summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes13
-rw-r--r--78820-0.txt2807
-rw-r--r--78820-h/78820-h.htm3556
-rw-r--r--78820-h/images/lordlister0348-front.jpgbin0 -> 92777 bytes
-rw-r--r--78820-h/images/p0348-01.pngbin0 -> 9472 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md1
7 files changed, 6388 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..9f57f44
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,13 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
+*.htm text
+*.html text
+*.png binary
+*.jpg binary
+*.svg text
+*.pdf binary
+*.bmp binary
+*.zip binary
+*.midi binary
+*.mp3 binary
diff --git a/78820-0.txt b/78820-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..11a4309
--- /dev/null
+++ b/78820-0.txt
@@ -0,0 +1,2807 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78820 ***
+
+
+
+
+ LORD LISTER
+ GENAAMD RAFFLES
+ DE GROOTE ONBEKENDE.
+
+ NO. 348 DE VARIÉTÉ-STER.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE VARIÉTÉ-STER.
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+MARJA IVY.
+
+
+Ofschoon het Londensche seizoen eigenlijk reeds teneinde was, en de
+meeste bewoners der wereldstad, die het konden betalen en er
+gelegenheid toe hadden, reeds de stad waren ontvlucht teneinde zich
+naar een of andere badplaats of hun villa in de bergen te begeven, was
+het groote Hypodrome-Theater aan het Piccadilly Circus gelegen zeer
+goed bezet.
+
+Intusschen waren er heel wat vreemdelingen onder de bezoekers, die de
+duurdere rangen vulden.
+
+De meeste heeren, tenminste voor zoover zij een dure plaats innamen,
+waren in rok gekleed, de dames in avondtoilet.
+
+In een loge van den eersten rang zaten twee heeren, naar wie reeds
+menigeen den blik had gewend.
+
+De eene had een lange, gespierde gestalte en een energiek gelaat, met
+scherp geteekende trekken, en doordringende staalgrijze oogen.
+
+Van de Londenaren, die daar zaten, zou zeker een derde deel wel hebben
+kunnen zeggen wie dat was, Lord William Aberdeen, de bekende
+philantroop.
+
+Naast hem was zijn secretaris, Charly Brand gezeten, die in alles van
+hem verschilde, hij was vrij wat kleiner, blond met een blozend,
+opgewekt gelaat, waarin twee groote, helder blauwe oogen schitterden.
+
+Ook was hij zeer goed bekend bij de leden van de „Upper ten”, want hij
+vergezelde Lord Aberdeen bijna steeds en overal, en men wist, dat aan
+den jongen man de zware taak was opgedragen, het vermogen van zijn
+meester te beheeren, en de giften te regelen, welke Lord Aberdeen op
+geregelde tijden aan talrijke instellingen van liefdadigheid of van
+algemeen nut placht te schenken. Hij vergezelde hem steeds, als hij
+door de ellendige buurten van de reusachtige wereldstad trok, om daar
+onderzoek te doen naar personen die buiten hun schuld nooddruftig waren
+geworden.
+
+Ja, als Lord Aberdeen kende al deze deftig gekleede weldoorvoede rijken
+den man die daar achterover leunde in zijn gemakkelijke fauteuil en met
+afgetrokken blik naar het tooneel keek, waar juist twee excentrics
+bezig waren, hunne ledematen op de onmogelijkste wijze te verrekken en
+toch kenden zij niet de ware persoon, want onder het uiterlijk van den
+onbekenden philantroop verborg zich een persoon wiens naam alleen hen
+met schrik zou vervullen, John Raffles.
+
+Inderdaad, daar zat de Gentleman-Inbreker, de langgezochte tegenstander
+van Scotland-Yard, op wiens hoofd nog altijd sinds lange jaren reeds
+een premie van duizend pond sterling was gesteld, zoo gerust en zoo op
+zijn gemak alsof hij nog nooit iets te maken had gehad met de
+speurhonden uit de Downingstreet, met den befaamden detective James
+Sullivan of met den hoofdinspecteur Phileas Baxter, die reeds niet kon
+slapen, als men driemaal achter elkaar den naam van den gevreesden
+inbreker in zijn tegenwoordigheid uitsprak.
+
+Lord Aberdeen schonk ontegenzeggelijk groote bedragen weg, en toch
+zonken zij het in niet naast de reusachtige sommen, welke hij in het
+geheel onder een geheel anderen naam besteedde aan het lenigen van
+armoede en ellende, wanneer hem die slechts ter oore kwamen, aan het
+herstellen van gepleegd onrecht en aan het steunen van talentvolle maar
+onbemiddelde jongelieden.
+
+Niet zonder moeite had Charly Brand dien avond zijn trouwen vriend
+overgehaald hem naar het Hypodrome-Theater te vergezellen, want Raffles
+bevond zich in een van die buien, waarin het hem walgde, zich onder het
+publiek te moeten begeven en hij veel liever naar zijn geliefkoosde
+viool greep, en aan het prachtige instrument klanken ontlokte, die diep
+ontroerden.
+
+Maar eindelijk had hij toch toegegeven, de prachtige blauwgelakte
+limousine was komen voorrijden, en Henderson de chauffeur, die aan
+menig avontuur van den Grooten Onbekende een levendig aandeel had
+genomen, had hen naar het groote Variété-Gebouw gebracht.
+
+Aanvankelijk had Raffles niet veel acht geslagen op hetgeen er op het
+tooneel gebeurde, en pas een paar werkelijk voortreffelijke
+kunststukken hadden een weinig zijn belangstelling weten te trekken.
+
+Nu daalde het scherm, het publiek applaudiseerde, de beide excentrics
+kwamen nog eens buigen, en toen stond Raffles op, en zeide op zachten
+toon:
+
+„Neem het mij niet kwalijk, Charly, maar voor van avond heb ik mijn
+portie al weder beet! Ik geloof niet dat ik den moed heb ook de nummers
+na de pauze nog te hooren of te zien. Er komt nog een goochelaar en ik
+ben zelf niet geheel en al onbedreven in de goochelkunst, dan komt er
+nog een heer, die op zijn handen loopt, hetgeen ik voor een redelijk
+wezen ontoelaatbaar acht. Dan komt er een dame met een basstem, zooals
+het programma aangeeft, en ik vrees dat zij daarenboven ook nog een
+baard zal hebben, hetgeen niet strookt met mijn opvatting betreffende
+de leer der ethica.”
+
+„Maar wacht dan tenminste tot de pauze aanbreekt!” kwam Charly. „Er is
+nog maar één nummer.”
+
+„Wat is het?” vroeg Raffles onwillig.
+
+„Een danseres! Men spreekt buitengewoon veel over haar fraaie juweelen
+en over het legertje minnaars die elkander zonder ophouden in haar
+gunst opvolgen.”
+
+„De stem en de minnares interesseeren mij niets, maar om de juweelen
+wil ik dan nog wel een kwartier blijven!” zeide Raffles zuchtend,
+terwijl hij zich weder in zijn fauteuil liet vallen en een versche
+sigaret opstak.
+
+Juist zette de muziek een slepende wals in, de zaal werd donker
+gemaakt, het scherm rees, en, bestraald door twee schijnwerpers, kwam
+daar een nog zeer jonge vrouw op het tooneel, die allereerst de
+aandacht tot zich moest trekken omdat haar kleeding zich tot het
+volstrekt onmisbare beperkte.
+
+Zij kon hoogstens twee en twintig jaar zijn, en zij had een
+fijnbesneden gezichtje waarin twee groote, donkere oogen schitterden.
+
+Zij droeg een buitensporig kapsel, dat bestond in een gouden band, die
+haar hoofd omsloot, en bezet was met fraaie diamanten. Die band hield
+een groot aantal krachtige en zeer lange pauwenveeren bijeen, dicht
+naast elkander geplaatst.
+
+Zij had een soort tunica aan van witte, dunne zijde, zeer diep
+uitgesneden, ver boven de dijen eindigend, en die om het middel werd
+bijeen gehouden door een gordel van gouden schakels.
+
+Een prachtige paarlen collier was om den blanken hals gelegd, en de
+fraai gevormde armen waren omgeven door gouden braceletten.
+
+Dat was Marja Ivy, de nieuwe ster aan den Variété-hemel, die reeds veel
+opgang had gemaakt te Parijs, te Weenen, en te Rome, en welke algemeen
+beschouwd werd als de evenknie van de befaamde Gaby Deslys, de
+voormalige minnares van den ex-koning van Portugal, den jeugdigen
+Manuel.
+
+Ook in dit opzicht streefde Marja Ivy de wereld vermaarde Variété-diva
+blijkbaar terzijde, want men fluisterde reeds nu heel wat namen van
+hooggeplaatste heeren, aan wie de pas ontdekte ster haar gunsten had
+geschonken.
+
+Met den eersten blik had Charly gezien, dat de prestatie van Marja Ivy
+bijzonder weinig om het lijf had, zij trippelde wat over het tooneel
+heen en weder, zwaaide met haar beenen, liet haar pauwenveeren wuiven,
+en zong met een dun stemmetje een Fransch liedje, dat niemand begreep,
+hetgeen er trouwens voor den auteur zeer weinig op aan kwam.
+
+De voornaamste attractie van de jonge vrouw moest blijkbaar gevonden
+worden in haar fraaie lichaamsvormen, welke zij zoo weinig verborg.
+
+Want mooi was zij inderdaad, Marja Ivy.
+
+Charly wierp een schuinschen blik naar Raffles, om te zien welk een
+indruk de Variété-danseres op hem maakte, en zag tot zijn verwondering,
+dat Raffles met ingespannen aandacht naar de jonge vrouw tuurde.
+
+Dat was zeker niet de gewoonte van den Gentleman-Inbreker.
+
+Maar nu liet Raffles het instrument zakken, en boog zich naar Charly
+over, om hem toe te fluisteren:
+
+„Als ik schrijver was geloof ik dat ik hier een aardig onderwerp voor
+een feuilleton had gevonden.”
+
+„Hoe zoo?”
+
+„Wel ik herken dat lieve wezentje daarginds heel goed! Haar schoonheid
+frappeerde mij destijds, het is een dienstmeisje!”
+
+„Wat vertel je me daar?” riep Charly bijna luidkeels uit, zoodat men in
+de aangrenzende loge hem verwijtende blikken toewierp.
+
+„Die mooie jonge vrouw daar op het tooneel: met haar verblindend witte
+huid en haar fijn gezichtje zou een keukenmeisje zijn?”
+
+„Pardon, laten wij elkander niet verkeerd verstaan, mijn waarde. Van
+een keukenmeisje heb ik niet gerept, ik sprak van een dienstmeisje, en
+dat is iets anders.”
+
+„Keukenmeisje of dienstmeisje, houdt het mij ten goede, Edward, maar ik
+zou er een lief ding onder durven verwedden, dat je je vergist!”
+
+„Ik vergis mij niet, Charly!” hernam Raffles kalm. „Je kunt nu toch wel
+weten dat mijn geheugen voor gezichten nog al sterk ontwikkeld is, en
+zeker voor gezichten als dat daar! Je zult zelf moeten toegeven, dat
+men het gezicht van de jonge vrouw niet zoo gemakkelijk zal vergeten,
+als men het eenmaal gezien heeft.”
+
+„Dat erken ik, en toch......”
+
+„Als je mij niet wilt gelooven, Charly, dan kun je het haar mijnentwege
+gaan vragen, ofschoon ik betwijfel, of zij het wel zou bekennen. Zij
+heet inderdaad Sonja Malakoff, zij is een Lithausche en zij was nog
+geen vol jaar geleden dienstmeisje bij een Poolsche familie welke ik te
+Moldau bezocht. Ik herinner mij nu zeer goed, dat er destijds ook
+lachend in den familiekring gesproken werd over de plannen van het
+bevallige kind, dat volstrekt het voorbeeld wilde volgen van Gaby
+Deslys, die naar je zult weten tot haar zestiende jaar eveneens
+dienstmeisje geweest is, en wier ouders nederige arbeiders waren.”
+
+„Wanneer je het met zooveel stelligheid zegt, Edward, dan moet ik je
+natuurlijk gelooven,” zeide Charly. „Maar dan verbaast het mij toch
+sterk.”
+
+„Waarom eigenlijk? Vergeet niet dat je niet met een Londensch
+dienstmeisje te doen hebt, maar met een Lithausche, dat wil zeggen met
+een zeer schoon ras. Vergeet ook niet wat schmink en poeder kunnen
+bewerkstelligen!”
+
+„Maar de bewegingen, Edward, het geheele optreden, de wijze van loopen,
+kan men dat aanleeren?”
+
+„Dat kan men zeker, maar bovendien iedere Lithausche vrouw is van
+nature gracieus en sierlijk in alles wat zij doet, en ik weet nog heel
+goed dat ik, alleen uit een kunstzinnig oogpunt, dat verzeker ik je,
+met bepaald welgevallen de sierlijke en ongedwongen bewegingen van dat
+mooie dienstmeisje heb gade geslagen.”
+
+Charly antwoordde niet maar volgde nu met nog meer aandacht de
+bewegingen van de Variété-danseres, die met luchtige stapjes, het mooie
+lichaam een weinig voor overgebogen, het gelaat naar het publiek
+gewend, langs het voetlicht trippelde.
+
+Toen mompelde hij voor zich heen:
+
+„Als jij het zegt, dan moet ik het natuurlijk wel gelooven, maar ik
+blijf het een wonder vinden! Dat zal echter zijn omdat ik het begrip
+„dienstmeisje” wat al te zeer vereenzelvig met het begrip van trappen
+dweilen, ramen zeemen, borden wasschen, en tegen de bakkersjongens
+gillen. De schoone Poolsche schijnt dus niets van dat alles te hebben
+gedaan, of, wanneer zij dat deed, dan deed zij het allerbevalligst,
+gracieus, en met gedistingeerde gebaren. Nu, mij is het wel, en ik moet
+toegeven, dat iemand in een jaar heel wat kan veranderen.”
+
+Raffles had nog eenigen tijd naar de mooie, jonge vrouw gekeken, en
+wendde zich toen tot Charly met de vraag:
+
+„Is dit de eerste avond van haar optreden?”
+
+„Ja, en ik herinner mij nu ook, dat de bladen vol hebben gestaan met
+reclame artikelen, waaraan ik echter weinig aandacht heb gewijd, als ik
+dat wel gedaan had, dan zou ik nu weten, hoe zij bijvoorbeeld aan dien
+voorraad diamanten komt, die naar allen schijn echt zijn.”
+
+„Geschenken, denk ik!” zeide Raffles droogjes. „Ik kan mij voorstellen
+dat een rijk en galant man voor een goedgunstigen blik uit die schoone
+oogen gaarne een snoer diamanten geeft. Apropos, als je de bladen nog
+hebt, waarin die reclameberichtjes hebben gestaan, zoek ze dan nog eens
+op, ik wil ze wel eens lezen.”
+
+„Ik ben tot je dienst, Edward!” antwoordde Charly, en hij begreep, dat
+er reeds een of ander plan door het hoofd van zijn vriend spookte met
+betrekking tot het voormalige Lithauensche dienstmeisje.
+
+Juist op dit oogenblik beëindigde Marja Ivy haar zang in een snerpenden
+kreet, die het gelaat van Raffles pijnlijk deed vertrekken.
+
+Toen het applaus bedaard was, merkte hij op:
+
+„Ik denk, dat wij die pauwenveer als een soort embleem moeten
+beschouwen, het mooie schepseltje wil er zeker mede te kennen geven,
+dat zij even schoon is en even erbarmelijk schreeuwt als een pauw.”
+
+„Ben je niet wat wreed voor haar?” vroeg Charly lachend.
+
+„Dat weet ik niet, maar ik geloof wel, dat ik rechtvaardig ben! Zij
+heeft—ik zie niet in, waarom ik er een geheim van zou maken—een stem
+als een gebarsten kindertrompetje, en ik geloof dat de indruk van haar
+verschijning nog grooter zou zijn als zij haar mond dichthield.”
+
+„Waarom zingt ze eigenlijk in het Fransch?”
+
+„Op die vraag kan ik je geen antwoord geven, maar het is zeker, dat ze
+voor 99 procent van de bezoekers evengoed in haar moedertaal kon
+zingen. Ik heb een paar malen het woord Amour hooren uitgillen en
+evenzoo vele malen het woord Douleur en dat is alles! Het vermoeden
+ligt dus voor de hand, dat het een minneliedje is geweest. Maar wie
+vraagt daar naar, als hij zulke schouders en zulke diamanten ziet?”
+
+Raffles was opnieuw opgestaan, en Charly drong nu niet langer aan om te
+blijven, tot de pauze was aangebroken.
+
+Reeds aan de plaatsing op het programma was het te zien, dat Marja Ivy,
+hoe kort zij ook aan het tooneel was, al vrij wat in de melk had te
+brokkelen, want ieder Variété-artist weet, dat het voorlaatste en het
+laatste nummer voor de pauze, en in wat mindere mate het eerste nummer
+daarna verreweg de beste van het programma zijn, wat betreft de
+stemming en de aandacht van het publiek. Maar het laatste nummer voor
+de pauze spant in ieder geval de kroon naar het oordeel van ervaren
+Variété-menschen.
+
+„Wat zullen wij doen?” vroeg Charly, toen de beide mannen de vestiaire
+verlaten hadden, en de monumentale trap naar de vestibule afdaalden.
+
+„Wij kunnen mijnentwege nog een uurtje naar de club gaan, en dan maar
+naar huis, ik moet een weinig nadenken.”
+
+„Nadenken over wat?”
+
+„Over de combinatie Lithauensch dienstmeisje en diamanten!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+HET WEB WORDT GESPONNEN.
+
+
+Den volgenden morgen wijdden de bladen tamelijk lange besprekingen aan
+het nieuwe programma in het Hypodrome-Theater en het leeuwendeel
+daarvan was geweest aan Marja Ivy, de pas ontdekte ster.
+
+Maar Raffles was voldoende thuis in de wereld der journalistiek, om te
+weten, dat verreweg de meeste van deze ophemelende artikelen niets
+anders waren dan betaalde reclame, soms betaald in den vorm van groote
+en dure advertenties.
+
+Naar het scheen had de bevallige Variété-diva reeds aan eenige
+reporters een interview toegestaan, en allen spraken vol bewondering en
+lof over haar „sympathieke verschijning”, haar „weergalooze gratie”,
+haar „teedere liefde voor haar ouders”, welke zij thans zoo gelukkig
+was te kunnen onderhouden, en „haar juweelen”.
+
+Toen Raffles dit alles gelezen had, schudde hij het hoofd en bromde
+voor zich heen:
+
+„Merkwaardig, een zeer zeldzaam verschijnsel. Die liefde voor haar
+ouders is werkelijk treffend, een jaar geleden was haar moeder al dood
+en haar vader was een dronkelap die haar ranselde, en wien zij met
+hetzelfde argument beantwoordde. Zij beklaagde zich steeds bitterder
+over den kerel, en peinsde dag en nacht op de beste methode om van den
+oorsprong van haar dagen af te komen, op een fatsoenlijke of een
+onfatsoenlijke manier.”
+
+„Deksels, dan is dat lieve kind geen katje geweest om zonder
+handschoenen aan te pakken,” riep Charly uit, die deze opmerking te
+hooren kreeg, toen de beide vrienden tegenover elkander zaten in de
+kleine eetzaal van het fraaie huis hetwelk Lord Aberdeen bewoonde in de
+Regentstreet. „Zij vocht dus met haar vader?”
+
+„O, men kan het geen vechten noemen,” zeide Raffles vergoelijkend. „Zij
+wierp hem slechts van tijd tot tijd een bijl naar het hoofd, waarmede
+zij gewend was hout te kloven, of spande een ijzerdraad op een voet
+hoogte tusschen de deurposten, tegen den tijd dat hij beschonken naar
+huis kwam wankelen.”
+
+„Maar lieve hemel, dan was het een boosaardig schepsel,” riep Charly
+verschrikt uit.
+
+„Toch niet, tenminste niet boosaardiger, dan iedere vrouw over het
+algemeen,” vervolgde Raffles kalm. „Vergeet niet, dat wij in Lithauen
+zijn, dat zij van hartstochtelijk Slavisch bloed is, en dat men
+daarginds een anderen maatstaf aan legt dan in ons land van mist en
+regen.”
+
+„Maar hoe weet je dat dan toch allemaal?”
+
+„Wel, omdat zij het zelf heel vaak als een goede grap kwam vertellen,
+terwijl zij bij het middagmaal bediende. Ik heb haar zelfs wel eens
+tranen zien lachen, toen zij verhaalde hoe zij haar vader met een bijl
+in zijn voet had geraakt, en daarbij ronddanste als een beer op de
+kermis, en dat deed zij dan heel plastisch na.”
+
+„Nu, over de kinderliefde heerschen daar naar het schijnt nog al
+eigenaardige opvattingen,” zeide Charly schouderophalend. „In ieder
+geval schijnt het niet heel en al juist te zijn, wat de heeren
+reporters beweren betreffende die teedere liefde jegens hare ouders.”
+
+„Neen, het strookt inderdaad niet geheel en al met de waarheid!”
+beaamde Raffles, met een ironisch glimlachje. „Maar het staat goed, en
+het omgeeft de jonge vrouw met een aureool van sympathie. Denk eens
+aan, een gevierde, op de handen gedragen, Variété-artiste die iedere
+week een deel van de zuur verdiende penningen naar het ouderlijke huis
+stuurt, ver in het onherbergzame Polen. Ieder onbedorven hart moet zich
+daar door ten diepste geroerd gevoelen. Apropos, heb je die kranten nog
+gevonden, waar wij gisteren over gesproken hebben?”
+
+„Zij liggen in je werkkamer op je schrijfbureau.”
+
+„Merci. Dan ga ik ze dadelijk eens bestudeeren! Ik gevoel bepaald
+behoefte iets meer te weten omtrent het voormalige dienstmeisje. Zij
+boezemt mij om meer dan een reden groot belang in.”
+
+En met deze woorden stond Raffles op en begaf zich naar zijn werkkamer
+op de eerste verdieping, een ruim, stemmig vertrek, dat als het ware
+tot ingespannen hersenarbeid uitnoodigde.
+
+Een uur later verscheen hij in de bibliotheek, waar Charly zich onledig
+hield met het bijhouden van een lijvig register, volgepakt met
+krantenuitknipsels.
+
+„Waar is het groote fotografie-toestel, Charly?” vroeg Raffles.
+
+Charly keek eenigzins verbaasd op, en antwoordde:
+
+„Dat moet in de donkere kamer staan, op zolder! Wij hebben het in
+langen tijd niet gebruikt, je vond het een weinig onhandelbaar. Wil ik
+het voor je halen?”
+
+„Daarmee zul je mij een pleizier doen. Breng dan meteen den insteldoek
+en het statief mee, en doe eenige gevoelige platen in de cassettes.”
+
+„Ga je naar buiten om wat te fotografeeren?”
+
+„Ik ga fotografeeren, maar niet naar buiten, ik ga foto’s maken van
+Marja Ivy.”
+
+„Maar mijn hemel, in iederen boekwinkel kun je er zooveel krijgen als
+je er hebben wilt voor een paar pence.”
+
+Raffles haalde eenigzins ongeduldig de schouders op.
+
+„Dat weet ik natuurlijk ook wel, maar daarom is het mij niet te doen.
+Ik wil haar fotografeeren, omdat ik eens wil zien hoe zij behuisd is,
+en hoe haar diamanten behuisd zijn.”
+
+„Maar Edward, zou je het in ernst voorzien hebben op de juweelen van
+die jonge vrouw?”
+
+„Je legt den nadruk op haar geslacht, Charly, alsof zij een onnoozel,
+onschuldig wicht is, een arm weesje onder den druk van een slechten
+voogd of iets dergelijks. Ik voor mij acht haar niet bijzonder veel
+zaaks, een hartelooze vrouw, wie het alleen te doen is om veel geld en
+veel kostbaarheden, en die van minnaar verandert, zoo als wij een
+schoonen zakdoek nemen.”
+
+„Maar misschien moet zij met die steenen wel haar brood verdienen,
+Edward.”
+
+„Goede hemel, neen, mijn waarde!” ging Raffles voort. „Houdt op met die
+sentimentaliteiten. Er is geen kwestie van brood verdienen. Zij treedt
+in een variété op, eenvoudig om des te beter en des te gemakkelijker de
+aandacht op zich te kunnen vestigen, zij heeft die steenen te danken
+aan haar blanke huid, haar fraaie beenen en het doorzichtige hemdje dat
+zij draagt, dat is de zuivere onopgesmukte waarheid. Denk je soms, dat
+een theaterdirecteur haar zou engageeren als zij er op stond in een
+ochtendjapon op te treden? Wel man, men zou haar vragen of zij niet
+goed bij haar verstand was, als zij maar even haar mond had open
+gedaan. Je zult toch niet durven volhouden, dat jij haar bijvoorbeeld
+om haar stem zou engageeren?”
+
+„Ik moet erkennen.......” begon Charly stamelend.
+
+„Je moet erkennen, dat haar liedjes klinken alsof er met een diamant
+over een ruit gekrast wordt, en dat je wel stapelgek zoudt zijn, als je
+haar ook maar een avond zoudt laten optreden, wanneer zij niet met haar
+pauwenveeren en haar korte tunica kon rondloopen. Maar hoe het ook zij,
+ik wil eerst eens nader onderzoek bij haar doen. Misschien verander ik
+nog wel van idee, misschien is zij beter dan haar faam. En nu dat
+toestel, als ik je verzoeken mag.”
+
+Charly stond op, verliet het vertrek, en keerde eenige oogenblikken
+later terug met een notenhouten camera van groot formaat en een tasch
+van waterproof waarin een drietal plaathouders zaten, die ieder twee
+platen konden bevatten.
+
+Ook had hij een drieledig, zwaar statief bij zich.
+
+Raffles bekeek een en ander, en bromde tevreden:
+
+„Het ziet er nog heel goed uit. Nu nog het stel lenzen, en dan ga ik
+als fotograaf voor een of ander tijdschrift er op uit.”
+
+„Maar als ze weigert je te ontvangen?”
+
+„Dat zou ze misschien over een paar jaren doen, maar nu staat zij nog
+aan het begin van haar loopbaan en zij moet reporters en fotografen te
+vriend houden.”
+
+„Maar je zult je toch hoop ik vermommen?”
+
+„Ik zal mij herscheppen tot een artistiek man, Charly!” zeide Raffles
+hoogdravend.
+
+Hij begaf zich naar zijn slaapkamer, opende de geheime kast waarin zich
+zijn talrijke kleederen en uniformen bevonden en begon daarna met
+groote zorgvuldigheid zijn gelaat onder handen te nemen.
+
+Hij gebruikte daarbij geen gewone schmink, zooals acteurs en pas
+beginnende detectives aanwenden, en die voor ieder scherp oog reeds op
+een paar meters afstand te onderkennen is, maar kleurmiddeltjes van
+zijn eigen vinding, die de huid niet aantasten, en er toch een geheel
+andere kleur aangeven.
+
+Tenslotte zette hij een pruik met lang haar op, zoo voortreffelijk
+nagemaakt, dat zelfs voor het meest geoefende oog het bedrog niet te
+ontdekken viel en schoot een bruin fluweelen jasje aan.
+
+Een slappe hoed voltooide zijn costuum en aldus vermomd, begaf hij zich
+naar de bibliotheek waar Charly hem met een lachenden uitroep van
+verbazing ontving.
+
+„Bevalt mijn uiterlijk je?” vroeg Raffles lachend.
+
+„Ik zou geen enkele aanmerking kunnen maken, Edward. Als je mij vreemd
+was, en je stelde mij de vraag, welk beroep je uitoefende, dan zou ik
+zonder aarzelen uitroepen: „Photograaf”. Zelfs je handen wijzen er op,
+die rouwrandjes aan de nagels, die ruwe vingertoppen en die bruine
+vlekken van den ontwikkelaar. Ik moet zeggen, het is prachtig.”
+
+„Ik dank je voor het compliment, Charly, en ik ga er nu maar aanstonds
+op uit.”
+
+„Maar het is nog geen elf uur, je kunt haar nu onmogelijk bezoeken,
+Edward.”
+
+„Ik ga er ook niet regelrecht naar toe, ik wil eerst eens wat in den
+omtrek neuzen, en het hotel Cecil, waar zij logeert, een weinig in het
+oog houden.”
+
+„Ik zal dan niet op je behoeven te wachten met de lunch?”
+
+„Neen, ik zal daar in de buurt wel wat eten.”
+
+Raffles drukte Charly de hand ten afscheid, hing de tasch met platen
+over den schouder, nam het zware toestel en den driepoot op, en stak
+het etui met lenzenstel in zijn zak en verliet het vertrek.
+
+Hij ging het huis nu echter niet uit door de voordeur, maar stak den
+tuin over, aan alle zijden door dicht struikgewas en hooge boomen
+omgeven, en verliet hem weder door een kleine tuinpoort, die in een
+zijstraat uitkwam, waar zich maar hoogst zelden iemand vertoonde.
+
+Hij liep deze straat teneinde, en wachtte tot er een onbezette huurauto
+zou passeeren.
+
+Eenige minuten later was hij onderweg naar het Strand.
+
+Daar in het duurste en weelderigste hotel van Londen, logeerde Marja
+Ivy en reeds hadden de bladen weten te vertellen, dat zij voor de drie
+kamers welke zij bewoonde, 15 pond sterling per dag moest betalen, wel
+te verstaan zonder ontbijt of eenig ander voedsel.
+
+Raffles slofte met zijn zwaar toestel naar een klein restaurant,
+tegenover het beroemde hotel gelegen, en legde zich daar als het ware
+in hinderlaag.
+
+Veel bijzonders zag hij echter niet, maar er werden drie ruikers
+gebracht en twee groote bloemstukken maar die konden natuurlijk
+evengoed voor een andere bewoonster van het hotel zijn.
+
+Van Marja Ivy zelve zag hij niets, en hij leidde daar uit af, dat zij
+nog wel in het hotel zou zijn en haar kamers nog niet verlaten had.
+
+Tegen twee uur stond hij op en verliet het restaurant.
+
+Hij ging het deftige hotel binnen maar werd bijna aanstonds
+tegengehouden door den zwaarlijvigen portier, in een groen livrei
+gestoken die hem tamelijk barsch vroeg, wat hij kwam doen.
+
+Raffles trok een beleedigd en een boos gezicht en antwoordde:
+
+„Sedert wanneer is het gewoonte, dat men den fotograaf van „The Scotch”
+vraagt wat hij komt doen? Natuurlijk kom ik iemand fotografeeren! Is
+mejuffrouw Marja Ivy nog op haar kamer?”
+
+„Dat is zij wel, maar ik denk niet, dat zij u zoo maar zal ontvangen!
+Er zijn al meer fotografen geweest!”
+
+Raffles haalde minachtend de schouders op.
+
+„Er zijn fotografen en fotografen, goede man!” zeide hij hooghartig.
+„Je zult mij toch zeker niet met de lieden van niemendal willen
+vergelijken? Bovendien, ik word verwacht!”
+
+„Dan is het wat anders!” hernam de portier.
+
+„Tweede verdieping, eerste gang rechts, nummers 87 en 88!”
+
+„Dank je, vriend, dank je!” zeide Raffles. „Ik zal het nu wel vinden!”
+
+En met zijn toestel beladen besteeg hij de trappen en klopte toen aan
+op de deur, die het nummer 87 droeg.
+
+Een koket kamermeisje deed de deur open op een kier slechts, als moest
+zij reeds bij voorbaat het indringen van ongewenschte personen
+beletten.
+
+„De mise-en-scène is prachtig!” mompelde Raffles voor zich heen. „Men
+zou zweren, dat men bij Sarah Bernard of bij Zijne Majesteit in persoon
+op audientie komt!”
+
+En luid vervolgde hij, zich tot het kamerkatje wendende:
+
+„Schoon kind, ik ben fotograaf, en ik vraag om de gunst, uw meesteres
+te mogen fotografeeren, echter niet zooals Jan en Alleman het
+gewoonlijk doet, neen, ik wil er iets bijzonders van maken, ik wil
+madame kieken in haar dagelijksche omgeving, met haar katjes en haar
+hondjes, haar todjes en haar vodjes, haar strikjes en haar kwikjes!”
+
+Het lieve kind achter de deur had met niet geringe verbazing naar deze
+korte toespraak geluisterd en zeide nu, met een sterk buitenlandsch
+accent en in het miserabelste Engelsch dat men zich kan denken:
+
+„Ik zal het aan madame gaan vragen, u lijkt mij wel een grappenmaker!”
+
+„O, schoon meisje, je vleit mij,” riep Raffles uit, en met moeite,
+wegens het zware toestel en het statief, streek hij het kamermeisje
+onder de poezele kin. „Zeg aan madame, dat hier iemand staat, die haar
+een portret zal leveren waarbij vergeleken al het andere prulleboel uit
+een kermistentje is!”
+
+Proestend verwijderde het jonge ding zich, maar Raffles behoefde niet
+lang te wachten.
+
+Eenige oogenblikken later keerde zij weder terug en hield de gangdeur
+voor Raffles open.
+
+„Madame verwacht u!” zeide zij opgeruimd. „Ik heb gezegd, dat u zeker
+wel iets goeds zoudt maken!”
+
+„Dat is buitengewoon vriendelijk van je, schoone maagd!” zeide Raffles,
+terwijl hij binnentrad, en achter het meisje naar een fraai gemeubeld
+vertrek ging, waar Marja Ivy zich bevond.
+
+De variété-danseres droeg nog een morgengewaad, zeer ruim, en van
+soepele zijde vervaardigd, en Raffles moest erkennen, dat zij er in de
+hoogste mate verleidelijk en bekoorlijk uitzag.
+
+Zij zat op een rustbank, en naast haar lagen twee prachtige
+Pekineesjes, die Raffles met hun ronde oogen en van onder het lange
+haar nieuwsgierig aangluurden.
+
+Op het haardkleedje lag een schoone Angora-kat te slapen, en voor een
+der ramen stond een standaard met een groote koperen kooi, waarin een
+kakelbonte papegaai heen en weder sprong, die nu en dan een origineelen
+Franschen vloek liet hooren.
+
+Marja stond tamelijk onverschillig op, en legde het dagblad weg, waarin
+zij had zitten lezen, toen het bezoek werd aangekondigd.
+
+„U wenscht mij te fotografeeren, mijnheer?” vroeg zij, thans in het
+Fransch, maar met een onmiskenbaar Slavisch accent.
+
+„Ik verzoek om die eer, madame!” antwoordde Raffles.
+
+„Voor welk blad is het?”
+
+„Ik werk niet speciaal voor een blad, madame! Ik bind mij niet! Die er
+het geld voor kan en wil missen, om de producten van mijne buitengewone
+vaardigheid te koopen, die krijgt mijn foto’s, de anderen publiceeren
+voddengoed!”
+
+Een glimlach plooide zich om de roode lippen van de jonge vrouw bij
+dezen uitval, en daarop hernam zij:
+
+„Gij wildet mij in deze kamer, in mijn eigen omgeving fotografeeren,
+zooals mijn dienstmeisje mij zegt?”
+
+„Ja, Madame!”
+
+„Geen kwaad denkbeeld, maar haast u dan wat; want ik ontvang zoo
+aanstonds bezoek!”
+
+„Ik beloof u, dat ik mijn best zal doen, madame!” zeide Raffles.
+
+Hij begon ijverig zijn tasschen te ontpakken, schroefde het toestel op
+den driepoot, bevestigde er een der objectieven op, maar liet
+ondertusschen zijn spiedende blikken aandachtig door het vertrek
+dwalen.
+
+Van de juweelen zag hij niets, die waren op dit oogenblik zeker veilig
+opgeborgen.
+
+De jonge vrouw droeg alleen eenige ringen van groote waarde, en een
+gouden armband om een van haar tengere polsen.
+
+Heur haar was bijzonder hoog opgemaakt en kroonde als een helm het fijn
+gevormde hoofd.
+
+Maar de groote oogen hadden een harden, onaangenamen glans, die Raffles
+niet aanstond, en die volgens hem de uitdrukking van het schoone
+gezicht niet weinig benadeelde.
+
+Met het geoefende oog van den kunstenaar had Raffles spoedig een
+bevallige groep weten samen te stellen, de jonge vrouw half uitgestrekt
+op den divan, een tijdschrift in de hand van den slap neerhangenden
+arm, een der rashondjes in haar anderen gekromden arm, het tweede aan
+haar voeten, de Angora op haar schoot.
+
+Raffles stelde in, kroop daarbij onder den insteldoek, en maakte
+vervolgens een paar opnamen.
+
+„Denkt gij, dat de foto’s goed geslaagd zijn, mijnheer?” vroeg de
+danseres, terwijl Raffles begon zijn toestel weer in te pakken.
+
+„Daar ben ik zeker van, madame!” antwoordde Raffles. „Hoe zou het ook
+anders kunnen met zulk een dankbaar onderwerp.”
+
+Juist had hij dit compliment geuit, toen er op de deur werd geklopt, en
+het dienstmeisje haastig ging zien wie er was.
+
+Even later trad er een flatterig heerschap binnen, ongeveer veertig
+jaar oud, reeds bijna geheel kaal, met een groote monocle in het oog
+geklemd, en naar den laatsten smaak gekleed.
+
+Hij torste een geweldigen ruiker, en bleef even op den drempel in de
+deur staan, blijkbaar onaangenaam verrast bij het zien van den
+fotograaf.
+
+„Kom toch binnen, graaf!” noodigde de jonge vrouw den bezoeker uit.
+„Wat blijf gij daar staan, alsof gij geen tien kunt tellen.”
+
+Buigend en zijn keel schrapend trad de graaf binnen.
+
+Hij legde zijn hoed op een klein tafeltje, en trad toen met den ruiker
+op Marja toe.
+
+„Mag ik u deze bloemen aanbieden als een bewijs van mijn geringe
+hoogachting— — —als een gering bewijs van mijn hoogachting!” verbeterde
+hij haastig en met een rauw keelgeschraap.
+
+Marja barstte in lachen uit en zeide:
+
+„Leg het bewijs van uw geringe hoogachting maar op dien stoel, graaf!
+Ik dank u!”
+
+De bezoeker had Raffles zien glimlachen en trad nu met een grimmig
+gezicht op hem toe.
+
+„Zijt gij spoedig gereed, mijnheer?” vroeg hij op onbeschaamden toon.
+„Dan is uw aanwezigheid hier niet langer gewenscht!”
+
+Raffles liet langzaam de tasch zakken, die hij had opgenomen, en keek
+den graaf en vervolgens de jonge Lithausche vragend aan.
+
+Daarop zeide hij bedaard:
+
+„Het spijt mij, mijnheer, maar ik ben niet gewend, mij te overhaasten!”
+
+„Dan zult gij zoo goed zijn, het bij deze gelegenheid te doen!” snauwde
+de bezoeker. „Uw taak is nu verricht zou ik denken, en wij kunnen u nu
+wel missen!”
+
+„Wij?” herhaalde Raffles rustig. „Spreekt gij ook voor madame? Hoe weet
+gij zoo zeker, dat zij mij weg wil hebben? Het is best mogelijk, dat
+zij iedere minuut, die ik langer blijf, in haar hart zegent!”
+
+„Maar bij Jove, de kerel wordt brutaal!” schreeuwde de graaf, die zijn
+ooren niet scheen te kunnen gelooven. „Pak u nu aanstonds weg als gij
+niet wilt, dat ik mijn rotting op u laat neerdalen!”
+
+Tot groote verbazing van Marja Ivy, en misschien wel tot haar inwendig
+vermaak, zette Raffles zijn tasch op den grond, en kwam langzaam naar
+den graaf toe.
+
+Vlak voor hem stond hij stil en toen klonk het rustig van zijn lippen:
+
+„Nog voor gij uw rotting zoudt hebben opgeheven, mijnheer, zou ik u in
+het gezicht hebben geslagen! Denkt gij soms, dat een fotograaf maar
+alles van u lieden verdraagt? Dan hebt gij het mis! Gij zijt een
+onbeschaamde vlegel, als gij dan bepaald mijn oordeel over u vernemen
+wilt!”
+
+Krijtwit was de graaf achteruit getreden.
+
+De wandelstok ging de hoogte in, maar voor hij nog kon nederdalen, was
+de vlakke hand van den gewaanden fotograaf met zulk een kracht op de
+bleeke wang van den ander nedergedaald, dat de klap zeker eenige kamers
+verder te hooren was, en de wang als bij tooverslag veel dikker werd
+dan zij oorspronkelijk was geweest!
+
+„Dat... dat...” stotterde de geslagene, die nauwelijks besefte, wat hem
+overkomen was, „dat zal u berouwen! O, als gij slechts van mijn stand
+waart, ik zou u onmiddellijk uitdagen!”
+
+„Maar kunt gij dan niet voor eenige oogenblikken doen, alsof ik
+inderdaad van uw stand was, mijnheer de graaf?” vroeg Raffles zonder de
+minste stemverheffing. „Ik ben dan gaarne tot uw dienst!”
+
+„Wat? Den degen kruisen met een... fotograaf?” riep de bezoeker op
+schellen toon uit. „Ik zou mij voor altijd blameeren. Neen, mijnheer,
+ik kan niet met u vechten, maar ik tref u met mijn minachting!”
+
+„Nu, dat is tenminste al vast iets!” hernam Raffles koeltjes. „Daarmee
+zal ik dan genoegen moeten nemen, voorloopig, want, mijnheer de graaf,”
+Raffles trad bij deze woorden nog dichter op den ander toe, „want
+misschien komt er wel een tijd, dat gij met mij kunt vechten, zonder u
+al te zeer te encanailleeren!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+HET IDEAAL VAN MARJA IVY.
+
+
+Raffles had zijn platen dadelijk ontwikkeld, nadat hij was terug
+gekeerd van den tocht, die zoo eigenaardig geëindigd was, en tot zijn
+voldoening waren zij voortreffelijk uitgevallen.
+
+Als hij werkelijk fotograaf was, zou hij geen oogenblik behoeven te
+vreezen, dat hij deze uitstekende opnamen niet dadelijk zou verkoopen
+aan de beste geïllustreerde tijdschriften.
+
+Nu vergenoegde hij er zich mede, er een paar afdrukken van te maken, en
+daar mede naar het Hotel Cecil te gaan, waar Marja Ivy hem reeds met
+eenig ongeduld scheen te wachten, waaruit overduidelijk bleek, dat zij
+nog pas aan den aanvang van haar schitterende loopbaan stond.
+
+De jonge vrouw toonde zich zeer ingenomen met de foto’s en bestelde er
+dadelijk een dozijn van, tegen een half pond per stuk.
+
+Geld scheen er voor haar in het geheel niet op aan te komen, wanneer
+het gold, reclame voor haar eigen dierbaar persoontje te maken.
+
+Twee en zeventig pond rijker verliet Raffles het hotel weder.
+
+Een oogenblik had hij er over gedacht, reeds nu zijn slag te slaan,
+maar verschillende redenen verzetten zich daartegen.
+
+Ten eerste was er een voortdurend komen en gaan op de verdieping, waar
+zich de weelderige vertrekken van Marja Ivy bevonden, ten tweede
+verliet het dienstmeisje geen oogenblik het neven-vertrek, ten derde
+wist Raffles in het geheel niet waar de jonge vrouw haar fraaie
+diamanten bewaarde, en ten slotte wilde hij eerst iets meer van haar
+weten, van haar inborst en van de wijze waarop zij omsprong met het
+blijkbaar zeer gemakkelijk verdiende geld.
+
+Toen hij na veel plichtplegingen vertrekken wilde, hield het
+bekoorlijke dienstmeisje hem staande in het voorvertrek.
+
+Zij keek omzichtig om zich heen, ten einde zich te vergewissen, dat zij
+niet beluisterd werd, en vroeg toen op zacht gefluisterden toon:
+
+„Gij zijt zeker goed bekend in uw vaderstad, mijnheer de fotograaf?”
+
+„Dat zou ik meenen, schoon meisje!” antwoordde Raffles, wel een weinig
+verbaasd over deze vraag.
+
+Maar de volgende zou hem nog heel wat meer verrassen!
+
+Het kamerkatje ging op haar teenen staan, teneinde haar mond zoo dicht
+mogelijk bij het oor van den gewaanden fotograaf te kunnen brengen, en
+vroeg toen:
+
+„Weet gij ook, of de Prins van Wales een minnares heeft?”
+
+Raffles verwonderde zich niet spoedig ergens over, daarvoor behoedde
+hem een leven vol van de vreemdste ervaringen, maar deze vraag deed hem
+toch even verbluft staan, vooral omdat zij zoo onverwacht kwam.
+
+Toen kwam zijn antwoord:
+
+„Heel precies zou ik het u niet kunnen zeggen, lief kind, maar ik
+geloof het haast niet! Zoo iets is geen gewoonte in ons land!”
+
+De soubrette haalde minachtend de schouders op en fluisterde:
+
+„Hij is toch jong en knap!”
+
+„Zeker, maar wij zijn hier niet in Spanje of in Portugal, of in een
+ander land, waar dergelijke dingen nog al eens schijnen voor te komen!”
+
+„O, die puriteinen!” kwam het kamerkatje verachtelijk! „Nu, ik hoop,
+dat madame daar een eind aan zal maken, dat is alles!”
+
+„Madame?” herhaalde Raffles verwonderd. „Wat heeft die er mede te
+maken?”
+
+Het kamermeisje trok een gezicht als iemand die zich een weinig
+versproken heeft.
+
+„Och, ik zeg maar zoo...” stamelde zij. „Madame heeft zoo’n voorliefde
+voor heel hooge heeren, ziet gij?”
+
+Er ging Raffles een licht op.
+
+Marja Ivy scheen bijzonder gesteld te zijn op „hooge heeren”, zooals
+het bevallige kamerkatje zich uitdrukte, en zeer waarschijnlijk had zij
+nu het oog laten vallen op niemand minder dan den Engelschen
+troonopvolger, vandaar de indiscrete vraag van het meisje!
+
+Raffles kon ternauwernood een glimlach weerhouden, het denkbeeld, dat
+aan het strenge, stijf deftig Engelsche hof zooiets als een publieke
+minnarij van den troonopvolger zou worden geduld, die nog nauwelijks
+den kinderschoenen was ontwassen kon alleen opkomen in het hoofdje van
+een volslagen vreemdelinge in Jeruzalem!
+
+Maar reeds bracht het kamermeisje opnieuw haar mondje dicht bij het oor
+van den fotograaf, en nu klonk haar vleiend stemmetje:
+
+„Er zijn morgen belangrijke wedrennen, nietwaar?”
+
+„Inderdaad, Miss!” antwoordde Raffles, die lont begon te ruiken. „Te
+Hendon.”
+
+„Komt de troonopvolger wel eens op dergelijke sportbijeenkomsten?”
+
+„O ja! Hij is een echt sportsman in hart en nieren! Hij slaat geen
+enkelen wedren van eenige beteekenis over!”
+
+„Zoo? Nu, dat valt mij nogal van hem mee, maar het andere, neen hoor,
+als ik zoo jong en zoo knap was dan...”
+
+Wat zij dan zou doen, kwam Raffles niet te weten, want op dat oogenblik
+klonk de scherpe stem van Marja Ivy, die haar riep.
+
+Maar voor zij kon heen vluchten, had Raffles haar snel gevraagd:
+
+„De naam van dien graaf, dien ik gisteren geoorveegd heb?”
+
+„Graaf Douglas Carwood! Hij is gek op madame, en zij houdt hem voor de
+mal!”
+
+En met deze belangwekkende mededeeling snelde zij weg.
+
+In gedachten verzonken aanvaardde Raffles den terugweg naar zijn
+woning.
+
+Marja Ivy reikte wel hoog.
+
+Dat was dus haar ideaal, den Engelschen troonopvolger tot minnaar te
+hebben!
+
+Aldus wilde zij zeker Gaby Deslys overvleugelen, die het maar met een
+koning van een klein land had moeten stellen, een koning, die niet eens
+zijn troon had weten te behouden!
+
+Weer moest Raffles glimlachen.
+
+Zooiets was ondenkbaar aan het hof te Londen.
+
+Zeker, vroegere kroonprinsen hadden minnaressen gehad en wijlen Edward
+VII. was verre van een puritein geweest, maar dat alles geschiedde in
+groote stilte en men werd algemeen geacht van dergelijke dingen
+volkomen onkundig te zijn!
+
+Maar het denkbeeld, dat kroonprins Albert op een renbaan, ten
+aanschouwe van een duizendkoppige menigte zich zou afficheeren met een
+variété-ster, die nog maar in haar opkomst was, dat was te dwaas om er
+een oogenblik bij te kunnen stilstaan.
+
+Toch nam Raffles zich voor, den volgenden dag naar Hendon te gaan, en
+daar eens te zien hoe de zaken zich zouden ontwikkelen.
+
+Haast had hij volstrekt niet, want Marja Ivy zou op zijn minst veertien
+dagen in het Hypodrome-Theater blijven optreden en het was zeer
+waarschijnlijk dat zij op het programma zou worden geprolongeerd, te
+oordeelen naar het succes, hetwelk zij bij haar eerste optreden had
+geoogst.
+
+Hij vond Charly in de biljartkamer, bezig met het oefenen van een
+moeilijken massé-stoot.
+
+De jonge man zette evenwel zijn queue spoedig weg en vroeg:
+
+„Heb je een goede opdracht gekregen?”
+
+„Ik heb al mijn afdrukken meteen verkocht! Waarachtig, ik geloof dat
+het baantje van fotograaf, vooral als men in de gelegenheid komt, mooie
+variété-soubrettes te kieken, nog zoo slecht niet is!”
+
+„Was die gevaarlijke graaf van gisteren er weer?”
+
+„Ik heb den gek niet meer gezien! Misschien zal het uitgaan hem in den
+eersten tijd wel wat moeilijk zijn vanwege zijn dikke wang!”
+
+„Maar ben je niet wat heel erg uit je rol gevallen, Edward?” riep
+Charly lachend uit.
+
+„Ik geef toe, dat mijn optreden voor een fotograaf voor geïllustreerde
+bladen wel een weinig brutaal en vreemd was, maar de graaf scheen dat
+in zijn woede in het geheel niet te bemerken!”
+
+„En Marja?”
+
+„O, die lachte maar achter haar krant! Zeg eens, hebben wij plaatsen
+voor de wedrennen van morgen, te Hendon?”
+
+„Dat spreekt van zelf; ik heb twee plaatsen voor het paddock, zoodat we
+kunnen gaan en staan waar wij willen.
+
+„Uitstekend, dan zullen wij de komedie niet verzuimen. Ik ben werkelijk
+benieuwd, of Marja daar zal verschijnen, maar vooral of zij inderdaad
+een poging zal doen om in aanraking te komen met Prins Albert.”
+
+„Maar luister eens, Edward, het is toch wel eens meer voorgekomen, dat
+een Variété-ster werd voorgesteld aan een prins van den bloede!”
+
+„Ongetwijfeld, al is het niet vaak geschied. Maar zij is nog geen ster,
+zij staat nauwelijks aan het ondereinde van de ladder naar den roem, of
+naar de befaamdheid, zooals je het noemen wilt. En dan, op een renbaan,
+denk eens aan! Die Slavische dames schijnen alles maar voor mogelijk te
+achten. Nu, wij zullen het morgen wel zien!”
+
+Den volgenden dag om elf uur in den morgen kwam de groote toerwagen
+voorrijden, bestuurd door Henderson, die de beide vrienden naar Hendon
+zoude brengen, waar dien dag belangrijke wedrennen plaats hadden.
+
+Het was een heerlijke dag, en zeer warm.
+
+Reeds op dat vroege uur was de breede straatweg naar het plaatsje
+bedekt met talrijke voertuigen en wandelaars, die zich op het
+middenterrein der renbaan van een goed plaatsje wilden verzekeren.
+
+Een uur later hadden Raffles en Charly de plaats van bestemming
+bereikt, en stapten uit voor het grootste restaurant, waar zij de lunch
+gebruikten.
+
+En zij zaten daar nog, onder het groote afdak van de veranda, toen er
+een sierlijke landauer voorbijreed, bespannen met twee fraaie
+Isabella’s, waarin Marja Ivy in al den glans van haar jeugd en haar
+schoonheid gezeten was.
+
+Zij was in het wit gekleed en zij zag er waarlijk allerbekoorlijkst
+uit, zooals zij daar bevallig achterover leunde en haar gelaat tegen de
+brandende zonnestralen beschermde met een sierlijke parasol.
+
+Charly keek haar een oogenblik na en zeide toen op zachten toon:
+
+„Het is eigenlijk zonde en jammer, dat bekoorlijke schepseltje te
+bestelen.”
+
+Raffles haalde de schouders op, en gaf ten antwoord:
+
+„Ik heb mij tot beginsel gesteld, mij bij mijn ondernemingen nooit te
+laten beïnvloeden door het uiterlijk van mijn slachtoffers, en ik
+geloof dat het een goed beginsel is! Inderdaad, waar zou het heen
+moeten als ik alleen oude besjes en leelijke mannen zou mogen bestelen.
+Mijn terrein van werkzaamheden zou wel beperkt worden, en dat zonder
+eenige grondige reden. Als de vrouw die daar voorbijreed met harden
+arbeid haar geld verdiend had, en een andere inborst had, dan zou ik
+mij zeer waarschijnlijk nog wel eens bedenken, maar nu zal ik denkelijk
+van gewetenswroeging weinig last hebben, wanneer ik haar beurs wat
+verlicht. Zij kan het gemakkelijk missen, omdat zij het gemakkelijk kan
+krijgen. Heb je al eens naar de omstandigheden van die Marja Ivy
+geïnformeerd, zooals ik je verzocht heb?”
+
+„Ik heb er een aanvang mede gemaakt, en zij moet inderdaad Sonja
+Malakoff heeten, zooals je inderdaad vermoedde. En dat haar moeder dood
+is en haar vader een dronkenlap komt ook uit. Zij heeft nog zusjes en
+broers, maar daaraan laat zij zich al heel weinig gelegen liggen. Zij
+moet zich al eens uitgelaten hebben dat zij liever zelf in een
+armenhuis ging, dan ooit een penny aan haar vader te sturen, die het
+geld toch dadelijk door zijn keel zou jagen. En voor de rest, heeft ze
+zoo jong als ze is reeds een tiental aanbidders gehad, die zij allen
+behoorlijk geplukt heeft.”
+
+„Nu, heel veel zaaks schijnt onze Marja dus niet te zijn,” hernam
+Raffles onverschillig. „En laten wij nu maar gaan, want ik geloof dat
+het vol zal loopen.”
+
+De beide mannen stonden op en verlieten het restaurant om weder in de
+auto te stappen, die hen tot op de renbaan bracht en zich vervolgens
+ging voegen bij de honderden automobielen, die reeds op de daartoe
+bestemde plek verzameld waren.
+
+De toegangsbewijzen van de beide vrienden gaven hun het recht om zich
+overal te bewegen en zij konden plaats nemen op de groote tribune tegen
+over den eindpaal of voor het hek, dat de renbaan afscheidde van het
+terrein.
+
+Het was reeds zeer vol, want het was een der eerste rendagen van het
+seizoen, en het weder werkte mede.
+
+Raffles wierp een blik op de koninklijke loge, zij was op dit oogenblik
+nog leeg.
+
+De groote tribune echter was bijna geheel bezet, en men zag daar keur
+van lichte en fraaie toiletten, gedragen door de bloem van de
+vrouwelijke aristocratie.
+
+De heeren waren allen in grijs jacket gestoken, en met den grijzen
+hoogen hoed zooals dat op de Engelsche renbanen bijna een traditie is
+geworden.
+
+Verder droegen zij de onvermijdelijke witte slobkousen en het even
+onmisbare rottinkje.
+
+Raffles en Charly hadden nog geen honderd stappen gedaan, of daar kwam
+Marja Ivy aanwandelen, in gezelschap van graaf Douglas Carwood.
+
+De beide vrienden liepen kalm door, want zij wisten wel, dat zij geen
+gevaar liepen om te worden herkend, Raffles zag er nu heel wat anders
+uit dan toen hij de rol van den fotograaf vervulde. Hij was eenvoudig
+Lord William Aberdeen en als zoodanig groetten hem ook de leden van de
+Windsor Club, die hun Vice-President herkenden.
+
+Graaf Carwood stapte trotsch als een pauw aan de zijde van de schoone,
+jonge vrouw voort, overtuigd, dat hij het voorwerp was van veler nijd
+en afgunst.
+
+Wat Marja betreft, zij wierp herhaaldelijk een schuinschen blik naar de
+koninklijke loge, en scheen geen aandacht te hebben voor hetgeen haar
+metgezel haar zeide.
+
+Toen zij voorbij waren kwam Charly glimlachend:
+
+„Misschien rekent zij wel op Carwood, om haar aan den kroonprins voor
+te stellen. Je weet immers dat hij vrij goed bekend is met Prins
+Albert?”
+
+„Ja, zij hebben in hetzelfde regiment gediend,” antwoordde Raffles.
+„Toen prins Albert kolonel was van de Queens Own Cameron Highlanders,
+toen was onze graaf eerste luitenant bij dat regiment.”
+
+„Zou hij werkelijk zoo gek zijn om een poging te doen haar onverhoeds
+aan den kroonprins voor te stellen?”
+
+„Daaraan valt immers niet te denken,” antwoordde Raffles. „Hij zou zich
+voor goed onmogelijk maken aan het hof.”
+
+„Maar wacht eens, graaf Douglas Carwood, dat is dus de man, met wien je
+gisteren die kleine uiteenzetting hebt gehad in de kleine logeerkamer
+van Marja Ivy.”
+
+„Ja Charly, dat is hij! En ik moet je eerlijk zeggen, dat ik een
+zonderlinge kriebeling in mijn handpalm voelde, toen ik het heerschap
+voorbij liep.”
+
+Juist had Raffles dit gezegd, toen er buiten de renbaan een luid
+gejuich opging, en een oogenblik later draaide met een stouten zwaai
+een geweldig groote auto het hek binnen, die stil hield voor de groote
+tribune.
+
+Uit den wagen stapten kroonprins Albert en zijn persoonlijke adjudant
+graaf Herbert Lodge.
+
+Met vlugge stappen, nu en dan zijn hoed afnemend voor het gejuich dat
+hem begroette, beklom prins Albert de trappen, die naar zijn loge
+voerden, en zoodra hij gezeten was, en zijn adjudant hem met een
+buiging een programma had ter hand gesteld, nam de ren een aanvang.
+
+Raffles en Charly hadden hun positie gekozen ongeveer halverwege de
+breede trap, die terzijde van de groote tribune naar boven loopt, en
+konden van daar zoowel de koninklijke loge als het paddock goed
+overzien.
+
+En zoo bemerkten zij, dat Marja Ivy nog altijd heen en weer liep,
+steeds in gezelschap van graaf Carwood.
+
+Maar de paarden schenen haar volstrekt niet te interesseeren, zij hield
+den blik van haar groote, violetzwarte oogen bijna aanhoudend gevestigd
+op de loge van prins Albert, die vol belangstelling door zijn kijker de
+races volgde.
+
+Toen brak de pauze aan, en volgens zijn gewoonte, daalde de prins de
+treden af en mengde zich ongegeneerd onder het deftige publiek, maar
+steeds vergezeld van zijn adjudant.
+
+„Zij is een goede stratege,” zeide Raffles vol bewondering, toen hij
+zag, dat Marja Ivy zoodanig manoeuvreerde dat zij schijnbaar onbemerkt
+tot vlak in de nabijheid van prins Albert kwam.
+
+Een paar oogenblikken later stootte zij den troonopvolger schijnbaar
+bij ongeluk aan, zoodat deze zijn kijker liet vallen.
+
+„Knap gedaan!” zeide Charly vol bewondering. „Heel handig gedaan!”
+
+„Toegestemd, maar het resultaat is belabberd!” voegde Raffles er aan
+toe.
+
+Inderdaad, Marja Ivy had heel weinig succes van haar goed gevonden
+trucje. Zij had zich snel naar den kijker gebukt om hem op te rapen, en
+aan den kroonprins ter hand te stellen, maar de adjudant was haar reeds
+voor geweest en had het voorwerp opgeraapt.
+
+Toen richtte de jonge vrouw, blijkbaar om zich te excuseeren, een paar
+woorden tot den kroonprins en tenslotte maakte zij een diepe buiging
+waarvan zij meende te kunnen vermoeden dat de prins haar met
+welgevallen zou gade slaan.
+
+Maar toen zij zich weder uit haar diepgebogen houding oprichtte, moest
+zij tot haar teleurstelling en woede ervaren, dat de prins alweder
+minstens tien passen verder en op dit oogenblik al weer in gesprek was
+met een verbazend zwaarlijvigen generaal, blinkend van gouden
+versierselen.
+
+Zijn adjudant scheen hem zeer haastig een paar woorden te hebben
+toegefluisterd en keek nu met ijskoude blikken naar de
+beklagenswaardige Variété-danseres, die zich op de lippen beet, woedend
+de kleine vuisten balde, den graaf onder den arm nam en hem zoo haastig
+met zich meevoerde, dat er van de correcte houding van haar
+tegenwoordigen minnaar zoo goed als niets meer overbleef.
+
+Spoedig waren zijn fladderende jaspanden en zijn hooge grijze hoed
+onder het publiek verdwenen, dat het paar, voor zoover het getuige van
+het kleine tooneeltje was geweest, met spottende blikken vol
+leedvermaak nakeek.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+BIJ GEBREK AAN BROOD.....
+
+
+Slechts weinige bladen bevatten den volgenden morgen eenige stekeligen
+opmerkingen naar aanleiding van het gebeurde op de renbaan aan het
+adres van de onbescheidene Variété-Diva, maar verreweg de meeste bladen
+hadden het incident zelfs niet vermeld, en dat bracht de jonge vrouw
+misschien nog meer in woede dan al het andere.
+
+Veel liever had zij gehad, dat men haar de huid had volgescholden, dan
+was tenminste de aandacht op haar gevestigd.
+
+Zij begreep nu echter wel, dat zij iedere poging om indruk te maken op
+prins Albert gerust kon laten varen, en zij gaf uiting aan haar
+teleurstelling en gekwetste ijdelheid door den jongen kroonprins een
+geheele reeks uitgezochte scheldwoorden in haar moedertaal naar het
+hoofd te werpen, terwijl zij gezeten was voor haar kaptafel en het
+kamermeisje met vaardige hand heur haar kapte.
+
+„Een stokvisch, een ijsblok, een ongelikte beer, een man zonder een
+grijn tactgevoel!” riep zij maar. „Een houten klaas, de dood van
+Pierlala, en dat is zeven en twintig jaar! Hemeltje lief, wat beleven
+wij toch een vreemden tijd!”
+
+„Misschien trekt hij nog wel bakzeil, madam,” gaf het kamerkatje
+wijsgeerig te kennen.
+
+„Dat denk ik niet, Mirza,” zeide Marja hoofdschuddend. „Ik vergis mij
+niet spoedig in de houding van de heeren der schepping. Hij behandelde
+mij alsof ik lucht voor hem was, dat hij op zijn weg tegen kwam.”
+
+Zij trappelde ongeduldig met haar hooggehakte pantoffeltjes op het
+dikke vloerkleed, en wilde wederom een nieuwe reeks krachttermen aan
+het adres van den troonopvolger lanceeren toen er op de deur werd
+geklopt van de voorkamer.
+
+„Ga eens zien, wie daar is, Mirza,” beval Marja humeurig. „Als het die
+vervelende Carwood is, stuur je hem maar weer weg. Ik kan hem op het
+oogenblik niet verdragen. Die man werkt op mijn zenuwen.”
+
+Mirza ging door de voorkamer naar de gangdeur, opende die en vond daar
+een etagekellner die haar een visitekaartje ter hand stelde.
+
+Het meisje wierp er een vluggen blik op en las den naam van „Graaf
+James Colebrooke”.
+
+„Wat wil de graaf?” vroeg het meisje.
+
+„Wel, je meesteres een bezoek brengen denk ik,” antwoordde de kellner.
+
+„Om twaalf uur in den morgen? Waarom niet liever in het holste van den
+nacht,” riep Mirza verontwaardigd uit.
+
+„Hij zegt, dat hij om een zaak van belang komt.”
+
+Het kamermeisje haalde de schouders op en ging met het visitekaartje
+naar haar meesteres.
+
+Na eenig geparlementeer kreeg de graaf toestemming om binnen te komen.
+
+Marja dacht er evenwel niet aan haar bezigheden te staken, maar liet
+haar kamermeisje doorgaan met het opmaken van haar prachtig haar.
+
+Binnen trad nu een man in de kracht van zijn leven, maar met reeds
+gebogen rug, een groote kale plek op het hoofd, een verlepte kleur en
+slappe gelaatstrekken, knipperende oogen die hij steeds half dicht
+kneep daar hij blijkbaar zeer bijziende was, en onberispelijk gekleed.
+
+Met een krakende stem, terwijl hij op den drempel van de deur bleef
+staan, zeide hij:
+
+„Duidt het mij niet kwalijk, madame, als ik u nog voor de lunch een
+bezoek breng. Ik weet echter wel, dat artisten het niet zoo nauw plegen
+te nemen zelfs wanneer zij zoo hoog in aanzien zijn als gij.”
+
+De diva had zich half op haar stoel omgewend, en keek nieuwsgierig naar
+de dorre schrale figuur, die wel uit hout gesneden leek te zijn, het
+vale gezicht en de rood omrande oogen.
+
+Toen vroeg zij half spottend:
+
+„Is u een graaf?”
+
+„Een authentieke madam. Ik erken echter, dat ik misschien een weinig te
+haastig geleefd heb, en misschien wel wat te veel geld heb uitgegeven,
+maar dat komt meer voor in onze kringen. Wilt gij mij toestaan terzake
+te komen?”
+
+„Ga uw gang, graaf, maar maak het kort, wat ik u verzoeken mag!”
+
+En toen de bezoeker een schuinschen blik wierp op Mirza, die nog altijd
+ijverig het glanzende zwarte haar borstelde, vervolgde zij:
+
+„Voor mijn kamermeisje heb ik geen geheimen, gij kunt vrijuit spreken.”
+
+„Nu als dat het geval is, dan zal ik van die vrijheid gebruik maken,
+madame.”
+
+Op een uitnoodigend gebaar van de schoone jonge vrouw nam graaf
+Colebrooke plaats, schraapte zijn keel eens, en begon met zijn
+krakende, heesche stem:
+
+„Ik was gisteren op de renbaan te Hendon, hm! Goede sport, mooie
+vrouwen, beste paarden, enzoovoort, hm! Ik had ook het genoegen u daar
+te zien, ik herkende u natuurlijk dadelijk, kon niet missen,
+bekoorlijke trekken, zeer sierlijk costuumpje, enzoovoort, hm! Was ook
+willekeurig getuige van het kleine intermezzo met den kijker, moest
+dadelijk getuigen, kranig gevonden, zeer adrem, kolossaal handig,
+enzoovoort, hm!”
+
+De diva zat een oogenblik in beraad of zij zich driftig zou maken, maar
+er was iets in de stem van den bezoeker, dat haar deed zwijgen, en met
+belangstelling op de rest wachten.
+
+Graaf Colebrooke bekeek zijn vingertoppen met een uitdrukking op zijn
+gelaat alsof hij voor het eerst van zijn leven iets bijzonders
+merkwaardigs onder de oogen kreeg, en vervolgde toen:
+
+„U duidt mij mijn openhartigheid niet euvel, daarvan ben ik overtuigd,
+hm! Met eerlijkheid bereikt men op deze wereld nog het meest, onder
+sommige omstandigheden, hm! Eerlijkheid duurt het langst, nu en dan. Ik
+kom nu ter zake. Ik meen te hebben opgemerkt, madame, dat gij, hoe zal
+ik het zeggen, eenige belangstelling koestert voor den jeugdigen
+troonopvolger, hm! Ik zie aan uw gelaat, dat ik goed geraden heb! Maar,
+uwe pogingen zullen waarschijnlijk ijdel zijn, madame! Vreemde jongen,
+onze kroonprins, hm! Koud als ijs, onverschillig, denkt alleen aan
+paarden en honden, staatszaken en andere nonsens. Lijkt wel afkeerig
+van het schoone geslacht te zijn, voor zoo verre het geen
+gravenkroontje draagt, hm! Uiterst merkwaardige jongen, zal het
+ongetwijfeld ver brengen in de wereld, bij wijze van spreken
+natuurlijk, want verder dan koning, nietwaar, kan men het al haast niet
+brengen.”
+
+Graaf Colebrooke vond dit waarschijnlijk een uitstekend geslaagde grap,
+want hij liet een lachje hooren, dat precies klonk als het afloopen van
+een wekker, waarvan plotseling een der radertjes gebroken is.
+
+„Vergun mij de opmerking, graaf, dat ik nog steeds niet weet, waar dit
+alles op moet uitdraaien,” kwam Marja Ivy een weinig ongeduldig.
+
+Zij was nu geheel gekapt, en Mirza was bezig met het opvouwen van
+eenige kleedingstukken.
+
+„Gij zult aanstonds tevreden worden gesteld, madame,” hernam graaf
+Colebrooke. „Het spijt mij, wanneer ik u ophoud, maar ik ben gaarne zoo
+duidelijk mogelijk, ik ga altijd op den man af, hm. In dit geval
+natuurlijk op de vrouw, hm. Wij komen dan terug op het kleine, en zoo
+voortreffelijk geënsceneerde incident op de renbaan, hm. Ik neem dus uw
+belangstelling voor den kroonprins als vast staande aan, en ik
+constateer, dat die niet tot het gewenschte doel heeft geleid. Maar,
+men kan ook wel dansen, al is het niet met de bruid, zooals een oud en
+beroemd spreekwoord in ons land luidt!”
+
+Marja keek den bezoeker met groote oogen aan, en vroeg:
+
+„Waar wilt u eigenlijk heen, graaf?”
+
+„Dat zal ik u zeggen, madame, en nu ga ik een teeder punt aanroeren,
+hm. Het spreekwoord dat ik zooeven noemde, zou ik als volgt willen
+uitleggen:
+
+„Bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. Men moet roeien
+met de riemen die men heeft, en ik ben vast overtuigd, dat de riemen,
+welke ik u kan verschaffen, zeer wel in uw smaak zullen vallen, bij
+wijze van begin, hm!”
+
+„Wat wilt gij zeggen, graaf?”
+
+„Ik wil zeggen, madame, dat er nog wel andere prinsen zijn te krijgen,
+al zijn het geen kroonprinsen, hm! Gij zijt een vreemdelinge, en daarom
+uit den aard der zaak niet geheel op de hoogte van de samenstelling van
+het koninklijke gezin. Laat mij u dan mededeelen, dat Koning George
+vijf zoons heeft, en een dochter. De zoons zijn Prins Edward Albert,
+George, Andrew, Patrick David, geboren op 23. Juni 1894. Hij is de
+kroonprins. Daarop volgt prins Albert, Frederic, Arthur, George,
+geboren 14. December 1895. Daarop volgt de prinses, voor ons van geen
+belang. Dan komt Prins Henry, William, Frederic, Albert, in 1900
+geboren op 31. Maart. Vervolgens....”
+
+„Maar lieve hemel, graaf. Wat kan mij die opsomming schelen!” viel
+Marja hem ongeduldig in de reden. „Als gij nog langer doorgaat, zult
+gij ook nog de zuigelingen opnoemen....”
+
+„Zooals gij wilt, madame, dan zal ik u de beide manlijke telgen, die in
+1905 en 1902 geboren zijn besparen, hm. Bepalen wij ons dus bij prins
+Albert Frederic, den tweeden zoon, gemeenlijk prins George genoemd. Hij
+is op dit oogenblik 25 jaar, hm! En ik meen te weten dat hij niet
+bepaald afkeerig is van het vrouwelijk geslacht, voor zooverre het een
+zekere bevalligheid ten toon spreidt.”
+
+„Ah! Nu begin ik het te begrijpen!” riep Marja lachend uit. „Maar, dat
+plan is nog niet eens zoo kwaad!” voegde zij er peinzend aan toe. „En,
+nu zult gij mij zeker wel eens willen zeggen, met welk doel en in welke
+hoedanigheid gij mij dit komt mededeelen?”
+
+De graaf wierp nogmaals een schichtigen blik op Mirza, die zachtjes
+neuriënd haar werk deed, en liet zijn krassende stem zooveel mogelijk
+dalen, toen hij hernam:
+
+„Ik wil er geen geheim van maken, madame, dat ik bij vroegere
+gelegenheden een weinig de rol van Postillon d’Amour heb gespeeld, ten
+behoeve van prins George. Ik wil voorts ook niet verzwijgen, dat ik,
+min of meer, hoe zal men zeggen, op zwart zaad ben geraakt, en dat mijn
+geldmiddelen niet zoo zijn, als ik wel wenschte, hm! Misschien bestaat
+er eenig meeningsverschil aangaande de wijze, waarop ik tracht, die
+geldmiddelen te herstellen, maar ik heb niet veel keus, en met
+handenarbeid kan een graaf Colebrooke natuurlijk niet zijn stand
+ophouden.”
+
+„Wel, wel, wel, dus een koppelaar!” riep Marja Ivy uit, terwijl zij
+zich zachtjes in haar stoel heen en weder wiegde.
+
+„O, foei, wat een uitdrukking!” riep graaf Colebrooke, vol
+verontwaardiging uit. „Men kan dat toch anders zeggen, men kan zeggen
+dat ik mijn gewaardeerde diensten verleen als prins George den wensch
+te kennen geeft, zijn warm gemoed uit te storten aan den boezem eener
+sympathieke vrouw.”
+
+„Het kan mij volstrekt niet schelen, hoe gij het noemt, graaf,” riep
+Marja lachend uit. „De hoofdzaak is dat gij kans ziet, mij in kennis te
+brengen met prins George en dat gij voor uw bemiddeling behoorlijk
+gehonoreerd wilt worden, hetgeen ook niet meer dan billijk is. Wij
+zullen niet over een paar woorden vallen! Ik heb het immers bij het
+juiste eind?”
+
+„Zoo is het, madame!”
+
+„Welnu, ik wil ook van mijn hart geen moordkuil maken, nu mijn
+kennismaking met den kroonprins zoo jammerlijk mislukt is, wil ik mij
+ook wel met minder tevreden stellen, en als gij er in staagt, mij in
+kennis te brengen met prins George dan zal ik mij niet ondankbaar
+toonen. Maar laat mij u tenminste mogen zeggen, dat gij op zonderlinge
+wijze aan den kost komt.”
+
+„Ieder vogeltje zingt, zooals hij gebekt is, madame,” riep graaf
+Colebrooke uit, terwijl hij opstond, en zich blijkbaar gereedmaakte, om
+te vertrekken.
+
+Maar Marja Ivy was een doortastende vrouw, zij was gewend, het ijzer te
+smeden als het heet was.
+
+„Wanneer zoudt gij een samenkomst tusschen mij en den prins tot stand
+kunnen brengen?” vroeg zij op den man af.
+
+„Zoo spoedig gij wilt, madame!”
+
+„Dan morgen reeds! Ik ben verlangend mij op den kroonprins te wreken,
+en dat kan ik niet beter doen, door hem te toonen, dat zijn broeder
+minder afkeerig is van mij dan hij zelf. Zoudt gij kans zien, prins
+George over te halen, mij morgen hier in deze vertrekken een bezoek te
+brengen?”
+
+De graaf trok een bedenkelijk gezicht, en scheen even na te denken.
+Toen antwoordde hij:
+
+„Gij vraagt heel wat, madame, maar ik zal mijn best doen, hm! Als het
+gaat, dan zal ik u nog hedenavond schrijven, of u morgen een boodschap
+zenden.”
+
+Marja klapte vroolijk in de handen en riep opgewonden uit:
+
+„Als dat lukt dan heb ik er heel wat voor over!”
+
+„Dat hoop ik, madame, dat hoop ik!” zeide graaf Colebrooke
+handenwrijvend. „Er zullen wellicht kosten aan verbonden zijn, en, het
+is niet meer dan billijk, dat mij die vergoed worden, niet waar? Ik zou
+u echter willen aanraden, hm, aan de zaak voorloopig zoo weinig
+mogelijk ruchtbaarheid te geven, prins George houdt daar in het geheel
+niet van! Later kunt gij natuurlijk uw schade dubbel en dwars inhalen,
+maar in den aanvang moeten wij hem niet afschrikken!”
+
+„Ik beloof het u, graaf!” riep Marja uit. „Gij kent den prins
+natuurlijk persoonlijk zeer goed?”
+
+„Ik ben zeer intiem met hem bevriend, madame! Om zoo te zeggen frère et
+compagnon! Maar juist daarom zult gij wel begrijpen, dat dit alles
+tusschen ons moet blijven. Ik zou mij zelf zeer benadeelen, als het
+later bleek, hm, dat ik hier de rol van bemiddelaar had gespeeld!”
+
+„Wees daaromtrent gerust, graaf! Gij zult er buiten blijven, dat
+verzeker ik u op mijn woord! A propos, is de prins nog al vrijgevig,
+dat gij weet?”
+
+„Gij zult u niet te beklagen hebben, als gij in den smaak van zijne
+hoogheid valt, dat is alles wat ik u zeggen kan, madame!” antwoordde de
+graaf. „De prins staat er voor bekend, dat hij niet op eenige duizenden
+ponden ziet, als het zijn vrienden betreft, en dat geldt in nog
+meerdere mate voor zijn vriendinnen! Het blijft dus afgesproken, ik zal
+u bijtijds waarschuwen!”
+
+„Dat is waar ook, ik moet natuurlijk morgenavond optreden, zou de prins
+daarmede rekening kunnen houden?”
+
+„Dat spreekt vanzelf! Als ik het goed onthouden heb, treedt gij
+omstreeks tien uur op, ik zal er zorg voor dragen, dat de prins hier
+dadelijk na het diner komt!”
+
+„Heerlijk, heerlijk, en, dat is waar, als hij soms naar mijn voorkeur
+vraagt op het gebied van juweelen, ik ben dol op rose diamanten!”
+
+„Ik zal niet mankeeren, madame, hm, om er zijne hoogheid opmerkzaam op
+te maken,” zeide de graaf met een diepe buiging.
+
+En daarop bracht hij de kleine hand van de Variété-diva even aan de
+lippen, en trippelde heen.
+
+Hij daalde de trappen af, de groote hal door, en stapte, buitengekomen,
+in de groote auto die hem wachtte, na den chauffeur een adres te hebben
+opgegeven.
+
+De fraaie wagen reed naar de Victoria Street en stond stil voor een
+hoekhuis.
+
+De graaf stapte uit, liep de zijstraat in, en ging het huis binnen,
+waarvan hij de zijdeur opende met een sleutel, dien hij bij zich droeg.
+
+Hij liep haastig een trap op, en opende de deur van een kamer op de
+eerste verdieping.
+
+En daar vond hij Charly Brand, die zich den tijd met lezen verdreven
+had, en nu haastig opsprong, om hem tegemoet te gaan.
+
+De zoogenaamde graaf was John Raffles in eigen persoon!
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+DE PRINS WORDT IN GENADE AANGENOMEN.
+
+
+„Is alles goedgegaan, Edward?” was de eerste vraag van den jongen man,
+toen Raffles had plaats genomen.
+
+„Zij liep er hals over kop in! Het kon niet mooier! Die jonge dame is
+een ware haai, gulzig en vraatzuchtig als het op geld en juweelen
+aankomt!”
+
+„Maar slikte zij het goedmoedig, dat er des avonds, in een hotel nog
+wel, een prins van den bloede bij haar op bezoek zou komen?”
+
+„O, zij is immers in het geheel niet op de hoogte van onze toestanden
+en acht dit blijkbaar heel gewoon! Zij herinnert zich, dat de Russische
+grootvorsten minnaressen bij dozijnen hadden onder de dames artisten,
+en zij denkt dat zooiets hier natuurlijk ook wel het geval zal zijn. En
+natuurlijk neemt zij den prins maar als noodhulp! Door hem denkt zij
+denkelijk den kroonprins in haar netten te lokken! Ja, onze lieve
+schoone heeft bepaald eergevoel. Zij stelt haar eischen hoog, dat is
+zeker!”
+
+„En, je blijft er bij, dat ik de gevaarlijke rol van den prins zal
+spelen?”
+
+„Natuurlijk! Je bent er als het ware voor geknipt! Alleen ben je iets
+minder lang dan de prins, maar je hebt zijn bruine oogen, zijn blond
+haar, dat je op dezelfde wijze draagt, zijn gave, witte tanden, en de
+rest kunnen wij wel genoegzaam veranderen. Vergeet ook niet, dat zij
+den prins natuurlijk niet kent, of hoogstens van een paar onbeduidende
+kieken in de bladen! Wanneer je nu maar wat hooghartig doet, en mij met
+genadige minzaamheid aanspreekt, dan zal zij alles voor zoete koek
+slikken.”
+
+„En wien stel jij nu eigenlijk voor, of is die graaf Colebrooke louter
+fantasie?”
+
+„Om den drommel niet! De man bestaat en is inderdaad een vertrouwd
+vriend van den prins! Alleen betwijfel ik, of hij zich in werkelijkheid
+wel zou leenen tot de rol van „koppelaar”, zooals de schoone Marja mij
+noemde!”
+
+„En wanneer moet dat alles gebeuren?”
+
+„Morgen reeds. Zij brandt letterlijk van ongeduld, om den armen prins
+zoo gedecideerd mogelijk leeg te plunderen! Je mag tenminste wel wat
+diamanten in je vestzakje steken, bij wijze van introductie!”
+
+„Dat is nu alles goed en wel, maar je laat mij nu een rol spelen, die
+mij eigenlijk maar half aanstaat! Om den teederen minnaar uit te
+hangen, dat bevalt mij maar half!”
+
+„Je behoeft bij dien eersten keer volstrekt niet zoo teeder te zijn,
+tenzij Marja zelve haast achter de zaak zet! Je gedraagt je dus
+aanvankelijk een weinig op een afstand, dat zou de echte prins
+natuurlijk ook gedaan hebben, verondersteld, dat hij de jonge vrouw
+inderdaad op deze wijze zou bezoeken!”
+
+„Maar je blijft toch hoop ik, bij mij?” vroeg Charly op benauwden toon.
+
+„Mijn waarde, je vraagt dat op een toon, alsof ik je noodzaak, met een
+tooverkol het spel van liefde en hartstocht te spelen! Was jij zelf
+niet de eerste, die mij opmerkzaam maakte op haar groote schoonheid, en
+zelfs verontwaardigd was, dat ik niet dadelijk je geestdrift deelde?”
+
+„Oho! Dat is iets anders, dan maar aanstonds in gloeiende liefde
+ontbranden!”
+
+„Dat raakt mij trouwens niet! Als je maar doet, alsof je vuur en vlam
+voor haar bent! Trouwens, ik denk, dat er na de eerste zitting geen
+tweede noodig zal zijn. En ga nu mede, want wij hebben nog tamelijk
+veel te doen, voor alles gereed is!”
+
+De beide mannen verlieten het huis weder, hetwelk Raffles reeds jaren
+geleden gekocht het teneinde hem te dienen als plaats waar zij zich
+gemakkelijk en onbespied verkleeden konden, en namen in de auto plaats,
+maar niet, dan nadat Raffles snel weder zijn vermomming afgelegd had.
+
+Het was immers niet geheel en al onmogelijk, dat men in dit gedeelte
+van Londen den echten graaf Colebrooke zou tegenkomen, met zeer
+onaangename gevolgen voor den nagemaakten, wanneer deze zich niet ten
+snelste uit de voeten maakte.
+
+De rest van den dag en de helft van den volgenden dag ging voorbij met
+het maken van de noodige toebereidselen.
+
+Om één uur zond Raffles een kruier naar Marja Ivy, met een zoogenaamd
+door graaf Colebrooke geschreven briefje, waarin hij haar mededeelde,
+dat de prins dienzelfden avond het genoegen hoopte te smaken, haar in
+het hotel een visite te komen maken.
+
+Hij zou precies om acht uur zijn intrede doen, daar hij wel wist, dat
+de diva uiterlijk om negen uur het hotel zou moeten verlaten teneinde
+zich naar den schouwburg te begeven.
+
+Om zes uur begon Charly zich met groote zorg te grimeeren, daarbij
+eenigen der beste portretten van prins George tot model nemend.
+
+Ook Raffles legde opnieuw zijn voortreffelijke vermomming als graaf
+Colebrooke aan.
+
+Dit geschiedde weder in het huis aan de Victoria-Street, en daar zouden
+de beide mannen ook het eenvoudige middagmaal nuttigen, door Charly
+bereid, die sterk ontwikkelde cullinairische talenten bezat.
+
+Om half acht kwam Henderson met de groote auto voorrijden, en juist om
+acht uur stapten beide vrienden de groote hal van het hotel binnen.
+
+Onmiddellijk bleek het hun, hoe voortreffelijk hun vermomming geslaagd
+was, want de gerant kwam dadelijk verbluft en onderdanig toeloopen,
+buigend en handen wrijvend.
+
+Charly nam hem terstond terzijde en zeide op zachten toon, met een in
+de perfectie nagebootste stem:
+
+„Luister eens, mijn waarde gerant, geen ruchtbaarheid als ik u
+verzoeken mag, ik kom eenvoudig een uwer gasten een kort bezoek
+brengen, maar incognito. In streng incognito, denk er om!”
+
+„Uwe Hoogheid natuurlijk, dat spreekt vanzelf!” stamelde de gerant.
+„Alles zal geschieden zoo als Uwe Hoogheid het wenscht! Mag ik, u
+begrijpt, dat het geen nieuwsgierigheid is, mag ik den naam weten van
+den gast, opdat wij dien kunnen waarschuwen, en gij geen seconde
+behoeft te wachten?”
+
+„Het is geen mannelijke gast, mijn waarde!” antwoordde de gewaande
+prins glimlachend, „het is een dame!”
+
+De gerant trok dadelijk een plechtig gezicht, en keek tegelijkertijd
+snel om zich heen, teneinde zich te vergewissen, dat niemand de woorden
+van den prins gehoord had.
+
+Hij liet zijn stem dalen en zeide eerbiedig:
+
+„Wij zullen zorg dragen, dat uw bezoek onopgemerkt blijft!”
+
+„Dat hoop ik, en dat verwacht ik ook! Wees zoo goed, mij de kamers aan
+te wijzen, maar dat is waar ook, gij kent de ligging, waarde graaf!”
+zoo wendde hij zich tot Raffles, die met uitgestreken gelaat op den
+achtergrond was gebleven en er uitzag, alsof hij deze escapade van zijn
+hoogen meester maar half goed keurde.
+
+Nu trad hij haastig naar voren en zeide:
+
+„Ik, hm, ben inderdaad op de hoogte, Uwe Hoogheid! Als ik u dan maar
+zal voorgaan, maar ik zal de dame in kwestie toch even waarschuwen!”
+
+„Volstrekt niet noodig, mijn waarde!” hernam de prins vroolijk. „Laat
+het een verrassing blijven, dan kan ik het beste zien, welken indruk ik
+maak!”
+
+De gewaande prins knikte den buigenden gerant genadig toe, en ging
+daarop met zijn adjudant de breede trappen op.
+
+Daar het diner in de groote zaal nog niet geheel beëindigd was, waren
+slechts enkele gasten getuige geweest van het korte tooneeltje, en
+bovendien had niemand kunnen verstaan wat er gesproken was.
+
+Dat de prins hier in dat deftige hotel een bezoek kwam brengen, werd op
+zich zelf niets bijzonders gevonden, zoo iets kwam herhaaldelijk voor.
+
+De Engelsche prinsen waren zoo vrij als vogeltjes in de lucht,
+natuurlijk binnen zekere grenzen.
+
+Raffles geleidde Charly naar de deur, terwijl een kellner in de
+voorhoede ging, die nog snel door de gerant was vooruit gezonden.
+
+De man klopte aan, het kamerkatje opende de deur, en verdween snel
+weder, om het hooge bezoek aan te kondigen.
+
+Een oogenblik later traden de beide mannen binnen.
+
+Raffles had nog juist gelegenheid gehad, op zachten toon tot Charly te
+zeggen:
+
+„Zij zal mij natuurlijk dadelijk wegzenden! Wat er ook gebeure, laat
+haar niet gaan, voor ik weder binnentreed, zoogenaamd om je er aan te
+herinneren, dat je elders verwacht wordt!”
+
+Het moet gezegd worden, dat Marja Ivy alle zeilen had bijgezet, om een
+zoo gunstig mogelijken indruk op den man te maken, dien zij in haar
+netten wilde vangen.
+
+Zij zag er uit als de zonde zelve, in haar laag uitgesneden vuurroode
+japon, de armen geheel naakt, een donkerroode roos in het weelderige
+haar, thans à la page opgemaakt.
+
+Haar oogen schitterden als van strijdlust, en het was als of zij de
+zegepraal reeds bij voorbaat genoot.
+
+Zij was ook volstrekt niet verlegen, maar zich blijkbaar zeer goed
+bewust van haar verleidelijkheid.
+
+Met een paar luchtige stappen was zij bij den prins, en stak hem een
+klein, wit handje toe, dat volstrekt niet meer herinnerde aan het
+voormalige beroep van de schoone vrouw.
+
+Charly bracht dat handje galant aan zijn lippen, en drukte er een kus
+op.
+
+Maar de adjudant was dadelijk ter plaatse, om voor het decorum te
+zorgen.
+
+„Sta mij toe, Uwe Hoogheid, u voor te stellen aan mademoiselle Marja
+Ivy, de even schoone als befaamde Variété-diva!”
+
+Maar Marja duwde hem eenvoudig op zijde en riep lachend uit:
+
+„Houdt op met die dwaasheid, graaf! Alsof de prins mij niet zou kennen!
+Gij komt toch zeker ook wel eens in het Hypodrome-Theater, niet waar,
+prins?”
+
+„Men zegt: Uwe Hoogheid, madame!” kwam de adjudant deftig
+tusschenbeide.
+
+„Het kan mij niet schelen, wat „men” zegt,” kwam de diva humeurig. „Ik
+zeg „prins” en dat zal ook wel goed zijn!”
+
+„Het is uitstekend, madame!” kwam Charly met een glimlach. „Ik zou het
+u bepaald kwalijk nemen, wanneer gij mij anders aanspraakt! Wellicht
+komt er wel een tijd, dat ik u ook met een anderen titel mag
+aanspreken, dan met het stijve „Madame!””
+
+Een por van Raffles in zijn zijde was hem een waarschuwing, dat hij
+niet te hard van stal moest loopen, en daarop namen allen plaats.
+
+Het kamerkatje bracht thee binnen en een karaf cognac, en toen dat
+gedaan was, wierp Marja den gewaanden graaf een blik toe, die aan
+duidelijkheid niets te wenschen overliet.
+
+Raffles las daar in de zwarte oogen zoo duidelijk als in een boek:
+
+„Uw tegenwoordigheid is hier niet meer gewenscht, gij zijt te veel!”
+
+Maar hij scheen niet van zins te zijn, den prins alleen in gezelschap
+met de schoone artiste te laten, en daarom zeide Marja eenigzins
+ongeduldig:
+
+„Graaf Colebrooke, in mijn kamer hiernaast heb ik zeer amusante
+tijdschriften, die u zeker wel zullen interesseeren. Zij handelen over
+sport, paarden, honden, en zoo meer! Laat ik u vooral niet ophouden,
+als gij soms kennis zoudt willen nemen van den inhoud!”
+
+Dat was niet mis te verstaan, al was het dan niet zeer ladylike!
+
+Hij werd dus eenvoudig weggestuurd!
+
+De adjudant keek den prins even met een schuwen blik aan, maar daar
+deze niets zeide, en alleen oogen voor de mooie artiste scheen te
+hebben, stond hij zuchtend op, en zeide op zachten toon:
+
+„Mag ik er Uwe Hoogheid aan herinneren, dat hij over een uur een zeer
+belangrijke vergadering moet presideeren?”
+
+„Ik zal het niet vergeten, graaf, tenminste dat hoop ik!” antwoordde de
+prins ongeduldig. „Gij herinnert mij op de meest ongelegen tijdstippen
+aan onaangename dingen!”
+
+„Ik doe slechts mijn plicht, Uwe Hoogheid,” hernam de adjudant, in zijn
+wiek geschoten.
+
+„Het is goed, ik dank u!” kwam de prins kortaf.
+
+En met die woorden van ongenade in zijn ooren kon de arme adjudant zich
+verwijderen.
+
+Hij ging het naast gelegen vertrek binnen, het boudoir van de
+variété-diva.
+
+„Het verwondert mij, dat zij hem maar niet dadelijk hier heeft
+ontvangen!” bromde Raffles voor zich heen. „Ik moet zeggen, dat de
+jonge dame zeer voortvarend is, en niet bepaald terughoudend! Ik
+voorzie een tijd voor dien besten Charly waarop hij later niet dan met
+genoegen zal terug zien! Maar laat ons niet onzen eigen tijd gaan
+verknoeien en eens zien, hoe het hier staat met de fondsen van onze
+dame! Maar eerst de deuren! Het zou niet aangenaam zijn, wanneer dat
+jolige kamerkatje eensklaps binnentrad en mij verraste bij mijn
+belangwekkende onderzoekingen!”
+
+Raffles ging op zijn teenen naar de gangdeur en sloot die.
+
+Nu was er nog een deur, die met de slaapkamer in verbinding stond, aan
+de andere zijde van het boudoir, en welke Raffles eveneens afsloot, en
+vervolgens de deur naar de ontvangkamer, waar zich nu Marja met haar
+hoogen gast bevond.
+
+Raffles bleef even luisterend staan, en begon toen met een vlugheid,
+slechts te verkrijgen door een langdurige oefening, alle laden en
+kasten, alle kistjes en doozen te onderzoeken.
+
+En daarbij bleek het hem al spoedig, dat Madame Marja er een
+eigenaardige manier op na hield, om haar eigendommen op te bergen!
+
+Hij vond een paarlencollier in een ledige bonbondoos, een diamanten
+oorknop in een sigarettendoosje, een armband in een zijden muiltje, dat
+op de kaptafel stond, een paar kostbare ringen in een sierlijk
+naaidoosje.
+
+Maar het geld bleek beter verborgen te zijn.
+
+Raffles had tenminste vol tien minuten noodig, voor hij op den bodem
+van een kast vol kostbare kleedingstukken een ijzeren kistje vond, met
+een heel gewoon slot, dat hij in een ommezien had opengebroken.
+
+Boven in lag het contract van de schoone diva met de directie van het
+Hypodrome-Theater.
+
+Raffles vouwde het open en wierp er een nieuwsgierigen blik in.
+
+Hij floot zachtjes even tusschen de lippen en bromde voor zich heen:
+
+„Madame Marja kan zich niet beklagen over de vrekkigheid van de
+Londensche directie! Duizend pond voor veertien dagen leelijk zingen,
+het is de moeite waard! Nu, de directie weet ook wel wat zij doet, zij
+weet, dat het publiek zeer waarschijnlijk niet komt om de stem, maar
+wel om de mooie oogen en de fraaie beenen van onze Lithauensche! En nu
+eens verder zien!”
+
+Het kistje bleek, behalve een massa bankbiljetten, ook nog een aantal
+losse diamanten te bevatten en eenige groote paarlen van hooge waarde,
+waarschijnlijk geschenken van schatrijke aanbidders.
+
+Zonder zich een oogenblik te bedenken liet Raffles den geheelen inhoud
+van het kistje in zijn zak glijden, op het contract na.
+
+Daarop sloot hij het kistje weder en zette het op zijn vorige plaats,
+waarna hij ook de kleerenkast dichtdeed, en den sleutel verborg.
+
+Alle andere juweelen gingen denzelfden weg op, dat wil zeggen, dat zij
+met verwonderlijke snelheid in de zakken van den gewaanden adjudant van
+Zijne Hoogheid verdwenen.
+
+Dit alles had ternauwernood een kwartier geduurd.
+
+Raffles kuchte eens een paar malen, hetgeen blijkbaar een waarschuwing
+moest verbeelden, en sloop toen naar de verbindingsdeur.
+
+Hij luisterde ingespannen en zijn gelaat had een ironische uitdrukking,
+toen hij voor zich heen fluisterde:
+
+„Als ik er ook nog maar een grein verstand van heb, dan zijn de
+jongelui op dit oogenblik bezig, elkander te kussen! Die goede Charly!
+Ik gun hem dit avontuurtje van harte, maar ik betwijfel, of het wel van
+langen duur zal zijn!”
+
+Eensklaps bukte hij zich neder en bracht zijn oor tegen het sleutelgat.
+
+Hij had gemeend een vreemde stem te hooren.
+
+Of liever gezegd de stem was hem niet vreemd, want hij had haar al eens
+vroeger onder andere omstandigheden gehoord, hoewel in hetzelfde
+vertrek, maar het was in ieder geval niet de stem van Charly Brand.
+
+Neen, het was de nasale stem van graaf Douglas Carwood!
+
+En nu klonk ook de hooge stem van Marja Ivy, die blijkbaar zeer uit
+haar humeur was.
+
+„Ik geloof, dat het oogenblik is aangekomen, om hier even tusschen
+beide te komen, anders kon het wel eens niet goed afloopen!” bromde
+Raffles voor zich heen.
+
+Hij legde dus resoluut de hand op de kruk van de deur, en bemerkte dat
+zij aan den anderen kant was afgesloten!
+
+„Die vrouw boezemt mij hoe langer hoe meer belang in!” mompelde Raffles
+bij zich zelf. „Zij neemt haar maatregelen goed, men kan het niet
+loochenen!”
+
+Maar daar binnen scheen men het draaien aan den knop te hebben gemerkt.
+
+De deur ging tenminste open, Charly stond op den drempel.
+
+Zijn gelaat vertoonde alle mogelijke uitdrukkingen, schrik,
+vroolijkheid, ongeduld, en... teleurstelling!
+
+Dicht bij de deur stond graaf Carwood met een reusachtigen ruiker in de
+hand, als de ridder van de droevige figuur.
+
+Zijn gelaat was vertrokken van nijd en afgunst, maar hij stond daar in
+een volmaakt correcte houding, zijn medeminnaar was niet de eerste de
+beste.
+
+Maar nauwelijks had hij den adjudant gezien, of hij maakte een
+verstolen gebaar van woede.
+
+„Wat is er eigenlijk, graaf?” vroeg Charly. „Waarom draait gij aan den
+deurknop. Waarom komt gij niet behoorlijk binnen?”
+
+„Ik, hm, de zaak is....” stamelde de adjudant. „Ik meende dat de deur
+op slot was, maar ik zal mij natuurlijk vergist hebben! Ik wilde er Uwe
+Hoogheid slechts even aan herinneren, dat het bijna negen uur is!”
+
+„Welnu, wat zou dat?” vroeg de prins toornig. „Is dat een reden om mij
+te storen in een hoogst belangwekkend onderhoud met Madame Marja?”
+
+„De vergadering....” stotterde de adjudant.
+
+„De vergadering kan naar den duivel loopen!” viel de prins ruw uit.
+
+„Bravo!” riep Marja met schitterende oogen.
+
+Zij had blijkbaar een beslissende overwinning op den prins
+bevochten....
+
+Deze nam haar met een galante buiging terzijde, en van dit oogenblik
+maakte graaf Carwood gebruik, om snel op Raffles toe te treden, en hem
+toe te bijten:
+
+„Dat is uw werk, graaf!”
+
+„Mijn werk? Wat bedoelt gij?”
+
+„Houdt u niet van de domme! Gij zijt als koppelaar opgetreden! Gij hebt
+deze samenkomst geënsceneerd!”
+
+„Welnu, en als het zoo was, wat gaat het u dan nog aan?”
+
+„Wat het mij aangaat? Wist gij soms niet, dat Marja Ivy mij
+toebehoort?”
+
+„Wat? Gij verbaast mij! Ik dacht, dat het tijdperk der slavernij reeds
+lang achter den rug was! En voor het overige, ik zou u aanraden, een
+toontje lager te zingen! Ik duld niet, dat gij zoo tegen mij spreekt!”
+
+„Ik zal spreken zoo als ik verkies! En als u dat niet bevalt, dan hebt
+gij het maar te zeggen!”
+
+„Dan zeg ik het op deze klinkende wijze, graaf!”
+
+En op hetzelfde oogenblik daalde een schallende oorveeg neder op de
+wang van den graaf, het was de wang, die nog gaaf was.
+
+Marja, die met den prins was blijven praten, uitte een kreet van
+schrik, en riep uit:
+
+„Wat is dat nu? Maar heeren, schaamt gij u niet? In mijn
+tegenwoordigheid!”
+
+„Vergeef het mij, madame, hm!” zeide Raffles. „Die oorveeg duldde
+werkelijk geen uitstel!”
+
+„Gij zult mij rekenschap geven, graaf,” brulde de beklagenswaardige
+afgewezen minnaar, terwijl hij zijn opgezette wang wreef.
+
+„Waar en wanneer gij maar verkiest, graaf!” gaf de adjudant koeltjes te
+kennen. „Ik zal zoo vrij zijn, u nog hedenavond mijn getuigen te
+zenden, gij zult wel zoo goed zijn, voor hen thuis te blijven!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+RUMOR IN CASA.
+
+
+Graaf Carwood, ziedend van drift, en nauwelijks beseffend, dat hij zich
+in tegenwoordigheid van den prins bevond, had het vertrek verlaten, na
+met geweld zijn ruiker tegen den grond te hebben gekwakt.
+
+De prins, die van het geheele tooneeltje getuige was geweest, kwam nu
+op zijn adjudant toe en zeide op koelen toon:
+
+„Ik hoop, graaf, dat dergelijke voorvallen mij voortaan bespaard zullen
+blijven! Als gij twist zoekt met andere heeren, mij wel, maar wacht
+daar dan mede, tot gij alleen met hem zijt! Wat uw duel betreft, ik
+behoef u zeker niet te zeggen, dat ik dat in geen geval zal toelaten!”
+
+„Maar Uwe Hoogheid, de graaf heeft mij diep beleedigd!” riep de
+adjudant op klagenden toon.
+
+„Dat is wel mogelijk, maar wij zijn hier niet in Frankrijk!”
+
+Maar Marja dacht hier heel anders over!
+
+In een duel zag zij een reclame, zooals zij er geen betere kon
+wenschen!
+
+Wat zou er niet over haar gepraat worden, als het bekend werd, dat twee
+graven met elkander geduelleerd hadden, die in haar vertrek twist
+hadden gekregen, en nog wel in bijzijn van den prins!
+
+Dat was bijna nog beter, dan de erkende minnares van prins George te
+zijn!
+
+En daarom trad zij vleiend op den prins toe, legde aanhalig haar arm om
+zijn hals en zeide: „Kom prinsje, zoo erg zal het toch wel niet zijn!
+Die tweegevechten hebben hier toch immers ook niets te beteekenen!”
+
+„Ik mag het niet toelaten, madame!” zeide de prins.
+
+„Ook niet om mijnentwille? Kom, de heeren zouden elkander zoo graag een
+klein prikje geven, waarom zoudt gij hun dat genoegen niet gunnen? Dan
+doet gij maar net, of gij van niets weet! Mijnheer de graaf zal ook wel
+weten te zwijgen, nietwaar?” zoo wendde zij zich tot Raffles, die
+bedremmeld bij de deur was blijven staan.
+
+„Wat mij betreft, madame, graaf Carwood heeft mij bloedig beleedigd en
+desnoods zou ik met hem naar Frankrijk trekken, om daar voldoening van
+hem te eischen! Maar natuurlijk zou ik zwijgen, de zaak behoeft niet
+ruchtbaar te worden!”
+
+Dat was nu weder in het geheel niet naar den zin van de
+Variété-danseres, want juist in de ruchtbaarheid lag voor haar de
+reclame!
+
+Maar zij overwoog, dat zij volstrekt niet de verplichting op zich had
+genomen, te zwijgen, en als het duel eenmaal had plaats gehad, zou zij
+wel zorgen, dat alle bladen er den volgenden dag van onderricht werden!
+
+De prins had reeds zijn hoogen hoed gegrepen, en wendde zich nu tot
+Marja met de woorden:
+
+„Het spijt mij meer, dan ik u zeggen kan, madame, dat ik u nu reeds
+moet verlaten! Maar een dringende vergadering vraagt mijn aandacht, en
+gij zult u ook wel naar den schouwburg moeten begeven!”
+
+„Ik wil u niet langer terug houden, prins, maar ik hoop toch, dat dit
+niet ons laatste onderhoud zal zijn geweest!” zeide Marja, terwijl zij
+den prins een vurigen blik uit haar violet-zwarte oogen toewierp.
+
+„Wees verzekerd, dat ik niets liever verlang, dan u herhaaldelijk te
+bezoeken,” antwoordde Charly galant.
+
+Hij kuste het kleine handje, dat hem werd toegestoken, en wendde zich
+toen tot zijn adjudant:
+
+„Mijn auto, graaf!”
+
+„Aanstonds Uwe Hoogheid!” zeide Raffles volijverig.
+
+Hij maakte een diepe buiging voor de schoone vrouw, en verliet haastig
+het vertrek, na Charly een vluggen wenk te hebben gegeven.
+
+Zijn scherp oor had buiten de luchtige schreden opgevangen van de
+kamenier, en om velerlei redenen was het gewenscht, dat de beiden het
+hotel zouden hebben verlaten, alvorens het lieve kind binnentrad.
+
+Charly treuzelde dan ook niet, maar haastte zich, op zijn beurt
+afscheid te nemen, met de belofte, dat hij zoo spoedig mogelijk terug
+zou komen.
+
+En Marja bleef achter, met een gevoel van volkomen zegepraal.
+
+Zij had niet durven hopen, dat de prins zoo spoedig bezweken zou zijn
+voor haar bekoorlijkheden, en vol trots bekeek zij zich in den grooten
+spiegel, een vroolijk wijsje neuriënd.
+
+Maar toen bedacht zij met schrik, dat het hoog tijd was, om zich naar
+den schouwburg te begeven.
+
+Juist ging de gangdeur open, en het kamermeisje trad binnen.
+
+„Mirza, snel mijn mantel en hoed!” beval de schoone jongevrouw. „En
+mijn auto. Het is al laat! Breng meteen mijn ringen mee, ik weet niet
+waar zij zijn, ik geloof in mijn handschoenendoos!”
+
+Het meisje verdween in de zijkamer.
+
+Maar zij was er nog geen volle minuut of Marja werd opgeschrikt door
+een luiden gil.
+
+Zij ijlde naar het boudoir en vroeg toornig:
+
+„Ben je gek geworden, Mirza? Waarom schreeuw je zoo? Je maakt mij aan
+het schrikken!”
+
+„U zoudt ook zijn geschrokken, madame!” riep Mirza, die met bleek
+gelaat en een doos in de handen bij de tafel stond. „Al uw juweelen
+zijn weg!”
+
+Nu slaakte de diva zelve een gil, die in niets onderdeed voor den kreet
+van het kamermeisje en met koortsachtige haast begon zij alle doozen en
+kistjes te doorzoeken, terwijl zij ondertusschen afgebroken zinnen liet
+hooren.
+
+„In dit doosje, ik weet het zeker, mijn ringen, en in dat kistje, ik
+wil er wel een eed op doen, mijn armband! En die doos, ook leeg, en die
+lade, ook niets meer in! Bestolen, bedrogen, en mijn geldkistje....”
+
+Zij snelde naar de kleerenkast en nam er het ijzeren kistje uit.
+
+Zij kon het deksel open klappen zonder den sleutel noodig te hebben.
+
+In het kistje lag niets meer dan haar contract....
+
+De jonge vrouw gaf een schreeuw als een gewonde leeuwin, en snelde naar
+de electrische schel.
+
+Zij drukte er op, alsof zij den knop wilde verbrijzelen en liet zich
+toen met bleek gelaat in een stoel vallen.
+
+Maar eensklaps sprong zij weder op, en krijschte schor van drift:
+
+„Dat moet die graaf geweest zijn, het kan niet anders, vijf minuten
+voor hij en de prins kwamen, was alles er nog, daarop durf ik zweren.
+En hij is ruim een kwartier hier alleen in de kamer geweest! O, die
+schelm, die bandiet! En dat is een Engelsche graaf! Maar dat gaat zoo
+niet! Wacht maar, ik zal je wel vinden, graaf Colebrooke!”
+
+Er werd op de deur geklopt en een etagekellner trad binnen.
+
+„U heeft gebeld, madame?” vroeg hij.
+
+„Ja, haal de politie!”
+
+„De politie, madame?” herhaalde de kellner verbluft.
+
+„Versta je geen Engelsch? Ja, de politie! En dadelijk! Ik ben bestolen!
+Voor een waarde van minstens zevenduizend pond sterling aan geld en
+juweelen! En misschien wel tienduizend!”
+
+De kellner trok een ontsteld gelaat en zeide:
+
+„Ik zal dadelijk den gerant waarschuwen, madame!”
+
+„De gerant kan mij niet schelen!” schreeuwde Marja Ivy. „Ik wil de
+politie! Ik weet wie de dief is geweest! Graaf Colebrooke is het
+geweest! Sta mij niet als een idioot aan te staren, man, maar loop,
+loop!”
+
+De kellner vloog weg, en een oogenblik later was de gerant van het feit
+in kennis gesteld.
+
+Hij snelde de trappen op, en trad buiten adem het vertrek van de
+variété-danseres binnen.
+
+„Is het waar, madame, wat de kellner mij daar vertelt?” vroeg hij
+opgewonden. „Ik denk toch wel, dat gij u vergist! Graaf Colebrooke! Het
+is immers onmogelijk!”
+
+„Hij en niemand anders, zeg ik u!” snerpte de jonge vrouw. „Hij is in
+die kamer geweest terwijl ik bezoek ontving van prins George, een
+kwartier lang, en hij moet mijn geld en mijn juweelen hebben gestolen!
+Alles was er nog, toen hij binnentrad, dat wil ik voor alle rechtbanken
+van Londen bezweren!”
+
+„Onze naam! Onze goede naam!” kermde de gerant. „Ik bezweer u, madame!
+Zwijg over dit alles, tot wij volkomen zekerheid hebben!”
+
+„Zwijgen?” herhaalde Marja Ivy met krijschende stem. „Zwijgen? Van de
+daken zal ik het schreeuwen! Ik zal het aan de groote klok hangen!
+Politie! Dadelijk!”
+
+Marja Ivy was een practische vrouw.
+
+Zij had een zeer groot verlies geleden, maar zij begreep ook aanstonds,
+dat hierin weder een kostbaar element van de beste reclame school,
+welke zij zich maar kon wenschen.
+
+Dat was nog iets anders dan de gefingeerde diefstallen, waarvan de
+beroemdheden als Emma Nevada, Sigrid Arnoldson, Sarah Bernard, en
+anderen het slachtoffer heetten te zijn geworden!
+
+Neen, zwijgen zou zij zeker niet, dat nam zij zich stellig voor!
+
+Een echte graaf, die een dief bleek te zijn, en die haar had bestolen,
+zulk een gelegenheid bood zich zeker nooit weer aan!
+
+En daarom herhaalde zij stampvoetend, telkens opnieuw:
+
+„De politie! De politie! De politie!”
+
+De gerant maakte een wanhopend gebaar.
+
+Er stond een schandaal voor de deur, zooals men er in Londen in langen
+tijd geen had bijgewoond.
+
+Dat prins George bij een variété-ster op bezoek kwam, dat kon er
+desnoods nog mee door, ofschoon hij het stellig niet wereldkundig zou
+hebben gemaakt, maar dat zijn adjudant, een graaf, zich aan een
+diefstal schuldig maakt, tijdens dat bezoek, dat was ongehoord, dat zou
+maanden lang stof tot praatjes geven!
+
+Er moest hier vlug en doortastend gehandeld worden!
+
+Hij wendde zich weder tot Marja Ivy en vroeg op gedempten toon:
+
+„Hoe groot taxeert gij de waarde van de u ontstolen juweelen en het
+geld?”
+
+„Op minstens twaalf duizend pond sterling!” antwoordde de jonge vrouw,
+die van oordeel was, dat zij de gestolen kostbaarheden eer te hoog dan
+te laag kon aanslaan.
+
+Dat was een heele som, en de gerant verschrok dan ook merkbaar.
+
+Hij beet zich op de lippen, en scheen een oogenblik in beraad te staan.
+
+Toen hernam hij:
+
+„Luister eens, madame, misschien kunnen wij het wel op een accoordje
+gooien. Ik ben er bijna zeker van, dat de directie u het geleden
+verlies wel zal willen vergoeden, als gij zwijgt! Men zou het ook aan
+den prins kunnen mededeelen, en daar hij er, neem mij niet kwalijk, dat
+ik u het zeg, daar hij zelf belang heeft dat er zoo weinig mogelijk
+over het bezoek ten uwent gesproken wordt, zoo zal hij ook wel in den
+zak willen tasten!”
+
+Maar dat strookte alweder niet met de belangen van de egoïstische
+artiste!
+
+Wat! Men zou het bezoek van den prins in den doofpot willen stoppen,
+even als den diefstal. Neen, dat zou niet gaan! Zij was nu eenmaal
+bestolen en zij zou er alle reclame uitslaan, die er in zat, dat nam
+zij zich vast voor.
+
+En dus hernam zij op koelen toon:
+
+„De diamanten en paarlen zijn niet met geld alleen te vergoeden,
+mijnheer! Ik wil ze terug hebben en daarom verzoek ik u voor de laatste
+maal, of gij de politie wilt halen, anders ga ik er zelf heen, of
+telefoneer!”
+
+De gerant zag wel in, dat de artiste niet tot andere gedachten was te
+brengen.
+
+Hij maakte dus een wanhopig gebaar, hij gaf den strijd op.
+
+Alleen bleef hem nu nog de hoop, dat madame zich toch nog zou blijken
+vergist te hebben en dat de graaf niets met de geheele zaak uitstaande
+had.
+
+Met deze gedachte bezield, verliet hij met gebogen hoofd het vertrek,
+en telefoneerde om een detective naar Scotland Yard.
+
+Er verliep een half uur, en toen trad er een vierkant gebouwd man met
+groote doordringende grijze oogen en een energiek geteekend gelaat het
+vertrek van de diva binnen, vergezeld van een jong meisje, met een
+bevallig maar krachtig gelaat.
+
+De man was James Sullivan, een der beste speurneuzen van Scotland Yard,
+en het jonge meisje was Dorrit Evans, een zijner meest belovende
+leerlingen.
+
+Beiden werden aangediend door den etagekellner, die zich vervolgens
+terug trok.
+
+Marja Ivy, die al dien tijd vruchteloos al haar kistjes en kastjes had
+onderzocht, trad Sullivan haastig tegemoet, en vroeg:
+
+„Gij zijt van de politie?”
+
+„Ja, Madame! Mijn naam is Sullivan, deze jongedame is een collega, Miss
+Evans.”
+
+Marja knikte eenige malen zenuwachtig met het zwartgelokte hoofd, en
+zeide toen:
+
+„Ik ben blij, dat gij gekomen zijt, mijnheer! Ik moet u zeggen, dat de
+gerant getracht heeft, de zaak te sussen, maar daarvoor ben ik niet te
+vinden! Ik wil mijn juweelen terug!”
+
+„Zoudt gij ons de zaak niet eens in het kort en zonder noodeloozen
+omhaal willen mededeelen, madame?” vroeg Sullivan bedaard. „Ik heb
+immers het genoegen, te spreken met madame Marja Ivy, de bekende
+variété-artiste?”
+
+„Die ben ik, mijnheer!” antwoordde Marja. „Die zaak heeft zich als
+volgt toegedragen. Ik ontving hedenavond bezoek van prins George. Hij
+was in gezelschap van zijn adjudant, graaf Colebrooke. Een paar minuten
+voor de heeren kwamen, dat was om negen uur, waren mijn juweelen er
+nog, en ook het geld was nog in het ijzeren kistje. Wat ik zoo goed
+weet, omdat ik juist iets had moeten betalen, en het dus had geopend.
+Toen de prins en de graaf er waren, verzocht ik den laatste, in mijn
+boudoir te wachten, ik had met den prins zaken te bespreken, waarbij
+hij volkomen overbodig was. Ik was ongeveer een kwartier, hoogstens
+twintig minuten met den prins samengeweest, toen graaf Carwood
+binnentrad. Ik behoef er geen geheim van te maken, dat er tusschen den
+graaf en mij zekere vriendschapsbanden bestaan. Hij had dus een zeker
+recht, bij mij binnen te treden. Maar de aanwezigheid van den prins
+scheen hem onaangenaam te treffen, en hij maakte nogal brutaal een
+opmerking daar over. Toen trad graaf Colebrooke op zijn beurt weder
+binnen, komende uit het boudoir, en achtereenvolgens gingen graaf
+Carwood, graaf Colebrooke, en de prins heen. En toen mijn kamermeisje
+nauwelijks een minuut later het boudoir binnentrad, waren al mijn
+juweelen en mijn geld verdwenen.”
+
+Sullivan had met gespannen aandacht toegeluisterd en zeide nu:
+
+„Uwe uiteenzetting is even kort als duidelijk, madame! Nu een paar
+vragen. Gij kendet den prins niet voor hedenavond?”
+
+„Neen, ik kende hem alleen van gezicht.”
+
+„Hoe kwam hij zoo eensklaps hier?”
+
+„Het was niet eensklaps! Zijn adjudant had het bezoek voorbereid.”
+
+„Gij kendet dus graaf Colebrooke?”
+
+„Hij is gisteren hier geweest, voor de eerste maal. Hij deed mij toen
+het voorstel, mij met den prins in kennis te stellen.”
+
+Sullivan keek verrast op, en wisselde toen een blik met Dorrit Evans.
+
+Toen vroeg hij deze op zachten toon:
+
+„Wat zegt gij daar wel van?”
+
+„Ik vind het zeer merkwaardig!” antwoordde het jonge meisje. „Ik heb
+zoo iets nooit achter den prins gezocht!”
+
+„En ik niet achter den graaf, dien ik toevallig persoonlijk ken!” zeide
+Sullivan hoofdschuddend.
+
+Hij dacht even na en vervolgde toen:
+
+„Wat deed de graaf, nadat hij uit het boudoir was binnengetreden?”
+
+„Hij sloeg graaf Carwood om de ooren!”
+
+„Wat zegt gij daar?” riep Sullivan in de grootste verwondering uit.
+„Deed hij dat in het bijzijn van den prins?”
+
+„Ja! En de arme stakker had den dag te voren al een oorveeg op de
+andere wang gekregen van een fotograaf, die opnamen kwam maken!”
+
+„Dat is kras!” mompelde Sullivan half luid voor zich heen. „Dat is
+bepaald niet geheel en al in den haak!”
+
+Hij verviel in gepeins en nu vroeg Miss Evans:
+
+„Vond Zijne Hoogheid dat maar goed, dat in zijn tegenwoordigheid de
+eene graaf den ander oorveegde?”
+
+„O neen, graaf Colebrooke kreeg een leelijken uitbrander!” antwoordde
+Marja Ivy.
+
+„Hoe kwam het eigenlijk?”
+
+„Graaf Carwood had graaf Colebrooke beleedigd!”
+
+„Waardoor?”
+
+„Hij had hem voor de voeten geworpen, dat hij deze samenkomst had
+bewerkt!”
+
+„En bleef het daarbij?”
+
+„Neen, de geslagene daagde graaf Colebrooke uit!”
+
+„En nam die het aan?”
+
+„Op slag!”
+
+„Kras!” mompelde nu ook Miss Evans. „De oude man kan ternauwernood zijn
+wandelstok vasthouden!”
+
+„Nu, ik verzeker u, dat de slag aankwam!” riep Marja uit. „De vloer
+dreunde er van! Als die oude heer even goed schermt als hij muilperen
+uitdeelt, dan staan graaf Carwood eenige onaangename oogenblikken te
+wachten!”
+
+„Nu, het schijnt hier eigenaardig te zijn toegegaan, dat is zeker,”
+hernam Sullivan, die uit zijn gepeins ontwaakt was. „En ik zeg u nog
+eens, hier is iets niet in den haak!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+LIEFDE EN RECLAME.
+
+
+De detective was het boudoir binnengetreden en bekeek nu zorgvuldig
+alle deuren achtereenvolgens na.
+
+„Waren de deuren dicht, toen het hooge bezoek kwam?” vroeg hij.
+
+„Neen, ik weet heel zeker van niet!” antwoordde Mirza, het kamermeisje.
+
+„Dan heeft de graaf ze dus op slot gedaan,” zeide Sullivan. „Dat is van
+belang, Miss Dorrit.”
+
+„Ja, er blijkt in ieder geval duidelijk uit, dat de deuren van binnen
+gesloten zijn door iemand, die de vertrekken door de ontvangkamer van
+madame Ivy weder heeft verlaten, op de gewone manier. Dat zou er dus
+voor pleiten, dat de graaf inderdaad de dief is geweest!”
+
+„Goed geredeneerd!” riep Sullivan uit. „Zoo is het! De sleutels zitten
+alle aan de binnenzijde. Alleen de deur naar het ontvangvertrek is
+open.”
+
+De detective liep langzaam door het vertrek, en bekeek nauwkeurig de
+verschillende doozen.
+
+„Hield gij er geen bepaald juweelenkistje op na, madame?” zoo wendde
+hij zich opnieuw tot de diva, die zenuwachtig zijn gangen volgde.
+
+„Ik heb er wel een, maar ik ben wat slordig uitgevallen, ik leg altijd
+alles door elkaar! De juweelen lagen hier en daar, overal!”
+
+„En het geldkistje?”
+
+„Dat was goed gesloten en stond in die kast, op den grond, ik vond het
+geopend terug. En nu wilde ik u wel vragen, of gij het zonder mij kunt
+stellen, mijnheer, ik ben over mijn tijd vrees ik, en de directie zal
+misschien niet als verontschuldiging laten gelden, dat ik bestolen ben,
+en een hooge boete eischen!”
+
+„Nog slechts en enkele vraag, madame, en dan zal ik de rest wel met uw
+kamermeisje bespreken.
+
+„Welke taal sprak de prins met u?”
+
+„Wel Fransch! En hij sprak het uitstekend!”
+
+„Dan heeft hij het in enkele dagen geleerd, madame!” zeide Sullivan
+ironisch, „want tot op eergisteren verstond hij geen woord Fransch zoo
+groot als een huis!”
+
+„Wat, wat wilt gij zeggen,” stamelde de diva, terwijl zij verbleekte en
+zich aan een tafel moest vasthouden.
+
+„Ik wil zeggen, dat ik sterk vermoed, dat uw prins een heel gewone, of
+liever een buitengewone bedrieger is geweest, evenals zijn zoogenaamde
+adjudant. Prins George kent geen Fransch, hoogstens een paar
+beleefdheidsformules! Maar wij kunnen ons spoedig genoeg overtuigen!”
+
+Hij ging het ontvangvertrek weder binnen, nam de telefoon van den haak,
+en stelde zich in verbinding met het koninklijk paleis.
+
+Deze verbinding werd, zooals bij alle groote hotels bewerkstelligd door
+de Hotel Centrale, die door een zestal jonge meisjes werd bediend.
+
+Aan het andere einde van de lijn stond een kamerbediende van den prins
+hem te woord.
+
+De detective sprak gedurende eenige minuten, en hing toen met een
+uitdrukking van de grootste verbazing het toestel weder op.
+
+„Dat is het merkwaardigste, wat ik nog ooit beleefd heb, madame!” zeide
+hij, terwijl hij het boudoir weder binnentrad. „De kamerdienaar van den
+prins zegt mij zooeven, dat Zijne Hoogheid inderdaad is uitgegaan tegen
+negen uur, om hier een bezoek aan u te brengen! En die man is in alle
+intieme geheimen van zijn meester! Ik sta hier voor een raadsel,
+tenzij....”
+
+Hij voltooide den zin niet, maar hernam:
+
+„Ik wil u niet langer van uw werk afhouden, madame! Het overige verneem
+ik wel van het personeel. Ik hoop echter, dat gij dadelijk nadat uw
+nummer afgeloopen is, hier weder terug keert!”
+
+„Daar kunt gij op rekenen, mijnheer!” zeide Marja, die reeds haar
+mantel had aangetrokken en haar hoed had opgezet. „Al zou ik er den
+geheelen nacht voor moeten opblijven, mijn juweelen moeten en zullen
+mij teruggegeven worden!”
+
+En met die woorden ruischte zij het vertrek uit.
+
+Sullivan keek haar met een half spottend, half medelijdend lachje op
+zijn schrander gezicht na, en wendde zich toen tot Dorrit Evans met de
+opmerking:
+
+„Ik geloof dat madame Ivy zich dat een weinig al te gemakkelijk
+voorstelt! Wij hebben hier blijkbaar met een uiterst handigen bedrieger
+te doen, of zij en het kamermeisje moeten zich vergissen, en graaf
+Colebrooke had niets met het geval te doen. Maar dan blijft het raadsel
+van de Fransche taal! De prins is echter hier geweest, dat staat nu wel
+vast! Hij schijnt dus binnen korten tijd de Fransche taal machtig te
+zijn geworden, of hij heeft zijn kennis van de taal van Voltaire altijd
+geheim gehouden! Hoe het ook zij, zijn aanwezigheid hier staat vast.
+Blijft over de graaf. Is hij de authentieke graaf Colebrooke geweest?
+Als hij de man was, die de juweelen stal, dan is dat zoo goed als
+buiten gesloten, tenzij hij eensklaps cleptomaan is geworden, en
+zooiets zullen wij nu maar niet aannemen! De graaf is schatrijk, een
+der rijkste mannen van Londen, misschien wel van geheel Engeland!”
+
+„Dat kan niet waar zijn, mijnheer!” liet nu eensklaps de stem van Mirza
+zich hooren. „Pas gisteren verklaarde de graaf, dat hij op zwart zaad
+zat, en dat hij er daarom werk van maakte, den prins aan een of ander
+avontuurtje te helpen!”
+
+Vol verbazing staarden Sullivan en Miss Evans elkander aan.
+
+Toen barstte de detective uit:
+
+„Dan is die man stellig een bedrieger geweest! Hoe hij zich bij den
+prins heeft weten in te dringen, is mij een raadsel, maar ik acht in
+geheel Londen maar een enkelen man in staat, zooiets te wagen! Zijn
+naam behoef ik u zeker niet te noemen, Miss Dorrit!”
+
+„Neen, die is bekend genoeg!” zeide het jonge meisje met opeengeklemde
+tanden. „Dus, hij zou hier weer achter zitten, denkt gij?”
+
+„Dat zou mij althans in het minst niet verwonderen! Het is juist iets
+voor Raffles!”
+
+„Maar telefoneer dan even naar het huis van graaf Colebrooke! Misschien
+kan hij zelf of zijn kamerbediende inlichtingen geven!”
+
+„Gij hebt gelijk, Miss Dorrit!” riep Sullivan uit.
+
+Hij snelde het andere vertrek weder binnen, en liet zich door de
+hotelcentrale verbinden met het prachtige woonhuis van graaf Colebrooke
+aan de Mall gelegen.
+
+Tien minuten later trad hij weder binnen.
+
+Zijn gelaat stond strak en nog nimmer had zijn leerlinge er zulk een
+grenzelooze verwondering op afgeteekend gezien.
+
+„Wat is er?” vroeg zij nieuwsgierig.
+
+„Wat er is? Wel, de graaf is hier geweest, met den prins, zegt zijn
+kamerbediende mij!”
+
+„Daar houdt alles bij op!” kreet Dorrit Evans. „Dat is toch bijna
+onmogelijk! Was de graaf zelf niet thuis?”
+
+„Neen, hij was om half negen uitgegaan. Dat klopt dus. Maar het klopt
+niet, dat een man als hij bij een variété-mamsel diamanten steelt! Voor
+den drommel, wat heeft dat alles te beteekenen?”
+
+Hij stond lang in gedachten en haalde toen de schouders op.
+
+„Wij zullen het later wel uitvinden,” zeide hij. „Misschien is de graaf
+totaal onschuldig en moeten wij de daders heel ergens anders zoeken,
+onder het hotelpersoneel bijvoorbeeld. Kom, laten wij maar dadelijk
+eens op onderzoek uitgaan!”
+
+En nu begon de detective met een van die stelselmatig gevoerde
+onderzoekingen, waardoor hij zich zulk een grooten naam bij
+Scotland-Yard had weten te verwerven.
+
+Maar na anderhalf uur moest hij bekennen, dat hij nog even ver was als
+bij het begin, het was zoo goed als ondenkbaar, dat iemand van het
+personeel den diefstal had kunnen plegen, daar alle gangdeuren immers
+goed gesloten werden gevonden!
+
+Juist toen Sullivan en Miss Evans weder in het boudoir terug waren
+gekeerd, trad Marja weder binnen.
+
+Of beter gezegd, zij viel, zij struikelde de kamer in, en liet zich,
+woedend met de voeten trappelend, op een sofa vallen, na haar hoed met
+een woest gebaar van het hoofd te hebben gerukt!
+
+„Bedrogen! Voor den gek gehouden door een paar ellendelingen!” kreet
+zij eindelijk.
+
+„Zoudt gij ons niet eens willen zeggen, wat er eigenlijk gebeurd is,
+madame?” vroeg Sullivan, die begreep, dat er iets ernstigs moest zijn
+voorgevallen.
+
+Marja was met een ruk overeind en schreeuwde, terwijl haar zwarte oogen
+vlamden:
+
+„Prins George en graaf Colebrooke waren in het Hypodrome-Theater.”
+
+„Wat!” riepen Sullivan en Evans tegelijk, die hun ooren niet geloofden.
+„Allebei?”
+
+„Allebei, en sedert acht uur! De Prins zat in zijn loge! Gij kunt u
+begrijpen, wat er in mij omging, toen ik het hoorde! Ik weet nog niet,
+hoe ik er in geslaagd ben, mijn liedjes teneinde te zingen! Ik stuurde
+iemand met een beleefd briefje naar hem toe, om hem te vragen, of hij
+werkelijk den geheelen avond in den schouwburg was geweest, omdat het
+voor mij van groot belang was, dit te weten, en toen kwam graaf
+Colebrooke zelf achter, een stijve, houten Klaas, die mij zeide, dat de
+prins en hij inderdaad den geheelen avond in hun loge hadden gezeten!
+Dus, die beide mannen zijn bedriegers geweest! O, ik zal mij wreken!”
+
+„Maar dan.... de telefoon!” schreeuwde Sullivan woedend.
+
+„Zij hebben voorzien, dat er navraag zou worden gedaan,” zeide Dorrit
+schouderophalend, „en op het dak van een van Raffles’ huizen, waarover
+de draden van hier naar de telefooncentrale loopen, hebben zij den
+draad afgetapt en u zelf antwoord gegeven!”
+
+„Drie dubbele ezel die ik ben,” schreeuwde Sullivan, bijna stikkend van
+woede, „ja, zoo moet het gegaan zijn! Ik had het moeten weten! Maar nog
+is alles niet verloren!”
+
+Hij wendde zich tot Mirza, die nog altijd bleek en bevend bij haar
+meesteres stond en vervolgde haastig:
+
+„Hebt gij mij niet gesproken over een duel, zooeven?”
+
+„Ja, mijnheer, graaf Colebrooke wilde met graaf Carwood duelleeren!”
+
+„Spraken de heeren niet over de plek, waar zij zouden vechten?”
+
+„Neen, daarvan heb ik niets gehoord!”
+
+Sullivan uitte een gesmoorden vloek, en gromde tusschen de tanden:
+
+„Dat is dus ook al mis! Anders had ik hem op de plek der samenkomst
+laten arresteeren! Hij is in staat, inderdaad den graaf een kleinen
+prik te geven!”
+
+Maar nu riep Dorrit Evans opeens uit:
+
+„Als wij eens naar graaf Carwood gingen! Hij kan ons immers zeggen,
+waar het tweegevecht zal plaats hebben?”
+
+„Miss Dorrit, gij hebt alweder gelijk, en ik geloof, dat de woede mijn
+denkvermogen benevelt!” riep Sullivan vol geestdrift. „Het is reeds
+zeer laat, maar dat doet er niet toe, laten wij dadelijk naar het huis
+van den graaf gaan! Gij weet zeker zijn adres?” zoo wendde hij zich tot
+de variété-danseres, die er over zat na te denken, hoe zij ondanks
+alles nog de reclametrom zou kunnen roeren.
+
+„Grosvenor Road 76!” antwoordde de jonge vrouw toonloos.
+
+„Dat is een heel eind van hier,” zeide Sullivan. „Maar wij mogen niet
+aarzelen! Kom mede, Miss Dorrit! Wij hebben hier voorloopig niets meer
+te doen! Wij gaan op jacht naar de dieven!”
+
+„Als gij mijn juweelen maar terug brengt!” riep Marja uit. „De dieven
+boezemen mij minder belang in!”
+
+„Dan verschillen wij daaromtrent van meening, madame!” gaf Sullivan ten
+antwoord. „Het beste zou echter zijn, wanneer wij én de juweelen én de
+dieven konden vangen!”
+
+Een haastige buiging voor de artiste en de beide detectives verlieten
+snel het vertrek.
+
+Voor het breede trottoir stond nog de politieauto te wachten, die hen
+hier had gebracht.
+
+Het was toen half een in den nacht.
+
+Sullivan gaf den chauffeur het adres van graaf Carwood op, en de auto
+stelde zich in beweging.
+
+Na een rit van een half uur hield de auto stil voor een fraai huis, dat
+geheel in duisternis gedompeld was.
+
+Sullivan moest herhaalde malen bellen, eer de deur werd geopend door
+een slaperigen bediende, die hem alles behalve vriendelijk ontving.
+
+Sullivan maakte zijn kwaliteit bekend en gaf het verlangen te kennen,
+dadelijk bij den graaf te worden toegelaten!
+
+„Maar de graaf slaapt reeds en hij is onwel!” riep de bediende uit.
+
+„Wij zullen hem slechts enkele minuten ophouden!” drong Dorrit aan.
+„Het betreft een zaak van het grootste gewicht!”
+
+De bediende haalde de schouders op, maar hij ging toch de bezoekers
+voor, de breede trap op, en langs een groot portaal, tot hij stil stond
+voor een deur, waarop hij eenige malen luid klopte.
+
+Eindelijk klonk daarbinnen een zwakke stem, die op klagenden toon riep:
+
+„Wat is er toch? Wat wilt gij? Ik wil met rust worden gelaten!”
+
+„Politie!” riep Sullivan met luide stem. „Een dringende zaak! Ik
+verzoek u vriendelijk, mij dadelijk even te willen ontvangen.”
+
+„Maar wat is er dan toch aan de hand?” hernam de vragende stem. „Ik ben
+werkelijk niet in een toestand om mij te vertoonen!”
+
+„Wij zullen u niet lang ophouden, graaf!” riep nu Dorrit Evans.
+
+„Mijn hemel, zijn er dames ook nog?” klonk de stem aan den anderen kant
+van de deur verschrikt. „Die moeten dadelijk vertrekken!”
+
+„Ik ga al, graaf!” hernam de jonge detective lachend.
+
+Pas toen het gerucht van haar voetstappen was weggestorven, werd de
+deur van de slaapkamer heel langzaam op een kier geopend en daar
+verscheen graaf Carwood, in een zijden pyjama.
+
+Dat hij het was, kon men echter slechts vermoeden, want zijn gezicht
+was bijna geheel in een verband gehuld en uit den vorm daarvan bleek
+duidelijk, dat allebei zijn wangen deerlijk waren opgezet.
+
+Ondanks den toestand kon Sullivan een glimlach niet weerhouden.
+
+De graaf zag er dan ook uit als een figuur uit een kluchtspel, zooals
+hij daar stond in zijn pyjama, het tipje van zijn neus en een klein
+gedeelte van zijn mond even zichtbaar, bibberend en bleek.
+
+„Neem me niet kwalijk als ik aanstonds met de deur in het huis val,
+graaf,” begon Sullivan. „Ik weet van uw tweegevecht af, ik kom u
+slechts vragen, waar en wanneer het plaats heeft! De zoogenaamde prins
+George, zoowel als graaf Colebrooke waren bedriegers en ik wil hen
+arresteeren!”
+
+„Dat heb ik al voor u geweten, meneer de detective!” jammerde graaf
+Carwood op hartverscheurenden toon. „Dat is juist mijn ongeluk
+geworden! Luister, dan zal ik het u mededeelen.”
+
+Hij wenkte Sullivan om binnen te komen, liet zich in een gemakkelijken
+stoel vallen en begon toen met haperende stem:
+
+„Als gij van het tweegevecht afweet, dan moet gij ook weten, op welk
+een schandelijke wijze ik gisteren behandeld ben door een fotograaf,
+dien ik bij Marja Ivy, de danseres aantrof! Die kerel had de
+onbeschaamdheid mij een muilpeer te geven, meneer! Een muilpeer aan
+mij, de spruit van een geslacht, dat zijn oorsprong tot in het begin
+van de veertiende eeuw kan nawijzen! Gij zoudt het niet gelooven, maar
+hedenavond kreeg ik in die zelfde kamer op de andere wang een tweede
+oorveeg, ditmaal van graaf Colebrooke! Ik ging heen in een toestand,
+dien gij u wel kunt voorstellen, en met de verklaring, dat ik nog
+hedenavond zijn getuigen zou wachten. Maar denk u in mijn toestand,
+toen ik mij naar het Hypodrome-Theater liet rijden, waar ik Marja
+hoopte te spreken, om vrede met haar te sluiten, en daar prins George
+en graaf Colebrooke in hun loge zag zitten! Ik vertrouwde mijn oogen
+niet, vervoegde mij dadelijk bij Zijne Hoogheid en vernam daar den
+samenhang van het geheele treurspel. Ik moest het slachtoffer zijn
+geworden van een laaghartig bedrog en ik liet mij dadelijk weder naar
+huis brengen om de schuldigen te ontmaskeren! Helaas, helaas, had ik er
+maar aan gedacht om een paar stevige politieagenten mede te brengen!”
+
+De graaf wiegde eenige malen in zijn gemakkelijken stoel heen en weder
+als een gewonde ijsbeer en vervolgde toen:
+
+„Ik was nauwelijks thuis, of de getuigen kwamen opdagen, en ik wist nu
+natuurlijk, dat zij de handlangers waren van een paar bedriegers! Ik
+zeide hun dat er onder deze omstandigheden van dit tweegevecht niets
+kon komen, want dat ik natuurlijk niet met Jan Rap en zijn maat kon
+vechten, en weet gij, wat zij toen deden?”
+
+„Ik ben er benieuwd naar, graaf!” zeide Sullivan, die zich weliswaar
+zeer teleurgesteld gevoelde over de mislukking van zijn plan, maar toch
+een glimlach onmogelijk kon bedwingen.
+
+„Zij betreurden het, dat er van het duel niets kon komen, zeiden zij en
+daarop gaven zij mij ieder een muilpeer, meneer, de eene op de linker,
+de ander op de rechterwang! Zoodat ik van dit alles het slachtoffer
+ben!”
+
+En ineens uitte de ongelukkige graaf een jammerklacht, was in een wip
+overeind, ijlde met de vlugheid van een haas op zijn bed toe, en dook
+met onbegrijpelijke vlugheid onder de dekens.
+
+En zoo eindigde voor hem het avontuur met de Poolsche Variété-diva.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78820 ***
diff --git a/78820-h/78820-h.htm b/78820-h/78820-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..595ed8b
--- /dev/null
+++ b/78820-h/78820-h.htm
@@ -0,0 +1,3556 @@
+<!DOCTYPE HTML>
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2026-06-05T19:59:28Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
+<html lang="nl">
+<head>
+<title>Lord Lister No. 348: De variété-ster | Project Gutenberg</title>
+<meta charset="utf-8">
+<meta name="author" content="Felix Hageman (1877–1966)">
+<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1920)">
+<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<link rel="coverpage" href="images/lordlister0348-front.jpg">
+<link rel="icon" href="images/lordlister0348-front.jpg" type="image/x-cover">
+<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 348: De variété-ster">
+<meta name="DC.Creator" content="Felix Hageman (1877–1966)">
+<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1920)">
+<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<meta name="DC.Contributor" content="Jan Wiegman (1884–1963)">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals">
+<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals">
+<style> /* <![CDATA[ */
+html {
+line-height: 1.3;
+}
+body {
+margin: 0;
+}
+main {
+display: block;
+}
+h1 {
+font-size: 2em;
+margin: 0.67em 0;
+}
+hr {
+height: 0;
+overflow: visible;
+}
+pre {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+a {
+background-color: transparent;
+}
+abbr[title] {
+border-bottom: none;
+text-decoration: underline;
+}
+b, strong {
+font-weight: bolder;
+}
+code, kbd, samp {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+small {
+font-size: 80%;
+}
+sub, sup {
+font-size: 67%;
+line-height: 0;
+position: relative;
+vertical-align: baseline;
+}
+sub {
+bottom: -0.25em;
+}
+sup {
+top: -0.5em;
+}
+img {
+border-style: none;
+}
+body {
+font-family: serif;
+font-size: 100%;
+text-align: left;
+margin-top: 2.4em;
+}
+div.front, div.body {
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+div.back {
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div0 {
+margin-top: 7.2em;
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+.div1 {
+margin-top: 5.6em;
+margin-bottom: 5.6em;
+}
+.div2 {
+margin-top: 4.8em;
+margin-bottom: 4.8em;
+}
+.div3 {
+margin-top: 3.6em;
+margin-bottom: 3.6em;
+}
+.div4 {
+margin-top: 2.4em;
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div5, .div6, .div7 {
+margin-top: 1.44em;
+margin-bottom: 1.44em;
+}
+.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
+.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
+margin-bottom: 0;
+}
+blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
+.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
+margin-top: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3 {
+font-size: 1.2em;
+}
+h3.label {
+font-size: 1em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h4, .h4 {
+font-size: 1em;
+}
+.alignleft {
+text-align: left;
+}
+.alignright {
+text-align: right;
+}
+.alignblock {
+text-align: justify;
+}
+p.tb, hr.tb, .par.tb, li.tb {
+margin: 1.6em auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
+font-size: 0.9em;
+text-indent: 0;
+}
+p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
+margin: 1.58em 10%;
+}
+.opener, .address {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph {
+font-size: 0.9em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl {
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer {
+clear: both;
+margin-top: 3.6em;
+}
+span.abbr, abbr {
+white-space: nowrap;
+}
+span.parNum {
+font-weight: bold;
+}
+span.corr, span.gap {
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+span.num, span.trans {
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+span.measure {
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+.ex {
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc {
+font-variant: small-caps;
+}
+.asc {
+font-variant: small-caps;
+text-transform: lowercase;
+}
+.uc {
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt {
+font-family: monospace;
+}
+.underline {
+text-decoration: underline;
+}
+.overline, .overtilde {
+text-decoration: overline;
+}
+.rm {
+font-style: normal;
+}
+.red {
+color: red;
+}
+hr {
+clear: both;
+border: none;
+border-bottom: 1px solid black;
+width: 45%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+margin-top: 1em;
+text-align: center;
+}
+hr.dotted {
+border-bottom: 2px dotted black;
+}
+hr.dashed {
+border-bottom: 2px dashed black;
+}
+.aligncenter {
+text-align: center;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5;
+}
+h1.label, h2.label {
+font-size: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h5, h6 {
+font-size: 1em;
+font-style: italic;
+}
+p, .par {
+text-indent: 0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
+text-transform: uppercase;
+}
+.hangq {
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq {
+text-indent: -0.42em;
+}
+.hangqqq {
+text-indent: -0.84em;
+}
+p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0 0.05em 0 0;
+padding: 0;
+line-height: 0.8;
+font-size: 420%;
+vertical-align: super;
+}
+blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
+font-size: 0.9em;
+margin: 1.58em 5%;
+}
+.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
+text-decoration: none;
+}
+.advertisement, .advertisements {
+background-color: #FFFEE0;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+span.accent {
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
+line-height: 0.40em;
+}
+span.accent span.top {
+font-weight: bold;
+font-size: 5pt;
+}
+span.accent span.base {
+display: block;
+}
+.footnotes .body, .footnotes .div1 {
+padding: 0;
+}
+.fnarrow {
+color: #660000;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+}
+.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
+color: #660000;
+}
+.fnreturn {
+color: #660000;
+font-size: 80%;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+a {
+text-decoration: none;
+}
+a:hover {
+text-decoration: underline;
+background-color: #e9f5ff;
+}
+a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
+font-size: 67%;
+vertical-align: super;
+text-decoration: none;
+margin-left: 0.1em;
+}
+.externalUrl {
+font-size: small;
+font-family: monospace;
+color: gray;
+}
+.displayfootnote {
+display: none;
+}
+div.footnotes {
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep {
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote, .par.footnote {
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
+float: left;
+margin-left: -0.1em;
+min-width: 1.0em;
+padding-right: 0.4em;
+height: 1ex;
+}
+.apparatusnote {
+text-decoration: none;
+}
+.apparatusnote:target, .fndiv:target {
+background-color: #eaf3ff;
+}
+table.tocList {
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocText {
+padding-top: 2em;
+padding-bottom: 1em;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum {
+text-align: right;
+min-width: 10%;
+border-width: 0;
+white-space: nowrap;
+}
+td.tocDivNum {
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+vertical-align: top;
+}
+td.tocPageNum {
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+vertical-align: bottom;
+}
+td.tocDivTitle {
+width: auto;
+}
+p.tocPart, .par.tocPart {
+margin: 1.58em 0;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter, .par.tocChapter {
+margin: 1.58em 0;
+}
+p.tocSection, .par.tocSection {
+margin: 0.7em 5%;
+}
+table.tocList td {
+vertical-align: top;
+}
+table.tocList td.tocPageNum {
+vertical-align: bottom;
+}
+table.inner {
+display: inline-table;
+border-collapse: collapse;
+width: 100%;
+}
+td.itemNum {
+text-align: right;
+min-width: 5%;
+padding-right: 0.8em;
+}
+td.innerContainer {
+padding: 0;
+margin: 0;
+}
+.index {
+font-size: 80%;
+}
+.index p {
+text-indent: -1em;
+margin-left: 1em;
+}
+.indexToc {
+text-align: center;
+}
+.transcriberNote {
+background-color: #DDE;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+font-family: sans-serif;
+font-size: 80%;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+.missingTarget {
+text-decoration: line-through;
+color: red;
+}
+.correctionTable {
+width: 75%;
+}
+.width20 {
+width: 20%;
+}
+.width40 {
+width: 40%;
+}
+p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
+color: #666666;
+font-size: 80%;
+}
+span.musictime {
+vertical-align: middle;
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
+padding: 1px 0.5px;
+font-size: xx-small;
+font-weight: bold;
+line-height: 0.7em;
+}
+span.musictime span.bottom {
+display: block;
+}
+audio {
+height: 20px;
+margin-left: 0.5em;
+margin-right: 0.5em;
+}
+ul {
+list-style-type: none;
+}
+.splitListTable {
+margin-left: 0;
+}
+.splitListTable td {
+vertical-align: top;
+}
+.numberedItem {
+text-indent: -3em;
+margin-left: 3em;
+}
+.numberedItem .itemNumber {
+float: left;
+position: relative;
+left: -3.5em;
+width: 3em;
+display: inline-block;
+text-align: right;
+}
+.itemGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.itemGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.itemGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+div.figure, div.figureGroup {
+text-align: center;
+}
+table.figureGroupTable {
+width: 80%;
+border-collapse: collapse;
+}
+.figure, .figureGroup {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft {
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight {
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead, .par.figureHead {
+font-size: 100%;
+text-align: center;
+}
+.figAnnotation {
+font-size: 80%;
+position: relative;
+margin: 0 auto;
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft {
+float: left;
+}
+.figTopRight, .figBottomRight {
+float: right;
+}
+.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par {
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+img {
+border-width: 0;
+}
+td.galleryFigure {
+text-align: center;
+vertical-align: middle;
+}
+td.galleryCaption {
+text-align: center;
+vertical-align: top;
+}
+body {
+padding: 1.58em 16%;
+}
+.pageNum {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+display: inline;
+font-size: 12.8px;
+font-style: normal;
+margin: 0;
+padding: 0;
+position: absolute;
+right: 1%;
+text-align: right;
+letter-spacing: normal;
+}
+.marginnote {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+height: 0;
+left: 1%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+}
+.right-marginnote {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+height: 0;
+right: 3%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+text-align: right;
+width: 11%
+}
+.cut-in-left-note {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+left: 1%;
+float: left;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
+}
+.cut-in-right-note {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+left: 1%;
+float: right;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: right;
+padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
+}
+span.tocPageNum, span.flushright {
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+text-indent: 0;
+}
+.pglink::after {
+content: "\0000A0\01F4D8";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.catlink::after {
+content: "\0000A0\01F4C7";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
+content: "\0000A0\002197\00FE0F";
+color: blue;
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.pglink:hover {
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover {
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body {
+background: #FFFFFF;
+font-family: serif;
+}
+body, a.hidden {
+color: black;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline {
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
+text-align: left;
+}
+.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
+color: #666666;
+}
+a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
+font-weight: normal;
+}
+table {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+td.tocText {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.5;
+}
+caption, .tableCaption {
+text-align: center;
+}
+.Arab { font-family: Scheherazade, serif; }
+.Aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
+.Grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
+.Hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
+.Syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
+/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
+.imprint {
+color: #666666; text-align: center;
+}
+div.advertisement img {
+}
+.center {
+text-align: center;
+}
+.large {
+font-size: large;
+}
+.xl {
+font-size: x-large;
+}
+.xxl {
+font-size: xx-large;
+}
+.xxxl {
+font-size: 300%;
+}
+/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
+.cover-imagewidth {
+width:554px;
+}
+.xd33e121 {
+font-size:x-large;
+}
+.xd33e123 {
+font-size:small;
+}
+.xd33e129 {
+font-size:xx-large;
+}
+/* ]]> */ </style>
+</head>
+
+<body>
+<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78820 ***</div>
+
+<div class="front">
+<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0348-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="554" height="720"></div><p>
+<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first xd33e121">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
+</p>
+<p class="xd33e123">UITGAVE VAN DEN ROMAN-<span id="xd33e125">,</span> BOEK- EN KUNSTHANDEL—SINGEL 326,—AMSTERDAM.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure"><img src="images/p0348-01.png" alt="DE VARIÉTÉ-STER." width="720" height="191"></div>
+<h2 class="super xd33e129">DE VARIÉTÉ-STER.</h2>
+<h2 class="label">HOOFDSTUK I.</h2>
+<h2 class="main">Marja Ivy.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Ofschoon het Londensche seizoen eigenlijk reeds teneinde was, en de meeste bewoners
+<span class="corr" id="xd33e136" title="Bron: derwereld stad">der wereldstad</span>, die het konden betalen en er gelegenheid toe hadden, reeds de stad waren ontvlucht
+teneinde zich naar een of andere badplaats of hun villa in de bergen te begeven, was
+het groote <span class="corr" id="xd33e139" title="Bron: Hypodroom-Theater">Hypodrome-Theater</span> aan het Piccadilly <span id="xd33e142">Circus</span> gelegen zeer goed bezet.
+</p>
+<p>Intusschen waren er heel wat vreemdelingen onder de bezoekers, die de duurdere rangen
+vulden.
+</p>
+<p>De meeste heeren, tenminste voor zoover zij een dure plaats innamen, waren in rok
+gekleed, de dames in avondtoilet.
+</p>
+<p>In een loge van den eersten rang zaten twee heeren, naar wie reeds menigeen den blik
+had gewend.
+</p>
+<p>De eene had een lange, gespierde gestalte en een energiek gelaat, met scherp geteekende
+trekken, en doordringende staalgrijze oogen.
+</p>
+<p>Van de Londenaren, die daar zaten, zou zeker een derde deel wel hebben kunnen zeggen
+wie dat was, Lord William Aberdeen, de bekende philantroop.
+</p>
+<p>Naast hem was zijn secretaris, Charly Brand gezeten, die in alles van hem verschilde,
+hij was vrij wat kleiner, blond met een blozend, opgewekt gelaat, waarin twee groote,
+helder blauwe oogen schitterden.
+</p>
+<p>Ook was hij zeer goed bekend bij de leden van de „Upper ten”, want hij vergezelde
+Lord Aberdeen bijna steeds en overal, en men wist, dat aan den jongen man de zware
+taak was opgedragen, het vermogen van zijn meester te beheeren, en de giften te regelen,
+welke Lord Aberdeen op geregelde tijden aan talrijke instellingen van liefdadigheid
+of van algemeen nut placht te schenken. Hij vergezelde hem steeds, als hij door de
+ellendige buurten van de reusachtige wereldstad trok, om daar onderzoek te doen naar
+personen die buiten hun schuld <span class="corr" id="xd33e153" title="Bron: nooddurftig">nooddruftig</span> waren geworden.
+<span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span></p>
+<p>Ja, als Lord Aberdeen kende al deze deftig gekleede weldoorvoede rijken den man die
+daar achterover leunde in zijn gemakkelijke fauteuil en met afgetrokken blik naar
+het tooneel keek, waar juist twee excentrics bezig waren, hunne ledematen op de onmogelijkste
+wijze te verrekken en toch kenden zij niet de ware persoon, want onder het uiterlijk
+van den onbekenden philantroop verborg zich een persoon wiens naam alleen hen met
+schrik zou vervullen, John Raffles.
+</p>
+<p>Inderdaad, daar zat de Gentleman-Inbreker, de langgezochte tegenstander van Scotland-Yard,
+op wiens hoofd nog altijd sinds lange jaren reeds een premie van duizend pond sterling
+was gesteld, zoo gerust en zoo op zijn gemak alsof hij nog nooit iets te maken had
+gehad met de speurhonden uit de Downingstreet, met den befaamden detective James Sullivan
+of met den hoofdinspecteur Phileas Baxter, die reeds niet kon slapen, als men driemaal
+achter elkaar den naam van den gevreesden inbreker in zijn tegenwoordigheid uitsprak.
+</p>
+<p>Lord Aberdeen schonk ontegenzeggelijk groote bedragen weg, en toch zonken zij het
+in niet naast de reusachtige sommen, welke hij in het geheel onder een geheel anderen
+naam besteedde aan het lenigen van armoede en ellende, wanneer hem die slechts ter
+oore kwamen, aan het herstellen van gepleegd onrecht en aan het steunen van talentvolle
+maar onbemiddelde jongelieden.
+</p>
+<p>Niet zonder moeite had Charly Brand dien avond zijn trouwen vriend overgehaald hem
+naar het <span class="corr" id="xd33e163" title="Bron: Hypodroom-Theater">Hypodrome-Theater</span> te vergezellen, want Raffles bevond zich in een van die buien, waarin het hem walgde,
+zich onder het publiek te moeten begeven en hij veel liever naar zijn geliefkoosde
+viool greep, en aan het prachtige instrument klanken ontlokte, die diep ontroerden.
+</p>
+<p>Maar eindelijk had hij toch toegegeven, de prachtige blauwgelakte limousine was komen
+voorrijden, en Henderson de chauffeur, die aan menig avontuur van den Grooten Onbekende
+een levendig aandeel had genomen, had hen naar het groote Variété-Gebouw gebracht.
+</p>
+<p>Aanvankelijk had Raffles niet veel acht geslagen op hetgeen er op het tooneel gebeurde,
+en pas een paar werkelijk voortreffelijke kunststukken hadden een weinig zijn belangstelling
+weten te trekken.
+</p>
+<p>Nu daalde het scherm, het publiek applaudiseerde, de beide excentrics kwamen nog eens
+buigen, en toen stond Raffles op, en zeide op zachten toon:
+</p>
+<p>„Neem het mij niet kwalijk, Charly, maar voor van avond heb ik mijn portie al weder
+beet! Ik geloof niet dat ik den moed heb ook de nummers na de pauze nog te hooren
+of te zien. Er komt nog een goochelaar en ik ben zelf niet geheel en al onbedreven
+in de goochelkunst, dan komt er nog een heer, die op zijn handen loopt, hetgeen ik
+voor een redelijk wezen ontoelaatbaar acht. Dan komt er een dame met een basstem,
+zooals het <span class="corr" id="xd33e171" title="Bron: pogramma">programma</span> aangeeft, en ik vrees dat zij daarenboven ook nog een baard zal hebben, hetgeen niet
+strookt met mijn opvatting betreffende de leer der ethica.”
+</p>
+<p>„Maar wacht dan tenminste tot de pauze aanbreekt!” kwam Charly. „Er is nog maar één
+nummer.”
+</p>
+<p>„Wat is het?” vroeg Raffles onwillig.
+</p>
+<p>„Een danseres! Men spreekt buitengewoon veel over haar fraaie juweelen en over het
+legertje minnaars die elkander zonder ophouden in haar gunst opvolgen.”
+</p>
+<p>„De stem en de minnares interesseeren mij niets, maar om de juweelen wil ik dan nog
+wel een kwartier blijven!” zeide Raffles zuchtend, terwijl hij zich weder in zijn
+fauteuil liet vallen en een versche sigaret opstak.
+</p>
+<p>Juist zette de muziek een slepende wals in, de zaal werd donker gemaakt, het scherm
+rees, en, bestraald door twee schijnwerpers, kwam daar een nog zeer jonge vrouw op
+het tooneel, die allereerst de aandacht tot zich moest trekken omdat haar kleeding
+zich tot het volstrekt onmisbare beperkte.
+</p>
+<p>Zij kon hoogstens twee en twintig jaar zijn, en zij had een fijnbesneden gezichtje
+waarin twee groote, donkere oogen schitterden.
+</p>
+<p>Zij droeg een buitensporig kapsel, dat bestond in een gouden band, die haar hoofd
+omsloot, en bezet was met fraaie diamanten. Die band hield een groot aantal krachtige
+en zeer lange pauwenveeren bijeen, dicht naast elkander geplaatst.
+</p>
+<p>Zij had een soort tunica aan van witte, dunne zijde, zeer diep uitgesneden, ver boven
+de dijen eindigend, en die om het middel werd bijeen gehouden door een gordel van
+gouden schakels.
+</p>
+<p>Een prachtige paarlen collier was om den blanken hals gelegd, en de fraai gevormde
+armen waren omgeven door gouden braceletten.
+<span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span></p>
+<p>Dat was Marja Ivy, de nieuwe ster aan den Variété-hemel, die reeds veel opgang had
+gemaakt te Parijs, te Weenen, en te Rome, en welke algemeen beschouwd werd als de
+evenknie van de befaamde Gaby Deslys, de voormalige minnares van den ex-koning van
+Portugal, den jeugdigen Manuel.
+</p>
+<p>Ook in dit opzicht streefde Marja Ivy de wereld vermaarde <span class="corr" id="xd33e189" title="Bron: Variétédiva">Variété-diva</span> blijkbaar terzijde, want men fluisterde reeds nu heel wat namen van hooggeplaatste
+heeren, aan wie de pas ontdekte ster haar gunsten had geschonken.
+</p>
+<p>Met den eersten blik had Charly gezien, dat de prestatie van Marja Ivy bijzonder weinig
+om het lijf had, zij trippelde wat over het tooneel heen en weder, zwaaide met haar
+beenen, liet haar pauwenveeren wuiven, en zong met een dun stemmetje een Fransch liedje,
+dat niemand begreep, hetgeen er trouwens voor den auteur zeer weinig op aan kwam.
+</p>
+<p>De voornaamste attractie van de jonge vrouw moest blijkbaar gevonden worden in haar
+fraaie lichaamsvormen, welke zij zoo weinig verborg.
+</p>
+<p>Want mooi was zij inderdaad, Marja Ivy.
+</p>
+<p>Charly wierp een schuinschen blik naar Raffles, om te zien welk een indruk de Variété-danseres
+op hem maakte, en zag tot zijn verwondering, dat Raffles met ingespannen aandacht
+naar de jonge vrouw tuurde.
+</p>
+<p>Dat was zeker niet de gewoonte van den Gentleman-Inbreker.
+</p>
+<p>Maar nu liet Raffles het instrument zakken, en boog zich naar Charly over, om hem
+toe te fluisteren:
+</p>
+<p>„Als ik schrijver was geloof ik dat ik hier een aardig onderwerp voor een feuilleton
+had gevonden.”
+</p>
+<p>„Hoe zoo?”
+</p>
+<p>„Wel ik herken dat lieve wezentje daarginds heel goed! Haar schoonheid frappeerde
+mij destijds, het is een dienstmeisje!”
+</p>
+<p>„Wat vertel je me daar?” riep Charly bijna luidkeels uit, zoodat men in de aangrenzende
+loge hem verwijtende blikken toewierp.
+</p>
+<p>„Die mooie jonge vrouw daar op het tooneel: met haar verblindend witte huid en haar
+fijn gezichtje zou een keukenmeisje zijn?”
+</p>
+<p>„Pardon, laten wij elkander niet verkeerd verstaan, mijn waarde. Van een keukenmeisje
+heb ik niet gerept, ik sprak van een dienstmeisje, en dat is iets anders.”
+</p>
+<p>„Keukenmeisje of dienstmeisje, houdt het mij ten goede, Edward, maar ik zou er een
+lief ding onder durven verwedden, dat je je vergist!”
+</p>
+<p>„Ik vergis mij niet, Charly!” hernam Raffles kalm. „Je kunt nu toch wel weten dat
+mijn geheugen voor gezichten nog al sterk ontwikkeld is, en zeker voor gezichten als
+dat daar! Je zult zelf moeten toegeven, dat men het gezicht van de jonge vrouw niet
+zoo gemakkelijk zal vergeten, als men het eenmaal gezien heeft.”
+</p>
+<p>„Dat erken ik, en toch.…..”
+</p>
+<p>„Als je mij niet wilt gelooven, Charly, dan kun je het haar mijnentwege gaan vragen,
+ofschoon ik betwijfel, of zij het wel zou bekennen. Zij heet inderdaad Sonja <span class="corr" id="xd33e211" title="Bron: Malakof">Malakoff</span>, zij is een Lithausche en zij was nog geen vol jaar geleden dienstmeisje bij een
+Poolsche familie welke ik te Moldau bezocht. Ik herinner mij nu zeer goed, dat er
+destijds ook lachend in den familiekring gesproken werd over de plannen van het bevallige
+kind, dat volstrekt het voorbeeld wilde volgen van Gaby Deslys, die naar je zult weten
+tot haar zestiende jaar eveneens dienstmeisje geweest is, en wier ouders nederige
+arbeiders waren.”
+</p>
+<p>„Wanneer je het met zooveel stelligheid zegt, Edward, dan moet ik je natuurlijk gelooven,”
+zeide Charly. „Maar dan verbaast het mij toch sterk.”
+</p>
+<p>„Waarom eigenlijk? Vergeet niet dat je niet met een Londensch dienstmeisje te doen
+hebt, maar met een Lithausche, dat wil zeggen met een zeer schoon ras. Vergeet ook
+niet wat schmink en poeder kunnen bewerkstelligen!”
+</p>
+<p>„Maar de bewegingen, Edward, het geheele optreden, de wijze van loopen, kan men dat
+aanleeren?”
+</p>
+<p>„Dat kan men zeker, maar bovendien iedere Lithausche vrouw is van nature gracieus
+en sierlijk in alles wat zij doet, en ik weet nog heel goed dat ik, alleen uit een
+kunstzinnig oogpunt, dat verzeker ik je, met bepaald welgevallen de sierlijke en ongedwongen
+bewegingen van dat mooie dienstmeisje heb gade geslagen.”
+</p>
+<p>Charly antwoordde niet maar volgde nu met nog meer aandacht de bewegingen van de Variété-danseres,
+die met luchtige stapjes, het mooie lichaam een weinig voor overgebogen, het gelaat
+naar het publiek gewend, langs het voetlicht trippelde.
+</p>
+<p>Toen mompelde hij voor zich heen:
+<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
+<p>„Als jij het zegt, dan moet ik het natuurlijk wel gelooven, maar ik blijf het een
+wonder vinden! Dat zal echter zijn omdat ik het begrip „dienstmeisje” wat al te zeer
+vereenzelvig met het begrip van trappen dweilen, ramen zeemen, borden wasschen, en
+tegen de bakkersjongens gillen. De schoone Poolsche schijnt dus niets van dat alles
+te hebben gedaan, of, wanneer zij dat deed, dan deed zij het allerbevalligst, gracieus,
+en met gedistingeerde gebaren. Nu, mij is het wel, en ik moet toegeven, dat iemand
+in een jaar heel wat kan veranderen.”
+</p>
+<p>Raffles had nog eenigen tijd naar de mooie, jonge vrouw gekeken, en wendde zich toen
+tot Charly met de vraag:
+</p>
+<p>„Is dit de eerste avond van haar optreden?”
+</p>
+<p>„Ja, en ik herinner mij nu ook, dat de bladen vol hebben gestaan met reclame artikelen,
+waaraan ik echter weinig aandacht heb gewijd, als ik dat wel gedaan had, dan zou ik
+nu weten, hoe zij bijvoorbeeld aan dien voorraad diamanten komt, die naar allen <span class="corr" id="xd33e228" title="Bron: schijnt">schijn</span> echt zijn.”
+</p>
+<p>„Geschenken, denk ik!” zeide Raffles droogjes. „Ik kan mij voorstellen dat een rijk
+en galant man voor een goedgunstigen blik uit die schoone oogen gaarne een snoer diamanten
+geeft. Apropos, als je de bladen nog hebt, waarin die reclameberichtjes hebben gestaan,
+zoek ze dan nog eens op, ik wil ze wel eens lezen.”
+</p>
+<p>„Ik ben tot je dienst, Edward!” antwoordde Charly, en hij begreep, dat er reeds een
+of ander plan door het hoofd van zijn vriend spookte met betrekking tot het voormalige
+Lithauensche dienstmeisje.
+</p>
+<p>Juist op dit oogenblik beëindigde Marja Ivy haar zang in een snerpenden kreet, die
+het gelaat van Raffles pijnlijk deed vertrekken.
+</p>
+<p>Toen het applaus bedaard was, merkte hij op:
+</p>
+<p>„Ik denk, dat wij die pauwenveer als een soort embleem moeten beschouwen, het mooie
+schepseltje wil er zeker mede te kennen geven, dat zij even schoon is en even erbarmelijk
+schreeuwt als een pauw.”
+</p>
+<p>„Ben je niet wat wreed voor haar?” vroeg Charly lachend.
+</p>
+<p>„Dat weet ik niet, maar ik geloof wel, dat ik rechtvaardig ben! Zij heeft—ik zie niet
+in, waarom ik er een geheim van zou maken—een stem als een gebarsten kindertrompetje,
+en ik geloof dat de indruk van haar verschijning nog grooter zou zijn als zij haar
+mond dichthield.”
+</p>
+<p>„Waarom zingt ze eigenlijk in het Fransch?”
+</p>
+<p>„Op die vraag kan ik je geen antwoord geven, maar het is zeker, dat ze voor 99 procent
+van de bezoekers evengoed in haar moedertaal kon zingen. Ik heb een paar malen het
+woord <span class="ex">Amour</span> hooren uitgillen en evenzoo vele malen het woord <span class="ex">Douleur</span> en dat is alles! Het vermoeden ligt dus voor de hand, dat het een minneliedje is
+geweest. Maar wie vraagt daar naar, als hij zulke schouders en zulke diamanten ziet?”
+</p>
+<p>Raffles was opnieuw opgestaan, en Charly drong nu niet langer aan om te blijven, tot
+de pauze was aangebroken.
+</p>
+<p>Reeds aan de plaatsing op het <span class="corr" id="xd33e251" title="Bron: pogramma">programma</span> was het te zien, dat Marja Ivy, hoe kort zij ook aan het tooneel was, al vrij wat
+in de melk had te brokkelen, want ieder <span class="corr" id="xd33e254" title="Bron: Variétéartist">Variété-artist</span> weet, dat het voorlaatste en het laatste nummer voor de pauze, en in wat mindere
+mate het eerste nummer daarna verreweg de beste van het <span class="corr" id="xd33e257" title="Bron: pogramma">programma</span> zijn, wat betreft de stemming en de aandacht van het publiek. Maar het laatste nummer
+voor de pauze spant in ieder geval de kroon naar het oordeel van ervaren Variété-menschen.
+</p>
+<p>„Wat zullen wij doen?” vroeg Charly, toen de beide mannen de vestiaire verlaten hadden,
+en de monumentale trap naar de vestibule afdaalden.
+</p>
+<p>„Wij kunnen mijnentwege nog een uurtje naar de club gaan, en dan maar naar huis, ik
+moet een weinig nadenken.”
+</p>
+<p>„Nadenken over wat?”
+</p>
+<p>„Over de combinatie Lithauensch dienstmeisje en diamanten!”
+<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK II.</h2>
+<h2 class="main">Het web wordt gesponnen.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Den volgenden morgen wijdden de bladen tamelijk lange besprekingen aan het nieuwe
+<span class="corr" id="xd33e272" title="Bron: pogramma">programma</span> in het <span id="xd33e275">Hypodrome-Theater</span> en het leeuwendeel daarvan was geweest aan Marja Ivy, de pas ontdekte ster.
+</p>
+<p>Maar Raffles was voldoende thuis in de wereld der journalistiek, om te weten, dat
+verreweg de meeste van deze ophemelende artikelen niets anders waren dan betaalde
+reclame, soms betaald in den vorm van groote en dure advertenties.
+</p>
+<p>Naar het scheen had de bevallige <span class="corr" id="xd33e281" title="Bron: Variétédiva">Variété-diva</span> reeds aan eenige reporters een interview toegestaan, en allen spraken vol bewondering
+en lof over haar „sympathieke verschijning”, haar „weergalooze gratie”, haar „teedere
+liefde voor haar ouders”, welke zij thans zoo gelukkig was te kunnen onderhouden,
+en „haar juweelen”.
+</p>
+<p>Toen Raffles dit alles gelezen had, schudde hij het hoofd en bromde voor zich heen:
+</p>
+<p>„Merkwaardig, een zeer zeldzaam verschijnsel. Die liefde voor haar ouders is werkelijk
+treffend, een jaar geleden was haar moeder al dood en haar vader was een dronkelap
+die haar ranselde, en wien zij met hetzelfde argument beantwoordde. Zij beklaagde
+zich steeds bitterder over den kerel, en peinsde dag en nacht op de beste methode
+om van den oorsprong van haar dagen af te komen, op een fatsoenlijke of een onfatsoenlijke
+manier.”
+</p>
+<p>„Deksels, dan is dat lieve kind geen katje geweest om zonder handschoenen aan te pakken,”
+riep Charly uit, die deze opmerking te hooren kreeg, toen de beide vrienden tegenover
+elkander zaten in de kleine eetzaal van het fraaie huis hetwelk Lord Aberdeen bewoonde
+in de Regentstreet. „Zij vocht dus met haar vader?”
+</p>
+<p>„O, men kan het geen vechten noemen,” zeide Raffles vergoelijkend. „Zij wierp hem
+slechts van tijd tot tijd een bijl naar het hoofd, waarmede zij gewend was hout te
+kloven, of spande een ijzerdraad op een voet hoogte tusschen de deurposten, tegen
+den tijd dat hij beschonken naar huis kwam wankelen.”
+</p>
+<p>„Maar lieve hemel, dan was het een boosaardig schepsel,” riep Charly verschrikt uit.
+</p>
+<p>„Toch niet, tenminste niet boosaardiger, dan iedere vrouw over het algemeen,” vervolgde
+Raffles kalm. „Vergeet niet, dat wij in Lithauen zijn, dat zij van hartstochtelijk
+Slavisch bloed is, en dat men daarginds een anderen maatstaf aan legt dan in ons land
+van mist en regen.”
+</p>
+<p>„Maar hoe weet je dat dan toch allemaal?”
+</p>
+<p>„Wel, omdat zij het zelf heel vaak als een goede grap kwam vertellen, terwijl zij
+bij het middagmaal bediende. Ik heb haar zelfs wel eens tranen zien lachen, toen zij
+verhaalde hoe zij haar vader met een bijl in zijn voet had geraakt, en daarbij ronddanste
+als een beer op de kermis, en dat deed zij dan heel plastisch na.”
+</p>
+<p>„Nu, over de kinderliefde heerschen daar naar het schijnt nog al eigenaardige opvattingen,”
+zeide Charly schouderophalend. „In ieder geval schijnt het niet heel en al juist te
+zijn, wat de heeren reporters beweren betreffende die teedere liefde jegens hare ouders.”
+</p>
+<p>„Neen, het strookt inderdaad niet geheel en al met de waarheid!” beaamde Raffles,
+met een ironisch <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>glimlachje. <span id="xd33e298">„</span>Maar het staat goed, en het omgeeft de jonge vrouw met een aureool van sympathie.
+Denk eens aan, een gevierde, op de handen gedragen, <span class="corr" id="xd33e300" title="Bron: Variétéartiste">Variété-artiste</span> die iedere week een deel van de zuur verdiende penningen naar het ouderlijke huis
+stuurt, ver in het onherbergzame Polen. Ieder onbedorven hart moet zich daar door
+ten diepste geroerd gevoelen. Apropos, heb je die kranten nog gevonden, waar wij gisteren
+over gesproken hebben?”
+</p>
+<p>„Zij liggen in je werkkamer op je schrijfbureau.”
+</p>
+<p>„Merci. Dan ga ik ze dadelijk eens bestudeeren! Ik gevoel bepaald behoefte iets meer
+te weten omtrent het voormalige dienstmeisje. Zij boezemt mij om meer dan een reden
+groot belang in.”
+</p>
+<p>En met deze woorden stond Raffles op en begaf zich naar zijn werkkamer op de eerste
+verdieping, een ruim, stemmig vertrek, dat als het ware tot ingespannen hersenarbeid
+uitnoodigde.
+</p>
+<p>Een uur later verscheen hij in de bibliotheek, waar Charly zich onledig hield met
+het bijhouden van een lijvig register, volgepakt met krantenuitknipsels.
+</p>
+<p>„Waar is het groote fotografie-toestel, Charly?” vroeg Raffles.
+</p>
+<p>Charly keek eenigzins verbaasd op, en antwoordde:
+</p>
+<p>„Dat moet in de donkere kamer staan, op zolder! Wij hebben het in langen tijd niet
+gebruikt, je <span class="corr" id="xd33e311" title="Bron: vondt">vond</span> het een weinig onhandelbaar. Wil ik het voor je halen?”
+</p>
+<p>„Daarmee zul je mij een pleizier doen. Breng dan meteen den insteldoek en het statief
+mee, en doe eenige gevoelige platen in de cassettes.”
+</p>
+<p>„Ga je naar buiten om wat te fotografeeren?”
+</p>
+<p>„Ik ga fotografeeren, maar niet naar buiten, ik ga foto’s maken van Marja Ivy.”
+</p>
+<p>„Maar mijn hemel, in iederen boekwinkel kun je er zooveel krijgen als je er hebben
+wilt voor een paar pence.”
+</p>
+<p>Raffles haalde eenigzins ongeduldig de schouders op.
+</p>
+<p>„Dat weet ik natuurlijk ook wel, maar daarom is het mij niet te doen. Ik wil haar
+fotografeeren, omdat ik eens wil zien hoe zij behuisd is, en hoe haar diamanten behuisd
+zijn.”
+</p>
+<p>„Maar Edward, zou je het in ernst voorzien hebben op de juweelen van die jonge vrouw?”
+</p>
+<p>„Je legt den nadruk op haar geslacht, Charly, alsof zij een onnoozel, onschuldig wicht
+is, een arm weesje onder den druk van een slechten voogd of iets dergelijks. Ik voor
+mij acht haar niet bijzonder veel zaaks, een hartelooze vrouw, wie het alleen te doen
+is om veel geld en veel kostbaarheden, en die van minnaar verandert, zoo als wij een
+schoonen zakdoek nemen.”
+</p>
+<p>„Maar misschien moet zij met die steenen wel haar brood verdienen, Edward.”
+</p>
+<p>„Goede hemel, neen, mijn waarde!” ging Raffles voort. „Houdt op met die sentimentaliteiten.
+Er is geen kwestie van brood verdienen. Zij treedt in een variété op, eenvoudig om
+des te beter en des te gemakkelijker de aandacht op zich te kunnen vestigen, zij heeft
+die steenen te danken aan haar blanke huid, haar fraaie beenen en het doorzichtige
+hemdje dat zij draagt, dat is de zuivere onopgesmukte waarheid. Denk je soms, dat
+een theaterdirecteur haar zou engageeren als zij er op stond in een ochtendjapon op
+te treden? Wel man, men zou haar vragen of zij niet goed bij haar verstand was, als
+zij maar even haar mond had open gedaan. Je zult toch niet durven volhouden, dat jij
+haar bijvoorbeeld om haar stem zou engageeren?”
+</p>
+<p>„Ik moet erkennen.……” begon Charly stamelend.
+</p>
+<p>„Je moet erkennen, dat haar liedjes klinken alsof er met een diamant over een ruit
+gekrast wordt, en dat je wel stapelgek zoudt zijn, als je haar ook maar een avond
+zoudt laten optreden, wanneer zij niet met haar pauwenveeren en haar korte tunica
+kon rondloopen. Maar hoe het ook zij, ik wil eerst eens nader onderzoek bij haar doen.
+Misschien verander ik nog wel van idee, misschien is zij beter dan haar faam. En nu
+dat toestel, als ik je verzoeken mag.”
+</p>
+<p>Charly stond op, verliet het vertrek, en keerde eenige oogenblikken later terug met
+een notenhouten camera van groot formaat en een tasch van waterproof waarin een drietal
+plaathouders zaten, die ieder twee platen konden bevatten.
+</p>
+<p>Ook had hij een drieledig, zwaar statief bij zich.
+</p>
+<p>Raffles bekeek een en ander, en bromde tevreden:
+</p>
+<p>„Het ziet er nog heel goed uit. Nu nog het stel lenzen, en dan ga ik als fotograaf
+voor een of ander tijdschrift er op uit.”
+</p>
+<p>„Maar als ze weigert je te ontvangen?”
+<span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span></p>
+<p>„Dat zou ze misschien over een paar jaren doen, maar nu staat zij nog aan het begin
+van haar loopbaan en zij moet reporters en fotografen te vriend houden.”
+</p>
+<p>„Maar je zult je toch hoop ik vermommen?”
+</p>
+<p>„Ik zal mij herscheppen tot een artistiek man, Charly!” zeide Raffles hoogdravend.
+</p>
+<p>Hij begaf zich naar zijn slaapkamer, opende de geheime kast waarin zich zijn talrijke
+kleederen en uniformen bevonden en begon daarna met groote zorgvuldigheid zijn gelaat
+onder handen te nemen.
+</p>
+<p>Hij gebruikte daarbij geen gewone schmink, zooals acteurs en pas beginnende detectives
+aanwenden, en die voor ieder scherp oog reeds op een paar meters afstand te onderkennen
+is, maar kleurmiddeltjes van zijn eigen vinding, die de huid niet aantasten, en er
+toch een geheel andere kleur aangeven.
+</p>
+<p>Tenslotte zette hij een pruik met lang haar op, zoo voortreffelijk nagemaakt, dat
+zelfs voor het meest geoefende oog het bedrog niet te ontdekken viel en schoot een
+bruin fluweelen jasje aan.
+</p>
+<p>Een slappe hoed voltooide zijn costuum en aldus vermomd, begaf hij zich naar de bibliotheek
+waar Charly hem met een lachenden uitroep van verbazing ontving.
+</p>
+<p>„Bevalt mijn uiterlijk je?” vroeg Raffles lachend.
+</p>
+<p>„Ik zou geen enkele aanmerking kunnen maken, Edward. Als je mij vreemd was, en je
+stelde mij de vraag, welk beroep je uitoefende, dan zou ik zonder aarzelen uitroepen:
+„Photograaf”. Zelfs je handen wijzen er op, die rouwrandjes aan de nagels, die ruwe
+vingertoppen en die bruine vlekken van den ontwikkelaar. Ik moet zeggen, het is prachtig.”
+</p>
+<p>„Ik dank je voor het compliment, Charly, en ik ga er nu maar aanstonds op uit.”
+</p>
+<p>„Maar het is nog geen elf uur, je kunt haar nu onmogelijk bezoeken, Edward.”
+</p>
+<p>„Ik ga er ook niet regelrecht naar toe, ik wil eerst eens wat in den omtrek neuzen,
+en het hotel Cecil, waar zij logeert, een weinig in het oog houden.”
+</p>
+<p>„Ik zal dan niet op je behoeven te wachten met de lunch?”
+</p>
+<p>„Neen, ik zal daar in de buurt wel wat eten.”
+</p>
+<p>Raffles drukte Charly de hand ten afscheid, hing de tasch met platen over den schouder,
+nam het zware toestel en den driepoot op, en stak het etui met lenzenstel in zijn
+zak en verliet het vertrek.
+</p>
+<p>Hij ging het huis nu echter niet uit door de voordeur, maar stak den tuin over, aan
+alle zijden door dicht struikgewas en hooge boomen omgeven, en verliet hem weder door
+een kleine tuinpoort, die in een zijstraat uitkwam, waar zich maar hoogst zelden iemand
+vertoonde.
+</p>
+<p>Hij liep deze straat teneinde, en wachtte tot er een onbezette huurauto zou passeeren.
+</p>
+<p>Eenige minuten later was hij onderweg naar het Strand.
+</p>
+<p>Daar in het duurste en weelderigste hotel van Londen, logeerde Marja Ivy en reeds
+hadden de bladen weten te vertellen, dat zij voor de drie kamers welke zij bewoonde,
+15 pond sterling per dag moest betalen, wel te verstaan zonder ontbijt of eenig ander
+voedsel.
+</p>
+<p>Raffles slofte met zijn zwaar toestel naar een klein restaurant, tegenover het beroemde
+hotel gelegen, en legde zich daar als het ware in hinderlaag.
+</p>
+<p>Veel bijzonders zag hij echter niet, maar er werden drie ruikers gebracht en twee
+groote bloemstukken maar die konden natuurlijk evengoed voor een andere bewoonster
+van het hotel zijn.
+</p>
+<p>Van Marja Ivy zelve zag hij niets, en hij leidde daar uit af, dat zij nog wel in het
+hotel zou zijn en haar kamers nog niet verlaten had.
+</p>
+<p>Tegen twee uur stond hij op en verliet het restaurant.
+</p>
+<p>Hij ging het deftige hotel binnen maar werd bijna aanstonds tegengehouden door den
+zwaarlijvigen portier, in een groen livrei gestoken die hem tamelijk barsch vroeg,
+wat hij kwam doen.
+</p>
+<p>Raffles trok een beleedigd en een boos gezicht en antwoordde:
+</p>
+<p>„Sedert wanneer is het gewoonte, dat men den fotograaf van „<span lang="en">The Scotch</span>” vraagt wat hij komt doen? Natuurlijk kom ik iemand fotografeeren! Is mejuffrouw
+Marja Ivy nog op haar kamer?”
+</p>
+<p>„Dat is zij wel, maar ik denk niet, dat zij u zoo maar zal ontvangen! Er zijn al meer
+fotografen geweest!”
+</p>
+<p>Raffles haalde minachtend de schouders op.
+</p>
+<p>„Er zijn fotografen en fotografen, goede man!” zeide hij hooghartig. „Je zult mij
+toch zeker niet met de lieden van niemendal willen vergelijken? Bovendien, ik word
+verwacht!”
+</p>
+<p>„Dan is het wat anders!” hernam de portier.
+<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p>
+<p>„Tweede verdieping, eerste gang rechts, nummers 87 en 88!”
+</p>
+<p>„Dank je, vriend, dank je!” zeide Raffles. „Ik zal het nu wel vinden!”
+</p>
+<p>En met zijn toestel beladen besteeg hij de trappen en klopte toen aan op de deur,
+die het nummer 87 droeg.
+</p>
+<p>Een koket kamermeisje deed de deur open op een kier slechts, als moest zij reeds bij
+voorbaat het indringen van ongewenschte personen beletten.
+</p>
+<p>„De mise-en-scène is prachtig!” mompelde Raffles voor zich heen. „Men zou zweren,
+dat men bij Sarah Bernard of bij Zijne Majesteit in persoon op audientie komt!”
+</p>
+<p>En luid vervolgde hij, zich tot het kamerkatje wendende:
+</p>
+<p>„Schoon kind, ik ben fotograaf, en ik vraag om de gunst, uw meesteres te mogen fotografeeren,
+echter niet zooals Jan en Alleman het gewoonlijk doet, neen, ik wil er iets bijzonders
+van maken, ik wil madame kieken in haar dagelijksche omgeving, met haar katjes en
+haar hondjes, haar todjes en haar vodjes, haar strikjes en haar kwikjes!”
+</p>
+<p>Het lieve kind achter de deur had met niet geringe verbazing naar deze korte toespraak
+geluisterd en zeide nu, met een sterk buitenlandsch accent en in het miserabelste
+Engelsch dat men zich kan denken:
+</p>
+<p>„Ik zal het aan madame gaan vragen, u lijkt mij wel een grappenmaker!”
+</p>
+<p>„O, schoon meisje, je vleit mij,” riep Raffles uit, en met moeite, wegens het zware
+toestel en het statief, streek hij het kamermeisje onder de poezele kin. „Zeg aan
+madame, dat hier iemand staat, die haar een portret zal leveren waarbij vergeleken
+al het andere prulleboel uit een kermistentje is!”
+</p>
+<p>Proestend verwijderde het jonge ding zich, maar Raffles behoefde niet lang te wachten.
+</p>
+<p>Eenige oogenblikken later keerde zij weder terug en hield de gangdeur voor Raffles
+open.
+</p>
+<p>„Madame verwacht u!” zeide zij opgeruimd. „Ik heb gezegd, dat u zeker wel iets goeds
+zoudt maken!”
+</p>
+<p>„Dat is buitengewoon vriendelijk van je, schoone maagd!” zeide Raffles, terwijl hij
+binnentrad, en achter het meisje naar een fraai gemeubeld vertrek ging, waar Marja
+Ivy zich bevond.
+</p>
+<p>De variété-danseres droeg nog een morgengewaad, zeer ruim, en van soepele zijde vervaardigd,
+en Raffles moest erkennen, dat zij er in de hoogste mate verleidelijk en bekoorlijk
+uitzag.
+</p>
+<p>Zij zat op een rustbank, en naast haar lagen twee prachtige Pekineesjes, die Raffles
+met hun ronde oogen en van onder het lange haar nieuwsgierig aangluurden.
+</p>
+<p>Op het haardkleedje lag een schoone Angora-kat te slapen, en voor een der ramen stond
+een standaard met een groote koperen kooi, waarin een kakelbonte papegaai heen en
+weder sprong, die nu en dan een origineelen Franschen vloek liet hooren.
+</p>
+<p>Marja stond tamelijk onverschillig op, en legde het dagblad weg, waarin zij had zitten
+lezen, toen het bezoek werd aangekondigd.
+</p>
+<p>„U wenscht mij te fotografeeren, mijnheer?” vroeg zij, thans in het Fransch, maar
+met een onmiskenbaar Slavisch accent.
+</p>
+<p>„Ik verzoek om die eer, madame!” antwoordde Raffles.
+</p>
+<p>„Voor welk blad is het?”
+</p>
+<p>„Ik werk niet speciaal voor een blad, madame! Ik bind mij niet! Die er het geld voor
+kan en wil missen, om de producten van mijne buitengewone vaardigheid te koopen, die
+krijgt mijn foto’s, de anderen publiceeren voddengoed!”
+</p>
+<p>Een glimlach plooide zich om de roode lippen van de jonge vrouw bij dezen uitval,
+en daarop hernam zij:
+</p>
+<p>„Gij wildet mij in deze kamer, in mijn eigen omgeving fotografeeren, zooals mijn dienstmeisje
+mij zegt?”
+</p>
+<p>„Ja, Madame!”
+</p>
+<p>„Geen kwaad denkbeeld, maar haast u dan wat; want ik ontvang zoo aanstonds bezoek!”
+</p>
+<p>„Ik beloof u, dat ik mijn best zal doen, madame!” zeide Raffles.
+</p>
+<p>Hij begon ijverig zijn tasschen te ontpakken, schroefde het toestel op den driepoot,
+bevestigde er een der objectieven op, maar liet ondertusschen zijn spiedende blikken
+aandachtig door het vertrek dwalen.
+</p>
+<p>Van de juweelen zag hij niets, die waren op dit oogenblik zeker veilig opgeborgen.
+</p>
+<p>De jonge vrouw droeg alleen eenige ringen van groote waarde, en een gouden armband
+om een van haar tengere polsen.
+<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p>
+<p>Heur haar was bijzonder hoog opgemaakt en kroonde als een helm het fijn gevormde hoofd.
+</p>
+<p>Maar de groote oogen hadden een harden, onaangenamen glans, die Raffles niet aanstond,
+en die volgens hem de uitdrukking van het schoone gezicht niet weinig benadeelde.
+</p>
+<p>Met het geoefende oog van den kunstenaar had Raffles spoedig een bevallige groep weten
+samen te stellen, de jonge vrouw half uitgestrekt op den divan, een tijdschrift in
+de hand van den slap neerhangenden arm, een der rashondjes in haar anderen gekromden
+arm, het tweede aan haar voeten, de Angora op haar schoot.
+</p>
+<p>Raffles stelde in, kroop daarbij onder den insteldoek, en maakte vervolgens een paar
+opnamen.
+</p>
+<p>„Denkt gij, dat de foto’s goed geslaagd zijn, mijnheer?” vroeg de danseres, terwijl
+Raffles begon zijn toestel weer in te pakken.
+</p>
+<p>„Daar ben ik zeker van, madame!” antwoordde Raffles. „Hoe zou het ook anders kunnen
+met zulk een dankbaar onderwerp.”
+</p>
+<p>Juist had hij dit compliment geuit, toen er op de deur werd geklopt, en het dienstmeisje
+haastig ging zien wie er was.
+</p>
+<p>Even later trad er een flatterig heerschap binnen, ongeveer veertig jaar oud, reeds
+bijna geheel kaal, met een groote monocle in het oog geklemd, en naar den laatsten
+smaak gekleed.
+</p>
+<p>Hij torste een geweldigen ruiker, en bleef even op den drempel in de deur staan, blijkbaar
+onaangenaam verrast bij het zien van den fotograaf.
+</p>
+<p>„Kom toch binnen, graaf!” noodigde de jonge vrouw den bezoeker uit. „Wat blijf gij
+daar staan, alsof gij geen tien kunt tellen.”
+</p>
+<p>Buigend en zijn keel schrapend trad de graaf binnen.
+</p>
+<p>Hij legde zijn hoed op een klein tafeltje, en trad toen met den ruiker op Marja toe.
+</p>
+<p>„Mag ik u deze bloemen aanbieden als een bewijs van mijn geringe hoogachting— — —als
+een gering bewijs van mijn hoogachting!” verbeterde hij haastig en met een rauw keelgeschraap.
+</p>
+<p>Marja barstte in lachen uit en zeide:
+</p>
+<p>„Leg het bewijs van uw geringe hoogachting maar op dien stoel, graaf! Ik dank u!”
+</p>
+<p>De bezoeker had Raffles zien glimlachen en trad nu met een grimmig gezicht op hem
+toe.
+</p>
+<p>„Zijt gij spoedig gereed, mijnheer?” vroeg hij op onbeschaamden toon. „Dan is uw aanwezigheid
+hier niet langer gewenscht!”
+</p>
+<p>Raffles liet langzaam de tasch zakken, die hij had opgenomen, en keek den graaf en
+vervolgens de jonge Lithausche vragend aan.
+</p>
+<p>Daarop zeide hij bedaard:
+</p>
+<p>„Het spijt mij, mijnheer, maar ik ben niet gewend, mij te overhaasten!”
+</p>
+<p>„Dan zult gij zoo goed zijn, het bij deze gelegenheid te doen!” snauwde de bezoeker.
+„Uw taak is nu verricht zou ik denken, en wij kunnen u nu wel missen!”
+</p>
+<p>„Wij?” herhaalde Raffles rustig. „Spreekt gij ook voor madame? Hoe weet gij zoo zeker,
+dat zij mij weg wil hebben? Het is best mogelijk, dat zij iedere minuut, die ik langer
+blijf, in haar hart zegent!”
+</p>
+<p>„Maar bij Jove, de kerel wordt brutaal!” schreeuwde de graaf, die zijn ooren niet
+scheen te kunnen gelooven. „Pak u nu aanstonds weg als gij niet wilt, dat ik mijn
+rotting op u laat neerdalen!”
+</p>
+<p>Tot groote verbazing van Marja Ivy, en misschien wel tot haar inwendig vermaak, zette
+Raffles zijn tasch op den grond, en kwam langzaam naar den graaf toe.
+</p>
+<p>Vlak voor hem stond hij stil en toen klonk het rustig van zijn lippen:
+</p>
+<p>„Nog voor gij uw rotting zoudt hebben opgeheven, mijnheer, zou ik u in het gezicht
+hebben geslagen! Denkt gij soms, dat een fotograaf maar alles van u lieden verdraagt?
+Dan hebt gij het mis! Gij zijt een onbeschaamde vlegel, als gij dan bepaald mijn oordeel
+over u vernemen wilt!”
+</p>
+<p>Krijtwit was de graaf achteruit getreden.
+</p>
+<p>De wandelstok ging de hoogte in, maar voor hij nog kon nederdalen, was de vlakke hand
+van den gewaanden fotograaf met zulk een kracht op de bleeke wang van den ander nedergedaald,
+dat de klap zeker eenige kamers verder te hooren was, en de wang als bij tooverslag
+veel dikker werd dan zij oorspronkelijk was geweest!
+</p>
+<p>„Dat … dat …” stotterde de geslagene, die nauwelijks besefte, wat hem overkomen was,
+„dat zal u berouwen! O, als gij slechts van mijn stand waart, ik zou u onmiddellijk
+uitdagen!”
+</p>
+<p>„Maar kunt gij dan niet voor eenige oogenblikken <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>doen, alsof ik inderdaad van uw stand was, mijnheer de graaf?” vroeg Raffles zonder
+de minste stemverheffing. „Ik ben dan gaarne tot uw dienst!”
+</p>
+<p>„Wat? Den degen kruisen met een … fotograaf?” riep de bezoeker op schellen toon uit.
+„Ik zou mij voor altijd blameeren. Neen, mijnheer, ik kan niet met u vechten, maar
+ik tref u met mijn minachting!”
+</p>
+<p>„Nu, dat is tenminste al vast iets!” hernam Raffles koeltjes. „Daarmee zal ik dan
+genoegen moeten nemen, voorloopig, want, mijnheer de graaf,” Raffles trad bij deze
+woorden nog dichter op den ander toe, „want misschien komt er wel een tijd, dat gij
+met mij kunt vechten, zonder u al te zeer te encanailleeren!”
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK III.</h2>
+<h2 class="main">Het ideaal van Marja Ivy.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Raffles had zijn platen dadelijk ontwikkeld, nadat hij was terug gekeerd van den tocht,
+die zoo eigenaardig geëindigd was, en tot zijn voldoening waren zij voortreffelijk
+uitgevallen.
+</p>
+<p>Als hij werkelijk fotograaf was, zou hij geen oogenblik behoeven te vreezen, dat hij
+deze uitstekende opnamen niet dadelijk zou verkoopen aan de beste geïllustreerde tijdschriften.
+</p>
+<p>Nu vergenoegde hij er zich mede, er een paar afdrukken van te maken, en daar mede
+naar het Hotel Cecil te gaan, waar Marja Ivy hem reeds met eenig ongeduld scheen te
+wachten, waaruit overduidelijk bleek, dat zij nog pas aan den aanvang van haar schitterende
+loopbaan stond.
+</p>
+<p>De jonge vrouw toonde zich zeer ingenomen met de foto’s en bestelde er dadelijk een
+dozijn van, tegen een half pond per stuk.
+</p>
+<p>Geld scheen er voor haar in het geheel niet op aan te komen, wanneer het gold, reclame
+voor haar eigen dierbaar persoontje te maken.
+</p>
+<p>Twee en zeventig pond rijker verliet Raffles het hotel weder.
+</p>
+<p>Een oogenblik had hij er over gedacht, reeds nu zijn slag te slaan, maar verschillende
+redenen verzetten zich daartegen.
+</p>
+<p>Ten eerste was er een voortdurend komen en gaan op de verdieping, waar zich de weelderige
+vertrekken van Marja Ivy bevonden, ten tweede verliet het dienstmeisje geen oogenblik
+het neven-vertrek, ten derde wist Raffles in het geheel niet waar de jonge vrouw haar
+fraaie diamanten bewaarde, en ten slotte wilde hij eerst iets meer van haar weten,
+van haar inborst en van de wijze waarop zij omsprong met het blijkbaar zeer gemakkelijk
+verdiende geld.
+</p>
+<p>Toen hij na veel plichtplegingen vertrekken wilde, hield het bekoorlijke dienstmeisje
+hem staande in het voorvertrek.
+</p>
+<p>Zij keek omzichtig om zich heen, ten einde zich te vergewissen, dat zij niet beluisterd
+werd, en vroeg toen op zacht gefluisterden toon:
+</p>
+<p>„Gij zijt zeker goed bekend in uw vaderstad, mijnheer de fotograaf?”
+</p>
+<p>„Dat zou ik meenen, schoon meisje!” antwoordde Raffles, wel een weinig verbaasd over
+deze vraag.
+</p>
+<p>Maar de volgende zou hem nog heel wat meer verrassen!
+</p>
+<p>Het kamerkatje ging op haar teenen staan, teneinde haar mond zoo dicht mogelijk bij
+het oor van den gewaanden fotograaf te kunnen brengen, en vroeg toen:
+</p>
+<p>„Weet gij ook, of de Prins van Wales een minnares heeft?”
+<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p>
+<p>Raffles verwonderde zich niet spoedig ergens over, daarvoor behoedde hem een leven
+vol van de vreemdste ervaringen, maar deze vraag deed hem toch even verbluft staan,
+vooral omdat zij zoo onverwacht kwam.
+</p>
+<p>Toen kwam zijn antwoord:
+</p>
+<p>„Heel precies zou ik het u niet kunnen zeggen, lief kind, maar ik geloof het haast
+niet! Zoo iets is geen gewoonte in ons land!”
+</p>
+<p>De soubrette haalde minachtend de schouders op en fluisterde:
+</p>
+<p>„Hij is toch jong en knap!”
+</p>
+<p>„Zeker, maar wij zijn hier niet in Spanje of in Portugal, of in een ander land, waar
+dergelijke dingen nog al eens schijnen voor te komen!”
+</p>
+<p>„O, die puriteinen!” kwam het kamerkatje verachtelijk! „Nu, ik hoop, dat madame daar
+een eind aan zal maken, dat is alles!”
+</p>
+<p>„Madame?” herhaalde Raffles verwonderd. „Wat heeft die er mede te maken?”
+</p>
+<p>Het kamermeisje trok een gezicht als iemand die zich een weinig versproken heeft.
+</p>
+<p>„Och, ik zeg maar zoo …” stamelde zij. „Madame heeft zoo’n voorliefde voor heel hooge
+heeren, ziet gij?”
+</p>
+<p>Er ging Raffles een licht op.
+</p>
+<p>Marja Ivy scheen bijzonder gesteld te zijn op „hooge heeren”, zooals het bevallige
+kamerkatje zich uitdrukte, en zeer waarschijnlijk had zij nu het oog laten vallen
+op niemand minder dan den Engelschen troonopvolger, vandaar de indiscrete vraag van
+het meisje!
+</p>
+<p>Raffles kon ternauwernood een glimlach weerhouden, het denkbeeld, dat aan het strenge,
+stijf deftig Engelsche hof zooiets als een publieke minnarij van den troonopvolger
+zou worden geduld, die nog nauwelijks den kinderschoenen was ontwassen kon alleen
+opkomen in het hoofdje van een volslagen vreemdelinge in Jeruzalem!
+</p>
+<p>Maar reeds bracht het kamermeisje opnieuw haar mondje dicht bij het oor van den fotograaf,
+en nu klonk haar vleiend stemmetje:
+</p>
+<p>„Er zijn morgen belangrijke wedrennen, nietwaar?”
+</p>
+<p>„Inderdaad, Miss!” antwoordde Raffles, die lont begon te ruiken. „Te Hendon.”
+</p>
+<p>„Komt de troonopvolger wel eens op dergelijke sportbijeenkomsten?”
+</p>
+<p>„O ja! Hij is een echt sportsman in hart en nieren! Hij slaat geen enkelen wedren
+van eenige beteekenis over!”
+</p>
+<p>„Zoo? Nu, dat valt mij nogal van hem mee, maar het andere, neen hoor, als ik zoo jong
+en zoo knap was dan …”
+</p>
+<p>Wat zij dan zou doen, kwam Raffles niet te weten, want op dat oogenblik klonk de scherpe
+stem van Marja Ivy, die haar riep.
+</p>
+<p>Maar voor zij kon heen vluchten, had Raffles haar snel gevraagd:
+</p>
+<p>„De naam van dien graaf, dien ik gisteren geoorveegd heb?”
+</p>
+<p>„Graaf Douglas Carwood! Hij is gek op madame, en zij houdt hem voor de mal!”
+</p>
+<p>En met deze belangwekkende mededeeling snelde zij weg.
+</p>
+<p>In gedachten verzonken aanvaardde Raffles den terugweg naar zijn woning.
+</p>
+<p>Marja Ivy reikte wel hoog.
+</p>
+<p>Dat was dus haar ideaal, den Engelschen troonopvolger tot minnaar te hebben!
+</p>
+<p>Aldus wilde zij zeker Gaby Deslys overvleugelen, die het maar met een koning van een
+klein land had moeten stellen, een koning, die niet eens zijn troon had weten te behouden!
+</p>
+<p>Weer moest Raffles glimlachen.
+</p>
+<p>Zooiets was ondenkbaar aan het hof te Londen.
+</p>
+<p>Zeker, vroegere kroonprinsen hadden minnaressen gehad en wijlen Edward VII. was verre
+van een puritein geweest, maar dat alles geschiedde in groote stilte en men werd algemeen
+geacht van dergelijke dingen volkomen onkundig te zijn!
+</p>
+<p>Maar het denkbeeld, dat kroonprins Albert op een renbaan, ten aanschouwe van een duizendkoppige
+menigte zich zou afficheeren met een variété-ster, die nog maar in haar opkomst was,
+dat was te dwaas om er een oogenblik bij te kunnen stilstaan.
+</p>
+<p>Toch nam Raffles zich voor, den volgenden dag naar Hendon te gaan, en daar eens te
+zien hoe de zaken zich zouden ontwikkelen.
+</p>
+<p>Haast had hij volstrekt niet, want Marja Ivy zou op zijn minst veertien dagen in het
+<span class="corr" id="xd33e506" title="Bron: Hypodroom Theater">Hypodrome-Theater</span> blijven optreden en het was zeer waarschijnlijk dat zij op het programma zou worden
+geprolongeerd, te oordeelen naar het succes, hetwelk zij bij haar eerste optreden
+had geoogst.
+<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p>
+<p>Hij vond Charly in de biljartkamer, bezig met het oefenen van een moeilijken massé-stoot.
+</p>
+<p>De jonge man zette evenwel zijn queue spoedig weg en vroeg:
+</p>
+<p>„Heb je een goede opdracht gekregen?”
+</p>
+<p>„Ik heb al mijn afdrukken meteen verkocht! Waarachtig, ik geloof dat het baantje van
+fotograaf, vooral als men in de gelegenheid komt, mooie variété-soubrettes te kieken,
+nog zoo slecht niet is!”
+</p>
+<p>„Was die gevaarlijke graaf van gisteren er weer?”
+</p>
+<p>„Ik heb den gek niet meer gezien! Misschien zal het uitgaan hem in den eersten tijd
+wel wat moeilijk zijn vanwege zijn dikke wang!”
+</p>
+<p>„Maar ben je niet wat heel erg uit je rol gevallen, Edward?” riep Charly lachend uit.
+</p>
+<p>„Ik geef toe, dat mijn optreden voor een fotograaf voor geïllustreerde bladen wel
+een weinig brutaal en vreemd was, maar de graaf scheen dat in zijn woede in het geheel
+niet te bemerken!”
+</p>
+<p>„En Marja?”
+</p>
+<p>„O, die lachte maar achter haar krant! Zeg eens, hebben wij plaatsen voor de wedrennen
+van morgen, te Hendon?”
+</p>
+<p>„Dat spreekt van zelf; ik heb twee plaatsen voor het paddock, zoodat we kunnen gaan
+en staan waar wij <span class="corr" id="xd33e523" title="Bron: kunnen">willen</span>.
+</p>
+<p>„Uitstekend, dan zullen wij de komedie niet verzuimen. Ik ben werkelijk benieuwd,
+of Marja daar zal verschijnen, maar vooral of zij inderdaad een poging zal doen om
+in aanraking te komen met Prins Albert.”
+</p>
+<p>„Maar luister eens, Edward, het is toch wel eens meer voorgekomen, dat een <span class="corr" id="xd33e529" title="Bron: Variétéster">Variété-ster</span> werd voorgesteld aan een prins van den bloede!”
+</p>
+<p>„Ongetwijfeld, al is het niet vaak geschied. Maar zij is nog geen ster, zij staat
+nauwelijks aan het ondereinde van de ladder naar den roem, of naar de befaamdheid,
+zooals je het noemen wilt. En dan, op een renbaan, denk eens aan! Die Slavische dames
+schijnen alles maar voor mogelijk te achten. Nu, wij zullen het morgen wel zien!”
+</p>
+<p>Den volgenden dag om elf uur in den morgen kwam de groote toerwagen voorrijden, bestuurd
+door Henderson, die de beide vrienden naar Hendon zoude brengen, waar dien dag belangrijke
+wedrennen plaats hadden.
+</p>
+<p>Het was een heerlijke dag, en zeer warm.
+</p>
+<p>Reeds op dat vroege uur was de breede straatweg naar het plaatsje bedekt met talrijke
+voertuigen en wandelaars, die zich op het middenterrein der renbaan van een goed plaatsje
+wilden verzekeren.
+</p>
+<p>Een uur later hadden Raffles en Charly de plaats van bestemming bereikt, en stapten
+uit voor het grootste restaurant, waar zij de lunch <span class="corr" id="xd33e539" title="Bron: gebruikte">gebruikten</span>.
+</p>
+<p>En zij zaten daar nog, onder het groote afdak van de veranda, toen er een sierlijke
+landauer voorbijreed, bespannen met twee fraaie Isabella’s, waarin Marja Ivy in al
+den glans van haar jeugd en haar schoonheid gezeten was.
+</p>
+<p>Zij was in het wit gekleed en zij zag er waarlijk allerbekoorlijkst uit, zooals zij
+daar bevallig achterover leunde en haar gelaat tegen de brandende zonnestralen beschermde
+met een sierlijke parasol.
+</p>
+<p>Charly keek haar een oogenblik na en zeide toen op zachten toon:
+</p>
+<p>„Het is eigenlijk zonde en jammer, dat bekoorlijke schepseltje te bestelen.”
+</p>
+<p>Raffles haalde de schouders op, en gaf ten antwoord:
+</p>
+<p>„Ik heb mij tot beginsel gesteld, mij bij mijn ondernemingen nooit te laten beïnvloeden
+door het uiterlijk van mijn slachtoffers, en ik geloof dat het een goed beginsel is!
+Inderdaad, waar zou het heen moeten als ik alleen oude besjes en leelijke mannen zou
+mogen bestelen. Mijn terrein van werkzaamheden zou wel beperkt worden, en dat zonder
+eenige grondige reden. Als de vrouw die daar voorbijreed met harden arbeid haar geld
+verdiend had, en een andere inborst had, dan zou ik mij zeer waarschijnlijk nog wel
+eens bedenken, maar nu zal ik denkelijk van gewetenswroeging weinig last hebben, wanneer
+ik haar beurs wat verlicht. Zij kan het gemakkelijk missen, omdat zij het gemakkelijk
+kan krijgen. Heb je al eens naar de omstandigheden van die Marja Ivy geïnformeerd,
+zooals ik je verzocht heb?”
+</p>
+<p>„Ik heb er een aanvang mede gemaakt, en zij moet inderdaad Sonja Malakoff heeten,
+zooals je inderdaad vermoedde. En dat haar moeder dood is en haar vader een dronkenlap
+komt ook uit. Zij heeft nog zusjes en broers, maar <span class="corr" id="xd33e550" title="Bron: daaran">daaraan</span> laat zij zich al heel weinig gelegen liggen. Zij moet zich al eens uitgelaten hebben
+dat zij liever zelf in een armenhuis ging, dan ooit een penny aan haar vader te sturen,
+die het geld toch dadelijk door zijn keel zou jagen. En voor de rest, heeft ze zoo
+jong als ze is <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>reeds een tiental aanbidders gehad, die zij allen behoorlijk geplukt heeft.”
+</p>
+<p>„Nu, heel veel zaaks schijnt onze Marja dus niet te zijn,” hernam Raffles onverschillig.
+„En laten wij nu maar gaan, want ik geloof dat het vol zal loopen.”
+</p>
+<p>De beide mannen stonden op en verlieten het restaurant om weder in de auto te stappen,
+die hen tot op de renbaan bracht en zich vervolgens ging voegen bij de honderden automobielen,
+die reeds op de daartoe bestemde plek verzameld waren.
+</p>
+<p>De toegangsbewijzen van de beide vrienden gaven hun het recht om zich overal te bewegen
+en zij konden plaats nemen op de groote tribune tegen over den eindpaal of voor het
+hek, dat de renbaan afscheidde van het terrein.
+</p>
+<p>Het was reeds zeer vol, want het was een der eerste rendagen van het seizoen, en het
+weder werkte mede.
+</p>
+<p>Raffles wierp een blik op de koninklijke loge, zij was op dit oogenblik nog leeg.
+</p>
+<p>De groote tribune echter was bijna geheel bezet, en men zag daar keur van lichte en
+fraaie toiletten, gedragen door de bloem van de vrouwelijke aristocratie.
+</p>
+<p>De heeren waren allen in grijs jacket gestoken, en met den grijzen hoogen hoed zooals
+dat op de Engelsche renbanen bijna een traditie is geworden.
+</p>
+<p>Verder droegen zij de onvermijdelijke witte slobkousen en het even onmisbare rottinkje.
+</p>
+<p>Raffles en Charly hadden nog geen honderd stappen gedaan, of daar kwam Marja Ivy aanwandelen,
+in gezelschap van graaf Douglas Carwood.
+</p>
+<p>De beide vrienden liepen kalm door, want zij wisten wel, dat zij geen gevaar liepen
+om te worden herkend, Raffles zag er nu heel wat anders uit dan toen hij de rol van
+den fotograaf vervulde. Hij was eenvoudig Lord William Aberdeen en als zoodanig groetten
+hem ook de leden van de Windsor Club, die hun Vice-President herkenden.
+</p>
+<p>Graaf Carwood stapte trotsch als een pauw aan de zijde van de schoone, jonge vrouw
+voort, overtuigd, dat hij het voorwerp was van veler nijd en afgunst.
+</p>
+<p>Wat Marja betreft, zij wierp herhaaldelijk een schuinschen blik naar de koninklijke
+loge, en scheen geen aandacht te hebben voor hetgeen haar metgezel haar zeide.
+</p>
+<p>Toen zij voorbij waren kwam Charly glimlachend:
+</p>
+<p>„Misschien rekent zij wel op Carwood, om haar aan den kroonprins voor te stellen.
+Je weet immers dat hij vrij goed bekend is met Prins Albert?”
+</p>
+<p>„Ja, zij hebben in hetzelfde regiment gediend,” antwoordde Raffles. „Toen prins Albert
+kolonel was van de <span lang="en">Queens Own Cameron Highlanders</span>, toen was onze graaf eerste luitenant bij dat regiment.”
+</p>
+<p>„Zou hij werkelijk zoo gek zijn om een poging te doen haar onverhoeds aan den kroonprins
+voor te stellen?”
+</p>
+<p>„Daaraan valt immers niet te denken,” antwoordde Raffles. „Hij zou zich voor goed
+onmogelijk maken aan het hof.”
+</p>
+<p>„Maar wacht eens, graaf Douglas Carwood, dat is dus de man, met wien je gisteren die
+kleine uiteenzetting hebt gehad in de kleine logeerkamer van Marja Ivy.”
+</p>
+<p>„Ja Charly, dat is hij! En ik moet je eerlijk zeggen, dat ik een zonderlinge kriebeling
+in mijn handpalm voelde, toen ik het heerschap voorbij liep.”
+</p>
+<p>Juist had Raffles dit gezegd, toen er buiten de renbaan een luid gejuich opging, en
+een oogenblik later draaide met een stouten zwaai een geweldig groote auto het hek
+binnen, die stil hield voor de groote tribune.
+</p>
+<p>Uit den wagen stapten kroonprins Albert en zijn persoonlijke adjudant graaf Herbert
+Lodge.
+</p>
+<p>Met vlugge stappen, nu en dan zijn hoed afnemend voor het gejuich dat hem begroette,
+beklom prins Albert de trappen, die naar zijn loge voerden, en zoodra hij gezeten
+was, en zijn adjudant hem met een buiging een programma had ter hand gesteld, nam
+de ren een aanvang.
+</p>
+<p>Raffles en Charly hadden hun positie gekozen ongeveer halverwege de breede trap, die
+terzijde van de groote tribune naar boven loopt, en konden van daar zoowel de koninklijke
+loge als het paddock goed overzien.
+</p>
+<p>En zoo bemerkten zij, dat Marja Ivy nog altijd heen en weer liep, steeds in gezelschap
+van graaf Carwood.
+</p>
+<p>Maar de paarden schenen haar volstrekt niet te interesseeren, zij hield den blik van
+haar groote, violetzwarte oogen bijna aanhoudend gevestigd op de loge van prins Albert,
+die vol belangstelling door zijn kijker de races volgde.
+</p>
+<p>Toen brak de pauze aan, en volgens zijn gewoonte, daalde de prins de treden af en
+mengde zich ongegeneerd <span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>onder het deftige publiek, maar steeds vergezeld van zijn adjudant.
+</p>
+<p>„Zij is een goede stratege,” zeide Raffles vol bewondering, toen hij zag, dat Marja
+Ivy zoodanig manoeuvreerde dat zij schijnbaar onbemerkt tot vlak in de nabijheid van
+prins Albert kwam.
+</p>
+<p>Een paar oogenblikken later stootte zij den troonopvolger schijnbaar bij ongeluk aan,
+zoodat deze zijn kijker liet vallen.
+</p>
+<p>„Knap gedaan!” zeide Charly vol bewondering. „Heel handig gedaan!”
+</p>
+<p>„Toegestemd, maar het resultaat is belabberd!” voegde Raffles er aan toe.
+</p>
+<p>Inderdaad, Marja Ivy had heel weinig succes van haar goed gevonden trucje. Zij had
+zich snel naar den kijker gebukt om hem op te rapen, en aan den kroonprins ter hand
+te stellen, maar de adjudant was haar reeds voor geweest en had het voorwerp opgeraapt.
+</p>
+<p>Toen richtte de jonge vrouw, blijkbaar om zich te excuseeren, een paar woorden tot
+den kroonprins en tenslotte maakte zij een diepe buiging waarvan zij meende te kunnen
+vermoeden dat de prins haar met welgevallen zou gade slaan.
+</p>
+<p>Maar toen zij zich weder uit haar diepgebogen houding oprichtte, moest zij tot haar
+teleurstelling en woede ervaren, dat de prins alweder minstens tien passen verder
+en op dit oogenblik al weer in gesprek was met een verbazend zwaarlijvigen generaal,
+blinkend van gouden versierselen.
+</p>
+<p>Zijn adjudant scheen hem zeer haastig een paar woorden te hebben toegefluisterd en
+keek nu met ijskoude blikken naar de beklagenswaardige Variété-danseres, die zich
+op de lippen beet, woedend de kleine vuisten balde, den graaf onder den arm nam en
+hem zoo haastig met zich meevoerde, dat er van de correcte houding van haar tegenwoordigen
+minnaar zoo goed als niets meer overbleef.
+</p>
+<p>Spoedig waren zijn fladderende jaspanden en zijn hooge grijze hoed onder het publiek
+verdwenen, dat het paar, voor zoover het getuige van het kleine tooneeltje was geweest,
+met spottende blikken vol leedvermaak nakeek.
+<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK IV.</h2>
+<h2 class="main">Bij gebrek aan brood.….</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Slechts weinige bladen bevatten den volgenden morgen eenige stekeligen opmerkingen
+naar aanleiding van het gebeurde op de renbaan aan het adres van de onbescheidene
+Variété-Diva, maar verreweg de meeste bladen hadden het incident zelfs niet vermeld,
+en dat bracht de jonge vrouw misschien nog meer in woede dan al het andere.
+</p>
+<p>Veel liever had zij gehad, dat men haar de huid had volgescholden, dan was tenminste
+de aandacht op haar gevestigd.
+</p>
+<p>Zij begreep nu echter wel, dat zij iedere poging om indruk te maken op prins Albert
+gerust kon laten varen, en zij gaf uiting aan haar teleurstelling en gekwetste ijdelheid
+door den jongen kroonprins een geheele reeks uitgezochte scheldwoorden in haar moedertaal
+naar het hoofd te werpen, terwijl zij gezeten was voor haar kaptafel en het kamermeisje
+met vaardige hand heur haar kapte.
+</p>
+<p>„Een stokvisch, een ijsblok, een ongelikte beer, een man zonder een grijn tactgevoel!”
+riep zij maar. „Een houten klaas, de dood van Pierlala, en dat is zeven en twintig
+jaar! Hemeltje lief, wat beleven wij toch een vreemden tijd!”
+</p>
+<p>„Misschien trekt hij nog wel bakzeil, madam,” gaf het kamerkatje wijsgeerig te kennen.
+</p>
+<p>„Dat denk ik niet, Mirza,” zeide Marja hoofdschuddend. „Ik vergis mij niet spoedig
+in de houding van de heeren der schepping. Hij behandelde mij alsof ik lucht voor
+hem was, dat hij op zijn weg tegen kwam.”
+</p>
+<p>Zij trappelde ongeduldig met haar hooggehakte pantoffeltjes op het dikke vloerkleed,
+en wilde wederom een nieuwe reeks krachttermen aan het adres van den troonopvolger
+lanceeren toen er op de deur werd geklopt van de voorkamer.
+</p>
+<p>„Ga eens zien, wie daar is, Mirza,” beval Marja humeurig. „Als het die vervelende
+Carwood is, stuur je hem maar weer weg. Ik kan hem op het oogenblik niet verdragen.
+Die man werkt op mijn zenuwen.”
+</p>
+<p>Mirza ging door de voorkamer naar de gangdeur, opende die en vond daar een etagekellner
+die haar een visitekaartje ter hand stelde.
+</p>
+<p>Het meisje wierp er een vluggen blik op en las den naam van „Graaf James Colebrooke”.
+</p>
+<p>„Wat wil de graaf?” vroeg het meisje.
+</p>
+<p>„Wel, je meesteres een bezoek brengen denk ik,” antwoordde de kellner.
+</p>
+<p>„Om twaalf uur in den morgen? Waarom niet liever in het holste van den nacht,” riep
+Mirza verontwaardigd uit.
+</p>
+<p>„Hij zegt, dat hij om een zaak van belang komt.”
+</p>
+<p>Het kamermeisje haalde de schouders op en ging met het visitekaartje naar haar meesteres.
+</p>
+<p>Na eenig geparlementeer kreeg de graaf toestemming om binnen te komen.
+</p>
+<p>Marja dacht er evenwel niet aan haar bezigheden te staken, maar liet haar kamermeisje
+doorgaan met het opmaken van haar prachtig haar.
+</p>
+<p>Binnen trad nu een man in de kracht van zijn leven, maar met reeds gebogen rug, een
+groote kale plek op het hoofd, een verlepte kleur en slappe gelaatstrekken, knipperende
+oogen die hij steeds half dicht kneep daar hij blijkbaar zeer bijziende was, en onberispelijk
+gekleed.
+</p>
+<p>Met een krakende stem, terwijl hij op den drempel van de deur bleef staan, zeide hij:
+</p>
+<p>„Duidt het mij niet kwalijk, madame, als ik u nog voor de lunch een bezoek breng.
+Ik weet echter wel, dat artisten het niet zoo nauw plegen te nemen zelfs wanneer zij
+zoo hoog in aanzien zijn als gij.”
+</p>
+<p>De diva had zich half op haar stoel omgewend, en keek nieuwsgierig naar de dorre schrale
+figuur, die wel uit hout gesneden leek te zijn, het vale gezicht en de rood omrande
+oogen.
+<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p>
+<p>Toen vroeg zij half spottend:
+</p>
+<p>„Is u een graaf?”
+</p>
+<p>„Een authentieke madam. Ik erken echter, dat ik misschien een weinig te haastig geleefd
+heb, en misschien wel wat te veel geld heb uitgegeven, maar dat komt meer voor in
+onze kringen. Wilt gij mij toestaan terzake te komen?”
+</p>
+<p>„Ga uw gang, graaf, maar maak het kort, wat ik u verzoeken mag!”
+</p>
+<p>En toen de bezoeker een schuinschen blik wierp op Mirza, die nog altijd ijverig het
+glanzende zwarte haar borstelde, vervolgde zij:
+</p>
+<p>„Voor mijn kamermeisje heb ik geen geheimen, gij kunt vrijuit spreken.”
+</p>
+<p>„Nu als dat het geval is, dan zal ik van die vrijheid gebruik maken, madame.”
+</p>
+<p>Op een uitnoodigend gebaar van de schoone jonge vrouw nam graaf Colebrooke plaats,
+schraapte zijn keel eens, en begon met zijn krakende, heesche stem:
+</p>
+<p>„Ik was gisteren op de renbaan te Hendon, hm! Goede sport, mooie vrouwen, beste paarden,
+<span class="corr" id="xd33e642" title="Bron: en zoovoort">enzoovoort</span>, hm! Ik had ook het genoegen u daar te zien, ik herkende u natuurlijk dadelijk, kon
+niet missen, bekoorlijke trekken, zeer sierlijk costuumpje, <span class="corr" id="xd33e645" title="Bron: en zoovoort">enzoovoort</span>, hm! Was ook willekeurig getuige van het kleine intermezzo met den kijker, moest
+dadelijk getuigen, kranig gevonden, zeer adrem, kolossaal handig, enzoovoort, hm!”
+</p>
+<p>De diva zat een oogenblik in beraad of zij zich driftig zou maken, maar er was iets
+in de stem van den bezoeker, dat haar deed zwijgen, en met belangstelling op de rest
+wachten.
+</p>
+<p>Graaf Colebrooke bekeek zijn vingertoppen met een uitdrukking op zijn gelaat alsof
+hij voor het eerst van zijn leven iets bijzonders merkwaardigs onder de oogen kreeg,
+en vervolgde toen:
+</p>
+<p>„U duidt mij mijn openhartigheid niet euvel, daarvan ben ik overtuigd, hm! Met eerlijkheid
+bereikt men op deze wereld nog het meest, onder sommige omstandigheden, hm! Eerlijkheid
+duurt het langst, nu en dan. Ik kom nu ter zake. Ik meen te hebben opgemerkt, madame,
+dat gij, hoe zal ik het zeggen, eenige belangstelling koestert voor den jeugdigen
+troonopvolger, hm! Ik zie aan uw gelaat, dat ik goed geraden heb! Maar, uwe pogingen
+zullen waarschijnlijk ijdel zijn, madame! Vreemde jongen, onze kroonprins, hm! Koud
+als ijs, onverschillig, denkt alleen aan paarden en honden, staatszaken en andere
+nonsens. Lijkt wel afkeerig van het schoone geslacht te zijn, voor zoo verre het geen
+gravenkroontje draagt, hm! Uiterst merkwaardige jongen, zal het ongetwijfeld ver brengen
+in de wereld, bij wijze van spreken natuurlijk, want verder dan koning, nietwaar,
+kan men het al haast niet brengen.”
+</p>
+<p>Graaf Colebrooke vond dit waarschijnlijk een uitstekend geslaagde grap, want hij liet
+een lachje hooren, dat precies klonk als het afloopen van een wekker, waarvan plotseling
+een der radertjes gebroken is.
+</p>
+<p>„Vergun mij de opmerking, graaf, dat ik nog steeds niet weet, waar dit alles op moet
+uitdraaien,” kwam Marja Ivy een weinig ongeduldig.
+</p>
+<p>Zij was nu geheel gekapt, en Mirza was bezig met het opvouwen van eenige kleedingstukken.
+</p>
+<p>„Gij zult aanstonds tevreden worden gesteld, madame,” hernam graaf Colebrooke. „Het
+spijt mij, wanneer ik u ophoud, maar ik ben gaarne zoo duidelijk mogelijk, ik ga altijd
+op den man af, hm. In dit geval natuurlijk op de vrouw, hm. Wij komen dan terug op
+het kleine, en zoo voortreffelijk geënsceneerde incident op de renbaan, hm. Ik neem
+dus uw belangstelling voor den kroonprins als vast staande aan, en ik constateer,
+dat die niet tot het gewenschte doel heeft geleid. Maar, men kan ook wel dansen, <span class="corr" id="xd33e657" title="Bron: als">al</span> is het niet met de bruid, zooals een oud en beroemd spreekwoord in ons land luidt!”
+</p>
+<p>Marja keek den bezoeker met groote oogen aan, en vroeg:
+</p>
+<p>„Waar wilt u eigenlijk heen, graaf?”
+</p>
+<p>„Dat zal ik u zeggen, madame, en nu ga ik een teeder punt aanroeren, hm. Het spreekwoord
+dat ik zooeven noemde, zou ik als volgt willen uitleggen:
+</p>
+<p><span id="xd33e664">„</span>Bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. Men moet roeien met de riemen
+die men heeft, en ik ben vast overtuigd, dat de riemen, welke ik u kan verschaffen,
+zeer wel in uw smaak zullen vallen, bij wijze van begin, hm!”
+</p>
+<p>„Wat wilt gij zeggen, graaf?”
+</p>
+<p>„Ik wil zeggen, madame, dat er nog wel andere prinsen zijn te krijgen, al zijn het
+geen kroonprinsen, hm! Gij zijt een vreemdelinge, en daarom uit den aard der zaak
+niet geheel op de hoogte van de samenstelling van het koninklijke gezin. Laat mij
+u dan mededeelen, dat Koning George vijf zoons <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>heeft, en een dochter<span id="xd33e672">.</span> De zoons zijn Prins Edward Albert, George, Andrew, Patrick David, geboren op 23.
+Juni 1894. Hij is de kroonprins. Daarop volgt prins Albert, Frederic, Arthur, George,
+geboren 14. December 1895. Daarop volgt de prinses, voor ons van geen belang. Dan
+komt Prins Henry, William, Frederic, Albert, in 1900 geboren op 31. Maart. Vervolgens.…”
+</p>
+<p>„Maar lieve hemel, graaf. Wat kan mij die opsomming schelen!” viel Marja hem ongeduldig
+in de reden. „Als gij nog langer doorgaat, zult gij ook nog de zuigelingen opnoemen.…”
+</p>
+<p>„Zooals gij wilt, madame, dan zal ik u de beide manlijke telgen, die in 1905 en 1902
+geboren zijn besparen, hm. Bepalen wij ons dus bij prins Albert Frederic, den tweeden
+zoon, gemeenlijk prins George genoemd. Hij is op dit oogenblik 25 jaar, hm! En ik
+meen te weten dat hij niet bepaald afkeerig is van het vrouwelijk geslacht, voor zooverre
+het een zekere bevalligheid ten toon spreidt.”
+</p>
+<p>„Ah! Nu begin ik het te begrijpen!” riep Marja lachend uit. „Maar, dat plan is nog
+niet eens zoo kwaad!” voegde zij er peinzend aan toe. „En, nu zult gij mij zeker wel
+eens willen zeggen, met welk doel en in welke hoedanigheid gij mij dit komt mededeelen?”
+</p>
+<p>De graaf wierp nogmaals een schichtigen blik op Mirza, die <span class="corr" id="xd33e680" title="Bron: zachtje">zachtjes</span> neuriënd haar werk deed, en liet zijn krassende stem zooveel mogelijk dalen, toen
+hij hernam:
+</p>
+<p>„Ik wil er geen geheim van maken, madame, dat ik bij vroegere gelegenheden een weinig
+de rol van Postillon d’Amour heb gespeeld, ten behoeve van prins George. Ik wil voorts
+ook niet verzwijgen, dat ik, min of meer, hoe zal men zeggen, op zwart zaad ben geraakt,
+en dat mijn geldmiddelen niet zoo zijn, als ik wel wenschte, hm! Misschien bestaat
+er eenig meeningsverschil aangaande de wijze, waarop ik tracht, die geldmiddelen te
+herstellen, maar ik heb niet veel keus, en met handenarbeid kan een graaf Colebrooke
+natuurlijk niet zijn stand ophouden.”
+</p>
+<p>„Wel, wel, wel, dus een koppelaar!” riep Marja Ivy uit, terwijl zij zich zachtjes
+in haar stoel heen en weder wiegde.
+</p>
+<p>„O, foei, wat een uitdrukking!” riep graaf Colebrooke, vol verontwaardiging uit. „Men
+kan dat toch anders zeggen, men kan zeggen dat ik mijn gewaardeerde diensten verleen
+als prins George den wensch te kennen geeft, zijn warm gemoed uit te storten aan den
+boezem eener sympathieke vrouw.”
+</p>
+<p>„Het kan mij volstrekt niet schelen, hoe gij het noemt, graaf,” riep Marja lachend
+uit. „De hoofdzaak is dat gij kans ziet, mij in kennis te brengen met prins George
+en dat gij voor uw bemiddeling behoorlijk gehonoreerd wilt worden, hetgeen ook niet
+meer dan billijk is. Wij zullen niet over een paar woorden vallen! Ik heb het immers
+bij het juiste eind?”
+</p>
+<p>„Zoo is het, madame!”
+</p>
+<p>„Welnu, ik wil ook van mijn hart geen moordkuil maken, nu mijn kennismaking met den
+kroonprins zoo jammerlijk mislukt is, wil ik mij ook wel met minder tevreden stellen,
+en als gij er in staagt, mij in kennis te brengen met prins George dan zal ik mij
+niet ondankbaar toonen. Maar laat mij u tenminste mogen zeggen, dat gij op zonderlinge
+wijze aan den kost komt.”
+</p>
+<p>„Ieder vogeltje zingt, zooals hij gebekt is, madame,” riep graaf Colebrooke uit, terwijl
+hij opstond, en zich blijkbaar gereedmaakte, om te vertrekken.
+</p>
+<p>Maar Marja Ivy was een doortastende vrouw, zij was gewend, het ijzer te smeden als
+het heet was.
+</p>
+<p>„Wanneer zoudt gij een samenkomst tusschen mij en den prins tot stand kunnen brengen?”
+vroeg zij op den man af.
+</p>
+<p>„Zoo spoedig gij wilt, madame!”
+</p>
+<p>„Dan morgen reeds! Ik ben verlangend mij op den kroonprins te wreken, en dat kan ik
+niet beter doen, door hem te toonen, dat zijn broeder minder afkeerig is van mij dan
+hij zelf. Zoudt gij kans zien, prins George over te halen, mij morgen hier in deze
+vertrekken een bezoek te brengen?”
+</p>
+<p>De graaf trok een bedenkelijk gezicht, en scheen even na te denken. Toen antwoordde
+hij:
+</p>
+<p>„Gij vraagt heel wat, madame, maar ik zal mijn best doen, hm! Als het gaat, dan zal
+ik u nog hedenavond schrijven, of u morgen een boodschap zenden.”
+</p>
+<p>Marja klapte vroolijk in de handen en riep opgewonden uit:
+</p>
+<p>„Als dat lukt dan heb ik er heel wat voor over!”
+</p>
+<p>„Dat hoop ik, madame, dat hoop ik!” zeide graaf Colebrooke handenwrijvend. „Er zullen
+wellicht kosten aan verbonden zijn, en, het is niet meer dan billijk, dat mij die
+vergoed worden, niet waar? <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>Ik zou u echter willen aanraden, hm, aan de zaak voorloopig zoo weinig mogelijk ruchtbaarheid
+te geven, prins George houdt daar in het geheel niet van! Later kunt gij natuurlijk
+uw schade dubbel en dwars inhalen, maar in den aanvang moeten wij hem niet afschrikken!”
+</p>
+<p>„Ik beloof het u, graaf!” riep Marja uit. „Gij kent den prins natuurlijk persoonlijk
+zeer goed?”
+</p>
+<p>„Ik ben zeer intiem met hem bevriend, madame! Om zoo te zeggen <span lang="fr">frère et compagnon</span>! Maar juist daarom zult gij wel begrijpen, dat dit alles tusschen ons moet blijven.
+Ik zou mij zelf zeer benadeelen, als het later bleek, hm, dat ik hier de rol van bemiddelaar
+had gespeeld!”
+</p>
+<p>„Wees daaromtrent gerust, graaf! Gij zult er buiten blijven, dat verzeker ik u op
+mijn woord! A propos, is de prins nog al vrijgevig, dat gij weet?”
+</p>
+<p>„Gij zult u niet te beklagen hebben, als gij in den smaak van zijne hoogheid valt,
+dat is alles wat ik u zeggen kan, madame!” antwoordde de graaf. „De prins staat er
+voor bekend, dat hij niet op eenige duizenden ponden ziet, als het zijn vrienden betreft,
+en dat geldt in nog meerdere mate voor zijn vriendinnen! Het blijft dus afgesproken,
+ik zal u bijtijds waarschuwen!”
+</p>
+<p>„Dat is waar ook, ik moet natuurlijk morgenavond optreden, zou de prins daarmede rekening
+kunnen houden?”
+</p>
+<p>„Dat spreekt vanzelf! Als ik het goed onthouden heb, treedt gij omstreeks tien uur
+op, ik zal er zorg voor dragen, dat de prins hier dadelijk na het diner komt!”
+</p>
+<p>„Heerlijk, heerlijk, en, dat is waar, als hij soms naar mijn voorkeur vraagt op het
+gebied van juweelen, ik ben dol op rose diamanten!”
+</p>
+<p>„Ik zal niet mankeeren, madame, hm, om er zijne hoogheid opmerkzaam op te maken,”
+zeide de graaf met een diepe buiging.
+</p>
+<p><span class="corr" id="xd33e717" title="Bron: Een">En</span> daarop <span class="corr" id="xd33e720" title="Bron: brachte">bracht</span> hij de kleine hand van de Variété-diva even aan de lippen, en trippelde heen.
+</p>
+<p>Hij daalde de trappen af, de groote hal door, en stapte, buitengekomen, in de groote
+auto die hem wachtte, na den chauffeur een adres te hebben opgegeven.
+</p>
+<p>De fraaie wagen reed naar de Victoria Street en stond stil voor een hoekhuis.
+</p>
+<p>De graaf stapte uit, liep de zijstraat in, en ging het huis binnen, waarvan hij de
+zijdeur opende met een sleutel, dien hij bij zich droeg.
+</p>
+<p>Hij liep haastig een trap op, en opende de deur van een kamer op de eerste verdieping.
+</p>
+<p>En daar vond hij Charly Brand, die zich den tijd met lezen verdreven had, en nu haastig
+opsprong, om hem tegemoet te gaan.
+</p>
+<p>De zoogenaamde graaf was John Raffles in eigen persoon!
+<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK V.</h2>
+<h2 class="main">De prins wordt in genade aangenomen.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">„Is alles goedgegaan, Edward?” was de eerste vraag van den jongen man, toen Raffles
+had plaats genomen.
+</p>
+<p>„Zij liep er hals over kop in! Het kon niet mooier! Die jonge dame is een ware haai,
+gulzig en vraatzuchtig als het op geld en juweelen aankomt!”
+</p>
+<p>„Maar slikte zij het goedmoedig, dat er des avonds, in een hotel nog wel, een prins
+van den bloede bij haar op bezoek zou komen?”
+</p>
+<p>„O, zij is immers in het geheel niet op de hoogte van onze toestanden en acht dit
+blijkbaar heel gewoon! Zij herinnert zich, dat de Russische grootvorsten minnaressen
+bij dozijnen hadden onder de dames artisten, en zij denkt dat zooiets hier natuurlijk
+ook wel het geval zal zijn. En natuurlijk neemt zij den prins maar als noodhulp! Door
+hem denkt zij denkelijk den kroonprins in haar netten te lokken! Ja, onze lieve schoone
+heeft bepaald eergevoel. Zij stelt haar eischen hoog, dat is zeker!”
+</p>
+<p>„En, je blijft er bij, dat ik de gevaarlijke rol van den prins zal spelen?”
+</p>
+<p>„Natuurlijk! Je bent er als het ware voor geknipt! Alleen ben je iets minder lang
+dan de prins, maar je hebt zijn bruine oogen, zijn blond haar, dat je op dezelfde
+wijze draagt, zijn gave, witte tanden, en de rest kunnen wij wel genoegzaam veranderen.
+Vergeet ook niet, dat zij den prins natuurlijk niet kent, of hoogstens van een paar
+onbeduidende kieken in de bladen! Wanneer je nu maar wat hooghartig doet, en mij met
+genadige minzaamheid aanspreekt, dan zal zij alles voor zoete koek slikken.”
+</p>
+<p>„En wien stel jij nu eigenlijk voor, of is die graaf Colebrooke louter fantasie?”
+</p>
+<p>„Om den drommel niet! De man bestaat en is inderdaad een vertrouwd vriend van den
+prins! Alleen betwijfel ik, of hij zich in werkelijkheid wel zou leenen tot de rol
+van „koppelaar”, zooals de schoone Marja mij noemde!”
+</p>
+<p>„En wanneer moet dat alles gebeuren?”
+</p>
+<p>„Morgen reeds. Zij brandt letterlijk van ongeduld, om den armen prins zoo gedecideerd
+mogelijk leeg te plunderen! Je mag tenminste wel wat diamanten in je vestzakje steken,
+bij wijze van introductie!”
+</p>
+<p>„Dat is nu alles goed en wel, maar je laat mij nu een rol spelen, die mij eigenlijk
+maar half aanstaat! Om den teederen minnaar uit te hangen, dat bevalt mij maar half!”
+</p>
+<p>„Je behoeft bij dien eersten keer volstrekt niet zoo teeder te zijn, tenzij Marja
+zelve haast achter de zaak zet! Je gedraagt je dus aanvankelijk een weinig op een
+afstand, dat zou de echte prins natuurlijk ook gedaan hebben, verondersteld, dat hij
+de jonge vrouw inderdaad op deze wijze zou bezoeken!”
+</p>
+<p>„Maar je blijft toch hoop ik, bij mij?” vroeg Charly op benauwden toon.
+</p>
+<p>„Mijn waarde, je vraagt dat op een toon, alsof ik je noodzaak, met een tooverkol het
+spel van liefde en hartstocht te spelen! Was jij zelf niet de eerste, die mij opmerkzaam
+maakte op haar groote schoonheid, en zelfs verontwaardigd was, dat ik niet dadelijk
+je geestdrift deelde?”
+</p>
+<p>„Oho! Dat is iets anders, dan maar aanstonds in gloeiende liefde ontbranden!”
+</p>
+<p>„Dat raakt mij trouwens niet! Als je maar doet, alsof je vuur en vlam voor haar bent!
+Trouwens, ik denk, dat er na de eerste zitting geen tweede noodig zal zijn. En ga
+nu mede, want wij hebben nog tamelijk veel te doen, voor alles gereed is!”
+</p>
+<p>De beide mannen verlieten het huis weder, hetwelk Raffles reeds jaren geleden gekocht
+het teneinde hem te dienen als plaats waar zij zich gemakkelijk <span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span>en onbespied verkleeden konden, en namen in de auto plaats, maar niet, dan nadat Raffles
+snel weder zijn vermomming afgelegd had.
+</p>
+<p>Het was immers niet geheel en al onmogelijk, dat men in dit gedeelte van Londen den
+echten graaf Colebrooke zou tegenkomen, met zeer onaangename gevolgen voor den nagemaakten,
+wanneer deze zich niet ten snelste uit de voeten maakte.
+</p>
+<p>De rest van den dag en de helft van den volgenden dag ging voorbij met het maken van
+de noodige toebereidselen.
+</p>
+<p>Om één uur zond Raffles een kruier naar Marja Ivy, met een zoogenaamd door graaf Colebrooke
+geschreven briefje, waarin hij haar mededeelde, dat de prins dienzelfden avond het
+genoegen hoopte te smaken, haar in het hotel een visite te komen maken.
+</p>
+<p>Hij zou precies om acht uur zijn intrede doen, daar hij wel wist, dat de diva uiterlijk
+om negen uur het hotel zou moeten verlaten teneinde zich naar den schouwburg te begeven.
+</p>
+<p>Om zes uur begon Charly zich met groote zorg te grimeeren, daarbij eenigen der beste
+portretten van prins George tot model nemend.
+</p>
+<p>Ook Raffles legde opnieuw zijn voortreffelijke vermomming als graaf Colebrooke aan.
+</p>
+<p>Dit geschiedde weder in het huis aan de Victoria-Street, en daar zouden de beide mannen
+ook het eenvoudige middagmaal nuttigen, door Charly bereid, die sterk ontwikkelde
+cullinairische talenten bezat.
+</p>
+<p>Om half acht kwam Henderson met de groote auto voorrijden, en juist om acht uur stapten
+beide vrienden de groote hal van het hotel binnen.
+</p>
+<p>Onmiddellijk bleek het hun, hoe voortreffelijk hun vermomming geslaagd was, want de
+gerant kwam dadelijk verbluft en onderdanig toeloopen, buigend en handen wrijvend.
+</p>
+<p>Charly nam hem terstond terzijde en zeide op zachten toon, met een in de perfectie
+nagebootste stem:
+</p>
+<p>„Luister eens, mijn waarde gerant, geen ruchtbaarheid als ik u verzoeken mag, ik kom
+eenvoudig een uwer gasten een kort bezoek brengen, maar incognito. In streng incognito,
+denk er om!”
+</p>
+<p>„Uwe Hoogheid natuurlijk, dat spreekt vanzelf!” stamelde de gerant. „Alles zal geschieden
+zoo als Uwe Hoogheid het wenscht! Mag ik, u begrijpt, dat het geen nieuwsgierigheid
+is, mag ik den naam weten van den gast, opdat wij dien kunnen waarschuwen, en gij
+geen seconde behoeft te wachten?”
+</p>
+<p>„Het is geen mannelijke gast, mijn waarde!” antwoordde de gewaande prins glimlachend,
+„het is een dame!”
+</p>
+<p>De gerant trok dadelijk een plechtig gezicht, en keek tegelijkertijd snel om zich
+heen, teneinde zich te vergewissen, dat niemand de woorden van den prins gehoord had.
+</p>
+<p>Hij liet zijn stem dalen en zeide eerbiedig:
+</p>
+<p>„Wij zullen zorg dragen, dat uw bezoek onopgemerkt blijft!”
+</p>
+<p>„Dat hoop ik, en dat verwacht ik ook! Wees zoo goed, mij de kamers aan te wijzen,
+maar dat is waar ook, gij kent de ligging, waarde graaf!” zoo wendde hij zich tot
+Raffles, die met uitgestreken gelaat op den achtergrond was gebleven en er uitzag,
+alsof hij deze escapade van zijn hoogen meester maar half goed keurde.
+</p>
+<p>Nu trad hij haastig naar voren en zeide:
+</p>
+<p>„Ik, hm, ben inderdaad op de hoogte, Uwe Hoogheid! Als ik u dan maar zal voorgaan,
+maar ik zal de dame in kwestie toch even waarschuwen!”
+</p>
+<p>„Volstrekt niet noodig, mijn waarde!” hernam de prins vroolijk. „Laat het een verrassing
+blijven, dan kan ik het beste zien, welken indruk ik maak!”
+</p>
+<p>De gewaande prins knikte den buigenden gerant genadig toe, en ging daarop met zijn
+adjudant de breede trappen op.
+</p>
+<p>Daar het diner in de groote zaal nog niet geheel beëindigd was, waren slechts enkele
+gasten getuige geweest van het korte tooneeltje, en bovendien had niemand kunnen verstaan
+wat er gesproken was.
+</p>
+<p>Dat de prins hier in dat deftige hotel een bezoek kwam brengen, werd op zich zelf
+niets bijzonders gevonden, zoo iets kwam herhaaldelijk voor.
+</p>
+<p>De Engelsche prinsen waren zoo vrij als vogeltjes in de lucht, natuurlijk binnen zekere
+grenzen.
+</p>
+<p>Raffles geleidde Charly naar de deur, terwijl een kellner in de voorhoede ging, die
+nog snel door de gerant was vooruit gezonden.
+</p>
+<p>De man klopte aan, het kamerkatje opende de deur, en verdween snel weder, om het hooge
+bezoek aan te kondigen.
+</p>
+<p>Een oogenblik later traden de beide mannen binnen.
+<span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span></p>
+<p>Raffles had nog juist gelegenheid gehad, op zachten toon tot Charly te zeggen:
+</p>
+<p>„Zij zal mij natuurlijk dadelijk wegzenden! Wat er ook gebeure, laat haar niet gaan,
+voor ik weder binnentreed, zoogenaamd om je er aan te herinneren, dat je elders verwacht
+wordt!”
+</p>
+<p>Het moet gezegd worden, dat Marja Ivy alle zeilen had bijgezet, om een zoo gunstig
+mogelijken indruk op den man te maken, dien zij in haar netten wilde vangen.
+</p>
+<p>Zij zag er uit als de zonde zelve, in haar laag uitgesneden vuurroode japon, de armen
+geheel naakt, een donkerroode roos in het weelderige haar, thans à la page opgemaakt.
+</p>
+<p>Haar oogen schitterden als van strijdlust, en het was als of zij de zegepraal reeds
+bij voorbaat genoot.
+</p>
+<p>Zij was ook volstrekt niet verlegen, maar zich blijkbaar zeer goed bewust van haar
+verleidelijkheid.
+</p>
+<p>Met een paar luchtige stappen was zij bij den prins, en stak hem een klein, wit handje
+toe, dat volstrekt niet meer herinnerde aan het voormalige beroep van de schoone vrouw.
+</p>
+<p>Charly bracht dat handje galant aan zijn lippen, en drukte er een kus op.
+</p>
+<p>Maar de adjudant was dadelijk ter plaatse, om voor het decorum te zorgen.
+</p>
+<p>„Sta mij toe, Uwe Hoogheid, u voor te stellen aan mademoiselle Marja Ivy, de even
+schoone als befaamde Variété-diva!”
+</p>
+<p>Maar Marja duwde hem eenvoudig op zijde en riep lachend uit:
+</p>
+<p>„Houdt op met die dwaasheid, graaf! Alsof de prins mij niet zou kennen! Gij komt toch
+zeker ook wel eens in het <span class="corr" id="xd33e803" title="Bron: Hypodroom-Theater">Hypodrome-Theater</span>, niet waar, prins?”
+</p>
+<p>„Men zegt: Uwe Hoogheid, madame!” kwam de adjudant deftig tusschenbeide.
+</p>
+<p>„Het kan mij niet schelen, wat „men” zegt,” kwam de diva humeurig. „Ik zeg „prins”
+en dat zal ook wel goed zijn!”
+</p>
+<p>„Het is uitstekend, madame!” kwam Charly met een glimlach. „Ik zou het u bepaald kwalijk
+nemen, wanneer gij mij anders aanspraakt! Wellicht komt er wel een tijd, dat ik u
+ook met een anderen titel mag aanspreken, dan met het stijve „Madame!”<span id="xd33e810">”</span>
+</p>
+<p>Een por van Raffles in zijn zijde was hem een waarschuwing, dat hij niet te hard van
+stal moest loopen, en daarop namen allen plaats.
+</p>
+<p>Het kamerkatje bracht thee binnen en een karaf cognac, en toen dat gedaan was, wierp
+Marja den gewaanden graaf een blik toe, die aan duidelijkheid niets te wenschen overliet.
+</p>
+<p>Raffles las daar in de zwarte oogen zoo duidelijk als in een boek:
+</p>
+<p>„Uw tegenwoordigheid is hier niet meer gewenscht, gij zijt te veel!”
+</p>
+<p>Maar hij scheen niet van zins te zijn, den prins alleen in gezelschap met de schoone
+artiste te laten, en daarom zeide Marja eenigzins ongeduldig:
+</p>
+<p>„Graaf <span class="corr" id="xd33e820" title="Bron: Colebroke">Colebrooke</span>, in mijn kamer hiernaast heb ik zeer amusante tijdschriften, die u zeker wel zullen
+interesseeren. Zij handelen over sport, paarden, honden, en zoo meer! Laat ik u vooral
+niet ophouden, als gij soms kennis zoudt willen nemen van den inhoud!”
+</p>
+<p>Dat was niet mis te verstaan, al was het dan niet zeer <span class="corr" id="xd33e825" title="Bron: ladylijke">ladylike</span>!
+</p>
+<p>Hij werd dus eenvoudig weggestuurd!
+</p>
+<p>De adjudant keek den prins even met een schuwen blik aan, maar daar deze niets zeide,
+en alleen oogen voor de mooie artiste scheen te hebben, stond hij zuchtend op, en
+zeide op zachten toon:
+</p>
+<p>„Mag ik er Uwe Hoogheid aan herinneren, dat <span class="corr" id="xd33e832" title="Bron: zij">hij</span> over een uur een zeer belangrijke vergadering moet presideeren?”
+</p>
+<p>„Ik zal het niet vergeten, graaf, tenminste dat hoop ik!” antwoordde de prins ongeduldig.
+„Gij herinnert mij op de meest ongelegen tijdstippen aan onaangename dingen!”
+</p>
+<p>„Ik doe slechts mijn plicht, Uwe Hoogheid,<span id="xd33e838">”</span> hernam de adjudant, in zijn wiek geschoten.
+</p>
+<p>„Het is goed, ik dank u!” kwam de prins kortaf.
+</p>
+<p>En met die woorden van ongenade in zijn ooren kon de arme adjudant zich verwijderen.
+</p>
+<p>Hij ging het naast gelegen vertrek binnen, het boudoir van de variété-diva.
+</p>
+<p>„Het verwondert mij, dat zij hem maar niet dadelijk hier heeft ontvangen!” bromde
+Raffles voor zich heen. „Ik moet zeggen, dat de jonge dame zeer voortvarend is, en
+niet bepaald terughoudend! Ik voorzie een tijd voor dien besten Charly waarop hij
+later niet dan met genoegen zal terug zien! Maar laat ons niet onzen eigen tijd gaan
+verknoeien en eens zien, hoe het hier staat met de fondsen van onze dame! Maar eerst
+de deuren! Het zou niet aangenaam zijn, wanneer dat jolige kamerkatje eensklaps <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>binnentrad en mij verraste bij mijn belangwekkende onderzoekingen!”
+</p>
+<p>Raffles ging op zijn teenen naar de gangdeur en sloot die.
+</p>
+<p>Nu was er nog een deur, die met de slaapkamer in verbinding stond, aan de andere zijde
+van het boudoir, en welke Raffles eveneens afsloot, en vervolgens de deur naar de
+ontvangkamer, waar zich nu Marja met haar hoogen gast bevond.
+</p>
+<p>Raffles bleef even luisterend staan, en begon toen met een vlugheid, slechts te verkrijgen
+door een langdurige oefening, alle laden en kasten, alle kistjes en doozen te onderzoeken.
+</p>
+<p>En daarbij bleek het hem al spoedig, dat Madame Marja er een eigenaardige manier op
+na hield, om haar eigendommen op te bergen!<span id="xd33e853"></span>
+</p>
+<p>Hij vond een paarlencollier in een ledige bonbondoos, een diamanten oorknop in een
+sigarettendoosje, een armband in een zijden muiltje, dat op de kaptafel stond, een
+paar kostbare ringen in een sierlijk naaidoosje.
+</p>
+<p>Maar het geld bleek beter verborgen te zijn.
+</p>
+<p>Raffles had tenminste vol tien minuten noodig, voor hij op den bodem van een kast
+vol kostbare kleedingstukken een ijzeren kistje vond, met een heel gewoon slot, dat
+hij in een ommezien had opengebroken.
+</p>
+<p>Boven in lag het contract van de schoone diva met de directie van het <span class="corr" id="xd33e860" title="Bron: Hypodroom-Theater">Hypodrome-Theater</span>.
+</p>
+<p>Raffles vouwde het open en wierp er een nieuwsgierigen blik in.
+</p>
+<p>Hij floot zachtjes even tusschen de lippen en bromde voor zich heen:
+</p>
+<p>„Madame Marja kan zich niet beklagen over de vrekkigheid van de Londensche directie!
+Duizend pond voor veertien dagen leelijk zingen, het is de moeite waard! Nu, de directie
+weet ook wel wat zij doet, zij weet, dat het publiek zeer waarschijnlijk niet komt
+om de stem, maar wel om de mooie oogen en de fraaie beenen van onze Lithauensche!
+En nu eens verder zien!”
+</p>
+<p>Het kistje bleek, behalve een massa bankbiljetten, ook nog een aantal losse diamanten
+te bevatten en eenige groote paarlen van hooge waarde, waarschijnlijk geschenken van
+schatrijke aanbidders.
+</p>
+<p>Zonder zich een oogenblik te bedenken liet Raffles den geheelen inhoud van het kistje
+in zijn zak glijden, op het contract na.
+</p>
+<p>Daarop sloot hij het kistje weder en zette het op zijn vorige plaats, waarna hij ook
+de kleerenkast dichtdeed, en den sleutel verborg.
+</p>
+<p>Alle andere juweelen gingen denzelfden weg op, dat wil zeggen, dat zij met verwonderlijke
+snelheid in de zakken van den gewaanden adjudant van Zijne Hoogheid verdwenen.
+</p>
+<p>Dit alles had ternauwernood een kwartier geduurd.
+</p>
+<p>Raffles <span class="corr" id="xd33e874" title="Bron: kuchtte">kuchte</span> eens een paar malen, hetgeen blijkbaar een waarschuwing moest verbeelden, en sloop
+toen naar de verbindingsdeur.
+</p>
+<p>Hij luisterde ingespannen en zijn gelaat had een ironische uitdrukking, toen hij voor
+zich heen fluisterde:
+</p>
+<p>„Als ik er ook nog maar een grein verstand van heb, dan zijn de jongelui op dit oogenblik
+bezig, elkander te kussen! Die goede Charly! Ik gun hem dit avontuurtje van harte,
+maar ik betwijfel, of het wel van langen duur zal zijn!”
+</p>
+<p>Eensklaps bukte hij zich neder en bracht zijn oor tegen het sleutelgat.
+</p>
+<p>Hij had gemeend een vreemde stem te hooren.
+</p>
+<p>Of liever gezegd de stem was hem niet vreemd, want hij had haar al eens vroeger onder
+andere omstandigheden gehoord, hoewel in hetzelfde vertrek, maar het was in ieder
+geval niet de stem van Charly Brand.
+</p>
+<p>Neen, het was de nasale stem van graaf Douglas Carwood!
+</p>
+<p>En nu klonk ook de hooge stem van Marja Ivy, die blijkbaar zeer uit haar humeur was<span id="xd33e886">.</span>
+</p>
+<p>„Ik geloof, dat het oogenblik is aangekomen, om hier even tusschen beide te komen,
+anders kon het wel eens niet goed afloopen!” bromde Raffles voor zich heen.
+</p>
+<p>Hij legde dus resoluut de hand op de kruk van de deur, en bemerkte dat zij aan den
+anderen kant was afgesloten!
+</p>
+<p>„Die vrouw boezemt mij hoe langer hoe meer belang in!” mompelde Raffles bij zich zelf.
+„Zij neemt haar maatregelen goed, men kan het niet loochenen!”
+</p>
+<p>Maar daar binnen scheen men het draaien aan den knop te hebben gemerkt.
+</p>
+<p>De deur ging tenminste open, Charly stond op den drempel.
+</p>
+<p>Zijn gelaat vertoonde alle mogelijke uitdrukkingen, schrik, vroolijkheid, ongeduld,
+en … teleurstelling!
+</p>
+<p>Dicht bij de deur stond graaf Carwood met een <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>reusachtigen ruiker in de hand, als de ridder van de droevige figuur.
+</p>
+<p>Zijn gelaat was vertrokken van nijd en afgunst, maar hij stond daar in een volmaakt
+correcte houding, zijn medeminnaar was niet de eerste de beste.
+</p>
+<p>Maar nauwelijks had hij den adjudant gezien, of hij maakte een verstolen gebaar van
+woede.
+</p>
+<p>„Wat is er eigenlijk, graaf?” vroeg Charly. „Waarom draait gij aan den deurknop. Waarom
+komt gij niet behoorlijk binnen?”
+</p>
+<p>„Ik, hm, de zaak is.…” stamelde de adjudant. „Ik meende dat de deur op slot was, maar
+ik zal mij natuurlijk vergist hebben! Ik wilde er Uwe Hoogheid slechts even aan herinneren,
+dat het bijna negen uur is!”
+</p>
+<p>„Welnu, wat zou dat?” vroeg de prins toornig. „Is dat een reden om mij te storen in
+een hoogst belangwekkend onderhoud met Madame Marja?”
+</p>
+<p>„De vergadering.…” stotterde de adjudant.
+</p>
+<p>„De vergadering kan naar den duivel loopen!” viel de prins ruw uit.
+</p>
+<p>„Bravo!” riep Marja met schitterende oogen.
+</p>
+<p>Zij had blijkbaar een beslissende overwinning op den prins bevochten.…
+</p>
+<p>Deze nam haar met een galante buiging terzijde, en van dit oogenblik maakte graaf
+Carwood gebruik, om snel op Raffles toe te treden, en hem toe te bijten:
+</p>
+<p>„Dat is uw werk, graaf!”
+</p>
+<p>„Mijn werk? Wat bedoelt gij?”
+</p>
+<p>„Houdt u niet van de domme! Gij zijt als koppelaar opgetreden! Gij hebt deze samenkomst
+geënsceneerd!”
+</p>
+<p>„Welnu, en als het zoo was, wat gaat het u dan nog aan?”
+</p>
+<p>„Wat het mij aangaat? Wist gij soms niet, dat Marja Ivy mij toebehoort?”
+</p>
+<p>„Wat? Gij verbaast mij! Ik dacht, dat het tijdperk der slavernij reeds lang achter
+den rug was! En voor het overige, ik zou u aanraden, een toontje lager te zingen!
+Ik duld niet, dat gij zoo tegen mij spreekt!”
+</p>
+<p>„Ik zal spreken zoo als ik verkies! En als u dat niet bevalt, dan hebt gij het maar
+te zeggen!”
+</p>
+<p>„Dan zeg ik het op deze klinkende wijze, graaf!”
+</p>
+<p>En op hetzelfde oogenblik daalde een schallende oorveeg neder op de wang van den graaf,
+het was de wang, die nog gaaf was.
+</p>
+<p>Marja, die met den prins was blijven praten, uitte een kreet van schrik, en riep uit:
+</p>
+<p>„Wat is dat nu? Maar heeren, schaamt gij u niet? In mijn tegenwoordigheid!”
+</p>
+<p>„Vergeef het mij, madame, hm!” zeide Raffles. „Die oorveeg duldde werkelijk geen uitstel!”
+</p>
+<p>„Gij zult mij rekenschap geven, graaf,” brulde de beklagenswaardige afgewezen minnaar,
+terwijl hij zijn opgezette wang wreef.
+</p>
+<p>„Waar en wanneer gij maar verkiest, graaf!” gaf de adjudant koeltjes te kennen. „Ik
+zal zoo vrij zijn, u nog hedenavond mijn getuigen te zenden, gij zult wel zoo goed
+zijn, voor hen thuis te blijven!”
+<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK VI.</h2>
+<h2 lang="la" class="main">Rumor in casa.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Graaf Carwood, ziedend van drift, en nauwelijks beseffend, dat hij zich in tegenwoordigheid
+van den prins bevond, had het vertrek verlaten, na met geweld zijn ruiker tegen den
+grond te hebben gekwakt.
+</p>
+<p>De prins, die van het geheele tooneeltje getuige was geweest, kwam nu op zijn adjudant
+toe en zeide op koelen toon:
+</p>
+<p>„Ik hoop, graaf, dat dergelijke voorvallen mij voortaan bespaard zullen blijven! Als
+gij twist zoekt met andere heeren, mij wel, maar wacht daar dan mede, tot gij alleen
+met hem zijt! Wat uw duel betreft, ik behoef u zeker niet te zeggen, dat ik dat in
+geen geval zal toelaten!”
+</p>
+<p>„Maar Uwe Hoogheid, de graaf heeft mij diep beleedigd!” riep de adjudant op klagenden
+toon.
+</p>
+<p>„Dat is wel mogelijk, maar wij zijn hier niet in Frankrijk!”
+</p>
+<p>Maar Marja dacht hier heel anders over!
+</p>
+<p>In een duel zag zij een reclame, zooals zij er geen betere kon wenschen!
+</p>
+<p>Wat zou er niet over haar gepraat worden, als het bekend werd, dat twee graven met
+elkander geduelleerd hadden, die in haar vertrek twist hadden gekregen, en nog wel
+in bijzijn van den prins!
+</p>
+<p>Dat was bijna nog beter, dan de erkende minnares van prins George te zijn!
+</p>
+<p>En daarom trad zij vleiend op den prins toe, legde aanhalig haar arm om zijn hals
+en zeide: „Kom prinsje, zoo erg zal het toch wel niet zijn! Die tweegevechten hebben
+hier toch immers ook niets te beteekenen!”
+</p>
+<p>„Ik mag het niet toelaten, madame!” zeide de prins.
+</p>
+<p>„Ook niet om mijnentwille? Kom, de heeren zouden elkander zoo graag een klein prikje
+geven, waarom zoudt gij hun dat genoegen niet gunnen? Dan doet gij maar net, of gij
+van niets weet! Mijnheer de graaf zal ook wel weten te zwijgen, nietwaar?” zoo wendde
+zij zich tot Raffles, die bedremmeld bij de deur was blijven staan.
+</p>
+<p>„Wat mij betreft, madame, graaf Carwood heeft mij bloedig beleedigd en desnoods zou
+ik met hem naar Frankrijk trekken, om daar voldoening van hem te eischen! Maar natuurlijk
+zou ik zwijgen, de zaak behoeft niet ruchtbaar te worden!”
+</p>
+<p>Dat was nu weder in het geheel niet naar den zin van de <span class="corr" id="xd33e947" title="Bron: Variété danseres">Variété-danseres</span>, want juist in de ruchtbaarheid lag voor haar de reclame!
+</p>
+<p>Maar zij overwoog, dat zij volstrekt niet de verplichting op zich had genomen, te
+zwijgen, en als het duel eenmaal had plaats gehad, zou zij wel zorgen, dat alle bladen
+er den volgenden dag van onderricht werden!
+</p>
+<p>De prins had reeds zijn hoogen hoed gegrepen, en wendde zich nu tot Marja met de woorden:
+</p>
+<p>„Het spijt mij meer, dan ik u zeggen kan, madame, dat ik u nu reeds moet verlaten!
+Maar een dringende vergadering vraagt mijn aandacht, en gij zult u ook wel naar den
+schouwburg moeten begeven!”
+</p>
+<p>„Ik wil u niet langer terug houden, prins, maar ik hoop toch, dat dit niet ons laatste
+onderhoud zal zijn geweest!” zeide Marja, terwijl zij den prins een vurigen blik uit
+haar violet-zwarte oogen toewierp.
+</p>
+<p>„Wees verzekerd, dat ik niets liever verlang, dan u herhaaldelijk te bezoeken,” antwoordde
+Charly galant.
+<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p>
+<p>Hij kuste het kleine handje, dat hem werd toegestoken, en wendde zich toen tot zijn
+adjudant:
+</p>
+<p>„Mijn auto, graaf!”
+</p>
+<p>„Aanstonds Uwe Hoogheid!” zeide Raffles volijverig.
+</p>
+<p>Hij maakte een diepe buiging voor de schoone vrouw, en verliet haastig het vertrek,
+na Charly een vluggen wenk te hebben gegeven.
+</p>
+<p>Zijn scherp oor had buiten de luchtige schreden opgevangen van de kamenier, en om
+velerlei redenen was het gewenscht, dat de beiden het hotel zouden hebben verlaten,
+alvorens het lieve kind binnentrad.
+</p>
+<p>Charly treuzelde dan ook niet, maar haastte zich, op zijn beurt afscheid te nemen,
+met de belofte, dat hij zoo spoedig mogelijk terug zou komen.
+</p>
+<p>En Marja bleef achter, met een gevoel van volkomen zegepraal.
+</p>
+<p>Zij had niet durven hopen, dat de prins zoo spoedig bezweken zou zijn voor haar bekoorlijkheden,
+en vol trots bekeek zij zich in den grooten spiegel, een vroolijk wijsje neuriënd.
+</p>
+<p>Maar toen bedacht zij met schrik, dat het hoog tijd was, om zich naar den schouwburg
+te begeven.
+</p>
+<p>Juist ging de gangdeur open, en het kamermeisje trad binnen.
+</p>
+<p>„Mirza, snel mijn mantel en hoed!” beval de schoone jongevrouw. „En mijn auto. Het
+is al laat! Breng meteen mijn ringen mee, ik weet niet waar zij zijn, ik geloof in
+mijn handschoenendoos!”
+</p>
+<p>Het meisje verdween in de zijkamer.
+</p>
+<p>Maar zij was er nog geen volle minuut of Marja werd opgeschrikt door een luiden gil.
+</p>
+<p>Zij ijlde naar het boudoir en vroeg toornig:
+</p>
+<p>„Ben je gek geworden, Mirza? Waarom schreeuw je zoo? Je maakt mij aan het schrikken!”
+</p>
+<p>„U zoudt ook zijn geschrokken, madame!” riep Mirza, die met bleek gelaat en een doos
+in de handen bij de tafel stond. „Al uw juweelen zijn weg!”
+</p>
+<p>Nu slaakte de diva zelve een gil, die in niets onderdeed voor den kreet van het kamermeisje
+en met koortsachtige haast begon zij alle doozen en kistjes te doorzoeken, terwijl
+zij ondertusschen afgebroken zinnen liet hooren.
+</p>
+<p>„In dit doosje, ik weet het zeker, mijn ringen, en in dat kistje, ik wil er wel een
+eed op doen, mijn armband! En die doos, ook leeg, en die lade, ook niets meer in!
+Bestolen, bedrogen, en mijn geldkistje.…”
+</p>
+<p>Zij snelde naar de kleerenkast en nam er het ijzeren kistje uit.
+</p>
+<p>Zij kon het deksel open klappen zonder den sleutel noodig te hebben.
+</p>
+<p>In het kistje lag niets meer dan haar contract.…
+</p>
+<p>De jonge vrouw gaf een schreeuw als een gewonde leeuwin, en snelde naar de electrische
+schel.
+</p>
+<p>Zij drukte er op, alsof zij den knop wilde verbrijzelen en liet zich toen met bleek
+gelaat in een stoel vallen.
+</p>
+<p>Maar eensklaps sprong zij weder op, en krijschte schor van drift:
+</p>
+<p>„Dat moet die graaf geweest zijn, het kan niet anders, vijf minuten voor hij en de
+prins kwamen, was alles er nog, daarop durf ik zweren. En hij is ruim een kwartier
+hier alleen in de kamer geweest! O, die schelm, die bandiet! En dat is een Engelsche
+graaf! Maar dat gaat zoo niet! Wacht maar, ik zal je wel vinden, graaf Colebrooke!”
+</p>
+<p>Er werd op de deur geklopt en een etagekellner trad binnen.
+</p>
+<p>„U heeft gebeld, madame?” vroeg hij.
+</p>
+<p>„Ja, haal de politie!”
+</p>
+<p>„De politie, madame?” herhaalde de kellner verbluft.
+</p>
+<p>„Versta je geen Engelsch? Ja, de politie! En dadelijk! Ik ben bestolen! Voor een waarde
+van minstens zevenduizend pond sterling aan geld en juweelen! En misschien wel tienduizend!”
+</p>
+<p>De kellner trok een <span class="corr" id="xd33e992" title="Bron: onsteld">ontsteld</span> gelaat en zeide:
+</p>
+<p>„Ik zal dadelijk den gerant waarschuwen, madame!”
+</p>
+<p>„De gerant kan mij niet schelen!” schreeuwde Marja Ivy. „Ik wil de politie! Ik weet
+wie de dief is geweest! Graaf Colebrooke is het geweest! Sta mij niet als een idioot
+aan te staren, man, maar loop, loop!”
+</p>
+<p>De kellner vloog weg, en een oogenblik later was de gerant van het feit in kennis
+gesteld.
+</p>
+<p>Hij snelde de trappen op, en trad buiten adem het vertrek van de variété-danseres
+binnen.
+</p>
+<p>„Is het waar, madame, wat de kellner mij daar vertelt?” vroeg hij opgewonden. „Ik
+denk toch wel, dat gij u vergist! Graaf Colebrooke! Het is immers onmogelijk!”
+</p>
+<p>„Hij en niemand anders, zeg ik u!” snerpte de jonge vrouw. „Hij is in die kamer geweest
+terwijl ik bezoek ontving van prins George, een kwartier lang, en hij moet mijn geld
+en mijn juweelen hebben <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>gestolen! Alles was er nog, toen hij binnentrad, dat wil ik voor alle rechtbanken
+van Londen bezweren!”
+</p>
+<p>„Onze naam! Onze goede naam!” kermde de gerant. „Ik bezweer u, madame! Zwijg over
+dit alles, tot wij volkomen zekerheid hebben!”
+</p>
+<p>„Zwijgen?” herhaalde Marja Ivy met krijschende stem. „Zwijgen? Van de daken zal ik
+het schreeuwen! Ik zal het aan de groote klok hangen! Politie! Dadelijk!”
+</p>
+<p>Marja Ivy was een practische vrouw.
+</p>
+<p>Zij had een zeer groot verlies geleden, maar zij begreep ook aanstonds, dat hierin
+weder een kostbaar element van de beste reclame school, welke zij zich maar kon wenschen.
+</p>
+<p>Dat was nog iets anders dan de gefingeerde diefstallen, waarvan de beroemdheden als
+Emma Nevada, Sigrid Arnoldson, Sarah Bernard, en anderen het slachtoffer heetten te
+zijn geworden!
+</p>
+<p>Neen, zwijgen zou zij zeker niet, dat nam zij zich stellig voor!
+</p>
+<p>Een echte graaf, die een dief bleek te zijn, en die haar had bestolen, zulk een gelegenheid
+bood zich zeker nooit weer aan!
+</p>
+<p>En daarom herhaalde zij stampvoetend, telkens opnieuw:
+</p>
+<p>„De politie! De politie! De politie!”
+</p>
+<p>De gerant maakte een wanhopend gebaar.
+</p>
+<p>Er stond een schandaal voor de deur, zooals men er in Londen in langen tijd geen had
+bijgewoond.
+</p>
+<p>Dat prins George bij een <span class="corr" id="xd33e1019" title="Bron: variété-star">variété-ster</span> op bezoek kwam, dat kon er desnoods nog mee door, ofschoon hij het stellig niet wereldkundig
+zou hebben gemaakt, maar dat zijn adjudant, een graaf, zich aan een diefstal schuldig
+maakt, tijdens dat bezoek, dat was ongehoord, dat zou maanden lang stof tot praatjes
+geven!
+</p>
+<p>Er moest hier vlug en doortastend gehandeld worden!
+</p>
+<p>Hij wendde zich weder tot Marja Ivy en vroeg op gedempten toon:
+</p>
+<p>„Hoe groot taxeert gij de waarde van de u ontstolen juweelen en het geld?”
+</p>
+<p>„Op minstens twaalf duizend pond sterling!” antwoordde de jonge vrouw, die van oordeel
+was, dat zij de gestolen kostbaarheden eer te hoog dan te laag kon aanslaan.
+</p>
+<p>Dat was een heele som, en de gerant verschrok dan ook merkbaar.
+</p>
+<p>Hij beet zich op de lippen, en scheen een oogenblik in beraad te staan.
+</p>
+<p>Toen hernam hij:
+</p>
+<p>„Luister eens, madame, misschien kunnen wij het wel op een accoordje gooien. Ik ben
+er bijna zeker van, dat de directie u het geleden verlies wel zal willen vergoeden,
+als gij zwijgt! Men zou het ook aan den prins kunnen mededeelen, en daar hij er, neem
+mij niet kwalijk, dat ik u het zeg, daar hij zelf belang heeft dat er zoo weinig mogelijk
+over het bezoek ten uwent gesproken <span class="corr" id="xd33e1032" title="Bron: werdt">wordt</span>, zoo zal hij ook wel in den zak willen tasten!”
+</p>
+<p>Maar dat strookte alweder niet met de belangen van de <span id="xd33e1037">egoïstische</span> artiste!
+</p>
+<p>Wat! Men zou het bezoek van den prins in den doofpot willen stoppen, even als den
+diefstal. Neen, dat zou niet gaan! Zij was nu eenmaal bestolen en zij zou er alle
+reclame uitslaan, die er in zat, dat nam zij zich vast voor.
+</p>
+<p>En dus hernam zij op koelen toon:
+</p>
+<p>„De diamanten en paarlen zijn niet met geld alleen te vergoeden, mijnheer! Ik wil
+ze terug hebben en daarom verzoek ik u voor de laatste maal, of gij de politie wilt
+halen, anders ga ik er zelf heen, of telefoneer!”
+</p>
+<p>De gerant zag wel in, dat de artiste niet tot andere gedachten was te brengen.
+</p>
+<p>Hij maakte dus een wanhopig gebaar, hij gaf den strijd op.
+</p>
+<p>Alleen bleef hem nu nog de hoop, dat madame zich toch nog zou blijken vergist te hebben
+en dat de graaf niets met de geheele zaak uitstaande had.
+</p>
+<p>Met deze gedachte bezield, verliet hij met gebogen hoofd het vertrek, en telefoneerde
+om een detective naar Scotland Yard.
+</p>
+<p>Er verliep een half uur, en toen trad er een vierkant gebouwd man met groote doordringende
+grijze oogen en een energiek geteekend gelaat het vertrek van de diva binnen, vergezeld
+van een jong meisje, met een bevallig maar krachtig gelaat.
+</p>
+<p>De man was James Sullivan, een der beste speurneuzen van Scotland Yard, en het jonge
+meisje was Dorrit Evans, een zijner meest belovende leerlingen.
+</p>
+<p>Beiden werden aangediend door den etagekellner, die zich vervolgens terug trok.
+</p>
+<p>Marja Ivy, die al dien tijd vruchteloos al haar kistjes en kastjes had onderzocht,
+trad Sullivan haastig tegemoet, en vroeg:
+<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p>
+<p>„Gij zijt van de politie?”
+</p>
+<p>„Ja, Madame! Mijn naam is Sullivan, deze jongedame is een collega, <span id="xd33e1057">Miss</span> Evans.”
+</p>
+<p>Marja knikte eenige malen zenuwachtig met het zwartgelokte hoofd, en zeide toen:
+</p>
+<p>„Ik ben blij, dat gij gekomen zijt, mijnheer! Ik moet u zeggen, dat de gerant getracht
+heeft, de zaak te sussen, maar daarvoor ben ik niet te vinden! Ik wil mijn juweelen
+terug!”
+</p>
+<p>„Zoudt gij ons de zaak niet eens in het kort en zonder noodeloozen omhaal willen mededeelen,
+madame?” vroeg Sullivan bedaard. „Ik heb immers het genoegen, te spreken met madame
+Marja Ivy, de bekende variété-artiste?”
+</p>
+<p>„Die ben ik, mijnheer!” antwoordde Marja. „Die zaak heeft zich als volgt toegedragen.
+Ik ontving hedenavond bezoek van prins George. Hij was in gezelschap van zijn adjudant,
+graaf Colebrooke. Een paar minuten voor de heeren kwamen, dat was om negen uur, waren
+mijn juweelen er nog, en ook het geld was nog in het ijzeren kistje. Wat ik zoo goed
+weet, omdat ik juist iets had moeten betalen, en het dus had geopend. Toen de prins
+en de graaf er waren, verzocht ik den laatste, in mijn boudoir te wachten, ik had
+met den prins zaken te bespreken, waarbij hij volkomen overbodig was. Ik was ongeveer
+een kwartier, hoogstens twintig minuten met den prins samengeweest, toen graaf Carwood
+binnentrad. Ik behoef er geen geheim van te maken, dat er tusschen den graaf en mij
+zekere vriendschapsbanden bestaan. Hij had dus een zeker recht, bij mij binnen te
+treden. Maar de aanwezigheid van den prins scheen hem onaangenaam te treffen, en hij
+maakte nogal brutaal een opmerking daar over. Toen trad graaf Colebrooke op zijn beurt
+weder binnen, komende uit het boudoir, en achtereenvolgens gingen graaf Carwood, graaf
+Colebrooke, en de prins heen. En toen mijn kamermeisje nauwelijks een minuut later
+het boudoir binnentrad, waren al mijn juweelen en mijn geld verdwenen.”
+</p>
+<p>Sullivan had met gespannen aandacht toegeluisterd en zeide nu:
+</p>
+<p>„Uwe uiteenzetting is even kort als duidelijk, madame! Nu een paar vragen. Gij kendet
+den prins niet voor hedenavond?”
+</p>
+<p>„Neen, ik kende hem alleen van gezicht.”
+</p>
+<p>„Hoe kwam hij zoo eensklaps hier?”
+</p>
+<p>„Het was niet eensklaps! Zijn adjudant had het bezoek voorbereid.”
+</p>
+<p>„Gij kendet dus graaf Colebrooke?”
+</p>
+<p>„Hij is gisteren hier geweest, voor de eerste maal. Hij deed mij toen het voorstel,
+mij met den prins in kennis te stellen.”
+</p>
+<p>Sullivan keek verrast op, en wisselde toen een blik met Dorrit Evans.
+</p>
+<p>Toen vroeg hij deze op zachten toon:
+</p>
+<p>„Wat zegt gij daar wel van?”
+</p>
+<p>„Ik vind het zeer merkwaardig!” antwoordde het jonge meisje. „Ik heb zoo iets nooit
+achter den prins gezocht!”
+</p>
+<p>„En ik niet achter den graaf, dien ik toevallig persoonlijk ken!” zeide Sullivan hoofdschuddend.
+</p>
+<p>Hij dacht even na en vervolgde toen:
+</p>
+<p>„Wat deed de graaf, nadat hij uit het boudoir was binnengetreden?”
+</p>
+<p>„Hij sloeg graaf Carwood om de ooren!”
+</p>
+<p>„Wat zegt gij daar?” riep Sullivan in de grootste verwondering uit. „Deed hij dat
+in het bijzijn van den prins?”
+</p>
+<p>„Ja! En de arme stakker had den dag te voren al een oorveeg op de andere wang gekregen
+van een fotograaf, die opnamen kwam maken!”
+</p>
+<p>„Dat is kras!” mompelde Sullivan half luid voor zich heen. „Dat is bepaald niet geheel
+en al in den haak!”
+</p>
+<p>Hij verviel in gepeins en nu vroeg Miss Evans:
+</p>
+<p>„Vond Zijne Hoogheid dat maar goed, dat in zijn tegenwoordigheid de eene graaf den
+ander oorveegde?”
+</p>
+<p>„O neen, graaf Colebrooke kreeg een leelijken uitbrander!” antwoordde Marja Ivy.
+</p>
+<p>„Hoe kwam het eigenlijk?”
+</p>
+<p>„Graaf Carwood had graaf Colebrooke beleedigd!”
+</p>
+<p>„Waardoor?”
+</p>
+<p>„Hij had hem voor de voeten geworpen, dat hij deze samenkomst had bewerkt!”
+</p>
+<p>„En bleef het daarbij?”
+</p>
+<p>„Neen, de geslagene daagde graaf Colebrooke uit!”
+</p>
+<p>„En nam die het aan?”
+</p>
+<p>„Op slag!”
+</p>
+<p>„Kras!” mompelde nu ook Miss Evans. „De oude man kan ternauwernood zijn wandelstok
+vasthouden!”
+</p>
+<p>„Nu, ik verzeker u, dat de slag aankwam!” riep <span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span>Marja uit. „De vloer dreunde er van! Als die oude heer even goed schermt als hij muilperen
+uitdeelt, dan staan graaf Carwood eenige onaangename oogenblikken te wachten!”
+</p>
+<p>„Nu, het schijnt hier eigenaardig te zijn toegegaan, dat is zeker,” hernam Sullivan,
+die uit zijn gepeins ontwaakt was. „En ik zeg u nog eens, hier is iets niet in den
+haak!”
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch7" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK VII.</h2>
+<h2 class="main">Liefde en reclame.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De detective was het boudoir binnengetreden en bekeek nu zorgvuldig alle deuren achtereenvolgens
+na.
+</p>
+<p>„Waren de deuren dicht, toen het hooge bezoek kwam?” vroeg hij.
+</p>
+<p>„Neen, ik weet heel zeker van niet!” antwoordde Mirza, het kamermeisje.
+</p>
+<p>„Dan heeft de graaf ze dus op slot gedaan,” zeide Sullivan. „Dat is van belang, Miss
+Dorrit.”
+</p>
+<p>„Ja, er blijkt in ieder geval duidelijk uit, dat de deuren van binnen gesloten zijn
+door iemand, die de vertrekken door de ontvangkamer van madame Ivy weder heeft verlaten,
+op de gewone manier. Dat zou er dus voor pleiten, dat de graaf inderdaad de dief is
+geweest!”
+</p>
+<p>„Goed geredeneerd!” riep Sullivan uit. „Zoo is het! De sleutels zitten alle aan de
+binnenzijde. Alleen de deur naar het ontvangvertrek is open.”
+</p>
+<p>De detective liep langzaam door het vertrek, en bekeek nauwkeurig de verschillende
+doozen.
+</p>
+<p>„Hield gij er geen bepaald juweelenkistje op na, madame?” zoo wendde hij zich opnieuw
+tot de diva, die zenuwachtig zijn gangen volgde.
+</p>
+<p>„Ik heb er wel een, maar ik ben wat slordig uitgevallen, ik leg altijd alles door
+elkaar! De juweelen lagen hier en daar, overal!”
+</p>
+<p>„En het geldkistje?”
+</p>
+<p>„Dat was goed gesloten en stond in die kast, op den grond, ik vond het geopend terug.
+En nu wilde ik u wel vragen, of gij het zonder mij kunt stellen, mijnheer, ik ben
+over mijn tijd vrees ik, en de directie zal misschien niet als verontschuldiging laten
+gelden, dat ik bestolen ben, en een hooge boete eischen!”
+</p>
+<p>„Nog slechts en enkele vraag, madame, en dan zal ik de rest wel met uw kamermeisje
+bespreken.
+</p>
+<p><span id="xd33e1120">„</span>Welke taal sprak de prins met u?”
+</p>
+<p>„Wel Fransch! En hij sprak het uitstekend!”
+</p>
+<p>„Dan heeft hij het in enkele dagen geleerd, madame!” zeide Sullivan ironisch, „want
+tot op eergisteren verstond hij geen woord Fransch zoo groot als een huis!”
+</p>
+<p>„Wat, wat wilt gij zeggen,” stamelde de diva, terwijl zij verbleekte en zich aan een
+tafel moest vasthouden.
+<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p>
+<p>„Ik wil zeggen, dat ik sterk vermoed, dat uw prins een heel gewone, of liever een
+buitengewone bedrieger is geweest, evenals zijn zoogenaamde adjudant. Prins George
+kent geen Fransch, hoogstens een paar beleefdheidsformules! Maar wij kunnen ons spoedig
+genoeg overtuigen!”
+</p>
+<p>Hij ging het ontvangvertrek weder binnen, nam de telefoon van den haak, en stelde
+zich in verbinding met het koninklijk paleis.
+</p>
+<p>Deze verbinding werd, zooals bij alle groote hotels bewerkstelligd door de Hotel Centrale,
+die door een zestal jonge meisjes werd bediend.
+</p>
+<p>Aan het andere einde van de lijn stond een kamerbediende van den prins hem te woord.
+</p>
+<p>De detective sprak gedurende eenige minuten, en hing toen met een uitdrukking van
+de grootste verbazing het toestel weder op.
+</p>
+<p>„Dat is het merkwaardigste, wat ik nog ooit beleefd heb, madame!” zeide hij, terwijl
+hij het boudoir weder binnentrad. „De kamerdienaar van den prins zegt mij zooeven,
+dat Zijne Hoogheid inderdaad is uitgegaan tegen negen uur, om hier een bezoek aan
+u te brengen! En die man is in alle intieme geheimen van zijn meester! Ik sta hier
+voor een raadsel, tenzij.…”
+</p>
+<p>Hij voltooide den zin niet, maar hernam:
+</p>
+<p>„Ik wil u niet langer van uw werk afhouden, madame! Het overige verneem ik wel van
+het personeel. Ik hoop echter, dat gij dadelijk nadat uw nummer afgeloopen<span class="corr" id="xd33e1137" title="Niet in bron"> is</span>, hier weder terug keert!”
+</p>
+<p>„Daar kunt gij op rekenen, mijnheer!” zeide <span class="corr" id="xd33e1141" title="Bron: Mirja">Marja</span>, die reeds haar mantel had aangetrokken en haar hoed had opgezet. „Al zou ik er den
+geheelen nacht voor moeten opblijven, mijn juweelen moeten en zullen mij teruggegeven
+worden!”
+</p>
+<p>En met die woorden ruischte zij het vertrek uit.
+</p>
+<p>Sullivan keek haar met een half spottend, half medelijdend lachje op zijn schrander
+gezicht na, en wendde zich toen tot Dorrit Evans met de opmerking:
+</p>
+<p>„Ik geloof dat madame Ivy zich dat een weinig al te gemakkelijk voorstelt! Wij hebben
+hier blijkbaar met een uiterst handigen bedrieger te doen, of zij en het kamermeisje
+moeten zich vergissen, en graaf Colebrooke had niets met het geval te doen. Maar dan
+blijft het raadsel van de Fransche taal! De prins is echter hier geweest, dat staat
+nu wel vast! Hij schijnt dus binnen korten tijd de Fransche taal machtig te zijn geworden,
+of hij heeft zijn kennis van de taal van Voltaire altijd geheim gehouden! Hoe het
+ook zij, zijn aanwezigheid hier staat vast. Blijft over de graaf. Is hij de <span class="corr" id="xd33e1148" title="Bron: autenthieke">authentieke</span> graaf Colebrooke geweest? Als hij de man was, die de juweelen stal, dan is dat zoo
+goed als buiten gesloten, tenzij hij eensklaps cleptomaan is geworden, en zooiets
+zullen wij nu maar niet aannemen! De graaf is schatrijk, een der rijkste mannen van
+Londen, misschien wel van geheel Engeland!”
+</p>
+<p>„Dat kan niet waar zijn, mijnheer!” liet nu <span class="corr" id="xd33e1153" title="Bron: eens klaps">eensklaps</span> de stem van Mirza zich hooren. „Pas gisteren verklaarde de graaf, dat hij op zwart
+zaad zat, en dat hij er daarom werk van maakte, den prins aan een of ander avontuurtje
+te helpen!”
+</p>
+<p>Vol verbazing staarden Sullivan en Miss Evans elkander aan.
+</p>
+<p>Toen barstte de detective uit:
+</p>
+<p>„Dan is die man stellig een bedrieger geweest! Hoe hij zich bij den prins heeft weten
+in te dringen, is mij een raadsel, maar ik acht in geheel Londen maar een enkelen
+man in staat, zooiets te wagen! Zijn naam behoef ik u zeker niet te noemen, Miss Dorrit!”
+</p>
+<p>„Neen, die is bekend genoeg!” zeide het jonge meisje met opeengeklemde tanden. „Dus,
+hij zou hier weer achter zitten, denkt gij?”
+</p>
+<p>„Dat zou mij althans in het minst niet verwonderen! Het is juist iets voor Raffles!”
+</p>
+<p>„Maar telefoneer dan even naar het huis van graaf Colebrooke! Misschien kan hij zelf
+of zijn kamerbediende inlichtingen geven!”
+</p>
+<p>„Gij hebt gelijk, Miss Dorrit!” riep Sullivan uit.
+</p>
+<p>Hij snelde het andere vertrek weder binnen, en liet zich door de hotelcentrale verbinden
+met het prachtige woonhuis van graaf Colebrooke aan de Mall gelegen.
+</p>
+<p>Tien minuten later trad hij weder binnen.
+</p>
+<p>Zijn gelaat stond strak en nog nimmer had zijn leerlinge er zulk een grenzelooze verwondering
+op afgeteekend gezien.
+</p>
+<p>„Wat is er?” vroeg zij nieuwsgierig.
+</p>
+<p>„Wat er is? Wel, de graaf is hier geweest, met den prins, zegt zijn kamerbediende
+mij!”
+</p>
+<p>„Daar houdt alles bij op!” kreet Dorrit Evans. „Dat is toch bijna onmogelijk! Was
+de graaf zelf niet thuis?”
+</p>
+<p>„Neen, hij was om half negen uitgegaan. Dat <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>klopt dus. Maar het klopt niet, dat een man als hij bij een variété-mamsel diamanten
+steelt! Voor den drommel, wat heeft dat alles te beteekenen?”
+</p>
+<p>Hij stond lang in gedachten en haalde toen de schouders op.
+</p>
+<p>„Wij zullen het later wel uitvinden,” zeide hij. „Misschien is de graaf totaal onschuldig
+en moeten wij de daders heel ergens anders zoeken, onder het hotelpersoneel bijvoorbeeld.
+Kom, laten wij maar dadelijk eens op onderzoek uitgaan!”
+</p>
+<p>En nu begon de detective met een van die stelselmatig gevoerde onderzoekingen, waardoor
+hij zich zulk een grooten naam bij Scotland-Yard had weten te verwerven.
+</p>
+<p>Maar na anderhalf uur moest hij bekennen, dat hij nog even ver was als bij het begin,
+het was zoo goed als ondenkbaar, dat iemand van het personeel den diefstal had kunnen
+plegen, daar alle gangdeuren immers goed gesloten werden gevonden!
+</p>
+<p>Juist toen Sullivan en Miss Evans weder in het boudoir terug waren gekeerd, trad Marja
+weder binnen.
+</p>
+<p>Of beter gezegd, zij viel, zij struikelde de kamer in, en liet zich, woedend met de
+voeten trappelend, op een sofa vallen, na haar hoed met een woest gebaar van het hoofd
+te hebben gerukt!
+</p>
+<p>„Bedrogen! Voor den gek gehouden door een paar ellendelingen!” kreet zij eindelijk.
+</p>
+<p>„Zoudt gij ons niet eens willen zeggen, wat er eigenlijk gebeurd is, madame?” vroeg
+Sullivan, die begreep, dat er iets ernstigs moest zijn voorgevallen.
+</p>
+<p>Marja was met een ruk overeind en schreeuwde, terwijl haar zwarte oogen vlamden:
+</p>
+<p>„Prins George en graaf Colebrooke waren in het <span class="corr" id="xd33e1186" title="Bron: Hypodroom-Theater">Hypodrome-Theater</span>.”
+</p>
+<p>„Wat!” riepen Sullivan en Evans tegelijk, die hun ooren niet geloofden. „Allebei?”
+</p>
+<p>„Allebei, en sedert acht uur! De Prins zat in zijn loge! Gij kunt u begrijpen, wat
+er in mij omging, toen ik het hoorde! Ik weet nog niet, hoe ik er in geslaagd ben,
+mijn liedjes teneinde te zingen! Ik stuurde iemand met een beleefd briefje naar hem
+toe, om hem te vragen, of hij werkelijk den geheelen avond in den schouwburg was geweest,
+omdat het voor mij van groot belang was, dit te weten, en toen kwam graaf Colebrooke
+zelf achter, een stijve, houten Klaas, die mij zeide, dat de prins en hij inderdaad
+den geheelen avond in hun loge hadden gezeten! Dus, die beide mannen zijn bedriegers
+geweest! O, ik zal mij wreken!”
+</p>
+<p>„Maar dan.… de telefoon!” schreeuwde Sullivan woedend.
+</p>
+<p>„Zij hebben voorzien, dat er navraag zou worden gedaan,” zeide Dorrit schouderophalend<span id="xd33e1195">, „</span>en op het dak van een van Raffles’ huizen, waarover de draden van hier naar de telefooncentrale
+loopen, hebben zij den draad afgetapt en u zelf antwoord gegeven!”
+</p>
+<p>„Drie dubbele ezel die ik ben,” schreeuwde Sullivan, bijna stikkend van woede, „ja,
+zoo moet het gegaan zijn! Ik had het moeten weten! Maar nog is alles niet verloren!”
+</p>
+<p>Hij wendde zich tot Mirza, die nog altijd bleek en bevend bij haar meesteres stond
+en vervolgde haastig:
+</p>
+<p>„Hebt gij mij niet gesproken over een duel, zooeven?”
+</p>
+<p>„Ja, mijnheer, graaf Colebrooke wilde met graaf Carwood duelleeren!”
+</p>
+<p>„Spraken de heeren niet over de plek, waar zij zouden vechten?”
+</p>
+<p>„Neen, daarvan heb ik niets gehoord!”
+</p>
+<p>Sullivan uitte een gesmoorden vloek, en gromde tusschen de tanden:
+</p>
+<p>„Dat is dus ook al mis! Anders had ik hem op de plek der samenkomst laten arresteeren!
+Hij is in staat, inderdaad den graaf een kleinen prik te geven!”
+</p>
+<p>Maar nu riep Dorrit Evans opeens uit:
+</p>
+<p>„Als wij eens naar graaf Carwood gingen! Hij kan ons immers zeggen, waar het tweegevecht
+zal plaats hebben?”
+</p>
+<p>„Miss Dorrit, gij hebt alweder gelijk, en ik geloof, dat de woede mijn denkvermogen
+benevelt!” riep Sullivan vol geestdrift. „Het is reeds zeer laat, maar dat doet er
+niet toe, laten wij dadelijk naar het huis van den graaf gaan! Gij weet zeker zijn
+adres?” zoo wendde hij zich tot de variété-danseres, die er over zat na te denken,
+hoe zij ondanks alles nog de reclametrom zou kunnen roeren.
+</p>
+<p>„Grosvenor Road 76!” antwoordde de jonge vrouw toonloos.
+</p>
+<p>„Dat is een heel eind van hier,” zeide Sullivan. „Maar wij mogen niet aarzelen! Kom
+mede, Miss Dorrit! Wij hebben hier voorloopig niets meer te doen! Wij gaan op jacht
+naar de dieven!”
+</p>
+<p>„Als gij mijn juweelen maar terug brengt!” riep <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>Marja uit. „De dieven boezemen mij minder belang in!”
+</p>
+<p>„Dan verschillen wij daaromtrent van meening, madame!” gaf Sullivan ten antwoord.
+„Het beste zou echter zijn, wanneer wij én de juweelen én de dieven konden vangen!”
+</p>
+<p>Een haastige buiging voor de artiste en de beide detectives verlieten snel het vertrek.
+</p>
+<p>Voor het breede trottoir stond nog de politieauto te wachten, die hen hier had gebracht.
+</p>
+<p>Het was toen half een in den nacht.
+</p>
+<p>Sullivan gaf den chauffeur het adres van graaf Carwood op, en de auto stelde zich
+in beweging.
+</p>
+<p>Na een rit van een half uur hield de auto stil voor een fraai huis, dat geheel in
+duisternis gedompeld was.
+</p>
+<p>Sullivan moest herhaalde malen bellen, eer de deur werd geopend door een slaperigen
+bediende, die hem alles behalve vriendelijk ontving.
+</p>
+<p>Sullivan maakte zijn kwaliteit bekend en gaf het verlangen te kennen, dadelijk bij
+den graaf te worden toegelaten!
+</p>
+<p>„Maar de graaf slaapt reeds en hij is onwel!” riep de bediende uit.
+</p>
+<p>„Wij zullen hem slechts enkele minuten ophouden!” drong Dorrit aan. „Het betreft een
+zaak van het grootste gewicht!”
+</p>
+<p>De bediende haalde de schouders op, maar hij ging toch de bezoekers voor, de breede
+trap op, en langs een groot portaal, tot hij stil stond voor een deur, waarop hij
+eenige malen luid klopte.
+</p>
+<p>Eindelijk klonk daarbinnen een zwakke stem, die op klagenden toon riep:
+</p>
+<p>„Wat is er toch? Wat wilt gij? Ik wil met rust worden gelaten!”
+</p>
+<p>„Politie!” riep Sullivan met luide stem. „Een dringende zaak! Ik verzoek u vriendelijk,
+mij dadelijk even te willen ontvangen.”
+</p>
+<p>„Maar wat is er dan toch aan de hand?” hernam de vragende stem. „Ik ben werkelijk
+niet in een toestand om mij te vertoonen!”
+</p>
+<p>„Wij zullen u niet lang ophouden, graaf!” riep nu Dorrit Evans.
+</p>
+<p>„Mijn hemel, zijn er dames ook nog?” klonk de stem aan den anderen kant van de deur
+verschrikt. „Die moeten dadelijk vertrekken!”
+</p>
+<p>„Ik ga al, graaf!” hernam de jonge detective lachend.
+</p>
+<p>Pas toen het gerucht van haar voetstappen was weggestorven, werd de deur van de slaapkamer
+heel langzaam op een kier geopend en daar verscheen graaf Carwood, in een zijden <span class="corr" id="xd33e1238" title="Bron: pyama">pyjama</span>.
+</p>
+<p>Dat hij het was, kon men echter slechts vermoeden, want zijn gezicht was bijna geheel
+in een verband gehuld en uit den vorm daarvan bleek duidelijk, dat allebei zijn wangen
+deerlijk waren opgezet.
+</p>
+<p>Ondanks den toestand kon Sullivan een glimlach niet <span class="corr" id="xd33e1244" title="Bron: neerhouden">weerhouden</span>.
+</p>
+<p>De graaf zag er dan ook uit als een figuur uit een kluchtspel, zooals hij daar stond
+in zijn <span class="corr" id="xd33e1249" title="Bron: pyama">pyjama</span>, het tipje van zijn neus en een klein gedeelte van zijn mond even zichtbaar, bibberend
+en bleek.
+</p>
+<p>„Neem me niet kwalijk als ik aanstonds met de deur in het huis val, graaf,” begon
+Sullivan. „Ik weet van uw tweegevecht af, ik kom u slechts vragen, waar en wanneer
+het plaats heeft! De zoogenaamde prins George, zoowel als graaf Colebrooke waren bedriegers
+en ik wil hen arresteeren!”
+</p>
+<p>„Dat heb ik al voor u geweten, meneer de detective!” jammerde graaf Carwood op hartverscheurenden
+toon. „Dat is juist mijn ongeluk geworden! Luister, dan zal ik het u mededeelen.”
+</p>
+<p>Hij wenkte Sullivan om binnen te komen, liet zich in een gemakkelijken stoel vallen
+en begon toen met haperende stem:
+</p>
+<p>„Als gij van het tweegevecht afweet, dan moet gij ook weten, op welk een schandelijke
+wijze ik gisteren behandeld ben door een fotograaf, dien ik bij Marja Ivy, de danseres
+aantrof! Die kerel had de onbeschaamdheid mij een muilpeer te geven, meneer! Een muilpeer
+aan mij, de spruit van een geslacht, dat zijn oorsprong tot in het begin van de veertiende
+eeuw kan nawijzen! Gij zoudt het niet gelooven, maar hedenavond kreeg ik in die zelfde
+kamer op de andere wang een tweede oorveeg, ditmaal van graaf Colebrooke! Ik ging
+heen in een toestand, dien gij u wel kunt voorstellen, en met de verklaring, dat ik
+nog hedenavond zijn getuigen zou wachten. Maar denk u in mijn toestand, toen ik mij
+naar het <span class="corr" id="xd33e1257" title="Bron: Hypodroom-Theater">Hypodrome-Theater</span> liet rijden, waar ik Marja hoopte te spreken, om vrede met haar te sluiten, en daar
+prins George en graaf Colebrooke in hun loge zag zitten! Ik vertrouwde mijn oogen
+niet, vervoegde mij dadelijk bij Zijne Hoogheid en vernam daar den samenhang van het
+geheele treurspel. Ik moest het slachtoffer zijn geworden van een laaghartig bedrog
+en ik liet mij dadelijk <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>weder naar huis brengen om de schuldigen te <span class="corr" id="xd33e1262" title="Bron: ontmaskeeren">ontmaskeren</span>! Helaas, helaas, had ik er maar aan gedacht om een paar stevige politieagenten mede
+te brengen!”
+</p>
+<p>De graaf wiegde eenige malen in zijn gemakkelijken stoel heen en weder als een gewonde
+ijsbeer en vervolgde toen:
+</p>
+<p>„Ik was nauwelijks thuis, of de getuigen kwamen opdagen, en ik wist nu natuurlijk,
+dat zij de handlangers waren van een paar bedriegers! Ik zeide hun dat er onder deze
+omstandigheden van dit tweegevecht niets kon komen, want dat ik natuurlijk niet met
+Jan Rap en zijn maat kon vechten, en weet gij, wat zij toen deden?”
+</p>
+<p>„Ik ben er benieuwd naar, graaf!” zeide Sullivan, die zich weliswaar zeer teleurgesteld
+gevoelde over de mislukking van zijn plan, maar toch een glimlach onmogelijk kon bedwingen.
+</p>
+<p>„Zij betreurden het, dat er van het duel niets kon komen, zeiden zij en daarop gaven
+zij mij ieder een muilpeer, meneer, de eene op de linker, de ander op de rechterwang!
+Zoodat ik van dit alles het slachtoffer ben!”
+</p>
+<p>En ineens uitte de ongelukkige graaf een jammerklacht, was in een wip overeind, ijlde
+met de vlugheid van een haas op zijn bed toe, en dook met onbegrijpelijke vlugheid
+onder de dekens.
+</p>
+<p>En zoo eindigde voor hem het avontuur met de Poolsche Variété-diva.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first center">De volgende aflevering (No. 349) bevat:
+</p>
+<p class="center xxl">De dochter van den Spekslager.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<table role="presentation">
+<tr id="ch1.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">I. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">Marja Ivy.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch2.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">II. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">Het web wordt gesponnen.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">5</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch3.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">III. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Het ideaal van Marja Ivy.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">10</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch4.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">IV. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">Bij gebrek aan brood.….</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">15</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch5.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">V. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">De prins wordt in genade aangenomen.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">19</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch6.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">VI. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">Rumor in casa.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">24</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch7.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">VII. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">Liefde en reclame.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">28</a></td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<div class="transcriberNote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
+zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
+dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2026-06-03 Begonnen.
+</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende 60 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctionTable">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+<th>Bewerkingsafstand</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e125">1</a></td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e136">1</a></td>
+<td class="width40 bottom">derwereld stad</td>
+<td class="width40 bottom">der wereldstad</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e139">1</a>, <a class="pageref" href="#xd33e163">2</a>, <a class="pageref" href="#xd33e803">21</a>, <a class="pageref" href="#xd33e860">22</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1186">30</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1257">31</a></td>
+<td class="width40 bottom">Hypodroom-Theater</td>
+<td class="width40 bottom">Hypodrome-Theater</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e142">1</a></td>
+<td class="width40 bottom">circus</td>
+<td class="width40 bottom">Circus</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e153">1</a></td>
+<td class="width40 bottom">nooddurftig</td>
+<td class="width40 bottom">nooddruftig</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e171">2</a>, <a class="pageref" href="#xd33e251">4</a>, <a class="pageref" href="#xd33e257">4</a>, <a class="pageref" href="#xd33e272">5</a></td>
+<td class="width40 bottom">pogramma</td>
+<td class="width40 bottom">programma</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e189">3</a>, <a class="pageref" href="#xd33e281">5</a></td>
+<td class="width40 bottom">Variétédiva</td>
+<td class="width40 bottom">Variété-diva</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e211">3</a></td>
+<td class="width40 bottom">Malakof</td>
+<td class="width40 bottom">Malakoff</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e228">4</a></td>
+<td class="width40 bottom">schijnt</td>
+<td class="width40 bottom">schijn</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e254">4</a></td>
+<td class="width40 bottom">Variétéartist</td>
+<td class="width40 bottom">Variété-artist</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e275">5</a></td>
+<td class="width40 bottom">Hypodrome-theater</td>
+<td class="width40 bottom">Hypodrome-Theater</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e298">6</a>, <a class="pageref" href="#xd33e664">16</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1120">28</a></td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom">„</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e300">6</a></td>
+<td class="width40 bottom">Variétéartiste</td>
+<td class="width40 bottom">Variété-artiste</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e311">6</a></td>
+<td class="width40 bottom">vondt</td>
+<td class="width40 bottom">vond</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e506">11</a></td>
+<td class="width40 bottom">Hypodroom Theater</td>
+<td class="width40 bottom">Hypodrome-Theater</td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e523">12</a></td>
+<td class="width40 bottom">kunnen</td>
+<td class="width40 bottom">willen</td>
+<td class="bottom">4</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e529">12</a></td>
+<td class="width40 bottom">Variétéster</td>
+<td class="width40 bottom">Variété-ster</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e539">12</a></td>
+<td class="width40 bottom">gebruikte</td>
+<td class="width40 bottom">gebruikten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e550">12</a></td>
+<td class="width40 bottom">daaran</td>
+<td class="width40 bottom">daaraan</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e642">16</a>, <a class="pageref" href="#xd33e645">16</a></td>
+<td class="width40 bottom">en zoovoort</td>
+<td class="width40 bottom">enzoovoort</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e657">16</a></td>
+<td class="width40 bottom">als</td>
+<td class="width40 bottom">al</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e672">17</a></td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+<td class="width40 bottom">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e680">17</a></td>
+<td class="width40 bottom">zachtje</td>
+<td class="width40 bottom">zachtjes</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e717">18</a></td>
+<td class="width40 bottom">Een</td>
+<td class="width40 bottom">En</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e720">18</a></td>
+<td class="width40 bottom">brachte</td>
+<td class="width40 bottom">bracht</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e810">21</a>, <a class="pageref" href="#xd33e838">21</a></td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom">”</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e820">21</a></td>
+<td class="width40 bottom">Colebroke</td>
+<td class="width40 bottom">Colebrooke</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e825">21</a></td>
+<td class="width40 bottom">ladylijke</td>
+<td class="width40 bottom">ladylike</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e832">21</a></td>
+<td class="width40 bottom">zij</td>
+<td class="width40 bottom">hij</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e853">22</a></td>
+<td class="width40 bottom">*rdquo;</td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">7</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e874">22</a></td>
+<td class="width40 bottom">kuchtte</td>
+<td class="width40 bottom">kuchte</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e886">22</a></td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e947">24</a></td>
+<td class="width40 bottom">Variété danseres</td>
+<td class="width40 bottom">Variété-danseres</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e992">25</a></td>
+<td class="width40 bottom">onsteld</td>
+<td class="width40 bottom">ontsteld</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1019">26</a></td>
+<td class="width40 bottom">variété-star</td>
+<td class="width40 bottom">variété-ster</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1032">26</a></td>
+<td class="width40 bottom">werdt</td>
+<td class="width40 bottom">wordt</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1037">26</a></td>
+<td class="width40 bottom">egoistische</td>
+<td class="width40 bottom">egoïstische</td>
+<td class="bottom">1 / 0</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1057">27</a></td>
+<td class="width40 bottom">miss</td>
+<td class="width40 bottom">Miss</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1137">29</a></td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom"> is</td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1141">29</a></td>
+<td class="width40 bottom">Mirja</td>
+<td class="width40 bottom">Marja</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1148">29</a></td>
+<td class="width40 bottom">autenthieke</td>
+<td class="width40 bottom">authentieke</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1153">29</a></td>
+<td class="width40 bottom">eens klaps</td>
+<td class="width40 bottom">eensklaps</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1195">30</a></td>
+<td class="width40 bottom"> </td>
+<td class="width40 bottom">, „</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1238">31</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1249">31</a></td>
+<td class="width40 bottom">pyama</td>
+<td class="width40 bottom">pyjama</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1244">31</a></td>
+<td class="width40 bottom">neerhouden</td>
+<td class="width40 bottom">weerhouden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1262">32</a></td>
+<td class="width40 bottom">ontmaskeeren</td>
+<td class="width40 bottom">ontmaskeren</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78820 ***</div>
+</body>
+</html>
diff --git a/78820-h/images/lordlister0348-front.jpg b/78820-h/images/lordlister0348-front.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7ab893d
--- /dev/null
+++ b/78820-h/images/lordlister0348-front.jpg
Binary files differ
diff --git a/78820-h/images/p0348-01.png b/78820-h/images/p0348-01.png
new file mode 100644
index 0000000..59aabdc
--- /dev/null
+++ b/78820-h/images/p0348-01.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6c72794
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This book, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..9890caf
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1 @@
+[Project Gutenberg](https://www.gutenberg.org) public repository for eBook [#78820](https://www.gutenberg.org/ebooks/78820)