summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--78683-0.txt2734
-rw-r--r--78683-h/78683-h.htm3404
-rw-r--r--78683-h/images/lordlister0345-front.jpgbin0 -> 75534 bytes
-rw-r--r--78683-h/images/p0345-01.pngbin0 -> 9250 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
7 files changed, 6154 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/78683-0.txt b/78683-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..f970715
--- /dev/null
+++ b/78683-0.txt
@@ -0,0 +1,2734 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78683 ***
+
+
+
+
+ LORD LISTER
+ GENAAMD RAFFLES
+ DE GROOTE ONBEKENDE.
+
+ NO. 345 DE BANKROOVERS.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE BANKROOVERS.
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+HET GERUCHT ONDER DEN GROND.
+
+
+Het was ongeveer twee uur in den middag toen twee heeren den grooten
+tuin overstaken, die zich bevindt achter een der grootste huizen van de
+Regent-Street, niet ver van Pall Mall.
+
+Het huis behoorde toe aan Lord William Aberdeen, den bekenden
+Londenschen philantroop.
+
+De grootste van de beide heeren, die daar door den tuin liepen en hun
+schreden richtten naar een groot tuinhuis, was Lord Aberdeen zelf, maar
+de jonge man die bij hem was, Charly Brand geheeten, kende hem als John
+Raffles, den Grooten Onbekende.
+
+Zij hadden nu het tuinhuis bereikt, en gingen binnen.
+
+Indien wellicht een buurman, ondanks het dichte geboomte de beide
+heeren daar had zien binnentreden, dan zou hij zich toch niet verbaasd
+hebben, want hij kon weten, dat Zijne Lordschap een zeer ontwikkeld man
+was, die zich met zijn secretaris druk bezig hield met het nemen van
+proeven op het gebied der chemie.
+
+Maar wat hij niet wist of kon weten, dat was, dat men het voornaamste
+gedeelte van het tuinhuis niet boven, maar onder den grond moest
+zoeken.
+
+Maar daar bevond zich de geheime werkplaats, daar was ook het
+laboratorium, waar de Groote Onbekende eenige zijner meest verrassende
+uitvindingen had gedaan, daar was het plan voor de electrische
+vliegmachine ontstaan, welke zich met een snelheid van 500 kilometer
+per uur door de lucht kon bewegen. Daar was ook het aanschijn gegeven
+aan de plannen van de wonderbare duikboot, kleiner dan de kleinste
+oorlogsduikboot, maar zeker drie maal zoo snel.
+
+Het tuinhuis bevatte twee vertrekken, het eigenlijke chemische
+laboratorium waar de beide onafscheidelijke vrienden ook zeer vaak
+werkten, en een soort rookkamer, die tevens een kleine
+wetenschappelijke boekerij bevatte.
+
+En in deze rookkamer, ter hoogte van den monumentalen schoorsteen,
+bevond zich de ingang naar de onderaardsche werkplaats.
+
+Door het verdraaien van een der kleine krullen in de gebeeldhouwde
+lijst van den spiegel, schoof een stuk van den schoorsteen terzijde en
+men bevond zich dan in een zeer smallen gang, nauwelijks vier decimeter
+breed, en waarin een zeer zwaarlijvig man zich zelfs niet had kunnen
+bewegen.
+
+De beide heeren waren zoo juist het vertrek binnengetreden, en nu begon
+Raffles:
+
+„Nu zal ik je eens zeggen, waarom ik je eigenlijk hier heb gebracht.”
+
+„Ik ben er nieuwsgierig naar.”
+
+„Je weet dat eergisteren in een winkel in de Grosvenor-Street een
+allerhevigste ontploffing heeft plaats gehad.”
+
+Charly Brand keek Raffles verbluft aan en zeide:
+
+„Ja, ik meen zoo iets gelezen te hebben. Tot op een half uur gaans
+waren de ruiten van de huizen gesprongen, en er zijn drie personen
+zwaar gewond. Ik kan mij alleen met den besten wil van de wereld niet
+voorstellen, op welke wijze dit in verband kan staan met je verzoek om
+hier heen te gaan!”
+
+„Maar wij blijven hier niet, wij gaan verder naar beneden!”
+
+„Maar om wat te doen dan toch?”
+
+„Heb je het nog niet begrepen? Luister dan. De onderaardsche tunnel van
+dit huis naar mijn huis in de Victoria-Street loopt op slechts weinige
+schreden afstands van de Grosvenor-Street en de gasontploffing heeft
+plaats gehad in een grooten kelder. Het is dus niet onmogelijk, dat die
+ontploffing schade aan onze tunnel heeft toegebracht, en ofschoon wij
+haar in geruimen tijd niet gebruikt hebben, moeten wij haar toch steeds
+in goeden staat houden, men kan nooit weten, hoe zij ons nog eens kan
+dienen! Je weet, dat ik eenige jaren geleden het bestaan van dien
+onderaardschen gang bij toeval ontdekte, en mij toen gehaast heb, haar
+te verbeteren, en over een tiental meters door te trekken, totdat zij
+uitliep op onze onderaardsche werkplaats.”
+
+„Nu begrijp ik het!” riep Charly uit. „Je wilt dus een kleine
+inspectie-reis ondernemen.”
+
+„Zoo is het! Ik wil mij overtuigen, of de tunnel ergens is ingestort,
+om nu maar dadelijk het grootste ongeluk te noemen, en dat de
+spoorstaaf niet verbogen is, waarover ons twee wielig, electrisch
+wagentje rijdt. Het is verder niet buitengesloten, dat de electrische
+geleidingsdraad door den schok is gebroken, dat alles wil ik
+onderzoeken.”
+
+„Nu ik ben tot je dienst.”
+
+Raffles trad nu op den spiegel toe, draaide aan de krul en geruischloos
+schoof een stuk van den schoorsteen zoover terzijde, dat er een opening
+ontstond bijna anderhalven meter hoog en omstreeks een halven meter
+breed.
+
+De beide mannen gingen er achtereenvolgens door, en door aan een
+kleinen hefboom te trekken, liet Raffles den schoorsteen weder op zijn
+plaats terug gaan.
+
+De twee vrienden liepen een tiental passen door den smallen gang die
+niet anders was dan de ruimte tusschen den buitenmuur van het tuinhuis
+en den loozen muur van het vertrek en bereikten zoo een smalle ijzeren
+trap, die naar het binnenste van de aarde scheen af te dalen.
+
+Het werd spoedig zeer donker, en de beide vrienden ontstaken hun
+electrische zaklantaarn.
+
+De trap had dertig treden en eindigde in een soort kelderruimte.
+
+Met een eigenaardig gevormden sleutel opende Raffles een stalen deur en
+nu stonden de mannen in het laboratorium.
+
+Raffles draaide een schakelaar van het licht om, en nu baadde het
+vertrek in een zee van licht, uitgestraald door een viertal groote
+booglampen.
+
+Hier bevond zich een volmaakte inrichting voor het doen van proeven op
+allerlei gebied, die menig professor of leeraar aan de Universiteit
+Raffles zou hebben benijd.
+
+Een tweede deur gaf toegang tot een ander vertrek, bijna even groot,
+waar een paar werkbanken stonden, een kleine smidse, een electrische
+smeltoven, een machine voor houtbewerking, waar Raffles zelf zijn
+modellen vervaardigde, en een groot rek met de beste en fijnste
+gereedschappen.
+
+En hier ook begon de ingang van de tunnel, welke Raffles bij toeval
+ontdekt had, en die waarschijnlijk dateerde uit de middeleeuwen, toen
+Londen letterlijk onder den grond een doolhof van gangen en geheime
+plaatsen had voor bijeenkomsten van verschillende secten, die toen
+achtereenvolgens aan vervolging bloot stonden.
+
+Op den vloer glinsterde iets, dat was de stalen spoorstaaf, waarover
+een klein wagentje kon glijden, dat plaats bood voor drie personen, die
+op een soort zadel konden gaan zitten.
+
+Maar het wagentje was op het oogenblik aan het ander uiteinde van de
+tunnel, die bijna vijf kilometer lang was.
+
+Raffles haalde een stang over, die dicht naast den ingang aan de tunnel
+aan den muur bevestigd was en de beide mannen wachtten.
+
+Maar zij wachtten vruchteloos, er verscheen niets.
+
+„Ik heb het wel gevreesd, er is iets niet in orde,” mompelde Raffles.
+„Als de automatisch-electrische inrichting nog werkte, dan had het
+wagentje reeds lang hier moeten zijn. Er is niets aan te doen, Charly,
+wij zullen er te voet op uit moeten.”
+
+De beide mannen hadden reeds hun grijze werkjassen over hun kleederen
+aangetrokken en hingen nu hun krachtige electrische lantaarns aan een
+haak voor hun borst.
+
+Want het was gebleken, dat ook de electrische lichtleiding verbroken
+was.
+
+Het schijnsel van de beide lantaarns verlichtte nu het begin van de
+tunnel.
+
+Zij had bijna overal een zuiver ronde doorsnede, maar de vloer was vlak
+gemaakt, om er des te steviger de enkele spoorstaaf op te kunnen
+bevestigen, waarover het electrische gedreven wagentje liep, dat met
+een snelheid van ruim honderd kilometer per uur door deze onderaardsche
+gang snelde.
+
+Naast deze spoorstaaf bevond zich een smal plankier, die juist ruimte
+genoeg bood aan twee personen, om naast elkander voort te loopen.
+
+De tunnel was bijna twee meter hoog en Raffles kon er met gemak rechtop
+in loopen, zonder gevaar voor een ongewenschte aanraking met de
+electrische draden, die langs den bovenkant van de tunnel liepen.
+
+Na ongeveer een half uur te hebben voortgeloopen, stond Raffles, die
+zijn blikken onafgewend op de electrische draden gevestigd had
+gehouden, eensklaps stil.
+
+Hij had een plek bereikt, waar de geleidingsdraad door den hevigen
+schok der ontploffing was afgebroken.
+
+Het uiteinde van den draad lag op den vloer van de tunnel.
+
+De twee mannen hingen nu hun lantaarns aan een der steunijzers voor den
+geleidingsdraad en ontpakten hun gereedschapstasch, teneinde den draad
+aanstonds te herstellen.
+
+Binnen een half uur waren zij hiermede gereed.
+
+Maar het bleek, dat hier niet de eenige plaats was, waar de draad was
+vernield.
+
+Want toen Raffles een van de schakelaars omdraaide, waarvan er ook in
+de tunnel een aantal te vinden waren, bleef het nog altijd duister, met
+uitzondering van het licht der beide zaklantaarns.
+
+Niet ver van de Grosvenor-Street vonden zij de tweede breuk.
+
+Ook deze herstelden zij, en toen Raffles opnieuw een schakelaar
+omzette, straalden een groot aantal gloeilampjes hun licht uit, die op
+geregelde afstanden langs de bovenzijde van de tunnel waren
+aangebracht.
+
+Hier en daar was de kalk uit de voegen tusschen de eeuwen oude steenen
+gevallen, en het smalle plankier was op enkele plaatsen ontzet.
+
+Maar de stalen spoorstaaf was gelukkig in het minst niet verbogen, alle
+bouten en moeren, waarmede zij op het plankier bevestigd was, bevonden
+zich nog in den besten staat.
+
+Maar ook de draad was gebroken, die aan beide zijde van de tunnel
+uitliep op een klein toestel, hetwelk weder in verbinding stond met den
+electromotor van het wagentje.
+
+Wanneer men aan het eene uiteinde van de onderaardsche gang op een knop
+drukte, of een kleinen hefboom overhaalde, dan werd de electrische
+stroom gesloten, een kernspoel werd magnetisch en trok een weekijzeren
+anker tot zich, waardoor een nok losschoot, welke den hefboom in
+bedwang hield, die den motor en tevens de giroscoop van het electrische
+wagentje in gang zette, hetwelk zich dan met groote snelheid in
+beweging zette.
+
+Ook deze verbindingsdraad was spoedig gelascht, en nu zetten de beide
+mannen hun weg voort naar het andere einde van de tunnel.
+
+Na nog bijna een uur loopens kwamen zij aan een plek, waar de tunnel
+eensklaps veel breeder werd.
+
+Het licht van de gloeilampjes weerkaatste op het staal en het koper van
+een eigenaardig gevormd wagentje, niet veel grooter dan een groote
+kruiwagen, voorzien van drie achter elkander geplaatste zadels, en van
+een ondiepen bak, waarin men van alles kon mede nemen.
+
+In het midden, beschermd door een metalen kap, bevond zich het zware
+vliegwiel van de giroscoop, dat tijdens den rit uiterst snel
+ronddraaide, als een tol werkte, en dus het wagentje op zijn twee
+achter elkander loopende wielen even goed in evenwicht hield, alsof het
+er vier had bezeten.
+
+Onder ieder zadel waren een paar pedalen zichtbaar, zooals bij een
+gewoon rijwiel, die ten doel hadden, het wagentje met menschelijke
+spierkracht toch nog te kunnen voortbewegen, ingeval door een of ander
+ongeluk de motor mocht weigeren.
+
+Raffles en Charly traden op het wagentje toe, en onderzochten het
+nauwkeurig.
+
+Alles was in de beste orde, en het zou desnoods dadelijk gebruikt
+kunnen worden.
+
+„Wij zullen nu weder terug loopen, om ons te overtuigen, dat alles in
+orde is en wij niets hebben overgeslagen, en dan aan den anderen kant
+eens beproeven, of de startinrichting nu werkt!” zeide Raffles.
+
+En zoo ondernamen de beide vrienden weder den terugweg door de tunnel,
+die bijna vijf kilometer lang was.
+
+Zij hadden reeds weder de plek bereikt, waar de herstelling had plaats
+gehad, toen Raffles eensklaps stilstond, en met een gebaar Charly
+dwong, hetzelfde te doen.
+
+„Wat is er?” vroeg de jonge man verwonderd.
+
+„Luister eens, hoor je niets?”
+
+Charly luisterde ingespannen, en keek toen Raffles vragend aan.
+
+„Wat zou dat zijn?” kwam hij toen. „Wat is dat voor een zonderling
+gerucht?”
+
+„Ik wilde je juist hetzelfde vragen!” gaf Raffles ten antwoord. „Ik heb
+de tunnel reeds lang in gebruik, maar het is voor het eerst, dat ik er
+ooit eenig gerucht in vernam, dat weet ik zeker.”
+
+De twee mannen stonden onbewegelijk en luisterden.
+
+Een dof, zoemend, snorrend geluid drong tot hen door, sterk gedempt
+door de dikke muren van de tunnel, maar toch duidelijk verneembaar.
+
+Het klonk als het gonzen van een sterken motor, of van een
+stoommachine.
+
+Ook leek het, of de grond zeer snel trilde alsof er dichtbij een
+exprestrein voorbij reed.
+
+Wel een kwartier bleven Raffles en Charly in de zelfde houding staan,
+zonder een woord te wisselen.
+
+Toen richtte Raffles zich weder op, en zeide:
+
+„Ik kan mij den aard van het geluid niet goed begrijpen. Nu eens zou ik
+zeggen dat het eenigszins gelijkt op het geluid van een steenboor, die
+met geweld door harde aarde wordt gedreven, dan weder doet het mij
+denken aan een automobielmotor, die op den bok loopt, teneinde op proef
+te draaien.”
+
+„Waar zijn wij hier ergens?”
+
+„Ik zou zeggen ter hoogte van de Grosvenor-Street, maar je weet, dat ik
+een zeer nauwkeurig plan heb van alle straten, waaronder de tunnel
+heenloopt, en ik kan dus de plek zeer nauwkeurig vaststellen, waar wij
+het zonderlinge gonzen nu hooren en dat ben ik ook van plan, want een
+man in mijn positie moet niets ondoorzocht laten!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+HET GELUID KOMT NADER.
+
+
+Haastig gingen de beide vrienden terug naar de onderaardsche
+werkplaats, en een half uur later stonden zij weder aan het uiteinde
+van de tunnel.
+
+Gedreven door een gevoel van achterdocht waaraan hij nog geen naam wist
+te geven, zag Raffles er van af, het starttoestel te beproeven.
+
+Hij wilde geen gerucht in de tunnel veroorzaken, al was het ook niet
+luider dan dat hetwelk veroorzaakt werd door het rijden van het
+electrische wagentje.
+
+Raffles en Charly beklommen opnieuw de geheime trap, en traden door het
+gat naast den schoorsteen weder in het paviljoen.
+
+Door den tuin bereikten zij het huis en dadelijk begaven zij zich naar
+de bibliotheek, waar Raffles uit een geheim vak van de groote
+boekenkast een portefeuille nam, welke hij geopend voor zich op tafel
+legde.
+
+Hij zocht eenigen tijd tusschen de papieren, die er zich in bevonden,
+nam er tenslotte een teekening uit, een soort plattegrond, met strepen,
+namen en cijfers bedekt, en zeide:
+
+„Op deze schets kunnen wij van meter tot meter nagaan, waar wij ons
+ergens bevinden, als wij in de tunnel zijn afgedaald. De plek waar wij
+het vreemde gerucht hoorden, moet zich bevinden omtrent den hoek van de
+Grosvenor-Street en de Baker-Street. Nog heden zullen wij daar eens een
+kijkje gaan nemen, want om je de waarheid te zeggen, bevalt mij dat
+ondergrondsche geluid niet!”
+
+„Zou de Gemeente misschien ergens bezig zijn met het leggen van
+buizen?”
+
+„Ik ontken het niet! Maar dan houdt de Gemeente er tegenwoordig
+eigenaardige methodes op na. Tot dusverre werd eenvoudig een soort
+loopgraaf gedelfd nadat men het asphalt had opgebroken en in dien kuil
+werd de buis neder gelaten. Voor zoo ver ik weet, gaat het overal ter
+wereld zoo toe!”
+
+„Er wordt toch nergens een nieuwe lijn van de Underground aangelegd?”
+
+„Niet bij mijn weten, maar het is niet geheel onmogelijk, en daarom
+zullen wij het maar eens dadelijk gaan onderzoeken!”
+
+Hij borg het papier weder in de map, schoof haar in het geheime vak, en
+wendde zich weder tot Charly met de opmerking:
+
+„Mij dunkt, dat wij, als er werkelijk een nieuwe tunnel werd geboord,
+ten behoeve van den ondergrondschen spoorweg, de uiterlijke kenteekenen
+daarvan hadden moeten zien want wij zijn in de laatste dagen dien kant
+nog al eens uit gekomen. Wij zullen het echter spoedig weten.”
+
+Raffles nam de huistelefoon ter hand en stelde zich in verbinding met
+Henderson, den chauffeur, die op de hoogte was van menige onderneming
+van zijn meester en aan tal van gevaarlijke avonturen een levendig
+aandeel had genomen.
+
+Vijf minuten later stond de groote, blauw gelakte auto van Zijne
+Lordschap William Aberdeen voor de deur.
+
+Raffles en Charly verlieten het huis en de eerste wendde zich tot
+Henderson, een man van reusachtigen lichaamsbouw:
+
+„Rijdt ons eens naar de Baker-Street, Henderson, maar vooral geen
+spoed, als ik je verzoeken mag, het is ons er ditmaal eens niet om te
+doen een wedstrijd met een sneltrein te houden!”
+
+Henderson trok een bedrukt gezicht, want langzaam rijden met een auto,
+die makkelijk honderd kilometer per uur kon halen, dat leek hem het
+toppunt van dwaasheid.
+
+Maar Mylord had het gezegd, en dat was voldoende.
+
+Ongeveer een kwartier later reed de auto met een kalm gangetje door de
+oude Baker-Street, na den hoek van de Grosvenor-Street te zijn
+omgeslagen.
+
+Maar nergens viel ook maar iets te bespeuren van den aanleg van een zoo
+geweldig werk als de bouw van een tunnel voor den ondergrondschen
+spoorweg is.
+
+Het asphalt was overal ongeschonden en nergens viel een kuil te
+ontwaren, zoo groot als een knikkerkuiltje!
+
+Voor alle zekerheid reden de beide mannen nog door een aantal andere
+straten in deze wijk, maar hun onderzoek was vruchteloos.
+
+Toen zij weder terug reden, het was bijna halfzes, begon Raffles, die
+eenigen tijd in gedachten tegen de kussens van de auto had geleund:
+
+„Het wordt er aldus niet duidelijker op. Het gerucht bestond toch niet
+alleen in onze verbeelding?”
+
+„Aardschokken komen in Engeland wel niet veel voor, maar toch zijn zij
+wel eens voorgekomen,” merkte Charly op. „Acht je het volkomen
+ondenkbaar, dat hier van zulk een natuurverschijnsel sprake kan zijn?”
+
+„Het zou mogelijk zijn, als het slechts honderd maal korter had
+geduurd, mijn waarde! Aardschokken van een kwartier achter een zijn nog
+nergens ter wereld voorgekomen, en zeker wel het allerminst in ons
+land! Bovendien is de aard van zulk een schok een geheel andere. Het is
+een bepaalde schok, geen trilling”
+
+„Dan moet ik het opgeven!” riep Charly uit. „Tenzij er misschien vlak
+boven ons hoofd een afdeeling zeer zware artillerie is
+voorbijgetrokken!”
+
+„Die uitlegging is althans heel wat aannemelijker!” kwam Raffles. „Ik
+kan mij voorstellen, dat het dreunen van een groot aantal zware
+kanonnen zich op groote diepte doet gevoelen. Maar toch, ik ben door
+deze oplossing niet tevreden, en ik wil eens zien, of ik geen betere
+kan vinden! Maar voor vandaag zullen wij ons maar niet langer met deze
+aangelegenheid bezig houden, het wordt tijd voor het diner, en daarna
+zouden wij naar de opera gaan, als ik mij niet vergis!”
+
+En zoo spraken de beide vrienden dien avond geen woord meer over de
+vreemde geluiden in de tunnel, die van het onderaardsche laboratorium
+naar het huis in de Victoria-Street leidde.
+
+Maar den volgenden morgen, toen Charly de kleine eetkamer binnentrad,
+vond hij daar Raffles reeds zitten, met een zorglijke uitdrukking op
+het gelaat.
+
+De jonge man stak hem de hand toe en vroeg:
+
+„Zoo vroeg reeds opgestaan? Een onaangename tijding gehad?”
+
+„Geen onaangename tijding, maar een onaangename ontdekking, beste
+Charly!” gaf Raffles ten antwoord. „Ik ben zooeven in de tunnel
+geweest, op de plek, waar wij gisteren het gerucht hoorden.”
+
+„Welnu?” vroeg Charly vol spanning.
+
+„Welnu, het geluid is sterker geworden sedert gisteren!”
+
+„Wat!” riep Charly verwonderd uit. „Het duurde dus nog altijd voort?”
+
+„Ja, en daarmede vervalt natuurlijk jou theorie van de voorbijrijdende
+afdeeling zwaar geschut!”
+
+„Ik moet erkennen dat die nu niet langer houdbaar is!” hernam Charly.
+„Dus, het zonderlinge gerucht nadert onze tunnel?”
+
+„Ja, en de aard laat zich nu ook reeds duidelijker en met meer
+beslistheid vaststellen, het wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een
+electrisch gedreven grondboor. Men gebruikt dergelijke toestellen wel
+om den harden rotsgrond, dien men op vele punten onder de stad Londen
+aantreft, aan te tasten en te vergruizelen alvorens hem met het houweel
+en de spade verder te verwijderen.”
+
+„Maar wat kan dit dan te beteekenen hebben?” riep Charly vol verbazing
+uit.
+
+„Dat is juist wat ik gaarne zou willen weten!” antwoordde Raffles
+lakonisch. „Het staat nu wel vast, dat men een tunnel graaft, hier in
+de buurt, en dat die tunnel gegraven wordt in een richting, die
+volkomen of bijna rechtstandig op die van onze tunnel staat. De
+gevolgen zal je zelf wel kunnen voorstellen, zonder dat ik je daar in
+het bijzonder op wijs!”
+
+„Natuurlijk! Op een goeden dag boren zij den wand van onze tunnel door
+en vinden zij den weg naar je huis in de Victoria-Street zoowel als
+hierheen! Het zou hoogst onaangenaam zijn!”
+
+„Het verheugt mij dat je geen krasse termen gebruikt!” hernam Raffles
+droogjes. „Inderdaad zou het buitengewoon onaangenaam zijn, zoo
+onaangenaam, dat ik het in geen geval mag toestaan!”
+
+„Maar hoe wil je het verhinderen?” kwam Charly, die nu ook begon in te
+zien, dat de zaak ernstiger was dan hij oorspronkelijk vermoed had.
+
+„Ik kan het niet verhinderen, of ik moet eerst volkomen zeker zijn van
+de richting van de nieuwe tunnel, wie weet met welk doel gegraven, en
+vooral van haar beginpunt!”
+
+„Laten wij dat dan dadelijk grondig gaan onderzoeken!” riep Charly uit.
+
+„Ik hoor uit den toon van je stem, dat je nu ook begint in te zien, dat
+ons werkelijk een groot gevaar dreigt! Zeker, ik zou nu aanstonds het
+eindpunt van onze tunnel kunnen vernielen, maar ten eerste zou ik aldus
+een vol jaar arbeids te niet doen, en bovendien zou dat wel eens niet
+voldoende kunnen zijn voor lieden die bijzonder nieuwsgierig zijn
+uitgevallen! Zij zouden misschien er in slagen, het puin weg te ruimen
+door de vernieling in de tunnel opgehoopt, en dan zouden zij op een
+voor ons zeer noodlottigen dag toch wel eens in het tuinhuis, en verder
+kunnen doordringen!”
+
+„En je zoudt bezwaarlijk kunnen volhouden niets van het bestaan van
+dien onderaardschen gang af te weten, vooral wanneer het vast stond,
+dat jij zelf het begin er van verwoest had, teneinde ontdekking te
+voorkomen!”
+
+„Zeer juist geredeneerd en daarom is mij er zoo veel aan gelegen, dat
+ik de plannen ken van die vreemde tunnelgravers, en voor alles het
+punt, waar zij begonnen zijn.”
+
+„Heb je eenig denkbeeld omtrent den aard van de menschen, die daar nu
+in onze richting onder den grond aan het wroeten zijn?” vroeg Charly,
+terwijl hij zich aan tafel zette en zich een kop thee inschonk.
+
+„Ik wil mij niet knapper voordoen dan ik ben, ik weet er niets van en
+ik vermoed ook niets, ik begrijp het alleen maar niet!”
+
+„Op onze tunnel kan het toch onmogelijk gemunt zijn!”
+
+„Dat lijkt mij het minst waarschijnlijk! Aan de tunnel zijn maar twee
+uitgangen. Die van de Victoria-Street kan men niet binnengaan, zonder
+dat een alarm in mijn slaapkamer uitkomend mij waarschuwt, en dat men
+het andere einde onder den grond van onzen tuin zou hebben ontdekt dat
+is volkomen buitengesloten.”
+
+„Zou het kunnen dat een fabriek, die zich gaat uitbreiden, tusschen
+haar kelders een gemeenschap wil maken?”
+
+„Dan zouden die kelders door mijn tunnel van elkander gescheiden moeten
+zijn, mijn waarde, en dat acht ik niet bijzonder aannemelijk!”
+
+„Dan weet ik het ook niet!” riep Charly uit.
+
+„Ontbijt maar spoedig, want ik wil geen tijd verliezen!” hernam
+Raffles. „Die ganggravers maken nog al haast, zij zijn sedert gisteren
+zeker wel een paar meters vooruit gekomen! In ieder geval werken zij
+dus met geperfectioneerde graafwerktuigen.”
+
+Charly repte zich zooveel hij kon, en daarop trokken de beide vrienden
+hun overjassen aan en verlieten het huis, maar ditmaal zonder van de
+diensten van Henderson gebruik te maken.
+
+Te voet zouden zij wellicht iets meer kunnen ontdekken.
+
+Zij reden per motorbus tot den hoek van Grosvenor-Street en
+Baker-Street en begonnen daar hun onderzoekingstocht.
+
+Zij liepen langzaam de straat teneinde, keerden op hun schreden terug,
+stonden voor de meeste huizen, winkels en fabrieken even stil en
+luisterden ingespannen.
+
+En toch wisten zij wel, dat dit verloren moeite was, het straatrumoer
+was hier zoo groot, dat het alle geluid onder den grond moest dempen,
+en dat zeker als de avond nog lang niet gevallen was.
+
+Zij doorliepen een aantal zijstraten en stegen, en daarop keerden zij
+onverrichter zake, na een wandeling van bijna vier uur, weder naar het
+groote huis in de Regent-Street terug.
+
+Raffles was in een sombere stemming, want hij gevoelde, dat het gevaar
+dreigend was.
+
+Wie die geheimzinnige tunnelgravers ook mochten zijn, als zij den wand
+van zijn eigen onderaardschen gang doorboorden, dan kwam een kostbaar
+en tevens een gevaarlijk geheim van John Raffles alias Lord William
+Aberdeen aan het licht!
+
+Tot iederen prijs moest hij dit trachten te voorkomen!
+
+De twee onafscheidelijke vrienden gebruikten de lunch in de kleine
+eetzaal en al dien tijd spraken zij over weinig anders dan over het
+vreemde graafwerk, zoo dicht in hunne nabijheid.
+
+„Als ik maar zeer nauwkeurig de richting kende, waarin die nieuwe
+tunnel op de mijne staat,” bromde Raffles, „dan zou ik ongeveer kunnen
+nagaan, waarop die gravers het voorzien hebben, wat hun doel is en wie
+zij zijn! Maar ik weet alleen, dat zij nader komen!”
+
+Zoodra zij geluncht hadden, daalden de beide vrienden weder in de
+tunnel af en begaven zich naar de plek, waar zij voor de eerste maal
+het zonderlinge gerucht vernomen hadden.
+
+En er kon niet aan getwijfeld worden, het geraas was veel duidelijker
+verneembaar dan den vorigen dag.
+
+Het was nu ook niet langer een onafgebroken dof gegrom, als van een
+reusachtig spinnende kat, maar het werd telkens afgebroken door
+hortende stooten alsof er met geweld een hard voorwerp in den grond
+werd gedreven, ongeveer als bij het inheien van palen.
+
+Wel bijna een half uur stonden de twee mannen zwijgend te luisteren.
+
+Toen zeide Charly op zachten toon alsof hij vreesde dat men hem zou
+kunnen hooren:
+
+„Het is mij niet goed duidelijk, hoe het komt, dat men elders dit
+gerucht ook niet gehoord heeft, bijvoorbeeld in de kelders van de
+huizen, waaronder die vreemde tunnelgravers hun gang aanleggen!”
+
+„Dat is heel eenvoudig, Charly! Onze eigen tunnel ligt op een diepte
+van bijna twintig meters onder den grond, en geen enkele kelder in
+geheel Londen ligt dieper dan hoogstens vijf meter.”
+
+„Misschien bestaat er nog wel kans, dat zij boven of onder onze tunnel
+doorgraven!”
+
+„Ik hoop het, maar ik verwacht het niet! En daarenboven, als zij dat
+werkelijk deden, dan moest de afstand tusschen de twee tunnels ook
+groot zijn, anders zou onze vloer of dak of de hunne bezwijken! Als er
+niet minstens twee meters aarde tusschen onze beide gangen is, dan
+vrees ik het ergste!”
+
+„Het is, als of zij hier recht op af komen!” kwam Charly, die zijn oor
+tegen den wand had gedrukt.
+
+„Ja, dien indruk heb ik ook gekregen. Misschien kan het nog een week
+duren, maar misschien ook niet langer dan een dag! Men bedriegt zich
+gemakkelijk over den afstand onder den grond.”
+
+„En dat wij niet weten, waar die tunnel begint!” barstte Charly uit.
+„Die lieden hebben natuurlijk weinig goeds in den zin en wij zouden het
+volste recht hebben, hun de politie op het dak te zenden, die dan maar
+eens moet nazien, waartoe die tunnel kan dienen!”
+
+„Ik zou zeker geen seconde aarzelen, Charly!” gaf Raffles te kennen.
+„Als ik wist, in welk huis of liever onder welk gebouw de nieuwe tunnel
+een aanvang nam, dan waarschuwde ik één minuut later Scotland-Yard!”
+
+„Maar zou die de tunnel niet verder doorgraven, om te zien, waar zij
+heen leidt?”
+
+„Dan zou zij volkomen overbodig werk doen. Dat kan iedere ingenieur
+zien, als hij maar een maal de richting weet van de tunnel. Hij trekt
+dan een lijn door, en die lijn zou wel blijken een groot bankgebouw te
+snijden! Dat is waar ook!” zoo viel Raffles zichzelf eensklaps in de
+rede. „Weet je wel, dat het gebouw van de Midland-Bank zich in de
+Baker-Street bevindt?”
+
+„Dat is waar! Dat was mij ontschoten!” riep Charly uit. „Dus je acht
+het mogelijk, dat de tunnel daar heen voert?”
+
+„Het is in ieder geval niet buitengesloten. Als wij het zeker wisten,
+zou het terrein van onze nasporingen wederom aanzienlijk beperkt
+worden. Want wij zouden dan kunnen volstaan, van dit punt uit een lijn
+van de plek over het bankgebouw te trekken en die te verlengen. Dan
+zouden wij in de buurt van die lijn moeten zoeken.”
+
+„Maar laten wij dat dan aanstonds doen!” hernam Charly. „Ik heb het
+gevoel, alsof zij zoo dicht bij zijn, dat zij onze stemmen kunnen
+hooren!”
+
+„Nu, zoover zal het nog wel niet zijn,” kwam Raffles. „Maar in ieder
+geval zullen wij nog eens zien, hoever wij komen, als wij te werk gaan
+volgens het plannetje, dat ik je zooeven uiteenzette.”
+
+„Maar kunnen wij de tunnel nu wel geheel onbewaakt laten?”
+
+„Neen, dat gaat niet. Wij zullen Henderson van alles op de hoogte
+brengen, en hij moet hier zoo lang op post gaan staan, tot dat wij
+zekerheid hebben.”
+
+Raffles en Charly aanvaardden den terugweg, maar nog lang hoorden zij
+het knarsende, stootende, borende geluid.
+
+Zoodra zij het tuinhuis verlaten hadden, begaven zij zich naar de
+groote garage, die tegen een zijmuur van den tuin was aangebouwd, en in
+welks bovenverdieping Henderson zijn kamer had.
+
+De reus was op dit oogenblik bezig met het schoonmaken van een zwaar
+motorrijwiel, waarbij hij een vroolijk liedje neuriede.
+
+Hij had de mouwen van zijn werkkiel opgestroopt en zijn geweldige
+armen, met spieren als scheepskabels waren ontbloot.
+
+Raffles legde hem de hand op den schouder en zeide ernstig:
+
+„Luister eens, Henderson. Er valt op het oogenblik een onaangenaam
+werkje voor je te doen, maar het is noodzakelijk!”
+
+En nu deelde hij den reus mede in korte woorden, wat hij en Charly
+Brand dien dag en den vorigen in de tunnel ontdekt hadden.
+
+Henderson behoorde niet tot de domsten, en ook hij begreep aanstonds,
+welk gevaar hier school.
+
+Hij vertrok dan ook geen spier van zijn gelaat, toen hem de opdracht
+werd gegeven, in de tunnel de wacht te houden, ofschoon men deze taak
+waarlijk niet onder de aangename kon rangschikken.
+
+En de reus daalde naar de tunnel af, gewapend met zijn onverstoorbaar
+goed humeur, en met twee stevige knuisten, in staat om een ijzeren
+staaf van een duim dik door midden te breken.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+EEN GEVAARLIJKE VERWIKKELING.
+
+
+Raffles en Charly gingen intusschen het huis weder binnen en begonnen
+zich in hun slaapkamer zorgvuldig te vermommen.
+
+Al zou het den geheelen dag moeten duren, zij moesten en zouden het
+punt van uitgang ontdekken, er hing voor hun te veel van af.
+
+Het verlies van de tunnel zou nog niet het meeste te beteekenen hebben,
+ofschoon het nut menigmaal onmiskenbaar was gebleken, als Raffles zich
+wat spoediger moest verwijderen dan waarop hij gerekend had, maar dat
+men zou kunnen ontdekken, waarheen de tunnel leidde, dat was
+ontoelaatbaar, want dan zou het dubbele leven van Lord William Aberdeen
+aan den dag komen, en aldus zou aan den Grooten Onbekende een zijner
+krachtigste wapens uit de hand worden geslagen.
+
+Toen zij met hun vermomming gereed waren, zagen de beide mannen er uit
+als provincialen die op hun gemak door de straten konden slenteren,
+zonder daardoor achterdocht te wekken.
+
+Zij verlieten nu het huis aan de tuinzijde, en traden door een kleine
+deur een zijstraat binnen, waar zich nooit een levende ziel vertoonde.
+
+De een zijde bestond uit den langen muur van hun eigen tuin, de andere
+uit den blinden muur van een groote fabriek.
+
+In de Regent-Street namen de beide vrienden een huurauto, welke hen
+naar de Baker-Street bracht.
+
+Hier stapten zij uit en zonden den chauffeur weg.
+
+„En nu zullen wij onze taak eens verdeelen, zoodat wij de helft van den
+tijd kunnen besparen,” zeide Raffles. „Ik zal den zuidelijken kant van
+de straat nemen, en jij den noordelijken. Wij ontmoeten elkander weder
+in het café op den hoek van de Grosvenor-Street, behalve natuurlijk
+voor het geval, dat een onzer iets mocht hebben ontdekt, hetwelk hem
+noodzaakt, dadelijk handelend op te treden. Indien noodig, halen wij er
+dadelijk de politie bij! Maar in ieder geval moeten wij om het half uur
+een van beiden het café binnen gaan, want ik heb Henderson last
+gegeven, ons daar telefonisch te waarschuwen, in geval er in onze
+afwezigheid zich iets van groot gewicht mocht voordoen. Hij moet dan
+vragen naar een zekeren Johnson, en een goede fooi aan den kellner zal
+wonderen uitwerken.”
+
+En nu volgden de mannen ieder een kant van de straat, nauwkeurig acht
+gevend op het voorkomen van de huizen, en nu en dan stil staande, in de
+hoop, dat zij het geraas van de machine zouden hooren.
+
+Zoo bereikte Raffles, die wist, dat hij nu een rechte lijn volgde, waar
+hier of daar het beginpunt van de tunnel moest zijn, tenminste als de
+gang in zuiver rechte richting was gegraven, na ongeveer twintig
+minuten loopen een huis, in welks benedenverdieping een kleine
+drukkerij gevestigd was.
+
+De beide groote ruiten waren halverhoogte van matglas, maar daarboven
+kon Raffles duidelijk een paar riemschijven zien, waarover eenige
+breede riemen snel heen schoven.
+
+Een oogenblik stond hij stil, in beraad, en toen trad hij vastberaden
+den winkel binnen.
+
+Hij bevond zich in een vrij groot vertrek, waar een drietal kleine
+klappersen stonden, zooals men ze wel gebruikt voor het drukken van
+visitekaartjes en ander klein drukwerk, en die met de hand zoowel als
+mechanisch bewogen kunnen worden.
+
+Alles blonk van nieuwheid, zooals Raffles met een enkelen oogopslag kon
+waarnemen.
+
+Het vertrek was aan de achterzijde afgesloten door een matglazen wand,
+waarin schuifdeuren, eveneens met matglazen ruiten.
+
+Alle drie de persen liepen dol, dat wil zeggen, dat de riemen wel over
+de bovenste schijven snorden, maar dat de schijven van de persen waren
+uitgeschakeld.
+
+Nergens was iemand van het drukkerspersoneel te bespeuren.
+
+„Een merkwaardige drukkerij!” mompelde Raffles voor zich heen. „Zij
+schijnen het hier ook niet bijzonder druk te hebben!”
+
+Juist had hij deze opmerking voor zich zelf gemaakt, toen een der
+schuifdeuren openging, en er een kleine jongen verscheen, met geen al
+te snugger gezicht, die met hoog opgetrokken wenkbrauwen even naar
+Raffles bleef kijken en toen als het ware aarzelend een paar stappen
+naar voren kwam.
+
+Het openschuiven van de deur had maar even geduurd, maar toch lang
+genoeg, om te kunnen zien, dat het aangrenzend vertrek zoo goed als
+geen meubels had, en dat er een klein tafeltje stond, misschien bestemd
+voor dit kantoorjongentje.
+
+Eindelijk opende de knaap zijn groote mond, en vroeg:
+
+„Wat is er van uw dienst, mijnheer?”
+
+„Kan ik hier visitekaartjes laten drukken, en reclamekaarten voor mijn
+zaak?”
+
+„Dat zal wel gaan, mijnheer?” antwoordde de jongen met een onnoozel
+lachje.
+
+„Is je patroon er niet?”
+
+„Die werkt in de schuur, achter in den tuin.”
+
+„Zoo? Daar is zeker de zetterij?”
+
+„Ja, mijnheer!”
+
+„Kan ik den patroon niet zelf even spreken?”
+
+„Dat zal niet gaan, mijnheer! Kunt u mij de boodschap niet geven?”
+
+„Neen, jongen, nu is het mijn beurt om te zeggen, dat zal niet gaan!
+Roep je baas maar eens even, maar een beetje vlug, ik heb niet veel
+tijd!”
+
+Raffles had dit met opzet gezegd, om te kunnen nagaan, of de jongen
+lang wegbleef, en dus, of hij zijn patroon spoedig had kunnen vinden.
+
+De jongen verdween weer door de schuifdeur, en Raffles nam plaats op
+den eenigen stoel dien hij in het vertrek zag.
+
+Zijn blikken vlogen snel door de werkplaats.
+
+In een hoek stond een krachtige electromotor, die de beweegkracht
+leverde voor de drie persen.
+
+Maar Raffles scherp en geoefend oog merkte bovendien nog een riem op,
+die niet naar de persen liep, maar buiten het vertrek werd geleid, door
+een paar sleuven in den zijmuur.
+
+Er was een extra riemschijf aan den motor bevestigd, die er
+oorspronkelijk niet toebehoord had, want de as was nauwelijks lang
+genoeg om de beide schijven naast elkander te bevatten.
+
+Er werd dus nog ergens anders een machine door dezen motor in beweging
+gebracht, maar waar zich die bevond, dat kon Raffles onmogelijk
+waarnemen.
+
+Hij stond even op, en trachtte over het matglazen gedeelte van de
+schuifdeur heen te zien, maar dit gelukte hem niet, ofschoon hij toch
+meer dan gewoon lang was.
+
+Een blik op de drie persen overtuigde hem dat de machines splinternieuw
+waren.
+
+Er stond ergens een letterbak, maar de specie was blijkbaar nog
+volkomen nieuw.
+
+„Heel veel krijgen de menschen hier niet te doen, dat is zeker,”
+mompelde Raffles. „In ieder geval een onderneming, welke pas begonnen
+is! Maar dan mochten zij toch in ieder geval wel een paar man bij de
+machines laten!”
+
+Op dit oogenblik gingen de schuifdeuren weder open en er trad een man
+van omstreeks veertig jaar binnen, met een glad geschoren gelaat,
+kleine, doordringende oogen, en bijzonder zwart en glanzend haar.
+
+Voor ieder ander was het zeker onopgemerkt gebleven, maar Raffles had
+voor zulke dingen goede oogen en met een oogopslag had hij gezien, dat
+de man een pruik droeg.
+
+Hij was wat links opgestaan, maakte een onhandige buiging, en begon:
+
+„Neem mij niet kwalijk, mijnheer, als ik u kom lastig vallen, maar ik
+begin hier binnenkort een zaak in kaas en eieren en ik wilde wel een
+paar duizend reclamekaarten gedrukt hebben, maar vooral visitekaartjes,
+met er achter: „Handelaar in kaas en eieren en gros.” Begrijpt u? Ik
+kon wel naar een groote zaak gaan, maar die zijn zoo duur, en ik hoop,
+dat gij mij het vel niet over de ooren zult halen.”
+
+„Dat zal wel losloopen,” kwam de man met de pruik. „Geef uw naam en
+adres maar even op.”
+
+„Price Johnson. Voor het oogenblik logeer ik in het Marlborough Hotel,
+maar als ik het huis kan krijgen, dan kom ik te wonen in de
+Victoria-Street, nummero 78. U levert immers goed en deugdelijk werk?”
+
+„Wij zijn specialiteit in zulke dingen, maar ik kan u niet beloven dat
+u de bestelling zoo spoedig krijgt afgeleverd! Wij worden overstelpt
+met dergelijk werk!”
+
+Raffles weerhield bijtijds de opmerking die hem naar de lippen drong,
+toen hij dacht aan de verlaten persen.
+
+Een drukker, jong nog, die een voortreffelijke pruik droeg, daarmede
+moest men in ieder geval voorzichtig zijn, en zeker, als men John
+Raffles heette.
+
+„Ik hoop dat u zoo veel mogelijk spoed met de zaak zult maken,” hernam
+hij kalm. „Als uw werk mij bevalt, blijf ik uw klant!”
+
+Raffles meende een vaag spottend lachje om de dunne lippen van den man
+te zien spelen, maar hij kon zich ook wel vergist hebben.
+
+„Mag ik eens wat cartonsoorten en letters van u zien?” ging hij voort.
+
+De patroon trad op een wandkast toe, en kwam terug met een monsterboek,
+dat hij aan Raffles voorlegde.
+
+Deze zocht voor de leus een lettersoort uit, koos een dik carton uit,
+en zeide toen:
+
+„Voorloopig zijn tweeduizend kaarten voldoende.”
+
+„Wij zullen ons best doen, dat gij ze over een dag of vier hebt!”
+
+„Het is wel heel lang, kan het niet wat vlugger?”
+
+„Wij zullen ons best doen, mijnheer,” herhaalde de drukkerspatroon, een
+weinig ongeduldig naar het scheen.
+
+En reeds maakte hij een beweging naar de deur, als om zijn nieuwen
+klant uit te laten.
+
+„Ik kan niet zeggen, dat die heer er veel slag van heeft, om met zijn
+klanten om te gaan,” mompelde Raffles voor zich heen, toen hij weder op
+straat stond. „En dan noemt men ons in het buitenland nog wel „Een
+Natie van Winkeliers!” Deze vriend scheen er niet bijzonder op gesteld
+te zijn, mij tot zijn afnemers te mogen rekenen! Zijn keuze van papier
+en letters was ook al bijster schraal! En dan die pruik, die drie
+onbeheerde persen, die tweede riemschijf van den electromotor, waarvan
+de riem op geheimzinnige wijze buiten het vertrek verdween, de lange
+tocht van dat onnoozele jongentje, om zijn patroon te gaan waarschuwen!
+John Raffles, ik weet het niet, maar ik geloof, dat er in deze
+zoogenaamde drukkerij iets niet heelemaal pluis is! Die drukker had
+niet het type van zijn beroep, hij zag er als iets heel anders
+uit.......!”
+
+Onder deze overdenkingen vervolgde Raffles zijn weg.
+
+Weer lette hij nauwkeurig op alle huizen en winkels, maar nergens kon
+hij iets verdachts opmerken.
+
+Er waren groentewinkels, kruidenierszaken, boekwinkels, maar nergens
+bromden machines, die konden dienen om het geraas van een ander toestel
+te overstemmen.
+
+En de huizen waren alle deftige gebouwen, rustig en stil.
+
+Zoo bereikte Raffles de Midland-Bank.
+
+Het was een nieuw gebouw, uit een onbekrompen beurs betaald, zooals uit
+alles bleek.
+
+Bedienden van effectenhandelaars en bankiers liepen bedrijvig in en uit
+en Raffles kon hen de breede marmeren trappen naar de eerste verdieping
+zien op en af gaan.
+
+Een portier in een groene livrei stond met de handen op den rug naast
+de monumentale voordeur.
+
+Een reeks van vuistdikke tralies voorziene vensters wees even boven de
+straat de plek aan, waar zich de safes moesten bevinden.
+
+Raffles maakte snel een berekening:
+
+„Van deze bank tot aan de drukkerij, dat was ongeveer honderd meter,
+van de bank tot aan de tunnel was niet meer dan vijf-en-twintig meter,
+de ganggravers hadden dus zeker bijna driekwart van den weg onder den
+grond afgelegd, wel te verstaan als zijn wantrouwen tegen dezen
+zonderlingen drukkerspatroon gegrond bleek te zijn.”
+
+Even later trad hij het café binnen en hij was er nog geen vijf minuten
+of ook Charly verscheen.
+
+Er lag een uitdrukking van teleurstelling op zijn gelaat, die hij
+vruchteloos trachtte te verbergen.
+
+Hij had Raffles in zijn hoekje spoedig ontdekt, en trad op hem toe.
+
+Zonder zelfs zijn vraag af te wachten, zeide hij moedeloos:
+
+„Een vergeefsche tocht, Edward! Ik heb geen geluid gehoord, geen
+verdacht huis gezien!”
+
+„Dan ben ik gelukkiger geweest, mijn waarde,” kwam Raffles zacht.
+
+En hij deelde Charly uitvoerig mede, wat hem in de drukkerszaak
+wedervaren was.
+
+Charly had aandachtig toegeluisterd, en zeide nu:
+
+„Dat alles klinkt zeker tamelijk verdacht, maar laat je je nu niet al
+te zeer beïnvloeden door je wantrouwen, dat je overal spoken op
+klaarlichten dag doet zien?”
+
+„Waarde Charly, een spook met een pruik op is en blijft een voorwerp,
+waar tegenover ik terecht achterdocht koester! Als men in een straat
+als de Baker-Street een nieuwe drukkerszaak gaat openen, dan pakt men
+de zaak dadelijk grootscheeps aan, of tenminste zoo, dat men alle
+eventueele klanten flink kan bedienen. Dat kon deze man, hij droeg een
+pruik, niet doen, want hij liet zijn personeel uit wandelen gaan, hij
+had geen letters genoeg, en ook geen voldoenden voorraad carton,
+kortom, hij is niet in staat zelfs aan de bescheiden eischen te voldoen
+van een buitenmannetje, zooals ik er een voorstelde.”
+
+„Op zich zelf beschouwd is het zeker opvallend. Toch zou het zaak zijn,
+nader op deze aangelegenheid in te gaan.”
+
+„Dat ben ik dan ook van plan! Zoodra zich de gelegenheid voordoet,
+zullen wij die zoogenaamde drukkerij eens nauwkeurig onderzoeken. En
+het zou mij volstrekt niet verwonderen als daarbij aan het licht kwam,
+dat zij iets heel anders verborg.
+
+„De persen maken een groot lawaai, en dempen volkomen het geluid van
+iedere andere machine die elders in het huis is opgesteld, bijvoorbeeld
+in de schuur, waarover die onnoozele jongen het had. Ik denk, dat zij
+met opzet een suffertje hebben genomen, om geen last te hebben van
+brutale snuffelaars!”
+
+Hij wierp een blik op de klok, die boven het buffet hing, en vervolgde:
+
+„Het wordt nu tijd voor de lunch, Charly. Het onderzoek heeft mij
+hongerig gemaakt! Het café hier lijkt mij wel voldoende! Willen wij
+hier wat eten?”
+
+„Ik vind het goed! Wij blijven dus hier in de buurt?”
+
+„Ja. Ik zou er prijs op stellen als jij zelf ook eens een kijkje ging
+nemen in de drukkerij van onze vriend met de pruik. Misschien merk je
+nog wel iets anders en iets nieuws op.”
+
+Raffles wenkte den kellner, en bestelde een eenvoudige lunch.
+
+Juist toen de beide vrienden gereed waren met den maaltijd, trad de
+kellner op hen toe, en vroeg:
+
+„Is een van de heeren misschien mijnheer Johnson?”
+
+„Die ben ik, vriend!” antwoordde Raffles.
+
+„Daar is iemand voor mijnheer aan de telefoon!” vervolgde de kellner.
+„Er is groote haast bij.”
+
+Raffles wisselde een snellen blik met Charly en sprong op.
+
+„Ik volg je!” zeide hij, zich tot den kellner wendende.
+
+De telefoon hing in een klein hokje naast het buffet.
+
+Raffles trad er binnen, sloot de deur, nam het toestel terhand, en
+zeide:
+
+„Hier Johnson! Met wien?”
+
+„Met Henderson! Ik verzoek u, zoo spoedig mogelijk terug te komen?
+Zooeven is er een gat in den wand van ..... den muur geslagen!”
+
+ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
+
+Zoodra Raffles en Charly het huis in de Regent-Street verlaten hadden,
+begaf Henderson zich naar de tunnel.
+
+Voor alle zekerheid had hij zich met zijn revolver gewapend, ofschoon
+hij het wapen niet noodig dacht te hebben.
+
+Ook had hij zich voorzien van zijn electrische zaklantaarn, ingeval het
+licht in de tunnel door een of andere oorzaak mocht uitgaan.
+
+Na een half uur te hebben geloopen, bereikte hij de plek, waar de
+gasontploffing de draden vernield had.
+
+Hij stond stil en luisterde.
+
+Zijn scherp gehoor ving het zoemend geluid op, afgewisseld door
+beukende slagen of stooten.
+
+Hij legde zijn hand tegen den muur, en mompelde hoofdschuddend in zich
+zelf:
+
+„De wand trilt er waarachtig van! Zij werken hard, daar onder den
+grond!”
+
+De reus zette zich op den grond, juist tegenover de plek, van waar het
+dof gerucht kwam, en hield den blik onafgewend op den tegenover
+liggenden wand gevestigd.
+
+Langzaam verstrekken de minuten, de kwartieren, de uren.
+
+En telkens werd het geluid sterker.
+
+Henderson stond nu en dan op, teneinde zijn hand tegen den wand te
+leggen, en hij merkte op, dat het kloppend geluid steeds sterker werd.
+
+Het was omstreeks een uur in den middag, toen Henderson eensklaps
+opnieuw opsprong en naar den wand van de tunnel trad.
+
+Het geluid was nu zoo dicht bij gekomen, dat hij meende, ieder
+oogenblik den tunnelwand te zien bezwijken.
+
+Nu werd het plotseling geheel stil en daarop dreunde de doffe slagen
+van een houweel aan den anderen kant van den tunnelwand.
+
+In gebogen houding bleef Henderson op dezelfde plek staan, de oogen
+strak gevestigd op den muur.
+
+De wand moest wel zeer dun geworden zijn, want bij iederen slag
+knipoogden de electrische lampjes en toen gingen er eenige uit,
+waarschijnlijk waren de platina draden gebroken.
+
+En onverhoeds geschiedde er iets, waarop Henderson verdacht had moeten
+zijn en dat hem toch ten zeerste verschrikte, met een luid gekraak en
+het versplinteren van een steen drong het ijzer van een houweel door
+den muur heen, bewoog even, en verdween toen weder.
+
+Maar op hetzelfde oogenblik had Henderson den schakelaar van het
+electrische licht reeds omgedraaid, zoodat de tunnel in volkomen
+duisternis gehuld was.
+
+De reus had begrepen, dat hij zoo lang mogelijk moest trachten te
+voorkomen, dat de lieden, die daar hun tunnel aan het graven waren, het
+bestaan van deze gang ontdekten, en dat zouden zij zeker onmiddellijk
+doen, wanneer zij hier licht zagen, en het glinsteren van de spoorstaaf
+op den grond konden waarnemen.
+
+Voorloopig zouden zij waarschijnlijk vermoeden, dat zij nog altijd niet
+diep genoeg hadden gegraven, en op een kelder waren gestuit.
+
+Het was nu de vraag of zij aanstonds aan de tunnel een andere richting
+zouden geven, dan wel of zij eerst zouden willen onderzoeken of zij
+inderdaad bij een kelder terecht waren gekomen.
+
+Henderson hield zelfs zijn adem in, uit vrees dat hij zijn
+tegenwoordigheid zou verraden, en keek strak naar de kleine opening in
+den wand, niet grooter dan eenige centimeters, waardoor een krachtig
+lichtschijnsel in de tunnel doordrong.
+
+Toen werd dit schijnsel een oogenblik verduisterd en Henderson begreep,
+dat dit veroorzaakt werd doordat er aan den anderen kant van den muur
+iemand zijn oog voor de kleine opening had gebracht.
+
+En het volgende oogenblik klonken de slagen van het houweel opnieuw.
+
+Toen begreep Henderson dat hij geen tijd meer te verliezen had en dat
+hij Raffles aanstonds moest waarschuwen.
+
+Hij ontstak zijn zaklantaarn, en dempte het licht zooveel mogelijk,
+door er zijn zakdoek om te wikkelen, en zocht bij dit weinige licht
+zijn weg naar den ingang van de tunnel.
+
+Toen hij zeker wist dat men hem niet meer kon hooren of zien, begon hij
+haastig voort te snellen en rustte niet vóór hij het tuinhuis bereikt
+had waar zich een telefoon bevond en waar hij aanstonds aan Raffles
+mededeelde wat den lezer reeds bekend is.
+
+En toen ging hij haastig weder naar het onderaardsche laboratorium
+terug.
+
+Daar lagen, in een der hoeken, een aantal platen van nikkelstaal, bijna
+een meter hoog, tachtig centimeter breed, en een duim dik, welke
+Raffles noodig had voor het doen van eenige proeven.
+
+Deze platen wogen bijna honderd dertig kilo, maar Henderson bedacht
+zich niet, maar tilde er een op, en laadde ze op een soort duwwagentje,
+zooals ze wel gebruikt worden door kruiers op het perron, om zware
+koffers te vervoeren.
+
+Zoo vlug hij kon, bracht hij de zware pantserplaat naar de plek van de
+doorbraak.
+
+En reeds op verren afstand zag hij tot zijn schrik, dat de slagen van
+het houweel het gat in den wand nog vergroot hadden, en dat het thans
+bijna een decimeter hoog en eenige centimeters breed was.
+
+Er kon niet aan worden getwijfeld, de geheimzinnige tunnelgravers
+moesten nu reeds lang de spoorstaaf gezien hebben, den houten vloer, en
+de rij gloeilampjes tegen den wand van de tunnel.
+
+Henderson reed de zware vracht tot vlak voor de opening, laadde daar de
+plaat van het wagentje en schoof haar met geweldige inspanning zoodanig
+langs den wand, dat zij juist de opening bedekte.
+
+Natuurlijk begreep hij, dat men hem aan den anderen kant van den muur
+had moeten hooren, maar daaraan was nu eenmaal niets te doen, en de
+tunnelgravers zouden toch al wel begrepen hebben, dat zij een zeer
+eigenaardige ontdekking hadden gedaan.
+
+Ook zag hij wel in, dat de gravers van den gang, nieuwsgierig geworden,
+zouden trachten dit beletsel weder uit den weg te ruimen, daarom
+wentelde hij het duwwagentje op een kant en zette het schoor tusschen
+den anderen wand en de pantserplaat, zoodat men deze laatste niet omver
+zou kunnen duwen.
+
+Aan den anderen kant werd woedend met het houweel tegen de plaat
+geslagen, maar Henderson haalde glimlachend de schouders op en mompelde
+in zich zelf:
+
+„Beuk jullie maar raak, je bent knap, als je met een houweel die plaat
+van nikkelstaal aan kunt tasten!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+DE OVERVAL.
+
+
+Er waren nog geen twintig minuten verstreken nadat Henderson de plaat
+voor het gat had gezet, of hij hoorde haastige schreden van Raffles en
+Charly die door de tunnel naderbij kwamen.
+
+Ook zij hadden het licht van hun zaklantaarns zooveel mogelijk gedempt,
+daar zij maar al te goed begrepen, aan welk gevaar zij zich anders
+zouden blootstellen.
+
+Wat Henderson betreft, hij had den schakelaar van het electrische licht
+weder omgedraaid zoodra hij de naderende schreden hoorde.
+
+Eenige seconden later stond Raffles voor hem, en vroeg op zachten toon:
+
+„Wat is er gebeurd, Henderson?”
+
+„Zij zijn door den muur heen, Mylord! Een uur geleden ongeveer sloeg
+een van die menschen met zijn houweel glad door dien wand, en sindsdien
+hebben zij het gat nog vergroot, het is nu achter die pantserplaat,
+welke ik zoo vrij ben geweest uit het laboratorium te halen.”
+
+„Dat is een voortreffelijke inval van je geweest, Henderson!” zeide
+Raffles, terwijl hij den reus op den schouder klopte. „Het verheugt mij
+nu, dat ik je hier op post heb gezet! Wij zullen aanstonds de andere
+platen er ook voorzetten en de schoren wat steviger maken! Blijf jij
+hier Charly, en let op, Henderson gaat met mij mee!”
+
+Het wagentje op zijn lage wielen werd weder overeind gezet en vervangen
+door een paar dwarsliggers, waarop de spoorstaaf rustte, en die in
+allerijl werd losgemaakt.
+
+En daarop vertrokken de twee mannen met het wagentje terwijl Charly
+achterbleef om aanstonds alarm te kunnen geven als het noodig mocht
+blijken.
+
+Charly telde de seconden die er verliepen tusschen het vertrek en de
+terugkomst van de twee mannen.
+
+Het was op dit oogenblik stil achter de stalen plaat en het
+geheimzinnige, zoemende gerucht had opgehouden, maar de jonge man
+gevoelde zeer goed, dat het de stilte was, die den storm vooraf ging.
+
+Oogenschijnlijk broeiden de dieven aan den anderen kant van de tunnel
+op een plan, om de plaat te vernielen, en als zij zoo knap waren
+geweest om op een diepte van ruim twintig meter en met zulk een
+snelheid zoo’n groote tunnel te breken, dan zouden zij zeker ook
+pienter genoeg zijn om zulk een belemmering als een stalen pantserplaat
+uit den weg te ruimen.
+
+Maar, daar kwamen Raffles en Henderson weder aan en thans hadden zij
+twee pantserplaten medegebracht, die op het wagentje waren geladen,
+hetwelk zij met inspanning van al hun krachten voortduwden.
+
+„Ik ben blij, dat je er weer bent!” zeide Charly zachtjes. „De stilte
+aan den anderen kant van de gang bevalt mij in het geheel niet.”
+
+„Waarschijnlijk houden zij krijgsraad!” meende Raffles. „Laten wij maar
+spoedig deze borstwering overeind zetten.”
+
+Terwijl de drie mannen de eerste plaat van het wagentje tilden en tegen
+het andere schild aanplaatsten, begon het gezoem en het vreemde gegons
+aan den anderen kant van den muur opnieuw, maar nu was het toch van een
+anderen aard, en het ging vergezeld van een knarsend geluid, zooals een
+boor maakt, die metaal aantast.
+
+„Zij probeeren er een gat in te boren!” zeide Raffles spottend. „Nu,
+eer zij zoover zijn, voor zij door de drie platen heen zijn zullen er
+wel een paar dagen zijn verstreken, want ik geloof niet dat er ter
+wereld een stalen plaat is te vinden van deze dikte, die even glashard
+is als deze schilden van chroomnikkelstaal! Zij zullen om het kwartier
+een nieuwe boor moeten nemen!”
+
+Hierin bleek Raffles goed te hebben gezien want de tweede plaat was nog
+nauwelijks overeind gezet of het gonzen hield op. Blijkbaar zette men
+eene nieuwe boor in het toestel.
+
+Nu werd ook de derde plaat opgezet en aldus was een stalen wand
+opgericht van bijna acht centimeter dikte, dus bijna even dik als de
+dikste bepantsering van eenig Engelsch oorlogsschip.
+
+Toen werd de spoorstaaf over vrij groote lengte losgemaakt, en met
+behulp van de meegebrachte metaalzaag werden er vier stukken afgezaagd,
+allen even groot, en die met geweld tusschen de pantserplaten en den
+tegenovergestelden wand werden gedreven.
+
+„Als zij nu geen dynamiet gebruiken, termiet, of een ander dergelijk
+middel,” zeide Raffles glimlachend, „dan zullen er wel eenige dagen
+verloopen, alvorens zij dezen hinderpaal hebben opgeruimd.”
+
+„Maar zij kunnen het wel op een andere wijze probeeren,” zeide Charly
+bedrukt.
+
+„Hoe dan wel denk je?”
+
+„Zij kunnen beginnen met den steenen wand, die nu zeker niet dikker is
+dan op zijn hoogst een decimeter, en alleen maar uit metselsteen
+bestaat, op verscheidene plaatsen aan te tasten, totdat zij op de
+pantserplaat stuiten, en dan kunnen zij trachten die met behulp van
+koevoeten van hun plaats te verschuiven.”
+
+„Ik erken dat dit mogelijk is, maar ook daarmede gaat geruime tijd
+heen, en voor er twee uren verloopen zijn zullen wij een bezoek hebben
+gebracht aan die zoogenaamde drukkerij.”
+
+„En als je je eens vergist hebt met die drukkerij en wij er niets
+bijzonders ontdekken?”
+
+„Dan, dan zou ik naar het laatste middel moeten grijpen, ik zou mijn
+kostbare tunnel over een grooten afstand moeten laten instorten. Maar
+je begrijpt dat ik slechts in het uiterste geval tot dit paardenmiddel
+zal overgaan.”
+
+Raffles raadpleegde zijn horloge.
+
+Het was bijna zes uur geworden.
+
+Zoolang had deze zware arbeid geduurd.
+
+Hij overtuigde zich nog eens dat de stukken van de spoorstaven
+onwrikbaar op hun plaats zaten, en wendde zich toen tot Henderson met
+de woorden:
+
+„Het is onpleizierig, beste vriend Henderson, maar het gaat niet
+anders, wij zullen de tunnel voortdurend in het oog moeten houden, en
+daarom ga jij nu eerst den maaltijd gebruiken, en je keert hier niet
+voor negen uur terug, tenzij je het waarschuwingssein krijgt, want dan
+moet je aanstonds hierheen komen!”
+
+„Maar, Mylord? Gij zelf dan, en mijnheer Brand?” riep de chauffeur uit.
+
+„Wij kunnen wel wat later eten, James, de zaak van de tunnel gaat op
+dit oogenblik voor. Zoodra je hier terug bent gekeerd zullen wij je wel
+nadere instructies geven!”
+
+Henderson bood geen tegenstand meer, en begaf zich naar het uiteinde
+van de tunnel en verder naar het bediendenvertrek, waar hij, in
+gezelschap van den Italiaanschen kok, en van den ouden kamerbediende
+Gaston, den eenvoudigen maaltijd gebruikte.
+
+Raffles en Charly bleven nu alleen achter en geruimen tijd zaten zij
+zwijgend naast elkander op het kleine wagentje waarmede de
+pantserplaten waren aangevoerd.
+
+Slechts vaag en onduidelijk klonk het gerucht van de boor, op geregelde
+tijden onderbroken door een langdurige pauze, wanneer het bot geworden
+ijzer door een nieuw moest worden vervangen.
+
+En om acht uur hield het zoemen geheel en al op, toen waren zeker alle
+voorradige boorijzers opgebruikt.
+
+Maar een kwartier later klonk een geregeld geklop, hetwelk onafgebroken
+zou voortduren; de lieden aan den anderen kant van den muur hadden den
+steenen wand opnieuw met hun houweelen aangetast.
+
+Waarschijnlijk waren zij op dit oogenblik bezig het oorspronkelijke gat
+te vergrooten in de hoop, dat zij ten slotte wel de beide kanten van de
+stalen belemmeringen vrij zouden krijgen, waardoor het mogelijk zou
+worden, haar naar links of rechts te verschuiven, men hield aan den
+anderen kant van den muur waarschijnlijk geen rekening met de vier
+stukken spoorstaaf, die met zware hamerslagen waren vastgedreven.
+
+„Dat kan lang duren!” begon Raffles. „Minstens tot morgenochtend, als
+alles hun meeloopt, en voor dien tijd moeten we die menschen overvallen
+hebben en weten wat zij doen en wie zij zijn!”
+
+„Als je het mij vraagt, dan zou ik zeggen, dat wij met een gevaarlijk
+volkje te doen krijgen!” zeide Charly hoofdschuddend.
+
+„Ja dat lijdt geen twijfel! Wij moeten nu maar niet aannemen, dat men
+deze tunnel met een wetenschappelijk doel graaft, bijvoorbeeld om den
+aard van de gesteldheid van den bodem van Londen te onderzoeken! Neen,
+wij mogen het wel bijna als zeker beschouwen, dat het voorzien is op de
+Midland-Bank, het zou wel heel toevallig zijn, als de tunnel dien kant
+uitliep, zonder dat men het op de bank begrepen had. Maar hoe het ook
+zij, wij gaan zoo vroeg mogelijk aan den slag, zoodra het gedaan kan
+worden zonder al te groot gevaar. Ik heb opgemerkt dat een paar huizen
+van de drukkerij af een openbare school is, met een groote speelplaats
+er achter. Wij kunnen misschien over een schutting klimmen en van daar
+aan den achterkant die zoogenaamde drukkerij binnendringen.”
+
+„Nemen wij Henderson mede?”
+
+„Neen, die moet hier de wacht blijven houden.”
+
+„Dat zal hem alles behalve aangenaam stemmen.”
+
+„Dat is wel mogelijk, maar wij mogen de tunnel niet onbewaakt laten!
+Stel je eens voor dat wij terug keeren en wij loopen in ons huis in de
+Regent-Street in de uitgespreide armen van een bende bandieten!”
+
+De beide vrienden spraken nog geruimen tijd door over de kans, dat het
+geheim der tunnel bewaard zou blijven, of dat men althans haar lengte,
+haar doel, en haar richting nooit zou uitvinden, toen precies om negen
+uur Henderson weer verscheen.
+
+„Luister nu eens, mijn vriend,” begon Raffles. „Ik verg veel van je
+uithoudingsvermogen, maar het is volstrekt noodzakelijk, dat er hier
+iemand blijft opdat wij er zeker van zijn, dat niemand ongezien in ons
+huis in de Regent-Street kan binnendringen.”
+
+„Als het moet dan moet het, Mylord!” gaf Henderson te kennen.
+
+„Dat is een schoon beginsel, Henderson, en wij zullen verstandig doen
+als wij ons daaraan houden, vooral in dit bijzondere geval. Mijnheer
+Brand en ik gaan vannacht naar dat huis, waarin ik vermoed, dat de
+tunnel een aanvang neemt.”
+
+„Neem mij niet kwalijk, Mylord, maar ik zou gaarne weten waar dat huis
+is!” hernam Henderson. „Men kan nooit weten, hoe die kennis naderhand
+te pas kan komen! Ik weet gaarne steeds waar gij zijt, vooral in zaken
+als deze!”
+
+„Je hebt misschien gelijk, Henderson, het is beter als je het huis
+kent, hetwelk ik op het oog heb! Het is in de Baker-Street, niet ver
+van die Grosvenor-Street, een drukkerij, met twee voor de helft
+matglazen winkelruiten, groengeschilderd houtwerk en een kleine
+uitgangsdeur. Het is aan de rechterzijde van de straat als je van ons
+huis komt. Ik geloof echter niet dat je gebruik behoeft te maken van
+deze kennis, als wij die lieden verrassen, dan zijn wij een heel eind
+op weg.”
+
+„Maar Edward, als je je vermoedens nu toch eenvoudig aan de politie
+mededeelde!” riep Charly eensklaps uit.
+
+„Een prachtig plan!” kwam Raffles ironisch. „Zij dringen dan het huis
+binnen, zij vinden dan eventueel de tunnel en aan het einde van het
+groote gat, met geglans van de stalen pantserplaat daarachter, en denk
+je dan dat ze hun nieuwsgierigheid bevredigd achten en hun onderzoek
+niet verder zouden voortzetten? Daar zou ik maar niet al te vast op
+rekenen. Neen, als ik het even kan vermijden, dan haal ik er de politie
+niet in, zij helpt ons dan van den regen in den drop, en van den wal in
+de sloot! Als het onmogelijk anders kan, dan zal het nog altijd tijd
+genoeg zijn, om Scotland-Yard te waarschuwen. Maar als ik dat doe, dan
+moet ik ook tevens mijn tunnel prijs geven, ik zou haar over grooten
+afstand moeten vernielen. En nu genoeg gepraat, wij moeten nog veel
+doen en in orde maken voor onze onderneming.”
+
+Henderson kreeg zijn laatste instructies en Raffles en Charly verlieten
+de tunnel, beklommen de smalle trap naar het laboratorium en voorzagen
+zich daar van eenige voorwerpen door Raffles uitgevonden, en welke
+verdedigingsmiddelen hun wellicht te pas konden komen.
+
+Het was bij tienen, toen zij door den tuin, die nu in volkomen
+duisternis gehuld was, naar de achterzijde van het groote huis gingen
+en dit binnentraden door een van de achterdeuren.
+
+Zij hadden zich nog den tijd niet gegund hun vermomming af te leggen,
+en deze was nog zeer goed bruikbaar, want als zij bij hun onderneming
+het onderspit moesten delven, dan kwam het er al zeer weinig op aan, of
+de zoogenaamde drukkerspatroon in een van de nachtelijke indringers al
+of niet zijn provinciaalschen klant herkende.
+
+Maar, daar een revolver altijd een uitstekend wapen is, onverschillig
+of het door een Londenaar of door een provinciaal wordt gebruikt, zoo
+lieten de beide vrienden ieder van deze practische wapenen één in hun
+zak glijden.
+
+Een paar tasschen werden gevuld met de noodige inbrekerswerktuigen,
+Raffles ging zich in zijn slaapkamer voorzien van een paar kleine
+voorwerpen, welke hem misschien te pas zouden kunnen komen, en om elf
+uur, nadat hij zich telefonisch bij Henderson had overtuigd, dat in de
+tunnel alles nog bij het oude was, verlieten zij het vertrek en
+vervolgens het huis.
+
+Maar Raffles had Henderson moeten beloven, dat hij hem dadelijk op de
+hoogte zou brengen als de zaak tot een goed einde was gebracht, en als
+het later werd dan drie uur, dan mocht Henderson die maatregelen nemen,
+welke hem het beste zouden toeschijnen, want dan zou het bewijs
+geleverd zijn, dat in de Baker-Street niet alles voor den wind was
+gegaan.
+
+Het was een donkere avond, want de maan was achter de wolken verdwenen,
+een gelukkige omstandigheid, die het gewaagde plan van de beide mannen
+moest begunstigen.
+
+En dan, het plasregende, en ook dat kwam hun te stade, want daardoor
+was het aantal late wandelaars zeer verminderd.
+
+Op een kwartier loopens van hun huis wisten zij niet zonder moeite, een
+huurauto te veroveren, en den chauffeur, die eigenlijk liever naar huis
+was gegaan, te bewegen, hen naar de Baker-Street te rijden.
+
+Aan het begin van deze straat gekomen, dankten zij den chauffeur met
+een goede fooi af, men moest het nooit verbruien voor anderen, zooals
+Raffles het niet ten onrechte opmerkte.
+
+Het was over twaalven, toen de beide vrienden, hun regenjassen met de
+rechterhand dichthoudend, tegen den stijven bries opworstelden, die
+door de straat stoof.
+
+Een kwartier later hadden zij het schoolgebouw bereikt, na de
+zoogenaamde drukkerij te zijn gepasseerd.
+
+Daar was nu alles duister, ten minste van de straat af was nergens
+eenig lichtschijnsel te bespeuren.
+
+Ook het schoolgebouw lag natuurlijk in dichte duisternis gedompeld.
+
+Raffles en Charly sloegen den hoek van de zijstraat om, waaraan de
+school grensde, kwamen aan den steenen muur, die hier de speelplaats
+van de straat afscheidde, en zaten er het volgende oogenblik bovenop.
+
+Een jarenlange, geduldige oefening, die hun natuurlijke lenigheid nog
+had vermeerderd, stelde hen in staat, zulke toeren te verrichten met
+een verbazende vlugheid, en zonder ooit te falen.
+
+Maar zij vonden den bovenkant van een smallen muur niet de aangewezen
+plaats om er te blijven zitten, en daarom lieten zij zich zoo snel
+mogelijk aan den anderen kant zakken.
+
+Zij stonden nu op een ruime binnenplaats, waar eenige populieren
+stonden, die een vrij armzalig bestaan leidden.
+
+In een hoek tegenover den kant waar zij waren overgeklommen, bevond
+zich een hoop zand, bestemd voor de kleintjes.
+
+Raffles en Charly maakten ook van deze hoop zand gebruik, maar voor een
+geheel ander doel.
+
+Zij gebruikten haar eenvoudig om aldus de hoogte van den scheidingsmuur
+te verkleinen.
+
+Volgens hun gewoonte wachtten zij tot dat zij niets meer hoorden, en
+toen pas slingerden zij zich op den muur, en lieten zich aan den
+anderen kant vallen.
+
+Zij kwamen terecht in de weeke aarde van een kleinen stadstuin, en
+haastten zich, dezen over te steken, en over een schutting te klimmen.
+
+En nu waren zij in den tuin van de drukkerij....
+
+Maar op dat oogenblik geschiedde er iets waarop zij misschien wel
+gerekend hadden, maar dat hen toch niet minder onaangenaam trof, een
+paar huizen verder begon eensklaps een waakhond, die hen misschien
+geroken had, woedend aan te slaan.
+
+Zelfs hier konden zij het rammelen hooren van den ketting waaraan het
+dier was vast gelegd.
+
+„Vlug aan het werk, Charly! Als die schreeuwleelijk wordt losgemaakt,
+zouden al de schuttingen, welke hem van ons scheiden wel eens een
+peuleschil voor hem blijken, en dan konden wij evengoed regelrecht naar
+Scotland-Yard wandelen, en ons aan den hoofdcommissaris presenteeren!”
+
+„Waar is ergens die schuur?” vroeg Charly fluisterend. „Ik denk dat we
+daar moeten zijn!”
+
+„Ja, dat vermoed ik ook. Daar staat zij!”
+
+Raffles wees naar een klein houten gebouwtje, een soort bergloods, dat
+men ook een tuinhuis zou kunnen noemen, met een enkel klein venster, en
+dat door een overdekten gang in verbinding stond met het huis.
+
+Raffles trad haastig op de deur toe, en het duurde niet lang, of hij
+had het slot met een zijner sleutels geopend.
+
+En juist toen de beide vrienden binnendrongen, ging er eenige huizen
+verder een deur open, en een barsche mannenstem scheen den nog altijd
+woedend blaffenden hond te ondervragen en hem van den ketting los te
+maken.
+
+De beide vrienden verloren geen tijd, maar onderzochten snel de loods,
+waar zij zich nu bevonden.
+
+Zij bleken zich in een ruim vertrek te bevinden, zonder eenig
+meubelstuk, als men tenminste dien naam niet wilde geven aan een paar
+zetkasten die blijkbaar zeer weinig gebruikt werden, want de letters
+waren nog volkomen blank, en werden waarschijnlijk zoo goed als nooit
+gebruikt.
+
+In een hoek was het begin zichtbaar van een trap, die waarschijnlijk
+naar een kelder leidde.
+
+Wel een kwartier bleven de beide vrienden volgens hun gewoonte op
+dezelfde plek en gaven hun ooren goed den kost.
+
+Toen achter alles stil bleef, besloten zij, de trap af te gaan, en te
+zien waar die hen zou brengen.
+
+Het was zeer donker in de loods, en daar zij nog geen licht durfden
+maken, moesten zij hun weg vinden door langs den houten wand te tasten.
+
+Zoo bereikten zij de trap en voorzichtig begonnen zij de houten treden
+af te dalen.
+
+Telkens stonden zij opnieuw stil, om te luisteren.
+
+Zij waren reeds tien treden afgedaald, toen Raffles, die vooraan ging,
+Charly waarschuwde door hem in het been te knijpen.
+
+Zijn scherp, geoefend gehoor, had eenig gerucht opgevangen, waarvan hij
+zich niet dadelijk den aard kon begrijpen.
+
+Het was als het verzetten van een schakelaar van het electrische licht,
+maar het kon ook evengoed het overhalen van den haan van een revolver
+zijn.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+IN DE HANDEN DER BANKROOVERS.
+
+
+Raffles dacht er nog over na of hij licht zou maken, toen zich
+plotseling weder een ander geluid liet hooren, ditmaal zeer dicht bij
+hem, het was als het verschuiven van een zwaar voorwerp, bijvoorbeeld
+van een kast over een houten vloer.
+
+Terwijl de beide mannen er nog over nadachten wat dit zijn kon, begon
+de trap, waarop zij stonden, zachtjes te slingeren, en zij moesten zich
+aan de leuningen vast houden om er niet af te vallen.
+
+„Voor den drommel, wat is dat nu?” fluisterde Charly voor zich heen.
+„Wat mankeert dat ding? Ik heb een gevoel of ik op de kermis in een
+reuzenschommel zit!”
+
+Inderdaad, de trap begon hoe langer hoe erger te zwaaien en de beide
+mannen moesten zich met alle kracht aan de wrakke leuning vastklampen
+die verdacht kraakte, en die ieder oogenblik scheen te zullen afbreken.
+
+De slingeringen werden voortdurend heviger en de geheele trap scheen nu
+wel om een scharnier te draaien, dat zich ergens in de bovenste trede
+moest bevinden.
+
+Maar nu nam deze zonderlinge beweging gaande weg af, en na eenige
+minuten was de trap tot rust gekomen.
+
+Maar zij liep niet langer in een schuine richting omlaag, neen, zij
+hing loodrecht naar beneden, en dus waren de bovenkanten der treden
+niet meer horizontaal maar schuin.
+
+Om er op te kunnen blijven staan, moesten Raffles en Charly zich aan de
+leuning vasthouden.
+
+Raffles, die onderaan stond, strekte voorzichtig een been uit, en
+tastte naar de lager gelegen trede.
+
+Zijn voet ontmoette echter geen tegenstand, er was geen trede meer!
+
+Maar evenmin voelde hij den grond!
+
+„Zullen wij niet liever licht maken?” vroeg Charly op fluisterenden
+toon. „Er is iets niet in orde, dat is zeker! Wat doe je daar toch,
+Edward?”
+
+„Wat ik doe? Ik zoek naar den bodem!” antwoordde Raffles lakoniek.
+
+„Wat is dat? Rust de trap dan niet op den vloer?”
+
+„Ik kan er tenminste geen vinden. Wij zullen licht maken, wat er ook
+gebeuren moge!”
+
+Zich met een hand aan de leuning vastklampend, haalde Raffles met de
+andere zijn zaklantaarn te voorschijn, en drukte op den knop.
+
+Een helder schijnsel verlichtte nu de ruimte, waar de beide mannen zich
+bevonden.
+
+Het was een groote kelder, met wit gekalkte muren, en ongewoon diep.
+
+Zoldering en vloer waren tenminste zes meter van elkander verwijderd.
+
+De smalle trap, waarop de twee mannen zich bevonden, bleek uit twee
+deelen te bestaan, het benedenste vast met het bovenste scharnierend.
+
+Op welke wijze de trap zoo eensklaps haar oorspronkelijke gedaante had
+verloren, viel moeilijk te zeggen, maar het was zeker, dat nu het
+bovenste stuk loodrecht omlaag hing, en dat de onderste trede zich
+ongeveer drie meter boven den grond bevond.
+
+En men mocht het tevens voor verzekerd houden, dat dit niet van zelf
+zoo was gekomen, maar dat de trap door menschenhanden in twee deelen
+was gebroken!
+
+En toch was er niemand in den kelder te zien.
+
+Een deur was er ook niet, tenminste niet zichtbaar.
+
+„Ik wil gevild worden als ik er iets van begrijp!” mompelde Charly, die
+zich met handen en voeten aan de loshangende trap vastklemde.
+
+„Ik geloof dat ik het maar al te goed begrijp, Charly,” kwam Raffles.
+„Men heeft ons gehoord, dat staat als een paal boven water! Maar hoe
+dan ook, ik heb weinig lust, hier als een rijpe pruim te blijven
+hangen!”
+
+„Waar wil je dan heen? Weer naar boven?”
+
+„Neen. Wij zijn van boven gekomen en wij moeten verder!”
+
+„Dat is gemakkelijk gezegd, maar wij zijn hier drie meter boven den
+steenen vloer!”
+
+„Dien afstand kunnen wij bekorten!”
+
+En met die woorden hing Raffles zijn zaklantaarn aan een knoop van zijn
+jas, hurkte als het ware op de onderste trede, bracht zijn handen
+zoover mogelijk naar beneden, omvatte stevig de stijlen van de trap, en
+strekte toen zijn lichaam, zoodat hij nu alleen aan zijn handen hing.
+
+En daarop liet hij zich vallen.
+
+Bijna tegelijker tijd schoof ergens in den kelder een luik of deur weg,
+en drie mannen stormden binnen, allen gemaskerd, die zich op Raffles
+wierpen, voor hij weder op de been kon zijn.
+
+De strijd was kort, maar hevig.
+
+Als Raffles op beide voeten had gestaan, had hij misschien wel weg
+geweten met drie aanvallers, maar nu was hij in de minderheid.
+
+Hij kon een paar malen zijn vuist tegen de kin van een vijand laten
+neerkomen, maar toen werd hij zelf half verdoofd door een hevigen slag
+tegen het hoofd, en toen hij zich daarvan hersteld had, waren zijn
+armen reeds gebonden.
+
+„Red je, Charly!” schreeuwde hij. „Ik beveel het je!”
+
+Maar al had de jonge man dit bevel willen opvolgen, dan zou hij het
+toch niet hebben kunnen doen.
+
+Want boven, in de deuropening, verscheen een vierde man, met een
+revolver in de vuist en er viel niet aan te denken, dat Charly, in de
+positie waarin hij als het ware aan de trap vastkleefde, met eenige
+kans van raken van zijn eigen wapen gebruik zou kunnen maken.
+
+Lang voor hij het had kunnen grijpen, zou de ander hem hebben kunnen
+neerschieten.
+
+En daarom deed hij het verstandigst, wat er in de gegeven
+omstandigheden te doen viel, hij liet zich op zijn beurt op den vloer
+vallen, en werd evenals Raffles overmand.
+
+De drie geheimzinnige mannen hadden hun gevangenen snel van hun wapens
+beroofd, en dwongen hen nu, door de nauwe opening in een der muren te
+gaan, waardoor zij zelven waren binnengekomen.
+
+Nu bevonden zij zich in een tweeden kelder, maar veel lager en kleiner
+dan de andere, en met onregelmatige wanden, hier en daar met sterke
+eikenhouten balken gestut.
+
+Dicht bij een der langste wanden stond een krachtige dynamo, en de
+dikke draden daarvan verdwenen in de zoldering.
+
+Behalve deze machine stond er nog een kleine keukentafel en een tweetal
+stoelen.
+
+Op de tafel lag een vel papier, bedekt met teekeningen en cijfers.
+
+Zelfs in den toestand waarin hij zich thans bevond, was Raffles helder
+genoeg van geest om dadelijk te zien, dat daar een keurig geteekend
+plan van de tunnel voor hem lag.
+
+Voor de tafel zat een breedgeschouderd man met kleine, opmerkelijk
+glanzende zwarte oogen.
+
+Raffles herkende hem op het eerste gezicht, het was de zoogenaamde
+drukker.
+
+De man scheen zich volstrekt niet bijzonder te verbazen over de komst
+van de twee indringers, en keek ternauwernood op van het plan, in welks
+beschouwing hij geheel verdiept was.
+
+De kleine kelder was zeer helder verlicht door een booglamp, die aan
+den zolder hing.
+
+„Hier zijn de mannen, chef!” zeide een der drie kerels, die zich van de
+twee vrienden hadden meester gemaakt.
+
+Nu wendde de man met de glanzende oogen zich met een ruk op zijn stoel
+om, en keek Raffles en Charly beurtelings onderzoekend aan.
+
+„Zoo, dus mijn kleine val heeft goed gewerkt, en hedennacht is er,
+geloof ik, kostbaar wild ingeloopen! Ik heb zeker het genoegen, met de
+eigenaars van de tunnel te spreken, die rechtstandig op de mijne loopt,
+ongeveer ter hoogte van de Baker-Street?”
+
+„Het genoegen is geheel aan onze zijde, mijnheer de drukker!” kwam
+Raffles minzaam. „Gij ziet, dat ik u herken, al hebt gij, daar het hier
+tamelijk warm is, afstand gedaan van de fraaie pruik, welke u tooide,
+toen ik voor de eerste maal tot u het woord mocht richten. Maar nu ik u
+wat nader beschouw, meen ik u van vroegere gelegenheid te herkennen!
+Indien mijn geheugen mij niet bedriegt, zijt gij lid van de Bende der
+Wolven, en draagt gij den goed gekozen bijnaam „de Lynx” waarschijnlijk
+wegens uw fonkelenden blik!”
+
+De Lynx was langzaam opgestaan, en plaatste zich nu met de handen in de
+zijde voor Raffles.
+
+Zijn wenkbrauwen waren dreigend zamengetrokken.
+
+„Die man uit de provincie, dat waart gij dus? Nu, laat ik tot mijn
+eigen lof zeggen, dat ik u dadelijk gewantrouwd heb, al erken ik, dat
+gij voortreffelijk waart in uw rol! Lieden als wij moeten steeds
+wantrouwend zijn, begrijpt gij?”
+
+„Volkomen!” antwoordde Raffles rustig. „Als men een aanslag wil plegen
+op een instelling als de Midland-Bank, dan is men allicht geneigd in
+iederen vreemdeling een afgezant van de gevreesde politie te zien!”
+
+„Gij zijt bijzonder goed op de hoogte,” bromde de Lynx tusschen de
+tanden, en er verscheen een gevaarlijk licht in zijn gitzwarte oogen.
+„Maar misschien zal u blijken, dat ook wij niet tot de domooren
+behooren! Ik begin nu in te zien, hoe de zaak zich heeft toegedragen.
+Gij hebt in uw eigen tunnel, welke gij zoo goed hebt weten te
+verdedigen, het gerucht van ons graafwerk gehoord, en nieuwsgierig als
+gij zijt uitgevallen, wellicht ook een weinig uit vrees, dat ons werk
+uw tunnel wel eens in gevaar zou kunnen brengen, hebt gij onderzoek
+gedaan naar het beginpunt van den nieuwen gang. Onze zoogenaamde
+drukkerij boezemde uw belang in en gij hebt, als een schrander man, uw
+gevolgtrekkingen gemaakt uit zekere zonderlinge zaken in die drukkerij!
+Gij ziet, dat ik er niet aan denk, er doekjes om te winden! Het zal u
+spoedig genoeg blijken, waarom ik zoo openhartig met u spreek.”
+
+„Ik begrijp het nu al, met lieden, die in onze macht zijn, behoeven wij
+geen schuilevinkje te spelen, denkt gij!” kwam Raffles bedaard.
+
+„Gij geeft werkelijk blijk van een helder doorzicht!” riep de Lynx
+sarcastisch uit. „Inderdaad zijt gij niet ver bezijden de waarheid! Ik
+wil u wel zeggen, dat wij voor hedennacht uw onwelkom bezoek wachtende
+waren. Toen wij het gat in uw tunnelwand geslagen hadden, en gij dat
+gat afsloot met duivelsch harde staalplaten, toen begrepen wij, dat gij
+er het grootste belang bij had, het geheim van uw eigen gang te
+bewaren. Wij hebben door het gat eenige dingen gezien, die ons zeer
+verbaasden, ik behoef zeker niet nader te verklaren, wat dat geweest
+is. Gij moest er rekening mede houden, dat binnen niet al te langen
+tijd uw stalen borstwering toch zou bezwijken, en daarom, zoo
+redeneerden wij, kondet gij wel eens beproeven, hier een inval te doen!
+Gij zult moeten toegeven, dat die redeneering niet zoo dom was!”
+
+„Ik verklaar zelfs, dat zij uit een helderen kop afkomstig is!” kwam
+Raffles hoffelijk.
+
+De Lynx maakte een gebaar van ironische dankbetuiging, en vervolgde:
+
+„Wie gij zijt weet ik niet, ofschoon ik wel zekere vermoedens koester,
+welke ik echter voorloopig voor mij wensch te houden. Maar het doet er
+ook weinig toe, wie gij zijt. Voor mij is het gewichtigste uw tunnel.”
+
+Hij zweeg even, en wierp een loerenden blik op het gelaat van Raffles,
+die onbewegelijk tegenover hem stond.
+
+„Het moet wel een zeer bijzonder soort van tunnel zijn, daar gij haar
+zoo hardnekkig verdedigt!” ging de Lynx voort. „En een man, die zoo
+maar over een stel van de allerbeste staalplaten beschikt, die is zeker
+niet de eerste de beste! De man laat mij koud, tenminste voor het
+oogenblik, maar het geheim van de tunnel moet ik tot iederen prijs
+doorgronden! Het kan mij en mijn vereeniging van het grootste nut
+zijn....”
+
+Hij keek Raffles onderzoekend aan, maar deze bleef zwijgen, en hij ging
+voort:
+
+„Wel, wat hebt gij hier op te antwoorden?”
+
+„Wat zou ik er op moeten antwoorden?” vroeg Raffles koeltjes.
+„Natuurlijk denk ik er geen seconde aan, u het geheim van een tunnel
+mede te deelen, welke ik juist met zooveel inspanning tegen uw
+onbescheiden blikken heb beschermd!”
+
+„Ah, gij weigert?” ging de Lynx voort, met een valsch lichten in zijn
+zwarte oogen. „Nu wij zullen wel zien.... Zeg mij eerst eens, waarom
+gij niet dadelijk de politie gewaarschuwd hebt, toen gij moest vreezen,
+dat wij dwars door uw tunnel zouden heengaan?”
+
+„O, gij kunt er van verzekerd zijn, dat ik dat dadelijk gedaan zou
+hebben, als ik maar eerder geweten had, in welk huis ik moest zoeken om
+het begin van uw tunnel te vinden!”
+
+„Maar toen wij het gat door den wand hadden geboord, toen belette toch
+niets u, de politie te gaan halen, haar in uw eigen tunnel te brengen,
+haar het gat te laten verwijden, en langs dien kant onze gang te laten
+binnendringen?”
+
+„Ik had mijn bijzondere redenen, om dat juist niet te doen,” kwam
+Raffles, steeds even rustig.
+
+„Ah, daar heb ik u!” riep de Lynx triomfantelijk uit. „De politie moest
+er tot iederen prijs buiten gehouden worden, niet waar? Ik had het dus
+bij het goede eind, dat gij..... John Raffles waart!”
+
+„Noem mij, zooals gij verkiest!” kwam Raffles schouderophalend.
+
+„O, gij behoeft het niet te loochenen!” riep de Lynx toornig uit. „Er
+is maar één man in geheel Londen in staat tot zulk een werk! Wij kennen
+u, wij weten, wat gij waard zijt! Gij zijt wel is waar onze
+doodsvijand, zoo goed als van de Bende der Raven, en van het geheele
+Genootschap van den Gouden Sleutel, maar niemand onzer denkt er aan, uw
+ongeloofelijke schranderheid en uw stoutmoedigheid te ontkennen. Wel,
+hoe is het, wilt gij bekennen, dat gij Raffles zijt?”
+
+„Ik zeg u nogmaals, mijnheer de Lynx, dat het mij volkomen
+onverschillig is, welken naam gij mij verkiest te geven!” kwam Raffles
+ongeduldig. „Kom terzake, wat ik u verzoeken mag! Ik denk, dat gij
+binnenkort in de bank wilt inbreken, en mij zoolang wilt vasthouden
+totdat het ontdekken van uw tunnel er niet meer op aankomt, niet waar?”
+
+„Welzoo, denkt gij er werkelijk zoo gemakkelijk af te komen?” riep de
+Lynx op woesten toon. „Neen, mijnheer Raffles. Dan hebt gij het mis!
+Gij deelt ons dadelijk alles mede wat wij van uw tunnel willen weten,
+en anders ondergaat gij de straf van alle, die een belangrijk geheim
+van de Bende hebben doorgrond! Ik behoef zeker niet duidelijker te
+zijn!”
+
+„O neen, die moeite kunt gij u sparen,” zeide Raffles bedaard. „Ik ken
+uwe methodes! Welnu, ik blijf bij mijn weigering!”
+
+„Luister dan goed naar mij, John Raffles!” zeide de Lynx, en hij kwam
+vlak voor Raffles staan, die geen stap terug week. „Ik geef u volle zes
+uren om u te bedenken, wanneer die tijd verstreken is, en gij hebt mij
+het geheim van uw tunnel niet medegedeeld, dan sterft gij!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+BANGE UREN.
+
+
+Raffles knipte zelfs niet met de oogen, toen hij deze vreeselijke
+woorden hoorde.
+
+Hij had immers niet anders verwacht....
+
+Zijn stem klonk volkomen helder en onbewogen, toen hij hernam:
+
+„Ik weiger! Maar, gij zult toch zeker niet zoo beestachtig wreed zijn,
+mijn vriend voor mijn weigering te laten boeten?”
+
+„Uw vriend zal uw lot deelen!” schreeuwde de Lynx, met een giftigen
+blik in zijn koolzwarte oogen.
+
+„Doe dan wat gij wilt, en ik hoop dat het u niet zal berouwen!” zeide
+Raffles op ernstigen toon.
+
+„Die verantwoording neem ik op mij!” zeide de Lynx hooghartig. „Het is
+nu twee uur, wanneer gij om acht uur morgenochtend niet tot andere
+gedachten zijt gekomen, dan wacht u de dood, en ik verzeker u dat wij
+onverbiddelijk zullen zijn! Als gij werkelijk John Raffles zijt, en
+daaraan twijfel ik geen oogenblik, dan zou de tegenwoordige chef van
+het Genootschap van den Gouden Sleutel het mij zelfs zeer kwalijk
+hebben kunnen nemen, dat ik u niet onmiddellijk een kogel door het
+hoofd heb geschoten! Maar ik wil u een kans geven, omdat ik begrijp,
+dat de kennis van het geheim van die tunnel voor ons van het grootste
+gewicht is. Die gang zal wel naar een of andere huis loopen, waar gij
+gewoonlijk verblijf houdt, en het zou voor ons van veel belang zijn,
+als wij wisten, onder welken naam John Raffles de Londensche politie
+zoo fijn om den tuin leidt.”
+
+„Dat kan ik mij zeer goed voorstellen, maar daar ik van mijn kant zeer
+bepaald er op sta, om het geheim van die tunnel voor mij zelf te
+behouden, wie ik dan ook zijn moge, daarom zult gij het uit mijn mond
+niet vernemen! Gij hebt gelijk als gij zegt dat het van gewicht is, ik
+kon evengoed dadelijk een einde aan mijn leven maken, of mij gevangen
+gaan geven op Scotland-Yard. Gij moet dus inzien dat uw wachten
+vruchteloos is.”
+
+„Wij zullen zien!” hernam de Lynx kortaf.
+
+Hij wendde zich daarop tot de gemaskerde mannen, die zwijgend en met de
+revolver in de hand op dezelfde plek waren blijven staan en zeide:
+
+„Breng hem weder naar den grooten kelder, bindt hem goed, en laat een
+uwer hem bewaken.”
+
+„Neem mij niet kwalijk, chef,” zei een van de mannen, „ik zou er maar
+twee van maken als ik u was.”
+
+„En het werk in de tunnel dan?” vroeg de Lynx.
+
+Niemand antwoordde.
+
+De chef dacht nog even na en hernam toen:
+
+„Misschien heb je ook wel gelijk, als hij Raffles is, dan hebben wij
+met een gevaarlijken tegenstander te doen. Twee blijven dus hier om op
+hem te passen en de anderen gaan weder naar de tunnel, naar het andere
+einde, en stellen daar alles in het werk, om die stalen platen op te
+ruimen. Is dat geschied voordat de zes uren om zijn, misschien kan dat
+dezen man dan het leven redden, maar in het tegenovergestelde
+geval.....”
+
+De Lynx voltooide den zin niet, maar de dreigende blik in zijn oogen
+sprak een duidelijke taal, die niet misverstaan kon worden.
+
+Alles werd nu in gereedheid gebracht, om de beide gevangenen goed te
+kunnen bewaken.
+
+Er werden twee zware stoelen ergens uit het huis gehaald en daarop
+werden de beide gevangenen vastgebonden, hun beenen tegen de sporten,
+hun armen achter de leuning, en bovendien werden hun polsen nog te
+samen gebonden, met het stevigste touw.
+
+En daarop werden de stoelen midden in het vertrek gezet, zoodat de twee
+bewakers voortdurend om de gevangenen heen konden loopen, teneinde zich
+te overtuigen of de touwen nog stevig vast waren.
+
+De Lynx had reeds al te veel gehoord van de buitengewone bekwaamheid
+van John Raffles om zich van de sterkste boeien te bevrijden.
+
+De chef kwam zich zelf overtuigen, dat de touwen stevig waren geknoopt,
+en zeide toen, zich tot Raffles wendende:
+
+„Zes uren, denk er om! Gij hebt het leven thans in uw eigen hand! In uw
+eigen belang zou ik u raden, niet al te veel op onze goedhartigheid te
+vertrouwen! In dergelijke zaken kennen wij geen medelijden, en ook al
+waart gij niet de man voor wien ik u aanzie, dan zoudt gij toch sterven
+als gij ons verlangen niet inwilligt!”
+
+„Ik zeg u nog eens dat ik mijn geheim niet verraad, en als gij mij
+beter kende, dan zoudt gij weten dat ik nimmer op een eenmaal genomen
+besluit terug kom!”
+
+De Lynx haalde de schouders op, en riep uit:
+
+„Wij zullen eens zien of gij om acht uur even bout spreekt! Bedenk ook
+wel dat gij niet alleen u zelf maar ook uw vriend en helper het leven
+beneemt als gij weigert.”
+
+Er kwam een sombere smartelijke uitdrukking op het gelaat van den
+Grooten Onbekende, maar dadelijk liet de stem van Charly zich hooren,
+die vastberaden uitriep:
+
+„Bekommer je niet om mij, Edward! Ook ik denk er niet aan om ons geheim
+te verraden en als jij sterft, welk doel zou mijn leven dan nog
+hebben?”
+
+„Zeer aandoenlijk!” zeide de Lynx op spottenden toon. „Wij zullen wel
+eens zien of die broederlijke genegenheid stand houdt in het gezicht
+van den dood.”
+
+Hij stak beide handen in de zakken, riep den man die nog altijd met de
+revolver in de hand boven aan de trap stond en wenkte een van de drie
+kerels die Raffles en Charly overweldigd hadden.
+
+Zij begaven zich naar den kleinen kelder waar de dynamo stond, en de
+zware met ijzer beslagen deur viel dicht.
+
+De beide gevangenen bleven alleen met hunne bewakers.
+
+Een hunner had, voor de Lynx en de beide anderen zich verwijderden, een
+schakelaar omgedraaid, zoodat de kelder nu in een helder electrisch
+licht baadde, en vervolgens een hefboom overgehaald waardoor het
+boveneinde van de trap langzaam weder in zijn oorspronkelijken toestand
+kwam, waarin zij werd gehouden door een zware ijzeren bout, die er bij
+wijze van deurgrendel voorgeschoven werd.
+
+Raffles had het gevoel alsof hij nog nimmer zoo helder van hoofd was
+geweest als op dit oogenblik in dezen kelder en in het aangezicht van
+den dood, die hem toegrijnsde, als hij weigerde het kostbare geheim
+prijs te geven, dat als het ware met zijn leven zelf was samengeweven.
+
+Inderdaad, de tunnel zelve was zeker van minder belang, en haar verlies
+bijvoorbeeld door een groote instorting, zou wel ernstig, maar
+volstrekt niet onoverkomelijk zijn, maar zij leidde aan den eenen kant
+naar het huis van Lord William Aberdeen en het zou zeker niet lang
+duren of de bandieten zouden den geheimen toegang naar het tuinhuis
+gevonden hebben.
+
+Het leven van Lord Aberdeen zou bekend worden, al was het dan
+voorloopig maar aan de bendeleden, en dit zou zulk een noodlottigen
+invloed uitoefenen op al zijn ondernemingen, dat hij evengoed
+regelrecht naar den hoofdcommissaris van politie zou kunnen loopen.
+
+Als ooit werd uitgemaakt dat Lord Aberdeen en John Raffles een en
+dezelfde persoon waren, dan zou het geheele bouwwerk van zijn
+dubbelleven ineen storten en hij zou weder een geheel nieuw plan moeten
+opstellen, hetgeen zeker met de grootste moeilijkheden gepaard zou
+gaan.
+
+Maar over dit alles dacht hij slechts kort.
+
+Het stond voor hem vast dat hij het geheim niet zou verraden, en
+daarover behoefde hij dus in het geheel niet na te denken.
+
+Neen, zijn gedachten waren uitsluitend gericht op de kansen welke hij
+had om zich te bevrijden alvorens de zes uren verstreken waren.
+
+Hij begreep maar al te goed, dat deze kansen al bijzonder gering waren,
+de kelder was daghelder verlicht, de stoelen stonden in het midden van
+het vertrek, de touwen waren stevig en goed geknoopt, al had hij kans
+gezien door tijdens het binden zijn spieren zooveel mogelijk te
+spannen, zich een weinig speelruimte te verschaffen, de oppassers waren
+krachtige kerels, klaar wakker en goed gewapend, en geen enkele
+beweging hunner gevangenen zou hun ontgaan.
+
+Maar Raffles was er de man niet naar, om iedere hoop te laten varen.
+
+Integendeel, al waren de bezwaren reusachtig groot, toch was al zijn
+denken nu gericht op de mogelijkheid hier te ontsnappen.
+
+Charly scheen op zijn gelaat te lezen wat er in hem omging maar de
+stemming van den jongen man was veel minder opgewekt als men het zoo
+noemen mag, hij zag de toekomst zeer duister in, en hij vreesde dat
+deze kelder wel hun laatste verblijf zou zijn.
+
+Raffles liet met opzet een half uur voorbijgaan voor hij ook maar de
+geringste beweging maakte.
+
+Toen rekte hij zich eens uit, voor zoover dit mogelijk was, zoodat de
+touwen kraakten, maar dadelijk kwam een der wakers voor hem staan, die
+zich nu beiden van hun masker ontdaan hadden en zeide dreigend terwijl
+hij zijn revolver ophief:
+
+„Laat die grappen maar, het zou je kunnen berouwen!”
+
+„Gij staat het mij dus niet toe dat ik mij uitrek en zoodoende den
+slaap in mijn ledenmaten tegen ga?” vroeg Raffles op onderdanigen toon.
+
+„Dat zal ik niet dulden, ik heb van je gehoord, man, ik ken je
+duivelskunsten, je bent al ontelbare malen gesnapt.”
+
+Hij liep om den stoel heen, betastte de touwen, als vreesde hij
+waarlijk dat Raffles ze al had laten afknappen, en ging toen weder naar
+zijn makker, die op dezelfde plek was blijven staan.
+
+Nu bracht het beroep van Raffles mede dat hij een voortreffelijk
+gelaatskenner was en op het gezicht van dezen tweeden man zoo duidelijk
+als in een boek las, dat hij zooals men dat noemt, „liever lui dan moe”
+was, en bovendien vast overtuigd, dat er aan de ontvluchting der beide
+gevangenen niet te denken viel.
+
+Hij en zijn makker immers waren gewapend, de beide gevangenen niet, en
+bij de eerste poging om op te staan, zouden zij reeds een kogel in het
+hoofd hebben.
+
+Raffles glimlachte flauwtjes voor zich heen, en zeide in zich zelf:
+
+„Zelfvertrouwen is goed, mijn vriend, maar men moet het toch nooit te
+ver doordrijven!”
+
+De Groote Onbekende wierp Charly een blik toe, een zeer snellen blik,
+maar die den jongen man alles onthulde wat er op dit oogenblik in het
+hoofd van zijn vriend omging. Raffles begon nu met het vertrek zeer
+zorgvuldig te bestudeeren.
+
+Wij zeiden reeds dat er een houten trap naar beneden leidde, die
+ongeveer in het midden beweegbaar was.
+
+Zij telde dertig tot twee en dertig treden en liep langs den gladden
+zijwand van den kelder.
+
+De deur bovenaan kwam dadelijk op de trap uit zonder portaal.
+
+De hefboom, zooeven door een der bandieten overgehaald, bevond zich
+niet ver van den voet van de trap, en de schakelaar van het electrische
+licht was naast de stevige deur, geheel van ijzer vervaardigd, en in de
+grijze kleur van de steenen geschilderd, waardoor Raffles en Charly
+haar, toen zij op de trap stonden, niet aanstonds hadden kunnen zien.
+
+De kelder was ongeveer vijf meter breed en bijna zeven meter lang, en
+zooals gezegd, de beide stoelen stonden in het midden, ruim een meter
+van elkander.
+
+De bewakers liepen voortdurend heen en weder oogenschijnlijk om te
+voorkomen dat zij in slaap zouden vallen.
+
+Weer verliep een half uur en Raffles had reeds een paar keeren gegaapt.
+
+„Neem mij niet kwalijk, mijne heeren,” zeide hij, „maar het is toch
+zeker niet verboden om te rooken in dit vertrek? Er is niets zoo goed
+als een voortreffelijk sigaret om zich den tijd een weinig te korten en
+wakker te blijven.”
+
+De twee bewakers schenen elkander met een blik te raadplegen en toen
+antwoordde een hunner brommend:
+
+„Als gij kans ziet om te rooken, gij kunt uw gang gaan, maar ik heb
+geen sigaretten!”
+
+„Het is ook de vraag of ik uw sigaretten wel zou lusten!” riep Raffles
+spottend uit. „Wees zoo goed en haal mijn koker eens te voorschijn, hij
+zit in mijn binnenzak, en het is vreemd, maar ik kan er zelf niet bij!”
+
+De bewaker, dien Raffles in gedachten „De onverschillige” had genoemd
+trad op hem toe, knoopte zijn jas open, stak de hand in den binnenzak,
+en haalde er een fraaien, gouden sigarettenkoker uit.
+
+Hij liet een zacht fluitend geluid van bewondering hooren, wierp het
+kostbare voorwerp een paar malen omhoog, en zeide grinnikend:
+
+„Ik geloof dat ik dat mooie dingetje maar confisceer! Het is zeker een
+erfenis, niet waar?”
+
+„Gij kunt doen wat gij verkiest, als gij mij maar eerst een sigaret
+geeft!” antwoordde Raffles schouderophalend.
+
+De bandiet opende het étui en wilde er een sigaret uitnemen, maar
+Raffles zeide haastig:
+
+„Blijf er liever af met je vingers, vriend! Ik wil volstrekt niets
+afdingen op je zindelijkheid, maar de aroma van deze fijne sigaretten
+heeft er onder te lijden als zij te veel worden aangevat! Houdt mij het
+étui maar voor, ik zal er met de lippen wel een uitnemen!”
+
+De bandiet, een weinig verbluft, gehoorzaamde, en hield Raffles het
+étui zoo dicht mogelijk bij den mond, dat deze er met de lippen een
+sigaret uit kon nemen.
+
+„Nu een beetje vuur, als ik je verzoeken mag!” zeide hij.
+
+De bandiet haalde een lucifersdoosje uit zijn zak, streek een lucifer
+af, en hield die aan de sigaret.
+
+Vol welbehagen deed Raffles een paar trekjes, en de bandiet, opgetogen
+over de heerlijke lucht, riep uit:
+
+„Bij mijn ziel, dat is eerst een sigaret! Kom, wij zullen er ook eens
+den brand in steken!”
+
+Hij nam een sigaret uit den koker en had haar het volgende ooogenblik
+aangestoken.
+
+Hij kwam nu met het étui naar zijn makker toe en hield het hem voor,
+maar deze, die het geheele tooneeltje een weinig argwanend had
+gadegeslagen riep uit:
+
+„Ik rook de sigaretten van dien man niet!”
+
+„Kom, kom, hij heeft er toch zelf ook een aangestoken!” riep „de
+onverschillige”.
+
+„Wel mogelijk, maar ik vertrouw hem niet! En als ik jou een raad mag
+geven, Jim, dan gooi je dat ding dadelijk weer weg! Vooruit, doe wat ik
+zeg! Ik heb het niet voorzien op sigaretten van iemand die John Raffles
+heet, of kan zijn!”
+
+De aangesprokene die naar den naam Jim luisterde scheen de autoriteit
+van den ander te erkennen, want hij bromde binnensmonds een vloek, deed
+nog snel een paar lange halen aan de sigaret, verdraaide zijn oogen van
+genot, en wierp toen het rolletje tabak in den hoek, maar niet zonder
+dat hij een verliefden blik op de smeulende sigaret liet rusten.
+
+Daarop stak hij den gouden koker in zijn zak, en zeide tevreden:
+
+„Die zijn dan in ieder geval goed voor een volgende gelegenheid!”
+
+„Als ze je maar niet opbreken,” mompelde de tweede bandiet. „Ik zeg je
+nog eens, sigaretten van John Raffles, daar pas ik voor!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+WIE HET ONDERST UIT DE KAN WIL HEBBEN.....
+
+
+Jim begon te lachen, een luide, rollende lach, maar die eensklaps werd
+afgebroken, afgesneden als met een mes als het ware.
+
+Hij bleef eensklaps als uit steen gehouwen en met starende oogen in
+zijn lach steken, bracht toen met een vaag gebaar een trillende hand
+aan het hoofd, rochelde eenige keeren alsof hij iets in de keel had dat
+hij niet kon wegslikken, deed een paar wankelende stappen.... en zakte
+toen in elkaar.
+
+Een rilling doorliep zijn lichaam en toen lag hij onbewegelijk.
+
+Zijn makker slaakte een waar gebrul en schreeuwde:
+
+„Ik heb het je wel gezegd! Die verdoemde sigaretten!”
+
+Hij vergat zelfs een oogenblik zijn gevangenen, knielde naast Jim
+neder, schudde hem heen en weder, wierp een blik op het gelaat, waarin
+de trekken eensklaps verstijfd schenen en op de glazige oogen, en
+sprong toen met een woesten vloek weder overeind.
+
+Een bijna bijgeloovige vrees had zich van hem meester gemaakt en hij
+staarde Raffles, die hem glimlachend aankeek, met uitpuilende oogen
+aan.
+
+Toen barstte hij uit:
+
+„Ik weet niet wat mij weerhoudt om er maar dadelijk een eind aan te
+maken! Nu is het wel zeker dat je John Raffles bent! Het had maar een
+haar gescheeld of ik had ook van je duivelsche sigaretten gerookt.”
+
+„Wel, dat was de bedoeling!” zeide Raffles langs zijn neus.
+
+De bandiet hief de vuist op, als om Raffles te treffen, en slechts met
+moeite wist hij zich zelf te beheerschen.
+
+Hij dacht een oogenblik na, bromde toen voor zich heen:
+
+„Ik moet telefoneeren, zij moeten mij een ander zenden! Ik durf niet
+alleen blijven met dien duivelskunstenaar!”
+
+Hij vloog naar de trap, en begon haar zoo vlug hij kon te beklimmen.
+
+Waarschijnlijk bevond de telefoon zich in een of ander vertrek van de
+drukkerij, of in de schuur.
+
+Raffles volgde hem met de oogen, en juist toen de bandiet de helft van
+de trap bereikt had, strekte hij zijn beenen zoo ver mogelijk, tot zijn
+teenen den grond raakten, en wierp zich met een enkelen sprong als die
+van een kangoeroe met zijn volle gewicht vooruit, en tegen den hefboom
+aan den voet van de trap......
+
+Een kort gekraak liet zich hooren, het boveneinde van de trap zwaaide
+terug en de bandiet, zoo plotseling van het evenwicht beroofd, stortte
+van een hoogte van drie meter voorover op den steenen vloer van den
+kelder.
+
+De hoogte was niet groot genoeg om hem te dooden, maar hij moest toch
+iets gebroken hebben want hij bleef half verdoofd liggen.
+
+Zijn revolver was hem tijdens den val uit de hand gevlogen en lag ver
+buiten zijn bereik.
+
+Raffles verloor geen tijd maar beukte uit alle macht den stoel tegen
+den muur, zoodat het niet lang duurde of de rug en de pooten waren
+gebroken.
+
+De dikke touwen hadden nu geen houvast meer, en vielen slap langs armen
+en beenen neer.
+
+In een oogwenk had Raffles zich bevrijd, en snelde nu op Charly toe,
+die meende te droomen, en als versuft dit tooneeltje had gadegeslagen
+dat zich met ongelooflijke snelheid had afgespeeld.
+
+En het merkwaardige was dat de sigaret nog altijd tusschen de lippen
+van den Grooten Onbekende zat geklemd en hij nog even rustig rookte,
+alsof hij zich in de conversatiezaal van de Windsor-Club had bevonden.
+
+Stotterend van verbazing vroeg Charly, toen hij armen en beenen weer
+bewegen kon:
+
+„Ik kan nog niet begrijpen dat het al werkelijk gebeurd is, heb je zelf
+in het geheel geen last van die sigaret?”
+
+„Het was de eenige goede die er bij was, mijn jongen!” antwoordde
+Raffles glimlachend. „Het gouden mondstukje is een weinig korter dan
+dat van de andere sigaretten en daaraan herken ik het terstond. Maar
+daarom wilde ik ook volstrekt de sigaret zelf nemen. Maar laten wij nu
+geen tijd verbeuzelen met babbelen, er valt ander werk te doen. Wij
+zullen eerst onzen vriend eens verbinden maar zoo dat hij zich niet
+bevrijden kan!”
+
+Hij bukte zich over den man heen, die juist uit zijn verdooving
+ontwaakte en zeide:
+
+„Ik geloof niet dat hij iets gebroken heeft!”
+
+„Vindt je wel dat het er veel toe doet?” vroeg Charly ironisch.
+
+Raffles antwoordde niet, maar greep het touw waarmede hij zelf was
+gebonden geweest en een oogenblik later was de bandiet zoodanig
+gekneveld dat hij in den letterlijken zin van het woord geen lid kon
+verroeren.
+
+Hij werd naar een hoek van het vertrek gedragen en daar neergelegd.
+
+De man was weder volkomen bij kennis en keek Raffles aan met twee oogen
+die van haat en machteloos woede gloeiden.
+
+„Ja vriend!” zeide Raffles op wijsgeerigen toon, „dat men den morgen
+nooit moet prijzen voor den nacht, om een bekend spreekwoord naar
+omstandigheden te wijzigen. Over je metgezel behoef je je niet ongerust
+te maken, hij is springlevend en alleen maar bewusteloos en dat zal hij
+de eerste twaalf uren wel blijven. Mijn sigaretten zijn zeer krachtig.
+En nu zal ik je gedurende eenigen tijd tot mijn spijt moeten verlaten
+want dringende bezigheden roepen mij elders!”
+
+Hij ging de revolver opzoeken, onderzocht het wapen nauwkeurig en kwam
+tot de ontdekking dat het gelukkig door den val niet geleden had.
+
+Charly wapende zich met het automatische repeteerpistool van den
+bewusteloozen bandiet, en keek Raffles vol afwachting aan.
+
+„Nu maken wij zeker dadelijk dat wij wegkomen?”
+
+„Ja, mijn jongen, wij gaan naar huis.”
+
+Gelukkig riep Charly uit: „Ik had, eerlijk gezegd, gedacht, dat je het
+avontuur nog verder had willen voortzetten.”
+
+„Wel, ik ben ook niet anders van plan,” hernam Raffles droogjes. „Want
+ik wil wel naar huis, maar langs een anderen weg dan dien wij gekomen
+zijn.”
+
+„Hoe dan wel?”
+
+„Door de tunnel, welke de bandieten gegraven hebben.”
+
+„Maar dat staat gelijk met zelfmoord!” riep Charly verschrikt uit. „Wie
+weet hoeveel van die kerels wij daar wel vinden!”
+
+„Het kunnen er zooveel niet zijn, want in een onderaardschen gang, zoo
+als zij er een graven, kunnen onmogelijk meer dan vier man tegelijk
+vertoeven, en waarschijnlijk vinden wij er niet meer dan drie. Maar al
+waren het er zes, wij hebben het voordeel van de verrassing. Kom
+spoedig mede!”
+
+Raffles trad op de ijzeren deur toe, en het duurde niet lang, of hij
+had de wijze ontdekt, waarop zij geopend moest worden.
+
+Hij knikte nog eens naar den gebonden bandiet die onbeweeglijk en met
+giftigen blik naar hem keek, en daarop traden de beide vrienden den
+tweeden, kleinen kelder binnen, na zich eerst te hebben overtuigd dat
+hun lantaarns nog goed werkten.
+
+Een eenvoudige houten deur, van goede planken vervaardigd, bleek het
+begin van de tunnel af te sluiten.
+
+De gang had een ovalen vorm, en de grootste doorsnede was omstreeks één
+meter tachtig, de kleinste één meter vijftig.
+
+Op geregelde afstanden was de tunnel geschoord en op den eersten blik
+zag Raffles dat hier een zeer kundig ingenieur aan het werk was
+geweest.
+
+De tunnel was volkomen recht, overal even hoog en breed en op zwakke
+plaatsen met metselsteenen versterkt.
+
+De schoren bestonden uit dikke palen van eikenhout, zoo dik als een
+heipaal, en schuin gesteld, zoodat zij het gewicht van het verwulf
+konden dragen.
+
+En nauwelijks waren de twee vrienden een twintigtal meter in de tunnel
+door gedrongen of zij zagen heel in de verte een flauw schijnsel.
+
+Dadelijk doofden zij het licht van hun eigen lantaarns en gingen op den
+tast verder.
+
+Aan weerszijden van de tunnel liepen de electrische draden van de
+boormachine, welke zich aan de uiteinden van de onderaardsche gang
+moest bevinden, en waarmede de tunnelgravers den harden bodem hadden
+aangetast, om dien vervolgens met schop en houweel verder te
+verwijderen.
+
+Waar de uitgegraven aarde gebleven was, begreep Raffles niet. Maar,
+waarschijnlijk had men die in een andere schuur opgehoopt.
+
+Bij iederen stap werd het schijnsel helderder, en na ongeveer vijftig
+meter te zijn voortgegaan konden de beide mannen de vage gedaanten zien
+van eenige lieden, die druk bezig waren aan het andere einde van de
+tunnel.
+
+Maar de boormachine zweeg, wier gonzend geluid hun het eerst op het
+spoor van de tunnelgravers had gebracht.
+
+Wel klonken de regelmatige slagen van twee of drie houweelen op den
+harden grond.
+
+Blijkbaar waren de bandieten bezig het gat te vergrooten in den
+tusschenwand, teneinde des te gemakkelijker de stalen platen voor de
+opening op zijde te kunnen schuiven.
+
+Raffles en Charly hadden zich plat voorover geworpen en kropen voort,
+de revolvers in de vuisten geklemd.
+
+Charly trok het touw achter zich aan, waarmede hij gebonden was geweest
+en dat men misschien aanstonds noodig zou kunnen hebben.
+
+Nog een twintig meter, en toen konden Raffles en Charly reeds duidelijk
+onderscheiden wat er daarginds geschiedde.
+
+Er waren daar drie mannen, hoogstwaarschijnlijk de Lynx met de twee
+bandieten, die hem vergezeld hadden.
+
+Twee hunner waren bezig met houweelen uit alle macht de rotsharde aarde
+aan te tasten, terwijl de derde het werk leidde, en een zeer groote
+electrische lantaarn in de hand hield, waarmede hij de beide arbeiders
+belichtte.
+
+Zoo sterk was het licht, dat Raffles duidelijk kon zien, dat de opening
+in den wand sedert dien morgen zeer veel grooter was geworden.
+
+Zij was bijna vier decimeter hoog en zeven decimeter breed, en daar
+achter was zeer duidelijk het zwakke geglim van het schild van
+nikkelstaal te zien.
+
+Links stond de boormachine, die thans buiten gebruik was gesteld, daar
+zij de stalen schilden toch niet zou kunnen bewerken.
+
+Het zou zeker geen uur meer duren, of de geheele opening zou vrij
+gemaakt, en dan zou het zeker heel wat gemakkelijker vallen, de stalen
+platen omver te werpen, of ter zijde te schuiven.
+
+En als ook dit mislukte, zouden de bandieten wel eens kunnen pogen, de
+staalschilden met behulp van een zuurstofvlam te vernielen, en zoo in
+de tunnel door te dringen, die zoo zeer hun nieuwsgierigheid had gaande
+gemaakt.
+
+Maar voor het oogenblik was daar geen vrees voor.
+
+Het werk vorderde langzaam en telkens vlogen er kleine stukjes van den
+rotsharden grond.
+
+Nu en dan liet de Lynx het werk ophouden, en beschouwde de opening en
+de staalplaat daar achter.
+
+En toen, voor Raffles en Charly er goed en wel op verdacht waren, spoot
+er als het ware een verblindend witte straal tegen de staalplaat.
+
+De bankroovers hadden hun zuurstofapparaat reeds in werking gebracht.
+
+Zij droegen alle drie brillen met zwart gemaakte glazen, waardoor zij
+ongestraft in het vreeselijke wit van de vlam konden kijken.
+
+Maar Raffles en Charly hadden ongewapende oogen en konden zelfs op dien
+afstand den helschen gloed ternauwernood verdragen.
+
+Er viel ook niet aan te denken, behoorlijk te mikken tegen dit
+verblindend licht in.
+
+Zij kropen zoo snel zij konden weder een twintig meters achteruit, en
+van deze plek konden zij nog zeer goed zien, wat er daarginds vooraan
+in de tunnel voorviel, zonder gevaar te loopen, hun oogen
+onherroepelijk te bederven.
+
+Van de drie bandieten was nu niets meer te zien.
+
+Zij hadden zich waarschijnlijk plat op den buik geworpen, om zoo weinig
+mogelijk last te hebben van het schelwitte licht, van een witheid, door
+niets te overtreffen, en waarbij zelfs de schittering van een sterke
+electrische booglamp in het niet zonk.
+
+Er verliepen bijna twee uren.
+
+Het gat was nu zeker bijna zoo diep, dat alle drie de platen waren
+doorgesmolten.
+
+En toen geschiedde er iets, waarop de twee mannen ook al niet gerekend
+hadden.
+
+De Lynx zond een van zijn mannen terug, zeker om eens te gaan zien, of
+de gevangenen zich nog niet bedacht hadden!
+
+Als zij bleven waar zij waren, dan zouden zij zeker gezien worden, want
+de tunnel bood hier volstrekt geen schuilplaats, en de man, die
+terugkeerde was voorzien van een kleinen zaklantaarn.
+
+Maar hier viel niet te aarzelen, zij moesten beginnen met te
+retireeren, tot zij althans buiten het gehoor van de twee
+achtergebleven bandieten waren.
+
+Raffles en Charly kropen dus als bij onderlinge afspraak, zonder dat
+het noodig was geweest, een enkel woord te wisselen, achteruit, op
+handen en voeten, en nu en dan omziende om zich te overtuigen, dat zij
+buiten het lichtschijnsel van de lantaarn bleven.
+
+Zij waren den man minstens vijftig meter vooruit, en hij kon hen
+onmogelijk zien.
+
+En toen ontfermde het lot zich over hen, zij vonden een plek, waar de
+tunnel eensklaps een weinig breeder werd, misschien had hier een
+aardinstorting plaats gehad, of was deze soort nis met opzet gemaakt,
+teneinde er gereedschappen of machineonderdeelen te kunnen bewaren.
+
+Deze kleine uitholling was echter nauwelijks groot genoeg, om een enkel
+persoon te kunnen bevatten.
+
+Raffles boog zich naar Charly over en fluisterde hem in:
+
+„Ga jij nog een tiental meters verder, ik blijf hier, en zal den kerel
+ten val brengen, dan keer je dadelijk weer terug, en helpt hem
+onschadelijk maken!”
+
+Charly knikte en ging verder, terwijl Raffles zich zoo klein mogelijk
+maakte, en zich tegen den achterwand van de nis drukte.
+
+Vijf minuten later kwam de bankroover voorbij, of liever, hij wilde
+voorbij gaan, want zoover kwam het niet.
+
+Raffles had zich bliksemsnel gebukt en den kerel bij het onderbeen
+gevat.
+
+De man struikelde en had zelfs niet den tijd voor een vloek.
+
+Want dadelijk wierp Raffles zich op hem, en toen ook Charly op het
+gerucht van den val terug kwam ijlen, was zijn lot spoedig beslist.
+
+Hij werd nu stevig gebonden, zoodat hij zich niet verroeren kon, en ook
+geen geluid kon maken.
+
+Dat was dus een derde van de vijandelijke legermacht verslagen.
+
+De rest zou kinderspel zijn!
+
+Juist op dat oogenblik hoorden de beide mannen een dof gekraak aan het
+uiteinde van de tunnel.
+
+Zij snelden terug zoo vlug zij konden en de gesteldheid van de tunnel
+het hun veroorloofde.
+
+Het verblindend witte licht was nu verdwenen.
+
+Alleen de twee lantaarns verspreidden hun licht.
+
+Blijkbaar was zooeven de arbeid met de steekvlam geëindigd.
+
+Er was nog meer gebeurd.
+
+Door de opening in de drie stalen schilden, ongeveer zuiver rond, en
+bijna twee decimeter in doorsnede, hadden de twee bandieten de stukken
+van de spoorstaaf met behulp van een ijzeren haak kunnen wegduwen.
+
+En daarna hadden zij, uit alle macht zich inspannend, de stalen
+schilden één voor één omver kunnen werpen.
+
+De opening was nu vrij!
+
+Een der bandieten stak er een arm gewapend met een lantaarn door, zeker
+om de tunnel, die nu open voor hen lag, te belichten.
+
+Dat was zijn ongeluk....
+
+Want Raffles en Charly zagen op hetzelfde oogenblik iets eigenaardigs
+gebeuren.
+
+De man met de lantaarn verdween onder het slaken van een luiden vloek,
+en zoo vlug, of hij door toovenaarshanden werd weggesleurd!
+
+„Dat moet Henderson zijn!” kwam Raffles glimlachend, terwijl Charly
+moeite had een schaterlach te onderdrukken, zoo snel en zonder omslag
+was de bankroover uit het oog verdwenen.
+
+„Kom vlug, Charly, voor mijnheer de Lynx zijn makker ter hulp kan
+snellen!”
+
+De twee vrienden ijlden naar de opening, en onder het loopen gaf
+Raffles het waarschuwingssein, voor Henderson bestemd, die zooeven zoo
+handig zijn tegenstander door de opening had getrokken, met niet meer
+omslag dan men gebruikt om een sardiene uit het blikje te nemen.
+
+Op het hooren van het sein keerde de Lynx zich om, en slaakte een
+gebrul van woede, toen hij zijn gevangenen herkende.
+
+Hij bracht de hand naar zijn zak, maar hij was wat te langzaam....
+reeds was Raffles bij hem en sloeg hem door een op de goede plek
+aangebrachten vuistslag neer.
+
+In een handomdraaien was de schurk gebonden en machteloos gemaakt.
+
+Hij kwam juist weer bij, toen dit geschied was.
+
+„Ja, vriend Lynx, zoo gaat het nu eenmaal in de wereld,” zeide Raffles
+glimlachend, „heden ik, morgen gij! Maar vandaag zijt gij het in ieder
+geval, naar ik geloof!”
+
+Henderson stak op dit oogenblik zijn groot hoofd door de opening, en
+zeide leukweg:
+
+„Alles all right, mijnheer! Bij u ook, hoop ik?”
+
+„Alles in de beste orde, James!” antwoordde Charly lachend. „Steek dien
+kerel maar weer door het gat, waar je hem zoo handig gevangen hebt!”
+
+Even later kwam er een soort mummie door de opening, aangereikt door
+den reus.
+
+De man was zoo stijf gebonden, dat hij letterlijk geen vingerlid kon
+verroeren.
+
+„Zoo, daar hebben wij de verzameling compleet!” kwam Raffles tevreden.
+„Nu nog het vrachtje naar het huis in de Baker-Street vervoerd, en
+tijdelijk in den kelder neergelegd, in afwachting van de komst der
+politie, maar voor dien tijd staat ons een zware arbeid te wachten,
+vrienden!”
+
+„Wat wil je doen?” vroeg Charly nieuwsgierig.
+
+„Vraag je dat nog? Natuurlijk wil ik de tunnel van die lieden voor de
+grootste helft vernielen, en doen instorten! Want om zich te wreken
+zullen zij natuurlijk verraden wat zij gevonden en gezien hebben en dan
+was alle moeite toch vruchteloos geweest! En daarom zullen wij eerst
+hun tunnel voor een deel vernielen, vervolgens zullen wij een laag
+beton hier op deze plek aanbrengen, een vijftal meter dik, en tenslotte
+zullen wij onze eigen tunnel een andere richting geven, op deze plek!
+En al dien tijd zullen de heeren onze gasten zijn, wel bewaakt,
+natuurlijk! De bankroof zullen zij mijnentwege later nog eens kunnen
+beproeven, maar dan niet ten koste van John Raffles!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78683 ***
diff --git a/78683-h/78683-h.htm b/78683-h/78683-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..2789ccb
--- /dev/null
+++ b/78683-h/78683-h.htm
@@ -0,0 +1,3404 @@
+<!DOCTYPE HTML>
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2026-05-10T12:26:03Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
+<html lang="nl">
+<head>
+<title>Lord Lister No. 345: De bankroovers | Project Gutenberg</title>
+<meta charset="utf-8">
+<meta name="author" content="Felix Hageman (1877–1966)">
+<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1920)">
+<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<link rel="coverpage" href="images/lordlister0345-front.jpg">
+<link rel="icon" href="images/lordlister0345-front.jpg" type="image/x-cover">
+<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 345: De bankroovers">
+<meta name="DC.Creator" content="Felix Hageman (1877–1966)">
+<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1920)">
+<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<meta name="DC.Contributor" content="Jan Wiegman (1884–1963)">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals">
+<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals">
+<style> /* <![CDATA[ */
+html {
+line-height: 1.3;
+}
+body {
+margin: 0;
+}
+main {
+display: block;
+}
+h1 {
+font-size: 2em;
+margin: 0.67em 0;
+}
+hr {
+height: 0;
+overflow: visible;
+}
+pre {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+a {
+background-color: transparent;
+}
+abbr[title] {
+border-bottom: none;
+text-decoration: underline;
+}
+b, strong {
+font-weight: bolder;
+}
+code, kbd, samp {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+small {
+font-size: 80%;
+}
+sub, sup {
+font-size: 67%;
+line-height: 0;
+position: relative;
+vertical-align: baseline;
+}
+sub {
+bottom: -0.25em;
+}
+sup {
+top: -0.5em;
+}
+img {
+border-style: none;
+}
+body {
+font-family: serif;
+font-size: 100%;
+text-align: left;
+margin-top: 2.4em;
+}
+div.front, div.body {
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+div.back {
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div0 {
+margin-top: 7.2em;
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+.div1 {
+margin-top: 5.6em;
+margin-bottom: 5.6em;
+}
+.div2 {
+margin-top: 4.8em;
+margin-bottom: 4.8em;
+}
+.div3 {
+margin-top: 3.6em;
+margin-bottom: 3.6em;
+}
+.div4 {
+margin-top: 2.4em;
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div5, .div6, .div7 {
+margin-top: 1.44em;
+margin-bottom: 1.44em;
+}
+.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
+.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
+margin-bottom: 0;
+}
+blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
+.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
+margin-top: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3 {
+font-size: 1.2em;
+}
+h3.label {
+font-size: 1em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h4, .h4 {
+font-size: 1em;
+}
+.alignleft {
+text-align: left;
+}
+.alignright {
+text-align: right;
+}
+.alignblock {
+text-align: justify;
+}
+p.tb, hr.tb, .par.tb, li.tb {
+margin: 1.6em auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
+font-size: 0.9em;
+text-indent: 0;
+}
+p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
+margin: 1.58em 10%;
+}
+.opener, .address {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph {
+font-size: 0.9em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl {
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer {
+clear: both;
+margin-top: 3.6em;
+}
+span.abbr, abbr {
+white-space: nowrap;
+}
+span.parNum {
+font-weight: bold;
+}
+span.corr, span.gap {
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+span.num, span.trans {
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+span.measure {
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+.ex {
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc {
+font-variant: small-caps;
+}
+.asc {
+font-variant: small-caps;
+text-transform: lowercase;
+}
+.uc {
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt {
+font-family: monospace;
+}
+.underline {
+text-decoration: underline;
+}
+.overline, .overtilde {
+text-decoration: overline;
+}
+.rm {
+font-style: normal;
+}
+.red {
+color: red;
+}
+hr {
+clear: both;
+border: none;
+border-bottom: 1px solid black;
+width: 45%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+margin-top: 1em;
+text-align: center;
+}
+hr.dotted {
+border-bottom: 2px dotted black;
+}
+hr.dashed {
+border-bottom: 2px dashed black;
+}
+.aligncenter {
+text-align: center;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5;
+}
+h1.label, h2.label {
+font-size: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h5, h6 {
+font-size: 1em;
+font-style: italic;
+}
+p, .par {
+text-indent: 0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
+text-transform: uppercase;
+}
+.hangq {
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq {
+text-indent: -0.42em;
+}
+.hangqqq {
+text-indent: -0.84em;
+}
+p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0 0.05em 0 0;
+padding: 0;
+line-height: 0.8;
+font-size: 420%;
+vertical-align: super;
+}
+blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
+font-size: 0.9em;
+margin: 1.58em 5%;
+}
+.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
+text-decoration: none;
+}
+.advertisement, .advertisements {
+background-color: #FFFEE0;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+span.accent {
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
+line-height: 0.40em;
+}
+span.accent span.top {
+font-weight: bold;
+font-size: 5pt;
+}
+span.accent span.base {
+display: block;
+}
+.footnotes .body, .footnotes .div1 {
+padding: 0;
+}
+.fnarrow {
+color: #660000;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+}
+.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
+color: #660000;
+}
+.fnreturn {
+color: #660000;
+font-size: 80%;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+a {
+text-decoration: none;
+}
+a:hover {
+text-decoration: underline;
+background-color: #e9f5ff;
+}
+a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
+font-size: 67%;
+vertical-align: super;
+text-decoration: none;
+margin-left: 0.1em;
+}
+.externalUrl {
+font-size: small;
+font-family: monospace;
+color: gray;
+}
+.displayfootnote {
+display: none;
+}
+div.footnotes {
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep {
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote, .par.footnote {
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
+float: left;
+margin-left: -0.1em;
+min-width: 1.0em;
+padding-right: 0.4em;
+height: 1ex;
+}
+.apparatusnote {
+text-decoration: none;
+}
+.apparatusnote:target, .fndiv:target {
+background-color: #eaf3ff;
+}
+table.tocList {
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocText {
+padding-top: 2em;
+padding-bottom: 1em;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum {
+text-align: right;
+min-width: 10%;
+border-width: 0;
+white-space: nowrap;
+}
+td.tocDivNum {
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+vertical-align: top;
+}
+td.tocPageNum {
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+vertical-align: bottom;
+}
+td.tocDivTitle {
+width: auto;
+}
+p.tocPart, .par.tocPart {
+margin: 1.58em 0;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter, .par.tocChapter {
+margin: 1.58em 0;
+}
+p.tocSection, .par.tocSection {
+margin: 0.7em 5%;
+}
+table.tocList td {
+vertical-align: top;
+}
+table.tocList td.tocPageNum {
+vertical-align: bottom;
+}
+table.inner {
+display: inline-table;
+border-collapse: collapse;
+width: 100%;
+}
+td.itemNum {
+text-align: right;
+min-width: 5%;
+padding-right: 0.8em;
+}
+td.innerContainer {
+padding: 0;
+margin: 0;
+}
+.index {
+font-size: 80%;
+}
+.index p {
+text-indent: -1em;
+margin-left: 1em;
+}
+.indexToc {
+text-align: center;
+}
+.transcriberNote {
+background-color: #DDE;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+font-family: sans-serif;
+font-size: 80%;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+.missingTarget {
+text-decoration: line-through;
+color: red;
+}
+.correctionTable {
+width: 75%;
+}
+.width20 {
+width: 20%;
+}
+.width40 {
+width: 40%;
+}
+p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
+color: #666666;
+font-size: 80%;
+}
+span.musictime {
+vertical-align: middle;
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
+padding: 1px 0.5px;
+font-size: xx-small;
+font-weight: bold;
+line-height: 0.7em;
+}
+span.musictime span.bottom {
+display: block;
+}
+audio {
+height: 20px;
+margin-left: 0.5em;
+margin-right: 0.5em;
+}
+ul {
+list-style-type: none;
+}
+.splitListTable {
+margin-left: 0;
+}
+.splitListTable td {
+vertical-align: top;
+}
+.numberedItem {
+text-indent: -3em;
+margin-left: 3em;
+}
+.numberedItem .itemNumber {
+float: left;
+position: relative;
+left: -3.5em;
+width: 3em;
+display: inline-block;
+text-align: right;
+}
+.itemGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.itemGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.itemGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+div.figure, div.figureGroup {
+text-align: center;
+}
+table.figureGroupTable {
+width: 80%;
+border-collapse: collapse;
+}
+.figure, .figureGroup {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft {
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight {
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead, .par.figureHead {
+font-size: 100%;
+text-align: center;
+}
+.figAnnotation {
+font-size: 80%;
+position: relative;
+margin: 0 auto;
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft {
+float: left;
+}
+.figTopRight, .figBottomRight {
+float: right;
+}
+.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par {
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+img {
+border-width: 0;
+}
+td.galleryFigure {
+text-align: center;
+vertical-align: middle;
+}
+td.galleryCaption {
+text-align: center;
+vertical-align: top;
+}
+body {
+padding: 1.58em 16%;
+}
+.pageNum {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+display: inline;
+font-size: 12.8px;
+font-style: normal;
+margin: 0;
+padding: 0;
+position: absolute;
+right: 1%;
+text-align: right;
+letter-spacing: normal;
+}
+.marginnote {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+height: 0;
+left: 1%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+}
+.right-marginnote {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+height: 0;
+right: 3%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+text-align: right;
+width: 11%
+}
+.cut-in-left-note {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+left: 1%;
+float: left;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
+}
+.cut-in-right-note {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+left: 1%;
+float: right;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: right;
+padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
+}
+span.tocPageNum, span.flushright {
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+text-indent: 0;
+}
+.pglink::after {
+content: "\0000A0\01F4D8";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.catlink::after {
+content: "\0000A0\01F4C7";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
+content: "\0000A0\002197\00FE0F";
+color: blue;
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.pglink:hover {
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover {
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body {
+background: #FFFFFF;
+font-family: serif;
+}
+body, a.hidden {
+color: black;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline {
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
+text-align: left;
+}
+.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
+color: #666666;
+}
+a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
+font-weight: normal;
+}
+table {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+td.tocText {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.5;
+}
+caption, .tableCaption {
+text-align: center;
+}
+.Arab { font-family: Scheherazade, serif; }
+.Aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
+.Grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
+.Hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
+.Syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
+/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
+.imprint {
+color: gray; text-align: center;
+}
+div.advertisement img {
+}
+.center {
+text-align: center;
+}
+.large {
+font-size: large;
+}
+.xl {
+font-size: x-large;
+}
+.xxl {
+font-size: xx-large;
+}
+.xxxl {
+font-size: 300%;
+}
+/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
+.cover-imagewidth {
+width:553px;
+}
+.xd33e119 {
+font-size:x-large;
+}
+.xd33e121 {
+font-size:small;
+}
+.xd33e129 {
+font-size:xx-large;
+}
+/* ]]> */ </style>
+</head>
+
+<body>
+<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78683 ***</div>
+
+<div class="front">
+<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0345-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="553" height="720"></div><p>
+<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first xd33e119">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
+</p>
+<p class="xd33e121">UITGAVE VAN DEN ROMAN-<span id="xd33e123">,</span> BOEK- EN KUNSTHANDEL—SINGEL 326,—AMSTERDAM.
+</p>
+<p class="xd33e121">Alleenvertegenwoordigers voor België: Bestelhuis voor den Boek- en Dagblad handel.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure"><img src="images/p0345-01.png" alt="DE BANKROOVERS." width="720" height="191"></div>
+<h2 class="super xd33e129">DE BANKROOVERS.</h2>
+<h2 class="label">HOOFDSTUK I.</h2>
+<h2 class="main">Het gerucht onder den grond.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was ongeveer twee uur in den middag toen twee heeren den grooten tuin overstaken,
+die zich bevindt achter een der grootste huizen van de <span class="corr" id="xd33e136" title="Bron: Regentstreet">Regent-Street</span>, niet ver van Pall Mall.
+</p>
+<p>Het huis behoorde toe aan Lord William Aberdeen, den bekenden Londenschen philantroop.
+</p>
+<p>De grootste van de beide heeren, die daar door den tuin liepen en hun schreden richtten
+naar een groot tuinhuis, was Lord Aberdeen zelf, maar de jonge man die bij hem was,
+Charly Brand geheeten, kende hem als John Raffles, den Grooten Onbekende.
+</p>
+<p>Zij hadden nu het tuinhuis bereikt, en gingen binnen.
+</p>
+<p>Indien wellicht een buurman, ondanks het dichte geboomte de beide heeren daar had
+zien binnentreden, dan zou hij zich toch niet verbaasd hebben, want hij kon weten,
+dat Zijne Lordschap een zeer ontwikkeld man was, die zich met zijn secretaris druk
+bezig hield met het nemen van proeven op het gebied der chemie.
+</p>
+<p>Maar wat hij niet wist of kon weten, dat was, dat men het voornaamste gedeelte van
+het tuinhuis niet boven, maar onder den grond moest zoeken.
+</p>
+<p>Maar daar bevond zich de geheime werkplaats, daar was ook het laboratorium, waar de
+Groote Onbekende eenige zijner meest verrassende uitvindingen had gedaan, daar was
+het plan voor de electrische vliegmachine ontstaan, welke zich met een snelheid van
+500 kilometer per uur door de lucht kon bewegen. Daar was ook het aanschijn gegeven
+aan de plannen van de wonderbare duikboot, kleiner dan de kleinste oorlogsduikboot,
+maar zeker drie maal zoo snel.
+</p>
+<p>Het tuinhuis bevatte twee vertrekken, het eigenlijke chemische laboratorium waar de
+beide onafscheidelijke vrienden ook zeer vaak werkten, en <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>een soort rookkamer, die tevens een kleine wetenschappelijke boekerij bevatte.
+</p>
+<p>En in deze rookkamer, ter hoogte van den monumentalen schoorsteen, bevond zich de
+ingang naar de onderaardsche werkplaats.
+</p>
+<p>Door het verdraaien van een der kleine krullen in de gebeeldhouwde lijst van den spiegel,
+schoof een stuk van den schoorsteen terzijde en men bevond zich dan in een zeer smallen
+gang, nauwelijks vier decimeter breed, en waarin een zeer zwaarlijvig man zich zelfs
+niet had kunnen bewegen.
+</p>
+<p>De beide heeren waren zoo juist het vertrek binnengetreden, en nu begon Raffles:
+</p>
+<p>„Nu zal ik je eens zeggen, waarom ik je eigenlijk hier heb gebracht.”
+</p>
+<p>„Ik ben er nieuwsgierig naar.”
+</p>
+<p>„Je weet dat eergisteren in een winkel in de <span class="corr" id="xd33e157" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> een allerhevigste ontploffing heeft plaats gehad.”
+</p>
+<p>Charly Brand keek Raffles verbluft aan en zeide:
+</p>
+<p>„Ja, ik meen zoo iets gelezen te hebben. Tot op een half uur gaans waren de ruiten
+van de huizen gesprongen, en er zijn drie personen zwaar gewond. Ik kan mij alleen
+met den besten wil van de wereld niet voorstellen, op welke wijze dit in verband kan
+staan met je verzoek om hier heen te gaan!”
+</p>
+<p>„Maar wij blijven hier niet, wij gaan verder naar beneden!”
+</p>
+<p>„Maar om wat te doen dan toch?”
+</p>
+<p>„Heb je het nog niet begrepen? Luister dan. De onderaardsche tunnel van dit huis naar
+mijn huis in de Victoria-Street loopt op slechts weinige schreden afstands van de
+<span class="corr" id="xd33e166" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> en de gasontploffing heeft plaats gehad in een grooten kelder. Het is dus niet onmogelijk,
+dat die ontploffing schade aan onze tunnel heeft toegebracht, en ofschoon wij haar
+in geruimen tijd niet gebruikt hebben, moeten wij haar toch steeds in goeden staat
+houden, men kan nooit weten, hoe zij ons nog eens kan dienen! Je weet, dat ik eenige
+jaren geleden het bestaan van dien onderaardschen gang bij toeval ontdekte, en mij
+toen gehaast heb, haar te verbeteren, en over een tiental meters door te trekken,
+totdat zij uitliep op onze onderaardsche werkplaats.”
+</p>
+<p>„Nu begrijp ik het!” riep Charly uit. „Je wilt dus een kleine inspectie-reis ondernemen.”
+</p>
+<p>„Zoo is het! Ik wil mij overtuigen, of de tunnel ergens is ingestort, om nu maar dadelijk
+het grootste ongeluk te noemen, en dat de spoorstaaf niet verbogen is, waarover ons
+twee wielig, electrisch wagentje rijdt. Het is verder niet buitengesloten, dat de
+electrische geleidingsdraad door den schok is gebroken, dat alles wil ik onderzoeken.”
+</p>
+<p>„Nu ik ben tot je dienst.”
+</p>
+<p>Raffles trad nu op den spiegel toe, draaide aan de krul en geruischloos schoof een
+stuk van den schoorsteen zoover terzijde, dat er een opening ontstond bijna anderhalven
+meter hoog en omstreeks een halven meter breed.
+</p>
+<p>De beide mannen gingen er achtereenvolgens door, en door aan een kleinen hefboom te
+trekken, liet Raffles den schoorsteen weder op zijn plaats terug gaan.
+</p>
+<p>De twee vrienden liepen een tiental passen door den smallen gang die niet anders was
+dan de ruimte tusschen den buitenmuur van het tuinhuis en den loozen muur van het
+vertrek en bereikten zoo een smalle ijzeren trap, die naar het binnenste van de aarde
+scheen af te dalen.
+</p>
+<p>Het werd spoedig zeer donker, en de beide vrienden ontstaken hun electrische zaklantaarn.
+</p>
+<p>De trap had dertig treden en eindigde in een soort kelderruimte.
+</p>
+<p>Met een eigenaardig gevormden sleutel opende Raffles een stalen deur en nu stonden
+de mannen in het laboratorium.
+</p>
+<p>Raffles draaide een schakelaar van het licht om, en nu baadde het vertrek in een zee
+van licht, uitgestraald door een viertal groote booglampen.
+</p>
+<p>Hier bevond zich een volmaakte inrichting voor het doen van proeven op allerlei gebied,
+die menig professor of leeraar aan de Universiteit Raffles zou hebben benijd.
+</p>
+<p>Een tweede deur gaf toegang tot een ander vertrek, bijna even groot, waar een paar
+werkbanken stonden, een kleine smidse, een electrische smeltoven, een machine voor
+houtbewerking, waar Raffles zelf zijn modellen vervaardigde, en een groot rek met
+de beste en fijnste gereedschappen.
+</p>
+<p>En hier ook begon de ingang van de tunnel, welke Raffles bij toeval ontdekt had, en
+die waarschijnlijk dateerde uit de middeleeuwen, toen Londen letterlijk onder den
+grond een doolhof van gangen en geheime plaatsen had voor bijeenkomsten van verschillende
+secten, die toen achtereenvolgens aan vervolging bloot stonden.
+</p>
+<p>Op den vloer glinsterde iets, dat was de stalen <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>spoorstaaf, waarover een klein wagentje kon glijden, dat plaats bood voor drie personen,
+die op een soort zadel konden gaan zitten.
+</p>
+<p>Maar het wagentje was op het oogenblik aan het ander uiteinde van de tunnel, die bijna
+vijf kilometer lang was.
+</p>
+<p>Raffles haalde een stang over, die dicht naast den ingang aan de tunnel aan den muur
+bevestigd was en de beide mannen wachtten.
+</p>
+<p>Maar zij wachtten vruchteloos, er verscheen niets.
+</p>
+<p>„Ik heb het wel gevreesd, er is iets niet in orde,” mompelde Raffles. „Als de automatisch-electrische
+inrichting nog werkte, dan had het wagentje reeds lang hier moeten zijn. Er is niets
+aan te doen, Charly, wij zullen er te voet op uit moeten.”
+</p>
+<p>De beide mannen hadden reeds hun grijze werkjassen over hun kleederen aangetrokken
+en hingen nu hun krachtige electrische lantaarns aan een haak voor hun borst.
+</p>
+<p>Want het was gebleken, dat ook de electrische lichtleiding verbroken was.
+</p>
+<p>Het schijnsel van de beide lantaarns verlichtte nu het begin van de tunnel.
+</p>
+<p>Zij had bijna overal een zuiver ronde doorsnede, maar de vloer was vlak gemaakt, om
+er des te steviger de enkele spoorstaaf op te kunnen bevestigen, waarover het electrische
+gedreven wagentje liep, dat met een snelheid van ruim honderd kilometer per uur door
+deze onderaardsche gang snelde.
+</p>
+<p><span class="corr" id="xd33e198" title="Bron: Naastd eze">Naast deze</span> spoorstaaf bevond zich een smal plankier, die juist ruimte genoeg bood aan twee personen,
+om naast elkander voort te loopen.
+</p>
+<p>De tunnel was bijna twee meter hoog en Raffles kon er met gemak rechtop in loopen,
+zonder gevaar voor een ongewenschte aanraking met de electrische draden, die langs
+den bovenkant van de tunnel liepen.
+</p>
+<p>Na ongeveer een half uur te hebben voortgeloopen, stond Raffles, die zijn blikken
+onafgewend op de electrische draden gevestigd had gehouden, eensklaps stil.
+</p>
+<p>Hij had een plek bereikt, waar de geleidingsdraad door den hevigen schok der ontploffing
+was afgebroken.
+</p>
+<p>Het uiteinde van den draad lag op den vloer van de tunnel.
+</p>
+<p>De twee mannen hingen nu hun lantaarns aan een der steunijzers voor den geleidingsdraad
+en ontpakten hun gereedschapstasch, teneinde den draad aanstonds te herstellen.
+</p>
+<p>Binnen een half uur waren zij hiermede gereed.
+</p>
+<p>Maar het bleek, dat hier niet de eenige plaats was, waar de draad was vernield.
+</p>
+<p>Want toen Raffles een van de schakelaars omdraaide, waarvan er ook in de tunnel een
+aantal te vinden waren, bleef het nog altijd duister, met uitzondering van het licht
+der beide zaklantaarns.
+</p>
+<p>Niet ver van de <span class="corr" id="xd33e211" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> vonden zij de tweede breuk.
+</p>
+<p>Ook deze herstelden zij, en toen Raffles opnieuw een schakelaar omzette, straalden
+een groot aantal gloeilampjes hun licht uit, die op geregelde afstanden langs de bovenzijde
+van de tunnel waren aangebracht.
+</p>
+<p>Hier en daar was de kalk uit de voegen tusschen de eeuwen oude steenen gevallen, en
+het smalle plankier was op enkele plaatsen ontzet.
+</p>
+<p>Maar de stalen spoorstaaf was gelukkig in het minst niet verbogen, alle bouten en
+moeren, waarmede zij op het plankier bevestigd was, bevonden zich nog in den besten
+staat.
+</p>
+<p>Maar ook de draad was gebroken, die aan beide zijde van de tunnel uitliep op een klein
+toestel, hetwelk weder in verbinding stond met den electromotor van het wagentje.
+</p>
+<p>Wanneer men aan het eene uiteinde van de onderaardsche gang op een knop drukte, of
+een kleinen hefboom overhaalde, dan werd de electrische stroom gesloten, een kernspoel
+werd magnetisch en trok een weekijzeren anker tot zich, waardoor een nok losschoot,
+welke den hefboom in bedwang hield, die den motor en tevens de giroscoop van het electrische
+wagentje in gang zette, hetwelk zich dan met groote snelheid in beweging zette.
+</p>
+<p>Ook deze verbindingsdraad was spoedig gelascht, en nu zetten de beide mannen hun weg
+voort naar het andere einde van de tunnel.
+</p>
+<p>Na nog bijna een uur loopens kwamen zij aan een plek, waar de tunnel eensklaps veel
+breeder werd.
+</p>
+<p>Het licht van de gloeilampjes weerkaatste op het staal en het koper van een eigenaardig
+gevormd wagentje, niet veel grooter dan een groote kruiwagen, voorzien van drie achter
+elkander geplaatste zadels, en van een ondiepen bak, waarin men van alles kon mede
+nemen.
+</p>
+<p>In het midden, beschermd door een metalen kap, <span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span>bevond zich het zware vliegwiel van de giroscoop, dat tijdens den rit uiterst snel
+ronddraaide, als een tol werkte, en dus het wagentje op zijn twee achter elkander
+loopende wielen even goed in evenwicht hield, alsof het er vier had bezeten.
+</p>
+<p>Onder ieder zadel waren een paar pedalen zichtbaar, zooals bij een gewoon rijwiel,
+die ten doel hadden, het wagentje met menschelijke spierkracht toch nog te kunnen
+voortbewegen, ingeval door een of ander ongeluk de motor mocht weigeren.
+</p>
+<p>Raffles en Charly traden op het wagentje toe, en onderzochten het nauwkeurig.
+</p>
+<p>Alles was in de beste orde, en het zou desnoods dadelijk gebruikt kunnen worden.
+</p>
+<p>„Wij zullen nu weder terug loopen, om ons te overtuigen, dat alles in orde is en wij
+niets hebben overgeslagen, en dan aan den anderen kant eens beproeven, of de startinrichting
+nu werkt!” zeide Raffles.
+</p>
+<p>En zoo ondernamen de beide vrienden weder den terugweg door de tunnel, die bijna vijf
+kilometer lang was<span id="xd33e234">.</span>
+</p>
+<p>Zij hadden reeds weder de plek bereikt, waar de herstelling had plaats gehad, toen
+Raffles eensklaps stilstond, en met een gebaar Charly dwong, hetzelfde te doen.
+</p>
+<p>„Wat is er?” vroeg de jonge man verwonderd.
+</p>
+<p>„Luister eens, hoor je niets?”
+</p>
+<p>Charly luisterde ingespannen, en keek toen Raffles vragend aan.
+</p>
+<p>„Wat zou dat zijn?” kwam hij toen. „Wat is dat voor een zonderling gerucht?”
+</p>
+<p>„Ik wilde je juist <span class="corr" id="xd33e244" title="Bron: hetzelde">hetzelfde</span> vragen!” gaf Raffles ten antwoord. „Ik heb de tunnel reeds lang in gebruik, maar
+het is voor het eerst, dat ik er ooit eenig gerucht in vernam, dat weet ik zeker.”
+</p>
+<p>De twee mannen stonden onbewegelijk en luisterden.
+</p>
+<p>Een dof, zoemend, snorrend geluid drong tot hen door, sterk gedempt door de dikke
+muren van de tunnel, maar toch duidelijk verneembaar.
+</p>
+<p>Het klonk als het gonzen van een sterken motor, of van een stoommachine.
+</p>
+<p>Ook leek het, of de grond zeer snel trilde alsof er dichtbij een exprestrein voorbij
+reed.
+</p>
+<p>Wel een kwartier bleven Raffles en Charly in de zelfde houding staan, zonder een woord
+te wisselen.
+</p>
+<p>Toen richtte Raffles zich weder op, en zeide:
+</p>
+<p>„Ik kan mij den aard van het geluid niet goed begrijpen. Nu eens zou ik zeggen dat
+het <span class="corr" id="xd33e256" title="Bron: eenigzins">eenigszins</span> gelijkt op het geluid van een steenboor, die met geweld door harde aarde wordt gedreven,
+dan weder doet het mij denken aan een automobielmotor, die op den bok loopt, teneinde
+op proef te draaien.”
+</p>
+<p>„Waar zijn wij hier ergens?”
+</p>
+<p>„Ik zou zeggen ter hoogte van de <span class="corr" id="xd33e262" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span>, maar je weet, dat ik een zeer nauwkeurig plan heb van alle straten, waaronder de
+tunnel heenloopt, en ik kan dus de plek zeer nauwkeurig vaststellen, waar wij het
+zonderlinge gonzen nu hooren en dat ben ik ook van plan, want een man in mijn positie
+moet niets ondoorzocht laten!”
+<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK II.</h2>
+<h2 class="main">Het geluid komt nader.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Haastig gingen de beide vrienden terug naar de onderaardsche werkplaats, en een half
+uur later stonden zij weder aan het uiteinde van de tunnel.
+</p>
+<p>Gedreven door een gevoel van achterdocht waaraan hij nog geen naam wist te geven,
+zag Raffles er van af, het starttoestel te beproeven.
+</p>
+<p>Hij wilde geen gerucht in de tunnel veroorzaken, al was het ook niet luider dan dat
+hetwelk veroorzaakt werd door het rijden van het electrische wagentje.
+</p>
+<p>Raffles en Charly beklommen opnieuw de geheime trap, en traden door het gat naast
+den schoorsteen weder in het paviljoen.
+</p>
+<p>Door den tuin bereikten zij het huis en dadelijk begaven zij zich naar de bibliotheek,
+waar Raffles uit een geheim vak van de groote boekenkast een portefeuille nam, welke
+hij geopend voor zich op tafel legde.
+</p>
+<p>Hij zocht eenigen tijd tusschen de papieren, die er zich in bevonden, nam er tenslotte
+een teekening uit, een soort plattegrond, met strepen, namen en cijfers bedekt, en
+zeide:
+</p>
+<p>„Op deze schets kunnen wij van meter tot meter nagaan, waar wij ons ergens bevinden,
+als wij in de tunnel zijn afgedaald. De plek waar wij het vreemde gerucht hoorden,
+moet zich bevinden omtrent den hoek van de <span class="corr" id="xd33e278" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> en de Baker-Street. Nog heden zullen wij daar eens een kijkje gaan nemen, want om
+je de waarheid te zeggen, bevalt mij dat ondergrondsche geluid niet!”
+</p>
+<p>„Zou de Gemeente misschien ergens bezig zijn met het leggen van buizen?”
+</p>
+<p>„Ik ontken het niet! Maar dan houdt de Gemeente er tegenwoordig eigenaardige methodes
+op na. Tot dusverre werd eenvoudig een soort loopgraaf gedelfd nadat men het asphalt
+had opgebroken en in dien kuil werd de buis neder gelaten. Voor zoo ver ik weet, gaat
+het overal ter wereld zoo toe!”
+</p>
+<p>„Er wordt toch nergens een nieuwe lijn van de Underground aangelegd?”
+</p>
+<p>„Niet bij mijn weten, maar het is niet geheel onmogelijk, en daarom zullen wij het
+maar eens dadelijk gaan onderzoeken!”
+</p>
+<p>Hij borg het papier weder in de map, schoof haar in het geheime vak, en wendde zich
+weder tot Charly met de opmerking:
+</p>
+<p>„Mij dunkt, dat wij, als er werkelijk een nieuwe tunnel werd geboord, ten behoeve
+van den ondergrondschen spoorweg, de uiterlijke kenteekenen daarvan hadden moeten
+zien want wij zijn in de laatste dagen dien kant nog al eens uit gekomen. Wij zullen
+het echter spoedig weten.”
+</p>
+<p>Raffles nam de huistelefoon ter hand en stelde zich in verbinding met Henderson, den
+chauffeur, die op de hoogte was van menige onderneming van zijn meester en aan tal
+van gevaarlijke avonturen een levendig aandeel had genomen.
+</p>
+<p>Vijf minuten later stond de groote, blauw gelakte auto van Zijne Lordschap William
+Aberdeen voor de deur.
+</p>
+<p>Raffles en Charly verlieten het huis en de eerste wendde zich tot Henderson, een man
+van reusachtigen lichaamsbouw:
+</p>
+<p>„Rijdt ons eens naar de Baker-Street, Henderson, maar vooral geen spoed, als ik je
+verzoeken mag, het is ons er ditmaal eens niet om te doen een wedstrijd met een sneltrein
+te houden!”
+</p>
+<p>Henderson trok een bedrukt gezicht, want langzaam rijden met een auto, die makkelijk
+honderd kilometer per uur kon halen, dat leek hem het toppunt van dwaasheid.
+</p>
+<p>Maar Mylord had het gezegd, en dat was voldoende.
+</p>
+<p>Ongeveer een kwartier later reed de auto met een <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>kalm gangetje door de oude Baker-Street, na den hoek van de <span class="corr" id="xd33e298" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> te zijn omgeslagen.
+</p>
+<p>Maar nergens viel ook maar iets te bespeuren van den aanleg van een zoo geweldig werk
+als de bouw van een tunnel voor den ondergrondschen spoorweg is.
+</p>
+<p>Het <span class="corr" id="xd33e305" title="Bron: asfalt">asphalt</span> was overal ongeschonden en nergens viel een kuil te ontwaren, zoo groot als een knikkerkuiltje!
+</p>
+<p>Voor alle zekerheid reden de beide mannen nog door een aantal andere straten in deze
+wijk, maar hun onderzoek was vruchteloos.
+</p>
+<p>Toen zij weder terug reden, het was bijna halfzes, begon Raffles, die eenigen tijd
+in gedachten tegen de kussens van de auto had geleund:
+</p>
+<p>„Het wordt er aldus niet duidelijker op. Het gerucht bestond toch niet alleen in onze
+verbeelding?”
+</p>
+<p>„Aardschokken komen in Engeland wel niet veel voor, maar toch zijn zij wel eens voorgekomen,”
+merkte Charly op. „Acht je het volkomen ondenkbaar, dat hier van zulk een natuurverschijnsel
+sprake kan zijn?”
+</p>
+<p>„Het zou mogelijk zijn, als het slechts honderd maal korter had geduurd, mijn waarde!
+Aardschokken van een kwartier achter een zijn nog nergens ter wereld voorgekomen,
+en zeker wel het allerminst in ons land! Bovendien is de aard van zulk een schok een
+geheel andere. Het is een bepaalde schok, geen trilling”
+</p>
+<p>„Dan moet ik het opgeven!” riep Charly uit<span id="xd33e315">.</span> „Tenzij er misschien vlak boven ons hoofd een afdeeling zeer zware artillerie is
+voorbijgetrokken!”
+</p>
+<p>„Die uitlegging is althans heel wat aannemelijker!” kwam Raffles. „Ik kan mij voorstellen,
+dat het dreunen van een groot aantal zware kanonnen zich op groote diepte doet gevoelen.
+Maar toch, ik ben door deze oplossing niet tevreden, en ik wil eens zien, of ik geen
+betere kan vinden! Maar voor vandaag zullen wij ons maar niet langer met deze aangelegenheid
+bezig houden, het wordt tijd voor het diner, en daarna zouden wij naar de opera gaan,
+als ik mij niet vergis!”
+</p>
+<p>En zoo spraken de beide vrienden dien avond geen woord meer over de vreemde geluiden
+in de tunnel, die van het onderaardsche laboratorium naar het huis in de Victoria-Street
+leidde.
+</p>
+<p>Maar den volgenden morgen, toen Charly de kleine eetkamer binnentrad, vond hij daar
+Raffles reeds zitten, met een zorglijke uitdrukking op het gelaat.
+</p>
+<p>De jonge man stak hem de hand toe en vroeg:
+</p>
+<p>„Zoo vroeg reeds opgestaan? <span class="corr" id="xd33e325" title="Bron: En">Een</span> onaangename tijding gehad?”
+</p>
+<p>„Geen onaangename tijding, maar een onaangename ontdekking, beste Charly!” gaf Raffles
+ten antwoord. „Ik ben zooeven in de tunnel geweest, op de plek, waar wij gisteren
+het gerucht hoorden.”
+</p>
+<p>„Welnu?” vroeg Charly vol spanning.
+</p>
+<p>„Welnu, het geluid is sterker geworden sedert gisteren!”
+</p>
+<p>„Wat!” riep Charly verwonderd uit. „Het duurde dus nog altijd voort?”
+</p>
+<p>„Ja, en daarmede vervalt natuurlijk jou theorie van de voorbijrijdende afdeeling zwaar
+geschut!”
+</p>
+<p>„Ik moet erkennen dat die nu niet langer houdbaar is!” hernam Charly. „Dus, het zonderlinge
+gerucht nadert onze tunnel?”
+</p>
+<p>„Ja, en de aard laat zich nu ook reeds duidelijker en met meer beslistheid vaststellen,
+het wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een electrisch gedreven grondboor. Men gebruikt
+dergelijke toestellen wel om den harden rotsgrond, dien men op vele punten onder de
+stad Londen aantreft, aan te tasten en te vergruizelen alvorens hem met het houweel
+en de spade verder te verwijderen.”
+</p>
+<p>„Maar wat kan dit dan te beteekenen hebben?” riep Charly vol verbazing uit.
+</p>
+<p>„Dat is juist wat ik gaarne zou willen weten!” antwoordde Raffles lakonisch. „Het
+staat nu wel vast, dat men een tunnel graaft, hier in de buurt, en dat die tunnel
+gegraven wordt in een richting, die volkomen of bijna rechtstandig op die van onze
+tunnel staat. De gevolgen zal je zelf wel kunnen voorstellen, zonder dat ik je daar
+in het bijzonder op wijs!”
+</p>
+<p>„Natuurlijk! Op een goeden dag boren zij den wand van onze tunnel door en vinden zij
+den weg naar je huis in de Victoria-Street zoowel als hierheen! Het zou hoogst onaangenaam
+zijn!”
+</p>
+<p>„Het verheugt mij dat je geen krasse termen gebruikt!” hernam Raffles droogjes. „Inderdaad
+zou <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>het buitengewoon onaangenaam zijn, zoo onaangenaam, dat ik het in geen geval mag toestaan!”
+</p>
+<p>„Maar hoe wil je het verhinderen?” kwam Charly, die nu ook begon in te zien, dat de
+zaak ernstiger was dan hij oorspronkelijk vermoed had.
+</p>
+<p>„Ik kan het niet verhinderen, of ik moet eerst volkomen zeker zijn van de richting
+van de nieuwe tunnel, wie weet met welk doel gegraven, en vooral van haar beginpunt!”
+</p>
+<p>„Laten wij dat dan dadelijk grondig gaan onderzoeken!” riep Charly uit.
+</p>
+<p>„Ik hoor uit den toon van je stem, dat je nu ook begint in te zien, dat ons werkelijk
+een groot gevaar dreigt! Zeker, ik zou nu aanstonds het eindpunt van onze tunnel kunnen
+vernielen, maar ten eerste zou ik aldus een vol jaar arbeids te niet doen, en bovendien
+zou dat wel eens niet voldoende kunnen zijn voor lieden die bijzonder nieuwsgierig
+zijn uitgevallen! Zij zouden misschien er in slagen, het puin weg te ruimen door de
+vernieling in de tunnel opgehoopt, en dan zouden zij op een voor ons zeer noodlottigen
+dag toch wel eens in het tuinhuis, en verder kunnen doordringen!”
+</p>
+<p>„En je zoudt bezwaarlijk kunnen volhouden niets van het bestaan van dien onderaardschen
+gang af te weten, vooral wanneer het vast stond, dat jij zelf het begin er van verwoest
+had, teneinde ontdekking te voorkomen!”
+</p>
+<p>„Zeer juist geredeneerd en daarom is mij er zoo veel aan gelegen, dat ik de plannen
+ken van die vreemde tunnelgravers, en voor alles het punt, waar zij begonnen zijn.”
+</p>
+<p>„Heb je eenig denkbeeld omtrent den aard van de menschen, die daar nu in onze richting
+onder den grond aan het wroeten zijn?” vroeg Charly, terwijl hij zich aan tafel zette
+en zich een kop thee inschonk.
+</p>
+<p>„Ik wil mij niet knapper voordoen dan ik ben, ik weet er niets van en ik vermoed ook
+niets, ik begrijp het alleen maar niet!”
+</p>
+<p>„Op onze tunnel kan het toch onmogelijk gemunt zijn!”
+</p>
+<p>„Dat lijkt mij het minst waarschijnlijk! Aan de tunnel zijn maar twee uitgangen. Die
+van de Victoria-Street kan men niet binnengaan, zonder dat een alarm in mijn slaapkamer
+uitkomend mij waarschuwt, en dat men het andere einde onder den grond van onzen tuin
+zou hebben ontdekt dat is volkomen buitengesloten.”
+</p>
+<p>„Zou het kunnen dat een fabriek, die zich gaat uitbreiden, tusschen haar kelders een
+gemeenschap wil maken?”
+</p>
+<p>„Dan zouden die kelders door mijn tunnel van elkander gescheiden moeten zijn, mijn
+waarde, en dat acht ik niet bijzonder aannemelijk!”
+</p>
+<p>„Dan weet ik het ook niet!” riep Charly uit.
+</p>
+<p>„Ontbijt maar spoedig, want ik wil geen tijd verliezen!” hernam Raffles. „Die ganggravers
+maken nog al haast, zij zijn sedert gisteren zeker wel een paar meters vooruit gekomen!
+In ieder geval werken zij dus met geperfectioneerde graafwerktuigen.”
+</p>
+<p>Charly repte zich zooveel hij kon, en daarop trokken de beide vrienden hun overjassen
+aan en verlieten het huis, maar ditmaal zonder van de diensten van Henderson gebruik
+te maken.
+</p>
+<p>Te voet zouden zij wellicht iets meer kunnen ontdekken.
+</p>
+<p>Zij reden per motorbus tot den hoek van <span class="corr" id="xd33e362" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span> en Baker-Street en begonnen daar hun onderzoekingstocht.
+</p>
+<p>Zij liepen langzaam de straat teneinde, keerden op hun schreden terug, stonden voor
+de meeste huizen, winkels en fabrieken even stil en luisterden ingespannen.
+</p>
+<p>En toch wisten zij wel, dat dit verloren moeite was, het straatrumoer was hier zoo
+groot, dat het alle geluid onder den grond moest dempen, en dat zeker als de avond
+nog lang niet gevallen was.
+</p>
+<p>Zij doorliepen een aantal zijstraten en stegen, en daarop keerden zij onverrichter
+zake, na een wandeling van bijna vier uur, weder naar het groote huis in de Regent-Street
+terug.
+</p>
+<p>Raffles was in een sombere stemming, want hij gevoelde, dat het gevaar dreigend was.
+</p>
+<p>Wie die geheimzinnige tunnelgravers ook mochten zijn, als zij den wand van zijn eigen
+onderaardschen gang doorboorden, dan kwam een kostbaar en tevens een gevaarlijk geheim
+van John Raffles alias Lord William Aberdeen aan het licht!
+</p>
+<p>Tot iederen prijs moest hij dit trachten te voorkomen!
+</p>
+<p>De twee onafscheidelijke vrienden gebruikten de lunch in de kleine eetzaal en al dien
+tijd spraken zij over weinig anders dan over het vreemde graafwerk, zoo dicht in hunne
+nabijheid.
+<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p>
+<p>„Als ik maar zeer nauwkeurig de richting kende, waarin die nieuwe tunnel op de mijne
+staat,” bromde Raffles, „dan zou ik ongeveer kunnen nagaan, waarop die gravers het
+voorzien hebben, wat hun doel is en wie zij zijn! Maar ik weet alleen, dat zij nader
+komen!”
+</p>
+<p>Zoodra zij geluncht hadden, daalden de beide vrienden weder in de tunnel af en begaven
+zich naar de plek, waar zij voor de eerste maal het zonderlinge gerucht vernomen hadden.
+</p>
+<p>En er kon niet aan getwijfeld worden, het geraas was veel duidelijker verneembaar
+dan den vorigen dag.
+</p>
+<p>Het was nu ook niet langer een onafgebroken dof gegrom, als van een reusachtig spinnende
+kat, maar het werd telkens afgebroken door hortende stooten alsof er met geweld een
+hard voorwerp in den grond werd gedreven, ongeveer als bij het inheien van palen.
+</p>
+<p>Wel bijna een half uur stonden de twee mannen zwijgend te luisteren.
+</p>
+<p>Toen zeide Charly op zachten toon alsof hij vreesde dat men hem zou kunnen hooren:
+</p>
+<p>„Het is mij niet goed duidelijk, hoe het komt, dat men elders dit gerucht ook niet
+gehoord heeft, bijvoorbeeld in de kelders van de huizen, waaronder die vreemde tunnelgravers
+hun gang aanleggen!”
+</p>
+<p>„Dat is heel eenvoudig, Charly! Onze eigen tunnel ligt op een diepte van bijna twintig
+meters onder den grond, en geen enkele kelder in geheel Londen ligt dieper dan hoogstens
+vijf meter.”
+</p>
+<p>„Misschien bestaat er nog wel kans, dat zij boven of onder onze tunnel doorgraven!”
+</p>
+<p>„Ik hoop het, maar ik verwacht het niet! En daarenboven, als zij dat werkelijk deden,
+dan moest de afstand tusschen de twee tunnels ook groot zijn, anders zou onze vloer
+of dak of de hunne bezwijken! Als er niet minstens twee meters aarde tusschen onze
+beide gangen is, dan vrees ik het ergste!”
+</p>
+<p>„Het is, als of zij hier recht op af komen!” kwam Charly, die zijn oor tegen den wand
+had gedrukt.
+</p>
+<p>„Ja, dien indruk heb ik ook gekregen. Misschien kan het nog een week duren, maar misschien
+ook niet langer dan een dag! Men bedriegt zich gemakkelijk over den afstand onder
+den grond.”
+</p>
+<p>„En dat wij niet weten, waar die tunnel begint!” barstte Charly uit. „Die lieden hebben
+natuurlijk weinig goeds in den zin en wij zouden het volste recht hebben, hun de politie
+op het dak te zenden, die dan maar eens moet nazien, waartoe die tunnel kan dienen!”
+</p>
+<p>„Ik zou zeker geen seconde aarzelen, Charly!” gaf Raffles te kennen. „Als ik wist,
+in welk huis of liever onder welk gebouw de nieuwe tunnel een aanvang nam, dan waarschuwde
+ik één minuut later Scotland-Yard!”
+</p>
+<p>„Maar zou die de tunnel niet verder doorgraven, om te zien, waar zij heen leidt?”
+</p>
+<p>„Dan zou zij volkomen overbodig werk doen<span id="xd33e393">.</span> Dat kan iedere ingenieur zien, als hij maar een maal de richting weet van de tunnel.
+Hij trekt dan een lijn door, en die lijn zou wel blijken een groot bankgebouw te snijden!
+Dat is waar ook!” zoo viel Raffles zichzelf eensklaps in de rede. „Weet je wel, dat
+het gebouw van de Midland-Bank zich in de Baker-Street bevindt?”
+</p>
+<p>„Dat is waar! Dat was mij ontschoten!” riep Charly uit. „Dus je acht het mogelijk,
+dat de tunnel daar heen voert?”
+</p>
+<p>„Het is in ieder geval niet buitengesloten. Als wij het zeker wisten, zou het terrein
+van onze nasporingen wederom aanzienlijk beperkt worden. Want wij zouden dan kunnen
+volstaan, van dit punt uit een lijn van de plek over het bankgebouw te trekken en
+die te verlengen. Dan zouden wij in de buurt van die lijn moeten zoeken.”
+</p>
+<p>„Maar laten wij dat dan aanstonds doen!” hernam Charly. „Ik heb het gevoel, alsof
+zij zoo dicht bij zijn, dat zij onze stemmen kunnen hooren!”
+</p>
+<p>„Nu, zoover zal het nog wel niet zijn,” kwam Raffles. „Maar in ieder geval zullen
+wij nog eens zien, hoever wij komen, als wij te werk gaan volgens het plannetje, dat
+ik je zooeven uiteenzette.”
+</p>
+<p>„Maar kunnen wij de tunnel nu wel geheel onbewaakt laten?”
+</p>
+<p>„Neen, dat gaat niet. Wij zullen Henderson van alles op de hoogte brengen, en hij
+moet hier zoo lang op post gaan staan, tot dat wij zekerheid hebben.”
+</p>
+<p>Raffles en Charly aanvaardden den terugweg, maar nog lang hoorden zij het knarsende,
+stootende, borende geluid.
+</p>
+<p>Zoodra zij het tuinhuis verlaten hadden, begaven zij zich naar de groote garage, die
+tegen een zijmuur van den tuin was aangebouwd, en in welks bovenverdieping Henderson
+zijn kamer had.
+</p>
+<p>De reus was op dit oogenblik bezig met het schoonmaken <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>van een zwaar motorrijwiel, waarbij hij een vroolijk liedje neuriede.
+</p>
+<p>Hij had de mouwen van zijn werkkiel opgestroopt en zijn geweldige armen, met spieren
+als scheepskabels waren ontbloot.
+</p>
+<p>Raffles legde hem de hand op den schouder en zeide ernstig:
+</p>
+<p>„Luister eens, Henderson. Er valt op het oogenblik een onaangenaam werkje voor je
+te doen, maar het is noodzakelijk!”
+</p>
+<p>En nu deelde hij den reus mede in korte woorden, wat hij en Charly Brand dien dag
+en den vorigen in de tunnel ontdekt hadden.
+</p>
+<p>Henderson behoorde niet tot de domsten, en ook hij begreep aanstonds, welk gevaar
+hier school.
+</p>
+<p>Hij vertrok dan ook geen spier van zijn gelaat, toen hem de opdracht werd gegeven,
+in de tunnel de wacht te houden, ofschoon men deze taak waarlijk niet onder de aangename
+kon rangschikken.
+</p>
+<p>En de reus daalde naar de tunnel af, gewapend met zijn onverstoorbaar goed humeur,
+en met twee stevige knuisten, in staat om een ijzeren staaf van een duim dik door
+midden te breken.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK III.</h2>
+<h2 class="main">Een gevaarlijke verwikkeling.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Raffles en Charly gingen intusschen het huis weder binnen en begonnen zich in hun
+slaapkamer zorgvuldig te vermommen.
+</p>
+<p>Al zou het den geheelen dag moeten duren, zij moesten en zouden het punt van uitgang
+ontdekken, er hing voor hun te veel van af.
+</p>
+<p>Het verlies van de tunnel zou nog niet het meeste te beteekenen hebben, ofschoon het
+nut menigmaal onmiskenbaar was gebleken, als Raffles zich wat spoediger moest verwijderen
+dan waarop hij gerekend had, maar dat men zou kunnen ontdekken, waarheen de tunnel
+leidde, dat was ontoelaatbaar, want dan zou het dubbele leven van Lord William Aberdeen
+aan den dag komen, en aldus zou aan den Grooten Onbekende een zijner krachtigste wapens
+uit de hand worden geslagen.
+</p>
+<p>Toen zij met hun vermomming gereed waren, zagen de beide mannen er uit als provincialen
+die op hun gemak door de straten konden slenteren, zonder daardoor achterdocht te
+wekken.
+</p>
+<p>Zij verlieten nu het huis aan de tuinzijde, en traden door een kleine deur een zijstraat
+binnen, waar zich nooit een levende ziel vertoonde.
+</p>
+<p>De een zijde bestond uit den langen muur van hun eigen tuin, de andere uit den blinden
+muur van een groote fabriek.
+</p>
+<p>In de Regent-Street namen de beide vrienden een huurauto, welke hen naar de Baker-Street
+bracht.
+</p>
+<p>Hier stapten zij uit en zonden den chauffeur weg.
+</p>
+<p>„En nu zullen wij onze taak eens verdeelen, zoodat wij de helft van den tijd kunnen
+besparen,” zeide Raffles. „Ik zal den zuidelijken kant van de straat nemen, en jij
+den noordelijken. Wij ontmoeten elkander weder in het café op den hoek van de <span class="corr" id="xd33e431" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span>, behalve natuurlijk voor het geval, dat een onzer iets mocht hebben ontdekt, hetwelk
+hem noodzaakt, dadelijk handelend op te treden. Indien noodig, halen wij er dadelijk
+de politie bij! Maar in ieder geval moeten wij om het half uur een <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>van beiden het café binnen gaan, want ik heb Henderson last gegeven, ons daar telefonisch
+te waarschuwen, in geval er in onze afwezigheid zich iets van groot gewicht mocht
+voordoen. Hij moet dan vragen naar een zekeren Johnson, en een goede fooi aan den
+<span class="corr" id="xd33e436" title="Bron: kelner">kellner</span> zal wonderen uitwerken.”
+</p>
+<p>En nu volgden de mannen ieder een kant van de straat, nauwkeurig acht gevend op het
+voorkomen van de huizen, en nu en dan stil staande, in de hoop, dat zij het geraas
+van de machine zouden hooren.
+</p>
+<p>Zoo bereikte Raffles, die wist, dat hij nu een rechte lijn volgde, waar hier of daar
+het beginpunt van de tunnel moest zijn, tenminste als de gang in zuiver rechte richting
+was gegraven, na ongeveer twintig minuten loopen een huis, in welks benedenverdieping
+een kleine drukkerij gevestigd was.
+</p>
+<p>De beide groote ruiten waren halverhoogte van matglas, maar daarboven kon Raffles
+duidelijk een paar riemschijven zien, waarover eenige breede riemen snel heen schoven.
+</p>
+<p>Een oogenblik stond hij stil, in beraad, en toen trad hij vastberaden den winkel binnen.
+</p>
+<p>Hij bevond zich in een vrij groot vertrek, waar een drietal kleine klappersen stonden,
+zooals men ze wel gebruikt voor het drukken van visitekaartjes en ander klein drukwerk,
+en die met de hand zoowel als mechanisch bewogen kunnen worden.
+</p>
+<p>Alles blonk van nieuwheid, zooals Raffles met een enkelen oogopslag kon waarnemen.
+</p>
+<p>Het vertrek was aan de achterzijde afgesloten door een matglazen wand, waarin schuifdeuren,
+eveneens met matglazen ruiten.
+</p>
+<p>Alle drie de persen liepen dol, dat wil zeggen, dat de riemen wel over de bovenste
+schijven snorden, maar dat de schijven van de persen waren uitgeschakeld.
+</p>
+<p>Nergens was iemand van het drukkerspersoneel te bespeuren.
+</p>
+<p>„Een merkwaardige drukkerij!” mompelde Raffles voor zich heen. „Zij schijnen het hier
+ook niet bijzonder druk te hebben!”
+</p>
+<p>Juist had hij deze opmerking voor zich zelf gemaakt, toen een der schuifdeuren openging,
+en er een kleine jongen verscheen, met geen al te snugger gezicht, die met hoog opgetrokken
+wenkbrauwen even naar Raffles bleef kijken en toen als het ware aarzelend een paar
+stappen naar voren kwam.
+</p>
+<p>Het openschuiven van de deur had maar even geduurd, maar toch lang genoeg, om te kunnen
+zien, dat het aangrenzend vertrek zoo goed als geen meubels had, en dat er een klein
+tafeltje stond, misschien bestemd voor dit kantoorjongentje.
+</p>
+<p>Eindelijk opende de knaap zijn groote mond, en vroeg:
+</p>
+<p>„Wat is er van uw dienst, mijnheer?”
+</p>
+<p>„Kan ik hier visitekaartjes laten drukken, en reclamekaarten voor mijn zaak?”
+</p>
+<p>„Dat zal wel gaan, mijnheer?” antwoordde de jongen met een onnoozel lachje.
+</p>
+<p>„Is je patroon er niet?”
+</p>
+<p>„Die werkt in de schuur, achter in den tuin.”
+</p>
+<p>„Zoo? Daar is zeker de zetterij?”
+</p>
+<p>„Ja, mijnheer!”
+</p>
+<p>„Kan ik den patroon niet zelf even spreken?”
+</p>
+<p>„Dat zal niet gaan, mijnheer! Kunt u mij de boodschap niet geven?”
+</p>
+<p>„Neen, jongen, nu is het mijn beurt om te zeggen, dat zal niet gaan! Roep je baas
+maar eens even, maar een beetje vlug, ik heb niet veel tijd!”
+</p>
+<p>Raffles had dit met opzet gezegd, om te kunnen nagaan, of de jongen lang wegbleef,
+en dus, of hij zijn patroon spoedig had kunnen vinden.
+</p>
+<p>De jongen verdween weer door de schuifdeur, en Raffles nam plaats op den eenigen stoel
+dien hij in het vertrek zag.
+</p>
+<p>Zijn blikken vlogen snel door de werkplaats.
+</p>
+<p>In een hoek stond een krachtige electromotor, die de beweegkracht leverde voor de
+drie persen.
+</p>
+<p>Maar Raffles scherp en geoefend oog merkte bovendien nog een riem op, die niet naar
+de persen liep, maar buiten het vertrek werd geleid, door een paar sleuven in den
+zijmuur.
+</p>
+<p>Er was een extra riemschijf aan den motor bevestigd, die er oorspronkelijk niet toebehoord
+had, want de as was nauwelijks lang genoeg om de beide schijven naast elkander te
+bevatten.
+</p>
+<p>Er werd dus nog ergens anders een machine door dezen motor in beweging gebracht, maar
+waar zich die bevond, dat kon Raffles onmogelijk waarnemen.
+</p>
+<p>Hij stond even op, en trachtte over het matglazen gedeelte van de schuifdeur heen
+te zien, maar dit gelukte hem niet, ofschoon hij toch meer dan gewoon lang was.
+</p>
+<p>Een blik op de drie persen overtuigde hem dat de machines splinternieuw waren.
+<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p>
+<p>Er stond ergens een letterbak, maar de specie was blijkbaar nog volkomen nieuw.
+</p>
+<p>„Heel veel krijgen de menschen hier niet te doen, dat is zeker,” mompelde Raffles.
+„In ieder geval een onderneming, welke pas begonnen is! Maar dan mochten zij toch
+in ieder geval wel een paar man bij de machines laten!”
+</p>
+<p>Op dit oogenblik gingen de schuifdeuren weder open en er trad een man van omstreeks
+veertig jaar binnen, met een glad geschoren gelaat, kleine, doordringende oogen, en
+bijzonder zwart en glanzend haar.
+</p>
+<p>Voor ieder ander was het zeker onopgemerkt gebleven, maar Raffles had voor zulke dingen
+goede oogen en met een oogopslag had hij gezien, dat de man een pruik droeg.
+</p>
+<p>Hij was wat links opgestaan, maakte een onhandige buiging, en begon:
+</p>
+<p>„Neem mij niet kwalijk, mijnheer, als ik u kom lastig vallen, maar ik begin hier binnenkort
+een zaak in kaas en eieren en ik wilde wel een paar duizend reclamekaarten gedrukt
+hebben, maar vooral visitekaartjes, met er achter: „Handelaar in kaas en eieren <span class="corr" id="xd33e484" title="Bron: engros">en gros</span>.” Begrijpt u? Ik kon wel naar een groote zaak gaan, maar die zijn zoo duur, en ik
+hoop, dat gij mij het vel niet over de ooren zult halen.”
+</p>
+<p>„Dat zal wel losloopen,” kwam de man met de pruik. „Geef uw naam en adres maar even
+op.”
+</p>
+<p>„Price Johnson. Voor het oogenblik logeer ik in het Marlborough Hotel, maar als ik
+het huis kan krijgen, dan kom ik te wonen in de Victoria-Street, nummero 78. U levert
+immers goed en deugdelijk werk?”
+</p>
+<p>„Wij zijn specialiteit in zulke dingen, maar ik kan u niet beloven dat u de bestelling
+zoo spoedig krijgt afgeleverd! Wij worden overstelpt met dergelijk werk!”
+</p>
+<p>Raffles weerhield bijtijds de opmerking die hem naar de lippen drong, toen hij dacht
+aan de verlaten persen.
+</p>
+<p>Een drukker, jong nog, die een voortreffelijke pruik droeg, daarmede moest men in
+ieder geval voorzichtig zijn, en zeker, als men John Raffles heette.
+</p>
+<p>„Ik hoop dat u zoo veel mogelijk spoed met de zaak zult maken,” hernam hij kalm. „Als
+uw werk mij bevalt, blijf ik uw klant!”
+</p>
+<p>Raffles meende een vaag spottend lachje om de dunne lippen van den man te zien spelen,
+maar hij kon zich ook wel vergist hebben.
+</p>
+<p>„Mag ik eens wat cartonsoorten en letters van u zien?<span id="xd33e497">”</span> ging hij voort.
+</p>
+<p>De patroon trad op een wandkast toe, en kwam terug met een monsterboek, dat hij aan
+Raffles voorlegde.
+</p>
+<p>Deze zocht voor de leus een lettersoort uit, koos een dik carton uit, en zeide toen:
+</p>
+<p>„Voorloopig zijn tweeduizend kaarten voldoende.”
+</p>
+<p>„Wij zullen ons best doen, dat gij ze over een dag of vier hebt!”
+</p>
+<p>„Het is wel heel lang, kan het niet wat vlugger?”
+</p>
+<p>„Wij zullen ons best doen, mijnheer,” herhaalde de drukkerspatroon, een weinig ongeduldig
+naar het scheen.
+</p>
+<p>En reeds maakte hij een beweging naar de deur, als om zijn nieuwen klant uit te laten.
+</p>
+<p>„Ik kan niet zeggen, dat die heer er veel slag van heeft, om met zijn klanten om te
+gaan,” mompelde Raffles voor zich heen, toen hij weder op straat stond. „En dan noemt
+men ons in het buitenland nog wel „Een Natie van Winkeliers!” Deze vriend scheen er
+niet bijzonder op gesteld te zijn, mij tot zijn afnemers te mogen rekenen! Zijn keuze
+van papier en letters was ook al bijster schraal! En dan die pruik, die drie onbeheerde
+persen, die tweede riemschijf van den electromotor, waarvan de riem op geheimzinnige
+wijze buiten het vertrek verdween, de lange tocht van dat onnoozele jongentje, om
+zijn patroon te gaan waarschuwen! John Raffles, ik weet het niet, maar ik geloof,
+dat er in deze zoogenaamde drukkerij iets niet heelemaal pluis is! Die drukker had
+niet het type van zijn beroep, hij zag er als iets heel anders uit.……!”
+</p>
+<p>Onder deze overdenkingen vervolgde Raffles zijn weg.
+</p>
+<p>Weer lette hij nauwkeurig op alle huizen en winkels, maar nergens kon hij iets verdachts
+opmerken.
+</p>
+<p>Er waren groentewinkels, kruidenierszaken, boekwinkels, maar nergens bromden machines,
+die konden dienen om het geraas van een ander toestel te overstemmen.
+</p>
+<p>En de huizen waren alle deftige gebouwen, rustig en stil.
+</p>
+<p>Zoo bereikte Raffles de <span class="corr" id="xd33e514" title="Bron: Midland Bank">Midland-Bank</span>.
+</p>
+<p>Het was een nieuw gebouw, uit een onbekrompen beurs betaald, zooals uit alles bleek.
+<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p>
+<p>Bedienden van effectenhandelaars en bankiers liepen bedrijvig in en uit en Raffles
+kon hen de breede marmeren trappen naar de eerste verdieping zien op en af gaan.
+</p>
+<p>Een portier in een groene livrei stond met de handen op den rug naast de monumentale
+voordeur.
+</p>
+<p>Een reeks van vuistdikke tralies voorziene vensters wees even boven de straat de plek
+aan, waar zich de safes moesten bevinden.
+</p>
+<p>Raffles maakte snel een berekening:
+</p>
+<p>„Van deze bank tot aan de drukkerij, dat was ongeveer honderd meter, van de bank tot
+aan de tunnel was niet meer dan vijf-en-twintig meter, de ganggravers hadden dus zeker
+bijna driekwart van den weg onder den grond afgelegd, wel te verstaan als zijn wantrouwen
+tegen dezen zonderlingen drukkerspatroon gegrond bleek te zijn.”
+</p>
+<p>Even later trad hij het café binnen en hij was er nog geen vijf minuten of ook Charly
+verscheen.
+</p>
+<p>Er lag een uitdrukking van teleurstelling op zijn gelaat, die hij vruchteloos trachtte
+te verbergen.
+</p>
+<p>Hij had Raffles in zijn hoekje spoedig ontdekt, en trad op hem toe.
+</p>
+<p>Zonder zelfs zijn vraag af te wachten, zeide hij moedeloos:
+</p>
+<p>„Een vergeefsche tocht, Edward! Ik heb geen geluid gehoord, geen verdacht huis gezien!”
+</p>
+<p>„Dan ben ik gelukkiger geweest, mijn waarde,” kwam Raffles zacht.
+</p>
+<p>En hij deelde Charly uitvoerig mede, wat hem in de drukkerszaak wedervaren was.
+</p>
+<p>Charly had aandachtig toegeluisterd, en zeide nu:
+</p>
+<p>„Dat alles klinkt zeker tamelijk verdacht, maar laat je je nu niet al te zeer beïnvloeden
+door je wantrouwen, dat je overal spoken op klaarlichten dag doet zien?”
+</p>
+<p>„Waarde Charly, een spook met een pruik op is en blijft een voorwerp, waar tegenover
+ik terecht achterdocht koester! Als men in een straat als de Baker-Street een nieuwe
+drukkerszaak gaat openen, dan pakt men de zaak dadelijk grootscheeps aan, of tenminste
+zoo, dat men alle eventueele klanten flink kan bedienen. Dat kon deze man, hij droeg
+een pruik, niet doen, want hij liet zijn personeel uit wandelen gaan, hij had geen
+letters genoeg, en ook geen voldoenden voorraad carton, kortom, hij is niet in staat
+zelfs aan de bescheiden eischen te voldoen van een buitenmannetje, zooals ik er een
+voorstelde.”
+</p>
+<p>„Op zich zelf beschouwd is het zeker opvallend. Toch zou het zaak zijn, nader op deze
+aangelegenheid in te gaan.”
+</p>
+<p>„Dat ben ik dan ook van plan! Zoodra zich de gelegenheid voordoet, zullen wij die
+zoogenaamde drukkerij eens nauwkeurig onderzoeken. En het zou mij volstrekt niet verwonderen
+als daarbij aan het licht kwam, dat zij iets heel anders verborg.
+</p>
+<p>„De persen maken een groot lawaai, en dempen volkomen het geluid van iedere andere
+machine die elders in het huis is opgesteld, bijvoorbeeld in de schuur, waarover die
+onnoozele jongen het had. Ik denk, dat zij met opzet een suffertje hebben genomen,
+om geen last te hebben van brutale snuffelaars!”
+</p>
+<p>Hij wierp een blik op de klok, die boven het buffet hing, en vervolgde:
+</p>
+<p>„Het wordt nu tijd voor de lunch, Charly. Het onderzoek heeft mij hongerig gemaakt!
+Het café hier lijkt mij wel voldoende! Willen wij hier wat eten?”
+</p>
+<p>„Ik vind het goed! Wij blijven dus hier in de buurt?”
+</p>
+<p>„Ja. Ik zou er prijs op stellen als jij zelf ook eens een kijkje ging nemen in de
+drukkerij van onze vriend met de pruik. Misschien merk je nog wel iets anders en iets
+nieuws op.”
+</p>
+<p>Raffles wenkte den <span class="corr" id="xd33e546" title="Bron: kelner">kellner</span>, en bestelde een eenvoudige lunch.
+</p>
+<p>Juist toen de beide vrienden gereed waren met den maaltijd, trad de kellner op hen
+toe, en vroeg:
+</p>
+<p>„Is een van de heeren misschien mijnheer Johnson?”
+</p>
+<p>„Die ben ik, vriend!” antwoordde Raffles.
+</p>
+<p>„Daar is iemand voor mijnheer aan de telefoon!” vervolgde de kellner. „Er is groote
+haast bij.”
+</p>
+<p>Raffles wisselde een snellen blik met Charly en sprong op.
+</p>
+<p>„Ik volg je!” zeide hij, zich tot den kellner wendende.
+</p>
+<p>De telefoon hing in een klein hokje naast het buffet.
+</p>
+<p>Raffles trad er binnen, sloot de deur, nam het toestel terhand, en zeide:
+</p>
+<p>„Hier Johnson! Met wien?”
+</p>
+<p>„Met Henderson! Ik verzoek u, zoo spoedig <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>mogelijk terug te komen? Zooeven is er een gat in den wand van .…. den muur geslagen!”
+</p>
+<p class="tb">- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -</p><p>
+</p>
+<p>Zoodra Raffles en Charly het huis in de Regent-Street verlaten hadden, begaf Henderson
+zich naar de tunnel.
+</p>
+<p>Voor alle zekerheid had hij zich met zijn revolver gewapend, ofschoon hij het wapen
+niet noodig dacht te hebben.
+</p>
+<p>Ook had hij zich voorzien van zijn electrische zaklantaarn, ingeval het licht in de
+tunnel door een of andere oorzaak mocht uitgaan.
+</p>
+<p>Na een half uur te hebben geloopen, bereikte hij de plek, waar de gasontploffing de
+draden vernield had.
+</p>
+<p>Hij stond stil en luisterde.
+</p>
+<p>Zijn scherp gehoor ving het zoemend geluid op, afgewisseld door beukende slagen of
+stooten.
+</p>
+<p>Hij legde zijn hand tegen den muur, en mompelde hoofdschuddend in zich zelf:
+</p>
+<p>„De wand trilt er waarachtig van! Zij werken hard, daar onder den grond!”
+</p>
+<p>De reus zette zich op den grond, juist tegenover de plek, van waar het dof gerucht
+kwam, en hield den blik onafgewend op den tegenover liggenden wand gevestigd.
+</p>
+<p>Langzaam verstrekken de minuten, de kwartieren, de uren.
+</p>
+<p>En telkens werd het geluid sterker.
+</p>
+<p>Henderson stond nu en dan op, teneinde zijn hand tegen den wand te leggen, en hij
+merkte op, dat het kloppend geluid steeds sterker werd.
+</p>
+<p>Het was omstreeks een uur in den middag, toen Henderson eensklaps opnieuw opsprong
+en naar den wand van de tunnel trad.
+</p>
+<p>Het geluid was nu zoo dicht bij gekomen, dat hij meende, ieder oogenblik den tunnelwand
+te zien bezwijken.
+</p>
+<p>Nu werd het plotseling geheel stil en daarop dreunde de doffe slagen van een houweel
+aan den anderen kant van den tunnelwand.
+</p>
+<p>In gebogen houding bleef Henderson op dezelfde plek staan, de oogen strak gevestigd
+op den muur.
+</p>
+<p>De wand moest wel zeer dun geworden zijn, want bij iederen slag <span class="corr" id="xd33e584" title="Bron: knipoogde">knipoogden</span> de electrische lampjes en toen gingen er eenige uit, waarschijnlijk waren de platina
+draden gebroken.
+</p>
+<p>En onverhoeds geschiedde er iets, waarop Henderson verdacht had moeten zijn en dat
+hem toch ten zeerste verschrikte, met een luid gekraak en het <span class="corr" id="xd33e590" title="Bron: verspinteren">versplinteren</span> van een steen drong het ijzer van een houweel door den muur heen, bewoog even, en
+verdween toen weder.
+</p>
+<p>Maar op hetzelfde oogenblik had Henderson den schakelaar van het electrische licht
+<span class="corr" id="xd33e595" title="Bron: reed s">reeds</span> omgedraaid, zoodat de tunnel in volkomen duisternis gehuld was.
+</p>
+<p>De reus had begrepen, dat hij zoo lang mogelijk moest trachten te voorkomen, dat de
+lieden, die daar hun tunnel aan het graven waren, het bestaan van deze gang <span class="corr" id="xd33e600" title="Bron: ontdekte">ontdekten</span>, en dat zouden zij zeker onmiddellijk doen, wanneer zij hier licht zagen, en het
+glinsteren van de spoorstaaf op den grond konden waarnemen.
+</p>
+<p>Voorloopig zouden zij waarschijnlijk vermoeden, dat zij nog altijd niet diep genoeg
+hadden gegraven, en op een kelder waren gestuit.
+</p>
+<p>Het was nu de vraag of zij aanstonds aan de tunnel een andere richting zouden geven,
+dan wel of zij eerst zouden willen onderzoeken of zij inderdaad bij een kelder terecht
+waren gekomen.
+</p>
+<p>Henderson hield zelfs zijn adem in, uit vrees dat hij zijn tegenwoordigheid zou verraden,
+en keek strak naar de kleine opening in den wand, niet grooter dan eenige centimeters,
+waardoor een krachtig lichtschijnsel in de tunnel doordrong.
+</p>
+<p>Toen werd dit schijnsel een oogenblik verduisterd en Henderson begreep, dat dit veroorzaakt
+werd doordat er aan den anderen kant van den muur iemand zijn oog voor de kleine opening
+had gebracht.
+</p>
+<p>En het volgende oogenblik klonken de slagen van het houweel opnieuw.
+</p>
+<p>Toen begreep Henderson dat hij geen tijd meer te verliezen had en dat hij Raffles
+aanstonds moest waarschuwen.
+</p>
+<p>Hij ontstak zijn zaklantaarn, en dempte het licht zooveel mogelijk, door er zijn zakdoek
+om te wikkelen, en zocht bij dit weinige licht zijn weg naar den ingang van de tunnel.
+</p>
+<p>Toen hij zeker wist dat men hem niet meer kon hooren of zien, begon hij haastig voort
+te snellen en rustte niet vóór hij het tuinhuis bereikt had waar zich een telefoon
+bevond en waar hij aanstonds aan Raffles mededeelde wat den lezer reeds bekend is.
+</p>
+<p>En toen ging hij haastig weder naar het onderaardsche laboratorium terug.
+<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p>
+<p>Daar lagen, in een der hoeken, een aantal platen van nikkelstaal, bijna een meter
+hoog, tachtig centimeter breed, en een duim dik, welke Raffles noodig had voor het
+doen van eenige proeven.
+</p>
+<p>Deze platen wogen bijna honderd dertig kilo, maar Henderson bedacht zich niet, maar
+tilde er een op, en laadde ze op een soort duwwagentje, zooals ze wel gebruikt worden
+door kruiers op het perron, om zware koffers te vervoeren.
+</p>
+<p>Zoo vlug hij kon, bracht hij de zware pantserplaat naar de plek van de doorbraak.
+</p>
+<p>En reeds op verren afstand zag hij tot zijn schrik, dat de slagen van het houweel
+het gat in den wand nog vergroot hadden, en dat het thans bijna een decimeter hoog
+en eenige centimeters breed was.
+</p>
+<p>Er kon niet aan worden getwijfeld, de geheimzinnige tunnelgravers moesten nu reeds
+lang de spoorstaaf gezien hebben, den houten vloer, en de rij gloeilampjes tegen den
+wand van de tunnel.
+</p>
+<p>Henderson reed de zware vracht tot vlak voor de opening, laadde daar de plaat van
+het wagentje en schoof haar met geweldige inspanning zoodanig langs den wand, dat
+zij juist de opening bedekte.
+</p>
+<p>Natuurlijk begreep hij, dat men hem aan den anderen kant van den muur had moeten hooren,
+maar daaraan was nu eenmaal niets te doen, en de tunnelgravers zouden toch al wel
+begrepen hebben, dat zij een zeer eigenaardige ontdekking hadden gedaan.
+</p>
+<p>Ook zag hij wel in, dat de gravers van den gang, nieuwsgierig geworden, zouden trachten
+dit beletsel weder uit den weg te ruimen, daarom wentelde hij het duwwagentje op een
+kant en zette het schoor tusschen den anderen wand en de pantserplaat, zoodat men
+deze laatste niet omver zou kunnen duwen.
+</p>
+<p>Aan den anderen kant werd woedend met het houweel tegen de plaat geslagen, maar Henderson
+haalde glimlachend de schouders op en mompelde in zich zelf:
+</p>
+<p>„Beuk jullie maar raak, je bent knap, als je met een houweel die plaat van nikkelstaal
+aan kunt tasten!”
+<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK IV.</h2>
+<h2 class="main">De overval.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Er waren nog geen twintig minuten verstreken nadat Henderson de plaat voor het gat
+had gezet, of hij hoorde haastige schreden van Raffles en Charly die door de tunnel
+naderbij kwamen.
+</p>
+<p>Ook zij hadden het licht van hun zaklantaarns zooveel mogelijk gedempt, daar zij maar
+al te goed begrepen, aan welk gevaar zij zich anders zouden blootstellen.
+</p>
+<p>Wat Henderson betreft, hij had den schakelaar van het electrische licht weder omgedraaid
+zoodra hij de naderende schreden hoorde.
+</p>
+<p>Eenige seconden later stond Raffles voor hem, en vroeg op zachten toon:
+</p>
+<p>„Wat is er gebeurd, Henderson?”
+</p>
+<p>„Zij zijn door den muur heen, Mylord! Een uur geleden ongeveer sloeg een van die menschen
+met zijn houweel glad door dien wand, en sindsdien hebben zij het gat nog vergroot,
+het is nu achter die pantserplaat, welke ik zoo vrij ben geweest uit het laboratorium
+te halen.”
+</p>
+<p>„Dat is een voortreffelijke inval van je geweest, Henderson!” zeide Raffles, terwijl
+hij den reus op den schouder klopte. „Het verheugt mij nu, dat ik je hier op post
+heb gezet! Wij zullen aanstonds de andere platen er ook voorzetten en de schoren wat
+steviger maken! Blijf jij hier Charly, en let op, Henderson gaat met mij mee!”
+</p>
+<p>Het wagentje op zijn lage wielen werd weder overeind gezet en vervangen door een paar
+dwarsliggers, waarop de spoorstaaf rustte, en die in allerijl werd losgemaakt.
+</p>
+<p>En daarop vertrokken de twee mannen met het wagentje terwijl Charly achterbleef om
+aanstonds alarm te kunnen geven als het noodig mocht blijken.
+</p>
+<p>Charly telde de seconden die er verliepen tusschen het vertrek en de terugkomst van
+de twee mannen.
+</p>
+<p>Het was op dit oogenblik stil achter de stalen plaat en het geheimzinnige, zoemende
+gerucht had opgehouden, maar de jonge man gevoelde zeer goed, dat het de stilte was,
+die <span class="corr" id="xd33e644" title="Bron: dem">den</span> storm vooraf ging.
+</p>
+<p>Oogenschijnlijk broeiden de dieven aan den anderen kant van de tunnel op een plan,
+om de plaat te vernielen, en als zij zoo knap waren geweest om op een diepte van ruim
+twintig meter en met zulk een snelheid zoo’n groote tunnel te breken, dan zouden zij
+zeker ook pienter genoeg zijn om zulk een belemmering als een stalen pantserplaat
+uit den weg te ruimen.
+</p>
+<p>Maar, daar kwamen Raffles en Henderson weder aan en thans hadden zij twee pantserplaten
+medegebracht, die op het wagentje waren geladen, hetwelk zij met inspanning van al
+hun krachten voortduwden.
+</p>
+<p>„Ik ben blij, dat je er weer bent!” zeide Charly zachtjes. „De stilte aan den anderen
+kant van de gang bevalt mij in het geheel niet.”
+</p>
+<p>„Waarschijnlijk houden zij krijgsraad!” meende Raffles. „Laten wij maar spoedig deze
+borstwering overeind zetten.”
+</p>
+<p>Terwijl de drie mannen de eerste plaat van het wagentje tilden en tegen het andere
+schild aanplaatsten, begon het gezoem en het vreemde gegons aan den anderen kant van
+den muur opnieuw, maar nu was het toch van een anderen aard, en het ging vergezeld
+van een knarsend geluid, zooals een boor maakt, die metaal aantast.
+</p>
+<p>„Zij probeeren er een gat in te boren!” zeide Raffles spottend. „Nu, eer zij zoover
+zijn, voor zij door de drie platen heen zijn zullen er wel een paar dagen zijn verstreken,
+want ik geloof niet dat er ter wereld een stalen plaat is te vinden van deze dikte,
+die even glashard is als deze schilden van <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>chroomnikkelstaal! Zij zullen om het kwartier een nieuwe boor moeten nemen!”
+</p>
+<p>Hierin bleek Raffles goed te hebben gezien want de tweede plaat was nog nauwelijks
+overeind gezet of het gonzen hield op. Blijkbaar zette men eene nieuwe boor in het
+toestel.
+</p>
+<p>Nu werd ook de derde plaat opgezet en aldus was een stalen wand opgericht van bijna
+acht centimeter dikte, dus bijna even dik als de dikste bepantsering van eenig Engelsch
+oorlogsschip.
+</p>
+<p>Toen werd de spoorstaaf over vrij groote lengte losgemaakt, en met behulp van de meegebrachte
+metaalzaag werden er vier stukken afgezaagd, allen even groot, en die met geweld tusschen
+de <span class="corr" id="xd33e660" title="Bron: pantser platen">pantserplaten</span> en den tegenovergestelden wand werden gedreven.
+</p>
+<p>„Als zij nu geen dynamiet gebruiken, termiet, of een ander dergelijk middel,” zeide
+Raffles glimlachend, „dan zullen er wel eenige dagen verloopen, alvorens zij dezen
+hinderpaal hebben opgeruimd<span id="xd33e666">.</span>”
+</p>
+<p>„Maar zij kunnen het wel op een andere wijze probeeren,” zeide Charly bedrukt.
+</p>
+<p>„Hoe dan wel denk je?”
+</p>
+<p>„Zij kunnen beginnen met den steenen wand, die nu zeker niet dikker is dan op zijn
+hoogst een decimeter, en alleen maar uit metselsteen bestaat, op verscheidene plaatsen
+aan te tasten, totdat zij op de pantserplaat stuiten, en dan kunnen zij trachten die
+met behulp van koevoeten van hun plaats te verschuiven.”
+</p>
+<p>„Ik erken dat dit mogelijk is, maar ook daarmede gaat geruime tijd heen, en voor er
+twee uren verloopen zijn zullen wij een bezoek hebben gebracht aan die zoogenaamde
+drukkerij.”
+</p>
+<p>„En als je je eens vergist hebt met die drukkerij en wij er niets bijzonders ontdekken?”
+</p>
+<p>„Dan, dan zou ik naar het laatste middel moeten grijpen, ik zou mijn kostbare tunnel
+over een grooten afstand moeten laten instorten. Maar je begrijpt dat ik slechts in
+het uiterste geval tot dit paardenmiddel zal overgaan.”
+</p>
+<p>Raffles raadpleegde zijn horloge.
+</p>
+<p>Het was bijna zes uur geworden.
+</p>
+<p>Zoolang had deze zware arbeid geduurd.
+</p>
+<p>Hij overtuigde zich nog eens dat de stukken van de spoorstaven onwrikbaar op hun plaats
+zaten, en wendde zich toen tot Henderson met de woorden:
+</p>
+<p>„Het is onpleizierig, beste vriend Henderson, maar het gaat niet anders, wij zullen
+de tunnel voortdurend in het oog moeten houden, en daarom ga jij nu eerst den maaltijd
+gebruiken, en je keert hier niet voor negen uur terug, tenzij je het waarschuwingssein
+krijgt, want dan moet je aanstonds hierheen komen!”
+</p>
+<p>„Maar, Mylord? Gij zelf dan, en mijnheer Brand?” riep de chauffeur uit.
+</p>
+<p>„Wij kunnen wel wat later eten, James, de zaak van de tunnel gaat op dit oogenblik
+voor. Zoodra je hier terug bent gekeerd zullen wij je wel nadere instructies geven!”
+</p>
+<p>Henderson bood geen tegenstand meer, en begaf zich naar het uiteinde van de tunnel
+en verder naar het bediendenvertrek, waar hij, in gezelschap van den Italiaanschen
+kok, en van den ouden kamerbediende Gaston, den eenvoudigen maaltijd gebruikte.
+</p>
+<p>Raffles en Charly bleven nu alleen achter en geruimen tijd zaten zij zwijgend naast
+elkander op het kleine wagentje waarmede de pantserplaten waren aangevoerd.
+</p>
+<p>Slechts vaag en onduidelijk klonk het gerucht van de boor, op geregelde tijden onderbroken
+door een langdurige pauze, wanneer het bot geworden ijzer door een nieuw moest worden
+vervangen.
+</p>
+<p>En om acht uur hield het zoemen geheel en al op, toen waren zeker alle voorradige
+boorijzers opgebruikt.
+</p>
+<p>Maar een kwartier later klonk een geregeld geklop, hetwelk onafgebroken zou voortduren;
+de lieden aan den anderen kant van den muur hadden den steenen wand opnieuw met hun
+houweelen <span class="corr" id="xd33e688" title="Bron: aange-getast">aangetast</span>.
+</p>
+<p>Waarschijnlijk waren zij op dit oogenblik bezig het oorspronkelijke gat te vergrooten
+in de hoop, dat zij ten slotte wel de beide kanten van de stalen belemmeringen vrij
+zouden krijgen, waardoor het mogelijk zou worden, haar naar links of rechts te verschuiven,
+men hield aan den anderen kant van den muur waarschijnlijk geen rekening met de vier
+stukken spoorstaaf, die met zware hamerslagen waren vastgedreven.
+</p>
+<p>„Dat kan lang duren!” begon Raffles. „Minstens tot morgenochtend, als alles hun meeloopt,
+en voor dien tijd moeten we die menschen overvallen hebben en weten wat zij doen en
+wie zij zijn!”
+</p>
+<p>„Als je het mij vraagt, dan zou ik zeggen, dat wij <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>met een gevaarlijk volkje te doen krijgen!” zeide Charly hoofdschuddend.
+</p>
+<p>„Ja dat lijdt geen twijfel! Wij moeten nu maar niet aannemen, dat men deze tunnel
+met een wetenschappelijk doel graaft, bijvoorbeeld om den aard van de gesteldheid
+van den bodem van Londen te onderzoeken! Neen, wij mogen het wel bijna als zeker beschouwen,
+dat het voorzien is op de <span class="corr" id="xd33e700" title="Bron: Middland-Bank">Midland-Bank</span>, het zou wel heel toevallig zijn, als de tunnel dien kant uitliep, zonder dat men
+het op de bank begrepen had. Maar hoe het ook zij, wij gaan zoo vroeg mogelijk aan
+den slag, zoodra het gedaan kan worden zonder al te groot gevaar. Ik heb opgemerkt
+dat een paar huizen van de drukkerij af een openbare school is, met een groote speelplaats
+er achter. Wij kunnen misschien over een schutting klimmen en van daar aan den achterkant
+die zoogenaamde drukkerij binnendringen.”
+</p>
+<p>„Nemen wij Henderson mede?”
+</p>
+<p>„Neen, die moet hier de wacht blijven houden.”
+</p>
+<p>„Dat zal hem alles behalve aangenaam stemmen.”
+</p>
+<p>„Dat is wel mogelijk, maar wij mogen de tunnel niet onbewaakt laten! Stel je eens
+voor dat wij terug keeren en wij loopen in ons huis in de Regent-Street in de uitgespreide
+armen van een bende bandieten!”
+</p>
+<p>De beide vrienden spraken nog geruimen tijd door over de kans, dat het geheim der
+tunnel bewaard zou blijven, of dat men althans haar lengte, haar doel, en haar richting
+nooit zou uitvinden, toen precies om negen uur Henderson weer verscheen.
+</p>
+<p>„Luister nu eens, mijn vriend,” begon Raffles. „Ik verg veel van je uithoudingsvermogen,
+maar het is volstrekt noodzakelijk, dat er hier iemand blijft opdat wij er zeker van
+zijn, dat niemand ongezien in ons huis in de Regent-Street kan binnendringen.”
+</p>
+<p>„Als het moet dan moet het, Mylord!” gaf Henderson te kennen.
+</p>
+<p>„Dat is een schoon beginsel, Henderson, en wij zullen verstandig doen als wij ons
+daaraan houden, vooral in dit bijzondere geval. Mijnheer Brand en ik gaan vannacht
+naar dat huis, waarin ik vermoed, dat de tunnel een aanvang neemt.”
+</p>
+<p>„Neem mij niet kwalijk, Mylord, maar ik zou gaarne weten waar dat huis is!” hernam
+Henderson. „Men kan nooit weten, hoe die kennis naderhand te pas kan komen! Ik weet
+gaarne steeds waar gij zijt, vooral in zaken als deze!”
+</p>
+<p>„Je hebt misschien gelijk, Henderson, het is beter als je het huis kent, hetwelk ik
+op het oog heb! Het is in de Baker-Street, niet ver van die <span class="corr" id="xd33e714" title="Bron: Grossvenor-Street">Grosvenor-Street</span>, een drukkerij, met twee voor de helft matglazen winkelruiten, groengeschilderd houtwerk
+en een kleine uitgangsdeur. Het is aan de rechterzijde van de straat als je van ons
+huis komt. Ik geloof echter niet dat je gebruik behoeft te maken van deze kennis,
+als wij die lieden verrassen, dan zijn wij een heel eind op weg.”
+</p>
+<p>„Maar Edward, als je je vermoedens nu toch eenvoudig aan de politie mededeelde!” riep
+Charly eensklaps uit.
+</p>
+<p>„Een prachtig plan!” kwam Raffles ironisch. „Zij dringen dan het huis binnen, zij
+vinden dan eventueel de tunnel en aan het einde van het groote gat, met geglans van
+de stalen pantserplaat daarachter, en denk je dan dat ze hun nieuwsgierigheid bevredigd
+achten en hun onderzoek niet verder zouden voortzetten? Daar zou ik maar niet al te
+vast op rekenen. Neen, als ik het even kan vermijden, dan haal ik er de politie niet
+in, zij helpt ons dan van den regen in den drop, en van den wal in de sloot! Als het
+onmogelijk anders kan, dan zal het nog altijd tijd genoeg zijn, om Scotland-Yard te
+waarschuwen. Maar als ik dat doe, dan moet ik ook tevens mijn tunnel prijs geven,
+ik zou haar over grooten afstand moeten vernielen. En nu genoeg gepraat, wij moeten
+nog veel doen en in orde maken voor onze onderneming.”
+</p>
+<p>Henderson kreeg zijn laatste instructies en Raffles en Charly verlieten de tunnel,
+beklommen de smalle trap naar het laboratorium en voorzagen zich daar van eenige voorwerpen
+door Raffles uitgevonden, en welke verdedigingsmiddelen hun wellicht te pas konden
+komen.
+</p>
+<p>Het was bij tienen, toen zij door den tuin, die nu in volkomen duisternis gehuld was,
+naar de achterzijde van het groote huis gingen en dit binnentraden door een van de
+achterdeuren.
+</p>
+<p>Zij hadden zich nog den tijd niet gegund hun vermomming af te leggen, en deze was
+nog zeer goed bruikbaar, want als zij bij hun onderneming het onderspit moesten delven,
+dan kwam het er al zeer weinig op aan, of de zoogenaamde drukkerspatroon <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>in een van de nachtelijke indringers al of niet zijn provinciaalschen klant herkende.
+</p>
+<p>Maar, daar een revolver altijd een uitstekend wapen is, onverschillig of het door
+een Londenaar of door een provinciaal wordt gebruikt, zoo lieten de beide vrienden
+ieder van deze practische wapenen één in hun zak glijden.
+</p>
+<p>Een paar tasschen werden gevuld met de noodige inbrekerswerktuigen, Raffles ging zich
+in zijn slaapkamer voorzien van een paar kleine voorwerpen, welke hem misschien te
+pas zouden kunnen komen, en om elf uur, nadat hij zich telefonisch bij Henderson had
+overtuigd, dat in de tunnel alles nog bij het oude was, verlieten zij het vertrek
+en vervolgens het huis.
+</p>
+<p>Maar Raffles had Henderson moeten beloven, dat hij hem dadelijk op de hoogte zou brengen
+als de zaak tot een goed einde was gebracht, en als het later werd dan drie uur, dan
+mocht Henderson die maatregelen nemen, welke hem het beste zouden toeschijnen, want
+dan zou het bewijs geleverd zijn, dat in de Baker-Street niet alles voor den wind
+was gegaan.
+</p>
+<p>Het was een donkere avond, want de maan was achter de wolken verdwenen, een gelukkige
+omstandigheid, die het gewaagde plan van de beide mannen moest begunstigen.
+</p>
+<p>En dan, het plasregende, en ook dat kwam hun te stade, want daardoor was het aantal
+late wandelaars zeer verminderd.
+</p>
+<p>Op een kwartier loopens van hun huis wisten zij niet zonder moeite, een huurauto te
+veroveren, en den chauffeur, die eigenlijk liever naar huis was gegaan, te bewegen,
+hen naar de Baker-Street te rijden.
+</p>
+<p>Aan het begin van deze straat gekomen, dankten zij den chauffeur met een goede fooi
+af, men moest het nooit verbruien voor anderen, zooals Raffles het niet ten onrechte
+opmerkte.
+</p>
+<p>Het was over twaalven, toen de beide vrienden, hun regenjassen met de rechterhand
+dichthoudend, tegen den stijven bries opworstelden, die door de straat stoof.
+</p>
+<p>Een kwartier later hadden zij het schoolgebouw bereikt, na de zoogenaamde drukkerij
+te zijn gepasseerd.
+</p>
+<p>Daar was nu alles duister, ten minste van de straat af was nergens eenig lichtschijnsel
+te bespeuren.
+</p>
+<p>Ook het schoolgebouw lag natuurlijk in dichte duisternis gedompeld.
+</p>
+<p>Raffles en Charly sloegen den hoek van de zijstraat om, waaraan de school grensde,
+kwamen aan den steenen muur, die hier de speelplaats van de straat afscheidde, en
+zaten er het volgende oogenblik bovenop.
+</p>
+<p>Een jarenlange, geduldige oefening, die hun natuurlijke lenigheid nog had vermeerderd,
+stelde hen in staat, zulke toeren te verrichten met een verbazende vlugheid, en zonder
+ooit te falen.
+</p>
+<p>Maar zij vonden den bovenkant van een smallen muur niet de aangewezen plaats om er
+te blijven zitten, en daarom lieten zij zich zoo snel mogelijk aan den anderen kant
+zakken.
+</p>
+<p>Zij stonden nu op een ruime binnenplaats, waar eenige populieren stonden, die een
+vrij armzalig bestaan leidden.
+</p>
+<p>In een hoek tegenover den kant waar zij waren overgeklommen, bevond zich een hoop
+zand, bestemd voor de kleintjes.
+</p>
+<p>Raffles en Charly maakten ook van deze hoop zand gebruik, maar voor een geheel ander
+doel.
+</p>
+<p>Zij gebruikten haar eenvoudig om aldus de hoogte van den scheidingsmuur te verkleinen.
+</p>
+<p>Volgens hun gewoonte wachtten zij tot dat zij niets meer hoorden, en toen pas slingerden
+zij zich op den muur, en lieten zich aan den anderen kant vallen.
+</p>
+<p>Zij kwamen terecht in de weeke aarde van een kleinen stadstuin, en haastten zich,
+dezen over te steken, en over een schutting te klimmen.
+</p>
+<p>En nu waren zij in den tuin van de drukkerij.…
+</p>
+<p>Maar op dat oogenblik geschiedde er iets waarop zij misschien wel gerekend hadden,
+maar dat hen toch niet minder onaangenaam trof, een paar huizen verder begon eensklaps
+een waakhond, die hen misschien geroken had, woedend aan te slaan.
+</p>
+<p>Zelfs hier konden zij het rammelen hooren van den ketting waaraan het dier was vast
+gelegd.
+</p>
+<p>„Vlug aan het werk, Charly! Als die schreeuwleelijk wordt losgemaakt, zouden al de
+schuttingen, welke hem van ons scheiden wel eens een peuleschil voor hem blijken,
+en dan konden wij evengoed regelrecht naar Scotland-Yard wandelen, en ons aan den
+hoofdcommissaris presenteeren!”
+<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p>
+<p>„Waar is ergens die schuur?” vroeg Charly fluisterend. „Ik denk dat we daar moeten
+zijn!”
+</p>
+<p>„Ja, dat vermoed ik ook. Daar staat zij!”
+</p>
+<p>Raffles wees naar een klein houten gebouwtje, een soort bergloods, dat men ook een
+tuinhuis zou kunnen noemen, met een enkel klein venster, en dat door een overdekten
+gang in verbinding stond met het huis.
+</p>
+<p>Raffles trad haastig op de deur toe, en het duurde niet lang, of hij had het slot
+met een zijner sleutels geopend.
+</p>
+<p>En juist toen de beide vrienden binnendrongen, ging er eenige huizen verder een deur
+open, en een barsche mannenstem scheen den nog altijd woedend blaffenden hond te ondervragen
+en hem van den ketting los te maken.
+</p>
+<p>De beide vrienden verloren geen tijd, maar onderzochten snel de loods, waar zij zich
+nu bevonden.
+</p>
+<p>Zij bleken zich in een ruim vertrek te bevinden, zonder eenig meubelstuk, als men
+tenminste dien naam niet wilde geven aan een paar zetkasten die blijkbaar zeer weinig
+gebruikt werden, want de letters waren nog volkomen blank, en werden waarschijnlijk
+zoo goed als nooit gebruikt.
+</p>
+<p>In een hoek was het begin <span class="corr" id="xd33e764" title="Bron: zichbaar">zichtbaar</span> van een trap, die waarschijnlijk naar een kelder leidde.
+</p>
+<p>Wel een kwartier bleven de beide vrienden volgens hun gewoonte op dezelfde plek en
+gaven hun ooren goed den kost.
+</p>
+<p>Toen achter alles stil bleef, besloten zij, de trap af te gaan, en te zien waar die
+hen zou brengen.
+</p>
+<p>Het was zeer donker in de loods, en daar zij nog geen licht durfden maken, moesten
+zij hun weg vinden door langs den houten wand te tasten.
+</p>
+<p>Zoo bereikten zij de trap en voorzichtig begonnen zij de houten treden af te dalen.
+</p>
+<p>Telkens stonden zij opnieuw stil, om te luisteren.
+</p>
+<p>Zij waren reeds tien treden afgedaald, toen Raffles, die vooraan ging, Charly waarschuwde
+door hem in het been te knijpen.
+</p>
+<p>Zijn scherp, geoefend gehoor, had eenig gerucht opgevangen, waarvan hij zich niet
+dadelijk den aard kon begrijpen.
+</p>
+<p>Het was als het verzetten van een schakelaar van het electrische licht, maar het kon
+ook evengoed het overhalen van den haan van een revolver zijn.
+<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK V.</h2>
+<h2 class="main">In de handen der bankroovers.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Raffles dacht er nog over na of hij licht zou maken, toen zich plotseling weder een
+ander geluid liet hooren, ditmaal zeer dicht bij hem, het was als het verschuiven
+van een zwaar voorwerp, bijvoorbeeld van een kast over een houten vloer.
+</p>
+<p>Terwijl de beide mannen er nog over nadachten wat dit zijn kon, begon de trap, waarop
+zij stonden, zachtjes te slingeren, en zij moesten zich aan de leuningen vast houden
+om er niet af te vallen.
+</p>
+<p>„Voor den drommel, wat is dat nu?” fluisterde Charly voor zich heen. „Wat mankeert
+dat ding? Ik heb een gevoel of ik op de kermis in een reuzenschommel zit!”
+</p>
+<p>Inderdaad, de trap begon hoe langer hoe erger te zwaaien en de beide mannen moesten
+zich met alle kracht aan de wrakke leuning vastklampen die verdacht kraakte, en die
+ieder oogenblik scheen te zullen afbreken.
+</p>
+<p>De slingeringen werden voortdurend heviger en de geheele trap scheen nu wel om een
+scharnier te draaien, dat zich ergens in de bovenste trede moest bevinden.
+</p>
+<p>Maar nu nam deze zonderlinge beweging gaande weg af, en na eenige minuten was de trap
+tot rust gekomen.
+</p>
+<p>Maar zij liep niet langer in een schuine richting omlaag, neen, zij hing loodrecht
+naar beneden, en dus waren de bovenkanten der treden niet meer horizontaal maar schuin.
+</p>
+<p>Om er op te kunnen blijven staan, moesten Raffles en Charly zich aan de leuning vasthouden.
+</p>
+<p>Raffles, die onderaan stond, strekte voorzichtig een been uit, en tastte naar de lager
+gelegen trede.
+</p>
+<p>Zijn voet ontmoette echter geen tegenstand, er was geen trede meer!
+</p>
+<p>Maar evenmin voelde hij den grond!
+</p>
+<p>„Zullen wij niet liever licht maken?” vroeg Charly op fluisterenden toon. „Er is iets
+niet in orde, dat is zeker! Wat doe je daar toch, Edward?”
+</p>
+<p>„Wat ik doe? Ik zoek naar den bodem!” antwoordde Raffles lakoniek.
+</p>
+<p>„Wat is dat? Rust de trap dan niet op den vloer?”
+</p>
+<p>„Ik kan er tenminste geen vinden. Wij zullen licht maken, wat er ook gebeuren moge!”
+</p>
+<p>Zich met een hand aan de leuning vastklampend, haalde Raffles met de andere zijn zaklantaarn
+te voorschijn, en drukte op den knop.
+</p>
+<p>Een helder schijnsel verlichtte nu de ruimte, waar de beide mannen zich bevonden.
+</p>
+<p>Het was een groote kelder, met wit gekalkte muren, en ongewoon diep.
+</p>
+<p>Zoldering en vloer waren tenminste zes meter van elkander verwijderd.
+</p>
+<p>De smalle trap, waarop de twee mannen zich bevonden, bleek uit twee deelen te bestaan,
+het benedenste vast met het bovenste scharnierend.
+</p>
+<p>Op welke wijze de trap zoo eensklaps haar oorspronkelijke gedaante had verloren, viel
+moeilijk te zeggen, maar het was zeker, dat nu het bovenste stuk loodrecht omlaag
+hing, en dat de onderste trede zich ongeveer drie meter boven den grond bevond.
+</p>
+<p>En men mocht het tevens voor verzekerd houden, dat dit niet van zelf zoo was gekomen,
+maar dat de trap door menschenhanden in twee deelen was gebroken!
+</p>
+<p>En toch was er niemand in den kelder te zien.
+</p>
+<p>Een deur was er ook niet, tenminste niet zichtbaar.
+</p>
+<p>„Ik wil gevild worden als ik er iets van begrijp!” mompelde Charly, die zich met handen
+en voeten aan de loshangende trap vastklemde.
+</p>
+<p>„Ik geloof dat ik het maar al te goed begrijp, <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>Charly,” kwam Raffles. „Men heeft ons gehoord, dat staat als een paal boven water!
+Maar hoe dan ook, ik heb weinig lust, hier als een rijpe pruim te blijven hangen!”
+</p>
+<p>„Waar wil je dan heen? Weer naar boven?”
+</p>
+<p>„Neen. Wij zijn van boven gekomen en wij moeten verder!”
+</p>
+<p>„Dat is gemakkelijk gezegd, maar wij zijn hier drie meter boven den steenen vloer!”
+</p>
+<p>„Dien afstand kunnen wij bekorten!”
+</p>
+<p>En met die woorden hing Raffles zijn zaklantaarn aan een knoop van zijn jas, hurkte
+als het ware op de onderste trede, bracht zijn handen zoover mogelijk naar beneden,
+omvatte stevig de stijlen van de trap, en strekte toen zijn lichaam, zoodat hij nu
+alleen aan zijn handen hing.
+</p>
+<p>En daarop liet hij zich vallen.
+</p>
+<p>Bijna tegelijker tijd schoof ergens in den kelder een luik of deur weg, en drie mannen
+stormden binnen, allen gemaskerd, die zich op Raffles wierpen, voor hij weder op de
+been kon zijn.
+</p>
+<p>De strijd was kort, maar hevig.
+</p>
+<p>Als Raffles op beide voeten had gestaan, had hij misschien wel weg geweten met drie
+aanvallers, maar nu was hij in de minderheid.
+</p>
+<p>Hij kon een paar malen zijn vuist tegen de kin van een vijand laten neerkomen, maar
+toen werd hij zelf half verdoofd door een hevigen slag tegen het hoofd, en toen hij
+zich daarvan hersteld had, waren zijn armen reeds gebonden.
+</p>
+<p>„Red je, Charly!” schreeuwde hij. „Ik beveel het je!”
+</p>
+<p>Maar al had de jonge man dit bevel willen opvolgen, dan zou hij het toch niet hebben
+kunnen doen.
+</p>
+<p>Want boven, in de deuropening, verscheen een vierde man, met een revolver in de vuist
+en er viel niet aan te denken, dat Charly, in de positie waarin hij als het ware aan
+de trap vastkleefde, met eenige kans van raken van zijn eigen wapen gebruik zou kunnen
+maken.
+</p>
+<p>Lang voor hij het had kunnen grijpen, zou de ander hem hebben kunnen neerschieten.
+</p>
+<p>En daarom deed hij het verstandigst, wat er in de gegeven omstandigheden te doen viel,
+hij liet zich op zijn beurt op den vloer vallen, en werd evenals Raffles overmand.
+</p>
+<p>De drie geheimzinnige mannen hadden hun gevangenen snel van hun wapens beroofd, en
+dwongen hen nu, door de nauwe opening in een der muren te gaan, waardoor zij zelven
+waren binnengekomen.
+</p>
+<p>Nu bevonden zij zich in een tweeden kelder, maar veel lager en kleiner dan de andere,
+en met onregelmatige wanden, hier en daar met sterke eikenhouten balken gestut.
+</p>
+<p>Dicht bij een der langste wanden stond een krachtige dynamo, en de dikke draden daarvan
+verdwenen in de zoldering.
+</p>
+<p>Behalve deze machine stond er nog een kleine keukentafel en een tweetal stoelen.
+</p>
+<p>Op de tafel lag een vel papier, bedekt met teekeningen en cijfers.
+</p>
+<p>Zelfs in den toestand waarin hij zich thans bevond, was Raffles helder genoeg van
+geest om dadelijk te zien, dat daar een keurig geteekend plan van de tunnel voor hem
+lag.
+</p>
+<p>Voor de tafel zat een breedgeschouderd man met kleine, opmerkelijk glanzende zwarte
+oogen.
+</p>
+<p>Raffles herkende hem op het eerste gezicht, het was de zoogenaamde drukker.
+</p>
+<p>De man scheen zich volstrekt niet bijzonder te verbazen over de komst van de twee
+indringers, en keek ternauwernood op van het plan, in welks beschouwing hij geheel
+verdiept was.
+</p>
+<p>De kleine kelder was zeer helder verlicht door een booglamp, die aan den zolder hing.
+</p>
+<p>„Hier zijn de mannen, chef!” zeide een der drie kerels, die zich van de twee vrienden
+hadden meester gemaakt.
+</p>
+<p>Nu wendde de man met de glanzende oogen zich met een ruk op zijn stoel om, en keek
+Raffles en Charly beurtelings onderzoekend aan.
+</p>
+<p>„Zoo, dus mijn kleine val heeft goed gewerkt, en hedennacht is er, geloof ik, kostbaar
+wild ingeloopen! Ik heb zeker het genoegen, met de eigenaars van de tunnel te spreken,
+die rechtstandig op de mijne loopt, ongeveer ter hoogte van de Baker-Street?”
+</p>
+<p>„Het genoegen is geheel aan onze zijde, mijnheer de drukker!” kwam Raffles minzaam.
+„Gij ziet, dat ik u herken, al hebt gij, daar het hier tamelijk warm is, afstand gedaan
+van de fraaie pruik, welke u tooide, toen ik voor de eerste maal tot u het woord mocht
+richten. Maar nu ik u wat nader beschouw, meen ik u van vroegere gelegenheid te herkennen!
+Indien mijn geheugen mij niet bedriegt, zijt gij lid van de Bende der Wolven, en draagt
+gij den goed <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>gekozen bijnaam „de Lynx” waarschijnlijk wegens uw fonkelenden blik!”
+</p>
+<p>De Lynx was langzaam opgestaan, en plaatste zich nu met de handen in de zijde voor
+Raffles.
+</p>
+<p>Zijn wenkbrauwen waren dreigend zamengetrokken.
+</p>
+<p>„Die man uit de provincie, dat waart gij dus? Nu, laat ik tot mijn eigen lof zeggen,
+dat ik u dadelijk gewantrouwd heb, al erken ik, dat gij voortreffelijk waart in uw
+rol! Lieden als wij moeten steeds wantrouwend zijn, begrijpt gij?”
+</p>
+<p>„Volkomen!” antwoordde Raffles rustig. „Als men een aanslag wil plegen op een instelling
+als de <span class="corr" id="xd33e853" title="Bron: Middland Bank">Midland-Bank</span>, dan is men allicht geneigd in iederen vreemdeling een afgezant van de gevreesde
+politie te zien!”
+</p>
+<p>„Gij zijt bijzonder goed op de hoogte,” bromde de Lynx tusschen de tanden, en er verscheen
+een gevaarlijk licht in zijn gitzwarte oogen. „Maar misschien zal u blijken, dat ook
+wij niet tot de domooren behooren! Ik begin nu in te zien, hoe de zaak zich heeft
+toegedragen. Gij hebt in uw eigen tunnel, welke gij zoo goed hebt weten te verdedigen,
+het gerucht van ons graafwerk gehoord, en nieuwsgierig als gij zijt uitgevallen, wellicht
+ook een weinig uit vrees, dat ons werk uw tunnel wel eens in gevaar zou kunnen brengen,
+hebt gij onderzoek gedaan naar het beginpunt van den nieuwen gang. Onze zoogenaamde
+drukkerij boezemde uw belang in en gij hebt, als een schrander man, uw gevolgtrekkingen
+gemaakt uit zekere zonderlinge zaken in die drukkerij! Gij ziet, dat ik er niet aan
+denk, er doekjes om te winden! Het zal u spoedig genoeg blijken, waarom ik zoo openhartig
+met u spreek.”
+</p>
+<p>„Ik begrijp het nu al, met lieden, die in onze macht zijn, behoeven wij geen schuilevinkje
+te spelen, denkt gij!” kwam Raffles bedaard.
+</p>
+<p>„Gij geeft werkelijk blijk van een helder doorzicht!<span id="xd33e860">”</span> riep de Lynx sarcastisch uit. „Inderdaad zijt gij niet ver bezijden de waarheid!
+Ik wil u wel zeggen, dat wij voor hedennacht uw onwelkom bezoek wachtende waren. Toen
+wij het gat in uw tunnelwand geslagen hadden, en gij dat gat afsloot met duivelsch
+harde staalplaten, toen begrepen wij, dat gij er het grootste belang bij had, het
+geheim van uw eigen gang te bewaren. Wij hebben door het gat eenige dingen gezien,
+die ons zeer verbaasden, ik behoef zeker niet nader te verklaren, wat dat geweest
+is. Gij moest er rekening mede houden, dat binnen niet al te langen tijd uw stalen
+borstwering toch zou bezwijken, en daarom, zoo redeneerden wij, kondet gij wel eens
+beproeven, hier een inval te doen! Gij zult moeten toegeven, dat die redeneering niet
+zoo dom was!”
+</p>
+<p>„Ik verklaar zelfs, dat zij uit een helderen kop afkomstig is!” kwam Raffles hoffelijk.
+</p>
+<p>De Lynx maakte een gebaar van ironische dankbetuiging, en vervolgde:
+</p>
+<p>„Wie gij zijt weet ik niet, ofschoon ik wel zekere vermoedens koester, welke ik echter
+voorloopig voor mij wensch te houden. Maar het doet er ook weinig toe, wie gij zijt.
+Voor mij is het gewichtigste uw tunnel.”
+</p>
+<p>Hij zweeg even, en wierp een loerenden blik op het gelaat van Raffles, die onbewegelijk
+tegenover hem stond.
+</p>
+<p>„Het moet wel een zeer bijzonder soort van tunnel zijn, daar gij haar zoo hardnekkig
+verdedigt!” ging de Lynx voort. „En een man, die zoo maar over een stel van de allerbeste
+staalplaten beschikt, die is zeker niet de eerste de beste! De man laat mij koud,
+tenminste voor het oogenblik, maar het geheim van de tunnel moet ik tot iederen prijs
+doorgronden! Het kan mij en mijn vereeniging van het grootste nut zijn.…”
+</p>
+<p>Hij keek Raffles onderzoekend aan, maar deze bleef zwijgen, en hij ging voort:
+</p>
+<p>„Wel, wat hebt gij hier op te antwoorden?”
+</p>
+<p>„Wat zou ik er op moeten antwoorden?” vroeg Raffles koeltjes. „Natuurlijk denk ik
+er geen seconde aan, u het geheim van een tunnel mede te deelen, welke ik juist met
+zooveel inspanning tegen uw onbescheiden blikken heb beschermd!”
+</p>
+<p>„Ah, gij weigert?” ging de Lynx voort, met een valsch lichten in zijn zwarte oogen.
+„Nu wij zullen wel zien.… Zeg mij eerst eens, waarom gij niet dadelijk de politie
+gewaarschuwd hebt, toen gij moest vreezen, dat wij dwars door uw tunnel zouden heengaan?”
+</p>
+<p>„O, gij kunt er van verzekerd zijn, dat ik dat dadelijk gedaan zou hebben, als ik
+maar eerder geweten had, in welk huis ik moest zoeken om het begin van uw tunnel te
+vinden!”
+</p>
+<p>„Maar toen wij het gat door den wand hadden geboord, toen belette toch niets u, de
+politie te gaan halen, haar in uw eigen tunnel te brengen, haar het <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>gat te laten verwijden, en langs dien kant onze gang te laten binnendringen?”
+</p>
+<p>„Ik had mijn bijzondere redenen, om dat juist niet te doen,” kwam Raffles, steeds
+even rustig.
+</p>
+<p>„Ah, daar heb ik u!” riep de Lynx triomfantelijk uit. „De politie moest er tot iederen
+prijs buiten gehouden worden, niet waar? Ik had het dus bij het goede eind, dat gij.….
+John Raffles waart!”
+</p>
+<p>„Noem mij, zooals gij verkiest!” kwam Raffles schouderophalend.
+</p>
+<p>„O, gij behoeft het niet te loochenen!” riep de Lynx toornig uit. „Er is maar één
+man in geheel Londen in staat tot zulk een werk! Wij kennen u, wij weten, wat gij
+waard zijt! Gij zijt wel is waar onze doodsvijand, zoo goed als van de Bende der Raven,
+en van het geheele Genootschap van den Gouden Sleutel, maar niemand onzer denkt er
+aan, uw ongeloofelijke schranderheid en uw stoutmoedigheid te ontkennen. Wel, hoe
+is het, wilt gij bekennen, dat gij Raffles zijt?”
+</p>
+<p>„Ik zeg u nogmaals, mijnheer de Lynx, dat het mij volkomen onverschillig is, welken
+naam gij mij verkiest te geven!” kwam Raffles ongeduldig. „Kom terzake, wat ik u verzoeken
+mag! Ik denk, dat gij binnenkort in de bank wilt inbreken, en mij zoolang wilt vasthouden
+totdat het ontdekken van uw tunnel er niet meer op aankomt, niet waar?”
+</p>
+<p>„Welzoo, denkt gij er werkelijk zoo gemakkelijk af te komen?” riep de Lynx op woesten
+toon. „Neen, mijnheer Raffles. Dan hebt gij het mis! Gij deelt ons dadelijk alles
+mede wat wij van uw tunnel willen weten, en anders ondergaat gij de straf van alle,
+die een belangrijk geheim van de Bende hebben doorgrond! Ik behoef zeker niet duidelijker
+te zijn!”
+</p>
+<p>„O neen, die moeite kunt gij u sparen,” zeide Raffles bedaard. „Ik ken uwe methodes!
+Welnu, ik blijf bij mijn weigering!”
+</p>
+<p>„Luister dan goed naar mij, John Raffles!” zeide de Lynx, en hij kwam vlak voor Raffles
+staan, die geen stap terug week. „Ik geef u volle zes uren om u te bedenken, wanneer
+die tijd verstreken is, en gij hebt mij het geheim van uw tunnel niet medegedeeld,
+dan sterft gij!”
+<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK VI.</h2>
+<h2 class="main">Bange uren.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Raffles knipte zelfs niet met de oogen, toen hij deze vreeselijke woorden hoorde.
+</p>
+<p>Hij had immers niet anders verwacht.…
+</p>
+<p>Zijn stem klonk volkomen helder en onbewogen, toen hij hernam:
+</p>
+<p>„Ik weiger! Maar, gij zult toch zeker niet zoo beestachtig wreed zijn, mijn vriend
+voor mijn weigering te laten boeten?”
+</p>
+<p>„Uw vriend zal uw lot deelen!” schreeuwde de Lynx, met een giftigen blik in zijn koolzwarte
+oogen.
+</p>
+<p><span id="xd33e899">„</span>Doe dan wat gij wilt, en ik hoop dat het u niet zal berouwen!” zeide Raffles op ernstigen
+toon.
+</p>
+<p>„Die verantwoording neem ik op mij!” zeide de Lynx hooghartig. „Het is nu twee uur,
+wanneer gij om acht uur morgenochtend niet tot andere gedachten zijt gekomen, dan
+wacht u de dood, en ik verzeker u dat wij onverbiddelijk zullen zijn! Als gij werkelijk
+John Raffles zijt, en daaraan twijfel ik geen oogenblik, dan zou de tegenwoordige
+chef van het Genootschap van den Gouden Sleutel het mij zelfs zeer kwalijk hebben
+kunnen nemen, dat ik u niet <span class="corr" id="xd33e903" title="Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</span> een kogel door het hoofd heb geschoten! Maar ik wil u een kans geven, omdat ik begrijp,
+dat de kennis van het geheim van die tunnel voor ons van het grootste gewicht is.
+Die gang zal wel naar een of andere huis loopen, waar gij gewoonlijk verblijf houdt,
+en het zou voor ons van veel belang zijn, als wij wisten, onder welken naam John Raffles
+de Londensche politie zoo fijn om den tuin leidt.”
+</p>
+<p>„Dat kan ik mij zeer goed voorstellen, maar daar ik van mijn kant zeer bepaald er
+op sta, om het geheim van die tunnel voor mij zelf te behouden, wie ik dan ook zijn
+moge, daarom zult gij het uit mijn mond niet vernemen! Gij hebt gelijk als gij zegt
+dat het van gewicht is, ik kon evengoed dadelijk een einde aan mijn leven maken, of
+mij gevangen gaan geven op Scotland-Yard. Gij moet dus inzien dat uw wachten vruchteloos
+is.”
+</p>
+<p>„Wij zullen zien!” hernam de Lynx kortaf.
+</p>
+<p>Hij wendde zich daarop tot de gemaskerde mannen, die zwijgend en met de revolver in
+de hand op dezelfde plek waren blijven staan en zeide:
+</p>
+<p>„Breng hem weder naar den grooten kelder, bindt hem goed, en laat een uwer hem bewaken.”
+</p>
+<p>„Neem mij niet kwalijk, chef,” zei een van de mannen, „ik zou er maar twee van maken
+als ik u was.”
+</p>
+<p>„En het werk in de tunnel dan?” vroeg de Lynx.
+</p>
+<p>Niemand antwoordde.
+</p>
+<p>De chef dacht nog even na en hernam toen:
+</p>
+<p>„Misschien heb je ook wel gelijk, als hij Raffles is, dan hebben wij met een gevaarlijken
+tegenstander te doen. Twee blijven dus hier om op hem te passen en de anderen gaan
+weder naar de tunnel, naar het andere einde, en stellen daar alles in het werk, om
+die stalen platen op te ruimen. Is dat geschied voordat de zes uren om zijn, misschien
+kan dat dezen man dan het leven redden, maar in het tegenovergestelde geval.….”
+</p>
+<p>De Lynx voltooide den zin niet, maar de dreigende blik in zijn oogen sprak een duidelijke
+taal, die niet misverstaan kon worden.
+</p>
+<p>Alles werd nu in gereedheid gebracht, om de beide gevangenen goed te kunnen bewaken.
+</p>
+<p>Er werden twee zware stoelen ergens uit het huis gehaald en daarop werden de beide
+gevangenen vastgebonden, hun beenen tegen de sporten, hun armen achter de leuning,
+en bovendien werden hun polsen nog te samen gebonden, met het stevigste touw.
+</p>
+<p>En daarop werden de stoelen midden in het vertrek <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>gezet, zoodat de twee bewakers voortdurend om de gevangenen heen konden loopen, teneinde
+zich te overtuigen of de touwen nog stevig vast waren.
+</p>
+<p>De Lynx had reeds al te veel gehoord van de buitengewone bekwaamheid van John Raffles
+om zich van de sterkste boeien te bevrijden.
+</p>
+<p>De chef kwam zich zelf overtuigen, dat de touwen stevig waren geknoopt, en zeide toen,
+zich tot Raffles wendende:
+</p>
+<p>„Zes uren, denk er om! Gij hebt het leven thans in uw eigen hand! In uw eigen belang
+zou ik u raden, niet al te veel op onze goedhartigheid te vertrouwen! In dergelijke
+zaken kennen wij geen medelijden, en ook al waart gij niet de man voor wien ik u aanzie<span id="xd33e928">,</span> dan zoudt gij toch sterven als gij ons verlangen niet inwilligt!”
+</p>
+<p>„Ik zeg u nog eens dat ik mijn geheim niet verraad, en als gij mij beter kende, dan
+zoudt gij weten dat ik nimmer op een eenmaal genomen besluit terug kom!”
+</p>
+<p>De Lynx haalde de schouders op, en riep uit:
+</p>
+<p>„Wij zullen eens zien of gij om acht uur even bout spreekt! Bedenk ook wel dat gij
+niet alleen u zelf maar ook uw vriend en helper het leven beneemt als gij weigert.”
+</p>
+<p>Er kwam een sombere smartelijke uitdrukking op het gelaat van den Grooten Onbekende,
+maar dadelijk liet de stem van Charly zich hooren, die vastberaden uitriep:
+</p>
+<p>„Bekommer je niet om mij, Edward! Ook ik denk er niet aan om ons geheim te verraden
+en als jij sterft, welk doel zou mijn leven dan nog hebben?”
+</p>
+<p>„Zeer aandoenlijk!” zeide de Lynx op spottenden toon. „Wij zullen wel eens zien of
+die broederlijke genegenheid stand houdt in het gezicht van den dood.”
+</p>
+<p>Hij stak beide handen in de zakken, riep den man die nog altijd met de revolver in
+de hand boven aan de trap stond en wenkte een van de drie kerels die Raffles en Charly
+overweldigd hadden.
+</p>
+<p>Zij begaven zich naar den kleinen kelder waar de dynamo stond, en de zware met ijzer
+beslagen deur viel dicht.
+</p>
+<p>De beide gevangenen bleven alleen met hunne bewakers.
+</p>
+<p>Een hunner had, voor de Lynx en de beide anderen zich verwijderden, een schakelaar
+omgedraaid, zoodat de kelder nu in een helder electrisch licht baadde, en vervolgens
+een hefboom overgehaald waardoor het boveneinde van de trap langzaam weder in zijn
+oorspronkelijken toestand kwam, waarin zij werd gehouden door een zware ijzeren bout,
+die er bij wijze van deurgrendel voorgeschoven werd.
+</p>
+<p>Raffles had het gevoel alsof hij nog nimmer zoo helder van hoofd was geweest als op
+dit oogenblik in dezen kelder en in het aangezicht van den dood, die hem toegrijnsde,
+als hij weigerde het kostbare geheim prijs te geven, dat als het ware met zijn leven
+zelf was samengeweven.
+</p>
+<p>Inderdaad, de tunnel zelve was zeker van minder belang, en haar verlies bijvoorbeeld
+door een groote instorting, zou wel ernstig, maar volstrekt niet onoverkomelijk zijn,
+maar zij leidde aan den eenen kant naar het huis van Lord William Aberdeen en het
+zou zeker niet lang duren of de bandieten zouden den geheimen toegang naar het tuinhuis
+gevonden hebben.
+</p>
+<p>Het leven van Lord Aberdeen zou bekend worden, al was het dan voorloopig maar aan
+de bendeleden, en dit zou zulk een noodlottigen invloed uitoefenen op al zijn ondernemingen,
+dat hij evengoed regelrecht naar den hoofdcommissaris van politie zou kunnen loopen.
+</p>
+<p>Als ooit werd uitgemaakt dat Lord Aberdeen en John Raffles een en dezelfde persoon
+waren, dan zou het geheele bouwwerk van zijn dubbelleven ineen storten en hij zou
+weder een geheel nieuw plan moeten opstellen, hetgeen zeker met de grootste moeilijkheden
+gepaard zou gaan.
+</p>
+<p>Maar over dit alles dacht hij slechts kort.
+</p>
+<p>Het stond voor hem vast dat hij het geheim niet zou verraden, en daarover behoefde
+hij dus in het geheel niet na te denken.
+</p>
+<p>Neen, zijn gedachten waren uitsluitend gericht op de kansen welke hij had om zich
+te bevrijden alvorens de zes uren verstreken waren.
+</p>
+<p>Hij begreep maar al te goed, dat deze kansen al bijzonder gering waren, de kelder
+was daghelder verlicht, de stoelen stonden in het midden van het vertrek, de touwen
+waren stevig en goed geknoopt, al had hij kans gezien door tijdens het binden zijn
+spieren zooveel mogelijk te spannen, zich een weinig speelruimte te verschaffen, de
+oppassers waren krachtige kerels, klaar wakker en goed gewapend, en geen enkele beweging
+hunner gevangenen zou hun ontgaan.
+<span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span></p>
+<p>Maar Raffles was er de man niet naar, om iedere hoop te laten varen.
+</p>
+<p>Integendeel, al waren de bezwaren reusachtig groot, toch was al zijn denken nu gericht
+op de mogelijkheid hier te ontsnappen.
+</p>
+<p>Charly scheen op zijn gelaat te lezen wat er in hem omging maar de stemming van den
+jongen man was veel minder opgewekt als men het zoo noemen mag, hij zag de toekomst
+zeer duister in, en hij vreesde dat deze kelder wel hun laatste verblijf zou zijn.
+</p>
+<p>Raffles liet met opzet een half uur voorbijgaan voor hij ook maar de geringste beweging
+maakte.
+</p>
+<p>Toen rekte hij zich eens uit, voor zoover dit mogelijk was, zoodat de touwen kraakten,
+maar dadelijk kwam een der wakers voor hem staan, die zich nu beiden van hun masker
+ontdaan hadden en zeide dreigend terwijl hij zijn revolver ophief:
+</p>
+<p>„Laat die grappen maar, het zou je kunnen berouwen!”
+</p>
+<p>„Gij staat het mij dus niet toe dat ik mij uitrek en zoodoende den slaap in mijn ledenmaten
+tegen ga?” vroeg Raffles op onderdanigen toon.
+</p>
+<p>„Dat zal ik niet dulden, ik heb van je gehoord, man, ik ken je duivelskunsten, je
+bent al ontelbare malen gesnapt.”
+</p>
+<p>Hij liep om den stoel heen, betastte de touwen, als vreesde hij waarlijk dat Raffles
+ze al had laten afknappen, en ging toen weder naar zijn makker, die op dezelfde plek
+was blijven staan.
+</p>
+<p>Nu bracht het beroep van Raffles mede dat hij een voortreffelijk gelaatskenner was
+en op het gezicht van dezen tweeden man zoo duidelijk als in een boek las, dat hij
+zooals men dat noemt, „liever lui dan moe” was, en bovendien vast overtuigd, dat er
+aan de ontvluchting der beide gevangenen niet te denken viel.
+</p>
+<p>Hij en zijn makker immers waren gewapend, de beide gevangenen niet, en bij de eerste
+poging om op te staan, zouden zij reeds een kogel in het hoofd hebben.
+</p>
+<p>Raffles glimlachte flauwtjes voor zich heen, en zeide in zich zelf:
+</p>
+<p>„Zelfvertrouwen is goed, mijn vriend, maar men moet het toch nooit te ver doordrijven!”
+</p>
+<p>De Groote Onbekende wierp Charly een blik toe, een zeer snellen blik, maar die den
+jongen man alles onthulde wat er op dit oogenblik in het hoofd van zijn vriend omging.
+Raffles begon nu met het vertrek zeer zorgvuldig te bestudeeren.
+</p>
+<p>Wij zeiden reeds dat er een houten trap naar beneden leidde, die ongeveer in het midden
+beweegbaar was.
+</p>
+<p>Zij telde dertig tot twee en dertig treden en liep langs den gladden zijwand van den
+kelder.
+</p>
+<p>De deur bovenaan kwam dadelijk op de trap uit zonder portaal.
+</p>
+<p>De hefboom, zooeven door een der bandieten overgehaald, bevond zich niet ver van den
+voet van de trap, en de schakelaar van het electrische licht was naast de stevige
+deur, geheel van ijzer vervaardigd, en in de grijze kleur van de steenen geschilderd,
+waardoor Raffles en Charly haar, toen zij op de trap stonden, niet aanstonds hadden
+kunnen zien.
+</p>
+<p>De kelder was ongeveer vijf meter breed en bijna zeven meter lang, en zooals gezegd,
+de beide stoelen stonden in het midden, ruim een meter van elkander.
+</p>
+<p>De bewakers liepen voortdurend heen en weder oogenschijnlijk om te voorkomen dat zij
+in slaap zouden vallen.
+</p>
+<p>Weer verliep een half uur en Raffles had reeds een paar keeren gegaapt.
+</p>
+<p>„Neem mij niet kwalijk, mijne heeren,” zeide hij, „maar het is toch zeker niet verboden
+om te rooken in dit vertrek? Er is niets zoo goed als een voortreffelijk sigaret om
+zich den tijd een weinig te korten en wakker te blijven.”
+</p>
+<p>De twee bewakers schenen elkander met een blik te raadplegen en toen antwoordde een
+hunner brommend:
+</p>
+<p>„Als gij kans ziet om te rooken, gij kunt uw gang gaan, maar ik heb geen sigaretten!”
+</p>
+<p>„Het is ook de vraag of ik uw sigaretten wel zou lusten!” riep Raffles spottend uit.
+„Wees zoo goed en haal mijn koker eens te voorschijn, hij zit in mijn binnenzak, en
+het is vreemd, maar ik kan er zelf niet bij!”
+</p>
+<p>De bewaker, dien Raffles in gedachten „De onverschillige” had genoemd trad op hem
+toe, knoopte zijn jas open, stak de hand in den binnenzak, en haalde er een fraaien,
+gouden sigarettenkoker uit.
+</p>
+<p>Hij liet een zacht fluitend geluid van bewondering hooren, wierp het kostbare voorwerp
+een paar malen omhoog, en zeide grinnikend:
+<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p>
+<p>„Ik geloof dat ik dat mooie dingetje maar confisceer! Het is zeker een erfenis, niet
+waar?”
+</p>
+<p>„Gij kunt doen wat gij verkiest, als gij mij maar eerst een sigaret geeft!” antwoordde
+Raffles schouderophalend.
+</p>
+<p>De bandiet opende het <span id="xd33e987">étui</span> en wilde er een sigaret uitnemen, maar Raffles zeide haastig:
+</p>
+<p>„Blijf er liever af met je vingers, vriend! Ik wil volstrekt niets afdingen op je
+zindelijkheid, maar de aroma van deze fijne sigaretten heeft er onder te lijden als
+zij te veel worden aangevat! Houdt mij het <span id="xd33e992">étui</span> maar voor, ik zal er met de lippen wel een uitnemen!”
+</p>
+<p>De bandiet, een weinig verbluft, gehoorzaamde, en hield Raffles het <span id="xd33e997">étui</span> zoo dicht mogelijk bij den mond, dat deze er met de lippen een sigaret uit kon nemen.
+</p>
+<p>„Nu een beetje vuur, als ik je verzoeken mag!” zeide hij.
+</p>
+<p>De bandiet haalde een lucifersdoosje uit zijn zak, streek een lucifer af, en hield
+die aan de sigaret.
+</p>
+<p>Vol welbehagen deed Raffles een paar trekjes, en de bandiet, opgetogen over de heerlijke
+lucht, riep uit:
+</p>
+<p>„Bij mijn ziel, dat is eerst een sigaret! Kom, wij zullen er ook eens den brand in
+steken!”
+</p>
+<p>Hij nam een sigaret uit den koker en had haar het volgende ooogenblik aangestoken.
+</p>
+<p>Hij kwam nu met het <span id="xd33e1008">étui</span> naar zijn makker toe en hield het hem voor, maar deze, die het geheele tooneeltje
+een weinig argwanend had gadegeslagen riep uit:
+</p>
+<p>„Ik rook de sigaretten van dien man niet!”
+</p>
+<p>„Kom, kom, hij heeft er toch zelf ook een aangestoken!” riep „de onverschillige”.
+</p>
+<p>„Wel mogelijk, maar ik vertrouw hem niet! En als ik jou een raad mag geven, Jim, dan
+gooi je dat ding dadelijk weer weg! Vooruit, doe wat ik zeg! Ik heb het niet voorzien
+op sigaretten van iemand die John Raffles heet, of kan zijn!”
+</p>
+<p>De aangesprokene die naar den naam Jim luisterde scheen de autoriteit van den ander
+te erkennen, want hij bromde binnensmonds een vloek, deed nog snel een paar lange
+halen aan de sigaret, verdraaide zijn oogen van genot, en wierp toen het rolletje
+tabak in den hoek, maar niet zonder dat hij een verliefden blik op de smeulende sigaret
+liet rusten.
+</p>
+<p>Daarop stak hij den gouden koker in zijn zak, en zeide tevreden:
+</p>
+<p>„Die zijn dan in ieder geval goed voor een volgende gelegenheid!”
+</p>
+<p>„Als ze je maar niet opbreken,” mompelde de tweede bandiet. „Ik zeg je nog eens, sigaretten
+van John Raffles, daar pas ik voor!”
+<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch7" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK VII.</h2>
+<h2 class="main">Wie het onderst uit de kan wil hebben.….</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Jim begon te lachen, een luide, rollende lach, maar die eensklaps werd afgebroken,
+afgesneden als met een mes als het ware.
+</p>
+<p>Hij bleef eensklaps als uit steen gehouwen en met starende oogen in zijn lach steken,
+bracht toen met een vaag gebaar een trillende hand aan het hoofd, rochelde eenige
+keeren alsof hij iets in de keel had dat hij niet kon wegslikken, deed een paar wankelende
+stappen.… en zakte toen in elkaar.
+</p>
+<p>Een rilling doorliep zijn lichaam en toen lag hij onbewegelijk.
+</p>
+<p>Zijn makker slaakte een waar gebrul en schreeuwde:
+</p>
+<p>„Ik heb het je wel gezegd! Die verdoemde sigaretten!”
+</p>
+<p>Hij vergat zelfs een oogenblik zijn gevangenen, knielde naast Jim neder, schudde hem
+heen en weder, wierp een blik op het gelaat, waarin de trekken eensklaps verstijfd
+schenen en op de glazige oogen, en sprong toen met een woesten vloek weder overeind.
+</p>
+<p>Een bijna bijgeloovige vrees had zich van hem meester gemaakt en hij staarde Raffles,
+die hem glimlachend aankeek, met uitpuilende oogen aan.
+</p>
+<p>Toen barstte hij uit:
+</p>
+<p>„Ik weet niet wat mij weerhoudt om er maar dadelijk een eind aan te maken! Nu is het
+wel zeker dat je John Raffles bent! Het had maar een haar gescheeld of ik had ook
+van je duivelsche sigaretten gerookt.”
+</p>
+<p>„Wel, dat was de bedoeling!” zeide Raffles langs zijn neus.
+</p>
+<p>De bandiet hief de vuist op, als om Raffles te treffen, en slechts met moeite wist
+hij zich zelf te beheerschen.
+</p>
+<p>Hij dacht een oogenblik na, bromde toen voor zich heen:
+</p>
+<p>„Ik moet telefoneeren, zij moeten mij een ander zenden! Ik durf niet alleen blijven
+met dien duivelskunstenaar!”
+</p>
+<p>Hij vloog naar de trap, en begon haar zoo vlug hij kon te beklimmen.
+</p>
+<p>Waarschijnlijk bevond de telefoon zich in een of ander vertrek van de drukkerij, of
+in de schuur.
+</p>
+<p>Raffles volgde hem met de oogen, en juist toen de bandiet de helft van de trap bereikt
+had, strekte hij zijn beenen zoo ver mogelijk, tot zijn teenen den grond raakten,
+en wierp zich met een enkelen sprong als die van een <span class="corr" id="xd33e1042" title="Bron: kangeroe">kangoeroe</span> met zijn volle gewicht vooruit, en tegen den hefboom aan den voet van de trap.…..
+</p>
+<p>Een kort gekraak liet zich hooren, het boveneinde van de trap zwaaide terug en de
+bandiet, zoo plotseling van het evenwicht beroofd, stortte van een hoogte van drie
+meter voorover op den steenen vloer van den kelder.
+</p>
+<p>De hoogte was niet groot genoeg om hem te dooden, maar hij moest toch iets gebroken
+hebben want hij bleef half verdoofd liggen.
+</p>
+<p>Zijn revolver was hem tijdens den val uit de hand gevlogen en lag ver buiten zijn
+bereik.
+</p>
+<p>Raffles verloor geen tijd maar beukte uit alle macht den stoel tegen den muur, zoodat
+het niet lang duurde of de rug en de pooten waren gebroken.
+</p>
+<p>De dikke touwen hadden nu geen houvast meer, en vielen slap langs armen en beenen
+neer.
+</p>
+<p>In een oogwenk had Raffles zich bevrijd, en snelde nu op Charly toe, die meende te
+droomen, en als versuft dit tooneeltje had gadegeslagen dat zich met ongelooflijke
+snelheid had afgespeeld.
+</p>
+<p>En het merkwaardige was dat de sigaret nog altijd tusschen de lippen van den Grooten
+Onbekende zat geklemd en hij nog even rustig rookte, alsof hij zich in <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>de conversatiezaal van de Windsor-Club had bevonden.
+</p>
+<p>Stotterend van verbazing vroeg Charly, toen hij armen en beenen weer bewegen kon:
+</p>
+<p>„Ik kan nog niet begrijpen dat het al werkelijk gebeurd is, heb je zelf in het geheel
+geen last van die sigaret?”
+</p>
+<p>„Het was de eenige goede die er bij was, mijn jongen!” antwoordde Raffles glimlachend.
+„Het gouden mondstukje is een weinig korter dan dat van de andere sigaretten en daaraan
+herken ik het terstond. Maar daarom wilde ik ook volstrekt de sigaret zelf nemen.
+Maar laten wij nu geen tijd verbeuzelen met babbelen, er valt ander werk te doen.
+Wij zullen eerst onzen vriend eens verbinden maar zoo dat hij zich niet bevrijden
+kan!”
+</p>
+<p>Hij bukte zich over den man heen, die juist uit zijn verdooving ontwaakte en zeide:
+</p>
+<p>„Ik geloof niet dat hij iets gebroken heeft!”
+</p>
+<p>„Vindt je wel dat het er veel toe doet?” vroeg Charly ironisch.
+</p>
+<p>Raffles antwoordde niet, maar greep het touw waarmede hij zelf was gebonden geweest
+en een oogenblik later was de bandiet zoodanig gekneveld dat hij in den letterlijken
+zin van het woord geen lid kon verroeren.
+</p>
+<p>Hij werd naar een hoek van het vertrek gedragen en daar neergelegd.
+</p>
+<p>De man was weder volkomen bij kennis en keek Raffles aan met twee oogen die van haat
+en machteloos woede gloeiden.
+</p>
+<p>„Ja vriend!” zeide Raffles op wijsgeerigen toon, „dat men den morgen nooit moet prijzen
+voor den nacht, om een bekend spreekwoord naar omstandigheden te wijzigen. Over je
+metgezel behoef je je niet ongerust te maken, hij is springlevend en alleen maar bewusteloos
+en dat zal hij de eerste twaalf uren wel blijven. Mijn sigaretten zijn zeer krachtig.
+En nu zal ik je gedurende eenigen tijd tot mijn spijt moeten verlaten want dringende
+bezigheden roepen mij elders!”
+</p>
+<p>Hij ging de revolver opzoeken, onderzocht het wapen nauwkeurig en kwam tot de ontdekking
+dat het gelukkig door den val niet geleden had.
+</p>
+<p>Charly wapende zich met het automatische repeteerpistool van den bewusteloozen bandiet,
+en keek Raffles vol afwachting aan.
+</p>
+<p>„Nu maken wij zeker dadelijk dat wij wegkomen?”
+</p>
+<p>„Ja, mijn jongen, wij gaan naar huis.”
+</p>
+<p>Gelukkig riep Charly uit: „Ik had, eerlijk gezegd, gedacht, dat je het avontuur nog
+verder had willen voortzetten.”
+</p>
+<p>„Wel, ik ben ook niet anders van plan,” hernam Raffles droogjes. „Want ik wil wel
+naar huis, maar langs een anderen weg dan dien wij gekomen zijn.”
+</p>
+<p>„Hoe dan wel?”
+</p>
+<p>„Door de tunnel, welke de bandieten gegraven hebben.”
+</p>
+<p>„Maar dat staat gelijk met zelfmoord!” riep Charly verschrikt uit. „Wie weet hoeveel
+van die kerels wij daar wel vinden!”
+</p>
+<p>„Het kunnen er zooveel niet zijn, want in een onderaardschen gang, zoo als zij er
+een graven, kunnen onmogelijk meer dan vier man tegelijk vertoeven, en waarschijnlijk
+vinden wij er niet meer dan drie. Maar al waren het er zes, wij hebben het voordeel
+van de verrassing. Kom spoedig mede!”
+</p>
+<p>Raffles trad op de ijzeren deur toe, en het duurde niet lang, of hij had de wijze
+ontdekt, waarop zij geopend moest worden.
+</p>
+<p>Hij knikte nog eens naar den gebonden bandiet die onbeweeglijk en met giftigen blik
+naar hem keek, en daarop traden de beide vrienden den tweeden, kleinen kelder binnen,
+na zich eerst te hebben overtuigd dat hun lantaarns nog goed werkten.
+</p>
+<p>Een eenvoudige houten deur, van goede planken vervaardigd, bleek het begin van de
+tunnel af te sluiten.
+</p>
+<p>De gang had een ovalen vorm, en de grootste doorsnede was omstreeks één meter tachtig,
+de kleinste één meter vijftig.
+</p>
+<p>Op geregelde afstanden was de tunnel geschoord en op den eersten blik zag Raffles
+dat hier een zeer kundig ingenieur aan het werk was geweest.
+</p>
+<p>De tunnel was volkomen recht, overal even hoog en breed en op zwakke plaatsen met
+metselsteenen versterkt.
+</p>
+<p>De schoren bestonden uit dikke palen van eikenhout, zoo dik als een heipaal, en schuin
+gesteld, zoodat zij het gewicht van het verwulf konden dragen.
+</p>
+<p>En nauwelijks waren de twee vrienden een twintigtal meter in de tunnel door gedrongen
+of zij zagen heel in de verte een flauw schijnsel.
+</p>
+<p>Dadelijk doofden zij het licht van hun eigen lantaarns en gingen op den tast verder.
+<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p>
+<p>Aan weerszijden van de tunnel liepen de electrische draden van de boormachine, welke
+zich aan de uiteinden van de onderaardsche gang moest bevinden, en waarmede de tunnelgravers
+den harden bodem hadden aangetast, om dien vervolgens met schop en houweel verder
+te verwijderen.
+</p>
+<p>Waar de uitgegraven aarde gebleven was, begreep Raffles niet. Maar, waarschijnlijk
+had men die in een andere schuur opgehoopt.
+</p>
+<p>Bij iederen stap werd het schijnsel helderder, en na ongeveer vijftig meter te zijn
+voortgegaan konden de beide mannen de vage gedaanten zien van eenige lieden, die druk
+bezig waren aan het andere einde van de tunnel.
+</p>
+<p>Maar de boormachine zweeg, wier gonzend geluid hun het eerst op het spoor van de tunnelgravers
+had gebracht.
+</p>
+<p>Wel klonken de regelmatige slagen van twee of drie houweelen op den harden grond.
+</p>
+<p>Blijkbaar waren de bandieten bezig het gat te vergrooten in den tusschenwand, teneinde
+des te gemakkelijker de stalen platen voor de opening op zijde te kunnen schuiven.
+</p>
+<p>Raffles en Charly hadden zich plat voorover geworpen en kropen voort, de revolvers
+in de vuisten geklemd.
+</p>
+<p>Charly trok het touw achter zich aan, waarmede hij gebonden was geweest en dat men
+misschien aanstonds noodig zou kunnen hebben.
+</p>
+<p>Nog een twintig meter, en toen konden Raffles en Charly reeds duidelijk onderscheiden
+wat er daarginds geschiedde.
+</p>
+<p>Er waren daar drie mannen, hoogstwaarschijnlijk de Lynx met de twee bandieten, die
+hem vergezeld hadden.
+</p>
+<p>Twee hunner waren bezig met houweelen uit alle macht de rotsharde aarde aan te tasten,
+terwijl de derde het werk leidde, en een zeer groote electrische lantaarn in de hand
+hield, waarmede hij de beide arbeiders belichtte.
+</p>
+<p>Zoo sterk was het licht, dat Raffles duidelijk kon zien, dat de opening in den wand
+sedert dien morgen zeer veel grooter was geworden.
+</p>
+<p>Zij was bijna vier decimeter hoog en zeven decimeter breed, en daar achter was zeer
+duidelijk het zwakke geglim van het schild van nikkelstaal te zien.
+</p>
+<p>Links stond de boormachine, die thans buiten gebruik was gesteld, daar zij de stalen
+schilden toch niet zou kunnen bewerken.
+</p>
+<p>Het zou zeker geen uur meer duren, of de geheele opening zou vrij gemaakt, en dan
+zou het zeker heel wat gemakkelijker vallen, de stalen platen omver te werpen, of
+ter zijde te schuiven.
+</p>
+<p>En als ook dit mislukte, zouden de bandieten wel eens kunnen pogen, de staalschilden
+met behulp van een zuurstofvlam te vernielen, en zoo in de tunnel door te dringen,
+die zoo zeer hun nieuwsgierigheid had gaande gemaakt.
+</p>
+<p>Maar voor het oogenblik was daar geen vrees voor.
+</p>
+<p>Het werk vorderde langzaam en telkens vlogen er kleine stukjes van den rotsharden
+grond.
+</p>
+<p>Nu en dan liet de Lynx het werk ophouden, en beschouwde de opening en de staalplaat
+daar achter.
+</p>
+<p>En toen, voor Raffles en Charly er goed en wel op verdacht waren, spoot er als het
+ware een verblindend witte straal tegen de staalplaat.
+</p>
+<p>De bankroovers hadden hun zuurstofapparaat reeds in werking gebracht.
+</p>
+<p>Zij droegen alle drie brillen met zwart gemaakte glazen, waardoor zij ongestraft in
+het vreeselijke wit van de vlam konden kijken.
+</p>
+<p>Maar Raffles en Charly hadden ongewapende oogen en konden zelfs op dien afstand den
+helschen gloed ternauwernood verdragen.
+</p>
+<p>Er viel ook niet aan te denken, behoorlijk te mikken tegen dit verblindend licht in.
+</p>
+<p>Zij kropen zoo snel zij konden weder een twintig meters achteruit, en van deze plek
+konden zij nog zeer goed zien, wat er daarginds vooraan in de tunnel voorviel, zonder
+gevaar te loopen, hun oogen onherroepelijk te bederven.
+</p>
+<p>Van de drie bandieten was nu niets meer te zien.
+</p>
+<p>Zij hadden zich waarschijnlijk plat op den buik geworpen, om zoo weinig mogelijk last
+te hebben van het schelwitte licht, van een witheid, door niets te overtreffen, en
+waarbij zelfs de schittering van een sterke electrische booglamp in het niet zonk.
+</p>
+<p>Er verliepen bijna twee uren.
+</p>
+<p>Het gat was nu zeker bijna zoo diep, dat alle drie de platen waren doorgesmolten.
+</p>
+<p>En toen geschiedde er iets, waarop de twee mannen ook al niet gerekend hadden.
+</p>
+<p>De Lynx zond een van zijn mannen terug, zeker om eens te gaan zien, of de gevangenen
+zich nog niet bedacht hadden!
+<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p>
+<p>Als zij bleven waar zij waren, dan zouden zij zeker gezien worden, want de tunnel
+bood hier volstrekt geen schuilplaats, en de man, die terugkeerde was voorzien van
+een kleinen zaklantaarn.
+</p>
+<p>Maar hier viel niet te aarzelen, zij moesten beginnen met te retireeren, tot zij althans
+buiten het gehoor van de twee achtergebleven bandieten waren.
+</p>
+<p>Raffles en Charly kropen dus als bij onderlinge afspraak, zonder dat het noodig was
+geweest, een enkel woord te wisselen, achteruit, op handen en voeten, en nu en dan
+omziende om zich te overtuigen, dat zij buiten het lichtschijnsel van de lantaarn
+bleven.
+</p>
+<p>Zij waren den man minstens vijftig meter vooruit, en hij kon hen onmogelijk zien.
+</p>
+<p>En toen ontfermde het lot zich over hen, zij vonden een plek, waar de tunnel eensklaps
+een weinig breeder werd, misschien had hier een aardinstorting plaats gehad, of was
+deze soort nis met opzet gemaakt, teneinde er gereedschappen of machineonderdeelen
+te kunnen bewaren.
+</p>
+<p>Deze kleine uitholling was echter nauwelijks groot genoeg, om een enkel persoon te
+kunnen bevatten.
+</p>
+<p>Raffles boog zich naar Charly over en fluisterde hem in:
+</p>
+<p>„Ga jij nog een tiental meters verder, ik blijf hier, en zal den kerel ten val brengen,
+dan keer je dadelijk weer terug, en helpt hem onschadelijk maken!”
+</p>
+<p>Charly knikte en ging verder, terwijl Raffles zich zoo klein mogelijk maakte, en zich
+tegen den achterwand van de nis drukte.
+</p>
+<p>Vijf minuten later kwam de bankroover voorbij, of liever, hij wilde voorbij gaan,
+want zoover kwam het niet.
+</p>
+<p>Raffles had zich bliksemsnel gebukt en den kerel bij het onderbeen gevat.
+</p>
+<p>De man struikelde en had zelfs niet den tijd voor een vloek.
+</p>
+<p>Want dadelijk wierp Raffles zich op hem, en toen ook Charly op het gerucht van den
+val terug kwam ijlen, was zijn lot spoedig beslist.
+</p>
+<p>Hij werd nu stevig gebonden, zoodat hij zich niet verroeren kon, en ook geen geluid
+kon maken.
+</p>
+<p>Dat was dus een derde van de vijandelijke legermacht verslagen.
+</p>
+<p>De rest zou kinderspel zijn!
+</p>
+<p>Juist op dat oogenblik hoorden de beide mannen een dof gekraak aan het uiteinde van
+de tunnel.
+</p>
+<p>Zij snelden terug zoo vlug zij konden en de gesteldheid van de tunnel het hun <span class="corr" id="xd33e1146" title="Bron: veroorloofden">veroorloofde</span>.
+</p>
+<p>Het verblindend witte licht was nu verdwenen.
+</p>
+<p>Alleen de twee lantaarns verspreidden hun licht.
+</p>
+<p>Blijkbaar was zooeven de arbeid met de steekvlam geëindigd.
+</p>
+<p>Er was nog meer gebeurd.
+</p>
+<p>Door de opening in de drie stalen schilden, ongeveer zuiver rond, en bijna twee decimeter
+in doorsnede, hadden de twee bandieten de stukken van de spoorstaaf met behulp van
+een ijzeren haak kunnen wegduwen.
+</p>
+<p>En daarna hadden zij, uit alle macht zich inspannend, de stalen schilden één voor
+één omver kunnen werpen.
+</p>
+<p>De opening was nu vrij!
+</p>
+<p>Een der bandieten stak er een arm gewapend met een lantaarn door, zeker om de tunnel,
+die nu open voor hen lag, te belichten.
+</p>
+<p>Dat was zijn ongeluk.…
+</p>
+<p>Want Raffles en Charly zagen op hetzelfde oogenblik iets eigenaardigs gebeuren.
+</p>
+<p>De man met de lantaarn verdween onder het slaken van een luiden vloek, en zoo vlug,
+of hij door toovenaarshanden werd weggesleurd!
+</p>
+<p>„Dat moet Henderson zijn!” kwam Raffles glimlachend, terwijl Charly moeite had een
+schaterlach te onderdrukken, zoo snel en zonder omslag was de bankroover uit het oog
+verdwenen.
+</p>
+<p>„Kom vlug, Charly, voor mijnheer de Lynx zijn makker ter hulp kan snellen!”
+</p>
+<p>De twee vrienden ijlden naar de opening, en onder het loopen gaf Raffles het waarschuwingssein,
+voor Henderson bestemd, die zooeven zoo handig zijn tegenstander door de opening had
+getrokken, met niet meer omslag dan men gebruikt om een sardiene uit het blikje te
+nemen.
+</p>
+<p>Op het hooren van het sein keerde de Lynx zich om, en slaakte een gebrul van woede,
+toen hij zijn gevangenen herkende.
+</p>
+<p>Hij bracht de hand naar zijn zak, maar hij was wat te langzaam.… reeds was Raffles
+bij hem en sloeg hem door een op de goede plek aangebrachten vuistslag neer.
+</p>
+<p>In een handomdraaien was de schurk gebonden en machteloos gemaakt.
+<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span></p>
+<p>Hij kwam juist weer bij, toen dit geschied was.
+</p>
+<p>„Ja, vriend Lynx, zoo gaat het nu eenmaal in de wereld,” zeide Raffles glimlachend,
+„heden ik, morgen gij! Maar vandaag zijt gij het in ieder geval, naar ik geloof!”
+</p>
+<p>Henderson stak op dit oogenblik zijn groot hoofd door de opening, en zeide leukweg:
+</p>
+<p>„Alles <span lang="en">all right</span>, mijnheer! Bij u ook, hoop ik?”
+</p>
+<p>„Alles in de beste orde, James!” antwoordde Charly lachend. „Steek dien kerel maar
+weer door het gat, waar je hem zoo handig gevangen hebt!”
+</p>
+<p>Even later kwam er een soort mummie door de opening, aangereikt door den reus.
+</p>
+<p>De man was zoo stijf gebonden, dat hij letterlijk geen vingerlid kon verroeren.
+</p>
+<p>„Zoo, daar hebben wij de verzameling compleet!” kwam Raffles tevreden. „Nu nog het
+vrachtje naar het huis in de Baker-Street vervoerd, en tijdelijk in den kelder neergelegd,
+in afwachting van de komst der politie, maar voor dien tijd staat ons een zware arbeid
+te wachten, vrienden!”
+</p>
+<p>„Wat wil je doen?” vroeg Charly nieuwsgierig.
+</p>
+<p>„Vraag je dat nog? Natuurlijk wil ik de tunnel van die lieden voor de grootste helft
+vernielen, en doen instorten! Want om zich te wreken zullen zij natuurlijk verraden
+wat zij gevonden en gezien hebben en dan was alle moeite toch vruchteloos geweest!
+En daarom zullen wij eerst hun tunnel voor een deel vernielen, vervolgens zullen wij
+een laag beton hier op deze plek aanbrengen, een vijftal meter dik, en tenslotte zullen
+wij onze eigen tunnel een andere richting geven, op deze plek! En al dien tijd zullen
+de heeren onze gasten zijn, wel bewaakt, natuurlijk! De bankroof zullen zij mijnentwege
+later nog eens kunnen beproeven, maar dan niet ten koste van John Raffles!”
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first center">De volgende aflevering (No. 346) bevat.
+</p>
+<p class="center xxl">DE VERZONKEN STAD.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<table role="presentation">
+<tr id="ch1.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">I. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">Het gerucht onder den grond.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch2.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">II. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">Het geluid komt nader.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">5</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch3.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">III. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Een gevaarlijke verwikkeling.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">9</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch4.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">IV. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">De overval.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">15</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch5.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">V. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">In de handen der bankroovers.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">20</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch6.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">VI. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">Bange uren.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">24</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch7.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">VII. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">Wie het onderst uit de kan wil hebben.….</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">28</a></td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<div class="transcriberNote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
+zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
+dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2026-05-10 Begonnen.
+</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende 45 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctionTable">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+<th>Bewerkingsafstand</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e123">1</a>, <a class="pageref" href="#xd33e928">25</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e136">1</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Regentstreet</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Regent-Street</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e157">2</a>, <a class="pageref" href="#xd33e166">2</a>, <a class="pageref" href="#xd33e211">3</a>, <a class="pageref" href="#xd33e262">4</a>, <a class="pageref" href="#xd33e278">5</a>, <a class="pageref" href="#xd33e298">6</a>, <a class="pageref" href="#xd33e362">7</a>, <a class="pageref" href="#xd33e431">9</a>, <a class="pageref" href="#xd33e714">17</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Grossvenor-Street</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Grosvenor-Street</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e198">3</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Naastd eze</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Naast deze</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e234">4</a>, <a class="pageref" href="#xd33e315">6</a>, <a class="pageref" href="#xd33e393">8</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e244">4</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">hetzelde</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">hetzelfde</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e256">4</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eenigzins</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eenigszins</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e305">6</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">asfalt</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">asphalt</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e325">6</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">En</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Een</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e436">10</a>, <a class="pageref" href="#xd33e546">12</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">kelner</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">kellner</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e484">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">engros</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">en gros</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e497">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e514">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Midland Bank</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Midland-Bank</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e584">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">knipoogde</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">knipoogden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e590">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">verspinteren</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">versplinteren</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e595">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">reed s</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">reeds</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e600">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">ontdekte</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">ontdekten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e644">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">dem</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">den</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e660">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">pantser platen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">pantserplaten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e666">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e688">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">aange-getast</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">aangetast</td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e700">17</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Middland-Bank</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Midland-Bank</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e764">19</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zichbaar</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zichtbaar</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e853">22</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Middland Bank</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Midland-Bank</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e860">22</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">’</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e899">24</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">„</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e903">24</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">onmiddelijk</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">onmiddellijk</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e987">27</a>, <a class="pageref" href="#xd33e992">27</a>, <a class="pageref" href="#xd33e997">27</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1008">27</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">etui</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">étui</td>
+<td class="bottom">1 / 0</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1042">28</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">kangeroe</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">kangoeroe</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1146">31</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">veroorloofden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">veroorloofde</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78683 ***</div>
+</body>
+</html>
diff --git a/78683-h/images/lordlister0345-front.jpg b/78683-h/images/lordlister0345-front.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ad8054a
--- /dev/null
+++ b/78683-h/images/lordlister0345-front.jpg
Binary files differ
diff --git a/78683-h/images/p0345-01.png b/78683-h/images/p0345-01.png
new file mode 100644
index 0000000..17bb3f3
--- /dev/null
+++ b/78683-h/images/p0345-01.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6c72794
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This book, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..d37f832
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for eBook #78683
+(https://www.gutenberg.org/ebooks/78683)