diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 78683-0.txt | 2734 | ||||
| -rw-r--r-- | 78683-h/78683-h.htm | 3404 | ||||
| -rw-r--r-- | 78683-h/images/lordlister0345-front.jpg | bin | 0 -> 75534 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 78683-h/images/p0345-01.png | bin | 0 -> 9250 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
7 files changed, 6154 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/78683-0.txt b/78683-0.txt new file mode 100644 index 0000000..f970715 --- /dev/null +++ b/78683-0.txt @@ -0,0 +1,2734 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78683 *** + + + + + LORD LISTER + GENAAMD RAFFLES + DE GROOTE ONBEKENDE. + + NO. 345 DE BANKROOVERS. + + + + + + + + +DE BANKROOVERS. + + +HOOFDSTUK I. + +HET GERUCHT ONDER DEN GROND. + + +Het was ongeveer twee uur in den middag toen twee heeren den grooten +tuin overstaken, die zich bevindt achter een der grootste huizen van de +Regent-Street, niet ver van Pall Mall. + +Het huis behoorde toe aan Lord William Aberdeen, den bekenden +Londenschen philantroop. + +De grootste van de beide heeren, die daar door den tuin liepen en hun +schreden richtten naar een groot tuinhuis, was Lord Aberdeen zelf, maar +de jonge man die bij hem was, Charly Brand geheeten, kende hem als John +Raffles, den Grooten Onbekende. + +Zij hadden nu het tuinhuis bereikt, en gingen binnen. + +Indien wellicht een buurman, ondanks het dichte geboomte de beide +heeren daar had zien binnentreden, dan zou hij zich toch niet verbaasd +hebben, want hij kon weten, dat Zijne Lordschap een zeer ontwikkeld man +was, die zich met zijn secretaris druk bezig hield met het nemen van +proeven op het gebied der chemie. + +Maar wat hij niet wist of kon weten, dat was, dat men het voornaamste +gedeelte van het tuinhuis niet boven, maar onder den grond moest +zoeken. + +Maar daar bevond zich de geheime werkplaats, daar was ook het +laboratorium, waar de Groote Onbekende eenige zijner meest verrassende +uitvindingen had gedaan, daar was het plan voor de electrische +vliegmachine ontstaan, welke zich met een snelheid van 500 kilometer +per uur door de lucht kon bewegen. Daar was ook het aanschijn gegeven +aan de plannen van de wonderbare duikboot, kleiner dan de kleinste +oorlogsduikboot, maar zeker drie maal zoo snel. + +Het tuinhuis bevatte twee vertrekken, het eigenlijke chemische +laboratorium waar de beide onafscheidelijke vrienden ook zeer vaak +werkten, en een soort rookkamer, die tevens een kleine +wetenschappelijke boekerij bevatte. + +En in deze rookkamer, ter hoogte van den monumentalen schoorsteen, +bevond zich de ingang naar de onderaardsche werkplaats. + +Door het verdraaien van een der kleine krullen in de gebeeldhouwde +lijst van den spiegel, schoof een stuk van den schoorsteen terzijde en +men bevond zich dan in een zeer smallen gang, nauwelijks vier decimeter +breed, en waarin een zeer zwaarlijvig man zich zelfs niet had kunnen +bewegen. + +De beide heeren waren zoo juist het vertrek binnengetreden, en nu begon +Raffles: + +„Nu zal ik je eens zeggen, waarom ik je eigenlijk hier heb gebracht.” + +„Ik ben er nieuwsgierig naar.” + +„Je weet dat eergisteren in een winkel in de Grosvenor-Street een +allerhevigste ontploffing heeft plaats gehad.” + +Charly Brand keek Raffles verbluft aan en zeide: + +„Ja, ik meen zoo iets gelezen te hebben. Tot op een half uur gaans +waren de ruiten van de huizen gesprongen, en er zijn drie personen +zwaar gewond. Ik kan mij alleen met den besten wil van de wereld niet +voorstellen, op welke wijze dit in verband kan staan met je verzoek om +hier heen te gaan!” + +„Maar wij blijven hier niet, wij gaan verder naar beneden!” + +„Maar om wat te doen dan toch?” + +„Heb je het nog niet begrepen? Luister dan. De onderaardsche tunnel van +dit huis naar mijn huis in de Victoria-Street loopt op slechts weinige +schreden afstands van de Grosvenor-Street en de gasontploffing heeft +plaats gehad in een grooten kelder. Het is dus niet onmogelijk, dat die +ontploffing schade aan onze tunnel heeft toegebracht, en ofschoon wij +haar in geruimen tijd niet gebruikt hebben, moeten wij haar toch steeds +in goeden staat houden, men kan nooit weten, hoe zij ons nog eens kan +dienen! Je weet, dat ik eenige jaren geleden het bestaan van dien +onderaardschen gang bij toeval ontdekte, en mij toen gehaast heb, haar +te verbeteren, en over een tiental meters door te trekken, totdat zij +uitliep op onze onderaardsche werkplaats.” + +„Nu begrijp ik het!” riep Charly uit. „Je wilt dus een kleine +inspectie-reis ondernemen.” + +„Zoo is het! Ik wil mij overtuigen, of de tunnel ergens is ingestort, +om nu maar dadelijk het grootste ongeluk te noemen, en dat de +spoorstaaf niet verbogen is, waarover ons twee wielig, electrisch +wagentje rijdt. Het is verder niet buitengesloten, dat de electrische +geleidingsdraad door den schok is gebroken, dat alles wil ik +onderzoeken.” + +„Nu ik ben tot je dienst.” + +Raffles trad nu op den spiegel toe, draaide aan de krul en geruischloos +schoof een stuk van den schoorsteen zoover terzijde, dat er een opening +ontstond bijna anderhalven meter hoog en omstreeks een halven meter +breed. + +De beide mannen gingen er achtereenvolgens door, en door aan een +kleinen hefboom te trekken, liet Raffles den schoorsteen weder op zijn +plaats terug gaan. + +De twee vrienden liepen een tiental passen door den smallen gang die +niet anders was dan de ruimte tusschen den buitenmuur van het tuinhuis +en den loozen muur van het vertrek en bereikten zoo een smalle ijzeren +trap, die naar het binnenste van de aarde scheen af te dalen. + +Het werd spoedig zeer donker, en de beide vrienden ontstaken hun +electrische zaklantaarn. + +De trap had dertig treden en eindigde in een soort kelderruimte. + +Met een eigenaardig gevormden sleutel opende Raffles een stalen deur en +nu stonden de mannen in het laboratorium. + +Raffles draaide een schakelaar van het licht om, en nu baadde het +vertrek in een zee van licht, uitgestraald door een viertal groote +booglampen. + +Hier bevond zich een volmaakte inrichting voor het doen van proeven op +allerlei gebied, die menig professor of leeraar aan de Universiteit +Raffles zou hebben benijd. + +Een tweede deur gaf toegang tot een ander vertrek, bijna even groot, +waar een paar werkbanken stonden, een kleine smidse, een electrische +smeltoven, een machine voor houtbewerking, waar Raffles zelf zijn +modellen vervaardigde, en een groot rek met de beste en fijnste +gereedschappen. + +En hier ook begon de ingang van de tunnel, welke Raffles bij toeval +ontdekt had, en die waarschijnlijk dateerde uit de middeleeuwen, toen +Londen letterlijk onder den grond een doolhof van gangen en geheime +plaatsen had voor bijeenkomsten van verschillende secten, die toen +achtereenvolgens aan vervolging bloot stonden. + +Op den vloer glinsterde iets, dat was de stalen spoorstaaf, waarover +een klein wagentje kon glijden, dat plaats bood voor drie personen, die +op een soort zadel konden gaan zitten. + +Maar het wagentje was op het oogenblik aan het ander uiteinde van de +tunnel, die bijna vijf kilometer lang was. + +Raffles haalde een stang over, die dicht naast den ingang aan de tunnel +aan den muur bevestigd was en de beide mannen wachtten. + +Maar zij wachtten vruchteloos, er verscheen niets. + +„Ik heb het wel gevreesd, er is iets niet in orde,” mompelde Raffles. +„Als de automatisch-electrische inrichting nog werkte, dan had het +wagentje reeds lang hier moeten zijn. Er is niets aan te doen, Charly, +wij zullen er te voet op uit moeten.” + +De beide mannen hadden reeds hun grijze werkjassen over hun kleederen +aangetrokken en hingen nu hun krachtige electrische lantaarns aan een +haak voor hun borst. + +Want het was gebleken, dat ook de electrische lichtleiding verbroken +was. + +Het schijnsel van de beide lantaarns verlichtte nu het begin van de +tunnel. + +Zij had bijna overal een zuiver ronde doorsnede, maar de vloer was vlak +gemaakt, om er des te steviger de enkele spoorstaaf op te kunnen +bevestigen, waarover het electrische gedreven wagentje liep, dat met +een snelheid van ruim honderd kilometer per uur door deze onderaardsche +gang snelde. + +Naast deze spoorstaaf bevond zich een smal plankier, die juist ruimte +genoeg bood aan twee personen, om naast elkander voort te loopen. + +De tunnel was bijna twee meter hoog en Raffles kon er met gemak rechtop +in loopen, zonder gevaar voor een ongewenschte aanraking met de +electrische draden, die langs den bovenkant van de tunnel liepen. + +Na ongeveer een half uur te hebben voortgeloopen, stond Raffles, die +zijn blikken onafgewend op de electrische draden gevestigd had +gehouden, eensklaps stil. + +Hij had een plek bereikt, waar de geleidingsdraad door den hevigen +schok der ontploffing was afgebroken. + +Het uiteinde van den draad lag op den vloer van de tunnel. + +De twee mannen hingen nu hun lantaarns aan een der steunijzers voor den +geleidingsdraad en ontpakten hun gereedschapstasch, teneinde den draad +aanstonds te herstellen. + +Binnen een half uur waren zij hiermede gereed. + +Maar het bleek, dat hier niet de eenige plaats was, waar de draad was +vernield. + +Want toen Raffles een van de schakelaars omdraaide, waarvan er ook in +de tunnel een aantal te vinden waren, bleef het nog altijd duister, met +uitzondering van het licht der beide zaklantaarns. + +Niet ver van de Grosvenor-Street vonden zij de tweede breuk. + +Ook deze herstelden zij, en toen Raffles opnieuw een schakelaar +omzette, straalden een groot aantal gloeilampjes hun licht uit, die op +geregelde afstanden langs de bovenzijde van de tunnel waren +aangebracht. + +Hier en daar was de kalk uit de voegen tusschen de eeuwen oude steenen +gevallen, en het smalle plankier was op enkele plaatsen ontzet. + +Maar de stalen spoorstaaf was gelukkig in het minst niet verbogen, alle +bouten en moeren, waarmede zij op het plankier bevestigd was, bevonden +zich nog in den besten staat. + +Maar ook de draad was gebroken, die aan beide zijde van de tunnel +uitliep op een klein toestel, hetwelk weder in verbinding stond met den +electromotor van het wagentje. + +Wanneer men aan het eene uiteinde van de onderaardsche gang op een knop +drukte, of een kleinen hefboom overhaalde, dan werd de electrische +stroom gesloten, een kernspoel werd magnetisch en trok een weekijzeren +anker tot zich, waardoor een nok losschoot, welke den hefboom in +bedwang hield, die den motor en tevens de giroscoop van het electrische +wagentje in gang zette, hetwelk zich dan met groote snelheid in +beweging zette. + +Ook deze verbindingsdraad was spoedig gelascht, en nu zetten de beide +mannen hun weg voort naar het andere einde van de tunnel. + +Na nog bijna een uur loopens kwamen zij aan een plek, waar de tunnel +eensklaps veel breeder werd. + +Het licht van de gloeilampjes weerkaatste op het staal en het koper van +een eigenaardig gevormd wagentje, niet veel grooter dan een groote +kruiwagen, voorzien van drie achter elkander geplaatste zadels, en van +een ondiepen bak, waarin men van alles kon mede nemen. + +In het midden, beschermd door een metalen kap, bevond zich het zware +vliegwiel van de giroscoop, dat tijdens den rit uiterst snel +ronddraaide, als een tol werkte, en dus het wagentje op zijn twee +achter elkander loopende wielen even goed in evenwicht hield, alsof het +er vier had bezeten. + +Onder ieder zadel waren een paar pedalen zichtbaar, zooals bij een +gewoon rijwiel, die ten doel hadden, het wagentje met menschelijke +spierkracht toch nog te kunnen voortbewegen, ingeval door een of ander +ongeluk de motor mocht weigeren. + +Raffles en Charly traden op het wagentje toe, en onderzochten het +nauwkeurig. + +Alles was in de beste orde, en het zou desnoods dadelijk gebruikt +kunnen worden. + +„Wij zullen nu weder terug loopen, om ons te overtuigen, dat alles in +orde is en wij niets hebben overgeslagen, en dan aan den anderen kant +eens beproeven, of de startinrichting nu werkt!” zeide Raffles. + +En zoo ondernamen de beide vrienden weder den terugweg door de tunnel, +die bijna vijf kilometer lang was. + +Zij hadden reeds weder de plek bereikt, waar de herstelling had plaats +gehad, toen Raffles eensklaps stilstond, en met een gebaar Charly +dwong, hetzelfde te doen. + +„Wat is er?” vroeg de jonge man verwonderd. + +„Luister eens, hoor je niets?” + +Charly luisterde ingespannen, en keek toen Raffles vragend aan. + +„Wat zou dat zijn?” kwam hij toen. „Wat is dat voor een zonderling +gerucht?” + +„Ik wilde je juist hetzelfde vragen!” gaf Raffles ten antwoord. „Ik heb +de tunnel reeds lang in gebruik, maar het is voor het eerst, dat ik er +ooit eenig gerucht in vernam, dat weet ik zeker.” + +De twee mannen stonden onbewegelijk en luisterden. + +Een dof, zoemend, snorrend geluid drong tot hen door, sterk gedempt +door de dikke muren van de tunnel, maar toch duidelijk verneembaar. + +Het klonk als het gonzen van een sterken motor, of van een +stoommachine. + +Ook leek het, of de grond zeer snel trilde alsof er dichtbij een +exprestrein voorbij reed. + +Wel een kwartier bleven Raffles en Charly in de zelfde houding staan, +zonder een woord te wisselen. + +Toen richtte Raffles zich weder op, en zeide: + +„Ik kan mij den aard van het geluid niet goed begrijpen. Nu eens zou ik +zeggen dat het eenigszins gelijkt op het geluid van een steenboor, die +met geweld door harde aarde wordt gedreven, dan weder doet het mij +denken aan een automobielmotor, die op den bok loopt, teneinde op proef +te draaien.” + +„Waar zijn wij hier ergens?” + +„Ik zou zeggen ter hoogte van de Grosvenor-Street, maar je weet, dat ik +een zeer nauwkeurig plan heb van alle straten, waaronder de tunnel +heenloopt, en ik kan dus de plek zeer nauwkeurig vaststellen, waar wij +het zonderlinge gonzen nu hooren en dat ben ik ook van plan, want een +man in mijn positie moet niets ondoorzocht laten!” + + + + + + + + +HOOFDSTUK II. + +HET GELUID KOMT NADER. + + +Haastig gingen de beide vrienden terug naar de onderaardsche +werkplaats, en een half uur later stonden zij weder aan het uiteinde +van de tunnel. + +Gedreven door een gevoel van achterdocht waaraan hij nog geen naam wist +te geven, zag Raffles er van af, het starttoestel te beproeven. + +Hij wilde geen gerucht in de tunnel veroorzaken, al was het ook niet +luider dan dat hetwelk veroorzaakt werd door het rijden van het +electrische wagentje. + +Raffles en Charly beklommen opnieuw de geheime trap, en traden door het +gat naast den schoorsteen weder in het paviljoen. + +Door den tuin bereikten zij het huis en dadelijk begaven zij zich naar +de bibliotheek, waar Raffles uit een geheim vak van de groote +boekenkast een portefeuille nam, welke hij geopend voor zich op tafel +legde. + +Hij zocht eenigen tijd tusschen de papieren, die er zich in bevonden, +nam er tenslotte een teekening uit, een soort plattegrond, met strepen, +namen en cijfers bedekt, en zeide: + +„Op deze schets kunnen wij van meter tot meter nagaan, waar wij ons +ergens bevinden, als wij in de tunnel zijn afgedaald. De plek waar wij +het vreemde gerucht hoorden, moet zich bevinden omtrent den hoek van de +Grosvenor-Street en de Baker-Street. Nog heden zullen wij daar eens een +kijkje gaan nemen, want om je de waarheid te zeggen, bevalt mij dat +ondergrondsche geluid niet!” + +„Zou de Gemeente misschien ergens bezig zijn met het leggen van +buizen?” + +„Ik ontken het niet! Maar dan houdt de Gemeente er tegenwoordig +eigenaardige methodes op na. Tot dusverre werd eenvoudig een soort +loopgraaf gedelfd nadat men het asphalt had opgebroken en in dien kuil +werd de buis neder gelaten. Voor zoo ver ik weet, gaat het overal ter +wereld zoo toe!” + +„Er wordt toch nergens een nieuwe lijn van de Underground aangelegd?” + +„Niet bij mijn weten, maar het is niet geheel onmogelijk, en daarom +zullen wij het maar eens dadelijk gaan onderzoeken!” + +Hij borg het papier weder in de map, schoof haar in het geheime vak, en +wendde zich weder tot Charly met de opmerking: + +„Mij dunkt, dat wij, als er werkelijk een nieuwe tunnel werd geboord, +ten behoeve van den ondergrondschen spoorweg, de uiterlijke kenteekenen +daarvan hadden moeten zien want wij zijn in de laatste dagen dien kant +nog al eens uit gekomen. Wij zullen het echter spoedig weten.” + +Raffles nam de huistelefoon ter hand en stelde zich in verbinding met +Henderson, den chauffeur, die op de hoogte was van menige onderneming +van zijn meester en aan tal van gevaarlijke avonturen een levendig +aandeel had genomen. + +Vijf minuten later stond de groote, blauw gelakte auto van Zijne +Lordschap William Aberdeen voor de deur. + +Raffles en Charly verlieten het huis en de eerste wendde zich tot +Henderson, een man van reusachtigen lichaamsbouw: + +„Rijdt ons eens naar de Baker-Street, Henderson, maar vooral geen +spoed, als ik je verzoeken mag, het is ons er ditmaal eens niet om te +doen een wedstrijd met een sneltrein te houden!” + +Henderson trok een bedrukt gezicht, want langzaam rijden met een auto, +die makkelijk honderd kilometer per uur kon halen, dat leek hem het +toppunt van dwaasheid. + +Maar Mylord had het gezegd, en dat was voldoende. + +Ongeveer een kwartier later reed de auto met een kalm gangetje door de +oude Baker-Street, na den hoek van de Grosvenor-Street te zijn +omgeslagen. + +Maar nergens viel ook maar iets te bespeuren van den aanleg van een zoo +geweldig werk als de bouw van een tunnel voor den ondergrondschen +spoorweg is. + +Het asphalt was overal ongeschonden en nergens viel een kuil te +ontwaren, zoo groot als een knikkerkuiltje! + +Voor alle zekerheid reden de beide mannen nog door een aantal andere +straten in deze wijk, maar hun onderzoek was vruchteloos. + +Toen zij weder terug reden, het was bijna halfzes, begon Raffles, die +eenigen tijd in gedachten tegen de kussens van de auto had geleund: + +„Het wordt er aldus niet duidelijker op. Het gerucht bestond toch niet +alleen in onze verbeelding?” + +„Aardschokken komen in Engeland wel niet veel voor, maar toch zijn zij +wel eens voorgekomen,” merkte Charly op. „Acht je het volkomen +ondenkbaar, dat hier van zulk een natuurverschijnsel sprake kan zijn?” + +„Het zou mogelijk zijn, als het slechts honderd maal korter had +geduurd, mijn waarde! Aardschokken van een kwartier achter een zijn nog +nergens ter wereld voorgekomen, en zeker wel het allerminst in ons +land! Bovendien is de aard van zulk een schok een geheel andere. Het is +een bepaalde schok, geen trilling” + +„Dan moet ik het opgeven!” riep Charly uit. „Tenzij er misschien vlak +boven ons hoofd een afdeeling zeer zware artillerie is +voorbijgetrokken!” + +„Die uitlegging is althans heel wat aannemelijker!” kwam Raffles. „Ik +kan mij voorstellen, dat het dreunen van een groot aantal zware +kanonnen zich op groote diepte doet gevoelen. Maar toch, ik ben door +deze oplossing niet tevreden, en ik wil eens zien, of ik geen betere +kan vinden! Maar voor vandaag zullen wij ons maar niet langer met deze +aangelegenheid bezig houden, het wordt tijd voor het diner, en daarna +zouden wij naar de opera gaan, als ik mij niet vergis!” + +En zoo spraken de beide vrienden dien avond geen woord meer over de +vreemde geluiden in de tunnel, die van het onderaardsche laboratorium +naar het huis in de Victoria-Street leidde. + +Maar den volgenden morgen, toen Charly de kleine eetkamer binnentrad, +vond hij daar Raffles reeds zitten, met een zorglijke uitdrukking op +het gelaat. + +De jonge man stak hem de hand toe en vroeg: + +„Zoo vroeg reeds opgestaan? Een onaangename tijding gehad?” + +„Geen onaangename tijding, maar een onaangename ontdekking, beste +Charly!” gaf Raffles ten antwoord. „Ik ben zooeven in de tunnel +geweest, op de plek, waar wij gisteren het gerucht hoorden.” + +„Welnu?” vroeg Charly vol spanning. + +„Welnu, het geluid is sterker geworden sedert gisteren!” + +„Wat!” riep Charly verwonderd uit. „Het duurde dus nog altijd voort?” + +„Ja, en daarmede vervalt natuurlijk jou theorie van de voorbijrijdende +afdeeling zwaar geschut!” + +„Ik moet erkennen dat die nu niet langer houdbaar is!” hernam Charly. +„Dus, het zonderlinge gerucht nadert onze tunnel?” + +„Ja, en de aard laat zich nu ook reeds duidelijker en met meer +beslistheid vaststellen, het wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een +electrisch gedreven grondboor. Men gebruikt dergelijke toestellen wel +om den harden rotsgrond, dien men op vele punten onder de stad Londen +aantreft, aan te tasten en te vergruizelen alvorens hem met het houweel +en de spade verder te verwijderen.” + +„Maar wat kan dit dan te beteekenen hebben?” riep Charly vol verbazing +uit. + +„Dat is juist wat ik gaarne zou willen weten!” antwoordde Raffles +lakonisch. „Het staat nu wel vast, dat men een tunnel graaft, hier in +de buurt, en dat die tunnel gegraven wordt in een richting, die +volkomen of bijna rechtstandig op die van onze tunnel staat. De +gevolgen zal je zelf wel kunnen voorstellen, zonder dat ik je daar in +het bijzonder op wijs!” + +„Natuurlijk! Op een goeden dag boren zij den wand van onze tunnel door +en vinden zij den weg naar je huis in de Victoria-Street zoowel als +hierheen! Het zou hoogst onaangenaam zijn!” + +„Het verheugt mij dat je geen krasse termen gebruikt!” hernam Raffles +droogjes. „Inderdaad zou het buitengewoon onaangenaam zijn, zoo +onaangenaam, dat ik het in geen geval mag toestaan!” + +„Maar hoe wil je het verhinderen?” kwam Charly, die nu ook begon in te +zien, dat de zaak ernstiger was dan hij oorspronkelijk vermoed had. + +„Ik kan het niet verhinderen, of ik moet eerst volkomen zeker zijn van +de richting van de nieuwe tunnel, wie weet met welk doel gegraven, en +vooral van haar beginpunt!” + +„Laten wij dat dan dadelijk grondig gaan onderzoeken!” riep Charly uit. + +„Ik hoor uit den toon van je stem, dat je nu ook begint in te zien, dat +ons werkelijk een groot gevaar dreigt! Zeker, ik zou nu aanstonds het +eindpunt van onze tunnel kunnen vernielen, maar ten eerste zou ik aldus +een vol jaar arbeids te niet doen, en bovendien zou dat wel eens niet +voldoende kunnen zijn voor lieden die bijzonder nieuwsgierig zijn +uitgevallen! Zij zouden misschien er in slagen, het puin weg te ruimen +door de vernieling in de tunnel opgehoopt, en dan zouden zij op een +voor ons zeer noodlottigen dag toch wel eens in het tuinhuis, en verder +kunnen doordringen!” + +„En je zoudt bezwaarlijk kunnen volhouden niets van het bestaan van +dien onderaardschen gang af te weten, vooral wanneer het vast stond, +dat jij zelf het begin er van verwoest had, teneinde ontdekking te +voorkomen!” + +„Zeer juist geredeneerd en daarom is mij er zoo veel aan gelegen, dat +ik de plannen ken van die vreemde tunnelgravers, en voor alles het +punt, waar zij begonnen zijn.” + +„Heb je eenig denkbeeld omtrent den aard van de menschen, die daar nu +in onze richting onder den grond aan het wroeten zijn?” vroeg Charly, +terwijl hij zich aan tafel zette en zich een kop thee inschonk. + +„Ik wil mij niet knapper voordoen dan ik ben, ik weet er niets van en +ik vermoed ook niets, ik begrijp het alleen maar niet!” + +„Op onze tunnel kan het toch onmogelijk gemunt zijn!” + +„Dat lijkt mij het minst waarschijnlijk! Aan de tunnel zijn maar twee +uitgangen. Die van de Victoria-Street kan men niet binnengaan, zonder +dat een alarm in mijn slaapkamer uitkomend mij waarschuwt, en dat men +het andere einde onder den grond van onzen tuin zou hebben ontdekt dat +is volkomen buitengesloten.” + +„Zou het kunnen dat een fabriek, die zich gaat uitbreiden, tusschen +haar kelders een gemeenschap wil maken?” + +„Dan zouden die kelders door mijn tunnel van elkander gescheiden moeten +zijn, mijn waarde, en dat acht ik niet bijzonder aannemelijk!” + +„Dan weet ik het ook niet!” riep Charly uit. + +„Ontbijt maar spoedig, want ik wil geen tijd verliezen!” hernam +Raffles. „Die ganggravers maken nog al haast, zij zijn sedert gisteren +zeker wel een paar meters vooruit gekomen! In ieder geval werken zij +dus met geperfectioneerde graafwerktuigen.” + +Charly repte zich zooveel hij kon, en daarop trokken de beide vrienden +hun overjassen aan en verlieten het huis, maar ditmaal zonder van de +diensten van Henderson gebruik te maken. + +Te voet zouden zij wellicht iets meer kunnen ontdekken. + +Zij reden per motorbus tot den hoek van Grosvenor-Street en +Baker-Street en begonnen daar hun onderzoekingstocht. + +Zij liepen langzaam de straat teneinde, keerden op hun schreden terug, +stonden voor de meeste huizen, winkels en fabrieken even stil en +luisterden ingespannen. + +En toch wisten zij wel, dat dit verloren moeite was, het straatrumoer +was hier zoo groot, dat het alle geluid onder den grond moest dempen, +en dat zeker als de avond nog lang niet gevallen was. + +Zij doorliepen een aantal zijstraten en stegen, en daarop keerden zij +onverrichter zake, na een wandeling van bijna vier uur, weder naar het +groote huis in de Regent-Street terug. + +Raffles was in een sombere stemming, want hij gevoelde, dat het gevaar +dreigend was. + +Wie die geheimzinnige tunnelgravers ook mochten zijn, als zij den wand +van zijn eigen onderaardschen gang doorboorden, dan kwam een kostbaar +en tevens een gevaarlijk geheim van John Raffles alias Lord William +Aberdeen aan het licht! + +Tot iederen prijs moest hij dit trachten te voorkomen! + +De twee onafscheidelijke vrienden gebruikten de lunch in de kleine +eetzaal en al dien tijd spraken zij over weinig anders dan over het +vreemde graafwerk, zoo dicht in hunne nabijheid. + +„Als ik maar zeer nauwkeurig de richting kende, waarin die nieuwe +tunnel op de mijne staat,” bromde Raffles, „dan zou ik ongeveer kunnen +nagaan, waarop die gravers het voorzien hebben, wat hun doel is en wie +zij zijn! Maar ik weet alleen, dat zij nader komen!” + +Zoodra zij geluncht hadden, daalden de beide vrienden weder in de +tunnel af en begaven zich naar de plek, waar zij voor de eerste maal +het zonderlinge gerucht vernomen hadden. + +En er kon niet aan getwijfeld worden, het geraas was veel duidelijker +verneembaar dan den vorigen dag. + +Het was nu ook niet langer een onafgebroken dof gegrom, als van een +reusachtig spinnende kat, maar het werd telkens afgebroken door +hortende stooten alsof er met geweld een hard voorwerp in den grond +werd gedreven, ongeveer als bij het inheien van palen. + +Wel bijna een half uur stonden de twee mannen zwijgend te luisteren. + +Toen zeide Charly op zachten toon alsof hij vreesde dat men hem zou +kunnen hooren: + +„Het is mij niet goed duidelijk, hoe het komt, dat men elders dit +gerucht ook niet gehoord heeft, bijvoorbeeld in de kelders van de +huizen, waaronder die vreemde tunnelgravers hun gang aanleggen!” + +„Dat is heel eenvoudig, Charly! Onze eigen tunnel ligt op een diepte +van bijna twintig meters onder den grond, en geen enkele kelder in +geheel Londen ligt dieper dan hoogstens vijf meter.” + +„Misschien bestaat er nog wel kans, dat zij boven of onder onze tunnel +doorgraven!” + +„Ik hoop het, maar ik verwacht het niet! En daarenboven, als zij dat +werkelijk deden, dan moest de afstand tusschen de twee tunnels ook +groot zijn, anders zou onze vloer of dak of de hunne bezwijken! Als er +niet minstens twee meters aarde tusschen onze beide gangen is, dan +vrees ik het ergste!” + +„Het is, als of zij hier recht op af komen!” kwam Charly, die zijn oor +tegen den wand had gedrukt. + +„Ja, dien indruk heb ik ook gekregen. Misschien kan het nog een week +duren, maar misschien ook niet langer dan een dag! Men bedriegt zich +gemakkelijk over den afstand onder den grond.” + +„En dat wij niet weten, waar die tunnel begint!” barstte Charly uit. +„Die lieden hebben natuurlijk weinig goeds in den zin en wij zouden het +volste recht hebben, hun de politie op het dak te zenden, die dan maar +eens moet nazien, waartoe die tunnel kan dienen!” + +„Ik zou zeker geen seconde aarzelen, Charly!” gaf Raffles te kennen. +„Als ik wist, in welk huis of liever onder welk gebouw de nieuwe tunnel +een aanvang nam, dan waarschuwde ik één minuut later Scotland-Yard!” + +„Maar zou die de tunnel niet verder doorgraven, om te zien, waar zij +heen leidt?” + +„Dan zou zij volkomen overbodig werk doen. Dat kan iedere ingenieur +zien, als hij maar een maal de richting weet van de tunnel. Hij trekt +dan een lijn door, en die lijn zou wel blijken een groot bankgebouw te +snijden! Dat is waar ook!” zoo viel Raffles zichzelf eensklaps in de +rede. „Weet je wel, dat het gebouw van de Midland-Bank zich in de +Baker-Street bevindt?” + +„Dat is waar! Dat was mij ontschoten!” riep Charly uit. „Dus je acht +het mogelijk, dat de tunnel daar heen voert?” + +„Het is in ieder geval niet buitengesloten. Als wij het zeker wisten, +zou het terrein van onze nasporingen wederom aanzienlijk beperkt +worden. Want wij zouden dan kunnen volstaan, van dit punt uit een lijn +van de plek over het bankgebouw te trekken en die te verlengen. Dan +zouden wij in de buurt van die lijn moeten zoeken.” + +„Maar laten wij dat dan aanstonds doen!” hernam Charly. „Ik heb het +gevoel, alsof zij zoo dicht bij zijn, dat zij onze stemmen kunnen +hooren!” + +„Nu, zoover zal het nog wel niet zijn,” kwam Raffles. „Maar in ieder +geval zullen wij nog eens zien, hoever wij komen, als wij te werk gaan +volgens het plannetje, dat ik je zooeven uiteenzette.” + +„Maar kunnen wij de tunnel nu wel geheel onbewaakt laten?” + +„Neen, dat gaat niet. Wij zullen Henderson van alles op de hoogte +brengen, en hij moet hier zoo lang op post gaan staan, tot dat wij +zekerheid hebben.” + +Raffles en Charly aanvaardden den terugweg, maar nog lang hoorden zij +het knarsende, stootende, borende geluid. + +Zoodra zij het tuinhuis verlaten hadden, begaven zij zich naar de +groote garage, die tegen een zijmuur van den tuin was aangebouwd, en in +welks bovenverdieping Henderson zijn kamer had. + +De reus was op dit oogenblik bezig met het schoonmaken van een zwaar +motorrijwiel, waarbij hij een vroolijk liedje neuriede. + +Hij had de mouwen van zijn werkkiel opgestroopt en zijn geweldige +armen, met spieren als scheepskabels waren ontbloot. + +Raffles legde hem de hand op den schouder en zeide ernstig: + +„Luister eens, Henderson. Er valt op het oogenblik een onaangenaam +werkje voor je te doen, maar het is noodzakelijk!” + +En nu deelde hij den reus mede in korte woorden, wat hij en Charly +Brand dien dag en den vorigen in de tunnel ontdekt hadden. + +Henderson behoorde niet tot de domsten, en ook hij begreep aanstonds, +welk gevaar hier school. + +Hij vertrok dan ook geen spier van zijn gelaat, toen hem de opdracht +werd gegeven, in de tunnel de wacht te houden, ofschoon men deze taak +waarlijk niet onder de aangename kon rangschikken. + +En de reus daalde naar de tunnel af, gewapend met zijn onverstoorbaar +goed humeur, en met twee stevige knuisten, in staat om een ijzeren +staaf van een duim dik door midden te breken. + + + + + + + + +HOOFDSTUK III. + +EEN GEVAARLIJKE VERWIKKELING. + + +Raffles en Charly gingen intusschen het huis weder binnen en begonnen +zich in hun slaapkamer zorgvuldig te vermommen. + +Al zou het den geheelen dag moeten duren, zij moesten en zouden het +punt van uitgang ontdekken, er hing voor hun te veel van af. + +Het verlies van de tunnel zou nog niet het meeste te beteekenen hebben, +ofschoon het nut menigmaal onmiskenbaar was gebleken, als Raffles zich +wat spoediger moest verwijderen dan waarop hij gerekend had, maar dat +men zou kunnen ontdekken, waarheen de tunnel leidde, dat was +ontoelaatbaar, want dan zou het dubbele leven van Lord William Aberdeen +aan den dag komen, en aldus zou aan den Grooten Onbekende een zijner +krachtigste wapens uit de hand worden geslagen. + +Toen zij met hun vermomming gereed waren, zagen de beide mannen er uit +als provincialen die op hun gemak door de straten konden slenteren, +zonder daardoor achterdocht te wekken. + +Zij verlieten nu het huis aan de tuinzijde, en traden door een kleine +deur een zijstraat binnen, waar zich nooit een levende ziel vertoonde. + +De een zijde bestond uit den langen muur van hun eigen tuin, de andere +uit den blinden muur van een groote fabriek. + +In de Regent-Street namen de beide vrienden een huurauto, welke hen +naar de Baker-Street bracht. + +Hier stapten zij uit en zonden den chauffeur weg. + +„En nu zullen wij onze taak eens verdeelen, zoodat wij de helft van den +tijd kunnen besparen,” zeide Raffles. „Ik zal den zuidelijken kant van +de straat nemen, en jij den noordelijken. Wij ontmoeten elkander weder +in het café op den hoek van de Grosvenor-Street, behalve natuurlijk +voor het geval, dat een onzer iets mocht hebben ontdekt, hetwelk hem +noodzaakt, dadelijk handelend op te treden. Indien noodig, halen wij er +dadelijk de politie bij! Maar in ieder geval moeten wij om het half uur +een van beiden het café binnen gaan, want ik heb Henderson last +gegeven, ons daar telefonisch te waarschuwen, in geval er in onze +afwezigheid zich iets van groot gewicht mocht voordoen. Hij moet dan +vragen naar een zekeren Johnson, en een goede fooi aan den kellner zal +wonderen uitwerken.” + +En nu volgden de mannen ieder een kant van de straat, nauwkeurig acht +gevend op het voorkomen van de huizen, en nu en dan stil staande, in de +hoop, dat zij het geraas van de machine zouden hooren. + +Zoo bereikte Raffles, die wist, dat hij nu een rechte lijn volgde, waar +hier of daar het beginpunt van de tunnel moest zijn, tenminste als de +gang in zuiver rechte richting was gegraven, na ongeveer twintig +minuten loopen een huis, in welks benedenverdieping een kleine +drukkerij gevestigd was. + +De beide groote ruiten waren halverhoogte van matglas, maar daarboven +kon Raffles duidelijk een paar riemschijven zien, waarover eenige +breede riemen snel heen schoven. + +Een oogenblik stond hij stil, in beraad, en toen trad hij vastberaden +den winkel binnen. + +Hij bevond zich in een vrij groot vertrek, waar een drietal kleine +klappersen stonden, zooals men ze wel gebruikt voor het drukken van +visitekaartjes en ander klein drukwerk, en die met de hand zoowel als +mechanisch bewogen kunnen worden. + +Alles blonk van nieuwheid, zooals Raffles met een enkelen oogopslag kon +waarnemen. + +Het vertrek was aan de achterzijde afgesloten door een matglazen wand, +waarin schuifdeuren, eveneens met matglazen ruiten. + +Alle drie de persen liepen dol, dat wil zeggen, dat de riemen wel over +de bovenste schijven snorden, maar dat de schijven van de persen waren +uitgeschakeld. + +Nergens was iemand van het drukkerspersoneel te bespeuren. + +„Een merkwaardige drukkerij!” mompelde Raffles voor zich heen. „Zij +schijnen het hier ook niet bijzonder druk te hebben!” + +Juist had hij deze opmerking voor zich zelf gemaakt, toen een der +schuifdeuren openging, en er een kleine jongen verscheen, met geen al +te snugger gezicht, die met hoog opgetrokken wenkbrauwen even naar +Raffles bleef kijken en toen als het ware aarzelend een paar stappen +naar voren kwam. + +Het openschuiven van de deur had maar even geduurd, maar toch lang +genoeg, om te kunnen zien, dat het aangrenzend vertrek zoo goed als +geen meubels had, en dat er een klein tafeltje stond, misschien bestemd +voor dit kantoorjongentje. + +Eindelijk opende de knaap zijn groote mond, en vroeg: + +„Wat is er van uw dienst, mijnheer?” + +„Kan ik hier visitekaartjes laten drukken, en reclamekaarten voor mijn +zaak?” + +„Dat zal wel gaan, mijnheer?” antwoordde de jongen met een onnoozel +lachje. + +„Is je patroon er niet?” + +„Die werkt in de schuur, achter in den tuin.” + +„Zoo? Daar is zeker de zetterij?” + +„Ja, mijnheer!” + +„Kan ik den patroon niet zelf even spreken?” + +„Dat zal niet gaan, mijnheer! Kunt u mij de boodschap niet geven?” + +„Neen, jongen, nu is het mijn beurt om te zeggen, dat zal niet gaan! +Roep je baas maar eens even, maar een beetje vlug, ik heb niet veel +tijd!” + +Raffles had dit met opzet gezegd, om te kunnen nagaan, of de jongen +lang wegbleef, en dus, of hij zijn patroon spoedig had kunnen vinden. + +De jongen verdween weer door de schuifdeur, en Raffles nam plaats op +den eenigen stoel dien hij in het vertrek zag. + +Zijn blikken vlogen snel door de werkplaats. + +In een hoek stond een krachtige electromotor, die de beweegkracht +leverde voor de drie persen. + +Maar Raffles scherp en geoefend oog merkte bovendien nog een riem op, +die niet naar de persen liep, maar buiten het vertrek werd geleid, door +een paar sleuven in den zijmuur. + +Er was een extra riemschijf aan den motor bevestigd, die er +oorspronkelijk niet toebehoord had, want de as was nauwelijks lang +genoeg om de beide schijven naast elkander te bevatten. + +Er werd dus nog ergens anders een machine door dezen motor in beweging +gebracht, maar waar zich die bevond, dat kon Raffles onmogelijk +waarnemen. + +Hij stond even op, en trachtte over het matglazen gedeelte van de +schuifdeur heen te zien, maar dit gelukte hem niet, ofschoon hij toch +meer dan gewoon lang was. + +Een blik op de drie persen overtuigde hem dat de machines splinternieuw +waren. + +Er stond ergens een letterbak, maar de specie was blijkbaar nog +volkomen nieuw. + +„Heel veel krijgen de menschen hier niet te doen, dat is zeker,” +mompelde Raffles. „In ieder geval een onderneming, welke pas begonnen +is! Maar dan mochten zij toch in ieder geval wel een paar man bij de +machines laten!” + +Op dit oogenblik gingen de schuifdeuren weder open en er trad een man +van omstreeks veertig jaar binnen, met een glad geschoren gelaat, +kleine, doordringende oogen, en bijzonder zwart en glanzend haar. + +Voor ieder ander was het zeker onopgemerkt gebleven, maar Raffles had +voor zulke dingen goede oogen en met een oogopslag had hij gezien, dat +de man een pruik droeg. + +Hij was wat links opgestaan, maakte een onhandige buiging, en begon: + +„Neem mij niet kwalijk, mijnheer, als ik u kom lastig vallen, maar ik +begin hier binnenkort een zaak in kaas en eieren en ik wilde wel een +paar duizend reclamekaarten gedrukt hebben, maar vooral visitekaartjes, +met er achter: „Handelaar in kaas en eieren en gros.” Begrijpt u? Ik +kon wel naar een groote zaak gaan, maar die zijn zoo duur, en ik hoop, +dat gij mij het vel niet over de ooren zult halen.” + +„Dat zal wel losloopen,” kwam de man met de pruik. „Geef uw naam en +adres maar even op.” + +„Price Johnson. Voor het oogenblik logeer ik in het Marlborough Hotel, +maar als ik het huis kan krijgen, dan kom ik te wonen in de +Victoria-Street, nummero 78. U levert immers goed en deugdelijk werk?” + +„Wij zijn specialiteit in zulke dingen, maar ik kan u niet beloven dat +u de bestelling zoo spoedig krijgt afgeleverd! Wij worden overstelpt +met dergelijk werk!” + +Raffles weerhield bijtijds de opmerking die hem naar de lippen drong, +toen hij dacht aan de verlaten persen. + +Een drukker, jong nog, die een voortreffelijke pruik droeg, daarmede +moest men in ieder geval voorzichtig zijn, en zeker, als men John +Raffles heette. + +„Ik hoop dat u zoo veel mogelijk spoed met de zaak zult maken,” hernam +hij kalm. „Als uw werk mij bevalt, blijf ik uw klant!” + +Raffles meende een vaag spottend lachje om de dunne lippen van den man +te zien spelen, maar hij kon zich ook wel vergist hebben. + +„Mag ik eens wat cartonsoorten en letters van u zien?” ging hij voort. + +De patroon trad op een wandkast toe, en kwam terug met een monsterboek, +dat hij aan Raffles voorlegde. + +Deze zocht voor de leus een lettersoort uit, koos een dik carton uit, +en zeide toen: + +„Voorloopig zijn tweeduizend kaarten voldoende.” + +„Wij zullen ons best doen, dat gij ze over een dag of vier hebt!” + +„Het is wel heel lang, kan het niet wat vlugger?” + +„Wij zullen ons best doen, mijnheer,” herhaalde de drukkerspatroon, een +weinig ongeduldig naar het scheen. + +En reeds maakte hij een beweging naar de deur, als om zijn nieuwen +klant uit te laten. + +„Ik kan niet zeggen, dat die heer er veel slag van heeft, om met zijn +klanten om te gaan,” mompelde Raffles voor zich heen, toen hij weder op +straat stond. „En dan noemt men ons in het buitenland nog wel „Een +Natie van Winkeliers!” Deze vriend scheen er niet bijzonder op gesteld +te zijn, mij tot zijn afnemers te mogen rekenen! Zijn keuze van papier +en letters was ook al bijster schraal! En dan die pruik, die drie +onbeheerde persen, die tweede riemschijf van den electromotor, waarvan +de riem op geheimzinnige wijze buiten het vertrek verdween, de lange +tocht van dat onnoozele jongentje, om zijn patroon te gaan waarschuwen! +John Raffles, ik weet het niet, maar ik geloof, dat er in deze +zoogenaamde drukkerij iets niet heelemaal pluis is! Die drukker had +niet het type van zijn beroep, hij zag er als iets heel anders +uit.......!” + +Onder deze overdenkingen vervolgde Raffles zijn weg. + +Weer lette hij nauwkeurig op alle huizen en winkels, maar nergens kon +hij iets verdachts opmerken. + +Er waren groentewinkels, kruidenierszaken, boekwinkels, maar nergens +bromden machines, die konden dienen om het geraas van een ander toestel +te overstemmen. + +En de huizen waren alle deftige gebouwen, rustig en stil. + +Zoo bereikte Raffles de Midland-Bank. + +Het was een nieuw gebouw, uit een onbekrompen beurs betaald, zooals uit +alles bleek. + +Bedienden van effectenhandelaars en bankiers liepen bedrijvig in en uit +en Raffles kon hen de breede marmeren trappen naar de eerste verdieping +zien op en af gaan. + +Een portier in een groene livrei stond met de handen op den rug naast +de monumentale voordeur. + +Een reeks van vuistdikke tralies voorziene vensters wees even boven de +straat de plek aan, waar zich de safes moesten bevinden. + +Raffles maakte snel een berekening: + +„Van deze bank tot aan de drukkerij, dat was ongeveer honderd meter, +van de bank tot aan de tunnel was niet meer dan vijf-en-twintig meter, +de ganggravers hadden dus zeker bijna driekwart van den weg onder den +grond afgelegd, wel te verstaan als zijn wantrouwen tegen dezen +zonderlingen drukkerspatroon gegrond bleek te zijn.” + +Even later trad hij het café binnen en hij was er nog geen vijf minuten +of ook Charly verscheen. + +Er lag een uitdrukking van teleurstelling op zijn gelaat, die hij +vruchteloos trachtte te verbergen. + +Hij had Raffles in zijn hoekje spoedig ontdekt, en trad op hem toe. + +Zonder zelfs zijn vraag af te wachten, zeide hij moedeloos: + +„Een vergeefsche tocht, Edward! Ik heb geen geluid gehoord, geen +verdacht huis gezien!” + +„Dan ben ik gelukkiger geweest, mijn waarde,” kwam Raffles zacht. + +En hij deelde Charly uitvoerig mede, wat hem in de drukkerszaak +wedervaren was. + +Charly had aandachtig toegeluisterd, en zeide nu: + +„Dat alles klinkt zeker tamelijk verdacht, maar laat je je nu niet al +te zeer beïnvloeden door je wantrouwen, dat je overal spoken op +klaarlichten dag doet zien?” + +„Waarde Charly, een spook met een pruik op is en blijft een voorwerp, +waar tegenover ik terecht achterdocht koester! Als men in een straat +als de Baker-Street een nieuwe drukkerszaak gaat openen, dan pakt men +de zaak dadelijk grootscheeps aan, of tenminste zoo, dat men alle +eventueele klanten flink kan bedienen. Dat kon deze man, hij droeg een +pruik, niet doen, want hij liet zijn personeel uit wandelen gaan, hij +had geen letters genoeg, en ook geen voldoenden voorraad carton, +kortom, hij is niet in staat zelfs aan de bescheiden eischen te voldoen +van een buitenmannetje, zooals ik er een voorstelde.” + +„Op zich zelf beschouwd is het zeker opvallend. Toch zou het zaak zijn, +nader op deze aangelegenheid in te gaan.” + +„Dat ben ik dan ook van plan! Zoodra zich de gelegenheid voordoet, +zullen wij die zoogenaamde drukkerij eens nauwkeurig onderzoeken. En +het zou mij volstrekt niet verwonderen als daarbij aan het licht kwam, +dat zij iets heel anders verborg. + +„De persen maken een groot lawaai, en dempen volkomen het geluid van +iedere andere machine die elders in het huis is opgesteld, bijvoorbeeld +in de schuur, waarover die onnoozele jongen het had. Ik denk, dat zij +met opzet een suffertje hebben genomen, om geen last te hebben van +brutale snuffelaars!” + +Hij wierp een blik op de klok, die boven het buffet hing, en vervolgde: + +„Het wordt nu tijd voor de lunch, Charly. Het onderzoek heeft mij +hongerig gemaakt! Het café hier lijkt mij wel voldoende! Willen wij +hier wat eten?” + +„Ik vind het goed! Wij blijven dus hier in de buurt?” + +„Ja. Ik zou er prijs op stellen als jij zelf ook eens een kijkje ging +nemen in de drukkerij van onze vriend met de pruik. Misschien merk je +nog wel iets anders en iets nieuws op.” + +Raffles wenkte den kellner, en bestelde een eenvoudige lunch. + +Juist toen de beide vrienden gereed waren met den maaltijd, trad de +kellner op hen toe, en vroeg: + +„Is een van de heeren misschien mijnheer Johnson?” + +„Die ben ik, vriend!” antwoordde Raffles. + +„Daar is iemand voor mijnheer aan de telefoon!” vervolgde de kellner. +„Er is groote haast bij.” + +Raffles wisselde een snellen blik met Charly en sprong op. + +„Ik volg je!” zeide hij, zich tot den kellner wendende. + +De telefoon hing in een klein hokje naast het buffet. + +Raffles trad er binnen, sloot de deur, nam het toestel terhand, en +zeide: + +„Hier Johnson! Met wien?” + +„Met Henderson! Ik verzoek u, zoo spoedig mogelijk terug te komen? +Zooeven is er een gat in den wand van ..... den muur geslagen!” + + - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - + +Zoodra Raffles en Charly het huis in de Regent-Street verlaten hadden, +begaf Henderson zich naar de tunnel. + +Voor alle zekerheid had hij zich met zijn revolver gewapend, ofschoon +hij het wapen niet noodig dacht te hebben. + +Ook had hij zich voorzien van zijn electrische zaklantaarn, ingeval het +licht in de tunnel door een of andere oorzaak mocht uitgaan. + +Na een half uur te hebben geloopen, bereikte hij de plek, waar de +gasontploffing de draden vernield had. + +Hij stond stil en luisterde. + +Zijn scherp gehoor ving het zoemend geluid op, afgewisseld door +beukende slagen of stooten. + +Hij legde zijn hand tegen den muur, en mompelde hoofdschuddend in zich +zelf: + +„De wand trilt er waarachtig van! Zij werken hard, daar onder den +grond!” + +De reus zette zich op den grond, juist tegenover de plek, van waar het +dof gerucht kwam, en hield den blik onafgewend op den tegenover +liggenden wand gevestigd. + +Langzaam verstrekken de minuten, de kwartieren, de uren. + +En telkens werd het geluid sterker. + +Henderson stond nu en dan op, teneinde zijn hand tegen den wand te +leggen, en hij merkte op, dat het kloppend geluid steeds sterker werd. + +Het was omstreeks een uur in den middag, toen Henderson eensklaps +opnieuw opsprong en naar den wand van de tunnel trad. + +Het geluid was nu zoo dicht bij gekomen, dat hij meende, ieder +oogenblik den tunnelwand te zien bezwijken. + +Nu werd het plotseling geheel stil en daarop dreunde de doffe slagen +van een houweel aan den anderen kant van den tunnelwand. + +In gebogen houding bleef Henderson op dezelfde plek staan, de oogen +strak gevestigd op den muur. + +De wand moest wel zeer dun geworden zijn, want bij iederen slag +knipoogden de electrische lampjes en toen gingen er eenige uit, +waarschijnlijk waren de platina draden gebroken. + +En onverhoeds geschiedde er iets, waarop Henderson verdacht had moeten +zijn en dat hem toch ten zeerste verschrikte, met een luid gekraak en +het versplinteren van een steen drong het ijzer van een houweel door +den muur heen, bewoog even, en verdween toen weder. + +Maar op hetzelfde oogenblik had Henderson den schakelaar van het +electrische licht reeds omgedraaid, zoodat de tunnel in volkomen +duisternis gehuld was. + +De reus had begrepen, dat hij zoo lang mogelijk moest trachten te +voorkomen, dat de lieden, die daar hun tunnel aan het graven waren, het +bestaan van deze gang ontdekten, en dat zouden zij zeker onmiddellijk +doen, wanneer zij hier licht zagen, en het glinsteren van de spoorstaaf +op den grond konden waarnemen. + +Voorloopig zouden zij waarschijnlijk vermoeden, dat zij nog altijd niet +diep genoeg hadden gegraven, en op een kelder waren gestuit. + +Het was nu de vraag of zij aanstonds aan de tunnel een andere richting +zouden geven, dan wel of zij eerst zouden willen onderzoeken of zij +inderdaad bij een kelder terecht waren gekomen. + +Henderson hield zelfs zijn adem in, uit vrees dat hij zijn +tegenwoordigheid zou verraden, en keek strak naar de kleine opening in +den wand, niet grooter dan eenige centimeters, waardoor een krachtig +lichtschijnsel in de tunnel doordrong. + +Toen werd dit schijnsel een oogenblik verduisterd en Henderson begreep, +dat dit veroorzaakt werd doordat er aan den anderen kant van den muur +iemand zijn oog voor de kleine opening had gebracht. + +En het volgende oogenblik klonken de slagen van het houweel opnieuw. + +Toen begreep Henderson dat hij geen tijd meer te verliezen had en dat +hij Raffles aanstonds moest waarschuwen. + +Hij ontstak zijn zaklantaarn, en dempte het licht zooveel mogelijk, +door er zijn zakdoek om te wikkelen, en zocht bij dit weinige licht +zijn weg naar den ingang van de tunnel. + +Toen hij zeker wist dat men hem niet meer kon hooren of zien, begon hij +haastig voort te snellen en rustte niet vóór hij het tuinhuis bereikt +had waar zich een telefoon bevond en waar hij aanstonds aan Raffles +mededeelde wat den lezer reeds bekend is. + +En toen ging hij haastig weder naar het onderaardsche laboratorium +terug. + +Daar lagen, in een der hoeken, een aantal platen van nikkelstaal, bijna +een meter hoog, tachtig centimeter breed, en een duim dik, welke +Raffles noodig had voor het doen van eenige proeven. + +Deze platen wogen bijna honderd dertig kilo, maar Henderson bedacht +zich niet, maar tilde er een op, en laadde ze op een soort duwwagentje, +zooals ze wel gebruikt worden door kruiers op het perron, om zware +koffers te vervoeren. + +Zoo vlug hij kon, bracht hij de zware pantserplaat naar de plek van de +doorbraak. + +En reeds op verren afstand zag hij tot zijn schrik, dat de slagen van +het houweel het gat in den wand nog vergroot hadden, en dat het thans +bijna een decimeter hoog en eenige centimeters breed was. + +Er kon niet aan worden getwijfeld, de geheimzinnige tunnelgravers +moesten nu reeds lang de spoorstaaf gezien hebben, den houten vloer, en +de rij gloeilampjes tegen den wand van de tunnel. + +Henderson reed de zware vracht tot vlak voor de opening, laadde daar de +plaat van het wagentje en schoof haar met geweldige inspanning zoodanig +langs den wand, dat zij juist de opening bedekte. + +Natuurlijk begreep hij, dat men hem aan den anderen kant van den muur +had moeten hooren, maar daaraan was nu eenmaal niets te doen, en de +tunnelgravers zouden toch al wel begrepen hebben, dat zij een zeer +eigenaardige ontdekking hadden gedaan. + +Ook zag hij wel in, dat de gravers van den gang, nieuwsgierig geworden, +zouden trachten dit beletsel weder uit den weg te ruimen, daarom +wentelde hij het duwwagentje op een kant en zette het schoor tusschen +den anderen wand en de pantserplaat, zoodat men deze laatste niet omver +zou kunnen duwen. + +Aan den anderen kant werd woedend met het houweel tegen de plaat +geslagen, maar Henderson haalde glimlachend de schouders op en mompelde +in zich zelf: + +„Beuk jullie maar raak, je bent knap, als je met een houweel die plaat +van nikkelstaal aan kunt tasten!” + + + + + + + + +HOOFDSTUK IV. + +DE OVERVAL. + + +Er waren nog geen twintig minuten verstreken nadat Henderson de plaat +voor het gat had gezet, of hij hoorde haastige schreden van Raffles en +Charly die door de tunnel naderbij kwamen. + +Ook zij hadden het licht van hun zaklantaarns zooveel mogelijk gedempt, +daar zij maar al te goed begrepen, aan welk gevaar zij zich anders +zouden blootstellen. + +Wat Henderson betreft, hij had den schakelaar van het electrische licht +weder omgedraaid zoodra hij de naderende schreden hoorde. + +Eenige seconden later stond Raffles voor hem, en vroeg op zachten toon: + +„Wat is er gebeurd, Henderson?” + +„Zij zijn door den muur heen, Mylord! Een uur geleden ongeveer sloeg +een van die menschen met zijn houweel glad door dien wand, en sindsdien +hebben zij het gat nog vergroot, het is nu achter die pantserplaat, +welke ik zoo vrij ben geweest uit het laboratorium te halen.” + +„Dat is een voortreffelijke inval van je geweest, Henderson!” zeide +Raffles, terwijl hij den reus op den schouder klopte. „Het verheugt mij +nu, dat ik je hier op post heb gezet! Wij zullen aanstonds de andere +platen er ook voorzetten en de schoren wat steviger maken! Blijf jij +hier Charly, en let op, Henderson gaat met mij mee!” + +Het wagentje op zijn lage wielen werd weder overeind gezet en vervangen +door een paar dwarsliggers, waarop de spoorstaaf rustte, en die in +allerijl werd losgemaakt. + +En daarop vertrokken de twee mannen met het wagentje terwijl Charly +achterbleef om aanstonds alarm te kunnen geven als het noodig mocht +blijken. + +Charly telde de seconden die er verliepen tusschen het vertrek en de +terugkomst van de twee mannen. + +Het was op dit oogenblik stil achter de stalen plaat en het +geheimzinnige, zoemende gerucht had opgehouden, maar de jonge man +gevoelde zeer goed, dat het de stilte was, die den storm vooraf ging. + +Oogenschijnlijk broeiden de dieven aan den anderen kant van de tunnel +op een plan, om de plaat te vernielen, en als zij zoo knap waren +geweest om op een diepte van ruim twintig meter en met zulk een +snelheid zoo’n groote tunnel te breken, dan zouden zij zeker ook +pienter genoeg zijn om zulk een belemmering als een stalen pantserplaat +uit den weg te ruimen. + +Maar, daar kwamen Raffles en Henderson weder aan en thans hadden zij +twee pantserplaten medegebracht, die op het wagentje waren geladen, +hetwelk zij met inspanning van al hun krachten voortduwden. + +„Ik ben blij, dat je er weer bent!” zeide Charly zachtjes. „De stilte +aan den anderen kant van de gang bevalt mij in het geheel niet.” + +„Waarschijnlijk houden zij krijgsraad!” meende Raffles. „Laten wij maar +spoedig deze borstwering overeind zetten.” + +Terwijl de drie mannen de eerste plaat van het wagentje tilden en tegen +het andere schild aanplaatsten, begon het gezoem en het vreemde gegons +aan den anderen kant van den muur opnieuw, maar nu was het toch van een +anderen aard, en het ging vergezeld van een knarsend geluid, zooals een +boor maakt, die metaal aantast. + +„Zij probeeren er een gat in te boren!” zeide Raffles spottend. „Nu, +eer zij zoover zijn, voor zij door de drie platen heen zijn zullen er +wel een paar dagen zijn verstreken, want ik geloof niet dat er ter +wereld een stalen plaat is te vinden van deze dikte, die even glashard +is als deze schilden van chroomnikkelstaal! Zij zullen om het kwartier +een nieuwe boor moeten nemen!” + +Hierin bleek Raffles goed te hebben gezien want de tweede plaat was nog +nauwelijks overeind gezet of het gonzen hield op. Blijkbaar zette men +eene nieuwe boor in het toestel. + +Nu werd ook de derde plaat opgezet en aldus was een stalen wand +opgericht van bijna acht centimeter dikte, dus bijna even dik als de +dikste bepantsering van eenig Engelsch oorlogsschip. + +Toen werd de spoorstaaf over vrij groote lengte losgemaakt, en met +behulp van de meegebrachte metaalzaag werden er vier stukken afgezaagd, +allen even groot, en die met geweld tusschen de pantserplaten en den +tegenovergestelden wand werden gedreven. + +„Als zij nu geen dynamiet gebruiken, termiet, of een ander dergelijk +middel,” zeide Raffles glimlachend, „dan zullen er wel eenige dagen +verloopen, alvorens zij dezen hinderpaal hebben opgeruimd.” + +„Maar zij kunnen het wel op een andere wijze probeeren,” zeide Charly +bedrukt. + +„Hoe dan wel denk je?” + +„Zij kunnen beginnen met den steenen wand, die nu zeker niet dikker is +dan op zijn hoogst een decimeter, en alleen maar uit metselsteen +bestaat, op verscheidene plaatsen aan te tasten, totdat zij op de +pantserplaat stuiten, en dan kunnen zij trachten die met behulp van +koevoeten van hun plaats te verschuiven.” + +„Ik erken dat dit mogelijk is, maar ook daarmede gaat geruime tijd +heen, en voor er twee uren verloopen zijn zullen wij een bezoek hebben +gebracht aan die zoogenaamde drukkerij.” + +„En als je je eens vergist hebt met die drukkerij en wij er niets +bijzonders ontdekken?” + +„Dan, dan zou ik naar het laatste middel moeten grijpen, ik zou mijn +kostbare tunnel over een grooten afstand moeten laten instorten. Maar +je begrijpt dat ik slechts in het uiterste geval tot dit paardenmiddel +zal overgaan.” + +Raffles raadpleegde zijn horloge. + +Het was bijna zes uur geworden. + +Zoolang had deze zware arbeid geduurd. + +Hij overtuigde zich nog eens dat de stukken van de spoorstaven +onwrikbaar op hun plaats zaten, en wendde zich toen tot Henderson met +de woorden: + +„Het is onpleizierig, beste vriend Henderson, maar het gaat niet +anders, wij zullen de tunnel voortdurend in het oog moeten houden, en +daarom ga jij nu eerst den maaltijd gebruiken, en je keert hier niet +voor negen uur terug, tenzij je het waarschuwingssein krijgt, want dan +moet je aanstonds hierheen komen!” + +„Maar, Mylord? Gij zelf dan, en mijnheer Brand?” riep de chauffeur uit. + +„Wij kunnen wel wat later eten, James, de zaak van de tunnel gaat op +dit oogenblik voor. Zoodra je hier terug bent gekeerd zullen wij je wel +nadere instructies geven!” + +Henderson bood geen tegenstand meer, en begaf zich naar het uiteinde +van de tunnel en verder naar het bediendenvertrek, waar hij, in +gezelschap van den Italiaanschen kok, en van den ouden kamerbediende +Gaston, den eenvoudigen maaltijd gebruikte. + +Raffles en Charly bleven nu alleen achter en geruimen tijd zaten zij +zwijgend naast elkander op het kleine wagentje waarmede de +pantserplaten waren aangevoerd. + +Slechts vaag en onduidelijk klonk het gerucht van de boor, op geregelde +tijden onderbroken door een langdurige pauze, wanneer het bot geworden +ijzer door een nieuw moest worden vervangen. + +En om acht uur hield het zoemen geheel en al op, toen waren zeker alle +voorradige boorijzers opgebruikt. + +Maar een kwartier later klonk een geregeld geklop, hetwelk onafgebroken +zou voortduren; de lieden aan den anderen kant van den muur hadden den +steenen wand opnieuw met hun houweelen aangetast. + +Waarschijnlijk waren zij op dit oogenblik bezig het oorspronkelijke gat +te vergrooten in de hoop, dat zij ten slotte wel de beide kanten van de +stalen belemmeringen vrij zouden krijgen, waardoor het mogelijk zou +worden, haar naar links of rechts te verschuiven, men hield aan den +anderen kant van den muur waarschijnlijk geen rekening met de vier +stukken spoorstaaf, die met zware hamerslagen waren vastgedreven. + +„Dat kan lang duren!” begon Raffles. „Minstens tot morgenochtend, als +alles hun meeloopt, en voor dien tijd moeten we die menschen overvallen +hebben en weten wat zij doen en wie zij zijn!” + +„Als je het mij vraagt, dan zou ik zeggen, dat wij met een gevaarlijk +volkje te doen krijgen!” zeide Charly hoofdschuddend. + +„Ja dat lijdt geen twijfel! Wij moeten nu maar niet aannemen, dat men +deze tunnel met een wetenschappelijk doel graaft, bijvoorbeeld om den +aard van de gesteldheid van den bodem van Londen te onderzoeken! Neen, +wij mogen het wel bijna als zeker beschouwen, dat het voorzien is op de +Midland-Bank, het zou wel heel toevallig zijn, als de tunnel dien kant +uitliep, zonder dat men het op de bank begrepen had. Maar hoe het ook +zij, wij gaan zoo vroeg mogelijk aan den slag, zoodra het gedaan kan +worden zonder al te groot gevaar. Ik heb opgemerkt dat een paar huizen +van de drukkerij af een openbare school is, met een groote speelplaats +er achter. Wij kunnen misschien over een schutting klimmen en van daar +aan den achterkant die zoogenaamde drukkerij binnendringen.” + +„Nemen wij Henderson mede?” + +„Neen, die moet hier de wacht blijven houden.” + +„Dat zal hem alles behalve aangenaam stemmen.” + +„Dat is wel mogelijk, maar wij mogen de tunnel niet onbewaakt laten! +Stel je eens voor dat wij terug keeren en wij loopen in ons huis in de +Regent-Street in de uitgespreide armen van een bende bandieten!” + +De beide vrienden spraken nog geruimen tijd door over de kans, dat het +geheim der tunnel bewaard zou blijven, of dat men althans haar lengte, +haar doel, en haar richting nooit zou uitvinden, toen precies om negen +uur Henderson weer verscheen. + +„Luister nu eens, mijn vriend,” begon Raffles. „Ik verg veel van je +uithoudingsvermogen, maar het is volstrekt noodzakelijk, dat er hier +iemand blijft opdat wij er zeker van zijn, dat niemand ongezien in ons +huis in de Regent-Street kan binnendringen.” + +„Als het moet dan moet het, Mylord!” gaf Henderson te kennen. + +„Dat is een schoon beginsel, Henderson, en wij zullen verstandig doen +als wij ons daaraan houden, vooral in dit bijzondere geval. Mijnheer +Brand en ik gaan vannacht naar dat huis, waarin ik vermoed, dat de +tunnel een aanvang neemt.” + +„Neem mij niet kwalijk, Mylord, maar ik zou gaarne weten waar dat huis +is!” hernam Henderson. „Men kan nooit weten, hoe die kennis naderhand +te pas kan komen! Ik weet gaarne steeds waar gij zijt, vooral in zaken +als deze!” + +„Je hebt misschien gelijk, Henderson, het is beter als je het huis +kent, hetwelk ik op het oog heb! Het is in de Baker-Street, niet ver +van die Grosvenor-Street, een drukkerij, met twee voor de helft +matglazen winkelruiten, groengeschilderd houtwerk en een kleine +uitgangsdeur. Het is aan de rechterzijde van de straat als je van ons +huis komt. Ik geloof echter niet dat je gebruik behoeft te maken van +deze kennis, als wij die lieden verrassen, dan zijn wij een heel eind +op weg.” + +„Maar Edward, als je je vermoedens nu toch eenvoudig aan de politie +mededeelde!” riep Charly eensklaps uit. + +„Een prachtig plan!” kwam Raffles ironisch. „Zij dringen dan het huis +binnen, zij vinden dan eventueel de tunnel en aan het einde van het +groote gat, met geglans van de stalen pantserplaat daarachter, en denk +je dan dat ze hun nieuwsgierigheid bevredigd achten en hun onderzoek +niet verder zouden voortzetten? Daar zou ik maar niet al te vast op +rekenen. Neen, als ik het even kan vermijden, dan haal ik er de politie +niet in, zij helpt ons dan van den regen in den drop, en van den wal in +de sloot! Als het onmogelijk anders kan, dan zal het nog altijd tijd +genoeg zijn, om Scotland-Yard te waarschuwen. Maar als ik dat doe, dan +moet ik ook tevens mijn tunnel prijs geven, ik zou haar over grooten +afstand moeten vernielen. En nu genoeg gepraat, wij moeten nog veel +doen en in orde maken voor onze onderneming.” + +Henderson kreeg zijn laatste instructies en Raffles en Charly verlieten +de tunnel, beklommen de smalle trap naar het laboratorium en voorzagen +zich daar van eenige voorwerpen door Raffles uitgevonden, en welke +verdedigingsmiddelen hun wellicht te pas konden komen. + +Het was bij tienen, toen zij door den tuin, die nu in volkomen +duisternis gehuld was, naar de achterzijde van het groote huis gingen +en dit binnentraden door een van de achterdeuren. + +Zij hadden zich nog den tijd niet gegund hun vermomming af te leggen, +en deze was nog zeer goed bruikbaar, want als zij bij hun onderneming +het onderspit moesten delven, dan kwam het er al zeer weinig op aan, of +de zoogenaamde drukkerspatroon in een van de nachtelijke indringers al +of niet zijn provinciaalschen klant herkende. + +Maar, daar een revolver altijd een uitstekend wapen is, onverschillig +of het door een Londenaar of door een provinciaal wordt gebruikt, zoo +lieten de beide vrienden ieder van deze practische wapenen één in hun +zak glijden. + +Een paar tasschen werden gevuld met de noodige inbrekerswerktuigen, +Raffles ging zich in zijn slaapkamer voorzien van een paar kleine +voorwerpen, welke hem misschien te pas zouden kunnen komen, en om elf +uur, nadat hij zich telefonisch bij Henderson had overtuigd, dat in de +tunnel alles nog bij het oude was, verlieten zij het vertrek en +vervolgens het huis. + +Maar Raffles had Henderson moeten beloven, dat hij hem dadelijk op de +hoogte zou brengen als de zaak tot een goed einde was gebracht, en als +het later werd dan drie uur, dan mocht Henderson die maatregelen nemen, +welke hem het beste zouden toeschijnen, want dan zou het bewijs +geleverd zijn, dat in de Baker-Street niet alles voor den wind was +gegaan. + +Het was een donkere avond, want de maan was achter de wolken verdwenen, +een gelukkige omstandigheid, die het gewaagde plan van de beide mannen +moest begunstigen. + +En dan, het plasregende, en ook dat kwam hun te stade, want daardoor +was het aantal late wandelaars zeer verminderd. + +Op een kwartier loopens van hun huis wisten zij niet zonder moeite, een +huurauto te veroveren, en den chauffeur, die eigenlijk liever naar huis +was gegaan, te bewegen, hen naar de Baker-Street te rijden. + +Aan het begin van deze straat gekomen, dankten zij den chauffeur met +een goede fooi af, men moest het nooit verbruien voor anderen, zooals +Raffles het niet ten onrechte opmerkte. + +Het was over twaalven, toen de beide vrienden, hun regenjassen met de +rechterhand dichthoudend, tegen den stijven bries opworstelden, die +door de straat stoof. + +Een kwartier later hadden zij het schoolgebouw bereikt, na de +zoogenaamde drukkerij te zijn gepasseerd. + +Daar was nu alles duister, ten minste van de straat af was nergens +eenig lichtschijnsel te bespeuren. + +Ook het schoolgebouw lag natuurlijk in dichte duisternis gedompeld. + +Raffles en Charly sloegen den hoek van de zijstraat om, waaraan de +school grensde, kwamen aan den steenen muur, die hier de speelplaats +van de straat afscheidde, en zaten er het volgende oogenblik bovenop. + +Een jarenlange, geduldige oefening, die hun natuurlijke lenigheid nog +had vermeerderd, stelde hen in staat, zulke toeren te verrichten met +een verbazende vlugheid, en zonder ooit te falen. + +Maar zij vonden den bovenkant van een smallen muur niet de aangewezen +plaats om er te blijven zitten, en daarom lieten zij zich zoo snel +mogelijk aan den anderen kant zakken. + +Zij stonden nu op een ruime binnenplaats, waar eenige populieren +stonden, die een vrij armzalig bestaan leidden. + +In een hoek tegenover den kant waar zij waren overgeklommen, bevond +zich een hoop zand, bestemd voor de kleintjes. + +Raffles en Charly maakten ook van deze hoop zand gebruik, maar voor een +geheel ander doel. + +Zij gebruikten haar eenvoudig om aldus de hoogte van den scheidingsmuur +te verkleinen. + +Volgens hun gewoonte wachtten zij tot dat zij niets meer hoorden, en +toen pas slingerden zij zich op den muur, en lieten zich aan den +anderen kant vallen. + +Zij kwamen terecht in de weeke aarde van een kleinen stadstuin, en +haastten zich, dezen over te steken, en over een schutting te klimmen. + +En nu waren zij in den tuin van de drukkerij.... + +Maar op dat oogenblik geschiedde er iets waarop zij misschien wel +gerekend hadden, maar dat hen toch niet minder onaangenaam trof, een +paar huizen verder begon eensklaps een waakhond, die hen misschien +geroken had, woedend aan te slaan. + +Zelfs hier konden zij het rammelen hooren van den ketting waaraan het +dier was vast gelegd. + +„Vlug aan het werk, Charly! Als die schreeuwleelijk wordt losgemaakt, +zouden al de schuttingen, welke hem van ons scheiden wel eens een +peuleschil voor hem blijken, en dan konden wij evengoed regelrecht naar +Scotland-Yard wandelen, en ons aan den hoofdcommissaris presenteeren!” + +„Waar is ergens die schuur?” vroeg Charly fluisterend. „Ik denk dat we +daar moeten zijn!” + +„Ja, dat vermoed ik ook. Daar staat zij!” + +Raffles wees naar een klein houten gebouwtje, een soort bergloods, dat +men ook een tuinhuis zou kunnen noemen, met een enkel klein venster, en +dat door een overdekten gang in verbinding stond met het huis. + +Raffles trad haastig op de deur toe, en het duurde niet lang, of hij +had het slot met een zijner sleutels geopend. + +En juist toen de beide vrienden binnendrongen, ging er eenige huizen +verder een deur open, en een barsche mannenstem scheen den nog altijd +woedend blaffenden hond te ondervragen en hem van den ketting los te +maken. + +De beide vrienden verloren geen tijd, maar onderzochten snel de loods, +waar zij zich nu bevonden. + +Zij bleken zich in een ruim vertrek te bevinden, zonder eenig +meubelstuk, als men tenminste dien naam niet wilde geven aan een paar +zetkasten die blijkbaar zeer weinig gebruikt werden, want de letters +waren nog volkomen blank, en werden waarschijnlijk zoo goed als nooit +gebruikt. + +In een hoek was het begin zichtbaar van een trap, die waarschijnlijk +naar een kelder leidde. + +Wel een kwartier bleven de beide vrienden volgens hun gewoonte op +dezelfde plek en gaven hun ooren goed den kost. + +Toen achter alles stil bleef, besloten zij, de trap af te gaan, en te +zien waar die hen zou brengen. + +Het was zeer donker in de loods, en daar zij nog geen licht durfden +maken, moesten zij hun weg vinden door langs den houten wand te tasten. + +Zoo bereikten zij de trap en voorzichtig begonnen zij de houten treden +af te dalen. + +Telkens stonden zij opnieuw stil, om te luisteren. + +Zij waren reeds tien treden afgedaald, toen Raffles, die vooraan ging, +Charly waarschuwde door hem in het been te knijpen. + +Zijn scherp, geoefend gehoor, had eenig gerucht opgevangen, waarvan hij +zich niet dadelijk den aard kon begrijpen. + +Het was als het verzetten van een schakelaar van het electrische licht, +maar het kon ook evengoed het overhalen van den haan van een revolver +zijn. + + + + + + + + +HOOFDSTUK V. + +IN DE HANDEN DER BANKROOVERS. + + +Raffles dacht er nog over na of hij licht zou maken, toen zich +plotseling weder een ander geluid liet hooren, ditmaal zeer dicht bij +hem, het was als het verschuiven van een zwaar voorwerp, bijvoorbeeld +van een kast over een houten vloer. + +Terwijl de beide mannen er nog over nadachten wat dit zijn kon, begon +de trap, waarop zij stonden, zachtjes te slingeren, en zij moesten zich +aan de leuningen vast houden om er niet af te vallen. + +„Voor den drommel, wat is dat nu?” fluisterde Charly voor zich heen. +„Wat mankeert dat ding? Ik heb een gevoel of ik op de kermis in een +reuzenschommel zit!” + +Inderdaad, de trap begon hoe langer hoe erger te zwaaien en de beide +mannen moesten zich met alle kracht aan de wrakke leuning vastklampen +die verdacht kraakte, en die ieder oogenblik scheen te zullen afbreken. + +De slingeringen werden voortdurend heviger en de geheele trap scheen nu +wel om een scharnier te draaien, dat zich ergens in de bovenste trede +moest bevinden. + +Maar nu nam deze zonderlinge beweging gaande weg af, en na eenige +minuten was de trap tot rust gekomen. + +Maar zij liep niet langer in een schuine richting omlaag, neen, zij +hing loodrecht naar beneden, en dus waren de bovenkanten der treden +niet meer horizontaal maar schuin. + +Om er op te kunnen blijven staan, moesten Raffles en Charly zich aan de +leuning vasthouden. + +Raffles, die onderaan stond, strekte voorzichtig een been uit, en +tastte naar de lager gelegen trede. + +Zijn voet ontmoette echter geen tegenstand, er was geen trede meer! + +Maar evenmin voelde hij den grond! + +„Zullen wij niet liever licht maken?” vroeg Charly op fluisterenden +toon. „Er is iets niet in orde, dat is zeker! Wat doe je daar toch, +Edward?” + +„Wat ik doe? Ik zoek naar den bodem!” antwoordde Raffles lakoniek. + +„Wat is dat? Rust de trap dan niet op den vloer?” + +„Ik kan er tenminste geen vinden. Wij zullen licht maken, wat er ook +gebeuren moge!” + +Zich met een hand aan de leuning vastklampend, haalde Raffles met de +andere zijn zaklantaarn te voorschijn, en drukte op den knop. + +Een helder schijnsel verlichtte nu de ruimte, waar de beide mannen zich +bevonden. + +Het was een groote kelder, met wit gekalkte muren, en ongewoon diep. + +Zoldering en vloer waren tenminste zes meter van elkander verwijderd. + +De smalle trap, waarop de twee mannen zich bevonden, bleek uit twee +deelen te bestaan, het benedenste vast met het bovenste scharnierend. + +Op welke wijze de trap zoo eensklaps haar oorspronkelijke gedaante had +verloren, viel moeilijk te zeggen, maar het was zeker, dat nu het +bovenste stuk loodrecht omlaag hing, en dat de onderste trede zich +ongeveer drie meter boven den grond bevond. + +En men mocht het tevens voor verzekerd houden, dat dit niet van zelf +zoo was gekomen, maar dat de trap door menschenhanden in twee deelen +was gebroken! + +En toch was er niemand in den kelder te zien. + +Een deur was er ook niet, tenminste niet zichtbaar. + +„Ik wil gevild worden als ik er iets van begrijp!” mompelde Charly, die +zich met handen en voeten aan de loshangende trap vastklemde. + +„Ik geloof dat ik het maar al te goed begrijp, Charly,” kwam Raffles. +„Men heeft ons gehoord, dat staat als een paal boven water! Maar hoe +dan ook, ik heb weinig lust, hier als een rijpe pruim te blijven +hangen!” + +„Waar wil je dan heen? Weer naar boven?” + +„Neen. Wij zijn van boven gekomen en wij moeten verder!” + +„Dat is gemakkelijk gezegd, maar wij zijn hier drie meter boven den +steenen vloer!” + +„Dien afstand kunnen wij bekorten!” + +En met die woorden hing Raffles zijn zaklantaarn aan een knoop van zijn +jas, hurkte als het ware op de onderste trede, bracht zijn handen +zoover mogelijk naar beneden, omvatte stevig de stijlen van de trap, en +strekte toen zijn lichaam, zoodat hij nu alleen aan zijn handen hing. + +En daarop liet hij zich vallen. + +Bijna tegelijker tijd schoof ergens in den kelder een luik of deur weg, +en drie mannen stormden binnen, allen gemaskerd, die zich op Raffles +wierpen, voor hij weder op de been kon zijn. + +De strijd was kort, maar hevig. + +Als Raffles op beide voeten had gestaan, had hij misschien wel weg +geweten met drie aanvallers, maar nu was hij in de minderheid. + +Hij kon een paar malen zijn vuist tegen de kin van een vijand laten +neerkomen, maar toen werd hij zelf half verdoofd door een hevigen slag +tegen het hoofd, en toen hij zich daarvan hersteld had, waren zijn +armen reeds gebonden. + +„Red je, Charly!” schreeuwde hij. „Ik beveel het je!” + +Maar al had de jonge man dit bevel willen opvolgen, dan zou hij het +toch niet hebben kunnen doen. + +Want boven, in de deuropening, verscheen een vierde man, met een +revolver in de vuist en er viel niet aan te denken, dat Charly, in de +positie waarin hij als het ware aan de trap vastkleefde, met eenige +kans van raken van zijn eigen wapen gebruik zou kunnen maken. + +Lang voor hij het had kunnen grijpen, zou de ander hem hebben kunnen +neerschieten. + +En daarom deed hij het verstandigst, wat er in de gegeven +omstandigheden te doen viel, hij liet zich op zijn beurt op den vloer +vallen, en werd evenals Raffles overmand. + +De drie geheimzinnige mannen hadden hun gevangenen snel van hun wapens +beroofd, en dwongen hen nu, door de nauwe opening in een der muren te +gaan, waardoor zij zelven waren binnengekomen. + +Nu bevonden zij zich in een tweeden kelder, maar veel lager en kleiner +dan de andere, en met onregelmatige wanden, hier en daar met sterke +eikenhouten balken gestut. + +Dicht bij een der langste wanden stond een krachtige dynamo, en de +dikke draden daarvan verdwenen in de zoldering. + +Behalve deze machine stond er nog een kleine keukentafel en een tweetal +stoelen. + +Op de tafel lag een vel papier, bedekt met teekeningen en cijfers. + +Zelfs in den toestand waarin hij zich thans bevond, was Raffles helder +genoeg van geest om dadelijk te zien, dat daar een keurig geteekend +plan van de tunnel voor hem lag. + +Voor de tafel zat een breedgeschouderd man met kleine, opmerkelijk +glanzende zwarte oogen. + +Raffles herkende hem op het eerste gezicht, het was de zoogenaamde +drukker. + +De man scheen zich volstrekt niet bijzonder te verbazen over de komst +van de twee indringers, en keek ternauwernood op van het plan, in welks +beschouwing hij geheel verdiept was. + +De kleine kelder was zeer helder verlicht door een booglamp, die aan +den zolder hing. + +„Hier zijn de mannen, chef!” zeide een der drie kerels, die zich van de +twee vrienden hadden meester gemaakt. + +Nu wendde de man met de glanzende oogen zich met een ruk op zijn stoel +om, en keek Raffles en Charly beurtelings onderzoekend aan. + +„Zoo, dus mijn kleine val heeft goed gewerkt, en hedennacht is er, +geloof ik, kostbaar wild ingeloopen! Ik heb zeker het genoegen, met de +eigenaars van de tunnel te spreken, die rechtstandig op de mijne loopt, +ongeveer ter hoogte van de Baker-Street?” + +„Het genoegen is geheel aan onze zijde, mijnheer de drukker!” kwam +Raffles minzaam. „Gij ziet, dat ik u herken, al hebt gij, daar het hier +tamelijk warm is, afstand gedaan van de fraaie pruik, welke u tooide, +toen ik voor de eerste maal tot u het woord mocht richten. Maar nu ik u +wat nader beschouw, meen ik u van vroegere gelegenheid te herkennen! +Indien mijn geheugen mij niet bedriegt, zijt gij lid van de Bende der +Wolven, en draagt gij den goed gekozen bijnaam „de Lynx” waarschijnlijk +wegens uw fonkelenden blik!” + +De Lynx was langzaam opgestaan, en plaatste zich nu met de handen in de +zijde voor Raffles. + +Zijn wenkbrauwen waren dreigend zamengetrokken. + +„Die man uit de provincie, dat waart gij dus? Nu, laat ik tot mijn +eigen lof zeggen, dat ik u dadelijk gewantrouwd heb, al erken ik, dat +gij voortreffelijk waart in uw rol! Lieden als wij moeten steeds +wantrouwend zijn, begrijpt gij?” + +„Volkomen!” antwoordde Raffles rustig. „Als men een aanslag wil plegen +op een instelling als de Midland-Bank, dan is men allicht geneigd in +iederen vreemdeling een afgezant van de gevreesde politie te zien!” + +„Gij zijt bijzonder goed op de hoogte,” bromde de Lynx tusschen de +tanden, en er verscheen een gevaarlijk licht in zijn gitzwarte oogen. +„Maar misschien zal u blijken, dat ook wij niet tot de domooren +behooren! Ik begin nu in te zien, hoe de zaak zich heeft toegedragen. +Gij hebt in uw eigen tunnel, welke gij zoo goed hebt weten te +verdedigen, het gerucht van ons graafwerk gehoord, en nieuwsgierig als +gij zijt uitgevallen, wellicht ook een weinig uit vrees, dat ons werk +uw tunnel wel eens in gevaar zou kunnen brengen, hebt gij onderzoek +gedaan naar het beginpunt van den nieuwen gang. Onze zoogenaamde +drukkerij boezemde uw belang in en gij hebt, als een schrander man, uw +gevolgtrekkingen gemaakt uit zekere zonderlinge zaken in die drukkerij! +Gij ziet, dat ik er niet aan denk, er doekjes om te winden! Het zal u +spoedig genoeg blijken, waarom ik zoo openhartig met u spreek.” + +„Ik begrijp het nu al, met lieden, die in onze macht zijn, behoeven wij +geen schuilevinkje te spelen, denkt gij!” kwam Raffles bedaard. + +„Gij geeft werkelijk blijk van een helder doorzicht!” riep de Lynx +sarcastisch uit. „Inderdaad zijt gij niet ver bezijden de waarheid! Ik +wil u wel zeggen, dat wij voor hedennacht uw onwelkom bezoek wachtende +waren. Toen wij het gat in uw tunnelwand geslagen hadden, en gij dat +gat afsloot met duivelsch harde staalplaten, toen begrepen wij, dat gij +er het grootste belang bij had, het geheim van uw eigen gang te +bewaren. Wij hebben door het gat eenige dingen gezien, die ons zeer +verbaasden, ik behoef zeker niet nader te verklaren, wat dat geweest +is. Gij moest er rekening mede houden, dat binnen niet al te langen +tijd uw stalen borstwering toch zou bezwijken, en daarom, zoo +redeneerden wij, kondet gij wel eens beproeven, hier een inval te doen! +Gij zult moeten toegeven, dat die redeneering niet zoo dom was!” + +„Ik verklaar zelfs, dat zij uit een helderen kop afkomstig is!” kwam +Raffles hoffelijk. + +De Lynx maakte een gebaar van ironische dankbetuiging, en vervolgde: + +„Wie gij zijt weet ik niet, ofschoon ik wel zekere vermoedens koester, +welke ik echter voorloopig voor mij wensch te houden. Maar het doet er +ook weinig toe, wie gij zijt. Voor mij is het gewichtigste uw tunnel.” + +Hij zweeg even, en wierp een loerenden blik op het gelaat van Raffles, +die onbewegelijk tegenover hem stond. + +„Het moet wel een zeer bijzonder soort van tunnel zijn, daar gij haar +zoo hardnekkig verdedigt!” ging de Lynx voort. „En een man, die zoo +maar over een stel van de allerbeste staalplaten beschikt, die is zeker +niet de eerste de beste! De man laat mij koud, tenminste voor het +oogenblik, maar het geheim van de tunnel moet ik tot iederen prijs +doorgronden! Het kan mij en mijn vereeniging van het grootste nut +zijn....” + +Hij keek Raffles onderzoekend aan, maar deze bleef zwijgen, en hij ging +voort: + +„Wel, wat hebt gij hier op te antwoorden?” + +„Wat zou ik er op moeten antwoorden?” vroeg Raffles koeltjes. +„Natuurlijk denk ik er geen seconde aan, u het geheim van een tunnel +mede te deelen, welke ik juist met zooveel inspanning tegen uw +onbescheiden blikken heb beschermd!” + +„Ah, gij weigert?” ging de Lynx voort, met een valsch lichten in zijn +zwarte oogen. „Nu wij zullen wel zien.... Zeg mij eerst eens, waarom +gij niet dadelijk de politie gewaarschuwd hebt, toen gij moest vreezen, +dat wij dwars door uw tunnel zouden heengaan?” + +„O, gij kunt er van verzekerd zijn, dat ik dat dadelijk gedaan zou +hebben, als ik maar eerder geweten had, in welk huis ik moest zoeken om +het begin van uw tunnel te vinden!” + +„Maar toen wij het gat door den wand hadden geboord, toen belette toch +niets u, de politie te gaan halen, haar in uw eigen tunnel te brengen, +haar het gat te laten verwijden, en langs dien kant onze gang te laten +binnendringen?” + +„Ik had mijn bijzondere redenen, om dat juist niet te doen,” kwam +Raffles, steeds even rustig. + +„Ah, daar heb ik u!” riep de Lynx triomfantelijk uit. „De politie moest +er tot iederen prijs buiten gehouden worden, niet waar? Ik had het dus +bij het goede eind, dat gij..... John Raffles waart!” + +„Noem mij, zooals gij verkiest!” kwam Raffles schouderophalend. + +„O, gij behoeft het niet te loochenen!” riep de Lynx toornig uit. „Er +is maar één man in geheel Londen in staat tot zulk een werk! Wij kennen +u, wij weten, wat gij waard zijt! Gij zijt wel is waar onze +doodsvijand, zoo goed als van de Bende der Raven, en van het geheele +Genootschap van den Gouden Sleutel, maar niemand onzer denkt er aan, uw +ongeloofelijke schranderheid en uw stoutmoedigheid te ontkennen. Wel, +hoe is het, wilt gij bekennen, dat gij Raffles zijt?” + +„Ik zeg u nogmaals, mijnheer de Lynx, dat het mij volkomen +onverschillig is, welken naam gij mij verkiest te geven!” kwam Raffles +ongeduldig. „Kom terzake, wat ik u verzoeken mag! Ik denk, dat gij +binnenkort in de bank wilt inbreken, en mij zoolang wilt vasthouden +totdat het ontdekken van uw tunnel er niet meer op aankomt, niet waar?” + +„Welzoo, denkt gij er werkelijk zoo gemakkelijk af te komen?” riep de +Lynx op woesten toon. „Neen, mijnheer Raffles. Dan hebt gij het mis! +Gij deelt ons dadelijk alles mede wat wij van uw tunnel willen weten, +en anders ondergaat gij de straf van alle, die een belangrijk geheim +van de Bende hebben doorgrond! Ik behoef zeker niet duidelijker te +zijn!” + +„O neen, die moeite kunt gij u sparen,” zeide Raffles bedaard. „Ik ken +uwe methodes! Welnu, ik blijf bij mijn weigering!” + +„Luister dan goed naar mij, John Raffles!” zeide de Lynx, en hij kwam +vlak voor Raffles staan, die geen stap terug week. „Ik geef u volle zes +uren om u te bedenken, wanneer die tijd verstreken is, en gij hebt mij +het geheim van uw tunnel niet medegedeeld, dan sterft gij!” + + + + + + + + +HOOFDSTUK VI. + +BANGE UREN. + + +Raffles knipte zelfs niet met de oogen, toen hij deze vreeselijke +woorden hoorde. + +Hij had immers niet anders verwacht.... + +Zijn stem klonk volkomen helder en onbewogen, toen hij hernam: + +„Ik weiger! Maar, gij zult toch zeker niet zoo beestachtig wreed zijn, +mijn vriend voor mijn weigering te laten boeten?” + +„Uw vriend zal uw lot deelen!” schreeuwde de Lynx, met een giftigen +blik in zijn koolzwarte oogen. + +„Doe dan wat gij wilt, en ik hoop dat het u niet zal berouwen!” zeide +Raffles op ernstigen toon. + +„Die verantwoording neem ik op mij!” zeide de Lynx hooghartig. „Het is +nu twee uur, wanneer gij om acht uur morgenochtend niet tot andere +gedachten zijt gekomen, dan wacht u de dood, en ik verzeker u dat wij +onverbiddelijk zullen zijn! Als gij werkelijk John Raffles zijt, en +daaraan twijfel ik geen oogenblik, dan zou de tegenwoordige chef van +het Genootschap van den Gouden Sleutel het mij zelfs zeer kwalijk +hebben kunnen nemen, dat ik u niet onmiddellijk een kogel door het +hoofd heb geschoten! Maar ik wil u een kans geven, omdat ik begrijp, +dat de kennis van het geheim van die tunnel voor ons van het grootste +gewicht is. Die gang zal wel naar een of andere huis loopen, waar gij +gewoonlijk verblijf houdt, en het zou voor ons van veel belang zijn, +als wij wisten, onder welken naam John Raffles de Londensche politie +zoo fijn om den tuin leidt.” + +„Dat kan ik mij zeer goed voorstellen, maar daar ik van mijn kant zeer +bepaald er op sta, om het geheim van die tunnel voor mij zelf te +behouden, wie ik dan ook zijn moge, daarom zult gij het uit mijn mond +niet vernemen! Gij hebt gelijk als gij zegt dat het van gewicht is, ik +kon evengoed dadelijk een einde aan mijn leven maken, of mij gevangen +gaan geven op Scotland-Yard. Gij moet dus inzien dat uw wachten +vruchteloos is.” + +„Wij zullen zien!” hernam de Lynx kortaf. + +Hij wendde zich daarop tot de gemaskerde mannen, die zwijgend en met de +revolver in de hand op dezelfde plek waren blijven staan en zeide: + +„Breng hem weder naar den grooten kelder, bindt hem goed, en laat een +uwer hem bewaken.” + +„Neem mij niet kwalijk, chef,” zei een van de mannen, „ik zou er maar +twee van maken als ik u was.” + +„En het werk in de tunnel dan?” vroeg de Lynx. + +Niemand antwoordde. + +De chef dacht nog even na en hernam toen: + +„Misschien heb je ook wel gelijk, als hij Raffles is, dan hebben wij +met een gevaarlijken tegenstander te doen. Twee blijven dus hier om op +hem te passen en de anderen gaan weder naar de tunnel, naar het andere +einde, en stellen daar alles in het werk, om die stalen platen op te +ruimen. Is dat geschied voordat de zes uren om zijn, misschien kan dat +dezen man dan het leven redden, maar in het tegenovergestelde +geval.....” + +De Lynx voltooide den zin niet, maar de dreigende blik in zijn oogen +sprak een duidelijke taal, die niet misverstaan kon worden. + +Alles werd nu in gereedheid gebracht, om de beide gevangenen goed te +kunnen bewaken. + +Er werden twee zware stoelen ergens uit het huis gehaald en daarop +werden de beide gevangenen vastgebonden, hun beenen tegen de sporten, +hun armen achter de leuning, en bovendien werden hun polsen nog te +samen gebonden, met het stevigste touw. + +En daarop werden de stoelen midden in het vertrek gezet, zoodat de twee +bewakers voortdurend om de gevangenen heen konden loopen, teneinde zich +te overtuigen of de touwen nog stevig vast waren. + +De Lynx had reeds al te veel gehoord van de buitengewone bekwaamheid +van John Raffles om zich van de sterkste boeien te bevrijden. + +De chef kwam zich zelf overtuigen, dat de touwen stevig waren geknoopt, +en zeide toen, zich tot Raffles wendende: + +„Zes uren, denk er om! Gij hebt het leven thans in uw eigen hand! In uw +eigen belang zou ik u raden, niet al te veel op onze goedhartigheid te +vertrouwen! In dergelijke zaken kennen wij geen medelijden, en ook al +waart gij niet de man voor wien ik u aanzie, dan zoudt gij toch sterven +als gij ons verlangen niet inwilligt!” + +„Ik zeg u nog eens dat ik mijn geheim niet verraad, en als gij mij +beter kende, dan zoudt gij weten dat ik nimmer op een eenmaal genomen +besluit terug kom!” + +De Lynx haalde de schouders op, en riep uit: + +„Wij zullen eens zien of gij om acht uur even bout spreekt! Bedenk ook +wel dat gij niet alleen u zelf maar ook uw vriend en helper het leven +beneemt als gij weigert.” + +Er kwam een sombere smartelijke uitdrukking op het gelaat van den +Grooten Onbekende, maar dadelijk liet de stem van Charly zich hooren, +die vastberaden uitriep: + +„Bekommer je niet om mij, Edward! Ook ik denk er niet aan om ons geheim +te verraden en als jij sterft, welk doel zou mijn leven dan nog +hebben?” + +„Zeer aandoenlijk!” zeide de Lynx op spottenden toon. „Wij zullen wel +eens zien of die broederlijke genegenheid stand houdt in het gezicht +van den dood.” + +Hij stak beide handen in de zakken, riep den man die nog altijd met de +revolver in de hand boven aan de trap stond en wenkte een van de drie +kerels die Raffles en Charly overweldigd hadden. + +Zij begaven zich naar den kleinen kelder waar de dynamo stond, en de +zware met ijzer beslagen deur viel dicht. + +De beide gevangenen bleven alleen met hunne bewakers. + +Een hunner had, voor de Lynx en de beide anderen zich verwijderden, een +schakelaar omgedraaid, zoodat de kelder nu in een helder electrisch +licht baadde, en vervolgens een hefboom overgehaald waardoor het +boveneinde van de trap langzaam weder in zijn oorspronkelijken toestand +kwam, waarin zij werd gehouden door een zware ijzeren bout, die er bij +wijze van deurgrendel voorgeschoven werd. + +Raffles had het gevoel alsof hij nog nimmer zoo helder van hoofd was +geweest als op dit oogenblik in dezen kelder en in het aangezicht van +den dood, die hem toegrijnsde, als hij weigerde het kostbare geheim +prijs te geven, dat als het ware met zijn leven zelf was samengeweven. + +Inderdaad, de tunnel zelve was zeker van minder belang, en haar verlies +bijvoorbeeld door een groote instorting, zou wel ernstig, maar +volstrekt niet onoverkomelijk zijn, maar zij leidde aan den eenen kant +naar het huis van Lord William Aberdeen en het zou zeker niet lang +duren of de bandieten zouden den geheimen toegang naar het tuinhuis +gevonden hebben. + +Het leven van Lord Aberdeen zou bekend worden, al was het dan +voorloopig maar aan de bendeleden, en dit zou zulk een noodlottigen +invloed uitoefenen op al zijn ondernemingen, dat hij evengoed +regelrecht naar den hoofdcommissaris van politie zou kunnen loopen. + +Als ooit werd uitgemaakt dat Lord Aberdeen en John Raffles een en +dezelfde persoon waren, dan zou het geheele bouwwerk van zijn +dubbelleven ineen storten en hij zou weder een geheel nieuw plan moeten +opstellen, hetgeen zeker met de grootste moeilijkheden gepaard zou +gaan. + +Maar over dit alles dacht hij slechts kort. + +Het stond voor hem vast dat hij het geheim niet zou verraden, en +daarover behoefde hij dus in het geheel niet na te denken. + +Neen, zijn gedachten waren uitsluitend gericht op de kansen welke hij +had om zich te bevrijden alvorens de zes uren verstreken waren. + +Hij begreep maar al te goed, dat deze kansen al bijzonder gering waren, +de kelder was daghelder verlicht, de stoelen stonden in het midden van +het vertrek, de touwen waren stevig en goed geknoopt, al had hij kans +gezien door tijdens het binden zijn spieren zooveel mogelijk te +spannen, zich een weinig speelruimte te verschaffen, de oppassers waren +krachtige kerels, klaar wakker en goed gewapend, en geen enkele +beweging hunner gevangenen zou hun ontgaan. + +Maar Raffles was er de man niet naar, om iedere hoop te laten varen. + +Integendeel, al waren de bezwaren reusachtig groot, toch was al zijn +denken nu gericht op de mogelijkheid hier te ontsnappen. + +Charly scheen op zijn gelaat te lezen wat er in hem omging maar de +stemming van den jongen man was veel minder opgewekt als men het zoo +noemen mag, hij zag de toekomst zeer duister in, en hij vreesde dat +deze kelder wel hun laatste verblijf zou zijn. + +Raffles liet met opzet een half uur voorbijgaan voor hij ook maar de +geringste beweging maakte. + +Toen rekte hij zich eens uit, voor zoover dit mogelijk was, zoodat de +touwen kraakten, maar dadelijk kwam een der wakers voor hem staan, die +zich nu beiden van hun masker ontdaan hadden en zeide dreigend terwijl +hij zijn revolver ophief: + +„Laat die grappen maar, het zou je kunnen berouwen!” + +„Gij staat het mij dus niet toe dat ik mij uitrek en zoodoende den +slaap in mijn ledenmaten tegen ga?” vroeg Raffles op onderdanigen toon. + +„Dat zal ik niet dulden, ik heb van je gehoord, man, ik ken je +duivelskunsten, je bent al ontelbare malen gesnapt.” + +Hij liep om den stoel heen, betastte de touwen, als vreesde hij +waarlijk dat Raffles ze al had laten afknappen, en ging toen weder naar +zijn makker, die op dezelfde plek was blijven staan. + +Nu bracht het beroep van Raffles mede dat hij een voortreffelijk +gelaatskenner was en op het gezicht van dezen tweeden man zoo duidelijk +als in een boek las, dat hij zooals men dat noemt, „liever lui dan moe” +was, en bovendien vast overtuigd, dat er aan de ontvluchting der beide +gevangenen niet te denken viel. + +Hij en zijn makker immers waren gewapend, de beide gevangenen niet, en +bij de eerste poging om op te staan, zouden zij reeds een kogel in het +hoofd hebben. + +Raffles glimlachte flauwtjes voor zich heen, en zeide in zich zelf: + +„Zelfvertrouwen is goed, mijn vriend, maar men moet het toch nooit te +ver doordrijven!” + +De Groote Onbekende wierp Charly een blik toe, een zeer snellen blik, +maar die den jongen man alles onthulde wat er op dit oogenblik in het +hoofd van zijn vriend omging. Raffles begon nu met het vertrek zeer +zorgvuldig te bestudeeren. + +Wij zeiden reeds dat er een houten trap naar beneden leidde, die +ongeveer in het midden beweegbaar was. + +Zij telde dertig tot twee en dertig treden en liep langs den gladden +zijwand van den kelder. + +De deur bovenaan kwam dadelijk op de trap uit zonder portaal. + +De hefboom, zooeven door een der bandieten overgehaald, bevond zich +niet ver van den voet van de trap, en de schakelaar van het electrische +licht was naast de stevige deur, geheel van ijzer vervaardigd, en in de +grijze kleur van de steenen geschilderd, waardoor Raffles en Charly +haar, toen zij op de trap stonden, niet aanstonds hadden kunnen zien. + +De kelder was ongeveer vijf meter breed en bijna zeven meter lang, en +zooals gezegd, de beide stoelen stonden in het midden, ruim een meter +van elkander. + +De bewakers liepen voortdurend heen en weder oogenschijnlijk om te +voorkomen dat zij in slaap zouden vallen. + +Weer verliep een half uur en Raffles had reeds een paar keeren gegaapt. + +„Neem mij niet kwalijk, mijne heeren,” zeide hij, „maar het is toch +zeker niet verboden om te rooken in dit vertrek? Er is niets zoo goed +als een voortreffelijk sigaret om zich den tijd een weinig te korten en +wakker te blijven.” + +De twee bewakers schenen elkander met een blik te raadplegen en toen +antwoordde een hunner brommend: + +„Als gij kans ziet om te rooken, gij kunt uw gang gaan, maar ik heb +geen sigaretten!” + +„Het is ook de vraag of ik uw sigaretten wel zou lusten!” riep Raffles +spottend uit. „Wees zoo goed en haal mijn koker eens te voorschijn, hij +zit in mijn binnenzak, en het is vreemd, maar ik kan er zelf niet bij!” + +De bewaker, dien Raffles in gedachten „De onverschillige” had genoemd +trad op hem toe, knoopte zijn jas open, stak de hand in den binnenzak, +en haalde er een fraaien, gouden sigarettenkoker uit. + +Hij liet een zacht fluitend geluid van bewondering hooren, wierp het +kostbare voorwerp een paar malen omhoog, en zeide grinnikend: + +„Ik geloof dat ik dat mooie dingetje maar confisceer! Het is zeker een +erfenis, niet waar?” + +„Gij kunt doen wat gij verkiest, als gij mij maar eerst een sigaret +geeft!” antwoordde Raffles schouderophalend. + +De bandiet opende het étui en wilde er een sigaret uitnemen, maar +Raffles zeide haastig: + +„Blijf er liever af met je vingers, vriend! Ik wil volstrekt niets +afdingen op je zindelijkheid, maar de aroma van deze fijne sigaretten +heeft er onder te lijden als zij te veel worden aangevat! Houdt mij het +étui maar voor, ik zal er met de lippen wel een uitnemen!” + +De bandiet, een weinig verbluft, gehoorzaamde, en hield Raffles het +étui zoo dicht mogelijk bij den mond, dat deze er met de lippen een +sigaret uit kon nemen. + +„Nu een beetje vuur, als ik je verzoeken mag!” zeide hij. + +De bandiet haalde een lucifersdoosje uit zijn zak, streek een lucifer +af, en hield die aan de sigaret. + +Vol welbehagen deed Raffles een paar trekjes, en de bandiet, opgetogen +over de heerlijke lucht, riep uit: + +„Bij mijn ziel, dat is eerst een sigaret! Kom, wij zullen er ook eens +den brand in steken!” + +Hij nam een sigaret uit den koker en had haar het volgende ooogenblik +aangestoken. + +Hij kwam nu met het étui naar zijn makker toe en hield het hem voor, +maar deze, die het geheele tooneeltje een weinig argwanend had +gadegeslagen riep uit: + +„Ik rook de sigaretten van dien man niet!” + +„Kom, kom, hij heeft er toch zelf ook een aangestoken!” riep „de +onverschillige”. + +„Wel mogelijk, maar ik vertrouw hem niet! En als ik jou een raad mag +geven, Jim, dan gooi je dat ding dadelijk weer weg! Vooruit, doe wat ik +zeg! Ik heb het niet voorzien op sigaretten van iemand die John Raffles +heet, of kan zijn!” + +De aangesprokene die naar den naam Jim luisterde scheen de autoriteit +van den ander te erkennen, want hij bromde binnensmonds een vloek, deed +nog snel een paar lange halen aan de sigaret, verdraaide zijn oogen van +genot, en wierp toen het rolletje tabak in den hoek, maar niet zonder +dat hij een verliefden blik op de smeulende sigaret liet rusten. + +Daarop stak hij den gouden koker in zijn zak, en zeide tevreden: + +„Die zijn dan in ieder geval goed voor een volgende gelegenheid!” + +„Als ze je maar niet opbreken,” mompelde de tweede bandiet. „Ik zeg je +nog eens, sigaretten van John Raffles, daar pas ik voor!” + + + + + + + + +HOOFDSTUK VII. + +WIE HET ONDERST UIT DE KAN WIL HEBBEN..... + + +Jim begon te lachen, een luide, rollende lach, maar die eensklaps werd +afgebroken, afgesneden als met een mes als het ware. + +Hij bleef eensklaps als uit steen gehouwen en met starende oogen in +zijn lach steken, bracht toen met een vaag gebaar een trillende hand +aan het hoofd, rochelde eenige keeren alsof hij iets in de keel had dat +hij niet kon wegslikken, deed een paar wankelende stappen.... en zakte +toen in elkaar. + +Een rilling doorliep zijn lichaam en toen lag hij onbewegelijk. + +Zijn makker slaakte een waar gebrul en schreeuwde: + +„Ik heb het je wel gezegd! Die verdoemde sigaretten!” + +Hij vergat zelfs een oogenblik zijn gevangenen, knielde naast Jim +neder, schudde hem heen en weder, wierp een blik op het gelaat, waarin +de trekken eensklaps verstijfd schenen en op de glazige oogen, en +sprong toen met een woesten vloek weder overeind. + +Een bijna bijgeloovige vrees had zich van hem meester gemaakt en hij +staarde Raffles, die hem glimlachend aankeek, met uitpuilende oogen +aan. + +Toen barstte hij uit: + +„Ik weet niet wat mij weerhoudt om er maar dadelijk een eind aan te +maken! Nu is het wel zeker dat je John Raffles bent! Het had maar een +haar gescheeld of ik had ook van je duivelsche sigaretten gerookt.” + +„Wel, dat was de bedoeling!” zeide Raffles langs zijn neus. + +De bandiet hief de vuist op, als om Raffles te treffen, en slechts met +moeite wist hij zich zelf te beheerschen. + +Hij dacht een oogenblik na, bromde toen voor zich heen: + +„Ik moet telefoneeren, zij moeten mij een ander zenden! Ik durf niet +alleen blijven met dien duivelskunstenaar!” + +Hij vloog naar de trap, en begon haar zoo vlug hij kon te beklimmen. + +Waarschijnlijk bevond de telefoon zich in een of ander vertrek van de +drukkerij, of in de schuur. + +Raffles volgde hem met de oogen, en juist toen de bandiet de helft van +de trap bereikt had, strekte hij zijn beenen zoo ver mogelijk, tot zijn +teenen den grond raakten, en wierp zich met een enkelen sprong als die +van een kangoeroe met zijn volle gewicht vooruit, en tegen den hefboom +aan den voet van de trap...... + +Een kort gekraak liet zich hooren, het boveneinde van de trap zwaaide +terug en de bandiet, zoo plotseling van het evenwicht beroofd, stortte +van een hoogte van drie meter voorover op den steenen vloer van den +kelder. + +De hoogte was niet groot genoeg om hem te dooden, maar hij moest toch +iets gebroken hebben want hij bleef half verdoofd liggen. + +Zijn revolver was hem tijdens den val uit de hand gevlogen en lag ver +buiten zijn bereik. + +Raffles verloor geen tijd maar beukte uit alle macht den stoel tegen +den muur, zoodat het niet lang duurde of de rug en de pooten waren +gebroken. + +De dikke touwen hadden nu geen houvast meer, en vielen slap langs armen +en beenen neer. + +In een oogwenk had Raffles zich bevrijd, en snelde nu op Charly toe, +die meende te droomen, en als versuft dit tooneeltje had gadegeslagen +dat zich met ongelooflijke snelheid had afgespeeld. + +En het merkwaardige was dat de sigaret nog altijd tusschen de lippen +van den Grooten Onbekende zat geklemd en hij nog even rustig rookte, +alsof hij zich in de conversatiezaal van de Windsor-Club had bevonden. + +Stotterend van verbazing vroeg Charly, toen hij armen en beenen weer +bewegen kon: + +„Ik kan nog niet begrijpen dat het al werkelijk gebeurd is, heb je zelf +in het geheel geen last van die sigaret?” + +„Het was de eenige goede die er bij was, mijn jongen!” antwoordde +Raffles glimlachend. „Het gouden mondstukje is een weinig korter dan +dat van de andere sigaretten en daaraan herken ik het terstond. Maar +daarom wilde ik ook volstrekt de sigaret zelf nemen. Maar laten wij nu +geen tijd verbeuzelen met babbelen, er valt ander werk te doen. Wij +zullen eerst onzen vriend eens verbinden maar zoo dat hij zich niet +bevrijden kan!” + +Hij bukte zich over den man heen, die juist uit zijn verdooving +ontwaakte en zeide: + +„Ik geloof niet dat hij iets gebroken heeft!” + +„Vindt je wel dat het er veel toe doet?” vroeg Charly ironisch. + +Raffles antwoordde niet, maar greep het touw waarmede hij zelf was +gebonden geweest en een oogenblik later was de bandiet zoodanig +gekneveld dat hij in den letterlijken zin van het woord geen lid kon +verroeren. + +Hij werd naar een hoek van het vertrek gedragen en daar neergelegd. + +De man was weder volkomen bij kennis en keek Raffles aan met twee oogen +die van haat en machteloos woede gloeiden. + +„Ja vriend!” zeide Raffles op wijsgeerigen toon, „dat men den morgen +nooit moet prijzen voor den nacht, om een bekend spreekwoord naar +omstandigheden te wijzigen. Over je metgezel behoef je je niet ongerust +te maken, hij is springlevend en alleen maar bewusteloos en dat zal hij +de eerste twaalf uren wel blijven. Mijn sigaretten zijn zeer krachtig. +En nu zal ik je gedurende eenigen tijd tot mijn spijt moeten verlaten +want dringende bezigheden roepen mij elders!” + +Hij ging de revolver opzoeken, onderzocht het wapen nauwkeurig en kwam +tot de ontdekking dat het gelukkig door den val niet geleden had. + +Charly wapende zich met het automatische repeteerpistool van den +bewusteloozen bandiet, en keek Raffles vol afwachting aan. + +„Nu maken wij zeker dadelijk dat wij wegkomen?” + +„Ja, mijn jongen, wij gaan naar huis.” + +Gelukkig riep Charly uit: „Ik had, eerlijk gezegd, gedacht, dat je het +avontuur nog verder had willen voortzetten.” + +„Wel, ik ben ook niet anders van plan,” hernam Raffles droogjes. „Want +ik wil wel naar huis, maar langs een anderen weg dan dien wij gekomen +zijn.” + +„Hoe dan wel?” + +„Door de tunnel, welke de bandieten gegraven hebben.” + +„Maar dat staat gelijk met zelfmoord!” riep Charly verschrikt uit. „Wie +weet hoeveel van die kerels wij daar wel vinden!” + +„Het kunnen er zooveel niet zijn, want in een onderaardschen gang, zoo +als zij er een graven, kunnen onmogelijk meer dan vier man tegelijk +vertoeven, en waarschijnlijk vinden wij er niet meer dan drie. Maar al +waren het er zes, wij hebben het voordeel van de verrassing. Kom +spoedig mede!” + +Raffles trad op de ijzeren deur toe, en het duurde niet lang, of hij +had de wijze ontdekt, waarop zij geopend moest worden. + +Hij knikte nog eens naar den gebonden bandiet die onbeweeglijk en met +giftigen blik naar hem keek, en daarop traden de beide vrienden den +tweeden, kleinen kelder binnen, na zich eerst te hebben overtuigd dat +hun lantaarns nog goed werkten. + +Een eenvoudige houten deur, van goede planken vervaardigd, bleek het +begin van de tunnel af te sluiten. + +De gang had een ovalen vorm, en de grootste doorsnede was omstreeks één +meter tachtig, de kleinste één meter vijftig. + +Op geregelde afstanden was de tunnel geschoord en op den eersten blik +zag Raffles dat hier een zeer kundig ingenieur aan het werk was +geweest. + +De tunnel was volkomen recht, overal even hoog en breed en op zwakke +plaatsen met metselsteenen versterkt. + +De schoren bestonden uit dikke palen van eikenhout, zoo dik als een +heipaal, en schuin gesteld, zoodat zij het gewicht van het verwulf +konden dragen. + +En nauwelijks waren de twee vrienden een twintigtal meter in de tunnel +door gedrongen of zij zagen heel in de verte een flauw schijnsel. + +Dadelijk doofden zij het licht van hun eigen lantaarns en gingen op den +tast verder. + +Aan weerszijden van de tunnel liepen de electrische draden van de +boormachine, welke zich aan de uiteinden van de onderaardsche gang +moest bevinden, en waarmede de tunnelgravers den harden bodem hadden +aangetast, om dien vervolgens met schop en houweel verder te +verwijderen. + +Waar de uitgegraven aarde gebleven was, begreep Raffles niet. Maar, +waarschijnlijk had men die in een andere schuur opgehoopt. + +Bij iederen stap werd het schijnsel helderder, en na ongeveer vijftig +meter te zijn voortgegaan konden de beide mannen de vage gedaanten zien +van eenige lieden, die druk bezig waren aan het andere einde van de +tunnel. + +Maar de boormachine zweeg, wier gonzend geluid hun het eerst op het +spoor van de tunnelgravers had gebracht. + +Wel klonken de regelmatige slagen van twee of drie houweelen op den +harden grond. + +Blijkbaar waren de bandieten bezig het gat te vergrooten in den +tusschenwand, teneinde des te gemakkelijker de stalen platen voor de +opening op zijde te kunnen schuiven. + +Raffles en Charly hadden zich plat voorover geworpen en kropen voort, +de revolvers in de vuisten geklemd. + +Charly trok het touw achter zich aan, waarmede hij gebonden was geweest +en dat men misschien aanstonds noodig zou kunnen hebben. + +Nog een twintig meter, en toen konden Raffles en Charly reeds duidelijk +onderscheiden wat er daarginds geschiedde. + +Er waren daar drie mannen, hoogstwaarschijnlijk de Lynx met de twee +bandieten, die hem vergezeld hadden. + +Twee hunner waren bezig met houweelen uit alle macht de rotsharde aarde +aan te tasten, terwijl de derde het werk leidde, en een zeer groote +electrische lantaarn in de hand hield, waarmede hij de beide arbeiders +belichtte. + +Zoo sterk was het licht, dat Raffles duidelijk kon zien, dat de opening +in den wand sedert dien morgen zeer veel grooter was geworden. + +Zij was bijna vier decimeter hoog en zeven decimeter breed, en daar +achter was zeer duidelijk het zwakke geglim van het schild van +nikkelstaal te zien. + +Links stond de boormachine, die thans buiten gebruik was gesteld, daar +zij de stalen schilden toch niet zou kunnen bewerken. + +Het zou zeker geen uur meer duren, of de geheele opening zou vrij +gemaakt, en dan zou het zeker heel wat gemakkelijker vallen, de stalen +platen omver te werpen, of ter zijde te schuiven. + +En als ook dit mislukte, zouden de bandieten wel eens kunnen pogen, de +staalschilden met behulp van een zuurstofvlam te vernielen, en zoo in +de tunnel door te dringen, die zoo zeer hun nieuwsgierigheid had gaande +gemaakt. + +Maar voor het oogenblik was daar geen vrees voor. + +Het werk vorderde langzaam en telkens vlogen er kleine stukjes van den +rotsharden grond. + +Nu en dan liet de Lynx het werk ophouden, en beschouwde de opening en +de staalplaat daar achter. + +En toen, voor Raffles en Charly er goed en wel op verdacht waren, spoot +er als het ware een verblindend witte straal tegen de staalplaat. + +De bankroovers hadden hun zuurstofapparaat reeds in werking gebracht. + +Zij droegen alle drie brillen met zwart gemaakte glazen, waardoor zij +ongestraft in het vreeselijke wit van de vlam konden kijken. + +Maar Raffles en Charly hadden ongewapende oogen en konden zelfs op dien +afstand den helschen gloed ternauwernood verdragen. + +Er viel ook niet aan te denken, behoorlijk te mikken tegen dit +verblindend licht in. + +Zij kropen zoo snel zij konden weder een twintig meters achteruit, en +van deze plek konden zij nog zeer goed zien, wat er daarginds vooraan +in de tunnel voorviel, zonder gevaar te loopen, hun oogen +onherroepelijk te bederven. + +Van de drie bandieten was nu niets meer te zien. + +Zij hadden zich waarschijnlijk plat op den buik geworpen, om zoo weinig +mogelijk last te hebben van het schelwitte licht, van een witheid, door +niets te overtreffen, en waarbij zelfs de schittering van een sterke +electrische booglamp in het niet zonk. + +Er verliepen bijna twee uren. + +Het gat was nu zeker bijna zoo diep, dat alle drie de platen waren +doorgesmolten. + +En toen geschiedde er iets, waarop de twee mannen ook al niet gerekend +hadden. + +De Lynx zond een van zijn mannen terug, zeker om eens te gaan zien, of +de gevangenen zich nog niet bedacht hadden! + +Als zij bleven waar zij waren, dan zouden zij zeker gezien worden, want +de tunnel bood hier volstrekt geen schuilplaats, en de man, die +terugkeerde was voorzien van een kleinen zaklantaarn. + +Maar hier viel niet te aarzelen, zij moesten beginnen met te +retireeren, tot zij althans buiten het gehoor van de twee +achtergebleven bandieten waren. + +Raffles en Charly kropen dus als bij onderlinge afspraak, zonder dat +het noodig was geweest, een enkel woord te wisselen, achteruit, op +handen en voeten, en nu en dan omziende om zich te overtuigen, dat zij +buiten het lichtschijnsel van de lantaarn bleven. + +Zij waren den man minstens vijftig meter vooruit, en hij kon hen +onmogelijk zien. + +En toen ontfermde het lot zich over hen, zij vonden een plek, waar de +tunnel eensklaps een weinig breeder werd, misschien had hier een +aardinstorting plaats gehad, of was deze soort nis met opzet gemaakt, +teneinde er gereedschappen of machineonderdeelen te kunnen bewaren. + +Deze kleine uitholling was echter nauwelijks groot genoeg, om een enkel +persoon te kunnen bevatten. + +Raffles boog zich naar Charly over en fluisterde hem in: + +„Ga jij nog een tiental meters verder, ik blijf hier, en zal den kerel +ten val brengen, dan keer je dadelijk weer terug, en helpt hem +onschadelijk maken!” + +Charly knikte en ging verder, terwijl Raffles zich zoo klein mogelijk +maakte, en zich tegen den achterwand van de nis drukte. + +Vijf minuten later kwam de bankroover voorbij, of liever, hij wilde +voorbij gaan, want zoover kwam het niet. + +Raffles had zich bliksemsnel gebukt en den kerel bij het onderbeen +gevat. + +De man struikelde en had zelfs niet den tijd voor een vloek. + +Want dadelijk wierp Raffles zich op hem, en toen ook Charly op het +gerucht van den val terug kwam ijlen, was zijn lot spoedig beslist. + +Hij werd nu stevig gebonden, zoodat hij zich niet verroeren kon, en ook +geen geluid kon maken. + +Dat was dus een derde van de vijandelijke legermacht verslagen. + +De rest zou kinderspel zijn! + +Juist op dat oogenblik hoorden de beide mannen een dof gekraak aan het +uiteinde van de tunnel. + +Zij snelden terug zoo vlug zij konden en de gesteldheid van de tunnel +het hun veroorloofde. + +Het verblindend witte licht was nu verdwenen. + +Alleen de twee lantaarns verspreidden hun licht. + +Blijkbaar was zooeven de arbeid met de steekvlam geëindigd. + +Er was nog meer gebeurd. + +Door de opening in de drie stalen schilden, ongeveer zuiver rond, en +bijna twee decimeter in doorsnede, hadden de twee bandieten de stukken +van de spoorstaaf met behulp van een ijzeren haak kunnen wegduwen. + +En daarna hadden zij, uit alle macht zich inspannend, de stalen +schilden één voor één omver kunnen werpen. + +De opening was nu vrij! + +Een der bandieten stak er een arm gewapend met een lantaarn door, zeker +om de tunnel, die nu open voor hen lag, te belichten. + +Dat was zijn ongeluk.... + +Want Raffles en Charly zagen op hetzelfde oogenblik iets eigenaardigs +gebeuren. + +De man met de lantaarn verdween onder het slaken van een luiden vloek, +en zoo vlug, of hij door toovenaarshanden werd weggesleurd! + +„Dat moet Henderson zijn!” kwam Raffles glimlachend, terwijl Charly +moeite had een schaterlach te onderdrukken, zoo snel en zonder omslag +was de bankroover uit het oog verdwenen. + +„Kom vlug, Charly, voor mijnheer de Lynx zijn makker ter hulp kan +snellen!” + +De twee vrienden ijlden naar de opening, en onder het loopen gaf +Raffles het waarschuwingssein, voor Henderson bestemd, die zooeven zoo +handig zijn tegenstander door de opening had getrokken, met niet meer +omslag dan men gebruikt om een sardiene uit het blikje te nemen. + +Op het hooren van het sein keerde de Lynx zich om, en slaakte een +gebrul van woede, toen hij zijn gevangenen herkende. + +Hij bracht de hand naar zijn zak, maar hij was wat te langzaam.... +reeds was Raffles bij hem en sloeg hem door een op de goede plek +aangebrachten vuistslag neer. + +In een handomdraaien was de schurk gebonden en machteloos gemaakt. + +Hij kwam juist weer bij, toen dit geschied was. + +„Ja, vriend Lynx, zoo gaat het nu eenmaal in de wereld,” zeide Raffles +glimlachend, „heden ik, morgen gij! Maar vandaag zijt gij het in ieder +geval, naar ik geloof!” + +Henderson stak op dit oogenblik zijn groot hoofd door de opening, en +zeide leukweg: + +„Alles all right, mijnheer! Bij u ook, hoop ik?” + +„Alles in de beste orde, James!” antwoordde Charly lachend. „Steek dien +kerel maar weer door het gat, waar je hem zoo handig gevangen hebt!” + +Even later kwam er een soort mummie door de opening, aangereikt door +den reus. + +De man was zoo stijf gebonden, dat hij letterlijk geen vingerlid kon +verroeren. + +„Zoo, daar hebben wij de verzameling compleet!” kwam Raffles tevreden. +„Nu nog het vrachtje naar het huis in de Baker-Street vervoerd, en +tijdelijk in den kelder neergelegd, in afwachting van de komst der +politie, maar voor dien tijd staat ons een zware arbeid te wachten, +vrienden!” + +„Wat wil je doen?” vroeg Charly nieuwsgierig. + +„Vraag je dat nog? Natuurlijk wil ik de tunnel van die lieden voor de +grootste helft vernielen, en doen instorten! Want om zich te wreken +zullen zij natuurlijk verraden wat zij gevonden en gezien hebben en dan +was alle moeite toch vruchteloos geweest! En daarom zullen wij eerst +hun tunnel voor een deel vernielen, vervolgens zullen wij een laag +beton hier op deze plek aanbrengen, een vijftal meter dik, en tenslotte +zullen wij onze eigen tunnel een andere richting geven, op deze plek! +En al dien tijd zullen de heeren onze gasten zijn, wel bewaakt, +natuurlijk! De bankroof zullen zij mijnentwege later nog eens kunnen +beproeven, maar dan niet ten koste van John Raffles!” + + + + + + + + + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78683 *** diff --git a/78683-h/78683-h.htm b/78683-h/78683-h.htm new file mode 100644 index 0000000..2789ccb --- /dev/null +++ b/78683-h/78683-h.htm @@ -0,0 +1,3404 @@ +<!DOCTYPE HTML> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2026-05-10T12:26:03Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> +<html lang="nl"> +<head> +<title>Lord Lister No. 345: De bankroovers | Project Gutenberg</title> +<meta charset="utf-8"> +<meta name="author" content="Felix Hageman (1877–1966)"> +<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1920)"> +<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> +<link rel="coverpage" href="images/lordlister0345-front.jpg"> +<link rel="icon" href="images/lordlister0345-front.jpg" type="image/x-cover"> +<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 345: De bankroovers"> +<meta name="DC.Creator" content="Felix Hageman (1877–1966)"> +<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1920)"> +<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> +<meta name="DC.Contributor" content="Jan Wiegman (1884–1963)"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<meta name="DC.Format" content="text/html"> +<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> +<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals"> +<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals"> +<style> /* <![CDATA[ */ +html { +line-height: 1.3; +} +body { +margin: 0; +} +main { +display: block; +} +h1 { +font-size: 2em; +margin: 0.67em 0; +} +hr { +height: 0; +overflow: visible; +} +pre { +font-family: monospace; +font-size: 1em; +} +a { +background-color: transparent; +} +abbr[title] { +border-bottom: none; +text-decoration: underline; +} +b, strong { +font-weight: bolder; +} +code, kbd, samp { +font-family: monospace; +font-size: 1em; +} +small { +font-size: 80%; +} +sub, sup { +font-size: 67%; +line-height: 0; +position: relative; +vertical-align: baseline; +} +sub { +bottom: -0.25em; +} +sup { +top: -0.5em; +} +img { +border-style: none; +} +body { +font-family: serif; +font-size: 100%; +text-align: left; +margin-top: 2.4em; +} +div.front, div.body { +margin-bottom: 7.2em; +} +div.back { +margin-bottom: 2.4em; +} +.div0 { +margin-top: 7.2em; +margin-bottom: 7.2em; +} +.div1 { +margin-top: 5.6em; +margin-bottom: 5.6em; +} +.div2 { +margin-top: 4.8em; +margin-bottom: 4.8em; +} +.div3 { +margin-top: 3.6em; +margin-bottom: 3.6em; +} +.div4 { +margin-top: 2.4em; +margin-bottom: 2.4em; +} +.div5, .div6, .div7 { +margin-top: 1.44em; +margin-bottom: 1.44em; +} +.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, +.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { +margin-bottom: 0; +} +blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, +.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { +margin-top: 0; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .h3 { +font-size: 1.2em; +} +h3.label { +font-size: 1em; +margin-bottom: 0; +} +h4, .h4 { +font-size: 1em; +} +.alignleft { +text-align: left; +} +.alignright { +text-align: right; +} +.alignblock { +text-align: justify; +} +p.tb, hr.tb, .par.tb, li.tb { +margin: 1.6em auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { +font-size: 0.9em; +text-indent: 0; +} +p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { +margin: 1.58em 10%; +} +.opener, .address { +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +.addrline { +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.dateline { +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +text-align: right; +} +.salute { +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.signed { +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph { +font-size: 0.9em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl { +display: block; +text-align: right; +} +.trailer { +clear: both; +margin-top: 3.6em; +} +span.abbr, abbr { +white-space: nowrap; +} +span.parNum { +font-weight: bold; +} +span.corr, span.gap { +border-bottom: 1px dotted red; +} +span.num, span.trans { +border-bottom: 1px dotted gray; +} +span.measure { +border-bottom: 1px dotted green; +} +.ex { +letter-spacing: 0.2em; +} +.sc { +font-variant: small-caps; +} +.asc { +font-variant: small-caps; +text-transform: lowercase; +} +.uc { +text-transform: uppercase; +} +.tt { +font-family: monospace; +} +.underline { +text-decoration: underline; +} +.overline, .overtilde { +text-decoration: overline; +} +.rm { +font-style: normal; +} +.red { +color: red; +} +hr { +clear: both; +border: none; +border-bottom: 1px solid black; +width: 45%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +margin-top: 1em; +text-align: center; +} +hr.dotted { +border-bottom: 2px dotted black; +} +hr.dashed { +border-bottom: 2px dashed black; +} +.aligncenter { +text-align: center; +} +h1, h2, .h1, .h2 { +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5; +} +h1.label, h2.label { +font-size: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} +h5, h6 { +font-size: 1em; +font-style: italic; +} +p, .par { +text-indent: 0; +} +p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { +text-transform: uppercase; +} +.hangq { +text-indent: -0.32em; +} +.hangqq { +text-indent: -0.42em; +} +.hangqqq { +text-indent: -0.84em; +} +p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { +float: left; +clear: left; +margin: 0 0.05em 0 0; +padding: 0; +line-height: 0.8; +font-size: 420%; +vertical-align: super; +} +blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { +font-size: 0.9em; +margin: 1.58em 5%; +} +.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { +text-decoration: none; +} +.advertisement, .advertisements { +background-color: #FFFEE0; +border: black 1px dotted; +color: #000; +margin: 2em 5%; +padding: 1em; +} +span.accent { +display: inline-block; +text-align: center; +} +span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base { +line-height: 0.40em; +} +span.accent span.top { +font-weight: bold; +font-size: 5pt; +} +span.accent span.base { +display: block; +} +.footnotes .body, .footnotes .div1 { +padding: 0; +} +.fnarrow { +color: #660000; +font-weight: bold; +text-decoration: none; +} +.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { +color: #660000; +} +.fnreturn { +color: #660000; +font-size: 80%; +font-weight: bold; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +a { +text-decoration: none; +} +a:hover { +text-decoration: underline; +background-color: #e9f5ff; +} +a.noteRef, a.pseudoNoteRef { +font-size: 67%; +vertical-align: super; +text-decoration: none; +margin-left: 0.1em; +} +.externalUrl { +font-size: small; +font-family: monospace; +color: gray; +} +.displayfootnote { +display: none; +} +div.footnotes { +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep { +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote, .par.footnote { +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { +float: left; +margin-left: -0.1em; +min-width: 1.0em; +padding-right: 0.4em; +height: 1ex; +} +.apparatusnote { +text-decoration: none; +} +.apparatusnote:target, .fndiv:target { +background-color: #eaf3ff; +} +table.tocList { +width: 100%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +border-width: 0; +border-collapse: collapse; +} +td.tocText { +padding-top: 2em; +padding-bottom: 1em; +} +td.tocPageNum, td.tocDivNum { +text-align: right; +min-width: 10%; +border-width: 0; +white-space: nowrap; +} +td.tocDivNum { +padding-left: 0; +padding-right: 0.5em; +vertical-align: top; +} +td.tocPageNum { +padding-left: 0.5em; +padding-right: 0; +vertical-align: bottom; +} +td.tocDivTitle { +width: auto; +} +p.tocPart, .par.tocPart { +margin: 1.58em 0; +font-variant: small-caps; +} +p.tocChapter, .par.tocChapter { +margin: 1.58em 0; +} +p.tocSection, .par.tocSection { +margin: 0.7em 5%; +} +table.tocList td { +vertical-align: top; +} +table.tocList td.tocPageNum { +vertical-align: bottom; +} +table.inner { +display: inline-table; +border-collapse: collapse; +width: 100%; +} +td.itemNum { +text-align: right; +min-width: 5%; +padding-right: 0.8em; +} +td.innerContainer { +padding: 0; +margin: 0; +} +.index { +font-size: 80%; +} +.index p { +text-indent: -1em; +margin-left: 1em; +} +.indexToc { +text-align: center; +} +.transcriberNote { +background-color: #DDE; +border: black 1px dotted; +color: #000; +font-family: sans-serif; +font-size: 80%; +margin: 2em 5%; +padding: 1em; +} +.missingTarget { +text-decoration: line-through; +color: red; +} +.correctionTable { +width: 75%; +} +.width20 { +width: 20%; +} +.width40 { +width: 40%; +} +p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { +color: #666666; +font-size: 80%; +} +span.musictime { +vertical-align: middle; +display: inline-block; +text-align: center; +} +span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { +padding: 1px 0.5px; +font-size: xx-small; +font-weight: bold; +line-height: 0.7em; +} +span.musictime span.bottom { +display: block; +} +audio { +height: 20px; +margin-left: 0.5em; +margin-right: 0.5em; +} +ul { +list-style-type: none; +} +.splitListTable { +margin-left: 0; +} +.splitListTable td { +vertical-align: top; +} +.numberedItem { +text-indent: -3em; +margin-left: 3em; +} +.numberedItem .itemNumber { +float: left; +position: relative; +left: -3.5em; +width: 3em; +display: inline-block; +text-align: right; +} +.itemGroupTable { +border-collapse: collapse; +margin-left: 0; +} +.itemGroupTable td { +padding: 0; +margin: 0; +vertical-align: middle; +} +.itemGroupBrace { +padding: 0 0.5em !important; +} +div.figure, div.figureGroup { +text-align: center; +} +table.figureGroupTable { +width: 80%; +border-collapse: collapse; +} +.figure, .figureGroup { +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft { +float: left; +margin: 10px 10px 10px 0; +} +.floatRight { +float: right; +margin: 10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead, .par.figureHead { +font-size: 100%; +text-align: center; +} +.figAnnotation { +font-size: 80%; +position: relative; +margin: 0 auto; +} +.figTopLeft, .figBottomLeft { +float: left; +} +.figTopRight, .figBottomRight { +float: right; +} +.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par { +font-size: 80%; +margin-top: 0; +text-align: center; +} +img { +border-width: 0; +} +td.galleryFigure { +text-align: center; +vertical-align: middle; +} +td.galleryCaption { +text-align: center; +vertical-align: top; +} +body { +padding: 1.58em 16%; +} +.pageNum { +font-variant: normal; +text-transform: none; +display: inline; +font-size: 12.8px; +font-style: normal; +margin: 0; +padding: 0; +position: absolute; +right: 1%; +text-align: right; +letter-spacing: normal; +} +.marginnote { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +height: 0; +left: 1%; +position: absolute; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: left; +} +.right-marginnote { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +height: 0; +right: 3%; +position: absolute; +text-indent: 0; +text-align: right; +width: 11% +} +.cut-in-left-note { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +left: 1%; +float: left; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: left; +padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; +} +.cut-in-right-note { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +left: 1%; +float: right; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: right; +padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; +} +span.tocPageNum, span.flushright { +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +text-indent: 0; +} +.pglink::after { +content: "\0000A0\01F4D8"; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.catlink::after { +content: "\0000A0\01F4C7"; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { +content: "\0000A0\002197\00FE0F"; +color: blue; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.pglink:hover { +background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover { +background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { +background-color: #FFDCDC; +} +body { +background: #FFFFFF; +font-family: serif; +} +body, a.hidden { +color: black; +} +h1, h2, .h1, .h2 { +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-weight: normal; +} +p.byline { +text-align: center; +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { +text-align: left; +} +.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { +color: #660000; +} +.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { +color: #666666; +} +a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { +color: red; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6 { +font-weight: normal; +} +table { +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +td.tocText { +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.5; +} +caption, .tableCaption { +text-align: center; +} +.Arab { font-family: Scheherazade, serif; } +.Aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } +.Grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } +.Hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } +.Syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } +/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ +.imprint { +color: gray; text-align: center; +} +div.advertisement img { +} +.center { +text-align: center; +} +.large { +font-size: large; +} +.xl { +font-size: x-large; +} +.xxl { +font-size: xx-large; +} +.xxxl { +font-size: 300%; +} +/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ +.cover-imagewidth { +width:553px; +} +.xd33e119 { +font-size:x-large; +} +.xd33e121 { +font-size:small; +} +.xd33e129 { +font-size:xx-large; +} +/* ]]> */ </style> +</head> + +<body> +<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78683 ***</div> + +<div class="front"> +<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0345-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="553" height="720"></div><p> +<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first xd33e119">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜ +</p> +<p class="xd33e121">UITGAVE VAN DEN ROMAN-<span id="xd33e123">,</span> BOEK- EN KUNSTHANDEL—SINGEL 326,—AMSTERDAM. +</p> +<p class="xd33e121">Alleenvertegenwoordigers voor België: Bestelhuis voor den Boek- en Dagblad handel. +</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="body"> +<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<div class="figure"><img src="images/p0345-01.png" alt="DE BANKROOVERS." width="720" height="191"></div> +<h2 class="super xd33e129">DE BANKROOVERS.</h2> +<h2 class="label">HOOFDSTUK I.</h2> +<h2 class="main">Het gerucht onder den grond.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het was ongeveer twee uur in den middag toen twee heeren den grooten tuin overstaken, +die zich bevindt achter een der grootste huizen van de <span class="corr" id="xd33e136" title="Bron: Regentstreet">Regent-Street</span>, niet ver van Pall Mall. +</p> +<p>Het huis behoorde toe aan Lord William Aberdeen, den bekenden Londenschen philantroop. +</p> +<p>De grootste van de beide heeren, die daar door den tuin liepen en hun schreden richtten +naar een groot tuinhuis, was Lord Aberdeen zelf, maar de jonge man die bij hem was, +Charly Brand geheeten, kende hem als John Raffles, den Grooten Onbekende. +</p> +<p>Zij hadden nu het tuinhuis bereikt, en gingen binnen. +</p> +<p>Indien wellicht een buurman, ondanks het dichte geboomte de beide heeren daar had +zien binnentreden, dan zou hij zich toch niet verbaasd hebben, want hij kon weten, +dat Zijne Lordschap een zeer ontwikkeld man was, die zich met zijn secretaris druk +bezig hield met het nemen van proeven op het gebied der chemie. +</p> +<p>Maar wat hij niet wist of kon weten, dat was, dat men het voornaamste gedeelte van +het tuinhuis niet boven, maar onder den grond moest zoeken. +</p> +<p>Maar daar bevond zich de geheime werkplaats, daar was ook het laboratorium, waar de +Groote Onbekende eenige zijner meest verrassende uitvindingen had gedaan, daar was +het plan voor de electrische vliegmachine ontstaan, welke zich met een snelheid van +500 kilometer per uur door de lucht kon bewegen. Daar was ook het aanschijn gegeven +aan de plannen van de wonderbare duikboot, kleiner dan de kleinste oorlogsduikboot, +maar zeker drie maal zoo snel. +</p> +<p>Het tuinhuis bevatte twee vertrekken, het eigenlijke chemische laboratorium waar de +beide onafscheidelijke vrienden ook zeer vaak werkten, en <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>een soort rookkamer, die tevens een kleine wetenschappelijke boekerij bevatte. +</p> +<p>En in deze rookkamer, ter hoogte van den monumentalen schoorsteen, bevond zich de +ingang naar de onderaardsche werkplaats. +</p> +<p>Door het verdraaien van een der kleine krullen in de gebeeldhouwde lijst van den spiegel, +schoof een stuk van den schoorsteen terzijde en men bevond zich dan in een zeer smallen +gang, nauwelijks vier decimeter breed, en waarin een zeer zwaarlijvig man zich zelfs +niet had kunnen bewegen. +</p> +<p>De beide heeren waren zoo juist het vertrek binnengetreden, en nu begon Raffles: +</p> +<p>„Nu zal ik je eens zeggen, waarom ik je eigenlijk hier heb gebracht.” +</p> +<p>„Ik ben er nieuwsgierig naar.” +</p> +<p>„Je weet dat eergisteren in een winkel in de <span class="corr" id="xd33e157" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> een allerhevigste ontploffing heeft plaats gehad.” +</p> +<p>Charly Brand keek Raffles verbluft aan en zeide: +</p> +<p>„Ja, ik meen zoo iets gelezen te hebben. Tot op een half uur gaans waren de ruiten +van de huizen gesprongen, en er zijn drie personen zwaar gewond. Ik kan mij alleen +met den besten wil van de wereld niet voorstellen, op welke wijze dit in verband kan +staan met je verzoek om hier heen te gaan!” +</p> +<p>„Maar wij blijven hier niet, wij gaan verder naar beneden!” +</p> +<p>„Maar om wat te doen dan toch?” +</p> +<p>„Heb je het nog niet begrepen? Luister dan. De onderaardsche tunnel van dit huis naar +mijn huis in de Victoria-Street loopt op slechts weinige schreden afstands van de +<span class="corr" id="xd33e166" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> en de gasontploffing heeft plaats gehad in een grooten kelder. Het is dus niet onmogelijk, +dat die ontploffing schade aan onze tunnel heeft toegebracht, en ofschoon wij haar +in geruimen tijd niet gebruikt hebben, moeten wij haar toch steeds in goeden staat +houden, men kan nooit weten, hoe zij ons nog eens kan dienen! Je weet, dat ik eenige +jaren geleden het bestaan van dien onderaardschen gang bij toeval ontdekte, en mij +toen gehaast heb, haar te verbeteren, en over een tiental meters door te trekken, +totdat zij uitliep op onze onderaardsche werkplaats.” +</p> +<p>„Nu begrijp ik het!” riep Charly uit. „Je wilt dus een kleine inspectie-reis ondernemen.” +</p> +<p>„Zoo is het! Ik wil mij overtuigen, of de tunnel ergens is ingestort, om nu maar dadelijk +het grootste ongeluk te noemen, en dat de spoorstaaf niet verbogen is, waarover ons +twee wielig, electrisch wagentje rijdt. Het is verder niet buitengesloten, dat de +electrische geleidingsdraad door den schok is gebroken, dat alles wil ik onderzoeken.” +</p> +<p>„Nu ik ben tot je dienst.” +</p> +<p>Raffles trad nu op den spiegel toe, draaide aan de krul en geruischloos schoof een +stuk van den schoorsteen zoover terzijde, dat er een opening ontstond bijna anderhalven +meter hoog en omstreeks een halven meter breed. +</p> +<p>De beide mannen gingen er achtereenvolgens door, en door aan een kleinen hefboom te +trekken, liet Raffles den schoorsteen weder op zijn plaats terug gaan. +</p> +<p>De twee vrienden liepen een tiental passen door den smallen gang die niet anders was +dan de ruimte tusschen den buitenmuur van het tuinhuis en den loozen muur van het +vertrek en bereikten zoo een smalle ijzeren trap, die naar het binnenste van de aarde +scheen af te dalen. +</p> +<p>Het werd spoedig zeer donker, en de beide vrienden ontstaken hun electrische zaklantaarn. +</p> +<p>De trap had dertig treden en eindigde in een soort kelderruimte. +</p> +<p>Met een eigenaardig gevormden sleutel opende Raffles een stalen deur en nu stonden +de mannen in het laboratorium. +</p> +<p>Raffles draaide een schakelaar van het licht om, en nu baadde het vertrek in een zee +van licht, uitgestraald door een viertal groote booglampen. +</p> +<p>Hier bevond zich een volmaakte inrichting voor het doen van proeven op allerlei gebied, +die menig professor of leeraar aan de Universiteit Raffles zou hebben benijd. +</p> +<p>Een tweede deur gaf toegang tot een ander vertrek, bijna even groot, waar een paar +werkbanken stonden, een kleine smidse, een electrische smeltoven, een machine voor +houtbewerking, waar Raffles zelf zijn modellen vervaardigde, en een groot rek met +de beste en fijnste gereedschappen. +</p> +<p>En hier ook begon de ingang van de tunnel, welke Raffles bij toeval ontdekt had, en +die waarschijnlijk dateerde uit de middeleeuwen, toen Londen letterlijk onder den +grond een doolhof van gangen en geheime plaatsen had voor bijeenkomsten van verschillende +secten, die toen achtereenvolgens aan vervolging bloot stonden. +</p> +<p>Op den vloer glinsterde iets, dat was de stalen <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>spoorstaaf, waarover een klein wagentje kon glijden, dat plaats bood voor drie personen, +die op een soort zadel konden gaan zitten. +</p> +<p>Maar het wagentje was op het oogenblik aan het ander uiteinde van de tunnel, die bijna +vijf kilometer lang was. +</p> +<p>Raffles haalde een stang over, die dicht naast den ingang aan de tunnel aan den muur +bevestigd was en de beide mannen wachtten. +</p> +<p>Maar zij wachtten vruchteloos, er verscheen niets. +</p> +<p>„Ik heb het wel gevreesd, er is iets niet in orde,” mompelde Raffles. „Als de automatisch-electrische +inrichting nog werkte, dan had het wagentje reeds lang hier moeten zijn. Er is niets +aan te doen, Charly, wij zullen er te voet op uit moeten.” +</p> +<p>De beide mannen hadden reeds hun grijze werkjassen over hun kleederen aangetrokken +en hingen nu hun krachtige electrische lantaarns aan een haak voor hun borst. +</p> +<p>Want het was gebleken, dat ook de electrische lichtleiding verbroken was. +</p> +<p>Het schijnsel van de beide lantaarns verlichtte nu het begin van de tunnel. +</p> +<p>Zij had bijna overal een zuiver ronde doorsnede, maar de vloer was vlak gemaakt, om +er des te steviger de enkele spoorstaaf op te kunnen bevestigen, waarover het electrische +gedreven wagentje liep, dat met een snelheid van ruim honderd kilometer per uur door +deze onderaardsche gang snelde. +</p> +<p><span class="corr" id="xd33e198" title="Bron: Naastd eze">Naast deze</span> spoorstaaf bevond zich een smal plankier, die juist ruimte genoeg bood aan twee personen, +om naast elkander voort te loopen. +</p> +<p>De tunnel was bijna twee meter hoog en Raffles kon er met gemak rechtop in loopen, +zonder gevaar voor een ongewenschte aanraking met de electrische draden, die langs +den bovenkant van de tunnel liepen. +</p> +<p>Na ongeveer een half uur te hebben voortgeloopen, stond Raffles, die zijn blikken +onafgewend op de electrische draden gevestigd had gehouden, eensklaps stil. +</p> +<p>Hij had een plek bereikt, waar de geleidingsdraad door den hevigen schok der ontploffing +was afgebroken. +</p> +<p>Het uiteinde van den draad lag op den vloer van de tunnel. +</p> +<p>De twee mannen hingen nu hun lantaarns aan een der steunijzers voor den geleidingsdraad +en ontpakten hun gereedschapstasch, teneinde den draad aanstonds te herstellen. +</p> +<p>Binnen een half uur waren zij hiermede gereed. +</p> +<p>Maar het bleek, dat hier niet de eenige plaats was, waar de draad was vernield. +</p> +<p>Want toen Raffles een van de schakelaars omdraaide, waarvan er ook in de tunnel een +aantal te vinden waren, bleef het nog altijd duister, met uitzondering van het licht +der beide zaklantaarns. +</p> +<p>Niet ver van de <span class="corr" id="xd33e211" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> vonden zij de tweede breuk. +</p> +<p>Ook deze herstelden zij, en toen Raffles opnieuw een schakelaar omzette, straalden +een groot aantal gloeilampjes hun licht uit, die op geregelde afstanden langs de bovenzijde +van de tunnel waren aangebracht. +</p> +<p>Hier en daar was de kalk uit de voegen tusschen de eeuwen oude steenen gevallen, en +het smalle plankier was op enkele plaatsen ontzet. +</p> +<p>Maar de stalen spoorstaaf was gelukkig in het minst niet verbogen, alle bouten en +moeren, waarmede zij op het plankier bevestigd was, bevonden zich nog in den besten +staat. +</p> +<p>Maar ook de draad was gebroken, die aan beide zijde van de tunnel uitliep op een klein +toestel, hetwelk weder in verbinding stond met den electromotor van het wagentje. +</p> +<p>Wanneer men aan het eene uiteinde van de onderaardsche gang op een knop drukte, of +een kleinen hefboom overhaalde, dan werd de electrische stroom gesloten, een kernspoel +werd magnetisch en trok een weekijzeren anker tot zich, waardoor een nok losschoot, +welke den hefboom in bedwang hield, die den motor en tevens de giroscoop van het electrische +wagentje in gang zette, hetwelk zich dan met groote snelheid in beweging zette. +</p> +<p>Ook deze verbindingsdraad was spoedig gelascht, en nu zetten de beide mannen hun weg +voort naar het andere einde van de tunnel. +</p> +<p>Na nog bijna een uur loopens kwamen zij aan een plek, waar de tunnel eensklaps veel +breeder werd. +</p> +<p>Het licht van de gloeilampjes weerkaatste op het staal en het koper van een eigenaardig +gevormd wagentje, niet veel grooter dan een groote kruiwagen, voorzien van drie achter +elkander geplaatste zadels, en van een ondiepen bak, waarin men van alles kon mede +nemen. +</p> +<p>In het midden, beschermd door een metalen kap, <span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span>bevond zich het zware vliegwiel van de giroscoop, dat tijdens den rit uiterst snel +ronddraaide, als een tol werkte, en dus het wagentje op zijn twee achter elkander +loopende wielen even goed in evenwicht hield, alsof het er vier had bezeten. +</p> +<p>Onder ieder zadel waren een paar pedalen zichtbaar, zooals bij een gewoon rijwiel, +die ten doel hadden, het wagentje met menschelijke spierkracht toch nog te kunnen +voortbewegen, ingeval door een of ander ongeluk de motor mocht weigeren. +</p> +<p>Raffles en Charly traden op het wagentje toe, en onderzochten het nauwkeurig. +</p> +<p>Alles was in de beste orde, en het zou desnoods dadelijk gebruikt kunnen worden. +</p> +<p>„Wij zullen nu weder terug loopen, om ons te overtuigen, dat alles in orde is en wij +niets hebben overgeslagen, en dan aan den anderen kant eens beproeven, of de startinrichting +nu werkt!” zeide Raffles. +</p> +<p>En zoo ondernamen de beide vrienden weder den terugweg door de tunnel, die bijna vijf +kilometer lang was<span id="xd33e234">.</span> +</p> +<p>Zij hadden reeds weder de plek bereikt, waar de herstelling had plaats gehad, toen +Raffles eensklaps stilstond, en met een gebaar Charly dwong, hetzelfde te doen. +</p> +<p>„Wat is er?” vroeg de jonge man verwonderd. +</p> +<p>„Luister eens, hoor je niets?” +</p> +<p>Charly luisterde ingespannen, en keek toen Raffles vragend aan. +</p> +<p>„Wat zou dat zijn?” kwam hij toen. „Wat is dat voor een zonderling gerucht?” +</p> +<p>„Ik wilde je juist <span class="corr" id="xd33e244" title="Bron: hetzelde">hetzelfde</span> vragen!” gaf Raffles ten antwoord. „Ik heb de tunnel reeds lang in gebruik, maar +het is voor het eerst, dat ik er ooit eenig gerucht in vernam, dat weet ik zeker.” +</p> +<p>De twee mannen stonden onbewegelijk en luisterden. +</p> +<p>Een dof, zoemend, snorrend geluid drong tot hen door, sterk gedempt door de dikke +muren van de tunnel, maar toch duidelijk verneembaar. +</p> +<p>Het klonk als het gonzen van een sterken motor, of van een stoommachine. +</p> +<p>Ook leek het, of de grond zeer snel trilde alsof er dichtbij een exprestrein voorbij +reed. +</p> +<p>Wel een kwartier bleven Raffles en Charly in de zelfde houding staan, zonder een woord +te wisselen. +</p> +<p>Toen richtte Raffles zich weder op, en zeide: +</p> +<p>„Ik kan mij den aard van het geluid niet goed begrijpen. Nu eens zou ik zeggen dat +het <span class="corr" id="xd33e256" title="Bron: eenigzins">eenigszins</span> gelijkt op het geluid van een steenboor, die met geweld door harde aarde wordt gedreven, +dan weder doet het mij denken aan een automobielmotor, die op den bok loopt, teneinde +op proef te draaien.” +</p> +<p>„Waar zijn wij hier ergens?” +</p> +<p>„Ik zou zeggen ter hoogte van de <span class="corr" id="xd33e262" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span>, maar je weet, dat ik een zeer nauwkeurig plan heb van alle straten, waaronder de +tunnel heenloopt, en ik kan dus de plek zeer nauwkeurig vaststellen, waar wij het +zonderlinge gonzen nu hooren en dat ben ik ook van plan, want een man in mijn positie +moet niets ondoorzocht laten!” +<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK II.</h2> +<h2 class="main">Het geluid komt nader.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Haastig gingen de beide vrienden terug naar de onderaardsche werkplaats, en een half +uur later stonden zij weder aan het uiteinde van de tunnel. +</p> +<p>Gedreven door een gevoel van achterdocht waaraan hij nog geen naam wist te geven, +zag Raffles er van af, het starttoestel te beproeven. +</p> +<p>Hij wilde geen gerucht in de tunnel veroorzaken, al was het ook niet luider dan dat +hetwelk veroorzaakt werd door het rijden van het electrische wagentje. +</p> +<p>Raffles en Charly beklommen opnieuw de geheime trap, en traden door het gat naast +den schoorsteen weder in het paviljoen. +</p> +<p>Door den tuin bereikten zij het huis en dadelijk begaven zij zich naar de bibliotheek, +waar Raffles uit een geheim vak van de groote boekenkast een portefeuille nam, welke +hij geopend voor zich op tafel legde. +</p> +<p>Hij zocht eenigen tijd tusschen de papieren, die er zich in bevonden, nam er tenslotte +een teekening uit, een soort plattegrond, met strepen, namen en cijfers bedekt, en +zeide: +</p> +<p>„Op deze schets kunnen wij van meter tot meter nagaan, waar wij ons ergens bevinden, +als wij in de tunnel zijn afgedaald. De plek waar wij het vreemde gerucht hoorden, +moet zich bevinden omtrent den hoek van de <span class="corr" id="xd33e278" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> en de Baker-Street. Nog heden zullen wij daar eens een kijkje gaan nemen, want om +je de waarheid te zeggen, bevalt mij dat ondergrondsche geluid niet!” +</p> +<p>„Zou de Gemeente misschien ergens bezig zijn met het leggen van buizen?” +</p> +<p>„Ik ontken het niet! Maar dan houdt de Gemeente er tegenwoordig eigenaardige methodes +op na. Tot dusverre werd eenvoudig een soort loopgraaf gedelfd nadat men het asphalt +had opgebroken en in dien kuil werd de buis neder gelaten. Voor zoo ver ik weet, gaat +het overal ter wereld zoo toe!” +</p> +<p>„Er wordt toch nergens een nieuwe lijn van de Underground aangelegd?” +</p> +<p>„Niet bij mijn weten, maar het is niet geheel onmogelijk, en daarom zullen wij het +maar eens dadelijk gaan onderzoeken!” +</p> +<p>Hij borg het papier weder in de map, schoof haar in het geheime vak, en wendde zich +weder tot Charly met de opmerking: +</p> +<p>„Mij dunkt, dat wij, als er werkelijk een nieuwe tunnel werd geboord, ten behoeve +van den ondergrondschen spoorweg, de uiterlijke kenteekenen daarvan hadden moeten +zien want wij zijn in de laatste dagen dien kant nog al eens uit gekomen. Wij zullen +het echter spoedig weten.” +</p> +<p>Raffles nam de huistelefoon ter hand en stelde zich in verbinding met Henderson, den +chauffeur, die op de hoogte was van menige onderneming van zijn meester en aan tal +van gevaarlijke avonturen een levendig aandeel had genomen. +</p> +<p>Vijf minuten later stond de groote, blauw gelakte auto van Zijne Lordschap William +Aberdeen voor de deur. +</p> +<p>Raffles en Charly verlieten het huis en de eerste wendde zich tot Henderson, een man +van reusachtigen lichaamsbouw: +</p> +<p>„Rijdt ons eens naar de Baker-Street, Henderson, maar vooral geen spoed, als ik je +verzoeken mag, het is ons er ditmaal eens niet om te doen een wedstrijd met een sneltrein +te houden!” +</p> +<p>Henderson trok een bedrukt gezicht, want langzaam rijden met een auto, die makkelijk +honderd kilometer per uur kon halen, dat leek hem het toppunt van dwaasheid. +</p> +<p>Maar Mylord had het gezegd, en dat was voldoende. +</p> +<p>Ongeveer een kwartier later reed de auto met een <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>kalm gangetje door de oude Baker-Street, na den hoek van de <span class="corr" id="xd33e298" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> te zijn omgeslagen. +</p> +<p>Maar nergens viel ook maar iets te bespeuren van den aanleg van een zoo geweldig werk +als de bouw van een tunnel voor den ondergrondschen spoorweg is. +</p> +<p>Het <span class="corr" id="xd33e305" title="Bron: asfalt">asphalt</span> was overal ongeschonden en nergens viel een kuil te ontwaren, zoo groot als een knikkerkuiltje! +</p> +<p>Voor alle zekerheid reden de beide mannen nog door een aantal andere straten in deze +wijk, maar hun onderzoek was vruchteloos. +</p> +<p>Toen zij weder terug reden, het was bijna halfzes, begon Raffles, die eenigen tijd +in gedachten tegen de kussens van de auto had geleund: +</p> +<p>„Het wordt er aldus niet duidelijker op. Het gerucht bestond toch niet alleen in onze +verbeelding?” +</p> +<p>„Aardschokken komen in Engeland wel niet veel voor, maar toch zijn zij wel eens voorgekomen,” +merkte Charly op. „Acht je het volkomen ondenkbaar, dat hier van zulk een natuurverschijnsel +sprake kan zijn?” +</p> +<p>„Het zou mogelijk zijn, als het slechts honderd maal korter had geduurd, mijn waarde! +Aardschokken van een kwartier achter een zijn nog nergens ter wereld voorgekomen, +en zeker wel het allerminst in ons land! Bovendien is de aard van zulk een schok een +geheel andere. Het is een bepaalde schok, geen trilling” +</p> +<p>„Dan moet ik het opgeven!” riep Charly uit<span id="xd33e315">.</span> „Tenzij er misschien vlak boven ons hoofd een afdeeling zeer zware artillerie is +voorbijgetrokken!” +</p> +<p>„Die uitlegging is althans heel wat aannemelijker!” kwam Raffles. „Ik kan mij voorstellen, +dat het dreunen van een groot aantal zware kanonnen zich op groote diepte doet gevoelen. +Maar toch, ik ben door deze oplossing niet tevreden, en ik wil eens zien, of ik geen +betere kan vinden! Maar voor vandaag zullen wij ons maar niet langer met deze aangelegenheid +bezig houden, het wordt tijd voor het diner, en daarna zouden wij naar de opera gaan, +als ik mij niet vergis!” +</p> +<p>En zoo spraken de beide vrienden dien avond geen woord meer over de vreemde geluiden +in de tunnel, die van het onderaardsche laboratorium naar het huis in de Victoria-Street +leidde. +</p> +<p>Maar den volgenden morgen, toen Charly de kleine eetkamer binnentrad, vond hij daar +Raffles reeds zitten, met een zorglijke uitdrukking op het gelaat. +</p> +<p>De jonge man stak hem de hand toe en vroeg: +</p> +<p>„Zoo vroeg reeds opgestaan? <span class="corr" id="xd33e325" title="Bron: En">Een</span> onaangename tijding gehad?” +</p> +<p>„Geen onaangename tijding, maar een onaangename ontdekking, beste Charly!” gaf Raffles +ten antwoord. „Ik ben zooeven in de tunnel geweest, op de plek, waar wij gisteren +het gerucht hoorden.” +</p> +<p>„Welnu?” vroeg Charly vol spanning. +</p> +<p>„Welnu, het geluid is sterker geworden sedert gisteren!” +</p> +<p>„Wat!” riep Charly verwonderd uit. „Het duurde dus nog altijd voort?” +</p> +<p>„Ja, en daarmede vervalt natuurlijk jou theorie van de voorbijrijdende afdeeling zwaar +geschut!” +</p> +<p>„Ik moet erkennen dat die nu niet langer houdbaar is!” hernam Charly. „Dus, het zonderlinge +gerucht nadert onze tunnel?” +</p> +<p>„Ja, en de aard laat zich nu ook reeds duidelijker en met meer beslistheid vaststellen, +het wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een electrisch gedreven grondboor. Men gebruikt +dergelijke toestellen wel om den harden rotsgrond, dien men op vele punten onder de +stad Londen aantreft, aan te tasten en te vergruizelen alvorens hem met het houweel +en de spade verder te verwijderen.” +</p> +<p>„Maar wat kan dit dan te beteekenen hebben?” riep Charly vol verbazing uit. +</p> +<p>„Dat is juist wat ik gaarne zou willen weten!” antwoordde Raffles lakonisch. „Het +staat nu wel vast, dat men een tunnel graaft, hier in de buurt, en dat die tunnel +gegraven wordt in een richting, die volkomen of bijna rechtstandig op die van onze +tunnel staat. De gevolgen zal je zelf wel kunnen voorstellen, zonder dat ik je daar +in het bijzonder op wijs!” +</p> +<p>„Natuurlijk! Op een goeden dag boren zij den wand van onze tunnel door en vinden zij +den weg naar je huis in de Victoria-Street zoowel als hierheen! Het zou hoogst onaangenaam +zijn!” +</p> +<p>„Het verheugt mij dat je geen krasse termen gebruikt!” hernam Raffles droogjes. „Inderdaad +zou <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>het buitengewoon onaangenaam zijn, zoo onaangenaam, dat ik het in geen geval mag toestaan!” +</p> +<p>„Maar hoe wil je het verhinderen?” kwam Charly, die nu ook begon in te zien, dat de +zaak ernstiger was dan hij oorspronkelijk vermoed had. +</p> +<p>„Ik kan het niet verhinderen, of ik moet eerst volkomen zeker zijn van de richting +van de nieuwe tunnel, wie weet met welk doel gegraven, en vooral van haar beginpunt!” +</p> +<p>„Laten wij dat dan dadelijk grondig gaan onderzoeken!” riep Charly uit. +</p> +<p>„Ik hoor uit den toon van je stem, dat je nu ook begint in te zien, dat ons werkelijk +een groot gevaar dreigt! Zeker, ik zou nu aanstonds het eindpunt van onze tunnel kunnen +vernielen, maar ten eerste zou ik aldus een vol jaar arbeids te niet doen, en bovendien +zou dat wel eens niet voldoende kunnen zijn voor lieden die bijzonder nieuwsgierig +zijn uitgevallen! Zij zouden misschien er in slagen, het puin weg te ruimen door de +vernieling in de tunnel opgehoopt, en dan zouden zij op een voor ons zeer noodlottigen +dag toch wel eens in het tuinhuis, en verder kunnen doordringen!” +</p> +<p>„En je zoudt bezwaarlijk kunnen volhouden niets van het bestaan van dien onderaardschen +gang af te weten, vooral wanneer het vast stond, dat jij zelf het begin er van verwoest +had, teneinde ontdekking te voorkomen!” +</p> +<p>„Zeer juist geredeneerd en daarom is mij er zoo veel aan gelegen, dat ik de plannen +ken van die vreemde tunnelgravers, en voor alles het punt, waar zij begonnen zijn.” +</p> +<p>„Heb je eenig denkbeeld omtrent den aard van de menschen, die daar nu in onze richting +onder den grond aan het wroeten zijn?” vroeg Charly, terwijl hij zich aan tafel zette +en zich een kop thee inschonk. +</p> +<p>„Ik wil mij niet knapper voordoen dan ik ben, ik weet er niets van en ik vermoed ook +niets, ik begrijp het alleen maar niet!” +</p> +<p>„Op onze tunnel kan het toch onmogelijk gemunt zijn!” +</p> +<p>„Dat lijkt mij het minst waarschijnlijk! Aan de tunnel zijn maar twee uitgangen. Die +van de Victoria-Street kan men niet binnengaan, zonder dat een alarm in mijn slaapkamer +uitkomend mij waarschuwt, en dat men het andere einde onder den grond van onzen tuin +zou hebben ontdekt dat is volkomen buitengesloten.” +</p> +<p>„Zou het kunnen dat een fabriek, die zich gaat uitbreiden, tusschen haar kelders een +gemeenschap wil maken?” +</p> +<p>„Dan zouden die kelders door mijn tunnel van elkander gescheiden moeten zijn, mijn +waarde, en dat acht ik niet bijzonder aannemelijk!” +</p> +<p>„Dan weet ik het ook niet!” riep Charly uit. +</p> +<p>„Ontbijt maar spoedig, want ik wil geen tijd verliezen!” hernam Raffles. „Die ganggravers +maken nog al haast, zij zijn sedert gisteren zeker wel een paar meters vooruit gekomen! +In ieder geval werken zij dus met geperfectioneerde graafwerktuigen.” +</p> +<p>Charly repte zich zooveel hij kon, en daarop trokken de beide vrienden hun overjassen +aan en verlieten het huis, maar ditmaal zonder van de diensten van Henderson gebruik +te maken. +</p> +<p>Te voet zouden zij wellicht iets meer kunnen ontdekken. +</p> +<p>Zij reden per motorbus tot den hoek van <span class="corr" id="xd33e362" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> en Baker-Street en begonnen daar hun onderzoekingstocht. +</p> +<p>Zij liepen langzaam de straat teneinde, keerden op hun schreden terug, stonden voor +de meeste huizen, winkels en fabrieken even stil en luisterden ingespannen. +</p> +<p>En toch wisten zij wel, dat dit verloren moeite was, het straatrumoer was hier zoo +groot, dat het alle geluid onder den grond moest dempen, en dat zeker als de avond +nog lang niet gevallen was. +</p> +<p>Zij doorliepen een aantal zijstraten en stegen, en daarop keerden zij onverrichter +zake, na een wandeling van bijna vier uur, weder naar het groote huis in de Regent-Street +terug. +</p> +<p>Raffles was in een sombere stemming, want hij gevoelde, dat het gevaar dreigend was. +</p> +<p>Wie die geheimzinnige tunnelgravers ook mochten zijn, als zij den wand van zijn eigen +onderaardschen gang doorboorden, dan kwam een kostbaar en tevens een gevaarlijk geheim +van John Raffles alias Lord William Aberdeen aan het licht! +</p> +<p>Tot iederen prijs moest hij dit trachten te voorkomen! +</p> +<p>De twee onafscheidelijke vrienden gebruikten de lunch in de kleine eetzaal en al dien +tijd spraken zij over weinig anders dan over het vreemde graafwerk, zoo dicht in hunne +nabijheid. +<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p> +<p>„Als ik maar zeer nauwkeurig de richting kende, waarin die nieuwe tunnel op de mijne +staat,” bromde Raffles, „dan zou ik ongeveer kunnen nagaan, waarop die gravers het +voorzien hebben, wat hun doel is en wie zij zijn! Maar ik weet alleen, dat zij nader +komen!” +</p> +<p>Zoodra zij geluncht hadden, daalden de beide vrienden weder in de tunnel af en begaven +zich naar de plek, waar zij voor de eerste maal het zonderlinge gerucht vernomen hadden. +</p> +<p>En er kon niet aan getwijfeld worden, het geraas was veel duidelijker verneembaar +dan den vorigen dag. +</p> +<p>Het was nu ook niet langer een onafgebroken dof gegrom, als van een reusachtig spinnende +kat, maar het werd telkens afgebroken door hortende stooten alsof er met geweld een +hard voorwerp in den grond werd gedreven, ongeveer als bij het inheien van palen. +</p> +<p>Wel bijna een half uur stonden de twee mannen zwijgend te luisteren. +</p> +<p>Toen zeide Charly op zachten toon alsof hij vreesde dat men hem zou kunnen hooren: +</p> +<p>„Het is mij niet goed duidelijk, hoe het komt, dat men elders dit gerucht ook niet +gehoord heeft, bijvoorbeeld in de kelders van de huizen, waaronder die vreemde tunnelgravers +hun gang aanleggen!” +</p> +<p>„Dat is heel eenvoudig, Charly! Onze eigen tunnel ligt op een diepte van bijna twintig +meters onder den grond, en geen enkele kelder in geheel Londen ligt dieper dan hoogstens +vijf meter.” +</p> +<p>„Misschien bestaat er nog wel kans, dat zij boven of onder onze tunnel doorgraven!” +</p> +<p>„Ik hoop het, maar ik verwacht het niet! En daarenboven, als zij dat werkelijk deden, +dan moest de afstand tusschen de twee tunnels ook groot zijn, anders zou onze vloer +of dak of de hunne bezwijken! Als er niet minstens twee meters aarde tusschen onze +beide gangen is, dan vrees ik het ergste!” +</p> +<p>„Het is, als of zij hier recht op af komen!” kwam Charly, die zijn oor tegen den wand +had gedrukt. +</p> +<p>„Ja, dien indruk heb ik ook gekregen. Misschien kan het nog een week duren, maar misschien +ook niet langer dan een dag! Men bedriegt zich gemakkelijk over den afstand onder +den grond.” +</p> +<p>„En dat wij niet weten, waar die tunnel begint!” barstte Charly uit. „Die lieden hebben +natuurlijk weinig goeds in den zin en wij zouden het volste recht hebben, hun de politie +op het dak te zenden, die dan maar eens moet nazien, waartoe die tunnel kan dienen!” +</p> +<p>„Ik zou zeker geen seconde aarzelen, Charly!” gaf Raffles te kennen. „Als ik wist, +in welk huis of liever onder welk gebouw de nieuwe tunnel een aanvang nam, dan waarschuwde +ik één minuut later Scotland-Yard!” +</p> +<p>„Maar zou die de tunnel niet verder doorgraven, om te zien, waar zij heen leidt?” +</p> +<p>„Dan zou zij volkomen overbodig werk doen<span id="xd33e393">.</span> Dat kan iedere ingenieur zien, als hij maar een maal de richting weet van de tunnel. +Hij trekt dan een lijn door, en die lijn zou wel blijken een groot bankgebouw te snijden! +Dat is waar ook!” zoo viel Raffles zichzelf eensklaps in de rede. „Weet je wel, dat +het gebouw van de Midland-Bank zich in de Baker-Street bevindt?” +</p> +<p>„Dat is waar! Dat was mij ontschoten!” riep Charly uit. „Dus je acht het mogelijk, +dat de tunnel daar heen voert?” +</p> +<p>„Het is in ieder geval niet buitengesloten. Als wij het zeker wisten, zou het terrein +van onze nasporingen wederom aanzienlijk beperkt worden. Want wij zouden dan kunnen +volstaan, van dit punt uit een lijn van de plek over het bankgebouw te trekken en +die te verlengen. Dan zouden wij in de buurt van die lijn moeten zoeken.” +</p> +<p>„Maar laten wij dat dan aanstonds doen!” hernam Charly. „Ik heb het gevoel, alsof +zij zoo dicht bij zijn, dat zij onze stemmen kunnen hooren!” +</p> +<p>„Nu, zoover zal het nog wel niet zijn,” kwam Raffles. „Maar in ieder geval zullen +wij nog eens zien, hoever wij komen, als wij te werk gaan volgens het plannetje, dat +ik je zooeven uiteenzette.” +</p> +<p>„Maar kunnen wij de tunnel nu wel geheel onbewaakt laten?” +</p> +<p>„Neen, dat gaat niet. Wij zullen Henderson van alles op de hoogte brengen, en hij +moet hier zoo lang op post gaan staan, tot dat wij zekerheid hebben.” +</p> +<p>Raffles en Charly aanvaardden den terugweg, maar nog lang hoorden zij het knarsende, +stootende, borende geluid. +</p> +<p>Zoodra zij het tuinhuis verlaten hadden, begaven zij zich naar de groote garage, die +tegen een zijmuur van den tuin was aangebouwd, en in welks bovenverdieping Henderson +zijn kamer had. +</p> +<p>De reus was op dit oogenblik bezig met het schoonmaken <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>van een zwaar motorrijwiel, waarbij hij een vroolijk liedje neuriede. +</p> +<p>Hij had de mouwen van zijn werkkiel opgestroopt en zijn geweldige armen, met spieren +als scheepskabels waren ontbloot. +</p> +<p>Raffles legde hem de hand op den schouder en zeide ernstig: +</p> +<p>„Luister eens, Henderson. Er valt op het oogenblik een onaangenaam werkje voor je +te doen, maar het is noodzakelijk!” +</p> +<p>En nu deelde hij den reus mede in korte woorden, wat hij en Charly Brand dien dag +en den vorigen in de tunnel ontdekt hadden. +</p> +<p>Henderson behoorde niet tot de domsten, en ook hij begreep aanstonds, welk gevaar +hier school. +</p> +<p>Hij vertrok dan ook geen spier van zijn gelaat, toen hem de opdracht werd gegeven, +in de tunnel de wacht te houden, ofschoon men deze taak waarlijk niet onder de aangename +kon rangschikken. +</p> +<p>En de reus daalde naar de tunnel af, gewapend met zijn onverstoorbaar goed humeur, +en met twee stevige knuisten, in staat om een ijzeren staaf van een duim dik door +midden te breken. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK III.</h2> +<h2 class="main">Een gevaarlijke verwikkeling.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Raffles en Charly gingen intusschen het huis weder binnen en begonnen zich in hun +slaapkamer zorgvuldig te vermommen. +</p> +<p>Al zou het den geheelen dag moeten duren, zij moesten en zouden het punt van uitgang +ontdekken, er hing voor hun te veel van af. +</p> +<p>Het verlies van de tunnel zou nog niet het meeste te beteekenen hebben, ofschoon het +nut menigmaal onmiskenbaar was gebleken, als Raffles zich wat spoediger moest verwijderen +dan waarop hij gerekend had, maar dat men zou kunnen ontdekken, waarheen de tunnel +leidde, dat was ontoelaatbaar, want dan zou het dubbele leven van Lord William Aberdeen +aan den dag komen, en aldus zou aan den Grooten Onbekende een zijner krachtigste wapens +uit de hand worden geslagen. +</p> +<p>Toen zij met hun vermomming gereed waren, zagen de beide mannen er uit als provincialen +die op hun gemak door de straten konden slenteren, zonder daardoor achterdocht te +wekken. +</p> +<p>Zij verlieten nu het huis aan de tuinzijde, en traden door een kleine deur een zijstraat +binnen, waar zich nooit een levende ziel vertoonde. +</p> +<p>De een zijde bestond uit den langen muur van hun eigen tuin, de andere uit den blinden +muur van een groote fabriek. +</p> +<p>In de Regent-Street namen de beide vrienden een huurauto, welke hen naar de Baker-Street +bracht. +</p> +<p>Hier stapten zij uit en zonden den chauffeur weg. +</p> +<p>„En nu zullen wij onze taak eens verdeelen, zoodat wij de helft van den tijd kunnen +besparen,” zeide Raffles. „Ik zal den zuidelijken kant van de straat nemen, en jij +den noordelijken. Wij ontmoeten elkander weder in het café op den hoek van de <span class="corr" id="xd33e431" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span>, behalve natuurlijk voor het geval, dat een onzer iets mocht hebben ontdekt, hetwelk +hem noodzaakt, dadelijk handelend op te treden. Indien noodig, halen wij er dadelijk +de politie bij! Maar in ieder geval moeten wij om het half uur een <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>van beiden het café binnen gaan, want ik heb Henderson last gegeven, ons daar telefonisch +te waarschuwen, in geval er in onze afwezigheid zich iets van groot gewicht mocht +voordoen. Hij moet dan vragen naar een zekeren Johnson, en een goede fooi aan den +<span class="corr" id="xd33e436" title="Bron: kelner">kellner</span> zal wonderen uitwerken.” +</p> +<p>En nu volgden de mannen ieder een kant van de straat, nauwkeurig acht gevend op het +voorkomen van de huizen, en nu en dan stil staande, in de hoop, dat zij het geraas +van de machine zouden hooren. +</p> +<p>Zoo bereikte Raffles, die wist, dat hij nu een rechte lijn volgde, waar hier of daar +het beginpunt van de tunnel moest zijn, tenminste als de gang in zuiver rechte richting +was gegraven, na ongeveer twintig minuten loopen een huis, in welks benedenverdieping +een kleine drukkerij gevestigd was. +</p> +<p>De beide groote ruiten waren halverhoogte van matglas, maar daarboven kon Raffles +duidelijk een paar riemschijven zien, waarover eenige breede riemen snel heen schoven. +</p> +<p>Een oogenblik stond hij stil, in beraad, en toen trad hij vastberaden den winkel binnen. +</p> +<p>Hij bevond zich in een vrij groot vertrek, waar een drietal kleine klappersen stonden, +zooals men ze wel gebruikt voor het drukken van visitekaartjes en ander klein drukwerk, +en die met de hand zoowel als mechanisch bewogen kunnen worden. +</p> +<p>Alles blonk van nieuwheid, zooals Raffles met een enkelen oogopslag kon waarnemen. +</p> +<p>Het vertrek was aan de achterzijde afgesloten door een matglazen wand, waarin schuifdeuren, +eveneens met matglazen ruiten. +</p> +<p>Alle drie de persen liepen dol, dat wil zeggen, dat de riemen wel over de bovenste +schijven snorden, maar dat de schijven van de persen waren uitgeschakeld. +</p> +<p>Nergens was iemand van het drukkerspersoneel te bespeuren. +</p> +<p>„Een merkwaardige drukkerij!” mompelde Raffles voor zich heen. „Zij schijnen het hier +ook niet bijzonder druk te hebben!” +</p> +<p>Juist had hij deze opmerking voor zich zelf gemaakt, toen een der schuifdeuren openging, +en er een kleine jongen verscheen, met geen al te snugger gezicht, die met hoog opgetrokken +wenkbrauwen even naar Raffles bleef kijken en toen als het ware aarzelend een paar +stappen naar voren kwam. +</p> +<p>Het openschuiven van de deur had maar even geduurd, maar toch lang genoeg, om te kunnen +zien, dat het aangrenzend vertrek zoo goed als geen meubels had, en dat er een klein +tafeltje stond, misschien bestemd voor dit kantoorjongentje. +</p> +<p>Eindelijk opende de knaap zijn groote mond, en vroeg: +</p> +<p>„Wat is er van uw dienst, mijnheer?” +</p> +<p>„Kan ik hier visitekaartjes laten drukken, en reclamekaarten voor mijn zaak?” +</p> +<p>„Dat zal wel gaan, mijnheer?” antwoordde de jongen met een onnoozel lachje. +</p> +<p>„Is je patroon er niet?” +</p> +<p>„Die werkt in de schuur, achter in den tuin.” +</p> +<p>„Zoo? Daar is zeker de zetterij?” +</p> +<p>„Ja, mijnheer!” +</p> +<p>„Kan ik den patroon niet zelf even spreken?” +</p> +<p>„Dat zal niet gaan, mijnheer! Kunt u mij de boodschap niet geven?” +</p> +<p>„Neen, jongen, nu is het mijn beurt om te zeggen, dat zal niet gaan! Roep je baas +maar eens even, maar een beetje vlug, ik heb niet veel tijd!” +</p> +<p>Raffles had dit met opzet gezegd, om te kunnen nagaan, of de jongen lang wegbleef, +en dus, of hij zijn patroon spoedig had kunnen vinden. +</p> +<p>De jongen verdween weer door de schuifdeur, en Raffles nam plaats op den eenigen stoel +dien hij in het vertrek zag. +</p> +<p>Zijn blikken vlogen snel door de werkplaats. +</p> +<p>In een hoek stond een krachtige electromotor, die de beweegkracht leverde voor de +drie persen. +</p> +<p>Maar Raffles scherp en geoefend oog merkte bovendien nog een riem op, die niet naar +de persen liep, maar buiten het vertrek werd geleid, door een paar sleuven in den +zijmuur. +</p> +<p>Er was een extra riemschijf aan den motor bevestigd, die er oorspronkelijk niet toebehoord +had, want de as was nauwelijks lang genoeg om de beide schijven naast elkander te +bevatten. +</p> +<p>Er werd dus nog ergens anders een machine door dezen motor in beweging gebracht, maar +waar zich die bevond, dat kon Raffles onmogelijk waarnemen. +</p> +<p>Hij stond even op, en trachtte over het matglazen gedeelte van de schuifdeur heen +te zien, maar dit gelukte hem niet, ofschoon hij toch meer dan gewoon lang was. +</p> +<p>Een blik op de drie persen overtuigde hem dat de machines splinternieuw waren. +<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p> +<p>Er stond ergens een letterbak, maar de specie was blijkbaar nog volkomen nieuw. +</p> +<p>„Heel veel krijgen de menschen hier niet te doen, dat is zeker,” mompelde Raffles. +„In ieder geval een onderneming, welke pas begonnen is! Maar dan mochten zij toch +in ieder geval wel een paar man bij de machines laten!” +</p> +<p>Op dit oogenblik gingen de schuifdeuren weder open en er trad een man van omstreeks +veertig jaar binnen, met een glad geschoren gelaat, kleine, doordringende oogen, en +bijzonder zwart en glanzend haar. +</p> +<p>Voor ieder ander was het zeker onopgemerkt gebleven, maar Raffles had voor zulke dingen +goede oogen en met een oogopslag had hij gezien, dat de man een pruik droeg. +</p> +<p>Hij was wat links opgestaan, maakte een onhandige buiging, en begon: +</p> +<p>„Neem mij niet kwalijk, mijnheer, als ik u kom lastig vallen, maar ik begin hier binnenkort +een zaak in kaas en eieren en ik wilde wel een paar duizend reclamekaarten gedrukt +hebben, maar vooral visitekaartjes, met er achter: „Handelaar in kaas en eieren <span class="corr" id="xd33e484" title="Bron: engros">en gros</span>.” Begrijpt u? Ik kon wel naar een groote zaak gaan, maar die zijn zoo duur, en ik +hoop, dat gij mij het vel niet over de ooren zult halen.” +</p> +<p>„Dat zal wel losloopen,” kwam de man met de pruik. „Geef uw naam en adres maar even +op.” +</p> +<p>„Price Johnson. Voor het oogenblik logeer ik in het Marlborough Hotel, maar als ik +het huis kan krijgen, dan kom ik te wonen in de Victoria-Street, nummero 78. U levert +immers goed en deugdelijk werk?” +</p> +<p>„Wij zijn specialiteit in zulke dingen, maar ik kan u niet beloven dat u de bestelling +zoo spoedig krijgt afgeleverd! Wij worden overstelpt met dergelijk werk!” +</p> +<p>Raffles weerhield bijtijds de opmerking die hem naar de lippen drong, toen hij dacht +aan de verlaten persen. +</p> +<p>Een drukker, jong nog, die een voortreffelijke pruik droeg, daarmede moest men in +ieder geval voorzichtig zijn, en zeker, als men John Raffles heette. +</p> +<p>„Ik hoop dat u zoo veel mogelijk spoed met de zaak zult maken,” hernam hij kalm. „Als +uw werk mij bevalt, blijf ik uw klant!” +</p> +<p>Raffles meende een vaag spottend lachje om de dunne lippen van den man te zien spelen, +maar hij kon zich ook wel vergist hebben. +</p> +<p>„Mag ik eens wat cartonsoorten en letters van u zien?<span id="xd33e497">”</span> ging hij voort. +</p> +<p>De patroon trad op een wandkast toe, en kwam terug met een monsterboek, dat hij aan +Raffles voorlegde. +</p> +<p>Deze zocht voor de leus een lettersoort uit, koos een dik carton uit, en zeide toen: +</p> +<p>„Voorloopig zijn tweeduizend kaarten voldoende.” +</p> +<p>„Wij zullen ons best doen, dat gij ze over een dag of vier hebt!” +</p> +<p>„Het is wel heel lang, kan het niet wat vlugger?” +</p> +<p>„Wij zullen ons best doen, mijnheer,” herhaalde de drukkerspatroon, een weinig ongeduldig +naar het scheen. +</p> +<p>En reeds maakte hij een beweging naar de deur, als om zijn nieuwen klant uit te laten. +</p> +<p>„Ik kan niet zeggen, dat die heer er veel slag van heeft, om met zijn klanten om te +gaan,” mompelde Raffles voor zich heen, toen hij weder op straat stond. „En dan noemt +men ons in het buitenland nog wel „Een Natie van Winkeliers!” Deze vriend scheen er +niet bijzonder op gesteld te zijn, mij tot zijn afnemers te mogen rekenen! Zijn keuze +van papier en letters was ook al bijster schraal! En dan die pruik, die drie onbeheerde +persen, die tweede riemschijf van den electromotor, waarvan de riem op geheimzinnige +wijze buiten het vertrek verdween, de lange tocht van dat onnoozele jongentje, om +zijn patroon te gaan waarschuwen! John Raffles, ik weet het niet, maar ik geloof, +dat er in deze zoogenaamde drukkerij iets niet heelemaal pluis is! Die drukker had +niet het type van zijn beroep, hij zag er als iets heel anders uit.……!” +</p> +<p>Onder deze overdenkingen vervolgde Raffles zijn weg. +</p> +<p>Weer lette hij nauwkeurig op alle huizen en winkels, maar nergens kon hij iets verdachts +opmerken. +</p> +<p>Er waren groentewinkels, kruidenierszaken, boekwinkels, maar nergens bromden machines, +die konden dienen om het geraas van een ander toestel te overstemmen. +</p> +<p>En de huizen waren alle deftige gebouwen, rustig en stil. +</p> +<p>Zoo bereikte Raffles de <span class="corr" id="xd33e514" title="Bron: Midland Bank">Midland-Bank</span>. +</p> +<p>Het was een nieuw gebouw, uit een onbekrompen beurs betaald, zooals uit alles bleek. +<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p> +<p>Bedienden van effectenhandelaars en bankiers liepen bedrijvig in en uit en Raffles +kon hen de breede marmeren trappen naar de eerste verdieping zien op en af gaan. +</p> +<p>Een portier in een groene livrei stond met de handen op den rug naast de monumentale +voordeur. +</p> +<p>Een reeks van vuistdikke tralies voorziene vensters wees even boven de straat de plek +aan, waar zich de safes moesten bevinden. +</p> +<p>Raffles maakte snel een berekening: +</p> +<p>„Van deze bank tot aan de drukkerij, dat was ongeveer honderd meter, van de bank tot +aan de tunnel was niet meer dan vijf-en-twintig meter, de ganggravers hadden dus zeker +bijna driekwart van den weg onder den grond afgelegd, wel te verstaan als zijn wantrouwen +tegen dezen zonderlingen drukkerspatroon gegrond bleek te zijn.” +</p> +<p>Even later trad hij het café binnen en hij was er nog geen vijf minuten of ook Charly +verscheen. +</p> +<p>Er lag een uitdrukking van teleurstelling op zijn gelaat, die hij vruchteloos trachtte +te verbergen. +</p> +<p>Hij had Raffles in zijn hoekje spoedig ontdekt, en trad op hem toe. +</p> +<p>Zonder zelfs zijn vraag af te wachten, zeide hij moedeloos: +</p> +<p>„Een vergeefsche tocht, Edward! Ik heb geen geluid gehoord, geen verdacht huis gezien!” +</p> +<p>„Dan ben ik gelukkiger geweest, mijn waarde,” kwam Raffles zacht. +</p> +<p>En hij deelde Charly uitvoerig mede, wat hem in de drukkerszaak wedervaren was. +</p> +<p>Charly had aandachtig toegeluisterd, en zeide nu: +</p> +<p>„Dat alles klinkt zeker tamelijk verdacht, maar laat je je nu niet al te zeer beïnvloeden +door je wantrouwen, dat je overal spoken op klaarlichten dag doet zien?” +</p> +<p>„Waarde Charly, een spook met een pruik op is en blijft een voorwerp, waar tegenover +ik terecht achterdocht koester! Als men in een straat als de Baker-Street een nieuwe +drukkerszaak gaat openen, dan pakt men de zaak dadelijk grootscheeps aan, of tenminste +zoo, dat men alle eventueele klanten flink kan bedienen. Dat kon deze man, hij droeg +een pruik, niet doen, want hij liet zijn personeel uit wandelen gaan, hij had geen +letters genoeg, en ook geen voldoenden voorraad carton, kortom, hij is niet in staat +zelfs aan de bescheiden eischen te voldoen van een buitenmannetje, zooals ik er een +voorstelde.” +</p> +<p>„Op zich zelf beschouwd is het zeker opvallend. Toch zou het zaak zijn, nader op deze +aangelegenheid in te gaan.” +</p> +<p>„Dat ben ik dan ook van plan! Zoodra zich de gelegenheid voordoet, zullen wij die +zoogenaamde drukkerij eens nauwkeurig onderzoeken. En het zou mij volstrekt niet verwonderen +als daarbij aan het licht kwam, dat zij iets heel anders verborg. +</p> +<p>„De persen maken een groot lawaai, en dempen volkomen het geluid van iedere andere +machine die elders in het huis is opgesteld, bijvoorbeeld in de schuur, waarover die +onnoozele jongen het had. Ik denk, dat zij met opzet een suffertje hebben genomen, +om geen last te hebben van brutale snuffelaars!” +</p> +<p>Hij wierp een blik op de klok, die boven het buffet hing, en vervolgde: +</p> +<p>„Het wordt nu tijd voor de lunch, Charly. Het onderzoek heeft mij hongerig gemaakt! +Het café hier lijkt mij wel voldoende! Willen wij hier wat eten?” +</p> +<p>„Ik vind het goed! Wij blijven dus hier in de buurt?” +</p> +<p>„Ja. Ik zou er prijs op stellen als jij zelf ook eens een kijkje ging nemen in de +drukkerij van onze vriend met de pruik. Misschien merk je nog wel iets anders en iets +nieuws op.” +</p> +<p>Raffles wenkte den <span class="corr" id="xd33e546" title="Bron: kelner">kellner</span>, en bestelde een eenvoudige lunch. +</p> +<p>Juist toen de beide vrienden gereed waren met den maaltijd, trad de kellner op hen +toe, en vroeg: +</p> +<p>„Is een van de heeren misschien mijnheer Johnson?” +</p> +<p>„Die ben ik, vriend!” antwoordde Raffles. +</p> +<p>„Daar is iemand voor mijnheer aan de telefoon!” vervolgde de kellner. „Er is groote +haast bij.” +</p> +<p>Raffles wisselde een snellen blik met Charly en sprong op. +</p> +<p>„Ik volg je!” zeide hij, zich tot den kellner wendende. +</p> +<p>De telefoon hing in een klein hokje naast het buffet. +</p> +<p>Raffles trad er binnen, sloot de deur, nam het toestel terhand, en zeide: +</p> +<p>„Hier Johnson! Met wien?” +</p> +<p>„Met Henderson! Ik verzoek u, zoo spoedig <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>mogelijk terug te komen? Zooeven is er een gat in den wand van .…. den muur geslagen!” +</p> +<p class="tb">- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -</p><p> +</p> +<p>Zoodra Raffles en Charly het huis in de Regent-Street verlaten hadden, begaf Henderson +zich naar de tunnel. +</p> +<p>Voor alle zekerheid had hij zich met zijn revolver gewapend, ofschoon hij het wapen +niet noodig dacht te hebben. +</p> +<p>Ook had hij zich voorzien van zijn electrische zaklantaarn, ingeval het licht in de +tunnel door een of andere oorzaak mocht uitgaan. +</p> +<p>Na een half uur te hebben geloopen, bereikte hij de plek, waar de gasontploffing de +draden vernield had. +</p> +<p>Hij stond stil en luisterde. +</p> +<p>Zijn scherp gehoor ving het zoemend geluid op, afgewisseld door beukende slagen of +stooten. +</p> +<p>Hij legde zijn hand tegen den muur, en mompelde hoofdschuddend in zich zelf: +</p> +<p>„De wand trilt er waarachtig van! Zij werken hard, daar onder den grond!” +</p> +<p>De reus zette zich op den grond, juist tegenover de plek, van waar het dof gerucht +kwam, en hield den blik onafgewend op den tegenover liggenden wand gevestigd. +</p> +<p>Langzaam verstrekken de minuten, de kwartieren, de uren. +</p> +<p>En telkens werd het geluid sterker. +</p> +<p>Henderson stond nu en dan op, teneinde zijn hand tegen den wand te leggen, en hij +merkte op, dat het kloppend geluid steeds sterker werd. +</p> +<p>Het was omstreeks een uur in den middag, toen Henderson eensklaps opnieuw opsprong +en naar den wand van de tunnel trad. +</p> +<p>Het geluid was nu zoo dicht bij gekomen, dat hij meende, ieder oogenblik den tunnelwand +te zien bezwijken. +</p> +<p>Nu werd het plotseling geheel stil en daarop dreunde de doffe slagen van een houweel +aan den anderen kant van den tunnelwand. +</p> +<p>In gebogen houding bleef Henderson op dezelfde plek staan, de oogen strak gevestigd +op den muur. +</p> +<p>De wand moest wel zeer dun geworden zijn, want bij iederen slag <span class="corr" id="xd33e584" title="Bron: knipoogde">knipoogden</span> de electrische lampjes en toen gingen er eenige uit, waarschijnlijk waren de platina +draden gebroken. +</p> +<p>En onverhoeds geschiedde er iets, waarop Henderson verdacht had moeten zijn en dat +hem toch ten zeerste verschrikte, met een luid gekraak en het <span class="corr" id="xd33e590" title="Bron: verspinteren">versplinteren</span> van een steen drong het ijzer van een houweel door den muur heen, bewoog even, en +verdween toen weder. +</p> +<p>Maar op hetzelfde oogenblik had Henderson den schakelaar van het electrische licht +<span class="corr" id="xd33e595" title="Bron: reed s">reeds</span> omgedraaid, zoodat de tunnel in volkomen duisternis gehuld was. +</p> +<p>De reus had begrepen, dat hij zoo lang mogelijk moest trachten te voorkomen, dat de +lieden, die daar hun tunnel aan het graven waren, het bestaan van deze gang <span class="corr" id="xd33e600" title="Bron: ontdekte">ontdekten</span>, en dat zouden zij zeker onmiddellijk doen, wanneer zij hier licht zagen, en het +glinsteren van de spoorstaaf op den grond konden waarnemen. +</p> +<p>Voorloopig zouden zij waarschijnlijk vermoeden, dat zij nog altijd niet diep genoeg +hadden gegraven, en op een kelder waren gestuit. +</p> +<p>Het was nu de vraag of zij aanstonds aan de tunnel een andere richting zouden geven, +dan wel of zij eerst zouden willen onderzoeken of zij inderdaad bij een kelder terecht +waren gekomen. +</p> +<p>Henderson hield zelfs zijn adem in, uit vrees dat hij zijn tegenwoordigheid zou verraden, +en keek strak naar de kleine opening in den wand, niet grooter dan eenige centimeters, +waardoor een krachtig lichtschijnsel in de tunnel doordrong. +</p> +<p>Toen werd dit schijnsel een oogenblik verduisterd en Henderson begreep, dat dit veroorzaakt +werd doordat er aan den anderen kant van den muur iemand zijn oog voor de kleine opening +had gebracht. +</p> +<p>En het volgende oogenblik klonken de slagen van het houweel opnieuw. +</p> +<p>Toen begreep Henderson dat hij geen tijd meer te verliezen had en dat hij Raffles +aanstonds moest waarschuwen. +</p> +<p>Hij ontstak zijn zaklantaarn, en dempte het licht zooveel mogelijk, door er zijn zakdoek +om te wikkelen, en zocht bij dit weinige licht zijn weg naar den ingang van de tunnel. +</p> +<p>Toen hij zeker wist dat men hem niet meer kon hooren of zien, begon hij haastig voort +te snellen en rustte niet vóór hij het tuinhuis bereikt had waar zich een telefoon +bevond en waar hij aanstonds aan Raffles mededeelde wat den lezer reeds bekend is. +</p> +<p>En toen ging hij haastig weder naar het onderaardsche laboratorium terug. +<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p> +<p>Daar lagen, in een der hoeken, een aantal platen van nikkelstaal, bijna een meter +hoog, tachtig centimeter breed, en een duim dik, welke Raffles noodig had voor het +doen van eenige proeven. +</p> +<p>Deze platen wogen bijna honderd dertig kilo, maar Henderson bedacht zich niet, maar +tilde er een op, en laadde ze op een soort duwwagentje, zooals ze wel gebruikt worden +door kruiers op het perron, om zware koffers te vervoeren. +</p> +<p>Zoo vlug hij kon, bracht hij de zware pantserplaat naar de plek van de doorbraak. +</p> +<p>En reeds op verren afstand zag hij tot zijn schrik, dat de slagen van het houweel +het gat in den wand nog vergroot hadden, en dat het thans bijna een decimeter hoog +en eenige centimeters breed was. +</p> +<p>Er kon niet aan worden getwijfeld, de geheimzinnige tunnelgravers moesten nu reeds +lang de spoorstaaf gezien hebben, den houten vloer, en de rij gloeilampjes tegen den +wand van de tunnel. +</p> +<p>Henderson reed de zware vracht tot vlak voor de opening, laadde daar de plaat van +het wagentje en schoof haar met geweldige inspanning zoodanig langs den wand, dat +zij juist de opening bedekte. +</p> +<p>Natuurlijk begreep hij, dat men hem aan den anderen kant van den muur had moeten hooren, +maar daaraan was nu eenmaal niets te doen, en de tunnelgravers zouden toch al wel +begrepen hebben, dat zij een zeer eigenaardige ontdekking hadden gedaan. +</p> +<p>Ook zag hij wel in, dat de gravers van den gang, nieuwsgierig geworden, zouden trachten +dit beletsel weder uit den weg te ruimen, daarom wentelde hij het duwwagentje op een +kant en zette het schoor tusschen den anderen wand en de pantserplaat, zoodat men +deze laatste niet omver zou kunnen duwen. +</p> +<p>Aan den anderen kant werd woedend met het houweel tegen de plaat geslagen, maar Henderson +haalde glimlachend de schouders op en mompelde in zich zelf: +</p> +<p>„Beuk jullie maar raak, je bent knap, als je met een houweel die plaat van nikkelstaal +aan kunt tasten!” +<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK IV.</h2> +<h2 class="main">De overval.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Er waren nog geen twintig minuten verstreken nadat Henderson de plaat voor het gat +had gezet, of hij hoorde haastige schreden van Raffles en Charly die door de tunnel +naderbij kwamen. +</p> +<p>Ook zij hadden het licht van hun zaklantaarns zooveel mogelijk gedempt, daar zij maar +al te goed begrepen, aan welk gevaar zij zich anders zouden blootstellen. +</p> +<p>Wat Henderson betreft, hij had den schakelaar van het electrische licht weder omgedraaid +zoodra hij de naderende schreden hoorde. +</p> +<p>Eenige seconden later stond Raffles voor hem, en vroeg op zachten toon: +</p> +<p>„Wat is er gebeurd, Henderson?” +</p> +<p>„Zij zijn door den muur heen, Mylord! Een uur geleden ongeveer sloeg een van die menschen +met zijn houweel glad door dien wand, en sindsdien hebben zij het gat nog vergroot, +het is nu achter die pantserplaat, welke ik zoo vrij ben geweest uit het laboratorium +te halen.” +</p> +<p>„Dat is een voortreffelijke inval van je geweest, Henderson!” zeide Raffles, terwijl +hij den reus op den schouder klopte. „Het verheugt mij nu, dat ik je hier op post +heb gezet! Wij zullen aanstonds de andere platen er ook voorzetten en de schoren wat +steviger maken! Blijf jij hier Charly, en let op, Henderson gaat met mij mee!” +</p> +<p>Het wagentje op zijn lage wielen werd weder overeind gezet en vervangen door een paar +dwarsliggers, waarop de spoorstaaf rustte, en die in allerijl werd losgemaakt. +</p> +<p>En daarop vertrokken de twee mannen met het wagentje terwijl Charly achterbleef om +aanstonds alarm te kunnen geven als het noodig mocht blijken. +</p> +<p>Charly telde de seconden die er verliepen tusschen het vertrek en de terugkomst van +de twee mannen. +</p> +<p>Het was op dit oogenblik stil achter de stalen plaat en het geheimzinnige, zoemende +gerucht had opgehouden, maar de jonge man gevoelde zeer goed, dat het de stilte was, +die <span class="corr" id="xd33e644" title="Bron: dem">den</span> storm vooraf ging. +</p> +<p>Oogenschijnlijk broeiden de dieven aan den anderen kant van de tunnel op een plan, +om de plaat te vernielen, en als zij zoo knap waren geweest om op een diepte van ruim +twintig meter en met zulk een snelheid zoo’n groote tunnel te breken, dan zouden zij +zeker ook pienter genoeg zijn om zulk een belemmering als een stalen pantserplaat +uit den weg te ruimen. +</p> +<p>Maar, daar kwamen Raffles en Henderson weder aan en thans hadden zij twee pantserplaten +medegebracht, die op het wagentje waren geladen, hetwelk zij met inspanning van al +hun krachten voortduwden. +</p> +<p>„Ik ben blij, dat je er weer bent!” zeide Charly zachtjes. „De stilte aan den anderen +kant van de gang bevalt mij in het geheel niet.” +</p> +<p>„Waarschijnlijk houden zij krijgsraad!” meende Raffles. „Laten wij maar spoedig deze +borstwering overeind zetten.” +</p> +<p>Terwijl de drie mannen de eerste plaat van het wagentje tilden en tegen het andere +schild aanplaatsten, begon het gezoem en het vreemde gegons aan den anderen kant van +den muur opnieuw, maar nu was het toch van een anderen aard, en het ging vergezeld +van een knarsend geluid, zooals een boor maakt, die metaal aantast. +</p> +<p>„Zij probeeren er een gat in te boren!” zeide Raffles spottend. „Nu, eer zij zoover +zijn, voor zij door de drie platen heen zijn zullen er wel een paar dagen zijn verstreken, +want ik geloof niet dat er ter wereld een stalen plaat is te vinden van deze dikte, +die even glashard is als deze schilden van <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>chroomnikkelstaal! Zij zullen om het kwartier een nieuwe boor moeten nemen!” +</p> +<p>Hierin bleek Raffles goed te hebben gezien want de tweede plaat was nog nauwelijks +overeind gezet of het gonzen hield op. Blijkbaar zette men eene nieuwe boor in het +toestel. +</p> +<p>Nu werd ook de derde plaat opgezet en aldus was een stalen wand opgericht van bijna +acht centimeter dikte, dus bijna even dik als de dikste bepantsering van eenig Engelsch +oorlogsschip. +</p> +<p>Toen werd de spoorstaaf over vrij groote lengte losgemaakt, en met behulp van de meegebrachte +metaalzaag werden er vier stukken afgezaagd, allen even groot, en die met geweld tusschen +de <span class="corr" id="xd33e660" title="Bron: pantser platen">pantserplaten</span> en den tegenovergestelden wand werden gedreven. +</p> +<p>„Als zij nu geen dynamiet gebruiken, termiet, of een ander dergelijk middel,” zeide +Raffles glimlachend, „dan zullen er wel eenige dagen verloopen, alvorens zij dezen +hinderpaal hebben opgeruimd<span id="xd33e666">.</span>” +</p> +<p>„Maar zij kunnen het wel op een andere wijze probeeren,” zeide Charly bedrukt. +</p> +<p>„Hoe dan wel denk je?” +</p> +<p>„Zij kunnen beginnen met den steenen wand, die nu zeker niet dikker is dan op zijn +hoogst een decimeter, en alleen maar uit metselsteen bestaat, op verscheidene plaatsen +aan te tasten, totdat zij op de pantserplaat stuiten, en dan kunnen zij trachten die +met behulp van koevoeten van hun plaats te verschuiven.” +</p> +<p>„Ik erken dat dit mogelijk is, maar ook daarmede gaat geruime tijd heen, en voor er +twee uren verloopen zijn zullen wij een bezoek hebben gebracht aan die zoogenaamde +drukkerij.” +</p> +<p>„En als je je eens vergist hebt met die drukkerij en wij er niets bijzonders ontdekken?” +</p> +<p>„Dan, dan zou ik naar het laatste middel moeten grijpen, ik zou mijn kostbare tunnel +over een grooten afstand moeten laten instorten. Maar je begrijpt dat ik slechts in +het uiterste geval tot dit paardenmiddel zal overgaan.” +</p> +<p>Raffles raadpleegde zijn horloge. +</p> +<p>Het was bijna zes uur geworden. +</p> +<p>Zoolang had deze zware arbeid geduurd. +</p> +<p>Hij overtuigde zich nog eens dat de stukken van de spoorstaven onwrikbaar op hun plaats +zaten, en wendde zich toen tot Henderson met de woorden: +</p> +<p>„Het is onpleizierig, beste vriend Henderson, maar het gaat niet anders, wij zullen +de tunnel voortdurend in het oog moeten houden, en daarom ga jij nu eerst den maaltijd +gebruiken, en je keert hier niet voor negen uur terug, tenzij je het waarschuwingssein +krijgt, want dan moet je aanstonds hierheen komen!” +</p> +<p>„Maar, Mylord? Gij zelf dan, en mijnheer Brand?” riep de chauffeur uit. +</p> +<p>„Wij kunnen wel wat later eten, James, de zaak van de tunnel gaat op dit oogenblik +voor. Zoodra je hier terug bent gekeerd zullen wij je wel nadere instructies geven!” +</p> +<p>Henderson bood geen tegenstand meer, en begaf zich naar het uiteinde van de tunnel +en verder naar het bediendenvertrek, waar hij, in gezelschap van den Italiaanschen +kok, en van den ouden kamerbediende Gaston, den eenvoudigen maaltijd gebruikte. +</p> +<p>Raffles en Charly bleven nu alleen achter en geruimen tijd zaten zij zwijgend naast +elkander op het kleine wagentje waarmede de pantserplaten waren aangevoerd. +</p> +<p>Slechts vaag en onduidelijk klonk het gerucht van de boor, op geregelde tijden onderbroken +door een langdurige pauze, wanneer het bot geworden ijzer door een nieuw moest worden +vervangen. +</p> +<p>En om acht uur hield het zoemen geheel en al op, toen waren zeker alle voorradige +boorijzers opgebruikt. +</p> +<p>Maar een kwartier later klonk een geregeld geklop, hetwelk onafgebroken zou voortduren; +de lieden aan den anderen kant van den muur hadden den steenen wand opnieuw met hun +houweelen <span class="corr" id="xd33e688" title="Bron: aange-getast">aangetast</span>. +</p> +<p>Waarschijnlijk waren zij op dit oogenblik bezig het oorspronkelijke gat te vergrooten +in de hoop, dat zij ten slotte wel de beide kanten van de stalen belemmeringen vrij +zouden krijgen, waardoor het mogelijk zou worden, haar naar links of rechts te verschuiven, +men hield aan den anderen kant van den muur waarschijnlijk geen rekening met de vier +stukken spoorstaaf, die met zware hamerslagen waren vastgedreven. +</p> +<p>„Dat kan lang duren!” begon Raffles. „Minstens tot morgenochtend, als alles hun meeloopt, +en voor dien tijd moeten we die menschen overvallen hebben en weten wat zij doen en +wie zij zijn!” +</p> +<p>„Als je het mij vraagt, dan zou ik zeggen, dat wij <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>met een gevaarlijk volkje te doen krijgen!” zeide Charly hoofdschuddend. +</p> +<p>„Ja dat lijdt geen twijfel! Wij moeten nu maar niet aannemen, dat men deze tunnel +met een wetenschappelijk doel graaft, bijvoorbeeld om den aard van de gesteldheid +van den bodem van Londen te onderzoeken! Neen, wij mogen het wel bijna als zeker beschouwen, +dat het voorzien is op de <span class="corr" id="xd33e700" title="Bron: Middland-Bank">Midland-Bank</span>, het zou wel heel toevallig zijn, als de tunnel dien kant uitliep, zonder dat men +het op de bank begrepen had. Maar hoe het ook zij, wij gaan zoo vroeg mogelijk aan +den slag, zoodra het gedaan kan worden zonder al te groot gevaar. Ik heb opgemerkt +dat een paar huizen van de drukkerij af een openbare school is, met een groote speelplaats +er achter. Wij kunnen misschien over een schutting klimmen en van daar aan den achterkant +die zoogenaamde drukkerij binnendringen.” +</p> +<p>„Nemen wij Henderson mede?” +</p> +<p>„Neen, die moet hier de wacht blijven houden.” +</p> +<p>„Dat zal hem alles behalve aangenaam stemmen.” +</p> +<p>„Dat is wel mogelijk, maar wij mogen de tunnel niet onbewaakt laten! Stel je eens +voor dat wij terug keeren en wij loopen in ons huis in de Regent-Street in de uitgespreide +armen van een bende bandieten!” +</p> +<p>De beide vrienden spraken nog geruimen tijd door over de kans, dat het geheim der +tunnel bewaard zou blijven, of dat men althans haar lengte, haar doel, en haar richting +nooit zou uitvinden, toen precies om negen uur Henderson weer verscheen. +</p> +<p>„Luister nu eens, mijn vriend,” begon Raffles. „Ik verg veel van je uithoudingsvermogen, +maar het is volstrekt noodzakelijk, dat er hier iemand blijft opdat wij er zeker van +zijn, dat niemand ongezien in ons huis in de Regent-Street kan binnendringen.” +</p> +<p>„Als het moet dan moet het, Mylord!” gaf Henderson te kennen. +</p> +<p>„Dat is een schoon beginsel, Henderson, en wij zullen verstandig doen als wij ons +daaraan houden, vooral in dit bijzondere geval. Mijnheer Brand en ik gaan vannacht +naar dat huis, waarin ik vermoed, dat de tunnel een aanvang neemt.” +</p> +<p>„Neem mij niet kwalijk, Mylord, maar ik zou gaarne weten waar dat huis is!” hernam +Henderson. „Men kan nooit weten, hoe die kennis naderhand te pas kan komen! Ik weet +gaarne steeds waar gij zijt, vooral in zaken als deze!” +</p> +<p>„Je hebt misschien gelijk, Henderson, het is beter als je het huis kent, hetwelk ik +op het oog heb! Het is in de Baker-Street, niet ver van die <span class="corr" id="xd33e714" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span>, een drukkerij, met twee voor de helft matglazen winkelruiten, groengeschilderd houtwerk +en een kleine uitgangsdeur. Het is aan de rechterzijde van de straat als je van ons +huis komt. Ik geloof echter niet dat je gebruik behoeft te maken van deze kennis, +als wij die lieden verrassen, dan zijn wij een heel eind op weg.” +</p> +<p>„Maar Edward, als je je vermoedens nu toch eenvoudig aan de politie mededeelde!” riep +Charly eensklaps uit. +</p> +<p>„Een prachtig plan!” kwam Raffles ironisch. „Zij dringen dan het huis binnen, zij +vinden dan eventueel de tunnel en aan het einde van het groote gat, met geglans van +de stalen pantserplaat daarachter, en denk je dan dat ze hun nieuwsgierigheid bevredigd +achten en hun onderzoek niet verder zouden voortzetten? Daar zou ik maar niet al te +vast op rekenen. Neen, als ik het even kan vermijden, dan haal ik er de politie niet +in, zij helpt ons dan van den regen in den drop, en van den wal in de sloot! Als het +onmogelijk anders kan, dan zal het nog altijd tijd genoeg zijn, om Scotland-Yard te +waarschuwen. Maar als ik dat doe, dan moet ik ook tevens mijn tunnel prijs geven, +ik zou haar over grooten afstand moeten vernielen. En nu genoeg gepraat, wij moeten +nog veel doen en in orde maken voor onze onderneming.” +</p> +<p>Henderson kreeg zijn laatste instructies en Raffles en Charly verlieten de tunnel, +beklommen de smalle trap naar het laboratorium en voorzagen zich daar van eenige voorwerpen +door Raffles uitgevonden, en welke verdedigingsmiddelen hun wellicht te pas konden +komen. +</p> +<p>Het was bij tienen, toen zij door den tuin, die nu in volkomen duisternis gehuld was, +naar de achterzijde van het groote huis gingen en dit binnentraden door een van de +achterdeuren. +</p> +<p>Zij hadden zich nog den tijd niet gegund hun vermomming af te leggen, en deze was +nog zeer goed bruikbaar, want als zij bij hun onderneming het onderspit moesten delven, +dan kwam het er al zeer weinig op aan, of de zoogenaamde drukkerspatroon <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>in een van de nachtelijke indringers al of niet zijn provinciaalschen klant herkende. +</p> +<p>Maar, daar een revolver altijd een uitstekend wapen is, onverschillig of het door +een Londenaar of door een provinciaal wordt gebruikt, zoo lieten de beide vrienden +ieder van deze practische wapenen één in hun zak glijden. +</p> +<p>Een paar tasschen werden gevuld met de noodige inbrekerswerktuigen, Raffles ging zich +in zijn slaapkamer voorzien van een paar kleine voorwerpen, welke hem misschien te +pas zouden kunnen komen, en om elf uur, nadat hij zich telefonisch bij Henderson had +overtuigd, dat in de tunnel alles nog bij het oude was, verlieten zij het vertrek +en vervolgens het huis. +</p> +<p>Maar Raffles had Henderson moeten beloven, dat hij hem dadelijk op de hoogte zou brengen +als de zaak tot een goed einde was gebracht, en als het later werd dan drie uur, dan +mocht Henderson die maatregelen nemen, welke hem het beste zouden toeschijnen, want +dan zou het bewijs geleverd zijn, dat in de Baker-Street niet alles voor den wind +was gegaan. +</p> +<p>Het was een donkere avond, want de maan was achter de wolken verdwenen, een gelukkige +omstandigheid, die het gewaagde plan van de beide mannen moest begunstigen. +</p> +<p>En dan, het plasregende, en ook dat kwam hun te stade, want daardoor was het aantal +late wandelaars zeer verminderd. +</p> +<p>Op een kwartier loopens van hun huis wisten zij niet zonder moeite, een huurauto te +veroveren, en den chauffeur, die eigenlijk liever naar huis was gegaan, te bewegen, +hen naar de Baker-Street te rijden. +</p> +<p>Aan het begin van deze straat gekomen, dankten zij den chauffeur met een goede fooi +af, men moest het nooit verbruien voor anderen, zooals Raffles het niet ten onrechte +opmerkte. +</p> +<p>Het was over twaalven, toen de beide vrienden, hun regenjassen met de rechterhand +dichthoudend, tegen den stijven bries opworstelden, die door de straat stoof. +</p> +<p>Een kwartier later hadden zij het schoolgebouw bereikt, na de zoogenaamde drukkerij +te zijn gepasseerd. +</p> +<p>Daar was nu alles duister, ten minste van de straat af was nergens eenig lichtschijnsel +te bespeuren. +</p> +<p>Ook het schoolgebouw lag natuurlijk in dichte duisternis gedompeld. +</p> +<p>Raffles en Charly sloegen den hoek van de zijstraat om, waaraan de school grensde, +kwamen aan den steenen muur, die hier de speelplaats van de straat afscheidde, en +zaten er het volgende oogenblik bovenop. +</p> +<p>Een jarenlange, geduldige oefening, die hun natuurlijke lenigheid nog had vermeerderd, +stelde hen in staat, zulke toeren te verrichten met een verbazende vlugheid, en zonder +ooit te falen. +</p> +<p>Maar zij vonden den bovenkant van een smallen muur niet de aangewezen plaats om er +te blijven zitten, en daarom lieten zij zich zoo snel mogelijk aan den anderen kant +zakken. +</p> +<p>Zij stonden nu op een ruime binnenplaats, waar eenige populieren stonden, die een +vrij armzalig bestaan leidden. +</p> +<p>In een hoek tegenover den kant waar zij waren overgeklommen, bevond zich een hoop +zand, bestemd voor de kleintjes. +</p> +<p>Raffles en Charly maakten ook van deze hoop zand gebruik, maar voor een geheel ander +doel. +</p> +<p>Zij gebruikten haar eenvoudig om aldus de hoogte van den scheidingsmuur te verkleinen. +</p> +<p>Volgens hun gewoonte wachtten zij tot dat zij niets meer hoorden, en toen pas slingerden +zij zich op den muur, en lieten zich aan den anderen kant vallen. +</p> +<p>Zij kwamen terecht in de weeke aarde van een kleinen stadstuin, en haastten zich, +dezen over te steken, en over een schutting te klimmen. +</p> +<p>En nu waren zij in den tuin van de drukkerij.… +</p> +<p>Maar op dat oogenblik geschiedde er iets waarop zij misschien wel gerekend hadden, +maar dat hen toch niet minder onaangenaam trof, een paar huizen verder begon eensklaps +een waakhond, die hen misschien geroken had, woedend aan te slaan. +</p> +<p>Zelfs hier konden zij het rammelen hooren van den ketting waaraan het dier was vast +gelegd. +</p> +<p>„Vlug aan het werk, Charly! Als die schreeuwleelijk wordt losgemaakt, zouden al de +schuttingen, welke hem van ons scheiden wel eens een peuleschil voor hem blijken, +en dan konden wij evengoed regelrecht naar Scotland-Yard wandelen, en ons aan den +hoofdcommissaris presenteeren!” +<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p> +<p>„Waar is ergens die schuur?” vroeg Charly fluisterend. „Ik denk dat we daar moeten +zijn!” +</p> +<p>„Ja, dat vermoed ik ook. Daar staat zij!” +</p> +<p>Raffles wees naar een klein houten gebouwtje, een soort bergloods, dat men ook een +tuinhuis zou kunnen noemen, met een enkel klein venster, en dat door een overdekten +gang in verbinding stond met het huis. +</p> +<p>Raffles trad haastig op de deur toe, en het duurde niet lang, of hij had het slot +met een zijner sleutels geopend. +</p> +<p>En juist toen de beide vrienden binnendrongen, ging er eenige huizen verder een deur +open, en een barsche mannenstem scheen den nog altijd woedend blaffenden hond te ondervragen +en hem van den ketting los te maken. +</p> +<p>De beide vrienden verloren geen tijd, maar onderzochten snel de loods, waar zij zich +nu bevonden. +</p> +<p>Zij bleken zich in een ruim vertrek te bevinden, zonder eenig meubelstuk, als men +tenminste dien naam niet wilde geven aan een paar zetkasten die blijkbaar zeer weinig +gebruikt werden, want de letters waren nog volkomen blank, en werden waarschijnlijk +zoo goed als nooit gebruikt. +</p> +<p>In een hoek was het begin <span class="corr" id="xd33e764" title="Bron: zichbaar">zichtbaar</span> van een trap, die waarschijnlijk naar een kelder leidde. +</p> +<p>Wel een kwartier bleven de beide vrienden volgens hun gewoonte op dezelfde plek en +gaven hun ooren goed den kost. +</p> +<p>Toen achter alles stil bleef, besloten zij, de trap af te gaan, en te zien waar die +hen zou brengen. +</p> +<p>Het was zeer donker in de loods, en daar zij nog geen licht durfden maken, moesten +zij hun weg vinden door langs den houten wand te tasten. +</p> +<p>Zoo bereikten zij de trap en voorzichtig begonnen zij de houten treden af te dalen. +</p> +<p>Telkens stonden zij opnieuw stil, om te luisteren. +</p> +<p>Zij waren reeds tien treden afgedaald, toen Raffles, die vooraan ging, Charly waarschuwde +door hem in het been te knijpen. +</p> +<p>Zijn scherp, geoefend gehoor, had eenig gerucht opgevangen, waarvan hij zich niet +dadelijk den aard kon begrijpen. +</p> +<p>Het was als het verzetten van een schakelaar van het electrische licht, maar het kon +ook evengoed het overhalen van den haan van een revolver zijn. +<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK V.</h2> +<h2 class="main">In de handen der bankroovers.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Raffles dacht er nog over na of hij licht zou maken, toen zich plotseling weder een +ander geluid liet hooren, ditmaal zeer dicht bij hem, het was als het verschuiven +van een zwaar voorwerp, bijvoorbeeld van een kast over een houten vloer. +</p> +<p>Terwijl de beide mannen er nog over nadachten wat dit zijn kon, begon de trap, waarop +zij stonden, zachtjes te slingeren, en zij moesten zich aan de leuningen vast houden +om er niet af te vallen. +</p> +<p>„Voor den drommel, wat is dat nu?” fluisterde Charly voor zich heen. „Wat mankeert +dat ding? Ik heb een gevoel of ik op de kermis in een reuzenschommel zit!” +</p> +<p>Inderdaad, de trap begon hoe langer hoe erger te zwaaien en de beide mannen moesten +zich met alle kracht aan de wrakke leuning vastklampen die verdacht kraakte, en die +ieder oogenblik scheen te zullen afbreken. +</p> +<p>De slingeringen werden voortdurend heviger en de geheele trap scheen nu wel om een +scharnier te draaien, dat zich ergens in de bovenste trede moest bevinden. +</p> +<p>Maar nu nam deze zonderlinge beweging gaande weg af, en na eenige minuten was de trap +tot rust gekomen. +</p> +<p>Maar zij liep niet langer in een schuine richting omlaag, neen, zij hing loodrecht +naar beneden, en dus waren de bovenkanten der treden niet meer horizontaal maar schuin. +</p> +<p>Om er op te kunnen blijven staan, moesten Raffles en Charly zich aan de leuning vasthouden. +</p> +<p>Raffles, die onderaan stond, strekte voorzichtig een been uit, en tastte naar de lager +gelegen trede. +</p> +<p>Zijn voet ontmoette echter geen tegenstand, er was geen trede meer! +</p> +<p>Maar evenmin voelde hij den grond! +</p> +<p>„Zullen wij niet liever licht maken?” vroeg Charly op fluisterenden toon. „Er is iets +niet in orde, dat is zeker! Wat doe je daar toch, Edward?” +</p> +<p>„Wat ik doe? Ik zoek naar den bodem!” antwoordde Raffles lakoniek. +</p> +<p>„Wat is dat? Rust de trap dan niet op den vloer?” +</p> +<p>„Ik kan er tenminste geen vinden. Wij zullen licht maken, wat er ook gebeuren moge!” +</p> +<p>Zich met een hand aan de leuning vastklampend, haalde Raffles met de andere zijn zaklantaarn +te voorschijn, en drukte op den knop. +</p> +<p>Een helder schijnsel verlichtte nu de ruimte, waar de beide mannen zich bevonden. +</p> +<p>Het was een groote kelder, met wit gekalkte muren, en ongewoon diep. +</p> +<p>Zoldering en vloer waren tenminste zes meter van elkander verwijderd. +</p> +<p>De smalle trap, waarop de twee mannen zich bevonden, bleek uit twee deelen te bestaan, +het benedenste vast met het bovenste scharnierend. +</p> +<p>Op welke wijze de trap zoo eensklaps haar oorspronkelijke gedaante had verloren, viel +moeilijk te zeggen, maar het was zeker, dat nu het bovenste stuk loodrecht omlaag +hing, en dat de onderste trede zich ongeveer drie meter boven den grond bevond. +</p> +<p>En men mocht het tevens voor verzekerd houden, dat dit niet van zelf zoo was gekomen, +maar dat de trap door menschenhanden in twee deelen was gebroken! +</p> +<p>En toch was er niemand in den kelder te zien. +</p> +<p>Een deur was er ook niet, tenminste niet zichtbaar. +</p> +<p>„Ik wil gevild worden als ik er iets van begrijp!” mompelde Charly, die zich met handen +en voeten aan de loshangende trap vastklemde. +</p> +<p>„Ik geloof dat ik het maar al te goed begrijp, <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>Charly,” kwam Raffles. „Men heeft ons gehoord, dat staat als een paal boven water! +Maar hoe dan ook, ik heb weinig lust, hier als een rijpe pruim te blijven hangen!” +</p> +<p>„Waar wil je dan heen? Weer naar boven?” +</p> +<p>„Neen. Wij zijn van boven gekomen en wij moeten verder!” +</p> +<p>„Dat is gemakkelijk gezegd, maar wij zijn hier drie meter boven den steenen vloer!” +</p> +<p>„Dien afstand kunnen wij bekorten!” +</p> +<p>En met die woorden hing Raffles zijn zaklantaarn aan een knoop van zijn jas, hurkte +als het ware op de onderste trede, bracht zijn handen zoover mogelijk naar beneden, +omvatte stevig de stijlen van de trap, en strekte toen zijn lichaam, zoodat hij nu +alleen aan zijn handen hing. +</p> +<p>En daarop liet hij zich vallen. +</p> +<p>Bijna tegelijker tijd schoof ergens in den kelder een luik of deur weg, en drie mannen +stormden binnen, allen gemaskerd, die zich op Raffles wierpen, voor hij weder op de +been kon zijn. +</p> +<p>De strijd was kort, maar hevig. +</p> +<p>Als Raffles op beide voeten had gestaan, had hij misschien wel weg geweten met drie +aanvallers, maar nu was hij in de minderheid. +</p> +<p>Hij kon een paar malen zijn vuist tegen de kin van een vijand laten neerkomen, maar +toen werd hij zelf half verdoofd door een hevigen slag tegen het hoofd, en toen hij +zich daarvan hersteld had, waren zijn armen reeds gebonden. +</p> +<p>„Red je, Charly!” schreeuwde hij. „Ik beveel het je!” +</p> +<p>Maar al had de jonge man dit bevel willen opvolgen, dan zou hij het toch niet hebben +kunnen doen. +</p> +<p>Want boven, in de deuropening, verscheen een vierde man, met een revolver in de vuist +en er viel niet aan te denken, dat Charly, in de positie waarin hij als het ware aan +de trap vastkleefde, met eenige kans van raken van zijn eigen wapen gebruik zou kunnen +maken. +</p> +<p>Lang voor hij het had kunnen grijpen, zou de ander hem hebben kunnen neerschieten. +</p> +<p>En daarom deed hij het verstandigst, wat er in de gegeven omstandigheden te doen viel, +hij liet zich op zijn beurt op den vloer vallen, en werd evenals Raffles overmand. +</p> +<p>De drie geheimzinnige mannen hadden hun gevangenen snel van hun wapens beroofd, en +dwongen hen nu, door de nauwe opening in een der muren te gaan, waardoor zij zelven +waren binnengekomen. +</p> +<p>Nu bevonden zij zich in een tweeden kelder, maar veel lager en kleiner dan de andere, +en met onregelmatige wanden, hier en daar met sterke eikenhouten balken gestut. +</p> +<p>Dicht bij een der langste wanden stond een krachtige dynamo, en de dikke draden daarvan +verdwenen in de zoldering. +</p> +<p>Behalve deze machine stond er nog een kleine keukentafel en een tweetal stoelen. +</p> +<p>Op de tafel lag een vel papier, bedekt met teekeningen en cijfers. +</p> +<p>Zelfs in den toestand waarin hij zich thans bevond, was Raffles helder genoeg van +geest om dadelijk te zien, dat daar een keurig geteekend plan van de tunnel voor hem +lag. +</p> +<p>Voor de tafel zat een breedgeschouderd man met kleine, opmerkelijk glanzende zwarte +oogen. +</p> +<p>Raffles herkende hem op het eerste gezicht, het was de zoogenaamde drukker. +</p> +<p>De man scheen zich volstrekt niet bijzonder te verbazen over de komst van de twee +indringers, en keek ternauwernood op van het plan, in welks beschouwing hij geheel +verdiept was. +</p> +<p>De kleine kelder was zeer helder verlicht door een booglamp, die aan den zolder hing. +</p> +<p>„Hier zijn de mannen, chef!” zeide een der drie kerels, die zich van de twee vrienden +hadden meester gemaakt. +</p> +<p>Nu wendde de man met de glanzende oogen zich met een ruk op zijn stoel om, en keek +Raffles en Charly beurtelings onderzoekend aan. +</p> +<p>„Zoo, dus mijn kleine val heeft goed gewerkt, en hedennacht is er, geloof ik, kostbaar +wild ingeloopen! Ik heb zeker het genoegen, met de eigenaars van de tunnel te spreken, +die rechtstandig op de mijne loopt, ongeveer ter hoogte van de Baker-Street?” +</p> +<p>„Het genoegen is geheel aan onze zijde, mijnheer de drukker!” kwam Raffles minzaam. +„Gij ziet, dat ik u herken, al hebt gij, daar het hier tamelijk warm is, afstand gedaan +van de fraaie pruik, welke u tooide, toen ik voor de eerste maal tot u het woord mocht +richten. Maar nu ik u wat nader beschouw, meen ik u van vroegere gelegenheid te herkennen! +Indien mijn geheugen mij niet bedriegt, zijt gij lid van de Bende der Wolven, en draagt +gij den goed <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>gekozen bijnaam „de Lynx” waarschijnlijk wegens uw fonkelenden blik!” +</p> +<p>De Lynx was langzaam opgestaan, en plaatste zich nu met de handen in de zijde voor +Raffles. +</p> +<p>Zijn wenkbrauwen waren dreigend zamengetrokken. +</p> +<p>„Die man uit de provincie, dat waart gij dus? Nu, laat ik tot mijn eigen lof zeggen, +dat ik u dadelijk gewantrouwd heb, al erken ik, dat gij voortreffelijk waart in uw +rol! Lieden als wij moeten steeds wantrouwend zijn, begrijpt gij?” +</p> +<p>„Volkomen!” antwoordde Raffles rustig. „Als men een aanslag wil plegen op een instelling +als de <span class="corr" id="xd33e853" title="Bron: Middland Bank">Midland-Bank</span>, dan is men allicht geneigd in iederen vreemdeling een afgezant van de gevreesde +politie te zien!” +</p> +<p>„Gij zijt bijzonder goed op de hoogte,” bromde de Lynx tusschen de tanden, en er verscheen +een gevaarlijk licht in zijn gitzwarte oogen. „Maar misschien zal u blijken, dat ook +wij niet tot de domooren behooren! Ik begin nu in te zien, hoe de zaak zich heeft +toegedragen. Gij hebt in uw eigen tunnel, welke gij zoo goed hebt weten te verdedigen, +het gerucht van ons graafwerk gehoord, en nieuwsgierig als gij zijt uitgevallen, wellicht +ook een weinig uit vrees, dat ons werk uw tunnel wel eens in gevaar zou kunnen brengen, +hebt gij onderzoek gedaan naar het beginpunt van den nieuwen gang. Onze zoogenaamde +drukkerij boezemde uw belang in en gij hebt, als een schrander man, uw gevolgtrekkingen +gemaakt uit zekere zonderlinge zaken in die drukkerij! Gij ziet, dat ik er niet aan +denk, er doekjes om te winden! Het zal u spoedig genoeg blijken, waarom ik zoo openhartig +met u spreek.” +</p> +<p>„Ik begrijp het nu al, met lieden, die in onze macht zijn, behoeven wij geen schuilevinkje +te spelen, denkt gij!” kwam Raffles bedaard. +</p> +<p>„Gij geeft werkelijk blijk van een helder doorzicht!<span id="xd33e860">”</span> riep de Lynx sarcastisch uit. „Inderdaad zijt gij niet ver bezijden de waarheid! +Ik wil u wel zeggen, dat wij voor hedennacht uw onwelkom bezoek wachtende waren. Toen +wij het gat in uw tunnelwand geslagen hadden, en gij dat gat afsloot met duivelsch +harde staalplaten, toen begrepen wij, dat gij er het grootste belang bij had, het +geheim van uw eigen gang te bewaren. Wij hebben door het gat eenige dingen gezien, +die ons zeer verbaasden, ik behoef zeker niet nader te verklaren, wat dat geweest +is. Gij moest er rekening mede houden, dat binnen niet al te langen tijd uw stalen +borstwering toch zou bezwijken, en daarom, zoo redeneerden wij, kondet gij wel eens +beproeven, hier een inval te doen! Gij zult moeten toegeven, dat die redeneering niet +zoo dom was!” +</p> +<p>„Ik verklaar zelfs, dat zij uit een helderen kop afkomstig is!” kwam Raffles hoffelijk. +</p> +<p>De Lynx maakte een gebaar van ironische dankbetuiging, en vervolgde: +</p> +<p>„Wie gij zijt weet ik niet, ofschoon ik wel zekere vermoedens koester, welke ik echter +voorloopig voor mij wensch te houden. Maar het doet er ook weinig toe, wie gij zijt. +Voor mij is het gewichtigste uw tunnel.” +</p> +<p>Hij zweeg even, en wierp een loerenden blik op het gelaat van Raffles, die onbewegelijk +tegenover hem stond. +</p> +<p>„Het moet wel een zeer bijzonder soort van tunnel zijn, daar gij haar zoo hardnekkig +verdedigt!” ging de Lynx voort. „En een man, die zoo maar over een stel van de allerbeste +staalplaten beschikt, die is zeker niet de eerste de beste! De man laat mij koud, +tenminste voor het oogenblik, maar het geheim van de tunnel moet ik tot iederen prijs +doorgronden! Het kan mij en mijn vereeniging van het grootste nut zijn.…” +</p> +<p>Hij keek Raffles onderzoekend aan, maar deze bleef zwijgen, en hij ging voort: +</p> +<p>„Wel, wat hebt gij hier op te antwoorden?” +</p> +<p>„Wat zou ik er op moeten antwoorden?” vroeg Raffles koeltjes. „Natuurlijk denk ik +er geen seconde aan, u het geheim van een tunnel mede te deelen, welke ik juist met +zooveel inspanning tegen uw onbescheiden blikken heb beschermd!” +</p> +<p>„Ah, gij weigert?” ging de Lynx voort, met een valsch lichten in zijn zwarte oogen. +„Nu wij zullen wel zien.… Zeg mij eerst eens, waarom gij niet dadelijk de politie +gewaarschuwd hebt, toen gij moest vreezen, dat wij dwars door uw tunnel zouden heengaan?” +</p> +<p>„O, gij kunt er van verzekerd zijn, dat ik dat dadelijk gedaan zou hebben, als ik +maar eerder geweten had, in welk huis ik moest zoeken om het begin van uw tunnel te +vinden!” +</p> +<p>„Maar toen wij het gat door den wand hadden geboord, toen belette toch niets u, de +politie te gaan halen, haar in uw eigen tunnel te brengen, haar het <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>gat te laten verwijden, en langs dien kant onze gang te laten binnendringen?” +</p> +<p>„Ik had mijn bijzondere redenen, om dat juist niet te doen,” kwam Raffles, steeds +even rustig. +</p> +<p>„Ah, daar heb ik u!” riep de Lynx triomfantelijk uit. „De politie moest er tot iederen +prijs buiten gehouden worden, niet waar? Ik had het dus bij het goede eind, dat gij.…. +John Raffles waart!” +</p> +<p>„Noem mij, zooals gij verkiest!” kwam Raffles schouderophalend. +</p> +<p>„O, gij behoeft het niet te loochenen!” riep de Lynx toornig uit. „Er is maar één +man in geheel Londen in staat tot zulk een werk! Wij kennen u, wij weten, wat gij +waard zijt! Gij zijt wel is waar onze doodsvijand, zoo goed als van de Bende der Raven, +en van het geheele Genootschap van den Gouden Sleutel, maar niemand onzer denkt er +aan, uw ongeloofelijke schranderheid en uw stoutmoedigheid te ontkennen. Wel, hoe +is het, wilt gij bekennen, dat gij Raffles zijt?” +</p> +<p>„Ik zeg u nogmaals, mijnheer de Lynx, dat het mij volkomen onverschillig is, welken +naam gij mij verkiest te geven!” kwam Raffles ongeduldig. „Kom terzake, wat ik u verzoeken +mag! Ik denk, dat gij binnenkort in de bank wilt inbreken, en mij zoolang wilt vasthouden +totdat het ontdekken van uw tunnel er niet meer op aankomt, niet waar?” +</p> +<p>„Welzoo, denkt gij er werkelijk zoo gemakkelijk af te komen?” riep de Lynx op woesten +toon. „Neen, mijnheer Raffles. Dan hebt gij het mis! Gij deelt ons dadelijk alles +mede wat wij van uw tunnel willen weten, en anders ondergaat gij de straf van alle, +die een belangrijk geheim van de Bende hebben doorgrond! Ik behoef zeker niet duidelijker +te zijn!” +</p> +<p>„O neen, die moeite kunt gij u sparen,” zeide Raffles bedaard. „Ik ken uwe methodes! +Welnu, ik blijf bij mijn weigering!” +</p> +<p>„Luister dan goed naar mij, John Raffles!” zeide de Lynx, en hij kwam vlak voor Raffles +staan, die geen stap terug week. „Ik geef u volle zes uren om u te bedenken, wanneer +die tijd verstreken is, en gij hebt mij het geheim van uw tunnel niet medegedeeld, +dan sterft gij!” +<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK VI.</h2> +<h2 class="main">Bange uren.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Raffles knipte zelfs niet met de oogen, toen hij deze vreeselijke woorden hoorde. +</p> +<p>Hij had immers niet anders verwacht.… +</p> +<p>Zijn stem klonk volkomen helder en onbewogen, toen hij hernam: +</p> +<p>„Ik weiger! Maar, gij zult toch zeker niet zoo beestachtig wreed zijn, mijn vriend +voor mijn weigering te laten boeten?” +</p> +<p>„Uw vriend zal uw lot deelen!” schreeuwde de Lynx, met een giftigen blik in zijn koolzwarte +oogen. +</p> +<p><span id="xd33e899">„</span>Doe dan wat gij wilt, en ik hoop dat het u niet zal berouwen!” zeide Raffles op ernstigen +toon. +</p> +<p>„Die verantwoording neem ik op mij!” zeide de Lynx hooghartig. „Het is nu twee uur, +wanneer gij om acht uur morgenochtend niet tot andere gedachten zijt gekomen, dan +wacht u de dood, en ik verzeker u dat wij onverbiddelijk zullen zijn! Als gij werkelijk +John Raffles zijt, en daaraan twijfel ik geen oogenblik, dan zou de tegenwoordige +chef van het Genootschap van den Gouden Sleutel het mij zelfs zeer kwalijk hebben +kunnen nemen, dat ik u niet <span class="corr" id="xd33e903" title="Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> een kogel door het hoofd heb geschoten! Maar ik wil u een kans geven, omdat ik begrijp, +dat de kennis van het geheim van die tunnel voor ons van het grootste gewicht is. +Die gang zal wel naar een of andere huis loopen, waar gij gewoonlijk verblijf houdt, +en het zou voor ons van veel belang zijn, als wij wisten, onder welken naam John Raffles +de Londensche politie zoo fijn om den tuin leidt.” +</p> +<p>„Dat kan ik mij zeer goed voorstellen, maar daar ik van mijn kant zeer bepaald er +op sta, om het geheim van die tunnel voor mij zelf te behouden, wie ik dan ook zijn +moge, daarom zult gij het uit mijn mond niet vernemen! Gij hebt gelijk als gij zegt +dat het van gewicht is, ik kon evengoed dadelijk een einde aan mijn leven maken, of +mij gevangen gaan geven op Scotland-Yard. Gij moet dus inzien dat uw wachten vruchteloos +is.” +</p> +<p>„Wij zullen zien!” hernam de Lynx kortaf. +</p> +<p>Hij wendde zich daarop tot de gemaskerde mannen, die zwijgend en met de revolver in +de hand op dezelfde plek waren blijven staan en zeide: +</p> +<p>„Breng hem weder naar den grooten kelder, bindt hem goed, en laat een uwer hem bewaken.” +</p> +<p>„Neem mij niet kwalijk, chef,” zei een van de mannen, „ik zou er maar twee van maken +als ik u was.” +</p> +<p>„En het werk in de tunnel dan?” vroeg de Lynx. +</p> +<p>Niemand antwoordde. +</p> +<p>De chef dacht nog even na en hernam toen: +</p> +<p>„Misschien heb je ook wel gelijk, als hij Raffles is, dan hebben wij met een gevaarlijken +tegenstander te doen. Twee blijven dus hier om op hem te passen en de anderen gaan +weder naar de tunnel, naar het andere einde, en stellen daar alles in het werk, om +die stalen platen op te ruimen. Is dat geschied voordat de zes uren om zijn, misschien +kan dat dezen man dan het leven redden, maar in het tegenovergestelde geval.….” +</p> +<p>De Lynx voltooide den zin niet, maar de dreigende blik in zijn oogen sprak een duidelijke +taal, die niet misverstaan kon worden. +</p> +<p>Alles werd nu in gereedheid gebracht, om de beide gevangenen goed te kunnen bewaken. +</p> +<p>Er werden twee zware stoelen ergens uit het huis gehaald en daarop werden de beide +gevangenen vastgebonden, hun beenen tegen de sporten, hun armen achter de leuning, +en bovendien werden hun polsen nog te samen gebonden, met het stevigste touw. +</p> +<p>En daarop werden de stoelen midden in het vertrek <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>gezet, zoodat de twee bewakers voortdurend om de gevangenen heen konden loopen, teneinde +zich te overtuigen of de touwen nog stevig vast waren. +</p> +<p>De Lynx had reeds al te veel gehoord van de buitengewone bekwaamheid van John Raffles +om zich van de sterkste boeien te bevrijden. +</p> +<p>De chef kwam zich zelf overtuigen, dat de touwen stevig waren geknoopt, en zeide toen, +zich tot Raffles wendende: +</p> +<p>„Zes uren, denk er om! Gij hebt het leven thans in uw eigen hand! In uw eigen belang +zou ik u raden, niet al te veel op onze goedhartigheid te vertrouwen! In dergelijke +zaken kennen wij geen medelijden, en ook al waart gij niet de man voor wien ik u aanzie<span id="xd33e928">,</span> dan zoudt gij toch sterven als gij ons verlangen niet inwilligt!” +</p> +<p>„Ik zeg u nog eens dat ik mijn geheim niet verraad, en als gij mij beter kende, dan +zoudt gij weten dat ik nimmer op een eenmaal genomen besluit terug kom!” +</p> +<p>De Lynx haalde de schouders op, en riep uit: +</p> +<p>„Wij zullen eens zien of gij om acht uur even bout spreekt! Bedenk ook wel dat gij +niet alleen u zelf maar ook uw vriend en helper het leven beneemt als gij weigert.” +</p> +<p>Er kwam een sombere smartelijke uitdrukking op het gelaat van den Grooten Onbekende, +maar dadelijk liet de stem van Charly zich hooren, die vastberaden uitriep: +</p> +<p>„Bekommer je niet om mij, Edward! Ook ik denk er niet aan om ons geheim te verraden +en als jij sterft, welk doel zou mijn leven dan nog hebben?” +</p> +<p>„Zeer aandoenlijk!” zeide de Lynx op spottenden toon. „Wij zullen wel eens zien of +die broederlijke genegenheid stand houdt in het gezicht van den dood.” +</p> +<p>Hij stak beide handen in de zakken, riep den man die nog altijd met de revolver in +de hand boven aan de trap stond en wenkte een van de drie kerels die Raffles en Charly +overweldigd hadden. +</p> +<p>Zij begaven zich naar den kleinen kelder waar de dynamo stond, en de zware met ijzer +beslagen deur viel dicht. +</p> +<p>De beide gevangenen bleven alleen met hunne bewakers. +</p> +<p>Een hunner had, voor de Lynx en de beide anderen zich verwijderden, een schakelaar +omgedraaid, zoodat de kelder nu in een helder electrisch licht baadde, en vervolgens +een hefboom overgehaald waardoor het boveneinde van de trap langzaam weder in zijn +oorspronkelijken toestand kwam, waarin zij werd gehouden door een zware ijzeren bout, +die er bij wijze van deurgrendel voorgeschoven werd. +</p> +<p>Raffles had het gevoel alsof hij nog nimmer zoo helder van hoofd was geweest als op +dit oogenblik in dezen kelder en in het aangezicht van den dood, die hem toegrijnsde, +als hij weigerde het kostbare geheim prijs te geven, dat als het ware met zijn leven +zelf was samengeweven. +</p> +<p>Inderdaad, de tunnel zelve was zeker van minder belang, en haar verlies bijvoorbeeld +door een groote instorting, zou wel ernstig, maar volstrekt niet onoverkomelijk zijn, +maar zij leidde aan den eenen kant naar het huis van Lord William Aberdeen en het +zou zeker niet lang duren of de bandieten zouden den geheimen toegang naar het tuinhuis +gevonden hebben. +</p> +<p>Het leven van Lord Aberdeen zou bekend worden, al was het dan voorloopig maar aan +de bendeleden, en dit zou zulk een noodlottigen invloed uitoefenen op al zijn ondernemingen, +dat hij evengoed regelrecht naar den hoofdcommissaris van politie zou kunnen loopen. +</p> +<p>Als ooit werd uitgemaakt dat Lord Aberdeen en John Raffles een en dezelfde persoon +waren, dan zou het geheele bouwwerk van zijn dubbelleven ineen storten en hij zou +weder een geheel nieuw plan moeten opstellen, hetgeen zeker met de grootste moeilijkheden +gepaard zou gaan. +</p> +<p>Maar over dit alles dacht hij slechts kort. +</p> +<p>Het stond voor hem vast dat hij het geheim niet zou verraden, en daarover behoefde +hij dus in het geheel niet na te denken. +</p> +<p>Neen, zijn gedachten waren uitsluitend gericht op de kansen welke hij had om zich +te bevrijden alvorens de zes uren verstreken waren. +</p> +<p>Hij begreep maar al te goed, dat deze kansen al bijzonder gering waren, de kelder +was daghelder verlicht, de stoelen stonden in het midden van het vertrek, de touwen +waren stevig en goed geknoopt, al had hij kans gezien door tijdens het binden zijn +spieren zooveel mogelijk te spannen, zich een weinig speelruimte te verschaffen, de +oppassers waren krachtige kerels, klaar wakker en goed gewapend, en geen enkele beweging +hunner gevangenen zou hun ontgaan. +<span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span></p> +<p>Maar Raffles was er de man niet naar, om iedere hoop te laten varen. +</p> +<p>Integendeel, al waren de bezwaren reusachtig groot, toch was al zijn denken nu gericht +op de mogelijkheid hier te ontsnappen. +</p> +<p>Charly scheen op zijn gelaat te lezen wat er in hem omging maar de stemming van den +jongen man was veel minder opgewekt als men het zoo noemen mag, hij zag de toekomst +zeer duister in, en hij vreesde dat deze kelder wel hun laatste verblijf zou zijn. +</p> +<p>Raffles liet met opzet een half uur voorbijgaan voor hij ook maar de geringste beweging +maakte. +</p> +<p>Toen rekte hij zich eens uit, voor zoover dit mogelijk was, zoodat de touwen kraakten, +maar dadelijk kwam een der wakers voor hem staan, die zich nu beiden van hun masker +ontdaan hadden en zeide dreigend terwijl hij zijn revolver ophief: +</p> +<p>„Laat die grappen maar, het zou je kunnen berouwen!” +</p> +<p>„Gij staat het mij dus niet toe dat ik mij uitrek en zoodoende den slaap in mijn ledenmaten +tegen ga?” vroeg Raffles op onderdanigen toon. +</p> +<p>„Dat zal ik niet dulden, ik heb van je gehoord, man, ik ken je duivelskunsten, je +bent al ontelbare malen gesnapt.” +</p> +<p>Hij liep om den stoel heen, betastte de touwen, als vreesde hij waarlijk dat Raffles +ze al had laten afknappen, en ging toen weder naar zijn makker, die op dezelfde plek +was blijven staan. +</p> +<p>Nu bracht het beroep van Raffles mede dat hij een voortreffelijk gelaatskenner was +en op het gezicht van dezen tweeden man zoo duidelijk als in een boek las, dat hij +zooals men dat noemt, „liever lui dan moe” was, en bovendien vast overtuigd, dat er +aan de ontvluchting der beide gevangenen niet te denken viel. +</p> +<p>Hij en zijn makker immers waren gewapend, de beide gevangenen niet, en bij de eerste +poging om op te staan, zouden zij reeds een kogel in het hoofd hebben. +</p> +<p>Raffles glimlachte flauwtjes voor zich heen, en zeide in zich zelf: +</p> +<p>„Zelfvertrouwen is goed, mijn vriend, maar men moet het toch nooit te ver doordrijven!” +</p> +<p>De Groote Onbekende wierp Charly een blik toe, een zeer snellen blik, maar die den +jongen man alles onthulde wat er op dit oogenblik in het hoofd van zijn vriend omging. +Raffles begon nu met het vertrek zeer zorgvuldig te bestudeeren. +</p> +<p>Wij zeiden reeds dat er een houten trap naar beneden leidde, die ongeveer in het midden +beweegbaar was. +</p> +<p>Zij telde dertig tot twee en dertig treden en liep langs den gladden zijwand van den +kelder. +</p> +<p>De deur bovenaan kwam dadelijk op de trap uit zonder portaal. +</p> +<p>De hefboom, zooeven door een der bandieten overgehaald, bevond zich niet ver van den +voet van de trap, en de schakelaar van het electrische licht was naast de stevige +deur, geheel van ijzer vervaardigd, en in de grijze kleur van de steenen geschilderd, +waardoor Raffles en Charly haar, toen zij op de trap stonden, niet aanstonds hadden +kunnen zien. +</p> +<p>De kelder was ongeveer vijf meter breed en bijna zeven meter lang, en zooals gezegd, +de beide stoelen stonden in het midden, ruim een meter van elkander. +</p> +<p>De bewakers liepen voortdurend heen en weder oogenschijnlijk om te voorkomen dat zij +in slaap zouden vallen. +</p> +<p>Weer verliep een half uur en Raffles had reeds een paar keeren gegaapt. +</p> +<p>„Neem mij niet kwalijk, mijne heeren,” zeide hij, „maar het is toch zeker niet verboden +om te rooken in dit vertrek? Er is niets zoo goed als een voortreffelijk sigaret om +zich den tijd een weinig te korten en wakker te blijven.” +</p> +<p>De twee bewakers schenen elkander met een blik te raadplegen en toen antwoordde een +hunner brommend: +</p> +<p>„Als gij kans ziet om te rooken, gij kunt uw gang gaan, maar ik heb geen sigaretten!” +</p> +<p>„Het is ook de vraag of ik uw sigaretten wel zou lusten!” riep Raffles spottend uit. +„Wees zoo goed en haal mijn koker eens te voorschijn, hij zit in mijn binnenzak, en +het is vreemd, maar ik kan er zelf niet bij!” +</p> +<p>De bewaker, dien Raffles in gedachten „De onverschillige” had genoemd trad op hem +toe, knoopte zijn jas open, stak de hand in den binnenzak, en haalde er een fraaien, +gouden sigarettenkoker uit. +</p> +<p>Hij liet een zacht fluitend geluid van bewondering hooren, wierp het kostbare voorwerp +een paar malen omhoog, en zeide grinnikend: +<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p> +<p>„Ik geloof dat ik dat mooie dingetje maar confisceer! Het is zeker een erfenis, niet +waar?” +</p> +<p>„Gij kunt doen wat gij verkiest, als gij mij maar eerst een sigaret geeft!” antwoordde +Raffles schouderophalend. +</p> +<p>De bandiet opende het <span id="xd33e987">étui</span> en wilde er een sigaret uitnemen, maar Raffles zeide haastig: +</p> +<p>„Blijf er liever af met je vingers, vriend! Ik wil volstrekt niets afdingen op je +zindelijkheid, maar de aroma van deze fijne sigaretten heeft er onder te lijden als +zij te veel worden aangevat! Houdt mij het <span id="xd33e992">étui</span> maar voor, ik zal er met de lippen wel een uitnemen!” +</p> +<p>De bandiet, een weinig verbluft, gehoorzaamde, en hield Raffles het <span id="xd33e997">étui</span> zoo dicht mogelijk bij den mond, dat deze er met de lippen een sigaret uit kon nemen. +</p> +<p>„Nu een beetje vuur, als ik je verzoeken mag!” zeide hij. +</p> +<p>De bandiet haalde een lucifersdoosje uit zijn zak, streek een lucifer af, en hield +die aan de sigaret. +</p> +<p>Vol welbehagen deed Raffles een paar trekjes, en de bandiet, opgetogen over de heerlijke +lucht, riep uit: +</p> +<p>„Bij mijn ziel, dat is eerst een sigaret! Kom, wij zullen er ook eens den brand in +steken!” +</p> +<p>Hij nam een sigaret uit den koker en had haar het volgende ooogenblik aangestoken. +</p> +<p>Hij kwam nu met het <span id="xd33e1008">étui</span> naar zijn makker toe en hield het hem voor, maar deze, die het geheele tooneeltje +een weinig argwanend had gadegeslagen riep uit: +</p> +<p>„Ik rook de sigaretten van dien man niet!” +</p> +<p>„Kom, kom, hij heeft er toch zelf ook een aangestoken!” riep „de onverschillige”. +</p> +<p>„Wel mogelijk, maar ik vertrouw hem niet! En als ik jou een raad mag geven, Jim, dan +gooi je dat ding dadelijk weer weg! Vooruit, doe wat ik zeg! Ik heb het niet voorzien +op sigaretten van iemand die John Raffles heet, of kan zijn!” +</p> +<p>De aangesprokene die naar den naam Jim luisterde scheen de autoriteit van den ander +te erkennen, want hij bromde binnensmonds een vloek, deed nog snel een paar lange +halen aan de sigaret, verdraaide zijn oogen van genot, en wierp toen het rolletje +tabak in den hoek, maar niet zonder dat hij een verliefden blik op de smeulende sigaret +liet rusten. +</p> +<p>Daarop stak hij den gouden koker in zijn zak, en zeide tevreden: +</p> +<p>„Die zijn dan in ieder geval goed voor een volgende gelegenheid!” +</p> +<p>„Als ze je maar niet opbreken,” mompelde de tweede bandiet. „Ik zeg je nog eens, sigaretten +van John Raffles, daar pas ik voor!” +<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch7" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">HOOFDSTUK VII.</h2> +<h2 class="main">Wie het onderst uit de kan wil hebben.….</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Jim begon te lachen, een luide, rollende lach, maar die eensklaps werd afgebroken, +afgesneden als met een mes als het ware. +</p> +<p>Hij bleef eensklaps als uit steen gehouwen en met starende oogen in zijn lach steken, +bracht toen met een vaag gebaar een trillende hand aan het hoofd, rochelde eenige +keeren alsof hij iets in de keel had dat hij niet kon wegslikken, deed een paar wankelende +stappen.… en zakte toen in elkaar. +</p> +<p>Een rilling doorliep zijn lichaam en toen lag hij onbewegelijk. +</p> +<p>Zijn makker slaakte een waar gebrul en schreeuwde: +</p> +<p>„Ik heb het je wel gezegd! Die verdoemde sigaretten!” +</p> +<p>Hij vergat zelfs een oogenblik zijn gevangenen, knielde naast Jim neder, schudde hem +heen en weder, wierp een blik op het gelaat, waarin de trekken eensklaps verstijfd +schenen en op de glazige oogen, en sprong toen met een woesten vloek weder overeind. +</p> +<p>Een bijna bijgeloovige vrees had zich van hem meester gemaakt en hij staarde Raffles, +die hem glimlachend aankeek, met uitpuilende oogen aan. +</p> +<p>Toen barstte hij uit: +</p> +<p>„Ik weet niet wat mij weerhoudt om er maar dadelijk een eind aan te maken! Nu is het +wel zeker dat je John Raffles bent! Het had maar een haar gescheeld of ik had ook +van je duivelsche sigaretten gerookt.” +</p> +<p>„Wel, dat was de bedoeling!” zeide Raffles langs zijn neus. +</p> +<p>De bandiet hief de vuist op, als om Raffles te treffen, en slechts met moeite wist +hij zich zelf te beheerschen. +</p> +<p>Hij dacht een oogenblik na, bromde toen voor zich heen: +</p> +<p>„Ik moet telefoneeren, zij moeten mij een ander zenden! Ik durf niet alleen blijven +met dien duivelskunstenaar!” +</p> +<p>Hij vloog naar de trap, en begon haar zoo vlug hij kon te beklimmen. +</p> +<p>Waarschijnlijk bevond de telefoon zich in een of ander vertrek van de drukkerij, of +in de schuur. +</p> +<p>Raffles volgde hem met de oogen, en juist toen de bandiet de helft van de trap bereikt +had, strekte hij zijn beenen zoo ver mogelijk, tot zijn teenen den grond raakten, +en wierp zich met een enkelen sprong als die van een <span class="corr" id="xd33e1042" title="Bron: kangeroe">kangoeroe</span> met zijn volle gewicht vooruit, en tegen den hefboom aan den voet van de trap.….. +</p> +<p>Een kort gekraak liet zich hooren, het boveneinde van de trap zwaaide terug en de +bandiet, zoo plotseling van het evenwicht beroofd, stortte van een hoogte van drie +meter voorover op den steenen vloer van den kelder. +</p> +<p>De hoogte was niet groot genoeg om hem te dooden, maar hij moest toch iets gebroken +hebben want hij bleef half verdoofd liggen. +</p> +<p>Zijn revolver was hem tijdens den val uit de hand gevlogen en lag ver buiten zijn +bereik. +</p> +<p>Raffles verloor geen tijd maar beukte uit alle macht den stoel tegen den muur, zoodat +het niet lang duurde of de rug en de pooten waren gebroken. +</p> +<p>De dikke touwen hadden nu geen houvast meer, en vielen slap langs armen en beenen +neer. +</p> +<p>In een oogwenk had Raffles zich bevrijd, en snelde nu op Charly toe, die meende te +droomen, en als versuft dit tooneeltje had gadegeslagen dat zich met ongelooflijke +snelheid had afgespeeld. +</p> +<p>En het merkwaardige was dat de sigaret nog altijd tusschen de lippen van den Grooten +Onbekende zat geklemd en hij nog even rustig rookte, alsof hij zich in <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>de conversatiezaal van de Windsor-Club had bevonden. +</p> +<p>Stotterend van verbazing vroeg Charly, toen hij armen en beenen weer bewegen kon: +</p> +<p>„Ik kan nog niet begrijpen dat het al werkelijk gebeurd is, heb je zelf in het geheel +geen last van die sigaret?” +</p> +<p>„Het was de eenige goede die er bij was, mijn jongen!” antwoordde Raffles glimlachend. +„Het gouden mondstukje is een weinig korter dan dat van de andere sigaretten en daaraan +herken ik het terstond. Maar daarom wilde ik ook volstrekt de sigaret zelf nemen. +Maar laten wij nu geen tijd verbeuzelen met babbelen, er valt ander werk te doen. +Wij zullen eerst onzen vriend eens verbinden maar zoo dat hij zich niet bevrijden +kan!” +</p> +<p>Hij bukte zich over den man heen, die juist uit zijn verdooving ontwaakte en zeide: +</p> +<p>„Ik geloof niet dat hij iets gebroken heeft!” +</p> +<p>„Vindt je wel dat het er veel toe doet?” vroeg Charly ironisch. +</p> +<p>Raffles antwoordde niet, maar greep het touw waarmede hij zelf was gebonden geweest +en een oogenblik later was de bandiet zoodanig gekneveld dat hij in den letterlijken +zin van het woord geen lid kon verroeren. +</p> +<p>Hij werd naar een hoek van het vertrek gedragen en daar neergelegd. +</p> +<p>De man was weder volkomen bij kennis en keek Raffles aan met twee oogen die van haat +en machteloos woede gloeiden. +</p> +<p>„Ja vriend!” zeide Raffles op wijsgeerigen toon, „dat men den morgen nooit moet prijzen +voor den nacht, om een bekend spreekwoord naar omstandigheden te wijzigen. Over je +metgezel behoef je je niet ongerust te maken, hij is springlevend en alleen maar bewusteloos +en dat zal hij de eerste twaalf uren wel blijven. Mijn sigaretten zijn zeer krachtig. +En nu zal ik je gedurende eenigen tijd tot mijn spijt moeten verlaten want dringende +bezigheden roepen mij elders!” +</p> +<p>Hij ging de revolver opzoeken, onderzocht het wapen nauwkeurig en kwam tot de ontdekking +dat het gelukkig door den val niet geleden had. +</p> +<p>Charly wapende zich met het automatische repeteerpistool van den bewusteloozen bandiet, +en keek Raffles vol afwachting aan. +</p> +<p>„Nu maken wij zeker dadelijk dat wij wegkomen?” +</p> +<p>„Ja, mijn jongen, wij gaan naar huis.” +</p> +<p>Gelukkig riep Charly uit: „Ik had, eerlijk gezegd, gedacht, dat je het avontuur nog +verder had willen voortzetten.” +</p> +<p>„Wel, ik ben ook niet anders van plan,” hernam Raffles droogjes. „Want ik wil wel +naar huis, maar langs een anderen weg dan dien wij gekomen zijn.” +</p> +<p>„Hoe dan wel?” +</p> +<p>„Door de tunnel, welke de bandieten gegraven hebben.” +</p> +<p>„Maar dat staat gelijk met zelfmoord!” riep Charly verschrikt uit. „Wie weet hoeveel +van die kerels wij daar wel vinden!” +</p> +<p>„Het kunnen er zooveel niet zijn, want in een onderaardschen gang, zoo als zij er +een graven, kunnen onmogelijk meer dan vier man tegelijk vertoeven, en waarschijnlijk +vinden wij er niet meer dan drie. Maar al waren het er zes, wij hebben het voordeel +van de verrassing. Kom spoedig mede!” +</p> +<p>Raffles trad op de ijzeren deur toe, en het duurde niet lang, of hij had de wijze +ontdekt, waarop zij geopend moest worden. +</p> +<p>Hij knikte nog eens naar den gebonden bandiet die onbeweeglijk en met giftigen blik +naar hem keek, en daarop traden de beide vrienden den tweeden, kleinen kelder binnen, +na zich eerst te hebben overtuigd dat hun lantaarns nog goed werkten. +</p> +<p>Een eenvoudige houten deur, van goede planken vervaardigd, bleek het begin van de +tunnel af te sluiten. +</p> +<p>De gang had een ovalen vorm, en de grootste doorsnede was omstreeks één meter tachtig, +de kleinste één meter vijftig. +</p> +<p>Op geregelde afstanden was de tunnel geschoord en op den eersten blik zag Raffles +dat hier een zeer kundig ingenieur aan het werk was geweest. +</p> +<p>De tunnel was volkomen recht, overal even hoog en breed en op zwakke plaatsen met +metselsteenen versterkt. +</p> +<p>De schoren bestonden uit dikke palen van eikenhout, zoo dik als een heipaal, en schuin +gesteld, zoodat zij het gewicht van het verwulf konden dragen. +</p> +<p>En nauwelijks waren de twee vrienden een twintigtal meter in de tunnel door gedrongen +of zij zagen heel in de verte een flauw schijnsel. +</p> +<p>Dadelijk doofden zij het licht van hun eigen lantaarns en gingen op den tast verder. +<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p> +<p>Aan weerszijden van de tunnel liepen de electrische draden van de boormachine, welke +zich aan de uiteinden van de onderaardsche gang moest bevinden, en waarmede de tunnelgravers +den harden bodem hadden aangetast, om dien vervolgens met schop en houweel verder +te verwijderen. +</p> +<p>Waar de uitgegraven aarde gebleven was, begreep Raffles niet. Maar, waarschijnlijk +had men die in een andere schuur opgehoopt. +</p> +<p>Bij iederen stap werd het schijnsel helderder, en na ongeveer vijftig meter te zijn +voortgegaan konden de beide mannen de vage gedaanten zien van eenige lieden, die druk +bezig waren aan het andere einde van de tunnel. +</p> +<p>Maar de boormachine zweeg, wier gonzend geluid hun het eerst op het spoor van de tunnelgravers +had gebracht. +</p> +<p>Wel klonken de regelmatige slagen van twee of drie houweelen op den harden grond. +</p> +<p>Blijkbaar waren de bandieten bezig het gat te vergrooten in den tusschenwand, teneinde +des te gemakkelijker de stalen platen voor de opening op zijde te kunnen schuiven. +</p> +<p>Raffles en Charly hadden zich plat voorover geworpen en kropen voort, de revolvers +in de vuisten geklemd. +</p> +<p>Charly trok het touw achter zich aan, waarmede hij gebonden was geweest en dat men +misschien aanstonds noodig zou kunnen hebben. +</p> +<p>Nog een twintig meter, en toen konden Raffles en Charly reeds duidelijk onderscheiden +wat er daarginds geschiedde. +</p> +<p>Er waren daar drie mannen, hoogstwaarschijnlijk de Lynx met de twee bandieten, die +hem vergezeld hadden. +</p> +<p>Twee hunner waren bezig met houweelen uit alle macht de rotsharde aarde aan te tasten, +terwijl de derde het werk leidde, en een zeer groote electrische lantaarn in de hand +hield, waarmede hij de beide arbeiders belichtte. +</p> +<p>Zoo sterk was het licht, dat Raffles duidelijk kon zien, dat de opening in den wand +sedert dien morgen zeer veel grooter was geworden. +</p> +<p>Zij was bijna vier decimeter hoog en zeven decimeter breed, en daar achter was zeer +duidelijk het zwakke geglim van het schild van nikkelstaal te zien. +</p> +<p>Links stond de boormachine, die thans buiten gebruik was gesteld, daar zij de stalen +schilden toch niet zou kunnen bewerken. +</p> +<p>Het zou zeker geen uur meer duren, of de geheele opening zou vrij gemaakt, en dan +zou het zeker heel wat gemakkelijker vallen, de stalen platen omver te werpen, of +ter zijde te schuiven. +</p> +<p>En als ook dit mislukte, zouden de bandieten wel eens kunnen pogen, de staalschilden +met behulp van een zuurstofvlam te vernielen, en zoo in de tunnel door te dringen, +die zoo zeer hun nieuwsgierigheid had gaande gemaakt. +</p> +<p>Maar voor het oogenblik was daar geen vrees voor. +</p> +<p>Het werk vorderde langzaam en telkens vlogen er kleine stukjes van den rotsharden +grond. +</p> +<p>Nu en dan liet de Lynx het werk ophouden, en beschouwde de opening en de staalplaat +daar achter. +</p> +<p>En toen, voor Raffles en Charly er goed en wel op verdacht waren, spoot er als het +ware een verblindend witte straal tegen de staalplaat. +</p> +<p>De bankroovers hadden hun zuurstofapparaat reeds in werking gebracht. +</p> +<p>Zij droegen alle drie brillen met zwart gemaakte glazen, waardoor zij ongestraft in +het vreeselijke wit van de vlam konden kijken. +</p> +<p>Maar Raffles en Charly hadden ongewapende oogen en konden zelfs op dien afstand den +helschen gloed ternauwernood verdragen. +</p> +<p>Er viel ook niet aan te denken, behoorlijk te mikken tegen dit verblindend licht in. +</p> +<p>Zij kropen zoo snel zij konden weder een twintig meters achteruit, en van deze plek +konden zij nog zeer goed zien, wat er daarginds vooraan in de tunnel voorviel, zonder +gevaar te loopen, hun oogen onherroepelijk te bederven. +</p> +<p>Van de drie bandieten was nu niets meer te zien. +</p> +<p>Zij hadden zich waarschijnlijk plat op den buik geworpen, om zoo weinig mogelijk last +te hebben van het schelwitte licht, van een witheid, door niets te overtreffen, en +waarbij zelfs de schittering van een sterke electrische booglamp in het niet zonk. +</p> +<p>Er verliepen bijna twee uren. +</p> +<p>Het gat was nu zeker bijna zoo diep, dat alle drie de platen waren doorgesmolten. +</p> +<p>En toen geschiedde er iets, waarop de twee mannen ook al niet gerekend hadden. +</p> +<p>De Lynx zond een van zijn mannen terug, zeker om eens te gaan zien, of de gevangenen +zich nog niet bedacht hadden! +<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p> +<p>Als zij bleven waar zij waren, dan zouden zij zeker gezien worden, want de tunnel +bood hier volstrekt geen schuilplaats, en de man, die terugkeerde was voorzien van +een kleinen zaklantaarn. +</p> +<p>Maar hier viel niet te aarzelen, zij moesten beginnen met te retireeren, tot zij althans +buiten het gehoor van de twee achtergebleven bandieten waren. +</p> +<p>Raffles en Charly kropen dus als bij onderlinge afspraak, zonder dat het noodig was +geweest, een enkel woord te wisselen, achteruit, op handen en voeten, en nu en dan +omziende om zich te overtuigen, dat zij buiten het lichtschijnsel van de lantaarn +bleven. +</p> +<p>Zij waren den man minstens vijftig meter vooruit, en hij kon hen onmogelijk zien. +</p> +<p>En toen ontfermde het lot zich over hen, zij vonden een plek, waar de tunnel eensklaps +een weinig breeder werd, misschien had hier een aardinstorting plaats gehad, of was +deze soort nis met opzet gemaakt, teneinde er gereedschappen of machineonderdeelen +te kunnen bewaren. +</p> +<p>Deze kleine uitholling was echter nauwelijks groot genoeg, om een enkel persoon te +kunnen bevatten. +</p> +<p>Raffles boog zich naar Charly over en fluisterde hem in: +</p> +<p>„Ga jij nog een tiental meters verder, ik blijf hier, en zal den kerel ten val brengen, +dan keer je dadelijk weer terug, en helpt hem onschadelijk maken!” +</p> +<p>Charly knikte en ging verder, terwijl Raffles zich zoo klein mogelijk maakte, en zich +tegen den achterwand van de nis drukte. +</p> +<p>Vijf minuten later kwam de bankroover voorbij, of liever, hij wilde voorbij gaan, +want zoover kwam het niet. +</p> +<p>Raffles had zich bliksemsnel gebukt en den kerel bij het onderbeen gevat. +</p> +<p>De man struikelde en had zelfs niet den tijd voor een vloek. +</p> +<p>Want dadelijk wierp Raffles zich op hem, en toen ook Charly op het gerucht van den +val terug kwam ijlen, was zijn lot spoedig beslist. +</p> +<p>Hij werd nu stevig gebonden, zoodat hij zich niet verroeren kon, en ook geen geluid +kon maken. +</p> +<p>Dat was dus een derde van de vijandelijke legermacht verslagen. +</p> +<p>De rest zou kinderspel zijn! +</p> +<p>Juist op dat oogenblik hoorden de beide mannen een dof gekraak aan het uiteinde van +de tunnel. +</p> +<p>Zij snelden terug zoo vlug zij konden en de gesteldheid van de tunnel het hun <span class="corr" id="xd33e1146" title="Bron: veroorloofden">veroorloofde</span>. +</p> +<p>Het verblindend witte licht was nu verdwenen. +</p> +<p>Alleen de twee lantaarns verspreidden hun licht. +</p> +<p>Blijkbaar was zooeven de arbeid met de steekvlam geëindigd. +</p> +<p>Er was nog meer gebeurd. +</p> +<p>Door de opening in de drie stalen schilden, ongeveer zuiver rond, en bijna twee decimeter +in doorsnede, hadden de twee bandieten de stukken van de spoorstaaf met behulp van +een ijzeren haak kunnen wegduwen. +</p> +<p>En daarna hadden zij, uit alle macht zich inspannend, de stalen schilden één voor +één omver kunnen werpen. +</p> +<p>De opening was nu vrij! +</p> +<p>Een der bandieten stak er een arm gewapend met een lantaarn door, zeker om de tunnel, +die nu open voor hen lag, te belichten. +</p> +<p>Dat was zijn ongeluk.… +</p> +<p>Want Raffles en Charly zagen op hetzelfde oogenblik iets eigenaardigs gebeuren. +</p> +<p>De man met de lantaarn verdween onder het slaken van een luiden vloek, en zoo vlug, +of hij door toovenaarshanden werd weggesleurd! +</p> +<p>„Dat moet Henderson zijn!” kwam Raffles glimlachend, terwijl Charly moeite had een +schaterlach te onderdrukken, zoo snel en zonder omslag was de bankroover uit het oog +verdwenen. +</p> +<p>„Kom vlug, Charly, voor mijnheer de Lynx zijn makker ter hulp kan snellen!” +</p> +<p>De twee vrienden ijlden naar de opening, en onder het loopen gaf Raffles het waarschuwingssein, +voor Henderson bestemd, die zooeven zoo handig zijn tegenstander door de opening had +getrokken, met niet meer omslag dan men gebruikt om een sardiene uit het blikje te +nemen. +</p> +<p>Op het hooren van het sein keerde de Lynx zich om, en slaakte een gebrul van woede, +toen hij zijn gevangenen herkende. +</p> +<p>Hij bracht de hand naar zijn zak, maar hij was wat te langzaam.… reeds was Raffles +bij hem en sloeg hem door een op de goede plek aangebrachten vuistslag neer. +</p> +<p>In een handomdraaien was de schurk gebonden en machteloos gemaakt. +<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span></p> +<p>Hij kwam juist weer bij, toen dit geschied was. +</p> +<p>„Ja, vriend Lynx, zoo gaat het nu eenmaal in de wereld,” zeide Raffles glimlachend, +„heden ik, morgen gij! Maar vandaag zijt gij het in ieder geval, naar ik geloof!” +</p> +<p>Henderson stak op dit oogenblik zijn groot hoofd door de opening, en zeide leukweg: +</p> +<p>„Alles <span lang="en">all right</span>, mijnheer! Bij u ook, hoop ik?” +</p> +<p>„Alles in de beste orde, James!” antwoordde Charly lachend. „Steek dien kerel maar +weer door het gat, waar je hem zoo handig gevangen hebt!” +</p> +<p>Even later kwam er een soort mummie door de opening, aangereikt door den reus. +</p> +<p>De man was zoo stijf gebonden, dat hij letterlijk geen vingerlid kon verroeren. +</p> +<p>„Zoo, daar hebben wij de verzameling compleet!” kwam Raffles tevreden. „Nu nog het +vrachtje naar het huis in de Baker-Street vervoerd, en tijdelijk in den kelder neergelegd, +in afwachting van de komst der politie, maar voor dien tijd staat ons een zware arbeid +te wachten, vrienden!” +</p> +<p>„Wat wil je doen?” vroeg Charly nieuwsgierig. +</p> +<p>„Vraag je dat nog? Natuurlijk wil ik de tunnel van die lieden voor de grootste helft +vernielen, en doen instorten! Want om zich te wreken zullen zij natuurlijk verraden +wat zij gevonden en gezien hebben en dan was alle moeite toch vruchteloos geweest! +En daarom zullen wij eerst hun tunnel voor een deel vernielen, vervolgens zullen wij +een laag beton hier op deze plek aanbrengen, een vijftal meter dik, en tenslotte zullen +wij onze eigen tunnel een andere richting geven, op deze plek! En al dien tijd zullen +de heeren onze gasten zijn, wel bewaakt, natuurlijk! De bankroof zullen zij mijnentwege +later nog eens kunnen beproeven, maar dan niet ten koste van John Raffles!” +</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first center">De volgende aflevering (No. 346) bevat. +</p> +<p class="center xxl">DE VERZONKEN STAD. +</p> +</div> +</div> +<div class="div1" id="toc"> +<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> +<table role="presentation"> +<tr id="ch1.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">I. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">Het gerucht onder den grond.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> +</tr> +<tr id="ch2.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">II. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">Het geluid komt nader.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">5</a></td> +</tr> +<tr id="ch3.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">III. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Een gevaarlijke verwikkeling.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">9</a></td> +</tr> +<tr id="ch4.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">IV. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">De overval.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">15</a></td> +</tr> +<tr id="ch5.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">V. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">In de handen der bankroovers.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">20</a></td> +</tr> +<tr id="ch6.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">VI. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">Bange uren.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">24</a></td> +</tr> +<tr id="ch7.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">VII. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">Wie het onderst uit de kan wil hebben.….</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">28</a></td> +</tr> +</table> +</div> +<div class="transcriberNote"> +<h2 class="main">Colofon</h2> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het +einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel +zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van +dit boek.</p> +<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>2026-05-10 Begonnen. +</li> +</ul> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende 45 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table class="correctionTable"> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +<th>Bewerkingsafstand</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e123">1</a>, <a class="pageref" href="#xd33e928">25</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e136">1</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Regentstreet</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Regent-Street</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e157">2</a>, <a class="pageref" href="#xd33e166">2</a>, <a class="pageref" href="#xd33e211">3</a>, <a class="pageref" href="#xd33e262">4</a>, <a class="pageref" href="#xd33e278">5</a>, <a class="pageref" href="#xd33e298">6</a>, <a class="pageref" href="#xd33e362">7</a>, <a class="pageref" href="#xd33e431">9</a>, <a class="pageref" href="#xd33e714">17</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Grossvenor-Street</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Grosvenor-Street</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e198">3</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Naastd eze</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Naast deze</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e234">4</a>, <a class="pageref" href="#xd33e315">6</a>, <a class="pageref" href="#xd33e393">8</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e244">4</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">hetzelde</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">hetzelfde</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e256">4</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">eenigzins</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">eenigszins</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e305">6</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">asfalt</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">asphalt</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e325">6</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">En</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Een</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e436">10</a>, <a class="pageref" href="#xd33e546">12</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">kelner</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">kellner</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e484">11</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">engros</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">en gros</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e497">11</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e514">11</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Midland Bank</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Midland-Bank</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e584">13</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">knipoogde</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">knipoogden</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e590">13</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">verspinteren</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">versplinteren</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e595">13</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">reed s</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">reeds</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e600">13</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">ontdekte</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">ontdekten</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e644">15</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">dem</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">den</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e660">16</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">pantser platen</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">pantserplaten</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e666">16</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e688">16</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">aange-getast</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">aangetast</td> +<td class="bottom">3</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e700">17</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Middland-Bank</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Midland-Bank</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e764">19</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zichbaar</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">zichtbaar</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e853">22</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Middland Bank</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Midland-Bank</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e860">22</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">’</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e899">24</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">„</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e903">24</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">onmiddelijk</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">onmiddellijk</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e987">27</a>, <a class="pageref" href="#xd33e992">27</a>, <a class="pageref" href="#xd33e997">27</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1008">27</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">etui</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">étui</td> +<td class="bottom">1 / 0</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1042">28</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">kangeroe</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">kangoeroe</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1146">31</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">veroorloofden</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">veroorloofde</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78683 ***</div> +</body> +</html> diff --git a/78683-h/images/lordlister0345-front.jpg b/78683-h/images/lordlister0345-front.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ad8054a --- /dev/null +++ b/78683-h/images/lordlister0345-front.jpg diff --git a/78683-h/images/p0345-01.png b/78683-h/images/p0345-01.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..17bb3f3 --- /dev/null +++ b/78683-h/images/p0345-01.png diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6c72794 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This book, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..d37f832 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for eBook #78683 +(https://www.gutenberg.org/ebooks/78683) |
