437,
+1446, 1464, 1470, 1474, 1477, en 1497; en geen wonder dat het land
+overstroomde, want de onderlinge twist en tweedragt gaf aan den oorlog
+voedsel, terwijl de eendragtige zorgen voor het behoud des lands
+verloren waren. West-Workum, Westerbierum en Dijkshorne waren den
+golven ter prooi geworden: niet alles echter was verlies, want de
+Middelzee was nu geheel aangeslijkt, en gaf kostelijk land.</p>
+<p>Ook in de XVI eeuw was Friesland even ongelukkig door den ramp der
+vloeden, zoodat wel twintig malen in dit tijdvak het land overstroomde.
+In de jaren 1502, 1503, 1509, 1516, 1517, 1520, 1524, 1525, wanneer er
+drie vloeden in &eacute;&eacute;n jaar waren; in 1530, 1531 en 1532
+(misschien dezelfde), 1552 en 1559 rigtten zij vele verwoestingen aan.
+Maar de geweldige Allerheiligen-vloed van 1570 heeft het gansche land
+langs de zeekusten van Frankrijk tot aan Noorwegen toe, als in
+&eacute;&eacute;ne zee herschapen; terwijl in Friesland de schrik en
+ellende, die land en inwoonderen in eenen <span class="pagenum">[<a id=
+"pb338" href="#pb338" name="pb338">338</a>]</span>poel van jammeren
+stortte, door geene pen waren te beschrijven, door geene woorden te
+vermelden. Wel 20,000 menschen, zeggen de schrijvers, zijn in onze
+Provincie omgekomen: 1800 telde men in &eacute;&eacute;ne
+Grietenij.&mdash;Daarna had men weder met dit onheil te kampen in 1572,
+1573, 1575, 1577 en 1578. Toen evenwel, door tusschenkomst en dwang van
+Caspar de Robles, werd er gedijkt en gedamd.</p>
+<p>Hoewel nu de vloeden in de XVII eeuw minder waren dan in de vorige,
+was evenwel de zee niet in banden te houden, maar brak nog dikwijls
+door de dijken heen, en bedierf een deel van het zoo vaak geteisterd
+gewest. In 1610 liep de zuidwesthoek onder: 1623, 1625, 1643, 1651,
+1665 en 1675 waren noodlottige jaren, en vooral het jaar 1651, waarin
+de St. Pieters-vloed, na dat in Januarij de algemeene
+rivier-overstrooming in de Nederlanden had plaats gehad, in de volgende
+maand vele oorden in Friesland verwoestte. Voor Noord-Holland was die
+vloed verschrikkelijk.</p>
+<p>In den aanvang der XVIII eeuw, en wel in 1701 en 1703, zoo ook in
+1715, leden door de overstroomingen het land en de zeedijken veel
+schade, dan door den 7 kersvloed in 1717 was de verwoesting groot,
+vooral in Oost-Friesland.&mdash;Ten jare 1731 werd het paalwerk langs
+de kusten, en sommige sluisdeuren door de wormen geheel doorknaagd en
+verteerd. Bijna zestig jaren lang bleef Friesland voor storm en vloed
+beveiligd, doch in 1775 en 1776 had de provincie door twee
+overstroomingen, en vooral door de laatste, veel te lijden; dit was
+echter niet te vergelijken bij den geduchten watervloed van den jare
+1825, die langs de zeekusten van Noord-Jutland af tot Frankrijk toe,
+zijne vernielende kracht heeft uitgeoefend.</p>
+<p>Vergelijk de <i>Inleiding</i> voor mijn <i>Geschiedkundig Tafereel
+van den Watervloed en de Overstroomingen in de Provincie Vriesland;
+voorgevallen in 1825</i>, en alle de afzonderlijk daarin aangehaalde
+schrijvers. <span class="sc">Westend.</span> <i>Jaarb. van
+Groningen</i>, op de verschillende jaren, die echter vele
+overstroomingen niet heeft vermeld.&mdash;Een zeer goed boek over de
+laatste overstrooming <span class="pagenum">[<a id="pb339" href=
+"#pb339" name="pb339">339</a>]</span>is dat van den kundigen
+<span class="sc">F. Arends</span>, <i>Gem&auml;hlde der Sturmfluthen
+vom 3 bis 5 Februar 1825</i>: (zu haben bei dem Verfasser, 1826.) In
+zijn verdienstelijk reeds aangehaald werk: <i>Physische Geschichte der
+Nordsee-K&uuml;ste</i>, geeft de Schrijver, in het tweede deel, eene
+Geschiedenis van al de watervloeden, vermeerderd met vele
+bijzonderheden, door vroegere schrijvers niet vermeld.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb37" class="pageref">37</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 628</i> enz. Het omstandig verhaal dezen
+belangrijken strijd, vindt men bij alle latere geschiedschrijvers bijna
+op dezelfde wijze geboekt, en komt in de hoofdzaak overeen. Echter bij
+vergelijking der oudste Friesche jaarboeken, zal men eenige afwijking
+van anderen vinden. Niet, zoo als deze willen, was Dagobert de
+aanvallende partij in Friesland, of wilde dit land dadelijk overheeren;
+maar de Saksen, onder Koning Berthold, wilden niet meer onder der
+Franken gebied blijven, maar vrij zijn, des zij hunne krijgsboden aan
+Klotaris zonden, om dien op een barschen toon den wil van hunnen Koning
+te kennen te geven, hetwelk der Franken Opperhoofd dezen zoo hoog
+afnam, dat, waren zij niet door de christelijke staatkunde van den
+Bisschop van Meaux gered, hij hen welligt het hoofd voor de voeten had
+doen leggen. Zij keerden, tot christenen gedoopt, met eere en
+geschenken terug. Doch de Saksen verbonden zich met de Friezen,
+volvoerden hun plan, rukten tegen Dagobert op, die zijnen vader te hulp
+roept en de overwinning behaalt; en nu had er eene ijsselijke slagting
+onder de Saksen en Friezen plaats. Die langer dan zijn zwaard
+waren<a class="noteref" id="xd20e6481src" href="#xd20e6481" name=
+"xd20e6481src">45</a>, dat is, die de wapenen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb340" href="#pb340" name=
+"pb340">340</a>]</span>weder zouden kunnen voeren en geschikt ten
+strijde waren, werden vermoord; vrouwen en kinders werden in Frankrijk
+als slaven verkocht, en daarmede eindigde dit treurtooneel.&mdash;Dat
+dit gevecht in Friesland bij de Middelzee plaats had, gelijk
+<span class="sc">Rolevink</span>, en in navolging van hem <span class=
+"sc">Furmerius</span>, <span class="sc">Winsemius</span> en anderen,
+beweren, heeft geen schijn, daar men moet vooronderstellen, dat het
+niet anders dan bij den Wezer kan hebben plaats gehad.</p>
+<p>Dagobert moet omstreeks dezen tijd ook een christenkerk te Utrecht
+gesticht, en den Bisschop van Keulen het beheer over de Friezen gegeven
+hebben; dan dezen, te zeer nog aan hunne afgoden verslaafd, te stijf
+van hoofd en stug van aard, boden te veel tegenstand, en men vorderde
+dus weinig.</p>
+<p>Dat ook deze Dagobert, als overheerder der Friezen, de insteller der
+wetten is geweest, wordt bestreden en met grond betwijfeld.&mdash;Zie
+daarover <span class="sc">Schwartz.</span>, <i>Charterb. Voorr. I.</i>
+bl. 36, 37, 38. Men vindt deze gebeurtenis beschreven bij <span class=
+"sc">Furmerius</span>, <i>Ann. Lib. III.</i> c. <i>IV.</i> p. 172;
+<span class="sc">Wins.</span> <i>Chr.</i> fol. 52; <span class=
+"sc">Schot.</span> <i>Hist.</i> fol. 47; <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 323; <span class="sc">Wagen.</span>
+<i>Vad. Hist. I.</i> 331; <i>Tegenw. Staat v. Fr. I.</i> 221; <i>Oudh.
+en Gest. II.</i> 111, 112 en 377; <span class="sc">Cerisier</span>,
+<i>Gesch. d. Vereen. Ned. I.</i> 90; <span class="sc">Bilderdyk</span>,
+<i>Gesch. d. Vaderl. I.</i> 66.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb37" class="pageref">37</a>.</p>
+<p><span class="sc">Adgild</span> <i>wierd</i> enz. Over de regering
+van den christelijken Adgillus en onchristelijken Radboud, is in het
+Overzigt genoegzame melding gemaakt. <span class="sc">Schot.</span>
+<i>Fr. Hist.</i> p. 55, zegt, dat volgens eene Hollandsche kronijk,
+Radboud geen zoon van Adgillus, maar van Diederik, omtrent den jare 300
+Koning van Friesland, bewesten &rsquo;t Flie, geweest zou zijn. Wij
+hebben echter die kronijk niet gevonden, en volgen liever het
+getuigenis van alle overige geschiedschrijvers. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb341" href="#pb341" name="pb341">341</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb42" class=
+"pageref">42</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 695.</p>
+<p><i>In Friesland, Holland en Teisterband</i>. Over het oude
+graafschap <i>Teisterband</i>, in &rsquo;twelk het geheele Sticht, met
+het land tusschen Maas en Rijn, en van daar oostwaarts, met Kleef, Berg
+en Gulikerland, vervat werd, leze men <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>&rsquo;s <i>Geschied. d. Vaderl. I.</i> bl. 161,
+193 en 341 volgg. De afleiding is deze: <i>Bant</i>, <i>Ban</i> is
+jurisdictie, regtsban, <i>Deister</i> is bogt, kromte van
+<i>deisen</i>, thans <i>deinzen</i>, afwijken. Het wordt van ouds
+algemeen op de kromte van eene rivier toegepast. Dus is <i>Teister</i>
+of <i>Deisterbant</i> de <i>regtsban</i> (of &rsquo;t gezag) <i>van de
+bogt</i> (de afwijking) des Rijns, waar hij van noordwaarts ten westen
+afdeinst.&mdash;Vergel. de door <span class="sc">Bild.</span> zelven
+vervaardigde kaart achter het <i>I.</i> deel.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb43" class="pageref">43</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 700</i>. In dezen tijd, en zelfs gedurende een
+gedeelte der VIII eeuw, was geheel Friesland nog heidensch. De
+<i>Menschen-offers</i>, door geheel Galli&euml;n, Germanie en
+Scandinavie gebruikelijk, bij de Denen en Noren in zwang, vonden ook in
+Friesland grooten bijval, zoodat het geenszins vreemd is, in dezen tijd
+daarvan in de geschiedenis voorbeelden te vinden. Men heeft het verhaal
+van den schoonen jongeling <i>Ovo</i>, door den Priester Wulfram van
+den dood verlost, onder de fabels gesteld, dan tijden, zeden en
+gewoonten in acht genomen, en de leer der ondervinding geraadpleegd,
+zou ik niet weten, waarom, door deze of gene omstandigheid, hetzij aan
+hooger magt toe te schrijven, of vindt men dit te ouderwets gedacht,
+dan door een toeval, of wel door eene behendigheid des Priesters, dit
+<span class="pagenum">[<a id="pb342" href="#pb342" name=
+"pb342">342</a>]</span>voorval niet had kunnen plaats hebben<a class=
+"noteref" id="xd20e6660src" href="#xd20e6660" name=
+"xd20e6660src">46</a>. Men twijfelt toch, in weerwil der zonderlinge
+tegenspraak van sommige geleerden, geenszins aan zoo vele bloedige
+offeranden aan de Goden gebragt, aan het slagten, verdrinken of op eene
+andere wijze dooden van zoo vele mannen, vrouwen, ja zelfs kinderen,
+waarvan de geschiedenis in de eerste eeuwen voorbeelden, aangeeft: en
+zou het dus zoo vreemd zijn, dat in de eerste tijden bij verbazende
+natuurverschijnselen of andere gebeurtenissen, men in zijnen angst tot
+het menschenoffer, (gelijk dat van een driejarig kind, bij het ontstaan
+eener zoute welle) als het hoogste, waarmede men zijne Goden vereeren
+kon, waarmede men rampen afweren en gunsten verwerven wilde, toevlugt
+nam?</p>
+<p>Zeer gegrond is de aanmerking, dat door deze volharding in de
+afgodendienst overvloedig blijkt, hoe weinig der Romeinen gezag en
+invloed op de Friezen werkte. Men leze over het offeren van menschen en
+beesten de meergen. Verhandeling van <span class=
+"sc">Westendorp</span>, <i>over het gebr. der Noordsche Mythologie</i>,
+bepaaldelijk over de <i>Heilige gebruiken</i>, bl. 339 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb44" class="pageref">44</a>.</p>
+<p><span class="sc">Adgild</span>, <i>de tweede</i>. Sommigen willen
+liever tot opvolger van Radboud zijnen zoon Poppo, dan Adgillus hebben;
+de een onder den titel van Koning, de ander onder dien van Hertog. De
+gissing echter in &sect; 11 van het Overzigt (bl. 315), komt mij zeer
+aannemelijk voor. Zie <span class="sc">van Loon</span>, <i>Aloude Holl.
+Hist. I.</i> 324<i>b</i><span class="corr" id="xd20e6713" title=
+"Niet in bron">,</span> 325<i>a</i>; <i>Oudh. en Gest. Naber.</i> p.
+393; <i>Bijv. en Aanm.</i> op <span class="sc">Wagenaar</span>,
+<i>I.</i> 92; <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> p. 42.
+<span class="pagenum">[<a id="pb343" href="#pb343" name=
+"pb343">343</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb46" class=
+"pageref">46</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 736.</p>
+<p><i>Is Bisschop Willebrord ontslaapen</i>. Deze heeft ongetwijfeld
+den eersten grondslag gelegd, en groot nut aan Friesland gedaan, tot
+bekeering der heidensche natie. Volgens <span class=
+"sc">Wagenaar</span> (<i>I.</i> 378) stierf hij in slagtmaand 737,
+nalatende een alleraanzienlijks vermogen, meest door de Franken hem
+geschonken, hetwelk hij aan zijne geliefkoosde Abdij van Epternach, bij
+Trier, uit eene gifte van Dagoberts Dochter gesticht, vermaakte.
+Omstreeks dezen tijd schijnt ook de Priester Marcellus, die zeventig
+jaren lang het Evangeliewerk verrigtte, in Friesland met goed gevolg
+gepredikt te hebben.</p>
+<p>Ook in dit tijdvak kwam de vrome en geleerde Bonifacius hier te
+lande uit Engeland. Deze bestreed met kracht, verstand en godvruchtigen
+ijver, niet alleen de heidensche bijgeloovigheden, ruwheid van zeden en
+woestheid der Friezen, maar ging ook met ernst het zedebederf, de
+onkunde, boosheid, onwettigheid en valsche leer der geestelijken te
+keer, wier doel en middelen met de christelijke godsdienst zoo zeer in
+strijd waren. Zie het op bl. <a href="#pb348" class="pageref">348</a>
+aanbevolen werk van den heer <span class="sc">Glasius</span>, IV en V
+Hoofdst.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb47" class=
+"pageref">47</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 749.</p>
+<p><i>Priester Jan</i>.&mdash;Zie over dezen <i>Oudh. en Gest. II.</i>
+84&ndash;86 en <i>Naber.</i> bl. 349.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb50" class="pageref">50</a>.</p>
+<p><i>Vreemde</i> <span class="sc">Heeren</span>. De Heer <span class=
+"sc">v. Halmael</span>, heeft zijn tweede Tijdperk van het Overzigt,
+(gedeeltelijk geplaatst <span class="pagenum">[<a id="pb344" href=
+"#pb344" name="pb344">344</a>]</span>in <i>&rsquo;t Friesch
+Jierboeckjen</i> van 1833) loopende van 773 tot 1498, zijnde van Karel
+den Groote tot de regering van Albrecht, Hertog van Saksen, genoemd:
+<i><span class="ex">Het Vrije Friesland</span></i>. Niet dadelijk
+evenwel (zoo als ook de Schrijver aanmerkt) waren de Friezen vrij, maar
+trapsgewijze onder Karel&rsquo;s opvolgers werd die vrijheid verkregen,
+niet door Karel zelven hen geschonken. En ook natuurlijk, want daar
+onder de hoofdvoorwaarden het aannemen van de Christelijken Godsdienst,
+en dus ook onderwerping aan een&rsquo; Bisschop behoorde, was het van
+zelf, dat het onrustig en onstuimig karakter niet zoo dadelijk met die
+zachte middelen te temmen was, waardoor dus menig opstand en oproer
+dikwijls de reeds geschonken vrijdommen weder deden bekrimpen.</p>
+<p>Karel verdeelde het tegenwoordig Friesland, naar het schijnt, in
+drie Graafschappen: <i>Oostergouwe</i>, <i>Westergouwe</i> en
+<i>Stavoren</i>. Het Graafschap <i>Islegouwe</i> (IJsselland), waarin
+Oost- en West-stellingwerf begrepen zullen zijn, is welligt een
+<i>Saksisch</i> en geen eigenlijk <i>Friesch</i> Graafschap geweest of
+alzoo genoemd. Ieder Graafschap had zijn opperhoofd, bekleed met de
+burgerlijke en militaire magt, en over eenige Graafschappen was een
+Hertog, uitsluitend het bewind over de krijgsmagt voerende,
+gesteld<a class="noteref" id="xd20e6833src" href="#xd20e6833" name=
+"xd20e6833src">47</a>.</p>
+<p>De wetten, naar welke Karel de Friesche Graafschappen in het
+algemeen deed regeren, zijn die, welke onder den titel van <i>Leges
+Frisionum</i> in druk zijn uitgegeven. Het eerste deel bevat de
+overoude gewoonten der Friezen onder de Romeinen, met eenige wetten der
+Franken, en het tweede, de ophelderende bijvoegselen van
+<i>Sachsmund</i> en <i>Wulmar</i>. Echter beschouwen wij dit niet als
+een volledig Corpus of wetboek, maar veeleer voor een handboek voor de
+Keizerlijke Graven en Ambtenaren, om daarop regt te doen, ook ter
+berekening der breuken en boeten. <span class="pagenum">[<a id="pb345"
+href="#pb345" name="pb345">345</a>]</span>Hieruit zoowel als van elders
+blijkt, dat de Friezen destijds in vier standen of klassen verdeeld
+waren. <i>Edelen</i>, dit waren de rijksten, de begoedigsten;
+<i>Vrijen</i>, minder gegoeden, echter onafhankelijken; <i>Liten</i>,
+lijfeigene boeren, en <i>Slaven</i> of <i>Knechten</i>, geheel
+dienstbaren.</p>
+<p>Karel ontnam den Friezen het regt op de vaderlijke erfenis, alzoo
+hun regt op de nagelatene goederen der ouders, dat is: het vrije bezit
+der erf-<span class="corr" id="xd20e6873" title="Niet in bron">,</span>
+stam- of landgoederen van den adel en van de welgeboren lieden; en
+voerde dus het zoogenaamde <i>Leenregt</i> in. Deze algemeene hoon en
+smaad werd weder uitgewischt door Karel&rsquo;s wettigen zoon en
+opvolger Lodewijk den Vrome of Godvruchtige<a class="noteref" id=
+"xd20e6879src" href="#xd20e6879" name="xd20e6879src">48</a>, die zijne
+regering begon met aan de Friezen dit regt, en met dit regt den eernaam
+van <i>Vrije Friezen</i> weder te geven. Hij was een zeer menschlievend
+Vorst, doch welligt wat al te vroom om zulk een groot gebied en een
+onverlicht volk te regeren.&mdash;Zie <i>Friesch Jierboeckjen</i>,
+1833, &sect;&sect; 4 en 7; bijzonder <i>Charterboek, Voorrede I</i>.
+bl. 40 volgg. en aldaar den Giftbrief; vergel. <span class=
+"sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> bl. 55 volgg.</p>
+<p>Ten opzigte der wijze, hoedanig de opgemelde wetten in geschrifte
+gesteld zijn, verhaalt men, dat dit door twaalf deskundigen, (welk
+getal men in regtszaken steeds hoog waardeerde,) door de Friezen
+gekozen, uit de overleveringen moest geschieden. Doch men wilde liever
+bij het oud regt blijven, dan deze zware taak te verrigten, en men was
+dus onwillig. Des Keizers wil woog echter zwaarder, dan die der
+twaalven, en het werk werd volbragt.</p>
+<p>De Sage, zegt de Heer <span class="sc">Westendorp</span> (<i>Jaarb.
+I.</i> 59), heeft deze gebeurtenis in een kostelijk kleed gestoken:
+<span class="pagenum">[<a id="pb346" href="#pb346" name=
+"pb346">346</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Daar deze twaalf wijzen dan onwillig waren, om de wetten der
+Vriezen in schrift te stellen, zoo gaf de Keizer hun zeven dagen tijds
+om tusschen de onthoofding, het levende begraven, of het ter prooi
+geven aan de woeste golven in een stureloos schip, te kiezen. De wijzen
+kozen lijdzaam en moedig het laatste. Men zette hen dan nu in een schip
+zonder zeil, roer, riemen en anker, en liet hen voor wind en weder
+drijven. Een der Wimoedes, Asega of Azinge geheeten, van het
+Wilken-geslacht, en een der eerste Vriezen, die deze benaming droeg,
+herinnerde in dezen nood zijnen mede-ambtgenooten aan eene door hem
+gehoorde leerrede van Willebrord, nopens de verschijning van Christus
+Jezus, voort na zijne opstanding, aan zijne, in druk gezetene,
+vrienden, hoewel de deuren gesloten waren. Hij stelde hen tevens
+ootmoedig voor, om de hulp, redding en tusschenkomst van Christus Jezus
+in dit gevaar biddend af te smeeken. Dit geschiedde eenparig knielende.
+En ziet, onder hun gebed vertoonde zich achter in het schip een man,
+welke met zijne hand een kromhout hield, en die de twaalven wederom in
+de haven terug bragt, vanwaar zij uitgegaan waren. Als nu de dertiende
+met de twaalven te lande kwam, wierp hij het kromhout op den grond, en
+terstond ontsprong aldaar eene bron, rondom welke allen gingen zitten:
+een ieder verkwikte zich met het water van de bron. De dertiende, welke
+aan de <span class="corr" id="xd20e6933" title=
+"Bron: twaalve">twaalvde</span> volkomen gelijk en daarvan niet te
+onderscheiden was, leerde hen en gaf hun in, welke regten zij, ter
+gehoorzaming aan het keizerlijk bevel, zouden uitkiezen en beschrijven.
+Als zij nu wel onderrigt waren, zagen zij den dertienden niet langer;
+zij gingen aan hunne taak, en volbragten dezelve. &raquo;Zij kozen het
+landregt, dat hen door Maria&rsquo;s zoon geleerd was,&rdquo; zegt een
+der kronijken. Men legde deze verzameling den keizer en den paus voor,
+en het werk verwierf de goedkeuring van beiden.&rdquo;&mdash;Verg. de
+<i>O. Fr. Wetten</i> en de belangrijke Aant. van bl. 103&ndash;114,
+alwaar men in het verhaal van de twee Kon., Karel en Radboud, deze sage
+vindt, zoo als ook bij <span class="sc">Beninga</span> en <span class=
+"sc">Kempius</span>. <span class="pagenum">[<a id="pb347" href="#pb347"
+name="pb347">347</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb50" class="pageref">50</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 777 is Ludger</i>. Het verwondert mij dat onze
+kronijk, nog al gehecht aan bijzondere voorvallen, hier niet
+<span class="corr" id="xd20e6955" title="Bron: vermeld">vermeldt</span>
+de wonderbare redding van de moeder van dezen Ludger, te vinden in
+<span class="sc">Schotanus</span>, <i>Beschryvinge v. Frieslandt</i>,
+p. 22, overgenomen uit eenen (aldaar niet genoemden) Levensbeschrijver
+van Ludger. Dus luidt hoofdzakelijk aldaar deze gebeurtenis. Wrisung,
+de grootvader van Ludger, was der Christen-godsdienst toegedaan, en
+werd dus door Radboud verdreven. Hij ging over het Vlie wonen, en
+volvoerde zijn christelijk werk; zijn&rsquo; jongsten zoon Tjadgrim in
+Utrecht ter leerschool bestellende. Deze huwde na zijns vaders dood
+eene vrouw, genaamd Liafburg of Liatburg, waarbij hij drie zoons en ook
+onzen Ludger verwekte. Deze Liafburg geboren zijnde, moest op last van
+hare heidensche grootmoeder, verdrietig dat harer schoondochter alleen
+meisjes werden geboren, door eene slavin worden verdronken; een regt
+dat zij volgens<a id="xd20e6964" name="xd20e6964"></a> hare leer, op
+jonggeboren kinderen hadden, om ze om te brengen en te offeren, mits
+zij vooraf niets genuttigd of geproefd hadden. Dan het wichtje greep
+met zijne handjes het vat of den emmer, waarin het gestoken werd, om
+den rand, en worstelde dus tegen den dood. Eene buurvrouw dit ziende en
+bewogen met het onnoozel schepsel, ontnam het der slavinne, liep in
+haar huis en stak het een weinig honigs in den mond, waardoor het van
+den offerdood was verlost. Zij voedde het kindje zorgvuldig op, gaf het
+na den dood der grootmoeder aan de ouders terug, en dit meisje werd de
+moeder van den geleerden en verdienstelijken Priester Ludger, van wien
+men leest, dat hij de Friesche, Engelsche, Frankische en Latijnsche
+talen vlug en vaardig sprak, en wiens leven en daden overal tot zijnen
+lof zijn beschreven. Als opvolger van den braven Bonifacius en in diens
+voetspoor <span class="pagenum">[<a id="pb348" href="#pb348" name=
+"pb348">348</a>]</span>tredende, bekleedde deze wijdvermaarde Fries
+eene aanzienlijke plaats onder de Christenherders, die boven velen,
+godvruchtig, ijverig en standvastig in zijnen arbeid was.</p>
+<p>Men vindt onder anderen de levensbeschrijving der eerste
+Geloofpredikers bij <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Beschr. v.
+<span class="rm">O. en N.</span> Friesland, VI Hoofdst.</i>&mdash;Over
+Ludger, <span class="sc">Westendorp</span>, <i>I.</i> 64 en volgg. 89
+volgg.&mdash;die echter, tegen het verhaal van <span class=
+"sc">Schotanus</span> aan, niet de moeder van Ludger den offerdood doet
+ontkomen, maar Ludger zelf, waardoor de genoemde oorzaak zou wegvallen,
+welke aanleiding tot het ombrengen van het jonggeboren kind had
+gegeven. Maar belangrijk is ten dezen het werk van den heer
+<span class="sc">B. Glasius</span>, <i>de Gesch. der Christ. Kerk en
+Godsd. in de Nederl. v&oacute;&oacute;r het vestigen der Herv.</i>,
+waarvan het eerste deel het licht ziet, en waarin wij voor de eerste
+pogingen ter verkondiging van het Christendom in ons Vaderland en der
+Christenleeraars eene naauwkeurige en belangrijke beschrijving hebben
+gevonden. Ook den beoefenaren der Friesche Historie zij dit werk bij
+zonder aanbevolen<a class="noteref" id="xd20e6995src" href="#xd20e6995"
+name="xd20e6995src">49</a>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb51" class=
+"pageref">51</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 784.</p>
+<p><i>Zijn de Noormannen wederom met Wydekind</i>. In het Archief van
+de oude Hannoversche stad Goslar is eene oorkonde aanwezig, bevattende
+het gebed of de gelofte, waardoor de Saksen over hunnen aanvoerder
+Witekind, in den krijg met Karel den Groote, heil en zegen afsmeekten
+van hunnen God Wodan, wiens beeld op den Hartsberg vereerd werd. Dit is
+de Duitsche tekst:</p>
+<p>&raquo;<i lang="de">Heiliger, groszer Wodan! Hilf uns unserm Herrn
+Wittikind, auch dem Kelta <span class="rm">(Unterfeldherrn)</span> von
+dem aischen <span class="rm">(garstigen)</span> Karl-pfui dem
+Schl&auml;chter! Ich gebe dir einen Ochsen und zwei Schaafe und den
+Raub. Ich schlachte dir alle Gefangene auf deinem heiligen
+Hartisberge!</i>&rdquo; De geleerde <span class="sc">Ypeij</span> deelt
+deze bede benevens eene <span class="pagenum">[<a id="pb349" href=
+"#pb349" name="pb349">349</a>]</span>tweede oorkonde, twee of drie
+jaren later gesteld, toen de Saksen zich aan Karel onderworpen hadden,
+in de Nedersaksische spraak mede<a class="noteref" id="xd20e7027src"
+href="#xd20e7027" name="xd20e7027src">50</a>, met een aantal
+belangrijke taalkundige aanmerkingen vooral op het laatste
+gedenkstuk.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb54" class=
+"pageref">54</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 808.</p>
+<p><i>Omtrent dien zelven tijd liet Igle Tadema</i><span class="corr"
+id="xd20e7058" title="Niet in bron">.</span> Het is zeker dat het meer
+Flevo zich in dezen tijd en ook reeds vroeger merkelijk uitbreidde,
+waartoe herhaalde stormen en watervloeden krachtig medewerkten, zoodat
+het zoute water niet alleen de tegenwoordige kusten naderde, maar ook
+van tijd tot tijd ondermijnde. Het is dus zeer mogelijk, dat bij het
+graven van putten, gelijk ook op &rsquo;t jaar 513 van Juw Hoppers
+wordt vermeld, er zout water is opgekomen, en het verhaal van
+<span class="sc">Tadema</span> de gewone versiering heeft ondergaan,
+zoo als van vele andere voorvallen, zonder dat het noodig zij het
+geheel te verwerpen. Dat Igles zoon op bevel van zijnen vader het
+landgoed bij het Kreil verkocht, en zich in Gaasterland vestigde, dit
+is zeer natuurlijk, en dat de familie hier over wrokkend was en zich op
+eene voor onzen tijd ijsselijk wreede wijze wraak verschafte, is ook
+niet zoo vreemd.&mdash;Men leze deze schrikkelijke geschiedenis in
+<span class="sc">O. v. Scharl</span>&rsquo;s <i>Kronijk</i> op &rsquo;t
+jaar 808, die echter &rsquo;t voorval met Juw Hoppers niet heeft
+opgeteekend. Zie <span class="sc">Wins.</span> fol. 47 en 85;
+<span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> fol. 53. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb350" href="#pb350" name="pb350">350</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb56" class="pageref">56</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 809, als er te Romen.</i> Op Kersdag van den jare
+800 werd Karel de Groote in de hoofdkerk te Rome als Augustus en Caesar
+der Romeinen over het Westen uitgeroepen, gezalfd, gekroond en
+gehuldigd.</p>
+<p>&raquo;De Friezen dienden hunnen nieuwen meester getrouw; doch
+weinig geloof zoude &rsquo;t verhaal verdienen, dat zij met hem Rome
+zouden hebben veroverd, gelijk onze en andere Kronijken op den jare 809
+of omstreeks dien tijd vermelden. Men kan dit feit hebben verward met
+de verovering van Rome door Arnulph, den laatsten afstammeling van
+dezen Karel, wien het vergund was den Westelijken Keizerskroon te
+dragen, doch om gekroond te worden, de stad moest overwinnen, waarin de
+Friezen beoosten het Flie hem bij stonden.&rdquo; Dit is hoofdzakelijk,
+met anderen, ook het gevoelen van den heer <span class="sc">v.
+Halmael</span>: versterkende dit zijn gevoelen door het argument dat de
+beschrijvers van het leven en de daden van Karel daarvan geen gewag
+maken. Dan <span class="sc">Bilderdyk</span> is van een tegengesteld
+begrip. &raquo;Het zijn de Friezen niet alleen, zegt hij, die van hunne
+verovering gewagen. De Romanciers en Heldenboeken der middeleeuwen zijn
+er vol van, dat de Friezen Rome voor Karel innamen. En waarom mag dit
+niet zijn? Dat hij Friezen in zijne legers had, is zeker en boven alle
+bedenkelijkheid; en daar hij ze ook in Spanje bij zich gehad heeft,
+daar zij hem over de Pyrene&euml;n verzelden en hun trouw bewezen,
+waarom mag het niet waar zijn, dat zij &rsquo;t ook over de Alpen
+deden; en dat toen er een oproer in Rome bij Karels aannadering
+ontstond, en de poorten hem gesloten werden, zoo als bij die Romanciers
+deels gemeld, deels duidelijk ondersteld wordt, zij het waren, die de
+poort gewonnen hebben, en hun dus in de stad gevoerd? Daar is iets zoo
+natuurlijks in, zoo wel zamenhangende, en zoo wel passende op de zaak,
+dat <span class="pagenum">[<a id="pb351" href="#pb351" name=
+"pb351">351</a>]</span>het mij ten minste niet onaannemelijk voorkomt;
+en dat zij eene belooning daarvoor gekregen hebben, ge&euml;venredigd
+aan het belang dat Karel in de bewezen dienst stelde, is mede zeer
+waarschijnelijk. Het zij dat dit in 799 gebeurde, toen hij den
+verdreven Paus Leo III op den zetel herstelde; waarbij het niet te
+verwonderen is, zoo geweld en dapperheid en bestorming van eene poort
+noodig was: het zij in 800 toen hem de keizerkroon opgezet wierd, en er
+bij die gelegenheid mooglijk een oproer van de oude partij ontstond,
+die men gefnuikt waande, maar zonder de Friezen van gevolge had kunnen
+zijn. De zaak kan dus waar zijn; en men heeft onrecht een geheel volk
+tegen te spreken, wanneer er eenige samenstemming in zijne overlevering
+is met hetgeen van elders getuigd of voor waar en aangenomen is in een
+tijd dat de geheugenis nog versch was.&rdquo;&mdash;&raquo;Men behoeft
+enz.&rdquo;</p>
+<p>Hoezeer dan ook de Bulle of open Brief van Karel den Groote
+ontwijfelbaar valsch is, behoeft daarom het vermelde feit geen fabel te
+zijn, en het is onbetwistbaar, dat er dikwijls valsche stukken zijn
+gesmeed tot bewijs van wezenlijke waarheden, waarom ik mij dan ook met
+de meening van <span class="sc">Bilderdyk</span> wel kan
+vereenigen<a class="noteref" id="xd20e7105src" href="#xd20e7105" name=
+"xd20e7105src">51</a>. Uit een der te <i>Oxford</i> berustende
+handschriften, tot de nalatenschap van <i>Junius</i> behoorende,
+getiteld: <i>Incipiunt Gesta Fresonum</i>, hetwelk door het Fr.
+Genoots. wordt uitgegeven, zal ongetwijfeld dit gevoelen worden
+versterkt.</p>
+<p>Wij vinden op dezen jare 809, en ook vooral op het volgend jaar,
+aangeteekend, dat er in alle provinci&euml;n eene geweldige runderpest
+woedde, zoodat er bijkans geen os in het leger overbleef, welke ziekte
+nog vele jaren voortduurde.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb58" class=
+"pageref">58</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 810.</p>
+<p><i>Een schattinge van 200 ponden zilver.</i> Anderen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb352" href="#pb352" name=
+"pb352">352</a>]</span>bepalen die op de helft. Deze belasting, onder
+den naam van Klipschild, klinkschatting, werd dus genoemd omdat de
+munten in een bekken moesten geworpen en de klank daarvan in de verte
+gehoord worden. Zoo moesten ook de Engelschen lange jaren het
+zoogenaamde <i>Deangeld</i> aan Godfried opbrengen. Zie <i>O. Fr.
+Wetten</i>, bl. 130, in de Aanteekening.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb61" class=
+"pageref">61</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 808.</p>
+<p><span class="sc">Magnus Forteman</span>. Dat deze de eerste
+Potestaat is geweest, hebben latere schrijvers tegengesproken, op grond
+dat deze waardigheid zijnen oorsprong uit Karel&rsquo;s Bulle, welke
+voor valsch verklaard is, moet hebben gekregen. Echter erkent men,
+zelfs <span class="sc">Emmius</span> ook, dat de Friezen al van ouds
+Potestaten hebben gehad, die, als de handhaving van het regt, of ander
+algemeen belang, als er oorlog op handen was of <span class="corr" id=
+"xd20e7164" title="Bron: onstaan">ontstaan</span> zou, verkozen werden.
+De geschiedenis van Magnus Forteman kan niet gereedelijk voor waarheid
+worden aangenomen; doch het bestaan van zoodanige gezagvoerders, als
+door het Potestaatschap wordt bedoeld, kan men ten zijne tijde niet
+betwisten.&mdash;Men leze hierover ter bevestiging <span class="sc">v.
+Rhyn&rsquo;s</span> <i>Nabericht</i>, bl. 410, 411, 417&ndash;420;
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 440&ndash;444,
+464, 473; <i>II</i>. 9, 64, 84, 85 en de aldaar aangehaalde
+schrijvers<a class="noteref" id="xd20e7183src" href="#xd20e7183" name=
+"xd20e7183src">52</a>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb62" class=
+"pageref">62</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 826.</p>
+<p><i>Anscharius</i>. Vermaarde Monnik uit het te Corveij gestichte
+klooster, werd eerste Bisschop te Hamburg, later Aartsbisschop van
+Bremen en Hamburg, en stierf in 865. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb353" href="#pb353" name="pb353">353</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb62" class="pageref">62</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 830 wierd <span class="sc">Adelbrik</span> van
+<span class="sc">Adelen</span> tot Landsheer verkooren.</i> Adgillus II
+had twee zoons en twee dochters nagelaten, van welke laatsten de eene
+<i>Konovella</i> was geheeten. Deze was getrouwd met een aanzienlijk
+Edelman van Sexbierum, Adelbrik, wonende op het slot Adelburg. Twee
+zonen werden uit dezen echt geboren met namen <i>Adelbrik</i>, deze
+Potestaat, en <i>Frederik van Adelen</i>, de Bisschop op den jare 838
+vermeld. Zie <span class="sc">Winsemius</span>, fol. 67, 83 en 105,
+alwaar men hunne geschiedenis vermeld vindt. Uit dezen zou het beroemd
+Friesch geslacht der <i>van Adelens</i> gesproten zijn.&mdash;Van den
+Potestaat, wiens aanvankelijke regering door sommigen later gesteld
+wordt, is weinig aangeteekend; doch van den moord des Bisschops zegt
+ook onder anderen de heer <span class="sc">v. Halmael</span>
+(<i>Friesch Jierb.</i> 1833, &sect; 8), dat dit waarschijnlijk door
+toedoen of op last van Keizer Lodewijks tweede echtgenoot, Judith,
+dochter van Welf, Graaf van Beijeren, is geschied, wier huwelijk hij
+bloedschendig verklaarde. &raquo;Had de man (voegt deze schrijver er
+bij) zich niet bemoeid met zaken, welke hem niet onmiddelijk aangingen,
+even als zoo vele andere geestelijken van vroegere en latere tijden,
+hem was dit lot denkelijk niet wedervaren. Doch zijn voorbeeld heeft
+misschien niemand geleerd het niet na te volgen, en de bemoeiallen zijn
+nog niet uitgeroeid.&rdquo;&mdash;Verg. <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II.</i> 23 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb63" class=
+"pageref">63</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 838.</p>
+<p><i>De verderfelijke leere der Arriaanen.</i> <span class=
+"sc">Arius</span>, geboren in Lijbi&euml; omstreeks den jare 300,
+Priester te Alexandrie, wilde na den dood van Achillas in dit
+<span class="pagenum">[<a id="pb354" href="#pb354" name=
+"pb354">354</a>]</span>bisdom diens opvolger worden. Dit mislukte hem;
+hij besloot ketter te worden, en verkondigde eene leer, welke door de
+Synode van Alexandrie in 320, en door de kerkvergadering van Nicea in
+325 veroordeeld werd. Arius, schoon gevangen gezet en gebannen, kreeg
+talrijke en vermogende aanhangers, bragt de geheele kerk in tweespalt
+en won de gunst van Konstantijn, die zich op de Ariaansche wijze liet
+doopen, en zelf het Arianismus tot zijne hofreligie maakte. Arius, te
+Alexandrie geweigerd, trok in 336 naar Konstantinopel en stierf bij
+zijnen plegtigen intogt. Zijne leer echter begon nu eerst te leven en
+bragt het geheele Oosten in beroering; doch de haarkloverijen en
+spitsvondigheden der Arianen, die elkander onderling verketterden,
+bezorgden eindelijk aan de Katholijke kerk de overwinning. Nu en dan
+verhieven zij zich weder, doch sedert den ondergang van het
+Longobardische rijk, liep ook hun rijk voornamelijk ten einde, en na de
+VII eeuw werd de algemeene invloed van hun stelsel
+krachteloos.&mdash;In Friesland, en vooral in Westergo, schijnt nog
+later der Arianen leer gehuldigd te zijn; doch Bisschop Frederik, en na
+hem de vermaarde Kanunnik Odulphus (Adolf), gingen ook hier deze
+ketterijen met kracht te keer.&mdash;Zie <i>Algemeen Noodw. Woordenb.
+der Zamenleving</i>, op de woorden <span class="sc">Arius</span> en
+<span class="sc">Arianen</span>.</p>
+<p>Onder de verschillende secten dier tijden maakten de Arianen den
+meesten naam. Het stelsel van Arius was, dat de Zoon van God, die, ter
+verlossinge der menschen, mensch werd, in waardigheid en natuur den
+Vader niet gelijk stond, maar, v&oacute;&oacute;r de schepping, door
+den Vader als het voornaamste schepsel uit niets is
+voortgebragt.&mdash;Verg. <span class="sc">B. Glasius</span>, <i>Gesch.
+der Christ. Kerk en Godsdienst, I.</i> 37; <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II.</i> 22.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb64" class="pageref">64</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 840 overleed Lodewijk.</i>&mdash;Zijn opvolger
+<span class="pagenum">[<a id="pb355" href="#pb355" name=
+"pb355">355</a>]</span>Lodewijk de Duitscher, was een regtschapen en
+godsdienstig Vorst, de stichter en grondvester van het Duitsche rijk.
+Zijne zesendertig-jarige regering was zeer onstuimig, vol van bloedige
+oorlogen en moorddadige gevechten tegen de telkens invallende Noordsche
+volken. Hij verdeelde in of na 870 het rijk, door hem beheerscht, onder
+zijne drie zonen, Karloman, Lodewijk en Karel, bijgenaamd de Dikke.
+Lodewijk de Jongere bekwam in zijn aandeel, behalve andere landen, twee
+deelen van Friesland, liggende ter regterzijde van den Rijn, en Karel
+een deel, dat gelegen was aan de linkerzijde der Maas. Bij een nader
+vergelijk tusschen de broeders schijnt geheel Friesland aan Lodewijk
+den Jongere gekomen te zijn. Zijne regering was echter niet van langen
+duur, daar hij in 877 overleed, wordende opgevolgd door zijnen broeder
+Karel den Dikke, die, na den dood van zijnen oom, Karel den Kale, en
+diens zoon Lodewijk den Stamelaar, in 879 gestorven, tot de keizerlijke
+waardigheid werd verheven. Een gedeelte van Friesland werd door den
+Keizer aan Gisla, dochter van Lotharius II, huwende met den Noordschen
+Vorst Godfried, ten bruidschat gegeven, ten einde dezen tot vriend te
+houden; waarom hij zich dan ook in 822 liet doopen. Deze daad kwam den
+Friezen duur te staan, want hij heerschte als een tiran, liet zijne
+onderdanen, zoo als men verhaalt met halsbanden boeijen, om ze bij elk
+gering vergrijp of naar willekeur te doen ophangen, en maakte hen tot
+lastdieren. Eindelijk werd hij ook van kant gemaakt.</p>
+<p>In 880 (anderen stellen 881 en 884) vielen weder de Noormannen met
+eene groote magt eerst in Saksen, daarna in Frankrijk, en het
+tegenwoordig Friesland en Oost-Friesland, met oogmerk alwat Christen
+was uit te roeijen. De Saksen wilden dien woedenden stroom stuiten,
+doch hun leger werd vernield met diens Hertog, drie Bisschoppen, in
+hoedanigheid van geestelijken het leger volgende, en twaalf Graven.
+Verschrikkelijk was hun moorden, branden, plunderen en rooven, terwijl
+zoo hier als <span class="pagenum">[<a id="pb356" href="#pb356" name=
+"pb356">356</a>]</span>elders, landen en volken door die helsche benden
+werden verwoest en geteisterd. Bij hunnen inval in Friesland moesten
+zij het echter ontgelden, want aldaar leden zij de groote nederlaag, in
+onze Kronijk bedoeld. Intusschen kwam het, wat ons Friesland betrof,
+met Lodewijk tot een vergelijk. Daarna hadden zij, bij een inval in de
+Maas, de steden Maastricht, Luik, Tongeren, Keulen, Bonn, Trier, Mentz
+en andere plaatsen verwoest en de inwoners deerlijk mishandeld.</p>
+<p>Karel de Dikke, in &rsquo;t bezit gekomen van het grootste gedeelte
+der Monarchij van Karel den Groote, bezat te beperkte geestvermogens om
+zulk een groot rijk te bestieren. Hij werd zwak en onmagtig, door zijne
+onderdanen verstoten, onttroond en stierf in 888 in armoede en ellende
+te Reichenau. Opgevolgd door Arnulph, die onder de Noormannen te Leuven
+eene ijsselijke slagting aanrigtede, veroverde deze daarna Rome met
+medehulp der Friezen, om aldaar gekroond te worden. Lodewijk, bij zijns
+vaders dood nog geen acht jaren oud, en daarom <i>het Kind</i>
+geheeten, volgde hem in het rijksgebied op, hetwelk echter bestuurd
+werd door Hatto, Aartsbisschop van Mentz, Adalhero, Bisschop van
+Augsburg, en Otto, Hertog van Saksen, zijnde de jonge Vorst onder
+voogdij van Otto en Hatto gesteld. In zijn achttiende jaar stierf
+Lodewijk, ongehuwd en zonder kinderen na te laten, en met hem was het
+geslacht des Grooten Karels, en alzoo de Karolingische stam,
+uitgestorven.</p>
+<p>Over de volgende Vorsten en Regering, den oorsprong van het
+graafschap Holland enz. verwijzen wij den Lezer tot het <i>Friesch
+Jierboeckjen</i>, 1833, &sect; 15 en volgenden. <span class=
+"sc">West.</span> <i>Jaarb. I.</i> 131 volgg.; <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, <span class="sc">F. Sjoerds</span>, en anderen.
+Belangrijk is ook de geschiedenis van den Deen Erik, Rorik of Roruk,
+zoon des Deenschen Konings Heriold, waarvan in de aangehaalde
+Schrijvers omstandig gewag gemaakt wordt; ook <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>, <i>I.</i> 100, 148 enz., voorts bl. 167 over den
+oorsprong van het Graafschap Holland. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb357" href="#pb357" name="pb357">357</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb64" class=
+"pageref">64</a>&mdash;A<sup>o</sup> 850.</p>
+<p><i>De kerk van St. Walburg.</i>&mdash;Verg. de korte beschrijving
+van <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> op &rsquo;t jaar
+850.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb64" class="pageref">64</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 867.</i> In dit jaar werd het Benedictijner klooster
+op het eiland Ameland, &rsquo;t welk &rsquo;s jaars te voren door den
+Heer Haijo van Cammingha, ter plaatse daar de tempel der Godin Foste
+gestaan had, was gesticht, met monniken bevolkt door Odilbaldus XII,
+Bisschop van Utrecht. Uit hoofde echter dit klooster en zijne bewoners
+aanhoudend door de zeeroovers werden geteisterd, is het na verloop van
+bijna derdehalf eeuw onder Ferwerd, in Ferwerderadeel, verplaatst, door
+de godvruchtige Anna van Cammingha, vrouw van Graaf Adolf van
+Fronenberg. Het doel des Stichters was eene kweekschool voor de
+wetenschappen, welke destijds bijzonder door de Benedictijnen werden
+beoefend, aan te leggen. <i>Oudh. en Gest. II.</i> 286; <span class=
+"sc">West.</span> <i>Jaarb. I.</i> 123; <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II.</i> 55, 56, 270, enz.</p>
+<p>In den jare 873 kwam er een ontzettend aantal sprinkhanen over
+Friesland, welke een duim dik waren, met zes vleugelen en zeer sterke
+tanden voorzien. Zij vraten in &eacute;&eacute;n uur alles van het
+veld, zeven &agrave; acht mijlen in den omtrek, en knaagden de takken
+en basten der jonge boomen af. Na eene verschrikkelijke verwoesting,
+dreef de wind hen zeewaarts; toen verdronken zij, doch door den vloed
+werd deze geweldige massa op de oevers geworpen, en veroorzaakte eene
+pestziekte.&mdash;<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II.</i>
+65. <span class="pagenum">[<a id="pb358" href="#pb358" name=
+"pb358">358</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb67" class="pageref">67</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 910.</i> Te regt klaagt de Heer <span class=
+"sc">West.</span> bij den aanvang van het tweede Perk des Jaarboeks,
+als ook de Schrijver van den <i>Tegenwoordige Staat van Friesland</i>,
+over de weinige bijdragen en den schralen oogst, welke de geschiedenis
+van Friesland ons in de tiende en elfde eeuwen oplevert. In dit tijdvak
+zijn bij de Kronijk- en Geschiedschrijvers weinig belangrijke
+bijzonderheden vermeld, en ook onze kronijk deelt er dus weinige
+mede.</p>
+<p>Friesland strekte zich te dien tijd uit van den Sincfal, de plaats
+waar zich de rivier de Maas in zee ontlast, bij Ostende lot aan den
+Wezer.&mdash;Later werd de verdeeling in zeven Zeelanden
+daargestelt.&mdash;Van dezen besloeg ons tegenwoordig Friesland er
+twee, en een deel van het derde Zeeland. <i>Friesch Jierb.</i> 1834,
+&sect; 5; voorts <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb. I.</i> 211, en
+de daar aangehaalde Schrijvers. <span class="sc">Wiarda</span>, <i>Von
+den Landt. d. Fries, b. Upstalsboom, 3 Abschnitt</i>; <i>Meng. Leeuw.
+Cour. 4 Oct. 1831<span class="corr" id="xd20e7420" title=
+"Niet in bron">.</span></i></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb67" class=
+"pageref">67</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 910.</p>
+<p><i>Westerman heeft</i> enz. <span class="sc">Adam Westerman</span>,
+Predikant te Stavoren, heeft in den jare 1635 uitgegeven: <i>Korte
+Beschrijvinge van de oude Anse-stad Stavoren; in welke aangewesen werd
+haren Ouderdom, Opgang, Voortreffelijkheid, Afgang, en tegenwoordigen
+Stand</i>. Eene herdruk daarvan verscheen te Amsterdam in 1684. De
+Schrijver schijnt de kronijken gevolgd te zijn, en niet meer gegeven te
+hebben dan <span class="sc">H. I. Soet</span>, in zijn: <i>Op- en
+Neder-ganck van Stavoren</i>. Verg. <span class="sc">Pars</span>,
+<i>Naamrol van de Batavise en Holl. Schrijvers</i>, bl. 141.
+<span class="pagenum">[<a id="pb359" href="#pb359" name=
+"pb359">359</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb67" class=
+"pageref">67</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 920 en 970.</p>
+<p><i>Koppen van Stavoren&mdash;Okke van Scharl.</i> Het bestaan van de
+schriften van dezen eersten wordt mede betwist. <span class=
+"sc">Suffridus Petri</span><a class="noteref" id="xd20e7469src" href=
+"#xd20e7469" name="xd20e7469src">53</a> zegt, dat hij van Andreas
+Gryphius fragmenten ter leen gehad heeft, door den Priester Cappidus
+van Stavoren zamengesteld, welke hem tot zijne geschriften zeer ten
+dienste hadden gestaan;&mdash;doch ook deze zijne woorden, welke door
+geene latere bewijzen bevestigd zijn, hebben geen geloof kunnen
+vinden,&mdash;even min als zijn verhaal van <span class="sc">Ocko van
+Scharl</span>. Volgens de overlevering hadden de Schriften van zijn
+oudoom Solke, of Carel Solke Forteman, hem de bouwstof geleverd, voor
+zijne bekende Kronijk, welke door Johannes Vlijtarp, Geheimschrijver
+van den laatsten Potestaat, J. Hessel Martena, in de XIV eeuw is
+aangevuld en verbeterd, en daarna door Andreas Cornelis, geboortig van
+Stavoren en Organist te Harlingen, werd overgewerkt, vervolgd en na
+diens dood uitgegeven in den jare 1597 te Leeuwarden, in folio, bij
+Jacob Jansz, doch te Amsterdam gedrukt. Deze kronijk is herdrukt in
+quarto, en te Leeuwarden uitgegeven bij Abraham Ferwerda in 1742. Een
+tweede druk daarvan verscheen bij D. Balk te Workum in 1753, welke
+echter zoo letterlijk, ja stiptelijk met al zijne versierselen gelijk
+is aan den vorige, dat <i>alleen de titel</i> het onderscheid uitmaakt,
+even als met de Leeuwarder en Franeker drukken van <span class=
+"sc">Gysbert Japicx</span> <i>Rijmlerye</i> en de 3 laatste Uitgaven
+onzer Kronijk.</p>
+<p>Vele Schrijvers zijn van gevoelen, dat deze Kronijk geen het minste
+geloof verdient, als gevuld met fabelen en bijgeloovigheden.
+<span class="sc">Emmius</span>, in zijne <i>Refut. Apol.</i>,
+<span class="sc">van Rhyn</span>, op de <i>Oudh. en Gest. I.</i> 51;
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Inleiding voor de Besch. van O.
+<span class="pagenum">[<a id="pb360" href="#pb360" name=
+"pb360">360</a>]</span>en N. Friesland</i>, en anderen beweren dit op
+gelijke gronden; geen gezag aan <span class="sc">Suffridus Petri</span>
+kunnende toekennen. Ook <span class="sc">de Wind</span>, in zijne
+Inleiding voor de <i>Bibliotheek van Nederl. Geschiedschrijvers</i>,
+heeft dit punt met oordeel behandeld. Zijn gevoelen stemt niet dat van
+<span class="sc">Emmius</span> overeen: &raquo;Hoezeer dan ook, zegt
+hij, Andreas Cornelis een handschrift moge voor zich gehad hebben,
+waaruit hij de drie eerste boeken getrokken heeft, is het onbewezen dat
+dit H. S. eene kronijk van O. van Scharl uit de tiende, en van J.
+Vlijtarp uit de veertiende eeuw inhield. Veeleer zal dit H. S. het werk
+geweest zijn van een Schrijver uit het begin der dertiende eeuw, die
+deze fabelen heeft zamengeflanst, in dien tijd, toen bijbel en ware
+geschiedenis in het kleed van een roman moesten gehuld worden, wilde
+men dezelve aanhooren.&rdquo; Wij willen de gronden van den kundigen
+<span class="sc">de Wind</span> wel niet betwisten of wederleggen, als
+hier niet voegende, dan ik kan er evenwel nog niet toe komen, om met
+<span class="sc">Emmius</span> alles weg te redeneren; en zelfs naar
+aanleiding van bovengemeld argument, blijf ik beweren, dat er veel
+waarheid, hoe dan ook in fabelen gehuld, uit deze kronijk en andere
+dergelijke schriften is op te sporen, waarom wij met den geleerden
+<span class="sc">Westendorp</span> gereedelijk instemmen, dat er geene
+voldoende redenen bestaan, de geloofwaardigheid dier oude Schrijvers
+geheel te verwerpen. Zie voorts gem. <i>Biblioth. der Ned.
+Geschiedschrijvers, II.</i> St. p. 223; <span class="sc">Suffr.
+Petri</span>, D. 5. c. 9. en D. 7. c. 4, <i>de Script. Frisiae</i>;
+<span class="sc">Schwartz</span>. <i>Chart. Voorr. II.</i> 67; onze
+Aantt. bl. 286&ndash;288.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb68" class="pageref">68</a>.</p>
+<p><i>Omtrent den jaare</i> 969 <span class="sc">Gosse Ludigman</span>.
+Zie <span class="sc">v. Rhyn&rsquo;s</span> <i>Nabericht</i>, bl. 417
+volgg. V&oacute;&oacute;r het huwelijk van des Potestaats dochter Tet,
+met Sicco, zoon van Graaf Arnout, uit wien de Teilingen en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb361" href="#pb361" name=
+"pb361">361</a>]</span>Brederoden stamden, is, schoon betwist, zeer
+veel te zeggen, hoezeer ook <span class="sc">v. Rhyn</span> eene andere
+uitlegging heeft.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb68" class=
+"pageref">68</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 998.</p>
+<p><i>Het stedeke Uitgong verwoest.</i> De bouwing dezer stad is in de
+hooge oudheid te zoeken, en zij moet in den vroegsten tijd zeer
+belangrijk voor den handel en met eene goede haven voorzien zijn
+geweest; liggende aan het Boerdiep of Middelzee. Na gemelde verwoesting
+weder opgebouwd zijnde, werd zij in 1181 door een hevig en brand
+geteisterd; dan tien jaren daarna werd de gansche stad door de
+Noormannen geplunderd, en te vuur en te zwaard vernield, zoodat met
+haar bestaan ook zelfs die naam voor altoos werd uitgewischt. De
+inwoners schijnen zich metter woon naar Franeker te hebben begeven.
+Hoezeer evenwel Uitgong eene stad of stedeke genoemd werd, vermeent men
+echter, dat het met geene wallen of muren omringd, maar eene open
+plaats geweest is: het had niettemin stads voorregten en het regt van
+Oldermanschap. Wij kunnen over deze belangrijke plaats niet verder
+uitweiden; wie daartoe lust hebbe, leze het <i>Aanhangsel betreffende
+de Oudheden, en voornaamste Gebeurtenissen van Berlikum</i>, achter het
+<i>Tweetal Leerredenen</i> van <span class="sc">Petrus Nota</span>,
+(Franeker, 1781) waarin men alles in een kort bestek bij elkander heeft
+en de Schrijvers vindt aangehaald.</p>
+<p>Omstreeks dezen tijd sneuvelde de Hollandsche Graaf Arnout, in een
+veldslag nabij Schagen in West-Friesland. De Friezen bleven altoos
+weigeren de Graven als hunne Heeren te erkennen. De vermaarde Friesche
+Edelman Adelbold, deelende in de gunst van den Keizer Otto III, werd
+tot Bisschop van Utrecht benoemd. <span class="pagenum">[<a id="pb362"
+href="#pb362" name="pb362">362</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb69" class=
+"pageref">69</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1006&ndash;1010.</p>
+<p><i>Deeden de Noormannen geweldige invallen.</i> De
+geschiedschrijvers vermelden allen, met verschil nogtans van sommige
+omstandigheden, deze invallen en gevechten op de jaren 1009 en 1010, en
+daarmede hield dien geesel ook voor Friesland op: want dit was der
+Noren laatste inval, welke echter nog vele menschenlevens kostte. De
+meerdere uitbreiding van &rsquo;t Christendom, doch ook zwakheid in
+strijdkrachten, zullen hiertoe veel bijgebragt hebben. <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II.</i> 171; <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, <i>II.</i> 135; <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>, <i>II.</i> 7. Deze Schrijver vermeld, een door
+hem uit het Yslandsch overgebragt verhaal, van een inval der Noormannen
+in &rsquo;t jaar 943, voorkomende in de <i>Eglo-Saga</i>, dat is,
+Historie van Egil, hetwelk wij willen overnemen:</p>
+<p><i>Uit</i> <span class="sc">Egils-Saga</span>, <i>Hafniae</i> 1809.
+<i>Cap.</i> 72. <i>Ao.</i> 943.</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="firstpar">&raquo;Ambiorn was dien winter &rsquo;t huis op
+zijn erf (of land); maar omtrent de lente <i>lustede &rsquo;t hem</i>
+om ten krijg (zeeroof) te varen. Hij had veel goede schepen. Hij had
+omtrent de lente drie lange schepen en die alle sterk. Hij had 300 man.
+Hij had bedienden in zijn schip en was zeer wel gescheept. Hij had ook
+menige <i>boeren</i>-zonen met zich. Egill besloot met hem te varen en
+stuurde (beval) een schip. Ook voeren met hem vele van zijne luiden,
+die hij met zich van IJsland genomen had. Een koopschip, dat hij van
+IJsland gehad had, liet hij <i>vlieten</i> Oostwaarts naar Wik, (en)
+nam daartoe mannen om met zijn pakkaadje te varen, en zij, Axinbiorn en
+Egill hielden de lange schepen om me&ecirc; te landen. Zoo dan
+stevenden zij Zuidelijk naar Saxenland, en hier toefden zij tot den
+somer en vingen veel buit, en voor den oogst of herfst keerden zij
+Noordelijk en landden in Friesland. Op zekeren nacht, als het
+we&ecirc;r gunstig <span class="pagenum">[<a id="pb363" href="#pb363"
+name="pb363">363</a>]</span>was, zeilden zij den mond van een rivier
+op. (Want) daar is &rsquo;t kwaad te havenen, en een grooten inham.
+Daar waren landwaart op groote vlakten en.... bosschen dichte bij. Daar
+waren veel plasschen, want het had veel geregend; daar besloten zij op
+(aan land) te gaan, en lieten eenige hunner lieden achter om de schepen
+te bewaren. Zij gingen op midden tusschen de rivier en de bosschen.
+Niet ver van daar was een dorp en daar woonden veel boeren. Het volk
+liep uit het dorp naar &rsquo;t land, wat het mocht, en de roovers
+achter hen. Zij kwamen aan een ander dorp en een derde: de lieden
+vloden al wat zij konden; daar waren velden en groote vlakten; daar
+waren grachten om de landerijen gegraven en stonden in &rsquo;t water,
+en daar waren groote palen in de grachten gezet, daar waren om over te
+gaan bruggen en planken over. Het landvolk vlood in de bosschen; maar
+als de roovers ver in &rsquo;t dorp gekomen waren, zoo trokken de
+Friezen te zamen in de bosschen, en als zij bij de 300 hoofden
+bij&eacute;&eacute;n waren, zoo trokken zij de roovers in &rsquo;t
+gemoet, en geraakten met hen in strijd; en werd daar een groot gevecht,
+tot de Friezen vluchteden, maar de roovers de vluchtenden vervolgden.
+De hoop dorpelingen werd verstrooid, en zoo ging &rsquo;t ook met die
+hen achter na vlogen; en dus bleven er weinige bij een. Egill vloog
+hard achter hen en weinige mannen met hem. De Friezen kwamen daar aan
+een gracht en trokken die over, en namen toen de brug weg. Toen kwam
+Egill aan de andere kant en sprong dadelijk over de brug. Maar dat was
+geen sprong voor een ander, en niemand deed het hem na, en zijn makkers
+snelden naar hunne schepen om hulp te zoeken. En wanneer de Friezen
+zagen, dat &eacute;&eacute;n man daar over was (en niet meer) zoo
+keerden zij om en kwamen op hem aan. Maar hij verdedigde zich, de
+gracht van achteren tot beschutsel. Daar vielen hem elf aan, met dat
+gevolg, dat hij die allen ne&ecirc;rsloeg. Daarna schoof hij de brug en
+kwam over de gracht. Toen, als hij nu zag dat alle naar de schepen
+getrokken waren, hield hij zich dicht bij de bosschen; en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb364" href="#pb364" name="pb364">364</a>]</span>dus
+trok Egill langs de bosschen en zoo naar de schepen, dat hij in
+&rsquo;t hout mocht kunnen wijken zoo &rsquo;t noodig ware. De roovers
+hadden veel slachtvee naar &rsquo;t strand gedreven, en als zij aan de
+schepen kwamen, slachtten sommige die, andere voerden ze te scheep van
+daar; sommige maakten een schildburg. Want de Friezen waren opgekomen
+in groote menigte en schoten op hen. Maar Egill kwam op en hij zag wat
+gebeurde. Daar vloog hij ten snelste op dien hoop, en greep zijn
+slagzwaard met beide handen, en wierp zijn schild op den rug. Hij
+zwaaide zijn zwaard en sloeg op al wat daar voor stond, en maakte zoo
+ruimte onder &rsquo;t volk, dat hij tot de zijnen kwam. Daarna gingen
+zij &rsquo;t scheep en staken van land, en zeilden naar
+Denemarken.&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb70" class=
+"pageref">70</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1064.</p>
+<p><i>Den naam Harns.</i> Over den oorsprong van dezen naam, zie men
+<i>Oudh. en Gest. II.</i> 142. Sommigen leiden dien af van de twee
+adellijke Staten <i>Harliga</i> en <i>Harns</i>, waarbij, of op wier
+grond de aanleg der stad gebouwd was, en welke beide namen, naar tijds
+gewoonte, veel twist veroorzaakten, wie den boventoon behouden zou;
+weer anderen willen dat de Friesche naam <i>Harns</i>, zijn oorsprong
+had in de ligging der plaats aan een uithoek van de Middelzee en de
+Wadden. Vergel. bl. 89 der kronijk.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb71" class="pageref">71</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1096, wanneer Paus Urbanus.</i> Wij laten hier
+volgen een aaneengeschakeld verhaal van <span class="pagenum">[<a id=
+"pb365" href="#pb365" name="pb365">365</a>]</span></p>
+<div class="blockquote">
+<div class="body">
+<div class="div1">
+<h2 class="main">De Kruistogten der Friezen</h2>
+<p class="firstpar"><span class="sc">naar Palestina<a class="noteref"
+id="xd20e7705src" href="#xd20e7705" name=
+"xd20e7705src">54</a>.</span></p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Zoo liet het Voorgeslacht het edel denkvermogen</p>
+<p class="line">Zich rooven; alles lag voor &rsquo;t Bijgeloof
+gebogen:</p>
+<p class="line">Hem staat, met krommen hals, de trotsche
+Huichlarij,</p>
+<p class="line">En, &rsquo;t aangezigt vermomd, Bedrog, zijn vader,
+bij.</p>
+</div>
+<p class="firstpar xd20e7739"><span class="sc">Haller.</span></p>
+<p>In de Europesche geschiedenis maken de kruistogten een
+allerbelangrijkst tijdvak uit. Door dezen werd Europa ontvolkt;
+millioenen vonden in Hongarijen, Griekenland, Syri&euml;, Palestina,
+Egypte, in de Middellandsche zee en onder weg hun graf; door dezen
+schoot het bijgeloof vaste wortelen, werd de Pauselijke stoel verheven
+boven de troonen van wereldlijke regenten, wies het monnikendom door
+blinde gehoorzaamheid aan, en ontstonden te voren onbekende
+<span class="pagenum">[<a id="pb366" href="#pb366" name=
+"pb366">366</a>]</span>orden, kloosters en prachtige kerken; door dezen
+werden onnoemelijke schatten van Europa in Azi&euml; begraven, en
+wereldlijke Vorsten werden, door de verwijdering van magtige vassalen,
+despoten. Daarentegen gaven zij aanleiding dat kunsten en wetenschappen
+van het eene volk tot het andere overgebragt en door Europa verbreid
+werden. In deze Kruistogten hebben ook onze Voorvaderen, de Friezen,
+deel genomen. Daar nu de geschiedenis van de Kruistogten door onze
+historieschrijvers deels onaangeroerd blijft, deels stuksgewijze en
+zonder zamenhang geleverd wordt, zoo veroorloof ik mij, onze lezers in
+deze Bijvoegsels een aaneengeschakeld verhaal te geven.</p>
+<p>Reeds ten jare 637 hadden de Saracenen onder hunnen Kalif Omar I
+zich meester gemaakt van Palestina en de Heilige Stad, en zij bleven
+meer dan vijfthalve eeuw in derzelver rustig bezit. Tegen het einde der
+elfde Eeuw kwam Peter de Kluizenaar, een ondernemende dweeper, te Rome.
+Hij schilderde met krachtige verwen de gruwelijke vervolgingen, die de
+verdrukte Christenen van de Mohamedanen lijden moesten. Een bewegelijke
+brief van Simon, den Patriarch van Jeruzalem, bevestigde zijne reden.
+Paus Urbanus II gaf hem volmagt, om de wereldlijke Vorsten aan te
+moedigen tot de bevrijding des Heiligen Lands uit de handen der
+barbaren.</p>
+<p>Daar liep Peter met het Krucifix in de hand, barrevoets en
+blootshoofds Itali&euml;, Frankrijk en Duitschland af. Zijne dweeperij,
+zijn prediken, de brief des Patriarchs en de Pauselijke Bulle verwekten
+overal dorst naar Turkenbloed. In het jaar 1095 hield <span class=
+"pagenum">[<a id="pb367" href="#pb367" name="pb367">367</a>]</span>de
+Paus, eerst te Piacenza, en in November deszelfden jaars te Clermont in
+Auvergne eene groote kerkvergadering. Na het eindigen eener vurige
+rede, waarin de Paus een Kruistogt had bevolen, riep de ontelbare
+verzamelde menigte uit: &raquo;<i>God wil het, God wil
+het!</i>&rdquo;&mdash;Ridders, die avonturen zochten; monniken, welken
+het klooster te eng, te benaauwd was; verrukte vromen, die met den helm
+op het hoofd en het zwaard in de hand den hemel dachten te verwerven;
+schuldenaars, die zich van hunne schuldeischers wilden ontdoen;
+gaauwdieven en booswichten, die de welverdiende straffen ontliepen;
+straatslijpers, die het omzwerven boven eene eerlijke kostwinning
+verkozen; knechten, die zich van het juk hunner heeren ontsloegen; in
+&eacute;&eacute;n woord, allen, die het zwaard konden voeren, maakten
+zich voor en na gereed tot eenen krijgstogt tegen de Saracenen. Alle
+deze hemelhelden ontvingen, terstond bij hunne <span class="corr" id=
+"xd20e7756" title="Bron: aanwer-een ving,">aanwerving, een</span> klein
+kruis, dat zij op den schouder vastmaakten. Aan dit kruis kon, een
+ieder zijnen landgenoot kennen<a class="noteref" id="xd20e7759src"
+href="#xd20e7759" name="xd20e7759src">55</a>. Naar hetzelve werden de
+soldaten Kruisbroeders<a id="xd20e7774" name="xd20e7774"></a>, en deze
+togten Kruistogten of ook heilige Krijgstogten genoemd.</p>
+<p>Er werd dan tot een heiligen krijgstogt besloten en een leger van
+300,000 man onder verschillende hoofden bijeengebragt. Een Fransch
+Ridder, Walter (Gautier), trok met 20,000 man vooruit. Deze
+<span class="pagenum">[<a id="pb368" href="#pb368" name=
+"pb368">368</a>]</span>Christelijke barbaren pleegden in Bulgari&euml;n
+met moorden en stelen grooten moedwil; waarom de Bulgaren zich
+vereenigden en schier deze gansche voorhoede nedersabelden. Peter de
+Kluizenaar voerde zelf 20,000 man aan en volgde Wouter. Het ging hem
+echter in Hongarije en Bulgari&euml;n niet veel beter. Hij kwam evenwel
+met het gering overschot zijner troepen in Konstantinopel aan. Nog een
+ander leger, dat op 200,000 man geschat wordt, en uit Duitschers,
+Franschen en Engelschen bestond, leed buitengewoon veel door het zwaard
+der Hongaren en meer nog door den honger en het gebrek. Een andere hoop
+scheepte zich in, en kwam door de Middellandsche zee in Syri&euml;.
+Godfried van Bouillon voerde 80,000 Duitschers aan, en trok met dezen
+naar Philopolis. In het jaar 1097 vereenigde zich het gansche
+Christenleger, dat door eenige Schrijvers op 500,000 voetknechten en
+130,000 ruiters wordt geschat, te Chalcedon. Nu vingen de Christenen
+hunne ondernemingen tegen de Saracenen en Turken aan. Zij veroverden
+Nicea, Antiochi&euml;, Cesarea en eindelijk in 1099 ook stormenderhand
+Jeruzalem, alwaar Godfried van Bouillon, Hertog van Neder-Lotharingen
+tot Koning van Jeruzalem werd uitgeroepen.</p>
+<p>In dezen eersten Kruistogt hebben ook de Friezen deel genomen. Zij
+zijn om Frankrijk, Spanje en Itali&euml; henen naar Palestina gezeild.
+De jaarboekschrijvers noemen ons de voornaamste Edellieden, die den
+togt mede ondernomen hebben, als Tjepke Forteman, Jarich Ludinga, Epo
+Hartman, Igo Galama, Feico Botnia, Eelco en Sicco Liauckama, en Ubbo
+Harmana. Bij de belegering van Nicea zijn Hartman en Forteman, de
+laatste van zijn geslacht, gesneuveld. Eelco Liauckama zoude zich
+bijzonder onderscheiden hebben. Hij was Generaal over 3000 man
+ruiterij, en werd eerst tot bevelhebber van Nicea aangesteld, doch ging
+daarna, ontevreden over zijnen werkeloozen toestand, verder in
+Palestina in garnizoen.</p>
+<p>Harmana en Galama zijn in een veldslag,&mdash;en Eelco Liauckama en
+Botnia bij de verovering van Jeruzalem zwaar gewond geworden. Na hunne
+herstelling <span class="pagenum">[<a id="pb369" href="#pb369" name=
+"pb369">369</a>]</span>zijn deze beiden eindelijk door Koning Godfried
+tot ridder geslagen. Naderhand zijn nog verscheiden Friesche
+Edellieden, Homminga, Roorda, Cammingha en Ockinga naar Palestina
+getogen, en hebben onder Boudewijn, den tweeden Koning van Jeruzalem,
+lauweren bevochten tegen de Saracenen. Daardoor stonden zij bij den
+Koning en de voornaamste Hoofden van het Rijk in bijzondere
+hoogachting. De faam hunner heldendaden drong gansch Europa door, en de
+Koning wilde hen noode ontslaan uit zijne dienst. Hij geleidde hen in
+persoon met honderd ruiters naar Jaffa, alwaar zij zich inscheepten, en
+over Veneti&euml;n en Rome den 15 December 1106 in goeden welstand in
+Friesland terugkwamen. Zij werden door hunne vrienden in plegtigen
+optogt, met kruis en vanen, onder gejuich en blijdschap ontvangen. In
+dit jaar zijn de meeste Friezen weder teruggekomen.</p>
+<p>Watze Herama, vroeger teruggehouden door de ziekte van zijnen
+reisgenoot Roorda om naar Palestina te reizen, schijnt in den jare 1119
+met dezen en andere Friesche Edelen, als Harmana, Homminga, Ockinga en
+Cammingha, over Veneti&euml;n en Jaffa den togt te hebben aangenomen.
+Zij streden in 1120 dapper, dan dit gevecht viel voor hen nadeelig uit.
+Herama en Homminga werden verslagen. Koning Boudewijn met de Edelen,
+waaronder ook Cammingha en Ockinga vielen den Parthen in handen; Roorda
+en Harmana werden zwaar gewond, doch ook weder genezen en de gevangenen
+uitgewisseld.</p>
+<p>In het jaar 1145 liet Paus Eugenius III door den heiligen Bernard op
+nieuw het Kruis prediken. Keizer Koenraad en Lodewijk VII van Frankrijk
+namen zelven het Kruis aan. De togt werd in 1147 aangevangen, doch
+liep, voornamelijk door de trouwloosheid des Oosterschen Keizers
+Manuel, ongelukkig af. Na vruchtelooze belegering der stad Damascus,
+trok het geringe overschot des Christen-legers weder huiswaarts.</p>
+<p>Dezen tweeden heiligen krijg schijnen de Friezen niet mede
+bijgewoond te hebben. De Paus echter <span class="pagenum">[<a id=
+"pb370" href="#pb370" name="pb370">370</a>]</span>beval eenen dubbelen
+Kruistogt ten zelfden tijde (1149): eenen naar Spanje om de Saracenen
+te verdrijven, en een&rsquo; anderen tegen de ongeloovige Sclaven aan
+de Oostzee. Tot beide Kruistogten hebben zich voornamelijk de
+Westfalingers, Friezen en Hollanders laten gebruiken.</p>
+<p>Helmold<span class="corr" id="xd20e7797" title=
+"Niet in bron">,</span> een geschiedschrijver, die omtrent dezen tijd
+leefde, laat eenen Frieschen Priester Gerlaf toen de Sclaven de Friezen
+ingesloten hadden, aldus aanspreken:</p>
+<p>&raquo;<i lang="la">Nescitis apud Slavos nulla gens detestabilior
+Fresis? Sane foetet eis odor noster.</i>&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Weet gij niet dat bij de Slavoniers geen volk zoo zeer
+verfoeid wordt als de Friezen? Zij mogen ons waarlijk niet eenmaal
+rieken<a class="noteref" id="xd20e7807src" href="#xd20e7807" name=
+"xd20e7807src">56</a>.&rdquo; Een duidelijk bewijs, dat de Friezen met
+de Sclaven wakker aan den slag geweest zijn.</p>
+<p>Intusschen werd de toestand der Christenen in het Oosten van tijd
+tot tijd moeijelijker en gevaarlijker. De Sultan Saladin, deze om zijne
+grootmoedigheid in de geschiedenis zoo bekende Vorst, veroverde ten
+jare 1187 eindelijk Jeruzalem, en maakte een einde aan het Koningrijk,
+dat 88 jaren bestaan had. Nu maakte de Paus een gruwelijk alarm, en
+bewoog den Keizer Frederik Roodbaard (Barbarossa), Koning Filips II
+(Philippus Augustus) van Frankrijk en Richard I (Leeuwenhart) van
+Engeland om nog eenen Kruistogt te wagen. In 1189 brak het heirleger
+op. De Friezen en Denen rustten 50 schepen uit, vereenigden zich met de
+Hollanders en Vlamingen, hielden hier en daar in Spanje aan, geraakten
+aldaar slaags met de Saracenen, voegden zich nabij Sicili&euml;
+<span class="pagenum">[<a id="pb371" href="#pb371" name=
+"pb371">371</a>]</span>bij de Italiaansche vloot, en kwamen eindelijk
+te Ptolomais (toen Acre genoemd) aan.</p>
+<p>Ook in dezen krijgstogt, in welken de Keizer door een toeval het
+leven verloor, rigtten de Christenen niets verder uit, dan dat zij
+Ptolomais veroverden. Niettegenstaande dezen ongelukkigen uitslag, liet
+de Paus Coelestinus in 1197 op nieuw het Kruis prediken. De Friezen
+namen met de Denen en die van Lubek en Bremen hunnen gewonen weg om
+Spanje, voegden zich op Cyprus bij het hoofdleger en landden weder te
+Ptolomais. Ook op dezen togt maakten de Christenen geene de minste
+verovering. Zij sloten evenwel met Saladin eenen wapenstilstand voor 6
+jaren.</p>
+<p>Ten jare 1199 keerden de heilige krijgers, die in 1189 en 1197 zich
+op reis begeven hadden, voor zooverre zij waren overgebleven, tot de
+hunnen terug.</p>
+<p>Zekerlijk kwamen deze Kruisvaarders vermagerd, hongerig en met
+ledige handen huiswaarts; doch, gelijk vermeld wordt, had de generaal
+der Friezen, Hartwijck, Aartsbisschop van Bremen, eenige beenderen der
+Heilige Anna, en het zwaard, waarmede Petrus het oor van Malchus had
+afgehouwen, medegebragt<a class="noteref" id="xd20e7849src" href=
+"#xd20e7849" name="xd20e7849src">57</a>.</p>
+<p>Het tijdstip, &rsquo;t welk ik thans nader, is voor ons des te
+belangrijker, omdat de voornaamste feiten meestendeels door
+gelijktijdige schrijvers en door bewijzen gestaafd worden. De Pausen
+moedigden de wereldlijke Vorsten, toen de met Saladin geslotene
+wapenstilstand ten einde liep, tot eenen nieuwen Kruistogt aan; doch
+wegens de ongelukkige gevolgen der vorigen, bleef alles bij vrome
+wenschen. Eindelijk was Paus Innocentius III zoo gelukkig, dat op eene
+door hem in 1215 belegde kerk vergadering tot <span class=
+"pagenum">[<a id="pb372" href="#pb372" name="pb372">372</a>]</span>een
+nieuwen Kruistogt besloten werd. Hierop beval de Paus allen
+Bisschoppen, in hunne kerspelen het Kruis te laten prediken. De
+Aartsbisschop van Keulen zond den Keulschen Leeraar Olivier<a class=
+"noteref" id="xd20e7862src" href="#xd20e7862" name=
+"xd20e7862src">58</a> met bijzondere aanbevelingsbrieven van den Paus
+naar Friesland. Deze predikte zelf het Kruis, en gaf aan eene menigte
+Vicarien door het geheele land volmagt, om in zijne afwezigheid aflaten
+te schenken en rekruten voor den heiligen krijg aan te werven. Hij liet
+in de kerken uitgeholde, van boven met ijzer beslagene blokken
+nederzetten, opdat ieder door eene daarin zich bevindende opening zijne
+bijdragen tot bevordering der krijgstoerusting mogte storten. Het
+prediken van Olivier had eenen buitengemeenen indruk gemaakt bij de
+Friezen, zoodat een ongeloofelijk aantal het Kruis aannam. Zij schijnen
+echter met de toebereidselen tot den optogt zich niet zoozeer gehaast
+te hebben; ten minste herinnerde Olivier hun in eenen brief van den
+jare 1216, dat, de Denen, Bremers en Keulenaars reeds eene groote vloot
+uitrusteden, het ook tijd werd hunne schepen te bemannen.</p>
+<p>Ook in dezen tijd had de geestvervoering tot overwinning van
+&rsquo;t Heilige Land zulk eene algemeene werking, dat duizenden van
+kinders naar de zeeplaatsen liepen, om ook deel aan den strijd te
+nemen, en hoewel door hunne ouders opgesloten, wisten zij hunne
+gevangenis te ontkomen op allerlei wijzen, zonder dat de meesten daarna
+immer zijn teruggekeerd. Zeker Schrijver<a class="noteref" id=
+"xd20e7882src" href="#xd20e7882" name="xd20e7882src">59</a> verhaalt er
+&rsquo;t volgende van: &raquo;In <span class="pagenum">[<a id="pb373"
+href="#pb373" name="pb373">373</a>]</span>&rsquo;t jaar 1211 vereenigde
+zich een groot aantal kinderen (men geeft het op voor 90,000), onder
+aanvoering van een&rsquo; ouderen knaap, met het voornemen het Beloofde
+Land weder te veroveren. De meesten kwamen uit Duitschland en wandelden
+blijde naar Genua. Hier ondervonden zij echter uit onbekendheid, waar
+eigenlijk het Beloofde Land lag, onoverkomelijke hinderpalen, om hunne
+avontuurlijke onderneming verder ten uitvoer te brengen. Te Marseille
+kwamen 30,000; een deel daarvan stierf van ellende, een deel werd
+vermoord en de overigen als slaven aan de Saracenen
+verkocht.&rdquo;</p>
+<p>De Hertog Leopold van Oostenrijk, Boudewijn van Vlaanderen, Lodewijk
+van Savoijen, benevens verschillende Bisschoppen en Graven vereenigden
+zich met den Koning Andreas van Hongarije en trokken te land naar
+Palestina. Daarentegen scheepten de Graaf van Holland (Willem I) en de
+Graaf van Wieden met de overigen zich op de Maas in, en stevenden door
+de Middellandsche Zee naar Ptolomais, alwaar de verzamelplaats der
+Kruisvaarders was. De Friezen behoorden tot de vloot des Graven van
+Holland. Deze geheele reis tot op de aankomst in Ptolomais is van eenen
+Kruisbroeder<a class="noteref" id="xd20e7911src" href="#xd20e7911"
+name="xd20e7911src">60</a>, die den togt mede heeft gemaakt,
+naauwkeurig beschreven geworden. Het reisverhaal daarvan is te vinden
+in <span class="sc">Emo&rsquo;s</span> <i>Chronicon</i> (p.
+16&ndash;35), waaruit ik het volgende overneem:</p>
+<p>&raquo;Op het einde van Mei 1217 ligtten de Friezen in den
+Lauwerstroom de ankers, en staken met groote schepen, die zij Koggen
+noemden, uit den stroom in zee. Onder Engeland ontmoetten zij eene
+groote vloot, onder bevel der Graven van Holland en Wieden<a class=
+"noteref" id="xd20e7934src" href="#xd20e7934" name=
+"xd20e7934src">61</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb374" href=
+"#pb374" name="pb374">374</a>]</span>Hier werden het plan des geheelen
+togts en wetten ontworpen, waaraan een iegelijk moest gehoorzaam zijn.
+De Graaf van Holland<a class="noteref" id="xd20e7961src" href=
+"#xd20e7961" name="xd20e7961src">62</a> werd tot eersten Admiraal der
+gansche vloot benoemd, die in twee afdeelingen afzeilde. De eene werd
+door den Graaf van Holland zelven, de andere door dien van Wieden
+aangevoerd, en de Friesche schepen behoorden onder het smaldeel des
+Graven van Holland.</p>
+<p>Eerst kwamen zij in de havens van St. Mattheus en vervolgens te Faro
+(of Ferrol), eene stad in Gallicie, aan. De Kruisbroeders ontscheepten
+zich hier, en gingen te voet in bedevaart naar St. Jacob van
+Compostella. Hier bezochten zij de heilige overblijfsels
+(reliqui&euml;n) des Apostels, en bragten hem hunne offers. Toen zij
+weder scheep gegaan waren, voeren zij eerst wegens tegenwind
+noordwaarts af, en laveerden eindelijk met veel moeite naar Portugal;
+zij ankerden voor Salerno, lieten zich daar van den <span class=
+"pagenum">[<a id="pb375" href="#pb375" name="pb375">375</a>]</span>Abt
+te Alkubar vele wonderen en avonturen verhalen, en voeren na eenige
+dagen den Taag op, totdat zij eindelijk te Lissabon aanlandden. De daar
+aanwezige Bisschop wendde al de kunsten zijner welsprekendheid aan, om
+het Kruisheir te bewegen tot het verdrijven der Saracenen uit Spanje.
+Door verdelging dezer barbaren, zoo sprak hij, zouden de Christenen God
+dezelfde dienst bewijzen, als wanneer zij, Hem ter eere, in Palestina
+hunne handen in Saracenen-bloed wieschen. Sommigen lieten zich
+begoochelen, en bleven met hunne schepen in de haven van Lissabon
+liggen. De meeste Kruisvaarders echter en inzonderheid de Friezen
+lieten zich van hun voornemen, om in het Heilige Land veroveringen te
+maken, niet aftrekken. Zij ligtten vervolgens wederom het anker, en
+voeren het gebergte St. Vincent om. Door hevigen storm moesten zij de
+haven St. Maria binnenloopen. Deze was eene wel versterkte stad,
+waarvan de hooge muren zoo dik waren, dat boven op dezelve twee ruiters
+elkander konden voorbij rijden. Het leger was onderling niet eens, of
+men de stad aantasten, dan wel met den eersten gunstigen wind weder
+onder zeil gaan zoude. Toevallig vertoonden zich vele Saracenen voor de
+stad<span class="corr" id="xd20e7983" title="Niet in bron">.</span> De
+Friezen hieven een lofzang (Hymnus) aan, vielen op den vijand in, en
+drongen hem binnen de stad terug. In de schemering zag een Fries eenen
+Saraceen, die zich door middel van een koord van den muur liet
+afzakken. Deze gelegenheid maakte hij zich ten nutte: hij doodde den
+Saraceen en steeg naar boven. Als hij nu met dat touw velen zijner
+makkers had opgetrokken, plantten zij een krijgsvaan boven op den muur:
+deze koene strijders drongen vooruit tot aan de poort. De wacht, die
+zich daar bevond, werd op het gezigt der Christenen door eene
+plotselijke schrik bevangen, geraakte in wanorde, en kon niet beletten
+dat de poort geopend werd. Het gansche leger drong binnen, en zoo werd
+de stad veroverd, en nu rigteden de Christenen een groot bloedbad aan,
+plunderden alles wat hen voorkwam, en staken tot afscheid de stad in
+brand.</p>
+<p>Vele Kruisbroeders, waarschijnlijk dweepzieke monniken, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb376" href="#pb376" name=
+"pb376">376</a>]</span>hebben in de wolken het beeld der heilige Maria
+gezien, welke over het geluk en de gedragingen der Christenen met
+welbehagen glimlachte. De Priesters hadden moeten doen zien, dat de
+heilige maagd tranen stortte over deze Christelijke barbaren!&mdash;Dit
+geschiedde den 1 Augustus:&mdash;twee volle maanden hadden dus onze
+Friezen reeds rondgezworven. Des anderen daags ligtten zij wederom de
+ankers, voeren digt onder de Spaansche kusten langs, en landden te
+Roden. Het gerucht van den gruwel der verwoesting in St. Maria was
+reeds tot hier doorgedrongen. De bevreesde Saracenen hadden de stad
+verlaten; de Christenen trokken de ontvolkte stad binnen, plunderden
+dezelve, volgens loffelijke gewoonte, uit, en legden haar in de assche.
+Eenige Christenen hadden zich op de bij de stad liggende wijnbergen
+verspreid, in de hoop van ook daar nog eenigen buit te behalen; maar de
+Saracenen lagen daar in sluipholen verborgen, kwamen onverwacht te
+voorschijn, en vermoordden allen, die zich niet met de vlugt tot aan de
+haven redden konden. Daarop gingen de Christenen naar Kadix, en ook
+deze reeds destijds rijke stad was van de Saracenen verlaten. De
+Kruisvaarders sloopten eene bij uitstek kostbare moskee tot den grond
+toe, plunderden de stad en de omliggende landhuizen uit, en namen, van
+roof verzadigd, het vroom besluit, deze prachtige stad door het vuur te
+verwoesten.</p>
+<p>Nu rigteden de Christelijke zeeroovers hunne koers naar de straat
+van Gibraltar. Een zware storm uit het Oosten belette hun de doorvaart,
+en verstrooide de vloot; 86 schepen, waaronder die der Friezen, liepen
+in de havens van Sevila aan den mond der Guadalquivir binnen. Drie
+dagen daarna liepen zij uit met eenen gunstigen wind, geraakten
+gelukkig door de straat, verzeilden op den vierden dag daaraan uit
+onkunde naar het eiland Ivica, en kwamen na eenige dagen te Tortoso aan
+den mond van den Ebro. Zij gingen aan land om versch water in te nemen,
+bleven hier twee dagen, en stevenden naar Barcelona, waar zij
+verscheiden schepen <span class="pagenum">[<a id="pb377" href="#pb377"
+name="pb377">377</a>]</span>hunner door den storm verstrooide vloot
+aantroffen. In de haven van den H. Felicianus (St. Felice de Guixolis)
+in Cataloni&euml; vonden zij het overschot derzelve weder.</p>
+<p>De vloot ging weder onder zeil, en ankerde in de haven van St.
+Mardrianus omtrent Marseille. Nu hielden zij zich digt langs de kusten
+van Frankrijk en daarna van Itali&euml;, voeren Nizza, Pisa, Genua,
+Livorno en andere steden voorbij, en kwamen eindelijk te Piombino in
+Toskanen. In Piombino vertoefden zij 8 dagen, en rigtten nu hunnen
+koers naar Messina op Sicili&euml;; dan storm en tegenwind dwongen hen
+om naar Civita Vecchia te zeilen. Daar het jaargetijde zoo verre was
+verloopen, besloot men hier de winter kwartieren te betrekken, want het
+was reeds 9 October toen de vloot in de haven van voornoemde stad voor
+anker kwam. Vijftehalve maand had dus de vloot van huis af naar
+Itali&euml; te zoek gebragt. Zulk een lange tijd kan ons niet
+bevreemden, als men denkt, dat de vloot geenszins de volle zee, maar
+altijd de kusten gehouden, en in vele havens vertoefd heeft.
+Ondertusschen was de haven van Civita Vecchia niet ruim genoeg om de
+schepen allen te bevatten, weshalve zich eenigen van de vloot
+afscheidden. 18 Friesche bodems liepen de haven van Corneto binnen,
+alwaar zij op uitdrukkelijken last van Paus Honorius III, inzonderheid
+omdat zij in Spanje zoo dapper gestreden, zoo vele Saracenen onthalsd
+en steden verwoest hadden, heerlijk onthaald werden; ja, de Paus had
+zoo veel met hen op, dat hij hun tweemalen de Veronica (het in den
+Zweetdoek afgedrukte gelaat des Heilands) liet zien. Tot den 21 Maart
+1218 lagen de Friezen daar in de winterkwartieren. Bij hun vertrek
+werden zij door de gezamenlijke ingezetenen met 158 vanen in heiligen
+optogt tot aan de schepen begeleid. Zeer velen uit deze stad en het
+omliggende land, van Viterbo, Si&egrave;na, Vetralla enz. scheepten
+zich met 40 vanen met de Friezen in. De bevelhebber van Corneto liet
+bij den aftogt het volk eenen kring maken, plaatste zich in het midden,
+en <span class="pagenum">[<a id="pb378" href="#pb378" name=
+"pb378">378</a>]</span>hield eene aanspraak, waarin hij de dapperheid
+der Friezen roemde, en hun zijne mede vertrekkende landslieden
+hartelijk aanbeval. Na het eindigen zijner rede overhandigde hij den
+Friezen een Krijgsvaan, ten teeken des opperbevels over de
+medetrekkende Italianen. Nu gingen zij aan boord, en vereenigden zich
+met de van Civita Vecchia uitgeloopen vloot. Na eenige, hoewel niet
+belangrijke tegenheden, landden zij te Sijracuze aan, waar zij den
+palmzondag vierden. Onder Creta leden zij eenen zwaren storm, die de
+vloot verstrooide, doch de meeste schepen liepen daar eene haven in.
+Zij zeilden vervolgens Cnidus, Rhodus en Cyprus voorbij, en kwamen
+eindelijk, den 26 April 1218, te Ptolomais aan.</p>
+<p>In deze haven vonden zij Johannes, Koning van Jeruzalem, Andreas,
+Koning van Hongarijen, den Koning van Cyprus, de Hertogen van
+Oostenrijk en Beijeren en andere groote Heeren met het geheele
+Christen-leger, hetwelk men op 80,000 man berekende. Ondertusschen
+hadden die Kruisvaarders, welke zich door de reden des Bisschops hadden
+laten overhalen in Lissabon te blijven, op de Saracenen in Portugal
+eenige veroveringen gemaakt; doch op bevel van den Paus zijn zij van
+daar opgebroken, en onder aanvoering van Graaf Willem van Holland met
+eenen gunstigen wind, nog vroeger dan hunne voormalige togtgenooten, te
+Ptolomais, de verzamelplaats van dezen Kruistogt, aangekomen.</p>
+<p>Het thans weder vereenigde leger maakte het volgende plan: Damiate,
+de sleutel van Egypte, zoude veroverd worden, dan ware het den
+Christenen gemakkelijk Cairo en Alexandri&euml; den ongeloovigen te
+ontrukken<span class="corr" id="xd20e8002" title=
+"Niet in bron">.</span> Wanneer op deze wijze Egypte in handen der
+Christenen viel, zoo kon men den ongeloovigen in <span class="corr" id=
+"xd20e8005" title="Bron: Syrie">Syri&euml;</span> en Palestina de pas
+van Egypte, van waar zij toevoer en rekruten ontvingen, afsnijden, en
+zoo moesten dan Syri&euml; en Palestina zich van zelf overgeven.
+<i lang="la">Sed homo proponit; Deus disponit!</i>&mdash;&raquo;Doch de
+mensch maakt plannen; God beschikt!&rdquo;</p>
+<p>Ingevolge dit plan ligtte de vloot het anker, en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb379" href="#pb379" name=
+"pb379">379</a>]</span>stevende in 3 dagen naar Egypte. Met zeer veel
+moeite liep zij den Nijl in, waar toen de manschap niet ver van Damiate
+aan land stapte. Hier vertoonden zich vele Saraceensche ruiters aan het
+strand, hetzij om de ontscheping te beletten, hetzij om de Christenen
+te verkennen. Een gespierde Fries met breede schouders zwaaide zijne
+lans, en daagde den eersten den besten Muzelman uit; eene gewoonte, die
+sedert Goliath&rsquo;s tijd en nog vroeger zich tot nu toe had staande
+gehouden. Een Saraceensch ruiter reed voor, maar werd oogenblikkelijk
+door den uitdager uit den zadel geligt en afgemaakt<a class="noteref"
+id="xd20e8015src" href="#xd20e8015" name="xd20e8015src">63</a>. De
+Saracenen beschouwden <span class="pagenum">[<a id="pb380" href=
+"#pb380" name="pb380">380</a>]</span>dit als een kwaad voorteeken, en
+trokken in de stad terug. Diamiate was eene voor dien tijd bijzonder
+sterke stad; zij was met eenen driedubbelden muur, de een hooger dan de
+ander, omgeven; digt langs den muur liep de Nijl met een&rsquo; krommen
+arm om dezelve. Op de zijde der stad lag de voorstad, welke door
+een&rsquo; sterken toren gedekt werd. Dezen toren kon men niet naderen,
+daar zij op een eilandje stond, welks geheele oppervlakte door den voet
+des torens werd beslagen, zoodat de toren uit het water scheen op te
+rijzen. Tusschen dezen en eenen anderen even zoo gelegenen, ofschoon
+kleineren toren, lag de haven, en van beide torens was eene zware keten
+gespannen, om de haven te sluiten. Nadat men eenige vruchtelooze
+aanvallen op de stad en den toren had gedaan, vonden de Duitschers uit
+het Bisdom Keulen een kunstig werktuig uit, waarmede zij den toren
+dachten te veroveren; doch ook dit mislukte.</p>
+<p>De Zomer liep reeds ten einde, zoodat men aan de verovering der stad
+begon te wanhopen. In dezen hagchelijken toestand kwamen de Friezen op
+eenen bij zonderen inval. Zij klampten twee hunner grootste schepen aan
+elkander, welke naar &eacute;&eacute;n breed schip geleken: op deze
+beide schepen maakten zij vier sterke masten in een vierkant vast.
+Tusschen deze masten rigtten zij een houten bolwerk op, dat zij met
+sterke kruisgewijze gelegde balken <span class="pagenum">[<a id="pb381"
+href="#pb381" name="pb381">381</a>]</span>verzorgden, en van buiten met
+natte koehuiden overtrokken. Boven op het bolwerk hadden zij lange
+ladders, die zij op den toren werpen en waarmede zij dan deszelfs
+platte oppervlakte bereiken konden. Vervolgens sloegen zij op een ander
+schip een lager bolwerk op met naar buiten vallende bruggen, om aan den
+voet des torens te komen, en met deze beide werktuigen voeren de
+Christenen tot aan den toren. De Saracenen benaauwden de belegeraars
+met hunne pijlen, die zij van boven van den toren afschoten, en met het
+Grieksche vuur, dat echter door de natte koehuiden weinig werking kon
+doen. Gedurende dit gevecht lagen de Patriarch en gezamenlijke
+Geestelijken op de knie&euml;n, hieven de gevouwene handen ten hemel,
+en riepen God, doch inzonderheid Maria en St. Bartholomeus (het was
+juist Bartholomeus-dag) om hulpe aan. Eindelijk gelukte het den
+Christenen uit het bovenste bolwerk ladders op den toren te werpen.
+Hendrik, een Luikenaar, en Haije, een Fries van Fivelingo uit
+Groningerland, waren de eersten, die den toren beklommen. De eerste had
+eene zware kolf en de laatste een ijzeren dorschvlegel, die met ijzeren
+ringen aan elkander gezet en versterkt was, in de hand. Elke slag gold
+eenen gekneusden kop, ontwrichten arm of stukken geslagen beenen; zoo
+maaiden zij regts en links om zich henen, en maakten ruimte voor hunne
+makkers. De Saracenen, die van boven van den toren naar beneden
+gedrongen waren, wierpen Grieksch vuur uit, waardoor de Christenen zoo
+bestookt werden, dat zij den toren weder moesten verlaten. Daar evenwel
+de vijand ook den toren verlaten had, zoo kreeg het andere schip met
+het lage bolwerk lucht. Men wierp de bruggen uit, en naderde den toren
+van onderen. Als zij nu met alle magt op de poort aanvielen om die met
+geweld te doen bezwijken, gaven de Saracenen den toren bij verdrag
+over. Eenige buitenlandsche Schrijvers voegen hierbij, dat het groote
+schip van voren met eene sterke ijzeren zaag is voorzien geweest, en
+dat de ketting, door tegen haar <span class="pagenum">[<a id="pb382"
+href="#pb382" name="pb382">382</a>]</span>met volle zeilen aan te
+varen, is gesprongen<a class="noteref" id="xd20e8052src" href=
+"#xd20e8052" name="xd20e8052src">64</a>.</p>
+<p>Toen de Christenen den toren hadden, werd ook spoedig daarop de
+voorstad bemagtigd; doch de stad zelve konden zij nog niet bemeesteren,
+omdat zij bestendig uit het leger des Sultans Meleddin<a class=
+"noteref" id="xd20e8072src" href="#xd20e8072" name=
+"xd20e8072src">65</a> toevoer en ondersteuning ontving<span class=
+"corr" id="xd20e8079" title="Niet in bron">.</span> Het Christen-leger
+had ook veel te lijden van overstrooming des Nijls, waarom vast- en
+biddagen werden ingesteld. Toen de Nijl naderhand binnen zijne oevers
+terug trad, vernielden de Duitsche Kruisbroeders eene schipbrug, over
+welke de belegerden toevoer ontvingen uit het Saraceensch
+leger<span class="corr" id="xd20e8082" title="Niet in bron">.</span>
+Toen wies der Christenen moed; zij wierpen zich tusschen het leger des
+Sultans en de stad, en vielen hem eindelijk nu eens gelukkig, dan eens
+ongelukkig, zelfs in zijn leger aan. De Sultan werd deze kwellingen
+eindelijk moede, en bood den Christenen het vrije bezit van Palestina,
+het kruis des Heilands, het ontslag der Christen-gevangenen en een
+eeuwigen vrede aan. Het Kruisleger en vooral de Duitschers en Franschen
+lieten zich het aanbod gaarne welgevallen, maar de Pauselijke Legaat
+protesteerde en verlangde de geheele uitroeijing der Saracenen en
+Turken. Deze zielenherders kregen eindelijk bij de Christelijke schapen
+gehoor, men vocht nog een tijdlang met de ongeloovigen, en bereikte ten
+laatste, op het einde van Aug. 1219, door bemagtiging van Damiate,
+<span class="pagenum">[<a id="pb383" href="#pb383" name=
+"pb383">383</a>]</span>welke stad schier geheel door de pest was
+uitgestorven, het eerste gedeelte hunner wenschen. Natuurlijk viel hier
+in deze rijke en weleer volkrijke stad weder kostelijken buit te maken,
+dien de Christenen eerlijk onder elkander verdeelden.</p>
+<p>Toen Damiate was overgegaan, trok de Sultan naar Cairo terug. Men
+hield zich wederzijds langen tijd in dit en het volgende jaar stil,
+doch eindelijk beval de Paus tegen den zin der meeste Christenen en
+zelfs van Koning Johannes den vijand te vervolgen. Dit bevel kwam ter
+kwader uur, daar de Nijl overstroomde, en groote verwoesting in het
+Christenleger aanrigtte. Nu zagen zich de Christenen genoodzaakt met de
+ongeloovigen vrede te sluiten. De vredesvoorwaarden waren deze: de
+gevangenen zouden van wederzijden vrijgelaten worden; de Christenen
+moesten Damiate ontruimen, en de Sultan moest hun het te voren door
+Saladin veroverde Kruis des Heeren uitleveren. Deze was de eindelijke
+vrucht des ganschen togts, want in Aug. 1221 werd Damiate weder
+overgegeven. Zoo was dan wederom alles verloren, en de Christenen
+trokken weder huiswaarts.&rdquo;</p>
+<p>Ik kan niet voorbij hier nog aan te voeren dat de bovengemelde
+Olivier dezen Kruistogt in persoon heeft bijgewoond. Misschien is hij
+zelf de vervaardiger van het Itinerarium (Reisverhaal) geweest. Uit het
+leger voor Damiate heeft hij een brief aan de Abten, Prelaten en
+Burgemeesteren (Consuls) in Friesland geschreven. Ik neem hier het
+volgende uit over, dat den Friezen tot eer verstrekt:</p>
+<p>&raquo;De Zegepraler in Isra&euml;l, van wien alle goede gaven en
+volmaakte giften afdalen, heeft uw vroom en in de moeijelijkheden der
+vreemdelingschap volhardend volk op aarde groot gemaakt, bereidende hun
+een&rsquo; triomfwagen, als hebbende eene eeuwige belooning bij
+tijdelijken roem verdiend, dewelke zij nooit zullen verliezen, indien
+zij den ingetreden weg ten einde toe blijven bewandelen. Bij Damiate
+immers hebben zij zich door betoon van groote nedrigheid,
+milddadigheid, gehoorzaamheid en stoutmoedigheid, bij de Saracenen
+geducht, bij de Christenen <span class="pagenum">[<a id="pb384" href=
+"#pb384" name="pb384">384</a>]</span>bemind gemaakt. Weshalve wij U,
+Prelaten&rdquo; enz., enz.</p>
+<p>&raquo;Geschreven bij Damiate op het feest der H.
+Kruisverheffing.&rdquo;</p>
+<p>De Patriarch van Jeruzalem gaf den Friezen bij hunnen aftogt eene
+loffelijke getuigenis mede, waarin onder anderen het volgende
+voorkomt:</p>
+<p>&mdash;&raquo;en nadat zij met ons in Egypte zijn gekomen, hebben
+zij veel leeds uitgestaan, zoo ten aanzien van hunne personen als van
+hunne geldmiddelen. Wij hebben hen van hunne dienst ontslagen en laten
+vertrekken, volgens de toelating door de Roomsche Kerk in de algemeene
+kerkvergadering verleend. Wij geven eene loffelijke getuigenis aan het
+Friesche Volk, daarom, dat zij eenen braven wandel hebben geleid, en
+dapper en vroom gestreden hebben in de dienst van J. C. Weshalve wij u
+vermanen en van uwe bescheidenheid in den Heere bidden, dat gij deze
+zelfde Friezen, uit hunne vreemdelingschap terugkeerende, in gunst
+moogt ontvangen,&rdquo; enz.&mdash;</p>
+<p>Zoo veel van dezen togt.</p>
+<p>Naauwelijks waren de Kruisvaarders weder te huis gekomen, of de
+heilige Vader Honorius II begon reeds weder alarm te blazen. Keizer
+Frederik II nam zelf het Kruis aan, doch scheen zich, na den dood van
+Honorius, om zijne gelofte weinig te bekommeren; hij werd door den
+opvolger van Honorius, Paus Gregorius, in den ban gedaan, trad wakker
+met den Heiligen Vader in het strijdperk, en ondernam eindelijk in 1228
+den Kruistogt. Terstond bij zijne aankomst boden hem de Saracenen eenen
+10 jarigen wapenstilstand aan, waarbij zij hem Jeruzalem, Nazareth en
+Sidon inruimden. Daarop liet hij zich tot Koning van Jeruzalem kroonen,
+en keerde terstond daarna terug. Ook aan dezen togt hebben de Friezen
+deel genomen, en zoowel de Paus Honorius, als de Keizer Frederik
+moedigden de Friezen aan, den togt mede te ondernemen. De Paus streek
+den Friezen in eenen brief van 1226 niet weinig honig om den mond.
+Onder anderen zegt hij in dien brief:</p>
+<p>&raquo;Voorwaar, daar de Friezen weleer met onderscheiding
+<span class="pagenum">[<a id="pb385" href="#pb385" name=
+"pb385">385</a>]</span>in den Kruistogt ter zee den Heere gediend
+hebben in de overzeesche landen, zoodat uw gedenkboek van geslacht tot
+geslacht met vermelding van uwen lof zal aangehaald worden, zoo hebben
+wij noodig en raadzaam gedacht, ulieden als beroemde Kampvechters wel
+bijzonder tot het volgen van dezen (togt) te moeten oproepen, vastelijk
+hopende en vertrouwende, dat gij, die onder overige volken uitmunt in
+grootmoedige dapperheid, den strijd des Heeren mannelijk en met kracht
+zult strijden.</p>
+<p>&raquo;Wij bidden u dan allen enz.&rdquo;</p>
+<p>En Keizer Frederik schrijft onder anderen:</p>
+<p>&raquo;Want buitenlands is uw krijgsbeleid gevreesd en ondervonden
+van die volken, tot welker uitroeijing gij weleer uwe krachten
+loffelijk geoefend hebt, terwijl het bloed van uwe martelaren in de
+dienst des Kruises geplengd, glansrijk blinkt, en hunne roemrijke
+ligchamen door de bezetting en verovering van Damiate herdacht worden.
+Ontbrande dan uwe dapperheid!&mdash;</p>
+<p>&raquo;Gegeven te Salerno 1 Febr. 14de Indictie.&rdquo;&mdash;</p>
+<p>Olivier kwam ook weder in Mei 1224 in Friesland, en predikte eerst
+in Groningen, daarna in Reiderland en in &rsquo;t Emderambt het Kruis;
+voornamelijk echter hield hij zich te Uttum en Groothuizen (Huttum en
+Usum zegt Emo) op, waar hij evenwel weinig uitwerkte. Vervolgens zond
+hij door geheel Friesland herderlijke brieven rond, en vermaande de
+Friezen met de Denen, Bremers en de Keulenaren, die reeds eene vloot
+begonnen uit te rusten, gemeene zaak te maken, terwijl de eerste
+bemoeijing der Geestelijken was, om geld voor den te ondernemen
+Kruistogt te verzamelen. Onze geschiedschrijver Emo liet zich zelven
+daartoe gebruiken, en bragt eene aanzienlijke som bijeen.</p>
+<p>Den 22 Mei 1227 gingen de Friesche schepen bij Borkum onder zeil; de
+manschap echter leed veel door allerlei gevaar, storm, ziekte en
+honger, en kwam, merkelijk ontdaan, eindelijk in Palestina<a class=
+"noteref" id="xd20e8123src" href="#xd20e8123" name=
+"xd20e8123src">66</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb386" href=
+"#pb386" name="pb386">386</a>]</span>Het einde van dezen togt heb ik
+reeds boven kortelijk opgegeven.</p>
+<p>In het jaar 1247 werd eene groote kerkvergadering te Lyon in
+Frankrijk gehouden, op welke nogmaals een heilige krijg tegen de
+ongeloovigen werd vastgesteld. Koning Lodewijk de Heilige nam zelf het
+Kruis aan, en de Paus zond, op bijzonder verlangen des Konings, den
+Bisschop Albert van Riga en Willibrand, een monnik uit het Mentzsche,
+naar Friesland, alwaar zij alle Abten, Dekens, Priesters, Edellieden,
+regterlijke Beambten en de voornaamste Mannen verzamelden, en hun den
+Pauselijken lastbrief voorlazen. Terstond liet zich eene groote menigte
+tot dezen togt aanwerven; maar toen den Friezen werd aangekondigd, dat
+zij tegen Mei 1248 reeds tot den togt gereed moesten zijn, schreeuwden
+allen, dat deze bepaalde tijd veel te kort was. Daarop werd de tijd des
+aftogts tot Mei 1249 uitgesteld.</p>
+<p>Deze Krijgstogt is voor de Christenen van rampzalige gevolgen
+geweest, daar bijna het geheele Christelijke leger in Egypte, deels
+door de pest, deels door het zwaard, werd vernield, en de Koning
+Lodewijk zelf gevangen genomen. Door klinkende munt en eenen
+schandelijken vrede kocht hij zijne vrijheid weder. Of nu de Friezen
+dezen togt mede gedaan hebben, en werkelijk uitgezeild zijn of niet,
+melden ons de geschiedschrijvers niet<a class="noteref" id=
+"xd20e8137src" href="#xd20e8137" name="xd20e8137src">67</a>.
+Waarschijnlijk <span class="pagenum">[<a id="pb387" href="#pb387" name=
+"pb387">387</a>]</span>hebben de Friezen, daar zij te huis genoeg te
+doen hadden, en den nieuw verkozen Roomsch Koning Willem reeds in 1248
+Aken hielpen veroveren, doch daarna met hem in onmin geraakten, en hem,
+gelijk uit &rsquo;s Konings geschiedenis genoeg bekend is, in de
+tegenwoordige provincie Friesland om hals bragten, aan dezen togt geen
+deel genomen<a class="noteref" id="xd20e8148src" href="#xd20e8148"
+name="xd20e8148src">68</a>.</p>
+<p>Zeer aardig herinnert een Bisschop van Syri&euml; in eenen uit
+Ptolomais geschreven brief na het jaar 1260 hun aan hunne
+pligten<span class="corr" id="xd20e8172" title="Niet in bron">.</span>
+Hij noemt zich: &raquo;<i lang="la">Frater Thomas de ordine
+Praedicatorium, Dominici praesepii et virginalis puerperii custos
+indignus, Apostolicae Sedis Legatus.</i>&rdquo; &raquo;Broeder Thomas
+van de orde der predikheeren, onwaardige bewaker van de kribbe van
+Dominicus en het maagdelijk kraambed, legaat van den Apostolischen
+zetel.&rdquo; Hij meldt daarin (de ruimte laat niet toe, den geheelen
+merkwaardiger en kluchtigen brief hier in te lasschen) onder anderen,
+dat de Friezen, die voor 10 en meer jaren het Kruis hebben aangenomen,
+hunne kruisgeloften gestand doen, en opkomen, of wettige redenen van
+hun uitblijven opgeven moeten. Daarbij verzoekt hij de Proosten en
+Dekenen de Friesche vrouwen, welke het Kruis hebben aangenomen, den
+togt af te raden, dewijl men, helaas, meermalen de treurige ervarenis
+heeft gehad, dat door verleidingen des Satans deze vrome vrouwen reeds
+aanstonds op weg afschuwelijke hoererij en echtbreuk bedreven hebben.
+Wanneer deze goede kinderen slechts zooveel baar geld betaalden, als
+hun de reis heen en weder zou kosten, dan konden zij rustig te huis
+blijven, en nu besluit hij: <span class="pagenum">[<a id="pb388" href=
+"#pb388" name="pb388">388</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Aan alle welke voornoemde vrouwen en anderen, die op
+voorzeide wijze mogen verschoond worden, wij uit kracht van de aan ons
+door den Apostolischen Stoel verleende volmagt die vergeving van zonden
+schenken, welke zij zouden verwerven, zoo zij het Heilige Land in
+persoon bezocht hadden.&rdquo;</p>
+<p>Koning Lodewijk nam in 1267 andermaal het Kruis aan, en zond naar
+Friesland eenen monnik, Gerhard, om aldaar het Kruis te prediken. Deze
+trok geheel Friesland door, doch hield zich den meesten tijd, volgens
+getuigenis van den gelijktijdigen Schrijver Menco, in Norden op, alwaar
+hij het Jakobiten-Klooster stichtte. Het gelukte hem ten behoeve van
+dezen voorgenomen togt den ingezetenen groote sommen gelds uit de beurs
+te praten, en een groot getal strijdbare mannen te overreden, zich met
+het Kruis te laten teekenen.</p>
+<p>Thans werd eene betere orde ingevoerd. Opdat niet wederom allerlei
+janhagel den togt mede ondernemen, en zich op kosten van het Kruisleger
+mesten, of ook weerlooze vrouwen vervolgens wanorde in het leger
+veroorzaken mogten, werd uitdrukkelijk bevolen dat alle vrouwen, zonder
+onderscheid, te huis blijven, en ieder Kruissoldaat 7 mark sterling aan
+klinkende munt, vervolgens 7 ton boter, een halven os, een ham, een
+half mudde meel en zoovele wapens en kleederen, als hij zou noodig
+hebben, medenemen moesten.</p>
+<p>In 1269, kort voor Paschen, scheepten de Friezen zich in. Zij
+verzamelden zich bij Borkum, en moesten daar 20 dagen wegens westelijke
+tegenwinden blijven liggen. De uitgeloopene Friesche vloot bestond,
+behalve de kleine schepen, uit 50 koggen. Met goeden wind landden zij,
+na volgens gewoonte vooraf in eenige havens te zijn binnengevallen, te
+Marseille aan. De Koning van Frankrijk had met de Friezen afgesproken
+hen tot St. Jan in te wachten; dan daar deze tijd verstreken was, zoo
+was de Koning met zijne vloot reeds voor de aankomst der Friezen naar
+Tunis afgezeild. De Sultan had een <span class="pagenum">[<a id="pb389"
+href="#pb389" name="pb389">389</a>]</span>sterk leger naar Afrika
+gezonden, waarom de Koning vreesde, dat de Turken, na den aftogt der
+Christen troepen, in Sicilie, Italie, Frankrijk en Spanje eene
+afwending zouden maken. Daar ook de Saracenen in Syri&euml; en
+Palestina veel ondersteuning en levensmiddelen ontvingen van de
+Barbarijsche kusten, zoo achtte hij het voordeelig eerst Tunis te
+verwoesten. De Friezen morden over dezen togt, en wilden liever naar
+Palestina, doch lieten zich ten laatste door eenen geestelijken
+overreden den Koning na te zeilen. Bij hunne aankomst vernamen zij wel,
+dat de Koning de Ongeloovigen geslagen en Tunis reeds ingesloten had,
+doch tevens dat hij zelf kort daarna aan de pest gestorven was. Op dit
+berigt wilden de Friezen oogenblikkelijk weder naar Syri&euml;
+afzeilen; dan, daar juist ten zelfden tijde de broeder des overledenen
+Konings Lodewijk, de Koning Karel van Napels, met eene versche vloot
+aankwam, zoo lieten zij zich bewegen, daar te blijven. De belegering
+werd dan ijverig voortgezet; de Saracenen deden eenen uitval op eene
+afdeeling Duitschers en Friezen, die verspreid nabij de stad ginds en
+herwaarts liepen, om den vijand uit zijne verschansingen te
+lokken<span class="corr" id="xd20e8189" title="Niet in bron">.</span>
+De Christenen togen aanvankelijk in wanorde terug, maar herstelden zich
+weldra weder, rukten als &eacute;&eacute;n man tegen den vijand op, en
+dreven hem tot eene rivier, die voorbij Tunis stroomt<span class="corr"
+id="xd20e8192" title="Niet in bron">.</span> Vele Ongeloovigen
+sneuvelden door het zwaard, de meesten echter verdronken in den vloed.
+De stad kon door storm niet ligt veroverd worden, omdat de pest in het
+Christenleger eene groote verwoesting had aangerigt: desniettemin
+werden de belegerden zoo benaauwd, dat zij den Christenen eenen vrede
+aanboden. De inhoud der aangenomene vredes-voorwaarden was, dat de
+gevangenen van wederzijde bevrijd,&mdash;Tunis aan Koning Karel eene
+jaarlijksche schatting betalen,&mdash;en de Christenen op de
+Middellandsche Zee door geene zeeroovers zouden ontrust worden. Het
+leger werd daarop ontbonden, en de meeste Italianen en Franschen gingen
+weder naar huis; dan de Friezen, Duitschers en Engelschen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb390" href="#pb390" name=
+"pb390">390</a>]</span>vervolgden hunne reis en zeilden naar Palestina.
+Onder weg leden zij veel door storm en ziekte, en kwamen in veel
+verminderd getal eindelijk te Ptolomais aan, alwaar zij het
+Christen-leger in eenen jammerlijken toestand en verderfelijke
+oneenigheid aantroffen, welke tweespalt de Saracenen zich ten nutte, en
+vele veroveringen hadden gemaakt. Intusschen werden de Friezen door de
+Tempelheeren wel ontvangen en kostelijk onthaald: zij werden naar Tyrus
+gevoerd, alwaar men aanzienlijke hulptroepen van de Christenheid en
+bijzonderlijk van Koning Karel van Napels verwachtte, doch daar deze
+uitbleven, zoo kregen ook de Friezen het heimwee. Hunne uit den storm
+nog overgeblevene schepen waren zoo jammerlijk gesteld, dat zij geen
+zee konden bouwen, zoodat zij zich in vreemde vaartuigen moesten
+inschepen, en van elkander afgescheiden, sommigen door Itali&euml;,
+anderen door Frankrijk afzonderlijk terugkwamen. De meesten echter
+hadden hunnen dood in Afrika, in de <span class="corr" id="xd20e8197"
+title="Bron: Middellansche">Middellandsche</span> Zee en in Palestina
+gevonden, terwijl het geringe in het Vaderland terugkeerend overschot
+ledige buidels, hongerige magen en zieke ligchamen mede terugbragt.</p>
+<p>Van nu af aan waren de Christenen te zwak om den Turken het spits te
+bieden. De eene vesting ging na de andere over. Antiochi&euml;,
+Cesarea, Joppe en andere steden kwamen in handen der Turken. Ten jare
+1291 werden ook Ptolomais, Tyrus en Berytus heroverd. Zoo behielden dus
+de Christenen der Latijnsche Kerk, die ter verovering en beheersching
+des Heiligen Lands, zoo vele millioenen verspilden, en zoo veel bloeds
+deden stroomen, in Palestina geen voet gronds. Paus Nikolaas IV, wien
+dit zeer ter harte ging, wekte wel alle geestelijke en wereldlijke
+Vorsten tot eenen nieuwen togt op, doch zijne pogingen waren
+vruchteloos<a class="noteref" id="xd20e8203src" href="#xd20e8203" name=
+"xd20e8203src">69</a>.</p>
+<p>Palestina, ontbloot van allen bijstand, verzonk weder <span class=
+"pagenum">[<a id="pb391" href="#pb391" name="pb391">391</a>]</span>in
+de oude slavernij, die misschien dragelijker was, dan de heerschappij
+van teugellooze schraapzuchtige Christenen.&mdash;En dit was het einde
+der heilige oorlogen of vrome razernij, die omtrent twee honderd jaren
+gewoed, en Europa omtrent zeven millioenen menschen en onmetelijke
+schatten gekost heeft.</p>
+<p>Wat nu het goed en kwaad betreft, het is moeijelijk te beslissen of
+de Kruistogten meer voordeel dan nadeel aan Europa hebben toegebragt.
+Dus oordeelt er de Duitsche Geleerde <span class="sc">J. G. Mair</span>
+over<a class="noteref" id="xd20e8218src" href="#xd20e8218" name=
+"xd20e8218src">70</a>. <span class="sc">Heeren</span> is door zijn
+onderzoek der gevolgen van de Kruistogten voor Europa<a class="noteref"
+id="xd20e8227src" href="#xd20e8227" name="xd20e8227src">71</a> tot het
+gunstig resultaat gekomen, dat zij wel niet op eens eene betere wereld
+schiepen, maar die voor de nakomelingschap hebben voorbereid.</p>
+<p><span class="sc">Wakker van Zon</span> heeft, in zijne <i>Bijdrage
+tot de Geschiedenis der Kruisvaarten</i>, voor ons Vaderland daarin
+weinig voordeel kunnen vinden, en laat het nadeel ver het overwigt
+behouden; zelfs in de heftigheid van zijn betoog uitroepende:
+&raquo;Rede! Deugd <span class="pagenum">[<a id="pb392" href="#pb392"
+name="pb392">392</a>]</span>en Godsdienst! wij leggen op uw heilig
+altaar de plegtige en onherroepelijke bekentenis af&mdash;, dat de
+Kruisvaarten ons Vaderland tot eene bron van onuitrekenbare ellende
+verstrekt hebben!&rdquo;&mdash;</p>
+<p>Zoo zijn er meerdere gevoelens van geleerden uitgebragt, terwijl die
+Schrijvers, welke niet overdrijven, maar den middelweg hebben
+bewandeld, zoo als <span class="sc">Heeren</span> en <span class=
+"sc">Luden</span>, gewis den voorrang boven anderen verdienen<a class=
+"noteref" id="xd20e8262src" href="#xd20e8262" name=
+"xd20e8262src">72</a>.</p>
+<p>Voor Friesland waren gewis de gevolgen ook van groot belang. De
+burgerlijke vrijheid is er zeer door bevorderd: want een slaaf werd
+vrij man, en de haat en wraak der aanzienlijke geslachten werden
+getemperd. Het werkzame deel des volks werd door den landbouw als
+anderszins voor armoede beveiligd, en de zedelijke beschaving zal er
+allengs bij gewonnen hebben. De handel in de X eeuw nog in zijne
+kindschheid, moet eene eeuw na den aanvang der Kruistogten te Stavoren
+reeds tot grooten bloei zijn gekomen: want deze stad en Bolsward tot de
+Hanzesteden behoorende, voerden hunne koopwaren naar Brugge, werwaarts
+de Lombarden hunne Oostersche goederen bragten, om dezelve zoo door de
+Hanzesteden weder in het Noorden te verspreiden. De welvaart, pracht en
+weelde der XIII en XIV eeuwen kunnen van deze gevolgen
+getuigen.&mdash;Kunsten en wetenschappen, altoos met den handel zich
+parende, moesten ook wel in Friesland toenemen.&mdash;Dan het nadeel
+heeft zich ook voor dit gewest geopenbaard, en in de onheilen moest het
+dus ook aandeel hebben.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb393" href="#pb393" name=
+"pb393">393</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb72" class="pageref">72</a>.</p>
+<p>Omtrent den jare 1100 was er een voornaam Bouwkunstenaar, zijnde een
+Fries, die voor den Bisschop van Utrecht eene fraaije kerk bouwde, doch
+misnoegd over deszelfs behandeling, den Bisschop om het leven bragt.
+Dit zal het bedoelde geval zijn &rsquo;t welk voorkomt in <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>. 285.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb72" class="pageref">72</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1110</i>. Door dezen strijd en nederlaag bleef de
+vrijheid van Oost-Friesland bewaard, en de Friesche Graafschappen
+Oostergo en Westergo genoten een aantal jaren rust en vrede.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb73" class="pageref">73</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1119 ontstond</i>. Het verhaal van dezen twist
+tusschen Floris II en den Frieschen Edelman Galama is naauwkeurig
+opgeteekend door <span class="sc">Gabbema</span> in zijne
+<i>Watervloeden</i>, p. 50 en 51, en bij de Kronijkschrijvers met
+eenige kleine veranderingen vermeld. <i>Zie Tegenw. Staat van
+Friesland, I</i>. 315; <span class="sc">F. Sjoerds</span>,
+<i>Jaarb<span class="corr" id="xd20e8337" title="Niet in bron">.</span>
+II</i>. 318, welke te regt in <span class="sc">Wagenaar</span>
+(<i>II</i>. 213,) verbetert, dat Galama niet in dezen twist is
+omgekomen, en ook een eigenlijke <i>Fries</i> geen Westfries
+was<span class="corr" id="xd20e8351" title="Niet in bron">.</span>
+<span class="sc">Schotanus</span>, van dit voorval niet sprekende,
+heeft men de waarheid daarvan betwijfeld, waarom ook welligt
+<span class="sc">Cerisier</span> (<i>Geschiedenis der Nederl. I</i>.
+214) niet voor de echtheid wil instaan. <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>, altijd <i>kwaadaardigst</i> tegen <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, zegt in zijne <i>Gesch. des Vaderl. II</i>. 34:
+&raquo;<span class="sc">Wagenaar</span>, altijd <i>kwaadaardigst</i>
+tegen de braafste <span class="pagenum">[<a id="pb394" href="#pb394"
+name="pb394">394</a>]</span>Vorsten, brengt tegen Floris in, &raquo;dat
+zijne uitmuntendheden van geest en lichaam niet verhinderden, dat de
+Edelen dezer landen hunne vrijheden tegen het Grafelijk geweld, dat met
+den aanwas van &rsquo;s Graven macht meer dan te voren gevoeld werd,
+moediglijk verdedigen durfden.&rdquo;&rdquo; &raquo;En tot bewijs van
+dit Grafelijk geweld en het moedig verdedigen van de vrijheden daar
+tegen, komt den moedwil van Galama voor den dag.&mdash;&mdash;Het geval
+(waar of onwaar, want men twijfelt er aan) is eenvoudig. De Graaf (wien
+naar het Leenrecht, als Vorst of wegens den Keizer regeerende, wouden
+en wildernissen behooren, en alle jacht die niet afgestaan is) in het
+bosch van <i>Kreil</i> (aan den rand der Zuiderzee, die nu dit gedeelte
+verzwolgen heeft) jagende, vindt daar jagers van Galama, wien hij als
+naar stijle, de daarme&ecirc; verbeurde honden ontnemen doet. Galama
+verneemt dit, stuift op, zoekt den Graaf in het bosch, spreekt den
+Graaf (onbesuisd, zegt <span class="sc">Wagenaar</span>) en onvoeglijk
+aan, en bij Floris aanmerking op dien onbehoorlijken toon en taal, valt
+hem met den blooten degen op het lijf en doorboort hem den
+arm!&mdash;Zie daar&rdquo; enz.; hier volgt weder eene onbehoorlijke
+uitval op <span class="sc">Wagenaar</span> en een schampschot op de
+onschendbaarheid en wijsheid, gezeten hebbende in de majestueuze
+Amsterdammer paruiken.</p>
+<p>Dit is dus met een kort woord aan Galama zijn regt ontnomen, hem als
+overtreder des Roomschen regts veroordeeld, en Floris geregtvaardigd.
+Wij houden het er daarentegen voor, dat het niet bewezen is of Graaf
+Floris in het Kreilerwoud iets had te zeggen, en zoo niet, dan
+beschouwen wij de daad van Galama (niet gelijk <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>) als die van een dolleman, maar van een
+regtschapen Fries, die zich door geen Hollandschen Graaf naar willekeur
+liet regeren en behandelen, hoe deze dan ook het Kreil, Galama&rsquo;s
+eigendom, mogt beschouwen. Waarom dit voorval onder de verdichtselen
+geplaatst zou moeten worden, daarvoor kunnen wij geene reden vinden.
+<i>Friesch Jierb. 1833</i>, &sect; 22; <i>Bijvoegsels</i> op
+<span class="sc">Wagenaar</span>, <i>II</i>. D. bl. 72. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb395" href="#pb395" name="pb395">395</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb73" class="pageref">73</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1143</i>. In onze kronijk wordt niet vermeld, zoo
+als bij andere Schrijvers, dat omstreeks dezen tijd, onder de regering
+van Keizer Koenraad III, vele bewoners der tegenwoordige Nederlanden,
+op verzoek van den Graaf van Holstein, Adolf, na de verdrijving der
+Obodriten, eenige landstreken aan de Elve gingen bewonen, en hoezeer
+door deze woeste Wandalen weder aangevallen, met ongehoorde dapperheid
+tegen dezen streden, en eindelijk, door den stoutmoedigen Priester
+Gerlacus aangepord en voorgegaan, met behulp van &rsquo;s Graven volk
+de volkomene overwinning behaalden<a class="noteref" id="xd20e8422src"
+href="#xd20e8422" name="xd20e8422src">73</a>.</p>
+<p>De Graafschappen Oostergo en Westergo werden door dezen Keizer
+Koenraad weder aan den Utrechtschen Bisschop geschonken, welke
+schenking twee jaren daarna bij eenen giftbrief werd bevestigd. Hoe
+echter de Friezen over deze en dergelijke brieven dachten en hunne
+vrijheid wisten te handhaven, ziet men beschreven bij <span class=
+"sc">Emmius</span>, bijzonder in het VI boek, bl. 103 zijner Friesche
+Geschiedenis.</p>
+<p>Eenige jaren hierna in 1157, of gelijk <span class=
+"sc">Emmius</span> in 1165, is het vermaarde klooster Ludingakerk
+bewesten Franeker gesticht, waarvan Wigboldus de eerste Abt is
+geworden. Uit deze Abdij, met aanzienlijke landerijen en rijkdommen
+begiftigd, en van den Roomsch Koning Willem II met het eiland Flieland
+beschonken, kwamen de kloosters van Anjum, Achlum, Oegeklooster en
+anderen voort. Tusschen Flieland en Terschelling, toen nog aaneen,
+groef men, tot bevordering der aanslijking, om nog al meer voordeelen
+te genieten, eene wijde gracht, tegen wil en raad van den verstandigen
+Lidlumer Abt, Gerhardus, <span class="pagenum">[<a id="pb396" href=
+"#pb396" name="pb396">396</a>]</span>waardoor men de woedende zee het
+land vernielen liet, dat noodig was te behouden ter voorkoming van de
+latere ellende door storm en vloed ontstaan. <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>. 377; <i>Oudh. en Gest. II</i>.
+131.</p>
+<p>In 1163 stichtte men het klooster Mariengaard onder Hallum, onder
+opzigt en beleid van den waarlijk vromen Pastoor der kerk te Hallum,
+Frederik, die daar eerste Abt werd, en de order der Premonstratenzers
+omhelsd had. Doordien er een grooter toeloop was dan het klooster
+bevatten kon, werd door den Abt, ter plaatse Bartlehiem genoemd in
+Tietjerksteradeel, een nonnenklooster, onder den naam <i>Bethlehem</i>,
+gebouwd. Onder de waardige Abten die deze kloosters telden, is de
+godvruchtige Syardus hoog geroemd. Deze en vele anderen, die het zoo
+goed met de godsdienst meenden, waren echter onbestand tegen het
+ongeschikte, wanhebbelijk en zedeloos leven der
+kloosterlingen.&mdash;<i>Oudh. en Gest. I</i>. 385; <i>Tegenw. Staat.
+I</i>. 345<span class="corr" id="xd20e8479" title=
+"Niet in bron">.</span></p>
+<p>In den jare 1165 werd de Abdij Klaarkamp in Dantumadeel gesticht,
+onder &rsquo;t beheer van den dorpe Rinsumageest, door vrouwe Clara,
+eene rijke en godvruchtige weduwe. De Bernardiner of Cistercienzer
+monniken, ook naar hunne kleeding witte en zwarte monniken genoemd, die
+aanvankelijk om hunnen stichtelijken wandel en goede zeden zeer geroemd
+zijn geworden, hebben hetzelve onder den eersten Abt, Eiso betrokken,
+en vele kloosters in Friesland en Holland hebben onder deze Abdij
+gestaan. De Abt van Klaarkamp had onder de Prelaten ter
+Landsvergadering de eerste plaats.</p>
+<p>Deze eeuw was dus bijzonder vruchtbaar in het voortbrengen van
+Abdijen, Kloosters, geestelijke Gestichten en Kerken<span class="corr"
+id="xd20e8486" title="Niet in bron">.</span> In den jare 1182 werd ook
+door Sybe van Lidlum met hulpe van Tjalling Donia van Winsum, tusschen
+Tjummarum en Oosterbierum, het Lidlumer Klooster gesticht, &rsquo;t
+welk na verloop van eene halve eeuw is verplaatst. Het was gesteld
+onder de order der Reguliere Kanunniken. <i>Oudh. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb397" href="#pb397" name="pb397">397</a>]</span>en
+Gest. II</i>. 162; <span class="sc">Schotanus</span>, <i>Beschryvinge
+von Frieslandt</i>, Quarto, p. 311 en verv.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb76" class=
+"pageref">76</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1170.</p>
+<p><i>Omtrent dezen tijd, is</i> <span class="sc">Saake
+Reinalda</span>, <i>overleden</i>. De Geschiedenis vermeldt dezen
+Potestaat als een kundig, ervaren, braaf, edelmoedig en vredelievend
+man, die in allen opzigte, vrij van vooroordeel en ongepaste eerzucht,
+het belang zijner landgenoten zoodanig behartigde, dat de Edelen, de
+Staten en het Volk hem levenslang tot hunnen Landsheer wilden
+verkiezen, welk voorregt hij echter niet begeerde, als strijdig met
+zijne beginselen en &rsquo;t gebruik der voorvaderen.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb77" class="pageref">77</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1190</i>. Omstreeks dezen tijd vindt men bij de
+meeste geschiedschrijvers het eerst gewag gemaakt van Leeuwarden als
+stad; doch er zijn er, die beweren, dat reeds ten jare 1149 de stad bij
+dien naam zou bekend geweest zijn, daarbij aanhalende de twee brieven
+door den Abt Wybaldus geschreven, voorkomende in het <i>Charterboek</i>
+van <span class="sc">van Schwartzenberg</span>, <i>I</i>. 76, de een
+aan de gemeente van Leeuwarden, houdende klagten over de zorgeloosheid
+van vier Priesters aldaar, en de andere aan den Utrechtschen Bisschop,
+Heribertus, betrekkelijk den slechten toestand der kerk.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb77" class=
+"pageref">77</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1192.</p>
+<p><i>Als Froonakker en Godsakker</i>. De Tempelschattingen
+<span class="pagenum">[<a id="pb398" href="#pb398" name=
+"pb398">398</a>]</span>dienden bij de Franken tot onderhoud der
+Priesterschap, tot instandhouding van de godsdienst, tot aanschaffing
+der offerdieren, tot bekostiging der openbare feesten en tot
+verzekering van regt en veiligheid. Wij vinden in de Friesche
+geschiedenis der IX en X eeuw ook de Tempelschattingen vermeld, welke
+in iedere kapel, op zekere tijden, aan den Hemelkoning moesten worden
+opgebragt; en wat betreft het bezit van landgoederen, meren, wouden en
+stroomen, dit wordt genoeg opgehelderd uit de, bij de bevestiging des
+Christendoms hier te lande, zoo rijkelijk door de Frankische vorsten
+weggeschonken goederen, welke ongetwijfeld, voor een groot deel, mede
+hiervan afkomstig waren. En zoo is men op het vermoeden gekomen, dat de
+<i>Vroonlanden</i> en <i>Vroonakkers</i>, welke hier en daar weleer
+aangetroffen werden, van deze landgoederen afkomstig waren, en dat
+Franeker daarvan den naam zoude ontleend hebben. Verg. <span class=
+"sc">Westendorp</span>, <i>Verhand. over het gebruik der Noordsche
+Mythologie</i>, bl. 335.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb82" class=
+"pageref">82</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1227.</p>
+<p><i>Kastelein van Koevorden</i>. Een Kastelein was ambtman over een
+regtsgebied; oorspronkelijk <i>kasteelman</i>, praefectus
+arcis;&mdash;<i>Borchgreve</i>, burggraaf, slotvoogd, enz.&mdash;Verg.
+den <i>Teuthonista</i> van <span class="sc">G. v. d. Schueren</span> en
+<span class="sc">Kiliaan</span>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb85" class=
+"pageref">85</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1230.</p>
+<p><i>In den jaare 1230</i>. Het jaar te voren schrijven de kronijken
+van eene groote zonsverduistering, gevolgd door geweldigen hagel, in
+welk onweer de Edelman Sixtus Botnia met zijne vrouw zou zijn
+omgekomen, alsmede Douwe Galama en Jolke Taijkama. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb399" href="#pb399" name="pb399">399</a>]</span>Over
+den vloed van 1230, zie <span class="sc">Gabbema</span>,
+<i>Watervloeden</i>, bl. 70; <span class="sc">Wins.</span> fol. 163;
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>. 543.</p>
+<p>In of omtrent dezen tijd vindt men het eerst van de veenen en
+turfgraverijen gewag gemaakt.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb86" class=
+"pageref">86</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1231.</p>
+<p><i>Door de Rechters van Upstalsboom</i>. Als hier ter plaatse zeer
+gepast, nemen wij een gedeelte over van het belangrijk Overzigt,
+geplaatst in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 4 October
+1831</i>, getiteld: <i>Herinnering aan de Landdagen der Friezen bij
+Upstalboom</i>, hoofdzakelijk getrokken uit het werk van <span class=
+"sc">T. D. Wiarda</span> over dit onderwerp, en ons medegedeeld door
+den kundigen beoefenaar der Friesche Geschiedenis, Taal-, en
+Dichtkunde, Mr. <span class="sc">A. Telting</span>, Secretaris der stad
+Franeker.</p>
+<p>&raquo;Buiten de stad <i>Aurick</i> in <i>Oost-Friesland</i> is een
+eerwaardige plek, rijk in herinneringen aan de vrijheidsmin en
+volkstrouw onzer Friesche Vaderen. Deze plek draagt den naam van
+<i>Upstalboom</i> (<i>Upstallisbeam</i>, <i>Opstalbeam</i>). Wij zullen
+ons niet verdiepen in de verschillende gevoelens omtrent de afleiding
+en beteekenis van dezen naam, dien sommigen voor eene zamenstelling
+houden uit <i>Upstalling</i>, d. i. <i>hoveling</i>, eigenlijk <i>een
+man uit een oud geslacht</i>, en <i>beam</i> of boom, beteekenende
+alzoo een&rsquo; boom, waarbij zich de voornaamsten des volks
+verzamelen,&mdash;anderen samengesteld achten uit <i>up</i> of
+<i>&ouml;p</i>, <i>staal</i>, <i>boom</i>, d. i. bij den <i>opgerigten
+boom</i>,&mdash;anderen weder uit <i>up</i> of <i>op</i>, <i>saal</i>
+(<i>zaal</i>, de oude benaming van eene plaats, waar men geregt hield)
+en <i>boom</i>,&mdash;en nog anderen eindelijk uit <i>up</i>,
+<i>stoel</i> en <i>beam</i>, d<span class="corr" id="xd20e8718" title=
+"Niet in bron">.</span> i. de boom, waar de stoel des gerigts wordt
+gehouden. Wij laten de beslissing aan anderen over, maar meenen zooveel
+met zekerheid uit dezen naam te mogen opmaken, dat daar een of meerdere
+oude boomen hebben gestaan, onder welke zich de regters zullen hebben
+<span class="pagenum">[<a id="pb400" href="#pb400" name=
+"pb400">400</a>]</span>gezeteld, terwijl de verzamelde afgevaardigden
+des volks zich daar om heen zullen hebben geschaard, alles
+overeenkomstig de zeden der overige Germanen, die, het voor vrije
+mannen onbetamelijk achtende in beslotene plaatsen te vergaderen,
+daartoe uitgestrekte vlakten of heilige wouden verkozen. Een uur buiten
+Aurick vertoont zich dan ook nog een heuvel, waarop naar luid der
+overlevering drie groote eiken plagten te staan, en die algemeen als de
+vergaderplaats wordt opgegeven. De landlieden noemen dien heuvel den
+<i>Boombarg</i><span class="corr" id="xd20e8726" title=
+"Niet in bron">.</span> Men heeft er ten aandenken later eenen grooten
+beuk geplant, en de hoogte met eene kleine gracht omgeven. Daar
+vergaderden op den eersten Dingsdag na het Pinksterfeest telken jare de
+afgevaardigden der zeven Friesche Zeelanden. Men zag er de
+geestelijkheid, de edelen en de vrijgeboren mannen uit geheel den Staat
+zamenvloeijen, om de belangen des gemeenen Vaderlands voor te staan. De
+eerste dagen der bijeenkomst waren der gastvrije vrolijkheid gewijd.
+Auricks vrouwen en maagden ontvingen den aankomenden vreemdeling, en
+bragten hem den welkomsbeker toe, met den groet: <i>het ghilt eele frye
+Fryse</i>! Nog heden dansen hare nakomelingen op den Pinksterdag om den
+Meiboom, en zingen haar volkslied:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">&raquo;Mayboom, Mayboom, holt die faste,</p>
+<p class="line">Morgen krieg wy fremde lue toe gaste!&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Wanneer de eerste dagen der gulle vreugde waren
+vervlogen, en langzamerhand alle afgevaardigden zich ter bestemder
+plaatse hadden vervoegd, ging men over tot de beraadslagingen. Er
+werden voorstellen gedaan, en voor te besluiten trok het volk ter
+onderlinge beraadslaging, zoo de overlevering wil, naar een nabij
+gelegen dorp, dat vandaar den naam van <i>Rahde</i> zou verkregen
+hebben. Voor den heuvel liggen twee akkers, nog de <i>Wandelakkers</i>
+genaamd, waar men wil, dat de Rigters gedurende deze beraadslagingen
+van het volk gewoon waren heen en we&ecirc;r te wandelen. De besluiten
+der vergadering werden in schrift gebragt, en met een zegel voorzien.
+Dit zegel stelde voor een&rsquo; geharnasd&rsquo; man, met eene
+<span class="pagenum">[<a id="pb401" href="#pb401" name=
+"pb401">401</a>]</span>spies in de regter en een zwaard in de
+linkerhand, staande onder een&rsquo; bladerrijken boom. Het groote doel
+dezer landdagen was,&mdash;zoo als blijken kan uit verscheidene wetten,
+tot op onze dagen bewaard gebleven, die daar gemaakt zijn,&mdash;om in
+het belang van het geheele vrije land alle bestaande verschillen
+zooveel mogelijk te beslechten, vrede en rust te stichten en te
+bewaren, den we&ecirc;rspanneling desnoods met geweld tot onderwerping
+te noodzaken, zich tot gemeenschappelijke weer tegen vreemden aanval
+telkens met nieuwe kracht en eendragtigen moed te verbinden, goede en
+nuttige wetten in te stellen, de bestaande te herzien en zoo noodig te
+verbeteren. De uitvoering der genomene besluiten berustte bij telken
+jare op nieuw verkozene regters (zij worden in de <i lang="la">Leges
+Upstalbomicae</i> van den jare 1323 &sect; 23 <i lang="la">Judices
+Zelandini</i> genoemd, bij <span class="sc">Emo</span> Abt van Werum,
+in zijn <i>Chronicon</i>, <i lang="la">Jurati apud Upstallesbome</i>,
+ook <i lang="la">Consules terrae</i>). Deze vertegenwoordigden dus de
+hoogste magt in de vrije Zeelanden. Wanneer is men het eerst begonnen
+deze landdagen te houden?&mdash;welke der Friesche Zeelanden hebben
+daaraan deel genomen?&mdash;en wanneer hebben deze zamenkomsten
+opgehouden?&mdash;ziet daar drie vragen, die ieder belangstellend lezer
+zich al dadelijk voorstelt, en waarop wij kortelijk zullen trachten te
+antwoorden.&rdquo;</p>
+<p>Wat nu betreft de eerste vraag, zoo komt het antwoord van den
+Schrijver hierop neder, dat, ofschoon men met geene volkomene zekerheid
+kan bepalen, wanneer de Upstalboomsche landdagen der Friezen een begin
+hebben genomen, men echter met eenige waarschijnlijkheid kan besluiten,
+dat zij, zoo al niet door Karel den Grooten zelven ingesteld, toch aan
+den door hem te Upstalboom gevestigden regtszetel hunnen oorsprong te
+danken hebben, en dat de Friezen al zeer vroeg deze regtsplaats, als in
+het midden van Friesland gelegen, tot het houden hunner landdagen bij
+uitnemendheid geschikt hebben gerekend. De vroegste vermelding eener
+gezagsoefening van de Upstalboomsche Regters vindt men bij <span class=
+"sc">Emmius</span> op het jaar 1214 aangeteekend. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb402" href="#pb402" name="pb402">402</a>]</span></p>
+<p>In de eerste tijden namelijk van Karel den Grooten, zullen al de
+Friezen van de Maas tot aan den Wezer deel hebben genomen aan die
+landdagen. De landen over den Wezer schijnen, v&oacute;&oacute;r de
+indeeling van den Frieschen Staat in zeven Zeelanden, te zijn
+afgescheiden, en zoo lang nu al deze landen zich in het bezit hunner
+vrijheid hebben mogen verheugen, hebben zij ongetwijfeld mede deel
+genomen aan de Upstalboomsche vergadering. Wanneer deze zamenkomsten
+voor altijd hebben opgehouden kan men met geene zekerheid opgeven; doch
+in de eerste helft der vijftiende eeuw, nadat er reeds onderscheidene
+beletselen tot het bijeenkomen hadden plaats gehad, door de
+dwingelandij van eenige magtige Hovelingen en vele partijschappen
+onderling, moet zulks hebben plaats gehad. Zie voorts gemeld Overzigt.
+<span class="sc">Schotanus</span>, <i>Fr. Hist.</i> bl. 170 volgg.;
+<span class="sc">Harkenr.</span> <i>Oostfr. Oorsp.</i> 125&ndash;127;
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Besch. I</i>. 62.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb89" class=
+"pageref">89</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1234.</p>
+<p><i>Om de voorrang in &rsquo;t offeren.</i> Over dezen twist kan men
+vergelijken <i>Oudh. en Gest. II</i>. 275; <i>Teg. Staat, I</i>. 360;
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Beschr. I</i>. 499.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb89" class=
+"pageref">89</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1239.</p>
+<p><span class="sc">Sikke Sjaarda</span> of <span class=
+"sc">Sjaardema</span>. Over de geschiedenis van den <span class="corr"
+id="xd20e8832" title="Bron: achsten">achtsten</span> Potestaat
+Sjaerdema en den hier vermelden brief heerscht, eenige duisterheid.
+<span class="sc">Emmius</span> (in zijn X Boek, p. 157) verklaart in
+twee regels, na den dood van Willem II vermeld te hebben, dat hij
+alles, wat in dat gedeelte der historie verhaald wordt van Sicco
+Sjaerda, op eene smakelooze, laffe wijze (<i>insipide</i>), niet eens
+der vermelding <span class="pagenum">[<a id="pb403" href="#pb403" name=
+"pb403">403</a>]</span>waardig acht. <span class="sc">Hamconius</span>
+en de kronijk van <span class="sc">O. v. Scharl</span> zwijgen van
+dezen Potestaat; doch <span class="sc">van Rhyn</span> in het
+meergedacht <i>Nabericht</i> wil deze gebeurtenis niet als ongerijmd
+verwerpen. <span class="sc">Winsemius</span> (fol. 169) en <span class=
+"sc">Schotanus</span> (40, bl. 100 en 127) verhalen ons de zaak, gelijk
+die in onze kronijk voorkomt met inlassching des briefs van Sjaerdema,
+welks echtheid evenwel wordt betwijfeld, en door sommigen voor een
+valsch stuk gehouden. Bij het onderzoek: <i>Of de Graven van Holland,
+regtens, ooit Heeren van Friesland waren</i>, geplaatst in het
+<i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 25 Junij 1833</i>, heeft
+de Schrijver, de Heer <span class="sc">v. Halmael</span>, aangemerkt,
+dat de valschheid van dezen brief niet volgt uit de jaarteekening 1239
+bij <span class="sc">Winsemius</span>, daar het, uit het op den anderen
+kant der bladzijde gestelde jaartal 1248, genoegzaam blijkt, dat
+<i>dertich</i> eene drukfout is, en men <i>veertich</i> lezen moet. Ook
+de Hoogleeraar <span class="sc">Ypeij</span>, houdt die dagteekening
+voor een misslag; men zie zijne <i>Gesch. der Nederl. Taal, II</i>.
+318. <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Fr. Jaarb. III</i>. 63, wil
+den brief in 1254 geschreven hebben, dan dit is niet te
+vooronderstellen. Wijders geeft de Schrijver van bovenvermeld onderzoek
+nog in bedenking, twee punten: of de Roomsch-Koning den brief, op
+welken die van Sjaerdema (zoo hij echt is) een antwoord is, niet
+geschreven kan hebben in de hoop, dat de Friezen, schoon daartoe
+onverpligt, hem, door bemiddeling van Sjaerdema en behoudens
+vergoeding, vrijwillig tot hunnen Potestaat zouden
+aannemen:&mdash;wijders, of niet beide brieven kunnen gezien hebben op
+de Noord-Hollanders of eenigen hunner. Deze Noord-Hollanders kon en
+mogt Willem als zijne onderdanen beschouwen, en daarbij rekenen, dat
+zijn voorregtsbrief alleen de Friezen tusschen het Flie en de Lauwers
+(of die, welke ten westen door het Flie begrensd werden) betrof; en
+Sjaerdema kon evenzeer die Friezen, als onder zijn Potestaatschap
+behoorende, aanmerken, daar zij toch van oudsher Friezen geweest waren,
+en zich der Hollandsche heerschappij niet onderwerpen wilden. Dit
+laatste schijnt mij wat eene zeer <span class="pagenum">[<a id="pb404"
+href="#pb404" name="pb404">404</a>]</span>milde uitlegging, doch
+overigens hebben de bedenkingen, mijns inziens, zeer veel grond, en ik
+vind er geene zwarigheid in, het daarvoor te houden, dat Sjaerdema
+weigerde den Koning behulpzaam te zijn, om Friesland onder zijn beheer
+te krijgen: Sjaerdema moge hem als Keizer, en zoodanig als Souverein
+over Friesland erkend hebben, dan wilde hem niet huldigen als
+bijzonderen Heer of Graaf van deze Provincie. En er was een man van
+dapperen moede, zoo als <span class="sc">Schotanus</span> (<i>Fr.
+Hist.</i> bl. 118) hem noemt, noodig, om de listige aanslagen en
+heimelijke ondernemingen van vermogende tegenstanders stout en krachtig
+het hoofd te bieden, ten einde het eenmaal aangenomen beginsel, door
+geen vreemden zich te laten regeren, vast te houden en te doen
+gelden.</p>
+<p>In den jare 1248 heeft Willem II de Bulle van van Karel, of het als
+zoodanig genoemd stuk, hem door de Friezen aangeboden, met zijne
+vrijheden en voorregten bekrachtigd, hoewel hij dat stuk niet in zijnen
+Voorregtsbrief heeft ingelascht. Dat de Friezen in de verovering van
+Aken, het gewigtigst deel hebben gehad, lijdt geen twijfel, hoezeer dan
+ook <span class="sc">Bilderdyk</span> hiervan evenmin als van den
+Voorregtsbrief eenig gewag maakt<a class="noteref" id="xd20e8908src"
+href="#xd20e8908" name="xd20e8908src">74</a>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb95" class=
+"pageref">95</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1263.</p>
+<p><i>De kerk van het vermaarde klooster St. Bernard.</i> Deze kerk was
+50 schreden lang en 25 breed. In <span class="pagenum">[<a id="pb405"
+href="#pb405" name="pb405">405</a>]</span>het midden stelde men aan
+iederen kant nog een gebouw, ieder van 25 schreden lang en 24 breed.
+Het gebouw rustte op 26 pilaren, en het hooge verwufsel daarenboven
+werd ondersteund door een aantal pilasters. Een groot en prachtig
+altaar stond in &rsquo;t midden en elf anderen in evenveel sierlijke
+kapellen; van binnen was alles even kostbaar en luisterrijk.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb95" class=
+"pageref">95</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1268.</p>
+<p><i>D&rsquo;r Ylst</i>, verkorting voor Ter Ylst, volgens
+<span class="sc">Emmius</span>, is de regte naam <i>Yleke</i> of
+<i>Ylk</i>, daarna veranderd in <i>Yltz</i> en voorts in
+<i>Ylst</i>.</p>
+<p>Dat Ylst van ouds welvarender was dan Sneek, en toen dit laatste nog
+een dorp was, reeds tot eene stad werd verheven, heeft veel schijn, en
+wordt door <span class="sc">v. Rhyn</span> (<i>Oudh. en Gest. II</i>.
+77), tegen <span class="sc">Emmius</span> aan, niet verworpen. In 1268
+was Sneek nog eene buurt of gehucht.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb96" class="pageref">96</a>.</p>
+<p><i>In 1270 is te Bolswert het Broereklooster.</i> Reeds in de
+achtste eeuw wil men dat Bolsward gesticht zoude zijn, welke stad
+ongetwijfeld tot eene hooge oudheid opklimt. Eenige Edelen en
+godvruchtige lieden bouwden dit klooster der Minderbroeders, waarvan de
+kerk in &rsquo;t jaar 1281 werd gesticht, eerst door Gaudenten,
+Franciskaner Monniken en naderhand door Observanten bewoond, die zich
+naar de hervorming regelden.&mdash;<span class="sc">Schot.</span>
+<i>Fr. Hist.</i> bl. 348; <i>Oudh. en Gest. II</i>. 11.</p>
+<p>In den jare 1503 brandde het klooster af, doch het schijnt naderhand
+weder opgebouwd. <span class="pagenum">[<a id="pb406" href="#pb406"
+name="pb406">406</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb96" class=
+"pageref">96</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1273.</p>
+<p><i>Als ook een groote hongersnood.</i> Deze was een gevolg, deels
+van de schaarschheid van geld, door de kruistogten veroorzaakt, deels
+door de veepest en de slechte oogsten, maar ook door het bevel des
+Munsterschen Bisschops, Gerard, om geene jaarmarkten te houden en allen
+handel te staken, zoodat niemand van de Friezen vee, boter en kaas
+wilde koopen; daarenboven kwam er van den overvloed van granen uit de
+Oostzee niets over, daar ook de uitvoer zwaar belast werd. De ellende
+steeg dus ten hoogsten top, en vele menschen stierven den hongerdood;
+de liefdadigheid van sommige kloosterlingen alleen behield nog den
+verarmden het leven. Die te voren hunne eigene landen bebouwden,
+moesten in de dorpen gaan bedelen, of voor den kost in de steden en
+voor de kloosters dienen. In de herfst steeg de nood ten top, een groot
+aantal leefden van distels en zeker kruid, hondribbe
+genoemd.&mdash;Verg. <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb. I</i>.
+356; <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. III</i>. 101.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb97" class="pageref">97</a>.</p>
+<p><i>Omtrent den jaare 1280.</i> De ware oorsprong der oude
+Partijschappen, zoo in Friesland als andere Provincien en Landstreken,
+is veelal met de oudheid zelve verdwenen, en de waarheid dus moeijelijk
+uit te vinden. Vele zorgvolle nasporingen leveren dikwijls geringe
+uitkomsten, want na het lezen en herlezen moet men nog vaak zijn
+toevlugt nemen tot gissingen, en met een: &raquo;het komt mij,
+behoudens beter, dus of zoo voor,&rdquo; besluiten. Ook met betrekking
+tot den eigenlijken aanleg en oorsprong der noodlottige verdeeldheden
+tusschen de <i>Vetkoopers</i> en <i>Schieringers</i> bleef mijn
+onderzoek zonder gewenscht <span class="pagenum">[<a id="pb407" href=
+"#pb407" name="pb407">407</a>]</span>gevolg, daar ik hiervan een kort
+verslag had willen geven, hoewel het niet dadelijk of noodwendig tot de
+Bijvoegsels dezer Kronijk behoort: het zoude echter tot inlichting goed
+te stade gekomen zijn. Het een en ander, hoe gebrekkig, wil ik deswege
+mededeelen.</p>
+<p><span class="sc">Jancko Douwama</span>, voornaam Friesch Edelman uit
+het begin der XVI eeuw, geboren te Oldeboorn, een man, zoo als
+<span class="sc">Schotanus</span> zegt (<i>Fr. Hist.</i> p. 617)
+&raquo;van voortreffelijk verstand, groot van moede, een groot
+beminnaar der vaderlandsche vrijheid, kloek van beleid; voorspoed en
+tegenspoed met een gezet en wijs hart kunnende dragen, en die een beter
+lot verdiend had, dan in eene gevangenis zijn leven te laten,&rdquo;
+heeft te Vilvoorden in den kerker, verstoken van eenig gebruik van
+boeken of papieren, uit zijn geheugen over de Geschiedenis van
+Friesland, bepaaldelijk ook van zijnen tijd, een geschrift
+zamengesteld, getiteld: <span class="sc">Boeck der Partijen</span>,
+waarin hij, afwijkende van anderen, over de <i>Vetkoopers</i> en
+<i>Schieringers</i> dit vermeld<a class="noteref" id="xd20e9072src"
+href="#xd20e9072" name="xd20e9072src">75</a>:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="firstpar xd20e102"><i><span class="sc">van den Anfanck der
+Falsche Partije</span></i></p>
+<p class="xd20e102">VAN</p>
+<p class="xd20e102"><b>FRIESLANT</b>.</p>
+</div>
+<p>&raquo;Als in <i>Hollant</i> then ersten alsulcke commocie
+anfanckelijcken vp gestanden were, bij de welcke <span class=
+"pagenum">[<a id="pb408" href="#pb408" name=
+"pb408">408</a>]</span>dattz vast in de landen al misselijck to ginck,
+se funden then ersten geen groet wederstant, so begosten daer in
+<i>Frieslant</i> oeck voel volcx nae to lusteren; ende dat concept, in
+<i>Hollant</i> an gehewen, dochten hoer to mael goet ende wijslijck
+gedaen to wesen; doer de welcke dat voele armen luden bij en ander
+voergadderden. Dan se wolden niet worden genoempt <i>Hoecken</i>,
+angeseen datse gene fiskers weren; oeck so dochten hoer dat to wesen
+een smaetlijcke name; en oeck wolden se dat so gewaltlijcken niet doen,
+alst in <i>Hollant</i> angehewen were; dan vnderstunden den rijcke
+luden met goede woerden to vnderwijsen, dattz also voer Godt ende de
+Werlt behoerden: Wel bet dan de ander in goet vermochten, dat he
+sculdich were to helpen ende to bate to comen den armen, om sijn armoet
+to verhoeden. Dan de rijcke luden wolden daer niet nae hoeren, doer de
+welcke dat de arme vast met de rijcke in de kiste begosten to tasten.
+Doen het daer hen quam, dat se de rijcke begosten in der taske to
+tasten, doen funden se hulp genoech; want daer voel Herscapen an de
+landen weren, den gewoentlijcken weren met hoer nabueren to to tasten;
+als se nv alsulcken oersaecke ende hulp hadden, doen sumeden se hoer
+niet te tijdt, dattz hoer gheboeren mochten. Ende den rijcken luden
+worden genoempt <i>Fetcopers</i>, ende dat daer vmme, dat se wal
+hadden, en fette waer vermochten to koepen; en dan gaewen den rijcke
+luden de arme weder een naeme, en noembden se <i>Scirongen</i>, ende
+dat daer vmme, dat se erst met goede woerden vnderstanden hadden to
+doen, datse nae met gewalt deden; want <i>Sckijren</i> is vp de
+Friesche spraeke so voele gesecht als <i>spreken</i>; <i>Scirong</i> is
+so voele als een <i>relaes</i>; <i>Scirongen</i> is so voele gesecht
+als <i>voele groten woerden</i>. Nv ist waer, he behoert oeck wal to
+konnen spreken, de een anders goet wil hebben, sunder daer wat willen
+weder tegen gewen, dan allene woerden.&rdquo;</p>
+<p><span class="sc">Gabbema</span>, in zijn <i>Verhaal van
+Leeuwaarden</i> (bl. 16 en 17), geeft hiervan eene verklaring, en een
+bladzijde <span class="pagenum">[<a id="pb409" href="#pb409" name=
+"pb409">409</a>]</span>vroeger een verhaal van eene andere oorzaak der
+Partijschappen en beteekenis der woorden. Dit verhaal echter, ook bij
+andere Schrijvers vermeld, alsof op zekeren maaltijd door den twist
+tusschen twee kooplieden, over de keuze van den Sievard of Zedemeester
+(thans zouden wij Ceremoniemeester <span class="corr" id="xd20e9148"
+title="Bron: zeggende,">zeggen),</span> de eerste aanleiding daartoe
+gegeven zou<a id="xd20e9151" name="xd20e9151"></a> hebben, vindt geen
+algemeenen bijval.</p>
+<p>Wanneer men nu de geschiedenis dier tijden raadpleegt, en tot den
+oorsprong en aanleg der ongelukkige factie eenigzins wil besluiten,
+komt, mijns oordeels, het resultaat hierop neder: dat de reeds vroeg
+ontstane twisten tusschen verschillende adellijke of aanzienlijke
+familien, zoo als die van Albada en Renalda, Gerbranda, Gratinga en
+Douwe van Harns en andere Grooten, ter oorzake van den voorrang in het
+offeren, uit hoogmoed, heerschzucht en ongebondenheid, aangeblazen door
+bedorven Geestelijken, werkeloosheid en slapheid der Justitie, en
+vernedering en onregt den minderen aangedaan, de eerste aanleiding tot,
+en door den haat en veete onderling, dadelijk voedsel hebben gegeven,
+aan de ongelukkigste en ellendigste der partijschappen, de grootste der
+rampen, die ooit een land en volk treffen kan, den
+<i>Burgeroorlog</i>.</p>
+<p>De algemeene verbittering der adellijke geslachten onderling; de
+aanmatiging van rijke en magtige Edelen en Grooten; de verheffing van
+dezen in de eerste ambten en betrekkingen, waarvan men zich had meester
+gemaakt; daar bij vernedering en onderdrukking van den niet rijken Adel
+en de Patriciers, worden steeds, en te regte, als de grondslagen van
+alle partijschappen gesteld, hoezeer dan ook eenig ander doel of
+oogmerk werd voorgewend, en men eene geheel andere kleur aan zijne
+handelingen trachtte te geven<a class="noteref" id="xd20e9160src" href=
+"#xd20e9160" name="xd20e9160src">76</a>. Vandaar dat vele Edelen en
+aanzienlijken, niet uit algemeen, maar uit eigen belang, uit
+<span class="pagenum">[<a id="pb410" href="#pb410" name=
+"pb410">410</a>]</span>nijd, afgunst en wraakzucht den burgertwist
+begonnen, en zich aan het hoofd stelden, en eindelijk steden en
+landschappen, Landsheeren en Vorsten daarin deden deelen.&mdash;Men
+leze ter bevestiging de historie van de Hoekschen en Kabeljaauwschen in
+Holland, der Heeckerens en Bronckhorsten in Gelderland, der Lokhorsten
+en Lichtenbergers in Utrecht, der Blaauwvoetsche en Isengrine factie in
+Vlaanderen, der Guelfen en Gibellinen in Itali&euml;, van de Roode en
+Witte Roos in Engeland, en zoo vele anderen.</p>
+<p>Zoo zal het dan ook wel in Friesland zijn geweest: want al ware eens
+de minder aanzienlijke stand of &rsquo;t gemeene volk aanlegger van
+deze partijschappen geworden, tot welke stelling bij enkele Schrijvers
+aanleiding wordt gegeven, zonder hoofden van magt en aanzien zouden
+dezelve geen voortgang hebben gehad. Tegen de invallen der Noormannen,
+ter beveiliging van watervloeden, en uit hoofde van den toenemenden
+overvloed en weelde der ingezetenen, was het getal der aanvankelijk
+gebouwde steenen huizen of stinzen aanmerkelijk vermeerderd<a class=
+"noteref" id="xd20e9173src" href="#xd20e9173" name=
+"xd20e9173src">77</a>. Zij werden nu ook bijzonder tot betere en
+sterkere vestingen gemaakt, om als Fries Heer tegen den aanvaller zich
+te beveiligen, of zijn gezag eens regt te doen gelden. Koophandel en
+fabrijken waren naar den aard der tijden, vooral onder den burgerstand,
+in vollen bloei, en de hooggeschatte vrijheid was aller leus. Rijkdom,
+magt, eer en aanzien baarden, zoo als altijd, nijd, afgunst en
+overmoed, terwijl <span class="pagenum">[<a id="pb411" href="#pb411"
+name="pb411">411</a>]</span>dezen door regeringloosheid en verwarring
+geen teugel vonden. Elke vrije Fries van aanzien kon toch niet dulden,
+dat een ander boven hem verheven werd of den meester speelde: wie der
+eigenerfden kon voor den anderen bukken, en welk adellijk geslacht zou
+aan het ander den voorrang toekennen? Zoo groeiden wrok en wrevel tot
+eene hatelijke vijandschap aan; onderlinge tweespalt en verdeeldheid
+deden den zwakkeren bijstand zoeken tegen den aanval der sterkeren: zoo
+vormden zich geweldige partijen, en elke beleediging, elke twist, elke
+kwetsing der eere moest met veel bloeds worden uitgewischt, niet tot
+vernietiging der verdeeldheden, maar om al weder den grondslag te
+leggen van nieuwen haat en vervolging. Dus werd de woede en vijandschap
+der verschillende partijen ontzettend in die tijden: want men gunde den
+andersdenkende licht noch leven, totdat na twee volle eeuwen van roof,
+moord en verwoesting, verlies van goed, bloed en vrijheid het eindelijk
+loon was der Friezen voor hunne boosheid en dwaasheden.</p>
+<p>De Edelen in Oostergo behoorden in den aanvang tot de partij der
+<i>Vetkoopers</i>, die zich over de Lauwers vrienden en bondgenooten
+kozen, en met Groningen zich vereenigden. De Adel in Westergo vormde
+hoofdzakelijk de <i>Schieringer</i>-partij, die bij de Hollanders
+ondersteuning zocht. Evenwel voegden zich verschillende geslachten uit
+de beide Go&euml;n, dan tot deze, dan tot gene partij; zelfs
+famili&euml;n verdeelden zich, en dit gaf derzelver leden nieuw voedsel
+tot scheuring en bederving. De facti&euml;n zelve volgden dus geen vast
+stelsel van staatkunde, of trokken voor het algemeen welzijn, naar elks
+verschillend gevoelen, partij; maar wanneer zij door buitenlandschen
+aanval werden bedreigd of overvallen door anderen, dan wapenden zij
+zich algemeen tegen den uitheemschen vijand. De <i>Schieringers</i>
+hebben over &rsquo;t algemeen geijverd voor de aloude Friesche vrijheid
+en onafhankelijkheid, als afkeerig van vreemde magt en invloed;
+daarentegen zochten later de <i>Vetkoopers</i> de inzigten der
+Hollandsche Graven te begunstigen. <span class="pagenum">[<a id="pb412"
+href="#pb412" name="pb412">412</a>]</span>Gedurende het laatste
+gedeelte der veertiende en &rsquo;t begin der vijftiende eeuw stond de
+stad Groningen aan het hoofd der <i>Schieringers</i><span class="corr"
+id="xd20e9205" title="Niet in bron">.</span> In 1491 echter sloten de
+<i>Vetkoopers</i> met die stad een verbond, waarbij aan haar groote
+magt over een deel van Friesland gegeven werd.</p>
+<p>In dezen tijd stonden de <i>Vetkoopers</i> ook in verbindtenis met
+de Kabeljaauwschen in Holland<a class="noteref" id="xd20e9216src" href=
+"#xd20e9216" name="xd20e9216src">78</a>.</p>
+<p>Wat nu den naamsoorsprong betreft, deze is onzeker, en heeft tot
+verschillende gissingen aanleiding gegeven. Men zie daarover de
+aangehaalde Schrijvers, welke echter geen genoegzame gronden opgeven,
+om tot eenige zekerheid te besluiten<span class="corr" id="xd20e9236"
+title="Niet in bron">.</span> Alle verklaringen echter vereenigen zich
+hoofdzakelijk in dit punt, dat door <i>Vetkoopers</i> aanzienlijke en
+vermogende personen worden aangeduid, en door <i>Schieringers</i> de
+minder begoedigden en geringeren stand. De geleerde <span class=
+"sc">Westendorp</span> (<i>Jaarb. I</i>. 355 en 356) voegt hier deze
+opmerking bij: &raquo;dat men eenen man met een voorkomen van rijkdom
+en gezag, ook thans nog eenen <i>Vetkooper</i>, en iemand, die
+tamelijk, doch zuiver gekleed is, zonder eenig voorkomen, <i>Schier</i>
+noemt. Zoo zegt men hier (in de Provincie Groningen) nog dagelijks: het
+is een heele <i>Vetkooper</i>, en hij is <i>hemmel</i> en
+<i>schier</i>; of ook: hij zit er goed, en, hij heeft eenen
+<i>schieren</i> boedel, dat is, een&rsquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb413" href="#pb413" name=
+"pb413">413</a>]</span>boedel zonder schulden.&rdquo; In onze Provincie
+zegt men wel: <i>hemmel</i> of <i>hemel</i> en <i>schien</i>,
+beteekenende: <i>zindelijk</i>, <i>proper</i> (hoewel behoeftig) en
+<i>schoon</i>. <i>Schier</i> beteekent altoos <i>graauw</i>,
+<i>grijs</i>. Verg. <span class="sc">Wassenbergh</span>,
+<i>Idioticon</i>, en <span class="sc">Epkema</span>,
+<i>Woordenboek</i>.</p>
+<p>Een der merkteekenen van onderkenning schijnt in het aanleggen der
+turven aan den haard geweest te zijn, leggende de een het vuur boven en
+de ander hetzelve onder.</p>
+<p>Bij hunne gastmalen, dus wordt verhaald, werd steeds een bedekte
+schotel op tafel gebragt, en na met eenen dronk indachtig te zijn
+geweest aan de de verslagen Bondgenooten, na vermelding der
+heldendaden, aanvuring en vernieuwing van &rsquo;t eedverbond, ontdekte
+men den schotel, waarin de Zelen lagen, waarmede de opgegeten ossen
+waren gebonden geweest, tot herinnering, dat het weder tijd was op
+nieuwen roof en buit uit te gaan. Dit noemde men in onze landtaal:
+&rsquo;t <span class="sc">Horspil in de patele</span>. Over de
+beteekenis van &rsquo;t woord <i>Horspil</i> hebben de taalgeleerden
+getwist. In het zeer zeldzaam geworden Geschriftje: <i>Nuttigheid van
+de Taalkennis der Middeleeuwen, alsmede van die der oude Vriesen</i>,
+door <span class="sc">A. ten Broecke Hoekstra</span> (denkelijk in
+&rsquo;t jaar 1814 uitgegeven), p. 22 en 23, vinden wij het
+volgende:</p>
+<p>&raquo;<i>Horspil in de patele</i>, dus noemde men de Koezelen,
+welke de Schieringers en Vetkoopers, bij het eindigen der maaltijden,
+in den schotel legden, om hunne vrienden en dischgenooten weder tot
+nieuwen roof uit te noodigen.&mdash;<span class="sc">V. Rooy</span>
+vermoedt, dat <i>Hors</i> in het Oud-Vriesch eene algemeene benoeming
+van <i>groot vee</i> geweest zij, en dus zoo wel eenen <i>os</i> of
+eene <i>koe</i>, als een <i>paard</i>, beteekend hebbe.&mdash;Het is
+mij onbegrijpelijk, hoe dat men, zoo weinig met der
+taalsoorspronkelijkheid eens Lands bekend, aan uitleggingen van die
+natuur zich wage; maar mijne verwondering rijst ten top, wanneer men,
+daar de uitlegging er bijgevoegd, en door den Schrijver zelven
+aangevoerd wordt, naar de beteekenis des woords gaat
+rondtasten.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;<i>Horspil</i> is eene verkorte uitspraak en schrijving
+<span class="pagenum">[<a id="pb414" href="#pb414" name=
+"pb414">414</a>]</span>van <i>horn-spil</i>: <i>horn</i> is hoorn, of
+horen, cornu; en <i>spil, spel</i>, gereedschap, hier de <i>zelen</i>,
+ook in Vriesland <i>horn-touwen</i> genoemd: zoo zegt men mede aldaar
+<i>tornbeyen</i> (spreek uit <i>to&acirc;n-beyen</i>) en dit voor
+<i>thorn beyen, doren-bessen, braambessen</i>: de <i>ky bornje</i>
+(spreek uit <i>bo&acirc;nje</i>) dat is: de koeijen bornen,
+wateren<span class="corr" id="xd20e9394" title=
+"Niet in bron">.</span>&rdquo;</p>
+<p>De geleerde Friesche Taalkenner <span class="sc">J. H.
+Halbertsma</span> gaf mij hierop deze bedenking: &raquo;Deze uitlegging
+van den heer <span class="sc">Hoekstra</span> voldoet niet volkomen aan
+eenen taalkenner. In lettergrepen die met <i>rn</i> eindigen, laat de
+Fries de <i>r</i> vallen, en houdt de <i>n</i>, gelijk in
+<i>tho&aacute;n, bo&aacute;n-je, ko&aacute;n</i> in plaats van
+<i>thoarn, boarnje, koarn</i> (garst). In <i>hornspil</i> daarentegen
+zou de <i>n</i> verdwenen en de <i>r</i> overgebleven zijn, waarvan ik
+geen tweede voorbeeld in de Friesche taal ken. Indien men onderstellen
+mag dat <span class="sc">Hamconius</span>, en in navolging <span class=
+"sc">Gabbema</span>, met zijne gewone onnaauwkeurigheid in taalkundige
+onderwerpen, <i>Hornspil</i> in <i>Horspil</i> bedorven hebben, is de
+verklaring van <span class="sc">Hoekstra</span> volkomen juist. In
+<i>hoernes hluud</i>, hoornen geluid (<i>Oude Fr. Wetten</i>, bl. 254),
+<i>hornfia</i>, horenvee (<i>Chart. I</i>. 342), <i>hoernleggher</i>,
+horenleger (<i>Chart. I</i>. 517), ziet men dat de <i>n</i> nooit van
+haren post wijkt.&rdquo;</p>
+<p>Bij <span class="sc">v. Alkemade</span>, in <i>Nederl.
+Displegtigheden, I</i>. 466, volgg., wordt hierover gehandeld, doch
+hieruit zal men weinig licht scheppen, daar de Schrijver <i>Horspil</i>
+voor <i>Paarde-tuig</i> of <i>toom</i> verklaard hebbende, met de
+<i>koezelen</i> geen weg weet.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb100" class="pageref">100</a>.</p>
+<p><i>Omtrent den jaare 1303.</i> Wij laten deze luchtverschijningen en
+bloedregens, niet alleen bij <span class="sc">O. van Scharl</span> en
+<span class="sc">Winsemius</span>, maar ook door <span class=
+"sc">Schotanus</span> (fol. 164, quarto bl. 179) vermeld, daar; doch
+zeker is het, dat deze en volgende jaren allernoodlottigst <span class=
+"pagenum">[<a id="pb415" href="#pb415" name="pb415">415</a>]</span>voor
+dit gewest waren; want de woede der Vetkooper- en Schieringer-partijen
+steeg zoo hoog, dat men noch op weg, noch in huis of elders, bijna meer
+veilig was. Het regt van den <span class="corr" id="xd20e9509" title=
+"Bron: serkste">sterkste</span> gold alleen: teugelloos en wreedaardig
+woelde men in zijnen ontzindheid voort, en spaarde geene jaren of
+kunne; vooral de rijke huislieden waren in den dollen moedwil meesters
+boven allen, waar het op moorden, branden en doodslaan aankwam. En
+onder al dit kwaad, dat de menschen elkander brouwden, steeg de druk
+der tijden nog hooger en hooger, daar geweldige regens en onweders de
+vruchten <span class="corr" id="xd20e9513" title=
+"Bron: der landbouw">van den landbouw</span> vernielden, waardoor kort
+daarna dure tijden, groote hongersnood en pestziekten volgden. Dit
+alles wordt ook beschreven in de kronijk van <span class="sc">Worp van
+Thabor</span>. Zie voorts <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb.
+III</i>. 219 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb101" class=
+"pageref">101</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1306.</p>
+<p><i>Omtrent dezen tijd heeft J. Flieterp.</i> Zie onze aanteekeningen
+op bl. 286, 288 en 359.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb101" class="pageref">101</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1313 is de Landsheer Martena overleden.</i> Met den
+dood van dezen braven Landsvader vermeerderde ook Frieslands ramp en
+onheil; want met de twisten der Regters, die eene wijle tijds het land
+bestuurden, namen de ondeugden der kerkelijken en wereldlijken toe; en
+waar de geestelijkheid alleen voor haar staatkundig belang ijvert, gaat
+regt en godsdienst te gelijk verloren. Men nam dus tot Upstalboom zijn
+toevlugt, dat aanvankelijk een beteren toestand beloofde; doch toen de
+partijgeest, onder den schijn van vrijheidszucht, weder <span class=
+"pagenum">[<a id="pb416" href="#pb416" name="pb416">416</a>]</span>het
+booze hoofd opwaarts stak, was het een jammer zonder einde.</p>
+<p>In dit jaar werd aan de kerk te Ylst de eere gegund, om voor
+dengenen die haar in bedevaart bezocht aflaat van zonden te schenken,
+met al de gebruikelijke plegtigheden; dan ook door deze en andere
+bijgeloovigheden was geen razende partijschap te dempen, waren geene
+driften te koelen. Men zie den Aflaatsbrief in &rsquo;t <i>Charterb.
+I</i>. 151. De kronijken verhalen vele schrikkelijke gebeurtenissen en
+wonderen, in dezen tijd van hongersnood en ellende voorgevallen. Zie
+ook <span class="sc">Westendorp</span>, <i>Jaarb. II</i>.
+102&ndash;109.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb102" class=
+"pageref">102</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1318.</p>
+<p><i>In dezen tijd was Stavoren in het verbond der Anseesteden.</i>
+Het merkwaardig Hanzee-verbond moet gesloten zijn aanvankelijk tusschen
+de steden Lubek en Hamburg, in 1241, ter beveiliging van den zee- en
+landhandel, destijds door roovers en vrijbuiters belemmerd en
+benadeeld. Een aantal koopsteden traden tot dit verbond toe, als
+hebbende dezelfde behoefte, en zoo werden de Friesche steden ook in
+deze handelmaatschappij opgenomen. Daar zij echter eene groote zeemagt
+ontwikkelde, en haar bestaan en invloed met die der vermogende Vorsten
+van Europa dikwijls in strijd waren, ondervond zij van dezen vele
+beletselen. Deze en andere omstandigheden veroorzaakten in 1630 haren
+ondergang. Alleen Lubek, Hamburg en Bremen vernieuwden het verdrag.</p>
+<p>De Etymologisten hebben, als naar gewoonte, over den oorsprong des
+woords zeer getwist. <span class="sc">Kiliaan</span> verklaart
+<i>Hans</i> als <i>Socius</i>, <i>Collega</i>, dus <i>Hans-steden</i>
+voor <i>Sociae et liberae civitates</i>, enz. <span class=
+"sc">Bilderdyk</span> (<i>Geslachtlijst</i>) zegt: &raquo;het woord is
+<i>Hansbeker</i>, d. i. <i>oorbeker</i> van <i>hanse</i> of <i>anse</i>
+(Lat. <i>ansa</i>) <i>oor</i>, <i>handvat</i>, <i>Hans-e&ecirc;</i> is
+dus <i>bekerverbond</i>, &rsquo;t geen men dwaaslijk <span class=
+"pagenum">[<a id="pb417" href="#pb417" name=
+"pb417">417</a>]</span><i>hans-e&ecirc;-verbond</i> noemt. <span class=
+"sc">Du Cange</span>, in zijn <i>Glossarium</i>, geeft nog andere
+afleidingen, strijdig met die van <span class="sc">Bilderdyk</span>,
+als ook de <i>Teuthonista</i> van <span class="sc">van der
+Schueren</span>. Zie <span class="sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist.
+III</i>. 500, en <i>Aanmerkingen</i> daarop bl<span class="corr" id=
+"xd20e9657" title="Niet in bron">.</span> 96, waar men het woord liefst
+door <i>Broederschap</i> wil verklaren. <span class="sc">Bild.</span>
+<i>Gesch. der Vad.</i> IV, 350.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb103" class="pageref">103</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1332.</i> De vrome en brave <i>Eelko Liauckama</i>,
+Abt van Lidlum, werd in dit jaar vermoord. Men leze de korte
+Levensschets in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 10
+December 1833</i>. Verg. <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb.
+III</i>. 329, en de aangehaalde Schrijvers.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb104" class=
+"pageref">104</a>&mdash;A<sup>o</sup> 1342.</p>
+<p><i>In dit zelve jaar, den 25 September, is Graaf Willem</i> enz.
+Deze slag is voorgevallen den 26 of 27 September 1345<a class="noteref"
+id="xd20e9703src" href="#xd20e9703" name="xd20e9703src">79</a> nabij
+Warns, (niet <i>Werrega</i>, gelijk <span class="sc">Wagenaar</span>
+vermeldt,) wordende het getal dooden bij sommige Schrijvers op slechts
+3700 gesteld:&mdash;doch zeker is het, dat de meesten der Hollandsche
+huizen er hun hoofd of een afstammeling lieten, dewijl het Hollandsche
+leger derwijze werd geslagen en nagejaagd, dat er weinig meer dan
+twintig levendig afkwamen, waaronder Jan van Beaumont behoorde, die
+door zijn schildknaap, ondanks zijne wonde, met een vaartuig gered
+werd. Het lijk des Graven werd tien dagen na den slag gevonden, en in
+&rsquo;t klooster Bloemkamp, bij Bolsward, begraven, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb418" href="#pb418" name="pb418">418</a>]</span>doch
+later, zoo men wil, naar &rsquo;s Gravenhage vervoerd. Des Graven dood
+gaf alom groote droefheid. Men verklaarde de goederen der Friezen
+verbeurd, en eene wraakzuchtige bende begaf zich naar het eiland
+Marken, stak een Monnikenklooster, tot de Abdij van Mari&euml;ngaarde
+behoorende, in brand, en wierp de ongelukkige Cellebroeders in zee.
+Verg. <span class="sc">Bilderdyk</span>, <i>Gesch. des Vaderl. III</i>.
+118, volgg; <i>Teg. Staat, I</i>. 493, en de daar vermelde
+Schrijvers.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb105" class=
+"pageref">105</a>&mdash;A<sup>o</sup> 1348.</p>
+<p>Onze kronijk maakt mede geen gewag van het Bestand, tusschen de
+Friezen en den Graaf van Holland den 22 Junij 1348 gesloten. Dit voor
+de Friesche Geschiedenis zeer gewigtig stuk, in &rsquo;t
+<i>Charterb.</i> van <span class="sc">v. Schwartzenberg</span> niet
+vermeld, komt voor als <i>II Bijlage</i> achter de uitmuntende
+<i>Verhandeling over den oorsprong der Hoeksche en Kabeljaauwsche
+twisten</i>, van den <i>Rijks-Archivarius</i> Mr. <span class="sc">J.
+C. de Jonge</span> (<i>Leijden</i>, 1817). Het vredeverdrag werd
+gesloten met de Edele en Aanzienlijke Mannen, Heer Willem, Hertog van
+Beijeren, Graaf van Holland, Zeeland en West-Friesland en Heer Jan van
+Beaumont, benevens de Ridderschap, Steden, overige Ingezetenen der
+voorzeide Landen, door de Prelaten, Grietmannen, Hovelingen en de
+geheele Gemeente der Landen van Oostergo en Westergo. Deze beloven
+daarbij met algemeenen wijzen en rijpen rade aan hunne partijen en al
+derzelver bondgenooten, een vast bestand zonder arg of list, gedurende
+twintig aaneenvolgende jaren, van af den toen eerstvolgenden St.
+Jacobsdag, om den kwaden twist tusschen hen ontstaan te bedaren, uit te
+dooven en tot goed verdrag te brengen, en zulks op de volgende
+voorwaarden:</p>
+<p>Dat de onderdanen van den Graaf de grenzen dezer landen niet zouden
+mogen overschrijden, zelfs niet om eenig schijnbaar gevaar te ontgaan;
+met uitzondering <span class="pagenum">[<a id="pb419" href="#pb419"
+name="pb419">419</a>]</span>echter van het geval, dat zij door storm of
+dergelijke oorzaken in vrees en angst waren gebragt, als wanneer zij
+met hunne goederen en personen, zich moesten houden aan het gezegde
+bestand.</p>
+<p>Dat, zoo zij echter hier plagten te vertoeven om koophandel te
+drijven, zij ten allen tijde en zooveel hun behaagde de drie plaatsen
+dezer landen, waar de waren ter koop aangeboden en markten gehouden
+worden, namelijk Harich en Cornwerth in Westergo en Holwerth in
+Oostergo, zouden mogen bezoeken en die weder verlaten, onder de hierna
+te melden voorwaarde van dit zelfde bestand.</p>
+<p>Dat het voorzegde bestand zich zoude uitstrekken tot alle rivieren,
+zee&euml;n, steden, dorpen en plaatsen, waar de wederzijdsche
+ingezetenen mogten zamenkomen of elkander ontmoeten, buiten de grenzen
+van beider gebied.</p>
+<p>Dat zoo iemand door ingeving des Duivels of op eenige andere wijze
+buiten belegden rade van regteren en hovelingen dezer landen, iemand
+van &rsquo;s Graven onderdanen mogte beleedigen, dooden of zijner
+goederen berooven, tegen den inhoud van dit verdrag, het bestand
+daardoor niet gerekend zoude worden verbroken te zijn, maar dat den
+beleedigden naar de wetten en gewoonten der plaats, waar het voorzegde
+misdrijf had plaats gehad, door de gestelde regters voldoening en
+schadevergoeding zoude verschaft worden, gelijk zulks in het omgekeerde
+geval ook bij &rsquo;s Graven ambtenaren naar hunne wetten zou
+gevorderd worden.</p>
+<p>Dat, om &rsquo;s Graven wille, dit bestand, zich ook ter goeder
+trouw uitstrekken zoude tot die van Stavoren, wier voorspraak Hij
+geweest was, en dat hun ten volle vergund werd, om binnen de grenzen
+dezer landen terug te keeren en er te verblijven.</p>
+<p>Hierop wordt er het volgende slot bijgevoegd: Ten bewijze hiervan is
+deze tegenwoordige bevestigd met de Zegels der Landen van Oostergo en
+Westergo, der eerwaarde Heeren Abten van Bethanien en Klaarkamp in
+Oostergo, Bloemkamp en Ludingakerk in Westergo, en der steden Dockum en
+Leeuwarden in <span class="pagenum">[<a id="pb420" href="#pb420" name=
+"pb420">420</a>]</span>Oostergo, Sneek en Bolsward in Westergo. Gegeven
+in &rsquo;t jaar onzes Heeren 1348 Zondags na het feest der H.
+Drieeenheid.</p>
+<p>Dit is de zakelijke inhoud van het Bestand, welke aldus is
+medegedeeld, met eenige zeer belangrijke ophelderende Aanteekeningen,
+in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 31 Julij 1832</i>,
+waarnaar wij den Lezer verwijzen.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb105" class="pageref">105</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1361.</i> Over deze merkwaardige Vergadering en
+derzelver werkzaamheden leze men <span class="sc">Westend.</span>
+<i>Jaarb. II</i>. 200, volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb106" class=
+"pageref">106</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1388.</p>
+<p><i>Folkmer Allena.</i> De Kronijkschrijver <span class="sc">E.
+Beninga</span> deelt nopens dezen man een volksliedje mede, om deszelfs
+vorm en oudheid merkwaardig. Het staat in de <i>Anal.</i> <span class=
+"sc">v. Mattheus</span>, <i>IV</i>. 158 en 159, en in &rsquo;t
+<i>Jaarboek</i> van <span class="sc">Westendorp</span>, <i>II</i>. 245,
+met eene veranderde spelling.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb107" class=
+"pageref">107</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1397.</p>
+<p><i>In den jaare 1397.</i> Ik houd het er voor dat dit moet zijn
+1396. Onze kronijk echter verwart deze en andere veldtogten met
+elkander. Van dit ongelukkig gevecht vinden wij bij alle Schrijvers
+uitvoerige vermelding. <span class="sc">Winsemius</span> stelt het ook
+op 1397, tegen de aanteekeningen van <span class="sc">Edo van
+Jonghama</span>, <span class="sc">Petrus van Thabor</span> en
+<span class="sc">Emmius</span> aan. Hier moet ik opmerken, dat men bij
+gelegenheid van dezen <span class="pagenum">[<a id="pb421" href=
+"#pb421" name="pb421">421</a>]</span>merkwaardigen togt van Hertog
+Albrecht van Beijeren tegen de Friezen het <i>eerst</i> gewag vindt
+gemaakt, dat de schepen in deze landen van geschut en buskruid zijn
+voorzien. Hiervan wordt melding gemaakt in een Handschrift, berustende
+in ons Rijks-Archief, in &rsquo;t welk men leest, dat, op bevel van
+Hertog Albrecht en deszelfs Raad, <i>Bussen</i>, <i>Kruid</i>,
+<i>Steen</i>, <i>Schutte</i>, <i>Vierpannen</i>, <i>Torken</i> en
+andere behoeften worden aangekocht, welke men in de groote schepen
+noodig had<a class="noteref" id="xd20e9877src" href="#xd20e9877" name=
+"xd20e9877src">80</a>. In een Hanzee-verbond van den jare 1418, waartoe
+ook de Nederlandsche steden behoorden, wordt aan het scheepsvolk
+verboden op lijfstraffe wapenen en buskruid te verkoopen<a class=
+"noteref" id="xd20e9889src" href="#xd20e9889" name=
+"xd20e9889src">81</a>. Twintig jaren later wordt onder de middelen van
+verdediging en afbreuk op de schepen uitdrukkelijk van <i>Bussen</i>,
+dat is, van kanon, melding gemaakt. Sedert dien tijd werd het geschut
+en ook het handgeweer meer en meer algemeen, en op de schepen de gewone
+wapenen<a class="noteref" id="xd20e9900src" href="#xd20e9900" name=
+"xd20e9900src">82</a>.</p>
+<p>Over den tijd der uitvinding van het buskruid is men oneens, daar
+velen, niet te onregt, beweren, dat het v&oacute;&oacute;r Berthold den
+Zwarten reeds bestond. Zeker is het, dat het gebruik daarvan, hier te
+lande eerst in 1350 of 1351 is geweest, en wel in het beleg van het
+Kasteel Rozenburg, nabij Voorschoten.</p>
+<p>Maar ik mag niet voorbijgaan het koddig verhaal van <span class=
+"sc">Cornelis Kempius</span>, waarin hij beweert, dat een Friesch
+Koning, met name Chimoscus, den Graaf van Holland <span class=
+"pagenum">[<a id="pb422" href="#pb422" name="pb422">422</a>]</span>en
+zijne twee zonen met een musket had doodgeschoten, en ook in een
+tweegevecht, ter oorzake van &rsquo;s Graven dochter, de schoone
+Olimpia, met Graaf Roeland van Vlaanderen, zijn schutgeweer gebruikt
+had, zoodat de Friezen uitvinders van het buskruid zijn, hetwelk
+<span class="sc">Hamconius</span> ook bevestigt, die mede Chimoscus
+voor den uitvinder daarvan houdt. Wij evenwel betwijfelen het zeer, en
+geven liever aan het dichterlijk vernuft van den geestigen Ariosto, aan
+wien Kempius zijn verhaal ontleende, de eer dezer vinding. Verg.
+<i>Oudh. en Gest. II</i>. 354&ndash;357. <span class="sc">E.
+Beninga</span>, in zijne <i>Hist. van Oost-Vriesland</i> op de jaren
+1379 en 1380, vermeldt, dat men destijds in de Friesche onlusten zich
+van buskruid en geschut bediende. Zie <span class="sc">Driessen</span>,
+<i>Mon. Groningana</i>, <i>II</i>. 399.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb109" class="pageref">109</a> en
+110.</p>
+<p><i>In den jaare 1400&ndash;1401.</i> Onder al de twisten en
+oorlogen, de rampen en onheilen daaruit geboren, waren het niet altoos
+de Friezen en onderlinge partijen, bij welke men de aanleiding en
+oorzaak zoeken<a id="xd20e9945" name="xd20e9945"></a> moet<span class=
+"corr" id="xd20e9947" title="Niet in bron">,</span> maar aanhitsing en
+ondersteuning van buiten, alles naar staatkunde en eigenbelang
+berekend, heerschzucht en vijandschap van Bisschoppen, Graven en
+anderen, gaven meestal voedsel aan den burgeroorlog. Vandaar ook die
+(zoo als men ze noemde) Groote, dat is, woeste en beruchte lieden dezer
+eeuw. Onder de zeeroovers dier tijden was <i>Stortenbeker</i> een
+befaamd man, in het drinken zoowel als in het vechten: dit blijkt uit
+den bij hem gevonden grooten beker, toen hij gevangen genomen werd,
+waarop dit kreupel vers stond:</p>
+<p class="signed"><i>Ick Joncker Sissingha,</i><br>
+<i>Van Groninga,</i><br>
+<i>Dronck dees hensa,</i><br>
+<i>In een flensa,</i><span class="pagenum">[<a id="pb423" href="#pb423"
+name="pb423">423</a>]</span><br>
+<i>Door myn kraga,</i><br>
+<i>In myn maga.</i></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb111" class=
+"pageref">111</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1404.</p>
+<p><span class="sc">Sjoerd Wiarda</span>. Naar dezen Potestaat ontving
+het slot te Goutum den naam van <i>Wiarda-State</i>, hetwelk hij reeds
+in den jare 1404, toen hij met Harinxma tot Potestaat verkozen werd,
+bewoonde. Ons werd de navolgende geschrevene aantekening, op
+<span class="sc">Schotanus</span> zijne <i>Beschryvinge</i>, van den
+Old-Raadsheer <span class="sc">Tjalling Edo van Sminia</span>,
+medegedeeld:</p>
+<p>&raquo;<i>Goutum</i>. Hier ligt de State <i>Wiarda</i>, een groot
+sieraad van dit dorp, een schoon gebouw met zijn hovinge en graften,
+bewoond bij den Hr. Jonkheer <span class="sc">Tiberius Pipinius van
+Eminga</span>; wierde bijgenaamd <i>Schenkinsma</i>, gelijk daar ook
+leggen <i>Putsma</i>, nieulinks met eene nieuwe hovinge en een
+welbeplante opreed versiert door den Hr. Jonkheer <span class=
+"sc">Ruurdt van Burmania</span>; en <i>Drinkuitsma</i> door denselven
+afgebroken en geslegt, daar nabij gelegen. Deze drie plaatsen plegen
+van drie Gebroederen bewoond te worden, die groot vermaak schepten in
+&rsquo;t drinken, en daarop roemden; tot hare gedachtenisse wierde dit
+versje gemaakt:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Qui nos tres geminos superat certamine Bacchi</p>
+<p class="line">Hic venit Alcides redivivus conteret Hydram.&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">d. i. vrij overgezet:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Eer dat ons dapper driemanschap,</p>
+<p class="line xd20e2637">In Bacchus&rsquo; school volleerd,</p>
+<p class="line">Worde in een Frieschen bekerstrijd</p>
+<p class="line xd20e2637">Verslagen of verheerd;</p>
+<p class="line">Eer zal de woeste Hercules</p>
+<p class="line xd20e2637">Herrijzen uit zijn graf,</p>
+<p class="line">En slaan een tweeden monsterdier</p>
+<p class="line xd20e2637">Tienduizend koppen af!</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb424" href="#pb424" name=
+"pb424">424</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb112" class="pageref">112</a>, op de
+Noot.</p>
+<p><i>Hiske Abdena</i> was Proost en Hoveling te Emden, een hoog
+heerschzuchtig man, die zich aan het hoofd der Schieringers in
+Oostfriesland had gesteld en in naauw verband met de Groningers stond.
+Gevlugt naar Groningen, wilden de Schieringers hem ondersteunen, doch
+de Vetkoopers hielden de partij van Keno ten Broek,&mdash;en ziehier
+den oorsprong der partijnamen <i>Hisk-</i> of <i>Hikhorsters</i> en
+<i>Bronkhorsters</i>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb113" class=
+"pageref">113</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1414.</p>
+<p><i>Ook liet Jarges het goud en zilver</i> enz. Niet alleen te
+Fivelgo, maar ook te Midwolde en Loppersum, maakte hij zich meester van
+het gouden en zilveren vaatwerk, en liet de ongezinde kerkvoogden
+eenigen tijd vastzetten, om zoo zijn oogmerk te bereiken.</p>
+<p>De Koppens-gulden was dezelfde met den Arendsgulden, welke naar de
+tegenwoordige munt, eene waarde moet gehad hebben van 37&frac12; cent.
+In 1453 gold hij 7 braspenningen van 9 duiten &rsquo;t stuk: in 1491
+werd dezelve afgezet.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb115" class="pageref">115</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1418 heeft Fokko te Lier.</i> <span class="sc">Fokke
+Uken</span>, <span class="sc">Ukena</span> of <span class=
+"sc">Ukessen</span>, Hoveling<a class="noteref" id="xd20e10103src"
+href="#xd20e10103" name="xd20e10103src">83</a> te Evermoer <span class=
+"pagenum">[<a id="pb425" href="#pb425" name="pb425">425</a>]</span>in
+Leer, Heer van Aurich en Broekmerland of te Broekum, die eene groote en
+belangrijke rol in de onlusten der Schieringers en Vetkoopers in
+&rsquo;t begin van de XV eeuw speelde, was uit eene voorname adellijke,
+doch niet vermogende Oost-friesche familie gesproten. Zijn vader heette
+<i>Uko</i> en zijne moeder <i>Amke van Lengen</i>. De ru&iuml;nen van
+hunnen ouden burgt waren ten tijde van den geschiedschrijver
+<span class="sc">Emmius</span> nog aanwezig: thans toont men slechts de
+plaats aan, waar dezelve stond, op de veenakkers tusschen Aurich en
+Leer. Nergens vindt men Fokke&rsquo;s geboortejaar vermeld; doch hij
+stierf, oud van jaren, den 29 Augustus 1435, gelijk sommigen beweren,
+ten gevolge van het nuttigen van eene vergiftigde biersoep, door zijne
+Echtgenoote <i>Hidde</i> hem toegediend. Hij trad als officier in
+dienst van Keno ten Broek: zijne eerste vrouw was <i>Theda van
+Reide</i>, bij welke hij twee zoons en twee dochters had: zijne tweede
+vrouw was <i>Hidde van Dijkhuizen</i>, uit welk huwelijk zijne dochter
+Ulske, gehuwd aan Unico Ripperda, sproot. Beide deze vrouwen bragten
+hem een groot vermogen aan, en het gelukte hem zijne kinders aan zeer
+aanzienlijke, rijke famili&euml;n uit te huwen. Hij was verstandig en
+omzigtig in het aanleggen zijner plannen, dapper en koen aan de spits
+zijns legers, onverschrokken in gevaren, trotsch in zijne handelingen,
+die vermeerdering zijner magt en rijkdom ten doel hadden, en
+wraakgierig tegen zijne vijanden. Van zijnen jeugdigen leeftijd wordt
+nergens gewag gemaakt, en op het einde van de XIV eeuw is men het eerst
+in de geschiedenis zijns gedachtig.</p>
+<p>Er is eene korte levensbeschrijving van hem in &rsquo;t Latijn
+zamengesteld uit <span class="sc">Emmius</span> en <span class=
+"sc">Beninga</span>. De verdienstelijke <span class="sc">Wiarda</span>
+echter heeft eene uitvoerige beschrijving van zijn leven en bedrijf
+gegeven, en geplaatst in het Tijdschrift: <i>Ost-Friesische
+Mannigfaltigkeiten, erster Jahrgang</i>, <i>Aurich</i> 1784, getrokken
+uit de beste bronnen destijds in druk en handschrift aanwezig, en met
+bijzondere naauwkeurigheid behandeld. Ik heb daarvan eene vertaling
+gegeven <span class="pagenum">[<a id="pb426" href="#pb426" name=
+"pb426">426</a>]</span>in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder Couranten
+van den 4 en 11 September, 2 en 16 October 1832</i>, welke bijdrage tot
+de geschiedenis van dien tijd zeer belangrijk is. Men verg. overigens
+het <i>Jaarb.</i> van <span class="sc">Westendorp</span>, op
+1411&ndash;1435. Het portret van <span class="sc">Ukena</span> bevindt
+zich thans op het buitengoed van Jonkheer <span class="sc">Hora
+Siccama</span> <i>van de Harkstede</i>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb116" class=
+"pageref">116</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1420.</p>
+<p><i>De Schieringers hij Catse geslagen.</i> <span class=
+"sc">Schotanus</span> noemt ook <i>te Catze, aan een plaets geheeten
+Palesloot</i>: <span class="sc">Petr. Thab.</span> <i>ter Colze</i>.
+Volgens <span class="sc">Amersf.</span> en <span class=
+"sc">Visser</span> moet men waarschijnlijk hierdoor den omtrek van
+Koudum verstaan. <span class="sc">Winsem.</span> en <span class=
+"sc">Emmius</span> plaatsen ook den slag omtrent <i>Palesloot</i>,
+tusschen <i>Hindeloopen</i> en <i>Molkwerum</i>, op de kaart van
+<span class="sc">Schotanus</span> nog aangeduid, zoo als ook de
+<i>Fokke-graft</i> of <i>Fokke-sloot</i>, uit het Slootermeer komende,
+en waarin Fokko, na zijne nederlaag bij Slooten, die op zijne
+overwinning volgde, eene groote busse of stuk kanen, door hem uit
+Groningen medegenomen, zinken liet.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb117" class="pageref">117</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1421.</i> Ook in dit jaar braken de Groningers met
+Sikko Sjaerdema, Hoveling te Franeker, Hoofd der Schieringers. Zij
+beschuldigden hem heimelijk den Graaf van Holland, Hertog Jan van
+Beijeren, te zijn toegedaan, en met de vijandelijke vrijbuiters te
+heulen&mdash;namen twee schepen met hout geladen, aan de kerk te
+Franeker toebehoorende, weg, en zes Franeker burgers gevangen. Zij
+<span class="pagenum">[<a id="pb427" href="#pb427" name=
+"pb427">427</a>]</span>dreigden hem te zullen belegeren, indien hij
+niet te Groningen kwam om zich te verantwoorden, of zijnen
+twaalfjarigen zoon als gijzelaar zond. Tot dit laatste werd hij
+genoodzaakt, deels voor zijne overeenkomst, deels voor de betaling
+eener door deze Vetkoopers uitgeschrevene schatting van 1000 schilden
+over de Schieringers, tusschen Stavoren en Gerkesbrugge. Sjaerdema kwam
+zelf te Groningen en verantwoordde zich, weshalve hij zijnen eenigen
+zoon terug begeerde. Men beloofde de terugzending, dan men hield geen
+woord. Daarop zond hij een vertrouwd vriend, om het kind af te halen,
+die het vond aan een ijzeren keten gesloten, waarmede hij in eene kamer
+kon rondwandelen; doch ook deze moest onverrigter zake terugkeeren. Nog
+in hetzelfde jaar overleed de knaap, volgens voorgeven, aan de pest:
+doch men vermoedde, dat de Groningers hem hadden omgebragt; in het
+volgend jaar stierf zijn vader. Zie <span class="sc">Westendorp</span>,
+<i>Jaarb.</i> op &rsquo;t jaar 1421, en de aangehaalde Schrijvers.
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. IV</i>. 447.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb120" class=
+"pageref">120</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1434.</p>
+<p><i>Het Stapelrecht.</i> In &rsquo;t jaar 1430 vinden wij het eerst
+hiervan betrekkelijk Groningen vermelding. Het woord <i>Stapel</i>,
+eigenlijk een staf, stok of stut beteekenende; is ook een hoop van
+dingen, die op een afzonderlijk steunsel opgehoopt of gestapeld zijn.
+Vervolgens heeft <i>stapel</i> overdragtelijk de beteekenis van een
+hoop koopwaren, die op eene bijzondere marktplaats opgestapeld waren,
+en eindelijk van de <i>markt</i> of <i>verkoopplaats</i> zelve. Aldaar
+moesten zekere van buiten inkomende goederen ter verkoop aangeboden,
+voor een tijd opgestapeld en bij gebrek aan koopers vertold worden.
+Dordrecht, Middelburg en andere steden waren in het bezit van het
+Stapelregt der wijnen enz. Zeer verschillend was dit regt op
+onderscheidene <span class="pagenum">[<a id="pb428" href="#pb428" name=
+"pb428">428</a>]</span>plaatsen, en bepaalde zich tot allerhande
+koopwaren.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb122" class=
+"pageref">122</a>&ndash;123.</p>
+<p><i>In den jaare 1453&ndash;1454.</i> Over deze gebeurtenissen is
+verschillend geschreven, en men heeft het bij waarschijnlijkheid moeten
+laten blijven. Verg. <span class="sc">S. Jarichs</span>, <span class=
+"sc">Beninga</span> en <span class="sc">Emmius</span>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb128" class=
+"pageref">128</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1478.</p>
+<p><i>Haijo te Westerwolde.</i> <i>Hajo Addinga</i> van Westerwolde had
+eed en hulde aan den Bisschop van Munster gedaan, en volgde zijnen
+vader in het leen van Westerwolde op. Hij was een wreedaardig en woest
+mensch, roofde en verkwistte met zijne trawanten, plaagde zijn volk, en
+wie hem niet ter wille was werd gekluisterd, gepijnigd en gemarteld op
+allerhande wijze. Den Priester van Onswedde, die hem zijn slecht gedrag
+verweet, liet hij, de handen op den rug gebonden, aan den staart eens
+paards voorgesleept, dus vaneen trappen en verscheuren. Een ander
+Priester werd daarna ook jammerlijk om het leven gebragt, en zoo
+pleegde hij vele gruwelen. Zie <span class="sc">West.</span> op
+&rsquo;t jaar 1477.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb129" class=
+"pageref">129</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1486.</p>
+<p><i>Rudolf Agricola.</i> Dezen, in zijnen tijd zoo vermaarden man,
+noemde men den hersteller der Wetenschappen in het Duitsche Rijk, den
+grootsten redenaar van zijnen tijd, den eersten Duitschen Hoogleeraar
+<span class="pagenum">[<a id="pb429" href="#pb429" name=
+"pb429">429</a>]</span>in de Grieksche, Latijnsche en Hebreeuwsche
+talen; dengenen, die door geenen geleerde, ook zelfs van Itali&euml;,
+werd overtroffen; eene ster der eerste grootte. <span class=
+"sc">Westend.</span> <i>Jaarb. II</i>. 645.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb129" class="pageref">129</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1487.</i> Dit doelt op &rsquo;t zoogenaamde
+<i>Bier-Oproer</i>. De Regering van Leeuwarden had, op aandrang der
+burgerij, op nieuw eene ordonnantie afgekondigd, waarbij het gebruik
+van het geliefde Haarlemmer Bier, <i>Kuit</i> genaamd, verboden, en
+alleen het in de stad gebrouwen bier werd toegelaten. Eenige landlieden
+overtraden dit gebod, waardoor tusschen hen en de brouwers, ondersteund
+door de burgers, een gevecht ontstond. De landlieden, de minsten
+zijnde, namen de vlugt op &rsquo;t Amelandshuis, destijds de stins van
+den Schieringer <span class="sc">Pieter Cammingha</span>, hetwelk met
+overmeestering en plundering bedreigd werd, daar <span class=
+"sc">Cammingha</span> de gevlugte landlieden aan hunne vervolgers niet
+wilde overgeven. Het gerucht hiervan bragt de Schieringers in Ooster-
+en Westergo spoedig tegen het Vetkoopersgezinde Leeuwarden op de been,
+die vervolgens deze stad innamen. Meester <span class="sc">Pieter
+Sybrands Auckama</span>, bijgenaamd <i>Pinckert</i>, Olderman der stad,
+sneuvelde in dit gevecht<a class="noteref" id="xd20e10376src" href=
+"#xd20e10376" name="xd20e10376src">84</a>.</p>
+<p>Dat het Haarlemmer Bier destijds een artikel van veel belang was,
+blijkt onder anderen ook uit het <span class="pagenum">[<a id="pb430"
+href="#pb430" name="pb430">430</a>]</span>door <span class=
+"sc">Winsemius</span> op &rsquo;t jaar 1480 vermelde sprookje, (dus te
+schrijven):</p>
+<p class="signed"><i>De Leidske Lape,</i><br>
+<i>In Harlimmer Tape,</i><br>
+<i>In schiere iel</i><br>
+<i>Bringt Friesl&acirc;n yn&rsquo;e wiel.</i></p>
+<p>&raquo;Het Leidsche laken, Haarlemmer bier (Kuit genaamd) en
+Schieraal, helpt Friesland in den grond.&rdquo; Verg. hierbij
+<span class="sc">Wassenbergh</span>, <i>Taalk. Bijdr. tot den Frieschen
+Tongval, II</i>. St, bl. 17, noot f en bl. 156. <i>Vol van bier
+zijn</i>, <i>te bier gaan</i>, <i>boven zijn bier zijn</i> en
+dergelijke uitdrukkingen waren in dien tijd, zoowel in Holland als
+Friesland, algemeen, daar het bier een algemeene drank was, en de
+kracht daarvan, bij den overmatigen drinker, een bierroes ten gevolge
+had.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb130" class=
+"pageref">130</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1490.</p>
+<p><i>In dit zelve jaar is de wijdberoemde Wesselius Ganzevoort.</i>
+Hij werd geboren te Groningen in 1419, en overleed 1489. Deze hoogst
+vermaarde en geleerde man, was ook een der edelste kweekelingen van de
+stichting der Broederschap van <span class="sc">Gerard Groote</span>.
+Zijne verlichte denkwijs vooral werd zeer geroemd, zoodat <span class=
+"sc">Luther</span> zelf getuigde: &raquo;Indien ik vroeger de werken
+van <span class="sc">Wessel</span> gelezen had, zouden mijne vijanden
+mogen vooronderstellen, dat ik alles uit zijne schriften geput had. Het
+geeft mij vreugde en kracht, en ik twijfel niet meer aan de waarheid
+van hetgeen ik leer; wanneer ik tusschen hem en mij eene volslagene
+overeenstemming van gedachten en zelfs van woorden bespeur.&rdquo;</p>
+<p>In de bestrijding van bijgeloof en dweepzucht kent men dezen man,
+boven <span class="sc">Erasmus</span> zelfs den voorrang toe, terwijl
+in al zijn streven tot dit doel, hij eene waarheidsliefde en eene
+zedelijke kracht ontwikkelde, voor welke <span class=
+"sc">Erasmus</span> niet vatbaar was. Als letterkundige, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb431" href="#pb431" name=
+"pb431">431</a>]</span>wijsgeer, godgeleerde en geneeskundige was hij
+bijna even groot; zijne matige leefwijze stak bijzonder af bij de
+zwelgerij en dronkenschap van vele geleerde tijdgenooten, waardoor hij
+dan ook tot zijn zeventigste jaar eene sterke gezondheid genoot. Hij
+reisde de wereld door, om den schat zijner reeds verkregene kennis te
+vermeerderen, en daarvan ten nutte der wereld dubbelde renten uit te
+deelen. Van Paus Sixtus, wiens vriend en lijfarts hij was en die hem
+tot bisschop wilde verheffen, verzocht hij alleen de gunst, om de
+Handschriften van eenen Griekschen en Hebreeuwschen bijbel te mogen
+bezitten. Zijne laatste levensdagen sleet hij in &rsquo;t klooster der
+adellijke maagden te Groningen, in hetwelk hij overleed. Zie zijne
+leerstellingen kortelijk aangeteekend bij <span class=
+"sc">Westendorp</span>, <i>Jaarb.</i> op den jare 1489; en verg. de
+<i>Verhandeling over de Broederschap</i> van <span class="sc">G.
+Groote</span>, door <span class="sc">G. H. M. Delprat</span>, bl.
+79&ndash;81, 112 en <i>Bijl. VII</i>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb131" class="pageref">131</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1492.</i> Men vergelijke op dit en de twee volgende
+jaren, <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i>, die daarmede het
+derde Tijdperk en het tweede Stuk van zijn werk eindigt, waarmede hij
+den beoefenaren der Geschiedenis eene gewigtige dienst heeft bewezen,
+<span class="sc">Petr. Thab.</span> op dezelfde jaren.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb133" class=
+"pageref">133</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1496.</p>
+<p><i>Onder den Oversten Fox.</i> <span class="sc">Nittert</span> of
+<span class="sc">Nuttert Fox</span>, volgens <span class=
+"sc">Gabbema</span> in Frankenland geboren, was bevelhebber van eene
+bende de <i>Groote Garde</i> genaamd. Hij zelf droeg den naam van
+<i>Grooten Kapitein</i>. <span class="sc">Petrus van Thabor</span>
+vermeld hem als <i>Joncker Voecks</i> op &rsquo;t jaar 1498. Zie het
+<i>Archief</i> van <span class="sc">Visser</span> <span class=
+"pagenum">[<a id="pb432" href="#pb432" name="pb432">432</a>]</span>en
+<span class="sc">Amersfoort</span>, <i>I</i>. 74, alwaar mede wordt
+aangemerkt, dat in de middeleeuwen veelal de ellendige gewoonte
+bestond, dat een hoop soldaten, die zeker niet tot de beste lieden
+behoorden, onder een hoofd, door hen verkozen, zich vereenigden, en
+vervolgens aan den meestbiedende, hetzelfde welke zaak hij voor had,
+zich verhuurden. Zoo waren er zelfs benden, die geheel zonder
+opperhoofd rondzwierven, zoo als de in onze Kronijk op bl. 150
+vermelden <i>Zwarten Hoop</i> of Saksische knechten. <span class=
+"sc">Schotanus</span>, <i>Fr. Hist,</i> fol. 419, geeft hem den titel
+van: &raquo;Capiteyn van een deel af-gedanckte Companyen, op de grensen
+van Nederlandt omhengelende, op hoope van nieuwe
+beroerten;&rdquo;&mdash;doch roemt hem mede ook als een krijgshaftig en
+stoutmoedig soldaat. <span class="sc">E. Beninga</span> maakte op de
+jaren 1492 en 1499 van Fox melding. In eene noot op bl. 362 zijner
+<i>Hist. van Oostfr.</i> wordt mede, gelijk in onze Kronijk op bl. 138,
+beweerd, dat de plaats, waar hij vechtende stierf, naar hem
+<i>Foxhol</i> genoemd zoude zijn; doch te onregt: want reeds in een
+brief van 1460 komt dit gehucht voor als <i>Vossehol</i>. Zie
+<i>Tegenw. Staat van Stad en Lande, I</i>. 225; <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>, <i>Gesch. des Vaderl. IV</i>. 316, noemt
+<i>Fox</i> <span class="sc">Witterfox</span>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb138" class=
+"pageref">138</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1499.</p>
+<p><i>Den Hoogen Raad</i> enz. Ten tijde van Karel den Grooten schijnt
+er reeds over geheel Friesland eene opperste Regtbank of Hof, misschien
+wel door hemzelven ingesteld, bestaan te hebben en te Franeker geweest
+te zijn, welk Hof nog in &rsquo;t begin der XV eeuw den naam droeg van
+<i>dat hageste Keijzer riocht to Franeker</i>. Onder de woelende
+twisten der Schieringers en Vetkoopers moest het zijn gezag verliezen,
+doch bleef nog bestaan in die algemeene en hoogere Regtbank, aan welke
+de vijf eerste Grietenijen in Westergo, hare twistgedingen, in het
+laatste ressort onderwierpen. Thans hergaf de Hertog <span class=
+"pagenum">[<a id="pb433" href="#pb433" name="pb433">433</a>]</span>dit
+Geregtshof zijnen ouden luister, door de nieuwe instelling op st.
+Jacobs dag (24 Julij) van &rsquo;t jaar 1499. Het bestond toen uit 12
+Leden, zes Geestelijken en zes Friesche Edelen, terwijl de Kanselier
+Phlug het Voorzitters-ambt bekleedde. Op Sjaerdema-slot was het
+aanvankelijk gezeteld, doch werd daarna naar Leeuwarden verplaatst. Men
+vindt dit alles in het breede beschreven in mijne meergemelde
+<i>Geschiedenis der Kanselarij te Leeuwarden</i>. Over de Wetten
+vergelijke men onder anderen &sect; 4 van het Overzigt in &rsquo;t
+<i>Friesch Jierboeckjen</i> van 1833, en &sect; 3 van 1834.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb138" class=
+"pageref">138</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1500.</p>
+<p><i>Fjouwer lotter-claer</i> enz. <span class=
+"sc">Wassenbergh</span>, <i>Idioticon</i> op &rsquo;t woord
+<i>Fenne</i>, vertaalt deze leus: &raquo;vier gelouterde (beproefde, in
+het water onderzochte) klaare Kievitseieren, op den hoek van een aan
+huis geleegen Kamp, in &eacute;&eacute;n nest.&rdquo; Zie voorts
+<span class="sc">Epkema</span>, <i>Woordenb.</i> op <span class=
+"sc">Finne</span>, en <span class="sc">Weiland</span>, <i>N. T.
+Woordb.</i> op <span class="sc">Veen</span>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb142" class="pageref">142</a>. -
+A<sup>o</sup> 1504.</p>
+<p><i>Weerdenbras.</i> <span class="sc">O. van Scharl</span>, op
+&rsquo;t jaar 1505, geeft den oorsprong op van deze benaming, welke
+bevestigd wordt bij <span class="sc">Schot.</span> bl. 507 en 508, die
+in zijn XIV en XV boek een zeer omstandig verhaal geeft, van den strijd
+met Groningen en wat daartoe betrekking heeft. Ook bij <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <span class="sc">Emmius</span>, <span class=
+"sc">Petr. van Thabor</span>, <span class="sc">Sicco</span> en
+<span class="sc">Eggerik Beninga</span> enz.</p>
+<p>Vitus Draaksdorp of Traxdorp, was, bij afwezigheid van Hertog Georg,
+Opperbevelhebber over het krijgsvolk. Verg. <i>Archief</i> van
+<span class="sc">Visser</span> en <span class="sc">Amersf.</span>
+<i>II</i>. st. bl. 112; <i>Aantt.</i> op bl. 169. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb434" href="#pb434" name="pb434">434</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb146" class="pageref">146</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1511.</i> Zie <span class="sc">Gabbema</span>, bl.
+265; <b>Winsemius</b> op dit jaar.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb147" class="pageref">147</a>,
+149.&mdash;A<sup>o</sup> 1514.</p>
+<p><i>Den 21 van July.&mdash;Hier na heeft Graaf Edzard.</i> Verg.
+<i>Tegenw. Staat van Stad en Lande, I</i>. 303, volgg.; <span class=
+"sc">Wins.</span> bl. 376 volgg; <span class="sc">Schot.</span> <i>XV
+boek</i>, <span class="sc">Beninga</span>, <i>III</i>. B. bl. 490;
+alwaar over de wreedheden der Saksen, de misleiding door graaf Edzard
+en zijne vergelding daarvoor van den Gelderschen Hertog in het breede
+gewaagd wordt. Zie gem. <i>Archief, II</i>. bl. 171&ndash;176, en de
+<i>Aantt.</i> daarop; ook het <i>Nabericht</i> van <span class="sc">van
+Rhyn</span>, bl. 537.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb150" class=
+"pageref">150</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1515.</p>
+<p><i>De zwarte Hoop.</i> Zie <i>Aantt.</i> op <span class="sc">Nittert
+Fox</span>, bl. 431; <span class="sc">Petr. v. Thabor</span> zegt, dat
+er verschillende uitleggingen van die benaming zijn, als: omdat zij met
+den Hertog van Brunswijk gekomen waren, of omdat hun aangezigt was
+zwart en leelijk geworden, wegens het lijden van koude en overlast in
+den winter, of uithoofde dat hun bij den dood der Hertogen van
+Brunswijk zwart laken was gegeven, tot teeken van rouw; het is
+mogelijk, dat al het genoemde met elkander tot de benaming aanleiding
+hebbe gegeven. <span class="pagenum">[<a id="pb435" href="#pb435" name=
+"pb435">435</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb150" class="pageref">150</a> en
+151.</p>
+<p><i>Deze Groote Pier.</i> Gelijk het met vele groote en zeldzame
+mannen gaat, die eene belangrijke rol in hunnen leeftijd hebben
+gespeeld, en daarover verschillend worden beoordeeld, zoo is het ook
+met <span class="sc">Groote Pier</span> gelegen. De een noemt hem een
+roemruchtig held zonder wederga, die voor de vrijheid en voor Friesland
+wonderen deed; anderen noemen hem een wreedaardig krijgsman en
+verachtelijk zeeschuimer, die slechts roof en moord beoogde. Wanneer
+men de geschiedenis van dien tijd naauwkeurig gadeslaat, den toestand
+van <span class="sc">Groote Pier</span> en zijne bedoelingen beschouwt,
+daarbij den geest des tijds, de wijze van oorlogen, vooral ter zee, het
+Saksisch despotisme in tegenoverstelling van het Friesch karakter, en
+de laagheid des Hertogen van Gelder in aanmerking neemt, dan zal de
+onpartijdigheid ten voordeele van den man moeten beslissen, wiens
+bedoelingen eerlijk waren, maar wiens daden het merk van ruwheid
+droegen, en door de fortuin begunstigd in euvelmoed en woestheid
+ontaard zijn. Zijn tijdgenoot <span class="sc">Petrus van Thabor</span>
+schetst hem in zijn ware licht; woest en onbesuisd van aard, maar rond
+en eerlijk van inborst. Zie het <i>Archief</i> van <span class=
+"sc">Visser</span> en <span class="sc">Amersf.</span> <i>II</i>. 259.
+In het <i>Gedenks. van Neerl. Heldend. ter Zee</i> van <span class=
+"sc">Engelbert Gerrits</span>, <i>I</i>. 76 volgg., is de beoordeeling
+minder juist. Zie voorts de schets van <span class="sc">Groote
+Pier</span> en zijne daden in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant
+van 11 Maart 1834</i>, door <span class="sc">W. Eekhoff</span>
+zamengesteld, en de daar aangehaalde Schrijvers. Op welk eene wijze het
+zeewezen in Friesland bestierd werd, leest men na het aangehaalde werk
+van <span class="sc">de Jonge</span>, over het <i>Nederl. Zeewezen,
+I</i>. 154 volgg. Tot in de XVI eeuw was het eene algemeene gewoonte,
+de gevangenen zonder genade over boord te werpen. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb436" href="#pb436" name="pb436">436</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb151" class=
+"pageref">151</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1515.</p>
+<p><i>Hertog Georg.</i> Aldus werd Friesland als &rsquo;t ware weder
+verkocht, en, zooveel de Saks vermogt, geleverd voor honderd duizend
+goudguldens. <span class="sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist. IV</i>.
+390, en <span class="sc">Bild.</span> <i>Gesch. V</i>. 11. maaken er
+350,000 van, doch de Acte van afstand van den 19 Mei 1515, bij
+<span class="sc">Schwartzenberg</span> in het tweede deel zijns
+<i>Charterboeks</i> voorhanden, spreekt dit tegen. Een Rijnse gulden en
+een Goudgulden hadden ieder 90 cents waarde.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb151" class="pageref">151</a>.</p>
+<p><span class="sc">Karel</span> <i>de Vyfde</i>. Het <span class=
+"corr" id="xd20e10913" title="Bron: belangrijkst">belangrijkste</span>
+gedeelte van het <i>Boeck der Partijen</i> van <span class="sc">Jancko
+Douwama</span> loopt over de gebeurtenissen onder het Saksisch bewind,
+alsmede over de eerste regeringsjaren van Keizer Karel den Vijfden. Men
+leert hierin die gebeurtenissen in Friesland, gedurende dit gewigtig
+tijdvak, van eene geheel nieuwe en onbekende zijde kennen; en al ware
+het, dat niet al de berigten van <span class="sc">Douwama</span>
+volkomen geloof verdienden, zoo blijft het echter, bij de voorhanden
+zijnde bescheiden, meestal onder den invloed van het Bourgondisch
+bewind opgesteld, van het hoogste belang, door zijne tusschenkomst, ook
+eens de gedachten van de andere partij te kunnen vernemen. Zie over
+<span class="sc">J. Douwama</span> en zijne geschriften, het <i>Verslag
+der Handelingen van het Prov. Friesch Genootschap</i>, bl. 57
+volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb151" class=
+"pageref">151</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1515.</p>
+<p><i>Graaf Floris van Ysselstein.</i> Floris van Egmond, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb437" href="#pb437" name="pb437">437</a>]</span>Heer
+van IJsselstein, als Stadhouder gehuldigd zijnde, werden er
+verschillende voorwaarden gemaakt. Zie <span class="sc">Gabbema</span>,
+<i>Verh. van Leeuw.</i>, bl. 302; <span class="sc">Schot.</span> fol.
+573, en <span class="sc">Wins.</span> fol. 431; welke eerste hem ook
+<i>Floorken dunn&rsquo;- bier</i> noemt.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb155" class=
+"pageref">155</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1520.</p>
+<p><i>Hendrik</i> en <i>Frederik Gaykinga</i>. Belangrijk is het
+verhaal van <span class="sc">Sicco Beninga</span>, <i>Chronickel der
+Vriescher Landen</i>, in de <i>Anal.</i> van <span class="sc">v.
+Nidek</span>, bl. 321 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb158" class=
+"pageref">158</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1523.</p>
+<p><i>En Karel de vyfde tot Erfheer</i>. Verg. <span class=
+"sc">Cerisier</span>, <i>Gesch. der Nederl. II</i>. 420&ndash;423;
+<span class="sc">Schot.</span> fol. 621. Na lange en rustelooze
+woelingen, het aanstoken van partijschappen, het voeden van den
+burgerkrijg, en het vergieten van stroomen bloeds, genoot nu Friesland,
+bewesten de Lauwers, met uitzondering van nog eenen inval der
+Gelderschen, eene rust van bijna eene halve eeuw; terwijl de
+voortdurende onlusten te Groningen veel onheils bleven stichten, en de
+geest van muiterij de overhand behield.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb160" class="pageref">160</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1535</i>. Verg. <span class="sc">Wins.</span> fol.
+506; <span class="sc">Schot</span>. 664 volgg.; <span class="sc">Egg.
+Beninga</span>, die echter zeer onvolledig is in zijn verhaal.
+<span class="sc">O. van Scharl</span> op &rsquo;t jaar 1535;
+<span class="sc">Gabbema</span>, <i>Verh. van Leeuwaarden</i>, bl. 365
+volgg.<a class="noteref" id="xd20e11039src" href="#xd20e11039" name=
+"xd20e11039src">85</a> <span class="pagenum">[<a id="pb438" href=
+"#pb438" name="pb438">438</a>]</span></p>
+<p>De Sententieboeken van het Hof van Friesland nagaande, vonden wij
+onder vele vonnissen, bij welke in dit jaar een aantal Wederdoopers
+veroordeeld zijn, om onthoofd te worden, twee derzelve van den 12
+April, houdende veroordeeling, de eene van 31 vrouwen en de andere van
+twee, om verdronken te worden, uithoofde zij: &raquo;<i>onlangs
+bevonden zyn in Oldeclooster myt de andere seditieuse ende oproerighe
+persoonen der Secten van de Anabaptisten ende anderen van &rsquo;t
+verbundt van dien zy adh&oelig;rerende.</i>&rdquo;</p>
+<p>Nog langen tijd daarna moesten er ook in Friesland maatregelen tegen
+de woelingen der Wederdoopers worden genomen, onder anderen blijkbaar
+uit de Brieven en Aanschrijvingen ter voorzieninge van de Landvoogdes,
+Maria van Hongarijen, gerigt aan den President en Raden van het Hof van
+Friesland. Van deze brieven zijn nog eenigen aanwezig in het Archief
+van gemeld Hof, door de Landvoogdes onderteekend, welke niet in het
+Charterboek vermeld zijn. Wij willen hier een&rsquo; van dezelven
+overnemen:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="firstpar">MARIA, by der gratie Gods Coninginne<br>
+Douagiere van Hongryen ende Beemen,<br>
+Regente.</p>
+<p>&raquo;<i>Lieue ende Besundere. Volgende den afscheet ende Resolutie
+hier onlancx genomen, int bijwesen van v President, beroerende de
+secten ende ketterien, zoo van wederdooperie als andere dwalingen, die
+anderwers vpstaen <span class="pagenum">[<a id="pb439" href="#pb439"
+name="pb439">439</a>]</span>in Vrieslant ende omliggenden landen. Wij
+schicken jegenwoirdelick aldaer den Deken van sinte Marie tot Vtrecht,
+Heer Herman Betinatius, ende meester Franchois Zonnius, Domheere
+aldaer, bede doctueren in den heiligen scriften, bringers van desen,
+Commissarisen van wegen des hieligen Stoeles van Roome, ende by Keys.
+Majest. onsen Heere <span class="corr" id="xd20e11081" title=
+"Bron: weauctoriseert">geauctoriseert</span>, om tegens de besmette van
+den voirsz. secten te Inquireren ende procederen, alsoe behoiren zal,
+gelijck ghy naeder by de voirsz. Commissarisen sult mogen verstaen.
+Ende alsoe ons ernstich begeren es, dat tegens de voirsz. ketterien
+geremedieert ende voirsien worde, beuelen ende ordineren v van wegen
+zijner Majest., dat ghij de voirsz. Commissarisen Informatie doet
+geuen, ende hun bericht van tgene deser zaken beroeren mach ende
+notelick wesen sal: Doende hun voirts alle bijstant ende vorderingen
+int volbringen van hueren laste v mogelick zijnde; Ende indien ghij
+eenige ongeregeltheit beuint onder de geestelicheit desselfs lants,
+sunderlinge in cloisteren ende godshuysen, sult hun sulcx mogen te
+kennen geuen, ende samentlick daerinne voirsien, alst behoiren sal,
+volgende den last die zij des hebben, zoe wel van ons, als van den
+geestelicken ordinarisen. Ende want het zeer oirboirlick waere in desen
+tijt eenige goede jonghen tonderhouden in die Vniuersiteit van Loeuen,
+studerende in de heilige scriften, om metter tijt daer vuyt geleerde
+priesters ende pastoirs in Vrieslant te ouercommen, zult ghij, zoe
+verre v van node duncken zal, duer de voirmelte Commissarisen sulcx aen
+den prelaten van Vrieslant laeten versoucken ende de selue onderwijsen,
+dat zij ende yegelick van hun tot voirderinge der heiliger Religie,
+ende der gemeene weltvaert des lants daertoe willen verstaen ende
+contribueren. Lieue ende Besundere, onse heere God zij met v. Gescreuen
+te Brussele den XVIJen van Octobre 1553.</i></p>
+<p class="signed">(get.) <span class="sc">MARIE</span>. (onder stond)
+<span class="sc">De Langhe</span>.</p>
+</div>
+<p>Het opschrift is: <i>Onsen Lieuen ende Besunderen, den President
+ende Raden des Keysers, geordonneert in Vrieslant.</i> <span class=
+"pagenum">[<a id="pb440" href="#pb440" name="pb440">440</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb163" class=
+"pageref">163</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1538.</p>
+<p><i>Vorperus Thaborita, Kanunnik te Thabor</i>. <span class="sc">Worp
+van Thabor</span>, geboren omtrent het jaar 1538, <span class="corr"
+id="xd20e11115" title="Bron: welligtaf komstig">wellicht
+afkomstig</span> van het adellijk geslacht <i>Tziaerda</i>, was eerst
+Pastoor in zijne geboorteplaats Rinsumageest, en daarna Prior van
+&rsquo;t Reguliere Kanonniken Klooster Thabor, te Tirns bij Sneek. Hij
+schreef in de Latijnsche taal eene kronijk van Friesland, in drie
+boeken verdeeld. Het eerste boek handelt over den oorsprong der Friezen
+en hun Land, en eindigt met de heerschappij van Karel den Grooten. Het
+tweede loopt tot het bestuur der Graven van Holland, en het derde
+eindigt met den tijd zijns levens. Baron <span class="sc">v.
+Schwartzenberg</span> heeft vijf afschriften van die kronijk met
+elkander vergeleken, getuigt zeer gunstig van dezelve, en had het plan
+tot de uitgave gevormd. Dit is niet tot stand gekomen, en die uitgave
+bleef tot heden achter, zoodat het wel niet te hopen, maar toch te
+vreezen is, dat met zoo vele anderen, ook dit merkwaardig gedenkstuk
+der oudheid, het licht niet zal gegund worden. In de Voorrede van het
+II Deel van &rsquo;t Charterboek wordt een uitvoerig verslag van dit
+Handschrift gegeven, waartoe wij den Lezer verwijzen. Aldaar staat ook
+aangeteekend, hoe <span class="sc">Schotanus</span> in zijne
+<i>Friesche Historie</i>, vele bladzijden uit den <i>Chronicon
+Frisiae</i> van <span class="sc">Worp</span>, woordelijk vertaald,
+heeft overgenomen, en voor zijn eigen arbeid laten doorgaan.</p>
+<p>Een beter lot heeft in het belang der wetenschappen getroffen, het
+geschrift van <span class="sc">Petrus van Thabor</span>, in onze
+kronijk niet vermeld. Deze, wiens leeftijd voorviel tusschen de jaren
+1460 en 1530, en welke hij voornamelijk als Leekebroeder in het
+klooster Thabor<a class="noteref" id="xd20e11143src" href="#xd20e11143"
+name="xd20e11143src">86</a> sleet, schreef eene uitvoerige <span class=
+"pagenum">[<a id="pb441" href="#pb441" name=
+"pb441">441</a>]</span>kronijk van Friesland, vooral ten doel hebbende
+de gebeurtenissen, gedurende zijn eigen leven voorgevallen, met
+naauwkeurigheid en waarheidsliefde te boeken, in den vorm van een
+Dagboek. Daardoor is dit werk ook belangrijk voor de kennis van den
+inwendigen burgerlijken en zedelijken toestand des Lands, terwijl het
+van bijgeloof, wonderen en duivelskunsten geheel vrij is. De Heeren
+<span class="sc">Amersfoordt</span> en <span class="sc">Visser</span>,
+hebben daarvan de Uitgave in het <i>Archief voor Vaderl. en Vriesche
+Geschiedenis</i> bezorgd, en verrijkt met een aantal uitmuntende
+Aanteekeningen, hoofdzakelijk door den eersten bewerkt, welke van de
+kunde en geleerdheid des vervaardigers getuigen.</p>
+<p>Door dezen <span class="sc">Petrus van Thabor</span> is omstandiger
+dan elders beschreven, de <i>Donia-oorlog</i>, eene der merkwaardigste
+en treffendste burger- en familietwisten, door welke Friesland
+meermalen werd geteisterd, welke geduurd heeft van 1458 tot 1496. Verg.
+het <i>Archief, I</i>. p. 16&ndash;24 en de Aanteekeningen, alsmede de
+aanmerkingen van den Heer <span class="sc">van Halmael</span>, benevens
+het antwoord daarop van den Heer <span class="sc">Amersfoordt</span>,
+in de <i>Leeuwarder Couranten van 14 en 21 Junij 1831; 3, 10, 17 April
+en 1 Mei 1832</i>; welke stukken voor de geschiedenis van te veel
+waarde zijn, om niet in een beter en duurzamer vorm te worden
+overgegoten. <span class="pagenum">[<a id="pb442" href="#pb442" name=
+"pb442">442</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb166" class=
+"pageref">166</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1559.</p>
+<p><i>Regnerus Predrinus</i> of Reinier van Winsum, geboren 1508, was
+een zeer geleerd en verdienstelijk man en een der leerlingen uit het
+Fraterhuis. Zijne gehoorzaal was met een toevloed van leerlingen
+opgevuld, met welken hij de schriften van Plato, Aristoteles,
+Demosthenes, Cicero en Quinctilianus behandelde. Gansche scharen uit
+Oost- en West-Friesland, Braband, Vlaanderen, Duitschland, Frankrijk,
+Itali&euml;, Spanje en Polen kwamen tot hem over, en vormden als het
+ware eene Hoogeschool rondom hem. Kort na zijnen dood, in 1563,
+verdween de gansche stichting der Broederschap. In 1582 deed de
+Regering eene poging, om haar te doen herleven, door de aanstelling van
+Antonius Folcard of Folkerts van Boornbergum, tot Overste, doch dit
+besluit werd niet uitgevoerd. De oprigting der Hoogeschool in
+Groningen, in het jaar 1614, gaf deswege eene nieuwe
+schadeloosstelling. Reeds in den aanvang der XVI eeuw begon die
+Broederschap voor de Hervorming van Luther te wijken: de minachting
+voor de kloosterinrigtingen deed haar in die oorden te niete gaan; maar
+in andere gewesten werd zij verdrongen door eene veel magtiger orde,
+die met gesloten gelederen overal eene Broederschap vervolgde, welke
+immer daarop roem kon dragen, dat zij noch dezelfde
+verdedigingsmiddelen, noch dezelfde wapens kende. Het waren de
+Jezuiten, die zich in hunne plaats stelden. <span class=
+"sc">Delprat</span>, <i>Verh. over de Broederschap van</i> <span class=
+"sc">G. Groote</span>, bl. 117 en 186. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb443" href="#pb443" name="pb443">443</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb169" class=
+"pageref">169</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1566.</p>
+<p><i>Waar op in &rsquo;t Latyn stond</i>. Moet zijn in &rsquo;t
+Fransch. Zie over de Geuzennapjes <span class="sc">v. Alkemade</span>.
+<i>Displegt. II</i>. 459 en <span class="sc">van Loon</span>, <i>Ned.
+Hist. Penn. I</i>. 82. In het algemeen waren de nappen eigenlijk
+uitgeholde houten bakken van middelmatige grootte, welke dienen moesten
+om eenig vocht in zich te houden<span class="corr" id="xd20e11230"
+title="Niet in bron">.</span> Zij waren, zoowel als de bedelzakken, het
+kenteeken der bedelaars, en werden door dezen gebruikt, om er de soep
+in te ontvangen, welke hun aan de kloosters werd uitgereikt, wanneer
+zij het godsdienstig onderwijs genoten hadden. Tot gebruik over tafel,
+om er elkander den dronk uit toe te brengen, afgezonderd zijnde, zijn
+de nappen natuurlijk tot napjes gebragt. <span class="sc">Collot
+d&rsquo;Escury</span>, <i>Holl. Roem, II</i>. A. 111.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb170" class=
+"pageref">170</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1567.</p>
+<p><i>En een schip met Edelen</i>. Breedvoerig vindt men dit verhaal
+bij <span class="sc">Wins.</span> fol. 538; verg. <span class=
+"sc">Gabbema</span>, <i>Verh. van Leeuw.</i> bl. 493.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb172" class=
+"pageref">172</a>&mdash;A<sup>o</sup> 1568.</p>
+<p><i>Waarom Arenberg&mdash;op Graaf Adolf los rende</i>. Dat de beide
+Graven door elkanders handen zouden zijn gesneuveld, wordt door
+<span class="sc">van Meteren</span> en anderen tegengesproken, hoezeer
+er eene oude overlevering is, welke dit vermeldt, en door onze kronijk
+schijnt gevolgd te zijn. Het is mij ook voorgekomen, dat de Schrijver
+of Schrijvers van <i>It aade Friesche Terp</i> zich op vele plaatsen
+niet van de beste bronnen hebben bediend, dan het ligt niet in ons
+plan, <span class="pagenum">[<a id="pb444" href="#pb444" name=
+"pb444">444</a>]</span>over de verschillende gebeurtenissen breedvoerig
+uit te weiden, en de gebreken allen aan te wijzen, waardoor wij het
+bestek dezer Aanteekeningen verre zouden overschrijden. Men vergelijke
+over dit geheele tijdvak den <i>Tegenwoordige Staat van Stad en Lande,
+I</i>. Deel.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb174" class=
+"pageref">174</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1568.</p>
+<p><i>Den 7de van December</i>. Niet in December 1568 is dit gebeurd,
+maar in het begin van Herfstmaand 1566: want reeds in 1567 werd de
+Roomsche godsdienst weder hersteld, en in 1570 zond Alba <i>Cunerus
+Petri</i> als Bisschop naar Leeuwarden, alwaar hij den 1 Februarij op
+nieuw de kerken inwijdde, en de getrouw geblevene gemeente inzegende.
+Zie <span class="sc">Gabbema</span>, <i>Verh. van Leeuw</i>. bl. 457,
+die den 7 of 16 van Wintermaand noemt, gelijk ook <span class=
+"sc">Wins.</span> en <span class="sc">Schot.</span> schrijven, terwijl
+September moet worden gesteld. Verg. ook ten dezen het <i>Iets over de
+Kerken, kloosters en voormalige gasthuizen binnen Leeuwarden</i>, van
+den Heer <span class="sc">van Halmael</span>, geplaatst in het
+<i>Mengelw. der Leeuward. Courant van den 14 Augustus 1832</i>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb178" class=
+"pageref">178</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1574.</p>
+<p><i>Casper Robles</i>. Verg. de <i>Inleiding van mijn Tafereel van
+den Watervloed</i>, bl. XLI en XLII; <span class="sc">Scheltema</span>,
+<i>Staatk. Nederland, II</i>. 250 en de aangehaalde Schrijvers;
+<span class="sc">Outhof</span>, <i>Verhaal van alle hooge
+Watervloeden</i>, bl. 535; <span class="sc">Dumbar</span>, <i>Analecta,
+III</i>, in hetwelk door <span class="sc">Reinico Fresinga</span> van
+<i>Frennicker</i> (zoo als hij zich onderschrijft), in diens
+<i>Memorien</i>, ook een <i>cort verhaal van Billys gelegentheyt</i>
+wordt gegeven<a class="noteref" id="xd20e11369src" href="#xd20e11369"
+name="xd20e11369src">87</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb445" href=
+"#pb445" name="pb445">445</a>]</span>De beschrijving in &rsquo;t
+Latijn, over de daden van de Robles in Friesland bedreven, door
+<span class="sc">Johannes Carolus</span>, uitgegeven te Leeuwarden
+1731, door de zorg van den beroemden <span class="sc">Petrus
+Wesseling</span>, loopt slechts over een kort tijdsbestek, en is met
+eene scherpe pen geschreven<a class="noteref" id="xd20e11391src" href=
+"#xd20e11391" name="xd20e11391src">88</a>. Zie voorts <span class=
+"sc">Gabbema</span>, <i>Verh. van Leeuwaarden</i>, bl. 534;
+<span class="sc">Wins.</span> <i>Historiae, L. III</i>, en <i>Chron.
+XVI</i> boek. Over het Kolonels- of Roblesdiep, <i>Tegenw. Staat van
+Friesland, II</i>. 228.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb181" class=
+"pageref">181</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1576.</p>
+<p><i>Joachim Hopperus</i>. Deze zeer vermaarde man werd in den jare
+1523 te Sneek geboren, uit een edel geslachte, bekleedde gewigtige
+ambten, werd de stichter der Hoogeschool te Douaij, en behaalde als
+Regtsgeleerde hoogen roem. Als Staatsman echter was hij te veel
+hoveling, om, naar der Friezen aard, als zoodanig door hen op hoogen
+prijs te worden gesteld. Men geeft hem zelfs na, dat de spotvogels hem
+met den bijnaam van <i>Oui, Madame!</i> bestempelden, daar hij de
+Landvoogdes in den Raad nimmer zoude tegenspreken. Hij was echter om
+zijne groote kundigheden teregt zeer beroemd; en men <span class=
+"pagenum">[<a id="pb446" href="#pb446" name="pb446">446</a>]</span>mag
+nooit uit het oog verliezen, dat hij in zijne hooge betrekkingen
+altoos, vooral in dien tijd, op een zeer gevaarlijk standpunt was
+geplaatst. Zeer waardig is aan hem en zijne geschriften herdacht door
+den geleerden <span class="sc">Gabinus de Wal</span>, in zijn klassiek
+werk: <i>Oratio de claris Frisiae Jurisconsultis</i>, pag. 27 van de
+Oratie, 90 volgg. der Aanteekeningen, en 428 der Bijvoegselen. Verg.
+<span class="sc">Scheltema</span>, <i>Staatk. Nederl. I.</i> 492;
+<span class="sc">Wins</span>. fol. 599. In de <i>Nalezingen</i> op
+<span class="sc">Wagenaar</span> van <span class="sc">van Wyn</span>
+zijn vele bijzonderheden uit de brieven van <span class=
+"sc">Hopper</span> te vinden, en van zijn leven is eene goede
+beschrijving aanwezig in de <i>Levens van Nederl. Mannen en Vrouwen,
+IV</i> Deel. Onze voornaamste Geschiedschrijvers hebben van zijne
+schriften gebruik gemaakt. Zijne brieven aan Viglius, welke de
+Antwerpsche Bisschop, <i>de Nelis</i>, heeft laten drukken, en daarna
+uitgegeven zijn, zijn hoogst belangrijk voor de geschiedenis. In de
+bibliotheek te Brussel bevinden zich nog een aantal andere
+oorspronkelijke brieven van hem en Viglius, in hunne landtaal
+geschreven, bevattende vele zaken, welke zij elkander in &rsquo;t
+geheim wilden mededeelen. Zie <span class="sc">de Wind</span>,
+<i>Bibliotheek</i>, <i>II.</i> 172.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb181" class=
+"pageref">181</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1576.</p>
+<p><i>Ook overleed in dit zelve jaar</i>, <i>te Gent</i>, <i>Viglius
+Swichemius ab Aita.</i> Een groot aantal geleerde en kundige mannen
+hebben zich van tijd tot tijd bezig gehouden, met het beschrijven van
+het leven en de daden van den wijdvermaarden Fries, <i>Wigle van Aytta
+van Zwichum</i>, den 19den van Wijnmaand 1507, op de State
+Barahuis<a class="noteref" id="xd20e11514src" href="#xd20e11514" name=
+"xd20e11514src">89</a>, onder den dorpe Wirdum <span class=
+"pagenum">[<a id="pb447" href="#pb447" name=
+"pb447">447</a>]</span>geboren, uit eene der oudste en aanzienlijkste
+Friesche geslachten, en gestorven den 8 van Bloeimaand 1577 binnen
+Brussel. Onder deze geschriften verdient bijzondere opmerking, de
+uitmuntende Redevoering van den Amsterdamschen <span class="sc">Rector
+van Ommeren</span>, in welke (gelijk de Ridder <span class=
+"sc">Scheltema</span> te regte vermeldt<a class="noteref" id=
+"xd20e11539src" href="#xd20e11539" name="xd20e11539src">90</a>), het
+karakter van <i>Viglius</i> van de beschuldiging van zwakheid en
+ongelijkmatigheid meesterlijk is vrijgepleit<a class="noteref" id=
+"xd20e11550src" href="#xd20e11550" name="xd20e11550src">91</a>.</p>
+<p>Ook het uitstekend en krachtvolle <i>Verhaal van het leven en de
+daden van Vigle van Ayta</i>, door Mr. A. <span class=
+"sc">Telting</span> met oordeel en verstand zamengesteld, plaatst den
+grooten man in een helder daglicht, en geeft hem de verdiende
+eere<a class="noteref" id="xd20e11567src" href="#xd20e11567" name=
+"xd20e11567src">92</a>, hoezeer anderen een minder gunstig oordeel over
+hem hebben geveld. Verg. <span class="pagenum">[<a id="pb448" href=
+"#pb448" name="pb448">448</a>]</span>hierover <i>Holland&rsquo;s Roem
+in Kunsten en Wetenschappen</i> door den Baron <span class="sc">Collot
+d&rsquo; Escury</span>, <i>II</i>. 23 en <i>Aantt.</i> bl. 69. Deze
+Schrijver maakt tevens gewag in de Aanteekeningen op zijn eerste Deel
+van den glazen beker, door Viglius aan Keizer Karel toegebragt, toen
+deze Utrecht bezocht heeft, en welke naderhand op vele gastmalen
+gebruikt werd, wanneer men hem al drinkende ronddraaide, om met de
+lippen dezelfde plaats te treffen, als die de Keizer had aangeroerd. Op
+dezen beker, van dik bruin glas, thans in bezit van Z. E. den Minister
+<span class="sc">van Maanen</span>, heeft Anna Maria Schurman met een
+diamant het volgende geschreven en met haren naam onderteekend:</p>
+<div class="lgouter">
+<h4><span class="sc">Viglius Zuichemius.</span></h4>
+<div class="lg xd20e1232">
+<p class="line">Al ben ik duister,</p>
+<p class="line">De naam geeft luister.</p>
+</div>
+</div>
+<p class="firstpar">Zie <span class="sc">v. Alkemade</span>,
+<i>Displegtigh. II</i>. 528. Uitvoerige melding van Viglius en zijne
+geschriften vindt men in de aangehaalde <i>Oratie</i> van den
+Hoogleeraar <span class="sc">de Wal</span>, bl. 31, 103, 430 volgg.
+Verg. <span class="sc">de Wind</span>, <i>Bibliotheek, II</i>. 188.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb182" class=
+"pageref">182</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1577.</p>
+<p><i>Waar op de Graaf van Rennenberg.</i> Georg van Lalaing, Heer van
+<span class="corr" id="xd20e11634" title="Bron: Velle">Ville</span> en
+Graaf van Rennenberg, gesproten uit een der aanzienlijkste en oudste
+stamhuizen van Henegouwen, reeds in de XII eeuw bekend, was een man van
+grooten aanleg en kunde. Tot Stadhouder van Friesland, Groningen en
+Overijssel benoemd, bekleedde hij in den aanvang het Staatsambt met
+wijsheid en matigheid, doch later schandvlekte hij zich zelven in
+&rsquo;s Lands geschiedenis als eenen verrader. De verdienstelijke
+Rijks-Archivarius <span class="sc">de Jonge</span><a class="noteref"
+id="xd20e11639src" href="#xd20e11639" name="xd20e11639src">93</a>
+vermeent, dat hij welligt door onze <span class="pagenum">[<a id=
+"pb449" href="#pb449" name="pb449">449</a>]</span>Voorvaderen, om deze
+daad, zonder inachtneming der omstandigheden, te streng veroordeeld;
+doch wanneer wij bij den uitmuntenden Geschiedschrijver <span class=
+"sc">A. Kluit</span>, in diens <i>Historie der Hollandsche
+Staatsregering</i> (<i>I</i>. 176, noot), lezen, dat, hoezeer de ware
+staatkundige redenen van den afval van Rennenberg, niet zoo zeer bekend
+zijn, men het echter, naar aanleiding zijner eigenhandige brieven, aan
+zijne vrienden geschreven, daarvoor moet houden, dat die redenen
+gelegen waren in <i>jalouzij</i> op Nassau en bevordering van <i>eigen
+grootheid</i>; hoe zal men dan nog voor zulk een boos en misdadig
+opzet, in een Bestuurder des Lands, middelen ter verdediging kunnen
+vinden? Zijn karakter vinden wij juist beschreven door een zijner
+tijdgenooten, die de meeste gebeurtenissen zelf heeft bijgewoond, en
+wel tot de Staatsgezinde partij behoorde, dan met onpartijdigheid een
+uitgebreid verhaal van de jaren 1576 tot 1582 heeft gegeven. Dit is de
+Franeker Burgemeester <span class="sc">Renico</span> of <span class=
+"sc">Rienk Fresinga</span>, hier voren gemeld, wiens boeksken vooral
+over dit tijdvak belangrijk is<a class="noteref" id="xd20e11675src"
+href="#xd20e11675" name="xd20e11675src">94</a>. De onsterfelijke
+<span class="sc">Hooft</span> geeft navolgende uitnemende
+karakterschets van den Graaf:</p>
+<p>&raquo;Hij was geweest een Heer, eedelaardigh, milddaadigh, heusch
+en minlyk van zeeden; verfoeyer van wreetheit, geweldenaary, en
+dronckenschap; betrachter der krystught, en lief den landzaaten, zonder
+<span class="pagenum">[<a id="pb450" href="#pb450" name=
+"pb450">450</a>]</span>nochtans de gunst der soldaaten te verliezen,
+mits de zorghe die hy voor hunne betaaling droegh; hier beneevens
+versiert met meer dan gemeene geleertheit; welgeoeffent in de
+Grieksche, Latynsche, en andere taalen; zeer zoet op de wiskonstighe
+weetenschapen, inzonderheit de maatzang. Al dat &rsquo;er in te
+berispen scheen, was een&rsquo; blaakzuchtighe ruimborstigheit in
+&rsquo;t houden van hof en disch, booven zijn&rsquo; inkomst; een
+toegeeven aan zyn&rsquo; geneigtheit tot vrouweeren; opstyghing van
+moedt, als &rsquo;t geluk hem meede; stryking, als &rsquo;t hem teeghen
+liep; en &rsquo;t ontzuivren van zyn&rsquo; eer en gewisse met
+verandering van parthy. Eevenwel om de kosten zynes staatvoerens te
+vergelden, schrobd&rsquo; hy nooit de gemeente, en stak maar eighe
+middelen af. Zyn&rsquo; boelaadjen beleidd&rsquo; hy zoo heimelyk, dat
+ze ten minste geen&rsquo; arghernis baarden. Onbestendigheit in voor-
+en teeghenspoedt is de zeldzaamste der menschelijke zwakheeden niet.
+Zyn&rsquo; trouwbreuk strekte eenen naaghel aan zyn&rsquo; doodkist, en
+werd geboet met een berouw dat zyn&rsquo; ziel doorsneed: &rsquo;t en
+zy hem &rsquo;t quaalyk beslaaghen meer dan &rsquo;t misdryf gezeurt
+heeft. Oover Groninge, zeeker, in zyn&rsquo; ziekte, riep hy dikwyls,
+wenschende &rsquo;t nooit gezien te hebben. Ook verbood hy in de
+laatste daaghen, zyn&rsquo; zuster Kornelia, als het dwaallicht dat hem
+verleidt had, onder zyn&rsquo; ooghen te koomen. De gemelde deughden,
+en fraayigheden naa deughd zweemende, deeden hem beklaaghen, zelfs van
+zyn&rsquo; meeste vyanden, dien &rsquo;t jammerde dat hy tot dien val
+geraakt was.&rdquo;</p>
+<p>Verg. <span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> bl. 810
+volgg., bij welken Schrijver men op bl. 884 deze karakterschets
+wedervindt, er (uit <span class="sc">Fresinga</span>) bijvoegende, dat
+zijne zuster Kornelia hem ook had bekoord en gevleid, met het uitzigt
+op een huwelijk met Maria van Brimeu, Gravinne van Megen, weduwe van
+Lancelot Barlaimont, hetwelk echter mislukte. Zie <span class=
+"sc">Wins.</span> <i>Chron. XVIII</i> Boek; <i>Histor.</i> p. 544;
+<span class="sc">J. Bosscha</span>, <i>Ne&ecirc;rl. Heldend. te
+Land</i>, bl. 257, 265, 266; welke <span class="pagenum">[<a id="pb451"
+href="#pb451" name="pb451">451</a>]</span>laatste zijnen afval
+toeschrijft, aan gemoedelijk bezwaar en ontzag voor de Katholijke
+kerk.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb191" class=
+"pageref">191</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1580.</p>
+<p><i>Merode, Heer van Rummen.</i> De geschiedenis getuigt van hem als
+van een edel, eerlijk en standvastig voorstander der vrijheid, getrouw
+voor de goede zaak, dapper in den krijg, en wiens verkregen roem, door
+zijn verstandig stadhouderlijk bestuur in Friesland is staande
+gehouden. Er is nog in geschrifte van dien tijd, aanwezig een
+<span class="sc">Journaal</span> <i>van voorgevallene saacken in
+Friesland</i>, enz., <i>geholden bij</i> <span class="sc">Bernard van
+Meroode</span>, <i>Stadholder</i>,&mdash;<i>van den 7 Julij 1580 tot
+den 12 Junij 1583</i>: aan de achterzijde op den pergamenten omslag
+staat: <span class="sc">Prothocol</span> <i>de la Secretairie du
+Gowerneur de Frise</i>. Dit belangrijk Handschrift onderzoekende,
+bevond ik dat hetzelve bevatte vele Commissi&euml;n, Instructi&euml;n,
+Resoluti&euml;n, Ordonnanti&euml;n, bijzonder voor de Hoofden der
+Krijgsmagt en voor de burgerlijke Besturen; voorts Paspoorten,
+Sauvegardes, Brieven aan Vorsten en Edelen, Requesten, Plakkaten en
+andere Staatsstukken, van welke slechts zeer weinigen in het
+<i>Charterboek</i> van <span class="sc">Schwartzenb.</span> voorhanden
+zijn, en wel alleen die, welke te vinden waren in de <i>Leeuwarder
+Plakkaatb.</i></p>
+<p>In 1583 verzocht Merode, uit hoofde van zijnen hoogen ouderdom, om
+de gedurige onrust der tijden, de twist en tweedragt om het
+Meesterschap tusschen de Staten en het Hof, en omdat de Edelen geen
+ontzag voor hem hadden, zijn ontslag, en verkreeg zulks op eene zeer
+vereerende wijze. Zijne Commissie van den Prins van Oranje, om in
+zijnen naam Friesland te besturen, is van den 17 Junij 1580, <i>Chartb.
+IV</i>. 172; <span class="sc">Wins.</span> fol. 670. Verg. <i>Leven van
+Willem I</i>, door <span class="sc">L. F. de Beaufort</span>, <i>XI</i>
+Boek. Bernard van Merode en zijn broeder Willem behoorden tot de
+eersten, die onder den Prins dienst namen, en in het veld door
+dapperheid en wijs beleid <span class="pagenum">[<a id="pb452" href=
+"#pb452" name="pb452">452</a>]</span>uitmuntten. Dit geslacht heeft
+aanzienlijke bezittingen in de Provincie Noord-Braband, doch behoorde
+van overouden tijd tot den Belgischen Adel. Verg. <span class="sc">J.
+Bosscha</span>, <i>Ne&ecirc;rl. Heldend. te Land</i>, bl. 243.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb196" class=
+"pageref">196</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1584.</p>
+<p>Wij laten hier volgen een kort overzigt van de <i><span class=
+"sc">Stadhouders van Friesland</span>, uit het Huis van <span class=
+"sc">Nassau</span></i>:</p>
+<p class="pseudoh1">Willem Lodewijk.</p>
+<p class="pseudoh2">Eerste Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Willem Lodewijk, Graaf van Nassau</span>, was de
+zoon van <span class="sc">Johan den Ouden</span>, Graaf van
+Nassau-Dillenburg, Broeder van Willem I. Hij werd geboren op den 13
+Maart 1560; huwde in den jare 1587 Prinses <span class=
+"sc">Anna</span>, Dochter van zijnen Oom Willem I, verwekt bij diens
+tweede Gemalinne Anna van Saksen<a class="noteref" id="xd20e11832src"
+href="#xd20e11832" name="xd20e11832src">95</a>. Slechts ruim zeven
+maanden duurde deze echt, daar de Prinses in den jare 1588 ten huize
+van <span class="pagenum">[<a id="pb453" href="#pb453" name=
+"pb453">453</a>]</span>Julius van Botnia, een der voornaamste Friesche
+Edelen, ijveraar voor vrijheid en godsdienst, in den ouderdom van 26
+jaren te Franeker is overleden. WILLEM zelf is den 31 Mei 1620, ten
+gevolge eener beroerte binnen Leeuwarden gestorven; zoo men verhaalt,
+terwijl hij bezig was zijnen Neef Maurits bij geschrifte te raadplegen,
+wat hem te doen zou staan, indien eens Maurits, zonder behoorlijke
+schikkingen te hebben gemaakt, door een&rsquo; plotselingen dood werd
+overvallen.</p>
+<p>In 1583, in de plaats van Merode gesteld zijnde, werd hij op den 16
+October 1584 door de Staten van Friesland, op den Landsdag te Franeker,
+tot absoluut Stadhouder en Gouverneur over dat Gewest, verkoren, nadat
+men plegtig den Koning van Spanje afgezworen had.</p>
+<p>Hij was een voortreffelijk Vorst, een dapper en bekwaam krijgsman,
+een voorstander van de godsdienst, en, hoewel deelende in de kerkelijke
+scheuring, meer gematigd dan Prins Maurits. Loffelijk getuigen
+<span class="sc">Ubbo Emmius</span>, <span class="sc">van Reijd</span>
+en <span class="sc">Willem van Haren</span> van zijne krijgskundige
+verdiensten en grondige kennis, zoowel der theorie als praktijk. Als
+beminnaar en hoogachter van letteren en geleerdheid, erkent men in hem
+den Stichter der Friesche Hoogeschool, welke, zoowel als de geheele
+Provincie, die door hem weder in rust gebragt werd, zijne bijzondere
+bescherming heeft genoten. Ook aan hem mag de eer worden toegekend van
+de oprigting der Groninger Akademie.</p>
+<p>Hij regeerde van 1584 tot 1620.</p>
+<p class="pseudoh1">Ernst Casimir.</p>
+<p class="pseudoh2">Tweede Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Ernst Casimir, Graaf van Nassau</span>, Broeder van
+<span class="sc">Willem Lodewijk</span>, werd diens Opvolger in
+<span class="corr" id="xd20e11905" title="Bron: het het">het</span>
+Stadhouderschap over Friesland. Hij was geboren den 22 of 24 December
+1573, trouwde in den jare 1607 met <span class="sc">Anna Sophia</span>,
+dochter van den <span class="pagenum">[<a id="pb454" href="#pb454"
+name="pb454">454</a>]</span>den Hertog Julius van Brunswijk, welke
+Prinses in 1642 is overleden. Uit dit huwelijk zijn twee zonen en twee
+dochters geboren, welke laatsten jong en ongehuwd overleden zijn; de
+beide zoons, Hendrik Casimir en Willem Frederik, zijn hem in de
+regering opgevolgd. Na een aantal gewigtige zendingen ten dienste van
+den Staat, werd hij eerst Stadhouder van Friesland, en daarna door
+Groningen en Drenthe in die waardigheid erkend. In vele
+krijgsverrigtingen muntte zijn beleid en dapperheid bijzonder uit; doch
+in het beleg van Roermonde, op den 2 Junij 1632, trof een vijandelijke
+musketkogel, terwijl hij de loopgraven bezigtigde, zoodanig zijn hoofd,
+dat hij na verloop van drie uren daarna den geest gaf. Als staatsman
+vond ik hem niet bijzonder vermeld: in het kerkelijke bezat hij minder
+gematigdheid dan zijn broeder.</p>
+<p>Hij regeerde van 1620 tot 1632.</p>
+<p class="pseudoh1">Hendrik Casimir I.</p>
+<p class="pseudoh2">Derde Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Hendrik Casimir I, Graaf van Nassau</span>, oudste
+Zoon van <span class="sc">Ernst Casimir</span> en <span class="sc">Anna
+Sophia</span>, werd in den jare 1611 geboren en is niet gehuwd geweest.
+Men roemt hem als een dapper held, wiens leven in velerlei krijgstogten
+werd gesleten, terwijl een schoon getuigenis wordt gegeven van zijn
+godsdienstig, standvastig en braaf karakter. Zelfs zijner wederpartij
+dwong hij zoodanige hoogachting af, dat een vijandlijk Officier bij
+&rsquo;s Vorsten doodberigt had uitgeroepen: &raquo;Nu is de braafste
+Kapitein in Nederland gestorven!&rdquo; Onder de beroerten in Friesland
+in 1635 bewees hij ook dat Gewest groote diensten. Bij de belegering
+van Hulst en Brugge trof hem een pistoolschot in den rug, welke wonde
+hem op den 12 of 13 van Hooimaand 1640 den dood veroorzaakte.</p>
+<p>Hij regeerde van 1632 tot 1640. <span class="pagenum">[<a id="pb455"
+href="#pb455" name="pb455">455</a>]</span></p>
+<p class="pseudoh1">Willem Frederik.</p>
+<p class="pseudoh2">Vierde Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Willem Frederik, Graaf</span> of <span class=
+"sc">Prins van Nassau</span>, jongste Zoon van <span class="sc">Ernst
+Casimir</span>, werd te Arnhem op den 7 Augustus 1613 geboren, en trad
+den 2 Mei 1652 in den echt met <span class="sc">Albertina Agnes</span>,
+Dochter van <span class="sc">Frederik Hendrik</span>, Prins van Oranje.
+Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren: Prinses Amelia, met den
+Hertog van Saksen-Eysenach getrouwd; Sophia Hedwich, omtrent derdehalf
+jaren oud gestorven, en Hendrik Casimir. <span class="sc">Willem
+Frederik</span> verlangde zijnen Broeder Hendrik op te volgen als
+Stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, doch Frederik Hendrik,
+begeerde over al de gewesten te heerschen. Hierover ontstond geschil,
+en beide namen hunne maatregelen om tot hun doel te geraken.
+<span class="sc">Willem Frederik</span> werd door de Staten van
+Friesland tot Stadhouder, en Frederik Hendrik, door die van Groningen
+en Drenthe verkozen. Gelijk alle twisten tusschen hooge personen
+nadeelig werken voor Land en Volk, had ook dit geschil buitendien voor
+den Vorst zeer onaangename gevolgen: want de magtiger Frederik dwong
+zijnen mededinger tot menige vernedering. Op eene noodlottige wijze
+verloor hij het leven: want bij het beproeven van een zadelpistool,
+zullende dienen op zijne voorgenomene reis naar Westfalen, ging het
+schot af, en trof hem dermate in het aangezigt, dat hij drie dagen
+daarna overleed. Dit was op den 21 October 1664, terwijl de Stadhouder
+te Leeuwarden resideerde.</p>
+<p>Hij was een bekwaam krijgsman, bedreven in staatszaken en van
+karakter uitstekend: daarenboven een beoefenaar en hoogschatter der
+Letteren, waarvan de Hoogleeraar <span class="sc">Ulrik Huber</span>
+getuigt, dat de werken van <span class="sc">Tacitus</span> en
+<span class="sc">Seneca</span>, zoowel des nachts als des daags door
+den Prins werden gelezen, en in <span class="pagenum">[<a id="pb456"
+href="#pb456" name="pb456">456</a>]</span>het geheugen geprent. De
+Franeker Hoogeschool verloor in hem eenen sterken voorstander en
+verdediger.</p>
+<p>Hij regeerde van 1640 tot 1664.</p>
+<p class="pseudoh1">Albertina Agnes.</p>
+<p class="pseudoh2">Voogdesse.</p>
+<p><span class="sc">Albertina Agnes, Prinses van Oranje</span>, in
+&rsquo;s Gravenhage op den 29 April 1634 geboren, had gedurende den
+tijd der voogdijschap over haren zoon Hendrik Casimir, die nog geen
+acht jaren oud was bij den dood zijns Vaders, het bestuur over dit
+Gewest, en verwierf zich veel gezag bij de Friezen. Zij was eene
+verstandige, beminnelijke en zeer godsdienstige vrouw; eene
+voortreffelijke echtgenoot, en eene waardige en zorgvuldige moeder voor
+hare kinderen, welke zij allen, voor zich ten grave zag dalen. Den 24
+Mei 1696 overleed zij op hare lustplaats, het Oranjewoud, alwaar zij
+een geruimen tijd van haren weduwlijken staat had doorgebragt.</p>
+<p>Zij regeerde van 1664 tot 1679.</p>
+<p class="pseudoh1">Hendrik Casimir II.</p>
+<p class="pseudoh2">Vijfde Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Hendrik Casimir II, Prins van Nassau</span>, eenige
+Zoon van <span class="sc">Willem Frederik</span> en <span class=
+"sc">Albertina Agnes</span>, werd geboren op den 18 Januarij 1657. Op
+zijn vijftiende jaar legde hij als Stadhouder den eed af, welke
+waardigheid drie jaren later door de Staten van Friesland, Groningen en
+Drenthe, voor zijne mannelijke nakomelingen, erfelijk verklaard werd.
+Op zijn 22 jaar echter kreeg hij eerst het Stadhouderlijk bewind alleen
+in handen. Den 16 November 1683 trad bij in den echt met <span class=
+"sc">Amelia</span>, Prinses van Anhalt-Dessau, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb457" href="#pb457" name=
+"pb457">457</a>]</span>Dochter van Johan Georg II, waarmede hij dertien
+jaren vereenigd was, en uit welk huwelijk zijn gesproten zeven dochters
+en twee zoons<span class="corr" id="xd20e12005" title=
+"Niet in bron">:</span> Willem Georg Friso, die een jaar na zijne
+geboorte is gestorven, en Johan Willem Friso, zijns Vaders
+opvolger.</p>
+<p>Zijne benoeming tot Kapitein-Generaal en andere voorvallen gaven
+aanleiding tot twisten tusschen hem en Prins Willem III, welke echter
+door diens uitzigt op de kroon van Engeland bedaarden, en in 1685,
+onder bemiddeling van den vermaarden Hoogleeraar Joh. van der Waeijen,
+daarna des Stadhouders Raadsman, geheel werden bijgelegd. Op zijn
+zeventiende jaar stortte hij bij een gevegt, te stoutmoedig met den
+degen in de vuist op den vijand indringende, met zijn paard in eene
+laagte, ten gevolge van welken val, hij steeds onderhevig aan
+bloedspuwingen is geweest; en door deze kwaal in zijne gezondheid
+ondermijnd, overleed hij te Leeuwarden op den 25 Maart 1696.</p>
+<p>Hij studeerde in den jare 1671 te Franeker, en gaf vele blijken van
+verstand, oordeel en ervarenheid; dan vooral in het krijgswezen muntte
+hij uit in moed, beleid en onverschrokkenheid. De dappere Generaal Hans
+Willem, Baron van Aylva, die den Lande in een zeer netelig tijdperk
+voortreffelijke diensten bewees, was hem een Leermeester zonder
+wederga, en had hem den weg tot een onsterfelijken roem helpen banen.
+Zijn dood was voor Friesland een zware slag, want in hem werd een
+schrander, deugdzaam en edelmoedig Vorst, een magtig Beschermheer
+verloren.</p>
+<p>Hij regeerde van 1679 tot 1696.</p>
+<p class="pseudoh1">Amelia.</p>
+<p class="pseudoh2">Voogdesse.</p>
+<p><span class="sc">Amelia, Prinses van Anhalt-Dessau</span>, geboren
+in 1666, werd als Voogdesse erkend over haren zoon <span class=
+"sc">Johan Willem Friso</span>, oud ruim acht <span class=
+"pagenum">[<a id="pb458" href="#pb458" name=
+"pb458">458</a>]</span>jaren bij het overlijden zijns Vaders, en had
+tot zijne meerderjarigheid het bestuur in handen. Zij kocht voor haren
+zoon de Heerlijkheid Ameland, voor 170,000 Karels guldens. Men vindt
+weinige bijzondere berigten over haar vermeld: zij moet eene schoone,
+vernuftige en schrandere vrouw geweest zijn, wier zucht echter tot
+pracht en weelde der spaarzaamheid zeer in den weg stond. In den jare
+1726 is zij in Duitschland gestorven.</p>
+<p>Zij regeerde van 1696 tot 1707.</p>
+<p class="pseudoh1">Johan Willem Friso.</p>
+<p class="pseudoh2">Zesde Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Johan Willem Friso, Prins van Oranje-Nassau</span>,
+geboren den 14 Augustus 1687 te Dessau, aanvaardde in 1707 het
+Stadhouderschap over Friesland, en het jaar daarna over Groningen en
+Ommelanden. Na den dood zijns Vaders nam Prins Willem III de zorg
+zijner opvoeding op zich, en deze, zonder kinderen overlijdende, maakte
+zijn geliefden kweekeling tot zijnen eenigen erfgenaam. Op den 1 Mei
+1709 trad hij in den echt met <span class="sc">Maria Louisa</span>,
+Prinses van Hessen-Cassel, uit welk huwelijk zijn geboren twee
+kinderen: eene dochter Anna Charlotta Amelia, getrouwd met den Prins
+van Baden-Durlach, en een zoon, Willem Karel Hendrik Friso. Op den 14
+Julij 1711 is de Stadhouder, in zijnen jeugdigen leeftijd, op eene
+droevige wijze omgekomen, daar hij bij de overvaart van het Strijensche
+Sas aan den Moerdijk, toen door een rukwind de pont werd omgeslagen,
+zijn dood in de golven vond. Zijn krijgsroem was reeds gevestigd; zijne
+deugden waren velen, en had hem een langer leven mogen te beurt vallen,
+hij zou ongetwijfeld in &rsquo;s Lands geschiedenis eene luisterrijke
+plaats hebben bekleed. Gedurende anderhalf jaar, in 1700 en 1701, heeft
+de Prins te Franeker gestudeerd, en bijzonder het onderwijs van den
+beroemden Fullenius genoten, waarna <span class="pagenum">[<a id=
+"pb459" href="#pb459" name="pb459">459</a>]</span>hij, op begeerte van
+zijnen Voogd, Prins Willem III, zich ook naar de Hoogeschool te Utrecht
+begaf.</p>
+<p>Hij regeerde van 1707 tot 1711.</p>
+<p class="pseudoh1">Maria Louisa.</p>
+<p class="pseudoh2">Voogdesse.</p>
+<p><span class="sc">Maria Louisa, Prinses van Hessen-Cassel</span>, een
+der veertien kinderen van den Landgraaf <span class="sc">Karel</span>
+en <span class="sc">Maria Amelia</span>, Prinses van Courland, is
+geboren op den 17 Februarij 1688. Onder de leiding harer uitmuntende
+moeder, wier evenbeeld zij werd, ontwikkelde zich in haren jeugdigen
+leeftijd reeds den voortreffelijken aanleg tot deugd en bekwaamheid,
+welke het sieraad eener vrouwe zijn, en de Vorstin bovendien tot een
+verheven en magtig voorbeeld voor hare onderdanen stelt. Gedurende de
+minderjarigheid van haren Zoon, bestuurde zij &rsquo;s Lands zaken met
+beleid en verstand, zoodat zelfs de Staten van dit gewest, haar met een
+geschenk van 5000 gulden vereerden, en eene levenslange jaarwedde van
+eene gelijke som. Na den dood van Prins Willem IV en deszelfs Weduwe
+werd haar weder de waarneming van het Stadhouderlijk bewind over
+Friesland opgedragen, hetwelk zij met welgezindheid aanvaardde en met
+ijver behartigde. Op den 9 April 1765, dus ruim 77 jaren oud, is deze
+Vorstin te Leeuwarden overleden, en hare nagedachtenis is door alle
+tijden bij de Friezen in zegening gebleven: want zij was godsdienstig,
+nederig, milddadig en beminnelijk van karakter, zoodat men dan ook haar
+steeds met den vereerenden lievelingsnaam van <i>Maryke-Mui</i>
+bestempelde. Als Stadhouderes regeerde zij met wijsheid en
+gematigdheid. Zoowel voor de stille rust als voor het woelige hofleven
+geschikt, bragt zij in godsdienstige afzondering en vrolijke
+uitspanning <span class="pagenum">[<a id="pb460" href="#pb460" name=
+"pb460">460</a>]</span>vele dagen door in haren lusttuin Marienburg,
+bij Leeuwarden, of op het geliefkoosd Oranjewoud<a class="noteref" id=
+"xd20e12064src" href="#xd20e12064" name="xd20e12064src">96</a>.</p>
+<p>Zij regeerde van 1711 tot 1731, wanneer haar zoon meerderjarig werd.
+Van diens dood tot in 1759, in welk jaar hare schoondochter Prinses
+Anna, is overleden, had zij eenig deel aan &rsquo;t Stadhouderlijk
+bewind, en na dien tijd regeerde zij weder geheel tot 1765.</p>
+<p class="pseudoh1">Willem Karel Hendrik Friso.</p>
+<p class="pseudoh2">Zevende Stadhouder.</p>
+<p>Willem Karel Hendrik Friso, of <span class="sc">Willem IV, Prins van
+Oranje-Nassau</span>, werd te Leeuwarden geboren den eersten van
+Herfstmaand 1711, zes weken na zijns Vaders overlijden. In den eersten
+leeftijd onder het oog zijner verstandige moeder opgevoed, daarna door
+de beroemdste geleerden, zoo als Wesseling, Hemsterhuis, Heineccius en
+<span class="corr" id="xd20e12078" title=
+"Bron: andederen">anderen</span>, aan de Friesche en Utrechtsche
+Hoogescholen, onderwezen, moest zijn krachtvolle geest zich spoedig
+ontwikkelen, en eene grondige kennis van zaken bekomen, welke den
+echten Landsvader kenmerken, en zijn bestuur ten beste der onderdanen
+doen gedijen. In den jare 1731 aanvaardde hij de waardigheid van
+Stadhouder over Friesland, na reeds daarin over Groningen, Drenthe en
+Gelderland te zijn bevestigd. In het merkwaardig jaar 1747 werd een
+perk gesteld aan de verdeeldheden eener vijfenveertigjarige
+Stadhouderlooze regering in de overige Provincien, en <span class=
+"sc">Willem IV</span> tot Algemeen Stadhouder over al de gewesten
+verkoren, met erfelijk-verklaring dier hooge waardigheden, zoowel in de
+vrouwelijke als mannelijke linie. Hij trad in den echt met <span class=
+"sc">Anna</span>, Kroonprinses van Groot-Brittanje op den 25 Maart
+1734. De spruiten uit dezen echt waren, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb461" href="#pb461" name="pb461">461</a>]</span>behalve drie
+dochters, welke allen kort na de geboorte zijn overleden, Prinses
+Carolina en Prins Willem V. Hij regeerde gelijk het den Vorst betaamt,
+wien zijn Land en Volk, als zijn eigen welzijn, zeer ter harte gaan.
+Twee groote Nederlandsche Historieschrijvers, <span class=
+"sc">Stuart</span> en <span class="sc">Scheltema</span>, getuigen beide
+van hem: &raquo;dat hij de grootheid van zijn Huis alleen zocht in de
+ware grootheid van den Staat; zijn hoogste eerzucht in de liefde zijns
+Volks stellende.&rdquo; Geen offer achtte hij te dier voor de belangen
+der natie, en standvastig van geest volgde hij steeds het hem
+aangewezen moeijelijk pad. Vele goede en beminnelijke hoedanigheden
+waren van de Moeder op den Zoon overgegaan; godsvrucht en
+christenliefde paarde zich aan opregtheid en eerlijkheid<a class=
+"noteref" id="xd20e12096src" href="#xd20e12096" name=
+"xd20e12096src">97</a>. Als vriend der geleerden en voorstander der
+wetenschappen, vond ook de Friesche Hoogeschool in hem eenen ijverigen
+Beschermheer. In den ouderdom van ruim veertig jaren bezweek zijn van
+tijd tot tijd verzwakt ligchaam, onder de rusteloosheid van eenen
+veelvuldigen zwaren arbeid. Hij stierf den 22 October 1751, en werd te
+Delft in den Vorstelijken grafkelder van Willem I begraven.</p>
+<p>Hij regeerde van 1731 tot 1751. <span class="pagenum">[<a id="pb462"
+href="#pb462" name="pb462">462</a>]</span></p>
+<p><span class="sc">Anna, Kroonprinses van Groot-Brittanje, Prinses van
+Brunswijk-Lunenburg</span>, Gemalinne van <span class="sc">Willem
+IV</span>, was de oudste Dochter van Koning <span class="sc">George
+II</span>, en werd geboren den 2 November 1709. Zij was eene schoone
+vrouw, helder en krachtvol van geest, kloek van verstand, edel van ziel
+en grootmoedig van karakter; de geschiedenis getuigt van haar, dat zij
+niet alleen vele voortreffelijke deugden, maar ook uitstekende talenten
+bezat, zoodat zij in verschillende talen oordeelkundige werken over
+godsdienst, geschiedenis en zedekunde geschreven heeft, en dit wel,
+hetgeen bijzondere opmerking verdient, niet om te schitteren, maar tot
+eigen oefening en anderer nut. Dat zij alzoo voor haren Gemaal een
+onschatbaar kleinood was, zal wel geen betoog behoeven: want, ook in
+staatszaken ervaren, ondersteunde zij in die oproerige tijden den
+vredelievenden Vorst met wijzen raad. Na den dood van dezen had zij bij
+het voeren des bewinds en &rsquo;t bestier der voogdij, eene
+standvastigheid en kloekheid betoond, die den Grooten Frederik, op het
+ontvangen van haar doodberigt, aan der Staten Gezant schrijven deed:
+&raquo;Ik heb eene Vriendin verloren, die door hare grootmoedigheid,
+wijsheid en eene hare kunne te boven gaande kracht van geest al mijne
+achting verdiende.&rdquo; Op den 12 van Louwmaand 1759 ontsliep zij in
+den ouderdom van ruim 49 jaren te &rsquo;s Gravenhage, en werd bij
+haren Gemaal te Delft begraven.</p>
+<p>Zij regeerde als Gouvernante van 1751 tot 1759; terwijl echter het
+beheer in Friesland aan de Staten en Prinses Maria Louisa was
+opgedragen.</p>
+<p class="pseudoh1">Carolina.</p>
+<p class="pseudoh2">Regentesse.</p>
+<p>Aan <span class="sc">Carolina, Prinses van Oranje</span>, eenige
+overgeblevene dochter van <span class="sc">Willem IV</span>, geboren te
+<span class="pagenum">[<a id="pb463" href="#pb463" name=
+"pb463">463</a>]</span>Leeuwarden den 28 Februarij 1743, werden, na
+<span class="corr" id="xd20e12138" title="Bron: den den">den</span>
+dood harer Grootmoeder Maria Louisa, in den jare 1765, ten gevolge der
+Landsverordeningen op de Voogdij, de Magistraatsbeschikkingen in de
+Friesche steden opgedragen, tot aan de meerderjarigheid van haren
+Broeder. Zij huwde in 1759, dus zestien jaren oud, na vele staatkundige
+tegenstribbelingen, aan <span class="sc">Carel Christiaan, Prins van
+Nassau-Weilburg</span>, gesproten uit de linie van <span class=
+"sc">Walram</span>.</p>
+<p>Zij regeerde tot in 1766.</p>
+<p class="pseudoh1">Willem V.</p>
+<p class="pseudoh2">Algemeen Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Willem V, Prins van Oranje-Nassau</span>, geboren
+den 8 Maart 1748, aanvaardde het Stadhouderschap over al de Gewesten
+den 8 Maart 1766. Hij trad in den echt den 4 October 1767 met
+<span class="sc">Frederica Sophia Wilhelmina, Prinses van
+Pruissen</span>, Nicht van Koning Frederik II, den 7 Aug. 1751 geboren.
+Deze zijn de doorluchtige Ouders van onzen ge&euml;erbiedigden Koning.
+Prins <span class="sc">Willem</span> overleed te Brunswijk in Grasmaand
+1806, en zijne verhevene Gemalinne op het Loo 9 Junij 1820.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb201" class=
+"pageref">201</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1591.</p>
+<p><i>En 6 yzere gotelingen.</i> In dezen tijd was voornamelijk ook
+eene soort van geschut in gebruik, genaamd <i>Gotelingen</i>, van 18,
+8, 6, 4, 3 en 2&frac12; pond, benevens metalen <i>Kartouwen</i>,
+<i>Colverijns</i>, <i>Veldslangen</i>, <i>Sakers</i>, <i>Dranken</i>,
+<i>Mignions</i> en anderen; die vooral op de schepen gebezigd werden.
+<span class="sc"><span class="corr" id="xd20e12199" title=
+"Bron: de">De</span> Jonge</span>, <i>Gesch. van het Zeewezen, I</i>.
+402. Verg. <span class="sc">Kiliaan</span> op &rsquo;t woord.
+<span class="pagenum">[<a id="pb464" href="#pb464" name=
+"pb464">464</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb208" class=
+"pageref">208</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1594.</p>
+<p><i>En op Ostagiers handelende.</i> <span class="sc">Ostagier</span>,
+<span class="sc">Stagier</span> beteekent een <i>gijzelaar</i>;
+vandaar: <i>op Ostagiers geven, handelen, nemen</i>, d. i. gijzelaars
+ten onderpand geven of ontvangen. Zie <span class="sc">Kiliaan</span>.
+Over dit merkwaardig beleg vergelijke men den <i>Tegenw. Staat van Stad
+en Lande, I</i>. 518; <span class="sc">Wins.</span> fol. 817, enz.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb216" class=
+"pageref">216</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1620.</p>
+<p><i>Die heerlyke begraafplaats.</i> De Groote of Jacobijner kerk is
+volgens <span class="sc">Gabbema</span>, <i>Verhaal van
+Leeuwaarden</i>, gebouwd in den jare 1487, doch, volgens <span class=
+"sc">J. van den Bosch</span>, in zijn meergem. werk, was zij reeds door
+de Heeren van Cammingha en eenige rijke burgers in 1228 gesticht; en
+daarna afgebrand zijnde, werd zij herbouwd in 1487. In derzelver Koor
+aanschouwde men de prachtige marmeren graftombe van Graaf Willem van
+Nassau en zijne Gemalinne Anna, onder welke tombe de Vorstelijke
+Grafkelder zich bevond, waarin zijn bijgezet geworden:</p>
+<ul>
+<li>1. Prinses <span class="sc">Anna</span>, Gemalin van Willem
+Lodewijk.</li>
+<li>2. Graaf <span class="sc">Willem Lodewijk</span>, eerste
+Stadhouder.</li>
+<li>3. Graaf <span class="sc">Ernst Casimir</span>, tweede
+Stadhouder.</li>
+<li>4. Graaf <span class="sc">Hendrik Casimir</span>, derde
+Stadhouder.</li>
+<li>5. Prinses <span class="sc">Anna Sophia</span>, Weduwe van Graaf
+Ernst Casimir.</li>
+<li>6. Graaf <span class="sc">Willem Frederik</span>, vierde
+Stadhouder.</li>
+<li>7. Prinses <span class="sc">Sophia Hedwich</span>, dochter van
+Graaf Willem <span class="corr" id="xd20e12302" title=
+"Bron: Freder&iuml;k">Frederik</span>.</li>
+<li>8. Prinses <span class="sc">Albertina Agnes</span>, Weduwe van
+Graaf Willem Frederik.</li>
+</ul>
+<p>Nog stonden in dezen grafkelder twee kleine kisten, waarin
+waarschijnlijk de dochters van Graaf <span class="pagenum">[<a id=
+"pb465" href="#pb465" name="pb465">465</a>]</span>Ernst Casimir zijn
+bijgezet; zoo bevonden er zich drie kleine houten kistjes, in welke
+tinnen doozen, waren geplaatst, die ingewanden van gebalsemde
+Vorstelijke lijken zullen hebben bevat.</p>
+<p>Toen deze begraafplaats te klein geworden was is door Prinses Amelia
+eene tweede aangelegd, in welke zijn bijgezet:</p>
+<ul>
+<li>1. Prins <span class="sc">Willem Georg Friso</span>, zoon van Prins
+Casimir II, geboren te Leeuwarden 24 Junij 1685.</li>
+<li>2. Prins <span class="sc">Hendrik Casimir II</span>, vijfde
+Stadhouder.</li>
+<li>3. Prins <span class="sc">Johan Willem Friso</span>, zesde
+Stadhouder.</li>
+<li>4. De tweede dochter van Prins <span class="sc">Willem IV</span>,
+bij de geboorte gestorven 22 December 1739.</li>
+<li>5. Prinses <span class="sc">Anna</span>, jongste dochter van Prins
+Willem IV, geboren te Leeuwarden 15 November, en den 29 December 1746
+overleden.</li>
+<li>6. Prinses <span class="sc">Maria Louisa</span>, weduwe van Prins
+Johan Willem Friso.</li>
+</ul>
+<p>Van deze Vorstelijke begraafplaats en het marmeren grafgesticht is
+niets meer overgebleven, dan het aandenken aan derzelver vorig bestaan.
+Niet door den vernielenden tand des tijds, die al wat onvergankelijk
+schijnt aan stukken knaagt, maar door den geesel der verwoesting en het
+teugelloos geweld, uit overdreven vrijheidszucht, haat en partijschap
+geboren, wier blinde drift zelfs de graven der afgestorvenen niet
+eerbiedigt, zijn deze gedenkteekenen vernietigd. Dan wij willen de
+treurige herinnering aan die tijden niet verlevendigen, en dergelijke
+gebeurtenissen liever der vergetelheid overgeven.</p>
+<p>Van de zeven Stadhouders, de Prinsessen Amelia, Maria Louisa en
+Anna, benevens de Graven Johan Maurits, Adolf, Jan en Albert van
+Nassau, zijn op het Hof te Leeuwarden nog uitmuntend geschilderde
+beeldtenissen bewaard gebleven.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb221" class=
+"pageref">221</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1636.</p>
+<p>Een oud boekje getiteld: <i>Teghen-gifte teghen de <span class=
+"pagenum">[<a id="pb466" href="#pb466" name=
+"pb466">466</a>]</span>Peste</i>, door <span class="sc">Lucas
+Trelcatius</span> beschreven, uitgegeven te Leeuwarden 1637, meldt in
+een <i>Aenhanghsel</i>, dat de verschrikkelijke Pest, welke in dit jaar
+in Holland heerschte ook tot Friesland was overgeslagen, en in de
+dorpen nog heviger woedde dan in de steden, vooral in Anjum, Grouw,
+Oldkerk, enz. terwijl binnen Leeuwarden ettelijke weken lang, bij en
+over de 200 dooden werden begraven, waarna men de verwoesting in de
+dorpen aangerigt kan afmeten.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb227" class=
+"pageref">227</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1665.</p>
+<p>De Veldmaarschalk Graaf <span class="sc">Johan Maurits van
+Nassau</span> was de kleinzoon van Johan den Ouden, den Vader des
+eersten Frieschen Stadhouders. Bij gelegenheid van dit ongeluk maakte
+hij te Franeker zijn uiterste wille, en gaf die over ter bewaring aan
+de Akademie. In 1679 overleed deze zachtaardige en brave man te
+Bergendaal bij Kleef, alwaar zijne nederige grafstede nog jaarlijks
+door vele reizenden bezigtigd wordt.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb229" class=
+"pageref">229</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1672.</p>
+<p><i>Den eersten van Juny, of na de oude Styl den 22ste van May.</i>
+Voor dat men den tijd naar behooren geregeld en verdeeld had, of
+willekeurig verdeelde, om te voorkomen dat de Saizoenen zich niet
+verplaatsten, was het opzigt hierover aan de Priesters des volks
+aanbevolen. Eene halve eeuw voor onze jaartelling maakte Julius Caesar
+een einde aan de verwarde tijdsberekeningen en derzelver gevolgen in
+zijnen Staat. Hij bepaalde het zonnejaar op 365 dagen en 6 uren. Het
+burgerlijk jaar werd dus verordend: er zouden telkens drie
+achtereenvolgende jaren ieder <span class="pagenum">[<a id="pb467"
+href="#pb467" name="pb467">467</a>]</span>van 365 dagen loopen, en het
+vierde of schrikkeljaar moest een dag meer dragen, welke dag in de
+maand Februarij werd ingelascht. Het jaar bestond uit 12 eenigzins
+ongelijke maanden, zoo als het nu nog bestaat. Dit was de
+<i>Juliaansche Jaarrekening</i> of <i>Stijl</i>, <span class="sc">Oude
+Stijl</span> genaamd.</p>
+<p>De bepaling des zonnejaars van 365 dagen en 6 uren was echter ruim
+elf minuten te groot genomen, hetwelk eene afwijking of verloop moest
+veroorzaken, die dan ook na vier eeuwen tijds bij de viering van het
+Paaschfeest, waarvan de berekening op de maan gegrond was, duidelijk
+werd opgemerkt. Men nam maatregelen welke echter onvoldoende waren, en
+gedurende vele eeuwen bleef dit gebrek bestaan, zoodat in de XVI eeuw
+de lente-nachtevening van den 21 Maart op den 10 was
+gekomen<span class="corr" id="xd20e12413" title="Niet in bron">.</span>
+Eindelijk nam Paus Gregorius XIII zich de zaak ernstig ter harte, liet
+door geleerden en deskundigen het ontwerp van Aloisius Lilius, een
+geneesheer van Verona, onderzoeken, en na rijp beraad werd er in den
+jare 1581, bij Apostolische Bulle, eene nieuwe verbetering aangekondigd
+en bevolen. De sedert het Concilie van Nicea vervroegde tien dagen,
+moesten in het jaar 1582 in de maand October worden uitgelaten, zoodat
+men van den 4 dadelijk op den 15 telde. Het verschil van de elf
+minuten, die men vroeger op het zonnejaar te veel gerekend had; werd
+gevonden, door in vier eeuwen, telkens op het einde van ieder eeuw
+&eacute;&eacute;n schrikkeljaar over te slaan; dus zoude het jaar 1600
+een schrikkeljaar blijven, maar 1700, 1800 en 1900 gemeene jaren van
+365 dagen, en 2000 weder een schrikkeljaar zijn. Het zonnejaar werd
+alzoo vastgesteld op 365 en het schrikkeljaar op 366 dagen. Deze
+inrigting noemde men de <i>Gregoriaansche Jaarrekening</i> of
+<i>Stijl</i>, en in tegenoverstelling van den Juliaanschen den
+<span class="sc">Nieuwen Stijl</span>.</p>
+<p>Door deze verstandige en doeltreffende instelling was er geene
+afwijking of verloop van tijdsberekening in eeuwen meer te duchten; en
+was men overal verstandig genoeg geweest, men zou niet geaarseld
+<span class="pagenum">[<a id="pb468" href="#pb468" name=
+"pb468">468</a>]</span>hebben daarin te berusten, dan vooroordeel,
+dwaze driften, koppigheid en ongodsdienstige ijver, keerden
+aanvankelijk in die woelige tijden van hervorming onder zoo vele goede
+zaken ook deze. In de Catholijke Landen werd de verbeterde Calender
+spoedig aangenomen, dan eerst in en omstreeks den aanvang der XVIII
+eeuw, ging men daartoe in andere Landen, en ook in de Nederlanden over:
+Braband, Vlaanderen, Zeeland en Holland waren de eerste gewesten,
+daarna volgden Friesland, Groningen, Gelderland, Utrecht en Overijssel.
+Dat deze instelling op ongelijke tijden aangenomen, en dus de een zich
+van den Ouden, de ander van den Nieuwen Stijl bedienende, veel
+verwarring te weeg bragt, is meermalen gebleken. Zoo schreef b. v.
+Graaf Johan Maurits van Nassau, hiervoren gemeld, uit &rsquo;s
+Gravenhage eene Missive aan den Rector en Senaat van de Akademie te
+Franeker, op den 3 September 1670, en het antwoord op dezelve, drie
+dagen na dien datum afgezonden, droeg de dagteekening van den 27
+Augustus. In Engeland heeft men eerst in 1752, en in Zweden een jaar
+daarna, den Nieuwen Stijl ingevoerd: in Rusland volgt men nog den
+Juliaanschen.</p>
+<p>Ingevolge Resoluti&euml;n der Staten van Friesland van den 10 en 11
+October 1700 werd vastgesteld en bij Publicatie van den 12 dier maand
+afgekondigd, dat op den 1 Januarij 1701, in plaats van den <i>Ouden
+Stijl</i> de <i>Nieuwe</i> zou worden ingevoerd, en men op dien dag
+niet den <i>eersten</i> maar den <i>twaalfden Januarij</i> zoude
+schrijven, en aldus de telling vervolgen. Alzoo eindigde in Friesland
+het jaar 1700 op Dingsdag den 31 December, en den volgenden dag,
+Woensdag, heeft men 12 Januarij 1701 geschreven<a class="noteref" id=
+"xd20e12443src" href="#xd20e12443" name="xd20e12443src">98</a>. In de
+Provincie <span class="pagenum">[<a id="pb469" href="#pb469" name=
+"pb469">469</a>]</span>Groningen is ten zelfde dage en op gelijke wijze
+de Nieuwe Stijl ingevoerd.</p>
+<p>Het verschil alzoo tusschen den Ouden en Nieuwen Stijl, door vele
+schrijvers niet in acht genomen, waardoor misstellingen in de
+dagteekeningen zijn ontstaan, of bij sommigen verkeerd aangeduid,
+bestaat alleen hierin, dat men altoos <i>tien</i> dagen tellen moet bij
+de dagteekening, welke de Oude of Juliaansche Jaarrekening
+aangeeft.</p>
+<p>Men vergelijke de <i>Historische Verhandeling over den zoogenaamden
+Nieuwen Stijl</i> door den Oud-Hoogleeraar Mr. <span class="sc">J. W.
+de Crane</span>, geplaatst in het <i>II</i>. Stuk van het
+<i>Archief</i> der Heeren <span class="sc">Visser</span> en
+<span class="sc">Amersfoordt</span>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb259" class="pageref">259</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1677.</i> Hetgeen hier volgt tot bladzijde 271 is
+een bijvoegsel van den tweeden druk, en heeft niet uitsluitend
+betrekking op Friesland, maar is meer eene kronijksgewijze opgave van
+algemeene gebeurtenissen. Wij hebben ons moeten onthouden van eene
+meerdere uitbreiding onzer Aanteekeningen over het belangrijk tijdvak
+der geschiedenis in de laatste eeuwen, daar dezelve reeds tot een
+aantal bladen zijn aangegroeid, en ons bestek geen grootere
+uitvoerigheid gedoogde. Ook mogen wij <span class="pagenum">[<a id=
+"pb470" href="#pb470" name="pb470">470</a>]</span>het daarvoor houden,
+dat dit gedeelte der Historie, en bepaaldelijk die der Stadhouderlijke
+Regering, den Lezer meer bekend zij, als zijnde daarover ook genoegzame
+bronnen voorhanden. Wij hebben achterwege gelaten de onbelangrijke
+beschrijving van den intogt des Prinsen J. W. Friso in Groningen, op
+bl. 327 en 328 van den tweeden druk der kronijk voorkomende, als mede
+de berijmde <i>Nareeden</i>, of zoo als achter den eersten druk staat,
+<i>Aanspraak op Naaspraak</i>, hoewel tot onderschrift voerende:
+&rsquo;t <span class="sc">Kan niet beeter</span>; want wie zal thans
+nog smaak vinden in verzen als deze?</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Wiens breinkas gestoffeerd met puik van waarde
+stoffen,</p>
+<p class="line">Zal ooit op eenge stoff, wiens loff maar stoff is
+stoffen.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">of</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Een keurger keure, keur de keur, met keur in &rsquo;t
+leezen;</p>
+<p class="line">In &rsquo;t geen hy keurig keurt, met keur &rsquo;t zyn
+uit te leesen.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Ook het <i>Treurig gesprek tusschen een Vreemdeling
+en een Fries, over het verongelukken van</i> <span class="sc">Johan
+Willem Friso</span>, in zeer middelmatig rijm van de door haren
+tijdgenoot <span class="sc">Lucas Pater</span> en daarna door den heer
+<span class="sc">J. de Vries</span> hoog verheven, door <span class=
+"sc">Witsen Geysbeek</span> daarentegen diep vernederde Friesche
+Dichteres <span class="sc">Jetske Reinou van der Malen</span>, hebben
+wij gedacht veilig te kunnen weglaten.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb273" class="pageref">273</a>.</p>
+<p><i>De Landstreek van deze Provincie.</i> Over deze verdeeling en het
+bestuur der Graafschappen, vergelijke men onze <i>Aantt.</i> bl. 344;
+&sect; 4 van het Overzigt in het <i>Friesch Jierboeckjen 1833</i>, en
+de 2de &sect; van dat van 1834. Over de benamingen van <i>Estrachia</i>
+of <i>Austrachia</i> en <i>Westrachia</i>, moet ik nog wel aanmerken,
+dat <span class="sc">Alting</span> in zijne <i>Descriptio agri Batavi
+et Frisii</i>, of <i>Notit. Germ<span class="corr" id="xd20e12570"
+title="Niet in bron">.</span> Inf.</i> zeer verkeerd <span class=
+"pagenum">[<a id="pb471" href="#pb471" name="pb471">471</a>]</span>op
+alle zijne kaarten de eilanden Ameland en Terschelling dus noemt, in
+navolging van zekeren <span class="sc">Fredegarius</span>, een
+Schrijver van de VII eeuw, (die echter voor <i>Austrachia
+Anistrachia</i> schrijft,) als zullende beteekenen <i>Ooster-</i> en
+<i>Wester-oog</i>, van <i>achia</i>, <i>age</i>, <i>oog</i>, welke
+benaming dikwijls aan eilanden gegeven wordt, zoo als Schiermonnikoog,
+Spikeroog, Langeroog enz. Te vergeefs zal men bij eenig Friesch
+Schrijver die eilanden, dus genoemd, zoeken, maar wel vindt men, dat
+eertijds <i>Westrachia</i> <span class="sc">Westergo</span>, en
+<i>Austrachia</i> <span class="sc">Oostergo</span> beteekende.
+<span class="sc">Winsemius</span> bevestigt zulks op den jare 728, toen
+Karel Martel Oostergo en Westergo plonderde en verwoestte. In de
+afbeelding van Oud-Friesland door <span class="sc">Schotanus</span>, de
+eenige oude kaart, welke het best met de geschiedenis overeenkomt en
+&rsquo;t meest vertrouwen verdient, gevoegd in zijne <i>Beschr. van
+Frieslandt</i> en achter de <i>Groote Atlas</i>, worden de streken
+beoosten en bewesten de Burdo of Middelzee, welke ook het best door hem
+is afgeteekend, te regte <i>Austrachia</i> en <i>Westrachia</i>
+genoemd. Verg. <i>Oudh. en Gest. II</i>. 287, alwaar <span class=
+"sc">v. Rhyn</span> in &rsquo;t breede hierover uitweidt, aan
+<span class="sc">Fredegarius</span> geen gezag boven Friesche
+Schrijvers toekennende. <span class="sc">Alting</span>, <i>II</i>. in
+voc. <i>Austrachia Burdine, Westrachia</i>; <span class=
+"sc">Brouwer</span> en <span class="sc">Eekhoff</span>, <i>Nasporingen
+betrekkelijk de Middelzee</i>, bl. 31 noot, 116 en 117, waarin ook de
+gebrekkigheid van de oude kaarten wordt aangetoond.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb273" class="pageref">273</a>.</p>
+<p><i>Die men een Grietman noemt.</i> In het laatst der XIII en in het
+begin der XIV eeuwen, wordt het eerst van Grietmannen gewaagd. Van ouds
+moet de verkiezing door de gemeente, de ingezetenen of de bezitters der
+stemhebbende Staten hebben plaats gehad. Zij hadden Assessoren of
+Bijzitters en andere Regters van minderen rang onder zich, terwijl er
+tevens Schouten hebben bestaan, welk ambt later <span class=
+"pagenum">[<a id="pb472" href="#pb472" name=
+"pb472">472</a>]</span>weder is vernietigd of in die des Grietmans is
+overgegaan. Aanvankelijk waren zij Regters, maar in den drang en druk
+der oproerige tijden, in welke geene regten ge&euml;erbiedigd werden,
+moesten zij zich tot Beschermheeren verheffen, en wisten van hunne magt
+en invloed een krachtig, soms al te krachtig gebruik te maken. Elke
+Grietenij had &eacute;&eacute;n Grietman, voor &eacute;&eacute;n jaar
+benoemd tot Hoofd; doch eene enkele uitzondering was er op dezen regel:
+bij latere inrigting werd bepaald, dat ieder, die de vereischten bezat,
+op zijn beurt den post van Grietman en Regter zoude waarnemen. Onder de
+Hertogen van Saksen en daarna onder het Stadhouderlijk Bewind was de
+begeving van dit ambt ook aan dezen en aan het Hof verbleven.</p>
+<p>Maar nu den oorsprong van den naam <i>Grietman</i> te bepalen, dit
+is eene moeijelijke zaak, waarover reeds vele geleerden zijn
+geraadpleegd en veler gevoelen ter toetse is gebragt, doch het is als
+nog onbeslist, welke beteekenis voor de eigenlijke en oorspronkelijke
+moet worden gehouden. Onze Kronijk is er, mijns bedunkens, niet achter
+en geen wonder, want de Heer <span class="sc">Beyma</span>, in zijn
+<i>Tractatus de Grietmannis</i> geeft een aantal verschillende
+gevoelens op, en na dezen Schrijver zijn er nog meerdere te berde
+gebragt<a class="noteref" id="xd20e12680src" href="#xd20e12680" name=
+"xd20e12680src">99</a>. Het meest aannemelijk gevoelen is, dat
+<span class="pagenum">[<a id="pb473" href="#pb473" name=
+"pb473">473</a>]</span>men den naam moet afleiden van het Oud-Friesche
+<span class="sc">Greta</span>, <i>klagen</i> en dus <i>Greet-</i> of
+<i>Grietman</i> degeen was, die aan de klagers regt verschafte. Zeer
+belangrijk zijn de Aanteekeningen over de <span class=
+"sc">Grietmannen</span> van de Heeren <span class="sc">H.</span> en
+<span class="sc">W. v. S.</span> voorkomende in het <i>Mengelwerk der
+Leeuwarder Couranten van den 15</i> en <i>29 Mei 1832</i>, tot welke
+wij den Lezer verwijzen, als mede tot opgenoemd <i>Tractatus de
+Grietmannis</i> van <span class="sc">C. L. van Beyma</span>,
+<i>Franeq.</i> 1780.</p>
+<p>Wat het kerkelijk Bestuur van Friesland in de vroegste tijden
+aangaat, dit is ons niet klaar genoeg gebleken: later was dit gewest
+den Bisschop van Utrecht onderworpen, die tot het Aartsbisdom van
+Keulen behoorde. Friesland was verdeeld in Dekenschappen, waarvan de
+Dekens door den Bisschop werden gekozen en met groot gezag en magt
+bekleed. De Hoofdpriesters of Priesters in eene parochiekerk werden
+<i>Personae</i> genoemd, en de mindere Priesters <i>Kapellanen</i>. De
+Abten waren Oversten of Bestuurders der Kloosters en derzelver
+aanhoorigheden: zij stonden op zich zelven, hadden vele voorregten,
+samen de eerste plaats op de Landsdagen, en waren alleen den Paus
+onderworpen: de Priors waren oorspronkelijk hoofden van minderen rang,
+gelijk ook de Proosten, hoezeer dikwijls deze verschillende benamingen
+door elkander gebruikt werden. Zie hierover onder anderen <i>Friesch
+Jierb. 1833</i>. <i>Oersicht</i> &sect; 4. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb475" href="#pb475" name="pb475">475</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3780" href="#xd20e3780src" name="xd20e3780">1</a></span> Dat de
+<i>Schelde</i> en de <i>Sincfal</i>, later <i>Zwene</i> geheten, niet
+dezelfde rivieren zijn, en dus niet voor elkander genomen moeten
+worden, wordt behalve in de <i>Bijv.</i> voor het I. D. van
+<span class="sc">Wagenaars</span> <i>Vad. Hist.</i> ook in het breede
+betoogd door den Hoogleeraar <span class="sc">Ypeij</span>, in het II.
+D. zijner <i>Geschiedenis der Nederl. Taal</i>, bl. 115 volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3825" href="#xd20e3825src" name="xd20e3825">2</a></span> Over
+deze vergraving lezen wij in <span class="sc">Bilderdyks</span>
+<i>Geschiedenis des Vaderlands</i>, I. 24: &raquo;&rsquo;t Was
+natuurlijk dat Drusus, geheel het zuidelijk Land zijner Landvoogdij
+jaarlijks overstroomd ziende, bedacht was om het Rijnwater af te
+leiden. Naderhand deed Corbulo &rsquo;t zelfde met den zoogenaamden
+Vliet te graven. Maar beide ondernemingen hadden gelijke gevolgen: Het
+verderf van een groot gedeelte Lands. Gelukkig Holland, zoo men nooit
+gegraven en nooit gedijkt had! Wij zouden thans boven de rivieren
+wonen, die het Land doorsnijden moesten, en er nu over heen loopen in
+gemaakte goten, wier bodem steeds verhoogt door de vallende slib, en
+die dus hoe langer hoe meer boven het land rijzen en in kracht en
+gewelddadigheid hunne dijken overmeesteren; terwijl men haar nog
+bovendien door de droogmaking van meeren, de noodige boezems onttrokken
+heeft, om zich, bij voorkomende opzetting van boven, te kunnen
+ontlasten, zonder hunne boorden te verwoesten.&rdquo;&mdash;Hoezeer
+deze en dergelijke gevoelens tegenstanders vinden, kan ik er echter
+bijvoegen, dat met andere deskundigen ook de zeer bekwame
+Waterbouwkundige <span class="sc">Cornelis Zillesen</span> in zijne
+werken zeer tegen alle vergravingen ijvert. Nog op zijn negentigste
+jaar heeft hij daartegen ernstig gewaarschuwd in zijn belangrijk
+stukje, getiteld: <i>Iets over de natuurlijke oorzaken der steeds
+toenemende Zeeoverstroomingen</i> (Rott. 1825), waarin hij ook beweert
+en bewijst, dat de Alwijze Schepper der natuur voor de ontlasting des
+waters had gezorgd, en dat, om van land water te maken, alleen daar
+noodig was, waar door rivieren of binnenvaarten de kanalen verbeterd
+moesten worden, terwijl de verhooging der rivierdijken en de daarin
+begane misslagen zoodanig de inkeldering der binnenlanden en woningen
+had veroorzaakt, dat bij elke doorbraak de rivieren die landen tot
+hunne beddingen verkozen. Ook had deze maatregel een ander nadeel ten
+gevolge, het onderhoud namelijk, tot groote kosten van den landbouw, op
+plaatsen daar men reeds niet meer het water door sluizen kon ontlasten,
+van 2000 watermolens alleen in Holland. De Schrijver geeft voorts
+onkostbare behoedmiddelen aan de hand, en dit boekje verdient de
+opmerking des onpartijdigen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3902" href="#xd20e3902src" name="xd20e3902">3</a></span> Door den
+Emeritus Predikant <span class="sc">P. Brouwer</span>, een man van
+kennis en verstand, was in geschriften nagelaten eene Nasporing en
+Aanwijzing van den Loop en de Grenzen der opgeslijkte Middelzee, welk
+stuk te gelijk wordt uitgegeven (terwijl deze ter perse is,) met een
+zeer naauwkeurig en grondig Onderzoek naar de oorspronkelijke
+uitgestrektheid, en den tijd en wijze van opslijking der Middelzee;
+alsmede hoe Leeuwarden door haar is bespoeld geweest, zamengesteld door
+den ijverigen beoefenaar der Geschiedenis <span class="sc">W.
+Eekhoff</span>. Eene zeer aanbevelende Voorrede van den kundigen
+<span class="sc">Worp v. Peyma</span> versiert dit werk. Het onderzoek
+van Do. <span class="sc">Brouwer</span> bepaalt zich tot den omvang en
+begrensdheid der Middelzee in de 13 eeuw. <span class=
+"sc">Eekhoff</span> heeft getracht aan te toonen en tot eenen hoogen
+trap van waarschijnlijkheid te brengen, welke in de oudste tijden de
+grenzen dier Zee waren, kennende haar eene veel meerdere
+uitgestrektheid toe, dan waarvan de geschiedenis gewaagt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3938" href="#xd20e3938src" name="xd20e3938">4</a></span> Dit werk
+getiteld: <i>Physische Geschichte der Nordsee-K&uuml;ste und deren
+Ver&auml;nderungen durch Sturmfluthen seit der Cymbrischen Fluth bis
+jetzt</i>, is in twee deelen uitgekomen te Emden 1833, en was het
+<i>laatste</i> voortbrengsel van dezen verdienstelijken man, ten nutte
+van zijn Vaderland, omdat hij dat Vaderland verlaten en zich naar een
+ander werelddeel begeven moest, ten einde zich een voortdurend bestaan
+te verschaffen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4071" href="#xd20e4071src" name="xd20e4071">5</a></span>
+Vergelijk hierbij de Voorrede voor het II deel van &rsquo;t
+<i>Charterboek</i>, p. 65 en 66.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4086" href="#xd20e4086src" name="xd20e4086">6</a></span>
+Vervaardigd voor het, door &rsquo;t Friesch Genootschap uitgegeven,
+<span class="ex">Friesch Jierboeckjen</span>. Het eerste gedeelte is
+geplaatst in dat van 1831: <i>Kirt Oersicht oer Friesl&acirc;ns
+Schijdnis, fenne fierste tijd oon it jier 1814 to</i>, loopende dit
+deel van de vroegste tijden af tot aan Karel den Groote, dat is, tot
+aan &rsquo;t jaar 773 of daaromtrent. Dit tijdvak noemt de Schrijver
+<i>het Fabelachtige Friesland</i>.</p>
+<p class="footnote">Het tweede tijdperk, loopende tot op de aanneming
+van Albrecht, Hertog van Saksen, tot Heer van <i>Friesland</i>, d. i.,
+tot aan 1498, wordt genoemd <i>het Vrije Friesland</i>.</p>
+<p class="footnote">Het derde, de geschiedenis zullende bevatten van
+1498 tot op de afzwering van Philips II., Koning van Spanje, als Heer
+der Nederlanden, heet <i>het Overheerde Friesland</i>.</p>
+<p class="footnote">Het vierde tijdvak, van 1584 tot aan 1795, tijdstip
+van het vertrek van Prins Willem den V., laatste Stadhouder der VII
+Vereenigde Gewesten, uit Holland, zal <i>het Stadhouderlijk
+Friesland</i> genoemd worden.</p>
+<p class="footnote">Het vijfde, zullende gaan van 1795 tot de
+omwenteling van 1813, zal den naam ontvangen van <i>het Nieuwere
+Friesland</i>.&mdash;Zie gem. Jierboeckjen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4151" href="#xd20e4151src" name="xd20e4151">7</a></span> Het
+gevoelen van den heer <span class="sc">Hettema</span>, ontwikkeld in
+zijn <i>Iets over de Geschiedenis van Friesland</i> (zie het Mengelwerk
+van de Leeuwarder Courant van den 10 Augustus 1830, No. 64), vind ik
+niet aannemelijk, dat namelijk <i>Friezen</i> hetzelfde zoude
+beteekenen als <i>Frigen</i>, <i>Frisschen</i> of <i>vreemde</i>
+volkplantingen;&mdash;hoezeer dan ook <span class="sc">M. Alting</span>
+in zijne <i>Notitia Bat. et Frisiae Ant.</i> in voce <span class=
+"ex">Frisii</span> deze beteekenis aan de hand geeft en daartoe
+overhelt. <span class="sc">H. v. Rhyn</span>, in zijne <i>Aantt.</i> op
+de Friesche <i>Oudhed. en Gest.</i> I. 43, en andere Geleerden houden
+het met de beteekenis van <i>vrijen</i>. Dat de <i>frissche</i> of
+<i>koude</i> landstreek den naam <i>Friezen</i> zou geschapen hebben,
+zal toch wel geen&rsquo; ingang vinden.&mdash;Vergelijk ook de voorrede
+van <span class="sc">Gutberleth</span>, voor <span class=
+"sc">Gabbema&rsquo;s</span> <i>Verh. van Leeuwaarden</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4262" href="#xd20e4262src" name="xd20e4262">8</a></span> Vg. bl.
+206, II. deel van de <i>Bekn. Geschied. der Nederl. Taal</i> door
+<span class="sc">A. Ypeij</span>, over de herkomst der
+Friezen.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4276" href="#xd20e4276src" name="xd20e4276">9</a></span>
+<span class="sc">Winsemius</span> in zijne <i>Chronique</i>, f. 6, en
+<span class="sc">Suffr. Petri</span> <i>de Frisior. antiq. et orig.</i>
+p. 234, noemen <span class="sc">Hoppers</span> een beroemd en
+verdienstelijk man, de eer der Friesche natie; <span class="sc">v.
+Rhyn</span> en na hem <span class="sc">F. Sjoerds</span> zeggen echter,
+dat zijn gevoelen geene voorstanders heeft.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4307" href="#xd20e4307src" name="xd20e4307">10</a></span> Gemelde
+Aantt. p. 44.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4313" href="#xd20e4313src" name="xd20e4313">11</a></span> Cf.
+<span class="sc">Suffr. Petri</span> <i>de Fr. Or.</i> L. I. Cap.
+XVIII.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4322" href="#xd20e4322src" name="xd20e4322">12</a></span> Zie
+deswegens <span class="sc">v. Rhyn</span> t. a. p. en <span class=
+"sc">Westendorp</span>, <i>Jaarboek van en voor Groningen</i>, p.
+5.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4342" href="#xd20e4342src" name="xd20e4342">13</a></span>
+<span class="sc">Hunibaldus</span>, <span class="sc">Trithemius</span>,
+<span class="sc">Funccius</span>, <span class="sc">Panthaleo</span>; of
+hebben zij zonder onderzoek elkander nageschreven?</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4358" href="#xd20e4358src" name="xd20e4358">14</a></span>
+<span class="sc">Westendorp</span>, <i>Kronyk</i>, p. 6 en
+7.&mdash;<span class="sc">V. Rhyn</span>, <i>ll.</i> <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span>, <i>Fr. Jaarb. I.</i> 14 enz.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4382" href="#xd20e4382src" name="xd20e4382">15</a></span>
+<span class="sc">Wolfgang</span>, <span class="sc">Lazius</span> en
+<span class="sc">Aventinus</span>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4393" href="#xd20e4393src" name="xd20e4393">16</a></span> Zie
+<span class="sc">Westendorp</span>, p. 8. Van deze omstandigheid, in de
+<i>Kronyk</i> van <span class="sc">Eggerik Beninga</span> vermeld,
+maken <span class="sc">V. Rhyn</span>, <span class="sc">F.
+Sjoerds</span> en anderen geen gewag.&mdash;Over andere
+volksvertellingen der stichting van Groningen, zie men onder anderen
+<span class="sc">West.</span>, p. 19.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4418" href="#xd20e4418src" name="xd20e4418">17</a></span> Men zie
+ook wat <span class="sc">Bilderdyk</span>, <i>Geschied. des Vaderlands.
+I.</i> 296 over de Sagen zegt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4433" href="#xd20e4433src" name="xd20e4433">18</a></span> Vergel.
+<span class="sc">A. Matth&aelig;i</span> <i>veter. &aelig;vi Anal. T.
+IV.</i> p. 9, de derde Ankomst der Fresen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4454" href="#xd20e4454src" name="xd20e4454">19</a></span> Bl.
+6.&mdash;De Heer <span class="sc">Westendorp</span> zijne bronnen in
+het I. deel van zijn Jaarboek nergens hebbende opgegeven, heb ik te
+vergeefs gezocht naar den veranderden inhoud dier sage.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4463" href="#xd20e4463src" name="xd20e4463">20</a></span> Waarom
+onze schrijver <i>Bruno</i> heeft verkiezen weg te laten, is mij een
+raadsel, daar hij toch in alle andere kronijken mede zijne rol
+speelt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4494" href="#xd20e4494src" name="xd20e4494">21</a></span> Achter
+de <i>Oudheden en Gestichten van Vriesland</i> geplaatst, tot
+aanvulling van vele onvermelde zaken in dit werk, in welks voorafspraak
+bij de Friesche schrijvers luchtig beoordeelt. Hij verwerpt
+<span class="sc">S. Petri</span>, <span class="sc">Furmerius</span>,
+<span class="sc">Winsemius</span>, <span class="sc">Hamconius</span> en
+<span class="sc">Zoeteboom</span>, en houdt zich aan <span class=
+"sc">Emmius</span>, <span class="sc">Douza</span>, <span class=
+"sc">Schotanus</span>, <span class="sc">Buchelius</span>, <span class=
+"sc">Huetius</span> en <span class="sc">Alting</span>. <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span> komt met zijn oordeel zeer naauwkeurig overeen
+in al wat <span class="sc">van Rhyn</span> geoordeeld heeft.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4541" href="#xd20e4541src" name="xd20e4541">22</a></span> Zie
+gem. <i>Nabericht</i>, p. 350.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4553" href="#xd20e4553src" name="xd20e4553">23</a></span> Cf.
+<span class="sc">M. B. v. Nidek</span>, <i>Anal. Medii aevi</i>, p.
+140, drukfout voor 440.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4568" href="#xd20e4568src" name="xd20e4568">24</a></span> <i>Not.
+Bat.</i> in voce <span class="ex">Frisii</span>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4578" href="#xd20e4578src" name="xd20e4578">25</a></span> Men
+vergelijke voorts de <i>Chronyk</i> van <span class="sc">Eggerik
+Beninga</span> in de <i>Ann.</i> van <span class=
+"sc">Mattheus</span>.</p>
+<p class="footnote">Onder verschillende schrijvers die over de Friezen
+en derzelver oorsprong geschreven hebben, kwam mij als niet een der
+geloofwaardigste voor, den minder bekenden en in <span class=
+"sc">Mencker</span>&rsquo;s <i>Gelerthen Lexicon</i>, door <span class=
+"sc">J&ouml;cher</span> uitgegeven, vermelden <span class="sc">Werner
+Rolevink de Laer</span>, een Karthuizer Monnik te Keulen, uit Westfalen
+geboortig. Hij bloeide omstreeks 1495, onderzocht vlijtig de H.
+Schrift, leidde een godvruchtig leven en stierf in eenen hoogen
+ouderdom. Deze heeft onder vele werken ook een ten titel voerende:
+<i>De origine Frisionum</i> uitgegeven.&mdash;<span class="sc">Suffr.
+Petri</span> in <i>Origine Frisionum</i> maakt gewag van hem op p.
+237,&mdash;en <span class="sc">Furmerius</span> heeft bij het opstellen
+zijner <i>Annales</i> gebruik van hem gemaakt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4638" href="#xd20e4638src" name="xd20e4638">26</a></span>
+<i>Friesch Jierboeckjen foar it jier 1831</i>, bl. XII en volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4653" href="#xd20e4653src" name="xd20e4653">27</a></span> Ook op
+Texel stichtte Drusus een burgt, waarvan het bewijs nog aanwezig is in
+den naam der hoofdplaats, terwijl grafheuvels en andere oudheden van
+het verblijf der Romeinen in die streken getuigen.</p>
+<p class="footnote">Waarschijnlijk is destijds de stad Grebbe gesticht,
+welke gelegen heeft omtrent een half uur gaans benoorden Wieringen, aan
+het tegenwoordig Amsteldiep. Omstreeks 1710 was er nog veel muurwerk
+overig, en voorheen moet de massa van dat muurwerk ongelijk grooter
+geweest zijn, vermits men om het midden der XVII eeuw zeer veel
+duifsteen heeft opgehaald en met kagen naar Amsterdam
+vervoerd.&mdash;Over het bestaan dezer stad is veel getwist en aan de
+kronijkschrijvers <span class="sc">Twisk</span>, <span class=
+"sc">Borger</span>, <span class="sc">Valkoog</span> en <span class=
+"sc">Zoeteboom</span> voorheen (zoo als aan de oude Friesche kronijken)
+allen geloof in dezen ontzegd; doch na de opsporingen en berigten van
+<span class="sc">Paludanus</span> en anderen, in onzen leeftijd gedaan
+en gegeven, is die twijfel opgehouden.&mdash;Dat Drusus in deze streken
+dijken heeft aangelegd, is door de berigten en ontdekkingen van de
+geleerde oudheidkundigen <span class="sc">A. Junius</span>, den Marquis
+<span class="sc">de Saint Simon</span> en <span class="sc">R.
+Paludanus</span> buiten twijfel gesteld.&mdash;<span class=
+"sc">Scheltema</span>, <i>Geschiedenis der Zuiderzee</i>. M. S.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4700" href="#xd20e4700src" name="xd20e4700">28</a></span> Over
+deze daad en het Brittenkruid vergelijke men <span class=
+"sc">Plinius</span> XXV. 3. <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Fr.
+Jaarb. I.</i> 125 en 126,&mdash;<i>Beschr. v. Fr<span class="corr" id=
+"xd20e4715" title="Niet in bron">.</span> I.</i> 344. <span class=
+"sc">Schotanus</span>, <i>Friesche Hist.</i> p. 8. <span class=
+"sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> p. 14. <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist. I.</i> 79. <span class="sc">H.
+Cannegiet.</span> <i>Dissert. de Herba Brittanica</i> etc. p.
+40.&mdash;<i>Tegenw. Staat van Friesl. I.</i> p. 19 volgg. en p.
+126.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4761" href="#xd20e4761src" name="xd20e4761">29</a></span>
+&rsquo;t Zal met deze namen den <i>Romeinen</i>, als den lateren
+<i>Franschen</i> met die van de Admiralen <span class="sc">Tjerk
+Hiddes</span> en <span class="sc">van Duvenvoorde</span> gegaan zijn.
+Dezen heetten zij <span class="sc">Kierkides</span> en <span class=
+"sc">Vandenfort</span>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4802" href="#xd20e4802src" name="xd20e4802">30</a></span> Zie
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 203. <span class=
+"sc">Schot</span>, <i>Fr. Hist.</i> bl. 26. <i>Tegenwoordige Staat van
+Utrecht, I.</i> 13 volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4824" href="#xd20e4824src" name="xd20e4824">31</a></span> Ook
+<span class="sc">Westendorp</span> (<i>Jaarb.</i> p. 16) heeft hier
+geen licht verspreid, verklarende niet te weten, op welk gezag de
+Jaarboekschrijvers van eenen inval der Noormannen in &rsquo;t jaar 90,
+bij <span class="sc">F. Sjoerds</span> Gothen genoemd,
+gewagen.&mdash;Dit punt verdiende mede een opzettelijk onderzoek, daar
+men toch niet kan vooronderstellen, dat deze vermelde feiten, op
+verschillende tijden geschied, uit de lucht gegrepen zouden zijn.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4848" href="#xd20e4848src" name="xd20e4848">32</a></span> Vergel.
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 220 en volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4885" href="#xd20e4885src" name="xd20e4885">33</a></span>
+Vergelijk <span class="sc">Westendorp</span>, <i>Jaarb. van en over
+Groningen</i>, p. 32 en volgg., zoo over deze als de opvolgende
+tijdvakken, onder de regering der Koningen Radboud I, Adgillus II,
+Gondebald en Radboud II., de laatste Koning over Friesland.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4916" href="#xd20e4916src" name="xd20e4916">34</a></span>
+<span class="sc">Luden</span>, <i>Geschichte des Teutschen Volks</i>.
+Een onwaardeerbaar boek!</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4928" href="#xd20e4928src" name="xd20e4928">35</a></span>
+<span class="sc">Gaillard</span>, <i lang="fr">Histoire de
+Charlemagne</i>. Niet een van de minsten, wat zijnen schrijftrant
+betreft.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4976" href="#xd20e4976src" name="xd20e4976">36</a></span> Hoezeer
+te dikwijls de kleine daden van groote mannen tot bouwstof moeten
+dienen, om des Schrijvers historie met luister op te sieren, is echter
+in de geschiedenis van dezen <i>Karel</i>, hoe dikwijls ook beschreven,
+geen verdicht sieraad noodig: want altoos levert zij een grootsch
+tafereel op van een merkwaardig Vorst, aan wien de wetenschappen en
+letteren, maar vooral de vrijheid en onafhankelijkheid van geheel de
+Christenheid, alles te danken hebben.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4988" href="#xd20e4988src" name="xd20e4988">37</a></span> Over
+deze en al de oude wegen in Oost-Friesland is eene zeer uitvoerige
+beschrijving gegeven door <span class="sc">Fr. Arends</span>, in het
+<i>Ostfrisisches Volks-Buch</i> van het jaar 1832, waarvan eene
+gedeeltelijke vertaling door mij is gegeven, in het Mengelwerk der
+Leeuwarder Courant.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e5013" href="#xd20e5013src" name="xd20e5013">38</a></span> Men zie
+hierover <span class="sc">Adam</span> en <span class=
+"sc">Meijer</span>, <i>R&ouml;mische Altherth&uuml;mer</i>, II. D., en
+vergelijke de <i>Aanteekeningen over het Oude Friesche Wapen</i>, in
+het <i>Mengelw. Leeuw. Courant</i>, <i>20 Sept. 1831</i>. alwaar dit
+breeder ontwikkeld is.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e5200" href="#xd20e5200src" name="xd20e5200">39</a></span>
+<span class="sc">Bilderdyk</span>, <i>Geslachtlyst</i> op het woord
+<i>Adel</i>, zegt: het is slechts eene andere uitspraak van
+<i>edel</i>; van <i>aad</i>, <i>oud</i>. Van deze meening moeten wij,
+met anderen, verschillen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e5243" href="#xd20e5243src" name="xd20e5243">40</a></span> Dit
+Register is onder anderen te vinden bij <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <i>Chron.</i> fol. 402.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e5252" href="#xd20e5252src" name="xd20e5252">41</a></span>
+<i>Graven</i> waren Bestuurders namens den Vorst in de
+Provinci&euml;n,&mdash;<i>Hertogen</i> waren
+Legerhoofden,&mdash;<i>Baronnen</i> of <i>Baanderheeren</i> Hoofden van
+een District&mdash;en <i>Heeren</i> Krijgsmannen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e5409" href="#xd20e5409src" name="xd20e5409">42</a></span>
+<span class="sc">Tacitus</span> zegt: <i>Olennius</i> e primipilaribus
+regendis Frisiis impositus.&mdash;De <i>Primipilares</i> behoorden tot
+de eerste compagnie der Triari&euml;rs; vandaar <i>Primipilares</i>
+scil. <i>Centurio</i>, de Hoofdman van die eerste compagnie:
+<span class="sc">Stuart</span>, <i>Rom. Gesch. XXII</i>. noemt
+<i>Olennius</i> een der eerste Hoplieden eener keurbende.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6378" href="#xd20e6378src" name="xd20e6378">43</a></span> Men
+weet dat er over het bestaan van deze stad Grebbe bij de
+oudheidkundigen is getwist. Aan de latere kronijkschrijvers
+<span class="sc">Twisk</span>, <span class="sc">Borger</span>,
+<span class="sc">Valkoog</span> en <span class="sc">Zoeteboom</span>
+werd voorheen in dezen geloof ontzegd, doch na de opsporingen en
+berigten van <span class="sc">Paludanus</span> en anderen, in onzen
+leeftijd gedaan en gegeven, heeft de twijfel opgehouden. <span class=
+"sc">Scheltema</span>, <i>Geschiedenis der Zuiderzee</i>. M.S.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6403" href="#xd20e6403src" name="xd20e6403">44</a></span>
+<span class="sc">Westend.</span> <i>Jaarb.</i> spreekt in 662 van een
+zwaren watervloed over <i>West-Friesland</i>. Deze heb ik niet kunnen
+vinden; welligt is &rsquo;t eene drukfout voor 626.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6481" href="#xd20e6481src" name="xd20e6481">45</a></span>
+<span class="sc">Westendorp</span>, <i>Jaarb.</i> p. 31 zegt: die
+langer dan de <i>Spies</i> van Klotarius waren: dit zou nog al verschil
+maken.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6660" href="#xd20e6660src" name="xd20e6660">46</a></span> Het is
+beschreven onder anderen bij <span class="sc">Wins.</span>
+<i>Chronique</i>, fol. 61; <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i>
+p. 39. Vergel. <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Beschr. I.</i>
+546.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6833" href="#xd20e6833src" name="xd20e6833">47</a></span> Over de
+Graven en Hertogen vergelijke men <span class="sc">Bild.</span>
+<i>Gesch. d. Vad. I.</i> 107 volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6879" href="#xd20e6879src" name="xd20e6879">48</a></span>
+Algemeen noemt men hem Lodewijk <i>den Vrome</i> doch <span class=
+"sc">Bilderdijk</span> zegt (<i>Gesch. d. Vaderl. I.</i> 100.
+<i>noot</i>), dat <i>pius</i> niet vroom beteekent, want dat vroom
+eigenlijk is &rsquo;t geen de Romeinen <i>strenuus</i>, dapper,
+noemen.&mdash;Beter noemden hem de Franschen, <i>le debonnaire</i>, de
+Zachtmoedige.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6995" href="#xd20e6995src" name="xd20e6995">49</a></span>
+Uitgegeven te Leiden bij S. en J. Luchtmans, 1833.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7027" href="#xd20e7027src" name="xd20e7027">50</a></span>
+<i>Gesch. d. Ned. Taal, II.</i> 136. De aanmerking van den Schrijver,
+dat er in het woord <i>karelui</i> in den Neders. tekst door
+onachtzaamheid of onkunde der afschrijvers een misslag begaan is, en
+dit <i>Karelen</i> of <i>Karels</i> zal moeten zijn, zal ook in den
+Duitschen tekst gelden, daar de Duitsche overzetter van <i>Karelui</i>,
+<i>Karl-pfui</i> schijnt gemaakt te hebben.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7105" href="#xd20e7105src" name="xd20e7105">51</a></span> Zie de
+Aanteek. op den jare 1239. <i>Fr. Jierb.</i> 1833, &sect;&sect; 5 en
+14; <span class="sc">Bild.</span> <i>Gesch. I.</i> 89, 92&ndash;94, 252
+en 296.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7183" href="#xd20e7183src" name="xd20e7183">52</a></span>
+<span class="sc">Westendorp</span> maakt geen gewag van deze
+Potestaten. Ook <span class="sc">Bild.</span> laat dit punt
+onaangeroerd.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7469" href="#xd20e7469src" name="xd20e7469">53</a></span> De
+Script. Frisiae, Dec. VII. C. 3 et Dec. XII. C. 6.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7705" href="#xd20e7705src" name="xd20e7705">54</a></span> Wij
+hebben dit verhaal hoofdzakelijk getrokken uit een door den
+geschiedkundigen <span class="sc">T. D. Wiarda</span> bewerkt stuk,
+zamengesteld uit de Friesche en andere Kronijk- en Geschiedschrijvers,
+benevens eenige Handschriften. Men vindt het in het Tijdschrift
+<i>Ost-Friesische Mannigfaltigkeiten</i>, <i>3 Jahrgang</i>,
+<i>Aurich</i>, 1786.&mdash;Waar het ons noodig dacht, hebben wij eenige
+veranderingen en vermeerderingen gemaakt. <span class=
+"sc">Wiarda</span> heeft alle zijne bronnen naauwkeurig aangewezen,
+welke aanhalingen wij hebben achterwege gelaten, doch eenige
+ophelderende aanteekeningen er bij gevoegd. In het <i>Mengelw. der
+Leeuwarder Couranten</i> van 4 Junij, 6, 20 Aug. en 10 Sep. 1833, in
+welke wij dit stuk als eene bijdrage geven, zijn de eersten te
+vinden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7759" href="#xd20e7759src" name="xd20e7759">55</a></span> De
+meeste Geschiedschrijvers spreken van roode kruisen. Dit kan van dezen
+eersten Kruistogt waar zijn; doch in de volgenden hebben voorzeker de
+onderscheidene nati&euml;n zich door de kleuren kenbaar gemaakt.
+&raquo;De Koning van Frankrijk neemt met de zijnen roode, de Koning van
+Engeland met de zijnen witte, de Graaf van Vlaanderen met de zijnen
+groene kruisen aan:&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><b><i lang="la">Et Rex Franciae cum suis rubeas
+cruces, Rex Angliae cum suis albas, Comis Flandrensis cum suis virides
+suscipiunt.</i> <span class="sc">Andr. Sylv. Marcian</span>: <i>ad ann.
+1188</i>.</b></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7807" href="#xd20e7807src" name="xd20e7807">56</a></span>
+<span class="sc">Helmoldi</span> <i>Chron. Slav.</i> L. 2. C. 66. Dit
+geval vindt men beter en omstandiger vermeld bij <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>, 361&ndash;363.&mdash;<span class=
+"sc">Schotanus</span> zegt: &raquo;Onse reuck is stanck in hare
+neus-gaten.&rdquo;&mdash;</p>
+<p class="footnote">Volgens <span class="sc">Ebert</span>, <i>Bibliogr.
+Lexicon</i>, is de Kronijk van <i>Helmold</i> naar het H. S. te Lubeck
+uitgegeven in den jare 1659, en met nooten voorzien door <i>H.
+Bangertus</i> in quarto;&mdash;de eerste druk echter is van 1556.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7849" href="#xd20e7849src" name="xd20e7849">57</a></span> Van de
+groote bijgeloovigheid dier tijden kan men zich bijna geen denkbeeld
+maken. Het ontbrak in Friesland niet aan kruisen in de lucht: misschien
+reeds de vliegeruitvinding, om het volk te verbijsteren. <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>, 491.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7862" href="#xd20e7862src" name="xd20e7862">58</a></span> Deze
+<span class="sc">Olivier</span> werd in 1223 Bisschop te Paderborn en
+in 1226 Kardinaal. Vid. <span class="sc">Nic. Schat</span>. <i>Hist.
+Westph.</i> L. XX, p. 996 seq.&mdash;Deze <span class="sc">N.
+Schaten</span> was een Jesuit in Westfalen, geboren 1608, heeft ook de
+daden van Karel den Groote beschreven: zijne geschiedenis van Westfalen
+kwam het eerst uit in 1690. <span class="sc">Ebert</span> in voce.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7882" href="#xd20e7882src" name="xd20e7882">59</a></span>
+<span class="sc">K. Muchler</span>, <i>Abendzeitung</i>, <i>August.</i>
+1831. <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>, 492;
+<span class="sc">J. C. Maier</span>, <i>Geschiedenis der
+kruistogten</i>, p. 187.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7911" href="#xd20e7911src" name="xd20e7911">60</a></span>
+Misschien van <span class="sc">Olivier</span> zelven, die den togt mede
+gedaan, en ook eene <i>Historia Damiatina</i> (Geschiedenis van
+Damiate) geschreven heeft. <span class="sc">Eccard</span> heeft in
+<i>Corp. Hist. med. aevi</i> dezelve doen afdrukken. Het spijt mij, dat
+mij dit werk, &rsquo;t welk ik hier met nut gebruiken kon, niet ten
+dienste staat.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7934" href="#xd20e7934src" name="xd20e7934">61</a></span> Het
+<i>Itinerarium</i> zegt van 12 schepen. <span class="sc">Emmius</span>,
+die dit Itinerarium desgelijks in Mspt. (want het was toen nog niet
+afgedrukt) voor zich had, spreekt van 212 schepen. Het eerste is zeker
+eene drukfout. Ook in de <i>Wijsgeerige en Staatkundige Geschiedenis
+der Wereld, van</i> <span class="sc">K. H. L. P&ouml;litz</span>, door
+<span class="sc">Wits. Geysbeek</span> vertaald, wordt slechts van 12
+schepen gemeld; dan volgens <span class="sc">F. Sjoerds</span>,
+<i>Jaarb. II</i>, 493 en anderen, stak Graaf Willem met 12 schepen uit
+de Maas in zee, wordende gevolgd van een groot aantal volks. Naar
+Engeland overstekende, vereenigden zich de Hollandsche en Friesche
+vloten met die der Engelschen, onder bevel van George, Grave van Wight,
+welke vereenigde vloten uit 212 schepen zullen bestaan hebben.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7961" href="#xd20e7961src" name="xd20e7961">62</a></span> Volgens
+de woorden van <span class="sc">Emo&rsquo;s</span> <i>Chronicon</i>:
+(vid <span class="sc">Matth.</span> <i>Analecta vet. aev.</i> II,
+26)&mdash;<i>Comes de Wetha Praedux totius classis est electus,
+posteriore custodia Comiti Hollandiae deputata, quem Ducem et Dominum
+jam totus sibi delegerat exercitus.</i>&mdash;was niet den Graaf van
+Holland, maar den Graaf van Wieden het Opper-Admiraalschap
+opgedragen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8015" href="#xd20e8015src" name="xd20e8015">63</a></span> Wij
+willen hierbij voegen, hetgene voorkomt in het geslachtregister van
+Friesche <i>Adellijke Familien</i>, opgemaakt door <span class="sc">S.
+v. Adelen van Cronenburgh</span>, en vervolgd door <span class="sc">P.
+van Albada ter Oele</span> (M. S.), betrekkelijk het Geslacht der
+<i>Roordaas</i>, die eertijds in hun wapen mede rozen boven de baar
+voerden, maar dit naderhand hebben veranderd.</p>
+<p class="footnote">De oorzaak van deze verandering is dit:
+&raquo;&rsquo;t Is gebeurd ten tijde dat veel verscheidene Nati&euml;n,
+gelijk de Friezen, in &rsquo;t H. Land waren getogen, om hetzelve uit
+de handen en het geweld der Saracenen of Turken te verlossen, dat onder
+anderen verscheidene Edellingen uit Friesland, ook die van het Geslacht
+van <i>Roorda</i>, met de menigte aldaar zijn geweest, onder welke zoo
+het gebeurde, tusschen de beide heiren van de Christenen en Saracenen,
+dat er een uitnemend groot, stout en vaillant Moorsch Prins was uit het
+Saraceensche heir, die voor het Christen-leger zeer hoogmoedig ging
+braveeren, uitdagende aldaar een van de vaillantste Ridderen der
+Christenen, om met hem een kampslag te slaan; zoo heeft er terstond een
+stoutmoedige edele Fries uit het geslacht van <i>Roorda</i> verlof van
+zijnen Prins begeerd, om met dezen man een kampslag te doen; &rsquo;t
+welk hem toegestaan zijnde, is hij in het aanzien van beide legers
+tegen dezen Moor in het veld getreden, en heeft aldaar zulk eene
+forsigheid met feiten van wapens bedreven, dat hij ten laatste dezen
+Moor heeft overweldigd, ter ne&ecirc;r gehouwen en onthoofd, het hooft
+ook tot een teeken van victorien op de poot van zijn geweer naar het
+Christen-leger triumphantlijk gebragt; alwaar hij bij alle de Prinsen,
+Heeren en Ridders zeer loffelijk van zijne stoutmoedigheid zeer
+geprezen, en mede Ridder geslagen en eerlijk ontvangen is. En is hem
+ook, alsmede zijnen nakomelingen, tot een teeken en memorie van eene
+zoo vrome daad, een <i>Moriaanshoofd</i> in zijn schild en wapens
+vereerd, gelijk zijn geslacht nog tegenwoordig voert, benevens zeer
+loffelijke brieven en attestatie met Prinsen en Heeren Zegelen
+bevestigd.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8052" href="#xd20e8052src" name="xd20e8052">64</a></span> In het
+<i lang="fr">Grand Theatre Historique, T. III</i>, p. 328 vindt men de
+plaat van dit met eene zaag voorziene schip. De stad Haarlem eigent
+zich dit schip toe. Men vindt daarom nog in de groote kerk zelfs een
+model van dat schip. Ook maken er de Dokkumers aanspraak op. Zij hebben
+er een model van tot windwijzer op den toren der groote kerk gemaakt.
+<span class="sc">Idsinga</span>, <i>Staatsregt van Groningen</i>, p.
+126.&mdash;<span class="sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist. II</i>,
+350.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8072" href="#xd20e8072src" name="xd20e8072">65</a></span>
+<i>Meleddin</i> was de oudste zoon van den Sultan Saphaddin, die
+gedurende het beleg van Damiate gestorven was<span class="corr" id=
+"xd20e8076" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8123" href="#xd20e8123src" name="xd20e8123">66</a></span> De te
+voren vermelde verovering der stad Damiate plaatst <span class=
+"sc">Beninga</span> verkeerdelijk in het jaar 1229, in de Geschiedenis
+dezes Kruistogts onder Frederik II.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8137" href="#xd20e8137src" name="xd20e8137">67</a></span> Dat zij
+aan dezen Kruistogt geen deel genomen hebben, is genoegzaam zeker, want
+op verzoek van den Koning Willem had de Kardinaal Caputio, namens den
+Paus, de Friezen van hunnen Kruistogt naar het H. Land ontslagen, mits
+zij Willem Aken hielpen veroveren, waarop zij bij gansche scharen naar
+zijn leger optrokken, natuurlijkerwijze dezen togt ver de voorkeur
+gevende, boven den meer verwijderden naar Palestina. Verg. <span class=
+"sc">J. Meerman</span>, <i>Gesch. van Graaf Willem van Holland, Roomsch
+Koning, I</i>. 263&ndash;264.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8148" href="#xd20e8148src" name="xd20e8148">68</a></span> Willem
+is, gelijke bekend staat, en onze Kronijk zegt, niet in Friesland, maar
+te Hoogwoude in Noord-Holland door de West-Friezen vermoord. Zie
+<span class="sc">Meerman</span>, als voren. De opgave van <span class=
+"sc">Wiarda</span> is dus hier onjuist. Vergelijk <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist. II</i>. 401; <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>, <i>Geschiedenis des Vaderlands, II</i>. 151,
+152.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8203" href="#xd20e8203src" name="xd20e8203">69</a></span> Tot
+dusver loopt het verhaal van <span class="sc">Wiarda</span>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8218" href="#xd20e8218src" name="xd20e8218">70</a></span> Zie het
+slot van aangehaalde werk: <i>Proeve van eene Geschiedenis der
+Kruistogten en derzelver gevolgen</i>, bl. 546, waarin echter zeer
+uitroerig over de voordeelen en weinig over de nadeelen wordt
+gesproken.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8227" href="#xd20e8227src" name="xd20e8227">71</a></span> Dit
+uitmuntend werk is door den zeer kundigen <span class="sc">Steenbergen
+van Goor</span> in den jare 1823 uit het Hoogduitsch vertaald en met
+vele belangrijke aanmerkingen voorzien. Het gevoelen van dezen was het
+volgende: &raquo;Dat <span class="sc">Europa</span> door de Kruistogten
+veel geleden heeft, zal niemand ontkennen; maar dat het tevens door
+dezelve in burgerlijke vrijheid, beschaving, verlichting, koophandel en
+kunstvlijt veel, zeer veel heeft gewonnen, is onbetwistbaar. En nu
+vrage men, of die voordeelen <i>destijds</i> voor eenen minderen prijs
+te verkrijgen zouden geweest zijn?&rdquo; Ook <span class=
+"sc">Luden</span> in zijne <i>Allgemeine Geschichte der V&ouml;lker und
+Staaten des Mittelalters</i>, is ten dezen niet genoeg aan te
+bevelen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8262" href="#xd20e8262src" name="xd20e8262">72</a></span> Verg.
+<span class="sc">Styl</span>, <i>Opkomst en Bloei der Nederlanden</i>,
+bl. 28; <i>Tegenwoordige Staat van Friesland, I</i>. 312; <span class=
+"sc">West.</span>, <i>Jaarb. I</i>. 209; <span class=
+"sc">Cerisier</span>, <i>Geschiedenis der Nederlanden, I</i>. 209.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8422" href="#xd20e8422src" name="xd20e8422">73</a></span> Verg.
+<span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> bl. 92; <span class=
+"sc">Egger</span>. <span class="sc">Beninga</span>, <i>Kronijk</i>, bl.
+101; <span class="sc">Dumbar</span>, <i>Analecta, I</i>. 333.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8908" href="#xd20e8908src" name="xd20e8908">74</a></span> Vergel.
+<i>Gesch. des Vaderl. II</i>. 130, waar het anders had behooren vermeld
+te zijn. Over de Bulle van Karel <i>Byv. en Aanm.</i> op <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, <i>I</i>. 107, en <span class="sc">A.
+Kluit</span>, <i>Hist. der Holl. Staatsr. V</i>. 52, die het vrij zeker
+stelt, dat voor den jare 1300 dat stuk bestond. Aantt. <i>O. Fr.
+Wett.</i> 109, 112. Zie over den dood van Willem, onze noot op bl. 387,
+<i>Tegenw. Staat, I</i>. 409 en 410.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9072" href="#xd20e9072src" name="xd20e9072">75</a></span> Op bl.
+20 en 21; welk Geschiedverhaal met de andere Geschriften van
+<span class="sc">Jancko Douwama</span> worden uitgegeven door het
+<i>Provinciaal Genootschap ter beoefening der Friesche Geschied-,
+Oudheid- en Taalkunde</i>, waarvan de eerste aflevering in den jare
+1830 is uitgekomen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9160" href="#xd20e9160src" name="xd20e9160">76</a></span> Verg.
+<span class="sc">H. W. Tydeman</span>, <i>Over de Hoeksche en
+Kabeljaauwsche twisten</i>, bl. 111.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9173" href="#xd20e9173src" name="xd20e9173">77</a></span>
+<span class="sc">Winsemius</span>, fol. 174: &raquo;Wat meer is die
+oude gheschreven Chroniquen ghetuygen, dat door &rsquo;t selve quaedt
+van tweedracht, die inghesetenen deser landen, nu in ryckdom ende
+weelde sittende, alle hare macht aengheleyt te hebben tot stiftinghe
+der Stinsen ende vasticheden, in sulcken aentale, dat in een Dorp
+&rsquo;t begrijp van dertich huysen, hebbende, <i>sesthien</i> Stinsen
+uyt den ouden <i>Vrieschen</i> Steen gemaeckt (welcke van hardicheyt
+een vlintsteen ghelyck was) ghevonden zyn.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9216" href="#xd20e9216src" name="xd20e9216">78</a></span> Over
+het vroeger tijdvak en de gesloten verbonden en overeenkomsten zijn
+belangrijk de <i>Monumenta Groningana veteris aevi inedita</i>, door
+den geleerden <span class="sc">Keuchenius Driessen</span> uitgegeven,
+en met uitnemende Aanteekeningen verrijkt; bijzonder zijne Aantt. op
+bl. 335, 398, 475, 493, 797 en 831. Verg. <i>Iets over den Oorsprong en
+de Partijnamen der Schieringers en Vetkoopers</i>, door den Heer
+<span class="sc">P. Burggraaff</span>, in No. I van het <i>Tijdschrift
+voor Onderwijzers</i>, die alleen als oorzaak der twisten beschouwt:
+het ontstaan, de uitbreiding en het toenemend aanzien van den vierden
+stand der maatschappij dien der burgers.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9703" href="#xd20e9703src" name="xd20e9703">79</a></span> In de
+eerste druk van onze kronijk staat ook dit jaar vermeld.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9877" href="#xd20e9877src" name="xd20e9877">80</a></span> Dit H.
+S. is de oorspronkelijke Grafelijke Rekening van den Heer Garbrand van
+der Couster, Proost van Berghen in Henegouwen, ende Jorghel, mijns
+Heeren Camerling, van &rsquo;t geen sy ontfaen hebben van mijnen lieven
+Heere van Holland, toter reyze behoef van Oistvrieslant; verrekend en
+gesloten op den 18 Maart 1396, hofstijl, d. i. 1397. Zie de uitmuntende
+<i>Geschiedenis van het Nederl. Zeewezen</i>, door den Archivarius
+<span class="sc">de Jonge</span>, <i>I</i>. 30 en 31.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9889" href="#xd20e9889src" name="xd20e9889">81</a></span>
+<span class="sc">Wagenaar</span>, <i>V. H. III</i>. 502.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9900" href="#xd20e9900src" name="xd20e9900">82</a></span>
+<span class="sc">de Jonge</span>, t. a. p.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e10103" href="#xd20e10103src" name="xd20e10103">83</a></span>
+<i>Hoveling.</i> De Edellieden, die op vaste burgten, sloten of stinzen
+woonden, werden in Friesland <i>Hovelingen</i> genoemd. Verg.
+<i>Archief voor Vaderl. en Vriesche Geschiedenis</i> van <span class=
+"sc">Visser</span> en <span class="sc">Amersfoordt</span>, <i>Aant.
+I</i>. bl. 25.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e10376" href="#xd20e10376src" name="xd20e10376">84</a></span> De
+Geschiedschrijvers vermelden dit voorval breedvoerig: <span class=
+"sc">O. v. Scharl</span>. quarto, bl. 245&ndash;247<span class="corr"
+id="xd20e10381" title="Bron: .">;</span> <span class="sc">Wins.</span>
+<i>Chron.</i> fol. 306; <span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i>
+fol. 372; <span class="sc">Gabbema</span>, <i>Verhaal van Leeuw</i>.
+164; <span class="sc">Petr. Thaborita</span> op &rsquo;t jaar 1487;
+<i>Kronijk en Beschrijving van de stad Sneek</i>, door <span class=
+"sc">Napjus</span>, 2e dr. bl. 11, enz. De Heer <span class="sc">van
+Halmael</span> heeft in een gedicht dit feit herdacht. Zie
+<i>Mengelwerk der Leeuw. Courant, 20 April 1830</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11039" href="#xd20e11039src" name="xd20e11039">85</a></span>
+Onder de oudere Schrijvers heeft de geleerde en verdienstelijke
+Historieschrijver <span class="sc">Lambertus Hortensius</span> van
+<span class="sc">Montfoort</span>, in zijn werk: <i lang="la">de
+tumultu Anabaptistarum</i>, te Bazel in 1548 uitgegeven, van dit oproer
+in Friesland een getrouw verslag gedaan. In de zeldzame Hollandsche
+vertaling van 1659, in klein Octavo, versierd met fraaije plaatjes, is
+ook eene afbeelding van de belegering des kloosters. <span class=
+"sc">De Wind</span>, <i>Bibliotheek, I</i>. 150 noemt een&rsquo; druk
+van 1660.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11143" href="#xd20e11143src" name="xd20e11143">86</a></span> Vele
+oude kloosters, en ook het Convent Thabor, waren zeer uitgebreid en
+groot gebouwd, zoodat zij zelfs een aantal krijgslieden konden bevatten
+en verzorgen. Deze Schrijver verhaalt, dat zijn Convent de navolgende
+gebouwen had: een Molkenhuis, Bakhuis, Waschhuis, Schoenmakershuis,
+Poorthuis, Bouwhuis, Timmerhuis (welligt met het Bouwhuis hetzelfde),
+Koehuis, Molkenhuis, Brouwhuis, Ziekenhuis, verscheidene Dormters,
+slaapplaatsen der Geestelijken en Leeken, eene Kloosterkerk, Sacristij,
+Capittelhuis enz., voorts Binnenhof, Tuin, Bosch en Boomgaard.&mdash;De
+bewoners waren Geestelijken, Leeken, Priesters en Monniken: Beambten
+waren er velen, als Bouwmeester, Opzigter, Kellener, Molkenmeester,
+Portier, Biermeester enz., terwijl er voor de gewone behoeften een
+aantal bedienden nodig waren.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11369" href="#xd20e11369src" name="xd20e11369">87</a></span> Deze
+<i>Memorien</i> zijn eerst uitgegeven in 1564, daarna door <span class=
+"sc">Dumbar</span> in zijne <i>Analecta</i> geplaatst, met vele
+bijgevoegde aanteekeningen, uithoofde dit werk uiterst zeldzaam was
+geworden. Zie Aantt. op bl. 182 der kronijk.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11391" href="#xd20e11391src" name="xd20e11391">88</a></span> De
+titel is: <span class="sc">Joannis Caroli</span> <i>de rebus</i>
+<span class="sc">Casparis</span> <i>&acirc;</i> <span class=
+"sc">Robles</span> <i>Billaei in Frisia gestis commentariorum Libri
+IV</i>. De Schrijver, geboren te Antwerpen in de laatste helft der XVI
+eeuw, was lid van den Grooten Raad te Mechelen, uithoofde van welke
+betrekking hij in den jare 1567 in Friesland kwam, en Algemeen
+Geregtsverzorger (Procureur Generaal) werd. Hij legde daarna zijne
+ambten neder, werd Franciskaner Monnik, doch stierf nog voor het einde
+van zijn proefjaar in 1598.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11514" href="#xd20e11514src" name="xd20e11514">89</a></span>
+<i>Bara-Huis</i>, <i>Bara-Stins</i> en <i>Bara-Conven</i>t
+waarschijnlijk dus genoemd naar den naam des stichters, die even
+onbekend is als den tijd waarin de stichting heeft plaats gehad. Men
+kan echter voor zeker stellen, dat de Middelzee nog in volle kracht
+was, toen de bouwing heeft plaats gehad. In de burgeroorlogen der
+Friesche partijen werden er <i>meene dagen</i>, vergaderingen en
+bijeenkomsten, gehouden. Twee boereplaatsen zijn aldaar nu aanwezig,
+waarvan de eene waarschijnlijk op den bouwval van het Convent zal zijn
+aangelegd, en in de tweede boerderij, aan den straatweg gelegen, wordt
+de naam nog bewaard.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11539" href="#xd20e11539src" name="xd20e11539">90</a></span>
+<i>Staatkundig Nederland, I.</i> 49. Aldaar wordt ook melding gemaakt
+van de marmeren poort van Viglius, voorzien met zijne spreuk: <i>Vita
+mortalium Vigilia</i> (het leven der stervelingen is eene nachtwake),
+geplaatst in de voorzaal der Kanselarij. Doch dit was zij weleer, want
+ook dit eerwaardig gedenkstuk der oudheid moest in de algemeene
+vernietiging deelen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11550" href="#xd20e11550src" name="xd20e11550">91</a></span> Deze
+redevoering is uitgesproken in een Letterkundig Genootschap te
+Amsterdam na 1795, en na &rsquo;s mans dood gedrukt en uitgegeven, door
+de zorg van den verdienstelijken Hoogleeraar <span class="sc">H. W.
+Tydeman</span>, in de <i>Mnemosijne</i>, XIV Deel.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11567" href="#xd20e11567src" name="xd20e11567">92</a></span> Deze
+Verhandeling, in het openbaar uitgesproken, is daarna geplaatst in het
+<i>Mengelwerk der Leeuwarder Couranten van 23 en 30 Maart 1830</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11639" href="#xd20e11639src" name="xd20e11639">93</a></span> Zie
+<i>de Unie van Brussel des jaars 1577, naar het oorspronkelijke
+uitgegeven</i> door Mr. <span class="sc">J. C. de Jonge</span>, bl. 95
+en 166&ndash;169.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11675" href="#xd20e11675src" name="xd20e11675">94</a></span> Zie
+<i>het Cort Verhael van Rennenburgs leven</i>, op bl. 469&ndash;473
+zijner <i>Memorien</i>. Dit geschrift heeft hoofdzakelijk tot bouwstof
+gediend voor de Schrijvers van den <i>Tegenwoordige Staat van Stad en
+Lande, I</i>. 420 tot 502, bevattende Rennenberg&rsquo;s geschiedenis;
+voor <span class="sc">van Meteren</span>, in het breede &rsquo;t beleg
+van Steenwijk vermeldende en voor <span class="sc">Wagenaar</span> over
+dit tijdvak, welke ook schijnt te betwijfelen: &raquo;of hem de kwaade
+uitslag zyns bedryfs niet meer dan de snoodheid en &rsquo;t verraad
+gesmert hebbe.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11832" href="#xd20e11832src" name="xd20e11832">95</a></span> Van
+dit Huwelijk wordt bij <span class="sc">Winsemius</span>, <span class=
+"sc">Wagenaar</span> en anderen geene melding gemaakt. <span class=
+"sc">Kok</span>, <i>Vaderl. Woordenb.</i> zegt dat Graaf Willem niet
+getrouwd is geweest. Wij hebben ook misstellingen en veel verschil in
+de dagteekeningen ontdekt, en daarom de opschriften der grafzerken, zoo
+ver vermeld, gevolgd. Men vergelijke onder anderen over deze en de
+volgende Stadhouders <span class="sc">Johannes van den Bosch</span>,
+<i>de Heeren Stadhouderen van Vriesland</i>,&mdash;<i>beschreven</i>,
+enz.;&mdash;<i>de Redevoering van</i> <span class="sc">A. G.
+Camper</span>, bij de inhuldiging van Vrieslands Athenaeum
+uitgesproken, met het eerste bijvoegsel, en <i>Holland&rsquo;s
+Roem</i>, door den Baron <span class="sc">Collot d&rsquo;Escury</span>,
+<i>IV</i>. <i>Aantt.</i> bl. 220, 221.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e12064" href="#xd20e12064src" name="xd20e12064">96</a></span> Over
+de begraving der Vorstelijke Famili&euml;n, zie de Noot op den jare
+1620.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e12096" href="#xd20e12096src" name="xd20e12096">97</a></span> Uit
+eene verzameling van eigenhandige en vertrouwelijke Brieven van den
+Stadhouder, geschreven van de jaren 1734 tot 1747, aan zijnen Vriend en
+Raadsman den Heere <i>van der Mieden</i>, Raadsheer in het Hof van
+Holland, mij goedgunstig door deszelfs Neef, Mr. <i>J. Schonck</i>,
+Raad in het Hoog Geregtshof te &rsquo;s Gravenhage, medegedeeld, blijkt
+des Vorsten uitnemend karakter. Ook is deze hoogst belangrijke
+Correspondentie tevens bevattende een aantal eigenhandige brieven van
+Prinses Anna, den Baron H. van Aylva, den Hertog Lodewijk van
+Brunswijk, den Opperstalmeester Grovestins, den Secretaris van Prinses
+Anna, de Larrey en anderen, voor de geschiedenis van dien tijd van
+hooge waarde.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e12443" href="#xd20e12443src" name="xd20e12443">98</a></span> In
+ons Gewest bleef echter van die invoering tot op den huidigen dag een
+gebruik over, bij anderen niet aangenomen, zijn oorsprong ontleenende
+uit het verschil van dagen, door den Ouden en Nieuwen Stijl ontstaan.
+Alle verhuringen en verhuizingen hebben plaats op den 12 Mei, niet op
+den eersten; zoo komen alle dienstboden op den 12 Mei en 12 November,
+welke dagen men <i>oude Mei</i> en <i>oude Allerheiligen</i> noemt, in
+hunne diensten; dit gebruik is gewettigd geworden bij eene nadere
+Publicatie der Provinciale Staten van 29 Januarij 1701. Men verkoopt en
+verhuurt de Zathen en Landen enz. te aanvaarden, voor de landen St.
+Petri, dat is den 5 Maart, (oude Sint Pieter), en voor de huizinge en
+schuur den 12 Mei; overigens rigt men zich in alles naar den gewonen
+Gregoriaanschen Almanak.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e12680" href="#xd20e12680src" name="xd20e12680">99</a></span> In
+de nagelatene Adversaria van een&rsquo; onzer verdienstelijke Friesche
+Geleerden, vond ik nog deze aanteekening op het woord <span class=
+"sc">Grietman</span>: &raquo;De geregtelijke tweegevechten werden
+gehouden in eene plaats het <i>Krijtveld</i> genaamd. <i>Kryt</i> staat
+voor het Hoogd. <i>griet</i> of <i>gries</i>, (gruis), dat volgens
+<span class="sc">Veit Weber</span>, <i>Sagen der Vorzeit</i>, B. 11. p.
+101, beteekent het <i>Steenzand</i>, waarmede de kampplaats wordt
+bestrooid. Kan de benaming <i>Grietman</i> hiervan ook eenig licht
+erlangen? Hij zoude dan oorspronkelijk de Opziener over zulk eene
+Regterlijke kampplaats, Hoofd van zulk eene Regtspleging geweest zijn,
+en het zou dan eigenlijk hetzelfde beteekenen als in de Oude Wetten
+&rsquo;t woord <i>grieswart</i>, <i>griesw&auml;rtel</i>,
+<i>tournooivoogd</i>, of volgens nog ouder schrijfwijs
+<i>greisw&auml;rtel</i>. Zie <span class="sc">Haltaus</span>, <i>Gloss.
+Germ. med. aev.</i> p. 753, die hetzelve drie beteekenissen toekent,
+welke met die waardigheid overeenkomen. Het woord <i>greta</i>, waarvan
+het afgeleid wordt bij <span class="sc">Beyma</span>, is, meen ik,
+oorspronkelijk ook alleen gebruikt van <i>oproeping</i> of
+<i>dagvaarding ten kampstrijd</i>; (si vacat, hoc ulterius
+demonstrabo).&rdquo;</p>
+<p class="footnote">&raquo;<span class="sc">Huydecoper</span> op
+<span class="sc">Melis Stoke</span>, <i>III</i>. 54, legt <i>krijt</i>
+uit door <i>kring</i> (kreis, kreits), doch ten aanzien van onze
+gissing over den oorsprong van het Woord <i>Grietman</i> is dit
+hetzelfde.&rdquo;</p>
+<p class="footnote">B. A.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div id="register" class="div1 index"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e12826" class="main">Register op de Bijvoegsels en
+Aanteekeningen.</h2>
+<div class="transcribernote indextoc"><a href="#xd20e12830">A</a> |
+<a href="#xd20e13045">B</a> | <a href="#xd20e13170">C</a> | <a href=
+"#xd20e13220">D</a> | <a href="#xd20e13286">E</a> | <a href=
+"#xd20e13311">F</a> | <a href="#xd20e13463">G</a> | <a href=
+"#xd20e13605">H</a> | <a href="#xd20e13699">I</a> | <a href=
+"#xd20e13749">K</a> | <a href="#xd20e13880">L</a> | <a href=
+"#xd20e13980">M</a> | <a href="#xd20e14097">N</a> | <a href=
+"#xd20e14116">O</a> | <a href="#xd20e14166">P</a> | <a href=
+"#xd20e14272">R</a> | <a href="#xd20e14363">S</a> | <a href=
+"#xd20e14483">T</a> | <a href="#xd20e14541">U</a> | <a href=
+"#xd20e14571">V</a> | <a href="#xd20e14645">W</a> | <a href=
+"#xd20e14809">Y</a> | <a href="#xd20e14820">Z</a></div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e12830" class="main">A.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Abdena</i>, <a href="#pb424" class=
+"pageref">424</a>.<br>
+<i>Addinga</i>, <a href="#pb428" class="pageref">428</a>.<br>
+Adel, <a href="#pb319" class="pageref">319</a>.<br>
+<i>Adelen</i>. (<i>Ad. v</i>.), <a href="#pb353" class=
+"pageref">353</a>.<br>
+<i>Adgillus</i>, <a href="#pb333" class="pageref">333</a>, <a href=
+"#pb335" class="pageref">335</a>, <a href="#pb340" class=
+"pageref">340</a>,-2.<br>
+<i>Adolf</i>, <a href="#pb443" class="pageref">443</a>.<br>
+Aflaten, <a href="#pb416" class="pageref">416</a>.<br>
+<i>Agricola</i>, <a href="#pb428" class="pageref">428</a>.<br>
+<i>Aytta</i>, <a href="#pb446" class="pageref">446</a>.<br>
+Aylva. (<i>H. W. v.</i>), <a href="#pb457" class="pageref">457</a>.<br>
+Aken, <a href="#pb386" class="pageref">386</a>,-7, <a href="#pb404"
+class="pageref">404</a>.<br>
+<i>Alb. Agnes</i>, <a href="#pb455" class="pageref">455</a>,-6,
+<a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Ameland, <a href="#pb357" class="pageref">357</a>, <a href="#pb458"
+class="pageref">458</a>.<br>
+<i>Amelia</i>, <a href="#pb456" class="pageref">456</a>,-7.<br>
+<i>Anna</i>, <a href="#pb465" class="pageref">465</a>.<br>
+<i>Anna v. Gr. Br</i>, <a href="#pb460" class="pageref">460</a>,-2.<br>
+<i>Anna. v. Saks</i>, <a href="#pb452" class="pageref">452</a>.<br>
+<i>Anna Sophia</i>, <a href="#pb453" class="pageref">453</a>, <a href=
+"#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+<i>Anscharius</i>, <a href="#pb352" class="pageref">352</a>.<br>
+<i>Aremberg</i>, <a href="#pb443" class="pageref">443</a>.<br>
+Arianen, <a href="#pb353" class="pageref">353</a>.<br>
+<i>Arundelius</i>, <a href="#pb334" class="pageref">334</a>.<br>
+<i>Auckama</i>, <a href="#pb429" class="pageref">429</a>.<br>
+Aula Dei, <a href="#pb326" class="pageref">326</a>.<br>
+Austrachia, <a href="#pb470" class="pageref">470</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13045" class="main">B.</h3>
+<p class="firstpar">Baduhenna, <a href="#pb323" class=
+"pageref">323</a>.<br>
+Bara-Huis, <a href="#pb446" class="pageref">446</a>.<br>
+Barden, <a href="#pb287" class="pageref">287</a>, <a href="#pb326"
+class="pageref">326</a>.<br>
+Begraafplaats, <a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Beker, <a href="#pb422" class="pageref">422</a>, <a href="#pb448"
+class="pageref">448</a>.<br>
+Berlikum, <a href="#pb361" class="pageref">361</a>.<br>
+Bernard. (Kerk v. St.), <a href="#pb404" class="pageref">404</a>.<br>
+Bestand. (1348), <a href="#pb418" class="pageref">418</a>.<br>
+Bier-Oproer, <a href="#pb429" class="pageref">429</a>.<br>
+Bolsward, <a href="#pb405" class="pageref">405</a>.<br>
+<i>Bonifacius</i>, <a href="#pb343" class="pageref">343</a>.<br>
+<i>Botnia</i>, <a href="#pb398" class="pageref">398</a>.<br>
+Bouwkunstenaar, <a href="#pb393" class="pageref">393</a>.<br>
+Brieven, <a href="#pb439" class="pageref">439</a>, <a href="#pb446"
+class="pageref">446</a>, <a href="#pb461" class="pageref">461</a>.<br>
+Brittenkruid, <a href="#pb300" class="pageref">300</a>.<br>
+<span class="pagenum">[<a id="pb476" href="#pb476" name=
+"pb476">476</a>]</span> Bulle v. <i>Karel</i>, <a href="#pb351" class=
+"pageref">351</a>, <a href="#pb404" class="pageref">404</a>.<br>
+Buskruid, <a href="#pb421" class="pageref">421</a>.<br>
+Bussen, <a href="#pb421" class="pageref">421</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13170" class="main">C.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Carel Chr</i>, <a href="#pb463" class=
+"pageref">463</a>.<br>
+<i>Carolina</i>, <a href="#pb462" class="pageref">462</a>.<br>
+<i>Carolus</i>, <a href="#pb445" class="pageref">445</a>.<br>
+Catze, <a href="#pb426" class="pageref">426</a>.<br>
+<i>Clovis</i>, <a href="#pb332" class="pageref">332</a><span class=
+"corr" id="xd20e13209" title="Niet in bron">.</span><br>
+<i>Cunerus Petri</i>, <a href="#pb444" class="pageref">444</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13220" class="main">D.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Dagobert</i>, <a href="#pb339" class=
+"pageref">339</a>.<br>
+<i>Dijkhuizen</i> (<i>H. v.</i>), <a href="#pb425" class=
+"pageref">425</a>.<br>
+Dokkenburg, <a href="#pb328" class="pageref">328</a>.<br>
+Dokkum, <a href="#pb328" class="pageref">328</a>.<br>
+<i>Douwama</i>, <a href="#pb436" class="pageref">436</a>.<br>
+<i>Draaksdorp</i>, <a href="#pb433" class="pageref">433</a>.<br>
+Drinkuitsma, <a href="#pb423" class="pageref">423</a>.<br>
+<i>Drusus</i>, <a href="#pb283" class="pageref">283</a>, <a href=
+"#pb299" class="pageref">299</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13286" class="main">E.</h3>
+<p class="firstpar">Egils-saga, <a href="#pb362" class=
+"pageref">362</a>.<br>
+<i>Ernst Cas</i>, <a href="#pb453" class="pageref">453</a>, <a href=
+"#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Esonstad, <a href="#pb331" class="pageref">331</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13311" class="main">F.</h3>
+<p class="firstpar">Fjouwer lott. enz., <a href="#pb433" class=
+"pageref">433</a>.<br>
+<i>Floorken dunn&rsquo; bier</i>, <a href="#pb437" class=
+"pageref">437</a>.<br>
+<i>Floris II</i>, <a href="#pb393" class="pageref">393</a>.<br>
+<i>Floris v. Egm</i>, <a href="#pb437" class="pageref">437</a>.<br>
+Fokke-sloot, <a href="#pb426" class="pageref">426</a>.<br>
+<i>Folkerts</i>, <a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+<i>Forteman</i>, <a href="#pb352" class="pageref">352</a>.<br>
+<i>Fox</i>, <a href="#pb431" class="pageref">431</a>.<br>
+Foxhol, <a href="#pb432" class="pageref">432</a>.<br>
+Franeker, <a href="#pb398" class="pageref">398</a>, <a href="#pb432"
+class="pageref">432</a>.<br>
+Fraterhuis, <a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+<i>Fred. Hendrik</i>, <a href="#pb455" class="pageref">455</a>.<br>
+<i>Frederika S. W.</i>, <a href="#pb463" class="pageref">463</a>.<br>
+<i>Fresinga</i>, <a href="#pb444" class="pageref">444</a>,-9.<br>
+Friesland. (Prins. over), <a href="#pb286" class="pageref">286</a>.<br>
+Friesland. (Staat v.), <a href="#pb281" class="pageref">281</a>.<br>
+Friezen. (Gesch. der), <a href="#pb299" class="pageref">299</a>.<br>
+Friezen. (Kruist. der), <a href="#pb365" class="pageref">365</a>.<br>
+Friezen. (Oors. d.), <a href="#pb289" class="pageref">289</a>, <a href=
+"#pb291" class="pageref">291</a>.<br>
+<i>Frisiabones</i>, <a href="#pb329" class="pageref">329</a>.<br>
+Froonakker, <a href="#pb397" class="pageref">397</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13463" class="main">G.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Gaykinga&rsquo;s</i>, <a href="#pb437" class=
+"pageref">437</a>.<br>
+<i>Galama&rsquo;s</i>, <a href="#pb393" class="pageref">393</a>,-8.<br>
+<i>Ganzevoort</i>, <a href="#pb430" class="pageref">430</a>.<br>
+Gebed der Saks, <a href="#pb348" class="pageref">348</a>.<br>
+<i>Georg</i> (Hertog), <a href="#pb436" class="pageref">436</a>.<br>
+Geregtshof, <a href="#pb433" class="pageref">433</a>.<br>
+Geschut, <a href="#pb421" class="pageref">421</a>.<br>
+Geuzennapjes, <a href="#pb443" class="pageref">443</a>.<br>
+Godsakker, <a href="#pb397" class="pageref">397</a>.<br>
+Gods-Hof, <a href="#pb326" class="pageref">326</a>.<br>
+Goteling, <a href="#pb463" class="pageref">463</a>.<br>
+<span class="pagenum">[<a id="pb477" href="#pb477" name=
+"pb477">477</a>]</span> Goutum, <a href="#pb423" class=
+"pageref">423</a>.<br>
+Graaf v. Holl, <a href="#pb418" class="pageref">418</a>.<br>
+Graafschappen, <a href="#pb344" class="pageref">344</a>.<br>
+Grafkelder, <a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Grebbe, <a href="#pb300" class="pageref">300</a>.<br>
+Grietman, <a href="#pb471" class="pageref">471</a>.<br>
+<i>Groote</i> (<i>Ger</i>.), <a href="#pb430" class="pageref">430</a>,
+<a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+Gulden. (Arends-), <a href="#pb424" class="pageref">424</a>.<br>
+Gulden. (Goud-), <a href="#pb436" class="pageref">436</a>.<br>
+Gulden. (Koppens-), <a href="#pb424" class="pageref">424</a>.<br>
+Gulden. (Rijnse), <a href="#pb436" class="pageref">436</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13605" class="main">H.</h3>
+<p class="firstpar">Hanzee-verbond, <a href="#pb416" class=
+"pageref">416</a>.<br>
+Harns, <a href="#pb364" class="pageref">364</a>.<br>
+<i>Hend. Cas. I</i>, <a href="#pb454" class="pageref">454</a>, <a href=
+"#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+<i>Hend. Cas. II</i>, <a href="#pb456" class="pageref">456</a>,
+<a href="#pb465" class="pageref">465</a>.<br>
+<i>Heng. en Hors</i>, <a href="#pb331" class="pageref">331</a>.<br>
+Hertogen, <a href="#pb327" class="pageref">327</a>.<br>
+Hof. (Oude), <a href="#pb326" class="pageref">326</a>.<br>
+Hongersnood, <a href="#pb406" class="pageref">406</a>.<br>
+<i>Hooft</i>, <a href="#pb449" class="pageref">449</a>.<br>
+Hoorn. (Friesche), <a href="#pb318" class="pageref">318</a>.<br>
+<i>Hopper</i>, <a href="#pb445" class="pageref">445</a>.<br>
+Horspil, <a href="#pb413" class="pageref">413</a>.<br>
+Hovelingen, <a href="#pb424" class="pageref">424</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13699" class="main">I. J.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Jarges</i>, <a href="#pb424" class=
+"pageref">424</a>.<br>
+Jezuiten, <a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+<i>Joh. Mauritz</i>, <a href="#pb466" class="pageref">466</a>.<br>
+<i>Joh de Oude</i>, <a href="#pb452" class="pageref">452</a>.<br>
+<i>Joh. W. Friso</i>, <a href="#pb457" class="pageref">457</a>,-8,
+<a href="#pb465" class="pageref">465</a>.<br>
+Islegouwe, <a href="#pb344" class="pageref">344</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13749" class="main">K.</h3>
+<p class="firstpar">Kapellanen, <a href="#pb473" class=
+"pageref">473</a>.<br>
+<i>Karel de Dikke</i>, <a href="#pb355" class="pageref">355</a>.<br>
+<i>Karel de Gr</i>, <a href="#pb316" class="pageref">316</a>, <a href=
+"#pb344" class="pageref">344</a>, <a href="#pb350" class=
+"pageref">350</a>.<br>
+<i>Karel v. Hess.-C</i>, <a href="#pb459" class="pageref">459</a>.<br>
+<i>Karel de Kale</i>, <a href="#pb357" class="pageref">357</a>.<br>
+<i>Karel V</i>, <a href="#pb436" class="pageref">436</a>,-7.<br>
+Kastelein, <a href="#pb398" class="pageref">398</a>.<br>
+Kerk. (Groote), <a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Klaarkamp, <a href="#pb396" class="pageref">396</a>.<br>
+Klif. (&rsquo;t Roode), <a href="#pb322" class="pageref">322</a>.<br>
+Klipschild, <a href="#pb351" class="pageref">351</a>.<br>
+Kloosters, <a href="#pb357" class="pageref">357</a>, <a href="#pb395"
+class="pageref">395</a>,-6, <a href="#pb405" class="pageref">405</a>,
+<a href="#pb440" class="pageref">440</a>.<br>
+<i>Klotaris</i>, <a href="#pb339" class="pageref">339</a>.<br>
+<i>Koenraad III</i>, <a href="#pb395" class="pageref">395</a>.<br>
+Kronijkschrijvers, <a href="#pb287" class="pageref">287</a>.<br>
+Kruistogten, <a href="#pb365" class="pageref">365</a>.<br>
+Kuit, <a href="#pb429" class="pageref">429</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13880" class="main">L.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Lalaing</i>, <a href="#pb448" class=
+"pageref">448</a>.<br>
+Leeuwarden, <a href="#pb397" class="pageref">397</a>.<br>
+Leges Fris, <a href="#pb344" class="pageref">344</a>.<br>
+Lem, <a href="#pb333" class="pageref">333</a>.<br>
+<i>Lengen</i> (<i>A. v.</i>), <a href="#pb425" class=
+"pageref">425</a>.<br>
+<i>Liauckama</i> (<i>E.</i>), <a href="#pb417" class=
+"pageref">417</a>.<br>
+Lidlum, <a href="#pb396" class="pageref">396</a>.<br>
+<span class="pagenum">[<a id="pb478" href="#pb478" name=
+"pb478">478</a>]</span> <i>Lodew. de Duitscher</i>, <a href="#pb354"
+class="pageref">354</a>.<br>
+<i>Lodew. de Jongere</i>, <a href="#pb355" class="pageref">355</a>.<br>
+<i>Lodew. &rsquo;t Kind</i>,356.<br>
+<i>Lodew. de Vrome</i>, <a href="#pb345" class="pageref">345</a>.<br>
+<i>Ludger</i>, <a href="#pb347" class="pageref">347</a>.<br>
+Ludingakerk, <a href="#pb395" class="pageref">395</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13980" class="main">M.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Malen</i>. (<i>J. R. v. d.</i>), <a href=
+"#pb470" class="pageref">470</a>.<br>
+<i>Malorix</i>, <a href="#pb302" class="pageref">302</a>, <a href=
+"#pb324" class="pageref">324</a>.<br>
+<i>Marcellus</i>, <a href="#pb343" class="pageref">343</a>.<br>
+<i>Maria Amelia</i>, <a href="#pb459" class="pageref">459</a>.<br>
+<i>Maria v. Hong</i>, <a href="#pb438" class="pageref">438</a>.<br>
+<i>Maria Louisa</i>, <a href="#pb458" class="pageref">458</a>,-9,
+<a href="#pb465" class="pageref">465</a>.<br>
+Mariengaard, <a href="#pb396" class="pageref">396</a>, <a href="#pb418"
+class="pageref">418</a>.<br>
+Marken, <a href="#pb418" class="pageref">418</a>.<br>
+<i>Martena</i>, <a href="#pb415" class="pageref">415</a>.<br>
+<i>Maryke-Mui</i>, <a href="#pb459" class="pageref">459</a>.<br>
+Medemblik, <a href="#pb329" class="pageref">329</a>.<br>
+Menschen-offers, <a href="#pb341" class="pageref">341</a>.<br>
+<i>Merode</i>, <a href="#pb451" class="pageref">451</a>.<br>
+Middelzee, <a href="#pb284" class="pageref">284</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14097" class="main">N.</h3>
+<p class="firstpar">Noord-Holland, <a href="#pb329" class=
+"pageref">329</a>.<br>
+Noormann, <a href="#pb326" class="pageref">326</a>, <a href="#pb355"
+class="pageref">355</a>, <a href="#pb362" class="pageref">362</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14116" class="main">O.</h3>
+<p class="firstpar">Offeren, <a href="#pb402" class=
+"pageref">402</a>.<br>
+<i>Olennius</i>, <a href="#pb301" class="pageref">301</a>, <a href=
+"#pb323" class="pageref">323</a>.<br>
+Ostagiers, <a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Overlever, <a href="#pb291" class="pageref">291</a>, <a href="#pb346"
+class="pageref">346</a>, <a href="#pb362" class="pageref">362</a>.<br>
+Overzigt, <a href="#pb298" class="pageref">298</a>.<br>
+<i>Ovo</i>, <a href="#pb341" class="pageref">341</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14166" class="main">P.</h3>
+<p class="firstpar">Palesloot, <a href="#pb426" class=
+"pageref">426</a>.<br>
+Patele, <a href="#pb318" class="pageref">318</a>, <a href="#pb413"
+class="pageref">413</a>.<br>
+Persona, <a href="#pb473" class="pageref">473</a>.<br>
+Pest, <a href="#pb466" class="pageref">466</a>.<br>
+<i>Petri</i>. (<i>Cun.</i>), <a href="#pb444" class=
+"pageref">444</a>.<br>
+<i>Pier</i>. (<i>Groote</i>), <a href="#pb435" class=
+"pageref">435</a>.<br>
+<i>Pinckert</i>, <a href="#pb429" class="pageref">429</a>.<br>
+Portretten, <a href="#pb426" class="pageref">426</a>, <a href="#pb465"
+class="pageref">465</a>.<br>
+Potestaten, <a href="#pb352" class="pageref">352</a>.<br>
+<i>Predrinus</i>, <a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+<i>Priester-Jan</i>, <a href="#pb343" class="pageref">343</a>.<br>
+Priors, <a href="#pb473" class="pageref">473</a>.<br>
+Proosten, <a href="#pb473" class="pageref">473</a>.<br>
+Putsma, <a href="#pb423" class="pageref">423</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14272" class="main">R.</h3>
+<p class="firstpar">Raad. (Hooge), <a href="#pb432" class=
+"pageref">432</a>.<br>
+<i>Radboud</i>, <a href="#pb310" class="pageref">310</a>, <a href=
+"#pb316" class="pageref">316</a>.<br>
+Regtbank, <a href="#pb432" class="pageref">432</a>.<br>
+<i>Reide.</i> (<i>Th. v.</i>), <a href="#pb425" class=
+"pageref">425</a>.<br>
+<i>Reinalda</i>, <a href="#pb397" class="pageref">397</a>.<br>
+<i>Reinier v. Wins</i>, <a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+<i>Rennenberg</i>, <a href="#pb448" class="pageref">448</a>.<br>
+<i>Ridserd</i>, <a href="#pb334" class="pageref">334</a>.<br>
+<i>Robles</i>, <a href="#pb444" class="pageref">444</a>.<br>
+Rome, <a href="#pb350" class="pageref">350</a>.<br>
+Roorda, <a href="#pb379" class="pageref">379</a>. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb479" href="#pb479" name="pb479">479</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14363" class="main">S.</h3>
+<p class="firstpar">Sagen, <a href="#pb291" class="pageref">291</a>,
+<a href="#pb346" class="pageref">346</a>, <a href="#pb362" class=
+"pageref">362</a>.<br>
+<i>Scharl.</i> (<i>O. v.</i>), <a href="#pb287" class=
+"pageref">287</a>, <a href="#pb359" class="pageref">359</a>.<br>
+Schelde, <a href="#pb281" class="pageref">281</a>.<br>
+Schenkinsma, <a href="#pb423" class="pageref">423</a>.<br>
+Schieringers, <a href="#pb406" class="pageref">406</a>.<br>
+<i>Sjaerdema&rsquo;s</i>, <a href="#pb402" class="pageref">402</a>,
+<a href="#pb426" class="pageref">426</a>.<br>
+Sincfal, <a href="#pb281" class="pageref">281</a>.<br>
+<i>Sophia Hedwich</i>, <a href="#pb455" class="pageref">455</a>,
+<a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Sprinkhanen, <a href="#pb357" class="pageref">357</a>.<br>
+Stadhouders, <a href="#pb452" class="pageref">452</a>.<br>
+Stapelregt, <a href="#pb427" class="pageref">427</a>.<br>
+Stavo, <a href="#pb322" class="pageref">322</a>.<br>
+<i>Stavoren</i>. (<i>Kopp. v</i>.), <a href="#pb359" class=
+"pageref">359</a>.<br>
+Stijl. (O. en N.), <a href="#pb466" class="pageref">466</a>.<br>
+<i>Stortenbeker</i>, <a href="#pb422" class="pageref">422</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14483" class="main">T.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Tadema</i>, <a href="#pb349" class=
+"pageref">349</a>.<br>
+<i>Taijkama</i>, <a href="#pb398" class="pageref">398</a>.<br>
+Thabor. (Convent), <a href="#pb440" class="pageref">440</a>.<br>
+<i>Thabor</i>. (<i>P. v</i>.), <a href="#pb440" class=
+"pageref">440</a>.<br>
+<i>Thabor</i>. (<i>W. v</i>.), <a href="#pb440" class=
+"pageref">440</a>.<br>
+Teisterband, <a href="#pb341" class="pageref">341</a>.<br>
+Tempelschatting, <a href="#pb398" class="pageref">398</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14541" class="main">U.</h3>
+<p class="firstpar">Uitgong, <a href="#pb361" class=
+"pageref">361</a>.<br>
+<i>Uken</i>, <a href="#pb424" class="pageref">424</a>.<br>
+<i>Uko</i>, <a href="#pb425" class="pageref">425</a>.<br>
+Upstalsboom, <a href="#pb399" class="pageref">399</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14571" class="main">V.</h3>
+<p class="firstpar">Vergraven, <a href="#pb283" class=
+"pageref">283</a>, <a href="#pb336" class="pageref">336</a>.<br>
+<i>Verritus</i>, <a href="#pb302" class="pageref">302</a>, <a href=
+"#pb324" class="pageref">324</a>.<br>
+Vetkoopers, <a href="#pb406" class="pageref">406</a>.<br>
+<i>Viglius</i>, <a href="#pb446" class="pageref">446</a>.<br>
+<i>Vlytarp</i>, <a href="#pb359" class="pageref">359</a>.<br>
+Volksliedje, <a href="#pb420" class="pageref">420</a>.<br>
+Volksverh, <a href="#pb291" class="pageref">291</a>, <a href="#pb346"
+class="pageref">346</a>, <a href="#pb362" class="pageref">362</a>.<br>
+Vossehol, <a href="#pb432" class="pageref">432</a>.<br>
+Vredeverd. (1348), <a href="#pb418" class="pageref">418</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14645" class="main">W.</h3>
+<p class="firstpar">Waarden, <a href="#pb330" class=
+"pageref">330</a>.<br>
+Wapens, <a href="#pb317" class="pageref">317</a>, <a href="#pb379"
+class="pageref">379</a>.<br>
+Watervloeden, <a href="#pb334" class="pageref">334</a>.<br>
+Wederdoopers, <a href="#pb437" class="pageref">437</a>.<br>
+Weerdenbras, <a href="#pb433" class="pageref">433</a>.<br>
+<i>Westerman</i>, <a href="#pb358" class="pageref">358</a>.<br>
+Westrachia, <a href="#pb470" class="pageref">470</a>.<br>
+Wetten, <a href="#pb344" class="pageref">344</a>.<br>
+<i>Wiarda</i>, <a href="#pb423" class="pageref">423</a>.<br>
+Wiarda-State, <a href="#pb423" class="pageref">423</a>.<br>
+<i>Willebrod</i>, <a href="#pb343" class="pageref">343</a>.<br>
+<i>Willem I</i>, <a href="#pb452" class="pageref">452</a>.<br>
+<i>Willem III</i>, <a href="#pb457" class="pageref">457</a>,-8.<br>
+<i>Willem IV</i>, <a href="#pb460" class="pageref">460</a>,-5.<br>
+<i>Willem V</i>, <a href="#pb463" class="pageref">463</a>.<br>
+<i>Willem</i> (Graaf), <a href="#pb417" class="pageref">417</a>.<br>
+<i>Willem Georg Fr</i>, <a href="#pb457" class="pageref">457</a>,
+<a href="#pb465" class="pageref">465</a>.<br>
+<i>Willem Frederik</i>, <a href="#pb455" class="pageref">455</a>,
+<a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+<span class="pagenum">[<a id="pb480" href="#pb480" name=
+"pb480">480</a>]</span> <i>Willem Lod</i>, <a href="#pb452" class=
+"pageref">452</a>, <a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+<i>Winsum</i>. (<i>R. v</i>.), <a href="#pb442" class=
+"pageref">442</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14809" class="main">Y.</h3>
+<p class="firstpar">Ylst, <a href="#pb405" class="pageref">405</a>,
+<a href="#pb416" class="pageref">416</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14820" class="main">Z.</h3>
+<p class="firstpar">Zwarte Hoop, <a href="#pb432" class=
+"pageref">432</a>, <a href="#pb434" class="pageref">434</a>.<br>
+Zwene, <a href="#pb281" class="pageref">281</a>.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="drukfouten" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e14836" class="main">Drukfouten.</h2>
+<p lang="nl" class="firstpar transcribernote">De expliciet aangegeven
+drukfouten zijn in deze editie van de tekst verbeterd.</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Op Bladz. 66,</td>
+<td valign="top" colspan="3">281 tot 372, komt meermalen in den 2den en
+3den naamval voor: Karel den Groote; ook Lodewijk den Vrome,
+Godvruchtige, Jongere, Karel den Dikke, den Kale; men voege achter
+&rsquo;t bijv. naamwoord eene n.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">284</td>
+<td valign="top">staat:</td>
+<td valign="top">Barradeel, lees: Baarderadeel.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top"><i>Bijdragen tot de Gesch</i>. lees: <i>Nasporingen
+betrekkelijk de Gesch</i>.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">327</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">dat men onder die waardigh. lees: dat die
+waardigheid.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">336</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">1178 lees: 1170.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">367</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">bij hunne aanwer-een ving, lees: bij hunne aanwerving,
+een.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">415</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">der landbouw, lees: van den landb.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">439</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top"><i>weauctoriseert</i>, &raquo;
+<i>geauctoriseert</i>.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">448</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">Heer van Velle, &raquo; Heer van Ville.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" colspan="4">De Bladz. 391 is verkeerdelijk gemerkt
+191.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<p>De Lezer gelieve geringere drukfeilen, als: Friesen voor Friezen,
+<i>Firsiabones</i> voor <i>Fris</i>.; <span class="sc">Theutonista voor
+Teuthon</span>.; geene voor geen; noordwaards voor noordwaarts of
+dergelijken over het hoofd te zien.</p>
+</div>
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<ul>
+<li><a href="#voorberigt">Voorberigt.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e159">I</a></span></li>
+<li><a href="#kronyk">Friesche Kronyk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e356">1</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#zevenprinsen">De Heeren, onder welks Gebied de Friesen
+van tyd tot tyd geweest zyn.: I. Onder zeven Prinsen.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e374">2</a></span></li>
+<li><a href="#zevenhertogen">II. Onder zeven Hertogen.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e596">17</a></span></li>
+<li><a href="#negenkoningen">III. Onder negen Koningen.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e796">30</a></span></li>
+<li><a href="#vreemdeheren">IV. Vreemde Heeren.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1048">50</a></span></li>
+<li><a href="#landsheeren">V. Landsheeren, of
+Potestaaten.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e1150">59</a></span></li>
+<li><a href="#erfheeren">VI. Erfheeren.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2146">134</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#albrecht">1. Albrecht, Hertog van Saxen.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2149">134</a></span></li>
+<li><a href="#k6.2">2. Georg, Hertog van Saxen.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2204">140</a></span></li>
+<li><a href="#bourgandien">2. het Huis van Bourgondien.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2298">151</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#karel5">1. Karel de Vyfde.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2301">151</a></span></li>
+<li><a href="#philippus2">2. Philippus de Tweede, Koning van
+Spanje.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e2486">164</a></span></li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#stadhouders">VII. Stadhouders der
+Staaten.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e2737">191</a></span></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#landverdeeling">Landverdeeling van
+Friesland.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e3634">272</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#oostergo">I. Oostergo.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3669">275</a></span></li>
+<li><a href="#westergo">II. Westergo.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3700">277</a></span></li>
+<li><a href="#zevenwouden">III. Zevenwouden.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3725">279</a></span></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#bijvoegsels">Bijvoegsels en
+Aanteekeningen.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e3769">281</a></span></li>
+<li><a href="#register">Register op de Bijvoegsels en
+Aanteekeningen.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e12826">475</a></span></li>
+<li><a href="#drukfouten">Drukfouten.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e14836">480</a></span></li>
+</ul>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
+<p class="firstpar">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
+overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a class=
+"exlink" title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie
+team op <a class="exlink" title="Externe link" href=
+"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+<p>De tekst van dit boek, dat in 1677 voor het eerst verscheen wordt
+toegeschreven aan de Friese taalpedagoog Johannes Hilarides.</p>
+<p>Deze tekst is gebaseerd op scan beschikbaar gemaakt door Google
+(<a class="exlink" title="Externe link" href=
+"http://books.google.nl/books?id=Zgs-AAAAYAAJ">1</a>, <a class="exlink"
+title="Externe link" href=
+"http://books.google.nl/books?id=tKQBAAAAYAAJ">2</a>; Kopie op het
+<a class="exlink" title="Externe link" href=
+"http://www.archive.org/details/itaadefrieschet00leeugoog">Internet
+Archive</a>).</p>
+<p>Een alternative kopie is beschikbaar bij <a class="exlink" title=
+"Externe link" href=
+"http://www.wumkes.nl/index.php?volg=1&amp;id=43">wumkes.nl</a>.</p>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="firstpar">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is
+geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in
+het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd
+met het corr-element.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2010-08-20 Begonnen.</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%" summary=
+"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e406">5</a></td>
+<td class="width40">ge-genoemt</td>
+<td class="width40">genoemt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e496">12</a></td>
+<td class="width40">verachtelyde</td>
+<td class="width40">verachtelyke</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e501">12</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40"><sup>e</sup></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e579">17</a></td>
+<td class="width40">plonderde</td>
+<td class="width40">plonderden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e630">19</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e814">31</a></td>
+<td class="width40">versloegze</td>
+<td class="width40">versloeg ze</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e829">31</a></td>
+<td class="width40">Schuilpaatsen</td>
+<td class="width40">Schuilplaatsen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e846">33</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e852">33</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e875">34</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1098">53</a></td>
+<td class="width40">Fries-gestelt</td>
+<td class="width40">Friesland gestelt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1162">61</a></td>
+<td class="width40">aaangeteekent</td>
+<td class="width40">aangeteekent</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1645">95</a></td>
+<td class="width40">instorte</td>
+<td class="width40">instortte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1915">116</a></td>
+<td class="width40">doodgegeslagen</td>
+<td class="width40">doodgeslagen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2077">128</a></td>
+<td class="width40">ordre</td>
+<td class="width40">orde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2290">150</a></td>
+<td class="width40">zeinschepen</td>
+<td class="width40">zeilschepen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2406">157</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2746">192</a></td>
+<td class="width40">lang</td>
+<td class="width40">langs</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2751">192</a></td>
+<td class="width40">ge-geslagen</td>
+<td class="width40">geslagen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2806">197</a></td>
+<td class="width40">verdroken</td>
+<td class="width40">verdronken</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2842">201</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2849">202</a></td>
+<td class="width40">kauon</td>
+<td class="width40">kanon</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2878">206</a></td>
+<td class="width40">ouder</td>
+<td class="width40">onder</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3007">219</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3844">284</a></td>
+<td class="width40">Barradeel</td>
+<td class="width40">Baarderadeel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3889">284</a></td>
+<td class="width40">Ypey</td>
+<td class="width40">Ypeij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3893">284</a></td>
+<td class="width40">Bijdragen tot</td>
+<td class="width40">Nasporingen betrekkelijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3983">286</a></td>
+<td class="width40">Shwartzenberg</td>
+<td class="width40">Schwartzenberg</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4232">290</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href=
+"#xd20e4715">n.v.t.</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4913">311</a></td>
+<td class="width40">&laquo;</td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5496">324</a></td>
+<td class="width40">.</td>
+<td class="width40">:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5599">325</a></td>
+<td class="width40">Aanhanzel</td>
+<td class="width40">Aanhangzel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5771">327</a></td>
+<td class="width40">dat men onder die</td>
+<td class="width40">dat die</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6091">331</a></td>
+<td class="width40">verwer-werpen</td>
+<td class="width40">verwerpen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6130">332</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6143">332</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6713">342</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6873">345</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6933">346</a></td>
+<td class="width40">twaalve</td>
+<td class="width40">twaalvde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6955">347</a></td>
+<td class="width40">vermeld</td>
+<td class="width40">vermeldt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6964">347</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7058">349</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7164">352</a></td>
+<td class="width40">onstaan</td>
+<td class="width40">ontstaan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7420">358</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7756">367</a></td>
+<td class="width40">aanwer-een ving,</td>
+<td class="width40">aanwerving, een</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7774">367</a></td>
+<td class="width40">-</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7797">370</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7983">375</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8002">378</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8005">378</a></td>
+<td class="width40">Syrie</td>
+<td class="width40">Syri&euml;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8076">382</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8079">382</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8082">382</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8172">387</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8189">389</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8192">389</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8197">390</a></td>
+<td class="width40">Middellansche</td>
+<td class="width40">Middellandsche</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8337">393</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8351">393</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8479">396</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8486">396</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8718">399</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8726">400</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8832">402</a></td>
+<td class="width40">achsten</td>
+<td class="width40">achtsten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9148">409</a></td>
+<td class="width40">zeggende,</td>
+<td class="width40">zeggen),</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9151">409</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9205">412</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9236">412</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9394">414</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9509">415</a></td>
+<td class="width40">serkste</td>
+<td class="width40">sterkste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9513">415</a></td>
+<td class="width40">der landbouw</td>
+<td class="width40">van den landbouw</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9657">417</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9945">422</a></td>
+<td class="width40">;</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9947">422</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e10381">429</a></td>
+<td class="width40">.</td>
+<td class="width40">;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e10913">436</a></td>
+<td class="width40">belangrijkst</td>
+<td class="width40">belangrijkste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e11081">439</a></td>
+<td class="width40">weauctoriseert</td>
+<td class="width40">geauctoriseert</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e11115">440</a></td>
+<td class="width40">welligtaf komstig</td>
+<td class="width40">wellicht afkomstig</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e11230">443</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e11634">448</a></td>
+<td class="width40">Velle</td>
+<td class="width40">Ville</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e11905">453</a></td>
+<td class="width40">het het</td>
+<td class="width40">het</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12005">457</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12078">460</a></td>
+<td class="width40">andederen</td>
+<td class="width40">anderen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12138">463</a></td>
+<td class="width40">den den</td>
+<td class="width40">den</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12199">463</a></td>
+<td class="width40">de</td>
+<td class="width40">De</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12302">464</a></td>
+<td class="width40">Freder&iuml;k</td>
+<td class="width40">Frederik</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12413">467</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12570">470</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e13209">476</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK IT AADE FRIESCHE TERP ***</div>
+<div style='text-align:left'>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Updated editions will replace the previous one&#8212;the old editions will
+be renamed.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
+law means that no one owns a United States copyright in these works,
+so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
+States without permission and without paying copyright
+royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
+of this license, apply to copying and distributing Project
+Gutenberg&#8482; electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG&#8482;
+concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
+and may not be used if you charge for an eBook, except by following
+the terms of the trademark license, including paying royalties for use
+of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
+copies of this eBook, complying with the trademark license is very
+easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
+of derivative works, reports, performances and research. Project
+Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away&#8212;you may
+do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
+by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
+license, especially commercial redistribution.
+</div>
+
+<div style='margin-top:1em; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE</div>
+<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE</div>
+<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+To protect the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase &#8220;Project
+Gutenberg&#8221;), you agree to comply with all the terms of the Full
+Project Gutenberg&#8482; License available with this file or online at
+www.gutenberg.org/license.
+</div>
+
+<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg&#8482;
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or
+destroy all copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in your
+possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
+Project Gutenberg&#8482; electronic work and you do not agree to be bound
+by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
+or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.B. &#8220;Project Gutenberg&#8221; is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg&#8482; electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg&#8482; electronic works if you follow the terms of this
+agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg&#8482;
+electronic works. See paragraph 1.E below.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (&#8220;the
+Foundation&#8221; or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
+of Project Gutenberg&#8482; electronic works. Nearly all the individual
+works in the collection are in the public domain in the United
+States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
+United States and you are located in the United States, we do not
+claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
+displaying or creating derivative works based on the work as long as
+all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
+that you will support the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting
+free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg&#8482;
+works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
+Project Gutenberg&#8482; name associated with the work. You can easily
+comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
+same format with its attached full Project Gutenberg&#8482; License when
+you share it without charge with others.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
+in a constant state of change. If you are outside the United States,
+check the laws of your country in addition to the terms of this
+agreement before downloading, copying, displaying, performing,
+distributing or creating derivative works based on this work or any
+other Project Gutenberg&#8482; work. The Foundation makes no
+representations concerning the copyright status of any work in any
+country other than the United States.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
+immediate access to, the full Project Gutenberg&#8482; License must appear
+prominently whenever any copy of a Project Gutenberg&#8482; work (any work
+on which the phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; appears, or with which the
+phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; is associated) is accessed, displayed,
+performed, viewed, copied or distributed:
+</div>
+
+<blockquote>
+ <div style='display:block; margin:1em 0'>
+ This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
+ other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+ whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+ of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
+ at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
+ are not located in the United States, you will have to check the laws
+ of the country where you are located before using this eBook.
+ </div>
+</blockquote>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is
+derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
+contain a notice indicating that it is posted with permission of the
+copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
+the United States without paying any fees or charges. If you are
+redistributing or providing access to a work with the phrase &#8220;Project
+Gutenberg&#8221; associated with or appearing on the work, you must comply
+either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
+obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg&#8482;
+trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
+additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
+will be linked to the Project Gutenberg&#8482; License for all works
+posted with the permission of the copyright holder found at the
+beginning of this work.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg&#8482;
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg&#8482;.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg&#8482; License.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
+any word processing or hypertext form. However, if you provide access
+to or distribute copies of a Project Gutenberg&#8482; work in a format
+other than &#8220;Plain Vanilla ASCII&#8221; or other format used in the official
+version posted on the official Project Gutenberg&#8482; website
+(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
+to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
+of obtaining a copy upon request, of the work in its original &#8220;Plain
+Vanilla ASCII&#8221; or other form. Any alternate format must include the
+full Project Gutenberg&#8482; License as specified in paragraph 1.E.1.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg&#8482; works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
+provided that:
+</div>
+
+<div style='margin-left:0.7em;'>
+ <div style='text-indent:-0.7em'>
+ &#8226; You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg&#8482; works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
+ to the owner of the Project Gutenberg&#8482; trademark, but he has
+ agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
+ within 60 days following each date on which you prepare (or are
+ legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
+ payments should be clearly marked as such and sent to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
+ Section 4, &#8220;Information about donations to the Project Gutenberg
+ Literary Archive Foundation.&#8221;
+ </div>
+
+ <div style='text-indent:-0.7em'>
+ &#8226; You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg&#8482;
+ License. You must require such a user to return or destroy all
+ copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
+ all use of and all access to other copies of Project Gutenberg&#8482;
+ works.
+ </div>
+
+ <div style='text-indent:-0.7em'>
+ &#8226; You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
+ any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
+ receipt of the work.
+ </div>
+
+ <div style='text-indent:-0.7em'>
+ &#8226; You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg&#8482; works.
+ </div>
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
+Gutenberg&#8482; electronic work or group of works on different terms than
+are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
+from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
+the Project Gutenberg&#8482; trademark. Contact the Foundation as set
+forth in Section 3 below.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
+Gutenberg&#8482; collection. Despite these efforts, Project Gutenberg&#8482;
+electronic works, and the medium on which they may be stored, may
+contain &#8220;Defects,&#8221; such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
+or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
+other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
+cannot be read by your equipment.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the &#8220;Right
+of Replacement or Refund&#8221; described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg&#8482; trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg&#8482; electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium
+with your written explanation. The person or entity that provided you
+with the defective work may elect to provide a replacement copy in
+lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
+or entity providing it to you may choose to give you a second
+opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
+the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
+without further opportunities to fix the problem.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you &#8216;AS-IS&#8217;, WITH NO
+OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of
+damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
+violates the law of the state applicable to this agreement, the
+agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
+limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
+unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
+remaining provisions.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in
+accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
+production, promotion and distribution of Project Gutenberg&#8482;
+electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
+including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
+the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
+or any Project Gutenberg&#8482; work, (b) alteration, modification, or
+additions or deletions to any Project Gutenberg&#8482; work, and (c) any
+Defect you cause.
+</div>
+
+<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg&#8482;
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Project Gutenberg&#8482; is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of
+computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
+exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
+from people in all walks of life.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg&#8482;&#8217;s
+goals and ensuring that the Project Gutenberg&#8482; collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg&#8482; and future
+generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
+Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
+</div>
+
+<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation&#8217;s EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
+U.S. federal laws and your state&#8217;s laws.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+The Foundation&#8217;s business office is located at 809 North 1500 West,
+Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
+to date contact information can be found at the Foundation&#8217;s website
+and official page at www.gutenberg.org/contact
+</div>
+
+<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Project Gutenberg&#8482; depends upon and cannot survive without widespread
+public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
+DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
+visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations. To
+donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+</div>
+
+<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
+Section 5. General Information About Project Gutenberg&#8482; electronic works
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
+Gutenberg&#8482; concept of a library of electronic works that could be
+freely shared with anyone. For forty years, he produced and
+distributed Project Gutenberg&#8482; eBooks with only a loose network of
+volunteer support.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Project Gutenberg&#8482; eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
+the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
+necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
+edition.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Most people start at our website which has the main PG search
+facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+This website includes information about Project Gutenberg&#8482;,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+</div>
+</div>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/33563-h/images/book.png b/33563-h/images/book.png
new file mode 100644
index 0000000..963d165
--- /dev/null
+++ b/33563-h/images/book.png
Binary files differ
diff --git a/33563-h/images/external.png b/33563-h/images/external.png
new file mode 100644
index 0000000..ba4f205
--- /dev/null
+++ b/33563-h/images/external.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..d65c4d7
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #33563 (https://www.gutenberg.org/ebooks/33563)
diff --git a/old/33563-8.txt b/old/33563-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..f0b174e
--- /dev/null
+++ b/old/33563-8.txt
@@ -0,0 +1,13442 @@
+The Project Gutenberg EBook of It aade Friesche Terp, by Johannes Hilarides
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: It aade Friesche Terp
+ of Kronyk der Geschiedenissen van de Vrye Friesen
+
+Author: Johannes Hilarides
+
+Editor: J. van Leeuwen
+
+Release Date: August 28, 2010 [EBook #33563]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IT AADE FRIESCHE TERP ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg. (This book was produced from scanned images of
+public domain material from the Google Print project.)
+
+
+
+
+
+
+
+
+ IT AADE FRIESCHE TERP
+
+ of
+
+ Kronyk
+ der Geschiedenissen van de
+ Vrye Friesen:
+
+ met
+ Bijvoegsels en Aanteekeningen.
+
+ van
+ J. van Leeuwen,
+ Griffier van de Regtbank te Leeuwarden.
+
+
+
+ te Leeuwarden, bij
+ J. Proost.
+
+ 1834.
+
+
+
+
+
+
+
+VOORBERIGT.
+
+
+In den jare 1677 werd te Leeuwarden uitgegeven de eerste druk dezer
+Kronijk ander den titel:
+
+
+ IT AADE FRIESCHE TERP,
+ Vertoonende
+ DE FRYE FRIESEN,
+
+ in haar Oorsprong, Opkomst en Voortgang: Als Landsbestiering,
+ Waapenhandel, Krychsdaaden, Weetenschap, Vreemde voorvallen, Yver
+ voor de Vryheit, Afgooderye, Godsdienst en Landstreek.
+
+ In 't gemeen bij een gehoopt,
+
+ Voor de Liefhebbers der Vryheit.
+
+
+Op dezen druk, beginnende met het jaar 313 voor Christus geboorte
+en eindigende 1677, volgde een tweede, uitgegeven te Haarlem 1743,
+getiteld: It aade Friesche Terp, of Kronyk der Geschiedenissen van de
+Vrye Friesen, met een Bijvoegsel gaande tot de geboorte van Willem
+Karel Hendrik Friso. Daarna zijn er nog twee Uitgaven in het licht
+verschenen de eerste te 's Gravenhage 1746 en de laatste te Leeuwarden
+bij Chalmot 1771, welke beiden als een tweede druk worden vermeld en,
+uitgezonderd het titelblad, ook letterlijk van inhoud zijn als die
+van 1743. Deze tweede druk is behalve het Bijvoegsel aanmerkelijk
+vermeerderd en aangevuld met een aantal gebeurtenissen, tot Friesland
+en Groningen betrekking hebbende, welke in de eerste druk niet zijn
+vermeld, terwijl taal, stijl en spelling naar het gebruik van dien tijd
+zijn veranderd. Het Motto, op de keerzijde des titels of op den titel
+zelven geplaatst, was het gezegde van Aeneas Silvius of Paus Pius II:
+Een Fries weigert niet voor de Vrijheid zelfs in de dood te gaan.
+
+Ofschoon ook deze Kronijk met de gewone sprookjes, fabelen en wonderen
+uit den ouden tijd is voorzien, bevat zij echter een beknopt verhaal
+van de meest belangrijke voorvallen uit de verschillende Friesche
+Geschiedschrijvers getrokken. Wie echter de Schrijvers of Opstellers
+zijn geweest is mij niet gebleken.
+
+Uit hoofde dit boekje van tijd tot tijd zeldzamer was geworden, komende
+de eerste druk bijna nimmer voor, ondernam de Boekhandelaar Proost
+alhier eene nieuwe Uitgave, noodigde mij uit die te willen verzorgen,
+en er tevens zoodanige Aanteekeningen en Bemerkingen bij te voegen,
+als voor de beoefening en opheldering der Friesche Historie, bijzonder
+over de XV eerste eeuwen, nuttig en dienstig zouden kunnen zijn. Aan
+dit verzoek voldoende, meende ik den tweeden druk der Kronijk in
+deze Uitgave getrouw te moeten volgen, mij alleen veroorlovende de
+ongelijkheid in de spelling, en de te groote afwijking hier en daar
+in de taal wat te verbeteren.
+
+Bij het doorlezen der kronijken, geschiedboeken, en andere schriften
+heb ik voor de Bijvoegsels en Aantekeningen, daaruit overgenomen of
+kortelijk aangestipt, wat mij voor mijn oogmerk belangrijk toescheen
+en dienen kon de Geschiedenis toe te lichten. Als een hoofddoel van
+dezen arbeid heb ik getracht den minder geoefenden tot eigen onderzoek
+en nasporing den weg aan te wijzen, weshalve ik al de Schrijvers en
+Geschriften naauwkeurig heb aangeteekend, in welken de uitvoeriger
+behandeling der zaken te vinden is, en de geschiedenis beter wordt
+voorgesteld. Ben ik in deze mijne poging, om anderen van nut te zijn,
+ten deele geslaagd, meer voldoening begeer ik niet.
+
+Over de waarde en geloofwaardigheid der oude kronijken en
+geschiedverhalen heb ik met een enkel woord mijne meening gezegd,
+en mijne stelling blijven verdedigen, dat aan dezelven daarom zoo
+weinig gezag wordt toegekend, omdat zij nimmer oordeelkundig zijn
+onderzocht en met de nog vele voorhanden zijnde bronnen vergeleken;
+dat geen Schrijver van lateren tijd, de Geschiedenis der Friezen ter
+harte heeft genomen, waardoor zij dus bij velen onbekend gebleven,
+bij anderen opzettelijk is achterwege gelaten; en dat men te ver
+is gegaan om door het Werk van Ubbo Emmius, die als de Feniks aller
+Geschiedschrijvers, gelijk Dousa hem noemt, gehuldigd werd, Frieslands
+Historie voor voldongen te houden, daar hij geen kritiesch onderzoek
+in het werk heeft kunnen stellen, als verstoken van de noodige
+hulpmiddelen en bronnen. Niet dat ik de waarde van dezen te regt
+hooggeschatten Schrijver wil verkleinen of iets nieuws voortbrengen,
+daartoe is mijne kennis te gering: evenmin wil ik als een voorstander
+van de leer der oude kronijken met hunne fabels en wonderen beschouwd
+worden; maar het is alleen om aan te toonen hoe verkeerd men handelt
+onvoorwaardelijk het gezag van anderen te volgen, en zonder eigen
+overweging en grondig onderzoek onze oude Schrijvers te verwerpen. En
+dit is niet mijn oordeel alleen, hetwelk op de ondervinding steunt;
+maar vele geleerde en schrandere mannen, zoo als: v. Schwartzenberg,
+Ypeij, Visser, Amersfoordt, Westendorp, v. Halmael en anderen, die de
+Friesche Historie bestudeerden, hebben in hunne geschriften ditzelfde
+beweerd, tevens de noodzakelijkheid betoogende, welke er sinds lang
+heeft bestaan, om de zeer belangrijke Geschiedenis van dit Gewest
+van de vroegste tijden af beter te leeren kennen, te onderzoeken en
+waarderen, zoodat eene zorgvuldige en oordeelkundige beschrijving,
+naar den geest en de smaak des tegenwoordigen tijd ingerigt, allezins
+wenschelijk ware. Daartoe heb ik reeds in den jare 1827 alle mijne
+pogingen in het werk gesteld, en een plan, hetwelk veel belangstelling,
+aanmoediging en ondersteuning, ook bij den Heere Staatsraad,
+Gouverneur en Gedeputeerde Staten van dit Gewest, heeft gevonden,
+tot stand trachten te brengen, dan door omstandigheden, geheel van
+mij onafhankelijk, is hetzelve onvolvoerd gebleven [4]. Een gelijk
+lot heeft een tweede Ontwerp van den Heer van Halmael en mij, tot
+de Uitgave van een Geslacht- en Wapenboek van den Adel in Friesland,
+een werk hoogst gewigtig voor de Geschiedenis, moeten ondergaan. Ik
+heb alzoo mijnen wil getoond, en daar ik tot geene Uitgaven op eene
+andere dan de door mij voorgestelde wijze besluiten kan, laat ik het
+nu aan ieder wie het luste over, om ter liefde voor de Geschiedenis,
+ter wille onzer Landgenooten en ten nutte voor de Nakomelingschap
+hunne middelen aan te wenden, hopende dat zij met een beter gevolg
+in de erkende behoefte [5] en den algemeenen wensch van hen, die de
+wetenschappen op prijs stellen, mogen voorzien.
+
+Voor het Titelplaatje koos ik de aloude adellijke State van den
+Potestaat Wiarda te Goutum, thans het eigendom van en bewoond
+door de Familie v. Cammingha, welke met Martena-State te Cornjum,
+bijna de eenigen zijn, die, in den voorvaderlijken tijd gesticht,
+nog de algemeene slooping zijn ontkomen; want ook Tjaerda-Stins
+te Rinsumageest zal spoedig, naar het voorbeeld van Liauckama
+te Sexbierum, Hania te Holwerd, Holdinga te Anjum, Nieuw-Botnia
+te Franeker en zoo vele anderen binnen weinige jaren vernietigd,
+in eene puinhoop verkeeren.
+
+
+ Den 11 Junij 1834.
+
+ J. van Leeuwen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+FRIESCHE KRONYK.
+
+
+Friesland, een van de zeven Vereenigde Nederlandsche Provintien zynde,
+legt aan de noordooster zyde van de Zuiderzee en Fliestroom, die het
+van Westfriesland afscheid: aan 't noordwesten word het bedekt van de
+Wadden, tusschen de Vooreilanden van de Noordzee, als Ter Schelling,
+Ameland en Schiermunniks Oog. Het riviertje de Lawers verdeelt het van
+de Groninger Ommelanden: van daar naar de zuidzyde is de Drenthe en
+het Stigt van Overyzel, loopende bij de Kuinder aan de Zuiderzee. Maar
+met de verdeelinge dezer landstreek willen wy den leezer niet ophouden.
+
+Van ouds was de wydte van zijne landpaalen vry verder uitgestrekt,
+als loopende van den Ouden Rhyn, die door Leyden aan Utrecht langs
+vloeyende, by Katwyk in zee uitliep: begrypende den geheelen zeekant
+en de Zuiderzee, diestyds noch droog zynde, tot aan den Eiderstroom,
+die het van Jutland afsnyd. Aan de landzyde van Westfalen, Overyzel,
+Gelderland, tot het Ryk van Nieumegen en Utrecht, binnen zyne grenzen.
+
+Welke alle door verscheidene vyanden en andere voorvallen, als by
+lappen afgescheurd zynde, het boven geschreven lapje land, zyne
+vryheid, te gelyk met den naam van Friesland, zonder bystelling van
+Oost of West, wel yverigst verdedigt hebben. [6]
+
+Dat is van 't Land, welks Inwoonderen de stoffe van ons schryven zal
+zyn, naar het gemeenzaamste gevoelen byeen gesteld, als hier na volgt.
+
+
+
+ De Heeren, onder welks Gebied de
+ Friesen van tyd tot tyd
+ geweest zyn.
+
+I. ONDER ZEVEN PRINSEN. [7]
+
+
+Het 313de jaar voor dat onze Zaligmaker geboren wierd, was de tyd dat
+Frieso, de eerste Prins van Friesland, en Voorganger der Stichters,
+door welke dit ons Vaderland eerst bevolkt wierd, hier te lande kwam:
+dat zich dusdaniger wyze heeft toegedragen.
+
+Als die roemruchtige en groote Alexander, die in het bloeyenste van zyn
+jeugd het meerendeel van Asia overweldigde, kreeg hy toeloop van veele
+volkeren, die hy of overwonnen hadde, of in die gewesten huis hielden;
+om zyne gelukkige wapenen tot zo veele spoedige overwinningen te
+helpen bevorderen. Onder deze vrywillige krygers waren zommige van de
+voornaamsten uit Persien, en hunne onderhoorige Saxen (Sacæ) de minsten
+niet. Dewelke, na dat Alexander overleden was, en die voorige verheerde
+[8] volkeren, door zijner Nazaaten oneenigheid, de handen ruim kregen,
+vreesden dat het hun t'eeniger tyd mogte gewrooken worden: zy maaken
+derhalve een besluit, om met malkanderen, naar de wyze van dien tyd,
+een veiliger land tot hun wooninge op te zoeken. Hunne Geleiders waren
+Frieso en Saxo, om hunne gezelligheid gebroeders gezegt, en eigentlyk
+zo genaamt, of naar den volksnaam van hunne landslieden zo bekent:
+welker eerste Persiaanen, en de andere hun gebuuren, uit de woestyn,
+die nu Belor heet, gemeenlyk Indiaanen genoemt zyn; om datze van ouds,
+allen die naar 't Oosten woonden, den naam van Indiaanen gaven. Des
+zij tot hunnen sleep [9] een vloot van 300 zeilen toetakelden, en
+staken 'er mede af van het land van Cilicien, in Notalia of kleen
+Asia, gelegen in de Zwarte Zee. Van waar zy, wonderlyk omkruissende,
+door verscheidene woeste zeën heen slingerden, tot dat zy eindelyk, na
+veele ondervindingen en verlies van de meeste schepen, met slechts 54
+stuks in de Oostzee zyn vervallen; en waar van 12 op het eiland Rugen,
+en 18 in Pruissen zijn aangeland: de overige 24 den Fliestroom (welke
+de Roomsche Schryvers den derden Mond des Rhyns noemen) inzeilende,
+hebben dit gewest, dat nu van hunnen naam Friesland genaamt word,
+aangedaan, landende ten west Staveren op de Kreil, daar nu de volle
+zee voor Enkhuizen is: alwaar zy, geen menschen vindende, en na zo een
+kommerlyk omzwerven, het eerste stand greepen, en die plaatze den naam
+gaven van Staden. Daar Frieso ook een Vryhuis voor de vlugtelingen
+bouwde, zelve een weinig oostelyker optrok, en een stad bouwde, die
+naderhand Staveren genaamt wierd. Doch als in het volgende jaar de
+zomer hoogde, [10] kwamen de Swaaven, die hier 's zomers huis hielden
+en 's winters landwaards in weeken, om de overwateringen van de zwaare
+stormen: want het land was doe noch met geen dyken omheinigt. Deze,
+om datze ruuwe en onervaarene krygslieden waren, zyn ligtelyk van
+de Friesen op de vlugt gedreven, die hun zetel hier nu door goede
+beschansingen gevestigt hadden.
+
+Frieso had by zyn wyf Hil zeven zoonen, die hy elk over een gedeelte
+des lands, dat in zeven Zeelanden was verdeelt, tot Voogden heeft
+gestelt. En daar toe eene dochter, welke hy Weemoed noemde, om dat
+haare moeder van haar in den arbeid was gestorven. Daartoe stelden
+hy zyn zoon Æsge over de Burgerlyke Rechten, en Scholte over de
+Halszaaken. Haaije maakte hy Priester der Druïden, over de bosschen
+der Afgoden. Gæle wierd Dykgraaf, om daar opzigt te houden. Hette
+verzond hy, om Voogd te zyn over de Katten, een volk in Duitschland,
+dat naar zynen naam nu noch Hessen genaamt word.
+
+In den jaare 308 trouwde Fyt (Vito) of Jutte, een van Friso's zoonen,
+de dochter van Bokke (Bocchus,) Koning van Jutland; zo als het
+naderhand, naar zynen naam genoemt is: en kreeg tot een huwelyksgoed,
+het land dat men nu noch heden Sleeswijk noemt.
+
+In den jaare 300, wanneer 'er verschil onder de Veehoeders ontstond,
+zyn de Saxen, by gemeenen raade, van hun gescheiden: en, op de Elve
+aangekomen zynde, hebben zich aan geen zyde, dat nu Noordballingen is,
+nedergeslagen. Houdende dat gewest noch den naam van Saxen en Sassen.
+
+Frieso heeft daar na het land, om dat het zeer laag en moerig was,
+met dyken van aarde, en zylen of sluizen, om het water te doen
+afloopen, tot hun gebruik bequaam gemaakt: en om de overwateringen
+van hooge vloeden alomme verhevene wieren doen opwerpen, en daar
+huizen laten opbouwen, het land met beschansingen versterkt, en
+met dorpen en buurten rondom lustig bevolkt. En, om de welstand en
+eenigheid des volks te bewaaren, liet hij goede wetten en heilzaame
+beveelen aankundigen.
+
+En uit dat broekachtig en waterig land, schynt het, dat zy het
+oude Friesche Wapen hebben genomen, hetwelk bestond uit 7 Plompen,
+beteekenende de 7 Waterlanden, op 3 Zilveren balken, in een Blaauw veld
+[11]. Gelijk die Plompen noch hedendaags in 't Wapen van Groningen
+te zien zyn. Hoewel de onweetende teekenaars daar nu 3 Herten van
+maken. Bezie hunne munten, tot op de duiten toe.
+
+In den jaare 245 is Frieso, na dat hy dit land 68 jaaren wijsselijk
+in vrede geregeert hadde, eindelyk gestorven, en na zyn vaderlyke
+Persiaansche wyze te Staveren staatelyk begraven.
+
+Aanstonds is Adel, zijn oudste zoon, in 's Vaders plaatze gevolgt:
+die zyne nagelaatene wetten bevestigt, vermeerdert, en in schrift
+gestelt heeft. Hy bragt in gebruik, om de bequaamheid der gemoederen
+te onderzoeken, dat 'er alomme gasteryen en drinkgelagen wierden
+gehouden, daar men malkanderen in 't omdrinken, met het geeven van de
+regterhand, zoude kussen of zoenen op zyn Persiaans: dat men nu noemt
+op zyn plat Fries. In de gasteryen deed hy de geregten by malkander
+in een grooten Schotel leggen, en belaste dat men uit een grooten
+Hoorn zoude omdrinken. Waar van wy noch zeggen, de Friesche Pateele,
+en de Friesche Hoorn, en by zommige Gilden noch in gebruik. Hy trouwde
+Swebyne, de dochter van den Koning der Swaaven, zyne gebuuren. Om zyn
+rechtvaardigheid, is hy by zyne onderdaanen en gebuuren zo vermaard
+geworden, dat alle, die wel regeerden, daar van Adelingen, en van
+Adel gezegt wierden. Welke benaamingen tot op den huidigen dag zyn
+overgebleven.
+
+Ubbe, Juttes zoon, om Jutland tegen den aanval der Deenen te bevryden,
+zette zyn zoon Fyt ter dezer dagen tot Voogd over Eiderland, en
+Hendrik, zyn jongste zoon, over Jutland; die ondertrouwd wierd met
+Signe, Dochter des Konings der Finnen.
+
+En in den jaare 234, Granus, vyfde Koning der Deenen, dit bemerkende,
+heeft zich vermomd, en Hendrik op den dag der bruiloft, nevens veele
+van zyne vrienden onvoorziens vermoord: en de Bruid, uit Finland
+wegvoerende, zelfs getrouwt: edoch dat hy twee jaaren daar na met de
+dood moest bekoopen.
+
+In den jaare 220 heeft Adel, Schotte, zyn broeder Scholtes zoon, naar
+'t land, dat naderhand Schotland is genaamt geworden, heen gezonden,
+op dat hy 't met volk zoude beplanten.
+
+In den jaare 201, Jutte, over de dood zyns broeders vergramd zynde,
+heeft de Deenen veele jaaren met zeerooveryen geplaagt: tot dat hy
+van Froote, achtste Koning der Deenen, in een zeeslag overwonnen
+wierd. Die daar op de geheele Friesche kust heeft uitgeplondert;
+zynde zulks van de Deenen voorheen nooit ondernomen: en voort het
+Flie inzeilende, heeft zelfs het voorste van Duitschland aangetast:
+en van daar is hy met zynen roof of buit naar Engeland overgestoken.
+
+In den jaare 151, is Adel, na dat hy in langduurige vrede loffelyk
+het Vaderland bestierd hadde, gestorven.
+
+Doe wierd Ubbe tot derde Prins in 's Vaders plaats van de Staaten
+des Lands aangenomen.
+
+In den jaare 131, als Ubbe, op 't aanraaden van zyne moeder Swobyne,
+zyn grootvader, Koning der Swaaven, om de vrindschap te versterken,
+eens bezogt hadde, heeft hy Keulen aan den Rhyn gesticht, ter plaatze
+daar nu Duts legt. Daarom zyn de Keulenaars by de Romeinen eertyds
+Ubii geheeten, van deze Ubbe.
+
+In den jaare 127 heeft Baate, zoon van den Koning der Katten, van
+Friesche afkomst, met zyn gezelschap zich eerstmaal in de Betuw
+nedergeslagen: daar hy Baatenburg en andere plaatzen stichte. Zynde
+de oorsprong van die bekende Bataviers, dewelke nu Hollanders genaamt
+worden.
+
+In den jaare 120 heeft Frieso de jonge getrouwd de dochter van Ubbe,
+welkers naame Frouw was. Deze Frieso was de zoon van Gryns, zoon
+van Gæle, zoon van Haaje, zoon van Frieso de eerste. Hy trok met
+een hoop over den Fliestroom, en bewoonde het land, dat van hem noch
+Westfriesland is genaamt, en in dien tyd gebynaamt, kleene Friesen
+[12]. Daar bouwde hy, omtrent duizent schreeden van Alkmaar, aan een
+inham van een arm der Rhyn, die Krabbendam van Kennemerland afscheid,
+de stad Vroonen, die zo ryk en vermaard door den koophandel wierd. Waar
+van hedendaags niets meer te zien is [13].
+
+In den jaare 71 overleed Ubbe; en Azinga Askon, zyn zoon, quam in
+zyn plaats: dezelve was een onrustig en eerzuchtig mensch: hy voerde
+verscheidene doch ongelukkige oorlogen met den Koning van Tongeren
+en de Baatenburgers.
+
+In den jaare 59 zyn eenige kooplieden uit Indiën, onder den noorder
+aspunt om, door storm en onweder aan de Duitsche kust vervallen, en,
+zo men meent, in Friesland aangeland.
+
+Azinga heeft Staveren met muuren omtrokken, en eerst dien naam
+gegeeven, naar een ruuwen onbeschaafden Staf, hunnen Afgod; daar
+zy God, na de wyze der ongeloovige volkeren, by in erkentenisse
+hielden; om dat God de menschen als een staf en leunstok is in alle
+gevaaren. Want het was by de Duitsche volkeren gemeen, om God door een
+stok, blok, of steen, op hunne wyze te dienen, door dien zy zulken
+hoogen achtinge wel van God hadden, dat zy hem met geen duidelyke
+gelykenisze, het zy van een mensch, of diergelyke konden afbeelden.
+
+In den jaare 10, ter gelegentheid, dat de Romeinen onder hunnen Overste
+Drusus de Baatenburgers, Geldersche, en nabuurige volkeren overwonnen
+hadde, heeft hy de Westfriesen ook aangetast, van welke hy jaarlyks
+slegts een getal ossenhuiden bedong: en, zullende de volkeren over
+den Eems mede aandoen, hebben de Friesen der Romeinen schepen, die
+door de ebbe op hunne wadden waren vast geraakt, uit het gevaar van
+vergaan verlost.
+
+Als Azinga nu in 't 71ste jaar zyner regeeringe was, is de hoope
+Izraëls, en de wensch aller Heidenen vervult geworden, als onze
+Zaligmaker Jezus Christus te Bethlehem, in het Joodsche Land, gebooren
+wierd, tot troost van die geene, die dien dag der zaligheid voor
+langen tyd hadden begeeren te zien: terwyl onze Voorvaderen noch in
+een dikke duisternis van onwetenheid gezeten waren.
+
+In den jaare 2, na de geboorte van Christus, Azinga ziende, dat de
+Westfriesen, door hulpe der Baatenburgers, onder de Romeinen gebragt,
+en van de Roomsche Overste Drusus met 50 Schansen langs den Rhyn
+wel bewaart waren, heeft hij de Baatenburgers geweldig bevogten, en
+veele ter neder gemaakt. Maar Azinga, door een pyl zwaar gewond zynde,
+vlugten de Friesen, hem brengende op zyn slot, omtrent een halve myl
+van Staveren, op de Kreil. De Friesen maakende ondertusschen, buiten
+zyn bevel, eenen tweeden aanslag, versloegen nochmaals 500 mannen;
+waar tegen zy 300 Mannen verlooren, en zyn alzo met overwinning en
+goeden buit weder gekeert.
+
+In den jaare 4 is Diokarus Seegen, neef van Azinga, Ridder geslagen
+van Brabo, eerste Hertog van Braband, en met groote eere weder in
+Friesland gekomen.
+
+Ook is by 't Roode Klif, niet verre van Staveren, een vlamme uit
+de aarde geborsten, welke 3 dagen duurde. Den 4den dag quam 'er een
+groote draak regt om hoog uitvliegen, die de aanschouwers een half
+uur lang geweldig verbaasde, en is weder in de spleete neder gerukt.
+
+In den jaare 5 heeft Azinga die van Tongeren den oorlog aangedaan,
+en veele van hen verslagen: doch Brabo, Hertog van Braband, die van
+Tongeren te hulpe komende, hebben zy Azinga gevangen gekregen. Doch
+om de erkentenisse van Diokarus Seegen, heeft gemelde Hertog hem
+alleen maar met verachtelyke woorden gestraft [14], en doe weder na
+Friesland gezonden.
+
+In den jaare 6 heeft Tiberius, Veldoverste der Romeinen, Kennemerland
+ingenomen.
+
+In den jaare 11 is Azinga Askon gestorven: en zyn Neef Diokarus Seegen
+quam in zyn plaats.
+
+In den jaare 15 heeft hy allomme door geheel Friesland schoolen
+voor de jeugd ingesteld; en in 't byzonder schermschoolen binnen de
+Hoofdstad Staveren en Dokkum; daar 't volk met allen yver driemaal
+'s weeks wierd onderwezen.
+
+In den jaare 16 en 17 zyn de Romeinen met hunne krygsbenden door, langs
+en om Friesland getrokken, om de nabuurige volkeren te beheerschen;
+zynde de Friesen met hun in een goed verbond.
+
+In den jaare 29, als de Westfriesen, door de gierigheid der Romeinsche
+Overste Holle [15], byna uitgeput waren, alzo hy van hun afeischte
+grooter ossenhuiden tot schattinge, als zy konden leveren, zo zyn zy
+tegen hem opgestaan, en hebben zyne aangestelde Tolmeester opgehangen,
+en het slot op het Flie, daar hy gevlugt was, sterk belegert. Maar,
+door den Romeinschen Overste der Duitschers Apronius opgeslagen
+zynde [16], hebben nochtans groote overwinninge tegens de Romeinen
+gehad: dewelke by de 900 mannen verlooren omtrent het woud Baduhenne;
+behalven noch 400 soldaaten, die uit vreeze voor de Friesen malkander
+doodsloegen. Waar door Diokarus ook den toenaam van Seegen schynt
+bekomen te hebben.
+
+Omtrent den jaare 44, als de Friesen wel met de Romeinen stonden, en
+dat Diokarus zich ook by den Roomschen Keizer Claudius ten stryde
+begeeven had, daar hy groote eer behaalde, was 'er een groote
+hongersnood in 't land.
+
+In den jaare 46, als Seegen den staat des lands loffelyk bedient had,
+is hy in tyd van vrede gestorven: en zyn oudste zoon Dibbald Seegen is
+de zesde Prins der Friesen geworden. Hy was een goedertierend Vorst
+omtrent zyne onderdaanen: maar aan de andere zyde zeer onrustig,
+en genegen tot den oorlog. Waarom hy zich naar 't Roomsche leger in
+Engeland begaf, daar hy veele ridderlyke daaden uitvoerde: laatende
+Friesland onder 't bestier van een aangestelden Landvoogd.
+
+In dien tyd was 'er in Friesland een kloek Ridder, genaamt Idsert
+Jetse, van een verwonderlyke kragt, waarom ook onder de wandeling
+Sterke Man geheeten, dezelve was acht voeten in de lengte groot, hy
+kon in ieder hand een tonne Bier 220 treeden verre dragen, neemende
+onder ieder oxel [17] een kaas, omze van 't ligchaam te doen afhouden:
+ook droeg hy 2 mannen een halve myl verre op zyne armen: een onbezuist
+paard, kon hy met zyn vuist slaan, dat het dood ter aarde viel: en
+wanneer hy toornig was, derfde hem geen mensch onder de oogen te komen.
+
+Na den jaare 48, is Corbulo, een Romeinsche Overste, de Westfriesen
+onvoorziens op 't lyf gekomen, wegens hunne wederspannigheid, daar hier
+boven van gezegt is: en gyzelaars te pande mede neemende, stelde hun
+de paalen, daar zy niet over mogten komen. Het welk men meent de Lek te
+zyn, die hy liet graaven tusschen de Maas en Rhyn, daar nu Holland is.
+
+In den jaare 52 quam Dibbald, van den Roomschen Keizer Claudius
+grootelyks begiftigt, weder in Friesland: met hem leidende den Overste
+van Camga; daar het edel geslachte van Camminga uit gesproten is.
+
+In den jaare 55, als Claudius gestorven was, is Dibbald oostwaards
+opgetrokken, brandende en blaakende zeer verwoed.
+
+In den jaare 59, zyn Vryt of Verritus en Malorix, nevens een goed
+gezelschap, in gezantschap tot den Keizer Nero naar Rome getrokken,
+ter oorzaake van de klagten der Romeinen, dat de Friesen hun met
+de akkerbouw al te na by den Rhyn quamen. Vryt was van 't Geslachte
+van Hermana, afkomstig van Manne, die een kindskind was van Frieso
+de eerste. En Malorix van Camminga. Behalven dat zy van den Keizer
+groote eerbewyzingen, nevens het burgerrecht van Romen verkreegen,
+zynde daar ook tot het Christelyk geloove bekeert. En Ægistus, een der
+70 Discipelen van Christus, quam met hun in Friesland, om daar ook die
+leere te verbreiden: doch Seerp, Zoon van Fyt, en derde Priester der
+Druïden, op 't Oude Hof te Lewerden [18], stond hem zeer tegen. Zo
+dat hy weinig vrugt in 't land deed, en wierd van de ongeloovigen
+dood geslagen.
+
+In den jaare 61, is Dibbald tegen de Duitschers opgetrokken, doch
+keerde met verlies van 800 mannen schandelyk weder naar huis.
+
+In den jaare 62, quamen de Deenen, opgemaakt [19] van de Duitschers,
+Friesland plonderen en verwoesten 6 geheele jaaren lang; want Dibbald
+lag ziek te bedde.
+
+In den jaare 69, trok Dibbald met een groote vloot schepen naar
+Deenemarken, om zyn leed te wreeken.
+
+In den jaare 77 deed hy de Gelderschen den oorlog aan: die hem
+zo wel onthaalden, dat hy 500 mannen verloor, en hy zelve in een
+teeringziekte verviel.
+
+In den jaare 85 overleed Dibbald, en wierd te Staveren begraven.
+
+En Tabbe is tot de zevende en laatste Prins van Friesland aangenomen,
+dewyl Dibbald zonder kinderen was gestorven. Hy was een der voornaamste
+van Dibbalds Veldoversten, een wreed en onstuimig man. Waarom hy ook
+geheele 7 jaaren onder den Roomschen Keizer Domitianus ten oorlog trok;
+laatende Friesland onder een Stadhouder.
+
+In den jaare 94 deeden de Noormannen een tocht op Friesland, dat zy
+plonderden en veel roof uit haalden. Waar over Tabbe t'huis onboden
+zynde, zy zich hebben weggemaakt. Hy ondernam eerst met een goede
+vloot, en doe te land, zyn wraak te neemen; maar had weinig voorspoed.
+
+Omtrent den jaare 100 was Harke, zoon van Seerp, de 4de Priester der
+Druïden op 't oude Hof.
+
+En in den jaare 130 is Tabbe, de laatste Prins, gestorven [20].
+
+
+
+
+
+II. ONDER ZEVEN HERTOGEN.
+
+
+In het zelve jaar 130 quam Askon in zyn vaders plaats, die zich,
+naar de manier der Romeinen, Hertog liet noemen.
+
+Sinne, de 5de Priester der Druïden, schreef in deze tyden tot Askon:
+om de Christenen uit het land te verjaagen, en de Afgoden des lands,
+na ouder gewoonte te dienen.
+
+In den jaare 155 is 'er weder eene groote vlamme op 't Roode Klif
+uitgeborsten, ter zelver plaatze, als boven verhaalt is: en alzo de
+menschen, daar omtrent woonende, daar zeer bevreest voor wierden,
+vroegen zy hunnen Afgod Staf: Wat daar van worden zou? Zo antwoorde
+hun de Duivel door den Staf, als eertyds tot Eva door de Slang. Dat
+zy voor dit vuur niet behoefden te vreezen; om dat 'er na eenigen
+tyd wel wat kouds op mogt volgen.
+
+In den jaare 163 deeden de Friesen, met de Oosterlingen en Katten
+een inval in Frankenland, daar zy 't zeer verwoesten.
+
+In den jaare 164 is in het zuidwesten, omtrent een halve myl van
+Staveren, een put gegraven, die zo veel zout water opgaf, dat men
+vreesde het geheele land zoude onderloopen. Waar over den Afgod Staf
+nochmaals om raad gevraagt zynde, hun ten antwoord gaf: het bloed
+van een driejarig kind daar in te gieten. Dat gedaan wierd, en waar
+na het ook ophield, dat 'er zelf geen water meer in de put bleef. Zo
+snakt de Duivel naar menschen bloed.
+
+Askon deed verscheidene fraaije dorpen stichten, als Westerbierum
+[21], niet verre van Flieland; en Dyxhorne, tusschen Almeenum,
+dat nu Harlingen genaamt word; Ter Schelling [22] en Westerbierum,
+die nu beide door de zee verdronken leggen.
+
+In den jaare 168 zyn 2 Meereminnen uit de Lauwers opgekomen; en
+door Friesland omzwervende, tot verwondering van veele lieden,
+hebben zich eindelyk by Westerbierum, van waar zy gekomen waren,
+weder ondergedompelt.
+
+In den jaare 173 is Askon, na een vreedzaame en loffelyke regeeringe,
+mede gestorven. Hy liet 4 zoonen na, namentlyk, Adelbold, Tiete,
+Richold en Radbout. Radbout vertrok naar Friesland, alwaar hy trouwde,
+en een zoon won, welke was Diderik, eerste Hertog van Westfriesland:
+van wien naderhand de Hertogen en Koningen van Westfriesland
+voortgesprooten zyn.
+
+Maar Adelbold wierd de 2de Hertog in zyn's vaders plaatze; en aanstonds
+beoorloogde hy zyne nagebuuren.
+
+In den jaare 174 vertrok zyn Broeder Tiete naar Romen: alwaar hy
+zich in goede konsten, en byzonder in die van de welspreekentheid
+oeffende. Waarom hy ook by den Keizer Antoninus, de Philosooph,
+wel bemint was.
+
+Na den jaare 175 had Godefroy Brabo, de zesde Hertog van Braband,
+oorlog met de Romeinen; daar Adelbold en Tiete hem met hun volk
+te hulpe quamen: alwaar Tiete, om zyn ongemeene dapperheid, Ridder
+geslagen wierd van Brabo.
+
+In den jaare 178, als Keizer Antoninus oorloogde met de volkeren,
+die tegen de Romeinen opstonden, heeft Adelbold zyn Broeder Tiete met
+hulpbenden tot den Keizer gezonden: die daar over zeer verblyd was,
+en zyne vyanden vrees aanjoeg, alzo zy op die tyding de vlugt namen.
+
+In den jaare 180 vielen de Friesen met een groote furie in Walsland,
+afloopende of bedervende al wat hun voor quam; waar doorze by hunne
+vyanden een grooten naam en verbaastheid hebben gemaakt.
+
+In den jaare 183 hebben de Wenden en Gotten, uit de Noordsche Landen
+opgeborsten, verscheidene volkeren overvallen. En van de Deenen
+afgekeert, quamen ze over de Elve, neemende hun zitplaats aan beide
+de zyden van de Weezer; en wierden van dien tyd af Oostfaalingen,
+nu Oosterlingen en Westfaalingen, geheeten. Van welke 1500 dachten
+in Friesland te vallen: maar wanneer zy zagen, dat de Friesen aan
+de andere zyde van de Eems goede beschansingen hadden, derfden zy
+niet onderneemen om over te komen. Waar op Tiete, hun van achteren
+bespringende, alle heeft geslaagen, behalven 400, die den Eems
+overzwommen; doch in Adelbolds handen vervielen, en die 'er goede
+buit van maakte.
+
+In den jaare 186, als Adelbold krank was geworden, wilde hy
+zyn broeder Tiete de landbestiering opdraagen. Welke het ernstig
+weigerde, doch echter moest aanneemen. Na welken tyd Adelbold noch
+veele jaaren leefde.
+
+Tiete Bojokalus, mogelyk Beukels, was de 3de Hertog van Friesland [23].
+
+In den jaare 187 wierd hy ingehuldigt, en regeerde het land met groote
+voorzigtigheid, houdende alomme vrede, zo buiten- als binnenslands.
+
+In den jaare 208 Adelbold gestorven zynde, is met een ongemeene pracht
+te Staveren in de groote kerk begraven.
+
+In den jaare 217 is voor de derdemaal op het Roode Klif eene vlamme
+opgeborsten, doch 18 treeden westelyker, als waar van wy hier boven
+gezegt hebben; dezelve vertoonde zich 11 dagen lang, tot verschrikkinge
+van die daar omtrent woonden. Tiete, na dat hy den Afgod Staf 3 dagen
+lang brandoffer toegedient hadde, zo gaf denzelven tot antwoord:
+Dat door ten gewapend Ridder 3 kannen water, uit de Noordzee gehaalt,
+moest in gegooten worden; alzo het anders niet zoude uitgaan. Zulks
+gedaan wordende, zo verdween de vlam. De Duivel kon ligt genoeg zien,
+dat het land door de slag van het water geweldig ondermynt wordende,
+de Noordsche golven daar wel haast haaren loop zouden neemen.
+
+In den jaare 240 is Tiete overleden: en zyn neef Ubbe, zoon van
+Richold, Tietes Broeder, is in 't zelve jaar tot 4de Hertog
+verkooren. Door dien hy zeer vredelievend was, heeft hy 't
+Land met treffelyke gebouwen, sterktens, vestingen, dorpen en
+steden verheerlykt. In 't 2de jaar van zyne regeeringe bouwde hy
+in Westfaalen, dat hy met volk bezet hadde, een slot, geevende het
+zelve den naam van Tiete, na zyn oom, of Tietenburg [24]. Het zelve
+is nu een stad, maakende met het omleggende gewest het graafschap uit,
+voerende beide den naam van Tekelenburg, en in zyn wapen noch tweemaal
+3 Plompen, nevens 2 Ankers, uit het oude Friesche wapen.
+
+In den jaare 248 stichte Ubbe aan de Lauwers een sterk kasteel,
+'t welk hy den naam gaf van Dokkenburg, dat zo veel gezegt is als
+Havenslot; want Dokke, zeggen de Geleerden, is in oud Duitsch een
+haven, doch word in Friesland ook in de beteekenis van een kinder
+poppetje gebruikt. Gemelde kasteel was zeer bequaam, om de haven
+tegen de zeeroovers te beschermen. Naderhand is 'er de stad Dokkum van
+geworden. Staveren heeft hy veel vergroot, en met heerlyke gebouwen
+aanzienlyk gemaakt.
+
+In den jaare 260, ten tyde als Hertog Haron een Heer des lands was,
+is 'er naauwelyks eenig landschap in gantsch Duitschland geweest,
+of het brande en blakerde van oorlog. In Zweeden, Noorwegen, Hessen,
+Friesland, enz. was alles op de been. Van dezen Haron zoude het dorp
+Haren alhier zyne benaminge ontfangen hebben.
+
+In den jaare 279 vielen de Baatenburgers in Friesland, en deeden veel
+quaad, eer de Friesen zich verweeren konden: maar als Ubbe hen met
+een party volk [25], zo spoedig als hy 't zelve byeen konde krygen,
+tegen quam, wierd 'er aan weêrskanten hardnekkig gevogten, en vielen
+wederzyds wel omtrent 500 mannen.
+
+In den jaare 289 zyn de Hollanders, Friesen, Drenthers, enz. in den
+winter, als de wateren bevrooren waren, met een schrikkelyk groot
+krygsheir den Rhyn gepasseert; inneemende de landen aan geene zyde
+dezelve gelegen, doodslaande en verwoestende voorts alles, daar maar
+Roomsche bezettinge inlag.
+
+In den jaare 299 overleed Ubbe, en wierd te Staveren, by zyn oom Tiete,
+in de groote kerk begraven.
+
+Om dat zyn oudste zoon Odilbald by den Keizer Diocletianus, wegens
+het inneemen van de stad Alexandria, in groote achting was, en hem
+tot wigtige zaaken in Egypten groote dienst deed, zo wierd Haron,
+Ubbes jongste zoon, tot 5de Hertog van Friesland verkooren, en trouwde
+de dochter van den Koning der Deenen.
+
+In den jaare 308 en eenige volgende jaaren, heeft Constantinus Magnus,
+Roomsch Keizer, deze landen wederom onder zyn gehoorzaamheid gebragt;
+doende de guarnisoenen versterken, nieuwe kasteelen bouwen, en de oude
+verbeteren [26]. Voorts alle de geene dreigende, die zich in volgende
+tyden zouden roeren, hen te vuure en zwaarde te zullen vervolgen.
+
+Omtrent den jaare 312 is Westfriesland, dat dus lang als verlaaten en
+woest had gelegen, van 5 voornaame mannen begonnen bebouwd te worden,
+en met dorpen en heerlykheden versiert. Waar van Diderik, zoon van
+Radbout, zoon van Askon, eerste Hertog der Friesen, wel de grootste
+aanleider was: dezelve heeft ook het eerste ontwerp van Medenblik
+gemaakt, en tot een Hoofdstad van Westfriesland gestelt.
+
+In den jaare 334 heeft Diderik, door deze nieuwe heerlykheden
+verhovaardigt zynde, den naam van Koning willen voeren. Waarom Haron,
+Hertog der Friesen, hem zo met wapenen te keer ging, dat hy binnen
+3 dagen te Staveren quam; en gemelde Diderik dwong zyne Koninglyke
+Kroon af te leggen. En Diderik, als overwonnen, zynen overwinnaar om
+vergiffenisse bad, die hem eindelyk toestond Hertog van Westfriesland
+te blyven: doch met eene eeuwige onderwerpinge onder hem en zyne
+nakomelingen. Diderik had een zoon en zoons zoon, die beide Lem of
+Willem genaamt waren. Van de laatste draagt Haarlem zynen naam.
+
+Van dien tyd af is de naam van Westfriesland geweest: ook zyn de
+inwoonders doe Friesche Buinen, dat is Plompaarts, (Frisiabones)
+genaamt [27].
+
+In den jaare 335 is Haron by 't Roode Klif overleden, en te Staveren
+by zynen vader in 't graf gelegt.
+
+Odilbald, Harons zoon, wierd aanstonds tot 6de Hertog verkooren. Hy
+was een dapper krygsman, en tot de landbestiering wel onderwezen.
+
+In den jaare 339 heeft hy Staveren noch wyder uitgezet, en hooger en
+breeder muuren daarom getrokken, en met diepe wyde gragten voorzien,
+en met heerlyker vryheden begiftigt. Het land liet hy alomme met
+meer buurten en dorpen bezetten, en dezelve met volk bewoonen. Aan
+de Lauwers, tusschen Dokkenburg en Schiermunniksoog, heeft hy mede
+een stad doen bouwen, die Waarden wierd genaamd, om het land voor
+zeerooveryen te beschermen.
+
+In den jaare 344 zyn de Westfaalingen, met die van Angria [28], hunne
+gebuuren, tusschen de Eems en de Lauwers, daar nu Groningerland is,
+ingevallen. Doch Odilbald heeft niet alleen hunnen roof ontjaagt,
+maar hen zelve in hun land vervolgt, dat hy onder zyn gebied bragt,
+en eenen Igle Laskon tot Overste daar in gestelt, die 't ook 65 jaaren
+trouwhartig bewaarde. Ook bouwde hy aldaar tot zekerheid 3 kasteelen,
+als in Angria, Soest en der Yburg: welke 2 laatste nu steden van die
+naamen zyn. Na gemelde overwinning, vertrok Odilbald weder tot zyn
+slot Dokkenburg.
+
+Hy bequam ook na eenige dagen tyding van den inval der Baatenburgers
+in Friesland. Dewelke van hem aangetast zynde, bleeven 'er wederzyds
+omtrent 400 dood: doch de Baatenburgers vlugtende, nam hy eenige
+van hunne sterktens in, en versloeg noch van de vlugtelingen wel 250
+vyanden: keerende met goeden buit weder te rugge. En leefde voortaan
+gerust, zonder eenige oorlogen.
+
+In den jaare 357 verbrande de onlangs gebouwde stad Waarden geheel af.
+
+In den jaare 359 overleed Odilbald, tot droefheid van zyn volk.
+
+In 't begin van den jaare 360 is Odolf Haron, de laatste Hertog
+verkooren. Zyne genegentheid was zeer tot den oorlog, en was door
+Laskon in den wapenhandel wel geoeffent en onderwezen.
+
+In den jaare 368 zyn die van Angria, de Westfaalingen en Gelderschen
+tegen Igle Laskon opgestaan. Doch Haron met een machtig leger
+afkomende, versloeg hen, plonderde Gelderland, en bragt het onder
+zyn gebied.
+
+Niet lang daar na zond Igle aan Haron een wolf, die over den huid met
+veelerlei zeldzaame afbeeldzels van hoofden bezet was. Haron vereerde
+denzelve aan den Keizer Valentinianus, als een wonderschepzel.
+
+In den jaare 376 vergaderde Odolf een grooten hoop volk by Staveren
+en Dokkenburg, waar mede hy in 't oost en zuidoost is opgetrokken,
+neemende aldaar verscheidene vestingen in, die hy met volk bezette.
+
+In den jaare 377, heeft Odolf de afgebrande stad Waarden weder
+opgebouwt, en Ezonstad genaamt, daar nu Emmerzyl is [29].
+
+In den jaare 385 kon Friesland zyne Inwoonders niet voeden, alzo de
+traage akkerbouw schaarsheid in levensmiddelen voortbragt, zo dat by
+gemeenen raade wierd goedgevonden, een gedeelte strydbaare mannen by
+lotinge uit te kiezen, om een ander land op te zoeken: ja de Hertog
+Odolf was zelve zo toegeevende, dat hy deze lotinge mede over zyne
+eigene zoonen liet gaan, en het lot mede op hen is gevallen: des
+Hengst en Hors, zyne zoonen, tot Hoofden van 't uitgelote volk gestelt
+zynde, hebben den Eiderstroom aangedaan, en aldaar zich nedergeslagen:
+want zy aan 't Hof van den Keizer Valentinianus zeer wel in krygs-
+en staatszaaken onderweezen waren; als ook by Karel Taxander, 10de
+Hertog van Braband, groote proeven van kloekmoedigheid hadden gegeeven;
+en ook by Laskon lang in Westfaalen geweest waren. Het land, dewyl het
+laag en broekig was, wierd met dyken en sluizen, tot haar gebruik ten
+nutte gemaakt: en gaven 't den naam van kleen Friesland, vervattende
+het land dat men nu Eiderstede, Angelen en Strantfriesen noemt [30].
+
+In den jaare 389 hebben de volkeren dezer landen aan de Romeinen
+schattinge geweigert te geeven, en daar by hunnen Raadsheer Sisinus met
+al zyn volk doodgeslagen. Daar op togen zy langs den Rhyn, en vielen
+zeer schrikkelyk op de Romeinen in, om hen uit het land tusschen Rhyn
+en Maas gelegen te verdryven; doch te sterken tegenstand vindende,
+moesten zy vrugteloos weêr te rug trekken.
+
+In den jaare 420 hebben deze volkeren wederom een schrikkelyk krygsheir
+byeen gezamelt, en in de wapenen gebragt; vallende voorts by Doesburg
+over den Rhyn, en hakten alles, wat zy van de Romeinen op de been
+vonden, kapot; voorts het gansche land doorstroopende, namen zy alle
+steden en sterktens tusschen Rhyn en Maas in bezettinge, en bevolkte
+dezelve met hun eigen natie.
+
+In den jaare 429 zyn in Friesland, alschoon Haron en de zyne
+afgodendienaars waren, door de Christenen 4 kloosters gesticht.
+
+In den jaare 432, Haron, wegens zynen ouderdom, de regeering moede
+geworden zynde, heeft met goedvinden van de Staaten des Lands, zyn
+zwager Offe in deszelfs plaatze gestelt.
+
+
+
+
+
+III. ONDER NEGEN KONINGEN.
+
+
+Zo wierd Richold Offe in Odolfs plaats verkooren, en is 1ste Koning
+geworden.
+
+In den jaare 435 zyn de Noormannen met een groote scheepsvloot in
+Groningerland geland, trekkende voorts voorby het Huis Groenenberg,
+in 't Drenth, roovende en plonderende alles wat ze konden krygen. Doch
+Richold, Koning der Friesen, heeft hen met zyn macht het land wederom
+doen ruimen.
+
+In den jaare 436 overleed Odolf Haron: van doe af aan heeft Richold
+den naam van Koning eerst aangenomen, om dat hy zyne gebuuren zulks
+zag doen: want hy meer land onder zyn gebied had, als iemand onder hen,
+te weeten, van de Fliestroom af tot de Eider, en geheel Westfaalen.
+
+In den jaare 442, zyn de Noormannen, een onrustig volk, leevende
+van den roof, om buit in Friesland gekomen; en hebben 't land tot
+den grond toe bedorven, maar Richold, een man van onbezweeken moede,
+trok hun by Grunenberg [31], nu Groningen, te gemoet; doch verloor in
+dien stryd, alzo zyn volk moede was van den tocht, by de 300 mannen,
+en, ten zy de nacht daar niet tusschen gekomen ware, zouden de vyanden
+hem met de zynen geheel verslagen hebben. Doch met het aanbreeken van
+den dag, is hy andermaal op de Noormannen aangevallen, en versloeg ze,
+dat 'er 900 op de vegtplaats dood bleven; de overige wierden van de
+landlieden verslagen, ja men weet niet dat 'er een van ontkomen is.
+
+In den jaare 449, als Hengst en Hors geweldige rooveryen op zee
+bedreeven, heeft Vortigern, der Britten Koning, hunne hulpe tegen
+de Pikten en Schotten gebruikt, die zy overwonnen; en stichten, na
+veel tegenstand, aan de voorkant van Engeland het Ryk, dat noch Kent
+genaamt word, en daar Hengst de 1ste Koning is geweest: geevende hunnen
+oorspronk aan de tegenwoordige Engelschen, gelyk de naam van Angelen en
+Angelboeren, te vooren gemeld, ook wel uitwyzen. 2 Friesche Edelingen,
+als Tæke Heerema en Douwe Hiddema, waren hunne Admiraalen, die ook
+het Eiland Frisland zouden opgedaan en dien naam gegeeven hebben.
+
+In den jaare 453 bouwde Richold tusschen Staveren en Medenblik een
+groote kerk, en stelde die tot een Vryhuis voor de ballingen [32]. En
+in 't volgende jaar maakte hy vrede met de Noormannen.
+
+In den jaare 463 bouwde hy binnen Staveren een kostelyk en koninglyk
+Huis, daar hy alle Prinsen en Hertogen van Frieso den 1sten af,
+tot zynen tyd toe, in liet afbeelden; met een naauwkeurig verhaal
+van hunne daaden en tyd van regeeringe daar by gestelt. Waar van het
+gerucht alomme verspreide tot vreemde volkeren, en nieuwsgierigheid
+verwekte, ja zelfs dat Karel de Schoone, Hertog van Braband, nevens
+zyne Hovelingen, zich naar Staveren begaven, om de pragt en deftigheid
+van dat werk met verwondering te bezichtigen.
+
+In den jaare 471, als Odilbald, Richolds zoon, aan Haddinge, der
+Noormannen Konings dogter, getrouwt was, wierd hy van zyn vader tot
+1ste Graaf van Tietenburg gestelt, dat nu Tekelenburg genaamt word.
+
+In den jaare 496, deed Klodoveus, (Klovis) zoon van Childrik, Koning
+van Vrankryk, een inval in Friesland, meenende hetzelve onder zyn
+gebied te brengen. Maar Richold heeft hem zoo wel ontfangen, dat hy
+met groote schande weder naar Vrankryk moest vlugten. Na dien tyd
+had Richold goede vrede, liet veele huizen, hoeven, heerlykheden en
+slooten, die wy stinzen noemen, alomme aanbouwen: ook stichte hy, tot
+vermaak van zyn hofgezin, een lustige Stins en Lusthof, in een woud,
+omtrent een myl verre van Staveren, dat naderhand een geweldige meer is
+geworden, die de Flusse genaamt word. En, eer dit jaar ten einde was
+geloopen, overleed hy, en wierd van zyn zoon naar Titenburg gevoert,
+en aldaar ter aarde bestelt.
+
+Odilbald, Graaf van Tietenburg, wierd in zyn's vaders plaats de 2de
+Koning der Friesen. Hy was een verstandig en beleefd man, goedertierend
+over zyne onderdaanen, en kloek tegen zyne vyanden. Zyne zoonen zond
+hy tot den Koning der Noormannen, om in den wapenhandel geoeffent
+te worden.
+
+In den jaare 513 zyn in een kelder, omtrent een halve myl van
+Dokkenburg, zeer subiet omgekomen 9 mannen, 3 vrouwen en 6 kinderen,
+zo men vermoede door een basiliskus. Waar op het huis aanstonds
+verbrand wierd, en men vernam geen quaad meer.
+
+Omtrent dezen tyd gebeurde het, ten huize van Yv Hopper, of Hopheer,
+tusschen Staveren en Hoorn, (daar de Zee noch het Hoornsche Hop
+genaamt word, en nu diepe baaren schiet; waar van men ook noch zegt:
+'t Hoornsche Hop, leegt den krop,) dat een dienstmaagd, als zy water
+uit de put schepte, een leevendige haring mede optrok. Waar door Hopper
+verschrikte, indachtig wordende, 't geen de Afgod Staf voorzegt had:
+dat na dat vuur, daar we op 't jaar 155 van gemeld hebben, wel wat
+kouds mogt volgen. Des hy zyne landen verkogt en verruilde, en alzo
+voorquam dat hy geen schade door de wegspoeling derzelver behoefde
+te lyden [33].
+
+In den jaare 516 is geheel Friesland byna door de zee onder geloopen,
+waar door meer dan 6000 menschen en veel vee is verdronken.
+
+In den jaare 517 zyn in Friesland ongemeene groote hagelsteenen
+gevallen, waar van zommige een halve voet breed en een heele voet lang
+waren, voortgedreven door een zwaaren wind. Groningen, by de Friesen
+Grins genaamt, is in dezen tyd met houte planken omheiningt geworden.
+
+In den jaare 527 is Odilbald te Dokkenburg gestorven, en te Tietenburg
+begraaven.
+
+Richold, zyn oudste zoon, quam door algemeene toestemminge der
+Staaten, terstond in zyn's vaders plaats. Om zyne deugden was hy by
+de landzaaten zeer bemint. Onder Richolds regeeringe had Dibbald
+het gezach over Westfriesland, en nam met verlof van Richold, zyn
+Beschermheer, den naam van Koning aan. Zyn zoon Lem, of Willem, bouwde
+een slot, dat het volk Heer Lems Slot noemde, en wierd naderhand een
+Stad, die nu noch daar van Haarlem genaamt is [34].
+
+In den jaare 548 hebben de Deenen het Graafschap Tietenburg jammerlyk
+geplaagt en uitgeplondert; doch de komste van Richold gewaar wordende,
+zyn doorgegaan. Waar op de Koning zyn Overste Harke, uit het edel
+geslachte der Rodmannen, een onverzaagden held, met een grooten
+hoop volk naar Deenemarken zond; die daar zeer brande en blaakte, en
+komende met een ryken buit weder in Friesland te rug. Middelerwyl zyn
+ook de Gelderschen en Westfaalingen wederspannig geworden; doch als
+Richold hen, met een groote macht van volk, in een slag overwonnen
+had, hebbenze om lyfsgenade moeten bidden, met belofte van eene
+eeuwige onderwerping.
+
+In Westfriesland werd Dibbald van de Baatenburgers mede zeer benaauwt;
+dat, ten waare Richold hem met geen machtige hand beschermt hadde, hy
+'t halve Land zoude kwyt geweest zyn: doch bequam nu, boven het zyne,
+noch verscheidene van hunne vestingen. Hy liet, na zyn overlyden,
+Ridzert Aurundulus in zyne plaats, die zyn kindskind was.
+
+In den jaare 570 ontstond 'er uit het noordwesten een vreesselyk
+onweder, dat 3 dagen aanhield, en Friesland jammerlyk onder water
+zette. Daar wierden op het Roode Klif 35 zwaare boomen uit den
+grond gerukt en ter neêr geworpen: en van het lusthof van den Koning
+Odilbald, aldaar gebouwd, wierd niet den eenen steen op den anderen
+gelaaten. Ook overleed Richold in dit zelve jaar [35].
+
+Beeroald volgde hem in 't landbestier, en quam terstond het gebied
+van Westfriesland weder op hem: want Aurundulus gestorven was, wiens
+dochter hy trouwde. Van inborst was hy zeer mild en vreedzaam. Hy gewan
+twee zoonen, als Adgild en Harke, die een onechte was; die hy deftig in
+de schoolen liet onderwyzen: doch Harke verlaatende de schoole buiten
+'s vaders kennisse, trok uit lust tot de wapenen naar Braband.
+
+In den jaare 606 wierd Harke uit Braband, met Pipyn van Landen,
+zoon van Karelman, ten hove gezonden naar Vrankryk: daar Harke,
+uit afgunst om zyne dapperheid, het hof heimelyk verlaatende, naar
+Schotland vertrok; en wierd Overste van 't Schotsche veldleger,
+en waar door hy huuwde aan de maagschap van den Koning van Schotland.
+
+In den jaare 612, Lotrik [36], der Franschen Koning, achtende dat de
+roemrugtigheid van Harke tot zyn nadeel zoude strekken, om Friesland
+niet te konnen overmeesteren, liet hem door verspieders ombrengen,
+tot groot leetwezen van den Schotschen Koning Eugenius.
+
+In den jaare 628 beeft Dagobert, nieuwe Koning van Oostvrankryk gestelt
+zynde van Lotrik zyn vader, Friesland willen onder zyn gebied brengen;
+op dat zy tot het Christelyk geloove zouden gebragt worden: des hy
+Soest, in Westfaalen, belegerde, wierd hem van Igle of Yge Gaalema
+een stuk van zyn helm en eenige hoofdhairen afgeslagen. Waarom hy
+zyn vader uit Vrankryk ontbood.
+
+Des Lotrik, in den jaare 630, een hoop volk byeen rukkende, onverwagt
+in Friesland viel. Waar over Beeroald hem omtrent het dorp Englum hef
+hoofd bied. En als Lotrik hem zag, die hy meinde al dood te zyn, zei hy
+op zyn plat Fries: Ach duw aade schiere bolle, bistu dir salm! [37] Het
+welk terstond voor Lotriks ooren komende, week hy niet uit den stryd,
+voor dat hy Beeroald gedood hadde. En heeft daarom alle Friesen, drie
+dagen lang, dood laaten slaan, die langer waren dan zyn zwaard. Van
+dien tyd af heeft Dagobert de Friesen veele landen ontnomen.
+
+Adgild wierd in zyn's vaders plaats tot 5de Koning van Friesland
+gestelt, wegens Lotrik, Koning van Vrankryk; en stelde 4 Friesche
+heeren tot Raaden nevens hem, die de Christenen wel mogten lyden. Maar
+de landen over de Zuiderzee, verstaande Westfriesland daar niet onder,
+wierden hem afgenomen: als mede dat zij buiten Drenth en Twente
+hadden bezeten; doch oostwaards aan bleef het in zyn geheel: en een
+jaarlyksche schattinge van 600 ossen of koeyen wierd hun opgelegt.
+
+In den jaare 652 was Friesland in gerustheid, midden in der Franschen
+oneenigheden; en Adgild leerde de Ingezetenen, voor de overstroomingen,
+hooge aardhoopen, die wy Terpen noemen, opwerpen; om by 't doorbreeken
+der zeedyken, met hunne beesten, goed en have aldaar de vlugt te
+neemen. Dagobert, Koning van Oostvrankryk, bouwde te dezer tyd een
+slot, nevens Wiltenburg, dat hy Utrecht benoemde, alwaar de schepen,
+die uit zee den Rhyn opvoeren, zich moesten vertollen. Welke plaats
+in voorigen tyd den Friesen had toebehoort. Hy gaf dit nieuw gebouwde
+Utrecht aan Thuinibert, Bisschop van Keulen, die daar aan de Thomas
+Kerk, een oeffenhuis van predikers, stichte, om de Friesen van hun
+ongeloove te bekeeren. Adgild had een zoon gewonnen, die Radbout heete,
+en eene dochter, Heile genaamt.
+
+Omtrent den jaare 671 hadden de Friesen eene goede vrede, terwyl 't
+rondom door de wapenen der Franschen als in den brand stond: want
+Adgild, erkennende van wien hy 't Ryk ontfangen hadde, deed alles
+naar der Franschen zinnelykheid [38], en liet de Christenen hunne
+godsdienst met alle vryheid oeffenen.
+
+In den jaare 672 vertrok Radbout naar Deenemarken, om zich in den
+wapenhandel te oeffenen: en wierd, ook aldaar noch meer in zyn
+ongeloove gesterkt.
+
+In den jaare 678 heeft Adgild, den Prediker van Utrecht, genaamt
+Kenochius, toegelaaten in Friesland te prediken. En Wilfrid,
+Aardsbisschop van Jork, zullende naar Romen reizen, doch door
+onweder in Friesland vervallen, wierd den geheelen winter huisvestinge
+gegeeven, inmiddels dezelve mede alomme de Christelyke leere verbreide
+en veele doopten: doch de Koning en zyn hofgezin begeerden van hun
+ongeloove niet af te wyken. Maar, om grootere voortplantinge te doen,
+zo vereischten meerdere arbeiders; des hy hier over schreef aan de
+Broederen in Engeland.
+
+In den jaare 679 overleed Adgild, en wierd te Staveren begraven.
+
+Radbout is de 6de Koning der Friesen geworden, in zyn's vaders
+plaatze: hy was onrustig en wreed van gemoed, en tot den oorlog zeer
+genegen. Hy nam het zeer euvel op, dat zyn vader zo gewillig onder
+de Franschen hadde gestaan: waarom hy ook de landen, die zy zyn vader
+hadden afgenomen, met het zwaard wilde wederhaalen. Des hy, om geld te
+bekomen, zyne onderdaanen onverdraagelyke schattingen opleide, en de
+onvermogenden gebruikte hy, door houte duimyzers, als slaaven. Want
+de Friesen lieten zich, buiten redenen, niet vrywillig om den tuin
+leiden. En om des te bequaamer tot zyn voorneemen te komen, voerde hy
+zyn hofgezin naar Staveren. Van waar hy optrok, en het slot Wiltenburg
+en Trajectum, nu beide Utrecht genaamt, weder veroverde. Ondertusschen
+was Wigbert, op het schryven van Wilfrid, naar Friesland vertrokken:
+doch is, wegens de onbekeerlykheid van het volk, na 2 jaaren, weder
+in Engeland te rugge gekomen.
+
+In den jaare 690, als Egbert, Bisschop van Jork, daar door tot
+mededogentheid ontroerd wierd over de Friesen, heeft hy 12 geleerde
+mannen, uit verscheidene kloosters, byeen vergadert; waar onder
+Willebrord, en zyn neeve Switbert, de voornaamste waren: dewelke
+allen den Rhyn inkomende, zyn te Utrecht aangeland, en, wegens de
+vredelievende eenvoudigheid van die tyden, hunne goederen in 't gemeen
+gebruikende, hebben zy met een heiligen yver, tot het onderwyzen der
+onweetende of afgodische Friesen, van daar een aanvang gemaakt. Maar
+alzo gemelde Friesen, in hunne afgodery noch als verzoopen lagen, wierd
+hun niet toegelaaten om Gods Woord te verkondigen, en met bedreiginge
+van leevensstraf, zo zy zulks ondernamen. Des zy de platte landen en
+aangrenzende landstreeken van Friesland zyn doorgewandelt, op dat zy
+noch eenigen voor Christus mogten gewinnen.
+
+In den jaare 693 heeft Pepyn, dies tyds Voorvegter der Franschen,
+en Hertog van Braband [39], Radbout weder uit Wiltenburg verjaagt:
+die zich van dien tyd af als balling op een eiland onthield, alwaar
+hy en zyn volk groote afgodery met eenen afgod Foste bedreeven;
+waar van gemelde eiland ook Fosteland, nu Heiligeland, genaamt is,
+leggende in de bogt van Jutland.
+
+In den jaare 694 quam Willebrord met de zynen op dat eiland,
+en begonnen, na eenige dagen daar geweest te hebben, Christus te
+verkondigen: maar konden niet meer als 3 menschen van hun ongeloove
+aftrekken, en, na zy de beelden van Jupiter en Foste afgeworpen hadden,
+dat Wigbert met de dood moest bekoopen, zynze door Radbout weder van
+daar verjaagt. Maar, als zy naar Pipyn vertrokken, wierdenze door
+deszelfs toedoen weder in Utrecht herstelt. Van welken tyd af zy zeer
+veel bekeerden.
+
+In den jaare 695 bouwde Willebrord, op de plaats van de afgeworpene
+kerk, binnen Utrecht, eene andere ter gedachtenisse van het kruis.
+
+Daar maaktenze een verdeling, en zonden van hen af, by tweeën en
+drieën, na de deelen van Duitschland, om de Christelyke leere aldaar
+mede onder de ongeloovigen voort te planten. Willebrord bleef te
+Utrecht; en Switbert, met twee medehelpers, vertrokken naar Wyk te
+Duurstede, daar nu Baatenburg is: alwaar zy door een wonderwerk
+veelen bekeerden. 't Welk zy te Utrecht boodschappende, zo zyn
+Willebrord en Switbert, om de zaaken wel te bestellen, tot Hoofden
+uitverkooren. Switbert vertrok naar Engeland, daar hy Bisschop
+wierd gemaakt, en deed, na zyne wederkomst, in Friesland, Holland,
+en Teisterband veele stichtinge.
+
+In den jaare 697 quam Willebrord weder te Utrecht, zynde in 't
+voorgaande jaar van den Paus te Romen aangestelt tot Bisschop der
+Friesen, daar in dien tyd de Groningers, Overysselschen, Utrechtschen,
+Hollanders, en Gelderschen mede onder begrepen waren; en stelde zynen
+zetel te Utrecht: Waar van zyne navolgers Bisschoppen van Utrecht
+zyn genaamt geworden, daar hy de eerste van was; en Switbert was
+zyn medehelper.
+
+Dit alles kon Radbout met geene goede oogen aanzien; waarom hy
+Gerlacus, een woedend krygsman en Overste van Fosteland of Heiligeland,
+woonende te Warns, alwaar hy ook een sterk slot gebouwd hadde, afzond,
+eerst om Baatenburg, en dan Utrecht te vermeesteren. Maar is van Pipyn
+zodanig overwonnen, dat hy hem veel buit moest achterlaaten, als mede
+eene belofte doen, om de Christenen in Friesland te vergunnen, Gods
+woord vry te mogen verkondigen. Ook wierd Willebrord ondertusschen
+van Pipyn aangemaant, om het heilige werk met yver in Friesland voort
+te zetten.
+
+In den jaare 698 verzond Willebrord veele vroome en geleerde mannen
+naar Friesland: maar hunne leere wierd niet aangenomen, en zy in
+tegendeel bespot, verjaagt en doodgeslagen.
+
+In den jaare 700 Wulfranus, Bisschop te Sens, een stad in Champagne,
+in Vrankryk, door den geest geroert zynde, is met brieven van
+voorschryvinge des Konings van Vrankryk, aan Radbout, in Friesland
+gekomen; daar hy, door zyne krachtige welsprekentheid, veel volk won,
+en ook den Koning byna bewoogen had, zo dat hy zelve begeerde gedoopt
+te zyn. Waar op hy Koning, met den Bisschop buiten Medenblik gaande,
+alwaar Radbout dien tyd zyn verblyf had, en reeds den eenen voet nu
+al in 't water gezet hebbende, vroeg hy gemelde Bisschop: Waar zyne
+voorouderen, die zonder den doop gestorven zyn, waren gebleven? De
+Bisschop dien ruuwen mensche, door onvoorzigtigheid, wat t'
+onbedagtelyk antwoordende, zeide: Dat buiten de kennisse van Christus,
+en den waaren God, met verachtinge van de heilige Sacramenten, geene
+zaligheid te bekomen was: en daarom moestenze in de helle zyn. Wel,
+antwoorde Radbout, dan zal 't my veel grooter eere en aanzien geeven,
+dat ik by myne voortreffelyke en beroemde Voorvaderen in de helle ben,
+als met een geringen hoop Christenen in den hemel. En trok aanstonds
+zyne voet te rugge uit het water, met beschimpinge van den Bisschop.
+
+In den jaare 719, als Radbout zag, dat de christenkennisse grootelyks
+in Friesland toenam, en zyne afgodendienst in verachtinge quam,
+is hy, ten deele uit spyt, en ten deele door een knaaging van zyn
+aangeroerd gemoed, na een zesjaarige uitteering, eindelyk binnen
+Medenblik overleden, en te Staveren begraven.
+
+Adgild, de tweede van dien naam, wierd van het volk tot zevende
+Koning verkooren, in zyn's vaders plaats. Hy regeerde het land in
+groote gerustheid en vrede. Ook liet hy de Christenen onverhindert in
+hunne oeffeningen; want hy had zelve de Christelyke leere aangenomen,
+en zich laaten doopen.
+
+In den jaare 726 quam Horne, een onechte zoon van Radbout, uit
+Deenemarken; en alschoon hy zyn vader in ongestuimigheid en wrevel
+gelyk was, heeft hy zich echter, door Adgilds toedoen, laaten
+doopen. Deze heeft de stad Hoorn gebouwd.
+
+Omtrent den jaare 728, als de christenkennisse te Utrecht zeer
+toenam, heeft Bisschop Willebrord wederom verscheidene leeraars
+naar Friesland gezonden. Welke, schoon zy vry en veilig konden gaan,
+evenwel weinig voordeel by de hardnekkige Friesen hebben kunnen doen:
+want de blindheid des volks, en zugt tot hunne afgoderye, was te
+groot. Een Veldoverste Richold, veinsde te willen zyn gedoopt, doch
+bespotte den Christendienaar op gelyke wyze, als wy hier boven van
+Radbout hebben aangeteekent.
+
+In den jaare 729 is Karel Martel, [40] Koning van Austrasia of
+Oostvrankryk, met een groote vloot schepen op de rivier de Burde
+aangekomen, zynde van den Bisschop Willebrord daar toe verzogt, om de
+Friesen te noodzaaken hunne afgoderye te verlaaten: hy overwon den
+Overste Poppe, zoon van Gerke; waar op hy Friesland zeer verwoeste;
+de afgodische kerkhoven en beelden uitroeide en verbrande, en veel
+roof mede nam. Na welke overwinninge, Willebrord alomme Christen
+kerken deed bouwen. En de Friesen, uit vreeze voor de Franschen,
+derfde de Christenen niet meer tegenstaan.
+
+In den jaare 736 is Bisschop Willebrord ontslaapen: uit zyne
+onderwyzingen zyn veele deftige leeraars voortgekomen, en is een
+werktuig geweest van de bekeering der Friesen, die hem daarom wel in
+goede erkentenisse mogen houden. In zyn plaats quam Bonifaas, als
+tweede Bisschop der Friesen, te Utrecht, en verbeterde het verval
+der kerke grootelyks, met ongemeene stichtinge, in deze landen.
+
+In den jaare 737 overleed Adgild, en is te Staveren by zyn vader in
+'t graf gelegt. Door hem is de stad Alkmaar gesticht. Eene van zyne
+dochters, Konovelle genaamt, was uitgehuuwt aan Adelbrik, een voornaam
+edelman, die omtrent Sixbierum een slot had gesticht, dat hy Adelburg
+noemde. Hy had veele kinderen, aan wien hy zyn goed by zyn leeven
+uitdeelde: daarom begeerde hy dat zy zich niet van Adelburg, maar
+van Adelen zouden laaten noemen; dat noch tot heden zo gebleven is.
+
+Gundebald, Adgilds zoon, wierd tot achtste Koning ingehuldigt: hy
+was, als zyn vader, mede tot het Christelyk geloove bekeert, en had
+gestadige vrede in zynen tyd. Hy heeft van 't kasteel Dokkenburg de
+stad Dokkum gebouwt.
+
+In den jaare 739 quam Saake Rodman, met eene uitmuntende geleerdheid
+en krygskunde voorzien, in Friesland, hebbende 13 jaaren op 't hof van
+den Keizer, Paus en Hertog van Venetien verkeert, waarom Gundebald
+hem tot zynen raadsman aannam: en deed groote weldadigheid aan de
+stamme der Rodmannen.
+
+In den jaare 749 overleed Gundebald, nalaatende twee zoonen, als
+Gundebald de tweede en Jan, welke om zyne vroomheid gebynaamt wierd
+Priester Jan, daar verscheidene vertellingtjes van zyn. Zyne dochter
+Taekle huuwde aan Haaje Kamminga, en haare dochter namaals met eenen
+Ode Botnia, Hertog van Zweeden; alwaar 't geslachte van Botnia uit
+voortgesprooten is.
+
+Radbout, de tweede van dien naam, is de laatste Koning der Friesen
+geweest; zynde de broeder van Gundebald, en zoon van Adgild de tweede:
+van welke hy veel verschilde, doordien hy in Deenemarken opgevoed,
+en in de afgoderye zeer gewoon was: hy wierd godloos en wreed, en
+alzo hy nog jong was, geen meester van zyne verkeerde hartstogten om
+dezelve te bedwingen.
+
+Zynen afgod Foste stelde hy op Ameland wederom ten toon: om de
+Christenen nochmaals dezelve te noodzaken, en van hun geloove af
+te trekken; of by weigering, strafte hy dezelve met de dood, of
+bande ze uit den lande. Dus handelde hy ook met Rodman en de zynen,
+om het Christen geloove, en beroofde hen van alle de waardigheden
+en eerampten, by Gundebald voorheen aan hen vergunt. Des Saake,
+zyne goederen verlaatende, tot den Koning van Vrankryk de vlugt nam;
+die hem in groote achtinge hield.
+
+In deze dagen had Solke Forteman de geschiedenissen en daaden
+der Friesen, van hunnen oorsprong af tot op zynen tyd toe, vlytig
+beschreven: en om dat hy Radbout zo veel eere niet gaf, als zyn
+gestorven broeder, die de Christelyke leere had voorgestaan, daar
+deze de vervloekte afgoderye weder op den troon trachte te stellen,
+zo wierd dit Radbout, door zyne benyders, en inzonderheid door toedoen
+van Syvert, Priester der Druïden, op 't Oude Hof, aangebragt: waar
+op Fortemans boeken voor zyne oogen wierden verbrand, en hy zelve in
+de gevangenis geworpen.
+
+In den jaare 752 heeft Bonifaas tweede Bisschop van Utrecht,
+goedgevonden, de Christenheid, die Radbout zo wreevelmoedig verdrukte,
+in Friesland wederom te herstellen: des hy met 51 leeraars te
+Almeenum, daar nu Harlingen is, aangekomen zynde, hebben zy zich
+eerst in Westergo verspreid, de afgoden te landewaarts omgeworpen,
+Christen kerken gesticht, en veel volk bekeert: en om andere mede te
+stichten, voeren zy de Burde ten einde, hunne tenten nederslaande by
+'t dorp Oudeboorn, alwaar zy mede eenige geestelyke voordeelen deeden.
+
+In den jaare 754, als 'er veele nieuwelingen gedoopt waren, zo beloofde
+Bonifaas hun de bevestiginge, naar de wyze der Roomsche kerk, op
+Pinxter binnen de stad Dokkum te geeven. Maar ter bestemder plaatze en
+tyd quam een hoop moordenaars, die den Bisschop en zyne medearbeiders
+wreedelyk vermoorden. Tot even voor de reformatie vertoonde men noch
+te Dokkum van dezen Bonifaas zyn herssenpan, Bisschops staf en andere
+overblyfzelen; dat zy het volk wilden doen gelooven.
+
+Omtrent den jaare 769 was in Friesland een dapper en geleerd edelman,
+genaamt Feye Forteman; welke namaals Veldoverste onder Karel den
+Groote wierd, en die zich mede tot het Christen geloove bekeerde.
+
+In den jaare 769 heeft Radbout een harden aanval op Utrecht gedaan,
+waar door hy haar geweldig plaagde; en van Pipyn geboden zynde,
+daar van af te zien, achte hy zulks weinig.
+
+In den jaare 775, als Radbout uit eigener booze driften, en door
+de opstookinge eerst van Syvert, en daar na van Okke, Priesters
+der afgodische Druïden, zeer verwoed tegen de Christenen te werk
+ging, klaagdenze zeer erbarmlyk aan Karel den Groote, Koning der
+Franschen. Welke Koning, na dat hy de Saxen overwonnen hadde, de
+Friesen mede beoorloogde, en Radbout in twee veldslagen, overwonnen
+hebbende, vluchte dezelve liever in Deenemarken, als dat hy de
+Christenen by verdrag of vredeverbond in 't land wilde vrye oeffening
+van hunne godsdienst vergunnen. En dit wierd de gelegentheid, dat de
+Koninglyke Heerschappye in Friesland een einde nam.
+
+
+
+
+
+IV. VREEMDE HEEREN.
+
+
+Karel de Groote, Friesland dus onder zyn heerschappye gebragt hebbende,
+heeft het zelve als een overheerd land of provintie gehouden, en stelde
+'er Landvoogden over, die 't in zynen naam bestierden of regeerden.
+
+Hy nam ook zeer ter harten, dat 'er vroome en geleerde mannen, om de
+Christenheid yverig voort te planten, wierden naar toe gezonden.
+
+In den jaare 777 is Ludger, die te Wierum in Friesland gebooren was,
+een man van eene uitsteekende geleerdheid, te Dokkum tot Priester
+aangestelt, van wege den Bisschop van Utrecht. Deze heeft de
+ongeloovigen stigtelijke onderwyzing gegeeven, en de afgodery geheel
+ten lande uitgeroeit.
+
+Gustavus (mogelyk Goffe of Gosling) Forteman heeft te Almeenum,
+dat nu Harlingen is, een kerk, van hout en met riet gedekt, ter
+gedachtenisse van den Engel Michaël [41], in dezen tyd laaten bouwen,
+om tot een vergaderplaats der Christenen te dienen. Na welk voorbeeld
+naderhand veele kerken gemaakt zyn.
+
+In den jaare 779 vielen de Noormannen by Westerbierum, daar boven van
+gemeld is, in Friesland, en versloegen den edelen Heermana: waarom
+de Friesen, zeer verbittert zynde, by de 400 Noormannen versloegen,
+en ontroofden hunnen geplonderden buit. Des de Noormannen, in hunne
+schepen vluchtende, doorgingen. Maar de Friesen afgetrokken zynde,
+zo quamen de Noormannen tusschen Kornwerd en Hindeloopen, dat doe
+noch een dorp was, weder te land, welke plaatzen zy uitplonderden,
+en daags daar aan verbranden. Doch die van Staveren, het eerste zulks
+gewaar wordende, verjoegenze nochmaals, veroverden van hen vyf schepen
+en al dien geroofden buit.
+
+In den jaare 784 zyn de Noormannen wederom met Wydekind, Hertog van
+Saxen, die door Karel den Groote overwonnen zynde, en in Deenemarken
+gevlucht was, op de Eems aangekomen: maar wierden door die van Staveren
+en Ezonstad met een goede vloot schepen van daar gejaagt. Zy noch
+eens wederkomende, moesten nochmaals het Amelander Gat weder uit:
+des de Friesen, hunne vyanden te gering achtende, maar zich zelve
+bedriegende, beslooten hunne vloot te Staveren en Ezonstad op te
+leggen, als zy deeden. 't Welk de Noormannen gewaar wordende, zo
+quamenze onverwagt de Friesen zodanig overrompelen, datze dezelve te
+vuur en te zwaard verdreven: en dewyl Wydekind en zy zeer hardnekkige
+afgodendienaars waren, dwongen ze de nieuwbekeerde lieden weder tot
+hunne afgoden; die zulks weigerden, wierden van hen verdelgt, waar
+door veelen vermoord wierden, en ten lande uitvlugten; onder welke
+Ludger en Wydekind zich mede bevonden.
+
+In den jaare 785 is Ludger, als Kerkenleeraar, in de Ommelanden
+gezonden, op 't bevel van Karel den Groote; na dat Wydekind by hem
+weder in genade was aangenomen, en de Friesen ook bevryd waren:
+daar hy op nieuws veele stichtinge deed.
+
+In den jaare 793 is Radbout in vreemde landen overleden, zonder dat
+men eigentlyk weet waar ter plaatze.
+
+In den jaare 793 zyn door het doorbreeken der dyken, veele menschen en
+beesten in Friesland verdronken. Waarom men alomme doe weder Terpen
+begon te maken, als voornaamentlyk te Koudum, Almeenum, Midlum,
+Hitsum, Winsum, Tjum, Dronryp en Uitgong, dat nu Berlikum genaamt word.
+
+In den jaare 797 vielen de Deenen met eenige schepen uit Jutland in
+de Lauwers, daar zy 't zeer verwoesten en afbranden: doch die van
+Staveren, Ezonstad en Dokkum rusteden ook een groote vloot uit,
+waar mede zy naar Jutland voeren, en haalden mede van daar eenen
+grooten roof.
+
+In den jaare 804 is te Uitgong, nu Berlikum, een wanschapen kind
+gebooren, zynde ruggelings aaneen, maar anders alle leden tweemaal,
+of het twee kinderen waren, en is drie weeken oud zynde overleden.
+
+Te dezer tyd woonde te Sixbierum, op het slot Adelen, Konovelle,
+dochter van Adgild den tweede, zevende Koning van Friesland, welke
+twee zoonen had, als Fredrik en Alfrik, die zy by den Bisschop van
+Utrecht liet onderwyzen; welke zo onderwezen waren in geleerdheid, dat
+dezelve beide, na den dood van den Bisschop, Bisschoppen wierden [42].
+
+In den jaare 806 wierd de afgod Foste op Ameland door de Christenen
+afgebrooken en uitgeroeit. In dit zelve jaar vielen heel zwaare
+hagelsteenen, zo groot als henne-eyeren, die veel schade deeden.
+
+Ook quamen de Deenen in dit jaar met vyf schepen 't Flie in, en
+verbranden Dyxherne en Sixbierum, behalven twee huizen en de kerk,
+en vertrokken met veel roof.
+
+In dit jaar overleed binnen Staveren de Overste, door Karel den Groote
+over Friesland gestelt, hebbende 30 jaaren het land geregeert. En na
+eenigen tyd, quam weder een andere in zyn plaats.
+
+En in dit zelve jaar, op St. Thomas dag, was 'er een zwaare watervloed
+over Friesland, waar door, zo anderen verhaalen, wel 600 menschen en
+een groot getal beesten verdronken, en groote schade geschiede.
+
+In den jaare 808 is Olaus, of Oele, zoon van den Koning van
+Deenemarken, in Friesland gevallen; en de Friesen, door zyne groote
+krygsmacht, bevreest geworden zynde, ja zo dat de Landvoogd in zyn
+moed byna bezweek; doch evenwel eindelyk door de Friesen tot den stryd
+aangemoedigt zynde, hervatten zy gezamentlyk een heldhaftig besluit, en
+gesterkt met de macht van Gaele, of Jelle (Gellius) Hardeman, Overste
+van Staveren, na eenige schermutselingen, versloegenze zyn geheele
+leger, neemende hem zelve, met noch 175 mannen op de Eems gevangen.
+
+In dit jaar wierd te Staveren de St. Nicolaas tooren, daar de afgod
+Stavo op gestaan had, door onweder van donder en blixem omgeworpen;
+en wierden veele menschen en beesten gedood. Omtrent dien zelven tyd,
+liet Igle Tadema, edelman, een zeer diepe put in zyn land graaven,
+omtrent in 't noorden van 't woud Kreil, van gedagten zynde, dat 'er
+aanstonds water zoude uit komen, doch bleef droog tot aan den avond
+van den vierden dag. Doe dacht hy een stemme te hooren, die ettelyke
+maalen riep: Verlaat dit land! Verlaat dit land! Waar op hy een weinig
+water op den grond van de put ziende, bevond dat het zout als zeewater
+was. Waarom gemelde put weder toegedempt wierd; om dat men indachtig
+wierd, als hier boven op het jaar 513 gezegt is, of 'er wel na volgen
+mogt, 't geen de Duivel door den afgod Staf gezegt had; te meer, om
+dat het zelve zynen grootvader ook wedervaaren was. Igle, de derde
+week daar na stervende, zo verruilde en verkogt zyn zoon Jouke, die
+hier alleen maar kennis van had, alle zyn's vaders landen en erven,
+op de Kreil gelegen; en kogt weêr anderen op Geesterland. Zyn neef,
+Sibbe Tadema, nam dit zeer euvel op, en vervolgde daarom Jouke zodanig,
+dat de stammen van Tadema en Rodman, daar gemelde Jouke eene dochter
+uit trouwen zoude, malkanderen op de bruiloft wreedelyk aanvogten
+en vernielden, ja zo dat er van beide stammen geen een leevendige
+ziele overbleef.
+
+In dit zelve jaar quamen twee walvissen, de eene 38 en de andere
+29 voeten lang, by Ezonstad, daar nu Emmerzyl is, by Oostmahorn,
+op strand aandryven. Ook is het paleis van Richold Offe, door een
+schielyke brand, geheel verteert [43].
+
+Ook quamen de Noormannen dit jaar schielyk te Ezonstad, hebbende
+dezelve ingenomen, geplondert en verbrand. Doch wierd weder haastig
+opgebouwd. En die van Staveren, Bolswert en Dokkum rusten hier op
+een Vloot uit tegen de Deenen, Jutten en Noormannen, die malkanderen
+met rooven en branden aan beide zyden zeer lastig vielen: doch ten
+laatsten bragten die van Staveren 6 Noordsche schepen met buit te
+Dokkum op; waar van zy uitdeelinge deeden aan die 't meeste schade
+geleden hadden. Ook overleed dit jaar de tweede Landvoogd, die Karel
+de Groote over Friesland gestelt hadde. Waar na gemelde Koning Karel,
+inboorlingen uit den Frieschen Adel, tot Landvoogden stelde, in plaats
+van Franschen.
+
+In dit zelve jaar noch is Magnus Forteman van den Koning tot Landvoogd
+verkooren, om het land in zynen naam te bestieren, even gelyk als de
+Franschen naar hunne wetten gedaan hadden: deze Magnus was een zoon
+van Gosse Forteman, waar van boven op 't jaar 777 is gemeld.
+
+In den jaare 809, als 'er te Romen tusschen den Paus en eenige Edelen
+een twist ontstaan was, waar door geheel Italien in oproer quam, en de
+Saraseenen in het land vielen, is Karel, met een groote macht, om zulks
+te dempen, derwaarts heen gerukt. Zo dra Forteman dit vernomen hadde,
+heeft hy de Friesen mede aangeport, om by deze gelegentheid, dewyl zy
+nu doch rust van de Noormannen hadden, den Keizer en de Franschen door
+gedienstigheid te helpen, om dezelve meer tot hunne gunst te trekken,
+en of 'er eens eene deur tot hunne voorige vryheid konde geöpent
+worden. Waar op gemelde Magnus, by gemeenen raade en bewilliging,
+met veele gewapende Friesen, na veele uitgestaane moeijelykheden, tot
+voor Romen is gekomen: gevallig ter zelver tyd, als de Romeinen een
+uitval op den Keizer deeden; het welk zy ziende, booden den Keizer
+hunne dienst aan, met gereedheid om op die uitgevallene Romers een
+kans te waagen. De Keizer hun verzoek toestaande, sloegen zy aanstonds
+hand aan 't werk, en bragten het, na eenige schermutselingen, zo verre,
+dat zy gemelde Romeinen weder naar binnen dreeven, en mede ter poorten
+indringende, maakten de Friesen zich meester van de stad; en Magnus
+plante zyn vendel op het hooge raadhuis, dat de Romeinen Capitolium
+noemen, hoe dat het de Franschen ook speet. Om welke daad Karel de
+Groote en Paus Leo de derde, de Friesen groote aanbiedingen van goud
+en zilver deeden: doch zy zulks van de hand wyzende, gaven te kennen,
+dat het hen alleen om de vryheid te doen was. Waar op zy van den
+Keizer en Paus, met een breedluidende Vrybrief voorzien zynde, op vrye
+voeten wierden gestelt, gelyk als zy ten tyde van Karel Martel waren
+geweest. Na hunne wederkomst wierd deze Vrybrief, met groote vreugde
+door Magnus in den Dom of Kerk te Almeenum ter bewaaringe gebragt,
+benevens een Vendel. Alwaar de Roomschgezinde wonderlyke vertellingtjes
+van weeten te verhaalen: dat de Harlingers noch, met den stryd van
+den Opperengel Michaël tegen den Draak, daar in geschildert, by hun
+stads Wapen voegen: en voert noch by ons den naam van Magnus Faene.
+
+In den jaare 810 zyn de Deenen, ten beveele van hunnen Koning Gotrik
+[44] met een vloot van 200 schepen, zeer schielyk aan de Friesche
+kust gekomen; en hebbende eerst de vooreilanden afgeloopen, wierden
+de Friesen in de derde slag overwonnen, en in Deensche slaavernye
+gebragt; moetende jaarlyks een schattinge van 200 ponden zilver
+opbrengen [45]. Om welke schattinge te ontfangen, heeft der Deenen
+Koning Landvoogden gestelt, en bouwde een tolhuis van 240 voeten lang,
+en in 12 egaale vertrekken afgedeelt; in welker eerste de Tolmeester of
+Landvoogd zich plaatste, en hebbende in de achterste een koper bekken
+geplaatst, alwaar de schatpenningen moesten in geworpen worden, dat
+dezelve klonken, of mogt voor geen betaalinge verstrekken, by aldien
+gemelde Tolmeester het geluid niet hadde gehoort.
+
+En verder word verhaalt, dat Gotrik mede gebood, dat de deuren van
+der Friesen huizen alle tegen het noorden moesten geplaatst worden,
+en van zo een laagte, dat de Friesen, niet zonder kniebuiginge, daar
+konden uit of in gaan: op dat zy in erkentenisse zouden houden, wie hun
+Landsheer was; en dat zy, ten teeken van slaavernye en dienstbaarheid,
+ook houte halsbanden moesten draagen, die van rys en tienen te zamen
+gevlochten waren.
+
+Deze slaavernye der Friesen by Karel den Groote vernomen zynde,
+zo verzamelde hy zeer spoedig uit alle omleggende landen veel
+krygsvolk byeen: doch, voor hy noch in aantocht was, wierden hem
+andere zwaarigheden geboodschapt; als de dood van zyn zoon Pipyn;
+gezanten van Constantinopolen en Corsica; behalven een gerucht, dat
+de Deenen weder naar hun land waren vertrokken, om dat hunne Koning,
+door gemaakte verbintenissen, om 't leeven was gebragt. Alle redenen,
+waarom Karel zich weder naar Aken heeft begeeven. En de Friesen, de
+handen nu ruim krygende, tasten hunne vryheid weder aan, voorneemende
+dezelve met alle mogelyke middelen tegen alle vyandelyke aanvallen
+te verdeedigen. Dus quam het bestier weder tot de volgende
+
+
+
+
+
+V. LANDSHEEREN, OF POTESTAATEN.
+
+
+Karel de Groote, overweegende de getrouwe manhaftigheid der Friesen, zo
+aan hem in 't verwinnen der Saraseenen, en Wydekind, Hertog van Saxen,
+als in verscheidene voorvallen aan zyne voorzaaten Pipyn en Karel
+Martel beweezen; benevens hunne genegentheid en gestadige diensten
+aan 't Fransche Ryk; verzelt met den onophoudelyken yver tegen de
+Noordsche volkeren, van welker slaavernye zy zich nu weder op nieuws,
+na 't ombrengen van Gotrik, hadden vry gemaakt: zo heeft hy hen noch
+in volkomener vryheid gestelt, en ontlast van de schattinge van eenige
+ponden zilver, die zy van voor eenige jaaren hadden moeten betaalen:
+vergunnende hun, ten blyke van volkomene vryheid, het recht, om hun
+land, als vrygevogtene, naar hunne eigene wetten te regeeren; daar
+toe een Overste uit de Edelen van hunne eigene landaard te verkiezen,
+om de landzaaken zo in oorlog als vrede te bestieren, die zy den naam
+van Potestaat, naar 't gebruik der Italiaanen, zouden geeven. Dezen
+Potestaat, dat is Landsheere, wierd van de Staaten een getal van mannen
+bygevoegt, om over alle voorvallende verschillen, twee of driemaal
+'s jaars, als byzitters of mederechters hun oordeel te vellen.
+
+Op dat nu de vryheid geen inbreuk zoude lyden, zo wierden de
+Landsheeren slegts voor een jaar verkooren: doch ter goeder trouwe
+wierden zy doorgaans wel langer toegelaaten.
+
+Welk vervolg, met de eventydige geschiedenissen, wy nu zullen ophaalen,
+zo als die uit de oude schriften na malkanderen zyn aangeteekent;
+maar het te dugten is, dat het eigentlyke getal wat onzeker is, alzo
+het land by vredestyd wel zonder Landsheere is geweest: doch als
+'er een uitlandsch vyand aannaderde, om hen te overvallen, wierd
+'er by gemeenen raade, alschoon zy binnen 's lands door twistige
+oneenigheden malkanderen verteerden, aanstonds een verkooren.
+
+Magnus Forteman, die des Keizers Stedehouder was, als boven op den
+jaare 808 gemeld is, wierd tot eerste Landsheer verkooren. Behalven
+het bovengemelde, heeft hy den Keizer noch verscheidene roemwaardige
+diensten, tot lof van zynen landaard, tegen de Saraseenen gedaan:
+maar van dezelve eindelyk in eenen stryd verslagen, en zyn ligchaam
+in het slagveld onder de dooden door zyne Friesche krygsknechten
+gevonden zynde, en die 't naar Romen bragten, is hy aldaar op eene
+heerlyke wyze in de St. Michiels kerk begraaven: welke kerk daarom
+met eene ryke begiftiging wierd voorzien, ten behoeve der Friesen,
+die naar Romen quamen, om het zelve te bezoeken. Ja Magnus wierd zelve
+onder de Roomsche Hulpgoden of Heiligen gestelt. Deze geheele historie
+staat ter gedachtenisse in gemelde kerk in een marmersteen uitgehouwen.
+
+In den jaare 814 is Karel de Groote, te gelyk Roomsch Keizer en Koning
+van Vrankryk, na een ongemeenen yver voor de Christen leere getoont
+te hebben, zo in zyne landen als in Friesland, om dezelve voort te
+planten, mede in den Heere gerust. En zyn zoon Louis, toegenaamt de
+Vroome, quam in zyn plaats aan het roer van regeeringe.
+
+In den jaare 819 is Fokke Ludigman, tot tweede Landsheer of Potestaat
+verkooren.
+
+In den jaare 821 vertoonden zich omtrent de Friesche kust 13 Deensche
+Zeeroovers: doch de Friesen door Ludigman, uit een waakzaame voorzorg,
+met goede schansen of kasteelen voorzien zynde, zo derfden zy het
+niet waagen om te landen, maar trokken weder af.
+
+In den jaare 826 wierd Anscharius, mogelyk Anske of Aanske, gebooren
+te Waarden, als wy boven gezegt hebben, van Keizer Lodewyk naar
+Deenemarken gezonden, om aldaar het Christen geloove te verkondigen;
+alwaar hy veelen bekeerde. Na twee jaaren wederkeerende, verzond
+hem gemelde Keizer naar Zweeden; alwaar hy blydelyk van dien Koning
+ontfangen wierd; en deed mede binnen een jaar overvloedige stichtinge
+ter bekeeringe. Ook is ten tyde van dezen Ludigman te Dokkum een
+klooster gebouwd, ter gedachtenis van Bonifaas, aldaar in voorigen
+tyd zoo jammerlyk vermoord.
+
+In den jaare 830 wierd Adelbrik van Adelen tot Landsheer verkooren,
+en had zyn woonstede te Sixbierum.
+
+In den jaare 835, als de Noormannen, na een schielyken inval in
+Friesland, door Keizer Lodewyk verdreven waren, zyn dezelve echter in
+'t volgende jaar weder gekomen, en dwongen de Friesen eene schattinge
+af [46].
+
+In den jaare 838 Frederik van Adelen [47], geboortig van Sixbierum,
+Bisschop te Utrecht, zullende de leere der kerke eens onderzoeken,
+en komende te Westergo in Friesland, bevond hy aldaar het volk met de
+verderfelyke leere der Arriaanen zeer besmet; en kunnende met zyne
+medehelpers dat hardnekkige volk van dit besmettende gevoelen niet
+afbrengen; zo resolveerde hy noch tot zyne hulpe te roepen, Adolf,
+Kanunnik te Utrecht, dewelke om zyne vroomheid tot Leeraar te Staveren
+wierd aangestelt; alwaar hy met eenen grooten yver zyn plicht waarnam;
+ook een klooster en kerk in het westen der stad heeft gebouwd: die
+namaals, doe de zee haaren loop daar kreeg, op de zuidzyde wierd
+herbouwt. Waar van, by een laag gety, het muurwerk noch te zien is,
+gelyk wy zelve hebben bevonden, leggende nu met gemelde stad geheel
+in zee verdronken.
+
+In den jaare 840 overleed Lodewyk de Vroome, Keizer des Roomschen Ryks
+[48]. Een Gustaaf Lappon quam met 800 Gotten aantrekken, om zich in
+Friesland neder te zetten: maar de Landsheer Adelbrik van Adelen trok
+den zelven met zyne byhebbende macht tegen, en versloegze by Kollum
+zodanig, dat 'er naauwlyks overbleven, die deze tyding van hunnen
+nederlaag in Zweeden konden brengen.
+
+In den jaare 850, of omtrent dezen tyd, of voort na het overlyden
+van den Bisschop Alfridus, hebben de burgers van Groningen de kerk
+van St. Walburg, tegen het overvallen der Noormannen gebouwt.
+
+In den jaare 867 was in Friesland en elders een groote watervloed,
+waar door groote schade aan menschen en beesten geschiede.
+
+In den jaare 876 quamen de Noormannen, na dat zy de Fransche kusten
+hadden uitgeplondert, weder in Friesland, eischende van de Friesen
+schattinge: doch afgeslagen zynde, deeden zy zwaare dreigementen
+van moord en brand: maar de Friesen, aangevoert van Hessel Hermana,
+vierde Landsheer, woonachtig te Minnersga, zynde een kloekmoedig en
+onvertzaagd krygsman, tasten dezelve manmoedig aan, en versloegze
+zodanig, dat hun Overste en 800 mannen van zyn volk op de vegtplaats
+sneuvelden; de overgeblevene bezette zy in een huis, alwaar deze
+beloften moesten doen, al hun geroofden buit van goud en zilver over te
+geeven, en nimmer weder in 't land te komen stroopen. In dit treffen
+wierd Hermana ook gewond, waar van hy stierf.
+
+Na hem wierd Yge Gaalema [49] tot vyfde Landsheer verkooren; hy
+was zeer ervaaren in den krygshandel. Van hem wierden langs de
+geheele Friesche kust schildwachten uitgezet, om zo op de invallen
+der Noormannen, als wel byzonder op het doorbreeken der dyken te
+passen. De vastigheden langs de zeekusten eens bezoekende, gaf hy die
+van Ezonstad een waarschouwinge, om voor de Noormannen een waakend
+oog in 't zeil te houden, zeggende:
+
+
+ Wacht jimme fen dy noordere oord:
+ Uit dy grims herne komt alle qwaed foort [50].
+
+
+En overleed in dit zelve jaar, nalaatende eenen zoon, genaamt
+Igle Gaalema.
+
+In den jaare 880 zyn de Noormannen, hebbende groot voordeel op de
+Saxen gehad, die zy geweldig plaagden, weder in Friesland gevallen,
+van meininge om het zelve geheel te verwoesten: doch by Norden, dat
+nu Embderland is, tegenstand vindende, zyn 'er wel 10377 Noormannen
+verslagen, behalven noch een grooter getal, die in de rivieren en
+poelen gejaagt wierden, en aldaar moesten verdrinken; alzo zy zeer
+ongeschikt, door malkanderen loopende, vlugten [51].
+
+In den jaare 890, of omtrent dezen tyd, bestonden de Groninger
+Ommelanden alleen in vyf, doch zeer wyduitgestrekte dorpen, doe genaamt
+Hugomonhi, Hunisga, Fivelga, Emisga en Federitga; en 't eilandje de
+Band genaamt, 't welk vermoed word gelegen te hebben tusschen het
+Dokummer Diep en de Lauwers [52].
+
+In den jaare 910, als Staveren haaren Koophandel in vreemde gewesten
+wyd en zyds verspreide, en haar recht tot de Heeselpoort van Nieumegen
+uitstrekte, waar van noch ten huidigen dage in een steen uitgehouwen
+staat, in het latyn: Dus verre is het Recht van Staveren, doe verbrande
+aldaar de kerk, toegewyd aan de Moedermaagd Maria, staande in 't
+westen der stad, daar men ging naar 't klooster van Odolf.
+
+Omtrent dezen tyd quam Ode Botnia, zoon van den Hertog van Botnia,
+grenzende aan het noorden van Zweeden, alwaar 't nu als een overheerd
+land onder behoort, en gelegen aan de noordelykste inham van de
+Oostzee; deze, wegens zyne vroomheid, verkreeg de dochter van Taeke
+Camminga tot zyne huisvrouwe, en bouwde een stins in Oostergo. En
+deze is de oorsprong van dat geslachte, dat noch onder den naam van
+Botnia heden bekent is.
+
+Westerman heeft uit oude schriften aangeteekent, dat in dit jaar te
+Hindeloopen de eerste huizen gebouwd zyn: het welk verstaan moet
+worden, van na dien brand, waar van wy hier boven op 't jaar 779
+hebben gesprooken.
+
+Omtrent den jaare 920 leefde Koppen van Staveren, of Cappidus
+Stavriensis, die de geschiedenissen der Friesen, van oude tyden af,
+heeft aangeteekent, daar nu slegts noch maar eenige overblyfzelen
+van zyn.
+
+En omtrent den jaare 970 leefde Okke van Scharl, Scharlensis, welke
+uit zommige overblyfzelen, nagelaaten van zynen, oom Solke Forteman,
+de daaden der Friesen heeft beschreven.
+
+Omtrent den jaare 989 Gosse Ludigman, nu zesde Landsheer zynde
+en woonende te Staveren, is tot hem veldvlugtig [53] uit Holland
+overgekomen een zoon van Aarnoud, Graave van Holland, die de Friesen
+Sikke noemden: welke van Ludigman minnelyk ontfangen wordende, en ook
+na eenigen tyd hem zyne dochter Tet ter vrouwe gaf; alwaar hy twee
+zoonen by overwon. En daar na, op den trouwdag van zynen broeder,
+weder in Holland ontbooden zynde, zo gaf hem zyn vader ten erfdeel
+eenige breede roeden land in Zuidholland en Kennemerland, en 't slot
+dat heden tusschen Haarlem en Beverwyk is gelegen, het welk daar van
+noch Brederoede of Brederode genaamt word.
+
+In den jaare 995 wierd te Westerbierum een kind met drie hoofden
+gebooren, ziende twee naar voren en het middelste naar achteren.
+
+In den jaare 998 is door de Noormannen het stedeke Uitgong geheel
+verwoest, en tot den grond toe vernietigt. Omtrent die plaats legt
+nu het dorp Berlikum.
+
+In den jaare 999 vertoonde zich boven Staveren een vreesselyke
+staartstar of comeet, 10 dagen lang: waar op een zwaare sterfte in
+veele landen is gevolgt.
+
+In den jaare 1006 was 'er byna de geheele waereld door een felle
+hongersnood, en groote sterfte in het land; dat zomtyds zelve de
+leevendige, in 't begraaven der afgestorvene ligchaamen, wel mede
+dood in de graven vielen.
+
+En in de naastvolgende jaaren deeden de Noormannen geweldige
+invallen in Westfriesland, daar de Friesen hen lieten begaan; om
+de landpaalen tegen de vyandelykheid der Graaven van Holland niet
+te ontblooten. Welke oorlogen met de Westfriesen, in deze eeuw
+voorgevallen, hier van ons overgeslagen worden.
+
+Omtrent dezen tyd zyn eenige Friesche Edelluiden uit de Weezer
+gevaaren, die om de Noord vreemde landen zogten op te doen; welke,
+boven Ysland omzeilende, na verlies van hunne schepen, aan de Goudkust,
+mogelyk Mexica, zyn vervallen; van waar zy het eerste goud en zilver
+in deze landen hebben gebragt.
+
+In den jaare 1040 is het Gôrecht door Keizer Hendrik, bygenaamt de
+Zwarte, aan de Stoel van Utrecht geschonken: waar uit naderhand een
+groote twist ontstond. Want de Groningers waren van gedachten, het
+Gôrecht alleen maar vergeeven te zyn: waar tegen de Bisschoppen en
+Clerigie van Utrecht staande hielden, dat de stad Groningen insgelyks
+aan hen was geschonken. 't Welk de Bisschoppen ook, met geweld en hunne
+geestelyke luister hebben door gedrongen, dat zy daar na honderden van
+jaaren Heeren van deze stad zyn geweest, doch niet absolutelyk [54].
+
+In den jaare 1042 wierd de stad Bremen door een booswigt in brand
+gestoken: waar door de Dom, des Bisschops Paleis en andere heilige
+huizen, met de schatten der kerksieraaden en boeken verbranden.
+
+In deze eeuw leefden verscheidene Friesche Edelen; als onder anderen
+een Julius Deekema, die diverse Gezantschappen voor Keizer Hendrik
+den tweede bediende.
+
+In den jaare 1045 zyn verscheidene Friesche Edelen, die met grooten
+lof gedient hadden in den oorlog van Keizer Hendrik den derde, tegen
+de Hongaaren en Poolen, wederom gekomen.
+
+In den jaare 1064, wanneer de Edelen te Almeenum, in St. Pieters
+kerk zouden ten offer gaan, is een Sasker toe Harns, (waar van de
+stad namaals den naam Harns, zo als wy dezelve in 't plat Fries noch
+benoemen, zoude gekreegen hebben,) zich in de voorrang stellende,
+door eenen Ruerd Jarckes Harliga op het kerkhof doodgeslagen. Zo
+veel kragtiger was diestyds de waereldsche eere, boven zaaken van
+godsdienst.
+
+In den jaare 1072 is Friesland door Egbertus, uit het Huis van Saxen,
+aan de andere zyde ingenomen. Doch ook door Keizer Hendrik, wel haast
+weêr tot afstand gedwongen, en hetzelve aan den Utrechtschen Bisschop
+geschonken: des hebben de Friesen zich tegen dat jok aangestelt,
+zo dat geen graaf van Holland, Utrechtsche Bisschoppen, of Saxische
+Vorsten, in het bezit van Friesland gekomen zyn.
+
+In den jaare 1076 was 'er een schrikkelyke harde winter, geduurende
+van St. Marten tot aan 't einde van Maart in 't volgende jaar; de
+Zuiderzee, Rhynstroom en andere rivieren waren zo sterk bevrooren,
+datze dien geheelen tyd als de aardbodem gebruikt wierden.
+
+Diderik de vyfde, Graave van Holland, de Westfriesen in eene zwaare
+slag overwonnen hebbende, zette het op Staveren aan; welke stad,
+na drie weeken tyd belegert te zyn geweest, genoodzaakt wierd zich
+over te geeven: doch kogt haar weder vry voor 1400 kroonen.
+
+In den jaare 1096, wanneer Paus Urbanus de tweede, alle de Christen
+Prinsen van Europa in 't voorgaande jaar hadde gaande gemaakt, om de
+ongeloovige Saraseenen uit Natolien en 't Joodsche land te verdryven;
+hebben zich veele Friesche Edelen en gemeene lieden daar mede heenen
+begeeven, geteekent met een rood wollen kruis op hunne schouders,
+onder 't geleide van eenen Peter, Ambiaansche heremyt: en zyn,
+na veele gevaaren en ongemakken uitgestaan te hebben, met eenen
+ongemeenen yver boven andere volkeren, in Natolien aangekomen.
+
+In den jaare 1097 overwonnenze aldaar verscheidene steden.
+
+En in den jaare 1099 is Jerusalem na 10 dagen belegerings ingenomen.
+
+Na den jaare 1100 trokken op dat gerucht noch derwaarts verscheidene
+uit den Frieschen adel; als mede noch veele na dezen tyd [55].
+
+In den jaare 1110 quam Hendrik de Dikke, zoon van Otte, Hertog
+Van Beijeren, om Friesland af te loopen, dat hem de Keizer reeds
+geschonken had: doch de Friesen, om hunne vryheid te beschermen,
+joegen zyn volk by Norden op de vlugt, en hy zelve wierd door de
+zeelieden aan 't strand gegreepen en in zee geworpen.
+
+In dit zelve jaar is Groningen, in plaatze van haare houtene
+omheininge, met wallen, gragten en een steenen muur omringd. Doch
+Godebald, de 24ste Bisschop van Utrecht, heeft in den jaare 1112 de
+Groningers gedwongen hunne noch nieuwsgemaakte vestingwerken wederom
+af te breeken; en hen geboden, zoodanig een versterken der stad zich
+nooit meer te onderwinden, voor dat de Utrechtsche Kerkvoogd daar in
+hadde bewilligt. Evenwel heeft deze stad van dien tyd af beginnen te
+floreeren en in rykdom toegenomen [56].
+
+In den jaare 1119 ontstond tusschen Gaale Yges Gaalema, en Floris
+de Vette, Graave van Holland, twist over den eigendom van 't bosch
+de Kreil, gelegen tusschen Enkhuizen en Staveren; tot zo verre
+dat Gaalema, den Graave aanvegtende, in zynen regterarm eene wond
+toebragt, om dat dezelve hem zyne jagers netten en ander tuig had
+afhandig gemaakt. Doch deze twist wierd weder bygelegt. Omtrent
+in dezen tyd stonden in Dyxherne, tusschen Almeenum en Flieland,
+de geweldige stinsen van Gratinga, Harliga en Harns.
+
+In den jaare 1143 hebben te Groningen eenige oproerige burgers, in
+afwezen van hunnen Bisschop, die naar Romen was, St. Walburgs kerk
+met vestingwerken versterkt; om daar door den Burggraaf tot eenige
+voor lang verzogte zaaken te dwingen. Maar Egbert, Heere van het slot
+Groenenberg, vermaande hen, van hun opzet te willen veranderen, doch te
+vergeefs: waar op hy aanstonds met zyn volk het slot belegerde, en zeer
+dapper aantaste; maar door deszelfs vastigheid niet kunnende vorderen,
+heeft hy zich te vreden moeten houden met de sterkte zeer naauw te
+besluiten; tot dat eindelyk de Bisschop, wederom gekomen zynde, hen
+met een troup soldaaten en krygstuig zodanig aantastede, dat zy zich
+by verdrag moesten overgeeven. Doe deed de Bisschop hen zweeren, van
+nooit meer tegen de Utrechtsche Stoel te zullen opstaan. Dus bestierde
+hy dit alles ten voordeele zyner broederen geevende aan den eenen,
+Leffert genaamt, het Burggraafschap van Groningen, en aan den anderen,
+Ludolf geheeten, het Kasteleinschap van Koeverden: waar uit naderhand
+groote onheilen zyn ontstaan [57].
+
+Ondertusschen quam de Paltsgraave, Gouverneur van Benthem, met
+zyne macht in Drenth vallen, en verwoeste dat land, zonder eenige
+tegenweer. Doch dit volk is naderhand door des Bisschops krygsbenden
+by Hemsen verslagen.
+
+In den jaare 1148 is de stad Utrecht voor 't grootste gedeelte
+afgebrand.
+
+In den jaare 1162, als Miliaan door den Keizer F. Barbarosse [58]
+geheel vernielt en geslegt wierd, is Hessel Martena, een Friesch
+Edelman, in de belegering omgekomen; na dat dezelve dapper gestreden,
+verscheidene bedieningen en bezendingen voor den Keizer had uitgevoert,
+en ridder geslagen zynde, bevel over 10000 krygsknegten had gehad. Een
+Ofke Reinalda onthield zich ook eenige jaaren in deze Italiaansche
+oorlogen van Barbarossa.
+
+In den jaare 1164 overleed Leffert, Burggraaf van Groningen, zonder
+mannelyke erfgenamen na te laaten; waar uit een zwaare oorlog
+ontstond. Want deze overledene had wel eene dochter nagelaaten,
+hebbende drie zoonen, die het recht van hunnen overledenen grootvader
+meinden te erven: maar die tegenwoordige Bisschop van Utrecht weigerde
+deze zoonen aan te neemen voor volle neeven van den voorigen Bisschop;
+van gedachten zynde, dat door deze dood het Leen verviel, en tot
+den Stoel van Utrecht was wedergekeert. De Gemeente was echter tot
+de zoonen genegen, en waren 'er ook reeds al in 't bezit; hoewel met
+vreeze voor des Bisschops geweld, waarom zy, tot afkeeringe van dien,
+den Hertog van Gelder om hulpe verzogten: die voorts met een goede
+krygsmacht afquam, en zich voor Groningen vertoonde. De Bisschop
+zulks gewaar wordende, trok aanstonds op het kasteel of den tooren,
+van waar hy in 't duistere des nachts de vlugt nam naar Floris, Graave
+van Holland. Daar op wierd het kasteel met groot geweld aangetast;
+tot eindelyk de vrede wierd gemaakt; onder voorwaarde, dat de Bisschop
+van deze zoonen zoude ontfangen 300 mark, en dan wederom ten vollen
+afstaan het Drost- of Burggraafschap van Groningen [59].
+
+In dit jaar was ook een verschrikkelyke watervloed over Friesland,
+Juliaans Vloed genaamt; waar door in Friesland en elders wel 100000
+menschen verdronken.
+
+In den jaare 1170, den derden November, is Nederland door een droevigen
+watervloed aangetast, waar door het zeewater met 'er haast voor Utrecht
+stond; kabeljauw en wytingen wierden voor de stads muuren gevangen,
+en veele menschen en beesten zyn verdronken.
+
+Omtrent dezen tyd, of eenige jaaren onbegreepen, is Saake Reinalda, de
+zevende Landvoogd, tot groote droefheid der Friesen, overleeden. Van
+hem word verhaalt, dat men hem noch tweemaalen voorstelde in de
+Landvoogdyschap te blyven: maar het zelve t'elkens weigerende,
+met dit antwoord: dat zulks strydig was tegens 's Lands wetten
+en vrybrieven. Verder verhaalt men, dat hy als Landvoogd goud- en
+zilvergeld liet munten.
+
+Omtrent den jaare 1182 vertoonden zich vier zonnen aan den hemel;
+ook zag men gewapende mannen in de lucht, en bloedregen viel op
+de aarde. Ook door een geweldig onweder, ondermengt met een dikke
+sneeuwjagt, zyn de dyken by Uitgong, een stedeke aan de Burde,
+doorgebrooken, waar door die landen geheel onderliepen. Niet lang daar
+na brande het gemelde steedje byna geheel af: en het overgeblevene
+wierd in vervolg van tyd door de Noormannen vernielt. Nu legt op
+dezelve plaats het dorp genaamt Berlikum of Beltjom.
+
+In den jaare 1190, of omtrent dezen tyd, is de stad Leeuwarden eerst
+met wallen versterkt.
+
+In den jaare 1192 is, door 't uitroeyen van Uitgong, Franeker tot
+meerder aanwas gekomen, wordende uitgelegt met twee naastgelegene
+akkers, als Froonakker en Godsakker, en zo tot een stad geworden;
+waar van zy ook eerst Froonakker genaamt wierd. Godsakker is aldaar
+noch hedendaags een bekende Straat.
+
+In dit zelve jaar, op den vyfden van Juny, is het vermaarde Klooster
+van St. Bernard [60], te Aduard begonnen; dat met eene prachtige
+kerk en 4 toorens pronkte, deftiger als 'er ooit tusschen de Eems en
+Lauwers te zien is geweest.
+
+In den jaare 1196 ontstond te Groningen onder de burgerye en hunnen
+Bisschop een groote onlust, over de kerk van St. Walburg. De burgerye
+was van gedachten, dat deze sterkte, eertyds tegen het overvallen der
+Noormannen gebouwt, de stad toe quam: en de Bisschop daar en tegen
+redeneerde, dat deze kerk van ouds af in zyner voorzaatens macht
+hadde gestaan. Dit liep zo hoog, dat de burgers de kerk, het dak
+en een gedeelte der muuren deeden afwerpen. Waar over de Bisschop zo
+toornig wierd, dat hy den Kastelein van Koeverden, zynde de voornaamste
+aanstooker van dit werk, benevens de burgers van Groningen, in den
+ban deed, en voorts ook met zyne macht naar Koeverden trekkende,
+dwong hy die plaats met geweld tot de overgaaf. Ondertusschen, als
+de Bisschop hier mede bezig was, hermaakte de Groningers hunne stads
+muuren weder op, na datze hunnen Bevelhebber hadden doodgeslagen [61].
+
+Omtrent den jaare 1200 was de stad Staveren noch, van oude tyden af,
+in groot gezach, en dreef zwaare koopmanschappen door alle de gewesten
+des waerelds, zo dat de inwoonderen, door weelde en dartelheid,
+zelfs goud aan hunne stoepens [62] lieten slaan. Waar van zy noch
+ten huidigen dagen genoemt worden: De verweende [63] Kinderen van
+Staveren. Ten blyke van dit gezegde, dient dit volgende: «eene zekere
+ryke koopvrouw verzond een schip naar Dansich, belastende den schipper,
+om van de allerkostelykste waren voor haar tot zyne ladinge weêrom
+te brengen: dezelve weder komende, en denkende zyne zaak wel verricht
+te hebben, quam met weite geladen aan de stad. 't Welk zyne koopvrouw
+verstaan hebbende, was daar over t' onvrede, en belaste den schipper,
+zyne lading, die zy verstond aan bakboord ingekregen te hebben, aan
+stuurboord weder in zee te werpen. Waar op de droogte, die men noch het
+Vrouwezand noemt, voor de haven is geschoten, als eene straffe over
+hunne verwaantheid; zo dat de haven, na verloop van tyd, noordelyker
+heeft moeten verlegt worden; gelyk zy nu noch is. En heeft gemelde
+stad, van dien tyd af, allengskens beginnen af te neemen, tot op
+haare tegenwoordige staat. Van boven verhaalde koopvrouw werd getuigt,
+dat zy zich eindelyk noch met den bedelzak heeft moeten behelpen."
+
+In den jaare 1210, verbrande, door een geweldige droogen zomer, het
+bosch de Flussen geheel af; en wierd, door het inscheuren van het
+zeewater, eerst een kleen meertje, en met 'er tyd tot die groote,
+als het heden is.
+
+Omtrent den jaare 1212 vielen 'er geweldige watervloeden over 't
+Land, waar door dyken, dammen, hoven en huizen wegspoelden, en wel
+100000 menschen verdronken: en by aldien niet veele op de terpen,
+stinsen en hooge boomen waren gevlugt, zou Friesland, tusschen den
+Rhyn en de Eems van zyne inwoonders zyn ontbloot geworden. Waar
+door het volk zo verarmt was geworden, dat zy de dyken, zo haastig
+niet kunnende herstellen, moesten laaten verwaarloozen; waar door
+met een noordwesten wind de zee, tusschen het Flie en Ter Schelling,
+geweldig haaren loop nam, en het land meer en meer overstroomde. Want
+in dien tyd was de Fliestroom noch maar een gemeene rivier, die
+Westfriesland van ons afscheide; zo dat gemelde aanpersing van water,
+met 'er tyd meer en meer toeneemende, eene oorzaak geweest is, dat
+de naastgelegene landzaaten afleidingen in gemelden stroom gemaakt
+hebben; alwaar de zee haaren loop inneemende, zyn de landeryen eerst
+in poelen en meeren afgescheurt.
+
+In den jaare 1219, den 16 van January, zyn deze landen wederom door
+een verschrikkelyken watervloed aangetast, die St. Marcellus Vloed is
+genaamt; verwoestende alomme de dyken, dorpen, kerken en kloosters,
+groot en kleen vee in meenigte opgeslokt, en waar van word aangeteekent
+mede wel 100000 menschen in verdronken zyn. Deze vloed heeft eene
+oorzaak geweest, dat de volkeren naderhand de stranden verlieten,
+en zich op hooge plaatzen, landwaards in, ter wooninge begaven.
+
+Omtrent den jaare 1220 is Gryn [64], gelegen tusschen het Flie
+en Almeenum, door Siardus, mogelyk Sierd Siersma, Abt van Lidlum,
+met gragten en wallen voorzien, en tot een stad gemaakt; alwaar ook
+een schoole van geleerdheid of Academie wierd gesticht. Niet lang na
+dezen tyd, als de lieden zeer eenvoudig en weinig Onderwezen waren,
+hebben de Roomsche Geestelyken, deze slegtigheid [65] des volks
+tot hun voordeel neemende, byna het derdendeel van de goederen en
+rykdommen des lands in hunne kloosters gesleept; en veele ryke lieden,
+om alles na hunne dood te behouden, tot het kloosterleeven bewoogen.
+
+In den jaare 1221, omtrent Driekoningen Dag, zyn door eenen watervloed
+wederom eenige duizenden menschen en beesten in Friesland om 't leeven
+geraakt. En den 24ste van February volgde een derde vloed: daar na
+een zeer groote droogte zonder regen, die de landen de teelkragt,
+om iets voort te brengen, deed verliezen. Hier op volgde, daags na
+St. Lambert, wederom een vloed, die de opgedroogde landen met zoute
+wateren vervulde.
+
+In den jaare 1222, in January, was 'er wederom een vloed over deze
+landen, waar door veele schade veroorzaakt wierd.
+
+In dezen tyd leed Groningen zwaare onheilen; want de stad van hare
+vestingen beroofd wezende, quam een ieder by dag en nacht daar in,
+bedryvende veele gruwelen van moorden en bloedstortingen zonder dat
+daar recht over wierd gedaan.
+
+In den jaare 1224 is Friesland wederom door het zoute water
+overstroomt; waar door over de 10000 menschen verdronken, en al wat
+meest van de beesten voorhanden was.
+
+In den jaare 1227 braken de Groninger onlusten wederom op, tusschen
+Rudolf, Kastelein van Koeverden, en Egbert, Burggraaf van Groningen,
+over deszelfs Burggraafschap. Doch de Utrechtsche Bisschop, Otto
+van der Lip, quam met 'er haast herwaards en vereenigde hen. Maar
+de Bisschop was zo dra niet vertrokken, of Rudolf, zynde misnoegt
+over het gemaakte verbond, heeft Egberts slot by den Ham aangetast
+en geruïneert; en daar op zelfs voor Groningen trekkende, wierd hy
+door die van zyn aanhang binnen gelaaten.
+
+Hier op moest Egbert de stad verlaaten, maar verzamelde daar en
+tegen een groote macht van Friesen, waar mede hy de stad voort weêr
+belegerde; schietende zo een zwaar vuur in dezelve, datze voor 't
+grootste gedeelte in weinig tyd verbrande, en hy haar overwon. Rudolf
+moest insgelyks vlugten, trok derhalven op Koeverden, en bragt byna
+het geheele Drenth in de wapenen; waar mede hy Groningen belegerde,
+en met groot geweld aantaste: doch de goede bezetting van binnen deed
+hen t'elkens afdeinzen. Ondertusschen quam de Bisschop van Utrecht
+mede herwaards, om Egbert te ontzetten, hebbende by hem een machtig
+leger van uitgelezene ruiters en soldaaten, met veele Grooten tot hunne
+Bevelhebbers, tot omtrent Koeverden; doende het daar ter neêr slaan,
+en den Gouverneur Rudolf opentlyk voor een rebel verklaaren.
+
+Rudolf brak aanstonds de belegeringe voor Groningen op, en marcheerde
+zeer moedig met zyne macht tot omtrent zyne vyanden, laatende alleen
+een moerassig land tusschen beide.
+
+Des anderen daags morgens quamen de vyanden voor den dag springen,
+om alzo Rudolf en de zynen te overvallen: maar hunne groote stoutheid
+bragt hen op de slagtbank; want zo als zy op de moerassige weide
+quamen, wierd 'er van achteren zodanig gedrongen, datze 'er voor 't
+meerendeel in bleven steeken. Doe viel Rudolf met de zynen op hen in,
+en hieuw zo vreesselyk onder die benaauwde vyanden, dat 'er in 't
+kort 500 door 't zwaard nedergezabelt wierden, of in 't moeras waren
+gesmoord, en waar onder de Bisschop zelve, die op eene zeer wreede
+wyze om 't leeven wierd gebragt; vervolgens de vlugtende nagezet,
+en veele perzoonen van grooten rang gevangen genomen [66].
+
+In den jaare 1228 quam de Utrechtsche Bisschop Wilbrand met een groote
+krygsmacht in 't Drenth, om de dood van zyn Voorzaat te wreeken. Hy
+pleegde dieshalven eene groote tirannye aan de inwoonders. Rudolf
+moest zelve ook voor hem buigen, geevende Koeverden weêr over. Doch
+Rudolf hernam door eene krygslist het kasteel van Koeverden wederom,
+slaande de geheele bezettinge daar in dood.
+
+Daar na heeft de Bisschop met een nieuw verzamelde macht, in den
+winter, onder de begunstiging van een felle vorst, wederom eene tocht
+herwaards gedaan; maar een zeer zwaar onweder van regen en haastige
+dooy deed hen alle de vlugt neemen, met achterlaatinge van alle hunne
+bagagie, ten voordeele van Rudolf.
+
+Na dezen bragt die Bisschop wederom een leger op de been, en hy op
+het Hardenberger Kasteel zynde, voorneemens om Koeverden te bestormen,
+komt Rudolf ondertusschen van het kasteel, om met den Bisschop in der
+minne te accordeeren. Maar de Bisschop, het tegendeel zoekende, nam
+den Gouverneur Rudolf, nevens zynen raadsman Hendrik van Graastorp,
+gevangen, doende hen schrikkelyk pynigen, voorts leevendig râbraaken
+en de ligchaamen op raderen stellen.
+
+In den jaare 1230, den 17de van February, zyn door een tempeest van
+donder en blixem, over Friesland gaande, veele huizen, verbrand en
+neêrgeworpen; en daar boven een watervloed, in welke veele duizenden
+menschen en beesten, verdronken [67].
+
+In dit zelve jaar waren de Reilanders en Asschendorpers [68] in
+eenen hevigen oorlog; maar de eerste gansch onkundig, vielen met
+hunne meeste Edelluiden in des vyands handen.
+
+In den jaare 1231 ontstond tusschen de dorpelingen van Uithuizen, en
+die Van Eendrum, een openbaare oorlog, over een kleen eilandje, aan de
+Noorder dyken gelegen. Dit verschil was bevoorens al uitgesprooken door
+de Rechters van Upstalsboom [69] ten voordeele van de Uithuizers. Doch
+die van Eendrum achte zich verongelykt, en wilden aan het gevelde
+vonnis niet gehoorzamen; gingen daarom by de Groningers om hulpe,
+die hen ten eersten met een groote hoop krygsbenden bysprongen,
+en dus gelykerhand de Uithuizers aantasteden en in hinderlaag bragten.
+
+Hier tegen kreegen de Uithuizers ook onderstand van de Drenthers,
+Drenthwolders, Vredewolders enz., trekkende ieder op hunne post. De
+Uithuizers wederom tegen die van Eendrum, slaande hen op de vlugt,
+en bequamen veel buit. Maar de Drenthers trokken voor Groningen,
+en stieten daar schrikkelyk het hoofd: want, nadatze daar drie dagen
+gelegen hadden, wierden zy door die van binnen, uitvallende, deerlyk
+verslagen, achterlaatende aan de Groningers 600 paarden, al hunne
+proviand enz. Door deze overwinninge kreegen de Eendrumers wederom
+moed; vallende daarop in des vyands land, en hielden 'er gruwelyk huis;
+want zelve staken zy de brand in de kerk Usquert, welke, behalven de
+andere geheiligde dingen daar in, met eene geweide hostie, verbrande;
+daar en boven wierden de vrouwen geschonden, en noch oude of jonge,
+lieden gespaart.
+
+Ondertusschen, als de Drenthers voor Groningen waren, quam Bisschop
+Wolbrand met zyne soldaaten voor Koeverden; neemende de stad en
+voorburg in, en zabelde alles neêr wat 'er in was, zonder zelve de
+noch in de wieg leggende kinderen te sparen: hier na gaf hy de plaats
+aan zyne soldaaten; die dezelve geheel uitplonderden en naderhand
+in brand staken. Maar het kasteel heeft hy, om zyne vastigheid,
+niet kunnen bemachtigen; alhoewel het echter op die of een anderen
+tyd ook ten eenemaal verdistrueert is geworden [70].
+
+In den jaare 1232, in September, was te Groningen een zamenkomst
+van die van Husingo, Westerlanders en hunne bondgenooten, welke dus
+gelykerhand in Fivelingo vielen, tot omtrent Wester-Embden: maar
+wierden door hunne partye zo deerlyk gehavent, datze met 'er haast de
+vlugt moesten neemen, met achterlaatinge van 400 dooden of gevangenen,
+en veele gekwetsten aan hunne vyanden.
+
+In den jaare 1233 is Otto de derde, Graaf van Holland, met een groote
+krygsmacht in 't Drenth gevallen; heeft de stad Koeverden, benevens
+de Drenthers, onder zyne gehoorzaamheid gebragt, en hen daar na
+gedwongen, behalven andere breuken te geeven, een klooster te bouwen
+[71], ter plaatze daar wel eer de Utrechtsche Bisschop Otto van der
+Lip verslagen was. Dit klooster is het volgende jaar aangevangen, en
+ter plaatze, daar nu Assen is, volbragt; zynde het zelve dat namaals
+en nu noch tegenwoordig tot het Gemeenelands Huis gebruikt word.
+
+In den jaare 1234 is het stedeke Wartena, door een harden storm,
+geheel weggespoelt. Het was gelegen in de Grietenye van Idaarderadeel,
+omtrent Grou: waar van nu noch een dorp van die zelven naam is.
+
+In dezen tyd is 'er weder twist ontstaan, om de voorrang in 't offeren,
+tusschen die van Albada en Reinalda te Waaxens, by Holwerd: waar
+uit naderhand de scheuringen tusschen de Schieringers en Vetkoopers
+gerezen zyn.
+
+De buurt, omtrent het westen van Almeenum, is in dit jaar tot een
+stad geworden, en met haare voorrechten voorzien. Maar, als 'er twist
+tusschen de Edelen van Harliga en Harns ontstond om den naam, zo heeft
+zy tot heden die beide naamen behouden, en word in de gemeene Spraak
+Harlingen, en in de Friesche landspraak Harns genoemt.
+
+In den jaare 1239 was Sikke Sjaarda of Sjaardema, Landsheer van
+Friesland. En Willem, Roomsch Keizer, en 21ste Graave van Holland,
+de stad Aken belegert hebbende, ontbood de Friesen tot zyn hulpe:
+welke de stad met water bezettede en overwonnen. Voor deze dienst,
+aan hem bewezen, bevestigde de Graave hunnen vrybrief, door Karel den
+Groote voorheen aan hen gegeven. Daar na verzogt hy Sjaardema, zo door
+groote giften van geld, als 't Erfstadhouderschap hem Friesland over
+te geeven. Maar dezelve sloeg des Graafs voorstel door een vinnigen
+brief plat af; schryvende aan hem: «Meent gy, dat ik, om my en myn
+geslacht te verheffen, een verraader wil zyn, en myne nakomelingen
+van de vryheid berooven, die onze Voorvaderen boven alle goederen
+geächt hebben?" En liet noch, ter beschimpinge en verachtinge van
+gemelden Graaf, goude penningen slaan, waar op aan de eene zyde in
+'t latyn, doch dus vertaald, stond: Sikke Sjaardema, Landsheer van
+Friesland: en aan de andere zyde: Libertas prævalet auro: dat in eene
+goede zin gezegt is: Liever Vry, als Ryk. Waarom hier na tusschen
+den gemelden Graaf en de Friesen een oorlog is ontstaan, waar in de
+eersten, overwonnen zynde, sneuvelde. Hega Holtwada schryft, dat dit
+voorgevallen is in den jaare 1255.
+
+In den jaare 1242 was te Groningen een zamenzweeringe gemaakt
+door de Gelkingen, tegen de drie nagelaatene zoonen van Egbert van
+Groenenberg. Zy vielen eerst op den oudsten en sloegen hem dood; maar
+de andere twee gingen vlugten, verzamelden, goede hulpe, en trokken
+op hunne vyanden af. Doe wierd 'er een burgerlyke oorlog binnen de
+stads vesten gevoert; leggende een ieder op zyn hoede, om zyne party
+afbreuk te doen; bedryvende groot geweld en bloedstortinge. Doch de
+meeste neêrlaagen vielen de autheurs van dit werk ten deel, die zelve
+veel volk verlooren, en de stad ook moesten ruimen. Hier op wierden
+hunne huizen aangetast, beroofd en verscheidene tot den grond toe
+geraseert, en in brand gestoken.
+
+In den jaare 1246 is te Groningen de St. Nikolaas kerk, nu der A,
+gebouwd; welke door Bisschop Otto van Utrecht in den jaare 1446, op
+verzoek der ingezetenen van de stad, tot een Parochiekerk is opgeregt.
+
+'t Zelve jaar, in November, was door zwaare storm en onweder een
+groote watervloed over Friesland, en elders, waar door aan menschen
+en goederen veele schade geschiede.
+
+In den jaare 1248 braken de Groninger onlusten wederom op, waar in, op
+den eersten November, Thetse door Rudolf van Pedesen wierd omgebragt.
+
+Den 19de der zelve maand volgde hier op een droevige watervloed,
+die zelve, behalven de buitendyken, de dyken van het diep genaamt,
+welke nu aan de Eems een zyl en verlaat hebben, wegspoelde.
+
+In 't begin van den jaare 1249 is wederom een watervloed over deze
+landen gegaan; wordende door een andere vloed op den 12de van February
+gevolgt; en daar na met eene zwaare pestellentie en duuren tyd.
+
+Evenwel was Groningen noch vol onlusten: want die van de stad,
+doe zeer wreed zynde, hielden het koren in dezen bedroefden tyd op
+een zeer hoogen prys, en daar boven wierd het vee, 't welk door de
+landlieden ter markt wierd gebragt, door eenige oproerige geesten
+aangetast en veel beschadigt.
+
+Omtrent dezen tyd is het Hof in 's Graavenhaage, benevens de groote
+Zaal aldaar, door Koning Willem den tweede, en 21ste Graaf van Holland,
+gebouwd.
+
+In den jaare 1250 was te Farmsum een Deken, Sikke genaamt, welke de
+Ommelandsche gemoederen zeer ontrustede: hy maakte zelve een verbond
+tusschen die van Hunsingo en Fivelingo; en dus met malkanderen te
+velde trekkende, wierpen zy het slot Groenenberg omverre, en poogden
+Groningen ook te belegeren.
+
+In dit en 't volgende jaar is Friesland wederom door twee watervloeden
+overstroomt geworden; waar door veele duizenden van menschen en
+beesten verdronken.
+
+In den jaare 1251 is Groningen door de Ommelanders belegert en
+verscheidene maalen bestormt; doch, door de goede bezettinge, wierden
+de bespringers t'elkens afgewezen. Nochtans hebben die van binnen
+zich, na een beleg van vier weeken, met verdrag aan hunne vyanden
+moeten overgeeven.
+
+Hier na wierd Groningen, door de ballingen wederom verrast, brengende
+in den eersten aanval Hendrik Butel om 't leeven, en roofde doe veele
+goederen van de Gelkingen.
+
+Op dit gerucht trokken de Ommelander bondgenooten wederom welgewapent
+voor de stad, welke haar door Conraad, Hoofd der Ballingen, zonder hun
+geweld af te wagten, wierd overgegeeven. Hier door geraakte Conraad in
+gyzeling; maar kort daar na, door schoone beloften, ook wederom los;
+brengende, hoewel tegen zyn gemaakt verbond, een hoop krygsvolk byeen,
+waar mede hy het Franciscaner Klooster verraste, laatende het zelve
+voort van volk en andere noodwendigheden voorzien. Ook namen zy alle
+steene huizen, die vast tegen hunne vyanden waren, in, en deeden die
+van proviand en oorlogstuig voorzien.
+
+De wederparty vlugte tot de kerken van St. Marten en St. Nicolaas;
+alwaar zy zo sterk wierden bevogten en in benaauwtheid gebragt,
+datze by de landlieden om verdere hulpe riepen. Hier op quamen die
+van Fivelingo af, ontzettede hen, en tastede der vyanden bezettinge
+zo sterk aan, datze hen, na groote bloestortinge, tot overgeevinge
+dwongen, doch Conraad ontstreek hen en ging in 't heetste van 't
+gevegt door.
+
+In den jaare 1254 is Groningen weder door Conraad met verrassinge
+ingenomen. De bespringers quamen heimelyk by nacht in de stad, en op
+St. Martens Kerk, houdende zich tot den morgenstond verborgen: doe,
+de trappen afloopende, vielen zy hunne partye op 't lyf, slaande
+9 mannen dood, en de andere salveerden zich, zo zy best konden:
+daarop is alles, wat 'er in de kerk gevonden wierd, prys gemaakt, en
+daar van een gedeelte aan de gehuurde soldaaten tot soldye gegeeven:
+waar door de stad door plonderinge en oproer vervult wierd.
+
+In den jaare 1255 is Hindeloopen, nu, na de brandstichtinge en
+uitplonderinge der Noordsche volkeren, weder haaren wasdom bekomen
+hebbende, tot een stad geworden, en met voorrechten en privilegien
+begiftigt of voorzien.
+
+In het zelve jaar, den 18 van January [72], is Willem de tweede,
+Graave van Holland, omtrent Hoogwoud van de boeren dood geslagen. Deze
+Graaf was van Alkmaar met een groote krygsmacht uitgetrokken,
+voor hebbende de Friesen, die tegens hem en zyn voorzaaten altoos
+wederspannig hadden geweest, met de wapenen te temmen, en onder zyne
+gehoorzaamheid te brengen. Maar de Graaf, door onvoorzigtigheid,
+te verre vooruit rydende, trapte het paard door het ys; waarop de
+boeren, van achter de struiken komende, hem dood sloegen.
+
+In den jaare 1257, den 10de van October, is Friesland weder door een
+watervloed overstroomt geworden; waar door de dyk in Groningerland,
+by Zonda, daar de rivier de Fivela met nieuw werk bedykt was, omverre
+wierd geworpen, en voorts het water over het land stroomde.
+
+In den jaare 1259 quam Hendrik, de achtste Bisschop van Utrecht, in
+Drenthwolde, nu 't Gôrecht, en vorderde groote sommen geld van de,
+inwoonders: doch wierd hem geweigert. Hierom deed hy de Drenthers
+aanstonds wapenen, en de naaste huizen van hunne partyen in brand
+steeken. Daar tegen verzamelde de Drenthwolders hunne macht ook byeen,
+en vielen aanstonds met eene groote hevigheid op de vyanden in;
+waar door zy in den eersten aanval 120 dood sloegen, veele quetsten,
+en eenige gevankelyk met zich sleepten.
+
+In den jaare 1262 wierd in Friesland eene aardbeevinge gevoelt, welke
+Groningen mede trof, inzonderheid het klooster Wittewyrum, waar door
+de toren instortte: hier op volgde een watervloed door de dyken,
+met verbreeking van de zyl Fismar, in den Oldambte.
+
+In den jaare 1263 is de kerk van het vermaarde klooster St. Bernard,
+te Aduwerd, ten tyde van Gayke, de zevende Abt, op eene zeer plechtige
+wyze ingewyd, na dat 'er ruim 200 monniken 23 volle jaaren aan hadden
+gearbeid, om de kerk op te bouwen en het werk voort te zetten.
+
+In den jaare 1266 was de tweede Marcellus vloed, waar door Friesland
+wederom wierd bezogt: evenwel raakte Fivelingo, door de sterke dyken,
+die de monnikken van Wyrum met die van Zonda en hunne nabuuren, daar
+'t voorige jaar tegen de Eems hadden gelegt, bevryd.
+
+In den jaare 1268 wierd D'rYlst, een kleene myl leggende van Sneek,
+en doe noch maar eene buurt, mede met Stads voorrechtbrieven of
+privilegien voorzien. Indien 'er eene Yle Stins geweest is, schynt
+het niet ongeloofelyk, dat het daar van haaren naam ontleent heeft,
+volgens gebruikelyke verkortinge en zamentrekking der woorden.
+
+In den jaare 1270 is te Bolswert het Broere Klooster gesticht, waar
+toe het houtwerk voor het grootste gedeelte van de Kreil, by Staveren,
+wierd gehaalt. Gelyk ook te Staveren, Hindeloopen en andere plaatzen
+in den Zuidhoek, nu noch wel hout, uit het gemelde bosch gehouwen,
+te zien is.
+
+In den jaare 1272 is door geheel Friesland eene zwaare sterfte onder
+het vee geweest, als ook een groote hongersnood onder de menschen.
+
+In den jaare 1273 zyn door eenen watervloed in Friesland wederom wel
+2000 menschen verdronken.
+
+In den jaare 1276, op goede Vrydag, beviel de Graavinne van Hennenberg
+te Loosduinen in het kraambed van 365 kinderen; wordende dezelve van
+haar oom, Bisschop Otto van Utrecht, in één bekke gedoopt: de knegtjes
+wierden Joannes, en de meisjes Elizabeth genaamt. Doch zy stierven alle
+nevens de moeder, en wierden te Loosduinen in 't klooster begraven.
+
+In den jaare 1277, den 25ste van December en den 13de van January 1278,
+heeft dit gewest door schrikkelyke watervloeden veel geleden; want
+door dezelve verdronken 33 dorpen en veele duizenden van menschen en
+beesten in den Dollaart; en doe is het begin gemaakt van dien grooten
+Inham, de Dollaart genaamt.
+
+Omtrent den jaare 1280, na dat de Friesen van de geduurige
+bespringingen der Graaven van Holland en der Noormannen, hunnen
+hals nu vryer hadden, zyn de oude wrokken, die in 't offeren om
+den voorrang zo meenigmaalen ontstaan waren, weder opgeborsten,
+en de stinsen, voorheenen tegen de uitlandsche vyanden gemaakt,
+wieschen nu in getal en meenigte: en onder schyn van bescherminge
+tegen de stormende watervloeden, wierden de landeryen en dorpen met
+hooge wieren van aarde digt te zamen gestampt, daar gemelde stinsen
+op gebouwd wierden. Waar uit eerst quaad nadenken, doe haat, nyd
+en eindelyk openbaare vyandschappen en moorderyen onder de Edelen
+ontstonden: het land wierd in tweeën verdeelt; die van Oostergo gaven
+de anderen den naam van Schieringers, om dat hunne landstreek, in
+broekig en waterachtig land bestaande, en hunne meeste kostwinning en
+handel in de visscherye van Schiere Aal, alwaar 't alomme van krielde,
+bestond of gelegen was. En zy zelve gaven zich den naam van Vetkoopers,
+om dat zy in hunne hooge landen en grasryke weiden met de vetweijeryen
+en landbezaaijingen meerendeels zich geneerden. Doch andere verhaalen
+om andere inzichten. Van alle welke twisten en oneenigheden wy niet van
+voorneemen zyn alle voorvallen te melden, om redenen dat die voor het
+meeste gedeelte tusschen byzondere Edelen zyn ontstaan, en daarom voor
+geene algemeene landtwisten zyn te houden: maar wy hebben voorgenomen
+te melden, de grootste gevallen, en die voor algemeene landtwisten
+te houden zyn, en tot eene daadelyke tweespalt des Gemeenen Lands
+zyn uitgeborsten, waar van wy alleen de voornaamste ontmoetingen,
+die steden en landen eenige merkelyke veranderinge aanbragten,
+hebben aangeteekent. Van welk alles in het gemeen geweeten dient,
+dat aan beide zyden dikwyls vredeverbonden gemaakt en verbrooken zyn,
+maar van ons niet alle aangeteekent, om dat wy kort willen zyn [73].
+
+In den jaare 1287 waayde het zo een geweldige stormwind, dat alle
+de dyken rondom Friesland doorbraaken, waar door kerken en huizen
+wegspoelden. Van het stedeke Gryn bleeven geen 10 huizen staan, en het
+getal der verdronkene menschen was wel 80000. By welke gelegentheid,
+Floris de vyfde, Graave van Holland, de macht der Friesen nu merkelyk
+verzwakt ziende, de Westfriesen met weinig moeite onder zyn gebied
+gebragt heeft, en een kasteel te Medenblik, nevens noch drie anderen,
+in 't gezigt der Oostersche Friesen, bouwde.
+
+In den jaare 1292 nam Graaf Floris de stad Staveren in, en begiftigde
+haar met verscheidene voorrechten.
+
+Omtrent dezen tyd begon in Friesland de wortel van die allerverdervende
+partyschap, Schieringers en Vetkoopers genaamt, aan te groeijen;
+zynde tot noch toe onder den Adel alleen beslooten; maar dat duurde
+niet lang, of de Gemeente wierd ook gedeelt en van een gescheurt. Ook
+begon men meer en meer steenhuizen of stinsen te bouwen, tot een
+toevlugt voor hen zelve, en afbreuk hunner vyanden.
+
+Gemelde scheuringe is eerst onder den Adel op de brasmaalen
+uitgebroeit, en kort daar na tot het gemeen over gegaan. De Vetkoopers
+of Vetwyders waren de Hollanders toegedaan: en de Schieringers,
+veel geringer van staat, hielden zich aan het Groninger verbond.
+
+In den jaare 1293 heeft Sneek, nu dagelyks in goede neeringe
+aanwasschende, mede stads voorrechten bekomen, tot groot nadeel
+van de nabuur-stad D'rYlst: maar in 't volgende jaar trof haar het
+ongelukkig lot van brand, welke gemelde stad tot op twee huizen na
+geheel in den asch leide en verteerde.
+
+In den jaare 1296, den 27ste van Juny [74], is Floris de vyfde en
+19de Graaf van Holland, door Gerrit van Velsen, Heer van Noordwyk,
+op eene moorddaadige wyze omgebragt.
+
+In den jaare 1299 namen de Friesen de drie nieuwgebouwde kasteelen
+der Hollanderen in, als ook Medenblik, nu reeds mede tot een stad
+geworden; en, na eenig stryden met de Graaven van Holland, moesten
+die Westfriesland weder verlaaten.
+
+Omtrent den jaare 1303 verscheen in de lucht, boven Scharl en Warns,
+verscheidene vertooningen van kryg en oorlog, met een ysselyk geroep:
+Help! help! De zon veranderde in bloed, en regen van bloed viel op
+de aarde.
+
+In den jaare 1305 verdroegen de Schieringers en Vetkoopers met
+malkanderen, om hunne twisten, door een gevegt van twee mannen uit
+hen, ten einde te brengen: dit werkstellig gemaakt zynde, bleven de
+Vetkoopers verwinnaars en de Schieringers verliezers.
+
+In den jaare 1306 quamen de Noormannen met eenige schepen in Friesland,
+om onder die inlandsche twisten, eenen roof uit het land te haalen:
+doch, Reiner Canga of Camminga, dies tyds Landsheer zynde, heeft hen
+met zyn byhebbende macht dapper afgeslagen; en over de 900 vyanden
+nedergemaakt hebbende, wierd hy zelve gequetst, waar van hy stierf,
+tot groote droefheid zyner landsgenooten.
+
+Na hem volgde J. Hessel Martena, hoewel tegen zynen zin, in het
+Landsheerlyke Gebied, om zyne uitmuntende vredelieventheid.
+
+Omtrent dezen tyd heeft Johannes Flieterp, Secretaris van Martena,
+onverwagt de beschryvinge, van Okke Scharlensis te Staveren gevonden;
+en dezelve uit het latyn vertaalt hebbende, met eenige van zyne eigene
+aanteekeningen, in het licht gegeeven.
+
+In dezen tyd wierden de Hollanders, die met hulpe der Westfriesen,
+Friesland dachten te berooven, dapper afgekeert: het welk Enkhuizen
+door eenen brand moest vergelden.
+
+In den jaare 1313 is de Landsheer Martena overleden, hebbende het land
+tegen de aanvallen der vyanden dapper bevryd, en dezelve verscheidene
+maalen verjaagt. Om nu een nieuwen Landsheer te verkiezen, ontstond
+onder het Friesche volk een zwaare twist: de een begeerde die,
+en de ander weêr een anderen, maar alzo in dien tyd stormwinden en
+overstroomingen quamen, die wel 500 menschen wegsleepten, staartsterren
+gezien wierden, bloedregen neder viel, en andere teekenen aan den
+hemel zich vertoonden, zoo quamenze daar door tot bedaaren. Ook
+ontstond 'er in dezen tyd een vreesselyke hongersnood; waar uit
+droevige exempelen voortquamen: onder anderen, eene zekere Vrouw,
+hebbende haar goed by de landtwisten verteert, en te Sixbierum haar
+armoede verbergende, sloot haar huis toe en stierf alzo met haare
+Kinderen. En een weinig tyds hier na, heeft eene ongemeene sterfte
+het derdedeel der menschen weggenoomen.
+
+In den jaare 1318 quamen de Hollanders met een kleen vaartuig te Makkum
+en Kornwert aan land, meenende, onder het gewoel van deze inlandsche
+scheuringe, een goeden buit weg te sleepen: maar de Friesen spoelden
+hen de voeten, en hebben door hulpe van die zelve schepen Medenblik
+en Enkhuizen uitgeplondert.
+
+In dezen tyd was Staveren mede in het Verbond der Anseesteeden.
+
+En in dezen tyd bevryden de Friesen hun Land mede voor de aanvallen der
+Graaven van Gelder; als mede voor die der Hollanders en Westfriesen,
+nu wederom hunne vyanden geworden.
+
+In den jaare 1323 wierd van alle de Friesen beraamt, voortaan hunne
+generaale Rechts-Vergaderinge te Upstalboom, in Oostfriesland,
+te houden.
+
+In den jaare 1324, in November, zyn door een groot tempeest van donder
+en blixem, en een watervloed over Friesland en Holland gaande, veele
+menschen en beesten verdronken.
+
+In den jaare 1326, of omtrent dezen tyd, begon Appingadam in alle
+neeringe, ambagten en rykdom toe te neemen, zelfs Groningen gelyk
+te worden.
+
+In den jaare 1327, een weinig na Kersmis, zyn de privilegien en keuren
+van Appingadam, door de Staaten van Fivelingo, in een zeer plechtige
+byeenkomst opgestelt en goedgekeurt. Ook zyn dezelve, weinig dagen
+daar na, op een algemeenen Landdag, te Upstalsboom bevestigt, en met
+het Zegel [75] bekragtigt.
+
+In den jaare 1328 was de toestand der Schieringers en Vetkoopers zo
+verre gekomen, dat de zwakste party nu begon vreemde soldaaten in
+dienst te neemen.
+
+In den jaare 1332 zyn de wetten gemaakt van de waterlossinge by het
+Huis Groenenberg; waar uit een oorlog ontstond; want de Friesen
+van Humsterland, Vredewold enz., zich t'zamen voegende tegen de
+Groningers, geschiede het eerste gevegt in Hunsingo, en de tweede
+slag in Fivelingo, beide tot nadeel der landlieden. Maar de derde
+treffinge was zwaarder dan de eerste, en viel de Groningers ten deel.
+
+Daar na is het Huis Kortinge, by Selwert, zynde met eenige Drentsche
+Edelen bezet, door de landlieden stormenderhand ingenomen, en de
+gansche bezettinge daar in dood geslagen. Voorts wierd Groningen ook
+door hen overweldigt, wordende veele burgers in de eerste furie gedood,
+en 60 der voornaamste auteurs van die onlusten opentlyk op de markt,
+by de Pelster-, Gaddinge-, en Volkeringe Straat door 't zwaard onthoofd
+[76].
+
+In den jaare 1334, in November, op St. Klemens Dag, was 'er een groot
+onweêr van donder en blixem; en zo een watervloed, dat het zeewater
+over de dyken heen stroomde, waardoor veele menschen in Friesland en
+elders verdronken.
+
+In den jaare 1336 zyn te Bolswert 136 huizen verbrand. Ook wierd
+Friesland in dit jaar wederom door een watervloed aangetast, daar
+door veele menschen en beesten verdronken.
+
+In den jaare 1342 was het Aduarder klooster zo machtig en weelig
+geworden, dat hun verboden wierd, meer goederen en landeryen aan
+te koopen.
+
+In dit zelve jaar, den 25ste van September, is Graaf Willem van
+Holland, zo 'er gezegt word, in Friesland gevallen met over de 100000
+mannen: maar wierden van de Friesen zoodanig gehavent, dat zy met
+achterlaatinge van 18000 mannen, waar onder de Graaf, en omtrent 200
+Edelen, wederom moesten aftrekken; zynde dit de grootste overwinninge
+die de Zeelandsche Friesen ooit hebben bevogten. Want daar word gezegt,
+dat de Hollanders 10 mannen tegen de Friesen een sterk waren geweest.
+
+In den jaare 1346 waren die van Hunsingo met de stad Hamburg in oorlog;
+doch de Hamburgers den Frieschen koophandel niet kunnende missen,
+bragten door anderen zo veel te weeg, dat de zaak door wederzydsche
+gezanten is bygelegt geworden.
+
+In den jaare 1350 was 'er zulk eene vergiftige pest in en omtrent
+Friesland, dat de menschen al gaande en staande dood nedervielen,
+blyvende van 1000 naauwelyks 10 in 't leeven. ô Ysselyk verhaal!
+
+In den jaare 1361 is te Groningen eene generale vergadering gehouden
+van alle Magistraatsperzoonen in 't geheele vrye Friesland, tot
+conservatie van hunne rust en vrede.
+
+In den jaare 1364 heeft Hertog Aalbregt van Beyeren, Graave van
+Holland, het Eiland Ter Schelling in brand gestoken; doch niet zonder
+weêrzydsche bloedstortingen, want het in dien tyd onder Friesland
+behoorde.
+
+In den jaare 1368, den vierden van September, is Groningen door alle
+regeerende, en daar toe gerechtigde perzoonen, tusschen de Eems en
+Lauwers, gerechtigd tot de Stoel der gemeene Vergaderingen; 't welke
+zy voorheen maar naar gewoonte hadde geweest.
+
+In den jaare 1379 is Koeverden door de Rustringen en Oostringen,
+met Sibet en meer andere Hovelingen, ingenomen.
+
+In den jaare 1387 zyn in Friesland door een watervloed wederom veele
+menschen en beesten verdronken.
+
+In den jaare 1388 heeft Folkmer Allena het steedje Aurik,
+in Oostfriesland, ingenomen, en het slot zeer hevig laaten
+beschieten. Okko was Bevelhebber daar binnen, die, na stilstand van
+wapenen verkreegen te hebben, naar beneden in de stad ging, om over
+het verdrag te handelen; maar het zelve niet getroffen wordende, wierd
+Okke door zyne trouwlooze vyanden op den 26ste van July doorstoken;
+stervende alzo de eerste Ridder in Oostfriesland, Okko, Heer van
+Broekmerland.
+
+In den jaare 1392 is Leeuwarden, door 't aangroeyen der inlandsche
+oneenigheden, heimelyk aan de noordzyde in brand gestooken; waar door
+'t Prediker klooster en kerk verteerden.
+
+Hier na quamen de Hollanders met een machtig leger in Friesland
+vallen, tot omtrent Schooterzyl: alwaar zy door de Friesen wierden
+tegen gestaan, vegtende aan weêrskanten zeer scherp, tot beider groot
+verlies; want de Hollanders de overwinning hebbende, verlooren nochtans
+1300 mannen, zo aan dooden als gevangenen, en de Friesen daarentegen
+600 mannen.
+
+In den jaare 1397 was Yv Juwinga Landsheer, die van zommigen ook
+genoemt word Ju Jongama. In dien tyd quam Albrecht van Beyeren met
+eene macht van 18000 mannen in de Kuinre, dies tyds een Graafschap,
+om Friesland te overweldigen. En Juwinga, de Friesen tegen hem niet
+kunnende afraaden, om geen slag met hen te waagen, kreegen zy by
+Schooterzyl de nederlaag, en verlooren omtrent 500 mannen, als mede
+den Landsheer zelve. Daar na trok Albrecht naar de Lauwers; daar de
+Friesen hem tegenstonden. Ondertusschen verteerden de Schieringers
+en Vetkoopers malkander zodanig, door hunne oneenigheden, dat de
+Vetkoopers te raade wierden, voor hunne zyde het land aan Albrecht
+op te draagen; en de stad Staveren wierd hem ingeruimt. Doch van
+de Schieringers tegengestaan zynde, vertrok hy van de Lauwers, door
+geheel Oostergo en Westergo.
+
+In den jaare 1398 nam Albrecht Dokkum in, en deed de voornaamste
+der Schieringers naar Groningen vlugten; alwaar dezelve door eenen
+Koppen Jarges van Staveren gestyft zynde, benevens de Groningers,
+den Hertog weder tegen trokken, onder het geleide van Sikke Deekema,
+Gaale Hanja, en Ode Botnia.
+
+In dit zelve jaar, hebben eenige Ommelander Heeren, de Ommelanden
+heimelyk aan den Graaf van Holland opgedraagen. Maar doe de andere
+Heeren zulks gewaar wierden, en buiten weeten, zich tegens recht
+en privilegien overgelevert te zien aan hunne vyanden, beraamden
+daar op het jok af te schudden. Eppo Nittersum, zynde een Patroon
+der Schieringers, maakte hier aanstonts een begin van, neemende den
+tooren of vastigheid tusschen ten Post en Mude in, en sloeg het daar
+binnenleggende guarnisoen, uit Hollanders bestaande, altemaal dood,
+of deeden hen in de Damstervaart verdrinken. Ondertusschen wierd
+Groningen ook van den Graaf van Holland verzogt, hem voor haren Heere
+te neemen; doch te vergeefs.
+
+In den jaare 1399 namen zy Dokkum, Cammingaburg en het slot ter Luine,
+gelegen tusschen Kollummer en Oudwoudumerzyl, weder van den Hertog, en
+noodzaakten hem weder uit Friesland te vlugten; alleen noch behoudende
+de stad Staveren. Van waar Brederode, meenende de schans te Molkwerren,
+dat Winsemius ook Molkenhuizen noemt, in te neemen, doch mislukte:
+maar wierd van de Friesen geslagen, en hy zelve gevangen genomen. Doch
+weinig tyd hier na is de vrede geslooten in den Briel, tusschen Johan
+van Beyeren, Graaf van Holland, de Friesen en de stad Groningen en
+Ommelanden. Waar op de Graaf door de Groningers met 50 vette Ossen
+wierd vereert.
+
+De Friesen dus hunne vryheid weder bevogten en gewonnen hebbende,
+zyn de drie voornoemde Edelen, de een na den anderen tot Landsheeren
+verkooren; doch de een het op den anderen schuivende, hebben zy
+'t allen geweigert.
+
+In den jaare 1400, verzogten de Vetkoopers of Ballingen by den Bisschop
+van Utrecht, Frederik van Blankenheim, zyne hulpe, geevende hem een
+goede zomme geld, mits dat hy hen by de Groningers in voorige charges
+en goederen zoude herstellen. Waar op de Bisschop brieven en gezanten
+aan de Groningers afzond, hen zelfs ook gebiedende, de wapenen neêr
+te leggen: doch alles te vergeefs. Want die van Groningen en hunne
+Bondgenooten zeer moedig zynde, hebben ondertusschen onder het beleid
+van den Burgemeester Albert Wigbolts, Aapke Onstema's Huis, te Sauwert,
+met veel moeite ingenomen. Dit Huis was zeer sterk, hebbende muuren
+van 12 voeten dikte, met een wyde gragt om dezelve, en om welke noch
+een andere gragt heenen ging, bevattende 5 steene torens.
+
+Dit gerucht deed de Bisschop met zyn krygsmacht afkomen, doende de
+stad Groningen op St. Jacobs Dag aan de zuidzyde berennen: waar op
+veele schermutselingen volgden. Doch, na drie weeken belegs, heeft
+de Bisschop de stad wederom moeten verlaten, zich te vreden houdende
+alleen een Blokhuis te Blankeweer met volk wel te bezetten.
+
+Omtrent dezen tyd hebben de Groningers het Stapelrecht bekomen.
+
+In den jaare 1401 kogten de Groningers van den Bisschop van
+Munster zyne vriendschap voor 2000 guldens; mits dat hy zich by den
+Utrechtschen Bisschop niet zou voegen. Hier op trokken de Groningers
+met grooten moed in de Ommelanden, werpende veele steene huizen
+omverre, als van Snelgers huizen in den Dam; van daar na Ripperda's
+huis te Farmsum, maar met zo een goeden uitslag niet als by den
+eerste; want Ripperda, 400 zeeroovers tot bezetting gekregen hebbende,
+vielen op hen uit, en sloegen veelen van de Groningers dood. Waarom
+de Groningers aftrokken; doch maakten hunne krygsgereetschappen
+wederom in den Dam gereed, waar mede zy, na drie dagen toevens, weder
+derwaarts trokken; vallende doe met zo eene verwoedheid op gemeld
+huis en hunne vyanden aan, datze in 't kort overwinnaars wierden,
+en alles aan stukken hakten, of in 't water deeden verdrinken die 'er
+op waren. Daar na trokken de bondgenooten naar Termunten, en haalden
+het huis van Menno Houwerda omverre; als ook daar na Gockinga's huis,
+te Broeke.
+
+In den jaare 1404 zyn Sioerd Wiarda en Haring Harinxma, by gemeenen
+raade, tot Landsheeren verkooren; hebbende de eerste zyn opzicht
+in Oostergo, en de andere in Westergo. In dezen tyd zyn nochmaals
+eenige Friesche Edellieden naar het Joodsche Land vertrokken, om
+kunne krygslust oeffening te geeven.
+
+In den jaare 1405, den eersten van October, is de vrede tusschen
+den Bisschop van Utrecht en de stad Groningen geslooten; waar door
+weêrzyds gevangenen zouden los gelaaten, en de ballingen in hunne
+voorige goederen herstelt worden.
+
+In den jaare 1408 is Darrelt, in Oostfriesland, door de Hollanders
+ingenomen, en daar na getracht vast te maaken: doch Jonker Keno, van
+Broekmerland, heeft hun voornemen verydelt, en ter plaatze uit gejaagt.
+
+In den jaare 1409 heeft Jonker Keno Folkmer Allena's huis te
+Oosterhuizen, in Oostfriesland, ingenomen, neemende zyne zusters zoonen
+gevangen, en wierpze te Aurik in eene, vuile gevangkenisse, alwaar zy,
+door toedoen van zyne moeder, van honger en vuiligheid zyn gestorven.
+
+In den jaare 1412 waren de partyschappen in Friesland tusschen
+Schieringers en Vetkoopers schrikkelyk woedende: want de Vetkoopers,
+hebbende in eene vergadering voorgedragen, om de Schieringers ten
+eenemaal uit te roeijen, zonder zelve de kinderen in de wieg te
+spaaren. Hier om wierden de gemoederen der Schieringers noch meer
+ontsteeken; en daar zy hunne vyanden maar bespringen konden, sloegenze
+die dood.
+
+In den jaare 1413 is de stad Embden door Jonker Keno van Broekmerland
+ingenomen: waarom Proost Hiske, aldaar Heer zynde, naar Groningen de
+vlugt nam.
+
+Door deze overeenkomst van Proost Hiske, begon Groningen ook verdeelt
+te worden, door die alverdervende partyschappen van de Schieringers
+en Vetkoopers. Die van Rengers, Huginge, Clant, Clinge en Brugge,
+neigden naar de Vetkoopers, als zynde de Hollanders toegedaan: de
+andere waren meest alle in 't openbaar Schieringers; hun Opperhoofd
+was Koppen Jarges, houdende zich aan 't Groninger verbond.
+
+Deze Scheuringe veroorzaakte eene groote bloedstortinge; want de
+Schieringers wilden den gevlugte Proost Hiske [77] helpen, tegen
+zyn vyand Jonker Keno; en de Vetkoopers daar en tegen niet. Hier
+op stonden de Schieringers, als de sterkste party zynde, den 23ste
+van October uit haat op, en vielen op het Raadhuis aan, als de Raad
+vergadert was: zy doorstaken aanstonds den Burgemeester Jan Rengers
+en Albert Barelts, en Johan Hekman veele wonden toegebragt hebbende,
+wierpenze ter venster uit op de markt. Voorts bragten zy Hendrik
+Ottesz. Clant mede om 't leeven, als ook Allard Clant, daar hy aan
+tafel zat te eeten. Vervolgens deeden zy den Raad besluiten, dat alle
+de geene die van de Vetkoopers partye was, zich zonder eenig ophouden,
+uit de stad en de Ommelanden zouden vertrekken.
+
+In den jaare 1414 hebben de Friesen van Westergo de stad Staveren
+overrompelt; waar door Friesland geheel van het Hollandsche jok
+wierd vry gemaakt. Ook waren de Schieringers, onder Koppen Jarges,
+in Groningerland op hunne hoede: want de ballingen, hunne toevlugt by
+Jonker Keno genomen hebbende, deeden derhalve alle de aankomsten aan
+de Eems met krygsvolk bezetten: ook liet Jarges het goud en zilver
+uit de kerken in Fivelingo neemen, waar van te Kampen geld wierd
+geslagen; dat naderhand Koppens guldens genaamt wierd. Daar op nam
+de landbederving een begin, steekende twee sluizen te Reiderland in
+brand, en op verscheidene plaatzen de dyken door. Jonker Keno deed
+het zelfde aan de Groninger kant, doorsteekende mede op verscheidene
+plaatzen de dyken: moetende alzo het gemeene volk de dolle razernye
+der Grooten ontgelden.
+
+In den jaare 1415 hebben de ballingen of Vetkoopers hunne macht,
+benevens hunne vrienden, en die 't met hun hielden, te Eelde, in 't
+Drenth, byeen vergadert, waar mede zy op den 13de van September, des
+avonds, den dyk langs, stilletjes voor Groningen trekkende, en voorts
+over de stads muur klimmende, de sloten van de Aa Poort afhieuwen,
+en dus de stad, na veel bloed vergooten te hebben, innamen; hier op
+stakenze aanstonds drie huizen in brand, ten teeken voor Jonker Keno;
+welke met een vloot schepen voor Delfzyl leggende, ten eersten met zyn
+krygsvolk naar de stad afquam, en herstelde de ballingen aanstonds
+in hunne voorige bedieningen en goederen. Daar na trok Jonker Keno
+met zyn volk door de Ommelanden, en deed verscheidene van der vyanden
+heerenhuizen omverre werpen.
+
+In den jaare 1416 hebben de Groningers, met die van Hunsingo en
+Fivelingo, hunne oude verbonden wederom vernieuwt, na dat Jonker Keno
+vertrokken was; waar in alle vyandschappen en misdaaden vergeeven
+wierden.
+
+Ook heeft Proost Hiske, met hulpe zyner vrienden, de stad Embden
+wederom overweldigt en onder zyn gebied gebragt.
+
+In den jaare 1417 zijn de Vetkoopers door de Schieringers uit
+de Westerlauwers gejaagt. Maar Jonker Keno zulks berigt zynde,
+trok hen op den 10de van Juny by Noordhorn tegen; alwaar zeer hevig
+gevogten wordende, de Schieringers 500 dooden en 400 gevangenen lieten
+zitten. Korts hierna is Jonker Keno ziek geworden, en op 't Huis te
+Oldenburg overleden.
+
+In den jaare 1418 heeft Fokko te Lier Dokkum ingenomen, geplondert
+en in brand gestoken; de bolwerken in de gragt geworpen, en al de
+huizen en stinsen der Schieringers geraseert, als mede ook het huis
+van A. Kamstra, bezuiden Dokkum: het blokhuis by Esumerzyl wierd
+stormerhand ingenomen, waar in vier mannen door den eersten aanval
+wierden gedood, en de rest der bezettinge, zynde zeeroovers, door
+beuls handen den kop afgeslagen. Doch in het volgende jaar quamen de
+Schieringers, onder 't geleide van Sikke Sjaardema, en wierden daar
+weder meester van.
+
+Des Okke van Broek, de zyde der Vetkoopers versterkende, quam met een
+hoop volk uit Embderland, dat hy tusschen Staveren en Hindeloopen aan
+land zettede, en met Sjaardema in een hevig gevegt raakte: waar in
+300 Schieringers verslagen, en 200 gevangen wierden; de overgeblevene
+vlugten naar Slooten, dat zy in allen spoed met eene wal versterkten
+of omtrokken: en wierden van hunne vyanden belegert: doch door hulp
+des Graaven van Holland weder ontzet.
+
+In den jaare 1419 hebben de Groningers den Bisschop van Utrecht,
+Frederik van Blankenheim, voor hunnen Beschermheer aangenomen,
+wordende hy in 't begin van Juny gehuldigt, en de Handvest op den
+11de dito geteekent.
+
+In den jaare 1420 liet Sjaardema, door des Graaven volk, Makkum met een
+bolwerk omringen. Maar zy, door een listigen brief van Tjeerd Ailua,
+Vetkooper te Witmarsum, wierden daar uitgelokt: en is doe die wal weder
+geslegt [78]. Ook trof men een veldslag by Hindeloopen, daar wel 200
+mannen wierden verslagen en verdronken, en noch zo veel gevangen.
+
+Den 30ste van April, in dat zelve jaar, is Bolswert door de
+Schieringers ingenomen, wordende aldaar een Jan Tjalling, Hoveling,
+met noch eenige Vetkoopers door de kling gejaagt, om dat zy voorheene
+eenen van Koppen Jarges volk hadden doodgeslagen.
+
+Daar na hebben de Vetkoopers, onder het commando van Fokko te Lier,
+op den 12de van May, de Schieringers by Catse geslagen; die daar 300
+dooden en 200 gevangenen verlooren.
+
+Den 26ste van September wonnen de Vetkoopers Staveren, alwaar Koppen
+Jarges, zeer dapper vegtende, het leeven verloor. Omtrent dezen
+tyd ontstond te Staveren een groote brand, waar door in 't kort 500
+huizen verteerden.
+
+In den jaare 1421 wierd Leeuwarden door de Vetkoopers vermeestert,
+en de Hollanders uit de Lemmer verdreven; daar hun sterk Blokhuis
+wierd omverre geworpen en geslegt.
+
+In 't zelve jaar, den 19de van November, is in Friesland, Holland
+en elders, een schrikkelyke watervloed geweest, waar door de dyken
+wierden gebroken, veele duizenden van menschen en beesten opgeslokt,
+en tusschen Dordrecht en Geertruidenberg 72 dorpen zyn vergaan.
+
+In den jaare 1422, in February, wierd 'er weder een verdrag van
+vrede [79] gemaakt tusschen de Schieringers en Vetkoopers. Waar op
+Dokkumerwal, en het slot op Esumerzyl geslegt wierden. Echter bleef
+by zommigen noch de twistgierigheid, waar door de zorg voor de dyken
+verwaarloost wordende, het water zoodanig inspoelde, dat het land
+drie jaaren lang tot aan Drenth en Stellingwerf met het zelve bezet
+bleef leggen.
+
+In dit zelve jaar hebben de Groningers de stad Slooten belegert;
+doch vrugteloos: want op St. Benedictus dag hebben de Hollanders de
+stad ontzet en de belegeraars geslagen.
+
+In den jaare 1424 was geheel Westergo in onrust, door de partyschappen
+van de geslachten Bonnema en Gerkema. De stins van Gerkema wierd
+overweldigt, en zelve met den vader daar in verbrand. Doch twee jaaren
+daar na wierd Fokko Bonnema ook verslagen.
+
+In den jaare 1426, in September, geschiede het bloedige gevegt van
+Fokko Ukens, Hoveling te Leer, tegen Nikolaas, Graaf van Oldenburg, en
+den Aartsbisschop van Breemen, by Deteren: alwaar Fokko, overwinnaar
+wezende, van de vyanden 5000 mannen doodsloeg, en 300 gevangenen
+bequam, waar onder veele heeren van grooten rang.
+
+In den jaare 1427, den 28ste van October, was 'er wederom een zwaare
+stryd van Fokko Ukens, tegen Jonker Okko van Broekmerland, tusschen
+Veenhuizen en Opgant; daar geschiede een groote bloedstortinge;
+want Fokko wel de overhand hebbende, verloor nochtans 4000 mannen;
+doch Okko verloor van zyne kant noch meer, en viel zelve in des vyands
+handen; alwaar hy, na zes jaaren in de gevangenisse gezeten te hebben,
+is komen te sterven.
+
+In dit zelve jaar deed de Geldersche Hertog, met een groote krygsmacht,
+een inval in 't landschap Drenth, steekende verscheide dorpen en
+buurtschappen in brand; vernielde het koren; roovende en plunderende
+alle de beste goederen, en dezelve met hem naar Gelderland sleepende.
+
+In den jaare 1428 sloeg Fokko Ukens de slag by Oterdum, tegen de
+Groningers; alwaar Fokko, wederom overwinnaar zynde, van de vyanden
+500 mannen doode, en veele gevangen nam, waar onder een Burgemeester
+van Groningen.
+
+In den jaare 1429, was Groningen en Hamburg wederom in Oorlog; want
+weêrzyds waren schepen ter zee met elkanderen geduurig in actie. In
+dezen tyd is overleden Proost Hiske van Embden.
+
+In den jaare 1430 zag men noch, by een laage ty, de kapel en ringmuur
+van 't kerkhof van Odulfs Klooster, by Staveren, in de zee.
+
+In den jaare 1431 hebben de Hamburgers, met een vloot schepen, voor
+Embden leggende, den Drost Imelo Abdema, zynde de zoon van Proost Hiske
+boven gemeld, onder schyn van vriendschap, op een gastmaal genoodigt;
+'t welke zy tot dien einde op een van de schepen hadden toegericht:
+maar de Drost aldaar gekomen zynde, en een buitengewoon glaasje wyn
+gedronken hebbende, staken zy ondertusschen in zee, en voerden hem
+alzoo over naar Hamburg; alwaar hy in groote elende 24 jaaren lang
+gevangen heeft gezeten: en de andere schepen zettede zich voor Embden,
+die de stad met geweld en dreigementen tot de overgave dwongen.
+
+In den jaare 1434 was Groningen met de Hamburgers noch in oorlog;
+by deze gelegentheid wierd Willem Wicheringe, Olderman of Hoofdman
+der Gilden, thans Olderman van 't Gildrecht genaamt in Groningen,
+willende het Stapelrecht voor de stad verdedigen, in een oploop van
+de landslieden te Farmsum doodgeslagen. Hier op wierd door de Heeren
+van de stad vergoedinge dier doodslag geeischt: doch wierd door Hayo
+Ripperda, Heer van Farmsum, geweigert, en begeerde den schuldige van
+het gedaane feyt niet over te leveren. Hier door ontstond eene groote
+tweespalt onder den Adel; want de Groningers eindelyk de wapenen
+aangordende, wilden Ripperda tot vergoedinge dwingen: doch hy zulks
+niet afwagtende, bood zich aan tot verdrag; 't welk op den 27ste van
+July deszelfden jaars wierd getroffen [80].
+
+In den jaare 1435 overleed de dappere Fokko Ukkens, Hoveling te Leer,
+op het Huis te Dykhuizen, by Appingadam, wordende in het klooster
+aldaar begraven.
+
+In den jaare 1437 hebben de Hamburgers en Embders der Hovelingen huizen
+in Oostfriesland om verre geworpen en geraseert, als te Oosterhuizen,
+Hinta, Grimmersum, Groothuizen enz., omdat ze tot geen toevlugt voor
+de vyanden zouden wezen.
+
+Ook was in dezen tyd een watervloed over deze landen, waar door groote
+schade aan menschen en beesten geschiede; als mede eene pestilentie,
+daar veele duizende menschen door stierven.
+
+In den jaare 1438, in Augusty, zonden de Groningers by nacht een schip
+met volk naar Termunten, en verrasten aldaar het kasteel. Zy joegen
+alle de Hamburgers daar uit, en stelden 'er wederom tot Commandant
+Lodewyk Hoornken. Daar na namen zy het huis van Eppo Gockinga, te
+Broeke, in, als mede de sterke toren te Bellingewolde, die zy ter
+neêr wierpen.
+
+In den jaare 1443 is het Stadshuis te Groningen gebouwt.
+
+Ter dezer tyd was Friesland wederom in groote onlusten; want die van
+Ripperda en Heemstra bedreven groote geweldenaaryen van moorden en
+branden tegen elkander.
+
+In den jaare 1444 is overleden de heer Eppo Gockinga [81], waar door
+het geheele Oldambt, volgens accoord en der Oldambsteren toestemminge,
+onder des stads jurisdictie is geraakt; wordende voorts door de
+Magistraat van Groningen een Drost gestelt, om de zaaken uit hunnen
+naam aldaar waar te neemen.
+
+In den jaare 1446 hebben die van Sjaardema, als hun huis, aan 't oosten
+van Franeker, bouwvallig begon te worden, een nieuw huis of Slot aan
+'t westereind van de stad gebouwd, op een plaats genaamt Kaale Hei,
+alwaar 't noch ten huidigen dage staat.
+
+In dit zelve jaar, na dat het vuur der Schieringers en Vetkoopers
+weêr ontstooken was, hebben de Vetkoopers de kerk en toren te Workum
+tegen de Schieringers versterkt. Doch deze laatsten hebben hunne
+vyanden aanstonts belegert; en de Overste Ketelhoet, die afgekomen
+was om de belegerden te ontzetten, geslagen; alwaar Ketelhoet zelve,
+en veele gemeenen zyn gedood en gevangen genomen [82].
+
+In den jaare 1448, even na St. Jan, is in Appingadam tusschen de steden
+Hamburg en Groningen de vrede geslooten, waar in alles wierd bygelegt,
+en de vrye handel open gemaakt.
+
+In den jaare 1453 is de Utrechtsche Bisschop, Roelof van Diepholt,
+door de Groningers voor hunnen Beschermheer aangenomen en gehuldigt.
+
+Ook heeft Jonker Ulrich in dezen tyd, na dat hy van de Prelaaten,
+Hovelingen, enz., tot een Heere van Oostfriesland was aangenomen,
+de stad Embden met deszelfs burgt, als ook de burgt te Leeroort,
+van de Hamburgers gekogt voor 10000 mark.
+
+Omtrent dit jaar heeft Philip de Goede, Hertog van Bourgondien,
+en Graaf van Holland, eerst door veele laagen, en daar na door
+dreigementen, Friesland getracht te overmeesteren. Doch de Friesen
+hier tegen, maakten gezamenlyk eene onderlinge verbindtenisse, om
+hem met een gemeene macht tegen te gaan.
+
+In den jaare 1454 was te Groningen onder de burgerye een groote onlust,
+ter oorzaake van eene zekere resolutie, by den Raad genomen, dat geen
+inwoonder van de stad de waaren, welke van de landlieden ter markt
+wierden gebragt, zoude mogen koopen; maar dat deze door opkoopers,
+van den Raad daar toe gestelt, alleen zouden mogen worden opgekogt,
+en dus verder aan de ingezetenen uitgesleten worden. Maar een Warner
+Smith, Raadsheer der stad, stelde zich hier tegen, willende zelfs
+zyn gryzen kop daar by opzetten, om de burgers van die last te
+bevryden. Hy ging derhalven van het raadhuis, en maakte zulks aan
+de Bouwmeesters en Gildens bekent. De Raad dit vernomen hebbende, is
+aanstonds met 24 mannen vergadert; welke beslooten, dezen Raadsheer
+Warner Smith om 't leeven te laaten brengen. Weinig dagen hier na
+vergaderde de Raad weder, en deed den Raadsheer Smith door een stads
+Dienaar ontbieden: doch hy merkte het quaad; geevende daarom hier van
+aanstonds kennisse aan de Bouwmeesters en Gildens, en hun gebiedende,
+naauwe wacht te houden voor het Raadhuis. Hier op ging Smith met eene
+groote vrymoedigheid naar boven: maar den beul aan de deur vindende,
+trad hy in de Raadkamer, zeggende: «Wat, wilt gy uw gebod met bloed
+schryven; door de handen van een beul?" Onderwyl zagen eenige heeren
+uit de vensteren, en vernamen dat de geheele markt vol gewapende
+en oproerige menschen stond; derhalven wierden zy met de uiterste
+verbaastheid aangedaan, en veranderden gansch van resolutie: want de
+Raadsheer Smith wierd daar op niet alleen vry verklaart, maar zelfs
+de genomene resolutie ook wederom ingetrokken: waarom het gepeupel
+weêr vertrok.
+
+In den jaare 1455 is het Verbond tussen de stad Groningen en de
+Ommelanden voor den tyd van 10 jaaren vernieuwt. Waar op St. Martens
+toren is gefondeert, en na vyf jaaren voltrokken.
+
+In den jaare 1456 verscheen over Friesland eene ysselyke staartstar;
+waar op, eenige jaaren na malkanderen, een groote duurte omtrent
+de leevensmiddelen is gevolgt. Omtrent dezen tyd zoude, door de
+dapperheid der Friesen, die doorgaans den H. Kryg volgde, om de
+inlandsche oneenigheden te myden, wel 30000 Turken ter neder gemaakt
+zyn, in de groote overwinningen die de Hongaren bevogten.
+
+In dezen tyd deed Tanne Kankena een inval in Oostringen, neemende
+Jeveren in; en voerde daar na 300 menschen gevankelyk, als mede 3000
+stuks vee, naar Hargelingeland.
+
+Omtrent den jaare 1457 is Sneek byna geheel afgebrand, blyvende de
+dyk en 't nieuw zand maar alleen over. Doch veel tyd daar na is het
+weder opgebouwd.
+
+Niet lang daar na wierd Slooten mede byna geheel door 't vuur verteert;
+zynde in den brand gestooken uit twistende eergierigheid van eenige
+Edelen.
+
+In den jaare 1459 hebben de Groningers hunne stad met nieuwe wallen,
+gragten en poorten versterkt. Ook hebben zy David van Bourgondien,
+Bisschop van Utrecht, voor hunnen Beschermheer aangenomen en gehuldigt.
+
+In den jaare 1461 is Harlingen mede door den brand geheel vernielt.
+
+In den jaare 1462, in October, sloegen de Vetkoopers tegen de
+Schieringers by Aalsum; waar in de laatste verscheidene Grooten,
+en omtrent 250 gemeenen verlooren.
+
+In den jaare 1465 is de Zyl of Sluis van Offingawier door storm en
+onweder weggescheurt; welke opening weder gestopt wierd door een stuk
+land, leggende buitendyks, en afgescheurt zynde, daar weder in dreef,
+terwyl het door enige varkens en schaapen beweid wierd.
+
+In den jaare 1470 heeft Karel de Stoute de Friesen wederom getracht
+onder 't Huis van Bourgondien te brengen, op gelyke wyze als zyn vader
+Philip, daar wy boven van gemeld hebben. Doch de Friesen vonden zich
+geraden nochmaals hunne vryheid te verdedigen. Omtrent dezen tyd,
+wierden tusschen Heemelum en Koudum, drie mannen en twee vrouwen
+doodgeslagen, zonder dat elders van eenige verdere schade gehoort
+wierd. En op Ameland quam een walvis, 83 voeten lang, aandryven.
+
+In den jaare 1471 hebben de Groningers, na dat de Hertog van Beyeren
+hun den oorlog hadde aangekondigt, hunne stad zeer vast gemaakt;
+maakende eene aarde wal buiten de gragt, aan de zuidkant, met zes
+steene torens: ook een steenhuis aan de inloopinge van de Hunse en
+Aa: als mede de Heere en daar na de Ooster poort; en hebbende de stad
+tegenwoordig acht poorten, daarze bevoorens 'er maar zes had gehad.
+
+Omtrent dezen tyd leefde de vermaarde en hooggeleerde jongeling
+Andreas Canter, van Groningen, welke 10 jaaren oud zynde, by den Keizer
+Frederik de derde ten Hove ontboden wierd, om zyne groote geleertheid
+[83].
+
+In den jaare 1472 wierd door Jonker Onno van Ewsum een zeer zwaare
+toren te Middelstum gebouwd, dat geheel strydig tegen de gemaakte
+verbonden was. De Groningers namen het daarom ook zeer qualyk; zendende
+eenige Gecommitteerden derwaarts, om het werk te bezigtigen. Hy quam
+ondertusschen zelve te Groningen, en betuigde niets quaads tegen de
+stad in den zin te hebben; maar dat hy alleen een schuilplaats tegen
+zyne vyanden zogt. Echter wierd hem door den Raad geordonneert, dat
+de zwaarte der muuren van 6 tot 3 voeten moesten vermindert worden,
+volgens hun gemaakt verbond. Doch Jonker Onno voer evenwel met het
+werk voort: en om andere zwaarigheden, dachten de Heeren van den Raad
+niet meer aan hem.
+
+In den jaare 1474 deed een watervloed, over Friesland gaande, veel
+schade aan menschen en beesten.
+
+In den jaare 1477, den 17de van September, was 'er de Cosmus en
+Damianus vloed: waar door in Friesland en elders zwaare schade
+geschiede. By 't klooster te Lidlum wierd een zeekalf gevangen; en in
+de gragt van Bolswert wierden mede twee zeldzame visschen gevangen,
+schynende de eene vleugelen te hebben, en de andere een zeehond te zyn.
+
+In den jaare 1478 hebben de Groningers het slot te Wedde, van Hayo,
+te Westerwolde, ingenomen en geslegt; maakende aanstonds op een andere
+plaats een nieuw slot, en noemde het zelve Pekel a Burg, of Pekelburg;
+alwaar de Groningers een Kastelein op stelden, welke over Westerwold
+en het deel van den Oldambt, aan de eene zyde van den Dollaart,
+zoude richten.
+
+In den jaare 1480 is binnen Bolswert een kind met twee hoofden
+gebooren. En te Leeuwarden zyn in dezen tyd de eerste Gildens in
+gestelt.
+
+In den jaare 1481 quamen de Keizerlyke Gezanten Steenbergen en Loo te
+Groningen, en presenteerden hunne brieven aan den Raad en de Gemeente,
+waar in de Keizer, den Burgemeesteren en Raaden in Groningen, het
+Potestaatschap van Wester-Lauwers eeuwig en erffelyk gaf, zonder te
+mogen beroepen worden, enz.; als mede met de ridderlyke orde wierden
+begiftigt, zo wel de toekomende als tegenwoordige Burgemeesteren
+en Raadsheeren dezer stad. Ook gaf hy hun het recht, om goude
+en zilvere munt te slaan. Doch het accoord wierd niet getroffen:
+waar van de voornaamste oorzaak was, zo men zegt, om dat de Keizer
+een jaarlyksche tribuit van 10000 rhynsche goudguldens eischte,
+te betalen uit de inkomsten van Friesland over de Lauwers: 't welk
+alhier te zwaar wierd geacht.
+
+In den jaare 1482 wierd het groote en vermaarde laatste verbond
+tusschen de stad Groningen en Ommelanden voor den tyd van 40 jaaren
+gemaakt. Waar na Stad en Lande heeft gefloreert, en in rykdommen
+toegenomen. Waar op voorts de hooge en zwaare St. Martens tooren is
+voltrokken [84].
+
+In den jaare 1486, in October, overleed te Heidelberg de Hooggeleerde
+en beroemde Rudolf Agricola; hy was te Baflo, in Groningerland
+gebooren, en zeer geleerd in de hebreeuwsche, grieksche en latynsche
+taalen; ook was hy een groot musicus, hebbende het groote en deftige
+orgel in St. Martens kerk te Groningen eerst nieuws gemaakt.
+
+In den jaare 1487 is de stad Leeuwarden door de Schieringers
+gewapenderhand ingenomen.
+
+Ook hebben de Groningers een rykgeladen Hollands schip, 't welk de
+Oostfriesen genomen hadden, hun op de Wadden weêr ontweldigt; wordende
+de roovers daar van te Groningen opgebragt, en den kop afgeslagen.
+
+Daar na trokken de Groningers 't Drenth in, en haalden Jonker Aapke
+Ewsums Huis te Roôn om verre. Als mede hadden zy, onder het bevel
+van Ulrich, te Dornum, een aanslag op den Dam; doch vrugteloos.
+
+Omtrent dezen tyd is een vrouwe ligchaam, 12 houtvoeten lang, uit de
+zee opgeworpen, en aan het strand van Ter Schelling komen aandryven.
+
+In den jaare 1490 vermeesterden de Vetkoopers, die nu voor 't
+meerendeel door verloop van hunne zaaken, in Holland gevlugt waren,
+de stad Workum; komende, onder 't geleide van Yge Gaalema, uit Holland
+over 't ys aantreeden.
+
+In dit zelve jaar is de wydberoemde Wesselius Gansefort, te Groningen
+gebooren, aldaar overleden; zynde door zyne theologische Studien
+zo beroemd, dat hy 't Licht der Waereld genaamt wierd. Hy was ook
+een groot medicus, hebbende Paus Sixtus de vierde eenige jaaren
+als Lyfmedicus gedient, en wierd in het geestelyke Maagde-Klooster
+begraven.
+
+In den jaare 1491 heeft Berlikum noch de voorrechten en vryheden van
+stads gerechtigheid gehad. Omtrent dezen tyd ontstonden in Friesland
+verscheidene branden aan huizen: ook vertoonden zich veele gezichten
+aan de lucht, als voorboden van droevige tyden.
+
+In dit zelve jaar hebben de Groningers die van Dokkum, Dongeradeel,
+enz., mede in hun verbond aangenomen, wordende het accoord voorts
+opgemaakt, en op St. Lamberts Dag van weêrszyden geteekent. Doch
+dit verbond heeft naderhand groote onlusten en bloedstortingen
+veroorzaakt. Want de Groningers zyn daar na met een groote krygsmacht
+in Friesland gevallen, om de malcontenten, die noch tegen dat verbond
+waren, tot gehoorzaamheid te brengen; smeeten veele steenenhuizen
+omverre, en zettede eenen Sikko Bolte voor Dokkum op een rad.
+
+In den jaare 1492 quamen de Leeuwarders mede in het Groninger
+verbond. Maar die van Sneek, en meer andere Hovelingen daar
+omtrent, bleven daar noch tegen; waarom zy met de Groningers, omtrent
+Leeuwarden, in gevegt traden, daar zy zeer ongelukkig vegtende, van hun
+100 mannen gedood, en 250 gevangen wierden. Doe stelden de Groningers
+een Gouverneur te Leeuwarden en Dokkum, die deze twee steden, en
+genoemde landen, uit hunnen naam, aldaar regeeren en bestellen zoude.
+
+In den jaare 1493 quam de Heer Otto van Langen, als Ambassadeur van
+den Keizer Frederik de derde, in Friesland, om de partyschappen
+en oorlogen, tusschen de Groningers en die van Sneek, met hunne
+aanhangers, by te leggen.
+
+Ook zyn de Friesen in dezen tyd in Munsterland gevallen, beroofden
+en staken verscheidene dorpen in brand, en sloegen veele menschen
+dood. Insgelyks deeden de Munsterschen wederom aan de andere kant,
+spaarende noch kerk, noch dorp in Friesland.
+
+In den jaare 1494 hebben de Groningers hunne Gezanten aan den Keizer
+Maximiliaan gezonden, die het gemaakte verbond met die van Oostergo
+confirmeerde, mits aan hem betaalende 10000, en aan den Hertog van
+Saxen 1000 rhynse guldens. Hier na zond de Keizer drie van zyne
+Hofraaden in Friesland, te Leeuwarden, Dokkum, enz.; alwaar zy
+de Groningers lieten huldigen, plicht en eed doen, uit naame des
+H. Roomschen Ryks.
+
+In dit zelve jaar heeft Keizer Maximiliaan de oude voorrechten
+en vryheden der Friesen op nieuws weder door brieven bevestigt;
+beveelende hun, als voorheen, wederom uit hunne eigene Edelen
+eenen Landsheer te verkiezen, op dat de verwoede handelingen en
+heillooze scheuringen eens ten einde mogten komen: dreigende hen,
+by nalaatigheid van dien, onder een vreemd Heer te willen zetten,
+met een eeuwig verlies van hunne vryheid; alzo hy zulks verstond,
+tot merkelyke ruste van het Duitsche Ryk, te behooren.
+
+Hier op wierd Julius Deekema, van Baard, by gemeenen raade, tot
+Landsheer of Potestaat verkooren, om dat hy een man was, vreedzaam
+van gemoed, en een haater van tweespalt.
+
+In dit zelve jaar, 's nachts omtrent twee uuren, hoorde men digt
+by Bolswert, een schrikkelyk geraas en getier, als van strydende
+heirlegers; zo dat de wacht, de ronde doende, in 't eerst meinde,
+dat 'er in der daad een gevegt omtrent de stad was.
+
+In den jaare 1495 hebben de Schieringers, gesterkt met de vreemde
+krygslieden van Hertog Albrecht, uit Holland gehaalt, en wel 2000
+uitmakende, Workum en Hottingahuis ingenomen: brandschattende
+Hindeloopen, Molkwerren, Staveren en geheel Wymertserdeel. Koudum
+stakenze in den brand. Doe schattenze de Gaasterlanders. Deze riepen
+de Woudlieden om hulp: en zich daar tegen kantende, belegerdenze te
+gelyk Slooten.
+
+In den jaare 1496, in January, hebben de Schieringers, die zich
+met veele Geldersche krygslieden, onder den Oversten Fox, binnen
+Sneek versterkt hadden, een tocht ondernomen, om de Woudlieden
+en Gaasterlanders van 't beleg voor Slooten te doen opbreeken: de
+Woudlieden, yverende tegen de onderdrukkingen en brandschattingen der
+Schieringers, die nu dagelyks veele Gelderschen in het Land hadden
+gehaalt, stelden zich op Sneekermeer tot tegenweer; doch het ys,
+door hunne zwaarte, aan stukken barstende, verdronken 'er veelen;
+die staande bleeven, verweerden zich tot den laatsten man; zo dat
+'er over de 4500 Woudlieden omquamen, en de Overste Fox wierd zelve
+mede gequetst.
+
+De stad Harlingen door de Groningers, die naast eenige dagen in 't
+Land gekomen waren, in bezettinge genomen zynde, wierden door die van
+Franeker overrompelt; doch, door dien zy 't blokhuis der Groningers
+niet meester konden worden, moesten zy gemelde stad weder verlaaten,
+na alvoorens dezelve uitgeplondert te hebben, en een Busse of stuk
+Geschut, dat 'er ter verdediging der stad gevonden wierd, mede naar
+Franeker te neemen. Daar na vermeesterdenze echter het blokhuis,
+en de Groningers geraakten het Land uit.
+
+In den jaare 1497, wierden Redmer Vealma, Ridder, en Barent Conders,
+Burgermeester, met 7 a 8000 mannen, door de Groningers naar de
+Lemmer gezonden; welke by Takezyl een sterk Kasteel bouwden. Daar na
+kogten de Sneekers Jonker Fox met zyn krygsvolk uit Sneek, en geheel
+Westfriesland, voor 8000 rhynse guldens.
+
+
+
+
+
+VI. ERFHEEREN.
+
+1. Albrecht, Hertog van Saxen.
+
+
+In den jaare 1498 is Albrecht, Hertog van Saxen, door Keizer
+Maximiliaan in Friesland gezonden; hem aanstellende tot Erfstadhouder,
+of Erfpotestaat van Oostergo, Westergo, Sevenwouden, Groningen en
+Ommelanden, Ditmarsen, Strandfriesen, Wirsters en van Stellingwerf:
+zynde de Keizer, door quaade aandieningen van zyne Gezanten,
+verkeerdelyk onderricht omtrent de verschillen der Landzaaten: te
+weeten, als dat dezelve wel tot merkelyk nadeel van het Roomsche
+Ryk mogten uitvallen: heeft daarom de vryheid der Friesen omverre
+geworpen, alschoon dezelve van Karel den Grootes tyden af, ook
+by zynen vader Sigismund, en noch onlangs door hem zelve zo wel
+bevestigt was. Maar de voornaamste oorzaaken waren, dat Hertog
+Albrecht, hebbende de voogdyschap der Graaflykheid van Holland voor
+Philip van Oostenryk bedient, die in het voorgaande jaar mondig was
+geworden, eischte, voor de onkosten, die hy in den oorlog tusschen
+de Hoekschen en Kabeljauwschen te beslegten hadde gemaakt, een zomma
+van 350000 rhynsche guldens: ter verzekeringe voor die zomma, eer het
+konde opgebragt worden, heeft Maximiliaan Friesland, enz., als een
+leengoed des Roomschen Ryks, hem te pande gegeeven; tot 'er tyd toe dat
+gemelde 350000 rhynsche guldens door Philip of de zynen aan hem zouden
+opgebragt zyn. Waar op Albrecht van Saxen, op zyn luimen leggende,
+hoe hy een voet in het Land zoude krygen, heeft door heimelyke listen
+en bezendingen zo veel te weege gebragt, dat eenige Schieringers,
+die nu de zwaksten waren, een verbond met hem maakten. Doch de Hertog
+de Friesen in 't gemeen ongenegen vindende, besloot eerst om dezelve
+met geweld te bedwingen; maar in raad weder veranderende, bragt door
+verscheidene listen en bedriegeryen vreemde krygslieden in 't Land;
+waar door hy de Schieringers met veele geweldenaaryen tot verdrag
+bragt, en hem in Westergo innamen. Daar op zyn de Vetkoopers, na
+eenige vergeefsche tegenweer, mede tot de huldiging des Hertogs wegens
+Oostergo vereenigt. Alleen stond Leeuwarden, en eenige aanhang, hem
+noch tegen: doch na eenigen tyd belegert te zyn geweest, gaf het zich
+mede in het verdrag. Hier op liet de Hertog te Leeuwarden aanstonds
+een blokhuis bouwen, van de steenen der afgebrookene stinsen, die hy
+tegens wille van de eigenaars liet afwerpen, om tot gemeld blokhuis
+te gebruiken.
+
+In den jaare 1499 had Graaf Edzard van Oostfriesland het oog op
+Groningen, doch die van binnen zulks gewaar wordende, trokken uit,
+onder het bevel van Ulrich, te Dornum, met 200 mannen, neemende
+den Dam in en bezetteden de aankomsten aan de Eems, als Farmsum,
+Oterdum, Reide, enz., en deeden verscheidene Ommelander heerenhuizen
+omverre werpen. Evenwel trok Graaf Edzard met zyne krygsmacht over
+in den Oldambte, bestaande het geheele leger uit 2800 burgers en
+soldaaten, benevens de Ommelander Hovelingen, neemende aanstonds
+Pekel a Borg in. Daar na dwongen zy de Oldambsters 2200 rhynse
+guldens brandschattinge af; en trokken dus voort voorby Slochteren,
+tot in het klooster Wittewyrum: waar door de Groningers den Dam en de
+andere plaatsen verlieten; en dezelve door des Graaven volk wederom
+in bezettinge wierd genomen. Graaf Edzard zelfs quam met 1000 burgers
+over de Eems; hy was uit den Oldambte naar huis getrokken, en deed
+groot geweld van rooven, branden, en schattinge te vorderen. Doch
+de Groningers spaarden hunne vyanden ook niet. Nochtans maakte Graaf
+Edzard een kasteel te Oterdum, en den Dam vast tot een oorlogsstoel.
+
+Ondertusschen zonden de Groningers 400 soldaaten, met een goed gedeelte
+van oorlogsgereetschap voor het huis te Sauwert: 't welk ten eersten
+aan hun wierd overgegeven; wordende aldaar de vestingwerken afgeworpen,
+en de bezettinge gevangkelyk mede in de stad gevoert.
+
+Den 22ste van July is Jonker Fox met zyn volk, 250 mannen sterk
+zynde uit Friesland, over Drenth, naar Graaf Edzard willende, door de
+Groningers omtrent Cropewolde aangetast en geslagen; Fox zelve wilde
+zich niet overgeeven, schoon hy verscheidene wonden gekregen had,
+maar vogt, op zyn kniën leggende, zo lang tot hy den geest gaf. De
+Groningers hadden hier een groote overwinninge, want 30 bleeven 'er,
+behalven Fox zelve, van de vyanden dood, en 125 wierden 'er gevangen.
+
+Alhoewel deze Jonker Fox altoos der Groningers ergste vyand is geweest,
+hebbende zy hem evenwel, om zyne dapperheid, naar Groningen gevoert,
+en aldaar in de Minnebroeders kerk, met eeretekenen begraven. Door
+het verslaan van dezen Jonker Fox, heeft het plaatsje Foxhol zyne
+benaaminge bekomen.
+
+In dit zelve jaar, quam Hertog Albrecht, met zynen zoon Hendrik, te
+Harlingen aan; en wierd eerst te Franeker, en daar na te Leeuwarden
+op 't Oude Hof ingehuldigt. Binnen Franeker heeft hy, om eene goede
+bestellinge der wetten in den Lande te geeven, den Hoogen Raad,
+die wy nu noch het Hof van Friesland noemen, ingestelt.
+
+Daar na vertrok Hertog Albrecht uit Friesland, naar Meissen, in
+Duitschland, laatende zyn zoon Hendrik, aangestelt als Stadhouder,
+op het Hof binnen Franeker; zynde het Slot van Sjaardema. Doch deze
+niet wel onderrecht zynde, leide de gemeente ondraagelyke lasten op;
+waar door een groot oproer ontstond.
+
+In den jaare 1500 hebben de Friesen hem in Franeker met 16000
+mannen komen belegeren: en vooral waakende dat 'er geen meerder
+vreemd krygsvolk in 't Land wierd gebragt, zo namenze dit volgende
+voor hunne leuze: Fjouwer lotter-claer leep aayen op in finne herne
+in ien nest [85]. Die dit niet zeggen kon, achten zy een Uitlander
+te zyn, en wierd aanstonds veroordeelt om verdronken te worden. Om
+hunne belegeringe voort te zetten, en gemelde stad te vuur en te
+zwaard wel aan te tasten, hebben zy de Groningers ondertusschen voor
+vier stukken geschut, tot dit beleg benoodigt, alle het zilverwerk
+en andere kostelykheden, uit alle kerken en kloosters geligt zynde,
+te pande gegeven. Albrecht ondertusschen, met veel volk uit Meissen
+te rugge komende, slaat, met een onderstand van den Graaf van Holland,
+het leger voor Franeker weder op. Waar op die van Leeuwarden hunne stad
+verlaaten: en Hertog Hendrik trok daar weder in, bedryvende alomme veel
+moedwille, brengende veele Edelen en gemeene lieden in ballingschap.
+
+In dit zelve jaar is den Dam door de Groningers belegert, en zeer hevig
+beschooten, maar het afkomen van Graaf Edzard, en de overstroominge
+van het water, deed hen dezelve wederom verlaaten, en naar Groningen
+trekken. Waar op des Graaven volk, in moedwil uitbarstende, hier na
+de dorpen Wagenborgen, Uithuizen en Meden in brand stak, waar door
+veele huizen verteerden.
+
+Ook zynze daar na in de Marne gevallen, hebbende de Groningers,
+die met de landlieden te zamen vereenigt waren, geslagen; en daar
+na ongehoorde gruwelstukken van rooven, moorden en branden, vrouwen
+verkragten, en kerkschenderye bedreeven.
+
+Groningen wierd door de Saxen op den eersten van Augusty aan
+de noordzyde belegert, leggende het geheele leger voor de naaste
+molenbergen van de stad; van waar hetzelve, doch met weinig schade,
+15 a 16 dagen beschoten wierd. Maar hunne schepen van proviand en
+oorlogs-ammunutie lagen het Reidiep langs, waar by 1000 mannen Saxen
+tot dekking in Jarges tigchelwerk geposteerd waren.
+
+Onderwylen quam de Bisschop van Utrecht, met verscheidene heeren uit
+de Staaten des Lands in 't leger, en bewerkte zo veel tusschen den
+Hertog van Saxen en de stad Groningen, dat de vrede op den 21ste van
+Augusty te Aduard voor eenige maanden geteekent wierd. Waar op het
+beleg aanstonds wierd opgebroken, en 12000 soldaaten daar van naar
+Friesland gezonden; trekkende de Hertog zelve met het overige volk
+naar den Dam, en van daar naar Embden; daar hy, na eene ziekte en
+hoofdwonde, die hy door een musquetkogel in het beleg had ontfangen,
+op den 8ste van September is komen te sterven.
+
+
+
+
+
+2. Georg, Hertog van Saxen.
+
+
+Deze is, volgens het recht van erffenisse, in 's vaders plaats
+gekomen; na dat zyn broeder Hendrik zyn recht aan hem by verdrag had
+over gedaan.
+
+In den jaare 1501 hebben de Groningers 2000 soldaaten aangenomen,
+onder voorwaarde, dat zy hen den Dam zouden helpen winnen, waar
+voor zy dan zouden genieten, behalven de plondering, 7000 guldens,
+en al het geene dat zy tot dien aanslag noodig zouden hebben. Daar
+op zynze den 18de van May met malkander uitgetrokken, en berenden
+voorts den Dam aan drie kanten; neemende ondertusschen Delfzyl weg,
+en sloegen het daar binnenleggende guarnisoen dood. Vervolgens deeden
+zy verscheiden stormen op den Dam, en schooten 'er den brand in:
+maar die van binnen zich mannelyk kwytende, sloegen hen t'elkens
+af. Ondertusschen quam Graaf Edzard met 4000 mannen over de Eems,
+regt uit naar den Dam, stellende zyn krygsvolk, in drieën verdeelt, in
+slagorde, met het geschut vooraan, en marcheerde alzo op den weg van
+Jukwert, regts tegens hunne vyanden in; waar op het bloedvergieten
+aanging, en wierd 'er zo gruwelyk onder de Groningers geslagen,
+dat ze den Dam moesten verlaaten, en de vlugtende tot aan Groningen
+nagezet; die zo droevig verslagen of in de Damstervaart verdronken,
+dat 'er, naar 't zeggen van zommige, 3000 mannen wierden verlooren,
+waar onder vier Burgemeesters zoonen van Groningen, als Albert Jarges,
+Harmen Jarges, Gosen Schaffer, en Johan Mepsche. Daar na namen de
+Saxen het Huis te Mude in, en verbranden eenige molens en kapellen
+aan de noordzyde voor Groningen; ook op een na alle de molens en
+huizen aan de zuidkant, tot aan de gragtswal.
+
+In den jaare 1502 quam de jonge Hertog van Saxen in Groningerland, by
+hem hebbende zes Graaven, veele Edelen, 200 ruiters en 300 soldaaten,
+met allerlei veldstukken en bagagie. De eerste nacht bragt hy door
+te Aduard, mits naauwe wacht houdende voor de Groningers, hoewel
+'t bestand noch liep. Van daar trok hy naar den Dam, alwaar hem
+de burgers met kruissen en vaanen te gemoet traden, en met veele
+eeretekenen in haalden. Zy droegen altemaal vellen op hunne knieën,
+ten teeken van onderwerping: waar op de hovelingen uit de Ommelanden,
+in den Dam wezende, hem mede huldinge en eed hebben gedaan.
+
+In dezen tyd hebben de Groningers met Hertog Karel van Gelder een
+verbond gemaakt; mits dat de wederzydsche burgers in elkanders land
+een vryen koophandel zouden mogen dryven.
+
+In den jaare 1504 heeft Graaf Edzard, by de punterbrug, een zeer
+sterk kasteel laaten bouwen; 't welk naderhand Weerdenbras genaamt
+is geworden.
+
+In den jaare 1505 was te Harlingen een zwaare nood van water, waar door
+veele dyken doorbraken. Daar op volgde een groote droogte in den lande,
+waar door zwaare branden in de veenen wierden veroorzaakt: als ook
+te Hindeloopen, dat met 'er kerk voor 't meerendeel geheel verteerde.
+
+In dit zelve jaar, den 8ste van April, trok een party Groninger burgers
+en soldaaten naar Onderdendam, en bragten by hunne te rugkomst 14
+Saxische soldaaten en twee boeren gevankelyk mede in Groningen;
+waar door het oorlogsvuur weder ontstooken wierd.
+
+Den 20ste dito quam een troup Saxischen uit Aduard, in den nacht, by
+de Aa Poort, en verbranden aldaar 8 a 9 huizen. Daar tegen zonden de
+Groningers 4 a 500 mannen naar Oosterwyrum en de omleggende plaatzen,
+brandende het dorp Heveskes geheel af, en haalden een grooten buit van
+ossen, koeyen en schaapen van Wytwert, enz.; alwaar de kerken wierden
+aangetast, de goederen daar uit gehaalt, en naar Groningen gevoert.
+
+Den 22ste van Augusty wierden de Groningers en Saxischen te Haren
+handgemeen, alwaar de eersten 20, en de laatsten 100 mannen op het
+slagveld lieten leggen.
+
+Aldus de oorlog wederom een begin genomen hebbende, droeg de Hertog
+van Saxen het veldheerschap op aan Graaf Edzard van Oostfriesland,
+en Jonker Vitus, van Draaksdorf, die de Groningers 'er toegangen
+zeer naauw lieten bezetten: waar door die van binnen, zich zeer
+geprangt vindende, en van alle hulpe ontbloot ziende, wierd het
+gemeene volk nochtans, door de onmenschelyke wreedheden der Saxen,
+te meer verbittert: waarom de Groningers hunne bescherminge by iemand
+wilden zoeken. Hier op verkozenze Graaf Edzard, van Oostfriesland,
+voor hunnen Beschermheer; aan wien zy de stad opdroegen; waar van
+de artykelen in den jaare 1506, op den 24ste van April, wierden
+bezegelt, wordende in dezelve alle de privilegien en vryheden, die
+Groningen met haare ingezetenen ooit gehad hadden, behouden. Daar
+op quam de Graaf met zyne keurlyke krygsbenden, verzelt met veele
+Edelen, naar Groningen af; gaande de Magistraat van de Stad,
+benevens de jonge manschap en soldaaten, door de Poele Poort uit,
+hem tot aan Ooster Hoogebrug te gemoet, en deeden hem aldaar den
+eed van getrouwheid. By de Poele Poort gekomen zynde, ontfong hy uit
+handen van Burgemeesteren de sleutels van de stads poorten. Vervolgens
+wierd de Graaf met een prachtige staatsie, onder het losbranden van
+'t kanon, trommen- en trompettengeschal, luiden der klokken, enz.,
+ter stad ingehaalt; rydende alzo de Poelestraat door, naar de markt,
+alwaar het krygsvolk in volle wapenen, in ryen en gelederen geschaart
+stond, tot aan de hoek van de Gelkingestraat, daar het logement voor
+hem bereid was. Daags daar aan ging hy in St. Walburgs kerk, alwaar
+de burgers hem huldinge, pligt en eed deeden, volgens inhoud van het
+accoord. Daar na deed de Graaf een sterk en zwaar kasteel bouwen,
+tusschen de Steenstil en Ooster Poort, zynde voorzien met zeer wyde
+en diepe gragten en hooge wallen.
+
+In den jaare 1506 quam Hertog Georg in Friesland, en wierd
+ingehuldigt. Hy gebood, om over geheel Friesland te gebruiken
+de Workumer ellen, het Bolswerder loopen, de Leeuwarder kanne, de
+Keulsche wicht; en het Hof van Gerichte, by zynen vader te Franeker
+ingestelt, liet hy naar Leeuwarden vervoeren. Daar na liet hy het
+Bild allereerst bedyken, na dat het al eenige jaaren goed vast land
+was geweest, en by zynen vader Albrecht in eigendom ware genomen,
+zonder dat de Staaten des lands daar in bewilligt hadden.
+
+In dezen tyd heeft gemelde Hertog ook de Floreen Rente over den
+Lande gestelt, en elk naar hunne schattinge doen betaalen; waarom,
+om het zo veel te gemakkelyker in te vorderen, hy het Landschap in
+zyne hoofddeelen onderscheiden heeft: die wy nu Grietenyen noemen.
+
+In den jaare 1507 heeft de Hertog van Saxen, na dat Graaf Edzard
+Groningen in 't bezit had genomen, groote pretensien van den Graaf
+en de Groningers gevordert. Doch deze questien zyn te Constans op
+den Ryksdag gebragt, alwaar wederzydsche Gezanten wierden gezonden;
+maar naderhand ook te Keulen hervat.
+
+In dit zelve jaar is de vaart van Leeuwarden naar Franeker, en naar
+Bolswert begonnen gegraaven te worden.
+
+In den jaare 1508 is Norden, in Oostfriesland, door zyn eigen
+vuur voor 't meerendeel verbrand. En op den 16de van October was de
+tweede St. Gallus watervloed, welke in Oostfriesland en elders groote
+schade veroorzaakte: wordende in de zelve kabeljauw en wytingen voor
+Groningen gevangen.
+
+In den jaare 1509, den 26ste van September, was 'er een hooge
+watervloed over Friesland, Groningerland, en elders, waar door niet
+alleen verscheidene dyken zyn weggespoelt, maar ook veele menschen
+en beesten verdronken. By de Dollaart scheurde een stuk lands af, op
+welke 10 a 12 zwaare beesten te weiden gingen, van het overige land
+in den Oldambte, en dreef over de Dollaart, in Reiderland, alwaar
+het vast en behouden bleef zitten; 't welk naderhand een oorzaak van
+proces gaf tusschen die van 't verdrevene en 't aangespoelde stuk land.
+
+In den jaare 1511 ontstond 'er te Leeuwarden een zwaare brand, die
+wel 200 huizen verteerde.
+
+In den jaare 1512 wierd Koeverden door Roelof van Munster, gewezene
+Drost van 't Drenth, met verrassinge ingenomen. Doch zeer kort hier na,
+heeft de Bisschop Munster hem wederom belegert, en tot verlaatinge
+dier plaats gedwongen; stellende daar doe wederom tot Drost Adolf
+van Rechteren.
+
+In den jaare 1513 zond de Keizer Maximiliaan een scherp mandaat aan
+Graaf Edzard, hem gebiedende, op zwaare straffe, de stad Groningen
+te verlaaten, en dezelve aan den Hertog van Saxen in te ruimen:
+doch vrugteloos.
+
+In den jaare 1514, in het begin, deed de Hertog van Saxen, ziende
+dat hy 't met die van Groningen niet eens konde worden, een inval in
+Oostfriesland, doende allerlei wreedheden van moorden, brandschatten
+en branden. Zy belegerden zelfs Lieroort; doch dat zy, na de Hertog
+van Brunswyk zyn leeven daar voor had verlooren, moesten verlaaten.
+
+Den 7de van Juny wonnen de Saxen in Groningerland het sterke klooster
+Selwert, doende het zelve versterken, en met een sterk guarnisoen
+bezetten. Ook hebben zy Delfzyl met geweld ingenomen, slaande aldaar
+alles dood dat zy vonden, slegten de werken, en staken het plaatsje
+in brand.
+
+Voorts quam Graaf Edzard, na dat hy zyn eigen land tegen de Saxen
+had verdedigt, met 700 mannen hulptroepen te Groningen; die op den
+volgenden dag buiten de Bottinge Poort met de Saxen slaags raakten,
+waar door veelen sneuvelden.
+
+Den 21ste van July, trok de Hertog van Saxen met zyn leger, om
+zich aan Groningen en Graaf Edzard te wreeken, voor den Dam, doende
+die plaats aan drie zyden belegeren. Daar binnen waren 800 kloeke
+welgewapende mannen, een goede meenigte boeren, en een strydbaare
+burgerye tot bezettinge. Otto van Diepholt was Commandeur; benevens
+hem waren 'er noch eenige dappere Edelen. De belegeraars damden de
+slooten, en sloegen by nacht een brug over de vaart: zy aprocheerden,
+werkten in de aarde, en schooten met gloeijende kogels hevig op de
+stads vesten en poorten. Die van binnen queeten zich dapper: maar de
+groote menigte der vyanden stormde op den 3de van Augusty op de drie
+poorten te gelyk, met een afgrysselyk geweld: na dat zy t'elkens
+waren afgeslagen, met den jongen Hertog van Brunswyk achter hen,
+roepende vreesselyk, en dreef zyn volk alzo aan, tot dat zy eindelyk
+de belegerden overwonnen, en in de stad quamen; waar op het moorden
+aanging, wordende in de eerste furie noch kerken, noch autaaren,
+noch kraamhuizen gespaart. De jonge Hertog rende door de straaten,
+met het bloote zwaard in de hand, roepende: Sla dood, sla dood, tot
+wraake van myn Vader! Veelen zyn op de autaaren, eenige met de beelden
+omvat, en andere met het kruisifiks in hunne handen, omgebragt. Eylco
+Lewe stond met een lang slagzwaard in zyn hand, en sloeg zo gruwelyk
+onder de vyanden, dat 'er veelen met hem gedood wierden. Het getal
+der dooden wierd in alles op 1136 gerekent. Omtrent 200 soldaaten
+en weinige burgers wierden 'er gevangen genomen; doch 150 waren 'er
+reeds in den beginne der overval ontkomen. De Commandant Diepholt,
+en noch een Kapitein, wierden gekeetent en gevangkelyk naar Medenblik
+gevoert. De vrouwen en kinderen wierden ook gevangen gezet en gepynigt,
+om de verborgene schatten aan te wyzen; en daar na naakt en bloot
+ter stad uitgejaagt. En de schoonste maagden en jonge vrouwen wierden
+door de soldaaten eenigen tyd tot vuile lusten gehouden.
+
+Hier na heeft Graaf Edzard de Regeeringe van Groningen verlaaten:
+waar op de Groningers Karel van Egmond, Hertog van Gelderland, voor
+hunnen Beschutsheer hebben aangenomen; doende voorts den eed aan zyn
+Marschalk Willem van Ojen op den 3de van Novemb. in St. Walburgs kerk.
+
+In den jaare 1515, omtrent Driekoningen Dag, hebben de Saxischen
+uit den Dam de kerk en 't geheele dorp Farmsum geplondert en ten
+eenemaal verbrand.
+
+Den 17de van Maart namen de Groningers het kasteel of blokhuis by
+Aduwarderzyl in, en hebben het ten eenemaal geraseert en geslegt. Ook
+hebben zy, met hulpe Van Graaf Edzards volk, Delfzyl met geweld
+ingenomen: als mede den Dam, alwaar in 't uittrekken der Saxische
+troupen een groot tumult ontstond; want de burgers en eenige soldaaten,
+de oude bejegeningen noch in 't hoofd zittende, vielen in hunne
+achterhoede, plunderden de bagagie, en ontnamen hun vele goederen.
+
+Daar na quam de zwarte Hoop, zynde een zamengeraapt volk van ruim
+5000 koppen, in Friesland vallen; welke alle de dorpen, daarze aan
+quamen, in koolen zettede, als mede de steden Workum, Hindeloopen en
+Molkwerren ook afbranden.
+
+Ook hebben de Groningers het kasteel Weerdenbras, by de Punterbrug,
+ingenomen.
+
+Na dat Hertog Georg in voorige jaaren veel moeite met de Groningers en
+Graave van Oostfriesland hadde gehad, en de Graave met de Groningers
+hunne gerechtigheid aan Karel, Hertog van Gelderland, overgedraagen
+hadden, zo hebben de Gelderschen de Sevenwouden en 't grootste gedeelte
+van Westergo met een meenigte van volk afgeloopen. Waar op Georg
+van Saxen, geen middel ziende om de Friesen weêr onder zyn geweld te
+krygen, uit het land vertrokken is; laatende zynen Stadhouder Everwyn,
+Graave van Benthem, alhier.
+
+Ondertusschen maakten de Gelderschen in de Zuidhoek, als te Workum,
+Hindeloopen, Molkwerren, Staveren en Slooten, zeilschepen; om in de
+Zuiderzee op het ontzet der Hollanders te kruizen: onder dewelke zich
+Groote Pier, geboortig van Kimswert, mede begeeven heeft. Deze Groote
+Pier was door de Saxischen van alle zyne goederen en welvaart beroofd,
+ook hadden zy het dorp, daar hy woonde, in brand gestooken: waarom hy
+met een aanhang van meer dan 500 vrienden, op gemelde schepen gegaan
+was: en hebbende verscheidene gelukkige zeeslagen met de Hollanders
+gehouden, en veele scheepen van hen genomen, zo maakte hy verder de
+geheele Zuiderzee vry.
+
+Hertog Georg, veel geld en moeiten te vergeefs verspilt hebbende,
+om de Friesen te vermeesteren, droeg, na alle zyne nederlagen, het
+erfrecht over aan den Prins van
+
+
+
+
+2. het Huis van Bourgondien.
+
+1. Karel de Vyfde.
+
+
+In dit zelve jaar 1515, Karel, Koning van Spanje, en na een korten tyd
+Keizer van 't Roomsche Ryk, nu Erfheer van Friesland geworden zynde,
+stelde Graaf Floris van Ysselstein tot Stadhouder aan; die zich met
+de zynen eerst alleen binnen Leeuwarden, Franeker en Harlingen moest
+verhouden: zynde het overige des Lands meest door de Gelderschen
+bezet; tot welkers voordeel Sneek en Slooten in dien tyd met muuren
+en sterktens zyn vast gemaakt [86].
+
+En gemelde Groote Pier, speelende alle zeilen blank [87], nam weg
+alles wat tegen de Gelderschen aanquam, werpende veele menschen
+overboord: en inzonderheid te Workum, dat hy inneemende, de Hollanders
+de voeten spoelde, daar by voegende dit grove Friesche vloekwoord:
+Sjug ho kenne dy D: tjietten swomme [88].
+
+In den jaare 1516, in April, is Delfzyl, na dat de Graaf Edzard
+zyne bezetting daar uit had genomen, door Boele Ripperda, van haare
+vestingen beroofd. Daar op zyn de Groningers, met hulpe van zommige
+Ommelanders, uitgetrokken, hebbende den Dam gedemanteleert, en voorts
+Weerdenbras ook geraseert. Verder, het kasteel van Graaf Edzard,
+te Groningen gebouwd, wederom afgebroken.
+
+In den jaare 1517 quam 'er weder zulk een hooge watervloed, dat
+het water eene elle boven de dyken stond; waar men de schade wel
+kan afmeeten.
+
+Groote Pier beschermde Sneek, tegen de belegeringe der Bourgoenschen;
+en nam Hindeloopen weder in, dat de gemelde Bourgoenschen vast gemaakt,
+en met 300 mannen bezet hadden: en daar na Medenblik, dat hy verbrande.
+
+In dit jaar wierd ook tusschen de Bourgoenschen en den Hertog
+van Gelderland een verdrag gemaakt, na dat aan weêrszyden veele
+vyandelykheden waren voorgevallen; waar door de steden nu van de eene
+en dan van de andere zyde waren ingenomen, en de platte landen veel
+geweld, moord en brand hadden geleden. Doch Groote Pier, met die de
+Gelderschen aanhingen, zich hier noch niet toe verstaande, bleven
+even standvastig tegen de Bourgoenschen, en begeerden Pier voor een
+Beschermheer der vryheid geacht te wezen; dat hy voorheen ook zoude
+gedaan hebben, byaldien het zommigen niet verbrod hadden. Als hy door
+eenen Hollander in een brief tot afstand geraaden wierd, bespotte hy
+hem met een rymtje na dien tyd, voegende boven het zelve al boertende
+deze Eeretytelen: Ik, Groote Pier, Koning van Friesland, Hertog van
+Sneek, Graaf van Slooten, Vryheer van Hindeloopen, en Capitein-Generaal
+van de Zuiderzee [89].
+
+Dus wierd de vereeniging door de Gelderschen verbrooken, en des
+Keizers volk moest, als voorheen, zich alleen in Leeuwarden, Franeker
+en Harlingen verhouden. Groote Pier deed ondertusschen de Keizerschen
+op de Zuiderzee veel afbreuk, neemende gestadig aan weg alles wat
+hem voorquam.
+
+In den jaare 1518 heeft de Hertog van Gelder het accoord van Maarschalk
+Willem van Ojen met de Magistraat van Groningen, uit zyn naam ingegaan,
+geconfirmeert en gezegelt.
+
+In den jaare 1519, den 6de van February, wierd te Arnhem het vorstelyke
+bruiloftsfeest van den Hertog van Gelder met de Hertoginne van Brunswyk
+Lunenburg zeer prachtig gehouden: zynde aldaar uit deze Provintie
+van Groningen mede verzogt, Ludolf Conders, en Klaas Schaffer,
+Burgemeesteren; Willem Frederiks, Priester van St. Martens kerk, wegens
+de stad; en Roelof Lennep, Ritmeester, wegens de Ommelanden. Dewelke
+allen zeer prachtig uitgedost waren; Willem op een wagen, en de anderen
+te paard, zynde alle de paarden eveneens met blinkende wapenen over
+hunne gansche ligchamen bedekt, verzelt met 30 ruiters, in heerlyke
+kleederen. Hunne geschenken, dieze voor het jonge paar mede bragten,
+bestonden in twee zilvere wynkannen, en twee zilvere schenkvaten,
+zeer konstig verguld en bearbeid, wegende over de 50 mark zilver. Daar
+nevens bragten zy 4 welgemeste ossen, van een buitengewoone zwaarte,
+en 4 schoone paarden.
+
+In dit zelve jaar, als Groote Pier bemerkte, dat de Gelderschen het
+land, even als de Saxischen voorheen, onder het juk van slaavernye
+meenden te brengen, zo quiteerde hy daarom zyn ampt, en zettede zich
+gerust binnen Sneek ter neêr, alwaar hy zyn leeven na eenigen tyd
+heeft geëindigt.
+
+In den jaare 1520 wierd het klooster te Aduard, het waereldsche gebied,
+mitsgaders het recht van patroonschap over Suidhorm en Wyrum ontnomen,
+om reden dat eenige monniken op St. Bernards dag, onder een gastmaal,
+dat jaarlyks wierd gehouden, twee Edellieden, Hendrik en Frederik
+Gaykinga, vegtenderhand hadden doodgeslagen. [90]
+
+Als Karel de vyfde nu tot Roomsch Keizer was verkooren, heeft hy in
+den jaare 1521 Georg Schenk tot Stadhouder over Friesland aangestelt:
+die, met zyn leger te Arum staande, de Geldersche steden, Sneek en
+Bolswert heeft gebrandschat: doch Stoffel van Meurs, Stadhouder der
+Gelderschen, vertrok naar Workum, dat hy vast maakte, om gemelde
+brandschatting der Bourgoenschen af te weeren.
+
+Hier op dreven de Sneekers de Gelderschen uit; het welk die van
+Bolswert, weinig tyd daar na, mede deeden.
+
+In dit zelve jaar, den 12de van May, is de Hertog van Gelder, door
+de Staaten der Ommelanden, mede tot hunnen beschutsheer aangenomen.
+
+In den jaare 1522, den tweede van November, quam de Hertog van Gelder
+te Groningen; wordende door de Magistraat buiten de Oosterpoort
+opgehaalt, en tot aan de St. Martens Kerk geleid; alwaar hy door
+Mr. Willem, Kerkheer, ontfangen wierd, die hem mede naar zyn huis
+nam en logeerde. Des anderen daags ontfing hy op het raadhuis de
+sleutelen van de stads poorten, en den eed van de Magistraat en
+de Gezworene Gemeente, en vervolgens in St. Walburgs kerk van het
+gemeen. Des Sondags daar aan wierd hy door de Magistraat der stad
+op het Heeren Wynhuis zeer prachtig ter maaltyd onthaalt. Daar na,
+de Hertog vertrokken zynde, zond hy Jasper van Marwyk als Stadhouder
+te Groningen, die zyn logiment nam op Munnikeholm.
+
+In den jaare 1523 bouwde Stoffel van Meurs een blokhuis te Workum,
+en den tooren versterkte hy met gragt en wallen, om de zeekust tegen
+de Bourgoenschen te beschermen. Maar wierden van Schenk vermeestert,
+die den tooren van boven af liet werpen, en het blokhuis met veel
+volk bezette. In welken tyd ook de geweldige Stins van Inthiema door
+de Keizerschen verbrand en vernietigt is. Doe zonden de Gelderschen
+eenige zeeroovers uit Dokkum; het welk de Bourgoenschen belegerden, en
+mede by verdrag inkreegen. Ook vlugten de Gelderschen van Bolswert naar
+Slooten; dat zich, belegert ziende, mede aan Schenk over gaf. En by
+een gemeen opbod der landlieden, zyn de Gelderschen t'eenemaal uit het
+land gejaagt: en Karel de vyfde tot Erfheer over Friesland bevestigt.
+
+Ook is Schenk en Wassenaar, uit naam des Keizers, in de Ommelanden
+gekomen, roovende en brandende zeer schielyk onder de landlieden;
+vervolgens ontboden zy hen om den Keizer te beëedigen te Noorthorm,
+mits tot boete geevende 32000 goudguldens.
+
+In den jaare 1525, des Vrydags voor St. Laurens, geraakte de stad
+Groningen in een groot oproer; alzo de Bouwmeesters en Gildens zich
+heimelyk verbonden hadden van hunne goederen 'er by op te zetten,
+om alle de accynsen, uitgenomen de wyn en het Hamburger bier, af te
+schaffen. Zy hadden dieshalven by de twee Bouwmeesters, noch 24 van
+de voornaamste personen uit de Gildens gekooren, die het zelve aan
+den Raad zouden voordraagen. Als deze voorstellinge op het raadhuis
+geschiede, stond de geheele markt van het gemeen bezet, raazende en
+tierende als verwoede menschen, die door des Overigheids redenen
+niet te stillen waren. Een groote hoop liep als woedende op het
+stadshuis, met een groot stuk hout in de handen, en stoote de deur
+van de raadkamer daar mede open; voorneemens om den geheelen Raad
+dood te slaan. De geene die beneden stonden, met bloote messen in
+hunne handen, riepen: Sla dood, sla dood; werpt ons de verraaders
+ter vensteren uit! Waar door de Raad zich genoodzaakt vond, deze
+gecommitteerden te zeggen, hunne begeerte te zullen voldoen: doende
+daar op de klok luiden, en hunne wille publiceren. Waar door het
+woedende gepeupel wederom vertrok.
+
+In den jaare 1527 was 'er wederom een groote onlust te Groningen,
+waar door omtrent verscheidene magistraatspersoonen hun leeven zouden
+verlooren hebben: want een Jan Gryp, zynde een groot oproermaker,
+trok zyn zwaard uit, en riep: Sla dood! en sloeg den Bouwmeester
+Jan.... onder den voet, houwende nochmaals verscheidene keeren naar
+hem; doch wierd, door toedoen van anderen, noch gelukkig gered. De
+Raad, vergadert zynde, vlood van het stadshuis; ziende ieder om een
+goed heenkomen. De Burgemeester Hillebrands, Roltman en Rein Duirds,
+met noch eenige andere Raadsheeren, liepen in de St. Martens kerk;
+maar de Burgemeester Ludolf Conders viel by de waag onder het gespuis;
+waar door hy nochtans door eenige raadsgezinde burgers gelukkig wierd
+ontzet, neemende daar op de vlugt, de Heere Poort uit, naar Helpman
+op zyn hofstede.
+
+Dit zelve jaar overleed Graaf Edzard van Oostfriesland, oud zynde 66
+jaaren, binnen Embden; wordende des Vrydags na vastenavond tot Norden
+begraven. Na hem succedeerde Graaf Enno daar op, in zyns vaders plaats.
+
+In den jaare 1530 heeft Keizer Karel aan zynen Stadhouder Schenk last
+gegeeven, om Dokkum en Slooten, welke Steden hy, na 't vertrek der
+Gelderschen, hadden doen vast maaken, de wallen wederom te slegten.
+
+In dit zelve jaar, den 10 van July, nam Graaf Enno van Oostfriesland
+Widmond door verrassinge in; en belegerde voorts Ezens; waar op
+hy verscheidene maalen stormde, en veel volk verloor; doch op den
+28ste van September hebben die van binnen zich aan hunne vyanden
+overgegeeven; waar op, Jonker Balthazar een voetval voor Graaf Enno
+doende, pardon bequam.
+
+In den jaare 1531 heeft Jonker Balthazar een hoop krygsvolk aangenomen,
+waar mede hy in Graaf Enno's land trekkende, alles in brand stak wat
+hem voor quam; sleepende een grooten buit met zich; en begaf zich
+naderhand onder den Vorst van Gelder.
+
+In den jaare 1533 heeft Jonker Balthazar den Overste Meindert van Ham
+met omtrent 2000 Geldersche soldaaten te Jemmigen, in Reiderland,
+gezonden: maar Graaf Enno hen te gemoet trekkende, heeft van hen
+een Vendel Gelderschen, welke by de Noorth verachtert waren, ter
+neêr geslagen. Doch een weinig tyd daar na, hebben de Gelderschen
+de Oostfrieschen aangegreepen, en deerlyk geslagen; waar door in 't
+geheel omtrent 400 mannen zyn gebleven, en waar onder veele braave
+persoonen van aanzien.
+
+In den jaare 1535, den 30ste van Maart, zyn omtrent 300 zo
+genaamde Wederdoopers, na datze hunne leere in Friesland openbaar
+hadden voorgestelt, byeen getrokken, overvallende Oldenklooster,
+by Bolswert, en namen het in; noodzaakende de monniken daar uit te
+vlugten; en van gedachten zynde, by aldien de Landsheer hen mogt komen
+bestormen, zouden de bestormers zelve door hunne eigene wapenen gedood
+worden. Maar de Gouverneur G. Schenk zulks gewaar wordende, zond een
+troup soldaaten derwaarts, en overweldigde het klooster aanstonds;
+waar door in de eerste furie het meestedeel dier arme menschen door de
+kling wierden gejaagt: 24 zyn 'er vervolgens aan galgen opgehangen,
+en 15 onthalst; en de vrouwen en maagden eenige te Leeuwarden, en
+andere in het Hempensermeer doen verdrinken.
+
+In den jaare 1536 heeft Menno Simons, Priester te Witmaarsum, zyn
+priesterambt verlaaten, en zich tot de Wederdoopers begeeven: waar
+van dezelve den naam van Mennisten hebben bekomen, zo als zy noch in
+Friesland, zonder onderscheid, allen genoemt worden.
+
+In dit zelve jaar, hebben de Groningers hunne hulpe aan den Hertog
+van Gelder tegens Graaf Enno van Oostfriesland opgezegt. Waar over
+de Hertog zeer te onvreden zynde, zyne krygsmacht deed vermeerderen,
+en den Overste Meinard van Ham met de zelve den 29ste van April naar
+den Dam zond; die aldaar ten eerste de vestingen deed versterken,
+steekende de voorstad by de Steenstil- en Poelepoort in brand;
+als ook de voorstad van de Ebbinge- en Botteringepoort; waar door,
+alzo de vlam over de wal quam, omtrent de Peperstraat 5 huizen en 30
+schepen verbrande.
+
+Waarom door de Staaten van Stad en Lande, door groote verbitteringe
+dieze tegens den Gelderschen Vorst gekregen hadden, geresolveerd
+wierd, zich aan het Huis van Bourgondien over te geeven; zendende
+derhalve hunne Gezanten aan Koningin Maria, zuster van Keizer Karel den
+vyfde, in Brabant, met verzoek, dat zy onder de bescherminge van zyn
+Keizerlyke Majesteit mogten aangenomen worden. De Koninginne heeft hen
+daar op met veele beleeftheid aangenomen, en voorts met een genoegzaame
+krygsmacht onder het bevel van Georg Schenk versterkt. Waar op Schenk
+den 7de van Juny met groote blydschap ter stad wierd ingehaalt, en
+als Stadhouder gehuldigt, doende de Raad en het Gemeen voorts den
+eed aan hem, uit naame des Keizers. Wordende dus de stad Groningen
+en Ommelanden aan de Nederlanden gehegt.
+
+Hier na trok Schenk te velde, en sloeg de Holsteinschen in
+Westerwolde; nam Delfzyl in; won den Dam, Wedde en Koeverden van de
+Gelderschen. Hier na is de vrede tusschen den Keizer en Hertog van
+Gelder geslooten, welke te Groningen op den 8ste van December van
+'t stadshuis gepubliceert is geworden.
+
+In den jaare 1538, of omtrent dezen tyd, overleed de trouwelooze
+Hertog Karel van Gelder, oud 70 jaaren; hebbende zyne nabuuren 50
+jaaren lang met verscheidene oorlogen beroert.
+
+En omtrent dien zelfden tyd leefde Vorperus Thaborita, Kanunnik
+te Thabor, by Sneek; die, tot op dien tyd, de oude Friesche
+Geschiedenissen heeft te zamen gestelt.
+
+In den jaare 1540 overleed Georg Schenk, Stadhouder van Groningen, in
+wiens plaats, hem opvolgde Maximiliaan van Egmond, Graaf van Buuren. En
+den 24ste van September overleed Graaf Enno van Oostfriesland,
+wordende te Embden begraven.
+
+In den jaare 1542 is een watervloed over deze landen geweest, waar
+door veele schade aan menschen en beesten is veroorzaakt.
+
+In den jaare 1545, omtrent St. Jan, quam Koninginne Maria te Groningen;
+wordende aldaar door de Magistraat op eene zeer plechtige wyze
+ingehaalt, en met ryke geschenken beschonken.
+
+In den jaare 1546 is in 't Klooster Wittewyrum eene conferentie
+gehouden, over het verschil van de voorbyvaart van Embden, tusschen
+de Groningers en de Graavinne van Oostfriesland.
+
+In den jaare 1548 overleed Maximiliaan van Egmond, Graaf van Buuren,
+en Stadhouder van Groningen, in wiens plaatze hem opvolgde Jan van
+Ligne, Graaf van Arenberg.
+
+In den jaare 1550 hebben de Groningers, benevens die van de Ommelanden,
+aan den Graaf van Arenberg hunnen eed gedaan, wegens Philippus den
+tweede, Koning van Spanje.
+
+In den jaare 1552 was 'er, na 't geweldig doorbreeken der dyken, en
+'t vloeijen van water, zulk een harde winter, dat men van Friesland
+naar Ter Schelling, van Medenblik naar Staveren, en van Amsterdam
+naar Kampen, met paard en slede, kon over de Zuiderzee ryden [91].
+
+In den jaare 1555 droeg Keizer Karel de vyfde de bestiering der
+Nederlanden over aan zynen zoon Philippus.
+
+
+
+
+2. Philippus de Tweede, Koning van Spanje.
+
+
+In dit jaar, Philippus de zeventien Nederlandsche Provintien van zynen
+vader verkreegen hebbende, in zo een vreedzaame en wettelyke stand,
+als Prins of Onderdaanen konden wenschen: kreeg het Land in tegendeel
+in Philippus te gelyk een nieuw Heer, met allerlei nasleep van onheilen
+en oproer. Want als hy niet wel overdagt hadde, dat zyn vader, door
+eene byzondere naarstigheid, op alles een wakend oog had gehouden,
+met overal zelve by te zyn; zo ondernam Philippus daar en tegen,
+deze Landen in goede rust te zullen houden door eenen Stadhouder,
+blyvende zelve in Spanje.
+
+In den jaare 1559, na Philippus de Nederlanden doorreist hadde,
+is hy weder naar Spanje vertrokken; bestellende het gebied der
+Landen aan Margareta, Hertoginne van Parma, zyne Bastartzuster: en
+iedere byzondere Provintie aan hunne Stadhouders, en Friesland aan
+bovengemelden Graaf van Arenberg; die ook het opzicht over Overyssel,
+Groningen en Lingen hadde.
+
+Onder deze aanstellinge gaf hy ook met eene last, die hy hun by zeer
+strenge placaaten, voor zyn vertrek, gegeven hadde, en die de waare
+oorzaaken van alle volgende onlusten zyn geweest; waar van deze drie
+de byzonderste waren: 1. Het aanstellen van 14 nieuwe Bisschoppen,
+boven de drie, die 'er voorheenen hadden geweest. 2. Het openbaar
+bevel, om de besluiten van het Consilie van Trenten in den Lande
+uit te voeren: daar toe aanstellende Inquisiteurs en Kettermeesters
+[92], om het volk wegens hun geloove te onderzoeken. En ten 3de. Het
+onderhouden van 4000 vreemde krygsknegten, ten laste van den Lande,
+en dat in tyd van vrede.
+
+In dit zelve jaar is te Groningen overleden Regnerus Predrinus,
+hebbende aldaar veel tyd Rector der Latynsche schoolen geweest,
+predikende op de feestdagen openlyk het Evangelium.
+
+De leere tegen de Pausselyke dwaalingen, nu door geheel Europa
+zich uitgebreid hebbende, en in Vrankryk en Engeland daarom veele
+vervolgingen geschiedende, zo quam 'er veel volk naar de Nederlanden
+vlugten. Welke vervolging strydig was tegen de oude privilegien en
+vryheden van den Lande, die de Koning hun beloofd hadde te behouden.
+
+De Edelen van den Lande ondertusschen, om zulk een voorneemen naar
+vermogen af te weeren, kantteden zich eerst tegen de dwingnagel van
+de bovengemelde 4000 soldaaten, waar door het volk grooten overlast
+wierd aangedaan, van gevoelen zynde, dat dan de Inquisitie weinig
+klem zoude hebben.
+
+Des zo beraadslaagdenze om den Koning te beweegen, dien last van
+soldaaten van hen af te ligten; en zyn, na veele moeijelykheden,
+naar Spanje afgescheept in den jaare 1561.
+
+In dit zelve jaar is Groningen, by het aanstellen van nieuwe
+Bisschoppen in de Nederlanden, tot een Bisdom verheven; en wierd tot
+eerste Bisschop aangestelt, Heer Johan Cnyf, Minnebroeder.
+
+In dezen tyd is wederom een watervloed over Oostfriesland gegaan,
+welke de dyken verbrekende, en veele beesten om 't leeven bragt [93].
+
+In den jaare 1564 is aan de Staaten van Friesland, nevens andere
+Provintien, bevel gezonden van de Hertoginne van Parma, om den nieuwen
+Bisschop Cunerus Petri aan te neemen, en in te huldigen tot Bisschop
+van Friesland; zyn zetel te stellen binnen Leeuwarden, en hem in alles
+de hand te bieden: het welk de Staaten weigerden; verzoekende daar
+van ontslagen te zyn, als strydig tegens hunne vryheden en voorrechten.
+
+In dit zelve jaar hebben de Engelschen de stapel der lakenhandel,
+in een tyd datze verschil met de Nederlanders hadden, te Embden
+geplant. Want daar quam den 23ste van May een groote vloot schepen
+met lakens, na dat 'er reeds 6 gekomen waren, te Embden aan. Waar
+over de vreugde in die Stad zo groot was, dat 'er eereschooten van
+weêrskanten wierden gedaan. Doch de blydschap, en het voordeel datze
+zich zelve daar van belooft hadden, verdween zeer haastig: over zulks
+de Engelschen, hun verschil met de Nederlanders vereenigt hebbende,
+van daar vertrokken, en bragten de lakens naar Antwerpen.
+
+In den jaare 1565, als de Inquisitie hoe langer hoe wreeder voortging,
+hebben de Edelen, na lange te vergeefs by de Hertoginne vertooningen
+en verzoekschriften te hebben ingelevert, den Graave van Egmond aan
+den Koning gezonden. Dewelke, na eenigen tyd, eerst antwoord bequam,
+en hier op uit quam, dat des Konings meininge was, dat zyne beveelen
+en strenge placaaten moesten uitgevoert worden. Derhalven heeft de
+Gemeente ondertusschen, uit onverduldigheid, om bovenstaand langdraadig
+antwoord des Konings, de kerken overvallen, en alle Roomsche beelden
+daar uit gestormt.
+
+Waar op in den jaare 1566 de Heer van Brederode, verzelt met meer
+dan 200 Edelen, uit alle Provintien, verzogten aan de Hertoginne
+te Brussel, om verzagtinge van die strenge beveelen des Konings te
+genieten. By welke gelegentheid de naam van Geusen, waar door de
+Gereformeerden beteekent worden, tot op dezen dag, van de geene die
+buiten zyn, zynen oorsprong heeft genomen: wat een van 't Hofgezin der
+Hertoginne, met naame de Heer van Barlemont, dezen hoop Edelen, die
+slegt in de kleederen waren, het eerste aan 't Hof ziende komen, zeide
+in de Fransche Spraak, dat 'er een hoop Bedelaars voor de poort waren;
+gebruikende het Frans woord Gueux, dat een Bedelaar beteekent. De
+Edelen dit verstaan hebbende, schaamden zich hier niet over; maar
+begeerden na dien dag altyd Geusen genaamt te zyn: waarom veelen van
+hen graauwe kleederen aantrokken, als de bedelende Graauwe Monniken,
+en houte nappen aan hunne zyde hongen, met zilvere plaatjes beslagen,
+waar op in 't Latyn stond: Het gaa den Geuzen wel: of vivent les Geux.
+
+Het voorige verzoek der Edelen naar den Koning gezonden zynde, maar
+het antwoord te laat aankomende, was 'er ondertusschen weder alomme
+door het land een algemeene kerkrooving en beeldstormerye ontstaan;
+en de Gereformeerden, door toelaatinge des Prinsen van Oranje,
+bouwden openbaarlyk kerken binnen Antwerpen. Waar op de burgers,
+zo te Leeuwarden als Sneek, mede de vryheid namen om de beelden uit
+hunne kerken te breeken, en de zuivere leere te doen stand grypen;
+daar veelen reeds opentlyke belydenisse van deeden. Ondertusschen
+hebben de Inquisitiemeesters den nieuwen Bisschop te Leeuwarden
+toegestaan, van de inkomsten der kloosters Mariengaard en Lidlum,
+tot zyn jaarlyks onderhoud, een zomma van 3000 ducaten; en 't verdere
+overschot ten behoeve voor monniken en paapen.
+
+In dit zelve jaar is de Minnebroeders kerk te Groningen door de
+Gereformeerden ingenomen, van de altaaren en beelden, met verlof
+van de Magistraat, gezuivert, en die hun stads arbeidsvolk bestelde,
+om de vloer van puin en belemmeringen te ontdoen, en bequaam tot de
+predikdienst te maaken. Doch deze zaak heeft naderhand, in den jaare
+1569, eenige werklieden het leeven gekost. In de Ommelander dorpen, als
+te Winsum, Garshuizen, Westerembden, Ten Post, Middelstum en elders,
+wierd de boer door den adel opgehitst, en veele kerken, geplondert,
+tegens dank en wil der Overheden.
+
+Arenberg, deze beeldstormerye verstaan hebbende, deed, uit last
+der Hertoginne, alle de predikanten het land uitjaagen, en alle
+Gereformeerden strengelyk vervolgen.
+
+Als mede, uit naam van den Koning van Spanje, zond hy op eene
+listige wyze, vier compagnien Hoogduitsche soldaten in Groningen;
+welke aldaar, gedurende hunne inquartieringe, wegens den Koning,
+veel moetwil bedreven aan de burgers, inzonderheid de Gereformeerden;
+neemende de stads sleutels na zich, ontwapende de burgerye, en deeden
+een jongman, om opgelegt verraad, vierendeelen.
+
+In den jaare 1567, als de Prins van Oranje zag, dat de zaken, na zo
+veele moeijelykheden, van erger tot erger vervielen, vertrok hy,
+met een groot gevolg van Edelen en andere aanzienlyke lieden naar
+Duitschland. En een schip met Edelen van Amsterdam naar Embden
+vlugtende zyn by Harlingen, door trouwloosheid van den schipper,
+in handen van Arenberg geraakt: waar onder de twee jonge Heeren van
+Baatenburg, en drie Friesche Edelen waren; die, nevens veele van de
+anderen, binnen weinig tyd daar na, te Brussel zyn omgebragt.
+
+De Koning van Spanje ziende, dat de verwerringe al grooter en grooter
+wierd, besloot zyne zuster van verdere moeite te ontlasten, en zond
+als Stadhouder in haar plaatze dien wreeden en alom beruchten Hertog
+van Alva; dewelke een groote krygsmacht mede bragt, van voornemen,
+om alles op een wreede en gruuwzame wyze te vervolgen; die ook dien
+weêrgaloozen bitteren bloedraad instelde, welke alles het onderste
+boven wentelde.
+
+In den jare 1568, als de vlugtelingen door de wreedheid van Duc d'Alva
+dagelyks meer wierden, zoo dagten zy op middelen, om weder in beteren
+stand in hun Land te komen. De Prins dan, veel volk vergaderende,
+begon van dezen tyd af den Hertog te beoorlogen.
+
+In dit zelve jaar, in May hebben de Graaven Lodewyk en Adolf van
+Nassau, nevens Graaf Joost van Schouwenburg en anderen, met hunne
+krygsmacht in Groningerland trekkende, het Huis te Wedde, den Dam,
+en daar na meer andere plaatzen ingenomen: hoewelze na een korten
+tyd gedwongen wierden den Dam wederom te verlaaten.
+
+Ondertusschen was de Graaf van Arenberg, nevens den Graaf van Megen,
+met hunne krijgsmacht en zes stukken kanon afgekomen: het welk van
+Graaf Lodewyk vernomen zynde, trok zyne krygsbenden bijeen, vallende
+den 24ste van May met eene groote dapperheid bij Heiligerlee op de
+vijanden in, voor dat de Graaf van Megen daar noch was bygekomen,
+en sloegen zoo furieus met hun nieuwgeworven krygsvolk onder hen,
+dat er in 't kort veelen wierden neergevelt. Waarom Arenberg met
+eene groote bitterheid op Graaf Adolf los rende; en, schoon hy
+eerst met een kogel doorschooten wierd, heeft hy nochtans dies te
+verwoeder, eerst met 't pistool, en daar na met het rapier Graaf
+Adolf ook doodelyk gewond; waarop zy alle beide zyn neêrgevallen,
+en niet verre van den anderen gestorven. De rest van Arenbergs leger,
+alzo 't volk geen kennisse van 't Land hadde, en van de Nassauschen
+omsingelt zynde, is meestendeels gequetst of dood gebleven. Omtrent
+1600 mannen, zo Spanjaarden als Duitschen, wierden 'er verslagen,
+waar onder vele perzoonen van rang; daar by bequam Lodewyk veel buit,
+als alle de bagagie van Arenberg, zyn zilverwerk, en daar en boven
+veel geld, dat tot betaalinge der soldaaten gekomen was, en zes
+stukken kanon. Graaf Adolf wierd te Wedde, en de Graaf van Arenberg
+in de kerk van het klooster te Heiligerlee begraven.
+
+Daar na trok Graaf Lodewyk met zyn leger voor Groningen, doende de stad
+aan twee zyden belegeren; maar de vastigheden van die plaats, groote
+bezettinge daar binnen, en den belegeraars zwaar geschut ontbreekende,
+deed hem niets vorderen: evenwel wierden 'er verscheidene aanvallen
+gedaan, inzonderheid op den 22ste van Juny, alwaar wel 200 van de
+Nassauschen, en veelen van de beleegerden sneuvelden. Maar het afkomen
+van den Hertog van Alva met een leger van 16000 mannen, deed hem de
+belegeringe den 14de van July opbreken, marcherende daar mede langs de
+Eems, om zich aldaar te versterken; doch de Hertog is hem zeer haastig
+nagetrokken, en heeft Graaf Lodewyk op den 21ste dito by Jemmingen
+aangetast, en zeer afgryzelyk met al zyn volk, dat niet vegten wilde,
+verslagen; daar bleven 'er weinigen over, en veelen wierden door
+'t zwaard gejaagd, of in 't water verdronken. Graaf Lodewyk zelve,
+als eenigen verhalen, ontquam het met zwemmen over de Eems; doch
+anderen willen, dat hy met een scheepje overgeraakt zoude zyn. Daar
+wierden verlooren 16 stukken kanon, omtrent 1500 paarden, 20 vendels,
+veele horenbeesten, en omtrent 7000 mannen.
+
+Daar na trok de Hertog langs de dyken naar Delfzyl, voorneemens om
+die plaats en Farmsum tot een stad te maaken, en dezelve Marseburg
+te noemen: doch de smeekinge der Groningers heeft zulks terug
+gehouden. Vervolgens hebben de Spaanschen in het aftrekken veele dorpen
+in brand gestoken, eenige duizenden van horenbeesten uit het land
+gedreven en groote schade gedaan. Voorts quam de Hertog te Groningen,
+en ordonneerde aldaar een kasteel te bouwen, tusschen de Ooster-
+en Heere Poort, met 5 bolwerken; dat het jaar daar aan is begonnen.
+
+Karel Brimeu, Graave van Megen, wierd Stadhouder van Friesland, van
+'s Konings wegen, na de dood van Arenberg.
+
+Den 7de van December is te Leeuwarden, voor de eerstemaal des Heeren
+Avondmaal openbaar, naar de wyze der Gereformeerden, uitgedeelt, na dat
+de gewapende burgery de beelden, door last van Burgemeesteren, uit de
+kerken geworpen hadden, niet tegenstaande des Konings Stadhouder, en
+'t Hof zich daar tegen stelden. Ook hebben zy den Koning afgeswooren,
+en zich door sterke burgerwachten bevestigt. Ook wierpen verscheidene
+paapen hun priesterlyk gewaad weg, en verkondigden nu het zuivere
+Woord des Heeren.
+
+In den jare 1569, in April, quam de Commissaris Quarre te Groningen,
+en informeerde zich wegens de kerkplonderinge en andere misdaaden,
+in den jaare 1566 gedaan. Waarop eenigen by den kop wierden gevat;
+doch de Bouwmeester, met twee arbeidsluiden braken uit de gevangkenis;
+maar de andere drie a vier zyn, niet tegenstaande het verlof van de
+Magistraat, om hunne begaane misdaad, op de markt onthoofd. hoofd.
+
+Voorts hier na quam de Bisschop Johan Cnyf ook te Groningen, neemende
+zijn logement in het huis dat nu des Stadhouders Hof is.
+
+Ook wierd door bevel van den Hertog van Alva een kasteel geordonneert;
+men bouwde het met vyf bastions, waarvan drie buiten en twee binnen
+de stad quamen te leggen: schietende het eene met haar punt op der
+Pelsterstraat, en het andere op de Gelkingestraat: waar van de gragt
+wierd aangelegt op 100 voeten wyd; en de benedenste voet van de wal
+op 75 voeten breed.
+
+In den jaare 1570, den 1ste November, is 'er een geweldig onweder,
+met een verschrikkelyke hooge watersnood, uit den noordwesten ontstaan;
+die tot heden met den naam van Allerheiligensvloed bekent is: waar door
+het water zeer hoog in Vlaanderen, Holland en Zeeland is opgeloopen,
+doch by den dag, en diensvolgens met minder schade, als in Friesland:
+alwaar het des avonds, omtrent 9 uuren, het geheele Land overstroomde
+tot aan Sevenwouden toe; blyvende Gaasterland, en wel voornaamentlyk
+Oud Mardum, Ruigehuizen en Sondel onbeschadigt. De schade aan menschen
+en beesten was ontelbaar, en is af te neemen uit 1800 menschen, die
+alleen in de Grieteny van Oostdongeradeel verdronken waren; daar de
+vloed tot elf voeten hooger, als een gemeen ty, was opgerezen. Van
+Sneek naar de Lemmer voer men regt uit op zeven en een halve voet
+water over 't vlakke land: râzeilen met drie masten dreven, met
+haar volle ladingen door de inbraaken der dyken. En een wieg, met
+een leevend kind en kat daar in, quam te Sneek aandryven.
+
+In den jaare 1571 hebben de Friesen alomme, gelyk ook die van Braband
+en Vlaanderen, de beelden bestormt, en de paapen en monniken weder
+het land uitgejaagt.
+
+In den jaare 1572, den 7de van January, overleed binnen Zwol, de
+Graaf van Megen, Gouverneur van Friesland, Groningen, enz. In wiens
+plaatze hem opvolgde Gillis van Barlamond, Heere van Hierges.
+
+In dit zelve jaar namen de Watergeusen den Briel in; en de Prins van
+Oranje wierd in 't openbaar voor een Hoofd der Vereenigde Bontgenooten
+verklaart. Diederik van Bronkhorst nam Sneek, Bolswert en Franeker in,
+alzo het volk daar meest uit verloopen was. En des Konings Colonel,
+Casper de Robles, Heer van Billi, daarentegen lag bezettinge op
+de zeedyken.
+
+Schouwenburgs volk, gesterkt met een party, van des Prinsen macht,
+dat van Ameland naar Oostmahorn over quam, heeft Dokkum ingenomen:
+maar de Colonel Robles, hen overvallende, heeft de plaats weder
+hernomen, laatende de soldaaten vermoorden en schenden, en de stad
+in brand steeken [94].
+
+In September is Joost van Schouwenburg, als Stadhouder by den Prins
+van Oranje over Friesland, te Sneek gekomen; en, na eenigen tyd,
+trok hy binnen Franeker, en zette zich op Sjaardema's Slot ter
+neder. Doch na zyn vertrek vielen zy weder in handen van Robles,
+gelyk ook die van Bolswert. Ondertusschen hebben 's Prinsen volk de
+zeekusten, behalven Harlingen en Staveren, weder onvry gemaakt; alwaar
+Gaasterland en de geheele zuidhoek veel verdriet heeft uitgestaan. En
+inzonderheid word verhaalt, dat die van Wykel van de roovers wierden
+overvallen; Wybren Wykel met zyn vrouwe Doed en dochter Bauk gedood;
+Foockel gevankelyk naar Enkhuizen gevoert, en noch eene van hunne
+zusters ter vensteren uitgeworpen; Hans, hunne broeder, ontquam het
+met de vlugt; en het huis wierd verbrand: van welker afkomst ons noch
+een aanzienlyk huisgezin in onze woonplaats bekent is. Robles moest
+hier na Sneek weder verlaaten. Diederik van Bronkhorst nam hier op
+Bolswert in; alwaar hy de Overigheid veranderde, en de Gereformeerden
+opentlyk liet prediken; welke eerste predikatie in de Broeren Kerk
+gedaan wierd. Hier van daan vertrok hy naar Sneek en Franeker, alwaar
+hy het Stadhoudersampt, in 't afzyn van Schouwenburg, bediende. Daar
+na nam 's Prinsen volk het blokhuis te Staveren in: maar daags daar
+aan herwonnen 's Konings volk het wederom, en staken de stad in brand.
+
+Schouwenburg, eenige schattinge by een vergadert hebbende, tot reddinge
+der Provintie, is, na hy de zelve ontfangen had, met dien geroofden
+buit uit den Lande doorgegaan.
+
+Ondertusschen heeft de Koning van Spanje, Don Louis de Requesens,
+Grootbevelhebber van Castilien, tot een Landvoogd der Nederlanden
+gezonden, in plaats van dien bloeddorstigen Hertog van Alva: die hier
+op aanstonds weder naar Spanje vertrok; welke roemde, dat 'er door
+zyn bevel wel 18000 menschen alleen door beuls handen in Nederland
+waren omgebragt, behalven die in den kryg waren gesneuvelt.
+
+In den jaare 1573, is Groningerland, Friesland en Embderland, door
+een watervloed aangetast: waar door de dyken wierden gebroken, en
+groote schade aan menschen en beesten geschiede.
+
+In den jaare 1574 heeft Casper Robles, om de verschillen en
+oneenigheden, al van oude tyden af, die ontstaan waren over het
+maaken der zeedyken, weg te neemen, uitgevonden, en volgens zyne
+gedachten en raad voorgewend, dezelve dyken, tegen zulke zwaare en
+hooge watervloeden, waar van zy zo menigmaalen de smerten gevoelt
+hadden, in beter order te brengen, en beginnen te verzwaaren. Wordende
+omtrent twee jaaren hier na, ter gedachtenisse van dit loffelyke werk,
+het Steene Beeld, dat noch heden by Harlingen op den dyk te zien is,
+op 's Lands kosten, opgeregt: dienende met eene tot een Scheidbeeld
+van de afdeelinge der dyken.
+
+Alschoon des Konings zaaken dagelyks te post verliepen, zo waren echter
+Staveren, Hindeloopen, de Schans te Makkum, Harlingen, en de geheele
+kust, na het doorgaan van Schouwenburg, weder met Robles volk bezet
+geworden. Doch Wouter Heegeman, Hopman van den Prins van Oranje, van
+Texel afvaarende, heeft Hindeloopen, by eene donkere nacht, met 300
+mannen overvallen en ingenomen. Waar op die van Enkhuizen hem kruid
+en lood toezonden, om de plaats te versterken. Doch op het gerucht
+van Robles volk, dat op hem aanquam, deed hem resolveeren, de stad
+uit te plonderen en in brand te steeken. De Drost van Staveren begon
+ook zyne vestingen, daags daar aan, weder te versterken.
+
+In den jaare 1575 Bartel Entes, met eenig volk van Ter Schelling
+afvaarende, lande op Oostmahorn, alwaar hy een schans opwierp: doch
+na eenige schermutselingen, wierd hy door 't volk van Robles daar
+weder uitgedreeven.
+
+In den jaare 1576 waaide het een geweldige storm, waar door veele
+boomen uit den grond wierden gerukt; en het dak van de Oude Hoofster
+Kerk te Leeuwarden, dat door oudheid geheel bouwvallig was geworden,
+deed instorten: en is tot op dezen dag niet weder opgebouwt. 't Was
+mogelyk een voorteeken, dat gelyk het heidendom, voor veele eeuwen,
+uit deze plaats uitgeroeit, alzo deze plaats het kerkhof was geweest,
+daar het altaar van den Afgod Staf gestaan had, en dezelve geviert
+wierd, alzo ook nu het gebouw des Pausdoms in deze Landen wel haast
+een geweldige krak zoude krygen. Waarom wy wel mogen zeggen:
+
+
+ Het oude Duivels Hof, door schynschrift
+ lang misbruikt,
+ Wat wonder, zo 't haar hoofd voor 't regt
+ Geloove duikt.
+
+
+In dit jaar hebben de Staaten en Voornaamste des Lands met malkanderen
+binnen Gent een verbond gemaakt, om de welvaart des Lands, met
+raad en daad des Prinsen van Oranje te helpen bevorderen: wordende
+gemeld verbond gemeenelyk de Pacificatie van Gent genaamt. Het welk
+de Koning daar na ook met zyne onderteekening bevestigde. De inhoud
+van dit verdrag bestond voor 't meest: 1. Dat de vreemde krygslieden
+uit het Land zouden gevoert worden. 2. Dat de gebruikelykste wyze van
+regeeren zoude vastgestelt worden. 3. Dat ieder Provintie de zaaken
+van Godsdienst zoude handhaven, na dat het tot ruste des volks het
+beste zoude geoordeelt worden.
+
+In dit jaar is te Madrid overleden Joachim Hopperus, geboortig van
+Heemelum; afkomstig van dat oud Geslacht der Hopheeren, waar van boven
+op het jaar 513 gemeld is; om zyne uitmuntende geleerdheid, heeft
+hy hooge bedieningen bekleed, als Professor der Rechten te Leuven;
+Heer van den Grooten Raad te Mechelen, en in den Geheimen Raad te
+Brussel, daar Viglius de voorzitplaats had; Heer van den Hoogen Raad
+der Nederlandsche Zaaken in Spanje, en 's Konings Zegelbewaarder;
+waar by hem de Koning tot Ridder van de Goude Spoor sloeg, te gelyk
+en op een uur met Don Jan van Oostenryk.
+
+Ook overleed in dit zelve jaar, te Gent, Viglius Swichemius ab Aita,
+afkomstig van Swichum, by Leeuwarden; deze is mede om zyne uitsteekende
+geleerdheid in groot aanzien geweest, als Professor in de Rechten te
+Padua, in Italien, en na 't afslaan van veele eerampten, Ryksraad in
+de Kamer te Spiers; wederom wierd hy Professor te Ingolstad, Heer in
+den Grooten Raad te Mechelen, Praeses of Voorzitter in den Geheimen
+Raad en Raad van Staaten te Brussel, Ridder van 't Gulde Vlies, enz.
+
+In dit jaar, den 7de van October, is te Groningen de Bisschop Johan
+Cnyf, Minnebroeder, aan de pest overleden.
+
+Den 22ste van November ontstond te Groningen een groote onlust,
+door dien de Staaten Generaal, het oog op deze stad hebbende,
+eenen M. T. Stella herwaarts hadden gezonden, om de Magistraat en
+het krygsvolk tot het aannemen der Pacificatie van Gent te beweegen;
+als mede, dat zy 't met de Generaliteit zouden houden; waar voor zy
+beloofden, alle de achterstallige schulden, van de soldaten, die zeer
+groot waren, te zullen voldoen.
+
+De Gouverneur Robles, hier kennis van krygende, deed Stella aanstonts
+apprehenderen en pynigen, om alzo zyn commissie uit hem gewaar te
+worden: doch alles te vergeefs. Ondertusschen wist Stella door zyn
+bequaamheden in 't geheim aan de soldaaten te kennen te geeven,
+dat zo zy zich voor de Staaten wilden verklaren, zy van alle hunne
+achterstallen ten vollen voldaan zouden worden. Hier op waren de
+soldaaten aanstonds als vol vuur, namen ten eersten hunnen Gouverneur
+Casper de Robles, benevens eenige Spaansche Kapiteinen, of die 't
+met hun hielden, gevangen; loopende voorts naar de Waag, en haalden
+de daar staande wippe omverre, en verbrandeze op de Markt, roepende:
+Lang leeve de Prins! lang leeven de Staaten! Waar op zy aanstonds heen
+liepen en maakten Stella los; bragten hem op de Markt, en deeden hem
+in de naame der Staaten den eed van getrouwheid. Vervolgens zonden
+zy Gecommitteerden met Stella naar Brussel; die aldaar de stad aan
+de Staaten opdroegen, en een Gouverneur van hen verzogten: waar op
+de Graaf van Rennenberg is afgezonden geworden, die aldaar in den
+jare 1577, den 7de van January, met eenige heeren is aangekomen,
+en betaalden de soldaaten hunne achterstallen ten vollen, dat
+eenige tonnen gouds beliep. Waar op de Waalen den 13de van Maart
+ter stad uittrokken; daar die van binnen zeer over verblyd waren,
+om hunne gepleegden moetwille, daar ze nu van verlost wierden, dat ze
+vreugdevuuren daar over aanstaken; waar door de St. Martens toren in
+brand geraakte en zeer beschadigt wierd. Daar na kreeg Rennenberg
+Delfzyl, en stelde daar een nieuwen Commandeur. Voorts deeden
+de Groningers hem en de Generaliteit den eed van getrouwigheid;
+doende daar na het kasteel, door den Hertog van Alva gebouwt,
+wederom afbreeken.
+
+Op den eersten November deed de Gouverneur Rennenberg de Staaten van
+Stad en Lande te Groningen vergaderen, alwaar de Ommelander Jonkers
+en Hovelingen compareerden in groot getal, doch niet denkende, dat
+er iets quaads met hen voor handen was. Maar, als zy vergadert waren,
+voor Rennenberg zyn propositie nog had voorgesteld of gedaan, wierden
+beide de leden oneens; het welke niet verdraagen wierd; waar door
+de Heeren van de Ommelanden door de Heeren van de Stad zyn gevangen
+genomen, tot 24 in getal, en in leelyke gevangkenissen geworpen: niet
+tegenstaande het ontzach van hunnen Stadhouder, die daar tegenwoordig
+was. Daar op wierd de sterkte van Delfzyl den 20ste van December van
+hare vestingen berooft; waar afgevoert wierden 9 metaale en 7 yzere
+stukken kanon, en 14 bassen.
+
+In den jaare 1578 zyn des Konings Raaden en Grietmannen in Friesland
+afgezet, en andere Heeren voor hen in de plaats verkooren. Waarop de
+Gereformeerden, die noch in 't heimelijk hunne oeffeningen deeden,
+verzogten om in 't openbaar te moogen leeren en jaargeld te genieten,
+om hunne Predikanten eerlyk te kunnen onderhouden: 't welk door den
+Religions Vrede, tusschen den Aartshertog Matthias en den Prins van
+Oranje, toegestaan zynde, zo bequamen die van Leeuwarden de Jacobiner
+kerk tot hun gebruik; alwaar zij voor de tweedemaal de Roomsche
+beelden afwierpen, en dezelve kerk tot de zuivere godsdienst inweiden.
+
+In dit zelve jaar dagten de Ommelanders zich te wreeken; deeden
+derhalve in de maand February, onder den Heer Barthold Entes van
+Menteda, 12 vendelen soldaaten werven: maar de Groningers zulks gewaar
+wordende, vielen op hen uit, en verstrooidenze, waar van eenige wierden
+doodgeslagen, de vlugtenden nagezet, en Barthold Entes gevangkelyk
+van Koevorden mede naar Groningen gevoert; daar hy groot gevaar liep
+van met de andere gevangene Ommelanders onthoofd te worden. Doch de
+Aartshertog Matthias en de Staaten Generaal waren hunne voorspraaken,
+om het different by te leggen.
+
+Den 28ste van Maart heeft het zeewater in Groningerland, Oostfriesland
+en elders, groote schade gedaan, en veele menschen en beesten
+verdronken.
+
+In den jare 1579, om redenen, dat de Spanjaarden in geenen deele de
+articulen der Pacificatie van Gent na quamen, hebben de Staaten van
+Nederland goedgevonden, een naauwer verbintenisse te maaken binnen
+Utrecht, die men de nadere Unie van Utrecht noemt: waar in de zeven
+vereenigde Provintien, als Gelderland, Sutfen, Holland, Zeeland,
+Utrecht, Overyssel, Friesland, Groningen en Ommelanden, daar benevens
+Lingen en Drenth, hun eerste verbond maakten, bestaande voornaamentlyk
+in: 1. Dat deze Provintien een en gemeen zouden zyn, om nooit, onder
+wat naam ook, te mogen gescheiden worden: blyvende ieder nochtans
+by zyne eigene oude voorrechten. 2. Dat zy malkanderen, tegen alle
+vyandelyk geweld, met goed en bloed zullen helpen verdeedigen. En
+3. In de oeffeninge van Godsdienst de Pacificatie van Gent na te komen.
+
+In dit zelve jaar hebben de Heeren van de Ommelanden den Riligions
+Vrede mede aangenomen, insgelyks de Graave van Rennenberg; maar
+die van Groningen, uit haat tegen de Ommelanden, kantede zich hier
+tegen. Waarom Rennenberg een Landdag te Visvliet deed uitschryven,
+om alle questien aldaar tusschen de beide leden in der minne by te
+leggen. Doch de Groningers, als strydende tegen hunne verbonden,
+weigerden aldaar te compareren. Rennenberg deed derhalve zyn krygsmacht
+ontbieden, om zich van Groningen nochmaals te verzekeren; doende de
+stad voorts op den 22ste van May, aan de noordwestzyde, met omtrent
+2000 mannen, doch tot weinig schade der stad, berennen.
+
+Den eersten van Juny begonnen de belegeraars met die van binnen
+handgemeen te worden, neemende hun een groot getal beesten af. Daar
+tegen bragten die van de stad 2300 boeren uit hunne jurisdictien
+op de been: welke terstond met weinig krygsvolk op de vlugt wierden
+gedreven, en daar boven nog met geld geeven gestraft. Den 6de dito
+verstonden die van binnen, dat er buskruid in het leger ontbrak, deeden
+derhalven met hun geweld van welgewapende boeren en eenig krygsvolk,
+met het geschut voor aan, een uitval op de vyanden, hebbende by hen 600
+dienstmaagden, om het geschut te beschanssen. Dus in slagorde staande,
+wierd er aan weêrskanten dapper gevogten; waar door veele sneuvelden,
+en de partye genoodzaakt wierd te vlugten, welke tot aan de poorten,
+niet zonder verlies van volk, wierden vervolgt.
+
+Daar na begonnen die van binnen naar vrede te luisteren, geevende
+zich op den 10de van Juny aan de Staaten Generaal over: de Gouverneur
+Rennenberg deed zyn publyke intrede op St. Jans Dag in de stad;
+die aldaar de Magistraat veranderde, en dezelve met Staatsgezinden
+bezettede; den Riligions Vrede verkondigde, en de Gereformeerden de
+St. Walburgs en Minnebroeder kerk deed inruimen. Vervolgens heeft
+Rennenberg de fortresse Koevorden wederom vastgemaakt: doch toonde
+zeer kort daar na dat hy 't met de Staaten niet wel meende.
+
+Want in den jare 1580, den 3de van Maart, heeft de trouwlooze Graaf de
+stad wederom aan den Koning van Spanje gebragt, na dat hy dezelve maar
+9 maanden voor de Staaten Generaal als Gouverneur hadde geregeert. Hy
+had zyn voorneemen zo geheim weeten houden, dat, schoon hy beschuldigt
+wierd, van heimelyk correspondentie te houden met den Hertog van Parma,
+hy nochtans den Burgemeester Hillebrands, zynde de voornaamste daar
+die van de Gereformeerde religie zich op vertrouwden, des avonds,
+voor dat hy de stad onder zyn geweld bragt, bedroog, terwyl deze hem
+voorstelde alle de quade geruchten die er van hem gingen, en dat hy
+niet hoopte dat de Graaf iets quaads met hen voor hadde. Waar op de
+Graaf antwoorde: «ô Myn Vader! dien ik voor myn Vader houde! zou gy
+zulk een quaad vermoeden van my hebben? Wees hierin maar gerust:" en
+sloeg het hem dus uit den zin. Evenwel lag de Graaf op zyn luimen,
+laatende geen tyd passeeren; want op den tweeden van Maart, des
+avonds en des nachts, heeft hy met zyn geheele Hofgezin, en veele
+Spaanschgezinde burgers, als mede eenige verborgene krygsknegten,
+tegens den morgenstond, den 3de dito, hen gewapent. Zo dra als hy nu
+kennisse had bekomen, dat de Gereformeerde wacht in den dageraat was
+gaan slaapen, is hy met zyn volk, hebbende witte teekenen aan hunne
+linker armen, uit zyn logiment naar de Markt gereden, gewapent zynde
+van het hoofd tot de voeten, met de bloote sabel in de vuist, roepende:
+Sta by, sta by, goede Burgers! heden ben ik eerst regt Stadhouder dezer
+Landen. Op dit gerucht quam de Burgemeester Hillebrands, woonende
+in de Heerestraat, haastig met eenige Gereformeerden voor den dag
+springen, die direct op hem aanvielen: maar een van Rennenbergs knegts
+schoot op hem los, dat hy dood ter aarde viel. Waarom de anderen de
+vlugt namen. Eenigen wierden aanstonds gevangen genomen, en anderen
+verweerden zich noch in hunne huizen; maar daar bleef niemand dood
+als een perzoon. Voorts liepen en renden zij door de straaten,
+schietende naar allen, die het hoofd ter vensteren uitstaken. Daar
+na de stad doorzoekende, namen zy allen, die in der Spaanschgezinden
+ongunst stonden, tot over de 200 voornaamste burgers gevangen; waar
+van eenigen zeer qualyk wierden gehandelt; die evenwel naderhand door
+verscheidene middelen meest los quamen.
+
+Op dien zelven dag, als Rennenberg de stad voor den Koning van Spanje
+had hernomen, wierd dezelve wederom door Barthold Entes belegert, met
+13 vendelen soldaaten en 2 vendelen ruiters. Die van de stad maakten
+eenige beschansinge in de voorstad, gelegen op het Schuitendiep,
+en noch twee molenbergen buiten de stad, waarmede zy hunne beesten,
+die dagelyks in de weide gingen, beveiligden. Vervolgens zonden de
+Staaten Generaal den Graaf van Hohenlo, en Graaf Lodewyk van Nassau,
+met nog 16 vendelen naar 't beleg.
+
+Den 16de van May deeden de belegeraars eene attaque op 't
+Schuitendiep, alwaar zeer hevig gevogten wierd, en Barthold Entes
+zyn leeven verloor. Ondertusschen ontstond een gerugt in 't leger,
+dat de Spanjaarden, onder 't bevel van Marten Schenk, afquamen om
+Groningen te ontzetten. Hier op trok Hohenlo met eenige vendelen uit
+de belegeringe naar Hardenberg, Schenk te gemoet; alwaar het gevegt
+op den 16de van Juny, tot groote schade van den Graaf van Hohenlo,
+wierd gehouden. Overzulks wierd Groningen door Graaf Lodewyk, na ruim
+drie maanden belegert geweest te zyn, wederom verlaaten.
+
+Den 29 van July is Delfzyl door den Graaf van Rennenberg ingenomen;
+ook Enematil; doch wierd kort daar na door Hohenlo wederom herwonnen;
+ook joeg hy de Rennenbergschen uit de schans Weerdenbras, by de
+Ponterbrug, en nam daarop Koevorden in.
+
+Den eersten September is Enematil door de Rennenbergschen wederom
+ingenomen en geslegt.
+
+Den 4de dito wierd Hohenlo's volk by de Bourtange door de
+Rennenbergschen geslagen.
+
+Den 6de dito zyn de Rennenbergschen, door de Friesen uit Dokkum
+en Kollum, in 't klooster Aduard verrast en verslagen; waar op het
+klooster, uit vreeze van wederom overvallen te worden, is in brand
+gestoken; waar in de Rennenbergschen wel 300 mannen verlooren.
+
+Den 20ste dito won Rennenberg Koevorden; onder voorwaarde, dat de
+bezettinge, uit 200 mannen bestaande, met zydgeweer zouden mogen
+uittrekken.
+
+In dit zelve jaar, als de Stadhouder Rennenberg door ontrouw van de
+Staaten en Prins van Oranje was overgegaan tot den Koning van Spanje
+[95], en die van Leeuwarden door het blokhuis, dat noch vast was,
+en by hem bezet bleef, meende te dwingen, gelyk hy Groningen reeds
+al in zyne macht hadde; zo hebben de burgers, dit bemerkende, het
+zelve manmoedig ingenomen, en de wallen en sterktens geslegt: ook
+namen de Staaten de blokhuizen van Harlingen en Staveren mede in
+hunne macht, en roeiden uit de kerken der Paapen alle de beelden;
+en de kloosterinkomsten wierden allen geschikt tot onderhoud der
+Predikanten en schoolen.
+
+De Geestelyken dus uitgeroeit zynde, verkreegen die van Oostergo
+de eerste stem in hunne plaats; en de steden de vierde stem in
+landszaaken. Koevorden wierd vaster beschanst; en Harlingen met
+nieuwe wallen en gragten versterkt. En wegens de ongetrouwigheid
+van Rennenberg, zogten de Staaten zich van eenen anderen Stadhouder
+te voorzien.
+
+
+
+
+
+VII. STADHOUDERS DER STAATEN.
+
+
+1. Willem, Prins van Oranje, Graave van Nassau, enz., wierd van de
+Staaten van Friesland, om het Stadhouderschap van deze Provintie
+mede waar te neemen, begroet. Doch, om de moeijelykheden, daar de
+andere Provintien in stonden, gaf het hem ongelegentheid, om overal
+zelve te gaan; derhalven zond hy Merode, Heer van Rummen, om van
+zynent wegen het Stadhoudersampt als Luitenant te bedienen. Hier na
+belegerde Rennenberg Steenwyk; neemt de Kuinder en Slooten in; trekt
+naar Staveren, daar hy 't kasteel weder opbouwt; werpt te Makkum
+weder een nieuwe schans op, en stroopt langs de zeekust tot aan de
+Harlinger Poort. Waar door Friesland weder in 't uiterste gevaar quam
+om overwonnen te worden. Doch daarentegen ontzette de Overste Norrits
+Zwartsluis, 't kasteel van Hattem en Steenwyk; waardoor Rennenbergs
+loop ten eenemaal gestuit wierd, en al het voorgemelde weder by de
+Staaten herwonnen.
+
+De onzen verlooren ook een veldslag by Winsum, in Groningerland,
+dat Friesland in eene groote benaauwdheid bragt: maar als de Overste
+Norrits den vyand by Visvliet geslagen, en tot aan de poorten van
+Groningen verjaagt hadde, veranderde het zelve in vreugde. Even hier
+na wierd het bolwerk en wallen om Dokkum gemaakt.
+
+In den jaare 1581, in May, quamen de Rennenbergschen uit Aduard, om
+een schans op het Reidiep te maaken, om alzo den Heer van Nienoort
+uit zee af te snijden: doch hy wierd zulks tydig gewaar, en voorquam
+niet alleen hunne aanslag, maar bragt hen zelve in hinderlaag; waar
+door veelen der vyanden wierden verslagen.
+
+Daar na is Aduard door den Heer van Nienoort belegert; brengende
+grof geschut daar voor, om het klooster daar mede daadelijk te
+beschieten. Maar de Rennenbergschen van alom hunne macht byeen
+rukkende, trokken by Groningen over het Reidiep, om de belegerden te
+ontzetten. Nienoort was zulks wel verwittigt, maar door meerderheid
+van stemmen geresolveert de vyanden af te wagten: dewelke van achter
+het klooster straks quamen toeschieten: waar door de Nienoortschen de
+vlugt namen, achterlaatende verscheidene Officieren voor gevangenen, en
+eenige dooden aan hunne bespringers. Voorts trokken de Rennenbergschen
+op Aduarder-Zyl, en deeden het plaatsje aanstonds, doch vrugteloos,
+bestormen: maar met kanon daar voor komende, en een goede bresse
+geschoten zynde, quamen zy met de derde storm daar binnen; slaande
+doe alles dood wat 'er in was; waar onder Schelto Jarges, een zeer
+geleerd en dapper Kapitein.
+
+Den 9de van July sloeg Norrits de Rennenbergschen by Grypskerk, en
+vervolgden hen tot aan Groningen, waar van 700 mannen door de kling
+gejaagt, en veelen gevangen wierden genomen; vier stukken kanon,
+alle de bagagie, en veele paarden wierden tot buit gemaakt; zynde
+des overwinnaars verlies daar tegen zeer gering.
+
+Den 23ste dito is in Groningen overleden die trouwelooze Graaf van
+Rennenberg, Stadhouder van Groningen, enz.; zynde door eene knaaginge
+zyner confidentie geheel uitgeteert van mismoedigheid en berouw,
+om dat hy de Staaten Generaal zo ontrouw had behandelt; wordende
+begraven in St. Martens Kerk, in 't choor. Hy had in zynen laatsten
+levenstyd zyne zuster verstooten, die hem tot dezen afval vervoert
+had. Daar na is Francois de Verdugo wegens den Prins van Parma,
+als Stadhouder van Groningen, in des overleedens plaatze gestelt.
+
+De algemeene Staaten van gevoelen zynde, dat door deze geduurige
+vyandelykheden, de Koning van Spanje meer een openbaare vyand, als een
+beschermend Overheer was; hebben daarom geresolveert, hem van alle zyne
+voogdye af te zetten, en zyne gehoorzaamheid ten eenemaal afgezwooren:
+waar toe de Staaten van de andere Provintien, en Friesland mede, in
+dit zelve hebben bewilligt. Waarop des Konings wapenen alomme wierden
+afgebroken, uitgestreeken en vernietigt, de zegelen plat geklopt,
+en die der Staaten in deszelfs plaats gestelt.
+
+Rennenberg overleden zynde, heeft de Koning, die de landen daarom
+noch niet verlooren gaf, eenen Francois Verdugo, Heer van Schenge,
+tot Stadhouder gezonden; die met 1500 Waalen te Groningen komende,
+de Friesen zeer verslagen maakte.
+
+Aanstonds nam Verdugo Reide in. En kort daarna raakte hy in een gevegt
+tegen het Staaten volk, onder Norrits, by Noorthorn, dat hy deerlyk
+sloeg: alwaar omtrent de helft zo Grooten als gemeenen sneuvelde,
+en een groot gedeelte gevangen wierd genomen.
+
+Des de landlieden, in de wapenen gebragt zynde, hebben in 't dorp
+Oudeboorn een schans opgeworpen; welke van Verdugo aangevallen,
+maar afgeslagen is: waar op hy, na eenige plonderingen, uit het land
+weder vertrok.
+
+In den jaare 1582 heeft de Stad Groningen van den Koning van Spanje
+een bulle bekomen, omtrent het Stapelrecht.
+
+In den jaare 1583 heeft een Spaansch Overste, Taxis genaamt, Steenwyk
+door list ingenomen: en in Friesland vallende, de schans te Oudeboorn
+en Rotserschans ingenomen; en alomme het land door stroopingen en
+plonderingen geplaagt.
+
+In het zelve jaar in September is Oterdum door de Heeren van Nienoort
+en Azinga Entes verovert; jaagende de Spaanschen bezettinge daar uit,
+en deeden het plaatsje daar op versterken; waar mede zy veele dorpen
+daar omtrent tot contributie dwongen. Overzulks is Oterdum door de
+Spaanschen in de maand December wederom belegert: maar die van binnen
+dapper tegenstand biedende, is het beleg, wederom opgebroken.
+
+Omtrent dezen tyd overleed binnen deze sterkte de Heer van Nienoort,
+na eene langduurige ziekte, en wierd aldaar begraven; zynde een
+Edelman geweest, die naar zyn vermogen, groote diensten aan het
+Vaderland had gedaan.
+
+In den jaare 1584 heeft de Prins van Oranje den Graave van
+Merode uit Friesland opontboden, en Graaf Willem van Nassau tot
+Luitenant-Stadhouder in zyn plaats aangestelt. En, vermits de
+dagelyksche overvallen der vyanden, hebben de Staaten de schans in
+de Lemmer doen vast maaken.
+
+In dit zelve jaar, den 10de van July, wierd tot groote droefheid van
+den lande, binnen Delft, de Prins van Oranje, door een boosaardigen
+Franschman met een pistool doorschooten; zynde door de Spanjaarden
+daar toe verraadelyk omgekogt [96].
+
+2. Willem Lodewyk, Graave van Nassau, enz. wierd in deszelfs plaats
+van Luitenant-Stadhouder, door de Staaten van Friesland tot tweeden
+Stadhouder, na de afzweeringe van den Spanjaart, verkooren.
+
+Verdugo, de schans Oterdum op den 18de van September wederom belegert
+hebbende, liet dezelve aanstonds met twee stukken kanon beschieten:
+doch die van binnen, benevens de schepen die op de Eems lagen,
+bleven hun niet schuldig; waar door veelen van de belegeraars gedood
+en gequetst wierden. Daar na, in de maand December, wierd de schans
+gesecoureert door allerlei nooddruft, alhoewel de belegering noch
+zyn gang ging; doch met weinig voordeel. Maar op Lichtmissenacht in
+het volgende jaar, zyn de schansen van Verdugo voor Oterdum, door
+een geweldigen storm en watervloed weggespoelt; waar door veelen der
+belegeraars verdronken; zo dat Verdugo zich genootzaakt vond het beleg
+op te breken. Oterdum had weinig door 't water geleden, en wierd ten
+eersten herstelt met vier bolwerken, schoone gragten, en een haven,
+waar in omtrent 30 schepen te gelyk konden leggen, gemaakt.
+
+Den laatsten February deed Verdugo een vrugteloozen inval in
+Friesland. Maar de Westfriesen deeden insgelyks in Groningerland een
+inval van meer nadeel; verbrandende in de Marnkant, van Vierhuizen
+tot aan Baflo, meest alle de huizen af, om datze geen contributie
+wilden opbrengen.
+
+Omtrent dezen tyd, had Roelof Ketel een aanslag op Groningen, om deze
+plaats aan der Staaten zyde te brengen. Hy begaf zich derhalve met
+15 mannen daar binnen, verlaatende hem alleen op de slappigheid der
+wacht aan de poorten. Daar by was Graaf Willem van Nassau met 1500
+mannen in 't Drenth, om hem, zo de aanslag gelukte, by te springen:
+doch de zaak wierd ontdekt, en Roelof Ketel by den kop gevat zynde,
+wierd het hoofd afgeslagen en gevierendeelt.
+
+Insgelijks heeft Kapitein Schaay, leggende te Niezyl in bezettinge,
+een aanslag op Groningen gehad; zynde in een tyd dat de stad gebrek
+aan levensmiddelen had: maar dezelve voorts geproviandeert wordende,
+mislukte de aanslag.
+
+In den jaare 1585 hebben de Staaten de bestieringe der landen
+opgedragen aan Hendrik den derde, Koning van Vrankryk; maar die hen,
+om zyne eigene inlandsche oorlog, alwaar hy zelve zeer mede belemmert
+was, moeste afwyzen. Waar op hy Elisabeth, Koninginne van Engeland,
+tot bescherminge liet verzoeken: doch die Majesteit weigerde mede
+de volle heerschappye. Doch hier na, Prins Maurits in zyns vaders
+plaatze en bedieningen gestelt zynde, is van gemelde Koninginne
+de Graave van Leicester, als Overste van haare hulpbenden, naar de
+Nederlanden gezonden; die de Staaten naderhand tot Stadhouder der
+Nederlanden hebben aangenomen.
+
+Na dat de kloosterinkomsten, als wy boven reeds gemeld hebben, tot
+onderhoud van predikanten en schoolmeesters bestelt waren, heeft het
+de Staaten des Lands ook goed gedagt, uit de zelve ook een schoole
+van geleerdheid of Academie op te regten, en dezelve met bequaame
+leermeesters of professoren, en dat 'er verders toebehoort, mildelyk
+te voorzien; dezelve plaatzende binnen de Stad Franeker.
+
+In den jaare 1586 hebben de Spanjaards, over 't ys komende, alzo
+het zeer sterk gevrooren hadde, een uitval gedaan, trekkende met
+2500 voetknegten en 400 ruiters de Wouden in, door Lemsterland,
+en vernachtende omtrent Workum en Hindeloopen; van waar zy voorby
+Bolswert, over Marnzyl, door Schettens en Witmarsum, te Tjum zich
+nederzettende, quamen ten derden dage te Spannum en Winsum, welke
+dorpen zy beide in brand staken: en als zy veel gevlugt volk op de
+Winsumer toren gewaar wierden, zo stookten zy een zeer smookend vuur
+van onderen aan dezelve, om gemelde vlugtelingen te doen verstikken:
+waar door eene zwangere vrouw, gevoelende haare kleederen en
+hoofdhairen gezengt, uit de klokgaten sprong; en gevallen zynde,
+noch door een Spanjaard op de naakte borst getrapt, en zeer gewond
+geworden, waar door zy haare zinnen verloor: doch na twee maanden
+quam zy weder tot haare voorige kennis en verstand. En eene andere,
+met twee kinderen in haare armen, sprong uit het hoofd van den toren,
+en bragt het eene kind noch leevendig te Franeker. De onze in aller
+yl met 1000 voetknegten en een Cornet paarden daar na toe trekkende,
+vonden zich niet in staat om de vyanden te keer te gaan: des zy van
+Oosterlittens naar Boxum afweeken, op hoop van eenige hulp, om zich dan
+voordeeliger te kunnen te weêr stellen: maar de vyanden, hen spoedig
+nazettende, beletten dit, overvielenze, en een bloedige slag wierd
+getroffen, daar wederzyds veel volk sneuvelde; doch de onzen moesten
+eindelyk de vlugt neemen, zo naar Leeuwarden, als andere plaatzen;
+en een gedeelte wierd in de kerk bezet, en gevangen genomen. Van deze
+slag is zulken indruk in de gemoederen der menschen gebleven, dat 'er
+in Friesland niets bekender is, als deze Boxumer Slag, voorgevallen
+op den 17 January.
+
+In dit zelve jaar, ondernam Graaf Willem van Nassau een aanslag op
+Groningen: doch dezelve wierd door een zeer hoogen springvloed ontdekt
+en verydelt.
+
+In den jaare 1587, in September, had Graaf Willem van Nassau nochmaals
+eene vergeefsche aanslag op Groningen.
+
+Den 17de van December is een zwaare inbreuk van 't zoute water in de
+Ommelanden geweest, waar door alle hooge landen onder liepen, wezende
+het water byna zo hoog, als de Allerheiligen Vloed van den jaare 1570,
+maar deed zoo eene groote schade niet.
+
+In den jaare 1589, in 't begin van den zomer, had de Gouverneur Graaf
+Willem eene vergeefsche aanslag op Delfzyl; doch besprong Reide, en
+maakte daar een beschanst Eiland van: ook won hy de schans Eemetille;
+en kort daar na Swaagsterzyl en Soltkamp; zynde een schans in de mond
+van 't Reidiep, en dat stormenderhand, voor 't gezigte van Verdugo,
+slaande 80 mannen dood, en nam veele gevangenen mede.
+
+Daar na nam Verdugo Eemetille weder in; zond twee booswichten in 't
+leger by Kollum, om Graaf Willem te vermoorden: maar dezelve ontdekt
+zynde, wierden gevangen genomen en onthoofd.
+
+In den jaare 1590, in Maart, hebben eenige burgers en inwoonders van
+Groningen hunne stad en Staat onder de bescherminge van de Koninginne
+van Engeland gepresenteert: doch wierd hun geweigert. Waar op Verdugo,
+meer volk van den Hertog van Parma ontfangen hebbende, de schans
+Enematil besprong; trekkende van daar op Nieuwezyl. Ondertusschen
+quam Graaf Willem, Gouverneur van Friesland, afzakken, en legerde te
+Kollum; en alhoewel de legers ruim een uur maar van malkander lagen,
+viel er echter weêrzyds niets aanmerkelyks voor.
+
+In den jaare 1591, den tweeden van July, won Prins Maurits Delfzyl;
+waar in gevonden wierd 5 metaale stukken kanon, en 6 yzere
+gotelingen. Daar na deeden die van Friesland deze schans grooter
+en sterker bouwen; zelfs poogden zy daar van eene stad te maaken,
+en dezelve met groote Privilegien te begiftigen: om alzo de burgery
+van Groningen daar te trekken. Doch op hoope van Groningen ook te
+krygen, is zulks achter gebleven. Van hier trok het leger na de Opslag
+van Enematil, leggende op een water, genaamt Nieuwezyl, en dwong de
+bezettinge door geweld zich over te geeven, en met witte stokjes in
+hunne handen uit te trekken, sterk zynde 150 mannen. Voorts vertrok
+de Graaf naar Enematil, en beschoot de schans met 12 stukken kanon,
+tot dat de bezettinge zich op den 11de van July overgaven; als ook
+een weinig hier na de schans te Lettelbert.
+
+In den jaare 1592, in Augusty, heeft Prins Maurits de sterke vesting
+Koeverden belegert. Graaf Fredrik van den Berg had het bevel daar
+binnen, hebbende voor des Prinsen komste alle de huizen buiten de
+vesting in brand doen steeken.
+
+De belegeraars naderden hem met alle vlyt aan de loopgraaven,
+en benamen hun de sluizen; waar door zy het water uit de gragten
+leiden. Hier op begon het schieten aan weêrskanten dapper aan te
+gaan, wordende aan weêrszyden verscheidene mynen onder de wallen
+gegraven, die wel haast ter neêr of invielen. Den 7de van September,
+quam Verdugo met zyn krygsmacht voor den dag springen, hebbende alle
+witte hemden over hunne harnassen, om de belegerden te ontzetten. Hier
+op maakte Prins Maurits zich gereed, telde zyn volk in slagorder, met
+'t grof geschut vooraan, en ontfong der vyanden macht zo onbeleefd,
+dat door 't losbranden van 't kanon, een meenigte van hen over hoop
+en in 't moeras raakte. Daar bleven in 't geheel 300 mannen dood,
+behalven de gequetsten: en van 's Prinsen zyde bleven er maar 3
+mannen dood en 6 gequetsten, uitgenomen Graaf Willem van Nassau, die
+een schot, doch zonder gevaar, door 't dunne van zyn lyf kreeg. Daar
+na hebben die van Koeverden zich den 12de van September aan Prins
+Maurits overgegeven; mits met hunne vendelen, wapenen en brandende
+lonten uit te mogen trekken, behalven de Artillery en amunitie; daar
+wierden in gevonden 9 stukken kanon. Voorts is hier tot Gouverneur
+gestelt de Heer van Nienoort.
+
+In den jaare 1593, den 8ste van April, heeft Graaf Willem de
+Bellingewolderzyl beginnen te versterken, om alzo het fort de Bourtange
+te benaauwen. Hier tegen quam Verdugo met zyn leger by Vlagtwedde,
+in 't geheel sterk zynde 2500 mannen, doch derfde niets uitvoeren
+tegen dat vast maken.
+
+Den 29ste van Augusty nam Graaf Willem Wedde in; als mede de vaste
+pas Bourtange; 't welk aanstonts sterker wierd gemaakt, eer Verdugo
+daar by kon de komen.
+
+Daar na heeft Verdugo de sterke schans van Aduarderzyl; na den derden
+storm, met geweld ingenomen, slaande de geheele bezettinge dood. Van
+daar trok hy naar Wedde; dat hy ook in nam, en sloeg van de 117 mannen,
+die daar op waren, 50 dood. Voorts legerde hy zich voor de Bourtange;
+zynde dit fort tegenwoordig tamelyk sterk, en alzo dat 'er geen geschut
+voor gebragt konde worden; de wallen waren redelyk hoog, en de gragten
+wel voorzien van water. Vyf vendelen soldaaten, onder den Gouverneur
+de Jonge, lagen daar in bezettinge. Ondertusschen wierd Verdugo van
+andere gedagten; brak de belegeringe op, en trachte Graaf Willem
+aan te tasten; doch te vergeefs; hoewel er eenige schermutzelingen
+wierden gehouden, waar door veel volk is gebleven. Daar op trok
+Graaf Willem naar de Bourtange, neemende Wedde wederom in: en Verdugo
+naar Koeverden, beschanste daar de passagie; maar zyn volk is door
+ongemakken voor 't grootste gedeelte verstorven of verloopen.
+
+In den jaare 1594, den 12de van February, des nachts, hadden de
+Groningers een aanslag op Delfzyl: doch die van binnen hen tydig
+gewaar wordende, is 'er aan weêrskanten wel twee uuren lang scherp
+gevogten. Tot geluk van het Fort, was 'er een oorlogschip, daar omtrent
+leggende, dat wat nader aanquam, en de Groningers met 16 stukken kanon
+dwars onder hun hoop sterk beschoot, dat zy met groote schade moesten
+aftrekken, sleepende wel 35 sleden met dooden en gequetsten met zich
+naar de stad, en noch 7 dooden, dieze lieten leggen. Die van binnen
+verlooren een Kapitein, een Vendrig, een Sergeant, en 9 Gemeenen.
+
+Den 6de van May, quam Prins Maurits en Graaf Willem van Nassau met hun
+leger by Koeverden: welke aankomst van Verdugo bezigtigt zynde, hem
+deed resolveeren zyne beschansinge by nacht op te ruimen. Overzulks
+trok de Prins met zyn krygsbende direct naar Groningen; doende
+de stad op den 20 dito berennen, en aanstonds opeischen. Doch
+kreeg tot antwoord: Dat dit geen stad was, die zich zo haast konde
+overgeven. Prins Maurits liet derhalven al zyn oorlogstuig aan land
+zetten, en het kanon voor de stad planten. Onderwylen heeft Graaf
+Willem op den laatsten van May de sterke schans Aduarderzyl aangetast,
+hebbende over de 135 mannen tot bezettinge, en tot Commandant eenen
+Kapitein Prenger, die aan Graaf Willem ten antwoord gaf, als hy de
+schans opeischte: Dat hy het met hem zoude wagen, als met een meisje
+van 15 jaaren. Maar dit geviel hem niet wel; want de vesting wierd
+kort daar na zo gruwelyk sterk beschooten, datze dezelve met 'er
+haast beklommen en inkreegen; doe wierd alles aan stukken geslagen wat
+'er in was, uitgenomen 8 a 9 perzoonen, die 't ontquamen.
+
+Ondertusschen had Prins Maurits eenige andere schansen ingenomen,
+als Slogteren, Hogerbrugge, enz., waar door de leevensmiddelen in
+'t leger zeer goedkoop wierden.
+
+De Stad Groningen was zeer wel voorzien van een wel in de wapenen
+geoeffende burgerye; en geeft ander guarnisoen binnen hebbende,
+dan de slegtste burgerye en inwoonders, dewelke al voor langen tyd,
+als soldaaten onder vendelen geoeffent, in plaats van bezetting,
+van den Koning wierden betaalt: behalven deze, hadden zy krygsvolk
+van Verdugo altoos onder haar gebied; en hadden nu onder het beleg 5
+goede oude vendelen daar van, onder den Overste Luitenant Laukema,
+buiten de stad, op een gesterkte plaats aan 't Schuitendiep. Van
+krygstuig, voorraad enz., wasze alles wel voorzien. Die van de
+stad wenden vervolgens alles aan wat hun dacht dat den vyand zoude
+krenken. Waarom de Prins zyn begravinge van verre moest neemen, en
+aldaar zyne batteryen opwerpen, mits digt onder de stad de belegerden
+tegen-batteryen maakten; hebbende 400 groote tonnen met buskruit en
+geschut meer, als andere steden. De Groningers deeden verscheidene
+uitvallen, waar mede zy meenig braaf Kapitein en soldaat versloegen,
+en zelfs eenige vendels binnen bragten: weshalven de loopgraaven
+versterkt moesten worden. De belegeraars deeden alle afbreuk met
+hun geschut dieze doen konden; doch vorderden nochtans weinig,
+tot dat zy een poort met een brug, die na een rondeel liep, omverre
+hadden geschooten, eenige bolwerken ondergraven, en eenige gragten
+aldaar vulden, alles onder de bescherminge van 't geschut: dis deed
+de trouwe burgery gedwee worden, en begon naar verdrag uit te zien;
+overzulks zy Jan te Boer met brieven aan Prins Maurits en Graaf Willem
+uitzonden, om verdrag: wordende daarop weêrszyds gyselaars gegeven,
+en hielden op van schieten. Maar de burgemeester Jarges, zynde een hard
+Konings-gezinde, rukte een party voerlieden en schuitevoerders byeen,
+en stonden op tegen die geene, die van verdrag hadden gesproken. Hier
+na kregen de belegeraars een te smadelyk antwoord, te weeten, dat
+de belegerden besloten hadden, noch een tyd lang hun ontzet af te
+wagten. Hier op trad Maurits met Willem in de loopgraven, om een
+plaats tot een nieuwe batterye af te zien; ondertusschen komt een
+kogel zo sterk tegen de rondas, die Maurits voorgehouden wierd,
+dat hy achterover viel, doch zonder hem te quetzen.
+
+Den tweeden van July waren de belegeraars over de gragt, en wel 30
+voeten onder het rondeel gekomen, daar de heele stad haar winst of
+verlies aan hing. Drie dagen daar aan was de myn 30 voeten diep,
+en opgepropt met 5 a 6000 ponden buskruit, dat den 10de dito, des
+avonds, na het gegevene teeken, in brand wierd gestoken; waar door een
+groot gedeelte aarde, en alles wat 'er op was, in de lucht sprong,
+met wel 140 menschen; waar van twee in 't leger vielen, en de een
+noch leevendig: hier op vielen drie vendelen Schotten los, die straks
+meester van het rondeel waren, en alles, wat noch leevendig bevonden
+wierd, doodsloegen, blyvende daar in 't geheel wel 200 dood. Daar
+boven sneuvelden 30 Schotten, behalven noch twee Kapiteins. Dit
+bragt onder de gezamentlyke soldaaten, en onder de allerhartigste
+burgerye zulk een schrik, bevreest zynde voor meer ondergravingen,
+datzy op verdrag dagten. Over zulks zonden zy Gecommitteerden uit,
+zo wegens de Geestelyke, Magistraat en Ambagten der stad, als ook
+wegens den Overste Luitenant Laukema; en op Ostagiers handelende van
+den 16de tot den 22ste van July, met Prins Maurits en Graaf Willem
+van Nassau, zyn daar op met advis van den Raad van Staaten eindelyk
+overeen gekomen. Dus is Groningen en de Ommelanden op den 24ste van
+July onder Maurits gebied gebragt, na dat 'er wel 10000 schooten op
+waren gedaan, en 400 mannen voor zyn gebleven: waar tegen de belegerden
+ook 300 soldaaten en veele burgers hebben verloren. In de stad wierden
+gevonden 36 metaale stukken kanon, behalven de yzeren, en wierd daar
+over Graaf Willem van Nassau tot Stadhouder gestelt. Prins Maurits
+en Graaf Willem daar binnen komende, wierden verwellekomt door den
+klokspeelder, speelende de wys van den 6den Psalm. Daar na wierd
+de Magistraat verandert, wordende daar tot eerste Burgemeesters
+aangestelt, Mello Conders, Joachim Alting, Harmen Koning en Egbert
+Alberda. Voorts wierd de St. Martens Kerk van hare beelden gezuivert,
+en de eerste predikatie van de Gereformeerden daar in gedaan: doende
+de Magistraat en Burgerye daar na den eed van getrouwigheid aan Graaf
+Willem, hunnen Stadhouder en aan de Staaten Generaal.
+
+In 't zelve jaar is de Aartshertog Ernestus, van 's Konings wegen,
+in Nederland tot Stadhouder gezonden.
+
+In den jaare 1596 is uit last van de algemeene Staaten en den Prins
+van Oranje, het Collegie der Admiraliteit te Dokkum ingestelt; om
+alzo bequaamelyk over het werven der oorlogschepen van Friesland alle
+zaaken te kunnen beraamen.
+
+In het zelve jaar, den 24ste van Augusty, is Graaf Willem van Nassau,
+Stadhouder van Groningen, mede tot Gouverneur over het Landschap
+Drenth aangestelt.
+
+In dit jaar is de Cardinaal Albertus, Aartshertog van Oostenryk, tot
+Stadhouder des Konings, in Nederland gekomen; die naderhand huuwde
+met Isabelle, Dochter des Konings; en deze landen wierden hem tot
+een huwelyks goed toegezegt.
+
+Omtrent dezen tyd was 'er eene Friesche dochter, Margarita genaamt,
+zynde een jong vrouwsperzoon, of moedige Amazoone, en lang van persoon;
+deze heeft, in manskleederen, de Heeren Staaten zo binnen Oostende
+als elders zeven jaaren gedient, buiten kennisse haarer ouders, in
+alle eerbaarheid, eerst een spies gedraagen, en daar na een musquet
+gevoert, met een witte veder op de hoed, als een kloek en onvertzaagt
+krygsgezel, ja onder de Adelborsten gerekent, en zelve veele schansen
+om Groningen en Steenwyk helpen inneemen. Ten laatsten bekent geworden
+by haar medegezel, als zy een schoon hemd aandeed, hebbende groote
+borsten en rond opgewasschen, meer dan andere welgevleesde jongmans:
+op zyn vraage, heeft ze hem beleden, een vrouwsperzoon te zyn, dat
+hy verwonderende aanhoorde; is daar op met eere verlieft geworden, en
+in 't leger voor Koeverden met haar getrouwt. Zy waren noch woonende
+binnen Groningen in den jaare 1602, en veele jaaren daar na, een winkel
+doende van vette waaren, in alle stilheid en eerbaarheid huishoudende,
+en t'zamen geneerende. Deze Amazoone heeft ook een lied gedicht, de
+jonge Dochters tot liefde des krygs, om 't Vaderland te beschermen,
+na haar voorbeeld vermaanende. Zie E. v. Meteren [97].
+
+In den jaare 1597 verzogten die van Groningen aan de Staaten van
+Friesland, om Drenth en Twenth geheel vry te maaken, en den vyand
+van daar te vernestelen: welk verzoek uit last van de algemeene
+Staaten, door hulp van den Prins van Oranje, wierd vastgestelt: en
+alle sterktens en schansen, door de vyanden aldaar bezet, wierden
+overwonnen, namentlyk, Grol, Ootmarsen, Oldenzeel, Lingen, enz.
+
+In dit zelve jaar, den eersten van Juny, is de Overste Sonoy, gewezen
+Gouverneur van Noordholland, op Dyxterhuis, een Heerlykheid in de
+Ommelanden, overleden; wordende deszelfs ligchaam tot Peterbuuren in
+de kerk, in tegenwoordigheid van zyn Genade Graaf Willem van Nassau,
+Stadhouder van Groningen, begraven.
+
+Den 18de van Augusty was 'er een zwaare watervloed in deze landen,
+waar door de Delfzylen en anderen uitbarsten, en veele menschen en
+beesten verdronken.
+
+Den 8ste van December is Graaf Willem door de Groningers met groote
+toejuichinge ingehaalt.
+
+In den jaare 1599 is te Groningen door de Heeren Burgermeesteren en
+Raad het Burger-Weeshuis opgericht.
+
+In den jaare 1600 is te Groningen. omtrent de Heere Poort, wederom
+een kasteel gebouwt; zijnde ten zuidoosten van de stad, omtrent ter
+plaatze daar weleer de kasteelen van Graaf Edzard van Oostfriesland,
+en van den Hertog van Alva hadden geweest: welk kasteel over de
+400000 guldens quam te kosten. Ook wierd de burgerye ontwapent,
+en Jonker Casper van Ewsum met 800 mannen op gemeld kasteel gelegt.
+
+In dit zelve jaar ontstond 'er groote oneenigheid tusschen de Heeren
+van den Lande en Steden, over het stuk van de gemeene lasten en
+bezwaaringen te draagen: doch wierd door Gemachtigden van de algemeene
+Staaten en den Stadhouder weder bygeleit.
+
+In den jaare 1605, den 10de van Augusty, zyn te Groningen door
+de Heeren Burgemeesteren en Raad, in plaats van vier Kapiteinen
+der burgerye, hier Hopmans genaamt, acht aangestelt; en doende de
+Kapiteinen de nominatie van de Vendrigs, die door den Raad wierden
+geëligeert op den zelfden dito.
+
+Den 23ste van Augusty quam de Stadhouder Graaf Willem van Nassau
+met 18 vendelen, voetvolk en 6 compagnien ruiters binnen Groningen;
+waar door de stad van het haar gedreigde quaad bevryd wierd. Ook gaf
+men de burgerye hun geweer weder. Prins Maurits verzond ook eenige
+troupen ter versterkinge van Koeverden en de Bourtange; zijnde deze
+plaatzen alle met groote verbaastheid aangedaan, wegens de veroveringe
+van Lingen en Oldenzeel, door de Spaanschen, onder het commando van
+den Marquis de Spinola.
+
+Ambrosius Spinola met zijn macht in Twenth zijnde, om op Friesland een
+kans te waagen, en welk land de Koning van Spanje hem reeds ten erve
+had geschonken; doch, God zij gedankt, hem nooit heeft kunnen leveren,
+moest zich vergenoegen met Lingen en Oldenzeel, en dat Friesland in
+groote benaauwtheid bragt. Maar Graaf Willem hield binnen Koeverden
+een oog in 't zeil, zo dat Spinola die plaats niet derfde aantasten,
+en vertrok druipstaartende weder naar Vlaanderen, ook eenigzints door
+de natte zomer verhindert.
+
+In dit zelve jaar, in Maart, wierd met den Spanjaard een bestand van
+acht maanden geslooten.
+
+In den jaare 1608 was 't zo een harden winter, dat men van de Friesche
+kusten naar de vooreilanden, als Ameland, Ter Schelling, en ook naar
+Grind niet alleen, maar zelf naar de Hollandsche kusten van Harlingen
+af met paard en slede konde overjaagen. Gelyk een Ariën Wierds,
+den 9de van February uit de Haven rydende, voor 't poortsluiten te
+Amsterdam binnen quam. Ook drilde voor de Harlinger haven op het ys
+een compagnie soldaaten.
+
+In dit zelve jaar zyn de nieuwe fortificatiewerken van de Groningers
+begonnen, wordende de stad aan de zuidkant daar door vergroot; ook
+is een gedeelte van het Groninger kasteel, tegens de burgers aldaar
+gebouwt, wederom afgebroken.
+
+In den jaare 1609, den 9den van April, is te Antwerpen het twaalfjaarig
+bestand geslooten, tusschen den Koning van Spanje en de Staaten
+Generaal der vereenigde Nederlanden; zynde wegens de Provintie
+van Groningen aldaar gecommitteert Abel Conders, Burgermeester te
+Groningen, wordende het zelve op den 18de dito in 's Hage gepubliceert.
+
+In den jaare 1610, op Nieuwejaarsdag, hebben de burgers van Leeuwarden,
+na dat zy eenigen tyd met de Burgermeesteren oneens waren geworden,
+de deur van 't Raadhuis met een mast open geloopen, verbreekende de
+glazen, vensteren en alles wat hun voor quam.
+
+Een Jan Cornelisz. Femmes, bestond in dit jaar een reukelooze daad,
+spruitende uit een wedspel, waar in hy aannam, om een rond jaar te
+willen woonen op het Kamper Zand (dat een droogte is, gelegen tusschen
+Ter Schelling en Ameland, loopende met alle etmaalse vloeden onder
+water). Op voorwaarde gaf hy aan zyn medewedder paarden, wagen,
+ploegen, en andere huismans gereetschappen; zullende hy, by aldien
+hy zyn voorneemen een rond jaar uitvoerde, een groote zomme geld in
+tegendeel genieten. Hier op bouwde Jan den 2de van Juny aldaar op
+eenige roeden of stutten een huisje; en om het zelve by springvloeden
+of hooge watertyden om hoog te heffen, gebruikte hy een tistel of
+vyzel, waar door hy het om hoog kon opvyzelen, of doen zakken: en dus
+hielde hy 't het bestemde jaar volkomen uit; zynde eene ongehoorde
+zaak. [98]
+
+In den jaare 1611, den 25ste van January, heeft Graaf Enno van
+Oostfriesland de sterke vesting Lieroort aan haar Hoog Mogende de
+Heeren Staaten Generaal overgegeven.
+
+In den jaare 1612, en 't volgende jaar, is de stad Groningen rondom
+vergroot, doch meest naar 't noorden, en is doe vervolgens met zeven
+schoone groote poorten voorzien, benevens noch een kleen poortje
+bezyden het Schuitendiep; hebbende een zeer breede en hooge wal,
+met 17 dwingers of bastions en een diepe besloten gragt.
+
+In den jaare 1614 is de Academie te Groningen opgericht, onder het
+Stadhouderschap van Graaf Willem Lodewyk van Nassau. De inwydinge
+geschiede op den 23ste van Augusty. De eerste Professoren zyn
+geweest Ubbo Emmius, Professor in de Historiën en Grieksche Taal,
+als eerste Rector Magnificus. Herman Ravensberg, Professor in de
+Godgeleerdheid. Cornelius Pynaker, Professor in de Rechten. Nicolaas
+Mulerius, Professor in de Medicynen en Mathesis. Johan Epinus,
+Professor in de Philosophie en Ethicæ, en extr. in de Rechten,
+Guill. Macdowel, Professor in de Philosophie, Logicis, Phys:
+& Methaphysicis. De inleidings redevoeringe wierd uit naam der
+geheele Provintie gedaan, door Do. Pancratius, stads Syndicus. Na 't
+eindigen derzelve, deed Do. Ravensberg een andere, op deze handelinge
+passende. De eerste Rector in de Rechten, die hier zyn promotie bequam,
+was Hugo van Nyeveen; houdende zyn inauguraal dispuit op den 13de van
+November 1615, onder het Rectoraat van gemelden Professor Ravensberg.
+
+In den jaare 1616, den 18de van Maart, is Graaf Willem Lodewyk door
+de Groningers zeer plechtig ingehaalt.
+
+In den jaare 1618 is het Sapmeer droog gemaakt, en is het volgende
+jaar met gruppen en een doorgaande vaart voorzien. Waar op is gevolgt
+de aanvang en continuatie van deszelfs vaart of diep door 't hooge
+en wilde Veen, van Sapmeer tot aan Zuidbroek.
+
+In den jaare 1619 bequamen die van Staveren vernieuwinge en handhavinge
+van hun onderrecht.
+
+In dit zelve jaar, in July, is de Heerlykheid van Wedde, Westerwolde,
+Bellingewolde en Bleyham gekogt van Willem van den Hove, en den
+2de Augusty in den Raad geapprobeert, voor de zomma van 140300
+guldens. Voorts heeft de stad deszelfs possessie aanvaart, en is den
+21ste van September Edzard Rengers tot Drost, en Michiel Visscher
+tot Richter van Bellingwolde en Bleyham gekoren.
+
+In den jaare 1620, den laatsten van May, is binnen Leeuwarden
+overleden Graaf Willem, Stadhouder van Friesland; tot wiens loffelyke
+gedachtenisse die heerlyke begraafplaats of tombe in de Jacobyner
+Kerk is opgeregt; alwaar hy met zyn Gemalinne na 't leven in steen op
+uitgehouwen is: en is zedert dien tyd de rustplaats der Stadhouders
+altoos geweest en gebleven.
+
+3. Ernst Casimier, Graave van Nassau, enz., wierd, na 't overlyden
+van zynen broeder, in de maand Augusty, tot Stadhouder van Friesland
+verkooren. En die van Groningen, Ommelanden en Drenth verkooren Prins
+Maurits tot hunnen Stadhouder. In December begon het zo geweldig te
+vriesen, dat men wederom naar Ter Schelling en Ameland met paard
+en slede overjoeg. Het volgende jaar, den 2de van February, quam
+een Harlinger schipper, met een sleetje en stok in de hand, van
+Friesland, over den Fliestroom, te Harlingen binnen treden. Graaf
+Ernst, geleidende den jongen Koning van Boheemen, quam met gezelschap
+van over de 100 sleden, van Leeuwarden tot op de zee voor Harlingen
+afjaagen.
+
+In den jaare 1621, den 29ste van Maart, is de Burgerye te Groningen
+door de Heeren van den Raad in 12 vendelen verdeelt; wordende daar op
+den 30ste dito de Officieren gekooren, en den 13de van April door hun
+Edelheden goedgekeurt, dat voortaan de Vendrigs onder de Luitenants
+zouden staan.
+
+De volgende winter van het jaar 1621 en 1622 was het mede een
+harde winter; waar in Anna Sophia, Gemalinne van den Stadhouder,
+vergezelschapt met een compagnie soldaaten, en hun byhebbende
+gereedschap, van Enkhuizen naar Staveren langs het ys overquam.
+
+In den jaare 1622, in Augusty, deeden de Spanjaards een aanval
+op Friesland, trekkende met 800 voetknegten en 70 ruiters door
+Oudeberkoop, naar Schoot, om 't Heerenveen te overvallen. En vermits
+het Staaten Volk zich meest aan den Rhyn nedergeslagen had, waren
+slegts maar drie compagnien verstrooit in de Zevenwouden gebleven;
+dewelke, naar 't Veen rukkende, den vyand, die een geweldigen storm
+deed op een schansje of redout op den weg naar Schoot, wakker afkeerde,
+en veelen van zyn volk deeden sneuvelen. De vyanden, misleid zynde,
+waren van gedachten geweest, dat 'er boeren en geen soldaaten op het
+Veen lagen: en trokken na dit treffen weder af op Ommen: alwaar zy
+door des Prinsen volk van achteren bezet wierden, en in de kerk allen
+gevangen zyn genomen.
+
+In October is Ernst Lodewig, Graaf van Mansveld, met zyn krygsbenden,
+wel 5000 mannen uitmaakende, in Oostfriesland gevallen, bedervende
+de inwoonders en landen elendig, zelfs zodanig, dat zyn eigen volk in
+den jaare 1624 meest van honger verliep. Hy had zyn hoofdquartier in
+de vesting Lieroort; en eer hy vertrekken wilde, dwong hy Graaf Enno
+van Oostfriesland een groote zomme geld af.
+
+In den jaare 1623 was er een zwaare pestziekte in Groningen; als
+mede een groot oproer over het draagen der dooden: want op den 5de
+van Augusty zyn de oude lyken des voormiddags door de vrouwen, en de
+jonge lyken des namiddags door de maagden ter aarde gebragt.
+
+In den jaare 1624 deeden de Spanjaards, onder het bevel van Lucas
+Cayro, Gouverneur van Lingen, een inval in den Oldambte; zy staken
+verscheidene dorpen in brand, als Winschoot, Heiligerlee, Noordbroek,
+Scheemda en Slogteren; verzonden in alle omleggende plaatzen brieven
+van brandschattinge: waar door de huislieden afquamen om de brand
+af te koopen. Maar het geruchte der aankomst van den Oversten
+Stakenbroek, deed hen haastelyk de vlugt neemen, doch een grooten
+roof mede voerende.
+
+In den jaare 1625, den 8ste van Maart, is Oostfriesland door een
+schrikkelyke watervloed aangetast, alle dyken doorbrekende of
+beschadigende, zodanig datze met geen 800000 guldens te herstellen
+waren; en de huislieden, door de Mansvelder troupen ten eenemaal
+verarmt en bedorven zynde, hadden geen macht om die te repareren,
+dies de zee daar uit en in spoelde.
+
+In dit zelve jaar, den 23ste van April, is Prins Maurits, na een
+langduurige krankheid uitgekwynt zynde, in 's Gravenhage ontslaapen. En
+zyn broeder Frederik Hendrik wierd aanstonds in zyn plaats tot opperste
+Veldoverste verkooren.
+
+In dit jaar is Graaf Ernst van Nassau tot Stadhouder van Groningen
+en Ommelanden, en 't Drenth aangenomen.
+
+Den 29ste van December overleed binnen Groningen de Hooggeleerde en
+wydvermaarde Ubbo Emmius, Professor dier Academie.
+
+Omtrent den jaare 1627 is het groote Provinciale magazyn of
+Artilleryhuis alhier gebouwt, en het Orgel in 't H. Geest-Gasthuis
+nieuw gemaakt: ook het Orgel in de groote kerk, eertyds door Agricola
+gemaakt, vergroot en vernieuwt.
+
+In den jaare 1628, in Augusty, is de Nieuwe of Lange-Akkerschans
+volveerdigt, en daar in drie compagnien soldaaten tot bezettinge
+gelegt, onder den Gouverneur Roussel; dewelke in October de Dylerschans
+innamen; doch zyn 'er voort daar na door de Keizerschen wederom
+uitgejaagt.
+
+In den jaare 1631 wierd Prins Frederik Hendrik, behalven Holland en
+Zeeland, ook het Stadhouderschap van Gelderland, Utrecht, en Overyssel
+opgedraagen. Maar Stad en Lande hebben Graaf Ernst aangenomen.
+
+In dit zelve jaar, in de maand van May, ontstond door 't geheele
+Land een geweldige oploop van 't gemeene volk; waar door beide, zo
+Opper- als Onderregenten, by hen verdagt wierden, en alle aanzienlyke
+lieden in verachtinge quamen. En den eersten Augusty heeft Graaf
+Ernst Oldenzeel ingenomen, en des zelfs vestingen afgeworpen.
+
+In den jaare 1632 wierd Graaf Ernst, zo als hy van Venlo op Roermond
+aankomende, en den grond aldaar bezigtigde, van de wal met een vuurroer
+door 't hoofd geschooten; en echter wierd hy dien dag noch meester
+van de stad.
+
+4. Hendrik Ernst, Graave van Nassau, enz., wierd in de plaats van
+zynen vader tot Stadhouder van Friesland aangenomen; en weinig tyd
+daar na mede van Groningen, enz.
+
+In den jaare 1633, omtrent Pinxter, was 'er een watervloed in
+Oostfriesland, waar door al het koren op 't land verdronk.
+
+In dezen tyd trokken twee compagnien of 350 burgers uit Groningen
+naar de Bourtange; dewelke op het verzoek van haar Hoog Mogende de
+Staaten Generaal, en Advis van zyne Exellentie, op 10 stuivers daags
+naar buiten zouden marcheren, om hun vaderland te dienen, en op de
+vyanden te waaken; en hebben alzo hunne huizen en familien een tydlang
+vrywillig verlaaten.
+
+In den jaare 1634, wanneer de nieuwe Middelen, als Hoofd- en
+Schoorsteengelden, enz., ter ondersteuning van den oorlog, eerst
+in Friesland verpagt wierden, ontstond 'er in verscheidene steden en
+dorpen een groote oploop; waar door zommige Heeren en heerenhuizen zeer
+slegt mishandelt wierden: maar door inlegering van soldaaten wierden
+de voornaamste belhamels gevat, en alzo weder tot stilte gebragt. In 't
+begin van dit voorjaar strande aan Ameland een Walvis: ook schryft men,
+dat 'er op dit zelve Eiland mede in dit jaar vorsschen zyn geregent.
+
+In den jaare 1635 was 'er te Groningen een zwaare pestziekte, waar
+door over de 100 menschen in een week stierven.
+
+In den jaare 1636 is Oostfriesland door twee watervloeden aangetast:
+de eerste op den 24ste van Juny, en de andere op den 25ste van July,
+waar door de huislieden, wegens gebrek van hooy, hunne beesten naar
+andere plaatzen in de kost moesten besteden.
+
+In den jaare 1638, als het leger van den Prins voor de Graaf lag,
+en Graaf Hendrik naar 't huis te Gennip, om het zelve te bezichtigen,
+gezonden was, gebeurde het dat zyn paard op zekere plaats achteruit
+deinsde, en in een bedekte put tot op den grond nederschoot; maar
+Graaf Hendrik zulks voelende, in aller haast zyn voeten uit de beugels
+van de stegelreep rukkende, viel achter over de gemelde put heenen;
+buiten welke val hy elendig had moeten omkomen en versmooren.
+
+In den jaare 1640, is Graaf Hendrik, zullende in de belegeringe van
+Hulst een schansje of redout bespringen, doodelyk gewond geworden;
+na hy en de zynen ongemeen manhaftig gestreden hadden; en onder
+andere zyn broeder Graaf Willem, die reeds al op zyn derde paard was
+gestegen. En den 17de van July overleed gemelde Graaf aan zyn quetzuur,
+die door geheel Nederland zeer beklaagt wierd.
+
+5. Willem Frederik, Graave van Nassau, enz., wierd, na zyn broeders
+overlyden, tot Stadhouder van Friesland aangenomen. En de Prins van
+Oranje verkreeg het Stadhouderschap van Groningen en Ommelanden.
+
+In den jaare 1643 is 'er in veele landen door 't hooge water een
+onwaardeerlyke schade geschied, zodanig als by menschen geheugenisse
+niet was voorgevallen. In 't dorp Gaast spoelden de dooden uit de
+graaven. Door 't doorbreeken der dyken, was het land zo verre onder
+water, dat men dwars over het land van Groningen naar Zwartsluis
+konde overvaaren.
+
+In den jaare 1645, den 22ste van January, is Oostfriesland wederom door
+een watervloed overstroomt; waar door veele dyken wierden gebroken,
+en tot Embden, zo 'er gezegt word, de Corps de Guarde wegspoelde.
+
+Dit jaar, den eersten van September, quam de Stadhouder Prins Willem
+van Oranje te Groningen, om aldaar de doe zwevende verschillen by te
+leggen; wordende door de Magistraat en burgerye met groote eertekenen
+ingehaalt, 't guarnisoen in de wapenen, benevens 't losbranden van
+het kanon, enz.
+
+In dit zelve jaar, wierd de trekweg van Harlingen naar Leeuwarden
+gemaakt.
+
+In den jaare 1647, den 14de van Maart, is Frederik Hendrik, Prins van
+Oranje, in 's Gravenhage ontslaapen. En dien zelven dag deed zynen
+Zoon, Willem de tweede, den eed van getrouwigheid aan de Staaten.
+
+In den jaare 1648, den 30ste van January, is binnen Munster in
+Westfaalen, na een oorlog van over de 80 jaaren gevoert, eene vrede
+gemaakt, tusschen den Koning van Spanje, en de Staaten der zeven
+Provintien: door welke gemelde Koning deze Landen voor eigene en
+vrygevogtene landen heeft moeten verklaaren; en zyn recht op dezelve
+eeuwig en erflyk afgestaan.
+
+In dit zelve jaar gebeurde binnen Dokkum, op 't Raadhuis, een gering
+doch merkwaardig geval, zinnebeeldig op bovenstaande vrede; men zag
+een mossel een muis vangen: dat dus geschiede, een hoop mosselen
+aldaar leggende, quam de muis daar zyn aas zoeken, en een treffende,
+die gaapte, sloot de mossel haare schelpen toe, en de muis, in de
+zyde gevat, was gevangen.
+
+In den jaare 1650, den 27ste van October, is Prins Willem van Oranje,
+in 's Gravenhage, aan de kinderpokjes overleden.
+
+In den jaare 1651, den 22ste van February, was 'er een watervloed
+over de Groninger Provintie, en elders; waar door de dyken wierden
+gebroken en groote schade geschiede.
+
+Den 20ste van May is Graaf Willem Frederik van Nassau, Frieslands
+Stadhouder, te Groningen ingereden; wordende door de Magistraat en
+burgerye met groose staatsie opgehaalt, en ten zelven dage aldaar tot
+Stadhouder en Gouverneur over Stad en Lande aangenomen, gehuldigt,
+en in 't openbaar beëedigt.
+
+In den jaare 1653 is, uit vreeze voor de Engelschen, die zich voor onze
+kusten vertoonden, op Ameland, Ter Schelling, Flieland, enz., een goede
+wacht van krygsvolk gezet, om een waakend oog in 't zeil te houden.
+
+Niet lang daar na quamen zy voor de zeegaten van Texel en 't Flie,
+met schrobbers en bezems op de masten braveerende; willende daar door
+te verstaan geeven, dat zy als Meesters van de zee, dezelve hadden
+schoon gemaakt.
+
+Den 8ste van Augusty geschiede omtrent Texel het zeegevegt van
+drie dagen, waar in de Admiraal Tromp door een musquetschoot wierd
+getroffen, en dood op den overloop van 't schip ter neêrgeveld.
+
+In den jaare 1654 was 'er geheel Europa door een groote overvloed
+van graanen; alzo dat de Hollandsche kooplieden het zelve op hunne
+korenzolders niet kunnende bergen, naar Friesland moesten overvoeren.
+
+In den jaare 1655, den 10de van November, zyn de eerste trekschuiten
+tusschen Groningen en Leeuwarden gevaaren.
+
+In den jaare 1656, den 8ste van Februarij, heeft de Magistraat van
+Groningen, ter gelegentheid van de Raads-keur, voor de eerstemaal met
+Goude Boonen beginnen te looten; zijnde het zelve bevoorens altoos
+met gemeene Turksche Boonen gedaan.
+
+In den jaare 1657, den 17de van October, waaide het drie dagen lang
+zo een bittere stormende oosten wind, dat de zuiderzee en andere
+binnenstroomen het water op veele plaatzen ontliep; zo dat men van
+'t eilandje Ens droog over naar Friesland konde gaan. Odulfs Kerk,
+en andere oudheden, lagen by Staveren geheel bloot. Waar op volgde
+een felle en lange winter.
+
+In het zelve jaar, den 23ste van October, zyn te Groningen de 12
+vendelen burgerye door de Heeren van den Raad tot op 18 vendelen
+vermeerdert.
+
+Ook was 'er in dit jaar te Groningen zekere onlust; waar door eenige
+huizen wierden geplondert: doch door den Stadhouder Prins Willem
+wierdze wederom gestilt.
+
+In den jaare 1659, den 6de van Juny, is de Vorst van Anhalt, Joan
+Georg, met de Prinsesse Henrietta Catharina van Oranje, enz., zeer
+prachtig te Groningen in de St. Martens Kerk getrouwt. De ingang
+van gemelde kerk tot aan het Vorstelyke Trouw-Theater was rondom
+zeer heerlyk behangen, en met tapyten belegt. De Prinsesse Bruid was
+zeer prachtig gekleed, met een heerlyke kroon vol diamanten op haar
+hoofd, enz., wordende verzelt van de Keurvorstinne van Brandenburg,
+Graaf Willem van Nassau en zyne Gemalinne, Prins Maurits en meer
+andere Grooten. Hier na wierd de geheele stad vervult van vreugde,
+zo door konstige vuurwerken, losbranden van het kanon, enz.
+
+In den jaare 1662, den 28ste van February, heeft Oostfriesland door
+een watervloed wederom zeer veel geleden: want daar groote schade
+aan dyken geschiede, en tusschen Delfzyl en Embden 8 schepen vergingen.
+
+In den jaare 1663, den 30ste van October, liep Oostfriesland wederom
+geheel onder; waar door veele beesten wierden weggerukt, en groote
+schade aan dyken geschiede.
+
+In den jaare 1664, den 6de van July, is door Graaf Willem, Stadhouder
+van Friesland, de Eilerschans by verdrag verovert van den Bisschop
+van Munster.
+
+Den 21ste van Augusty, is Willem Frederik, gemelde Stadhouder, binnen
+Leeuwarden, aan een quetzuur overleden; welke hy van onderen in de kin
+door een pistool bekomen had, als hy de proef daar van zoude neemen:
+schryvende zelf: als zy geen vuur wilde geeven, doe zag ik daar na,
+en willende den stempel daar uittrekken, zo ging ze in dien tyd
+los. Nalaatende een Prins van 8 jaaren en twee Prinsessen.
+
+6. Hendrik Casimier, Graave van Nassau, enz., aan wien de Staaten
+des Lands al in den jaare 1659, by survivance of overlevinge, de
+toezegginge van 't Stadhouderschap, by 's Vaders leeven, hadden
+verleent, wierd nu mede het Kapiteinschap Generaal over Friesland
+opgedraagen; om deze bedieninge in het 20ste jaar zyns ouderdoms aan
+te vaarden.
+
+In den jaare 1665, in January, als Prins Johan Maurits, wederkeerende
+van Leeuwarden van de begraaffenis van Prins Willem Frederik,
+Stadhouder van Friesland, en door Franeker reed, zo schoot hy met
+zyn paard, op een oude valbrug zynde, in 't water ter neder; doch,
+schoon in gevaar van zyn leeven te verliezen, wierd hy echter noch
+onbezeert gereddet.
+
+Den 22ste van September trok de Bisschop van Munster, als een huurling
+en in dienst van Engeland [99], om Nederland aan deze zyde te plaagen,
+met zyne macht Twenthe en Drenthe in, daar hy alles verwoeste: en
+omtrent eene maand verloopen zynde, boorde hy by 't Roveen door; dat
+in Friesland geen kleene vrees veroorzaakte. Doch, voor Ommerschans
+afgeslagen zynde, vertrok hy naar Groningerland, en nam Winschooterzyl
+en Burgerschans in. Maar als hy een goede borstweering by Heiligerlee
+vond, en de Bourtang, Koeverden, Ommerschans en Friesland van alles
+wel voorzien zag, achte hy zich gelukkig, zonder van Maurits volk
+bezet te worden, zelve weder uit te geraaken.
+
+Den 5de van December was 'er weder een zwaare watervloed in veele
+Landen, die Zeeland, Holland, Friesland en de Ommelanden groote
+schade toebragt.
+
+In den jaare 1666, den 15de van July, heeft de dappere en manhafte
+Zeeheld Tjerk Hiddes, Luitenant-Admiraal van Friesland, terwyl hy
+met den Zeeuwschen Luitenant-Admiraal Jan Evertsz. den Engelschen
+Admiraal van de witte vlag aan boord lag, en zeer moedig streed, zyn
+been te gelyk met het leeven verlooren: zyn ligchaam wierd staatelyk
+binnen Harlingen ter aarde bestelt.
+
+Den 8ste van Augusty quamen de Engelschen, met menige scheepjes
+en vyf branders binnen 't Flie, daar zy de twee convojers, en een
+vloot van 170 koopvaarders in den brand staken; van welke ook veelen
+door de vlam verteert wierden: waar onder omtrent 30 schippers van
+Hindeloopen van hune schepen beroofd wierden; en ook eenige die 't
+ontvluchten. Daar op landen zy op Ter Schelling, en staken een onnoozel
+weerloos visschers dorpje in den brand: roemende in Engeland als of
+zy de geheele waereld gedwongen hadden. Maar Gods wraak vervolgde hen
+al te spoedig, alzo het beste gedeelte van de vermaarde stad Londen
+in vyf dagen, door een byna onuitblusbaare brand, in de assche wierd
+gelegt, tot een onwaardeerlyke schade van veele gegoede lieden. En
+de schade door 350 huizen, op Ter Schelling in den brand gestooken,
+had een geringe overeenkomst, tegen van hen ruim 35000 huizen door
+de vlammen verteert.
+
+In den jaare 1672, wanneer Louis de veertiende, Koning van Vrankryk,
+trachtende na het Oppergebied van geheel Europa, en reeds zulks in
+'t werk stellende, het niet voor 't geringste gedeelte van zyne
+uitvoeringen achtede, de zeven Vereenigde Nederlanden alvoorens af te
+loopen, om onder zyn geweld te brengen; en Friesland, een gedeelte
+daar af zynde, na de gelykheid van de leden van het zelve ligchaam,
+kon hier niet ongevoelig van zyn.
+
+Den eersten van Juny, of na de oude Styl den 22ste van May, moet voor
+een Schrikdag van geheel Nederland aangeteekent worden: van welken
+tyd zy geen 50 dagen konden tellen, of was meer als 80 van hunne
+sterkste steden en vermaardste beschansingen door den vyand ontbloot.
+
+Doe wierd Nederland met 6 legers, op 6 verscheidene plaatsen, te
+gelyk besprongen, namentlyk van 4 Franschen voor Orsou, Rynberk,
+Wezel, Burik, en 2 Bisschopschen voor Grol en in Twenthe. Na alle
+bovengemelde veroveringen, den vyand voorttrekkende, nam ook langs
+den Rhynstroom alle plaatzen in.
+
+Den 2de van Juny, ruktenze voorby Schenkenschans, daarze by 't Tolhuis,
+langs een droogte in den Rhyn, doorbraaken: zynde die plaats door
+den Oversten A. W. van Ailua met eenige Friesen dies tyds bezet. Waar
+op Mombas, schynende de Franschen eerst te willen tegen gaan, dwars
+heen en weêr met zyn ruitery door het Friesche voetvolk reed, dat
+zich zeer mannelyk weerde, alschoon zy door geduurig omzwerven,
+dan naar Nieumegen, dan naar Doesburg, Zutfen en Schenkeschans,
+zeer vermoeit en afgemat waren: geevende dien verraader Mombas daar
+door gelegentheid, dat het Friesche voetvolk onder de voeten van
+zyn ruitery, en diesvolgens in een groote verwarringe geraakte,
+zo dat zy genootzaakt wierden om quartier of lyfsgenade te roepen,
+en alzo elendig wierden overwonnen. Dit doorbreeken in de Betuw, door
+dien men meende, dat des vyands macht aan den Rhyn verbrooken zoude
+worden, was een droevig begin van alle volgende onheilen: waarom het
+ook in Holland zo een verbaastheid verwekte, dat men geene woorden
+zou kunnen uitvinden om het zelve uit te drukken. Waar op dat heel
+kort daar na het Sticht Utrecht mede onder de macht des vyands quam.
+
+Den 13de van Juny heeft geheel Overyssel zich by verdrag mede schendig
+aan den vyand overgegeeven. En zo is Friesland, door 't verlies van
+de Kuinder, Blokzyl, Zwartsluis, Steenwyk, Ommerschans en Roveen zyn
+plegtanker afgekapt geworden. Waar over de verbaastheid, ontroeringe,
+en flaauwhartigheid, die de winkels innam, de handwerken aan een zyde
+wierp, de Rechtbanken toesloot, de Academien en Schoolen ledig maakten,
+de lieden van angst en benaauwtheid uit hunne huizen deed loopen,
+den eenen tegen den andere aanstootende, en zo alles in verwerringe
+bragt. De vreeze en benaauwdheid was te grooter, om dat alles hen
+zo schielyk en onverwagt overquam: waar van geen eigener beeldenis
+kan vertoont worden, als ieder gevoelig mensch zich, in herdenking
+van dien tyd, in zyne gedachten voorstelle: en die het slegts in
+een eenvoudig en naakt verhaal wilde te kennen geeven, zoude woorden
+moeten uitvinden, om eenigzints uit te drukken. Om daar evenwel iets
+van te zeggen, zullen wy daar over, als ook over de eerste gevolgen
+van dien, de woorden van Mr. P. Valkenier, Pleitbezorger voor den
+Hove van Holland, hier by voegen [100]. Hy schryft:
+
+«De tydinge van dit schandelyk en haastig overgaan van de geheele
+Provintie van Overyssel, vloog aanstonds geheel Friesland en
+Groningerland door, en verwekte aldaar zo een groote vreeze en
+verbaastheid, als het doorbreeken der Franschen aan 't Tolhuis, en het
+verlies van Utrecht, in Holland veroorzaakte. Want elk stond verlegen,
+en verwagte alle omzien den vyand. Niemand wist wien het eerst zoude
+gelden; alzo het geheele land onbedekt, en zonder de minste afsnydinge
+voor hem open lag. Elk wilde met zyne beste losse goederen vluchten,
+maar niemand wist byna waar heen. Eenigen, die hunne goederen uit
+de steden wilden vervoeren, wierden dezelve of door oploop, of door
+plondering van 't gemeene volk kwyt. De Overheden, die mede wat meenden
+te bergen, moesten opentlyk het verwyt aanhooren, dat zy verraaders
+waren, en de gemeente in deze algemeene nood wilden verlaaten. De
+Regeeringe stond raadeloos, en het volk redenloos, alzo het zelve,
+als een pot te vuur, opliep, en voorts alles in verwarringe bragt. De
+Heeren Gedeputeerde Staaten van Friesland, ziende dat de geheele last
+van dit onheil op hunne schouderen aanquam, wierden te raade, om de
+Heeren Raaden van 't Hof van Gerichte te verzoeken, dat zy hen in deze
+verlegentheid met raad en daad geliefden by te staan. Waar op beide
+die aanzienlyke vergaderingen, tusschen den 13de en 14de van Juny,
+'s nachts, binnen Leeuwarden, in alle stilheid byeen vergaderden:
+alwaar voorgestelt wierd, de bedroefde staat van hunne Provintie. Hoe
+dat de doortocht van Meppel, regt naar Dokkum, en voort de Dongerdeelen
+in 't Bild door, tot Harlingen toe, om haare hoogte, niet konde onder
+water gezet worden. Dat de twee schansen, op die doortocht gelegen,
+als Breeberg en de Friesche Paalen, genoegzaam geslegt waren,
+en geen wezen meer hadden. Dat het krygsvolk, op hunne bezoldinge
+staande, tot bewaaringe der grenzen van andere Provintien zodanig
+was gebruikt, dat 'er tot bezettinge van hunne eigene Provintie,
+niet een eenige soldaat over was, als alleen eenige compagnien onder
+den Luitenant-Generaal Ailua, die uit Overyssel quamen afzakken. En
+dat hunne wapenhuizen en de wallen der steden van geschut, wapenen
+en leevensmiddelen onvoorzien en geheel ontbloot waren, en alzo in
+'t geheel niet of weinig voorraad ter verweering. Hier op begon men
+te beraadslagen, hoe men de Provintie op het beste zoude bewaaren uit
+den tegenwoordigen nood en gedreigde gevaaren, die hen zo na boven
+'t hoofd hingen. Waar op wierd voorgeslagen, dat zulks zou moeten
+geschieden door een van deze twee middelen: of gemeenzamerhand en met
+alle ernst trachten te verweeren, en het uiterste te waagen: of dat
+men zich met een algemeene overgeeving der Provintie uit die onheilen
+zoude redden: en ingevalle van overgeeving, dat men dan behoorde
+indachtig te zyn, met wat voorwaarden men de gemeene welvaart het
+best zoude kunnen verzekeren.
+
+«Na eenige onderlinge strydigheden, en na dat de Predikanten der
+stad Leeuwarden mede in deze vergaderinge verschenen, die byzonderlyk
+aanbevoolen, het stuk van godsdienst en gemeene vryheid, wierden alle
+zwaarigheden aan eene zyde gestelt, en een moedig en hartelijk besluit
+genomen, om, tot behoudinge van godsdienst en vryheid, gezamentlyk
+het uiterste te waagen, en goed en bloed tot den laatsten droppel aan
+te leggen. Men zond aanstonds uit het midden van deze vergaderinge
+eenige Heeren aan hunne Hoog Mogende, aan de Staaten van Holland,
+aan die van 't Noorder Quartier, aan die van Stad en Lande, en aan
+die van Amsterdam: welke alle, daar na, zonder troost of de minste
+hulpe weder te rugge zyn gekomen. Men besloot, om alle sluizen open,
+en alle Polders en bedykte landen onder water te zetten. Men deed
+een opontbod van alle Steden en Grietenyen; die daar op met vreugde
+uittrokken na het Heerenveen, om zich daar met de weinige aankomende
+krygslieden, onder den Heer Luitenant-Generaal Ailua, te vereenigen,
+en een legertje uit te maaken; om daar mede den vyand te verwagten,
+en te betoonen, dat zy noch van 't regte bloed der oude en beroemde
+Friesen waren, die in standvastigheid alle volkeren overtroffen." Dus
+schryft die Hollander.
+
+En alschoon het geruchte, wegens dat merkelyk verlies van de Friesche
+krygslieden aan het Tolhuis, van welke slegts maar eenige weinigen
+door den Oversten Hans W. van Ailua, ter naauwernood uit Zwol gered,
+naar de grenzen van Friesland, tot onder Leeuwarden quamen afzakken,
+de verslagentheid niet verminderde; zo begon echter evenwel de moed
+weder aan te wasschen, door 't bovengemelde legertje, dat ondertusschen
+tot 13 a 1400 soldaaten vermeerderde, behalven een goed getal burgers
+en boeren, die 'er dagelyks toevloeiden. Dit gemelde legertje wierd
+zeer voorzichtig, onder het beleid van den Heer Ailua, op de grenzen
+in een geduurige beweeging gehouden, op dat niemand van de Bevelhebbers
+konde weeten, hoe sterk of zwak het was.
+
+Middelertyd, als de vyand zyn aantocht over Steenwyk, op Friesland
+had genomen, bequam hy tyding, dat de Friesen met de Groningers zich
+wakker tot tegenweer stelden; waar over de Bisschop van Munster
+zeer bulderende en geweldig tegen de Friesen uitvoer, barstende
+onder anderen in dezen Bisschops vloek uit: Der Teuffel hoole die
+Pfhaffen! waar door hy de Predikanten van Leeuwarden verstond. Des
+hy van voorneemen veranderde, achte het dienstiger naar Koeverden
+te zetten, en heeft eerst d' Eiler-, Oude- en Nieuwe Schans,
+Winschooterzyl, en 't Huis te Wedde, met alles wat 'er by of omtrent
+was, zonder slag of stoot ingenomen: de Bourtange eischte hy mede op,
+en bood aan den Commandeur of Opperbevelhebber Prot 200000 guldens,
+en aan ieder Kapitein of Hoofdman 50000 guldens, by aldien zy zich
+wilden overgeeven. Maar de Bevelhebber Prot gaf hierop tot antwoord:
+dat hy eerst met den Bisschop wel een gesprek wilde houden, daar hy
+hem zo veel kogels zou vereeren, als hem guldens waren aangeboden.
+
+Hier na hield de Bisschop een krygsraad, en de vraag was, of men
+Friesland, of Delfzyl, of Groningen zoude overvallen? Het laatste
+wierd by hem beslooten. Doch van dien tyd af wierd hy wel degelyk
+in zyn raad verbystert, en in zyn voortgang zodanig gestuit, dat hy
+daarna niet een voet aarde meer heeft gewonnen.
+
+Uit de zeesteden zond hy kapers uit, om de Zuiderzee onveilig te
+maken: dat, zo men zegt, geen drie dagen voortgang had: want alle
+zyne vaartuigen wierden hem afhandig gemaakt: gelyk ook eenige van
+zyn volk, meenende het eilandje Urk uit te plonderen, wierden van de
+inwoonderen gevangelyk naar Enkhuizen gevoert.
+
+De steden ondertusschen, waar eenige schyn van bescherminge was,
+herstelden haare vestingen. Gelyk mede aan elke zyde van den Zwarten
+Weg, omtrent neeven Meedum wierd een schansje gebouwd, en by Tietjerk
+een schoone borstweering, reikende langs de weg naar Hardegaryp.
+
+En door dien men bedugt was, of men in 't toekomende een geweldigen
+vyand, of overlastige stroopers te gemoet zag, hebben die van
+Hindeloopen, ten opzichte dat zy voor 't grootste gedeelte aan de
+zee genoeg bevryd waren, aan de zuidoostzyde, daar zy aan 't land
+vast zyn, een vesting van drie bolwerken opgeworpen: bestaande de
+werklieden uit de burgerye, die zulks uit eigen drift gewillig bij
+der hand namen: maar, nadien zy by ongelegentheid van dien tyd geen
+onderstand of fortificatiepenningen, in gelykheid van andere steden,
+uit de Gemeene Lands Middelen hebben kunnen bekomen, zo hebbenze het
+verdere opmaaken tot op beter gesteltheid van tyden willen opschorten.
+
+In deze dagen hebben de Bisschopschen uit de Kuinder de Lemmer
+opgeeischt, en zoudenze overvallen hebben, ten waare zy de wagens met
+vlugtelingen langs de wegen niet voor toevoer van krygsvolk hadden
+aangezien: daar zij slegts een borstweering met eenige stukken geschut
+op de zeedyk hadden toegestelt; welks toegang zy in 't verborgen
+bedekten met heimelyk aan een gekeppelde eggen.
+
+Den 4de van July heeft de Bisschop van Munster de sterke fortresse
+Koeverden met een macht van 16000 mannen belegert, doende dezelven
+dag noch aan de loopgraven werken. De twee volgende dagen liet hij zo
+een groote menigte bommen en granaaten werpen, dat het tuighuis daar
+binnen, met verscheide daar bystaande huizen, in brand geraakten. Den
+7de dito liet hij de plaats opeischen, en eerlyke voorwaarden aan de
+bezettinge aanbieden. Doch de Commandant Johan van Burum [101], na
+die niet willende luisteren, wierd 'er overzulks aan weêrskanten noch
+dapper vuur gegeven, tot den 10de der maand; wanneer de Bisschop de
+plaats voor de tweedemaal opeischte. Ter zelver tyd zond de Commandant
+drie Officieren aan den Bisschop, die den 12de de overgaaf der plaats,
+zonder consent van den Bevelhebber, doch op eerlyke voorwaarden,
+beslooten. Maar de Bisschop had Koeverden zo dra niet in 't bezit,
+of betoonde zyne trouwloosheid en barbaarsche wreedheid aan de
+uittrekkende soldaaten.
+
+Ondertusschen maakte de Overste Ailua, met 1200 uitgeloote of
+gecommandeerde burgers en soldaaten, eenen aanslag op de Kuinder;
+alwaar de Bisschopschen veel roof hadden te hoop gesleept. Zy zouden
+het vermeestert hebben, en hadden reeds al 200 mannen van den vyand
+ter nedergeschooten, ten ware de besprookene Hollandsche kaapers,
+wegens onstuimig weder opgehouden, hadden kunnen aannaderen, en de
+vyand mede geen haastig ontzet van 2000 mannen, zo uit Kampen, als
+Zwol had bekomen. Waar op de Friesen, dit ziende, met verlies van 30
+mannen, weder aftrokken. En zy afgetrokken zynde, hebben de vyanden
+het zelve uitgeplundert en hunnen buit vervoert.
+
+Den 16de van July is de Friesche Brandwacht, leggende tusschen Bergum
+en de Drachten, niet wel op hun hoede zynde, van 13 standaarden
+Bisschopsche ruiters overvallen geworden. Doch zich in tyds noch
+naar het gros van 't leger te Bergum begeevende, quam het terstond in
+roeren, en viel de ruitery daar op in. Waar door de vyanden achteruit
+deinsden, en de Friesen alzo tot nevens hunne hinderlaagen uitlokkende,
+die het byna te quaad zouden gehad hebben, door dien een party volk
+van den vyand in 't korenland verborgen lag; doch echter, door hunne
+manmoedigheid, drevenze de Bisschopschen te rugge, met verlies van
+van 150 ruiters, en maar 25 van hunne Friesen.
+
+Daar na wierd de stad Groningen, op den 19de van July, door den
+Bisschop van Munster en den Keurvorst van Keulen, met eene macht van
+22000 mannen, aan de zuidkant by twee poorten belegert. De stad had tot
+Gouverneur Karel Rabenhaupt, een dapper en ervaaren Kapitein. De Hertog
+van Holstein Pleun had het bestier van het voetvolk, en de Colonel
+Stoltzenburg van de ruitery. De bezetting bestond in 't begin maar
+uit 24 compagnien voetknegten, 4 standaarden ruiters, en 3 vendels
+dragonders, die alle te zamen omtrent 2000 mannen uitmaakten. Maar
+zy wierd meer dan de helft versterkt, door de 18 vendelen burgers,
+die geweer voerden. Daar na wierden 'er noch vier compagnien van
+Advocaaten en andere lieden, die tot dezen tyd toe vry van de wacht
+hadden geweest, en een compagnie studenten, 150 mannen uitmaakende,
+opgericht: en voor dat de stad noch geheel berent was, quamen 'er 200
+met byltjes gewapende mannen, uit het regiment van Koningsmark binnen.
+
+De sterktens en magazynen waren in goeden staat, met overvloed van
+wapenen, krygs- en leevensbehoeften voorzien; de Magistraat meende
+het zo wel als het volk, en waren altemaal de bevelen van Rabenhaupt
+onderdanig.
+
+Deze Gouverneur de belegering al van langerhand voorzien hebbende,
+had derhalven alle de huizen en tuinen, die buiten die kant van de
+stad stonden, doen verbranden of slegten. Op de eerste aantocht der
+vyanden deed hy de sluizen openen, en de dyken doorsteeken, om alzo het
+land rondom te laten onder loopen. Doch dit weerhield den Munsterschen
+Bisschop niet, den 22ste van July zyne krygsbenden te doen aannaderen,
+en dien zelven avond aan de loopgraven te laaten werken. Hy deed den
+27ste dito van een battery met 5 stukken kanon op de stad schieten;
+maar de braave konstapels, waar van de stad voorzien was, maakten
+de geheele battery, eer den dag ten einde was, onbruikbaar. Des
+anderendaags liet de Bisschop de mortieren te werk stellen, en met
+bomben en granaaten op de huizen werpen; doch door de goede voorzorg
+van Rabenhaupt en de naarstigheid der Mennoniten deden ze weinig
+schade. Maar de volgende dagen schooten de belegeraars geweldiger,
+waar door in de stad groote schade wierd veroorzaakt; 't welk de
+inwoonders noodzaakte met hun huisgezin naar het noordergedeelte van
+de stad, daar zy niet komen konden, te vertrekken.
+
+Rabenhaupt schikte zyn mortieren zodanig op de wallen, dat hy op 't
+laatste van de maand de wyken van den Bisschop, en van de Keurvorst
+zeer begon te beschadigen. Hy liet verscheide uitvallen doen, waar
+door de belegeraars genootzaakt wierden met verlies te wyken, en
+nieuwe werken te beginnen. De burgers, die de beveelen des Gouverneurs
+gehoorzaamden, droegen zich zo manhaftig, als de beste in den oorlog
+geoeffende en geschikste krygsbenden. De Studenten queeten zich op
+zo een verwonderenswaardige manier, dat de Staaten der Provintie
+Gedenkpenningen tot hunner eer lieten slaan, om deszelfs geheugenis
+voor de nakomelingen over te laaten. Inmiddels zagen de belegeraars
+het getal hunner bomben verminderen, zonder veel uit te werken; en
+daarom begonnenze in de maand Augusty met gloeiende kogels te schieten:
+daar waren 'er geen dan de eerste die schade bybragten, want door den
+grooten yver der Mennoniten wierden 'er veelen uitgedooft. Daar na
+zond de Bisschop een trompetter en een tamboer aan den Magistraat,
+om eerlyke aanbiedingen voor te stellen, indien zy de stad wilden
+overgeeven. Doch hem wierd te kennen gegeven: dat in 't algemeen
+beslooten was, het uitterste af te wagten, en de stad, die een nieuwe
+versterkinge van soldaaten, kruid en geld bekomen had, van volk en
+allerlei behoeften voor veele maanden was voorzien, te verdedigen.
+
+Het vuur van 't geschut en de bomben ging echter met dezelve hevigheid
+voort, tot dat het den 25ste van Augusty op de middag begon te
+verslappen, en de Bisschop de geheele hoop verloor van een generaale
+storm te waagen. Na dien tyd hoorde men in zyn leger niet meer als met
+musquetten schieten; 't welk de belegerden deed denken, dat zyn geschut
+onbruikbaar was, en vreesden derhalven voor een krygslist: doch 300
+van de ongeduldigste mannen deeden een uitval op de loopgraven van den
+Keurvorst van Keulen, daar zy een groot bloedbad maakten, en eenige
+gevangenen mede in de stad bragten. De volgende nacht liet de vyand
+het gros des legers opbreeken, laatende de mynen, die zy vervaardigt
+hadden, springen, en verlieten alle hunne werken. Rabenhaupt kreeg
+hier kondschap van, deed daar op den 27ste dito de batteryen in brand
+steeken, de gragten vullen, en de wapenen, krygsbehoeftens en tuig,
+dat de vyanden achtergelaaten hadden, daar uit halen. De stad wierd
+den laatsten dag geheel verlaaten; welke dag door vasten en bidden
+gevierd wierd, om God over deze gelukkige verlossinge te danken.
+
+Het verlies der belegerden was zeer gering, na de groote meenigte
+kogels, bomben, en granaaten, die op hen geschooten en geworpen waren;
+en daar wierden geen 100 menschen verloren. Maar dat der vyanden was
+zeer groot: van 22000 mannen, die zy in 't begin des belegs sterk
+waren geweest, gingen 'er maar 12000 te rug; waar onder men 1400
+zieken rekende: 600 quamen 'er in de stad overloopen, en 5000 begaven
+zich naar andere plaatzen, zo dat 'er omtrent 4500 dooden waren,
+waar onder de 3 Kolonellen, 2 Luitenant-Kolonels en 63 Kapiteinen
+wierden gevonden.
+
+Den 13de van Augusty heeft de Heer Dirk Baard en Kapitein Hania,
+geleidende 450 mannen van de Friesche burgery, en met verscheidene
+vaartuigen omtrent Blanckenham landende, Blokzyl vermeestert: de
+burgery van binnen had een goed gesprek met dezelve, en opende de
+poorten, ter beschaaminge van geheel Overyssel. Aanmerkelyk was 't,
+dat, terwyl de vyanden de zuiderpoort uitvluchten, zekere Mennoniet
+veelen van dezelve in zyn huis riep, zeggende, dat zy zich alle aldaar
+voor de eerste oploopentheid der Friesen konden verbergen, en leverde
+alzo by de 70 Bisschopsche soldaaten in handen van de onzen gevangen.
+
+Den 2den van September, als de Kuinder, door het overgaan van Blokzyl,
+nu van toevoer afgesneden was, heeft Kapitein Holbarent, met 240
+mannen, een aanval op dezelve gemaakt, met gering verlies van volk,
+alzo de Bisschopschen, schoon 250 mannen sterk, na eenige weinige
+tegenstand, de vlucht namen; achterlaatende eenigen buit, een karos
+en gespan van 6 paarden, en 28 gevangenen: zynde hunne voornaamste
+roof al te vooren weggepakt.
+
+Van den eersten September af begonnen de Groningers ook hunne handen
+ruim te krygen. En alles van binnen wel bestelt hebbende, heeft de
+Overste Jorman, met 2000 mannen, zo voetvolk als ruitery, Winschooten
+vermeestert. Waar op de vyand, door vreeze, de Winschooterschans, Zyl,
+'t Huis te Wedde, en Brugschans aanstonds heeft verlaaten.
+
+Tusschen den 8 en 9de van September, zyn de Bisschopschen, met een
+groote furie, tot driemaalen in die zelve nacht, op de Schans van 't
+Heerenveen aangevallen; doch telkens manmoedig afgeslagen, alhoewel
+daar eene kleene bezetting in lag: hebbende de onzen voorheen een
+Ritmeester, een Luitenant, een Cornet, en 4 ruiters gevangen bekomen.
+
+Den 17de van October is de Oude Schans door de Groningers, onder
+het commando van den Oversten Eybergen, wederom belegert, en met
+grof geschut beschooten. De belegeraars maakten zeer kort zo een
+benaauwtheid, door hun sterk schieten, in deze schans, dat die van de
+Nieuwe Schans, versterkt zynde met veel volk uit Munsterland, afquamen
+om de belegerden te ontzetten. Doch Eybergen wierd zulks tydig gewaar,
+zendende derhalven 250 mannen, onder het commando van den Oversten
+Wachtmeester Wyllers, met twee stukken kanon vooraan, hun tegen,
+stellende hen by Stoksterhorn in slagordre. Hier op quamen de vyanden,
+omtrent 1500 mannen sterk zynde, den 25ste van October op hen los:
+maar Wyllers hen zeer na onder het geschut laatende komen, deed hy tot
+twee keeren een generaale losbrandinge onder de vyanden; waar door zy
+ten eenemaal in confusie de vlugt namen, wordende veele Bevelhebbers
+en soldaaten doodgeslagen en eenige gevangenen mede gevoert.
+
+Daar na verzogten die van de Oude Schans op den 27ste dezes te
+capituleren: 't welk den zelven avond noch wierd geslooten; wordende de
+plaats voort des anderendaags met 7 vendelen Staatsche troupen bezet.
+
+Den 26ste van December heeft de Gouverneur Rabenhaupt, na dat hy alles,
+wat tot den aanslag op Koeverden noodig was, had laten vervaardigen, en
+waar toe een harde vorst, daar op een haastigen dooy en zwaare nevel,
+hem grootelyks bevoordeelde, deed hy het ys in de gragten om Groningen
+opbreeken. Hy gaf het opperbevel aan den Kolonel Eybergen; dat van het
+voetvolk aan den Oversten Wachtmeester Wyllers; en dat van de ruiterye
+aan den Majoor Jan Hendrik Sikkinge. Voorts liet hy de konstapels
+en grenadiers aannaderen, en het overige van het kleine leger, dat
+niet boven de 400 paarden en 1000 voetknegten sterk was, begaf zich
+in aantocht op den 27ste der maand. Den 30ste dezes, des morgens ten 3
+uuren, quamen zy voor Koeverden, en verdeelden zich in drie ligchaamen,
+ieder op zyn bestemde post. God gaf, om den aanslag te begunstigen,
+met het aanbreken van den dag zo een zwaare mist, dat de geene, die
+malkanderen aanraakten, zich niet konden onderscheiden. Zy naderden
+daar op tot aan de conterscharp, zonder ontdekt te worden; maar door
+de biesbruggen over de gragt te leggen, wierdenze van de schildwacht
+ontdekt; die daar op alarm maakte. Voorts quam de bezettinge in de
+wapenen, en gaven dapper vuur van de wallen. Doch dit weerhield de
+bespringers niet, van tot aan de afschutzels en stormpaalen van de
+conterscharp te geraaken, die zy met bylen omverre hakten.
+
+Hier op wierden de wallen, doch met groote moeite en verlies van
+hun volk, beklommen; zy geraakten 'er op, en overweldigde den vyand
+met het rapier in de vuist, en wierden meester van de poorten des
+kasteels. Hier op overstelpte de vreugde de overwinnaars zodanig,
+dat de Bevelhebbers, in hunne eerste ontmoetinge op 't kasteel,
+geheel als verstomd waren: tot dat eene, als uit verrukkinge van
+zinnen opryzende, zeide: Wel hoe is het mogelyk! Waar op dezelve zeer
+wel voegende ten antwoord kreeg: Dit is niet anders als Gods hand.
+
+De Gouverneur Jan de Mooy wierd 'er gedood, na dat hy zyn plicht
+als Commandant zeer wel had waargenomen. Maar door zyn verlies liet
+de bezettinge de moed zakken, waar van 'er 700 weerbaare mannen in
+gevonden wierden; die daar na zagen, datze door de groote meenigte
+hunner vyanden overmand waren, liepen 'er 200 de poort uit; omtrent
+150 zyn 'er gesneuvelt, en de rest lieten het geweer vallen, en
+wierden ten getalle van 400 tot krygsgevangenen gemaakt, en in de
+kerk geslooten: ondertusschen stonden de overwinnaars de soldaaten
+toe de plaats te plunderen; alwaar zo wel de soldaaten als Officieren
+grooten buit bequamen; hebbende van hun kant in 't bespringen omtrent
+60 mannen verlooren.
+
+Deze buitengewoone daad trok de Hollanders, die onder het gebied
+der Staaten, in een tyd dat Neêrland overweldigt scheen te worden,
+uit hunne algemeene verslagentheid.
+
+En veele zullen 't noch indachtig zyn, hoedanig die overwinning de
+gemoederen in Friesland en Groningen ontroerde, en van vreugde veelen
+de traanen uit de oogen deeden barsten.
+
+De Gouverneur Rabenhaupt wierd daar op van de Staaten, behalven
+Luitenant-Generaal dezer Provintie van Groningen en Ommelanden, en
+van Gouverneur der stad Groningen, met het Drossaartschap van het
+Landschap Drenth en Gouverneur van Koeverden begiftigt. De Kolonel
+Eybergen wierd Commandant binnen Koeverden, en Meester Meyndert van
+Thynen, die als voornaamste wegwyzer der bespringers had gediend,
+wierd aldaar tot Generaal-Commies gemaakt.
+
+Van dien tyd af hebben de Groningers in 't Graafschap Benthem, Twenth,
+en tot onder Zwol en Deventer gestroopt; haalende van daar gestadig
+veel roof, en met veele gelukkige schermutselingen op de Bisschopschen.
+
+In den jaare 1673 is 'er een vuur van oneenigheid opgeborsten uit
+de gemeene beroeringen des volks tusschen de Heeren der Regeeringe,
+die van de Gemeente zeer mistrouwd wierden, en dat al in 't einde
+van 't verloopene jaar had beginnen te smeulen. De oude en nieuwe
+Regeeringe wierd elk byzonder gehandhaafd, beide de Souverainiteit
+en Oppergezag der Provintie vertoonende, de eene te Leeuwarden en
+de andere te Sneek vergaderende, en neemende strydige besluiten
+tegen malkanderen, zonder malkanderen te kunnen verstaan; dat zeer
+schadelyk voor de Provintie was. Doch wierd gemeld verschil eindelyk
+weder door Gelastigden van hunne Hoog Mogenden en den Heer Stadhouder,
+als bemiddelaars, bemiddelt.
+
+In 't begin van 't jaar, in January, bequam de Overste Ailua, in een
+hevige schermutzeling tegen den Graave van der Lip, twee trompetten
+en een vendel, die hy den Prins van Oranje vereerde.
+
+In February quam 'er een gerucht, als of de Munsterschen een inval
+op Friesland voorgenomen hadden: waar op een goed getal krygsvolk
+uit Holland wierd overgescheept.
+
+In April hebben de Heeren Staaten, ten Landsdage vergadert zynde,
+beslooten, hoedaniger wyze men het Land zoude onder water zetten,
+indien een hoogdringende nood zulks vereischte: als mede om aan
+'t Heerenveen een schans te doen opwerpen, tot verzekeringe van
+'t Land. Voorts wierden de overige posten wel verzekert, hebbende
+Prins Johan Maurits het Oppergezach over de Hollandsche krygslieden,
+Ailua over de Friesche, en Rabenhaupt over de Groningers.
+
+Den 29ste van April wierd een algemeen, opontbod der landzaaten en
+burgery gedaan; wordende ieder huisgezin belast, een weerbaar man,
+tusschen de 18 en 60 jaaren oud zynde, uit te leveren, en moetende
+binnen 14 dagen met snaphaanen en pieken gereed zyn; zullende ieder
+burger ter week 3 guldens soldy genieten.
+
+Omtrent dezen tyd maakten de Friesche stroopers, uit het leger van
+den Oversten Ailua, dagelyks een goeden buit.
+
+Den 6de van Juny vertoonde zich Houttuin met 18 standaarden ruiters,
+en 1500 voetknegten, aan de post te Sonnega, welke hy opeischte: andere
+2000 ruiters, met eenige honderden voetvolk verzelt, wierden tusschen
+Steenwyk en Blesse ontdekt, waar van een groot gedeelte te paard,
+elk met een musquettier achter op, tot aan de Blesbrugge naderde:
+maar wierd, door de hulp van de ruitery van Wolvega en Oudeberkoop,
+rustig afgekeert. Waar op Prins Maurits met het gros van 't leger, in
+meeninge hem op den weg naar Steenwyk te onderscheppen, is afgekomen:
+doch zy reeds te verre afgeweken zynde, zo zond hy eenig volk hen
+achter na; waar uit zy verstonden, dat het gemelde voetvolk, behalven
+de 2000 ruiters, noch 1000 mannen sterk was. Van den vyand zyn twee
+Kapiteinen gedood, en 70 gequetsten wierden binnen Deventer gebragt. Na
+dit voorval deed Prins Maurits een ongemeenen iever, om het water in
+het land te doen loopen, dat door een sterken wind ook zeer schielyk
+voortging; en om het ingelaatene te bewaaren, liet hy een dyk in de
+Tjonger leggen: waar door het den vyand ondoenlyk wierd om ergens
+te kunnen doorbreeken. Ondertusschen quamen 3 geheele compagnien
+Munsterschen, met hunne Bevelhebbers, tot de onzen overloopen.
+
+Den 10de van Juny heeft Rabenhaupt de Nieuwe Schans, na dat hy dezelve
+den geheelen winter door geblokkeert had gehad, met geweld van wapenen
+aangetast. Hy trok te water met veel volk, geschut en voorraad,
+aan geene zyde, en posteerde zich op de Bonder dyk, en daar omtrent,
+om de schans van drie zyden aan te doen.
+
+De Bisschop van Munster deed aanstonds zyn uiterste best in 't werk
+stellen, om de belegerden te ontzetten; zendende derhalven een Overste
+met 600 dragonders en 400 fantaisyns [102], om het beleg door te
+breeken; doch wierden met groot verlies te rug gedreven. Overzulks
+wierd de belegeringe sterker voortgezet: zo dat de Bisschop voornam,
+tusschen den 29ste en 30ste van deze maand noch eene proef tot ontzet
+van deze plaats te neemen, en met een macht van 3500 mannen de post
+by Bonda te overvallen; meenende langs een nieuwe passagie door 't
+moeras heen eenige vyandlyke troupen af te snyden: doch Rabenhaupt
+zulks tydig gewaar wordende, zond aanstonds 9 vendelen, onder het
+commando van een Majoor, derwaards; die te zamen den vyand niet
+alleen afgekeert, maar hun zelfs met een groote furie hebben op de
+vlugt gedreven, laatende wel 300 zo dooden als gequetsten achter.
+
+Daar na, op den 18de dito, eischte Rabenhaupt de schans op: doch
+kreeg tot antwoord: Dat de Ravens dien Winter daar niet nestelen
+zouden. Hier op deed zyn Excellentie den Luitenant-Kolonel Tamminga met
+zyn krygsbenden aannaderen, en tusschen den 21ste en 22ste de aldaar
+leggende redoute aantasten. Des nachts ten een uur ging de attaque aan,
+die zo sterk wierd voortgezet, datze, na eenigen tegenstand, dezelve
+veroverden; vlugtende de Munsterschen met de uiterste verbaastheid
+langs de conterscharp naar de schans: maar de Staatschen volgden hen
+op de hielen, datze met hen in de poort, en vervolgens in de schans
+geraakten; hoewel zeer weinigen in 't getal, dewyl zy door de engte
+van de passagie, maar eene t'effens konden voortgaan: doch de vyand
+door deze onverhoedsche overval nochtans verbaast zynde, denkende dat
+de geheele macht van de Staatschen binnen quam, wierpen de wapenen
+neêr en riepen om quartier, terwyl Rabenhaupt, niet weetende van dit
+vervolg, noch dapper op de schans schoot, daar ze al gewonnen was. Dat
+het meest te verwonderen is, is dat niet meer als twee mannen van de
+Staatschen in dit stormen zyn gebleven.
+
+Den eersten van July quam Johan Maurits, vergezelt met de Heer
+Scheltinga, Gedeputeerde, en den Oversten Ailua, geleidende een
+hoop volk van 3000 ruiters, en 600 voetknegten, by zich hebbende 4
+veldstukken, van 't Heerenveen, door Dieveren, om de Munsterschen,
+leggende tusschen de Wyk en Staphorst, achter een borstweering en
+schansje, doch zonder geschut, te vernestelen: als de dragonders den
+aanval deeden, zo wierd des vyands Overste Post gewond en gevangen,
+en op zyn woord van eer naar Hasselt gelaaten, neemende de overigen
+de vlucht: die door de achterlaage gekeert zouden zyn geweest, by
+aldien de bestelde 800 mannen uit Blokzyl, ter bestemder tyd op weg
+zynde, die van Hasselt naar 't Rooveen legt, had kunnen tegenwoordig
+zyn. Van den vyand wierden 'er 20 by de onzen gevangen genomen,
+waar onder 10 Bevelhebbers, en 17 of 18 gedood. De onzen hebben 2
+dragonders by misverstand geschooten.
+
+Den 3de van Augusty hebben eenige dragonders de brandwacht der
+Bisschopschen, bestaande in 18 ruiters, van tot onder Steenwyk
+weggehaalt, en in het leger op 't Heerenveen gebragt.
+
+Den 5de van Augusty zyn 7 vyandlyke ruiters, met hunne volle
+wapenrustinge, mede ingehaalt.
+
+Den 25ste van Augusty zyn over de 8000 vyandlyke voetknegten, en
+100 cornetten of standaarden ruitery, van Steenwyk uittrekkende,
+op Friesland aangekomen, die zich in zo veele benden afdeelden,
+dat zy de schansjes by Meldam, als Blesbrug, Bekaf, Donkerbroek,
+Makkinga en Wolvega, die maar bequaam waren om de huislieden voor
+strooperyen te beschermen, te gelyk konden bespringen: omtrent
+1000 paarden en een regiment dragonders, quamen, onder 't beleid
+van Houttuin op Blesbrugge aanzetten, en anderen op Bekaf; 't was
+een Mornas, die de zynen door Makkinga, Donkerbroek en Nyjeberkoop,
+op Wolvega aanvoerde, alwaar de Overste Ailua het gezach voerde over
+6 regimenten, als 3 te paard, 2 te voet en een dragonders.
+
+Als Prins Maurits bemerkte, dat 's vyands voornemen was, om alle
+het bovengemelde van 't Heerenveen af te snyden, zo verwittigde
+hy den Overste Ailua en anderen, om gelykelyk naar 't Veen af
+te deinsen. Middelerwyl ontmoete de Graave van Dona met zyn 200
+soldaaten, op de heide van Meldam 150 vyandelyke ruiters, waar mede hy
+een schermutseling hield, en schooten 26 Bisschopschen onder de voet,
+benevens 2 Bevelhebbers, waar van hy de eene, een Ritmeester zynde, met
+eigener piek doode. De onzen dus naar 't Veen de wyk genomen hebbende,
+zo wierden aanstonds eenigen naar de Jouwer, en anderen naar Gordyk
+gezonden. Van waar 60 mannen, den vyand, die over de Veenen meenden
+te komen, wierden tegengestelt; en met dezelve in schermutseling
+geraakende, liet de vyand 14 dooden, 25 gemeenen en 4 Bevelhebbers,
+als gevangenen na. Een andere party van 30 mannen, vervielen in handen
+van den vyand: als ook een brandwacht van 15 dragonders achter Bekaf.
+
+De Bisschopschen dus nu de voet al te Schoot hebbende, konden wel ligt
+het Heerenveen trachten te overweldigen, om zo voort Friesland in te
+trekken, alzo zy wagens mei stroowerk mede voerden, om de gragten te
+kunnen vullen: waarom de Staaten van Friesland alomme de uitgeloote
+manschap, ten spoedigste, zo by nacht als dag, derwaards deed pressen.
+
+Ondertusschen zo stelden zich de Bisschopschen als roofzieke wolven
+aan, in 't uitplonderen der onweerbare landzaaten: dat in die gewesten
+weder een groot vluchten veroorzaakten.
+
+Den eersten September vertrokken zy, hebbende wel 600 mannen laaten
+zitten, zonder iets merkwaardigs uitgevoert te hebben; als dat zy
+het bederf van die boeren wat verhaastenden.
+
+Den eersten October is de dyk, die de Bisschop van Munster met
+veele kosten over de Vecht gemaakt had, en meer als derdehalf uur
+gaans lang was, alleen om Koeverden door water te benaauwen, door een
+stormwind weggespoelt: waar door omtrent 1400 menschen verdronken. 't
+Is aanmerkelyk, dat dit geschiede juist op dien tyd, als men op 't
+Heerenveen raadpleegde, om die te overweldigen, en reeds daar toe al
+3000 Friesche burgers om de grenzen, als 't Veen en andere te bezetten,
+waren uitgezonden.
+
+Als de Prins, met de Keizersche en Spaansche Bondgenooten den vyand
+buiten 't Land lokte, om van krygsbodem te veranderen, in 't Sticht
+Keulen en elders waren ingevallen; zo wierden de Franschen daar door
+genoodzaakt, hunne veroverde plaatzen weder te verlaaten, gelyk zy
+dit jaar alles verlieten, behalven de Graaf.
+
+In den jaare 1674, den 10de van February, is er vrede gemaakt tusschen
+den Koning van Engeland, en de Staaten Generaal, welke den 9de van
+February, oude styl, te Londen van gemelden Koning wierd geteekent.
+
+Den 12de Maart zijn de Bisschopschen, omtrent 1000 mannen sterk,
+over de hartgevroorene moerassen, by 't klooster ter Appel,
+in Groningerland gevallen, plonderende te Winschooten en daar
+omtrent. Waar op Rabenhaupt Nyjenhuys met stormen, en andere steden
+met bezettinge innam, en maakte Twenthe geheel zuiver en vry.
+
+De Bisschop sloot ondertusschen den vrede met den Keizer, die te
+Keulen den 11de van April wierd geteekent: als mede daags daar aan
+met de Heeren Staaten Generaal. In de Meymaand volgde de Bisschop van
+Keulen mede. Waar op zy de overheerde plaatzen, die ze zoo schielyk
+hadden overrompelt, noch haastiger weder moesten ontleedigen: en 't
+geen zy zo greetig hadden ingeslokt, in weedom van hunne harten, weder
+uitbraaken. En alzo zijn de drie verloorene Provintien wederom aan
+de andere gehegt, en de bundel der Zeven Pylen weder te zamen gebonden.
+
+In den jaare 1675 was 't een felle en lange winter; zo dat laat in
+'t voorjaar, van Harlingen naar Enkhuizen, over de Zuider-Zee, veele
+menschen met geheele gezelschappen, en beesten op 't ys overtrokken:
+ja eenigen hadden in 't laatst van April noch op 't ys gestaan.
+
+In Maart, hebben de Friesen, overwegende beide de loffelyke daaden
+en voorzorge van 't Huis van Nassau, en in 't byzonder de groote
+gevaaren, die zyn Vorstelyke Doorluchtigheid, onze Heer Stadhouder,
+in groote manhaftigheid, had ten dienste van 't gemeen uitgestaan
+in de laatst voorigen slag in Henegouwen tegen de Franschen, het
+Stadhouderschap hem erflyk opgedraagen: alle de Heeren, zo van 't
+Land als Steden, leverden daar toe om de eerste te zijn, te meer,
+alzo de Hollanders den Prins van Oranje mede tot Erfstadhouder van
+hunne Provintie hadden aangenomen.
+
+In het zelve jaar, den 12de van Augustij, is te Koeverden overleden
+Karel Rabenhaupt, Baron van Zucha en Crombach, Luitenant-Generaal
+der Vereenigde Nederlanden, wegens de Provintie van Stad en Lande,
+Gouverneur van Groningen, mitsgaders Drossaart van 't Landschap Drenth,
+en Gouverneur der fortresse Koeverden: zijnde een krijgsman geweest van
+een zonderling beleid en dapperheid. Tot 's mans lof heeft G. Bidloo,
+dit volgende bij zijne afbeeldinge gestelt:
+
+
+ Dit 's Rabenhaupt, die Dorsten won,
+ Die Nuis en Lingen temmen kon;
+ Die Karel, die Lamboy versloeg,
+ Van Groeningen den Bisschop joeg;
+ En knoopte aan zyn legerkrans
+ Van Koeverden, de Nieuwe Schans.
+ Zo waakt zyn' staatzorg, deugd en hand
+ Ten dienst van 't Volk, en Kerk en Land.
+ Zyn' dapperheid is uit zyn weezen
+ Zo wel, als uit zyn' kling te leezen [103].
+
+
+Als 'er tusschen den 26ste en 27ste van October, met een noordweste
+wind, veele dyken, door de felle aanpersing van 't water, waren
+doorgebrooken, leeden die van Friesland mede geen kleene last: want
+een gat van 30 roeden brak by Staveren, en omtrent by Molkwerren was
+het niet veel kleender, zo dat die geheele landstreek blank van 't
+zeewater stond: ook was 'er een gat van 30 roeden breed en zeer diep,
+by Zwartsluis.
+
+In het jaar 1676 was men bezig om op de vredehandeling der Europische
+Prinsen, die in 't voorgaande jaar te Nieumegen was begonnen, alle
+geschillen, door welke Europa in de grootste verwerringe gebragt was,
+te beslechten; terwyl de geweldige oorlogstrompetten noch al geen
+minder krygstoerusting verkondigden, als voorheenen. Doch de sterke
+rustgeevende Vredevorst gaf hier toe, dat uit het blaakend oorlogsvuur
+schielyk ontsproot de heilzaame en zegenryke hoorn des vredes: en
+dus wierd de roemruchtigste Vryheid der Friesen weder als herbooren,
+en zy eindelyk verlost van de slaavernye des duivels [104].
+
+
+
+In den jaare 1677 zyn de opgerezene staatsgeschillen tusschen
+Groningen en de Ommelanden, door de Heeren Staaten Generaal weder
+beslegt geworden; gelyk mede te Deventer.
+
+In den jaare 1678, den 15de van February, is te Groningen de Landsdag
+weder aangevangen, na dat de Heere Osebrand Rengers van zyn zesjaarige
+gevangenis was ontslagen en herstelt.
+
+In dit zelve jaar, den 10de van Augusty, is te Nieumegen, de vrede
+tusschen den Koning van Vrankryk en de Staaten Generaal geslooten.
+
+In den jaare 1679, den 10de van April, stond Albertina Agnes, moeder
+van den Stadhouder Hendrik Kasimier, nu 20 jaaren oud zynde, haare
+Voogdye af, en vertrok naar haare landgoederen in Duitschland.
+
+In den jaare 1681, den 2de van Augusty, zyn te Groningen vier ringen
+aan alle kanten van de zon gezien, en eenigen verhaalen, dat diergelyke
+zich mede te Rome en Tubingen hebben vertoont.
+
+In den jaare 1682, in May, is in Groningerland en Oostfriesland een
+zeer hevige veeziekte geweest, waar door veel rundvee is gestorven:
+doch op 't uitgaan van het jaar is de sterfte weder opgehouden.
+
+Den 4de van November is Grietzyl, in Oostfriesland, door de
+Baandenburgsche soldaaten overrompelt, die zich naderhand aldaar ook
+hebben neêrgelegt, als ook te Norden en Embden.
+
+In den jaare 1683, in November, is de Erfstadhouder van Friesland,
+Hendrik Kasimier, en zyne Gemaalinne Amelia, te Leeuwarden, met
+staatsiewagens en vertooningen, nevens een groot en prachtig vuurwerk,
+ingehaald: doende, eenige dagen daar na, zynde den 17de van September,
+ook zyne intrede binnen Groningen.
+
+In den jaare 1686, in July, overleed de jonge Prins van Nassau, zoon
+van den Erfstadhouder van Friesland, enz.; en omtrent een maand daar
+na beviel de Vorstinne weder van een jongen Prins.
+
+In dit zelve jaar, den 22ste van November, wierd Groningerland,
+door een afgrysselyke watervloed aangetast, al het omleggende
+land overdekkende; waar door veele menschen en beesten het leeven
+verlooren. Het getal der verdronkene menschen beliep 1558, geheel
+weggespoelde huizen 631, en de zeer beschadigden 616, de verdronkene
+paarden 1387 en de koeyen 7861.
+
+In den jaare 1687, den 2de van May, overquam Groningen een tweede ramp,
+door een schrikkelyke brand in de Veenen van Sapmeer, Wildervank en
+Pekel A, waar door alle de gegravene turf tot duizende van vuuren,
+eenige huizen en schepen verbranden, en de schade op eenige tonnen
+gouds wierd geschat.
+
+In dit zelve jaar, den 14de van Augusty, is de Prins Jan Willem Friso,
+te Dessau gebooren.
+
+In den jaare 1688, den 11de van November, deed Prins Willem van Oranje
+die vermaarde overtocht naar Engeland; landende met zyn byhebbende
+krygsbenden den 15de dezer in de haven van Torbay.
+
+In den jaare 1689, den 11de van April, is de Prins van Oranje, Willem,
+nevens Maria, zyn Gemalinne, te Londen met de gewoonlyke plechtigheden
+gekroont als Koning en Koninginne van Engeland.
+
+In den jaare 1690, den eersten van July, geschiede het bloedige
+gevegt in de vlakte van Fleury, door de Franschen onder Luxenburg,
+en de Geallieerden onder Waldek; waar van 't weêrzyds verlies op
+16000 mannen wierd begroot.
+
+In den jaare 1691, den 5de van February, is Koning Willem in 's
+Gravenhaage met zeer groote vreugde en eerteekenen, door praalpoorten,
+vol geschilderde zinnebeelden, opgehaalt en naar het Hof gevoert.
+
+In den jaare 1692, den 3de van Augusty, sloeg het voetvolk der
+Geallieerden, onder den Hertog van Wirtenberg, tegens de Franschen
+onder Luxenburg, by Steenkerken, doch met weinig voordeel.
+
+In den jaare 1693, den 29ste van July, geschiede het gevegt by het dorp
+Landen, tusschen de Geallieerden, onder Koning William en Keur-Beyeren,
+en de Franschen onder Luxenburg, 80000 tegens 40000 mannen: dus schade
+aan weêrszyden.
+
+In den jaare 1694, den 15de van Augusty, wierd te Groningen gejubileert
+van des stads overgang voor 100 jaaren aan der Staaten zyde, door
+het beleid van Prins Maurits en Graaf Willem van Nassau; ook datze
+de Gereformeerde Religie aannam; by welke gelegentheid ook medaillien
+geslagen wierden; waar op staat:
+
+
+ Des Prinsen zwaard, met Godes arm,
+ Bragt Paap en Spanjaard in alarm,
+ Als leugen voor het licht verdween,
+ Wier zuivre glans in templen scheen.
+ Een regte vreugd voor klein en groot,
+ Die Groningen sluit in haar schoot.
+ Dit heeft des Heeren hand gedaan,
+ En deze Penningen doen slaan.
+
+
+In den jaare 1695, den 7de van January, is de Koninginne van Engeland,
+Maria Stuart, eene zeer deugdzaame Prinsesse, te Londen overleden.
+
+In den jaare 1696, den 25ste van Maart, overleed te Leeuwarden
+Hendrik Kasimier, Stadhouder van Friesland, enz., aan een borstquaal;
+nalaatende een zoon en eenige dochters. Tot wiens lof L. Smids zegt:
+
+
+ 't Was Frieslands Stedevoogd, Vorst Willems Bloedverwant,
+ Zoon, Neef en Naneef van drie nooit volpreezen Helden,
+ Gedrochtetemmers in 't ontroerde Nederland,
+ Die, zich, gelyk een wal, voor haat en outer stelden:
+ Doch dit Geboorterecht nam Hendrik geenzins aan,
+ Maar stond na heldenroem, door eigene oorlogsdaên.
+
+
+In dit zelve jaar, den 24ste van May, is op Oranjewoud, in Friesland,
+overleden Albertina Agnes, moeder van den overledenen Stadhouder, en
+dochter van Frederik Hendrik, Prins van Oranje, in den ouderdom van
+62 jaaren. En in de maand van Augusty, is Amelia, weduwe van Hendrik
+Kasimier, Erfstadhouder van Friesland, enz., te Leeuwarden van eene
+Prinsesse bevallen.
+
+In den jaare 1697, den 20ste van September, is de algemeene vrede
+op het huis Nieuburg, te Ryswyk, by 's Gravenhaage, geslooten,
+tusschen Engeland, Vrankryk, Spanje, het Duitsche Ryk en de Vereenigde
+Nederlanden; zynde hier over den 6de van November alomme vreugdevuuren
+aangestoken.
+
+In den jaare 1698 zyn de sterke fortificatiewerken, aan de zuidkant
+buiten Groningen, door den Generaal Koehoorn begonnen; en na eenige
+jaaren met zeer vaste muuren opgemetzelt, en de halvemaanen of bastions
+met bruggen en poorten voorzien.
+
+In den jaare 1699, den 15de van November, is in Oostfriesland een
+hooge watervloed ontstaan, waar door groote schade geschiede: want de
+nieuwshermaakte dyk, om 't dorp Gerdsweer, wierd byna geheel vernielt;
+zes huizen spoelden geheel weg, eenigen wierden beschadigt, en veele
+beesten zyn verdronken.
+
+In den jaare 1700, den 27ste van November, heeft de Koning van Sweden,
+Karel de XIIde, met 12000 mannen geoeffende troupen, 80000 Moskovieters
+verslagen, op de vlugt gedreven, en aldus de stad Nerva geweldiger
+hand ontzet.
+
+In den jaare 1701, in het begin, namen de Franschen alle de steden
+van de Spaansche Nederlanden in bezettinge; waar op de toebereidzels
+ten oorlog door den Keizer wierden gemaakt.
+
+Den 28ste van May trokken de Keizerschen, met groote moeite en zwaaren
+arbeid, over het Alpische gebergte, in Tirol, maakende vervolgens in
+Italien een doortogt met de degen in de vuist.
+
+In den jaare 1702, den 19de van Maart, is Willem de derde, Koning
+van Engeland, te Kensington overleden; zynde op de jagt met zyn
+paard gestruikelt, waar door hy het sleutelbeen brak; wordende op
+den 23ste van April daar aan volgende, in de Kapel van Westmunster,
+zonder uiterlyke pracht, begraven. Hy wierd in de regeeringe opgevolgt
+door Prinsesse Anna, Gemaalinne van Prins Georg van Denemarken.
+
+Den 15de van May wierd byna overal de oorlog tegens den Koning van
+Vrankryk gepubliceert.
+
+Den 11 de van Juny, hebben die van Nieumegen, met een groote
+dapperheid, der Franschen hevige aanval, onder den Maarschalk de
+Bouflers, van hunne vestingen afgekeert en te rug gedreven.
+
+Den 16de dito is Keizerszwaard van de Geallieerden belegert en
+ingenomen.
+
+Den 15de van Augusty heeft Prins Eugenius de Franschen met groot
+voordeel by Luzzara geslagen.
+
+Den 8ste van September won Keur-Beyeren Ulm, in Swabenland.
+
+Den 10de dito is Landau de Franschen ontweldigt; als ook den 23ste
+dito Venlo, en den 2de van October Stevenswaart.
+
+Den 7de van October wierd Roermond met geweld door de Geallieerden
+tot overgaaf gedwongen, en den 13de dito is Luyk door de burgers aan
+de Geallieerden overgegeven.
+
+Den 22, 23 en 24ste dito, wierd de Fransche Zilvervloot, by Vigos,
+door de Engelschen en Hollanders bemachtigt, geplondert, verbrand
+en geruïneert.
+
+In den jaare 1703, den 15de van February, is Rhynberg door de wapenen
+des Konings van Pruyssen bemachtigt; en omtrent dezen tyd Traarbach
+door Hessen-Kassel.
+
+Den 8ste van April won de Beyervorst Regensburg.
+
+Den eersten van May wierden de Polen door de Zweden, by Pultouw,
+geslagen: den 10de dito wonnen de Franschen Tongeren, en den 15de
+dito is Bon door de Geallieerden herwonnen.
+
+Den eersten van July geschiede het bloedig gevegt by Eekeren en
+Wilmerdonk, waar in de Hollandsche dapperheid in 't byzonder heeft
+uitgeblonken; onaangezien de Generaal Obdam genoodzaakt geweest is
+naar Breda te vlugten.
+
+Den 25ste dito is de stad Hoey den Franschen ontnomen.
+
+Den 4de van September is Trente door de Franschen gebombardeert,
+en Brizak door hun gewonnen; als mede den 27ste dito Limburg door
+Marlboroug bemachtigt.
+
+Den 14de van October wonnen de Zweden de stad Thoorn.
+
+Den 8ste van December trof een ysselyke zuidweste stormwind, zo
+te water als te lande, Engeland, Vlaanderen, Holland, Friesland,
+en meer aangrenzende gewesten, waar door veele ongelukken gebeurden.
+
+Den 16de dito is de stad Gelder door den Koning van Pruyssen verovert.
+
+In den jaare 1704, in February, wierd Prins Friso in Friesland
+geavanceert; verwekkende dit eenig misnoegen by zommige andere
+Provintien.
+
+In dit zelve jaar, den 27ste van Maart, overleed Menno Koehoorn,
+in 's Gravenhage; zynde lang ziekelyk geweest, en over de 70 jaaren
+oud. J. de Recht heeft op zyn afbeeldzel dit eervaars toegepast:
+
+
+ Ziet hier een Held, beproefd in oorlogsblixem vlammen;
+ Die voor 's Landt Vryheid spreekt uit monden van metaal;
+ Die 't opgezwolle nat door dyken jaagd en dammen,
+ En 's vyands krachten breekt door water, vuur en staal,
+ Den Vriessen Jupiter, die, met zyn donderslaagen,
+ Den Franssen Faëton bonst uit zyn Zonnewagen.
+
+
+Den 2de van July sloeg Marlboroug en Baden, in Beyeren, de Fransche
+en Beyersche krygsmacht, by den Schellenberg; en op den zelven dag
+is Brugge door de Geallieerden ook gebombardeert.
+
+Den 3de dito is door de Geallieerden Donawerth bemachtigt, en den 11de
+dito Regensburg; als mede den 26, 27 en 28ste dito, de stad Namen,
+doch zonder voordeel, gebombardeert.
+
+Den 4de van Augusty heeft de Geallieerden vloot, onder Hessen-Darmstad,
+Gibralter bemachtigt; en den 13de dito hebben de Geallieerden, onder
+de Generaals Marlboroug en Eugenius, de Franschen en Beyerschen by
+Hogstet geslagen; zynde hun verlies wel op 40000 mannen begroot.
+
+Den 18de van November wonnen de Geallieerden, onder den Erfprins van
+Hessen-Kassel, Traarbach.
+
+In den jaare 1705, den 5de van May, overleed te Weenen Keizer
+Leopoldus, oud zynde 65 jaaren; wordende van zynen zoon Josefus in
+'t Keizerryk gevolgt.
+
+Den 5de van September zyn 96 schepen van de Groenlandsche vloot voor
+Delfzyl gearriveert, hebbende in alles gevangen 1100 vissen.
+
+Den 14de van October gaf Barcellona zich aan Koning Karel over. Ook
+is Stanislaus omtrent dezen tyd tot Koning van Polen verklaart en
+gekroont.
+
+In den jaare 1706, den 23ste van May, sloegen de Geallieerden,
+onder Marlboroug, tegens de Franschen, by Ramellies, en bequamen
+een roemruchtige overwinninge; waar op zich verscheidene steden in
+Braband en Vlaanderen hebben overgegeven. Den 6de van July wonnen
+de Geallieerden Oostende: den 22ste van Augusty Meenen; den 5de van
+September Dendermonde; en den 7de dito is Turin door Prins Eugenius
+gewapenderhand ontzet: en den 3de van October is Aath mede door de
+Geallieerden gewonnen.
+
+In den jaare 1707, den 16de van April, leeden de Geallieerden een
+groote neêrlaag in Spanje, by Almanza. Den 20ste van July, heeft
+de stad Napels, met haar drie kasteelen, zich aan Koning Karel
+onderworpen.
+
+In dit zelve jaar, in Augusty, is Johan Willem Friso, Stadhouder van
+Friesland, enz., getreden in zyn chargie als Generaal der Infantery
+of voetknegten. L. Smids, voegde dit onder zyn afbeeldzel:
+
+
+ Als Friesland zag het beeld van Frieso; reeds in 't weezen
+ Oranjes yver en Nassouwers moed kon leezen
+ Zo sprak zy, (drukkende dit konststuk aan haar mond)
+ Wat schooner dag beloofd my zulk een morgenstond!
+
+
+In den jaare 1708, in February, is zyne Hoogheid Jan Willem Friso,
+Prins van Oranje en Nassau, en der Friesen Erfstadhouder, door de
+Edele Groot Mogende de Heeren Staaten van Stad en Lande, tot Stadhouder
+over derzelver Provintie aangenomen.
+
+Den 5de van July is Gent en Brugge door de Franschen ingenomen;
+den 11de dito zyn de Franschen door de Geallieerden, onder Eugenius,
+Marlboroug en Ouwerkerk, by Oudenaarden geslagen.
+
+In Augusty wierd aan Prins Friso het Oppergezach der belegeringe
+van Ryssel toevertrouwt, ondersteunt van Prins Eugenius; en wierd
+dit meesterstuk der krygsbouwkunde by verdrag gewonnen den 22ste van
+October, en 't kasteel den 8ste van December. En den 30ste dito wierd
+Brugge den Franschen weder ontnomen.
+
+In den jaare 1709, den 4de van January, hebben de Franschen de stad
+Gent wederom verlaaten.
+
+Den 29ste van April is zyn Hoogheid Jan Willem Friso, Prins van Oranje
+en Nassau, met Prinsesse Maria Louisa, dochter van den Landgraaf van
+Hessen-Kassel, op het kasteel van Kassel met zeer groote plechtigheid
+getrouwt.
+
+Den 8ste van July wierd de Koning van Zweden, door de Moskovieters,
+in de Ukranie, by Pultowa, ten eenemaal geslagen: den 28ste dito
+is de stad Doornik aan de Geallieerden overgegaan: den 11de van
+September geschiede het wreede en bloedige gevegt der Franschen en
+Geallieerden by Malplaquet: en den 25ste dito wonnen de Geallieerden
+Bergen, in Henegouwen.
+
+In den jaare 1710, den 2de van January, is Prins Friso, nevens zyne
+Gemalinne, te Leeuwarden, met een buitengemeene staatsie ingehaalt. Als
+mede den 18de van Maart te Groningen.
+
+Den 25ste van Juny is Douay door de Bondgenooten verovert: den 28ste
+van Augusty Bethune: den 28ste van September St. Venant: den 8ste
+van November Arien.
+
+In den jare 1711, den 17de van April, is Keizer Josephus te Weenen
+overleden, oud zynde 33 jaaren.
+
+Den 14de van July, op den middag, is zyne Hoogheid, Prins Jan Willem
+Friso, Frieslands en der Groningers Stadhouder, in 't overvaaren van
+'t Hollandsche Diep, aan 't Stryensche Sas, zeer ongelukkig verdronken;
+wordende deszelfs ligchaam door een schipper, van de Klundert komende,
+op den 22ste derzelver maand eerst gevonden en opgevischt, voorts haar
+Dordrecht gebragt, en aldaar gebalsemt, en vervolgens naar Leeuwarden
+gevoert: alwaar het op den 25ste van February 1712 met eene heerlyke
+doch droevige lykstaatie in 't graf zyner Voorvaderen wierd bygezet.
+
+En in hetzelve jaar, den eersten van September, is de Prinsesse van
+Friesland, Weduwe van den Stadhouder, van een Prins bevallen, en
+genaamt Willem Karel Hendrik Friso, zynde de tegenwoordige Stadhouder.
+
+
+
+
+
+
+LANDVERDEELING VAN FRIESLAND.
+
+
+Schoon de aantekeningen van voorgaande Geschiedenissen, zonder
+kennisse der gelegentheid van Landen en Steden, in 't naleezen
+noch nuttig, noch aangenaam kunnen zyn, zo 'er niet iets nevens of
+voor dezelve gemelt word: zo mogen de leezers ook niet met al te
+langwylige verhandelingen derzelve opgehouden worden; dewyl anders
+zo een beschryvinge op zich zelve en hier van afgescheiden vereischt,
+die men de Landbeschryvinge noemt.
+
+Waarom wy, tot verstand van de voorverhaalde Geschiedenissen, hier
+van iets behoevende by te brengen, met een bloote verdeelinge van
+de Landstreek, en een optellinge van Steden en Dorpen in iedere
+afdeelinge, zonder van de beschryvinge iets te mogen aanroeren,
+den eisch der voorgaande bladeren geacht voldaan te hebben.
+
+De Landstreek van deze Provincie word in drie gedeeltens afgedeelt,
+als Oostergo, Westergo en Zevenwouden. In voorige tyden bestond het
+in de twee eersten alleen; die ook elk den naam van een Graafschap
+by zommige Schrijvers hebben gevoert, en mogelijk ook in der daad
+zyn geweest, zonder dat de Wouden als een byzonder deel wierden
+aangemerkt. En zyn zo genaamt naar de Goën of Dorpen, in de Ooster-
+of Westerverdeeling gelegen; en de Wouden, om de veelheid van 't
+geboomte, dat eertyds mogelyk meerder is geweest, als hedendaags: en
+zo wat verlatynt zynde, wierden Estrachia, Westrachia en Forestensis
+genaamt, by de Schryvers in die taal.
+
+Deze Leden worden elk in een getal van mindere verdeelingen
+onderscheiden, die wy Grietenyen noemen, naar de Bevelhebbers van ieder
+gedeelte, die men een Grietman noemt, dat zo veel is als Overheer,
+want gritte, greet, en greut, is groot te zeggen. Elke Grieteny vervat
+een zeker getal Dorpen onder zich, staande onder de regeering van een
+Grietman. De Steden zyn 11 in getal, rustende elk op haar eigen recht;
+maakende te zamen in zaaken van regeering het vierde Lid van Staat. In
+'t optellen van welke Dorpen, doordien zy naar de verscheidentheid
+der byzondere spraaken (dialecten) of anderzins ook verscheiden worden
+genoemt, zo komt in bedenkinge, welke wyze gevoegelijkst mag gevolgt
+worden: want van de benaaminge der zelve zyn zommige gebruikelyk,
+
+1. In de gemeene taal, alleen Buitenpost, Donkerbroek.
+
+2. In de Stadsspraak, als Nyega.
+
+3. In de Landsspraak alleen, als Tjietjerk, Tjaalebird.
+
+4. Gemengd, 1. uit de gemeene Stadsspraak, als Peperga, Lutkepost,
+Nyjenhuis. 2. Uit de gemeene en Landsspraak, als Langewar, Suerig. En
+3. uit Stads- en Landsspraak, als Tserkgaast, Molkweeren.
+
+5. De zelve Dorpen, anders in 't gemeen, als by stedelingen en
+landlieden, als Nieukerk, Nykerk, Nytjerke: Molkweeren, Molkwarren.
+
+6. Naar oude misspellinge, Hyelsum voor Jelsum; Hyaure voor Jaure of
+Joure; en Greonterp voor Grien of Groenterp.
+
+7. In verkorting, als Birdaard voor Birdewerd, Oestrum voor Eestroom,
+Raard voor Raawerd, enz.
+
+Waar op het wel billyk is, dat men in een schrift, in de gemeene taal
+geschreven, als dit tegenwoordige, ook hier de naamen der Dorpen
+in die zelve taal zoude stellen: doch nochtans hier niet vry staat
+omtrent eenigen, als die haar oorsprong uit de byzondere spraaken
+hebben, gelyk Tserkgaast, Adegae en Molkwarren: voor welke men
+(hoewel mogelyk in gelyke zin, doch ongerymt) zou zeggen, Kerkburg,
+Ouddorp en Melkfennen. Even ongerymt zoudenze alle in de Stads- of
+Landsspraak gestelt worden: en geheel overtollig in die alle te gelyk.
+
+Daarom hebben wy geacht dezelve veilig te mogen gebruiken, naar
+de uitspraak die in de gemeene wandeling meest omgaat. Gelyk wy
+zien dat in de Saxische bedeelinge, (achter dien Hertogs Wetten,
+in die tyden gedrukt) en ook by Winsemius, Schotanus en anderen,
+geen eenerlei wyze is gehouden.
+
+
+
+
+
+I. OOSTERGO.
+
+
+Hierin zyn twee Steden gelegen, als Leeuwarden en Dokkum. 't Word
+verdeeld in 11 Grietenyen.
+
+I. Leeuwarderadeel, heeft 14 Dorpen. 't Word in 3 Trindels of
+derdendeelen afgedeelt. 1. 't Middeltrindel, is onder de klokslag
+van Leeuwarden. 2. Zuidertrindel, Wirdum, Swichchum, Goutum, Huizum,
+Hempens en Teerns. 3. Noordertrindel, Steens, Finckum, Hyjum, Britsum,
+Kornjum, Jelsum, Lekkum en Meedum.
+
+II. Ferwerderadeel, heeft 11 Dorpen, als, Ferwert, Hoogebeintum, Blyje,
+Hallum, Marrum, Nykerk, Wanswert, Geenum, Jeslum, Reisum en Lichtaard.
+
+III. Westdongeradeel, heeft 14 Dorpen, als, Holwert, Tennaard, Wierum,
+Nes, Hantumhuizen, (Raad, Bierum, Medent, Germerhuizen, Nyjenhuis,
+zynde Gebuurten, maakende eene stem,) Jaure, Betterwird, Bornmerhuizen,
+Bornwert, Raard, Foudgum, Brantgum en Waaxens.
+
+IV. Oostdongeradeel, heeft 13 Dorpen, als, Anjum, Engwierum, Ee,
+Jouswier, Oestrum, Aalsum, Wetsens, Nyjewier, Nykerk, Paasens,
+Ljuessens, Morre en Metselwier.
+
+V. Kollumerland, heeft 6 Dorpen, als, Kollumerswaag, Westergeest,
+Oudwoude, Kollum, Lutkewoude of Ausbuer en Buerom.
+
+VI. Achtkarspelen, heeft 8 Dorpen, als, Surhuizen, Austynsga,
+Harkma-opeinde, Droogeham, De Kooten, Op 't Wyzel, Buitenpost en
+Lutkepost.
+
+VII. Dantumerdeel, heeft 12 Dorpen, als, Driesum, Wouterswoude,
+Dantumerwoude, Murmelwoude, Akkerwoude, Rinsmageest, Sybrandahuis,
+Janum, Birdaard, Roodkerk, Feenwouden en Swaagwesteinde.
+
+VIII. Tjietjerksterdeel, heeft 14 Dorpen, als, Wyns, Oudkerk, Oenkerk,
+Giekerk, Ryperkerk, Tjietjerk, Suwoude, Hardegaryp, Bergum, Eestrum,
+Oostermeer, Sumeer, Garyp en Eernwoude.
+
+IX. Smallingerland, heeft 7 Dorpen, als, Oudega, Nyjega, Opeinde,
+Noorderdrachten, Suiderdrachten, Kortehem en Bornbergum.
+
+X. Idaarderdeel, heeft 8 Dorpen, als, Idaard, Æaegum, Roodahuizum,
+Friens, Grou, Warrega, Warstiens en Wartena.
+
+XI. Rawerderhem, heeft 6 Dorpen, als, Rawerd, Yrnsum, Poppingawier,
+Tersool, Sybrandabuert en Deersum.
+
+
+
+
+II. WESTERGO.
+
+
+Hier in zyn 8 Steden, namentlyk, Bolswert, Franeker, Sneek, Harlingen,
+Staveren, Workum, D'r Ylst en Hindeloopen. 't Word verdeelt in
+9 Grietenyen.
+
+I. Menaldumerdeel, heeft 12 Dorpen, als, Menaldum, Berlikum, Wier,
+Beetgum, Englum, Marsum, Deinum, Boxum, Blessum, Dronryp, Schingen,
+Slappeterp en 't Klooster Anjum.
+
+II. Franekerdeel, heeft 11 dorpen, als, Tjum, Hitsum, Achlum, Midlum,
+Herbaajum, Doenjum, Boer, Ried, Peins, Sweins en Schalsum.
+
+III. Barradeel, heeft 8 Dorpen, als, Minnertsga, Firdgum, Tjiemaarum,
+Oosterbierum, Sixbierum, Pytersbierum, Winaldum, Almeenum, nu meest
+binnen de muuren van Harlingen, daar het haare stem heeft in de Kerk,
+en 't Klooster Lidlum.
+
+IV. Baarderdeel, heeft 16 Dorpen, als, Jorwert, Weidum, Mantgum,
+Schillaard, Oosterwierum, Bozum, Wiewert, Britsert, Oosterlittens,
+Winsum, Baard, Huins, Lyons, Hilaard, Jellum en Beers.
+
+V. Hennaarderdeel, heeft 12 Dorpen, als, Hennaard, Ytens, Lutkewierum,
+Oosterend, Hidaard, Wommels, Waaxens, Kubaard, Wielsryp, Baajum,
+Spannum en Eedens.
+
+VI. Wonzerdeel, heeft 27 Dorpen, als, Aarum, Allingwier, Burgwert,
+Kornwert, Dedgum, Exmorre, Engwier, Ferwoude, Greonterp, Gaast,
+Hartwert, Hichtum, Hiezlum, Idzegahuizen, Kunswert, Ruigelollum,
+Longerhou, Makkum, Pinsum, Parrega, Pyaam, Schettens, Schraad, Suerig,
+Tjerkwert, Witmaarsum en Wons.
+
+VII. Wymertser- of Wymbritserdeel, heeft 28 Dorpen, dezelve worden
+aangeteekent, als, Buitendyks: Oppenhuizen, Uitwellingerga, Jortryp,
+Hommerts, Smallebregge, Woudseind, Ypekolsga, Indyk, Heeg, Gasmeer,
+Nyjehuis, Santfirde, Oudega en Idzega. Binnendyks: Oosthem, Abbega,
+Westhem, Wolsum, Nyland, Folsgaare, Tjaalehuizen, Ysbrechtum, Tirns,
+Scharnegoutum, Goinga, Looienga, Gaau en Offingawier.
+
+VIII. Heemelumer Oudephert en Noordwoude, heeft 9 Dorpen, als,
+Heemelum, Koudum, Warns, Scharl, Molkwarren, Oudega, Nyjega, Elahuizen
+en Kouderwoude.
+
+IX. Het Bilt, heeft 3 Dorpen, als, St. Japikskerk, St. Annekerk en
+L. Vrouwenkerk.
+
+
+
+
+
+III. ZEVENWOUDEN.
+
+
+Hier in legt de Stad Slooten alleen. 't Word verdeelt in 10 Grietenyen.
+
+I. Uitingerdeel, heeft 6 Dorpen, als, Oudeboorn, Nes, Akrum, Terhorne,
+Terkaple en Akmaryp.
+
+II. Engwerden, heeft 4 Dorpen, als, Gersloot, Tjaalebird, Luinjebird,
+Ter Trebant met Bansterschans, en noch een gedeelte van 't Vlek
+Heerenveen.
+
+III. Doniawerstal, heeft 14 Dorpen, als, Goingaryp, Broek, Austerhaule,
+Nyjega, Oudouwer, St. Niklaasga, Doniaga, Tserkgaast, Itskenhuizen,
+Leegemeer, Ter Oele, Indyken, Langweer en Bornswaag.
+
+IV. Hasscherland, heeft 6 Dorpen, als, Westermeer, Snikswaag,
+Hasscherdyken, Nyjehassche, Oudehassche en Hasscherschorne.
+
+V. Schooterland, heeft 18 Dorpen, als, Hornsterswaag, Jubbega,
+Schuerega, Oudehorn, Nyjehorn, Katlyk, Brongerga, Nybrongerga,
+Melledam, Oudeschoot, Nyjeschoot, Rottum, St. Jansga, De Kleinegaast,
+Haule, Roehel of Nyjega, Delfstrahuizen, Oudega en Uitdyken, en een
+groot deel van 't Vlek Heerenveen.
+
+VI. Lemsterland, heeft 5 Dorpen, als, Lemmer, Eesterga, Follega,
+Oosterzee en Echten.
+
+VII. Gaasterland, heeft 7 Dorpen, als, Wykel, Sundel, Nyjemardum,
+Oudemardum, Mirns, Haarig, Ruigehuizen en 't Vlek Balk.
+
+VIII. Upsterland, heeft 13 Dorpen, als, Beets, Beetsterswaag,
+Olterterp, Uereterp, Sygerswoude, Duerswoude, Wynjeterp, Hemryk,
+Loppenhuizen, Wispel, Korteswaag, Langeswaag en Luxwoude.
+
+IX. Stellingwarf-Oosteinde, heeft 10 Dorpen, als, Oudeberkoop,
+Nyjeberkoop, Makkinga, Donkerbroek, Haule, Oosterwoude, Fochtele,
+Appelsche, Langedyk en Elsloo.
+
+X. Stellingwarf-Westeinde, heeft 20 Dorpen, als, Beuil, Noordwoude,
+Finkinga, Steggerden, Peperga, Blesdyk, Nyjehoutpade, Oudehoutpade,
+Wolvega, Sonnega, Oudetryne, Nyjetryne, Spangen, Scherpenseel,
+Munnekebuuren, Oudelemmer, Nyjelemmer, Nyjehoutwoude, Oudehoutwoude
+en Ter Idsert.
+
+
+
+ Geschreven in slaavernye, en gegeeven
+ in April, in 't Jaar
+ onzes Heeren
+ 1678.
+
+
+
+
+
+
+
+BIJVOEGSELS EN AANTEEKENINGEN.
+
+
+Bladz. 2.
+
+
+Van den alouden staat onzer Provincie kan geene naauwkeurige
+beschrijving worden gegeven, daar er niets dan onzekere berigten en
+velerlei uiteenloopende gevoelens tot ons zijn overgekomen. Op eenigen
+goeden grond echter mag men besluiten, dat omstreeks de vijfde eeuw
+onzer jaartelling Friesland zich van Vlaanderen tot de Elve heeft
+uitgestrekt, en hetzelve noordwaards den Eiderstroom tot grensscheiding
+had, waardoor dan ook de kustbewoners aan deze rivier, nog heden
+ten dage van den naam des Lands, dien van Strandfriezen dragen. Dat
+Vlaanderen tot Friesland behoord hebbe, zoo als meermalen is beweerd,
+valt zeer te betwijfelen, want aldaar was de grensscheiding.
+
+Onder Koning Radboud I, en later nog ten tijde van Karel den Groote,
+vinden wij de uitgestrektheid van dit Gewest van het land van Katzand
+af, tusschen de rivier Sincfal of Zwene (de Suin of Zwin) bij Sluis
+[105], tot aan de Elve: de Waal scheidde het van het gebied der
+Franken af en de Wezer was tot oostelijke grenspaal gesteld. Al de
+landen dus aan de oevers der Noordzee, van het Hertogdom Bremen tot
+aan Vlaanderen, maakten het oorspronkelijk en overwonnen gebied der
+Friezen uit: het oorspronkelijk of oud Friesland lag tusschen de Eems
+en het Vlie langs de Noordzeekusten. Van de Eems tot den Wezer en aan
+geene zijde van het Vlie, met een groot deel binnenlands tot aan het
+Zwin, was overheerd land. Ook de eilanden tot den mond van de Eems
+behoorden den Friezen, doch geenszins Helgoland, zeer verkeerdelijk
+voor Radbouds zetel gehouden.
+
+Weinige jaren voor 's Heilands geboorte, werden de Friezen, tusschen
+de Eems en het Vlie wonende, de Groote Friezen, en die tusschen het
+Vlie en den Rijn de Kleine Friezen genaamd. De eersten bewoonden
+dus gedeelten van Gelderland, Overijssel, Drenthe en het Gooiland,
+alsmede de streken beoosten de Zuiderzee en de rivier Flevo tot aan
+de Eems toe: de laatsten een gedeelte van Rijnland, Kennemerland,
+Amstelland en Noord-Holland. Daarna werden deze West-Friezen en gene
+Oost-Friezen geheeten. Een aantal kleine volken van Germaanschen en
+Gallischen of Frankischen oorsprong hadden de Friezen tot naburen.
+
+Te dien tijde, eenige jaren namelijk voor Christus geboorte, toen
+de Opperbevelhebber Claudius Drusus Nero, stiefzoon van den Keizer
+Augustus, ook Friesland onder de magt der Romeinen wilde brengen, lag
+tusschen West-Friesland (Noord-Holland) en het tegenwoordig Friesland
+het groote meer Flevo. Het Graafschap Staveren beoosten het Vlie,
+wiens uitwatering eerst tusschen Texel en Vlieland, daarna tusschen
+Vlieland en Terschelling plaats had, paalde aan Noord-Holland. Het
+eiland Flevo, door de verdeelde armen van het Vlie omvat, lag ter
+plaatse alwaar nu de zandplaat Bree-sand zich bevindt. Uitgestrekte
+bosschen lagen in den omtrek der stad Staveren, thans allen in zee
+verzwolgen. De kleine rivier de IJssel liep in 't meer Flevo, hetwelk
+na de door Drusus gemaakte vereeniging van den Rijn met den IJssel,
+door verschillende stroomen zich in de Middelzee ontlastte [106]. Deze
+zee besloeg een groot deel van het noorden der Provincie, scheidende
+Oostergo en Westergo, haren loop nemende door de Grietenijen Barradeel,
+Idaarderadeel, Hennaarderadeel, Rauwerderhem tot in Wijmbritseradeel,
+eindigende bij Bolsward en Sneek. Bij de stad Uitgong, welligt nabij
+Berlikum had zij hare uitwatering in de Wadden, en voorts tusschen
+Terschelling en Ameland in de Noordzee.
+
+Wij geven geene meer bepaalde beschrijving van den alouden staat der
+Provincie, maar verwijzen den Lezer tot de breedvoeriger behandeling
+hiervan te vinden in Winsemius, Schotanus, Emmius, F. Sjoerds,
+bijzonder het kort overzigt in den Tegenwoord. Staat van Friesland
+I deel, en over de Groote en Kleine Friezen de Aanteekeningen van
+Siccama op de Lex Frisionum pag. 137 seq. Men vergelijke hierbij
+hetgeen door den heer Westendorp in zijn Jaarboek van en voor de
+Provincie Groningen, en door Bilderdyk in het 1 deel van zijne
+Geschiedenis des Vaderlands (bepaald op bl. 18 en 251 volgg.) met
+betrekking tot de oude Historie is geboekt:--als ook de Geschiedenis
+der Nederlandsche Taal van den Hoogleeraar A. Ypeij, II. 106,
+die aldaar en elders belangrijke bijvoegsels geeft tot den alouden
+staat van Friesland betrekking hebbende.--Over de Middelzee, hare
+grenzen en uitgestrektheid bevelen wij zeer aan de Bijdragen tot de
+Geschiedenis der voormalige Middelzee in Friesland, door P. Brouwer
+Pz. en W. Eekhoff [107]. Zie voorts de Inleiding van mijn Tafereel van
+den Watervloed in Friesland. Wij voegen hierbij nog de aanmerking, ook
+door anderen gemaakt, van den Ridder Scheltema, voorkomende in zijne
+als nog onuitgegevene Geschiedenis der Zuiderzee, dat in vorengemelden
+tijd welligt het Gooiland in Holland en Gaasterland in ons Gewest
+aaneengehecht waren, verdienende het bijzondere opmerking dat de
+grondgesteldheid gelijk is, en aan beide zijden de einden van eene
+hooge aardrigchel, in Holland de Muiderberg en bij Staveren het Klif,
+aanwezig is; even als de afgebrokene en tegen over elkander liggende
+Krijtbergen in Frankrijk en Engeland zouden bewijzen dat eertijds
+hier geene scheiding bestond. Waarschijnlijk stroomde er toen nog
+geen zout water binnen den kreits der duinen van Terschelling af tot
+aan den uitloop der Maas.--Belangrijke opmerkingen deelt de kundige
+F. Arends ons mede in zijne Geschiedenis der Noordzeekusten, in welke
+hij de veranderingen beschrijft, welke die kusten door stormvloeden,
+gedurende een tijdvak van tweeduizend jaren hebben ondergaan [108].
+
+
+Bl. 2.--Ao 313.
+
+Wat betreft de heerschappij der Prinsen, Hertogen en Koningen
+over Friesland, van den jare 313 voor Christus geboorte tot 773 of
+775 jaren na dezelve, waarvan de korte beschrijving in de eerste
+drie hoofdstukken dezer kronijk begrepen is, daarin komt zeer veel
+onwaarschijnlijks en fabelachtigs voor, zoodat wij niet gaarne op het
+gezag van deze en andere Geschied- en Kronijkschrijvers alles voor
+goede munt zouden aanprijzen: alles evenwel te verwerpen, gelijk ook
+door Friesche Schrijvers-zelve geschied, is evenmin raadzaam. Men leze
+en overwege hier naauwkeurig wat de geleerde Baron thoe Schwartzenberg
+en Hohelansberg, in de uitmuntende Voorrede voor zijn Charterboek
+(vooral I. D. bl. 16 en 17), een geschrift, even nuttig als het
+boek-zelf, op dit punt zegt, en aan wiens gevoelen wij eene hooge
+waarde hechten. Het was voor den geleerden Emmius en in navolging
+van hem voor Foeke Sjoerds en den schranderen van Rhyn, die evenwel
+hier en daar niet zoo gestreng is, niet moeijelijk, het gezag van
+andere Schrijvers te verwerpen, en, wat niet met krachtige bewijzen
+gestaafd konde worden, voor fabels te verklaren. Maar men brenge ook
+de meeningen van den Baron van Schwartzenberg ter toetse, en het lijdt
+geen' twijfel, of de oordeelkundige Lezer zal, even als wij, tot de
+uitkomst moeten komen, dat het gevoelen der eerstgemelden aan gewigtige
+tegenbedenking is onderworpen. Het groote en altijd herhaalde argument,
+waarom wij toch zoo weinig bij de Romeinsche Schrijvers van alles,
+wat de kronijken bevatten, vinden, zal toch wel niet als voldoende
+kunnen worden beschouwd:--dan het is hier niet de plaats, daarover
+verder uit te weiden, liever willen wij hier invoegen wat de zeer
+verdienstelijke Oudheidkundige N. Westendorp, in zijn Jaarboek van
+en voor de Provincie Groningen (I. 21 volgg.), op dit onderwerp zegt:
+
+»De Vriesche jaarboeken beginnen de lijst der Vriesche koningen en
+vorsten reeds van vóór den tijd van 's Heilands geboorte af. Alhoewel
+wij ons geenszins met zekerheid op de berigten dezer verzamelaars,
+ten aanzien dier opvolgingen, durven en willen verlaten; nogtans
+deelen wij gansch niet in de twijfelzucht van Emmius en van anderen,
+welke hem gevolgd zijn. Vooreerst zijn er geene redenen, om zoo
+ten eenenmale de geloofwaardigheid van Cappidus Staurensis, geleefd
+omtrent 920, van Occo Scharlensis, welke begon te schrijven in 903 en
+zulks vervolgde tot 970, van Johannes Vlieterpius, Schrijver van den
+potestaat J. H. Martna en der gemeene Landsregteren, die Occo's kronijk
+grootendeels uit het H. S. vertaalde en hier en daar vermeerderde
+(1370), van M. Alvinus (1400), van Andreas Cornelius, overleden te
+Harlingen in 1589, van Corn. Kempius (1588), van Vorperus Taboritha,
+Suffridus Petri, Mart. Hamconius (1624), van Bernh. Gerbr. Furmerius
+(1613), en van meer anderen, te verwerpen. Trouwens de Vriezen
+hadden weleer hunne barden en bardengezangen: zoo hoorde nog de
+bisschop Ludger, eenen Vrieschen bard de daden der vroegere tijden
+bezingen. Andr. Cornelius is ook in mijn oog een achtingwaardig
+Schrijver. Deze verhaalt in de voorrede van zijn werk, dat Vlieterp
+in eene zeer lange voorrede berigtte, dat Occo Scharlensis in de
+voorrede van zijn werk in het breede had ontvouwd, hoe zijn oude oom
+Solcko Forteman het leven der Vriesche koningen, prinsen en heeren,
+die van het begin af in Vriesland hadden geregeerd, ten tijde van den
+laatsten Vrieschen koning Radbod naauwkeurig beschreven had: over welk
+geschrift hij door dien koning zeer was vervolgd geworden. Schoon nu
+dit opstel te dien tijde op koninklijk bevel was verbrand geworden,
+nogtans waren al zijne overgeblevene schriften en boeken in handen
+van Occo gekomen, door middel van Gatje Takama (zijnen vader), welke
+er vele fragmenten en schoone stukken betrekkelijk Vriesland onder
+gevonden had. Deze schat bewoog hem, om alles te verzamelen, wat
+overgebleven was, en wat hij wist. Volgens getuigenis van Suffridus
+Petri, zouden de bouwstoffen tot het werk van Alvinus uit zoodanige
+oude liederen genomen zijn. Daarenboven heeft S. Petri toegang
+gehad tot alle kloosterkronijken en kloosterpapieren van Vriesland,
+waardoor hij in de gelegenheid was, om meer ontwaar te worden dan
+anderen. Ook vinden wij er geene de minste tegenstrijdigheid in, dat
+de Vriezen, even gelijk de Kymry in Wallis en de Galen in Ierland,
+hunne geschiedenis aan de bardenorde toevertrouwden, en dat deze
+ook hunne Taliesins gehad hebben. Bij de Kymry en de Ieren zijn
+deze liederen nog grootendeels behouden, en dalen mede tot vroegere
+tijden terug. De Vriesche berigten, hoezeer vermengd met dichterlijke
+bijvoegselen en met aanvullingen van verschillenden aard, verdienen
+waarlijk de aandacht van onderzoeklievende mannen" [109].
+
+Betrekkelijk den oorsprong der Friezen vinden wij bij Grieksche noch
+Romeinsche Schrijvers eenige voldoende berigten, uit hoofde zij hun
+gezag van den aanvang niet in deze oorden gevestigd hebben. Over
+de benaming en aanvankelijke regeringsvorm zijn ook verschillende
+meeningen te berde gebragt. Het gevoelen ten dezen van den heer
+Mr. A. van Halmael Jr. ook het onze zijnde, nemen wij hier over,
+hetgeen in zijn beknopt Overzigt der Friesche Geschiedenis [110]
+is vermeld:
+
+»De oorsprong van de namen Friezen en Friesland heeft met dien van vele
+andere volkeren en landen dit gemeen, dat hij hoogst onzeker is. Even
+onzeker schier is het te bepalen, op welke wijze het land in de oudste
+tijden is geregeerd geworden; of er één enkel persoon aan het spits
+der regering stond, en zoo ja, welken naam hij droeg. Ook naar de
+uitgestrektheid van het land, hetwelk den naam van Friesland droeg,
+en naar de gedaante van hetzelve, kan men weinig meer dan gissen."
+
+»Het komt ons echter, wat het eerste betreft, niet onwaarschijnlijk
+voor, dat de naam van Friezen niet anders dan vrijen heeft beteekend,
+welken naam dat gedeelte der Germaansche of Duitsche volkeren,
+hetwelk het eerst Friesland tot woonplaats verkozen heeft, zal hebben
+aangenomen, ten einde zich daardoor te onderscheiden van andere
+stammen, die misschien minder naijverig waren op hetgeen zij Friezen
+verstonden onder vrijheid,--volkomen onafhankelijkheid van allen,
+die niet tot hunnen eigenen stam behoorden, of tot de genen welke
+zij daarin goedvonden aan te nemen" [111].
+
+»Wat der Regering betreft, één persoon schijnt aan het hoofd der
+Friezen gestaan te hebben; niet evenwel zonder, in openlijke
+aangelegenheden, den raad der Wijsten, dat is Oudsten zijner
+landgenooten, in aangelegenheden van algemeen belang, de meening van
+het geheele volk ingenomen, en dien van de meerderheid gevolgd te
+hebben. Het komt ons wijders niet onaannemelijk voor, dat die ééne
+persoon, meerder uitvoerder van 's volks wil dan eigenmagtig gebieder,
+maar ook in de uitvoering ongebonden, den naam van Koning droeg,
+welken naam wij, naar de afleiding des woords, meenen aangeduid te
+hebben: den eersten man van het eerste (d. i. mannelijk) geslacht,
+eens heerschenden volks."
+
+»Daarmede willen wij echter niet geacht worden, de geheele rij
+der zeven eerste Koningen (in kronijken Prinsen genoemd), der zeven
+Hertogen en der negen, dezen wederom vervangen hebbende Koningen, welke
+alle door onze kronijkschrijvers met name genoemd worden, te erkennen."
+
+»Ook gelooven wij niet dat de oppermagt der Vorsten erfelijk was,
+althans niet in de eerste tijden, hoewel meestal de zoon eens konings,
+over wiens bewind het volk tevreden was, hem zal opgevolgd zijn."
+
+
+
+Er bestaan over den oorsprong des Frieschen volks eenige overleveringen
+en sagen uit den overouden tijd, in welken de geschiedkundige waarheid,
+met de noodige versierselen en verdichtselen, werd gehuld en bewaard
+gebleven is: jammer maar dat het en door den geest der vroegere
+tijdperken, en door de wijze der overlevering zoo moeijelijk is
+geworden waarheid en fabel van elkander te schiften. Alles komt
+echter op dit punt neder, dat de Friezen geene aborigenes, dat is
+inboorlingen van Friesland waren, maar over zee naar deze landstreken
+waren aangekomen om dezelve te bevolken [112]. Wij willen kortelijk uit
+de geschiedenis enigen dier sagen en volksvertellingen bijeenverzamelen
+en mededeelen, dewijl onze kronijk slechts van eene enkele gewaagd.
+
+Naar het gevoelen van Joachim Hopper zouden de Friezen afkomstig zijn
+van de Hijperboreische volkeren, van wien zij hunne taal, godsdienst
+en zeden hadden ontvangen [113].
+
+Cornelius Kempius verhaalt dat een Karthuizer, genaamd Reinerus de
+Friezen deed afstammen van een aantal Joden, die door Vespasianus
+na de inneming: van Jeruzalem in 't leven gespaard, uit het Joodsche
+land verdreven en herwaarts in ballingschap gezonden waren. »Doch de
+goede man (zoo zegt Van Rhyn [114]) moet Tacitus en andere schrijvers
+niet gelezen hebben, die hem zouden onderricht hebben, dat de Vriezen
+hier al woonden omtrent de tijden van Christus,"--dus voor Jeruzalems
+verwoesting [115]. Deze overlevering hoorde ook bij de oude Pruissen
+te huis, wier voorouders door Salmanzar uit het Joodsche land waren
+verdreven [116].
+
+Van Frankischen oorsprong schijnt navolgende sage door Joannes
+Trithemius, in navolging van Hunibaldus, geboekt in zijne geschiedenis
+der Frankische koningen. Frisius was de zoon van koning Coglio;
+deze werd met toestemming aller Franken Koning van Friesland, doch
+aan deze keus verbonden zij de voorwaarde, dat hij en alle zijne
+opvolgers met hunne onderdanen onder de Franken zouden staan, en tot
+schatting jaarlijks tweehonderd en zestig koeijen leveren: daarenboven
+waren zij verpligt als getrouwe vrienden en bondgenooten der Franken,
+dezen in alle oorlogen bij te staan. De Friezen nu zouden, volgens
+het beweerde van verschillende schrijvers [117], van dezen Koning den
+naam gekregen hebben. Ook dit verhaal wordt door de geschiedschrijvers
+van lateren tijd verworpen, daar de Franken toen nog niet als magtig
+volk zouden hebben bestaan, maar eerst driehonderd jaar na Christus
+geboorte.--Het is echter vrij zeker, dat het Frankisch gezag reeds
+zeer vroeg bij de Friezen heeft geheerscht; zelfs de benaming dezer
+beide volken wordt vaak verwisseld. Deze geheele sage zal echter van
+later dagteekening zijn dan anderen [118].
+
+Hubertus Thomas, een Luikenaar, schreef een boek over de Tongren en
+Eburonen, waarin hij met kracht van redenen betoogde, dat de Friezen
+uit de oude Phrygeers of Trojanen herkomstig waren, welk gevoelen ook
+anderen aankleefden [119]. Grunus, een voornaam Trojaan onder hen, had
+Groningen gebouwd, het gewest Frisia en dus het volk met den naam van
+Friezen gedoopt. Vierhonderd drie en dertig jaren voor Christus waren
+deze Trojanen, onder Marcomir, in Duitschland bij de Saksen gekomen en
+naar den zeekant afgezakt [120]. Tot een vernuftig bewijs van zijne
+stelling brengt Thomas bij, dat het stedeken Ylst niet Elostum, zoo
+als sommige Latijnen zeggen, maar Iliacum, dus genaamd naar Ilium,
+heeten moet, en dat Aschendorp in Groningerland, naar den befaamden
+Ascanius ook den naam Ascania heeft gedragen.--Dit verhaal schijnt
+van Oud-Duitsche geboorte te zijn [121].
+
+Eggerik Beninga beschrijft in zijne Oost-Friesche Kronijk [122]
+den oorsprong der Friezen ook op deze wijze. Ten tijde dat Samuel
+regter over de kinderen Israels was, nadat de wereld 2860 jaren had
+gestaan, was er een koning van Assyrien, Diedictus genaamd, wiens
+gemalinne Albiona bij het volk in kwaad geruchte stond. Op zekeren
+tijd liet zij alle hare zusters, twee en dertig in getal, en allen aan
+koningen, vorsten en groote heeren door den echt verbonden, bij zich
+komen, en, zich niet langer door hare mannen willende laten regeren,
+sloten zij in 't geheim een verbond, dat elk zijnen echtgenoot zou
+om het leven brengen en dan zelve het bestuur in handen nemen. Maar
+de zamenzwering werd ontdekt en tot straf werden de 32 zusters,
+met al de medepligtigen, in een schip zonder roer en zeilen gezet
+en zoo voor wind en stroom aan de willekeur der woeste golven prijs
+gegeven. Na lang omzwervens kwamen zij ten laatste aan een onbewoond
+eiland, hetwelk zij, naar den naam der oudste zuster Albion noemden
+en langen tijd bewoonden. Uit deze zusters werd het groote en wreede
+reuzengeslacht geteeld, dat door Brutus is verslagen en op de vlugt
+gejaagd, welke vlugtelingen de Noordzee opstevenden en naar een
+nieuw vaderland zochten. Dus aan de Friesche kust gekomen, namen zij
+dit land ten deele met geweld in, en zetten zich er neder. Brutus,
+nu Heer van Albion, herdoopte het eiland in Brutannien en liet de
+stad Londen bouwen, dan ook hij werd op zijnen tijd weder verdreven
+door het geweld der Friesche koningen Engistes en Horses.--Zoo ver
+Beninga.--In Westendorp's Kronyk wordt verhaald, dat de gevlugte
+reuzen, bij hunne aankomst aan den Frieschen wal, onvermoeds door
+de ingezetenen des lands verdreven zijn, de Maas zijn opgevaren en
+Slavenburg hebben gesticht.--Zoodat volgens dit verhaal dan reeds
+het land bevolkt was [123]. Deze overlevering schijnt op de Kelten,
+de oudste bewoners van Brittannien te slaan.
+
+In bijna al de geschied- en kronijkschrijvers, zoo als ook in de onze,
+vinden wij de volks-overlevering, welke ook in den Frieschen geest
+geheel gestemd is, van de overkomst der drie gebroeders Saxo, Bruno en
+Friso [124] vermeld, en wel van verschillenden vorm en inhoud. Vooral
+wat betreft de afkomst van den stamvader Friso, daarover is een groot
+verschil. De een maakt hem tot een Jood, de ander tot een Macedonier,
+velen tot een Indiaan. Sommige oude schrijvers hebben de waarheid van
+deze overlevering niet alleen niet in twijfel getrokken, maar die
+tegen anders denkenden met hand en tand verdedigd. B. Furmerius en
+vooral Suffridus Petri hebben zelfs, (de laatste in zijne Apologie)
+Ubbo Emmius en anderen, die dit verhaal voor eene fabel verklaarden,
+voor dwarsdrijvers, slechte recensenten en vijanden des vaderlands
+verklaard. Andere Friesche schrijvers, even als Emmius, verwerpen het
+ook geheel, maar de meesten zijn ook getrouwe navolgers, ja zelfs
+naschrijvers en napraters van Emmius, die als de God der Historie
+werd aangebeden. Het valt niet te ontkennen, dat zijn geschiedboek
+groote waarde heeft, doch ook onvoorwaardelijk in zijne twijfelzucht
+te berusten is niet het veilig midden kiezen.
+
+Uit hoofde men deze sage overal vindt, zullen wij dezelve in zijn
+verband niet herhalen, evenmin als de geschiedenis der zeven zonen
+van den Frieschen Aartsvader Friso, die de volkplanters in Jutland,
+Hessen en Schotland zijn geweest. Men vindt een beknopt verhaal
+hiervan in het Nabericht op Vriesland van van Rhyn [125], dat altijd
+waardig is gelezen en herlezen te worden. Daarin wordt ook vermeld
+hoe de West-Friezen, Keulenaars, Frisiabonen of Nieuwe Friezen,
+Zwitsers en Graubunders, Franken, Strand-Friezen en Eiderstedders,
+uit de oude Friezen zouden herkomstig zijn; terwijl zij ook in
+Oud-Engeland of Brittannien, Ethiopien en Chili in Amerika, zich
+zouden hebben voortgeplant. Van de vermelding ten tweede male der
+Helvetiers of Zwitsers uit de Friezen gesproten [126], ten tijde van
+den Potestaat Magnus Forteman is eene geheel verschillende lezing
+in de Corte Chronyck van Sybe Jarichs [127], welke zegt, dat de
+Friezen die onder Forteman tegen de Romeinen waren opgetrokken, op
+den terugtogt ten deele in Lombardijen en Italien metter woon waren
+gebleven, door een hoop volks meestal gedood werden, zoodat er maar
+weinigen ontkwamen. Dezen nu zwierven op bergen en in dalen rond,
+tot dat zij in Zwitserland gekomen, aldaar zich huizen hebben gebouwd
+en een gedeelte lands bevolkt.
+
+Menso Alting beweert, dat de Friezen van een en dezelfde afkomst zijn
+als al de Overrijnsche volkeren. Het voorgeven, dat zij uit Phrygien,
+of de Indien herwaarts zijn gekomen, acht hij voor zottengeklap en eene
+lange reeks van leugens [128]. Hoezeer eene geheele vergelijking van al
+het geschrevene over dit onderwerp, met een naauwkeurig oordeelkundig
+onderzoek gepaard, een moeijelijke arbeid ware, en hoe bezwaarlijk
+men ook welligt meerder licht in dezen ontvangen zou, was echter de
+beproeving daarvan, en eene wijsgeerige beschouwing van alle nog
+voorhanden zijnde werken en geschriften der moeite overwaardig en
+een zeer verdienstelijk werk. Er is nog zoo veel aanwezig, geschikt
+tot bruikbare bouwstoffen, hoezeer dan ook de vernielingswoede vele
+belangrijke Charters voor altoos hebbe vernietigd, ja zelfs vele
+gedenkstukken der oudheid door zorgelooze onnoozelheid het droevig lot
+hebben moeten ondergaan van over de zeepalen te worden geworpen, en
+welligt hun graf hebben gevonden in de diepte dier golven, welke over
+de verzonken grondvesten der aloude Friesche Koningsstad henenrollen,
+even als of men ook de laatste getuigen des voorvaderlijken roems in
+hetzelfde graf voor eeuwig wilde begraven. Wenschelijk ware eene meer
+algemeene belangstelling in het lot der Historie en in den goeden wil
+dier Schrijvers, welke zonder zelfverheffing of eerbejag slechts hun
+vaderland en de wetenschappen willen dienen, wier doel en handeling
+niet door gloeijende eerzucht of geldgewin worden bestuurd.
+
+Wij willen hiermede over alles wat den oorsprong der Friezen betreft
+afstappen [129].
+
+
+
+Het ligt geheel buiten ons bestek, alles te verzamelen en te vermelden
+wat door de geschiedschrijvers al niet geboekt, geoordeeld en gegist
+is over het hoogst onzekere tijdvak van de eerste bewoners dezer
+Friesche landen, tot op de geboorte van Christus Dit behoort tot
+eene volledige Geschiedenis der Friezen; dan met eenige meerdere
+zekerheid kunnen worden vermeld, de gebeurtenissen van de komst van
+den Veldheer Drusus in Friesland af tot aan de heerschappij van
+Karel den Groote. Wij willen derhalve overnemen, hetgeen de heer
+van Halmael in zijn zeer belangrijk Overzigt over dit tijdvak heeft
+geschreven [130], in hetwelk men natuurlijk wel overeenkomst met de
+kronijken, maar tevens ook vele afwijkingen van sommiger stellingen
+zal ontdekken. Er heerscht echter over deze tijden ook nog eene vale
+schemering, zoo geene duisternis; want de eerste Friesche Koning, wiens
+naam en handelingen met genoegzame zekerheid kunnen worden vermeld,
+heeft geregeerd in de zevende eeuw en heeft den troon beklommen omtrent
+590 of 630. Adgillus de Eerste was die Vorst: wie echter zijn vader
+was, daarover hebben de geleerden het niet eens kunnen worden.
+
+Nu volgt het Overzigt:
+
+
+§ 2.
+
+»Elf jaren voor Christus geboorte, vertoonde zich de veldheer
+der werelddwingende Romeinen, Claudius Drusus Nero in het land der
+Batavieren. Men zegt, ten einde de Germanen of Duitschers te straffen,
+die in de landen, aan hunne grenzen liggende, en onder het oppergebied
+der Romeinen staande, geplunderd hadden. Hij begaf zich langs den Rijn
+in den Oceaan, ten einde de monden Van de Eems en Wezer te bezoeken,
+tusschen welke de Cauchen of Chauken toen woonden. Aan hunne grenzen
+raakte hij in groot gevaar, doch de Friezen, met welke hij bevorens
+in een vriendschappelijk verbond was getreden, redden hem."
+
+»Een jaar later deed hij eene gracht graven, waardoor hij van den Rijn,
+door den Ouden IJssel in het meer Flevo komen konde. Van daar konde hij
+door de Middelzee en verder over de Wadden, in de Eems geraken. De
+Friezen verbonden zich, waarschijnlijk omdat hij hun beloofde,
+dat de Romeinen hen bijstaan zouden tegen hunne, immer onrustige,
+Germaansche naburen, tot het jaarlijks leveren van een bepaald aantal
+ossenhuiden. Ook schijnt hij ter hunner bescherming een kasteel, aan
+de Noordzee te hebben aangelegd. Dat kasteel almede Flevo of Flevum
+genoemd, plaatsen de oudheidkundigen op het tegenwoordig eiland Grind,
+thans eene schulpplaat, niet verre van Terschelling. Daaruit kon de
+Romeinsche bezetting spoedig de Eems bereiken [131]."
+
+
+§ 3.
+
+Jaren na Chr. 29. 48.
+
+»Met de goede trouw, die van oudsher de Friezen kenschetste
+(gelijk de Germanen over het algemeen), voldeden zij eenige jaren
+aan hunne verbindtenis, en wel tot aan of in het jaar 29 na Christus
+geboorte. Den Romeinschen veldheer Germanicus schijnen zij bijgestaan,
+en zelfs zijn leger eenmaal eene groote dienst bewezen te hebben,
+met hem zekere plant, door de Romeinen Brittenkruid genaamd,
+ter heeling van de scheurbuik aan te wijzen [132]. In gemeld jaar
+eischte zekere Olennius, een Romein, die met eenig bevelhebberschap,
+misschien wel met dat van het kasteel Flevum, en met het invorderen
+der zoogenaamde schatting belast was, eene soort van huiden, welke
+zij, evenmin als de waarde van dien, leveren konden. Zij lieten
+zich eerst daarvoor hunne ossen, toen hunne landerijen, eindelijk
+hunne vrouwen en kinderen tot slaven afnemen, hopende dat men hunne
+bereidwilligheid ziende, hun geregtigheid zou doen wedervaren. Maar,
+het zij de klagten der armen het oor des Keizers niet bereiken konden,
+het zij de Keizer zijne prefecten toeliet in het klein te plunderen,
+gelijk hij-zelf in het groot deed, zij vonden geen gehoor, en begonnen
+den regvaardigsten krijg. Zij grepen en doodden de hen kwellende
+knechten, en belegerden Olennius in de Romeinsche sterkte. Wel moesten
+zij het beleg opbreken, omdat er een aantal Romeinsche benden ter
+ontzet naderde, alles onderwegen plunderende en verwoestende; doch,
+ofschoon de Romeinen, volgens het zeggen hunner geschiedschrijvers,
+hen, evenwel niet zonder aanvankelijke nederlagen en groot verlies,
+overwonnen, zij schijnen hunne vrouwen en kinderen, en hunne landerijen
+toch terug bekomen te hebben, en waarschijnlijk zijn zij zelfs wel
+van Romeinen en schatting ontslagen geworden, of ontheven gebleven."
+
+»Althans men vindt niet weder van Romeinen hier te lande gewag gemaakt,
+dan omtrent twintig jaren later. Toen, heet het, hebben de Friezen zich
+aan den veldheer Corbulo onderworpen. Hij leidde weder krijgsbezetting
+in Friesland, en stichtte er eene sterkte, zoo sommigen meenen ter
+plaatse, waar nu Groningen ligt. Doch hij moest die bezetting welhaast
+terugtrekken, op bevel van zijnen toenmaligen Keizer, Claudius, die
+den Rijn tot grens des Rijks bepaalde:--van eenige schatting wordt
+te dier gelegenheid niet gesproken."
+
+
+§ 4.
+
+J. na Chr. 59.
+
+»'t Schijnt evenwel dat de Friezen, wier naam, sedert het gebeurde
+met Olennius, reeds onder de Germanen doorluchtig was geworden,
+bondgenooten der Romeinen gebleven zijn.--Toen toch, eenige jaren
+later, een deel der Friezen, onder aanvoering van Verritus en Malorix
+[133], die men daarom niet voor Friesche Koningen behoeft te houden,
+zich op eene ledige plek gronds, denkelijk aan den linker Rijn-oever
+nedersloegen; toen daarop de Romeinsche gezaghebber in dien oord
+hun aanzeide, dat zij die weder verlaten moesten, ten zij de Keizer
+hun toestond, haar in te nemen, begaven Verritus en Malorix zich, om
+'s Vorsten toestemming te verkrijgen, naar Rome. Daar bragt men hen
+in den schouwburg; zij zagen er de gezanten der volkeren, die gezegd
+worden in trouw en liefde voor Rome uit te munten, op de banken der
+Romeinsche Raadsheeren zitten, dat een eerbewijs heette. Daarop begaven
+zij zich derwaarts, en zetten er zich insgelijks neder, zeggende:
+dat geene stervelingen de Germanen in wapenen of trouw overtroffen. De
+Friesche rondheid behaagde zelfs den wellevenden Romeinen."
+
+
+§ 5.
+
+J. na Chr. 240, 350, 418.
+
+»Het komt ons voor, dat de Friezen, bij vervolg van tijd, nu eens
+de zijde der Romeinen zullen gehouden hebben, in de oorlogen,
+welke dezen bij voortduring tegen de Germaansche volkeren voeren
+moesten; dan weder, zich met de laatstgemelden tegen de Romeinen
+zullen vereenigd hebben. Van het laatste vinden wij een bewijs in
+den bekenden oorlog, door de Batavieren, onder Claudius Civilis,
+tegen hunne onderdrukkers ondernomen. Ook kan het zijn, dat zij
+somtijds inderdaad aan hen onderworpen geweest zijn; doch zij raakten
+eindelijk buiten alle betrekking tot dezelven. Gedeeltelijk voorzeker
+reeds, toen onderscheidene Germaansche volkeren, onder den naam van
+Franken, omtrent het jaar 240, vereenigd, zich ruim honderd jaren
+later, vestigden in Taxandrie, waardoor men het voormalig eiland
+der Batavieren met de zuidelijk daaraan grenzende landen, en een
+gedeelte van Braband, misschien ook Zeeland moet verstaan.--Voor zoo
+verre zij zelven, of althans een gedeelte hunner, tot dat verbond
+behoord mogten hebben, en onder de Saliers mogen gerekend zijn,
+zijn zij nogtans zekerlijk vrij en onafhankelijk gebleven, en dien
+Franken niet onderworpen.--Geheel echter, toen die zelfde Franken,
+nog ongeveer honderd jaren later, een koningrijk in Gallië, het
+tegenwoordige Frankrijk, stichteden, hetgeen Rome erkende. Rome, dat
+Rijk, hetwelk intusschen door zijnen opperheer, Theodosius den Groote,
+in twee Keizerrijken, het Oostersch, hoofdstad Constantinopolen, en
+het Westersch, hoofdstad Rome, was gesplitst geworden, en onder zijn
+eigen gewigt bezweek, gelijk alle Staten zullen doen, die, als Rome,
+naar de opperheerschappij der wereld trachten;--o troostrijke leer
+der Geschiedenis!"
+
+
+§ 6.
+
+J. na Chr. 62, 68, 90, 183, 186.
+
+»Als men het gezag onzer kronijken niet geheel wil verwerpen,--en het
+zoude zoo ondienstig voor de beoefening der geschiedenis als onbillijk
+jegens onze voorvaderen gehandeld zijn, indien wij het deden,--leden
+de Friezen intusschen menigen aanstoot van de Noordelijker en
+Noord-oostelijker volkeren, onder onderscheidene namen, maar vooral
+onder dien van Deenen in gemelde schriften voorkomende.
+
+Reeds op het jaar 62, wordt van zulk eenen inval der Deenen in
+Friesland gesproken, en jaarlijks schijnen zij, tot in 68, hunne
+pogingen te hebben herhaald, meer om te plonderen, dan om zich hier
+te vestigen. Op het jaar 90 vindt men van eenen inval der Noormannen
+gewaagd. Omtrent 183 van eenen dergelijken der Gothen en Wenden. Op 186
+van eenen der Wilten, welke bij die gelegenheid de eerste grondslagen
+van Wiltenburg, naderhand de stad Utrecht, zouden gelegd hebben [134].
+
+Zijn er inderdaad zulke invallen, bloot met oogmerk te plunderen,
+geschied, dan mag men daaruit afnemen, dat deze landen minder arm dan
+voorheen waren. De netten van eenige visschers, en het weinige vee
+van eenige arme landbouwers, kunnen toch de roofzucht van tamelijk
+afgelegene volkeren niet, bij herhaling, hebben aangelokt; en wanneer
+het waar is, dat men hier, op zijne beurt zich bereidde tot eenen
+zeetogt naar de landen dier lastige plonderaars (welken togt, uit
+hoofde van een getroffen bestand, achterwege bleef), schijnt zulks
+eene regering aan te kondigen, die niet geheel van magt en veêrkracht
+ontbloot was. Doch wij zullen hier niet verder in treden, omdat onze
+bronnen niet zekerder en naauwkeuriger zijn [135]."
+
+
+§ 7.
+
+Jaren na Chr. 280, 449.
+
+»Inmiddels hadden ook de Saksen zich van een gedeelte van
+ons tegenwoordig Nederland meester gemaakt.--Dit volk, welks
+oorspronkelijke woonplaats men denkelijk in het tegenwoordige Sleeswijk
+en Holstein, over de Elve, langs de Noordzee, en op de eilanden aan de
+kust dier zee moet zoeken, schoon het sedert lang zich westwaarts had
+uitgebreid, kwam, waarschijnlijk over zee, eerst in Taxandrie (verg. §
+5), en trad in verbond met de Franken, die hen de bezette landstreek
+behouden lieten. Toen de Franken zich zuidelijker op begaven, hebben
+de Saksen meerderen hunner landgenooten tot zich gelokt, en zich
+meer en meer van de Franken afscheidende, en een gedeelte hunner
+vorige woonplaatsen bezettende, eenen Staat op zich zelven gaan
+uitmaken. Franken, Saksen en Friezen, waarin de kleindere natien,
+die voorheen ook dezen grond bewoonden, versmolten waren, wat met
+name van het overschot der voormalige Batavieren mag gezegd worden,
+die zich met de Friezen vereenigd hebben;--Franken, Saksen en Friezen
+bezetteden alzoo het grootste deel van het tegenwoordige Frankrijk
+en onze Nederlanden, en naarmate de Saksen hunne vorige woonplaatsen
+verlieten, hebben de Friezen zich daarin uitgebreid."
+
+»Toen de Franken nog aan de Friezen grensden, werd er een gedeelte der
+eerstgemelden, bij zekere gelegenheid, door den Romeinschen Keizer
+Probus naar de kust van Pontus overgebragt. Deze Franken, gedreven
+door liefde tot den voormaligen grond, verlangden daarna terug te
+keeren. Zij maakten zich meester van eenige Romeinsche schepen, zeilen
+daarmede door den Bosphoros en den Hellespont tot in de Middellandsche
+zee, plunderen de kusten van Asia, Griekenland, de rijke stad Syrakuse
+op het eiland Sicilië; zeilen vervolgens door de straat van Gibraltar,
+en zoo komen deze stoutmoedige roovers, langs de kusten van Spanje
+en Frankrijk, door het kanaal, aan het strand der Batavieren of
+aan dat der Friezen. Dit einde van hunnen togt, welke eene reis om
+de wereld mag heeten, maakt het waarschijnlijk dat er ook Friezen
+onder deze zeevaarders geweest zijn, en dat de eer dier onderneming,
+aan welke men zijne bewondering niet kan weigeren, ook gedeeltelijk
+aan onze voorouderen toekomt. Van oudsher was verkleefdheid aan den
+vaderlandschen grond een hoofdtrek van het Friesche karakter."
+
+»Nadat de Saksen de onmiddellijke naburen der Friezen geworden
+waren, hebben zij met dezen in verbond geleefd. Ook mag men het
+daarvoor houden, dat de lotgevallen der Saksen, bij de Schrijvers
+der middeleeuwen vermeld, grootendeels mede die der Friezen geweest
+zijn [136], die dan eerst weder met hunnen eigenen naam ten tooneele
+verschijnen, nadat de Saksen oostwaarts wijken voor de Franken, die
+zich op nieuw tot aan Friesland uitbreiden, en eindelijk ook daar
+meester worden."
+
+»Zoo is het b. v. bij de naauwkeurigste en oordeelkundigste
+Geschiedschrijvers zeker, dat er Friezen geweest zijn onder de Saksers
+en de met hen vereenigde Anglen (een ander noord-oostelijk volk),
+die zich, onder aanvoering van Hengst en Hors, zoo men ze noemt,
+in 449 of 50 naar Brittanje, het tegenwoordige Engeland, begaven. En
+hoewel het nagenoeg zeker is, dat de aanvoerders zelve Saksen waren,
+komt het ons voor, dat zelfs het grootste gedeelte dier vreemdelingen
+uit Friezen heeft bestaan."
+
+»Zij waren tot die overkomst uitgenoodigd geworden door de Britten
+zelven, die hunne noordelijke grens-naburen, de Schotten en Pikten,
+niet wederstaan konden. Van hen en van de dochter van Hengst, de
+schoone Ronixa of Rovena, maken zoowel de Britsche kronijken als de
+onze gewag."
+
+»Hier voor pleit ook de overeenkomst van de Engelsche met de echt
+Friesche taal, beide dochters der Saksische, naderhand Anglo-Saksische
+genaamd, d. i. dier taal, welke de in Brittanje overgekomene Saksen,
+Anglen en Friezen spraken. De Britten tot hun ongeluk te laat beseft
+hebbende, dat zij nimmer ter beslissing der twisten op hun eiland,
+vreemden hadden moeten inhalen, moesten later die vreemden tot hunne
+heeren aannemen, of hun vaderland ontwijken. Velen begaven zich naar
+een gedeelte van Frankrijk, naderhand naar hen Bretagne genaamd; de
+overigen versmolten in de Anglo-Saksen. De tegenwoordige Engelschen
+en de Friezen mag men met regt broeders kinderen heeten. Ware deze
+les voor de Friezen slechts niet evenzeer verloren gegaan als voor
+zoo vele latere volkeren!"
+
+
+§ 8.
+
+J. na C. 468, 496, 555, 562, 605, 628, 631.
+
+»Doch toen de Saksen en Franken elkander wederkeerig te magtig
+werden, ontstond er groote vijandschap tusschen deze beide strijdbare
+volkeren. Toen de Koning der Franken, Childerik, met zijnen mededinger
+Egidius (Gilles) om de kroon twistte, kozen de Saksen de zijde van den
+laatstgemelde, die hen om bijstand aanzocht. Staatkundig was het, het
+verzoek van den zwakste in te willigen, ter vernedering en verzwakking
+van den magtigste.--Maar de Saksers streden zoo ongelukkig, dat zij
+genoodzaakt waren, zich aan Childerik te onderwerpen, zelfs hem bij te
+staan in zijne oorlogen tegen andere Duitsche volkeren. Daarna weder
+in oorlog geraakt met Childerik's zoon, Klovis, schoten zij ook tegen
+dezen te kort. Klovis verdeelde, bij zijnen dood, zijn rijk onder
+zijne zonen, en dat gedeelte, hetwelk vervolgens onder Oost-Frankrijk
+of Austrasie heeft behoord, grensde aan de Saksen.--Eerst het aandeel
+van Theodorik I zijnde, geraakte het later in handen van Klovis'
+jongsten zoon, Chlotarius I. Deze met de Saksen in oorlog geraakt,
+bragt hun verscheidene nederlagen toe. De strijd werd telkens hervat,
+en eindigde met de oplegging eener schatting aan den vijand, die van
+den Franken 500 koeijen jaarlijks te leveren."
+
+»Evenmin gelukkig waren zij tegen Sigebert I, zoon van Chlotarius I,
+en Koning van Austrasie, die hen sloeg aan het Boerdiep, d. i. de
+Middelzee, dus in het hart van ons tegenwoordig Friesland,--tegen
+Theodebert II en Theodorik II, kleinzonen van voormelden Sigebert I,
+Koningen van Austrasie en Bourgonje,--tegen Chlotarius II, Koning van
+geheel Frankrijk, en tegen Dagobert I, diens zoon. Deze laatste schold
+hun de schatting kwijt, hun door Chlotarius I opgelegd, mits zij de
+Slavoniers, een Noordsch volk, dat hem te magtig was, beteugelden,
+'t geen hun echter niet gelukte."
+
+
+§ 9.
+
+Jaren na Chr. 513, 677.
+
+»Inmiddels hadden de Noordsche volkeren niet stil gezeten. Nogtans
+vielen zij met meer zoo bij voortduring op de Friezen aan als te
+voren. 't Schijnt zelfs dat dezen, of om in den stijl van dien tijd te
+spreken, de Saksen, hen hebben bijgestaan tot het doen van eenen inval
+op het grondgebied van den reeds vermelden Theodorik I. Toen Dagobert
+hun de schatting kwijtschold, was Adgillus I Koning der Friezen. Hem
+kunnen wij prijzen als een regtvaardig en edel Vorst. Hij vergunde
+het prediken van het alleen zaligmakend Evangelie in deze landen. De
+heilige Wilfrid, Bisschop van Jork in Brittanje, kwam van daar
+herwaarts. Zijne vijanden aan het Engelsche hof, waartoe de Koning zelf
+schijnt behoord te hebben, wanende dat hij naar Frankrijk was gegaan,
+wisten den ondeugenden Ebroïn, toen Groot-Hofmeester bij den Koning
+van Frankrijk, in hun belang te trekken. Deze schreef aan Adgillus,
+en beloofde hem eene aanzienlijke som gelds, bijaldien hij hem den
+Bisschop, levendig of dood, wilde overleveren. Adgillus was geen
+Christen, maar de oude deugd der Duitschers (der Friezen vooral, zeggen
+wij) woonde in zijn hart. Hij deed een' brief, in tegenwoordigheid
+van Wilfrid en zijne medgezellen, en in dien van Ebroïns gezanten,
+luide voorlezen; vervolgens nam hij dien, verscheurde hem, en leverde
+het overschot der vlam over, de Frankische afgezondenen den smaad en
+der schaamte ter prooi latende."
+
+»Volgens onze kronijken, deed ook Adgillus zekere hoogten of terpen
+opwerpen, opdat zich de landzaten daarop bergen mogten tegen de
+overstroomingen, welke van oudsher deze landen met wee en jammer
+overstelpten [137]."
+
+
+§ 10.
+
+J. na Chr. 679, 685, 687, 711, 719.
+
+»De opvolger van Adgillus, Radboud I, (of hij zijn zoon was,
+wordt door sommigen, niet zonder grond, betwijfeld) regeerde niet
+gelukkig.--Volgens de Kronijken, werd hij zelfs door de Denen
+gevangen genomen en naar Denemarken gevoerd; naderhand echter weder
+vrij gegeven. Het Frankische Rijk was een tijdlang ter prooi aan
+binnenlandsche oneenigheden. Van deze schijnt Radboud zich aanvankelijk
+bediend te hebben, ten einde zijn Rijk tot aan den mond der Schelde
+uit te breiden. Dit echter wikkelde hem in eenen krijg met de Franken,
+die voorlang de Saksen verdreven hadden uit de landstreken, welke
+Radboud nu aan zich trok, en er meesters geworden waren."
+
+»De Koningen der Franken waren thans slechts Koningen in naam,
+en de klem van het bewind was in handen (sedert 687) van den
+Groot-Hofmeester Pepijn van Herstal, die zich Hertog en Prins der
+Franken noemde. Pepijn schijnt Radboud een aanzienlijk gedeelte van
+zijn Rijk ontweldigd te hebben, onder anderen Wiltenburg (Utrecht), 't
+welk Pepijn vervolgens ten verblijve gaf aan Willebrord, door den Paus
+tot Bisschop der Friezen verheven. Pepijn was een ijverig Christen,
+en wist het Christendom wonder wel dienstbaar te maken aan zijne staat-
+en heerschzuchtige oogmerken. Radboud haatte Pepijn en het Christendom,
+hetwelk hem aan Pepijn onderwerpen moest. Daarom verwoestte hij bij
+de eerste gelegenheid de beste den nieuwen Bisschopszetel, doch moest
+weder voor Pepijn zwichten."
+
+»Op nieuw werd de prediking in Friesland hervat. Zelfs nam Radboud's
+dochter, Theodesinde of Teutsinda, het Christendom aan, en werd de
+echtgenoote van Grimoald, zoon van Pepijn. Dit bewijst duidelijk,
+dat de zoo magtige Franken evenwel geene kans zagen, zich de Friezen
+te onderwerpen, en dat Pepijn uit dien hoofde, zich door zoodanig eene
+verbintenis, ten minste tegen hunne vijandschap, poogde te verzetten."
+
+»Deze Grimoald werd daarna vermoord door zekeren Rangarius, welke
+gezegd wordt tot de lijfwachten van Koning Radboud behoord te
+hebben. Daarom wijten sommigen hem, anderen zijner dochter, dien
+moord. Doch dit is ver van bewezen, en wij zien inderdaad niet,
+dat Radboud enig belang bij den ondergang van Grimoald zoude gehad
+hebben, eene reden te minder, om aan die beschuldiging geloof te
+slaan.--Wel zegt een onzer Geschiedschrijvers, dat Radboud, die
+zich immer nog niet ontzag de Christenen te vervolgen, niet beducht
+voor de wraak van Pepijn, wiens jaren hoog geklommen waren, vreezen
+moest, dat Grimoald den hoon, zijnen vader aangedaan, zou wreken,
+en hem daarom uit den weg moest ruimen; doch wat zou hem dit gebaat
+hebben, daar Pepijn nog twee andere volwassen zonen had, door geene
+echtverbindtenis aan Radboud verbonden, en van welke hem dus zoodanig
+eene wraak nog veel meer stond te vreezen?"
+
+»Om een bewijs te geven, hoe verschillend de latere Geschiedschrijvers
+de gebeurtenissen van dien tijd opvatten, en hoe moeijelijk het
+daarom is, een overzigt van denzelven daar te stellen, willen wij,
+hetgeen op dien moord volgde, op tweederlei wijze verhalen."
+
+»Pepijn, zegt een der beroemdste hedendaagsche Duitse
+Geschiedschrijvers [138], bepaalde hierop, dat Theudoald, Grimoald's
+onechte zoon, Hofmeester in Austrasie zou worden, welke waardigheid
+alleen Pepijn eigenlijk had bekleed, hoewel hij ook grooten invloed
+op de zaaken van West-Frankrijk (Neustrië of Neustrasie) had. Daarop
+deed Plectrude, grootmoeder van Theudoald, de zonen van Pepijn bij
+zekere Alpheid (of Alphaïda), Karel (Martel) en Hildebrand gevangen
+nemen, opdat zij aan Theudoald de waardigheid van Groot-Hofmeester
+niet betwisten zouden. Dit kon niet geschieden zonder voorkennis
+van Pepijn.--Pepijn stierf. De West-Franken verkozen toen zekeren
+Raginfrid tot hunnen Groot-Hofmeester. Daartegen verzetteden zich de
+Oost-Franken, met Theudoald aan 't hoofd. Er viel een veldslag voor,
+dien de Neustrasiers wonnen. Theudoald nam de vlugt, en kwam kort
+daarna om. Hierop ontkwam Karel Martel zijner gevangenis, en wilde
+zich met het Groot-Hofmeesterschap van Austrasie te vreden houden. Ook
+dit wilden de Neustrasiers hem niet laten. Nu streed hij dan om het
+geheel, en het gelukte hem, Groot-Hofmeester over de beide Rijken,
+ook Hertog en Prins te worden. Theudoald was voor het overige ouder
+dan Karel, die omstreeks 690 geboren was."
+
+»Pepijn, zegt een der nieuwere en wijsgeerigste Fransche
+Geschiedschrijvers [139], was Groot-Hofmeester over geheel Frankrijk;
+eene van zijne grootste zorgen was, alle onderscheiding tusschen
+Austrasie en Neustrië te doen verdwijnen; maar hij was genoodzaakt,
+die onderscheiding weder op nieuw te maken, ter gunste van zijne
+zonen. Toen Grimoald stierf, liet hij eenen zoon na, Theudoald, oud
+ongeveer zes jaren. Dezen schonk Pepijn toen het Groot-Hofmeesterschap
+van Neustrië. Toen stierf hij. Na zijnen dood deed Plectrude Karel
+Martel gevangen nemen,--van Childebrand (Hildebrand) wordt niet
+gesproken; dit had Pepijn voorzeker niet gelast. Daardoor veroorzaakte
+zij dat Karel, die anders aan Theudoald het Groot-Hofmeesterschap
+van Neustrië wel zou gelaten hebben, als zich met dat van Austrasie
+kunnende vergenoegen, nu uit wraak, om den hem aangedanen hoon, hem dat
+moest betwisten.--De grooten van Neustrië, niet door een kind willende
+geregeerd worden, kozen Raganfrid. Deze wilde Groot-Hofmeester van
+het geheele Rijk worden. Het overige komt met het verhaal van den
+Duitscher nagenoeg overeen. Alleen wordt, bij den Franschman, Ramfroy
+(Raganfrid) eerst na de nederlage van degenen, die het voor Theudoald
+opnamen, tot Groot-Hofmeester verkoren."
+
+»Zooveel is intusschen zeker, dat Raganfrid, die alleen wilde
+heerschen, en eindigde met alles, op één Graafschap na, te verliezen,
+naderhand echter zoo verstandig was, zich met hetzelve tevrede te
+houden, hetwelk andere overweldigers, die in het eerste zijn voorbeeld
+gevolgd hebben, niet deden; dat deze Raganfrid hulp zocht bij Radboud,
+dien de Fransche Schrijvers slechts Hertog der Friezen noemen;--hij
+mogt geen hooger rang dan Pepijn en Karel hebben. Dit moet den
+doodvijand der Austrasiers welkom geweest zijn.--Hij trok te veld,
+en overwon Karel, die hem afzonderlijk aanviel. Hij schijnt zich
+vervolgens met de Neustrasiers vereenigd te hebben tot het beleg
+van Keulen, in welke stad Plectrude zich onthield, die, nadat de
+Neustrasiers hadden moeten aftrekken, omdat Karel hen in den rug
+dreigde, hem tot den aftogt, door eene aanzienlijke som gelds,
+overhaalde."
+
+»Hiermede was echter de krijg tusschen Karel en Radboud nog niet
+geëindigd. Nadat Frankrijk-zelf was bevredigd geworden, schijnt
+Radboud, die misschien zijne aanvallen op dat gedeelte van zijn gebied,
+hetwelk hem door Pepijn was afgenomen, hernieuwd heeft, nog eene
+nederlage aan de Middelzee te hebben geleden, en dien ten gevolge
+op nieuw de prediking van het Christendom door geheel Friesland te
+hebben moeten toestaan. Daarna verklaarde hij zich zelfs bereid den
+H. Doop te ontvangen. Toen echter Wulfram, laatstelijk Bisschop
+van Sens, gereed stond, hem dien toe te dienen, en hij bereids
+met den éénen voet in de doopvonte stond, vroeg hij den Bisschop,
+of hij zijne voorvaderen en de verstorvene Friesche Edelen ook in
+den hemel hervinden zoude? Wulfram's onbedacht antwoord: dat die in
+de hel waren, als ongedoopten, deed hem, onder het zeggen, dat hij
+liever met zijne voorvaderen en vrienden in de hel, dan met aan hem
+onbekende Christenen in den hemel zijn wilde, den voet terugtrekken."
+
+»Volgens anderen zou dit al onder Pepijn zijn voorgevallen. Sommigen
+verklaren de geheele gebeurtenis, welke den inborst van Radboud
+nogtans volkomen kenschetst, voor eene fabel."
+
+»Kort daarop kwam Radboud te sterven."
+
+
+§ 11.
+
+J. na Chr. 734, 738, 744, 746, 754 of 755.
+
+»Wie hem opvolgde, is niet geheel zeker; sommigen zeggen, zijn
+zoon Adgillus II, anderen, zekeren Poppo. Misschien is het
+Radboud I mogelijk geweest, zijn gebied, op het voorbeeld der
+Frankische Koningen, onder zijne kinderen te deelen, en dan zal hij
+Oost-Friesland, het land der groote Friezen, aan zijn oudsten zoon,
+Adgillus II, en wat hem van het overige gebleven was (Noord-Holland),
+aan diens broeder Poppo gegeven hebben."
+
+»Poppo oorloogde met Karel Martel. De twistappel, hetgeen den Frieschen
+Koningen van het voormalig land der kleine Friezen ontnomen was,
+was voorhanden. Poppo is waarschijnlijk in dien strijd gesneuveld,
+zonder dat de Friezen meer gronds verloren; zijn broeder erfde zijn
+Rijk, en verdeelde bij zijnen dood hetzelve weder onder zijne zonen,
+Gondebald en Radboud II."
+
+»De laatste bekwam West- de eerstgemelde Oost-Friesland."
+
+»Gondebald was een vreedzaam Vorst; maar Radboud II had den aard en
+de denkenswijze van zijnen voorzaat van gelijken naam, en bovenal
+diens afkeer van het Christendom overgeërfd. Met de Saksen verbonden,
+beoorloogde hij Karoloman en Pepijn den Korte, zonen en opvolgers van
+Karel Martel, maar zonder vrucht. Daarentegen stond hij zijn' broeder,
+Pepijn, bij tegen de Saksen. Het schijnt op aandrijving van Radboud
+geweest te zijn, dat de vrome Bonifacius, Aartsbisschop van Maintz,
+het Christendom verkondigende, in het gebied van Gondebald, omtrent
+het toenmalige vlek Dokkum, door de ongeloovige Friezen vermoord is
+geworden. Althans Pepijn, toen reeds Koning der Franken, heeft dien
+moord op hem gewroken, of dien, tot voorwendsel om hem op nieuw te
+beoorlogen, genomen. Radboud moest de vlugt naar Denemarken nemen,
+en misschien heeft hij zich toen eenigen tijd op het eiland Helgoland
+opgehouden, en aldaar de afgodendienst in al haren vorigen luister
+hersteld. Ook zou het kunnen zijn, dat Gondebald eerst toen, na het
+vertrek van Radboud, de kroon verkregen heeft, en dat de laatstgemelde
+tot dien tijd toe alleen in Friesland geheerscht had. In dit geval
+zouden wij onderstellen mogen, dat Radboud de oudste zoon van Adgillus
+II geweest is."
+
+
+
+Tot dusverre het Overzigt van den heer v. Halmael, uit al
+de Geschiedschrijvers bijeengebragt en met zijn eigen oordeel
+verrijkt. Het verschil in de jaren, waarin de gebeurtenissen worden
+vermeld, is bij vele Schrijvers zeer opmerkelijk; dan een opzettelijk
+onderzoek hierover, zou voor ons doel van weinig nut zijn.--Wij zullen
+liever de korte geschiedenis van Radboud tot aan zijnen dood vervolgen.
+
+In den jare 768 stierf Pepijn, nalatende drie zonen, Karloman, Karel
+en Gilles; welke beide eersten, daar de laatste tot den geestelijken
+stand was opgebragt, het rijk verdeelden. Karloman viel Oost-Frankrijk
+en Karel Friesland ten deel. Karel, door zijne regtschapenheid,
+vele deugden en groote kundigheden, verwierf zich te regt den naam
+van den Grooten [140]; maar zijne onrustige broeder, wien twist en
+tweedragt liever was dan rust en vrede, vervolgde hem steeds als een
+vijand. Dan slechts drie jaren werd hem daartoe gegeven, want toen
+stelde de dood paal en perk aan deze kwelling. Karel werd nu ook als
+Koning van Oost-Frankrijk erkend.
+
+Radboud, de bittere vijand zoowel der Christenen als der Franken,
+was in Friesland teruggekeerd, algemeen weder tot Koning erkend,
+en begon zijnen woesten aard en wreede vervolging weder vrijen
+teugel te vieren. Hij vereenigde zich met der Saksen Koning of
+Hertog Witekind, ten einde Karels magt te fnuiken en op den troon
+te blijven. Meer dan eens moest hij echter het onderspit delven,
+tot hij eindelijk gedrongen werd weder naar de Denen de wijk te
+nemen. Een paar jaren daarna, (gelijk sommige Schrijvers beweren)
+tijdens den togt van Karel naar Spanje, waarin alwat Frankenland
+groot en edels opleverde, tot volkomen nederlaag en vernieling werd
+gebragt, kwam de nog woelzieke Radboud in Friesland, en hernam het
+bewind, doch slechts voor twee jaren lang.--Karel's legertroepen
+joegen den woesten Fries weder naar Denemarken, zijn toevlugtsoord,
+alwaar hij in ballingschap zal gestorven zijn. Geene zekere, zelfs
+flaauwe narigten van zijn levenseinde, zijne familie of kinderen is
+aan de nakomelingschap overgebragt.
+
+In Oost-Friesland zijn nog overblijfselen uit den ouden tijd aanwezig,
+zoo als de Kon-Rebberts- en Rabboltswegen, de Rabboltsbergen en een
+deel van de heerbaan in Groningerland, welke Radbodiweg genoemd wordt
+[141].
+
+
+Bl. 6.
+
+Over het Friesche Wapen meenen wij te mogen aanmerken, dat, wanneer
+men het oude Wapen van Friesland, voorkomende bij Winsemius,
+Hamconius en anderen, voor het familiewapen der Friesche Koningen
+houdt, de geschiedenis hiermede in strijd is, als den oorsprong der
+Familienamen en Wapens uit de tijden der Kruistogten, aangevangen in
+1096, vermeldende; terwijl de laatste Koning, Radboud II, omtrent
+den jare 775 de kroon verloor, en waarschijnlijk kort daarop is
+gestorven. Sommigen hebben echter beweerd, dat de oorsprong der Wapens
+reeds bij de oude Germanen te zoeken zij; doch hoewel de schilden der
+voornaamste krijgshelden onder hen werden beschilderd en versierd,
+vindt men geen bewijs voor de regelmatige zamenstelling en afwisseling
+van kleuren naar bepaalde regels, of van eenige figuren tot kenteeken
+aangenomen. Hebben de Friezen, voor dat zij met de Romeinen bekend
+waren, vanen gebruikt, het blijkt nergens uit, dat deze met figuren
+zouden zijn voorzien geweest; en van de Romeinen konden zij die niet
+overnemen, daar deze wel effen gekleurde en met goud gestikte vanen
+bezigden; doch van regelmatige wapen-figuren vindt men niet vermeld
+[142].
+
+Het oude Friesche Wapen heeft zeer veel overeenkomst met die
+wapenschilden, welke sedert de Kruistogten in gebruik kwamen,
+en dit versterkt de meening, dat het niet van Friso's tijd af als
+Landswapen of als veldteeken is gevoerd.--Hamconius zegt, dat van
+Friso af tot Beroald het Wapen bestaan hebbe uit een azuren schild,
+waarop drie zilveren balken, op welke zeven roode plompebladeren
+(niet pompelbladeren, zegt Dodonaeus) geplaatst waren.--Van Beroald
+tot Radboud II werden er een balk met vier bladeren bijgevoegd,
+zoodanig als Beroald het veranderde, toen hij, de dochter van Koning
+Ridzard gehuwd hebbende, na den dood zijns schoonvaders Oost- en
+West-Friesland vereenigde.--Suffr. Petri plaatst de plompebladeren
+tusschen de balken en niet op dezelve, strijdig met de regelen der
+Wapenkunde, welke niet toelaten, dat men kleuren op kleuren, maar wel
+kleuren op metalen plaatst, gelijk men dit bij de Schrijvers over de
+Heraldie zal vinden.--Koning Haron zoude vroeger aan de Hertogen van
+West-Friesland een Wapen gegeven hebben, met slechts één zilveren balk
+en vier roode plompebladeren in het blaauwe schild.--Met de regering
+van Karel den Groote kwamen de leeuwen en blokjes in het Landswapen.
+
+
+Bl. 7.--Ao 245.
+
+De Friesche Pateele en de Friesche Hoorn. Winsemius, Chron. fol. 12,
+spreekt niet uitdrukkelijk van de eigenlijke Pateele als door Adel
+ingesteld, maar wel van de vriendenmaaltijden en andere bijeenkomsten,
+waarop men zich, ook op Duitsche wijze, aan de dronkenschap overgaf:
+iets dat aan geen tijdvak zeer vreemd is. Echter werd er spoedig bij de
+feesten een ceremonie- of zedemeester aangesteld, wien bij het drinken
+vooral het toevoorzigt was gegeven. De kantteekening van Wins. ter
+a. p. luidt: »Die Vriesche Hoorn inghestelt met den Schuttel."--Deze
+Pateele of schotel zou uit dertien of veertien verschillende geregten
+bestaan hebben, en de Hoorn een gewone stierenhoren geweest zijn. Wie
+nu de geschiedenis van Adel voor eene fabel houden, beweren, dat de
+Friezen het gebruik van uit Horens te drinken van de Denen en Noren
+hebben overgenomen.--Dan stellig is het, dat het gebruik in overouden
+tijd bestond; als ook, dat men later de Horens niet meer van gemeene
+stieren, maar van Ur-ossen genomen heeft, dezelve zeer versierde en
+met goud en zilver prachtig liet beslaan.--In de onuitgegeven Kronijk
+van Worp van Thabor, Lib. I. cap. 2, wordt hierover uitgewijd. Zie
+Hamconius, Frisia, fol 8; Gabbema, Verh. van Leeuw., bl 13; Alkemade,
+Displegtigheden, II. 408 volgg.
+
+
+Bl. 7.--Ao 245.
+
+Adelingen. Ofschoon er reeds in de vroegste tijden, en welligt in
+Friesland vroeger dan elders, een stand van mannen bestond, die men
+Edelen noemde, is het echter niet aannemelijk, dat zij hunnen naam
+van dien van Prins Adel hebben ontvangen. Immers de afleiding van het
+woord spreekt het tegen. Het zij voldoende, uit meerderen hier het
+aangevoerde van de kundige en schrandere Vertalers en Aanteekenaren
+op de Oude Friesche Wetten aan te halen, en als het meest aannemelijk
+denkbeeld na te volgen. Aldaar, op bl. 132, lezen wij: »Waar in het
+weezen van den Adel, onder de Duitsche volken, bij ouds bestaan
+hebbe, kan met geen volkomen zekerheid bepaald worden.--Leibnits
+(Excerpt. Mejerian. p. 289) en Gærtner (ad. L. L. Sax. p. 21.) leiden
+het woord Edelman af van het over oud woord ot of od predium,
+possessio, [een goed, hetzij op het land of in de stad; bezit]
+(waar van allod), zoo dat Edelman zooveel zoude zijn als odelman,
+predii vel pagi possessor, [groot goed- of landbezitter] en stellen
+op dien grond het oorspronglijk weezen van den Adel in de bezitting
+van aanzienlijke vaste goederen."--Wachter en anderen stellen het
+wezen van den Adel in hooge geboorte; doch altijd blijft de vraag,
+hoe de eerste edelman in de wereld gekomen zij.
+
+Adel dus van od, ode, ade, ede [143], grond, bezitting afkomstig,
+zoo is Edele, Edelman oorspronkelijk een grondbezitter. Daar nu deze
+Edellieden, als de aanzienlijkste personen, natuurlijke voorregten
+genoten, tot hooger ambten en vooral tot hoogere rangen in de
+krijgsdienst werden verkozen, hadden zij ook, in de vroegste tijden
+namelijk, over hunne minderen het beheer en bestier, zelfs eigene
+regtspleging en vrij gebied. In lateren tijd echter werden er algemeene
+bepalingen, blijkbaar uit de alleroudste Friesche wetten (Lex Frisionum
+sive antiquae Frisiorum leges) gemaakt, waaraan de Edelen zich moesten
+houden. De afstammelingen der grondbezitters, rijksten, traden, hoewel
+niet regtens, in de voorregten der ouders, met het ontvangen van het
+ouderlijk erfdeel (Ethel, in 't Oud-Friesch). De rijken evenwel, die
+zich goederen aankochten, werden niet onder den Adelstand opgenomen,
+omdat hunne voorouders niet onder de Edelen hadden behoord: zoodat
+al zeer vroeg de Adel zijn voorregt aan geboorte toekende.--Destijds
+bestonden nog bij den alouden Frieschen Adel geene brieven, wapenen
+of teekenen van Adeldom, daar deze eerst in de XI of XII eeuw in
+gebruik zijn gekomen.
+
+Ten tijde van den regerenden Vorst, Hertog Georg van Saxen, (1505)
+werd op diens last een register van den Frieschen Adel opgemaakt
+[144], in hetwelk de in de Grietenijen aanwezige Edelen, met de wegens
+oorlogen of onlusten afwezigen, werden opgeschreven. Hierdoor mogen
+wij vooronderstellen, dat van dien tijd af de wezenlijke erkenning
+van den Adel heeft plaats gehad, en ook de bepaalde erfopvolging is
+begonnen. De Friesche Adel onderscheidde zich alzoo van die van andere
+landen, daar de eerste ten gevolge van vrij en onafhankelijk bezit van
+goederen tot dien stand was verheven, terwijl de andere ten gevolge van
+landgoederen, van zijnen Vorst ontvangen, daartoe geraakte; ook werden
+er soms door den Vorst, zonder dit, in den adelstand ingelijfd, dat is,
+in diens voorregten gelijk gesteld. Zoo had men dan ook in Friesland
+niet de verdeeling in bijzondere rangen, als Graven, Hertogen, Baronnen
+en Heeren, [145], maar alleen den rang en titel van Friesch Edelman,
+den hoogsten rang en titel, welken men voeren kon en wilde. Echter
+verkoos men in den eersten tijd zich Raden, Hoofden en Aanvoerders in
+oorlog en vrede, die dan Heerschappen en Hovelingen, en in de steden,
+bepaaldelijk Oldermannen genoemd werden. Deze posten bleven ook in
+de familiën.
+
+Onder de regering van Keizer Lotharius II , omstreeks den jare 1125,
+bestond er tweederlei Adel,--de Hoogere, die onmiddelijk onder den
+Keizer was gesteld, en de Lagere, die onder Hertogen en Graven behoorde
+te staan. Dan de Friesche Edellieden wilden geene Hertogen of Graven
+van Friesland erkennen, maar alleen onder de oppermagt des Keizers
+staan, even als hun land. Leenmannen te wezen was hun een ondragelijk
+denkbeeld, even als het voorregt uit vorstengunst gesproten, en zoo was
+dan ook de alleen begeerde titel van Friesch Edelman geen mindere, dan
+die van Graaf en Hertog. Het gebruik bij den Adel, om zich naar hunne
+landerijen en kasteelen te noemen, was in Friesland minder algemeen,
+daar men voor geslachtsnaam veeltijds den voornaam zijns Stamvaders
+nam. Men leze v. Halmael's Oersicht oer Frieslâns Schijdnis, § 24:
+Friesch Jierboeckjen, 1833. Vergel. voorts het vertoog van Jonkheer
+M. Hettema over den Oorsprong van den Frieschen Adel, voorkomende
+in het Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 27 November 1832;
+de Narede van den Heer v. Halmael achter zijn Treurspel Ats Bonninga;
+F. Sjoerds, Beschr. v. Friesland, I. 470; Wakker van Zon, zijn Boekje
+getit. de Adel, door Anonymus Belga, p. 16. volgg.
+
+
+Bl. 10.--Ao 59.
+
+Over den Afgod Stavo, denzelfden met Thor, leze men Westendorp's
+Verhandeling over het gebruik der Noordsche Mythologie, (in de
+Nieuwe Werken van de Maatschappij der Nederl. Letterk. II. D. 1
+St.) p. 29-33;--en vergelijke Oudh. en Gest. van Vriesl. I 283-285
+en 485.
+
+
+Bl. 12--Ao 4.
+
+'t Roode Klif. Al de wonderen van het Roode Klif, nabij Stavoren,
+met en zonder het bestuur des Duivels, alhier en vervolgens vermeld,
+kunnen wij op geenen goeden grond den waarheidlievenden Lezer
+aanbevelen. Echter willen deskundigen, na ontdekking en onderzoek
+van eene soort van lava in den grond aanwezig, het denkbeeld niet
+verwerpen, dat het Klif een vulkaan van minderen rang is geweest, of
+ten minste daarvan eigenschappen heeft gehad.--Over de menschenoffers
+in Friesland gebruikelijk, zie de Aant. op 't jaar 700.
+
+
+Bl. 13.--Ao 29.
+
+Deze Holle, Olennius, was Hoofdman eener Keurbende, en Landvoogd
+van wege de Romeinen over Friesland. F. Sjoerds (Jaarb. I. 128)
+noemt hem »een gemeen persoon onder de Voorpyllenaars" [146].
+
+De verklaring van Holle of Hollo, naar de Friesche taal Hoofd,
+Hoofdman, vindt men bij Hamc. Fris. p. 11, en bij S. Petri, de
+Frisior. Antiq. et Orig. Lib. I. Cap. IX, welke laatste hem, echter
+verkeerd, een Fries van afkomst noemt.--Diocarus ontving eerst,
+volgens de kronijken, na de overwinning op de Romeinen den naam van
+Segon. Hamc. I. I.
+
+
+Bl. 13.--Ao 29.
+
+Omtrent het woud Baduhenne. Over den oorsprong en ligging van dit
+in de Vaderlandsche Geschiedenis beroemde heilig woud is verschil
+ontstaan, zoo als natuurlijk volgen moet, wanneer geene de minste
+narigten uit de oudheid overblijven. Er pleit echter meer voor, dat
+deszelfs ligging in de Wouden dan bij Franeker geweest zij. Even zoo
+is het onzeker welke Godheid, aldaar vereerd, door Baduhenna wordt
+aangeduid. Ook de Oudheidkenner Westendorp heeft het onbeslist gelaten
+in zijne genoemde Verhandeling. v. Halmael, in het voorberigt voor
+zijn Treurspel Adel en Ida, zegt: »De naam van het woud Baduhenna
+is voorzeker door Tacitus verlatijnd. Wanneer men er den uitgang
+enna of henna (dien wij, hoewel misschien anders gewijzigd, ook
+in den naam Nehalennia ontmoeten,) afwerpt, heeft Badu genoegzame
+overeenkomst met Balder, om de onderstelling te rechtvaardigen, dat
+Baduhenna een aan Balder geheiligd woud was." Dit komt ons geenszins
+vreemd voor, daar ook de vereering van den in de Scandinavische
+godenleer zeer bekende Godheid Balder, zoon der Godinne Frigga,
+voornamelijk en welligt uitsluitend tusschen den Rijn en den Wezer
+plaats had, en aldaar in hoogen rang en van groot gezag was.--Dat
+er in Friesland gewijde bosschen zijn geweest, is buiten twijfel;
+jammer maar dat hunne ligging niet is nagespoord geworden, en dit,
+met zoo vele andere zaken, voor een nageslacht bewaard blijft, 't
+welk alsdan in zijne nasporingen misschien niets meer ontdekken zal,
+dan dat het eenige eeuwen te laat gekomen is!--Vergel. West. zijne
+uitstekende Verh. over het gebruik der Noordsche Mythologie. Halma,
+Toneel der Vereenigde Nederlanden, enz.
+
+
+Bl. 15--Ao 59.
+
+Vryt of Verritus en Malorix,--of Maloriges. In de Jaarboeken van
+Tacitus, het dertiende, is het voorval dezer beide gezanten, welke
+hij regerende Vorsten noemt, in zijne bijzonderheden omschreven,
+bepaaldelijk vermeldende hunne vrijmoedigheid, toen zij in den
+schouwburg meer met de aanschouwers dan met het spel zich bezig
+hielden, en van zitplaats veranderden, om zich in het Raadsheerlijk
+gestoelte neder te zetten, onder de afgezanten van andere volken,
+die men wegens trouw en vriendschap bijzonder eer bewees. Deze aloude
+opregtheid, zoo als men het noemde, beviel niet alleen aan het publiek,
+maar ook den Keizer Nero zoo wel, (wien in eene kwade luim zulk een
+gedrag weleens zeer mishaagd konde hebben) dat hij den Gezanten het
+belangrijk burgerregt te Rome schonk.--Van de bekeering in den tekst
+vermeld, ook bij Winsemius geboekt, wordt bij Tacitus niet gewaagd,
+zoo als het ook niet voor waarheid wordt aangenomen, onder anderen
+door Harkenroht in zijne Oostfr. Oorsprongkelykheeden, p. 24 en 29,
+dat Verritus en Malorix, of zoo als zij anders mogen geheeten hebben,
+uit de adellijke geslachten der Hermana's en Cammingha's gesproten
+zijn, 't welk door Suffr. Petri en Hamconius wordt beweerd.--P. Nota,
+in zijn Aanhangzel betreffende de Oudheden van Berlikum, p. 79
+in de noot, vermeent, in de woorden van Tacitus de bevestiging te
+vinden, dat Verr. en Malor. geene Friesche maar Duitsche gezanten
+geweest zijn. Maar waarom kunnen zij niet enkel Leidslieden van de
+uittrekkende Friezen geweest zijn, en een ander Koning of Vorst der
+teruggeblevenen? Deze gebeurtenis, zegt West. Jaarb. p. 15, behoort
+niet tot de geschiedenis der Groote Friezen.
+
+Betrekkelijk deze namen vinden wij bij A. Ypeij, Geschied. der
+Nederl. Tale, I. D. bl. 161 noot, onder de bewijzen, dat de oude
+Friezen vele namen met hunne buren gemeen hadden, en er dus eene groote
+wederzijdsche gemeenschap van volk en taal bestond, 't navolgende:
+»Reeds onder de oudste Vriezen schijnen er zulke algemeene namen in
+gebruik te zijn geweest. Zulks toch mag men opmaken, uit de namen
+van twee Vriesche gezanten van Rome, onder Nero, welke Tacitus voor
+ons bewaard heeft, namelijk Verritus en Malorix. Ann. Lib. XIII
+C. 54. Indien ik mij niet bedriege, waren dit, de nog bekende namen
+Gerrit en Maurik. De V toch, gelijk wij weten, verandert ligtelijk in
+G, en de L in U. Gelijk de Nederlanders in het algemeen van Gerrit, hun
+Geert hebben, zoo hebben, naar het schijnt, de Vriezen bijzonderlijk
+van Maurik hun Murk gemaakt."
+
+
+Bl. 16.--Ao 59.
+
+Op 't Oude Hof te Lewerden. Cappidus van Staveren, Suffr. Petri
+en Hamconius zeggen, dat reeds voor Christus geboorte Leeuwarden
+onder den naam van Aula Dei, dat is Gods-Hof, bekend was, alwaar het
+opperhoofd der Druiden, Barden of Priesters was gesteld. Hier was de
+leerschool van de Friezen, en genoten zij onderwijs in de godsdienst,
+wetenschappen en wijsbegeerte. Dit gesticht zoude te Oldehove gestaan
+en uitstekende mannen hebben voortgebragt. Latere schrijvers verwerpen
+dit denkbeeld geheelenal. Wat er van zij is moeijelijk op te sporen,
+nog moeijelijker te beslissen. Verg. Oudhed. en Gesticht. I. 283,
+alwaar de kundige vertaler, v. Rhyn, in den geest van Emmius steeds
+tot verwerpen genegen van de oude kronijken, ook geen geloof daaraan
+hecht. Over de goden- en geloofsleer der Druiden, hun priesterschap,
+beheer, en hun bestaan in het oude Friesche Rijk, vergelijke
+men de meergemelde Verhand. van Westendorp, over de Noordsche
+Mythologie, p. 319 volgg. en 331 volgg.--v. Wijn, Huisz. Leven,
+I. 8, en Hist. Avondst. I. 123, zegt, dat de Germanen en dus ook de
+Friezen geene Druiden of Barden gehad hebben: het tegendeel wordt
+door West. bewezen;--zie bl. 287 onzer Aanteekeningen.
+
+
+Bl. 17.--Ao 94.
+
+De Noormannen. In dezen tijd, en gedurende vele eeuwen later,
+werd Friesland van tijd tot tijd door de Noren en Denen vreeslijk
+geteisterd en geplonderd. Menigmalen behaalden de Friezen eenen triomf
+op dezelven; doch ook dikwijls leden zij bloedige nederlagen. Ocko van
+Scharl spreekt reeds van eenen sterken inval op den jare 62, wanneer de
+Deensche Koning door sommige Oostersche volken zou opgehitst zijn. In
+het jaar 69 wil men dat de Friezen, het jaarlijks rooven, plunderen
+en moorden moede, eene groote krijgsmagt naar Denemarken zonden, om
+ze in hun eigen land te bevechten, dan storm en onweer hadden dezen
+togt belet. In 't volgend jaar echter sloten zij met den Koning een
+bestand, 't welk, hoe wonder ook, volkomen stand gehouden heeft tot
+den bepaalden tijd. Deze boven bedoelde inval der Noormannen, welke
+anderen op den jare 90 stellen, schijnt zeer geweldig geweest te zijn,
+en uit hoofde van den weinigen wederstand aan deze zijde, daar de
+meeste Friezen in Romeinsche dienst afwezig waren, hadden zij tijd en
+gelegenheid zich aan moord en roof ter kele toe te verzadigen. Picardt,
+in zijne Annales Drenthiae, spreekt ook alzoo van dit feit.--Zie de
+noot p. 305. F. Sjoerds, Jaarb. I. 197.
+
+
+Bl. 17.
+
+Onder zeven Hertogen. Het algemeen gevoelen is, dat men onder die
+waardigheid van Hertog, met welken titel thans dien van Prins,
+in navolging der naburige volken, verwisseld werd, niet in eenen
+Hoogvorstelijken of Koninklijken staat en magt bestaan hebbe, maar
+dat de Hertogen, Heervoerders, Krijgsoversten of Opperbevelhebbers
+waren, aan welken het bestuur en beleid des oorlogs, met alwat daartoe
+behoorde, was opgedragen.
+
+
+Bl. 22.--Ao 248.
+
+Dokkenburg. Deze verklaring is zeer juist. Bij Kiliaan vinden
+wij Docke, (vetus) navale: waaronder verstaan wordt: stabulum of
+armamentarium, ligplaats der schepen, d. i. haven. Ook bij denzelfden
+Docke, Germ. poppe: en in den Theutonista, Dock of Pupp, pupa, pupulla,
+popje.--Docke van Stro.
+
+Over de stichting dezer stad zullen wij niet uitweiden; zij is na
+Stavoren de oudste, en in allen opzigte zeer merkwaardig geworden. Men
+leze hierover de Oudheden en Gestichten, I. 404, met de aanmerkingen
+van v. Rhyn, die met Emmius de hooge oudheid betwijfelt. Wat voorts
+derzelver geschiedenis betreft, zeer belangrijk is, om herlezen en
+vergeleken te worden, de korte Geschiedenis der stad Dokkum voor den
+Vrede van Munster, voorkomende in het Mengelwerk der Leeuwarder Courant
+van den 6 Julij 1830; alsmede de beide stukken in dezelfde Couranten
+van 2 en 9 Maart te voren, ter verdediging strekkende tegen de dikwijls
+kleingeestige en dwaze aanvallen tegen Dokkum en deszelfs bewoners,
+vooral van lieden wier spelend vernuft zich door duizend vervelende
+herhalingen van vroegere aardigheden tracht staande te houden. In die
+stukken is eene naauwkeurige opgave der groote en beroemde mannen,
+die Dokkum heeft opgeleverd, te vinden.
+
+
+Bl. 23.
+
+In den jaare 289,--of omstreeks dezen tijd, toen Constantius Chlorus,
+door Keizer Diocletianus tot den rang van Roomsch Koning verheven,
+Galliën met zijne grensprovincien onder zijn gebied verkregen, en de
+Franken, Saksen en Friezen in Batavien had overheerd, werden er velen
+door hem omgebragt, anderen verplaatst, gevankelijk weggevoerd, in het
+Romeinsch leger ingelijfd, of tot harde slavendiensten vernederd. Uit
+verbittering en tot weêrwraak moesten nu de Friezen, Overrijnsche
+Franken, Cauchen, Chamaven en Bructeren in vereenigde magt, van den
+winter en den digtgevrozen Rijn gebruik maken, om Constantius en
+zijn heir te overvallen. Dan het goed krijgsgeluk diende hen niet zoo
+gunstig als onze kronijk vermeld; de dooi viel in, het eiland werd door
+de Romeinen omsingeld, de Friezen ingesloten, vermoord of gevangen,
+en nog dieper onder 't juk gebragt. Daarna is er met hen een verbond
+gesloten.--Schot. Fr. Hist. p. 30.--F. Sjoerds, Jaarb. I. 225 volgg.
+
+
+Bl. 24.
+
+Omtrent den jaare 312, enz. De kronijkschrijvers verhalen, dat
+omstreeks dezen tijd door vijf aanzienlijke Edellieden, West-Friesland
+(d. i. de landen ten westen het Flie) is bevolkt en bebouwd. De in
+onze kronijk genoemde Diederik stichtte de hoofdplaats Medemelaca,
+Medemblik, aldus genaamd naar de Godin Medea; Geerard bouwde het
+dorp Opdijk; Roelaard, 't dorp Wildenes, met een sterk kasteel; Keno
+was stichter van Bennenbroek, en Adelbold van het dorp Winckel.--Dit
+verhaal heeft eene meerdere beteekenis, dan wij thans nog in staat zijn
+te geven. Over Medemblik zijn oorkonden van de IX eeuw voorhanden.--Zie
+over den naamsoorsprong enz. den Tegenw. Staat van Holland, II. 502.
+
+
+Bl. 25.--Ao 334.
+
+Friesche Buinen. Op bl. 9 onzer kronijk wordt reeds gesproken
+van West-Friesland, en zou deze benaming er dus vroeger geweest
+zijn.--Hamconius, Frisia, bl. 5 en 9, zegt op Firsiabones, dat
+Bone in 't oud Friesch Boer beteekende, en dus Frisiabones, Friesche
+Boeren zijn, waarvoor onze kronijk Plompaarts geeft. A. W. Schrieck,
+in Orig. rerum Celt. et Belg., verklaart het woord door Frisii
+separatim habitantes, Friezen die afgezonderd van hun eigenlijk land
+en landgenooten woonden. Alting, van Rhyn en anderen beweren, dat
+het woord beteekent Friesche Waterbewoners, waarmede zich latere
+schrijvers hebben vereenigd, en 't welk ook door den geleerden
+Ypeij, in zijne Geschiedenis der Nederl. Tale, I. bl. 164, en
+II. bl 109 en volgg. nader is bevestigd. A beteekent water: buen,
+boen, wonen, verblijf houden, dus zijn Frisiabones Friezen, die
+aan het water wonen; en deze uitlegging is de eenvoudigste en de
+beste, wel zoo goed als de ongelukkige inval van Junius (Batavia,
+p. 48. Ed. 1652), om van Frisiabones, Friesche apen te maken!--Plinius
+noemt dezelve als wonende tusschen het Vlie en het Helium, monden
+van den Rijn. Dat deze Schrijver ook hier heeft misgetast, bewijst
+Schwartz, Voorr. I. 26. Tacitus zwijgt er van, doch deze kan hen
+gehouden hebben onder de Kleine Friezen te behooren. Het denkbeeld
+van den Heer Ypeij is zeer aannemelijk, dat de Frisiabonen eene
+volkplanting van echte Friezen zijn geweest, wonende aan de linkerzijde
+van het Vlie in West-Friesland, onderscheiden van de Kaninefaten,
+(waarschijnlijk aan de oevers der Noordzee woonachtig) en van de
+Marsatii in de moerassige, naderhand door de Zuiderzee overspoelde
+landen zich ophoudende, even zoo als de eerste Bildtbewoners eene
+volkplanting was van oorspronkelijke Noord-Hollanders.
+
+
+Bl. 26.--Ao 339.
+
+Die Waarden wierd genaamd. (Zie ook op de jaren 357 en 377.) Even
+zoo ook verhaalt Winsemius, Chronique, fol. 37 doch naderhand;
+(fol. 40) noemt hij de stad Norden, om welke reden weet ik niet;
+daarin is Soet. in zijn Op- en Nederganck van Stavoren, p. 55, hem
+gevolgd, die door Harkenroth, Oostfr. Oorsprongkel. (p. 39 en 232)
+daarover zeer gegispt wordt, dat hij Van Esonstad, Norden maken wil;
+en toch heeft Soet, slechts het gezag van Wins. gevolgd. Door de
+Noren en Denen zoowel als door herhaalde watervloeden heeft die stad
+veel geleden, en is dikwijls geplunderd en grootendeels afgebrand
+geworden. Westend. Jaarb. p. 19, stelt op 't jaar 398 het bouwen
+van Esonstad door den Koning Ubbo (Uffo). Over de oudheid dezer stad
+heeft Emmius ook zijnen twijfel mede gedeeld, doch v. Rhyn is hier
+wat toegevender dan wel anders.--Zie Oudh. en Gest. I. 454 volgg.
+
+
+Bl. 28 en 31.--Ao 385 en 449.
+
+Des Hengst en Hors, zijn zoonen enz. In den jaare 449, als Hengst en
+Hors enz.--De geschiedenis dezer Koningszonen is belangrijk genoeg
+om in aandacht genomen te worden, en wij vinden er, verondersteld
+zelfs dat wij onze kronijkschrijvers verwerpen, ook bij den Engelschen
+Historieschrijver Beda, (lib. I. Cap. 15) de vermelding van. Deze zegt
+dat zij de zoons van den Saxischen Vorst Vergistus (achter-kleinzoon
+van Wodan), en dus niet van Odolf Haron waren, hetgeen ook met de
+tijdrekening verkeerd zoude uitkomen. Hierover is twist ontstaan,
+welke onbeslist is gebleven: echter komt men daarin overeen, dat
+Hengistus en Hors aan het hoofd van de Saksen, Friezen, Angelen en
+andere naburige volken, door den Britschen Koning Vortigern te hulp
+geroepen, derwaarts zijn getogen, en zich eindelijk meester van dat
+land hebben gemaakt. Hunne geschiedenis is omstandig beschreven bij
+Ocko van Scharl; en hoezeer dezelve ook bij andere schrijvers in een
+romantisch gewaad is gewikkeld, draagt zij, in onderlinge vergelijking
+gebragt, vele kenmerken van oorspronkelijkheid. Wij kunnen hier in
+geene verdere ontwikkeling treden, doch zullen voor dien het lust, de
+bronnen en navolgingen aanwijzen, waarin de historie dezer gebroeders
+beschreven staat, met derzelver verscheidenheden.--Occo Scharlensis,
+Chronyck, op 't jaar 385 en 441; Furmerius, Annal. Phrisic. p. 124
+en 144; Winsem. Chr. fol 43 en 47; Schot. Fr. Hist. fol. 39 en 53;
+F. Sjoerds, Jaarb. I. 269 volgg.; Emmius, Lib. III. p. 39 seq.;
+Oudheden en Gestichten, Nabericht van v. Rhyn, bl. 368; Wagenaar,
+Vad. Hist. I. 289; Beda, Hist. Eccl. Lib. I. cap. 12 etc. en Chronicon;
+Jancko Douwama, Boeck der Partijen, p. 37; Westend. Jaarb. I. bl. 26;
+Overzigt van v. Halmael hiervoren § 7, jaar 449; Gibbon, Hist. of
+the decline and fall of the Rom. Emp. Ch. 38. IV. 395; Hume,
+Hist. v. Engel. I. 23 volgg.
+
+
+Bl. 32.
+
+In den jaare 463. Men vergelijke de tegenspraak in gemeld Nabericht
+van v. Rhyn, p. 372.
+
+
+Bl. 32.--Ao 496.
+
+Deed Klodoveus, een inval in Friesland. F. Sjoerds, Jaarb. I. 290
+en anderen verhalen, dat de Friezen in dezen strijd het onderspit
+delfden, de Friezen en Saksen terugkeerden, maar de Allemannen, welke
+in dezen strijd deelden, hun gebied verloren; terwijl Koning Clovis,
+ingevolge hunne belofte, na de overwinning in dezen hagchelijken kamp,
+met 3000 Franken, tot het Christendom overging. Eenige jaren vroeger,
+omstreeks 476, was het Westersche Keizerrijk geheel ten gronde gegaan,
+en niemand over de Maas en den Rijn gaf gehoor aan het Romeinsche
+gezag.--Verg. Bilderdyk, Geschiedenis des Vaderlands, I. 60 en 61.
+
+
+Bl. 34--Ao 517.
+
+Groningen, bij de Friesen Grins genaamt. In 517 werd, luidens het
+verhaal van eene der kronijken, Groninge of Groinge (Grens, Grins) met
+een houten staketsel omgeven, ter beveiliging der veste. Deze wijze
+van bevestiging was reeds veel vroeger bij de Germanen en Belgiërs
+in gebruik, en behoeft, op dezen tijd, niet de minste verwondering
+te verwekken.
+
+
+Bl. 34.--Ao 527.
+
+Richold, zijn oudste zoon. Over de geschiedenis in dit tijdvak
+is een bijzonder verschil ontstaan bij vele schrijvers, daar de
+verwarringen, zoowel in den tijd als in de personen, aanduiden, dat
+men het spoor bijster is geraakt, en men alzoo tot gissingen zijne
+toevlugt heeft genomen, om uit de onderlinge tegenspraak tot eenige
+waarschijnlijkheid te geraken. Ook onze kronijk geeft geen meerder
+licht, maar is schijnbaar in den doolhof medegedwaald. De opgave van
+den zoon en kleinzoon van Diderik, (zie op 't jaar 334) beide Lem of
+Willem geheeten, en Dibbalds zoon van denzelfden naam, waarvan Haarlem
+zijnen naam ontleende, is in 't geheel niet in de haak, schoon ook
+Winsemius (fol. 36 en 48) hem hierin is voorgegaan. Verg. Scriverius
+in zijden Toets-steen op het Oude Goutsche Chronycxken, p. 204,
+205. De andere kronijken springen met die historie, tot op Adgillus
+tijd, wonder om, terwijl men het over diens vader maar geheel niet
+eens kan worden.--Was Adgillus een Saks of een Fries? Beroald,
+Bertoald of Berthold voerde volgens veler gevoelen het gebied over
+de Saksen, en daar Ritserd, naderhand bijgenaamd Arundelius, in dien
+tijd Koning der Hoog-Friezen was, (in onze kronijk bl. 36 genoemd)
+moet Adgillus diens zoon geweest zijn. Dit is mede de gissing van
+Emmius, door v. Rhyn goedgekeurd, en door F. Sjoerds (Jaarb. I. 334)
+gevolgd. Het is ons wel voorgekomen, dat men Saksen en Friezen, Beroald
+en Ridserd met en onder elkander heeft verward, en dat Beroald door
+de Saksen tot Koning of Hertog was verkozen;--maar in hoeverre hij
+ook een deel der Friezen beheerscht hebbe, en hoedanig van Odibbald
+af de geslachtsopvolging geweest zij tot aan Adgillus, behoort tot een
+nader naauwkeurig onderzoek. Verg. onder anderen v. Rhyn's Nabericht,
+bl. 376-382, te dezen opzigte zeer duidelijk. Over Ridserd Arundelius,
+die een dapper en vermaard Vorst moet geweest zijn, West. Jaarb. bl
+30 volgg. Schot. Fr. Hist. fol. 47.
+
+
+Bl. 35
+
+Watervloeden in Friesland.
+
+In den jaare 570. Dus ook Winsemius, Soet en anderen, doch Gutberleth,
+in zijne Aanteekeningen op Gabbema's Watervloeden, p. 14, vermeldt uit
+de geschreven kronijk van Ocko van Scharl, hem ten gebruike gegeven
+door Bern. Fullenius, den weêrgaloozen Hoogleeraar in de Wiskunst
+in Frieslands Opperschool (gelijk hij zegt), dat aldaar deze vloed
+gesteld wordt op den jare 533. Ook de kronijkschrijver Twisk noemt
+hetzelfde jaar.
+
+Door Dirk, Burger van Schoorl, wordt in diens kronijk als eerste
+Watervloed opgegeven die van 333 in Noord-Holland, wanneer de Zijpe
+is ingebroken en 1200 jaren verdronken heeft gelegen. De stad Grebbe,
+door de Romeinen gesticht, liggende aan 't Eimer Swin, thans nabij
+het Nieuwe Diep, of een half uur gaans benoorden Wieringen, zou toen
+verdronken zijn, schoon anderen dit voorval later stellen [147]. In
+435 was er weder een zware vloed over Friesland, zoo als ook in 516,
+in onze kronijk vermeld. Na 570 volgde die van 584, met het wonder
+zeldzame, vruchtbare jaar. In 586 of 626 [148], of welligt in beide
+jaren, werd Friesland alweder overstroomd. Een viertal jaren later
+begon de wijze Adgillus vliedbergen en terpen te maken, en gaf der
+bedijking hare geboorte. Vele menschen en veel vee verdronken in
+den vloed van 792 of 793, en door al deze verwoestingen waren er een
+aantal steden, dorpen, bosschen, alsmede eene groote uitgestrektheid
+lands verzwolgen en vernietigd, waarvan de onder de golven der zee
+liggende zandbanken de sporen van het vorig bestaan aanwijzen.
+
+De St. Thomas vloed van den jare 806 was geducht voor Friesland; en
+van dien tijd tot op de helft der XII eeuw moeten door verscheidene
+overstroomingen Friesland, Noord-Holland, Zeeland en Vlaanderen
+deerlijk zijn geteisterd, vooral in den jare 839 zou dit gewest bijna
+geheel overstroomd geweest zijn, en er eene gansche omwenteling in
+den bodem van ons vaderland te weeg zijn gebragt.
+
+De St. Juliaans-vloed in 't begin van 1164 kostte het leven aan
+duizenden van menschen en beesten; waarop de alles verwoestende
+Allerheiligen-vloed van 1178 volgde, die de zeebaren tot aan
+Utrechts wallen voortjoeg. In dezen tijd kreeg de Zuiderzee eene
+groote uitgestrektheid; terwijl de baatzuchtige Friesche Abten vele
+verderfelijke doorgravingen deden maken, die de zee in vernielende
+krachten deed aanwinnen. Ook in 1200 stroomde een deel van Friesland
+over; doch van den schrikkelijken watervloed in Noord-Holland, in
+1212, vindt men niets betrekkelijk Friesland vermeld. Dan bij den
+ijsselijken Marcellus-vloed, in Januarij 1219, was geene overstrooming
+te vergelijken, hetgeen dan ook bij de nakomelingschap ten spreekwoord
+is geworden. Alwat tusschen den Wezer en de Schelde op en over de
+oppervlakte van den grond aanwezig was, werd op vele plaatsen vernield
+en vernietigd, en duizenden menschen van 't leven beroofd. Dezen vloed
+(zegt Westend. Jaarb. p. 238) meenden velen te moeten toeschrijven
+aan de brooddronkenheid en de woestheid van een zekeren Fries en
+kampvechter, die het hoogwaardig sacrament te Wijtwerd en Uskwerd,
+ter plaatse waar men naderhand het klooster van St. Jan stichtte,
+zeer hoonde en ontheiligde.
+
+De jaren 1220, 1221, 1222, 1223, 1224, 1227, 1230, 1237, 1246, 1248,
+1249, 1250, 1257, 1262, 1266, 1273, 1277, 1285, 1287, 1288 en 1290
+waren uiterst rampvol voor Friesland, en wie kan er zich een denkbeeld
+van vormen? twintig overstroomingen in ééne en dezelfde eeuw, in één en
+hetzelfde Gewest! En niet alleen door de vloeden, maar ook omstreeks
+het midden dezer eeuw werd Friesland door eene vernielende pest onder
+menschen en vee jammerlijk geteisterd, terwijl haat en nijd, twist en
+tweedragt onder de ingezetenen aller onheil ten top voerden.--In deze
+eeuw verdwenen Ezonstad, Camminghaburg bij Leeuwarden, Britsenburg
+aan de Middelzee, de stedekens Wartena ten deele en Grind geheel.
+
+In de veertiende eeuw werd Friesland acht malen gedeeltelijk
+overstroomd, en wel ten jare 1313, in welke de beroemde Wijbo Sjoerds
+van Grovestins, voornaam hoofd der Vetkoopers, het leven liet, en op
+welke overstrooming weder eene pestziekte zoude gevolgd zijn: voorts
+in 1334, 1336, 1361, 1377, 1380, 1387 en in 1400, de Friesche vloed
+genaamd, welke van belang is geweest voor de opkomst van Amsterdam,
+door het aanmerkelijk verwijden van het Marsdiep, het zeegat tusschen
+Texel en den Helder.
+
+Wederom vijftien overstroomingen in de XV eeuw, waren ons gewest ten
+geesel en ter vernieling. In 1403 was de 3de Catharina's vloed, maar in
+1421 rigtte de St. Elisabeth's-vloed hare ijsselijke verwoestingen aan,
+waarin de 72 dorpen in den Zuid-Hollandschen Waard bedolven werden,
+zoodat er twintig geheel te niete gingen. De volgende vloeden hadden
+plaats in 1425, 1426, 1427, 1428, 1429, 1434, 1437, 1446, 1464,
+1470, 1474, 1477, en 1497; en geen wonder dat het land overstroomde,
+want de onderlinge twist en tweedragt gaf aan den oorlog voedsel,
+terwijl de eendragtige zorgen voor het behoud des lands verloren
+waren. West-Workum, Westerbierum en Dijkshorne waren den golven ter
+prooi geworden: niet alles echter was verlies, want de Middelzee was
+nu geheel aangeslijkt, en gaf kostelijk land.
+
+Ook in de XVI eeuw was Friesland even ongelukkig door den ramp
+der vloeden, zoodat wel twintig malen in dit tijdvak het land
+overstroomde. In de jaren 1502, 1503, 1509, 1516, 1517, 1520, 1524,
+1525, wanneer er drie vloeden in één jaar waren; in 1530, 1531 en 1532
+(misschien dezelfde), 1552 en 1559 rigtten zij vele verwoestingen
+aan. Maar de geweldige Allerheiligen-vloed van 1570 heeft het gansche
+land langs de zeekusten van Frankrijk tot aan Noorwegen toe, als in
+ééne zee herschapen; terwijl in Friesland de schrik en ellende, die
+land en inwoonderen in eenen poel van jammeren stortte, door geene
+pen waren te beschrijven, door geene woorden te vermelden. Wel 20,000
+menschen, zeggen de schrijvers, zijn in onze Provincie omgekomen:
+1800 telde men in ééne Grietenij.--Daarna had men weder met dit
+onheil te kampen in 1572, 1573, 1575, 1577 en 1578. Toen evenwel, door
+tusschenkomst en dwang van Caspar de Robles, werd er gedijkt en gedamd.
+
+Hoewel nu de vloeden in de XVII eeuw minder waren dan in de vorige, was
+evenwel de zee niet in banden te houden, maar brak nog dikwijls door de
+dijken heen, en bedierf een deel van het zoo vaak geteisterd gewest. In
+1610 liep de zuidwesthoek onder: 1623, 1625, 1643, 1651, 1665 en
+1675 waren noodlottige jaren, en vooral het jaar 1651, waarin de
+St. Pieters-vloed, na dat in Januarij de algemeene rivier-overstrooming
+in de Nederlanden had plaats gehad, in de volgende maand vele oorden in
+Friesland verwoestte. Voor Noord-Holland was die vloed verschrikkelijk.
+
+In den aanvang der XVIII eeuw, en wel in 1701 en 1703, zoo ook in
+1715, leden door de overstroomingen het land en de zeedijken veel
+schade, dan door den 7 kersvloed in 1717 was de verwoesting groot,
+vooral in Oost-Friesland.--Ten jare 1731 werd het paalwerk langs
+de kusten, en sommige sluisdeuren door de wormen geheel doorknaagd
+en verteerd. Bijna zestig jaren lang bleef Friesland voor storm en
+vloed beveiligd, doch in 1775 en 1776 had de provincie door twee
+overstroomingen, en vooral door de laatste, veel te lijden; dit was
+echter niet te vergelijken bij den geduchten watervloed van den jare
+1825, die langs de zeekusten van Noord-Jutland af tot Frankrijk toe,
+zijne vernielende kracht heeft uitgeoefend.
+
+Vergelijk de Inleiding voor mijn Geschiedkundig Tafereel van
+den Watervloed en de Overstroomingen in de Provincie Vriesland;
+voorgevallen in 1825, en alle de afzonderlijk daarin aangehaalde
+schrijvers. Westend. Jaarb. van Groningen, op de verschillende jaren,
+die echter vele overstroomingen niet heeft vermeld.--Een zeer goed
+boek over de laatste overstrooming is dat van den kundigen F. Arends,
+Gemählde der Sturmfluthen vom 3 bis 5 Februar 1825: (zu haben bei
+dem Verfasser, 1826.) In zijn verdienstelijk reeds aangehaald werk:
+Physische Geschichte der Nordsee-Küste, geeft de Schrijver, in het
+tweede deel, eene Geschiedenis van al de watervloeden, vermeerderd
+met vele bijzonderheden, door vroegere schrijvers niet vermeld.
+
+
+Bl. 37.
+
+In den jaare 628 enz. Het omstandig verhaal dezen belangrijken strijd,
+vindt men bij alle latere geschiedschrijvers bijna op dezelfde wijze
+geboekt, en komt in de hoofdzaak overeen. Echter bij vergelijking
+der oudste Friesche jaarboeken, zal men eenige afwijking van anderen
+vinden. Niet, zoo als deze willen, was Dagobert de aanvallende partij
+in Friesland, of wilde dit land dadelijk overheeren; maar de Saksen,
+onder Koning Berthold, wilden niet meer onder der Franken gebied
+blijven, maar vrij zijn, des zij hunne krijgsboden aan Klotaris
+zonden, om dien op een barschen toon den wil van hunnen Koning te
+kennen te geven, hetwelk der Franken Opperhoofd dezen zoo hoog afnam,
+dat, waren zij niet door de christelijke staatkunde van den Bisschop
+van Meaux gered, hij hen welligt het hoofd voor de voeten had doen
+leggen. Zij keerden, tot christenen gedoopt, met eere en geschenken
+terug. Doch de Saksen verbonden zich met de Friezen, volvoerden hun
+plan, rukten tegen Dagobert op, die zijnen vader te hulp roept en de
+overwinning behaalt; en nu had er eene ijsselijke slagting onder de
+Saksen en Friezen plaats. Die langer dan zijn zwaard waren [149],
+dat is, die de wapenen weder zouden kunnen voeren en geschikt ten
+strijde waren, werden vermoord; vrouwen en kinders werden in Frankrijk
+als slaven verkocht, en daarmede eindigde dit treurtooneel.--Dat dit
+gevecht in Friesland bij de Middelzee plaats had, gelijk Rolevink,
+en in navolging van hem Furmerius, Winsemius en anderen, beweren,
+heeft geen schijn, daar men moet vooronderstellen, dat het niet anders
+dan bij den Wezer kan hebben plaats gehad.
+
+Dagobert moet omstreeks dezen tijd ook een christenkerk te Utrecht
+gesticht, en den Bisschop van Keulen het beheer over de Friezen
+gegeven hebben; dan dezen, te zeer nog aan hunne afgoden verslaafd,
+te stijf van hoofd en stug van aard, boden te veel tegenstand, en
+men vorderde dus weinig.
+
+Dat ook deze Dagobert, als overheerder der Friezen, de insteller
+der wetten is geweest, wordt bestreden en met grond betwijfeld.--Zie
+daarover Schwartz., Charterb. Voorr. I. bl. 36, 37, 38. Men vindt deze
+gebeurtenis beschreven bij Furmerius, Ann. Lib. III. c. IV. p. 172;
+Wins. Chr. fol. 52; Schot. Hist. fol. 47; F. Sjoerds, Jaarb. I. 323;
+Wagen. Vad. Hist. I. 331; Tegenw. Staat v. Fr. I. 221; Oudh. en
+Gest. II. 111, 112 en 377; Cerisier, Gesch. d. Vereen. Ned. I. 90;
+Bilderdyk, Gesch. d. Vaderl. I. 66.
+
+
+Bl. 37.
+
+Adgild wierd enz. Over de regering van den christelijken Adgillus
+en onchristelijken Radboud, is in het Overzigt genoegzame melding
+gemaakt. Schot. Fr. Hist. p. 55, zegt, dat volgens eene Hollandsche
+kronijk, Radboud geen zoon van Adgillus, maar van Diederik, omtrent
+den jare 300 Koning van Friesland, bewesten 't Flie, geweest zou
+zijn. Wij hebben echter die kronijk niet gevonden, en volgen liever
+het getuigenis van alle overige geschiedschrijvers.
+
+
+Bl. 42.--Ao 695.
+
+In Friesland, Holland en Teisterband. Over het oude graafschap
+Teisterband, in 'twelk het geheele Sticht, met het land tusschen Maas
+en Rijn, en van daar oostwaarts, met Kleef, Berg en Gulikerland,
+vervat werd, leze men Bilderdyk's Geschied. d. Vaderl. I. bl. 161,
+193 en 341 volgg. De afleiding is deze: Bant, Ban is jurisdictie,
+regtsban, Deister is bogt, kromte van deisen, thans deinzen,
+afwijken. Het wordt van ouds algemeen op de kromte van eene rivier
+toegepast. Dus is Teister of Deisterbant de regtsban (of 't gezag)
+van de bogt (de afwijking) des Rijns, waar hij van noordwaarts ten
+westen afdeinst.--Vergel. de door Bild. zelven vervaardigde kaart
+achter het I. deel.
+
+
+Bl. 43.
+
+In den jaare 700. In dezen tijd, en zelfs gedurende een gedeelte der
+VIII eeuw, was geheel Friesland nog heidensch. De Menschen-offers, door
+geheel Galliën, Germanie en Scandinavie gebruikelijk, bij de Denen
+en Noren in zwang, vonden ook in Friesland grooten bijval, zoodat
+het geenszins vreemd is, in dezen tijd daarvan in de geschiedenis
+voorbeelden te vinden. Men heeft het verhaal van den schoonen jongeling
+Ovo, door den Priester Wulfram van den dood verlost, onder de fabels
+gesteld, dan tijden, zeden en gewoonten in acht genomen, en de leer
+der ondervinding geraadpleegd, zou ik niet weten, waarom, door deze
+of gene omstandigheid, hetzij aan hooger magt toe te schrijven,
+of vindt men dit te ouderwets gedacht, dan door een toeval, of wel
+door eene behendigheid des Priesters, dit voorval niet had kunnen
+plaats hebben [150]. Men twijfelt toch, in weerwil der zonderlinge
+tegenspraak van sommige geleerden, geenszins aan zoo vele bloedige
+offeranden aan de Goden gebragt, aan het slagten, verdrinken of op eene
+andere wijze dooden van zoo vele mannen, vrouwen, ja zelfs kinderen,
+waarvan de geschiedenis in de eerste eeuwen voorbeelden, aangeeft: en
+zou het dus zoo vreemd zijn, dat in de eerste tijden bij verbazende
+natuurverschijnselen of andere gebeurtenissen, men in zijnen angst
+tot het menschenoffer, (gelijk dat van een driejarig kind, bij het
+ontstaan eener zoute welle) als het hoogste, waarmede men zijne Goden
+vereeren kon, waarmede men rampen afweren en gunsten verwerven wilde,
+toevlugt nam?
+
+Zeer gegrond is de aanmerking, dat door deze volharding in de
+afgodendienst overvloedig blijkt, hoe weinig der Romeinen gezag
+en invloed op de Friezen werkte. Men leze over het offeren van
+menschen en beesten de meergen. Verhandeling van Westendorp, over het
+gebr. der Noordsche Mythologie, bepaaldelijk over de Heilige gebruiken,
+bl. 339 volgg.
+
+
+Bl. 44.
+
+Adgild, de tweede. Sommigen willen liever tot opvolger van Radboud
+zijnen zoon Poppo, dan Adgillus hebben; de een onder den titel van
+Koning, de ander onder dien van Hertog. De gissing echter in § 11
+van het Overzigt (bl. 315), komt mij zeer aannemelijk voor. Zie van
+Loon, Aloude Holl. Hist. I. 324b, 325a; Oudh. en Gest. Naber. p. 393;
+Bijv. en Aanm. op Wagenaar, I. 92; West. Jaarb. p. 42.
+
+
+Bl. 46.--Ao 736.
+
+Is Bisschop Willebrord ontslaapen. Deze heeft ongetwijfeld den
+eersten grondslag gelegd, en groot nut aan Friesland gedaan, tot
+bekeering der heidensche natie. Volgens Wagenaar (I. 378) stierf hij in
+slagtmaand 737, nalatende een alleraanzienlijks vermogen, meest door de
+Franken hem geschonken, hetwelk hij aan zijne geliefkoosde Abdij van
+Epternach, bij Trier, uit eene gifte van Dagoberts Dochter gesticht,
+vermaakte. Omstreeks dezen tijd schijnt ook de Priester Marcellus,
+die zeventig jaren lang het Evangeliewerk verrigtte, in Friesland
+met goed gevolg gepredikt te hebben.
+
+Ook in dit tijdvak kwam de vrome en geleerde Bonifacius hier te lande
+uit Engeland. Deze bestreed met kracht, verstand en godvruchtigen
+ijver, niet alleen de heidensche bijgeloovigheden, ruwheid van zeden
+en woestheid der Friezen, maar ging ook met ernst het zedebederf, de
+onkunde, boosheid, onwettigheid en valsche leer der geestelijken te
+keer, wier doel en middelen met de christelijke godsdienst zoo zeer in
+strijd waren. Zie het op bl. 348 aanbevolen werk van den heer Glasius,
+IV en V Hoofdst.
+
+
+Bl. 47.--Ao 749.
+
+Priester Jan.--Zie over dezen Oudh. en Gest. II. 84-86 en
+Naber. bl. 349.
+
+
+Bl. 50.
+
+Vreemde Heeren. De Heer v. Halmael, heeft zijn tweede Tijdperk van het
+Overzigt, (gedeeltelijk geplaatst in 't Friesch Jierboeckjen van 1833)
+loopende van 773 tot 1498, zijnde van Karel den Groote tot de regering
+van Albrecht, Hertog van Saksen, genoemd: Het Vrije Friesland. Niet
+dadelijk evenwel (zoo als ook de Schrijver aanmerkt) waren de Friezen
+vrij, maar trapsgewijze onder Karel's opvolgers werd die vrijheid
+verkregen, niet door Karel zelven hen geschonken. En ook natuurlijk,
+want daar onder de hoofdvoorwaarden het aannemen van de Christelijken
+Godsdienst, en dus ook onderwerping aan een' Bisschop behoorde, was
+het van zelf, dat het onrustig en onstuimig karakter niet zoo dadelijk
+met die zachte middelen te temmen was, waardoor dus menig opstand en
+oproer dikwijls de reeds geschonken vrijdommen weder deden bekrimpen.
+
+Karel verdeelde het tegenwoordig Friesland, naar het schijnt, in drie
+Graafschappen: Oostergouwe, Westergouwe en Stavoren. Het Graafschap
+Islegouwe (IJsselland), waarin Oost- en West-stellingwerf begrepen
+zullen zijn, is welligt een Saksisch en geen eigenlijk Friesch
+Graafschap geweest of alzoo genoemd. Ieder Graafschap had zijn
+opperhoofd, bekleed met de burgerlijke en militaire magt, en over
+eenige Graafschappen was een Hertog, uitsluitend het bewind over de
+krijgsmagt voerende, gesteld [151].
+
+De wetten, naar welke Karel de Friesche Graafschappen in het algemeen
+deed regeren, zijn die, welke onder den titel van Leges Frisionum
+in druk zijn uitgegeven. Het eerste deel bevat de overoude gewoonten
+der Friezen onder de Romeinen, met eenige wetten der Franken, en het
+tweede, de ophelderende bijvoegselen van Sachsmund en Wulmar. Echter
+beschouwen wij dit niet als een volledig Corpus of wetboek, maar
+veeleer voor een handboek voor de Keizerlijke Graven en Ambtenaren, om
+daarop regt te doen, ook ter berekening der breuken en boeten. Hieruit
+zoowel als van elders blijkt, dat de Friezen destijds in vier
+standen of klassen verdeeld waren. Edelen, dit waren de rijksten,
+de begoedigsten; Vrijen, minder gegoeden, echter onafhankelijken;
+Liten, lijfeigene boeren, en Slaven of Knechten, geheel dienstbaren.
+
+Karel ontnam den Friezen het regt op de vaderlijke erfenis, alzoo hun
+regt op de nagelatene goederen der ouders, dat is: het vrije bezit
+der erf-, stam- of landgoederen van den adel en van de welgeboren
+lieden; en voerde dus het zoogenaamde Leenregt in. Deze algemeene
+hoon en smaad werd weder uitgewischt door Karel's wettigen zoon en
+opvolger Lodewijk den Vrome of Godvruchtige [152], die zijne regering
+begon met aan de Friezen dit regt, en met dit regt den eernaam van
+Vrije Friezen weder te geven. Hij was een zeer menschlievend Vorst,
+doch welligt wat al te vroom om zulk een groot gebied en een onverlicht
+volk te regeren.--Zie Friesch Jierboeckjen, 1833, §§ 4 en 7; bijzonder
+Charterboek, Voorrede I. bl. 40 volgg. en aldaar den Giftbrief;
+vergel. West. Jaarb. bl. 55 volgg.
+
+Ten opzigte der wijze, hoedanig de opgemelde wetten in geschrifte
+gesteld zijn, verhaalt men, dat dit door twaalf deskundigen, (welk
+getal men in regtszaken steeds hoog waardeerde,) door de Friezen
+gekozen, uit de overleveringen moest geschieden. Doch men wilde
+liever bij het oud regt blijven, dan deze zware taak te verrigten,
+en men was dus onwillig. Des Keizers wil woog echter zwaarder, dan
+die der twaalven, en het werk werd volbragt.
+
+De Sage, zegt de Heer Westendorp (Jaarb. I. 59), heeft deze gebeurtenis
+in een kostelijk kleed gestoken:
+
+»Daar deze twaalf wijzen dan onwillig waren, om de wetten der Vriezen
+in schrift te stellen, zoo gaf de Keizer hun zeven dagen tijds om
+tusschen de onthoofding, het levende begraven, of het ter prooi geven
+aan de woeste golven in een stureloos schip, te kiezen. De wijzen
+kozen lijdzaam en moedig het laatste. Men zette hen dan nu in een
+schip zonder zeil, roer, riemen en anker, en liet hen voor wind en
+weder drijven. Een der Wimoedes, Asega of Azinge geheeten, van het
+Wilken-geslacht, en een der eerste Vriezen, die deze benaming droeg,
+herinnerde in dezen nood zijnen mede-ambtgenooten aan eene door hem
+gehoorde leerrede van Willebrord, nopens de verschijning van Christus
+Jezus, voort na zijne opstanding, aan zijne, in druk gezetene,
+vrienden, hoewel de deuren gesloten waren. Hij stelde hen tevens
+ootmoedig voor, om de hulp, redding en tusschenkomst van Christus
+Jezus in dit gevaar biddend af te smeeken. Dit geschiedde eenparig
+knielende. En ziet, onder hun gebed vertoonde zich achter in het schip
+een man, welke met zijne hand een kromhout hield, en die de twaalven
+wederom in de haven terug bragt, vanwaar zij uitgegaan waren. Als nu
+de dertiende met de twaalven te lande kwam, wierp hij het kromhout
+op den grond, en terstond ontsprong aldaar eene bron, rondom welke
+allen gingen zitten: een ieder verkwikte zich met het water van de
+bron. De dertiende, welke aan de twaalvde volkomen gelijk en daarvan
+niet te onderscheiden was, leerde hen en gaf hun in, welke regten
+zij, ter gehoorzaming aan het keizerlijk bevel, zouden uitkiezen en
+beschrijven. Als zij nu wel onderrigt waren, zagen zij den dertienden
+niet langer; zij gingen aan hunne taak, en volbragten dezelve. »Zij
+kozen het landregt, dat hen door Maria's zoon geleerd was," zegt een
+der kronijken. Men legde deze verzameling den keizer en den paus
+voor, en het werk verwierf de goedkeuring van beiden."--Verg. de
+O. Fr. Wetten en de belangrijke Aant. van bl. 103-114, alwaar men
+in het verhaal van de twee Kon., Karel en Radboud, deze sage vindt,
+zoo als ook bij Beninga en Kempius.
+
+
+Bl. 50.
+
+In den jaare 777 is Ludger. Het verwondert mij dat onze kronijk, nog al
+gehecht aan bijzondere voorvallen, hier niet vermeldt de wonderbare
+redding van de moeder van dezen Ludger, te vinden in Schotanus,
+Beschryvinge v. Frieslandt, p. 22, overgenomen uit eenen (aldaar
+niet genoemden) Levensbeschrijver van Ludger. Dus luidt hoofdzakelijk
+aldaar deze gebeurtenis. Wrisung, de grootvader van Ludger, was der
+Christen-godsdienst toegedaan, en werd dus door Radboud verdreven. Hij
+ging over het Vlie wonen, en volvoerde zijn christelijk werk; zijn'
+jongsten zoon Tjadgrim in Utrecht ter leerschool bestellende. Deze
+huwde na zijns vaders dood eene vrouw, genaamd Liafburg of Liatburg,
+waarbij hij drie zoons en ook onzen Ludger verwekte. Deze Liafburg
+geboren zijnde, moest op last van hare heidensche grootmoeder,
+verdrietig dat harer schoondochter alleen meisjes werden geboren, door
+eene slavin worden verdronken; een regt dat zij volgens hare leer,
+op jonggeboren kinderen hadden, om ze om te brengen en te offeren,
+mits zij vooraf niets genuttigd of geproefd hadden. Dan het wichtje
+greep met zijne handjes het vat of den emmer, waarin het gestoken werd,
+om den rand, en worstelde dus tegen den dood. Eene buurvrouw dit ziende
+en bewogen met het onnoozel schepsel, ontnam het der slavinne, liep
+in haar huis en stak het een weinig honigs in den mond, waardoor het
+van den offerdood was verlost. Zij voedde het kindje zorgvuldig op,
+gaf het na den dood der grootmoeder aan de ouders terug, en dit meisje
+werd de moeder van den geleerden en verdienstelijken Priester Ludger,
+van wien men leest, dat hij de Friesche, Engelsche, Frankische en
+Latijnsche talen vlug en vaardig sprak, en wiens leven en daden overal
+tot zijnen lof zijn beschreven. Als opvolger van den braven Bonifacius
+en in diens voetspoor tredende, bekleedde deze wijdvermaarde Fries
+eene aanzienlijke plaats onder de Christenherders, die boven velen,
+godvruchtig, ijverig en standvastig in zijnen arbeid was.
+
+Men vindt onder anderen de levensbeschrijving der eerste
+Geloofpredikers bij F. Sjoerds, Beschr. v. O. en N. Friesland, VI
+Hoofdst.--Over Ludger, Westendorp, I. 64 en volgg. 89 volgg.--die
+echter, tegen het verhaal van Schotanus aan, niet de moeder van Ludger
+den offerdood doet ontkomen, maar Ludger zelf, waardoor de genoemde
+oorzaak zou wegvallen, welke aanleiding tot het ombrengen van het
+jonggeboren kind had gegeven. Maar belangrijk is ten dezen het werk
+van den heer B. Glasius, de Gesch. der Christ. Kerk en Godsd. in de
+Nederl. vóór het vestigen der Herv., waarvan het eerste deel het licht
+ziet, en waarin wij voor de eerste pogingen ter verkondiging van het
+Christendom in ons Vaderland en der Christenleeraars eene naauwkeurige
+en belangrijke beschrijving hebben gevonden. Ook den beoefenaren der
+Friesche Historie zij dit werk bij zonder aanbevolen [153].
+
+
+Bl. 51.--Ao 784.
+
+Zijn de Noormannen wederom met Wydekind. In het Archief van de
+oude Hannoversche stad Goslar is eene oorkonde aanwezig, bevattende
+het gebed of de gelofte, waardoor de Saksen over hunnen aanvoerder
+Witekind, in den krijg met Karel den Groote, heil en zegen afsmeekten
+van hunnen God Wodan, wiens beeld op den Hartsberg vereerd werd. Dit
+is de Duitsche tekst:
+
+»Heiliger, groszer Wodan! Hilf uns unserm Herrn Wittikind, auch
+dem Kelta (Unterfeldherrn) von dem aischen (garstigen) Karl-pfui
+dem Schlächter! Ich gebe dir einen Ochsen und zwei Schaafe und
+den Raub. Ich schlachte dir alle Gefangene auf deinem heiligen
+Hartisberge!" De geleerde Ypeij deelt deze bede benevens eene tweede
+oorkonde, twee of drie jaren later gesteld, toen de Saksen zich aan
+Karel onderworpen hadden, in de Nedersaksische spraak mede [154],
+met een aantal belangrijke taalkundige aanmerkingen vooral op het
+laatste gedenkstuk.
+
+
+Bl. 54.--Ao 808.
+
+Omtrent dien zelven tijd liet Igle Tadema. Het is zeker dat het meer
+Flevo zich in dezen tijd en ook reeds vroeger merkelijk uitbreidde,
+waartoe herhaalde stormen en watervloeden krachtig medewerkten,
+zoodat het zoute water niet alleen de tegenwoordige kusten naderde,
+maar ook van tijd tot tijd ondermijnde. Het is dus zeer mogelijk, dat
+bij het graven van putten, gelijk ook op 't jaar 513 van Juw Hoppers
+wordt vermeld, er zout water is opgekomen, en het verhaal van Tadema de
+gewone versiering heeft ondergaan, zoo als van vele andere voorvallen,
+zonder dat het noodig zij het geheel te verwerpen. Dat Igles zoon op
+bevel van zijnen vader het landgoed bij het Kreil verkocht, en zich
+in Gaasterland vestigde, dit is zeer natuurlijk, en dat de familie
+hier over wrokkend was en zich op eene voor onzen tijd ijsselijk
+wreede wijze wraak verschafte, is ook niet zoo vreemd.--Men leze deze
+schrikkelijke geschiedenis in O. v. Scharl's Kronijk op 't jaar 808,
+die echter 't voorval met Juw Hoppers niet heeft opgeteekend. Zie
+Wins. fol. 47 en 85; Schot. Fr. Hist. fol. 53.
+
+
+Bl. 56.
+
+In den jaare 809, als er te Romen. Op Kersdag van den jare 800 werd
+Karel de Groote in de hoofdkerk te Rome als Augustus en Caesar der
+Romeinen over het Westen uitgeroepen, gezalfd, gekroond en gehuldigd.
+
+»De Friezen dienden hunnen nieuwen meester getrouw; doch weinig
+geloof zoude 't verhaal verdienen, dat zij met hem Rome zouden
+hebben veroverd, gelijk onze en andere Kronijken op den jare 809 of
+omstreeks dien tijd vermelden. Men kan dit feit hebben verward met
+de verovering van Rome door Arnulph, den laatsten afstammeling van
+dezen Karel, wien het vergund was den Westelijken Keizerskroon te
+dragen, doch om gekroond te worden, de stad moest overwinnen, waarin
+de Friezen beoosten het Flie hem bij stonden." Dit is hoofdzakelijk,
+met anderen, ook het gevoelen van den heer v. Halmael: versterkende
+dit zijn gevoelen door het argument dat de beschrijvers van het leven
+en de daden van Karel daarvan geen gewag maken. Dan Bilderdyk is van
+een tegengesteld begrip. »Het zijn de Friezen niet alleen, zegt hij,
+die van hunne verovering gewagen. De Romanciers en Heldenboeken
+der middeleeuwen zijn er vol van, dat de Friezen Rome voor Karel
+innamen. En waarom mag dit niet zijn? Dat hij Friezen in zijne legers
+had, is zeker en boven alle bedenkelijkheid; en daar hij ze ook in
+Spanje bij zich gehad heeft, daar zij hem over de Pyreneën verzelden
+en hun trouw bewezen, waarom mag het niet waar zijn, dat zij 't ook
+over de Alpen deden; en dat toen er een oproer in Rome bij Karels
+aannadering ontstond, en de poorten hem gesloten werden, zoo als
+bij die Romanciers deels gemeld, deels duidelijk ondersteld wordt,
+zij het waren, die de poort gewonnen hebben, en hun dus in de stad
+gevoerd? Daar is iets zoo natuurlijks in, zoo wel zamenhangende, en zoo
+wel passende op de zaak, dat het mij ten minste niet onaannemelijk
+voorkomt; en dat zij eene belooning daarvoor gekregen hebben,
+geëvenredigd aan het belang dat Karel in de bewezen dienst stelde, is
+mede zeer waarschijnelijk. Het zij dat dit in 799 gebeurde, toen hij
+den verdreven Paus Leo III op den zetel herstelde; waarbij het niet te
+verwonderen is, zoo geweld en dapperheid en bestorming van eene poort
+noodig was: het zij in 800 toen hem de keizerkroon opgezet wierd, en
+er bij die gelegenheid mooglijk een oproer van de oude partij ontstond,
+die men gefnuikt waande, maar zonder de Friezen van gevolge had kunnen
+zijn. De zaak kan dus waar zijn; en men heeft onrecht een geheel volk
+tegen te spreken, wanneer er eenige samenstemming in zijne overlevering
+is met hetgeen van elders getuigd of voor waar en aangenomen is in
+een tijd dat de geheugenis nog versch was."--»Men behoeft enz."
+
+Hoezeer dan ook de Bulle of open Brief van Karel den Groote
+ontwijfelbaar valsch is, behoeft daarom het vermelde feit geen fabel
+te zijn, en het is onbetwistbaar, dat er dikwijls valsche stukken
+zijn gesmeed tot bewijs van wezenlijke waarheden, waarom ik mij
+dan ook met de meening van Bilderdyk wel kan vereenigen [155]. Uit
+een der te Oxford berustende handschriften, tot de nalatenschap van
+Junius behoorende, getiteld: Incipiunt Gesta Fresonum, hetwelk door
+het Fr. Genoots. wordt uitgegeven, zal ongetwijfeld dit gevoelen
+worden versterkt.
+
+Wij vinden op dezen jare 809, en ook vooral op het volgend jaar,
+aangeteekend, dat er in alle provinciën eene geweldige runderpest
+woedde, zoodat er bijkans geen os in het leger overbleef, welke ziekte
+nog vele jaren voortduurde.
+
+
+Bl. 58.--Ao 810.
+
+Een schattinge van 200 ponden zilver. Anderen bepalen die op de
+helft. Deze belasting, onder den naam van Klipschild, klinkschatting,
+werd dus genoemd omdat de munten in een bekken moesten geworpen
+en de klank daarvan in de verte gehoord worden. Zoo moesten ook
+de Engelschen lange jaren het zoogenaamde Deangeld aan Godfried
+opbrengen. Zie O. Fr. Wetten, bl. 130, in de Aanteekening.
+
+
+Bl. 61.--Ao 808.
+
+Magnus Forteman. Dat deze de eerste Potestaat is geweest, hebben
+latere schrijvers tegengesproken, op grond dat deze waardigheid
+zijnen oorsprong uit Karel's Bulle, welke voor valsch verklaard is,
+moet hebben gekregen. Echter erkent men, zelfs Emmius ook, dat de
+Friezen al van ouds Potestaten hebben gehad, die, als de handhaving
+van het regt, of ander algemeen belang, als er oorlog op handen
+was of ontstaan zou, verkozen werden. De geschiedenis van Magnus
+Forteman kan niet gereedelijk voor waarheid worden aangenomen; doch
+het bestaan van zoodanige gezagvoerders, als door het Potestaatschap
+wordt bedoeld, kan men ten zijne tijde niet betwisten.--Men leze
+hierover ter bevestiging v. Rhyn's Nabericht, bl. 410, 411, 417-420;
+F. Sjoerds, Jaarb. I. 440-444, 464, 473; II. 9, 64, 84, 85 en de
+aldaar aangehaalde schrijvers [156].
+
+
+Bl. 62.--Ao 826.
+
+Anscharius. Vermaarde Monnik uit het te Corveij gestichte klooster,
+werd eerste Bisschop te Hamburg, later Aartsbisschop van Bremen en
+Hamburg, en stierf in 865.
+
+
+Bl. 62.
+
+In den jaare 830 wierd Adelbrik van Adelen tot Landsheer
+verkooren. Adgillus II had twee zoons en twee dochters nagelaten,
+van welke laatsten de eene Konovella was geheeten. Deze was getrouwd
+met een aanzienlijk Edelman van Sexbierum, Adelbrik, wonende op het
+slot Adelburg. Twee zonen werden uit dezen echt geboren met namen
+Adelbrik, deze Potestaat, en Frederik van Adelen, de Bisschop op
+den jare 838 vermeld. Zie Winsemius, fol. 67, 83 en 105, alwaar men
+hunne geschiedenis vermeld vindt. Uit dezen zou het beroemd Friesch
+geslacht der van Adelens gesproten zijn.--Van den Potestaat, wiens
+aanvankelijke regering door sommigen later gesteld wordt, is weinig
+aangeteekend; doch van den moord des Bisschops zegt ook onder anderen
+de heer v. Halmael (Friesch Jierb. 1833, § 8), dat dit waarschijnlijk
+door toedoen of op last van Keizer Lodewijks tweede echtgenoot, Judith,
+dochter van Welf, Graaf van Beijeren, is geschied, wier huwelijk hij
+bloedschendig verklaarde. »Had de man (voegt deze schrijver er bij)
+zich niet bemoeid met zaken, welke hem niet onmiddelijk aangingen,
+even als zoo vele andere geestelijken van vroegere en latere tijden,
+hem was dit lot denkelijk niet wedervaren. Doch zijn voorbeeld heeft
+misschien niemand geleerd het niet na te volgen, en de bemoeiallen
+zijn nog niet uitgeroeid."--Verg. F. Sjoerds, Jaarb. II. 23 volgg.
+
+
+Bl. 63.--Ao 838.
+
+De verderfelijke leere der Arriaanen. Arius, geboren in Lijbië
+omstreeks den jare 300, Priester te Alexandrie, wilde na den dood
+van Achillas in dit bisdom diens opvolger worden. Dit mislukte hem;
+hij besloot ketter te worden, en verkondigde eene leer, welke door de
+Synode van Alexandrie in 320, en door de kerkvergadering van Nicea in
+325 veroordeeld werd. Arius, schoon gevangen gezet en gebannen, kreeg
+talrijke en vermogende aanhangers, bragt de geheele kerk in tweespalt
+en won de gunst van Konstantijn, die zich op de Ariaansche wijze liet
+doopen, en zelf het Arianismus tot zijne hofreligie maakte. Arius, te
+Alexandrie geweigerd, trok in 336 naar Konstantinopel en stierf bij
+zijnen plegtigen intogt. Zijne leer echter begon nu eerst te leven
+en bragt het geheele Oosten in beroering; doch de haarkloverijen en
+spitsvondigheden der Arianen, die elkander onderling verketterden,
+bezorgden eindelijk aan de Katholijke kerk de overwinning. Nu en
+dan verhieven zij zich weder, doch sedert den ondergang van het
+Longobardische rijk, liep ook hun rijk voornamelijk ten einde, en na
+de VII eeuw werd de algemeene invloed van hun stelsel krachteloos.--In
+Friesland, en vooral in Westergo, schijnt nog later der Arianen leer
+gehuldigd te zijn; doch Bisschop Frederik, en na hem de vermaarde
+Kanunnik Odulphus (Adolf), gingen ook hier deze ketterijen met kracht
+te keer.--Zie Algemeen Noodw. Woordenb. der Zamenleving, op de woorden
+Arius en Arianen.
+
+Onder de verschillende secten dier tijden maakten de Arianen den
+meesten naam. Het stelsel van Arius was, dat de Zoon van God, die, ter
+verlossinge der menschen, mensch werd, in waardigheid en natuur den
+Vader niet gelijk stond, maar, vóór de schepping, door den Vader als
+het voornaamste schepsel uit niets is voortgebragt.--Verg. B. Glasius,
+Gesch. der Christ. Kerk en Godsdienst, I. 37; F. Sjoerds,
+Jaarb. II. 22.
+
+
+Bl. 64.
+
+In den jaare 840 overleed Lodewijk.--Zijn opvolger Lodewijk de
+Duitscher, was een regtschapen en godsdienstig Vorst, de stichter en
+grondvester van het Duitsche rijk. Zijne zesendertig-jarige regering
+was zeer onstuimig, vol van bloedige oorlogen en moorddadige gevechten
+tegen de telkens invallende Noordsche volken. Hij verdeelde in of na
+870 het rijk, door hem beheerscht, onder zijne drie zonen, Karloman,
+Lodewijk en Karel, bijgenaamd de Dikke. Lodewijk de Jongere bekwam
+in zijn aandeel, behalve andere landen, twee deelen van Friesland,
+liggende ter regterzijde van den Rijn, en Karel een deel, dat gelegen
+was aan de linkerzijde der Maas. Bij een nader vergelijk tusschen de
+broeders schijnt geheel Friesland aan Lodewijk den Jongere gekomen te
+zijn. Zijne regering was echter niet van langen duur, daar hij in 877
+overleed, wordende opgevolgd door zijnen broeder Karel den Dikke, die,
+na den dood van zijnen oom, Karel den Kale, en diens zoon Lodewijk
+den Stamelaar, in 879 gestorven, tot de keizerlijke waardigheid werd
+verheven. Een gedeelte van Friesland werd door den Keizer aan Gisla,
+dochter van Lotharius II, huwende met den Noordschen Vorst Godfried,
+ten bruidschat gegeven, ten einde dezen tot vriend te houden; waarom
+hij zich dan ook in 822 liet doopen. Deze daad kwam den Friezen duur
+te staan, want hij heerschte als een tiran, liet zijne onderdanen,
+zoo als men verhaalt met halsbanden boeijen, om ze bij elk gering
+vergrijp of naar willekeur te doen ophangen, en maakte hen tot
+lastdieren. Eindelijk werd hij ook van kant gemaakt.
+
+In 880 (anderen stellen 881 en 884) vielen weder de Noormannen
+met eene groote magt eerst in Saksen, daarna in Frankrijk, en het
+tegenwoordig Friesland en Oost-Friesland, met oogmerk alwat Christen
+was uit te roeijen. De Saksen wilden dien woedenden stroom stuiten,
+doch hun leger werd vernield met diens Hertog, drie Bisschoppen,
+in hoedanigheid van geestelijken het leger volgende, en twaalf
+Graven. Verschrikkelijk was hun moorden, branden, plunderen en rooven,
+terwijl zoo hier als elders, landen en volken door die helsche benden
+werden verwoest en geteisterd. Bij hunnen inval in Friesland moesten
+zij het echter ontgelden, want aldaar leden zij de groote nederlaag,
+in onze Kronijk bedoeld. Intusschen kwam het, wat ons Friesland betrof,
+met Lodewijk tot een vergelijk. Daarna hadden zij, bij een inval in
+de Maas, de steden Maastricht, Luik, Tongeren, Keulen, Bonn, Trier,
+Mentz en andere plaatsen verwoest en de inwoners deerlijk mishandeld.
+
+Karel de Dikke, in 't bezit gekomen van het grootste gedeelte der
+Monarchij van Karel den Groote, bezat te beperkte geestvermogens om
+zulk een groot rijk te bestieren. Hij werd zwak en onmagtig, door zijne
+onderdanen verstoten, onttroond en stierf in 888 in armoede en ellende
+te Reichenau. Opgevolgd door Arnulph, die onder de Noormannen te
+Leuven eene ijsselijke slagting aanrigtede, veroverde deze daarna Rome
+met medehulp der Friezen, om aldaar gekroond te worden. Lodewijk, bij
+zijns vaders dood nog geen acht jaren oud, en daarom het Kind geheeten,
+volgde hem in het rijksgebied op, hetwelk echter bestuurd werd door
+Hatto, Aartsbisschop van Mentz, Adalhero, Bisschop van Augsburg,
+en Otto, Hertog van Saksen, zijnde de jonge Vorst onder voogdij
+van Otto en Hatto gesteld. In zijn achttiende jaar stierf Lodewijk,
+ongehuwd en zonder kinderen na te laten, en met hem was het geslacht
+des Grooten Karels, en alzoo de Karolingische stam, uitgestorven.
+
+Over de volgende Vorsten en Regering, den oorsprong van het graafschap
+Holland enz. verwijzen wij den Lezer tot het Friesch Jierboeckjen,
+1833, § 15 en volgenden. West. Jaarb. I. 131 volgg.; Wagenaar,
+F. Sjoerds, en anderen. Belangrijk is ook de geschiedenis van den
+Deen Erik, Rorik of Roruk, zoon des Deenschen Konings Heriold,
+waarvan in de aangehaalde Schrijvers omstandig gewag gemaakt wordt;
+ook Bilderdyk, I. 100, 148 enz., voorts bl. 167 over den oorsprong
+van het Graafschap Holland.
+
+
+Bl. 64--Ao 850.
+
+De kerk van St. Walburg.--Verg. de korte beschrijving van
+West. Jaarb. op 't jaar 850.
+
+
+Bl. 64.
+
+In den jaare 867. In dit jaar werd het Benedictijner klooster op het
+eiland Ameland, 't welk 's jaars te voren door den Heer Haijo van
+Cammingha, ter plaatse daar de tempel der Godin Foste gestaan had,
+was gesticht, met monniken bevolkt door Odilbaldus XII, Bisschop van
+Utrecht. Uit hoofde echter dit klooster en zijne bewoners aanhoudend
+door de zeeroovers werden geteisterd, is het na verloop van bijna
+derdehalf eeuw onder Ferwerd, in Ferwerderadeel, verplaatst, door
+de godvruchtige Anna van Cammingha, vrouw van Graaf Adolf van
+Fronenberg. Het doel des Stichters was eene kweekschool voor de
+wetenschappen, welke destijds bijzonder door de Benedictijnen werden
+beoefend, aan te leggen. Oudh. en Gest. II. 286; West. Jaarb. I. 123;
+F. Sjoerds, Jaarb. II. 55, 56, 270, enz.
+
+In den jare 873 kwam er een ontzettend aantal sprinkhanen over
+Friesland, welke een duim dik waren, met zes vleugelen en zeer sterke
+tanden voorzien. Zij vraten in één uur alles van het veld, zeven à acht
+mijlen in den omtrek, en knaagden de takken en basten der jonge boomen
+af. Na eene verschrikkelijke verwoesting, dreef de wind hen zeewaarts;
+toen verdronken zij, doch door den vloed werd deze geweldige massa
+op de oevers geworpen, en veroorzaakte eene pestziekte.--F. Sjoerds,
+Jaarb. II. 65.
+
+
+Bl. 67.
+
+In den jaare 910. Te regt klaagt de Heer West. bij den aanvang van het
+tweede Perk des Jaarboeks, als ook de Schrijver van den Tegenwoordige
+Staat van Friesland, over de weinige bijdragen en den schralen oogst,
+welke de geschiedenis van Friesland ons in de tiende en elfde eeuwen
+oplevert. In dit tijdvak zijn bij de Kronijk- en Geschiedschrijvers
+weinig belangrijke bijzonderheden vermeld, en ook onze kronijk deelt
+er dus weinige mede.
+
+Friesland strekte zich te dien tijd uit van den Sincfal, de plaats
+waar zich de rivier de Maas in zee ontlast, bij Ostende lot aan den
+Wezer.--Later werd de verdeeling in zeven Zeelanden daargestelt.--Van
+dezen besloeg ons tegenwoordig Friesland er twee, en een deel van het
+derde Zeeland. Friesch Jierb. 1834, § 5; voorts West. Jaarb. I. 211,
+en de daar aangehaalde Schrijvers. Wiarda, Von den Landt. d. Fries,
+b. Upstalsboom, 3 Abschnitt; Meng. Leeuw. Cour. 4 Oct. 1831.
+
+
+Bl. 67.--Ao 910.
+
+Westerman heeft enz. Adam Westerman, Predikant te Stavoren,
+heeft in den jare 1635 uitgegeven: Korte Beschrijvinge van de
+oude Anse-stad Stavoren; in welke aangewesen werd haren Ouderdom,
+Opgang, Voortreffelijkheid, Afgang, en tegenwoordigen Stand. Eene
+herdruk daarvan verscheen te Amsterdam in 1684. De Schrijver schijnt
+de kronijken gevolgd te zijn, en niet meer gegeven te hebben dan
+H. I. Soet, in zijn: Op- en Neder-ganck van Stavoren. Verg. Pars,
+Naamrol van de Batavise en Holl. Schrijvers, bl. 141.
+
+
+Bl. 67.--Ao 920 en 970.
+
+Koppen van Stavoren--Okke van Scharl. Het bestaan van de schriften
+van dezen eersten wordt mede betwist. Suffridus Petri [157] zegt,
+dat hij van Andreas Gryphius fragmenten ter leen gehad heeft, door
+den Priester Cappidus van Stavoren zamengesteld, welke hem tot zijne
+geschriften zeer ten dienste hadden gestaan;--doch ook deze zijne
+woorden, welke door geene latere bewijzen bevestigd zijn, hebben
+geen geloof kunnen vinden,--even min als zijn verhaal van Ocko van
+Scharl. Volgens de overlevering hadden de Schriften van zijn oudoom
+Solke, of Carel Solke Forteman, hem de bouwstof geleverd, voor zijne
+bekende Kronijk, welke door Johannes Vlijtarp, Geheimschrijver van
+den laatsten Potestaat, J. Hessel Martena, in de XIV eeuw is aangevuld
+en verbeterd, en daarna door Andreas Cornelis, geboortig van Stavoren
+en Organist te Harlingen, werd overgewerkt, vervolgd en na diens dood
+uitgegeven in den jare 1597 te Leeuwarden, in folio, bij Jacob Jansz,
+doch te Amsterdam gedrukt. Deze kronijk is herdrukt in quarto, en te
+Leeuwarden uitgegeven bij Abraham Ferwerda in 1742. Een tweede druk
+daarvan verscheen bij D. Balk te Workum in 1753, welke echter zoo
+letterlijk, ja stiptelijk met al zijne versierselen gelijk is aan
+den vorige, dat alleen de titel het onderscheid uitmaakt, even als
+met de Leeuwarder en Franeker drukken van Gysbert Japicx Rijmlerye
+en de 3 laatste Uitgaven onzer Kronijk.
+
+Vele Schrijvers zijn van gevoelen, dat deze Kronijk geen het minste
+geloof verdient, als gevuld met fabelen en bijgeloovigheden. Emmius, in
+zijne Refut. Apol., van Rhyn, op de Oudh. en Gest. I. 51; F. Sjoerds,
+Inleiding voor de Besch. van O. en N. Friesland, en anderen beweren
+dit op gelijke gronden; geen gezag aan Suffridus Petri kunnende
+toekennen. Ook de Wind, in zijne Inleiding voor de Bibliotheek van
+Nederl. Geschiedschrijvers, heeft dit punt met oordeel behandeld. Zijn
+gevoelen stemt niet dat van Emmius overeen: »Hoezeer dan ook, zegt
+hij, Andreas Cornelis een handschrift moge voor zich gehad hebben,
+waaruit hij de drie eerste boeken getrokken heeft, is het onbewezen
+dat dit H. S. eene kronijk van O. van Scharl uit de tiende, en van
+J. Vlijtarp uit de veertiende eeuw inhield. Veeleer zal dit H. S. het
+werk geweest zijn van een Schrijver uit het begin der dertiende eeuw,
+die deze fabelen heeft zamengeflanst, in dien tijd, toen bijbel en
+ware geschiedenis in het kleed van een roman moesten gehuld worden,
+wilde men dezelve aanhooren." Wij willen de gronden van den kundigen
+de Wind wel niet betwisten of wederleggen, als hier niet voegende,
+dan ik kan er evenwel nog niet toe komen, om met Emmius alles weg te
+redeneren; en zelfs naar aanleiding van bovengemeld argument, blijf
+ik beweren, dat er veel waarheid, hoe dan ook in fabelen gehuld,
+uit deze kronijk en andere dergelijke schriften is op te sporen,
+waarom wij met den geleerden Westendorp gereedelijk instemmen,
+dat er geene voldoende redenen bestaan, de geloofwaardigheid dier
+oude Schrijvers geheel te verwerpen. Zie voorts gem. Biblioth. der
+Ned. Geschiedschrijvers, II. St. p. 223; Suffr. Petri, D. 5. c. 9. en
+D. 7. c. 4, de Script. Frisiae; Schwartz. Chart. Voorr. II. 67;
+onze Aantt. bl. 286-288.
+
+
+Bl. 68.
+
+Omtrent den jaare 969 Gosse Ludigman. Zie v. Rhyn's Nabericht, bl. 417
+volgg. Vóór het huwelijk van des Potestaats dochter Tet, met Sicco,
+zoon van Graaf Arnout, uit wien de Teilingen en Brederoden stamden,
+is, schoon betwist, zeer veel te zeggen, hoezeer ook v. Rhyn eene
+andere uitlegging heeft.
+
+
+Bl. 68.--Ao 998.
+
+Het stedeke Uitgong verwoest. De bouwing dezer stad is in de hooge
+oudheid te zoeken, en zij moet in den vroegsten tijd zeer belangrijk
+voor den handel en met eene goede haven voorzien zijn geweest; liggende
+aan het Boerdiep of Middelzee. Na gemelde verwoesting weder opgebouwd
+zijnde, werd zij in 1181 door een hevig en brand geteisterd; dan tien
+jaren daarna werd de gansche stad door de Noormannen geplunderd, en
+te vuur en te zwaard vernield, zoodat met haar bestaan ook zelfs die
+naam voor altoos werd uitgewischt. De inwoners schijnen zich metter
+woon naar Franeker te hebben begeven. Hoezeer evenwel Uitgong eene
+stad of stedeke genoemd werd, vermeent men echter, dat het met geene
+wallen of muren omringd, maar eene open plaats geweest is: het had
+niettemin stads voorregten en het regt van Oldermanschap. Wij kunnen
+over deze belangrijke plaats niet verder uitweiden; wie daartoe lust
+hebbe, leze het Aanhangsel betreffende de Oudheden, en voornaamste
+Gebeurtenissen van Berlikum, achter het Tweetal Leerredenen van
+Petrus Nota, (Franeker, 1781) waarin men alles in een kort bestek
+bij elkander heeft en de Schrijvers vindt aangehaald.
+
+Omstreeks dezen tijd sneuvelde de Hollandsche Graaf Arnout, in een
+veldslag nabij Schagen in West-Friesland. De Friezen bleven altoos
+weigeren de Graven als hunne Heeren te erkennen. De vermaarde Friesche
+Edelman Adelbold, deelende in de gunst van den Keizer Otto III,
+werd tot Bisschop van Utrecht benoemd.
+
+
+Bl. 69.--Ao 1006-1010.
+
+Deeden de Noormannen geweldige invallen. De geschiedschrijvers
+vermelden allen, met verschil nogtans van sommige omstandigheden, deze
+invallen en gevechten op de jaren 1009 en 1010, en daarmede hield dien
+geesel ook voor Friesland op: want dit was der Noren laatste inval,
+welke echter nog vele menschenlevens kostte. De meerdere uitbreiding
+van 't Christendom, doch ook zwakheid in strijdkrachten, zullen
+hiertoe veel bijgebragt hebben. F. Sjoerds, Jaarb. II. 171; Wagenaar,
+II. 135; Bilderdyk, II. 7. Deze Schrijver vermeld, een door hem uit
+het Yslandsch overgebragt verhaal, van een inval der Noormannen in
+'t jaar 943, voorkomende in de Eglo-Saga, dat is, Historie van Egil,
+hetwelk wij willen overnemen:
+
+Uit Egils-Saga, Hafniae 1809. Cap. 72. Ao. 943.
+
+
+ »Ambiorn was dien winter 't huis op zijn erf (of land);
+ maar omtrent de lente lustede 't hem om ten krijg (zeeroof)
+ te varen. Hij had veel goede schepen. Hij had omtrent de lente
+ drie lange schepen en die alle sterk. Hij had 300 man. Hij had
+ bedienden in zijn schip en was zeer wel gescheept. Hij had ook
+ menige boeren-zonen met zich. Egill besloot met hem te varen
+ en stuurde (beval) een schip. Ook voeren met hem vele van zijne
+ luiden, die hij met zich van IJsland genomen had. Een koopschip,
+ dat hij van IJsland gehad had, liet hij vlieten Oostwaarts naar
+ Wik, (en) nam daartoe mannen om met zijn pakkaadje te varen,
+ en zij, Axinbiorn en Egill hielden de lange schepen om meê te
+ landen. Zoo dan stevenden zij Zuidelijk naar Saxenland, en hier
+ toefden zij tot den somer en vingen veel buit, en voor den oogst of
+ herfst keerden zij Noordelijk en landden in Friesland. Op zekeren
+ nacht, als het weêr gunstig was, zeilden zij den mond van een
+ rivier op. (Want) daar is 't kwaad te havenen, en een grooten
+ inham. Daar waren landwaart op groote vlakten en.... bosschen
+ dichte bij. Daar waren veel plasschen, want het had veel geregend;
+ daar besloten zij op (aan land) te gaan, en lieten eenige hunner
+ lieden achter om de schepen te bewaren. Zij gingen op midden
+ tusschen de rivier en de bosschen. Niet ver van daar was een
+ dorp en daar woonden veel boeren. Het volk liep uit het dorp naar
+ 't land, wat het mocht, en de roovers achter hen. Zij kwamen aan
+ een ander dorp en een derde: de lieden vloden al wat zij konden;
+ daar waren velden en groote vlakten; daar waren grachten om de
+ landerijen gegraven en stonden in 't water, en daar waren groote
+ palen in de grachten gezet, daar waren om over te gaan bruggen
+ en planken over. Het landvolk vlood in de bosschen; maar als de
+ roovers ver in 't dorp gekomen waren, zoo trokken de Friezen te
+ zamen in de bosschen, en als zij bij de 300 hoofden bijéén waren,
+ zoo trokken zij de roovers in 't gemoet, en geraakten met hen in
+ strijd; en werd daar een groot gevecht, tot de Friezen vluchteden,
+ maar de roovers de vluchtenden vervolgden. De hoop dorpelingen
+ werd verstrooid, en zoo ging 't ook met die hen achter na vlogen;
+ en dus bleven er weinige bij een. Egill vloog hard achter hen
+ en weinige mannen met hem. De Friezen kwamen daar aan een gracht
+ en trokken die over, en namen toen de brug weg. Toen kwam Egill
+ aan de andere kant en sprong dadelijk over de brug. Maar dat was
+ geen sprong voor een ander, en niemand deed het hem na, en zijn
+ makkers snelden naar hunne schepen om hulp te zoeken. En wanneer
+ de Friezen zagen, dat één man daar over was (en niet meer) zoo
+ keerden zij om en kwamen op hem aan. Maar hij verdedigde zich,
+ de gracht van achteren tot beschutsel. Daar vielen hem elf aan,
+ met dat gevolg, dat hij die allen neêrsloeg. Daarna schoof hij de
+ brug en kwam over de gracht. Toen, als hij nu zag dat alle naar
+ de schepen getrokken waren, hield hij zich dicht bij de bosschen;
+ en dus trok Egill langs de bosschen en zoo naar de schepen, dat
+ hij in 't hout mocht kunnen wijken zoo 't noodig ware. De roovers
+ hadden veel slachtvee naar 't strand gedreven, en als zij aan de
+ schepen kwamen, slachtten sommige die, andere voerden ze te scheep
+ van daar; sommige maakten een schildburg. Want de Friezen waren
+ opgekomen in groote menigte en schoten op hen. Maar Egill kwam
+ op en hij zag wat gebeurde. Daar vloog hij ten snelste op dien
+ hoop, en greep zijn slagzwaard met beide handen, en wierp zijn
+ schild op den rug. Hij zwaaide zijn zwaard en sloeg op al wat
+ daar voor stond, en maakte zoo ruimte onder 't volk, dat hij tot
+ de zijnen kwam. Daarna gingen zij 't scheep en staken van land,
+ en zeilden naar Denemarken."
+
+
+Bl. 70.--Ao 1064.
+
+Den naam Harns. Over den oorsprong van dezen naam, zie men Oudh. en
+Gest. II. 142. Sommigen leiden dien af van de twee adellijke Staten
+Harliga en Harns, waarbij, of op wier grond de aanleg der stad
+gebouwd was, en welke beide namen, naar tijds gewoonte, veel twist
+veroorzaakten, wie den boventoon behouden zou; weer anderen willen dat
+de Friesche naam Harns, zijn oorsprong had in de ligging der plaats aan
+een uithoek van de Middelzee en de Wadden. Vergel. bl. 89 der kronijk.
+
+
+Bl. 71.
+
+In den jaare 1096, wanneer Paus Urbanus. Wij laten hier volgen een
+aaneengeschakeld verhaal van
+
+
+
+
+
+DE KRUISTOGTEN DER FRIEZEN NAAR PALESTINA [158].
+
+
+ Zoo liet het Voorgeslacht het edel denkvermogen
+ Zich rooven; alles lag voor 't Bijgeloof gebogen:
+ Hem staat, met krommen hals, de trotsche Huichlarij,
+ En, 't aangezigt vermomd, Bedrog, zijn vader, bij.
+
+ Haller.
+
+In de Europesche geschiedenis maken de kruistogten een
+allerbelangrijkst tijdvak uit. Door dezen werd Europa ontvolkt;
+millioenen vonden in Hongarijen, Griekenland, Syrië, Palestina, Egypte,
+in de Middellandsche zee en onder weg hun graf; door dezen schoot het
+bijgeloof vaste wortelen, werd de Pauselijke stoel verheven boven de
+troonen van wereldlijke regenten, wies het monnikendom door blinde
+gehoorzaamheid aan, en ontstonden te voren onbekende orden, kloosters
+en prachtige kerken; door dezen werden onnoemelijke schatten van Europa
+in Azië begraven, en wereldlijke Vorsten werden, door de verwijdering
+van magtige vassalen, despoten. Daarentegen gaven zij aanleiding dat
+kunsten en wetenschappen van het eene volk tot het andere overgebragt
+en door Europa verbreid werden. In deze Kruistogten hebben ook onze
+Voorvaderen, de Friezen, deel genomen. Daar nu de geschiedenis van de
+Kruistogten door onze historieschrijvers deels onaangeroerd blijft,
+deels stuksgewijze en zonder zamenhang geleverd wordt, zoo veroorloof
+ik mij, onze lezers in deze Bijvoegsels een aaneengeschakeld verhaal
+te geven.
+
+Reeds ten jare 637 hadden de Saracenen onder hunnen Kalif Omar I zich
+meester gemaakt van Palestina en de Heilige Stad, en zij bleven meer
+dan vijfthalve eeuw in derzelver rustig bezit. Tegen het einde der
+elfde Eeuw kwam Peter de Kluizenaar, een ondernemende dweeper, te
+Rome. Hij schilderde met krachtige verwen de gruwelijke vervolgingen,
+die de verdrukte Christenen van de Mohamedanen lijden moesten. Een
+bewegelijke brief van Simon, den Patriarch van Jeruzalem, bevestigde
+zijne reden. Paus Urbanus II gaf hem volmagt, om de wereldlijke
+Vorsten aan te moedigen tot de bevrijding des Heiligen Lands uit de
+handen der barbaren.
+
+Daar liep Peter met het Krucifix in de hand, barrevoets en blootshoofds
+Italië, Frankrijk en Duitschland af. Zijne dweeperij, zijn prediken,
+de brief des Patriarchs en de Pauselijke Bulle verwekten overal dorst
+naar Turkenbloed. In het jaar 1095 hield de Paus, eerst te Piacenza,
+en in November deszelfden jaars te Clermont in Auvergne eene groote
+kerkvergadering. Na het eindigen eener vurige rede, waarin de Paus
+een Kruistogt had bevolen, riep de ontelbare verzamelde menigte uit:
+»God wil het, God wil het!"--Ridders, die avonturen zochten; monniken,
+welken het klooster te eng, te benaauwd was; verrukte vromen, die met
+den helm op het hoofd en het zwaard in de hand den hemel dachten te
+verwerven; schuldenaars, die zich van hunne schuldeischers wilden
+ontdoen; gaauwdieven en booswichten, die de welverdiende straffen
+ontliepen; straatslijpers, die het omzwerven boven eene eerlijke
+kostwinning verkozen; knechten, die zich van het juk hunner heeren
+ontsloegen; in één woord, allen, die het zwaard konden voeren, maakten
+zich voor en na gereed tot eenen krijgstogt tegen de Saracenen. Alle
+deze hemelhelden ontvingen, terstond bij hunne aanwerving, een
+klein kruis, dat zij op den schouder vastmaakten. Aan dit kruis kon,
+een ieder zijnen landgenoot kennen [159]. Naar hetzelve werden de
+soldaten Kruisbroeders, en deze togten Kruistogten of ook heilige
+Krijgstogten genoemd.
+
+Er werd dan tot een heiligen krijgstogt besloten en een leger
+van 300,000 man onder verschillende hoofden bijeengebragt. Een
+Fransch Ridder, Walter (Gautier), trok met 20,000 man vooruit. Deze
+Christelijke barbaren pleegden in Bulgariën met moorden en stelen
+grooten moedwil; waarom de Bulgaren zich vereenigden en schier deze
+gansche voorhoede nedersabelden. Peter de Kluizenaar voerde zelf
+20,000 man aan en volgde Wouter. Het ging hem echter in Hongarije en
+Bulgariën niet veel beter. Hij kwam evenwel met het gering overschot
+zijner troepen in Konstantinopel aan. Nog een ander leger, dat op
+200,000 man geschat wordt, en uit Duitschers, Franschen en Engelschen
+bestond, leed buitengewoon veel door het zwaard der Hongaren en meer
+nog door den honger en het gebrek. Een andere hoop scheepte zich in,
+en kwam door de Middellandsche zee in Syrië. Godfried van Bouillon
+voerde 80,000 Duitschers aan, en trok met dezen naar Philopolis. In
+het jaar 1097 vereenigde zich het gansche Christenleger, dat door
+eenige Schrijvers op 500,000 voetknechten en 130,000 ruiters wordt
+geschat, te Chalcedon. Nu vingen de Christenen hunne ondernemingen
+tegen de Saracenen en Turken aan. Zij veroverden Nicea, Antiochië,
+Cesarea en eindelijk in 1099 ook stormenderhand Jeruzalem, alwaar
+Godfried van Bouillon, Hertog van Neder-Lotharingen tot Koning van
+Jeruzalem werd uitgeroepen.
+
+In dezen eersten Kruistogt hebben ook de Friezen deel genomen. Zij
+zijn om Frankrijk, Spanje en Italië henen naar Palestina gezeild. De
+jaarboekschrijvers noemen ons de voornaamste Edellieden, die den
+togt mede ondernomen hebben, als Tjepke Forteman, Jarich Ludinga,
+Epo Hartman, Igo Galama, Feico Botnia, Eelco en Sicco Liauckama, en
+Ubbo Harmana. Bij de belegering van Nicea zijn Hartman en Forteman,
+de laatste van zijn geslacht, gesneuveld. Eelco Liauckama zoude
+zich bijzonder onderscheiden hebben. Hij was Generaal over 3000 man
+ruiterij, en werd eerst tot bevelhebber van Nicea aangesteld, doch
+ging daarna, ontevreden over zijnen werkeloozen toestand, verder in
+Palestina in garnizoen.
+
+Harmana en Galama zijn in een veldslag,--en Eelco Liauckama en
+Botnia bij de verovering van Jeruzalem zwaar gewond geworden. Na
+hunne herstelling zijn deze beiden eindelijk door Koning Godfried tot
+ridder geslagen. Naderhand zijn nog verscheiden Friesche Edellieden,
+Homminga, Roorda, Cammingha en Ockinga naar Palestina getogen, en
+hebben onder Boudewijn, den tweeden Koning van Jeruzalem, lauweren
+bevochten tegen de Saracenen. Daardoor stonden zij bij den Koning
+en de voornaamste Hoofden van het Rijk in bijzondere hoogachting. De
+faam hunner heldendaden drong gansch Europa door, en de Koning wilde
+hen noode ontslaan uit zijne dienst. Hij geleidde hen in persoon
+met honderd ruiters naar Jaffa, alwaar zij zich inscheepten, en over
+Venetiën en Rome den 15 December 1106 in goeden welstand in Friesland
+terugkwamen. Zij werden door hunne vrienden in plegtigen optogt,
+met kruis en vanen, onder gejuich en blijdschap ontvangen. In dit
+jaar zijn de meeste Friezen weder teruggekomen.
+
+Watze Herama, vroeger teruggehouden door de ziekte van zijnen
+reisgenoot Roorda om naar Palestina te reizen, schijnt in den jare
+1119 met dezen en andere Friesche Edelen, als Harmana, Homminga,
+Ockinga en Cammingha, over Venetiën en Jaffa den togt te hebben
+aangenomen. Zij streden in 1120 dapper, dan dit gevecht viel voor hen
+nadeelig uit. Herama en Homminga werden verslagen. Koning Boudewijn
+met de Edelen, waaronder ook Cammingha en Ockinga vielen den Parthen
+in handen; Roorda en Harmana werden zwaar gewond, doch ook weder
+genezen en de gevangenen uitgewisseld.
+
+In het jaar 1145 liet Paus Eugenius III door den heiligen Bernard
+op nieuw het Kruis prediken. Keizer Koenraad en Lodewijk VII van
+Frankrijk namen zelven het Kruis aan. De togt werd in 1147 aangevangen,
+doch liep, voornamelijk door de trouwloosheid des Oosterschen Keizers
+Manuel, ongelukkig af. Na vruchtelooze belegering der stad Damascus,
+trok het geringe overschot des Christen-legers weder huiswaarts.
+
+Dezen tweeden heiligen krijg schijnen de Friezen niet mede bijgewoond
+te hebben. De Paus echter beval eenen dubbelen Kruistogt ten zelfden
+tijde (1149): eenen naar Spanje om de Saracenen te verdrijven, en
+een' anderen tegen de ongeloovige Sclaven aan de Oostzee. Tot beide
+Kruistogten hebben zich voornamelijk de Westfalingers, Friezen en
+Hollanders laten gebruiken.
+
+Helmold, een geschiedschrijver, die omtrent dezen tijd leefde, laat
+eenen Frieschen Priester Gerlaf toen de Sclaven de Friezen ingesloten
+hadden, aldus aanspreken:
+
+»Nescitis apud Slavos nulla gens detestabilior Fresis? Sane foetet
+eis odor noster."
+
+»Weet gij niet dat bij de Slavoniers geen volk zoo zeer verfoeid
+wordt als de Friezen? Zij mogen ons waarlijk niet eenmaal rieken
+[160]." Een duidelijk bewijs, dat de Friezen met de Sclaven wakker
+aan den slag geweest zijn.
+
+Intusschen werd de toestand der Christenen in het Oosten van tijd tot
+tijd moeijelijker en gevaarlijker. De Sultan Saladin, deze om zijne
+grootmoedigheid in de geschiedenis zoo bekende Vorst, veroverde ten
+jare 1187 eindelijk Jeruzalem, en maakte een einde aan het Koningrijk,
+dat 88 jaren bestaan had. Nu maakte de Paus een gruwelijk alarm, en
+bewoog den Keizer Frederik Roodbaard (Barbarossa), Koning Filips II
+(Philippus Augustus) van Frankrijk en Richard I (Leeuwenhart) van
+Engeland om nog eenen Kruistogt te wagen. In 1189 brak het heirleger
+op. De Friezen en Denen rustten 50 schepen uit, vereenigden zich
+met de Hollanders en Vlamingen, hielden hier en daar in Spanje aan,
+geraakten aldaar slaags met de Saracenen, voegden zich nabij Sicilië
+bij de Italiaansche vloot, en kwamen eindelijk te Ptolomais (toen
+Acre genoemd) aan.
+
+Ook in dezen krijgstogt, in welken de Keizer door een toeval het
+leven verloor, rigtten de Christenen niets verder uit, dan dat zij
+Ptolomais veroverden. Niettegenstaande dezen ongelukkigen uitslag,
+liet de Paus Coelestinus in 1197 op nieuw het Kruis prediken. De
+Friezen namen met de Denen en die van Lubek en Bremen hunnen gewonen
+weg om Spanje, voegden zich op Cyprus bij het hoofdleger en landden
+weder te Ptolomais. Ook op dezen togt maakten de Christenen geene de
+minste verovering. Zij sloten evenwel met Saladin eenen wapenstilstand
+voor 6 jaren.
+
+Ten jare 1199 keerden de heilige krijgers, die in 1189 en 1197 zich
+op reis begeven hadden, voor zooverre zij waren overgebleven, tot de
+hunnen terug.
+
+Zekerlijk kwamen deze Kruisvaarders vermagerd, hongerig en met ledige
+handen huiswaarts; doch, gelijk vermeld wordt, had de generaal der
+Friezen, Hartwijck, Aartsbisschop van Bremen, eenige beenderen der
+Heilige Anna, en het zwaard, waarmede Petrus het oor van Malchus had
+afgehouwen, medegebragt [161].
+
+Het tijdstip, 't welk ik thans nader, is voor ons des te belangrijker,
+omdat de voornaamste feiten meestendeels door gelijktijdige schrijvers
+en door bewijzen gestaafd worden. De Pausen moedigden de wereldlijke
+Vorsten, toen de met Saladin geslotene wapenstilstand ten einde liep,
+tot eenen nieuwen Kruistogt aan; doch wegens de ongelukkige gevolgen
+der vorigen, bleef alles bij vrome wenschen. Eindelijk was Paus
+Innocentius III zoo gelukkig, dat op eene door hem in 1215 belegde
+kerk vergadering tot een nieuwen Kruistogt besloten werd. Hierop
+beval de Paus allen Bisschoppen, in hunne kerspelen het Kruis
+te laten prediken. De Aartsbisschop van Keulen zond den Keulschen
+Leeraar Olivier [162] met bijzondere aanbevelingsbrieven van den Paus
+naar Friesland. Deze predikte zelf het Kruis, en gaf aan eene menigte
+Vicarien door het geheele land volmagt, om in zijne afwezigheid aflaten
+te schenken en rekruten voor den heiligen krijg aan te werven. Hij
+liet in de kerken uitgeholde, van boven met ijzer beslagene blokken
+nederzetten, opdat ieder door eene daarin zich bevindende opening zijne
+bijdragen tot bevordering der krijgstoerusting mogte storten. Het
+prediken van Olivier had eenen buitengemeenen indruk gemaakt bij de
+Friezen, zoodat een ongeloofelijk aantal het Kruis aannam. Zij schijnen
+echter met de toebereidselen tot den optogt zich niet zoozeer gehaast
+te hebben; ten minste herinnerde Olivier hun in eenen brief van den
+jare 1216, dat, de Denen, Bremers en Keulenaars reeds eene groote
+vloot uitrusteden, het ook tijd werd hunne schepen te bemannen.
+
+Ook in dezen tijd had de geestvervoering tot overwinning van 't
+Heilige Land zulk eene algemeene werking, dat duizenden van kinders
+naar de zeeplaatsen liepen, om ook deel aan den strijd te nemen, en
+hoewel door hunne ouders opgesloten, wisten zij hunne gevangenis te
+ontkomen op allerlei wijzen, zonder dat de meesten daarna immer zijn
+teruggekeerd. Zeker Schrijver [163] verhaalt er 't volgende van: »In
+'t jaar 1211 vereenigde zich een groot aantal kinderen (men geeft het
+op voor 90,000), onder aanvoering van een' ouderen knaap, met het
+voornemen het Beloofde Land weder te veroveren. De meesten kwamen
+uit Duitschland en wandelden blijde naar Genua. Hier ondervonden
+zij echter uit onbekendheid, waar eigenlijk het Beloofde Land lag,
+onoverkomelijke hinderpalen, om hunne avontuurlijke onderneming verder
+ten uitvoer te brengen. Te Marseille kwamen 30,000; een deel daarvan
+stierf van ellende, een deel werd vermoord en de overigen als slaven
+aan de Saracenen verkocht."
+
+De Hertog Leopold van Oostenrijk, Boudewijn van Vlaanderen, Lodewijk
+van Savoijen, benevens verschillende Bisschoppen en Graven vereenigden
+zich met den Koning Andreas van Hongarije en trokken te land naar
+Palestina. Daarentegen scheepten de Graaf van Holland (Willem I) en
+de Graaf van Wieden met de overigen zich op de Maas in, en stevenden
+door de Middellandsche Zee naar Ptolomais, alwaar de verzamelplaats
+der Kruisvaarders was. De Friezen behoorden tot de vloot des Graven
+van Holland. Deze geheele reis tot op de aankomst in Ptolomais is van
+eenen Kruisbroeder [164], die den togt mede heeft gemaakt, naauwkeurig
+beschreven geworden. Het reisverhaal daarvan is te vinden in Emo's
+Chronicon (p. 16-35), waaruit ik het volgende overneem:
+
+»Op het einde van Mei 1217 ligtten de Friezen in den Lauwerstroom
+de ankers, en staken met groote schepen, die zij Koggen noemden, uit
+den stroom in zee. Onder Engeland ontmoetten zij eene groote vloot,
+onder bevel der Graven van Holland en Wieden [165]. Hier werden het
+plan des geheelen togts en wetten ontworpen, waaraan een iegelijk moest
+gehoorzaam zijn. De Graaf van Holland [166] werd tot eersten Admiraal
+der gansche vloot benoemd, die in twee afdeelingen afzeilde. De eene
+werd door den Graaf van Holland zelven, de andere door dien van Wieden
+aangevoerd, en de Friesche schepen behoorden onder het smaldeel des
+Graven van Holland.
+
+Eerst kwamen zij in de havens van St. Mattheus en vervolgens te Faro
+(of Ferrol), eene stad in Gallicie, aan. De Kruisbroeders ontscheepten
+zich hier, en gingen te voet in bedevaart naar St. Jacob van
+Compostella. Hier bezochten zij de heilige overblijfsels (reliquiën)
+des Apostels, en bragten hem hunne offers. Toen zij weder scheep
+gegaan waren, voeren zij eerst wegens tegenwind noordwaarts af, en
+laveerden eindelijk met veel moeite naar Portugal; zij ankerden voor
+Salerno, lieten zich daar van den Abt te Alkubar vele wonderen en
+avonturen verhalen, en voeren na eenige dagen den Taag op, totdat zij
+eindelijk te Lissabon aanlandden. De daar aanwezige Bisschop wendde
+al de kunsten zijner welsprekendheid aan, om het Kruisheir te bewegen
+tot het verdrijven der Saracenen uit Spanje. Door verdelging dezer
+barbaren, zoo sprak hij, zouden de Christenen God dezelfde dienst
+bewijzen, als wanneer zij, Hem ter eere, in Palestina hunne handen
+in Saracenen-bloed wieschen. Sommigen lieten zich begoochelen,
+en bleven met hunne schepen in de haven van Lissabon liggen. De
+meeste Kruisvaarders echter en inzonderheid de Friezen lieten zich
+van hun voornemen, om in het Heilige Land veroveringen te maken,
+niet aftrekken. Zij ligtten vervolgens wederom het anker, en voeren
+het gebergte St. Vincent om. Door hevigen storm moesten zij de haven
+St. Maria binnenloopen. Deze was eene wel versterkte stad, waarvan
+de hooge muren zoo dik waren, dat boven op dezelve twee ruiters
+elkander konden voorbij rijden. Het leger was onderling niet eens,
+of men de stad aantasten, dan wel met den eersten gunstigen wind weder
+onder zeil gaan zoude. Toevallig vertoonden zich vele Saracenen voor
+de stad. De Friezen hieven een lofzang (Hymnus) aan, vielen op den
+vijand in, en drongen hem binnen de stad terug. In de schemering zag
+een Fries eenen Saraceen, die zich door middel van een koord van den
+muur liet afzakken. Deze gelegenheid maakte hij zich ten nutte: hij
+doodde den Saraceen en steeg naar boven. Als hij nu met dat touw velen
+zijner makkers had opgetrokken, plantten zij een krijgsvaan boven op
+den muur: deze koene strijders drongen vooruit tot aan de poort. De
+wacht, die zich daar bevond, werd op het gezigt der Christenen door
+eene plotselijke schrik bevangen, geraakte in wanorde, en kon niet
+beletten dat de poort geopend werd. Het gansche leger drong binnen,
+en zoo werd de stad veroverd, en nu rigteden de Christenen een groot
+bloedbad aan, plunderden alles wat hen voorkwam, en staken tot afscheid
+de stad in brand.
+
+Vele Kruisbroeders, waarschijnlijk dweepzieke monniken, hebben in de
+wolken het beeld der heilige Maria gezien, welke over het geluk en
+de gedragingen der Christenen met welbehagen glimlachte. De Priesters
+hadden moeten doen zien, dat de heilige maagd tranen stortte over deze
+Christelijke barbaren!--Dit geschiedde den 1 Augustus:--twee volle
+maanden hadden dus onze Friezen reeds rondgezworven. Des anderen
+daags ligtten zij wederom de ankers, voeren digt onder de Spaansche
+kusten langs, en landden te Roden. Het gerucht van den gruwel der
+verwoesting in St. Maria was reeds tot hier doorgedrongen. De bevreesde
+Saracenen hadden de stad verlaten; de Christenen trokken de ontvolkte
+stad binnen, plunderden dezelve, volgens loffelijke gewoonte, uit,
+en legden haar in de assche. Eenige Christenen hadden zich op de bij
+de stad liggende wijnbergen verspreid, in de hoop van ook daar nog
+eenigen buit te behalen; maar de Saracenen lagen daar in sluipholen
+verborgen, kwamen onverwacht te voorschijn, en vermoordden allen,
+die zich niet met de vlugt tot aan de haven redden konden. Daarop
+gingen de Christenen naar Kadix, en ook deze reeds destijds rijke
+stad was van de Saracenen verlaten. De Kruisvaarders sloopten eene
+bij uitstek kostbare moskee tot den grond toe, plunderden de stad
+en de omliggende landhuizen uit, en namen, van roof verzadigd, het
+vroom besluit, deze prachtige stad door het vuur te verwoesten.
+
+Nu rigteden de Christelijke zeeroovers hunne koers naar de straat van
+Gibraltar. Een zware storm uit het Oosten belette hun de doorvaart,
+en verstrooide de vloot; 86 schepen, waaronder die der Friezen, liepen
+in de havens van Sevila aan den mond der Guadalquivir binnen. Drie
+dagen daarna liepen zij uit met eenen gunstigen wind, geraakten
+gelukkig door de straat, verzeilden op den vierden dag daaraan uit
+onkunde naar het eiland Ivica, en kwamen na eenige dagen te Tortoso
+aan den mond van den Ebro. Zij gingen aan land om versch water
+in te nemen, bleven hier twee dagen, en stevenden naar Barcelona,
+waar zij verscheiden schepen hunner door den storm verstrooide vloot
+aantroffen. In de haven van den H. Felicianus (St. Felice de Guixolis)
+in Catalonië vonden zij het overschot derzelve weder.
+
+De vloot ging weder onder zeil, en ankerde in de haven van
+St. Mardrianus omtrent Marseille. Nu hielden zij zich digt langs de
+kusten van Frankrijk en daarna van Italië, voeren Nizza, Pisa, Genua,
+Livorno en andere steden voorbij, en kwamen eindelijk te Piombino in
+Toskanen. In Piombino vertoefden zij 8 dagen, en rigtten nu hunnen
+koers naar Messina op Sicilië; dan storm en tegenwind dwongen hen
+om naar Civita Vecchia te zeilen. Daar het jaargetijde zoo verre was
+verloopen, besloot men hier de winter kwartieren te betrekken, want
+het was reeds 9 October toen de vloot in de haven van voornoemde stad
+voor anker kwam. Vijftehalve maand had dus de vloot van huis af naar
+Italië te zoek gebragt. Zulk een lange tijd kan ons niet bevreemden,
+als men denkt, dat de vloot geenszins de volle zee, maar altijd de
+kusten gehouden, en in vele havens vertoefd heeft. Ondertusschen was
+de haven van Civita Vecchia niet ruim genoeg om de schepen allen
+te bevatten, weshalve zich eenigen van de vloot afscheidden. 18
+Friesche bodems liepen de haven van Corneto binnen, alwaar zij
+op uitdrukkelijken last van Paus Honorius III, inzonderheid omdat
+zij in Spanje zoo dapper gestreden, zoo vele Saracenen onthalsd en
+steden verwoest hadden, heerlijk onthaald werden; ja, de Paus had
+zoo veel met hen op, dat hij hun tweemalen de Veronica (het in den
+Zweetdoek afgedrukte gelaat des Heilands) liet zien. Tot den 21 Maart
+1218 lagen de Friezen daar in de winterkwartieren. Bij hun vertrek
+werden zij door de gezamenlijke ingezetenen met 158 vanen in heiligen
+optogt tot aan de schepen begeleid. Zeer velen uit deze stad en het
+omliggende land, van Viterbo, Sièna, Vetralla enz. scheepten zich
+met 40 vanen met de Friezen in. De bevelhebber van Corneto liet bij
+den aftogt het volk eenen kring maken, plaatste zich in het midden,
+en hield eene aanspraak, waarin hij de dapperheid der Friezen roemde,
+en hun zijne mede vertrekkende landslieden hartelijk aanbeval. Na het
+eindigen zijner rede overhandigde hij den Friezen een Krijgsvaan, ten
+teeken des opperbevels over de medetrekkende Italianen. Nu gingen zij
+aan boord, en vereenigden zich met de van Civita Vecchia uitgeloopen
+vloot. Na eenige, hoewel niet belangrijke tegenheden, landden zij te
+Sijracuze aan, waar zij den palmzondag vierden. Onder Creta leden
+zij eenen zwaren storm, die de vloot verstrooide, doch de meeste
+schepen liepen daar eene haven in. Zij zeilden vervolgens Cnidus,
+Rhodus en Cyprus voorbij, en kwamen eindelijk, den 26 April 1218,
+te Ptolomais aan.
+
+In deze haven vonden zij Johannes, Koning van Jeruzalem, Andreas,
+Koning van Hongarijen, den Koning van Cyprus, de Hertogen van
+Oostenrijk en Beijeren en andere groote Heeren met het geheele
+Christen-leger, hetwelk men op 80,000 man berekende. Ondertusschen
+hadden die Kruisvaarders, welke zich door de reden des Bisschops hadden
+laten overhalen in Lissabon te blijven, op de Saracenen in Portugal
+eenige veroveringen gemaakt; doch op bevel van den Paus zijn zij van
+daar opgebroken, en onder aanvoering van Graaf Willem van Holland met
+eenen gunstigen wind, nog vroeger dan hunne voormalige togtgenooten,
+te Ptolomais, de verzamelplaats van dezen Kruistogt, aangekomen.
+
+Het thans weder vereenigde leger maakte het volgende plan: Damiate,
+de sleutel van Egypte, zoude veroverd worden, dan ware het den
+Christenen gemakkelijk Cairo en Alexandrië den ongeloovigen te
+ontrukken. Wanneer op deze wijze Egypte in handen der Christenen viel,
+zoo kon men den ongeloovigen in Syrië en Palestina de pas van Egypte,
+van waar zij toevoer en rekruten ontvingen, afsnijden, en zoo moesten
+dan Syrië en Palestina zich van zelf overgeven. Sed homo proponit;
+Deus disponit!--»Doch de mensch maakt plannen; God beschikt!"
+
+Ingevolge dit plan ligtte de vloot het anker, en stevende in 3 dagen
+naar Egypte. Met zeer veel moeite liep zij den Nijl in, waar toen de
+manschap niet ver van Damiate aan land stapte. Hier vertoonden zich
+vele Saraceensche ruiters aan het strand, hetzij om de ontscheping te
+beletten, hetzij om de Christenen te verkennen. Een gespierde Fries
+met breede schouders zwaaide zijne lans, en daagde den eersten den
+besten Muzelman uit; eene gewoonte, die sedert Goliath's tijd en nog
+vroeger zich tot nu toe had staande gehouden. Een Saraceensch ruiter
+reed voor, maar werd oogenblikkelijk door den uitdager uit den zadel
+geligt en afgemaakt [167]. De Saracenen beschouwden dit als een kwaad
+voorteeken, en trokken in de stad terug. Diamiate was eene voor dien
+tijd bijzonder sterke stad; zij was met eenen driedubbelden muur,
+de een hooger dan de ander, omgeven; digt langs den muur liep de Nijl
+met een' krommen arm om dezelve. Op de zijde der stad lag de voorstad,
+welke door een' sterken toren gedekt werd. Dezen toren kon men niet
+naderen, daar zij op een eilandje stond, welks geheele oppervlakte
+door den voet des torens werd beslagen, zoodat de toren uit het
+water scheen op te rijzen. Tusschen dezen en eenen anderen even
+zoo gelegenen, ofschoon kleineren toren, lag de haven, en van beide
+torens was eene zware keten gespannen, om de haven te sluiten. Nadat
+men eenige vruchtelooze aanvallen op de stad en den toren had gedaan,
+vonden de Duitschers uit het Bisdom Keulen een kunstig werktuig uit,
+waarmede zij den toren dachten te veroveren; doch ook dit mislukte.
+
+De Zomer liep reeds ten einde, zoodat men aan de verovering der
+stad begon te wanhopen. In dezen hagchelijken toestand kwamen
+de Friezen op eenen bij zonderen inval. Zij klampten twee hunner
+grootste schepen aan elkander, welke naar één breed schip geleken:
+op deze beide schepen maakten zij vier sterke masten in een vierkant
+vast. Tusschen deze masten rigtten zij een houten bolwerk op, dat zij
+met sterke kruisgewijze gelegde balken verzorgden, en van buiten met
+natte koehuiden overtrokken. Boven op het bolwerk hadden zij lange
+ladders, die zij op den toren werpen en waarmede zij dan deszelfs
+platte oppervlakte bereiken konden. Vervolgens sloegen zij op een ander
+schip een lager bolwerk op met naar buiten vallende bruggen, om aan
+den voet des torens te komen, en met deze beide werktuigen voeren de
+Christenen tot aan den toren. De Saracenen benaauwden de belegeraars
+met hunne pijlen, die zij van boven van den toren afschoten, en met
+het Grieksche vuur, dat echter door de natte koehuiden weinig werking
+kon doen. Gedurende dit gevecht lagen de Patriarch en gezamenlijke
+Geestelijken op de knieën, hieven de gevouwene handen ten hemel, en
+riepen God, doch inzonderheid Maria en St. Bartholomeus (het was juist
+Bartholomeus-dag) om hulpe aan. Eindelijk gelukte het den Christenen
+uit het bovenste bolwerk ladders op den toren te werpen. Hendrik,
+een Luikenaar, en Haije, een Fries van Fivelingo uit Groningerland,
+waren de eersten, die den toren beklommen. De eerste had eene zware
+kolf en de laatste een ijzeren dorschvlegel, die met ijzeren ringen
+aan elkander gezet en versterkt was, in de hand. Elke slag gold
+eenen gekneusden kop, ontwrichten arm of stukken geslagen beenen;
+zoo maaiden zij regts en links om zich henen, en maakten ruimte voor
+hunne makkers. De Saracenen, die van boven van den toren naar beneden
+gedrongen waren, wierpen Grieksch vuur uit, waardoor de Christenen
+zoo bestookt werden, dat zij den toren weder moesten verlaten. Daar
+evenwel de vijand ook den toren verlaten had, zoo kreeg het andere
+schip met het lage bolwerk lucht. Men wierp de bruggen uit, en naderde
+den toren van onderen. Als zij nu met alle magt op de poort aanvielen
+om die met geweld te doen bezwijken, gaven de Saracenen den toren bij
+verdrag over. Eenige buitenlandsche Schrijvers voegen hierbij, dat
+het groote schip van voren met eene sterke ijzeren zaag is voorzien
+geweest, en dat de ketting, door tegen haar met volle zeilen aan te
+varen, is gesprongen [168].
+
+Toen de Christenen den toren hadden, werd ook spoedig daarop
+de voorstad bemagtigd; doch de stad zelve konden zij nog niet
+bemeesteren, omdat zij bestendig uit het leger des Sultans Meleddin
+[169] toevoer en ondersteuning ontving. Het Christen-leger had ook veel
+te lijden van overstrooming des Nijls, waarom vast- en biddagen werden
+ingesteld. Toen de Nijl naderhand binnen zijne oevers terug trad,
+vernielden de Duitsche Kruisbroeders eene schipbrug, over welke de
+belegerden toevoer ontvingen uit het Saraceensch leger. Toen wies der
+Christenen moed; zij wierpen zich tusschen het leger des Sultans en de
+stad, en vielen hem eindelijk nu eens gelukkig, dan eens ongelukkig,
+zelfs in zijn leger aan. De Sultan werd deze kwellingen eindelijk
+moede, en bood den Christenen het vrije bezit van Palestina, het kruis
+des Heilands, het ontslag der Christen-gevangenen en een eeuwigen vrede
+aan. Het Kruisleger en vooral de Duitschers en Franschen lieten zich
+het aanbod gaarne welgevallen, maar de Pauselijke Legaat protesteerde
+en verlangde de geheele uitroeijing der Saracenen en Turken. Deze
+zielenherders kregen eindelijk bij de Christelijke schapen gehoor,
+men vocht nog een tijdlang met de ongeloovigen, en bereikte ten
+laatste, op het einde van Aug. 1219, door bemagtiging van Damiate,
+welke stad schier geheel door de pest was uitgestorven, het eerste
+gedeelte hunner wenschen. Natuurlijk viel hier in deze rijke en weleer
+volkrijke stad weder kostelijken buit te maken, dien de Christenen
+eerlijk onder elkander verdeelden.
+
+Toen Damiate was overgegaan, trok de Sultan naar Cairo terug. Men
+hield zich wederzijds langen tijd in dit en het volgende jaar stil,
+doch eindelijk beval de Paus tegen den zin der meeste Christenen en
+zelfs van Koning Johannes den vijand te vervolgen. Dit bevel kwam
+ter kwader uur, daar de Nijl overstroomde, en groote verwoesting in
+het Christenleger aanrigtte. Nu zagen zich de Christenen genoodzaakt
+met de ongeloovigen vrede te sluiten. De vredesvoorwaarden waren
+deze: de gevangenen zouden van wederzijden vrijgelaten worden; de
+Christenen moesten Damiate ontruimen, en de Sultan moest hun het
+te voren door Saladin veroverde Kruis des Heeren uitleveren. Deze
+was de eindelijke vrucht des ganschen togts, want in Aug. 1221 werd
+Damiate weder overgegeven. Zoo was dan wederom alles verloren, en de
+Christenen trokken weder huiswaarts."
+
+Ik kan niet voorbij hier nog aan te voeren dat de bovengemelde Olivier
+dezen Kruistogt in persoon heeft bijgewoond. Misschien is hij zelf
+de vervaardiger van het Itinerarium (Reisverhaal) geweest. Uit het
+leger voor Damiate heeft hij een brief aan de Abten, Prelaten en
+Burgemeesteren (Consuls) in Friesland geschreven. Ik neem hier het
+volgende uit over, dat den Friezen tot eer verstrekt:
+
+»De Zegepraler in Israël, van wien alle goede gaven en volmaakte giften
+afdalen, heeft uw vroom en in de moeijelijkheden der vreemdelingschap
+volhardend volk op aarde groot gemaakt, bereidende hun een'
+triomfwagen, als hebbende eene eeuwige belooning bij tijdelijken
+roem verdiend, dewelke zij nooit zullen verliezen, indien zij den
+ingetreden weg ten einde toe blijven bewandelen. Bij Damiate immers
+hebben zij zich door betoon van groote nedrigheid, milddadigheid,
+gehoorzaamheid en stoutmoedigheid, bij de Saracenen geducht, bij de
+Christenen bemind gemaakt. Weshalve wij U, Prelaten" enz., enz.
+
+»Geschreven bij Damiate op het feest der H. Kruisverheffing."
+
+De Patriarch van Jeruzalem gaf den Friezen bij hunnen aftogt eene
+loffelijke getuigenis mede, waarin onder anderen het volgende voorkomt:
+
+--»en nadat zij met ons in Egypte zijn gekomen, hebben zij veel
+leeds uitgestaan, zoo ten aanzien van hunne personen als van hunne
+geldmiddelen. Wij hebben hen van hunne dienst ontslagen en laten
+vertrekken, volgens de toelating door de Roomsche Kerk in de algemeene
+kerkvergadering verleend. Wij geven eene loffelijke getuigenis aan
+het Friesche Volk, daarom, dat zij eenen braven wandel hebben geleid,
+en dapper en vroom gestreden hebben in de dienst van J. C. Weshalve
+wij u vermanen en van uwe bescheidenheid in den Heere bidden, dat
+gij deze zelfde Friezen, uit hunne vreemdelingschap terugkeerende,
+in gunst moogt ontvangen," enz.--
+
+Zoo veel van dezen togt.
+
+Naauwelijks waren de Kruisvaarders weder te huis gekomen, of de heilige
+Vader Honorius II begon reeds weder alarm te blazen. Keizer Frederik
+II nam zelf het Kruis aan, doch scheen zich, na den dood van Honorius,
+om zijne gelofte weinig te bekommeren; hij werd door den opvolger
+van Honorius, Paus Gregorius, in den ban gedaan, trad wakker met den
+Heiligen Vader in het strijdperk, en ondernam eindelijk in 1228 den
+Kruistogt. Terstond bij zijne aankomst boden hem de Saracenen eenen
+10 jarigen wapenstilstand aan, waarbij zij hem Jeruzalem, Nazareth
+en Sidon inruimden. Daarop liet hij zich tot Koning van Jeruzalem
+kroonen, en keerde terstond daarna terug. Ook aan dezen togt hebben
+de Friezen deel genomen, en zoowel de Paus Honorius, als de Keizer
+Frederik moedigden de Friezen aan, den togt mede te ondernemen. De
+Paus streek den Friezen in eenen brief van 1226 niet weinig honig om
+den mond. Onder anderen zegt hij in dien brief:
+
+»Voorwaar, daar de Friezen weleer met onderscheiding in den Kruistogt
+ter zee den Heere gediend hebben in de overzeesche landen, zoodat
+uw gedenkboek van geslacht tot geslacht met vermelding van uwen lof
+zal aangehaald worden, zoo hebben wij noodig en raadzaam gedacht,
+ulieden als beroemde Kampvechters wel bijzonder tot het volgen van
+dezen (togt) te moeten oproepen, vastelijk hopende en vertrouwende,
+dat gij, die onder overige volken uitmunt in grootmoedige dapperheid,
+den strijd des Heeren mannelijk en met kracht zult strijden.
+
+»Wij bidden u dan allen enz."
+
+En Keizer Frederik schrijft onder anderen:
+
+»Want buitenlands is uw krijgsbeleid gevreesd en ondervonden van
+die volken, tot welker uitroeijing gij weleer uwe krachten loffelijk
+geoefend hebt, terwijl het bloed van uwe martelaren in de dienst des
+Kruises geplengd, glansrijk blinkt, en hunne roemrijke ligchamen door
+de bezetting en verovering van Damiate herdacht worden. Ontbrande
+dan uwe dapperheid!--
+
+»Gegeven te Salerno 1 Febr. 14de Indictie."--
+
+Olivier kwam ook weder in Mei 1224 in Friesland, en predikte eerst
+in Groningen, daarna in Reiderland en in 't Emderambt het Kruis;
+voornamelijk echter hield hij zich te Uttum en Groothuizen (Huttum en
+Usum zegt Emo) op, waar hij evenwel weinig uitwerkte. Vervolgens zond
+hij door geheel Friesland herderlijke brieven rond, en vermaande de
+Friezen met de Denen, Bremers en de Keulenaren, die reeds eene vloot
+begonnen uit te rusten, gemeene zaak te maken, terwijl de eerste
+bemoeijing der Geestelijken was, om geld voor den te ondernemen
+Kruistogt te verzamelen. Onze geschiedschrijver Emo liet zich zelven
+daartoe gebruiken, en bragt eene aanzienlijke som bijeen.
+
+Den 22 Mei 1227 gingen de Friesche schepen bij Borkum onder zeil;
+de manschap echter leed veel door allerlei gevaar, storm, ziekte en
+honger, en kwam, merkelijk ontdaan, eindelijk in Palestina [170]. Het
+einde van dezen togt heb ik reeds boven kortelijk opgegeven.
+
+In het jaar 1247 werd eene groote kerkvergadering te Lyon in Frankrijk
+gehouden, op welke nogmaals een heilige krijg tegen de ongeloovigen
+werd vastgesteld. Koning Lodewijk de Heilige nam zelf het Kruis aan,
+en de Paus zond, op bijzonder verlangen des Konings, den Bisschop
+Albert van Riga en Willibrand, een monnik uit het Mentzsche, naar
+Friesland, alwaar zij alle Abten, Dekens, Priesters, Edellieden,
+regterlijke Beambten en de voornaamste Mannen verzamelden, en hun den
+Pauselijken lastbrief voorlazen. Terstond liet zich eene groote menigte
+tot dezen togt aanwerven; maar toen den Friezen werd aangekondigd,
+dat zij tegen Mei 1248 reeds tot den togt gereed moesten zijn,
+schreeuwden allen, dat deze bepaalde tijd veel te kort was. Daarop
+werd de tijd des aftogts tot Mei 1249 uitgesteld.
+
+Deze Krijgstogt is voor de Christenen van rampzalige gevolgen geweest,
+daar bijna het geheele Christelijke leger in Egypte, deels door de
+pest, deels door het zwaard, werd vernield, en de Koning Lodewijk
+zelf gevangen genomen. Door klinkende munt en eenen schandelijken
+vrede kocht hij zijne vrijheid weder. Of nu de Friezen dezen togt
+mede gedaan hebben, en werkelijk uitgezeild zijn of niet, melden ons
+de geschiedschrijvers niet [171]. Waarschijnlijk hebben de Friezen,
+daar zij te huis genoeg te doen hadden, en den nieuw verkozen Roomsch
+Koning Willem reeds in 1248 Aken hielpen veroveren, doch daarna met
+hem in onmin geraakten, en hem, gelijk uit 's Konings geschiedenis
+genoeg bekend is, in de tegenwoordige provincie Friesland om hals
+bragten, aan dezen togt geen deel genomen [172].
+
+Zeer aardig herinnert een Bisschop van Syrië in eenen uit Ptolomais
+geschreven brief na het jaar 1260 hun aan hunne pligten. Hij
+noemt zich: »Frater Thomas de ordine Praedicatorium, Dominici
+praesepii et virginalis puerperii custos indignus, Apostolicae Sedis
+Legatus." »Broeder Thomas van de orde der predikheeren, onwaardige
+bewaker van de kribbe van Dominicus en het maagdelijk kraambed,
+legaat van den Apostolischen zetel." Hij meldt daarin (de ruimte laat
+niet toe, den geheelen merkwaardiger en kluchtigen brief hier in te
+lasschen) onder anderen, dat de Friezen, die voor 10 en meer jaren
+het Kruis hebben aangenomen, hunne kruisgeloften gestand doen, en
+opkomen, of wettige redenen van hun uitblijven opgeven moeten. Daarbij
+verzoekt hij de Proosten en Dekenen de Friesche vrouwen, welke het
+Kruis hebben aangenomen, den togt af te raden, dewijl men, helaas,
+meermalen de treurige ervarenis heeft gehad, dat door verleidingen
+des Satans deze vrome vrouwen reeds aanstonds op weg afschuwelijke
+hoererij en echtbreuk bedreven hebben. Wanneer deze goede kinderen
+slechts zooveel baar geld betaalden, als hun de reis heen en weder
+zou kosten, dan konden zij rustig te huis blijven, en nu besluit hij:
+
+»Aan alle welke voornoemde vrouwen en anderen, die op voorzeide
+wijze mogen verschoond worden, wij uit kracht van de aan ons door
+den Apostolischen Stoel verleende volmagt die vergeving van zonden
+schenken, welke zij zouden verwerven, zoo zij het Heilige Land in
+persoon bezocht hadden."
+
+Koning Lodewijk nam in 1267 andermaal het Kruis aan, en zond naar
+Friesland eenen monnik, Gerhard, om aldaar het Kruis te prediken. Deze
+trok geheel Friesland door, doch hield zich den meesten tijd, volgens
+getuigenis van den gelijktijdigen Schrijver Menco, in Norden op, alwaar
+hij het Jakobiten-Klooster stichtte. Het gelukte hem ten behoeve van
+dezen voorgenomen togt den ingezetenen groote sommen gelds uit de
+beurs te praten, en een groot getal strijdbare mannen te overreden,
+zich met het Kruis te laten teekenen.
+
+Thans werd eene betere orde ingevoerd. Opdat niet wederom allerlei
+janhagel den togt mede ondernemen, en zich op kosten van het Kruisleger
+mesten, of ook weerlooze vrouwen vervolgens wanorde in het leger
+veroorzaken mogten, werd uitdrukkelijk bevolen dat alle vrouwen,
+zonder onderscheid, te huis blijven, en ieder Kruissoldaat 7 mark
+sterling aan klinkende munt, vervolgens 7 ton boter, een halven os,
+een ham, een half mudde meel en zoovele wapens en kleederen, als hij
+zou noodig hebben, medenemen moesten.
+
+In 1269, kort voor Paschen, scheepten de Friezen zich in. Zij
+verzamelden zich bij Borkum, en moesten daar 20 dagen wegens westelijke
+tegenwinden blijven liggen. De uitgeloopene Friesche vloot bestond,
+behalve de kleine schepen, uit 50 koggen. Met goeden wind landden zij,
+na volgens gewoonte vooraf in eenige havens te zijn binnengevallen, te
+Marseille aan. De Koning van Frankrijk had met de Friezen afgesproken
+hen tot St. Jan in te wachten; dan daar deze tijd verstreken was, zoo
+was de Koning met zijne vloot reeds voor de aankomst der Friezen naar
+Tunis afgezeild. De Sultan had een sterk leger naar Afrika gezonden,
+waarom de Koning vreesde, dat de Turken, na den aftogt der Christen
+troepen, in Sicilie, Italie, Frankrijk en Spanje eene afwending zouden
+maken. Daar ook de Saracenen in Syrië en Palestina veel ondersteuning
+en levensmiddelen ontvingen van de Barbarijsche kusten, zoo achtte hij
+het voordeelig eerst Tunis te verwoesten. De Friezen morden over dezen
+togt, en wilden liever naar Palestina, doch lieten zich ten laatste
+door eenen geestelijken overreden den Koning na te zeilen. Bij hunne
+aankomst vernamen zij wel, dat de Koning de Ongeloovigen geslagen en
+Tunis reeds ingesloten had, doch tevens dat hij zelf kort daarna aan
+de pest gestorven was. Op dit berigt wilden de Friezen oogenblikkelijk
+weder naar Syrië afzeilen; dan, daar juist ten zelfden tijde de broeder
+des overledenen Konings Lodewijk, de Koning Karel van Napels, met eene
+versche vloot aankwam, zoo lieten zij zich bewegen, daar te blijven. De
+belegering werd dan ijverig voortgezet; de Saracenen deden eenen uitval
+op eene afdeeling Duitschers en Friezen, die verspreid nabij de stad
+ginds en herwaarts liepen, om den vijand uit zijne verschansingen
+te lokken. De Christenen togen aanvankelijk in wanorde terug, maar
+herstelden zich weldra weder, rukten als één man tegen den vijand
+op, en dreven hem tot eene rivier, die voorbij Tunis stroomt. Vele
+Ongeloovigen sneuvelden door het zwaard, de meesten echter verdronken
+in den vloed. De stad kon door storm niet ligt veroverd worden, omdat
+de pest in het Christenleger eene groote verwoesting had aangerigt:
+desniettemin werden de belegerden zoo benaauwd, dat zij den Christenen
+eenen vrede aanboden. De inhoud der aangenomene vredes-voorwaarden was,
+dat de gevangenen van wederzijde bevrijd,--Tunis aan Koning Karel eene
+jaarlijksche schatting betalen,--en de Christenen op de Middellandsche
+Zee door geene zeeroovers zouden ontrust worden. Het leger werd
+daarop ontbonden, en de meeste Italianen en Franschen gingen weder
+naar huis; dan de Friezen, Duitschers en Engelschen vervolgden hunne
+reis en zeilden naar Palestina. Onder weg leden zij veel door storm
+en ziekte, en kwamen in veel verminderd getal eindelijk te Ptolomais
+aan, alwaar zij het Christen-leger in eenen jammerlijken toestand en
+verderfelijke oneenigheid aantroffen, welke tweespalt de Saracenen zich
+ten nutte, en vele veroveringen hadden gemaakt. Intusschen werden de
+Friezen door de Tempelheeren wel ontvangen en kostelijk onthaald: zij
+werden naar Tyrus gevoerd, alwaar men aanzienlijke hulptroepen van de
+Christenheid en bijzonderlijk van Koning Karel van Napels verwachtte,
+doch daar deze uitbleven, zoo kregen ook de Friezen het heimwee. Hunne
+uit den storm nog overgeblevene schepen waren zoo jammerlijk gesteld,
+dat zij geen zee konden bouwen, zoodat zij zich in vreemde vaartuigen
+moesten inschepen, en van elkander afgescheiden, sommigen door Italië,
+anderen door Frankrijk afzonderlijk terugkwamen. De meesten echter
+hadden hunnen dood in Afrika, in de Middellandsche Zee en in Palestina
+gevonden, terwijl het geringe in het Vaderland terugkeerend overschot
+ledige buidels, hongerige magen en zieke ligchamen mede terugbragt.
+
+Van nu af aan waren de Christenen te zwak om den Turken het spits te
+bieden. De eene vesting ging na de andere over. Antiochië, Cesarea,
+Joppe en andere steden kwamen in handen der Turken. Ten jare 1291
+werden ook Ptolomais, Tyrus en Berytus heroverd. Zoo behielden dus de
+Christenen der Latijnsche Kerk, die ter verovering en beheersching
+des Heiligen Lands, zoo vele millioenen verspilden, en zoo veel
+bloeds deden stroomen, in Palestina geen voet gronds. Paus Nikolaas
+IV, wien dit zeer ter harte ging, wekte wel alle geestelijke en
+wereldlijke Vorsten tot eenen nieuwen togt op, doch zijne pogingen
+waren vruchteloos [173].
+
+Palestina, ontbloot van allen bijstand, verzonk weder in de oude
+slavernij, die misschien dragelijker was, dan de heerschappij van
+teugellooze schraapzuchtige Christenen.--En dit was het einde der
+heilige oorlogen of vrome razernij, die omtrent twee honderd jaren
+gewoed, en Europa omtrent zeven millioenen menschen en onmetelijke
+schatten gekost heeft.
+
+Wat nu het goed en kwaad betreft, het is moeijelijk te beslissen of de
+Kruistogten meer voordeel dan nadeel aan Europa hebben toegebragt. Dus
+oordeelt er de Duitsche Geleerde J. G. Mair over [174]. Heeren is door
+zijn onderzoek der gevolgen van de Kruistogten voor Europa [175] tot
+het gunstig resultaat gekomen, dat zij wel niet op eens eene betere
+wereld schiepen, maar die voor de nakomelingschap hebben voorbereid.
+
+Wakker van Zon heeft, in zijne Bijdrage tot de Geschiedenis der
+Kruisvaarten, voor ons Vaderland daarin weinig voordeel kunnen vinden,
+en laat het nadeel ver het overwigt behouden; zelfs in de heftigheid
+van zijn betoog uitroepende: »Rede! Deugd en Godsdienst! wij leggen
+op uw heilig altaar de plegtige en onherroepelijke bekentenis af--,
+dat de Kruisvaarten ons Vaderland tot eene bron van onuitrekenbare
+ellende verstrekt hebben!"--
+
+Zoo zijn er meerdere gevoelens van geleerden uitgebragt, terwijl
+die Schrijvers, welke niet overdrijven, maar den middelweg hebben
+bewandeld, zoo als Heeren en Luden, gewis den voorrang boven anderen
+verdienen [176].
+
+Voor Friesland waren gewis de gevolgen ook van groot belang. De
+burgerlijke vrijheid is er zeer door bevorderd: want een slaaf werd
+vrij man, en de haat en wraak der aanzienlijke geslachten werden
+getemperd. Het werkzame deel des volks werd door den landbouw als
+anderszins voor armoede beveiligd, en de zedelijke beschaving zal
+er allengs bij gewonnen hebben. De handel in de X eeuw nog in zijne
+kindschheid, moet eene eeuw na den aanvang der Kruistogten te Stavoren
+reeds tot grooten bloei zijn gekomen: want deze stad en Bolsward
+tot de Hanzesteden behoorende, voerden hunne koopwaren naar Brugge,
+werwaarts de Lombarden hunne Oostersche goederen bragten, om dezelve
+zoo door de Hanzesteden weder in het Noorden te verspreiden. De
+welvaart, pracht en weelde der XIII en XIV eeuwen kunnen van deze
+gevolgen getuigen.--Kunsten en wetenschappen, altoos met den handel
+zich parende, moesten ook wel in Friesland toenemen.--Dan het nadeel
+heeft zich ook voor dit gewest geopenbaard, en in de onheilen moest
+het dus ook aandeel hebben.
+
+
+Bl. 72.
+
+Omtrent den jare 1100 was er een voornaam Bouwkunstenaar, zijnde een
+Fries, die voor den Bisschop van Utrecht eene fraaije kerk bouwde,
+doch misnoegd over deszelfs behandeling, den Bisschop om het leven
+bragt. Dit zal het bedoelde geval zijn 't welk voorkomt in F. Sjoerds,
+Jaarb. II. 285.
+
+
+Bl. 72.
+
+In den jaare 1110. Door dezen strijd en nederlaag bleef de vrijheid
+van Oost-Friesland bewaard, en de Friesche Graafschappen Oostergo en
+Westergo genoten een aantal jaren rust en vrede.
+
+
+Bl. 73.
+
+In den jaare 1119 ontstond. Het verhaal van dezen twist tusschen
+Floris II en den Frieschen Edelman Galama is naauwkeurig opgeteekend
+door Gabbema in zijne Watervloeden, p. 50 en 51, en bij de
+Kronijkschrijvers met eenige kleine veranderingen vermeld. Zie
+Tegenw. Staat van Friesland, I. 315; F. Sjoerds, Jaarb. II. 318,
+welke te regt in Wagenaar (II. 213,) verbetert, dat Galama niet in
+dezen twist is omgekomen, en ook een eigenlijke Fries geen Westfries
+was. Schotanus, van dit voorval niet sprekende, heeft men de waarheid
+daarvan betwijfeld, waarom ook welligt Cerisier (Geschiedenis der
+Nederl. I. 214) niet voor de echtheid wil instaan. Bilderdyk, altijd
+kwaadaardigst tegen Wagenaar, zegt in zijne Gesch. des Vaderl. II. 34:
+»Wagenaar, altijd kwaadaardigst tegen de braafste Vorsten, brengt
+tegen Floris in, »dat zijne uitmuntendheden van geest en lichaam niet
+verhinderden, dat de Edelen dezer landen hunne vrijheden tegen het
+Grafelijk geweld, dat met den aanwas van 's Graven macht meer dan te
+voren gevoeld werd, moediglijk verdedigen durfden."" »En tot bewijs
+van dit Grafelijk geweld en het moedig verdedigen van de vrijheden
+daar tegen, komt den moedwil van Galama voor den dag.----Het geval
+(waar of onwaar, want men twijfelt er aan) is eenvoudig. De Graaf
+(wien naar het Leenrecht, als Vorst of wegens den Keizer regeerende,
+wouden en wildernissen behooren, en alle jacht die niet afgestaan
+is) in het bosch van Kreil (aan den rand der Zuiderzee, die nu dit
+gedeelte verzwolgen heeft) jagende, vindt daar jagers van Galama,
+wien hij als naar stijle, de daarmeê verbeurde honden ontnemen
+doet. Galama verneemt dit, stuift op, zoekt den Graaf in het bosch,
+spreekt den Graaf (onbesuisd, zegt Wagenaar) en onvoeglijk aan, en bij
+Floris aanmerking op dien onbehoorlijken toon en taal, valt hem met
+den blooten degen op het lijf en doorboort hem den arm!--Zie daar"
+enz.; hier volgt weder eene onbehoorlijke uitval op Wagenaar en een
+schampschot op de onschendbaarheid en wijsheid, gezeten hebbende in
+de majestueuze Amsterdammer paruiken.
+
+Dit is dus met een kort woord aan Galama zijn regt ontnomen,
+hem als overtreder des Roomschen regts veroordeeld, en Floris
+geregtvaardigd. Wij houden het er daarentegen voor, dat het niet
+bewezen is of Graaf Floris in het Kreilerwoud iets had te zeggen, en
+zoo niet, dan beschouwen wij de daad van Galama (niet gelijk Bilderdyk)
+als die van een dolleman, maar van een regtschapen Fries, die zich door
+geen Hollandschen Graaf naar willekeur liet regeren en behandelen, hoe
+deze dan ook het Kreil, Galama's eigendom, mogt beschouwen. Waarom
+dit voorval onder de verdichtselen geplaatst zou moeten worden,
+daarvoor kunnen wij geene reden vinden. Friesch Jierb. 1833, § 22;
+Bijvoegsels op Wagenaar, II. D. bl. 72.
+
+
+Bl. 73.
+
+In den jaare 1143. In onze kronijk wordt niet vermeld, zoo als bij
+andere Schrijvers, dat omstreeks dezen tijd, onder de regering van
+Keizer Koenraad III, vele bewoners der tegenwoordige Nederlanden,
+op verzoek van den Graaf van Holstein, Adolf, na de verdrijving der
+Obodriten, eenige landstreken aan de Elve gingen bewonen, en hoezeer
+door deze woeste Wandalen weder aangevallen, met ongehoorde dapperheid
+tegen dezen streden, en eindelijk, door den stoutmoedigen Priester
+Gerlacus aangepord en voorgegaan, met behulp van 's Graven volk de
+volkomene overwinning behaalden [177].
+
+De Graafschappen Oostergo en Westergo werden door dezen Keizer Koenraad
+weder aan den Utrechtschen Bisschop geschonken, welke schenking twee
+jaren daarna bij eenen giftbrief werd bevestigd. Hoe echter de Friezen
+over deze en dergelijke brieven dachten en hunne vrijheid wisten te
+handhaven, ziet men beschreven bij Emmius, bijzonder in het VI boek,
+bl. 103 zijner Friesche Geschiedenis.
+
+Eenige jaren hierna in 1157, of gelijk Emmius in 1165, is het vermaarde
+klooster Ludingakerk bewesten Franeker gesticht, waarvan Wigboldus de
+eerste Abt is geworden. Uit deze Abdij, met aanzienlijke landerijen
+en rijkdommen begiftigd, en van den Roomsch Koning Willem II met het
+eiland Flieland beschonken, kwamen de kloosters van Anjum, Achlum,
+Oegeklooster en anderen voort. Tusschen Flieland en Terschelling, toen
+nog aaneen, groef men, tot bevordering der aanslijking, om nog al meer
+voordeelen te genieten, eene wijde gracht, tegen wil en raad van den
+verstandigen Lidlumer Abt, Gerhardus, waardoor men de woedende zee
+het land vernielen liet, dat noodig was te behouden ter voorkoming
+van de latere ellende door storm en vloed ontstaan. F. Sjoerds,
+Jaarb. II. 377; Oudh. en Gest. II. 131.
+
+In 1163 stichtte men het klooster Mariengaard onder Hallum, onder
+opzigt en beleid van den waarlijk vromen Pastoor der kerk te Hallum,
+Frederik, die daar eerste Abt werd, en de order der Premonstratenzers
+omhelsd had. Doordien er een grooter toeloop was dan het klooster
+bevatten kon, werd door den Abt, ter plaatse Bartlehiem genoemd in
+Tietjerksteradeel, een nonnenklooster, onder den naam Bethlehem,
+gebouwd. Onder de waardige Abten die deze kloosters telden, is
+de godvruchtige Syardus hoog geroemd. Deze en vele anderen, die
+het zoo goed met de godsdienst meenden, waren echter onbestand
+tegen het ongeschikte, wanhebbelijk en zedeloos leven der
+kloosterlingen.--Oudh. en Gest. I. 385; Tegenw. Staat. I. 345.
+
+In den jare 1165 werd de Abdij Klaarkamp in Dantumadeel gesticht,
+onder 't beheer van den dorpe Rinsumageest, door vrouwe Clara,
+eene rijke en godvruchtige weduwe. De Bernardiner of Cistercienzer
+monniken, ook naar hunne kleeding witte en zwarte monniken genoemd,
+die aanvankelijk om hunnen stichtelijken wandel en goede zeden zeer
+geroemd zijn geworden, hebben hetzelve onder den eersten Abt, Eiso
+betrokken, en vele kloosters in Friesland en Holland hebben onder
+deze Abdij gestaan. De Abt van Klaarkamp had onder de Prelaten ter
+Landsvergadering de eerste plaats.
+
+Deze eeuw was dus bijzonder vruchtbaar in het voortbrengen van Abdijen,
+Kloosters, geestelijke Gestichten en Kerken. In den jare 1182 werd
+ook door Sybe van Lidlum met hulpe van Tjalling Donia van Winsum,
+tusschen Tjummarum en Oosterbierum, het Lidlumer Klooster gesticht,
+'t welk na verloop van eene halve eeuw is verplaatst. Het was gesteld
+onder de order der Reguliere Kanunniken. Oudh. en Gest. II. 162;
+Schotanus, Beschryvinge von Frieslandt, Quarto, p. 311 en verv.
+
+
+Bl. 76.--Ao 1170.
+
+Omtrent dezen tijd, is Saake Reinalda, overleden. De Geschiedenis
+vermeldt dezen Potestaat als een kundig, ervaren, braaf, edelmoedig
+en vredelievend man, die in allen opzigte, vrij van vooroordeel en
+ongepaste eerzucht, het belang zijner landgenoten zoodanig behartigde,
+dat de Edelen, de Staten en het Volk hem levenslang tot hunnen
+Landsheer wilden verkiezen, welk voorregt hij echter niet begeerde,
+als strijdig met zijne beginselen en 't gebruik der voorvaderen.
+
+
+Bl. 77.
+
+In den jaare 1190. Omstreeks dezen tijd vindt men bij de meeste
+geschiedschrijvers het eerst gewag gemaakt van Leeuwarden als stad;
+doch er zijn er, die beweren, dat reeds ten jare 1149 de stad bij
+dien naam zou bekend geweest zijn, daarbij aanhalende de twee brieven
+door den Abt Wybaldus geschreven, voorkomende in het Charterboek van
+van Schwartzenberg, I. 76, de een aan de gemeente van Leeuwarden,
+houdende klagten over de zorgeloosheid van vier Priesters aldaar,
+en de andere aan den Utrechtschen Bisschop, Heribertus, betrekkelijk
+den slechten toestand der kerk.
+
+
+Bl. 77.--Ao 1192.
+
+Als Froonakker en Godsakker. De Tempelschattingen dienden bij de
+Franken tot onderhoud der Priesterschap, tot instandhouding van de
+godsdienst, tot aanschaffing der offerdieren, tot bekostiging der
+openbare feesten en tot verzekering van regt en veiligheid. Wij vinden
+in de Friesche geschiedenis der IX en X eeuw ook de Tempelschattingen
+vermeld, welke in iedere kapel, op zekere tijden, aan den Hemelkoning
+moesten worden opgebragt; en wat betreft het bezit van landgoederen,
+meren, wouden en stroomen, dit wordt genoeg opgehelderd uit de, bij
+de bevestiging des Christendoms hier te lande, zoo rijkelijk door
+de Frankische vorsten weggeschonken goederen, welke ongetwijfeld,
+voor een groot deel, mede hiervan afkomstig waren. En zoo is men
+op het vermoeden gekomen, dat de Vroonlanden en Vroonakkers, welke
+hier en daar weleer aangetroffen werden, van deze landgoederen
+afkomstig waren, en dat Franeker daarvan den naam zoude ontleend
+hebben. Verg. Westendorp, Verhand. over het gebruik der Noordsche
+Mythologie, bl. 335.
+
+
+Bl. 82.--Ao 1227.
+
+Kastelein van Koevorden. Een Kastelein was ambtman over een
+regtsgebied; oorspronkelijk kasteelman, praefectus arcis;--Borchgreve,
+burggraaf, slotvoogd, enz.--Verg. den Teuthonista van G. v. d. Schueren
+en Kiliaan.
+
+
+Bl. 85.--Ao 1230.
+
+In den jaare 1230. Het jaar te voren schrijven de kronijken van eene
+groote zonsverduistering, gevolgd door geweldigen hagel, in welk onweer
+de Edelman Sixtus Botnia met zijne vrouw zou zijn omgekomen, alsmede
+Douwe Galama en Jolke Taijkama. Over den vloed van 1230, zie Gabbema,
+Watervloeden, bl. 70; Wins. fol. 163; F. Sjoerds, Jaarb. II. 543.
+
+In of omtrent dezen tijd vindt men het eerst van de veenen en
+turfgraverijen gewag gemaakt.
+
+
+Bl. 86.--Ao 1231.
+
+Door de Rechters van Upstalsboom. Als hier ter plaatse zeer gepast,
+nemen wij een gedeelte over van het belangrijk Overzigt, geplaatst in
+het Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 4 October 1831, getiteld:
+Herinnering aan de Landdagen der Friezen bij Upstalboom, hoofdzakelijk
+getrokken uit het werk van T. D. Wiarda over dit onderwerp, en ons
+medegedeeld door den kundigen beoefenaar der Friesche Geschiedenis,
+Taal-, en Dichtkunde, Mr. A. Telting, Secretaris der stad Franeker.
+
+»Buiten de stad Aurick in Oost-Friesland is een eerwaardige
+plek, rijk in herinneringen aan de vrijheidsmin en volkstrouw
+onzer Friesche Vaderen. Deze plek draagt den naam van Upstalboom
+(Upstallisbeam, Opstalbeam). Wij zullen ons niet verdiepen in de
+verschillende gevoelens omtrent de afleiding en beteekenis van dezen
+naam, dien sommigen voor eene zamenstelling houden uit Upstalling,
+d. i. hoveling, eigenlijk een man uit een oud geslacht, en beam of
+boom, beteekenende alzoo een' boom, waarbij zich de voornaamsten des
+volks verzamelen,--anderen samengesteld achten uit up of öp, staal,
+boom, d. i. bij den opgerigten boom,--anderen weder uit up of op, saal
+(zaal, de oude benaming van eene plaats, waar men geregt hield) en
+boom,--en nog anderen eindelijk uit up, stoel en beam, d. i. de boom,
+waar de stoel des gerigts wordt gehouden. Wij laten de beslissing aan
+anderen over, maar meenen zooveel met zekerheid uit dezen naam te mogen
+opmaken, dat daar een of meerdere oude boomen hebben gestaan, onder
+welke zich de regters zullen hebben gezeteld, terwijl de verzamelde
+afgevaardigden des volks zich daar om heen zullen hebben geschaard,
+alles overeenkomstig de zeden der overige Germanen, die, het voor
+vrije mannen onbetamelijk achtende in beslotene plaatsen te vergaderen,
+daartoe uitgestrekte vlakten of heilige wouden verkozen. Een uur buiten
+Aurick vertoont zich dan ook nog een heuvel, waarop naar luid der
+overlevering drie groote eiken plagten te staan, en die algemeen als
+de vergaderplaats wordt opgegeven. De landlieden noemen dien heuvel den
+Boombarg. Men heeft er ten aandenken later eenen grooten beuk geplant,
+en de hoogte met eene kleine gracht omgeven. Daar vergaderden op den
+eersten Dingsdag na het Pinksterfeest telken jare de afgevaardigden
+der zeven Friesche Zeelanden. Men zag er de geestelijkheid, de edelen
+en de vrijgeboren mannen uit geheel den Staat zamenvloeijen, om de
+belangen des gemeenen Vaderlands voor te staan. De eerste dagen der
+bijeenkomst waren der gastvrije vrolijkheid gewijd. Auricks vrouwen
+en maagden ontvingen den aankomenden vreemdeling, en bragten hem
+den welkomsbeker toe, met den groet: het ghilt eele frye Fryse! Nog
+heden dansen hare nakomelingen op den Pinksterdag om den Meiboom,
+en zingen haar volkslied:
+
+
+ »Mayboom, Mayboom, holt die faste,
+ Morgen krieg wy fremde lue toe gaste!"--
+
+
+Wanneer de eerste dagen der gulle vreugde waren vervlogen, en
+langzamerhand alle afgevaardigden zich ter bestemder plaatse
+hadden vervoegd, ging men over tot de beraadslagingen. Er werden
+voorstellen gedaan, en voor te besluiten trok het volk ter onderlinge
+beraadslaging, zoo de overlevering wil, naar een nabij gelegen dorp,
+dat vandaar den naam van Rahde zou verkregen hebben. Voor den heuvel
+liggen twee akkers, nog de Wandelakkers genaamd, waar men wil,
+dat de Rigters gedurende deze beraadslagingen van het volk gewoon
+waren heen en weêr te wandelen. De besluiten der vergadering werden
+in schrift gebragt, en met een zegel voorzien. Dit zegel stelde voor
+een' geharnasd' man, met eene spies in de regter en een zwaard in de
+linkerhand, staande onder een' bladerrijken boom. Het groote doel
+dezer landdagen was,--zoo als blijken kan uit verscheidene wetten,
+tot op onze dagen bewaard gebleven, die daar gemaakt zijn,--om in
+het belang van het geheele vrije land alle bestaande verschillen
+zooveel mogelijk te beslechten, vrede en rust te stichten en te
+bewaren, den weêrspanneling desnoods met geweld tot onderwerping te
+noodzaken, zich tot gemeenschappelijke weer tegen vreemden aanval
+telkens met nieuwe kracht en eendragtigen moed te verbinden, goede
+en nuttige wetten in te stellen, de bestaande te herzien en zoo
+noodig te verbeteren. De uitvoering der genomene besluiten berustte
+bij telken jare op nieuw verkozene regters (zij worden in de Leges
+Upstalbomicae van den jare 1323 § 23 Judices Zelandini genoemd, bij
+Emo Abt van Werum, in zijn Chronicon, Jurati apud Upstallesbome, ook
+Consules terrae). Deze vertegenwoordigden dus de hoogste magt in de
+vrije Zeelanden. Wanneer is men het eerst begonnen deze landdagen te
+houden?--welke der Friesche Zeelanden hebben daaraan deel genomen?--en
+wanneer hebben deze zamenkomsten opgehouden?--ziet daar drie vragen,
+die ieder belangstellend lezer zich al dadelijk voorstelt, en waarop
+wij kortelijk zullen trachten te antwoorden."
+
+Wat nu betreft de eerste vraag, zoo komt het antwoord van den Schrijver
+hierop neder, dat, ofschoon men met geene volkomene zekerheid kan
+bepalen, wanneer de Upstalboomsche landdagen der Friezen een begin
+hebben genomen, men echter met eenige waarschijnlijkheid kan besluiten,
+dat zij, zoo al niet door Karel den Grooten zelven ingesteld, toch aan
+den door hem te Upstalboom gevestigden regtszetel hunnen oorsprong te
+danken hebben, en dat de Friezen al zeer vroeg deze regtsplaats, als
+in het midden van Friesland gelegen, tot het houden hunner landdagen
+bij uitnemendheid geschikt hebben gerekend. De vroegste vermelding
+eener gezagsoefening van de Upstalboomsche Regters vindt men bij
+Emmius op het jaar 1214 aangeteekend.
+
+In de eerste tijden namelijk van Karel den Grooten, zullen al de
+Friezen van de Maas tot aan den Wezer deel hebben genomen aan die
+landdagen. De landen over den Wezer schijnen, vóór de indeeling
+van den Frieschen Staat in zeven Zeelanden, te zijn afgescheiden,
+en zoo lang nu al deze landen zich in het bezit hunner vrijheid
+hebben mogen verheugen, hebben zij ongetwijfeld mede deel genomen
+aan de Upstalboomsche vergadering. Wanneer deze zamenkomsten voor
+altijd hebben opgehouden kan men met geene zekerheid opgeven;
+doch in de eerste helft der vijftiende eeuw, nadat er reeds
+onderscheidene beletselen tot het bijeenkomen hadden plaats
+gehad, door de dwingelandij van eenige magtige Hovelingen en vele
+partijschappen onderling, moet zulks hebben plaats gehad. Zie
+voorts gemeld Overzigt. Schotanus, Fr. Hist. bl. 170 volgg.;
+Harkenr. Oostfr. Oorsp. 125-127; F. Sjoerds, Besch. I. 62.
+
+
+Bl. 89.--Ao 1234.
+
+Om de voorrang in 't offeren. Over dezen twist kan men vergelijken
+Oudh. en Gest. II. 275; Teg. Staat, I. 360; F. Sjoerds, Beschr. I. 499.
+
+
+Bl. 89.--Ao 1239.
+
+Sikke Sjaarda of Sjaardema. Over de geschiedenis van den achtsten
+Potestaat Sjaerdema en den hier vermelden brief heerscht, eenige
+duisterheid. Emmius (in zijn X Boek, p. 157) verklaart in twee
+regels, na den dood van Willem II vermeld te hebben, dat hij alles,
+wat in dat gedeelte der historie verhaald wordt van Sicco Sjaerda,
+op eene smakelooze, laffe wijze (insipide), niet eens der vermelding
+waardig acht. Hamconius en de kronijk van O. v. Scharl zwijgen van
+dezen Potestaat; doch van Rhyn in het meergedacht Nabericht wil
+deze gebeurtenis niet als ongerijmd verwerpen. Winsemius (fol. 169)
+en Schotanus (40, bl. 100 en 127) verhalen ons de zaak, gelijk die
+in onze kronijk voorkomt met inlassching des briefs van Sjaerdema,
+welks echtheid evenwel wordt betwijfeld, en door sommigen voor een
+valsch stuk gehouden. Bij het onderzoek: Of de Graven van Holland,
+regtens, ooit Heeren van Friesland waren, geplaatst in het Mengelwerk
+der Leeuwarder Courant van den 25 Junij 1833, heeft de Schrijver,
+de Heer v. Halmael, aangemerkt, dat de valschheid van dezen brief
+niet volgt uit de jaarteekening 1239 bij Winsemius, daar het,
+uit het op den anderen kant der bladzijde gestelde jaartal 1248,
+genoegzaam blijkt, dat dertich eene drukfout is, en men veertich
+lezen moet. Ook de Hoogleeraar Ypeij, houdt die dagteekening voor een
+misslag; men zie zijne Gesch. der Nederl. Taal, II. 318. F. Sjoerds,
+Fr. Jaarb. III. 63, wil den brief in 1254 geschreven hebben, dan dit is
+niet te vooronderstellen. Wijders geeft de Schrijver van bovenvermeld
+onderzoek nog in bedenking, twee punten: of de Roomsch-Koning den
+brief, op welken die van Sjaerdema (zoo hij echt is) een antwoord
+is, niet geschreven kan hebben in de hoop, dat de Friezen, schoon
+daartoe onverpligt, hem, door bemiddeling van Sjaerdema en behoudens
+vergoeding, vrijwillig tot hunnen Potestaat zouden aannemen:--wijders,
+of niet beide brieven kunnen gezien hebben op de Noord-Hollanders of
+eenigen hunner. Deze Noord-Hollanders kon en mogt Willem als zijne
+onderdanen beschouwen, en daarbij rekenen, dat zijn voorregtsbrief
+alleen de Friezen tusschen het Flie en de Lauwers (of die, welke ten
+westen door het Flie begrensd werden) betrof; en Sjaerdema kon evenzeer
+die Friezen, als onder zijn Potestaatschap behoorende, aanmerken, daar
+zij toch van oudsher Friezen geweest waren, en zich der Hollandsche
+heerschappij niet onderwerpen wilden. Dit laatste schijnt mij wat
+eene zeer milde uitlegging, doch overigens hebben de bedenkingen,
+mijns inziens, zeer veel grond, en ik vind er geene zwarigheid in,
+het daarvoor te houden, dat Sjaerdema weigerde den Koning behulpzaam
+te zijn, om Friesland onder zijn beheer te krijgen: Sjaerdema moge hem
+als Keizer, en zoodanig als Souverein over Friesland erkend hebben,
+dan wilde hem niet huldigen als bijzonderen Heer of Graaf van deze
+Provincie. En er was een man van dapperen moede, zoo als Schotanus
+(Fr. Hist. bl. 118) hem noemt, noodig, om de listige aanslagen en
+heimelijke ondernemingen van vermogende tegenstanders stout en krachtig
+het hoofd te bieden, ten einde het eenmaal aangenomen beginsel, door
+geen vreemden zich te laten regeren, vast te houden en te doen gelden.
+
+In den jare 1248 heeft Willem II de Bulle van van Karel, of het
+als zoodanig genoemd stuk, hem door de Friezen aangeboden, met zijne
+vrijheden en voorregten bekrachtigd, hoewel hij dat stuk niet in zijnen
+Voorregtsbrief heeft ingelascht. Dat de Friezen in de verovering van
+Aken, het gewigtigst deel hebben gehad, lijdt geen twijfel, hoezeer
+dan ook Bilderdyk hiervan evenmin als van den Voorregtsbrief eenig
+gewag maakt [178].
+
+
+Bl. 95.--Ao 1263.
+
+De kerk van het vermaarde klooster St. Bernard. Deze kerk was 50
+schreden lang en 25 breed. In het midden stelde men aan iederen
+kant nog een gebouw, ieder van 25 schreden lang en 24 breed. Het
+gebouw rustte op 26 pilaren, en het hooge verwufsel daarenboven werd
+ondersteund door een aantal pilasters. Een groot en prachtig altaar
+stond in 't midden en elf anderen in evenveel sierlijke kapellen;
+van binnen was alles even kostbaar en luisterrijk.
+
+
+Bl. 95.--Ao 1268.
+
+D'r Ylst, verkorting voor Ter Ylst, volgens Emmius, is de regte naam
+Yleke of Ylk, daarna veranderd in Yltz en voorts in Ylst.
+
+Dat Ylst van ouds welvarender was dan Sneek, en toen dit laatste nog
+een dorp was, reeds tot eene stad werd verheven, heeft veel schijn,
+en wordt door v. Rhyn (Oudh. en Gest. II. 77), tegen Emmius aan,
+niet verworpen. In 1268 was Sneek nog eene buurt of gehucht.
+
+
+Bl. 96.
+
+In 1270 is te Bolswert het Broereklooster. Reeds in de achtste eeuw
+wil men dat Bolsward gesticht zoude zijn, welke stad ongetwijfeld
+tot eene hooge oudheid opklimt. Eenige Edelen en godvruchtige lieden
+bouwden dit klooster der Minderbroeders, waarvan de kerk in 't jaar
+1281 werd gesticht, eerst door Gaudenten, Franciskaner Monniken
+en naderhand door Observanten bewoond, die zich naar de hervorming
+regelden.--Schot. Fr. Hist. bl. 348; Oudh. en Gest. II. 11.
+
+In den jare 1503 brandde het klooster af, doch het schijnt naderhand
+weder opgebouwd.
+
+
+Bl. 96.--Ao 1273.
+
+Als ook een groote hongersnood. Deze was een gevolg, deels van
+de schaarschheid van geld, door de kruistogten veroorzaakt, deels
+door de veepest en de slechte oogsten, maar ook door het bevel des
+Munsterschen Bisschops, Gerard, om geene jaarmarkten te houden en allen
+handel te staken, zoodat niemand van de Friezen vee, boter en kaas
+wilde koopen; daarenboven kwam er van den overvloed van granen uit de
+Oostzee niets over, daar ook de uitvoer zwaar belast werd. De ellende
+steeg dus ten hoogsten top, en vele menschen stierven den hongerdood;
+de liefdadigheid van sommige kloosterlingen alleen behield nog den
+verarmden het leven. Die te voren hunne eigene landen bebouwden,
+moesten in de dorpen gaan bedelen, of voor den kost in de steden
+en voor de kloosters dienen. In de herfst steeg de nood ten top,
+een groot aantal leefden van distels en zeker kruid, hondribbe
+genoemd.--Verg. West. Jaarb. I. 356; F. Sjoerds, Jaarb. III. 101.
+
+
+Bl. 97.
+
+Omtrent den jaare 1280. De ware oorsprong der oude Partijschappen,
+zoo in Friesland als andere Provincien en Landstreken, is veelal
+met de oudheid zelve verdwenen, en de waarheid dus moeijelijk uit te
+vinden. Vele zorgvolle nasporingen leveren dikwijls geringe uitkomsten,
+want na het lezen en herlezen moet men nog vaak zijn toevlugt nemen
+tot gissingen, en met een: »het komt mij, behoudens beter, dus of
+zoo voor," besluiten. Ook met betrekking tot den eigenlijken aanleg
+en oorsprong der noodlottige verdeeldheden tusschen de Vetkoopers en
+Schieringers bleef mijn onderzoek zonder gewenscht gevolg, daar ik
+hiervan een kort verslag had willen geven, hoewel het niet dadelijk
+of noodwendig tot de Bijvoegsels dezer Kronijk behoort: het zoude
+echter tot inlichting goed te stade gekomen zijn. Het een en ander,
+hoe gebrekkig, wil ik deswege mededeelen.
+
+Jancko Douwama, voornaam Friesch Edelman uit het begin der
+XVI eeuw, geboren te Oldeboorn, een man, zoo als Schotanus zegt
+(Fr. Hist. p. 617) »van voortreffelijk verstand, groot van moede,
+een groot beminnaar der vaderlandsche vrijheid, kloek van beleid;
+voorspoed en tegenspoed met een gezet en wijs hart kunnende dragen,
+en die een beter lot verdiend had, dan in eene gevangenis zijn leven
+te laten," heeft te Vilvoorden in den kerker, verstoken van eenig
+gebruik van boeken of papieren, uit zijn geheugen over de Geschiedenis
+van Friesland, bepaaldelijk ook van zijnen tijd, een geschrift
+zamengesteld, getiteld: Boeck der Partijen, waarin hij, afwijkende
+van anderen, over de Vetkoopers en Schieringers dit vermeld [179]:
+
+
+ van den Anfanck der Falsche Partije
+ VAN
+ FRIESLANT.
+
+
+»Als in Hollant then ersten alsulcke commocie anfanckelijcken vp
+gestanden were, bij de welcke dattz vast in de landen al misselijck to
+ginck, se funden then ersten geen groet wederstant, so begosten daer in
+Frieslant oeck voel volcx nae to lusteren; ende dat concept, in Hollant
+an gehewen, dochten hoer to mael goet ende wijslijck gedaen to wesen;
+doer de welcke dat voele armen luden bij en ander voergadderden. Dan
+se wolden niet worden genoempt Hoecken, angeseen datse gene fiskers
+weren; oeck so dochten hoer dat to wesen een smaetlijcke name;
+en oeck wolden se dat so gewaltlijcken niet doen, alst in Hollant
+angehewen were; dan vnderstunden den rijcke luden met goede woerden
+to vnderwijsen, dattz also voer Godt ende de Werlt behoerden: Wel
+bet dan de ander in goet vermochten, dat he sculdich were to helpen
+ende to bate to comen den armen, om sijn armoet to verhoeden. Dan
+de rijcke luden wolden daer niet nae hoeren, doer de welcke dat de
+arme vast met de rijcke in de kiste begosten to tasten. Doen het
+daer hen quam, dat se de rijcke begosten in der taske to tasten,
+doen funden se hulp genoech; want daer voel Herscapen an de landen
+weren, den gewoentlijcken weren met hoer nabueren to to tasten;
+als se nv alsulcken oersaecke ende hulp hadden, doen sumeden se hoer
+niet te tijdt, dattz hoer gheboeren mochten. Ende den rijcken luden
+worden genoempt Fetcopers, ende dat daer vmme, dat se wal hadden,
+en fette waer vermochten to koepen; en dan gaewen den rijcke luden
+de arme weder een naeme, en noembden se Scirongen, ende dat daer
+vmme, dat se erst met goede woerden vnderstanden hadden to doen,
+datse nae met gewalt deden; want Sckijren is vp de Friesche spraeke
+so voele gesecht als spreken; Scirong is so voele als een relaes;
+Scirongen is so voele gesecht als voele groten woerden. Nv ist waer,
+he behoert oeck wal to konnen spreken, de een anders goet wil hebben,
+sunder daer wat willen weder tegen gewen, dan allene woerden."
+
+Gabbema, in zijn Verhaal van Leeuwaarden (bl. 16 en 17), geeft hiervan
+eene verklaring, en een bladzijde vroeger een verhaal van eene andere
+oorzaak der Partijschappen en beteekenis der woorden. Dit verhaal
+echter, ook bij andere Schrijvers vermeld, alsof op zekeren maaltijd
+door den twist tusschen twee kooplieden, over de keuze van den Sievard
+of Zedemeester (thans zouden wij Ceremoniemeester zeggen), de eerste
+aanleiding daartoe gegeven zou hebben, vindt geen algemeenen bijval.
+
+Wanneer men nu de geschiedenis dier tijden raadpleegt, en tot den
+oorsprong en aanleg der ongelukkige factie eenigzins wil besluiten,
+komt, mijns oordeels, het resultaat hierop neder: dat de reeds vroeg
+ontstane twisten tusschen verschillende adellijke of aanzienlijke
+familien, zoo als die van Albada en Renalda, Gerbranda, Gratinga en
+Douwe van Harns en andere Grooten, ter oorzake van den voorrang in
+het offeren, uit hoogmoed, heerschzucht en ongebondenheid, aangeblazen
+door bedorven Geestelijken, werkeloosheid en slapheid der Justitie, en
+vernedering en onregt den minderen aangedaan, de eerste aanleiding tot,
+en door den haat en veete onderling, dadelijk voedsel hebben gegeven,
+aan de ongelukkigste en ellendigste der partijschappen, de grootste
+der rampen, die ooit een land en volk treffen kan, den Burgeroorlog.
+
+De algemeene verbittering der adellijke geslachten onderling; de
+aanmatiging van rijke en magtige Edelen en Grooten; de verheffing
+van dezen in de eerste ambten en betrekkingen, waarvan men zich had
+meester gemaakt; daar bij vernedering en onderdrukking van den niet
+rijken Adel en de Patriciers, worden steeds, en te regte, als de
+grondslagen van alle partijschappen gesteld, hoezeer dan ook eenig
+ander doel of oogmerk werd voorgewend, en men eene geheel andere
+kleur aan zijne handelingen trachtte te geven [180]. Vandaar dat vele
+Edelen en aanzienlijken, niet uit algemeen, maar uit eigen belang,
+uit nijd, afgunst en wraakzucht den burgertwist begonnen, en zich aan
+het hoofd stelden, en eindelijk steden en landschappen, Landsheeren en
+Vorsten daarin deden deelen.--Men leze ter bevestiging de historie
+van de Hoekschen en Kabeljaauwschen in Holland, der Heeckerens
+en Bronckhorsten in Gelderland, der Lokhorsten en Lichtenbergers
+in Utrecht, der Blaauwvoetsche en Isengrine factie in Vlaanderen,
+der Guelfen en Gibellinen in Italië, van de Roode en Witte Roos in
+Engeland, en zoo vele anderen.
+
+Zoo zal het dan ook wel in Friesland zijn geweest: want al ware eens
+de minder aanzienlijke stand of 't gemeene volk aanlegger van deze
+partijschappen geworden, tot welke stelling bij enkele Schrijvers
+aanleiding wordt gegeven, zonder hoofden van magt en aanzien zouden
+dezelve geen voortgang hebben gehad. Tegen de invallen der Noormannen,
+ter beveiliging van watervloeden, en uit hoofde van den toenemenden
+overvloed en weelde der ingezetenen, was het getal der aanvankelijk
+gebouwde steenen huizen of stinzen aanmerkelijk vermeerderd [181]. Zij
+werden nu ook bijzonder tot betere en sterkere vestingen gemaakt,
+om als Fries Heer tegen den aanvaller zich te beveiligen, of zijn
+gezag eens regt te doen gelden. Koophandel en fabrijken waren naar
+den aard der tijden, vooral onder den burgerstand, in vollen bloei,
+en de hooggeschatte vrijheid was aller leus. Rijkdom, magt, eer en
+aanzien baarden, zoo als altijd, nijd, afgunst en overmoed, terwijl
+dezen door regeringloosheid en verwarring geen teugel vonden. Elke
+vrije Fries van aanzien kon toch niet dulden, dat een ander boven
+hem verheven werd of den meester speelde: wie der eigenerfden kon
+voor den anderen bukken, en welk adellijk geslacht zou aan het
+ander den voorrang toekennen? Zoo groeiden wrok en wrevel tot eene
+hatelijke vijandschap aan; onderlinge tweespalt en verdeeldheid
+deden den zwakkeren bijstand zoeken tegen den aanval der sterkeren:
+zoo vormden zich geweldige partijen, en elke beleediging, elke twist,
+elke kwetsing der eere moest met veel bloeds worden uitgewischt, niet
+tot vernietiging der verdeeldheden, maar om al weder den grondslag te
+leggen van nieuwen haat en vervolging. Dus werd de woede en vijandschap
+der verschillende partijen ontzettend in die tijden: want men gunde
+den andersdenkende licht noch leven, totdat na twee volle eeuwen van
+roof, moord en verwoesting, verlies van goed, bloed en vrijheid het
+eindelijk loon was der Friezen voor hunne boosheid en dwaasheden.
+
+De Edelen in Oostergo behoorden in den aanvang tot de partij der
+Vetkoopers, die zich over de Lauwers vrienden en bondgenooten
+kozen, en met Groningen zich vereenigden. De Adel in Westergo
+vormde hoofdzakelijk de Schieringer-partij, die bij de Hollanders
+ondersteuning zocht. Evenwel voegden zich verschillende geslachten
+uit de beide Goën, dan tot deze, dan tot gene partij; zelfs
+familiën verdeelden zich, en dit gaf derzelver leden nieuw voedsel
+tot scheuring en bederving. De factiën zelve volgden dus geen vast
+stelsel van staatkunde, of trokken voor het algemeen welzijn, naar elks
+verschillend gevoelen, partij; maar wanneer zij door buitenlandschen
+aanval werden bedreigd of overvallen door anderen, dan wapenden
+zij zich algemeen tegen den uitheemschen vijand. De Schieringers
+hebben over 't algemeen geijverd voor de aloude Friesche vrijheid
+en onafhankelijkheid, als afkeerig van vreemde magt en invloed;
+daarentegen zochten later de Vetkoopers de inzigten der Hollandsche
+Graven te begunstigen. Gedurende het laatste gedeelte der veertiende
+en 't begin der vijftiende eeuw stond de stad Groningen aan het hoofd
+der Schieringers. In 1491 echter sloten de Vetkoopers met die stad
+een verbond, waarbij aan haar groote magt over een deel van Friesland
+gegeven werd.
+
+In dezen tijd stonden de Vetkoopers ook in verbindtenis met de
+Kabeljaauwschen in Holland [182].
+
+Wat nu den naamsoorsprong betreft, deze is onzeker, en heeft tot
+verschillende gissingen aanleiding gegeven. Men zie daarover de
+aangehaalde Schrijvers, welke echter geen genoegzame gronden opgeven,
+om tot eenige zekerheid te besluiten. Alle verklaringen echter
+vereenigen zich hoofdzakelijk in dit punt, dat door Vetkoopers
+aanzienlijke en vermogende personen worden aangeduid, en door
+Schieringers de minder begoedigden en geringeren stand. De geleerde
+Westendorp (Jaarb. I. 355 en 356) voegt hier deze opmerking bij:
+»dat men eenen man met een voorkomen van rijkdom en gezag, ook thans
+nog eenen Vetkooper, en iemand, die tamelijk, doch zuiver gekleed
+is, zonder eenig voorkomen, Schier noemt. Zoo zegt men hier (in
+de Provincie Groningen) nog dagelijks: het is een heele Vetkooper,
+en hij is hemmel en schier; of ook: hij zit er goed, en, hij heeft
+eenen schieren boedel, dat is, een' boedel zonder schulden." In
+onze Provincie zegt men wel: hemmel of hemel en schien, beteekenende:
+zindelijk, proper (hoewel behoeftig) en schoon. Schier beteekent altoos
+graauw, grijs. Verg. Wassenbergh, Idioticon, en Epkema, Woordenboek.
+
+Een der merkteekenen van onderkenning schijnt in het aanleggen der
+turven aan den haard geweest te zijn, leggende de een het vuur boven
+en de ander hetzelve onder.
+
+Bij hunne gastmalen, dus wordt verhaald, werd steeds een bedekte
+schotel op tafel gebragt, en na met eenen dronk indachtig te
+zijn geweest aan de de verslagen Bondgenooten, na vermelding der
+heldendaden, aanvuring en vernieuwing van 't eedverbond, ontdekte
+men den schotel, waarin de Zelen lagen, waarmede de opgegeten ossen
+waren gebonden geweest, tot herinnering, dat het weder tijd was op
+nieuwen roof en buit uit te gaan. Dit noemde men in onze landtaal:
+'t Horspil in de patele. Over de beteekenis van 't woord Horspil hebben
+de taalgeleerden getwist. In het zeer zeldzaam geworden Geschriftje:
+Nuttigheid van de Taalkennis der Middeleeuwen, alsmede van die der
+oude Vriesen, door A. ten Broecke Hoekstra (denkelijk in 't jaar 1814
+uitgegeven), p. 22 en 23, vinden wij het volgende:
+
+»Horspil in de patele, dus noemde men de Koezelen, welke de
+Schieringers en Vetkoopers, bij het eindigen der maaltijden, in den
+schotel legden, om hunne vrienden en dischgenooten weder tot nieuwen
+roof uit te noodigen.--V. Rooy vermoedt, dat Hors in het Oud-Vriesch
+eene algemeene benoeming van groot vee geweest zij, en dus zoo wel
+eenen os of eene koe, als een paard, beteekend hebbe.--Het is mij
+onbegrijpelijk, hoe dat men, zoo weinig met der taalsoorspronkelijkheid
+eens Lands bekend, aan uitleggingen van die natuur zich wage; maar
+mijne verwondering rijst ten top, wanneer men, daar de uitlegging er
+bijgevoegd, en door den Schrijver zelven aangevoerd wordt, naar de
+beteekenis des woords gaat rondtasten."
+
+»Horspil is eene verkorte uitspraak en schrijving van horn-spil:
+horn is hoorn, of horen, cornu; en spil, spel, gereedschap, hier
+de zelen, ook in Vriesland horn-touwen genoemd: zoo zegt men mede
+aldaar tornbeyen (spreek uit toân-beyen) en dit voor thorn beyen,
+doren-bessen, braambessen: de ky bornje (spreek uit boânje) dat is:
+de koeijen bornen, wateren."
+
+De geleerde Friesche Taalkenner J. H. Halbertsma gaf mij hierop deze
+bedenking: »Deze uitlegging van den heer Hoekstra voldoet niet volkomen
+aan eenen taalkenner. In lettergrepen die met rn eindigen, laat de
+Fries de r vallen, en houdt de n, gelijk in thoán, boán-je, koán in
+plaats van thoarn, boarnje, koarn (garst). In hornspil daarentegen
+zou de n verdwenen en de r overgebleven zijn, waarvan ik geen tweede
+voorbeeld in de Friesche taal ken. Indien men onderstellen mag dat
+Hamconius, en in navolging Gabbema, met zijne gewone onnaauwkeurigheid
+in taalkundige onderwerpen, Hornspil in Horspil bedorven hebben, is
+de verklaring van Hoekstra volkomen juist. In hoernes hluud, hoornen
+geluid (Oude Fr. Wetten, bl. 254), hornfia, horenvee (Chart. I. 342),
+hoernleggher, horenleger (Chart. I. 517), ziet men dat de n nooit
+van haren post wijkt."
+
+Bij v. Alkemade, in Nederl. Displegtigheden, I. 466, volgg., wordt
+hierover gehandeld, doch hieruit zal men weinig licht scheppen, daar
+de Schrijver Horspil voor Paarde-tuig of toom verklaard hebbende,
+met de koezelen geen weg weet.
+
+
+Bl. 100.
+
+Omtrent den jaare 1303. Wij laten deze luchtverschijningen en
+bloedregens, niet alleen bij O. van Scharl en Winsemius, maar ook door
+Schotanus (fol. 164, quarto bl. 179) vermeld, daar; doch zeker is het,
+dat deze en volgende jaren allernoodlottigst voor dit gewest waren;
+want de woede der Vetkooper- en Schieringer-partijen steeg zoo hoog,
+dat men noch op weg, noch in huis of elders, bijna meer veilig was. Het
+regt van den sterkste gold alleen: teugelloos en wreedaardig woelde men
+in zijnen ontzindheid voort, en spaarde geene jaren of kunne; vooral de
+rijke huislieden waren in den dollen moedwil meesters boven allen, waar
+het op moorden, branden en doodslaan aankwam. En onder al dit kwaad,
+dat de menschen elkander brouwden, steeg de druk der tijden nog hooger
+en hooger, daar geweldige regens en onweders de vruchten der landbouw
+vernielden, waardoor kort daarna dure tijden, groote hongersnood en
+pestziekten volgden. Dit alles wordt ook beschreven in de kronijk
+van Worp van Thabor. Zie voorts F. Sjoerds, Jaarb. III. 219 volgg.
+
+
+Bl. 101.--Ao 1306.
+
+Omtrent dezen tijd heeft J. Flieterp. Zie onze aanteekeningen op
+bl. 286, 288 en 359.
+
+
+Bl. 101.
+
+In den jaare 1313 is de Landsheer Martena overleden. Met den dood van
+dezen braven Landsvader vermeerderde ook Frieslands ramp en onheil;
+want met de twisten der Regters, die eene wijle tijds het land
+bestuurden, namen de ondeugden der kerkelijken en wereldlijken toe;
+en waar de geestelijkheid alleen voor haar staatkundig belang ijvert,
+gaat regt en godsdienst te gelijk verloren. Men nam dus tot Upstalboom
+zijn toevlugt, dat aanvankelijk een beteren toestand beloofde; doch
+toen de partijgeest, onder den schijn van vrijheidszucht, weder het
+booze hoofd opwaarts stak, was het een jammer zonder einde.
+
+In dit jaar werd aan de kerk te Ylst de eere gegund, om voor
+dengenen die haar in bedevaart bezocht aflaat van zonden te schenken,
+met al de gebruikelijke plegtigheden; dan ook door deze en andere
+bijgeloovigheden was geen razende partijschap te dempen, waren geene
+driften te koelen. Men zie den Aflaatsbrief in 't Charterb. I. 151. De
+kronijken verhalen vele schrikkelijke gebeurtenissen en wonderen, in
+dezen tijd van hongersnood en ellende voorgevallen. Zie ook Westendorp,
+Jaarb. II. 102-109.
+
+
+Bl. 102.--Ao 1318.
+
+In dezen tijd was Stavoren in het verbond der Anseesteden. Het
+merkwaardig Hanzee-verbond moet gesloten zijn aanvankelijk tusschen
+de steden Lubek en Hamburg, in 1241, ter beveiliging van den zee-
+en landhandel, destijds door roovers en vrijbuiters belemmerd en
+benadeeld. Een aantal koopsteden traden tot dit verbond toe, als
+hebbende dezelfde behoefte, en zoo werden de Friesche steden ook in
+deze handelmaatschappij opgenomen. Daar zij echter eene groote zeemagt
+ontwikkelde, en haar bestaan en invloed met die der vermogende Vorsten
+van Europa dikwijls in strijd waren, ondervond zij van dezen vele
+beletselen. Deze en andere omstandigheden veroorzaakten in 1630 haren
+ondergang. Alleen Lubek, Hamburg en Bremen vernieuwden het verdrag.
+
+De Etymologisten hebben, als naar gewoonte, over den oorsprong des
+woords zeer getwist. Kiliaan verklaart Hans als Socius, Collega,
+dus Hans-steden voor Sociae et liberae civitates, enz. Bilderdyk
+(Geslachtlijst) zegt: »het woord is Hansbeker, d. i. oorbeker van
+hanse of anse (Lat. ansa) oor, handvat, Hans-eê is dus bekerverbond,
+'t geen men dwaaslijk hans-eê-verbond noemt. Du Cange, in zijn
+Glossarium, geeft nog andere afleidingen, strijdig met die van
+Bilderdyk, als ook de Teuthonista van van der Schueren. Zie Wagenaar,
+Vad. Hist. III. 500, en Aanmerkingen daarop bl. 96, waar men het woord
+liefst door Broederschap wil verklaren. Bild. Gesch. der Vad. IV, 350.
+
+
+Bl. 103.
+
+In den jaare 1332. De vrome en brave Eelko Liauckama, Abt van
+Lidlum, werd in dit jaar vermoord. Men leze de korte Levensschets
+in het Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 10 December
+1833. Verg. F. Sjoerds, Jaarb. III. 329, en de aangehaalde Schrijvers.
+
+
+Bl. 104--Ao 1342.
+
+In dit zelve jaar, den 25 September, is Graaf Willem enz. Deze slag
+is voorgevallen den 26 of 27 September 1345 [183] nabij Warns, (niet
+Werrega, gelijk Wagenaar vermeldt,) wordende het getal dooden bij
+sommige Schrijvers op slechts 3700 gesteld:--doch zeker is het, dat de
+meesten der Hollandsche huizen er hun hoofd of een afstammeling lieten,
+dewijl het Hollandsche leger derwijze werd geslagen en nagejaagd,
+dat er weinig meer dan twintig levendig afkwamen, waaronder Jan van
+Beaumont behoorde, die door zijn schildknaap, ondanks zijne wonde,
+met een vaartuig gered werd. Het lijk des Graven werd tien dagen na
+den slag gevonden, en in 't klooster Bloemkamp, bij Bolsward, begraven,
+doch later, zoo men wil, naar 's Gravenhage vervoerd. Des Graven dood
+gaf alom groote droefheid. Men verklaarde de goederen der Friezen
+verbeurd, en eene wraakzuchtige bende begaf zich naar het eiland
+Marken, stak een Monnikenklooster, tot de Abdij van Mariëngaarde
+behoorende, in brand, en wierp de ongelukkige Cellebroeders in
+zee. Verg. Bilderdyk, Gesch. des Vaderl. III. 118, volgg; Teg. Staat,
+I. 493, en de daar vermelde Schrijvers.
+
+
+Bl. 105--Ao 1348.
+
+Onze kronijk maakt mede geen gewag van het Bestand, tusschen de
+Friezen en den Graaf van Holland den 22 Junij 1348 gesloten. Dit voor
+de Friesche Geschiedenis zeer gewigtig stuk, in 't Charterb. van
+v. Schwartzenberg niet vermeld, komt voor als II Bijlage achter
+de uitmuntende Verhandeling over den oorsprong der Hoeksche en
+Kabeljaauwsche twisten, van den Rijks-Archivarius Mr. J. C. de Jonge
+(Leijden, 1817). Het vredeverdrag werd gesloten met de Edele en
+Aanzienlijke Mannen, Heer Willem, Hertog van Beijeren, Graaf van
+Holland, Zeeland en West-Friesland en Heer Jan van Beaumont, benevens
+de Ridderschap, Steden, overige Ingezetenen der voorzeide Landen,
+door de Prelaten, Grietmannen, Hovelingen en de geheele Gemeente der
+Landen van Oostergo en Westergo. Deze beloven daarbij met algemeenen
+wijzen en rijpen rade aan hunne partijen en al derzelver bondgenooten,
+een vast bestand zonder arg of list, gedurende twintig aaneenvolgende
+jaren, van af den toen eerstvolgenden St. Jacobsdag, om den kwaden
+twist tusschen hen ontstaan te bedaren, uit te dooven en tot goed
+verdrag te brengen, en zulks op de volgende voorwaarden:
+
+Dat de onderdanen van den Graaf de grenzen dezer landen niet zouden
+mogen overschrijden, zelfs niet om eenig schijnbaar gevaar te ontgaan;
+met uitzondering echter van het geval, dat zij door storm of dergelijke
+oorzaken in vrees en angst waren gebragt, als wanneer zij met hunne
+goederen en personen, zich moesten houden aan het gezegde bestand.
+
+Dat, zoo zij echter hier plagten te vertoeven om koophandel te drijven,
+zij ten allen tijde en zooveel hun behaagde de drie plaatsen dezer
+landen, waar de waren ter koop aangeboden en markten gehouden worden,
+namelijk Harich en Cornwerth in Westergo en Holwerth in Oostergo,
+zouden mogen bezoeken en die weder verlaten, onder de hierna te melden
+voorwaarde van dit zelfde bestand.
+
+Dat het voorzegde bestand zich zoude uitstrekken tot alle rivieren,
+zeeën, steden, dorpen en plaatsen, waar de wederzijdsche ingezetenen
+mogten zamenkomen of elkander ontmoeten, buiten de grenzen van
+beider gebied.
+
+Dat zoo iemand door ingeving des Duivels of op eenige andere wijze
+buiten belegden rade van regteren en hovelingen dezer landen, iemand
+van 's Graven onderdanen mogte beleedigen, dooden of zijner goederen
+berooven, tegen den inhoud van dit verdrag, het bestand daardoor niet
+gerekend zoude worden verbroken te zijn, maar dat den beleedigden naar
+de wetten en gewoonten der plaats, waar het voorzegde misdrijf had
+plaats gehad, door de gestelde regters voldoening en schadevergoeding
+zoude verschaft worden, gelijk zulks in het omgekeerde geval ook bij
+'s Graven ambtenaren naar hunne wetten zou gevorderd worden.
+
+Dat, om 's Graven wille, dit bestand, zich ook ter goeder trouw
+uitstrekken zoude tot die van Stavoren, wier voorspraak Hij geweest
+was, en dat hun ten volle vergund werd, om binnen de grenzen dezer
+landen terug te keeren en er te verblijven.
+
+Hierop wordt er het volgende slot bijgevoegd: Ten bewijze hiervan is
+deze tegenwoordige bevestigd met de Zegels der Landen van Oostergo
+en Westergo, der eerwaarde Heeren Abten van Bethanien en Klaarkamp in
+Oostergo, Bloemkamp en Ludingakerk in Westergo, en der steden Dockum
+en Leeuwarden in Oostergo, Sneek en Bolsward in Westergo. Gegeven in
+'t jaar onzes Heeren 1348 Zondags na het feest der H. Drieeenheid.
+
+Dit is de zakelijke inhoud van het Bestand, welke aldus is medegedeeld,
+met eenige zeer belangrijke ophelderende Aanteekeningen, in het
+Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 31 Julij 1832, waarnaar
+wij den Lezer verwijzen.
+
+
+Bl. 105.
+
+In den jaare 1361. Over deze merkwaardige Vergadering en derzelver
+werkzaamheden leze men Westend. Jaarb. II. 200, volgg.
+
+
+Bl. 106.--Ao 1388.
+
+Folkmer Allena. De Kronijkschrijver E. Beninga deelt nopens dezen man
+een volksliedje mede, om deszelfs vorm en oudheid merkwaardig. Het
+staat in de Anal. v. Mattheus, IV. 158 en 159, en in 't Jaarboek van
+Westendorp, II. 245, met eene veranderde spelling.
+
+
+Bl. 107.--Ao 1397.
+
+In den jaare 1397. Ik houd het er voor dat dit moet zijn 1396. Onze
+kronijk echter verwart deze en andere veldtogten met elkander. Van
+dit ongelukkig gevecht vinden wij bij alle Schrijvers uitvoerige
+vermelding. Winsemius stelt het ook op 1397, tegen de aanteekeningen
+van Edo van Jonghama, Petrus van Thabor en Emmius aan. Hier moet
+ik opmerken, dat men bij gelegenheid van dezen merkwaardigen togt
+van Hertog Albrecht van Beijeren tegen de Friezen het eerst gewag
+vindt gemaakt, dat de schepen in deze landen van geschut en buskruid
+zijn voorzien. Hiervan wordt melding gemaakt in een Handschrift,
+berustende in ons Rijks-Archief, in 't welk men leest, dat, op bevel
+van Hertog Albrecht en deszelfs Raad, Bussen, Kruid, Steen, Schutte,
+Vierpannen, Torken en andere behoeften worden aangekocht, welke
+men in de groote schepen noodig had [184]. In een Hanzee-verbond
+van den jare 1418, waartoe ook de Nederlandsche steden behoorden,
+wordt aan het scheepsvolk verboden op lijfstraffe wapenen en buskruid
+te verkoopen [185]. Twintig jaren later wordt onder de middelen van
+verdediging en afbreuk op de schepen uitdrukkelijk van Bussen, dat
+is, van kanon, melding gemaakt. Sedert dien tijd werd het geschut en
+ook het handgeweer meer en meer algemeen, en op de schepen de gewone
+wapenen [186].
+
+Over den tijd der uitvinding van het buskruid is men oneens, daar
+velen, niet te onregt, beweren, dat het vóór Berthold den Zwarten
+reeds bestond. Zeker is het, dat het gebruik daarvan, hier te lande
+eerst in 1350 of 1351 is geweest, en wel in het beleg van het Kasteel
+Rozenburg, nabij Voorschoten.
+
+Maar ik mag niet voorbijgaan het koddig verhaal van Cornelis Kempius,
+waarin hij beweert, dat een Friesch Koning, met name Chimoscus, den
+Graaf van Holland en zijne twee zonen met een musket had doodgeschoten,
+en ook in een tweegevecht, ter oorzake van 's Graven dochter, de
+schoone Olimpia, met Graaf Roeland van Vlaanderen, zijn schutgeweer
+gebruikt had, zoodat de Friezen uitvinders van het buskruid zijn,
+hetwelk Hamconius ook bevestigt, die mede Chimoscus voor den uitvinder
+daarvan houdt. Wij evenwel betwijfelen het zeer, en geven liever
+aan het dichterlijk vernuft van den geestigen Ariosto, aan wien
+Kempius zijn verhaal ontleende, de eer dezer vinding. Verg. Oudh. en
+Gest. II. 354-357. E. Beninga, in zijne Hist. van Oost-Vriesland op de
+jaren 1379 en 1380, vermeldt, dat men destijds in de Friesche onlusten
+zich van buskruid en geschut bediende. Zie Driessen, Mon. Groningana,
+II. 399.
+
+
+Bl. 109 en 110.
+
+In den jaare 1400-1401. Onder al de twisten en oorlogen, de rampen
+en onheilen daaruit geboren, waren het niet altoos de Friezen en
+onderlinge partijen, bij welke men de aanleiding en oorzaak zoeken
+moet, maar aanhitsing en ondersteuning van buiten, alles naar
+staatkunde en eigenbelang berekend, heerschzucht en vijandschap
+van Bisschoppen, Graven en anderen, gaven meestal voedsel aan den
+burgeroorlog. Vandaar ook die (zoo als men ze noemde) Groote, dat
+is, woeste en beruchte lieden dezer eeuw. Onder de zeeroovers dier
+tijden was Stortenbeker een befaamd man, in het drinken zoowel als
+in het vechten: dit blijkt uit den bij hem gevonden grooten beker,
+toen hij gevangen genomen werd, waarop dit kreupel vers stond:
+
+
+ Ick Joncker Sissingha,
+ Van Groninga,
+ Dronck dees hensa,
+ In een flensa,
+ Door myn kraga,
+ In myn maga.
+
+
+Bl. 111.--Ao 1404.
+
+Sjoerd Wiarda. Naar dezen Potestaat ontving het slot te Goutum den
+naam van Wiarda-State, hetwelk hij reeds in den jare 1404, toen
+hij met Harinxma tot Potestaat verkozen werd, bewoonde. Ons werd de
+navolgende geschrevene aantekening, op Schotanus zijne Beschryvinge,
+van den Old-Raadsheer Tjalling Edo van Sminia, medegedeeld:
+
+»Goutum. Hier ligt de State Wiarda, een groot sieraad van dit dorp, een
+schoon gebouw met zijn hovinge en graften, bewoond bij den Hr. Jonkheer
+Tiberius Pipinius van Eminga; wierde bijgenaamd Schenkinsma, gelijk
+daar ook leggen Putsma, nieulinks met eene nieuwe hovinge en een
+welbeplante opreed versiert door den Hr. Jonkheer Ruurdt van Burmania;
+en Drinkuitsma door denselven afgebroken en geslegt, daar nabij
+gelegen. Deze drie plaatsen plegen van drie Gebroederen bewoond te
+worden, die groot vermaak schepten in 't drinken, en daarop roemden;
+tot hare gedachtenisse wierde dit versje gemaakt:
+
+
+ Qui nos tres geminos superat certamine Bacchi
+ Hic venit Alcides redivivus conteret Hydram."
+
+
+d. i. vrij overgezet:
+
+
+ Eer dat ons dapper driemanschap,
+ In Bacchus' school volleerd,
+ Worde in een Frieschen bekerstrijd
+ Verslagen of verheerd;
+ Eer zal de woeste Hercules
+ Herrijzen uit zijn graf,
+ En slaan een tweeden monsterdier
+ Tienduizend koppen af!
+
+
+Bl. 112, op de Noot.
+
+Hiske Abdena was Proost en Hoveling te Emden, een hoog heerschzuchtig
+man, die zich aan het hoofd der Schieringers in Oostfriesland had
+gesteld en in naauw verband met de Groningers stond. Gevlugt naar
+Groningen, wilden de Schieringers hem ondersteunen, doch de Vetkoopers
+hielden de partij van Keno ten Broek,--en ziehier den oorsprong der
+partijnamen Hisk- of Hikhorsters en Bronkhorsters.
+
+
+Bl. 113.--Ao 1414.
+
+Ook liet Jarges het goud en zilver enz. Niet alleen te Fivelgo, maar
+ook te Midwolde en Loppersum, maakte hij zich meester van het gouden
+en zilveren vaatwerk, en liet de ongezinde kerkvoogden eenigen tijd
+vastzetten, om zoo zijn oogmerk te bereiken.
+
+De Koppens-gulden was dezelfde met den Arendsgulden, welke naar de
+tegenwoordige munt, eene waarde moet gehad hebben van 37 1/2 cent. In
+1453 gold hij 7 braspenningen van 9 duiten 't stuk: in 1491 werd
+dezelve afgezet.
+
+
+Bl. 115.
+
+In den jaare 1418 heeft Fokko te Lier. Fokke Uken, Ukena of Ukessen,
+Hoveling [187] te Evermoer in Leer, Heer van Aurich en Broekmerland
+of te Broekum, die eene groote en belangrijke rol in de onlusten der
+Schieringers en Vetkoopers in 't begin van de XV eeuw speelde, was uit
+eene voorname adellijke, doch niet vermogende Oost-friesche familie
+gesproten. Zijn vader heette Uko en zijne moeder Amke van Lengen. De
+ruïnen van hunnen ouden burgt waren ten tijde van den geschiedschrijver
+Emmius nog aanwezig: thans toont men slechts de plaats aan, waar
+dezelve stond, op de veenakkers tusschen Aurich en Leer. Nergens vindt
+men Fokke's geboortejaar vermeld; doch hij stierf, oud van jaren,
+den 29 Augustus 1435, gelijk sommigen beweren, ten gevolge van het
+nuttigen van eene vergiftigde biersoep, door zijne Echtgenoote Hidde
+hem toegediend. Hij trad als officier in dienst van Keno ten Broek:
+zijne eerste vrouw was Theda van Reide, bij welke hij twee zoons
+en twee dochters had: zijne tweede vrouw was Hidde van Dijkhuizen,
+uit welk huwelijk zijne dochter Ulske, gehuwd aan Unico Ripperda,
+sproot. Beide deze vrouwen bragten hem een groot vermogen aan, en
+het gelukte hem zijne kinders aan zeer aanzienlijke, rijke familiën
+uit te huwen. Hij was verstandig en omzigtig in het aanleggen zijner
+plannen, dapper en koen aan de spits zijns legers, onverschrokken in
+gevaren, trotsch in zijne handelingen, die vermeerdering zijner magt
+en rijkdom ten doel hadden, en wraakgierig tegen zijne vijanden. Van
+zijnen jeugdigen leeftijd wordt nergens gewag gemaakt, en op het einde
+van de XIV eeuw is men het eerst in de geschiedenis zijns gedachtig.
+
+Er is eene korte levensbeschrijving van hem in 't Latijn zamengesteld
+uit Emmius en Beninga. De verdienstelijke Wiarda echter heeft
+eene uitvoerige beschrijving van zijn leven en bedrijf gegeven,
+en geplaatst in het Tijdschrift: Ost-Friesische Mannigfaltigkeiten,
+erster Jahrgang, Aurich 1784, getrokken uit de beste bronnen destijds
+in druk en handschrift aanwezig, en met bijzondere naauwkeurigheid
+behandeld. Ik heb daarvan eene vertaling gegeven in het Mengelwerk
+der Leeuwarder Couranten van den 4 en 11 September, 2 en 16 October
+1832, welke bijdrage tot de geschiedenis van dien tijd zeer belangrijk
+is. Men verg. overigens het Jaarb. van Westendorp, op 1411-1435. Het
+portret van Ukena bevindt zich thans op het buitengoed van Jonkheer
+Hora Siccama van de Harkstede.
+
+
+Bl. 116.--Ao 1420.
+
+De Schieringers hij Catse geslagen. Schotanus noemt ook te Catze,
+aan een plaets geheeten Palesloot: Petr. Thab. ter Colze. Volgens
+Amersf. en Visser moet men waarschijnlijk hierdoor den omtrek van
+Koudum verstaan. Winsem. en Emmius plaatsen ook den slag omtrent
+Palesloot, tusschen Hindeloopen en Molkwerum, op de kaart van Schotanus
+nog aangeduid, zoo als ook de Fokke-graft of Fokke-sloot, uit het
+Slootermeer komende, en waarin Fokko, na zijne nederlaag bij Slooten,
+die op zijne overwinning volgde, eene groote busse of stuk kanen,
+door hem uit Groningen medegenomen, zinken liet.
+
+
+Bl. 117.
+
+In den jaare 1421. Ook in dit jaar braken de Groningers met Sikko
+Sjaerdema, Hoveling te Franeker, Hoofd der Schieringers. Zij
+beschuldigden hem heimelijk den Graaf van Holland, Hertog Jan van
+Beijeren, te zijn toegedaan, en met de vijandelijke vrijbuiters te
+heulen--namen twee schepen met hout geladen, aan de kerk te Franeker
+toebehoorende, weg, en zes Franeker burgers gevangen. Zij dreigden
+hem te zullen belegeren, indien hij niet te Groningen kwam om zich te
+verantwoorden, of zijnen twaalfjarigen zoon als gijzelaar zond. Tot
+dit laatste werd hij genoodzaakt, deels voor zijne overeenkomst,
+deels voor de betaling eener door deze Vetkoopers uitgeschrevene
+schatting van 1000 schilden over de Schieringers, tusschen Stavoren
+en Gerkesbrugge. Sjaerdema kwam zelf te Groningen en verantwoordde
+zich, weshalve hij zijnen eenigen zoon terug begeerde. Men beloofde de
+terugzending, dan men hield geen woord. Daarop zond hij een vertrouwd
+vriend, om het kind af te halen, die het vond aan een ijzeren keten
+gesloten, waarmede hij in eene kamer kon rondwandelen; doch ook deze
+moest onverrigter zake terugkeeren. Nog in hetzelfde jaar overleed
+de knaap, volgens voorgeven, aan de pest: doch men vermoedde, dat
+de Groningers hem hadden omgebragt; in het volgend jaar stierf zijn
+vader. Zie Westendorp, Jaarb. op 't jaar 1421, en de aangehaalde
+Schrijvers. F. Sjoerds, Jaarb. IV. 447.
+
+
+Bl. 120.--Ao 1434.
+
+Het Stapelrecht. In 't jaar 1430 vinden wij het eerst hiervan
+betrekkelijk Groningen vermelding. Het woord Stapel, eigenlijk een
+staf, stok of stut beteekenende; is ook een hoop van dingen, die op
+een afzonderlijk steunsel opgehoopt of gestapeld zijn. Vervolgens
+heeft stapel overdragtelijk de beteekenis van een hoop koopwaren,
+die op eene bijzondere marktplaats opgestapeld waren, en eindelijk
+van de markt of verkoopplaats zelve. Aldaar moesten zekere van buiten
+inkomende goederen ter verkoop aangeboden, voor een tijd opgestapeld
+en bij gebrek aan koopers vertold worden. Dordrecht, Middelburg
+en andere steden waren in het bezit van het Stapelregt der wijnen
+enz. Zeer verschillend was dit regt op onderscheidene plaatsen,
+en bepaalde zich tot allerhande koopwaren.
+
+
+Bl. 122-123.
+
+In den jaare 1453-1454. Over deze gebeurtenissen is verschillend
+geschreven, en men heeft het bij waarschijnlijkheid moeten laten
+blijven. Verg. S. Jarichs, Beninga en Emmius.
+
+
+Bl. 128.--Ao 1478.
+
+Haijo te Westerwolde. Hajo Addinga van Westerwolde had eed en hulde aan
+den Bisschop van Munster gedaan, en volgde zijnen vader in het leen
+van Westerwolde op. Hij was een wreedaardig en woest mensch, roofde
+en verkwistte met zijne trawanten, plaagde zijn volk, en wie hem niet
+ter wille was werd gekluisterd, gepijnigd en gemarteld op allerhande
+wijze. Den Priester van Onswedde, die hem zijn slecht gedrag verweet,
+liet hij, de handen op den rug gebonden, aan den staart eens paards
+voorgesleept, dus vaneen trappen en verscheuren. Een ander Priester
+werd daarna ook jammerlijk om het leven gebragt, en zoo pleegde hij
+vele gruwelen. Zie West. op 't jaar 1477.
+
+
+Bl. 129.--Ao 1486.
+
+Rudolf Agricola. Dezen, in zijnen tijd zoo vermaarden man, noemde men
+den hersteller der Wetenschappen in het Duitsche Rijk, den grootsten
+redenaar van zijnen tijd, den eersten Duitschen Hoogleeraar in de
+Grieksche, Latijnsche en Hebreeuwsche talen; dengenen, die door geenen
+geleerde, ook zelfs van Italië, werd overtroffen; eene ster der eerste
+grootte. Westend. Jaarb. II. 645.
+
+
+Bl. 129.
+
+In den jaare 1487. Dit doelt op 't zoogenaamde Bier-Oproer. De
+Regering van Leeuwarden had, op aandrang der burgerij, op nieuw
+eene ordonnantie afgekondigd, waarbij het gebruik van het geliefde
+Haarlemmer Bier, Kuit genaamd, verboden, en alleen het in de stad
+gebrouwen bier werd toegelaten. Eenige landlieden overtraden dit gebod,
+waardoor tusschen hen en de brouwers, ondersteund door de burgers,
+een gevecht ontstond. De landlieden, de minsten zijnde, namen de vlugt
+op 't Amelandshuis, destijds de stins van den Schieringer Pieter
+Cammingha, hetwelk met overmeestering en plundering bedreigd werd,
+daar Cammingha de gevlugte landlieden aan hunne vervolgers niet wilde
+overgeven. Het gerucht hiervan bragt de Schieringers in Ooster- en
+Westergo spoedig tegen het Vetkoopersgezinde Leeuwarden op de been,
+die vervolgens deze stad innamen. Meester Pieter Sybrands Auckama,
+bijgenaamd Pinckert, Olderman der stad, sneuvelde in dit gevecht [188].
+
+Dat het Haarlemmer Bier destijds een artikel van veel belang was,
+blijkt onder anderen ook uit het door Winsemius op 't jaar 1480
+vermelde sprookje, (dus te schrijven):
+
+
+ De Leidske Lape,
+ In Harlimmer Tape,
+ In schiere iel
+ Bringt Frieslân yn'e wiel.
+
+
+»Het Leidsche laken, Haarlemmer bier (Kuit genaamd) en Schieraal, helpt
+Friesland in den grond." Verg. hierbij Wassenbergh, Taalk. Bijdr. tot
+den Frieschen Tongval, II. St, bl. 17, noot f en bl. 156. Vol van bier
+zijn, te bier gaan, boven zijn bier zijn en dergelijke uitdrukkingen
+waren in dien tijd, zoowel in Holland als Friesland, algemeen, daar
+het bier een algemeene drank was, en de kracht daarvan, bij den
+overmatigen drinker, een bierroes ten gevolge had.
+
+
+Bl. 130.--Ao 1490.
+
+In dit zelve jaar is de wijdberoemde Wesselius Ganzevoort. Hij werd
+geboren te Groningen in 1419, en overleed 1489. Deze hoogst vermaarde
+en geleerde man, was ook een der edelste kweekelingen van de stichting
+der Broederschap van Gerard Groote. Zijne verlichte denkwijs vooral
+werd zeer geroemd, zoodat Luther zelf getuigde: »Indien ik vroeger
+de werken van Wessel gelezen had, zouden mijne vijanden mogen
+vooronderstellen, dat ik alles uit zijne schriften geput had. Het
+geeft mij vreugde en kracht, en ik twijfel niet meer aan de waarheid
+van hetgeen ik leer; wanneer ik tusschen hem en mij eene volslagene
+overeenstemming van gedachten en zelfs van woorden bespeur."
+
+In de bestrijding van bijgeloof en dweepzucht kent men dezen man, boven
+Erasmus zelfs den voorrang toe, terwijl in al zijn streven tot dit
+doel, hij eene waarheidsliefde en eene zedelijke kracht ontwikkelde,
+voor welke Erasmus niet vatbaar was. Als letterkundige, wijsgeer,
+godgeleerde en geneeskundige was hij bijna even groot; zijne matige
+leefwijze stak bijzonder af bij de zwelgerij en dronkenschap van
+vele geleerde tijdgenooten, waardoor hij dan ook tot zijn zeventigste
+jaar eene sterke gezondheid genoot. Hij reisde de wereld door, om den
+schat zijner reeds verkregene kennis te vermeerderen, en daarvan ten
+nutte der wereld dubbelde renten uit te deelen. Van Paus Sixtus, wiens
+vriend en lijfarts hij was en die hem tot bisschop wilde verheffen,
+verzocht hij alleen de gunst, om de Handschriften van eenen Griekschen
+en Hebreeuwschen bijbel te mogen bezitten. Zijne laatste levensdagen
+sleet hij in 't klooster der adellijke maagden te Groningen, in hetwelk
+hij overleed. Zie zijne leerstellingen kortelijk aangeteekend bij
+Westendorp, Jaarb. op den jare 1489; en verg. de Verhandeling over
+de Broederschap van G. Groote, door G. H. M. Delprat, bl. 79-81,
+112 en Bijl. VII.
+
+
+Bl. 131.
+
+In den jaare 1492. Men vergelijke op dit en de twee volgende jaren,
+West. Jaarb., die daarmede het derde Tijdperk en het tweede Stuk van
+zijn werk eindigt, waarmede hij den beoefenaren der Geschiedenis eene
+gewigtige dienst heeft bewezen, Petr. Thab. op dezelfde jaren.
+
+
+Bl. 133.--Ao 1496.
+
+Onder den Oversten Fox. Nittert of Nuttert Fox, volgens Gabbema
+in Frankenland geboren, was bevelhebber van eene bende de Groote
+Garde genaamd. Hij zelf droeg den naam van Grooten Kapitein. Petrus
+van Thabor vermeld hem als Joncker Voecks op 't jaar 1498. Zie het
+Archief van Visser en Amersfoort, I. 74, alwaar mede wordt aangemerkt,
+dat in de middeleeuwen veelal de ellendige gewoonte bestond, dat een
+hoop soldaten, die zeker niet tot de beste lieden behoorden, onder
+een hoofd, door hen verkozen, zich vereenigden, en vervolgens aan den
+meestbiedende, hetzelfde welke zaak hij voor had, zich verhuurden. Zoo
+waren er zelfs benden, die geheel zonder opperhoofd rondzwierven, zoo
+als de in onze Kronijk op bl. 150 vermelden Zwarten Hoop of Saksische
+knechten. Schotanus, Fr. Hist, fol. 419, geeft hem den titel van:
+»Capiteyn van een deel af-gedanckte Companyen, op de grensen van
+Nederlandt omhengelende, op hoope van nieuwe beroerten;"--doch roemt
+hem mede ook als een krijgshaftig en stoutmoedig soldaat. E. Beninga
+maakte op de jaren 1492 en 1499 van Fox melding. In eene noot op
+bl. 362 zijner Hist. van Oostfr. wordt mede, gelijk in onze Kronijk
+op bl. 138, beweerd, dat de plaats, waar hij vechtende stierf, naar
+hem Foxhol genoemd zoude zijn; doch te onregt: want reeds in een
+brief van 1460 komt dit gehucht voor als Vossehol. Zie Tegenw. Staat
+van Stad en Lande, I. 225; Bilderdyk, Gesch. des Vaderl. IV. 316,
+noemt Fox Witterfox.
+
+
+Bl. 138.--Ao 1499.
+
+Den Hoogen Raad enz. Ten tijde van Karel den Grooten schijnt er reeds
+over geheel Friesland eene opperste Regtbank of Hof, misschien wel
+door hemzelven ingesteld, bestaan te hebben en te Franeker geweest
+te zijn, welk Hof nog in 't begin der XV eeuw den naam droeg van dat
+hageste Keijzer riocht to Franeker. Onder de woelende twisten der
+Schieringers en Vetkoopers moest het zijn gezag verliezen, doch bleef
+nog bestaan in die algemeene en hoogere Regtbank, aan welke de vijf
+eerste Grietenijen in Westergo, hare twistgedingen, in het laatste
+ressort onderwierpen. Thans hergaf de Hertog dit Geregtshof zijnen
+ouden luister, door de nieuwe instelling op st. Jacobs dag (24 Julij)
+van 't jaar 1499. Het bestond toen uit 12 Leden, zes Geestelijken en
+zes Friesche Edelen, terwijl de Kanselier Phlug het Voorzitters-ambt
+bekleedde. Op Sjaerdema-slot was het aanvankelijk gezeteld, doch
+werd daarna naar Leeuwarden verplaatst. Men vindt dit alles in het
+breede beschreven in mijne meergemelde Geschiedenis der Kanselarij
+te Leeuwarden. Over de Wetten vergelijke men onder anderen § 4 van
+het Overzigt in 't Friesch Jierboeckjen van 1833, en § 3 van 1834.
+
+
+Bl. 138.--Ao 1500.
+
+Fjouwer lotter-claer enz. Wassenbergh, Idioticon op 't woord Fenne,
+vertaalt deze leus: »vier gelouterde (beproefde, in het water
+onderzochte) klaare Kievitseieren, op den hoek van een aan huis
+geleegen Kamp, in één nest." Zie voorts Epkema, Woordenb. op Finne,
+en Weiland, N. T. Woordb. op Veen.
+
+
+Bl. 142. - Ao 1504.
+
+Weerdenbras. O. van Scharl, op 't jaar 1505, geeft den oorsprong op
+van deze benaming, welke bevestigd wordt bij Schot. bl. 507 en 508,
+die in zijn XIV en XV boek een zeer omstandig verhaal geeft, van
+den strijd met Groningen en wat daartoe betrekking heeft. Ook bij
+Winsemius, Emmius, Petr. van Thabor, Sicco en Eggerik Beninga enz.
+
+Vitus Draaksdorp of Traxdorp, was, bij afwezigheid van Hertog Georg,
+Opperbevelhebber over het krijgsvolk. Verg. Archief van Visser en
+Amersf. II. st. bl. 112; Aantt. op bl. 169.
+
+
+Bl. 146.
+
+In den jaare 1511. Zie Gabbema, bl. 265; Winsemius op dit jaar.
+
+
+Bl. 147, 149.--Ao 1514.
+
+Den 21 van July.--Hier na heeft Graaf Edzard. Verg. Tegenw. Staat van
+Stad en Lande, I. 303, volgg.; Wins. bl. 376 volgg; Schot. XV boek,
+Beninga, III. B. bl. 490; alwaar over de wreedheden der Saksen, de
+misleiding door graaf Edzard en zijne vergelding daarvoor van den
+Gelderschen Hertog in het breede gewaagd wordt. Zie gem. Archief,
+II. bl. 171-176, en de Aantt. daarop; ook het Nabericht van van Rhyn,
+bl. 537.
+
+
+Bl. 150.--Ao 1515.
+
+De zwarte Hoop. Zie Aantt. op Nittert Fox, bl. 431; Petr. v. Thabor
+zegt, dat er verschillende uitleggingen van die benaming zijn, als:
+omdat zij met den Hertog van Brunswijk gekomen waren, of omdat hun
+aangezigt was zwart en leelijk geworden, wegens het lijden van koude
+en overlast in den winter, of uithoofde dat hun bij den dood der
+Hertogen van Brunswijk zwart laken was gegeven, tot teeken van rouw;
+het is mogelijk, dat al het genoemde met elkander tot de benaming
+aanleiding hebbe gegeven.
+
+
+Bl. 150 en 151.
+
+Deze Groote Pier. Gelijk het met vele groote en zeldzame mannen
+gaat, die eene belangrijke rol in hunnen leeftijd hebben gespeeld,
+en daarover verschillend worden beoordeeld, zoo is het ook met Groote
+Pier gelegen. De een noemt hem een roemruchtig held zonder wederga,
+die voor de vrijheid en voor Friesland wonderen deed; anderen
+noemen hem een wreedaardig krijgsman en verachtelijk zeeschuimer,
+die slechts roof en moord beoogde. Wanneer men de geschiedenis van
+dien tijd naauwkeurig gadeslaat, den toestand van Groote Pier en
+zijne bedoelingen beschouwt, daarbij den geest des tijds, de wijze van
+oorlogen, vooral ter zee, het Saksisch despotisme in tegenoverstelling
+van het Friesch karakter, en de laagheid des Hertogen van Gelder in
+aanmerking neemt, dan zal de onpartijdigheid ten voordeele van den
+man moeten beslissen, wiens bedoelingen eerlijk waren, maar wiens
+daden het merk van ruwheid droegen, en door de fortuin begunstigd
+in euvelmoed en woestheid ontaard zijn. Zijn tijdgenoot Petrus van
+Thabor schetst hem in zijn ware licht; woest en onbesuisd van aard,
+maar rond en eerlijk van inborst. Zie het Archief van Visser en
+Amersf. II. 259. In het Gedenks. van Neerl. Heldend. ter Zee van
+Engelbert Gerrits, I. 76 volgg., is de beoordeeling minder juist. Zie
+voorts de schets van Groote Pier en zijne daden in het Mengelwerk der
+Leeuwarder Courant van 11 Maart 1834, door W. Eekhoff zamengesteld,
+en de daar aangehaalde Schrijvers. Op welk eene wijze het zeewezen
+in Friesland bestierd werd, leest men na het aangehaalde werk van de
+Jonge, over het Nederl. Zeewezen, I. 154 volgg. Tot in de XVI eeuw
+was het eene algemeene gewoonte, de gevangenen zonder genade over
+boord te werpen.
+
+
+Bl. 151.--Ao 1515.
+
+Hertog Georg. Aldus werd Friesland als 't ware weder
+verkocht, en, zooveel de Saks vermogt, geleverd voor
+honderd duizend goudguldens. Wagenaar, Vad. Hist. IV. 390, en
+Bild. Gesch. V. 11. maaken er 350,000 van, doch de Acte van afstand
+van den 19 Mei 1515, bij Schwartzenberg in het tweede deel zijns
+Charterboeks voorhanden, spreekt dit tegen. Een Rijnse gulden en een
+Goudgulden hadden ieder 90 cents waarde.
+
+
+Bl. 151.
+
+Karel de Vyfde. Het belangrijkste gedeelte van het Boeck der
+Partijen van Jancko Douwama loopt over de gebeurtenissen onder het
+Saksisch bewind, alsmede over de eerste regeringsjaren van Keizer
+Karel den Vijfden. Men leert hierin die gebeurtenissen in Friesland,
+gedurende dit gewigtig tijdvak, van eene geheel nieuwe en onbekende
+zijde kennen; en al ware het, dat niet al de berigten van Douwama
+volkomen geloof verdienden, zoo blijft het echter, bij de voorhanden
+zijnde bescheiden, meestal onder den invloed van het Bourgondisch
+bewind opgesteld, van het hoogste belang, door zijne tusschenkomst,
+ook eens de gedachten van de andere partij te kunnen vernemen. Zie
+over J. Douwama en zijne geschriften, het Verslag der Handelingen
+van het Prov. Friesch Genootschap, bl. 57 volgg.
+
+
+Bl. 151.--Ao 1515.
+
+Graaf Floris van Ysselstein. Floris van Egmond, Heer van IJsselstein,
+als Stadhouder gehuldigd zijnde, werden er verschillende voorwaarden
+gemaakt. Zie Gabbema, Verh. van Leeuw., bl. 302; Schot. fol. 573,
+en Wins. fol. 431; welke eerste hem ook Floorken dunn'- bier noemt.
+
+
+Bl. 155.--Ao 1520.
+
+Hendrik en Frederik Gaykinga. Belangrijk is het verhaal van Sicco
+Beninga, Chronickel der Vriescher Landen, in de Anal. van v. Nidek,
+bl. 321 volgg.
+
+
+Bl. 158.--Ao 1523.
+
+En Karel de vyfde tot Erfheer. Verg. Cerisier, Gesch. der
+Nederl. II. 420-423; Schot. fol. 621. Na lange en rustelooze woelingen,
+het aanstoken van partijschappen, het voeden van den burgerkrijg,
+en het vergieten van stroomen bloeds, genoot nu Friesland, bewesten
+de Lauwers, met uitzondering van nog eenen inval der Gelderschen,
+eene rust van bijna eene halve eeuw; terwijl de voortdurende onlusten
+te Groningen veel onheils bleven stichten, en de geest van muiterij
+de overhand behield.
+
+
+Bl. 160.
+
+In den jaare 1535. Verg. Wins. fol. 506; Schot. 664 volgg.;
+Egg. Beninga, die echter zeer onvolledig is in zijn verhaal. O. van
+Scharl op 't jaar 1535; Gabbema, Verh. van Leeuwaarden, bl. 365
+volgg. [189]
+
+De Sententieboeken van het Hof van Friesland nagaande, vonden wij
+onder vele vonnissen, bij welke in dit jaar een aantal Wederdoopers
+veroordeeld zijn, om onthoofd te worden, twee derzelve van den 12
+April, houdende veroordeeling, de eene van 31 vrouwen en de andere
+van twee, om verdronken te worden, uithoofde zij: »onlangs bevonden
+zyn in Oldeclooster myt de andere seditieuse ende oproerighe persoonen
+der Secten van de Anabaptisten ende anderen van 't verbundt van dien
+zy adhoererende."
+
+Nog langen tijd daarna moesten er ook in Friesland maatregelen tegen
+de woelingen der Wederdoopers worden genomen, onder anderen blijkbaar
+uit de Brieven en Aanschrijvingen ter voorzieninge van de Landvoogdes,
+Maria van Hongarijen, gerigt aan den President en Raden van het Hof van
+Friesland. Van deze brieven zijn nog eenigen aanwezig in het Archief
+van gemeld Hof, door de Landvoogdes onderteekend, welke niet in het
+Charterboek vermeld zijn. Wij willen hier een' van dezelven overnemen:
+
+
+ MARIA, by der gratie Gods Coninginne
+ Douagiere van Hongryen ende Beemen,
+ Regente.
+
+ »Lieue ende Besundere. Volgende den afscheet ende Resolutie hier
+ onlancx genomen, int bijwesen van v President, beroerende de
+ secten ende ketterien, zoo van wederdooperie als andere dwalingen,
+ die anderwers vpstaen in Vrieslant ende omliggenden landen. Wij
+ schicken jegenwoirdelick aldaer den Deken van sinte Marie tot
+ Vtrecht, Heer Herman Betinatius, ende meester Franchois Zonnius,
+ Domheere aldaer, bede doctueren in den heiligen scriften, bringers
+ van desen, Commissarisen van wegen des hieligen Stoeles van Roome,
+ ende by Keys. Majest. onsen Heere weauctoriseert, om tegens de
+ besmette van den voirsz. secten te Inquireren ende procederen,
+ alsoe behoiren zal, gelijck ghy naeder by de voirsz. Commissarisen
+ sult mogen verstaen. Ende alsoe ons ernstich begeren es, dat
+ tegens de voirsz. ketterien geremedieert ende voirsien worde,
+ beuelen ende ordineren v van wegen zijner Majest., dat ghij de
+ voirsz. Commissarisen Informatie doet geuen, ende hun bericht
+ van tgene deser zaken beroeren mach ende notelick wesen sal:
+ Doende hun voirts alle bijstant ende vorderingen int volbringen
+ van hueren laste v mogelick zijnde; Ende indien ghij eenige
+ ongeregeltheit beuint onder de geestelicheit desselfs lants,
+ sunderlinge in cloisteren ende godshuysen, sult hun sulcx mogen
+ te kennen geuen, ende samentlick daerinne voirsien, alst behoiren
+ sal, volgende den last die zij des hebben, zoe wel van ons, als
+ van den geestelicken ordinarisen. Ende want het zeer oirboirlick
+ waere in desen tijt eenige goede jonghen tonderhouden in die
+ Vniuersiteit van Loeuen, studerende in de heilige scriften,
+ om metter tijt daer vuyt geleerde priesters ende pastoirs in
+ Vrieslant te ouercommen, zult ghij, zoe verre v van node duncken
+ zal, duer de voirmelte Commissarisen sulcx aen den prelaten van
+ Vrieslant laeten versoucken ende de selue onderwijsen, dat zij
+ ende yegelick van hun tot voirderinge der heiliger Religie,
+ ende der gemeene weltvaert des lants daertoe willen verstaen
+ ende contribueren. Lieue ende Besundere, onse heere God zij met
+ v. Gescreuen te Brussele den XVIJen van Octobre 1553.
+
+
+ (get.) MARIE. (onder stond)
+ De Langhe.
+
+
+Het opschrift is: Onsen Lieuen ende Besunderen, den President ende
+Raden des Keysers, geordonneert in Vrieslant.
+
+
+Bl. 163.--Ao 1538.
+
+Vorperus Thaborita, Kanunnik te Thabor. Worp van Thabor, geboren
+omtrent het jaar 1538, wellicht afkomstig van het adellijk geslacht
+Tziaerda, was eerst Pastoor in zijne geboorteplaats Rinsumageest, en
+daarna Prior van 't Reguliere Kanonniken Klooster Thabor, te Tirns bij
+Sneek. Hij schreef in de Latijnsche taal eene kronijk van Friesland,
+in drie boeken verdeeld. Het eerste boek handelt over den oorsprong
+der Friezen en hun Land, en eindigt met de heerschappij van Karel den
+Grooten. Het tweede loopt tot het bestuur der Graven van Holland, en
+het derde eindigt met den tijd zijns levens. Baron v. Schwartzenberg
+heeft vijf afschriften van die kronijk met elkander vergeleken,
+getuigt zeer gunstig van dezelve, en had het plan tot de uitgave
+gevormd. Dit is niet tot stand gekomen, en die uitgave bleef tot
+heden achter, zoodat het wel niet te hopen, maar toch te vreezen is,
+dat met zoo vele anderen, ook dit merkwaardig gedenkstuk der oudheid,
+het licht niet zal gegund worden. In de Voorrede van het II Deel van 't
+Charterboek wordt een uitvoerig verslag van dit Handschrift gegeven,
+waartoe wij den Lezer verwijzen. Aldaar staat ook aangeteekend,
+hoe Schotanus in zijne Friesche Historie, vele bladzijden uit den
+Chronicon Frisiae van Worp, woordelijk vertaald, heeft overgenomen,
+en voor zijn eigen arbeid laten doorgaan.
+
+Een beter lot heeft in het belang der wetenschappen getroffen, het
+geschrift van Petrus van Thabor, in onze kronijk niet vermeld. Deze,
+wiens leeftijd voorviel tusschen de jaren 1460 en 1530, en welke hij
+voornamelijk als Leekebroeder in het klooster Thabor [190] sleet,
+schreef eene uitvoerige kronijk van Friesland, vooral ten doel
+hebbende de gebeurtenissen, gedurende zijn eigen leven voorgevallen,
+met naauwkeurigheid en waarheidsliefde te boeken, in den vorm van een
+Dagboek. Daardoor is dit werk ook belangrijk voor de kennis van den
+inwendigen burgerlijken en zedelijken toestand des Lands, terwijl het
+van bijgeloof, wonderen en duivelskunsten geheel vrij is. De Heeren
+Amersfoordt en Visser, hebben daarvan de Uitgave in het Archief voor
+Vaderl. en Vriesche Geschiedenis bezorgd, en verrijkt met een aantal
+uitmuntende Aanteekeningen, hoofdzakelijk door den eersten bewerkt,
+welke van de kunde en geleerdheid des vervaardigers getuigen.
+
+Door dezen Petrus van Thabor is omstandiger dan elders beschreven,
+de Donia-oorlog, eene der merkwaardigste en treffendste burger-
+en familietwisten, door welke Friesland meermalen werd geteisterd,
+welke geduurd heeft van 1458 tot 1496. Verg. het Archief, I. p. 16-24
+en de Aanteekeningen, alsmede de aanmerkingen van den Heer van Halmael,
+benevens het antwoord daarop van den Heer Amersfoordt, in de Leeuwarder
+Couranten van 14 en 21 Junij 1831; 3, 10, 17 April en 1 Mei 1832;
+welke stukken voor de geschiedenis van te veel waarde zijn, om niet
+in een beter en duurzamer vorm te worden overgegoten.
+
+
+Bl. 166.--Ao 1559.
+
+Regnerus Predrinus of Reinier van Winsum, geboren 1508, was een
+zeer geleerd en verdienstelijk man en een der leerlingen uit het
+Fraterhuis. Zijne gehoorzaal was met een toevloed van leerlingen
+opgevuld, met welken hij de schriften van Plato, Aristoteles,
+Demosthenes, Cicero en Quinctilianus behandelde. Gansche scharen uit
+Oost- en West-Friesland, Braband, Vlaanderen, Duitschland, Frankrijk,
+Italië, Spanje en Polen kwamen tot hem over, en vormden als het ware
+eene Hoogeschool rondom hem. Kort na zijnen dood, in 1563, verdween
+de gansche stichting der Broederschap. In 1582 deed de Regering eene
+poging, om haar te doen herleven, door de aanstelling van Antonius
+Folcard of Folkerts van Boornbergum, tot Overste, doch dit besluit werd
+niet uitgevoerd. De oprigting der Hoogeschool in Groningen, in het jaar
+1614, gaf deswege eene nieuwe schadeloosstelling. Reeds in den aanvang
+der XVI eeuw begon die Broederschap voor de Hervorming van Luther te
+wijken: de minachting voor de kloosterinrigtingen deed haar in die
+oorden te niete gaan; maar in andere gewesten werd zij verdrongen
+door eene veel magtiger orde, die met gesloten gelederen overal eene
+Broederschap vervolgde, welke immer daarop roem kon dragen, dat zij
+noch dezelfde verdedigingsmiddelen, noch dezelfde wapens kende. Het
+waren de Jezuiten, die zich in hunne plaats stelden. Delprat,
+Verh. over de Broederschap van G. Groote, bl. 117 en 186.
+
+
+Bl. 169.--Ao 1566.
+
+Waar op in 't Latyn stond. Moet zijn in 't Fransch. Zie over
+de Geuzennapjes v. Alkemade. Displegt. II. 459 en van Loon,
+Ned. Hist. Penn. I. 82. In het algemeen waren de nappen eigenlijk
+uitgeholde houten bakken van middelmatige grootte, welke dienen moesten
+om eenig vocht in zich te houden. Zij waren, zoowel als de bedelzakken,
+het kenteeken der bedelaars, en werden door dezen gebruikt, om er de
+soep in te ontvangen, welke hun aan de kloosters werd uitgereikt,
+wanneer zij het godsdienstig onderwijs genoten hadden. Tot gebruik
+over tafel, om er elkander den dronk uit toe te brengen, afgezonderd
+zijnde, zijn de nappen natuurlijk tot napjes gebragt. Collot d'Escury,
+Holl. Roem, II. A. 111.
+
+
+Bl. 170.--Ao 1567.
+
+En een schip met Edelen. Breedvoerig vindt men dit verhaal bij
+Wins. fol. 538; verg. Gabbema, Verh. van Leeuw. bl. 493.
+
+
+Bl. 172--Ao 1568.
+
+Waarom Arenberg--op Graaf Adolf los rende. Dat de beide Graven door
+elkanders handen zouden zijn gesneuveld, wordt door van Meteren en
+anderen tegengesproken, hoezeer er eene oude overlevering is, welke
+dit vermeldt, en door onze kronijk schijnt gevolgd te zijn. Het is mij
+ook voorgekomen, dat de Schrijver of Schrijvers van It aade Friesche
+Terp zich op vele plaatsen niet van de beste bronnen hebben bediend,
+dan het ligt niet in ons plan, over de verschillende gebeurtenissen
+breedvoerig uit te weiden, en de gebreken allen aan te wijzen, waardoor
+wij het bestek dezer Aanteekeningen verre zouden overschrijden. Men
+vergelijke over dit geheele tijdvak den Tegenwoordige Staat van Stad
+en Lande, I. Deel.
+
+
+Bl. 174.--Ao 1568.
+
+Den 7de van December. Niet in December 1568 is dit gebeurd, maar in
+het begin van Herfstmaand 1566: want reeds in 1567 werd de Roomsche
+godsdienst weder hersteld, en in 1570 zond Alba Cunerus Petri als
+Bisschop naar Leeuwarden, alwaar hij den 1 Februarij op nieuw de kerken
+inwijdde, en de getrouw geblevene gemeente inzegende. Zie Gabbema,
+Verh. van Leeuw. bl. 457, die den 7 of 16 van Wintermaand noemt,
+gelijk ook Wins. en Schot. schrijven, terwijl September moet worden
+gesteld. Verg. ook ten dezen het Iets over de Kerken, kloosters en
+voormalige gasthuizen binnen Leeuwarden, van den Heer van Halmael,
+geplaatst in het Mengelw. der Leeuward. Courant van den 14 Augustus
+1832.
+
+
+Bl. 178.--Ao 1574.
+
+Casper Robles. Verg. de Inleiding van mijn Tafereel van den Watervloed,
+bl. XLI en XLII; Scheltema, Staatk. Nederland, II. 250 en de
+aangehaalde Schrijvers; Outhof, Verhaal van alle hooge Watervloeden,
+bl. 535; Dumbar, Analecta, III, in hetwelk door Reinico Fresinga
+van Frennicker (zoo als hij zich onderschrijft), in diens Memorien,
+ook een cort verhaal van Billys gelegentheyt wordt gegeven [191]. De
+beschrijving in 't Latijn, over de daden van de Robles in Friesland
+bedreven, door Johannes Carolus, uitgegeven te Leeuwarden 1731, door de
+zorg van den beroemden Petrus Wesseling, loopt slechts over een kort
+tijdsbestek, en is met eene scherpe pen geschreven [192]. Zie voorts
+Gabbema, Verh. van Leeuwaarden, bl. 534; Wins. Historiae, L. III,
+en Chron. XVI boek. Over het Kolonels- of Roblesdiep, Tegenw. Staat
+van Friesland, II. 228.
+
+
+Bl. 181.--Ao 1576.
+
+Joachim Hopperus. Deze zeer vermaarde man werd in den jare 1523 te
+Sneek geboren, uit een edel geslachte, bekleedde gewigtige ambten, werd
+de stichter der Hoogeschool te Douaij, en behaalde als Regtsgeleerde
+hoogen roem. Als Staatsman echter was hij te veel hoveling, om,
+naar der Friezen aard, als zoodanig door hen op hoogen prijs te
+worden gesteld. Men geeft hem zelfs na, dat de spotvogels hem met
+den bijnaam van Oui, Madame! bestempelden, daar hij de Landvoogdes
+in den Raad nimmer zoude tegenspreken. Hij was echter om zijne
+groote kundigheden teregt zeer beroemd; en men mag nooit uit het
+oog verliezen, dat hij in zijne hooge betrekkingen altoos, vooral
+in dien tijd, op een zeer gevaarlijk standpunt was geplaatst. Zeer
+waardig is aan hem en zijne geschriften herdacht door den geleerden
+Gabinus de Wal, in zijn klassiek werk: Oratio de claris Frisiae
+Jurisconsultis, pag. 27 van de Oratie, 90 volgg. der Aanteekeningen,
+en 428 der Bijvoegselen. Verg. Scheltema, Staatk. Nederl. I. 492;
+Wins. fol. 599. In de Nalezingen op Wagenaar van van Wyn zijn vele
+bijzonderheden uit de brieven van Hopper te vinden, en van zijn leven
+is eene goede beschrijving aanwezig in de Levens van Nederl. Mannen
+en Vrouwen, IV Deel. Onze voornaamste Geschiedschrijvers hebben van
+zijne schriften gebruik gemaakt. Zijne brieven aan Viglius, welke
+de Antwerpsche Bisschop, de Nelis, heeft laten drukken, en daarna
+uitgegeven zijn, zijn hoogst belangrijk voor de geschiedenis. In
+de bibliotheek te Brussel bevinden zich nog een aantal andere
+oorspronkelijke brieven van hem en Viglius, in hunne landtaal
+geschreven, bevattende vele zaken, welke zij elkander in 't geheim
+wilden mededeelen. Zie de Wind, Bibliotheek, II. 172.
+
+
+Bl. 181.--Ao 1576.
+
+Ook overleed in dit zelve jaar, te Gent, Viglius Swichemius ab
+Aita. Een groot aantal geleerde en kundige mannen hebben zich van tijd
+tot tijd bezig gehouden, met het beschrijven van het leven en de daden
+van den wijdvermaarden Fries, Wigle van Aytta van Zwichum, den 19den
+van Wijnmaand 1507, op de State Barahuis [193], onder den dorpe Wirdum
+geboren, uit eene der oudste en aanzienlijkste Friesche geslachten,
+en gestorven den 8 van Bloeimaand 1577 binnen Brussel. Onder deze
+geschriften verdient bijzondere opmerking, de uitmuntende Redevoering
+van den Amsterdamschen Rector van Ommeren, in welke (gelijk de Ridder
+Scheltema te regte vermeldt [194]), het karakter van Viglius van
+de beschuldiging van zwakheid en ongelijkmatigheid meesterlijk is
+vrijgepleit [195].
+
+Ook het uitstekend en krachtvolle Verhaal van het leven en de daden
+van Vigle van Ayta, door Mr. A. Telting met oordeel en verstand
+zamengesteld, plaatst den grooten man in een helder daglicht,
+en geeft hem de verdiende eere [196], hoezeer anderen een minder
+gunstig oordeel over hem hebben geveld. Verg. hierover Holland's
+Roem in Kunsten en Wetenschappen door den Baron Collot d' Escury,
+II. 23 en Aantt. bl. 69. Deze Schrijver maakt tevens gewag in de
+Aanteekeningen op zijn eerste Deel van den glazen beker, door Viglius
+aan Keizer Karel toegebragt, toen deze Utrecht bezocht heeft, en welke
+naderhand op vele gastmalen gebruikt werd, wanneer men hem al drinkende
+ronddraaide, om met de lippen dezelfde plaats te treffen, als die de
+Keizer had aangeroerd. Op dezen beker, van dik bruin glas, thans in
+bezit van Z. E. den Minister van Maanen, heeft Anna Maria Schurman
+met een diamant het volgende geschreven en met haren naam onderteekend:
+
+
+ Viglius Zuichemius.
+
+ Al ben ik duister,
+ De naam geeft luister.
+
+
+Zie v. Alkemade, Displegtigh. II. 528. Uitvoerige melding van
+Viglius en zijne geschriften vindt men in de aangehaalde Oratie
+van den Hoogleeraar de Wal, bl. 31, 103, 430 volgg. Verg. de Wind,
+Bibliotheek, II. 188.
+
+
+Bl. 182.--Ao 1577.
+
+Waar op de Graaf van Rennenberg. Georg van Lalaing, Heer van Velle
+en Graaf van Rennenberg, gesproten uit een der aanzienlijkste en
+oudste stamhuizen van Henegouwen, reeds in de XII eeuw bekend, was
+een man van grooten aanleg en kunde. Tot Stadhouder van Friesland,
+Groningen en Overijssel benoemd, bekleedde hij in den aanvang
+het Staatsambt met wijsheid en matigheid, doch later schandvlekte
+hij zich zelven in 's Lands geschiedenis als eenen verrader. De
+verdienstelijke Rijks-Archivarius de Jonge [197] vermeent, dat hij
+welligt door onze Voorvaderen, om deze daad, zonder inachtneming
+der omstandigheden, te streng veroordeeld; doch wanneer wij bij
+den uitmuntenden Geschiedschrijver A. Kluit, in diens Historie der
+Hollandsche Staatsregering (I. 176, noot), lezen, dat, hoezeer de ware
+staatkundige redenen van den afval van Rennenberg, niet zoo zeer bekend
+zijn, men het echter, naar aanleiding zijner eigenhandige brieven,
+aan zijne vrienden geschreven, daarvoor moet houden, dat die redenen
+gelegen waren in jalouzij op Nassau en bevordering van eigen grootheid;
+hoe zal men dan nog voor zulk een boos en misdadig opzet, in een
+Bestuurder des Lands, middelen ter verdediging kunnen vinden? Zijn
+karakter vinden wij juist beschreven door een zijner tijdgenooten,
+die de meeste gebeurtenissen zelf heeft bijgewoond, en wel tot de
+Staatsgezinde partij behoorde, dan met onpartijdigheid een uitgebreid
+verhaal van de jaren 1576 tot 1582 heeft gegeven. Dit is de Franeker
+Burgemeester Renico of Rienk Fresinga, hier voren gemeld, wiens
+boeksken vooral over dit tijdvak belangrijk is [198]. De onsterfelijke
+Hooft geeft navolgende uitnemende karakterschets van den Graaf:
+
+»Hij was geweest een Heer, eedelaardigh, milddaadigh, heusch
+en minlyk van zeeden; verfoeyer van wreetheit, geweldenaary, en
+dronckenschap; betrachter der krystught, en lief den landzaaten,
+zonder nochtans de gunst der soldaaten te verliezen, mits de zorghe
+die hy voor hunne betaaling droegh; hier beneevens versiert met meer
+dan gemeene geleertheit; welgeoeffent in de Grieksche, Latynsche,
+en andere taalen; zeer zoet op de wiskonstighe weetenschapen,
+inzonderheit de maatzang. Al dat 'er in te berispen scheen, was een'
+blaakzuchtighe ruimborstigheit in 't houden van hof en disch, booven
+zijn' inkomst; een toegeeven aan zyn' geneigtheit tot vrouweeren;
+opstyghing van moedt, als 't geluk hem meede; stryking, als 't
+hem teeghen liep; en 't ontzuivren van zyn' eer en gewisse met
+verandering van parthy. Eevenwel om de kosten zynes staatvoerens te
+vergelden, schrobd' hy nooit de gemeente, en stak maar eighe middelen
+af. Zyn' boelaadjen beleidd' hy zoo heimelyk, dat ze ten minste geen'
+arghernis baarden. Onbestendigheit in voor- en teeghenspoedt is de
+zeldzaamste der menschelijke zwakheeden niet. Zyn' trouwbreuk strekte
+eenen naaghel aan zyn' doodkist, en werd geboet met een berouw dat
+zyn' ziel doorsneed: 't en zy hem 't quaalyk beslaaghen meer dan
+'t misdryf gezeurt heeft. Oover Groninge, zeeker, in zyn' ziekte,
+riep hy dikwyls, wenschende 't nooit gezien te hebben. Ook verbood hy
+in de laatste daaghen, zyn' zuster Kornelia, als het dwaallicht dat
+hem verleidt had, onder zyn' ooghen te koomen. De gemelde deughden,
+en fraayigheden naa deughd zweemende, deeden hem beklaaghen, zelfs van
+zyn' meeste vyanden, dien 't jammerde dat hy tot dien val geraakt was."
+
+Verg. Schot. Fr. Hist. bl. 810 volgg., bij welken Schrijver
+men op bl. 884 deze karakterschets wedervindt, er (uit Fresinga)
+bijvoegende, dat zijne zuster Kornelia hem ook had bekoord en gevleid,
+met het uitzigt op een huwelijk met Maria van Brimeu, Gravinne van
+Megen, weduwe van Lancelot Barlaimont, hetwelk echter mislukte. Zie
+Wins. Chron. XVIII Boek; Histor. p. 544; J. Bosscha, Neêrl. Heldend. te
+Land, bl. 257, 265, 266; welke laatste zijnen afval toeschrijft,
+aan gemoedelijk bezwaar en ontzag voor de Katholijke kerk.
+
+
+Bl. 191.--Ao 1580.
+
+Merode, Heer van Rummen. De geschiedenis getuigt van hem als van
+een edel, eerlijk en standvastig voorstander der vrijheid, getrouw
+voor de goede zaak, dapper in den krijg, en wiens verkregen roem,
+door zijn verstandig stadhouderlijk bestuur in Friesland is staande
+gehouden. Er is nog in geschrifte van dien tijd, aanwezig een
+Journaal van voorgevallene saacken in Friesland, enz., geholden
+bij Bernard van Meroode, Stadholder,--van den 7 Julij 1580 tot den
+12 Junij 1583: aan de achterzijde op den pergamenten omslag staat:
+Prothocol de la Secretairie du Gowerneur de Frise. Dit belangrijk
+Handschrift onderzoekende, bevond ik dat hetzelve bevatte vele
+Commissiën, Instructiën, Resolutiën, Ordonnantiën, bijzonder voor
+de Hoofden der Krijgsmagt en voor de burgerlijke Besturen; voorts
+Paspoorten, Sauvegardes, Brieven aan Vorsten en Edelen, Requesten,
+Plakkaten en andere Staatsstukken, van welke slechts zeer weinigen in
+het Charterboek van Schwartzenb. voorhanden zijn, en wel alleen die,
+welke te vinden waren in de Leeuwarder Plakkaatb.
+
+In 1583 verzocht Merode, uit hoofde van zijnen hoogen ouderdom, om de
+gedurige onrust der tijden, de twist en tweedragt om het Meesterschap
+tusschen de Staten en het Hof, en omdat de Edelen geen ontzag voor
+hem hadden, zijn ontslag, en verkreeg zulks op eene zeer vereerende
+wijze. Zijne Commissie van den Prins van Oranje, om in zijnen naam
+Friesland te besturen, is van den 17 Junij 1580, Chartb. IV. 172;
+Wins. fol. 670. Verg. Leven van Willem I, door L. F. de Beaufort,
+XI Boek. Bernard van Merode en zijn broeder Willem behoorden tot
+de eersten, die onder den Prins dienst namen, en in het veld door
+dapperheid en wijs beleid uitmuntten. Dit geslacht heeft aanzienlijke
+bezittingen in de Provincie Noord-Braband, doch behoorde van overouden
+tijd tot den Belgischen Adel. Verg. J. Bosscha, Neêrl. Heldend. te
+Land, bl. 243.
+
+
+Bl. 196.--Ao 1584.
+
+Wij laten hier volgen een kort overzigt van de Stadhouders van
+Friesland, uit het Huis van Nassau:
+
+
+WILLEM LODEWIJK.
+EERSTE STADHOUDER.
+
+Willem Lodewijk, Graaf van Nassau, was de zoon van Johan den Ouden,
+Graaf van Nassau-Dillenburg, Broeder van Willem I. Hij werd geboren
+op den 13 Maart 1560; huwde in den jare 1587 Prinses Anna, Dochter
+van zijnen Oom Willem I, verwekt bij diens tweede Gemalinne Anna van
+Saksen [199]. Slechts ruim zeven maanden duurde deze echt, daar de
+Prinses in den jare 1588 ten huize van Julius van Botnia, een der
+voornaamste Friesche Edelen, ijveraar voor vrijheid en godsdienst,
+in den ouderdom van 26 jaren te Franeker is overleden. WILLEM zelf
+is den 31 Mei 1620, ten gevolge eener beroerte binnen Leeuwarden
+gestorven; zoo men verhaalt, terwijl hij bezig was zijnen Neef Maurits
+bij geschrifte te raadplegen, wat hem te doen zou staan, indien eens
+Maurits, zonder behoorlijke schikkingen te hebben gemaakt, door een'
+plotselingen dood werd overvallen.
+
+In 1583, in de plaats van Merode gesteld zijnde, werd hij op den
+16 October 1584 door de Staten van Friesland, op den Landsdag te
+Franeker, tot absoluut Stadhouder en Gouverneur over dat Gewest,
+verkoren, nadat men plegtig den Koning van Spanje afgezworen had.
+
+Hij was een voortreffelijk Vorst, een dapper en bekwaam krijgsman, een
+voorstander van de godsdienst, en, hoewel deelende in de kerkelijke
+scheuring, meer gematigd dan Prins Maurits. Loffelijk getuigen
+Ubbo Emmius, van Reijd en Willem van Haren van zijne krijgskundige
+verdiensten en grondige kennis, zoowel der theorie als praktijk. Als
+beminnaar en hoogachter van letteren en geleerdheid, erkent men in hem
+den Stichter der Friesche Hoogeschool, welke, zoowel als de geheele
+Provincie, die door hem weder in rust gebragt werd, zijne bijzondere
+bescherming heeft genoten. Ook aan hem mag de eer worden toegekend
+van de oprigting der Groninger Akademie.
+
+Hij regeerde van 1584 tot 1620.
+
+
+ERNST CASIMIR.
+TWEEDE STADHOUDER.
+
+Ernst Casimir, Graaf van Nassau, Broeder van Willem Lodewijk, werd
+diens Opvolger in het Stadhouderschap over Friesland. Hij was geboren
+den 22 of 24 December 1573, trouwde in den jare 1607 met Anna Sophia,
+dochter van den den Hertog Julius van Brunswijk, welke Prinses in
+1642 is overleden. Uit dit huwelijk zijn twee zonen en twee dochters
+geboren, welke laatsten jong en ongehuwd overleden zijn; de beide
+zoons, Hendrik Casimir en Willem Frederik, zijn hem in de regering
+opgevolgd. Na een aantal gewigtige zendingen ten dienste van den Staat,
+werd hij eerst Stadhouder van Friesland, en daarna door Groningen
+en Drenthe in die waardigheid erkend. In vele krijgsverrigtingen
+muntte zijn beleid en dapperheid bijzonder uit; doch in het beleg van
+Roermonde, op den 2 Junij 1632, trof een vijandelijke musketkogel,
+terwijl hij de loopgraven bezigtigde, zoodanig zijn hoofd, dat hij
+na verloop van drie uren daarna den geest gaf. Als staatsman vond
+ik hem niet bijzonder vermeld: in het kerkelijke bezat hij minder
+gematigdheid dan zijn broeder.
+
+Hij regeerde van 1620 tot 1632.
+
+
+HENDRIK CASIMIR I.
+DERDE STADHOUDER.
+
+Hendrik Casimir I, Graaf van Nassau, oudste Zoon van Ernst Casimir
+en Anna Sophia, werd in den jare 1611 geboren en is niet gehuwd
+geweest. Men roemt hem als een dapper held, wiens leven in velerlei
+krijgstogten werd gesleten, terwijl een schoon getuigenis wordt gegeven
+van zijn godsdienstig, standvastig en braaf karakter. Zelfs zijner
+wederpartij dwong hij zoodanige hoogachting af, dat een vijandlijk
+Officier bij 's Vorsten doodberigt had uitgeroepen: »Nu is de braafste
+Kapitein in Nederland gestorven!" Onder de beroerten in Friesland
+in 1635 bewees hij ook dat Gewest groote diensten. Bij de belegering
+van Hulst en Brugge trof hem een pistoolschot in den rug, welke wonde
+hem op den 12 of 13 van Hooimaand 1640 den dood veroorzaakte.
+
+Hij regeerde van 1632 tot 1640.
+
+
+WILLEM FREDERIK.
+VIERDE STADHOUDER.
+
+Willem Frederik, Graaf of Prins van Nassau, jongste Zoon van Ernst
+Casimir, werd te Arnhem op den 7 Augustus 1613 geboren, en trad den 2
+Mei 1652 in den echt met Albertina Agnes, Dochter van Frederik Hendrik,
+Prins van Oranje. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren: Prinses
+Amelia, met den Hertog van Saksen-Eysenach getrouwd; Sophia Hedwich,
+omtrent derdehalf jaren oud gestorven, en Hendrik Casimir. Willem
+Frederik verlangde zijnen Broeder Hendrik op te volgen als Stadhouder
+van Friesland, Groningen en Drenthe, doch Frederik Hendrik, begeerde
+over al de gewesten te heerschen. Hierover ontstond geschil, en beide
+namen hunne maatregelen om tot hun doel te geraken. Willem Frederik
+werd door de Staten van Friesland tot Stadhouder, en Frederik Hendrik,
+door die van Groningen en Drenthe verkozen. Gelijk alle twisten
+tusschen hooge personen nadeelig werken voor Land en Volk, had ook dit
+geschil buitendien voor den Vorst zeer onaangename gevolgen: want de
+magtiger Frederik dwong zijnen mededinger tot menige vernedering. Op
+eene noodlottige wijze verloor hij het leven: want bij het beproeven
+van een zadelpistool, zullende dienen op zijne voorgenomene reis naar
+Westfalen, ging het schot af, en trof hem dermate in het aangezigt,
+dat hij drie dagen daarna overleed. Dit was op den 21 October 1664,
+terwijl de Stadhouder te Leeuwarden resideerde.
+
+Hij was een bekwaam krijgsman, bedreven in staatszaken en van karakter
+uitstekend: daarenboven een beoefenaar en hoogschatter der Letteren,
+waarvan de Hoogleeraar Ulrik Huber getuigt, dat de werken van Tacitus
+en Seneca, zoowel des nachts als des daags door den Prins werden
+gelezen, en in het geheugen geprent. De Franeker Hoogeschool verloor
+in hem eenen sterken voorstander en verdediger.
+
+Hij regeerde van 1640 tot 1664.
+
+
+ALBERTINA AGNES.
+VOOGDESSE.
+
+Albertina Agnes, Prinses van Oranje, in 's Gravenhage op den 29
+April 1634 geboren, had gedurende den tijd der voogdijschap over
+haren zoon Hendrik Casimir, die nog geen acht jaren oud was bij den
+dood zijns Vaders, het bestuur over dit Gewest, en verwierf zich
+veel gezag bij de Friezen. Zij was eene verstandige, beminnelijke en
+zeer godsdienstige vrouw; eene voortreffelijke echtgenoot, en eene
+waardige en zorgvuldige moeder voor hare kinderen, welke zij allen,
+voor zich ten grave zag dalen. Den 24 Mei 1696 overleed zij op hare
+lustplaats, het Oranjewoud, alwaar zij een geruimen tijd van haren
+weduwlijken staat had doorgebragt.
+
+Zij regeerde van 1664 tot 1679.
+
+
+HENDRIK CASIMIR II.
+VIJFDE STADHOUDER.
+
+Hendrik Casimir II, Prins van Nassau, eenige Zoon van Willem Frederik
+en Albertina Agnes, werd geboren op den 18 Januarij 1657. Op zijn
+vijftiende jaar legde hij als Stadhouder den eed af, welke waardigheid
+drie jaren later door de Staten van Friesland, Groningen en Drenthe,
+voor zijne mannelijke nakomelingen, erfelijk verklaard werd. Op zijn
+22 jaar echter kreeg hij eerst het Stadhouderlijk bewind alleen in
+handen. Den 16 November 1683 trad bij in den echt met Amelia, Prinses
+van Anhalt-Dessau, Dochter van Johan Georg II, waarmede hij dertien
+jaren vereenigd was, en uit welk huwelijk zijn gesproten zeven dochters
+en twee zoons: Willem Georg Friso, die een jaar na zijne geboorte is
+gestorven, en Johan Willem Friso, zijns Vaders opvolger.
+
+Zijne benoeming tot Kapitein-Generaal en andere voorvallen gaven
+aanleiding tot twisten tusschen hem en Prins Willem III, welke echter
+door diens uitzigt op de kroon van Engeland bedaarden, en in 1685,
+onder bemiddeling van den vermaarden Hoogleeraar Joh. van der Waeijen,
+daarna des Stadhouders Raadsman, geheel werden bijgelegd. Op zijn
+zeventiende jaar stortte hij bij een gevegt, te stoutmoedig met
+den degen in de vuist op den vijand indringende, met zijn paard in
+eene laagte, ten gevolge van welken val, hij steeds onderhevig aan
+bloedspuwingen is geweest; en door deze kwaal in zijne gezondheid
+ondermijnd, overleed hij te Leeuwarden op den 25 Maart 1696.
+
+Hij studeerde in den jare 1671 te Franeker, en gaf vele blijken van
+verstand, oordeel en ervarenheid; dan vooral in het krijgswezen muntte
+hij uit in moed, beleid en onverschrokkenheid. De dappere Generaal
+Hans Willem, Baron van Aylva, die den Lande in een zeer netelig
+tijdperk voortreffelijke diensten bewees, was hem een Leermeester
+zonder wederga, en had hem den weg tot een onsterfelijken roem helpen
+banen. Zijn dood was voor Friesland een zware slag, want in hem werd
+een schrander, deugdzaam en edelmoedig Vorst, een magtig Beschermheer
+verloren.
+
+Hij regeerde van 1679 tot 1696.
+
+
+AMELIA.
+VOOGDESSE.
+
+Amelia, Prinses van Anhalt-Dessau, geboren in 1666, werd als Voogdesse
+erkend over haren zoon Johan Willem Friso, oud ruim acht jaren bij het
+overlijden zijns Vaders, en had tot zijne meerderjarigheid het bestuur
+in handen. Zij kocht voor haren zoon de Heerlijkheid Ameland, voor
+170,000 Karels guldens. Men vindt weinige bijzondere berigten over haar
+vermeld: zij moet eene schoone, vernuftige en schrandere vrouw geweest
+zijn, wier zucht echter tot pracht en weelde der spaarzaamheid zeer
+in den weg stond. In den jare 1726 is zij in Duitschland gestorven.
+
+Zij regeerde van 1696 tot 1707.
+
+
+JOHAN WILLEM FRISO.
+ZESDE STADHOUDER.
+
+Johan Willem Friso, Prins van Oranje-Nassau, geboren den 14 Augustus
+1687 te Dessau, aanvaardde in 1707 het Stadhouderschap over Friesland,
+en het jaar daarna over Groningen en Ommelanden. Na den dood zijns
+Vaders nam Prins Willem III de zorg zijner opvoeding op zich, en deze,
+zonder kinderen overlijdende, maakte zijn geliefden kweekeling tot
+zijnen eenigen erfgenaam. Op den 1 Mei 1709 trad hij in den echt met
+Maria Louisa, Prinses van Hessen-Cassel, uit welk huwelijk zijn geboren
+twee kinderen: eene dochter Anna Charlotta Amelia, getrouwd met den
+Prins van Baden-Durlach, en een zoon, Willem Karel Hendrik Friso. Op
+den 14 Julij 1711 is de Stadhouder, in zijnen jeugdigen leeftijd,
+op eene droevige wijze omgekomen, daar hij bij de overvaart van het
+Strijensche Sas aan den Moerdijk, toen door een rukwind de pont werd
+omgeslagen, zijn dood in de golven vond. Zijn krijgsroem was reeds
+gevestigd; zijne deugden waren velen, en had hem een langer leven
+mogen te beurt vallen, hij zou ongetwijfeld in 's Lands geschiedenis
+eene luisterrijke plaats hebben bekleed. Gedurende anderhalf jaar, in
+1700 en 1701, heeft de Prins te Franeker gestudeerd, en bijzonder het
+onderwijs van den beroemden Fullenius genoten, waarna hij, op begeerte
+van zijnen Voogd, Prins Willem III, zich ook naar de Hoogeschool te
+Utrecht begaf.
+
+Hij regeerde van 1707 tot 1711.
+
+
+MARIA LOUISA.
+VOOGDESSE.
+
+Maria Louisa, Prinses van Hessen-Cassel, een der veertien kinderen
+van den Landgraaf Karel en Maria Amelia, Prinses van Courland, is
+geboren op den 17 Februarij 1688. Onder de leiding harer uitmuntende
+moeder, wier evenbeeld zij werd, ontwikkelde zich in haren jeugdigen
+leeftijd reeds den voortreffelijken aanleg tot deugd en bekwaamheid,
+welke het sieraad eener vrouwe zijn, en de Vorstin bovendien tot een
+verheven en magtig voorbeeld voor hare onderdanen stelt. Gedurende
+de minderjarigheid van haren Zoon, bestuurde zij 's Lands zaken met
+beleid en verstand, zoodat zelfs de Staten van dit gewest, haar met
+een geschenk van 5000 gulden vereerden, en eene levenslange jaarwedde
+van eene gelijke som. Na den dood van Prins Willem IV en deszelfs
+Weduwe werd haar weder de waarneming van het Stadhouderlijk bewind
+over Friesland opgedragen, hetwelk zij met welgezindheid aanvaardde
+en met ijver behartigde. Op den 9 April 1765, dus ruim 77 jaren
+oud, is deze Vorstin te Leeuwarden overleden, en hare nagedachtenis
+is door alle tijden bij de Friezen in zegening gebleven: want zij
+was godsdienstig, nederig, milddadig en beminnelijk van karakter,
+zoodat men dan ook haar steeds met den vereerenden lievelingsnaam
+van Maryke-Mui bestempelde. Als Stadhouderes regeerde zij met
+wijsheid en gematigdheid. Zoowel voor de stille rust als voor het
+woelige hofleven geschikt, bragt zij in godsdienstige afzondering en
+vrolijke uitspanning vele dagen door in haren lusttuin Marienburg,
+bij Leeuwarden, of op het geliefkoosd Oranjewoud [200].
+
+Zij regeerde van 1711 tot 1731, wanneer haar zoon meerderjarig
+werd. Van diens dood tot in 1759, in welk jaar hare schoondochter
+Prinses Anna, is overleden, had zij eenig deel aan 't Stadhouderlijk
+bewind, en na dien tijd regeerde zij weder geheel tot 1765.
+
+
+WILLEM KAREL HENDRIK FRISO.
+ZEVENDE STADHOUDER.
+
+Willem Karel Hendrik Friso, of Willem IV, Prins van Oranje-Nassau,
+werd te Leeuwarden geboren den eersten van Herfstmaand 1711, zes
+weken na zijns Vaders overlijden. In den eersten leeftijd onder het
+oog zijner verstandige moeder opgevoed, daarna door de beroemdste
+geleerden, zoo als Wesseling, Hemsterhuis, Heineccius en anderen,
+aan de Friesche en Utrechtsche Hoogescholen, onderwezen, moest
+zijn krachtvolle geest zich spoedig ontwikkelen, en eene grondige
+kennis van zaken bekomen, welke den echten Landsvader kenmerken, en
+zijn bestuur ten beste der onderdanen doen gedijen. In den jare 1731
+aanvaardde hij de waardigheid van Stadhouder over Friesland, na reeds
+daarin over Groningen, Drenthe en Gelderland te zijn bevestigd. In het
+merkwaardig jaar 1747 werd een perk gesteld aan de verdeeldheden eener
+vijfenveertigjarige Stadhouderlooze regering in de overige Provincien,
+en Willem IV tot Algemeen Stadhouder over al de gewesten verkoren, met
+erfelijk-verklaring dier hooge waardigheden, zoowel in de vrouwelijke
+als mannelijke linie. Hij trad in den echt met Anna, Kroonprinses van
+Groot-Brittanje op den 25 Maart 1734. De spruiten uit dezen echt waren,
+behalve drie dochters, welke allen kort na de geboorte zijn overleden,
+Prinses Carolina en Prins Willem V. Hij regeerde gelijk het den Vorst
+betaamt, wien zijn Land en Volk, als zijn eigen welzijn, zeer ter
+harte gaan. Twee groote Nederlandsche Historieschrijvers, Stuart en
+Scheltema, getuigen beide van hem: »dat hij de grootheid van zijn
+Huis alleen zocht in de ware grootheid van den Staat; zijn hoogste
+eerzucht in de liefde zijns Volks stellende." Geen offer achtte
+hij te dier voor de belangen der natie, en standvastig van geest
+volgde hij steeds het hem aangewezen moeijelijk pad. Vele goede en
+beminnelijke hoedanigheden waren van de Moeder op den Zoon overgegaan;
+godsvrucht en christenliefde paarde zich aan opregtheid en eerlijkheid
+[201]. Als vriend der geleerden en voorstander der wetenschappen, vond
+ook de Friesche Hoogeschool in hem eenen ijverigen Beschermheer. In
+den ouderdom van ruim veertig jaren bezweek zijn van tijd tot tijd
+verzwakt ligchaam, onder de rusteloosheid van eenen veelvuldigen
+zwaren arbeid. Hij stierf den 22 October 1751, en werd te Delft in
+den Vorstelijken grafkelder van Willem I begraven.
+
+Hij regeerde van 1731 tot 1751.
+
+
+
+
+
+Anna, Kroonprinses van Groot-Brittanje, Prinses van
+Brunswijk-Lunenburg, Gemalinne van Willem IV, was de oudste Dochter
+van Koning George II, en werd geboren den 2 November 1709. Zij was
+eene schoone vrouw, helder en krachtvol van geest, kloek van verstand,
+edel van ziel en grootmoedig van karakter; de geschiedenis getuigt
+van haar, dat zij niet alleen vele voortreffelijke deugden, maar
+ook uitstekende talenten bezat, zoodat zij in verschillende talen
+oordeelkundige werken over godsdienst, geschiedenis en zedekunde
+geschreven heeft, en dit wel, hetgeen bijzondere opmerking verdient,
+niet om te schitteren, maar tot eigen oefening en anderer nut. Dat
+zij alzoo voor haren Gemaal een onschatbaar kleinood was, zal wel
+geen betoog behoeven: want, ook in staatszaken ervaren, ondersteunde
+zij in die oproerige tijden den vredelievenden Vorst met wijzen
+raad. Na den dood van dezen had zij bij het voeren des bewinds en
+'t bestier der voogdij, eene standvastigheid en kloekheid betoond,
+die den Grooten Frederik, op het ontvangen van haar doodberigt, aan
+der Staten Gezant schrijven deed: »Ik heb eene Vriendin verloren,
+die door hare grootmoedigheid, wijsheid en eene hare kunne te boven
+gaande kracht van geest al mijne achting verdiende." Op den 12 van
+Louwmaand 1759 ontsliep zij in den ouderdom van ruim 49 jaren te
+'s Gravenhage, en werd bij haren Gemaal te Delft begraven.
+
+Zij regeerde als Gouvernante van 1751 tot 1759; terwijl echter
+het beheer in Friesland aan de Staten en Prinses Maria Louisa was
+opgedragen.
+
+
+CAROLINA.
+REGENTESSE.
+
+Aan Carolina, Prinses van Oranje, eenige overgeblevene dochter van
+Willem IV, geboren te Leeuwarden den 28 Februarij 1743, werden, na
+den dood harer Grootmoeder Maria Louisa, in den jare 1765, ten gevolge
+der Landsverordeningen op de Voogdij, de Magistraatsbeschikkingen in
+de Friesche steden opgedragen, tot aan de meerderjarigheid van haren
+Broeder. Zij huwde in 1759, dus zestien jaren oud, na vele staatkundige
+tegenstribbelingen, aan Carel Christiaan, Prins van Nassau-Weilburg,
+gesproten uit de linie van Walram.
+
+Zij regeerde tot in 1766.
+
+
+WILLEM V.
+ALGEMEEN STADHOUDER.
+
+Willem V, Prins van Oranje-Nassau, geboren den 8 Maart 1748, aanvaardde
+het Stadhouderschap over al de Gewesten den 8 Maart 1766. Hij trad
+in den echt den 4 October 1767 met Frederica Sophia Wilhelmina,
+Prinses van Pruissen, Nicht van Koning Frederik II, den 7 Aug. 1751
+geboren. Deze zijn de doorluchtige Ouders van onzen geëerbiedigden
+Koning. Prins Willem overleed te Brunswijk in Grasmaand 1806, en
+zijne verhevene Gemalinne op het Loo 9 Junij 1820.
+
+
+Bl. 201.--Ao 1591.
+
+En 6 yzere gotelingen. In dezen tijd was voornamelijk ook eene
+soort van geschut in gebruik, genaamd Gotelingen, van 18, 8, 6, 4,
+3 en 2-1/2 pond, benevens metalen Kartouwen, Colverijns, Veldslangen,
+Sakers, Dranken, Mignions en anderen; die vooral op de schepen gebezigd
+werden. De Jonge, Gesch. van het Zeewezen, I. 402. Verg. Kiliaan op
+'t woord.
+
+
+Bl. 208.--Ao 1594.
+
+En op Ostagiers handelende. Ostagier, Stagier beteekent een gijzelaar;
+vandaar: op Ostagiers geven, handelen, nemen, d. i. gijzelaars ten
+onderpand geven of ontvangen. Zie Kiliaan. Over dit merkwaardig
+beleg vergelijke men den Tegenw. Staat van Stad en Lande, I. 518;
+Wins. fol. 817, enz.
+
+
+Bl. 216.--Ao 1620.
+
+Die heerlyke begraafplaats. De Groote of Jacobijner kerk is volgens
+Gabbema, Verhaal van Leeuwaarden, gebouwd in den jare 1487, doch,
+volgens J. van den Bosch, in zijn meergem. werk, was zij reeds door
+de Heeren van Cammingha en eenige rijke burgers in 1228 gesticht;
+en daarna afgebrand zijnde, werd zij herbouwd in 1487. In derzelver
+Koor aanschouwde men de prachtige marmeren graftombe van Graaf Willem
+van Nassau en zijne Gemalinne Anna, onder welke tombe de Vorstelijke
+Grafkelder zich bevond, waarin zijn bijgezet geworden:
+
+
+ 1. Prinses Anna, Gemalin van Willem Lodewijk.
+ 2. Graaf Willem Lodewijk, eerste Stadhouder.
+ 3. Graaf Ernst Casimir, tweede Stadhouder.
+ 4. Graaf Hendrik Casimir, derde Stadhouder.
+ 5. Prinses Anna Sophia, Weduwe van Graaf Ernst Casimir.
+ 6. Graaf Willem Frederik, vierde Stadhouder.
+ 7. Prinses Sophia Hedwich, dochter van Graaf Willem Frederik.
+ 8. Prinses Albertina Agnes, Weduwe van Graaf Willem Frederik.
+
+
+Nog stonden in dezen grafkelder twee kleine kisten, waarin
+waarschijnlijk de dochters van Graaf Ernst Casimir zijn bijgezet; zoo
+bevonden er zich drie kleine houten kistjes, in welke tinnen doozen,
+waren geplaatst, die ingewanden van gebalsemde Vorstelijke lijken
+zullen hebben bevat.
+
+Toen deze begraafplaats te klein geworden was is door Prinses Amelia
+eene tweede aangelegd, in welke zijn bijgezet:
+
+
+ 1. Prins Willem Georg Friso, zoon van Prins Casimir II, geboren
+ te Leeuwarden 24 Junij 1685.
+ 2. Prins Hendrik Casimir II, vijfde Stadhouder.
+ 3. Prins Johan Willem Friso, zesde Stadhouder.
+ 4. De tweede dochter van Prins Willem IV, bij de geboorte gestorven
+ 22 December 1739.
+ 5. Prinses Anna, jongste dochter van Prins Willem IV, geboren te
+ Leeuwarden 15 November, en den 29 December 1746 overleden.
+ 6. Prinses Maria Louisa, weduwe van Prins Johan Willem Friso.
+
+
+Van deze Vorstelijke begraafplaats en het marmeren grafgesticht
+is niets meer overgebleven, dan het aandenken aan derzelver vorig
+bestaan. Niet door den vernielenden tand des tijds, die al wat
+onvergankelijk schijnt aan stukken knaagt, maar door den geesel der
+verwoesting en het teugelloos geweld, uit overdreven vrijheidszucht,
+haat en partijschap geboren, wier blinde drift zelfs de graven der
+afgestorvenen niet eerbiedigt, zijn deze gedenkteekenen vernietigd. Dan
+wij willen de treurige herinnering aan die tijden niet verlevendigen,
+en dergelijke gebeurtenissen liever der vergetelheid overgeven.
+
+Van de zeven Stadhouders, de Prinsessen Amelia, Maria Louisa en Anna,
+benevens de Graven Johan Maurits, Adolf, Jan en Albert van Nassau,
+zijn op het Hof te Leeuwarden nog uitmuntend geschilderde beeldtenissen
+bewaard gebleven.
+
+
+Bl. 221.--Ao 1636.
+
+Een oud boekje getiteld: Teghen-gifte teghen de Peste, door Lucas
+Trelcatius beschreven, uitgegeven te Leeuwarden 1637, meldt in
+een Aenhanghsel, dat de verschrikkelijke Pest, welke in dit jaar in
+Holland heerschte ook tot Friesland was overgeslagen, en in de dorpen
+nog heviger woedde dan in de steden, vooral in Anjum, Grouw, Oldkerk,
+enz. terwijl binnen Leeuwarden ettelijke weken lang, bij en over de
+200 dooden werden begraven, waarna men de verwoesting in de dorpen
+aangerigt kan afmeten.
+
+
+Bl. 227.--Ao 1665.
+
+De Veldmaarschalk Graaf Johan Maurits van Nassau was de kleinzoon van
+Johan den Ouden, den Vader des eersten Frieschen Stadhouders. Bij
+gelegenheid van dit ongeluk maakte hij te Franeker zijn uiterste
+wille, en gaf die over ter bewaring aan de Akademie. In 1679 overleed
+deze zachtaardige en brave man te Bergendaal bij Kleef, alwaar zijne
+nederige grafstede nog jaarlijks door vele reizenden bezigtigd wordt.
+
+
+Bl. 229.--Ao 1672.
+
+Den eersten van Juny, of na de oude Styl den 22ste van May. Voor dat
+men den tijd naar behooren geregeld en verdeeld had, of willekeurig
+verdeelde, om te voorkomen dat de Saizoenen zich niet verplaatsten,
+was het opzigt hierover aan de Priesters des volks aanbevolen. Eene
+halve eeuw voor onze jaartelling maakte Julius Caesar een einde aan de
+verwarde tijdsberekeningen en derzelver gevolgen in zijnen Staat. Hij
+bepaalde het zonnejaar op 365 dagen en 6 uren. Het burgerlijk jaar
+werd dus verordend: er zouden telkens drie achtereenvolgende jaren
+ieder van 365 dagen loopen, en het vierde of schrikkeljaar moest een
+dag meer dragen, welke dag in de maand Februarij werd ingelascht. Het
+jaar bestond uit 12 eenigzins ongelijke maanden, zoo als het nu nog
+bestaat. Dit was de Juliaansche Jaarrekening of Stijl, Oude Stijl
+genaamd.
+
+De bepaling des zonnejaars van 365 dagen en 6 uren was echter ruim
+elf minuten te groot genomen, hetwelk eene afwijking of verloop
+moest veroorzaken, die dan ook na vier eeuwen tijds bij de viering
+van het Paaschfeest, waarvan de berekening op de maan gegrond was,
+duidelijk werd opgemerkt. Men nam maatregelen welke echter onvoldoende
+waren, en gedurende vele eeuwen bleef dit gebrek bestaan, zoodat in
+de XVI eeuw de lente-nachtevening van den 21 Maart op den 10 was
+gekomen. Eindelijk nam Paus Gregorius XIII zich de zaak ernstig
+ter harte, liet door geleerden en deskundigen het ontwerp van
+Aloisius Lilius, een geneesheer van Verona, onderzoeken, en na rijp
+beraad werd er in den jare 1581, bij Apostolische Bulle, eene nieuwe
+verbetering aangekondigd en bevolen. De sedert het Concilie van Nicea
+vervroegde tien dagen, moesten in het jaar 1582 in de maand October
+worden uitgelaten, zoodat men van den 4 dadelijk op den 15 telde. Het
+verschil van de elf minuten, die men vroeger op het zonnejaar te veel
+gerekend had; werd gevonden, door in vier eeuwen, telkens op het einde
+van ieder eeuw één schrikkeljaar over te slaan; dus zoude het jaar
+1600 een schrikkeljaar blijven, maar 1700, 1800 en 1900 gemeene jaren
+van 365 dagen, en 2000 weder een schrikkeljaar zijn. Het zonnejaar
+werd alzoo vastgesteld op 365 en het schrikkeljaar op 366 dagen. Deze
+inrigting noemde men de Gregoriaansche Jaarrekening of Stijl, en in
+tegenoverstelling van den Juliaanschen den Nieuwen Stijl.
+
+Door deze verstandige en doeltreffende instelling was er geene
+afwijking of verloop van tijdsberekening in eeuwen meer te duchten;
+en was men overal verstandig genoeg geweest, men zou niet geaarseld
+hebben daarin te berusten, dan vooroordeel, dwaze driften, koppigheid
+en ongodsdienstige ijver, keerden aanvankelijk in die woelige tijden
+van hervorming onder zoo vele goede zaken ook deze. In de Catholijke
+Landen werd de verbeterde Calender spoedig aangenomen, dan eerst in
+en omstreeks den aanvang der XVIII eeuw, ging men daartoe in andere
+Landen, en ook in de Nederlanden over: Braband, Vlaanderen, Zeeland
+en Holland waren de eerste gewesten, daarna volgden Friesland,
+Groningen, Gelderland, Utrecht en Overijssel. Dat deze instelling
+op ongelijke tijden aangenomen, en dus de een zich van den Ouden,
+de ander van den Nieuwen Stijl bedienende, veel verwarring te weeg
+bragt, is meermalen gebleken. Zoo schreef b. v. Graaf Johan Maurits
+van Nassau, hiervoren gemeld, uit 's Gravenhage eene Missive aan
+den Rector en Senaat van de Akademie te Franeker, op den 3 September
+1670, en het antwoord op dezelve, drie dagen na dien datum afgezonden,
+droeg de dagteekening van den 27 Augustus. In Engeland heeft men eerst
+in 1752, en in Zweden een jaar daarna, den Nieuwen Stijl ingevoerd:
+in Rusland volgt men nog den Juliaanschen.
+
+Ingevolge Resolutiën der Staten van Friesland van den 10 en 11
+October 1700 werd vastgesteld en bij Publicatie van den 12 dier
+maand afgekondigd, dat op den 1 Januarij 1701, in plaats van den
+Ouden Stijl de Nieuwe zou worden ingevoerd, en men op dien dag niet
+den eersten maar den twaalfden Januarij zoude schrijven, en aldus
+de telling vervolgen. Alzoo eindigde in Friesland het jaar 1700 op
+Dingsdag den 31 December, en den volgenden dag, Woensdag, heeft men
+12 Januarij 1701 geschreven [202]. In de Provincie Groningen is ten
+zelfde dage en op gelijke wijze de Nieuwe Stijl ingevoerd.
+
+Het verschil alzoo tusschen den Ouden en Nieuwen Stijl, door vele
+schrijvers niet in acht genomen, waardoor misstellingen in de
+dagteekeningen zijn ontstaan, of bij sommigen verkeerd aangeduid,
+bestaat alleen hierin, dat men altoos tien dagen tellen moet bij de
+dagteekening, welke de Oude of Juliaansche Jaarrekening aangeeft.
+
+Men vergelijke de Historische Verhandeling over den zoogenaamden
+Nieuwen Stijl door den Oud-Hoogleeraar Mr. J. W. de Crane, geplaatst
+in het II. Stuk van het Archief der Heeren Visser en Amersfoordt.
+
+
+Bl. 259.
+
+In den jaare 1677. Hetgeen hier volgt tot bladzijde 271 is een
+bijvoegsel van den tweeden druk, en heeft niet uitsluitend betrekking
+op Friesland, maar is meer eene kronijksgewijze opgave van algemeene
+gebeurtenissen. Wij hebben ons moeten onthouden van eene meerdere
+uitbreiding onzer Aanteekeningen over het belangrijk tijdvak der
+geschiedenis in de laatste eeuwen, daar dezelve reeds tot een aantal
+bladen zijn aangegroeid, en ons bestek geen grootere uitvoerigheid
+gedoogde. Ook mogen wij het daarvoor houden, dat dit gedeelte
+der Historie, en bepaaldelijk die der Stadhouderlijke Regering,
+den Lezer meer bekend zij, als zijnde daarover ook genoegzame
+bronnen voorhanden. Wij hebben achterwege gelaten de onbelangrijke
+beschrijving van den intogt des Prinsen J. W. Friso in Groningen,
+op bl. 327 en 328 van den tweeden druk der kronijk voorkomende, als
+mede de berijmde Nareeden, of zoo als achter den eersten druk staat,
+Aanspraak op Naaspraak, hoewel tot onderschrift voerende: 't Kan niet
+beeter; want wie zal thans nog smaak vinden in verzen als deze?
+
+
+ Wiens breinkas gestoffeerd met puik van waarde stoffen,
+ Zal ooit op eenge stoff, wiens loff maar stoff is stoffen.
+
+
+of
+
+
+ Een keurger keure, keur de keur, met keur in 't leezen;
+ In 't geen hy keurig keurt, met keur 't zyn uit te leesen.
+
+
+Ook het Treurig gesprek tusschen een Vreemdeling en een Fries, over
+het verongelukken van Johan Willem Friso, in zeer middelmatig rijm
+van de door haren tijdgenoot Lucas Pater en daarna door den heer J. de
+Vries hoog verheven, door Witsen Geysbeek daarentegen diep vernederde
+Friesche Dichteres Jetske Reinou van der Malen, hebben wij gedacht
+veilig te kunnen weglaten.
+
+
+Bl. 273.
+
+De Landstreek van deze Provincie. Over deze verdeeling en het bestuur
+der Graafschappen, vergelijke men onze Aantt. bl. 344; § 4 van het
+Overzigt in het Friesch Jierboeckjen 1833, en de 2de § van dat van
+1834. Over de benamingen van Estrachia of Austrachia en Westrachia,
+moet ik nog wel aanmerken, dat Alting in zijne Descriptio agri Batavi
+et Frisii, of Notit. Germ. Inf. zeer verkeerd op alle zijne kaarten de
+eilanden Ameland en Terschelling dus noemt, in navolging van zekeren
+Fredegarius, een Schrijver van de VII eeuw, (die echter voor Austrachia
+Anistrachia schrijft,) als zullende beteekenen Ooster- en Wester-oog,
+van achia, age, oog, welke benaming dikwijls aan eilanden gegeven
+wordt, zoo als Schiermonnikoog, Spikeroog, Langeroog enz. Te vergeefs
+zal men bij eenig Friesch Schrijver die eilanden, dus genoemd, zoeken,
+maar wel vindt men, dat eertijds Westrachia Westergo, en Austrachia
+Oostergo beteekende. Winsemius bevestigt zulks op den jare 728,
+toen Karel Martel Oostergo en Westergo plonderde en verwoestte. In
+de afbeelding van Oud-Friesland door Schotanus, de eenige oude kaart,
+welke het best met de geschiedenis overeenkomt en 't meest vertrouwen
+verdient, gevoegd in zijne Beschr. van Frieslandt en achter de Groote
+Atlas, worden de streken beoosten en bewesten de Burdo of Middelzee,
+welke ook het best door hem is afgeteekend, te regte Austrachia en
+Westrachia genoemd. Verg. Oudh. en Gest. II. 287, alwaar v. Rhyn
+in 't breede hierover uitweidt, aan Fredegarius geen gezag boven
+Friesche Schrijvers toekennende. Alting, II. in voc. Austrachia
+Burdine, Westrachia; Brouwer en Eekhoff, Nasporingen betrekkelijk de
+Middelzee, bl. 31 noot, 116 en 117, waarin ook de gebrekkigheid van
+de oude kaarten wordt aangetoond.
+
+
+Bl. 273.
+
+Die men een Grietman noemt. In het laatst der XIII en in het begin
+der XIV eeuwen, wordt het eerst van Grietmannen gewaagd. Van ouds
+moet de verkiezing door de gemeente, de ingezetenen of de bezitters
+der stemhebbende Staten hebben plaats gehad. Zij hadden Assessoren of
+Bijzitters en andere Regters van minderen rang onder zich, terwijl er
+tevens Schouten hebben bestaan, welk ambt later weder is vernietigd
+of in die des Grietmans is overgegaan. Aanvankelijk waren zij Regters,
+maar in den drang en druk der oproerige tijden, in welke geene regten
+geëerbiedigd werden, moesten zij zich tot Beschermheeren verheffen,
+en wisten van hunne magt en invloed een krachtig, soms al te krachtig
+gebruik te maken. Elke Grietenij had één Grietman, voor één jaar
+benoemd tot Hoofd; doch eene enkele uitzondering was er op dezen regel:
+bij latere inrigting werd bepaald, dat ieder, die de vereischten bezat,
+op zijn beurt den post van Grietman en Regter zoude waarnemen. Onder
+de Hertogen van Saksen en daarna onder het Stadhouderlijk Bewind was
+de begeving van dit ambt ook aan dezen en aan het Hof verbleven.
+
+Maar nu den oorsprong van den naam Grietman te bepalen, dit is eene
+moeijelijke zaak, waarover reeds vele geleerden zijn geraadpleegd en
+veler gevoelen ter toetse is gebragt, doch het is als nog onbeslist,
+welke beteekenis voor de eigenlijke en oorspronkelijke moet worden
+gehouden. Onze Kronijk is er, mijns bedunkens, niet achter en geen
+wonder, want de Heer Beyma, in zijn Tractatus de Grietmannis geeft een
+aantal verschillende gevoelens op, en na dezen Schrijver zijn er nog
+meerdere te berde gebragt [203]. Het meest aannemelijk gevoelen is, dat
+men den naam moet afleiden van het Oud-Friesche Greta, klagen en dus
+Greet- of Grietman degeen was, die aan de klagers regt verschafte. Zeer
+belangrijk zijn de Aanteekeningen over de Grietmannen van de Heeren
+H. en W. v. S. voorkomende in het Mengelwerk der Leeuwarder Couranten
+van den 15 en 29 Mei 1832, tot welke wij den Lezer verwijzen, als
+mede tot opgenoemd Tractatus de Grietmannis van C. L. van Beyma,
+Franeq. 1780.
+
+Wat het kerkelijk Bestuur van Friesland in de vroegste tijden aangaat,
+dit is ons niet klaar genoeg gebleken: later was dit gewest den
+Bisschop van Utrecht onderworpen, die tot het Aartsbisdom van Keulen
+behoorde. Friesland was verdeeld in Dekenschappen, waarvan de Dekens
+door den Bisschop werden gekozen en met groot gezag en magt bekleed. De
+Hoofdpriesters of Priesters in eene parochiekerk werden Personae
+genoemd, en de mindere Priesters Kapellanen. De Abten waren Oversten
+of Bestuurders der Kloosters en derzelver aanhoorigheden: zij stonden
+op zich zelven, hadden vele voorregten, samen de eerste plaats op de
+Landsdagen, en waren alleen den Paus onderworpen: de Priors waren
+oorspronkelijk hoofden van minderen rang, gelijk ook de Proosten,
+hoezeer dikwijls deze verschillende benamingen door elkander gebruikt
+werden. Zie hierover onder anderen Friesch Jierb. 1833. Oersicht § 4.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DRUKFOUTEN.
+
+
+Op Bladz. 66, 281 tot 372, komt meermalen in den 2den en 3den
+ naamval voor: Karel den Groote; ook Lodewijk den
+ Vrome, Godvruchtige, Jongere, Karel den Dikke,
+ den Kale; men voege achter 't bijv. naamwoord
+ eene n.
+
+» » 284 staat: Barradeel, lees: Baarderadeel.
+» » » » Bijdragen tot de Gesch. lees: Nasporingen
+ betrekkelijk de Gesch.
+» » 327 » dat men onder die waardigh. lees: dat die
+ waardigheid.
+» » 336 » 1178 lees: 1170.
+» » 367 » bij hunne aanwer-een ving, lees: bij hunne
+ aanwerving, een.
+» » 415 » der landbouw, lees: van den landb.
+» » 439 » weauctoriseert, » geauctoriseert.
+» » 448 » Heer van Velle, » Heer van Ville.
+
+De Bladz. 391 is verkeerdelijk gemerkt 191.
+
+
+De Lezer gelieve geringere drukfeilen, als: Friesen voor Friezen,
+Firsiabones voor Fris.; Theutonista voor Teuthon.; geene voor geen;
+noordwaards voor noordwaarts of dergelijken over het hoofd te zien.
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Een korte beschrijving van dit document.
+
+[2] Kort stukje promotionele tekst voor op de achterflap.
+
+[3] Kort extract uit de tekst.
+
+[4] Deze belangstelling is onder anderen ook gebleken uit de plaatsing
+van het Prospectus of Berigt, waarbij ik mijn oogmerk heb ontwikkeld,
+in de derde Mnemosyne, 1829, I. 278, en de aanbeveling van den
+Hoogleeraar H. W. Tydeman; als mede uit de opname van hetzelve in de
+Handleiding tot de kennis van het Staatsbestuur in het Koningrijk der
+Nederlanden, V. 646, alwaar tevens de wensch wordt geuit dat dit plan
+spoedig moge verwezenlijkt worden.
+
+[5] Ook tot een goed Schoolboek van de Geschiedenis van Friesland
+strekt zich deze behoefte uit.
+
+[6] Deze zeer onbepaalde beschrijving van den alouden Staat der
+Provincie is in de Bijvoegsels en Aantt. aangevuld.
+
+[7] De regering dezer Prinsen, zoo wel als die der opvolgende Hertogen
+en Koningen, behoort tot het fabelachtig gedeelte der Historie, welke
+ook met betrekking tot de gebroeders Friso, Saxo en Bruno (de laatste
+wordt hier niet gemeld) zeer verschillend wordt voorgedragen. Zie de
+Bijv. en Aantt.
+
+[8] Verheerd, d.i. overwonnen, te onder gebragt.
+
+[9] Gevolg.
+
+[10] Als de zomer hoogde, d. i. in het midden van den zomer.
+
+[11] Ook Hamconius en Cappidus van Stavoren beweren, dat er van
+Friso's tijd af een wapen heeft bestaan, hetwelk echter moeijelijk
+valt te gelooven, daar men het er voor houden moet, dat in den tijd
+der kruistogten, dus niet vroeger dan in het begin der XII eeuw,
+de familiewapens zijn uitgevonden. Men zie over dit onderwerp de
+Bijv. en Aantt.
+
+[12] Over de groote en kleine Friesen zie Bijv. en Aantt. over den
+alouden staat van Friesland.
+
+[13] In de Uitgave van 1677 staat: "Waar van heedendaachs noch top,
+noch teil (tegel) te zien is."
+
+[14] In de Ie uitgave staat: "Heeft de Hertog hem bekeeven."
+
+[15] Holle is Olennius. Zie Aantt.
+
+[16] d. i. gedwongen om het beleg op te breken.
+
+[17] Oxel, Oksel, holligheid onder den arm.
+
+[18] Het Gods Hof of Aula Dei, kweekschool van Priesters, waarvan
+C. Stavriensis, S. Petri, Hamconius en anderen spreken. Zie Aantt.
+
+[19] d. i. aangehitst, opgestookt.
+
+[20] Het beknopt Chronykjen van Friesland opgesteld en bijeenverzameld
+door C. G. Jacoby, Leeuwarden 1755, voornamelijk bestaande in een
+uittreksel van Ocko van Scharl, vermeld slechts vijf Prinsen, latende
+Adel en Ubbe buiten het spel, en springt dus een tijdvak van bijna
+twee eeuwen over.
+
+[21] Lees Westerwierum.
+
+[22] Lees: tusschen Almenum en Terschelling. Verg. Hamconius, Frisia,
+fol. 14, die deze gebeurtenissen van 't Klif en der Meerminnen
+verhaalt, echter den Duivel buiten het spel laat.
+
+[23] Bij andere Schrijvers Basterd-Broeder van Adelbold genoemd.
+
+[24] Volgens anderen door Tiete of Titus zelf gebouwd.
+
+[25] De oude Uitgave zegt: "Met een gaar geraapten hoop."
+
+[26] Dit geschiedde langs den geheelen Rijn tot aan de Noordzee,
+uit wantrouwen tegen de Germanen.
+
+[27] Over de verschillende gevoelens dezer benamingen hebben wij het
+noodig geacht in de Bijvoegsels het een en ander aan te stippen.
+
+[28] Engeren, Angeren.
+
+[29] De Ezumazijl nabij Ezonstad, alwaar in den tijd van Foeke Sjoerds
+(Beschr. van O. en N. Friesland I. 240) nog eenige overblijfselen
+van te zien zoude geweest zijn. Zie verder Aant. op 't jaar 339.
+
+[30] Over de Geschiedenis der Gebroeders Hengst en Hors, die Brittanje
+zouden hebben veroverd, zijn de Geleerden het mede niet eens. Zie
+daarop de Bijv. en Aantt.
+
+[31] 't Kasteel Grunenberg of Gronenberg was de oudste Burgt, volgens
+de Friesche Overlevering, tusschen de Eems en het Vlie.
+
+[32] Vergel. Westendorp, Jaarboek van en over Groningen, p. 24, op
+'t jaar 409;--alsmede de beschrijving der vrije Schuilplaatsen p. 110.
+
+[33] Zie de Aantt. op 't jaar 808.
+
+[34] Vergel. p. 23, waar ook van twee Lems of Willems gesproken
+wordt. Zie voorts Bijv. en Aantt.
+
+[35] Uit hoofde van der Schrijveren verschil in de jaren, waarin de
+watervloeden hebben plaats gehad, hebben wij in de Aantt. eene opgave,
+zoo naauwkeurig mogelijk, geplaatst.
+
+[36] Chlotarius II.
+
+[37] F. Sjoerds voegt hierbij de woorden: an fen dead wir libben
+werden! Schot. Fr. Hist. heeft het tweeledig, zie p. 47 en 54.
+
+[38] In de Uitgave van 1677 staat: "naar den Franschen zin, En liet
+de Christenen vryjelijk toe."
+
+[39] Pepyn van Herstal of de Dikke noemde zich Hertog en Prins der
+Franken, en was Groot-Hofmeester.
+
+[40] Natuurlijke zoon van Pepyn; was Groot-Hofmeester.
+
+[41] Van daar Sant Michiels dom genaamd.
+
+[42] Men zie de Aant. op 't jaar 830.
+
+[43] Vergel. op 't jaar 463.
+
+[44] Godfried.
+
+[45] Deze belasting heette Klipschild.
+
+[46] Deze togt geschiedde onder bevel van den Deenschen
+Koningszoon Hendrik. Van tijd tot tijd moest het handwerk van
+zeerooverij worden herhaald op alle kusten, om de jonge manschap te
+oefenen. Geloofwaardige Fransche Kronyken vermelden het verwoesten door
+de Noren in 837 van drie koopsteden: Antwerpen aan de Schelde, Witha of
+Wintland aan den mond der Maas, en Groningen aan de Eems. West. Jaarb.
+
+[47] Men zie Aant. op 't jaar 830.
+
+[48] Zijn zoon Lodewijk, bijgenaamd de Duitscher, volgde hem op.
+
+[49] Thans was Lodewijks zoon, Lodewijk de jonge, Heer der Friesche
+Landen.
+
+[50] Winsemius: Haadet goede wacht tyen da Nordera oordt, Want vuyt
+da Grimma herna comt ws alle quaed voort.
+
+
+[51] Nu kwam Lodewijks Broeder, Karel de Dikke aan het gebied. Zie
+voorts over dezen strijd de Bijv.
+
+[52] Omstreeks dezen tijd werd Karel de Dikke onttroond, en de
+laatste van den stam van Karel de Groote, die 't Westen regeerde,
+met name Arnulph, natuurlijke zoon van Karloman volgde hem op,
+regeerde drie jaren en stierf, wordende door zijn zoon Lodewijk in
+'t gebied vervangen. Zie Aant. op het jaar 840.
+
+[53] Een veldvlugtige is een overlooper.
+
+[54] Men zie over deze begiftiging het Jaarb. van den Heer Westendorp
+op de jaren 1040 en 1046.
+
+[55] Wij hebben het niet ondienstig geacht over de Kruistogten der
+Friezen een aangeschakeld verhaal in de Bijvoegsels eene plaats te
+geven,--waardoor wij ons onthouden, van alle andere aanteekeningen
+op de verschillende jaren, waarin dezelve zijn voorgevallen, 't welk
+anders noodig zoude zijn.
+
+[56] Vergel. Westendorp Jaarb. op 1112.
+
+[57] Als voren op 't jaar 1143.
+
+[58] Onder de namen bekend van Frederik I, Aenobarbus, Roodbaard,
+ook Keizer Frederik de Groote.--
+
+[59] Dit verhaal komt hoofdzakelijk overeen met het Jaarboek van
+den Heer Westendorp, de vermelding op den jaare 1160,--en andere
+Schrijvers.
+
+[60] Of van de St. Cistercie-orde. Deze Abdy is de vermaardste geworden
+in de Ommelanden, bezittende aanzienelijke rijkdommen.
+
+[61] Over dit voorval, 't welk eene andere oorzaak gehad heeft,
+vergel. men West. Jaarb. op 't jaar 1195.
+
+[62] Stoepens zijn Stoopen of Drinkkannen geweest en geenszins de
+Stoepen voor de deuren, waarvan anderen uit gebrek aan taalkennis
+ooit de Kloppers aan de deuren gemaakt hebben.
+
+[63] Verweend is verwaand; ook fier,--lekker opgebragt, weelderig
+enz.--
+
+[64] Of Grind.
+
+[65] Slegtigheid is hier eenvoudigheid, onbeschaafdheid.
+
+[66] Men zie over dezen strijd West. Jaarb. op de jaren 1226 enz.--
+
+[67] Vergel. de Aantt.
+
+[68] Westendorp Jaarb. na 't jaar 1232 noemt de Reiderlanders en
+Emisgooërs, welke twist ontstaan was door het verdrinken van een
+Reiderlander, omdat hij de lieden, die van de jaarmarkt kwamen,
+had willen berooven.--Verg. denzelven I. 280.
+
+[69] Upstalsboom, gelegen een uur gaans ten zuidwesten van
+Aurik. Alhier stonden drie hooge eike boomen, met de takken en kroonen
+meest aan malkanderen gegroeit, hebbende op 2 a 300 treden na geene
+huizen omtrent. De Rechtspleeginge geschiede aldaar onder den blaauwen
+Hemel, van de Regeerende en daar toe gerechtigde Perzoonen van alle
+de Frieslanden, en richtede alhier over alle zwaare zaaken, welke bij
+de mindere Collegien niet afgedaan wierden; als wanneer daar tenten
+opgeslagen en banken van opgegraavene aarde wierden gemaakt.
+
+[70] West. Jaarb. I. 282 beschrijft kortelijk dezen oorlog voornamelijk
+naar de verhalen van E. Beninga en Harkenroth gevolgd, bewerende
+tevens dat het niet de Eenrummers maar de Emersen geweest zijn.
+
+[71] Voor de zusters van de Cistercie-orde, opdat de schimmen der
+verslagenen mogten verzoend worden. Het werd eerst aangelegd by
+Koevorden aan de A, doch naderhand verplaatst.
+
+[72] Is gebeurd 21 Januarij 1256 op zijnen togt tegen de
+West-Friesen.--Zie voorts de Aant. op Sikko Sjaardema in 't jaar 1239.
+
+[73] Over deze twisten zie men de algemeene Aanteekeningen.
+
+[74] Over den juisten dag, waarop deze gruwelijke moord heeft plaats
+gehad, zijn vele Schrijvers het niet eens en in zonderlingen twist
+geraakt.--
+
+[75] Dit Zegel der vrye Frieslanden verbeelt een geheel gewapent Man,
+houdende in zyn regterhand een Lans, en in de linkerhand een bloot
+Zwaard, dat na de schouder opgeheven word, en staande onder een Boom.
+
+[76] Men zie Westend. Jaarb. over dezen strijd op de jaren 1232
+en 1233, die dezelve toeschrijft aan de partijschappen tusschen
+de Vetkoopers en Schieringers, en waarin deze laatsten de overhand
+behielden.
+
+[77] Deze Proost Hiske had eene dochter, genaamt Reinske, welke met
+Hayo te Westerwolde trouwde; en naderhand uit haare eigene goederen de
+Groote Kerk met vier Torens te Mildwolde, in den Oldambte, heeft laaten
+bouwen; zynde de zelve die voor enige jaaren is afgesleeten geworden.
+
+[78] Vergelijk over deze list
+Wins. fol. 242. Schot. Fr. Hist. p. 253. Petrus Thab. op dit jaar.
+
+[79] Zoo als meermalen was ook thans het eerste artikel van
+het verdrag: "volkomen verzoening en een eeuwige vrede!" Bij
+West. Jaarb. op dit jaar vindt men eene reeks van voorwaarden.
+
+[80] Vergelijk West. Jaarb. op hetzelfde jaar.
+
+[81] Te regt wordt van hem gezegd dat zijn leven een strijd en
+worsteling op deze wereld geweest is.--In dit jaar werd ook door de
+Friesen en Groningers een verbond aangegaan ter wering bijzonder van
+dieverijen en ander misdrijf. Vergel. Schwartz. Charterb. I. 526.
+
+[82] Zie op dit jaar Westend.
+
+[83] De Keizer Frederik de III. roemt hem wegens zijne ongemeene kunde
+in de vrije kunsten, in de Keizerlijke regten, in het Kerkelijk regt,
+en vooral zijne gevatheid en vaardigheid in de openbare zintwisten.
+
+[84] Een der heerlijkste werken der bouwkunde van de middeleeuwen. Men
+plaatste op den toren een koperen paard van de grootte van eene gewone
+noordsche kidde, hetwelk tot een windhaan diende en het teeken was
+van St. Maarten van Utrecht. West.
+
+[85] Dus ook Winsemius, Schotanus geeft de leus aldus op: Op uws Finne
+herne, lizze fjouwer klaer lotter Ljep-Ayen ijn ien Nest. Zie Aant.
+
+[86] Vast maken is zoo hier als op alle vorige en volgende plaatsen:
+Versterken.
+
+[87] Spelen alle zeilen blank: dit gezegde heeft zijn' oorsprong van de
+zeerooverij, waarin men van vriend en vijand kaapt en rooft, wat men
+vangen en grijpen kan:--alles wegrooven wat men op zee ontmoet. Zie
+Winschootens Zeeman, op 't woord Seil, en Weiland N. T. Woord.
+
+[88] Hij smeet (zegt Winsemius fol. 446,) vele Hollanders in plaats
+van Borgoenschen over boord, volgens Martinus Ylst uit de overlevering
+van Bonne Haisma zijne medgezellen toeroepende: Siuch faynten, ho
+kenne da deels kijetten swomma.
+
+[89] Zie hierover de Bijv. en Aantt.
+
+[90] Frederik Gaykinga, in den jaare 1360, Abt van Aduard zynde, had,
+tot nadeel van zyn geslacht, hoewel tot eere, dit klooster met veele
+goederen begiftigt; doch op zekere voorwaarden, waartoe zyn geslacht
+altoos gerechtigt zou wezen. Bestaande 't voornaamste hier in, dat die
+van Gaykinga voor eeuwig zouden hebben alle jaar op St. Martens avond
+een witte Zwaan, een Capoen, en een kanne Wyn, en zouden voor altoos
+eene misse houden in 't Kapittelhuis, en een brandende lampe voor 't
+geheele geslachte. Wanneer iemand van 't geslachte quam te verarmen,
+zoude aldaar voor zyn leeven de kost hebben; ook wanneer zy met hun
+gezinde quamen, zoude de Abdy voor hun geöpent, en de tafel gedekt
+worden, na de waardigheid des geslachts, in de voornaamste kamer;
+benevens jaarlyks op St. Bernards dag te gast genoodigt worden. Aldus
+was Hendrik op dit jaar genoodigt, maar Jan en Frederik quamen van
+zelfs. Waar op, onder de monniken een jalousie ontstond, die hun zeer
+qualyk bejegende, en waar door het gevegt ontstond.
+
+[91] Wins. Chronyck fol. 519.
+
+[92] Kettermeester hetzelfde als Geloofsonderzoeker.
+
+[93] In de maanden Mei en Julij hadden er twee overstroomingen plaats,
+door welken, vooral den laatsten, waarvan bij Outhof geen gewag
+gemaakt wordt, ook vele menschen omkwamen.--Zie F. Arends Physische
+Geschichte der Nordsee-kuste. II. 96.
+
+[94] Zie over dezen strijd het uitvoerig verhaal van Winsemius
+Chronyck, fol. 565 volgg.
+
+[95] In den eersten druk van 1677 staat: »Als de Stadhouder
+Rennenberg zich door ontrou omgekeert hebbende tot de Papisten; die
+van Leeuwarden," enz.--Het woord Papen is overal in den tekst behouden,
+omdat de Schrijver er de Roomschgezinden over 't algemeen, zoo leeken
+als priesters, mede bedoeld, en het dus hier voor geen scheldwoord moet
+worden gehouden, evenmin als Arminianen, Menisten, Calvinisten, enz.
+
+[96] Balthazar Gerards genaamd, geboren te Villefans in Bourgondien,
+oud 26 a 27 jaren. Onder verschillende personen, die zich op 't
+leven des Prinsen toelagen, moet ook zekere Koopman te Vlissingen,
+Hans Hanses, geweest zijn, wiens aanslag echter door eenen Fries,
+uit het geslacht der Auckama's ware ontdekt. Gevat zijnde had
+hij beleden, daartoe middelen te hebben aangewend.--Gerards werd
+daarna als Martelaar hoog vereerd en waardig geacht gecanoniseerd
+te worden--onder de belooningen, wil men, was ook de verheffing der
+familie in den adelstand.
+
+[97] Nederl. Oorl. en Geschied. 1623, fol. 474 verso.
+
+[98] Dit voorval wordt omstandig beschreven bij Winsemius, Chronyck
+fol. 897.
+
+[99] In de druk van 1677 staat: (een gehuerde vleegel enz.)
+
+[100] Zie 't Verwerd Europa ofte Polityke en Historische Beschryvinge
+enz., Amst. 1675, bl. 596 volgg.--Van dezen Schrijver, welks werk twee
+jaren vroeger dan de eerste druk van onze Kronyk was uitgekomen, is
+veel gebruik gemaakt en daaruit overgenomen door onze Kronykschrijvers.
+
+[101] De Leezer dient te weten, dat zekere Broersma hier eigentlyk
+Commandant zynde, door de Staaten Generaal was opontboden; doch in
+plaats van in den Haag te compareeren, ging hy over by den Bisschop
+van Munster, en wierd aldus een verraader van zyn eigen Commandement.
+
+[102] Fantassin, Fant: voetknechten, infanterie.--
+
+[103] Mengel-Poezy, bl. 257.
+
+[104] en der zonde, voegt de eerste druk dezer Kronyk hierbij,
+waarmede zij haar verhaal eindigt en de Landverdeeling van Friesland
+volgen laat.
+
+[105] Dat de Schelde en de Sincfal, later Zwene geheten, niet dezelfde
+rivieren zijn, en dus niet voor elkander genomen moeten worden, wordt
+behalve in de Bijv. voor het I. D. van Wagenaars Vad. Hist. ook in
+het breede betoogd door den Hoogleeraar Ypeij, in het II. D. zijner
+Geschiedenis der Nederl. Taal, bl. 115 volgg.
+
+[106] Over deze vergraving lezen wij in Bilderdyks Geschiedenis des
+Vaderlands, I. 24: »'t Was natuurlijk dat Drusus, geheel het zuidelijk
+Land zijner Landvoogdij jaarlijks overstroomd ziende, bedacht was
+om het Rijnwater af te leiden. Naderhand deed Corbulo 't zelfde met
+den zoogenaamden Vliet te graven. Maar beide ondernemingen hadden
+gelijke gevolgen: Het verderf van een groot gedeelte Lands. Gelukkig
+Holland, zoo men nooit gegraven en nooit gedijkt had! Wij zouden
+thans boven de rivieren wonen, die het Land doorsnijden moesten, en
+er nu over heen loopen in gemaakte goten, wier bodem steeds verhoogt
+door de vallende slib, en die dus hoe langer hoe meer boven het land
+rijzen en in kracht en gewelddadigheid hunne dijken overmeesteren;
+terwijl men haar nog bovendien door de droogmaking van meeren,
+de noodige boezems onttrokken heeft, om zich, bij voorkomende
+opzetting van boven, te kunnen ontlasten, zonder hunne boorden te
+verwoesten."--Hoezeer deze en dergelijke gevoelens tegenstanders
+vinden, kan ik er echter bijvoegen, dat met andere deskundigen ook
+de zeer bekwame Waterbouwkundige Cornelis Zillesen in zijne werken
+zeer tegen alle vergravingen ijvert. Nog op zijn negentigste jaar
+heeft hij daartegen ernstig gewaarschuwd in zijn belangrijk stukje,
+getiteld: Iets over de natuurlijke oorzaken der steeds toenemende
+Zeeoverstroomingen (Rott. 1825), waarin hij ook beweert en bewijst,
+dat de Alwijze Schepper der natuur voor de ontlasting des waters had
+gezorgd, en dat, om van land water te maken, alleen daar noodig was,
+waar door rivieren of binnenvaarten de kanalen verbeterd moesten
+worden, terwijl de verhooging der rivierdijken en de daarin begane
+misslagen zoodanig de inkeldering der binnenlanden en woningen
+had veroorzaakt, dat bij elke doorbraak de rivieren die landen tot
+hunne beddingen verkozen. Ook had deze maatregel een ander nadeel ten
+gevolge, het onderhoud namelijk, tot groote kosten van den landbouw,
+op plaatsen daar men reeds niet meer het water door sluizen kon
+ontlasten, van 2000 watermolens alleen in Holland. De Schrijver geeft
+voorts onkostbare behoedmiddelen aan de hand, en dit boekje verdient
+de opmerking des onpartijdigen.
+
+[107] Door den Emeritus Predikant P. Brouwer, een man van kennis
+en verstand, was in geschriften nagelaten eene Nasporing en
+Aanwijzing van den Loop en de Grenzen der opgeslijkte Middelzee,
+welk stuk te gelijk wordt uitgegeven (terwijl deze ter perse is,)
+met een zeer naauwkeurig en grondig Onderzoek naar de oorspronkelijke
+uitgestrektheid, en den tijd en wijze van opslijking der Middelzee;
+alsmede hoe Leeuwarden door haar is bespoeld geweest, zamengesteld
+door den ijverigen beoefenaar der Geschiedenis W. Eekhoff. Eene zeer
+aanbevelende Voorrede van den kundigen Worp v. Peyma versiert dit
+werk. Het onderzoek van Do. Brouwer bepaalt zich tot den omvang en
+begrensdheid der Middelzee in de 13 eeuw. Eekhoff heeft getracht aan
+te toonen en tot eenen hoogen trap van waarschijnlijkheid te brengen,
+welke in de oudste tijden de grenzen dier Zee waren, kennende haar eene
+veel meerdere uitgestrektheid toe, dan waarvan de geschiedenis gewaagt.
+
+[108] Dit werk getiteld: Physische Geschichte der Nordsee-Küste und
+deren Veränderungen durch Sturmfluthen seit der Cymbrischen Fluth
+bis jetzt, is in twee deelen uitgekomen te Emden 1833, en was het
+laatste voortbrengsel van dezen verdienstelijken man, ten nutte
+van zijn Vaderland, omdat hij dat Vaderland verlaten en zich naar
+een ander werelddeel begeven moest, ten einde zich een voortdurend
+bestaan te verschaffen.
+
+[109] Vergelijk hierbij de Voorrede voor het II deel van 't
+Charterboek, p. 65 en 66.
+
+[110] Vervaardigd voor het, door 't Friesch Genootschap uitgegeven,
+Friesch Jierboeckjen. Het eerste gedeelte is geplaatst in dat van 1831:
+Kirt Oersicht oer Frieslâns Schijdnis, fenne fierste tijd oon it jier
+1814 to, loopende dit deel van de vroegste tijden af tot aan Karel
+den Groote, dat is, tot aan 't jaar 773 of daaromtrent. Dit tijdvak
+noemt de Schrijver het Fabelachtige Friesland.
+
+Het tweede tijdperk, loopende tot op de aanneming van Albrecht,
+Hertog van Saksen, tot Heer van Friesland, d. i., tot aan 1498,
+wordt genoemd het Vrije Friesland.
+
+Het derde, de geschiedenis zullende bevatten van 1498 tot op de
+afzwering van Philips II., Koning van Spanje, als Heer der Nederlanden,
+heet het Overheerde Friesland.
+
+Het vierde tijdvak, van 1584 tot aan 1795, tijdstip van het vertrek van
+Prins Willem den V., laatste Stadhouder der VII Vereenigde Gewesten,
+uit Holland, zal het Stadhouderlijk Friesland genoemd worden.
+
+Het vijfde, zullende gaan van 1795 tot de omwenteling van 1813, zal
+den naam ontvangen van het Nieuwere Friesland.--Zie gem. Jierboeckjen.
+
+[111] Het gevoelen van den heer Hettema, ontwikkeld in zijn Iets over
+de Geschiedenis van Friesland (zie het Mengelwerk van de Leeuwarder
+Courant van den 10 Augustus 1830, No. 64), vind ik niet aannemelijk,
+dat namelijk Friezen hetzelfde zoude beteekenen als Frigen, Frisschen
+of vreemde volkplantingen;--hoezeer dan ook M. Alting in zijne
+Notitia Bat. et Frisiae Ant. in voce Frisii deze beteekenis aan
+de hand geeft en daartoe overhelt. H. v. Rhyn, in zijne Aantt. op
+de Friesche Oudhed. en Gest. I. 43, en andere Geleerden houden het
+met de beteekenis van vrijen. Dat de frissche of koude landstreek
+den naam Friezen zou geschapen hebben, zal toch wel geen' ingang
+vinden.--Vergelijk ook de voorrede van Gutberleth, voor Gabbema's
+Verh. van Leeuwaarden.
+
+[112] Vg. bl. 206, II. deel van de Bekn. Geschied. der Nederl. Taal
+door A. Ypeij, over de herkomst der Friezen.--
+
+[113] Winsemius in zijne Chronique, f. 6, en Suffr. Petri de
+Frisior. antiq. et orig. p. 234, noemen Hoppers een beroemd en
+verdienstelijk man, de eer der Friesche natie; v. Rhyn en na hem
+F. Sjoerds zeggen echter, dat zijn gevoelen geene voorstanders heeft.
+
+[114] Gemelde Aantt. p. 44.
+
+[115] Cf. Suffr. Petri de Fr. Or. L. I. Cap. XVIII.
+
+[116] Zie deswegens v. Rhyn t. a. p. en Westendorp, Jaarboek van en
+voor Groningen, p. 5.
+
+[117] Hunibaldus, Trithemius, Funccius, Panthaleo; of hebben zij
+zonder onderzoek elkander nageschreven?
+
+[118] Westendorp, Kronyk, p. 6 en 7.--V. Rhyn, ll. F. Sjoerds,
+Fr. Jaarb. I. 14 enz.
+
+[119] Wolfgang, Lazius en Aventinus.
+
+[120] Zie Westendorp, p. 8. Van deze omstandigheid, in de Kronyk van
+Eggerik Beninga vermeld, maken V. Rhyn, F. Sjoerds en anderen geen
+gewag.--Over andere volksvertellingen der stichting van Groningen,
+zie men onder anderen West., p. 19.
+
+[121] Men zie ook wat Bilderdyk, Geschied. des Vaderlands. I. 296
+over de Sagen zegt.
+
+[122] Vergel. A. Matthæi veter. ævi Anal. T. IV. p. 9, de derde
+Ankomst der Fresen.
+
+[123] Bl. 6.--De Heer Westendorp zijne bronnen in het I. deel van
+zijn Jaarboek nergens hebbende opgegeven, heb ik te vergeefs gezocht
+naar den veranderden inhoud dier sage.
+
+[124] Waarom onze schrijver Bruno heeft verkiezen weg te laten, is
+mij een raadsel, daar hij toch in alle andere kronijken mede zijne
+rol speelt.
+
+[125] Achter de Oudheden en Gestichten van Vriesland geplaatst,
+tot aanvulling van vele onvermelde zaken in dit werk, in welks
+voorafspraak bij de Friesche schrijvers luchtig beoordeelt. Hij
+verwerpt S. Petri, Furmerius, Winsemius, Hamconius en Zoeteboom,
+en houdt zich aan Emmius, Douza, Schotanus, Buchelius, Huetius en
+Alting. F. Sjoerds komt met zijn oordeel zeer naauwkeurig overeen in
+al wat van Rhyn geoordeeld heeft.
+
+[126] Zie gem. Nabericht, p. 350.
+
+[127] Cf. M. B. v. Nidek, Anal. Medii aevi, p. 140, drukfout voor
+440.--
+
+[128] Not. Bat. in voce Frisii.
+
+[129] Men vergelijke voorts de Chronyk van Eggerik Beninga in de
+Ann. van Mattheus.
+
+Onder verschillende schrijvers die over de Friezen en derzelver
+oorsprong geschreven hebben, kwam mij als niet een der geloofwaardigste
+voor, den minder bekenden en in Mencker's Gelerthen Lexicon, door
+Jöcher uitgegeven, vermelden Werner Rolevink de Laer, een Karthuizer
+Monnik te Keulen, uit Westfalen geboortig. Hij bloeide omstreeks 1495,
+onderzocht vlijtig de H. Schrift, leidde een godvruchtig leven en
+stierf in eenen hoogen ouderdom. Deze heeft onder vele werken ook een
+ten titel voerende: De origine Frisionum uitgegeven.--Suffr. Petri
+in Origine Frisionum maakt gewag van hem op p. 237,--en Furmerius
+heeft bij het opstellen zijner Annales gebruik van hem gemaakt.
+
+[130] Friesch Jierboeckjen foar it jier 1831, bl. XII en volgg.
+
+[131] Ook op Texel stichtte Drusus een burgt, waarvan het bewijs nog
+aanwezig is in den naam der hoofdplaats, terwijl grafheuvels en andere
+oudheden van het verblijf der Romeinen in die streken getuigen.
+
+Waarschijnlijk is destijds de stad Grebbe gesticht, welke gelegen heeft
+omtrent een half uur gaans benoorden Wieringen, aan het tegenwoordig
+Amsteldiep. Omstreeks 1710 was er nog veel muurwerk overig, en voorheen
+moet de massa van dat muurwerk ongelijk grooter geweest zijn, vermits
+men om het midden der XVII eeuw zeer veel duifsteen heeft opgehaald en
+met kagen naar Amsterdam vervoerd.--Over het bestaan dezer stad is veel
+getwist en aan de kronijkschrijvers Twisk, Borger, Valkoog en Zoeteboom
+voorheen (zoo als aan de oude Friesche kronijken) allen geloof in dezen
+ontzegd; doch na de opsporingen en berigten van Paludanus en anderen,
+in onzen leeftijd gedaan en gegeven, is die twijfel opgehouden.--Dat
+Drusus in deze streken dijken heeft aangelegd, is door de berigten en
+ontdekkingen van de geleerde oudheidkundigen A. Junius, den Marquis
+de Saint Simon en R. Paludanus buiten twijfel gesteld.--Scheltema,
+Geschiedenis der Zuiderzee. M. S.
+
+[132] Over deze daad en het Brittenkruid vergelijke
+men Plinius XXV. 3. F. Sjoerds, Fr. Jaarb. I. 125
+en 126,--Beschr. v. Fr. I. 344. Schotanus,
+Friesche Hist. p. 8. West. Jaarb. p. 14. Wagenaar,
+Vad. Hist. I. 79. H. Cannegiet. Dissert. de Herba Brittanica
+etc. p. 40.--Tegenw. Staat van Friesl. I. p. 19 volgg. en p. 126.
+
+[133] 't Zal met deze namen den Romeinen, als den lateren Franschen
+met die van de Admiralen Tjerk Hiddes en van Duvenvoorde gegaan
+zijn. Dezen heetten zij Kierkides en Vandenfort.
+
+[134] Zie F. Sjoerds, Jaarb. I. 203. Schot,
+Fr. Hist. bl. 26. Tegenwoordige Staat van Utrecht, I. 13 volgg.
+
+[135] Ook Westendorp (Jaarb. p. 16) heeft hier geen licht verspreid,
+verklarende niet te weten, op welk gezag de Jaarboekschrijvers
+van eenen inval der Noormannen in 't jaar 90, bij F. Sjoerds Gothen
+genoemd, gewagen.--Dit punt verdiende mede een opzettelijk onderzoek,
+daar men toch niet kan vooronderstellen, dat deze vermelde feiten,
+op verschillende tijden geschied, uit de lucht gegrepen zouden zijn.
+
+[136] Vergel. F. Sjoerds, Jaarb. I. 220 en volgg.
+
+[137] Vergelijk Westendorp, Jaarb. van en over Groningen, p. 32 en
+volgg., zoo over deze als de opvolgende tijdvakken, onder de regering
+der Koningen Radboud I, Adgillus II, Gondebald en Radboud II., de
+laatste Koning over Friesland.
+
+[138] Luden, Geschichte des Teutschen Volks. Een onwaardeerbaar boek!
+
+[139] Gaillard, Histoire de Charlemagne. Niet een van de minsten,
+wat zijnen schrijftrant betreft.
+
+[140] Hoezeer te dikwijls de kleine daden van groote mannen tot
+bouwstof moeten dienen, om des Schrijvers historie met luister op te
+sieren, is echter in de geschiedenis van dezen Karel, hoe dikwijls
+ook beschreven, geen verdicht sieraad noodig: want altoos levert
+zij een grootsch tafereel op van een merkwaardig Vorst, aan wien de
+wetenschappen en letteren, maar vooral de vrijheid en onafhankelijkheid
+van geheel de Christenheid, alles te danken hebben.
+
+[141] Over deze en al de oude wegen in Oost-Friesland is eene zeer
+uitvoerige beschrijving gegeven door Fr. Arends, in het Ostfrisisches
+Volks-Buch van het jaar 1832, waarvan eene gedeeltelijke vertaling
+door mij is gegeven, in het Mengelwerk der Leeuwarder Courant.
+
+[142] Men zie hierover Adam en Meijer, Römische Altherthümer, II. D.,
+en vergelijke de Aanteekeningen over het Oude Friesche Wapen,
+in het Mengelw. Leeuw. Courant, 20 Sept. 1831. alwaar dit breeder
+ontwikkeld is.
+
+[143] Bilderdyk, Geslachtlyst op het woord Adel, zegt: het is slechts
+eene andere uitspraak van edel; van aad, oud. Van deze meening moeten
+wij, met anderen, verschillen.
+
+[144] Dit Register is onder anderen te vinden bij Winsemius,
+Chron. fol. 402.
+
+[145] Graven waren Bestuurders namens den Vorst in de
+Provinciën,--Hertogen waren Legerhoofden,--Baronnen of Baanderheeren
+Hoofden van een District--en Heeren Krijgsmannen.
+
+[146] Tacitus zegt: Olennius e primipilaribus regendis Frisiis
+impositus.--De Primipilares behoorden tot de eerste compagnie der
+Triariërs; vandaar Primipilares scil. Centurio, de Hoofdman van die
+eerste compagnie: Stuart, Rom. Gesch. XXII. noemt Olennius een der
+eerste Hoplieden eener keurbende.
+
+[147] Men weet dat er over het bestaan van deze stad Grebbe bij de
+oudheidkundigen is getwist. Aan de latere kronijkschrijvers Twisk,
+Borger, Valkoog en Zoeteboom werd voorheen in dezen geloof ontzegd,
+doch na de opsporingen en berigten van Paludanus en anderen, in onzen
+leeftijd gedaan en gegeven, heeft de twijfel opgehouden. Scheltema,
+Geschiedenis der Zuiderzee. M.S.
+
+[148] Westend. Jaarb. spreekt in 662 van een zwaren watervloed over
+West-Friesland. Deze heb ik niet kunnen vinden; welligt is 't eene
+drukfout voor 626.
+
+[149] Westendorp, Jaarb. p. 31 zegt: die langer dan de Spies van
+Klotarius waren: dit zou nog al verschil maken.
+
+[150] Het is beschreven onder anderen bij Wins. Chronique, fol. 61;
+West. Jaarb. p. 39. Vergel. F. Sjoerds, Beschr. I. 546.
+
+[151] Over de Graven en Hertogen vergelijke men
+Bild. Gesch. d. Vad. I. 107 volgg.
+
+[152] Algemeen noemt men hem Lodewijk den Vrome doch Bilderdijk zegt
+(Gesch. d. Vaderl. I. 100. noot), dat pius niet vroom beteekent,
+want dat vroom eigenlijk is 't geen de Romeinen strenuus,
+dapper, noemen.--Beter noemden hem de Franschen, le debonnaire,
+de Zachtmoedige.
+
+[153] Uitgegeven te Leiden bij S. en J. Luchtmans, 1833.
+
+[154] Gesch. d. Ned. Taal, II. 136. De aanmerking van den Schrijver,
+dat er in het woord karelui in den Neders. tekst door onachtzaamheid
+of onkunde der afschrijvers een misslag begaan is, en dit Karelen of
+Karels zal moeten zijn, zal ook in den Duitschen tekst gelden, daar de
+Duitsche overzetter van Karelui, Karl-pfui schijnt gemaakt te hebben.
+
+[155] Zie de Aanteek. op den jare 1239. Fr. Jierb. 1833, §§ 5 en 14;
+Bild. Gesch. I. 89, 92-94, 252 en 296.
+
+[156] Westendorp maakt geen gewag van deze Potestaten. Ook Bild. laat
+dit punt onaangeroerd.
+
+[157] De Script. Frisiae, Dec. VII. C. 3 et Dec. XII. C. 6.
+
+[158] Wij hebben dit verhaal hoofdzakelijk getrokken uit een door
+den geschiedkundigen T. D. Wiarda bewerkt stuk, zamengesteld uit de
+Friesche en andere Kronijk- en Geschiedschrijvers, benevens eenige
+Handschriften. Men vindt het in het Tijdschrift Ost-Friesische
+Mannigfaltigkeiten, 3 Jahrgang, Aurich, 1786.--Waar het ons
+noodig dacht, hebben wij eenige veranderingen en vermeerderingen
+gemaakt. Wiarda heeft alle zijne bronnen naauwkeurig aangewezen, welke
+aanhalingen wij hebben achterwege gelaten, doch eenige ophelderende
+aanteekeningen er bij gevoegd. In het Mengelw. der Leeuwarder Couranten
+van 4 Junij, 6, 20 Aug. en 10 Sep. 1833, in welke wij dit stuk als
+eene bijdrage geven, zijn de eersten te vinden.
+
+[159] De meeste Geschiedschrijvers spreken van roode kruisen. Dit
+kan van dezen eersten Kruistogt waar zijn; doch in de volgenden
+hebben voorzeker de onderscheidene natiën zich door de kleuren
+kenbaar gemaakt. »De Koning van Frankrijk neemt met de zijnen roode,
+de Koning van Engeland met de zijnen witte, de Graaf van Vlaanderen
+met de zijnen groene kruisen aan:"
+
+Et Rex Franciae cum suis rubeas cruces, Rex Angliae cum suis albas,
+Comis Flandrensis cum suis virides suscipiunt. Andr. Sylv. Marcian:
+ad ann. 1188.
+
+[160] Helmoldi Chron. Slav. L. 2. C. 66. Dit geval vindt men beter
+en omstandiger vermeld bij F. Sjoerds, Jaarb. II, 361-363.--Schotanus
+zegt: »Onse reuck is stanck in hare neus-gaten."--
+
+Volgens Ebert, Bibliogr. Lexicon, is de Kronijk van Helmold naar het
+H. S. te Lubeck uitgegeven in den jare 1659, en met nooten voorzien
+door H. Bangertus in quarto;--de eerste druk echter is van 1556.
+
+[161] Van de groote bijgeloovigheid dier tijden kan men zich bijna
+geen denkbeeld maken. Het ontbrak in Friesland niet aan kruisen
+in de lucht: misschien reeds de vliegeruitvinding, om het volk te
+verbijsteren. F. Sjoerds, Jaarb. II, 491.
+
+[162] Deze Olivier werd in 1223 Bisschop te Paderborn en in 1226
+Kardinaal. Vid. Nic. Schat. Hist. Westph. L. XX, p. 996 seq.--Deze
+N. Schaten was een Jesuit in Westfalen, geboren 1608, heeft ook
+de daden van Karel den Groote beschreven: zijne geschiedenis van
+Westfalen kwam het eerst uit in 1690. Ebert in voce.
+
+[163] K. Muchler, Abendzeitung, August. 1831. F. Sjoerds, Jaarb. II,
+492; J. C. Maier, Geschiedenis der kruistogten, p. 187.
+
+[164] Misschien van Olivier zelven, die den togt mede gedaan,
+en ook eene Historia Damiatina (Geschiedenis van Damiate)
+geschreven heeft. Eccard heeft in Corp. Hist. med. aevi dezelve doen
+afdrukken. Het spijt mij, dat mij dit werk, 't welk ik hier met nut
+gebruiken kon, niet ten dienste staat.
+
+[165] Het Itinerarium zegt van 12 schepen. Emmius, die dit Itinerarium
+desgelijks in Mspt. (want het was toen nog niet afgedrukt) voor zich
+had, spreekt van 212 schepen. Het eerste is zeker eene drukfout. Ook
+in de Wijsgeerige en Staatkundige Geschiedenis der Wereld, van
+K. H. L. Pölitz, door Wits. Geysbeek vertaald, wordt slechts van 12
+schepen gemeld; dan volgens F. Sjoerds, Jaarb. II, 493 en anderen,
+stak Graaf Willem met 12 schepen uit de Maas in zee, wordende gevolgd
+van een groot aantal volks. Naar Engeland overstekende, vereenigden
+zich de Hollandsche en Friesche vloten met die der Engelschen, onder
+bevel van George, Grave van Wight, welke vereenigde vloten uit 212
+schepen zullen bestaan hebben.
+
+[166] Volgens de woorden van Emo's Chronicon: (vid Matth. Analecta
+vet. aev. II, 26)--Comes de Wetha Praedux totius classis est electus,
+posteriore custodia Comiti Hollandiae deputata, quem Ducem et Dominum
+jam totus sibi delegerat exercitus.--was niet den Graaf van Holland,
+maar den Graaf van Wieden het Opper-Admiraalschap opgedragen.
+
+[167] Wij willen hierbij voegen, hetgene voorkomt in het
+geslachtregister van Friesche Adellijke Familien, opgemaakt door
+S. v. Adelen van Cronenburgh, en vervolgd door P. van Albada ter
+Oele (M. S.), betrekkelijk het Geslacht der Roordaas, die eertijds
+in hun wapen mede rozen boven de baar voerden, maar dit naderhand
+hebben veranderd.
+
+De oorzaak van deze verandering is dit: »'t Is gebeurd ten tijde dat
+veel verscheidene Natiën, gelijk de Friezen, in 't H. Land waren
+getogen, om hetzelve uit de handen en het geweld der Saracenen of
+Turken te verlossen, dat onder anderen verscheidene Edellingen uit
+Friesland, ook die van het Geslacht van Roorda, met de menigte aldaar
+zijn geweest, onder welke zoo het gebeurde, tusschen de beide heiren
+van de Christenen en Saracenen, dat er een uitnemend groot, stout en
+vaillant Moorsch Prins was uit het Saraceensche heir, die voor het
+Christen-leger zeer hoogmoedig ging braveeren, uitdagende aldaar een
+van de vaillantste Ridderen der Christenen, om met hem een kampslag
+te slaan; zoo heeft er terstond een stoutmoedige edele Fries uit het
+geslacht van Roorda verlof van zijnen Prins begeerd, om met dezen
+man een kampslag te doen; 't welk hem toegestaan zijnde, is hij in
+het aanzien van beide legers tegen dezen Moor in het veld getreden,
+en heeft aldaar zulk eene forsigheid met feiten van wapens bedreven,
+dat hij ten laatste dezen Moor heeft overweldigd, ter neêr gehouwen en
+onthoofd, het hooft ook tot een teeken van victorien op de poot van
+zijn geweer naar het Christen-leger triumphantlijk gebragt; alwaar
+hij bij alle de Prinsen, Heeren en Ridders zeer loffelijk van zijne
+stoutmoedigheid zeer geprezen, en mede Ridder geslagen en eerlijk
+ontvangen is. En is hem ook, alsmede zijnen nakomelingen, tot een
+teeken en memorie van eene zoo vrome daad, een Moriaanshoofd in zijn
+schild en wapens vereerd, gelijk zijn geslacht nog tegenwoordig voert,
+benevens zeer loffelijke brieven en attestatie met Prinsen en Heeren
+Zegelen bevestigd."
+
+[168] In het Grand Theatre Historique, T. III, p. 328 vindt men de
+plaat van dit met eene zaag voorziene schip. De stad Haarlem eigent
+zich dit schip toe. Men vindt daarom nog in de groote kerk zelfs een
+model van dat schip. Ook maken er de Dokkumers aanspraak op. Zij
+hebben er een model van tot windwijzer op den toren der groote
+kerk gemaakt. Idsinga, Staatsregt van Groningen, p. 126.--Wagenaar,
+Vad. Hist. II, 350.
+
+[169] Meleddin was de oudste zoon van den Sultan Saphaddin, die
+gedurende het beleg van Damiate gestorven was.
+
+[170] De te voren vermelde verovering der stad Damiate plaatst Beninga
+verkeerdelijk in het jaar 1229, in de Geschiedenis dezes Kruistogts
+onder Frederik II.
+
+[171] Dat zij aan dezen Kruistogt geen deel genomen hebben,
+is genoegzaam zeker, want op verzoek van den Koning Willem had
+de Kardinaal Caputio, namens den Paus, de Friezen van hunnen
+Kruistogt naar het H. Land ontslagen, mits zij Willem Aken hielpen
+veroveren, waarop zij bij gansche scharen naar zijn leger optrokken,
+natuurlijkerwijze dezen togt ver de voorkeur gevende, boven den meer
+verwijderden naar Palestina. Verg. J. Meerman, Gesch. van Graaf Willem
+van Holland, Roomsch Koning, I. 263-264.
+
+[172] Willem is, gelijke bekend staat, en onze Kronijk zegt, niet in
+Friesland, maar te Hoogwoude in Noord-Holland door de West-Friezen
+vermoord. Zie Meerman, als voren. De opgave van Wiarda is dus
+hier onjuist. Vergelijk Wagenaar, Vad. Hist. II. 401; Bilderdyk,
+Geschiedenis des Vaderlands, II. 151, 152.
+
+[173] Tot dusver loopt het verhaal van Wiarda.
+
+[174] Zie het slot van aangehaalde werk: Proeve van eene Geschiedenis
+der Kruistogten en derzelver gevolgen, bl. 546, waarin echter
+zeer uitroerig over de voordeelen en weinig over de nadeelen wordt
+gesproken.
+
+[175] Dit uitmuntend werk is door den zeer kundigen Steenbergen
+van Goor in den jare 1823 uit het Hoogduitsch vertaald en met vele
+belangrijke aanmerkingen voorzien. Het gevoelen van dezen was het
+volgende: »Dat Europa door de Kruistogten veel geleden heeft, zal
+niemand ontkennen; maar dat het tevens door dezelve in burgerlijke
+vrijheid, beschaving, verlichting, koophandel en kunstvlijt veel,
+zeer veel heeft gewonnen, is onbetwistbaar. En nu vrage men, of die
+voordeelen destijds voor eenen minderen prijs te verkrijgen zouden
+geweest zijn?" Ook Luden in zijne Allgemeine Geschichte der Völker
+und Staaten des Mittelalters, is ten dezen niet genoeg aan te bevelen.
+
+[176] Verg. Styl, Opkomst en Bloei der Nederlanden, bl. 28;
+Tegenwoordige Staat van Friesland, I. 312; West., Jaarb. I. 209;
+Cerisier, Geschiedenis der Nederlanden, I. 209.
+
+[177] Verg. Schot. Fr. Hist. bl. 92; Egger. Beninga, Kronijk, bl. 101;
+Dumbar, Analecta, I. 333.
+
+[178] Vergel. Gesch. des Vaderl. II. 130, waar het anders had
+behooren vermeld te zijn. Over de Bulle van Karel Byv. en Aanm. op
+Wagenaar, I. 107, en A. Kluit, Hist. der Holl. Staatsr. V. 52,
+die het vrij zeker stelt, dat voor den jare 1300 dat stuk
+bestond. Aantt. O. Fr. Wett. 109, 112. Zie over den dood van Willem,
+onze noot op bl. 387, Tegenw. Staat, I. 409 en 410.
+
+[179] Op bl. 20 en 21; welk Geschiedverhaal met de andere Geschriften
+van Jancko Douwama worden uitgegeven door het Provinciaal Genootschap
+ter beoefening der Friesche Geschied-, Oudheid- en Taalkunde, waarvan
+de eerste aflevering in den jare 1830 is uitgekomen.
+
+[180] Verg. H. W. Tydeman, Over de Hoeksche en Kabeljaauwsche twisten,
+bl. 111.
+
+[181] Winsemius, fol. 174: »Wat meer is die oude gheschreven Chroniquen
+ghetuygen, dat door 't selve quaedt van tweedracht, die inghesetenen
+deser landen, nu in ryckdom ende weelde sittende, alle hare macht
+aengheleyt te hebben tot stiftinghe der Stinsen ende vasticheden,
+in sulcken aentale, dat in een Dorp 't begrijp van dertich huysen,
+hebbende, sesthien Stinsen uyt den ouden Vrieschen Steen gemaeckt
+(welcke van hardicheyt een vlintsteen ghelyck was) ghevonden zyn."
+
+[182] Over het vroeger tijdvak en de gesloten verbonden en
+overeenkomsten zijn belangrijk de Monumenta Groningana veteris
+aevi inedita, door den geleerden Keuchenius Driessen uitgegeven, en
+met uitnemende Aanteekeningen verrijkt; bijzonder zijne Aantt. op
+bl. 335, 398, 475, 493, 797 en 831. Verg. Iets over den Oorsprong
+en de Partijnamen der Schieringers en Vetkoopers, door den Heer
+P. Burggraaff, in No. I van het Tijdschrift voor Onderwijzers, die
+alleen als oorzaak der twisten beschouwt: het ontstaan, de uitbreiding
+en het toenemend aanzien van den vierden stand der maatschappij dien
+der burgers.
+
+[183] In de eerste druk van onze kronijk staat ook dit jaar vermeld.
+
+[184] Dit H. S. is de oorspronkelijke Grafelijke Rekening van den
+Heer Garbrand van der Couster, Proost van Berghen in Henegouwen,
+ende Jorghel, mijns Heeren Camerling, van 't geen sy ontfaen
+hebben van mijnen lieven Heere van Holland, toter reyze behoef van
+Oistvrieslant; verrekend en gesloten op den 18 Maart 1396, hofstijl,
+d. i. 1397. Zie de uitmuntende Geschiedenis van het Nederl. Zeewezen,
+door den Archivarius de Jonge, I. 30 en 31.
+
+[185] Wagenaar, V. H. III. 502.
+
+[186] de Jonge, t. a. p.
+
+[187] Hoveling. De Edellieden, die op vaste burgten, sloten of stinzen
+woonden, werden in Friesland Hovelingen genoemd. Verg. Archief
+voor Vaderl. en Vriesche Geschiedenis van Visser en Amersfoordt,
+Aant. I. bl. 25.
+
+[188] De Geschiedschrijvers vermelden dit voorval breedvoerig:
+O. v. Scharl. quarto, bl. 245-247; Wins. Chron. fol. 306;
+Schot. Fr. Hist. fol. 372; Gabbema, Verhaal van Leeuw. 164;
+Petr. Thaborita op 't jaar 1487; Kronijk en Beschrijving van de stad
+Sneek, door Napjus, 2e dr. bl. 11, enz. De Heer van Halmael heeft
+in een gedicht dit feit herdacht. Zie Mengelwerk der Leeuw. Courant,
+20 April 1830.
+
+[189] Onder de oudere Schrijvers heeft de geleerde en verdienstelijke
+Historieschrijver Lambertus Hortensius van Montfoort, in zijn werk:
+de tumultu Anabaptistarum, te Bazel in 1548 uitgegeven, van dit oproer
+in Friesland een getrouw verslag gedaan. In de zeldzame Hollandsche
+vertaling van 1659, in klein Octavo, versierd met fraaije plaatjes,
+is ook eene afbeelding van de belegering des kloosters. De Wind,
+Bibliotheek, I. 150 noemt een' druk van 1660.
+
+[190] Vele oude kloosters, en ook het Convent Thabor, waren zeer
+uitgebreid en groot gebouwd, zoodat zij zelfs een aantal krijgslieden
+konden bevatten en verzorgen. Deze Schrijver verhaalt, dat zijn Convent
+de navolgende gebouwen had: een Molkenhuis, Bakhuis, Waschhuis,
+Schoenmakershuis, Poorthuis, Bouwhuis, Timmerhuis (welligt met het
+Bouwhuis hetzelfde), Koehuis, Molkenhuis, Brouwhuis, Ziekenhuis,
+verscheidene Dormters, slaapplaatsen der Geestelijken en Leeken,
+eene Kloosterkerk, Sacristij, Capittelhuis enz., voorts Binnenhof,
+Tuin, Bosch en Boomgaard.--De bewoners waren Geestelijken, Leeken,
+Priesters en Monniken: Beambten waren er velen, als Bouwmeester,
+Opzigter, Kellener, Molkenmeester, Portier, Biermeester enz.,
+terwijl er voor de gewone behoeften een aantal bedienden nodig waren.
+
+[191] Deze Memorien zijn eerst uitgegeven in 1564, daarna door Dumbar
+in zijne Analecta geplaatst, met vele bijgevoegde aanteekeningen,
+uithoofde dit werk uiterst zeldzaam was geworden. Zie Aantt. op
+bl. 182 der kronijk.
+
+[192] De titel is: Joannis Caroli de rebus Casparis â Robles Billaei
+in Frisia gestis commentariorum Libri IV. De Schrijver, geboren te
+Antwerpen in de laatste helft der XVI eeuw, was lid van den Grooten
+Raad te Mechelen, uithoofde van welke betrekking hij in den jare 1567
+in Friesland kwam, en Algemeen Geregtsverzorger (Procureur Generaal)
+werd. Hij legde daarna zijne ambten neder, werd Franciskaner Monnik,
+doch stierf nog voor het einde van zijn proefjaar in 1598.
+
+[193] Bara-Huis, Bara-Stins en Bara-Convent waarschijnlijk dus genoemd
+naar den naam des stichters, die even onbekend is als den tijd waarin
+de stichting heeft plaats gehad. Men kan echter voor zeker stellen,
+dat de Middelzee nog in volle kracht was, toen de bouwing heeft plaats
+gehad. In de burgeroorlogen der Friesche partijen werden er meene
+dagen, vergaderingen en bijeenkomsten, gehouden. Twee boereplaatsen
+zijn aldaar nu aanwezig, waarvan de eene waarschijnlijk op den bouwval
+van het Convent zal zijn aangelegd, en in de tweede boerderij, aan
+den straatweg gelegen, wordt de naam nog bewaard.
+
+[194] Staatkundig Nederland, I. 49. Aldaar wordt ook melding gemaakt
+van de marmeren poort van Viglius, voorzien met zijne spreuk: Vita
+mortalium Vigilia (het leven der stervelingen is eene nachtwake),
+geplaatst in de voorzaal der Kanselarij. Doch dit was zij weleer,
+want ook dit eerwaardig gedenkstuk der oudheid moest in de algemeene
+vernietiging deelen.
+
+[195] Deze redevoering is uitgesproken in een Letterkundig Genootschap
+te Amsterdam na 1795, en na 's mans dood gedrukt en uitgegeven,
+door de zorg van den verdienstelijken Hoogleeraar H. W. Tydeman,
+in de Mnemosijne, XIV Deel.
+
+[196] Deze Verhandeling, in het openbaar uitgesproken, is daarna
+geplaatst in het Mengelwerk der Leeuwarder Couranten van 23 en 30
+Maart 1830.
+
+[197] Zie de Unie van Brussel des jaars 1577, naar het oorspronkelijke
+uitgegeven door Mr. J. C. de Jonge, bl. 95 en 166-169.
+
+[198] Zie het Cort Verhael van Rennenburgs leven, op bl. 469-473 zijner
+Memorien. Dit geschrift heeft hoofdzakelijk tot bouwstof gediend voor
+de Schrijvers van den Tegenwoordige Staat van Stad en Lande, I. 420 tot
+502, bevattende Rennenberg's geschiedenis; voor van Meteren, in het
+breede 't beleg van Steenwijk vermeldende en voor Wagenaar over dit
+tijdvak, welke ook schijnt te betwijfelen: »of hem de kwaade uitslag
+zyns bedryfs niet meer dan de snoodheid en 't verraad gesmert hebbe."
+
+[199] Van dit Huwelijk wordt bij Winsemius, Wagenaar en anderen geene
+melding gemaakt. Kok, Vaderl. Woordenb. zegt dat Graaf Willem niet
+getrouwd is geweest. Wij hebben ook misstellingen en veel verschil in
+de dagteekeningen ontdekt, en daarom de opschriften der grafzerken,
+zoo ver vermeld, gevolgd. Men vergelijke onder anderen over deze en de
+volgende Stadhouders Johannes van den Bosch, de Heeren Stadhouderen
+van Vriesland,--beschreven, enz.;--de Redevoering van A. G. Camper,
+bij de inhuldiging van Vrieslands Athenaeum uitgesproken, met het
+eerste bijvoegsel, en Holland's Roem, door den Baron Collot d'Escury,
+IV. Aantt. bl. 220, 221.
+
+[200] Over de begraving der Vorstelijke Familiën, zie de Noot op den
+jare 1620.
+
+[201] Uit eene verzameling van eigenhandige en vertrouwelijke Brieven
+van den Stadhouder, geschreven van de jaren 1734 tot 1747, aan zijnen
+Vriend en Raadsman den Heere van der Mieden, Raadsheer in het Hof van
+Holland, mij goedgunstig door deszelfs Neef, Mr. J. Schonck, Raad in
+het Hoog Geregtshof te 's Gravenhage, medegedeeld, blijkt des Vorsten
+uitnemend karakter. Ook is deze hoogst belangrijke Correspondentie
+tevens bevattende een aantal eigenhandige brieven van Prinses Anna,
+den Baron H. van Aylva, den Hertog Lodewijk van Brunswijk, den
+Opperstalmeester Grovestins, den Secretaris van Prinses Anna, de
+Larrey en anderen, voor de geschiedenis van dien tijd van hooge waarde.
+
+[202] In ons Gewest bleef echter van die invoering tot op den huidigen
+dag een gebruik over, bij anderen niet aangenomen, zijn oorsprong
+ontleenende uit het verschil van dagen, door den Ouden en Nieuwen
+Stijl ontstaan. Alle verhuringen en verhuizingen hebben plaats op
+den 12 Mei, niet op den eersten; zoo komen alle dienstboden op den
+12 Mei en 12 November, welke dagen men oude Mei en oude Allerheiligen
+noemt, in hunne diensten; dit gebruik is gewettigd geworden bij eene
+nadere Publicatie der Provinciale Staten van 29 Januarij 1701. Men
+verkoopt en verhuurt de Zathen en Landen enz. te aanvaarden, voor de
+landen St. Petri, dat is den 5 Maart, (oude Sint Pieter), en voor de
+huizinge en schuur den 12 Mei; overigens rigt men zich in alles naar
+den gewonen Gregoriaanschen Almanak.
+
+[203] In de nagelatene Adversaria van een' onzer verdienstelijke
+Friesche Geleerden, vond ik nog deze aanteekening op het woord
+Grietman: »De geregtelijke tweegevechten werden gehouden in eene
+plaats het Krijtveld genaamd. Kryt staat voor het Hoogd. griet
+of gries, (gruis), dat volgens Veit Weber, Sagen der Vorzeit,
+B. 11. p. 101, beteekent het Steenzand, waarmede de kampplaats
+wordt bestrooid. Kan de benaming Grietman hiervan ook eenig licht
+erlangen? Hij zoude dan oorspronkelijk de Opziener over zulk eene
+Regterlijke kampplaats, Hoofd van zulk eene Regtspleging geweest zijn,
+en het zou dan eigenlijk hetzelfde beteekenen als in de Oude Wetten
+'t woord grieswart, grieswärtel, tournooivoogd, of volgens nog ouder
+schrijfwijs greiswärtel. Zie Haltaus, Gloss. Germ. med. aev. p. 753,
+die hetzelve drie beteekenissen toekent, welke met die waardigheid
+overeenkomen. Het woord greta, waarvan het afgeleid wordt bij Beyma,
+is, meen ik, oorspronkelijk ook alleen gebruikt van oproeping of
+dagvaarding ten kampstrijd; (si vacat, hoc ulterius demonstrabo)."
+
+»Huydecoper op Melis Stoke, III. 54, legt krijt uit door kring (kreis,
+kreits), doch ten aanzien van onze gissing over den oorsprong van
+het Woord Grietman is dit hetzelfde."
+
+B. A.
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's It aade Friesche Terp, by Johannes Hilarides
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IT AADE FRIESCHE TERP ***
+
+***** This file should be named 33563-8.txt or 33563-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/3/5/6/33563/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg. (This book was produced from scanned images of
+public domain material from the Google Print project.)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/33563-8.zip b/old/33563-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..1ad34fa
--- /dev/null
+++ b/old/33563-8.zip
Binary files differ
diff --git a/old/33563-h.zip b/old/33563-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..1392c46
--- /dev/null
+++ b/old/33563-h.zip
Binary files differ
diff --git a/old/33563-h/33563-h.htm b/old/33563-h/33563-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..3b88d66
--- /dev/null
+++ b/old/33563-h/33563-h.htm
@@ -0,0 +1,15425 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2010-08-28T21:43:49.853+02:00. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta name="generator" content=
+"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
+<title>It aade Friesche Terp; of Kronyk der Geschiedenissen van de Vrye
+Friesen</title>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=us-ascii">
+<meta name="generator" content=
+"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/">
+<meta name="author" content=
+"Johannes Hilarides (1648&ndash;1725) Jacob van Leeuwen (1787&ndash;1857)">
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="DC.Creator" content=
+"Johannes Hilarides (1648&ndash;1725) Jacob van Leeuwen (1787&ndash;1857)">
+<meta name="DC.Title" content=
+"It aade Friesche Terp; of Kronyk der Geschiedenissen van de Vrye Friesen">
+<meta name="DC.Date" content="#####">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content="Friesland (Netherlands) - History">
+<style type="text/css">
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/***** Titlepage *****************************************************/
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/***** End Titlepage *****/
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .pseudoh3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, pseudoh4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+p.dateline
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+p.signed
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.marginnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/****** Tables ******/
+td.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/****** Poetry ******/
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum, .sp .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left: 16%;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/***** Drama *****/
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/***** End Drama *****/
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/****** Font Styles and Colors *****/
+.ex
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+.uc
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/***** End Font Styles and Colors *****/
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote, div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+/***** External Links *****/
+.pglink
+{
+background: url(images/book.png) center right no-repeat;
+padding-right: 18px;
+}
+.catlink
+{
+background: url(images/card.png) center right no-repeat;
+padding-right: 17px;
+}
+.exlink
+{
+background: url(images/external.png) center right no-repeat;
+padding-right: 13px;
+}
+.pglink:hover
+{
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover
+{
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover
+{
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+h1, .pseudoh1
+{
+padding-bottom: 5em;
+}
+h1, h2, .pseudoh1, .pseudoh2
+{
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline
+{
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+font-weight: normal;
+}
+table
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.tablecaption
+{
+text-align: center;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+</style>
+
+<style type="text/css">
+.xref, .xsection
+{
+margin-top: 2em;
+margin-bottom: .5em;
+font-weight: bold;
+}
+.pseudoh1
+{
+padding: 0;
+margin-top: 2em;
+margin-bottom: 1em;
+}
+.pseudoh2
+{
+padding: 0;
+margin-top: 1em;
+margin-bottom: 0.75em;
+}
+.xd20e102
+{
+text-align:center;
+}
+.xd20e1232
+{
+font-style:italic;
+}
+.xd20e2637
+{
+text-indent:2em;
+}
+.xd20e7739
+{
+text-align:right;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of It aade Friesche Terp, by Johannes Hilarides
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: It aade Friesche Terp
+ of Kronyk der Geschiedenissen van de Vrye Friesen
+
+Author: Johannes Hilarides
+
+Editor: J. van Leeuwen
+
+Release Date: August 28, 2010 [EBook #33563]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IT AADE FRIESCHE TERP ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg. (This book was produced from scanned images of
+public domain material from the Google Print project.)
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<p class="firstpar xd20e102">Kronyk<br>
+der<br>
+Geschiedenissen<br>
+van de<br>
+<i>Vrye Friesen.</i> <span class="pagenum">[<a id="xd20e116" href=
+"#xd20e116" name="xd20e116">3</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">It aade Friesche Terp</div>
+<br>
+<div class="subTitle">of<br>
+Kronyk<br>
+der Geschiedenissen van de<br>
+Vrye Friesen:<br>
+met<br>
+Bijvoegsels en Aanteekeningen.</div>
+</div>
+<div class="byline"><i>van</i><br>
+<span class="docAuthor"><i>J. van Leeuwen,</i></span><br>
+<i>Griffier van de Regtbank te Leeuwarden.</i></div>
+<div class="docImprint">te Leeuwarden, bij<br>
+J. Proost.<br>
+<span class="docDate">1834.</span></div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e157" href="#xd20e157" name=
+"xd20e157">I</a>]</span></p>
+<div id="voorberigt" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e159" class="main">Voorberigt.</h2>
+<p class="firstpar"><i>In den jare 1677 werd te Leeuwarden uitgegeven
+de eerste druk dezer Kronijk ander den titel:</i></p>
+<div class="blockquote">
+<p class="firstpar xd20e102"><span class="sc">IT AADE FRIESCHE
+TERP,</span><br>
+<i>Vertoonende</i><br>
+DE FRYE FRIESEN,</p>
+<p>in haar Oorsprong, Opkomst en Voortgang: Als Landsbestiering,
+Waapenhandel, Krychsdaaden, Weetenschap, Vreemde voorvallen, Yver voor
+de Vryheit, Afgooderye, Godsdienst en Landstreek.</p>
+<p class="xd20e102"><i>In &rsquo;t gemeen bij een gehoopt,</i></p>
+<p class="xd20e102"><span class="sc">Voor de Liefhebbers der
+Vryheit.</span></p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd20e185" href="#xd20e185" name=
+"xd20e185">II</a>]</span></p>
+<p><i>Op dezen druk, beginnende met het jaar 313 voor Christus geboorte
+en eindigende 1677, volgde een tweede, uitgegeven te Haarlem 1743,
+getiteld: <span class="rm">It aade Friesche Terp, of <span class=
+"sc">Kronyk</span> der Geschiedenissen van de <span class="sc">Vrye
+Friesen</span></span>, met een Bijvoegsel gaande tot de geboorte van
+<span class="rm"><span class="sc">Willem Karel Hendrik
+Friso</span></span>. Daarna zijn er nog twee Uitgaven in het licht
+verschenen de eerste te &rsquo;s Gravenhage 1746 en de laatste te
+Leeuwarden bij Chalmot 1771, welke beiden als een tweede druk worden
+vermeld en, uitgezonderd het titelblad, ook letterlijk van inhoud zijn
+als die van 1743. Deze tweede druk is behalve het Bijvoegsel
+aanmerkelijk vermeerderd en aangevuld met een aantal gebeurtenissen,
+tot Friesland en Groningen betrekking hebbende, welke in de eerste druk
+niet zijn vermeld, terwijl taal, stijl en spelling naar het gebruik van
+dien tijd zijn veranderd. Het Motto, op de keerzijde des titels of op
+den titel zelven geplaatst, was het gezegde van <span class=
+"rm"><span class="sc">Aeneas Silvius</span></span> of Paus <span class=
+"rm"><span class="sc">Pius II</span></span>: <span class="rm">Een Fries
+weigert niet voor de <span class="sc">Vrijheid</span> zelfs in de dood
+te gaan.</span></i> <span class="pagenum">[<a id="xd20e215" href=
+"#xd20e215" name="xd20e215">III</a>]</span></p>
+<p><i>Ofschoon ook deze Kronijk met de gewone sprookjes, fabelen en
+wonderen uit den ouden tijd is voorzien, bevat zij echter een beknopt
+verhaal van de meest belangrijke voorvallen uit de verschillende
+Friesche Geschiedschrijvers getrokken. Wie echter de Schrijvers of
+Opstellers zijn geweest is mij niet gebleken.</i></p>
+<p><i>Uit hoofde dit boekje van tijd tot tijd zeldzamer was geworden,
+komende de eerste druk bijna nimmer voor, ondernam de Boekhandelaar
+<span class="rm"><span class="sc">Proost</span></span> alhier eene
+nieuwe Uitgave, noodigde mij uit die te willen verzorgen, en er tevens
+zoodanige Aanteekeningen en Bemerkingen bij te voegen, als voor de
+beoefening en opheldering der Friesche Historie, bijzonder over de XV
+eerste eeuwen, nuttig en dienstig zouden kunnen zijn. Aan dit verzoek
+voldoende, meende ik den tweeden druk der Kronijk in deze Uitgave
+getrouw te moeten volgen, mij alleen veroorlovende de ongelijkheid in
+de spelling, en de te groote afwijking hier en daar in de taal wat te
+verbeteren.</i></p>
+<p><i>Bij het doorlezen der kronijken, geschiedboeken, en andere
+schriften heb ik voor de <span class="pagenum">[<a id="xd20e231" href=
+"#xd20e231" name="xd20e231">IV</a>]</span>Bijvoegsels en Aantekeningen,
+daaruit overgenomen of kortelijk aangestipt, wat mij voor mijn oogmerk
+belangrijk toescheen en dienen kon de Geschiedenis toe te lichten. Als
+een hoofddoel van dezen arbeid heb ik getracht den minder geoefenden
+tot eigen onderzoek en nasporing den weg aan te wijzen, weshalve ik al
+de Schrijvers en Geschriften naauwkeurig heb aangeteekend, in welken de
+uitvoeriger behandeling der zaken te vinden is, en de geschiedenis
+beter wordt voorgesteld. Ben ik in deze mijne poging, om anderen van
+nut te zijn, ten deele geslaagd, meer voldoening begeer ik
+niet.</i></p>
+<p><i>Over de waarde en geloofwaardigheid der oude kronijken en
+geschiedverhalen heb ik met een enkel woord mijne meening gezegd, en
+mijne stelling blijven verdedigen, dat aan dezelven daarom zoo weinig
+gezag wordt toegekend, omdat zij nimmer oordeelkundig zijn onderzocht
+en met de nog vele voorhanden zijnde bronnen vergeleken; dat geen
+Schrijver van lateren tijd, de Geschiedenis der Friezen ter harte heeft
+genomen, waardoor zij dus bij velen onbekend <span class=
+"pagenum">[<a id="xd20e237" href="#xd20e237" name=
+"xd20e237">V</a>]</span>gebleven, bij anderen opzettelijk is achterwege
+gelaten; en dat men te ver is gegaan om door het Werk van <span class=
+"rm"><span class="sc">Ubbo Emmius</span></span>, die als de Feniks
+aller Geschiedschrijvers, gelijk <span class="rm"><span class=
+"sc">Dousa</span></span> hem noemt, gehuldigd werd, Frieslands Historie
+voor voldongen te houden, daar hij geen kritiesch onderzoek in het werk
+heeft kunnen stellen, als verstoken van de noodige hulpmiddelen en
+bronnen. Niet dat ik de waarde van dezen te regt hooggeschatten
+Schrijver wil verkleinen of iets nieuws voortbrengen, daartoe is mijne
+kennis te gering: evenmin wil ik als een voorstander van de leer der
+oude kronijken met hunne fabels en wonderen beschouwd worden; maar het
+is alleen om aan te toonen hoe verkeerd men handelt onvoorwaardelijk
+het gezag van anderen te volgen, en zonder eigen overweging en grondig
+onderzoek onze oude Schrijvers te verwerpen. En dit is niet mijn
+oordeel alleen, hetwelk op de ondervinding steunt; maar vele geleerde
+en schrandere mannen, zoo als: <span class="rm"><span class="sc">v.
+Schwartzenberg</span></span>, <span class="rm"><span class=
+"sc">Ypeij</span></span>, <span class="rm"><span class=
+"sc">Visser</span></span>, <span class="rm"><span class=
+"sc">Amersfoordt</span></span>, <span class="rm"><span class=
+"sc">Westendorp</span></span>, <span class="rm"><span class="sc">v.
+Halmael</span></span> en anderen, die de <span class="pagenum">[<a id=
+"xd20e272" href="#xd20e272" name="xd20e272">VI</a>]</span>Friesche
+Historie bestudeerden, hebben in hunne geschriften ditzelfde beweerd,
+tevens de noodzakelijkheid betoogende, welke er sinds lang heeft
+bestaan, om de zeer belangrijke Geschiedenis van dit Gewest van de
+vroegste tijden af beter te leeren kennen, te onderzoeken en waarderen,
+zoodat eene zorgvuldige en oordeelkundige beschrijving, naar den geest
+en de smaak des tegenwoordigen tijd ingerigt, allezins wenschelijk
+ware. Daartoe heb ik reeds in den jare 1827 alle mijne pogingen in het
+werk gesteld, en een plan, hetwelk veel belangstelling, aanmoediging en
+ondersteuning, ook bij den Heere <span class="sc">Staatsraad</span>,
+<span class="sc">Gouverneur</span> en <span class="sc">Gedeputeerde
+Staten</span> van dit Gewest, heeft gevonden, tot stand trachten te
+brengen, dan door omstandigheden, <span class="rm">geheel van mij
+onafhankelijk</span>, is hetzelve onvolvoerd gebleven<a class="noteref"
+id="xd20e287src" href="#xd20e287" name="xd20e287src">1</a>. Een gelijk
+lot heeft een tweede <span class="pagenum">[<a id="xd20e314" href=
+"#xd20e314" name="xd20e314">VII</a>]</span>Ontwerp van den Heer
+<span class="rm"><span class="sc">van Halmael</span></span> en mij, tot
+de Uitgave van een <span class="rm">Geslacht- en Wapenboek van den Adel
+in Friesland</span>, een werk hoogst gewigtig voor de Geschiedenis,
+moeten ondergaan. Ik heb alzoo mijnen wil getoond, en daar ik tot geene
+Uitgaven op eene andere dan de door mij voorgestelde wijze besluiten
+kan, laat ik het nu aan ieder wie het luste over, om ter liefde voor de
+Geschiedenis, ter wille onzer Landgenooten en ten nutte voor de
+Nakomelingschap hunne middelen aan te wenden, hopende dat zij met een
+beter gevolg in de erkende behoefte<a class="noteref" id="xd20e324src"
+href="#xd20e324" name="xd20e324src">2</a> en den algemeenen wensch van
+hen, die de wetenschappen op prijs stellen, mogen voorzien.</i></p>
+<p><i>Voor het Titelplaatje koos ik de aloude adellijke State van den
+Potestaat <span class="rm"><span class="sc">Wiarda</span></span>
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e338" href="#xd20e338" name=
+"xd20e338">VIII</a>]</span>te Goutum, thans het eigendom van en bewoond
+door de Familie <span class="rm"><span class="sc">v.
+Cammingha</span></span>, welke met Martena-State te Cornjum, bijna de
+eenigen zijn, die, in den voorvaderlijken tijd gesticht, nog de
+algemeene slooping zijn ontkomen; want ook Tjaerda-Stins te
+Rinsumageest zal spoedig, naar het voorbeeld van Liauckama te
+Sexbierum, Hania te Holwerd, Holdinga te Anjum, Nieuw-Botnia te
+Franeker en zoo vele anderen binnen weinige jaren vernietigd, in eene
+puinhoop verkeeren.</i></p>
+<p class="signed"><i>Den 11 Junij 1834.</i></p>
+<p class="signed"><span class="sc">J. van Leeuwen.</span> <span class=
+"pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e287" href="#xd20e287src" name="xd20e287">1</a></span> Deze
+belangstelling is onder anderen ook gebleken uit de plaatsing van het
+<i>Prospectus</i> of <i>Berigt</i>, waarbij ik mijn oogmerk heb
+ontwikkeld, in de derde <i>Mnemosyne</i>, 1829, <i>I.</i> 278, en de
+aanbeveling van den Hoogleeraar <span class="sc">H. W. Tydeman</span>;
+als mede uit de opname van hetzelve in de <i>Handleiding tot de kennis
+van het Staatsbestuur in het Koningrijk der Nederlanden</i>, <i>V.</i>
+646, alwaar tevens de wensch wordt geuit dat dit plan spoedig moge
+verwezenlijkt worden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e324" href="#xd20e324src" name="xd20e324">2</a></span> Ook tot een
+goed <i>Schoolboek</i> van de Geschiedenis van Friesland strekt zich
+deze behoefte uit.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="kronyk" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e356" class="main">Friesche Kronyk.</h2>
+<p class="firstpar"><span class="rm">F</span>riesland, een van de zeven
+Vereenigde Nederlandsche Provintien zynde, legt aan de noordooster zyde
+van de Zuiderzee en Fliestroom, die het van Westfriesland afscheid: aan
+&rsquo;t noordwesten word het bedekt van de Wadden, tusschen de
+Vooreilanden van de Noordzee, als Ter Schelling, Ameland en
+Schiermunniks Oog. Het riviertje de Lawers verdeelt het van de
+Groninger Ommelanden: van daar naar de zuidzyde is de Drenthe en het
+Stigt van Overyzel, loopende bij de Kuinder aan de Zuiderzee. Maar met
+de verdeelinge dezer landstreek willen wy den leezer niet ophouden.</p>
+<p>Van ouds was de wydte van zijne landpaalen vry verder uitgestrekt,
+als loopende van den Ouden Rhyn, die door Leyden aan Utrecht langs
+vloeyende, by Katwyk in zee uitliep: begrypende den geheelen zeekant en
+de Zuiderzee, diestyds noch droog zynde, tot aan den Eiderstroom, die
+het van Jutland afsnyd. Aan de landzyde van Westfalen, Overyzel,
+Gelderland, tot het <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2"
+name="pb2">2</a>]</span>Ryk van Nieumegen en Utrecht, binnen zyne
+grenzen.</p>
+<p>Welke alle door verscheidene vyanden en andere voorvallen, als by
+lappen afgescheurd zynde, het boven geschreven lapje land, zyne
+vryheid, te gelyk met den naam van Friesland, zonder bystelling van
+Oost of West, wel yverigst verdedigt hebben.<a class="noteref" id=
+"xd20e368src" href="#xd20e368" name="xd20e368src">1</a></p>
+<p>Dat is van &rsquo;t Land, welks Inwoonderen de stoffe van ons
+schryven zal zyn, naar het gemeenzaamste gevoelen byeen gesteld, als
+hier na volgt.</p>
+<div class="div2" id="zevenprinsen"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e374" class="super">De Heeren, onder welks Gebied de
+Friesen van tyd tot tyd geweest zyn.</h3>
+<h3 class="main">I. Onder zeven Prinsen.<a class="noteref" id=
+"xd20e378src" href="#xd20e378" name="xd20e378src">2</a></h3>
+<p class="firstpar">Het 313de jaar voor dat onze Zaligmaker geboren
+wierd, was de tyd dat <span class="sc">Frieso,</span> de eerste Prins
+van Friesland, en Voorganger <span class="pagenum">[<a id="pb3" href=
+"#pb3" name="pb3">3</a>]</span>der Stichters, door welke dit ons
+Vaderland eerst bevolkt wierd, hier te lande kwam: dat zich dusdaniger
+wyze heeft toegedragen.</p>
+<p>Als die roemruchtige en groote Alexander, die in het bloeyenste van
+zyn jeugd het meerendeel van Asia overweldigde, kreeg hy toeloop van
+veele volkeren, die hy of overwonnen hadde, of in die gewesten huis
+hielden; om zyne gelukkige wapenen tot zo veele spoedige overwinningen
+te helpen bevorderen. Onder deze vrywillige krygers waren zommige van
+de voornaamsten uit Persien, en hunne onderhoorige Saxen (Sac&aelig;)
+de minsten niet. Dewelke, na dat Alexander overleden was, en die
+voorige verheerde<a class="noteref" id="xd20e389src" href="#xd20e389"
+name="xd20e389src">3</a> volkeren, door zijner Nazaaten oneenigheid, de
+handen ruim kregen, vreesden dat het hun t&rsquo;eeniger tyd mogte
+gewrooken worden: zy maaken derhalve een besluit, om met malkanderen,
+naar de wyze van dien tyd, een veiliger land tot hun wooninge op te
+zoeken. Hunne Geleiders waren Frieso en Saxo, om hunne gezelligheid
+gebroeders gezegt, en eigentlyk zo genaamt, of naar den volksnaam van
+hunne landslieden zo bekent: welker eerste Persiaanen, en de andere hun
+gebuuren, uit de woestyn, die nu Belor heet, gemeenlyk Indiaanen
+genoemt zyn; om datze van ouds, <span class="pagenum">[<a id="pb4"
+href="#pb4" name="pb4">4</a>]</span>allen die naar &rsquo;t Oosten
+woonden, den naam van Indiaanen gaven. Des zij tot hunnen
+sleep<a class="noteref" id="xd20e394src" href="#xd20e394" name=
+"xd20e394src">4</a> een vloot van 300 zeilen toetakelden, en staken
+&rsquo;er mede af van het land van Cilicien, in Notalia of kleen Asia,
+gelegen in de Zwarte Zee. Van waar zy, wonderlyk omkruissende, door
+verscheidene woeste ze&euml;n heen slingerden, tot dat zy eindelyk, na
+veele ondervindingen en verlies van de meeste schepen, met slechts 54
+stuks in de Oostzee zyn vervallen; en waar van 12 op het eiland Rugen,
+en 18 in Pruissen zijn aangeland: de overige 24 den Fliestroom (welke
+de Roomsche Schryvers den derden Mond des Rhyns noemen) inzeilende,
+hebben dit gewest, dat nu van hunnen naam Friesland genaamt word,
+aangedaan, landende ten west Staveren op de Kreil, daar nu de volle zee
+voor Enkhuizen is: alwaar zy, geen menschen vindende, en na zo een
+kommerlyk omzwerven, het eerste stand greepen, en die plaatze den naam
+gaven van Staden. Daar Frieso ook een Vryhuis voor de vlugtelingen
+bouwde, zelve een weinig oostelyker optrok, en een stad bouwde, die
+naderhand Staveren genaamt wierd. Doch als in het volgende jaar de
+zomer hoogde,<a class="noteref" id="xd20e397src" href="#xd20e397" name=
+"xd20e397src">5</a> kwamen <span class="pagenum">[<a id="pb5" href=
+"#pb5" name="pb5">5</a>]</span>de Swaaven, die hier &rsquo;s zomers
+huis hielden en &rsquo;s winters landwaards in weeken, om de
+overwateringen van de zwaare stormen: want het land was doe noch met
+geen dyken omheinigt. Deze, om datze ruuwe en onervaarene krygslieden
+waren, zyn ligtelyk van de Friesen op de vlugt gedreven, die hun zetel
+hier nu door goede beschansingen gevestigt hadden.</p>
+<p>Frieso had by zyn wyf Hil zeven zoonen, die hy elk over een gedeelte
+des lands, dat in zeven Zeelanden was verdeelt, tot Voogden heeft
+gestelt. En daar toe eene dochter, welke hy Weemoed noemde, om dat
+haare moeder van haar in den arbeid was gestorven. Daartoe stelden hy
+zyn zoon &AElig;sge over de Burgerlyke Rechten, en Scholte over de
+Halszaaken. Haaije maakte hy Priester der Dru&iuml;den, over de
+bosschen der Afgoden. G&aelig;le wierd Dykgraaf, om daar opzigt te
+houden. Hette verzond hy, om Voogd te zyn over de Katten, een volk in
+Duitschland, dat naar zynen naam nu noch Hessen genaamt word.</p>
+<p>In den jaare 308 trouwde Fyt (Vito) of Jutte, een van Friso&rsquo;s
+zoonen, de dochter van Bokke (Bocchus,) Koning van Jutland; zo als het
+naderhand, naar zynen naam <span class="corr" id="xd20e406" title=
+"Bron: ge-genoemt">genoemt</span> is: en kreeg tot een huwelyksgoed,
+het land dat men nu noch heden Sleeswijk noemt.</p>
+<p>In den jaare 300, wanneer &rsquo;er verschil onder de Veehoeders
+ontstond, zyn de <span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name=
+"pb6">6</a>]</span>Saxen, by gemeenen raade, van hun gescheiden: en, op
+de Elve aangekomen zynde, hebben zich aan geen zyde, dat nu
+Noordballingen is, nedergeslagen. Houdende dat gewest noch den naam van
+Saxen en Sassen.</p>
+<p>Frieso heeft daar na het land, om dat het zeer laag en moerig was,
+met dyken van aarde, en zylen of sluizen, om het water te doen
+afloopen, tot hun gebruik bequaam gemaakt: en om de overwateringen van
+hooge vloeden alomme verhevene wieren doen opwerpen, en daar huizen
+laten opbouwen, het land met beschansingen versterkt, en met dorpen en
+buurten rondom lustig bevolkt. En, om de welstand en eenigheid des
+volks te bewaaren, liet hij goede wetten en heilzaame beveelen
+aankundigen.</p>
+<p>En uit dat broekachtig en waterig land, schynt het, dat zy het oude
+Friesche Wapen hebben genomen, hetwelk bestond uit 7 Plompen,
+beteekenende de 7 Waterlanden, op 3 Zilveren balken, in een Blaauw
+veld<a class="noteref" id="xd20e417src" href="#xd20e417" name=
+"xd20e417src">6</a>. Gelijk die Plompen noch hedendaags in &rsquo;t
+Wapen van Groningen te zien zyn. Hoewel de onweetende teekenaars daar
+nu 3 Herten <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name=
+"pb7">7</a>]</span>van maken. Bezie hunne munten, tot op de duiten
+toe.</p>
+<p>In den jaare 245 is Frieso, na dat hy dit land 68 jaaren wijsselijk
+in vrede geregeert hadde, eindelyk gestorven, en na zyn vaderlyke
+Persiaansche wyze te Staveren staatelyk begraven.</p>
+<p>Aanstonds is <span class="sc">Adel,</span> zijn oudste zoon, in
+&rsquo;s Vaders plaatze gevolgt: die zyne nagelaatene wetten bevestigt,
+vermeerdert, en in schrift gestelt heeft. Hy bragt in gebruik, om de
+bequaamheid der gemoederen te onderzoeken, dat &rsquo;er alomme
+gasteryen en drinkgelagen wierden gehouden, daar men malkanderen in
+&rsquo;t omdrinken, met het geeven van de regterhand, zoude kussen of
+zoenen op zyn Persiaans: dat men nu noemt op zyn plat Fries. In de
+gasteryen deed hy de geregten by malkander in een grooten Schotel
+leggen, en belaste dat men uit een grooten Hoorn zoude omdrinken. Waar
+van wy noch zeggen, de Friesche Pateele, en de Friesche Hoorn, en by
+zommige Gilden noch in gebruik. Hy trouwde Swebyne, de dochter van den
+Koning der Swaaven, zyne gebuuren. Om zyn rechtvaardigheid, is hy by
+zyne onderdaanen en gebuuren zo vermaard geworden, dat alle, die wel
+regeerden, daar van Adelingen, en van Adel gezegt wierden. Welke
+benaamingen tot op den huidigen dag zyn overgebleven.</p>
+<p>Ubbe, Juttes zoon, om Jutland tegen <span class="pagenum">[<a id=
+"pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>den aanval der Deenen te
+bevryden, zette zyn zoon Fyt ter dezer dagen tot Voogd over Eiderland,
+en Hendrik, zyn jongste zoon, over Jutland; die ondertrouwd wierd met
+Signe, Dochter des Konings der Finnen.</p>
+<p>En in den jaare 234, Granus, vyfde Koning der Deenen, dit
+bemerkende, heeft zich vermomd, en Hendrik op den dag der bruiloft,
+nevens veele van zyne vrienden onvoorziens vermoord: en de Bruid, uit
+Finland wegvoerende, zelfs getrouwt: edoch dat hy twee jaaren daar na
+met de dood moest bekoopen.</p>
+<p>In den jaare 220 heeft Adel, Schotte, zyn broeder Scholtes zoon,
+naar &rsquo;t land, dat naderhand Schotland is genaamt geworden, heen
+gezonden, op dat hy &rsquo;t met volk zoude beplanten.</p>
+<p>In den jaare 201, Jutte, over de dood zyns broeders vergramd zynde,
+heeft de Deenen veele jaaren met zeerooveryen geplaagt: tot dat hy van
+Froote, achtste Koning der Deenen, in een zeeslag overwonnen wierd. Die
+daar op de geheele Friesche kust heeft uitgeplondert; zynde zulks van
+de Deenen voorheen nooit ondernomen: en voort het Flie inzeilende,
+heeft zelfs het voorste van Duitschland aangetast: en van daar is hy
+met zynen roof of buit naar Engeland overgestoken.</p>
+<p>In den jaare 151, is Adel, na dat hy in langduurige vrede loffelyk
+het Vaderland bestierd hadde, gestorven. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span></p>
+<p>Doe wierd <span class="sc">Ubbe</span> tot derde Prins in &rsquo;s
+Vaders plaats van de Staaten des Lands aangenomen.</p>
+<p>In den jaare 131, als Ubbe, op &rsquo;t aanraaden van zyne moeder
+Swobyne, zyn grootvader, Koning der Swaaven, om de vrindschap te
+versterken, eens bezogt hadde, heeft hy Keulen aan den Rhyn gesticht,
+ter plaatze daar nu Duts legt. Daarom zyn de Keulenaars by de Romeinen
+eertyds Ubii geheeten, van deze Ubbe.</p>
+<p>In den jaare 127 heeft Baate, zoon van den Koning der Katten, van
+Friesche afkomst, met zyn gezelschap zich eerstmaal in de Betuw
+nedergeslagen: daar hy Baatenburg en andere plaatzen stichte. Zynde de
+oorsprong van die bekende Bataviers, dewelke nu Hollanders genaamt
+worden.</p>
+<p>In den jaare 120 heeft Frieso de jonge getrouwd de dochter van Ubbe,
+welkers naame Frouw was. Deze Frieso was de zoon van Gryns, zoon van
+G&aelig;le, zoon van Haaje, zoon van Frieso de eerste. Hy trok met een
+hoop over den Fliestroom, en bewoonde het land, dat van hem noch
+Westfriesland is genaamt, en in dien tyd gebynaamt, kleene
+Friesen<a class="noteref" id="xd20e460src" href="#xd20e460" name=
+"xd20e460src">7</a>. Daar bouwde hy, omtrent duizent schreeden van
+Alkmaar, aan een inham van een arm der <span class="pagenum">[<a id=
+"pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>Rhyn, die Krabbendam van
+Kennemerland afscheid, de stad Vroonen, die zo ryk en vermaard door den
+koophandel wierd. Waar van hedendaags niets meer te zien is<a class=
+"noteref" id="xd20e465src" href="#xd20e465" name=
+"xd20e465src">8</a>.</p>
+<p>In den jaare 71 overleed Ubbe; en <span class="sc">Azinga
+Askon,</span> zyn zoon, quam in zyn plaats: dezelve was een onrustig en
+eerzuchtig mensch: hy voerde verscheidene doch ongelukkige oorlogen met
+den Koning van Tongeren en de Baatenburgers.</p>
+<p>In den jaare 59 zyn eenige kooplieden uit Indi&euml;n, onder den
+noorder aspunt om, door storm en onweder aan de Duitsche kust
+vervallen, en, zo men meent, in Friesland aangeland.</p>
+<p>Azinga heeft Staveren met muuren omtrokken, en eerst dien naam
+gegeeven, naar een ruuwen onbeschaafden Staf, hunnen Afgod; daar zy
+God, na de wyze der ongeloovige volkeren, by in erkentenisse hielden;
+om dat God de menschen als een staf en leunstok is in alle gevaaren.
+Want het was by de Duitsche volkeren gemeen, om God door een stok,
+blok, of steen, op hunne wyze te dienen, door dien zy zulken hoogen
+achtinge wel van God hadden, dat zy hem met geen duidelyke gelykenisze,
+het zy van een mensch, of diergelyke konden afbeelden. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 10, ter gelegentheid, dat de Romeinen onder hunnen
+Overste Drusus de Baatenburgers, Geldersche, en nabuurige volkeren
+overwonnen hadde, heeft hy de Westfriesen ook aangetast, van welke hy
+jaarlyks slegts een getal ossenhuiden bedong: en, zullende de volkeren
+over den Eems mede aandoen, hebben de Friesen der Romeinen schepen, die
+door de ebbe op hunne wadden waren vast geraakt, uit het gevaar van
+vergaan verlost.</p>
+<p>Als Azinga nu in &rsquo;t 71ste jaar zyner regeeringe was, is de
+hoope Izra&euml;ls, en de wensch aller Heidenen vervult geworden, als
+onze Zaligmaker <span class="sc">Jezus Christus</span> te Bethlehem, in
+het Joodsche Land, gebooren wierd, tot troost van die geene, die dien
+dag der zaligheid voor langen tyd hadden begeeren te zien: terwyl onze
+Voorvaderen noch in een dikke duisternis van onwetenheid gezeten
+waren.</p>
+<p>In den jaare 2, na de geboorte van Christus, Azinga ziende, dat de
+Westfriesen, door hulpe der Baatenburgers, onder de Romeinen gebragt,
+en van de Roomsche Overste Drusus met 50 Schansen langs den Rhyn wel
+bewaart waren, heeft hij de Baatenburgers geweldig bevogten, en veele
+ter neder gemaakt. Maar Azinga, door een pyl zwaar gewond zynde,
+vlugten de Friesen, hem brengende op zyn slot, omtrent een halve myl
+van Staveren, op de Kreil. De Friesen maakende ondertusschen, buiten
+zyn <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name=
+"pb12">12</a>]</span>bevel, eenen tweeden aanslag, versloegen nochmaals
+500 mannen; waar tegen zy 300 Mannen verlooren, en zyn alzo met
+overwinning en goeden buit weder gekeert.</p>
+<p>In den jaare 4 is Diokarus Seegen, neef van Azinga, Ridder geslagen
+van Brabo, eerste Hertog van Braband, en met groote eere weder in
+Friesland gekomen.</p>
+<p>Ook is by &rsquo;t Roode Klif, niet verre van Staveren, een vlamme
+uit de aarde geborsten, welke 3 dagen duurde. Den 4den dag quam
+&rsquo;er een groote draak regt om hoog uitvliegen, die de aanschouwers
+een half uur lang geweldig verbaasde, en is weder in de spleete neder
+gerukt.</p>
+<p>In den jaare 5 heeft Azinga die van Tongeren den oorlog aangedaan,
+en veele van hen verslagen: doch Brabo, Hertog van Braband, die van
+Tongeren te hulpe komende, hebben zy Azinga gevangen gekregen. Doch om
+de erkentenisse van Diokarus Seegen, heeft gemelde Hertog hem alleen
+maar met <span class="corr" id="xd20e496" title=
+"Bron: verachtelyde">verachtelyke</span> woorden gestraft<a class=
+"noteref" id="xd20e499src" href="#xd20e499" name="xd20e499src">9</a>,
+en doe weder na Friesland gezonden.</p>
+<p>In den jaare 6 heeft Tiberius, Veldoverste der Romeinen,
+Kennemerland ingenomen.</p>
+<p>In den jaare 11 is Azinga Askon gestorven: <span class=
+"pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>en zyn
+Neef <span class="sc">Diokarus Seegen</span> quam in zyn plaats.</p>
+<p>In den jaare 15 heeft hy allomme door geheel Friesland schoolen voor
+de jeugd ingesteld; en in &rsquo;t byzonder schermschoolen binnen de
+Hoofdstad Staveren en Dokkum; daar &rsquo;t volk met allen yver
+driemaal &rsquo;s weeks wierd onderwezen.</p>
+<p>In den jaare 16 en 17 zyn de Romeinen met hunne krygsbenden door,
+langs en om Friesland getrokken, om de nabuurige volkeren te
+beheerschen; zynde de Friesen met hun in een goed verbond.</p>
+<p>In den jaare 29, als de Westfriesen, door de gierigheid der
+Romeinsche Overste Holle<a class="noteref" id="xd20e522src" href=
+"#xd20e522" name="xd20e522src">10</a>, byna uitgeput waren, alzo hy van
+hun afeischte grooter ossenhuiden tot schattinge, als zy konden
+leveren, zo zyn zy tegen hem opgestaan, en hebben zyne aangestelde
+Tolmeester opgehangen, en het slot op het Flie, daar hy gevlugt was,
+sterk belegert. Maar, door den Romeinschen Overste der Duitschers
+Apronius opgeslagen zynde<a class="noteref" id="xd20e525src" href=
+"#xd20e525" name="xd20e525src">11</a>, hebben nochtans groote
+overwinninge tegens de Romeinen gehad: dewelke by de 900 mannen
+verlooren omtrent het woud Baduhenne; behalven noch 400 soldaaten, die
+uit vreeze voor de Friesen <span class="pagenum">[<a id="pb14" href=
+"#pb14" name="pb14">14</a>]</span>malkander doodsloegen. Waar door
+Diokarus ook den toenaam van Seegen schynt bekomen te hebben.</p>
+<p>Omtrent den jaare 44, als de Friesen wel met de Romeinen stonden, en
+dat Diokarus zich ook by den Roomschen Keizer Claudius ten stryde
+begeeven had, daar hy groote eer behaalde, was &rsquo;er een groote
+hongersnood in &rsquo;t land.</p>
+<p>In den jaare 46, als Seegen den staat des lands loffelyk bedient
+had, is hy in tyd van vrede gestorven: en zyn oudste zoon <span class=
+"sc">Dibbald Seegen</span> is de zesde Prins der Friesen geworden. Hy
+was een goedertierend Vorst omtrent zyne onderdaanen: maar aan de
+andere zyde zeer onrustig, en genegen tot den oorlog. Waarom hy zich
+naar &rsquo;t Roomsche leger in Engeland begaf, daar hy veele
+ridderlyke daaden uitvoerde: laatende Friesland onder &rsquo;t bestier
+van een aangestelden Landvoogd.</p>
+<p>In dien tyd was &rsquo;er in Friesland een kloek Ridder, genaamt
+Idsert Jetse, van een verwonderlyke kragt, waarom ook onder de
+wandeling Sterke Man geheeten, dezelve was acht voeten in de lengte
+groot, hy kon in ieder hand een tonne Bier 220 treeden verre dragen,
+neemende onder ieder oxel<a class="noteref" id="xd20e539src" href=
+"#xd20e539" name="xd20e539src">12</a> een kaas, omze van &rsquo;t
+ligchaam te doen afhouden: ook droeg hy 2 mannen een halve <span class=
+"pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span>myl
+verre op zyne armen: een onbezuist paard, kon hy met zyn vuist slaan,
+dat het dood ter aarde viel: en wanneer hy toornig was, derfde hem geen
+mensch onder de oogen te komen.</p>
+<p>Na den jaare 48, is Corbulo, een Romeinsche Overste, de Westfriesen
+onvoorziens op &rsquo;t lyf gekomen, wegens hunne wederspannigheid,
+daar hier boven van gezegt is: en gyzelaars te pande mede neemende,
+stelde hun de paalen, daar zy niet over mogten komen. Het welk men
+meent de Lek te zyn, die hy liet graaven tusschen de Maas en Rhyn, daar
+nu Holland is.</p>
+<p>In den jaare 52 quam Dibbald, van den Roomschen Keizer Claudius
+grootelyks begiftigt, weder in Friesland: met hem leidende den Overste
+van Camga; daar het edel geslachte van Camminga uit gesproten is.</p>
+<p>In den jaare 55, als Claudius gestorven was, is Dibbald oostwaards
+opgetrokken, brandende en blaakende zeer verwoed.</p>
+<p>In den jaare 59, zyn Vryt of Verritus en Malorix, nevens een goed
+gezelschap, in gezantschap tot den Keizer Nero naar Rome getrokken, ter
+oorzaake van de klagten der Romeinen, dat de Friesen hun met de
+akkerbouw al te na by den Rhyn quamen. Vryt was van &rsquo;t Geslachte
+van Hermana, afkomstig van Manne, die een kindskind was van Frieso de
+eerste. En Malorix van Camminga. Behalven dat zy van den Keizer groote
+eerbewyzingen, nevens het <span class="pagenum">[<a id="pb16" href=
+"#pb16" name="pb16">16</a>]</span>burgerrecht van Romen verkreegen,
+zynde daar ook tot het Christelyk geloove bekeert. En &AElig;gistus,
+een der 70 Discipelen van Christus, quam met hun in Friesland, om daar
+ook die leere te verbreiden: doch Seerp, Zoon van Fyt, en derde
+Priester der Dru&iuml;den, op &rsquo;t Oude Hof te Lewerden<a class=
+"noteref" id="xd20e554src" href="#xd20e554" name="xd20e554src">13</a>,
+stond hem zeer tegen. Zo dat hy weinig vrugt in &rsquo;t land deed, en
+wierd van de ongeloovigen dood geslagen.</p>
+<p>In den jaare 61, is Dibbald tegen de Duitschers opgetrokken, doch
+keerde met verlies van 800 mannen schandelyk weder naar huis.</p>
+<p>In den jaare 62, quamen de Deenen, opgemaakt<a class="noteref" id=
+"xd20e561src" href="#xd20e561" name="xd20e561src">14</a> van de
+Duitschers, Friesland plonderen en verwoesten 6 geheele jaaren lang;
+want Dibbald lag ziek te bedde.</p>
+<p>In den jaare 69, trok Dibbald met een groote vloot schepen naar
+Deenemarken, om zyn leed te wreeken.</p>
+<p>In den jaare 77 deed hy de Gelderschen den oorlog aan: die hem zo
+wel onthaalden, dat hy 500 mannen verloor, en hy zelve in een
+teeringziekte verviel.</p>
+<p>In den jaare 85 overleed Dibbald, en wierd te Staveren begraven.
+<span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" name=
+"pb17">17</a>]</span></p>
+<p>En <span class="sc">Tabbe</span> is tot de zevende en laatste Prins
+van Friesland aangenomen, dewyl Dibbald zonder kinderen was gestorven.
+Hy was een der voornaamste van Dibbalds Veldoversten, een wreed en
+onstuimig man. Waarom hy ook geheele 7 jaaren onder den Roomschen
+Keizer Domitianus ten oorlog trok; laatende Friesland onder een
+Stadhouder.</p>
+<p>In den jaare 94 deeden de Noormannen een tocht op Friesland, dat zy
+<span class="corr" id="xd20e579" title=
+"Bron: plonderde">plonderden</span> en veel roof uit haalden. Waar over
+Tabbe t&rsquo;huis onboden zynde, zy zich hebben weggemaakt. Hy
+ondernam eerst met een goede vloot, en doe te land, zyn wraak te
+neemen; maar had weinig voorspoed.</p>
+<p>Omtrent den jaare 100 was Harke, zoon van Seerp, de 4de Priester der
+Dru&iuml;den op &rsquo;t oude Hof.</p>
+<p>En in den jaare 130 is Tabbe, de laatste Prins, gestorven<a class=
+"noteref" id="xd20e586src" href="#xd20e586" name=
+"xd20e586src">15</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2" id="zevenhertogen"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e596" class="main">II. Onder zeven Hertogen.</h3>
+<p class="firstpar">In het zelve jaar 130 quam <span class=
+"sc">Askon</span> in <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18"
+name="pb18">18</a>]</span>zyn vaders plaats, die zich, naar de manier
+der Romeinen, Hertog liet noemen.</p>
+<p>Sinne, de 5de Priester der Dru&iuml;den, schreef in deze tyden tot
+Askon: om de Christenen uit het land te verjaagen, en de Afgoden des
+lands, na ouder gewoonte te dienen.</p>
+<p>In den jaare 155 is &rsquo;er weder eene groote vlamme op &rsquo;t
+Roode Klif uitgeborsten, ter zelver plaatze, als boven verhaalt is: en
+alzo de menschen, daar omtrent woonende, daar zeer bevreest voor
+wierden, vroegen zy hunnen Afgod Staf: Wat daar van worden zou? Zo
+antwoorde hun de Duivel door den Staf, als eertyds tot Eva door de
+Slang. Dat zy voor dit vuur niet behoefden te vreezen; om dat &rsquo;er
+na eenigen tyd wel wat kouds op mogt volgen.</p>
+<p>In den jaare 163 deeden de Friesen, met de Oosterlingen en Katten
+een inval in Frankenland, daar zy &rsquo;t zeer verwoesten.</p>
+<p>In den jaare 164 is in het zuidwesten, omtrent een halve myl van
+Staveren, een put gegraven, die zo veel zout water opgaf, dat men
+vreesde het geheele land zoude onderloopen. Waar over den Afgod Staf
+nochmaals om raad gevraagt zynde, hun ten antwoord gaf: het bloed van
+een driejarig kind daar in te gieten. Dat gedaan wierd, en waar na het
+ook ophield, dat &rsquo;er zelf geen water meer in de put bleef. Zo
+snakt de Duivel naar menschen bloed.</p>
+<p>Askon deed verscheidene fraaije dorpen <span class="pagenum">[<a id=
+"pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span>stichten, als
+Westerbierum<a class="noteref" id="xd20e617src" href="#xd20e617" name=
+"xd20e617src">16</a>, niet verre van Flieland; en Dyxhorne, tusschen
+Almeenum, dat nu Harlingen genaamt word; Ter Schelling<a class=
+"noteref" id="xd20e620src" href="#xd20e620" name="xd20e620src">17</a>
+en Westerbierum, die nu beide door de zee verdronken leggen.</p>
+<p>In den jaare 168 zyn 2 Meereminnen uit de Lauwers opgekomen; en door
+Friesland omzwervende, tot verwondering van veele lieden, hebben zich
+eindelyk by Westerbierum, van waar zy gekomen waren, weder
+ondergedompelt.</p>
+<p>In den jaare 173 is Askon, na een vreedzaame en loffelyke
+regeeringe, mede gestorven. Hy liet 4 zoonen na, namentlyk, Adelbold,
+Tiete, Richold en Radbout. Radbout vertrok naar Friesland, alwaar hy
+trouwde, en een zoon won, welke was Diderik, eerste Hertog van
+Westfriesland: van wien naderhand de Hertogen en Koningen van
+Westfriesland voortgesprooten zyn.</p>
+<p>Maar Adelbold wierd de 2de Hertog in zyn&rsquo;s vaders plaatze; en
+aanstonds beoorloogde hy zyne nagebuuren.</p>
+<p>In den jaare 174 vertrok zyn Broeder Tiete naar Romen: alwaar hy
+zich in goede <span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20" name=
+"pb20">20</a>]</span>konsten, en byzonder in die van de
+welspreekentheid oeffende. Waarom hy ook by den Keizer Antoninus, de
+Philosooph, wel bemint was.</p>
+<p>Na den jaare 175 had Godefroy Brabo, de zesde Hertog van Braband,
+oorlog met de Romeinen; daar Adelbold en Tiete hem met hun volk te
+hulpe quamen: alwaar Tiete, om zyn ongemeene dapperheid, Ridder
+geslagen wierd van Brabo.</p>
+<p>In den jaare 178, als Keizer Antoninus oorloogde met de volkeren,
+die tegen de Romeinen opstonden, heeft Adelbold zyn Broeder Tiete met
+hulpbenden tot den Keizer gezonden: die daar over zeer verblyd was, en
+zyne vyanden vrees aanjoeg, alzo zy op die tyding de vlugt namen.</p>
+<p>In den jaare 180 vielen de Friesen met een groote furie in Walsland,
+afloopende of bedervende al wat hun voor quam; waar doorze by hunne
+vyanden een grooten naam en verbaastheid hebben gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 183 hebben de Wenden en Gotten, uit de Noordsche Landen
+opgeborsten, verscheidene volkeren overvallen. En van de Deenen
+afgekeert, quamen ze over de Elve, neemende hun zitplaats aan beide de
+zyden van de Weezer; en wierden van dien tyd af Oostfaalingen, nu
+Oosterlingen en Westfaalingen, geheeten. Van welke 1500 dachten in
+Friesland te vallen: maar wanneer zy zagen, dat de Friesen aan de
+andere zyde van de Eems goede beschansingen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span>hadden,
+derfden zy niet onderneemen om over te komen. Waar op Tiete, hun van
+achteren bespringende, alle heeft geslaagen, behalven 400, die den Eems
+overzwommen; doch in Adelbolds handen vervielen, en die &rsquo;er goede
+buit van maakte.</p>
+<p>In den jaare 186, als Adelbold krank was geworden, wilde hy zyn
+broeder Tiete de landbestiering opdraagen. Welke het ernstig weigerde,
+doch echter moest aanneemen. Na welken tyd Adelbold noch veele jaaren
+leefde.</p>
+<p><span class="sc">Tiete Bojokalus,</span> mogelyk <span class=
+"sc">Beukels,</span> was de 3de Hertog van Friesland<a class="noteref"
+id="xd20e664src" href="#xd20e664" name="xd20e664src">18</a>.</p>
+<p>In den jaare 187 wierd hy ingehuldigt, en regeerde het land met
+groote voorzigtigheid, houdende alomme vrede, zo buiten- als
+binnenslands.</p>
+<p>In den jaare 208 Adelbold gestorven zynde, is met een ongemeene
+pracht te Staveren in de groote kerk begraven.</p>
+<p>In den jaare 217 is voor de derdemaal op het Roode Klif eene vlamme
+opgeborsten, doch 18 treeden westelyker, als waar van wy hier boven
+gezegt hebben; dezelve vertoonde zich 11 dagen lang, tot verschrikkinge
+van die daar omtrent woonden. Tiete, na dat hy den Afgod Staf 3 dagen
+lang brandoffer toegedient hadde, zo gaf denzelven <span class=
+"pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span>tot
+antwoord: Dat door ten gewapend Ridder 3 kannen water, uit de Noordzee
+gehaalt, moest in gegooten worden; alzo het anders niet zoude uitgaan.
+Zulks gedaan wordende, zo verdween de vlam. De Duivel kon ligt genoeg
+zien, dat het land door de slag van het water geweldig ondermynt
+wordende, de Noordsche golven daar wel haast haaren loop zouden
+neemen.</p>
+<p>In den jaare 240 is Tiete overleden: en zyn neef <span class=
+"sc">Ubbe</span>, zoon van Richold, Tietes Broeder, is in &rsquo;t
+zelve jaar tot 4de Hertog verkooren. Door dien hy zeer vredelievend
+was, heeft hy &rsquo;t Land met treffelyke gebouwen, sterktens,
+vestingen, dorpen en steden verheerlykt. In &rsquo;t 2de jaar van zyne
+regeeringe bouwde hy in Westfaalen, dat hy met volk bezet hadde, een
+slot, geevende het zelve den naam van Tiete, na zyn oom, of
+Tietenburg<a class="noteref" id="xd20e683src" href="#xd20e683" name=
+"xd20e683src">19</a>. Het zelve is nu een stad, maakende met het
+omleggende gewest het graafschap uit, voerende beide den naam van
+Tekelenburg, en in zyn wapen noch tweemaal 3 Plompen, nevens 2 Ankers,
+uit het oude Friesche wapen.</p>
+<p>In den jaare 248 stichte Ubbe aan de Lauwers een sterk kasteel,
+&rsquo;t welk hy den naam gaf van Dokkenburg, dat zo veel gezegt is als
+Havenslot; want Dokke, zeggen <span class="pagenum">[<a id="pb23" href=
+"#pb23" name="pb23">23</a>]</span>de Geleerden, is in oud Duitsch een
+haven, doch word in Friesland ook in de beteekenis van een kinder
+poppetje gebruikt. Gemelde kasteel was zeer bequaam, om de haven tegen
+de zeeroovers te beschermen. Naderhand is &rsquo;er de stad Dokkum van
+geworden. Staveren heeft hy veel vergroot, en met heerlyke gebouwen
+aanzienlyk gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 260, ten tyde als Hertog Haron een Heer des lands was,
+is &rsquo;er naauwelyks eenig landschap in gantsch Duitschland geweest,
+of het brande en blakerde van oorlog. In Zweeden, Noorwegen, Hessen,
+Friesland, enz. was alles op de been. Van dezen Haron zoude het dorp
+Haren alhier zyne benaminge ontfangen hebben.</p>
+<p>In den jaare 279 vielen de Baatenburgers in Friesland, en deeden
+veel quaad, eer de Friesen zich verweeren konden: maar als Ubbe hen met
+een party volk<a class="noteref" id="xd20e701src" href="#xd20e701"
+name="xd20e701src">20</a>, zo spoedig als hy &rsquo;t zelve byeen konde
+krygen, tegen quam, wierd &rsquo;er aan we&ecirc;rskanten hardnekkig
+gevogten, en vielen wederzyds wel omtrent 500 mannen.</p>
+<p>In den jaare 289 zyn de Hollanders, Friesen, Drenthers, enz. in den
+winter, als de wateren bevrooren waren, met een schrikkelyk groot
+krygsheir den Rhyn gepasseert; inneemende de landen aan geene zyde
+dezelve <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name=
+"pb24">24</a>]</span>gelegen, doodslaande en verwoestende voorts alles,
+daar maar Roomsche bezettinge inlag.</p>
+<p>In den jaare 299 overleed Ubbe, en wierd te Staveren, by zyn oom
+Tiete, in de groote kerk begraven.</p>
+<p>Om dat zyn oudste zoon Odilbald by den Keizer Diocletianus, wegens
+het inneemen van de stad Alexandria, in groote achting was, en hem tot
+wigtige zaaken in Egypten groote dienst deed, zo wierd <span class=
+"sc">Haron</span>, Ubbes jongste zoon, tot 5de Hertog van Friesland
+verkooren, en trouwde de dochter van den Koning der Deenen.</p>
+<p>In den jaare 308 en eenige volgende jaaren, heeft Constantinus
+Magnus, Roomsch Keizer, deze landen wederom onder zyn gehoorzaamheid
+gebragt; doende de guarnisoenen versterken, nieuwe kasteelen bouwen, en
+de oude verbeteren<a class="noteref" id="xd20e717src" href="#xd20e717"
+name="xd20e717src">21</a>. Voorts alle de geene dreigende, die zich in
+volgende tyden zouden roeren, hen te vuure en zwaarde te zullen
+vervolgen.</p>
+<p>Omtrent den jaare 312 is Westfriesland, dat dus lang als verlaaten
+en woest had gelegen, van 5 voornaame mannen begonnen bebouwd te
+worden, en met dorpen en heerlykheden versiert. Waar van Diderik, zoon
+van Radbout, zoon van Askon, eerste <span class="pagenum">[<a id="pb25"
+href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span>Hertog der Friesen, wel de
+grootste aanleider was: dezelve heeft ook het eerste ontwerp van
+Medenblik gemaakt, en tot een Hoofdstad van Westfriesland gestelt.</p>
+<p>In den jaare 334 heeft Diderik, door deze nieuwe heerlykheden
+verhovaardigt zynde, den naam van Koning willen voeren. Waarom Haron,
+Hertog der Friesen, hem zo met wapenen te keer ging, dat hy binnen 3
+dagen te Staveren quam; en gemelde Diderik dwong zyne Koninglyke Kroon
+af te leggen. En Diderik, als overwonnen, zynen overwinnaar om
+vergiffenisse bad, die hem eindelyk toestond Hertog van Westfriesland
+te blyven: doch met eene eeuwige onderwerpinge onder hem en zyne
+nakomelingen. Diderik had een zoon en zoons zoon, die beide Lem of
+Willem genaamt waren. Van de laatste draagt Haarlem zynen naam.</p>
+<p>Van dien tyd af is de naam van Westfriesland geweest: ook zyn de
+inwoonders doe Friesche Buinen, dat is Plompaarts, (Frisiabones)
+genaamt<a class="noteref" id="xd20e731src" href="#xd20e731" name=
+"xd20e731src">22</a>.</p>
+<p>In den jaare 335 is Haron by &rsquo;t Roode Klif overleden, en te
+Staveren by zynen vader in &rsquo;t graf gelegt.</p>
+<p><span class="sc">Odilbald</span>, Harons zoon, wierd aanstonds
+<span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name=
+"pb26">26</a>]</span>tot 6de Hertog verkooren. Hy was een dapper
+krygsman, en tot de landbestiering wel onderwezen.</p>
+<p>In den jaare 339 heeft hy Staveren noch wyder uitgezet, en hooger en
+breeder muuren daarom getrokken, en met diepe wyde gragten voorzien, en
+met heerlyker vryheden begiftigt. Het land liet hy alomme met meer
+buurten en dorpen bezetten, en dezelve met volk bewoonen. Aan de
+Lauwers, tusschen Dokkenburg en Schiermunniksoog, heeft hy mede een
+stad doen bouwen, die Waarden wierd genaamd, om het land voor
+zeerooveryen te beschermen.</p>
+<p>In den jaare 344 zyn de Westfaalingen, met die van Angria<a class=
+"noteref" id="xd20e747src" href="#xd20e747" name="xd20e747src">23</a>,
+hunne gebuuren, tusschen de Eems en de Lauwers, daar nu Groningerland
+is, ingevallen. Doch Odilbald heeft niet alleen hunnen roof ontjaagt,
+maar hen zelve in hun land vervolgt, dat hy onder zyn gebied bragt, en
+eenen Igle Laskon tot Overste daar in gestelt, die &rsquo;t ook 65
+jaaren trouwhartig bewaarde. Ook bouwde hy aldaar tot zekerheid 3
+kasteelen, als in Angria, Soest en der Yburg: welke 2 laatste nu steden
+van die naamen zyn. Na gemelde overwinning, vertrok Odilbald weder tot
+zyn slot Dokkenburg.</p>
+<p>Hy bequam ook na eenige dagen tyding van den inval der Baatenburgers
+in Friesland. <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name=
+"pb27">27</a>]</span>Dewelke van hem aangetast zynde, bleeven &rsquo;er
+wederzyds omtrent 400 dood: doch de Baatenburgers vlugtende, nam hy
+eenige van hunne sterktens in, en versloeg noch van de vlugtelingen wel
+250 vyanden: keerende met goeden buit weder te rugge. En leefde
+voortaan gerust, zonder eenige oorlogen.</p>
+<p>In den jaare 357 verbrande de onlangs gebouwde stad Waarden geheel
+af.</p>
+<p>In den jaare 359 overleed Odilbald, tot droefheid van zyn volk.</p>
+<p>In &rsquo;t begin van den jaare 360 is <span class="sc">Odolf
+Haron,</span> de laatste Hertog verkooren. Zyne genegentheid was zeer
+tot den oorlog, en was door Laskon in den wapenhandel wel geoeffent en
+onderwezen.</p>
+<p>In den jaare 368 zyn die van Angria, de Westfaalingen en Gelderschen
+tegen Igle Laskon opgestaan. Doch Haron met een machtig leger
+afkomende, versloeg hen, plonderde Gelderland, en bragt het onder zyn
+gebied.</p>
+<p>Niet lang daar na zond Igle aan Haron een wolf, die over den huid
+met veelerlei zeldzaame afbeeldzels van hoofden bezet was. Haron
+vereerde denzelve aan den Keizer Valentinianus, als een
+wonderschepzel.</p>
+<p>In den jaare 376 vergaderde Odolf een grooten hoop volk by Staveren
+en Dokkenburg, waar mede hy in &rsquo;t oost en zuidoost is
+opgetrokken, neemende aldaar verscheidene vestingen in, die hy met volk
+bezette. <span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name=
+"pb28">28</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 377, heeft Odolf de afgebrande stad Waarden weder
+opgebouwt, en Ezonstad genaamt, daar nu Emmerzyl is<a class="noteref"
+id="xd20e772src" href="#xd20e772" name="xd20e772src">24</a>.</p>
+<p>In den jaare 385 kon Friesland zyne Inwoonders niet voeden, alzo de
+traage akkerbouw schaarsheid in levensmiddelen voortbragt, zo dat by
+gemeenen raade wierd goedgevonden, een gedeelte strydbaare mannen by
+lotinge uit te kiezen, om een ander land op te zoeken: ja de Hertog
+Odolf was zelve zo toegeevende, dat hy deze lotinge mede over zyne
+eigene zoonen liet gaan, en het lot mede op hen is gevallen: des Hengst
+en Hors, zyne zoonen, tot Hoofden van &rsquo;t uitgelote volk gestelt
+zynde, hebben den Eiderstroom aangedaan, en aldaar zich nedergeslagen:
+want zy aan &rsquo;t Hof van den Keizer Valentinianus zeer wel in
+krygs- en staatszaaken onderweezen waren; als ook by Karel Taxander,
+10de Hertog van Braband, groote proeven van kloekmoedigheid hadden
+gegeeven; en ook by Laskon lang in Westfaalen geweest waren. Het land,
+dewyl het laag en broekig was, wierd met dyken en sluizen, tot haar
+gebruik ten nutte gemaakt: en gaven &rsquo;t den naam van kleen
+Friesland, vervattende het land dat <span class="pagenum">[<a id="pb29"
+href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span>men nu Eiderstede, Angelen en
+Strantfriesen noemt<a class="noteref" id="xd20e782src" href="#xd20e782"
+name="xd20e782src">25</a>.</p>
+<p>In den jaare 389 hebben de volkeren dezer landen aan de Romeinen
+schattinge geweigert te geeven, en daar by hunnen Raadsheer Sisinus met
+al zyn volk doodgeslagen. Daar op togen zy langs den Rhyn, en vielen
+zeer schrikkelyk op de Romeinen in, om hen uit het land tusschen Rhyn
+en Maas gelegen te verdryven; doch te sterken tegenstand vindende,
+moesten zy vrugteloos we&ecirc;r te rug trekken.</p>
+<p>In den jaare 420 hebben deze volkeren wederom een schrikkelyk
+krygsheir byeen gezamelt, en in de wapenen gebragt; vallende voorts by
+Doesburg over den Rhyn, en hakten alles, wat zy van de Romeinen op de
+been vonden, kapot; voorts het gansche land doorstroopende, namen zy
+alle steden en sterktens tusschen Rhyn en Maas in bezettinge, en
+bevolkte dezelve met hun eigen natie.</p>
+<p>In den jaare 429 zyn in Friesland, alschoon Haron en de zyne
+afgodendienaars waren, door de Christenen 4 kloosters gesticht.</p>
+<p>In den jaare 432, Haron, wegens zynen ouderdom, de regeering moede
+geworden zynde, heeft met goedvinden van de Staaten des Lands, zyn
+zwager Offe in deszelfs plaatze gestelt. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2" id="negenkoningen"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e796" class="main">III. Onder negen Koningen.</h3>
+<p class="firstpar">Zo wierd <span class="sc">Richold Offe</span> in
+Odolfs plaats verkooren, en is 1ste Koning geworden.</p>
+<p>In den jaare 435 zyn de Noormannen met een groote scheepsvloot in
+Groningerland geland, trekkende voorts voorby het Huis Groenenberg, in
+&rsquo;t Drenth, roovende en plonderende alles wat ze konden krygen.
+Doch Richold, Koning der Friesen, heeft hen met zyn macht het land
+wederom doen ruimen.</p>
+<p>In den jaare 436 overleed Odolf Haron: van doe af aan heeft Richold
+den naam van Koning eerst aangenomen, om dat hy zyne gebuuren zulks zag
+doen: want hy meer land onder zyn gebied had, als iemand onder hen, te
+weeten, van de Fliestroom af tot de Eider, en geheel Westfaalen.</p>
+<p>In den jaare 442, zyn de Noormannen, een onrustig volk, leevende van
+den roof, om buit in Friesland gekomen; en hebben &rsquo;t land tot den
+grond toe bedorven, maar Richold, een man van onbezweeken moede, trok
+hun by Grunenberg<a class="noteref" id="xd20e809src" href="#xd20e809"
+name="xd20e809src">26</a>, nu Groningen, te gemoet; doch verloor in
+dien stryd, alzo zyn volk moede was van den tocht, by de 300 mannen,
+en, ten zy de nacht daar <span class="pagenum">[<a id="pb31" href=
+"#pb31" name="pb31">31</a>]</span>niet tusschen gekomen ware, zouden de
+vyanden hem met de zynen geheel verslagen hebben. Doch met het
+aanbreeken van den dag, is hy andermaal op de Noormannen aangevallen,
+en <span class="corr" id="xd20e814" title="Bron: versloegze">versloeg
+ze</span>, dat &rsquo;er 900 op de vegtplaats dood bleven; de overige
+wierden van de landlieden verslagen, ja men weet niet dat &rsquo;er een
+van ontkomen is.</p>
+<p>In den jaare 449, als Hengst en Hors geweldige rooveryen op zee
+bedreeven, heeft Vortigern, der Britten Koning, hunne hulpe tegen de
+Pikten en Schotten gebruikt, die zy overwonnen; en stichten, na veel
+tegenstand, aan de voorkant van Engeland het Ryk, dat noch Kent genaamt
+word, en daar Hengst de 1ste Koning is geweest: geevende hunnen
+oorspronk aan de tegenwoordige Engelschen, gelyk de naam van Angelen en
+Angelboeren, te vooren gemeld, ook wel uitwyzen. 2 Friesche Edelingen,
+als T&aelig;ke Heerema en Douwe Hiddema, waren hunne Admiraalen, die
+ook het Eiland Frisland zouden opgedaan en dien naam gegeeven
+hebben.</p>
+<p>In den jaare 453 bouwde Richold tusschen Staveren en Medenblik een
+groote kerk, en stelde die tot een Vryhuis voor de ballingen<a class=
+"noteref" id="xd20e821src" href="#xd20e821" name="xd20e821src">27</a>.
+En in &rsquo;t volgende jaar maakte hy vrede met de Noormannen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name=
+"pb32">32</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 463 bouwde hy binnen Staveren een kostelyk en koninglyk
+Huis, daar hy alle Prinsen en Hertogen van Frieso den 1sten af, tot
+zynen tyd toe, in liet afbeelden; met een naauwkeurig verhaal van hunne
+daaden en tyd van regeeringe daar by gestelt. Waar van het gerucht
+alomme verspreide tot vreemde volkeren, en nieuwsgierigheid verwekte,
+ja zelfs dat Karel de Schoone, Hertog van Braband, nevens zyne
+Hovelingen, zich naar Staveren begaven, om de pragt en deftigheid van
+dat werk met verwondering te bezichtigen.</p>
+<p>In den jaare 471, als Odilbald, Richolds zoon, aan Haddinge, der
+Noormannen Konings dogter, getrouwt was, wierd hy van zyn vader tot
+1ste Graaf van Tietenburg gestelt, dat nu Tekelenburg genaamt word.</p>
+<p>In den jaare 496, deed Klodoveus, (Klovis) zoon van Childrik, Koning
+van Vrankryk, een inval in Friesland, meenende hetzelve onder zyn
+gebied te brengen. Maar Richold heeft hem zoo wel ontfangen, dat hy met
+groote schande weder naar Vrankryk moest vlugten. Na dien tyd had
+Richold goede vrede, liet veele huizen, hoeven, heerlykheden en
+slooten, die wy stinzen noemen, alomme aanbouwen: ook stichte hy, tot
+vermaak van zyn hofgezin, een lustige Stins en Lusthof, in een woud,
+omtrent een myl verre van Staveren, dat naderhand een geweldige meer is
+geworden, die de Flusse genaamt word. En, eer dit <span class=
+"pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>jaar ten
+einde was geloopen, overleed hy, en wierd van zyn zoon naar Titenburg
+gevoert, en aldaar ter aarde bestelt.</p>
+<p><span class="sc">Odilbald,</span> Graaf van Tietenburg, wierd in
+zyn&rsquo;s vaders plaats de 2de Koning der Friesen. Hy was een
+verstandig en beleefd man, goedertierend over zyne onderdaanen, en
+kloek tegen zyne vyanden. Zyne zoonen zond hy tot den Koning der
+Noormannen, om in den wapenhandel geoeffent te worden<span class="corr"
+id="xd20e846" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p>In den jaare 513 zyn in een kelder, omtrent een halve myl van
+Dokkenburg, zeer subiet omgekomen 9 mannen, 3 vrouwen en 6 kinderen, zo
+men vermoede door een basiliskus<span class="corr" id="xd20e852" title=
+"Niet in bron">.</span> Waar op het huis aanstonds verbrand wierd, en
+men vernam geen quaad meer.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd gebeurde het, ten huize van Yv Hopper, of Hopheer,
+tusschen Staveren en Hoorn, (daar de Zee noch het Hoornsche Hop genaamt
+word, en nu diepe baaren schiet; waar van men ook noch zegt:
+<i>&rsquo;t Hoornsche Hop, leegt den krop</i>,) dat een dienstmaagd,
+als zy water uit de put schepte, een leevendige haring mede optrok.
+Waar door Hopper verschrikte, indachtig wordende, &rsquo;t geen de
+Afgod Staf voorzegt had: dat na dat vuur, daar we op &rsquo;t jaar 155
+van gemeld hebben, wel wat kouds mogt volgen. Des hy zyne landen
+verkogt en verruilde, en alzo voorquam dat hy geen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>schade
+door de wegspoeling derzelver behoefde te lyden<a class="noteref" id=
+"xd20e862src" href="#xd20e862" name="xd20e862src">28</a>.</p>
+<p>In den jaare 516 is geheel Friesland byna door de zee onder
+geloopen, waar door meer dan 6000 menschen en veel vee is
+verdronken.</p>
+<p>In den jaare 517 zyn in Friesland ongemeene groote hagelsteenen
+gevallen, waar van zommige een halve voet breed en een heele voet lang
+waren, voortgedreven door een zwaaren wind. Groningen, by de Friesen
+Grins genaamt, is in dezen tyd met houte planken omheiningt
+geworden.</p>
+<p>In den jaare 527 is Odilbald te Dokkenburg gestorven, en te
+Tietenburg begraaven.</p>
+<p><span class="sc">Richold,</span> zyn oudste zoon, quam door
+algemeene toestemminge der Staaten, terstond in zyn&rsquo;s vaders
+plaats. Om zyne deugden was hy by de landzaaten zeer bemint. Onder
+Richolds regeeringe had Dibbald het gezach over Westfriesland, en nam
+met verlof van Richold, zyn Beschermheer, den naam van Koning
+aan<span class="corr" id="xd20e875" title="Niet in bron">.</span> Zyn
+zoon Lem, of Willem, bouwde een slot, dat het volk Heer Lems Slot
+noemde, en wierd naderhand een Stad, die nu noch daar van Haarlem
+genaamt is<a class="noteref" id="xd20e878src" href="#xd20e878" name=
+"xd20e878src">29</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35"
+name="pb35">35</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 548 hebben de Deenen het Graafschap Tietenburg
+jammerlyk geplaagt en uitgeplondert; doch de komste van Richold gewaar
+wordende, zyn doorgegaan. Waar op de Koning zyn Overste Harke, uit het
+edel geslachte der Rodmannen, een onverzaagden held, met een grooten
+hoop volk naar Deenemarken zond; die daar zeer brande en blaakte, en
+komende met een ryken buit weder in Friesland te rug. Middelerwyl zyn
+ook de Gelderschen en Westfaalingen wederspannig geworden; doch als
+Richold hen, met een groote macht van volk, in een slag overwonnen had,
+hebbenze om lyfsgenade moeten bidden, met belofte van eene eeuwige
+onderwerping.</p>
+<p>In Westfriesland werd Dibbald van de Baatenburgers mede zeer
+benaauwt; dat, ten waare Richold hem met geen machtige hand beschermt
+hadde, hy &rsquo;t halve Land zoude kwyt geweest zyn: doch bequam nu,
+boven het zyne, noch verscheidene van hunne vestingen. Hy liet, na zyn
+overlyden, Ridzert Aurundulus in zyne plaats, die zyn kindskind
+was.</p>
+<p>In den jaare 570 ontstond &rsquo;er uit het noordwesten een
+vreesselyk onweder, dat 3 dagen aanhield, en Friesland jammerlyk onder
+water zette. Daar wierden op het Roode Klif 35 zwaare boomen uit den
+grond gerukt en ter ne&ecirc;r geworpen: en van het lusthof van den
+Koning Odilbald, aldaar gebouwd, wierd niet den eenen steen op den
+anderen <span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name=
+"pb36">36</a>]</span>gelaaten. Ook overleed Richold in dit zelve
+jaar<a class="noteref" id="xd20e890src" href="#xd20e890" name=
+"xd20e890src">30</a>.</p>
+<p><span class="sc">Beeroald</span> volgde hem in &rsquo;t landbestier,
+en quam terstond het gebied van Westfriesland weder op hem: want
+Aurundulus gestorven was, wiens dochter hy trouwde. Van inborst was hy
+zeer mild en vreedzaam. Hy gewan twee zoonen, als Adgild en Harke, die
+een onechte was; die hy deftig in de schoolen liet onderwyzen: doch
+Harke verlaatende de schoole buiten &rsquo;s vaders kennisse, trok uit
+lust tot de wapenen naar Braband.</p>
+<p>In den jaare 606 wierd Harke uit Braband, met Pipyn van Landen, zoon
+van Karelman, ten hove gezonden naar Vrankryk: daar Harke, uit afgunst
+om zyne dapperheid, het hof heimelyk verlaatende, naar Schotland
+vertrok; en wierd Overste van &rsquo;t Schotsche veldleger, en waar
+door hy huuwde aan de maagschap van den Koning van Schotland.</p>
+<p>In den jaare 612, Lotrik<a class="noteref" id="xd20e902src" href=
+"#xd20e902" name="xd20e902src">31</a>, der Franschen Koning, achtende
+dat de roemrugtigheid van Harke tot zyn nadeel zoude strekken, om
+Friesland niet te konnen overmeesteren, liet hem door verspieders
+ombrengen, <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name=
+"pb37">37</a>]</span>tot groot leetwezen van den Schotschen Koning
+Eugenius.</p>
+<p>In den jaare 628 beeft Dagobert, nieuwe Koning van Oostvrankryk
+gestelt zynde van Lotrik zyn vader, Friesland willen onder zyn gebied
+brengen; op dat zy tot het Christelyk geloove zouden gebragt worden:
+des hy Soest, in Westfaalen, belegerde, wierd hem van Igle of Yge
+Gaalema een stuk van zyn helm en eenige hoofdhairen afgeslagen. Waarom
+hy zyn vader uit Vrankryk ontbood.</p>
+<p>Des Lotrik, in den jaare 630, een hoop volk byeen rukkende,
+onverwagt in Friesland viel. Waar over Beeroald hem omtrent het dorp
+Englum hef hoofd bied. En als Lotrik hem zag, die hy meinde al dood te
+zyn, zei hy op zyn plat Fries: <i lang="fy">Ach duw aade schiere bolle,
+bistu dir salm!<a class="noteref" id="xd20e913src" href="#xd20e913"
+name="xd20e913src">32</a></i> Het welk terstond voor Lotriks ooren
+komende, week hy niet uit den stryd, voor dat hy Beeroald gedood hadde.
+En heeft daarom alle Friesen, drie dagen lang, dood laaten slaan, die
+langer waren dan zyn zwaard. Van dien tyd af heeft Dagobert de Friesen
+veele landen ontnomen.</p>
+<p><span class="sc">Adgild</span> wierd in zyn&rsquo;s vaders plaats
+tot 5de Koning van Friesland gestelt, wegens <span class=
+"pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>Lotrik,
+Koning van Vrankryk; en stelde 4 Friesche heeren tot Raaden nevens hem,
+die de Christenen wel mogten lyden. Maar de landen over de Zuiderzee,
+verstaande Westfriesland daar niet onder, wierden hem afgenomen: als
+mede dat zij buiten Drenth en Twente hadden bezeten; doch oostwaards
+aan bleef het in zyn geheel: en een jaarlyksche schattinge van 600
+ossen of koeyen wierd hun opgelegt.</p>
+<p>In den jaare 652 was Friesland in gerustheid, midden in der
+Franschen oneenigheden; en Adgild leerde de Ingezetenen, voor de
+overstroomingen, hooge aardhoopen, die wy Terpen noemen, opwerpen; om
+by &rsquo;t doorbreeken der zeedyken, met hunne beesten, goed en have
+aldaar de vlugt te neemen. Dagobert, Koning van Oostvrankryk, bouwde te
+dezer tyd een slot, nevens Wiltenburg, dat hy Utrecht benoemde, alwaar
+de schepen, die uit zee den Rhyn opvoeren, zich moesten vertollen.
+Welke plaats in voorigen tyd den Friesen had toebehoort. Hy gaf dit
+nieuw gebouwde Utrecht aan Thuinibert, Bisschop van Keulen, die daar
+aan de Thomas Kerk, een oeffenhuis van predikers, stichte, om de
+Friesen van hun ongeloove te bekeeren. Adgild had een zoon gewonnen,
+die Radbout heete, en eene dochter, Heile genaamt.</p>
+<p>Omtrent den jaare 671 hadden de Friesen eene goede vrede, terwyl
+&rsquo;t rondom door <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39"
+name="pb39">39</a>]</span>de wapenen der Franschen als in den brand
+stond: want Adgild, erkennende van wien hy &rsquo;t Ryk ontfangen
+hadde, deed alles naar der Franschen zinnelykheid<a class="noteref" id=
+"xd20e939src" href="#xd20e939" name="xd20e939src">33</a>, en liet de
+Christenen hunne godsdienst met alle vryheid oeffenen.</p>
+<p>In den jaare 672 vertrok Radbout naar Deenemarken, om zich in den
+wapenhandel te oeffenen: en wierd, ook aldaar noch meer in zyn
+ongeloove gesterkt.</p>
+<p>In den jaare 678 heeft Adgild, den Prediker van Utrecht, genaamt
+Kenochius, toegelaaten in Friesland te prediken. En Wilfrid,
+Aardsbisschop van Jork, zullende naar Romen reizen, doch door onweder
+in Friesland vervallen, wierd den geheelen winter huisvestinge
+gegeeven, inmiddels dezelve mede alomme de Christelyke leere verbreide
+en veele doopten: doch de Koning en zyn hofgezin begeerden van hun
+ongeloove niet af te wyken. Maar, om grootere voortplantinge te doen,
+zo vereischten meerdere arbeiders; des hy hier over schreef aan de
+Broederen in Engeland.</p>
+<p>In den jaare 679 overleed Adgild, en wierd te Staveren begraven.</p>
+<p><span class="sc">Radbout</span> is de 6de Koning der Friesen
+geworden, in zyn&rsquo;s vaders plaatze: hy was <span class=
+"pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span>onrustig
+en wreed van gemoed, en tot den oorlog zeer genegen. Hy nam het zeer
+euvel op, dat zyn vader zo gewillig onder de Franschen hadde gestaan:
+waarom hy ook de landen, die zy zyn vader hadden afgenomen, met het
+zwaard wilde wederhaalen. Des hy, om geld te bekomen, zyne onderdaanen
+onverdraagelyke schattingen opleide, en de onvermogenden gebruikte hy,
+door houte duimyzers, als slaaven. Want de Friesen lieten zich, buiten
+redenen, niet vrywillig om den tuin leiden. En om des te bequaamer tot
+zyn voorneemen te komen, voerde hy zyn hofgezin naar Staveren. Van waar
+hy optrok, en het slot Wiltenburg en Trajectum, nu beide Utrecht
+genaamt, weder veroverde. Ondertusschen was Wigbert, op het schryven
+van Wilfrid, naar Friesland vertrokken: doch is, wegens de
+onbekeerlykheid van het volk, na 2 jaaren, weder in Engeland te rugge
+gekomen.</p>
+<p>In den jaare 690, als Egbert, Bisschop van Jork, daar door tot
+mededogentheid ontroerd wierd over de Friesen, heeft hy 12 geleerde
+mannen, uit verscheidene kloosters, byeen vergadert; waar onder
+Willebrord, en zyn neeve Switbert, de voornaamste waren: dewelke allen
+den Rhyn inkomende, zyn te Utrecht aangeland, en, wegens de
+vredelievende eenvoudigheid van die tyden, hunne goederen in &rsquo;t
+gemeen gebruikende, hebben zy met een heiligen yver, tot het onderwyzen
+<span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name=
+"pb41">41</a>]</span>der onweetende of afgodische Friesen, van daar een
+aanvang gemaakt. Maar alzo gemelde Friesen, in hunne afgodery noch als
+verzoopen lagen, wierd hun niet toegelaaten om Gods Woord te
+verkondigen, en met bedreiginge van leevensstraf, zo zy zulks
+ondernamen. Des zy de platte landen en aangrenzende landstreeken van
+Friesland zyn doorgewandelt, op dat zy noch eenigen voor Christus
+mogten gewinnen.</p>
+<p>In den jaare 693 heeft Pepyn, dies tyds Voorvegter der Franschen, en
+Hertog van Braband<a class="noteref" id="xd20e961src" href="#xd20e961"
+name="xd20e961src">34</a>, Radbout weder uit Wiltenburg verjaagt: die
+zich van dien tyd af als balling op een eiland onthield, alwaar hy en
+zyn volk groote afgodery met eenen afgod Foste bedreeven; waar van
+gemelde eiland ook Fosteland, nu Heiligeland, genaamt is, leggende in
+de bogt van Jutland.</p>
+<p>In den jaare 694 quam Willebrord met de zynen op dat eiland, en
+begonnen, na eenige dagen daar geweest te hebben, Christus te
+verkondigen: maar konden niet meer als 3 menschen van hun ongeloove
+aftrekken, en, na zy de beelden van Jupiter en Foste afgeworpen hadden,
+dat Wigbert met de dood moest bekoopen, zynze door Radbout weder
+<span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name=
+"pb42">42</a>]</span>van daar verjaagt. Maar, als zy naar Pipyn
+vertrokken, wierdenze door deszelfs toedoen weder in Utrecht herstelt.
+Van welken tyd af zy zeer veel bekeerden.</p>
+<p>In den jaare 695 bouwde Willebrord, op de plaats van de afgeworpene
+kerk, binnen Utrecht, eene andere ter gedachtenisse van het kruis.</p>
+<p>Daar maaktenze een verdeling, en zonden van hen af, by twee&euml;n
+en drie&euml;n, na de deelen van Duitschland, om de Christelyke leere
+aldaar mede onder de ongeloovigen voort te planten. Willebrord bleef te
+Utrecht; en Switbert, met twee medehelpers, vertrokken naar Wyk te
+Duurstede, daar nu Baatenburg is: alwaar zy door een wonderwerk veelen
+bekeerden. &rsquo;t Welk zy te Utrecht boodschappende, zo zyn
+Willebrord en Switbert, om de zaaken wel te bestellen, tot Hoofden
+uitverkooren. Switbert vertrok naar Engeland, daar hy Bisschop wierd
+gemaakt, en deed, na zyne wederkomst, in Friesland, Holland, en
+Teisterband veele stichtinge.</p>
+<p>In den jaare 697 quam Willebrord weder te Utrecht, zynde in &rsquo;t
+voorgaande jaar van den Paus te Romen aangestelt tot Bisschop der
+Friesen, daar in dien tyd de Groningers, Overysselschen, Utrechtschen,
+Hollanders, en Gelderschen mede onder begrepen waren; en stelde zynen
+zetel te Utrecht: Waar van zyne navolgers Bisschoppen van Utrecht zyn
+genaamt geworden, daar hy de <span class="pagenum">[<a id="pb43" href=
+"#pb43" name="pb43">43</a>]</span>eerste van was; en Switbert was zyn
+medehelper.</p>
+<p>Dit alles kon Radbout met geene goede oogen aanzien; waarom hy
+Gerlacus, een woedend krygsman en Overste van Fosteland of Heiligeland,
+woonende te Warns, alwaar hy ook een sterk slot gebouwd hadde, afzond,
+eerst om Baatenburg, en dan Utrecht te vermeesteren. Maar is van Pipyn
+zodanig overwonnen, dat hy hem veel buit moest achterlaaten, als mede
+eene belofte doen, om de Christenen in Friesland te vergunnen, Gods
+woord vry te mogen verkondigen. Ook wierd Willebrord ondertusschen van
+Pipyn aangemaant, om het heilige werk met yver in Friesland voort te
+zetten.</p>
+<p>In den jaare 698 verzond Willebrord veele vroome en geleerde mannen
+naar Friesland: maar hunne leere wierd niet aangenomen, en zy in
+tegendeel bespot, verjaagt en doodgeslagen.</p>
+<p>In den jaare 700 Wulfranus, Bisschop te Sens, een stad in Champagne,
+in Vrankryk, door den geest geroert zynde, is met brieven van
+voorschryvinge des Konings van Vrankryk, aan Radbout, in Friesland
+gekomen; daar hy, door zyne krachtige welsprekentheid, veel volk won,
+en ook den Koning byna bewoogen had, zo dat hy zelve begeerde gedoopt
+te zyn. Waar op hy Koning, met den Bisschop buiten Medenblik gaande,
+alwaar Radbout dien tyd zyn verblyf had, en reeds den eenen voet nu al
+in <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name=
+"pb44">44</a>]</span>&rsquo;t water gezet hebbende, vroeg hy gemelde
+Bisschop: Waar zyne voorouderen, die zonder den doop gestorven zyn,
+waren gebleven? De Bisschop dien ruuwen mensche, door onvoorzigtigheid,
+wat t&rsquo; onbedagtelyk antwoordende, zeide: Dat buiten de kennisse
+van Christus, en den waaren God, met verachtinge van de heilige
+Sacramenten, geene zaligheid te bekomen was: en daarom moestenze in de
+helle zyn. <i>Wel,</i> antwoorde Radbout, <i>dan zal &rsquo;t my veel
+grooter eere en aanzien geeven, dat ik by myne voortreffelyke en
+beroemde Voorvaderen in de helle ben, als met een geringen hoop
+Christenen in den hemel.</i> En trok aanstonds zyne voet te rugge uit
+het water, met beschimpinge van den Bisschop.</p>
+<p>In den jaare 719, als Radbout zag, dat de christenkennisse
+grootelyks in Friesland toenam, en zyne afgodendienst in verachtinge
+quam, is hy, ten deele uit spyt, en ten deele door een knaaging van zyn
+aangeroerd gemoed, na een zesjaarige uitteering, eindelyk binnen
+Medenblik overleden, en te Staveren begraven.</p>
+<p><span class="sc">Adgild,</span> de tweede van dien naam, wierd van
+het volk tot zevende Koning verkooren, in zyn&rsquo;s vaders plaats. Hy
+regeerde het land in groote gerustheid en vrede. Ook liet hy de
+Christenen onverhindert in hunne oeffeningen; want hy had zelve de
+Christelyke leere aangenomen, en zich laaten doopen. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name="pb45">45</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 726 quam Horne, een onechte zoon van Radbout, uit
+Deenemarken; en alschoon hy zyn vader in ongestuimigheid en wrevel
+gelyk was, heeft hy zich echter, door Adgilds toedoen, laaten doopen.
+Deze heeft de stad Hoorn gebouwd.</p>
+<p>Omtrent den jaare 728, als de christenkennisse te Utrecht zeer
+toenam, heeft Bisschop Willebrord wederom verscheidene leeraars naar
+Friesland gezonden. Welke, schoon zy vry en veilig konden gaan, evenwel
+weinig voordeel by de hardnekkige Friesen hebben kunnen doen: want de
+blindheid des volks, en zugt tot hunne afgoderye, was te groot. Een
+Veldoverste Richold, veinsde te willen zyn gedoopt, doch bespotte den
+Christendienaar op gelyke wyze, als wy hier boven van Radbout hebben
+aangeteekent.</p>
+<p>In den jaare 729 is Karel Martel,<a class="noteref" id=
+"xd20e1004src" href="#xd20e1004" name="xd20e1004src">35</a> Koning van
+Austrasia of Oostvrankryk, met een groote vloot schepen op de rivier de
+Burde aangekomen, zynde van den Bisschop Willebrord daar toe verzogt,
+om de Friesen te noodzaaken hunne afgoderye te verlaaten: hy overwon
+den Overste Poppe, zoon van Gerke; waar op hy Friesland zeer verwoeste;
+de afgodische kerkhoven en beelden <span class="pagenum">[<a id="pb46"
+href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span>uitroeide en verbrande, en veel
+roof mede nam. Na welke overwinninge, Willebrord alomme Christen kerken
+deed bouwen. En de Friesen, uit vreeze voor de Franschen, derfde de
+Christenen niet meer tegenstaan.</p>
+<p>In den jaare 736 is Bisschop Willebrord ontslaapen: uit zyne
+onderwyzingen zyn veele deftige leeraars voortgekomen, en is een
+werktuig geweest van de bekeering der Friesen, die hem daarom wel in
+goede erkentenisse mogen houden. In zyn plaats quam Bonifaas, als
+tweede Bisschop der Friesen, te Utrecht, en verbeterde het verval der
+kerke grootelyks, met ongemeene stichtinge, in deze landen.</p>
+<p>In den jaare 737 overleed Adgild, en is te Staveren by zyn vader in
+&rsquo;t graf gelegt. Door hem is de stad Alkmaar gesticht. Eene van
+zyne dochters, Konovelle genaamt, was uitgehuuwt aan Adelbrik, een
+voornaam edelman, die omtrent Sixbierum een slot had gesticht, dat hy
+Adelburg noemde. Hy had veele kinderen, aan wien hy zyn goed by zyn
+leeven uitdeelde: daarom begeerde hy dat zy zich niet van Adelburg,
+maar van Adelen zouden laaten noemen; dat noch tot heden zo gebleven
+is.</p>
+<p><span class="sc">Gundebald,</span> Adgilds zoon, wierd tot achtste
+Koning ingehuldigt: hy was, als zyn vader, mede tot het Christelyk
+geloove bekeert, en had gestadige vrede in zynen tyd. Hy heeft van
+&rsquo;t kasteel Dokkenburg de stad Dokkum gebouwt. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 739 quam Saake Rodman, met eene uitmuntende geleerdheid
+en krygskunde voorzien, in Friesland, hebbende 13 jaaren op &rsquo;t
+hof van den Keizer, Paus en Hertog van Venetien verkeert, waarom
+Gundebald hem tot zynen raadsman aannam: en deed groote weldadigheid
+aan de stamme der Rodmannen.</p>
+<p>In den jaare 749 overleed Gundebald, nalaatende twee zoonen, als
+Gundebald de tweede en Jan, welke om zyne vroomheid gebynaamt wierd
+Priester Jan, daar verscheidene vertellingtjes van zyn. Zyne dochter
+Taekle huuwde aan Haaje Kamminga, en haare dochter namaals met eenen
+Ode Botnia, Hertog van Zweeden; alwaar &rsquo;t geslachte van Botnia
+uit voortgesprooten is.</p>
+<p><span class="sc">Radbout,</span> de tweede van dien naam, is de
+laatste Koning der Friesen geweest; zynde de broeder van Gundebald, en
+zoon van Adgild de tweede: van welke hy veel verschilde, doordien hy in
+Deenemarken opgevoed, en in de afgoderye zeer gewoon was: hy wierd
+godloos en wreed, en alzo hy nog jong was, geen meester van zyne
+verkeerde hartstogten om dezelve te bedwingen.</p>
+<p>Zynen afgod Foste stelde hy op Ameland wederom ten toon: om de
+Christenen nochmaals dezelve te noodzaken, en van hun geloove af te
+trekken; of by weigering, strafte hy dezelve met de dood, of bande ze
+uit den lande. Dus handelde hy ook met Rodman en de zynen, om het
+Christen <span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name=
+"pb48">48</a>]</span>geloove, en beroofde hen van alle de waardigheden
+en eerampten, by Gundebald voorheen aan hen vergunt. Des Saake, zyne
+goederen verlaatende, tot den Koning van Vrankryk de vlugt nam; die hem
+in groote achtinge hield.</p>
+<p>In deze dagen had Solke Forteman de geschiedenissen en daaden der
+Friesen, van hunnen oorsprong af tot op zynen tyd toe, vlytig
+beschreven: en om dat hy Radbout zo veel eere niet gaf, als zyn
+gestorven broeder, die de Christelyke leere had voorgestaan, daar deze
+de vervloekte afgoderye weder op den troon trachte te stellen, zo wierd
+dit Radbout, door zyne benyders, en inzonderheid door toedoen van
+Syvert, Priester der Dru&iuml;den, op &rsquo;t Oude Hof, aangebragt:
+waar op Fortemans boeken voor zyne oogen wierden verbrand, en hy zelve
+in de gevangenis geworpen.</p>
+<p>In den jaare 752 heeft Bonifaas tweede Bisschop van Utrecht,
+goedgevonden, de Christenheid, die Radbout zo wreevelmoedig verdrukte,
+in Friesland wederom te herstellen: des hy met 51 leeraars te Almeenum,
+daar nu Harlingen is, aangekomen zynde, hebben zy zich eerst in
+Westergo verspreid, de afgoden te landewaarts omgeworpen, Christen
+kerken gesticht, en veel volk bekeert: en om andere mede te stichten,
+voeren zy de Burde ten einde, hunne tenten nederslaande by &rsquo;t
+dorp Oudeboorn, <span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name=
+"pb49">49</a>]</span>alwaar zy mede eenige geestelyke voordeelen
+deeden.</p>
+<p>In den jaare 754, als &rsquo;er veele nieuwelingen gedoopt waren, zo
+beloofde Bonifaas hun de bevestiginge, naar de wyze der Roomsche kerk,
+op Pinxter binnen de stad Dokkum te geeven. Maar ter bestemder plaatze
+en tyd quam een hoop moordenaars, die den Bisschop en zyne
+medearbeiders wreedelyk vermoorden. Tot even voor de reformatie
+vertoonde men noch te Dokkum van dezen Bonifaas zyn herssenpan,
+Bisschops staf en andere overblyfzelen; dat zy het volk wilden doen
+gelooven.</p>
+<p>Omtrent den jaare 769 was in Friesland een dapper en geleerd
+edelman, genaamt Feye Forteman; welke namaals Veldoverste onder Karel
+den Groote wierd, en die zich mede tot het Christen geloove
+bekeerde.</p>
+<p>In den jaare 769 heeft Radbout een harden aanval op Utrecht gedaan,
+waar door hy haar geweldig plaagde; en van Pipyn geboden zynde, daar
+van af te zien, achte hy zulks weinig.</p>
+<p>In den jaare 775, als Radbout uit eigener booze driften, en door de
+opstookinge eerst van Syvert, en daar na van Okke, Priesters der
+afgodische Dru&iuml;den, zeer verwoed tegen de Christenen te werk ging,
+klaagdenze zeer erbarmlyk aan Karel den Groote, Koning der Franschen.
+Welke Koning, na dat hy de Saxen overwonnen hadde, de Friesen mede
+beoorloogde, en Radbout in twee veldslagen, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" name=
+"pb50">50</a>]</span>overwonnen hebbende, vluchte dezelve liever in
+Deenemarken, als dat hy de Christenen by verdrag of vredeverbond in
+&rsquo;t land wilde vrye oeffening van hunne godsdienst vergunnen. En
+dit wierd de gelegentheid, dat de Koninglyke Heerschappye in Friesland
+een einde nam.</p>
+</div>
+<div class="div2" id="vreemdeheren"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e1048" class="main">IV. Vreemde Heeren.</h3>
+<p class="firstpar"><span class="sc">Karel</span> de <span class=
+"sc">Groote,</span> Friesland dus onder zyn heerschappye gebragt
+hebbende, heeft het zelve als een overheerd land of provintie gehouden,
+en stelde &rsquo;er Landvoogden over, die &rsquo;t in zynen naam
+bestierden of regeerden.</p>
+<p>Hy nam ook zeer ter harten, dat &rsquo;er vroome en geleerde mannen,
+om de Christenheid yverig voort te planten, wierden naar toe
+gezonden.</p>
+<p>In den jaare 777 is Ludger, die te Wierum in Friesland gebooren was,
+een man van eene uitsteekende geleerdheid, te Dokkum tot Priester
+aangestelt, van wege den Bisschop van Utrecht. Deze heeft de
+ongeloovigen stigtelijke onderwyzing gegeeven, en de afgodery geheel
+ten lande uitgeroeit.</p>
+<p>Gustavus (mogelyk Goffe of Gosling) Forteman heeft te Almeenum, dat
+nu Harlingen is, een kerk, van hout en met riet gedekt, ter
+gedachtenisse van den Engel Micha&euml;l<a class="noteref" id=
+"xd20e1063src" href="#xd20e1063" name="xd20e1063src">36</a>, in dezen
+tyd laaten bouwen, om tot een vergaderplaats <span class=
+"pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span>der
+Christenen te dienen. Na welk voorbeeld naderhand veele kerken gemaakt
+zyn.</p>
+<p>In den jaare 779 vielen de Noormannen by Westerbierum, daar boven
+van gemeld is, in Friesland, en versloegen den edelen Heermana: waarom
+de Friesen, zeer verbittert zynde, by de 400 Noormannen versloegen, en
+ontroofden hunnen geplonderden buit. Des de Noormannen, in hunne
+schepen vluchtende, doorgingen. Maar de Friesen afgetrokken zynde, zo
+quamen de Noormannen tusschen Kornwerd en Hindeloopen, dat doe noch een
+dorp was, weder te land, welke plaatzen zy uitplonderden, en daags daar
+aan verbranden. Doch die van Staveren, het eerste zulks gewaar
+wordende, verjoegenze nochmaals, veroverden van hen vyf schepen en al
+dien geroofden buit.</p>
+<p>In den jaare 784 zyn de Noormannen wederom met Wydekind, Hertog van
+Saxen, die door Karel den Groote overwonnen zynde, en in Deenemarken
+gevlucht was, op de Eems aangekomen: maar wierden door die van Staveren
+en Ezonstad met een goede vloot schepen van daar gejaagt. Zy noch eens
+wederkomende, moesten nochmaals het Amelander Gat weder uit: des de
+Friesen, hunne vyanden te gering achtende, maar zich zelve bedriegende,
+beslooten hunne vloot te Staveren en Ezonstad op te leggen, als zy
+deeden. &rsquo;t Welk de Noormannen gewaar wordende, zo quamenze
+onverwagt de Friesen <span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52"
+name="pb52">52</a>]</span>zodanig overrompelen, datze dezelve te vuur
+en te zwaard verdreven: en dewyl Wydekind en zy zeer hardnekkige
+afgodendienaars waren, dwongen ze de nieuwbekeerde lieden weder tot
+hunne afgoden; die zulks weigerden, wierden van hen verdelgt, waar door
+veelen vermoord wierden, en ten lande uitvlugten; onder welke Ludger en
+Wydekind zich mede bevonden.</p>
+<p>In den jaare 785 is Ludger, als Kerkenleeraar, in de Ommelanden
+gezonden, op &rsquo;t bevel van Karel den Groote; na dat Wydekind by
+hem weder in genade was aangenomen, en de Friesen ook bevryd waren:
+daar hy op nieuws veele stichtinge deed.</p>
+<p>In den jaare 793 is Radbout in vreemde landen overleden, zonder dat
+men eigentlyk weet waar ter plaatze.</p>
+<p>In den jaare 793 zyn door het doorbreeken der dyken, veele menschen
+en beesten in Friesland verdronken. Waarom men alomme doe weder Terpen
+begon te maken, als voornaamentlyk te Koudum, Almeenum, Midlum, Hitsum,
+Winsum, Tjum, Dronryp en Uitgong, dat nu Berlikum genaamt word.</p>
+<p>In den jaare 797 vielen de Deenen met eenige schepen uit Jutland in
+de Lauwers, daar zy &rsquo;t zeer verwoesten en afbranden: doch die van
+Staveren, Ezonstad en Dokkum rusteden ook een groote vloot uit, waar
+mede zy naar Jutland voeren, en haalden mede van daar eenen grooten
+roof.</p>
+<p>In den jaare 804 is te Uitgong, nu Berlikum, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span>een
+wanschapen kind gebooren, zynde ruggelings aaneen, maar anders alle
+leden tweemaal, of het twee kinderen waren, en is drie weeken oud zynde
+overleden.</p>
+<p>Te dezer tyd woonde te Sixbierum, op het slot Adelen, Konovelle,
+dochter van Adgild den tweede, zevende Koning van Friesland, welke twee
+zoonen had, als Fredrik en Alfrik, die zy by den Bisschop van Utrecht
+liet onderwyzen; welke zo onderwezen waren in geleerdheid, dat dezelve
+beide, na den dood van den Bisschop, Bisschoppen wierden<a class=
+"noteref" id="xd20e1089src" href="#xd20e1089" name=
+"xd20e1089src">37</a>.</p>
+<p>In den jaare 806 wierd de afgod Foste op Ameland door de Christenen
+afgebrooken en uitgeroeit. In dit zelve jaar vielen heel zwaare
+hagelsteenen, zo groot als henne-eyeren, die veel schade deeden.</p>
+<p>Ook quamen de Deenen in dit jaar met vyf schepen &rsquo;t Flie in,
+en verbranden Dyxherne en Sixbierum, behalven twee huizen en de kerk,
+en vertrokken met veel roof.</p>
+<p>In dit jaar overleed binnen Staveren de Overste, door Karel den
+Groote over <span class="corr" id="xd20e1098" title=
+"Bron: Fries-gestelt">Friesland gestelt</span>, hebbende 30 jaaren het
+land geregeert. En na eenigen tyd, quam weder een andere in zyn
+plaats.</p>
+<p>En in dit zelve jaar, op St. Thomas dag, was &rsquo;er een zwaare
+watervloed over Friesland, waar door, zo anderen verhaalen,
+<span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name=
+"pb54">54</a>]</span>wel 600 menschen en een groot getal beesten
+verdronken, en groote schade geschiede.</p>
+<p>In den jaare 808 is Olaus, of Oele, zoon van den Koning van
+Deenemarken, in Friesland gevallen; en de Friesen, door zyne groote
+krygsmacht, bevreest geworden zynde, ja zo dat de Landvoogd in zyn moed
+byna bezweek; doch evenwel eindelyk door de Friesen tot den stryd
+aangemoedigt zynde, hervatten zy gezamentlyk een heldhaftig besluit, en
+gesterkt met de macht van Gaele, of Jelle (Gellius) Hardeman, Overste
+van Staveren, na eenige schermutselingen, versloegenze zyn geheele
+leger, neemende hem zelve, met noch 175 mannen op de Eems gevangen.</p>
+<p>In dit jaar wierd te Staveren de St. Nicolaas tooren, daar de afgod
+Stavo op gestaan had, door onweder van donder en blixem omgeworpen; en
+wierden veele menschen en beesten gedood. Omtrent dien zelven tyd, liet
+Igle Tadema, edelman, een zeer diepe put in zyn land graaven, omtrent
+in &rsquo;t noorden van &rsquo;t woud Kreil, van gedagten zynde, dat
+&rsquo;er aanstonds water zoude uit komen, doch bleef droog tot aan den
+avond van den vierden dag. Doe dacht hy een stemme te hooren, die
+ettelyke maalen riep: <i>Verlaat dit land! Verlaat dit land!</i> Waar
+op hy een weinig water op den grond van de put ziende, bevond dat het
+zout als zeewater was. Waarom gemelde put weder toegedempt wierd; om
+dat <span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name=
+"pb55">55</a>]</span>men indachtig wierd, als hier boven op het jaar
+513 gezegt is, of &rsquo;er wel na volgen mogt, &rsquo;t geen de Duivel
+door den afgod Staf gezegt had; te meer, om dat het zelve zynen
+grootvader ook wedervaaren was. Igle, de derde week daar na stervende,
+zo verruilde en verkogt zyn zoon Jouke, die hier alleen maar kennis van
+had, alle zyn&rsquo;s vaders landen en erven, op de Kreil gelegen; en
+kogt we&ecirc;r anderen op Geesterland. Zyn neef, Sibbe Tadema, nam dit
+zeer euvel op, en vervolgde daarom Jouke zodanig, dat de stammen van
+Tadema en Rodman, daar gemelde Jouke eene dochter uit trouwen zoude,
+malkanderen op de bruiloft wreedelyk aanvogten en vernielden, ja zo dat
+er van beide stammen geen een leevendige ziele overbleef.</p>
+<p>In dit zelve jaar quamen twee walvissen, de eene 38 en de andere 29
+voeten lang, by Ezonstad, daar nu Emmerzyl is, by Oostmahorn, op strand
+aandryven. Ook is het paleis van Richold Offe, door een schielyke
+brand, geheel verteert<a class="noteref" id="xd20e1116src" href=
+"#xd20e1116" name="xd20e1116src">38</a>.</p>
+<p>Ook quamen de Noormannen dit jaar schielyk te Ezonstad, hebbende
+dezelve ingenomen, geplondert en verbrand. Doch wierd weder haastig
+opgebouwd. En die van Staveren, Bolswert en Dokkum rusten hier op een
+Vloot uit tegen de Deenen, Jutten en <span class="pagenum">[<a id=
+"pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span>Noormannen, die
+malkanderen met rooven en branden aan beide zyden zeer lastig vielen:
+doch ten laatsten bragten die van Staveren 6 Noordsche schepen met buit
+te Dokkum op; waar van zy uitdeelinge deeden aan die &rsquo;t meeste
+schade geleden hadden. Ook overleed dit jaar de tweede Landvoogd, die
+Karel de Groote over Friesland gestelt hadde. Waar na gemelde Koning
+Karel, inboorlingen uit den Frieschen Adel, tot Landvoogden stelde, in
+plaats van Franschen.</p>
+<p>In dit zelve jaar noch is Magnus Forteman van den Koning tot
+Landvoogd verkooren, om het land in zynen naam te bestieren, even gelyk
+als de Franschen naar hunne wetten gedaan hadden: deze Magnus was een
+zoon van Gosse Forteman, waar van boven op &rsquo;t jaar 777 is
+gemeld.</p>
+<p>In den jaare 809, als &rsquo;er te Romen tusschen den Paus en eenige
+Edelen een twist ontstaan was, waar door geheel Italien in oproer quam,
+en de Saraseenen in het land vielen, is Karel, met een groote macht, om
+zulks te dempen, derwaarts heen gerukt. Zo dra Forteman dit vernomen
+hadde, heeft hy de Friesen mede aangeport, om by deze gelegentheid,
+dewyl zy nu doch rust van de Noormannen hadden, den Keizer en de
+Franschen door gedienstigheid te helpen, om dezelve meer tot hunne
+gunst te trekken, en of &rsquo;er eens eene deur tot hunne voorige
+vryheid konde ge&ouml;pent worden. <span class="pagenum">[<a id="pb57"
+href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span>Waar op gemelde Magnus, by
+gemeenen raade en bewilliging, met veele gewapende Friesen, na veele
+uitgestaane moeijelykheden, tot voor Romen is gekomen: gevallig ter
+zelver tyd, als de Romeinen een uitval op den Keizer deeden; het welk
+zy ziende, booden den Keizer hunne dienst aan, met gereedheid om op die
+uitgevallene Romers een kans te waagen. De Keizer hun verzoek
+toestaande, sloegen zy aanstonds hand aan &rsquo;t werk, en bragten
+het, na eenige schermutselingen, zo verre, dat zy gemelde Romeinen
+weder naar binnen dreeven, en mede ter poorten indringende, maakten de
+Friesen zich meester van de stad; en Magnus plante zyn vendel op het
+hooge raadhuis, dat de Romeinen Capitolium noemen, hoe dat het de
+Franschen ook speet. Om welke daad Karel de Groote en Paus Leo de
+derde, de Friesen groote aanbiedingen van goud en zilver deeden: doch
+zy zulks van de hand wyzende, gaven te kennen, dat het hen alleen om de
+vryheid te doen was. Waar op zy van den Keizer en Paus, met een
+breedluidende Vrybrief voorzien zynde, op vrye voeten wierden gestelt,
+gelyk als zy ten tyde van Karel Martel waren geweest. Na hunne
+wederkomst wierd deze Vrybrief, met groote vreugde door Magnus in den
+Dom of Kerk te Almeenum ter bewaaringe gebragt, benevens een Vendel.
+Alwaar de Roomschgezinde wonderlyke vertellingtjes van weeten te
+verhaalen: dat <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" name=
+"pb58">58</a>]</span>de Harlingers noch, met den stryd van den
+Opperengel Micha&euml;l tegen den Draak, daar in geschildert, by hun
+stads Wapen voegen: en voert noch by ons den naam van Magnus Faene.</p>
+<p>In den jaare 810 zyn de Deenen, ten beveele van hunnen Koning
+Gotrik<a class="noteref" id="xd20e1134src" href="#xd20e1134" name=
+"xd20e1134src">39</a> met een vloot van 200 schepen, zeer schielyk aan
+de Friesche kust gekomen; en hebbende eerst de vooreilanden afgeloopen,
+wierden de Friesen in de derde slag overwonnen, en in Deensche
+slaavernye gebragt; moetende jaarlyks een schattinge van 200 ponden
+zilver opbrengen<a class="noteref" id="xd20e1137src" href="#xd20e1137"
+name="xd20e1137src">40</a>. Om welke schattinge te ontfangen, heeft der
+Deenen Koning Landvoogden gestelt, en bouwde een tolhuis van 240 voeten
+lang, en in 12 egaale vertrekken afgedeelt; in welker eerste de
+Tolmeester of Landvoogd zich plaatste, en hebbende in de achterste een
+koper bekken geplaatst, alwaar de schatpenningen moesten in geworpen
+worden, dat dezelve klonken, of mogt voor geen betaalinge verstrekken,
+by aldien gemelde Tolmeester het geluid niet hadde gehoort.</p>
+<p>En verder word verhaalt, dat Gotrik mede gebood, dat de deuren van
+der Friesen huizen alle tegen het noorden moesten geplaatst
+<span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name=
+"pb59">59</a>]</span>worden, en van zo een laagte, dat de Friesen, niet
+zonder kniebuiginge, daar konden uit of in gaan: op dat zy in
+erkentenisse zouden houden, wie hun Landsheer was; en dat zy, ten
+teeken van slaavernye en dienstbaarheid, ook houte halsbanden moesten
+draagen, die van rys en tienen te zamen gevlochten waren.</p>
+<p>Deze slaavernye der Friesen by Karel den Groote vernomen zynde, zo
+verzamelde hy zeer spoedig uit alle omleggende landen veel krygsvolk
+byeen: doch, voor hy noch in aantocht was, wierden hem andere
+zwaarigheden geboodschapt; als de dood van zyn zoon Pipyn; gezanten van
+Constantinopolen en Corsica; behalven een gerucht, dat de Deenen weder
+naar hun land waren vertrokken, om dat hunne Koning, door gemaakte
+verbintenissen, om &rsquo;t leeven was gebragt. Alle redenen, waarom
+Karel zich weder naar Aken heeft begeeven. En de Friesen, de handen nu
+ruim krygende, tasten hunne vryheid weder aan, voorneemende dezelve met
+alle mogelyke middelen tegen alle vyandelyke aanvallen te verdeedigen.
+Dus quam het bestier weder tot de volgende</p>
+</div>
+<div class="div2" id="landsheeren"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e1150" class="main">V. Landsheeren, of Potestaaten.</h3>
+<p class="firstpar">Karel de Groote, overweegende de getrouwe
+manhaftigheid der Friesen, zo aan hem <span class="pagenum">[<a id=
+"pb60" href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span>in &rsquo;t verwinnen der
+Saraseenen, en Wydekind, Hertog van Saxen, als in verscheidene
+voorvallen aan zyne voorzaaten Pipyn en Karel Martel beweezen; benevens
+hunne genegentheid en gestadige diensten aan &rsquo;t Fransche Ryk;
+verzelt met den onophoudelyken yver tegen de Noordsche volkeren, van
+welker slaavernye zy zich nu weder op nieuws, na &rsquo;t ombrengen van
+Gotrik, hadden vry gemaakt: zo heeft hy hen noch in volkomener vryheid
+gestelt, en ontlast van de schattinge van eenige ponden zilver, die zy
+van voor eenige jaaren hadden moeten betaalen: vergunnende hun, ten
+blyke van volkomene vryheid, het recht, om hun land, als vrygevogtene,
+naar hunne eigene wetten te regeeren; daar toe een Overste uit de
+Edelen van hunne eigene landaard te verkiezen, om de landzaaken zo in
+oorlog als vrede te bestieren, die zy den naam van Potestaat, naar
+&rsquo;t gebruik der Italiaanen, zouden geeven. Dezen Potestaat, dat is
+Landsheere, wierd van de Staaten een getal van mannen bygevoegt, om
+over alle voorvallende verschillen, twee of driemaal &rsquo;s jaars,
+als byzitters of mederechters hun oordeel te vellen.</p>
+<p>Op dat nu de vryheid geen inbreuk zoude lyden, zo wierden de
+Landsheeren slegts voor een jaar verkooren: doch ter goeder trouwe
+wierden zy doorgaans wel langer toegelaaten.</p>
+<p>Welk vervolg, met de eventydige geschiedenissen, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span>wy nu
+zullen ophaalen, zo als die uit de oude schriften na malkanderen zyn
+<span class="corr" id="xd20e1162" title=
+"Bron: aaangeteekent">aangeteekent</span>; maar het te dugten is, dat
+het eigentlyke getal wat onzeker is, alzo het land by vredestyd wel
+zonder Landsheere is geweest: doch als &rsquo;er een uitlandsch vyand
+aannaderde, om hen te overvallen, wierd &rsquo;er by gemeenen raade,
+alschoon zy binnen &rsquo;s lands door twistige oneenigheden
+malkanderen verteerden, aanstonds een verkooren.</p>
+<p><span class="sc">Magnus Forteman,</span> die des Keizers Stedehouder
+was, als boven op den jaare 808 gemeld is, wierd tot eerste Landsheer
+verkooren. Behalven het bovengemelde, heeft hy den Keizer noch
+verscheidene roemwaardige diensten, tot lof van zynen landaard, tegen
+de Saraseenen gedaan: maar van dezelve eindelyk in eenen stryd
+verslagen, en zyn ligchaam in het slagveld onder de dooden door zyne
+Friesche krygsknechten gevonden zynde, en die &rsquo;t naar Romen
+bragten, is hy aldaar op eene heerlyke wyze in de St. Michiels kerk
+begraaven: welke kerk daarom met eene ryke begiftiging wierd voorzien,
+ten behoeve der Friesen, die naar Romen quamen, om het zelve te
+bezoeken. Ja Magnus wierd zelve onder de Roomsche Hulpgoden of Heiligen
+gestelt. Deze geheele historie staat ter gedachtenisse in gemelde kerk
+in een marmersteen uitgehouwen.</p>
+<p>In den jaare 814 is Karel de Groote, te gelyk Roomsch Keizer en
+Koning van Vrankryk, <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62"
+name="pb62">62</a>]</span>na een ongemeenen yver voor de Christen leere
+getoont te hebben, zo in zyne landen als in Friesland, om dezelve voort
+te planten, mede in den Heere gerust. En zyn zoon Louis, toegenaamt de
+Vroome, quam in zyn plaats aan het roer van regeeringe.</p>
+<p>In den jaare 819 is <span class="sc">Fokke Ludigman,</span> tot
+tweede Landsheer of Potestaat verkooren.</p>
+<p>In den jaare 821 vertoonden zich omtrent de Friesche kust 13
+Deensche Zeeroovers: doch de Friesen door Ludigman, uit een waakzaame
+voorzorg, met goede schansen of kasteelen voorzien zynde, zo derfden zy
+het niet waagen om te landen, maar trokken weder af.</p>
+<p>In den jaare 826 wierd Anscharius, mogelyk Anske of Aanske, gebooren
+te Waarden, als wy boven gezegt hebben, van Keizer Lodewyk naar
+Deenemarken gezonden, om aldaar het Christen geloove te verkondigen;
+alwaar hy veelen bekeerde. Na twee jaaren wederkeerende, verzond hem
+gemelde Keizer naar Zweeden; alwaar hy blydelyk van dien Koning
+ontfangen wierd; en deed mede binnen een jaar overvloedige stichtinge
+ter bekeeringe. Ook is ten tyde van dezen Ludigman te Dokkum een
+klooster gebouwd, ter gedachtenis van Bonifaas, aldaar in voorigen tyd
+zoo jammerlyk vermoord.</p>
+<p>In den jaare 830 wierd <span class="sc">Adelbrik</span> van
+<span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name=
+"pb63">63</a>]</span><span class="sc">Adelen</span> tot Landsheer
+verkooren, en had zyn woonstede te Sixbierum.</p>
+<p>In den jaare 835, als de Noormannen, na een schielyken inval in
+Friesland, door Keizer Lodewyk verdreven waren, zyn dezelve echter in
+&rsquo;t volgende jaar weder gekomen, en dwongen de Friesen eene
+schattinge af<a class="noteref" id="xd20e1193src" href="#xd20e1193"
+name="xd20e1193src">41</a>.</p>
+<p>In den jaare 838 Frederik van Adelen<a class="noteref" id=
+"xd20e1204src" href="#xd20e1204" name="xd20e1204src">42</a>, geboortig
+van Sixbierum, Bisschop te Utrecht, zullende de leere der kerke eens
+onderzoeken, en komende te Westergo in Friesland, bevond hy aldaar het
+volk met de verderfelyke leere der Arriaanen zeer besmet; en kunnende
+met zyne medehelpers dat hardnekkige volk van dit besmettende gevoelen
+niet afbrengen; zo resolveerde hy noch tot zyne hulpe te roepen, Adolf,
+Kanunnik te Utrecht, dewelke om zyne vroomheid tot Leeraar te Staveren
+wierd aangestelt; alwaar hy met eenen grooten yver zyn plicht waarnam;
+ook een klooster en <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64"
+name="pb64">64</a>]</span>kerk in het westen der stad heeft gebouwd:
+die namaals, doe de zee haaren loop daar kreeg, op de zuidzyde wierd
+herbouwt. Waar van, by een laag gety, het muurwerk noch te zien is,
+gelyk wy zelve hebben bevonden, leggende nu met gemelde stad geheel in
+zee verdronken.</p>
+<p>In den jaare 840 overleed Lodewyk de Vroome, Keizer des Roomschen
+Ryks<a class="noteref" id="xd20e1211src" href="#xd20e1211" name=
+"xd20e1211src">43</a>. Een Gustaaf Lappon quam met 800 Gotten
+aantrekken, om zich in Friesland neder te zetten: maar de Landsheer
+Adelbrik van Adelen trok den zelven met zyne byhebbende macht tegen, en
+versloegze by Kollum zodanig, dat &rsquo;er naauwlyks overbleven, die
+deze tyding van hunnen nederlaag in Zweeden konden brengen.</p>
+<p>In den jaare 850, of omtrent dezen tyd, of voort na het overlyden
+van den Bisschop Alfridus, hebben de burgers van Groningen de kerk van
+St. Walburg, tegen het overvallen der Noormannen gebouwt.</p>
+<p>In den jaare 867 was in Friesland en elders een groote watervloed,
+waar door groote schade aan menschen en beesten geschiede.</p>
+<p>In den jaare 876 quamen de Noormannen, na dat zy de Fransche kusten
+hadden uitgeplondert, weder in Friesland, eischende van de Friesen
+schattinge: doch afgeslagen <span class="pagenum">[<a id="pb65" href=
+"#pb65" name="pb65">65</a>]</span>zynde, deeden zy zwaare dreigementen
+van moord en brand: maar de Friesen, aangevoert van <span class=
+"sc">Hessel Hermana,</span> vierde Landsheer, woonachtig te Minnersga,
+zynde een kloekmoedig en onvertzaagd krygsman, tasten dezelve manmoedig
+aan, en versloegze zodanig, dat hun Overste en 800 mannen van zyn volk
+op de vegtplaats sneuvelden; de overgeblevene bezette zy in een huis,
+alwaar deze beloften moesten doen, al hun geroofden buit van goud en
+zilver over te geeven, en nimmer weder in &rsquo;t land te komen
+stroopen. In dit treffen wierd Hermana ook gewond, waar van hy
+stierf.</p>
+<p>Na hem wierd <span class="sc">Yge Gaalema</span><a class="noteref"
+id="xd20e1229src" href="#xd20e1229" name="xd20e1229src">44</a> tot
+vyfde Landsheer verkooren; hy was zeer ervaaren in den krygshandel. Van
+hem wierden langs de geheele Friesche kust schildwachten uitgezet, om
+zo op de invallen der Noormannen, als wel byzonder op het doorbreeken
+der dyken te passen. De vastigheden langs de zeekusten eens bezoekende,
+gaf hy die van Ezonstad een waarschouwinge, om voor de Noormannen een
+waakend oog in &rsquo;t zeil te houden, zeggende:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Wacht jimme fen dy noordere oord:</p>
+<p class="line">Uit dy grims herne komt alle qwaed foort<a class=
+"noteref" id="xd20e1237src" href="#xd20e1237" name=
+"xd20e1237src">45</a>.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name=
+"pb66">66</a>]</span></p>
+<p>En overleed in dit zelve jaar, nalaatende eenen zoon, genaamt Igle
+Gaalema.</p>
+<p>In den jaare 880 zyn de Noormannen, hebbende groot voordeel op de
+Saxen gehad, die zy geweldig plaagden, weder in Friesland gevallen, van
+meininge om het zelve geheel te verwoesten: doch by Norden, dat nu
+Embderland is, tegenstand vindende, zyn &rsquo;er wel 10377 Noormannen
+verslagen, behalven noch een grooter getal, die in de rivieren en
+poelen gejaagt wierden, en aldaar moesten verdrinken; alzo zy zeer
+ongeschikt, door malkanderen loopende, vlugten<a class="noteref" id=
+"xd20e1249src" href="#xd20e1249" name="xd20e1249src">46</a>.</p>
+<p>In den jaare 890, of omtrent dezen tyd, bestonden de Groninger
+Ommelanden alleen in vyf, doch zeer wyduitgestrekte dorpen, doe genaamt
+Hugomonhi, Hunisga, Fivelga, Emisga en Federitga; en &rsquo;t eilandje
+de Band genaamt, &rsquo;t welk vermoed word gelegen te hebben tusschen
+het Dokummer Diep en de Lauwers<a class="noteref" id="xd20e1254src"
+href="#xd20e1254" name="xd20e1254src">47</a>. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 910, als Staveren haaren Koophandel in vreemde gewesten
+wyd en zyds verspreide, en haar recht tot de Heeselpoort van Nieumegen
+uitstrekte, waar van noch ten huidigen dage in een steen uitgehouwen
+staat, in het latyn: <i>Dus verre is het Recht van Staveren</i>, doe
+verbrande aldaar de kerk, toegewyd aan de Moedermaagd Maria, staande in
+&rsquo;t westen der stad, daar men ging naar &rsquo;t klooster van
+Odolf.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd quam Ode Botnia, zoon van den Hertog van Botnia,
+grenzende aan het noorden van Zweeden, alwaar &rsquo;t nu als een
+overheerd land onder behoort, en gelegen aan de noordelykste inham van
+de Oostzee; deze, wegens zyne vroomheid, verkreeg de dochter van Taeke
+Camminga tot zyne huisvrouwe, en bouwde een stins in Oostergo. En deze
+is de oorsprong van dat geslachte, dat noch onder den naam van Botnia
+heden bekent is.</p>
+<p>Westerman heeft uit oude schriften aangeteekent, dat in dit jaar te
+Hindeloopen de eerste huizen gebouwd zyn: het welk verstaan moet
+worden, van na dien brand, waar van wy hier boven op &rsquo;t jaar 779
+hebben gesprooken.</p>
+<p>Omtrent den jaare 920 leefde Koppen van Staveren, of Cappidus
+Stavriensis, die de geschiedenissen der Friesen, van oude tyden af,
+heeft aangeteekent, daar nu slegts noch maar eenige overblyfzelen van
+zyn.</p>
+<p>En omtrent den jaare 970 leefde Okke <span class="pagenum">[<a id=
+"pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span>van Scharl, Scharlensis,
+welke uit zommige overblyfzelen, nagelaaten van zynen, oom Solke
+Forteman, de daaden der Friesen heeft beschreven.</p>
+<p>Omtrent den jaare 989 <span class="sc">Gosse Ludigman,</span> nu
+zesde Landsheer zynde en woonende te Staveren, is tot hem
+veldvlugtig<a class="noteref" id="xd20e1279src" href="#xd20e1279" name=
+"xd20e1279src">48</a> uit Holland overgekomen een zoon van Aarnoud,
+Graave van Holland, die de Friesen Sikke noemden: welke van Ludigman
+minnelyk ontfangen wordende, en ook na eenigen tyd hem zyne dochter Tet
+ter vrouwe gaf; alwaar hy twee zoonen by overwon. En daar na, op den
+trouwdag van zynen broeder, weder in Holland ontbooden zynde, zo gaf
+hem zyn vader ten erfdeel eenige breede roeden land in Zuidholland en
+Kennemerland, en &rsquo;t slot dat heden tusschen Haarlem en Beverwyk
+is gelegen, het welk daar van noch Brederoede of Brederode genaamt
+word.</p>
+<p>In den jaare 995 wierd te Westerbierum een kind met drie hoofden
+gebooren, ziende twee naar voren en het middelste naar achteren.</p>
+<p>In den jaare 998 is door de Noormannen het stedeke Uitgong geheel
+verwoest, en tot den grond toe vernietigt. Omtrent die plaats legt nu
+het dorp Berlikum.</p>
+<p>In den jaare 999 vertoonde zich boven <span class="pagenum">[<a id=
+"pb69" href="#pb69" name="pb69">69</a>]</span>Staveren een vreesselyke
+staartstar of comeet, 10 dagen lang: waar op een zwaare sterfte in
+veele landen is gevolgt.</p>
+<p>In den jaare 1006 was &rsquo;er byna de geheele waereld door een
+felle hongersnood, en groote sterfte in het land; dat zomtyds zelve de
+leevendige, in &rsquo;t begraaven der afgestorvene ligchaamen, wel mede
+dood in de graven vielen.</p>
+<p>En in de naastvolgende jaaren deeden de Noormannen geweldige
+invallen in Westfriesland, daar de Friesen hen lieten begaan; om de
+landpaalen tegen de vyandelykheid der Graaven van Holland niet te
+ontblooten. Welke oorlogen met de Westfriesen, in deze eeuw
+voorgevallen, hier van ons overgeslagen worden.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd zyn eenige Friesche Edelluiden uit de Weezer
+gevaaren, die om de Noord vreemde landen zogten op te doen; welke,
+boven Ysland omzeilende, na verlies van hunne schepen, aan de Goudkust,
+mogelyk Mexica, zyn vervallen; van waar zy het eerste goud en zilver in
+deze landen hebben gebragt.</p>
+<p>In den jaare 1040 is het G&ocirc;recht door Keizer Hendrik,
+bygenaamt de Zwarte, aan de Stoel van Utrecht geschonken: waar uit
+naderhand een groote twist ontstond. Want de Groningers waren van
+gedachten, het G&ocirc;recht alleen maar vergeeven te zyn: waar tegen
+de Bisschoppen en Clerigie van Utrecht staande hielden, dat de stad
+Groningen <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name=
+"pb70">70</a>]</span>insgelyks aan hen was geschonken. &rsquo;t Welk de
+Bisschoppen ook, met geweld en hunne geestelyke luister hebben door
+gedrongen, dat zy daar na honderden van jaaren Heeren van deze stad zyn
+geweest, doch niet absolutelyk<a class="noteref" id="xd20e1301src"
+href="#xd20e1301" name="xd20e1301src">49</a>.</p>
+<p>In den jaare 1042 wierd de stad Bremen door een booswigt in brand
+gestoken: waar door de Dom, des Bisschops Paleis en andere heilige
+huizen, met de schatten der kerksieraaden en boeken verbranden.</p>
+<p>In deze eeuw leefden verscheidene Friesche Edelen; als onder anderen
+een Julius Deekema, die diverse Gezantschappen voor Keizer Hendrik den
+tweede bediende.</p>
+<p>In den jaare 1045 zyn verscheidene Friesche Edelen, die met grooten
+lof gedient hadden in den oorlog van Keizer Hendrik den derde, tegen de
+Hongaaren en Poolen, wederom gekomen.</p>
+<p>In den jaare 1064, wanneer de Edelen te Almeenum, in St. Pieters
+kerk zouden ten offer gaan, is een Sasker toe Harns, (waar van de stad
+namaals den naam Harns, zo als wy dezelve in &rsquo;t plat Fries noch
+benoemen, zoude gekreegen hebben,) zich in de voorrang stellende, door
+eenen Ruerd Jarckes Harliga op het kerkhof doodgeslagen. Zo veel
+kragtiger was diestyds de waereldsche eere, boven zaaken van
+godsdienst. <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name=
+"pb71">71</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1072 is Friesland door Egbertus, uit het Huis van
+Saxen, aan de andere zyde ingenomen. Doch ook door Keizer Hendrik, wel
+haast we&ecirc;r tot afstand gedwongen, en hetzelve aan den
+Utrechtschen Bisschop geschonken: des hebben de Friesen zich tegen dat
+jok aangestelt, zo dat geen graaf van Holland, Utrechtsche Bisschoppen,
+of Saxische Vorsten, in het bezit van Friesland gekomen zyn.</p>
+<p>In den jaare 1076 was &rsquo;er een schrikkelyke harde winter,
+geduurende van St. Marten tot aan &rsquo;t einde van Maart in &rsquo;t
+volgende jaar; de Zuiderzee, Rhynstroom en andere rivieren waren zo
+sterk bevrooren, datze dien geheelen tyd als de aardbodem gebruikt
+wierden.</p>
+<p>Diderik de vyfde, Graave van Holland, de Westfriesen in eene zwaare
+slag overwonnen hebbende, zette het op Staveren aan; welke stad, na
+drie weeken tyd belegert te zyn geweest, genoodzaakt wierd zich over te
+geeven: doch kogt haar weder vry voor 1400 kroonen.</p>
+<p>In den jaare 1096, wanneer Paus Urbanus de tweede, alle de Christen
+Prinsen van Europa in &rsquo;t voorgaande jaar hadde gaande gemaakt, om
+de ongeloovige Saraseenen uit Natolien en &rsquo;t Joodsche land te
+verdryven; hebben zich veele Friesche Edelen en gemeene lieden daar
+mede heenen begeeven, geteekent met een rood wollen kruis op hunne
+schouders, onder &rsquo;t geleide van eenen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name="pb72">72</a>]</span>Peter,
+Ambiaansche heremyt: en zyn, na veele gevaaren en ongemakken uitgestaan
+te hebben, met eenen ongemeenen yver boven andere volkeren, in Natolien
+aangekomen.</p>
+<p>In den jaare 1097 overwonnenze aldaar verscheidene steden.</p>
+<p>En in den jaare 1099 is Jerusalem na 10 dagen belegerings
+ingenomen.</p>
+<p>Na den jaare 1100 trokken op dat gerucht noch derwaarts verscheidene
+uit den Frieschen adel; als mede noch veele na dezen tyd<a class=
+"noteref" id="xd20e1336src" href="#xd20e1336" name=
+"xd20e1336src">50</a>.</p>
+<p>In den jaare 1110 quam Hendrik de Dikke, zoon van Otte, Hertog Van
+Beijeren, om Friesland af te loopen, dat hem de Keizer reeds geschonken
+had: doch de Friesen, om hunne vryheid te beschermen, joegen zyn volk
+by Norden op de vlugt, en hy zelve wierd door de zeelieden aan &rsquo;t
+strand gegreepen en in zee geworpen.</p>
+<p>In dit zelve jaar is Groningen, in plaatze van haare houtene
+omheininge, met wallen, gragten en een steenen muur omringd. Doch
+Godebald, de 24ste Bisschop van Utrecht, heeft in den jaare 1112 de
+Groningers gedwongen hunne noch nieuwsgemaakte vestingwerken
+<span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name=
+"pb73">73</a>]</span>wederom af te breeken; en hen geboden, zoodanig
+een versterken der stad zich nooit meer te onderwinden, voor dat de
+Utrechtsche Kerkvoogd daar in hadde bewilligt. Evenwel heeft deze stad
+van dien tyd af beginnen te floreeren en in rykdom toegenomen<a class=
+"noteref" id="xd20e1345src" href="#xd20e1345" name=
+"xd20e1345src">51</a>.</p>
+<p>In den jaare 1119 ontstond tusschen Gaale Yges Gaalema, en Floris de
+Vette, Graave van Holland, twist over den eigendom van &rsquo;t bosch
+de Kreil, gelegen tusschen Enkhuizen en Staveren; tot zo verre dat
+Gaalema, den Graave aanvegtende, in zynen regterarm eene wond toebragt,
+om dat dezelve hem zyne jagers netten en ander tuig had afhandig
+gemaakt. Doch deze twist wierd weder bygelegt. Omtrent in dezen tyd
+stonden in Dyxherne, tusschen Almeenum en Flieland, de geweldige
+stinsen van Gratinga, Harliga en Harns.</p>
+<p>In den jaare 1143 hebben te Groningen eenige oproerige burgers, in
+afwezen van hunnen Bisschop, die naar Romen was, St. Walburgs kerk met
+vestingwerken versterkt; om daar door den Burggraaf tot eenige voor
+lang verzogte zaaken te dwingen. Maar Egbert, Heere van het slot
+Groenenberg, vermaande hen, van hun opzet te willen veranderen, doch te
+vergeefs: waar op hy aanstonds met zyn volk het slot belegerde,
+<span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name=
+"pb74">74</a>]</span>en zeer dapper aantaste; maar door deszelfs
+vastigheid niet kunnende vorderen, heeft hy zich te vreden moeten
+houden met de sterkte zeer naauw te besluiten; tot dat eindelyk de
+Bisschop, wederom gekomen zynde, hen met een troup soldaaten en
+krygstuig zodanig aantastede, dat zy zich by verdrag moesten
+overgeeven. Doe deed de Bisschop hen zweeren, van nooit meer tegen de
+Utrechtsche Stoel te zullen opstaan. Dus bestierde hy dit alles ten
+voordeele zyner broederen geevende aan den eenen, Leffert genaamt, het
+Burggraafschap van Groningen, en aan den anderen, Ludolf geheeten, het
+Kasteleinschap van Koeverden: waar uit naderhand groote onheilen zyn
+ontstaan<a class="noteref" id="xd20e1360src" href="#xd20e1360" name=
+"xd20e1360src">52</a>.</p>
+<p>Ondertusschen quam de Paltsgraave, Gouverneur van Benthem, met zyne
+macht in Drenth vallen, en verwoeste dat land, zonder eenige tegenweer.
+Doch dit volk is naderhand door des Bisschops krygsbenden by Hemsen
+verslagen.</p>
+<p>In den jaare 1148 is de stad Utrecht voor &rsquo;t grootste gedeelte
+afgebrand.</p>
+<p>In den jaare 1162, als Miliaan door den Keizer F.
+Barbarosse<a class="noteref" id="xd20e1369src" href="#xd20e1369" name=
+"xd20e1369src">53</a> geheel vernielt en geslegt wierd, is Hessel
+Martena, een <span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name=
+"pb75">75</a>]</span>Friesch Edelman, in de belegering omgekomen; na
+dat dezelve dapper gestreden, verscheidene bedieningen en bezendingen
+voor den Keizer had uitgevoert, en ridder geslagen zynde, bevel over
+10000 krygsknegten had gehad. Een Ofke Reinalda onthield zich ook
+eenige jaaren in deze Italiaansche oorlogen van Barbarossa.</p>
+<p>In den jaare 1164 overleed Leffert, Burggraaf van Groningen, zonder
+mannelyke erfgenamen na te laaten; waar uit een zwaare oorlog ontstond.
+Want deze overledene had wel eene dochter nagelaaten, hebbende drie
+zoonen, die het recht van hunnen overledenen grootvader meinden te
+erven: maar die tegenwoordige Bisschop van Utrecht weigerde deze zoonen
+aan te neemen voor volle neeven van den voorigen Bisschop; van
+gedachten zynde, dat door deze dood het Leen verviel, en tot den Stoel
+van Utrecht was wedergekeert. De Gemeente was echter tot de zoonen
+genegen, en waren &rsquo;er ook reeds al in &rsquo;t bezit; hoewel met
+vreeze voor des Bisschops geweld, waarom zy, tot afkeeringe van dien,
+den Hertog van Gelder om hulpe verzogten: die voorts met een goede
+krygsmacht afquam, en zich voor Groningen vertoonde. De Bisschop zulks
+gewaar wordende, trok aanstonds op het kasteel of den tooren, van waar
+hy in &rsquo;t duistere des nachts de vlugt nam naar Floris, Graave van
+Holland. Daar op wierd het kasteel met groot geweld aangetast; tot
+<span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name=
+"pb76">76</a>]</span>eindelyk de vrede wierd gemaakt; onder voorwaarde,
+dat de Bisschop van deze zoonen zoude ontfangen 300 mark, en dan
+wederom ten vollen afstaan het Drost- of Burggraafschap van
+Groningen<a class="noteref" id="xd20e1378src" href="#xd20e1378" name=
+"xd20e1378src">54</a>.</p>
+<p>In dit jaar was ook een verschrikkelyke watervloed over Friesland,
+Juliaans Vloed genaamt; waar door in Friesland en elders wel 100000
+menschen verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1170, den derden November, is Nederland door een
+droevigen watervloed aangetast, waar door het zeewater met &rsquo;er
+haast voor Utrecht stond; kabeljauw en wytingen wierden voor de stads
+muuren gevangen, en veele menschen en beesten zyn verdronken.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd, of eenige jaaren onbegreepen, is <span class=
+"sc">Saake Reinalda,</span> de zevende Landvoogd, tot groote droefheid
+der Friesen, overleeden. Van hem word verhaalt, dat men hem noch
+tweemaalen voorstelde in de Landvoogdyschap te blyven: maar het zelve
+t&rsquo;elkens weigerende, met dit antwoord: dat zulks strydig was
+tegens &rsquo;s Lands wetten en vrybrieven. Verder verhaalt men, dat hy
+als Landvoogd goud- en zilvergeld liet munten.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1182 vertoonden zich vier zonnen aan den hemel;
+ook zag men <span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name=
+"pb77">77</a>]</span>gewapende mannen in de lucht, en bloedregen viel
+op de aarde. Ook door een geweldig onweder, ondermengt met een dikke
+sneeuwjagt, zyn de dyken by Uitgong, een stedeke aan de Burde,
+doorgebrooken, waar door die landen geheel onderliepen. Niet lang daar
+na brande het gemelde steedje byna geheel af: en het overgeblevene
+wierd in vervolg van tyd door de Noormannen vernielt. Nu legt op
+dezelve plaats het dorp genaamt Berlikum of Beltjom.</p>
+<p>In den jaare 1190, of omtrent dezen tyd, is de stad Leeuwarden eerst
+met wallen versterkt.</p>
+<p>In den jaare 1192 is, door &rsquo;t uitroeyen van Uitgong, Franeker
+tot meerder aanwas gekomen, wordende uitgelegt met twee naastgelegene
+akkers, als Froonakker en Godsakker, en zo tot een stad geworden; waar
+van zy ook eerst Froonakker genaamt wierd. Godsakker is aldaar noch
+hedendaags een bekende Straat.</p>
+<p>In dit zelve jaar, op den vyfden van Juny, is het vermaarde Klooster
+van St. Bernard<a class="noteref" id="xd20e1407src" href="#xd20e1407"
+name="xd20e1407src">55</a>, te Aduard begonnen; dat met eene prachtige
+kerk en 4 toorens pronkte, deftiger als &rsquo;er ooit tusschen de Eems
+en Lauwers te zien is geweest. <span class="pagenum">[<a id="pb78"
+href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1196 ontstond te Groningen onder de burgerye en hunnen
+Bisschop een groote onlust, over de kerk van St. Walburg. De burgerye
+was van gedachten, dat deze sterkte, eertyds tegen het overvallen der
+Noormannen gebouwt, de stad toe quam: en de Bisschop daar en tegen
+redeneerde, dat deze kerk van ouds af in zyner voorzaatens macht hadde
+gestaan. Dit liep zo hoog, dat de burgers de kerk, het dak en een
+gedeelte der muuren deeden afwerpen. Waar over de Bisschop zo toornig
+wierd, dat hy den Kastelein van Koeverden, zynde de voornaamste
+aanstooker van dit werk, benevens de burgers van Groningen, in den ban
+deed, en voorts ook met zyne macht naar Koeverden trekkende, dwong hy
+die plaats met geweld tot de overgaaf. Ondertusschen, als de Bisschop
+hier mede bezig was, hermaakte de Groningers hunne stads muuren weder
+op, na datze hunnen Bevelhebber hadden doodgeslagen<a class="noteref"
+id="xd20e1413src" href="#xd20e1413" name="xd20e1413src">56</a>.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1200 was de stad Staveren noch, van oude tyden af,
+in groot gezach, en dreef zwaare koopmanschappen door alle de gewesten
+des waerelds, zo dat de inwoonderen, door weelde en dartelheid,
+<span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name=
+"pb79">79</a>]</span>zelfs goud aan hunne stoepens<a class="noteref"
+id="xd20e1426src" href="#xd20e1426" name="xd20e1426src">57</a> lieten
+slaan. Waar van zy noch ten huidigen dagen genoemt worden: <i>De
+verweende<a class="noteref" id="xd20e1445src" href="#xd20e1445" name=
+"xd20e1445src">58</a> Kinderen van Staveren</i>. Ten blyke van dit
+gezegde, dient dit volgende: &laquo;eene zekere ryke koopvrouw verzond
+een schip naar Dansich, belastende den schipper, om van de
+allerkostelykste waren voor haar tot zyne ladinge we&ecirc;rom te
+brengen: dezelve weder komende, en denkende zyne zaak wel verricht te
+hebben, quam met weite geladen aan de stad. &rsquo;t Welk zyne
+koopvrouw verstaan hebbende, was daar over t&rsquo; onvrede, en belaste
+den schipper, zyne lading, die zy verstond aan bakboord ingekregen te
+hebben, aan stuurboord weder in zee te werpen. Waar op de droogte, die
+men noch het Vrouwezand noemt, voor de haven is geschoten, als eene
+straffe over hunne verwaantheid; zo dat de haven, na verloop van tyd,
+noordelyker heeft moeten verlegt worden; gelyk zy nu noch is. En heeft
+gemelde stad, van dien tyd af, allengskens beginnen af te neemen, tot
+op haare tegenwoordige staat. Van boven verhaalde koopvrouw werd
+getuigt, dat zy zich <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80"
+name="pb80">80</a>]</span>eindelyk noch met den bedelzak heeft moeten
+behelpen.&rdquo;</p>
+<p>In den jaare 1210, verbrande, door een geweldige droogen zomer, het
+bosch de Flussen geheel af; en wierd, door het inscheuren van het
+zeewater, eerst een kleen meertje, en met &rsquo;er tyd tot die groote,
+als het heden is.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1212 vielen &rsquo;er geweldige watervloeden over
+&rsquo;t Land, waar door dyken, dammen, hoven en huizen wegspoelden, en
+wel 100000 menschen verdronken: en by aldien niet veele op de terpen,
+stinsen en hooge boomen waren gevlugt, zou Friesland, tusschen den Rhyn
+en de Eems van zyne inwoonders zyn ontbloot geworden. Waar door het
+volk zo verarmt was geworden, dat zy de dyken, zo haastig niet kunnende
+herstellen, moesten laaten verwaarloozen; waar door met een noordwesten
+wind de zee, tusschen het Flie en Ter Schelling, geweldig haaren loop
+nam, en het land meer en meer overstroomde. Want in dien tyd was de
+Fliestroom noch maar een gemeene rivier, die Westfriesland van ons
+afscheide; zo dat gemelde aanpersing van water, met &rsquo;er tyd meer
+en meer toeneemende, eene oorzaak geweest is, dat de naastgelegene
+landzaaten afleidingen in gemelden stroom gemaakt hebben; alwaar de zee
+haaren loop inneemende, zyn de landeryen eerst in poelen en meeren
+afgescheurt. <span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name=
+"pb81">81</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1219, den 16 van January, zyn deze landen wederom door
+een verschrikkelyken watervloed aangetast, die St. Marcellus Vloed is
+genaamt; verwoestende alomme de dyken, dorpen, kerken en kloosters,
+groot en kleen vee in meenigte opgeslokt, en waar van word aangeteekent
+mede wel 100000 menschen in verdronken zyn. Deze vloed heeft eene
+oorzaak geweest, dat de volkeren naderhand de stranden verlieten, en
+zich op hooge plaatzen, landwaards in, ter wooninge begaven.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1220 is Gryn<a class="noteref" id="xd20e1463src"
+href="#xd20e1463" name="xd20e1463src">59</a>, gelegen tusschen het Flie
+en Almeenum, door Siardus, mogelyk Sierd Siersma, Abt van Lidlum, met
+gragten en wallen voorzien, en tot een stad gemaakt; alwaar ook een
+schoole van geleerdheid of Academie wierd gesticht. Niet lang na dezen
+tyd, als de lieden zeer eenvoudig en weinig Onderwezen waren, hebben de
+Roomsche Geestelyken, deze slegtigheid<a class="noteref" id=
+"xd20e1466src" href="#xd20e1466" name="xd20e1466src">60</a> des volks
+tot hun voordeel neemende, byna het derdendeel van de goederen en
+rykdommen des lands in hunne kloosters gesleept; en veele ryke lieden,
+om alles na hunne dood te behouden, tot het kloosterleeven
+bewoogen.</p>
+<p>In den jaare 1221, omtrent Driekoningen Dag, zyn door eenen
+watervloed wederom <span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82"
+name="pb82">82</a>]</span>eenige duizenden menschen en beesten in
+Friesland om &rsquo;t leeven geraakt. En den 24ste van February volgde
+een derde vloed: daar na een zeer groote droogte zonder regen, die de
+landen de teelkragt, om iets voort te brengen, deed verliezen. Hier op
+volgde, daags na St. Lambert, wederom een vloed, die de opgedroogde
+landen met zoute wateren vervulde.</p>
+<p>In den jaare 1222, in January, was &rsquo;er wederom een vloed over
+deze landen, waar door veele schade veroorzaakt wierd.</p>
+<p>In dezen tyd leed Groningen zwaare onheilen; want de stad van hare
+vestingen beroofd wezende, quam een ieder by dag en nacht daar in,
+bedryvende veele gruwelen van moorden en bloedstortingen zonder dat
+daar recht over wierd gedaan.</p>
+<p>In den jaare 1224 is Friesland wederom door het zoute water
+overstroomt; waar door over de 10000 menschen verdronken, en al wat
+meest van de beesten voorhanden was.</p>
+<p>In den jaare 1227 braken de Groninger onlusten wederom op, tusschen
+Rudolf, Kastelein van Koeverden, en Egbert, Burggraaf van Groningen,
+over deszelfs Burggraafschap. Doch de Utrechtsche Bisschop, Otto van
+der Lip, quam met &rsquo;er haast herwaards en vereenigde hen. Maar de
+Bisschop was zo dra niet vertrokken, of Rudolf, zynde misnoegt over het
+gemaakte verbond, heeft Egberts slot by den Ham <span class=
+"pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name=
+"pb83">83</a>]</span>aangetast en geru&iuml;neert; en daar op zelfs
+voor Groningen trekkende, wierd hy door die van zyn aanhang binnen
+gelaaten.</p>
+<p>Hier op moest Egbert de stad verlaaten, maar verzamelde daar en
+tegen een groote macht van Friesen, waar mede hy de stad voort
+we&ecirc;r belegerde; schietende zo een zwaar vuur in dezelve, datze
+voor &rsquo;t grootste gedeelte in weinig tyd verbrande, en hy haar
+overwon. Rudolf moest insgelyks vlugten, trok derhalven op Koeverden,
+en bragt byna het geheele Drenth in de wapenen; waar mede hy Groningen
+belegerde, en met groot geweld aantaste: doch de goede bezetting van
+binnen deed hen t&rsquo;elkens afdeinzen. Ondertusschen quam de
+Bisschop van Utrecht mede herwaards, om Egbert te ontzetten, hebbende
+by hem een machtig leger van uitgelezene ruiters en soldaaten, met
+veele Grooten tot hunne Bevelhebbers, tot omtrent Koeverden; doende het
+daar ter ne&ecirc;r slaan, en den Gouverneur Rudolf opentlyk voor een
+rebel verklaaren.</p>
+<p>Rudolf brak aanstonds de belegeringe voor Groningen op, en
+marcheerde zeer moedig met zyne macht tot omtrent zyne vyanden,
+laatende alleen een moerassig land tusschen beide.</p>
+<p>Des anderen daags morgens quamen de vyanden voor den dag springen,
+om alzo Rudolf en de zynen te overvallen: maar hunne groote stoutheid
+bragt hen op de slagtbank; want zo als zy op de moerassige <span class=
+"pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>weide
+quamen, wierd &rsquo;er van achteren zodanig gedrongen, datze &rsquo;er
+voor &rsquo;t meerendeel in bleven steeken. Doe viel Rudolf met de
+zynen op hen in, en hieuw zo vreesselyk onder die benaauwde vyanden,
+dat &rsquo;er in &rsquo;t kort 500 door &rsquo;t zwaard nedergezabelt
+wierden, of in &rsquo;t moeras waren gesmoord, en waar onder de
+Bisschop zelve, die op eene zeer wreede wyze om &rsquo;t leeven wierd
+gebragt; vervolgens de vlugtende nagezet, en veele perzoonen van
+grooten rang gevangen genomen<a class="noteref" id="xd20e1491src" href=
+"#xd20e1491" name="xd20e1491src">61</a>.</p>
+<p>In den jaare 1228 quam de Utrechtsche Bisschop Wilbrand met een
+groote krygsmacht in &rsquo;t Drenth, om de dood van zyn Voorzaat te
+wreeken. Hy pleegde dieshalven eene groote tirannye aan de inwoonders.
+Rudolf moest zelve ook voor hem buigen, geevende Koeverden we&ecirc;r
+over. Doch Rudolf hernam door eene krygslist het kasteel van Koeverden
+wederom, slaande de geheele bezettinge daar in dood.</p>
+<p>Daar na heeft de Bisschop met een nieuw verzamelde macht, in den
+winter, onder de begunstiging van een felle vorst, wederom eene tocht
+herwaards gedaan; maar een zeer zwaar onweder van regen en haastige
+dooy deed hen alle de vlugt neemen, met achterlaatinge van alle hunne
+bagagie, ten voordeele van Rudolf. <span class="pagenum">[<a id="pb85"
+href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span></p>
+<p>Na dezen bragt die Bisschop wederom een leger op de been, en hy op
+het Hardenberger Kasteel zynde, voorneemens om Koeverden te bestormen,
+komt Rudolf ondertusschen van het kasteel, om met den Bisschop in der
+minne te accordeeren. Maar de Bisschop, het tegendeel zoekende, nam den
+Gouverneur Rudolf, nevens zynen raadsman Hendrik van Graastorp,
+gevangen, doende hen schrikkelyk pynigen, voorts leevendig
+r&acirc;braaken en de ligchaamen op raderen stellen.</p>
+<p>In den jaare 1230, den 17de van February, zyn door een tempeest van
+donder en blixem, over Friesland gaande, veele huizen, verbrand en
+ne&ecirc;rgeworpen; en daar boven een watervloed, in welke veele
+duizenden menschen en beesten, verdronken<a class="noteref" id=
+"xd20e1510src" href="#xd20e1510" name="xd20e1510src">62</a>.</p>
+<p>In dit zelve jaar waren de Reilanders en Asschendorpers<a class=
+"noteref" id="xd20e1515src" href="#xd20e1515" name=
+"xd20e1515src">63</a> in eenen hevigen oorlog; maar de eerste gansch
+onkundig, vielen met hunne meeste Edelluiden in des vyands handen.</p>
+<p>In den jaare 1231 ontstond tusschen de <span class="pagenum">[<a id=
+"pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>dorpelingen van
+Uithuizen, en die Van Eendrum, een openbaare oorlog, over een kleen
+eilandje, aan de Noorder dyken gelegen. Dit verschil was bevoorens al
+uitgesprooken door de Rechters van Upstalsboom<a class="noteref" id=
+"xd20e1527src" href="#xd20e1527" name="xd20e1527src">64</a> ten
+voordeele van de Uithuizers. Doch die van Eendrum achte zich
+verongelykt, en wilden aan het gevelde vonnis niet gehoorzamen; gingen
+daarom by de Groningers om hulpe, die hen ten eersten met een groote
+hoop krygsbenden bysprongen, en dus gelykerhand de Uithuizers
+aantasteden en in hinderlaag bragten.</p>
+<p>Hier tegen kreegen de Uithuizers ook onderstand van de Drenthers,
+Drenthwolders, Vredewolders enz., trekkende ieder op hunne post. De
+Uithuizers wederom tegen die van Eendrum, slaande hen op de vlugt, en
+bequamen veel buit. Maar de Drenthers trokken voor Groningen, en
+stieten daar schrikkelyk het hoofd: want, nadatze daar drie dagen
+gelegen hadden, wierden zy door <span class="pagenum">[<a id="pb87"
+href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>die van binnen, uitvallende,
+deerlyk verslagen, achterlaatende aan de Groningers 600 paarden, al
+hunne proviand enz. Door deze overwinninge kreegen de Eendrumers
+wederom moed; vallende daarop in des vyands land, en hielden &rsquo;er
+gruwelyk huis; want zelve staken zy de brand in de kerk Usquert, welke,
+behalven de andere geheiligde dingen daar in, met eene geweide hostie,
+verbrande; daar en boven wierden de vrouwen geschonden, en noch oude of
+jonge, lieden gespaart.</p>
+<p>Ondertusschen, als de Drenthers voor Groningen waren, quam Bisschop
+Wolbrand met zyne soldaaten voor Koeverden; neemende de stad en
+voorburg in, en zabelde alles ne&ecirc;r wat &rsquo;er in was, zonder
+zelve de noch in de wieg leggende kinderen te sparen: hier na gaf hy de
+plaats aan zyne soldaaten; die dezelve geheel uitplonderden en
+naderhand in brand staken. Maar het kasteel heeft hy, om zyne
+vastigheid, niet kunnen bemachtigen; alhoewel het echter op die of een
+anderen tyd ook ten eenemaal verdistrueert is geworden<a class=
+"noteref" id="xd20e1537src" href="#xd20e1537" name=
+"xd20e1537src">65</a>.</p>
+<p>In den jaare 1232, in September, was te Groningen een zamenkomst van
+die van Husingo, <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name=
+"pb88">88</a>]</span>Westerlanders en hunne bondgenooten, welke dus
+gelykerhand in Fivelingo vielen, tot omtrent Wester-Embden: maar
+wierden door hunne partye zo deerlyk gehavent, datze met &rsquo;er
+haast de vlugt moesten neemen, met achterlaatinge van 400 dooden of
+gevangenen, en veele gekwetsten aan hunne vyanden.</p>
+<p>In den jaare 1233 is Otto de derde, Graaf van Holland, met een
+groote krygsmacht in &rsquo;t Drenth gevallen; heeft de stad Koeverden,
+benevens de Drenthers, onder zyne gehoorzaamheid gebragt, en hen daar
+na gedwongen, behalven andere breuken te geeven, een klooster te
+bouwen<a class="noteref" id="xd20e1557src" href="#xd20e1557" name=
+"xd20e1557src">66</a>, ter plaatze daar wel eer de Utrechtsche Bisschop
+Otto van der Lip verslagen was. Dit klooster is het volgende jaar
+aangevangen, en ter plaatze, daar nu Assen is, volbragt; zynde het
+zelve dat namaals en nu noch tegenwoordig tot het Gemeenelands Huis
+gebruikt word.</p>
+<p>In den jaare 1234 is het stedeke Wartena, door een harden storm,
+geheel weggespoelt. Het was gelegen in de Grietenye van Idaarderadeel,
+omtrent Grou: waar van nu noch een dorp van die zelven naam is.</p>
+<p>In dezen tyd is &rsquo;er weder twist ontstaan, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>om de
+voorrang in &rsquo;t offeren, tusschen die van Albada en Reinalda te
+Waaxens, by Holwerd: waar uit naderhand de scheuringen tusschen de
+Schieringers en Vetkoopers gerezen zyn.</p>
+<p>De buurt, omtrent het westen van Almeenum, is in dit jaar tot een
+stad geworden, en met haare voorrechten voorzien. Maar, als &rsquo;er
+twist tusschen de Edelen van Harliga en Harns ontstond om den naam, zo
+heeft zy tot heden die beide naamen behouden, en word in de gemeene
+Spraak Harlingen, en in de Friesche landspraak Harns genoemt.</p>
+<p>In den jaare 1239 was <span class="sc">Sikke Sjaarda</span> of
+<span class="sc">Sjaardema,</span> Landsheer van Friesland. En Willem,
+Roomsch Keizer, en 21ste Graave van Holland, de stad Aken belegert
+hebbende, ontbood de Friesen tot zyn hulpe: welke de stad met water
+bezettede en overwonnen. Voor deze dienst, aan hem bewezen, bevestigde
+de Graave hunnen vrybrief, door Karel den Groote voorheen aan hen
+gegeven. Daar na verzogt hy Sjaardema, zo door groote giften van geld,
+als &rsquo;t Erfstadhouderschap hem Friesland over te geeven. Maar
+dezelve sloeg des Graafs voorstel door een vinnigen brief plat af;
+schryvende aan hem: &laquo;<i>Meent gy, dat ik, om my en myn geslacht
+te verheffen, een verraader wil zyn, en myne nakomelingen van de
+vryheid berooven, die onze Voorvaderen boven alle goederen ge&auml;cht
+<span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name=
+"pb90">90</a>]</span>hebben?</i>&rdquo; En liet noch, ter beschimpinge
+en verachtinge van gemelden Graaf, goude penningen slaan, waar op aan
+de eene zyde in &rsquo;t latyn, doch dus vertaald, stond: <span class=
+"sc">Sikke Sjaardema, Landsheer van Friesland</span>: en aan de andere
+zyde: <span class="sc">Libertas pr&aelig;valet auro</span>: dat in eene
+goede zin gezegt is: <i>Liever Vry, als Ryk</i>. Waarom hier na
+tusschen den gemelden Graaf en de Friesen een oorlog is ontstaan, waar
+in de eersten, overwonnen zynde, sneuvelde. Hega Holtwada schryft, dat
+dit voorgevallen is in den jaare 1255.</p>
+<p>In den jaare 1242 was te Groningen een zamenzweeringe gemaakt door
+de Gelkingen, tegen de drie nagelaatene zoonen van Egbert van
+Groenenberg. Zy vielen eerst op den oudsten en sloegen hem dood; maar
+de andere twee gingen vlugten, verzamelden, goede hulpe, en trokken op
+hunne vyanden af. Doe wierd &rsquo;er een burgerlyke oorlog binnen de
+stads vesten gevoert; leggende een ieder op zyn hoede, om zyne party
+afbreuk te doen; bedryvende groot geweld en bloedstortinge. Doch de
+meeste ne&ecirc;rlaagen vielen de autheurs van dit werk ten deel, die
+zelve veel volk verlooren, en de stad ook moesten ruimen. Hier op
+wierden hunne huizen aangetast, beroofd en verscheidene tot den grond
+toe geraseert, en in brand gestoken.</p>
+<p>In den jaare 1246 is te Groningen de St. Nikolaas kerk, nu der A,
+gebouwd; <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name=
+"pb91">91</a>]</span>welke door Bisschop Otto van Utrecht in den jaare
+1446, op verzoek der ingezetenen van de stad, tot een Parochiekerk is
+opgeregt.</p>
+<p>&rsquo;t Zelve jaar, in November, was door zwaare storm en onweder
+een groote watervloed over Friesland, en elders, waar door aan menschen
+en goederen veele schade geschiede.</p>
+<p>In den jaare 1248 braken de Groninger onlusten wederom op, waar in,
+op den eersten November, Thetse door Rudolf van Pedesen wierd
+omgebragt.</p>
+<p>Den 19de der zelve maand volgde hier op een droevige watervloed, die
+zelve, behalven de buitendyken, de dyken van het diep genaamt, welke nu
+aan de Eems een zyl en verlaat hebben, wegspoelde.</p>
+<p>In &rsquo;t begin van den jaare 1249 is wederom een watervloed over
+deze landen gegaan; wordende door een andere vloed op den 12de van
+February gevolgt; en daar na met eene zwaare pestellentie en duuren
+tyd.</p>
+<p>Evenwel was Groningen noch vol onlusten: want die van de stad, doe
+zeer wreed zynde, hielden het koren in dezen bedroefden tyd op een zeer
+hoogen prys, en daar boven wierd het vee, &rsquo;t welk door de
+landlieden ter markt wierd gebragt, door eenige oproerige geesten
+aangetast en veel beschadigt.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd is het Hof in &rsquo;s Graavenhaage, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span>benevens
+de groote Zaal aldaar, door Koning Willem den tweede, en 21ste Graaf
+van Holland, gebouwd.</p>
+<p>In den jaare 1250 was te Farmsum een Deken, Sikke genaamt, welke de
+Ommelandsche gemoederen zeer ontrustede: hy maakte zelve een verbond
+tusschen die van Hunsingo en Fivelingo; en dus met malkanderen te velde
+trekkende, wierpen zy het slot Groenenberg omverre, en poogden
+Groningen ook te belegeren.</p>
+<p>In dit en &rsquo;t volgende jaar is Friesland wederom door twee
+watervloeden overstroomt geworden; waar door veele duizenden van
+menschen en beesten verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1251 is Groningen door de Ommelanders belegert en
+verscheidene maalen bestormt; doch, door de goede bezettinge, wierden
+de bespringers t&rsquo;elkens afgewezen. Nochtans hebben die van binnen
+zich, na een beleg van vier weeken, met verdrag aan hunne vyanden
+moeten overgeeven.</p>
+<p>Hier na wierd Groningen, door de ballingen wederom verrast,
+brengende in den eersten aanval Hendrik Butel om &rsquo;t leeven, en
+roofde doe veele goederen van de Gelkingen.</p>
+<p>Op dit gerucht trokken de Ommelander bondgenooten wederom
+welgewapent voor de stad, welke haar door Conraad, Hoofd der Ballingen,
+zonder hun geweld af te wagten, wierd overgegeeven. Hier door geraakte
+Conraad <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name=
+"pb93">93</a>]</span>in gyzeling; maar kort daar na, door schoone
+beloften, ook wederom los; brengende, hoewel tegen zyn gemaakt verbond,
+een hoop krygsvolk byeen, waar mede hy het Franciscaner Klooster
+verraste, laatende het zelve voort van volk en andere noodwendigheden
+voorzien. Ook namen zy alle steene huizen, die vast tegen hunne vyanden
+waren, in, en deeden die van proviand en oorlogstuig voorzien.</p>
+<p>De wederparty vlugte tot de kerken van St. Marten en St. Nicolaas;
+alwaar zy zo sterk wierden bevogten en in benaauwtheid gebragt, datze
+by de landlieden om verdere hulpe riepen. Hier op quamen die van
+Fivelingo af, ontzettede hen, en tastede der vyanden bezettinge zo
+sterk aan, datze hen, na groote bloestortinge, tot overgeevinge
+dwongen, doch Conraad ontstreek hen en ging in &rsquo;t heetste van
+&rsquo;t gevegt door.</p>
+<p>In den jaare 1254 is Groningen weder door Conraad met verrassinge
+ingenomen. De bespringers quamen heimelyk by nacht in de stad, en op
+St. Martens Kerk, houdende zich tot den morgenstond verborgen: doe, de
+trappen afloopende, vielen zy hunne partye op &rsquo;t lyf, slaande 9
+mannen dood, en de andere salveerden zich, zo zy best konden: daarop is
+alles, wat &rsquo;er in de kerk gevonden wierd, prys gemaakt, en daar
+van een gedeelte aan de gehuurde soldaaten tot soldye gegeeven: waar
+door de stad door plonderinge en oproer vervult wierd. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1255 is Hindeloopen, nu, na de brandstichtinge en
+uitplonderinge der Noordsche volkeren, weder haaren wasdom bekomen
+hebbende, tot een stad geworden, en met voorrechten en privilegien
+begiftigt of voorzien.</p>
+<p>In het zelve jaar, den 18 van January<a class="noteref" id=
+"xd20e1634src" href="#xd20e1634" name="xd20e1634src">67</a>, is Willem
+de tweede, Graave van Holland, omtrent Hoogwoud van de boeren dood
+geslagen. Deze Graaf was van Alkmaar met een groote krygsmacht
+uitgetrokken, voor hebbende de Friesen, die tegens hem en zyn
+voorzaaten altoos wederspannig hadden geweest, met de wapenen te
+temmen, en onder zyne gehoorzaamheid te brengen. Maar de Graaf, door
+onvoorzigtigheid, te verre vooruit rydende, trapte het paard door het
+ys; waarop de boeren, van achter de struiken komende, hem dood
+sloegen.</p>
+<p>In den jaare 1257, den 10de van October, is Friesland weder door een
+watervloed overstroomt geworden; waar door de dyk in Groningerland, by
+Zonda, daar de rivier de Fivela met nieuw werk bedykt was, omverre
+wierd geworpen, en voorts het water over het land stroomde.</p>
+<p>In den jaare 1259 quam Hendrik, de achtste Bisschop van Utrecht, in
+Drenthwolde, nu &rsquo;t G&ocirc;recht, en vorderde groote <span class=
+"pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name="pb95">95</a>]</span>sommen
+geld van de, inwoonders: doch wierd hem geweigert. Hierom deed hy de
+Drenthers aanstonds wapenen, en de naaste huizen van hunne partyen in
+brand steeken. Daar tegen verzamelde de Drenthwolders hunne macht ook
+byeen, en vielen aanstonds met eene groote hevigheid op de vyanden in;
+waar door zy in den eersten aanval 120 dood sloegen, veele quetsten, en
+eenige gevankelyk met zich sleepten.</p>
+<p>In den jaare 1262 wierd in Friesland eene aardbeevinge gevoelt,
+welke Groningen mede trof, inzonderheid het klooster Wittewyrum, waar
+door de toren <span class="corr" id="xd20e1645" title=
+"Bron: instorte">instortte</span>: hier op volgde een watervloed door
+de dyken, met verbreeking van de zyl Fismar, in den Oldambte.</p>
+<p>In den jaare 1263 is de kerk van het vermaarde klooster St. Bernard,
+te Aduwerd, ten tyde van Gayke, de zevende Abt, op eene zeer plechtige
+wyze ingewyd, na dat &rsquo;er ruim 200 monniken 23 volle jaaren aan
+hadden gearbeid, om de kerk op te bouwen en het werk voort te
+zetten.</p>
+<p>In den jaare 1266 was de tweede Marcellus vloed, waar door Friesland
+wederom wierd bezogt: evenwel raakte Fivelingo, door de sterke dyken,
+die de monnikken van Wyrum met die van Zonda en hunne nabuuren, daar
+&rsquo;t voorige jaar tegen de Eems hadden gelegt, bevryd.</p>
+<p>In den jaare 1268 wierd D&rsquo;rYlst, een kleene myl leggende van
+Sneek, en doe noch <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96"
+name="pb96">96</a>]</span>maar eene buurt, mede met Stads
+voorrechtbrieven of privilegien voorzien. Indien &rsquo;er eene Yle
+Stins geweest is, schynt het niet ongeloofelyk, dat het daar van haaren
+naam ontleent heeft, volgens gebruikelyke verkortinge en zamentrekking
+der woorden.</p>
+<p>In den jaare 1270 is te Bolswert het Broere Klooster gesticht, waar
+toe het houtwerk voor het grootste gedeelte van de Kreil, by Staveren,
+wierd gehaalt. Gelyk ook te Staveren, Hindeloopen en andere plaatzen in
+den Zuidhoek, nu noch wel hout, uit het gemelde bosch gehouwen, te zien
+is.</p>
+<p>In den jaare 1272 is door geheel Friesland eene zwaare sterfte onder
+het vee geweest, als ook een groote hongersnood onder de menschen.</p>
+<p>In den jaare 1273 zyn door eenen watervloed in Friesland wederom wel
+2000 menschen verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1276, op goede Vrydag, beviel de Graavinne van
+Hennenberg te Loosduinen in het kraambed van 365 kinderen; wordende
+dezelve van haar oom, Bisschop Otto van Utrecht, in &eacute;&eacute;n
+bekke gedoopt: de knegtjes wierden Joannes, en de meisjes Elizabeth
+genaamt. Doch zy stierven alle nevens de moeder, en wierden te
+Loosduinen in &rsquo;t klooster begraven.</p>
+<p>In den jaare 1277, den 25ste van December en den 13de van January
+1278, heeft dit gewest door schrikkelyke watervloeden veel geleden;
+want door dezelve verdronken <span class="pagenum">[<a id="pb97" href=
+"#pb97" name="pb97">97</a>]</span>33 dorpen en veele duizenden van
+menschen en beesten in den Dollaart; en doe is het begin gemaakt van
+dien grooten Inham, de Dollaart genaamt.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1280, na dat de Friesen van de geduurige
+bespringingen der Graaven van Holland en der Noormannen, hunnen hals nu
+vryer hadden, zyn de oude wrokken, die in &rsquo;t offeren om den
+voorrang zo meenigmaalen ontstaan waren, weder opgeborsten, en de
+stinsen, voorheenen tegen de uitlandsche vyanden gemaakt, wieschen nu
+in getal en meenigte: en onder schyn van bescherminge tegen de
+stormende watervloeden, wierden de landeryen en dorpen met hooge wieren
+van aarde digt te zamen gestampt, daar gemelde stinsen op gebouwd
+wierden. Waar uit eerst quaad nadenken, doe haat, nyd en eindelyk
+openbaare vyandschappen en moorderyen onder de Edelen ontstonden: het
+land wierd in twee&euml;n verdeelt; die van Oostergo gaven de anderen
+den naam van <i>Schieringers</i>, om dat hunne landstreek, in broekig
+en waterachtig land bestaande, en hunne meeste kostwinning en handel in
+de visscherye van Schiere Aal, alwaar &rsquo;t alomme van krielde,
+bestond of gelegen was. En zy zelve gaven zich den naam van
+<i>Vetkoopers</i>, om dat zy in hunne hooge landen en grasryke weiden
+met de vetweijeryen en landbezaaijingen meerendeels zich geneerden.
+Doch andere verhaalen om andere inzichten. Van alle <span class=
+"pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>welke
+twisten en oneenigheden wy niet van voorneemen zyn alle voorvallen te
+melden, om redenen dat die voor het meeste gedeelte tusschen byzondere
+Edelen zyn ontstaan, en daarom voor geene algemeene landtwisten zyn te
+houden: maar wy hebben voorgenomen te melden, de grootste gevallen, en
+die voor algemeene landtwisten te houden zyn, en tot eene daadelyke
+tweespalt des Gemeenen Lands zyn uitgeborsten, waar van wy alleen de
+voornaamste ontmoetingen, die steden en landen eenige merkelyke
+veranderinge aanbragten, hebben aangeteekent. Van welk alles in het
+gemeen geweeten dient, dat aan beide zyden dikwyls vredeverbonden
+gemaakt en verbrooken zyn, maar van ons niet alle aangeteekent, om dat
+wy kort willen zyn<a class="noteref" id="xd20e1682src" href=
+"#xd20e1682" name="xd20e1682src">68</a>.</p>
+<p>In den jaare 1287 waayde het zo een geweldige stormwind, dat alle de
+dyken rondom Friesland doorbraaken, waar door kerken en huizen
+wegspoelden. Van het stedeke Gryn bleeven geen 10 huizen staan, en het
+getal der verdronkene menschen was wel 80000. By welke gelegentheid,
+Floris de vyfde, Graave van Holland, de macht der Friesen nu merkelyk
+verzwakt ziende, de Westfriesen met weinig moeite onder zyn gebied
+gebragt heeft, en een kasteel te Medenblik, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span>nevens
+noch drie anderen, in &rsquo;t gezigt der Oostersche Friesen,
+bouwde.</p>
+<p>In den jaare 1292 nam Graaf Floris de stad Staveren in, en
+begiftigde haar met verscheidene voorrechten.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd begon in Friesland de wortel van die
+allerverdervende partyschap, Schieringers en Vetkoopers genaamt, aan te
+groeijen; zynde tot noch toe onder den Adel alleen beslooten; maar dat
+duurde niet lang, of de Gemeente wierd ook gedeelt en van een
+gescheurt. Ook begon men meer en meer steenhuizen of stinsen te bouwen,
+tot een toevlugt voor hen zelve, en afbreuk hunner vyanden.</p>
+<p>Gemelde scheuringe is eerst onder den Adel op de brasmaalen
+uitgebroeit, en kort daar na tot het gemeen over gegaan. De Vetkoopers
+of Vetwyders waren de Hollanders toegedaan: en de Schieringers, veel
+geringer van staat, hielden zich aan het Groninger verbond.</p>
+<p>In den jaare 1293 heeft Sneek, nu dagelyks in goede neeringe
+aanwasschende, mede stads voorrechten bekomen, tot groot nadeel van de
+nabuur-stad D&rsquo;rYlst: maar in &rsquo;t volgende jaar trof haar het
+ongelukkig lot van brand, welke gemelde stad tot op twee huizen na
+geheel in den asch leide en verteerde.</p>
+<p>In den jaare 1296, den 27ste van Juny<a class="noteref" id=
+"xd20e1700src" href="#xd20e1700" name="xd20e1700src">69</a>,
+<span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name=
+"pb100">100</a>]</span>is Floris de vyfde en 19de Graaf van Holland,
+door Gerrit van Velsen, Heer van Noordwyk, op eene moorddaadige wyze
+omgebragt.</p>
+<p>In den jaare 1299 namen de Friesen de drie nieuwgebouwde kasteelen
+der Hollanderen in, als ook Medenblik, nu reeds mede tot een stad
+geworden; en, na eenig stryden met de Graaven van Holland, moesten die
+Westfriesland weder verlaaten.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1303 verscheen in de lucht, boven Scharl en Warns,
+verscheidene vertooningen van kryg en oorlog, met een ysselyk geroep:
+<i>Help! help!</i> De zon veranderde in bloed, en regen van bloed viel
+op de aarde.</p>
+<p>In den jaare 1305 verdroegen de Schieringers en Vetkoopers met
+malkanderen, om hunne twisten, door een gevegt van twee mannen uit hen,
+ten einde te brengen: dit werkstellig gemaakt zynde, bleven de
+Vetkoopers verwinnaars en de Schieringers verliezers.</p>
+<p>In den jaare 1306 quamen de Noormannen met eenige schepen in
+Friesland, om onder die inlandsche twisten, eenen roof uit het land te
+haalen: doch, <span class="sc">Reiner Canga</span> of <span class=
+"sc">Camminga,</span> dies tyds Landsheer zynde, heeft hen met zyn
+byhebbende <span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name=
+"pb101">101</a>]</span>macht dapper afgeslagen; en over de 900 vyanden
+nedergemaakt hebbende, wierd hy zelve gequetst, waar van hy stierf, tot
+groote droefheid zyner landsgenooten.</p>
+<p>Na hem volgde <span class="sc">J. Hessel Martena,</span> hoewel
+tegen zynen zin, in het Landsheerlyke Gebied, om zyne uitmuntende
+vredelieventheid.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd heeft Johannes Flieterp, Secretaris van Martena,
+onverwagt de beschryvinge, van Okke Scharlensis te Staveren gevonden;
+en dezelve uit het latyn vertaalt hebbende, met eenige van zyne eigene
+aanteekeningen, in het licht gegeeven.</p>
+<p>In dezen tyd wierden de Hollanders, die met hulpe der Westfriesen,
+Friesland dachten te berooven, dapper afgekeert: het welk Enkhuizen
+door eenen brand moest vergelden.</p>
+<p>In den jaare 1313 is de Landsheer Martena overleden, hebbende het
+land tegen de aanvallen der vyanden dapper bevryd, en dezelve
+verscheidene maalen verjaagt. Om nu een nieuwen Landsheer te verkiezen,
+ontstond onder het Friesche volk een zwaare twist: de een begeerde die,
+en de ander we&ecirc;r een anderen, maar alzo in dien tyd stormwinden
+en overstroomingen quamen, die wel 500 menschen wegsleepten,
+staartsterren gezien wierden, bloedregen neder viel, en andere teekenen
+aan den hemel zich vertoonden, zoo quamenze daar door tot bedaaren. Ook
+ontstond &rsquo;er in dezen tyd een vreesselyke hongersnood; waar uit
+droevige <span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name=
+"pb102">102</a>]</span>exempelen voortquamen: onder anderen, eene
+zekere Vrouw, hebbende haar goed by de landtwisten verteert, en te
+Sixbierum haar armoede verbergende, sloot haar huis toe en stierf alzo
+met haare Kinderen. En een weinig tyds hier na, heeft eene ongemeene
+sterfte het derdedeel der menschen weggenoomen.</p>
+<p>In den jaare 1318 quamen de Hollanders met een kleen vaartuig te
+Makkum en Kornwert aan land, meenende, onder het gewoel van deze
+inlandsche scheuringe, een goeden buit weg te sleepen: maar de Friesen
+spoelden hen de voeten, en hebben door hulpe van die zelve schepen
+Medenblik en Enkhuizen uitgeplondert.</p>
+<p>In dezen tyd was Staveren mede in het Verbond der Anseesteeden.</p>
+<p>En in dezen tyd bevryden de Friesen hun Land mede voor de aanvallen
+der Graaven van Gelder; als mede voor die der Hollanders en
+Westfriesen, nu wederom hunne vyanden geworden.</p>
+<p>In den jaare 1323 wierd van alle de Friesen beraamt, voortaan hunne
+generaale Rechts-Vergaderinge te Upstalboom, in Oostfriesland, te
+houden.</p>
+<p>In den jaare 1324, in November, zyn door een groot tempeest van
+donder en blixem, en een watervloed over Friesland en Holland gaande,
+veele menschen en beesten verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1326, of omtrent dezen tyd, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name=
+"pb103">103</a>]</span>begon Appingadam in alle neeringe, ambagten en
+rykdom toe te neemen, zelfs Groningen gelyk te worden.</p>
+<p>In den jaare 1327, een weinig na Kersmis, zyn de privilegien en
+keuren van Appingadam, door de Staaten van Fivelingo, in een zeer
+plechtige byeenkomst opgestelt en goedgekeurt. Ook zyn dezelve, weinig
+dagen daar na, op een algemeenen Landdag, te Upstalsboom bevestigt, en
+met het Zegel<a class="noteref" id="xd20e1754src" href="#xd20e1754"
+name="xd20e1754src">70</a> bekragtigt.</p>
+<p>In den jaare 1328 was de toestand der Schieringers en Vetkoopers zo
+verre gekomen, dat de zwakste party nu begon vreemde soldaaten in
+dienst te neemen.</p>
+<p>In den jaare 1332 zyn de wetten gemaakt van de waterlossinge by het
+Huis Groenenberg; waar uit een oorlog ontstond; want de Friesen van
+Humsterland, Vredewold enz., zich t&rsquo;zamen voegende tegen de
+Groningers, geschiede het eerste gevegt in Hunsingo, en de tweede slag
+in Fivelingo, beide tot nadeel der landlieden. Maar de derde treffinge
+was zwaarder dan de eerste, en viel de Groningers ten deel.</p>
+<p>Daar na is het Huis Kortinge, by Selwert, zynde met eenige Drentsche
+Edelen <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name=
+"pb104">104</a>]</span>bezet, door de landlieden stormenderhand
+ingenomen, en de gansche bezettinge daar in dood geslagen. Voorts wierd
+Groningen ook door hen overweldigt, wordende veele burgers in de eerste
+furie gedood, en 60 der voornaamste auteurs van die onlusten opentlyk
+op de markt, by de Pelster-, Gaddinge-, en Volkeringe Straat door
+&rsquo;t zwaard onthoofd<a class="noteref" id="xd20e1766src" href=
+"#xd20e1766" name="xd20e1766src">71</a>.</p>
+<p>In den jaare 1334, in November, op St. Klemens Dag, was &rsquo;er
+een groot onwe&ecirc;r van donder en blixem; en zo een watervloed, dat
+het zeewater over de dyken heen stroomde, waardoor veele menschen in
+Friesland en elders verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1336 zyn te Bolswert 136 huizen verbrand. Ook wierd
+Friesland in dit jaar wederom door een watervloed aangetast, daar door
+veele menschen en beesten verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1342 was het Aduarder klooster zo machtig en weelig
+geworden, dat hun verboden wierd, meer goederen en landeryen aan te
+koopen.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 25ste van September, is Graaf Willem van
+Holland, zo &rsquo;er gezegt word, in Friesland gevallen met over
+<span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name=
+"pb105">105</a>]</span>de 100000 mannen: maar wierden van de Friesen
+zoodanig gehavent, dat zy met achterlaatinge van 18000 mannen, waar
+onder de Graaf, en omtrent 200 Edelen, wederom moesten aftrekken; zynde
+dit de grootste overwinninge die de Zeelandsche Friesen ooit hebben
+bevogten. Want daar word gezegt, dat de Hollanders 10 mannen tegen de
+Friesen een sterk waren geweest.</p>
+<p>In den jaare 1346 waren die van Hunsingo met de stad Hamburg in
+oorlog; doch de Hamburgers den Frieschen koophandel niet kunnende
+missen, bragten door anderen zo veel te weeg, dat de zaak door
+wederzydsche gezanten is bygelegt geworden.</p>
+<p>In den jaare 1350 was &rsquo;er zulk eene vergiftige pest in en
+omtrent Friesland, dat de menschen al gaande en staande dood
+nedervielen, blyvende van 1000 naauwelyks 10 in &rsquo;t leeven.
+&ocirc; Ysselyk verhaal!</p>
+<p>In den jaare 1361 is te Groningen eene generale vergadering gehouden
+van alle Magistraatsperzoonen in &rsquo;t geheele vrye Friesland, tot
+conservatie van hunne rust en vrede.</p>
+<p>In den jaare 1364 heeft Hertog Aalbregt van Beyeren, Graave van
+Holland, het Eiland Ter Schelling in brand gestoken; doch niet zonder
+we&ecirc;rzydsche bloedstortingen, want het in dien tyd onder Friesland
+behoorde.</p>
+<p>In den jaare 1368, den vierden van September, is Groningen door alle
+regeerende, <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name=
+"pb106">106</a>]</span>en daar toe gerechtigde perzoonen, tusschen de
+Eems en Lauwers, gerechtigd tot de Stoel der gemeene Vergaderingen;
+&rsquo;t welke zy voorheen maar naar gewoonte hadde geweest.</p>
+<p>In den jaare 1379 is Koeverden door de Rustringen en Oostringen, met
+Sibet en meer andere Hovelingen, ingenomen.</p>
+<p>In den jaare 1387 zyn in Friesland door een watervloed wederom veele
+menschen en beesten verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1388 heeft Folkmer Allena het steedje Aurik, in
+Oostfriesland, ingenomen, en het slot zeer hevig laaten beschieten.
+Okko was Bevelhebber daar binnen, die, na stilstand van wapenen
+verkreegen te hebben, naar beneden in de stad ging, om over het verdrag
+te handelen; maar het zelve niet getroffen wordende, wierd Okke door
+zyne trouwlooze vyanden op den 26ste van July doorstoken; stervende
+alzo de eerste Ridder in Oostfriesland, Okko, Heer van
+Broekmerland.</p>
+<p>In den jaare 1392 is Leeuwarden, door &rsquo;t aangroeyen der
+inlandsche oneenigheden, heimelyk aan de noordzyde in brand gestooken;
+waar door &rsquo;t Prediker klooster en kerk verteerden.</p>
+<p>Hier na quamen de Hollanders met een machtig leger in Friesland
+vallen, tot omtrent Schooterzyl: alwaar zy door de Friesen wierden
+tegen gestaan, vegtende aan we&ecirc;rskanten zeer scherp, tot beider
+groot <span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name=
+"pb107">107</a>]</span>verlies; want de Hollanders de overwinning
+hebbende, verlooren nochtans 1300 mannen, zo aan dooden als gevangenen,
+en de Friesen daarentegen 600 mannen.</p>
+<p>In den jaare 1397 was <span class="sc">Yv Juwinga</span> Landsheer,
+die van zommigen ook genoemt word <span class="sc">Ju Jongama.</span>
+In dien tyd quam Albrecht van Beyeren met eene macht van 18000 mannen
+in de Kuinre, dies tyds een Graafschap, om Friesland te overweldigen.
+En Juwinga, de Friesen tegen hem niet kunnende afraaden, om geen slag
+met hen te waagen, kreegen zy by Schooterzyl de nederlaag, en verlooren
+omtrent 500 mannen, als mede den Landsheer zelve. Daar na trok Albrecht
+naar de Lauwers; daar de Friesen hem tegenstonden. Ondertusschen
+verteerden de Schieringers en Vetkoopers malkander zodanig, door hunne
+oneenigheden, dat de Vetkoopers te raade wierden, voor hunne zyde het
+land aan Albrecht op te draagen; en de stad Staveren wierd hem
+ingeruimt. Doch van de Schieringers tegengestaan zynde, vertrok hy van
+de Lauwers, door geheel Oostergo en Westergo.</p>
+<p>In den jaare 1398 nam Albrecht Dokkum in, en deed de voornaamste der
+Schieringers naar Groningen vlugten; alwaar dezelve door eenen Koppen
+Jarges van Staveren gestyft zynde, benevens de Groningers, den Hertog
+weder tegen trokken, onder het <span class="pagenum">[<a id="pb108"
+href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span>geleide van Sikke Deekema,
+Gaale Hanja, en Ode Botnia.</p>
+<p>In dit zelve jaar, hebben eenige Ommelander Heeren, de Ommelanden
+heimelyk aan den Graaf van Holland opgedraagen. Maar doe de andere
+Heeren zulks gewaar wierden, en buiten weeten, zich tegens recht en
+privilegien overgelevert te zien aan hunne vyanden, beraamden daar op
+het jok af te schudden. Eppo Nittersum, zynde een Patroon der
+Schieringers, maakte hier aanstonts een begin van, neemende den tooren
+of vastigheid tusschen ten Post en Mude in, en sloeg het daar
+binnenleggende guarnisoen, uit Hollanders bestaande, altemaal dood, of
+deeden hen in de Damstervaart verdrinken. Ondertusschen wierd Groningen
+ook van den Graaf van Holland verzogt, hem voor haren Heere te neemen;
+doch te vergeefs.</p>
+<p>In den jaare 1399 namen zy Dokkum, Cammingaburg en het slot ter
+Luine, gelegen tusschen Kollummer en Oudwoudumerzyl, weder van den
+Hertog, en noodzaakten hem weder uit Friesland te vlugten; alleen noch
+behoudende de stad Staveren. Van waar Brederode, meenende de schans te
+Molkwerren, dat Winsemius ook Molkenhuizen noemt, in te neemen, doch
+mislukte: maar wierd van de Friesen geslagen, en hy zelve gevangen
+genomen. Doch weinig tyd hier na is de vrede geslooten in den Briel,
+tusschen Johan van Beyeren, Graaf <span class="pagenum">[<a id="pb109"
+href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span>van Holland, de Friesen en de
+stad Groningen en Ommelanden. Waar op de Graaf door de Groningers met
+50 vette Ossen wierd vereert.</p>
+<p>De Friesen dus hunne vryheid weder bevogten en gewonnen hebbende,
+zyn de drie voornoemde Edelen, de een na den anderen tot Landsheeren
+verkooren; doch de een het op den anderen schuivende, hebben zy
+&rsquo;t allen geweigert.</p>
+<p>In den jaare 1400, verzogten de Vetkoopers of Ballingen by den
+Bisschop van Utrecht, Frederik van Blankenheim, zyne hulpe, geevende
+hem een goede zomme geld, mits dat hy hen by de Groningers in voorige
+charges en goederen zoude herstellen. Waar op de Bisschop brieven en
+gezanten aan de Groningers afzond, hen zelfs ook gebiedende, de wapenen
+ne&ecirc;r te leggen: doch alles te vergeefs. Want die van Groningen en
+hunne Bondgenooten zeer moedig zynde, hebben ondertusschen onder het
+beleid van den Burgemeester Albert Wigbolts, Aapke Onstema&rsquo;s
+Huis, te Sauwert, met veel moeite ingenomen. Dit Huis was zeer sterk,
+hebbende muuren van 12 voeten dikte, met een wyde gragt om dezelve, en
+om welke noch een andere gragt heenen ging, bevattende 5 steene
+torens.</p>
+<p>Dit gerucht deed de Bisschop met zyn krygsmacht afkomen, doende de
+stad Groningen op St. Jacobs Dag aan de zuidzyde berennen: waar op
+veele schermutselingen <span class="pagenum">[<a id="pb110" href=
+"#pb110" name="pb110">110</a>]</span>volgden. Doch, na drie weeken
+belegs, heeft de Bisschop de stad wederom moeten verlaten, zich te
+vreden houdende alleen een Blokhuis te Blankeweer met volk wel te
+bezetten.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd hebben de Groningers het Stapelrecht bekomen.</p>
+<p>In den jaare 1401 kogten de Groningers van den Bisschop van Munster
+zyne vriendschap voor 2000 guldens; mits dat hy zich by den
+Utrechtschen Bisschop niet zou voegen. Hier op trokken de Groningers
+met grooten moed in de Ommelanden, werpende veele steene huizen
+omverre, als van Snelgers huizen in den Dam; van daar na
+Ripperda&rsquo;s huis te Farmsum, maar met zo een goeden uitslag niet
+als by den eerste; want Ripperda, 400 zeeroovers tot bezetting gekregen
+hebbende, vielen op hen uit, en sloegen veelen van de Groningers dood.
+Waarom de Groningers aftrokken; doch maakten hunne krygsgereetschappen
+wederom in den Dam gereed, waar mede zy, na drie dagen toevens, weder
+derwaarts trokken; vallende doe met zo eene verwoedheid op gemeld huis
+en hunne vyanden aan, datze in &rsquo;t kort overwinnaars wierden, en
+alles aan stukken hakten, of in &rsquo;t water deeden verdrinken die
+&rsquo;er op waren. Daar na trokken de bondgenooten naar Termunten, en
+haalden het huis van Menno Houwerda omverre; als ook daar na
+Gockinga&rsquo;s huis, te Broeke. <span class="pagenum">[<a id="pb111"
+href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1404 zyn <span class="sc">Sioerd Wiarda</span> en
+<span class="sc">Haring Harinxma,</span> by gemeenen raade, tot
+Landsheeren verkooren; hebbende de eerste zyn opzicht in Oostergo, en
+de andere in Westergo. In dezen tyd zyn nochmaals eenige Friesche
+Edellieden naar het Joodsche Land vertrokken, om kunne krygslust
+oeffening te geeven.</p>
+<p>In den jaare 1405, den eersten van October, is de vrede tusschen den
+Bisschop van Utrecht en de stad Groningen geslooten; waar door
+we&ecirc;rzyds gevangenen zouden los gelaaten, en de ballingen in hunne
+voorige goederen herstelt worden.</p>
+<p>In den jaare 1408 is Darrelt, in Oostfriesland, door de Hollanders
+ingenomen, en daar na getracht vast te maaken: doch Jonker Keno, van
+Broekmerland, heeft hun voornemen verydelt, en ter plaatze uit
+gejaagt.</p>
+<p>In den jaare 1409 heeft Jonker Keno Folkmer Allena&rsquo;s huis te
+Oosterhuizen, in Oostfriesland, ingenomen, neemende zyne zusters zoonen
+gevangen, en wierpze te Aurik in eene, vuile gevangkenisse, alwaar zy,
+door toedoen van zyne moeder, van honger en vuiligheid zyn
+gestorven.</p>
+<p>In den jaare 1412 waren de partyschappen in Friesland tusschen
+Schieringers en Vetkoopers schrikkelyk woedende: want de Vetkoopers,
+hebbende in eene vergadering voorgedragen, om de Schieringers ten
+eenemaal uit te roeijen, zonder zelve de kinderen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name="pb112">112</a>]</span>in
+de wieg te spaaren. Hier om wierden de gemoederen der Schieringers noch
+meer ontsteeken; en daar zy hunne vyanden maar bespringen konden,
+sloegenze die dood.</p>
+<p>In den jaare 1413 is de stad Embden door Jonker Keno van
+Broekmerland ingenomen: waarom Proost Hiske, aldaar Heer zynde, naar
+Groningen de vlugt nam.</p>
+<p>Door deze overeenkomst van Proost Hiske, begon Groningen ook
+verdeelt te worden, door die alverdervende partyschappen van de
+Schieringers en Vetkoopers. Die van Rengers, Huginge, Clant, Clinge en
+Brugge, neigden naar de Vetkoopers, als zynde de Hollanders toegedaan:
+de andere waren meest alle in &rsquo;t openbaar Schieringers; hun
+Opperhoofd was Koppen Jarges, houdende zich aan &rsquo;t Groninger
+verbond.</p>
+<p>Deze Scheuringe veroorzaakte eene groote bloedstortinge; want de
+Schieringers wilden den gevlugte Proost Hiske<a class="noteref" id=
+"xd20e1867src" href="#xd20e1867" name="xd20e1867src">72</a> helpen,
+tegen zyn vyand Jonker Keno; en de Vetkoopers daar en tegen niet. Hier
+op stonden de Schieringers, als de sterkste party zynde, den 23ste van
+October uit haat op, <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113"
+name="pb113">113</a>]</span>en vielen op het Raadhuis aan, als de Raad
+vergadert was: zy doorstaken aanstonds den Burgemeester Jan Rengers en
+Albert Barelts, en Johan Hekman veele wonden toegebragt hebbende,
+wierpenze ter venster uit op de markt. Voorts bragten zy Hendrik
+Ottesz. Clant mede om &rsquo;t leeven, als ook Allard Clant, daar hy
+aan tafel zat te eeten. Vervolgens deeden zy den Raad besluiten, dat
+alle de geene die van de Vetkoopers partye was, zich zonder eenig
+ophouden, uit de stad en de Ommelanden zouden vertrekken.</p>
+<p>In den jaare 1414 hebben de Friesen van Westergo de stad Staveren
+overrompelt; waar door Friesland geheel van het Hollandsche jok wierd
+vry gemaakt. Ook waren de Schieringers, onder Koppen Jarges, in
+Groningerland op hunne hoede: want de ballingen, hunne toevlugt by
+Jonker Keno genomen hebbende, deeden derhalve alle de aankomsten aan de
+Eems met krygsvolk bezetten: ook liet Jarges het goud en zilver uit de
+kerken in Fivelingo neemen, waar van te Kampen geld wierd geslagen; dat
+naderhand Koppens guldens genaamt wierd. Daar op nam de landbederving
+een begin, steekende twee sluizen te Reiderland in brand, en op
+verscheidene plaatzen de dyken door. Jonker Keno deed het zelfde aan de
+Groninger kant, doorsteekende mede op verscheidene plaatzen de dyken:
+moetende <span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name=
+"pb114">114</a>]</span>alzo het gemeene volk de dolle razernye der
+Grooten ontgelden.</p>
+<p>In den jaare 1415 hebben de ballingen of Vetkoopers hunne macht,
+benevens hunne vrienden, en die &rsquo;t met hun hielden, te Eelde, in
+&rsquo;t Drenth, byeen vergadert, waar mede zy op den 13de van
+September, des avonds, den dyk langs, stilletjes voor Groningen
+trekkende, en voorts over de stads muur klimmende, de sloten van de Aa
+Poort afhieuwen, en dus de stad, na veel bloed vergooten te hebben,
+innamen; hier op stakenze aanstonds drie huizen in brand, ten teeken
+voor Jonker Keno; welke met een vloot schepen voor Delfzyl leggende,
+ten eersten met zyn krygsvolk naar de stad afquam, en herstelde de
+ballingen aanstonds in hunne voorige bedieningen en goederen. Daar na
+trok Jonker Keno met zyn volk door de Ommelanden, en deed verscheidene
+van der vyanden heerenhuizen omverre werpen.</p>
+<p>In den jaare 1416 hebben de Groningers, met die van Hunsingo en
+Fivelingo, hunne oude verbonden wederom vernieuwt, na dat Jonker Keno
+vertrokken was; waar in alle vyandschappen en misdaaden vergeeven
+wierden.</p>
+<p>Ook heeft Proost Hiske, met hulpe zyner vrienden, de stad Embden
+wederom overweldigt en onder zyn gebied gebragt.</p>
+<p>In den jaare 1417 zijn de Vetkoopers door de Schieringers uit de
+Westerlauwers <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name=
+"pb115">115</a>]</span>gejaagt. Maar Jonker Keno zulks berigt zynde,
+trok hen op den 10de van Juny by Noordhorn tegen; alwaar zeer hevig
+gevogten wordende, de Schieringers 500 dooden en 400 gevangenen lieten
+zitten. Korts hierna is Jonker Keno ziek geworden, en op &rsquo;t Huis
+te Oldenburg overleden.</p>
+<p>In den jaare 1418 heeft Fokko te Lier Dokkum ingenomen, geplondert
+en in brand gestoken; de bolwerken in de gragt geworpen, en al de
+huizen en stinsen der Schieringers geraseert, als mede ook het huis van
+A. Kamstra, bezuiden Dokkum: het blokhuis by Esumerzyl wierd
+stormerhand ingenomen, waar in vier mannen door den eersten aanval
+wierden gedood, en de rest der bezettinge, zynde zeeroovers, door beuls
+handen den kop afgeslagen. Doch in het volgende jaar quamen de
+Schieringers, onder &rsquo;t geleide van Sikke Sjaardema, en wierden
+daar weder meester van.</p>
+<p>Des Okke van Broek, de zyde der Vetkoopers versterkende, quam met
+een hoop volk uit Embderland, dat hy tusschen Staveren en Hindeloopen
+aan land zettede, en met Sjaardema in een hevig gevegt raakte: waar in
+300 Schieringers verslagen, en 200 gevangen wierden; de overgeblevene
+vlugten naar Slooten, dat zy in allen spoed met eene wal versterkten of
+omtrokken: en wierden van hunne vyanden belegert: doch door hulp des
+Graaven van Holland weder ontzet.</p>
+<p>In den jaare 1419 hebben de Groningers <span class="pagenum">[<a id=
+"pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>den Bisschop van
+Utrecht, Frederik van Blankenheim, voor hunnen Beschermheer aangenomen,
+wordende hy in &rsquo;t begin van Juny gehuldigt, en de Handvest op den
+11de dito geteekent.</p>
+<p>In den jaare 1420 liet Sjaardema, door des Graaven volk, Makkum met
+een bolwerk omringen. Maar zy, door een listigen brief van Tjeerd
+Ailua, Vetkooper te Witmarsum, wierden daar uitgelokt: en is doe die
+wal weder geslegt<a class="noteref" id="xd20e1898src" href="#xd20e1898"
+name="xd20e1898src">73</a>. Ook trof men een veldslag by Hindeloopen,
+daar wel 200 mannen wierden verslagen en verdronken, en noch zo veel
+gevangen.</p>
+<p>Den 30ste van April, in dat zelve jaar, is Bolswert door de
+Schieringers ingenomen, wordende aldaar een Jan Tjalling, Hoveling, met
+noch eenige Vetkoopers door de kling gejaagt, om dat zy voorheene eenen
+van Koppen Jarges volk hadden <span class="corr" id="xd20e1915" title=
+"Bron: doodgegeslagen">doodgeslagen</span>.</p>
+<p>Daar na hebben de Vetkoopers, onder het commando van Fokko te Lier,
+op den 12de van May, de Schieringers by Catse geslagen; die daar 300
+dooden en 200 gevangenen verlooren.</p>
+<p>Den 26ste van September wonnen de Vetkoopers Staveren, alwaar Koppen
+Jarges, zeer dapper vegtende, het leeven verloor. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name=
+"pb117">117</a>]</span>Omtrent dezen tyd ontstond te Staveren een
+groote brand, waar door in &rsquo;t kort 500 huizen verteerden.</p>
+<p>In den jaare 1421 wierd Leeuwarden door de Vetkoopers vermeestert,
+en de Hollanders uit de Lemmer verdreven; daar hun sterk Blokhuis wierd
+omverre geworpen en geslegt.</p>
+<p>In &rsquo;t zelve jaar, den 19de van November, is in Friesland,
+Holland en elders, een schrikkelyke watervloed geweest, waar door de
+dyken wierden gebroken, veele duizenden van menschen en beesten
+opgeslokt, en tusschen Dordrecht en Geertruidenberg 72 dorpen zyn
+vergaan.</p>
+<p>In den jaare 1422, in February, wierd &rsquo;er weder een verdrag
+van vrede<a class="noteref" id="xd20e1931src" href="#xd20e1931" name=
+"xd20e1931src">74</a> gemaakt tusschen de Schieringers en Vetkoopers.
+Waar op Dokkumerwal, en het slot op Esumerzyl geslegt wierden. Echter
+bleef by zommigen noch de twistgierigheid, waar door de zorg voor de
+dyken verwaarloost wordende, het water zoodanig inspoelde, dat het land
+drie jaaren lang tot aan Drenth en Stellingwerf met het zelve bezet
+bleef leggen.</p>
+<p>In dit zelve jaar hebben de Groningers de stad Slooten belegert;
+doch vrugteloos: want op St. Benedictus dag hebben de Hollanders
+<span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name=
+"pb118">118</a>]</span>de stad ontzet en de belegeraars geslagen.</p>
+<p>In den jaare 1424 was geheel Westergo in onrust, door de
+partyschappen van de geslachten Bonnema en Gerkema. De stins van
+Gerkema wierd overweldigt, en zelve met den vader daar in verbrand.
+Doch twee jaaren daar na wierd Fokko Bonnema ook verslagen.</p>
+<p>In den jaare 1426, in September, geschiede het bloedige gevegt van
+Fokko Ukens, Hoveling te Leer, tegen Nikolaas, Graaf van Oldenburg, en
+den Aartsbisschop van Breemen, by Deteren: alwaar Fokko, overwinnaar
+wezende, van de vyanden 5000 mannen doodsloeg, en 300 gevangenen
+bequam, waar onder veele heeren van grooten rang.</p>
+<p>In den jaare 1427, den 28ste van October, was &rsquo;er wederom een
+zwaare stryd van Fokko Ukens, tegen Jonker Okko van Broekmerland,
+tusschen Veenhuizen en Opgant; daar geschiede een groote
+bloedstortinge; want Fokko wel de overhand hebbende, verloor nochtans
+4000 mannen; doch Okko verloor van zyne kant noch meer, en viel zelve
+in des vyands handen; alwaar hy, na zes jaaren in de gevangenisse
+gezeten te hebben, is komen te sterven.</p>
+<p>In dit zelve jaar deed de Geldersche Hertog, met een groote
+krygsmacht, een inval in &rsquo;t landschap Drenth, steekende
+verscheide dorpen en buurtschappen in brand; vernielde het koren;
+roovende en plunderende <span class="pagenum">[<a id="pb119" href=
+"#pb119" name="pb119">119</a>]</span>alle de beste goederen, en dezelve
+met hem naar Gelderland sleepende.</p>
+<p>In den jaare 1428 sloeg Fokko Ukens de slag by Oterdum, tegen de
+Groningers; alwaar Fokko, wederom overwinnaar zynde, van de vyanden 500
+mannen doode, en veele gevangen nam, waar onder een Burgemeester van
+Groningen.</p>
+<p>In den jaare 1429, was Groningen en Hamburg wederom in Oorlog; want
+we&ecirc;rzyds waren schepen ter zee met elkanderen geduurig in actie.
+In dezen tyd is overleden Proost Hiske van Embden.</p>
+<p>In den jaare 1430 zag men noch, by een laage ty, de kapel en
+ringmuur van &rsquo;t kerkhof van Odulfs Klooster, by Staveren, in de
+zee.</p>
+<p>In den jaare 1431 hebben de Hamburgers, met een vloot schepen, voor
+Embden leggende, den Drost Imelo Abdema, zynde de zoon van Proost Hiske
+boven gemeld, onder schyn van vriendschap, op een gastmaal genoodigt;
+&rsquo;t welke zy tot dien einde op een van de schepen hadden
+toegericht: maar de Drost aldaar gekomen zynde, en een buitengewoon
+glaasje wyn gedronken hebbende, staken zy ondertusschen in zee, en
+voerden hem alzoo over naar Hamburg; alwaar hy in groote elende 24
+jaaren lang gevangen heeft gezeten: en de andere schepen zettede zich
+voor Embden, die de stad met geweld en dreigementen tot de overgave
+dwongen. <span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name=
+"pb120">120</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1434 was Groningen met de Hamburgers noch in oorlog; by
+deze gelegentheid wierd Willem Wicheringe, Olderman of Hoofdman der
+Gilden, thans Olderman van &rsquo;t Gildrecht genaamt in Groningen,
+willende het Stapelrecht voor de stad verdedigen, in een oploop van de
+landslieden te Farmsum doodgeslagen. Hier op wierd door de Heeren van
+de stad vergoedinge dier doodslag geeischt: doch wierd door Hayo
+Ripperda, Heer van Farmsum, geweigert, en begeerde den schuldige van
+het gedaane feyt niet over te leveren. Hier door ontstond eene groote
+tweespalt onder den Adel; want de Groningers eindelyk de wapenen
+aangordende, wilden Ripperda tot vergoedinge dwingen: doch hy zulks
+niet afwagtende, bood zich aan tot verdrag; &rsquo;t welk op den 27ste
+van July deszelfden jaars wierd getroffen<a class="noteref" id=
+"xd20e1968src" href="#xd20e1968" name="xd20e1968src">75</a>.</p>
+<p>In den jaare 1435 overleed de dappere Fokko Ukkens, Hoveling te
+Leer, op het Huis te Dykhuizen, by Appingadam, wordende in het klooster
+aldaar begraven.</p>
+<p>In den jaare 1437 hebben de Hamburgers en Embders der Hovelingen
+huizen in Oostfriesland om verre geworpen en geraseert, als te
+Oosterhuizen, Hinta, Grimmersum, Groothuizen enz., omdat ze tot geen
+toevlugt voor de vyanden zouden wezen. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span></p>
+<p>Ook was in dezen tyd een watervloed over deze landen, waar door
+groote schade aan menschen en beesten geschiede; als mede eene
+pestilentie, daar veele duizende menschen door stierven.</p>
+<p>In den jaare 1438, in Augusty, zonden de Groningers by nacht een
+schip met volk naar Termunten, en verrasten aldaar het kasteel. Zy
+joegen alle de Hamburgers daar uit, en stelden &rsquo;er wederom tot
+Commandant Lodewyk Hoornken. Daar na namen zy het huis van Eppo
+Gockinga, te Broeke, in, als mede de sterke toren te Bellingewolde, die
+zy ter ne&ecirc;r wierpen.</p>
+<p>In den jaare 1443 is het Stadshuis te Groningen gebouwt.</p>
+<p>Ter dezer tyd was Friesland wederom in groote onlusten; want die van
+Ripperda en Heemstra bedreven groote geweldenaaryen van moorden en
+branden tegen elkander.</p>
+<p>In den jaare 1444 is overleden de heer Eppo Gockinga<a class=
+"noteref" id="xd20e1993src" href="#xd20e1993" name=
+"xd20e1993src">76</a>, waar door het geheele Oldambt, volgens accoord
+en der Oldambsteren toestemminge, onder des stads jurisdictie is
+geraakt; wordende voorts door de Magistraat van Groningen een Drost
+gestelt, <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name=
+"pb122">122</a>]</span>om de zaaken uit hunnen naam aldaar waar te
+neemen.</p>
+<p>In den jaare 1446 hebben die van Sjaardema, als hun huis, aan
+&rsquo;t oosten van Franeker, bouwvallig begon te worden, een nieuw
+huis of Slot aan &rsquo;t westereind van de stad gebouwd, op een plaats
+genaamt <i>Kaale Hei</i>, alwaar &rsquo;t noch ten huidigen dage
+staat.</p>
+<p>In dit zelve jaar, na dat het vuur der Schieringers en Vetkoopers
+we&ecirc;r ontstooken was, hebben de Vetkoopers de kerk en toren te
+Workum tegen de Schieringers versterkt. Doch deze laatsten hebben hunne
+vyanden aanstonts belegert; en de Overste Ketelhoet, die afgekomen was
+om de belegerden te ontzetten, geslagen; alwaar Ketelhoet zelve, en
+veele gemeenen zyn gedood en gevangen genomen<a class="noteref" id=
+"xd20e2005src" href="#xd20e2005" name="xd20e2005src">77</a>.</p>
+<p>In den jaare 1448, even na St. Jan, is in Appingadam tusschen de
+steden Hamburg en Groningen de vrede geslooten, waar in alles wierd
+bygelegt, en de vrye handel open gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 1453 is de Utrechtsche Bisschop, Roelof van Diepholt,
+door de Groningers voor hunnen Beschermheer aangenomen en
+gehuldigt.</p>
+<p>Ook heeft Jonker Ulrich in dezen tyd, na dat hy van de Prelaaten,
+Hovelingen, enz., tot een Heere van Oostfriesland was <span class=
+"pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" name=
+"pb123">123</a>]</span>aangenomen, de stad Embden met deszelfs burgt,
+als ook de burgt te Leeroort, van de Hamburgers gekogt voor 10000
+mark.</p>
+<p>Omtrent dit jaar heeft Philip de Goede, Hertog van Bourgondien, en
+Graaf van Holland, eerst door veele laagen, en daar na door
+dreigementen, Friesland getracht te overmeesteren. Doch de Friesen hier
+tegen, maakten gezamenlyk eene onderlinge verbindtenisse, om hem met
+een gemeene macht tegen te gaan.</p>
+<p>In den jaare 1454 was te Groningen onder de burgerye een groote
+onlust, ter oorzaake van eene zekere resolutie, by den Raad genomen,
+dat geen inwoonder van de stad de waaren, welke van de landlieden ter
+markt wierden gebragt, zoude mogen koopen; maar dat deze door
+opkoopers, van den Raad daar toe gestelt, alleen zouden mogen worden
+opgekogt, en dus verder aan de ingezetenen uitgesleten worden. Maar een
+Warner Smith, Raadsheer der stad, stelde zich hier tegen, willende
+zelfs zyn gryzen kop daar by opzetten, om de burgers van die last te
+bevryden. Hy ging derhalven van het raadhuis, en maakte zulks aan de
+Bouwmeesters en Gildens bekent. De Raad dit vernomen hebbende, is
+aanstonds met 24 mannen vergadert; welke beslooten, dezen Raadsheer
+Warner Smith om &rsquo;t leeven te laaten brengen. Weinig dagen hier na
+vergaderde de Raad weder, en deed den Raadsheer Smith door een stads
+Dienaar <span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name=
+"pb124">124</a>]</span>ontbieden: doch hy merkte het quaad; geevende
+daarom hier van aanstonds kennisse aan de Bouwmeesters en Gildens, en
+hun gebiedende, naauwe wacht te houden voor het Raadhuis. Hier op ging
+Smith met eene groote vrymoedigheid naar boven: maar den beul aan de
+deur vindende, trad hy in de Raadkamer, zeggende: &laquo;<i>Wat, wilt
+gy uw gebod met bloed schryven; door de handen van een beul?</i>&rdquo;
+Onderwyl zagen eenige heeren uit de vensteren, en vernamen dat de
+geheele markt vol gewapende en oproerige menschen stond; derhalven
+wierden zy met de uiterste verbaastheid aangedaan, en veranderden
+gansch van resolutie: want de Raadsheer Smith wierd daar op niet alleen
+vry verklaart, maar zelfs de genomene resolutie ook wederom
+ingetrokken: waarom het gepeupel we&ecirc;r vertrok.</p>
+<p>In den jaare 1455 is het Verbond tussen de stad Groningen en de
+Ommelanden voor den tyd van 10 jaaren vernieuwt. Waar op St. Martens
+toren is gefondeert, en na vyf jaaren voltrokken.</p>
+<p>In den jaare 1456 verscheen over Friesland eene ysselyke staartstar;
+waar op, eenige jaaren na malkanderen, een groote duurte omtrent de
+leevensmiddelen is gevolgt. Omtrent dezen tyd zoude, door de dapperheid
+der Friesen, die doorgaans den H. Kryg volgde, om de inlandsche
+oneenigheden te myden, wel 30000 Turken ter <span class=
+"pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" name=
+"pb125">125</a>]</span>neder gemaakt zyn, in de groote overwinningen
+die de Hongaren bevogten.</p>
+<p>In dezen tyd deed Tanne Kankena een inval in Oostringen, neemende
+Jeveren in; en voerde daar na 300 menschen gevankelyk, als mede 3000
+stuks vee, naar Hargelingeland.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1457 is Sneek byna geheel afgebrand, blyvende de
+dyk en &rsquo;t nieuw zand maar alleen over. Doch veel tyd daar na is
+het weder opgebouwd.</p>
+<p>Niet lang daar na wierd Slooten mede byna geheel door &rsquo;t vuur
+verteert; zynde in den brand gestooken uit twistende eergierigheid van
+eenige Edelen.</p>
+<p>In den jaare 1459 hebben de Groningers hunne stad met nieuwe wallen,
+gragten en poorten versterkt. Ook hebben zy David van Bourgondien,
+Bisschop van Utrecht, voor hunnen Beschermheer aangenomen en
+gehuldigt.</p>
+<p>In den jaare 1461 is Harlingen mede door den brand geheel
+vernielt.</p>
+<p>In den jaare 1462, in October, sloegen de Vetkoopers tegen de
+Schieringers by Aalsum; waar in de laatste verscheidene Grooten, en
+omtrent 250 gemeenen verlooren.</p>
+<p>In den jaare 1465 is de Zyl of Sluis van Offingawier door storm en
+onweder weggescheurt; welke opening weder gestopt wierd door een stuk
+land, leggende buitendyks, en afgescheurt zynde, daar weder in dreef,
+<span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name=
+"pb126">126</a>]</span>terwyl het door enige varkens en schaapen beweid
+wierd.</p>
+<p>In den jaare 1470 heeft Karel de Stoute de Friesen wederom getracht
+onder &rsquo;t Huis van Bourgondien te brengen, op gelyke wyze als zyn
+vader Philip, daar wy boven van gemeld hebben. Doch de Friesen vonden
+zich geraden nochmaals hunne vryheid te verdedigen. Omtrent dezen tyd,
+wierden tusschen Heemelum en Koudum, drie mannen en twee vrouwen
+doodgeslagen, zonder dat elders van eenige verdere schade gehoort
+wierd. En op Ameland quam een walvis, 83 voeten lang, aandryven.</p>
+<p>In den jaare 1471 hebben de Groningers, na dat de Hertog van Beyeren
+hun den oorlog hadde aangekondigt, hunne stad zeer vast gemaakt;
+maakende eene aarde wal buiten de gragt, aan de zuidkant, met zes
+steene torens: ook een steenhuis aan de inloopinge van de Hunse en Aa:
+als mede de Heere en daar na de Ooster poort; en hebbende de stad
+tegenwoordig acht poorten, daarze bevoorens &rsquo;er maar zes had
+gehad.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd leefde de vermaarde en hooggeleerde jongeling
+Andreas Canter, van Groningen, welke 10 jaaren oud zynde, by den Keizer
+Frederik de derde ten Hove ontboden wierd, om zyne groote
+geleertheid<a class="noteref" id="xd20e2057src" href="#xd20e2057" name=
+"xd20e2057src">78</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb127" href=
+"#pb127" name="pb127">127</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1472 wierd door Jonker Onno van Ewsum een zeer zwaare
+toren te Middelstum gebouwd, dat geheel strydig tegen de gemaakte
+verbonden was. De Groningers namen het daarom ook zeer qualyk; zendende
+eenige Gecommitteerden derwaarts, om het werk te bezigtigen. Hy quam
+ondertusschen zelve te Groningen, en betuigde niets quaads tegen de
+stad in den zin te hebben; maar dat hy alleen een schuilplaats tegen
+zyne vyanden zogt. Echter wierd hem door den Raad geordonneert, dat de
+zwaarte der muuren van 6 tot 3 voeten moesten vermindert worden,
+volgens hun gemaakt verbond. Doch Jonker Onno voer evenwel met het werk
+voort: en om andere zwaarigheden, dachten de Heeren van den Raad niet
+meer aan hem.</p>
+<p>In den jaare 1474 deed een watervloed, over Friesland gaande, veel
+schade aan menschen en beesten.</p>
+<p>In den jaare 1477, den 17de van September, was &rsquo;er de Cosmus
+en Damianus vloed: waar door in Friesland en elders zwaare schade
+geschiede. By &rsquo;t klooster te Lidlum wierd een zeekalf gevangen;
+en in de gragt van Bolswert wierden mede twee zeldzame visschen
+gevangen, schynende de <span class="pagenum">[<a id="pb128" href=
+"#pb128" name="pb128">128</a>]</span>eene vleugelen te hebben, en de
+andere een zeehond te zyn.</p>
+<p>In den jaare 1478 hebben de Groningers het slot te Wedde, van Hayo,
+te Westerwolde, ingenomen en geslegt; maakende aanstonds op een andere
+plaats een nieuw slot, en noemde het zelve Pekel a Burg, of Pekelburg;
+alwaar de Groningers een Kastelein op stelden, welke over Westerwold en
+het deel van den Oldambt, aan de eene zyde van den Dollaart, zoude
+richten.</p>
+<p>In den jaare 1480 is binnen Bolswert een kind met twee hoofden
+gebooren. En te Leeuwarden zyn in dezen tyd de eerste Gildens in
+gestelt.</p>
+<p>In den jaare 1481 quamen de Keizerlyke Gezanten Steenbergen en Loo
+te Groningen, en presenteerden hunne brieven aan den Raad en de
+Gemeente, waar in de Keizer, den Burgemeesteren en Raaden in Groningen,
+het Potestaatschap van Wester-Lauwers eeuwig en erffelyk gaf, zonder te
+mogen beroepen worden, enz.; als mede met de ridderlyke <span class=
+"corr" id="xd20e2077" title="Bron: ordre">orde</span> wierden
+begiftigt, zo wel de toekomende als tegenwoordige Burgemeesteren en
+Raadsheeren dezer stad. Ook gaf hy hun het recht, om goude en zilvere
+munt te slaan. Doch het accoord wierd niet getroffen: waar van de
+voornaamste oorzaak was, zo men zegt, om dat de Keizer een jaarlyksche
+tribuit van 10000 rhynsche goudguldens eischte, te betalen uit de
+inkomsten van Friesland over de <span class="pagenum">[<a id="pb129"
+href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>Lauwers: &rsquo;t welk alhier
+te zwaar wierd geacht.</p>
+<p>In den jaare 1482 wierd het groote en vermaarde laatste verbond
+tusschen de stad Groningen en Ommelanden voor den tyd van 40 jaaren
+gemaakt. Waar na Stad en Lande heeft gefloreert, en in rykdommen
+toegenomen. Waar op voorts de hooge en zwaare St. Martens tooren is
+voltrokken<a class="noteref" id="xd20e2084src" href="#xd20e2084" name=
+"xd20e2084src">79</a>.</p>
+<p>In den jaare 1486, in October, overleed te Heidelberg de
+Hooggeleerde en beroemde Rudolf Agricola; hy was te Baflo, in
+Groningerland gebooren, en zeer geleerd in de hebreeuwsche, grieksche
+en latynsche taalen; ook was hy een groot musicus, hebbende het groote
+en deftige orgel in St. Martens kerk te Groningen eerst nieuws
+gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 1487 is de stad Leeuwarden door de Schieringers
+gewapenderhand ingenomen.</p>
+<p>Ook hebben de Groningers een rykgeladen Hollands schip, &rsquo;t
+welk de Oostfriesen genomen hadden, hun op de Wadden we&ecirc;r
+ontweldigt; wordende de roovers daar van te Groningen opgebragt, en den
+kop afgeslagen. <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130"
+name="pb130">130</a>]</span></p>
+<p>Daar na trokken de Groningers &rsquo;t Drenth in, en haalden Jonker
+Aapke Ewsums Huis te Ro&ocirc;n om verre. Als mede hadden zy, onder het
+bevel van Ulrich, te Dornum, een aanslag op den Dam; doch
+vrugteloos.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd is een vrouwe ligchaam, 12 houtvoeten lang, uit de
+zee opgeworpen, en aan het strand van Ter Schelling komen
+aandryven.</p>
+<p>In den jaare 1490 vermeesterden de Vetkoopers, die nu voor &rsquo;t
+meerendeel door verloop van hunne zaaken, in Holland gevlugt waren, de
+stad Workum; komende, onder &rsquo;t geleide van Yge Gaalema, uit
+Holland over &rsquo;t ys aantreeden.</p>
+<p>In dit zelve jaar is de wydberoemde Wesselius Gansefort, te
+Groningen gebooren, aldaar overleden; zynde door zyne theologische
+Studien zo beroemd, dat hy <i>&rsquo;t Licht der Waereld</i> genaamt
+wierd. Hy was ook een groot medicus, hebbende Paus Sixtus de vierde
+eenige jaaren als Lyfmedicus gedient, en wierd in het geestelyke
+Maagde-Klooster begraven.</p>
+<p>In den jaare 1491 heeft Berlikum noch de voorrechten en vryheden van
+stads gerechtigheid gehad. Omtrent dezen tyd ontstonden in Friesland
+verscheidene branden aan huizen: ook vertoonden zich veele gezichten
+aan de lucht, als voorboden van droevige tyden.</p>
+<p>In dit zelve jaar hebben de Groningers die van Dokkum, Dongeradeel,
+enz., mede <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name=
+"pb131">131</a>]</span>in hun verbond aangenomen, wordende het accoord
+voorts opgemaakt, en op St. Lamberts Dag van we&ecirc;rszyden
+geteekent. Doch dit verbond heeft naderhand groote onlusten en
+bloedstortingen veroorzaakt. Want de Groningers zyn daar na met een
+groote krygsmacht in Friesland gevallen, om de malcontenten, die noch
+tegen dat verbond waren, tot gehoorzaamheid te brengen; smeeten veele
+steenenhuizen omverre, en zettede eenen Sikko Bolte voor Dokkum op een
+rad.</p>
+<p>In den jaare 1492 quamen de Leeuwarders mede in het Groninger
+verbond. Maar die van Sneek, en meer andere Hovelingen daar omtrent,
+bleven daar noch tegen; waarom zy met de Groningers, omtrent
+Leeuwarden, in gevegt traden, daar zy zeer ongelukkig vegtende, van hun
+100 mannen gedood, en 250 gevangen wierden. Doe stelden de Groningers
+een Gouverneur te Leeuwarden en Dokkum, die deze twee steden, en
+genoemde landen, uit hunnen naam, aldaar regeeren en bestellen
+zoude.</p>
+<p>In den jaare 1493 quam de Heer Otto van Langen, als Ambassadeur van
+den Keizer Frederik de derde, in Friesland, om de partyschappen en
+oorlogen, tusschen de Groningers en die van Sneek, met hunne
+aanhangers, by te leggen.</p>
+<p>Ook zyn de Friesen in dezen tyd in Munsterland gevallen, beroofden
+en staken verscheidene dorpen in brand, en sloegen veele <span class=
+"pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" name=
+"pb132">132</a>]</span>menschen dood. Insgelyks deeden de Munsterschen
+wederom aan de andere kant, spaarende noch kerk, noch dorp in
+Friesland.</p>
+<p>In den jaare 1494 hebben de Groningers hunne Gezanten aan den Keizer
+Maximiliaan gezonden, die het gemaakte verbond met die van Oostergo
+confirmeerde, mits aan hem betaalende 10000, en aan den Hertog van
+Saxen 1000 rhynse guldens. Hier na zond de Keizer drie van zyne
+Hofraaden in Friesland, te Leeuwarden, Dokkum, enz.; alwaar zy de
+Groningers lieten huldigen, plicht en eed doen, uit naame des H.
+Roomschen Ryks.</p>
+<p>In dit zelve jaar heeft Keizer Maximiliaan de oude voorrechten en
+vryheden der Friesen op nieuws weder door brieven bevestigt; beveelende
+hun, als voorheen, wederom uit hunne eigene Edelen eenen Landsheer te
+verkiezen, op dat de verwoede handelingen en heillooze scheuringen eens
+ten einde mogten komen: dreigende hen, by nalaatigheid van dien, onder
+een vreemd Heer te willen zetten, met een eeuwig verlies van hunne
+vryheid; alzo hy zulks verstond, tot merkelyke ruste van het Duitsche
+Ryk, te behooren.</p>
+<p>Hier op wierd <span class="sc">Julius Deekema,</span> van Baard, by
+gemeenen raade, tot Landsheer of Potestaat verkooren, om dat hy een man
+was, vreedzaam van gemoed, en een haater van tweespalt.</p>
+<p>In dit zelve jaar, &rsquo;s nachts omtrent twee <span class=
+"pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name=
+"pb133">133</a>]</span>uuren, hoorde men digt by Bolswert, een
+schrikkelyk geraas en getier, als van strydende heirlegers; zo dat de
+wacht, de ronde doende, in &rsquo;t eerst meinde, dat &rsquo;er in der
+daad een gevegt omtrent de stad was.</p>
+<p>In den jaare 1495 hebben de Schieringers, gesterkt met de vreemde
+krygslieden van Hertog Albrecht, uit Holland gehaalt, en wel 2000
+uitmakende, Workum en Hottingahuis ingenomen: brandschattende
+Hindeloopen, Molkwerren, Staveren en geheel Wymertserdeel. Koudum
+stakenze in den brand. Doe schattenze de Gaasterlanders. Deze riepen de
+Woudlieden om hulp: en zich daar tegen kantende, belegerdenze te gelyk
+Slooten.</p>
+<p>In den jaare 1496, in January, hebben de Schieringers, die zich met
+veele Geldersche krygslieden, onder den Oversten Fox, binnen Sneek
+versterkt hadden, een tocht ondernomen, om de Woudlieden en
+Gaasterlanders van &rsquo;t beleg voor Slooten te doen opbreeken: de
+Woudlieden, yverende tegen de onderdrukkingen en brandschattingen der
+Schieringers, die nu dagelyks veele Gelderschen in het Land hadden
+gehaalt, stelden zich op Sneekermeer tot tegenweer; doch het ys, door
+hunne zwaarte, aan stukken barstende, verdronken &rsquo;er veelen; die
+staande bleeven, verweerden zich tot den laatsten man; zo dat &rsquo;er
+over de 4500 Woudlieden omquamen, en de Overste Fox wierd zelve mede
+gequetst. <span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name=
+"pb134">134</a>]</span></p>
+<p>De stad Harlingen door de Groningers, die naast eenige dagen in
+&rsquo;t Land gekomen waren, in bezettinge genomen zynde, wierden door
+die van Franeker overrompelt; doch, door dien zy &rsquo;t blokhuis der
+Groningers niet meester konden worden, moesten zy gemelde stad weder
+verlaaten, na alvoorens dezelve uitgeplondert te hebben, en een Busse
+of stuk Geschut, dat &rsquo;er ter verdediging der stad gevonden wierd,
+mede naar Franeker te neemen. Daar na vermeesterdenze echter het
+blokhuis, en de Groningers geraakten het Land uit.</p>
+<p>In den jaare 1497, wierden Redmer Vealma, Ridder, en Barent Conders,
+Burgermeester, met 7 a 8000 mannen, door de Groningers naar de Lemmer
+gezonden; welke by Takezyl een sterk Kasteel bouwden. Daar na kogten de
+Sneekers Jonker Fox met zyn krygsvolk uit Sneek, en geheel
+Westfriesland, voor 8000 rhynse guldens.</p>
+</div>
+<div class="div2" id="erfheeren"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e2146" class="main">VI. Erfheeren.</h3>
+<div class="div3" id="albrecht">
+<h4 id="xd20e2149" class="main">1. Albrecht, Hertog van Saxen.</h4>
+<p class="firstpar">In den jaare 1498 is Albrecht, Hertog van Saxen,
+door Keizer Maximiliaan in Friesland gezonden; hem aanstellende tot
+Erfstadhouder, of Erfpotestaat van Oostergo, Westergo, Sevenwouden,
+Groningen en Ommelanden, Ditmarsen, Strandfriesen, Wirsters en van
+Stellingwerf: zynde de Keizer, <span class="pagenum">[<a id="pb135"
+href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span>door quaade aandieningen van
+zyne Gezanten, verkeerdelyk onderricht omtrent de verschillen der
+Landzaaten: te weeten, als dat dezelve wel tot merkelyk nadeel van het
+Roomsche Ryk mogten uitvallen: heeft daarom de vryheid der Friesen
+omverre geworpen, alschoon dezelve van Karel den Grootes tyden af, ook
+by zynen vader Sigismund, en noch onlangs door hem zelve zo wel
+bevestigt was. Maar de voornaamste oorzaaken waren, dat Hertog
+Albrecht, hebbende de voogdyschap der Graaflykheid van Holland voor
+Philip van Oostenryk bedient, die in het voorgaande jaar mondig was
+geworden, eischte, voor de onkosten, die hy in den oorlog tusschen de
+Hoekschen en Kabeljauwschen te beslegten hadde gemaakt, een zomma van
+350000 rhynsche guldens: ter verzekeringe voor die zomma, eer het konde
+opgebragt worden, heeft Maximiliaan Friesland, enz., als een leengoed
+des Roomschen Ryks, hem te pande gegeeven; tot &rsquo;er tyd toe dat
+gemelde 350000 rhynsche guldens door Philip of de zynen aan hem zouden
+opgebragt zyn. Waar op Albrecht van Saxen, op zyn luimen leggende, hoe
+hy een voet in het Land zoude krygen, heeft door heimelyke listen en
+bezendingen zo veel te weege gebragt, dat eenige Schieringers, die nu
+de zwaksten waren, een verbond met hem maakten. Doch de Hertog de
+Friesen in &rsquo;t gemeen ongenegen vindende, besloot eerst om dezelve
+met geweld te bedwingen; <span class="pagenum">[<a id="pb136" href=
+"#pb136" name="pb136">136</a>]</span>maar in raad weder veranderende,
+bragt door verscheidene listen en bedriegeryen vreemde krygslieden in
+&rsquo;t Land; waar door hy de Schieringers met veele geweldenaaryen
+tot verdrag bragt, en hem in Westergo innamen. Daar op zyn de
+Vetkoopers, na eenige vergeefsche tegenweer, mede tot de huldiging des
+Hertogs wegens Oostergo vereenigt. Alleen stond Leeuwarden, en eenige
+aanhang, hem noch tegen: doch na eenigen tyd belegert te zyn geweest,
+gaf het zich mede in het verdrag. Hier op liet de Hertog te Leeuwarden
+aanstonds een blokhuis bouwen, van de steenen der afgebrookene stinsen,
+die hy tegens wille van de eigenaars liet afwerpen, om tot gemeld
+blokhuis te gebruiken.</p>
+<p>In den jaare 1499 had Graaf Edzard van Oostfriesland het oog op
+Groningen, doch die van binnen zulks gewaar wordende, trokken uit,
+onder het bevel van Ulrich, te Dornum, met 200 mannen, neemende den Dam
+in en bezetteden de aankomsten aan de Eems, als Farmsum, Oterdum,
+Reide, enz., en deeden verscheidene Ommelander heerenhuizen omverre
+werpen. Evenwel trok Graaf Edzard met zyne krygsmacht over in den
+Oldambte, bestaande het geheele leger uit 2800 burgers en soldaaten,
+benevens de Ommelander Hovelingen, neemende aanstonds Pekel a Borg in.
+Daar na dwongen zy de Oldambsters 2200 rhynse guldens brandschattinge
+af; en trokken dus <span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137"
+name="pb137">137</a>]</span>voort voorby Slochteren, tot in het
+klooster Wittewyrum: waar door de Groningers den Dam en de andere
+plaatsen verlieten; en dezelve door des Graaven volk wederom in
+bezettinge wierd genomen. Graaf Edzard zelfs quam met 1000 burgers over
+de Eems; hy was uit den Oldambte naar huis getrokken, en deed groot
+geweld van rooven, branden, en schattinge te vorderen. Doch de
+Groningers spaarden hunne vyanden ook niet. Nochtans maakte Graaf
+Edzard een kasteel te Oterdum, en den Dam vast tot een
+oorlogsstoel.</p>
+<p>Ondertusschen zonden de Groningers 400 soldaaten, met een goed
+gedeelte van oorlogsgereetschap voor het huis te Sauwert: &rsquo;t welk
+ten eersten aan hun wierd overgegeven; wordende aldaar de vestingwerken
+afgeworpen, en de bezettinge gevangkelyk mede in de stad gevoert.</p>
+<p>Den 22ste van July is Jonker Fox met zyn volk, 250 mannen sterk
+zynde uit Friesland, over Drenth, naar Graaf Edzard willende, door de
+Groningers omtrent Cropewolde aangetast en geslagen; Fox zelve wilde
+zich niet overgeeven, schoon hy verscheidene wonden gekregen had, maar
+vogt, op zyn kni&euml;n leggende, zo lang tot hy den geest gaf. De
+Groningers hadden hier een groote overwinninge, want 30 bleeven
+&rsquo;er, behalven Fox zelve, van de vyanden dood, en 125 wierden
+&rsquo;er gevangen.</p>
+<p>Alhoewel deze Jonker Fox altoos der Groningers <span class=
+"pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name=
+"pb138">138</a>]</span>ergste vyand is geweest, hebbende zy hem
+evenwel, om zyne dapperheid, naar Groningen gevoert, en aldaar in de
+Minnebroeders kerk, met eeretekenen begraven. Door het verslaan van
+dezen Jonker Fox, heeft het plaatsje Foxhol zyne benaaminge
+bekomen.</p>
+<p>In dit zelve jaar, quam Hertog Albrecht, met zynen zoon Hendrik, te
+Harlingen aan; en wierd eerst te Franeker, en daar na te Leeuwarden op
+&rsquo;t Oude Hof ingehuldigt. Binnen Franeker heeft hy, om eene goede
+bestellinge der wetten in den Lande te geeven, den Hoogen Raad, die wy
+nu noch het Hof van Friesland noemen, ingestelt.</p>
+<p>Daar na vertrok Hertog Albrecht uit Friesland, naar Meissen, in
+Duitschland, laatende zyn zoon Hendrik, aangestelt als Stadhouder, op
+het Hof binnen Franeker; zynde het Slot van Sjaardema. Doch deze niet
+wel onderrecht zynde, leide de gemeente ondraagelyke lasten op; waar
+door een groot oproer ontstond.</p>
+<p>In den jaare 1500 hebben de Friesen hem in Franeker met 16000 mannen
+komen belegeren: en vooral waakende dat &rsquo;er geen meerder vreemd
+krygsvolk in &rsquo;t Land wierd gebragt, zo namenze dit volgende voor
+hunne leuze: <i lang="fy">Fjouwer lotter-claer leep aayen op in finne
+herne in ien nest<a class="noteref" id="xd20e2177src" href="#xd20e2177"
+name="xd20e2177src">80</a>.</i> Die dit <span class="pagenum">[<a id=
+"pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span>niet zeggen kon,
+achten zy een Uitlander te zyn, en wierd aanstonds veroordeelt om
+verdronken te worden. Om hunne belegeringe voort te zetten, en gemelde
+stad te vuur en te zwaard wel aan te tasten, hebben zy de Groningers
+ondertusschen voor vier stukken geschut, tot dit beleg benoodigt, alle
+het zilverwerk en andere kostelykheden, uit alle kerken en kloosters
+geligt zynde, te pande gegeven. Albrecht ondertusschen, met veel volk
+uit Meissen te rugge komende, slaat, met een onderstand van den Graaf
+van Holland, het leger voor Franeker weder op. Waar op die van
+Leeuwarden hunne stad verlaaten: en Hertog Hendrik trok daar weder in,
+bedryvende alomme veel moedwille, brengende veele Edelen en gemeene
+lieden in ballingschap.</p>
+<p>In dit zelve jaar is den Dam door de Groningers belegert, en zeer
+hevig beschooten, maar het afkomen van Graaf Edzard, en de
+overstroominge van het water, deed hen dezelve wederom verlaaten, en
+naar Groningen trekken. Waar op des Graaven volk, in moedwil
+uitbarstende, hier na de dorpen Wagenborgen, Uithuizen en Meden in
+brand stak, waar door veele huizen verteerden.</p>
+<p>Ook zynze daar na in de Marne gevallen, hebbende de Groningers, die
+met de landlieden te zamen vereenigt waren, geslagen; en daar na
+ongehoorde gruwelstukken van rooven, moorden en branden, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" name=
+"pb140">140</a>]</span>vrouwen verkragten, en kerkschenderye
+bedreeven.</p>
+<p>Groningen wierd door de Saxen op den eersten van Augusty aan de
+noordzyde belegert, leggende het geheele leger voor de naaste
+molenbergen van de stad; van waar hetzelve, doch met weinig schade, 15
+a 16 dagen beschoten wierd. Maar hunne schepen van proviand en
+oorlogs-ammunutie lagen het Reidiep langs, waar by 1000 mannen Saxen
+tot dekking in Jarges tigchelwerk geposteerd waren.</p>
+<p>Onderwylen quam de Bisschop van Utrecht, met verscheidene heeren uit
+de Staaten des Lands in &rsquo;t leger, en bewerkte zo veel tusschen
+den Hertog van Saxen en de stad Groningen, dat de vrede op den 21ste
+van Augusty te Aduard voor eenige maanden geteekent wierd. Waar op het
+beleg aanstonds wierd opgebroken, en 12000 soldaaten daar van naar
+Friesland gezonden; trekkende de Hertog zelve met het overige volk naar
+den Dam, en van daar naar Embden; daar hy, na eene ziekte en
+hoofdwonde, die hy door een musquetkogel in het beleg had ontfangen, op
+den 8ste van September is komen te sterven.</p>
+</div>
+<div class="div3" id="k6.2">
+<h4 id="xd20e2204" class="main">2. Georg, Hertog van Saxen.</h4>
+<p class="firstpar">Deze is, volgens het recht van erffenisse, in
+&rsquo;s vaders plaats gekomen; na dat zyn <span class=
+"pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name=
+"pb141">141</a>]</span>broeder Hendrik zyn recht aan hem by verdrag had
+over gedaan.</p>
+<p>In den jaare 1501 hebben de Groningers 2000 soldaaten aangenomen,
+onder voorwaarde, dat zy hen den Dam zouden helpen winnen, waar voor zy
+dan zouden genieten, behalven de plondering, 7000 guldens, en al het
+geene dat zy tot dien aanslag noodig zouden hebben. Daar op zynze den
+18de van May met malkander uitgetrokken, en berenden voorts den Dam aan
+drie kanten; neemende ondertusschen Delfzyl weg, en sloegen het daar
+binnenleggende guarnisoen dood. Vervolgens deeden zy verscheiden
+stormen op den Dam, en schooten &rsquo;er den brand in: maar die van
+binnen zich mannelyk kwytende, sloegen hen t&rsquo;elkens af.
+Ondertusschen quam Graaf Edzard met 4000 mannen over de Eems, regt uit
+naar den Dam, stellende zyn krygsvolk, in drie&euml;n verdeelt, in
+slagorde, met het geschut vooraan, en marcheerde alzo op den weg van
+Jukwert, regts tegens hunne vyanden in; waar op het bloedvergieten
+aanging, en wierd &rsquo;er zo gruwelyk onder de Groningers geslagen,
+dat ze den Dam moesten verlaaten, en de vlugtende tot aan Groningen
+nagezet; die zo droevig verslagen of in de Damstervaart verdronken, dat
+&rsquo;er, naar &rsquo;t zeggen van zommige, 3000 mannen wierden
+verlooren, waar onder vier Burgemeesters zoonen van Groningen, als
+Albert Jarges, Harmen Jarges, Gosen Schaffer, en Johan Mepsche.
+<span class="pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142" name=
+"pb142">142</a>]</span>Daar na namen de Saxen het Huis te Mude in, en
+verbranden eenige molens en kapellen aan de noordzyde voor Groningen;
+ook op een na alle de molens en huizen aan de zuidkant, tot aan de
+gragtswal.</p>
+<p>In den jaare 1502 quam de jonge Hertog van Saxen in Groningerland,
+by hem hebbende zes Graaven, veele Edelen, 200 ruiters en 300
+soldaaten, met allerlei veldstukken en bagagie. De eerste nacht bragt
+hy door te Aduard, mits naauwe wacht houdende voor de Groningers,
+hoewel &rsquo;t bestand noch liep. Van daar trok hy naar den Dam,
+alwaar hem de burgers met kruissen en vaanen te gemoet traden, en met
+veele eeretekenen in haalden. Zy droegen altemaal vellen op hunne
+knie&euml;n, ten teeken van onderwerping: waar op de hovelingen uit de
+Ommelanden, in den Dam wezende, hem mede huldinge en eed hebben
+gedaan.</p>
+<p>In dezen tyd hebben de Groningers met Hertog Karel van Gelder een
+verbond gemaakt; mits dat de wederzydsche burgers in elkanders land een
+vryen koophandel zouden mogen dryven.</p>
+<p>In den jaare 1504 heeft Graaf Edzard, by de punterbrug, een zeer
+sterk kasteel laaten bouwen; &rsquo;t welk naderhand Weerdenbras
+genaamt is geworden.</p>
+<p>In den jaare 1505 was te Harlingen een zwaare nood van water, waar
+door veele dyken doorbraken. Daar op volgde een groote droogte in den
+lande, waar door <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143"
+name="pb143">143</a>]</span>zwaare branden in de veenen wierden
+veroorzaakt: als ook te Hindeloopen, dat met &rsquo;er kerk voor
+&rsquo;t meerendeel geheel verteerde.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 8ste van April, trok een party Groninger
+burgers en soldaaten naar Onderdendam, en bragten by hunne te rugkomst
+14 Saxische soldaaten en twee boeren gevankelyk mede in Groningen; waar
+door het oorlogsvuur weder ontstooken wierd.</p>
+<p>Den 20ste dito quam een troup Saxischen uit Aduard, in den nacht, by
+de Aa Poort, en verbranden aldaar 8 a 9 huizen. Daar tegen zonden de
+Groningers 4 a 500 mannen naar Oosterwyrum en de omleggende plaatzen,
+brandende het dorp Heveskes geheel af, en haalden een grooten buit van
+ossen, koeyen en schaapen van Wytwert, enz.; alwaar de kerken wierden
+aangetast, de goederen daar uit gehaalt, en naar Groningen gevoert.</p>
+<p>Den 22ste van Augusty wierden de Groningers en Saxischen te Haren
+handgemeen, alwaar de eersten 20, en de laatsten 100 mannen op het
+slagveld lieten leggen.</p>
+<p>Aldus de oorlog wederom een begin genomen hebbende, droeg de Hertog
+van Saxen het veldheerschap op aan Graaf Edzard van Oostfriesland, en
+Jonker Vitus, van Draaksdorf, die de Groningers &rsquo;er toegangen
+zeer naauw lieten bezetten: waar door die van binnen, zich zeer
+geprangt vindende, en van alle hulpe ontbloot ziende, wierd het
+<span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name=
+"pb144">144</a>]</span>gemeene volk nochtans, door de onmenschelyke
+wreedheden der Saxen, te meer verbittert: waarom de Groningers hunne
+bescherminge by iemand wilden zoeken. Hier op verkozenze Graaf Edzard,
+van Oostfriesland, voor hunnen Beschermheer; aan wien zy de stad
+opdroegen; waar van de artykelen in den jaare 1506, op den 24ste van
+April, wierden bezegelt, wordende in dezelve alle de privilegien en
+vryheden, die Groningen met haare ingezetenen ooit gehad hadden,
+behouden. Daar op quam de Graaf met zyne keurlyke krygsbenden, verzelt
+met veele Edelen, naar Groningen af; gaande de Magistraat van de Stad,
+benevens de jonge manschap en soldaaten, door de Poele Poort uit, hem
+tot aan Ooster Hoogebrug te gemoet, en deeden hem aldaar den eed van
+getrouwheid. By de Poele Poort gekomen zynde, ontfong hy uit handen van
+Burgemeesteren de sleutels van de stads poorten. Vervolgens wierd de
+Graaf met een prachtige staatsie, onder het losbranden van &rsquo;t
+kanon, trommen- en trompettengeschal, luiden der klokken, enz., ter
+stad ingehaalt; rydende alzo de Poelestraat door, naar de markt, alwaar
+het krygsvolk in volle wapenen, in ryen en gelederen geschaart stond,
+tot aan de hoek van de Gelkingestraat, daar het logement voor hem
+bereid was. Daags daar aan ging hy in St. Walburgs kerk, alwaar de
+burgers hem huldinge, pligt en eed deeden, volgens inhoud <span class=
+"pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name="pb145">145</a>]</span>van
+het accoord. Daar na deed de Graaf een sterk en zwaar kasteel bouwen,
+tusschen de Steenstil en Ooster Poort, zynde voorzien met zeer wyde en
+diepe gragten en hooge wallen.</p>
+<p>In den jaare 1506 quam Hertog Georg in Friesland, en wierd
+ingehuldigt. Hy gebood, om over geheel Friesland te gebruiken de
+Workumer ellen, het Bolswerder loopen, de Leeuwarder kanne, de Keulsche
+wicht; en het Hof van Gerichte, by zynen vader te Franeker ingestelt,
+liet hy naar Leeuwarden vervoeren. Daar na liet hy het Bild allereerst
+bedyken, na dat het al eenige jaaren goed vast land was geweest, en by
+zynen vader Albrecht in eigendom ware genomen, zonder dat de Staaten
+des lands daar in bewilligt hadden.</p>
+<p>In dezen tyd heeft gemelde Hertog ook de Floreen Rente over den
+Lande gestelt, en elk naar hunne schattinge doen betaalen; waarom, om
+het zo veel te gemakkelyker in te vorderen, hy het Landschap in zyne
+hoofddeelen onderscheiden heeft: die wy nu Grietenyen noemen.</p>
+<p>In den jaare 1507 heeft de Hertog van Saxen, na dat Graaf Edzard
+Groningen in &rsquo;t bezit had genomen, groote pretensien van den
+Graaf en de Groningers gevordert. Doch deze questien zyn te Constans op
+den Ryksdag gebragt, alwaar wederzydsche Gezanten wierden gezonden;
+maar naderhand ook te Keulen hervat. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb146" href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span></p>
+<p>In dit zelve jaar is de vaart van Leeuwarden naar Franeker, en naar
+Bolswert begonnen gegraaven te worden.</p>
+<p>In den jaare 1508 is Norden, in Oostfriesland, door zyn eigen vuur
+voor &rsquo;t meerendeel verbrand. En op den 16de van October was de
+tweede St. Gallus watervloed, welke in Oostfriesland en elders groote
+schade veroorzaakte: wordende in de zelve kabeljauw en wytingen voor
+Groningen gevangen.</p>
+<p>In den jaare 1509, den 26ste van September, was &rsquo;er een hooge
+watervloed over Friesland, Groningerland, en elders, waar door niet
+alleen verscheidene dyken zyn weggespoelt, maar ook veele menschen en
+beesten verdronken. By de Dollaart scheurde een stuk lands af, op welke
+10 a 12 zwaare beesten te weiden gingen, van het overige land in den
+Oldambte, en dreef over de Dollaart, in Reiderland, alwaar het vast en
+behouden bleef zitten; &rsquo;t welk naderhand een oorzaak van proces
+gaf tusschen die van &rsquo;t verdrevene en &rsquo;t aangespoelde stuk
+land.</p>
+<p>In den jaare 1511 ontstond &rsquo;er te Leeuwarden een zwaare brand,
+die wel 200 huizen verteerde.</p>
+<p>In den jaare 1512 wierd Koeverden door Roelof van Munster, gewezene
+Drost van &rsquo;t Drenth, met verrassinge ingenomen. Doch zeer kort
+hier na, heeft de Bisschop Munster hem wederom belegert, en tot
+verlaatinge <span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name=
+"pb147">147</a>]</span>dier plaats gedwongen; stellende daar doe
+wederom tot Drost Adolf van Rechteren.</p>
+<p>In den jaare 1513 zond de Keizer Maximiliaan een scherp mandaat aan
+Graaf Edzard, hem gebiedende, op zwaare straffe, de stad Groningen te
+verlaaten, en dezelve aan den Hertog van Saxen in te ruimen: doch
+vrugteloos.</p>
+<p>In den jaare 1514, in het begin, deed de Hertog van Saxen, ziende
+dat hy &rsquo;t met die van Groningen niet eens konde worden, een inval
+in Oostfriesland, doende allerlei wreedheden van moorden, brandschatten
+en branden. Zy belegerden zelfs Lieroort; doch dat zy, na de Hertog van
+Brunswyk zyn leeven daar voor had verlooren, moesten verlaaten.</p>
+<p>Den 7de van Juny wonnen de Saxen in Groningerland het sterke
+klooster Selwert, doende het zelve versterken, en met een sterk
+guarnisoen bezetten. Ook hebben zy Delfzyl met geweld ingenomen,
+slaande aldaar alles dood dat zy vonden, slegten de werken, en staken
+het plaatsje in brand.</p>
+<p>Voorts quam Graaf Edzard, na dat hy zyn eigen land tegen de Saxen
+had verdedigt, met 700 mannen hulptroepen te Groningen; die op den
+volgenden dag buiten de Bottinge Poort met de Saxen slaags raakten,
+waar door veelen sneuvelden.</p>
+<p>Den 21ste van July, trok de Hertog van Saxen met zyn leger, om zich
+aan Groningen <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name=
+"pb148">148</a>]</span>en Graaf Edzard te wreeken, voor den Dam, doende
+die plaats aan drie zyden belegeren. Daar binnen waren 800 kloeke
+welgewapende mannen, een goede meenigte boeren, en een strydbaare
+burgerye tot bezettinge. Otto van Diepholt was Commandeur; benevens hem
+waren &rsquo;er noch eenige dappere Edelen. De belegeraars damden de
+slooten, en sloegen by nacht een brug over de vaart: zy aprocheerden,
+werkten in de aarde, en schooten met gloeijende kogels hevig op de
+stads vesten en poorten. Die van binnen queeten zich dapper: maar de
+groote menigte der vyanden stormde op den 3de van Augusty op de drie
+poorten te gelyk, met een afgrysselyk geweld: na dat zy t&rsquo;elkens
+waren afgeslagen, met den jongen Hertog van Brunswyk achter hen,
+roepende vreesselyk, en dreef zyn volk alzo aan, tot dat zy eindelyk de
+belegerden overwonnen, en in de stad quamen; waar op het moorden
+aanging, wordende in de eerste furie noch kerken, noch autaaren, noch
+kraamhuizen gespaart. De jonge Hertog rende door de straaten, met het
+bloote zwaard in de hand, roepende: <i>Sla dood, sla dood, tot wraake
+van myn Vader!</i> Veelen zyn op de autaaren, eenige met de beelden
+omvat, en andere met het kruisifiks in hunne handen, omgebragt. Eylco
+Lewe stond met een lang slagzwaard in zyn hand, en sloeg zo gruwelyk
+onder de vyanden, dat &rsquo;er veelen met hem gedood wierden. Het
+getal der <span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name=
+"pb149">149</a>]</span>dooden wierd in alles op 1136 gerekent. Omtrent
+200 soldaaten en weinige burgers wierden &rsquo;er gevangen genomen;
+doch 150 waren &rsquo;er reeds in den beginne der overval ontkomen. De
+Commandant Diepholt, en noch een Kapitein, wierden gekeetent en
+gevangkelyk naar Medenblik gevoert. De vrouwen en kinderen wierden ook
+gevangen gezet en gepynigt, om de verborgene schatten aan te wyzen; en
+daar na naakt en bloot ter stad uitgejaagt. En de schoonste maagden en
+jonge vrouwen wierden door de soldaaten eenigen tyd tot vuile lusten
+gehouden.</p>
+<p>Hier na heeft Graaf Edzard de Regeeringe van Groningen verlaaten:
+waar op de Groningers Karel van Egmond, Hertog van Gelderland, voor
+hunnen Beschutsheer hebben aangenomen; doende voorts den eed aan zyn
+Marschalk Willem van Ojen op den 3de van Novemb. in St. Walburgs
+kerk.</p>
+<p>In den jaare 1515, omtrent Driekoningen Dag, hebben de Saxischen uit
+den Dam de kerk en &rsquo;t geheele dorp Farmsum geplondert en ten
+eenemaal verbrand.</p>
+<p>Den 17de van Maart namen de Groningers het kasteel of blokhuis by
+Aduwarderzyl in, en hebben het ten eenemaal geraseert en geslegt. Ook
+hebben zy, met hulpe Van Graaf Edzards volk, Delfzyl met geweld
+ingenomen: als mede den Dam, alwaar in &rsquo;t uittrekken der Saxische
+troupen een groot tumult ontstond; want de burgers en eenige
+<span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150" name=
+"pb150">150</a>]</span>soldaaten, de oude bejegeningen noch in &rsquo;t
+hoofd zittende, vielen in hunne achterhoede, plunderden de bagagie, en
+ontnamen hun vele goederen.</p>
+<p>Daar na quam de zwarte Hoop, zynde een zamengeraapt volk van ruim
+5000 koppen, in Friesland vallen; welke alle de dorpen, daarze aan
+quamen, in koolen zettede, als mede de steden Workum, Hindeloopen en
+Molkwerren ook afbranden.</p>
+<p>Ook hebben de Groningers het kasteel Weerdenbras, by de Punterbrug,
+ingenomen.</p>
+<p>Na dat Hertog Georg in voorige jaaren veel moeite met de Groningers
+en Graave van Oostfriesland hadde gehad, en de Graave met de Groningers
+hunne gerechtigheid aan Karel, Hertog van Gelderland, overgedraagen
+hadden, zo hebben de Gelderschen de Sevenwouden en &rsquo;t grootste
+gedeelte van Westergo met een meenigte van volk afgeloopen. Waar op
+Georg van Saxen, geen middel ziende om de Friesen we&ecirc;r onder zyn
+geweld te krygen, uit het land vertrokken is; laatende zynen Stadhouder
+Everwyn, Graave van Benthem, alhier.</p>
+<p>Ondertusschen maakten de Gelderschen in de Zuidhoek, als te Workum,
+Hindeloopen, Molkwerren, Staveren en Slooten, <span class="corr" id=
+"xd20e2290" title="Bron: zeinschepen">zeilschepen</span>; om in de
+Zuiderzee op het ontzet der Hollanders te kruizen: onder dewelke zich
+Groote Pier, geboortig van Kimswert, mede begeeven heeft. Deze Groote
+<span class="pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name=
+"pb151">151</a>]</span>Pier was door de Saxischen van alle zyne
+goederen en welvaart beroofd, ook hadden zy het dorp, daar hy woonde,
+in brand gestooken: waarom hy met een aanhang van meer dan 500
+vrienden, op gemelde schepen gegaan was: en hebbende verscheidene
+gelukkige zeeslagen met de Hollanders gehouden, en veele scheepen van
+hen genomen, zo maakte hy verder de geheele Zuiderzee vry.</p>
+<p>Hertog Georg, veel geld en moeiten te vergeefs verspilt hebbende, om
+de Friesen te vermeesteren, droeg, na alle zyne nederlagen, het
+erfrecht over aan den Prins van</p>
+</div>
+<div class="div3" id="bourgandien">
+<h4 id="xd20e2298" class="main">2. het Huis van Bourgondien.</h4>
+<div class="div4" id="karel5">
+<h5 id="xd20e2301" class="main">1. Karel de Vyfde.</h5>
+<p class="firstpar">In dit zelve jaar 1515, <span class=
+"sc">Karel,</span> Koning van Spanje, en na een korten tyd Keizer van
+&rsquo;t Roomsche Ryk, nu Erfheer van Friesland geworden zynde, stelde
+Graaf Floris van Ysselstein tot Stadhouder aan; die zich met de zynen
+eerst alleen binnen Leeuwarden, Franeker en Harlingen moest verhouden:
+zynde het overige des Lands meest door de Gelderschen bezet; tot
+welkers voordeel Sneek en Slooten in dien tyd <span class=
+"pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>met
+muuren en sterktens zyn vast gemaakt<a class="noteref" id=
+"xd20e2310src" href="#xd20e2310" name="xd20e2310src">81</a>.</p>
+<p>En gemelde Groote Pier, speelende alle zeilen blank<a class=
+"noteref" id="xd20e2318src" href="#xd20e2318" name=
+"xd20e2318src">82</a>, nam weg alles wat tegen de Gelderschen aanquam,
+werpende veele menschen overboord: en inzonderheid te Workum, dat hy
+inneemende, de Hollanders de voeten spoelde, daar by voegende dit grove
+Friesche vloekwoord: <i lang="fy">Sjug ho kenne dy D: tjietten
+swomme<a class="noteref" id="xd20e2339src" href="#xd20e2339" name=
+"xd20e2339src">83</a>.</i></p>
+<p>In den jaare 1516, in April, is Delfzyl, na dat de Graaf Edzard zyne
+bezetting daar uit had genomen, door Boele Ripperda, van haare
+vestingen beroofd. Daar op zyn de Groningers, met hulpe van zommige
+Ommelanders, uitgetrokken, hebbende den Dam gedemanteleert, en voorts
+Weerdenbras ook geraseert. Verder, het kasteel van <span class=
+"pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" name=
+"pb153">153</a>]</span>Graaf Edzard, te Groningen gebouwd, wederom
+afgebroken.</p>
+<p>In den jaare 1517 quam &rsquo;er weder zulk een hooge watervloed,
+dat het water eene elle boven de dyken stond; waar men de schade wel
+kan afmeeten.</p>
+<p>Groote Pier beschermde Sneek, tegen de belegeringe der
+Bourgoenschen; en nam Hindeloopen weder in, dat de gemelde
+Bourgoenschen vast gemaakt, en met 300 mannen bezet hadden: en daar na
+Medenblik, dat hy verbrande.</p>
+<p>In dit jaar wierd ook tusschen de Bourgoenschen en den Hertog van
+Gelderland een verdrag gemaakt, na dat aan we&ecirc;rszyden veele
+vyandelykheden waren voorgevallen; waar door de steden nu van de eene
+en dan van de andere zyde waren ingenomen, en de platte landen veel
+geweld, moord en brand hadden geleden. Doch Groote Pier, met die de
+Gelderschen aanhingen, zich hier noch niet toe verstaande, bleven even
+standvastig tegen de Bourgoenschen, en begeerden Pier voor een
+Beschermheer der vryheid geacht te wezen; dat hy voorheen ook zoude
+gedaan hebben, byaldien het zommigen niet verbrod hadden. Als hy door
+eenen Hollander in een brief tot afstand geraaden wierd, bespotte hy
+hem met een rymtje na dien tyd, voegende boven het zelve al boertende
+deze Eeretytelen: <i>Ik, Groote Pier, Koning van Friesland, Hertog van
+Sneek, Graaf van Slooten, Vryheer van <span class="pagenum">[<a id=
+"pb154" href="#pb154" name="pb154">154</a>]</span>Hindeloopen, en
+Capitein-Generaal van de Zuiderzee</i><a class="noteref" id=
+"xd20e2372src" href="#xd20e2372" name="xd20e2372src">84</a>.</p>
+<p>Dus wierd de vereeniging door de Gelderschen verbrooken, en des
+Keizers volk moest, als voorheen, zich alleen in Leeuwarden, Franeker
+en Harlingen verhouden. Groote Pier deed ondertusschen de Keizerschen
+op de Zuiderzee veel afbreuk, neemende gestadig aan weg alles wat hem
+voorquam.</p>
+<p>In den jaare 1518 heeft de Hertog van Gelder het accoord van
+Maarschalk Willem van Ojen met de Magistraat van Groningen, uit zyn
+naam ingegaan, geconfirmeert en gezegelt.</p>
+<p>In den jaare 1519, den 6de van February, wierd te Arnhem het
+vorstelyke bruiloftsfeest van den Hertog van Gelder met de Hertoginne
+van Brunswyk Lunenburg zeer prachtig gehouden: zynde aldaar uit deze
+Provintie van Groningen mede verzogt, Ludolf Conders, en Klaas
+Schaffer, Burgemeesteren; Willem Frederiks, Priester van St. Martens
+kerk, wegens de stad; en Roelof Lennep, Ritmeester, wegens de
+Ommelanden. Dewelke allen zeer prachtig uitgedost waren; Willem op een
+wagen, en de anderen te paard, zynde alle de paarden eveneens met
+blinkende wapenen over hunne gansche ligchamen bedekt, verzelt
+<span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name=
+"pb155">155</a>]</span>met 30 ruiters, in heerlyke kleederen. Hunne
+geschenken, dieze voor het jonge paar mede bragten, bestonden in twee
+zilvere wynkannen, en twee zilvere schenkvaten, zeer konstig verguld en
+bearbeid, wegende over de 50 mark zilver. Daar nevens bragten zy 4
+welgemeste ossen, van een buitengewoone zwaarte, en 4 schoone
+paarden.</p>
+<p>In dit zelve jaar, als Groote Pier bemerkte, dat de Gelderschen het
+land, even als de Saxischen voorheen, onder het juk van slaavernye
+meenden te brengen, zo quiteerde hy daarom zyn ampt, en zettede zich
+gerust binnen Sneek ter ne&ecirc;r, alwaar hy zyn leeven na eenigen tyd
+heeft ge&euml;indigt.</p>
+<p>In den jaare 1520 wierd het klooster te Aduard, het waereldsche
+gebied, mitsgaders het recht van patroonschap over Suidhorm en Wyrum
+ontnomen, om reden dat eenige monniken op St. Bernards dag, onder een
+gastmaal, dat jaarlyks wierd gehouden, twee Edellieden, Hendrik en
+Frederik Gaykinga, vegtenderhand hadden doodgeslagen.<a class="noteref"
+id="xd20e2388src" href="#xd20e2388" name="xd20e2388src">85</a>
+<span class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name=
+"pb156">156</a>]</span></p>
+<p>Als Karel de vyfde nu tot Roomsch Keizer was verkooren, heeft hy in
+den jaare 1521 Georg Schenk tot Stadhouder over Friesland aangestelt:
+die, met zyn leger te Arum staande, de Geldersche steden, Sneek en
+Bolswert heeft gebrandschat: doch Stoffel van Meurs, Stadhouder der
+Gelderschen, vertrok naar Workum, dat hy vast maakte, om gemelde
+brandschatting der Bourgoenschen af te weeren.</p>
+<p>Hier op dreven de Sneekers de Gelderschen uit; het welk die van
+Bolswert, weinig tyd daar na, mede deeden.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 12de van May, is de Hertog van Gelder, door
+de Staaten der Ommelanden, mede tot hunnen beschutsheer aangenomen.</p>
+<p>In den jaare 1522, den tweede van November, quam de Hertog van
+Gelder te Groningen; wordende door de Magistraat buiten <span class=
+"pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157" name="pb157">157</a>]</span>de
+Oosterpoort opgehaalt, en tot aan de St<span class="corr" id=
+"xd20e2406" title="Bron: ,">.</span> Martens Kerk geleid; alwaar hy
+door Mr. Willem, Kerkheer, ontfangen wierd, die hem mede naar zyn huis
+nam en logeerde. Des anderen daags ontfing hy op het raadhuis de
+sleutelen van de stads poorten, en den eed van de Magistraat en de
+Gezworene Gemeente, en vervolgens in St. Walburgs kerk van het gemeen.
+Des Sondags daar aan wierd hy door de Magistraat der stad op het Heeren
+Wynhuis zeer prachtig ter maaltyd onthaalt. Daar na, de Hertog
+vertrokken zynde, zond hy Jasper van Marwyk als Stadhouder te
+Groningen, die zyn logiment nam op Munnikeholm.</p>
+<p>In den jaare 1523 bouwde Stoffel van Meurs een blokhuis te Workum,
+en den tooren versterkte hy met gragt en wallen, om de zeekust tegen de
+Bourgoenschen te beschermen. Maar wierden van Schenk vermeestert, die
+den tooren van boven af liet werpen, en het blokhuis met veel volk
+bezette. In welken tyd ook de geweldige Stins van Inthiema door de
+Keizerschen verbrand en vernietigt is. Doe zonden de Gelderschen eenige
+zeeroovers uit Dokkum; het welk de Bourgoenschen belegerden, en mede by
+verdrag inkreegen. Ook vlugten de Gelderschen van Bolswert naar
+Slooten; dat zich, belegert ziende, mede aan Schenk over gaf. En by een
+gemeen opbod der landlieden, zyn de Gelderschen t&rsquo;eenemaal
+<span class="pagenum">[<a id="pb158" href="#pb158" name=
+"pb158">158</a>]</span>uit het land gejaagt: en Karel de vyfde tot
+Erfheer over Friesland bevestigt.</p>
+<p>Ook is Schenk en Wassenaar, uit naam des Keizers, in de Ommelanden
+gekomen, roovende en brandende zeer schielyk onder de landlieden;
+vervolgens ontboden zy hen om den Keizer te be&euml;edigen te
+Noorthorm, mits tot boete geevende 32000 goudguldens.</p>
+<p>In den jaare 1525, des Vrydags voor St. Laurens, geraakte de stad
+Groningen in een groot oproer; alzo de Bouwmeesters en Gildens zich
+heimelyk verbonden hadden van hunne goederen &rsquo;er by op te zetten,
+om alle de accynsen, uitgenomen de wyn en het Hamburger bier, af te
+schaffen. Zy hadden dieshalven by de twee Bouwmeesters, noch 24 van de
+voornaamste personen uit de Gildens gekooren, die het zelve aan den
+Raad zouden voordraagen. Als deze voorstellinge op het raadhuis
+geschiede, stond de geheele markt van het gemeen bezet, raazende en
+tierende als verwoede menschen, die door des Overigheids redenen niet
+te stillen waren. Een groote hoop liep als woedende op het stadshuis,
+met een groot stuk hout in de handen, en stoote de deur van de
+raadkamer daar mede open; voorneemens om den geheelen Raad dood te
+slaan. De geene die beneden stonden, met bloote messen in hunne handen,
+riepen: <i>Sla dood, sla dood; werpt ons de verraaders ter vensteren
+uit!</i> Waar door de Raad zich genoodzaakt vond, deze gecommitteerden
+<span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159" name=
+"pb159">159</a>]</span>te zeggen, hunne begeerte te zullen voldoen:
+doende daar op de klok luiden, en hunne wille publiceren. Waar door het
+woedende gepeupel wederom vertrok.</p>
+<p>In den jaare 1527 was &rsquo;er wederom een groote onlust te
+Groningen, waar door omtrent verscheidene magistraatspersoonen hun
+leeven zouden verlooren hebben: want een Jan Gryp, zynde een groot
+oproermaker, trok zyn zwaard uit, en riep: <i>Sla dood!</i> en sloeg
+den Bouwmeester Jan.... onder den voet, houwende nochmaals verscheidene
+keeren naar hem; doch wierd, door toedoen van anderen, noch gelukkig
+gered. De Raad, vergadert zynde, vlood van het stadshuis; ziende ieder
+om een goed heenkomen. De Burgemeester Hillebrands, Roltman en Rein
+Duirds, met noch eenige andere Raadsheeren, liepen in de St. Martens
+kerk; maar de Burgemeester Ludolf Conders viel by de waag onder het
+gespuis; waar door hy nochtans door eenige raadsgezinde burgers
+gelukkig wierd ontzet, neemende daar op de vlugt, de Heere Poort uit,
+naar Helpman op zyn hofstede.</p>
+<p>Dit zelve jaar overleed Graaf Edzard van Oostfriesland, oud zynde 66
+jaaren, binnen Embden; wordende des Vrydags na vastenavond tot Norden
+begraven. Na hem succedeerde Graaf Enno daar op, in zyns vaders
+plaats.</p>
+<p>In den jaare 1530 heeft Keizer Karel aan zynen Stadhouder Schenk
+last gegeeven, <span class="pagenum">[<a id="pb160" href="#pb160" name=
+"pb160">160</a>]</span>om Dokkum en Slooten, welke Steden hy, na
+&rsquo;t vertrek der Gelderschen, hadden doen vast maaken, de wallen
+wederom te slegten.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 10 van July, nam Graaf Enno van Oostfriesland
+Widmond door verrassinge in; en belegerde voorts Ezens; waar op hy
+verscheidene maalen stormde, en veel volk verloor; doch op den 28ste
+van September hebben die van binnen zich aan hunne vyanden
+overgegeeven; waar op, Jonker Balthazar een voetval voor Graaf Enno
+doende, pardon bequam.</p>
+<p>In den jaare 1531 heeft Jonker Balthazar een hoop krygsvolk
+aangenomen, waar mede hy in Graaf Enno&rsquo;s land trekkende, alles in
+brand stak wat hem voor quam; sleepende een grooten buit met zich; en
+begaf zich naderhand onder den Vorst van Gelder.</p>
+<p>In den jaare 1533 heeft Jonker Balthazar den Overste Meindert van
+Ham met omtrent 2000 Geldersche soldaaten te Jemmigen, in Reiderland,
+gezonden: maar Graaf Enno hen te gemoet trekkende, heeft van hen een
+Vendel Gelderschen, welke by de Noorth verachtert waren, ter ne&ecirc;r
+geslagen. Doch een weinig tyd daar na, hebben de Gelderschen de
+Oostfrieschen aangegreepen, en deerlyk geslagen; waar door in &rsquo;t
+geheel omtrent 400 mannen zyn gebleven, en waar onder veele braave
+persoonen van aanzien.</p>
+<p>In den jaare 1535, den 30ste van Maart, zyn omtrent 300 zo genaamde
+Wederdoopers, na datze hunne leere in Friesland <span class=
+"pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" name=
+"pb161">161</a>]</span>openbaar hadden voorgestelt, byeen getrokken,
+overvallende Oldenklooster, by Bolswert, en namen het in; noodzaakende
+de monniken daar uit te vlugten; en van gedachten zynde, by aldien de
+Landsheer hen mogt komen bestormen, zouden de bestormers zelve door
+hunne eigene wapenen gedood worden. Maar de Gouverneur G. Schenk zulks
+gewaar wordende, zond een troup soldaaten derwaarts, en overweldigde
+het klooster aanstonds; waar door in de eerste furie het meestedeel
+dier arme menschen door de kling wierden gejaagt: 24 zyn &rsquo;er
+vervolgens aan galgen opgehangen, en 15 onthalst; en de vrouwen en
+maagden eenige te Leeuwarden, en andere in het Hempensermeer doen
+verdrinken.</p>
+<p>In den jaare 1536 heeft Menno Simons, Priester te Witmaarsum, zyn
+priesterambt verlaaten, en zich tot de Wederdoopers begeeven: waar van
+dezelve den naam van Mennisten hebben bekomen, zo als zy noch in
+Friesland, zonder onderscheid, allen genoemt worden.</p>
+<p>In dit zelve jaar, hebben de Groningers hunne hulpe aan den Hertog
+van Gelder tegens Graaf Enno van Oostfriesland opgezegt. Waar over de
+Hertog zeer te onvreden zynde, zyne krygsmacht deed vermeerderen, en
+den Overste Meinard van Ham met de zelve den 29ste van April naar den
+Dam zond; die aldaar ten eerste de vestingen deed versterken, steekende
+de voorstad by de Steenstil- <span class="pagenum">[<a id="pb162" href=
+"#pb162" name="pb162">162</a>]</span>en Poelepoort in brand; als ook de
+voorstad van de Ebbinge- en Botteringepoort; waar door, alzo de vlam
+over de wal quam, omtrent de Peperstraat 5 huizen en 30 schepen
+verbrande.</p>
+<p>Waarom door de Staaten van Stad en Lande, door groote verbitteringe
+dieze tegens den Gelderschen Vorst gekregen hadden, geresolveerd wierd,
+zich aan het Huis van Bourgondien over te geeven; zendende derhalve
+hunne Gezanten aan Koningin Maria, zuster van Keizer Karel den vyfde,
+in Brabant, met verzoek, dat zy onder de bescherminge van zyn
+Keizerlyke Majesteit mogten aangenomen worden. De Koninginne heeft hen
+daar op met veele beleeftheid aangenomen, en voorts met een genoegzaame
+krygsmacht onder het bevel van Georg Schenk versterkt. Waar op Schenk
+den 7de van Juny met groote blydschap ter stad wierd ingehaalt, en als
+Stadhouder gehuldigt, doende de Raad en het Gemeen voorts den eed aan
+hem, uit naame des Keizers. Wordende dus de stad Groningen en
+Ommelanden aan de Nederlanden gehegt.</p>
+<p>Hier na trok Schenk te velde, en sloeg de Holsteinschen in
+Westerwolde; nam Delfzyl in; won den Dam, Wedde en Koeverden van de
+Gelderschen. Hier na is de vrede tusschen den Keizer en Hertog van
+Gelder geslooten, welke te Groningen op den 8ste van December van
+&rsquo;t stadshuis gepubliceert is geworden. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb163" href="#pb163" name="pb163">163</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1538, of omtrent dezen tyd, overleed de trouwelooze
+Hertog Karel van Gelder, oud 70 jaaren; hebbende zyne nabuuren 50
+jaaren lang met verscheidene oorlogen beroert.</p>
+<p>En omtrent dien zelfden tyd leefde Vorperus Thaborita, Kanunnik te
+Thabor, by Sneek; die, tot op dien tyd, de oude Friesche
+Geschiedenissen heeft te zamen gestelt.</p>
+<p>In den jaare 1540 overleed Georg Schenk, Stadhouder van Groningen,
+in wiens plaats, hem opvolgde Maximiliaan van Egmond, Graaf van Buuren.
+En den 24ste van September overleed Graaf Enno van Oostfriesland,
+wordende te Embden begraven.</p>
+<p>In den jaare 1542 is een watervloed over deze landen geweest, waar
+door veele schade aan menschen en beesten is veroorzaakt.</p>
+<p>In den jaare 1545, omtrent St. Jan, quam Koninginne Maria te
+Groningen; wordende aldaar door de Magistraat op eene zeer plechtige
+wyze ingehaalt, en met ryke geschenken beschonken.</p>
+<p>In den jaare 1546 is in &rsquo;t Klooster Wittewyrum eene
+conferentie gehouden, over het verschil van de voorbyvaart van Embden,
+tusschen de Groningers en de Graavinne van Oostfriesland.</p>
+<p>In den jaare 1548 overleed Maximiliaan van Egmond, Graaf van Buuren,
+en Stadhouder van Groningen, in wiens plaatze hem opvolgde Jan van
+Ligne, Graaf van Arenberg. <span class="pagenum">[<a id="pb164" href=
+"#pb164" name="pb164">164</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1550 hebben de Groningers, benevens die van de
+Ommelanden, aan den Graaf van Arenberg hunnen eed gedaan, wegens
+Philippus den tweede, Koning van Spanje.</p>
+<p>In den jaare 1552 was &rsquo;er, na &rsquo;t geweldig doorbreeken
+der dyken, en &rsquo;t vloeijen van water, zulk een harde winter, dat
+men van Friesland naar Ter Schelling, van Medenblik naar Staveren, en
+van Amsterdam naar Kampen, met paard en slede, kon over de Zuiderzee
+ryden<a class="noteref" id="xd20e2475src" href="#xd20e2475" name=
+"xd20e2475src">86</a>.</p>
+<p>In den jaare 1555 droeg Keizer Karel de vyfde de bestiering der
+Nederlanden over aan zynen zoon Philippus.</p>
+</div>
+<div class="div4" id="philippus2">
+<h5 id="xd20e2486" class="main">2. Philippus de Tweede, Koning van
+Spanje.</h5>
+<p class="firstpar">In dit jaar, Philippus de zeventien Nederlandsche
+Provintien van zynen vader verkreegen hebbende, in zo een vreedzaame en
+wettelyke stand, als Prins of Onderdaanen konden wenschen: kreeg het
+Land in tegendeel in Philippus te gelyk een nieuw Heer, met allerlei
+nasleep van onheilen en oproer. Want als hy niet wel overdagt hadde,
+dat <span class="pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165" name=
+"pb165">165</a>]</span>zyn vader, door eene byzondere naarstigheid, op
+alles een wakend oog had gehouden, met overal zelve by te zyn; zo
+ondernam Philippus daar en tegen, deze Landen in goede rust te zullen
+houden door eenen Stadhouder, blyvende zelve in Spanje.</p>
+<p>In den jaare 1559, na Philippus de Nederlanden doorreist hadde, is
+hy weder naar Spanje vertrokken; bestellende het gebied der Landen aan
+Margareta, Hertoginne van Parma, zyne Bastartzuster: en iedere
+byzondere Provintie aan hunne Stadhouders, en Friesland aan
+bovengemelden Graaf van Arenberg; die ook het opzicht over Overyssel,
+Groningen en Lingen hadde.</p>
+<p>Onder deze aanstellinge gaf hy ook met eene last, die hy hun by zeer
+strenge placaaten, voor zyn vertrek, gegeven hadde, en die de waare
+oorzaaken van alle volgende onlusten zyn geweest; waar van deze drie de
+byzonderste waren: 1. Het aanstellen van 14 nieuwe Bisschoppen, boven
+de drie, die &rsquo;er voorheenen hadden geweest. 2. Het openbaar
+bevel, om de besluiten van het Consilie van Trenten in den Lande uit te
+voeren: daar toe aanstellende Inquisiteurs en Kettermeesters<a class=
+"noteref" id="xd20e2496src" href="#xd20e2496" name=
+"xd20e2496src">87</a>, om het volk wegens hun geloove te onderzoeken.
+En ten 3de. Het onderhouden van 4000 vreemde krygsknegten, ten laste
+van den Lande, en dat in tyd van vrede. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb166" href="#pb166" name="pb166">166</a>]</span></p>
+<p>In dit zelve jaar is te Groningen overleden Regnerus Predrinus,
+hebbende aldaar veel tyd Rector der Latynsche schoolen geweest,
+predikende op de feestdagen openlyk het Evangelium.</p>
+<p>De leere tegen de Pausselyke dwaalingen, nu door geheel Europa zich
+uitgebreid hebbende, en in Vrankryk en Engeland daarom veele
+vervolgingen geschiedende, zo quam &rsquo;er veel volk naar de
+Nederlanden vlugten. Welke vervolging strydig was tegen de oude
+privilegien en vryheden van den Lande, die de Koning hun beloofd hadde
+te behouden.</p>
+<p>De Edelen van den Lande ondertusschen, om zulk een voorneemen naar
+vermogen af te weeren, kantteden zich eerst tegen de dwingnagel van de
+bovengemelde 4000 soldaaten, waar door het volk grooten overlast wierd
+aangedaan, van gevoelen zynde, dat dan de Inquisitie weinig klem zoude
+hebben.</p>
+<p>Des zo beraadslaagdenze om den Koning te beweegen, dien last van
+soldaaten van hen af te ligten; en zyn, na veele moeijelykheden, naar
+Spanje afgescheept in den jaare 1561.</p>
+<p>In dit zelve jaar is Groningen, by het aanstellen van nieuwe
+Bisschoppen in de Nederlanden, tot een Bisdom verheven; en wierd tot
+eerste Bisschop aangestelt, Heer Johan Cnyf, Minnebroeder.</p>
+<p>In dezen tyd is wederom een watervloed over Oostfriesland gegaan,
+welke de dyken <span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167" name=
+"pb167">167</a>]</span>verbrekende, en veele beesten om &rsquo;t leeven
+bragt<a class="noteref" id="xd20e2514src" href="#xd20e2514" name=
+"xd20e2514src">88</a>.</p>
+<p>In den jaare 1564 is aan de Staaten van Friesland, nevens andere
+Provintien, bevel gezonden van de Hertoginne van Parma, om den nieuwen
+Bisschop Cunerus Petri aan te neemen, en in te huldigen tot Bisschop
+van Friesland; zyn zetel te stellen binnen Leeuwarden, en hem in alles
+de hand te bieden: het welk de Staaten weigerden; verzoekende daar van
+ontslagen te zyn, als strydig tegens hunne vryheden en voorrechten.</p>
+<p>In dit zelve jaar hebben de Engelschen de stapel der lakenhandel, in
+een tyd datze verschil met de Nederlanders hadden, te Embden geplant.
+Want daar quam den 23ste van May een groote vloot schepen met lakens,
+na dat &rsquo;er reeds 6 gekomen waren, te Embden aan. Waar over de
+vreugde in die Stad zo groot was, dat &rsquo;er eereschooten van
+we&ecirc;rskanten wierden gedaan. Doch de blydschap, en het voordeel
+datze zich zelve daar van belooft hadden, verdween zeer haastig: over
+zulks de Engelschen, hun verschil met de Nederlanders vereenigt
+hebbende, van daar vertrokken, en bragten de lakens naar Antwerpen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168" name=
+"pb168">168</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1565, als de Inquisitie hoe langer hoe wreeder
+voortging, hebben de Edelen, na lange te vergeefs by de Hertoginne
+vertooningen en verzoekschriften te hebben ingelevert, den Graave van
+Egmond aan den Koning gezonden. Dewelke, na eenigen tyd, eerst antwoord
+bequam, en hier op uit quam, dat des Konings meininge was, dat zyne
+beveelen en strenge placaaten moesten uitgevoert worden. Derhalven
+heeft de Gemeente ondertusschen, uit onverduldigheid, om bovenstaand
+langdraadig antwoord des Konings, de kerken overvallen, en alle
+Roomsche beelden daar uit gestormt.</p>
+<p>Waar op in den jaare 1566 de Heer van Brederode, verzelt met meer
+dan 200 Edelen, uit alle Provintien, verzogten aan de Hertoginne te
+Brussel, om verzagtinge van die strenge beveelen des Konings te
+genieten. By welke gelegentheid de naam van Geusen, waar door de
+Gereformeerden beteekent worden, tot op dezen dag, van de geene die
+buiten zyn, zynen oorsprong heeft genomen: wat een van &rsquo;t
+Hofgezin der Hertoginne, met naame de Heer van Barlemont, dezen hoop
+Edelen, die slegt in de kleederen waren, het eerste aan &rsquo;t Hof
+ziende komen, zeide in de Fransche Spraak, dat &rsquo;er een hoop
+Bedelaars voor de poort waren; gebruikende het Frans woord Gueux, dat
+een Bedelaar beteekent. De Edelen dit verstaan hebbende, schaamden zich
+hier niet over; maar begeerden na dien dag altyd Geusen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb169" href="#pb169" name=
+"pb169">169</a>]</span>genaamt te zyn: waarom veelen van hen graauwe
+kleederen aantrokken, als de bedelende Graauwe Monniken, en houte
+nappen aan hunne zyde hongen, met zilvere plaatjes beslagen, waar op in
+&rsquo;t Latyn stond: <i>Het gaa den Geuzen wel</i>: of <i>vivent les
+Geux</i>.</p>
+<p>Het voorige verzoek der Edelen naar den Koning gezonden zynde, maar
+het antwoord te laat aankomende, was &rsquo;er ondertusschen weder
+alomme door het land een algemeene kerkrooving en beeldstormerye
+ontstaan; en de Gereformeerden, door toelaatinge des Prinsen van
+Oranje, bouwden openbaarlyk kerken binnen Antwerpen. Waar op de
+burgers, zo te Leeuwarden als Sneek, mede de vryheid namen om de
+beelden uit hunne kerken te breeken, en de zuivere leere te doen stand
+grypen; daar veelen reeds opentlyke belydenisse van deeden.
+Ondertusschen hebben de Inquisitiemeesters den nieuwen Bisschop te
+Leeuwarden toegestaan, van de inkomsten der kloosters Mariengaard en
+Lidlum, tot zyn jaarlyks onderhoud, een zomma van 3000 ducaten; en
+&rsquo;t verdere overschot ten behoeve voor monniken en paapen.</p>
+<p>In dit zelve jaar is de Minnebroeders kerk te Groningen door de
+Gereformeerden ingenomen, van de altaaren en beelden, met verlof van de
+Magistraat, gezuivert, en die hun stads arbeidsvolk bestelde, om de
+vloer van puin en belemmeringen te ontdoen, en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb170" href="#pb170" name=
+"pb170">170</a>]</span>bequaam tot de predikdienst te maaken. Doch deze
+zaak heeft naderhand, in den jaare 1569, eenige werklieden het leeven
+gekost. In de Ommelander dorpen, als te Winsum, Garshuizen,
+Westerembden, Ten Post, Middelstum en elders, wierd de boer door den
+adel opgehitst, en veele kerken, geplondert, tegens dank en wil der
+Overheden.</p>
+<p>Arenberg, deze beeldstormerye verstaan hebbende, deed, uit last der
+Hertoginne, alle de predikanten het land uitjaagen, en alle
+Gereformeerden strengelyk vervolgen.</p>
+<p>Als mede, uit naam van den Koning van Spanje, zond hy op eene
+listige wyze, vier compagnien Hoogduitsche soldaten in Groningen; welke
+aldaar, gedurende hunne inquartieringe, wegens den Koning, veel moetwil
+bedreven aan de burgers, inzonderheid de Gereformeerden; neemende de
+stads sleutels na zich, ontwapende de burgerye, en deeden een jongman,
+om opgelegt verraad, vierendeelen.</p>
+<p>In den jaare 1567, als de Prins van Oranje zag, dat de zaken, na zo
+veele moeijelykheden, van erger tot erger vervielen, vertrok hy, met
+een groot gevolg van Edelen en andere aanzienlyke lieden naar
+Duitschland. En een schip met Edelen van Amsterdam naar Embden
+vlugtende zyn by Harlingen, door trouwloosheid van den schipper, in
+handen van Arenberg geraakt: waar onder <span class="pagenum">[<a id=
+"pb171" href="#pb171" name="pb171">171</a>]</span>de twee jonge Heeren
+van Baatenburg, en drie Friesche Edelen waren; die, nevens veele van de
+anderen, binnen weinig tyd daar na, te Brussel zyn omgebragt.</p>
+<p>De Koning van Spanje ziende, dat de verwerringe al grooter en
+grooter wierd, besloot zyne zuster van verdere moeite te ontlasten, en
+zond als Stadhouder in haar plaatze dien wreeden en alom beruchten
+Hertog van Alva; dewelke een groote krygsmacht mede bragt, van
+voornemen, om alles op een wreede en gruuwzame wyze te vervolgen; die
+ook dien we&ecirc;rgaloozen bitteren bloedraad instelde, welke alles
+het onderste boven wentelde.</p>
+<p>In den jare 1568, als de vlugtelingen door de wreedheid van Duc
+d&rsquo;Alva dagelyks meer wierden, zoo dagten zy op middelen, om weder
+in beteren stand in hun Land te komen. De Prins dan, veel volk
+vergaderende, begon van dezen tyd af den Hertog te beoorlogen.</p>
+<p>In dit zelve jaar, in May hebben de Graaven Lodewyk en Adolf van
+Nassau, nevens Graaf Joost van Schouwenburg en anderen, met hunne
+krygsmacht in Groningerland trekkende, het Huis te Wedde, den Dam, en
+daar na meer andere plaatzen ingenomen: hoewelze na een korten tyd
+gedwongen wierden den Dam wederom te verlaaten.</p>
+<p>Ondertusschen was de Graaf van Arenberg, nevens den Graaf van Megen,
+met hunne krijgsmacht en zes stukken kanon afgekomen: <span class=
+"pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172" name="pb172">172</a>]</span>het
+welk van Graaf Lodewyk vernomen zynde, trok zyne krygsbenden bijeen,
+vallende den 24ste van May met eene groote dapperheid bij Heiligerlee
+op de vijanden in, voor dat de Graaf van Megen daar noch was bygekomen,
+en sloegen zoo furieus met hun nieuwgeworven krygsvolk onder hen, dat
+er in &rsquo;t kort veelen wierden neergevelt. Waarom Arenberg met eene
+groote bitterheid op Graaf Adolf los rende; en, schoon hy eerst met een
+kogel doorschooten wierd, heeft hy nochtans dies te verwoeder, eerst
+met &rsquo;t pistool, en daar na met het rapier Graaf Adolf ook
+doodelyk gewond; waarop zy alle beide zyn ne&ecirc;rgevallen, en niet
+verre van den anderen gestorven. De rest van Arenbergs leger, alzo
+&rsquo;t volk geen kennisse van &rsquo;t Land hadde, en van de
+Nassauschen omsingelt zynde, is meestendeels gequetst of dood gebleven.
+Omtrent 1600 mannen, zo Spanjaarden als Duitschen, wierden &rsquo;er
+verslagen, waar onder vele perzoonen van rang; daar by bequam Lodewyk
+veel buit, als alle de bagagie van Arenberg, zyn zilverwerk, en daar en
+boven veel geld, dat tot betaalinge der soldaaten gekomen was, en zes
+stukken kanon. Graaf Adolf wierd te Wedde, en de Graaf van Arenberg in
+de kerk van het klooster te Heiligerlee begraven.</p>
+<p>Daar na trok Graaf Lodewyk met zyn leger voor Groningen, doende de
+stad aan twee zyden belegeren; maar de vastigheden van die plaats,
+groote bezettinge daar binnen, en den <span class="pagenum">[<a id=
+"pb173" href="#pb173" name="pb173">173</a>]</span>belegeraars zwaar
+geschut ontbreekende, deed hem niets vorderen: evenwel wierden
+&rsquo;er verscheidene aanvallen gedaan, inzonderheid op den 22ste van
+Juny, alwaar wel 200 van de Nassauschen, en veelen van de beleegerden
+sneuvelden. Maar het afkomen van den Hertog van Alva met een leger van
+16000 mannen, deed hem de belegeringe den 14de van July opbreken,
+marcherende daar mede langs de Eems, om zich aldaar te versterken; doch
+de Hertog is hem zeer haastig nagetrokken, en heeft Graaf Lodewyk op
+den 21ste dito by Jemmingen aangetast, en zeer afgryzelyk met al zyn
+volk, dat niet vegten wilde, verslagen; daar bleven &rsquo;er weinigen
+over, en veelen wierden door &rsquo;t zwaard gejaagd, of in &rsquo;t
+water verdronken. Graaf Lodewyk zelve, als eenigen verhalen, ontquam
+het met zwemmen over de Eems; doch anderen willen, dat hy met een
+scheepje overgeraakt zoude zyn. Daar wierden verlooren 16 stukken
+kanon, omtrent 1500 paarden, 20 vendels, veele horenbeesten, en omtrent
+7000 mannen.</p>
+<p>Daar na trok de Hertog langs de dyken naar Delfzyl, voorneemens om
+die plaats en Farmsum tot een stad te maaken, en dezelve Marseburg te
+noemen: doch de smeekinge der Groningers heeft zulks terug gehouden.
+Vervolgens hebben de Spaanschen in het aftrekken veele dorpen in brand
+gestoken, eenige duizenden van horenbeesten uit het land gedreven en
+groote schade gedaan. Voorts <span class="pagenum">[<a id="pb174" href=
+"#pb174" name="pb174">174</a>]</span>quam de Hertog te Groningen, en
+ordonneerde aldaar een kasteel te bouwen, tusschen de Ooster- en Heere
+Poort, met 5 bolwerken; dat het jaar daar aan is begonnen.</p>
+<p>Karel Brimeu, Graave van Megen, wierd Stadhouder van Friesland, van
+&rsquo;s Konings wegen, na de dood van Arenberg.</p>
+<p>Den 7de van December is te Leeuwarden, voor de eerstemaal des Heeren
+Avondmaal openbaar, naar de wyze der Gereformeerden, uitgedeelt, na dat
+de gewapende burgery de beelden, door last van Burgemeesteren, uit de
+kerken geworpen hadden, niet tegenstaande des Konings Stadhouder, en
+&rsquo;t Hof zich daar tegen stelden. Ook hebben zy den Koning
+afgeswooren, en zich door sterke burgerwachten bevestigt. Ook wierpen
+verscheidene paapen hun priesterlyk gewaad weg, en verkondigden nu het
+zuivere Woord des Heeren.</p>
+<p>In den jare 1569, in April, quam de Commissaris Quarre te Groningen,
+en informeerde zich wegens de kerkplonderinge en andere misdaaden, in
+den jaare 1566 gedaan. Waarop eenigen by den kop wierden gevat; doch de
+Bouwmeester, met twee arbeidsluiden braken uit de gevangkenis; maar de
+andere drie a vier zyn, niet tegenstaande het verlof van de Magistraat,
+om hunne begaane misdaad, op de markt onthoofd. hoofd.</p>
+<p>Voorts hier na quam de Bisschop Johan Cnyf ook te Groningen,
+neemende zijn logement <span class="pagenum">[<a id="pb175" href=
+"#pb175" name="pb175">175</a>]</span>in het huis dat nu des Stadhouders
+Hof is.</p>
+<p>Ook wierd door bevel van den Hertog van Alva een kasteel
+geordonneert; men bouwde het met vyf bastions, waarvan drie buiten en
+twee binnen de stad quamen te leggen: schietende het eene met haar punt
+op der Pelsterstraat, en het andere op de Gelkingestraat: waar van de
+gragt wierd aangelegt op 100 voeten wyd; en de benedenste voet van de
+wal op 75 voeten breed.</p>
+<p>In den jaare 1570, den 1ste November, is &rsquo;er een geweldig
+onweder, met een verschrikkelyke hooge watersnood, uit den noordwesten
+ontstaan; die tot heden met den naam van Allerheiligensvloed bekent is:
+waar door het water zeer hoog in Vlaanderen, Holland en Zeeland is
+opgeloopen, doch by den dag, en diensvolgens met minder schade, als in
+Friesland: alwaar het des avonds, omtrent 9 uuren, het geheele Land
+overstroomde tot aan Sevenwouden toe; blyvende Gaasterland, en wel
+voornaamentlyk Oud Mardum, Ruigehuizen en Sondel onbeschadigt. De
+schade aan menschen en beesten was ontelbaar, en is af te neemen uit
+1800 menschen, die alleen in de Grieteny van Oostdongeradeel verdronken
+waren; daar de vloed tot elf voeten hooger, als een gemeen ty, was
+opgerezen. Van Sneek naar de Lemmer voer men regt uit op zeven en een
+halve voet water over &rsquo;t vlakke land: r&acirc;zeilen met drie
+masten dreven, <span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176" name=
+"pb176">176</a>]</span>met haar volle ladingen door de inbraaken der
+dyken. En een wieg, met een leevend kind en kat daar in, quam te Sneek
+aandryven.</p>
+<p>In den jaare 1571 hebben de Friesen alomme, gelyk ook die van
+Braband en Vlaanderen, de beelden bestormt, en de paapen en monniken
+weder het land uitgejaagt.</p>
+<p>In den jaare 1572, den 7de van January, overleed binnen Zwol, de
+Graaf van Megen, Gouverneur van Friesland, Groningen, enz. In wiens
+plaatze hem opvolgde Gillis van Barlamond, Heere van Hierges.</p>
+<p>In dit zelve jaar namen de Watergeusen den Briel in; en de Prins van
+Oranje wierd in &rsquo;t openbaar voor een Hoofd der Vereenigde
+Bontgenooten verklaart. Diederik van Bronkhorst nam Sneek, Bolswert en
+Franeker in, alzo het volk daar meest uit verloopen was. En des Konings
+Colonel, Casper de Robles, Heer van Billi, daarentegen lag bezettinge
+op de zeedyken.</p>
+<p>Schouwenburgs volk, gesterkt met een party, van des Prinsen macht,
+dat van Ameland naar Oostmahorn over quam, heeft Dokkum ingenomen: maar
+de Colonel Robles, hen overvallende, heeft de plaats weder hernomen,
+laatende de soldaaten vermoorden en schenden, en de stad in brand
+steeken<a class="noteref" id="xd20e2602src" href="#xd20e2602" name=
+"xd20e2602src">89</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb177" href=
+"#pb177" name="pb177">177</a>]</span></p>
+<p>In September is Joost van Schouwenburg, als Stadhouder by den Prins
+van Oranje over Friesland, te Sneek gekomen; en, na eenigen tyd, trok
+hy binnen Franeker, en zette zich op Sjaardema&rsquo;s Slot ter neder.
+Doch na zyn vertrek vielen zy weder in handen van Robles, gelyk ook die
+van Bolswert. Ondertusschen hebben &rsquo;s Prinsen volk de zeekusten,
+behalven Harlingen en Staveren, weder onvry gemaakt; alwaar Gaasterland
+en de geheele zuidhoek veel verdriet heeft uitgestaan. En inzonderheid
+word verhaalt, dat die van Wykel van de roovers wierden overvallen;
+Wybren Wykel met zyn vrouwe Doed en dochter Bauk gedood; Foockel
+gevankelyk naar Enkhuizen gevoert, en noch eene van hunne zusters ter
+vensteren uitgeworpen; Hans, hunne broeder, ontquam het met de vlugt;
+en het huis wierd verbrand: van welker afkomst ons noch een aanzienlyk
+huisgezin in onze woonplaats bekent is. Robles moest hier na Sneek
+weder verlaaten. Diederik van Bronkhorst nam hier op Bolswert in;
+alwaar hy de Overigheid veranderde, en de Gereformeerden opentlyk liet
+prediken; welke eerste predikatie in de Broeren Kerk gedaan wierd. Hier
+van daan vertrok hy naar Sneek en Franeker, alwaar hy het
+Stadhoudersampt, in &rsquo;t afzyn van Schouwenburg, bediende. Daar na
+nam &rsquo;s Prinsen volk het blokhuis te Staveren in: maar daags daar
+aan herwonnen <span class="pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178" name=
+"pb178">178</a>]</span>&rsquo;s Konings volk het wederom, en staken de
+stad in brand.</p>
+<p>Schouwenburg, eenige schattinge by een vergadert hebbende, tot
+reddinge der Provintie, is, na hy de zelve ontfangen had, met dien
+geroofden buit uit den Lande doorgegaan.</p>
+<p>Ondertusschen heeft de Koning van Spanje, Don Louis de Requesens,
+Grootbevelhebber van Castilien, tot een Landvoogd der Nederlanden
+gezonden, in plaats van dien bloeddorstigen Hertog van Alva: die hier
+op aanstonds weder naar Spanje vertrok; welke roemde, dat &rsquo;er
+door zyn bevel wel 18000 menschen alleen door beuls handen in Nederland
+waren omgebragt, behalven die in den kryg waren gesneuvelt.</p>
+<p>In den jaare 1573, is Groningerland, Friesland en Embderland, door
+een watervloed aangetast: waar door de dyken wierden gebroken, en
+groote schade aan menschen en beesten geschiede.</p>
+<p>In den jaare 1574 heeft Casper Robles, om de verschillen en
+oneenigheden, al van oude tyden af, die ontstaan waren over het maaken
+der zeedyken, weg te neemen, uitgevonden, en volgens zyne gedachten en
+raad voorgewend, dezelve dyken, tegen zulke zwaare en hooge
+watervloeden, waar van zy zo menigmaalen de smerten gevoelt hadden, in
+beter order te brengen, en beginnen te verzwaaren. Wordende omtrent
+twee jaaren hier na, ter gedachtenisse van dit loffelyke <span class=
+"pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179" name=
+"pb179">179</a>]</span>werk, het Steene Beeld, dat noch heden by
+Harlingen op den dyk te zien is, op &rsquo;s Lands kosten, opgeregt:
+dienende met eene tot een Scheidbeeld van de afdeelinge der dyken.</p>
+<p>Alschoon des Konings zaaken dagelyks te post verliepen, zo waren
+echter Staveren, Hindeloopen, de Schans te Makkum, Harlingen, en de
+geheele kust, na het doorgaan van Schouwenburg, weder met Robles volk
+bezet geworden. Doch Wouter Heegeman, Hopman van den Prins van Oranje,
+van Texel afvaarende, heeft Hindeloopen, by eene donkere nacht, met 300
+mannen overvallen en ingenomen. Waar op die van Enkhuizen hem kruid en
+lood toezonden, om de plaats te versterken. Doch op het gerucht van
+Robles volk, dat op hem aanquam, deed hem resolveeren, de stad uit te
+plonderen en in brand te steeken. De Drost van Staveren begon ook zyne
+vestingen, daags daar aan, weder te versterken.</p>
+<p>In den jaare 1575 Bartel Entes, met eenig volk van Ter Schelling
+afvaarende, lande op Oostmahorn, alwaar hy een schans opwierp: doch na
+eenige schermutselingen, wierd hy door &rsquo;t volk van Robles daar
+weder uitgedreeven.</p>
+<p>In den jaare 1576 waaide het een geweldige storm, waar door veele
+boomen uit den grond wierden gerukt; en het dak van de Oude Hoofster
+Kerk te Leeuwarden, dat door oudheid geheel bouwvallig was geworden,
+<span class="pagenum">[<a id="pb180" href="#pb180" name=
+"pb180">180</a>]</span>deed instorten: en is tot op dezen dag niet
+weder opgebouwt. &rsquo;t Was mogelyk een voorteeken, dat gelyk het
+heidendom, voor veele eeuwen, uit deze plaats uitgeroeit, alzo deze
+plaats het kerkhof was geweest, daar het altaar van den Afgod Staf
+gestaan had, en dezelve geviert wierd, alzo ook nu het gebouw des
+Pausdoms in deze Landen wel haast een geweldige krak zoude krygen.
+Waarom wy wel mogen zeggen:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Het oude Duivels Hof, door schynschrift</p>
+<p class="line xd20e2637">lang misbruikt,</p>
+<p class="line">Wat wonder, zo &rsquo;t haar hoofd voor &rsquo;t
+regt</p>
+<p class="line xd20e2637">Geloove duikt.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">In dit jaar hebben de Staaten en Voornaamste des
+Lands met malkanderen binnen Gent een verbond gemaakt, om de welvaart
+des Lands, met raad en daad des Prinsen van Oranje te helpen
+bevorderen: wordende gemeld verbond gemeenelyk de Pacificatie van Gent
+genaamt. Het welk de Koning daar na ook met zyne onderteekening
+bevestigde. De inhoud van dit verdrag bestond voor &rsquo;t meest: 1.
+Dat de vreemde krygslieden uit het Land zouden gevoert worden. 2. Dat
+de gebruikelykste wyze van regeeren zoude vastgestelt worden. 3. Dat
+ieder Provintie de zaaken van Godsdienst zoude handhaven, na dat het
+tot ruste des volks het beste zoude geoordeelt worden.</p>
+<p>In dit jaar is te Madrid overleden Joachim <span class=
+"pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name=
+"pb181">181</a>]</span>Hopperus, geboortig van Heemelum; afkomstig van
+dat oud Geslacht der Hopheeren, waar van boven op het jaar 513 gemeld
+is; om zyne uitmuntende geleerdheid, heeft hy hooge bedieningen
+bekleed, als Professor der Rechten te Leuven; Heer van den Grooten Raad
+te Mechelen, en in den Geheimen Raad te Brussel, daar Viglius de
+voorzitplaats had; Heer van den Hoogen Raad der Nederlandsche Zaaken in
+Spanje, en &rsquo;s Konings Zegelbewaarder; waar by hem de Koning tot
+Ridder van de Goude Spoor sloeg, te gelyk en op een uur met Don Jan van
+Oostenryk.</p>
+<p>Ook overleed in dit zelve jaar, te Gent, Viglius Swichemius ab Aita,
+afkomstig van Swichum, by Leeuwarden; deze is mede om zyne uitsteekende
+geleerdheid in groot aanzien geweest, als Professor in de Rechten te
+Padua, in Italien, en na &rsquo;t afslaan van veele eerampten, Ryksraad
+in de Kamer te Spiers; wederom wierd hy Professor te Ingolstad, Heer in
+den Grooten Raad te Mechelen, Praeses of Voorzitter in den Geheimen
+Raad en Raad van Staaten te Brussel, Ridder van &rsquo;t Gulde Vlies,
+enz.</p>
+<p>In dit jaar, den 7de van October, is te Groningen de Bisschop Johan
+Cnyf, Minnebroeder, aan de pest overleden.</p>
+<p>Den 22ste van November ontstond te Groningen een groote onlust, door
+dien de Staaten Generaal, het oog op deze stad hebbende, eenen M. T.
+Stella herwaarts hadden <span class="pagenum">[<a id="pb182" href=
+"#pb182" name="pb182">182</a>]</span>gezonden, om de Magistraat en het
+krygsvolk tot het aannemen der Pacificatie van Gent te beweegen; als
+mede, dat zy &rsquo;t met de Generaliteit zouden houden; waar voor zy
+beloofden, alle de achterstallige schulden, van de soldaten, die zeer
+groot waren, te zullen voldoen.</p>
+<p>De Gouverneur Robles, hier kennis van krygende, deed Stella
+aanstonts apprehenderen en pynigen, om alzo zyn commissie uit hem
+gewaar te worden: doch alles te vergeefs. Ondertusschen wist Stella
+door zyn bequaamheden in &rsquo;t geheim aan de soldaaten te kennen te
+geeven, dat zo zy zich voor de Staaten wilden verklaren, zy van alle
+hunne achterstallen ten vollen voldaan zouden worden. Hier op waren de
+soldaaten aanstonds als vol vuur, namen ten eersten hunnen Gouverneur
+Casper de Robles, benevens eenige Spaansche Kapiteinen, of die &rsquo;t
+met hun hielden, gevangen; loopende voorts naar de Waag, en haalden de
+daar staande wippe omverre, en verbrandeze op de Markt, roepende:
+<i>Lang leeve de Prins! lang leeven de Staaten!</i> Waar op zy
+aanstonds heen liepen en maakten Stella los; bragten hem op de Markt,
+en deeden hem in de naame der Staaten den eed van getrouwheid.
+Vervolgens zonden zy Gecommitteerden met Stella naar Brussel; die
+aldaar de stad aan de Staaten opdroegen, en een Gouverneur van hen
+verzogten: waar op de Graaf van Rennenberg is afgezonden geworden, die
+aldaar in den <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183" name=
+"pb183">183</a>]</span>jare 1577, den 7de van January, met eenige
+heeren is aangekomen, en betaalden de soldaaten hunne achterstallen ten
+vollen, dat eenige tonnen gouds beliep. Waar op de Waalen den 13de van
+Maart ter stad uittrokken; daar die van binnen zeer over verblyd waren,
+om hunne gepleegden moetwille, daar ze nu van verlost wierden, dat ze
+vreugdevuuren daar over aanstaken; waar door de St. Martens toren in
+brand geraakte en zeer beschadigt wierd. Daar na kreeg Rennenberg
+Delfzyl, en stelde daar een nieuwen Commandeur. Voorts deeden de
+Groningers hem en de Generaliteit den eed van getrouwigheid; doende
+daar na het kasteel, door den Hertog van Alva gebouwt, wederom
+afbreeken.</p>
+<p>Op den eersten November deed de Gouverneur Rennenberg de Staaten van
+Stad en Lande te Groningen vergaderen, alwaar de Ommelander Jonkers en
+Hovelingen compareerden in groot getal, doch niet denkende, dat er iets
+quaads met hen voor handen was. Maar, als zy vergadert waren, voor
+Rennenberg zyn propositie nog had voorgesteld of gedaan, wierden beide
+de leden oneens; het welke niet verdraagen wierd; waar door de Heeren
+van de Ommelanden door de Heeren van de Stad zyn gevangen genomen, tot
+24 in getal, en in leelyke gevangkenissen geworpen: niet tegenstaande
+het ontzach van hunnen Stadhouder, die daar tegenwoordig was. Daar op
+wierd de sterkte <span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184"
+name="pb184">184</a>]</span>van Delfzyl den 20ste van December van hare
+vestingen berooft; waar afgevoert wierden 9 metaale en 7 yzere stukken
+kanon, en 14 bassen.</p>
+<p>In den jaare 1578 zyn des Konings Raaden en Grietmannen in Friesland
+afgezet, en andere Heeren voor hen in de plaats verkooren. Waarop de
+Gereformeerden, die noch in &rsquo;t heimelijk hunne oeffeningen
+deeden, verzogten om in &rsquo;t openbaar te moogen leeren en jaargeld
+te genieten, om hunne Predikanten eerlyk te kunnen onderhouden:
+&rsquo;t welk door den Religions Vrede, tusschen den Aartshertog
+Matthias en den Prins van Oranje, toegestaan zynde, zo bequamen die van
+Leeuwarden de Jacobiner kerk tot hun gebruik; alwaar zij voor de
+tweedemaal de Roomsche beelden afwierpen, en dezelve kerk tot de
+zuivere godsdienst inweiden.</p>
+<p>In dit zelve jaar dagten de Ommelanders zich te wreeken; deeden
+derhalve in de maand February, onder den Heer Barthold Entes van
+Menteda, 12 vendelen soldaaten werven: maar de Groningers zulks gewaar
+wordende, vielen op hen uit, en verstrooidenze, waar van eenige wierden
+doodgeslagen, de vlugtenden nagezet, en Barthold Entes gevangkelyk van
+Koevorden mede naar Groningen gevoert; daar hy groot gevaar liep van
+met de andere gevangene Ommelanders onthoofd te worden. Doch de
+Aartshertog Matthias en de Staaten Generaal waren hunne voorspraaken,
+om het different by te leggen. <span class="pagenum">[<a id="pb185"
+href="#pb185" name="pb185">185</a>]</span></p>
+<p>Den 28ste van Maart heeft het zeewater in Groningerland,
+Oostfriesland en elders, groote schade gedaan, en veele menschen en
+beesten verdronken.</p>
+<p>In den jare 1579, om redenen, dat de Spanjaarden in geenen deele de
+articulen der Pacificatie van Gent na quamen, hebben de Staaten van
+Nederland goedgevonden, een naauwer verbintenisse te maaken binnen
+Utrecht, die men de nadere Unie van Utrecht noemt: waar in de zeven
+vereenigde Provintien, als Gelderland, Sutfen, Holland, Zeeland,
+Utrecht, Overyssel, Friesland, Groningen en Ommelanden, daar benevens
+Lingen en Drenth, hun eerste verbond maakten, bestaande voornaamentlyk
+in: 1. Dat deze Provintien een en gemeen zouden zyn, om nooit, onder
+wat naam ook, te mogen gescheiden worden: blyvende ieder nochtans by
+zyne eigene oude voorrechten. 2. Dat zy malkanderen, tegen alle
+vyandelyk geweld, met goed en bloed zullen helpen verdeedigen. En 3. In
+de oeffeninge van Godsdienst de Pacificatie van Gent na te komen.</p>
+<p>In dit zelve jaar hebben de Heeren van de Ommelanden den Riligions
+Vrede mede aangenomen, insgelyks de Graave van Rennenberg; maar die van
+Groningen, uit haat tegen de Ommelanden, kantede zich hier tegen.
+Waarom Rennenberg een Landdag te Visvliet deed uitschryven, om alle
+questien aldaar tusschen de beide leden in der minne by te leggen. Doch
+de Groningers, als strydende <span class="pagenum">[<a id="pb186" href=
+"#pb186" name="pb186">186</a>]</span>tegen hunne verbonden, weigerden
+aldaar te compareren. Rennenberg deed derhalve zyn krygsmacht
+ontbieden, om zich van Groningen nochmaals te verzekeren; doende de
+stad voorts op den 22ste van May, aan de noordwestzyde, met omtrent
+2000 mannen, doch tot weinig schade der stad, berennen.</p>
+<p>Den eersten van Juny begonnen de belegeraars met die van binnen
+handgemeen te worden, neemende hun een groot getal beesten af. Daar
+tegen bragten die van de stad 2300 boeren uit hunne jurisdictien op de
+been: welke terstond met weinig krygsvolk op de vlugt wierden gedreven,
+en daar boven nog met geld geeven gestraft. Den 6de dito verstonden die
+van binnen, dat er buskruid in het leger ontbrak, deeden derhalven met
+hun geweld van welgewapende boeren en eenig krygsvolk, met het geschut
+voor aan, een uitval op de vyanden, hebbende by hen 600 dienstmaagden,
+om het geschut te beschanssen. Dus in slagorde staande, wierd er aan
+we&ecirc;rskanten dapper gevogten; waar door veele sneuvelden, en de
+partye genoodzaakt wierd te vlugten, welke tot aan de poorten, niet
+zonder verlies van volk, wierden vervolgt.</p>
+<p>Daar na begonnen die van binnen naar vrede te luisteren, geevende
+zich op den 10de van Juny aan de Staaten Generaal over: de Gouverneur
+Rennenberg deed zyn publyke intrede op St. Jans Dag in de stad; die
+aldaar <span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name=
+"pb187">187</a>]</span>de Magistraat veranderde, en dezelve met
+Staatsgezinden bezettede; den Riligions Vrede verkondigde, en de
+Gereformeerden de St. Walburgs en Minnebroeder kerk deed inruimen.
+Vervolgens heeft Rennenberg de fortresse Koevorden wederom vastgemaakt:
+doch toonde zeer kort daar na dat hy &rsquo;t met de Staaten niet wel
+meende.</p>
+<p>Want in den jare 1580, den 3de van Maart, heeft de trouwlooze Graaf
+de stad wederom aan den Koning van Spanje gebragt, na dat hy dezelve
+maar 9 maanden voor de Staaten Generaal als Gouverneur hadde geregeert.
+Hy had zyn voorneemen zo geheim weeten houden, dat, schoon hy
+beschuldigt wierd, van heimelyk correspondentie te houden met den
+Hertog van Parma, hy nochtans den Burgemeester Hillebrands, zynde de
+voornaamste daar die van de Gereformeerde religie zich op vertrouwden,
+des avonds, voor dat hy de stad onder zyn geweld bragt, bedroog, terwyl
+deze hem voorstelde alle de quade geruchten die er van hem gingen, en
+dat hy niet hoopte dat de Graaf iets quaads met hen voor hadde. Waar op
+de Graaf antwoorde: &laquo;&ocirc; Myn Vader! dien ik voor myn Vader
+houde! zou gy zulk een quaad vermoeden van my hebben? Wees hierin maar
+gerust:&rdquo; en sloeg het hem dus uit den zin. Evenwel lag de Graaf
+op zyn luimen, laatende geen tyd passeeren; want op den tweeden van
+Maart, des avonds en des nachts, heeft hy met zyn <span class=
+"pagenum">[<a id="pb188" href="#pb188" name=
+"pb188">188</a>]</span>geheele Hofgezin, en veele Spaanschgezinde
+burgers, als mede eenige verborgene krygsknegten, tegens den
+morgenstond, den 3de dito, hen gewapent. Zo dra als hy nu kennisse had
+bekomen, dat de Gereformeerde wacht in den dageraat was gaan slaapen,
+is hy met zyn volk, hebbende witte teekenen aan hunne linker armen, uit
+zyn logiment naar de Markt gereden, gewapent zynde van het hoofd tot de
+voeten, met de bloote sabel in de vuist, roepende: <i>Sta by, sta by,
+goede Burgers! heden ben ik eerst regt Stadhouder dezer Landen.</i> Op
+dit gerucht quam de Burgemeester Hillebrands, woonende in de
+Heerestraat, haastig met eenige Gereformeerden voor den dag springen,
+die direct op hem aanvielen: maar een van Rennenbergs knegts schoot op
+hem los, dat hy dood ter aarde viel. Waarom de anderen de vlugt namen.
+Eenigen wierden aanstonds gevangen genomen, en anderen verweerden zich
+noch in hunne huizen; maar daar bleef niemand dood als een perzoon.
+Voorts liepen en renden zij door de straaten, schietende naar allen,
+die het hoofd ter vensteren uitstaken. Daar na de stad doorzoekende,
+namen zy allen, die in der Spaanschgezinden ongunst stonden, tot over
+de 200 voornaamste burgers gevangen; waar van eenigen zeer qualyk
+wierden gehandelt; die evenwel naderhand door verscheidene middelen
+meest los quamen.</p>
+<p>Op dien zelven dag, als Rennenberg de <span class="pagenum">[<a id=
+"pb189" href="#pb189" name="pb189">189</a>]</span>stad voor den Koning
+van Spanje had hernomen, wierd dezelve wederom door Barthold Entes
+belegert, met 13 vendelen soldaaten en 2 vendelen ruiters. Die van de
+stad maakten eenige beschansinge in de voorstad, gelegen op het
+Schuitendiep, en noch twee molenbergen buiten de stad, waarmede zy
+hunne beesten, die dagelyks in de weide gingen, beveiligden. Vervolgens
+zonden de Staaten Generaal den Graaf van Hohenlo, en Graaf Lodewyk van
+Nassau, met nog 16 vendelen naar &rsquo;t beleg.</p>
+<p>Den 16de van May deeden de belegeraars eene attaque op &rsquo;t
+Schuitendiep, alwaar zeer hevig gevogten wierd, en Barthold Entes zyn
+leeven verloor. Ondertusschen ontstond een gerugt in &rsquo;t leger,
+dat de Spanjaarden, onder &rsquo;t bevel van Marten Schenk, afquamen om
+Groningen te ontzetten. Hier op trok Hohenlo met eenige vendelen uit de
+belegeringe naar Hardenberg, Schenk te gemoet; alwaar het gevegt op den
+16de van Juny, tot groote schade van den Graaf van Hohenlo, wierd
+gehouden. Overzulks wierd Groningen door Graaf Lodewyk, na ruim drie
+maanden belegert geweest te zyn, wederom verlaaten.</p>
+<p>Den 29 van July is Delfzyl door den Graaf van Rennenberg ingenomen;
+ook Enematil; doch wierd kort daar na door Hohenlo wederom herwonnen;
+ook joeg hy de Rennenbergschen uit de schans Weerdenbras, by de
+Ponterbrug, en nam daarop Koevorden in. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb190" href="#pb190" name="pb190">190</a>]</span></p>
+<p>Den eersten September is Enematil door de Rennenbergschen wederom
+ingenomen en geslegt.</p>
+<p>Den 4de dito wierd Hohenlo&rsquo;s volk by de Bourtange door de
+Rennenbergschen geslagen.</p>
+<p>Den 6de dito zyn de Rennenbergschen, door de Friesen uit Dokkum en
+Kollum, in &rsquo;t klooster Aduard verrast en verslagen; waar op het
+klooster, uit vreeze van wederom overvallen te worden, is in brand
+gestoken; waar in de Rennenbergschen wel 300 mannen verlooren.</p>
+<p>Den 20ste dito won Rennenberg Koevorden; onder voorwaarde, dat de
+bezettinge, uit 200 mannen bestaande, met zydgeweer zouden mogen
+uittrekken.</p>
+<p>In dit zelve jaar, als de Stadhouder Rennenberg door ontrouw van de
+Staaten en Prins van Oranje was overgegaan tot den Koning van
+Spanje<a class="noteref" id="xd20e2716src" href="#xd20e2716" name=
+"xd20e2716src">90</a>, en die van Leeuwarden door het blokhuis, dat
+noch vast was, en by hem bezet bleef, meende te dwingen, gelyk hy
+Groningen reeds al in zyne macht hadde; zo hebben de burgers, dit
+bemerkende, <span class="pagenum">[<a id="pb191" href="#pb191" name=
+"pb191">191</a>]</span>het zelve manmoedig ingenomen, en de wallen en
+sterktens geslegt: ook namen de Staaten de blokhuizen van Harlingen en
+Staveren mede in hunne macht, en roeiden uit de kerken der Paapen alle
+de beelden; en de kloosterinkomsten wierden allen geschikt tot
+onderhoud der Predikanten en schoolen.</p>
+<p>De Geestelyken dus uitgeroeit zynde, verkreegen die van Oostergo de
+eerste stem in hunne plaats; en de steden de vierde stem in
+landszaaken. Koevorden wierd vaster beschanst; en Harlingen met nieuwe
+wallen en gragten versterkt. En wegens de ongetrouwigheid van
+Rennenberg, zogten de Staaten zich van eenen anderen Stadhouder te
+voorzien.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="stadhouders"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e2737" class="main">VII. Stadhouders der Staaten.</h3>
+<p class="firstpar">1. <span class="sc">Willem</span>, Prins van
+Oranje, Graave van Nassau, enz., wierd van de Staaten van Friesland, om
+het Stadhouderschap van deze Provintie mede waar te neemen, begroet.
+Doch, om de moeijelykheden, daar de andere Provintien in stonden, gaf
+het hem ongelegentheid, om overal zelve te gaan; derhalven zond hy
+Merode, Heer van Rummen, om van zynent wegen het Stadhoudersampt als
+Luitenant te bedienen. Hier na belegerde Rennenberg Steenwyk; neemt de
+<span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" name=
+"pb192">192</a>]</span>Kuinder en Slooten in; trekt naar Staveren, daar
+hy &rsquo;t kasteel weder opbouwt; werpt te Makkum weder een nieuwe
+schans op, en stroopt <span class="corr" id="xd20e2746" title=
+"Bron: lang">langs</span> de zeekust tot aan de Harlinger Poort. Waar
+door Friesland weder in &rsquo;t uiterste gevaar quam om overwonnen te
+worden. Doch daarentegen ontzette de Overste Norrits Zwartsluis,
+&rsquo;t kasteel van Hattem en Steenwyk; waardoor Rennenbergs loop ten
+eenemaal gestuit wierd, en al het voorgemelde weder by de Staaten
+herwonnen.</p>
+<p>De onzen verlooren ook een veldslag by Winsum, in Groningerland, dat
+Friesland in eene groote benaauwdheid bragt: maar als de Overste
+Norrits den vyand by Visvliet <span class="corr" id="xd20e2751" title=
+"Bron: ge-geslagen">geslagen</span>, en tot aan de poorten van
+Groningen verjaagt hadde, veranderde het zelve in vreugde. Even hier na
+wierd het bolwerk en wallen om Dokkum gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 1581, in May, quamen de Rennenbergschen uit Aduard, om
+een schans op het Reidiep te maaken, om alzo den Heer van Nienoort uit
+zee af te snijden: doch hy wierd zulks tydig gewaar, en voorquam niet
+alleen hunne aanslag, maar bragt hen zelve in hinderlaag; waar door
+veelen der vyanden wierden verslagen.</p>
+<p>Daar na is Aduard door den Heer van Nienoort belegert; brengende
+grof geschut daar voor, om het klooster daar mede daadelijk te
+beschieten. Maar de Rennenbergschen van alom hunne macht byeen
+rukkende, trokken by Groningen over het Reidiep, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb193" href="#pb193" name="pb193">193</a>]</span>om
+de belegerden te ontzetten. Nienoort was zulks wel verwittigt, maar
+door meerderheid van stemmen geresolveert de vyanden af te wagten:
+dewelke van achter het klooster straks quamen toeschieten: waar door de
+Nienoortschen de vlugt namen, achterlaatende verscheidene Officieren
+voor gevangenen, en eenige dooden aan hunne bespringers. Voorts trokken
+de Rennenbergschen op Aduarder-Zyl, en deeden het plaatsje aanstonds,
+doch vrugteloos, bestormen: maar met kanon daar voor komende, en een
+goede bresse geschoten zynde, quamen zy met de derde storm daar binnen;
+slaande doe alles dood wat &rsquo;er in was; waar onder Schelto Jarges,
+een zeer geleerd en dapper Kapitein.</p>
+<p>Den 9de van July sloeg Norrits de Rennenbergschen by Grypskerk, en
+vervolgden hen tot aan Groningen, waar van 700 mannen door de kling
+gejaagt, en veelen gevangen wierden genomen; vier stukken kanon, alle
+de bagagie, en veele paarden wierden tot buit gemaakt; zynde des
+overwinnaars verlies daar tegen zeer gering.</p>
+<p>Den 23ste dito is in Groningen overleden die trouwelooze Graaf van
+Rennenberg, Stadhouder van Groningen, enz.; zynde door eene knaaginge
+zyner confidentie geheel uitgeteert van mismoedigheid en berouw, om dat
+hy de Staaten Generaal zo ontrouw had behandelt; wordende begraven in
+St. Martens Kerk, in &rsquo;t choor. Hy had <span class=
+"pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name="pb194">194</a>]</span>in
+zynen laatsten levenstyd zyne zuster verstooten, die hem tot dezen
+afval vervoert had. Daar na is Francois de Verdugo wegens den Prins van
+Parma, als Stadhouder van Groningen, in des overleedens plaatze
+gestelt.</p>
+<p>De algemeene Staaten van gevoelen zynde, dat door deze geduurige
+vyandelykheden, de Koning van Spanje meer een openbaare vyand, als een
+beschermend Overheer was; hebben daarom geresolveert, hem van alle zyne
+voogdye af te zetten, en zyne gehoorzaamheid ten eenemaal afgezwooren:
+waar toe de Staaten van de andere Provintien, en Friesland mede, in dit
+zelve hebben bewilligt. Waarop des Konings wapenen alomme wierden
+afgebroken, uitgestreeken en vernietigt, de zegelen plat geklopt, en
+die der Staaten in deszelfs plaats gestelt.</p>
+<p>Rennenberg overleden zynde, heeft de Koning, die de landen daarom
+noch niet verlooren gaf, eenen Francois Verdugo, Heer van Schenge, tot
+Stadhouder gezonden; die met 1500 Waalen te Groningen komende, de
+Friesen zeer verslagen maakte.</p>
+<p>Aanstonds nam Verdugo Reide in. En kort daarna raakte hy in een
+gevegt tegen het Staaten volk, onder Norrits, by Noorthorn, dat hy
+deerlyk sloeg: alwaar omtrent de helft zo Grooten als gemeenen
+sneuvelde, en een groot gedeelte gevangen wierd genomen.</p>
+<p>Des de landlieden, in de wapenen gebragt <span class=
+"pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195" name=
+"pb195">195</a>]</span>zynde, hebben in &rsquo;t dorp Oudeboorn een
+schans opgeworpen; welke van Verdugo aangevallen, maar afgeslagen is:
+waar op hy, na eenige plonderingen, uit het land weder vertrok.</p>
+<p>In den jaare 1582 heeft de Stad Groningen van den Koning van Spanje
+een bulle bekomen, omtrent het Stapelrecht.</p>
+<p>In den jaare 1583 heeft een Spaansch Overste, Taxis genaamt,
+Steenwyk door list ingenomen: en in Friesland vallende, de schans te
+Oudeboorn en Rotserschans ingenomen; en alomme het land door
+stroopingen en plonderingen geplaagt.</p>
+<p>In het zelve jaar in September is Oterdum door de Heeren van
+Nienoort en Azinga Entes verovert; jaagende de Spaanschen bezettinge
+daar uit, en deeden het plaatsje daar op versterken; waar mede zy veele
+dorpen daar omtrent tot contributie dwongen. Overzulks is Oterdum door
+de Spaanschen in de maand December wederom belegert: maar die van
+binnen dapper tegenstand biedende, is het beleg, wederom
+opgebroken.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd overleed binnen deze sterkte de Heer van Nienoort,
+na eene langduurige ziekte, en wierd aldaar begraven; zynde een Edelman
+geweest, die naar zyn vermogen, groote diensten aan het Vaderland had
+gedaan.</p>
+<p>In den jaare 1584 heeft de Prins van Oranje den Graave van Merode
+uit Friesland <span class="pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196" name=
+"pb196">196</a>]</span>opontboden, en Graaf Willem van Nassau tot
+Luitenant-Stadhouder in zyn plaats aangestelt. En, vermits de
+dagelyksche overvallen der vyanden, hebben de Staaten de schans in de
+Lemmer doen vast maaken.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 10de van July, wierd tot groote droefheid van
+den lande, binnen Delft, de Prins van Oranje, door een boosaardigen
+Franschman met een pistool doorschooten; zynde door de Spanjaarden daar
+toe verraadelyk omgekogt<a class="noteref" id="xd20e2791src" href=
+"#xd20e2791" name="xd20e2791src">91</a>.</p>
+<p>2. <span class="sc">Willem Lodewyk</span>, Graave van Nassau, enz.
+wierd in deszelfs plaats van Luitenant-Stadhouder, door de Staaten van
+Friesland tot tweeden Stadhouder, na de afzweeringe van den Spanjaart,
+verkooren.</p>
+<p>Verdugo, de schans Oterdum op den 18de van September wederom
+belegert hebbende, liet dezelve aanstonds met twee stukken kanon
+beschieten: doch die van binnen, benevens de schepen die op de Eems
+lagen, bleven hun niet schuldig; waar door veelen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name="pb197">197</a>]</span>van
+de belegeraars gedood en gequetst wierden. Daar na, in de maand
+December, wierd de schans gesecoureert door allerlei nooddruft,
+alhoewel de belegering noch zyn gang ging; doch met weinig voordeel.
+Maar op Lichtmissenacht in het volgende jaar, zyn de schansen van
+Verdugo voor Oterdum, door een geweldigen storm en watervloed
+weggespoelt; waar door veelen der belegeraars <span class="corr" id=
+"xd20e2806" title="Bron: verdroken">verdronken</span>; zo dat Verdugo
+zich genootzaakt vond het beleg op te breken. Oterdum had weinig door
+&rsquo;t water geleden, en wierd ten eersten herstelt met vier
+bolwerken, schoone gragten, en een haven, waar in omtrent 30 schepen te
+gelyk konden leggen, gemaakt.</p>
+<p>Den laatsten February deed Verdugo een vrugteloozen inval in
+Friesland. Maar de Westfriesen deeden insgelyks in Groningerland een
+inval van meer nadeel; verbrandende in de Marnkant, van Vierhuizen tot
+aan Baflo, meest alle de huizen af, om datze geen contributie wilden
+opbrengen.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd, had Roelof Ketel een aanslag op Groningen, om
+deze plaats aan der Staaten zyde te brengen. Hy begaf zich derhalve met
+15 mannen daar binnen, verlaatende hem alleen op de slappigheid der
+wacht aan de poorten. Daar by was Graaf Willem van Nassau met 1500
+mannen in &rsquo;t Drenth, om hem, zo de aanslag gelukte, by te
+springen: doch de zaak wierd ontdekt, en Roelof Ketel by den kop gevat
+<span class="pagenum">[<a id="pb198" href="#pb198" name=
+"pb198">198</a>]</span>zynde, wierd het hoofd afgeslagen en
+gevierendeelt.</p>
+<p>Insgelijks heeft Kapitein Schaay, leggende te Niezyl in bezettinge,
+een aanslag op Groningen gehad; zynde in een tyd dat de stad gebrek aan
+levensmiddelen had: maar dezelve voorts geproviandeert wordende,
+mislukte de aanslag.</p>
+<p>In den jaare 1585 hebben de Staaten de bestieringe der landen
+opgedragen aan Hendrik den derde, Koning van Vrankryk; maar die hen, om
+zyne eigene inlandsche oorlog, alwaar hy zelve zeer mede belemmert was,
+moeste afwyzen. Waar op hy Elisabeth, Koninginne van Engeland, tot
+bescherminge liet verzoeken: doch die Majesteit weigerde mede de volle
+heerschappye. Doch hier na, Prins Maurits in zyns vaders plaatze en
+bedieningen gestelt zynde, is van gemelde Koninginne de Graave van
+Leicester, als Overste van haare hulpbenden, naar de Nederlanden
+gezonden; die de Staaten naderhand tot Stadhouder der Nederlanden
+hebben aangenomen.</p>
+<p>Na dat de kloosterinkomsten, als wy boven reeds gemeld hebben, tot
+onderhoud van predikanten en schoolmeesters bestelt waren, heeft het de
+Staaten des Lands ook goed gedagt, uit de zelve ook een schoole van
+geleerdheid of Academie op te regten, en dezelve met bequaame
+leermeesters of professoren, en dat &rsquo;er verders toebehoort,
+<span class="pagenum">[<a id="pb199" href="#pb199" name=
+"pb199">199</a>]</span>mildelyk te voorzien; dezelve plaatzende binnen
+de Stad Franeker.</p>
+<p>In den jaare 1586 hebben de Spanjaards, over &rsquo;t ys komende,
+alzo het zeer sterk gevrooren hadde, een uitval gedaan, trekkende met
+2500 voetknegten en 400 ruiters de Wouden in, door Lemsterland, en
+vernachtende omtrent Workum en Hindeloopen; van waar zy voorby
+Bolswert, over Marnzyl, door Schettens en Witmarsum, te Tjum zich
+nederzettende, quamen ten derden dage te Spannum en Winsum, welke
+dorpen zy beide in brand staken: en als zy veel gevlugt volk op de
+Winsumer toren gewaar wierden, zo stookten zy een zeer smookend vuur
+van onderen aan dezelve, om gemelde vlugtelingen te doen verstikken:
+waar door eene zwangere vrouw, gevoelende haare kleederen en
+hoofdhairen gezengt, uit de klokgaten sprong; en gevallen zynde, noch
+door een Spanjaard op de naakte borst getrapt, en zeer gewond geworden,
+waar door zy haare zinnen verloor: doch na twee maanden quam zy weder
+tot haare voorige kennis en verstand. En eene andere, met twee kinderen
+in haare armen, sprong uit het hoofd van den toren, en bragt het eene
+kind noch leevendig te Franeker. De onze in aller yl met 1000
+voetknegten en een Cornet paarden daar na toe trekkende, vonden zich
+niet in staat om de vyanden te keer te gaan: des zy van Oosterlittens
+naar Boxum afweeken, op hoop <span class="pagenum">[<a id="pb200" href=
+"#pb200" name="pb200">200</a>]</span>van eenige hulp, om zich dan
+voordeeliger te kunnen te we&ecirc;r stellen: maar de vyanden, hen
+spoedig nazettende, beletten dit, overvielenze, en een bloedige slag
+wierd getroffen, daar wederzyds veel volk sneuvelde; doch de onzen
+moesten eindelyk de vlugt neemen, zo naar Leeuwarden, als andere
+plaatzen; en een gedeelte wierd in de kerk bezet, en gevangen genomen.
+Van deze slag is zulken indruk in de gemoederen der menschen gebleven,
+dat &rsquo;er in Friesland niets bekender is, als deze Boxumer Slag,
+voorgevallen op den 17 January.</p>
+<p>In dit zelve jaar, ondernam Graaf Willem van Nassau een aanslag op
+Groningen: doch dezelve wierd door een zeer hoogen springvloed ontdekt
+en verydelt.</p>
+<p>In den jaare 1587, in September, had Graaf Willem van Nassau
+nochmaals eene vergeefsche aanslag op Groningen.</p>
+<p>Den 17de van December is een zwaare inbreuk van &rsquo;t zoute water
+in de Ommelanden geweest, waar door alle hooge landen onder liepen,
+wezende het water byna zo hoog, als de Allerheiligen Vloed van den
+jaare 1570, maar deed zoo eene groote schade niet.</p>
+<p>In den jaare 1589, in &rsquo;t begin van den zomer, had de
+Gouverneur Graaf Willem eene vergeefsche aanslag op Delfzyl; doch
+besprong Reide, en maakte daar een beschanst Eiland van: ook won hy de
+schans Eemetille; en kort daar na Swaagsterzyl en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name=
+"pb201">201</a>]</span>Soltkamp; zynde een schans in de mond van
+&rsquo;t Reidiep, en dat stormenderhand, voor &rsquo;t gezigte van
+Verdugo, slaande 80 mannen dood, en nam veele gevangenen mede.</p>
+<p>Daar na nam Verdugo Eemetille weder in; zond twee booswichten in
+&rsquo;t leger by Kollum, om Graaf Willem te vermoorden: maar dezelve
+ontdekt zynde, wierden gevangen genomen en onthoofd.</p>
+<p>In den jaare 1590, in Maart, hebben eenige burgers en inwoonders van
+Groningen hunne stad en Staat onder de bescherminge van de Koninginne
+van Engeland gepresenteert: doch wierd hun geweigert. Waar op Verdugo,
+meer volk van den Hertog van Parma ontfangen hebbende, de schans
+Enematil besprong; trekkende van daar op Nieuwezyl<span class="corr"
+id="xd20e2842" title="Niet in bron">.</span> Ondertusschen quam Graaf
+Willem, Gouverneur van Friesland, afzakken, en legerde te Kollum; en
+alhoewel de legers ruim een uur maar van malkander lagen, viel er
+echter we&ecirc;rzyds niets aanmerkelyks voor.</p>
+<p>In den jaare 1591, den tweeden van July, won Prins Maurits Delfzyl;
+waar in gevonden wierd 5 metaale stukken kanon, en 6 yzere gotelingen.
+Daar na deeden die van Friesland deze schans grooter en sterker bouwen;
+zelfs poogden zy daar van eene stad te maaken, en dezelve met groote
+Privilegien te begiftigen: om alzo de burgery van Groningen daar te
+trekken. Doch op <span class="pagenum">[<a id="pb202" href="#pb202"
+name="pb202">202</a>]</span>hoope van Groningen ook te krygen, is zulks
+achter gebleven. Van hier trok het leger na de Opslag van Enematil,
+leggende op een water, genaamt Nieuwezyl, en dwong de bezettinge door
+geweld zich over te geeven, en met witte stokjes in hunne handen uit te
+trekken, sterk zynde 150 mannen. Voorts vertrok de Graaf naar Enematil,
+en beschoot de schans met 12 stukken <span class="corr" id="xd20e2849"
+title="Bron: kauon">kanon</span>, tot dat de bezettinge zich op den
+11de van July overgaven; als ook een weinig hier na de schans te
+Lettelbert.</p>
+<p>In den jaare 1592, in Augusty, heeft Prins Maurits de sterke vesting
+Koeverden belegert. Graaf Fredrik van den Berg had het bevel daar
+binnen, hebbende voor des Prinsen komste alle de huizen buiten de
+vesting in brand doen steeken.</p>
+<p>De belegeraars naderden hem met alle vlyt aan de loopgraaven, en
+benamen hun de sluizen; waar door zy het water uit de gragten leiden.
+Hier op begon het schieten aan we&ecirc;rskanten dapper aan te gaan,
+wordende aan we&ecirc;rszyden verscheidene mynen onder de wallen
+gegraven, die wel haast ter ne&ecirc;r of invielen. Den 7de van
+September, quam Verdugo met zyn krygsmacht voor den dag springen,
+hebbende alle witte hemden over hunne harnassen, om de belegerden te
+ontzetten. Hier op maakte Prins Maurits zich gereed, telde zyn volk in
+slagorder, met &rsquo;t grof geschut vooraan, en ontfong der vyanden
+macht zo onbeleefd, dat door <span class="pagenum">[<a id="pb203" href=
+"#pb203" name="pb203">203</a>]</span>&rsquo;t losbranden van &rsquo;t
+kanon, een meenigte van hen over hoop en in &rsquo;t moeras raakte.
+Daar bleven in &rsquo;t geheel 300 mannen dood, behalven de gequetsten:
+en van &rsquo;s Prinsen zyde bleven er maar 3 mannen dood en 6
+gequetsten, uitgenomen Graaf Willem van Nassau, die een schot, doch
+zonder gevaar, door &rsquo;t dunne van zyn lyf kreeg. Daar na hebben
+die van Koeverden zich den 12de van September aan Prins Maurits
+overgegeven; mits met hunne vendelen, wapenen en brandende lonten uit
+te mogen trekken, behalven de Artillery en amunitie; daar wierden in
+gevonden 9 stukken kanon. Voorts is hier tot Gouverneur gestelt de Heer
+van Nienoort.</p>
+<p>In den jaare 1593, den 8ste van April, heeft Graaf Willem de
+Bellingewolderzyl beginnen te versterken, om alzo het fort de Bourtange
+te benaauwen. Hier tegen quam Verdugo met zyn leger by Vlagtwedde, in
+&rsquo;t geheel sterk zynde 2500 mannen, doch derfde niets uitvoeren
+tegen dat vast maken.</p>
+<p>Den 29ste van Augusty nam Graaf Willem Wedde in; als mede de vaste
+pas Bourtange; &rsquo;t welk aanstonts sterker wierd gemaakt, eer
+Verdugo daar by kon de komen.</p>
+<p>Daar na heeft Verdugo de sterke schans van Aduarderzyl; na den
+derden storm, met geweld ingenomen, slaande de geheele bezettinge dood.
+Van daar trok hy naar Wedde; dat hy ook in nam, en sloeg van de 117
+mannen, die daar op waren, 50 dood. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb204" href="#pb204" name="pb204">204</a>]</span>Voorts legerde hy
+zich voor de Bourtange; zynde dit fort tegenwoordig tamelyk sterk, en
+alzo dat &rsquo;er geen geschut voor gebragt konde worden; de wallen
+waren redelyk hoog, en de gragten wel voorzien van water. Vyf vendelen
+soldaaten, onder den Gouverneur de Jonge, lagen daar in bezettinge.
+Ondertusschen wierd Verdugo van andere gedagten; brak de belegeringe
+op, en trachte Graaf Willem aan te tasten; doch te vergeefs; hoewel er
+eenige schermutzelingen wierden gehouden, waar door veel volk is
+gebleven. Daar op trok Graaf Willem naar de Bourtange, neemende Wedde
+wederom in: en Verdugo naar Koeverden, beschanste daar de passagie;
+maar zyn volk is door ongemakken voor &rsquo;t grootste gedeelte
+verstorven of verloopen.</p>
+<p>In den jaare 1594, den 12de van February, des nachts, hadden de
+Groningers een aanslag op Delfzyl: doch die van binnen hen tydig gewaar
+wordende, is &rsquo;er aan we&ecirc;rskanten wel twee uuren lang scherp
+gevogten. Tot geluk van het Fort, was &rsquo;er een oorlogschip, daar
+omtrent leggende, dat wat nader aanquam, en de Groningers met 16
+stukken kanon dwars onder hun hoop sterk beschoot, dat zy met groote
+schade moesten aftrekken, sleepende wel 35 sleden met dooden en
+gequetsten met zich naar de stad, en noch 7 dooden, dieze lieten
+leggen. Die van binnen verlooren een Kapitein, een Vendrig, een
+Sergeant, en 9 Gemeenen. <span class="pagenum">[<a id="pb205" href=
+"#pb205" name="pb205">205</a>]</span></p>
+<p>Den 6de van May, quam Prins Maurits en Graaf Willem van Nassau met
+hun leger by Koeverden: welke aankomst van Verdugo bezigtigt zynde, hem
+deed resolveeren zyne beschansinge by nacht op te ruimen. Overzulks
+trok de Prins met zyn krygsbende direct naar Groningen; doende de stad
+op den 20 dito berennen, en aanstonds opeischen. Doch kreeg tot
+antwoord: Dat dit geen stad was, die zich zo haast konde overgeven.
+Prins Maurits liet derhalven al zyn oorlogstuig aan land zetten, en het
+kanon voor de stad planten. Onderwylen heeft Graaf Willem op den
+laatsten van May de sterke schans Aduarderzyl aangetast, hebbende over
+de 135 mannen tot bezettinge, en tot Commandant eenen Kapitein Prenger,
+die aan Graaf Willem ten antwoord gaf, als hy de schans opeischte: Dat
+hy het met hem zoude wagen, als met een meisje van 15 jaaren. Maar dit
+geviel hem niet wel; want de vesting wierd kort daar na zo gruwelyk
+sterk beschooten, datze dezelve met &rsquo;er haast beklommen en
+inkreegen; doe wierd alles aan stukken geslagen wat &rsquo;er in was,
+uitgenomen 8 a 9 perzoonen, die &rsquo;t ontquamen.</p>
+<p>Ondertusschen had Prins Maurits eenige andere schansen ingenomen,
+als Slogteren, Hogerbrugge, enz., waar door de leevensmiddelen in
+&rsquo;t leger zeer goedkoop wierden.</p>
+<p>De Stad Groningen was zeer wel voorzien van een wel in de wapenen
+geoeffende burgerye; <span class="pagenum">[<a id="pb206" href="#pb206"
+name="pb206">206</a>]</span>en geeft ander guarnisoen binnen hebbende,
+dan de slegtste burgerye en inwoonders, dewelke al voor langen tyd, als
+soldaaten onder vendelen geoeffent, in plaats van bezetting, van den
+Koning wierden betaalt: behalven deze, hadden zy krygsvolk van Verdugo
+altoos onder haar gebied; en hadden nu onder het beleg 5 goede oude
+vendelen daar van, onder den Overste Luitenant Laukema, buiten de stad,
+op een gesterkte plaats aan &rsquo;t Schuitendiep. Van krygstuig,
+voorraad enz., wasze alles wel voorzien. Die van de stad wenden
+vervolgens alles aan wat hun dacht dat den vyand zoude krenken. Waarom
+de Prins zyn begravinge van verre moest neemen, en aldaar zyne
+batteryen opwerpen, mits digt onder de stad de belegerden
+tegen-batteryen maakten; hebbende 400 groote tonnen met buskruit en
+geschut meer, als andere steden. De Groningers deeden verscheidene
+uitvallen, waar mede zy meenig braaf Kapitein en soldaat versloegen, en
+zelfs eenige vendels binnen bragten: weshalven de loopgraaven versterkt
+moesten worden. De belegeraars deeden alle afbreuk met hun geschut
+dieze doen konden; doch vorderden nochtans weinig, tot dat zy een poort
+met een brug, die na een rondeel liep, omverre hadden geschooten,
+eenige bolwerken ondergraven, en eenige gragten aldaar vulden, alles
+<span class="corr" id="xd20e2878" title="Bron: ouder">onder</span> de
+bescherminge van &rsquo;t geschut: dis deed de trouwe burgery gedwee
+worden, <span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207" name=
+"pb207">207</a>]</span>en begon naar verdrag uit te zien; overzulks zy
+Jan te Boer met brieven aan Prins Maurits en Graaf Willem uitzonden, om
+verdrag: wordende daarop we&ecirc;rszyds gyselaars gegeven, en hielden
+op van schieten. Maar de burgemeester Jarges, zynde een hard
+Konings-gezinde, rukte een party voerlieden en schuitevoerders byeen,
+en stonden op tegen die geene, die van verdrag hadden gesproken. Hier
+na kregen de belegeraars een te smadelyk antwoord, te weeten, dat de
+belegerden besloten hadden, noch een tyd lang hun ontzet af te wagten.
+Hier op trad Maurits met Willem in de loopgraven, om een plaats tot een
+nieuwe batterye af te zien; ondertusschen komt een kogel zo sterk tegen
+de rondas, die Maurits voorgehouden wierd, dat hy achterover viel, doch
+zonder hem te quetzen.</p>
+<p>Den tweeden van July waren de belegeraars over de gragt, en wel 30
+voeten onder het rondeel gekomen, daar de heele stad haar winst of
+verlies aan hing. Drie dagen daar aan was de myn 30 voeten diep, en
+opgepropt met 5 a 6000 ponden buskruit, dat den 10de dito, des avonds,
+na het gegevene teeken, in brand wierd gestoken; waar door een groot
+gedeelte aarde, en alles wat &rsquo;er op was, in de lucht sprong, met
+wel 140 menschen; waar van twee in &rsquo;t leger vielen, en de een
+noch leevendig: hier op vielen drie vendelen Schotten los, die straks
+meester van het rondeel waren, en alles, wat <span class=
+"pagenum">[<a id="pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span>noch
+leevendig bevonden wierd, doodsloegen, blyvende daar in &rsquo;t geheel
+wel 200 dood. Daar boven sneuvelden 30 Schotten, behalven noch twee
+Kapiteins. Dit bragt onder de gezamentlyke soldaaten, en onder de
+allerhartigste burgerye zulk een schrik, bevreest zynde voor meer
+ondergravingen, datzy op verdrag dagten. Over zulks zonden zy
+Gecommitteerden uit, zo wegens de Geestelyke, Magistraat en Ambagten
+der stad, als ook wegens den Overste Luitenant Laukema; en op Ostagiers
+handelende van den 16de tot den 22ste van July, met Prins Maurits en
+Graaf Willem van Nassau, zyn daar op met advis van den Raad van Staaten
+eindelyk overeen gekomen. Dus is Groningen en de Ommelanden op den
+24ste van July onder Maurits gebied gebragt, na dat &rsquo;er wel 10000
+schooten op waren gedaan, en 400 mannen voor zyn gebleven: waar tegen
+de belegerden ook 300 soldaaten en veele burgers hebben verloren. In de
+stad wierden gevonden 36 metaale stukken kanon, behalven de yzeren, en
+wierd daar over Graaf Willem van Nassau tot Stadhouder gestelt. Prins
+Maurits en Graaf Willem daar binnen komende, wierden verwellekomt door
+den klokspeelder, speelende de wys van den 6den Psalm. Daar na wierd de
+Magistraat verandert, wordende daar tot eerste Burgemeesters
+aangestelt, Mello Conders, Joachim Alting, Harmen Koning en Egbert
+Alberda. Voorts wierd de St. Martens <span class="pagenum">[<a id=
+"pb209" href="#pb209" name="pb209">209</a>]</span>Kerk van hare beelden
+gezuivert, en de eerste predikatie van de Gereformeerden daar in
+gedaan: doende de Magistraat en Burgerye daar na den eed van
+getrouwigheid aan Graaf Willem, hunnen Stadhouder en aan de Staaten
+Generaal.</p>
+<p>In &rsquo;t zelve jaar is de Aartshertog Ernestus, van &rsquo;s
+Konings wegen, in Nederland tot Stadhouder gezonden.</p>
+<p>In den jaare 1596 is uit last van de algemeene Staaten en den Prins
+van Oranje, het Collegie der Admiraliteit te Dokkum ingestelt; om alzo
+bequaamelyk over het werven der oorlogschepen van Friesland alle zaaken
+te kunnen beraamen.</p>
+<p>In het zelve jaar, den 24ste van Augusty, is Graaf Willem van
+Nassau, Stadhouder van Groningen, mede tot Gouverneur over het
+Landschap Drenth aangestelt.</p>
+<p>In dit jaar is de Cardinaal Albertus, Aartshertog van Oostenryk, tot
+Stadhouder des Konings, in Nederland gekomen; die naderhand huuwde met
+Isabelle, Dochter des Konings; en deze landen wierden hem tot een
+huwelyks goed toegezegt.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd was &rsquo;er eene Friesche dochter, Margarita
+genaamt, zynde een jong vrouwsperzoon, of moedige Amazoone, en lang van
+persoon; deze heeft, in manskleederen, de Heeren Staaten zo binnen
+Oostende als elders zeven jaaren gedient, buiten kennisse haarer
+ouders, in alle eerbaarheid, eerst een spies gedraagen, en daar
+<span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name=
+"pb210">210</a>]</span>na een musquet gevoert, met een witte veder op
+de hoed, als een kloek en onvertzaagt krygsgezel, ja onder de
+Adelborsten gerekent, en zelve veele schansen om Groningen en Steenwyk
+helpen inneemen. Ten laatsten bekent geworden by haar medegezel, als zy
+een schoon hemd aandeed, hebbende groote borsten en rond opgewasschen,
+meer dan andere welgevleesde jongmans: op zyn vraage, heeft ze hem
+beleden, een vrouwsperzoon te zyn, dat hy verwonderende aanhoorde; is
+daar op met eere verlieft geworden, en in &rsquo;t leger voor Koeverden
+met haar getrouwt. Zy waren noch woonende binnen Groningen in den jaare
+1602, en veele jaaren daar na, een winkel doende van vette waaren, in
+alle stilheid en eerbaarheid huishoudende, en t&rsquo;zamen geneerende.
+Deze Amazoone heeft ook een lied gedicht, de jonge Dochters tot liefde
+des krygs, om &rsquo;t Vaderland te beschermen, na haar voorbeeld
+vermaanende. Zie E. v. Meteren<a class="noteref" id="xd20e2902src"
+href="#xd20e2902" name="xd20e2902src">92</a>.</p>
+<p>In den jaare 1597 verzogten die van Groningen aan de Staaten van
+Friesland, om Drenth en Twenth geheel vry te maaken, en den vyand van
+daar te vernestelen: welk verzoek uit last van de algemeene Staaten,
+door hulp van den Prins van Oranje, wierd vastgestelt: en alle
+sterktens en schansen, door de vyanden aldaar bezet, wierden
+overwonnen, namentlyk, Grol, Ootmarsen, Oldenzeel, Lingen, enz.
+<span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211" name=
+"pb211">211</a>]</span></p>
+<p>In dit zelve jaar, den eersten van Juny, is de Overste Sonoy,
+gewezen Gouverneur van Noordholland, op Dyxterhuis, een Heerlykheid in
+de Ommelanden, overleden; wordende deszelfs ligchaam tot Peterbuuren in
+de kerk, in tegenwoordigheid van zyn Genade Graaf Willem van Nassau,
+Stadhouder van Groningen, begraven.</p>
+<p>Den 18de van Augusty was &rsquo;er een zwaare watervloed in deze
+landen, waar door de Delfzylen en anderen uitbarsten, en veele menschen
+en beesten verdronken.</p>
+<p>Den 8ste van December is Graaf Willem door de Groningers met groote
+toejuichinge ingehaalt.</p>
+<p>In den jaare 1599 is te Groningen door de Heeren Burgermeesteren en
+Raad het Burger-Weeshuis opgericht.</p>
+<p>In den jaare 1600 is te Groningen. omtrent de Heere Poort, wederom
+een kasteel gebouwt; zijnde ten zuidoosten van de stad, omtrent ter
+plaatze daar weleer de kasteelen van Graaf Edzard van Oostfriesland, en
+van den Hertog van Alva hadden geweest: welk kasteel over de 400000
+guldens quam te kosten. Ook wierd de burgerye ontwapent, en Jonker
+Casper van Ewsum met 800 mannen op gemeld kasteel gelegt.</p>
+<p>In dit zelve jaar ontstond &rsquo;er groote oneenigheid tusschen de
+Heeren van den Lande en Steden, over het stuk van de gemeene lasten en
+bezwaaringen te draagen: doch wierd door Gemachtigden van de algemeene
+Staaten en den Stadhouder weder bygeleit. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb212" href="#pb212" name="pb212">212</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1605, den 10de van Augusty, zyn te Groningen door de
+Heeren Burgemeesteren en Raad, in plaats van vier Kapiteinen der
+burgerye, hier Hopmans genaamt, acht aangestelt; en doende de
+Kapiteinen de nominatie van de Vendrigs, die door den Raad wierden
+ge&euml;ligeert op den zelfden dito.</p>
+<p>Den 23ste van Augusty quam de Stadhouder Graaf Willem van Nassau met
+18 vendelen, voetvolk en 6 compagnien ruiters binnen Groningen; waar
+door de stad van het haar gedreigde quaad bevryd wierd. Ook gaf men de
+burgerye hun geweer weder. Prins Maurits verzond ook eenige troupen ter
+versterkinge van Koeverden en de Bourtange; zijnde deze plaatzen alle
+met groote verbaastheid aangedaan, wegens de veroveringe van Lingen en
+Oldenzeel, door de Spaanschen, onder het commando van den Marquis de
+Spinola.</p>
+<p>Ambrosius Spinola met zijn macht in Twenth zijnde, om op Friesland
+een kans te waagen, en welk land de Koning van Spanje hem reeds ten
+erve had geschonken; doch, God zij gedankt, hem nooit heeft kunnen
+leveren, moest zich vergenoegen met Lingen en Oldenzeel, en dat
+Friesland in groote benaauwtheid bragt. Maar Graaf Willem hield binnen
+Koeverden een oog in &rsquo;t zeil, zo dat Spinola die plaats niet
+derfde aantasten, en vertrok druipstaartende weder naar Vlaanderen, ook
+eenigzints door de natte zomer verhindert.</p>
+<p>In dit zelve jaar, in Maart, wierd met <span class="pagenum">[<a id=
+"pb213" href="#pb213" name="pb213">213</a>]</span>den Spanjaard een
+bestand van acht maanden geslooten.</p>
+<p>In den jaare 1608 was &rsquo;t zo een harden winter, dat men van de
+Friesche kusten naar de vooreilanden, als Ameland, Ter Schelling, en
+ook naar Grind niet alleen, maar zelf naar de Hollandsche kusten van
+Harlingen af met paard en slede konde overjaagen. Gelyk een Ari&euml;n
+Wierds, den 9de van February uit de Haven rydende, voor &rsquo;t
+poortsluiten te Amsterdam binnen quam. Ook drilde voor de Harlinger
+haven op het ys een compagnie soldaaten.</p>
+<p>In dit zelve jaar zyn de nieuwe fortificatiewerken van de Groningers
+begonnen, wordende de stad aan de zuidkant daar door vergroot; ook is
+een gedeelte van het Groninger kasteel, tegens de burgers aldaar
+gebouwt, wederom afgebroken.</p>
+<p>In den jaare 1609, den 9den van April, is te Antwerpen het
+twaalfjaarig bestand geslooten, tusschen den Koning van Spanje en de
+Staaten Generaal der vereenigde Nederlanden; zynde wegens de Provintie
+van Groningen aldaar gecommitteert Abel Conders, Burgermeester te
+Groningen, wordende het zelve op den 18de dito in &rsquo;s Hage
+gepubliceert.</p>
+<p>In den jaare 1610, op Nieuwejaarsdag, hebben de burgers van
+Leeuwarden, na dat zy eenigen tyd met de Burgermeesteren oneens waren
+geworden, de deur van &rsquo;t Raadhuis met een mast open geloopen,
+verbreekende <span class="pagenum">[<a id="pb214" href="#pb214" name=
+"pb214">214</a>]</span>de glazen, vensteren en alles wat hun voor
+quam.</p>
+<p>Een Jan Cornelisz. Femmes, bestond in dit jaar een reukelooze daad,
+spruitende uit een wedspel, waar in hy aannam, om een rond jaar te
+willen woonen op het Kamper Zand (dat een droogte is, gelegen tusschen
+Ter Schelling en Ameland, loopende met alle etmaalse vloeden onder
+water). Op voorwaarde gaf hy aan zyn medewedder paarden, wagen,
+ploegen, en andere huismans gereetschappen; zullende hy, by aldien hy
+zyn voorneemen een rond jaar uitvoerde, een groote zomme geld in
+tegendeel genieten. Hier op bouwde Jan den 2de van Juny aldaar op
+eenige roeden of stutten een huisje; en om het zelve by springvloeden
+of hooge watertyden om hoog te heffen, gebruikte hy een tistel of
+vyzel, waar door hy het om hoog kon opvyzelen, of doen zakken: en dus
+hielde hy &rsquo;t het bestemde jaar volkomen uit; zynde eene
+ongehoorde zaak.<a class="noteref" id="xd20e2949src" href="#xd20e2949"
+name="xd20e2949src">93</a></p>
+<p>In den jaare 1611, den 25ste van January, heeft Graaf Enno van
+Oostfriesland de sterke vesting Lieroort aan haar Hoog Mogende de
+Heeren Staaten Generaal overgegeven.</p>
+<p>In den jaare 1612, en &rsquo;t volgende jaar, is de stad Groningen
+rondom vergroot, doch meest naar &rsquo;t noorden, en is doe vervolgens
+met zeven schoone groote poorten voorzien, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name=
+"pb215">215</a>]</span>benevens noch een kleen poortje bezyden het
+Schuitendiep; hebbende een zeer breede en hooge wal, met 17 dwingers of
+bastions en een diepe besloten gragt.</p>
+<p>In den jaare 1614 is de Academie te Groningen opgericht, onder het
+Stadhouderschap van Graaf Willem Lodewyk van Nassau. De inwydinge
+geschiede op den 23ste van Augusty. De eerste Professoren zyn geweest
+Ubbo Emmius, Professor in de Histori&euml;n en Grieksche Taal, als
+eerste Rector Magnificus. Herman Ravensberg, Professor in de
+Godgeleerdheid. Cornelius Pynaker, Professor in de Rechten. Nicolaas
+Mulerius, Professor in de Medicynen en Mathesis. Johan Epinus,
+Professor in de Philosophie en Ethic&aelig;, en extr. in de Rechten,
+Guill. Macdowel, Professor in de Philosophie, Logicis, Phys: &amp;
+Methaphysicis. De inleidings redevoeringe wierd uit naam der geheele
+Provintie gedaan, door Do. Pancratius, stads Syndicus. Na &rsquo;t
+eindigen derzelve, deed Do. Ravensberg een andere, op deze handelinge
+passende. De eerste Rector in de Rechten, die hier zyn promotie bequam,
+was Hugo van Nyeveen; houdende zyn inauguraal dispuit op den 13de van
+November 1615, onder het Rectoraat van gemelden Professor
+Ravensberg.</p>
+<p>In den jaare 1616, den 18de van Maart, is Graaf Willem Lodewyk door
+de Groningers zeer plechtig ingehaalt.</p>
+<p>In den jaare 1618 is het Sapmeer droog <span class="pagenum">[<a id=
+"pb216" href="#pb216" name="pb216">216</a>]</span>gemaakt, en is het
+volgende jaar met gruppen en een doorgaande vaart voorzien. Waar op is
+gevolgt de aanvang en continuatie van deszelfs vaart of diep door
+&rsquo;t hooge en wilde Veen, van Sapmeer tot aan Zuidbroek.</p>
+<p>In den jaare 1619 bequamen die van Staveren vernieuwinge en
+handhavinge van hun onderrecht.</p>
+<p>In dit zelve jaar, in July, is de Heerlykheid van Wedde,
+Westerwolde, Bellingewolde en Bleyham gekogt van Willem van den Hove,
+en den 2de Augusty in den Raad geapprobeert, voor de zomma van 140300
+guldens. Voorts heeft de stad deszelfs possessie aanvaart, en is den
+21ste van September Edzard Rengers tot Drost, en Michiel Visscher tot
+Richter van Bellingwolde en Bleyham gekoren.</p>
+<p>In den jaare 1620, den laatsten van May, is binnen Leeuwarden
+overleden Graaf Willem, Stadhouder van Friesland; tot wiens loffelyke
+gedachtenisse die heerlyke begraafplaats of tombe in de Jacobyner Kerk
+is opgeregt; alwaar hy met zyn Gemalinne na &rsquo;t leven in steen op
+uitgehouwen is: en is zedert dien tyd de rustplaats der Stadhouders
+altoos geweest en gebleven.</p>
+<p>3. <span class="sc">Ernst Casimier</span>, Graave van Nassau, enz.,
+wierd, na &rsquo;t overlyden van zynen broeder, in de maand Augusty,
+tot Stadhouder van Friesland verkooren. En die van Groningen,
+Ommelanden en Drenth verkooren Prins Maurits tot hunnen Stadhouder.
+<span class="pagenum">[<a id="pb217" href="#pb217" name=
+"pb217">217</a>]</span>In December begon het zo geweldig te vriesen,
+dat men wederom naar Ter Schelling en Ameland met paard en slede
+overjoeg. Het volgende jaar, den 2de van February, quam een Harlinger
+schipper, met een sleetje en stok in de hand, van Friesland, over den
+Fliestroom, te Harlingen binnen treden. Graaf Ernst, geleidende den
+jongen Koning van Boheemen, quam met gezelschap van over de 100 sleden,
+van Leeuwarden tot op de zee voor Harlingen afjaagen.</p>
+<p>In den jaare 1621, den 29ste van Maart, is de Burgerye te Groningen
+door de Heeren van den Raad in 12 vendelen verdeelt; wordende daar op
+den 30ste dito de Officieren gekooren, en den 13de van April door hun
+Edelheden goedgekeurt, dat voortaan de Vendrigs onder de Luitenants
+zouden staan.</p>
+<p>De volgende winter van het jaar 1621 en 1622 was het mede een harde
+winter; waar in Anna Sophia, Gemalinne van den Stadhouder,
+vergezelschapt met een compagnie soldaaten, en hun byhebbende
+gereedschap, van Enkhuizen naar Staveren langs het ys overquam.</p>
+<p>In den jaare 1622, in Augusty, deeden de Spanjaards een aanval op
+Friesland, trekkende met 800 voetknegten en 70 ruiters door
+Oudeberkoop, naar Schoot, om &rsquo;t Heerenveen te overvallen. En
+vermits het Staaten Volk zich meest aan den Rhyn nedergeslagen
+<span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218" name=
+"pb218">218</a>]</span>had, waren slegts maar drie compagnien
+verstrooit in de Zevenwouden gebleven; dewelke, naar &rsquo;t Veen
+rukkende, den vyand, die een geweldigen storm deed op een schansje of
+redout op den weg naar Schoot, wakker afkeerde, en veelen van zyn volk
+deeden sneuvelen. De vyanden, misleid zynde, waren van gedachten
+geweest, dat &rsquo;er boeren en geen soldaaten op het Veen lagen: en
+trokken na dit treffen weder af op Ommen: alwaar zy door des Prinsen
+volk van achteren bezet wierden, en in de kerk allen gevangen zyn
+genomen.</p>
+<p>In October is Ernst Lodewig, Graaf van Mansveld, met zyn
+krygsbenden, wel 5000 mannen uitmaakende, in Oostfriesland gevallen,
+bedervende de inwoonders en landen elendig, zelfs zodanig, dat zyn
+eigen volk in den jaare 1624 meest van honger verliep. Hy had zyn
+hoofdquartier in de vesting Lieroort; en eer hy vertrekken wilde, dwong
+hy Graaf Enno van Oostfriesland een groote zomme geld af.</p>
+<p>In den jaare 1623 was er een zwaare pestziekte in Groningen; als
+mede een groot oproer over het draagen der dooden: want op den 5de van
+Augusty zyn de oude lyken des voormiddags door de vrouwen, en de jonge
+lyken des namiddags door de maagden ter aarde gebragt.</p>
+<p>In den jaare 1624 deeden de Spanjaards, onder het bevel van Lucas
+Cayro, Gouverneur van Lingen, een inval in den Oldambte; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name="pb219">219</a>]</span>zy
+staken verscheidene dorpen in brand, als Winschoot, Heiligerlee,
+Noordbroek, Scheemda en Slogteren; verzonden in alle omleggende
+plaatzen brieven van brandschattinge: waar door de huislieden afquamen
+om de brand af te koopen. Maar het geruchte der aankomst van den
+Oversten Stakenbroek, deed hen haastelyk de vlugt neemen, doch een
+grooten roof mede voerende.</p>
+<p>In den jaare 1625, den 8ste van Maart, is Oostfriesland door een
+schrikkelyke watervloed aangetast, alle dyken doorbrekende of
+beschadigende, zodanig datze met geen 800000 guldens te herstellen
+waren; en de huislieden, door de Mansvelder troupen ten eenemaal
+verarmt en bedorven zynde, hadden geen macht om die te repareren, dies
+de zee daar uit en in spoelde.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 23ste van April, is Prins Maurits, na een
+langduurige krankheid uitgekwynt zynde, in &rsquo;s Gravenhage
+ontslaapen. En zyn broeder Frederik Hendrik wierd aanstonds in zyn
+plaats tot opperste Veldoverste verkooren<span class="corr" id=
+"xd20e3007" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p>In dit jaar is Graaf Ernst van Nassau tot Stadhouder van Groningen
+en Ommelanden, en &rsquo;t Drenth aangenomen.</p>
+<p>Den 29ste van December overleed binnen Groningen de Hooggeleerde en
+wydvermaarde Ubbo Emmius, Professor dier Academie.</p>
+<p>Omtrent den jaare 1627 is het groote Provinciale magazyn of
+Artilleryhuis alhier gebouwt, en het Orgel in &rsquo;t H.
+Geest-Gasthuis <span class="pagenum">[<a id="pb220" href="#pb220" name=
+"pb220">220</a>]</span>nieuw gemaakt: ook het Orgel in de groote kerk,
+eertyds door Agricola gemaakt, vergroot en vernieuwt.</p>
+<p>In den jaare 1628, in Augusty, is de Nieuwe of Lange-Akkerschans
+volveerdigt, en daar in drie compagnien soldaaten tot bezettinge
+gelegt, onder den Gouverneur Roussel; dewelke in October de Dylerschans
+innamen; doch zyn &rsquo;er voort daar na door de Keizerschen wederom
+uitgejaagt.</p>
+<p>In den jaare 1631 wierd Prins Frederik Hendrik, behalven Holland en
+Zeeland, ook het Stadhouderschap van Gelderland, Utrecht, en Overyssel
+opgedraagen. Maar Stad en Lande hebben Graaf Ernst aangenomen.</p>
+<p>In dit zelve jaar, in de maand van May, ontstond door &rsquo;t
+geheele Land een geweldige oploop van &rsquo;t gemeene volk; waar door
+beide, zo Opper- als Onderregenten, by hen verdagt wierden, en alle
+aanzienlyke lieden in verachtinge quamen. En den eersten Augusty heeft
+Graaf Ernst Oldenzeel ingenomen, en des zelfs vestingen afgeworpen.</p>
+<p>In den jaare 1632 wierd Graaf Ernst, zo als hy van Venlo op Roermond
+aankomende, en den grond aldaar bezigtigde, van de wal met een vuurroer
+door &rsquo;t hoofd geschooten; en echter wierd hy dien dag noch
+meester van de stad.</p>
+<p>4. <span class="sc">Hendrik Ernst</span>, Graave van Nassau, enz.,
+wierd in de plaats van zynen vader tot Stadhouder van Friesland
+aangenomen; en weinig tyd daar na mede van Groningen, enz. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221" name="pb221">221</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1633, omtrent Pinxter, was &rsquo;er een watervloed in
+Oostfriesland, waar door al het koren op &rsquo;t land verdronk.</p>
+<p>In dezen tyd trokken twee compagnien of 350 burgers uit Groningen
+naar de Bourtange; dewelke op het verzoek van haar Hoog Mogende de
+Staaten Generaal, en Advis van zyne Exellentie, op 10 stuivers daags
+naar buiten zouden marcheren, om hun vaderland te dienen, en op de
+vyanden te waaken; en hebben alzo hunne huizen en familien een tydlang
+vrywillig verlaaten.</p>
+<p>In den jaare 1634, wanneer de nieuwe Middelen, als Hoofd- en
+Schoorsteengelden, enz., ter ondersteuning van den oorlog, eerst in
+Friesland verpagt wierden, ontstond &rsquo;er in verscheidene steden en
+dorpen een groote oploop; waar door zommige Heeren en heerenhuizen zeer
+slegt mishandelt wierden: maar door inlegering van soldaaten wierden de
+voornaamste belhamels gevat, en alzo weder tot stilte gebragt. In
+&rsquo;t begin van dit voorjaar strande aan Ameland een Walvis: ook
+schryft men, dat &rsquo;er op dit zelve Eiland mede in dit jaar
+vorsschen zyn geregent.</p>
+<p>In den jaare 1635 was &rsquo;er te Groningen een zwaare pestziekte,
+waar door over de 100 menschen in een week stierven.</p>
+<p>In den jaare 1636 is Oostfriesland door twee watervloeden aangetast:
+de eerste op den 24ste van Juny, en de andere op den 25ste van July,
+waar door de huislieden, wegens gebrek van hooy, hunne beesten naar
+<span class="pagenum">[<a id="pb222" href="#pb222" name=
+"pb222">222</a>]</span>andere plaatzen in de kost moesten besteden.</p>
+<p>In den jaare 1638, als het leger van den Prins voor de Graaf lag, en
+Graaf Hendrik naar &rsquo;t huis te Gennip, om het zelve te
+bezichtigen, gezonden was, gebeurde het dat zyn paard op zekere plaats
+achteruit deinsde, en in een bedekte put tot op den grond nederschoot;
+maar Graaf Hendrik zulks voelende, in aller haast zyn voeten uit de
+beugels van de stegelreep rukkende, viel achter over de gemelde put
+heenen; buiten welke val hy elendig had moeten omkomen en
+versmooren.</p>
+<p>In den jaare 1640, is Graaf Hendrik, zullende in de belegeringe van
+Hulst een schansje of redout bespringen, doodelyk gewond geworden; na
+hy en de zynen ongemeen manhaftig gestreden hadden; en onder andere zyn
+broeder Graaf Willem, die reeds al op zyn derde paard was gestegen. En
+den 17de van July overleed gemelde Graaf aan zyn quetzuur, die door
+geheel Nederland zeer beklaagt wierd.</p>
+<p>5. <span class="sc">Willem Frederik</span>, Graave van Nassau, enz.,
+wierd, na zyn broeders overlyden, tot Stadhouder van Friesland
+aangenomen. En de Prins van Oranje verkreeg het Stadhouderschap van
+Groningen en Ommelanden.</p>
+<p>In den jaare 1643 is &rsquo;er in veele landen door &rsquo;t hooge
+water een onwaardeerlyke schade geschied, zodanig als by menschen
+geheugenisse niet was voorgevallen. In &rsquo;t dorp <span class=
+"pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name=
+"pb223">223</a>]</span>Gaast spoelden de dooden uit de graaven. Door
+&rsquo;t doorbreeken der dyken, was het land zo verre onder water, dat
+men dwars over het land van Groningen naar Zwartsluis konde
+overvaaren.</p>
+<p>In den jaare 1645, den 22ste van January, is Oostfriesland wederom
+door een watervloed overstroomt; waar door veele dyken wierden
+gebroken, en tot Embden, zo &rsquo;er gezegt word, de Corps de Guarde
+wegspoelde.</p>
+<p>Dit jaar, den eersten van September, quam de Stadhouder Prins Willem
+van Oranje te Groningen, om aldaar de doe zwevende verschillen by te
+leggen; wordende door de Magistraat en burgerye met groote eertekenen
+ingehaalt, &rsquo;t guarnisoen in de wapenen, benevens &rsquo;t
+losbranden van het kanon, enz.</p>
+<p>In dit zelve jaar, wierd de trekweg van Harlingen naar Leeuwarden
+gemaakt.</p>
+<p>In den jaare 1647, den 14de van Maart, is Frederik Hendrik, Prins
+van Oranje, in &rsquo;s Gravenhage ontslaapen. En dien zelven dag deed
+zynen Zoon, Willem de tweede, den eed van getrouwigheid aan de
+Staaten.</p>
+<p>In den jaare 1648, den 30ste van January, is binnen Munster in
+Westfaalen, na een oorlog van over de 80 jaaren gevoert, eene vrede
+gemaakt, tusschen den Koning van Spanje, en de Staaten der zeven
+Provintien: door welke gemelde Koning deze Landen voor eigene en
+vrygevogtene landen heeft moeten verklaaren; en zyn recht op dezelve
+eeuwig en erflyk afgestaan. <span class="pagenum">[<a id="pb224" href=
+"#pb224" name="pb224">224</a>]</span></p>
+<p>In dit zelve jaar gebeurde binnen Dokkum, op &rsquo;t Raadhuis, een
+gering doch merkwaardig geval, zinnebeeldig op bovenstaande vrede; men
+zag een mossel een muis vangen: dat dus geschiede, een hoop mosselen
+aldaar leggende, quam de muis daar zyn aas zoeken, en een treffende,
+die gaapte, sloot de mossel haare schelpen toe, en de muis, in de zyde
+gevat, was gevangen.</p>
+<p>In den jaare 1650, den 27ste van October, is Prins Willem van
+Oranje, in &rsquo;s Gravenhage, aan de kinderpokjes overleden.</p>
+<p>In den jaare 1651, den 22ste van February, was &rsquo;er een
+watervloed over de Groninger Provintie, en elders; waar door de dyken
+wierden gebroken en groote schade geschiede.</p>
+<p>Den 20ste van May is Graaf Willem Frederik van Nassau, Frieslands
+Stadhouder, te Groningen ingereden; wordende door de Magistraat en
+burgerye met groose staatsie opgehaalt, en ten zelven dage aldaar tot
+Stadhouder en Gouverneur over Stad en Lande aangenomen, gehuldigt, en
+in &rsquo;t openbaar be&euml;edigt.</p>
+<p>In den jaare 1653 is, uit vreeze voor de Engelschen, die zich voor
+onze kusten vertoonden, op Ameland, Ter Schelling, Flieland, enz., een
+goede wacht van krygsvolk gezet, om een waakend oog in &rsquo;t zeil te
+houden.</p>
+<p>Niet lang daar na quamen zy voor de zeegaten van Texel en &rsquo;t
+Flie, met schrobbers <span class="pagenum">[<a id="pb225" href="#pb225"
+name="pb225">225</a>]</span>en bezems op de masten braveerende;
+willende daar door te verstaan geeven, dat zy als Meesters van de zee,
+dezelve hadden schoon gemaakt.</p>
+<p>Den 8ste van Augusty geschiede omtrent Texel het zeegevegt van drie
+dagen, waar in de Admiraal Tromp door een musquetschoot wierd
+getroffen, en dood op den overloop van &rsquo;t schip ter
+ne&ecirc;rgeveld.</p>
+<p>In den jaare 1654 was &rsquo;er geheel Europa door een groote
+overvloed van graanen; alzo dat de Hollandsche kooplieden het zelve op
+hunne korenzolders niet kunnende bergen, naar Friesland moesten
+overvoeren.</p>
+<p>In den jaare 1655, den 10de van November, zyn de eerste trekschuiten
+tusschen Groningen en Leeuwarden gevaaren.</p>
+<p>In den jaare 1656, den 8ste van Februarij, heeft de Magistraat van
+Groningen, ter gelegentheid van de Raads-keur, voor de eerstemaal met
+Goude Boonen beginnen te looten; zijnde het zelve bevoorens altoos met
+gemeene Turksche Boonen gedaan.</p>
+<p>In den jaare 1657, den 17de van October, waaide het drie dagen lang
+zo een bittere stormende oosten wind, dat de zuiderzee en andere
+binnenstroomen het water op veele plaatzen ontliep; zo dat men van
+&rsquo;t eilandje Ens droog over naar Friesland konde gaan. Odulfs
+Kerk, en andere oudheden, lagen by Staveren geheel bloot. Waar op
+volgde een felle en lange winter.</p>
+<p>In het zelve jaar, den 23ste van October, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb226" href="#pb226" name="pb226">226</a>]</span>zyn
+te Groningen de 12 vendelen burgerye door de Heeren van den Raad tot op
+18 vendelen vermeerdert.</p>
+<p>Ook was &rsquo;er in dit jaar te Groningen zekere onlust; waar door
+eenige huizen wierden geplondert: doch door den Stadhouder Prins Willem
+wierdze wederom gestilt.</p>
+<p>In den jaare 1659, den 6de van Juny, is de Vorst van Anhalt, Joan
+Georg, met de Prinsesse Henrietta Catharina van Oranje, enz., zeer
+prachtig te Groningen in de St. Martens Kerk getrouwt. De ingang van
+gemelde kerk tot aan het Vorstelyke Trouw-Theater was rondom zeer
+heerlyk behangen, en met tapyten belegt. De Prinsesse Bruid was zeer
+prachtig gekleed, met een heerlyke kroon vol diamanten op haar hoofd,
+enz., wordende verzelt van de Keurvorstinne van Brandenburg, Graaf
+Willem van Nassau en zyne Gemalinne, Prins Maurits en meer andere
+Grooten. Hier na wierd de geheele stad vervult van vreugde, zo door
+konstige vuurwerken, losbranden van het kanon, enz.</p>
+<p>In den jaare 1662, den 28ste van February, heeft Oostfriesland door
+een watervloed wederom zeer veel geleden: want daar groote schade aan
+dyken geschiede, en tusschen Delfzyl en Embden 8 schepen vergingen.</p>
+<p>In den jaare 1663, den 30ste van October, liep Oostfriesland wederom
+geheel onder; waar door veele beesten wierden weggerukt, en groote
+schade aan dyken geschiede.</p>
+<p>In den jaare 1664, den 6de van July, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb227" href="#pb227" name="pb227">227</a>]</span>is door Graaf Willem,
+Stadhouder van Friesland, de Eilerschans by verdrag verovert van den
+Bisschop van Munster.</p>
+<p>Den 21ste van Augusty, is Willem Frederik, gemelde Stadhouder,
+binnen Leeuwarden, aan een quetzuur overleden; welke hy van onderen in
+de kin door een pistool bekomen had, als hy de proef daar van zoude
+neemen: schryvende zelf: <i>als zy geen vuur wilde geeven, doe zag ik
+daar na, en willende den stempel daar uittrekken, zo ging ze in dien
+tyd los</i>. Nalaatende een Prins van 8 jaaren en twee Prinsessen.</p>
+<p>6. <span class="sc">Hendrik Casimier</span>, Graave van Nassau,
+enz., aan wien de Staaten des Lands al in den jaare 1659, by survivance
+of overlevinge, de toezegginge van &rsquo;t Stadhouderschap, by
+&rsquo;s Vaders leeven, hadden verleent, wierd nu mede het
+Kapiteinschap Generaal over Friesland opgedraagen; om deze bedieninge
+in het 20ste jaar zyns ouderdoms aan te vaarden.</p>
+<p>In den jaare 1665, in January, als Prins Johan Maurits,
+wederkeerende van Leeuwarden van de begraaffenis van Prins Willem
+Frederik, Stadhouder van Friesland, en door Franeker reed, zo schoot hy
+met zyn paard, op een oude valbrug zynde, in &rsquo;t water ter neder;
+doch, schoon in gevaar van zyn leeven te verliezen, wierd hy echter
+noch onbezeert gereddet.</p>
+<p>Den 22ste van September trok de Bisschop van Munster, als een
+huurling en in dienst <span class="pagenum">[<a id="pb228" href=
+"#pb228" name="pb228">228</a>]</span>van Engeland<a class="noteref" id=
+"xd20e3128src" href="#xd20e3128" name="xd20e3128src">94</a>, om
+Nederland aan deze zyde te plaagen, met zyne macht Twenthe en Drenthe
+in, daar hy alles verwoeste: en omtrent eene maand verloopen zynde,
+boorde hy by &rsquo;t Roveen door; dat in Friesland geen kleene vrees
+veroorzaakte. Doch, voor Ommerschans afgeslagen zynde, vertrok hy naar
+Groningerland, en nam Winschooterzyl en Burgerschans in. Maar als hy
+een goede borstweering by Heiligerlee vond, en de Bourtang, Koeverden,
+Ommerschans en Friesland van alles wel voorzien zag, achte hy zich
+gelukkig, zonder van Maurits volk bezet te worden, zelve weder uit te
+geraaken.</p>
+<p>Den 5de van December was &rsquo;er weder een zwaare watervloed in
+veele Landen, die Zeeland, Holland, Friesland en de Ommelanden groote
+schade toebragt.</p>
+<p>In den jaare 1666, den 15de van July, heeft de dappere en manhafte
+Zeeheld Tjerk Hiddes, Luitenant-Admiraal van Friesland, terwyl hy met
+den Zeeuwschen Luitenant-Admiraal Jan Evertsz. den Engelschen Admiraal
+van de witte vlag aan boord lag, en zeer moedig streed, zyn been te
+gelyk met het leeven verlooren: zyn ligchaam wierd staatelyk binnen
+Harlingen ter aarde bestelt.</p>
+<p>Den 8ste van Augusty quamen de Engelschen, met menige scheepjes en
+vyf branders binnen &rsquo;t Flie, daar zy de twee convojers,
+<span class="pagenum">[<a id="pb229" href="#pb229" name=
+"pb229">229</a>]</span>en een vloot van 170 koopvaarders in den brand
+staken; van welke ook veelen door de vlam verteert wierden: waar onder
+omtrent 30 schippers van Hindeloopen van hune schepen beroofd wierden;
+en ook eenige die &rsquo;t ontvluchten. Daar op landen zy op Ter
+Schelling, en staken een onnoozel weerloos visschers dorpje in den
+brand: roemende in Engeland als of zy de geheele waereld gedwongen
+hadden. Maar Gods wraak vervolgde hen al te spoedig, alzo het beste
+gedeelte van de vermaarde stad Londen in vyf dagen, door een byna
+onuitblusbaare brand, in de assche wierd gelegt, tot een onwaardeerlyke
+schade van veele gegoede lieden. En de schade door 350 huizen, op Ter
+Schelling in den brand gestooken, had een geringe overeenkomst, tegen
+van hen ruim 35000 huizen door de vlammen verteert.</p>
+<p>In den jaare 1672, wanneer Louis de veertiende, Koning van Vrankryk,
+trachtende na het Oppergebied van geheel Europa, en reeds zulks in
+&rsquo;t werk stellende, het niet voor &rsquo;t geringste gedeelte van
+zyne uitvoeringen achtede, de zeven Vereenigde Nederlanden alvoorens af
+te loopen, om onder zyn geweld te brengen; en Friesland, een gedeelte
+daar af zynde, na de gelykheid van de leden van het zelve ligchaam, kon
+hier niet ongevoelig van zyn.</p>
+<p>Den eersten van Juny, of na de oude Styl den 22ste van May, moet
+voor een Schrikdag van geheel Nederland aangeteekent worden:
+<span class="pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name=
+"pb230">230</a>]</span>van welken tyd zy geen 50 dagen konden tellen,
+of was meer als 80 van hunne sterkste steden en vermaardste
+beschansingen door den vyand ontbloot.</p>
+<p>Doe wierd Nederland met 6 legers, op 6 verscheidene plaatsen, te
+gelyk besprongen, namentlyk van 4 Franschen voor Orsou, Rynberk, Wezel,
+Burik, en 2 Bisschopschen voor Grol en in Twenthe. Na alle bovengemelde
+veroveringen, den vyand voorttrekkende, nam ook langs den Rhynstroom
+alle plaatzen in.</p>
+<p>Den 2de van Juny, ruktenze voorby Schenkenschans, daarze by &rsquo;t
+Tolhuis, langs een droogte in den Rhyn, doorbraaken: zynde die plaats
+door den Oversten A. W. van Ailua met eenige Friesen dies tyds bezet.
+Waar op Mombas, schynende de Franschen eerst te willen tegen gaan,
+dwars heen en we&ecirc;r met zyn ruitery door het Friesche voetvolk
+reed, dat zich zeer mannelyk weerde, alschoon zy door geduurig
+omzwerven, dan naar Nieumegen, dan naar Doesburg, Zutfen en
+Schenkeschans, zeer vermoeit en afgemat waren: geevende dien verraader
+Mombas daar door gelegentheid, dat het Friesche voetvolk onder de
+voeten van zyn ruitery, en diesvolgens in een groote verwarringe
+geraakte, zo dat zy genootzaakt wierden om quartier of lyfsgenade te
+roepen, en alzo elendig wierden overwonnen. Dit doorbreeken in de
+Betuw, door dien men meende, dat des vyands macht aan den Rhyn
+<span class="pagenum">[<a id="pb231" href="#pb231" name=
+"pb231">231</a>]</span>verbrooken zoude worden, was een droevig begin
+van alle volgende onheilen: waarom het ook in Holland zo een
+verbaastheid verwekte, dat men geene woorden zou kunnen uitvinden om
+het zelve uit te drukken. Waar op dat heel kort daar na het Sticht
+Utrecht mede onder de macht des vyands quam.</p>
+<p>Den 13de van Juny heeft geheel Overyssel zich by verdrag mede
+schendig aan den vyand overgegeeven. En zo is Friesland, door &rsquo;t
+verlies van de Kuinder, Blokzyl, Zwartsluis, Steenwyk, Ommerschans en
+Roveen zyn plegtanker afgekapt geworden. Waar over de verbaastheid,
+ontroeringe, en flaauwhartigheid, die de winkels innam, de handwerken
+aan een zyde wierp, de Rechtbanken toesloot, de Academien en Schoolen
+ledig maakten, de lieden van angst en benaauwtheid uit hunne huizen
+deed loopen, den eenen tegen den andere aanstootende, en zo alles in
+verwerringe bragt. De vreeze en benaauwdheid was te grooter, om dat
+alles hen zo schielyk en onverwagt overquam: waar van geen eigener
+beeldenis kan vertoont worden, als ieder gevoelig mensch zich, in
+herdenking van dien tyd, in zyne gedachten voorstelle: en die het
+slegts in een eenvoudig en naakt verhaal wilde te kennen geeven, zoude
+woorden moeten uitvinden, om eenigzints uit te drukken. Om daar evenwel
+iets van te zeggen, zullen wy daar over, als ook over de eerste
+gevolgen van dien, de woorden van Mr. P. Valkenier, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232" name=
+"pb232">232</a>]</span>Pleitbezorger voor den Hove van Holland, hier by
+voegen<a class="noteref" id="xd20e3155src" href="#xd20e3155" name=
+"xd20e3155src">95</a>. Hy schryft:</p>
+<p>&laquo;De tydinge van dit schandelyk en haastig overgaan van de
+geheele Provintie van Overyssel, vloog aanstonds geheel Friesland en
+Groningerland door, en verwekte aldaar zo een groote vreeze en
+verbaastheid, als het doorbreeken der Franschen aan &rsquo;t Tolhuis,
+en het verlies van Utrecht, in Holland veroorzaakte. Want elk stond
+verlegen, en verwagte alle omzien den vyand. Niemand wist wien het
+eerst zoude gelden; alzo het geheele land onbedekt, en zonder de minste
+afsnydinge voor hem open lag. Elk wilde met zyne beste losse goederen
+vluchten, maar niemand wist byna waar heen. Eenigen, die hunne goederen
+uit de steden wilden vervoeren, wierden dezelve of door oploop, of door
+plondering van &rsquo;t gemeene volk kwyt. De Overheden, die mede wat
+meenden te bergen, moesten opentlyk het verwyt aanhooren, dat zy
+verraaders waren, en de gemeente in deze algemeene nood wilden
+verlaaten. De Regeeringe stond raadeloos, en het volk redenloos, alzo
+het zelve, als een pot te vuur, opliep, en voorts alles <span class=
+"pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233" name="pb233">233</a>]</span>in
+verwarringe bragt. De Heeren Gedeputeerde Staaten van Friesland, ziende
+dat de geheele last van dit onheil op hunne schouderen aanquam, wierden
+te raade, om de Heeren Raaden van &rsquo;t Hof van Gerichte te
+verzoeken, dat zy hen in deze verlegentheid met raad en daad geliefden
+by te staan. Waar op beide die aanzienlyke vergaderingen, tusschen den
+13de en 14de van Juny, &rsquo;s nachts, binnen Leeuwarden, in alle
+stilheid byeen vergaderden: alwaar voorgestelt wierd, de bedroefde
+staat van hunne Provintie. Hoe dat de doortocht van Meppel, regt naar
+Dokkum, en voort de Dongerdeelen in &rsquo;t Bild door, tot Harlingen
+toe, om haare hoogte, niet konde onder water gezet worden. Dat de twee
+schansen, op die doortocht gelegen, als Breeberg en de Friesche Paalen,
+genoegzaam geslegt waren, en geen wezen meer hadden. Dat het krygsvolk,
+op hunne bezoldinge staande, tot bewaaringe der grenzen van andere
+Provintien zodanig was gebruikt, dat &rsquo;er tot bezettinge van hunne
+eigene Provintie, niet een eenige soldaat over was, als alleen eenige
+compagnien onder den Luitenant-Generaal Ailua, die uit Overyssel quamen
+afzakken. En dat hunne wapenhuizen en de wallen der steden van geschut,
+wapenen en leevensmiddelen onvoorzien en geheel ontbloot waren, en alzo
+in &rsquo;t geheel niet of weinig voorraad ter verweering. Hier op
+begon men te beraadslagen, hoe men de Provintie op het <span class=
+"pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name=
+"pb234">234</a>]</span>beste zoude bewaaren uit den tegenwoordigen nood
+en gedreigde gevaaren, die hen zo na boven &rsquo;t hoofd hingen. Waar
+op wierd voorgeslagen, dat zulks zou moeten geschieden door een van
+deze twee middelen: of gemeenzamerhand en met alle ernst trachten te
+verweeren, en het uiterste te waagen: of dat men zich met een algemeene
+overgeeving der Provintie uit die onheilen zoude redden: en ingevalle
+van overgeeving, dat men dan behoorde indachtig te zyn, met wat
+voorwaarden men de gemeene welvaart het best zoude kunnen
+verzekeren.</p>
+<p>&laquo;Na eenige onderlinge strydigheden, en na dat de Predikanten
+der stad Leeuwarden mede in deze vergaderinge verschenen, die
+byzonderlyk aanbevoolen, het stuk van godsdienst en gemeene vryheid,
+wierden alle zwaarigheden aan eene zyde gestelt, en een moedig en
+hartelijk besluit genomen, om, tot behoudinge van godsdienst en
+vryheid, gezamentlyk het uiterste te waagen, en goed en bloed tot den
+laatsten droppel aan te leggen. Men zond aanstonds uit het midden van
+deze vergaderinge eenige Heeren aan hunne Hoog Mogende, aan de Staaten
+van Holland, aan die van &rsquo;t Noorder Quartier, aan die van Stad en
+Lande, en aan die van Amsterdam: welke alle, daar na, zonder troost of
+de minste hulpe weder te rugge zyn gekomen. Men besloot, om alle
+sluizen open, en alle Polders en bedykte landen onder water te zetten.
+Men deed een opontbod van <span class="pagenum">[<a id="pb235" href=
+"#pb235" name="pb235">235</a>]</span>alle Steden en Grietenyen; die
+daar op met vreugde uittrokken na het Heerenveen, om zich daar met de
+weinige aankomende krygslieden, onder den Heer Luitenant-Generaal
+Ailua, te vereenigen, en een legertje uit te maaken; om daar mede den
+vyand te verwagten, en te betoonen, dat zy noch van &rsquo;t regte
+bloed der oude en beroemde Friesen waren, die in standvastigheid alle
+volkeren overtroffen.&rdquo; Dus schryft die Hollander.</p>
+<p>En alschoon het geruchte, wegens dat merkelyk verlies van de
+Friesche krygslieden aan het Tolhuis, van welke slegts maar eenige
+weinigen door den Oversten Hans W. van Ailua, ter naauwernood uit Zwol
+gered, naar de grenzen van Friesland, tot onder Leeuwarden quamen
+afzakken, de verslagentheid niet verminderde; zo begon echter evenwel
+de moed weder aan te wasschen, door &rsquo;t bovengemelde legertje, dat
+ondertusschen tot 13 a 1400 soldaaten vermeerderde, behalven een goed
+getal burgers en boeren, die &rsquo;er dagelyks toevloeiden. Dit
+gemelde legertje wierd zeer voorzichtig, onder het beleid van den Heer
+Ailua, op de grenzen in een geduurige beweeging gehouden, op dat
+niemand van de Bevelhebbers konde weeten, hoe sterk of zwak het
+was.</p>
+<p>Middelertyd, als de vyand zyn aantocht over Steenwyk, op Friesland
+had genomen, bequam hy tyding, dat de Friesen met de Groningers zich
+wakker tot tegenweer stelden; waar over de Bisschop van Munster
+<span class="pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236" name=
+"pb236">236</a>]</span>zeer bulderende en geweldig tegen de Friesen
+uitvoer, barstende onder anderen in dezen Bisschops vloek uit: <i>Der
+Teuffel hoole die Pfhaffen!</i> waar door hy de Predikanten van
+Leeuwarden verstond. Des hy van voorneemen veranderde, achte het
+dienstiger naar Koeverden te zetten, en heeft eerst d&rsquo; Eiler-,
+Oude- en Nieuwe Schans, Winschooterzyl, en &rsquo;t Huis te Wedde, met
+alles wat &rsquo;er by of omtrent was, zonder slag of stoot ingenomen:
+de Bourtange eischte hy mede op, en bood aan den Commandeur of
+Opperbevelhebber Prot 200000 guldens, en aan ieder Kapitein of Hoofdman
+50000 guldens, by aldien zy zich wilden overgeeven. Maar de Bevelhebber
+Prot gaf hierop tot antwoord: <i>dat hy eerst met den Bisschop wel een
+gesprek wilde houden, daar hy hem zo veel kogels zou vereeren, als hem
+guldens waren aangeboden</i>.</p>
+<p>Hier na hield de Bisschop een krygsraad, en de vraag was, of men
+Friesland, of Delfzyl, of Groningen zoude overvallen? Het laatste wierd
+by hem beslooten. Doch van dien tyd af wierd hy wel degelyk in zyn raad
+verbystert, en in zyn voortgang zodanig gestuit, dat hy daarna niet een
+voet aarde meer heeft gewonnen.</p>
+<p>Uit de zeesteden zond hy kapers uit, om de Zuiderzee onveilig te
+maken: dat, zo men zegt, geen drie dagen voortgang had: want alle zyne
+vaartuigen wierden hem afhandig gemaakt: gelyk ook eenige van zyn
+<span class="pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237" name=
+"pb237">237</a>]</span>volk, meenende het eilandje Urk uit te
+plonderen, wierden van de inwoonderen gevangelyk naar Enkhuizen
+gevoert.</p>
+<p>De steden ondertusschen, waar eenige schyn van bescherminge was,
+herstelden haare vestingen. Gelyk mede aan elke zyde van den Zwarten
+Weg, omtrent neeven Meedum wierd een schansje gebouwd, en by Tietjerk
+een schoone borstweering, reikende langs de weg naar Hardegaryp.</p>
+<p>En door dien men bedugt was, of men in &rsquo;t toekomende een
+geweldigen vyand, of overlastige stroopers te gemoet zag, hebben die
+van Hindeloopen, ten opzichte dat zy voor &rsquo;t grootste gedeelte
+aan de zee genoeg bevryd waren, aan de zuidoostzyde, daar zy aan
+&rsquo;t land vast zyn, een vesting van drie bolwerken opgeworpen:
+bestaande de werklieden uit de burgerye, die zulks uit eigen drift
+gewillig bij der hand namen: maar, nadien zy by ongelegentheid van dien
+tyd geen onderstand of fortificatiepenningen, in gelykheid van andere
+steden, uit de Gemeene Lands Middelen hebben kunnen bekomen, zo
+hebbenze het verdere opmaaken tot op beter gesteltheid van tyden willen
+opschorten.</p>
+<p>In deze dagen hebben de Bisschopschen uit de Kuinder de Lemmer
+opgeeischt, en zoudenze overvallen hebben, ten waare zy de wagens met
+vlugtelingen langs de wegen niet voor toevoer van krygsvolk hadden
+aangezien: daar zij slegts een borstweering met eenige stukken geschut
+op de zeedyk hadden <span class="pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238"
+name="pb238">238</a>]</span>toegestelt; welks toegang zy in &rsquo;t
+verborgen bedekten met heimelyk aan een gekeppelde eggen.</p>
+<p>Den 4de van July heeft de Bisschop van Munster de sterke fortresse
+Koeverden met een macht van 16000 mannen belegert, doende dezelven dag
+noch aan de loopgraven werken. De twee volgende dagen liet hij zo een
+groote menigte bommen en granaaten werpen, dat het tuighuis daar
+binnen, met verscheide daar bystaande huizen, in brand geraakten. Den
+7de dito liet hij de plaats opeischen, en eerlyke voorwaarden aan de
+bezettinge aanbieden. Doch de Commandant Johan van Burum<a class=
+"noteref" id="xd20e3212src" href="#xd20e3212" name=
+"xd20e3212src">96</a>, na die niet willende luisteren, wierd &rsquo;er
+overzulks aan we&ecirc;rskanten noch dapper vuur gegeven, tot den 10de
+der maand; wanneer de Bisschop de plaats voor de tweedemaal opeischte.
+Ter zelver tyd zond de Commandant drie Officieren aan den Bisschop, die
+den 12de de overgaaf der plaats, zonder consent van den Bevelhebber,
+doch op eerlyke voorwaarden, beslooten. Maar de Bisschop had Koeverden
+zo dra niet in &rsquo;t bezit, of betoonde <span class=
+"pagenum">[<a id="pb239" href="#pb239" name="pb239">239</a>]</span>zyne
+trouwloosheid en barbaarsche wreedheid aan de uittrekkende
+soldaaten.</p>
+<p>Ondertusschen maakte de Overste Ailua, met 1200 uitgeloote of
+gecommandeerde burgers en soldaaten, eenen aanslag op de Kuinder;
+alwaar de Bisschopschen veel roof hadden te hoop gesleept. Zy zouden
+het vermeestert hebben, en hadden reeds al 200 mannen van den vyand ter
+nedergeschooten, ten ware de besprookene Hollandsche kaapers, wegens
+onstuimig weder opgehouden, hadden kunnen aannaderen, en de vyand mede
+geen haastig ontzet van 2000 mannen, zo uit Kampen, als Zwol had
+bekomen. Waar op de Friesen, dit ziende, met verlies van 30 mannen,
+weder aftrokken. En zy afgetrokken zynde, hebben de vyanden het zelve
+uitgeplundert en hunnen buit vervoert.</p>
+<p>Den 16de van July is de Friesche Brandwacht, leggende tusschen
+Bergum en de Drachten, niet wel op hun hoede zynde, van 13 standaarden
+Bisschopsche ruiters overvallen geworden. Doch zich in tyds noch naar
+het gros van &rsquo;t leger te Bergum begeevende, quam het terstond in
+roeren, en viel de ruitery daar op in. Waar door de vyanden achteruit
+deinsden, en de Friesen alzo tot nevens hunne hinderlaagen uitlokkende,
+die het byna te quaad zouden gehad hebben, door dien een party volk van
+den vyand in &rsquo;t korenland verborgen lag; doch echter, door hunne
+manmoedigheid, drevenze de Bisschopschen te rugge, met verlies van
+<span class="pagenum">[<a id="pb240" href="#pb240" name=
+"pb240">240</a>]</span>van 150 ruiters, en maar 25 van hunne
+Friesen.</p>
+<p>Daar na wierd de stad Groningen, op den 19de van July, door den
+Bisschop van Munster en den Keurvorst van Keulen, met eene macht van
+22000 mannen, aan de zuidkant by twee poorten belegert. De stad had tot
+Gouverneur Karel Rabenhaupt, een dapper en ervaaren Kapitein. De Hertog
+van Holstein Pleun had het bestier van het voetvolk, en de Colonel
+Stoltzenburg van de ruitery. De bezetting bestond in &rsquo;t begin
+maar uit 24 compagnien voetknegten, 4 standaarden ruiters, en 3 vendels
+dragonders, die alle te zamen omtrent 2000 mannen uitmaakten. Maar zy
+wierd meer dan de helft versterkt, door de 18 vendelen burgers, die
+geweer voerden. Daar na wierden &rsquo;er noch vier compagnien van
+Advocaaten en andere lieden, die tot dezen tyd toe vry van de wacht
+hadden geweest, en een compagnie studenten, 150 mannen uitmaakende,
+opgericht: en voor dat de stad noch geheel berent was, quamen &rsquo;er
+200 met byltjes gewapende mannen, uit het regiment van Koningsmark
+binnen.</p>
+<p>De sterktens en magazynen waren in goeden staat, met overvloed van
+wapenen, krygs- en leevensbehoeften voorzien; de Magistraat meende het
+zo wel als het volk, en waren altemaal de bevelen van Rabenhaupt
+onderdanig.</p>
+<p>Deze Gouverneur de belegering al van <span class="pagenum">[<a id=
+"pb241" href="#pb241" name="pb241">241</a>]</span>langerhand voorzien
+hebbende, had derhalven alle de huizen en tuinen, die buiten die kant
+van de stad stonden, doen verbranden of slegten. Op de eerste aantocht
+der vyanden deed hy de sluizen openen, en de dyken doorsteeken, om alzo
+het land rondom te laten onder loopen. Doch dit weerhield den
+Munsterschen Bisschop niet, den 22ste van July zyne krygsbenden te doen
+aannaderen, en dien zelven avond aan de loopgraven te laaten werken. Hy
+deed den 27ste dito van een battery met 5 stukken kanon op de stad
+schieten; maar de braave konstapels, waar van de stad voorzien was,
+maakten de geheele battery, eer den dag ten einde was, onbruikbaar. Des
+anderendaags liet de Bisschop de mortieren te werk stellen, en met
+bomben en granaaten op de huizen werpen; doch door de goede voorzorg
+van Rabenhaupt en de naarstigheid der Mennoniten deden ze weinig
+schade. Maar de volgende dagen schooten de belegeraars geweldiger, waar
+door in de stad groote schade wierd veroorzaakt; &rsquo;t welk de
+inwoonders noodzaakte met hun huisgezin naar het noordergedeelte van de
+stad, daar zy niet komen konden, te vertrekken.</p>
+<p>Rabenhaupt schikte zyn mortieren zodanig op de wallen, dat hy op
+&rsquo;t laatste van de maand de wyken van den Bisschop, en van de
+Keurvorst zeer begon te beschadigen. Hy liet verscheide uitvallen doen,
+waar door de belegeraars genootzaakt wierden met verlies <span class=
+"pagenum">[<a id="pb242" href="#pb242" name="pb242">242</a>]</span>te
+wyken, en nieuwe werken te beginnen. De burgers, die de beveelen des
+Gouverneurs gehoorzaamden, droegen zich zo manhaftig, als de beste in
+den oorlog geoeffende en geschikste krygsbenden. De Studenten queeten
+zich op zo een verwonderenswaardige manier, dat de Staaten der
+Provintie Gedenkpenningen tot hunner eer lieten slaan, om deszelfs
+geheugenis voor de nakomelingen over te laaten. Inmiddels zagen de
+belegeraars het getal hunner bomben verminderen, zonder veel uit te
+werken; en daarom begonnenze in de maand Augusty met gloeiende kogels
+te schieten: daar waren &rsquo;er geen dan de eerste die schade
+bybragten, want door den grooten yver der Mennoniten wierden &rsquo;er
+veelen uitgedooft. Daar na zond de Bisschop een trompetter en een
+tamboer aan den Magistraat, om eerlyke aanbiedingen voor te stellen,
+indien zy de stad wilden overgeeven. Doch hem wierd te kennen gegeven:
+dat in &rsquo;t algemeen beslooten was, het uitterste af te wagten, en
+de stad, die een nieuwe versterkinge van soldaaten, kruid en geld
+bekomen had, van volk en allerlei behoeften voor veele maanden was
+voorzien, te verdedigen.</p>
+<p>Het vuur van &rsquo;t geschut en de bomben ging echter met dezelve
+hevigheid voort, tot dat het den 25ste van Augusty op de middag begon
+te verslappen, en de Bisschop de geheele hoop verloor van een generaale
+storm te waagen. Na dien tyd hoorde men in zyn <span class=
+"pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243" name=
+"pb243">243</a>]</span>leger niet meer als met musquetten schieten;
+&rsquo;t welk de belegerden deed denken, dat zyn geschut onbruikbaar
+was, en vreesden derhalven voor een krygslist: doch 300 van de
+ongeduldigste mannen deeden een uitval op de loopgraven van den
+Keurvorst van Keulen, daar zy een groot bloedbad maakten, en eenige
+gevangenen mede in de stad bragten. De volgende nacht liet de vyand het
+gros des legers opbreeken, laatende de mynen, die zy vervaardigt
+hadden, springen, en verlieten alle hunne werken. Rabenhaupt kreeg hier
+kondschap van, deed daar op den 27ste dito de batteryen in brand
+steeken, de gragten vullen, en de wapenen, krygsbehoeftens en tuig, dat
+de vyanden achtergelaaten hadden, daar uit halen. De stad wierd den
+laatsten dag geheel verlaaten; welke dag door vasten en bidden gevierd
+wierd, om God over deze gelukkige verlossinge te danken.</p>
+<p>Het verlies der belegerden was zeer gering, na de groote meenigte
+kogels, bomben, en granaaten, die op hen geschooten en geworpen waren;
+en daar wierden geen 100 menschen verloren. Maar dat der vyanden was
+zeer groot: van 22000 mannen, die zy in &rsquo;t begin des belegs sterk
+waren geweest, gingen &rsquo;er maar 12000 te rug; waar onder men 1400
+zieken rekende: 600 quamen &rsquo;er in de stad overloopen, en 5000
+begaven zich naar andere plaatzen, zo dat &rsquo;er omtrent 4500 dooden
+waren, waar onder de 3 Kolonellen, <span class="pagenum">[<a id="pb244"
+href="#pb244" name="pb244">244</a>]</span>2 Luitenant-Kolonels en 63
+Kapiteinen wierden gevonden.</p>
+<p>Den 13de van Augusty heeft de Heer Dirk Baard en Kapitein Hania,
+geleidende 450 mannen van de Friesche burgery, en met verscheidene
+vaartuigen omtrent Blanckenham landende, Blokzyl vermeestert: de
+burgery van binnen had een goed gesprek met dezelve, en opende de
+poorten, ter beschaaminge van geheel Overyssel. Aanmerkelyk was
+&rsquo;t, dat, terwyl de vyanden de zuiderpoort uitvluchten, zekere
+Mennoniet veelen van dezelve in zyn huis riep, zeggende, dat zy zich
+alle aldaar voor de eerste oploopentheid der Friesen konden verbergen,
+en leverde alzo by de 70 Bisschopsche soldaaten in handen van de onzen
+gevangen.</p>
+<p>Den 2den van September, als de Kuinder, door het overgaan van
+Blokzyl, nu van toevoer afgesneden was, heeft Kapitein Holbarent, met
+240 mannen, een aanval op dezelve gemaakt, met gering verlies van volk,
+alzo de Bisschopschen, schoon 250 mannen sterk, na eenige weinige
+tegenstand, de vlucht namen; achterlaatende eenigen buit, een karos en
+gespan van 6 paarden, en 28 gevangenen: zynde hunne voornaamste roof al
+te vooren weggepakt.</p>
+<p>Van den eersten September af begonnen de Groningers ook hunne handen
+ruim te krygen. En alles van binnen wel bestelt hebbende, heeft de
+Overste Jorman, met 2000 mannen, zo voetvolk als ruitery, Winschooten
+<span class="pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245" name=
+"pb245">245</a>]</span>vermeestert. Waar op de vyand, door vreeze, de
+Winschooterschans, Zyl, &rsquo;t Huis te Wedde, en Brugschans aanstonds
+heeft verlaaten.</p>
+<p>Tusschen den 8 en 9de van September, zyn de Bisschopschen, met een
+groote furie, tot driemaalen in die zelve nacht, op de Schans van
+&rsquo;t Heerenveen aangevallen; doch telkens manmoedig afgeslagen,
+alhoewel daar eene kleene bezetting in lag: hebbende de onzen voorheen
+een Ritmeester, een Luitenant, een Cornet, en 4 ruiters gevangen
+bekomen.</p>
+<p>Den 17de van October is de Oude Schans door de Groningers, onder het
+commando van den Oversten Eybergen, wederom belegert, en met grof
+geschut beschooten. De belegeraars maakten zeer kort zo een
+benaauwtheid, door hun sterk schieten, in deze schans, dat die van de
+Nieuwe Schans, versterkt zynde met veel volk uit Munsterland, afquamen
+om de belegerden te ontzetten. Doch Eybergen wierd zulks tydig gewaar,
+zendende derhalven 250 mannen, onder het commando van den Oversten
+Wachtmeester Wyllers, met twee stukken kanon vooraan, hun tegen,
+stellende hen by Stoksterhorn in slagordre. Hier op quamen de vyanden,
+omtrent 1500 mannen sterk zynde, den 25ste van October op hen los: maar
+Wyllers hen zeer na onder het geschut laatende komen, deed hy tot twee
+keeren een generaale losbrandinge onder de vyanden; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246" name="pb246">246</a>]</span>waar
+door zy ten eenemaal in confusie de vlugt namen, wordende veele
+Bevelhebbers en soldaaten doodgeslagen en eenige gevangenen mede
+gevoert.</p>
+<p>Daar na verzogten die van de Oude Schans op den 27ste dezes te
+capituleren: &rsquo;t welk den zelven avond noch wierd geslooten;
+wordende de plaats voort des anderendaags met 7 vendelen Staatsche
+troupen bezet.</p>
+<p>Den 26ste van December heeft de Gouverneur Rabenhaupt, na dat hy
+alles, wat tot den aanslag op Koeverden noodig was, had laten
+vervaardigen, en waar toe een harde vorst, daar op een haastigen dooy
+en zwaare nevel, hem grootelyks bevoordeelde, deed hy het ys in de
+gragten om Groningen opbreeken. Hy gaf het opperbevel aan den Kolonel
+Eybergen; dat van het voetvolk aan den Oversten Wachtmeester Wyllers;
+en dat van de ruiterye aan den Majoor Jan Hendrik Sikkinge. Voorts liet
+hy de konstapels en grenadiers aannaderen, en het overige van het
+kleine leger, dat niet boven de 400 paarden en 1000 voetknegten sterk
+was, begaf zich in aantocht op den 27ste der maand. Den 30ste dezes,
+des morgens ten 3 uuren, quamen zy voor Koeverden, en verdeelden zich
+in drie ligchaamen, ieder op zyn bestemde post. God gaf, om den aanslag
+te begunstigen, met het aanbreken van den dag zo een zwaare mist, dat
+de geene, die malkanderen aanraakten, zich niet konden onderscheiden.
+Zy naderden daar op tot <span class="pagenum">[<a id="pb247" href=
+"#pb247" name="pb247">247</a>]</span>aan de conterscharp, zonder
+ontdekt te worden; maar door de biesbruggen over de gragt te leggen,
+wierdenze van de schildwacht ontdekt; die daar op alarm maakte. Voorts
+quam de bezettinge in de wapenen, en gaven dapper vuur van de wallen.
+Doch dit weerhield de bespringers niet, van tot aan de afschutzels en
+stormpaalen van de conterscharp te geraaken, die zy met bylen omverre
+hakten.</p>
+<p>Hier op wierden de wallen, doch met groote moeite en verlies van hun
+volk, beklommen; zy geraakten &rsquo;er op, en overweldigde den vyand
+met het rapier in de vuist, en wierden meester van de poorten des
+kasteels. Hier op overstelpte de vreugde de overwinnaars zodanig, dat
+de Bevelhebbers, in hunne eerste ontmoetinge op &rsquo;t kasteel,
+geheel als verstomd waren: tot dat eene, als uit verrukkinge van zinnen
+opryzende, zeide: <i>Wel hoe is het mogelyk!</i> Waar op dezelve zeer
+wel voegende ten antwoord kreeg: <i>Dit is niet anders als Gods
+hand.</i></p>
+<p>De Gouverneur Jan de Mooy wierd &rsquo;er gedood, na dat hy zyn
+plicht als Commandant zeer wel had waargenomen. Maar door zyn verlies
+liet de bezettinge de moed zakken, waar van &rsquo;er 700 weerbaare
+mannen in gevonden wierden; die daar na zagen, datze door de groote
+meenigte hunner vyanden overmand waren, liepen &rsquo;er 200 de poort
+uit; omtrent 150 zyn &rsquo;er gesneuvelt, en de rest lieten het geweer
+vallen, en wierden <span class="pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248"
+name="pb248">248</a>]</span>ten getalle van 400 tot krygsgevangenen
+gemaakt, en in de kerk geslooten: ondertusschen stonden de overwinnaars
+de soldaaten toe de plaats te plunderen; alwaar zo wel de soldaaten als
+Officieren grooten buit bequamen; hebbende van hun kant in &rsquo;t
+bespringen omtrent 60 mannen verlooren.</p>
+<p>Deze buitengewoone daad trok de Hollanders, die onder het gebied der
+Staaten, in een tyd dat Ne&ecirc;rland overweldigt scheen te worden,
+uit hunne algemeene verslagentheid.</p>
+<p>En veele zullen &rsquo;t noch indachtig zyn, hoedanig die
+overwinning de gemoederen in Friesland en Groningen ontroerde, en van
+vreugde veelen de traanen uit de oogen deeden barsten.</p>
+<p>De Gouverneur Rabenhaupt wierd daar op van de Staaten, behalven
+Luitenant-Generaal dezer Provintie van Groningen en Ommelanden, en van
+Gouverneur der stad Groningen, met het Drossaartschap van het Landschap
+Drenth en Gouverneur van Koeverden begiftigt. De Kolonel Eybergen wierd
+Commandant binnen Koeverden, en Meester Meyndert van Thynen, die als
+voornaamste wegwyzer der bespringers had gediend, wierd aldaar tot
+Generaal-Commies gemaakt.</p>
+<p>Van dien tyd af hebben de Groningers in &rsquo;t Graafschap Benthem,
+Twenth, en tot onder Zwol en Deventer gestroopt; haalende van daar
+gestadig veel roof, en met veele gelukkige schermutselingen op de
+Bisschopschen. <span class="pagenum">[<a id="pb249" href="#pb249" name=
+"pb249">249</a>]</span></p>
+<p>In den jaare 1673 is &rsquo;er een vuur van oneenigheid opgeborsten
+uit de gemeene beroeringen des volks tusschen de Heeren der Regeeringe,
+die van de Gemeente zeer mistrouwd wierden, en dat al in &rsquo;t einde
+van &rsquo;t verloopene jaar had beginnen te smeulen. De oude en nieuwe
+Regeeringe wierd elk byzonder gehandhaafd, beide de Souverainiteit en
+Oppergezag der Provintie vertoonende, de eene te Leeuwarden en de
+andere te Sneek vergaderende, en neemende strydige besluiten tegen
+malkanderen, zonder malkanderen te kunnen verstaan; dat zeer schadelyk
+voor de Provintie was. Doch wierd gemeld verschil eindelyk weder door
+Gelastigden van hunne Hoog Mogenden en den Heer Stadhouder, als
+bemiddelaars, bemiddelt.</p>
+<p>In &rsquo;t begin van &rsquo;t jaar, in January, bequam de Overste
+Ailua, in een hevige schermutzeling tegen den Graave van der Lip, twee
+trompetten en een vendel, die hy den Prins van Oranje vereerde.</p>
+<p>In February quam &rsquo;er een gerucht, als of de Munsterschen een
+inval op Friesland voorgenomen hadden: waar op een goed getal krygsvolk
+uit Holland wierd overgescheept.</p>
+<p>In April hebben de Heeren Staaten, ten Landsdage vergadert zynde,
+beslooten, hoedaniger wyze men het Land zoude onder water zetten,
+indien een hoogdringende nood zulks vereischte: als mede om aan
+&rsquo;t Heerenveen een schans te doen opwerpen, tot verzekeringe van
+&rsquo;t Land. Voorts wierden <span class="pagenum">[<a id="pb250"
+href="#pb250" name="pb250">250</a>]</span>de overige posten wel
+verzekert, hebbende Prins Johan Maurits het Oppergezach over de
+Hollandsche krygslieden, Ailua over de Friesche, en Rabenhaupt over de
+Groningers.</p>
+<p>Den 29ste van April wierd een algemeen, opontbod der landzaaten en
+burgery gedaan; wordende ieder huisgezin belast, een weerbaar man,
+tusschen de 18 en 60 jaaren oud zynde, uit te leveren, en moetende
+binnen 14 dagen met snaphaanen en pieken gereed zyn; zullende ieder
+burger ter week 3 guldens soldy genieten.</p>
+<p>Omtrent dezen tyd maakten de Friesche stroopers, uit het leger van
+den Oversten Ailua, dagelyks een goeden buit.</p>
+<p>Den 6de van Juny vertoonde zich Houttuin met 18 standaarden ruiters,
+en 1500 voetknegten, aan de post te Sonnega, welke hy opeischte: andere
+2000 ruiters, met eenige honderden voetvolk verzelt, wierden tusschen
+Steenwyk en Blesse ontdekt, waar van een groot gedeelte te paard, elk
+met een musquettier achter op, tot aan de Blesbrugge naderde: maar
+wierd, door de hulp van de ruitery van Wolvega en Oudeberkoop, rustig
+afgekeert. Waar op Prins Maurits met het gros van &rsquo;t leger, in
+meeninge hem op den weg naar Steenwyk te onderscheppen, is afgekomen:
+doch zy reeds te verre afgeweken zynde, zo zond hy eenig volk hen
+achter na; waar uit zy verstonden, dat het gemelde voetvolk, behalven
+de 2000 ruiters, <span class="pagenum">[<a id="pb251" href="#pb251"
+name="pb251">251</a>]</span>noch 1000 mannen sterk was. Van den vyand
+zyn twee Kapiteinen gedood, en 70 gequetsten wierden binnen Deventer
+gebragt. Na dit voorval deed Prins Maurits een ongemeenen iever, om het
+water in het land te doen loopen, dat door een sterken wind ook zeer
+schielyk voortging; en om het ingelaatene te bewaaren, liet hy een dyk
+in de Tjonger leggen: waar door het den vyand ondoenlyk wierd om ergens
+te kunnen doorbreeken. Ondertusschen quamen 3 geheele compagnien
+Munsterschen, met hunne Bevelhebbers, tot de onzen overloopen.</p>
+<p>Den 10de van Juny heeft Rabenhaupt de Nieuwe Schans, na dat hy
+dezelve den geheelen winter door geblokkeert had gehad, met geweld van
+wapenen aangetast. Hy trok te water met veel volk, geschut en voorraad,
+aan geene zyde, en posteerde zich op de Bonder dyk, en daar omtrent, om
+de schans van drie zyden aan te doen.</p>
+<p>De Bisschop van Munster deed aanstonds zyn uiterste best in &rsquo;t
+werk stellen, om de belegerden te ontzetten; zendende derhalven een
+Overste met 600 dragonders en 400 fantaisyns<a class="noteref" id=
+"xd20e3310src" href="#xd20e3310" name="xd20e3310src">97</a>, om het
+beleg door te breeken; doch wierden met groot verlies te rug gedreven.
+Overzulks wierd de belegeringe sterker voortgezet: zo dat de Bisschop
+voornam, tusschen den 29ste en 30ste van deze maand <span class=
+"pagenum">[<a id="pb252" href="#pb252" name="pb252">252</a>]</span>noch
+eene proef tot ontzet van deze plaats te neemen, en met een macht van
+3500 mannen de post by Bonda te overvallen; meenende langs een nieuwe
+passagie door &rsquo;t moeras heen eenige vyandlyke troupen af te
+snyden: doch Rabenhaupt zulks tydig gewaar wordende, zond aanstonds 9
+vendelen, onder het commando van een Majoor, derwaards; die te zamen
+den vyand niet alleen afgekeert, maar hun zelfs met een groote furie
+hebben op de vlugt gedreven, laatende wel 300 zo dooden als gequetsten
+achter.</p>
+<p>Daar na, op den 18de dito, eischte Rabenhaupt de schans op: doch
+kreeg tot antwoord: <i>Dat de Ravens dien Winter daar niet nestelen
+zouden</i>. Hier op deed zyn Excellentie den Luitenant-Kolonel Tamminga
+met zyn krygsbenden aannaderen, en tusschen den 21ste en 22ste de
+aldaar leggende redoute aantasten. Des nachts ten een uur ging de
+attaque aan, die zo sterk wierd voortgezet, datze, na eenigen
+tegenstand, dezelve veroverden; vlugtende de Munsterschen met de
+uiterste verbaastheid langs de conterscharp naar de schans: maar de
+Staatschen volgden hen op de hielen, datze met hen in de poort, en
+vervolgens in de schans geraakten; hoewel zeer weinigen in &rsquo;t
+getal, dewyl zy door de engte van de passagie, maar eene t&rsquo;effens
+konden voortgaan: doch de vyand door deze onverhoedsche overval
+nochtans verbaast zynde, denkende dat de geheele macht van de
+Staatschen <span class="pagenum">[<a id="pb253" href="#pb253" name=
+"pb253">253</a>]</span>binnen quam, wierpen de wapenen ne&ecirc;r en
+riepen om quartier, terwyl Rabenhaupt, niet weetende van dit vervolg,
+noch dapper op de schans schoot, daar ze al gewonnen was. Dat het meest
+te verwonderen is, is dat niet meer als twee mannen van de Staatschen
+in dit stormen zyn gebleven.</p>
+<p>Den eersten van July quam Johan Maurits, vergezelt met de Heer
+Scheltinga, Gedeputeerde, en den Oversten Ailua, geleidende een hoop
+volk van 3000 ruiters, en 600 voetknegten, by zich hebbende 4
+veldstukken, van &rsquo;t Heerenveen, door Dieveren, om de
+Munsterschen, leggende tusschen de Wyk en Staphorst, achter een
+borstweering en schansje, doch zonder geschut, te vernestelen: als de
+dragonders den aanval deeden, zo wierd des vyands Overste Post gewond
+en gevangen, en op zyn woord van eer naar Hasselt gelaaten, neemende de
+overigen de vlucht: die door de achterlaage gekeert zouden zyn geweest,
+by aldien de bestelde 800 mannen uit Blokzyl, ter bestemder tyd op weg
+zynde, die van Hasselt naar &rsquo;t Rooveen legt, had kunnen
+tegenwoordig zyn. Van den vyand wierden &rsquo;er 20 by de onzen
+gevangen genomen, waar onder 10 Bevelhebbers, en 17 of 18 gedood. De
+onzen hebben 2 dragonders by misverstand geschooten.</p>
+<p>Den 3de van Augusty hebben eenige dragonders de brandwacht der
+Bisschopschen, bestaande in 18 ruiters, van tot onder Steenwyk
+<span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254" name=
+"pb254">254</a>]</span>weggehaalt, en in het leger op &rsquo;t
+Heerenveen gebragt.</p>
+<p>Den 5de van Augusty zyn 7 vyandlyke ruiters, met hunne volle
+wapenrustinge, mede ingehaalt.</p>
+<p>Den 25ste van Augusty zyn over de 8000 vyandlyke voetknegten, en 100
+cornetten of standaarden ruitery, van Steenwyk uittrekkende, op
+Friesland aangekomen, die zich in zo veele benden afdeelden, dat zy de
+schansjes by Meldam, als Blesbrug, Bekaf, Donkerbroek, Makkinga en
+Wolvega, die maar bequaam waren om de huislieden voor strooperyen te
+beschermen, te gelyk konden bespringen: omtrent 1000 paarden en een
+regiment dragonders, quamen, onder &rsquo;t beleid van Houttuin op
+Blesbrugge aanzetten, en anderen op Bekaf; &rsquo;t was een Mornas, die
+de zynen door Makkinga, Donkerbroek en Nyjeberkoop, op Wolvega
+aanvoerde, alwaar de Overste Ailua het gezach voerde over 6 regimenten,
+als 3 te paard, 2 te voet en een dragonders.</p>
+<p>Als Prins Maurits bemerkte, dat &rsquo;s vyands voornemen was, om
+alle het bovengemelde van &rsquo;t Heerenveen af te snyden, zo
+verwittigde hy den Overste Ailua en anderen, om gelykelyk naar &rsquo;t
+Veen af te deinsen. Middelerwyl ontmoete de Graave van Dona met zyn 200
+soldaaten, op de heide van Meldam 150 vyandelyke ruiters, waar mede hy
+een schermutseling hield, en schooten 26 Bisschopschen onder de voet,
+benevens <span class="pagenum">[<a id="pb255" href="#pb255" name=
+"pb255">255</a>]</span>2 Bevelhebbers, waar van hy de eene, een
+Ritmeester zynde, met eigener piek doode. De onzen dus naar &rsquo;t
+Veen de wyk genomen hebbende, zo wierden aanstonds eenigen naar de
+Jouwer, en anderen naar Gordyk gezonden. Van waar 60 mannen, den vyand,
+die over de Veenen meenden te komen, wierden tegengestelt; en met
+dezelve in schermutseling geraakende, liet de vyand 14 dooden, 25
+gemeenen en 4 Bevelhebbers, als gevangenen na. Een andere party van 30
+mannen, vervielen in handen van den vyand: als ook een brandwacht van
+15 dragonders achter Bekaf.</p>
+<p>De Bisschopschen dus nu de voet al te Schoot hebbende, konden wel
+ligt het Heerenveen trachten te overweldigen, om zo voort Friesland in
+te trekken, alzo zy wagens mei stroowerk mede voerden, om de gragten te
+kunnen vullen: waarom de Staaten van Friesland alomme de uitgeloote
+manschap, ten spoedigste, zo by nacht als dag, derwaards deed
+pressen.</p>
+<p>Ondertusschen zo stelden zich de Bisschopschen als roofzieke wolven
+aan, in &rsquo;t uitplonderen der onweerbare landzaaten: dat in die
+gewesten weder een groot vluchten veroorzaakten.</p>
+<p>Den eersten September vertrokken zy, hebbende wel 600 mannen laaten
+zitten, zonder iets merkwaardigs uitgevoert te hebben; als dat zy het
+bederf van die boeren wat verhaastenden. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb256" href="#pb256" name="pb256">256</a>]</span></p>
+<p>Den eersten October is de dyk, die de Bisschop van Munster met veele
+kosten over de Vecht gemaakt had, en meer als derdehalf uur gaans lang
+was, alleen om Koeverden door water te benaauwen, door een stormwind
+weggespoelt: waar door omtrent 1400 menschen verdronken. &rsquo;t Is
+aanmerkelyk, dat dit geschiede juist op dien tyd, als men op &rsquo;t
+Heerenveen raadpleegde, om die te overweldigen, en reeds daar toe al
+3000 Friesche burgers om de grenzen, als &rsquo;t Veen en andere te
+bezetten, waren uitgezonden.</p>
+<p>Als de Prins, met de Keizersche en Spaansche Bondgenooten den vyand
+buiten &rsquo;t Land lokte, om van krygsbodem te veranderen, in
+&rsquo;t Sticht Keulen en elders waren ingevallen; zo wierden de
+Franschen daar door genoodzaakt, hunne veroverde plaatzen weder te
+verlaaten, gelyk zy dit jaar alles verlieten, behalven de Graaf.</p>
+<p>In den jaare 1674, den 10de van February, is er vrede gemaakt
+tusschen den Koning van Engeland, en de Staaten Generaal, welke den 9de
+van February, oude styl, te Londen van gemelden Koning wierd
+geteekent.</p>
+<p>Den 12de Maart zijn de Bisschopschen, omtrent 1000 mannen sterk,
+over de hartgevroorene moerassen, by &rsquo;t klooster ter Appel, in
+Groningerland gevallen, plonderende te Winschooten en daar omtrent.
+Waar op Rabenhaupt Nyjenhuys met stormen, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb257" href="#pb257" name="pb257">257</a>]</span>en andere steden met
+bezettinge innam, en maakte Twenthe geheel zuiver en vry.</p>
+<p>De Bisschop sloot ondertusschen den vrede met den Keizer, die te
+Keulen den 11de van April wierd geteekent: als mede daags daar aan met
+de Heeren Staaten Generaal. In de Meymaand volgde de Bisschop van
+Keulen mede. Waar op zy de overheerde plaatzen, die ze zoo schielyk
+hadden overrompelt, noch haastiger weder moesten ontleedigen: en
+&rsquo;t geen zy zo greetig hadden ingeslokt, in weedom van hunne
+harten, weder uitbraaken. En alzo zijn de drie verloorene Provintien
+wederom aan de andere gehegt, en de bundel der Zeven Pylen weder te
+zamen gebonden.</p>
+<p>In den jaare 1675 was &rsquo;t een felle en lange winter; zo dat
+laat in &rsquo;t voorjaar, van Harlingen naar Enkhuizen, over de
+Zuider-Zee, veele menschen met geheele gezelschappen, en beesten op
+&rsquo;t ys overtrokken: ja eenigen hadden in &rsquo;t laatst van April
+noch op &rsquo;t ys gestaan.</p>
+<p>In Maart, hebben de Friesen, overwegende beide de loffelyke daaden
+en voorzorge van &rsquo;t Huis van Nassau, en in &rsquo;t byzonder de
+groote gevaaren, die zyn Vorstelyke Doorluchtigheid, onze Heer
+Stadhouder, in groote manhaftigheid, had ten dienste van &rsquo;t
+gemeen uitgestaan in de laatst voorigen slag in Henegouwen tegen de
+Franschen, het Stadhouderschap hem erflyk opgedraagen: alle de Heeren,
+zo van &rsquo;t Land als <span class="pagenum">[<a id="pb258" href=
+"#pb258" name="pb258">258</a>]</span>Steden, leverden daar toe om de
+eerste te zijn, te meer, alzo de Hollanders den Prins van Oranje mede
+tot Erfstadhouder van hunne Provintie hadden aangenomen.</p>
+<p>In het zelve jaar, den 12de van Augustij, is te Koeverden overleden
+Karel Rabenhaupt, Baron van Zucha en Crombach, Luitenant-Generaal der
+Vereenigde Nederlanden, wegens de Provintie van Stad en Lande,
+Gouverneur van Groningen, mitsgaders Drossaart van &rsquo;t Landschap
+Drenth, en Gouverneur der fortresse Koeverden: zijnde een krijgsman
+geweest van een zonderling beleid en dapperheid. Tot &rsquo;s mans lof
+heeft G. Bidloo, dit volgende bij zijne afbeeldinge gestelt:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Dit &rsquo;s <span class="sc">Rabenhaupt</span>, die
+Dorsten won,</p>
+<p class="line">Die Nuis en Lingen temmen kon;</p>
+<p class="line">Die Karel, die Lamboy versloeg,</p>
+<p class="line">Van Groeningen den Bisschop joeg;</p>
+<p class="line">En knoopte aan zyn legerkrans</p>
+<p class="line">Van Koeverden, de Nieuwe Schans.</p>
+<p class="line">Zo waakt zyn&rsquo; staatzorg, deugd en hand</p>
+<p class="line">Ten dienst van &rsquo;t Volk, en Kerk en Land.</p>
+<p class="line">Zyn&rsquo; dapperheid is uit zyn weezen</p>
+<p class="line">Zo wel, als uit zyn&rsquo; kling te leezen<a class=
+"noteref" id="xd20e3394src" href="#xd20e3394" name=
+"xd20e3394src">98</a>.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Als &rsquo;er tusschen den 26ste en 27ste van
+October, met een noordweste wind, veele dyken, door de felle aanpersing
+van &rsquo;t water, <span class="pagenum">[<a id="pb259" href="#pb259"
+name="pb259">259</a>]</span>waren doorgebrooken, leeden die van
+Friesland mede geen kleene last: want een gat van 30 roeden brak by
+Staveren, en omtrent by Molkwerren was het niet veel kleender, zo dat
+die geheele landstreek blank van &rsquo;t zeewater stond: ook was
+&rsquo;er een gat van 30 roeden breed en zeer diep, by Zwartsluis.</p>
+<p>In het jaar 1676 was men bezig om op de vredehandeling der
+Europische Prinsen, die in &rsquo;t voorgaande jaar te Nieumegen was
+begonnen, alle geschillen, door welke Europa in de grootste verwerringe
+gebragt was, te beslechten; terwyl de geweldige oorlogstrompetten noch
+al geen minder krygstoerusting verkondigden, als voorheenen. Doch de
+sterke rustgeevende Vredevorst gaf hier toe, dat uit het blaakend
+oorlogsvuur schielyk ontsproot de heilzaame en zegenryke hoorn des
+vredes: en dus wierd de roemruchtigste Vryheid der Friesen weder als
+herbooren, en zy eindelyk verlost van de slaavernye des
+duivels<a class="noteref" id="xd20e3403src" href="#xd20e3403" name=
+"xd20e3403src">99</a>.</p>
+<hr class="tb">
+<p>In den jaare 1677 zyn de opgerezene staatsgeschillen tusschen
+Groningen en de Ommelanden, door de Heeren Staaten Generaal
+<span class="pagenum">[<a id="pb260" href="#pb260" name=
+"pb260">260</a>]</span>weder beslegt geworden; gelyk mede te
+Deventer.</p>
+<p>In den jaare 1678, den 15de van February, is te Groningen de
+Landsdag weder aangevangen, na dat de Heere Osebrand Rengers van zyn
+zesjaarige gevangenis was ontslagen en herstelt.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 10de van Augusty, is te Nieumegen, de vrede
+tusschen den Koning van Vrankryk en de Staaten Generaal geslooten.</p>
+<p>In den jaare 1679, den 10de van April, stond Albertina Agnes, moeder
+van den Stadhouder Hendrik Kasimier, nu 20 jaaren oud zynde, haare
+Voogdye af, en vertrok naar haare landgoederen in Duitschland.</p>
+<p>In den jaare 1681, den 2de van Augusty, zyn te Groningen vier ringen
+aan alle kanten van de zon gezien, en eenigen verhaalen, dat diergelyke
+zich mede te Rome en Tubingen hebben vertoont.</p>
+<p>In den jaare 1682, in May, is in Groningerland en Oostfriesland een
+zeer hevige veeziekte geweest, waar door veel rundvee is gestorven:
+doch op &rsquo;t uitgaan van het jaar is de sterfte weder
+opgehouden.</p>
+<p>Den 4de van November is Grietzyl, in Oostfriesland, door de
+Baandenburgsche soldaaten overrompelt, die zich naderhand aldaar ook
+hebben ne&ecirc;rgelegt, als ook te Norden en Embden.</p>
+<p>In den jaare 1683, in November, is de Erfstadhouder van Friesland,
+Hendrik Kasimier, <span class="pagenum">[<a id="pb261" href="#pb261"
+name="pb261">261</a>]</span>en zyne Gemaalinne Amelia, te Leeuwarden,
+met staatsiewagens en vertooningen, nevens een groot en prachtig
+vuurwerk, ingehaald: doende, eenige dagen daar na, zynde den 17de van
+September, ook zyne intrede binnen Groningen.</p>
+<p>In den jaare 1686, in July, overleed de jonge Prins van Nassau, zoon
+van den Erfstadhouder van Friesland, enz.; en omtrent een maand daar na
+beviel de Vorstinne weder van een jongen Prins.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 22ste van November, wierd Groningerland, door
+een afgrysselyke watervloed aangetast, al het omleggende land
+overdekkende; waar door veele menschen en beesten het leeven verlooren.
+Het getal der verdronkene menschen beliep 1558, geheel weggespoelde
+huizen 631, en de zeer beschadigden 616, de verdronkene paarden 1387 en
+de koeyen 7861.</p>
+<p>In den jaare 1687, den 2de van May, overquam Groningen een tweede
+ramp, door een schrikkelyke brand in de Veenen van Sapmeer, Wildervank
+en Pekel A, waar door alle de gegravene turf tot duizende van vuuren,
+eenige huizen en schepen verbranden, en de schade op eenige tonnen
+gouds wierd geschat.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 14de van Augusty, is de Prins Jan Willem
+Friso, te Dessau gebooren.</p>
+<p>In den jaare 1688, den 11de van November, deed Prins Willem van
+Oranje die <span class="pagenum">[<a id="pb262" href="#pb262" name=
+"pb262">262</a>]</span>vermaarde overtocht naar Engeland; landende met
+zyn byhebbende krygsbenden den 15de dezer in de haven van Torbay.</p>
+<p>In den jaare 1689, den 11de van April, is de Prins van Oranje,
+Willem, nevens Maria, zyn Gemalinne, te Londen met de gewoonlyke
+plechtigheden gekroont als Koning en Koninginne van Engeland.</p>
+<p>In den jaare 1690, den eersten van July, geschiede het bloedige
+gevegt in de vlakte van Fleury, door de Franschen onder Luxenburg, en
+de Geallieerden onder Waldek; waar van &rsquo;t we&ecirc;rzyds verlies
+op 16000 mannen wierd begroot.</p>
+<p>In den jaare 1691, den 5de van February, is Koning Willem in
+&rsquo;s Gravenhaage met zeer groote vreugde en eerteekenen, door
+praalpoorten, vol geschilderde zinnebeelden, opgehaalt en naar het Hof
+gevoert.</p>
+<p>In den jaare 1692, den 3de van Augusty, sloeg het voetvolk der
+Geallieerden, onder den Hertog van Wirtenberg, tegens de Franschen
+onder Luxenburg, by Steenkerken, doch met weinig voordeel.</p>
+<p>In den jaare 1693, den 29ste van July, geschiede het gevegt by het
+dorp Landen, tusschen de Geallieerden, onder Koning William en
+Keur-Beyeren, en de Franschen onder Luxenburg, 80000 tegens 40000
+mannen: dus schade aan we&ecirc;rszyden.</p>
+<p>In den jaare 1694, den 15de van Augusty, wierd te Groningen
+gejubileert van des stads overgang voor 100 jaaren aan der <span class=
+"pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263" name=
+"pb263">263</a>]</span>Staaten zyde, door het beleid van Prins Maurits
+en Graaf Willem van Nassau; ook datze de Gereformeerde Religie aannam;
+by welke gelegentheid ook medaillien geslagen wierden; waar op
+staat:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Des Prinsen zwaard, met Godes arm,</p>
+<p class="line">Bragt Paap en Spanjaard in alarm,</p>
+<p class="line">Als leugen voor het licht verdween,</p>
+<p class="line">Wier zuivre glans in templen scheen.</p>
+<p class="line">Een regte vreugd voor klein en groot,</p>
+<p class="line">Die Groningen sluit in haar schoot.</p>
+<p class="line">Dit heeft des Heeren hand gedaan,</p>
+<p class="line">En deze Penningen doen slaan.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">In den jaare 1695, den 7de van January, is de
+Koninginne van Engeland, Maria Stuart, eene zeer deugdzaame Prinsesse,
+te Londen overleden.</p>
+<p>In den jaare 1696, den 25ste van Maart, overleed te Leeuwarden
+Hendrik Kasimier, Stadhouder van Friesland, enz., aan een borstquaal;
+nalaatende een zoon en eenige dochters. Tot wiens lof L. Smids
+zegt:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line xd20e2637">&rsquo;t Was Frieslands Stedevoogd, Vorst
+Willems Bloedverwant,</p>
+<p class="line">Zoon, Neef en Naneef van drie nooit volpreezen
+Helden,</p>
+<p class="line xd20e2637">Gedrochtetemmers in &rsquo;t ontroerde
+Nederland,</p>
+<p class="line">Die, zich, gelyk een wal, voor haat en outer
+stelden:</p>
+<p class="line xd20e2637">Doch dit Geboorterecht nam Hendrik geenzins
+aan,</p>
+<p class="line xd20e2637">Maar stond na heldenroem, door eigene
+oorlogsda&ecirc;n.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb264" href="#pb264" name=
+"pb264">264</a>]</span></p>
+<p>In dit zelve jaar, den 24ste van May, is op Oranjewoud, in
+Friesland, overleden Albertina Agnes, moeder van den overledenen
+Stadhouder, en dochter van Frederik Hendrik, Prins van Oranje, in den
+ouderdom van 62 jaaren. En in de maand van Augusty, is Amelia, weduwe
+van Hendrik Kasimier, Erfstadhouder van Friesland, enz., te Leeuwarden
+van eene Prinsesse bevallen.</p>
+<p>In den jaare 1697, den 20ste van September, is de algemeene vrede op
+het huis Nieuburg, te Ryswyk, by &rsquo;s Gravenhaage, geslooten,
+tusschen Engeland, Vrankryk, Spanje, het Duitsche Ryk en de Vereenigde
+Nederlanden; zynde hier over den 6de van November alomme vreugdevuuren
+aangestoken.</p>
+<p>In den jaare 1698 zyn de sterke fortificatiewerken, aan de zuidkant
+buiten Groningen, door den Generaal Koehoorn begonnen; en na eenige
+jaaren met zeer vaste muuren opgemetzelt, en de halvemaanen of bastions
+met bruggen en poorten voorzien.</p>
+<p>In den jaare 1699, den 15de van November, is in Oostfriesland een
+hooge watervloed ontstaan, waar door groote schade geschiede: want de
+nieuwshermaakte dyk, om &rsquo;t dorp Gerdsweer, wierd byna geheel
+vernielt; zes huizen spoelden geheel weg, eenigen wierden beschadigt,
+en veele beesten zyn verdronken.</p>
+<p>In den jaare 1700, den 27ste van November, heeft de Koning van
+Sweden, Karel <span class="pagenum">[<a id="pb265" href="#pb265" name=
+"pb265">265</a>]</span>de XIIde, met 12000 mannen geoeffende troupen,
+80000 Moskovieters verslagen, op de vlugt gedreven, en aldus de stad
+Nerva geweldiger hand ontzet.</p>
+<p>In den jaare 1701, in het begin, namen de Franschen alle de steden
+van de Spaansche Nederlanden in bezettinge; waar op de toebereidzels
+ten oorlog door den Keizer wierden gemaakt.</p>
+<p>Den 28ste van May trokken de Keizerschen, met groote moeite en
+zwaaren arbeid, over het Alpische gebergte, in Tirol, maakende
+vervolgens in Italien een doortogt met de degen in de vuist.</p>
+<p>In den jaare 1702, den 19de van Maart, is Willem de derde, Koning
+van Engeland, te Kensington overleden; zynde op de jagt met zyn paard
+gestruikelt, waar door hy het sleutelbeen brak; wordende op den 23ste
+van April daar aan volgende, in de Kapel van Westmunster, zonder
+uiterlyke pracht, begraven. Hy wierd in de regeeringe opgevolgt door
+Prinsesse Anna, Gemaalinne van Prins Georg van Denemarken.</p>
+<p>Den 15de van May wierd byna overal de oorlog tegens den Koning van
+Vrankryk gepubliceert.</p>
+<p>Den 11 de van Juny, hebben die van Nieumegen, met een groote
+dapperheid, der Franschen hevige aanval, onder den Maarschalk de
+Bouflers, van hunne vestingen afgekeert en te rug gedreven.</p>
+<p>Den 16de dito is Keizerszwaard van de Geallieerden belegert en
+ingenomen. <span class="pagenum">[<a id="pb266" href="#pb266" name=
+"pb266">266</a>]</span></p>
+<p>Den 15de van Augusty heeft Prins Eugenius de Franschen met groot
+voordeel by Luzzara geslagen.</p>
+<p>Den 8ste van September won Keur-Beyeren Ulm, in Swabenland.</p>
+<p>Den 10de dito is Landau de Franschen ontweldigt; als ook den 23ste
+dito Venlo, en den 2de van October Stevenswaart.</p>
+<p>Den 7de van October wierd Roermond met geweld door de Geallieerden
+tot overgaaf gedwongen, en den 13de dito is Luyk door de burgers aan de
+Geallieerden overgegeven.</p>
+<p>Den 22, 23 en 24ste dito, wierd de Fransche Zilvervloot, by Vigos,
+door de Engelschen en Hollanders bemachtigt, geplondert, verbrand en
+geru&iuml;neert.</p>
+<p>In den jaare 1703, den 15de van February, is Rhynberg door de
+wapenen des Konings van Pruyssen bemachtigt; en omtrent dezen tyd
+Traarbach door Hessen-Kassel.</p>
+<p>Den 8ste van April won de Beyervorst Regensburg.</p>
+<p>Den eersten van May wierden de Polen door de Zweden, by Pultouw,
+geslagen: den 10de dito wonnen de Franschen Tongeren, en den 15de dito
+is Bon door de Geallieerden herwonnen.</p>
+<p>Den eersten van July geschiede het bloedig gevegt by Eekeren en
+Wilmerdonk, waar in de Hollandsche dapperheid in &rsquo;t byzonder
+heeft uitgeblonken; onaangezien de Generaal Obdam genoodzaakt geweest
+is naar Breda te vlugten. <span class="pagenum">[<a id="pb267" href=
+"#pb267" name="pb267">267</a>]</span></p>
+<p>Den 25ste dito is de stad Hoey den Franschen ontnomen.</p>
+<p>Den 4de van September is Trente door de Franschen gebombardeert, en
+Brizak door hun gewonnen; als mede den 27ste dito Limburg door
+Marlboroug bemachtigt.</p>
+<p>Den 14de van October wonnen de Zweden de stad Thoorn.</p>
+<p>Den 8ste van December trof een ysselyke zuidweste stormwind, zo te
+water als te lande, Engeland, Vlaanderen, Holland, Friesland, en meer
+aangrenzende gewesten, waar door veele ongelukken gebeurden.</p>
+<p>Den 16de dito is de stad Gelder door den Koning van Pruyssen
+verovert.</p>
+<p>In den jaare 1704, in February, wierd Prins Friso in Friesland
+geavanceert; verwekkende dit eenig misnoegen by zommige andere
+Provintien.</p>
+<p>In dit zelve jaar, den 27ste van Maart, overleed Menno Koehoorn, in
+&rsquo;s Gravenhage; zynde lang ziekelyk geweest, en over de 70 jaaren
+oud. J. de Recht heeft op zyn afbeeldzel dit eervaars toegepast:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Ziet hier een Held, beproefd in oorlogsblixem
+vlammen;</p>
+<p class="line">Die voor &rsquo;s Landt Vryheid spreekt uit monden van
+metaal;</p>
+<p class="line">Die &rsquo;t opgezwolle nat door dyken jaagd en
+dammen,</p>
+<p class="line">En &rsquo;s vyands krachten breekt door water, vuur en
+staal,</p>
+<p class="line">Den Vriessen Jupiter, die, met zyn donderslaagen,</p>
+<p class="line">Den Franssen Fa&euml;ton bonst uit zyn Zonnewagen.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Den 2de van July sloeg Marlboroug en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb268" href="#pb268" name=
+"pb268">268</a>]</span>Baden, in Beyeren, de Fransche en Beyersche
+krygsmacht, by den Schellenberg; en op den zelven dag is Brugge door de
+Geallieerden ook gebombardeert.</p>
+<p>Den 3de dito is door de Geallieerden Donawerth bemachtigt, en den
+11de dito Regensburg; als mede den 26, 27 en 28ste dito, de stad Namen,
+doch zonder voordeel, gebombardeert.</p>
+<p>Den 4de van Augusty heeft de Geallieerden vloot, onder
+Hessen-Darmstad, Gibralter bemachtigt; en den 13de dito hebben de
+Geallieerden, onder de Generaals Marlboroug en Eugenius, de Franschen
+en Beyerschen by Hogstet geslagen; zynde hun verlies wel op 40000
+mannen begroot.</p>
+<p>Den 18de van November wonnen de Geallieerden, onder den Erfprins van
+Hessen-Kassel, Traarbach.</p>
+<p>In den jaare 1705, den 5de van May, overleed te Weenen Keizer
+Leopoldus, oud zynde 65 jaaren; wordende van zynen zoon Josefus in
+&rsquo;t Keizerryk gevolgt.</p>
+<p>Den 5de van September zyn 96 schepen van de Groenlandsche vloot voor
+Delfzyl gearriveert, hebbende in alles gevangen 1100 vissen.</p>
+<p>Den 14de van October gaf Barcellona zich aan Koning Karel over. Ook
+is Stanislaus omtrent dezen tyd tot Koning van Polen verklaart en
+gekroont.</p>
+<p>In den jaare 1706, den 23ste van May, sloegen de Geallieerden, onder
+Marlboroug, <span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269" name=
+"pb269">269</a>]</span>tegens de Franschen, by Ramellies, en bequamen
+een roemruchtige overwinninge; waar op zich verscheidene steden in
+Braband en Vlaanderen hebben overgegeven. Den 6de van July wonnen de
+Geallieerden Oostende: den 22ste van Augusty Meenen; den 5de van
+September Dendermonde; en den 7de dito is Turin door Prins Eugenius
+gewapenderhand ontzet: en den 3de van October is Aath mede door de
+Geallieerden gewonnen.</p>
+<p>In den jaare 1707, den 16de van April, leeden de Geallieerden een
+groote ne&ecirc;rlaag in Spanje, by Almanza. Den 20ste van July, heeft
+de stad Napels, met haar drie kasteelen, zich aan Koning Karel
+onderworpen.</p>
+<p>In dit zelve jaar, in Augusty, is Johan Willem Friso, Stadhouder van
+Friesland, enz., getreden in zyn chargie als Generaal der Infantery of
+voetknegten. L. Smids, voegde dit onder zyn afbeeldzel:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Als Friesland zag het beeld van Frieso; reeds in
+&rsquo;t weezen</p>
+<p class="line">Oranjes yver en Nassouwers moed kon leezen</p>
+<p class="line">Zo sprak zy, (drukkende dit konststuk aan haar
+mond)</p>
+<p class="line">Wat schooner dag beloofd my zulk een morgenstond!</p>
+</div>
+<p class="firstpar">In den jaare 1708, in February, is zyne Hoogheid
+Jan Willem Friso, Prins van Oranje en Nassau, en der Friesen
+Erfstadhouder, door de Edele Groot Mogende de Heeren Staaten van Stad
+en Lande, tot Stadhouder over derzelver Provintie aangenomen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb270" href="#pb270" name=
+"pb270">270</a>]</span></p>
+<p>Den 5de van July is Gent en Brugge door de Franschen ingenomen; den
+11de dito zyn de Franschen door de Geallieerden, onder Eugenius,
+Marlboroug en Ouwerkerk, by Oudenaarden geslagen.</p>
+<p>In Augusty wierd aan Prins Friso het Oppergezach der belegeringe van
+Ryssel toevertrouwt, ondersteunt van Prins Eugenius; en wierd dit
+meesterstuk der krygsbouwkunde by verdrag gewonnen den 22ste van
+October, en &rsquo;t kasteel den 8ste van December. En den 30ste dito
+wierd Brugge den Franschen weder ontnomen.</p>
+<p>In den jaare 1709, den 4de van January, hebben de Franschen de stad
+Gent wederom verlaaten.</p>
+<p>Den 29ste van April is zyn Hoogheid Jan Willem Friso, Prins van
+Oranje en Nassau, met Prinsesse Maria Louisa, dochter van den Landgraaf
+van Hessen-Kassel, op het kasteel van Kassel met zeer groote
+plechtigheid getrouwt.</p>
+<p>Den 8ste van July wierd de Koning van Zweden, door de Moskovieters,
+in de Ukranie, by Pultowa, ten eenemaal geslagen: den 28ste dito is de
+stad Doornik aan de Geallieerden overgegaan: den 11de van September
+geschiede het wreede en bloedige gevegt der Franschen en Geallieerden
+by Malplaquet: en den 25ste dito wonnen de Geallieerden Bergen, in
+Henegouwen.</p>
+<p>In den jaare 1710, den 2de van January, is Prins Friso, nevens zyne
+Gemalinne, te <span class="pagenum">[<a id="pb271" href="#pb271" name=
+"pb271">271</a>]</span>Leeuwarden, met een buitengemeene staatsie
+ingehaalt. Als mede den 18de van Maart te Groningen.</p>
+<p>Den 25ste van Juny is Douay door de Bondgenooten verovert: den 28ste
+van Augusty Bethune: den 28ste van September St. Venant: den 8ste van
+November Arien.</p>
+<p>In den jare 1711, den 17de van April, is Keizer Josephus te Weenen
+overleden, oud zynde 33 jaaren.</p>
+<p>Den 14de van July, op den middag, is zyne Hoogheid, Prins Jan Willem
+Friso, Frieslands en der Groningers Stadhouder, in &rsquo;t overvaaren
+van &rsquo;t Hollandsche Diep, aan &rsquo;t Stryensche Sas, zeer
+ongelukkig verdronken; wordende deszelfs ligchaam door een schipper,
+van de Klundert komende, op den 22ste derzelver maand eerst gevonden en
+opgevischt, voorts haar Dordrecht gebragt, en aldaar gebalsemt, en
+vervolgens naar Leeuwarden gevoert: alwaar het op den 25ste van
+February 1712 met eene heerlyke doch droevige lykstaatie in &rsquo;t
+graf zyner Voorvaderen wierd bygezet.</p>
+<p>En in hetzelve jaar, den eersten van September, is de Prinsesse van
+Friesland, Weduwe van den Stadhouder, van een Prins bevallen, en
+genaamt Willem Karel Hendrik Friso, zynde de tegenwoordige Stadhouder.
+<span class="pagenum">[<a id="pb272" href="#pb272" name=
+"pb272">272</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e368" href="#xd20e368src" name="xd20e368">1</a></span> Deze zeer
+onbepaalde beschrijving van den alouden Staat der Provincie is in de
+Bijvoegsels en Aantt. aangevuld.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e378" href="#xd20e378src" name="xd20e378">2</a></span> De regering
+dezer Prinsen, zoo wel als die der opvolgende Hertogen en Koningen,
+behoort tot het fabelachtig gedeelte der Historie, welke ook met
+betrekking tot de gebroeders Friso, Saxo en Bruno (de laatste wordt
+hier niet gemeld) zeer verschillend wordt voorgedragen. Zie de Bijv. en
+Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e389" href="#xd20e389src" name="xd20e389">3</a></span> Verheerd,
+d.i. overwonnen, te onder gebragt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e394" href="#xd20e394src" name="xd20e394">4</a></span> Gevolg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e397" href="#xd20e397src" name="xd20e397">5</a></span> Als de
+zomer hoogde, d. i. in het midden van den zomer.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e417" href="#xd20e417src" name="xd20e417">6</a></span> Ook
+<span class="sc">Hamconius</span> en <span class="sc">Cappidus van
+Stavoren</span> beweren, dat er van Friso&rsquo;s tijd af een wapen
+heeft bestaan, hetwelk echter moeijelijk valt te gelooven, daar men het
+er voor houden moet, dat in den tijd der kruistogten, dus niet vroeger
+dan in het begin der XII eeuw, de familiewapens zijn uitgevonden. Men
+zie over dit onderwerp de Bijv. en Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e460" href="#xd20e460src" name="xd20e460">7</a></span> Over de
+groote en kleine Friesen zie Bijv. en Aantt. over den alouden staat van
+Friesland.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e465" href="#xd20e465src" name="xd20e465">8</a></span> In de
+Uitgave van 1677 staat: &ldquo;Waar van heedendaachs noch top, noch
+teil (tegel) te zien is.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e499" href="#xd20e499src" name="xd20e499">9</a></span> In de
+I<span class="corr" id="xd20e501" title=
+"Niet in bron"><sup>e</sup></span> uitgave staat: &ldquo;Heeft de
+Hertog hem bekeeven.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e522" href="#xd20e522src" name="xd20e522">10</a></span> Holle is
+Olennius. Zie Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e525" href="#xd20e525src" name="xd20e525">11</a></span> d. i.
+gedwongen om het beleg op te breken.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e539" href="#xd20e539src" name="xd20e539">12</a></span> Oxel,
+Oksel, holligheid onder den arm.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e554" href="#xd20e554src" name="xd20e554">13</a></span> Het Gods
+Hof of Aula Dei, kweekschool van Priesters, waarvan C. Stavriensis, S.
+Petri, Hamconius en anderen spreken. Zie Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e561" href="#xd20e561src" name="xd20e561">14</a></span> d. i.
+aangehitst, opgestookt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e586" href="#xd20e586src" name="xd20e586">15</a></span> Het
+beknopt Chronykjen van Friesland opgesteld en bijeenverzameld door
+<i>C. G. Jacoby</i>, Leeuwarden 1755, voornamelijk bestaande in een
+uittreksel van <i>Ocko van Scharl</i>, vermeld slechts vijf Prinsen,
+latende Adel en Ubbe buiten het spel, en springt dus een tijdvak van
+bijna twee eeuwen over.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e617" href="#xd20e617src" name="xd20e617">16</a></span> Lees
+Westerwierum.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e620" href="#xd20e620src" name="xd20e620">17</a></span> Lees:
+tusschen Almenum en Terschelling. Verg. <span class=
+"sc">Hamconius</span>, <i>Frisia</i>, <i>fol<span class="corr" id=
+"xd20e630" title="Niet in bron">.</span></i> 14, die deze
+gebeurtenissen van &rsquo;t Klif en der Meerminnen verhaalt, echter den
+Duivel buiten het spel laat.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e664" href="#xd20e664src" name="xd20e664">18</a></span> Bij andere
+Schrijvers <i>Basterd-Broeder</i> van Adelbold genoemd.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e683" href="#xd20e683src" name="xd20e683">19</a></span> Volgens
+anderen door <i>Tiete</i> of <i>Titus</i> zelf gebouwd.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e701" href="#xd20e701src" name="xd20e701">20</a></span> De oude
+Uitgave zegt: &ldquo;Met een gaar geraapten hoop.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e717" href="#xd20e717src" name="xd20e717">21</a></span> Dit
+geschiedde langs den geheelen Rijn tot aan de Noordzee, uit wantrouwen
+tegen de Germanen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e731" href="#xd20e731src" name="xd20e731">22</a></span> Over de
+verschillende gevoelens dezer benamingen hebben wij het noodig geacht
+in de Bijvoegsels het een en ander aan te stippen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e747" href="#xd20e747src" name="xd20e747">23</a></span> Engeren,
+Angeren.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e772" href="#xd20e772src" name="xd20e772">24</a></span> De
+Ezumazijl nabij Ezonstad, alwaar in den tijd van <i>Foeke Sjoerds</i>
+(Beschr. van O. en N. Friesland I. 240) nog eenige overblijfselen van
+te zien zoude geweest zijn. Zie verder Aant. op &rsquo;t jaar 339.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e782" href="#xd20e782src" name="xd20e782">25</a></span> Over de
+Geschiedenis der Gebroeders Hengst en Hors, die Brittanje zouden hebben
+veroverd, zijn de Geleerden het mede niet eens. Zie daarop de Bijv. en
+Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e809" href="#xd20e809src" name="xd20e809">26</a></span> &rsquo;t
+Kasteel Grunenberg of Gronenberg was de oudste Burgt, volgens de
+Friesche Overlevering, tusschen de Eems en het Vlie.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e821" href="#xd20e821src" name="xd20e821">27</a></span> Vergel.
+<span class="sc">Westendorp</span>, <i>Jaarboek van en over
+Groningen</i>, p. 24, op &rsquo;t jaar 409;&mdash;alsmede de
+beschrijving der vrije <span class="corr" id="xd20e829" title=
+"Bron: Schuilpaatsen">Schuilplaatsen</span> p. 110.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e862" href="#xd20e862src" name="xd20e862">28</a></span> Zie de
+Aantt. op &rsquo;t jaar 808.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e878" href="#xd20e878src" name="xd20e878">29</a></span> Vergel. p.
+23, waar ook van twee Lems of Willems gesproken wordt. Zie voorts Bijv.
+en Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e890" href="#xd20e890src" name="xd20e890">30</a></span> Uit hoofde
+van der Schrijveren verschil in de jaren, waarin de watervloeden hebben
+plaats gehad, hebben wij in de Aantt. eene opgave, zoo naauwkeurig
+mogelijk, geplaatst.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e902" href="#xd20e902src" name="xd20e902">31</a></span> Chlotarius
+II.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e913" href="#xd20e913src" name="xd20e913">32</a></span>
+<span class="sc">F. Sjoerds</span> voegt hierbij de woorden: <i lang=
+"fy">an fen dead wir libben werden!</i> <span class="sc">Schot.</span>
+<i>Fr. Hist.</i> heeft het tweeledig, zie p. 47 en 54.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e939" href="#xd20e939src" name="xd20e939">33</a></span> In de
+Uitgave van 1677 staat: &ldquo;naar den Franschen zin, En liet de
+Christenen vryjelijk toe.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e961" href="#xd20e961src" name="xd20e961">34</a></span> Pepyn van
+Herstal of de Dikke noemde zich Hertog en Prins der Franken, en was
+Groot-Hofmeester.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1004" href="#xd20e1004src" name="xd20e1004">35</a></span>
+Natuurlijke zoon van Pepyn; was Groot-Hofmeester.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1063" href="#xd20e1063src" name="xd20e1063">36</a></span> Van
+daar Sant Michiels dom genaamd.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1089" href="#xd20e1089src" name="xd20e1089">37</a></span> Men zie
+de Aant. op &rsquo;t jaar 830.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1116" href="#xd20e1116src" name="xd20e1116">38</a></span> Vergel.
+op &rsquo;t jaar 463.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1134" href="#xd20e1134src" name="xd20e1134">39</a></span>
+Godfried.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1137" href="#xd20e1137src" name="xd20e1137">40</a></span> Deze
+belasting heette <i>Klipschild</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1193" href="#xd20e1193src" name="xd20e1193">41</a></span> Deze
+togt geschiedde onder bevel van den Deenschen Koningszoon Hendrik. Van
+tijd tot tijd moest het handwerk van zeerooverij worden herhaald op
+alle kusten, om de jonge manschap te oefenen. Geloofwaardige Fransche
+Kronyken vermelden het verwoesten door de Noren in 837 van drie
+koopsteden: Antwerpen aan de Schelde, Witha of Wintland aan den mond
+der Maas, en Groningen aan de Eems. <span class="sc">West.</span>
+<i>Jaarb.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1204" href="#xd20e1204src" name="xd20e1204">42</a></span> Men zie
+Aant. op &rsquo;t jaar 830.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1211" href="#xd20e1211src" name="xd20e1211">43</a></span> Zijn
+zoon Lodewijk, bijgenaamd de Duitscher, volgde hem op.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1229" href="#xd20e1229src" name="xd20e1229">44</a></span> Thans
+was Lodewijks zoon, Lodewijk de jonge, Heer der Friesche Landen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1237" href="#xd20e1237src" name="xd20e1237">45</a></span>
+<span class="sc">Winsemius</span>: <i>Haadet goede wacht tyen da
+Nordera oordt, Want vuyt da Grimma herna comt ws alle quaed
+voort.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1249" href="#xd20e1249src" name="xd20e1249">46</a></span> Nu kwam
+Lodewijks Broeder, Karel de Dikke aan het gebied. Zie voorts over dezen
+strijd de Bijv.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1254" href="#xd20e1254src" name="xd20e1254">47</a></span>
+Omstreeks dezen tijd werd Karel de Dikke onttroond, en de laatste van
+den stam van Karel de Groote, die &rsquo;t Westen regeerde, met name
+Arnulph, natuurlijke zoon van Karloman volgde hem op, regeerde drie
+jaren en stierf, wordende door zijn zoon Lodewijk in &rsquo;t gebied
+vervangen. Zie Aant. op het jaar 840.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1279" href="#xd20e1279src" name="xd20e1279">48</a></span> Een
+veldvlugtige is een overlooper.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1301" href="#xd20e1301src" name="xd20e1301">49</a></span> Men zie
+over deze begiftiging het <i>Jaarb.</i> van den Heer <span class=
+"sc">Westendorp</span> op de jaren 1040 en 1046.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1336" href="#xd20e1336src" name="xd20e1336">50</a></span> Wij
+hebben het niet ondienstig geacht over de Kruistogten der Friezen een
+aangeschakeld verhaal in de Bijvoegsels eene plaats te
+geven,&mdash;waardoor wij ons onthouden, van alle andere aanteekeningen
+op de verschillende jaren, waarin dezelve zijn voorgevallen, &rsquo;t
+welk anders noodig zoude zijn.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1345" href="#xd20e1345src" name="xd20e1345">51</a></span> Vergel.
+<span class="sc">Westendorp</span> <i>Jaarb.</i> op 1112.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1360" href="#xd20e1360src" name="xd20e1360">52</a></span> Als
+voren op &rsquo;t jaar 1143.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1369" href="#xd20e1369src" name="xd20e1369">53</a></span> Onder
+de namen bekend van Frederik I, Aenobarbus, Roodbaard, ook Keizer
+Frederik de Groote.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1378" href="#xd20e1378src" name="xd20e1378">54</a></span> Dit
+verhaal komt hoofdzakelijk overeen met het <i>Jaarboek</i> van den Heer
+<span class="sc">Westendorp</span>, de vermelding op den jaare
+1160,&mdash;en andere Schrijvers.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1407" href="#xd20e1407src" name="xd20e1407">55</a></span> Of van
+de St. Cistercie-orde. Deze Abdy is de vermaardste geworden in de
+Ommelanden, bezittende aanzienelijke rijkdommen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1413" href="#xd20e1413src" name="xd20e1413">56</a></span> Over
+dit voorval, &rsquo;t welk eene andere oorzaak gehad heeft, vergel. men
+<span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> op &rsquo;t jaar 1195.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1426" href="#xd20e1426src" name="xd20e1426">57</a></span>
+<i>Stoepens</i> zijn <i>Stoopen</i> of <i>Drinkkannen</i> geweest en
+geenszins de <i>Stoepen</i> voor de deuren, waarvan anderen uit gebrek
+aan taalkennis ooit de <i>Kloppers</i> aan de deuren gemaakt
+hebben.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1445" href="#xd20e1445src" name="xd20e1445">58</a></span>
+<i>Verweend</i> is verwaand; ook fier,&mdash;lekker opgebragt,
+weelderig enz.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1463" href="#xd20e1463src" name="xd20e1463">59</a></span> Of
+Grind.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1466" href="#xd20e1466src" name="xd20e1466">60</a></span>
+Slegtigheid is hier eenvoudigheid, onbeschaafdheid.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1491" href="#xd20e1491src" name="xd20e1491">61</a></span> Men zie
+over dezen strijd <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> op de
+jaren 1226 enz.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1510" href="#xd20e1510src" name="xd20e1510">62</a></span> Vergel.
+de Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1515" href="#xd20e1515src" name="xd20e1515">63</a></span>
+<span class="sc">Westendorp</span> <i>Jaarb.</i> na &rsquo;t jaar 1232
+noemt de Reiderlanders en Emisgoo&euml;rs, welke twist ontstaan was
+door het verdrinken van een Reiderlander, omdat hij de lieden, die van
+de jaarmarkt kwamen, had willen berooven.&mdash;Verg. denzelven I.
+280.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1527" href="#xd20e1527src" name="xd20e1527">64</a></span>
+<i>Upstalsboom, gelegen een uur gaans ten zuidwesten van Aurik. Alhier
+stonden drie hooge eike boomen, met de takken en kroonen meest aan
+malkanderen gegroeit, hebbende op 2 a 300 treden na geene huizen
+omtrent. De Rechtspleeginge geschiede aldaar onder den blaauwen Hemel,
+van de Regeerende en daar toe gerechtigde Perzoonen van alle de
+Frieslanden, en richtede alhier over alle zwaare zaaken, welke bij de
+mindere Collegien niet afgedaan wierden; als wanneer daar tenten
+opgeslagen en banken van opgegraavene aarde wierden gemaakt.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1537" href="#xd20e1537src" name="xd20e1537">65</a></span>
+<span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> I. 282 beschrijft kortelijk
+dezen oorlog voornamelijk naar de verhalen van E. Beninga en Harkenroth
+gevolgd, bewerende tevens dat het niet de <i>Eenrummers</i> maar de
+<i>Emersen</i> geweest zijn.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1557" href="#xd20e1557src" name="xd20e1557">66</a></span> Voor de
+zusters van de Cistercie-orde, opdat de schimmen der verslagenen mogten
+verzoend worden. Het werd eerst aangelegd by Koevorden aan de A, doch
+naderhand verplaatst.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1634" href="#xd20e1634src" name="xd20e1634">67</a></span> Is
+gebeurd 21 Januarij 1256 op zijnen togt tegen de
+West-Friesen.&mdash;Zie voorts de Aant. op Sikko Sjaardema in &rsquo;t
+jaar 1239.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1682" href="#xd20e1682src" name="xd20e1682">68</a></span> Over
+deze twisten zie men de algemeene Aanteekeningen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1700" href="#xd20e1700src" name="xd20e1700">69</a></span> Over
+den juisten dag, waarop deze gruwelijke moord heeft plaats gehad, zijn
+vele Schrijvers het niet eens en in zonderlingen twist
+geraakt.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1754" href="#xd20e1754src" name="xd20e1754">70</a></span> <i>Dit
+Zegel der vrye Frieslanden verbeelt een geheel gewapent Man, houdende
+in zyn regterhand een Lans, en in de linkerhand een bloot Zwaard, dat
+na de schouder opgeheven word, en staande onder een Boom.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1766" href="#xd20e1766src" name="xd20e1766">71</a></span> Men zie
+<span class="sc">Westend.</span> <i>Jaarb.</i> over dezen strijd op de
+jaren 1232 en 1233, die dezelve toeschrijft aan de partijschappen
+tusschen de Vetkoopers en Schieringers, en waarin deze laatsten de
+overhand behielden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1867" href="#xd20e1867src" name="xd20e1867">72</a></span> <i>Deze
+Proost Hiske had eene dochter, genaamt Reinske, welke met Hayo te
+Westerwolde trouwde; en naderhand uit haare eigene goederen de Groote
+Kerk met vier Torens te Mildwolde, in den Oldambte, heeft laaten
+bouwen; zynde de zelve die voor enige jaaren is afgesleeten
+geworden.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1898" href="#xd20e1898src" name="xd20e1898">73</a></span>
+Vergelijk over deze list <span class="sc">Wins.</span> fol. 242.
+<span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> p. 253. <span class=
+"sc">Petrus Thab.</span> op dit jaar.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1931" href="#xd20e1931src" name="xd20e1931">74</a></span> Zoo als
+meermalen was ook thans het eerste artikel van het verdrag:
+&ldquo;volkomen verzoening en een <i>eeuwige</i> vrede!&rdquo; Bij
+<span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> op dit jaar vindt men eene
+reeks van voorwaarden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1968" href="#xd20e1968src" name="xd20e1968">75</a></span>
+Vergelijk <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> op hetzelfde
+jaar.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e1993" href="#xd20e1993src" name="xd20e1993">76</a></span> Te regt
+wordt van hem gezegd dat zijn leven een strijd en worsteling op deze
+wereld geweest is.&mdash;In dit jaar werd ook door de Friesen en
+Groningers een verbond aangegaan ter wering bijzonder van dieverijen en
+ander misdrijf. Vergel. Schwartz. Charterb. I. 526.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2005" href="#xd20e2005src" name="xd20e2005">77</a></span> Zie op
+dit jaar <span class="sc">Westend.</span></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2057" href="#xd20e2057src" name="xd20e2057">78</a></span> De
+Keizer Frederik de III. roemt hem wegens zijne ongemeene kunde in de
+vrije kunsten, in de Keizerlijke regten, in het Kerkelijk regt, en
+vooral zijne gevatheid en vaardigheid in de openbare zintwisten.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2084" href="#xd20e2084src" name="xd20e2084">79</a></span> Een der
+heerlijkste werken der bouwkunde van de middeleeuwen. Men plaatste op
+den toren een koperen paard van de grootte van eene gewone noordsche
+kidde, hetwelk tot een windhaan diende en het teeken was van St.
+Maarten van Utrecht. <span class="sc">West.</span></p>
+<p class="footnote" lang="nl-1800"><span class="label"><a class=
+"noteref" id="xd20e2177" href="#xd20e2177src" name=
+"xd20e2177">80</a></span> Dus ook <span class="sc">Winsemius</span>,
+<span class="sc">Schotanus</span> geeft de leus aldus op: <i lang=
+"fy">Op uws Finne herne, lizze fjouwer klaer lotter Ljep-Ayen ijn ien
+Nest.</i> Zie Aant.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2310" href="#xd20e2310src" name="xd20e2310">81</a></span> Vast
+maken is zoo hier als op alle vorige en volgende plaatsen:
+<i>Versterken</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2318" href="#xd20e2318src" name="xd20e2318">82</a></span>
+<i>Spelen alle zeilen blank</i>: dit gezegde heeft zijn&rsquo;
+oorsprong van de zeerooverij, waarin men van vriend en vijand kaapt en
+rooft, wat men vangen en grijpen kan:&mdash;alles wegrooven wat men op
+zee ontmoet. Zie <span class="sc">Winschootens</span> <i>Zeeman</i>, op
+&rsquo;t woord <span class="sc">Seil</span>, en <span class=
+"sc">Weiland</span> N. T. <i>Woord.</i></p>
+<p class="footnote" lang="nl-1800"><span class="label"><a class=
+"noteref" id="xd20e2339" href="#xd20e2339src" name=
+"xd20e2339">83</a></span> Hij smeet (zegt <span class=
+"sc">Winsemius</span> fol. 446,) vele <i>Hollanders</i> in plaats van
+Borgoenschen over boord, volgens <i>Martinus Ylst</i> uit de
+overlevering van <i>Bonne Haisma</i> zijne medgezellen toeroepende:
+<i lang="fy">Siuch faynten, ho kenne da deels kijetten swomma</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2372" href="#xd20e2372src" name="xd20e2372">84</a></span> Zie
+hierover de Bijv. en Aantt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2388" href="#xd20e2388src" name="xd20e2388">85</a></span>
+<i>Frederik Gaykinga, in den jaare 1360, Abt van Aduard zynde, had, tot
+nadeel van zyn geslacht, hoewel tot eere, dit klooster met veele
+goederen begiftigt; doch op zekere voorwaarden, waartoe zyn geslacht
+altoos gerechtigt zou wezen. Bestaande &rsquo;t voornaamste hier in,
+dat die van Gaykinga voor eeuwig zouden hebben alle jaar op St. Martens
+avond een witte Zwaan, een Capoen, en een kanne Wyn, en zouden voor
+altoos eene misse houden in &rsquo;t Kapittelhuis, en een brandende
+lampe voor &rsquo;t geheele geslachte. Wanneer iemand van &rsquo;t
+geslachte quam te verarmen, zoude aldaar voor zyn leeven de kost
+hebben; ook wanneer zy met hun gezinde quamen, zoude de Abdy voor hun
+ge&ouml;pent, en de tafel gedekt worden, na de waardigheid des
+geslachts, in de voornaamste kamer; benevens jaarlyks op St. Bernards
+dag te gast genoodigt worden. Aldus was Hendrik op dit jaar genoodigt,
+maar Jan en Frederik quamen van zelfs. Waar op, onder de monniken een
+jalousie ontstond, die hun zeer qualyk bejegende, en waar door het
+gevegt ontstond</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2475" href="#xd20e2475src" name="xd20e2475">86</a></span>
+<span class="sc">Wins.</span> <i>Chronyck</i> fol. 519.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2496" href="#xd20e2496src" name="xd20e2496">87</a></span>
+Kettermeester hetzelfde als Geloofsonderzoeker.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2514" href="#xd20e2514src" name="xd20e2514">88</a></span> In de
+maanden Mei en Julij hadden er twee overstroomingen plaats, door
+welken, vooral den laatsten, waarvan bij <span class="sc">Outhof</span>
+geen gewag gemaakt wordt, ook vele menschen omkwamen.&mdash;Zie
+<span class="sc">F. Arends</span> <i>Physische Geschichte der
+Nordsee-kuste</i>. II. 96.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2602" href="#xd20e2602src" name="xd20e2602">89</a></span> Zie
+over dezen strijd het uitvoerig verhaal van <span class=
+"sc">Winsemius</span> <i>Chronyck</i>, fol. 565 volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2716" href="#xd20e2716src" name="xd20e2716">90</a></span> In den
+eersten druk van 1677 staat: &raquo;Als de Stadhouder Rennenberg zich
+door ontrou omgekeert hebbende tot de Papisten; die van
+Leeuwarden,&rdquo; enz.&mdash;Het woord <i>Papen</i> is overal in den
+tekst behouden, omdat de Schrijver er de Roomschgezinden over &rsquo;t
+algemeen, zoo leeken als priesters, mede bedoeld, en het dus hier voor
+geen scheldwoord moet worden gehouden, evenmin als <i>Arminianen</i>,
+<i>Menisten</i>, <i>Calvinisten</i>, enz.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2791" href="#xd20e2791src" name="xd20e2791">91</a></span>
+Balthazar Gerards genaamd, geboren te Villefans in Bourgondien, oud 26
+a 27 jaren. Onder verschillende personen, die zich op &rsquo;t leven
+des Prinsen toelagen, moet ook zekere Koopman te Vlissingen, Hans
+Hanses, geweest zijn, wiens aanslag echter door eenen Fries, uit het
+geslacht der <i>Auckama&rsquo;s</i> ware ontdekt. Gevat zijnde had hij
+beleden, daartoe middelen te hebben aangewend.&mdash;Gerards werd
+daarna als Martelaar hoog vereerd en waardig geacht gecanoniseerd te
+worden&mdash;onder de belooningen, wil men, was ook de verheffing der
+familie in den adelstand.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2902" href="#xd20e2902src" name="xd20e2902">92</a></span>
+<i>Nederl. Oorl. en Geschied. 1623</i>, fol. 474 <i>verso</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e2949" href="#xd20e2949src" name="xd20e2949">93</a></span> Dit
+voorval wordt omstandig beschreven bij <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <i>Chronyck</i> fol. 897.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3128" href="#xd20e3128src" name="xd20e3128">94</a></span> In de
+druk van 1677 staat: (een gehuerde vleegel enz.)</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3155" href="#xd20e3155src" name="xd20e3155">95</a></span> Zie
+&rsquo;t <i>Verwerd Europa</i> ofte <i>Polityke</i> en <i>Historische
+Beschryvinge</i> enz., <i>Amst. 1675</i>, <i>bl. 596</i>
+volgg.&mdash;Van dezen Schrijver, welks werk twee jaren vroeger dan de
+eerste druk van onze Kronyk was uitgekomen, is veel gebruik gemaakt en
+daaruit overgenomen door onze Kronykschrijvers.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3212" href="#xd20e3212src" name="xd20e3212">96</a></span> <i>De
+Leezer dient te weten, dat zekere Broersma hier eigentlyk Commandant
+zynde, door de Staaten Generaal was opontboden; doch in plaats van in
+den Haag te compareeren, ging hy over by den Bisschop van Munster, en
+wierd aldus een verraader van zyn eigen Commandement.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3310" href="#xd20e3310src" name="xd20e3310">97</a></span>
+<i>Fantassin</i>, <i>Fant</i>: voetknechten, infanterie.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3394" href="#xd20e3394src" name="xd20e3394">98</a></span>
+Mengel-Poezy, bl. 257.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3403" href="#xd20e3403src" name="xd20e3403">99</a></span> <i>en
+der zonde</i>, voegt de eerste druk dezer Kronyk hierbij, waarmede zij
+haar verhaal eindigt en de <i>Landverdeeling van <span class=
+"sc">Friesland</span></i> volgen laat.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="landverdeeling" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e3634" class="main">Landverdeeling van Friesland.</h2>
+<p class="firstpar">Schoon de aantekeningen van voorgaande
+Geschiedenissen, zonder kennisse der gelegentheid van Landen en Steden,
+in &rsquo;t naleezen noch nuttig, noch aangenaam kunnen zyn, zo
+&rsquo;er niet iets nevens of voor dezelve gemelt word: zo mogen de
+leezers ook niet met al te langwylige verhandelingen derzelve
+opgehouden worden; dewyl anders zo een beschryvinge op zich zelve en
+hier van afgescheiden vereischt, die men de Landbeschryvinge noemt.</p>
+<p>Waarom wy, tot verstand van de voorverhaalde Geschiedenissen, hier
+van iets behoevende by te brengen, met een bloote verdeelinge van de
+Landstreek, en een optellinge van Steden en Dorpen in iedere
+afdeelinge, zonder van de beschryvinge iets te mogen aanroeren, den
+eisch der voorgaande bladeren geacht voldaan te hebben. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb273" href="#pb273" name="pb273">273</a>]</span></p>
+<p>De Landstreek van deze Provincie word in drie gedeeltens afgedeelt,
+als Oostergo, Westergo en Zevenwouden. In voorige tyden bestond het in
+de twee eersten alleen; die ook elk den naam van een Graafschap by
+zommige Schrijvers hebben gevoert, en mogelijk ook in der daad zyn
+geweest, zonder dat de Wouden als een byzonder deel wierden aangemerkt.
+En zyn zo genaamt naar de Go&euml;n of Dorpen, in de Ooster- of
+Westerverdeeling gelegen; en de Wouden, om de veelheid van &rsquo;t
+geboomte, dat eertyds mogelyk meerder is geweest, als hedendaags: en zo
+wat verlatynt zynde, wierden Estrachia, Westrachia en Forestensis
+genaamt, by de Schryvers in die taal.</p>
+<p>Deze Leden worden elk in een getal van mindere verdeelingen
+onderscheiden, die wy Grietenyen noemen, naar de Bevelhebbers van ieder
+gedeelte, die men een Grietman noemt, dat zo veel is als Overheer, want
+gritte, greet, en greut, is groot te zeggen. Elke Grieteny vervat een
+zeker getal Dorpen onder zich, staande onder de regeering van een
+Grietman. De Steden zyn 11 in getal, rustende elk op haar eigen recht;
+maakende te zamen in zaaken van regeering het vierde Lid van Staat. In
+&rsquo;t optellen van welke Dorpen, doordien zy naar de
+verscheidentheid der byzondere spraaken (dialecten) of anderzins ook
+verscheiden worden genoemt, zo komt in bedenkinge, welke wyze
+gevoegelijkst mag gevolgt worden: want van de <span class=
+"pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274" name=
+"pb274">274</a>]</span>benaaminge der zelve zyn zommige
+gebruikelyk,</p>
+<p>1. In de gemeene taal, alleen Buitenpost, Donkerbroek.</p>
+<p>2. In de Stadsspraak, als Nyega.</p>
+<p>3. In de Landsspraak alleen, als Tjietjerk, Tjaalebird.</p>
+<p>4. Gemengd, 1. uit de gemeene Stadsspraak, als Peperga, Lutkepost,
+Nyjenhuis. 2. Uit de gemeene en Landsspraak, als Langewar, Suerig. En
+3. uit Stads- en Landsspraak, als Tserkgaast, Molkweeren.</p>
+<p>5. De zelve Dorpen, anders in &rsquo;t gemeen, als by stedelingen en
+landlieden, als Nieukerk, Nykerk, Nytjerke: Molkweeren, Molkwarren.</p>
+<p>6. Naar oude misspellinge, Hyelsum voor Jelsum; Hyaure voor Jaure of
+Joure; en Greonterp voor Grien of Groenterp.</p>
+<p>7. In verkorting, als Birdaard voor Birdewerd, Oestrum voor
+Eestroom, Raard voor Raawerd, enz.</p>
+<p>Waar op het wel billyk is, dat men in een schrift, in de gemeene
+taal geschreven, als dit tegenwoordige, ook hier de naamen der Dorpen
+in die zelve taal zoude stellen: doch nochtans hier niet vry staat
+omtrent eenigen, als die haar oorsprong uit de byzondere spraaken
+hebben, gelyk Tserkgaast, Adegae en Molkwarren: voor welke men (hoewel
+mogelyk in gelyke zin, doch ongerymt) zou zeggen, Kerkburg, Ouddorp en
+Melkfennen. Even ongerymt zoudenze alle <span class="pagenum">[<a id=
+"pb275" href="#pb275" name="pb275">275</a>]</span>in de Stads- of
+Landsspraak gestelt worden: en geheel overtollig in die alle te
+gelyk.</p>
+<p>Daarom hebben wy geacht dezelve veilig te mogen gebruiken, naar de
+uitspraak die in de gemeene wandeling meest omgaat. Gelyk wy zien dat
+in de Saxische bedeelinge, (achter dien Hertogs Wetten, in die tyden
+gedrukt) en ook by Winsemius, Schotanus en anderen, geen eenerlei wyze
+is gehouden.</p>
+<div class="div2" id="oostergo"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e3669" class="main">I. Oostergo.</h3>
+<p class="firstpar">Hierin zyn twee Steden gelegen, als Leeuwarden en
+Dokkum. &rsquo;t Word verdeeld in 11 Grietenyen.</p>
+<p>I. Leeuwarderadeel, heeft 14 Dorpen. &rsquo;t Word in 3 Trindels of
+derdendeelen afgedeelt. 1. &rsquo;t Middeltrindel, is onder de klokslag
+van Leeuwarden. 2. Zuidertrindel, Wirdum, Swichchum, Goutum, Huizum,
+Hempens en Teerns. 3. Noordertrindel, Steens, Finckum, Hyjum, Britsum,
+Kornjum, Jelsum, Lekkum en Meedum.</p>
+<p>II. Ferwerderadeel, heeft 11 Dorpen, als, Ferwert, Hoogebeintum,
+Blyje, Hallum, Marrum, Nykerk, Wanswert, Geenum, Jeslum, Reisum en
+Lichtaard.</p>
+<p>III. Westdongeradeel, heeft 14 Dorpen, als, Holwert, Tennaard,
+Wierum, Nes, Hantumhuizen, (Raad, Bierum, Medent, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb276" href="#pb276" name=
+"pb276">276</a>]</span>Germerhuizen, Nyjenhuis, zynde Gebuurten,
+maakende eene stem,) Jaure, Betterwird, Bornmerhuizen, Bornwert, Raard,
+Foudgum, Brantgum en Waaxens.</p>
+<p>IV. Oostdongeradeel, heeft 13 Dorpen, als, Anjum, Engwierum, Ee,
+Jouswier, Oestrum, Aalsum, Wetsens, Nyjewier, Nykerk, Paasens,
+Ljuessens, Morre en Metselwier.</p>
+<p>V. Kollumerland, heeft 6 Dorpen, als, Kollumerswaag, Westergeest,
+Oudwoude, Kollum, Lutkewoude of Ausbuer en Buerom.</p>
+<p>VI. Achtkarspelen, heeft 8 Dorpen, als, Surhuizen, Austynsga,
+Harkma-opeinde, Droogeham, De Kooten, Op &rsquo;t Wyzel, Buitenpost en
+Lutkepost.</p>
+<p>VII. Dantumerdeel, heeft 12 Dorpen, als, Driesum, Wouterswoude,
+Dantumerwoude, Murmelwoude, Akkerwoude, Rinsmageest, Sybrandahuis,
+Janum, Birdaard, Roodkerk, Feenwouden en Swaagwesteinde.</p>
+<p>VIII. Tjietjerksterdeel, heeft 14 Dorpen, als, Wyns, Oudkerk,
+Oenkerk, Giekerk, Ryperkerk, Tjietjerk, Suwoude, Hardegaryp, Bergum,
+Eestrum, Oostermeer, Sumeer, Garyp en Eernwoude.</p>
+<p>IX. Smallingerland, heeft 7 Dorpen, als, Oudega, Nyjega, Opeinde,
+Noorderdrachten, Suiderdrachten, Kortehem en Bornbergum.</p>
+<p>X. Idaarderdeel, heeft 8 Dorpen, als, Idaard, &AElig;aegum,
+Roodahuizum, Friens, Grou, Warrega, Warstiens en Wartena. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277" name="pb277">277</a>]</span></p>
+<p>XI. Rawerderhem, heeft 6 Dorpen, als, Rawerd, Yrnsum, Poppingawier,
+Tersool, Sybrandabuert en Deersum.</p>
+</div>
+<div class="div2" id="westergo"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e3700" class="main">II. Westergo.</h3>
+<p class="firstpar">Hier in zyn 8 Steden, namentlyk, Bolswert,
+Franeker, Sneek, Harlingen, Staveren, Workum, D&rsquo;r Ylst en
+Hindeloopen. &rsquo;t Word verdeelt in 9 Grietenyen.</p>
+<p>I. Menaldumerdeel, heeft 12 Dorpen, als, Menaldum, Berlikum, Wier,
+Beetgum, Englum, Marsum, Deinum, Boxum, Blessum, Dronryp, Schingen,
+Slappeterp en &rsquo;t Klooster Anjum.</p>
+<p>II. Franekerdeel, heeft 11 dorpen, als, Tjum, Hitsum, Achlum,
+Midlum, Herbaajum, Doenjum, Boer, Ried, Peins, Sweins en Schalsum.</p>
+<p>III. Barradeel, heeft 8 Dorpen, als, Minnertsga, Firdgum,
+Tjiemaarum, Oosterbierum, Sixbierum, Pytersbierum, Winaldum, Almeenum,
+nu meest binnen de muuren van Harlingen, daar het haare stem heeft in
+de Kerk, en &rsquo;t Klooster Lidlum.</p>
+<p>IV. Baarderdeel, heeft 16 Dorpen, als, Jorwert, Weidum, Mantgum,
+Schillaard, Oosterwierum, Bozum, Wiewert, Britsert, Oosterlittens,
+Winsum, Baard, Huins, Lyons, Hilaard, Jellum en Beers. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278" name="pb278">278</a>]</span></p>
+<p>V. Hennaarderdeel, heeft 12 Dorpen, als, Hennaard, Ytens,
+Lutkewierum, Oosterend, Hidaard, Wommels, Waaxens, Kubaard, Wielsryp,
+Baajum, Spannum en Eedens.</p>
+<p>VI. Wonzerdeel, heeft 27 Dorpen, als, Aarum, Allingwier, Burgwert,
+Kornwert, Dedgum, Exmorre, Engwier, Ferwoude, Greonterp, Gaast,
+Hartwert, Hichtum, Hiezlum, Idzegahuizen, Kunswert, Ruigelollum,
+Longerhou, Makkum, Pinsum, Parrega, Pyaam, Schettens, Schraad, Suerig,
+Tjerkwert, Witmaarsum en Wons.</p>
+<p>VII. Wymertser- of Wymbritserdeel, heeft 28 Dorpen, dezelve worden
+aangeteekent, als, Buitendyks: Oppenhuizen, Uitwellingerga, Jortryp,
+Hommerts, Smallebregge, Woudseind, Ypekolsga, Indyk, Heeg, Gasmeer,
+Nyjehuis, Santfirde, Oudega en Idzega. Binnendyks: Oosthem, Abbega,
+Westhem, Wolsum, Nyland, Folsgaare, Tjaalehuizen, Ysbrechtum, Tirns,
+Scharnegoutum, Goinga, Looienga, Gaau en Offingawier.</p>
+<p>VIII. Heemelumer Oudephert en Noordwoude, heeft 9 Dorpen, als,
+Heemelum, Koudum, Warns, Scharl, Molkwarren, Oudega, Nyjega, Elahuizen
+en Kouderwoude.</p>
+<p>IX. Het Bilt, heeft 3 Dorpen, als, St. Japikskerk, St. Annekerk en
+L. Vrouwenkerk. <span class="pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279"
+name="pb279">279</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2" id="zevenwouden"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e3725" class="main">III. Zevenwouden.</h3>
+<p class="firstpar">Hier in legt de Stad Slooten alleen. &rsquo;t Word
+verdeelt in 10 Grietenyen.</p>
+<p>I. Uitingerdeel, heeft 6 Dorpen, als, Oudeboorn, Nes, Akrum,
+Terhorne, Terkaple en Akmaryp.</p>
+<p>II. Engwerden, heeft 4 Dorpen, als, Gersloot, Tjaalebird,
+Luinjebird, Ter Trebant met Bansterschans, en noch een gedeelte van
+&rsquo;t Vlek Heerenveen.</p>
+<p>III. Doniawerstal, heeft 14 Dorpen, als, Goingaryp, Broek,
+Austerhaule, Nyjega, Oudouwer, St. Niklaasga, Doniaga, Tserkgaast,
+Itskenhuizen, Leegemeer, Ter Oele, Indyken, Langweer en Bornswaag.</p>
+<p>IV. Hasscherland, heeft 6 Dorpen, als, Westermeer, Snikswaag,
+Hasscherdyken, Nyjehassche, Oudehassche en Hasscherschorne.</p>
+<p>V. Schooterland, heeft 18 Dorpen, als, Hornsterswaag, Jubbega,
+Schuerega, Oudehorn, Nyjehorn, Katlyk, Brongerga, Nybrongerga,
+Melledam, Oudeschoot, Nyjeschoot, Rottum, St. Jansga, De Kleinegaast,
+Haule, Roehel of Nyjega, Delfstrahuizen, Oudega en Uitdyken, en een
+groot deel van &rsquo;t Vlek Heerenveen.</p>
+<p>VI. Lemsterland, heeft 5 Dorpen, als, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb280" href="#pb280" name="pb280">280</a>]</span>Lemmer, Eesterga,
+Follega, Oosterzee en Echten.</p>
+<p>VII. Gaasterland, heeft 7 Dorpen, als, Wykel, Sundel, Nyjemardum,
+Oudemardum, Mirns, Haarig, Ruigehuizen en &rsquo;t Vlek Balk.</p>
+<p>VIII. Upsterland, heeft 13 Dorpen, als, Beets, Beetsterswaag,
+Olterterp, Uereterp, Sygerswoude, Duerswoude, Wynjeterp, Hemryk,
+Loppenhuizen, Wispel, Korteswaag, Langeswaag en Luxwoude.</p>
+<p>IX. Stellingwarf-Oosteinde, heeft 10 Dorpen, als, Oudeberkoop,
+Nyjeberkoop, Makkinga, Donkerbroek, Haule, Oosterwoude, Fochtele,
+Appelsche, Langedyk en Elsloo.</p>
+<p>X. Stellingwarf-Westeinde, heeft 20 Dorpen, als, Beuil, Noordwoude,
+Finkinga, Steggerden, Peperga, Blesdyk, Nyjehoutpade, Oudehoutpade,
+Wolvega, Sonnega, Oudetryne, Nyjetryne, Spangen, Scherpenseel,
+Munnekebuuren, Oudelemmer, Nyjelemmer, Nyjehoutwoude, Oudehoutwoude en
+Ter Idsert.</p>
+<hr class="tb">
+<p class="xd20e102"><i>Geschreven in slaavernye, en gegeeven<br>
+in April, in &rsquo;t Jaar<br>
+onzes Heeren<br>
+<span class="rm">1678</span>.</i> <span class="pagenum">[<a id="pb281"
+href="#pb281" name="pb281">281</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="bijvoegsels" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e3769" class="main">Bijvoegsels en Aanteekeningen.</h2>
+<p class="firstpar xref">Bladz. <a href="#pb2" class=
+"pageref">2</a>.</p>
+<p>Van den alouden staat onzer Provincie kan geene naauwkeurige
+beschrijving worden gegeven, daar er niets dan onzekere berigten en
+velerlei uiteenloopende gevoelens tot ons zijn overgekomen. Op eenigen
+goeden grond echter mag men besluiten, dat omstreeks de vijfde eeuw
+onzer jaartelling Friesland zich van Vlaanderen tot de Elve heeft
+uitgestrekt, en hetzelve noordwaards den Eiderstroom tot grensscheiding
+had, waardoor dan ook de kustbewoners aan deze rivier, nog heden ten
+dage van den naam des Lands, dien van Strandfriezen dragen. Dat
+Vlaanderen tot Friesland behoord hebbe, zoo als meermalen is beweerd,
+valt zeer te betwijfelen, want aldaar was de grensscheiding.</p>
+<p>Onder Koning Radboud I, en later nog ten tijde van Karel den Groote,
+vinden wij de uitgestrektheid van dit Gewest van het land van Katzand
+af, tusschen de rivier Sincfal of Zwene (de Suin of Zwin) bij
+Sluis<a class="noteref" id="xd20e3780src" href="#xd20e3780" name=
+"xd20e3780src">1</a>, tot aan de Elve: de Waal scheidde het
+<span class="pagenum">[<a id="pb282" href="#pb282" name=
+"pb282">282</a>]</span>van het gebied der Franken af en de Wezer was
+tot oostelijke grenspaal gesteld. Al de landen dus aan de oevers der
+Noordzee, van het Hertogdom Bremen tot aan Vlaanderen, maakten het
+oorspronkelijk en overwonnen gebied der Friezen uit: het oorspronkelijk
+of oud Friesland lag tusschen de Eems en het Vlie langs de
+Noordzeekusten. Van de Eems tot den Wezer en aan geene zijde van het
+Vlie, met een groot deel binnenlands tot aan het Zwin, was overheerd
+land. Ook de eilanden tot den mond van de Eems behoorden den Friezen,
+doch geenszins Helgoland, zeer verkeerdelijk voor Radbouds zetel
+gehouden.</p>
+<p>Weinige jaren voor &rsquo;s Heilands geboorte, werden de Friezen,
+tusschen de Eems en het Vlie wonende, de <i>Groote Friezen</i>, en die
+tusschen het Vlie en den Rijn de <i>Kleine Friezen</i> genaamd. De
+eersten bewoonden dus gedeelten van Gelderland, Overijssel, Drenthe en
+het Gooiland, alsmede de streken beoosten de Zuiderzee en de rivier
+Flevo tot aan de Eems toe: de laatsten een gedeelte van Rijnland,
+Kennemerland, Amstelland en Noord-Holland. Daarna werden deze
+West-Friezen en gene Oost-Friezen geheeten. Een aantal kleine volken
+van Germaanschen en Gallischen of Frankischen oorsprong hadden de
+Friezen tot naburen.</p>
+<p>Te dien tijde, eenige jaren namelijk voor Christus geboorte, toen de
+Opperbevelhebber Claudius Drusus Nero, stiefzoon van den Keizer
+Augustus, ook Friesland onder de magt der Romeinen wilde brengen, lag
+tusschen West-Friesland (Noord-Holland) en het tegenwoordig Friesland
+het groote meer Flevo. Het Graafschap Staveren beoosten het Vlie, wiens
+uitwatering eerst tusschen Texel en Vlieland, daarna tusschen Vlieland
+en Terschelling plaats had, paalde aan Noord-Holland. Het eiland Flevo,
+door de verdeelde armen van het Vlie omvat, lag ter plaatse alwaar nu
+de zandplaat <i>Bree-sand</i> zich bevindt. Uitgestrekte bosschen lagen
+in den omtrek der stad Staveren, thans allen in zee verzwolgen. De
+kleine rivier de IJssel liep in &rsquo;t meer Flevo, hetwelk na de
+<span class="pagenum">[<a id="pb283" href="#pb283" name=
+"pb283">283</a>]</span>door Drusus gemaakte vereeniging van den Rijn
+met den IJssel, door verschillende stroomen zich in de Middelzee
+ontlastte<a class="noteref" id="xd20e3825src" href="#xd20e3825" name=
+"xd20e3825src">2</a>. Deze zee besloeg een groot <span class=
+"pagenum">[<a id="pb284" href="#pb284" name="pb284">284</a>]</span>deel
+van het noorden der Provincie, scheidende Oostergo en Westergo, haren
+loop nemende door de Grietenijen <span class="corr" id="xd20e3844"
+title="Bron: Barradeel">Baarderadeel</span>, Idaarderadeel,
+Hennaarderadeel, Rauwerderhem tot in Wijmbritseradeel, eindigende bij
+Bolsward en Sneek. Bij de stad Uitgong, welligt nabij Berlikum had zij
+hare uitwatering in de Wadden, en voorts tusschen Terschelling en
+Ameland in de Noordzee.</p>
+<p>Wij geven geene meer bepaalde beschrijving van den alouden staat der
+Provincie, maar verwijzen den Lezer tot de breedvoeriger behandeling
+hiervan te vinden in <span class="sc">Winsemius</span>, <span class=
+"sc">Schotanus</span>, <span class="sc">Emmius</span>, <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span>, bijzonder het kort overzigt in den
+<i>Tegenwoord. Staat van Friesland I deel</i>, en over de Groote en
+Kleine Friezen de Aanteekeningen van <span class="sc">Siccama</span> op
+de <i>Lex Frisionum</i> pag. 137 seq. Men vergelijke hierbij hetgeen
+door den heer <span class="sc">Westendorp</span> in zijn <i>Jaarboek
+van en voor de Provincie Groningen</i>, en door <span class=
+"sc">Bilderdyk</span> in het 1 deel van zijne <i>Geschiedenis des
+Vaderlands</i> (bepaald op bl. 18 en 251 volgg.) met betrekking tot de
+oude Historie is geboekt:&mdash;als ook de <i>Geschiedenis der
+Nederlandsche Taal</i> van den Hoogleeraar <span class="sc">A.
+<span class="corr" id="xd20e3889" title=
+"Bron: Ypey">Ypeij</span></span>, II. 106, die aldaar en elders
+belangrijke bijvoegsels geeft tot den alouden staat van Friesland
+betrekking hebbende.&mdash;Over de Middelzee, hare grenzen en
+uitgestrektheid bevelen wij zeer aan de <i><span class="corr" id=
+"xd20e3893" title="Bron: Bijdragen tot">Nasporingen betrekkelijk</span>
+de Geschiedenis der voormalige Middelzee in Friesland</i>, door
+<span class="sc">P. Brouwer Pz.</span> en <span class="sc">W.
+Eekhoff</span><a class="noteref" id="xd20e3902src" href="#xd20e3902"
+name="xd20e3902src">3</a>. Zie voorts de <i>Inleiding van mijn Tafereel
+<span class="pagenum">[<a id="pb285" href="#pb285" name=
+"pb285">285</a>]</span>van den Watervloed in Friesland</i>. Wij voegen
+hierbij nog de aanmerking, ook door anderen gemaakt, van den Ridder
+<span class="sc">Scheltema</span>, voorkomende in zijne als nog
+onuitgegevene <i>Geschiedenis der Zuiderzee</i>, dat in vorengemelden
+tijd welligt het Gooiland in Holland en Gaasterland in ons Gewest
+aaneengehecht waren, verdienende het bijzondere opmerking dat de
+grondgesteldheid gelijk is, en aan beide zijden de einden van eene
+hooge aardrigchel, in Holland de Muiderberg en bij Staveren het Klif,
+aanwezig is; even als de afgebrokene en tegen over elkander liggende
+Krijtbergen in Frankrijk en Engeland zouden bewijzen dat eertijds hier
+geene scheiding bestond. Waarschijnlijk stroomde er toen nog geen zout
+water binnen den kreits der duinen van Terschelling af tot aan den
+uitloop der Maas.&mdash;Belangrijke opmerkingen deelt de kundige
+<span class="sc">F. Arends</span> ons mede in zijne Geschiedenis der
+Noordzeekusten, in welke hij de veranderingen beschrijft, welke die
+kusten door stormvloeden, gedurende een tijdvak van tweeduizend jaren
+hebben ondergaan<a class="noteref" id="xd20e3938src" href="#xd20e3938"
+name="xd20e3938src">4</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb286" href=
+"#pb286" name="pb286">286</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb2" class=
+"pageref">2</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 313.</p>
+<p>Wat betreft de heerschappij der Prinsen, Hertogen en Koningen over
+Friesland, van den jare 313 voor Christus geboorte tot 773 of 775 jaren
+na dezelve, waarvan de korte beschrijving in de eerste drie
+hoofdstukken dezer kronijk begrepen is, daarin komt zeer veel
+onwaarschijnlijks en fabelachtigs voor, zoodat wij niet gaarne op het
+gezag van deze en andere Geschied- en Kronijkschrijvers alles voor
+goede munt zouden aanprijzen: alles evenwel te verwerpen, gelijk ook
+door Friesche Schrijvers-zelve geschied, is evenmin raadzaam. Men leze
+en overwege hier naauwkeurig wat de geleerde Baron <span class=
+"sc">thoe Schwartzenberg</span> en <span class=
+"sc">Hohelansberg</span>, in de uitmuntende <i>Voorrede</i> voor zijn
+<i>Charterboek</i> (vooral I. D. bl. 16 en 17), een geschrift, even
+nuttig als het boek-zelf, op dit punt zegt, en aan wiens gevoelen wij
+eene hooge waarde hechten. Het was voor den geleerden <span class=
+"sc">Emmius</span> en in navolging van hem voor <span class="sc">Foeke
+Sjoerds</span> en den schranderen <span class="sc">van Rhyn</span>, die
+evenwel hier en daar niet zoo gestreng is, niet moeijelijk, het gezag
+van andere Schrijvers te verwerpen, en, wat niet met krachtige bewijzen
+gestaafd konde worden, voor fabels te verklaren. Maar men brenge ook de
+meeningen van den Baron van <span class="sc"><span class="corr" id=
+"xd20e3983" title="Bron: Shwartzenberg">Schwartzenberg</span></span>
+ter toetse, en het lijdt geen&rsquo; twijfel, of de oordeelkundige
+Lezer zal, even als wij, tot de uitkomst moeten komen, dat het gevoelen
+der eerstgemelden aan gewigtige tegenbedenking is onderworpen. Het
+groote en altijd herhaalde argument, waarom wij toch zoo weinig bij de
+Romeinsche <span class="pagenum">[<a id="pb287" href="#pb287" name=
+"pb287">287</a>]</span>Schrijvers van alles, wat de kronijken bevatten,
+vinden, zal toch wel niet als voldoende kunnen worden
+beschouwd:&mdash;dan het is hier niet de plaats, daarover verder uit te
+weiden, liever willen wij hier invoegen wat de zeer verdienstelijke
+Oudheidkundige <span class="sc">N. Westendorp</span>, in zijn
+<i>Jaarboek van en voor de Provincie Groningen</i> (I. 21 volgg.), op
+dit onderwerp zegt:</p>
+<p>&raquo;De Vriesche jaarboeken beginnen de lijst der Vriesche
+koningen en vorsten reeds van v&oacute;&oacute;r den tijd van &rsquo;s
+Heilands geboorte af. Alhoewel wij ons geenszins met zekerheid op de
+berigten dezer verzamelaars, ten aanzien dier opvolgingen, durven en
+willen verlaten; nogtans deelen wij gansch niet in de twijfelzucht van
+<span class="sc">Emmius</span> en van anderen, welke hem gevolgd zijn.
+Vooreerst zijn er geene redenen, om zoo ten eenenmale de
+geloofwaardigheid van <span class="sc">Cappidus Staurensis</span>,
+geleefd omtrent 920, van <span class="sc">Occo Scharlensis</span>,
+welke begon te schrijven in 903 en zulks vervolgde tot 970, van
+<span class="sc">Johannes Vlieterpius</span>, Schrijver van den
+potestaat <span class="sc">J. H. Martna</span> en der gemeene
+Landsregteren, die <span class="sc">Occo&rsquo;s</span> kronijk
+grootendeels uit het H. S. vertaalde en hier en daar vermeerderde
+(1370), van <span class="sc">M. Alvinus</span> (1400), van <span class=
+"sc">Andreas Cornelius</span>, overleden te Harlingen in 1589, van
+<span class="sc">Corn. Kempius</span> (1588), van <span class=
+"sc">Vorperus Taboritha</span>, <span class="sc">Suffridus
+Petri</span>, <span class="sc">Mart. Hamconius</span> (1624), van
+<span class="sc">Bernh. Gerbr. Furmerius</span> (1613), en van meer
+anderen, te verwerpen. Trouwens de Vriezen hadden weleer hunne barden
+en bardengezangen: zoo hoorde nog de bisschop <span class=
+"sc">Ludger</span>, eenen Vrieschen bard de daden der vroegere tijden
+bezingen. <span class="sc">Andr. Cornelius</span> is ook in mijn oog
+een achtingwaardig Schrijver. Deze verhaalt in de voorrede van zijn
+werk, dat <span class="sc">Vlieterp</span> in eene zeer lange voorrede
+berigtte, dat <span class="sc">Occo Scharlensis</span> in de voorrede
+van zijn werk in het breede had ontvouwd, hoe zijn oude oom
+<span class="sc">Solcko Forteman</span> het leven der Vriesche
+koningen, prinsen en heeren, die van het begin af in Vriesland hadden
+geregeerd, ten tijde van den laatsten Vrieschen koning <span class=
+"pagenum">[<a id="pb288" href="#pb288" name=
+"pb288">288</a>]</span>Radbod naauwkeurig beschreven had: over welk
+geschrift hij door dien koning zeer was vervolgd geworden. Schoon nu
+dit opstel te dien tijde op koninklijk bevel was verbrand geworden,
+nogtans waren al zijne overgeblevene schriften en boeken in handen van
+<span class="sc">Occo</span> gekomen, door middel van <span class=
+"sc">Gatje Takama</span> (zijnen vader), welke er vele fragmenten en
+schoone stukken betrekkelijk Vriesland onder gevonden had. Deze schat
+bewoog hem, om alles te verzamelen, wat overgebleven was, en wat hij
+wist. Volgens getuigenis van <span class="sc">Suffridus Petri</span>,
+zouden de bouwstoffen tot het werk van <span class="sc">Alvinus</span>
+uit zoodanige oude liederen genomen zijn. Daarenboven heeft
+<span class="sc">S. Petri</span> toegang gehad tot alle
+kloosterkronijken en kloosterpapieren van Vriesland, waardoor hij in de
+gelegenheid was, om meer ontwaar te worden dan anderen. Ook vinden wij
+er geene de minste tegenstrijdigheid in, dat de Vriezen, even gelijk de
+Kymry in Wallis en de Galen in Ierland, hunne geschiedenis aan de
+bardenorde toevertrouwden, en dat deze ook hunne Taliesins gehad
+hebben. Bij de Kymry en de Ieren zijn deze liederen nog grootendeels
+behouden, en dalen mede tot vroegere tijden terug. De Vriesche
+berigten, hoezeer vermengd met dichterlijke bijvoegselen en met
+aanvullingen van verschillenden aard, verdienen waarlijk de aandacht
+van onderzoeklievende mannen&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e4071src"
+href="#xd20e4071" name="xd20e4071src">5</a>.</p>
+<p>Betrekkelijk den oorsprong der Friezen vinden wij bij Grieksche noch
+Romeinsche Schrijvers eenige voldoende berigten, uit hoofde zij hun
+gezag van den aanvang niet in deze oorden gevestigd hebben. Over de
+benaming en aanvankelijke regeringsvorm zijn ook verschillende
+meeningen te berde gebragt. Het gevoelen ten dezen van den heer Mr.
+<span class="sc">A. van Halmael</span> Jr. ook het onze zijnde, nemen
+wij hier over, hetgeen in zijn <i>beknopt Overzigt der <span class=
+"pagenum">[<a id="pb289" href="#pb289" name=
+"pb289">289</a>]</span>Friesche Geschiedenis</i><a class="noteref" id=
+"xd20e4086src" href="#xd20e4086" name="xd20e4086src">6</a> is
+vermeld:</p>
+<p>&raquo;De oorsprong van de namen <i>Friezen</i> en <i>Friesland</i>
+heeft met dien van vele andere volkeren en landen dit gemeen, dat hij
+hoogst onzeker is. Even onzeker schier is het te bepalen, op welke
+wijze het land in de oudste tijden is geregeerd geworden; of er
+&eacute;&eacute;n enkel persoon aan het spits der regering stond, en
+zoo ja, welken naam hij droeg. Ook naar de uitgestrektheid van het
+land, hetwelk den naam van <i>Friesland</i> droeg, en naar de gedaante
+van hetzelve, kan men weinig meer dan gissen.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Het komt ons echter, wat het eerste betreft, niet
+onwaarschijnlijk voor, dat de naam van <i>Friezen</i> niet anders dan
+<i>vrijen</i> heeft beteekend, welken naam dat gedeelte der Germaansche
+of Duitsche volkeren, <span class="pagenum">[<a id="pb290" href=
+"#pb290" name="pb290">290</a>]</span>hetwelk het eerst <i>Friesland</i>
+tot woonplaats verkozen heeft, zal hebben aangenomen, ten einde zich
+daardoor te onderscheiden van andere stammen, die misschien minder
+naijverig waren op hetgeen zij <i>Friezen</i> verstonden onder
+vrijheid,&mdash;volkomen onafhankelijkheid van allen, die niet tot
+hunnen eigenen stam behoorden, of tot de genen welke zij daarin
+goedvonden aan te nemen&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e4151src"
+href="#xd20e4151" name="xd20e4151src">7</a>.</p>
+<p>&raquo;Wat der Regering betreft, &eacute;&eacute;n persoon schijnt
+aan het hoofd der <i>Friezen</i> gestaan te hebben; niet evenwel
+zonder, in openlijke aangelegenheden, den raad der <i>Wijsten</i>, dat
+is <i>Oudsten</i> zijner landgenooten, in aangelegenheden van algemeen
+belang, de meening van het geheele volk ingenomen, en dien van de
+meerderheid gevolgd te hebben. Het komt ons wijders niet onaannemelijk
+voor, dat die &eacute;&eacute;ne persoon, meerder uitvoerder van
+&rsquo;s volks wil dan eigenmagtig gebieder, maar ook in de uitvoering
+ongebonden, den naam van <i>Koning</i> droeg, welken naam wij, naar de
+afleiding des woords, meenen aangeduid te hebben: <i>den eersten man
+van het eerste <span class="rm">(d. i<span class="corr" id="xd20e4232"
+title="Niet in bron">.</span> mannelijk)</span> geslacht, eens
+heerschenden volks</i>.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Daarmede willen wij echter niet geacht worden, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb291" href="#pb291" name="pb291">291</a>]</span>de
+geheele rij der <i>zeven</i> eerste Koningen (in kronijken
+<i>Prinsen</i> genoemd), der <i>zeven</i> Hertogen en der <i>negen</i>,
+dezen wederom vervangen hebbende Koningen, welke alle door onze
+kronijkschrijvers met name genoemd worden, te erkennen.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Ook gelooven wij niet dat de oppermagt der Vorsten erfelijk
+was, althans niet in de eerste tijden, hoewel meestal de zoon eens
+konings, over wiens bewind het volk tevreden was, hem zal opgevolgd
+zijn.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Er bestaan over den oorsprong des Frieschen volks eenige
+overleveringen en sagen uit den overouden tijd, in welken de
+geschiedkundige waarheid, met de noodige versierselen en verdichtselen,
+werd gehuld en bewaard gebleven is: jammer maar dat het en door den
+geest der vroegere tijdperken, en door de wijze der overlevering zoo
+moeijelijk is geworden waarheid en fabel van elkander te schiften.
+Alles komt echter op dit punt neder, dat de Friezen geene
+<i>aborigenes</i>, dat is inboorlingen van Friesland waren, maar over
+zee naar deze landstreken waren aangekomen om dezelve te
+bevolken<a class="noteref" id="xd20e4262src" href="#xd20e4262" name=
+"xd20e4262src">8</a>. Wij willen kortelijk uit de geschiedenis enigen
+dier sagen en volksvertellingen bijeenverzamelen en mededeelen, dewijl
+onze kronijk slechts van eene enkele gewaagd.</p>
+<p>Naar het gevoelen van <span class="sc">Joachim Hopper</span> zouden
+de Friezen afkomstig zijn van de Hijperboreische volkeren, van wien zij
+hunne taal, godsdienst en zeden hadden ontvangen<a class="noteref" id=
+"xd20e4276src" href="#xd20e4276" name="xd20e4276src">9</a>.
+<span class="pagenum">[<a id="pb292" href="#pb292" name=
+"pb292">292</a>]</span></p>
+<p><span class="sc">Cornelius Kempius</span> verhaalt dat een
+Karthuizer, genaamd Reinerus de Friezen deed afstammen van een aantal
+Joden, die door Vespasianus na de inneming: van Jeruzalem in &rsquo;t
+leven gespaard, uit het Joodsche land verdreven en herwaarts in
+ballingschap gezonden waren. &raquo;Doch de goede man (zoo zegt
+<span class="sc">Van Rhyn</span><a class="noteref" id="xd20e4307src"
+href="#xd20e4307" name="xd20e4307src">10</a>) moet <span class=
+"sc">Tacitus</span> en andere schrijvers niet gelezen hebben, die hem
+zouden onderricht hebben, dat de Vriezen hier al woonden omtrent de
+tijden van Christus,&rdquo;&mdash;dus voor Jeruzalems
+verwoesting<a class="noteref" id="xd20e4313src" href="#xd20e4313" name=
+"xd20e4313src">11</a>. Deze overlevering hoorde ook bij de oude
+Pruissen te huis, wier voorouders door Salmanzar uit het Joodsche land
+waren verdreven<a class="noteref" id="xd20e4322src" href="#xd20e4322"
+name="xd20e4322src">12</a>.</p>
+<p>Van Frankischen oorsprong schijnt navolgende sage door <span class=
+"sc">Joannes Trithemius</span>, in navolging van <span class=
+"sc">Hunibaldus</span>, geboekt in zijne geschiedenis der Frankische
+koningen. Frisius was de zoon van koning Coglio; deze werd met
+toestemming aller Franken Koning van Friesland, doch aan deze keus
+verbonden zij de voorwaarde, dat hij en alle zijne opvolgers met hunne
+onderdanen onder de Franken zouden staan, en tot schatting jaarlijks
+tweehonderd en zestig koeijen leveren: daarenboven waren zij verpligt
+als getrouwe vrienden en bondgenooten der Franken, dezen in alle
+oorlogen bij te staan. De Friezen nu zouden, volgens het beweerde van
+verschillende schrijvers<a class="noteref" id="xd20e4342src" href=
+"#xd20e4342" name="xd20e4342src">13</a>, van dezen Koning den naam
+gekregen hebben. Ook dit verhaal wordt door de geschiedschrijvers van
+lateren tijd verworpen, <span class="pagenum">[<a id="pb293" href=
+"#pb293" name="pb293">293</a>]</span>daar de Franken toen nog niet als
+magtig volk zouden hebben bestaan, maar eerst driehonderd jaar na
+Christus geboorte.&mdash;Het is echter vrij zeker, dat het Frankisch
+gezag reeds zeer vroeg bij de Friezen heeft geheerscht; zelfs de
+benaming dezer beide volken wordt vaak verwisseld. Deze geheele sage
+zal echter van later dagteekening zijn dan anderen<a class="noteref"
+id="xd20e4358src" href="#xd20e4358" name="xd20e4358src">14</a>.</p>
+<p><span class="sc">Hubertus Thomas</span>, een Luikenaar, schreef een
+boek over de Tongren en Eburonen, waarin hij met kracht van redenen
+betoogde, dat de Friezen uit de oude Phrygeers of Trojanen herkomstig
+waren, welk gevoelen ook anderen aankleefden<a class="noteref" id=
+"xd20e4382src" href="#xd20e4382" name="xd20e4382src">15</a>. Grunus,
+een voornaam Trojaan onder hen, had Groningen gebouwd, het gewest
+Frisia en dus het volk met den naam van Friezen gedoopt. Vierhonderd
+drie en dertig jaren voor Christus waren deze Trojanen, onder Marcomir,
+in Duitschland bij de Saksen gekomen en naar den zeekant
+afgezakt<a class="noteref" id="xd20e4393src" href="#xd20e4393" name=
+"xd20e4393src">16</a>. Tot een vernuftig bewijs van zijne stelling
+brengt <span class="sc">Thomas</span> bij, dat het stedeken Ylst niet
+Elostum, zoo als sommige Latijnen zeggen, maar Iliacum, dus genaamd
+naar Ilium, heeten moet, en dat Aschendorp in Groningerland, naar den
+befaamden Ascanius ook den naam Ascania heeft gedragen.&mdash;Dit
+verhaal schijnt van Oud-Duitsche geboorte te zijn<a class="noteref" id=
+"xd20e4418src" href="#xd20e4418" name="xd20e4418src">17</a>.</p>
+<p><span class="sc">Eggerik Beninga</span> beschrijft in zijne
+Oost-Friesche <span class="pagenum">[<a id="pb294" href="#pb294" name=
+"pb294">294</a>]</span>Kronijk<a class="noteref" id="xd20e4433src"
+href="#xd20e4433" name="xd20e4433src">18</a> den oorsprong der Friezen
+ook op deze wijze. Ten tijde dat Samuel regter over de kinderen Israels
+was, nadat de wereld 2860 jaren had gestaan, was er een koning van
+Assyrien, Diedictus genaamd, wiens gemalinne Albiona bij het volk in
+kwaad geruchte stond. Op zekeren tijd liet zij alle hare zusters, twee
+en dertig in getal, en allen aan koningen, vorsten en groote heeren
+door den echt verbonden, bij zich komen, en, zich niet langer door hare
+mannen willende laten regeren, sloten zij in &rsquo;t geheim een
+verbond, dat elk zijnen echtgenoot zou om het leven brengen en dan
+zelve het bestuur in handen nemen. Maar de zamenzwering werd ontdekt en
+tot straf werden de 32 zusters, met al de medepligtigen, in een schip
+zonder roer en zeilen gezet en zoo voor wind en stroom aan de willekeur
+der woeste golven prijs gegeven. Na lang omzwervens kwamen zij ten
+laatste aan een onbewoond eiland, hetwelk zij, naar den naam der oudste
+zuster Albion noemden en langen tijd bewoonden. Uit deze zusters werd
+het groote en wreede reuzengeslacht geteeld, dat door Brutus is
+verslagen en op de vlugt gejaagd, welke vlugtelingen de Noordzee
+opstevenden en naar een nieuw vaderland zochten. Dus aan de Friesche
+kust gekomen, namen zij dit land ten deele met geweld in, en zetten
+zich er neder. Brutus, nu Heer van Albion, herdoopte het eiland in
+Brutannien en liet de stad Londen bouwen, dan ook hij werd op zijnen
+tijd weder verdreven door het geweld der Friesche koningen Engistes en
+Horses.&mdash;Zoo ver <span class="sc">Beninga</span>.&mdash;In
+<span class="sc">Westendorp&rsquo;s</span> <i>Kronyk</i> wordt
+verhaald, dat de gevlugte reuzen, bij hunne aankomst aan den Frieschen
+wal, onvermoeds door de ingezetenen des lands verdreven zijn, de Maas
+zijn opgevaren en Slavenburg hebben gesticht.&mdash;Zoodat volgens dit
+verhaal dan reeds het land bevolkt <span class="pagenum">[<a id="pb295"
+href="#pb295" name="pb295">295</a>]</span>was<a class="noteref" id=
+"xd20e4454src" href="#xd20e4454" name="xd20e4454src">19</a>. Deze
+overlevering schijnt op de Kelten, de oudste bewoners van Brittannien
+te slaan.</p>
+<p>In bijna al de geschied- en kronijkschrijvers, zoo als ook in de
+onze, vinden wij de volks-overlevering, welke ook in den Frieschen
+geest geheel gestemd is, van de overkomst der drie gebroeders Saxo,
+Bruno en Friso<a class="noteref" id="xd20e4463src" href="#xd20e4463"
+name="xd20e4463src">20</a> vermeld, en wel van verschillenden vorm en
+inhoud. Vooral wat betreft de afkomst van den stamvader Friso, daarover
+is een groot verschil. De een maakt hem tot een Jood, de ander tot een
+Macedonier, velen tot een Indiaan. Sommige oude schrijvers hebben de
+waarheid van deze overlevering niet alleen niet in twijfel getrokken,
+maar die tegen anders denkenden met hand en tand verdedigd.
+<span class="sc">B. Furmerius</span> en vooral <span class=
+"sc">Suffridus Petri</span> hebben zelfs, (de laatste in zijne
+Apologie) <span class="sc">Ubbo Emmius</span> en anderen, die dit
+verhaal voor eene fabel verklaarden, voor dwarsdrijvers, slechte
+recensenten en vijanden des vaderlands verklaard. Andere Friesche
+schrijvers, even als <span class="sc">Emmius</span>, verwerpen het ook
+geheel, maar de meesten zijn ook getrouwe navolgers, ja zelfs
+naschrijvers en napraters van <span class="sc">Emmius</span>, die als
+de God der Historie werd aangebeden. Het valt niet te ontkennen, dat
+zijn geschiedboek groote waarde heeft, doch ook onvoorwaardelijk in
+zijne twijfelzucht te berusten is niet het veilig midden kiezen.</p>
+<p>Uit hoofde men deze sage overal vindt, zullen wij dezelve in zijn
+verband niet herhalen, evenmin als de geschiedenis der zeven zonen van
+den Frieschen Aartsvader Friso, die de volkplanters in Jutland, Hessen
+en Schotland zijn geweest. Men vindt een <span class="pagenum">[<a id=
+"pb296" href="#pb296" name="pb296">296</a>]</span>beknopt verhaal
+hiervan in het <i>Nabericht op Vriesland</i> van <span class="sc">van
+Rhyn</span><a class="noteref" id="xd20e4494src" href="#xd20e4494" name=
+"xd20e4494src">21</a>, dat altijd waardig is gelezen en herlezen te
+worden. Daarin wordt ook vermeld hoe de West-Friezen, Keulenaars,
+Frisiabonen of Nieuwe Friezen, Zwitsers en Graubunders, Franken,
+Strand-Friezen en Eiderstedders, uit de oude Friezen zouden herkomstig
+zijn; terwijl zij ook in Oud-Engeland of Brittannien, Ethiopien en
+Chili in Amerika, zich zouden hebben voortgeplant. Van de vermelding
+ten tweede male der Helvetiers of Zwitsers uit de Friezen
+gesproten<a class="noteref" id="xd20e4541src" href="#xd20e4541" name=
+"xd20e4541src">22</a>, ten tijde van den Potestaat Magnus Forteman is
+eene geheel verschillende lezing in <i>de Corte Chronyck</i> van
+<span class="sc">Sybe Jarichs</span><a class="noteref" id=
+"xd20e4553src" href="#xd20e4553" name="xd20e4553src">23</a>, welke
+zegt, dat de Friezen die onder Forteman tegen de Romeinen waren
+opgetrokken, op den terugtogt ten deele in Lombardijen en Italien
+metter woon waren gebleven, door een hoop volks meestal gedood werden,
+zoodat er maar weinigen ontkwamen. Dezen nu zwierven op bergen en in
+dalen rond, tot dat zij in Zwitserland gekomen, aldaar zich huizen
+hebben gebouwd en een gedeelte lands bevolkt.</p>
+<p><span class="sc">Menso Alting</span> beweert, dat de Friezen van een
+en dezelfde afkomst zijn als al de Overrijnsche volkeren. Het
+voorgeven, dat zij uit Phrygien, of de Indien herwaarts zijn gekomen,
+acht hij voor zottengeklap <span class="pagenum">[<a id="pb297" href=
+"#pb297" name="pb297">297</a>]</span>en eene lange reeks van
+leugens<a class="noteref" id="xd20e4568src" href="#xd20e4568" name=
+"xd20e4568src">24</a>. Hoezeer eene geheele vergelijking van al het
+geschrevene over dit onderwerp, met een naauwkeurig oordeelkundig
+onderzoek gepaard, een moeijelijke arbeid ware, en hoe bezwaarlijk men
+ook welligt meerder licht in dezen ontvangen zou, was echter de
+beproeving daarvan, en eene wijsgeerige beschouwing van alle nog
+voorhanden zijnde werken en geschriften der moeite overwaardig en een
+zeer verdienstelijk werk. Er is nog zoo veel aanwezig, geschikt tot
+bruikbare bouwstoffen, hoezeer dan ook de vernielingswoede vele
+belangrijke Charters voor altoos hebbe vernietigd, ja zelfs vele
+gedenkstukken der oudheid door zorgelooze onnoozelheid het droevig lot
+hebben moeten ondergaan van over de zeepalen te worden geworpen, en
+welligt hun graf hebben gevonden in de diepte dier golven, welke over
+de verzonken grondvesten der aloude Friesche Koningsstad henenrollen,
+even als of men ook de laatste getuigen des voorvaderlijken roems in
+hetzelfde graf voor eeuwig wilde begraven. Wenschelijk ware eene meer
+algemeene belangstelling in het lot der Historie en in den goeden wil
+dier Schrijvers, welke zonder zelfverheffing of eerbejag slechts hun
+vaderland en de wetenschappen willen dienen, wier doel en handeling
+niet door gloeijende eerzucht of geldgewin worden bestuurd.</p>
+<p>Wij willen hiermede over alles wat den oorsprong der Friezen betreft
+afstappen<a class="noteref" id="xd20e4578src" href="#xd20e4578" name=
+"xd20e4578src">25</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb298" href=
+"#pb298" name="pb298">298</a>]</span></p>
+<hr class="tb">
+<p>Het ligt geheel buiten ons bestek, alles te verzamelen en te
+vermelden wat door de geschiedschrijvers al niet geboekt, geoordeeld en
+gegist is over het hoogst onzekere tijdvak van de eerste bewoners dezer
+Friesche landen, tot op de geboorte van Christus Dit behoort tot eene
+volledige Geschiedenis der Friezen; dan met eenige meerdere zekerheid
+kunnen worden vermeld, de gebeurtenissen van de komst van den Veldheer
+Drusus in Friesland af tot aan de heerschappij van Karel den Groote.
+Wij willen derhalve overnemen, hetgeen de heer <span class="sc">van
+Halmael</span> in zijn zeer belangrijk <i>Overzigt</i> over dit tijdvak
+heeft geschreven<a class="noteref" id="xd20e4638src" href="#xd20e4638"
+name="xd20e4638src">26</a>, in hetwelk men natuurlijk wel overeenkomst
+met de kronijken, maar tevens ook vele afwijkingen van sommiger
+stellingen zal ontdekken. Er heerscht echter over deze tijden ook nog
+eene vale schemering, zoo geene duisternis; want de eerste Friesche
+Koning, wiens naam en handelingen met genoegzame zekerheid kunnen
+worden vermeld, heeft geregeerd in de zevende eeuw en heeft den troon
+beklommen omtrent 590 of 630. Adgillus de Eerste was die Vorst: wie
+echter zijn vader was, daarover hebben de geleerden het niet eens
+kunnen worden.</p>
+<p>Nu volgt het Overzigt: <span class="pagenum">[<a id="pb299" href=
+"#pb299" name="pb299">299</a>]</span></p>
+<p class="xsection">&sect; 2.</p>
+<p>&raquo;Elf jaren voor Christus geboorte, vertoonde zich de veldheer
+der werelddwingende Romeinen, Claudius Drusus Nero in het land der
+Batavieren. Men zegt, ten einde de Germanen of Duitschers te straffen,
+die in de landen, aan hunne grenzen liggende, en onder het oppergebied
+der Romeinen staande, geplunderd hadden. Hij begaf zich langs den Rijn
+in den Oceaan, ten einde de monden Van de Eems en Wezer te bezoeken,
+tusschen welke de Cauchen of Chauken toen woonden. Aan hunne grenzen
+raakte hij in groot gevaar, doch de Friezen, met welke hij bevorens in
+een vriendschappelijk verbond was getreden, redden hem.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Een jaar later deed hij eene gracht graven, waardoor hij van
+den Rijn, door den Ouden IJssel in het meer Flevo komen konde. Van daar
+konde hij door de Middelzee en verder over de Wadden, in de Eems
+geraken. De Friezen verbonden zich, waarschijnlijk omdat hij hun
+beloofde, dat de Romeinen hen bijstaan zouden tegen hunne, immer
+onrustige, Germaansche naburen, tot het jaarlijks leveren van een
+bepaald aantal ossenhuiden. Ook schijnt hij ter hunner bescherming een
+kasteel, aan de Noordzee te hebben aangelegd. Dat kasteel almede Flevo
+of Flevum genoemd, plaatsen de oudheidkundigen op het tegenwoordig
+eiland Grind, thans eene schulpplaat, niet verre van Terschelling.
+Daaruit kon de Romeinsche bezetting spoedig de Eems bereiken<a class=
+"noteref" id="xd20e4653src" href="#xd20e4653" name=
+"xd20e4653src">27</a>.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb300"
+href="#pb300" name="pb300">300</a>]</span></p>
+<p class="xsection">&sect; 3.</p>
+<p>Jaren na Chr. 29. 48.</p>
+<p>&raquo;Met de goede trouw, die van oudsher de Friezen kenschetste
+(gelijk de Germanen over het algemeen), voldeden zij eenige jaren aan
+hunne verbindtenis, en wel tot aan of in het jaar 29 na Christus
+geboorte. Den Romeinschen veldheer Germanicus schijnen zij bijgestaan,
+en zelfs zijn leger eenmaal eene groote dienst bewezen te hebben, met
+hem zekere plant, door de Romeinen Brittenkruid genaamd, ter heeling
+van de scheurbuik aan te wijzen<a class="noteref" id="xd20e4700src"
+href="#xd20e4700" name="xd20e4700src">28</a>. In gemeld jaar eischte
+zekere Olennius, <span class="pagenum">[<a id="pb301" href="#pb301"
+name="pb301">301</a>]</span>een Romein, die met eenig bevelhebberschap,
+misschien wel met dat van het kasteel Flevum, en met het invorderen der
+zoogenaamde schatting belast was, eene soort van huiden, welke zij,
+evenmin als de waarde van dien, leveren konden. Zij lieten zich eerst
+daarvoor hunne ossen, toen hunne landerijen, eindelijk hunne vrouwen en
+kinderen tot slaven afnemen, hopende dat men hunne bereidwilligheid
+ziende, hun geregtigheid zou doen wedervaren. Maar, het zij de klagten
+der armen het oor des Keizers niet bereiken konden, het zij de Keizer
+zijne prefecten toeliet in het klein te plunderen, gelijk hij-zelf in
+het groot deed, zij vonden geen gehoor, en begonnen den regvaardigsten
+krijg. Zij grepen en doodden de hen kwellende knechten, en belegerden
+Olennius in de Romeinsche sterkte. Wel moesten zij het beleg opbreken,
+omdat er een aantal Romeinsche benden ter ontzet naderde, alles
+onderwegen plunderende en verwoestende; doch, ofschoon de Romeinen,
+volgens het zeggen hunner geschiedschrijvers, hen, evenwel niet zonder
+aanvankelijke nederlagen en groot verlies, overwonnen, zij schijnen
+hunne vrouwen en kinderen, en hunne landerijen toch terug bekomen te
+hebben, en waarschijnlijk zijn zij zelfs wel van Romeinen en schatting
+ontslagen geworden, of ontheven gebleven.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Althans men vindt niet weder van Romeinen hier te lande gewag
+gemaakt, dan omtrent twintig jaren later. Toen, heet het, hebben de
+Friezen zich aan den veldheer Corbulo onderworpen. Hij leidde weder
+krijgsbezetting in Friesland, en stichtte er eene sterkte, zoo sommigen
+meenen ter plaatse, waar nu Groningen ligt. Doch hij moest die
+bezetting welhaast <span class="pagenum">[<a id="pb302" href="#pb302"
+name="pb302">302</a>]</span>terugtrekken, op bevel van zijnen
+toenmaligen Keizer, Claudius, die den Rijn tot grens des Rijks
+bepaalde:&mdash;van eenige schatting wordt te dier gelegenheid niet
+gesproken.&rdquo;</p>
+<p class="xsection">&sect; 4.</p>
+<p>J. na Chr. 59.</p>
+<p>&raquo;&rsquo;t Schijnt evenwel dat de Friezen, wier naam, sedert
+het gebeurde met Olennius, reeds onder de Germanen doorluchtig was
+geworden, bondgenooten der Romeinen gebleven zijn.&mdash;Toen toch,
+eenige jaren later, een deel der Friezen, onder aanvoering van Verritus
+en Malorix<a class="noteref" id="xd20e4761src" href="#xd20e4761" name=
+"xd20e4761src">29</a>, die men daarom niet voor Friesche Koningen
+behoeft te houden, zich op eene ledige plek gronds, denkelijk aan den
+linker Rijn-oever nedersloegen; toen daarop de Romeinsche gezaghebber
+in dien oord hun aanzeide, dat zij die weder verlaten moesten, ten zij
+de Keizer hun toestond, haar in te nemen, begaven Verritus en Malorix
+zich, om &rsquo;s Vorsten toestemming te verkrijgen, naar Rome. Daar
+bragt men hen in den schouwburg; zij zagen er de gezanten der volkeren,
+die gezegd worden in trouw en liefde voor Rome uit te munten, op de
+banken der Romeinsche Raadsheeren zitten, dat een eerbewijs heette.
+Daarop begaven zij zich derwaarts, en zetten er zich insgelijks neder,
+zeggende: dat geene stervelingen de Germanen in wapenen of trouw
+overtroffen. De Friesche rondheid behaagde zelfs den wellevenden
+Romeinen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb303" href="#pb303"
+name="pb303">303</a>]</span></p>
+<p class="xsection">&sect; 5.</p>
+<p>J. na Chr. 240, 350, 418.</p>
+<p>&raquo;Het komt ons voor, dat de Friezen, bij vervolg van tijd, nu
+eens de zijde der Romeinen zullen gehouden hebben, in de oorlogen,
+welke dezen bij voortduring tegen de Germaansche volkeren voeren
+moesten; dan weder, zich met de laatstgemelden tegen de Romeinen zullen
+vereenigd hebben. Van het laatste vinden wij een bewijs in den bekenden
+oorlog, door de Batavieren, onder Claudius Civilis, tegen hunne
+onderdrukkers ondernomen. Ook kan het zijn, dat zij somtijds inderdaad
+aan hen onderworpen geweest zijn; doch zij raakten eindelijk buiten
+alle betrekking tot dezelven. Gedeeltelijk voorzeker reeds, toen
+onderscheidene Germaansche volkeren, onder den naam van Franken,
+omtrent het jaar 240, vereenigd, zich ruim honderd jaren later,
+vestigden in Taxandrie, waardoor men het voormalig eiland der
+Batavieren met de zuidelijk daaraan grenzende landen, en een gedeelte
+van Braband, misschien ook Zeeland moet verstaan.&mdash;Voor zoo verre
+zij zelven, of althans een gedeelte hunner, tot dat verbond behoord
+mogten hebben, en onder de Saliers mogen gerekend zijn, zijn zij
+nogtans zekerlijk vrij en onafhankelijk gebleven, en dien Franken niet
+onderworpen.&mdash;Geheel echter, toen die zelfde Franken, nog ongeveer
+honderd jaren later, een koningrijk in Galli&euml;, het tegenwoordige
+Frankrijk, stichteden, hetgeen Rome erkende. Rome, dat Rijk, hetwelk
+intusschen door zijnen opperheer, Theodosius den Groote, in twee
+Keizerrijken, het Oostersch, hoofdstad Constantinopolen, en het
+Westersch, hoofdstad Rome, was gesplitst geworden, en onder zijn eigen
+gewigt bezweek, gelijk alle Staten zullen doen, die, als Rome, naar de
+opperheerschappij der wereld trachten;&mdash;o troostrijke leer der
+Geschiedenis!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb304" href="#pb304"
+name="pb304">304</a>]</span></p>
+<p class="xsection">&sect; 6.</p>
+<p>J. na Chr. 62, 68, 90, 183, 186.</p>
+<p>&raquo;Als men het gezag onzer kronijken niet geheel wil
+verwerpen,&mdash;en het zoude zoo ondienstig voor de beoefening der
+geschiedenis als onbillijk jegens onze voorvaderen gehandeld zijn,
+indien wij het deden,&mdash;leden de Friezen intusschen menigen
+aanstoot van de Noordelijker en Noord-oostelijker volkeren, onder
+onderscheidene namen, maar vooral onder dien van Deenen in gemelde
+schriften voorkomende.</p>
+<p>Reeds op het jaar 62, wordt van zulk eenen inval der Deenen in
+Friesland gesproken, en jaarlijks schijnen zij, tot in 68, hunne
+pogingen te hebben herhaald, meer om te plonderen, dan om zich hier te
+vestigen. Op het jaar 90 vindt men van eenen inval der Noormannen
+gewaagd. Omtrent 183 van eenen dergelijken der Gothen en Wenden. Op 186
+van eenen der Wilten, welke bij die gelegenheid de eerste grondslagen
+van Wiltenburg, naderhand de stad Utrecht, zouden gelegd
+hebben<a class="noteref" id="xd20e4802src" href="#xd20e4802" name=
+"xd20e4802src">30</a>.</p>
+<p>Zijn er inderdaad zulke invallen, bloot met oogmerk te plunderen,
+geschied, dan mag men daaruit afnemen, dat deze landen minder arm dan
+voorheen waren. De netten van eenige visschers, en het weinige vee van
+eenige arme landbouwers, kunnen toch de roofzucht van tamelijk
+afgelegene volkeren niet, bij herhaling, hebben aangelokt; en wanneer
+het waar is, dat men hier, op zijne beurt zich bereidde tot eenen
+zeetogt naar de landen dier lastige plonderaars (welken togt, uit
+hoofde van een getroffen bestand, achterwege bleef), schijnt zulks
+<span class="pagenum">[<a id="pb305" href="#pb305" name=
+"pb305">305</a>]</span>eene regering aan te kondigen, die niet geheel
+van magt en ve&ecirc;rkracht ontbloot was. Doch wij zullen hier niet
+verder in treden, omdat onze bronnen niet zekerder en naauwkeuriger
+zijn<a class="noteref" id="xd20e4824src" href="#xd20e4824" name=
+"xd20e4824src">31</a>.&rdquo;</p>
+<p class="xsection">&sect; 7.</p>
+<p>Jaren na Chr. 280, 449.</p>
+<p>&raquo;Inmiddels hadden ook de Saksen zich van een gedeelte van ons
+tegenwoordig Nederland meester gemaakt.&mdash;Dit volk, welks
+oorspronkelijke woonplaats men denkelijk in het tegenwoordige Sleeswijk
+en Holstein, over de Elve, langs de Noordzee, en op de eilanden aan de
+kust dier zee moet zoeken, schoon het sedert lang zich westwaarts had
+uitgebreid, kwam, waarschijnlijk over zee, eerst in Taxandrie (verg.
+&sect; 5), en trad in verbond met de Franken, die hen de bezette
+landstreek behouden lieten. Toen de Franken zich zuidelijker op
+begaven, hebben de Saksen meerderen hunner landgenooten tot zich
+gelokt, en zich meer en meer van de Franken afscheidende, en een
+gedeelte hunner vorige woonplaatsen bezettende, eenen Staat op zich
+zelven gaan uitmaken. Franken, Saksen en Friezen, waarin de kleindere
+natien, die voorheen ook dezen grond bewoonden, versmolten waren, wat
+met name van het overschot der voormalige Batavieren <span class=
+"pagenum">[<a id="pb306" href="#pb306" name="pb306">306</a>]</span>mag
+gezegd worden, die zich met de Friezen vereenigd hebben;&mdash;Franken,
+Saksen en Friezen bezetteden alzoo het grootste deel van het
+tegenwoordige Frankrijk en onze Nederlanden, en naarmate de Saksen
+hunne vorige woonplaatsen verlieten, hebben de Friezen zich daarin
+uitgebreid.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Toen de Franken nog aan de Friezen grensden, werd er een
+gedeelte der eerstgemelden, bij zekere gelegenheid, door den
+Romeinschen Keizer Probus naar de kust van Pontus overgebragt. Deze
+Franken, gedreven door liefde tot den voormaligen grond, verlangden
+daarna terug te keeren. Zij maakten zich meester van eenige Romeinsche
+schepen, zeilen daarmede door den Bosphoros en den Hellespont tot in de
+Middellandsche zee, plunderen de kusten van Asia, Griekenland, de rijke
+stad Syrakuse op het eiland Sicili&euml;; zeilen vervolgens door de
+straat van Gibraltar, en zoo komen deze stoutmoedige roovers, langs de
+kusten van Spanje en Frankrijk, door het kanaal, aan het strand der
+Batavieren of aan dat der Friezen. Dit einde van hunnen togt, welke
+eene reis om de wereld mag heeten, maakt het waarschijnlijk dat er ook
+Friezen onder deze zeevaarders geweest zijn, en dat de eer dier
+onderneming, aan welke men zijne bewondering niet kan weigeren, ook
+gedeeltelijk aan onze voorouderen toekomt. Van oudsher was
+verkleefdheid aan den vaderlandschen grond een hoofdtrek van het
+Friesche karakter.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Nadat de Saksen de onmiddellijke naburen der Friezen geworden
+waren, hebben zij met dezen in verbond geleefd. Ook mag men het
+daarvoor houden, dat de lotgevallen der Saksen, bij de Schrijvers der
+middeleeuwen vermeld, grootendeels mede die der Friezen geweest
+zijn<a class="noteref" id="xd20e4848src" href="#xd20e4848" name=
+"xd20e4848src">32</a>, die dan eerst weder met hunnen eigenen naam ten
+tooneele verschijnen, nadat de Saksen oostwaarts wijken voor de
+Franken, die zich op nieuw tot aan Friesland uitbreiden, en eindelijk
+ook daar meester worden.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb307"
+href="#pb307" name="pb307">307</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Zoo is het b. v. bij de naauwkeurigste en oordeelkundigste
+Geschiedschrijvers zeker, dat er Friezen geweest zijn onder de Saksers
+en de met hen vereenigde Anglen (een ander noord-oostelijk volk), die
+zich, onder aanvoering van Hengst en Hors, zoo men ze noemt, in 449 of
+50 naar Brittanje, het tegenwoordige Engeland, begaven. En hoewel het
+nagenoeg zeker is, dat de aanvoerders zelve Saksen waren, komt het ons
+voor, dat zelfs het grootste gedeelte dier vreemdelingen uit Friezen
+heeft bestaan.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Zij waren tot die overkomst uitgenoodigd geworden door de
+Britten zelven, die hunne noordelijke grens-naburen, de Schotten en
+Pikten, niet wederstaan konden. Van hen en van de dochter van Hengst,
+de schoone Ronixa of Rovena, maken zoowel de Britsche kronijken als de
+onze gewag.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Hier voor pleit ook de overeenkomst van de Engelsche met de
+echt Friesche taal, beide dochters der Saksische, naderhand
+Anglo-Saksische genaamd, d. i. dier taal, welke de in Brittanje
+overgekomene Saksen, Anglen en Friezen spraken. De Britten tot hun
+ongeluk te laat beseft hebbende, dat zij nimmer ter beslissing der
+twisten op hun eiland, vreemden hadden moeten inhalen, moesten later
+die vreemden tot hunne heeren aannemen, of hun vaderland ontwijken.
+Velen begaven zich naar een gedeelte van Frankrijk, naderhand naar hen
+Bretagne genaamd; de overigen versmolten in de Anglo-Saksen. De
+tegenwoordige Engelschen en de Friezen mag men met regt broeders
+kinderen heeten. Ware deze les voor de Friezen slechts niet evenzeer
+verloren gegaan als voor zoo vele latere volkeren!&rdquo;</p>
+<p class="xsection">&sect; 8.</p>
+<p>J. na C. 468, 496, 555, 562, 605, 628, 631.</p>
+<p>&raquo;Doch toen de Saksen en Franken elkander wederkeerig te magtig
+werden, ontstond er groote vijandschap <span class="pagenum">[<a id=
+"pb308" href="#pb308" name="pb308">308</a>]</span>tusschen deze beide
+strijdbare volkeren. Toen de Koning der Franken, Childerik, met zijnen
+mededinger Egidius (Gilles) om de kroon twistte, kozen de Saksen de
+zijde van den laatstgemelde, die hen om bijstand aanzocht. Staatkundig
+was het, het verzoek van den zwakste in te willigen, ter vernedering en
+verzwakking van den magtigste.&mdash;Maar de Saksers streden zoo
+ongelukkig, dat zij genoodzaakt waren, zich aan Childerik te
+onderwerpen, zelfs hem bij te staan in zijne oorlogen tegen andere
+Duitsche volkeren. Daarna weder in oorlog geraakt met Childerik&rsquo;s
+zoon, Klovis, schoten zij ook tegen dezen te kort. Klovis verdeelde,
+bij zijnen dood, zijn rijk onder zijne zonen, en dat gedeelte, hetwelk
+vervolgens onder Oost-Frankrijk of Austrasie heeft behoord, grensde aan
+de Saksen.&mdash;Eerst het aandeel van Theodorik I zijnde, geraakte het
+later in handen van Klovis&rsquo; jongsten zoon, Chlotarius I. Deze met
+de Saksen in oorlog geraakt, bragt hun verscheidene nederlagen toe. De
+strijd werd telkens hervat, en eindigde met de oplegging eener
+schatting aan den vijand, die van den Franken 500 koeijen jaarlijks te
+leveren.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Evenmin gelukkig waren zij tegen Sigebert I, zoon van
+Chlotarius I, en Koning van Austrasie, die hen sloeg aan het Boerdiep,
+d. i. de Middelzee, dus in het hart van ons tegenwoordig
+Friesland,&mdash;tegen Theodebert II en Theodorik II, kleinzonen van
+voormelden Sigebert I, Koningen van Austrasie en Bourgonje,&mdash;tegen
+Chlotarius II, Koning van geheel Frankrijk, en tegen Dagobert I, diens
+zoon. Deze laatste schold hun de schatting kwijt, hun door Chlotarius I
+opgelegd, mits zij de Slavoniers, een Noordsch volk, dat hem te magtig
+was, beteugelden, &rsquo;t geen hun echter niet gelukte.&rdquo;</p>
+<p class="xsection">&sect; 9.</p>
+<p>Jaren na Chr. 513, 677.</p>
+<p>&raquo;Inmiddels hadden de Noordsche volkeren niet stil <span class=
+"pagenum">[<a id="pb309" href="#pb309" name=
+"pb309">309</a>]</span>gezeten. Nogtans vielen zij met meer zoo bij
+voortduring op de Friezen aan als te voren. &rsquo;t Schijnt zelfs dat
+dezen, of om in den stijl van dien tijd te spreken, de Saksen, hen
+hebben bijgestaan tot het doen van eenen inval op het grondgebied van
+den reeds vermelden Theodorik I. Toen Dagobert hun de schatting
+kwijtschold, was Adgillus I Koning der Friezen. Hem kunnen wij prijzen
+als een regtvaardig en edel Vorst. Hij vergunde het prediken van het
+alleen zaligmakend Evangelie in deze landen. De heilige Wilfrid,
+Bisschop van Jork in Brittanje, kwam van daar herwaarts. Zijne vijanden
+aan het Engelsche hof, waartoe de Koning zelf schijnt behoord te
+hebben, wanende dat hij naar Frankrijk was gegaan, wisten den
+ondeugenden Ebro&iuml;n, toen Groot-Hofmeester bij den Koning van
+Frankrijk, in hun belang te trekken. Deze schreef aan Adgillus, en
+beloofde hem eene aanzienlijke som gelds, bijaldien hij hem den
+Bisschop, levendig of dood, wilde overleveren. Adgillus was geen
+Christen, maar de oude deugd der Duitschers (der Friezen vooral, zeggen
+wij) woonde in zijn hart. Hij deed een&rsquo; brief, in
+tegenwoordigheid van Wilfrid en zijne medgezellen, en in dien van
+Ebro&iuml;ns gezanten, luide voorlezen; vervolgens nam hij dien,
+verscheurde hem, en leverde het overschot der vlam over, de Frankische
+afgezondenen den smaad en der schaamte ter prooi latende.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Volgens onze kronijken, deed ook Adgillus zekere hoogten of
+terpen opwerpen, opdat zich de landzaten daarop bergen mogten tegen de
+overstroomingen, welke van oudsher deze landen met wee en jammer
+overstelpten<a class="noteref" id="xd20e4885src" href="#xd20e4885"
+name="xd20e4885src">33</a>.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb310"
+href="#pb310" name="pb310">310</a>]</span></p>
+<p class="xsection">&sect; 10.</p>
+<p>J. na Chr. 679, 685, 687, 711, 719.</p>
+<p>&raquo;De opvolger van Adgillus, Radboud I, (of hij zijn zoon was,
+wordt door sommigen, niet zonder grond, betwijfeld) regeerde niet
+gelukkig.&mdash;Volgens de Kronijken, werd hij zelfs door de Denen
+gevangen genomen en naar Denemarken gevoerd; naderhand echter weder
+vrij gegeven. Het Frankische Rijk was een tijdlang ter prooi aan
+binnenlandsche oneenigheden. Van deze schijnt Radboud zich aanvankelijk
+bediend te hebben, ten einde zijn Rijk tot aan den mond der Schelde uit
+te breiden. Dit echter wikkelde hem in eenen krijg met de Franken, die
+voorlang de Saksen verdreven hadden uit de landstreken, welke Radboud
+nu aan zich trok, en er meesters geworden waren.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;De Koningen der Franken waren thans slechts Koningen in naam,
+en de klem van het bewind was in handen (sedert 687) van den
+Groot-Hofmeester Pepijn van Herstal, die zich Hertog en Prins der
+Franken noemde. Pepijn schijnt Radboud een aanzienlijk gedeelte van
+zijn Rijk ontweldigd te hebben, onder anderen Wiltenburg (Utrecht),
+&rsquo;t welk Pepijn vervolgens ten verblijve gaf aan Willebrord, door
+den Paus tot Bisschop der Friezen verheven. Pepijn was een ijverig
+Christen, en wist het Christendom wonder wel dienstbaar te maken aan
+zijne staat- en heerschzuchtige oogmerken. Radboud haatte Pepijn en het
+Christendom, hetwelk hem aan Pepijn onderwerpen moest. Daarom
+verwoestte hij bij de eerste gelegenheid de beste den nieuwen
+Bisschopszetel, doch moest weder voor Pepijn zwichten.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Op nieuw werd de prediking in Friesland hervat. Zelfs nam
+Radboud&rsquo;s dochter, Theodesinde of Teutsinda, het Christendom aan,
+en werd de echtgenoote <span class="pagenum">[<a id="pb311" href=
+"#pb311" name="pb311">311</a>]</span>van Grimoald, zoon van Pepijn. Dit
+bewijst duidelijk, dat de zoo magtige Franken evenwel geene kans zagen,
+zich de Friezen te onderwerpen, en dat Pepijn uit dien hoofde, zich
+door zoodanig eene verbintenis, ten minste tegen hunne vijandschap,
+poogde te verzetten.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Deze Grimoald werd daarna vermoord door zekeren Rangarius,
+welke gezegd wordt tot de lijfwachten van Koning Radboud behoord te
+hebben. Daarom wijten sommigen hem, anderen zijner dochter, dien moord.
+Doch dit is ver van bewezen, en wij zien inderdaad niet, dat Radboud
+enig belang bij den ondergang van Grimoald zoude gehad hebben, eene
+reden te minder, om aan die beschuldiging geloof te slaan.&mdash;Wel
+zegt een onzer Geschiedschrijvers, dat Radboud, die zich immer nog niet
+ontzag de Christenen te vervolgen, niet beducht voor de wraak van
+Pepijn, wiens jaren hoog geklommen waren, vreezen moest, dat Grimoald
+den hoon, zijnen vader aangedaan, zou wreken, en hem daarom uit den weg
+moest ruimen; doch wat zou hem dit gebaat hebben, daar Pepijn nog twee
+andere volwassen zonen had, door geene echtverbindtenis aan Radboud
+verbonden, en van welke hem dus zoodanig eene wraak nog veel meer stond
+te vreezen?&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Om een bewijs te geven, hoe verschillend de latere
+Geschiedschrijvers de gebeurtenissen van dien tijd opvatten, en hoe
+moeijelijk het daarom is, een overzigt van denzelven daar te stellen,
+willen wij, hetgeen op dien moord volgde, op tweederlei wijze
+verhalen.&rdquo;</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e4913" title=
+"Bron: &laquo;">&raquo;</span>Pepijn, zegt een der beroemdste
+hedendaagsche Duitse Geschiedschrijvers<a class="noteref" id=
+"xd20e4916src" href="#xd20e4916" name="xd20e4916src">34</a>, bepaalde
+hierop, dat Theudoald, Grimoald&rsquo;s onechte zoon, Hofmeester in
+Austrasie zou worden, welke waardigheid alleen Pepijn eigenlijk had
+bekleed, hoewel hij ook grooten invloed op de zaaken van West-Frankrijk
+<span class="pagenum">[<a id="pb312" href="#pb312" name=
+"pb312">312</a>]</span>(Neustri&euml; of Neustrasie) had. Daarop deed
+Plectrude, grootmoeder van Theudoald, de zonen van Pepijn bij zekere
+Alpheid (of Alpha&iuml;da), Karel (Martel) en Hildebrand gevangen
+nemen, opdat zij aan Theudoald de waardigheid van Groot-Hofmeester niet
+betwisten zouden. Dit kon niet geschieden zonder voorkennis van
+Pepijn.&mdash;Pepijn stierf. De West-Franken verkozen toen zekeren
+Raginfrid tot hunnen Groot-Hofmeester. Daartegen verzetteden zich de
+Oost-Franken, met Theudoald aan &rsquo;t hoofd. Er viel een veldslag
+voor, dien de Neustrasiers wonnen. Theudoald nam de vlugt, en kwam kort
+daarna om. Hierop ontkwam Karel Martel zijner gevangenis, en wilde zich
+met het Groot-Hofmeesterschap van Austrasie te vreden houden. Ook dit
+wilden de Neustrasiers hem niet laten. Nu streed hij dan om het geheel,
+en het gelukte hem, Groot-Hofmeester over de beide Rijken, ook Hertog
+en Prins te worden. Theudoald was voor het overige ouder dan Karel, die
+omstreeks 690 geboren was.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Pepijn, zegt een der nieuwere en wijsgeerigste Fransche
+Geschiedschrijvers<a class="noteref" id="xd20e4928src" href=
+"#xd20e4928" name="xd20e4928src">35</a>, was Groot-Hofmeester over
+geheel Frankrijk; eene van zijne grootste zorgen was, alle
+onderscheiding tusschen Austrasie en Neustri&euml; te doen verdwijnen;
+maar hij was genoodzaakt, die onderscheiding weder op nieuw te maken,
+ter gunste van zijne zonen. Toen Grimoald stierf, liet hij eenen zoon
+na, Theudoald, oud ongeveer zes jaren. Dezen schonk Pepijn toen het
+Groot-Hofmeesterschap van Neustri&euml;. Toen stierf hij. Na zijnen
+dood deed Plectrude Karel Martel gevangen nemen,&mdash;van Childebrand
+(Hildebrand) wordt niet gesproken; dit had Pepijn voorzeker niet
+gelast. Daardoor veroorzaakte zij dat Karel, die anders aan Theudoald
+het Groot-Hofmeesterschap van Neustri&euml; wel zou gelaten hebben, als
+zich met dat van Austrasie kunnende vergenoegen, nu uit wraak, om den
+hem aangedanen hoon, hem dat moest <span class="pagenum">[<a id="pb313"
+href="#pb313" name="pb313">313</a>]</span>betwisten.&mdash;De grooten
+van Neustri&euml;, niet door een kind willende geregeerd worden, kozen
+Raganfrid. Deze wilde Groot-Hofmeester van het geheele Rijk worden. Het
+overige komt met het verhaal van den Duitscher nagenoeg overeen. Alleen
+wordt, bij den Franschman, Ramfroy (Raganfrid) eerst na de nederlage
+van degenen, die het voor Theudoald opnamen, tot Groot-Hofmeester
+verkoren.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Zooveel is intusschen zeker, dat Raganfrid, die alleen wilde
+heerschen, en eindigde met alles, op &eacute;&eacute;n Graafschap na,
+te verliezen, naderhand echter zoo verstandig was, zich met hetzelve
+tevrede te houden, hetwelk andere overweldigers, die in het eerste zijn
+voorbeeld gevolgd hebben, niet deden; dat deze Raganfrid hulp zocht bij
+Radboud, dien de Fransche Schrijvers slechts Hertog der Friezen
+noemen;&mdash;hij mogt geen hooger rang dan Pepijn en Karel hebben. Dit
+moet den doodvijand der Austrasiers welkom geweest zijn.&mdash;Hij trok
+te veld, en overwon Karel, die hem afzonderlijk aanviel. Hij schijnt
+zich vervolgens met de Neustrasiers vereenigd te hebben tot het beleg
+van Keulen, in welke stad Plectrude zich onthield, die, nadat de
+Neustrasiers hadden moeten aftrekken, omdat Karel hen in den rug
+dreigde, hem tot den aftogt, door eene aanzienlijke som gelds,
+overhaalde.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Hiermede was echter de krijg tusschen Karel en Radboud nog
+niet ge&euml;indigd. Nadat Frankrijk-zelf was bevredigd geworden,
+schijnt Radboud, die misschien zijne aanvallen op dat gedeelte van zijn
+gebied, hetwelk hem door Pepijn was afgenomen, hernieuwd heeft, nog
+eene nederlage aan de Middelzee te hebben geleden, en dien ten gevolge
+op nieuw de prediking van het Christendom door geheel Friesland te
+hebben moeten toestaan. Daarna verklaarde hij zich zelfs bereid den H.
+Doop te ontvangen. Toen echter Wulfram, laatstelijk Bisschop van Sens,
+gereed stond, hem dien toe te dienen, en hij bereids met den
+&eacute;&eacute;nen voet in de doopvonte stond, vroeg hij den Bisschop,
+of hij zijne voorvaderen en de verstorvene Friesche Edelen ook in den
+<span class="pagenum">[<a id="pb314" href="#pb314" name=
+"pb314">314</a>]</span>hemel hervinden zoude? Wulfram&rsquo;s onbedacht
+antwoord: dat die in de hel waren, als ongedoopten, deed hem, onder het
+zeggen, dat hij liever met zijne voorvaderen en vrienden in de hel, dan
+met aan hem onbekende Christenen in den hemel zijn wilde, den voet
+terugtrekken.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Volgens anderen zou dit al onder Pepijn zijn voorgevallen.
+Sommigen verklaren de geheele gebeurtenis, welke den inborst van
+Radboud nogtans volkomen kenschetst, voor eene fabel.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Kort daarop kwam Radboud te sterven.&rdquo;</p>
+<p class="xsection">&sect; 11.</p>
+<p>J. na Chr. 734, 738, 744, 746, 754 of 755.</p>
+<p>&raquo;Wie hem opvolgde, is niet geheel zeker; sommigen zeggen, zijn
+zoon Adgillus II, anderen, zekeren Poppo. Misschien is het Radboud I
+mogelijk geweest, zijn gebied, op het voorbeeld der Frankische
+Koningen, onder zijne kinderen te deelen, en dan zal hij
+Oost-Friesland, het land der groote Friezen, aan zijn oudsten zoon,
+Adgillus II, en wat hem van het overige gebleven was (Noord-Holland),
+aan diens broeder Poppo gegeven hebben.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Poppo oorloogde met Karel Martel. De twistappel, hetgeen den
+Frieschen Koningen van het voormalig land der kleine Friezen ontnomen
+was, was voorhanden. Poppo is waarschijnlijk in dien strijd gesneuveld,
+zonder dat de Friezen meer gronds verloren; zijn broeder erfde zijn
+Rijk, en verdeelde bij zijnen dood hetzelve weder onder zijne zonen,
+Gondebald en Radboud II.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;De laatste bekwam West- de eerstgemelde
+Oost-Friesland.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Gondebald was een vreedzaam Vorst; maar Radboud II had den
+aard en de denkenswijze van zijnen voorzaat van gelijken naam, en
+bovenal diens afkeer van het Christendom overge&euml;rfd. Met de Saksen
+verbonden, beoorloogde hij Karoloman en <span class="pagenum">[<a id=
+"pb315" href="#pb315" name="pb315">315</a>]</span>Pepijn den Korte,
+zonen en opvolgers van Karel Martel, maar zonder vrucht. Daarentegen
+stond hij zijn&rsquo; broeder, Pepijn, bij tegen de Saksen. Het schijnt
+op aandrijving van Radboud geweest te zijn, dat de vrome Bonifacius,
+Aartsbisschop van Maintz, het Christendom verkondigende, in het gebied
+van Gondebald, omtrent het toenmalige vlek Dokkum, door de ongeloovige
+Friezen vermoord is geworden. Althans Pepijn, toen reeds Koning der
+Franken, heeft dien moord op hem gewroken, of dien, tot voorwendsel om
+hem op nieuw te beoorlogen, genomen. Radboud moest de vlugt naar
+Denemarken nemen, en misschien heeft hij zich toen eenigen tijd op het
+eiland Helgoland opgehouden, en aldaar de afgodendienst in al haren
+vorigen luister hersteld. Ook zou het kunnen zijn, dat Gondebald eerst
+toen, na het vertrek van Radboud, de kroon verkregen heeft, en dat de
+laatstgemelde tot dien tijd toe alleen in Friesland geheerscht had. In
+dit geval zouden wij onderstellen mogen, dat Radboud de oudste zoon van
+Adgillus II geweest is.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Tot dusverre het Overzigt van den heer <span class="sc">v.
+Halmael</span>, uit al de Geschiedschrijvers bijeengebragt en met zijn
+eigen oordeel verrijkt. Het verschil in de jaren, waarin de
+gebeurtenissen worden vermeld, is bij vele Schrijvers zeer opmerkelijk;
+dan een opzettelijk onderzoek hierover, zou voor ons doel van weinig
+nut zijn.&mdash;Wij zullen liever de korte geschiedenis van Radboud tot
+aan zijnen dood vervolgen.</p>
+<p>In den jare 768 stierf Pepijn, nalatende drie zonen, Karloman, Karel
+en Gilles; welke beide eersten, daar de laatste tot den geestelijken
+stand was opgebragt, het rijk verdeelden. Karloman viel Oost-Frankrijk
+en Karel Friesland ten deel. Karel, door zijne regtschapenheid, vele
+deugden en groote kundigheden, verwierf zich te regt den naam van
+<i>den <span class="pagenum">[<a id="pb316" href="#pb316" name=
+"pb316">316</a>]</span>Grooten</i><a class="noteref" id="xd20e4976src"
+href="#xd20e4976" name="xd20e4976src">36</a>; maar zijne onrustige
+broeder, wien twist en tweedragt liever was dan rust en vrede,
+vervolgde hem steeds als een vijand. Dan slechts drie jaren werd hem
+daartoe gegeven, want toen stelde de dood paal en perk aan deze
+kwelling. Karel werd nu ook als Koning van Oost-Frankrijk erkend.</p>
+<p>Radboud, de bittere vijand zoowel der Christenen als der Franken,
+was in Friesland teruggekeerd, algemeen weder tot Koning erkend, en
+begon zijnen woesten aard en wreede vervolging weder vrijen teugel te
+vieren. Hij vereenigde zich met der Saksen Koning of Hertog Witekind,
+ten einde Karels magt te fnuiken en op den troon te blijven. Meer dan
+eens moest hij echter het onderspit delven, tot hij eindelijk gedrongen
+werd weder naar de Denen de wijk te nemen. Een paar jaren daarna,
+(gelijk sommige Schrijvers beweren) tijdens den togt van Karel naar
+Spanje, waarin alwat Frankenland groot en edels opleverde, tot volkomen
+nederlaag en vernieling werd gebragt, kwam de nog woelzieke Radboud in
+Friesland, en hernam het bewind, doch slechts voor twee jaren
+lang.&mdash;Karel&rsquo;s legertroepen joegen den woesten Fries weder
+naar Denemarken, zijn toevlugtsoord, alwaar hij in ballingschap zal
+gestorven zijn. Geene zekere, zelfs flaauwe narigten van zijn
+levenseinde, zijne familie of kinderen is aan de nakomelingschap
+overgebragt.</p>
+<p>In Oost-Friesland zijn nog overblijfselen uit den ouden tijd
+aanwezig, zoo als de Kon-Rebberts- en Rabboltswegen, de Rabboltsbergen
+en een deel van <span class="pagenum">[<a id="pb317" href="#pb317"
+name="pb317">317</a>]</span>de heerbaan in Groningerland, welke
+Radbodiweg genoemd wordt<a class="noteref" id="xd20e4988src" href=
+"#xd20e4988" name="xd20e4988src">37</a>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb6" class="pageref">6</a>.</p>
+<p>Over het <i>Friesche Wapen</i> meenen wij te mogen aanmerken, dat,
+wanneer men het oude Wapen van Friesland, voorkomende bij <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <span class="sc">Hamconius</span> en anderen,
+voor het familiewapen der Friesche Koningen houdt, de geschiedenis
+hiermede in strijd is, als den oorsprong der Familienamen en Wapens uit
+de tijden der Kruistogten, aangevangen in 1096, vermeldende; terwijl de
+laatste Koning, Radboud II, omtrent den jare 775 de kroon verloor, en
+waarschijnlijk kort daarop is gestorven. Sommigen hebben echter
+beweerd, dat de oorsprong der Wapens reeds bij de oude Germanen te
+zoeken zij; doch hoewel de schilden der voornaamste krijgshelden onder
+hen werden beschilderd en versierd, vindt men geen bewijs voor de
+regelmatige zamenstelling en afwisseling van kleuren naar bepaalde
+regels, of van eenige figuren tot kenteeken aangenomen. Hebben de
+Friezen, voor dat zij met de Romeinen bekend waren, vanen gebruikt, het
+blijkt nergens uit, dat deze met figuren zouden zijn voorzien geweest;
+en van de Romeinen konden zij die niet overnemen, daar deze wel effen
+gekleurde en met goud gestikte vanen bezigden; doch van regelmatige
+wapen-figuren vindt men niet vermeld<a class="noteref" id=
+"xd20e5013src" href="#xd20e5013" name="xd20e5013src">38</a>.
+<span class="pagenum">[<a id="pb318" href="#pb318" name=
+"pb318">318</a>]</span></p>
+<p>Het oude Friesche Wapen heeft zeer veel overeenkomst met die
+wapenschilden, welke sedert de Kruistogten in gebruik kwamen, en dit
+versterkt de meening, dat het niet van Friso&rsquo;s tijd af als
+Landswapen of als veldteeken is gevoerd.&mdash;<span class=
+"sc">Hamconius</span> zegt, dat van Friso af tot Beroald het Wapen
+bestaan hebbe uit een azuren schild, waarop drie zilveren balken, op
+welke zeven roode plompebladeren (niet pompelbladeren, zegt
+<span class="sc">Dodonaeus</span>) geplaatst waren.&mdash;Van Beroald
+tot Radboud II werden er een balk met vier bladeren bijgevoegd,
+zoodanig als Beroald het veranderde, toen hij, de dochter van Koning
+Ridzard gehuwd hebbende, na den dood zijns schoonvaders Oost- en
+West-Friesland vereenigde.&mdash;<span class="sc">Suffr. Petri</span>
+plaatst de plompebladeren <i>tusschen</i> de balken en niet <i>op</i>
+dezelve, strijdig met de regelen der Wapenkunde, welke niet toelaten,
+dat men kleuren op kleuren, maar wel kleuren op metalen plaatst, gelijk
+men dit bij de Schrijvers over de Heraldie zal vinden.&mdash;Koning
+Haron zoude vroeger aan de Hertogen van West-Friesland een Wapen
+gegeven hebben, met slechts &eacute;&eacute;n zilveren balk en vier
+roode plompebladeren in het blaauwe schild.&mdash;Met de regering van
+Karel den Groote kwamen de leeuwen en blokjes in het Landswapen.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb7" class=
+"pageref">7</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 245.</p>
+<p><i>De Friesche Pateele en de Friesche Hoorn</i>. <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <i>Chron.</i> fol. 12, spreekt niet
+uitdrukkelijk van de eigenlijke <i>Pateele</i> als door Adel ingesteld,
+maar wel van de vriendenmaaltijden en andere bijeenkomsten, waarop men
+zich, ook op Duitsche wijze, aan de dronkenschap overgaf: iets dat aan
+geen tijdvak zeer vreemd is. Echter werd er spoedig <span class=
+"pagenum">[<a id="pb319" href="#pb319" name="pb319">319</a>]</span>bij
+de feesten een ceremonie- of zedemeester aangesteld, wien bij het
+drinken vooral het toevoorzigt was gegeven. De kantteekening van
+<span class="sc">Wins.</span> ter a. p. luidt: &raquo;<i><span class=
+"ex">Die Vriesche Hoorn inghestelt met den
+Schuttel.</span></i>&rdquo;&mdash;Deze <i>Pateele</i> of schotel zou
+uit dertien of veertien verschillende geregten bestaan hebben, en de
+<i>Hoorn</i> een gewone stierenhoren geweest zijn. Wie nu de
+geschiedenis van Adel voor eene fabel houden, beweren, dat de Friezen
+het gebruik van uit Horens te drinken van de Denen en Noren hebben
+overgenomen.&mdash;Dan stellig is het, dat het gebruik in overouden
+tijd bestond; als ook, dat men later de Horens niet meer van gemeene
+stieren, maar van Ur-ossen genomen heeft, dezelve zeer versierde en met
+goud en zilver prachtig liet beslaan.&mdash;In de onuitgegeven
+<i>Kronijk</i> van <span class="sc">Worp van Thabor</span>, Lib. I.
+cap. 2, wordt hierover uitgewijd. Zie <span class=
+"sc">Hamconius</span>, <i>Frisia</i>, fol 8; <span class=
+"sc">Gabbema</span>, <i>Verh. van Leeuw.</i>, bl 13; <span class=
+"sc">Alkemade</span>, <i>Displegtigheden, II</i>. 408 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb7" class=
+"pageref">7</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 245.</p>
+<p><i>Adelingen.</i> Ofschoon er reeds in de vroegste tijden, en
+welligt in Friesland vroeger dan elders, een stand van mannen bestond,
+die men <i>Edelen</i> noemde, is het echter niet aannemelijk, dat zij
+hunnen naam van dien van Prins Adel hebben ontvangen. Immers de
+afleiding van het woord spreekt het tegen. Het zij voldoende, uit
+meerderen hier het aangevoerde van de kundige en schrandere Vertalers
+en Aanteekenaren op de <i>Oude Friesche Wetten</i> aan te halen, en als
+het meest aannemelijk denkbeeld na te volgen. Aldaar, op bl. 132, lezen
+wij: &raquo;Waar in het weezen van den Adel, onder de Duitsche volken,
+bij ouds bestaan hebbe, kan met geen volkomen zekerheid bepaald
+worden.&mdash;<span class="sc">Leibnits</span> (<i>Excerpt.
+Mejerian.</i> p. 289) en <span class="sc">G&aelig;rtner</span> (<i>ad.
+L. L. <span class="pagenum">[<a id="pb320" href="#pb320" name=
+"pb320">320</a>]</span>Sax.</i> p. 21.) leiden het woord <i>Edelman</i>
+af van het over oud woord <i><span class="ex">ot</span></i> of
+<i><span class="ex">od</span> predium</i>, <i>possessio</i>, [een goed,
+hetzij op het land of in de stad; bezit] (waar van <i><span class=
+"ex">allod</span></i>), zoo dat <i>Edelman</i> zooveel zoude zijn als
+<i><span class="ex">odelman</span></i>, <i>predii vel pagi
+possessor</i>, [groot goed- of landbezitter] en stellen op dien grond
+het oorspronglijk weezen van den Adel in de bezitting van aanzienlijke
+vaste goederen.&rdquo;&mdash;<span class="sc">Wachter</span> en anderen
+stellen het wezen van den Adel in hooge geboorte; doch altijd blijft de
+vraag, hoe de eerste edelman in de wereld gekomen zij.</p>
+<p><i><span class="ex">Adel</span></i> dus van <i>od</i>, <i>ode</i>,
+<i>ade</i>, <i>ede</i><a class="noteref" id="xd20e5200src" href=
+"#xd20e5200" name="xd20e5200src">39</a>, <i>grond</i>, <i>bezitting</i>
+afkomstig, zoo is <i>Edele</i>, <i>Edelman</i> oorspronkelijk een
+grondbezitter. Daar nu deze Edellieden, als de aanzienlijkste personen,
+natuurlijke voorregten genoten, tot hooger ambten en vooral tot hoogere
+rangen in de krijgsdienst werden verkozen, hadden zij ook, in de
+vroegste tijden namelijk, over hunne minderen het beheer en bestier,
+zelfs eigene regtspleging en vrij gebied. In lateren tijd echter werden
+er algemeene bepalingen, blijkbaar uit de alleroudste Friesche wetten
+(<i>Lex Frisionum sive antiquae Frisiorum leges</i>) gemaakt, waaraan
+de Edelen zich moesten houden. De afstammelingen der grondbezitters,
+rijksten, traden, hoewel niet regtens, in de voorregten der ouders, met
+het ontvangen van het ouderlijk erfdeel (<i>Ethel</i>, in &rsquo;t
+Oud-Friesch). De rijken evenwel, die zich goederen aankochten, werden
+niet onder den Adelstand opgenomen, omdat hunne voorouders niet onder
+de Edelen hadden behoord: zoodat al zeer vroeg de Adel zijn voorregt
+aan geboorte toekende.&mdash;Destijds bestonden nog bij den alouden
+Frieschen Adel geene brieven, wapenen of teekenen van Adeldom, daar
+deze eerst in de XI of XII eeuw in gebruik zijn gekomen. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb321" href="#pb321" name="pb321">321</a>]</span></p>
+<p>Ten tijde van den regerenden Vorst, Hertog Georg van Saxen, (1505)
+werd op diens last een register van den Frieschen Adel
+opgemaakt<a class="noteref" id="xd20e5243src" href="#xd20e5243" name=
+"xd20e5243src">40</a>, in hetwelk de in de Grietenijen aanwezige
+Edelen, met de wegens oorlogen of onlusten afwezigen, werden
+opgeschreven. Hierdoor mogen wij vooronderstellen, dat van dien tijd af
+de wezenlijke erkenning van den Adel heeft plaats gehad, en ook de
+bepaalde erfopvolging is begonnen. De Friesche Adel onderscheidde zich
+alzoo van die van andere landen, daar de eerste ten gevolge van vrij en
+onafhankelijk bezit van goederen tot dien stand was verheven, terwijl
+de andere ten gevolge van landgoederen, van zijnen Vorst ontvangen,
+daartoe geraakte; ook werden er soms door den Vorst, zonder dit, in den
+adelstand ingelijfd, dat is, in diens voorregten gelijk gesteld. Zoo
+had men dan ook in Friesland niet de verdeeling in bijzondere rangen,
+als Graven, Hertogen, Baronnen en Heeren,<a class="noteref" id=
+"xd20e5252src" href="#xd20e5252" name="xd20e5252src">41</a>, maar
+alleen den rang en titel van <span class="ex">Friesch Edelman</span>,
+den hoogsten rang en titel, welken men voeren kon en wilde. Echter
+verkoos men in den eersten tijd zich Raden, Hoofden en Aanvoerders in
+oorlog en vrede, die dan <i>Heerschappen</i> en <i>Hovelingen</i>, en
+in de steden, bepaaldelijk <i>Oldermannen</i> genoemd werden. Deze
+posten bleven ook in de famili&euml;n.</p>
+<p>Onder de regering van Keizer <span class="sc">Lotharius II</span> ,
+omstreeks den jare 1125, bestond er tweederlei Adel,&mdash;de
+<i>Hoogere</i>, die onmiddelijk onder den Keizer was gesteld, en de
+<i>Lagere</i>, die onder Hertogen en Graven behoorde te staan. Dan de
+Friesche Edellieden wilden geene Hertogen of Graven van Friesland
+<span class="pagenum">[<a id="pb322" href="#pb322" name=
+"pb322">322</a>]</span>erkennen, maar alleen onder de oppermagt des
+Keizers staan, even als hun land. Leenmannen te wezen was hun een
+ondragelijk denkbeeld, even als het voorregt uit vorstengunst
+gesproten, en zoo was dan ook de alleen begeerde titel van Friesch
+Edelman geen mindere, dan die van Graaf en Hertog. Het gebruik bij den
+Adel, om zich naar hunne landerijen en kasteelen te noemen, was in
+Friesland minder algemeen, daar men voor geslachtsnaam veeltijds den
+voornaam zijns Stamvaders nam. Men leze <span class="sc">v.
+Halmael&rsquo;s</span> <i>Oersicht oer Friesl&acirc;ns Schijdnis</i>,
+&sect; 24: <span class="ex">Friesch Jierboeckjen</span>, 1833. Vergel.
+voorts het vertoog van Jonkheer <span class="sc">M. Hettema</span> over
+den <i>Oorsprong van den Frieschen Adel</i>, voorkomende in het
+<i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant</i> van den 27 November 1832; de
+<i>Narede</i> van den Heer <span class="sc">v. Halmael</span> achter
+zijn <i>Treurspel Ats Bonninga</i>; <span class="sc">F. Sjoerds</span>,
+<i>Beschr. v. Friesland</i>, I. 470; <span class="sc">Wakker van
+Zon</span>, zijn Boekje getit. <i>de Adel, door</i> <span class=
+"sc">Anonymus Belga</span>, p. 16. volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb10" class=
+"pageref">10</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 59.</p>
+<p>Over den Afgod <i>Stavo</i>, denzelfden met <i>Thor</i>, leze men
+<span class="sc">Westendorp&rsquo;s</span> <i>Verhandeling over het
+gebruik der Noordsche Mythologie</i>, (in de Nieuwe Werken van de
+Maatschappij der Nederl. Letterk. II. D. 1 St.) p.
+29&ndash;33;&mdash;en vergelijke <i>Oudh. en Gest. van Vriesl.</i> I
+283&ndash;285 en 485.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb12" class=
+"pageref">12</a>&mdash;A<sup>o</sup> 4.</p>
+<p><i>&rsquo;t Roode Klif</i>. Al de wonderen van het Roode Klif, nabij
+Stavoren, met en zonder het bestuur des Duivels, alhier en vervolgens
+vermeld, kunnen wij op geenen goeden grond den waarheidlievenden Lezer
+<span class="pagenum">[<a id="pb323" href="#pb323" name=
+"pb323">323</a>]</span>aanbevelen. Echter willen deskundigen, na
+ontdekking en onderzoek van eene soort van lava in den grond aanwezig,
+het denkbeeld niet verwerpen, dat het Klif een vulkaan van minderen
+rang is geweest, of ten minste daarvan eigenschappen heeft
+gehad.&mdash;Over de menschenoffers in Friesland gebruikelijk, zie de
+<i>Aant.</i> op &rsquo;t jaar 700.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb13" class=
+"pageref">13</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 29.</p>
+<p>Deze <i>Holle</i>, <i>Olennius</i>, was Hoofdman eener Keurbende, en
+Landvoogd van wege de Romeinen over Friesland. <span class="sc">F.
+Sjoerds</span> (<i>Jaarb.</i> I. 128) noemt hem &raquo;een gemeen
+persoon onder de <i>Voorpyllenaars</i>&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd20e5409src" href="#xd20e5409" name="xd20e5409src">42</a>.</p>
+<p>De verklaring van <i>Holle</i> of <i>Hollo</i>, naar de Friesche
+taal Hoofd, Hoofdman, vindt men bij <span class="sc">Hamc.</span>
+<i>Fris.</i> p. 11, en bij <span class="sc">S. Petri</span>, <i>de
+Frisior. Antiq. et Orig. Lib. I. Cap. IX</i>, welke laatste hem, echter
+verkeerd, een Fries van afkomst noemt.&mdash;<i>Diocarus</i> ontving
+eerst, volgens de kronijken, na de overwinning op de Romeinen den naam
+van <i>Segon</i>. <span class="sc">Hamc.</span> I. I.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb13" class=
+"pageref">13</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 29.</p>
+<p><i>Omtrent het woud Baduhenne</i>. Over den oorsprong en ligging van
+dit in de Vaderlandsche Geschiedenis beroemde heilig woud is verschil
+ontstaan, zoo als natuurlijk volgen moet, wanneer geene de <span class=
+"pagenum">[<a id="pb324" href="#pb324" name=
+"pb324">324</a>]</span>minste narigten uit de oudheid overblijven. Er
+pleit echter meer voor, dat deszelfs ligging in de Wouden dan bij
+Franeker geweest zij. Even zoo is het onzeker welke Godheid, aldaar
+vereerd, door <i>Baduhenna</i> wordt aangeduid. Ook de Oudheidkenner
+<span class="sc">Westendorp</span> heeft het onbeslist gelaten in zijne
+genoemde Verhandeling. <span class="sc">v. Halmael</span>, in het
+voorberigt voor zijn Treurspel <span class="sc">Adel</span> en
+<span class="sc">Ida</span>, zegt<span class="corr" id="xd20e5496"
+title="Bron: .">:</span> &raquo;De naam van het woud <i>Baduhenna</i>
+is voorzeker door <span class="sc">Tacitus</span> verlatijnd. Wanneer
+men er den uitgang <i>enna</i> of <i>henna</i> (dien wij, hoewel
+misschien anders gewijzigd, ook in den naam <i>Nehalennia</i>
+ontmoeten,) afwerpt, heeft <i>Badu</i> genoegzame overeenkomst met
+<span class="sc">Balder</span>, om de onderstelling te rechtvaardigen,
+dat <i>Baduhenna</i> een aan <span class="sc">Balder</span> geheiligd
+woud was.&rdquo; Dit komt ons geenszins vreemd voor, daar ook de
+vereering van den in de Scandinavische godenleer zeer bekende Godheid
+<span class="sc">Balder</span>, zoon der Godinne <span class=
+"sc">Frigga</span>, voornamelijk en welligt uitsluitend tusschen den
+Rijn en den Wezer plaats had, en aldaar in hoogen rang en van groot
+gezag was.&mdash;Dat er in Friesland gewijde bosschen zijn geweest, is
+buiten twijfel; jammer maar dat hunne ligging niet is nagespoord
+geworden, en dit, met zoo vele andere zaken, voor een nageslacht
+bewaard blijft, &rsquo;t welk alsdan in zijne nasporingen misschien
+niets meer ontdekken zal, dan dat het eenige eeuwen te laat gekomen
+is!&mdash;Vergel. <span class="sc">West.</span> zijne uitstekende
+<i>Verh. over het gebruik der Noordsche Mythologie</i>. <span class=
+"sc">Halma</span>, <i>Toneel der Vereenigde Nederlanden</i>, enz.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb15" class=
+"pageref">15</a>&mdash;A<sup>o</sup> 59.</p>
+<p><i>Vryt</i> of <i>Verritus en Malorix</i>,&mdash;of Maloriges. In de
+Jaarboeken van <span class="sc">Tacitus</span>, het dertiende, is het
+voorval dezer beide gezanten, welke hij regerende Vorsten noemt, in
+zijne bijzonderheden omschreven, <span class="pagenum">[<a id="pb325"
+href="#pb325" name="pb325">325</a>]</span>bepaaldelijk vermeldende
+hunne vrijmoedigheid, toen zij in den schouwburg meer met de
+aanschouwers dan met het spel zich bezig hielden, en van zitplaats
+veranderden, om zich in het Raadsheerlijk gestoelte neder te zetten,
+onder de afgezanten van andere volken, die men wegens trouw en
+vriendschap bijzonder eer bewees. Deze aloude opregtheid, zoo als men
+het noemde, beviel niet alleen aan het publiek, maar ook den Keizer
+Nero zoo wel, (wien in eene kwade luim zulk een gedrag weleens zeer
+mishaagd konde hebben) dat hij den Gezanten het belangrijk burgerregt
+te <i>Rome</i> schonk.&mdash;Van de bekeering in den tekst vermeld, ook
+bij <span class="sc">Winsemius</span> geboekt, wordt bij <span class=
+"sc">Tacitus</span> niet gewaagd, zoo als het ook niet voor waarheid
+wordt aangenomen, onder anderen door <span class="sc">Harkenroht</span>
+in zijne <i>Oostfr. Oorsprongkelykheeden</i>, p. 24 en 29, dat Verritus
+en Malorix, of zoo als zij anders mogen geheeten hebben, uit de
+adellijke geslachten der <i>Hermana&rsquo;s</i> en
+<i>Cammingha&rsquo;s</i> gesproten zijn, &rsquo;t welk door
+<span class="sc">Suffr. Petri</span> en <span class=
+"sc">Hamconius</span> wordt beweerd.&mdash;<span class="sc">P.
+Nota</span>, in zijn <i><span class="corr" id="xd20e5599" title=
+"Bron: Aanhanzel">Aanhangzel</span> betreffende de Oudheden van
+Berlikum</i>, p. 79 in de noot, vermeent, in de woorden van
+<span class="sc">Tacitus</span> de bevestiging te vinden, dat
+<span class="sc">Verr.</span> en <span class="sc">Malor.</span> geene
+Friesche maar Duitsche gezanten geweest zijn. Maar waarom kunnen zij
+niet enkel Leidslieden van de uittrekkende Friezen geweest zijn, en een
+ander Koning of Vorst der teruggeblevenen? Deze gebeurtenis, zegt
+<span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> p. 15, behoort niet tot de
+geschiedenis der Groote Friezen.</p>
+<p>Betrekkelijk deze namen vinden wij bij <span class="sc">A.
+Ypeij</span>, <i>Geschied. der Nederl. Tale, I.</i> D. bl. 161 noot,
+onder de bewijzen, dat de oude Friezen vele namen met hunne buren
+gemeen hadden, en er dus eene groote wederzijdsche gemeenschap van volk
+en taal bestond, &rsquo;t navolgende: &raquo;Reeds onder de oudste
+Vriezen schijnen er zulke algemeene namen in gebruik te zijn geweest.
+Zulks toch mag men opmaken, uit de namen van twee <i>Vriesche</i>
+gezanten van <i>Rome</i>, onder <span class="sc">Nero</span>, welke
+<span class="sc">Tacitus</span> voor ons bewaard heeft, namelijk
+<span class="sc">Verritus</span> en <span class="sc">Malorix</span>.
+<span class="pagenum">[<a id="pb326" href="#pb326" name=
+"pb326">326</a>]</span><i>Ann. Lib.</i> XIII C. 54. Indien ik mij niet
+bedriege, waren dit, de nog bekende namen <span class=
+"sc">Gerrit</span> en <span class="sc">Maurik</span>. De V toch, gelijk
+wij weten, verandert ligtelijk in G, en de L in U. Gelijk de
+Nederlanders in het algemeen van <span class="sc">Gerrit</span>, hun
+<span class="sc">Geert</span> hebben, zoo hebben, naar het schijnt, de
+Vriezen bijzonderlijk van <span class="sc">Maurik</span> hun
+<span class="sc">Murk</span> gemaakt.&rdquo;</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb16" class=
+"pageref">16</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 59.</p>
+<p><i>Op &rsquo;t Oude Hof te Lewerden.</i> <span class="sc">Cappidus
+van Staveren</span>, <span class="sc">Suffr. Petri</span> en
+<span class="sc">Hamconius</span> zeggen, dat reeds voor Christus
+geboorte <i>Leeuwarden</i> onder den naam van <i>Aula Dei</i>, dat is
+Gods-Hof, bekend was, alwaar het opperhoofd der Druiden, Barden of
+Priesters was gesteld. Hier was de leerschool van de Friezen, en
+genoten zij onderwijs in de godsdienst, wetenschappen en wijsbegeerte.
+Dit gesticht zoude te Oldehove gestaan en uitstekende mannen hebben
+voortgebragt. Latere schrijvers verwerpen dit denkbeeld geheelenal. Wat
+er van zij is moeijelijk op te sporen, nog moeijelijker te beslissen.
+Verg. <i>Oudhed. en Gesticht.</i> I. 283, alwaar de kundige vertaler,
+<span class="sc">v. Rhyn</span>, in den geest van <span class=
+"sc">Emmius</span> steeds tot verwerpen genegen van de oude kronijken,
+ook geen geloof daaraan hecht. Over de goden- en geloofsleer der
+Druiden, hun priesterschap, beheer, en hun bestaan in het oude Friesche
+Rijk, vergelijke men de meergemelde <i>Verhand.</i> van <span class=
+"sc">Westendorp</span>, <i>over de Noordsche Mythologie</i>, p. 319
+volgg. en 331 volgg.&mdash;<span class="sc">v. Wijn</span>, <i>Huisz.
+Leven, I.</i> 8, en <i>Hist. Avondst. I.</i> 123, zegt, dat de Germanen
+en dus ook de Friezen geene Druiden of Barden gehad hebben: het
+tegendeel wordt door <span class="sc">West.</span> bewezen;&mdash;zie
+bl. 287 onzer Aanteekeningen.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb17" class=
+"pageref">17</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 94.</p>
+<p><i>De Noormannen.</i> In dezen tijd, en gedurende <span class=
+"pagenum">[<a id="pb327" href="#pb327" name="pb327">327</a>]</span>vele
+eeuwen later, werd Friesland van tijd tot tijd door de Noren en Denen
+vreeslijk geteisterd en geplonderd. Menigmalen behaalden de Friezen
+eenen triomf op dezelven; doch ook dikwijls leden zij bloedige
+nederlagen. <span class="sc">Ocko van Scharl</span> spreekt reeds van
+eenen sterken inval op den jare 62, wanneer de Deensche Koning door
+sommige Oostersche volken zou opgehitst zijn. In het jaar 69 wil men
+dat de Friezen, het jaarlijks rooven, plunderen en moorden moede, eene
+groote krijgsmagt naar Denemarken zonden, om ze in hun eigen land te
+bevechten, dan storm en onweer hadden dezen togt belet. In &rsquo;t
+volgend jaar echter sloten zij met den Koning een bestand, &rsquo;t
+welk, hoe wonder ook, volkomen stand gehouden heeft tot den bepaalden
+tijd. Deze boven bedoelde inval der Noormannen, welke anderen op den
+jare 90 stellen, schijnt zeer geweldig geweest te zijn, en uit hoofde
+van den weinigen wederstand aan deze zijde, daar de meeste Friezen in
+Romeinsche dienst afwezig waren, hadden zij tijd en gelegenheid zich
+aan moord en roof ter kele toe te verzadigen. <span class=
+"sc">Picardt</span>, in zijne <i>Annales Drenthiae</i>, spreekt ook
+alzoo van dit feit.&mdash;Zie de noot p. 305. <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 197.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb17" class="pageref">17</a>.</p>
+<p><i>Onder zeven <span class="sc">Hertogen</span>.</i> Het algemeen
+gevoelen is, <span class="corr" id="xd20e5771" title=
+"Bron: dat men onder die">dat die</span> waardigheid van <i>Hertog</i>,
+met welken titel thans dien van <i>Prins</i>, in navolging der naburige
+volken, verwisseld werd, niet in eenen Hoogvorstelijken of Koninklijken
+staat en magt bestaan hebbe, maar dat de Hertogen, Heervoerders,
+Krijgsoversten of Opperbevelhebbers waren, aan welken het bestuur en
+beleid des oorlogs, met alwat daartoe behoorde, was opgedragen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb328" href="#pb328" name=
+"pb328">328</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb22" class=
+"pageref">22</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 248.</p>
+<p><i>Dokkenburg.</i> Deze verklaring is zeer juist. Bij <span class=
+"sc">Kiliaan</span> vinden wij <span class="sc">Docke</span>,
+<i>(vetus) navale</i>: waaronder verstaan wordt: <i>stabulum</i> of
+<i lang="la">armamentarium</i>, ligplaats der schepen, d. i. haven. Ook
+bij denzelfden <span class="sc">Docke</span>, <i><span class=
+"ex">Germ.</span> poppe</i>: en in den <span class=
+"sc">Theutonista</span>, <i>Dock</i> of <i>Pupp, pupa, pupulla,
+popje</i>.&mdash;<i><span class="ex">Docke van Stro</span></i>.</p>
+<p>Over de stichting dezer stad zullen wij niet uitweiden; zij is na
+Stavoren de oudste, en in allen opzigte zeer merkwaardig geworden. Men
+leze hierover de <i>Oudheden en Gestichten</i>, <i>I.</i> 404, met de
+aanmerkingen van <span class="sc">v. Rhyn</span>, die met <span class=
+"sc">Emmius</span> de hooge oudheid betwijfelt. Wat voorts derzelver
+geschiedenis betreft, zeer belangrijk is, om herlezen en vergeleken te
+worden, de <i>korte Geschiedenis der stad Dokkum voor den Vrede van
+Munster</i>, voorkomende in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder
+Courant</i> van den 6 Julij 1830; alsmede de beide stukken in dezelfde
+Couranten van 2 en 9 Maart te voren, ter verdediging strekkende tegen
+de dikwijls kleingeestige en dwaze aanvallen tegen <i>Dokkum</i> en
+deszelfs bewoners, vooral van lieden wier spelend vernuft zich door
+duizend vervelende herhalingen van vroegere aardigheden tracht staande
+te houden. In die stukken is eene naauwkeurige opgave der groote en
+beroemde mannen, die <i>Dokkum</i> heeft opgeleverd, te vinden.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb23" class="pageref">23</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 289</i>,&mdash;of omstreeks dezen tijd, toen
+Constantius Chlorus, door Keizer Diocletianus tot den rang van Roomsch
+Koning verheven, Galli&euml;n met zijne grensprovincien onder zijn
+gebied verkregen, en de Franken, Saksen en Friezen in Batavien had
+overheerd, werden er velen door hem omgebragt, anderen verplaatst,
+gevankelijk weggevoerd, in het Romeinsch leger ingelijfd, of tot harde
+slavendiensten <span class="pagenum">[<a id="pb329" href="#pb329" name=
+"pb329">329</a>]</span>vernederd. Uit verbittering en tot
+we&ecirc;rwraak moesten nu de Friezen, Overrijnsche Franken, Cauchen,
+Chamaven en Bructeren in vereenigde magt, van den winter en den
+digtgevrozen Rijn gebruik maken, om Constantius en zijn heir te
+overvallen. Dan het goed krijgsgeluk diende hen niet zoo gunstig als
+onze kronijk vermeld; de dooi viel in, het eiland werd door de Romeinen
+omsingeld, de Friezen ingesloten, vermoord of gevangen, en nog dieper
+onder &rsquo;t juk gebragt. Daarna is er met hen een verbond
+gesloten.&mdash;<span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> p.
+30.&mdash;<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 225
+volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb24" class="pageref">24</a>.</p>
+<p><i>Omtrent den jaare 312</i>, enz. De kronijkschrijvers verhalen,
+dat omstreeks dezen tijd door vijf aanzienlijke Edellieden,
+West-Friesland (d. i. de landen ten westen het Flie) is bevolkt en
+bebouwd. De in onze kronijk genoemde Diederik stichtte de hoofdplaats
+Medemelaca, Medemblik, aldus genaamd naar de Godin Medea; Geerard
+bouwde het dorp Opdijk; Roelaard, &rsquo;t dorp Wildenes, met een sterk
+kasteel; Keno was stichter van Bennenbroek, en Adelbold van het dorp
+Winckel.&mdash;Dit verhaal heeft eene meerdere beteekenis, dan wij
+thans nog in staat zijn te geven. Over Medemblik zijn oorkonden van de
+IX eeuw voorhanden.&mdash;Zie over den naamsoorsprong enz. den
+<i>Tegenw. Staat van Holland</i>, <i>II.</i> 502.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb25" class=
+"pageref">25</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 334.</p>
+<p><i>Friesche Buinen.</i> Op bl. 9 onzer kronijk wordt reeds gesproken
+van West-Friesland, en zou deze benaming er dus vroeger geweest
+zijn.&mdash;<span class="sc">Hamconius</span>, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb330" href="#pb330" name=
+"pb330">330</a>]</span><i>Frisia</i>, bl. 5 en 9, zegt op
+<i>Firsiabones</i>, dat <i>Bone</i> in &rsquo;t oud Friesch <i>Boer</i>
+beteekende, en dus <i>Frisiabones</i>, <i>Friesche Boeren</i> zijn,
+waarvoor onze kronijk <i>Plompaarts</i> geeft. <span class="sc">A. W.
+Schrieck</span>, in <i>Orig. rerum Celt. et Belg.</i>, verklaart het
+woord door <i>Frisii separatim habitantes</i>, Friezen die afgezonderd
+van hun eigenlijk land en landgenooten woonden. <span class=
+"sc">Alting</span>, <span class="sc">van Rhyn</span> en anderen
+beweren, dat het woord beteekent <i>Friesche Waterbewoners</i>,
+waarmede zich latere schrijvers hebben vereenigd, en &rsquo;t welk ook
+door den geleerden <span class="sc">Ypeij</span>, in zijne
+<i>Geschiedenis der Nederl. Tale</i>, <i>I.</i> bl. 164, en <i>II.</i>
+bl 109 en volgg. nader is bevestigd. A beteekent <i>water</i>:
+<span class="ex">buen</span>, <span class="ex">boen</span>,
+<i>wonen</i>, <i>verblijf houden</i>, dus zijn <i>Frisiabones</i>
+Friezen, die aan het water wonen; en deze uitlegging is de eenvoudigste
+en de beste, wel zoo goed als de ongelukkige inval van <span class=
+"sc">Junius</span> (<i>Batavia</i>, p. 48. Ed. 1652), om van
+<i>Frisiabones</i>, <i>Friesche apen</i> te maken!&mdash;<span class=
+"sc">Plinius</span> noemt dezelve als wonende tusschen het Vlie en het
+Helium, monden van den Rijn. Dat deze Schrijver ook hier heeft
+misgetast, bewijst <span class="sc">Schwartz</span>, <i>Voorr. I.</i>
+26. <span class="sc">Tacitus</span> zwijgt er van, doch deze kan hen
+gehouden hebben onder de Kleine Friezen te behooren. Het denkbeeld van
+den Heer <span class="sc">Ypeij</span> is zeer aannemelijk, dat de
+<i>Frisiabonen</i> eene volkplanting van echte Friezen zijn geweest,
+wonende aan de linkerzijde van het Vlie in West-Friesland,
+onderscheiden van de Kaninefaten, (waarschijnlijk aan de oevers der
+Noordzee woonachtig) en van de Marsatii in de moerassige, naderhand
+door de Zuiderzee overspoelde landen zich ophoudende, even zoo als de
+eerste Bildtbewoners eene volkplanting was van oorspronkelijke
+Noord-Hollanders.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb26" class=
+"pageref">26</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 339.</p>
+<p><i>Die <span class="sc">Waarden</span> wierd genaamd.</i> (Zie ook
+op de jaren 357 en 377.) Even zoo ook verhaalt <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <span class="pagenum">[<a id="pb331" href=
+"#pb331" name="pb331">331</a>]</span><i>Chronique</i>, fol. 37 doch
+naderhand; (fol. 40) noemt hij de stad <i>Norden</i>, om welke reden
+weet ik niet; daarin is <span class="sc">Soet.</span> in zijn <i>Op- en
+Nederganck van Stavoren</i>, p. 55, hem gevolgd, die door <span class=
+"sc">Harkenroth</span>, <i>Oostfr. Oorsprongkel.</i> (p. 39 en 232)
+daarover zeer gegispt wordt, dat hij Van Esonstad, Norden maken wil; en
+toch heeft <span class="sc">Soet,</span> slechts het gezag van
+<span class="sc">Wins.</span> gevolgd. Door de Noren en Denen zoowel
+als door herhaalde watervloeden heeft die stad veel geleden, en is
+dikwijls geplunderd en grootendeels afgebrand geworden. <span class=
+"sc">Westend.</span> <i>Jaarb.</i> p. 19, stelt op &rsquo;t jaar 398
+het bouwen van Esonstad door den Koning Ubbo (Uffo). Over de oudheid
+dezer stad heeft <span class="sc">Emmius</span> ook zijnen twijfel mede
+gedeeld, doch <span class="sc">v. Rhyn</span> is hier wat toegevender
+dan wel anders.&mdash;Zie <i>Oudh. en Gest. I.</i> 454 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb28" class="pageref">28</a> en
+31.&mdash;A<sup>o</sup> 385 en 449.</p>
+<p><i>Des Hengst en Hors, zijn zoonen</i> enz. <i>In den jaare 449, als
+Hengst en Hors</i> enz.&mdash;De geschiedenis dezer Koningszonen is
+belangrijk genoeg om in aandacht genomen te worden, en wij vinden er,
+verondersteld zelfs dat wij onze kronijkschrijvers <span class="corr"
+id="xd20e6091" title="Bron: verwer-werpen">verwerpen</span>, ook bij
+den Engelschen Historieschrijver <span class="sc">Beda</span>, (<i>lib.
+I. Cap.</i> 15) de vermelding van. Deze zegt dat zij de zoons van den
+Saxischen Vorst <i>Vergistus</i> (achter-kleinzoon van Wodan), en dus
+niet van Odolf Haron waren, hetgeen ook met de tijdrekening verkeerd
+zoude uitkomen. Hierover is twist ontstaan, welke onbeslist is
+gebleven: echter komt men daarin overeen, dat <i>Hengistus</i> en
+<i>Hors</i> aan het hoofd van de Saksen, Friezen, Angelen en andere
+naburige volken, door den Britschen Koning Vortigern te hulp geroepen,
+derwaarts zijn getogen, en zich eindelijk meester van dat land hebben
+gemaakt. Hunne geschiedenis is omstandig beschreven bij <span class=
+"sc">Ocko van Scharl</span>; en hoezeer dezelve ook bij andere
+<span class="pagenum">[<a id="pb332" href="#pb332" name=
+"pb332">332</a>]</span>schrijvers in een romantisch gewaad is
+gewikkeld, draagt zij, in onderlinge vergelijking gebragt, vele
+kenmerken van oorspronkelijkheid. Wij kunnen hier in geene verdere
+ontwikkeling treden, doch zullen voor dien het lust, de bronnen en
+navolgingen aanwijzen, waarin de historie dezer gebroeders beschreven
+staat, met derzelver verscheidenheden.&mdash;<span class="sc">Occo
+Scharlensis</span>, <i>Chronyck</i>, op &rsquo;t jaar 385 en 441;
+<span class="sc">Furmerius</span>, <i>Annal. Phrisic.</i> p. 124 en
+144; <span class="sc">Winsem<span class="corr" id="xd20e6130" title=
+"Niet in bron">.</span></span> <i>Chr.</i> fol 43 en 47; <span class=
+"sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> fol<span class="corr" id=
+"xd20e6143" title="Niet in bron">.</span> 39 en 53; <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 269 volgg.; <span class=
+"sc">Emmius</span>, <i>Lib. III.</i> p. 39 seq.; <i>Oudheden en
+Gestichten, Nabericht van</i> <span class="sc">v. Rhyn</span>, bl. 368;
+<span class="sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist. I.</i> 289;
+<span class="sc">Beda</span>, <i>Hist. Eccl. Lib. I. cap.</i> 12 etc.
+en <i>Chronicon</i>; <span class="sc">Jancko Douwama</span>, <i>Boeck
+der Partijen</i>, p. 37; <span class="sc">Westend.</span> <i>Jaarb.
+I.</i> bl. 26; <i>Overzigt</i> van <span class="sc">v. Halmael</span>
+hiervoren &sect; 7, jaar 449; <span class="sc">Gibbon</span>, <i>Hist.
+of the decline and fall of the Rom. Emp. Ch.</i> 38. <i>IV.</i> 395;
+<span class="sc">Hume</span>, <i>Hist. v. Engel. I.</i> 23 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb32" class="pageref">32</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 463</i>. Men vergelijke de tegenspraak in gemeld
+<i>Nabericht</i> van <span class="sc">v. Rhyn</span>, p. 372.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb32" class=
+"pageref">32</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 496.</p>
+<p><i>Deed Klodoveus, een inval in Friesland</i>. <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 290 en anderen verhalen, dat de
+Friezen in dezen strijd het onderspit delfden, de Friezen en Saksen
+terugkeerden, maar de Allemannen, welke in dezen strijd deelden, hun
+gebied verloren; terwijl Koning Clovis, ingevolge hunne belofte, na de
+overwinning in dezen hagchelijken kamp, met 3000 Franken, tot het
+Christendom overging. Eenige jaren vroeger, omstreeks 476, was het
+Westersche Keizerrijk <span class="pagenum">[<a id="pb333" href=
+"#pb333" name="pb333">333</a>]</span>geheel ten gronde gegaan, en
+niemand over de Maas en den Rijn gaf gehoor aan het Romeinsche
+gezag.&mdash;Verg. <span class="sc">Bilderdyk</span>, <i>Geschiedenis
+des Vaderlands</i>, <i>I.</i> 60 en 61.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb34" class=
+"pageref">34</a>&mdash;A<sup>o</sup> 517.</p>
+<p><i>Groningen, bij de Friesen Grins genaamt</i>. In 517 werd, luidens
+het verhaal van eene der kronijken, Groninge of Groinge (Grens, Grins)
+met een houten staketsel omgeven, ter beveiliging der veste. Deze wijze
+van bevestiging was reeds veel vroeger bij de Germanen en Belgi&euml;rs
+in gebruik, en behoeft, op dezen tijd, niet de minste verwondering te
+verwekken.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb34" class=
+"pageref">34</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 527.</p>
+<p><span class="sc">Richold</span>, <i>zijn oudste zoon</i>. Over de
+geschiedenis in dit tijdvak is een bijzonder verschil ontstaan bij vele
+schrijvers, daar de verwarringen, zoowel in den tijd als in de
+personen, aanduiden, dat men het spoor bijster is geraakt, en men alzoo
+tot gissingen zijne toevlugt heeft genomen, om uit de onderlinge
+tegenspraak tot eenige waarschijnlijkheid te geraken. Ook onze kronijk
+geeft geen meerder licht, maar is schijnbaar in den doolhof
+medegedwaald. De opgave van den zoon en kleinzoon van Diderik, (zie op
+&rsquo;t jaar 334) beide Lem of Willem geheeten, en Dibbalds zoon van
+denzelfden naam, waarvan <i>Haarlem</i> zijnen naam ontleende, is in
+&rsquo;t geheel niet in de haak, schoon ook <span class=
+"sc">Winsemius</span> (fol. 36 en 48) hem hierin is voorgegaan. Verg.
+<span class="sc">Scriverius</span> in zijden <i>Toets-steen</i> op het
+<i>Oude Goutsche Chronycxken</i>, p. 204, 205. De andere kronijken
+springen met die historie, tot op Adgillus tijd, wonder om, terwijl
+<span class="pagenum">[<a id="pb334" href="#pb334" name=
+"pb334">334</a>]</span>men het over diens vader maar geheel niet eens
+kan worden.&mdash;Was Adgillus een Saks of een Fries? Beroald, Bertoald
+of Berthold voerde volgens veler gevoelen het gebied over de Saksen, en
+daar Ritserd, naderhand bijgenaamd Arundelius, in dien tijd Koning der
+Hoog-Friezen was, (in onze kronijk bl. 36 genoemd) moet Adgillus diens
+zoon geweest zijn. Dit is mede de gissing van <span class=
+"sc">Emmius</span>, door <span class="sc">v. Rhyn</span> goedgekeurd,
+en door <span class="sc">F. Sjoerds</span> (<i>Jaarb. I.</i> 334)
+gevolgd. Het is ons wel voorgekomen, dat men Saksen en Friezen, Beroald
+en Ridserd met en onder elkander heeft verward, en dat Beroald door de
+Saksen tot Koning of Hertog was verkozen;&mdash;maar in hoeverre hij
+ook een deel der Friezen beheerscht hebbe, en hoedanig van Odibbald af
+de geslachtsopvolging geweest zij tot aan Adgillus, behoort tot een
+nader naauwkeurig onderzoek. Verg. onder anderen <span class="sc">v.
+Rhyn&rsquo;s</span> <i>Nabericht</i>, bl. 376&ndash;382, te dezen
+opzigte zeer duidelijk. Over Ridserd Arundelius, die een dapper en
+vermaard Vorst moet geweest zijn, <span class="sc">West.</span>
+<i>Jaarb.</i> bl 30 volgg. <span class="sc">Schot.</span> <i>Fr.
+Hist.</i> fol. 47.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb35" class="pageref">35</a></p>
+<p><i>Watervloeden in Friesland.</i></p>
+<p><i>In den jaare 570</i>. Dus ook <span class="sc">Winsemius</span>,
+<span class="sc">Soet</span> en anderen, doch <span class=
+"sc">Gutberleth</span>, in zijne Aanteekeningen op <span class=
+"sc">Gabbema&rsquo;s</span> <i>Watervloeden</i>, p. 14, vermeldt uit de
+geschreven kronijk van <span class="sc">Ocko van Scharl</span>, hem ten
+gebruike gegeven door Bern. Fullenius, den we&ecirc;rgaloozen
+Hoogleeraar in de Wiskunst in Frieslands Opperschool (gelijk hij zegt),
+dat aldaar deze vloed gesteld wordt op den jare 533. Ook de
+kronijkschrijver <span class="sc">Twisk</span> noemt hetzelfde jaar.
+<span class="pagenum">[<a id="pb335" href="#pb335" name=
+"pb335">335</a>]</span></p>
+<p>Door <span class="sc">Dirk, Burger van Schoorl</span>, wordt in
+diens kronijk als eerste Watervloed opgegeven die van 333 in
+Noord-Holland, wanneer de Zijpe is ingebroken en 1200 jaren verdronken
+heeft gelegen. De stad Grebbe, door de Romeinen gesticht, liggende aan
+&rsquo;t Eimer Swin, thans nabij het Nieuwe Diep, of een half uur gaans
+benoorden Wieringen, zou toen verdronken zijn, schoon anderen dit
+voorval later stellen<a class="noteref" id="xd20e6378src" href=
+"#xd20e6378" name="xd20e6378src">43</a>. In 435 was er weder een zware
+vloed over Friesland, zoo als ook in 516, in onze kronijk vermeld. Na
+570 volgde die van 584, met het wonder zeldzame, vruchtbare jaar. In
+586 of 626<a class="noteref" id="xd20e6403src" href="#xd20e6403" name=
+"xd20e6403src">44</a>, of welligt in beide jaren, werd Friesland
+alweder overstroomd. Een viertal jaren later begon de wijze Adgillus
+vliedbergen en terpen te maken, en gaf der bedijking hare geboorte.
+Vele menschen en veel vee verdronken in den vloed van 792 of 793, en
+door al deze verwoestingen waren er een aantal steden, dorpen,
+bosschen, alsmede eene groote uitgestrektheid lands verzwolgen en
+vernietigd, waarvan de onder de golven der zee liggende zandbanken de
+sporen van het vorig bestaan aanwijzen.</p>
+<p>De St. Thomas vloed van den jare 806 was geducht voor Friesland; en
+van dien tijd tot op de helft der XII eeuw moeten door verscheidene
+overstroomingen Friesland, Noord-Holland, Zeeland en Vlaanderen
+deerlijk zijn geteisterd, vooral in den jare 839 <span class=
+"pagenum">[<a id="pb336" href="#pb336" name="pb336">336</a>]</span>zou
+dit gewest bijna geheel overstroomd geweest zijn, en er eene gansche
+omwenteling in den bodem van ons vaderland te weeg zijn gebragt.</p>
+<p>De St. Juliaans-vloed in &rsquo;t begin van 1164 kostte het leven
+aan duizenden van menschen en beesten; waarop de alles verwoestende
+Allerheiligen-vloed van 1178 volgde, die de zeebaren tot aan Utrechts
+wallen voortjoeg. In dezen tijd kreeg de Zuiderzee eene groote
+uitgestrektheid; terwijl de baatzuchtige Friesche Abten vele
+verderfelijke doorgravingen deden maken, die de zee in vernielende
+krachten deed aanwinnen. Ook in 1200 stroomde een deel van Friesland
+over; doch van den schrikkelijken watervloed in Noord-Holland, in 1212,
+vindt men niets betrekkelijk Friesland vermeld. Dan bij den ijsselijken
+Marcellus-vloed, in Januarij 1219, was geene overstrooming te
+vergelijken, hetgeen dan ook bij de nakomelingschap ten spreekwoord is
+geworden. Alwat tusschen den Wezer en de Schelde op en over de
+oppervlakte van den grond aanwezig was, werd op vele plaatsen vernield
+en vernietigd, en duizenden menschen van &rsquo;t leven beroofd. Dezen
+vloed (zegt <span class="sc">Westend.</span> <i>Jaarb.</i> p. 238)
+meenden velen te moeten toeschrijven aan de brooddronkenheid en de
+woestheid van een zekeren Fries en kampvechter, die het hoogwaardig
+sacrament te Wijtwerd en Uskwerd, ter plaatse waar men naderhand het
+klooster van St. Jan stichtte, zeer hoonde en ontheiligde.</p>
+<p>De jaren 1220, 1221, 1222, 1223, 1224, 1227, 1230, 1237, 1246, 1248,
+1249, 1250, 1257, 1262, 1266, 1273, 1277, 1285, 1287, 1288 en 1290
+waren uiterst rampvol voor Friesland, en wie kan er zich een denkbeeld
+van vormen? twintig overstroomingen in &eacute;&eacute;ne en dezelfde
+eeuw, in &eacute;&eacute;n en hetzelfde Gewest! En niet alleen door de
+vloeden, maar ook omstreeks het midden dezer eeuw werd Friesland door
+eene vernielende pest onder menschen en vee jammerlijk geteisterd,
+terwijl haat en nijd, twist en tweedragt onder de ingezetenen aller
+onheil ten top voerden.&mdash;In deze eeuw verdwenen Ezonstad,
+<span class="pagenum">[<a id="pb337" href="#pb337" name=
+"pb337">337</a>]</span>Camminghaburg bij Leeuwarden, Britsenburg aan de
+Middelzee, de stedekens Wartena ten deele en Grind geheel.</p>
+<p>In de veertiende eeuw werd Friesland acht malen gedeeltelijk
+overstroomd, en wel ten jare 1313, in welke de beroemde <i>Wijbo
+Sjoerds van Grovestins</i>, voornaam hoofd der Vetkoopers, het leven
+liet, en op welke overstrooming weder eene pestziekte zoude gevolgd
+zijn: voorts in 1334, 1336, 1361, 1377, 1380, 1387 en in 1400, de
+Friesche vloed genaamd, welke van belang is geweest voor de opkomst van
+Amsterdam, door het aanmerkelijk verwijden van het Marsdiep, het zeegat
+tusschen Texel en den Helder.</p>
+<p>Wederom vijftien overstroomingen in de XV eeuw, waren ons gewest ten
+geesel en ter vernieling. In 1403 was de 3de Catharina&rsquo;s vloed,
+maar in 1421 rigtte de St. Elisabeth&rsquo;s-vloed hare ijsselijke
+verwoestingen aan, waarin de 72 dorpen in den Zuid-Hollandschen Waard
+bedolven werden, zoodat er twintig geheel te niete gingen. De volgende
+vloeden hadden plaats in 1425, 1426, 1427, 1428, 1429, 1434, 1437,
+1446, 1464, 1470, 1474, 1477, en 1497; en geen wonder dat het land
+overstroomde, want de onderlinge twist en tweedragt gaf aan den oorlog
+voedsel, terwijl de eendragtige zorgen voor het behoud des lands
+verloren waren. West-Workum, Westerbierum en Dijkshorne waren den
+golven ter prooi geworden: niet alles echter was verlies, want de
+Middelzee was nu geheel aangeslijkt, en gaf kostelijk land.</p>
+<p>Ook in de XVI eeuw was Friesland even ongelukkig door den ramp der
+vloeden, zoodat wel twintig malen in dit tijdvak het land overstroomde.
+In de jaren 1502, 1503, 1509, 1516, 1517, 1520, 1524, 1525, wanneer er
+drie vloeden in &eacute;&eacute;n jaar waren; in 1530, 1531 en 1532
+(misschien dezelfde), 1552 en 1559 rigtten zij vele verwoestingen aan.
+Maar de geweldige Allerheiligen-vloed van 1570 heeft het gansche land
+langs de zeekusten van Frankrijk tot aan Noorwegen toe, als in
+&eacute;&eacute;ne zee herschapen; terwijl in Friesland de schrik en
+ellende, die land en inwoonderen in eenen <span class="pagenum">[<a id=
+"pb338" href="#pb338" name="pb338">338</a>]</span>poel van jammeren
+stortte, door geene pen waren te beschrijven, door geene woorden te
+vermelden. Wel 20,000 menschen, zeggen de schrijvers, zijn in onze
+Provincie omgekomen: 1800 telde men in &eacute;&eacute;ne
+Grietenij.&mdash;Daarna had men weder met dit onheil te kampen in 1572,
+1573, 1575, 1577 en 1578. Toen evenwel, door tusschenkomst en dwang van
+Caspar de Robles, werd er gedijkt en gedamd.</p>
+<p>Hoewel nu de vloeden in de XVII eeuw minder waren dan in de vorige,
+was evenwel de zee niet in banden te houden, maar brak nog dikwijls
+door de dijken heen, en bedierf een deel van het zoo vaak geteisterd
+gewest. In 1610 liep de zuidwesthoek onder: 1623, 1625, 1643, 1651,
+1665 en 1675 waren noodlottige jaren, en vooral het jaar 1651, waarin
+de St. Pieters-vloed, na dat in Januarij de algemeene
+rivier-overstrooming in de Nederlanden had plaats gehad, in de volgende
+maand vele oorden in Friesland verwoestte. Voor Noord-Holland was die
+vloed verschrikkelijk.</p>
+<p>In den aanvang der XVIII eeuw, en wel in 1701 en 1703, zoo ook in
+1715, leden door de overstroomingen het land en de zeedijken veel
+schade, dan door den 7 kersvloed in 1717 was de verwoesting groot,
+vooral in Oost-Friesland.&mdash;Ten jare 1731 werd het paalwerk langs
+de kusten, en sommige sluisdeuren door de wormen geheel doorknaagd en
+verteerd. Bijna zestig jaren lang bleef Friesland voor storm en vloed
+beveiligd, doch in 1775 en 1776 had de provincie door twee
+overstroomingen, en vooral door de laatste, veel te lijden; dit was
+echter niet te vergelijken bij den geduchten watervloed van den jare
+1825, die langs de zeekusten van Noord-Jutland af tot Frankrijk toe,
+zijne vernielende kracht heeft uitgeoefend.</p>
+<p>Vergelijk de <i>Inleiding</i> voor mijn <i>Geschiedkundig Tafereel
+van den Watervloed en de Overstroomingen in de Provincie Vriesland;
+voorgevallen in 1825</i>, en alle de afzonderlijk daarin aangehaalde
+schrijvers. <span class="sc">Westend.</span> <i>Jaarb. van
+Groningen</i>, op de verschillende jaren, die echter vele
+overstroomingen niet heeft vermeld.&mdash;Een zeer goed boek over de
+laatste overstrooming <span class="pagenum">[<a id="pb339" href=
+"#pb339" name="pb339">339</a>]</span>is dat van den kundigen
+<span class="sc">F. Arends</span>, <i>Gem&auml;hlde der Sturmfluthen
+vom 3 bis 5 Februar 1825</i>: (zu haben bei dem Verfasser, 1826.) In
+zijn verdienstelijk reeds aangehaald werk: <i>Physische Geschichte der
+Nordsee-K&uuml;ste</i>, geeft de Schrijver, in het tweede deel, eene
+Geschiedenis van al de watervloeden, vermeerderd met vele
+bijzonderheden, door vroegere schrijvers niet vermeld.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb37" class="pageref">37</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 628</i> enz. Het omstandig verhaal dezen
+belangrijken strijd, vindt men bij alle latere geschiedschrijvers bijna
+op dezelfde wijze geboekt, en komt in de hoofdzaak overeen. Echter bij
+vergelijking der oudste Friesche jaarboeken, zal men eenige afwijking
+van anderen vinden. Niet, zoo als deze willen, was Dagobert de
+aanvallende partij in Friesland, of wilde dit land dadelijk overheeren;
+maar de Saksen, onder Koning Berthold, wilden niet meer onder der
+Franken gebied blijven, maar vrij zijn, des zij hunne krijgsboden aan
+Klotaris zonden, om dien op een barschen toon den wil van hunnen Koning
+te kennen te geven, hetwelk der Franken Opperhoofd dezen zoo hoog
+afnam, dat, waren zij niet door de christelijke staatkunde van den
+Bisschop van Meaux gered, hij hen welligt het hoofd voor de voeten had
+doen leggen. Zij keerden, tot christenen gedoopt, met eere en
+geschenken terug. Doch de Saksen verbonden zich met de Friezen,
+volvoerden hun plan, rukten tegen Dagobert op, die zijnen vader te hulp
+roept en de overwinning behaalt; en nu had er eene ijsselijke slagting
+onder de Saksen en Friezen plaats. Die langer dan zijn zwaard
+waren<a class="noteref" id="xd20e6481src" href="#xd20e6481" name=
+"xd20e6481src">45</a>, dat is, die de wapenen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb340" href="#pb340" name=
+"pb340">340</a>]</span>weder zouden kunnen voeren en geschikt ten
+strijde waren, werden vermoord; vrouwen en kinders werden in Frankrijk
+als slaven verkocht, en daarmede eindigde dit treurtooneel.&mdash;Dat
+dit gevecht in Friesland bij de Middelzee plaats had, gelijk
+<span class="sc">Rolevink</span>, en in navolging van hem <span class=
+"sc">Furmerius</span>, <span class="sc">Winsemius</span> en anderen,
+beweren, heeft geen schijn, daar men moet vooronderstellen, dat het
+niet anders dan bij den Wezer kan hebben plaats gehad.</p>
+<p>Dagobert moet omstreeks dezen tijd ook een christenkerk te Utrecht
+gesticht, en den Bisschop van Keulen het beheer over de Friezen gegeven
+hebben; dan dezen, te zeer nog aan hunne afgoden verslaafd, te stijf
+van hoofd en stug van aard, boden te veel tegenstand, en men vorderde
+dus weinig.</p>
+<p>Dat ook deze Dagobert, als overheerder der Friezen, de insteller der
+wetten is geweest, wordt bestreden en met grond betwijfeld.&mdash;Zie
+daarover <span class="sc">Schwartz.</span>, <i>Charterb. Voorr. I.</i>
+bl. 36, 37, 38. Men vindt deze gebeurtenis beschreven bij <span class=
+"sc">Furmerius</span>, <i>Ann. Lib. III.</i> c. <i>IV.</i> p. 172;
+<span class="sc">Wins.</span> <i>Chr.</i> fol. 52; <span class=
+"sc">Schot.</span> <i>Hist.</i> fol. 47; <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 323; <span class="sc">Wagen.</span>
+<i>Vad. Hist. I.</i> 331; <i>Tegenw. Staat v. Fr. I.</i> 221; <i>Oudh.
+en Gest. II.</i> 111, 112 en 377; <span class="sc">Cerisier</span>,
+<i>Gesch. d. Vereen. Ned. I.</i> 90; <span class="sc">Bilderdyk</span>,
+<i>Gesch. d. Vaderl. I.</i> 66.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb37" class="pageref">37</a>.</p>
+<p><span class="sc">Adgild</span> <i>wierd</i> enz. Over de regering
+van den christelijken Adgillus en onchristelijken Radboud, is in het
+Overzigt genoegzame melding gemaakt. <span class="sc">Schot.</span>
+<i>Fr. Hist.</i> p. 55, zegt, dat volgens eene Hollandsche kronijk,
+Radboud geen zoon van Adgillus, maar van Diederik, omtrent den jare 300
+Koning van Friesland, bewesten &rsquo;t Flie, geweest zou zijn. Wij
+hebben echter die kronijk niet gevonden, en volgen liever het
+getuigenis van alle overige geschiedschrijvers. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb341" href="#pb341" name="pb341">341</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb42" class=
+"pageref">42</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 695.</p>
+<p><i>In Friesland, Holland en Teisterband</i>. Over het oude
+graafschap <i>Teisterband</i>, in &rsquo;twelk het geheele Sticht, met
+het land tusschen Maas en Rijn, en van daar oostwaarts, met Kleef, Berg
+en Gulikerland, vervat werd, leze men <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>&rsquo;s <i>Geschied. d. Vaderl. I.</i> bl. 161,
+193 en 341 volgg. De afleiding is deze: <i>Bant</i>, <i>Ban</i> is
+jurisdictie, regtsban, <i>Deister</i> is bogt, kromte van
+<i>deisen</i>, thans <i>deinzen</i>, afwijken. Het wordt van ouds
+algemeen op de kromte van eene rivier toegepast. Dus is <i>Teister</i>
+of <i>Deisterbant</i> de <i>regtsban</i> (of &rsquo;t gezag) <i>van de
+bogt</i> (de afwijking) des Rijns, waar hij van noordwaarts ten westen
+afdeinst.&mdash;Vergel. de door <span class="sc">Bild.</span> zelven
+vervaardigde kaart achter het <i>I.</i> deel.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb43" class="pageref">43</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 700</i>. In dezen tijd, en zelfs gedurende een
+gedeelte der VIII eeuw, was geheel Friesland nog heidensch. De
+<i>Menschen-offers</i>, door geheel Galli&euml;n, Germanie en
+Scandinavie gebruikelijk, bij de Denen en Noren in zwang, vonden ook in
+Friesland grooten bijval, zoodat het geenszins vreemd is, in dezen tijd
+daarvan in de geschiedenis voorbeelden te vinden. Men heeft het verhaal
+van den schoonen jongeling <i>Ovo</i>, door den Priester Wulfram van
+den dood verlost, onder de fabels gesteld, dan tijden, zeden en
+gewoonten in acht genomen, en de leer der ondervinding geraadpleegd,
+zou ik niet weten, waarom, door deze of gene omstandigheid, hetzij aan
+hooger magt toe te schrijven, of vindt men dit te ouderwets gedacht,
+dan door een toeval, of wel door eene behendigheid des Priesters, dit
+<span class="pagenum">[<a id="pb342" href="#pb342" name=
+"pb342">342</a>]</span>voorval niet had kunnen plaats hebben<a class=
+"noteref" id="xd20e6660src" href="#xd20e6660" name=
+"xd20e6660src">46</a>. Men twijfelt toch, in weerwil der zonderlinge
+tegenspraak van sommige geleerden, geenszins aan zoo vele bloedige
+offeranden aan de Goden gebragt, aan het slagten, verdrinken of op eene
+andere wijze dooden van zoo vele mannen, vrouwen, ja zelfs kinderen,
+waarvan de geschiedenis in de eerste eeuwen voorbeelden, aangeeft: en
+zou het dus zoo vreemd zijn, dat in de eerste tijden bij verbazende
+natuurverschijnselen of andere gebeurtenissen, men in zijnen angst tot
+het menschenoffer, (gelijk dat van een driejarig kind, bij het ontstaan
+eener zoute welle) als het hoogste, waarmede men zijne Goden vereeren
+kon, waarmede men rampen afweren en gunsten verwerven wilde, toevlugt
+nam?</p>
+<p>Zeer gegrond is de aanmerking, dat door deze volharding in de
+afgodendienst overvloedig blijkt, hoe weinig der Romeinen gezag en
+invloed op de Friezen werkte. Men leze over het offeren van menschen en
+beesten de meergen. Verhandeling van <span class=
+"sc">Westendorp</span>, <i>over het gebr. der Noordsche Mythologie</i>,
+bepaaldelijk over de <i>Heilige gebruiken</i>, bl. 339 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb44" class="pageref">44</a>.</p>
+<p><span class="sc">Adgild</span>, <i>de tweede</i>. Sommigen willen
+liever tot opvolger van Radboud zijnen zoon Poppo, dan Adgillus hebben;
+de een onder den titel van Koning, de ander onder dien van Hertog. De
+gissing echter in &sect; 11 van het Overzigt (bl. 315), komt mij zeer
+aannemelijk voor. Zie <span class="sc">van Loon</span>, <i>Aloude Holl.
+Hist. I.</i> 324<i>b</i><span class="corr" id="xd20e6713" title=
+"Niet in bron">,</span> 325<i>a</i>; <i>Oudh. en Gest. Naber.</i> p.
+393; <i>Bijv. en Aanm.</i> op <span class="sc">Wagenaar</span>,
+<i>I.</i> 92; <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> p. 42.
+<span class="pagenum">[<a id="pb343" href="#pb343" name=
+"pb343">343</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb46" class=
+"pageref">46</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 736.</p>
+<p><i>Is Bisschop Willebrord ontslaapen</i>. Deze heeft ongetwijfeld
+den eersten grondslag gelegd, en groot nut aan Friesland gedaan, tot
+bekeering der heidensche natie. Volgens <span class=
+"sc">Wagenaar</span> (<i>I.</i> 378) stierf hij in slagtmaand 737,
+nalatende een alleraanzienlijks vermogen, meest door de Franken hem
+geschonken, hetwelk hij aan zijne geliefkoosde Abdij van Epternach, bij
+Trier, uit eene gifte van Dagoberts Dochter gesticht, vermaakte.
+Omstreeks dezen tijd schijnt ook de Priester Marcellus, die zeventig
+jaren lang het Evangeliewerk verrigtte, in Friesland met goed gevolg
+gepredikt te hebben.</p>
+<p>Ook in dit tijdvak kwam de vrome en geleerde Bonifacius hier te
+lande uit Engeland. Deze bestreed met kracht, verstand en godvruchtigen
+ijver, niet alleen de heidensche bijgeloovigheden, ruwheid van zeden en
+woestheid der Friezen, maar ging ook met ernst het zedebederf, de
+onkunde, boosheid, onwettigheid en valsche leer der geestelijken te
+keer, wier doel en middelen met de christelijke godsdienst zoo zeer in
+strijd waren. Zie het op bl. <a href="#pb348" class="pageref">348</a>
+aanbevolen werk van den heer <span class="sc">Glasius</span>, IV en V
+Hoofdst.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb47" class=
+"pageref">47</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 749.</p>
+<p><i>Priester Jan</i>.&mdash;Zie over dezen <i>Oudh. en Gest. II.</i>
+84&ndash;86 en <i>Naber.</i> bl. 349.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb50" class="pageref">50</a>.</p>
+<p><i>Vreemde</i> <span class="sc">Heeren</span>. De Heer <span class=
+"sc">v. Halmael</span>, heeft zijn tweede Tijdperk van het Overzigt,
+(gedeeltelijk geplaatst <span class="pagenum">[<a id="pb344" href=
+"#pb344" name="pb344">344</a>]</span>in <i>&rsquo;t Friesch
+Jierboeckjen</i> van 1833) loopende van 773 tot 1498, zijnde van Karel
+den Groote tot de regering van Albrecht, Hertog van Saksen, genoemd:
+<i><span class="ex">Het Vrije Friesland</span></i>. Niet dadelijk
+evenwel (zoo als ook de Schrijver aanmerkt) waren de Friezen vrij, maar
+trapsgewijze onder Karel&rsquo;s opvolgers werd die vrijheid verkregen,
+niet door Karel zelven hen geschonken. En ook natuurlijk, want daar
+onder de hoofdvoorwaarden het aannemen van de Christelijken Godsdienst,
+en dus ook onderwerping aan een&rsquo; Bisschop behoorde, was het van
+zelf, dat het onrustig en onstuimig karakter niet zoo dadelijk met die
+zachte middelen te temmen was, waardoor dus menig opstand en oproer
+dikwijls de reeds geschonken vrijdommen weder deden bekrimpen.</p>
+<p>Karel verdeelde het tegenwoordig Friesland, naar het schijnt, in
+drie Graafschappen: <i>Oostergouwe</i>, <i>Westergouwe</i> en
+<i>Stavoren</i>. Het Graafschap <i>Islegouwe</i> (IJsselland), waarin
+Oost- en West-stellingwerf begrepen zullen zijn, is welligt een
+<i>Saksisch</i> en geen eigenlijk <i>Friesch</i> Graafschap geweest of
+alzoo genoemd. Ieder Graafschap had zijn opperhoofd, bekleed met de
+burgerlijke en militaire magt, en over eenige Graafschappen was een
+Hertog, uitsluitend het bewind over de krijgsmagt voerende,
+gesteld<a class="noteref" id="xd20e6833src" href="#xd20e6833" name=
+"xd20e6833src">47</a>.</p>
+<p>De wetten, naar welke Karel de Friesche Graafschappen in het
+algemeen deed regeren, zijn die, welke onder den titel van <i>Leges
+Frisionum</i> in druk zijn uitgegeven. Het eerste deel bevat de
+overoude gewoonten der Friezen onder de Romeinen, met eenige wetten der
+Franken, en het tweede, de ophelderende bijvoegselen van
+<i>Sachsmund</i> en <i>Wulmar</i>. Echter beschouwen wij dit niet als
+een volledig Corpus of wetboek, maar veeleer voor een handboek voor de
+Keizerlijke Graven en Ambtenaren, om daarop regt te doen, ook ter
+berekening der breuken en boeten. <span class="pagenum">[<a id="pb345"
+href="#pb345" name="pb345">345</a>]</span>Hieruit zoowel als van elders
+blijkt, dat de Friezen destijds in vier standen of klassen verdeeld
+waren. <i>Edelen</i>, dit waren de rijksten, de begoedigsten;
+<i>Vrijen</i>, minder gegoeden, echter onafhankelijken; <i>Liten</i>,
+lijfeigene boeren, en <i>Slaven</i> of <i>Knechten</i>, geheel
+dienstbaren.</p>
+<p>Karel ontnam den Friezen het regt op de vaderlijke erfenis, alzoo
+hun regt op de nagelatene goederen der ouders, dat is: het vrije bezit
+der erf-<span class="corr" id="xd20e6873" title="Niet in bron">,</span>
+stam- of landgoederen van den adel en van de welgeboren lieden; en
+voerde dus het zoogenaamde <i>Leenregt</i> in. Deze algemeene hoon en
+smaad werd weder uitgewischt door Karel&rsquo;s wettigen zoon en
+opvolger Lodewijk den Vrome of Godvruchtige<a class="noteref" id=
+"xd20e6879src" href="#xd20e6879" name="xd20e6879src">48</a>, die zijne
+regering begon met aan de Friezen dit regt, en met dit regt den eernaam
+van <i>Vrije Friezen</i> weder te geven. Hij was een zeer menschlievend
+Vorst, doch welligt wat al te vroom om zulk een groot gebied en een
+onverlicht volk te regeren.&mdash;Zie <i>Friesch Jierboeckjen</i>,
+1833, &sect;&sect; 4 en 7; bijzonder <i>Charterboek, Voorrede I</i>.
+bl. 40 volgg. en aldaar den Giftbrief; vergel. <span class=
+"sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> bl. 55 volgg.</p>
+<p>Ten opzigte der wijze, hoedanig de opgemelde wetten in geschrifte
+gesteld zijn, verhaalt men, dat dit door twaalf deskundigen, (welk
+getal men in regtszaken steeds hoog waardeerde,) door de Friezen
+gekozen, uit de overleveringen moest geschieden. Doch men wilde liever
+bij het oud regt blijven, dan deze zware taak te verrigten, en men was
+dus onwillig. Des Keizers wil woog echter zwaarder, dan die der
+twaalven, en het werk werd volbragt.</p>
+<p>De Sage, zegt de Heer <span class="sc">Westendorp</span> (<i>Jaarb.
+I.</i> 59), heeft deze gebeurtenis in een kostelijk kleed gestoken:
+<span class="pagenum">[<a id="pb346" href="#pb346" name=
+"pb346">346</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Daar deze twaalf wijzen dan onwillig waren, om de wetten der
+Vriezen in schrift te stellen, zoo gaf de Keizer hun zeven dagen tijds
+om tusschen de onthoofding, het levende begraven, of het ter prooi
+geven aan de woeste golven in een stureloos schip, te kiezen. De wijzen
+kozen lijdzaam en moedig het laatste. Men zette hen dan nu in een schip
+zonder zeil, roer, riemen en anker, en liet hen voor wind en weder
+drijven. Een der Wimoedes, Asega of Azinge geheeten, van het
+Wilken-geslacht, en een der eerste Vriezen, die deze benaming droeg,
+herinnerde in dezen nood zijnen mede-ambtgenooten aan eene door hem
+gehoorde leerrede van Willebrord, nopens de verschijning van Christus
+Jezus, voort na zijne opstanding, aan zijne, in druk gezetene,
+vrienden, hoewel de deuren gesloten waren. Hij stelde hen tevens
+ootmoedig voor, om de hulp, redding en tusschenkomst van Christus Jezus
+in dit gevaar biddend af te smeeken. Dit geschiedde eenparig knielende.
+En ziet, onder hun gebed vertoonde zich achter in het schip een man,
+welke met zijne hand een kromhout hield, en die de twaalven wederom in
+de haven terug bragt, vanwaar zij uitgegaan waren. Als nu de dertiende
+met de twaalven te lande kwam, wierp hij het kromhout op den grond, en
+terstond ontsprong aldaar eene bron, rondom welke allen gingen zitten:
+een ieder verkwikte zich met het water van de bron. De dertiende, welke
+aan de <span class="corr" id="xd20e6933" title=
+"Bron: twaalve">twaalvde</span> volkomen gelijk en daarvan niet te
+onderscheiden was, leerde hen en gaf hun in, welke regten zij, ter
+gehoorzaming aan het keizerlijk bevel, zouden uitkiezen en beschrijven.
+Als zij nu wel onderrigt waren, zagen zij den dertienden niet langer;
+zij gingen aan hunne taak, en volbragten dezelve. &raquo;Zij kozen het
+landregt, dat hen door Maria&rsquo;s zoon geleerd was,&rdquo; zegt een
+der kronijken. Men legde deze verzameling den keizer en den paus voor,
+en het werk verwierf de goedkeuring van beiden.&rdquo;&mdash;Verg. de
+<i>O. Fr. Wetten</i> en de belangrijke Aant. van bl. 103&ndash;114,
+alwaar men in het verhaal van de twee Kon., Karel en Radboud, deze sage
+vindt, zoo als ook bij <span class="sc">Beninga</span> en <span class=
+"sc">Kempius</span>. <span class="pagenum">[<a id="pb347" href="#pb347"
+name="pb347">347</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb50" class="pageref">50</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 777 is Ludger</i>. Het verwondert mij dat onze
+kronijk, nog al gehecht aan bijzondere voorvallen, hier niet
+<span class="corr" id="xd20e6955" title="Bron: vermeld">vermeldt</span>
+de wonderbare redding van de moeder van dezen Ludger, te vinden in
+<span class="sc">Schotanus</span>, <i>Beschryvinge v. Frieslandt</i>,
+p. 22, overgenomen uit eenen (aldaar niet genoemden) Levensbeschrijver
+van Ludger. Dus luidt hoofdzakelijk aldaar deze gebeurtenis. Wrisung,
+de grootvader van Ludger, was der Christen-godsdienst toegedaan, en
+werd dus door Radboud verdreven. Hij ging over het Vlie wonen, en
+volvoerde zijn christelijk werk; zijn&rsquo; jongsten zoon Tjadgrim in
+Utrecht ter leerschool bestellende. Deze huwde na zijns vaders dood
+eene vrouw, genaamd Liafburg of Liatburg, waarbij hij drie zoons en ook
+onzen Ludger verwekte. Deze Liafburg geboren zijnde, moest op last van
+hare heidensche grootmoeder, verdrietig dat harer schoondochter alleen
+meisjes werden geboren, door eene slavin worden verdronken; een regt
+dat zij volgens<a id="xd20e6964" name="xd20e6964"></a> hare leer, op
+jonggeboren kinderen hadden, om ze om te brengen en te offeren, mits
+zij vooraf niets genuttigd of geproefd hadden. Dan het wichtje greep
+met zijne handjes het vat of den emmer, waarin het gestoken werd, om
+den rand, en worstelde dus tegen den dood. Eene buurvrouw dit ziende en
+bewogen met het onnoozel schepsel, ontnam het der slavinne, liep in
+haar huis en stak het een weinig honigs in den mond, waardoor het van
+den offerdood was verlost. Zij voedde het kindje zorgvuldig op, gaf het
+na den dood der grootmoeder aan de ouders terug, en dit meisje werd de
+moeder van den geleerden en verdienstelijken Priester Ludger, van wien
+men leest, dat hij de Friesche, Engelsche, Frankische en Latijnsche
+talen vlug en vaardig sprak, en wiens leven en daden overal tot zijnen
+lof zijn beschreven. Als opvolger van den braven Bonifacius en in diens
+voetspoor <span class="pagenum">[<a id="pb348" href="#pb348" name=
+"pb348">348</a>]</span>tredende, bekleedde deze wijdvermaarde Fries
+eene aanzienlijke plaats onder de Christenherders, die boven velen,
+godvruchtig, ijverig en standvastig in zijnen arbeid was.</p>
+<p>Men vindt onder anderen de levensbeschrijving der eerste
+Geloofpredikers bij <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Beschr. v.
+<span class="rm">O. en N.</span> Friesland, VI Hoofdst.</i>&mdash;Over
+Ludger, <span class="sc">Westendorp</span>, <i>I.</i> 64 en volgg. 89
+volgg.&mdash;die echter, tegen het verhaal van <span class=
+"sc">Schotanus</span> aan, niet de moeder van Ludger den offerdood doet
+ontkomen, maar Ludger zelf, waardoor de genoemde oorzaak zou wegvallen,
+welke aanleiding tot het ombrengen van het jonggeboren kind had
+gegeven. Maar belangrijk is ten dezen het werk van den heer
+<span class="sc">B. Glasius</span>, <i>de Gesch. der Christ. Kerk en
+Godsd. in de Nederl. v&oacute;&oacute;r het vestigen der Herv.</i>,
+waarvan het eerste deel het licht ziet, en waarin wij voor de eerste
+pogingen ter verkondiging van het Christendom in ons Vaderland en der
+Christenleeraars eene naauwkeurige en belangrijke beschrijving hebben
+gevonden. Ook den beoefenaren der Friesche Historie zij dit werk bij
+zonder aanbevolen<a class="noteref" id="xd20e6995src" href="#xd20e6995"
+name="xd20e6995src">49</a>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb51" class=
+"pageref">51</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 784.</p>
+<p><i>Zijn de Noormannen wederom met Wydekind</i>. In het Archief van
+de oude Hannoversche stad Goslar is eene oorkonde aanwezig, bevattende
+het gebed of de gelofte, waardoor de Saksen over hunnen aanvoerder
+Witekind, in den krijg met Karel den Groote, heil en zegen afsmeekten
+van hunnen God Wodan, wiens beeld op den Hartsberg vereerd werd. Dit is
+de Duitsche tekst:</p>
+<p>&raquo;<i lang="de">Heiliger, groszer Wodan! Hilf uns unserm Herrn
+Wittikind, auch dem Kelta <span class="rm">(Unterfeldherrn)</span> von
+dem aischen <span class="rm">(garstigen)</span> Karl-pfui dem
+Schl&auml;chter! Ich gebe dir einen Ochsen und zwei Schaafe und den
+Raub. Ich schlachte dir alle Gefangene auf deinem heiligen
+Hartisberge!</i>&rdquo; De geleerde <span class="sc">Ypeij</span> deelt
+deze bede benevens eene <span class="pagenum">[<a id="pb349" href=
+"#pb349" name="pb349">349</a>]</span>tweede oorkonde, twee of drie
+jaren later gesteld, toen de Saksen zich aan Karel onderworpen hadden,
+in de Nedersaksische spraak mede<a class="noteref" id="xd20e7027src"
+href="#xd20e7027" name="xd20e7027src">50</a>, met een aantal
+belangrijke taalkundige aanmerkingen vooral op het laatste
+gedenkstuk.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb54" class=
+"pageref">54</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 808.</p>
+<p><i>Omtrent dien zelven tijd liet Igle Tadema</i><span class="corr"
+id="xd20e7058" title="Niet in bron">.</span> Het is zeker dat het meer
+Flevo zich in dezen tijd en ook reeds vroeger merkelijk uitbreidde,
+waartoe herhaalde stormen en watervloeden krachtig medewerkten, zoodat
+het zoute water niet alleen de tegenwoordige kusten naderde, maar ook
+van tijd tot tijd ondermijnde. Het is dus zeer mogelijk, dat bij het
+graven van putten, gelijk ook op &rsquo;t jaar 513 van Juw Hoppers
+wordt vermeld, er zout water is opgekomen, en het verhaal van
+<span class="sc">Tadema</span> de gewone versiering heeft ondergaan,
+zoo als van vele andere voorvallen, zonder dat het noodig zij het
+geheel te verwerpen. Dat Igles zoon op bevel van zijnen vader het
+landgoed bij het Kreil verkocht, en zich in Gaasterland vestigde, dit
+is zeer natuurlijk, en dat de familie hier over wrokkend was en zich op
+eene voor onzen tijd ijsselijk wreede wijze wraak verschafte, is ook
+niet zoo vreemd.&mdash;Men leze deze schrikkelijke geschiedenis in
+<span class="sc">O. v. Scharl</span>&rsquo;s <i>Kronijk</i> op &rsquo;t
+jaar 808, die echter &rsquo;t voorval met Juw Hoppers niet heeft
+opgeteekend. Zie <span class="sc">Wins.</span> fol. 47 en 85;
+<span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> fol. 53. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb350" href="#pb350" name="pb350">350</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb56" class="pageref">56</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 809, als er te Romen.</i> Op Kersdag van den jare
+800 werd Karel de Groote in de hoofdkerk te Rome als Augustus en Caesar
+der Romeinen over het Westen uitgeroepen, gezalfd, gekroond en
+gehuldigd.</p>
+<p>&raquo;De Friezen dienden hunnen nieuwen meester getrouw; doch
+weinig geloof zoude &rsquo;t verhaal verdienen, dat zij met hem Rome
+zouden hebben veroverd, gelijk onze en andere Kronijken op den jare 809
+of omstreeks dien tijd vermelden. Men kan dit feit hebben verward met
+de verovering van Rome door Arnulph, den laatsten afstammeling van
+dezen Karel, wien het vergund was den Westelijken Keizerskroon te
+dragen, doch om gekroond te worden, de stad moest overwinnen, waarin de
+Friezen beoosten het Flie hem bij stonden.&rdquo; Dit is hoofdzakelijk,
+met anderen, ook het gevoelen van den heer <span class="sc">v.
+Halmael</span>: versterkende dit zijn gevoelen door het argument dat de
+beschrijvers van het leven en de daden van Karel daarvan geen gewag
+maken. Dan <span class="sc">Bilderdyk</span> is van een tegengesteld
+begrip. &raquo;Het zijn de Friezen niet alleen, zegt hij, die van hunne
+verovering gewagen. De Romanciers en Heldenboeken der middeleeuwen zijn
+er vol van, dat de Friezen Rome voor Karel innamen. En waarom mag dit
+niet zijn? Dat hij Friezen in zijne legers had, is zeker en boven alle
+bedenkelijkheid; en daar hij ze ook in Spanje bij zich gehad heeft,
+daar zij hem over de Pyrene&euml;n verzelden en hun trouw bewezen,
+waarom mag het niet waar zijn, dat zij &rsquo;t ook over de Alpen
+deden; en dat toen er een oproer in Rome bij Karels aannadering
+ontstond, en de poorten hem gesloten werden, zoo als bij die Romanciers
+deels gemeld, deels duidelijk ondersteld wordt, zij het waren, die de
+poort gewonnen hebben, en hun dus in de stad gevoerd? Daar is iets zoo
+natuurlijks in, zoo wel zamenhangende, en zoo wel passende op de zaak,
+dat <span class="pagenum">[<a id="pb351" href="#pb351" name=
+"pb351">351</a>]</span>het mij ten minste niet onaannemelijk voorkomt;
+en dat zij eene belooning daarvoor gekregen hebben, ge&euml;venredigd
+aan het belang dat Karel in de bewezen dienst stelde, is mede zeer
+waarschijnelijk. Het zij dat dit in 799 gebeurde, toen hij den
+verdreven Paus Leo III op den zetel herstelde; waarbij het niet te
+verwonderen is, zoo geweld en dapperheid en bestorming van eene poort
+noodig was: het zij in 800 toen hem de keizerkroon opgezet wierd, en er
+bij die gelegenheid mooglijk een oproer van de oude partij ontstond,
+die men gefnuikt waande, maar zonder de Friezen van gevolge had kunnen
+zijn. De zaak kan dus waar zijn; en men heeft onrecht een geheel volk
+tegen te spreken, wanneer er eenige samenstemming in zijne overlevering
+is met hetgeen van elders getuigd of voor waar en aangenomen is in een
+tijd dat de geheugenis nog versch was.&rdquo;&mdash;&raquo;Men behoeft
+enz.&rdquo;</p>
+<p>Hoezeer dan ook de Bulle of open Brief van Karel den Groote
+ontwijfelbaar valsch is, behoeft daarom het vermelde feit geen fabel te
+zijn, en het is onbetwistbaar, dat er dikwijls valsche stukken zijn
+gesmeed tot bewijs van wezenlijke waarheden, waarom ik mij dan ook met
+de meening van <span class="sc">Bilderdyk</span> wel kan
+vereenigen<a class="noteref" id="xd20e7105src" href="#xd20e7105" name=
+"xd20e7105src">51</a>. Uit een der te <i>Oxford</i> berustende
+handschriften, tot de nalatenschap van <i>Junius</i> behoorende,
+getiteld: <i>Incipiunt Gesta Fresonum</i>, hetwelk door het Fr.
+Genoots. wordt uitgegeven, zal ongetwijfeld dit gevoelen worden
+versterkt.</p>
+<p>Wij vinden op dezen jare 809, en ook vooral op het volgend jaar,
+aangeteekend, dat er in alle provinci&euml;n eene geweldige runderpest
+woedde, zoodat er bijkans geen os in het leger overbleef, welke ziekte
+nog vele jaren voortduurde.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb58" class=
+"pageref">58</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 810.</p>
+<p><i>Een schattinge van 200 ponden zilver.</i> Anderen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb352" href="#pb352" name=
+"pb352">352</a>]</span>bepalen die op de helft. Deze belasting, onder
+den naam van Klipschild, klinkschatting, werd dus genoemd omdat de
+munten in een bekken moesten geworpen en de klank daarvan in de verte
+gehoord worden. Zoo moesten ook de Engelschen lange jaren het
+zoogenaamde <i>Deangeld</i> aan Godfried opbrengen. Zie <i>O. Fr.
+Wetten</i>, bl. 130, in de Aanteekening.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb61" class=
+"pageref">61</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 808.</p>
+<p><span class="sc">Magnus Forteman</span>. Dat deze de eerste
+Potestaat is geweest, hebben latere schrijvers tegengesproken, op grond
+dat deze waardigheid zijnen oorsprong uit Karel&rsquo;s Bulle, welke
+voor valsch verklaard is, moet hebben gekregen. Echter erkent men,
+zelfs <span class="sc">Emmius</span> ook, dat de Friezen al van ouds
+Potestaten hebben gehad, die, als de handhaving van het regt, of ander
+algemeen belang, als er oorlog op handen was of <span class="corr" id=
+"xd20e7164" title="Bron: onstaan">ontstaan</span> zou, verkozen werden.
+De geschiedenis van Magnus Forteman kan niet gereedelijk voor waarheid
+worden aangenomen; doch het bestaan van zoodanige gezagvoerders, als
+door het Potestaatschap wordt bedoeld, kan men ten zijne tijde niet
+betwisten.&mdash;Men leze hierover ter bevestiging <span class="sc">v.
+Rhyn&rsquo;s</span> <i>Nabericht</i>, bl. 410, 411, 417&ndash;420;
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 440&ndash;444,
+464, 473; <i>II</i>. 9, 64, 84, 85 en de aldaar aangehaalde
+schrijvers<a class="noteref" id="xd20e7183src" href="#xd20e7183" name=
+"xd20e7183src">52</a>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb62" class=
+"pageref">62</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 826.</p>
+<p><i>Anscharius</i>. Vermaarde Monnik uit het te Corveij gestichte
+klooster, werd eerste Bisschop te Hamburg, later Aartsbisschop van
+Bremen en Hamburg, en stierf in 865. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb353" href="#pb353" name="pb353">353</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb62" class="pageref">62</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 830 wierd <span class="sc">Adelbrik</span> van
+<span class="sc">Adelen</span> tot Landsheer verkooren.</i> Adgillus II
+had twee zoons en twee dochters nagelaten, van welke laatsten de eene
+<i>Konovella</i> was geheeten. Deze was getrouwd met een aanzienlijk
+Edelman van Sexbierum, Adelbrik, wonende op het slot Adelburg. Twee
+zonen werden uit dezen echt geboren met namen <i>Adelbrik</i>, deze
+Potestaat, en <i>Frederik van Adelen</i>, de Bisschop op den jare 838
+vermeld. Zie <span class="sc">Winsemius</span>, fol. 67, 83 en 105,
+alwaar men hunne geschiedenis vermeld vindt. Uit dezen zou het beroemd
+Friesch geslacht der <i>van Adelens</i> gesproten zijn.&mdash;Van den
+Potestaat, wiens aanvankelijke regering door sommigen later gesteld
+wordt, is weinig aangeteekend; doch van den moord des Bisschops zegt
+ook onder anderen de heer <span class="sc">v. Halmael</span>
+(<i>Friesch Jierb.</i> 1833, &sect; 8), dat dit waarschijnlijk door
+toedoen of op last van Keizer Lodewijks tweede echtgenoot, Judith,
+dochter van Welf, Graaf van Beijeren, is geschied, wier huwelijk hij
+bloedschendig verklaarde. &raquo;Had de man (voegt deze schrijver er
+bij) zich niet bemoeid met zaken, welke hem niet onmiddelijk aangingen,
+even als zoo vele andere geestelijken van vroegere en latere tijden,
+hem was dit lot denkelijk niet wedervaren. Doch zijn voorbeeld heeft
+misschien niemand geleerd het niet na te volgen, en de bemoeiallen zijn
+nog niet uitgeroeid.&rdquo;&mdash;Verg. <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II.</i> 23 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb63" class=
+"pageref">63</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 838.</p>
+<p><i>De verderfelijke leere der Arriaanen.</i> <span class=
+"sc">Arius</span>, geboren in Lijbi&euml; omstreeks den jare 300,
+Priester te Alexandrie, wilde na den dood van Achillas in dit
+<span class="pagenum">[<a id="pb354" href="#pb354" name=
+"pb354">354</a>]</span>bisdom diens opvolger worden. Dit mislukte hem;
+hij besloot ketter te worden, en verkondigde eene leer, welke door de
+Synode van Alexandrie in 320, en door de kerkvergadering van Nicea in
+325 veroordeeld werd. Arius, schoon gevangen gezet en gebannen, kreeg
+talrijke en vermogende aanhangers, bragt de geheele kerk in tweespalt
+en won de gunst van Konstantijn, die zich op de Ariaansche wijze liet
+doopen, en zelf het Arianismus tot zijne hofreligie maakte. Arius, te
+Alexandrie geweigerd, trok in 336 naar Konstantinopel en stierf bij
+zijnen plegtigen intogt. Zijne leer echter begon nu eerst te leven en
+bragt het geheele Oosten in beroering; doch de haarkloverijen en
+spitsvondigheden der Arianen, die elkander onderling verketterden,
+bezorgden eindelijk aan de Katholijke kerk de overwinning. Nu en dan
+verhieven zij zich weder, doch sedert den ondergang van het
+Longobardische rijk, liep ook hun rijk voornamelijk ten einde, en na de
+VII eeuw werd de algemeene invloed van hun stelsel
+krachteloos.&mdash;In Friesland, en vooral in Westergo, schijnt nog
+later der Arianen leer gehuldigd te zijn; doch Bisschop Frederik, en na
+hem de vermaarde Kanunnik Odulphus (Adolf), gingen ook hier deze
+ketterijen met kracht te keer.&mdash;Zie <i>Algemeen Noodw. Woordenb.
+der Zamenleving</i>, op de woorden <span class="sc">Arius</span> en
+<span class="sc">Arianen</span>.</p>
+<p>Onder de verschillende secten dier tijden maakten de Arianen den
+meesten naam. Het stelsel van Arius was, dat de Zoon van God, die, ter
+verlossinge der menschen, mensch werd, in waardigheid en natuur den
+Vader niet gelijk stond, maar, v&oacute;&oacute;r de schepping, door
+den Vader als het voornaamste schepsel uit niets is
+voortgebragt.&mdash;Verg. <span class="sc">B. Glasius</span>, <i>Gesch.
+der Christ. Kerk en Godsdienst, I.</i> 37; <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II.</i> 22.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb64" class="pageref">64</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 840 overleed Lodewijk.</i>&mdash;Zijn opvolger
+<span class="pagenum">[<a id="pb355" href="#pb355" name=
+"pb355">355</a>]</span>Lodewijk de Duitscher, was een regtschapen en
+godsdienstig Vorst, de stichter en grondvester van het Duitsche rijk.
+Zijne zesendertig-jarige regering was zeer onstuimig, vol van bloedige
+oorlogen en moorddadige gevechten tegen de telkens invallende Noordsche
+volken. Hij verdeelde in of na 870 het rijk, door hem beheerscht, onder
+zijne drie zonen, Karloman, Lodewijk en Karel, bijgenaamd de Dikke.
+Lodewijk de Jongere bekwam in zijn aandeel, behalve andere landen, twee
+deelen van Friesland, liggende ter regterzijde van den Rijn, en Karel
+een deel, dat gelegen was aan de linkerzijde der Maas. Bij een nader
+vergelijk tusschen de broeders schijnt geheel Friesland aan Lodewijk
+den Jongere gekomen te zijn. Zijne regering was echter niet van langen
+duur, daar hij in 877 overleed, wordende opgevolgd door zijnen broeder
+Karel den Dikke, die, na den dood van zijnen oom, Karel den Kale, en
+diens zoon Lodewijk den Stamelaar, in 879 gestorven, tot de keizerlijke
+waardigheid werd verheven. Een gedeelte van Friesland werd door den
+Keizer aan Gisla, dochter van Lotharius II, huwende met den Noordschen
+Vorst Godfried, ten bruidschat gegeven, ten einde dezen tot vriend te
+houden; waarom hij zich dan ook in 822 liet doopen. Deze daad kwam den
+Friezen duur te staan, want hij heerschte als een tiran, liet zijne
+onderdanen, zoo als men verhaalt met halsbanden boeijen, om ze bij elk
+gering vergrijp of naar willekeur te doen ophangen, en maakte hen tot
+lastdieren. Eindelijk werd hij ook van kant gemaakt.</p>
+<p>In 880 (anderen stellen 881 en 884) vielen weder de Noormannen met
+eene groote magt eerst in Saksen, daarna in Frankrijk, en het
+tegenwoordig Friesland en Oost-Friesland, met oogmerk alwat Christen
+was uit te roeijen. De Saksen wilden dien woedenden stroom stuiten,
+doch hun leger werd vernield met diens Hertog, drie Bisschoppen, in
+hoedanigheid van geestelijken het leger volgende, en twaalf Graven.
+Verschrikkelijk was hun moorden, branden, plunderen en rooven, terwijl
+zoo hier als <span class="pagenum">[<a id="pb356" href="#pb356" name=
+"pb356">356</a>]</span>elders, landen en volken door die helsche benden
+werden verwoest en geteisterd. Bij hunnen inval in Friesland moesten
+zij het echter ontgelden, want aldaar leden zij de groote nederlaag, in
+onze Kronijk bedoeld. Intusschen kwam het, wat ons Friesland betrof,
+met Lodewijk tot een vergelijk. Daarna hadden zij, bij een inval in de
+Maas, de steden Maastricht, Luik, Tongeren, Keulen, Bonn, Trier, Mentz
+en andere plaatsen verwoest en de inwoners deerlijk mishandeld.</p>
+<p>Karel de Dikke, in &rsquo;t bezit gekomen van het grootste gedeelte
+der Monarchij van Karel den Groote, bezat te beperkte geestvermogens om
+zulk een groot rijk te bestieren. Hij werd zwak en onmagtig, door zijne
+onderdanen verstoten, onttroond en stierf in 888 in armoede en ellende
+te Reichenau. Opgevolgd door Arnulph, die onder de Noormannen te Leuven
+eene ijsselijke slagting aanrigtede, veroverde deze daarna Rome met
+medehulp der Friezen, om aldaar gekroond te worden. Lodewijk, bij zijns
+vaders dood nog geen acht jaren oud, en daarom <i>het Kind</i>
+geheeten, volgde hem in het rijksgebied op, hetwelk echter bestuurd
+werd door Hatto, Aartsbisschop van Mentz, Adalhero, Bisschop van
+Augsburg, en Otto, Hertog van Saksen, zijnde de jonge Vorst onder
+voogdij van Otto en Hatto gesteld. In zijn achttiende jaar stierf
+Lodewijk, ongehuwd en zonder kinderen na te laten, en met hem was het
+geslacht des Grooten Karels, en alzoo de Karolingische stam,
+uitgestorven.</p>
+<p>Over de volgende Vorsten en Regering, den oorsprong van het
+graafschap Holland enz. verwijzen wij den Lezer tot het <i>Friesch
+Jierboeckjen</i>, 1833, &sect; 15 en volgenden. <span class=
+"sc">West.</span> <i>Jaarb. I.</i> 131 volgg.; <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, <span class="sc">F. Sjoerds</span>, en anderen.
+Belangrijk is ook de geschiedenis van den Deen Erik, Rorik of Roruk,
+zoon des Deenschen Konings Heriold, waarvan in de aangehaalde
+Schrijvers omstandig gewag gemaakt wordt; ook <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>, <i>I.</i> 100, 148 enz., voorts bl. 167 over den
+oorsprong van het Graafschap Holland. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb357" href="#pb357" name="pb357">357</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb64" class=
+"pageref">64</a>&mdash;A<sup>o</sup> 850.</p>
+<p><i>De kerk van St. Walburg.</i>&mdash;Verg. de korte beschrijving
+van <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> op &rsquo;t jaar
+850.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb64" class="pageref">64</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 867.</i> In dit jaar werd het Benedictijner klooster
+op het eiland Ameland, &rsquo;t welk &rsquo;s jaars te voren door den
+Heer Haijo van Cammingha, ter plaatse daar de tempel der Godin Foste
+gestaan had, was gesticht, met monniken bevolkt door Odilbaldus XII,
+Bisschop van Utrecht. Uit hoofde echter dit klooster en zijne bewoners
+aanhoudend door de zeeroovers werden geteisterd, is het na verloop van
+bijna derdehalf eeuw onder Ferwerd, in Ferwerderadeel, verplaatst, door
+de godvruchtige Anna van Cammingha, vrouw van Graaf Adolf van
+Fronenberg. Het doel des Stichters was eene kweekschool voor de
+wetenschappen, welke destijds bijzonder door de Benedictijnen werden
+beoefend, aan te leggen. <i>Oudh. en Gest. II.</i> 286; <span class=
+"sc">West.</span> <i>Jaarb. I.</i> 123; <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II.</i> 55, 56, 270, enz.</p>
+<p>In den jare 873 kwam er een ontzettend aantal sprinkhanen over
+Friesland, welke een duim dik waren, met zes vleugelen en zeer sterke
+tanden voorzien. Zij vraten in &eacute;&eacute;n uur alles van het
+veld, zeven &agrave; acht mijlen in den omtrek, en knaagden de takken
+en basten der jonge boomen af. Na eene verschrikkelijke verwoesting,
+dreef de wind hen zeewaarts; toen verdronken zij, doch door den vloed
+werd deze geweldige massa op de oevers geworpen, en veroorzaakte eene
+pestziekte.&mdash;<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II.</i>
+65. <span class="pagenum">[<a id="pb358" href="#pb358" name=
+"pb358">358</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb67" class="pageref">67</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 910.</i> Te regt klaagt de Heer <span class=
+"sc">West.</span> bij den aanvang van het tweede Perk des Jaarboeks,
+als ook de Schrijver van den <i>Tegenwoordige Staat van Friesland</i>,
+over de weinige bijdragen en den schralen oogst, welke de geschiedenis
+van Friesland ons in de tiende en elfde eeuwen oplevert. In dit tijdvak
+zijn bij de Kronijk- en Geschiedschrijvers weinig belangrijke
+bijzonderheden vermeld, en ook onze kronijk deelt er dus weinige
+mede.</p>
+<p>Friesland strekte zich te dien tijd uit van den Sincfal, de plaats
+waar zich de rivier de Maas in zee ontlast, bij Ostende lot aan den
+Wezer.&mdash;Later werd de verdeeling in zeven Zeelanden
+daargestelt.&mdash;Van dezen besloeg ons tegenwoordig Friesland er
+twee, en een deel van het derde Zeeland. <i>Friesch Jierb.</i> 1834,
+&sect; 5; voorts <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb. I.</i> 211, en
+de daar aangehaalde Schrijvers. <span class="sc">Wiarda</span>, <i>Von
+den Landt. d. Fries, b. Upstalsboom, 3 Abschnitt</i>; <i>Meng. Leeuw.
+Cour. 4 Oct. 1831<span class="corr" id="xd20e7420" title=
+"Niet in bron">.</span></i></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb67" class=
+"pageref">67</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 910.</p>
+<p><i>Westerman heeft</i> enz. <span class="sc">Adam Westerman</span>,
+Predikant te Stavoren, heeft in den jare 1635 uitgegeven: <i>Korte
+Beschrijvinge van de oude Anse-stad Stavoren; in welke aangewesen werd
+haren Ouderdom, Opgang, Voortreffelijkheid, Afgang, en tegenwoordigen
+Stand</i>. Eene herdruk daarvan verscheen te Amsterdam in 1684. De
+Schrijver schijnt de kronijken gevolgd te zijn, en niet meer gegeven te
+hebben dan <span class="sc">H. I. Soet</span>, in zijn: <i>Op- en
+Neder-ganck van Stavoren</i>. Verg. <span class="sc">Pars</span>,
+<i>Naamrol van de Batavise en Holl. Schrijvers</i>, bl. 141.
+<span class="pagenum">[<a id="pb359" href="#pb359" name=
+"pb359">359</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb67" class=
+"pageref">67</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 920 en 970.</p>
+<p><i>Koppen van Stavoren&mdash;Okke van Scharl.</i> Het bestaan van de
+schriften van dezen eersten wordt mede betwist. <span class=
+"sc">Suffridus Petri</span><a class="noteref" id="xd20e7469src" href=
+"#xd20e7469" name="xd20e7469src">53</a> zegt, dat hij van Andreas
+Gryphius fragmenten ter leen gehad heeft, door den Priester Cappidus
+van Stavoren zamengesteld, welke hem tot zijne geschriften zeer ten
+dienste hadden gestaan;&mdash;doch ook deze zijne woorden, welke door
+geene latere bewijzen bevestigd zijn, hebben geen geloof kunnen
+vinden,&mdash;even min als zijn verhaal van <span class="sc">Ocko van
+Scharl</span>. Volgens de overlevering hadden de Schriften van zijn
+oudoom Solke, of Carel Solke Forteman, hem de bouwstof geleverd, voor
+zijne bekende Kronijk, welke door Johannes Vlijtarp, Geheimschrijver
+van den laatsten Potestaat, J. Hessel Martena, in de XIV eeuw is
+aangevuld en verbeterd, en daarna door Andreas Cornelis, geboortig van
+Stavoren en Organist te Harlingen, werd overgewerkt, vervolgd en na
+diens dood uitgegeven in den jare 1597 te Leeuwarden, in folio, bij
+Jacob Jansz, doch te Amsterdam gedrukt. Deze kronijk is herdrukt in
+quarto, en te Leeuwarden uitgegeven bij Abraham Ferwerda in 1742. Een
+tweede druk daarvan verscheen bij D. Balk te Workum in 1753, welke
+echter zoo letterlijk, ja stiptelijk met al zijne versierselen gelijk
+is aan den vorige, dat <i>alleen de titel</i> het onderscheid uitmaakt,
+even als met de Leeuwarder en Franeker drukken van <span class=
+"sc">Gysbert Japicx</span> <i>Rijmlerye</i> en de 3 laatste Uitgaven
+onzer Kronijk.</p>
+<p>Vele Schrijvers zijn van gevoelen, dat deze Kronijk geen het minste
+geloof verdient, als gevuld met fabelen en bijgeloovigheden.
+<span class="sc">Emmius</span>, in zijne <i>Refut. Apol.</i>,
+<span class="sc">van Rhyn</span>, op de <i>Oudh. en Gest. I.</i> 51;
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Inleiding voor de Besch. van O.
+<span class="pagenum">[<a id="pb360" href="#pb360" name=
+"pb360">360</a>]</span>en N. Friesland</i>, en anderen beweren dit op
+gelijke gronden; geen gezag aan <span class="sc">Suffridus Petri</span>
+kunnende toekennen. Ook <span class="sc">de Wind</span>, in zijne
+Inleiding voor de <i>Bibliotheek van Nederl. Geschiedschrijvers</i>,
+heeft dit punt met oordeel behandeld. Zijn gevoelen stemt niet dat van
+<span class="sc">Emmius</span> overeen: &raquo;Hoezeer dan ook, zegt
+hij, Andreas Cornelis een handschrift moge voor zich gehad hebben,
+waaruit hij de drie eerste boeken getrokken heeft, is het onbewezen dat
+dit H. S. eene kronijk van O. van Scharl uit de tiende, en van J.
+Vlijtarp uit de veertiende eeuw inhield. Veeleer zal dit H. S. het werk
+geweest zijn van een Schrijver uit het begin der dertiende eeuw, die
+deze fabelen heeft zamengeflanst, in dien tijd, toen bijbel en ware
+geschiedenis in het kleed van een roman moesten gehuld worden, wilde
+men dezelve aanhooren.&rdquo; Wij willen de gronden van den kundigen
+<span class="sc">de Wind</span> wel niet betwisten of wederleggen, als
+hier niet voegende, dan ik kan er evenwel nog niet toe komen, om met
+<span class="sc">Emmius</span> alles weg te redeneren; en zelfs naar
+aanleiding van bovengemeld argument, blijf ik beweren, dat er veel
+waarheid, hoe dan ook in fabelen gehuld, uit deze kronijk en andere
+dergelijke schriften is op te sporen, waarom wij met den geleerden
+<span class="sc">Westendorp</span> gereedelijk instemmen, dat er geene
+voldoende redenen bestaan, de geloofwaardigheid dier oude Schrijvers
+geheel te verwerpen. Zie voorts gem. <i>Biblioth. der Ned.
+Geschiedschrijvers, II.</i> St. p. 223; <span class="sc">Suffr.
+Petri</span>, D. 5. c. 9. en D. 7. c. 4, <i>de Script. Frisiae</i>;
+<span class="sc">Schwartz</span>. <i>Chart. Voorr. II.</i> 67; onze
+Aantt. bl. 286&ndash;288.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb68" class="pageref">68</a>.</p>
+<p><i>Omtrent den jaare</i> 969 <span class="sc">Gosse Ludigman</span>.
+Zie <span class="sc">v. Rhyn&rsquo;s</span> <i>Nabericht</i>, bl. 417
+volgg. V&oacute;&oacute;r het huwelijk van des Potestaats dochter Tet,
+met Sicco, zoon van Graaf Arnout, uit wien de Teilingen en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb361" href="#pb361" name=
+"pb361">361</a>]</span>Brederoden stamden, is, schoon betwist, zeer
+veel te zeggen, hoezeer ook <span class="sc">v. Rhyn</span> eene andere
+uitlegging heeft.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb68" class=
+"pageref">68</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 998.</p>
+<p><i>Het stedeke Uitgong verwoest.</i> De bouwing dezer stad is in de
+hooge oudheid te zoeken, en zij moet in den vroegsten tijd zeer
+belangrijk voor den handel en met eene goede haven voorzien zijn
+geweest; liggende aan het Boerdiep of Middelzee. Na gemelde verwoesting
+weder opgebouwd zijnde, werd zij in 1181 door een hevig en brand
+geteisterd; dan tien jaren daarna werd de gansche stad door de
+Noormannen geplunderd, en te vuur en te zwaard vernield, zoodat met
+haar bestaan ook zelfs die naam voor altoos werd uitgewischt. De
+inwoners schijnen zich metter woon naar Franeker te hebben begeven.
+Hoezeer evenwel Uitgong eene stad of stedeke genoemd werd, vermeent men
+echter, dat het met geene wallen of muren omringd, maar eene open
+plaats geweest is: het had niettemin stads voorregten en het regt van
+Oldermanschap. Wij kunnen over deze belangrijke plaats niet verder
+uitweiden; wie daartoe lust hebbe, leze het <i>Aanhangsel betreffende
+de Oudheden, en voornaamste Gebeurtenissen van Berlikum</i>, achter het
+<i>Tweetal Leerredenen</i> van <span class="sc">Petrus Nota</span>,
+(Franeker, 1781) waarin men alles in een kort bestek bij elkander heeft
+en de Schrijvers vindt aangehaald.</p>
+<p>Omstreeks dezen tijd sneuvelde de Hollandsche Graaf Arnout, in een
+veldslag nabij Schagen in West-Friesland. De Friezen bleven altoos
+weigeren de Graven als hunne Heeren te erkennen. De vermaarde Friesche
+Edelman Adelbold, deelende in de gunst van den Keizer Otto III, werd
+tot Bisschop van Utrecht benoemd. <span class="pagenum">[<a id="pb362"
+href="#pb362" name="pb362">362</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb69" class=
+"pageref">69</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1006&ndash;1010.</p>
+<p><i>Deeden de Noormannen geweldige invallen.</i> De
+geschiedschrijvers vermelden allen, met verschil nogtans van sommige
+omstandigheden, deze invallen en gevechten op de jaren 1009 en 1010, en
+daarmede hield dien geesel ook voor Friesland op: want dit was der
+Noren laatste inval, welke echter nog vele menschenlevens kostte. De
+meerdere uitbreiding van &rsquo;t Christendom, doch ook zwakheid in
+strijdkrachten, zullen hiertoe veel bijgebragt hebben. <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II.</i> 171; <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, <i>II.</i> 135; <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>, <i>II.</i> 7. Deze Schrijver vermeld, een door
+hem uit het Yslandsch overgebragt verhaal, van een inval der Noormannen
+in &rsquo;t jaar 943, voorkomende in de <i>Eglo-Saga</i>, dat is,
+Historie van Egil, hetwelk wij willen overnemen:</p>
+<p><i>Uit</i> <span class="sc">Egils-Saga</span>, <i>Hafniae</i> 1809.
+<i>Cap.</i> 72. <i>Ao.</i> 943.</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="firstpar">&raquo;Ambiorn was dien winter &rsquo;t huis op
+zijn erf (of land); maar omtrent de lente <i>lustede &rsquo;t hem</i>
+om ten krijg (zeeroof) te varen. Hij had veel goede schepen. Hij had
+omtrent de lente drie lange schepen en die alle sterk. Hij had 300 man.
+Hij had bedienden in zijn schip en was zeer wel gescheept. Hij had ook
+menige <i>boeren</i>-zonen met zich. Egill besloot met hem te varen en
+stuurde (beval) een schip. Ook voeren met hem vele van zijne luiden,
+die hij met zich van IJsland genomen had. Een koopschip, dat hij van
+IJsland gehad had, liet hij <i>vlieten</i> Oostwaarts naar Wik, (en)
+nam daartoe mannen om met zijn pakkaadje te varen, en zij, Axinbiorn en
+Egill hielden de lange schepen om me&ecirc; te landen. Zoo dan
+stevenden zij Zuidelijk naar Saxenland, en hier toefden zij tot den
+somer en vingen veel buit, en voor den oogst of herfst keerden zij
+Noordelijk en landden in Friesland. Op zekeren nacht, als het
+we&ecirc;r gunstig <span class="pagenum">[<a id="pb363" href="#pb363"
+name="pb363">363</a>]</span>was, zeilden zij den mond van een rivier
+op. (Want) daar is &rsquo;t kwaad te havenen, en een grooten inham.
+Daar waren landwaart op groote vlakten en.... bosschen dichte bij. Daar
+waren veel plasschen, want het had veel geregend; daar besloten zij op
+(aan land) te gaan, en lieten eenige hunner lieden achter om de schepen
+te bewaren. Zij gingen op midden tusschen de rivier en de bosschen.
+Niet ver van daar was een dorp en daar woonden veel boeren. Het volk
+liep uit het dorp naar &rsquo;t land, wat het mocht, en de roovers
+achter hen. Zij kwamen aan een ander dorp en een derde: de lieden
+vloden al wat zij konden; daar waren velden en groote vlakten; daar
+waren grachten om de landerijen gegraven en stonden in &rsquo;t water,
+en daar waren groote palen in de grachten gezet, daar waren om over te
+gaan bruggen en planken over. Het landvolk vlood in de bosschen; maar
+als de roovers ver in &rsquo;t dorp gekomen waren, zoo trokken de
+Friezen te zamen in de bosschen, en als zij bij de 300 hoofden
+bij&eacute;&eacute;n waren, zoo trokken zij de roovers in &rsquo;t
+gemoet, en geraakten met hen in strijd; en werd daar een groot gevecht,
+tot de Friezen vluchteden, maar de roovers de vluchtenden vervolgden.
+De hoop dorpelingen werd verstrooid, en zoo ging &rsquo;t ook met die
+hen achter na vlogen; en dus bleven er weinige bij een. Egill vloog
+hard achter hen en weinige mannen met hem. De Friezen kwamen daar aan
+een gracht en trokken die over, en namen toen de brug weg. Toen kwam
+Egill aan de andere kant en sprong dadelijk over de brug. Maar dat was
+geen sprong voor een ander, en niemand deed het hem na, en zijn makkers
+snelden naar hunne schepen om hulp te zoeken. En wanneer de Friezen
+zagen, dat &eacute;&eacute;n man daar over was (en niet meer) zoo
+keerden zij om en kwamen op hem aan. Maar hij verdedigde zich, de
+gracht van achteren tot beschutsel. Daar vielen hem elf aan, met dat
+gevolg, dat hij die allen ne&ecirc;rsloeg. Daarna schoof hij de brug en
+kwam over de gracht. Toen, als hij nu zag dat alle naar de schepen
+getrokken waren, hield hij zich dicht bij de bosschen; en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb364" href="#pb364" name="pb364">364</a>]</span>dus
+trok Egill langs de bosschen en zoo naar de schepen, dat hij in
+&rsquo;t hout mocht kunnen wijken zoo &rsquo;t noodig ware. De roovers
+hadden veel slachtvee naar &rsquo;t strand gedreven, en als zij aan de
+schepen kwamen, slachtten sommige die, andere voerden ze te scheep van
+daar; sommige maakten een schildburg. Want de Friezen waren opgekomen
+in groote menigte en schoten op hen. Maar Egill kwam op en hij zag wat
+gebeurde. Daar vloog hij ten snelste op dien hoop, en greep zijn
+slagzwaard met beide handen, en wierp zijn schild op den rug. Hij
+zwaaide zijn zwaard en sloeg op al wat daar voor stond, en maakte zoo
+ruimte onder &rsquo;t volk, dat hij tot de zijnen kwam. Daarna gingen
+zij &rsquo;t scheep en staken van land, en zeilden naar
+Denemarken.&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb70" class=
+"pageref">70</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1064.</p>
+<p><i>Den naam Harns.</i> Over den oorsprong van dezen naam, zie men
+<i>Oudh. en Gest. II.</i> 142. Sommigen leiden dien af van de twee
+adellijke Staten <i>Harliga</i> en <i>Harns</i>, waarbij, of op wier
+grond de aanleg der stad gebouwd was, en welke beide namen, naar tijds
+gewoonte, veel twist veroorzaakten, wie den boventoon behouden zou;
+weer anderen willen dat de Friesche naam <i>Harns</i>, zijn oorsprong
+had in de ligging der plaats aan een uithoek van de Middelzee en de
+Wadden. Vergel. bl. 89 der kronijk.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb71" class="pageref">71</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1096, wanneer Paus Urbanus.</i> Wij laten hier
+volgen een aaneengeschakeld verhaal van <span class="pagenum">[<a id=
+"pb365" href="#pb365" name="pb365">365</a>]</span></p>
+<div class="blockquote">
+<div class="body">
+<div class="div1">
+<h2 class="main">De Kruistogten der Friezen</h2>
+<p class="firstpar"><span class="sc">naar Palestina<a class="noteref"
+id="xd20e7705src" href="#xd20e7705" name=
+"xd20e7705src">54</a>.</span></p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Zoo liet het Voorgeslacht het edel denkvermogen</p>
+<p class="line">Zich rooven; alles lag voor &rsquo;t Bijgeloof
+gebogen:</p>
+<p class="line">Hem staat, met krommen hals, de trotsche
+Huichlarij,</p>
+<p class="line">En, &rsquo;t aangezigt vermomd, Bedrog, zijn vader,
+bij.</p>
+</div>
+<p class="firstpar xd20e7739"><span class="sc">Haller.</span></p>
+<p>In de Europesche geschiedenis maken de kruistogten een
+allerbelangrijkst tijdvak uit. Door dezen werd Europa ontvolkt;
+millioenen vonden in Hongarijen, Griekenland, Syri&euml;, Palestina,
+Egypte, in de Middellandsche zee en onder weg hun graf; door dezen
+schoot het bijgeloof vaste wortelen, werd de Pauselijke stoel verheven
+boven de troonen van wereldlijke regenten, wies het monnikendom door
+blinde gehoorzaamheid aan, en ontstonden te voren onbekende
+<span class="pagenum">[<a id="pb366" href="#pb366" name=
+"pb366">366</a>]</span>orden, kloosters en prachtige kerken; door dezen
+werden onnoemelijke schatten van Europa in Azi&euml; begraven, en
+wereldlijke Vorsten werden, door de verwijdering van magtige vassalen,
+despoten. Daarentegen gaven zij aanleiding dat kunsten en wetenschappen
+van het eene volk tot het andere overgebragt en door Europa verbreid
+werden. In deze Kruistogten hebben ook onze Voorvaderen, de Friezen,
+deel genomen. Daar nu de geschiedenis van de Kruistogten door onze
+historieschrijvers deels onaangeroerd blijft, deels stuksgewijze en
+zonder zamenhang geleverd wordt, zoo veroorloof ik mij, onze lezers in
+deze Bijvoegsels een aaneengeschakeld verhaal te geven.</p>
+<p>Reeds ten jare 637 hadden de Saracenen onder hunnen Kalif Omar I
+zich meester gemaakt van Palestina en de Heilige Stad, en zij bleven
+meer dan vijfthalve eeuw in derzelver rustig bezit. Tegen het einde der
+elfde Eeuw kwam Peter de Kluizenaar, een ondernemende dweeper, te Rome.
+Hij schilderde met krachtige verwen de gruwelijke vervolgingen, die de
+verdrukte Christenen van de Mohamedanen lijden moesten. Een bewegelijke
+brief van Simon, den Patriarch van Jeruzalem, bevestigde zijne reden.
+Paus Urbanus II gaf hem volmagt, om de wereldlijke Vorsten aan te
+moedigen tot de bevrijding des Heiligen Lands uit de handen der
+barbaren.</p>
+<p>Daar liep Peter met het Krucifix in de hand, barrevoets en
+blootshoofds Itali&euml;, Frankrijk en Duitschland af. Zijne dweeperij,
+zijn prediken, de brief des Patriarchs en de Pauselijke Bulle verwekten
+overal dorst naar Turkenbloed. In het jaar 1095 hield <span class=
+"pagenum">[<a id="pb367" href="#pb367" name="pb367">367</a>]</span>de
+Paus, eerst te Piacenza, en in November deszelfden jaars te Clermont in
+Auvergne eene groote kerkvergadering. Na het eindigen eener vurige
+rede, waarin de Paus een Kruistogt had bevolen, riep de ontelbare
+verzamelde menigte uit: &raquo;<i>God wil het, God wil
+het!</i>&rdquo;&mdash;Ridders, die avonturen zochten; monniken, welken
+het klooster te eng, te benaauwd was; verrukte vromen, die met den helm
+op het hoofd en het zwaard in de hand den hemel dachten te verwerven;
+schuldenaars, die zich van hunne schuldeischers wilden ontdoen;
+gaauwdieven en booswichten, die de welverdiende straffen ontliepen;
+straatslijpers, die het omzwerven boven eene eerlijke kostwinning
+verkozen; knechten, die zich van het juk hunner heeren ontsloegen; in
+&eacute;&eacute;n woord, allen, die het zwaard konden voeren, maakten
+zich voor en na gereed tot eenen krijgstogt tegen de Saracenen. Alle
+deze hemelhelden ontvingen, terstond bij hunne <span class="corr" id=
+"xd20e7756" title="Bron: aanwer-een ving,">aanwerving, een</span> klein
+kruis, dat zij op den schouder vastmaakten. Aan dit kruis kon, een
+ieder zijnen landgenoot kennen<a class="noteref" id="xd20e7759src"
+href="#xd20e7759" name="xd20e7759src">55</a>. Naar hetzelve werden de
+soldaten Kruisbroeders<a id="xd20e7774" name="xd20e7774"></a>, en deze
+togten Kruistogten of ook heilige Krijgstogten genoemd.</p>
+<p>Er werd dan tot een heiligen krijgstogt besloten en een leger van
+300,000 man onder verschillende hoofden bijeengebragt. Een Fransch
+Ridder, Walter (Gautier), trok met 20,000 man vooruit. Deze
+<span class="pagenum">[<a id="pb368" href="#pb368" name=
+"pb368">368</a>]</span>Christelijke barbaren pleegden in Bulgari&euml;n
+met moorden en stelen grooten moedwil; waarom de Bulgaren zich
+vereenigden en schier deze gansche voorhoede nedersabelden. Peter de
+Kluizenaar voerde zelf 20,000 man aan en volgde Wouter. Het ging hem
+echter in Hongarije en Bulgari&euml;n niet veel beter. Hij kwam evenwel
+met het gering overschot zijner troepen in Konstantinopel aan. Nog een
+ander leger, dat op 200,000 man geschat wordt, en uit Duitschers,
+Franschen en Engelschen bestond, leed buitengewoon veel door het zwaard
+der Hongaren en meer nog door den honger en het gebrek. Een andere hoop
+scheepte zich in, en kwam door de Middellandsche zee in Syri&euml;.
+Godfried van Bouillon voerde 80,000 Duitschers aan, en trok met dezen
+naar Philopolis. In het jaar 1097 vereenigde zich het gansche
+Christenleger, dat door eenige Schrijvers op 500,000 voetknechten en
+130,000 ruiters wordt geschat, te Chalcedon. Nu vingen de Christenen
+hunne ondernemingen tegen de Saracenen en Turken aan. Zij veroverden
+Nicea, Antiochi&euml;, Cesarea en eindelijk in 1099 ook stormenderhand
+Jeruzalem, alwaar Godfried van Bouillon, Hertog van Neder-Lotharingen
+tot Koning van Jeruzalem werd uitgeroepen.</p>
+<p>In dezen eersten Kruistogt hebben ook de Friezen deel genomen. Zij
+zijn om Frankrijk, Spanje en Itali&euml; henen naar Palestina gezeild.
+De jaarboekschrijvers noemen ons de voornaamste Edellieden, die den
+togt mede ondernomen hebben, als Tjepke Forteman, Jarich Ludinga, Epo
+Hartman, Igo Galama, Feico Botnia, Eelco en Sicco Liauckama, en Ubbo
+Harmana. Bij de belegering van Nicea zijn Hartman en Forteman, de
+laatste van zijn geslacht, gesneuveld. Eelco Liauckama zoude zich
+bijzonder onderscheiden hebben. Hij was Generaal over 3000 man
+ruiterij, en werd eerst tot bevelhebber van Nicea aangesteld, doch ging
+daarna, ontevreden over zijnen werkeloozen toestand, verder in
+Palestina in garnizoen.</p>
+<p>Harmana en Galama zijn in een veldslag,&mdash;en Eelco Liauckama en
+Botnia bij de verovering van Jeruzalem zwaar gewond geworden. Na hunne
+herstelling <span class="pagenum">[<a id="pb369" href="#pb369" name=
+"pb369">369</a>]</span>zijn deze beiden eindelijk door Koning Godfried
+tot ridder geslagen. Naderhand zijn nog verscheiden Friesche
+Edellieden, Homminga, Roorda, Cammingha en Ockinga naar Palestina
+getogen, en hebben onder Boudewijn, den tweeden Koning van Jeruzalem,
+lauweren bevochten tegen de Saracenen. Daardoor stonden zij bij den
+Koning en de voornaamste Hoofden van het Rijk in bijzondere
+hoogachting. De faam hunner heldendaden drong gansch Europa door, en de
+Koning wilde hen noode ontslaan uit zijne dienst. Hij geleidde hen in
+persoon met honderd ruiters naar Jaffa, alwaar zij zich inscheepten, en
+over Veneti&euml;n en Rome den 15 December 1106 in goeden welstand in
+Friesland terugkwamen. Zij werden door hunne vrienden in plegtigen
+optogt, met kruis en vanen, onder gejuich en blijdschap ontvangen. In
+dit jaar zijn de meeste Friezen weder teruggekomen.</p>
+<p>Watze Herama, vroeger teruggehouden door de ziekte van zijnen
+reisgenoot Roorda om naar Palestina te reizen, schijnt in den jare 1119
+met dezen en andere Friesche Edelen, als Harmana, Homminga, Ockinga en
+Cammingha, over Veneti&euml;n en Jaffa den togt te hebben aangenomen.
+Zij streden in 1120 dapper, dan dit gevecht viel voor hen nadeelig uit.
+Herama en Homminga werden verslagen. Koning Boudewijn met de Edelen,
+waaronder ook Cammingha en Ockinga vielen den Parthen in handen; Roorda
+en Harmana werden zwaar gewond, doch ook weder genezen en de gevangenen
+uitgewisseld.</p>
+<p>In het jaar 1145 liet Paus Eugenius III door den heiligen Bernard op
+nieuw het Kruis prediken. Keizer Koenraad en Lodewijk VII van Frankrijk
+namen zelven het Kruis aan. De togt werd in 1147 aangevangen, doch
+liep, voornamelijk door de trouwloosheid des Oosterschen Keizers
+Manuel, ongelukkig af. Na vruchtelooze belegering der stad Damascus,
+trok het geringe overschot des Christen-legers weder huiswaarts.</p>
+<p>Dezen tweeden heiligen krijg schijnen de Friezen niet mede
+bijgewoond te hebben. De Paus echter <span class="pagenum">[<a id=
+"pb370" href="#pb370" name="pb370">370</a>]</span>beval eenen dubbelen
+Kruistogt ten zelfden tijde (1149): eenen naar Spanje om de Saracenen
+te verdrijven, en een&rsquo; anderen tegen de ongeloovige Sclaven aan
+de Oostzee. Tot beide Kruistogten hebben zich voornamelijk de
+Westfalingers, Friezen en Hollanders laten gebruiken.</p>
+<p>Helmold<span class="corr" id="xd20e7797" title=
+"Niet in bron">,</span> een geschiedschrijver, die omtrent dezen tijd
+leefde, laat eenen Frieschen Priester Gerlaf toen de Sclaven de Friezen
+ingesloten hadden, aldus aanspreken:</p>
+<p>&raquo;<i lang="la">Nescitis apud Slavos nulla gens detestabilior
+Fresis? Sane foetet eis odor noster.</i>&rdquo;</p>
+<p>&raquo;Weet gij niet dat bij de Slavoniers geen volk zoo zeer
+verfoeid wordt als de Friezen? Zij mogen ons waarlijk niet eenmaal
+rieken<a class="noteref" id="xd20e7807src" href="#xd20e7807" name=
+"xd20e7807src">56</a>.&rdquo; Een duidelijk bewijs, dat de Friezen met
+de Sclaven wakker aan den slag geweest zijn.</p>
+<p>Intusschen werd de toestand der Christenen in het Oosten van tijd
+tot tijd moeijelijker en gevaarlijker. De Sultan Saladin, deze om zijne
+grootmoedigheid in de geschiedenis zoo bekende Vorst, veroverde ten
+jare 1187 eindelijk Jeruzalem, en maakte een einde aan het Koningrijk,
+dat 88 jaren bestaan had. Nu maakte de Paus een gruwelijk alarm, en
+bewoog den Keizer Frederik Roodbaard (Barbarossa), Koning Filips II
+(Philippus Augustus) van Frankrijk en Richard I (Leeuwenhart) van
+Engeland om nog eenen Kruistogt te wagen. In 1189 brak het heirleger
+op. De Friezen en Denen rustten 50 schepen uit, vereenigden zich met de
+Hollanders en Vlamingen, hielden hier en daar in Spanje aan, geraakten
+aldaar slaags met de Saracenen, voegden zich nabij Sicili&euml;
+<span class="pagenum">[<a id="pb371" href="#pb371" name=
+"pb371">371</a>]</span>bij de Italiaansche vloot, en kwamen eindelijk
+te Ptolomais (toen Acre genoemd) aan.</p>
+<p>Ook in dezen krijgstogt, in welken de Keizer door een toeval het
+leven verloor, rigtten de Christenen niets verder uit, dan dat zij
+Ptolomais veroverden. Niettegenstaande dezen ongelukkigen uitslag, liet
+de Paus Coelestinus in 1197 op nieuw het Kruis prediken. De Friezen
+namen met de Denen en die van Lubek en Bremen hunnen gewonen weg om
+Spanje, voegden zich op Cyprus bij het hoofdleger en landden weder te
+Ptolomais. Ook op dezen togt maakten de Christenen geene de minste
+verovering. Zij sloten evenwel met Saladin eenen wapenstilstand voor 6
+jaren.</p>
+<p>Ten jare 1199 keerden de heilige krijgers, die in 1189 en 1197 zich
+op reis begeven hadden, voor zooverre zij waren overgebleven, tot de
+hunnen terug.</p>
+<p>Zekerlijk kwamen deze Kruisvaarders vermagerd, hongerig en met
+ledige handen huiswaarts; doch, gelijk vermeld wordt, had de generaal
+der Friezen, Hartwijck, Aartsbisschop van Bremen, eenige beenderen der
+Heilige Anna, en het zwaard, waarmede Petrus het oor van Malchus had
+afgehouwen, medegebragt<a class="noteref" id="xd20e7849src" href=
+"#xd20e7849" name="xd20e7849src">57</a>.</p>
+<p>Het tijdstip, &rsquo;t welk ik thans nader, is voor ons des te
+belangrijker, omdat de voornaamste feiten meestendeels door
+gelijktijdige schrijvers en door bewijzen gestaafd worden. De Pausen
+moedigden de wereldlijke Vorsten, toen de met Saladin geslotene
+wapenstilstand ten einde liep, tot eenen nieuwen Kruistogt aan; doch
+wegens de ongelukkige gevolgen der vorigen, bleef alles bij vrome
+wenschen. Eindelijk was Paus Innocentius III zoo gelukkig, dat op eene
+door hem in 1215 belegde kerk vergadering tot <span class=
+"pagenum">[<a id="pb372" href="#pb372" name="pb372">372</a>]</span>een
+nieuwen Kruistogt besloten werd. Hierop beval de Paus allen
+Bisschoppen, in hunne kerspelen het Kruis te laten prediken. De
+Aartsbisschop van Keulen zond den Keulschen Leeraar Olivier<a class=
+"noteref" id="xd20e7862src" href="#xd20e7862" name=
+"xd20e7862src">58</a> met bijzondere aanbevelingsbrieven van den Paus
+naar Friesland. Deze predikte zelf het Kruis, en gaf aan eene menigte
+Vicarien door het geheele land volmagt, om in zijne afwezigheid aflaten
+te schenken en rekruten voor den heiligen krijg aan te werven. Hij liet
+in de kerken uitgeholde, van boven met ijzer beslagene blokken
+nederzetten, opdat ieder door eene daarin zich bevindende opening zijne
+bijdragen tot bevordering der krijgstoerusting mogte storten. Het
+prediken van Olivier had eenen buitengemeenen indruk gemaakt bij de
+Friezen, zoodat een ongeloofelijk aantal het Kruis aannam. Zij schijnen
+echter met de toebereidselen tot den optogt zich niet zoozeer gehaast
+te hebben; ten minste herinnerde Olivier hun in eenen brief van den
+jare 1216, dat, de Denen, Bremers en Keulenaars reeds eene groote vloot
+uitrusteden, het ook tijd werd hunne schepen te bemannen.</p>
+<p>Ook in dezen tijd had de geestvervoering tot overwinning van
+&rsquo;t Heilige Land zulk eene algemeene werking, dat duizenden van
+kinders naar de zeeplaatsen liepen, om ook deel aan den strijd te
+nemen, en hoewel door hunne ouders opgesloten, wisten zij hunne
+gevangenis te ontkomen op allerlei wijzen, zonder dat de meesten daarna
+immer zijn teruggekeerd. Zeker Schrijver<a class="noteref" id=
+"xd20e7882src" href="#xd20e7882" name="xd20e7882src">59</a> verhaalt er
+&rsquo;t volgende van: &raquo;In <span class="pagenum">[<a id="pb373"
+href="#pb373" name="pb373">373</a>]</span>&rsquo;t jaar 1211 vereenigde
+zich een groot aantal kinderen (men geeft het op voor 90,000), onder
+aanvoering van een&rsquo; ouderen knaap, met het voornemen het Beloofde
+Land weder te veroveren. De meesten kwamen uit Duitschland en wandelden
+blijde naar Genua. Hier ondervonden zij echter uit onbekendheid, waar
+eigenlijk het Beloofde Land lag, onoverkomelijke hinderpalen, om hunne
+avontuurlijke onderneming verder ten uitvoer te brengen. Te Marseille
+kwamen 30,000; een deel daarvan stierf van ellende, een deel werd
+vermoord en de overigen als slaven aan de Saracenen
+verkocht.&rdquo;</p>
+<p>De Hertog Leopold van Oostenrijk, Boudewijn van Vlaanderen, Lodewijk
+van Savoijen, benevens verschillende Bisschoppen en Graven vereenigden
+zich met den Koning Andreas van Hongarije en trokken te land naar
+Palestina. Daarentegen scheepten de Graaf van Holland (Willem I) en de
+Graaf van Wieden met de overigen zich op de Maas in, en stevenden door
+de Middellandsche Zee naar Ptolomais, alwaar de verzamelplaats der
+Kruisvaarders was. De Friezen behoorden tot de vloot des Graven van
+Holland. Deze geheele reis tot op de aankomst in Ptolomais is van eenen
+Kruisbroeder<a class="noteref" id="xd20e7911src" href="#xd20e7911"
+name="xd20e7911src">60</a>, die den togt mede heeft gemaakt,
+naauwkeurig beschreven geworden. Het reisverhaal daarvan is te vinden
+in <span class="sc">Emo&rsquo;s</span> <i>Chronicon</i> (p.
+16&ndash;35), waaruit ik het volgende overneem:</p>
+<p>&raquo;Op het einde van Mei 1217 ligtten de Friezen in den
+Lauwerstroom de ankers, en staken met groote schepen, die zij Koggen
+noemden, uit den stroom in zee. Onder Engeland ontmoetten zij eene
+groote vloot, onder bevel der Graven van Holland en Wieden<a class=
+"noteref" id="xd20e7934src" href="#xd20e7934" name=
+"xd20e7934src">61</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb374" href=
+"#pb374" name="pb374">374</a>]</span>Hier werden het plan des geheelen
+togts en wetten ontworpen, waaraan een iegelijk moest gehoorzaam zijn.
+De Graaf van Holland<a class="noteref" id="xd20e7961src" href=
+"#xd20e7961" name="xd20e7961src">62</a> werd tot eersten Admiraal der
+gansche vloot benoemd, die in twee afdeelingen afzeilde. De eene werd
+door den Graaf van Holland zelven, de andere door dien van Wieden
+aangevoerd, en de Friesche schepen behoorden onder het smaldeel des
+Graven van Holland.</p>
+<p>Eerst kwamen zij in de havens van St. Mattheus en vervolgens te Faro
+(of Ferrol), eene stad in Gallicie, aan. De Kruisbroeders ontscheepten
+zich hier, en gingen te voet in bedevaart naar St. Jacob van
+Compostella. Hier bezochten zij de heilige overblijfsels
+(reliqui&euml;n) des Apostels, en bragten hem hunne offers. Toen zij
+weder scheep gegaan waren, voeren zij eerst wegens tegenwind
+noordwaarts af, en laveerden eindelijk met veel moeite naar Portugal;
+zij ankerden voor Salerno, lieten zich daar van den <span class=
+"pagenum">[<a id="pb375" href="#pb375" name="pb375">375</a>]</span>Abt
+te Alkubar vele wonderen en avonturen verhalen, en voeren na eenige
+dagen den Taag op, totdat zij eindelijk te Lissabon aanlandden. De daar
+aanwezige Bisschop wendde al de kunsten zijner welsprekendheid aan, om
+het Kruisheir te bewegen tot het verdrijven der Saracenen uit Spanje.
+Door verdelging dezer barbaren, zoo sprak hij, zouden de Christenen God
+dezelfde dienst bewijzen, als wanneer zij, Hem ter eere, in Palestina
+hunne handen in Saracenen-bloed wieschen. Sommigen lieten zich
+begoochelen, en bleven met hunne schepen in de haven van Lissabon
+liggen. De meeste Kruisvaarders echter en inzonderheid de Friezen
+lieten zich van hun voornemen, om in het Heilige Land veroveringen te
+maken, niet aftrekken. Zij ligtten vervolgens wederom het anker, en
+voeren het gebergte St. Vincent om. Door hevigen storm moesten zij de
+haven St. Maria binnenloopen. Deze was eene wel versterkte stad,
+waarvan de hooge muren zoo dik waren, dat boven op dezelve twee ruiters
+elkander konden voorbij rijden. Het leger was onderling niet eens, of
+men de stad aantasten, dan wel met den eersten gunstigen wind weder
+onder zeil gaan zoude. Toevallig vertoonden zich vele Saracenen voor de
+stad<span class="corr" id="xd20e7983" title="Niet in bron">.</span> De
+Friezen hieven een lofzang (Hymnus) aan, vielen op den vijand in, en
+drongen hem binnen de stad terug. In de schemering zag een Fries eenen
+Saraceen, die zich door middel van een koord van den muur liet
+afzakken. Deze gelegenheid maakte hij zich ten nutte: hij doodde den
+Saraceen en steeg naar boven. Als hij nu met dat touw velen zijner
+makkers had opgetrokken, plantten zij een krijgsvaan boven op den muur:
+deze koene strijders drongen vooruit tot aan de poort. De wacht, die
+zich daar bevond, werd op het gezigt der Christenen door eene
+plotselijke schrik bevangen, geraakte in wanorde, en kon niet beletten
+dat de poort geopend werd. Het gansche leger drong binnen, en zoo werd
+de stad veroverd, en nu rigteden de Christenen een groot bloedbad aan,
+plunderden alles wat hen voorkwam, en staken tot afscheid de stad in
+brand.</p>
+<p>Vele Kruisbroeders, waarschijnlijk dweepzieke monniken, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb376" href="#pb376" name=
+"pb376">376</a>]</span>hebben in de wolken het beeld der heilige Maria
+gezien, welke over het geluk en de gedragingen der Christenen met
+welbehagen glimlachte. De Priesters hadden moeten doen zien, dat de
+heilige maagd tranen stortte over deze Christelijke barbaren!&mdash;Dit
+geschiedde den 1 Augustus:&mdash;twee volle maanden hadden dus onze
+Friezen reeds rondgezworven. Des anderen daags ligtten zij wederom de
+ankers, voeren digt onder de Spaansche kusten langs, en landden te
+Roden. Het gerucht van den gruwel der verwoesting in St. Maria was
+reeds tot hier doorgedrongen. De bevreesde Saracenen hadden de stad
+verlaten; de Christenen trokken de ontvolkte stad binnen, plunderden
+dezelve, volgens loffelijke gewoonte, uit, en legden haar in de assche.
+Eenige Christenen hadden zich op de bij de stad liggende wijnbergen
+verspreid, in de hoop van ook daar nog eenigen buit te behalen; maar de
+Saracenen lagen daar in sluipholen verborgen, kwamen onverwacht te
+voorschijn, en vermoordden allen, die zich niet met de vlugt tot aan de
+haven redden konden. Daarop gingen de Christenen naar Kadix, en ook
+deze reeds destijds rijke stad was van de Saracenen verlaten. De
+Kruisvaarders sloopten eene bij uitstek kostbare moskee tot den grond
+toe, plunderden de stad en de omliggende landhuizen uit, en namen, van
+roof verzadigd, het vroom besluit, deze prachtige stad door het vuur te
+verwoesten.</p>
+<p>Nu rigteden de Christelijke zeeroovers hunne koers naar de straat
+van Gibraltar. Een zware storm uit het Oosten belette hun de doorvaart,
+en verstrooide de vloot; 86 schepen, waaronder die der Friezen, liepen
+in de havens van Sevila aan den mond der Guadalquivir binnen. Drie
+dagen daarna liepen zij uit met eenen gunstigen wind, geraakten
+gelukkig door de straat, verzeilden op den vierden dag daaraan uit
+onkunde naar het eiland Ivica, en kwamen na eenige dagen te Tortoso aan
+den mond van den Ebro. Zij gingen aan land om versch water in te nemen,
+bleven hier twee dagen, en stevenden naar Barcelona, waar zij
+verscheiden schepen <span class="pagenum">[<a id="pb377" href="#pb377"
+name="pb377">377</a>]</span>hunner door den storm verstrooide vloot
+aantroffen. In de haven van den H. Felicianus (St. Felice de Guixolis)
+in Cataloni&euml; vonden zij het overschot derzelve weder.</p>
+<p>De vloot ging weder onder zeil, en ankerde in de haven van St.
+Mardrianus omtrent Marseille. Nu hielden zij zich digt langs de kusten
+van Frankrijk en daarna van Itali&euml;, voeren Nizza, Pisa, Genua,
+Livorno en andere steden voorbij, en kwamen eindelijk te Piombino in
+Toskanen. In Piombino vertoefden zij 8 dagen, en rigtten nu hunnen
+koers naar Messina op Sicili&euml;; dan storm en tegenwind dwongen hen
+om naar Civita Vecchia te zeilen. Daar het jaargetijde zoo verre was
+verloopen, besloot men hier de winter kwartieren te betrekken, want het
+was reeds 9 October toen de vloot in de haven van voornoemde stad voor
+anker kwam. Vijftehalve maand had dus de vloot van huis af naar
+Itali&euml; te zoek gebragt. Zulk een lange tijd kan ons niet
+bevreemden, als men denkt, dat de vloot geenszins de volle zee, maar
+altijd de kusten gehouden, en in vele havens vertoefd heeft.
+Ondertusschen was de haven van Civita Vecchia niet ruim genoeg om de
+schepen allen te bevatten, weshalve zich eenigen van de vloot
+afscheidden. 18 Friesche bodems liepen de haven van Corneto binnen,
+alwaar zij op uitdrukkelijken last van Paus Honorius III, inzonderheid
+omdat zij in Spanje zoo dapper gestreden, zoo vele Saracenen onthalsd
+en steden verwoest hadden, heerlijk onthaald werden; ja, de Paus had
+zoo veel met hen op, dat hij hun tweemalen de Veronica (het in den
+Zweetdoek afgedrukte gelaat des Heilands) liet zien. Tot den 21 Maart
+1218 lagen de Friezen daar in de winterkwartieren. Bij hun vertrek
+werden zij door de gezamenlijke ingezetenen met 158 vanen in heiligen
+optogt tot aan de schepen begeleid. Zeer velen uit deze stad en het
+omliggende land, van Viterbo, Si&egrave;na, Vetralla enz. scheepten
+zich met 40 vanen met de Friezen in. De bevelhebber van Corneto liet
+bij den aftogt het volk eenen kring maken, plaatste zich in het midden,
+en <span class="pagenum">[<a id="pb378" href="#pb378" name=
+"pb378">378</a>]</span>hield eene aanspraak, waarin hij de dapperheid
+der Friezen roemde, en hun zijne mede vertrekkende landslieden
+hartelijk aanbeval. Na het eindigen zijner rede overhandigde hij den
+Friezen een Krijgsvaan, ten teeken des opperbevels over de
+medetrekkende Italianen. Nu gingen zij aan boord, en vereenigden zich
+met de van Civita Vecchia uitgeloopen vloot. Na eenige, hoewel niet
+belangrijke tegenheden, landden zij te Sijracuze aan, waar zij den
+palmzondag vierden. Onder Creta leden zij eenen zwaren storm, die de
+vloot verstrooide, doch de meeste schepen liepen daar eene haven in.
+Zij zeilden vervolgens Cnidus, Rhodus en Cyprus voorbij, en kwamen
+eindelijk, den 26 April 1218, te Ptolomais aan.</p>
+<p>In deze haven vonden zij Johannes, Koning van Jeruzalem, Andreas,
+Koning van Hongarijen, den Koning van Cyprus, de Hertogen van
+Oostenrijk en Beijeren en andere groote Heeren met het geheele
+Christen-leger, hetwelk men op 80,000 man berekende. Ondertusschen
+hadden die Kruisvaarders, welke zich door de reden des Bisschops hadden
+laten overhalen in Lissabon te blijven, op de Saracenen in Portugal
+eenige veroveringen gemaakt; doch op bevel van den Paus zijn zij van
+daar opgebroken, en onder aanvoering van Graaf Willem van Holland met
+eenen gunstigen wind, nog vroeger dan hunne voormalige togtgenooten, te
+Ptolomais, de verzamelplaats van dezen Kruistogt, aangekomen.</p>
+<p>Het thans weder vereenigde leger maakte het volgende plan: Damiate,
+de sleutel van Egypte, zoude veroverd worden, dan ware het den
+Christenen gemakkelijk Cairo en Alexandri&euml; den ongeloovigen te
+ontrukken<span class="corr" id="xd20e8002" title=
+"Niet in bron">.</span> Wanneer op deze wijze Egypte in handen der
+Christenen viel, zoo kon men den ongeloovigen in <span class="corr" id=
+"xd20e8005" title="Bron: Syrie">Syri&euml;</span> en Palestina de pas
+van Egypte, van waar zij toevoer en rekruten ontvingen, afsnijden, en
+zoo moesten dan Syri&euml; en Palestina zich van zelf overgeven.
+<i lang="la">Sed homo proponit; Deus disponit!</i>&mdash;&raquo;Doch de
+mensch maakt plannen; God beschikt!&rdquo;</p>
+<p>Ingevolge dit plan ligtte de vloot het anker, en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb379" href="#pb379" name=
+"pb379">379</a>]</span>stevende in 3 dagen naar Egypte. Met zeer veel
+moeite liep zij den Nijl in, waar toen de manschap niet ver van Damiate
+aan land stapte. Hier vertoonden zich vele Saraceensche ruiters aan het
+strand, hetzij om de ontscheping te beletten, hetzij om de Christenen
+te verkennen. Een gespierde Fries met breede schouders zwaaide zijne
+lans, en daagde den eersten den besten Muzelman uit; eene gewoonte, die
+sedert Goliath&rsquo;s tijd en nog vroeger zich tot nu toe had staande
+gehouden. Een Saraceensch ruiter reed voor, maar werd oogenblikkelijk
+door den uitdager uit den zadel geligt en afgemaakt<a class="noteref"
+id="xd20e8015src" href="#xd20e8015" name="xd20e8015src">63</a>. De
+Saracenen beschouwden <span class="pagenum">[<a id="pb380" href=
+"#pb380" name="pb380">380</a>]</span>dit als een kwaad voorteeken, en
+trokken in de stad terug. Diamiate was eene voor dien tijd bijzonder
+sterke stad; zij was met eenen driedubbelden muur, de een hooger dan de
+ander, omgeven; digt langs den muur liep de Nijl met een&rsquo; krommen
+arm om dezelve. Op de zijde der stad lag de voorstad, welke door
+een&rsquo; sterken toren gedekt werd. Dezen toren kon men niet naderen,
+daar zij op een eilandje stond, welks geheele oppervlakte door den voet
+des torens werd beslagen, zoodat de toren uit het water scheen op te
+rijzen. Tusschen dezen en eenen anderen even zoo gelegenen, ofschoon
+kleineren toren, lag de haven, en van beide torens was eene zware keten
+gespannen, om de haven te sluiten. Nadat men eenige vruchtelooze
+aanvallen op de stad en den toren had gedaan, vonden de Duitschers uit
+het Bisdom Keulen een kunstig werktuig uit, waarmede zij den toren
+dachten te veroveren; doch ook dit mislukte.</p>
+<p>De Zomer liep reeds ten einde, zoodat men aan de verovering der stad
+begon te wanhopen. In dezen hagchelijken toestand kwamen de Friezen op
+eenen bij zonderen inval. Zij klampten twee hunner grootste schepen aan
+elkander, welke naar &eacute;&eacute;n breed schip geleken: op deze
+beide schepen maakten zij vier sterke masten in een vierkant vast.
+Tusschen deze masten rigtten zij een houten bolwerk op, dat zij met
+sterke kruisgewijze gelegde balken <span class="pagenum">[<a id="pb381"
+href="#pb381" name="pb381">381</a>]</span>verzorgden, en van buiten met
+natte koehuiden overtrokken. Boven op het bolwerk hadden zij lange
+ladders, die zij op den toren werpen en waarmede zij dan deszelfs
+platte oppervlakte bereiken konden. Vervolgens sloegen zij op een ander
+schip een lager bolwerk op met naar buiten vallende bruggen, om aan den
+voet des torens te komen, en met deze beide werktuigen voeren de
+Christenen tot aan den toren. De Saracenen benaauwden de belegeraars
+met hunne pijlen, die zij van boven van den toren afschoten, en met het
+Grieksche vuur, dat echter door de natte koehuiden weinig werking kon
+doen. Gedurende dit gevecht lagen de Patriarch en gezamenlijke
+Geestelijken op de knie&euml;n, hieven de gevouwene handen ten hemel,
+en riepen God, doch inzonderheid Maria en St. Bartholomeus (het was
+juist Bartholomeus-dag) om hulpe aan. Eindelijk gelukte het den
+Christenen uit het bovenste bolwerk ladders op den toren te werpen.
+Hendrik, een Luikenaar, en Haije, een Fries van Fivelingo uit
+Groningerland, waren de eersten, die den toren beklommen. De eerste had
+eene zware kolf en de laatste een ijzeren dorschvlegel, die met ijzeren
+ringen aan elkander gezet en versterkt was, in de hand. Elke slag gold
+eenen gekneusden kop, ontwrichten arm of stukken geslagen beenen; zoo
+maaiden zij regts en links om zich henen, en maakten ruimte voor hunne
+makkers. De Saracenen, die van boven van den toren naar beneden
+gedrongen waren, wierpen Grieksch vuur uit, waardoor de Christenen zoo
+bestookt werden, dat zij den toren weder moesten verlaten. Daar evenwel
+de vijand ook den toren verlaten had, zoo kreeg het andere schip met
+het lage bolwerk lucht. Men wierp de bruggen uit, en naderde den toren
+van onderen. Als zij nu met alle magt op de poort aanvielen om die met
+geweld te doen bezwijken, gaven de Saracenen den toren bij verdrag
+over. Eenige buitenlandsche Schrijvers voegen hierbij, dat het groote
+schip van voren met eene sterke ijzeren zaag is voorzien geweest, en
+dat de ketting, door tegen haar <span class="pagenum">[<a id="pb382"
+href="#pb382" name="pb382">382</a>]</span>met volle zeilen aan te
+varen, is gesprongen<a class="noteref" id="xd20e8052src" href=
+"#xd20e8052" name="xd20e8052src">64</a>.</p>
+<p>Toen de Christenen den toren hadden, werd ook spoedig daarop de
+voorstad bemagtigd; doch de stad zelve konden zij nog niet bemeesteren,
+omdat zij bestendig uit het leger des Sultans Meleddin<a class=
+"noteref" id="xd20e8072src" href="#xd20e8072" name=
+"xd20e8072src">65</a> toevoer en ondersteuning ontving<span class=
+"corr" id="xd20e8079" title="Niet in bron">.</span> Het Christen-leger
+had ook veel te lijden van overstrooming des Nijls, waarom vast- en
+biddagen werden ingesteld. Toen de Nijl naderhand binnen zijne oevers
+terug trad, vernielden de Duitsche Kruisbroeders eene schipbrug, over
+welke de belegerden toevoer ontvingen uit het Saraceensch
+leger<span class="corr" id="xd20e8082" title="Niet in bron">.</span>
+Toen wies der Christenen moed; zij wierpen zich tusschen het leger des
+Sultans en de stad, en vielen hem eindelijk nu eens gelukkig, dan eens
+ongelukkig, zelfs in zijn leger aan. De Sultan werd deze kwellingen
+eindelijk moede, en bood den Christenen het vrije bezit van Palestina,
+het kruis des Heilands, het ontslag der Christen-gevangenen en een
+eeuwigen vrede aan. Het Kruisleger en vooral de Duitschers en Franschen
+lieten zich het aanbod gaarne welgevallen, maar de Pauselijke Legaat
+protesteerde en verlangde de geheele uitroeijing der Saracenen en
+Turken. Deze zielenherders kregen eindelijk bij de Christelijke schapen
+gehoor, men vocht nog een tijdlang met de ongeloovigen, en bereikte ten
+laatste, op het einde van Aug. 1219, door bemagtiging van Damiate,
+<span class="pagenum">[<a id="pb383" href="#pb383" name=
+"pb383">383</a>]</span>welke stad schier geheel door de pest was
+uitgestorven, het eerste gedeelte hunner wenschen. Natuurlijk viel hier
+in deze rijke en weleer volkrijke stad weder kostelijken buit te maken,
+dien de Christenen eerlijk onder elkander verdeelden.</p>
+<p>Toen Damiate was overgegaan, trok de Sultan naar Cairo terug. Men
+hield zich wederzijds langen tijd in dit en het volgende jaar stil,
+doch eindelijk beval de Paus tegen den zin der meeste Christenen en
+zelfs van Koning Johannes den vijand te vervolgen. Dit bevel kwam ter
+kwader uur, daar de Nijl overstroomde, en groote verwoesting in het
+Christenleger aanrigtte. Nu zagen zich de Christenen genoodzaakt met de
+ongeloovigen vrede te sluiten. De vredesvoorwaarden waren deze: de
+gevangenen zouden van wederzijden vrijgelaten worden; de Christenen
+moesten Damiate ontruimen, en de Sultan moest hun het te voren door
+Saladin veroverde Kruis des Heeren uitleveren. Deze was de eindelijke
+vrucht des ganschen togts, want in Aug. 1221 werd Damiate weder
+overgegeven. Zoo was dan wederom alles verloren, en de Christenen
+trokken weder huiswaarts.&rdquo;</p>
+<p>Ik kan niet voorbij hier nog aan te voeren dat de bovengemelde
+Olivier dezen Kruistogt in persoon heeft bijgewoond. Misschien is hij
+zelf de vervaardiger van het Itinerarium (Reisverhaal) geweest. Uit het
+leger voor Damiate heeft hij een brief aan de Abten, Prelaten en
+Burgemeesteren (Consuls) in Friesland geschreven. Ik neem hier het
+volgende uit over, dat den Friezen tot eer verstrekt:</p>
+<p>&raquo;De Zegepraler in Isra&euml;l, van wien alle goede gaven en
+volmaakte giften afdalen, heeft uw vroom en in de moeijelijkheden der
+vreemdelingschap volhardend volk op aarde groot gemaakt, bereidende hun
+een&rsquo; triomfwagen, als hebbende eene eeuwige belooning bij
+tijdelijken roem verdiend, dewelke zij nooit zullen verliezen, indien
+zij den ingetreden weg ten einde toe blijven bewandelen. Bij Damiate
+immers hebben zij zich door betoon van groote nedrigheid,
+milddadigheid, gehoorzaamheid en stoutmoedigheid, bij de Saracenen
+geducht, bij de Christenen <span class="pagenum">[<a id="pb384" href=
+"#pb384" name="pb384">384</a>]</span>bemind gemaakt. Weshalve wij U,
+Prelaten&rdquo; enz., enz.</p>
+<p>&raquo;Geschreven bij Damiate op het feest der H.
+Kruisverheffing.&rdquo;</p>
+<p>De Patriarch van Jeruzalem gaf den Friezen bij hunnen aftogt eene
+loffelijke getuigenis mede, waarin onder anderen het volgende
+voorkomt:</p>
+<p>&mdash;&raquo;en nadat zij met ons in Egypte zijn gekomen, hebben
+zij veel leeds uitgestaan, zoo ten aanzien van hunne personen als van
+hunne geldmiddelen. Wij hebben hen van hunne dienst ontslagen en laten
+vertrekken, volgens de toelating door de Roomsche Kerk in de algemeene
+kerkvergadering verleend. Wij geven eene loffelijke getuigenis aan het
+Friesche Volk, daarom, dat zij eenen braven wandel hebben geleid, en
+dapper en vroom gestreden hebben in de dienst van J. C. Weshalve wij u
+vermanen en van uwe bescheidenheid in den Heere bidden, dat gij deze
+zelfde Friezen, uit hunne vreemdelingschap terugkeerende, in gunst
+moogt ontvangen,&rdquo; enz.&mdash;</p>
+<p>Zoo veel van dezen togt.</p>
+<p>Naauwelijks waren de Kruisvaarders weder te huis gekomen, of de
+heilige Vader Honorius II begon reeds weder alarm te blazen. Keizer
+Frederik II nam zelf het Kruis aan, doch scheen zich, na den dood van
+Honorius, om zijne gelofte weinig te bekommeren; hij werd door den
+opvolger van Honorius, Paus Gregorius, in den ban gedaan, trad wakker
+met den Heiligen Vader in het strijdperk, en ondernam eindelijk in 1228
+den Kruistogt. Terstond bij zijne aankomst boden hem de Saracenen eenen
+10 jarigen wapenstilstand aan, waarbij zij hem Jeruzalem, Nazareth en
+Sidon inruimden. Daarop liet hij zich tot Koning van Jeruzalem kroonen,
+en keerde terstond daarna terug. Ook aan dezen togt hebben de Friezen
+deel genomen, en zoowel de Paus Honorius, als de Keizer Frederik
+moedigden de Friezen aan, den togt mede te ondernemen. De Paus streek
+den Friezen in eenen brief van 1226 niet weinig honig om den mond.
+Onder anderen zegt hij in dien brief:</p>
+<p>&raquo;Voorwaar, daar de Friezen weleer met onderscheiding
+<span class="pagenum">[<a id="pb385" href="#pb385" name=
+"pb385">385</a>]</span>in den Kruistogt ter zee den Heere gediend
+hebben in de overzeesche landen, zoodat uw gedenkboek van geslacht tot
+geslacht met vermelding van uwen lof zal aangehaald worden, zoo hebben
+wij noodig en raadzaam gedacht, ulieden als beroemde Kampvechters wel
+bijzonder tot het volgen van dezen (togt) te moeten oproepen, vastelijk
+hopende en vertrouwende, dat gij, die onder overige volken uitmunt in
+grootmoedige dapperheid, den strijd des Heeren mannelijk en met kracht
+zult strijden.</p>
+<p>&raquo;Wij bidden u dan allen enz.&rdquo;</p>
+<p>En Keizer Frederik schrijft onder anderen:</p>
+<p>&raquo;Want buitenlands is uw krijgsbeleid gevreesd en ondervonden
+van die volken, tot welker uitroeijing gij weleer uwe krachten
+loffelijk geoefend hebt, terwijl het bloed van uwe martelaren in de
+dienst des Kruises geplengd, glansrijk blinkt, en hunne roemrijke
+ligchamen door de bezetting en verovering van Damiate herdacht worden.
+Ontbrande dan uwe dapperheid!&mdash;</p>
+<p>&raquo;Gegeven te Salerno 1 Febr. 14de Indictie.&rdquo;&mdash;</p>
+<p>Olivier kwam ook weder in Mei 1224 in Friesland, en predikte eerst
+in Groningen, daarna in Reiderland en in &rsquo;t Emderambt het Kruis;
+voornamelijk echter hield hij zich te Uttum en Groothuizen (Huttum en
+Usum zegt Emo) op, waar hij evenwel weinig uitwerkte. Vervolgens zond
+hij door geheel Friesland herderlijke brieven rond, en vermaande de
+Friezen met de Denen, Bremers en de Keulenaren, die reeds eene vloot
+begonnen uit te rusten, gemeene zaak te maken, terwijl de eerste
+bemoeijing der Geestelijken was, om geld voor den te ondernemen
+Kruistogt te verzamelen. Onze geschiedschrijver Emo liet zich zelven
+daartoe gebruiken, en bragt eene aanzienlijke som bijeen.</p>
+<p>Den 22 Mei 1227 gingen de Friesche schepen bij Borkum onder zeil; de
+manschap echter leed veel door allerlei gevaar, storm, ziekte en
+honger, en kwam, merkelijk ontdaan, eindelijk in Palestina<a class=
+"noteref" id="xd20e8123src" href="#xd20e8123" name=
+"xd20e8123src">66</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb386" href=
+"#pb386" name="pb386">386</a>]</span>Het einde van dezen togt heb ik
+reeds boven kortelijk opgegeven.</p>
+<p>In het jaar 1247 werd eene groote kerkvergadering te Lyon in
+Frankrijk gehouden, op welke nogmaals een heilige krijg tegen de
+ongeloovigen werd vastgesteld. Koning Lodewijk de Heilige nam zelf het
+Kruis aan, en de Paus zond, op bijzonder verlangen des Konings, den
+Bisschop Albert van Riga en Willibrand, een monnik uit het Mentzsche,
+naar Friesland, alwaar zij alle Abten, Dekens, Priesters, Edellieden,
+regterlijke Beambten en de voornaamste Mannen verzamelden, en hun den
+Pauselijken lastbrief voorlazen. Terstond liet zich eene groote menigte
+tot dezen togt aanwerven; maar toen den Friezen werd aangekondigd, dat
+zij tegen Mei 1248 reeds tot den togt gereed moesten zijn, schreeuwden
+allen, dat deze bepaalde tijd veel te kort was. Daarop werd de tijd des
+aftogts tot Mei 1249 uitgesteld.</p>
+<p>Deze Krijgstogt is voor de Christenen van rampzalige gevolgen
+geweest, daar bijna het geheele Christelijke leger in Egypte, deels
+door de pest, deels door het zwaard, werd vernield, en de Koning
+Lodewijk zelf gevangen genomen. Door klinkende munt en eenen
+schandelijken vrede kocht hij zijne vrijheid weder. Of nu de Friezen
+dezen togt mede gedaan hebben, en werkelijk uitgezeild zijn of niet,
+melden ons de geschiedschrijvers niet<a class="noteref" id=
+"xd20e8137src" href="#xd20e8137" name="xd20e8137src">67</a>.
+Waarschijnlijk <span class="pagenum">[<a id="pb387" href="#pb387" name=
+"pb387">387</a>]</span>hebben de Friezen, daar zij te huis genoeg te
+doen hadden, en den nieuw verkozen Roomsch Koning Willem reeds in 1248
+Aken hielpen veroveren, doch daarna met hem in onmin geraakten, en hem,
+gelijk uit &rsquo;s Konings geschiedenis genoeg bekend is, in de
+tegenwoordige provincie Friesland om hals bragten, aan dezen togt geen
+deel genomen<a class="noteref" id="xd20e8148src" href="#xd20e8148"
+name="xd20e8148src">68</a>.</p>
+<p>Zeer aardig herinnert een Bisschop van Syri&euml; in eenen uit
+Ptolomais geschreven brief na het jaar 1260 hun aan hunne
+pligten<span class="corr" id="xd20e8172" title="Niet in bron">.</span>
+Hij noemt zich: &raquo;<i lang="la">Frater Thomas de ordine
+Praedicatorium, Dominici praesepii et virginalis puerperii custos
+indignus, Apostolicae Sedis Legatus.</i>&rdquo; &raquo;Broeder Thomas
+van de orde der predikheeren, onwaardige bewaker van de kribbe van
+Dominicus en het maagdelijk kraambed, legaat van den Apostolischen
+zetel.&rdquo; Hij meldt daarin (de ruimte laat niet toe, den geheelen
+merkwaardiger en kluchtigen brief hier in te lasschen) onder anderen,
+dat de Friezen, die voor 10 en meer jaren het Kruis hebben aangenomen,
+hunne kruisgeloften gestand doen, en opkomen, of wettige redenen van
+hun uitblijven opgeven moeten. Daarbij verzoekt hij de Proosten en
+Dekenen de Friesche vrouwen, welke het Kruis hebben aangenomen, den
+togt af te raden, dewijl men, helaas, meermalen de treurige ervarenis
+heeft gehad, dat door verleidingen des Satans deze vrome vrouwen reeds
+aanstonds op weg afschuwelijke hoererij en echtbreuk bedreven hebben.
+Wanneer deze goede kinderen slechts zooveel baar geld betaalden, als
+hun de reis heen en weder zou kosten, dan konden zij rustig te huis
+blijven, en nu besluit hij: <span class="pagenum">[<a id="pb388" href=
+"#pb388" name="pb388">388</a>]</span></p>
+<p>&raquo;Aan alle welke voornoemde vrouwen en anderen, die op
+voorzeide wijze mogen verschoond worden, wij uit kracht van de aan ons
+door den Apostolischen Stoel verleende volmagt die vergeving van zonden
+schenken, welke zij zouden verwerven, zoo zij het Heilige Land in
+persoon bezocht hadden.&rdquo;</p>
+<p>Koning Lodewijk nam in 1267 andermaal het Kruis aan, en zond naar
+Friesland eenen monnik, Gerhard, om aldaar het Kruis te prediken. Deze
+trok geheel Friesland door, doch hield zich den meesten tijd, volgens
+getuigenis van den gelijktijdigen Schrijver Menco, in Norden op, alwaar
+hij het Jakobiten-Klooster stichtte. Het gelukte hem ten behoeve van
+dezen voorgenomen togt den ingezetenen groote sommen gelds uit de beurs
+te praten, en een groot getal strijdbare mannen te overreden, zich met
+het Kruis te laten teekenen.</p>
+<p>Thans werd eene betere orde ingevoerd. Opdat niet wederom allerlei
+janhagel den togt mede ondernemen, en zich op kosten van het Kruisleger
+mesten, of ook weerlooze vrouwen vervolgens wanorde in het leger
+veroorzaken mogten, werd uitdrukkelijk bevolen dat alle vrouwen, zonder
+onderscheid, te huis blijven, en ieder Kruissoldaat 7 mark sterling aan
+klinkende munt, vervolgens 7 ton boter, een halven os, een ham, een
+half mudde meel en zoovele wapens en kleederen, als hij zou noodig
+hebben, medenemen moesten.</p>
+<p>In 1269, kort voor Paschen, scheepten de Friezen zich in. Zij
+verzamelden zich bij Borkum, en moesten daar 20 dagen wegens westelijke
+tegenwinden blijven liggen. De uitgeloopene Friesche vloot bestond,
+behalve de kleine schepen, uit 50 koggen. Met goeden wind landden zij,
+na volgens gewoonte vooraf in eenige havens te zijn binnengevallen, te
+Marseille aan. De Koning van Frankrijk had met de Friezen afgesproken
+hen tot St. Jan in te wachten; dan daar deze tijd verstreken was, zoo
+was de Koning met zijne vloot reeds voor de aankomst der Friezen naar
+Tunis afgezeild. De Sultan had een <span class="pagenum">[<a id="pb389"
+href="#pb389" name="pb389">389</a>]</span>sterk leger naar Afrika
+gezonden, waarom de Koning vreesde, dat de Turken, na den aftogt der
+Christen troepen, in Sicilie, Italie, Frankrijk en Spanje eene
+afwending zouden maken. Daar ook de Saracenen in Syri&euml; en
+Palestina veel ondersteuning en levensmiddelen ontvingen van de
+Barbarijsche kusten, zoo achtte hij het voordeelig eerst Tunis te
+verwoesten. De Friezen morden over dezen togt, en wilden liever naar
+Palestina, doch lieten zich ten laatste door eenen geestelijken
+overreden den Koning na te zeilen. Bij hunne aankomst vernamen zij wel,
+dat de Koning de Ongeloovigen geslagen en Tunis reeds ingesloten had,
+doch tevens dat hij zelf kort daarna aan de pest gestorven was. Op dit
+berigt wilden de Friezen oogenblikkelijk weder naar Syri&euml;
+afzeilen; dan, daar juist ten zelfden tijde de broeder des overledenen
+Konings Lodewijk, de Koning Karel van Napels, met eene versche vloot
+aankwam, zoo lieten zij zich bewegen, daar te blijven. De belegering
+werd dan ijverig voortgezet; de Saracenen deden eenen uitval op eene
+afdeeling Duitschers en Friezen, die verspreid nabij de stad ginds en
+herwaarts liepen, om den vijand uit zijne verschansingen te
+lokken<span class="corr" id="xd20e8189" title="Niet in bron">.</span>
+De Christenen togen aanvankelijk in wanorde terug, maar herstelden zich
+weldra weder, rukten als &eacute;&eacute;n man tegen den vijand op, en
+dreven hem tot eene rivier, die voorbij Tunis stroomt<span class="corr"
+id="xd20e8192" title="Niet in bron">.</span> Vele Ongeloovigen
+sneuvelden door het zwaard, de meesten echter verdronken in den vloed.
+De stad kon door storm niet ligt veroverd worden, omdat de pest in het
+Christenleger eene groote verwoesting had aangerigt: desniettemin
+werden de belegerden zoo benaauwd, dat zij den Christenen eenen vrede
+aanboden. De inhoud der aangenomene vredes-voorwaarden was, dat de
+gevangenen van wederzijde bevrijd,&mdash;Tunis aan Koning Karel eene
+jaarlijksche schatting betalen,&mdash;en de Christenen op de
+Middellandsche Zee door geene zeeroovers zouden ontrust worden. Het
+leger werd daarop ontbonden, en de meeste Italianen en Franschen gingen
+weder naar huis; dan de Friezen, Duitschers en Engelschen <span class=
+"pagenum">[<a id="pb390" href="#pb390" name=
+"pb390">390</a>]</span>vervolgden hunne reis en zeilden naar Palestina.
+Onder weg leden zij veel door storm en ziekte, en kwamen in veel
+verminderd getal eindelijk te Ptolomais aan, alwaar zij het
+Christen-leger in eenen jammerlijken toestand en verderfelijke
+oneenigheid aantroffen, welke tweespalt de Saracenen zich ten nutte, en
+vele veroveringen hadden gemaakt. Intusschen werden de Friezen door de
+Tempelheeren wel ontvangen en kostelijk onthaald: zij werden naar Tyrus
+gevoerd, alwaar men aanzienlijke hulptroepen van de Christenheid en
+bijzonderlijk van Koning Karel van Napels verwachtte, doch daar deze
+uitbleven, zoo kregen ook de Friezen het heimwee. Hunne uit den storm
+nog overgeblevene schepen waren zoo jammerlijk gesteld, dat zij geen
+zee konden bouwen, zoodat zij zich in vreemde vaartuigen moesten
+inschepen, en van elkander afgescheiden, sommigen door Itali&euml;,
+anderen door Frankrijk afzonderlijk terugkwamen. De meesten echter
+hadden hunnen dood in Afrika, in de <span class="corr" id="xd20e8197"
+title="Bron: Middellansche">Middellandsche</span> Zee en in Palestina
+gevonden, terwijl het geringe in het Vaderland terugkeerend overschot
+ledige buidels, hongerige magen en zieke ligchamen mede terugbragt.</p>
+<p>Van nu af aan waren de Christenen te zwak om den Turken het spits te
+bieden. De eene vesting ging na de andere over. Antiochi&euml;,
+Cesarea, Joppe en andere steden kwamen in handen der Turken. Ten jare
+1291 werden ook Ptolomais, Tyrus en Berytus heroverd. Zoo behielden dus
+de Christenen der Latijnsche Kerk, die ter verovering en beheersching
+des Heiligen Lands, zoo vele millioenen verspilden, en zoo veel bloeds
+deden stroomen, in Palestina geen voet gronds. Paus Nikolaas IV, wien
+dit zeer ter harte ging, wekte wel alle geestelijke en wereldlijke
+Vorsten tot eenen nieuwen togt op, doch zijne pogingen waren
+vruchteloos<a class="noteref" id="xd20e8203src" href="#xd20e8203" name=
+"xd20e8203src">69</a>.</p>
+<p>Palestina, ontbloot van allen bijstand, verzonk weder <span class=
+"pagenum">[<a id="pb391" href="#pb391" name="pb391">391</a>]</span>in
+de oude slavernij, die misschien dragelijker was, dan de heerschappij
+van teugellooze schraapzuchtige Christenen.&mdash;En dit was het einde
+der heilige oorlogen of vrome razernij, die omtrent twee honderd jaren
+gewoed, en Europa omtrent zeven millioenen menschen en onmetelijke
+schatten gekost heeft.</p>
+<p>Wat nu het goed en kwaad betreft, het is moeijelijk te beslissen of
+de Kruistogten meer voordeel dan nadeel aan Europa hebben toegebragt.
+Dus oordeelt er de Duitsche Geleerde <span class="sc">J. G. Mair</span>
+over<a class="noteref" id="xd20e8218src" href="#xd20e8218" name=
+"xd20e8218src">70</a>. <span class="sc">Heeren</span> is door zijn
+onderzoek der gevolgen van de Kruistogten voor Europa<a class="noteref"
+id="xd20e8227src" href="#xd20e8227" name="xd20e8227src">71</a> tot het
+gunstig resultaat gekomen, dat zij wel niet op eens eene betere wereld
+schiepen, maar die voor de nakomelingschap hebben voorbereid.</p>
+<p><span class="sc">Wakker van Zon</span> heeft, in zijne <i>Bijdrage
+tot de Geschiedenis der Kruisvaarten</i>, voor ons Vaderland daarin
+weinig voordeel kunnen vinden, en laat het nadeel ver het overwigt
+behouden; zelfs in de heftigheid van zijn betoog uitroepende:
+&raquo;Rede! Deugd <span class="pagenum">[<a id="pb392" href="#pb392"
+name="pb392">392</a>]</span>en Godsdienst! wij leggen op uw heilig
+altaar de plegtige en onherroepelijke bekentenis af&mdash;, dat de
+Kruisvaarten ons Vaderland tot eene bron van onuitrekenbare ellende
+verstrekt hebben!&rdquo;&mdash;</p>
+<p>Zoo zijn er meerdere gevoelens van geleerden uitgebragt, terwijl die
+Schrijvers, welke niet overdrijven, maar den middelweg hebben
+bewandeld, zoo als <span class="sc">Heeren</span> en <span class=
+"sc">Luden</span>, gewis den voorrang boven anderen verdienen<a class=
+"noteref" id="xd20e8262src" href="#xd20e8262" name=
+"xd20e8262src">72</a>.</p>
+<p>Voor Friesland waren gewis de gevolgen ook van groot belang. De
+burgerlijke vrijheid is er zeer door bevorderd: want een slaaf werd
+vrij man, en de haat en wraak der aanzienlijke geslachten werden
+getemperd. Het werkzame deel des volks werd door den landbouw als
+anderszins voor armoede beveiligd, en de zedelijke beschaving zal er
+allengs bij gewonnen hebben. De handel in de X eeuw nog in zijne
+kindschheid, moet eene eeuw na den aanvang der Kruistogten te Stavoren
+reeds tot grooten bloei zijn gekomen: want deze stad en Bolsward tot de
+Hanzesteden behoorende, voerden hunne koopwaren naar Brugge, werwaarts
+de Lombarden hunne Oostersche goederen bragten, om dezelve zoo door de
+Hanzesteden weder in het Noorden te verspreiden. De welvaart, pracht en
+weelde der XIII en XIV eeuwen kunnen van deze gevolgen
+getuigen.&mdash;Kunsten en wetenschappen, altoos met den handel zich
+parende, moesten ook wel in Friesland toenemen.&mdash;Dan het nadeel
+heeft zich ook voor dit gewest geopenbaard, en in de onheilen moest het
+dus ook aandeel hebben.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb393" href="#pb393" name=
+"pb393">393</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb72" class="pageref">72</a>.</p>
+<p>Omtrent den jare 1100 was er een voornaam Bouwkunstenaar, zijnde een
+Fries, die voor den Bisschop van Utrecht eene fraaije kerk bouwde, doch
+misnoegd over deszelfs behandeling, den Bisschop om het leven bragt.
+Dit zal het bedoelde geval zijn &rsquo;t welk voorkomt in <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>. 285.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb72" class="pageref">72</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1110</i>. Door dezen strijd en nederlaag bleef de
+vrijheid van Oost-Friesland bewaard, en de Friesche Graafschappen
+Oostergo en Westergo genoten een aantal jaren rust en vrede.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb73" class="pageref">73</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1119 ontstond</i>. Het verhaal van dezen twist
+tusschen Floris II en den Frieschen Edelman Galama is naauwkeurig
+opgeteekend door <span class="sc">Gabbema</span> in zijne
+<i>Watervloeden</i>, p. 50 en 51, en bij de Kronijkschrijvers met
+eenige kleine veranderingen vermeld. <i>Zie Tegenw. Staat van
+Friesland, I</i>. 315; <span class="sc">F. Sjoerds</span>,
+<i>Jaarb<span class="corr" id="xd20e8337" title="Niet in bron">.</span>
+II</i>. 318, welke te regt in <span class="sc">Wagenaar</span>
+(<i>II</i>. 213,) verbetert, dat Galama niet in dezen twist is
+omgekomen, en ook een eigenlijke <i>Fries</i> geen Westfries
+was<span class="corr" id="xd20e8351" title="Niet in bron">.</span>
+<span class="sc">Schotanus</span>, van dit voorval niet sprekende,
+heeft men de waarheid daarvan betwijfeld, waarom ook welligt
+<span class="sc">Cerisier</span> (<i>Geschiedenis der Nederl. I</i>.
+214) niet voor de echtheid wil instaan. <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>, altijd <i>kwaadaardigst</i> tegen <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, zegt in zijne <i>Gesch. des Vaderl. II</i>. 34:
+&raquo;<span class="sc">Wagenaar</span>, altijd <i>kwaadaardigst</i>
+tegen de braafste <span class="pagenum">[<a id="pb394" href="#pb394"
+name="pb394">394</a>]</span>Vorsten, brengt tegen Floris in, &raquo;dat
+zijne uitmuntendheden van geest en lichaam niet verhinderden, dat de
+Edelen dezer landen hunne vrijheden tegen het Grafelijk geweld, dat met
+den aanwas van &rsquo;s Graven macht meer dan te voren gevoeld werd,
+moediglijk verdedigen durfden.&rdquo;&rdquo; &raquo;En tot bewijs van
+dit Grafelijk geweld en het moedig verdedigen van de vrijheden daar
+tegen, komt den moedwil van Galama voor den dag.&mdash;&mdash;Het geval
+(waar of onwaar, want men twijfelt er aan) is eenvoudig. De Graaf (wien
+naar het Leenrecht, als Vorst of wegens den Keizer regeerende, wouden
+en wildernissen behooren, en alle jacht die niet afgestaan is) in het
+bosch van <i>Kreil</i> (aan den rand der Zuiderzee, die nu dit gedeelte
+verzwolgen heeft) jagende, vindt daar jagers van Galama, wien hij als
+naar stijle, de daarme&ecirc; verbeurde honden ontnemen doet. Galama
+verneemt dit, stuift op, zoekt den Graaf in het bosch, spreekt den
+Graaf (onbesuisd, zegt <span class="sc">Wagenaar</span>) en onvoeglijk
+aan, en bij Floris aanmerking op dien onbehoorlijken toon en taal, valt
+hem met den blooten degen op het lijf en doorboort hem den
+arm!&mdash;Zie daar&rdquo; enz.; hier volgt weder eene onbehoorlijke
+uitval op <span class="sc">Wagenaar</span> en een schampschot op de
+onschendbaarheid en wijsheid, gezeten hebbende in de majestueuze
+Amsterdammer paruiken.</p>
+<p>Dit is dus met een kort woord aan Galama zijn regt ontnomen, hem als
+overtreder des Roomschen regts veroordeeld, en Floris geregtvaardigd.
+Wij houden het er daarentegen voor, dat het niet bewezen is of Graaf
+Floris in het Kreilerwoud iets had te zeggen, en zoo niet, dan
+beschouwen wij de daad van Galama (niet gelijk <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>) als die van een dolleman, maar van een
+regtschapen Fries, die zich door geen Hollandschen Graaf naar willekeur
+liet regeren en behandelen, hoe deze dan ook het Kreil, Galama&rsquo;s
+eigendom, mogt beschouwen. Waarom dit voorval onder de verdichtselen
+geplaatst zou moeten worden, daarvoor kunnen wij geene reden vinden.
+<i>Friesch Jierb. 1833</i>, &sect; 22; <i>Bijvoegsels</i> op
+<span class="sc">Wagenaar</span>, <i>II</i>. D. bl. 72. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb395" href="#pb395" name="pb395">395</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb73" class="pageref">73</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1143</i>. In onze kronijk wordt niet vermeld, zoo
+als bij andere Schrijvers, dat omstreeks dezen tijd, onder de regering
+van Keizer Koenraad III, vele bewoners der tegenwoordige Nederlanden,
+op verzoek van den Graaf van Holstein, Adolf, na de verdrijving der
+Obodriten, eenige landstreken aan de Elve gingen bewonen, en hoezeer
+door deze woeste Wandalen weder aangevallen, met ongehoorde dapperheid
+tegen dezen streden, en eindelijk, door den stoutmoedigen Priester
+Gerlacus aangepord en voorgegaan, met behulp van &rsquo;s Graven volk
+de volkomene overwinning behaalden<a class="noteref" id="xd20e8422src"
+href="#xd20e8422" name="xd20e8422src">73</a>.</p>
+<p>De Graafschappen Oostergo en Westergo werden door dezen Keizer
+Koenraad weder aan den Utrechtschen Bisschop geschonken, welke
+schenking twee jaren daarna bij eenen giftbrief werd bevestigd. Hoe
+echter de Friezen over deze en dergelijke brieven dachten en hunne
+vrijheid wisten te handhaven, ziet men beschreven bij <span class=
+"sc">Emmius</span>, bijzonder in het VI boek, bl. 103 zijner Friesche
+Geschiedenis.</p>
+<p>Eenige jaren hierna in 1157, of gelijk <span class=
+"sc">Emmius</span> in 1165, is het vermaarde klooster Ludingakerk
+bewesten Franeker gesticht, waarvan Wigboldus de eerste Abt is
+geworden. Uit deze Abdij, met aanzienlijke landerijen en rijkdommen
+begiftigd, en van den Roomsch Koning Willem II met het eiland Flieland
+beschonken, kwamen de kloosters van Anjum, Achlum, Oegeklooster en
+anderen voort. Tusschen Flieland en Terschelling, toen nog aaneen,
+groef men, tot bevordering der aanslijking, om nog al meer voordeelen
+te genieten, eene wijde gracht, tegen wil en raad van den verstandigen
+Lidlumer Abt, Gerhardus, <span class="pagenum">[<a id="pb396" href=
+"#pb396" name="pb396">396</a>]</span>waardoor men de woedende zee het
+land vernielen liet, dat noodig was te behouden ter voorkoming van de
+latere ellende door storm en vloed ontstaan. <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>. 377; <i>Oudh. en Gest. II</i>.
+131.</p>
+<p>In 1163 stichtte men het klooster Mariengaard onder Hallum, onder
+opzigt en beleid van den waarlijk vromen Pastoor der kerk te Hallum,
+Frederik, die daar eerste Abt werd, en de order der Premonstratenzers
+omhelsd had. Doordien er een grooter toeloop was dan het klooster
+bevatten kon, werd door den Abt, ter plaatse Bartlehiem genoemd in
+Tietjerksteradeel, een nonnenklooster, onder den naam <i>Bethlehem</i>,
+gebouwd. Onder de waardige Abten die deze kloosters telden, is de
+godvruchtige Syardus hoog geroemd. Deze en vele anderen, die het zoo
+goed met de godsdienst meenden, waren echter onbestand tegen het
+ongeschikte, wanhebbelijk en zedeloos leven der
+kloosterlingen.&mdash;<i>Oudh. en Gest. I</i>. 385; <i>Tegenw. Staat.
+I</i>. 345<span class="corr" id="xd20e8479" title=
+"Niet in bron">.</span></p>
+<p>In den jare 1165 werd de Abdij Klaarkamp in Dantumadeel gesticht,
+onder &rsquo;t beheer van den dorpe Rinsumageest, door vrouwe Clara,
+eene rijke en godvruchtige weduwe. De Bernardiner of Cistercienzer
+monniken, ook naar hunne kleeding witte en zwarte monniken genoemd, die
+aanvankelijk om hunnen stichtelijken wandel en goede zeden zeer geroemd
+zijn geworden, hebben hetzelve onder den eersten Abt, Eiso betrokken,
+en vele kloosters in Friesland en Holland hebben onder deze Abdij
+gestaan. De Abt van Klaarkamp had onder de Prelaten ter
+Landsvergadering de eerste plaats.</p>
+<p>Deze eeuw was dus bijzonder vruchtbaar in het voortbrengen van
+Abdijen, Kloosters, geestelijke Gestichten en Kerken<span class="corr"
+id="xd20e8486" title="Niet in bron">.</span> In den jare 1182 werd ook
+door Sybe van Lidlum met hulpe van Tjalling Donia van Winsum, tusschen
+Tjummarum en Oosterbierum, het Lidlumer Klooster gesticht, &rsquo;t
+welk na verloop van eene halve eeuw is verplaatst. Het was gesteld
+onder de order der Reguliere Kanunniken. <i>Oudh. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb397" href="#pb397" name="pb397">397</a>]</span>en
+Gest. II</i>. 162; <span class="sc">Schotanus</span>, <i>Beschryvinge
+von Frieslandt</i>, Quarto, p. 311 en verv.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb76" class=
+"pageref">76</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1170.</p>
+<p><i>Omtrent dezen tijd, is</i> <span class="sc">Saake
+Reinalda</span>, <i>overleden</i>. De Geschiedenis vermeldt dezen
+Potestaat als een kundig, ervaren, braaf, edelmoedig en vredelievend
+man, die in allen opzigte, vrij van vooroordeel en ongepaste eerzucht,
+het belang zijner landgenoten zoodanig behartigde, dat de Edelen, de
+Staten en het Volk hem levenslang tot hunnen Landsheer wilden
+verkiezen, welk voorregt hij echter niet begeerde, als strijdig met
+zijne beginselen en &rsquo;t gebruik der voorvaderen.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb77" class="pageref">77</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1190</i>. Omstreeks dezen tijd vindt men bij de
+meeste geschiedschrijvers het eerst gewag gemaakt van Leeuwarden als
+stad; doch er zijn er, die beweren, dat reeds ten jare 1149 de stad bij
+dien naam zou bekend geweest zijn, daarbij aanhalende de twee brieven
+door den Abt Wybaldus geschreven, voorkomende in het <i>Charterboek</i>
+van <span class="sc">van Schwartzenberg</span>, <i>I</i>. 76, de een
+aan de gemeente van Leeuwarden, houdende klagten over de zorgeloosheid
+van vier Priesters aldaar, en de andere aan den Utrechtschen Bisschop,
+Heribertus, betrekkelijk den slechten toestand der kerk.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb77" class=
+"pageref">77</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1192.</p>
+<p><i>Als Froonakker en Godsakker</i>. De Tempelschattingen
+<span class="pagenum">[<a id="pb398" href="#pb398" name=
+"pb398">398</a>]</span>dienden bij de Franken tot onderhoud der
+Priesterschap, tot instandhouding van de godsdienst, tot aanschaffing
+der offerdieren, tot bekostiging der openbare feesten en tot
+verzekering van regt en veiligheid. Wij vinden in de Friesche
+geschiedenis der IX en X eeuw ook de Tempelschattingen vermeld, welke
+in iedere kapel, op zekere tijden, aan den Hemelkoning moesten worden
+opgebragt; en wat betreft het bezit van landgoederen, meren, wouden en
+stroomen, dit wordt genoeg opgehelderd uit de, bij de bevestiging des
+Christendoms hier te lande, zoo rijkelijk door de Frankische vorsten
+weggeschonken goederen, welke ongetwijfeld, voor een groot deel, mede
+hiervan afkomstig waren. En zoo is men op het vermoeden gekomen, dat de
+<i>Vroonlanden</i> en <i>Vroonakkers</i>, welke hier en daar weleer
+aangetroffen werden, van deze landgoederen afkomstig waren, en dat
+Franeker daarvan den naam zoude ontleend hebben. Verg. <span class=
+"sc">Westendorp</span>, <i>Verhand. over het gebruik der Noordsche
+Mythologie</i>, bl. 335.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb82" class=
+"pageref">82</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1227.</p>
+<p><i>Kastelein van Koevorden</i>. Een Kastelein was ambtman over een
+regtsgebied; oorspronkelijk <i>kasteelman</i>, praefectus
+arcis;&mdash;<i>Borchgreve</i>, burggraaf, slotvoogd, enz.&mdash;Verg.
+den <i>Teuthonista</i> van <span class="sc">G. v. d. Schueren</span> en
+<span class="sc">Kiliaan</span>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb85" class=
+"pageref">85</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1230.</p>
+<p><i>In den jaare 1230</i>. Het jaar te voren schrijven de kronijken
+van eene groote zonsverduistering, gevolgd door geweldigen hagel, in
+welk onweer de Edelman Sixtus Botnia met zijne vrouw zou zijn
+omgekomen, alsmede Douwe Galama en Jolke Taijkama. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb399" href="#pb399" name="pb399">399</a>]</span>Over
+den vloed van 1230, zie <span class="sc">Gabbema</span>,
+<i>Watervloeden</i>, bl. 70; <span class="sc">Wins.</span> fol. 163;
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>. 543.</p>
+<p>In of omtrent dezen tijd vindt men het eerst van de veenen en
+turfgraverijen gewag gemaakt.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb86" class=
+"pageref">86</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1231.</p>
+<p><i>Door de Rechters van Upstalsboom</i>. Als hier ter plaatse zeer
+gepast, nemen wij een gedeelte over van het belangrijk Overzigt,
+geplaatst in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 4 October
+1831</i>, getiteld: <i>Herinnering aan de Landdagen der Friezen bij
+Upstalboom</i>, hoofdzakelijk getrokken uit het werk van <span class=
+"sc">T. D. Wiarda</span> over dit onderwerp, en ons medegedeeld door
+den kundigen beoefenaar der Friesche Geschiedenis, Taal-, en
+Dichtkunde, Mr. <span class="sc">A. Telting</span>, Secretaris der stad
+Franeker.</p>
+<p>&raquo;Buiten de stad <i>Aurick</i> in <i>Oost-Friesland</i> is een
+eerwaardige plek, rijk in herinneringen aan de vrijheidsmin en
+volkstrouw onzer Friesche Vaderen. Deze plek draagt den naam van
+<i>Upstalboom</i> (<i>Upstallisbeam</i>, <i>Opstalbeam</i>). Wij zullen
+ons niet verdiepen in de verschillende gevoelens omtrent de afleiding
+en beteekenis van dezen naam, dien sommigen voor eene zamenstelling
+houden uit <i>Upstalling</i>, d. i. <i>hoveling</i>, eigenlijk <i>een
+man uit een oud geslacht</i>, en <i>beam</i> of boom, beteekenende
+alzoo een&rsquo; boom, waarbij zich de voornaamsten des volks
+verzamelen,&mdash;anderen samengesteld achten uit <i>up</i> of
+<i>&ouml;p</i>, <i>staal</i>, <i>boom</i>, d. i. bij den <i>opgerigten
+boom</i>,&mdash;anderen weder uit <i>up</i> of <i>op</i>, <i>saal</i>
+(<i>zaal</i>, de oude benaming van eene plaats, waar men geregt hield)
+en <i>boom</i>,&mdash;en nog anderen eindelijk uit <i>up</i>,
+<i>stoel</i> en <i>beam</i>, d<span class="corr" id="xd20e8718" title=
+"Niet in bron">.</span> i. de boom, waar de stoel des gerigts wordt
+gehouden. Wij laten de beslissing aan anderen over, maar meenen zooveel
+met zekerheid uit dezen naam te mogen opmaken, dat daar een of meerdere
+oude boomen hebben gestaan, onder welke zich de regters zullen hebben
+<span class="pagenum">[<a id="pb400" href="#pb400" name=
+"pb400">400</a>]</span>gezeteld, terwijl de verzamelde afgevaardigden
+des volks zich daar om heen zullen hebben geschaard, alles
+overeenkomstig de zeden der overige Germanen, die, het voor vrije
+mannen onbetamelijk achtende in beslotene plaatsen te vergaderen,
+daartoe uitgestrekte vlakten of heilige wouden verkozen. Een uur buiten
+Aurick vertoont zich dan ook nog een heuvel, waarop naar luid der
+overlevering drie groote eiken plagten te staan, en die algemeen als de
+vergaderplaats wordt opgegeven. De landlieden noemen dien heuvel den
+<i>Boombarg</i><span class="corr" id="xd20e8726" title=
+"Niet in bron">.</span> Men heeft er ten aandenken later eenen grooten
+beuk geplant, en de hoogte met eene kleine gracht omgeven. Daar
+vergaderden op den eersten Dingsdag na het Pinksterfeest telken jare de
+afgevaardigden der zeven Friesche Zeelanden. Men zag er de
+geestelijkheid, de edelen en de vrijgeboren mannen uit geheel den Staat
+zamenvloeijen, om de belangen des gemeenen Vaderlands voor te staan. De
+eerste dagen der bijeenkomst waren der gastvrije vrolijkheid gewijd.
+Auricks vrouwen en maagden ontvingen den aankomenden vreemdeling, en
+bragten hem den welkomsbeker toe, met den groet: <i>het ghilt eele frye
+Fryse</i>! Nog heden dansen hare nakomelingen op den Pinksterdag om den
+Meiboom, en zingen haar volkslied:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">&raquo;Mayboom, Mayboom, holt die faste,</p>
+<p class="line">Morgen krieg wy fremde lue toe gaste!&rdquo;&mdash;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Wanneer de eerste dagen der gulle vreugde waren
+vervlogen, en langzamerhand alle afgevaardigden zich ter bestemder
+plaatse hadden vervoegd, ging men over tot de beraadslagingen. Er
+werden voorstellen gedaan, en voor te besluiten trok het volk ter
+onderlinge beraadslaging, zoo de overlevering wil, naar een nabij
+gelegen dorp, dat vandaar den naam van <i>Rahde</i> zou verkregen
+hebben. Voor den heuvel liggen twee akkers, nog de <i>Wandelakkers</i>
+genaamd, waar men wil, dat de Rigters gedurende deze beraadslagingen
+van het volk gewoon waren heen en we&ecirc;r te wandelen. De besluiten
+der vergadering werden in schrift gebragt, en met een zegel voorzien.
+Dit zegel stelde voor een&rsquo; geharnasd&rsquo; man, met eene
+<span class="pagenum">[<a id="pb401" href="#pb401" name=
+"pb401">401</a>]</span>spies in de regter en een zwaard in de
+linkerhand, staande onder een&rsquo; bladerrijken boom. Het groote doel
+dezer landdagen was,&mdash;zoo als blijken kan uit verscheidene wetten,
+tot op onze dagen bewaard gebleven, die daar gemaakt zijn,&mdash;om in
+het belang van het geheele vrije land alle bestaande verschillen
+zooveel mogelijk te beslechten, vrede en rust te stichten en te
+bewaren, den we&ecirc;rspanneling desnoods met geweld tot onderwerping
+te noodzaken, zich tot gemeenschappelijke weer tegen vreemden aanval
+telkens met nieuwe kracht en eendragtigen moed te verbinden, goede en
+nuttige wetten in te stellen, de bestaande te herzien en zoo noodig te
+verbeteren. De uitvoering der genomene besluiten berustte bij telken
+jare op nieuw verkozene regters (zij worden in de <i lang="la">Leges
+Upstalbomicae</i> van den jare 1323 &sect; 23 <i lang="la">Judices
+Zelandini</i> genoemd, bij <span class="sc">Emo</span> Abt van Werum,
+in zijn <i>Chronicon</i>, <i lang="la">Jurati apud Upstallesbome</i>,
+ook <i lang="la">Consules terrae</i>). Deze vertegenwoordigden dus de
+hoogste magt in de vrije Zeelanden. Wanneer is men het eerst begonnen
+deze landdagen te houden?&mdash;welke der Friesche Zeelanden hebben
+daaraan deel genomen?&mdash;en wanneer hebben deze zamenkomsten
+opgehouden?&mdash;ziet daar drie vragen, die ieder belangstellend lezer
+zich al dadelijk voorstelt, en waarop wij kortelijk zullen trachten te
+antwoorden.&rdquo;</p>
+<p>Wat nu betreft de eerste vraag, zoo komt het antwoord van den
+Schrijver hierop neder, dat, ofschoon men met geene volkomene zekerheid
+kan bepalen, wanneer de Upstalboomsche landdagen der Friezen een begin
+hebben genomen, men echter met eenige waarschijnlijkheid kan besluiten,
+dat zij, zoo al niet door Karel den Grooten zelven ingesteld, toch aan
+den door hem te Upstalboom gevestigden regtszetel hunnen oorsprong te
+danken hebben, en dat de Friezen al zeer vroeg deze regtsplaats, als in
+het midden van Friesland gelegen, tot het houden hunner landdagen bij
+uitnemendheid geschikt hebben gerekend. De vroegste vermelding eener
+gezagsoefening van de Upstalboomsche Regters vindt men bij <span class=
+"sc">Emmius</span> op het jaar 1214 aangeteekend. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb402" href="#pb402" name="pb402">402</a>]</span></p>
+<p>In de eerste tijden namelijk van Karel den Grooten, zullen al de
+Friezen van de Maas tot aan den Wezer deel hebben genomen aan die
+landdagen. De landen over den Wezer schijnen, v&oacute;&oacute;r de
+indeeling van den Frieschen Staat in zeven Zeelanden, te zijn
+afgescheiden, en zoo lang nu al deze landen zich in het bezit hunner
+vrijheid hebben mogen verheugen, hebben zij ongetwijfeld mede deel
+genomen aan de Upstalboomsche vergadering. Wanneer deze zamenkomsten
+voor altijd hebben opgehouden kan men met geene zekerheid opgeven; doch
+in de eerste helft der vijftiende eeuw, nadat er reeds onderscheidene
+beletselen tot het bijeenkomen hadden plaats gehad, door de
+dwingelandij van eenige magtige Hovelingen en vele partijschappen
+onderling, moet zulks hebben plaats gehad. Zie voorts gemeld Overzigt.
+<span class="sc">Schotanus</span>, <i>Fr. Hist.</i> bl. 170 volgg.;
+<span class="sc">Harkenr.</span> <i>Oostfr. Oorsp.</i> 125&ndash;127;
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Besch. I</i>. 62.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb89" class=
+"pageref">89</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1234.</p>
+<p><i>Om de voorrang in &rsquo;t offeren.</i> Over dezen twist kan men
+vergelijken <i>Oudh. en Gest. II</i>. 275; <i>Teg. Staat, I</i>. 360;
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Beschr. I</i>. 499.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb89" class=
+"pageref">89</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1239.</p>
+<p><span class="sc">Sikke Sjaarda</span> of <span class=
+"sc">Sjaardema</span>. Over de geschiedenis van den <span class="corr"
+id="xd20e8832" title="Bron: achsten">achtsten</span> Potestaat
+Sjaerdema en den hier vermelden brief heerscht, eenige duisterheid.
+<span class="sc">Emmius</span> (in zijn X Boek, p. 157) verklaart in
+twee regels, na den dood van Willem II vermeld te hebben, dat hij
+alles, wat in dat gedeelte der historie verhaald wordt van Sicco
+Sjaerda, op eene smakelooze, laffe wijze (<i>insipide</i>), niet eens
+der vermelding <span class="pagenum">[<a id="pb403" href="#pb403" name=
+"pb403">403</a>]</span>waardig acht. <span class="sc">Hamconius</span>
+en de kronijk van <span class="sc">O. v. Scharl</span> zwijgen van
+dezen Potestaat; doch <span class="sc">van Rhyn</span> in het
+meergedacht <i>Nabericht</i> wil deze gebeurtenis niet als ongerijmd
+verwerpen. <span class="sc">Winsemius</span> (fol. 169) en <span class=
+"sc">Schotanus</span> (40, bl. 100 en 127) verhalen ons de zaak, gelijk
+die in onze kronijk voorkomt met inlassching des briefs van Sjaerdema,
+welks echtheid evenwel wordt betwijfeld, en door sommigen voor een
+valsch stuk gehouden. Bij het onderzoek: <i>Of de Graven van Holland,
+regtens, ooit Heeren van Friesland waren</i>, geplaatst in het
+<i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 25 Junij 1833</i>, heeft
+de Schrijver, de Heer <span class="sc">v. Halmael</span>, aangemerkt,
+dat de valschheid van dezen brief niet volgt uit de jaarteekening 1239
+bij <span class="sc">Winsemius</span>, daar het, uit het op den anderen
+kant der bladzijde gestelde jaartal 1248, genoegzaam blijkt, dat
+<i>dertich</i> eene drukfout is, en men <i>veertich</i> lezen moet. Ook
+de Hoogleeraar <span class="sc">Ypeij</span>, houdt die dagteekening
+voor een misslag; men zie zijne <i>Gesch. der Nederl. Taal, II</i>.
+318. <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Fr. Jaarb. III</i>. 63, wil
+den brief in 1254 geschreven hebben, dan dit is niet te
+vooronderstellen. Wijders geeft de Schrijver van bovenvermeld onderzoek
+nog in bedenking, twee punten: of de Roomsch-Koning den brief, op
+welken die van Sjaerdema (zoo hij echt is) een antwoord is, niet
+geschreven kan hebben in de hoop, dat de Friezen, schoon daartoe
+onverpligt, hem, door bemiddeling van Sjaerdema en behoudens
+vergoeding, vrijwillig tot hunnen Potestaat zouden
+aannemen:&mdash;wijders, of niet beide brieven kunnen gezien hebben op
+de Noord-Hollanders of eenigen hunner. Deze Noord-Hollanders kon en
+mogt Willem als zijne onderdanen beschouwen, en daarbij rekenen, dat
+zijn voorregtsbrief alleen de Friezen tusschen het Flie en de Lauwers
+(of die, welke ten westen door het Flie begrensd werden) betrof; en
+Sjaerdema kon evenzeer die Friezen, als onder zijn Potestaatschap
+behoorende, aanmerken, daar zij toch van oudsher Friezen geweest waren,
+en zich der Hollandsche heerschappij niet onderwerpen wilden. Dit
+laatste schijnt mij wat eene zeer <span class="pagenum">[<a id="pb404"
+href="#pb404" name="pb404">404</a>]</span>milde uitlegging, doch
+overigens hebben de bedenkingen, mijns inziens, zeer veel grond, en ik
+vind er geene zwarigheid in, het daarvoor te houden, dat Sjaerdema
+weigerde den Koning behulpzaam te zijn, om Friesland onder zijn beheer
+te krijgen: Sjaerdema moge hem als Keizer, en zoodanig als Souverein
+over Friesland erkend hebben, dan wilde hem niet huldigen als
+bijzonderen Heer of Graaf van deze Provincie. En er was een man van
+dapperen moede, zoo als <span class="sc">Schotanus</span> (<i>Fr.
+Hist.</i> bl. 118) hem noemt, noodig, om de listige aanslagen en
+heimelijke ondernemingen van vermogende tegenstanders stout en krachtig
+het hoofd te bieden, ten einde het eenmaal aangenomen beginsel, door
+geen vreemden zich te laten regeren, vast te houden en te doen
+gelden.</p>
+<p>In den jare 1248 heeft Willem II de Bulle van van Karel, of het als
+zoodanig genoemd stuk, hem door de Friezen aangeboden, met zijne
+vrijheden en voorregten bekrachtigd, hoewel hij dat stuk niet in zijnen
+Voorregtsbrief heeft ingelascht. Dat de Friezen in de verovering van
+Aken, het gewigtigst deel hebben gehad, lijdt geen twijfel, hoezeer dan
+ook <span class="sc">Bilderdyk</span> hiervan evenmin als van den
+Voorregtsbrief eenig gewag maakt<a class="noteref" id="xd20e8908src"
+href="#xd20e8908" name="xd20e8908src">74</a>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb95" class=
+"pageref">95</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1263.</p>
+<p><i>De kerk van het vermaarde klooster St. Bernard.</i> Deze kerk was
+50 schreden lang en 25 breed. In <span class="pagenum">[<a id="pb405"
+href="#pb405" name="pb405">405</a>]</span>het midden stelde men aan
+iederen kant nog een gebouw, ieder van 25 schreden lang en 24 breed.
+Het gebouw rustte op 26 pilaren, en het hooge verwufsel daarenboven
+werd ondersteund door een aantal pilasters. Een groot en prachtig
+altaar stond in &rsquo;t midden en elf anderen in evenveel sierlijke
+kapellen; van binnen was alles even kostbaar en luisterrijk.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb95" class=
+"pageref">95</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1268.</p>
+<p><i>D&rsquo;r Ylst</i>, verkorting voor Ter Ylst, volgens
+<span class="sc">Emmius</span>, is de regte naam <i>Yleke</i> of
+<i>Ylk</i>, daarna veranderd in <i>Yltz</i> en voorts in
+<i>Ylst</i>.</p>
+<p>Dat Ylst van ouds welvarender was dan Sneek, en toen dit laatste nog
+een dorp was, reeds tot eene stad werd verheven, heeft veel schijn, en
+wordt door <span class="sc">v. Rhyn</span> (<i>Oudh. en Gest. II</i>.
+77), tegen <span class="sc">Emmius</span> aan, niet verworpen. In 1268
+was Sneek nog eene buurt of gehucht.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb96" class="pageref">96</a>.</p>
+<p><i>In 1270 is te Bolswert het Broereklooster.</i> Reeds in de
+achtste eeuw wil men dat Bolsward gesticht zoude zijn, welke stad
+ongetwijfeld tot eene hooge oudheid opklimt. Eenige Edelen en
+godvruchtige lieden bouwden dit klooster der Minderbroeders, waarvan de
+kerk in &rsquo;t jaar 1281 werd gesticht, eerst door Gaudenten,
+Franciskaner Monniken en naderhand door Observanten bewoond, die zich
+naar de hervorming regelden.&mdash;<span class="sc">Schot.</span>
+<i>Fr. Hist.</i> bl. 348; <i>Oudh. en Gest. II</i>. 11.</p>
+<p>In den jare 1503 brandde het klooster af, doch het schijnt naderhand
+weder opgebouwd. <span class="pagenum">[<a id="pb406" href="#pb406"
+name="pb406">406</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb96" class=
+"pageref">96</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1273.</p>
+<p><i>Als ook een groote hongersnood.</i> Deze was een gevolg, deels
+van de schaarschheid van geld, door de kruistogten veroorzaakt, deels
+door de veepest en de slechte oogsten, maar ook door het bevel des
+Munsterschen Bisschops, Gerard, om geene jaarmarkten te houden en allen
+handel te staken, zoodat niemand van de Friezen vee, boter en kaas
+wilde koopen; daarenboven kwam er van den overvloed van granen uit de
+Oostzee niets over, daar ook de uitvoer zwaar belast werd. De ellende
+steeg dus ten hoogsten top, en vele menschen stierven den hongerdood;
+de liefdadigheid van sommige kloosterlingen alleen behield nog den
+verarmden het leven. Die te voren hunne eigene landen bebouwden,
+moesten in de dorpen gaan bedelen, of voor den kost in de steden en
+voor de kloosters dienen. In de herfst steeg de nood ten top, een groot
+aantal leefden van distels en zeker kruid, hondribbe
+genoemd.&mdash;Verg. <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb. I</i>.
+356; <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. III</i>. 101.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb97" class="pageref">97</a>.</p>
+<p><i>Omtrent den jaare 1280.</i> De ware oorsprong der oude
+Partijschappen, zoo in Friesland als andere Provincien en Landstreken,
+is veelal met de oudheid zelve verdwenen, en de waarheid dus moeijelijk
+uit te vinden. Vele zorgvolle nasporingen leveren dikwijls geringe
+uitkomsten, want na het lezen en herlezen moet men nog vaak zijn
+toevlugt nemen tot gissingen, en met een: &raquo;het komt mij,
+behoudens beter, dus of zoo voor,&rdquo; besluiten. Ook met betrekking
+tot den eigenlijken aanleg en oorsprong der noodlottige verdeeldheden
+tusschen de <i>Vetkoopers</i> en <i>Schieringers</i> bleef mijn
+onderzoek zonder gewenscht <span class="pagenum">[<a id="pb407" href=
+"#pb407" name="pb407">407</a>]</span>gevolg, daar ik hiervan een kort
+verslag had willen geven, hoewel het niet dadelijk of noodwendig tot de
+Bijvoegsels dezer Kronijk behoort: het zoude echter tot inlichting goed
+te stade gekomen zijn. Het een en ander, hoe gebrekkig, wil ik deswege
+mededeelen.</p>
+<p><span class="sc">Jancko Douwama</span>, voornaam Friesch Edelman uit
+het begin der XVI eeuw, geboren te Oldeboorn, een man, zoo als
+<span class="sc">Schotanus</span> zegt (<i>Fr. Hist.</i> p. 617)
+&raquo;van voortreffelijk verstand, groot van moede, een groot
+beminnaar der vaderlandsche vrijheid, kloek van beleid; voorspoed en
+tegenspoed met een gezet en wijs hart kunnende dragen, en die een beter
+lot verdiend had, dan in eene gevangenis zijn leven te laten,&rdquo;
+heeft te Vilvoorden in den kerker, verstoken van eenig gebruik van
+boeken of papieren, uit zijn geheugen over de Geschiedenis van
+Friesland, bepaaldelijk ook van zijnen tijd, een geschrift
+zamengesteld, getiteld: <span class="sc">Boeck der Partijen</span>,
+waarin hij, afwijkende van anderen, over de <i>Vetkoopers</i> en
+<i>Schieringers</i> dit vermeld<a class="noteref" id="xd20e9072src"
+href="#xd20e9072" name="xd20e9072src">75</a>:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="firstpar xd20e102"><i><span class="sc">van den Anfanck der
+Falsche Partije</span></i></p>
+<p class="xd20e102">VAN</p>
+<p class="xd20e102"><b>FRIESLANT</b>.</p>
+</div>
+<p>&raquo;Als in <i>Hollant</i> then ersten alsulcke commocie
+anfanckelijcken vp gestanden were, bij de welcke <span class=
+"pagenum">[<a id="pb408" href="#pb408" name=
+"pb408">408</a>]</span>dattz vast in de landen al misselijck to ginck,
+se funden then ersten geen groet wederstant, so begosten daer in
+<i>Frieslant</i> oeck voel volcx nae to lusteren; ende dat concept, in
+<i>Hollant</i> an gehewen, dochten hoer to mael goet ende wijslijck
+gedaen to wesen; doer de welcke dat voele armen luden bij en ander
+voergadderden. Dan se wolden niet worden genoempt <i>Hoecken</i>,
+angeseen datse gene fiskers weren; oeck so dochten hoer dat to wesen
+een smaetlijcke name; en oeck wolden se dat so gewaltlijcken niet doen,
+alst in <i>Hollant</i> angehewen were; dan vnderstunden den rijcke
+luden met goede woerden to vnderwijsen, dattz also voer Godt ende de
+Werlt behoerden: Wel bet dan de ander in goet vermochten, dat he
+sculdich were to helpen ende to bate to comen den armen, om sijn armoet
+to verhoeden. Dan de rijcke luden wolden daer niet nae hoeren, doer de
+welcke dat de arme vast met de rijcke in de kiste begosten to tasten.
+Doen het daer hen quam, dat se de rijcke begosten in der taske to
+tasten, doen funden se hulp genoech; want daer voel Herscapen an de
+landen weren, den gewoentlijcken weren met hoer nabueren to to tasten;
+als se nv alsulcken oersaecke ende hulp hadden, doen sumeden se hoer
+niet te tijdt, dattz hoer gheboeren mochten. Ende den rijcken luden
+worden genoempt <i>Fetcopers</i>, ende dat daer vmme, dat se wal
+hadden, en fette waer vermochten to koepen; en dan gaewen den rijcke
+luden de arme weder een naeme, en noembden se <i>Scirongen</i>, ende
+dat daer vmme, dat se erst met goede woerden vnderstanden hadden to
+doen, datse nae met gewalt deden; want <i>Sckijren</i> is vp de
+Friesche spraeke so voele gesecht als <i>spreken</i>; <i>Scirong</i> is
+so voele als een <i>relaes</i>; <i>Scirongen</i> is so voele gesecht
+als <i>voele groten woerden</i>. Nv ist waer, he behoert oeck wal to
+konnen spreken, de een anders goet wil hebben, sunder daer wat willen
+weder tegen gewen, dan allene woerden.&rdquo;</p>
+<p><span class="sc">Gabbema</span>, in zijn <i>Verhaal van
+Leeuwaarden</i> (bl. 16 en 17), geeft hiervan eene verklaring, en een
+bladzijde <span class="pagenum">[<a id="pb409" href="#pb409" name=
+"pb409">409</a>]</span>vroeger een verhaal van eene andere oorzaak der
+Partijschappen en beteekenis der woorden. Dit verhaal echter, ook bij
+andere Schrijvers vermeld, alsof op zekeren maaltijd door den twist
+tusschen twee kooplieden, over de keuze van den Sievard of Zedemeester
+(thans zouden wij Ceremoniemeester <span class="corr" id="xd20e9148"
+title="Bron: zeggende,">zeggen),</span> de eerste aanleiding daartoe
+gegeven zou<a id="xd20e9151" name="xd20e9151"></a> hebben, vindt geen
+algemeenen bijval.</p>
+<p>Wanneer men nu de geschiedenis dier tijden raadpleegt, en tot den
+oorsprong en aanleg der ongelukkige factie eenigzins wil besluiten,
+komt, mijns oordeels, het resultaat hierop neder: dat de reeds vroeg
+ontstane twisten tusschen verschillende adellijke of aanzienlijke
+familien, zoo als die van Albada en Renalda, Gerbranda, Gratinga en
+Douwe van Harns en andere Grooten, ter oorzake van den voorrang in het
+offeren, uit hoogmoed, heerschzucht en ongebondenheid, aangeblazen door
+bedorven Geestelijken, werkeloosheid en slapheid der Justitie, en
+vernedering en onregt den minderen aangedaan, de eerste aanleiding tot,
+en door den haat en veete onderling, dadelijk voedsel hebben gegeven,
+aan de ongelukkigste en ellendigste der partijschappen, de grootste der
+rampen, die ooit een land en volk treffen kan, den
+<i>Burgeroorlog</i>.</p>
+<p>De algemeene verbittering der adellijke geslachten onderling; de
+aanmatiging van rijke en magtige Edelen en Grooten; de verheffing van
+dezen in de eerste ambten en betrekkingen, waarvan men zich had meester
+gemaakt; daar bij vernedering en onderdrukking van den niet rijken Adel
+en de Patriciers, worden steeds, en te regte, als de grondslagen van
+alle partijschappen gesteld, hoezeer dan ook eenig ander doel of
+oogmerk werd voorgewend, en men eene geheel andere kleur aan zijne
+handelingen trachtte te geven<a class="noteref" id="xd20e9160src" href=
+"#xd20e9160" name="xd20e9160src">76</a>. Vandaar dat vele Edelen en
+aanzienlijken, niet uit algemeen, maar uit eigen belang, uit
+<span class="pagenum">[<a id="pb410" href="#pb410" name=
+"pb410">410</a>]</span>nijd, afgunst en wraakzucht den burgertwist
+begonnen, en zich aan het hoofd stelden, en eindelijk steden en
+landschappen, Landsheeren en Vorsten daarin deden deelen.&mdash;Men
+leze ter bevestiging de historie van de Hoekschen en Kabeljaauwschen in
+Holland, der Heeckerens en Bronckhorsten in Gelderland, der Lokhorsten
+en Lichtenbergers in Utrecht, der Blaauwvoetsche en Isengrine factie in
+Vlaanderen, der Guelfen en Gibellinen in Itali&euml;, van de Roode en
+Witte Roos in Engeland, en zoo vele anderen.</p>
+<p>Zoo zal het dan ook wel in Friesland zijn geweest: want al ware eens
+de minder aanzienlijke stand of &rsquo;t gemeene volk aanlegger van
+deze partijschappen geworden, tot welke stelling bij enkele Schrijvers
+aanleiding wordt gegeven, zonder hoofden van magt en aanzien zouden
+dezelve geen voortgang hebben gehad. Tegen de invallen der Noormannen,
+ter beveiliging van watervloeden, en uit hoofde van den toenemenden
+overvloed en weelde der ingezetenen, was het getal der aanvankelijk
+gebouwde steenen huizen of stinzen aanmerkelijk vermeerderd<a class=
+"noteref" id="xd20e9173src" href="#xd20e9173" name=
+"xd20e9173src">77</a>. Zij werden nu ook bijzonder tot betere en
+sterkere vestingen gemaakt, om als Fries Heer tegen den aanvaller zich
+te beveiligen, of zijn gezag eens regt te doen gelden. Koophandel en
+fabrijken waren naar den aard der tijden, vooral onder den burgerstand,
+in vollen bloei, en de hooggeschatte vrijheid was aller leus. Rijkdom,
+magt, eer en aanzien baarden, zoo als altijd, nijd, afgunst en
+overmoed, terwijl <span class="pagenum">[<a id="pb411" href="#pb411"
+name="pb411">411</a>]</span>dezen door regeringloosheid en verwarring
+geen teugel vonden. Elke vrije Fries van aanzien kon toch niet dulden,
+dat een ander boven hem verheven werd of den meester speelde: wie der
+eigenerfden kon voor den anderen bukken, en welk adellijk geslacht zou
+aan het ander den voorrang toekennen? Zoo groeiden wrok en wrevel tot
+eene hatelijke vijandschap aan; onderlinge tweespalt en verdeeldheid
+deden den zwakkeren bijstand zoeken tegen den aanval der sterkeren: zoo
+vormden zich geweldige partijen, en elke beleediging, elke twist, elke
+kwetsing der eere moest met veel bloeds worden uitgewischt, niet tot
+vernietiging der verdeeldheden, maar om al weder den grondslag te
+leggen van nieuwen haat en vervolging. Dus werd de woede en vijandschap
+der verschillende partijen ontzettend in die tijden: want men gunde den
+andersdenkende licht noch leven, totdat na twee volle eeuwen van roof,
+moord en verwoesting, verlies van goed, bloed en vrijheid het eindelijk
+loon was der Friezen voor hunne boosheid en dwaasheden.</p>
+<p>De Edelen in Oostergo behoorden in den aanvang tot de partij der
+<i>Vetkoopers</i>, die zich over de Lauwers vrienden en bondgenooten
+kozen, en met Groningen zich vereenigden. De Adel in Westergo vormde
+hoofdzakelijk de <i>Schieringer</i>-partij, die bij de Hollanders
+ondersteuning zocht. Evenwel voegden zich verschillende geslachten uit
+de beide Go&euml;n, dan tot deze, dan tot gene partij; zelfs
+famili&euml;n verdeelden zich, en dit gaf derzelver leden nieuw voedsel
+tot scheuring en bederving. De facti&euml;n zelve volgden dus geen vast
+stelsel van staatkunde, of trokken voor het algemeen welzijn, naar elks
+verschillend gevoelen, partij; maar wanneer zij door buitenlandschen
+aanval werden bedreigd of overvallen door anderen, dan wapenden zij
+zich algemeen tegen den uitheemschen vijand. De <i>Schieringers</i>
+hebben over &rsquo;t algemeen geijverd voor de aloude Friesche vrijheid
+en onafhankelijkheid, als afkeerig van vreemde magt en invloed;
+daarentegen zochten later de <i>Vetkoopers</i> de inzigten der
+Hollandsche Graven te begunstigen. <span class="pagenum">[<a id="pb412"
+href="#pb412" name="pb412">412</a>]</span>Gedurende het laatste
+gedeelte der veertiende en &rsquo;t begin der vijftiende eeuw stond de
+stad Groningen aan het hoofd der <i>Schieringers</i><span class="corr"
+id="xd20e9205" title="Niet in bron">.</span> In 1491 echter sloten de
+<i>Vetkoopers</i> met die stad een verbond, waarbij aan haar groote
+magt over een deel van Friesland gegeven werd.</p>
+<p>In dezen tijd stonden de <i>Vetkoopers</i> ook in verbindtenis met
+de Kabeljaauwschen in Holland<a class="noteref" id="xd20e9216src" href=
+"#xd20e9216" name="xd20e9216src">78</a>.</p>
+<p>Wat nu den naamsoorsprong betreft, deze is onzeker, en heeft tot
+verschillende gissingen aanleiding gegeven. Men zie daarover de
+aangehaalde Schrijvers, welke echter geen genoegzame gronden opgeven,
+om tot eenige zekerheid te besluiten<span class="corr" id="xd20e9236"
+title="Niet in bron">.</span> Alle verklaringen echter vereenigen zich
+hoofdzakelijk in dit punt, dat door <i>Vetkoopers</i> aanzienlijke en
+vermogende personen worden aangeduid, en door <i>Schieringers</i> de
+minder begoedigden en geringeren stand. De geleerde <span class=
+"sc">Westendorp</span> (<i>Jaarb. I</i>. 355 en 356) voegt hier deze
+opmerking bij: &raquo;dat men eenen man met een voorkomen van rijkdom
+en gezag, ook thans nog eenen <i>Vetkooper</i>, en iemand, die
+tamelijk, doch zuiver gekleed is, zonder eenig voorkomen, <i>Schier</i>
+noemt. Zoo zegt men hier (in de Provincie Groningen) nog dagelijks: het
+is een heele <i>Vetkooper</i>, en hij is <i>hemmel</i> en
+<i>schier</i>; of ook: hij zit er goed, en, hij heeft eenen
+<i>schieren</i> boedel, dat is, een&rsquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="pb413" href="#pb413" name=
+"pb413">413</a>]</span>boedel zonder schulden.&rdquo; In onze Provincie
+zegt men wel: <i>hemmel</i> of <i>hemel</i> en <i>schien</i>,
+beteekenende: <i>zindelijk</i>, <i>proper</i> (hoewel behoeftig) en
+<i>schoon</i>. <i>Schier</i> beteekent altoos <i>graauw</i>,
+<i>grijs</i>. Verg. <span class="sc">Wassenbergh</span>,
+<i>Idioticon</i>, en <span class="sc">Epkema</span>,
+<i>Woordenboek</i>.</p>
+<p>Een der merkteekenen van onderkenning schijnt in het aanleggen der
+turven aan den haard geweest te zijn, leggende de een het vuur boven en
+de ander hetzelve onder.</p>
+<p>Bij hunne gastmalen, dus wordt verhaald, werd steeds een bedekte
+schotel op tafel gebragt, en na met eenen dronk indachtig te zijn
+geweest aan de de verslagen Bondgenooten, na vermelding der
+heldendaden, aanvuring en vernieuwing van &rsquo;t eedverbond, ontdekte
+men den schotel, waarin de Zelen lagen, waarmede de opgegeten ossen
+waren gebonden geweest, tot herinnering, dat het weder tijd was op
+nieuwen roof en buit uit te gaan. Dit noemde men in onze landtaal:
+&rsquo;t <span class="sc">Horspil in de patele</span>. Over de
+beteekenis van &rsquo;t woord <i>Horspil</i> hebben de taalgeleerden
+getwist. In het zeer zeldzaam geworden Geschriftje: <i>Nuttigheid van
+de Taalkennis der Middeleeuwen, alsmede van die der oude Vriesen</i>,
+door <span class="sc">A. ten Broecke Hoekstra</span> (denkelijk in
+&rsquo;t jaar 1814 uitgegeven), p. 22 en 23, vinden wij het
+volgende:</p>
+<p>&raquo;<i>Horspil in de patele</i>, dus noemde men de Koezelen,
+welke de Schieringers en Vetkoopers, bij het eindigen der maaltijden,
+in den schotel legden, om hunne vrienden en dischgenooten weder tot
+nieuwen roof uit te noodigen.&mdash;<span class="sc">V. Rooy</span>
+vermoedt, dat <i>Hors</i> in het Oud-Vriesch eene algemeene benoeming
+van <i>groot vee</i> geweest zij, en dus zoo wel eenen <i>os</i> of
+eene <i>koe</i>, als een <i>paard</i>, beteekend hebbe.&mdash;Het is
+mij onbegrijpelijk, hoe dat men, zoo weinig met der
+taalsoorspronkelijkheid eens Lands bekend, aan uitleggingen van die
+natuur zich wage; maar mijne verwondering rijst ten top, wanneer men,
+daar de uitlegging er bijgevoegd, en door den Schrijver zelven
+aangevoerd wordt, naar de beteekenis des woords gaat
+rondtasten.&rdquo;</p>
+<p>&raquo;<i>Horspil</i> is eene verkorte uitspraak en schrijving
+<span class="pagenum">[<a id="pb414" href="#pb414" name=
+"pb414">414</a>]</span>van <i>horn-spil</i>: <i>horn</i> is hoorn, of
+horen, cornu; en <i>spil, spel</i>, gereedschap, hier de <i>zelen</i>,
+ook in Vriesland <i>horn-touwen</i> genoemd: zoo zegt men mede aldaar
+<i>tornbeyen</i> (spreek uit <i>to&acirc;n-beyen</i>) en dit voor
+<i>thorn beyen, doren-bessen, braambessen</i>: de <i>ky bornje</i>
+(spreek uit <i>bo&acirc;nje</i>) dat is: de koeijen bornen,
+wateren<span class="corr" id="xd20e9394" title=
+"Niet in bron">.</span>&rdquo;</p>
+<p>De geleerde Friesche Taalkenner <span class="sc">J. H.
+Halbertsma</span> gaf mij hierop deze bedenking: &raquo;Deze uitlegging
+van den heer <span class="sc">Hoekstra</span> voldoet niet volkomen aan
+eenen taalkenner. In lettergrepen die met <i>rn</i> eindigen, laat de
+Fries de <i>r</i> vallen, en houdt de <i>n</i>, gelijk in
+<i>tho&aacute;n, bo&aacute;n-je, ko&aacute;n</i> in plaats van
+<i>thoarn, boarnje, koarn</i> (garst). In <i>hornspil</i> daarentegen
+zou de <i>n</i> verdwenen en de <i>r</i> overgebleven zijn, waarvan ik
+geen tweede voorbeeld in de Friesche taal ken. Indien men onderstellen
+mag dat <span class="sc">Hamconius</span>, en in navolging <span class=
+"sc">Gabbema</span>, met zijne gewone onnaauwkeurigheid in taalkundige
+onderwerpen, <i>Hornspil</i> in <i>Horspil</i> bedorven hebben, is de
+verklaring van <span class="sc">Hoekstra</span> volkomen juist. In
+<i>hoernes hluud</i>, hoornen geluid (<i>Oude Fr. Wetten</i>, bl. 254),
+<i>hornfia</i>, horenvee (<i>Chart. I</i>. 342), <i>hoernleggher</i>,
+horenleger (<i>Chart. I</i>. 517), ziet men dat de <i>n</i> nooit van
+haren post wijkt.&rdquo;</p>
+<p>Bij <span class="sc">v. Alkemade</span>, in <i>Nederl.
+Displegtigheden, I</i>. 466, volgg., wordt hierover gehandeld, doch
+hieruit zal men weinig licht scheppen, daar de Schrijver <i>Horspil</i>
+voor <i>Paarde-tuig</i> of <i>toom</i> verklaard hebbende, met de
+<i>koezelen</i> geen weg weet.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb100" class="pageref">100</a>.</p>
+<p><i>Omtrent den jaare 1303.</i> Wij laten deze luchtverschijningen en
+bloedregens, niet alleen bij <span class="sc">O. van Scharl</span> en
+<span class="sc">Winsemius</span>, maar ook door <span class=
+"sc">Schotanus</span> (fol. 164, quarto bl. 179) vermeld, daar; doch
+zeker is het, dat deze en volgende jaren allernoodlottigst <span class=
+"pagenum">[<a id="pb415" href="#pb415" name="pb415">415</a>]</span>voor
+dit gewest waren; want de woede der Vetkooper- en Schieringer-partijen
+steeg zoo hoog, dat men noch op weg, noch in huis of elders, bijna meer
+veilig was. Het regt van den <span class="corr" id="xd20e9509" title=
+"Bron: serkste">sterkste</span> gold alleen: teugelloos en wreedaardig
+woelde men in zijnen ontzindheid voort, en spaarde geene jaren of
+kunne; vooral de rijke huislieden waren in den dollen moedwil meesters
+boven allen, waar het op moorden, branden en doodslaan aankwam. En
+onder al dit kwaad, dat de menschen elkander brouwden, steeg de druk
+der tijden nog hooger en hooger, daar geweldige regens en onweders de
+vruchten <span class="corr" id="xd20e9513" title=
+"Bron: der landbouw">van den landbouw</span> vernielden, waardoor kort
+daarna dure tijden, groote hongersnood en pestziekten volgden. Dit
+alles wordt ook beschreven in de kronijk van <span class="sc">Worp van
+Thabor</span>. Zie voorts <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb.
+III</i>. 219 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb101" class=
+"pageref">101</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1306.</p>
+<p><i>Omtrent dezen tijd heeft J. Flieterp.</i> Zie onze aanteekeningen
+op bl. 286, 288 en 359.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb101" class="pageref">101</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1313 is de Landsheer Martena overleden.</i> Met den
+dood van dezen braven Landsvader vermeerderde ook Frieslands ramp en
+onheil; want met de twisten der Regters, die eene wijle tijds het land
+bestuurden, namen de ondeugden der kerkelijken en wereldlijken toe; en
+waar de geestelijkheid alleen voor haar staatkundig belang ijvert, gaat
+regt en godsdienst te gelijk verloren. Men nam dus tot Upstalboom zijn
+toevlugt, dat aanvankelijk een beteren toestand beloofde; doch toen de
+partijgeest, onder den schijn van vrijheidszucht, weder <span class=
+"pagenum">[<a id="pb416" href="#pb416" name="pb416">416</a>]</span>het
+booze hoofd opwaarts stak, was het een jammer zonder einde.</p>
+<p>In dit jaar werd aan de kerk te Ylst de eere gegund, om voor
+dengenen die haar in bedevaart bezocht aflaat van zonden te schenken,
+met al de gebruikelijke plegtigheden; dan ook door deze en andere
+bijgeloovigheden was geen razende partijschap te dempen, waren geene
+driften te koelen. Men zie den Aflaatsbrief in &rsquo;t <i>Charterb.
+I</i>. 151. De kronijken verhalen vele schrikkelijke gebeurtenissen en
+wonderen, in dezen tijd van hongersnood en ellende voorgevallen. Zie
+ook <span class="sc">Westendorp</span>, <i>Jaarb. II</i>.
+102&ndash;109.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb102" class=
+"pageref">102</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1318.</p>
+<p><i>In dezen tijd was Stavoren in het verbond der Anseesteden.</i>
+Het merkwaardig Hanzee-verbond moet gesloten zijn aanvankelijk tusschen
+de steden Lubek en Hamburg, in 1241, ter beveiliging van den zee- en
+landhandel, destijds door roovers en vrijbuiters belemmerd en
+benadeeld. Een aantal koopsteden traden tot dit verbond toe, als
+hebbende dezelfde behoefte, en zoo werden de Friesche steden ook in
+deze handelmaatschappij opgenomen. Daar zij echter eene groote zeemagt
+ontwikkelde, en haar bestaan en invloed met die der vermogende Vorsten
+van Europa dikwijls in strijd waren, ondervond zij van dezen vele
+beletselen. Deze en andere omstandigheden veroorzaakten in 1630 haren
+ondergang. Alleen Lubek, Hamburg en Bremen vernieuwden het verdrag.</p>
+<p>De Etymologisten hebben, als naar gewoonte, over den oorsprong des
+woords zeer getwist. <span class="sc">Kiliaan</span> verklaart
+<i>Hans</i> als <i>Socius</i>, <i>Collega</i>, dus <i>Hans-steden</i>
+voor <i>Sociae et liberae civitates</i>, enz. <span class=
+"sc">Bilderdyk</span> (<i>Geslachtlijst</i>) zegt: &raquo;het woord is
+<i>Hansbeker</i>, d. i. <i>oorbeker</i> van <i>hanse</i> of <i>anse</i>
+(Lat. <i>ansa</i>) <i>oor</i>, <i>handvat</i>, <i>Hans-e&ecirc;</i> is
+dus <i>bekerverbond</i>, &rsquo;t geen men dwaaslijk <span class=
+"pagenum">[<a id="pb417" href="#pb417" name=
+"pb417">417</a>]</span><i>hans-e&ecirc;-verbond</i> noemt. <span class=
+"sc">Du Cange</span>, in zijn <i>Glossarium</i>, geeft nog andere
+afleidingen, strijdig met die van <span class="sc">Bilderdyk</span>,
+als ook de <i>Teuthonista</i> van <span class="sc">van der
+Schueren</span>. Zie <span class="sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist.
+III</i>. 500, en <i>Aanmerkingen</i> daarop bl<span class="corr" id=
+"xd20e9657" title="Niet in bron">.</span> 96, waar men het woord liefst
+door <i>Broederschap</i> wil verklaren. <span class="sc">Bild.</span>
+<i>Gesch. der Vad.</i> IV, 350.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb103" class="pageref">103</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1332.</i> De vrome en brave <i>Eelko Liauckama</i>,
+Abt van Lidlum, werd in dit jaar vermoord. Men leze de korte
+Levensschets in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 10
+December 1833</i>. Verg. <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb.
+III</i>. 329, en de aangehaalde Schrijvers.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb104" class=
+"pageref">104</a>&mdash;A<sup>o</sup> 1342.</p>
+<p><i>In dit zelve jaar, den 25 September, is Graaf Willem</i> enz.
+Deze slag is voorgevallen den 26 of 27 September 1345<a class="noteref"
+id="xd20e9703src" href="#xd20e9703" name="xd20e9703src">79</a> nabij
+Warns, (niet <i>Werrega</i>, gelijk <span class="sc">Wagenaar</span>
+vermeldt,) wordende het getal dooden bij sommige Schrijvers op slechts
+3700 gesteld:&mdash;doch zeker is het, dat de meesten der Hollandsche
+huizen er hun hoofd of een afstammeling lieten, dewijl het Hollandsche
+leger derwijze werd geslagen en nagejaagd, dat er weinig meer dan
+twintig levendig afkwamen, waaronder Jan van Beaumont behoorde, die
+door zijn schildknaap, ondanks zijne wonde, met een vaartuig gered
+werd. Het lijk des Graven werd tien dagen na den slag gevonden, en in
+&rsquo;t klooster Bloemkamp, bij Bolsward, begraven, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb418" href="#pb418" name="pb418">418</a>]</span>doch
+later, zoo men wil, naar &rsquo;s Gravenhage vervoerd. Des Graven dood
+gaf alom groote droefheid. Men verklaarde de goederen der Friezen
+verbeurd, en eene wraakzuchtige bende begaf zich naar het eiland
+Marken, stak een Monnikenklooster, tot de Abdij van Mari&euml;ngaarde
+behoorende, in brand, en wierp de ongelukkige Cellebroeders in zee.
+Verg. <span class="sc">Bilderdyk</span>, <i>Gesch. des Vaderl. III</i>.
+118, volgg; <i>Teg. Staat, I</i>. 493, en de daar vermelde
+Schrijvers.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb105" class=
+"pageref">105</a>&mdash;A<sup>o</sup> 1348.</p>
+<p>Onze kronijk maakt mede geen gewag van het Bestand, tusschen de
+Friezen en den Graaf van Holland den 22 Junij 1348 gesloten. Dit voor
+de Friesche Geschiedenis zeer gewigtig stuk, in &rsquo;t
+<i>Charterb.</i> van <span class="sc">v. Schwartzenberg</span> niet
+vermeld, komt voor als <i>II Bijlage</i> achter de uitmuntende
+<i>Verhandeling over den oorsprong der Hoeksche en Kabeljaauwsche
+twisten</i>, van den <i>Rijks-Archivarius</i> Mr. <span class="sc">J.
+C. de Jonge</span> (<i>Leijden</i>, 1817). Het vredeverdrag werd
+gesloten met de Edele en Aanzienlijke Mannen, Heer Willem, Hertog van
+Beijeren, Graaf van Holland, Zeeland en West-Friesland en Heer Jan van
+Beaumont, benevens de Ridderschap, Steden, overige Ingezetenen der
+voorzeide Landen, door de Prelaten, Grietmannen, Hovelingen en de
+geheele Gemeente der Landen van Oostergo en Westergo. Deze beloven
+daarbij met algemeenen wijzen en rijpen rade aan hunne partijen en al
+derzelver bondgenooten, een vast bestand zonder arg of list, gedurende
+twintig aaneenvolgende jaren, van af den toen eerstvolgenden St.
+Jacobsdag, om den kwaden twist tusschen hen ontstaan te bedaren, uit te
+dooven en tot goed verdrag te brengen, en zulks op de volgende
+voorwaarden:</p>
+<p>Dat de onderdanen van den Graaf de grenzen dezer landen niet zouden
+mogen overschrijden, zelfs niet om eenig schijnbaar gevaar te ontgaan;
+met uitzondering <span class="pagenum">[<a id="pb419" href="#pb419"
+name="pb419">419</a>]</span>echter van het geval, dat zij door storm of
+dergelijke oorzaken in vrees en angst waren gebragt, als wanneer zij
+met hunne goederen en personen, zich moesten houden aan het gezegde
+bestand.</p>
+<p>Dat, zoo zij echter hier plagten te vertoeven om koophandel te
+drijven, zij ten allen tijde en zooveel hun behaagde de drie plaatsen
+dezer landen, waar de waren ter koop aangeboden en markten gehouden
+worden, namelijk Harich en Cornwerth in Westergo en Holwerth in
+Oostergo, zouden mogen bezoeken en die weder verlaten, onder de hierna
+te melden voorwaarde van dit zelfde bestand.</p>
+<p>Dat het voorzegde bestand zich zoude uitstrekken tot alle rivieren,
+zee&euml;n, steden, dorpen en plaatsen, waar de wederzijdsche
+ingezetenen mogten zamenkomen of elkander ontmoeten, buiten de grenzen
+van beider gebied.</p>
+<p>Dat zoo iemand door ingeving des Duivels of op eenige andere wijze
+buiten belegden rade van regteren en hovelingen dezer landen, iemand
+van &rsquo;s Graven onderdanen mogte beleedigen, dooden of zijner
+goederen berooven, tegen den inhoud van dit verdrag, het bestand
+daardoor niet gerekend zoude worden verbroken te zijn, maar dat den
+beleedigden naar de wetten en gewoonten der plaats, waar het voorzegde
+misdrijf had plaats gehad, door de gestelde regters voldoening en
+schadevergoeding zoude verschaft worden, gelijk zulks in het omgekeerde
+geval ook bij &rsquo;s Graven ambtenaren naar hunne wetten zou
+gevorderd worden.</p>
+<p>Dat, om &rsquo;s Graven wille, dit bestand, zich ook ter goeder
+trouw uitstrekken zoude tot die van Stavoren, wier voorspraak Hij
+geweest was, en dat hun ten volle vergund werd, om binnen de grenzen
+dezer landen terug te keeren en er te verblijven.</p>
+<p>Hierop wordt er het volgende slot bijgevoegd: Ten bewijze hiervan is
+deze tegenwoordige bevestigd met de Zegels der Landen van Oostergo en
+Westergo, der eerwaarde Heeren Abten van Bethanien en Klaarkamp in
+Oostergo, Bloemkamp en Ludingakerk in Westergo, en der steden Dockum en
+Leeuwarden in <span class="pagenum">[<a id="pb420" href="#pb420" name=
+"pb420">420</a>]</span>Oostergo, Sneek en Bolsward in Westergo. Gegeven
+in &rsquo;t jaar onzes Heeren 1348 Zondags na het feest der H.
+Drieeenheid.</p>
+<p>Dit is de zakelijke inhoud van het Bestand, welke aldus is
+medegedeeld, met eenige zeer belangrijke ophelderende Aanteekeningen,
+in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant van den 31 Julij 1832</i>,
+waarnaar wij den Lezer verwijzen.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb105" class="pageref">105</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1361.</i> Over deze merkwaardige Vergadering en
+derzelver werkzaamheden leze men <span class="sc">Westend.</span>
+<i>Jaarb. II</i>. 200, volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb106" class=
+"pageref">106</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1388.</p>
+<p><i>Folkmer Allena.</i> De Kronijkschrijver <span class="sc">E.
+Beninga</span> deelt nopens dezen man een volksliedje mede, om deszelfs
+vorm en oudheid merkwaardig. Het staat in de <i>Anal.</i> <span class=
+"sc">v. Mattheus</span>, <i>IV</i>. 158 en 159, en in &rsquo;t
+<i>Jaarboek</i> van <span class="sc">Westendorp</span>, <i>II</i>. 245,
+met eene veranderde spelling.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb107" class=
+"pageref">107</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1397.</p>
+<p><i>In den jaare 1397.</i> Ik houd het er voor dat dit moet zijn
+1396. Onze kronijk echter verwart deze en andere veldtogten met
+elkander. Van dit ongelukkig gevecht vinden wij bij alle Schrijvers
+uitvoerige vermelding. <span class="sc">Winsemius</span> stelt het ook
+op 1397, tegen de aanteekeningen van <span class="sc">Edo van
+Jonghama</span>, <span class="sc">Petrus van Thabor</span> en
+<span class="sc">Emmius</span> aan. Hier moet ik opmerken, dat men bij
+gelegenheid van dezen <span class="pagenum">[<a id="pb421" href=
+"#pb421" name="pb421">421</a>]</span>merkwaardigen togt van Hertog
+Albrecht van Beijeren tegen de Friezen het <i>eerst</i> gewag vindt
+gemaakt, dat de schepen in deze landen van geschut en buskruid zijn
+voorzien. Hiervan wordt melding gemaakt in een Handschrift, berustende
+in ons Rijks-Archief, in &rsquo;t welk men leest, dat, op bevel van
+Hertog Albrecht en deszelfs Raad, <i>Bussen</i>, <i>Kruid</i>,
+<i>Steen</i>, <i>Schutte</i>, <i>Vierpannen</i>, <i>Torken</i> en
+andere behoeften worden aangekocht, welke men in de groote schepen
+noodig had<a class="noteref" id="xd20e9877src" href="#xd20e9877" name=
+"xd20e9877src">80</a>. In een Hanzee-verbond van den jare 1418, waartoe
+ook de Nederlandsche steden behoorden, wordt aan het scheepsvolk
+verboden op lijfstraffe wapenen en buskruid te verkoopen<a class=
+"noteref" id="xd20e9889src" href="#xd20e9889" name=
+"xd20e9889src">81</a>. Twintig jaren later wordt onder de middelen van
+verdediging en afbreuk op de schepen uitdrukkelijk van <i>Bussen</i>,
+dat is, van kanon, melding gemaakt. Sedert dien tijd werd het geschut
+en ook het handgeweer meer en meer algemeen, en op de schepen de gewone
+wapenen<a class="noteref" id="xd20e9900src" href="#xd20e9900" name=
+"xd20e9900src">82</a>.</p>
+<p>Over den tijd der uitvinding van het buskruid is men oneens, daar
+velen, niet te onregt, beweren, dat het v&oacute;&oacute;r Berthold den
+Zwarten reeds bestond. Zeker is het, dat het gebruik daarvan, hier te
+lande eerst in 1350 of 1351 is geweest, en wel in het beleg van het
+Kasteel Rozenburg, nabij Voorschoten.</p>
+<p>Maar ik mag niet voorbijgaan het koddig verhaal van <span class=
+"sc">Cornelis Kempius</span>, waarin hij beweert, dat een Friesch
+Koning, met name Chimoscus, den Graaf van Holland <span class=
+"pagenum">[<a id="pb422" href="#pb422" name="pb422">422</a>]</span>en
+zijne twee zonen met een musket had doodgeschoten, en ook in een
+tweegevecht, ter oorzake van &rsquo;s Graven dochter, de schoone
+Olimpia, met Graaf Roeland van Vlaanderen, zijn schutgeweer gebruikt
+had, zoodat de Friezen uitvinders van het buskruid zijn, hetwelk
+<span class="sc">Hamconius</span> ook bevestigt, die mede Chimoscus
+voor den uitvinder daarvan houdt. Wij evenwel betwijfelen het zeer, en
+geven liever aan het dichterlijk vernuft van den geestigen Ariosto, aan
+wien Kempius zijn verhaal ontleende, de eer dezer vinding. Verg.
+<i>Oudh. en Gest. II</i>. 354&ndash;357. <span class="sc">E.
+Beninga</span>, in zijne <i>Hist. van Oost-Vriesland</i> op de jaren
+1379 en 1380, vermeldt, dat men destijds in de Friesche onlusten zich
+van buskruid en geschut bediende. Zie <span class="sc">Driessen</span>,
+<i>Mon. Groningana</i>, <i>II</i>. 399.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb109" class="pageref">109</a> en
+110.</p>
+<p><i>In den jaare 1400&ndash;1401.</i> Onder al de twisten en
+oorlogen, de rampen en onheilen daaruit geboren, waren het niet altoos
+de Friezen en onderlinge partijen, bij welke men de aanleiding en
+oorzaak zoeken<a id="xd20e9945" name="xd20e9945"></a> moet<span class=
+"corr" id="xd20e9947" title="Niet in bron">,</span> maar aanhitsing en
+ondersteuning van buiten, alles naar staatkunde en eigenbelang
+berekend, heerschzucht en vijandschap van Bisschoppen, Graven en
+anderen, gaven meestal voedsel aan den burgeroorlog. Vandaar ook die
+(zoo als men ze noemde) Groote, dat is, woeste en beruchte lieden dezer
+eeuw. Onder de zeeroovers dier tijden was <i>Stortenbeker</i> een
+befaamd man, in het drinken zoowel als in het vechten: dit blijkt uit
+den bij hem gevonden grooten beker, toen hij gevangen genomen werd,
+waarop dit kreupel vers stond:</p>
+<p class="signed"><i>Ick Joncker Sissingha,</i><br>
+<i>Van Groninga,</i><br>
+<i>Dronck dees hensa,</i><br>
+<i>In een flensa,</i><span class="pagenum">[<a id="pb423" href="#pb423"
+name="pb423">423</a>]</span><br>
+<i>Door myn kraga,</i><br>
+<i>In myn maga.</i></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb111" class=
+"pageref">111</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1404.</p>
+<p><span class="sc">Sjoerd Wiarda</span>. Naar dezen Potestaat ontving
+het slot te Goutum den naam van <i>Wiarda-State</i>, hetwelk hij reeds
+in den jare 1404, toen hij met Harinxma tot Potestaat verkozen werd,
+bewoonde. Ons werd de navolgende geschrevene aantekening, op
+<span class="sc">Schotanus</span> zijne <i>Beschryvinge</i>, van den
+Old-Raadsheer <span class="sc">Tjalling Edo van Sminia</span>,
+medegedeeld:</p>
+<p>&raquo;<i>Goutum</i>. Hier ligt de State <i>Wiarda</i>, een groot
+sieraad van dit dorp, een schoon gebouw met zijn hovinge en graften,
+bewoond bij den Hr. Jonkheer <span class="sc">Tiberius Pipinius van
+Eminga</span>; wierde bijgenaamd <i>Schenkinsma</i>, gelijk daar ook
+leggen <i>Putsma</i>, nieulinks met eene nieuwe hovinge en een
+welbeplante opreed versiert door den Hr. Jonkheer <span class=
+"sc">Ruurdt van Burmania</span>; en <i>Drinkuitsma</i> door denselven
+afgebroken en geslegt, daar nabij gelegen. Deze drie plaatsen plegen
+van drie Gebroederen bewoond te worden, die groot vermaak schepten in
+&rsquo;t drinken, en daarop roemden; tot hare gedachtenisse wierde dit
+versje gemaakt:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Qui nos tres geminos superat certamine Bacchi</p>
+<p class="line">Hic venit Alcides redivivus conteret Hydram.&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="firstpar">d. i. vrij overgezet:</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Eer dat ons dapper driemanschap,</p>
+<p class="line xd20e2637">In Bacchus&rsquo; school volleerd,</p>
+<p class="line">Worde in een Frieschen bekerstrijd</p>
+<p class="line xd20e2637">Verslagen of verheerd;</p>
+<p class="line">Eer zal de woeste Hercules</p>
+<p class="line xd20e2637">Herrijzen uit zijn graf,</p>
+<p class="line">En slaan een tweeden monsterdier</p>
+<p class="line xd20e2637">Tienduizend koppen af!</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb424" href="#pb424" name=
+"pb424">424</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb112" class="pageref">112</a>, op de
+Noot.</p>
+<p><i>Hiske Abdena</i> was Proost en Hoveling te Emden, een hoog
+heerschzuchtig man, die zich aan het hoofd der Schieringers in
+Oostfriesland had gesteld en in naauw verband met de Groningers stond.
+Gevlugt naar Groningen, wilden de Schieringers hem ondersteunen, doch
+de Vetkoopers hielden de partij van Keno ten Broek,&mdash;en ziehier
+den oorsprong der partijnamen <i>Hisk-</i> of <i>Hikhorsters</i> en
+<i>Bronkhorsters</i>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb113" class=
+"pageref">113</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1414.</p>
+<p><i>Ook liet Jarges het goud en zilver</i> enz. Niet alleen te
+Fivelgo, maar ook te Midwolde en Loppersum, maakte hij zich meester van
+het gouden en zilveren vaatwerk, en liet de ongezinde kerkvoogden
+eenigen tijd vastzetten, om zoo zijn oogmerk te bereiken.</p>
+<p>De Koppens-gulden was dezelfde met den Arendsgulden, welke naar de
+tegenwoordige munt, eene waarde moet gehad hebben van 37&frac12; cent.
+In 1453 gold hij 7 braspenningen van 9 duiten &rsquo;t stuk: in 1491
+werd dezelve afgezet.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb115" class="pageref">115</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1418 heeft Fokko te Lier.</i> <span class="sc">Fokke
+Uken</span>, <span class="sc">Ukena</span> of <span class=
+"sc">Ukessen</span>, Hoveling<a class="noteref" id="xd20e10103src"
+href="#xd20e10103" name="xd20e10103src">83</a> te Evermoer <span class=
+"pagenum">[<a id="pb425" href="#pb425" name="pb425">425</a>]</span>in
+Leer, Heer van Aurich en Broekmerland of te Broekum, die eene groote en
+belangrijke rol in de onlusten der Schieringers en Vetkoopers in
+&rsquo;t begin van de XV eeuw speelde, was uit eene voorname adellijke,
+doch niet vermogende Oost-friesche familie gesproten. Zijn vader heette
+<i>Uko</i> en zijne moeder <i>Amke van Lengen</i>. De ru&iuml;nen van
+hunnen ouden burgt waren ten tijde van den geschiedschrijver
+<span class="sc">Emmius</span> nog aanwezig: thans toont men slechts de
+plaats aan, waar dezelve stond, op de veenakkers tusschen Aurich en
+Leer. Nergens vindt men Fokke&rsquo;s geboortejaar vermeld; doch hij
+stierf, oud van jaren, den 29 Augustus 1435, gelijk sommigen beweren,
+ten gevolge van het nuttigen van eene vergiftigde biersoep, door zijne
+Echtgenoote <i>Hidde</i> hem toegediend. Hij trad als officier in
+dienst van Keno ten Broek: zijne eerste vrouw was <i>Theda van
+Reide</i>, bij welke hij twee zoons en twee dochters had: zijne tweede
+vrouw was <i>Hidde van Dijkhuizen</i>, uit welk huwelijk zijne dochter
+Ulske, gehuwd aan Unico Ripperda, sproot. Beide deze vrouwen bragten
+hem een groot vermogen aan, en het gelukte hem zijne kinders aan zeer
+aanzienlijke, rijke famili&euml;n uit te huwen. Hij was verstandig en
+omzigtig in het aanleggen zijner plannen, dapper en koen aan de spits
+zijns legers, onverschrokken in gevaren, trotsch in zijne handelingen,
+die vermeerdering zijner magt en rijkdom ten doel hadden, en
+wraakgierig tegen zijne vijanden. Van zijnen jeugdigen leeftijd wordt
+nergens gewag gemaakt, en op het einde van de XIV eeuw is men het eerst
+in de geschiedenis zijns gedachtig.</p>
+<p>Er is eene korte levensbeschrijving van hem in &rsquo;t Latijn
+zamengesteld uit <span class="sc">Emmius</span> en <span class=
+"sc">Beninga</span>. De verdienstelijke <span class="sc">Wiarda</span>
+echter heeft eene uitvoerige beschrijving van zijn leven en bedrijf
+gegeven, en geplaatst in het Tijdschrift: <i>Ost-Friesische
+Mannigfaltigkeiten, erster Jahrgang</i>, <i>Aurich</i> 1784, getrokken
+uit de beste bronnen destijds in druk en handschrift aanwezig, en met
+bijzondere naauwkeurigheid behandeld. Ik heb daarvan eene vertaling
+gegeven <span class="pagenum">[<a id="pb426" href="#pb426" name=
+"pb426">426</a>]</span>in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder Couranten
+van den 4 en 11 September, 2 en 16 October 1832</i>, welke bijdrage tot
+de geschiedenis van dien tijd zeer belangrijk is. Men verg. overigens
+het <i>Jaarb.</i> van <span class="sc">Westendorp</span>, op
+1411&ndash;1435. Het portret van <span class="sc">Ukena</span> bevindt
+zich thans op het buitengoed van Jonkheer <span class="sc">Hora
+Siccama</span> <i>van de Harkstede</i>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb116" class=
+"pageref">116</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1420.</p>
+<p><i>De Schieringers hij Catse geslagen.</i> <span class=
+"sc">Schotanus</span> noemt ook <i>te Catze, aan een plaets geheeten
+Palesloot</i>: <span class="sc">Petr. Thab.</span> <i>ter Colze</i>.
+Volgens <span class="sc">Amersf.</span> en <span class=
+"sc">Visser</span> moet men waarschijnlijk hierdoor den omtrek van
+Koudum verstaan. <span class="sc">Winsem.</span> en <span class=
+"sc">Emmius</span> plaatsen ook den slag omtrent <i>Palesloot</i>,
+tusschen <i>Hindeloopen</i> en <i>Molkwerum</i>, op de kaart van
+<span class="sc">Schotanus</span> nog aangeduid, zoo als ook de
+<i>Fokke-graft</i> of <i>Fokke-sloot</i>, uit het Slootermeer komende,
+en waarin Fokko, na zijne nederlaag bij Slooten, die op zijne
+overwinning volgde, eene groote busse of stuk kanen, door hem uit
+Groningen medegenomen, zinken liet.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb117" class="pageref">117</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1421.</i> Ook in dit jaar braken de Groningers met
+Sikko Sjaerdema, Hoveling te Franeker, Hoofd der Schieringers. Zij
+beschuldigden hem heimelijk den Graaf van Holland, Hertog Jan van
+Beijeren, te zijn toegedaan, en met de vijandelijke vrijbuiters te
+heulen&mdash;namen twee schepen met hout geladen, aan de kerk te
+Franeker toebehoorende, weg, en zes Franeker burgers gevangen. Zij
+<span class="pagenum">[<a id="pb427" href="#pb427" name=
+"pb427">427</a>]</span>dreigden hem te zullen belegeren, indien hij
+niet te Groningen kwam om zich te verantwoorden, of zijnen
+twaalfjarigen zoon als gijzelaar zond. Tot dit laatste werd hij
+genoodzaakt, deels voor zijne overeenkomst, deels voor de betaling
+eener door deze Vetkoopers uitgeschrevene schatting van 1000 schilden
+over de Schieringers, tusschen Stavoren en Gerkesbrugge. Sjaerdema kwam
+zelf te Groningen en verantwoordde zich, weshalve hij zijnen eenigen
+zoon terug begeerde. Men beloofde de terugzending, dan men hield geen
+woord. Daarop zond hij een vertrouwd vriend, om het kind af te halen,
+die het vond aan een ijzeren keten gesloten, waarmede hij in eene kamer
+kon rondwandelen; doch ook deze moest onverrigter zake terugkeeren. Nog
+in hetzelfde jaar overleed de knaap, volgens voorgeven, aan de pest:
+doch men vermoedde, dat de Groningers hem hadden omgebragt; in het
+volgend jaar stierf zijn vader. Zie <span class="sc">Westendorp</span>,
+<i>Jaarb.</i> op &rsquo;t jaar 1421, en de aangehaalde Schrijvers.
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. IV</i>. 447.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb120" class=
+"pageref">120</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1434.</p>
+<p><i>Het Stapelrecht.</i> In &rsquo;t jaar 1430 vinden wij het eerst
+hiervan betrekkelijk Groningen vermelding. Het woord <i>Stapel</i>,
+eigenlijk een staf, stok of stut beteekenende; is ook een hoop van
+dingen, die op een afzonderlijk steunsel opgehoopt of gestapeld zijn.
+Vervolgens heeft <i>stapel</i> overdragtelijk de beteekenis van een
+hoop koopwaren, die op eene bijzondere marktplaats opgestapeld waren,
+en eindelijk van de <i>markt</i> of <i>verkoopplaats</i> zelve. Aldaar
+moesten zekere van buiten inkomende goederen ter verkoop aangeboden,
+voor een tijd opgestapeld en bij gebrek aan koopers vertold worden.
+Dordrecht, Middelburg en andere steden waren in het bezit van het
+Stapelregt der wijnen enz. Zeer verschillend was dit regt op
+onderscheidene <span class="pagenum">[<a id="pb428" href="#pb428" name=
+"pb428">428</a>]</span>plaatsen, en bepaalde zich tot allerhande
+koopwaren.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb122" class=
+"pageref">122</a>&ndash;123.</p>
+<p><i>In den jaare 1453&ndash;1454.</i> Over deze gebeurtenissen is
+verschillend geschreven, en men heeft het bij waarschijnlijkheid moeten
+laten blijven. Verg. <span class="sc">S. Jarichs</span>, <span class=
+"sc">Beninga</span> en <span class="sc">Emmius</span>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb128" class=
+"pageref">128</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1478.</p>
+<p><i>Haijo te Westerwolde.</i> <i>Hajo Addinga</i> van Westerwolde had
+eed en hulde aan den Bisschop van Munster gedaan, en volgde zijnen
+vader in het leen van Westerwolde op. Hij was een wreedaardig en woest
+mensch, roofde en verkwistte met zijne trawanten, plaagde zijn volk, en
+wie hem niet ter wille was werd gekluisterd, gepijnigd en gemarteld op
+allerhande wijze. Den Priester van Onswedde, die hem zijn slecht gedrag
+verweet, liet hij, de handen op den rug gebonden, aan den staart eens
+paards voorgesleept, dus vaneen trappen en verscheuren. Een ander
+Priester werd daarna ook jammerlijk om het leven gebragt, en zoo
+pleegde hij vele gruwelen. Zie <span class="sc">West.</span> op
+&rsquo;t jaar 1477.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb129" class=
+"pageref">129</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1486.</p>
+<p><i>Rudolf Agricola.</i> Dezen, in zijnen tijd zoo vermaarden man,
+noemde men den hersteller der Wetenschappen in het Duitsche Rijk, den
+grootsten redenaar van zijnen tijd, den eersten Duitschen Hoogleeraar
+<span class="pagenum">[<a id="pb429" href="#pb429" name=
+"pb429">429</a>]</span>in de Grieksche, Latijnsche en Hebreeuwsche
+talen; dengenen, die door geenen geleerde, ook zelfs van Itali&euml;,
+werd overtroffen; eene ster der eerste grootte. <span class=
+"sc">Westend.</span> <i>Jaarb. II</i>. 645.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb129" class="pageref">129</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1487.</i> Dit doelt op &rsquo;t zoogenaamde
+<i>Bier-Oproer</i>. De Regering van Leeuwarden had, op aandrang der
+burgerij, op nieuw eene ordonnantie afgekondigd, waarbij het gebruik
+van het geliefde Haarlemmer Bier, <i>Kuit</i> genaamd, verboden, en
+alleen het in de stad gebrouwen bier werd toegelaten. Eenige landlieden
+overtraden dit gebod, waardoor tusschen hen en de brouwers, ondersteund
+door de burgers, een gevecht ontstond. De landlieden, de minsten
+zijnde, namen de vlugt op &rsquo;t Amelandshuis, destijds de stins van
+den Schieringer <span class="sc">Pieter Cammingha</span>, hetwelk met
+overmeestering en plundering bedreigd werd, daar <span class=
+"sc">Cammingha</span> de gevlugte landlieden aan hunne vervolgers niet
+wilde overgeven. Het gerucht hiervan bragt de Schieringers in Ooster-
+en Westergo spoedig tegen het Vetkoopersgezinde Leeuwarden op de been,
+die vervolgens deze stad innamen. Meester <span class="sc">Pieter
+Sybrands Auckama</span>, bijgenaamd <i>Pinckert</i>, Olderman der stad,
+sneuvelde in dit gevecht<a class="noteref" id="xd20e10376src" href=
+"#xd20e10376" name="xd20e10376src">84</a>.</p>
+<p>Dat het Haarlemmer Bier destijds een artikel van veel belang was,
+blijkt onder anderen ook uit het <span class="pagenum">[<a id="pb430"
+href="#pb430" name="pb430">430</a>]</span>door <span class=
+"sc">Winsemius</span> op &rsquo;t jaar 1480 vermelde sprookje, (dus te
+schrijven):</p>
+<p class="signed"><i>De Leidske Lape,</i><br>
+<i>In Harlimmer Tape,</i><br>
+<i>In schiere iel</i><br>
+<i>Bringt Friesl&acirc;n yn&rsquo;e wiel.</i></p>
+<p>&raquo;Het Leidsche laken, Haarlemmer bier (Kuit genaamd) en
+Schieraal, helpt Friesland in den grond.&rdquo; Verg. hierbij
+<span class="sc">Wassenbergh</span>, <i>Taalk. Bijdr. tot den Frieschen
+Tongval, II</i>. St, bl. 17, noot f en bl. 156. <i>Vol van bier
+zijn</i>, <i>te bier gaan</i>, <i>boven zijn bier zijn</i> en
+dergelijke uitdrukkingen waren in dien tijd, zoowel in Holland als
+Friesland, algemeen, daar het bier een algemeene drank was, en de
+kracht daarvan, bij den overmatigen drinker, een bierroes ten gevolge
+had.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb130" class=
+"pageref">130</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1490.</p>
+<p><i>In dit zelve jaar is de wijdberoemde Wesselius Ganzevoort.</i>
+Hij werd geboren te Groningen in 1419, en overleed 1489. Deze hoogst
+vermaarde en geleerde man, was ook een der edelste kweekelingen van de
+stichting der Broederschap van <span class="sc">Gerard Groote</span>.
+Zijne verlichte denkwijs vooral werd zeer geroemd, zoodat <span class=
+"sc">Luther</span> zelf getuigde: &raquo;Indien ik vroeger de werken
+van <span class="sc">Wessel</span> gelezen had, zouden mijne vijanden
+mogen vooronderstellen, dat ik alles uit zijne schriften geput had. Het
+geeft mij vreugde en kracht, en ik twijfel niet meer aan de waarheid
+van hetgeen ik leer; wanneer ik tusschen hem en mij eene volslagene
+overeenstemming van gedachten en zelfs van woorden bespeur.&rdquo;</p>
+<p>In de bestrijding van bijgeloof en dweepzucht kent men dezen man,
+boven <span class="sc">Erasmus</span> zelfs den voorrang toe, terwijl
+in al zijn streven tot dit doel, hij eene waarheidsliefde en eene
+zedelijke kracht ontwikkelde, voor welke <span class=
+"sc">Erasmus</span> niet vatbaar was. Als letterkundige, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb431" href="#pb431" name=
+"pb431">431</a>]</span>wijsgeer, godgeleerde en geneeskundige was hij
+bijna even groot; zijne matige leefwijze stak bijzonder af bij de
+zwelgerij en dronkenschap van vele geleerde tijdgenooten, waardoor hij
+dan ook tot zijn zeventigste jaar eene sterke gezondheid genoot. Hij
+reisde de wereld door, om den schat zijner reeds verkregene kennis te
+vermeerderen, en daarvan ten nutte der wereld dubbelde renten uit te
+deelen. Van Paus Sixtus, wiens vriend en lijfarts hij was en die hem
+tot bisschop wilde verheffen, verzocht hij alleen de gunst, om de
+Handschriften van eenen Griekschen en Hebreeuwschen bijbel te mogen
+bezitten. Zijne laatste levensdagen sleet hij in &rsquo;t klooster der
+adellijke maagden te Groningen, in hetwelk hij overleed. Zie zijne
+leerstellingen kortelijk aangeteekend bij <span class=
+"sc">Westendorp</span>, <i>Jaarb.</i> op den jare 1489; en verg. de
+<i>Verhandeling over de Broederschap</i> van <span class="sc">G.
+Groote</span>, door <span class="sc">G. H. M. Delprat</span>, bl.
+79&ndash;81, 112 en <i>Bijl. VII</i>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb131" class="pageref">131</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1492.</i> Men vergelijke op dit en de twee volgende
+jaren, <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i>, die daarmede het
+derde Tijdperk en het tweede Stuk van zijn werk eindigt, waarmede hij
+den beoefenaren der Geschiedenis eene gewigtige dienst heeft bewezen,
+<span class="sc">Petr. Thab.</span> op dezelfde jaren.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb133" class=
+"pageref">133</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1496.</p>
+<p><i>Onder den Oversten Fox.</i> <span class="sc">Nittert</span> of
+<span class="sc">Nuttert Fox</span>, volgens <span class=
+"sc">Gabbema</span> in Frankenland geboren, was bevelhebber van eene
+bende de <i>Groote Garde</i> genaamd. Hij zelf droeg den naam van
+<i>Grooten Kapitein</i>. <span class="sc">Petrus van Thabor</span>
+vermeld hem als <i>Joncker Voecks</i> op &rsquo;t jaar 1498. Zie het
+<i>Archief</i> van <span class="sc">Visser</span> <span class=
+"pagenum">[<a id="pb432" href="#pb432" name="pb432">432</a>]</span>en
+<span class="sc">Amersfoort</span>, <i>I</i>. 74, alwaar mede wordt
+aangemerkt, dat in de middeleeuwen veelal de ellendige gewoonte
+bestond, dat een hoop soldaten, die zeker niet tot de beste lieden
+behoorden, onder een hoofd, door hen verkozen, zich vereenigden, en
+vervolgens aan den meestbiedende, hetzelfde welke zaak hij voor had,
+zich verhuurden. Zoo waren er zelfs benden, die geheel zonder
+opperhoofd rondzwierven, zoo als de in onze Kronijk op bl. 150
+vermelden <i>Zwarten Hoop</i> of Saksische knechten. <span class=
+"sc">Schotanus</span>, <i>Fr. Hist,</i> fol. 419, geeft hem den titel
+van: &raquo;Capiteyn van een deel af-gedanckte Companyen, op de grensen
+van Nederlandt omhengelende, op hoope van nieuwe
+beroerten;&rdquo;&mdash;doch roemt hem mede ook als een krijgshaftig en
+stoutmoedig soldaat. <span class="sc">E. Beninga</span> maakte op de
+jaren 1492 en 1499 van Fox melding. In eene noot op bl. 362 zijner
+<i>Hist. van Oostfr.</i> wordt mede, gelijk in onze Kronijk op bl. 138,
+beweerd, dat de plaats, waar hij vechtende stierf, naar hem
+<i>Foxhol</i> genoemd zoude zijn; doch te onregt: want reeds in een
+brief van 1460 komt dit gehucht voor als <i>Vossehol</i>. Zie
+<i>Tegenw. Staat van Stad en Lande, I</i>. 225; <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>, <i>Gesch. des Vaderl. IV</i>. 316, noemt
+<i>Fox</i> <span class="sc">Witterfox</span>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb138" class=
+"pageref">138</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1499.</p>
+<p><i>Den Hoogen Raad</i> enz. Ten tijde van Karel den Grooten schijnt
+er reeds over geheel Friesland eene opperste Regtbank of Hof, misschien
+wel door hemzelven ingesteld, bestaan te hebben en te Franeker geweest
+te zijn, welk Hof nog in &rsquo;t begin der XV eeuw den naam droeg van
+<i>dat hageste Keijzer riocht to Franeker</i>. Onder de woelende
+twisten der Schieringers en Vetkoopers moest het zijn gezag verliezen,
+doch bleef nog bestaan in die algemeene en hoogere Regtbank, aan welke
+de vijf eerste Grietenijen in Westergo, hare twistgedingen, in het
+laatste ressort onderwierpen. Thans hergaf de Hertog <span class=
+"pagenum">[<a id="pb433" href="#pb433" name="pb433">433</a>]</span>dit
+Geregtshof zijnen ouden luister, door de nieuwe instelling op st.
+Jacobs dag (24 Julij) van &rsquo;t jaar 1499. Het bestond toen uit 12
+Leden, zes Geestelijken en zes Friesche Edelen, terwijl de Kanselier
+Phlug het Voorzitters-ambt bekleedde. Op Sjaerdema-slot was het
+aanvankelijk gezeteld, doch werd daarna naar Leeuwarden verplaatst. Men
+vindt dit alles in het breede beschreven in mijne meergemelde
+<i>Geschiedenis der Kanselarij te Leeuwarden</i>. Over de Wetten
+vergelijke men onder anderen &sect; 4 van het Overzigt in &rsquo;t
+<i>Friesch Jierboeckjen</i> van 1833, en &sect; 3 van 1834.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb138" class=
+"pageref">138</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1500.</p>
+<p><i>Fjouwer lotter-claer</i> enz. <span class=
+"sc">Wassenbergh</span>, <i>Idioticon</i> op &rsquo;t woord
+<i>Fenne</i>, vertaalt deze leus: &raquo;vier gelouterde (beproefde, in
+het water onderzochte) klaare Kievitseieren, op den hoek van een aan
+huis geleegen Kamp, in &eacute;&eacute;n nest.&rdquo; Zie voorts
+<span class="sc">Epkema</span>, <i>Woordenb.</i> op <span class=
+"sc">Finne</span>, en <span class="sc">Weiland</span>, <i>N. T.
+Woordb.</i> op <span class="sc">Veen</span>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb142" class="pageref">142</a>. -
+A<sup>o</sup> 1504.</p>
+<p><i>Weerdenbras.</i> <span class="sc">O. van Scharl</span>, op
+&rsquo;t jaar 1505, geeft den oorsprong op van deze benaming, welke
+bevestigd wordt bij <span class="sc">Schot.</span> bl. 507 en 508, die
+in zijn XIV en XV boek een zeer omstandig verhaal geeft, van den strijd
+met Groningen en wat daartoe betrekking heeft. Ook bij <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <span class="sc">Emmius</span>, <span class=
+"sc">Petr. van Thabor</span>, <span class="sc">Sicco</span> en
+<span class="sc">Eggerik Beninga</span> enz.</p>
+<p>Vitus Draaksdorp of Traxdorp, was, bij afwezigheid van Hertog Georg,
+Opperbevelhebber over het krijgsvolk. Verg. <i>Archief</i> van
+<span class="sc">Visser</span> en <span class="sc">Amersf.</span>
+<i>II</i>. st. bl. 112; <i>Aantt.</i> op bl. 169. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb434" href="#pb434" name="pb434">434</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb146" class="pageref">146</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1511.</i> Zie <span class="sc">Gabbema</span>, bl.
+265; <b>Winsemius</b> op dit jaar.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb147" class="pageref">147</a>,
+149.&mdash;A<sup>o</sup> 1514.</p>
+<p><i>Den 21 van July.&mdash;Hier na heeft Graaf Edzard.</i> Verg.
+<i>Tegenw. Staat van Stad en Lande, I</i>. 303, volgg.; <span class=
+"sc">Wins.</span> bl. 376 volgg; <span class="sc">Schot.</span> <i>XV
+boek</i>, <span class="sc">Beninga</span>, <i>III</i>. B. bl. 490;
+alwaar over de wreedheden der Saksen, de misleiding door graaf Edzard
+en zijne vergelding daarvoor van den Gelderschen Hertog in het breede
+gewaagd wordt. Zie gem. <i>Archief, II</i>. bl. 171&ndash;176, en de
+<i>Aantt.</i> daarop; ook het <i>Nabericht</i> van <span class="sc">van
+Rhyn</span>, bl. 537.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb150" class=
+"pageref">150</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1515.</p>
+<p><i>De zwarte Hoop.</i> Zie <i>Aantt.</i> op <span class="sc">Nittert
+Fox</span>, bl. 431; <span class="sc">Petr. v. Thabor</span> zegt, dat
+er verschillende uitleggingen van die benaming zijn, als: omdat zij met
+den Hertog van Brunswijk gekomen waren, of omdat hun aangezigt was
+zwart en leelijk geworden, wegens het lijden van koude en overlast in
+den winter, of uithoofde dat hun bij den dood der Hertogen van
+Brunswijk zwart laken was gegeven, tot teeken van rouw; het is
+mogelijk, dat al het genoemde met elkander tot de benaming aanleiding
+hebbe gegeven. <span class="pagenum">[<a id="pb435" href="#pb435" name=
+"pb435">435</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb150" class="pageref">150</a> en
+151.</p>
+<p><i>Deze Groote Pier.</i> Gelijk het met vele groote en zeldzame
+mannen gaat, die eene belangrijke rol in hunnen leeftijd hebben
+gespeeld, en daarover verschillend worden beoordeeld, zoo is het ook
+met <span class="sc">Groote Pier</span> gelegen. De een noemt hem een
+roemruchtig held zonder wederga, die voor de vrijheid en voor Friesland
+wonderen deed; anderen noemen hem een wreedaardig krijgsman en
+verachtelijk zeeschuimer, die slechts roof en moord beoogde. Wanneer
+men de geschiedenis van dien tijd naauwkeurig gadeslaat, den toestand
+van <span class="sc">Groote Pier</span> en zijne bedoelingen beschouwt,
+daarbij den geest des tijds, de wijze van oorlogen, vooral ter zee, het
+Saksisch despotisme in tegenoverstelling van het Friesch karakter, en
+de laagheid des Hertogen van Gelder in aanmerking neemt, dan zal de
+onpartijdigheid ten voordeele van den man moeten beslissen, wiens
+bedoelingen eerlijk waren, maar wiens daden het merk van ruwheid
+droegen, en door de fortuin begunstigd in euvelmoed en woestheid
+ontaard zijn. Zijn tijdgenoot <span class="sc">Petrus van Thabor</span>
+schetst hem in zijn ware licht; woest en onbesuisd van aard, maar rond
+en eerlijk van inborst. Zie het <i>Archief</i> van <span class=
+"sc">Visser</span> en <span class="sc">Amersf.</span> <i>II</i>. 259.
+In het <i>Gedenks. van Neerl. Heldend. ter Zee</i> van <span class=
+"sc">Engelbert Gerrits</span>, <i>I</i>. 76 volgg., is de beoordeeling
+minder juist. Zie voorts de schets van <span class="sc">Groote
+Pier</span> en zijne daden in het <i>Mengelwerk der Leeuwarder Courant
+van 11 Maart 1834</i>, door <span class="sc">W. Eekhoff</span>
+zamengesteld, en de daar aangehaalde Schrijvers. Op welk eene wijze het
+zeewezen in Friesland bestierd werd, leest men na het aangehaalde werk
+van <span class="sc">de Jonge</span>, over het <i>Nederl. Zeewezen,
+I</i>. 154 volgg. Tot in de XVI eeuw was het eene algemeene gewoonte,
+de gevangenen zonder genade over boord te werpen. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb436" href="#pb436" name="pb436">436</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb151" class=
+"pageref">151</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1515.</p>
+<p><i>Hertog Georg.</i> Aldus werd Friesland als &rsquo;t ware weder
+verkocht, en, zooveel de Saks vermogt, geleverd voor honderd duizend
+goudguldens. <span class="sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist. IV</i>.
+390, en <span class="sc">Bild.</span> <i>Gesch. V</i>. 11. maaken er
+350,000 van, doch de Acte van afstand van den 19 Mei 1515, bij
+<span class="sc">Schwartzenberg</span> in het tweede deel zijns
+<i>Charterboeks</i> voorhanden, spreekt dit tegen. Een Rijnse gulden en
+een Goudgulden hadden ieder 90 cents waarde.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb151" class="pageref">151</a>.</p>
+<p><span class="sc">Karel</span> <i>de Vyfde</i>. Het <span class=
+"corr" id="xd20e10913" title="Bron: belangrijkst">belangrijkste</span>
+gedeelte van het <i>Boeck der Partijen</i> van <span class="sc">Jancko
+Douwama</span> loopt over de gebeurtenissen onder het Saksisch bewind,
+alsmede over de eerste regeringsjaren van Keizer Karel den Vijfden. Men
+leert hierin die gebeurtenissen in Friesland, gedurende dit gewigtig
+tijdvak, van eene geheel nieuwe en onbekende zijde kennen; en al ware
+het, dat niet al de berigten van <span class="sc">Douwama</span>
+volkomen geloof verdienden, zoo blijft het echter, bij de voorhanden
+zijnde bescheiden, meestal onder den invloed van het Bourgondisch
+bewind opgesteld, van het hoogste belang, door zijne tusschenkomst, ook
+eens de gedachten van de andere partij te kunnen vernemen. Zie over
+<span class="sc">J. Douwama</span> en zijne geschriften, het <i>Verslag
+der Handelingen van het Prov. Friesch Genootschap</i>, bl. 57
+volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb151" class=
+"pageref">151</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1515.</p>
+<p><i>Graaf Floris van Ysselstein.</i> Floris van Egmond, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb437" href="#pb437" name="pb437">437</a>]</span>Heer
+van IJsselstein, als Stadhouder gehuldigd zijnde, werden er
+verschillende voorwaarden gemaakt. Zie <span class="sc">Gabbema</span>,
+<i>Verh. van Leeuw.</i>, bl. 302; <span class="sc">Schot.</span> fol.
+573, en <span class="sc">Wins.</span> fol. 431; welke eerste hem ook
+<i>Floorken dunn&rsquo;- bier</i> noemt.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb155" class=
+"pageref">155</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1520.</p>
+<p><i>Hendrik</i> en <i>Frederik Gaykinga</i>. Belangrijk is het
+verhaal van <span class="sc">Sicco Beninga</span>, <i>Chronickel der
+Vriescher Landen</i>, in de <i>Anal.</i> van <span class="sc">v.
+Nidek</span>, bl. 321 volgg.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb158" class=
+"pageref">158</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1523.</p>
+<p><i>En Karel de vyfde tot Erfheer</i>. Verg. <span class=
+"sc">Cerisier</span>, <i>Gesch. der Nederl. II</i>. 420&ndash;423;
+<span class="sc">Schot.</span> fol. 621. Na lange en rustelooze
+woelingen, het aanstoken van partijschappen, het voeden van den
+burgerkrijg, en het vergieten van stroomen bloeds, genoot nu Friesland,
+bewesten de Lauwers, met uitzondering van nog eenen inval der
+Gelderschen, eene rust van bijna eene halve eeuw; terwijl de
+voortdurende onlusten te Groningen veel onheils bleven stichten, en de
+geest van muiterij de overhand behield.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb160" class="pageref">160</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1535</i>. Verg. <span class="sc">Wins.</span> fol.
+506; <span class="sc">Schot</span>. 664 volgg.; <span class="sc">Egg.
+Beninga</span>, die echter zeer onvolledig is in zijn verhaal.
+<span class="sc">O. van Scharl</span> op &rsquo;t jaar 1535;
+<span class="sc">Gabbema</span>, <i>Verh. van Leeuwaarden</i>, bl. 365
+volgg.<a class="noteref" id="xd20e11039src" href="#xd20e11039" name=
+"xd20e11039src">85</a> <span class="pagenum">[<a id="pb438" href=
+"#pb438" name="pb438">438</a>]</span></p>
+<p>De Sententieboeken van het Hof van Friesland nagaande, vonden wij
+onder vele vonnissen, bij welke in dit jaar een aantal Wederdoopers
+veroordeeld zijn, om onthoofd te worden, twee derzelve van den 12
+April, houdende veroordeeling, de eene van 31 vrouwen en de andere van
+twee, om verdronken te worden, uithoofde zij: &raquo;<i>onlangs
+bevonden zyn in Oldeclooster myt de andere seditieuse ende oproerighe
+persoonen der Secten van de Anabaptisten ende anderen van &rsquo;t
+verbundt van dien zy adh&oelig;rerende.</i>&rdquo;</p>
+<p>Nog langen tijd daarna moesten er ook in Friesland maatregelen tegen
+de woelingen der Wederdoopers worden genomen, onder anderen blijkbaar
+uit de Brieven en Aanschrijvingen ter voorzieninge van de Landvoogdes,
+Maria van Hongarijen, gerigt aan den President en Raden van het Hof van
+Friesland. Van deze brieven zijn nog eenigen aanwezig in het Archief
+van gemeld Hof, door de Landvoogdes onderteekend, welke niet in het
+Charterboek vermeld zijn. Wij willen hier een&rsquo; van dezelven
+overnemen:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="firstpar">MARIA, by der gratie Gods Coninginne<br>
+Douagiere van Hongryen ende Beemen,<br>
+Regente.</p>
+<p>&raquo;<i>Lieue ende Besundere. Volgende den afscheet ende Resolutie
+hier onlancx genomen, int bijwesen van v President, beroerende de
+secten ende ketterien, zoo van wederdooperie als andere dwalingen, die
+anderwers vpstaen <span class="pagenum">[<a id="pb439" href="#pb439"
+name="pb439">439</a>]</span>in Vrieslant ende omliggenden landen. Wij
+schicken jegenwoirdelick aldaer den Deken van sinte Marie tot Vtrecht,
+Heer Herman Betinatius, ende meester Franchois Zonnius, Domheere
+aldaer, bede doctueren in den heiligen scriften, bringers van desen,
+Commissarisen van wegen des hieligen Stoeles van Roome, ende by Keys.
+Majest. onsen Heere <span class="corr" id="xd20e11081" title=
+"Bron: weauctoriseert">geauctoriseert</span>, om tegens de besmette van
+den voirsz. secten te Inquireren ende procederen, alsoe behoiren zal,
+gelijck ghy naeder by de voirsz. Commissarisen sult mogen verstaen.
+Ende alsoe ons ernstich begeren es, dat tegens de voirsz. ketterien
+geremedieert ende voirsien worde, beuelen ende ordineren v van wegen
+zijner Majest., dat ghij de voirsz. Commissarisen Informatie doet
+geuen, ende hun bericht van tgene deser zaken beroeren mach ende
+notelick wesen sal: Doende hun voirts alle bijstant ende vorderingen
+int volbringen van hueren laste v mogelick zijnde; Ende indien ghij
+eenige ongeregeltheit beuint onder de geestelicheit desselfs lants,
+sunderlinge in cloisteren ende godshuysen, sult hun sulcx mogen te
+kennen geuen, ende samentlick daerinne voirsien, alst behoiren sal,
+volgende den last die zij des hebben, zoe wel van ons, als van den
+geestelicken ordinarisen. Ende want het zeer oirboirlick waere in desen
+tijt eenige goede jonghen tonderhouden in die Vniuersiteit van Loeuen,
+studerende in de heilige scriften, om metter tijt daer vuyt geleerde
+priesters ende pastoirs in Vrieslant te ouercommen, zult ghij, zoe
+verre v van node duncken zal, duer de voirmelte Commissarisen sulcx aen
+den prelaten van Vrieslant laeten versoucken ende de selue onderwijsen,
+dat zij ende yegelick van hun tot voirderinge der heiliger Religie,
+ende der gemeene weltvaert des lants daertoe willen verstaen ende
+contribueren. Lieue ende Besundere, onse heere God zij met v. Gescreuen
+te Brussele den XVIJen van Octobre 1553.</i></p>
+<p class="signed">(get.) <span class="sc">MARIE</span>. (onder stond)
+<span class="sc">De Langhe</span>.</p>
+</div>
+<p>Het opschrift is: <i>Onsen Lieuen ende Besunderen, den President
+ende Raden des Keysers, geordonneert in Vrieslant.</i> <span class=
+"pagenum">[<a id="pb440" href="#pb440" name="pb440">440</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb163" class=
+"pageref">163</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1538.</p>
+<p><i>Vorperus Thaborita, Kanunnik te Thabor</i>. <span class="sc">Worp
+van Thabor</span>, geboren omtrent het jaar 1538, <span class="corr"
+id="xd20e11115" title="Bron: welligtaf komstig">wellicht
+afkomstig</span> van het adellijk geslacht <i>Tziaerda</i>, was eerst
+Pastoor in zijne geboorteplaats Rinsumageest, en daarna Prior van
+&rsquo;t Reguliere Kanonniken Klooster Thabor, te Tirns bij Sneek. Hij
+schreef in de Latijnsche taal eene kronijk van Friesland, in drie
+boeken verdeeld. Het eerste boek handelt over den oorsprong der Friezen
+en hun Land, en eindigt met de heerschappij van Karel den Grooten. Het
+tweede loopt tot het bestuur der Graven van Holland, en het derde
+eindigt met den tijd zijns levens. Baron <span class="sc">v.
+Schwartzenberg</span> heeft vijf afschriften van die kronijk met
+elkander vergeleken, getuigt zeer gunstig van dezelve, en had het plan
+tot de uitgave gevormd. Dit is niet tot stand gekomen, en die uitgave
+bleef tot heden achter, zoodat het wel niet te hopen, maar toch te
+vreezen is, dat met zoo vele anderen, ook dit merkwaardig gedenkstuk
+der oudheid, het licht niet zal gegund worden. In de Voorrede van het
+II Deel van &rsquo;t Charterboek wordt een uitvoerig verslag van dit
+Handschrift gegeven, waartoe wij den Lezer verwijzen. Aldaar staat ook
+aangeteekend, hoe <span class="sc">Schotanus</span> in zijne
+<i>Friesche Historie</i>, vele bladzijden uit den <i>Chronicon
+Frisiae</i> van <span class="sc">Worp</span>, woordelijk vertaald,
+heeft overgenomen, en voor zijn eigen arbeid laten doorgaan.</p>
+<p>Een beter lot heeft in het belang der wetenschappen getroffen, het
+geschrift van <span class="sc">Petrus van Thabor</span>, in onze
+kronijk niet vermeld. Deze, wiens leeftijd voorviel tusschen de jaren
+1460 en 1530, en welke hij voornamelijk als Leekebroeder in het
+klooster Thabor<a class="noteref" id="xd20e11143src" href="#xd20e11143"
+name="xd20e11143src">86</a> sleet, schreef eene uitvoerige <span class=
+"pagenum">[<a id="pb441" href="#pb441" name=
+"pb441">441</a>]</span>kronijk van Friesland, vooral ten doel hebbende
+de gebeurtenissen, gedurende zijn eigen leven voorgevallen, met
+naauwkeurigheid en waarheidsliefde te boeken, in den vorm van een
+Dagboek. Daardoor is dit werk ook belangrijk voor de kennis van den
+inwendigen burgerlijken en zedelijken toestand des Lands, terwijl het
+van bijgeloof, wonderen en duivelskunsten geheel vrij is. De Heeren
+<span class="sc">Amersfoordt</span> en <span class="sc">Visser</span>,
+hebben daarvan de Uitgave in het <i>Archief voor Vaderl. en Vriesche
+Geschiedenis</i> bezorgd, en verrijkt met een aantal uitmuntende
+Aanteekeningen, hoofdzakelijk door den eersten bewerkt, welke van de
+kunde en geleerdheid des vervaardigers getuigen.</p>
+<p>Door dezen <span class="sc">Petrus van Thabor</span> is omstandiger
+dan elders beschreven, de <i>Donia-oorlog</i>, eene der merkwaardigste
+en treffendste burger- en familietwisten, door welke Friesland
+meermalen werd geteisterd, welke geduurd heeft van 1458 tot 1496. Verg.
+het <i>Archief, I</i>. p. 16&ndash;24 en de Aanteekeningen, alsmede de
+aanmerkingen van den Heer <span class="sc">van Halmael</span>, benevens
+het antwoord daarop van den Heer <span class="sc">Amersfoordt</span>,
+in de <i>Leeuwarder Couranten van 14 en 21 Junij 1831; 3, 10, 17 April
+en 1 Mei 1832</i>; welke stukken voor de geschiedenis van te veel
+waarde zijn, om niet in een beter en duurzamer vorm te worden
+overgegoten. <span class="pagenum">[<a id="pb442" href="#pb442" name=
+"pb442">442</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb166" class=
+"pageref">166</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1559.</p>
+<p><i>Regnerus Predrinus</i> of Reinier van Winsum, geboren 1508, was
+een zeer geleerd en verdienstelijk man en een der leerlingen uit het
+Fraterhuis. Zijne gehoorzaal was met een toevloed van leerlingen
+opgevuld, met welken hij de schriften van Plato, Aristoteles,
+Demosthenes, Cicero en Quinctilianus behandelde. Gansche scharen uit
+Oost- en West-Friesland, Braband, Vlaanderen, Duitschland, Frankrijk,
+Itali&euml;, Spanje en Polen kwamen tot hem over, en vormden als het
+ware eene Hoogeschool rondom hem. Kort na zijnen dood, in 1563,
+verdween de gansche stichting der Broederschap. In 1582 deed de
+Regering eene poging, om haar te doen herleven, door de aanstelling van
+Antonius Folcard of Folkerts van Boornbergum, tot Overste, doch dit
+besluit werd niet uitgevoerd. De oprigting der Hoogeschool in
+Groningen, in het jaar 1614, gaf deswege eene nieuwe
+schadeloosstelling. Reeds in den aanvang der XVI eeuw begon die
+Broederschap voor de Hervorming van Luther te wijken: de minachting
+voor de kloosterinrigtingen deed haar in die oorden te niete gaan; maar
+in andere gewesten werd zij verdrongen door eene veel magtiger orde,
+die met gesloten gelederen overal eene Broederschap vervolgde, welke
+immer daarop roem kon dragen, dat zij noch dezelfde
+verdedigingsmiddelen, noch dezelfde wapens kende. Het waren de
+Jezuiten, die zich in hunne plaats stelden. <span class=
+"sc">Delprat</span>, <i>Verh. over de Broederschap van</i> <span class=
+"sc">G. Groote</span>, bl. 117 en 186. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb443" href="#pb443" name="pb443">443</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb169" class=
+"pageref">169</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1566.</p>
+<p><i>Waar op in &rsquo;t Latyn stond</i>. Moet zijn in &rsquo;t
+Fransch. Zie over de Geuzennapjes <span class="sc">v. Alkemade</span>.
+<i>Displegt. II</i>. 459 en <span class="sc">van Loon</span>, <i>Ned.
+Hist. Penn. I</i>. 82. In het algemeen waren de nappen eigenlijk
+uitgeholde houten bakken van middelmatige grootte, welke dienen moesten
+om eenig vocht in zich te houden<span class="corr" id="xd20e11230"
+title="Niet in bron">.</span> Zij waren, zoowel als de bedelzakken, het
+kenteeken der bedelaars, en werden door dezen gebruikt, om er de soep
+in te ontvangen, welke hun aan de kloosters werd uitgereikt, wanneer
+zij het godsdienstig onderwijs genoten hadden. Tot gebruik over tafel,
+om er elkander den dronk uit toe te brengen, afgezonderd zijnde, zijn
+de nappen natuurlijk tot napjes gebragt. <span class="sc">Collot
+d&rsquo;Escury</span>, <i>Holl. Roem, II</i>. A. 111.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb170" class=
+"pageref">170</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1567.</p>
+<p><i>En een schip met Edelen</i>. Breedvoerig vindt men dit verhaal
+bij <span class="sc">Wins.</span> fol. 538; verg. <span class=
+"sc">Gabbema</span>, <i>Verh. van Leeuw.</i> bl. 493.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb172" class=
+"pageref">172</a>&mdash;A<sup>o</sup> 1568.</p>
+<p><i>Waarom Arenberg&mdash;op Graaf Adolf los rende</i>. Dat de beide
+Graven door elkanders handen zouden zijn gesneuveld, wordt door
+<span class="sc">van Meteren</span> en anderen tegengesproken, hoezeer
+er eene oude overlevering is, welke dit vermeldt, en door onze kronijk
+schijnt gevolgd te zijn. Het is mij ook voorgekomen, dat de Schrijver
+of Schrijvers van <i>It aade Friesche Terp</i> zich op vele plaatsen
+niet van de beste bronnen hebben bediend, dan het ligt niet in ons
+plan, <span class="pagenum">[<a id="pb444" href="#pb444" name=
+"pb444">444</a>]</span>over de verschillende gebeurtenissen breedvoerig
+uit te weiden, en de gebreken allen aan te wijzen, waardoor wij het
+bestek dezer Aanteekeningen verre zouden overschrijden. Men vergelijke
+over dit geheele tijdvak den <i>Tegenwoordige Staat van Stad en Lande,
+I</i>. Deel.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb174" class=
+"pageref">174</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1568.</p>
+<p><i>Den 7de van December</i>. Niet in December 1568 is dit gebeurd,
+maar in het begin van Herfstmaand 1566: want reeds in 1567 werd de
+Roomsche godsdienst weder hersteld, en in 1570 zond Alba <i>Cunerus
+Petri</i> als Bisschop naar Leeuwarden, alwaar hij den 1 Februarij op
+nieuw de kerken inwijdde, en de getrouw geblevene gemeente inzegende.
+Zie <span class="sc">Gabbema</span>, <i>Verh. van Leeuw</i>. bl. 457,
+die den 7 of 16 van Wintermaand noemt, gelijk ook <span class=
+"sc">Wins.</span> en <span class="sc">Schot.</span> schrijven, terwijl
+September moet worden gesteld. Verg. ook ten dezen het <i>Iets over de
+Kerken, kloosters en voormalige gasthuizen binnen Leeuwarden</i>, van
+den Heer <span class="sc">van Halmael</span>, geplaatst in het
+<i>Mengelw. der Leeuward. Courant van den 14 Augustus 1832</i>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb178" class=
+"pageref">178</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1574.</p>
+<p><i>Casper Robles</i>. Verg. de <i>Inleiding van mijn Tafereel van
+den Watervloed</i>, bl. XLI en XLII; <span class="sc">Scheltema</span>,
+<i>Staatk. Nederland, II</i>. 250 en de aangehaalde Schrijvers;
+<span class="sc">Outhof</span>, <i>Verhaal van alle hooge
+Watervloeden</i>, bl. 535; <span class="sc">Dumbar</span>, <i>Analecta,
+III</i>, in hetwelk door <span class="sc">Reinico Fresinga</span> van
+<i>Frennicker</i> (zoo als hij zich onderschrijft), in diens
+<i>Memorien</i>, ook een <i>cort verhaal van Billys gelegentheyt</i>
+wordt gegeven<a class="noteref" id="xd20e11369src" href="#xd20e11369"
+name="xd20e11369src">87</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb445" href=
+"#pb445" name="pb445">445</a>]</span>De beschrijving in &rsquo;t
+Latijn, over de daden van de Robles in Friesland bedreven, door
+<span class="sc">Johannes Carolus</span>, uitgegeven te Leeuwarden
+1731, door de zorg van den beroemden <span class="sc">Petrus
+Wesseling</span>, loopt slechts over een kort tijdsbestek, en is met
+eene scherpe pen geschreven<a class="noteref" id="xd20e11391src" href=
+"#xd20e11391" name="xd20e11391src">88</a>. Zie voorts <span class=
+"sc">Gabbema</span>, <i>Verh. van Leeuwaarden</i>, bl. 534;
+<span class="sc">Wins.</span> <i>Historiae, L. III</i>, en <i>Chron.
+XVI</i> boek. Over het Kolonels- of Roblesdiep, <i>Tegenw. Staat van
+Friesland, II</i>. 228.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb181" class=
+"pageref">181</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1576.</p>
+<p><i>Joachim Hopperus</i>. Deze zeer vermaarde man werd in den jare
+1523 te Sneek geboren, uit een edel geslachte, bekleedde gewigtige
+ambten, werd de stichter der Hoogeschool te Douaij, en behaalde als
+Regtsgeleerde hoogen roem. Als Staatsman echter was hij te veel
+hoveling, om, naar der Friezen aard, als zoodanig door hen op hoogen
+prijs te worden gesteld. Men geeft hem zelfs na, dat de spotvogels hem
+met den bijnaam van <i>Oui, Madame!</i> bestempelden, daar hij de
+Landvoogdes in den Raad nimmer zoude tegenspreken. Hij was echter om
+zijne groote kundigheden teregt zeer beroemd; en men <span class=
+"pagenum">[<a id="pb446" href="#pb446" name="pb446">446</a>]</span>mag
+nooit uit het oog verliezen, dat hij in zijne hooge betrekkingen
+altoos, vooral in dien tijd, op een zeer gevaarlijk standpunt was
+geplaatst. Zeer waardig is aan hem en zijne geschriften herdacht door
+den geleerden <span class="sc">Gabinus de Wal</span>, in zijn klassiek
+werk: <i>Oratio de claris Frisiae Jurisconsultis</i>, pag. 27 van de
+Oratie, 90 volgg. der Aanteekeningen, en 428 der Bijvoegselen. Verg.
+<span class="sc">Scheltema</span>, <i>Staatk. Nederl. I.</i> 492;
+<span class="sc">Wins</span>. fol. 599. In de <i>Nalezingen</i> op
+<span class="sc">Wagenaar</span> van <span class="sc">van Wyn</span>
+zijn vele bijzonderheden uit de brieven van <span class=
+"sc">Hopper</span> te vinden, en van zijn leven is eene goede
+beschrijving aanwezig in de <i>Levens van Nederl. Mannen en Vrouwen,
+IV</i> Deel. Onze voornaamste Geschiedschrijvers hebben van zijne
+schriften gebruik gemaakt. Zijne brieven aan Viglius, welke de
+Antwerpsche Bisschop, <i>de Nelis</i>, heeft laten drukken, en daarna
+uitgegeven zijn, zijn hoogst belangrijk voor de geschiedenis. In de
+bibliotheek te Brussel bevinden zich nog een aantal andere
+oorspronkelijke brieven van hem en Viglius, in hunne landtaal
+geschreven, bevattende vele zaken, welke zij elkander in &rsquo;t
+geheim wilden mededeelen. Zie <span class="sc">de Wind</span>,
+<i>Bibliotheek</i>, <i>II.</i> 172.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb181" class=
+"pageref">181</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1576.</p>
+<p><i>Ook overleed in dit zelve jaar</i>, <i>te Gent</i>, <i>Viglius
+Swichemius ab Aita.</i> Een groot aantal geleerde en kundige mannen
+hebben zich van tijd tot tijd bezig gehouden, met het beschrijven van
+het leven en de daden van den wijdvermaarden Fries, <i>Wigle van Aytta
+van Zwichum</i>, den 19den van Wijnmaand 1507, op de State
+Barahuis<a class="noteref" id="xd20e11514src" href="#xd20e11514" name=
+"xd20e11514src">89</a>, onder den dorpe Wirdum <span class=
+"pagenum">[<a id="pb447" href="#pb447" name=
+"pb447">447</a>]</span>geboren, uit eene der oudste en aanzienlijkste
+Friesche geslachten, en gestorven den 8 van Bloeimaand 1577 binnen
+Brussel. Onder deze geschriften verdient bijzondere opmerking, de
+uitmuntende Redevoering van den Amsterdamschen <span class="sc">Rector
+van Ommeren</span>, in welke (gelijk de Ridder <span class=
+"sc">Scheltema</span> te regte vermeldt<a class="noteref" id=
+"xd20e11539src" href="#xd20e11539" name="xd20e11539src">90</a>), het
+karakter van <i>Viglius</i> van de beschuldiging van zwakheid en
+ongelijkmatigheid meesterlijk is vrijgepleit<a class="noteref" id=
+"xd20e11550src" href="#xd20e11550" name="xd20e11550src">91</a>.</p>
+<p>Ook het uitstekend en krachtvolle <i>Verhaal van het leven en de
+daden van Vigle van Ayta</i>, door Mr. A. <span class=
+"sc">Telting</span> met oordeel en verstand zamengesteld, plaatst den
+grooten man in een helder daglicht, en geeft hem de verdiende
+eere<a class="noteref" id="xd20e11567src" href="#xd20e11567" name=
+"xd20e11567src">92</a>, hoezeer anderen een minder gunstig oordeel over
+hem hebben geveld. Verg. <span class="pagenum">[<a id="pb448" href=
+"#pb448" name="pb448">448</a>]</span>hierover <i>Holland&rsquo;s Roem
+in Kunsten en Wetenschappen</i> door den Baron <span class="sc">Collot
+d&rsquo; Escury</span>, <i>II</i>. 23 en <i>Aantt.</i> bl. 69. Deze
+Schrijver maakt tevens gewag in de Aanteekeningen op zijn eerste Deel
+van den glazen beker, door Viglius aan Keizer Karel toegebragt, toen
+deze Utrecht bezocht heeft, en welke naderhand op vele gastmalen
+gebruikt werd, wanneer men hem al drinkende ronddraaide, om met de
+lippen dezelfde plaats te treffen, als die de Keizer had aangeroerd. Op
+dezen beker, van dik bruin glas, thans in bezit van Z. E. den Minister
+<span class="sc">van Maanen</span>, heeft Anna Maria Schurman met een
+diamant het volgende geschreven en met haren naam onderteekend:</p>
+<div class="lgouter">
+<h4><span class="sc">Viglius Zuichemius.</span></h4>
+<div class="lg xd20e1232">
+<p class="line">Al ben ik duister,</p>
+<p class="line">De naam geeft luister.</p>
+</div>
+</div>
+<p class="firstpar">Zie <span class="sc">v. Alkemade</span>,
+<i>Displegtigh. II</i>. 528. Uitvoerige melding van Viglius en zijne
+geschriften vindt men in de aangehaalde <i>Oratie</i> van den
+Hoogleeraar <span class="sc">de Wal</span>, bl. 31, 103, 430 volgg.
+Verg. <span class="sc">de Wind</span>, <i>Bibliotheek, II</i>. 188.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb182" class=
+"pageref">182</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1577.</p>
+<p><i>Waar op de Graaf van Rennenberg.</i> Georg van Lalaing, Heer van
+<span class="corr" id="xd20e11634" title="Bron: Velle">Ville</span> en
+Graaf van Rennenberg, gesproten uit een der aanzienlijkste en oudste
+stamhuizen van Henegouwen, reeds in de XII eeuw bekend, was een man van
+grooten aanleg en kunde. Tot Stadhouder van Friesland, Groningen en
+Overijssel benoemd, bekleedde hij in den aanvang het Staatsambt met
+wijsheid en matigheid, doch later schandvlekte hij zich zelven in
+&rsquo;s Lands geschiedenis als eenen verrader. De verdienstelijke
+Rijks-Archivarius <span class="sc">de Jonge</span><a class="noteref"
+id="xd20e11639src" href="#xd20e11639" name="xd20e11639src">93</a>
+vermeent, dat hij welligt door onze <span class="pagenum">[<a id=
+"pb449" href="#pb449" name="pb449">449</a>]</span>Voorvaderen, om deze
+daad, zonder inachtneming der omstandigheden, te streng veroordeeld;
+doch wanneer wij bij den uitmuntenden Geschiedschrijver <span class=
+"sc">A. Kluit</span>, in diens <i>Historie der Hollandsche
+Staatsregering</i> (<i>I</i>. 176, noot), lezen, dat, hoezeer de ware
+staatkundige redenen van den afval van Rennenberg, niet zoo zeer bekend
+zijn, men het echter, naar aanleiding zijner eigenhandige brieven, aan
+zijne vrienden geschreven, daarvoor moet houden, dat die redenen
+gelegen waren in <i>jalouzij</i> op Nassau en bevordering van <i>eigen
+grootheid</i>; hoe zal men dan nog voor zulk een boos en misdadig
+opzet, in een Bestuurder des Lands, middelen ter verdediging kunnen
+vinden? Zijn karakter vinden wij juist beschreven door een zijner
+tijdgenooten, die de meeste gebeurtenissen zelf heeft bijgewoond, en
+wel tot de Staatsgezinde partij behoorde, dan met onpartijdigheid een
+uitgebreid verhaal van de jaren 1576 tot 1582 heeft gegeven. Dit is de
+Franeker Burgemeester <span class="sc">Renico</span> of <span class=
+"sc">Rienk Fresinga</span>, hier voren gemeld, wiens boeksken vooral
+over dit tijdvak belangrijk is<a class="noteref" id="xd20e11675src"
+href="#xd20e11675" name="xd20e11675src">94</a>. De onsterfelijke
+<span class="sc">Hooft</span> geeft navolgende uitnemende
+karakterschets van den Graaf:</p>
+<p>&raquo;Hij was geweest een Heer, eedelaardigh, milddaadigh, heusch
+en minlyk van zeeden; verfoeyer van wreetheit, geweldenaary, en
+dronckenschap; betrachter der krystught, en lief den landzaaten, zonder
+<span class="pagenum">[<a id="pb450" href="#pb450" name=
+"pb450">450</a>]</span>nochtans de gunst der soldaaten te verliezen,
+mits de zorghe die hy voor hunne betaaling droegh; hier beneevens
+versiert met meer dan gemeene geleertheit; welgeoeffent in de
+Grieksche, Latynsche, en andere taalen; zeer zoet op de wiskonstighe
+weetenschapen, inzonderheit de maatzang. Al dat &rsquo;er in te
+berispen scheen, was een&rsquo; blaakzuchtighe ruimborstigheit in
+&rsquo;t houden van hof en disch, booven zijn&rsquo; inkomst; een
+toegeeven aan zyn&rsquo; geneigtheit tot vrouweeren; opstyghing van
+moedt, als &rsquo;t geluk hem meede; stryking, als &rsquo;t hem teeghen
+liep; en &rsquo;t ontzuivren van zyn&rsquo; eer en gewisse met
+verandering van parthy. Eevenwel om de kosten zynes staatvoerens te
+vergelden, schrobd&rsquo; hy nooit de gemeente, en stak maar eighe
+middelen af. Zyn&rsquo; boelaadjen beleidd&rsquo; hy zoo heimelyk, dat
+ze ten minste geen&rsquo; arghernis baarden. Onbestendigheit in voor-
+en teeghenspoedt is de zeldzaamste der menschelijke zwakheeden niet.
+Zyn&rsquo; trouwbreuk strekte eenen naaghel aan zyn&rsquo; doodkist, en
+werd geboet met een berouw dat zyn&rsquo; ziel doorsneed: &rsquo;t en
+zy hem &rsquo;t quaalyk beslaaghen meer dan &rsquo;t misdryf gezeurt
+heeft. Oover Groninge, zeeker, in zyn&rsquo; ziekte, riep hy dikwyls,
+wenschende &rsquo;t nooit gezien te hebben. Ook verbood hy in de
+laatste daaghen, zyn&rsquo; zuster Kornelia, als het dwaallicht dat hem
+verleidt had, onder zyn&rsquo; ooghen te koomen. De gemelde deughden,
+en fraayigheden naa deughd zweemende, deeden hem beklaaghen, zelfs van
+zyn&rsquo; meeste vyanden, dien &rsquo;t jammerde dat hy tot dien val
+geraakt was.&rdquo;</p>
+<p>Verg. <span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> bl. 810
+volgg., bij welken Schrijver men op bl. 884 deze karakterschets
+wedervindt, er (uit <span class="sc">Fresinga</span>) bijvoegende, dat
+zijne zuster Kornelia hem ook had bekoord en gevleid, met het uitzigt
+op een huwelijk met Maria van Brimeu, Gravinne van Megen, weduwe van
+Lancelot Barlaimont, hetwelk echter mislukte. Zie <span class=
+"sc">Wins.</span> <i>Chron. XVIII</i> Boek; <i>Histor.</i> p. 544;
+<span class="sc">J. Bosscha</span>, <i>Ne&ecirc;rl. Heldend. te
+Land</i>, bl. 257, 265, 266; welke <span class="pagenum">[<a id="pb451"
+href="#pb451" name="pb451">451</a>]</span>laatste zijnen afval
+toeschrijft, aan gemoedelijk bezwaar en ontzag voor de Katholijke
+kerk.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb191" class=
+"pageref">191</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1580.</p>
+<p><i>Merode, Heer van Rummen.</i> De geschiedenis getuigt van hem als
+van een edel, eerlijk en standvastig voorstander der vrijheid, getrouw
+voor de goede zaak, dapper in den krijg, en wiens verkregen roem, door
+zijn verstandig stadhouderlijk bestuur in Friesland is staande
+gehouden. Er is nog in geschrifte van dien tijd, aanwezig een
+<span class="sc">Journaal</span> <i>van voorgevallene saacken in
+Friesland</i>, enz., <i>geholden bij</i> <span class="sc">Bernard van
+Meroode</span>, <i>Stadholder</i>,&mdash;<i>van den 7 Julij 1580 tot
+den 12 Junij 1583</i>: aan de achterzijde op den pergamenten omslag
+staat: <span class="sc">Prothocol</span> <i>de la Secretairie du
+Gowerneur de Frise</i>. Dit belangrijk Handschrift onderzoekende,
+bevond ik dat hetzelve bevatte vele Commissi&euml;n, Instructi&euml;n,
+Resoluti&euml;n, Ordonnanti&euml;n, bijzonder voor de Hoofden der
+Krijgsmagt en voor de burgerlijke Besturen; voorts Paspoorten,
+Sauvegardes, Brieven aan Vorsten en Edelen, Requesten, Plakkaten en
+andere Staatsstukken, van welke slechts zeer weinigen in het
+<i>Charterboek</i> van <span class="sc">Schwartzenb.</span> voorhanden
+zijn, en wel alleen die, welke te vinden waren in de <i>Leeuwarder
+Plakkaatb.</i></p>
+<p>In 1583 verzocht Merode, uit hoofde van zijnen hoogen ouderdom, om
+de gedurige onrust der tijden, de twist en tweedragt om het
+Meesterschap tusschen de Staten en het Hof, en omdat de Edelen geen
+ontzag voor hem hadden, zijn ontslag, en verkreeg zulks op eene zeer
+vereerende wijze. Zijne Commissie van den Prins van Oranje, om in
+zijnen naam Friesland te besturen, is van den 17 Junij 1580, <i>Chartb.
+IV</i>. 172; <span class="sc">Wins.</span> fol. 670. Verg. <i>Leven van
+Willem I</i>, door <span class="sc">L. F. de Beaufort</span>, <i>XI</i>
+Boek. Bernard van Merode en zijn broeder Willem behoorden tot de
+eersten, die onder den Prins dienst namen, en in het veld door
+dapperheid en wijs beleid <span class="pagenum">[<a id="pb452" href=
+"#pb452" name="pb452">452</a>]</span>uitmuntten. Dit geslacht heeft
+aanzienlijke bezittingen in de Provincie Noord-Braband, doch behoorde
+van overouden tijd tot den Belgischen Adel. Verg. <span class="sc">J.
+Bosscha</span>, <i>Ne&ecirc;rl. Heldend. te Land</i>, bl. 243.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb196" class=
+"pageref">196</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1584.</p>
+<p>Wij laten hier volgen een kort overzigt van de <i><span class=
+"sc">Stadhouders van Friesland</span>, uit het Huis van <span class=
+"sc">Nassau</span></i>:</p>
+<p class="pseudoh1">Willem Lodewijk.</p>
+<p class="pseudoh2">Eerste Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Willem Lodewijk, Graaf van Nassau</span>, was de
+zoon van <span class="sc">Johan den Ouden</span>, Graaf van
+Nassau-Dillenburg, Broeder van Willem I. Hij werd geboren op den 13
+Maart 1560; huwde in den jare 1587 Prinses <span class=
+"sc">Anna</span>, Dochter van zijnen Oom Willem I, verwekt bij diens
+tweede Gemalinne Anna van Saksen<a class="noteref" id="xd20e11832src"
+href="#xd20e11832" name="xd20e11832src">95</a>. Slechts ruim zeven
+maanden duurde deze echt, daar de Prinses in den jare 1588 ten huize
+van <span class="pagenum">[<a id="pb453" href="#pb453" name=
+"pb453">453</a>]</span>Julius van Botnia, een der voornaamste Friesche
+Edelen, ijveraar voor vrijheid en godsdienst, in den ouderdom van 26
+jaren te Franeker is overleden. WILLEM zelf is den 31 Mei 1620, ten
+gevolge eener beroerte binnen Leeuwarden gestorven; zoo men verhaalt,
+terwijl hij bezig was zijnen Neef Maurits bij geschrifte te raadplegen,
+wat hem te doen zou staan, indien eens Maurits, zonder behoorlijke
+schikkingen te hebben gemaakt, door een&rsquo; plotselingen dood werd
+overvallen.</p>
+<p>In 1583, in de plaats van Merode gesteld zijnde, werd hij op den 16
+October 1584 door de Staten van Friesland, op den Landsdag te Franeker,
+tot absoluut Stadhouder en Gouverneur over dat Gewest, verkoren, nadat
+men plegtig den Koning van Spanje afgezworen had.</p>
+<p>Hij was een voortreffelijk Vorst, een dapper en bekwaam krijgsman,
+een voorstander van de godsdienst, en, hoewel deelende in de kerkelijke
+scheuring, meer gematigd dan Prins Maurits. Loffelijk getuigen
+<span class="sc">Ubbo Emmius</span>, <span class="sc">van Reijd</span>
+en <span class="sc">Willem van Haren</span> van zijne krijgskundige
+verdiensten en grondige kennis, zoowel der theorie als praktijk. Als
+beminnaar en hoogachter van letteren en geleerdheid, erkent men in hem
+den Stichter der Friesche Hoogeschool, welke, zoowel als de geheele
+Provincie, die door hem weder in rust gebragt werd, zijne bijzondere
+bescherming heeft genoten. Ook aan hem mag de eer worden toegekend van
+de oprigting der Groninger Akademie.</p>
+<p>Hij regeerde van 1584 tot 1620.</p>
+<p class="pseudoh1">Ernst Casimir.</p>
+<p class="pseudoh2">Tweede Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Ernst Casimir, Graaf van Nassau</span>, Broeder van
+<span class="sc">Willem Lodewijk</span>, werd diens Opvolger in
+<span class="corr" id="xd20e11905" title="Bron: het het">het</span>
+Stadhouderschap over Friesland. Hij was geboren den 22 of 24 December
+1573, trouwde in den jare 1607 met <span class="sc">Anna Sophia</span>,
+dochter van den <span class="pagenum">[<a id="pb454" href="#pb454"
+name="pb454">454</a>]</span>den Hertog Julius van Brunswijk, welke
+Prinses in 1642 is overleden. Uit dit huwelijk zijn twee zonen en twee
+dochters geboren, welke laatsten jong en ongehuwd overleden zijn; de
+beide zoons, Hendrik Casimir en Willem Frederik, zijn hem in de
+regering opgevolgd. Na een aantal gewigtige zendingen ten dienste van
+den Staat, werd hij eerst Stadhouder van Friesland, en daarna door
+Groningen en Drenthe in die waardigheid erkend. In vele
+krijgsverrigtingen muntte zijn beleid en dapperheid bijzonder uit; doch
+in het beleg van Roermonde, op den 2 Junij 1632, trof een vijandelijke
+musketkogel, terwijl hij de loopgraven bezigtigde, zoodanig zijn hoofd,
+dat hij na verloop van drie uren daarna den geest gaf. Als staatsman
+vond ik hem niet bijzonder vermeld: in het kerkelijke bezat hij minder
+gematigdheid dan zijn broeder.</p>
+<p>Hij regeerde van 1620 tot 1632.</p>
+<p class="pseudoh1">Hendrik Casimir I.</p>
+<p class="pseudoh2">Derde Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Hendrik Casimir I, Graaf van Nassau</span>, oudste
+Zoon van <span class="sc">Ernst Casimir</span> en <span class="sc">Anna
+Sophia</span>, werd in den jare 1611 geboren en is niet gehuwd geweest.
+Men roemt hem als een dapper held, wiens leven in velerlei krijgstogten
+werd gesleten, terwijl een schoon getuigenis wordt gegeven van zijn
+godsdienstig, standvastig en braaf karakter. Zelfs zijner wederpartij
+dwong hij zoodanige hoogachting af, dat een vijandlijk Officier bij
+&rsquo;s Vorsten doodberigt had uitgeroepen: &raquo;Nu is de braafste
+Kapitein in Nederland gestorven!&rdquo; Onder de beroerten in Friesland
+in 1635 bewees hij ook dat Gewest groote diensten. Bij de belegering
+van Hulst en Brugge trof hem een pistoolschot in den rug, welke wonde
+hem op den 12 of 13 van Hooimaand 1640 den dood veroorzaakte.</p>
+<p>Hij regeerde van 1632 tot 1640. <span class="pagenum">[<a id="pb455"
+href="#pb455" name="pb455">455</a>]</span></p>
+<p class="pseudoh1">Willem Frederik.</p>
+<p class="pseudoh2">Vierde Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Willem Frederik, Graaf</span> of <span class=
+"sc">Prins van Nassau</span>, jongste Zoon van <span class="sc">Ernst
+Casimir</span>, werd te Arnhem op den 7 Augustus 1613 geboren, en trad
+den 2 Mei 1652 in den echt met <span class="sc">Albertina Agnes</span>,
+Dochter van <span class="sc">Frederik Hendrik</span>, Prins van Oranje.
+Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren: Prinses Amelia, met den
+Hertog van Saksen-Eysenach getrouwd; Sophia Hedwich, omtrent derdehalf
+jaren oud gestorven, en Hendrik Casimir. <span class="sc">Willem
+Frederik</span> verlangde zijnen Broeder Hendrik op te volgen als
+Stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, doch Frederik Hendrik,
+begeerde over al de gewesten te heerschen. Hierover ontstond geschil,
+en beide namen hunne maatregelen om tot hun doel te geraken.
+<span class="sc">Willem Frederik</span> werd door de Staten van
+Friesland tot Stadhouder, en Frederik Hendrik, door die van Groningen
+en Drenthe verkozen. Gelijk alle twisten tusschen hooge personen
+nadeelig werken voor Land en Volk, had ook dit geschil buitendien voor
+den Vorst zeer onaangename gevolgen: want de magtiger Frederik dwong
+zijnen mededinger tot menige vernedering. Op eene noodlottige wijze
+verloor hij het leven: want bij het beproeven van een zadelpistool,
+zullende dienen op zijne voorgenomene reis naar Westfalen, ging het
+schot af, en trof hem dermate in het aangezigt, dat hij drie dagen
+daarna overleed. Dit was op den 21 October 1664, terwijl de Stadhouder
+te Leeuwarden resideerde.</p>
+<p>Hij was een bekwaam krijgsman, bedreven in staatszaken en van
+karakter uitstekend: daarenboven een beoefenaar en hoogschatter der
+Letteren, waarvan de Hoogleeraar <span class="sc">Ulrik Huber</span>
+getuigt, dat de werken van <span class="sc">Tacitus</span> en
+<span class="sc">Seneca</span>, zoowel des nachts als des daags door
+den Prins werden gelezen, en in <span class="pagenum">[<a id="pb456"
+href="#pb456" name="pb456">456</a>]</span>het geheugen geprent. De
+Franeker Hoogeschool verloor in hem eenen sterken voorstander en
+verdediger.</p>
+<p>Hij regeerde van 1640 tot 1664.</p>
+<p class="pseudoh1">Albertina Agnes.</p>
+<p class="pseudoh2">Voogdesse.</p>
+<p><span class="sc">Albertina Agnes, Prinses van Oranje</span>, in
+&rsquo;s Gravenhage op den 29 April 1634 geboren, had gedurende den
+tijd der voogdijschap over haren zoon Hendrik Casimir, die nog geen
+acht jaren oud was bij den dood zijns Vaders, het bestuur over dit
+Gewest, en verwierf zich veel gezag bij de Friezen. Zij was eene
+verstandige, beminnelijke en zeer godsdienstige vrouw; eene
+voortreffelijke echtgenoot, en eene waardige en zorgvuldige moeder voor
+hare kinderen, welke zij allen, voor zich ten grave zag dalen. Den 24
+Mei 1696 overleed zij op hare lustplaats, het Oranjewoud, alwaar zij
+een geruimen tijd van haren weduwlijken staat had doorgebragt.</p>
+<p>Zij regeerde van 1664 tot 1679.</p>
+<p class="pseudoh1">Hendrik Casimir II.</p>
+<p class="pseudoh2">Vijfde Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Hendrik Casimir II, Prins van Nassau</span>, eenige
+Zoon van <span class="sc">Willem Frederik</span> en <span class=
+"sc">Albertina Agnes</span>, werd geboren op den 18 Januarij 1657. Op
+zijn vijftiende jaar legde hij als Stadhouder den eed af, welke
+waardigheid drie jaren later door de Staten van Friesland, Groningen en
+Drenthe, voor zijne mannelijke nakomelingen, erfelijk verklaard werd.
+Op zijn 22 jaar echter kreeg hij eerst het Stadhouderlijk bewind alleen
+in handen. Den 16 November 1683 trad bij in den echt met <span class=
+"sc">Amelia</span>, Prinses van Anhalt-Dessau, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb457" href="#pb457" name=
+"pb457">457</a>]</span>Dochter van Johan Georg II, waarmede hij dertien
+jaren vereenigd was, en uit welk huwelijk zijn gesproten zeven dochters
+en twee zoons<span class="corr" id="xd20e12005" title=
+"Niet in bron">:</span> Willem Georg Friso, die een jaar na zijne
+geboorte is gestorven, en Johan Willem Friso, zijns Vaders
+opvolger.</p>
+<p>Zijne benoeming tot Kapitein-Generaal en andere voorvallen gaven
+aanleiding tot twisten tusschen hem en Prins Willem III, welke echter
+door diens uitzigt op de kroon van Engeland bedaarden, en in 1685,
+onder bemiddeling van den vermaarden Hoogleeraar Joh. van der Waeijen,
+daarna des Stadhouders Raadsman, geheel werden bijgelegd. Op zijn
+zeventiende jaar stortte hij bij een gevegt, te stoutmoedig met den
+degen in de vuist op den vijand indringende, met zijn paard in eene
+laagte, ten gevolge van welken val, hij steeds onderhevig aan
+bloedspuwingen is geweest; en door deze kwaal in zijne gezondheid
+ondermijnd, overleed hij te Leeuwarden op den 25 Maart 1696.</p>
+<p>Hij studeerde in den jare 1671 te Franeker, en gaf vele blijken van
+verstand, oordeel en ervarenheid; dan vooral in het krijgswezen muntte
+hij uit in moed, beleid en onverschrokkenheid. De dappere Generaal Hans
+Willem, Baron van Aylva, die den Lande in een zeer netelig tijdperk
+voortreffelijke diensten bewees, was hem een Leermeester zonder
+wederga, en had hem den weg tot een onsterfelijken roem helpen banen.
+Zijn dood was voor Friesland een zware slag, want in hem werd een
+schrander, deugdzaam en edelmoedig Vorst, een magtig Beschermheer
+verloren.</p>
+<p>Hij regeerde van 1679 tot 1696.</p>
+<p class="pseudoh1">Amelia.</p>
+<p class="pseudoh2">Voogdesse.</p>
+<p><span class="sc">Amelia, Prinses van Anhalt-Dessau</span>, geboren
+in 1666, werd als Voogdesse erkend over haren zoon <span class=
+"sc">Johan Willem Friso</span>, oud ruim acht <span class=
+"pagenum">[<a id="pb458" href="#pb458" name=
+"pb458">458</a>]</span>jaren bij het overlijden zijns Vaders, en had
+tot zijne meerderjarigheid het bestuur in handen. Zij kocht voor haren
+zoon de Heerlijkheid Ameland, voor 170,000 Karels guldens. Men vindt
+weinige bijzondere berigten over haar vermeld: zij moet eene schoone,
+vernuftige en schrandere vrouw geweest zijn, wier zucht echter tot
+pracht en weelde der spaarzaamheid zeer in den weg stond. In den jare
+1726 is zij in Duitschland gestorven.</p>
+<p>Zij regeerde van 1696 tot 1707.</p>
+<p class="pseudoh1">Johan Willem Friso.</p>
+<p class="pseudoh2">Zesde Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Johan Willem Friso, Prins van Oranje-Nassau</span>,
+geboren den 14 Augustus 1687 te Dessau, aanvaardde in 1707 het
+Stadhouderschap over Friesland, en het jaar daarna over Groningen en
+Ommelanden. Na den dood zijns Vaders nam Prins Willem III de zorg
+zijner opvoeding op zich, en deze, zonder kinderen overlijdende, maakte
+zijn geliefden kweekeling tot zijnen eenigen erfgenaam. Op den 1 Mei
+1709 trad hij in den echt met <span class="sc">Maria Louisa</span>,
+Prinses van Hessen-Cassel, uit welk huwelijk zijn geboren twee
+kinderen: eene dochter Anna Charlotta Amelia, getrouwd met den Prins
+van Baden-Durlach, en een zoon, Willem Karel Hendrik Friso. Op den 14
+Julij 1711 is de Stadhouder, in zijnen jeugdigen leeftijd, op eene
+droevige wijze omgekomen, daar hij bij de overvaart van het Strijensche
+Sas aan den Moerdijk, toen door een rukwind de pont werd omgeslagen,
+zijn dood in de golven vond. Zijn krijgsroem was reeds gevestigd; zijne
+deugden waren velen, en had hem een langer leven mogen te beurt vallen,
+hij zou ongetwijfeld in &rsquo;s Lands geschiedenis eene luisterrijke
+plaats hebben bekleed. Gedurende anderhalf jaar, in 1700 en 1701, heeft
+de Prins te Franeker gestudeerd, en bijzonder het onderwijs van den
+beroemden Fullenius genoten, waarna <span class="pagenum">[<a id=
+"pb459" href="#pb459" name="pb459">459</a>]</span>hij, op begeerte van
+zijnen Voogd, Prins Willem III, zich ook naar de Hoogeschool te Utrecht
+begaf.</p>
+<p>Hij regeerde van 1707 tot 1711.</p>
+<p class="pseudoh1">Maria Louisa.</p>
+<p class="pseudoh2">Voogdesse.</p>
+<p><span class="sc">Maria Louisa, Prinses van Hessen-Cassel</span>, een
+der veertien kinderen van den Landgraaf <span class="sc">Karel</span>
+en <span class="sc">Maria Amelia</span>, Prinses van Courland, is
+geboren op den 17 Februarij 1688. Onder de leiding harer uitmuntende
+moeder, wier evenbeeld zij werd, ontwikkelde zich in haren jeugdigen
+leeftijd reeds den voortreffelijken aanleg tot deugd en bekwaamheid,
+welke het sieraad eener vrouwe zijn, en de Vorstin bovendien tot een
+verheven en magtig voorbeeld voor hare onderdanen stelt. Gedurende de
+minderjarigheid van haren Zoon, bestuurde zij &rsquo;s Lands zaken met
+beleid en verstand, zoodat zelfs de Staten van dit gewest, haar met een
+geschenk van 5000 gulden vereerden, en eene levenslange jaarwedde van
+eene gelijke som. Na den dood van Prins Willem IV en deszelfs Weduwe
+werd haar weder de waarneming van het Stadhouderlijk bewind over
+Friesland opgedragen, hetwelk zij met welgezindheid aanvaardde en met
+ijver behartigde. Op den 9 April 1765, dus ruim 77 jaren oud, is deze
+Vorstin te Leeuwarden overleden, en hare nagedachtenis is door alle
+tijden bij de Friezen in zegening gebleven: want zij was godsdienstig,
+nederig, milddadig en beminnelijk van karakter, zoodat men dan ook haar
+steeds met den vereerenden lievelingsnaam van <i>Maryke-Mui</i>
+bestempelde. Als Stadhouderes regeerde zij met wijsheid en
+gematigdheid. Zoowel voor de stille rust als voor het woelige hofleven
+geschikt, bragt zij in godsdienstige afzondering en vrolijke
+uitspanning <span class="pagenum">[<a id="pb460" href="#pb460" name=
+"pb460">460</a>]</span>vele dagen door in haren lusttuin Marienburg,
+bij Leeuwarden, of op het geliefkoosd Oranjewoud<a class="noteref" id=
+"xd20e12064src" href="#xd20e12064" name="xd20e12064src">96</a>.</p>
+<p>Zij regeerde van 1711 tot 1731, wanneer haar zoon meerderjarig werd.
+Van diens dood tot in 1759, in welk jaar hare schoondochter Prinses
+Anna, is overleden, had zij eenig deel aan &rsquo;t Stadhouderlijk
+bewind, en na dien tijd regeerde zij weder geheel tot 1765.</p>
+<p class="pseudoh1">Willem Karel Hendrik Friso.</p>
+<p class="pseudoh2">Zevende Stadhouder.</p>
+<p>Willem Karel Hendrik Friso, of <span class="sc">Willem IV, Prins van
+Oranje-Nassau</span>, werd te Leeuwarden geboren den eersten van
+Herfstmaand 1711, zes weken na zijns Vaders overlijden. In den eersten
+leeftijd onder het oog zijner verstandige moeder opgevoed, daarna door
+de beroemdste geleerden, zoo als Wesseling, Hemsterhuis, Heineccius en
+<span class="corr" id="xd20e12078" title=
+"Bron: andederen">anderen</span>, aan de Friesche en Utrechtsche
+Hoogescholen, onderwezen, moest zijn krachtvolle geest zich spoedig
+ontwikkelen, en eene grondige kennis van zaken bekomen, welke den
+echten Landsvader kenmerken, en zijn bestuur ten beste der onderdanen
+doen gedijen. In den jare 1731 aanvaardde hij de waardigheid van
+Stadhouder over Friesland, na reeds daarin over Groningen, Drenthe en
+Gelderland te zijn bevestigd. In het merkwaardig jaar 1747 werd een
+perk gesteld aan de verdeeldheden eener vijfenveertigjarige
+Stadhouderlooze regering in de overige Provincien, en <span class=
+"sc">Willem IV</span> tot Algemeen Stadhouder over al de gewesten
+verkoren, met erfelijk-verklaring dier hooge waardigheden, zoowel in de
+vrouwelijke als mannelijke linie. Hij trad in den echt met <span class=
+"sc">Anna</span>, Kroonprinses van Groot-Brittanje op den 25 Maart
+1734. De spruiten uit dezen echt waren, <span class="pagenum">[<a id=
+"pb461" href="#pb461" name="pb461">461</a>]</span>behalve drie
+dochters, welke allen kort na de geboorte zijn overleden, Prinses
+Carolina en Prins Willem V. Hij regeerde gelijk het den Vorst betaamt,
+wien zijn Land en Volk, als zijn eigen welzijn, zeer ter harte gaan.
+Twee groote Nederlandsche Historieschrijvers, <span class=
+"sc">Stuart</span> en <span class="sc">Scheltema</span>, getuigen beide
+van hem: &raquo;dat hij de grootheid van zijn Huis alleen zocht in de
+ware grootheid van den Staat; zijn hoogste eerzucht in de liefde zijns
+Volks stellende.&rdquo; Geen offer achtte hij te dier voor de belangen
+der natie, en standvastig van geest volgde hij steeds het hem
+aangewezen moeijelijk pad. Vele goede en beminnelijke hoedanigheden
+waren van de Moeder op den Zoon overgegaan; godsvrucht en
+christenliefde paarde zich aan opregtheid en eerlijkheid<a class=
+"noteref" id="xd20e12096src" href="#xd20e12096" name=
+"xd20e12096src">97</a>. Als vriend der geleerden en voorstander der
+wetenschappen, vond ook de Friesche Hoogeschool in hem eenen ijverigen
+Beschermheer. In den ouderdom van ruim veertig jaren bezweek zijn van
+tijd tot tijd verzwakt ligchaam, onder de rusteloosheid van eenen
+veelvuldigen zwaren arbeid. Hij stierf den 22 October 1751, en werd te
+Delft in den Vorstelijken grafkelder van Willem I begraven.</p>
+<p>Hij regeerde van 1731 tot 1751. <span class="pagenum">[<a id="pb462"
+href="#pb462" name="pb462">462</a>]</span></p>
+<p><span class="sc">Anna, Kroonprinses van Groot-Brittanje, Prinses van
+Brunswijk-Lunenburg</span>, Gemalinne van <span class="sc">Willem
+IV</span>, was de oudste Dochter van Koning <span class="sc">George
+II</span>, en werd geboren den 2 November 1709. Zij was eene schoone
+vrouw, helder en krachtvol van geest, kloek van verstand, edel van ziel
+en grootmoedig van karakter; de geschiedenis getuigt van haar, dat zij
+niet alleen vele voortreffelijke deugden, maar ook uitstekende talenten
+bezat, zoodat zij in verschillende talen oordeelkundige werken over
+godsdienst, geschiedenis en zedekunde geschreven heeft, en dit wel,
+hetgeen bijzondere opmerking verdient, niet om te schitteren, maar tot
+eigen oefening en anderer nut. Dat zij alzoo voor haren Gemaal een
+onschatbaar kleinood was, zal wel geen betoog behoeven: want, ook in
+staatszaken ervaren, ondersteunde zij in die oproerige tijden den
+vredelievenden Vorst met wijzen raad. Na den dood van dezen had zij bij
+het voeren des bewinds en &rsquo;t bestier der voogdij, eene
+standvastigheid en kloekheid betoond, die den Grooten Frederik, op het
+ontvangen van haar doodberigt, aan der Staten Gezant schrijven deed:
+&raquo;Ik heb eene Vriendin verloren, die door hare grootmoedigheid,
+wijsheid en eene hare kunne te boven gaande kracht van geest al mijne
+achting verdiende.&rdquo; Op den 12 van Louwmaand 1759 ontsliep zij in
+den ouderdom van ruim 49 jaren te &rsquo;s Gravenhage, en werd bij
+haren Gemaal te Delft begraven.</p>
+<p>Zij regeerde als Gouvernante van 1751 tot 1759; terwijl echter het
+beheer in Friesland aan de Staten en Prinses Maria Louisa was
+opgedragen.</p>
+<p class="pseudoh1">Carolina.</p>
+<p class="pseudoh2">Regentesse.</p>
+<p>Aan <span class="sc">Carolina, Prinses van Oranje</span>, eenige
+overgeblevene dochter van <span class="sc">Willem IV</span>, geboren te
+<span class="pagenum">[<a id="pb463" href="#pb463" name=
+"pb463">463</a>]</span>Leeuwarden den 28 Februarij 1743, werden, na
+<span class="corr" id="xd20e12138" title="Bron: den den">den</span>
+dood harer Grootmoeder Maria Louisa, in den jare 1765, ten gevolge der
+Landsverordeningen op de Voogdij, de Magistraatsbeschikkingen in de
+Friesche steden opgedragen, tot aan de meerderjarigheid van haren
+Broeder. Zij huwde in 1759, dus zestien jaren oud, na vele staatkundige
+tegenstribbelingen, aan <span class="sc">Carel Christiaan, Prins van
+Nassau-Weilburg</span>, gesproten uit de linie van <span class=
+"sc">Walram</span>.</p>
+<p>Zij regeerde tot in 1766.</p>
+<p class="pseudoh1">Willem V.</p>
+<p class="pseudoh2">Algemeen Stadhouder.</p>
+<p><span class="sc">Willem V, Prins van Oranje-Nassau</span>, geboren
+den 8 Maart 1748, aanvaardde het Stadhouderschap over al de Gewesten
+den 8 Maart 1766. Hij trad in den echt den 4 October 1767 met
+<span class="sc">Frederica Sophia Wilhelmina, Prinses van
+Pruissen</span>, Nicht van Koning Frederik II, den 7 Aug. 1751 geboren.
+Deze zijn de doorluchtige Ouders van onzen ge&euml;erbiedigden Koning.
+Prins <span class="sc">Willem</span> overleed te Brunswijk in Grasmaand
+1806, en zijne verhevene Gemalinne op het Loo 9 Junij 1820.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb201" class=
+"pageref">201</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1591.</p>
+<p><i>En 6 yzere gotelingen.</i> In dezen tijd was voornamelijk ook
+eene soort van geschut in gebruik, genaamd <i>Gotelingen</i>, van 18,
+8, 6, 4, 3 en 2&frac12; pond, benevens metalen <i>Kartouwen</i>,
+<i>Colverijns</i>, <i>Veldslangen</i>, <i>Sakers</i>, <i>Dranken</i>,
+<i>Mignions</i> en anderen; die vooral op de schepen gebezigd werden.
+<span class="sc"><span class="corr" id="xd20e12199" title=
+"Bron: de">De</span> Jonge</span>, <i>Gesch. van het Zeewezen, I</i>.
+402. Verg. <span class="sc">Kiliaan</span> op &rsquo;t woord.
+<span class="pagenum">[<a id="pb464" href="#pb464" name=
+"pb464">464</a>]</span></p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb208" class=
+"pageref">208</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1594.</p>
+<p><i>En op Ostagiers handelende.</i> <span class="sc">Ostagier</span>,
+<span class="sc">Stagier</span> beteekent een <i>gijzelaar</i>;
+vandaar: <i>op Ostagiers geven, handelen, nemen</i>, d. i. gijzelaars
+ten onderpand geven of ontvangen. Zie <span class="sc">Kiliaan</span>.
+Over dit merkwaardig beleg vergelijke men den <i>Tegenw. Staat van Stad
+en Lande, I</i>. 518; <span class="sc">Wins.</span> fol. 817, enz.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb216" class=
+"pageref">216</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1620.</p>
+<p><i>Die heerlyke begraafplaats.</i> De Groote of Jacobijner kerk is
+volgens <span class="sc">Gabbema</span>, <i>Verhaal van
+Leeuwaarden</i>, gebouwd in den jare 1487, doch, volgens <span class=
+"sc">J. van den Bosch</span>, in zijn meergem. werk, was zij reeds door
+de Heeren van Cammingha en eenige rijke burgers in 1228 gesticht; en
+daarna afgebrand zijnde, werd zij herbouwd in 1487. In derzelver Koor
+aanschouwde men de prachtige marmeren graftombe van Graaf Willem van
+Nassau en zijne Gemalinne Anna, onder welke tombe de Vorstelijke
+Grafkelder zich bevond, waarin zijn bijgezet geworden:</p>
+<ul>
+<li>1. Prinses <span class="sc">Anna</span>, Gemalin van Willem
+Lodewijk.</li>
+<li>2. Graaf <span class="sc">Willem Lodewijk</span>, eerste
+Stadhouder.</li>
+<li>3. Graaf <span class="sc">Ernst Casimir</span>, tweede
+Stadhouder.</li>
+<li>4. Graaf <span class="sc">Hendrik Casimir</span>, derde
+Stadhouder.</li>
+<li>5. Prinses <span class="sc">Anna Sophia</span>, Weduwe van Graaf
+Ernst Casimir.</li>
+<li>6. Graaf <span class="sc">Willem Frederik</span>, vierde
+Stadhouder.</li>
+<li>7. Prinses <span class="sc">Sophia Hedwich</span>, dochter van
+Graaf Willem <span class="corr" id="xd20e12302" title=
+"Bron: Freder&iuml;k">Frederik</span>.</li>
+<li>8. Prinses <span class="sc">Albertina Agnes</span>, Weduwe van
+Graaf Willem Frederik.</li>
+</ul>
+<p>Nog stonden in dezen grafkelder twee kleine kisten, waarin
+waarschijnlijk de dochters van Graaf <span class="pagenum">[<a id=
+"pb465" href="#pb465" name="pb465">465</a>]</span>Ernst Casimir zijn
+bijgezet; zoo bevonden er zich drie kleine houten kistjes, in welke
+tinnen doozen, waren geplaatst, die ingewanden van gebalsemde
+Vorstelijke lijken zullen hebben bevat.</p>
+<p>Toen deze begraafplaats te klein geworden was is door Prinses Amelia
+eene tweede aangelegd, in welke zijn bijgezet:</p>
+<ul>
+<li>1. Prins <span class="sc">Willem Georg Friso</span>, zoon van Prins
+Casimir II, geboren te Leeuwarden 24 Junij 1685.</li>
+<li>2. Prins <span class="sc">Hendrik Casimir II</span>, vijfde
+Stadhouder.</li>
+<li>3. Prins <span class="sc">Johan Willem Friso</span>, zesde
+Stadhouder.</li>
+<li>4. De tweede dochter van Prins <span class="sc">Willem IV</span>,
+bij de geboorte gestorven 22 December 1739.</li>
+<li>5. Prinses <span class="sc">Anna</span>, jongste dochter van Prins
+Willem IV, geboren te Leeuwarden 15 November, en den 29 December 1746
+overleden.</li>
+<li>6. Prinses <span class="sc">Maria Louisa</span>, weduwe van Prins
+Johan Willem Friso.</li>
+</ul>
+<p>Van deze Vorstelijke begraafplaats en het marmeren grafgesticht is
+niets meer overgebleven, dan het aandenken aan derzelver vorig bestaan.
+Niet door den vernielenden tand des tijds, die al wat onvergankelijk
+schijnt aan stukken knaagt, maar door den geesel der verwoesting en het
+teugelloos geweld, uit overdreven vrijheidszucht, haat en partijschap
+geboren, wier blinde drift zelfs de graven der afgestorvenen niet
+eerbiedigt, zijn deze gedenkteekenen vernietigd. Dan wij willen de
+treurige herinnering aan die tijden niet verlevendigen, en dergelijke
+gebeurtenissen liever der vergetelheid overgeven.</p>
+<p>Van de zeven Stadhouders, de Prinsessen Amelia, Maria Louisa en
+Anna, benevens de Graven Johan Maurits, Adolf, Jan en Albert van
+Nassau, zijn op het Hof te Leeuwarden nog uitmuntend geschilderde
+beeldtenissen bewaard gebleven.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb221" class=
+"pageref">221</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1636.</p>
+<p>Een oud boekje getiteld: <i>Teghen-gifte teghen de <span class=
+"pagenum">[<a id="pb466" href="#pb466" name=
+"pb466">466</a>]</span>Peste</i>, door <span class="sc">Lucas
+Trelcatius</span> beschreven, uitgegeven te Leeuwarden 1637, meldt in
+een <i>Aenhanghsel</i>, dat de verschrikkelijke Pest, welke in dit jaar
+in Holland heerschte ook tot Friesland was overgeslagen, en in de
+dorpen nog heviger woedde dan in de steden, vooral in Anjum, Grouw,
+Oldkerk, enz. terwijl binnen Leeuwarden ettelijke weken lang, bij en
+over de 200 dooden werden begraven, waarna men de verwoesting in de
+dorpen aangerigt kan afmeten.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb227" class=
+"pageref">227</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1665.</p>
+<p>De Veldmaarschalk Graaf <span class="sc">Johan Maurits van
+Nassau</span> was de kleinzoon van Johan den Ouden, den Vader des
+eersten Frieschen Stadhouders. Bij gelegenheid van dit ongeluk maakte
+hij te Franeker zijn uiterste wille, en gaf die over ter bewaring aan
+de Akademie. In 1679 overleed deze zachtaardige en brave man te
+Bergendaal bij Kleef, alwaar zijne nederige grafstede nog jaarlijks
+door vele reizenden bezigtigd wordt.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb229" class=
+"pageref">229</a>.&mdash;A<sup>o</sup> 1672.</p>
+<p><i>Den eersten van Juny, of na de oude Styl den 22ste van May.</i>
+Voor dat men den tijd naar behooren geregeld en verdeeld had, of
+willekeurig verdeelde, om te voorkomen dat de Saizoenen zich niet
+verplaatsten, was het opzigt hierover aan de Priesters des volks
+aanbevolen. Eene halve eeuw voor onze jaartelling maakte Julius Caesar
+een einde aan de verwarde tijdsberekeningen en derzelver gevolgen in
+zijnen Staat. Hij bepaalde het zonnejaar op 365 dagen en 6 uren. Het
+burgerlijk jaar werd dus verordend: er zouden telkens drie
+achtereenvolgende jaren ieder <span class="pagenum">[<a id="pb467"
+href="#pb467" name="pb467">467</a>]</span>van 365 dagen loopen, en het
+vierde of schrikkeljaar moest een dag meer dragen, welke dag in de
+maand Februarij werd ingelascht. Het jaar bestond uit 12 eenigzins
+ongelijke maanden, zoo als het nu nog bestaat. Dit was de
+<i>Juliaansche Jaarrekening</i> of <i>Stijl</i>, <span class="sc">Oude
+Stijl</span> genaamd.</p>
+<p>De bepaling des zonnejaars van 365 dagen en 6 uren was echter ruim
+elf minuten te groot genomen, hetwelk eene afwijking of verloop moest
+veroorzaken, die dan ook na vier eeuwen tijds bij de viering van het
+Paaschfeest, waarvan de berekening op de maan gegrond was, duidelijk
+werd opgemerkt. Men nam maatregelen welke echter onvoldoende waren, en
+gedurende vele eeuwen bleef dit gebrek bestaan, zoodat in de XVI eeuw
+de lente-nachtevening van den 21 Maart op den 10 was
+gekomen<span class="corr" id="xd20e12413" title="Niet in bron">.</span>
+Eindelijk nam Paus Gregorius XIII zich de zaak ernstig ter harte, liet
+door geleerden en deskundigen het ontwerp van Aloisius Lilius, een
+geneesheer van Verona, onderzoeken, en na rijp beraad werd er in den
+jare 1581, bij Apostolische Bulle, eene nieuwe verbetering aangekondigd
+en bevolen. De sedert het Concilie van Nicea vervroegde tien dagen,
+moesten in het jaar 1582 in de maand October worden uitgelaten, zoodat
+men van den 4 dadelijk op den 15 telde. Het verschil van de elf
+minuten, die men vroeger op het zonnejaar te veel gerekend had; werd
+gevonden, door in vier eeuwen, telkens op het einde van ieder eeuw
+&eacute;&eacute;n schrikkeljaar over te slaan; dus zoude het jaar 1600
+een schrikkeljaar blijven, maar 1700, 1800 en 1900 gemeene jaren van
+365 dagen, en 2000 weder een schrikkeljaar zijn. Het zonnejaar werd
+alzoo vastgesteld op 365 en het schrikkeljaar op 366 dagen. Deze
+inrigting noemde men de <i>Gregoriaansche Jaarrekening</i> of
+<i>Stijl</i>, en in tegenoverstelling van den Juliaanschen den
+<span class="sc">Nieuwen Stijl</span>.</p>
+<p>Door deze verstandige en doeltreffende instelling was er geene
+afwijking of verloop van tijdsberekening in eeuwen meer te duchten; en
+was men overal verstandig genoeg geweest, men zou niet geaarseld
+<span class="pagenum">[<a id="pb468" href="#pb468" name=
+"pb468">468</a>]</span>hebben daarin te berusten, dan vooroordeel,
+dwaze driften, koppigheid en ongodsdienstige ijver, keerden
+aanvankelijk in die woelige tijden van hervorming onder zoo vele goede
+zaken ook deze. In de Catholijke Landen werd de verbeterde Calender
+spoedig aangenomen, dan eerst in en omstreeks den aanvang der XVIII
+eeuw, ging men daartoe in andere Landen, en ook in de Nederlanden over:
+Braband, Vlaanderen, Zeeland en Holland waren de eerste gewesten,
+daarna volgden Friesland, Groningen, Gelderland, Utrecht en Overijssel.
+Dat deze instelling op ongelijke tijden aangenomen, en dus de een zich
+van den Ouden, de ander van den Nieuwen Stijl bedienende, veel
+verwarring te weeg bragt, is meermalen gebleken. Zoo schreef b. v.
+Graaf Johan Maurits van Nassau, hiervoren gemeld, uit &rsquo;s
+Gravenhage eene Missive aan den Rector en Senaat van de Akademie te
+Franeker, op den 3 September 1670, en het antwoord op dezelve, drie
+dagen na dien datum afgezonden, droeg de dagteekening van den 27
+Augustus. In Engeland heeft men eerst in 1752, en in Zweden een jaar
+daarna, den Nieuwen Stijl ingevoerd: in Rusland volgt men nog den
+Juliaanschen.</p>
+<p>Ingevolge Resoluti&euml;n der Staten van Friesland van den 10 en 11
+October 1700 werd vastgesteld en bij Publicatie van den 12 dier maand
+afgekondigd, dat op den 1 Januarij 1701, in plaats van den <i>Ouden
+Stijl</i> de <i>Nieuwe</i> zou worden ingevoerd, en men op dien dag
+niet den <i>eersten</i> maar den <i>twaalfden Januarij</i> zoude
+schrijven, en aldus de telling vervolgen. Alzoo eindigde in Friesland
+het jaar 1700 op Dingsdag den 31 December, en den volgenden dag,
+Woensdag, heeft men 12 Januarij 1701 geschreven<a class="noteref" id=
+"xd20e12443src" href="#xd20e12443" name="xd20e12443src">98</a>. In de
+Provincie <span class="pagenum">[<a id="pb469" href="#pb469" name=
+"pb469">469</a>]</span>Groningen is ten zelfde dage en op gelijke wijze
+de Nieuwe Stijl ingevoerd.</p>
+<p>Het verschil alzoo tusschen den Ouden en Nieuwen Stijl, door vele
+schrijvers niet in acht genomen, waardoor misstellingen in de
+dagteekeningen zijn ontstaan, of bij sommigen verkeerd aangeduid,
+bestaat alleen hierin, dat men altoos <i>tien</i> dagen tellen moet bij
+de dagteekening, welke de Oude of Juliaansche Jaarrekening
+aangeeft.</p>
+<p>Men vergelijke de <i>Historische Verhandeling over den zoogenaamden
+Nieuwen Stijl</i> door den Oud-Hoogleeraar Mr. <span class="sc">J. W.
+de Crane</span>, geplaatst in het <i>II</i>. Stuk van het
+<i>Archief</i> der Heeren <span class="sc">Visser</span> en
+<span class="sc">Amersfoordt</span>.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb259" class="pageref">259</a>.</p>
+<p><i>In den jaare 1677.</i> Hetgeen hier volgt tot bladzijde 271 is
+een bijvoegsel van den tweeden druk, en heeft niet uitsluitend
+betrekking op Friesland, maar is meer eene kronijksgewijze opgave van
+algemeene gebeurtenissen. Wij hebben ons moeten onthouden van eene
+meerdere uitbreiding onzer Aanteekeningen over het belangrijk tijdvak
+der geschiedenis in de laatste eeuwen, daar dezelve reeds tot een
+aantal bladen zijn aangegroeid, en ons bestek geen grootere
+uitvoerigheid gedoogde. Ook mogen wij <span class="pagenum">[<a id=
+"pb470" href="#pb470" name="pb470">470</a>]</span>het daarvoor houden,
+dat dit gedeelte der Historie, en bepaaldelijk die der Stadhouderlijke
+Regering, den Lezer meer bekend zij, als zijnde daarover ook genoegzame
+bronnen voorhanden. Wij hebben achterwege gelaten de onbelangrijke
+beschrijving van den intogt des Prinsen J. W. Friso in Groningen, op
+bl. 327 en 328 van den tweeden druk der kronijk voorkomende, als mede
+de berijmde <i>Nareeden</i>, of zoo als achter den eersten druk staat,
+<i>Aanspraak op Naaspraak</i>, hoewel tot onderschrift voerende:
+&rsquo;t <span class="sc">Kan niet beeter</span>; want wie zal thans
+nog smaak vinden in verzen als deze?</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Wiens breinkas gestoffeerd met puik van waarde
+stoffen,</p>
+<p class="line">Zal ooit op eenge stoff, wiens loff maar stoff is
+stoffen.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">of</p>
+<div class="lgouter xd20e1232">
+<p class="line">Een keurger keure, keur de keur, met keur in &rsquo;t
+leezen;</p>
+<p class="line">In &rsquo;t geen hy keurig keurt, met keur &rsquo;t zyn
+uit te leesen.</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Ook het <i>Treurig gesprek tusschen een Vreemdeling
+en een Fries, over het verongelukken van</i> <span class="sc">Johan
+Willem Friso</span>, in zeer middelmatig rijm van de door haren
+tijdgenoot <span class="sc">Lucas Pater</span> en daarna door den heer
+<span class="sc">J. de Vries</span> hoog verheven, door <span class=
+"sc">Witsen Geysbeek</span> daarentegen diep vernederde Friesche
+Dichteres <span class="sc">Jetske Reinou van der Malen</span>, hebben
+wij gedacht veilig te kunnen weglaten.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb273" class="pageref">273</a>.</p>
+<p><i>De Landstreek van deze Provincie.</i> Over deze verdeeling en het
+bestuur der Graafschappen, vergelijke men onze <i>Aantt.</i> bl. 344;
+&sect; 4 van het Overzigt in het <i>Friesch Jierboeckjen 1833</i>, en
+de 2de &sect; van dat van 1834. Over de benamingen van <i>Estrachia</i>
+of <i>Austrachia</i> en <i>Westrachia</i>, moet ik nog wel aanmerken,
+dat <span class="sc">Alting</span> in zijne <i>Descriptio agri Batavi
+et Frisii</i>, of <i>Notit. Germ<span class="corr" id="xd20e12570"
+title="Niet in bron">.</span> Inf.</i> zeer verkeerd <span class=
+"pagenum">[<a id="pb471" href="#pb471" name="pb471">471</a>]</span>op
+alle zijne kaarten de eilanden Ameland en Terschelling dus noemt, in
+navolging van zekeren <span class="sc">Fredegarius</span>, een
+Schrijver van de VII eeuw, (die echter voor <i>Austrachia
+Anistrachia</i> schrijft,) als zullende beteekenen <i>Ooster-</i> en
+<i>Wester-oog</i>, van <i>achia</i>, <i>age</i>, <i>oog</i>, welke
+benaming dikwijls aan eilanden gegeven wordt, zoo als Schiermonnikoog,
+Spikeroog, Langeroog enz. Te vergeefs zal men bij eenig Friesch
+Schrijver die eilanden, dus genoemd, zoeken, maar wel vindt men, dat
+eertijds <i>Westrachia</i> <span class="sc">Westergo</span>, en
+<i>Austrachia</i> <span class="sc">Oostergo</span> beteekende.
+<span class="sc">Winsemius</span> bevestigt zulks op den jare 728, toen
+Karel Martel Oostergo en Westergo plonderde en verwoestte. In de
+afbeelding van Oud-Friesland door <span class="sc">Schotanus</span>, de
+eenige oude kaart, welke het best met de geschiedenis overeenkomt en
+&rsquo;t meest vertrouwen verdient, gevoegd in zijne <i>Beschr. van
+Frieslandt</i> en achter de <i>Groote Atlas</i>, worden de streken
+beoosten en bewesten de Burdo of Middelzee, welke ook het best door hem
+is afgeteekend, te regte <i>Austrachia</i> en <i>Westrachia</i>
+genoemd. Verg. <i>Oudh. en Gest. II</i>. 287, alwaar <span class=
+"sc">v. Rhyn</span> in &rsquo;t breede hierover uitweidt, aan
+<span class="sc">Fredegarius</span> geen gezag boven Friesche
+Schrijvers toekennende. <span class="sc">Alting</span>, <i>II</i>. in
+voc. <i>Austrachia Burdine, Westrachia</i>; <span class=
+"sc">Brouwer</span> en <span class="sc">Eekhoff</span>, <i>Nasporingen
+betrekkelijk de Middelzee</i>, bl. 31 noot, 116 en 117, waarin ook de
+gebrekkigheid van de oude kaarten wordt aangetoond.</p>
+<p class="xref">Bl. <a href="#pb273" class="pageref">273</a>.</p>
+<p><i>Die men een Grietman noemt.</i> In het laatst der XIII en in het
+begin der XIV eeuwen, wordt het eerst van Grietmannen gewaagd. Van ouds
+moet de verkiezing door de gemeente, de ingezetenen of de bezitters der
+stemhebbende Staten hebben plaats gehad. Zij hadden Assessoren of
+Bijzitters en andere Regters van minderen rang onder zich, terwijl er
+tevens Schouten hebben bestaan, welk ambt later <span class=
+"pagenum">[<a id="pb472" href="#pb472" name=
+"pb472">472</a>]</span>weder is vernietigd of in die des Grietmans is
+overgegaan. Aanvankelijk waren zij Regters, maar in den drang en druk
+der oproerige tijden, in welke geene regten ge&euml;erbiedigd werden,
+moesten zij zich tot Beschermheeren verheffen, en wisten van hunne magt
+en invloed een krachtig, soms al te krachtig gebruik te maken. Elke
+Grietenij had &eacute;&eacute;n Grietman, voor &eacute;&eacute;n jaar
+benoemd tot Hoofd; doch eene enkele uitzondering was er op dezen regel:
+bij latere inrigting werd bepaald, dat ieder, die de vereischten bezat,
+op zijn beurt den post van Grietman en Regter zoude waarnemen. Onder de
+Hertogen van Saksen en daarna onder het Stadhouderlijk Bewind was de
+begeving van dit ambt ook aan dezen en aan het Hof verbleven.</p>
+<p>Maar nu den oorsprong van den naam <i>Grietman</i> te bepalen, dit
+is eene moeijelijke zaak, waarover reeds vele geleerden zijn
+geraadpleegd en veler gevoelen ter toetse is gebragt, doch het is als
+nog onbeslist, welke beteekenis voor de eigenlijke en oorspronkelijke
+moet worden gehouden. Onze Kronijk is er, mijns bedunkens, niet achter
+en geen wonder, want de Heer <span class="sc">Beyma</span>, in zijn
+<i>Tractatus de Grietmannis</i> geeft een aantal verschillende
+gevoelens op, en na dezen Schrijver zijn er nog meerdere te berde
+gebragt<a class="noteref" id="xd20e12680src" href="#xd20e12680" name=
+"xd20e12680src">99</a>. Het meest aannemelijk gevoelen is, dat
+<span class="pagenum">[<a id="pb473" href="#pb473" name=
+"pb473">473</a>]</span>men den naam moet afleiden van het Oud-Friesche
+<span class="sc">Greta</span>, <i>klagen</i> en dus <i>Greet-</i> of
+<i>Grietman</i> degeen was, die aan de klagers regt verschafte. Zeer
+belangrijk zijn de Aanteekeningen over de <span class=
+"sc">Grietmannen</span> van de Heeren <span class="sc">H.</span> en
+<span class="sc">W. v. S.</span> voorkomende in het <i>Mengelwerk der
+Leeuwarder Couranten van den 15</i> en <i>29 Mei 1832</i>, tot welke
+wij den Lezer verwijzen, als mede tot opgenoemd <i>Tractatus de
+Grietmannis</i> van <span class="sc">C. L. van Beyma</span>,
+<i>Franeq.</i> 1780.</p>
+<p>Wat het kerkelijk Bestuur van Friesland in de vroegste tijden
+aangaat, dit is ons niet klaar genoeg gebleken: later was dit gewest
+den Bisschop van Utrecht onderworpen, die tot het Aartsbisdom van
+Keulen behoorde. Friesland was verdeeld in Dekenschappen, waarvan de
+Dekens door den Bisschop werden gekozen en met groot gezag en magt
+bekleed. De Hoofdpriesters of Priesters in eene parochiekerk werden
+<i>Personae</i> genoemd, en de mindere Priesters <i>Kapellanen</i>. De
+Abten waren Oversten of Bestuurders der Kloosters en derzelver
+aanhoorigheden: zij stonden op zich zelven, hadden vele voorregten,
+samen de eerste plaats op de Landsdagen, en waren alleen den Paus
+onderworpen: de Priors waren oorspronkelijk hoofden van minderen rang,
+gelijk ook de Proosten, hoezeer dikwijls deze verschillende benamingen
+door elkander gebruikt werden. Zie hierover onder anderen <i>Friesch
+Jierb. 1833</i>. <i>Oersicht</i> &sect; 4. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb475" href="#pb475" name="pb475">475</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3780" href="#xd20e3780src" name="xd20e3780">1</a></span> Dat de
+<i>Schelde</i> en de <i>Sincfal</i>, later <i>Zwene</i> geheten, niet
+dezelfde rivieren zijn, en dus niet voor elkander genomen moeten
+worden, wordt behalve in de <i>Bijv.</i> voor het I. D. van
+<span class="sc">Wagenaars</span> <i>Vad. Hist.</i> ook in het breede
+betoogd door den Hoogleeraar <span class="sc">Ypeij</span>, in het II.
+D. zijner <i>Geschiedenis der Nederl. Taal</i>, bl. 115 volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3825" href="#xd20e3825src" name="xd20e3825">2</a></span> Over
+deze vergraving lezen wij in <span class="sc">Bilderdyks</span>
+<i>Geschiedenis des Vaderlands</i>, I. 24: &raquo;&rsquo;t Was
+natuurlijk dat Drusus, geheel het zuidelijk Land zijner Landvoogdij
+jaarlijks overstroomd ziende, bedacht was om het Rijnwater af te
+leiden. Naderhand deed Corbulo &rsquo;t zelfde met den zoogenaamden
+Vliet te graven. Maar beide ondernemingen hadden gelijke gevolgen: Het
+verderf van een groot gedeelte Lands. Gelukkig Holland, zoo men nooit
+gegraven en nooit gedijkt had! Wij zouden thans boven de rivieren
+wonen, die het Land doorsnijden moesten, en er nu over heen loopen in
+gemaakte goten, wier bodem steeds verhoogt door de vallende slib, en
+die dus hoe langer hoe meer boven het land rijzen en in kracht en
+gewelddadigheid hunne dijken overmeesteren; terwijl men haar nog
+bovendien door de droogmaking van meeren, de noodige boezems onttrokken
+heeft, om zich, bij voorkomende opzetting van boven, te kunnen
+ontlasten, zonder hunne boorden te verwoesten.&rdquo;&mdash;Hoezeer
+deze en dergelijke gevoelens tegenstanders vinden, kan ik er echter
+bijvoegen, dat met andere deskundigen ook de zeer bekwame
+Waterbouwkundige <span class="sc">Cornelis Zillesen</span> in zijne
+werken zeer tegen alle vergravingen ijvert. Nog op zijn negentigste
+jaar heeft hij daartegen ernstig gewaarschuwd in zijn belangrijk
+stukje, getiteld: <i>Iets over de natuurlijke oorzaken der steeds
+toenemende Zeeoverstroomingen</i> (Rott. 1825), waarin hij ook beweert
+en bewijst, dat de Alwijze Schepper der natuur voor de ontlasting des
+waters had gezorgd, en dat, om van land water te maken, alleen daar
+noodig was, waar door rivieren of binnenvaarten de kanalen verbeterd
+moesten worden, terwijl de verhooging der rivierdijken en de daarin
+begane misslagen zoodanig de inkeldering der binnenlanden en woningen
+had veroorzaakt, dat bij elke doorbraak de rivieren die landen tot
+hunne beddingen verkozen. Ook had deze maatregel een ander nadeel ten
+gevolge, het onderhoud namelijk, tot groote kosten van den landbouw, op
+plaatsen daar men reeds niet meer het water door sluizen kon ontlasten,
+van 2000 watermolens alleen in Holland. De Schrijver geeft voorts
+onkostbare behoedmiddelen aan de hand, en dit boekje verdient de
+opmerking des onpartijdigen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3902" href="#xd20e3902src" name="xd20e3902">3</a></span> Door den
+Emeritus Predikant <span class="sc">P. Brouwer</span>, een man van
+kennis en verstand, was in geschriften nagelaten eene Nasporing en
+Aanwijzing van den Loop en de Grenzen der opgeslijkte Middelzee, welk
+stuk te gelijk wordt uitgegeven (terwijl deze ter perse is,) met een
+zeer naauwkeurig en grondig Onderzoek naar de oorspronkelijke
+uitgestrektheid, en den tijd en wijze van opslijking der Middelzee;
+alsmede hoe Leeuwarden door haar is bespoeld geweest, zamengesteld door
+den ijverigen beoefenaar der Geschiedenis <span class="sc">W.
+Eekhoff</span>. Eene zeer aanbevelende Voorrede van den kundigen
+<span class="sc">Worp v. Peyma</span> versiert dit werk. Het onderzoek
+van Do. <span class="sc">Brouwer</span> bepaalt zich tot den omvang en
+begrensdheid der Middelzee in de 13 eeuw. <span class=
+"sc">Eekhoff</span> heeft getracht aan te toonen en tot eenen hoogen
+trap van waarschijnlijkheid te brengen, welke in de oudste tijden de
+grenzen dier Zee waren, kennende haar eene veel meerdere
+uitgestrektheid toe, dan waarvan de geschiedenis gewaagt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e3938" href="#xd20e3938src" name="xd20e3938">4</a></span> Dit werk
+getiteld: <i>Physische Geschichte der Nordsee-K&uuml;ste und deren
+Ver&auml;nderungen durch Sturmfluthen seit der Cymbrischen Fluth bis
+jetzt</i>, is in twee deelen uitgekomen te Emden 1833, en was het
+<i>laatste</i> voortbrengsel van dezen verdienstelijken man, ten nutte
+van zijn Vaderland, omdat hij dat Vaderland verlaten en zich naar een
+ander werelddeel begeven moest, ten einde zich een voortdurend bestaan
+te verschaffen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4071" href="#xd20e4071src" name="xd20e4071">5</a></span>
+Vergelijk hierbij de Voorrede voor het II deel van &rsquo;t
+<i>Charterboek</i>, p. 65 en 66.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4086" href="#xd20e4086src" name="xd20e4086">6</a></span>
+Vervaardigd voor het, door &rsquo;t Friesch Genootschap uitgegeven,
+<span class="ex">Friesch Jierboeckjen</span>. Het eerste gedeelte is
+geplaatst in dat van 1831: <i>Kirt Oersicht oer Friesl&acirc;ns
+Schijdnis, fenne fierste tijd oon it jier 1814 to</i>, loopende dit
+deel van de vroegste tijden af tot aan Karel den Groote, dat is, tot
+aan &rsquo;t jaar 773 of daaromtrent. Dit tijdvak noemt de Schrijver
+<i>het Fabelachtige Friesland</i>.</p>
+<p class="footnote">Het tweede tijdperk, loopende tot op de aanneming
+van Albrecht, Hertog van Saksen, tot Heer van <i>Friesland</i>, d. i.,
+tot aan 1498, wordt genoemd <i>het Vrije Friesland</i>.</p>
+<p class="footnote">Het derde, de geschiedenis zullende bevatten van
+1498 tot op de afzwering van Philips II., Koning van Spanje, als Heer
+der Nederlanden, heet <i>het Overheerde Friesland</i>.</p>
+<p class="footnote">Het vierde tijdvak, van 1584 tot aan 1795, tijdstip
+van het vertrek van Prins Willem den V., laatste Stadhouder der VII
+Vereenigde Gewesten, uit Holland, zal <i>het Stadhouderlijk
+Friesland</i> genoemd worden.</p>
+<p class="footnote">Het vijfde, zullende gaan van 1795 tot de
+omwenteling van 1813, zal den naam ontvangen van <i>het Nieuwere
+Friesland</i>.&mdash;Zie gem. Jierboeckjen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4151" href="#xd20e4151src" name="xd20e4151">7</a></span> Het
+gevoelen van den heer <span class="sc">Hettema</span>, ontwikkeld in
+zijn <i>Iets over de Geschiedenis van Friesland</i> (zie het Mengelwerk
+van de Leeuwarder Courant van den 10 Augustus 1830, No. 64), vind ik
+niet aannemelijk, dat namelijk <i>Friezen</i> hetzelfde zoude
+beteekenen als <i>Frigen</i>, <i>Frisschen</i> of <i>vreemde</i>
+volkplantingen;&mdash;hoezeer dan ook <span class="sc">M. Alting</span>
+in zijne <i>Notitia Bat. et Frisiae Ant.</i> in voce <span class=
+"ex">Frisii</span> deze beteekenis aan de hand geeft en daartoe
+overhelt. <span class="sc">H. v. Rhyn</span>, in zijne <i>Aantt.</i> op
+de Friesche <i>Oudhed. en Gest.</i> I. 43, en andere Geleerden houden
+het met de beteekenis van <i>vrijen</i>. Dat de <i>frissche</i> of
+<i>koude</i> landstreek den naam <i>Friezen</i> zou geschapen hebben,
+zal toch wel geen&rsquo; ingang vinden.&mdash;Vergelijk ook de voorrede
+van <span class="sc">Gutberleth</span>, voor <span class=
+"sc">Gabbema&rsquo;s</span> <i>Verh. van Leeuwaarden</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4262" href="#xd20e4262src" name="xd20e4262">8</a></span> Vg. bl.
+206, II. deel van de <i>Bekn. Geschied. der Nederl. Taal</i> door
+<span class="sc">A. Ypeij</span>, over de herkomst der
+Friezen.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4276" href="#xd20e4276src" name="xd20e4276">9</a></span>
+<span class="sc">Winsemius</span> in zijne <i>Chronique</i>, f. 6, en
+<span class="sc">Suffr. Petri</span> <i>de Frisior. antiq. et orig.</i>
+p. 234, noemen <span class="sc">Hoppers</span> een beroemd en
+verdienstelijk man, de eer der Friesche natie; <span class="sc">v.
+Rhyn</span> en na hem <span class="sc">F. Sjoerds</span> zeggen echter,
+dat zijn gevoelen geene voorstanders heeft.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4307" href="#xd20e4307src" name="xd20e4307">10</a></span> Gemelde
+Aantt. p. 44.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4313" href="#xd20e4313src" name="xd20e4313">11</a></span> Cf.
+<span class="sc">Suffr. Petri</span> <i>de Fr. Or.</i> L. I. Cap.
+XVIII.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4322" href="#xd20e4322src" name="xd20e4322">12</a></span> Zie
+deswegens <span class="sc">v. Rhyn</span> t. a. p. en <span class=
+"sc">Westendorp</span>, <i>Jaarboek van en voor Groningen</i>, p.
+5.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4342" href="#xd20e4342src" name="xd20e4342">13</a></span>
+<span class="sc">Hunibaldus</span>, <span class="sc">Trithemius</span>,
+<span class="sc">Funccius</span>, <span class="sc">Panthaleo</span>; of
+hebben zij zonder onderzoek elkander nageschreven?</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4358" href="#xd20e4358src" name="xd20e4358">14</a></span>
+<span class="sc">Westendorp</span>, <i>Kronyk</i>, p. 6 en
+7.&mdash;<span class="sc">V. Rhyn</span>, <i>ll.</i> <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span>, <i>Fr. Jaarb. I.</i> 14 enz.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4382" href="#xd20e4382src" name="xd20e4382">15</a></span>
+<span class="sc">Wolfgang</span>, <span class="sc">Lazius</span> en
+<span class="sc">Aventinus</span>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4393" href="#xd20e4393src" name="xd20e4393">16</a></span> Zie
+<span class="sc">Westendorp</span>, p. 8. Van deze omstandigheid, in de
+<i>Kronyk</i> van <span class="sc">Eggerik Beninga</span> vermeld,
+maken <span class="sc">V. Rhyn</span>, <span class="sc">F.
+Sjoerds</span> en anderen geen gewag.&mdash;Over andere
+volksvertellingen der stichting van Groningen, zie men onder anderen
+<span class="sc">West.</span>, p. 19.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4418" href="#xd20e4418src" name="xd20e4418">17</a></span> Men zie
+ook wat <span class="sc">Bilderdyk</span>, <i>Geschied. des Vaderlands.
+I.</i> 296 over de Sagen zegt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4433" href="#xd20e4433src" name="xd20e4433">18</a></span> Vergel.
+<span class="sc">A. Matth&aelig;i</span> <i>veter. &aelig;vi Anal. T.
+IV.</i> p. 9, de derde Ankomst der Fresen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4454" href="#xd20e4454src" name="xd20e4454">19</a></span> Bl.
+6.&mdash;De Heer <span class="sc">Westendorp</span> zijne bronnen in
+het I. deel van zijn Jaarboek nergens hebbende opgegeven, heb ik te
+vergeefs gezocht naar den veranderden inhoud dier sage.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4463" href="#xd20e4463src" name="xd20e4463">20</a></span> Waarom
+onze schrijver <i>Bruno</i> heeft verkiezen weg te laten, is mij een
+raadsel, daar hij toch in alle andere kronijken mede zijne rol
+speelt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4494" href="#xd20e4494src" name="xd20e4494">21</a></span> Achter
+de <i>Oudheden en Gestichten van Vriesland</i> geplaatst, tot
+aanvulling van vele onvermelde zaken in dit werk, in welks voorafspraak
+bij de Friesche schrijvers luchtig beoordeelt. Hij verwerpt
+<span class="sc">S. Petri</span>, <span class="sc">Furmerius</span>,
+<span class="sc">Winsemius</span>, <span class="sc">Hamconius</span> en
+<span class="sc">Zoeteboom</span>, en houdt zich aan <span class=
+"sc">Emmius</span>, <span class="sc">Douza</span>, <span class=
+"sc">Schotanus</span>, <span class="sc">Buchelius</span>, <span class=
+"sc">Huetius</span> en <span class="sc">Alting</span>. <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span> komt met zijn oordeel zeer naauwkeurig overeen
+in al wat <span class="sc">van Rhyn</span> geoordeeld heeft.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4541" href="#xd20e4541src" name="xd20e4541">22</a></span> Zie
+gem. <i>Nabericht</i>, p. 350.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4553" href="#xd20e4553src" name="xd20e4553">23</a></span> Cf.
+<span class="sc">M. B. v. Nidek</span>, <i>Anal. Medii aevi</i>, p.
+140, drukfout voor 440.&mdash;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4568" href="#xd20e4568src" name="xd20e4568">24</a></span> <i>Not.
+Bat.</i> in voce <span class="ex">Frisii</span>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4578" href="#xd20e4578src" name="xd20e4578">25</a></span> Men
+vergelijke voorts de <i>Chronyk</i> van <span class="sc">Eggerik
+Beninga</span> in de <i>Ann.</i> van <span class=
+"sc">Mattheus</span>.</p>
+<p class="footnote">Onder verschillende schrijvers die over de Friezen
+en derzelver oorsprong geschreven hebben, kwam mij als niet een der
+geloofwaardigste voor, den minder bekenden en in <span class=
+"sc">Mencker</span>&rsquo;s <i>Gelerthen Lexicon</i>, door <span class=
+"sc">J&ouml;cher</span> uitgegeven, vermelden <span class="sc">Werner
+Rolevink de Laer</span>, een Karthuizer Monnik te Keulen, uit Westfalen
+geboortig. Hij bloeide omstreeks 1495, onderzocht vlijtig de H.
+Schrift, leidde een godvruchtig leven en stierf in eenen hoogen
+ouderdom. Deze heeft onder vele werken ook een ten titel voerende:
+<i>De origine Frisionum</i> uitgegeven.&mdash;<span class="sc">Suffr.
+Petri</span> in <i>Origine Frisionum</i> maakt gewag van hem op p.
+237,&mdash;en <span class="sc">Furmerius</span> heeft bij het opstellen
+zijner <i>Annales</i> gebruik van hem gemaakt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4638" href="#xd20e4638src" name="xd20e4638">26</a></span>
+<i>Friesch Jierboeckjen foar it jier 1831</i>, bl. XII en volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4653" href="#xd20e4653src" name="xd20e4653">27</a></span> Ook op
+Texel stichtte Drusus een burgt, waarvan het bewijs nog aanwezig is in
+den naam der hoofdplaats, terwijl grafheuvels en andere oudheden van
+het verblijf der Romeinen in die streken getuigen.</p>
+<p class="footnote">Waarschijnlijk is destijds de stad Grebbe gesticht,
+welke gelegen heeft omtrent een half uur gaans benoorden Wieringen, aan
+het tegenwoordig Amsteldiep. Omstreeks 1710 was er nog veel muurwerk
+overig, en voorheen moet de massa van dat muurwerk ongelijk grooter
+geweest zijn, vermits men om het midden der XVII eeuw zeer veel
+duifsteen heeft opgehaald en met kagen naar Amsterdam
+vervoerd.&mdash;Over het bestaan dezer stad is veel getwist en aan de
+kronijkschrijvers <span class="sc">Twisk</span>, <span class=
+"sc">Borger</span>, <span class="sc">Valkoog</span> en <span class=
+"sc">Zoeteboom</span> voorheen (zoo als aan de oude Friesche kronijken)
+allen geloof in dezen ontzegd; doch na de opsporingen en berigten van
+<span class="sc">Paludanus</span> en anderen, in onzen leeftijd gedaan
+en gegeven, is die twijfel opgehouden.&mdash;Dat Drusus in deze streken
+dijken heeft aangelegd, is door de berigten en ontdekkingen van de
+geleerde oudheidkundigen <span class="sc">A. Junius</span>, den Marquis
+<span class="sc">de Saint Simon</span> en <span class="sc">R.
+Paludanus</span> buiten twijfel gesteld.&mdash;<span class=
+"sc">Scheltema</span>, <i>Geschiedenis der Zuiderzee</i>. M. S.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4700" href="#xd20e4700src" name="xd20e4700">28</a></span> Over
+deze daad en het Brittenkruid vergelijke men <span class=
+"sc">Plinius</span> XXV. 3. <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Fr.
+Jaarb. I.</i> 125 en 126,&mdash;<i>Beschr. v. Fr<span class="corr" id=
+"xd20e4715" title="Niet in bron">.</span> I.</i> 344. <span class=
+"sc">Schotanus</span>, <i>Friesche Hist.</i> p. 8. <span class=
+"sc">West.</span> <i>Jaarb.</i> p. 14. <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist. I.</i> 79. <span class="sc">H.
+Cannegiet.</span> <i>Dissert. de Herba Brittanica</i> etc. p.
+40.&mdash;<i>Tegenw. Staat van Friesl. I.</i> p. 19 volgg. en p.
+126.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4761" href="#xd20e4761src" name="xd20e4761">29</a></span>
+&rsquo;t Zal met deze namen den <i>Romeinen</i>, als den lateren
+<i>Franschen</i> met die van de Admiralen <span class="sc">Tjerk
+Hiddes</span> en <span class="sc">van Duvenvoorde</span> gegaan zijn.
+Dezen heetten zij <span class="sc">Kierkides</span> en <span class=
+"sc">Vandenfort</span>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4802" href="#xd20e4802src" name="xd20e4802">30</a></span> Zie
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 203. <span class=
+"sc">Schot</span>, <i>Fr. Hist.</i> bl. 26. <i>Tegenwoordige Staat van
+Utrecht, I.</i> 13 volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4824" href="#xd20e4824src" name="xd20e4824">31</a></span> Ook
+<span class="sc">Westendorp</span> (<i>Jaarb.</i> p. 16) heeft hier
+geen licht verspreid, verklarende niet te weten, op welk gezag de
+Jaarboekschrijvers van eenen inval der Noormannen in &rsquo;t jaar 90,
+bij <span class="sc">F. Sjoerds</span> Gothen genoemd,
+gewagen.&mdash;Dit punt verdiende mede een opzettelijk onderzoek, daar
+men toch niet kan vooronderstellen, dat deze vermelde feiten, op
+verschillende tijden geschied, uit de lucht gegrepen zouden zijn.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4848" href="#xd20e4848src" name="xd20e4848">32</a></span> Vergel.
+<span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. I.</i> 220 en volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4885" href="#xd20e4885src" name="xd20e4885">33</a></span>
+Vergelijk <span class="sc">Westendorp</span>, <i>Jaarb. van en over
+Groningen</i>, p. 32 en volgg., zoo over deze als de opvolgende
+tijdvakken, onder de regering der Koningen Radboud I, Adgillus II,
+Gondebald en Radboud II., de laatste Koning over Friesland.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4916" href="#xd20e4916src" name="xd20e4916">34</a></span>
+<span class="sc">Luden</span>, <i>Geschichte des Teutschen Volks</i>.
+Een onwaardeerbaar boek!</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4928" href="#xd20e4928src" name="xd20e4928">35</a></span>
+<span class="sc">Gaillard</span>, <i lang="fr">Histoire de
+Charlemagne</i>. Niet een van de minsten, wat zijnen schrijftrant
+betreft.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4976" href="#xd20e4976src" name="xd20e4976">36</a></span> Hoezeer
+te dikwijls de kleine daden van groote mannen tot bouwstof moeten
+dienen, om des Schrijvers historie met luister op te sieren, is echter
+in de geschiedenis van dezen <i>Karel</i>, hoe dikwijls ook beschreven,
+geen verdicht sieraad noodig: want altoos levert zij een grootsch
+tafereel op van een merkwaardig Vorst, aan wien de wetenschappen en
+letteren, maar vooral de vrijheid en onafhankelijkheid van geheel de
+Christenheid, alles te danken hebben.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e4988" href="#xd20e4988src" name="xd20e4988">37</a></span> Over
+deze en al de oude wegen in Oost-Friesland is eene zeer uitvoerige
+beschrijving gegeven door <span class="sc">Fr. Arends</span>, in het
+<i>Ostfrisisches Volks-Buch</i> van het jaar 1832, waarvan eene
+gedeeltelijke vertaling door mij is gegeven, in het Mengelwerk der
+Leeuwarder Courant.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e5013" href="#xd20e5013src" name="xd20e5013">38</a></span> Men zie
+hierover <span class="sc">Adam</span> en <span class=
+"sc">Meijer</span>, <i>R&ouml;mische Altherth&uuml;mer</i>, II. D., en
+vergelijke de <i>Aanteekeningen over het Oude Friesche Wapen</i>, in
+het <i>Mengelw. Leeuw. Courant</i>, <i>20 Sept. 1831</i>. alwaar dit
+breeder ontwikkeld is.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e5200" href="#xd20e5200src" name="xd20e5200">39</a></span>
+<span class="sc">Bilderdyk</span>, <i>Geslachtlyst</i> op het woord
+<i>Adel</i>, zegt: het is slechts eene andere uitspraak van
+<i>edel</i>; van <i>aad</i>, <i>oud</i>. Van deze meening moeten wij,
+met anderen, verschillen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e5243" href="#xd20e5243src" name="xd20e5243">40</a></span> Dit
+Register is onder anderen te vinden bij <span class=
+"sc">Winsemius</span>, <i>Chron.</i> fol. 402.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e5252" href="#xd20e5252src" name="xd20e5252">41</a></span>
+<i>Graven</i> waren Bestuurders namens den Vorst in de
+Provinci&euml;n,&mdash;<i>Hertogen</i> waren
+Legerhoofden,&mdash;<i>Baronnen</i> of <i>Baanderheeren</i> Hoofden van
+een District&mdash;en <i>Heeren</i> Krijgsmannen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e5409" href="#xd20e5409src" name="xd20e5409">42</a></span>
+<span class="sc">Tacitus</span> zegt: <i>Olennius</i> e primipilaribus
+regendis Frisiis impositus.&mdash;De <i>Primipilares</i> behoorden tot
+de eerste compagnie der Triari&euml;rs; vandaar <i>Primipilares</i>
+scil. <i>Centurio</i>, de Hoofdman van die eerste compagnie:
+<span class="sc">Stuart</span>, <i>Rom. Gesch. XXII</i>. noemt
+<i>Olennius</i> een der eerste Hoplieden eener keurbende.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6378" href="#xd20e6378src" name="xd20e6378">43</a></span> Men
+weet dat er over het bestaan van deze stad Grebbe bij de
+oudheidkundigen is getwist. Aan de latere kronijkschrijvers
+<span class="sc">Twisk</span>, <span class="sc">Borger</span>,
+<span class="sc">Valkoog</span> en <span class="sc">Zoeteboom</span>
+werd voorheen in dezen geloof ontzegd, doch na de opsporingen en
+berigten van <span class="sc">Paludanus</span> en anderen, in onzen
+leeftijd gedaan en gegeven, heeft de twijfel opgehouden. <span class=
+"sc">Scheltema</span>, <i>Geschiedenis der Zuiderzee</i>. M.S.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6403" href="#xd20e6403src" name="xd20e6403">44</a></span>
+<span class="sc">Westend.</span> <i>Jaarb.</i> spreekt in 662 van een
+zwaren watervloed over <i>West-Friesland</i>. Deze heb ik niet kunnen
+vinden; welligt is &rsquo;t eene drukfout voor 626.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6481" href="#xd20e6481src" name="xd20e6481">45</a></span>
+<span class="sc">Westendorp</span>, <i>Jaarb.</i> p. 31 zegt: die
+langer dan de <i>Spies</i> van Klotarius waren: dit zou nog al verschil
+maken.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6660" href="#xd20e6660src" name="xd20e6660">46</a></span> Het is
+beschreven onder anderen bij <span class="sc">Wins.</span>
+<i>Chronique</i>, fol. 61; <span class="sc">West.</span> <i>Jaarb.</i>
+p. 39. Vergel. <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Beschr. I.</i>
+546.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6833" href="#xd20e6833src" name="xd20e6833">47</a></span> Over de
+Graven en Hertogen vergelijke men <span class="sc">Bild.</span>
+<i>Gesch. d. Vad. I.</i> 107 volgg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6879" href="#xd20e6879src" name="xd20e6879">48</a></span>
+Algemeen noemt men hem Lodewijk <i>den Vrome</i> doch <span class=
+"sc">Bilderdijk</span> zegt (<i>Gesch. d. Vaderl. I.</i> 100.
+<i>noot</i>), dat <i>pius</i> niet vroom beteekent, want dat vroom
+eigenlijk is &rsquo;t geen de Romeinen <i>strenuus</i>, dapper,
+noemen.&mdash;Beter noemden hem de Franschen, <i>le debonnaire</i>, de
+Zachtmoedige.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e6995" href="#xd20e6995src" name="xd20e6995">49</a></span>
+Uitgegeven te Leiden bij S. en J. Luchtmans, 1833.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7027" href="#xd20e7027src" name="xd20e7027">50</a></span>
+<i>Gesch. d. Ned. Taal, II.</i> 136. De aanmerking van den Schrijver,
+dat er in het woord <i>karelui</i> in den Neders. tekst door
+onachtzaamheid of onkunde der afschrijvers een misslag begaan is, en
+dit <i>Karelen</i> of <i>Karels</i> zal moeten zijn, zal ook in den
+Duitschen tekst gelden, daar de Duitsche overzetter van <i>Karelui</i>,
+<i>Karl-pfui</i> schijnt gemaakt te hebben.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7105" href="#xd20e7105src" name="xd20e7105">51</a></span> Zie de
+Aanteek. op den jare 1239. <i>Fr. Jierb.</i> 1833, &sect;&sect; 5 en
+14; <span class="sc">Bild.</span> <i>Gesch. I.</i> 89, 92&ndash;94, 252
+en 296.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7183" href="#xd20e7183src" name="xd20e7183">52</a></span>
+<span class="sc">Westendorp</span> maakt geen gewag van deze
+Potestaten. Ook <span class="sc">Bild.</span> laat dit punt
+onaangeroerd.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7469" href="#xd20e7469src" name="xd20e7469">53</a></span> De
+Script. Frisiae, Dec. VII. C. 3 et Dec. XII. C. 6.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7705" href="#xd20e7705src" name="xd20e7705">54</a></span> Wij
+hebben dit verhaal hoofdzakelijk getrokken uit een door den
+geschiedkundigen <span class="sc">T. D. Wiarda</span> bewerkt stuk,
+zamengesteld uit de Friesche en andere Kronijk- en Geschiedschrijvers,
+benevens eenige Handschriften. Men vindt het in het Tijdschrift
+<i>Ost-Friesische Mannigfaltigkeiten</i>, <i>3 Jahrgang</i>,
+<i>Aurich</i>, 1786.&mdash;Waar het ons noodig dacht, hebben wij eenige
+veranderingen en vermeerderingen gemaakt. <span class=
+"sc">Wiarda</span> heeft alle zijne bronnen naauwkeurig aangewezen,
+welke aanhalingen wij hebben achterwege gelaten, doch eenige
+ophelderende aanteekeningen er bij gevoegd. In het <i>Mengelw. der
+Leeuwarder Couranten</i> van 4 Junij, 6, 20 Aug. en 10 Sep. 1833, in
+welke wij dit stuk als eene bijdrage geven, zijn de eersten te
+vinden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7759" href="#xd20e7759src" name="xd20e7759">55</a></span> De
+meeste Geschiedschrijvers spreken van roode kruisen. Dit kan van dezen
+eersten Kruistogt waar zijn; doch in de volgenden hebben voorzeker de
+onderscheidene nati&euml;n zich door de kleuren kenbaar gemaakt.
+&raquo;De Koning van Frankrijk neemt met de zijnen roode, de Koning van
+Engeland met de zijnen witte, de Graaf van Vlaanderen met de zijnen
+groene kruisen aan:&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><b><i lang="la">Et Rex Franciae cum suis rubeas
+cruces, Rex Angliae cum suis albas, Comis Flandrensis cum suis virides
+suscipiunt.</i> <span class="sc">Andr. Sylv. Marcian</span>: <i>ad ann.
+1188</i>.</b></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7807" href="#xd20e7807src" name="xd20e7807">56</a></span>
+<span class="sc">Helmoldi</span> <i>Chron. Slav.</i> L. 2. C. 66. Dit
+geval vindt men beter en omstandiger vermeld bij <span class="sc">F.
+Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>, 361&ndash;363.&mdash;<span class=
+"sc">Schotanus</span> zegt: &raquo;Onse reuck is stanck in hare
+neus-gaten.&rdquo;&mdash;</p>
+<p class="footnote">Volgens <span class="sc">Ebert</span>, <i>Bibliogr.
+Lexicon</i>, is de Kronijk van <i>Helmold</i> naar het H. S. te Lubeck
+uitgegeven in den jare 1659, en met nooten voorzien door <i>H.
+Bangertus</i> in quarto;&mdash;de eerste druk echter is van 1556.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7849" href="#xd20e7849src" name="xd20e7849">57</a></span> Van de
+groote bijgeloovigheid dier tijden kan men zich bijna geen denkbeeld
+maken. Het ontbrak in Friesland niet aan kruisen in de lucht: misschien
+reeds de vliegeruitvinding, om het volk te verbijsteren. <span class=
+"sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>, 491.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7862" href="#xd20e7862src" name="xd20e7862">58</a></span> Deze
+<span class="sc">Olivier</span> werd in 1223 Bisschop te Paderborn en
+in 1226 Kardinaal. Vid. <span class="sc">Nic. Schat</span>. <i>Hist.
+Westph.</i> L. XX, p. 996 seq.&mdash;Deze <span class="sc">N.
+Schaten</span> was een Jesuit in Westfalen, geboren 1608, heeft ook de
+daden van Karel den Groote beschreven: zijne geschiedenis van Westfalen
+kwam het eerst uit in 1690. <span class="sc">Ebert</span> in voce.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7882" href="#xd20e7882src" name="xd20e7882">59</a></span>
+<span class="sc">K. Muchler</span>, <i>Abendzeitung</i>, <i>August.</i>
+1831. <span class="sc">F. Sjoerds</span>, <i>Jaarb. II</i>, 492;
+<span class="sc">J. C. Maier</span>, <i>Geschiedenis der
+kruistogten</i>, p. 187.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7911" href="#xd20e7911src" name="xd20e7911">60</a></span>
+Misschien van <span class="sc">Olivier</span> zelven, die den togt mede
+gedaan, en ook eene <i>Historia Damiatina</i> (Geschiedenis van
+Damiate) geschreven heeft. <span class="sc">Eccard</span> heeft in
+<i>Corp. Hist. med. aevi</i> dezelve doen afdrukken. Het spijt mij, dat
+mij dit werk, &rsquo;t welk ik hier met nut gebruiken kon, niet ten
+dienste staat.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7934" href="#xd20e7934src" name="xd20e7934">61</a></span> Het
+<i>Itinerarium</i> zegt van 12 schepen. <span class="sc">Emmius</span>,
+die dit Itinerarium desgelijks in Mspt. (want het was toen nog niet
+afgedrukt) voor zich had, spreekt van 212 schepen. Het eerste is zeker
+eene drukfout. Ook in de <i>Wijsgeerige en Staatkundige Geschiedenis
+der Wereld, van</i> <span class="sc">K. H. L. P&ouml;litz</span>, door
+<span class="sc">Wits. Geysbeek</span> vertaald, wordt slechts van 12
+schepen gemeld; dan volgens <span class="sc">F. Sjoerds</span>,
+<i>Jaarb. II</i>, 493 en anderen, stak Graaf Willem met 12 schepen uit
+de Maas in zee, wordende gevolgd van een groot aantal volks. Naar
+Engeland overstekende, vereenigden zich de Hollandsche en Friesche
+vloten met die der Engelschen, onder bevel van George, Grave van Wight,
+welke vereenigde vloten uit 212 schepen zullen bestaan hebben.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e7961" href="#xd20e7961src" name="xd20e7961">62</a></span> Volgens
+de woorden van <span class="sc">Emo&rsquo;s</span> <i>Chronicon</i>:
+(vid <span class="sc">Matth.</span> <i>Analecta vet. aev.</i> II,
+26)&mdash;<i>Comes de Wetha Praedux totius classis est electus,
+posteriore custodia Comiti Hollandiae deputata, quem Ducem et Dominum
+jam totus sibi delegerat exercitus.</i>&mdash;was niet den Graaf van
+Holland, maar den Graaf van Wieden het Opper-Admiraalschap
+opgedragen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8015" href="#xd20e8015src" name="xd20e8015">63</a></span> Wij
+willen hierbij voegen, hetgene voorkomt in het geslachtregister van
+Friesche <i>Adellijke Familien</i>, opgemaakt door <span class="sc">S.
+v. Adelen van Cronenburgh</span>, en vervolgd door <span class="sc">P.
+van Albada ter Oele</span> (M. S.), betrekkelijk het Geslacht der
+<i>Roordaas</i>, die eertijds in hun wapen mede rozen boven de baar
+voerden, maar dit naderhand hebben veranderd.</p>
+<p class="footnote">De oorzaak van deze verandering is dit:
+&raquo;&rsquo;t Is gebeurd ten tijde dat veel verscheidene Nati&euml;n,
+gelijk de Friezen, in &rsquo;t H. Land waren getogen, om hetzelve uit
+de handen en het geweld der Saracenen of Turken te verlossen, dat onder
+anderen verscheidene Edellingen uit Friesland, ook die van het Geslacht
+van <i>Roorda</i>, met de menigte aldaar zijn geweest, onder welke zoo
+het gebeurde, tusschen de beide heiren van de Christenen en Saracenen,
+dat er een uitnemend groot, stout en vaillant Moorsch Prins was uit het
+Saraceensche heir, die voor het Christen-leger zeer hoogmoedig ging
+braveeren, uitdagende aldaar een van de vaillantste Ridderen der
+Christenen, om met hem een kampslag te slaan; zoo heeft er terstond een
+stoutmoedige edele Fries uit het geslacht van <i>Roorda</i> verlof van
+zijnen Prins begeerd, om met dezen man een kampslag te doen; &rsquo;t
+welk hem toegestaan zijnde, is hij in het aanzien van beide legers
+tegen dezen Moor in het veld getreden, en heeft aldaar zulk eene
+forsigheid met feiten van wapens bedreven, dat hij ten laatste dezen
+Moor heeft overweldigd, ter ne&ecirc;r gehouwen en onthoofd, het hooft
+ook tot een teeken van victorien op de poot van zijn geweer naar het
+Christen-leger triumphantlijk gebragt; alwaar hij bij alle de Prinsen,
+Heeren en Ridders zeer loffelijk van zijne stoutmoedigheid zeer
+geprezen, en mede Ridder geslagen en eerlijk ontvangen is. En is hem
+ook, alsmede zijnen nakomelingen, tot een teeken en memorie van eene
+zoo vrome daad, een <i>Moriaanshoofd</i> in zijn schild en wapens
+vereerd, gelijk zijn geslacht nog tegenwoordig voert, benevens zeer
+loffelijke brieven en attestatie met Prinsen en Heeren Zegelen
+bevestigd.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8052" href="#xd20e8052src" name="xd20e8052">64</a></span> In het
+<i lang="fr">Grand Theatre Historique, T. III</i>, p. 328 vindt men de
+plaat van dit met eene zaag voorziene schip. De stad Haarlem eigent
+zich dit schip toe. Men vindt daarom nog in de groote kerk zelfs een
+model van dat schip. Ook maken er de Dokkumers aanspraak op. Zij hebben
+er een model van tot windwijzer op den toren der groote kerk gemaakt.
+<span class="sc">Idsinga</span>, <i>Staatsregt van Groningen</i>, p.
+126.&mdash;<span class="sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist. II</i>,
+350.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8072" href="#xd20e8072src" name="xd20e8072">65</a></span>
+<i>Meleddin</i> was de oudste zoon van den Sultan Saphaddin, die
+gedurende het beleg van Damiate gestorven was<span class="corr" id=
+"xd20e8076" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8123" href="#xd20e8123src" name="xd20e8123">66</a></span> De te
+voren vermelde verovering der stad Damiate plaatst <span class=
+"sc">Beninga</span> verkeerdelijk in het jaar 1229, in de Geschiedenis
+dezes Kruistogts onder Frederik II.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8137" href="#xd20e8137src" name="xd20e8137">67</a></span> Dat zij
+aan dezen Kruistogt geen deel genomen hebben, is genoegzaam zeker, want
+op verzoek van den Koning Willem had de Kardinaal Caputio, namens den
+Paus, de Friezen van hunnen Kruistogt naar het H. Land ontslagen, mits
+zij Willem Aken hielpen veroveren, waarop zij bij gansche scharen naar
+zijn leger optrokken, natuurlijkerwijze dezen togt ver de voorkeur
+gevende, boven den meer verwijderden naar Palestina. Verg. <span class=
+"sc">J. Meerman</span>, <i>Gesch. van Graaf Willem van Holland, Roomsch
+Koning, I</i>. 263&ndash;264.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8148" href="#xd20e8148src" name="xd20e8148">68</a></span> Willem
+is, gelijke bekend staat, en onze Kronijk zegt, niet in Friesland, maar
+te Hoogwoude in Noord-Holland door de West-Friezen vermoord. Zie
+<span class="sc">Meerman</span>, als voren. De opgave van <span class=
+"sc">Wiarda</span> is dus hier onjuist. Vergelijk <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, <i>Vad. Hist. II</i>. 401; <span class=
+"sc">Bilderdyk</span>, <i>Geschiedenis des Vaderlands, II</i>. 151,
+152.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8203" href="#xd20e8203src" name="xd20e8203">69</a></span> Tot
+dusver loopt het verhaal van <span class="sc">Wiarda</span>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8218" href="#xd20e8218src" name="xd20e8218">70</a></span> Zie het
+slot van aangehaalde werk: <i>Proeve van eene Geschiedenis der
+Kruistogten en derzelver gevolgen</i>, bl. 546, waarin echter zeer
+uitroerig over de voordeelen en weinig over de nadeelen wordt
+gesproken.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8227" href="#xd20e8227src" name="xd20e8227">71</a></span> Dit
+uitmuntend werk is door den zeer kundigen <span class="sc">Steenbergen
+van Goor</span> in den jare 1823 uit het Hoogduitsch vertaald en met
+vele belangrijke aanmerkingen voorzien. Het gevoelen van dezen was het
+volgende: &raquo;Dat <span class="sc">Europa</span> door de Kruistogten
+veel geleden heeft, zal niemand ontkennen; maar dat het tevens door
+dezelve in burgerlijke vrijheid, beschaving, verlichting, koophandel en
+kunstvlijt veel, zeer veel heeft gewonnen, is onbetwistbaar. En nu
+vrage men, of die voordeelen <i>destijds</i> voor eenen minderen prijs
+te verkrijgen zouden geweest zijn?&rdquo; Ook <span class=
+"sc">Luden</span> in zijne <i>Allgemeine Geschichte der V&ouml;lker und
+Staaten des Mittelalters</i>, is ten dezen niet genoeg aan te
+bevelen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8262" href="#xd20e8262src" name="xd20e8262">72</a></span> Verg.
+<span class="sc">Styl</span>, <i>Opkomst en Bloei der Nederlanden</i>,
+bl. 28; <i>Tegenwoordige Staat van Friesland, I</i>. 312; <span class=
+"sc">West.</span>, <i>Jaarb. I</i>. 209; <span class=
+"sc">Cerisier</span>, <i>Geschiedenis der Nederlanden, I</i>. 209.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8422" href="#xd20e8422src" name="xd20e8422">73</a></span> Verg.
+<span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i> bl. 92; <span class=
+"sc">Egger</span>. <span class="sc">Beninga</span>, <i>Kronijk</i>, bl.
+101; <span class="sc">Dumbar</span>, <i>Analecta, I</i>. 333.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e8908" href="#xd20e8908src" name="xd20e8908">74</a></span> Vergel.
+<i>Gesch. des Vaderl. II</i>. 130, waar het anders had behooren vermeld
+te zijn. Over de Bulle van Karel <i>Byv. en Aanm.</i> op <span class=
+"sc">Wagenaar</span>, <i>I</i>. 107, en <span class="sc">A.
+Kluit</span>, <i>Hist. der Holl. Staatsr. V</i>. 52, die het vrij zeker
+stelt, dat voor den jare 1300 dat stuk bestond. Aantt. <i>O. Fr.
+Wett.</i> 109, 112. Zie over den dood van Willem, onze noot op bl. 387,
+<i>Tegenw. Staat, I</i>. 409 en 410.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9072" href="#xd20e9072src" name="xd20e9072">75</a></span> Op bl.
+20 en 21; welk Geschiedverhaal met de andere Geschriften van
+<span class="sc">Jancko Douwama</span> worden uitgegeven door het
+<i>Provinciaal Genootschap ter beoefening der Friesche Geschied-,
+Oudheid- en Taalkunde</i>, waarvan de eerste aflevering in den jare
+1830 is uitgekomen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9160" href="#xd20e9160src" name="xd20e9160">76</a></span> Verg.
+<span class="sc">H. W. Tydeman</span>, <i>Over de Hoeksche en
+Kabeljaauwsche twisten</i>, bl. 111.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9173" href="#xd20e9173src" name="xd20e9173">77</a></span>
+<span class="sc">Winsemius</span>, fol. 174: &raquo;Wat meer is die
+oude gheschreven Chroniquen ghetuygen, dat door &rsquo;t selve quaedt
+van tweedracht, die inghesetenen deser landen, nu in ryckdom ende
+weelde sittende, alle hare macht aengheleyt te hebben tot stiftinghe
+der Stinsen ende vasticheden, in sulcken aentale, dat in een Dorp
+&rsquo;t begrijp van dertich huysen, hebbende, <i>sesthien</i> Stinsen
+uyt den ouden <i>Vrieschen</i> Steen gemaeckt (welcke van hardicheyt
+een vlintsteen ghelyck was) ghevonden zyn.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9216" href="#xd20e9216src" name="xd20e9216">78</a></span> Over
+het vroeger tijdvak en de gesloten verbonden en overeenkomsten zijn
+belangrijk de <i>Monumenta Groningana veteris aevi inedita</i>, door
+den geleerden <span class="sc">Keuchenius Driessen</span> uitgegeven,
+en met uitnemende Aanteekeningen verrijkt; bijzonder zijne Aantt. op
+bl. 335, 398, 475, 493, 797 en 831. Verg. <i>Iets over den Oorsprong en
+de Partijnamen der Schieringers en Vetkoopers</i>, door den Heer
+<span class="sc">P. Burggraaff</span>, in No. I van het <i>Tijdschrift
+voor Onderwijzers</i>, die alleen als oorzaak der twisten beschouwt:
+het ontstaan, de uitbreiding en het toenemend aanzien van den vierden
+stand der maatschappij dien der burgers.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9703" href="#xd20e9703src" name="xd20e9703">79</a></span> In de
+eerste druk van onze kronijk staat ook dit jaar vermeld.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9877" href="#xd20e9877src" name="xd20e9877">80</a></span> Dit H.
+S. is de oorspronkelijke Grafelijke Rekening van den Heer Garbrand van
+der Couster, Proost van Berghen in Henegouwen, ende Jorghel, mijns
+Heeren Camerling, van &rsquo;t geen sy ontfaen hebben van mijnen lieven
+Heere van Holland, toter reyze behoef van Oistvrieslant; verrekend en
+gesloten op den 18 Maart 1396, hofstijl, d. i. 1397. Zie de uitmuntende
+<i>Geschiedenis van het Nederl. Zeewezen</i>, door den Archivarius
+<span class="sc">de Jonge</span>, <i>I</i>. 30 en 31.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9889" href="#xd20e9889src" name="xd20e9889">81</a></span>
+<span class="sc">Wagenaar</span>, <i>V. H. III</i>. 502.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e9900" href="#xd20e9900src" name="xd20e9900">82</a></span>
+<span class="sc">de Jonge</span>, t. a. p.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e10103" href="#xd20e10103src" name="xd20e10103">83</a></span>
+<i>Hoveling.</i> De Edellieden, die op vaste burgten, sloten of stinzen
+woonden, werden in Friesland <i>Hovelingen</i> genoemd. Verg.
+<i>Archief voor Vaderl. en Vriesche Geschiedenis</i> van <span class=
+"sc">Visser</span> en <span class="sc">Amersfoordt</span>, <i>Aant.
+I</i>. bl. 25.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e10376" href="#xd20e10376src" name="xd20e10376">84</a></span> De
+Geschiedschrijvers vermelden dit voorval breedvoerig: <span class=
+"sc">O. v. Scharl</span>. quarto, bl. 245&ndash;247<span class="corr"
+id="xd20e10381" title="Bron: .">;</span> <span class="sc">Wins.</span>
+<i>Chron.</i> fol. 306; <span class="sc">Schot.</span> <i>Fr. Hist.</i>
+fol. 372; <span class="sc">Gabbema</span>, <i>Verhaal van Leeuw</i>.
+164; <span class="sc">Petr. Thaborita</span> op &rsquo;t jaar 1487;
+<i>Kronijk en Beschrijving van de stad Sneek</i>, door <span class=
+"sc">Napjus</span>, 2e dr. bl. 11, enz. De Heer <span class="sc">van
+Halmael</span> heeft in een gedicht dit feit herdacht. Zie
+<i>Mengelwerk der Leeuw. Courant, 20 April 1830</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11039" href="#xd20e11039src" name="xd20e11039">85</a></span>
+Onder de oudere Schrijvers heeft de geleerde en verdienstelijke
+Historieschrijver <span class="sc">Lambertus Hortensius</span> van
+<span class="sc">Montfoort</span>, in zijn werk: <i lang="la">de
+tumultu Anabaptistarum</i>, te Bazel in 1548 uitgegeven, van dit oproer
+in Friesland een getrouw verslag gedaan. In de zeldzame Hollandsche
+vertaling van 1659, in klein Octavo, versierd met fraaije plaatjes, is
+ook eene afbeelding van de belegering des kloosters. <span class=
+"sc">De Wind</span>, <i>Bibliotheek, I</i>. 150 noemt een&rsquo; druk
+van 1660.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11143" href="#xd20e11143src" name="xd20e11143">86</a></span> Vele
+oude kloosters, en ook het Convent Thabor, waren zeer uitgebreid en
+groot gebouwd, zoodat zij zelfs een aantal krijgslieden konden bevatten
+en verzorgen. Deze Schrijver verhaalt, dat zijn Convent de navolgende
+gebouwen had: een Molkenhuis, Bakhuis, Waschhuis, Schoenmakershuis,
+Poorthuis, Bouwhuis, Timmerhuis (welligt met het Bouwhuis hetzelfde),
+Koehuis, Molkenhuis, Brouwhuis, Ziekenhuis, verscheidene Dormters,
+slaapplaatsen der Geestelijken en Leeken, eene Kloosterkerk, Sacristij,
+Capittelhuis enz., voorts Binnenhof, Tuin, Bosch en Boomgaard.&mdash;De
+bewoners waren Geestelijken, Leeken, Priesters en Monniken: Beambten
+waren er velen, als Bouwmeester, Opzigter, Kellener, Molkenmeester,
+Portier, Biermeester enz., terwijl er voor de gewone behoeften een
+aantal bedienden nodig waren.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11369" href="#xd20e11369src" name="xd20e11369">87</a></span> Deze
+<i>Memorien</i> zijn eerst uitgegeven in 1564, daarna door <span class=
+"sc">Dumbar</span> in zijne <i>Analecta</i> geplaatst, met vele
+bijgevoegde aanteekeningen, uithoofde dit werk uiterst zeldzaam was
+geworden. Zie Aantt. op bl. 182 der kronijk.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11391" href="#xd20e11391src" name="xd20e11391">88</a></span> De
+titel is: <span class="sc">Joannis Caroli</span> <i>de rebus</i>
+<span class="sc">Casparis</span> <i>&acirc;</i> <span class=
+"sc">Robles</span> <i>Billaei in Frisia gestis commentariorum Libri
+IV</i>. De Schrijver, geboren te Antwerpen in de laatste helft der XVI
+eeuw, was lid van den Grooten Raad te Mechelen, uithoofde van welke
+betrekking hij in den jare 1567 in Friesland kwam, en Algemeen
+Geregtsverzorger (Procureur Generaal) werd. Hij legde daarna zijne
+ambten neder, werd Franciskaner Monnik, doch stierf nog voor het einde
+van zijn proefjaar in 1598.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11514" href="#xd20e11514src" name="xd20e11514">89</a></span>
+<i>Bara-Huis</i>, <i>Bara-Stins</i> en <i>Bara-Conven</i>t
+waarschijnlijk dus genoemd naar den naam des stichters, die even
+onbekend is als den tijd waarin de stichting heeft plaats gehad. Men
+kan echter voor zeker stellen, dat de Middelzee nog in volle kracht
+was, toen de bouwing heeft plaats gehad. In de burgeroorlogen der
+Friesche partijen werden er <i>meene dagen</i>, vergaderingen en
+bijeenkomsten, gehouden. Twee boereplaatsen zijn aldaar nu aanwezig,
+waarvan de eene waarschijnlijk op den bouwval van het Convent zal zijn
+aangelegd, en in de tweede boerderij, aan den straatweg gelegen, wordt
+de naam nog bewaard.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11539" href="#xd20e11539src" name="xd20e11539">90</a></span>
+<i>Staatkundig Nederland, I.</i> 49. Aldaar wordt ook melding gemaakt
+van de marmeren poort van Viglius, voorzien met zijne spreuk: <i>Vita
+mortalium Vigilia</i> (het leven der stervelingen is eene nachtwake),
+geplaatst in de voorzaal der Kanselarij. Doch dit was zij weleer, want
+ook dit eerwaardig gedenkstuk der oudheid moest in de algemeene
+vernietiging deelen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11550" href="#xd20e11550src" name="xd20e11550">91</a></span> Deze
+redevoering is uitgesproken in een Letterkundig Genootschap te
+Amsterdam na 1795, en na &rsquo;s mans dood gedrukt en uitgegeven, door
+de zorg van den verdienstelijken Hoogleeraar <span class="sc">H. W.
+Tydeman</span>, in de <i>Mnemosijne</i>, XIV Deel.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11567" href="#xd20e11567src" name="xd20e11567">92</a></span> Deze
+Verhandeling, in het openbaar uitgesproken, is daarna geplaatst in het
+<i>Mengelwerk der Leeuwarder Couranten van 23 en 30 Maart 1830</i>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11639" href="#xd20e11639src" name="xd20e11639">93</a></span> Zie
+<i>de Unie van Brussel des jaars 1577, naar het oorspronkelijke
+uitgegeven</i> door Mr. <span class="sc">J. C. de Jonge</span>, bl. 95
+en 166&ndash;169.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11675" href="#xd20e11675src" name="xd20e11675">94</a></span> Zie
+<i>het Cort Verhael van Rennenburgs leven</i>, op bl. 469&ndash;473
+zijner <i>Memorien</i>. Dit geschrift heeft hoofdzakelijk tot bouwstof
+gediend voor de Schrijvers van den <i>Tegenwoordige Staat van Stad en
+Lande, I</i>. 420 tot 502, bevattende Rennenberg&rsquo;s geschiedenis;
+voor <span class="sc">van Meteren</span>, in het breede &rsquo;t beleg
+van Steenwijk vermeldende en voor <span class="sc">Wagenaar</span> over
+dit tijdvak, welke ook schijnt te betwijfelen: &raquo;of hem de kwaade
+uitslag zyns bedryfs niet meer dan de snoodheid en &rsquo;t verraad
+gesmert hebbe.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e11832" href="#xd20e11832src" name="xd20e11832">95</a></span> Van
+dit Huwelijk wordt bij <span class="sc">Winsemius</span>, <span class=
+"sc">Wagenaar</span> en anderen geene melding gemaakt. <span class=
+"sc">Kok</span>, <i>Vaderl. Woordenb.</i> zegt dat Graaf Willem niet
+getrouwd is geweest. Wij hebben ook misstellingen en veel verschil in
+de dagteekeningen ontdekt, en daarom de opschriften der grafzerken, zoo
+ver vermeld, gevolgd. Men vergelijke onder anderen over deze en de
+volgende Stadhouders <span class="sc">Johannes van den Bosch</span>,
+<i>de Heeren Stadhouderen van Vriesland</i>,&mdash;<i>beschreven</i>,
+enz.;&mdash;<i>de Redevoering van</i> <span class="sc">A. G.
+Camper</span>, bij de inhuldiging van Vrieslands Athenaeum
+uitgesproken, met het eerste bijvoegsel, en <i>Holland&rsquo;s
+Roem</i>, door den Baron <span class="sc">Collot d&rsquo;Escury</span>,
+<i>IV</i>. <i>Aantt.</i> bl. 220, 221.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e12064" href="#xd20e12064src" name="xd20e12064">96</a></span> Over
+de begraving der Vorstelijke Famili&euml;n, zie de Noot op den jare
+1620.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e12096" href="#xd20e12096src" name="xd20e12096">97</a></span> Uit
+eene verzameling van eigenhandige en vertrouwelijke Brieven van den
+Stadhouder, geschreven van de jaren 1734 tot 1747, aan zijnen Vriend en
+Raadsman den Heere <i>van der Mieden</i>, Raadsheer in het Hof van
+Holland, mij goedgunstig door deszelfs Neef, Mr. <i>J. Schonck</i>,
+Raad in het Hoog Geregtshof te &rsquo;s Gravenhage, medegedeeld, blijkt
+des Vorsten uitnemend karakter. Ook is deze hoogst belangrijke
+Correspondentie tevens bevattende een aantal eigenhandige brieven van
+Prinses Anna, den Baron H. van Aylva, den Hertog Lodewijk van
+Brunswijk, den Opperstalmeester Grovestins, den Secretaris van Prinses
+Anna, de Larrey en anderen, voor de geschiedenis van dien tijd van
+hooge waarde.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e12443" href="#xd20e12443src" name="xd20e12443">98</a></span> In
+ons Gewest bleef echter van die invoering tot op den huidigen dag een
+gebruik over, bij anderen niet aangenomen, zijn oorsprong ontleenende
+uit het verschil van dagen, door den Ouden en Nieuwen Stijl ontstaan.
+Alle verhuringen en verhuizingen hebben plaats op den 12 Mei, niet op
+den eersten; zoo komen alle dienstboden op den 12 Mei en 12 November,
+welke dagen men <i>oude Mei</i> en <i>oude Allerheiligen</i> noemt, in
+hunne diensten; dit gebruik is gewettigd geworden bij eene nadere
+Publicatie der Provinciale Staten van 29 Januarij 1701. Men verkoopt en
+verhuurt de Zathen en Landen enz. te aanvaarden, voor de landen St.
+Petri, dat is den 5 Maart, (oude Sint Pieter), en voor de huizinge en
+schuur den 12 Mei; overigens rigt men zich in alles naar den gewonen
+Gregoriaanschen Almanak.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id=
+"xd20e12680" href="#xd20e12680src" name="xd20e12680">99</a></span> In
+de nagelatene Adversaria van een&rsquo; onzer verdienstelijke Friesche
+Geleerden, vond ik nog deze aanteekening op het woord <span class=
+"sc">Grietman</span>: &raquo;De geregtelijke tweegevechten werden
+gehouden in eene plaats het <i>Krijtveld</i> genaamd. <i>Kryt</i> staat
+voor het Hoogd. <i>griet</i> of <i>gries</i>, (gruis), dat volgens
+<span class="sc">Veit Weber</span>, <i>Sagen der Vorzeit</i>, B. 11. p.
+101, beteekent het <i>Steenzand</i>, waarmede de kampplaats wordt
+bestrooid. Kan de benaming <i>Grietman</i> hiervan ook eenig licht
+erlangen? Hij zoude dan oorspronkelijk de Opziener over zulk eene
+Regterlijke kampplaats, Hoofd van zulk eene Regtspleging geweest zijn,
+en het zou dan eigenlijk hetzelfde beteekenen als in de Oude Wetten
+&rsquo;t woord <i>grieswart</i>, <i>griesw&auml;rtel</i>,
+<i>tournooivoogd</i>, of volgens nog ouder schrijfwijs
+<i>greisw&auml;rtel</i>. Zie <span class="sc">Haltaus</span>, <i>Gloss.
+Germ. med. aev.</i> p. 753, die hetzelve drie beteekenissen toekent,
+welke met die waardigheid overeenkomen. Het woord <i>greta</i>, waarvan
+het afgeleid wordt bij <span class="sc">Beyma</span>, is, meen ik,
+oorspronkelijk ook alleen gebruikt van <i>oproeping</i> of
+<i>dagvaarding ten kampstrijd</i>; (si vacat, hoc ulterius
+demonstrabo).&rdquo;</p>
+<p class="footnote">&raquo;<span class="sc">Huydecoper</span> op
+<span class="sc">Melis Stoke</span>, <i>III</i>. 54, legt <i>krijt</i>
+uit door <i>kring</i> (kreis, kreits), doch ten aanzien van onze
+gissing over den oorsprong van het Woord <i>Grietman</i> is dit
+hetzelfde.&rdquo;</p>
+<p class="footnote">B. A.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div id="register" class="div1 index"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e12826" class="main">Register op de Bijvoegsels en
+Aanteekeningen.</h2>
+<div class="transcribernote indextoc"><a href="#xd20e12830">A</a> |
+<a href="#xd20e13045">B</a> | <a href="#xd20e13170">C</a> | <a href=
+"#xd20e13220">D</a> | <a href="#xd20e13286">E</a> | <a href=
+"#xd20e13311">F</a> | <a href="#xd20e13463">G</a> | <a href=
+"#xd20e13605">H</a> | <a href="#xd20e13699">I</a> | <a href=
+"#xd20e13749">K</a> | <a href="#xd20e13880">L</a> | <a href=
+"#xd20e13980">M</a> | <a href="#xd20e14097">N</a> | <a href=
+"#xd20e14116">O</a> | <a href="#xd20e14166">P</a> | <a href=
+"#xd20e14272">R</a> | <a href="#xd20e14363">S</a> | <a href=
+"#xd20e14483">T</a> | <a href="#xd20e14541">U</a> | <a href=
+"#xd20e14571">V</a> | <a href="#xd20e14645">W</a> | <a href=
+"#xd20e14809">Y</a> | <a href="#xd20e14820">Z</a></div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e12830" class="main">A.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Abdena</i>, <a href="#pb424" class=
+"pageref">424</a>.<br>
+<i>Addinga</i>, <a href="#pb428" class="pageref">428</a>.<br>
+Adel, <a href="#pb319" class="pageref">319</a>.<br>
+<i>Adelen</i>. (<i>Ad. v</i>.), <a href="#pb353" class=
+"pageref">353</a>.<br>
+<i>Adgillus</i>, <a href="#pb333" class="pageref">333</a>, <a href=
+"#pb335" class="pageref">335</a>, <a href="#pb340" class=
+"pageref">340</a>,-2.<br>
+<i>Adolf</i>, <a href="#pb443" class="pageref">443</a>.<br>
+Aflaten, <a href="#pb416" class="pageref">416</a>.<br>
+<i>Agricola</i>, <a href="#pb428" class="pageref">428</a>.<br>
+<i>Aytta</i>, <a href="#pb446" class="pageref">446</a>.<br>
+Aylva. (<i>H. W. v.</i>), <a href="#pb457" class="pageref">457</a>.<br>
+Aken, <a href="#pb386" class="pageref">386</a>,-7, <a href="#pb404"
+class="pageref">404</a>.<br>
+<i>Alb. Agnes</i>, <a href="#pb455" class="pageref">455</a>,-6,
+<a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Ameland, <a href="#pb357" class="pageref">357</a>, <a href="#pb458"
+class="pageref">458</a>.<br>
+<i>Amelia</i>, <a href="#pb456" class="pageref">456</a>,-7.<br>
+<i>Anna</i>, <a href="#pb465" class="pageref">465</a>.<br>
+<i>Anna v. Gr. Br</i>, <a href="#pb460" class="pageref">460</a>,-2.<br>
+<i>Anna. v. Saks</i>, <a href="#pb452" class="pageref">452</a>.<br>
+<i>Anna Sophia</i>, <a href="#pb453" class="pageref">453</a>, <a href=
+"#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+<i>Anscharius</i>, <a href="#pb352" class="pageref">352</a>.<br>
+<i>Aremberg</i>, <a href="#pb443" class="pageref">443</a>.<br>
+Arianen, <a href="#pb353" class="pageref">353</a>.<br>
+<i>Arundelius</i>, <a href="#pb334" class="pageref">334</a>.<br>
+<i>Auckama</i>, <a href="#pb429" class="pageref">429</a>.<br>
+Aula Dei, <a href="#pb326" class="pageref">326</a>.<br>
+Austrachia, <a href="#pb470" class="pageref">470</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13045" class="main">B.</h3>
+<p class="firstpar">Baduhenna, <a href="#pb323" class=
+"pageref">323</a>.<br>
+Bara-Huis, <a href="#pb446" class="pageref">446</a>.<br>
+Barden, <a href="#pb287" class="pageref">287</a>, <a href="#pb326"
+class="pageref">326</a>.<br>
+Begraafplaats, <a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Beker, <a href="#pb422" class="pageref">422</a>, <a href="#pb448"
+class="pageref">448</a>.<br>
+Berlikum, <a href="#pb361" class="pageref">361</a>.<br>
+Bernard. (Kerk v. St.), <a href="#pb404" class="pageref">404</a>.<br>
+Bestand. (1348), <a href="#pb418" class="pageref">418</a>.<br>
+Bier-Oproer, <a href="#pb429" class="pageref">429</a>.<br>
+Bolsward, <a href="#pb405" class="pageref">405</a>.<br>
+<i>Bonifacius</i>, <a href="#pb343" class="pageref">343</a>.<br>
+<i>Botnia</i>, <a href="#pb398" class="pageref">398</a>.<br>
+Bouwkunstenaar, <a href="#pb393" class="pageref">393</a>.<br>
+Brieven, <a href="#pb439" class="pageref">439</a>, <a href="#pb446"
+class="pageref">446</a>, <a href="#pb461" class="pageref">461</a>.<br>
+Brittenkruid, <a href="#pb300" class="pageref">300</a>.<br>
+<span class="pagenum">[<a id="pb476" href="#pb476" name=
+"pb476">476</a>]</span> Bulle v. <i>Karel</i>, <a href="#pb351" class=
+"pageref">351</a>, <a href="#pb404" class="pageref">404</a>.<br>
+Buskruid, <a href="#pb421" class="pageref">421</a>.<br>
+Bussen, <a href="#pb421" class="pageref">421</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13170" class="main">C.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Carel Chr</i>, <a href="#pb463" class=
+"pageref">463</a>.<br>
+<i>Carolina</i>, <a href="#pb462" class="pageref">462</a>.<br>
+<i>Carolus</i>, <a href="#pb445" class="pageref">445</a>.<br>
+Catze, <a href="#pb426" class="pageref">426</a>.<br>
+<i>Clovis</i>, <a href="#pb332" class="pageref">332</a><span class=
+"corr" id="xd20e13209" title="Niet in bron">.</span><br>
+<i>Cunerus Petri</i>, <a href="#pb444" class="pageref">444</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13220" class="main">D.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Dagobert</i>, <a href="#pb339" class=
+"pageref">339</a>.<br>
+<i>Dijkhuizen</i> (<i>H. v.</i>), <a href="#pb425" class=
+"pageref">425</a>.<br>
+Dokkenburg, <a href="#pb328" class="pageref">328</a>.<br>
+Dokkum, <a href="#pb328" class="pageref">328</a>.<br>
+<i>Douwama</i>, <a href="#pb436" class="pageref">436</a>.<br>
+<i>Draaksdorp</i>, <a href="#pb433" class="pageref">433</a>.<br>
+Drinkuitsma, <a href="#pb423" class="pageref">423</a>.<br>
+<i>Drusus</i>, <a href="#pb283" class="pageref">283</a>, <a href=
+"#pb299" class="pageref">299</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13286" class="main">E.</h3>
+<p class="firstpar">Egils-saga, <a href="#pb362" class=
+"pageref">362</a>.<br>
+<i>Ernst Cas</i>, <a href="#pb453" class="pageref">453</a>, <a href=
+"#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Esonstad, <a href="#pb331" class="pageref">331</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13311" class="main">F.</h3>
+<p class="firstpar">Fjouwer lott. enz., <a href="#pb433" class=
+"pageref">433</a>.<br>
+<i>Floorken dunn&rsquo; bier</i>, <a href="#pb437" class=
+"pageref">437</a>.<br>
+<i>Floris II</i>, <a href="#pb393" class="pageref">393</a>.<br>
+<i>Floris v. Egm</i>, <a href="#pb437" class="pageref">437</a>.<br>
+Fokke-sloot, <a href="#pb426" class="pageref">426</a>.<br>
+<i>Folkerts</i>, <a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+<i>Forteman</i>, <a href="#pb352" class="pageref">352</a>.<br>
+<i>Fox</i>, <a href="#pb431" class="pageref">431</a>.<br>
+Foxhol, <a href="#pb432" class="pageref">432</a>.<br>
+Franeker, <a href="#pb398" class="pageref">398</a>, <a href="#pb432"
+class="pageref">432</a>.<br>
+Fraterhuis, <a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+<i>Fred. Hendrik</i>, <a href="#pb455" class="pageref">455</a>.<br>
+<i>Frederika S. W.</i>, <a href="#pb463" class="pageref">463</a>.<br>
+<i>Fresinga</i>, <a href="#pb444" class="pageref">444</a>,-9.<br>
+Friesland. (Prins. over), <a href="#pb286" class="pageref">286</a>.<br>
+Friesland. (Staat v.), <a href="#pb281" class="pageref">281</a>.<br>
+Friezen. (Gesch. der), <a href="#pb299" class="pageref">299</a>.<br>
+Friezen. (Kruist. der), <a href="#pb365" class="pageref">365</a>.<br>
+Friezen. (Oors. d.), <a href="#pb289" class="pageref">289</a>, <a href=
+"#pb291" class="pageref">291</a>.<br>
+<i>Frisiabones</i>, <a href="#pb329" class="pageref">329</a>.<br>
+Froonakker, <a href="#pb397" class="pageref">397</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13463" class="main">G.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Gaykinga&rsquo;s</i>, <a href="#pb437" class=
+"pageref">437</a>.<br>
+<i>Galama&rsquo;s</i>, <a href="#pb393" class="pageref">393</a>,-8.<br>
+<i>Ganzevoort</i>, <a href="#pb430" class="pageref">430</a>.<br>
+Gebed der Saks, <a href="#pb348" class="pageref">348</a>.<br>
+<i>Georg</i> (Hertog), <a href="#pb436" class="pageref">436</a>.<br>
+Geregtshof, <a href="#pb433" class="pageref">433</a>.<br>
+Geschut, <a href="#pb421" class="pageref">421</a>.<br>
+Geuzennapjes, <a href="#pb443" class="pageref">443</a>.<br>
+Godsakker, <a href="#pb397" class="pageref">397</a>.<br>
+Gods-Hof, <a href="#pb326" class="pageref">326</a>.<br>
+Goteling, <a href="#pb463" class="pageref">463</a>.<br>
+<span class="pagenum">[<a id="pb477" href="#pb477" name=
+"pb477">477</a>]</span> Goutum, <a href="#pb423" class=
+"pageref">423</a>.<br>
+Graaf v. Holl, <a href="#pb418" class="pageref">418</a>.<br>
+Graafschappen, <a href="#pb344" class="pageref">344</a>.<br>
+Grafkelder, <a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Grebbe, <a href="#pb300" class="pageref">300</a>.<br>
+Grietman, <a href="#pb471" class="pageref">471</a>.<br>
+<i>Groote</i> (<i>Ger</i>.), <a href="#pb430" class="pageref">430</a>,
+<a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+Gulden. (Arends-), <a href="#pb424" class="pageref">424</a>.<br>
+Gulden. (Goud-), <a href="#pb436" class="pageref">436</a>.<br>
+Gulden. (Koppens-), <a href="#pb424" class="pageref">424</a>.<br>
+Gulden. (Rijnse), <a href="#pb436" class="pageref">436</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13605" class="main">H.</h3>
+<p class="firstpar">Hanzee-verbond, <a href="#pb416" class=
+"pageref">416</a>.<br>
+Harns, <a href="#pb364" class="pageref">364</a>.<br>
+<i>Hend. Cas. I</i>, <a href="#pb454" class="pageref">454</a>, <a href=
+"#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+<i>Hend. Cas. II</i>, <a href="#pb456" class="pageref">456</a>,
+<a href="#pb465" class="pageref">465</a>.<br>
+<i>Heng. en Hors</i>, <a href="#pb331" class="pageref">331</a>.<br>
+Hertogen, <a href="#pb327" class="pageref">327</a>.<br>
+Hof. (Oude), <a href="#pb326" class="pageref">326</a>.<br>
+Hongersnood, <a href="#pb406" class="pageref">406</a>.<br>
+<i>Hooft</i>, <a href="#pb449" class="pageref">449</a>.<br>
+Hoorn. (Friesche), <a href="#pb318" class="pageref">318</a>.<br>
+<i>Hopper</i>, <a href="#pb445" class="pageref">445</a>.<br>
+Horspil, <a href="#pb413" class="pageref">413</a>.<br>
+Hovelingen, <a href="#pb424" class="pageref">424</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13699" class="main">I. J.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Jarges</i>, <a href="#pb424" class=
+"pageref">424</a>.<br>
+Jezuiten, <a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+<i>Joh. Mauritz</i>, <a href="#pb466" class="pageref">466</a>.<br>
+<i>Joh de Oude</i>, <a href="#pb452" class="pageref">452</a>.<br>
+<i>Joh. W. Friso</i>, <a href="#pb457" class="pageref">457</a>,-8,
+<a href="#pb465" class="pageref">465</a>.<br>
+Islegouwe, <a href="#pb344" class="pageref">344</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13749" class="main">K.</h3>
+<p class="firstpar">Kapellanen, <a href="#pb473" class=
+"pageref">473</a>.<br>
+<i>Karel de Dikke</i>, <a href="#pb355" class="pageref">355</a>.<br>
+<i>Karel de Gr</i>, <a href="#pb316" class="pageref">316</a>, <a href=
+"#pb344" class="pageref">344</a>, <a href="#pb350" class=
+"pageref">350</a>.<br>
+<i>Karel v. Hess.-C</i>, <a href="#pb459" class="pageref">459</a>.<br>
+<i>Karel de Kale</i>, <a href="#pb357" class="pageref">357</a>.<br>
+<i>Karel V</i>, <a href="#pb436" class="pageref">436</a>,-7.<br>
+Kastelein, <a href="#pb398" class="pageref">398</a>.<br>
+Kerk. (Groote), <a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Klaarkamp, <a href="#pb396" class="pageref">396</a>.<br>
+Klif. (&rsquo;t Roode), <a href="#pb322" class="pageref">322</a>.<br>
+Klipschild, <a href="#pb351" class="pageref">351</a>.<br>
+Kloosters, <a href="#pb357" class="pageref">357</a>, <a href="#pb395"
+class="pageref">395</a>,-6, <a href="#pb405" class="pageref">405</a>,
+<a href="#pb440" class="pageref">440</a>.<br>
+<i>Klotaris</i>, <a href="#pb339" class="pageref">339</a>.<br>
+<i>Koenraad III</i>, <a href="#pb395" class="pageref">395</a>.<br>
+Kronijkschrijvers, <a href="#pb287" class="pageref">287</a>.<br>
+Kruistogten, <a href="#pb365" class="pageref">365</a>.<br>
+Kuit, <a href="#pb429" class="pageref">429</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13880" class="main">L.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Lalaing</i>, <a href="#pb448" class=
+"pageref">448</a>.<br>
+Leeuwarden, <a href="#pb397" class="pageref">397</a>.<br>
+Leges Fris, <a href="#pb344" class="pageref">344</a>.<br>
+Lem, <a href="#pb333" class="pageref">333</a>.<br>
+<i>Lengen</i> (<i>A. v.</i>), <a href="#pb425" class=
+"pageref">425</a>.<br>
+<i>Liauckama</i> (<i>E.</i>), <a href="#pb417" class=
+"pageref">417</a>.<br>
+Lidlum, <a href="#pb396" class="pageref">396</a>.<br>
+<span class="pagenum">[<a id="pb478" href="#pb478" name=
+"pb478">478</a>]</span> <i>Lodew. de Duitscher</i>, <a href="#pb354"
+class="pageref">354</a>.<br>
+<i>Lodew. de Jongere</i>, <a href="#pb355" class="pageref">355</a>.<br>
+<i>Lodew. &rsquo;t Kind</i>,356.<br>
+<i>Lodew. de Vrome</i>, <a href="#pb345" class="pageref">345</a>.<br>
+<i>Ludger</i>, <a href="#pb347" class="pageref">347</a>.<br>
+Ludingakerk, <a href="#pb395" class="pageref">395</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e13980" class="main">M.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Malen</i>. (<i>J. R. v. d.</i>), <a href=
+"#pb470" class="pageref">470</a>.<br>
+<i>Malorix</i>, <a href="#pb302" class="pageref">302</a>, <a href=
+"#pb324" class="pageref">324</a>.<br>
+<i>Marcellus</i>, <a href="#pb343" class="pageref">343</a>.<br>
+<i>Maria Amelia</i>, <a href="#pb459" class="pageref">459</a>.<br>
+<i>Maria v. Hong</i>, <a href="#pb438" class="pageref">438</a>.<br>
+<i>Maria Louisa</i>, <a href="#pb458" class="pageref">458</a>,-9,
+<a href="#pb465" class="pageref">465</a>.<br>
+Mariengaard, <a href="#pb396" class="pageref">396</a>, <a href="#pb418"
+class="pageref">418</a>.<br>
+Marken, <a href="#pb418" class="pageref">418</a>.<br>
+<i>Martena</i>, <a href="#pb415" class="pageref">415</a>.<br>
+<i>Maryke-Mui</i>, <a href="#pb459" class="pageref">459</a>.<br>
+Medemblik, <a href="#pb329" class="pageref">329</a>.<br>
+Menschen-offers, <a href="#pb341" class="pageref">341</a>.<br>
+<i>Merode</i>, <a href="#pb451" class="pageref">451</a>.<br>
+Middelzee, <a href="#pb284" class="pageref">284</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14097" class="main">N.</h3>
+<p class="firstpar">Noord-Holland, <a href="#pb329" class=
+"pageref">329</a>.<br>
+Noormann, <a href="#pb326" class="pageref">326</a>, <a href="#pb355"
+class="pageref">355</a>, <a href="#pb362" class="pageref">362</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14116" class="main">O.</h3>
+<p class="firstpar">Offeren, <a href="#pb402" class=
+"pageref">402</a>.<br>
+<i>Olennius</i>, <a href="#pb301" class="pageref">301</a>, <a href=
+"#pb323" class="pageref">323</a>.<br>
+Ostagiers, <a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Overlever, <a href="#pb291" class="pageref">291</a>, <a href="#pb346"
+class="pageref">346</a>, <a href="#pb362" class="pageref">362</a>.<br>
+Overzigt, <a href="#pb298" class="pageref">298</a>.<br>
+<i>Ovo</i>, <a href="#pb341" class="pageref">341</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14166" class="main">P.</h3>
+<p class="firstpar">Palesloot, <a href="#pb426" class=
+"pageref">426</a>.<br>
+Patele, <a href="#pb318" class="pageref">318</a>, <a href="#pb413"
+class="pageref">413</a>.<br>
+Persona, <a href="#pb473" class="pageref">473</a>.<br>
+Pest, <a href="#pb466" class="pageref">466</a>.<br>
+<i>Petri</i>. (<i>Cun.</i>), <a href="#pb444" class=
+"pageref">444</a>.<br>
+<i>Pier</i>. (<i>Groote</i>), <a href="#pb435" class=
+"pageref">435</a>.<br>
+<i>Pinckert</i>, <a href="#pb429" class="pageref">429</a>.<br>
+Portretten, <a href="#pb426" class="pageref">426</a>, <a href="#pb465"
+class="pageref">465</a>.<br>
+Potestaten, <a href="#pb352" class="pageref">352</a>.<br>
+<i>Predrinus</i>, <a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+<i>Priester-Jan</i>, <a href="#pb343" class="pageref">343</a>.<br>
+Priors, <a href="#pb473" class="pageref">473</a>.<br>
+Proosten, <a href="#pb473" class="pageref">473</a>.<br>
+Putsma, <a href="#pb423" class="pageref">423</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14272" class="main">R.</h3>
+<p class="firstpar">Raad. (Hooge), <a href="#pb432" class=
+"pageref">432</a>.<br>
+<i>Radboud</i>, <a href="#pb310" class="pageref">310</a>, <a href=
+"#pb316" class="pageref">316</a>.<br>
+Regtbank, <a href="#pb432" class="pageref">432</a>.<br>
+<i>Reide.</i> (<i>Th. v.</i>), <a href="#pb425" class=
+"pageref">425</a>.<br>
+<i>Reinalda</i>, <a href="#pb397" class="pageref">397</a>.<br>
+<i>Reinier v. Wins</i>, <a href="#pb442" class="pageref">442</a>.<br>
+<i>Rennenberg</i>, <a href="#pb448" class="pageref">448</a>.<br>
+<i>Ridserd</i>, <a href="#pb334" class="pageref">334</a>.<br>
+<i>Robles</i>, <a href="#pb444" class="pageref">444</a>.<br>
+Rome, <a href="#pb350" class="pageref">350</a>.<br>
+Roorda, <a href="#pb379" class="pageref">379</a>. <span class=
+"pagenum">[<a id="pb479" href="#pb479" name="pb479">479</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14363" class="main">S.</h3>
+<p class="firstpar">Sagen, <a href="#pb291" class="pageref">291</a>,
+<a href="#pb346" class="pageref">346</a>, <a href="#pb362" class=
+"pageref">362</a>.<br>
+<i>Scharl.</i> (<i>O. v.</i>), <a href="#pb287" class=
+"pageref">287</a>, <a href="#pb359" class="pageref">359</a>.<br>
+Schelde, <a href="#pb281" class="pageref">281</a>.<br>
+Schenkinsma, <a href="#pb423" class="pageref">423</a>.<br>
+Schieringers, <a href="#pb406" class="pageref">406</a>.<br>
+<i>Sjaerdema&rsquo;s</i>, <a href="#pb402" class="pageref">402</a>,
+<a href="#pb426" class="pageref">426</a>.<br>
+Sincfal, <a href="#pb281" class="pageref">281</a>.<br>
+<i>Sophia Hedwich</i>, <a href="#pb455" class="pageref">455</a>,
+<a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+Sprinkhanen, <a href="#pb357" class="pageref">357</a>.<br>
+Stadhouders, <a href="#pb452" class="pageref">452</a>.<br>
+Stapelregt, <a href="#pb427" class="pageref">427</a>.<br>
+Stavo, <a href="#pb322" class="pageref">322</a>.<br>
+<i>Stavoren</i>. (<i>Kopp. v</i>.), <a href="#pb359" class=
+"pageref">359</a>.<br>
+Stijl. (O. en N.), <a href="#pb466" class="pageref">466</a>.<br>
+<i>Stortenbeker</i>, <a href="#pb422" class="pageref">422</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14483" class="main">T.</h3>
+<p class="firstpar"><i>Tadema</i>, <a href="#pb349" class=
+"pageref">349</a>.<br>
+<i>Taijkama</i>, <a href="#pb398" class="pageref">398</a>.<br>
+Thabor. (Convent), <a href="#pb440" class="pageref">440</a>.<br>
+<i>Thabor</i>. (<i>P. v</i>.), <a href="#pb440" class=
+"pageref">440</a>.<br>
+<i>Thabor</i>. (<i>W. v</i>.), <a href="#pb440" class=
+"pageref">440</a>.<br>
+Teisterband, <a href="#pb341" class="pageref">341</a>.<br>
+Tempelschatting, <a href="#pb398" class="pageref">398</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14541" class="main">U.</h3>
+<p class="firstpar">Uitgong, <a href="#pb361" class=
+"pageref">361</a>.<br>
+<i>Uken</i>, <a href="#pb424" class="pageref">424</a>.<br>
+<i>Uko</i>, <a href="#pb425" class="pageref">425</a>.<br>
+Upstalsboom, <a href="#pb399" class="pageref">399</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14571" class="main">V.</h3>
+<p class="firstpar">Vergraven, <a href="#pb283" class=
+"pageref">283</a>, <a href="#pb336" class="pageref">336</a>.<br>
+<i>Verritus</i>, <a href="#pb302" class="pageref">302</a>, <a href=
+"#pb324" class="pageref">324</a>.<br>
+Vetkoopers, <a href="#pb406" class="pageref">406</a>.<br>
+<i>Viglius</i>, <a href="#pb446" class="pageref">446</a>.<br>
+<i>Vlytarp</i>, <a href="#pb359" class="pageref">359</a>.<br>
+Volksliedje, <a href="#pb420" class="pageref">420</a>.<br>
+Volksverh, <a href="#pb291" class="pageref">291</a>, <a href="#pb346"
+class="pageref">346</a>, <a href="#pb362" class="pageref">362</a>.<br>
+Vossehol, <a href="#pb432" class="pageref">432</a>.<br>
+Vredeverd. (1348), <a href="#pb418" class="pageref">418</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14645" class="main">W.</h3>
+<p class="firstpar">Waarden, <a href="#pb330" class=
+"pageref">330</a>.<br>
+Wapens, <a href="#pb317" class="pageref">317</a>, <a href="#pb379"
+class="pageref">379</a>.<br>
+Watervloeden, <a href="#pb334" class="pageref">334</a>.<br>
+Wederdoopers, <a href="#pb437" class="pageref">437</a>.<br>
+Weerdenbras, <a href="#pb433" class="pageref">433</a>.<br>
+<i>Westerman</i>, <a href="#pb358" class="pageref">358</a>.<br>
+Westrachia, <a href="#pb470" class="pageref">470</a>.<br>
+Wetten, <a href="#pb344" class="pageref">344</a>.<br>
+<i>Wiarda</i>, <a href="#pb423" class="pageref">423</a>.<br>
+Wiarda-State, <a href="#pb423" class="pageref">423</a>.<br>
+<i>Willebrod</i>, <a href="#pb343" class="pageref">343</a>.<br>
+<i>Willem I</i>, <a href="#pb452" class="pageref">452</a>.<br>
+<i>Willem III</i>, <a href="#pb457" class="pageref">457</a>,-8.<br>
+<i>Willem IV</i>, <a href="#pb460" class="pageref">460</a>,-5.<br>
+<i>Willem V</i>, <a href="#pb463" class="pageref">463</a>.<br>
+<i>Willem</i> (Graaf), <a href="#pb417" class="pageref">417</a>.<br>
+<i>Willem Georg Fr</i>, <a href="#pb457" class="pageref">457</a>,
+<a href="#pb465" class="pageref">465</a>.<br>
+<i>Willem Frederik</i>, <a href="#pb455" class="pageref">455</a>,
+<a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+<span class="pagenum">[<a id="pb480" href="#pb480" name=
+"pb480">480</a>]</span> <i>Willem Lod</i>, <a href="#pb452" class=
+"pageref">452</a>, <a href="#pb464" class="pageref">464</a>.<br>
+<i>Winsum</i>. (<i>R. v</i>.), <a href="#pb442" class=
+"pageref">442</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14809" class="main">Y.</h3>
+<p class="firstpar">Ylst, <a href="#pb405" class="pageref">405</a>,
+<a href="#pb416" class="pageref">416</a>.</p>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h3 id="xd20e14820" class="main">Z.</h3>
+<p class="firstpar">Zwarte Hoop, <a href="#pb432" class=
+"pageref">432</a>, <a href="#pb434" class="pageref">434</a>.<br>
+Zwene, <a href="#pb281" class="pageref">281</a>.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="drukfouten" class="div1"><span class="pagenum">[<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+<h2 id="xd20e14836" class="main">Drukfouten.</h2>
+<p lang="nl" class="firstpar transcribernote">De expliciet aangegeven
+drukfouten zijn in deze editie van de tekst verbeterd.</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Op Bladz. 66,</td>
+<td valign="top" colspan="3">281 tot 372, komt meermalen in den 2den en
+3den naamval voor: Karel den Groote; ook Lodewijk den Vrome,
+Godvruchtige, Jongere, Karel den Dikke, den Kale; men voege achter
+&rsquo;t bijv. naamwoord eene n.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">284</td>
+<td valign="top">staat:</td>
+<td valign="top">Barradeel, lees: Baarderadeel.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top"><i>Bijdragen tot de Gesch</i>. lees: <i>Nasporingen
+betrekkelijk de Gesch</i>.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">327</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">dat men onder die waardigh. lees: dat die
+waardigheid.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">336</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">1178 lees: 1170.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">367</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">bij hunne aanwer-een ving, lees: bij hunne aanwerving,
+een.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">415</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">der landbouw, lees: van den landb.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">439</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top"><i>weauctoriseert</i>, &raquo;
+<i>geauctoriseert</i>.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&raquo; &raquo;</td>
+<td valign="top">448</td>
+<td valign="top">&raquo;</td>
+<td valign="top">Heer van Velle, &raquo; Heer van Ville.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" colspan="4">De Bladz. 391 is verkeerdelijk gemerkt
+191.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<p>De Lezer gelieve geringere drukfeilen, als: Friesen voor Friezen,
+<i>Firsiabones</i> voor <i>Fris</i>.; <span class="sc">Theutonista voor
+Teuthon</span>.; geene voor geen; noordwaards voor noordwaarts of
+dergelijken over het hoofd te zien.</p>
+</div>
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<ul>
+<li><a href="#voorberigt">Voorberigt.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e159">I</a></span></li>
+<li><a href="#kronyk">Friesche Kronyk.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e356">1</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#zevenprinsen">De Heeren, onder welks Gebied de Friesen
+van tyd tot tyd geweest zyn.: I. Onder zeven Prinsen.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e374">2</a></span></li>
+<li><a href="#zevenhertogen">II. Onder zeven Hertogen.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e596">17</a></span></li>
+<li><a href="#negenkoningen">III. Onder negen Koningen.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e796">30</a></span></li>
+<li><a href="#vreemdeheren">IV. Vreemde Heeren.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1048">50</a></span></li>
+<li><a href="#landsheeren">V. Landsheeren, of
+Potestaaten.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e1150">59</a></span></li>
+<li><a href="#erfheeren">VI. Erfheeren.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2146">134</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#albrecht">1. Albrecht, Hertog van Saxen.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2149">134</a></span></li>
+<li><a href="#k6.2">2. Georg, Hertog van Saxen.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2204">140</a></span></li>
+<li><a href="#bourgandien">2. het Huis van Bourgondien.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2298">151</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#karel5">1. Karel de Vyfde.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2301">151</a></span></li>
+<li><a href="#philippus2">2. Philippus de Tweede, Koning van
+Spanje.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e2486">164</a></span></li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#stadhouders">VII. Stadhouders der
+Staaten.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e2737">191</a></span></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#landverdeeling">Landverdeeling van
+Friesland.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e3634">272</a></span>
+<ul>
+<li><a href="#oostergo">I. Oostergo.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3669">275</a></span></li>
+<li><a href="#westergo">II. Westergo.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3700">277</a></span></li>
+<li><a href="#zevenwouden">III. Zevenwouden.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3725">279</a></span></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#bijvoegsels">Bijvoegsels en
+Aanteekeningen.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e3769">281</a></span></li>
+<li><a href="#register">Register op de Bijvoegsels en
+Aanteekeningen.</a><span class="tocPagenum"><a class="pageref" href=
+"#xd20e12826">475</a></span></li>
+<li><a href="#drukfouten">Drukfouten.</a><span class=
+"tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e14836">480</a></span></li>
+</ul>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
+<p class="firstpar">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
+overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a class=
+"exlink" title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie
+team op <a class="exlink" title="Externe link" href=
+"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+<p>De tekst van dit boek, dat in 1677 voor het eerst verscheen wordt
+toegeschreven aan de Friese taalpedagoog Johannes Hilarides.</p>
+<p>Deze tekst is gebaseerd op scan beschikbaar gemaakt door Google
+(<a class="exlink" title="Externe link" href=
+"http://books.google.nl/books?id=Zgs-AAAAYAAJ">1</a>, <a class="exlink"
+title="Externe link" href=
+"http://books.google.nl/books?id=tKQBAAAAYAAJ">2</a>; Kopie op het
+<a class="exlink" title="Externe link" href=
+"http://www.archive.org/details/itaadefrieschet00leeugoog">Internet
+Archive</a>).</p>
+<p>Een alternative kopie is beschikbaar bij <a class="exlink" title=
+"Externe link" href=
+"http://www.wumkes.nl/index.php?volg=1&amp;id=43">wumkes.nl</a>.</p>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="firstpar">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is
+geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in
+het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd
+met het corr-element.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2010-08-20 Begonnen.</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%" summary=
+"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e406">5</a></td>
+<td class="width40">ge-genoemt</td>
+<td class="width40">genoemt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e496">12</a></td>
+<td class="width40">verachtelyde</td>
+<td class="width40">verachtelyke</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e501">12</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40"><sup>e</sup></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e579">17</a></td>
+<td class="width40">plonderde</td>
+<td class="width40">plonderden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e630">19</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e814">31</a></td>
+<td class="width40">versloegze</td>
+<td class="width40">versloeg ze</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e829">31</a></td>
+<td class="width40">Schuilpaatsen</td>
+<td class="width40">Schuilplaatsen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e846">33</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e852">33</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e875">34</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1098">53</a></td>
+<td class="width40">Fries-gestelt</td>
+<td class="width40">Friesland gestelt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1162">61</a></td>
+<td class="width40">aaangeteekent</td>
+<td class="width40">aangeteekent</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1645">95</a></td>
+<td class="width40">instorte</td>
+<td class="width40">instortte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1915">116</a></td>
+<td class="width40">doodgegeslagen</td>
+<td class="width40">doodgeslagen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2077">128</a></td>
+<td class="width40">ordre</td>
+<td class="width40">orde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2290">150</a></td>
+<td class="width40">zeinschepen</td>
+<td class="width40">zeilschepen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2406">157</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2746">192</a></td>
+<td class="width40">lang</td>
+<td class="width40">langs</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2751">192</a></td>
+<td class="width40">ge-geslagen</td>
+<td class="width40">geslagen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2806">197</a></td>
+<td class="width40">verdroken</td>
+<td class="width40">verdronken</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2842">201</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2849">202</a></td>
+<td class="width40">kauon</td>
+<td class="width40">kanon</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2878">206</a></td>
+<td class="width40">ouder</td>
+<td class="width40">onder</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3007">219</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3844">284</a></td>
+<td class="width40">Barradeel</td>
+<td class="width40">Baarderadeel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3889">284</a></td>
+<td class="width40">Ypey</td>
+<td class="width40">Ypeij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3893">284</a></td>
+<td class="width40">Bijdragen tot</td>
+<td class="width40">Nasporingen betrekkelijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3983">286</a></td>
+<td class="width40">Shwartzenberg</td>
+<td class="width40">Schwartzenberg</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4232">290</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href=
+"#xd20e4715">n.v.t.</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4913">311</a></td>
+<td class="width40">&laquo;</td>
+<td class="width40">&raquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5496">324</a></td>
+<td class="width40">.</td>
+<td class="width40">:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5599">325</a></td>
+<td class="width40">Aanhanzel</td>
+<td class="width40">Aanhangzel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e5771">327</a></td>
+<td class="width40">dat men onder die</td>
+<td class="width40">dat die</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6091">331</a></td>
+<td class="width40">verwer-werpen</td>
+<td class="width40">verwerpen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6130">332</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6143">332</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6713">342</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6873">345</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6933">346</a></td>
+<td class="width40">twaalve</td>
+<td class="width40">twaalvde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6955">347</a></td>
+<td class="width40">vermeld</td>
+<td class="width40">vermeldt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e6964">347</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7058">349</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7164">352</a></td>
+<td class="width40">onstaan</td>
+<td class="width40">ontstaan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7420">358</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7756">367</a></td>
+<td class="width40">aanwer-een ving,</td>
+<td class="width40">aanwerving, een</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7774">367</a></td>
+<td class="width40">-</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7797">370</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e7983">375</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8002">378</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8005">378</a></td>
+<td class="width40">Syrie</td>
+<td class="width40">Syri&euml;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8076">382</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8079">382</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8082">382</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8172">387</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8189">389</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8192">389</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8197">390</a></td>
+<td class="width40">Middellansche</td>
+<td class="width40">Middellandsche</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8337">393</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8351">393</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8479">396</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8486">396</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8718">399</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8726">400</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e8832">402</a></td>
+<td class="width40">achsten</td>
+<td class="width40">achtsten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9148">409</a></td>
+<td class="width40">zeggende,</td>
+<td class="width40">zeggen),</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9151">409</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9205">412</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9236">412</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9394">414</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9509">415</a></td>
+<td class="width40">serkste</td>
+<td class="width40">sterkste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9513">415</a></td>
+<td class="width40">der landbouw</td>
+<td class="width40">van den landbouw</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9657">417</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9945">422</a></td>
+<td class="width40">;</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e9947">422</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e10381">429</a></td>
+<td class="width40">.</td>
+<td class="width40">;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e10913">436</a></td>
+<td class="width40">belangrijkst</td>
+<td class="width40">belangrijkste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e11081">439</a></td>
+<td class="width40">weauctoriseert</td>
+<td class="width40">geauctoriseert</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e11115">440</a></td>
+<td class="width40">welligtaf komstig</td>
+<td class="width40">wellicht afkomstig</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e11230">443</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e11634">448</a></td>
+<td class="width40">Velle</td>
+<td class="width40">Ville</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e11905">453</a></td>
+<td class="width40">het het</td>
+<td class="width40">het</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12005">457</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12078">460</a></td>
+<td class="width40">andederen</td>
+<td class="width40">anderen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12138">463</a></td>
+<td class="width40">den den</td>
+<td class="width40">den</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12199">463</a></td>
+<td class="width40">de</td>
+<td class="width40">De</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12302">464</a></td>
+<td class="width40">Freder&iuml;k</td>
+<td class="width40">Frederik</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12413">467</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e12570">470</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e13209">476</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's It aade Friesche Terp, by Johannes Hilarides
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IT AADE FRIESCHE TERP ***
+
+***** This file should be named 33563-h.htm or 33563-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/3/5/6/33563/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg. (This book was produced from scanned images of
+public domain material from the Google Print project.)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/old/33563-h/images/book.png b/old/33563-h/images/book.png
new file mode 100644
index 0000000..963d165
--- /dev/null
+++ b/old/33563-h/images/book.png
Binary files differ
diff --git a/old/33563-h/images/external.png b/old/33563-h/images/external.png
new file mode 100644
index 0000000..ba4f205
--- /dev/null
+++ b/old/33563-h/images/external.png
Binary files differ