summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorwww-data <www-data@mail.pglaf.org>2026-05-14 07:52:49 -0700
committerwww-data <www-data@mail.pglaf.org>2026-05-14 07:52:49 -0700
commitf0aa6f830fdbb19c915c4495f82af7284386fdf0 (patch)
treec92d3708ca0e99c72718779e4aa407e45d90bc57
Initial commit of ebook 78680 filesHEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--78680-0.txt3313
-rw-r--r--78680-h/78680-h.htm4523
-rw-r--r--78680-h/images/lordlister.pngbin0 -> 36856 bytes
-rw-r--r--78680-h/images/lordlister0046-front.jpgbin0 -> 99601 bytes
-rw-r--r--78680-h/images/p0046-01.pngbin0 -> 16886 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
8 files changed, 7852 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/78680-0.txt b/78680-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..987d854
--- /dev/null
+++ b/78680-0.txt
@@ -0,0 +1,3313 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78680 ***
+
+
+
+
+ LORD LISTER
+ GENAAMD RAFFLES
+ DE GROOTE ONBEKENDE.
+
+ NO. 46 VEREENIGING TER BEVORDERING DER GOEDE ZEDEN.
+
+
+
+
+
+
+
+
+VEREENIGING TER BEVORDERING DER GOEDE ZEDEN
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+BAXTER WORDT PRESIDENT.
+
+
+De inspecteur van politie Baxter van Scotland Yard, de almachtige chef
+van de Londensche recherche, was zeer ontstemd op zijn bureau gekomen
+en ergerde zich, omdat zijn secretaris Marholm, of zooals de Londensche
+misdadigers hem noemden, de Vloo, niet aanwezig was.
+
+Zelfs het genot van zijn pijpje kon hem niet in de goede stemming
+terugbrengen.
+
+Onmiddellijk drukte Baxter op het knopje van de electrische bel op zijn
+schrijftafel, waarop uit het aangrenzende vertrek een der dienstdoende
+agenten binnentrad.
+
+„Waar is secretaris Marholm?” snauwde Baxter hem toe.
+
+Het antwoord luidde:
+
+„Secretaris Marholm heeft een brief gezonden, die op de schrijftafel
+van den inspecteur ligt”.
+
+Terwijl de politieagent nog wachtte, opende Baxter den brief en las:
+
+
+ „Waarde inspecteur!
+
+ De vorige week zijt gij drie dagen ziek geweest en ik moest toen uw
+ dienst alleen waarnemen. Daar het vandaag ook zulk prachtig weer
+ is, neem ik de vrijheid, eveneens ziek te zijn en verzoek u mijn
+ werk er bij te willen doen. Met beste groeten.
+
+ Marholm.”
+
+
+Een oogenblik staarde Baxter onafgewend naar den brief.
+
+Daarop barstte hij los:
+
+„Een dergelijke onbeschaamdheid heb ik nog nooit beleefd. Deze
+brutaliteit overtreft alles! Daarenboven ligt er hier een hoop werk
+voor hem. Dat zou hij wel willen, dat ik ging zitten om zijn werk te
+doen!
+
+„De duivel hale dien kerel, ik zou graag een anderen secretaris willen
+hebben, maar helaas — —”
+
+Hij zuchtte woedend.
+
+„Ik kan onder die domme beambten geen enkelen vinden, die in staat is
+een acte te schrijven, die leesbaar is en zonder taalfouten.”
+
+„Met woest rollende oogen wendde hij zich tot den bij de deur staanden
+politieagent:
+
+„Zend onmiddellijk mijn secretaris naar het bureau!”
+
+„Tot uw dienst, inspecteur!” klonk het terug.
+
+Baxter ging nu aan zijn schrijftafel zitten en begon de ingekomen
+stukken te lezen.
+
+De tweede brief, dien hij opende, droeg het gedrukte opschrift:
+
+
+ „Vereeniging ter bevordering der goede zeden.
+
+ Geachte heer!
+
+ Ondergeteekende, president Sir Edwin Harper, heeft de eer u te
+ verzoeken, tweede voorzitter te worden van de Vereeniging ter
+ bevordering der goede zeden in Engeland.
+
+ Zooals u waarschijnlijk bekend is, staat onze Vereeniging onder
+ bescherming van Z. K. H. den hertog van Norfolk.
+
+ Onder zijn voorzitterschap heeft aanstaanden Donderdag een
+ feestmaal plaats ter viering van het tienjarig bestaan, in hotel
+ Cecilia.
+
+ De president is zoo vrij, u tot dezen feestmaaltijd uit te noodigen
+ en verzoekt u op de bijeenkomst den hertog van Norfolk te willen
+ mededeelen, dat gij het tweede voorzitterschap aanvaardt.
+
+ Een eeretoelage van 500 pond sterling per jaar is aan deze
+ betrekking verbonden, ten einde de onkosten te dekken, welke de
+ werkzaamheden medebrengen.
+
+ Op voorstel van verschillende onzer leden is de keus op u gevallen
+ voor het vervullen van deze betrekking en het zou ons verheugen,
+ een toestemmende beslissing te mogen vernemen.
+
+ De president
+ Edwin Harper.”
+
+
+De misnoegde uitdrukking was van het gelaat van den inspecteur
+verdwenen.
+
+Zijn ijdelheid was door dit aanbod in de hoogste mate gestreeld en
+zacht mompelde hij:
+
+„Natuurlijk neem ik dat aan! Ik zou wel dwaas zijn, als ik het afsloeg!
+Men moet altijd trachten, relaties te krijgen met menschen, die hooger
+staan dan wijzelf en de hertog van Norfolk is, voor zoover ik weet, een
+intiem vriend van den koning. Ik zal den president onmiddellijk
+antwoorden. — —
+
+„Marholm!”
+
+Hij keek paar de ledige plaats van zijn secretaris en had geheel
+vergeten, dat deze niet aanwezig was! Hij keek weer ontstemd en
+vloekte:
+
+„Het is eenvoudig ongelooflijk. Altijd als men dien man noodig heeft,
+is hij er niet.
+
+„De duivel moge hem halen!
+
+„Er zal mij niets anders overblijven dan den president zelf te
+schrijven.”
+
+Hij nam een vel papier, doopte zijn pen in en dacht na.
+
+Na eenige minuten begon hij:
+
+
+ „Hooggeachte heer president!”
+
+
+Verder kwam hij niet.
+
+„Als ik nu maar wist, of de president dit kan lezen. Het is echter mijn
+schuld niet, maar die van mijn leeraren, die het mij niet beter hebben
+geleerd.
+
+„Ik betwijfel werkelijk, of iemand het zal kunnen lezen,” mompelde hij
+nadenkend. „Ik zal het nog eens probeeren!”
+
+Hij nam een ander velletje en begon opnieuw, zorgvuldig de pen
+hanteerend:
+
+
+ „Hooggeachte heer president!”
+
+
+Daarop vergeleek hij de beide stukken met elkaar en bekeek ze op
+eenigen afstand.
+
+Geen der twee vond hij goed genoeg en beide zoo onleesbaar, dat alleen
+hij, die het had geschreven, het lezen kon.
+
+Het waren merkwaardig onduidelijke letters, die hem toegrijnsden.
+
+Opnieuw begon hij op Marholm te vloeken, daarop nam hij, om zijn woede
+te luchten, de beide velletjes papier, kneep ze in elkaar en slingerde
+ze in de papiermand.
+
+Op dit oogenblik werd de deur geopend en de vurig verlangde Marholm
+trad met een glimlach op het gelaat de kamer binnen.
+
+„Goeden morgen, inspecteur”, riep hij, „wat is er aan de hand?”
+
+„Voor den duivel, Sir!” schreeuwde Baxter, „wat bezielt je eigenlijk?
+Ik ben verbaasd over zooveel brutaliteit, hoe durf je het wagen?”
+
+„Ik ben ziek,” antwoordde de Vloo, steeds vroolijk glimlachend.
+
+„Ziek? Zijt gij ziek? Gij straalt van gezondheid en lacht zoo vroolijk,
+alsof gij van het een of andere prettige feestje kwaamt. Welke ziekte
+hebt gij? Wilt gij mij dat eens opgeven?”
+
+„Jawel,” antwoordde Marholm lachend, „ik heb rheumatiek!”
+
+„Rheumatiek?” vroeg Baxter. „Al hadt gij dat, dan zou dat nog geen
+reden zijn om uit het bureau weg te blijven.”
+
+„Natuurlijk,” antwoordde de secretaris, „ik ben niet in staat om dienst
+te doen.”
+
+„Hoor eens,” schreeuwde de inspecteur, „als alle menschen, die
+rheumatiek hebben, zoo flink op hun beenen staan als gij, dan zou ik
+die kwaal wel willen hebben.”
+
+„Wie zegt u, dat mijn knieën niet knikken?” vroeg de Vloo.
+
+„Waar hebt u pijn?”
+
+„In den arm!”
+
+„In welken? Toch niet in den rechter?”
+
+„Ik had nooit gedacht, dat gij zoo goed zoudt kunnen raden,” lachte
+Marholm.
+
+Baxter sloeg met zijn vuist op de schrijftafel.
+
+„Gij wilt mij zenuwachtig maken, man, gij liegt natuurlijk!”
+
+„Volstrekt niet,” klonk het op drogen toon. „Ik kan geen pen
+vasthouden. Ik kan mijn eigen naam niet eens zetten!”
+
+„Een mooie toestand!” kermde Baxter, „maar—” zijn gelaat helderde
+plotseling op— —
+
+Hij ging naar Marholm toe en hield hem, zooals hij dat gewend was, bij
+een van zijn jasknoopen vast.
+
+„Luister eens, Marholm,” sprak hij, terwijl hij den knoop begon rond te
+draaien.
+
+„Ja, ik luister,” antwoordde de Vloo, „maar ik verzoek u vriendelijk,
+mijn knoop te laten zitten!”
+
+„Gij zijt een slecht mensch,” sprak Baxter, „ik heb u op bedrog
+betrapt!”
+
+„Nonsens!” riep de secretaris uit. „Ik zal er niet invliegen. Gij wilt
+zeker probeeren, mij beet te nemen.”
+
+„En toch is het waar?”
+
+De Vloo keek ongeloovig en haalde de schouders op.
+
+„Wilt gij mij eens verklaren,” vervolgde de inspecteur, „als gij
+rheumatiek in den rechterarm hebt en geen pen kunt hanteeren, wie dan
+hedenmorgen dien brief voor u heeft geschreven?”
+
+„Wel, ikzelf natuurlijk,” antwoordde de secretaris.
+
+„Allright,” knikte Baxter, „en gij wilt mij wijsmaken, dat gij
+rheumatiek in den rechterarm hebt? Neen, mijn waarde heer! Wie zulke
+brieven kan schrijven, lijdt daar niet aan. Neem nu aan de schrijftafel
+plaats en schrijf, wat ik u zal dicteeren.”
+
+„Onmogelijk,” antwoordde de secretaris hoofdschuddend. „Toen ik den
+brief schreef, had ik nog geen rheumatiek, maar een zeker geprikkel in
+de vingertoppen voorspelde mij, dat ik het zou krijgen en dat is
+uitgekomen ook!”
+
+„Gij zijt onverbeterlijk!”
+
+Deze woorden warden met groote zelfbeheersching uitgesproken want de
+chef van Scotland Yard spande zich in om niet woedend te worden, omdat
+hij brandde van verlangen om den brief aan den president te dicteeren.
+
+„Maar,” vervolgde hij. „Misschien staat uw ziekte u toe, een klein
+briefje voor mij te beantwoorden. Lees eens, welk schrijven ik
+ontving.”
+
+Hij overhandigde Marholm den brief en terwijl deze las, stak hij een
+sigaar op. Zoodoende kon hij het vroolijke lachje niet zien, dat bij
+het lezen van den brief om den mond van de Vloo speelde.
+
+Marholm legde den brief neer en trok zijn overjas uit.
+
+Toen Baxter dat zag, kwam een zucht van verlichting over zijn lippen.
+
+„Als gij werkelijk rheumatiek hebt, mijn beste Marholm,” sprak hij op
+vaderlijk bezorgden toon, „dan verzoek ik je om, nadat je dezen brief
+hebt geschreven, weer naar huis te gaan. Gij kunt dan morgen wel
+inhalen, wat er vandaag te doen was.
+
+„Ik weet uit eigen ervaring, hoe men onder die ziekte kan lijden.
+
+„Dus, zooals afgesproken, gij zult den brief voor mij schrijven,
+nietwaar?”
+
+„Als gij het wilt aannemen, ben ik er gaarne toe bereid.”
+
+Marholm sprak op een eigenaardigen, ironischen toon, maar Baxter merkte
+het niet. Hij zette zijn borst vooruit en begon te dicteeren:
+
+
+ „Hooggeachte heer president!
+
+ Uw aanbod om het tweede voorzitterschap der Vereeniging ter
+ bevordering der goede zeden aan te nemen, is mij een buitengewone
+ eer.
+
+ Ik ben gaarne bereid erop in te gaan. Niet alleen ter wille van het
+ aangename gezelschap en de relatie met mannen uit de hoogste
+ kringen, welke deze positie meebrengt, maar vóór alles, omdat ik
+ zelf sinds jaren een ijverig voorstander ben van deugd en
+ zedelijkheid.”
+
+
+— —„Au!”— —riep Marholm op luiden toon, zoodat zijn chef verbaasd
+opkeek.
+
+„Wat is er?” vroeg Baxter verschrikt.
+
+„Mijn rheumatiek werd veel erger, inspecteur en ik heb op deugd en
+zedelijkheid een groote inktvlek laten vallen. Nu moet ik den brief nog
+eens schrijven!”
+
+„Wees toch voorzichtig,” sprak de inspecteur. „Gooi geen vlekken op
+deugd en zedelijkheid. Hebt gij nog zoo’n pijn, wacht dan liever even—
+—Maar—waarom lacht gij eigenlijk?”
+
+„Dat doe ik om mijn pijn te verbijten,” antwoordde Marholm.
+
+„Wacht dus een oogenblik, inspecteur, totdat ik den brief
+overgeschreven heb.”
+
+Na eenige minuten, terwijl Baxter nieuwsgierig toekeek, of de brief
+niet weer door inktvlekken bezoedeld werd, had de secretaris den
+laatsten zin geschreven, waarna hij op het verdere wachtte.
+
+Zijn chef kuchte en begon verder te dicteeren:
+
+„Met alle kracht doe ik mijn best om de onzedelijkheid in Londen uit te
+roeien!”— — —
+
+„Ha, ha, ha, ha, ha,” klonk het van Marholms lippen, zoodat Baxter
+verbaasd uitriep:
+
+„Mijn hemel, wat hebt gij toch!”
+
+„Ha, ha, ha, ha”, lachte Marholm, „o, inspecteur, die vervloekte
+rheumatiek......”
+
+„Maak mij toch niet zoo verschrikt! Roep dan liever: Au!”
+
+„Dat gaat niet!” antwoordde de Vloo. „Als ik „au!” roep, dan maak ik
+weer kladden!”
+
+„Nu—verder!” sprak Baxter, hoofdschuddend.
+
+
+ „Ik zal Donderdag gedurende het diner in hotel Cecilia de eer
+ hebben, persoonlijk met u kennis te maken en verblijf hoogachtend
+
+ Baxter,
+
+ Inspecteur van politie, chef van het hoofdbureau Scotland Yard.”
+
+
+Met een tevreden glimlach nam Baxter nu den brief van de schrijftafel,
+las hem nog eens door, sloot hem in een couvert en sprak:
+
+„Schrijf nu het adres.”
+
+„Ja, mijnheer de voorzitter,” knikte de Vloo.
+
+„Wat?” vroeg Baxter. „Hoe noemt gij mij?”
+
+„Wel, gij zijt nu immers: Voorzitter der Vereeniging voor deugd en
+zedelijkheid?”
+
+„Zeer zeker,” antwoordde Baxter, „maar nog buiten dienst!”
+
+„Juist!” lachte de Vloo, „dat had ik bijna vergeten! Met den dienst
+hebben deugd en zedelijkheid niets te maken!”
+
+„Gij kunt wel heengaan!”
+
+Met deze woorden draaide Baxter hem den rug toe en met een vlugheid,
+die volstrekt geen rheumatiek deed vermoeden, nam Marholm zijn jas van
+den kapstok en ging heen.
+
+Eenigen tijd later verliet ook de tweede voorzitter der Vereeniging ter
+bevordering der goede zeden het hoofdbureau van politie, om den brief
+persoonlijk op de post te bezorgen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+EEN FEESTAVOND.
+
+
+In hotel Cecilia was in een der zalen de tafel gedekt voor de leden van
+de Vereeniging ter bevordering der goede zeden in Engeland en de gasten
+zaten in feestgewaad met witte, driekantige mutsen op het hoofd, witte
+schorten, waarop in gouden letters „deugd” was geborduurd en witzijden,
+breede linten over de borst, waarop in roode zijde het woord
+„zedelijkheid” was aangebracht, rondom de tafel, aan wier hoofd het
+eerelid de hertog van Norfolk, presideerde.
+
+Aan zijn rechterzijde zat de voorzitter, Sir Edward Harper en daarnaast
+de inspecteur van politie Baxter van Scotland Yard.
+
+Om de vergadering te openen nam de voorzitter het woord en hield, onder
+diep stilzwijgen der aanwezigen, de volgende rede:
+
+„Hooggeachte leden van onze Vereeniging!
+
+„Ik heet u allen welkom en ben verheugd, dat gij in zoo grooten getale
+zijt verschenen om door trouwen arbeid ons werk voort te zetten.”
+
+Een algemeen handgeklap volgde op deze woorden.
+
+Daarop vervolgde hij:
+
+„Gij ziet hier aan mijn zijde den hooggeachten inspecteur van politie
+Baxter van Scotland Yard, op wien onze keus is gevallen voor de functie
+van tweeden voorzitter onzer Vereeniging.”
+
+Wederom weerklonk luid en langdurig applaus, waarop Baxter gevleid
+boog.
+
+De president veegde met zijn servet het zweet van zijn vet gezicht en
+keek met een vriendelijk lachje, zoodat zijn wangen nog dikker schenen,
+naar Baxter, terwijl hij sprak:
+
+„Ja, hooggeachte heeren leden! Onze keus is een uitstekende geweest,
+want Sir Baxter heeft, hoewel hij niet behoorde tot onze Vereeniging
+ter bevordering der goede zeden in Engeland, reeds oneindig veel goeds
+gedaan.
+
+„Gij weet, dat hij onze theaterstukken heeft te beoordeelen, dat de
+censuur bij hem berust, dat hij moet beslissen, of een dergelijk stuk
+zedig en niet van verderfelijken invloed is.
+
+„Wij danken onzen hooggeachten inspecteur Baxter de betere handhaving
+der censuur in Engeland en wij hebben het steeds vol vreugde aangezien,
+wanneer wederom een van de vele stukken, die voedsel geven aan de
+wellust en de echtbreuk in de hand werken, of wel een loflied zingen
+voor de ondeugd, verboden werd.”
+
+„Bravo! Bravo!” klonk het van alle kanten en Baxter maakte weer een
+diepe buiging.
+
+„Het is te hopen,” vervolgde de president, „dat wij onder de leiding
+van inspecteur Baxter nog strenger en energieker onzen veldtocht tegen
+de onzedelijkheid zullen kunnen houden.
+
+„In de eerste plaats moet op krachtige wijze gestreden worden tegen de
+vergiftiging van onze jeugd, van politiewege moet toezicht worden
+gehouden op de lectuur voor onze jongens en meisjes.
+
+„Hoeveel kwaad wordt hierdoor berokkend?
+
+„Een geheel leger misdadigers wordt telken jare op deze wijze
+aangekweekt.
+
+„Inspecteur Baxter zal dit wel met ons eens zijn en zijn ervaringen in
+Scotland Yard zullen het bewijs leveren— — —
+
+„Niet waar, inspecteur?”
+
+Baxter had slechts met een half oor naar de laatste woorden geluisterd
+en antwoordde met een vriendelijk lachje:
+
+„Gij hebt gelijk, mijnheer de voorzitter. Bij mij in Scotland Yard
+worden dergelijke boeken ook gelezen”.
+
+Doodelijke stilte volgde.
+
+Het gelaat van den president geleek op dat van zijn Chineesch
+afgodsbeeld, toen hij vroeg:
+
+„Hoe, mijnheer de inspecteur! versta ik u goed? Men leest ze bij u in
+Scotland Yard?”
+
+Eerst nu bemerkte Baxter, dat hij zich op glad ijs had begeven.
+
+„Ja!” knikte hij en vervolgde: „Helaas! Men leest ze!”
+
+„O, wat een schande!” zuchtte de president en de geheele vergadering
+zuchtte.
+
+Daarop vroeg Sir Harper:
+
+„En de misdadigers, die gij gevangen neemt...?”
+
+De Vloo zou gezegd hebben:
+
+„Eerst moeten wij ze te pakken kunnen krijgen.”
+
+Maar Baxter antwoordde:
+
+„De misdadigers worden allemaal achter slot en grendel gebracht!”
+
+„Neen, neen,” sprak de president, „ik bedoel of die misdadigers ook
+dergelijke boeken lezen?”
+
+„Welneen, dat is onmogelijk,” antwoordde Baxter, „ik kan u bezweren,
+mijne heeren, dat zij dergelijke boeken niet te lezen krijgen. Zulke
+lectuur is in de gevangenisbibliotheek niet voorhanden.”
+
+„Gij begrijpt mij verkeerd,” riep de president uit. „Ik wensch te
+weten, of de gevangenen niet vóór hun arrestatie die boeken hebben
+gelezen en daardoor op het slechte pad zijn gekomen. In de laatste
+verhandelingen van de politiebladen gaven de misdadigers het lezen van
+dergelijke boeken steeds op als verontschuldiging voor hun daden.”
+
+„Dan liegen die kerels,” sprak Baxter, „want nog pas eenige dagen
+geleden vertelde mijn secretaris mij, dat hij tot zijn groote ergernis
+die boeken altijd moest koopen. Geen enkele van de schurken, die
+opgebracht werden, had er een bij zich.
+
+„Ik moet bovendien den geachten voorzitter op dit punt tegenspreken!
+
+„Mijn beambten zijn ontegenzeggelijk nette menschen en lezen toch,
+zooals ik nogmaals moet constateeren, bij voorkeur spannende verhalen.
+In alle bureaux van Scotland Yard vind ik ze.”
+
+„Dat is merkwaardig. Daarvan wisten wij niets,” merkte Sir Harper
+verbaasd op. „Die misstand moet onmiddellijk worden opgeheven,
+inspecteur! Uw beambten moet leerzame en hoogstaande lectuur worden
+verstrekt. Wij zullen u morgen uit onze bibliotheek een groot aantal
+van zulke boeken doen toekomen!
+
+„En om nu op een ander onderwerp over te gaan: door Zijne Hoogheid den
+hertog van Norfolk is de volgende wensch geuit:
+
+„De hertog beveelt om het dorp Sandram in Schotland onder streng
+politietoezicht te stellen, opdat er een eind kome aan de daar
+heerschende ontucht.”
+
+„Wat is daar dan voorgevallen?” vroeg een der leden, die aan het
+ondereind van de tafel zat, waarna alle aanwezigen in een luid gelach
+losbarstten.
+
+„Sir,” antwoordde de president, „weet gij niet, dat uit het dorp
+Sandram alle minnen voor het geheele koninkrijk komen? Hebt gij nog
+nooit een min noodig gehad?”
+
+„Neen, het spijt mij, maar ik ben ongehuwd,” antwoordde het lid der
+Vereeniging.
+
+„Dus,” vervolgde de voorzitter, „het kweeken van minnen, of liever de
+ontucht moet eindigen in dat dorp.”
+
+„Ja, maar,” opperde een der leden, „wat moet men dan doen, als men er
+een noodig heeft in zijn familie?”
+
+Nu stond de hertog op, klemde zijn monocle in de holte van zijn
+rechteroog en sprak langzaam en op plechtigen toon:
+
+„Sir, dan behelpt men zich zonder min. Er zijn, zooveel middelen, welke
+dagelijks worden geannonceerd, dat het ten eenemale overbodig is, een
+kind door een min te laten grootbrengen. Ik verzoek nogmaals de geachte
+vergadering om mijn wensch, de minnen uit te roeien, te willen
+vervullen.”
+
+„Laten wij het voorstel van Zijne Hoogheid in stemming brengen,” sprak
+de voorzitter.
+
+Voor dit doel moesten de leden, die er vóór waren, van hun zetels
+opstaan.
+
+Allen verhieven zich.—
+
+Ook de ongehuwden.
+
+Zijne Hoogheid knikte met een tevreden glimlachje en de voorzitter
+sprak:
+
+„Het voorstel van Zijne Hoogheid is met algemeene stemmen aangenomen.
+
+„Als verder onderdeel onzer besprekingen komen de advertenties in de
+kranten aan de orde en moeten wij een wet in het leven zien te roepen
+om hieraan een einde te maken.
+
+„Geheele pagina’s onzer dagbladen zijn gevuld met afschuwelijke
+onzedelijkheid.
+
+„In de eerste plaats zijn het de advertenties van onze
+gummifabrikanten, verder die betreffende geneesmiddelen voor allerlei
+geheime ziekten, gevolgen van jeugdzonden en dergelijke, in de derde
+plaats de advertenties, waarin men onze dames een schoonen boezem wil
+bezorgen.
+
+„Ik bid u, mijne heeren, werkt niet reeds het woord boezem onzedelijke
+voorstellingen op?
+
+„Men kan gerust aannemen, dat dergelijke aankondigingen verderfelijk op
+onze jeugd werken en aanleiding geven tot allerlei ondeugden.
+
+„Er moest dus voor gezorgd worden, dat door de een of andere wet deze
+advertenties worden verboden en dat de kranten, die ze toch
+publiceeren, met een hooge geldboete of met de gevangenis worden
+gestraft. Ik verzoek u, dit voorstel in stemming te willen nemen”.
+
+Weer stonden alle aanwezigen op.
+
+De president vervolgde:
+
+„Zeer zeker zijn de kranten—uitgezonderd de berichten omtrent het hof
+en de politiek—het verderf van onzen tijd. Alle soorten misdaden, ik
+noem bijvoorbeeld de vergoding van John Raffles— — —”
+
+„Zeer juist!” riep Baxter uit.
+
+De president zag zich genoodzaakt om te herhalen:
+
+„De vergoding van John Raffles. Het beschrijven van allerlei wandaden
+is gevaarlijker dan alle mogelijke sensatieromans, want bij deze
+laatste twijfelt men er aan, of dat, wat men leest, tot de
+mogelijkheden behoort, maar wat in de kranten staat, is helaas
+werkelijkheid.
+
+„Ik bid u, mijne heeren, welken invloed moet het hebben op het karakter
+van een jong meisje van tien jaar, wanneer het des morgens in de
+kranten leest over een vergrijp tegen de goede zeden of op een
+jeugdigen knaap, die op de hoogte wordt gesteld van de intimiteiten uit
+het particuliere leven van de een of andere hooggeplaatste
+persoonlijkheid! Is het niet waar, mijne heeren, dat is een groot
+schandaal, het is publieke onzedelijkheid, welke voor iedereen te lezen
+staat.
+
+„Aan dit alles moet een einde worden gemaakt en daarover wenschte ik te
+beraadslagen.”
+
+De hertog stond op en allen luisterden vol eerbied.
+
+„De oplossing van dit vraagstuk zou heel eenvoudig zijn”, sprak hij,
+„wanneer er geen misdaden meer gepleegd werden.”
+
+„Bravo! bravo!” riepen de aanwezigen, terwijl de spreker weer plaats
+nam.
+
+„Heeft nog iemand zijn oordeel hierover uit te spreken?” vroeg de
+voorzitter en daar niemand het waagde, na den hertog nog iets in het
+midden te brengen, verklaarde de voorzitter het zakelijke gedeelte voor
+afgedaan en gaf tot algemeene vreugde het teeken om te gaan eten.
+
+Met een honger als wolven wierpen allen zich op de voorgediende
+spijzen.
+
+Na korten tijd stond de hertog op en verliet het gezelschap.
+
+Eerst nog had hij Baxter, als hooge onderscheiding, een handdruk
+gegeven en deze voelde zich hierdoor zoo vereerd, dat hij vol diep
+respect naar zijn hand keek.
+
+Nadat de hertog was vertrokken, begon volgens Engelsch gebruik een
+zwelgpartij. Het was reeds na middernacht, toen Baxter, arm in arm met
+den president, het hotel verliet om zich op straat te begeven.
+
+„Gaat gij al naar huis?” vroeg Sir Harper den inspecteur.
+
+„Ik ben gewend”, antwoordde deze, „bijtijds te gaan slapen. Mijn dienst
+is inspannend!”
+
+„Kom!”, lachte de president, „dan maakt gij heden een uitzondering. Ik
+ken hier in de buurt een klein Fransch restaurant, waar uitstekende
+champagne wordt geschonken en waar men zich kostelijk amuseert. Gij
+moet dat leeren kennen.”
+
+„Natuurlijk!” antwoordde de chef van Scotland Yard, „als gij erop
+gesteld zijt, dat ik u vergezel. Ik ben geen spelbreker.”
+
+Zij behoefden niet ver te loopen en gingen van het Strand een kleine
+zijstraat in. Zij bleven staan voor een huis, waaraan in geen enkel
+opzicht te zien was, dat er nog leven in heerschte.
+
+Aan de deur bevond zich een ouderwetsche klopper, dien zij meermalen in
+beweging moesten zetten.
+
+Na eenig wachten werd de deur geopend en een oude man, die er uitzag
+als een kamerdienaar, maakte een buiging en sprak in het Fransch:
+
+„Goeden avond, heeren!”
+
+Daarop gingen zij binnen, terwijl de bediende de deur geruischloos
+achter hen sloot.
+
+Beide heeren ontdeden zich in de deftig ingerichte, met zware tapijten
+belegde voorkamer van hun overjassen en Baxter hoorde het gedempte
+lachen van vrouwenstemmen, het klinken van wijnglazen en de zachte,
+welluidende tonen van een Zigeunerkapel.
+
+Baxter keek verbaasd om zich heen, wat de president zag.
+
+„Ja, ziet gij, mijn waarde”, sprak deze, terwijl hij voor een der
+spiegels zijn haar in orde maakte, dat zich uiterst spaarzaam op zijn
+spiegelgladden schedel vertoonde, „telkens na zulk een vermoeiende
+vergadering voel ik er behoefte aan, mij een kleine afleiding te
+gunnen. Ik verzeker u, dat gij u heerlijk zult amuseeren in dezen
+kleinen tempel.”
+
+Hij nam Baxters arm, de kamerdienaar, die eerbiedig bij een met
+Perzische gordijnen versierde deur stond, sloeg de portières terug,
+opende een kleine vleugeldeur en beide heeren traden een salon binnen.
+
+Daar wachtte een andere bediende, die ook een buiging maakte en hun
+tegelijkertijd een zilveren blad voorhield.
+
+„O, drommels”, mompelde Baxter, „ik heb geen visitekaartje bij mij.”
+
+De president lachte.
+
+„Een visitekaartje? Neen, mijn waarde, dat is ook niet noodig, maar een
+bankbiljet van een pond. Mocht gij er geen bij u hebben, dan ben ik
+bereid, u er aan te helpen.”
+
+Terwijl de inspecteur zijn portefeuille te voorschijn haalde om het
+verlangde geld op het blad te leggen, fluisterde hij:
+
+„Tot welk doel betaalt men hier?”
+
+„Dat zult gij dadelijk in de zaal wel zien. Ik verzeker u, mijn beste
+heer, dat het er heerlijk is.”
+
+Hij trok Baxter met zich mee.
+
+De portière van een tweede deur werd weggeslagen, een vleugeldeur
+geopend en beide heeren traden een schitterend verlichte zaal binnen,
+waar bij de muziek van een kleine kapel verscheiden paren dansten,
+terwijl rondom aan de muren uit een menigte nissen het vroolijke lachen
+en schertsen van dames en heeren weerklonk.
+
+Overal brandden roode lampen en stonden rijk bekleede fauteuils.
+
+Eenige der intiemste plekjes waren door blauw fluweelen gordijnen aan
+de blikken der gasten onttrokken, andere waren half of gedeeltelijk
+geopend en Baxter zag daarin alleenzittende dames, die hem met haar
+waaier wenkten en hem allerliefst toelachten.
+
+De president scheen hier een bekende persoonlijkheid te zijn.
+
+„Er moeten hier een paar nieuwelingen zijn”, fluisterde hij den
+inspecteur toe. „Luister naar mijn raad en neem niet een der oudjes.
+Ziet gij daarginds dat kleine zwartje, dat is een nieuwe. Hoe vindt gij
+haar? Of houdt gij meer van blondines met rijpere vormen?”
+
+Baxter wist van verbazing niet wat hij zou antwoorden.
+
+Zonder dat hem verder iets werd gevraagd, schoof de president hem naar
+een dame en sprak:
+
+„Lady, het zal dezen heer een genoegen zijn, met u te soupeeren.”
+
+Hij zelf verdween in een der nissen.
+
+Toen de inspecteur vele uren later in een cab naar huis reed, had hij
+zooveel champagne gedronken, dat hij in de beste stemming zachtjes zong
+en eerst toen hij thuis was, herinnerde hij zich, dat hij om 6 uur des
+morgens dienst had en dat het nu tien minuten vóór 5 was.
+
+Zoo goed als het hem mogelijk was, trok hij zijn frack uit en kleedde
+zich in zijn dienstjas.
+
+In hetzelfde rijtuig, dat hem naar huis had gebracht, liet hij zich
+naar het hoofdbureau van politie brengen.
+
+De Vloo had juist een kopje morgenkoffie voor zich staan en een pijpje
+gestopt, toen Baxter binnentrad. Hij had moeite, op de been te blijven
+en liep waggelend naar zijn schrijftafel.
+
+„Wel, inspecteur”, riep de Vloo lachend, „waar komt gij vandaan?”
+
+„Gij moet mij vervangen”, stotterde zijn chef met moeite. „Gij weet
+immers, dat ik vergadering had van de Vereeniging voor ontucht van
+minnen en gummi-artikelen—en—en—en— — —”
+
+Marholm lachte luidkeels, maar antwoordde niet.
+
+„Ik zal u later alles vertellen...... voorloopig moet ik slapen, mijn
+lieve Marholm.”
+
+Hij liet zich door de Vloo naar de kleine kamer naast het bureau
+brengen, waar een lederen sofa stond en nauwelijks lag hij, of hij
+sliep ook al.
+
+Marholm echter sprak tot zichzelf:
+
+„Jammer, dat John Raffles den inspecteur van politie niet heeft gezien;
+wat zou hij een pret hebben gehad!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+HET KLAVERBLAD VAN VIER.
+
+
+Lord Edward Lister, of, zooals hij zichzelf noemde, John C. Raffles,
+was juist met zijn vriend Charly Brand, die reeds verscheiden jaren
+zijn assistent was en den Grooten Onbekende als zijn meester
+beschouwde, van een Europeesche reis naar Londen teruggekeerd.
+
+De deftige kleine villa in Hydepark, welke hij onder den naam van baron
+Walkerfield had gehuurd en volgens zijn smaak op voorname manier
+ingericht, was door den kamerdienaar, den ouden Joe, op voorbeeldige
+wijze onderhouden.
+
+Met een verheugden glimlach had hij zijn heer ontvangen, die zich
+gedurende verscheiden weken in Parijs had opgehouden.
+
+„Nu zijn wij weer thuis, mijn jongen”, sprak John Raffles tot Charly
+Brand. „Ik moet je eerlijk bekennen, dat ik altijd, als ik eenige
+maanden uit Londen weg ben geweest, heimwee naar onze stad krijg met
+haar rustelooze menschenmassa.”
+
+Charly Brand zette een nadenkend en zeer ontevreden gezicht.
+
+„Ik moet zeggen”, sprak hij, een sigaret aanstekende, „dat ik altijd
+verlang naar den dag, waarop je mij mededeelt, dat wij Londen gaan
+verlaten. Ik sidder op dezen bodem, die altijd gevaar voor jou
+oplevert.”
+
+John Raffles lachte vroolijk.
+
+„Je bent toch niet bang voor inspecteur Baxter?”
+
+Hij nam zijn sigarettenkoker en stak er ook een aan. „Mijn beste
+jongen, die krenkt mij geen haar. Hij is blij, dat ik hem niets doe.”
+
+„Wie weet”, antwoordde Charly, „misschien heeft hij je met opzet
+jarenlang van een zekere veiligheid laten genieten om er zich op een
+goeden dag, als hij ze gevangen heeft genomen, op te kunnen beroemen,
+dat het alleen hem, den alom gevreesden inspecteur Baxter van Scotland
+Yard, is gelukt, om jou den genialen amateur-roofridder, eindelijk
+onschadelijk te maken.”
+
+„Geloof je dat werkelijk, mijn beste, jongen?” vroeg zijn vriend. „Ik
+verzeker je, zoolang als ik op kalme wijze mijn eigenaardige sport
+blijf uitoefenen, is mijn beroep absoluut ongevaarlijk. Alleen dan
+wordt het een halsbrekend bedrijf, als ik lichtzinnig ga handelen.
+
+„Dan gebeurt mij precies hetzelfde als dat elken zakenman of burger
+passeert: ik ga over den kop!”— —
+
+John Raffles nam, nadat hij deze woorden had gezegd, aan de groote
+empire-schrijftafel plaats en begon een mededeeling te schrijven aan
+zijn club, waarvan hij lid was, eveneens onder dien naam van baron
+Walkerfield, dat hij weer van zijn reis was teruggekeerd.
+
+Charly Brand had zich intusschen met de kranten bezig gehouden, welke
+juist door den kamerdienaar waren gebracht en las de nieuwstijdingen.
+
+Toen zijn vriend den brief af had, belde hij en gaf een kamerdienaar
+den brief ter bezorging.
+
+Daarop nam ook hij de kranten en vroeg of Charly iets interessants had
+gevonden.
+
+„Steeds hetzelfde,” antwoordde deze, „dezelfde misdaden, dezelfde
+ongelukken, dezelfde sportberichten. Alleen de namen der persoonen
+veranderen. Er is niet veel nieuws onder de zon.”
+
+„Stop!” riep Raffles. „Jij bent nog een onervaren jongmensch, mijn
+lieve Charly. Er is een groote massa nieuws, waarvan wij soms niet het
+flauwste vermoeden hebben.”
+
+Hij bladerde daarna de kranten door en sprak daarop, met een blik op
+het blad, dat Charly in de hand hield:
+
+„Je hebt daar zeker het blad, waarin de nieuwtjes staan uit de
+Londensche hoogere kringen. Geef het mij eens.”
+
+Charly Brand blies met aandacht den rook van zijn sigaret in de lucht,
+nadat hij zijn vriend het nieuwsblad had gegeven, en sprak:
+
+„Je bent een eigenaardig mensch, lieve Edward; ieder ander leest eerst
+het werkelijk interessante, wat er in de wereld voorvalt:
+politiek—eventueele oorlogsberichten en dergelijke. Jij daarentegen— —”
+
+„Wees maar gerust”, viel John Raffles hem in de rede. „Je jeugd speelt
+je alweer parten. Ik verzeker je, mijn jongen, deze schijnbaar droge
+berichtjes, die mij vertellen, dat lord X met de dochter van den
+Amerikaanschen beurskoning Smith uit Chicago is getrouwd, of dat
+mevrouw v. Z. een eisch tot echtscheiding heeft ingediend tegen haar
+echtgenoot, of dat de eigendommen van den Schotsen baron Y. zijn
+verkocht—al die berichten zijn voor mij veel interessanter dan wat de
+kranten verder op uitvoerige wijze hun lezers vertellen. Dat, wat jij
+daar leest is voor de alledaagsche groote massa.
+
+„Maar deze klein gedrukte mededeelingen zijn de werkelijk groote
+treurspelen, welke in het geheim worden opgevoerd.
+
+„Toe, stoor mij nu eens een oogenblik niet.”
+
+Hij nam de krant en begon te lezen.
+
+Nauwelijks had hij een paar seconden lang de berichten doorgekeken, of
+hij liet plotseling het blad vallen en brak los in een luid gelach.
+
+Charly Brand sprong verschrikt op en liet zijn sigaret vallen.
+
+„Wat is er, Edward? Je doet mij werkelijk schrikken!”
+
+„Neen maar, het is kostelijk, lieve Charly!” riep John Raffles uit. „O,
+wat ik hier heb gelezen— —Je moet dit bericht uitknippen.”
+
+„Allright!” sprak Charly Brand. Hij hield namelijk reeds jarenlang als
+secretaris van zijn vriend een archief bij, waarin hij alle berichten
+uit de kranten verzamelde, evenals alle mogelijke mededeelingen en
+opmerkingen, welke op eenigerlei wijze betrekking hadden op Raffles en
+welke hij alle zorgvuldig registreerde.
+
+John Raffles had het bericht nogmaals gelezen en lachte opnieuw.
+
+„Zou je mij niet willen vertellen,” vroeg Charly Brand, „waarom je zoo
+vroolijk bent? Je schijnt buitengewoon veel plezier te hebben.”
+
+„Zeker,” lachte John Raffles. „Alleen de Engelsche natie bezit zulke
+grappenmakers, zulke komieke lui, onze Falstaffs, zooals Shakespeare ze
+heeft geteekend.
+
+„Een type daarvan is onze politie-inspecteur Baxter!
+
+„Luister eens, wat hier staat: De Vereeniging ter bevordering der goede
+zeden in Engeland vierde eergisteren in hotel Cecilia haar tienjarig
+bestaan— —mooi, he?”
+
+Charly Brand antwoordde glimlachend:
+
+„Ik heb nog nooit iets gehoord van het bestaan eene dergelijke
+vereeniging.”
+
+„Ik ook niet,” antwoordde Raffles, „en ik had ook nu misschien nog
+niets erover gelezen, wanneer een naam mijn aandacht niet had
+getrokken.
+
+„Deze naam is het grappige van de geschiedenis.
+
+„Luister naar hetgeen hier verder staat:
+
+„Op den feestavond, waaraan ook werd deelgenomen door den beschermheer
+der Vereeniging, den hertog van Norfolk, werd door den president Sir
+Edwin Harper, den nieuwen tweeden voorzitter der Vereeniging
+geïnstalleerd: den inspecteur van politie Baxter van Scotland Yard— —
+—”
+
+Nu barstte ook Charly Brand in een luid gelach uit, waar zijn vriend
+opnieuw mee instemde.
+
+Daarop riep deze uit:
+
+„Dat is een mop, zooals men geen betere kan uithalen in de Vereenigde
+Koninkrijken! Men moet Baxter zoo goed kennen als wij, om de
+geestigheid, die in deze keus ligt opgesloten, te snappen.
+
+„Deze drinker, om niet te zeggen zuiper, deze Don Juan, deze man, voor
+wien deugd eenvoudig niet bestaat— — —die troont nu als president aan
+het hoofd van een vereeniging ter bevordering van deugd en
+zedelijkheid.
+
+„Mijn hemel, wat een prachtige geschiedenis! Laat ons verder lezen!
+
+„Luister:
+
+„De Vereeniging nam voor het nieuwe jaar de volgende werkzaamheden op
+zich:
+
+„Het indienen van een wetsvoorstel betreffende afschaffing der
+onzedelijke advertenties, verscherping der theatercensuur en— — —”
+
+John Raffles moest plotseling naar lucht happen en riep, terwijl dikke
+tranen van het lachen over zijn wangen rolden:
+
+„Charly, Charly, de minnen zullen worden afgeschaft! De minnen zijn
+onzedelijk! Heb je ooit dergelijken nonsens gehoord? Deze mop is bijna
+even goed als die, om Baxter te benoemen tot president der Vereeniging—
+— —”
+
+„Hoe kan het mogelijk zijn geweest, dat men hem voor een dergelijke
+functie uitkoos?” vroeg Charly Brand.
+
+Raffles dacht even na en sprak:
+
+„O, ik geloof, dat die oplossing heel eenvoudig is! Baxter is immer
+onze theater-censor en zorgt er, in die hoedanigheid, al sinds jaren
+voor, dat wij op het tooneel zoo weinig mogelijk gemeenheden te hooren
+en te zien krijgen.”
+
+„Och,” antwoordde Charly Brand, „daar mankeerde het anders niet aan. Ik
+herinner mij nog, een paar maanden geleden in een onzer schouwburgen
+dingen gezien en gehoord te hebben, die iemand een blos van schaamte op
+de kaken tooveren.”
+
+„Nu ja,” antwoordde Raffles, „de directeuren zullen wel over de brug
+zijn gekomen om toestemming te krijgen, hun stukken op te voeren.—Ja,
+ik herinner mij zelfs, dat de inspecteur een liaison had met een dame,
+die verbonden was aan een onzer voornaamste variété-theaters.
+
+„Maar dit heeft natuurlijk niets met zedelijkheid of deugd te maken.
+
+„Doch nu genoeg.
+
+„Kleed je aan en laat ons een wandeling in ons geliefde Londen gaan
+maken. Ik verheug er mij op, door de straten te flaneeren!”
+
+„Het is nog een beetje vroeg,” sprak Charly Brand.
+
+„Je hebt gelijk!” knikte zijn vriend. „Wij kunnen nog wachten totdat
+het tijd wordt voor de schouwburgen. Ik stel je voor om den avond door
+te brengen in het Lyceum-theater en daarna op echt Engelsche wijze
+ergens te gaan eten.”
+
+Voordat Raffles zijn woning verliet, voorzag hij zich, daar sinds zijn
+laatste zaakje zijn uiterlijk bekend was geworden, van een baard.
+
+Tot dat doel begaf hij zich naar een cabinet naast zijn slaapkamer,
+waarin een groote drie dubbele spiegel stond, welke van den vloer tot
+aan het plafond van de kamer reikte.
+
+Daarvoor waren electrische lichten aangebracht, zoodat de Groote
+Onbekende, als hij voor den spiegel stond, elke lijn van zijn gelaat
+kon onderscheiden.
+
+Aan den eenen kant van de kamer stond een groote kast, die uit
+verschillende deelen bestond en waarin costuums werden bewaard. Als
+deze geopend was, meende men, een theatergarderobe voor zich te zien.
+
+Aan den anderen muur bevonden zich langwerpige kasten, waarin allerlei
+soorten schmink en gummimaskers lagen. Verder bevonden zich daarin
+allerlei baarden.
+
+De Groote Onbekende overlegde een tijdlang, voordat hij besloot, welke
+verkleeding hij zou kiezen. Daarop ging hij naar de kast en nam het
+costuum van een voornaam Chinees eruit.
+
+Dit had hij met veel andere zaken van zijn laatste reis meegebracht en
+er viel niet aan de echtheid te twijfelen.
+
+Zelfs de naphtalinelucht, die gewoonlijk aan dergelijke kleeren hangt,
+ontbrak niet.
+
+Met de uiterste zorgvuldigheid trok Lord Lister het costuum aan en
+vergat zelfs de daarbij behoorende onderkleeren niet. Daarop trok hij
+de vilten schoenen aan, die er bij pasten en begon zich te schminken.
+
+Daar zijn huid van nature bruin was en door de laatste zeereis nog
+donkerder dan gewoonlijk was geworden, had hij in het geheel geen
+schmink noodig, maar maakte alleen met een zwarte kleurstof zijn
+wenkbrauwen iets langer, zoodat hierdoor de stand der oogen schijnbaar
+een andere werd.
+
+Daarop nam hij een in goud gevatten bril, die aan zijn gelaat het
+uiterlijk gaf van een Chineesch geleerde.
+
+Ten slotte zette hij het in China gebruikelijke zwartzijden mutsje op,
+waaraan een zwarte staart was bevestigd. Daarop stak hij aan zijn
+vingers eenige ringen, nam een waaier in de hand en verliet door een
+zijdeur het cabinet.
+
+Langs een kleine trap kon hij in de gang van het huis komen, zonder de
+studeerkamer, waarin Charly Brand zich bevond, door te gaan.
+
+Toen de Groote Onbekende in de gang stond, opende hij zacht de deur en
+belde. Er verliep eenige tijd, daarop werd hem door den ouden
+kamerdienaar Joe opengedaan.
+
+John Raffles amuseerde zich over het verbaasde gezicht, waarmee de
+trouwe bediende hem aankeek.
+
+Nauwkeurig het neusgeluid van een voornamen Chinees nabootsend, sprak
+Lord Lister:
+
+„Ik zij een goed vriend van uw heer baron Walkerfield. Mijn naam is
+Su-Ki-Bit-Wou-Wang. Hier mijn kaartje.”
+
+De bediende nam het kaartje, dat de Chinees hem overhandigde en
+antwoordde:
+
+„Ik kan niet zeggen, Mr. Su-ki Bat Bung”— —
+
+„Su-Ki-Bit-Wou-Wang”, verbeterde Raffles op nasalen toon.
+
+De oude, welopgevoede man sprak:
+
+„Pardon, Sir, de naam is wel een beetje lang en tamelijk moeilijk voor
+mij.”
+
+„O,” sprak Raffles, „wij hebben in China nog veel langere namen. Dit is
+maar een heel kleine.”
+
+„Ik zal eens hooren,” antwoordde de kamerdienaar met een buiging, „of
+mijnheer de baron u kan ontvangen.”
+
+„O,” zei Raffles, „hij zijn een goed vriend— —ik met u mee ga. Hij zeer
+blij zal zijn, wanneer hij mij ziet.”
+
+Joe wist niet, wat hij moest doen. Maar daar het bezoek zeker geen
+onaangenaamheden voor zijn heer kon hebben, stond hij toe, dat de
+Chinees hem vergezelde.
+
+Charly Brand sprong verschrikt uit zijn fauteuil op, toen de
+kamerdienaar met den Chinees binnentrad.
+
+„Pardon, Mr. Brand,” sprak de bediende, „deze gentleman zegt, dat hij
+een goed vriend van mijnheer den baron is en dat mijnheer zeer verheugd
+zal zijn hem te zien.”
+
+„Ja,” bevestigde Raffles met onuitstaanbaar neusgeluid en met een
+vreeselijk accent, „hij heel blij zal zijn, mij te zien. Wij veel te
+zamen beleefd hebben in Peking.”
+
+De kamerdienaar ging heen en de secretaris maakte een beleefde buiging
+voor den Chinees en sprak:
+
+„Mijn naam is Brand. Ik ben de vriend en vertrouwde van baron
+Walkerfield!”
+
+„O, ik dat weten!” antwoordde de Chinees. „Heeft dikwijls de baron
+verteld van zijn vriend.”
+
+„Zeer vleiend voor mij,” sprak Charly. „Mag ik vragen met wien ik de
+eer heb?”
+
+„Zeer goed,” antwoordde de Chinees, „men mij noemen
+Su-Ki-Bit-Wou-Wang”.
+
+Charly Brand maakte weer een buiging. Hij had al het andere verstaan,
+alleen den naam van den vermeenden bezoeker niet.
+
+Hij wees met zijn hand naar een fauteuil en verzocht:
+
+„Wees zoo goed, plaats te nemen, Sir, totdat mijn vriend komt. Ik
+verwacht hem oogenblikkelijk.”
+
+„Ik zal wachten,” antwoordde de Chinees, terwijl hij plaats nam.
+
+Charly Brand zag, dat de vreemdeling oplettend in de kamer rondkeek.
+
+Na eenige minuten van het diepste stilzwijgen sprak de Chinees:
+
+„Gij wonen zeer mooi hier in Londen. Ik had niet gedacht in China, dat
+men hier zooveel als bij ons bij elkaar kon stelen.”
+
+Pats!— — —
+
+De stoel, waarop Charly Brand zat, werd minstens een halven meter
+achteruitgeschoven.
+
+Met groote oogen staarde Charly Brand den zoon van het Hemelsche Rijk
+aan.
+
+Was de kerel gek of wat bezielde hem?
+
+Waarschijnlijk kende hij niet genoeg Engelsch en bedoelde hij een ander
+woord voor „stelen”.
+
+„Gij staat mij zeker toe, Sir, dat ik u verbeter. De meubelen zijn niet
+gestolen, maar gekocht.”
+
+„Ik weten alles,” glimlachte de Chinees. „De meubelen gekocht zijn,
+maar het geld, dat ervoor noodig, zijn gestolen.”
+
+„Sir!” stoof Charly Brand op, „gij bevindt u in het huis van een
+gentleman, van een baron!”
+
+De Mongool glimlachte geheimzinnig en sprak door zijn neus:
+
+„Ik weten alles! Ik zelf dief ben en gij klein diefje zijn. Gij nog
+niet geslepen genoeg zijn!”
+
+De jonge man wist niet of de grond links of rechts onder hem draaide.
+Hij begreep niets van dien geheimzinnigen bezoeker en wist niet, wat
+hij moest doen. Zenuwachtig keek hij naar den Chinees, die was
+opgestaan en uit een sigarettenétui, dat Raffles had laten liggen, een
+sigaret nam.
+
+Op zijn gemak begon hij te rooken en bekeek onderwijl het kostbare, met
+diamanten en robijnen bezette étui.
+
+Charly Brand werd bleek van schrik, toen de Chinees met zijn vervelend
+geluid sprak:
+
+„Zeer schoon étui, ik zulk werk mooi vinden en meenemen.”
+
+Op hetzelfde oogenblik had hij het étui in een der zakken van zijn wijd
+bruinzijden overkleed laten glijden.
+
+Nu werd het den secretaris al te erg. Hij ging naar den Chinees toe,
+legde zijn hand op diens arm en sprak:
+
+„Ik hoop, Sir, dat gij schertst. Het étui moogt gij u niet toeëigenen.”
+
+„O, waarom niet?” vroeg de Chinees op kalmen, onverschilligen toon. „Uw
+vriend, Mr. Raffles, kunnen zich immers een nieuw stelen.”
+
+De jonge man greep den arm van den Chinees met ijzeren vuist beet en
+trachtte hem het étui met de vrijgebleven hand weer uit den zak te
+halen.
+
+„Laat mij los!” klonk het dreigend terug, „of gij kunnen vliegen als
+een elastieken bal in den hoek.”
+
+„Vervloekt!” schreeuwde Charly Brand, „een dergelijke brutaliteit heb
+ik nog nooit beleefd. Geef het étui terug of ik neem het met geweld.”
+
+In het volgende oogenblik echter vloog hij als een voetbal midden door
+de kamer en viel in een hoek op het tapijt neer.
+
+Maar als een kat sprong hij weer op, haalde een Browningpistool uit
+zijn zak te voorschijn en hield dat den Chinees dreigend voor.
+
+„Geef het ding terug of ik schiet!”
+
+„Gij zijt weinig beleefd,” sprak de Mongool, kalm doorrookend.
+
+„Hoe komt gij ertoe om mij nog te sarren, nu gij u eerst op een manier
+hebt gedragen, die u werkelijk het recht beneemt, een ander te
+critiseeren? Gij steelt het étui van mijn vriend, gij gooit mij als een
+elastieken bal in den hoek en zegt dan nog tegen mij, dat ik niet
+beleefd genoeg ben tegenover u.”
+
+Daar barstte de Chinees plotseling in een luid gelach uit. Charly Brand
+keek verbaasd op, want dit lachen kwam hem buitengewoon bekend voor.
+
+En nu klonk, inplaats van het neusgeluid van den bezoeker de welbekende
+stem van zijn vriend, die uitriep:
+
+„Steek die proppenschieter weer in je zak, mijn beste jongen. Ik heb
+maar eens willen zien, of mijn vermomming onberispelijk is. Ik zie, dat
+het in orde is en dat jij noch Joe mij hebben herkend!”
+
+„Ben je het werkelijk?” vroeg Charly Brand en liep aarzelend, nog
+steeds het wapen in de hand houdend, naar Raffles toe.
+
+„Ja, ik ben het werkelijk!” herhaalde deze, „en ik ben blij, dat ik
+zulk een schitterend succes had als Su-Ki-Bit-Wou-Wang.”
+
+„Ongelooflijk!” sprak Charly, „wat zou jij een groot tooneelspeler zijn
+geworden, Edward!”
+
+„Mijn lieve Charly, om een groot tooneelspeler te zijn, is het
+noodzakelijk, dat men op de planken staat en beschilderde coulissen van
+linnen als milieu heeft. Ik ben van meening, dat men in het werkelijke
+leven een veel grooter acteur moet zijn, als men succes wil hebben.
+
+„Doch maak je nu gereed en steek je in de uniform van een
+gardeluitenant, dan gaan wij—”
+
+Een half uur later verliet het tweetal in een cab de woning van Lord
+Lister om zich naar den schouwburg te begeven.
+
+De Londenaren, die gewend zijn, vreemdelingen te zien, keken gedurende
+de voorstelling toch vol belangstelling naar den Chinees, die naast een
+gardeluitenant in een loge dichtbij het tooneel zat.
+
+John Raffles interesseerde zich intusschen het meest voor een zijloge,
+waarin een zwartharige dame zat met fonkelende oogen, die blijkbaar in
+de beste stemming den naast haar zittenden gentleman pikante dingen in
+het oor fluisterde, waarover deze, zonder op zijn omgeving te letten,
+luidkeels lachte.
+
+„Wie is die dame? Ken je haar?” vroeg Charly Brand op zachten toon.
+
+„Ja!” sprak de Chinees door zijn neus. „Het is een der sterren van ons
+Drury Lane theater, Miss Martha Raabe.”
+
+„En wie is de heer, die naast haar zit?”
+
+„Ik heb haar den naam een paar keer hooren noemen. Dat is de beroemde
+Edwin Harper, de voorzitter der Vereeniging ter bevordering der goede
+zeden. Daar ontbreekt Mr. Baxter nog maar aan om een waardig klaverblad
+te vormen.”
+
+„Het zou ook een klaverblad van vieren kunnen worden,” sprak Charly
+Brand, „als Baxter ook met een dame kwam!”
+
+Op dit oogenblik ging de deur open en—politie-inspecteur Baxter trad
+binnen in smoking, met een roode anjer in het knoopsgat, terwijl aan
+zijn arm zweefde een slanke sylphide met eigenaardige roodblonde
+krulletjes, een brutaal wipneusje en met zulke slanke vormen, dat zij
+veel overeenkomst vertoonde met een Engelsche rijzweep.
+
+Ook zij was buitengewoon vroolijk, klopte den inspecteur voortdurend op
+den schouder en noemde hem „mijn dikkertje”, terwijl hij haar teeder
+met „schatje” aansprak.
+
+Mr. Harper begroette haar met een vertrouwelijk lachje en hij sprak met
+zijn dikke stem:
+
+„Goeden avond, Miss Hansch.”
+
+Daarop wendde hij zich tot Baxter, dien hij reeds met jij en jou
+aansprak:
+
+„Zeg eens, doe mij het genoegen, hier naast mij te komen zitten, opdat
+Martha niet meer naar die loge daar kan kijken, waar die vervloekte
+Chinees zit. Zij stelt, geloof ik, veel te veel belang in de
+slangenoogen van dien kerel.”
+
+„Allright,” antwoordde de inspecteur en nam op den aangewezen stoel
+plaats, zoodat zijn arm dien van Raffles bijna aanraakte.
+
+De tooneelspeelster met de zwarte schitteroogen sprak op eenigszins
+beleedigden toon:
+
+„Je maakt je belachelijk, Edwin, denk je heusch, dat ik verliefd zal
+worden op een Chinees?”
+
+De slanke Miss Hansch lachte spottend en sprak:
+
+„Nu, hoor eens, jij doet precies alsof Mr. Harper knapper was dan de
+Chinees. Ik denk, dat wij het eerst verliefd worden op den persoon, die
+het meeste geld heeft.”
+
+De gentleman wierp haar een woedenden blik toe, dien zij met een
+brutaal lachje beantwoordde.
+
+Daarop sprak hij:
+
+„Wel, als het op het meeste geld aankomt, dan denk ik mij wel met den
+Chinees te kunnen meten. Ik heb Miss Martha vandaag 1000 pond sterling
+gegeven.”
+
+De oogen van Miss Hansch fonkelden van hebzucht, toen zij die hooge som
+hoorde noemen.
+
+„Is dat waar, Martha?” vroeg zij op spijtigen toon.
+
+„Natuurlijk,” antwoordde deze, „waarvoor is hij anders bankier?”
+
+Daarop wendde Miss Hansch zich tot Baxter met de woorden:
+
+„Heb je gehoord, hoe netjes je vriend zich tegenover mijn vriendin
+heeft gedragen?”
+
+De inspecteur knikte toestemmend en sprak:
+
+„Zeker, mijn kind, hij is bankier en heeft het geld er voor!”
+
+„Och kom,” lachte het meisje spottend, „met de bankiers is het lang
+niet altijd zuiver spel. Ik heb al verscheiden van hen uit Londen zien
+verdwijnen, nadat zij den armen menschen hier hun geld afhandig hadden
+gemaakt.
+
+„Ik moet ook zoo eentje zien te vinden.
+
+„Jij bent gierig. Welk beroep heb je eigenlijk?”
+
+De inspecteur van politie, die de kleine actrice pas sinds een paar
+dagen kende, durfde haar zijn werkelijke betrekking niet noemen en daar
+hij niet wist, wat hij zou antwoorden, sprak hij:
+
+„Ik ben president!”
+
+Beide dames keken hem met scherpe blikken aan, daarop sprak Miss
+Hansch:
+
+„Wat voor een soort van president?”
+
+„Dat komt er niet op aan,” antwoordde Baxter.
+
+„Ja,” lachte Harper, „als je dat zoudt hooren, zou je vreeselijk
+schrikken en misschien hard wegloopen.”
+
+„Zoo?” lachten zij beiden, „is hij misschien president van de
+rechtbank?”
+
+„Och, vraag toch niet verder,” weerde Baxter af, „kijkt nu naar de
+voorstelling en dan gaan wij soupeeren.”
+
+„Zeg”, vroeg Miss Raabe haar vriendin, „heb jij wel eens een verhouding
+gehad met een Chinees?”
+
+„Neen,” antwoordde de andere, „jij?”
+
+„Ik zou het graag eens willen,” antwoordde Miss Raabe. „Als men dan
+valsch haar noodig heeft, neemt men er doodeenvoudig de vlecht van den
+Chinees bij! die zou verrukkelijk bij mijn haar passen.”
+
+„Houdt op met die flauwe aardigheden!” riep Harper uit, „jelui bent
+niet erg beleefd. Sinds ik je vandaag dat geld heb gegeven, schijn je
+te denken, dat je mijn vriendschap niet meer noodig hebt.”
+
+Miss Raabe lachte.
+
+„Wat is 1000 pond!” sprak zij. „Ik had verleden jaar een vereerder, met
+wien ik in Monte Carlo en Nizza ben geweest, die heeft mij zijn geheele
+vermogen vermaakt.”
+
+„En wat is er van dien man geworden?” vroeg Baxter.
+
+„Hetzelfde, wat ik met het geld deed. Beide gingen aan den rol. Hij is
+nu ergens in Amerika als glazenwasscher.
+
+„Maar dezen keer ben ik verstandiger. Ik laat het geld niet weer door
+mijn vingers gaan en als ik 10.000 pond bij elkaar heb, ga ik stil
+leven als een voorname dame.”
+
+„Wel”, knikte de bankier, „die 10,000 pond zal je wel gauw bij elkaar
+hebben. Van mij alleen heb je tot dusverre 7000 gehad.”
+
+„7000 pond? Drommels, dat is veel geld!”
+
+„Hij heeft het er immers voor,” lachte het meisje, „hij is immers
+bankier!”
+
+Bij die woorden maakte zij de beweging van iemand, die geld wegneemt,
+zoodat de drie anderen lachten.
+
+„Een net klaverblad,” fluisterde Charly Brand, wien geen woord van het
+gevoerde gesprek was ontgaan.
+
+Zijn vriend knikte toestemmend.
+
+Toen John Raffles den schouwburg verliet, sprak hij tot Charly Brand:
+
+„Mijn beste jongen, wil je wel gelooven, dat men Londen werkelijk een
+dienst bewees, wanneer men die Vereeniging ter bevordering der
+zedelijkheid eens ging ontleden?
+
+„Die Vereeniging moet ontbonden worden, men moet de leden ontmaskeren.
+
+„Men walgt letterlijk, als men bedenkt, dat dit de mannen zijn, die
+zedepreeken houden voor het volk. Met deze beide broeders moet ik mij
+nader bezighouden.”
+
+Daarop gingen zij soupeeren en reden al vroeg naar huis terug.
+
+Voordat de Groote Onbekende zich ter ruste begaf, sprak hij:
+
+„Ik heb een schitterend plan gemaakt en zal voorloopig als Chinees in
+Londen leven.
+
+„Onthoud goed mijn naam: Su-Ki-Bit-Wou-Wang!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+SU-KI-BIT-WOU-WANG IN DE KAST.
+
+
+Het was den volgenden morgen tegen tien uur, toen bij bankier Harper,
+die een kleine zaak had in de Regentstreet, de boekhouder een kaartje
+afgaf, dat de bankier eenige seconden bekeek.
+
+Eindelijk spelde hij: Su-Ki-Bit-Wou-Wang.
+
+Een vage voorstelling van een Chinees, die den vorigen avond in een
+loge naast hem had gezeten, vloog door zijn hoofd.
+
+Tegelijkertijd kwam een gevoel van jaloerschheid in hem op, daar zijn
+geliefde, Miss Raabe, te veel belang in den Mongool had gesteld.
+
+Hij dacht eenige oogenblikken na, of hij den man zou ontvangen of niet
+en besloot toen tot het eerste.
+
+„Su-Ki-Bit-Wou-Wang!” stelde de Chinees zich voor in zijn nasaal
+Engelsch, toen hij tegenover Harper stond.
+
+„Ik komen uit Peking.”
+
+De bankier fronste de wenkbrauwen en wierp den bezoeker een niet zeer
+vriendelijken blik toe.
+
+Het was werkelijk de man, aan wien hij zich in den schouwburg had
+moeten ergeren.
+
+„Wat wenscht gij van mij?” vroeg hij op korten toon. „Het is beurstijd
+en ik heb het zeer druk.”
+
+„O, dat niets hindert,” sprak de Chinees. „Bij ons in Peking wij doen
+alle zaken gedurende de beurs. Wij daar hebben veel tijd!”
+
+„Dat is best mogelijk,” antwoordde Harper. „Wij in Londen hebben zeer
+weinig tijd. Zeg mij in korte woorden wat gij wenscht!”
+
+De zoon van het Hemelsche Rijk maakte een buiging en sprak:
+
+„Ik vernemen, dat gij president van de schoone Vereeniging der
+bevorderde zedelijkheid en deugd. Ik zou willen verzoeken, als
+vreemdeling, in de Vereeniging te worden opgenomen.”
+
+„Dan moet gij u tot den tweeden voorzitter wenden,” antwoordde Harper
+onvriendelijk. „Hij moet voor dergelijke dingen zorgen.”
+
+„Hoe heeten de tweede president?”
+
+„Politie-inspecteur Baxter van Scotland Yard.”
+
+„Ik dank u zeer, maar ik niet weten de adres van dezen man. Ik u
+verzoeken, mij eenige regels voor dien man mee te geven.”
+
+Harper, die blij was, dat hij den onwelkomen bezoeker zoo gauw mogelijk
+weer kwijt raakte, nam een blad papier, schreef het adres en een paar
+woorden erop, met verzoek aan Baxter om den Chinees voor het volgende
+diner der Vereeniging, dat weer op Donderdag in hotel Cecilia gehouden
+zou worden, een uitnoodigingskaart te verstrekken.
+
+Met veel buigingen ging de Chinees heen en Harper begaf zich naar de
+beurs.
+
+Hij speculeerde den laatsten tijd op zeer twijfelachtige wijze om te
+trachten zijn inkomsten te vermeerderen, daar, ten gevolge van zijn
+levenswandel, zijn kas zeer gedund was.
+
+De Chinees was intusschen naar het hoofdbureau van politie gegaan en
+verwekte daar groot opzien bij de beambten.
+
+Baxter was juist in het bureau gekomen en daar hij zware hoofdpijn had
+wegens te weinig slaap, trachtte hij zijn slechte bui te koelen op zijn
+secretaris Marholm.
+
+Deze luisterde doodkalm naar de scheldwoorden van zijn chef en stopte
+zijn kort pijpje, alsof hij niets van al het gevloek van Baxter hoorde.
+
+„Wat is er voor nieuws?” vroeg hij de Vloo op barschen toon.
+
+„Dat wilde ik u juist vragen,” antwoordde Marholm. „Gij ziet eruit,
+alsof gij heel wat te vertellen hebt.”
+
+„Houdt uw b....!” brulde Baxter. „Ik heb geen zin om flauwe aardigheden
+aan te hooren.”
+
+„Dat is ook niet noodig, inspecteur,” antwoordde de secretaris. „Gij
+schijnt flink katterig te zijn!”
+
+„Wat gaat u dat aan?”
+
+„Met uw verlof, heel veel! Gij schijnt mij als een soort zondebok te
+beschouwen. Raas en tier tegen iemand anders, alstublieft. Uw gevloek
+maakt op mij geen indruk!”
+
+„Wilt gij mij de les lezen?” vroeg Baxter op scherpen toon.
+
+„De hemel beware mij! Ik denk er niet aan,” antwoordde de Vloo. „Dat
+zou vergeefsche moeite zijn.”
+
+„Sir!” stoof Baxter weer op, zijn oogen woest latende rollen.
+
+Als antwoord blies de Vloo hem een dikke rookwolk in het gezicht.
+
+Daar trad een politie-agent binnen en meldde:
+
+„Een Chinees wenscht inspecteur Baxter te spreken.”
+
+Vol verbazing keek Baxter den agent aan.
+
+„Een Chinees? Wat moet die hier doen?”
+
+De agent haalde de schouders op en Marholm mompelde iets.
+
+„Breng den Chinaman hier!” beval de chef.
+
+Eenige oogenblikken later trad de Chinees het bureau binnen, neeg
+driemaal en sprak in de bloemrijke taal van zijn land:
+
+„Ik zie de zon opgaan en voel mij gelukkig, den hoogen politiemandarijn
+van Londen, de geweldige vuist van het Engelsche Rijk, voor mij te
+zien. O, ik mij voelen zeer gelukkig!”
+
+„Wat is dat voor gekkentaal?” sprak de Vloo en keek den vreemdeling vol
+belangstelling aan, die op iemand, dien hij kende, scheen te gelijken.
+Tevergeefs bedacht hij echter, wie het kon zijn.
+
+Ook Baxter kwam de Chinees bekend voor.
+
+De vele champagne van den vorigen nacht had alle herinnering van het
+theater bij hem uitgewischt.
+
+Maar hij sprak:
+
+„Ik moet u reeds meer hebben gezien, Mister—”
+
+„Su-Ki-Bit-Wou-Wang uit Peking!”
+
+„Juist, Sir Stucki-Kit-Sting-Stang,” antwoordde Baxter.
+
+„No, no,” verbeterde de Chinees, „Su-Ki-Bit-Wou-Wang! Geen mensch hier
+in Londen mijn naam kan uitspreken.”
+
+„Ja,” lachte de Vloo, „daar is ook groote vaardigheid voor noodig.”
+
+Baxter stelde voor om den naam af te korten en eenvoudig Mister Wang te
+zeggen.
+
+Nu overhandigde de Chinees hem den brief van Sir Harper.
+
+„Allright!” antwoordde Baxter, nadat hij hem had gelezen. „Hier hebt
+gij een kaart, het zal ons een groote eer zijn, u als onze gast bij ons
+te zien.”
+
+De Chinees glimlachte gevleid en antwoordde:
+
+„O, ik hopen, dat daar nog meer zijn zulke schoone dames.”— —
+
+„Dames?”
+
+Baxter kreeg een schrik. Nu herinnerde hij zich plotseling, dat hij den
+zoon van het Hemelsche Rijk in den schouwburg had gezien.
+
+„Ja, dames,” knikte de Chinees. „Ik u immers gisteravond zag met dames,
+met zeer schoone dames in den schouwburg.”
+
+Baxter werd rood. Hij had den Mongool graag een oorvijg gegeven.
+
+„Gij vergist u, dat waren onze dames niet,” antwoordde hij, om zijn
+figuur tegenover de Vloo te redden.
+
+„O, ik begrijpen,” glimlachte de Chinees, „dat waren gekochte dames,
+niet echtgenooten. O, ik zoo graag weten wilde, hoe duur zulke dames
+zijn!”
+
+„Juist,” sprak Baxter, die begreep, dat Marholm vol inwendig genoegen
+zat te luisteren, „nu herinner ik mij eerst, wat gij bedoelt. Het was
+mijn zuster en de echtgenoote van een mijner vrienden, die met ons in
+de loge zat.”
+
+„Zeer schoone zuster, zeer schoone vrouw! Nu, ik wil niet verder
+storen, ik gaarne weerkomen aanstaanden Donderdag. Tot weerziens!”
+
+„Tot weerziens!” sprak Baxter en herademde, toen de onaangename
+bezoeker eindelijk het bureau verliet.
+
+Nauwelijks was de deur achter hem gesloten, of de Vloo vertrok zijn
+gelaat tot den breedsten glimlach, dien hij te voorschijn kon brengen.
+
+„Waarom grijnst gij zoo?” vroeg zijn chef, die dit lachen kende.
+
+„Waarom zou ik niet grijnzen?” antwoordde Marholm, „ik amuseer mij!”
+
+„Hopelijk niet over mij!” barstte Baxter los. „Ik bedank daarvoor.”
+
+„Gij moet u niet alles dadelijk zoo aantrekken,” sprak de Vloo, „ik had
+nooit gedacht, dat gij zoo aantrekkelijk waart!”
+
+De chef rolde met zijn oogen en daar Marholm kalm en behaaglijk bleef
+glimlachen, sloeg hij met de vuist op tafel en schreeuwde:
+
+„Wilt gij nu eindelijk eens ernstig kijken?”
+
+„Ik denk er niet aan,” antwoordde de Vloo, „in de dienstvoorschriften
+staat nergens, wat voor een gezicht men moet zetten!”
+
+„Vervloekte kerel!” riep Baxter uit en toen hij Marholm nog steeds
+vroolijk zag lachen, sprong hij van zijn stoel op en sprak:
+
+„Als gij nu nog doorgaat met uw gegrijns, gooi ik u de deur uit!”
+
+„Gelukkig!” zuchtte de Vloo, „ik verlang onuitsprekelijk naar frissche
+lucht! Gij riekt namelijk naar—”
+
+„Wat zegt gij, ik riek?” schreeuwde Baxter, hem in de rede vallend.
+
+„Ja, zeker,” bevestigde de secretaris. „Gij schijnt flink katterig te
+zijn! De Chinees schijnt u gisteravond goed opgenomen te hebben.
+Gelooft gij zelf iets van die vrouw en zuster?”
+
+„Wat? Of ik daaraan geloof? Gij hoordet immers, dat ik het zelf
+vertelde!”
+
+„Dat is immers juist het grappige”, lachte Marholm. „Gelooft gij, wat
+gij zelf hebt verteld?”
+
+„Ik geloof altijd, wat ik zelf vertel”, riep de inspecteur vol trots
+uit.
+
+Inplaats van te antwoorden, vertrok Marholm weer zijn gelaat tot dien
+breeden grijns, die Baxter woedend maakte.
+
+Weer barstte hij los en verbood Marholm te lachen.
+
+Daar de Vloo echter geen aanstalten maakte, om ernstig te kijken, kon
+Baxter zich niet meer bedwingen en schreeuwde:
+
+„Ik ontsla u zoolang uit den dienst, totdat gij weer een ernstig gelaat
+vertoont.
+
+„Er uit!”
+
+De inspecteur had nauwelijks het laatste woord gesproken, of Marholm
+sprong zoo vlug mogelijk van zijn stoel op, greep zijn hoed en snelde
+naar de deur.
+
+Daar keerde hij zich nog eens om en vertoonde, voordat hij het bureau
+verliet, den chef van politie zijn breedlachenden mond en met een
+knipoogje, dat veelbeteekenend was, nam hij afscheid van Baxter.
+
+De deur viel achter hem in het slot en—dat was geen oogenblik te vroeg,
+want Baxter had een inktpot opgenomen en hem dien nagegooid.
+
+
+
+Ook John Raffles had met een veelzeggend glimlachje het hoofdbureau van
+politie verlaten.
+
+Hij nam een cab en reed naar het Drury Lane theater.
+
+Nadat hij den portier een fooi had gegeven, vernam hij van dezen het
+adres der actrice Miss Raabe.
+
+Hij gaf den koetsier den naam der straat en het nummer op en bevond
+zich een kwartier later voor het kleine huis met één verdieping, waar
+een voorname rust heerschte.
+
+Lord Lister behoefde niet lang te wachten. Een aardig kamermeisje vroeg
+hem, wat hij wenschte en glimlachte vroolijk bij het zien van den
+Chinees.
+
+John Raffles gaf ook haar zijn Chineesch visitekaartje, waarmee zij
+verdween.
+
+Reeds de vestibule, waarin Raffles zich bevond, getuigde ervan, dat de
+bewoonster van het huis een uitstekenden smaak moest hebben, gepaard
+gaande aan grooten rijkdom, of wel, en Raffles wist, dat dit laatste
+het geval was, dat zij schatrijke aanbidders had.
+
+Terwijl hij de meubelen en curiositeiten bewonderde, die de vestibule
+versierden, kwam het kamermeisje terug en sprak:
+
+„Miss Raabe verzoekt u, binnen te komen.”
+
+Zij geleidde den bezoeker langs een trap naar boven en liet hem binnen
+in een boudoir, waaraan een grooten muzieksalon grensde.
+
+Hier heerschte buitengewone weelde, die bijna iets parvenuachtigs had.
+
+Nauwelijks was de Chinees het boudoir binnengegaan, of hij hoorde het
+ruischen van een zijden sleep in het muzieksalon en een oogenblik later
+trad Miss Raabe in een met kanten bezet ochtendkleed binnen, dat haar
+lichaam als een glinsterende elastieke slangenhuid gaf.
+
+Onmiddellijk herkende zij den Chinees uit het Lyceumtheater van den
+vorigen avond en, terwijl zij glimlachend haar sneeuwwitte goed
+verzorgde tanden liet zien, riep zij uit:
+
+„O, dat is charmant, Mr. Jucki-Bit! Ach kom! Die naam is prachtig, ik
+zal u eenvoudig Mr. Jucki noemen— —Mijn lieve Mr. Jucki, ik ben zeer,
+zeer verheugd, kennis met u te maken en ik hoop, dat gij voldoende
+Engelsch verstaat, om elkaar te kunnen begrijpen.”
+
+„O, zeer zeker, wij elkaar zullen begrijpen,” antwoordde Raffles, „en
+als gij niet mijn Engelsch verstaat, zult gij mijn Chineesch wel
+begrijpen. In de liefde Engelsch en Chineesch volkomen gelijk zijn. Ik
+ben zeer vol geestdrift voor uw schoon gelaat!”
+
+„Zoo?” glimlachte Miss Raabe gevleid, „maar gij hebt gelijk! Mr.
+Harper, een goed vriend van mij, zei onlangs, dat mijn gelaat een
+ongeschreven gedicht was.”
+
+„Nu, dat betwijfelen ik moet. Men ziet lijnen, waarop een gedicht te
+schrijven men zou kunnen!”
+
+„Foei, hoe hatelijk!” riep Miss Raabe uit met een koket lachje.
+
+„Ik weet, dat ik ben hatelijk, maar daarvoor is mijn geld zeer goed,”
+antwoordde de Chinees. „Men houden daarom van mij veel en zeggen, dat
+ik een zeer net mensen zijn. Gij zult dat ook nog van mij zeggen.”
+
+Miss Raabe keek hem met een smachtenden blik aan en lispelde:
+
+„Als gij heel lief voor mij wilt zijn! Maar gij moet mij niet te lang
+laten wachten, anders zeg ik het tegendeel. Voor alles, mijnheer, ben
+ik dol op brillanten.”
+
+„Daarmee kan ik van dienst zijn!” antwoordde Raffles, „ik niets ken van
+brillanten, maar ik goede cheques heb en daarvoor mijn vriendinnen
+brillanten kunnen koopen. Dan kunnen zij mij niet verwijten, wanneer
+zij door Engelsche koopmannen bedrogen worden.”
+
+„Gij hebt gelijk.” knikte de schoone. „Hebt gij misschien toevallig
+zoo’n cheque bij u?”
+
+„Ik die dragen altijd bij mij. Zouden gij gaarne een willen hebben?”
+
+Miss Raabe antwoordde zuchtend.
+
+„Ja, mijnheer, ik verlang er naar. Maar gij schertst zeker?”
+
+„O neen,” verzekerde de Chinees, „ik schertsen niet over zulke
+onderwerpen,” en met de onverschilligheid van iemand, die over
+millioenen beschikt, haalde hij zijn chequeboek uit zijn zak en vroeg:
+
+„Hoe groot wenschen gij, vriendin van mijn hart, een cheque?”
+
+Miss Raabe keek haar bezoeker verbaasd aan. Een dergelijke
+edelmoedigheid was haar vreemd. Zij wist niet, wat zij zou antwoorden.
+
+Maar de Chinees kwam haar te hulp en sprak:
+
+„Ik denken, dat een net brillanten sieraad zullen kosten 1000 pond
+sterling?”
+
+De hebzucht ontwaakte in Miss Raabe.
+
+Iemand, die haar zonder slag of stoot 1000 pond sterling wilde geven,
+zou ook meer voor haar over hebben.
+
+„Ik merk wel, dat gij nog geen brillanten sieraden hebt gekocht, Mr.
+Jucki, anders moest gij weten, dat men voor een dergelijk bedrag geen
+mooie steenen koopt.”
+
+„Gij gelijk hebben,” sprak de Chinaman, „ik werkelijk in mijn leven nog
+nooit brillanten gekocht hebben.”
+
+Met deze woorden sprak de Groote Onbekende de waarheid, want alle
+brillanten, die hij tot dusverre had bezeten, had hij den eigenaar
+afgenomen.
+
+„Mooi”, sprak hij, „zeg dan, hoeveel geld men noodig voor brillanten.”
+
+Miss Raabe was dicht naast den Chinees gaan zitten en zijn hand
+streelende, sprak zij:
+
+„Mijn lieve, bruine Jucki— —nietwaar, gij zijt immers mijn lieve,
+bruine Jucki? Reeds gisteren in den schouwburg stelde ik belang in u en
+bewonderde uw mooie zwarte vlecht.”
+
+Zij streek met haar zachte hand over den gitzwarten glanzenden haartooi
+van haar nieuwen vriend.
+
+„Ik wilde weten, hoeveel kosten brillanten!”
+
+„Ja, ziet gij, mijn lieve Jucki, ik weet niet, of gij genoeg van mij
+houdt. Ik heb een aanbidder, die mij 10,000 pond sterling heeft
+beloofd, als ik hem mijn liefde wilde schenken!”
+
+„Beloofd!” riep Raffles uit, „ik niet beloven, maar geven!”
+
+„Hij heeft mij al 7000 pond gegeven, lieve Jucki!”
+
+Zij liet reeds het woordje „Mister” weg, wat de Groote Onbekende met
+genoegen opmerkte.
+
+„O, ik u ook kan geven zooveel en nog meer. Ik u geven wil een cheque
+op de Bank van Peking van 10,000 pond sterling, als de schoone miss mij
+wil schenken haar liefde.”
+
+Zij reikte hem haar hand, die schitterde van de juweelen en sprak:
+
+„Geef mij uw cheque en ik zal zooveel van u houden, dat gij niet naar
+China wenscht terug te keeren.”
+
+„Allright, Miss Raabe,” sprak de Chinees, „hier is mijn cheque.”
+
+Hij vulde een formulier in en gaf het haar.
+
+Nauwkeurig las zij het en vroeg:
+
+„Moet ik de cheque naar de Bank van Peking zenden?”
+
+„Gij hem niet moeten zenden. Gij kunnen cheque geven aan Engelsche Bank
+en na vier weken geld laten uitbetalen. De Bank zullen zich het geld
+van Peking laten komen.”
+
+„Dat is lang,” antwoordde Miss Raabe, „vier weken! dan moet gij ook nog
+vier weken wachten voordat ik u mijn liefde schenk.”
+
+„Ik gaarne wachten,” sprak de Chinees, „ik echter hoop, u te mogen
+bezoeken.”
+
+„O ja,” lachte Miss Raabe, „dat moogt gij. Ik sta u zelfs toe, mij naar
+den schouwburg te vergezellen, soupers voor mij te bestellen, gij moogt
+met mij gaan wandelen en kleine rekeningen, die ik hier en daar in
+winkels heb, voor mij betalen.”
+
+„Ik met grootste genoegen dat doen zullen”, antwoordde John Raffles.
+
+Op dit oogenblik hoorde men het getoeter van een auto voor het huis en
+Miss Raabe snelde naar het raam.
+
+Nauwelijks had zij een blik naar buiten geworpen, of zij sprak zeer
+ontsteld:
+
+„O mijn hemel, wat moet ik nu doen! Daar komt mijn vriend Mr. Harper en
+wanneer hij u en mij hier samenvindt, zou hij u uit jaloezie misschien
+doodschieten.”
+
+De Chinees sprong verschrikt op en riep:
+
+„O neen, laat mij niet doodschieten! Ik zeer bang zijn daarvoor!”
+
+Men hoorde reeds de huisdeur open- en dichtgaan en er was niet veel
+tijd te verliezen.
+
+Gejaagd sprak Miss Raabe:
+
+„Kom gauw mee, gij moet u verbergen in mijn kleerkast. Ik heb daar een
+schuilplaats laten aanbrengen, waar niemand u kan vinden.”
+
+Zij voerde hem door het salon, waaraan haar slaapkamer grensde en
+hierdoor naar een kleedkamer, waarin aan den muur een groote kleerkast
+met drie deuren stond.
+
+Zij opende echter geen dezer deuren, maar drukte aan een der zijkanten
+op een lijst en geruischloos opende zich een smalle deur, die echter
+juist breed genoeg was om een mensen van gewonen omvang door te laten.
+
+Daarachter bevond zich een geheel afgescheiden ruimte, waarin zelfs een
+zitplaats was aangebracht.
+
+„Hier moet gij wachten, mijn lieve Jucki, totdat ik er u weer uitlaat.”
+
+„De zaak er gevaarlijk uitzien”, meende de Chinees; „maar ik hopen, dat
+gij mij niet te lang zullen laten wachten. Is Mr. Harper werkelijk zoo
+gevaarlijk een man?”
+
+„Zeer gevaarlijk, mijn lieve Jucki! Haast u nu, ik hoor hem al in het
+salon.”
+
+In het volgende oogenblik bevond Raffles zich in de kast en nauwelijks
+was de deur achter hem gesloten, of hij hoorde door de dunne houten
+deur de woedende stem van Harper:
+
+„Waar zit je eigenlijk?”
+
+„In mijn kleedkamer”, antwoordde Miss Raabe. „Waarom schreeuw je zoo?
+Je gedraagt je sinds eenigen tijd niet zeer „gentlemanlike”.”
+
+De bankier was binnengekomen en keek met wantrouwende blikken om zich
+heen.
+
+„Ben je alleen?” vroeg hij.
+
+„Natuurlijk! Wat beteekent die gekke vraag?”
+
+„Omdat ik weet, dat je bezoek hadt!”
+
+„Bezoek?” vroeg zij, zacht lachend. „Ik geloof, dat je spoken ziet!”
+
+„Spoken? Dan zeker van vleesch en bloed! Waar is de man, die je heeft
+bezocht?”
+
+„Houd nu toch op! Als ik je zeg, dat er niemand bij mij is, dan is dat
+zoo!”
+
+John Raffles hoorde, hoe Harper naar de kleerkast ging en die opende.
+
+„Wat zoek je onder mijn kleeren?” vroeg de schoone. „Interesseeren mijn
+rokken je? of wil je je er persoonlijk van overtuigen, dat mijn
+toiletten, zooals ik je reeds herhaaldelijk vertelde, noodig moeten
+worden verbeterd? Je moest mij een paar nieuwe koopen bij Peter
+Robinson! Ik heb iedere japon al gedragen en zou graag weer eens nieuwe
+costuums willen hebben.”
+
+Harper had de kleeren op zij geschoven en ging nu naar het met zware
+zijden damastgordijnen behangen bed, dat hij eveneens doorzocht.
+
+Zij lachte opnieuw hoonend en met een woedende stem sprak hij:
+
+„Ik heb in je salon het bewijs gevonden, dat er iemand bij je is, wil
+je nog ontkennen?”
+
+„Bah!” antwoordde zij en haalde minachtend de schouders op.
+
+„Ik ben zeer nieuwsgierig, wat je gevonden hebt.”
+
+„Kijk,” sprak hij en hield haar het visitekaartje van den Chinees voor
+de oogen, „ken je dit kaartje?”
+
+„Ach— —dat— — —” antwoordde zij langzaam, „natuurlijk ken ik dat
+kaartje. Die malle Chinees kwam vanmorgen, maakte mij zijn opwachting
+en ik was blij, toen ik hem weer kwijt was. Je ziet dus, dat ik op nog
+meer mannen indruk maak dan op jou!”
+
+„Tart mij niet!” schreeuwde hij woedend, „of ik zou mijzelf kunnen
+vergeten. Is het werkelijk waar, dat de Chinees niet meer bij je is?”
+
+Weer antwoordde zij minachtend: „Bah!” en vervolgde:
+
+„Ik zou niet weten, waarom ik de aanwezigheid van dien heer, als hij
+nog hier was, zou verzwijgen. Ik ben je daarover toch geen rekenschap
+verschuldigd!”
+
+„Zoo?” sprak hij.
+
+„Is het kapitaal, dat ik tot heden aan je heb opgeofferd, niet de
+moeite waard?”
+
+„Je hebt niets aan mij opgeofferd, want het geld behoort aan je vrouw,”
+sprak zij op ijskouden toon.
+
+„Bewijs mij eerst, dat je inderdaad een offer voor mij kunt brengen.”
+
+Hij drukte haar arm zoo hartstochtelijk tegen zich aan, dat zij een
+kreet van pijn gaf. Daarop haalde hij een pakket uit zijn borstzak, dat
+1000 pond aan bankpapier bevatte en riep uit:
+
+„Zottin, geloof je werkelijk, dat ik geen offer voor je zou kunnen
+brengen? Hier, neem dit geld! Je verlangdet 10,000 pond van mij. 7000
+heb ik je al gegeven en wel, zooals je weet, het geld van mijn vrouw.
+
+„De rest hoopte ik te winnen door beursspeculaties, maar dat is
+mislukt.
+
+„Om echter aan je wenschen te voldoen, heb ik de gelden van mijn
+cliënten uit mijn brandkast genomen en voor je meegebracht. Je ziet
+dus...”
+
+Zij vlijde zich nu tegen hem aan als een groote witte kat en,
+liefkoozend fluisterend, sprak zij:
+
+„Ik wist het wel, dat je liefde grenzeloos is. Nu zal je vanavond de
+belooning ervoor krijgen. Ik zal je zoo lief hebben als nog geen enkele
+vrouw het heeft gedaan.
+
+„Kom, laat ons nu gaan soupeeren!
+
+„Ik zal al je zorgen verdrijven en het geld, dat je je cliënten hebt
+onteigend, zal je wel gauw terug verdienen.”
+
+Zij trok Harper, die nog eens met onderzoekende blikken rondkeek, in
+het salon en begaf zich met hem naar een kleine eetkamer aan de
+achterzijde van het huis.
+
+Nauwelijks had het tweetal de kamer verlaten, of Raffles opende de kast
+van binnen en trad er uit te voorschijn.
+
+Zacht sloop hij door de slaapkamer rond en ontdekte naast het bed een
+kleine ijzeren geldkist, die geopend was en waarin brillanten van
+groote waarde lagen.
+
+Daarin lag ook, in kleine pakjes verdeeld, een bedrag van bijna 10,000
+pond, die Miss Raabe zelf bewaarde, daar zij een hekel aan Banken had.
+
+Later vernam Raffles, dat zij zoo slecht schreef, dat zij zich geneerde
+om haar naam onder een cheque te plaatsen en om die reden het geld
+thuis bewaarde.
+
+Met onderzoekende blikken bekeek Raffles dit alles en mompelde:
+
+„Het is de moeite waard, met deze kleine een liefdesgeschiedenis te
+beginnen; een dergelijke gevaarlijke slang moet onschadelijk worden
+gemaakt.”
+
+Een geluid in de eetkamer deed hem haastig in de kast terugkeeren.
+
+Toen hij er weer in zat, ontdekte hij, dat een roset van het
+houtsnijwerk verschoven kon worden, zoodat men in de kamer kon kijken.
+
+Harper en zijn geliefde kwamen weer binnen en hij kon duidelijk zien,
+hoe de schoone het geld in het kistje borg.
+
+Daarop verlieten zij de kamer weer.
+
+De Groote Onbekende hoorde Harper zeggen:
+
+„Ik zal dus precies om zeven uur bij je zijn en verzoek je, mij niet
+lang te laten wachten. Wij zullen naar het Criterium-Theater gaan. En
+dan moet ik in elk geval tegen 10 uur een uurtje naar de vergadering.”
+
+„Ach ja,” antwoordde zij, „ik heb er mij al op verheugd. Er moet een
+mooie klucht worden gegeven. Ik blijf natuurlijk in den schouwburg!”
+
+Zij glimlachte spottend, wat hij niet opmerkte.
+
+Hierna verlieten zij de kamer en Raffles wachtte geduldig op de dingen,
+die zouden komen.
+
+Ongeveer tien minuten later werd de geheime deur door de geliefde van
+den bankier geopend.
+
+Zij keek hem schalksch aan met haar zwarte oogen en met een overmoedig
+lachje riep zij:
+
+„Ik heb den ouden gek naar huis gestuurd. Hij had geen honger en nu
+moet gij met mij soupeeren, mijn lieve Jucki”.
+
+Zij sloeg haar arm om Raffles’ hals en trok hem met zich mee.
+
+„Zeer schoone hand, zeer schoone arm,” fluisterde de Chinees,
+schijnbaar vol verrukking. „Ik houden van schoone vrouwenarmen.”
+
+„Allright!” lachte zij, „als je heel lief bent, laat ik je na het
+souper mijn geheelen arm zien.”
+
+„Zeer groote kostbaarheid voor mij zal dat zijn!”
+
+„Je bent een vleier,” antwoordde zij, „maar kom nu. Ik heb honger. Nu
+zullen wij ongestoord zijn!”
+
+Terwijl zij den bouillon dronk, die door het kamermeisje was gebracht,
+sprak zij:
+
+„Hij is namelijk getrouwd, mijn vriend, dien ik wegstuurde. Hij heeft
+een oude, gierige vrouw en als hij niet stipt om 2 uur aan tafel
+verschijnt, maakt zij hem het leven tot een hel.
+
+„Ben jij ook getrouwd, lieve Jucki? Ik vind getrouwde vrouwen
+afschuwelijk!”
+
+„Ik ook,” antwoordde de Chinees. „Ik vinden een vrouw heel akelig. Wij
+in China meer vrouwen hebben.”
+
+„Zoo,” antwoordde zij op scherpen toon, „maar als je mijn vriend wilt
+worden, mag je geen tweede vrouw hebben. Ik wil je alleen liefhebben,
+ik verzeker je, dat jij de eenige man bent, dien ik liefheb!”
+
+„Gij mij maken zeer gelukkig,” fluisterde de Chinees. „Maar gij zijn
+een kleine slang. Alle vrouwen kleine slangen zijn, zoolang men ze niet
+opsluit. Wij in China onze vrouwen opgesloten houden.”
+
+„Hier in Londen bestaat dat niet,” legde zij hem uit, waarop hij
+antwoordde:
+
+„Zeer dom is dat!”
+
+Nadat zij hadden gesoupeerd, sprak zij:
+
+„Lieve Jucki, nu moet je gaan. Morgenochtend tusschen 11 en 1 kun je
+terugkomen. Dan is „hij” altijd naar de beurs en zoodra ik het geld heb
+van de Bank mag je bij mij komen wonen. Ik bekommer mij dan niet meer
+om den ouden kaffer.”
+
+„Allright, Lady,” antwoordde hij opstaande, „ik nu zal gaan en
+terugkomen.”
+
+Zij gaf hem glimlachend een hand ten afscheid, die hij voorzichtig
+kuste. Ter verontschuldiging sprak hij:
+
+„Wij Chineezen het kussen niet verstaan.”
+
+„Ik zal het je leeren!” sprak zij, terwijl zij hem tot de voordeur
+vergezelde— — —
+
+Zeer voldaan over zijn bezoek keerde John Raffles naar huis terug en
+sprak tot Charly Brand, die hem vroeg, waar hij was geweest:
+
+„Ik heb de Vereeniging ter bevordering van ondeugd en onzedelijkheid
+bestudeerd.
+
+„Ik was op het hoofdbureau van politie en heb bij een demi-mondaine
+gesoupeerd.
+
+„Ik verzeker je, mijn lieve Charly, het wordt een prachtig zaakje, dat
+ik op touw heb gezet! Daaruit zou een uitstekend comediestuk te maken
+zijn!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+DE MOORDENAAR.
+
+
+Mr. Harper bezat in het westen van Londen een eenvoudige, bescheiden
+woning.
+
+Mrs. Harper, een magere slanke vrouw, met verwelkte trekken, zat met
+haar twee kinderen, een jongen en een meisje van 6 en 8 jaren, aan de
+eenvoudig gedekte tafel en wachtte tot de bankier thuis kwam.
+
+Misschien reeds voor den tienden keer vermaande zij de kinderen:
+
+„Weest heel bedaard, als papa komt, hij zal wel vermoeid zijn.”
+
+Zij vermoedde niets van het slechte leven van haar man en meende, dat
+zijn voortdurende vermoeidheid het gevolg was van hard werken.
+
+Een half uur later verscheen Harper en nam met een boos gezicht en
+nauwelijks groetend aan tafel plaats.
+
+Hij zag niet de bezorgde blikken van zijn vrouw, die naar zijn vermoeid
+uiterlijk keek.
+
+De kinderen zaten stil op hun plaats en durfden hun bord bijna niet
+aanraken, omdat hun vader dat geluid niet kon verdragen.
+
+Niets smaakte hem.
+
+Hoewel het eten uitstekend was klaargemaakt, had hij overal iets op aan
+te merken, en stond eindelijk van tafel op en begaf zich naar zijn
+studeerkamer om daar op den divan te gaan slapen.
+
+Een uur later belde hij om koffie. Zijn vrouw bracht hem die zelf en
+toen zij het kopje neerzette, riep hij uit:
+
+„Waarom stuur je het dienstmeisje niet? Ik ben blij, als ik je gelaat,
+dat er altijd bleek en huilerig uitziet, niet voor mij heb.”
+
+„Ik kan mijn gezicht niet veranderen,” antwoordde zij op bescheiden
+toon. „Als ik mij niet zoo bezorgd maakte om jou, zou ik er beter
+uitzien.”
+
+„Maak je bezorgd om wien je wilt, alleen niet om mij. Ik wensch je
+medelijden niet.”
+
+Zij wilde bescheiden de kamer verlaten, maar bleef bij de deur
+aarzelend staan.
+
+„Wat wil je nog?” beet hij haar toe.
+
+„Ik heb wat huishoudgeld noodig,” antwoordde zij op zachten toon, „wees
+zoo vriendelijk, mij een paar pond te geven.”
+
+„Wat?” schreeuwde hij, „alweer geld? Eergisteren heb ik je pas 5 pond
+gegeven. Zijn die alweer op? Je schijnt aardig huis te houden!”
+
+„Ik moest onzen jongen broekjes en kousen koopen”, antwoordde zij, „en
+Erna, ons dochtertje, had eenige schoolboeken noodig.”
+
+„Laat mij met rust,” bromde hij, „de zaken worden met den dag slechter,
+de duivel mag weten, hoe dat moet eindigen. Denk je, dat ik geld kan
+maken? Kijk zelf maar, hoe je aan geld komt”.
+
+„Daar zie ik geen kans toe. Mijn ouders zijn dood en alles, wat ik
+bezat, heb ik jou gegeven.”
+
+„Wil je mij verwijten maken?”
+
+„Dat niet, maar het zou mij aangenaam zijn, als je werkelijk zoo het
+land aan mij hebt, dat je mij het geld terug gaaft, opdat ik daarvan
+voor de kinderen en mijzelf kon zorgen.”
+
+„Dat zou je wel willen”, lachte hij hoonend, „neen, mijn lieve, dat kan
+ik beter gebruiken. Gelukkig, dat ik zoo verstandig ben geweest om het
+in mijn zaak te steken.
+
+„En stoor mij nu niet langer, want ik moet brieven schrijven.”
+
+„Je bent hard,” sprak zij. „Ik weet niet, waarvan ik het avondeten voor
+de kinderen en mij moet koopen.”
+
+„Ik ook niet,” antwoordde hij kortaf.
+
+Plotseling kleurde een blos de bleeke wangen der vrouw, de zachte
+uitdrukking verdween van haar gelaat en met gebalde vuisten riep zij
+uit:
+
+„Nu is het genoeg! Ik heb nu lang genoeg gezwegen en mij door jou erger
+dan een slavin laten behandelen. Voor mij komt het er niet op aan, dat
+ik niets te eten krijg, maar de kinderen mogen geen honger lijden en ik
+zeg je dit—ik verlaat deze woning en ga onderdak zoeken met de kinderen
+bij onze vroegere keukenmeid.
+
+„Al het verdere tusschen ons zal mijn advocaat regelen.
+
+„Binnen de 24 uur zal ik je door de wet laten dwingen, mij het mij
+toekomende vermogen, dat ik je in bewaring heb gegeven, en waarvan ik
+gelukkig een quitantie bezit, terug te betalen.
+
+„Het doet mij leed, dat ik den kinderen hun vader moet ontnemen, maar
+beter geen vader dan zulk een ruw, harteloos mensch als jij bent!”
+
+Gedurende de lange jaren van haar huwelijk had de vrouw nooit
+tegengesproken.
+
+Als stom van verbazing keek hij haar aan, totdat plotseling een
+zinnelooze woede zich van hem meester maakte.
+
+„Wat?” riep hij uit, „jij durft mij trotseeren, mij dreigen? Je wilt je
+verzetten tegen mij, je echtgenoot? Doodslaan zal ik je!”
+
+Hij was opgesprongen en had een zwaren, metalen kandelaar gegrepen,
+waarmee hij haar een slag op het hoofd wilde geven.
+
+Maar hij had zijn vrouw onderschat.
+
+Hoewel hij een breede, forsche man was en zij maar klein en mager te
+noemen was, sprong zij als een kleine, lenige kat naar hem toe, sloeg
+hem met haar vuist in het gelaat en stiet hem zoo hevig voor de borst,
+dat hij terug wankelde.
+
+„Als mijn kinderen er niet waren,” sprak zij, „zou ik mij kalm door je
+dood laten slaan, maar voor mijn kinderen moet ik leven. Mijn zoon zal
+mij eenmaal wreken! Ik zal het in de kranten laten publiceeren, wat
+voor een karakter de president van de Vereeniging ter bevordering der
+goede zeden heeft!”
+
+Op het volgende oogenblik vloog de zware ijzeren kandelaar door de
+kamer. Hoewel zij zich bukte, trof hij haar toch aan het hoofd.
+
+Een oogenblik dreigde zij neer te vallen, maar daarop maakte oneindige
+woede zich meester van de kleine vrouw.
+
+„Je durft het wagen, de moeder van je kinderen zoo te behandelen?” riep
+zij uit.
+
+Zij trok de kast open, waarvoor zij stond en nam er eenige boeken uit.
+
+„Daar!” riep zij, terwijl zij de boeken naar hem toeslingerde. „Daar
+zijn je huichelachtige, leugenachtige boeken over deugd en
+zedelijkheid, waarmee je de wereld bedriegt!
+
+„De menschen moesten je schrijftafel eens zien, die gevuld is met
+gemeene, onzedelijke prullen!
+
+„Foei, jij slechte kerel!
+
+„Maar dit is het allerlaatste! Je zult mij niet terugzien!”
+
+(Zie het titelblad.)
+
+Terwijl zij deze woorden sprak, had zij tientallen van vrome,
+stichtelijke boeken, sommige zoo dik als een bijbel, naar zijn hoofd
+geslingerd en zoo snel, dat hij zich niet kon verdedigen.
+
+Met een slag vloog de deur achter haar toe en als een overwonnene stond
+de president der Vereeniging ter bevordering der goede zeden te midden
+van een hoop verscheurde vrome geschriften en werken en knarste op de
+tanden van woede.
+
+Hij liep naar zijn schrijftafel en haalde uit een der laden een geladen
+revolver.
+
+Met een duivelschen grijns mompelde hij:
+
+„De heks zal eraan gelooven en de kinderen ook. Het is nu toch uit met
+mij. Mijn zaken zijn geheel en al in de war, het restant van de gelden
+mijner cliënten heb ik Miss Raabe gegeven. Een paar duizend pond heb ik
+nog in mijn zak en met dat geld zal ik naar Amerika gaan, na hier eerst
+schoon schip te hebben gemaakt. Daar ginds kunnen zij mannen, als mij,
+gebruiken.”
+
+Hij verliet het vertrek en begaf zich naar de eetkamer.
+
+Toen hij deze leeg vond, sloop hij zacht, als een roofdier, naar de
+slaapkamer en bleef een oogenblik luisterend staan.
+
+Hij hoorde zijn vrouw zacht snikken en de knaap, die tot haar zei:
+
+„Schrei niet, mama, wij zullen gauw weggaan. Ik wil geen vader hebben,
+die mijn moeder slaat. Als ik groot ben, zal ik hem terugslaan! En als
+wij niets te eten hebben, lief moedertje, zal ik, zooals andere
+jongens, kranten verkoopen en laarzen poetsen— — —”
+
+„En ik zal wel dienstmeisje worden en dan zullen wij samen zorgen, dat
+u brood hebt,” sprak het zusje.
+
+Nu trok Harper de deur open, zijn revolver in zijn broekzak
+gereedhoudende.
+
+Met een kreet van schrik keken de kinderen hem aan.
+
+„Wat wil je nog?” vroeg zijn vrouw, die onheil vermoedde.
+
+„Wat ik wil? Dat zal je dadelijk zien! Een mooie opvoeding geef jij je
+kinderen!”
+
+Nu kwam de kleine jongen met gebalde vuisten voor hem staan en riep:
+
+„Pas op, als u mijn moeder slaat, zal ik u ook slaan!”
+
+Een duivelsche lach als van een krankzinnige kwam van de lippen van den
+ellendeling, hij haalde de revolver te voorschijn en hield die tegen
+het voorhoofd van den knaap.
+
+„Ik zal je leeren, wat slaan beteekent. Jij zult de eerste zijn, die op
+reis naar de eeuwigheid gaat.”
+
+Als verlamd, doodsbleek, staarde zijn vrouw naar dit ontzettende
+tooneel. Van schrik kon zij geen geluid geven en zich niet verroeren,
+zij kon geen hand uitsteken om haar jongen te redden.
+
+Een gil kwam over de lippen van den knaap, een tweede en derde volgden
+en aarzelend liet de ellendeling het wapen zinken.
+
+Nu schreeuwde ook het meisje om hulp en bliksemsnel sprong de knaap als
+een hond naar zijn vader toe en beet hem met zijn scherpe tandjes in de
+hand, zoodat deze woedend van pijn het wapen liet vallen.
+
+Maar een oogenblik later kreeg de kleine held een vuistslag en viel
+bewusteloos neer.
+
+De moordenaar wilde zich nu bukken om het wapen op te nemen, maar er
+was nu beweging gekomen in de moeder.
+
+Zij was vlugger dan haar echtgenoot, greep het wapen, richtte het op
+haar man en riep:
+
+„Ik tel tot drie en als je dan de kamer niet hebt verlaten, schiet
+ik!—Er uit!”
+
+Tandeknarsend en met een blik vol woede en haat wendde Harper zich naar
+de deur en mompelde:
+
+„Wacht maar, heks, daarvoor zal je boeten!”
+
+Het volgend oogenblik had hij de kamer verlaten en de deur achter zich
+dichtgetrokken.
+
+Zijn vrouw schoof de grendel er voor, snelde naar de waschtafel en
+legde een koudwatercompres op het hoofd van haar lieveling.
+
+Na eenige minuten kreeg het kind zijn bewustzijn terug en herinnerde
+zich onmiddellijk het voorgevallene.
+
+Hij keek om zich heen en toen hij zag, dat zijn vader de kamer had
+verlaten, lachte de kleine held en sprak:
+
+„Ziet u, mama, dat heb ik goed gedaan, nietwaar?”
+
+„Je bent een held, mijn jongen,” antwoordde de moeder met tranen in de
+oogen en kuste hem.
+
+„En nu, lieve kinderen, zullen wij ons kleeden en naar de oude Marie
+gaan. Zij zal ons wel een paar dagen bij zich willen houden.”
+
+Zij sloot den koffer, waarin zij linnengoed en kleeren voor zichzelf en
+de kinderen had gepakt, belde en gaf het dienstmeisje bevel, een
+rijtuig te bestellen.
+
+Verbaasd keek het dienstmeisje naar de koffer en vroeg:
+
+„Gaat mevrouw op reis?”
+
+„Ja, voor eenige dagen.”
+
+Eenige minuten later kwam een rijtuig voor en de koetsier bracht den
+koffer op zijn schouders naar beneden. De vrouw van den bankier nam
+haar kinderen bij de hand en volgde hem.
+
+Voordat zij het huis verliet, gaf zij de revolver, die zij in een doek
+had gepakt, aan het dienstmeisje en sprak:
+
+„Geef dit pakje aan mijnheer, hij wil het misschien als aandenken
+bewaren.”
+
+Het meisje schudde verbaasd het hoofd en keek het wegrollende rijtuig
+na, zoolang zij het kon zien.
+
+Toen zij de kamer van Mr. Harper binnentrad, zag zij daar een
+ontzettende wanorde.
+
+De heer des huizes keek ontstemd op, toen het meisje hem kwam storen en
+nam zwijgend het pakje uit haar handen.
+
+Met een hoonlach pakte hij de revolver uit en stak deze toen in een der
+zakken van zijn jas.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+EEN DETECTIVE-TRUC.
+
+
+Het was slechts een kleine bestuursvergadering, die dezen avond plaats
+had in de Vereeniging ter bevordering der goede zeden.
+
+Meneer Harper verscheen even over tienen en vond de heeren al voltallig
+bij elkaar.
+
+Zijn gelaat straalde van zelfvoldoening en van het geluk, dat hij de
+laatste paar uren aan de zijde der bekoorlijke Miss Raabe had genoten.
+
+Terwijl hij de vergadering leidde, wachtte zij beneden in de leeszaal
+van het hotel.
+
+Om de verveling te verdrijven, bladerde zij de daar neergelegde
+couranten door.
+
+Plotseling zag ze midden door de zaal Su-Ki-Bit-Wou-Wang aankomen.
+
+„Hallo!” riep zij, „Mr. Jucki, waar wilt ge naar toe?”
+
+De Chinees deed eerst erg verlegen, doch sprak toen, zijn gelaat
+plooiend tot een beminnelijk glimlachje:
+
+„O, ik zijn zeer verheugd, u te zien, mooie Miss Raabe, ik wil gaan
+naar de „bevordering der goede zeden”
+
+„Och zoo,” lachte zij, „gij bedoelt die Vereeniging!”
+
+Hij knikte: „Yes, naar die Vereeniging!”
+
+Zij klopte hem op de schouders en zei: „Weet wel, lieve Jucki, dat ge
+daar niet veel wijzer zult worden. Ze bevorderen daar alleen de zeden
+van anderen, aan zichzelf denken ze niet.”
+
+„Dat hindert niets!” antwoordde de Chinees, „ik moet kennen leeren, of
+hier bij u in Engeland ook zulke onzedelijkheden als in China. Ik
+geloof, wij zijn even fatsoenlijke menschen!”
+
+„Veel fatsoenlijker,” lachte Miss Raabe, „geloof me, ik heb er
+ondervinding van. Ik ken de Londensche mannen.”
+
+„Ik niet daaraan twijfel en weet u, ik ook veel liever in uw gezelschap
+was dan in dat zedelijk gezelschap.”
+
+„Ik heb een idee,” hernam Miss Raabe, „blijf gij bij mij en laten we
+den avond ergens gaan doorbrengen. Ik verveel mij dood in gezelschap
+van Harper.”
+
+„O, hij is een zeer nette mensch, niet waar?”
+
+„Gij bedoelt, omdat hij mij verveelt?”
+
+„O ja, ik dat bedoel.”
+
+„Dan vergist gij u,” lachte de schoone, „hij is het absolute tegendeel
+van netheid. Gij begrijpt, dat men ook wel graag eens wat anders hoort,
+en ik zou blij zijn, in fatsoenlijk gezelschap te verkeeren. Daarom zou
+ik u willen verzoeken, den avond met elkaar door te brengen.”
+
+„Allright,” knikte Su-Ki-Bit-Wou-Wang. „Ik gaarne bereid ben daartoe.
+Maar wij wat doen?”
+
+„Ik weet wat. Vis-a-vis het hotel is een oestersalon. Net rechts
+tegenover het Strand. Daar zal ik op u wachten, als de vergadering is
+afgeloopen.”
+
+„Allright,” zei de Chinees.
+
+Het tweetal reikte elkaar de hand, waarna hij zich naar de aan het eind
+der gang gelegen kleine zaal begaf, waarin de vergadering plaats had.
+
+Bij zijn binnentreden keken alle aanwezigen hem nieuwsgierig aan.
+
+Baxter had de aanwezigen al meegedeeld, dat hij zou komen, en allen
+wachten in spanning zijn komst af.
+
+Een vroolijk lachje kwam op het gelaat der heeren, toen de Chinees
+volgens landsgebruik zijn vilten schoenen uittrok, driemaal op zijn
+knieën sloeg en eenige grappige buigingen maakte.
+
+„Dat is zijn begroeting”, fluisterden de Engelschen tot elkaar, stonden
+daarna op en maakten een stijve buiging.
+
+De Chinees trad naderbij, schudde ieder de hand en noemde zijn naam:
+Su-Ki-Bit-Wou-Wang.
+
+Toen hij bij Baxter en Harper was gekomen, wilde hij met hen volgens
+Chineesch gebruik gaan neus wrijven, hetwelk deze echter op hoffelijke
+wijze afweerden door hem te verklaren, dat zij van zijn toegenegenheid
+waren overtuigd, ook al gaf hij hun slechts volgens gebruik de hand.
+
+Men bood daarop Su-Ki-Bit-Wou-Wang een stoel aan en de vergadering werd
+voortgezet— —
+
+Gedurende een kleine pauze vroeg de naast den Chinees zittende
+Engelschman, hoe het hem in hunne vergadering beviel.
+
+„O”, zei Su-Ki-Bit-Wou-Wang, „als straks komen de kleine meisjes, zal
+het zeer aardig worden!”
+
+De Engelschman, een predikant van streng rechtzinnige beginselen, week
+ontsteld achteruit en kon zijn ooren bijna niet gelooven. Doch eenige
+andere leden hadden de nogal luid gesproken woorden eveneens verstaan
+en, als echte Engelschen, wel van een grapje houdend, vroegen zij:
+
+„Wat voor kleine meisjes bedoelt u, Mr. Wang?”
+
+„O,” gaf de Chinees ten antwoord, „ik bedoel de kleine meisjes, bij wie
+ik mijne vrienden, de heeren presidenten, in den schouwburg zag
+zitten!”
+
+Opeens werd het ijzig stil als in een kerk. Harper en Baxter zaten als
+aan den grond genageld.
+
+Alle aanwezigen keken hen aan met een verwijtenden blik, die hen als
+het ware doorboorde. Vooral de predikant zette een gezicht, alsof hij
+de heilige aartsengel in eigen persoon was, die Gods oordeel
+verkondigde.
+
+Hij was dan ook de eerste, die het stilzwijgen verbrak en aan Mr.
+Harper vroeg:
+
+„Wat hebt gij op de merkwaardige woorden van dezen geachten gast te
+antwoorden, meneer de president?”
+
+Harper was zoo rood als een kreeft van opgewondenheid. Het zweet
+druppelde in dikke parelen van zijn voorhoofd. Hij stond op, want hij
+begreep, dat hij wat antwoorden moest.
+
+„Mijne heeren,” aldus begon hij, „Mr. Wang heeft gelijk, wanneer hij
+zegt, dat hij de presidenten van de Vereeniging ter bevordering der
+goede zeden in gezelschap heeft aangetroffen van twee meisjes, die
+helaas tot de verworpelingen van de maatschappij zijn te rekenen.”
+
+Een luid „Foei” klonk rondom de tafel, hetwelk Harper met een
+handbeweging bezwoer, waarna hij vervolgde:
+
+„Gij vergist u, mijne heeren, wanneer ge meent u over de houding van
+uwe presidenten ongerust te moeten maken; wij waren slechts in onze
+hoedanigheid van trouwe strijders voor de goede zeden in gezelschap van
+die dames.
+
+„We hebben beproefd haar van haar slechten levenswandel terug te
+brengen en haar weer het pad des deugd en zedelijkheid te doen
+betreden.
+
+„En het is mij gelukt een der zondaressen in een christelijk Tehuis
+onder dak te brengen. Zij zal voor liefdezuster worden opgeleid.”
+
+Nu weerklonk een luid „Bravo!”, terwijl de predikant sprak:
+
+„Ik verzoek u uit naam van mijn vrienden aan deze tafel om vergiffenis.
+De hemel moge uwen verderen strijd met zegen kronen.”
+
+De president boog en met tranen van ontroering in de oogen ging hij
+weer zitten om Baxter onder de tafel ongemerkt de hand te drukken.
+
+Men zou nu gaan confereeren over het verbod van de verkoop van sommige
+humoristische bladen.
+
+De predikant had het voorstel gedaan een der schendbladen voor ondeugd
+en onzedelijkheid van den Engelschen bodem te verbannen.
+
+Opeens stond Su-Ki-Bit-Wou-Wang op.
+
+„Pardon, heeren,” zei hij, „doch ik vinden deze vergadering zonder
+kleine meisjes te oninteressant! Ik zal weer vertrekken. Bij ons in
+China zorgen altijd kleine meisjes voor conversatie in
+heerengezelschap.”
+
+Opnieuw klonk een onrustbarend luid „Foei!” door de zaal.
+
+Toen greep Harper, die eindelijk gelegenheid vond zich op zijn
+aanvaller te wreken, den presidentshamer, gebood daarmee stilte en
+riep, op Su-Ki-Bit-Wou-Wang wijzend: „Eruit gij, immoreel en onzedelijk
+wezen! Waag het niet u ooit weer in ons midden te vertoonen. Gij zijt
+een liederlijk mensch!”
+
+„Liederlijk mensch!” riepen alle Engelschen tegelijk en spuwden op
+Engelsche wijze naar Su-Ki-Bit-Wou-Wang op den grond.
+
+Toen hij de zaal had verlaten, zei de predikant met ten hemel gerichte
+oogen:
+
+„Laten we opstaan van onze zitplaatsen, beste vrienden, en den hemel
+danken, dat hij den duivel, die in de gedaante van dien vuilen Chinees
+tot ons kwam, te rechter tijd uit onzen edelen deugdzamen kring heeft
+verdreven.”
+
+Allen stonden op, sloegen met den predikant de oogen op en gingen
+daarna weer zitten.
+
+Nadat men het er, na een kort debat, over eens was geworden, dat het
+bedoelde tijdschrift een schendblad van het ergste allooi was, dat
+stelselmatig, niet alleen de jeugd, doch ook de ouderen ten verderve
+voerde, en daarom moest verboden worden, verklaarde Mr. Harper de
+zitting voor gesloten, en, zakelijke bezigheid voorwendend, verliet hij
+de vergadering.
+
+Toen hij in de leeszaal kwam, om zijn geliefde af te halen, keek hij
+vergeefs rond.
+
+Een voorgevoel zei hem, dat zij misschien dien vervloekten Chinees had
+ontmoet en met hem het hotel had verlaten.
+
+Als een woedende stier snelde hij naar haar huis en toen hem niet werd
+opengedaan, liep hij voortdurend daarvoor op en neer.— —
+
+Miss Raabe zoowel als Su-Ki-Bit-Wou-Wang hadden ondertusschen samen
+gesoupeerd. Tegen twee uur ’s nachts verklaarde zij gaarne naar huis te
+willen gaan.
+
+„Ik ben bang,” zei zij, „lieve Jucki!” (Ze waren nu al zeer intiem.)
+„Geloof mij, die jaloersche man, Mr. Harper, zal bepaald voor mijn huis
+staan om mij op te wachten. Ik ben bang, direct naar huis te gaan.”
+
+„Ik zal dien man wel weg werken,” antwoordde Raffles.
+
+Hij liet zich door den kellner papier en enveloppe brengen en schreef
+een paar bladzijden. Daarna liet hij door den kellner een nacht-kruier
+ontbieden.
+
+Dezen overhandigde hij den brief, nadat hij op geheimzinnige wijze
+verscheiden minuten met hem had gesproken. Na verloop van een kwartier
+zei de Groote Onbekende:
+
+„Ik zal u nu naar huis brengen, Miss Raabe, ge kunt volkomen gerust
+zijn.”
+
+„Is Harper er niet meer? Dat is mij een raadsel!” meende zij, „ik weet
+niet, hoe ge dat hebt klaar gespeeld.”
+
+Su-Ki-Bit-Wou-Wang glimlachte slechts, doch gaf geen antwoord.
+
+
+
+Terzelfder tijd trad een nacht-kruier op den bankier toe, die nog
+steeds voor het huis op en neer wandelde, en, zijn pet afnemend, zei
+hij:
+
+„Is u Mr. Harper?”
+
+„Jawel”, antwoordde deze, „dat ben ik. Wat wenscht ge van mij?”
+
+„Ik moet u een brief overhandigen.”
+
+Hij gaf Mr. Harper het schrijven.
+
+„Van wien komt die brief?” vroeg hij.
+
+„Van den inspecteur van politie Baxter,” antwoordde de kruier.
+
+Zonder verder antwoord af te wachten, verliet hij den bankier en
+verdween in het nachtelijk duister.
+
+Harper echter snelde naar een straatlantaarn, scheurde den brief open
+en las:
+
+
+ „Dear Sir!
+
+ Ik ontving juist een alarmeerend bericht. Een van mijn detectives
+ deelde mij mede, dat men ontdekt had, dat gij de deposito’s van uw
+ klanten hebt verduisterd. Neem u in acht!”
+
+
+De brief was niet onderteekend.
+
+De straat begon opeens te draaien voor Harpers oogen. Hij viel bijna
+neer als een dronken man en moest zich aan een straatlantaarn
+vasthouden.
+
+Daarna frommelde hij het blad papier ineen, stak het in zijn zak en
+snelde weg. Zijn slecht geweten begon geweldig te knagen.
+
+Hij voelde zich als door den duivel bezeten. Als een schaduw vluchtte
+hij weg in de duisternis— —
+
+Terzelfder tijd hield een rijtuig voor het huis stil.
+
+De Chinees stapte uit en hielp Miss Raabe uit het rijtuig.
+
+„Gij moet mij in mijn woning begeleiden,” zei zij, „ik ben vreeselijk
+bang. Mogelijk loert die man daar op mij.”
+
+„Ik zijn zeer moe,” antwoordde de Chinees, „ik hier zal wachten, totdat
+gij woning doorzoekt en dan naar huis rijden. Ik graag in gevaar met
+jonge dames mag samen zijn.”
+
+Daar zij om den Chinees persoonlijk weinig gaf, doch slechts op zijn
+geld aasde, zei zij hem vluchtig goeden nacht, sloot het huis open en
+trad naar binnen.
+
+Raffles wachtte nog een paar minuten, daarna werd op de eerste etage
+een raam geopend, Miss Raabe verscheen, wenkte hem met haar zakdoek en
+riep:
+
+„Hier is niemand, ik dank u, lieve Jucki, goeden nacht!”
+
+De Chinees sprak door zijn neus een onwelluidend „Goeden nacht”, stapte
+in zijn rijtuig en reed weg.
+
+
+
+Den volgenden morgen had Raffles het tot Charly Brands verbazing
+merkwaardig druk.
+
+Door middel van een advertentie in de courant had hij een stenographe
+in dienst genomen en begon deze een comediespel te dicteeren.
+
+Onvermoeid was hij daarmee bezig en rustte niet, voordat hij den
+éénacter in twee dagen klaar had.
+
+„Wil je mij het stuk niet voorlezen?” vroeg Charly Brand, die
+nieuwsgierig was naar den inhoud.
+
+„Dat is onnoodig, jongen, je zult het gauw genoeg op de planken zien.”
+
+John Raffles kende door zijn club den directeur van den
+Garrick-Schouwburg en bracht hem een bezoek.
+
+„Er is me zeer veel aan gelegen,” wendde hij zich tot den directeur,
+„dat ge dezen éénacter al over een paar dagen op de planken laat
+spelen.
+
+„Ik ben bereid alle aan de uitvoering verbonden kosten voor mijn
+rekening te nemen. Het geldt hier een privé-genoegen voor mij
+persoonlijk, en om te zien, of ik werkelijk de gave bezit, succesvolle
+theaterstukken te schrijven.”
+
+De directeur kende Lord Lister onder den naam Baron von Walkerfield.
+Hij bladerde het stuk door, en nadat hij het in een goed kwartier
+vluchtig had gelezen, verklaarde hij zich bereid, het stuk door zijn
+tooneelspelers in drie dagen te laten instudeeren en de première reeds
+over vier dagen te doen plaats hebben.
+
+Eén moeilijkheid was aan de zaak verbonden, en dat was de censuur der
+politie.
+
+„Hoe kunnen we dat klaarspelen?” vroeg Raffles.
+
+„Heel eenvoudig, beste baron”, antwoordde de schouwburgdirecteur, „ik
+zal een vriendelijk briefje schrijven aan den censor en er voorzichtig
+een biljet van 100 pond bij insluiten.”
+
+„Fameus,” lachte Raffles, „dan zijn we klaar, nietwaar?”
+
+„Jawel,” gaf de directeur ten antwoord, „ik heb echter nog één vraag,
+namelijk wie zal de rol van den Chinees Su-Ki-Bit-Wou-Wang spelen in
+het stuk?”
+
+John Raffles begon opnieuw te lachen en sprak:
+
+„Bijna had ik het voornaamste nog vergeten; die rol speel ik zelf.”
+
+„Gij zelf? Hebt gij den moed als tooneelspeler op te treden?”
+
+„Wel natuurlijk,” knikte de Groote Onbekende. „Ik speel in het gewone
+leven nog meer comedie dan op de planken noodig is.
+
+„Ik verzeker u, mijn beste directeur, nog afgezien van het feit, dat ik
+de kosten der opvoering betaal, zult ge schitterende zaken maken met
+het kleine tooneelspel.
+
+„Ik zou durven wedden, dat geheel Londen hierheen komt om het stuk te
+zien.”
+
+„Dat ware te wenschen,” lachte de directeur, „ik heb op ’t oogenblik
+juist geen goed stuk. Laten we dus het beste hopen.”
+
+John Raffles nam afscheid en reeds den volgenden morgen begon de
+directeur met de voorbereidingen. Hij verklaarde den baron, dat deze
+hierbij zijn medewerking moest verleenen.
+
+Eenige uren later ontving Baxter, die, zooals vermeld, het ambt van
+censor voor tooneelspelen in Londen uitoefende, d.w.z. hij moest nagaan
+of de stukken ook gevaar opleverden voor de goede zeden, een brief van
+den directeur van den Garrick-schouwburg, benevens een blauwe
+portefeuille, waarin zich het tooneelstuk bevond.
+
+Baxter scheurde den brief open en las:
+
+
+ Beste Inspecteur!
+
+ Hierbij een stuk voor de censuur, waarbij zeer veel haast is.
+
+ Met vriendelijke groeten,
+
+ Uw
+ GARRICK.
+
+
+Tegelijkertijd had de inspecteur het bankbiljet van honderd pond
+gevonden en stak dit met een inwendig lachje in zijn vestjeszak. Hij
+kon het juist goed gebruiken, daar hij door zijne verhouding tot de
+vriendin van Miss Raabe, de kleine Trude Hansch, veel geld had
+uitgegeven.
+
+Hij nam het voorgeschreven politiestempel, dat het verlof tot de
+opvoering bekrachtigde, sloeg de klep der portefeuille op en drukte het
+zegel op den omslag van het tooneelstuk, zonder er verder naar om te
+zien.
+
+Daarna schelde hij een bode en liet het toegelaten stuk naar den
+directeur van den Garrick-schouwburg brengen.
+
+De Vloo had stilzwijgend toegezien en zei nu:
+
+„Weet ge, inspecteur, als ik me niet vergis, hebt ge daar juist weer
+toestemming verleend tot het opvoeren van een tooneelstuk, dat ge
+heelemaal niet kent. Ge zult u op een goeden keer nog eens gevoelig de
+vingers branden.”
+
+Baxter keek zijn secretaris woedend aan en sprak:
+
+„Veroorloof u geen kritiek op mijn handelingen. Daar hebt gij niet het
+recht toe. Overigens vergist gij u. Ik ken het tooneelstuk al. Het was
+dus niet noodig het nog eens door te zien. Ik zou dus gaarne verschoond
+blijven van uwe opmerkingen.”
+
+De Vloo boog zijn hoofd over de voor hem liggende acte en ging verder
+met zijn werk, terwijl Baxter een courant nam en begon te lezen.
+
+Midden in zijn lectuur werd hij gestoord. Een detective-sergeant trad
+binnen, bleef bij de deur staan en salueerde.
+
+„Wat wenscht gij?” vroeg Baxter.
+
+„Heb een gebeurtenis te melden, meneer de inspecteur,” rapporteerde de
+beambte. „De zaak van den bankier Harper is sedert gisteren gesloten,
+en heeft groote opgewondenheid te weeg gebracht onder de klanten van
+den bankier.”
+
+Baxter schrok hevig. Wat was er met Harper gebeurd? Zou hem iets
+overkomen zijn?
+
+„Is bankier Harper niet te vinden?” vroeg hij.
+
+„Neen, meneer de inspecteur,” antwoordde de sergeant. „We hebben in
+zijn woning en bij verscheiden bekenden al een onderzoek ingesteld. Het
+laatst is de bankier twee dagen geleden in hotel Cecilia gezien. ’s
+Avonds 10 uur.”
+
+„Dat klopt,” zei Baxter, „ik was er persoonlijk met hem.”
+
+„Ook aan zijn woning vernamen wij van het dienstmeisje, dat de bankier
+sedert twee nachten niet thuis was gekomen en ook mevrouw en de
+kinderen het huis sedert eenige dagen hadden verlaten.
+
+„De klanten van den bankier eischen, dat de zaak van politiewege wordt
+geopend en de deposito’s teruggegeven.”
+
+Baxter dacht een paar seconden na.
+
+Vergeefs brak hij zich het hoofd, wat er wel met Harper kon gebeurd
+zijn. Daarna wendde hij zich tot Marholm:
+
+„Neem een cab en rijd naar Lyttonstreet 16. Daar woont een
+tooneelspeelster, Miss Raabe. Vraag aan die dame, of zij iets weet
+omtrent het verblijf van den bankier Harper. Maak vlug voort, want
+voordat gij met haar antwoord hier zijt, kan ik niets beginnen.”
+
+Zonder een woord te antwoorden, verliet de Vloo de kamer, terwijl de
+detective-sergeant in het voorvertrek wachtte.
+
+Baxter echter liep onrustig heen en weer. De affaire scheen hem vreemd
+toe. Hij had een onbepaald voorgevoel, dat er iets gebeurd zou zijn,
+waar hij ook in betrokken zou worden. Tevergeefs probeerde hij zich te
+kalmeeren, door het rooken van een sigaar. Ten slotte begon hij weer te
+lezen.
+
+Er kon ongeveer een half uur verloopen zijn, toen Marholm, die zich
+zeer gehaast had, daar hij eveneens iets bijzonders vermoedde,
+terugkwam met de mededeeling, dat de bankier sedert verscheiden dagen
+niet in het huis der tooneelspeelster was geweest.
+
+Nu bleef Baxter niets anders over dan zijn recherche-afdeeling mobiel
+te maken en met de beambten naar de zaak van den bankier te rijden,
+deze te openen en te doorzoeken.
+
+De ijzeren luiken van het kleine kantoor waren stevig gesloten, toen
+Baxter met zijn beambten aankwam.
+
+De portier, dien Baxter liet roepen, beduidde hem, dat de meegebrachte
+slotenmaker een deur van de gang naar de zaak gemakkelijker zou kunnen
+open maken dan de ijzeren roljalousiën.
+
+In korten tijd was de deur open, en de portier, die in de zaak bekend
+was, draaide het electrische licht op.
+
+Nauwelijks was de ruimte helder verlicht of de portier liet een kreet
+van schrik hooren en lokte alle beambten naar zich toe.
+
+„Wat is er, wat gebeurt er!” riep de inspecteur en trok zijn revolver.
+
+Doch hij behoefde geen antwoord meer op zijn vraag.
+
+Midden in het vertrek, voor de geopende brandkast lag de gezochte
+bankier Harper op den grond en staarde met verglaasde oogen naar de
+zoldering.
+
+Geronnen bloed uit zijn slapen bedekte de eene helft van zijn hoofd en
+den grond. De rechterhand hield nog krampachtig de revolver omklemd,
+waarmee de ellendeling zich had doodgeschoten.
+
+Een oogenblik stonden de beambten zwijgend om den doode, doch daarna
+zei Baxter tot de Vloo:
+
+„Ga zitten en maak het proces-verbaal op. Waar is de lijkschouwer?”
+
+Deze was juist aangekomen en drong naar voren.
+
+„Is hij dood?” vroeg Baxter, waarop de dokter antwoordde:
+
+„Dat zou ik meenen.”
+
+En Marholm voegde er aan toe:
+
+„Die wordt door geen moraal weer levend gemaakt.”
+
+De gebruikelijke wettelijke formaliteiten werden door de beambten
+verricht, waarna Baxter zich met zijn beambten overtuigde, dat, behalve
+een paar duizend pond sterling, die de zelfmoordenaar in zijn zak
+droeg, zich geen enkel deposito in de brandkast bevond.
+
+Deze bevinding deelde hij aan de voor de deur wachtende klanten van den
+bankier mee.
+
+Vloeken en verwenschingen werden geuit, toen het lichaam van den doode
+in een ontboden lijkwagen der politie werd weggebracht.
+
+Des avonds stond in de Londensche couranten „De zelfmoord van den
+bankier!” kalmweg verteld. Slechts de korte bijvoeging, dat den
+volgenden dag verdere ophelderingen zouden volgen, hield de
+nieuwsgierigheid der lezers gespannen.
+
+Baxter wenschte liever waar ook dan in Londen te wonen, en deze opinie
+werd gedeeld door de andere leden van de Vereeniging ter bevordering
+der goede zeden.
+
+Het was een zware slag voor de Vereeniging, door den dood van haar
+president veroorzaakt.
+
+Alleen Su-Ki-Bit-Wou-Wang was over het verloop zeer tevreden, en toen
+hij bij Miss Raabe kwam, veroorloofde deze zich zelfs grove scherts.
+Wel beschouwd had zij tenminste eenige bedroefdheid over den dood van
+haren vereerder moeten voorwenden.
+
+Ze zag niet den blik vol afschuw, dien de Chinees haar toewierp.
+
+Reeds den volgenden dag begonnen de couranten op ironischen en
+spottenden toon de verhouding van Harper tot de Vereeniging ter
+bevordering der goede zeden te critiseeren. Ook de hertog van Norfolk
+en de inspecteur van politie kregen hun aandeel.
+
+Baxter wond zich zoodanig op, dat hij niet op het bureau verscheen en
+de Vloo weer eens alleen de zaken moest afdoen.
+
+Hij heeft weer moreele Katzenjammer, lachte Marholm vergenoegd in
+zichzelf en rookte de eene pijp na de andere.— —
+
+Eerst op den avond van den dag, waarop de courantenstorm was bedaard,
+verscheen Baxter weer op het bureau.
+
+Hij vond verscheiden brieven, waaronder de mededeeling van den
+directeur van den Garrick-schouwburg, dat over twee dagen de première
+zou plaats hebben van den éénacter „Bevordering der goede zeden”.
+
+De uitdrukking „goede zeden” werkte thans op Baxter als een rood doek.
+
+„Goddam,” vloekte hij in zichzelf, doch zoo luid, dat de Vloo het
+hoorde, „als ik dat geweten had, zou ik dat stuk niet hebben
+toegelaten.”
+
+„Ziet ge wel,” zei de Vloo, „waarom hebt ge niet naar mij geluisterd.
+Als het kalf verdronken is, dempt gij den put. Ge hadt liever met uw
+vingers van die goede zeden moeten afblijven.”
+
+„Ja, ge hebt gelijk,” zuchtte Baxter, „daaruit komt niets anders voort
+dan een reusachtige katterigheid. Men dorscht daar het leege stroo en
+praat over dingen die niet bestaan.”
+
+
+
+
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+DE INBRAAK.
+
+
+Miss Raabe wachtte Su-Ki-Bit-Wou-Wang tamelijk onverschillig op.
+Tevergeefs keek zij ieder oogenblik door de ruiten op straat om te zien
+of hij ook kwam, nu eerst herinnerde zij zich, dat zij nog nooit in
+zijn woning was geweest.
+
+Zij besloot vanavond de schade in te halen, en ontwierp een plan om den
+Chinees verder in haar netten te vangen, want na den dood van Harper
+had zij een nieuwen geldschieter noodig.
+
+Su-Ki-Bit-Wou-Wang kwam ’s avonds echter niet.
+
+Tegen middernacht besloot zij het wachten op te geven en trok zich
+terug in haar slaapkamer.
+
+Zooals gewoonlijk nam zij ook nu een slaapmiddel in en sliep weldra
+vast.
+
+De schemerlamp wierp haar getemperd licht op de kostbare, zijde dekens,
+waaronder de tooneelspeelster rustte, toen opeens de geheime deur der
+kleerkast open ging en de donkere gestalte van een man te voorschijn
+trad.
+
+Hij schreed de slaapkamer binnen tot aan het bed der slaapster. Het
+gelaat van den man was met een zijden masker bedekt, waaruit alleen
+twee donkere oogen fonkelden.
+
+De gemaskerde sloop naar het ijzeren kistje, dicht bij het bed en had
+weldra van een sleutelbos den passenden sleutel gevonden, waarmede hij
+het kistje openmaakte.
+
+Daarin bevonden zich diamanten, edelgesteenten en ringen, alsook meer
+dan 10,000 pond in bankpapier.
+
+De kostbaarheden en bankbiljetten waren spoedig in een leeren taschje
+gepakt en na zijn visitekaartje in het kistje te hebben gelegd, verliet
+de gemaskerde even stil als hij gekomen was de kamer.— —
+
+
+
+Den volgenden morgen tegen 11 uur vloog de tooneelspeelster Miss Raabe
+als een krankzinnige bij Baxter het bureau binnen met den uitroep: „Ik
+ben door Raffles bestolen, heeren!”
+
+Verschrikt sprong Baxter op en riep: „Wat schreeuwt ge toch, Madam,
+door wien zijt ge bestolen?”
+
+„Door Raffles!” schreeuwde de miss opnieuw opgewonden. „Meer dan 10,000
+pond aan bankbiljetten en evenveel waarde aan diamanten. Lieve
+inspecteur, help mij toch uit vriendschap.”
+
+„Pardon,” sprak Baxter, „gij zijt hier in het bureau van den inspecteur
+van politie! Laat mijn persoon er dus buiten.”
+
+Hij wilde voor de Vloo zijne betrekkingen tot de wereld verbergen.
+
+„Waar hebt ge Raffles leeren kennen?” vroeg hij aan Miss Raabe.
+
+„Ik heb hem nog nooit gezien,” antwoordde deze schouderophalend.
+
+„Maar hij moest toch weten, dat gij uw geld en sieraden thuis bewaart.
+De Groote Onbekende zal geen inbraak plegen zonder zich te
+oriënteeren.”
+
+„Misschien is hij onder een anderen naam bij u geweest,” viel de Vloo
+in de rede.
+
+„Ik ontvang geen heeren,” antwoordde de tooneelspeelster, „en heb
+trouwens maar één vriend, een buitenlander, die in het geheel niet in
+aanmerking komt.”
+
+„Een buitenlander is zeer verdacht. Wilt gij ons zijn naam noemen?”
+vroeg Baxter.
+
+„Dat heeft geen doel, heeren,” antwoordde de bestolene, „doch wanneer
+gij er bijzonder op staat en u zelf wilt overtuigen, het is een Chinees
+en hij heet Su-Ki-Bit-Wou-Wang”.
+
+„Zoo, zoo!” meende de Vloo, „als die Chinees Raffles maar niet is.”
+
+„Gij zijt en blijft een idioot, Marholm,” stoof de inspecteur op, en
+zich daarna tot Miss Raabe wendend:
+
+„Hoe weet ge, dat het Raffles was, die de inbraak pleegde?”
+
+„Hier is zijn visitekaartje, dat in het kistje lag,” antwoordde zij.
+
+Op dit oogenblik belde de telephoon en Baxter riep:
+
+„Hallo, wie daar?”
+
+„Spreek ik met inspecteur Baxter?”
+
+„Ja, wat wenscht u?”
+
+„Is Miss Raabe ook bij u?”
+
+„Ja, de Lady is hier op het bureau.”
+
+„Wel, groet haar dan van mij.”
+
+„Wie zijt ge dan?”
+
+Toen klonk langzaam en duidelijk door de telephoon:
+
+„John C. Raffles!”
+
+„De duivel hale u!” schreeuwde Baxter, waarop het lachend terugklonk:
+„Dat zal gebeuren!”
+
+De telephoon ophangend riep Baxter: „Dat is weer echt zijn brutaliteit.
+De kerel belt me op en drijft den spot met ons. Kon ik hem toch
+eindelijk eens pakken.”
+
+„Is die man dan werkelijk niet te pakken?” vroeg Miss Raabe.
+
+Baxter haalde de schouders op, doch de Vloo verklaarde:
+
+„Door ons niet, dat is zeker.”
+
+
+
+
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+DE TOONEELVOORSTELLING.
+
+
+Het publiek, dat de première ging bijwonen in den Garrick-schouwburg,
+amuseerde zich vóór de voorstelling met het berichtje in de avondbladen
+betreffende de inbraak bij de tooneelspeelster. Daarna las men het
+programma van de voorstelling.
+
+Hoe meer men tuurde op de rollen, die in het nieuwe stuk voorkwamen,
+hoe meer het stuk hun verdacht voorkwam, temeer, daar de titel hen al
+herinnerde aan de jongste gebeurtenissen en de rollen van bankier,
+hertog en inspecteur van politie sterke gelijkenis toonden met de
+personen der zedelijkheidsvereeniging.
+
+Verder trof men onder de rollen die van een Chinees,
+Su-Ki-Bit-Wou-Wang, verder een tooneelspeelster, een danseres, en ten
+laatste als clou, als buitengewone sensatie, stond vermeld de naam:
+Raffles.
+
+De tooneelkijkers werden nieuwsgierig naar de loge gericht, waarin de
+inspecteur van politie Baxter met eenige andere politiebeambten zat.
+Deze had geen vermoeden, dat hij het middelpunt der belangstelling van
+het publiek was geworden.
+
+Zenuwachtig wachtten de ongeduldigen tot het belletje klonk, het
+gordijn omhoog ging en men een nauwkeurige copie van een der zalen uit
+hotel Cecilia op het tooneel zag.
+
+De redevoeringen der zoogenaamde bevorderaars der goede zeden wekten
+den algemeenen lachlust op, behalve bij Baxter, die zich nauwkeurig
+nagebootst op de planken zag, en zijne verbazing bereikte het toppunt,
+toen de bekende Su-Ki-Bit-Wou-Wang ten tooneele verscheen.
+
+Deze speelde zijn rol meesterlijk en het publiek genoot volop, toen hij
+uit de vergadering der zedelijke heeren werd verwijderd.
+
+Nu veranderde het tooneel. Dames der demi-monde traden binnen, en men
+kreeg tooneeltjes te aanschouwen, die in de Vereeniging ter bevordering
+der goede zeden allesbehalve thuis behoorden.
+
+Zoo werd achtereenvolgens al het gebeurde met Harper, Miss Raabe en den
+Chinees voor het voetlicht gebracht, tot zelfs de inbraak bij de
+tooneelspeelster en de vermakelijke scène op het bureau van den
+inspecteur Baxter.
+
+Het publiek riep enthusiast om den schrijver, waarna plotseling het
+gordijn vaneen ging, de Chinees verscheen en boog.
+
+Allen stonden verbluft.
+
+Baxter had den schouwburg allang verlaten met zijn beambten.
+
+Toen werd er van de galerij geroepen:
+
+„Masker af! We willen zien hoe gij er uitziet!”
+
+De Chinees gebood met een handgebaar stilte en sprak:
+
+„Ik ben zeer blij, dat het stuk u is bevallen, en voldoe gaarne aan uw
+wensch, mij zonder masker te zien. De inspecteur Baxter is toch niet
+meer in de zaal! Een oogenblik slechts!”
+
+Even later keerde hij terug als volmaakte heer, met gladgeschoren
+gelaat, monocle in het oog en in eleganten rok gekleed.
+
+„Raffles! Raffles!” klonk het van alle kanten.
+
+„En sta mij nu toe, dat ik mij aan u voorstel. Gij zult het
+begrijpelijk vinden, dat ik dadelijk daarna vertrek. Mijn naam is......
+John C. Raffles......”
+
+Het publiek stormde op het tooneel toe, doch Raffles was al verdwenen.
+
+Het gebeurde ging als een loopend vuurtje door Londen en niet het minst
+van allen was Baxter verbaasd, toen hij vernam, hoe de afloop was
+geweest na zijn vertrek uit den schouwburg, en dat Raffles had
+aangekondigd, dat het einde van het stuk morgen in de couranten te
+lezen zou zijn.
+
+
+
+En werkelijk bevatten de middagbladen van den volgenden dag in vet
+gedrukte letters op de eerste bladzijde het volgende artikel:
+
+
+ „De schuldige aan den moord van den bankier Harper. Raffles’
+ inbraak uit medelijden. Raffles een weldoener.
+
+ De weduwe van den bankier Harper, die zich voor een paar dagen van
+ het leven beroofde wegens verliezen op de beurs, ontving heden van
+ Raffles 7000 pond sterling met de mededeeling, dat hij dit
+ ontstolen had aan een tooneelspeelster, die de beminde van den
+ bankier was geweest. De bankier zou dit geld aan zijn beminde
+ hebben cadeau gegeven— —
+
+ Tegelijkertijd ontving het kantongerecht te Hampton Road 3000 pond
+ sterling, zijnde de verduisterde deposito’s, welke door Raffles
+ werden ter beschikking gesteld.
+
+ De weduwe, die met haar twee kinderen in armoede verkeerde, is door
+ deze daad tegen hongerlijden en ellende beschermd.
+
+ Wij koesteren de hoop, dat Raffles onze stad nog dikwijls moge
+ zegenen met dergelijke inbraken.”
+
+
+„Hij heeft alweer een standbeeld verdiend”, zei de Vloo, toen hij het
+artikel las.
+
+Baxter echter was het een pak van het hart en hij dacht: „Raffles is
+toch een fatsoenlijk mensch.”
+
+„Ik ben blij, dat eindelijk van u te hooren”, sprak de Vloo.
+
+Daarna vroeg hij: „Blijft gij voorzitter van de Vereeniging ter
+bevordering der goede zeden?”
+
+„Ik heb maling aan de goede zeden”, schreeuwde Baxter, „de duivel moge
+ze halen!”
+
+„Hoerah!” riep de Vloo, „ik geloof, dat gij verstandig wordt en dat
+hebt gij alleen aan Raffles te danken.”
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78680 ***
diff --git a/78680-h/78680-h.htm b/78680-h/78680-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..b40c759
--- /dev/null
+++ b/78680-h/78680-h.htm
@@ -0,0 +1,4523 @@
+<!DOCTYPE HTML>
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2026-05-12T19:26:17Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
+<html lang="nl">
+<head>
+<title>Lord Lister No. 46: Vereeniging ter bevordering der goede zeden | Project Gutenberg</title>
+<meta charset="utf-8">
+<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1920)">
+<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<link rel="coverpage" href="images/lordlister0046-front.jpg">
+<link rel="icon" href="images/lordlister0046-front.jpg" type="image/x-cover">
+<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 46: Vereeniging ter bevordering der goede zeden">
+<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1920)">
+<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<meta name="DC.Contributor" content="Alfred Gustav Christian Roloff (1879–1951)">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals">
+<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals">
+<style> /* <![CDATA[ */
+html {
+line-height: 1.3;
+}
+body {
+margin: 0;
+}
+main {
+display: block;
+}
+h1 {
+font-size: 2em;
+margin: 0.67em 0;
+}
+hr {
+height: 0;
+overflow: visible;
+}
+pre {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+a {
+background-color: transparent;
+}
+abbr[title] {
+border-bottom: none;
+text-decoration: underline;
+}
+b, strong {
+font-weight: bolder;
+}
+code, kbd, samp {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+small {
+font-size: 80%;
+}
+sub, sup {
+font-size: 67%;
+line-height: 0;
+position: relative;
+vertical-align: baseline;
+}
+sub {
+bottom: -0.25em;
+}
+sup {
+top: -0.5em;
+}
+img {
+border-style: none;
+}
+body {
+font-family: serif;
+font-size: 100%;
+text-align: left;
+margin-top: 2.4em;
+}
+div.front, div.body {
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+div.back {
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div0 {
+margin-top: 7.2em;
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+.div1 {
+margin-top: 5.6em;
+margin-bottom: 5.6em;
+}
+.div2 {
+margin-top: 4.8em;
+margin-bottom: 4.8em;
+}
+.div3 {
+margin-top: 3.6em;
+margin-bottom: 3.6em;
+}
+.div4 {
+margin-top: 2.4em;
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div5, .div6, .div7 {
+margin-top: 1.44em;
+margin-bottom: 1.44em;
+}
+.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
+.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
+margin-bottom: 0;
+}
+blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
+.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
+margin-top: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3 {
+font-size: 1.2em;
+}
+h3.label {
+font-size: 1em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h4, .h4 {
+font-size: 1em;
+}
+.alignleft {
+text-align: left;
+}
+.alignright {
+text-align: right;
+}
+.alignblock {
+text-align: justify;
+}
+p.tb, hr.tb, .par.tb, li.tb {
+margin: 1.6em auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
+font-size: 0.9em;
+text-indent: 0;
+}
+p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
+margin: 1.58em 10%;
+}
+.opener, .address {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph {
+font-size: 0.9em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl {
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer {
+clear: both;
+margin-top: 3.6em;
+}
+span.abbr, abbr {
+white-space: nowrap;
+}
+span.parNum {
+font-weight: bold;
+}
+span.corr, span.gap {
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+span.num, span.trans {
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+span.measure {
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+.ex {
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc {
+font-variant: small-caps;
+}
+.asc {
+font-variant: small-caps;
+text-transform: lowercase;
+}
+.uc {
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt {
+font-family: monospace;
+}
+.underline {
+text-decoration: underline;
+}
+.overline, .overtilde {
+text-decoration: overline;
+}
+.rm {
+font-style: normal;
+}
+.red {
+color: red;
+}
+hr {
+clear: both;
+border: none;
+border-bottom: 1px solid black;
+width: 45%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+margin-top: 1em;
+text-align: center;
+}
+hr.dotted {
+border-bottom: 2px dotted black;
+}
+hr.dashed {
+border-bottom: 2px dashed black;
+}
+.aligncenter {
+text-align: center;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5;
+}
+h1.label, h2.label {
+font-size: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h5, h6 {
+font-size: 1em;
+font-style: italic;
+}
+p, .par {
+text-indent: 0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
+text-transform: uppercase;
+}
+.hangq {
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq {
+text-indent: -0.42em;
+}
+.hangqqq {
+text-indent: -0.84em;
+}
+p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0 0.05em 0 0;
+padding: 0;
+line-height: 0.8;
+font-size: 420%;
+vertical-align: super;
+}
+blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
+font-size: 0.9em;
+margin: 1.58em 5%;
+}
+.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
+text-decoration: none;
+}
+.advertisement, .advertisements {
+background-color: #FFFEE0;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+span.accent {
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
+line-height: 0.40em;
+}
+span.accent span.top {
+font-weight: bold;
+font-size: 5pt;
+}
+span.accent span.base {
+display: block;
+}
+.footnotes .body, .footnotes .div1 {
+padding: 0;
+}
+.fnarrow {
+color: #660000;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+}
+.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
+color: #660000;
+}
+.fnreturn {
+color: #660000;
+font-size: 80%;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+a {
+text-decoration: none;
+}
+a:hover {
+text-decoration: underline;
+background-color: #e9f5ff;
+}
+a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
+font-size: 67%;
+vertical-align: super;
+text-decoration: none;
+margin-left: 0.1em;
+}
+.externalUrl {
+font-size: small;
+font-family: monospace;
+color: gray;
+}
+.displayfootnote {
+display: none;
+}
+div.footnotes {
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep {
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote, .par.footnote {
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
+float: left;
+margin-left: -0.1em;
+min-width: 1.0em;
+padding-right: 0.4em;
+height: 1ex;
+}
+.apparatusnote {
+text-decoration: none;
+}
+.apparatusnote:target, .fndiv:target {
+background-color: #eaf3ff;
+}
+table.tocList {
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocText {
+padding-top: 2em;
+padding-bottom: 1em;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum {
+text-align: right;
+min-width: 10%;
+border-width: 0;
+white-space: nowrap;
+}
+td.tocDivNum {
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+vertical-align: top;
+}
+td.tocPageNum {
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+vertical-align: bottom;
+}
+td.tocDivTitle {
+width: auto;
+}
+p.tocPart, .par.tocPart {
+margin: 1.58em 0;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter, .par.tocChapter {
+margin: 1.58em 0;
+}
+p.tocSection, .par.tocSection {
+margin: 0.7em 5%;
+}
+table.tocList td {
+vertical-align: top;
+}
+table.tocList td.tocPageNum {
+vertical-align: bottom;
+}
+table.inner {
+display: inline-table;
+border-collapse: collapse;
+width: 100%;
+}
+td.itemNum {
+text-align: right;
+min-width: 5%;
+padding-right: 0.8em;
+}
+td.innerContainer {
+padding: 0;
+margin: 0;
+}
+.index {
+font-size: 80%;
+}
+.index p {
+text-indent: -1em;
+margin-left: 1em;
+}
+.indexToc {
+text-align: center;
+}
+.transcriberNote {
+background-color: #DDE;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+font-family: sans-serif;
+font-size: 80%;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+.missingTarget {
+text-decoration: line-through;
+color: red;
+}
+.correctionTable {
+width: 75%;
+}
+.width20 {
+width: 20%;
+}
+.width40 {
+width: 40%;
+}
+p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
+color: #666666;
+font-size: 80%;
+}
+span.musictime {
+vertical-align: middle;
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
+padding: 1px 0.5px;
+font-size: xx-small;
+font-weight: bold;
+line-height: 0.7em;
+}
+span.musictime span.bottom {
+display: block;
+}
+audio {
+height: 20px;
+margin-left: 0.5em;
+margin-right: 0.5em;
+}
+ul {
+list-style-type: none;
+}
+.splitListTable {
+margin-left: 0;
+}
+.splitListTable td {
+vertical-align: top;
+}
+.numberedItem {
+text-indent: -3em;
+margin-left: 3em;
+}
+.numberedItem .itemNumber {
+float: left;
+position: relative;
+left: -3.5em;
+width: 3em;
+display: inline-block;
+text-align: right;
+}
+.itemGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.itemGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.itemGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+div.figure, div.figureGroup {
+text-align: center;
+}
+table.figureGroupTable {
+width: 80%;
+border-collapse: collapse;
+}
+.figure, .figureGroup {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft {
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight {
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead, .par.figureHead {
+font-size: 100%;
+text-align: center;
+}
+.figAnnotation {
+font-size: 80%;
+position: relative;
+margin: 0 auto;
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft {
+float: left;
+}
+.figTopRight, .figBottomRight {
+float: right;
+}
+.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par {
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+img {
+border-width: 0;
+}
+td.galleryFigure {
+text-align: center;
+vertical-align: middle;
+}
+td.galleryCaption {
+text-align: center;
+vertical-align: top;
+}
+caption, .tableCaption {
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 1em;
+margin-top: 1em;
+margin-bottom: 1em;
+}
+tr, td, th {
+vertical-align: top;
+}
+tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
+vertical-align: bottom;
+}
+td.label, tr.label td, tr.label th {
+font-weight: bold;
+}
+td.unit, tr.unit td, tr.unit th {
+font-style: italic;
+}
+td.leftbrace, td.rightbrace, th.leftbrace, th.rightbrace {
+vertical-align: middle;
+}
+span.sum {
+padding-top: 2px;
+border-top: solid black 1px;
+}
+table.inlineTable {
+display: inline-table;
+}
+table.borderOutside {
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderOutside td, table.borderOutside th {
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+}
+table.borderOutside .cell-head-top, table.borderOutside .cell-top {
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cell-head-bottom {
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderOutside .cell-bottom {
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cell-left, table.borderOutside .cell-head-left {
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cell-right, table.borderOutside .cell-head-right {
+border-right: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside {
+border-collapse: collapse;
+}
+table.verticalBorderInside td, table.verticalBorderInside th {
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border-left: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cell-head-top, table.verticalBorderInside .cell-top {
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cell-head-bottom {
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cell-bottom {
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cell-left, table.verticalBorderInside .cell-head-left {
+border-left: 0 solid black;
+}
+table.borderAll,
+table.rtlBorderAll {
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderAll td, table.borderAll th,
+table.rtlBorderAll td, table.rtlBorderAll th {
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cell-head-top, table.borderAll .cell-top,
+table.rtlBorderAll .cell-head-top, table.rtlBorderAll .cell-top {
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cell-head-bottom,
+table.rtlBorderAll .cell-head-bottom {
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cell-bottom,
+table.rtlBorderAll .cell-bottom {
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cell-left,
+table.borderAll .cell-head-left {
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cell-right,
+table.borderAll .cell-head-right {
+border-right: 2px solid black;
+}
+table.rtlBorderAll .cell-left,
+table.rtlBorderAll .cell-head-left {
+border-right: 2px solid black;
+}
+table.rtlBorderAll .cell-right,
+table.rtlBorderAll .cell-head-right {
+border-left: 2px solid black;
+}
+tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
+border-top: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
+border-right: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
+border-left: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
+border-bottom: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
+border-top: 1px solid black !important;
+border-bottom: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
+border-right: 1px solid black !important;
+border-left: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
+border: 1px solid black !important;
+}
+tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
+border-top: none !important;
+}
+tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
+border-right: none !important;
+}
+tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
+border-left: none !important;
+}
+tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
+border-bottom: none !important;
+}
+tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
+border-top: none !important;
+border-bottom: none !important;
+}
+tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
+border-right: none !important;
+border-left: none !important;
+}
+tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
+border: none !important;
+}
+.cellDoubleUp {
+border-width: 0 !important;
+width: 1em;
+}
+.cellDummy {
+border-width: 0 !important;
+}
+td.alignDecimalIntegerPart {
+text-align: right;
+border-right: none !important;
+padding-right: 0 !important;
+margin-right: 0 !important;
+}
+td.alignDecimalFractionPart {
+text-align: left;
+border-left: none !important;
+padding-left: 0 !important;
+margin-left: 0 !important;
+}
+td.alignDecimalNotNumber {
+text-align: center;
+}
+table.alignedText, table.alignedVerse {
+border-collapse: collapse;
+width: 100%;
+}
+table.alignedText td.first, table.alignedText td.second {
+vertical-align: top;
+width: 50%;
+}
+table.alignedVerse {
+vertical-align: top;
+}
+table.alignedText td.first, table.alignedVerse td.first {
+border-width: 0 0.2px 0 0;
+border-color: gray;
+border-style: solid;
+padding-right: 10px;
+}
+table.alignedText td.second, table.alignedVerse td.second {
+padding-left: 10px;
+}
+table.alignedVerse td.first, table.alignedVerse td.second {
+width: 45%;
+}
+table.alignedVerse td.lineNumbers {
+width: 10%;
+}
+td.alignedDiv1 {
+padding-top: 5.6em;
+}
+td.alignedDiv2 {
+padding-top: 4.8em;
+}
+td.alignedDiv3 {
+padding-top: 3.6em;
+}
+td.alignedDiv4 {
+padding-top: 2.4em;
+}
+td.alignedDiv5, td.alignedDiv6, td.alignedDiv7 {
+padding-top: 1.44em;
+}
+table.alignedText p:not(.first) {
+margin-top: 0;
+}
+.alignedVerseHead {
+margin: 1em 0 1em 0;
+display: inline-block;
+}
+.alignedVerseSpacer {
+height: 1.4em;
+}
+body {
+padding: 1.58em 16%;
+}
+.pageNum {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+display: inline;
+font-size: 12.8px;
+font-style: normal;
+margin: 0;
+padding: 0;
+position: absolute;
+right: 1%;
+text-align: right;
+letter-spacing: normal;
+}
+.marginnote {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+height: 0;
+left: 1%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+}
+.right-marginnote {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+height: 0;
+right: 3%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+text-align: right;
+width: 11%
+}
+.cut-in-left-note {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+left: 1%;
+float: left;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
+}
+.cut-in-right-note {
+font-variant: normal;
+text-transform: none;
+font-size: 12.8px;
+left: 1%;
+float: right;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: right;
+padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
+}
+span.tocPageNum, span.flushright {
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+text-indent: 0;
+}
+.pglink::after {
+content: "\0000A0\01F4D8";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.catlink::after {
+content: "\0000A0\01F4C7";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
+content: "\0000A0\002197\00FE0F";
+color: blue;
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.pglink:hover {
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover {
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body {
+background: #FFFFFF;
+font-family: serif;
+}
+body, a.hidden {
+color: black;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline {
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
+text-align: left;
+}
+.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
+color: #666666;
+}
+a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
+font-weight: normal;
+}
+table {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+td.tocText {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.5;
+}
+caption, .tableCaption {
+text-align: center;
+}
+.Arab { font-family: Scheherazade, serif; }
+.Aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
+.Grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
+.Hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
+.Syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
+/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
+.imprint {
+color: #666666; text-align: center;
+}
+div.advertisement img {
+}
+.center {
+text-align: center;
+}
+.large {
+font-size: large;
+}
+.xl {
+font-size: x-large;
+}
+.xxl {
+font-size: xx-large;
+}
+.xxxl {
+font-size: 300%;
+}
+/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
+.xd33e1827 {
+text-align:center; vertical-align:middle; font-size:x-large; width:33%;
+}
+.xd33e1828 {
+text-align:center; vertical-align:middle;
+}
+.cover-imagewidth {
+width:558px;
+}
+.xd33e121 {
+font-size:x-large;
+}
+.xd33e123 {
+font-size:small;
+}
+.xd33e127 {
+font-size:xx-large;
+}
+.xd33e1824 {
+text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; font-weight:bold;
+}
+.tbl\.wanted\.header {
+width:100%;
+}
+.xd33e1831 {
+font-size:xx-large;
+}
+.lordlisterwidth {
+width:307px;
+}
+.xd33e1846 {
+text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000;
+}
+.xd33e1848 {
+font-size:large;
+}
+.xd33e1851 {
+font-size:large;
+}
+.xd33e1854 {
+text-align:center;
+}
+.xd33e1856 {
+text-align:center; font-size:x-large;
+}
+.xd33e1860 {
+text-align:center; font-size:large;
+}
+.warrant\.en {
+font-size:small; border:2pt solid black; padding-left:1em; padding-right:1em; margin:1em;
+}
+.xd33e1871 {
+font-size:x-large; text-align:center;
+}
+.xd33e1875 {
+font-weight:bold; text-align:center;
+}
+.warrant\.nl {
+display:none; font-size:small;
+}
+.xd33e1983 {
+text-align:center; font-weight:bold; font-size:large;
+}
+.xd33e2095 {
+font-size:xx-large;
+}
+.xd33e2097 {
+font-size:medium;
+}
+/* ]]> */ </style>
+</head>
+
+<body>
+<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78680 ***</div>
+
+<div class="front">
+<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0046-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="558" height="720"></div><p>
+<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first xd33e121">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
+</p>
+<p class="xd33e123">UITGAVE VAN DEN „ROMAN-BOEKHANDEL VOORHEEN A. EICHLER”, SINGEL 236,—AMSTERDAM.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure"><img src="images/p0046-01.png" alt="VEREENIGING TER BEVORDERING DER GOEDE ZEDEN" width="720" height="225"></div>
+<h2 class="super xd33e127">VEREENIGING TER BEVORDERING DER GOEDE ZEDEN</h2>
+<h2 class="label">EERSTE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">Baxter wordt President.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De inspecteur van politie Baxter van Scotland Yard, de almachtige chef van de Londensche
+recherche, was zeer ontstemd op zijn bureau gekomen en ergerde zich, omdat zijn secretaris
+Marholm, of zooals de Londensche misdadigers hem noemden, de Vloo, niet aanwezig was.
+</p>
+<p>Zelfs het genot van zijn pijpje kon hem niet in de goede stemming terugbrengen.
+</p>
+<p>Onmiddellijk drukte Baxter op het knopje van de electrische bel op zijn schrijftafel,
+waarop uit het aangrenzende vertrek een der dienstdoende agenten binnentrad.
+</p>
+<p>„Waar is secretaris Marholm?” snauwde Baxter hem toe.
+</p>
+<p>Het antwoord luidde:
+</p>
+<p>„Secretaris Marholm heeft een brief gezonden, die op de schrijftafel van den inspecteur
+ligt”.
+</p>
+<p>Terwijl de politieagent nog wachtte, opende Baxter den brief en las:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first salute">„Waarde inspecteur!
+</p>
+<p>De vorige week zijt gij drie dagen ziek geweest en ik moest toen uw dienst alleen
+waarnemen. Daar het vandaag ook zulk prachtig weer is, neem ik de vrijheid, eveneens
+ziek te zijn en verzoek u mijn werk er bij te willen doen. Met beste groeten.
+</p>
+<p class="signed"><span class="ex">Marholm.</span>”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>Een oogenblik staarde Baxter onafgewend naar den brief.
+</p>
+<p>Daarop barstte hij los:
+</p>
+<p>„Een dergelijke onbeschaamdheid heb ik nog nooit beleefd. Deze brutaliteit overtreft
+alles! Daarenboven ligt er hier een hoop werk voor hem. Dat zou hij wel willen, dat
+ik ging zitten om zijn werk te doen!
+</p>
+<p><span>„</span>De duivel hale dien kerel, ik zou graag een anderen secretaris willen hebben, maar
+helaas — —”
+</p>
+<p>Hij zuchtte woedend.
+</p>
+<p>„Ik kan onder die domme beambten geen enkelen vinden, die in staat is een acte te
+schrijven, die leesbaar is en zonder taalfouten.”
+</p>
+<p>„Met woest rollende oogen wendde hij zich tot den bij de deur staanden politieagent:
+</p>
+<p>„Zend onmiddellijk mijn secretaris naar het bureau!”
+</p>
+<p>„Tot uw dienst, inspecteur!” klonk het terug.
+<span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span></p>
+<p>Baxter ging nu aan zijn schrijftafel zitten en begon de ingekomen stukken te lezen.
+</p>
+<p>De tweede brief, dien hij opende, droeg het gedrukte opschrift:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first center"><span>„</span><i>Vereeniging ter bevordering der goede zeden.</i>
+</p>
+<p class="salute">Geachte heer!
+</p>
+<p>Ondergeteekende, president Sir Edwin Harper, heeft de eer u te verzoeken, tweede voorzitter
+te worden van de Vereeniging ter bevordering der goede zeden in Engeland.
+</p>
+<p>Zooals u waarschijnlijk bekend is, staat onze Vereeniging onder bescherming van Z.&nbsp;K.&nbsp;H.
+den hertog van Norfolk.
+</p>
+<p>Onder zijn voorzitterschap heeft aanstaanden Donderdag een feestmaal plaats ter viering
+van het tienjarig bestaan, in hotel Cecilia.
+</p>
+<p>De president is zoo vrij, u tot dezen feestmaaltijd uit te noodigen en verzoekt u
+op de bijeenkomst den hertog van Norfolk te willen mededeelen, dat gij het tweede
+voorzitterschap aanvaardt.
+</p>
+<p>Een eeretoelage van 500 pond sterling per jaar is aan deze betrekking verbonden, ten
+einde de onkosten te dekken, welke de werkzaamheden medebrengen.
+</p>
+<p>Op voorstel van verschillende onzer leden is de keus op u gevallen voor het vervullen
+van deze betrekking en het zou ons verheugen, een toestemmende beslissing te mogen
+vernemen.
+</p>
+<p class="signed"><i>De president</i>
+<br><span class="ex">Edwin Harper</span>.”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>De misnoegde uitdrukking was van het gelaat van den inspecteur verdwenen.
+</p>
+<p>Zijn ijdelheid was door dit aanbod in de hoogste mate gestreeld en zacht mompelde
+hij:
+</p>
+<p>„Natuurlijk neem ik dat aan! Ik zou wel dwaas zijn, als ik het afsloeg! Men moet altijd
+trachten, relaties te krijgen met menschen, die hooger staan dan wijzelf en de hertog
+van Norfolk is, voor zoover ik weet, een intiem vriend van den koning. Ik zal den
+president onmiddellijk antwoorden. — —
+</p>
+<p><span>„</span>Marholm!”
+</p>
+<p>Hij keek paar de ledige plaats van zijn secretaris en had geheel vergeten, dat deze
+niet aanwezig was! Hij keek weer ontstemd en vloekte:
+</p>
+<p>„Het is eenvoudig ongelooflijk. Altijd als men dien man noodig heeft, is hij er niet.
+</p>
+<p><span>„</span>De duivel moge hem halen!
+</p>
+<p><span>„</span>Er zal mij niets anders overblijven dan den president zelf te schrijven.”
+</p>
+<p>Hij nam een vel papier, doopte zijn pen in en dacht na.
+</p>
+<p>Na eenige minuten begon hij:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first salute"><span>„</span>Hooggeachte heer president!”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>Verder kwam hij niet.
+</p>
+<p>„Als ik nu maar wist, of de president dit kan lezen. Het is echter mijn schuld niet,
+maar die van mijn leeraren, die het mij niet beter hebben geleerd.
+</p>
+<p><span>„</span>Ik betwijfel werkelijk, of iemand het zal kunnen lezen,” mompelde hij <span class="corr" id="xd33e216" title="Bron: nadenken">nadenkend</span>. „Ik zal het nog eens probeeren!”
+</p>
+<p>Hij nam een ander velletje en begon opnieuw, zorgvuldig de pen hanteerend:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first salute"><span>„</span>Hooggeachte heer president!”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>Daarop vergeleek hij de beide stukken met elkaar en bekeek ze op eenigen afstand.
+</p>
+<p>Geen der twee vond hij goed genoeg en beide zoo onleesbaar, dat alleen hij, die het
+had geschreven, het lezen kon.
+</p>
+<p>Het waren merkwaardig onduidelijke letters, die hem toegrijnsden.
+</p>
+<p>Opnieuw begon hij op Marholm te vloeken, daarop nam hij, om zijn woede te luchten,
+de beide velletjes papier, kneep ze in elkaar en slingerde ze in de papiermand.
+</p>
+<p>Op dit oogenblik werd de deur geopend en de vurig verlangde Marholm trad met een glimlach
+op het gelaat de kamer binnen.
+</p>
+<p>„Goeden morgen, inspecteur”, riep hij, „wat is er aan de hand?”
+</p>
+<p>„Voor den duivel, Sir!” schreeuwde Baxter, „wat bezielt je eigenlijk? Ik ben verbaasd
+over zooveel brutaliteit, hoe durf je het wagen?”
+</p>
+<p>„Ik ben ziek,” antwoordde de Vloo, steeds vroolijk glimlachend.
+</p>
+<p>„Ziek? Zijt gij ziek? Gij straalt van gezondheid en lacht zoo vroolijk, alsof gij
+van het een of andere prettige feestje kwaamt. Welke ziekte hebt gij? Wilt gij mij
+dat eens opgeven?”
+</p>
+<p>„Jawel,” antwoordde Marholm lachend, „ik heb rheumatiek!”
+</p>
+<p>„Rheumatiek?” vroeg Baxter. „Al hadt gij dat, dan zou dat nog geen reden zijn om uit
+het bureau weg te blijven.”
+</p>
+<p>„Natuurlijk,” antwoordde de secretaris, „ik ben niet in staat om dienst te doen.”
+</p>
+<p>„Hoor eens,” schreeuwde de inspecteur, „als alle <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>menschen, die rheumatiek hebben, zoo flink op hun beenen staan als gij, dan zou ik
+die kwaal wel willen hebben.”
+</p>
+<p>„Wie zegt u, dat mijn knieën niet knikken?” vroeg de Vloo.
+</p>
+<p>„Waar hebt u pijn?”
+</p>
+<p>„In den arm!”
+</p>
+<p>„In welken? Toch niet in den rechter?”
+</p>
+<p>„Ik had nooit gedacht, dat gij zoo goed zoudt kunnen raden,” lachte Marholm.
+</p>
+<p>Baxter sloeg met zijn vuist op de schrijftafel.
+</p>
+<p>„Gij wilt mij zenuwachtig maken, man, gij liegt natuurlijk!”
+</p>
+<p>„Volstrekt niet,” klonk het op drogen toon. „Ik kan geen pen vasthouden. Ik kan mijn
+eigen naam niet eens zetten!”
+</p>
+<p>„Een mooie toestand!” kermde Baxter, „maar—” zijn gelaat helderde plotseling op— —
+</p>
+<p>Hij ging naar Marholm toe en hield hem, zooals hij dat gewend was, bij een van zijn
+jasknoopen vast.
+</p>
+<p>„Luister eens, Marholm,” sprak hij, terwijl hij den knoop begon rond te draaien.
+</p>
+<p>„Ja, ik luister,” antwoordde de Vloo, „maar ik verzoek u vriendelijk, mijn knoop te
+laten zitten!”
+</p>
+<p>„Gij zijt een slecht mensch,” sprak Baxter, „ik heb u op bedrog betrapt!”
+</p>
+<p>„Nonsens!” riep de secretaris uit. „Ik zal er niet invliegen. Gij wilt zeker probeeren,
+mij beet te nemen.”
+</p>
+<p>„En toch is het waar?”
+</p>
+<p>De <span id="xd33e261">Vloo</span> keek ongeloovig en haalde de schouders op.
+</p>
+<p>„Wilt gij mij eens verklaren,” vervolgde de inspecteur, „als gij rheumatiek in den
+rechterarm hebt en geen pen kunt hanteeren, wie dan hedenmorgen dien brief voor u
+heeft geschreven?”
+</p>
+<p>„Wel, ikzelf natuurlijk,” antwoordde de secretaris.
+</p>
+<p>„<span class="ex" lang="en">Allright</span>,” knikte Baxter, „en gij wilt mij wijsmaken, dat gij rheumatiek in den rechterarm
+hebt? Neen, mijn waarde heer! Wie zulke brieven kan schrijven, lijdt daar niet aan.
+Neem nu aan de schrijftafel plaats en schrijf, wat ik u zal dicteeren.”
+</p>
+<p>„Onmogelijk,” antwoordde de secretaris hoofdschuddend. „Toen ik den brief schreef,
+had ik nog geen rheumatiek, maar een zeker geprikkel in de vingertoppen voorspelde
+mij, dat ik het zou krijgen en dat is uitgekomen ook!”
+</p>
+<p>„Gij zijt onverbeterlijk!”
+</p>
+<p>Deze woorden warden met groote zelfbeheersching uitgesproken want de chef van Scotland
+Yard spande zich in om niet woedend te worden, omdat hij brandde van verlangen om
+den brief aan den president te dicteeren.
+</p>
+<p>„Maar,” vervolgde hij. „Misschien staat uw ziekte u toe, een klein briefje voor mij
+te beantwoorden. Lees eens, welk schrijven ik ontving.”
+</p>
+<p>Hij overhandigde Marholm den brief en terwijl deze las, stak hij een sigaar op. Zoodoende
+kon hij het vroolijke lachje niet zien, dat bij het lezen van den brief om den mond
+van de <span id="xd33e278">Vloo</span> speelde.
+</p>
+<p>Marholm legde den brief neer en trok zijn overjas uit.
+</p>
+<p>Toen Baxter dat zag, kwam een zucht van verlichting over zijn lippen.
+</p>
+<p>„Als gij werkelijk rheumatiek hebt, mijn beste Marholm,” sprak hij op vaderlijk bezorgden
+toon, „dan verzoek ik je om, nadat je dezen brief hebt geschreven, weer naar huis
+te gaan. Gij kunt dan morgen wel inhalen, wat er vandaag te doen was.
+</p>
+<p><span>„</span>Ik weet uit eigen ervaring, hoe men onder die ziekte kan lijden.
+</p>
+<p><span>„</span>Dus, zooals afgesproken, gij zult den brief voor mij schrijven, nietwaar?”
+</p>
+<p>„Als gij het wilt aannemen, ben ik er gaarne toe bereid.”
+</p>
+<p>Marholm sprak op een eigenaardigen, ironischen toon, maar Baxter merkte het niet.
+Hij zette zijn borst vooruit en begon te dicteeren:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first salute">„Hooggeachte heer president!
+</p>
+<p>Uw aanbod om het tweede voorzitterschap der Vereeniging ter bevordering der goede
+zeden aan te nemen, is mij een buitengewone eer.
+</p>
+<p>Ik ben gaarne bereid erop in te gaan. Niet alleen ter wille van het aangename gezelschap
+en de relatie met mannen uit de hoogste kringen, welke deze positie meebrengt, maar
+vóór alles, omdat ik zelf sinds jaren een ijverig voorstander ben van deugd en zedelijkheid.”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>— —<span>„</span>Au!”— —riep Marholm op luiden toon, zoodat zijn chef verbaasd opkeek.
+</p>
+<p>„Wat is er?” vroeg Baxter verschrikt.
+</p>
+<p>„Mijn rheumatiek werd veel erger, inspecteur en ik heb op deugd en zedelijkheid een
+groote inktvlek laten vallen. Nu moet ik den brief nog eens schrijven!”
+</p>
+<p>„Wees toch voorzichtig,” sprak de inspecteur. „<span id="xd33e308">Gooi</span> geen vlekken op deugd en zedelijkheid. Hebt gij nog zoo’n pijn, wacht dan liever
+even— —Maar—waarom lacht gij eigenlijk?”
+</p>
+<p>„Dat doe ik om mijn pijn te verbijten,” antwoordde Marholm.
+<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
+<p>„Wacht dus een oogenblik, inspecteur, totdat ik den brief overgeschreven heb.”
+</p>
+<p>Na eenige minuten, terwijl Baxter nieuwsgierig toekeek, of de brief niet weer door
+inktvlekken bezoedeld werd, had de secretaris den laatsten zin geschreven, waarna
+hij op het verdere wachtte.
+</p>
+<p>Zijn chef kuchte en begon verder te dicteeren:
+</p>
+<p>„Met alle kracht doe ik mijn best om de onzedelijkheid in Londen uit te roeien!”—
+— —
+</p>
+<p>„Ha, ha, ha, ha, ha,” klonk het van Marholms lippen, zoodat Baxter verbaasd uitriep:
+</p>
+<p>„Mijn hemel, wat hebt gij toch!”
+</p>
+<p>„Ha, ha, ha, ha”, lachte Marholm, „o, inspecteur, die vervloekte rheumatiek.…..”
+</p>
+<p>„Maak mij toch niet zoo verschrikt! Roep dan liever: Au!”
+</p>
+<p>„Dat gaat niet!” antwoordde de Vloo. „Als ik „au!” roep, dan maak ik weer kladden!”
+</p>
+<p>„Nu—verder!” sprak Baxter, hoofdschuddend.
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first">„Ik zal Donderdag gedurende het diner in hotel Cecilia de eer hebben, persoonlijk
+met u kennis te maken en verblijf hoogachtend
+</p>
+<p class="signed"><span class="ex">Baxter</span>,
+</p>
+<p>Inspecteur van politie, chef van het hoofdbureau Scotland Yard.”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>Met een tevreden glimlach nam Baxter nu den brief van de schrijftafel, las hem nog
+eens door, sloot hem in een couvert en sprak:
+</p>
+<p>„Schrijf nu het adres.”
+</p>
+<p>„Ja, mijnheer de voorzitter,” knikte de Vloo.
+</p>
+<p>„Wat?” vroeg Baxter. „Hoe noemt gij mij?”
+</p>
+<p>„Wel, gij zijt nu immers: Voorzitter der Vereeniging voor deugd en zedelijkheid?”
+</p>
+<p>„Zeer zeker,” antwoordde Baxter, „maar nog buiten dienst!”
+</p>
+<p>„Juist!” lachte de Vloo, „dat had ik bijna vergeten! Met den dienst hebben deugd en
+zedelijkheid niets te maken!”
+</p>
+<p>„Gij kunt wel heengaan!”
+</p>
+<p>Met deze woorden draaide Baxter hem den rug toe en met een vlugheid, die volstrekt
+geen rheumatiek deed vermoeden, nam Marholm zijn jas van den kapstok en ging heen.
+</p>
+<p>Eenigen tijd later verliet ook de tweede voorzitter der Vereeniging ter bevordering
+der goede zeden het hoofdbureau van politie, om den brief persoonlijk op de post te
+bezorgen.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">TWEEDE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">Een feestavond.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In hotel Cecilia was in een der zalen de tafel gedekt voor de leden van de Vereeniging
+ter bevordering der goede zeden in Engeland en de gasten zaten in feestgewaad met
+witte, driekantige mutsen op het hoofd, witte schorten, waarop in gouden letters „deugd”
+was geborduurd en witzijden, breede linten over de borst, waarop in roode zijde het
+woord „zedelijkheid” was aangebracht, rondom de tafel, aan wier hoofd het eerelid
+de hertog van Norfolk, presideerde.
+</p>
+<p>Aan zijn rechterzijde zat de voorzitter, Sir Edward Harper en daarnaast de inspecteur
+van politie Baxter van Scotland Yard.
+</p>
+<p>Om de vergadering te openen nam de voorzitter het woord en hield, onder diep stilzwijgen
+der aanwezigen, de volgende rede:
+</p>
+<p>„Hooggeachte leden van onze Vereeniging!
+</p>
+<p>„Ik heet u allen welkom en ben verheugd, dat gij in zoo grooten getale zijt verschenen
+om door trouwen arbeid ons werk voort te zetten.”
+</p>
+<p>Een algemeen handgeklap volgde op deze woorden.
+<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p>
+<p>Daarop vervolgde hij:
+</p>
+<p>„Gij ziet hier aan mijn zijde den hooggeachten inspecteur van politie Baxter van Scotland
+Yard, op wien onze keus is gevallen voor de functie van tweeden voorzitter onzer Vereeniging.”
+</p>
+<p>Wederom weerklonk luid en langdurig applaus, waarop Baxter gevleid boog.
+</p>
+<p>De president veegde met zijn servet het zweet van zijn vet gezicht en keek met een
+vriendelijk lachje, zoodat zijn wangen nog dikker schenen, naar Baxter, terwijl hij
+sprak:
+</p>
+<p>„Ja, hooggeachte heeren leden! Onze keus is een uitstekende geweest, want Sir Baxter
+heeft, hoewel hij niet behoorde tot onze <span id="xd33e364">Vereeniging</span> ter bevordering der goede zeden in Engeland, reeds oneindig veel goeds gedaan.
+</p>
+<p><span>„</span>Gij weet, dat hij onze theaterstukken heeft te beoordeelen, dat de censuur bij hem
+berust, dat hij moet beslissen, of een dergelijk stuk zedig en niet van verderfelijken
+invloed is.
+</p>
+<p><span>„</span>Wij danken onzen hooggeachten inspecteur Baxter de betere handhaving der censuur in
+Engeland en wij hebben het steeds vol vreugde aangezien, wanneer wederom een van de
+vele stukken, die voedsel geven aan de wellust en de echtbreuk in de hand werken,
+of wel een loflied zingen voor de ondeugd, verboden werd.”
+</p>
+<p>„Bravo! Bravo!” klonk het van alle kanten en Baxter maakte weer een diepe buiging.
+</p>
+<p>„Het is te hopen,” vervolgde de president, „dat wij onder de leiding van inspecteur
+Baxter nog strenger en energieker onzen veldtocht tegen de onzedelijkheid zullen kunnen
+houden.
+</p>
+<p><span>„</span>In de eerste plaats moet op krachtige wijze gestreden worden tegen de vergiftiging
+van onze jeugd, van politiewege moet toezicht worden gehouden op de lectuur voor onze
+jongens en meisjes.
+</p>
+<p><span>„</span>Hoeveel kwaad wordt hierdoor berokkend?
+</p>
+<p><span>„</span>Een geheel leger misdadigers wordt telken jare op deze wijze aangekweekt.
+</p>
+<p><span>„</span>Inspecteur Baxter zal dit wel met ons eens zijn en zijn ervaringen in Scotland Yard
+zullen het bewijs leveren— — —
+</p>
+<p><span>„</span>Niet waar, inspecteur?”
+</p>
+<p>Baxter had slechts met een half oor naar de laatste woorden geluisterd en antwoordde
+met een vriendelijk lachje:
+</p>
+<p>„Gij hebt gelijk, mijnheer de voorzitter. Bij mij in Scotland Yard worden dergelijke
+boeken ook gelezen”.
+</p>
+<p>Doodelijke stilte volgde.
+</p>
+<p>Het gelaat van den president geleek op dat van zijn Chineesch afgodsbeeld, toen hij
+vroeg:
+</p>
+<p>„Hoe, mijnheer de inspecteur! versta ik u goed? Men leest ze bij u in Scotland Yard?”
+</p>
+<p>Eerst nu bemerkte Baxter, dat hij zich op glad ijs had begeven.
+</p>
+<p>„Ja!” knikte hij en vervolgde: „Helaas! Men leest ze!”
+</p>
+<p>„O, wat een schande!” zuchtte de president en de geheele vergadering zuchtte.
+</p>
+<p>Daarop vroeg Sir Harper:
+</p>
+<p>„En de misdadigers, die gij gevangen neemt …?”
+</p>
+<p>De Vloo zou gezegd hebben:
+</p>
+<p>„Eerst moeten wij ze te pakken kunnen krijgen.”
+</p>
+<p>Maar Baxter antwoordde:
+</p>
+<p>„De misdadigers worden allemaal achter slot en grendel gebracht!”
+</p>
+<p>„Neen, neen,” sprak de president, „ik bedoel of die misdadigers ook dergelijke boeken
+lezen?”
+</p>
+<p>„Welneen, dat is onmogelijk,” antwoordde Baxter, „ik kan u bezweren, mijne heeren,
+dat zij dergelijke boeken niet te lezen krijgen. Zulke lectuur is in de gevangenisbibliotheek
+niet voorhanden.”
+</p>
+<p>„Gij begrijpt mij verkeerd,” riep de president uit. „Ik wensch te weten, of de gevangenen
+niet vóór hun arrestatie die boeken hebben gelezen en daardoor op het slechte pad
+zijn gekomen. In de laatste verhandelingen van de politiebladen gaven de misdadigers
+het lezen van dergelijke boeken steeds op als verontschuldiging voor hun daden.”
+</p>
+<p>„Dan liegen die kerels,” sprak Baxter, „want nog pas eenige dagen geleden vertelde
+mijn secretaris mij, dat hij tot zijn groote ergernis die boeken altijd moest koopen.
+Geen enkele van de schurken, die opgebracht werden, had er een bij zich.
+</p>
+<p><span>„</span>Ik moet bovendien den geachten voorzitter op dit punt tegenspreken!
+</p>
+<p><span>„</span>Mijn beambten zijn ontegenzeggelijk nette menschen en lezen toch, zooals ik nogmaals
+moet constateeren, bij voorkeur spannende verhalen. In alle bureaux van Scotland Yard
+vind ik ze.”
+</p>
+<p>„Dat is merkwaardig. Daarvan wisten wij niets,” merkte <span id="xd33e418">Sir</span> Harper verbaasd op. „Die misstand moet onmiddellijk worden opgeheven, inspecteur!
+Uw beambten moet leerzame en hoogstaande lectuur worden verstrekt. Wij zullen u morgen
+uit onze bibliotheek een groot aantal van zulke boeken doen toekomen!
+<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p>
+<p><span>„</span>En om nu op een ander onderwerp over te gaan: door Zijne Hoogheid den hertog van Norfolk
+is de volgende wensch geuit:
+</p>
+<p><span>„</span>De hertog beveelt om het dorp Sandram in Schotland onder streng politietoezicht te
+stellen, opdat er een eind kome aan de daar heerschende ontucht.”
+</p>
+<p>„Wat is daar dan voorgevallen?” vroeg een der leden, die aan het ondereind van de
+tafel zat, waarna alle aanwezigen in een luid gelach losbarstten.
+</p>
+<p>„Sir,” antwoordde de president, „weet gij niet, dat uit het dorp Sandram alle minnen
+voor het geheele koninkrijk komen? Hebt gij nog nooit een min noodig gehad?”
+</p>
+<p>„Neen, het spijt mij, maar ik ben ongehuwd,” antwoordde het lid der <span id="xd33e433">Vereeniging</span>.
+</p>
+<p>„Dus,” vervolgde de voorzitter, „het kweeken van minnen, of liever de ontucht moet
+eindigen in dat dorp.”
+</p>
+<p>„Ja, maar,” opperde een der leden, „wat moet men dan doen, als men er een noodig heeft
+in zijn familie?”
+</p>
+<p>Nu stond de hertog op, klemde zijn monocle in de holte van zijn rechteroog en sprak
+langzaam en op plechtigen toon:
+</p>
+<p>„Sir, dan behelpt men zich zonder min. Er zijn, zooveel middelen, welke dagelijks
+worden geannonceerd, dat het ten eenemale overbodig is, een kind door een min te laten
+grootbrengen. Ik verzoek nogmaals de geachte vergadering om mijn wensch, de minnen
+uit te roeien, te willen vervullen.”
+</p>
+<p>„Laten wij het voorstel van Zijne Hoogheid in stemming brengen,” sprak de voorzitter.
+</p>
+<p>Voor dit doel moesten de leden, die er vóór waren, van hun zetels opstaan.
+</p>
+<p>Allen verhieven zich.—
+</p>
+<p>Ook de ongehuwden.
+</p>
+<p>Zijne Hoogheid knikte met een tevreden glimlachje en de voorzitter sprak:
+</p>
+<p>„Het voorstel van Zijne Hoogheid is met algemeene stemmen aangenomen.
+</p>
+<p><span>„</span>Als verder onderdeel onzer besprekingen komen de advertenties in de kranten aan de
+orde en moeten wij een wet in het leven zien te roepen om hieraan een einde te maken.
+</p>
+<p><span>„</span>Geheele pagina’s onzer dagbladen zijn gevuld met afschuwelijke onzedelijkheid.
+</p>
+<p><span>„</span>In de eerste plaats zijn het de advertenties van onze gummifabrikanten, verder die
+betreffende geneesmiddelen voor allerlei geheime ziekten, gevolgen van jeugdzonden
+en dergelijke, in de derde plaats de advertenties, waarin men onze dames een schoonen
+boezem wil bezorgen.
+</p>
+<p><span>„</span>Ik bid u, mijne heeren, werkt niet reeds het woord <span class="ex">boezem</span> onzedelijke voorstellingen op?
+</p>
+<p><span>„</span>Men kan gerust aannemen, dat dergelijke aankondigingen verderfelijk op onze jeugd
+werken en aanleiding geven tot allerlei ondeugden.
+</p>
+<p><span>„</span>Er moest dus voor gezorgd worden, dat door de een of andere wet deze advertenties
+worden verboden en dat de kranten, die ze toch publiceeren, met een hooge geldboete
+of met de gevangenis worden gestraft. Ik verzoek u, dit voorstel in stemming te willen
+nemen”.
+</p>
+<p>Weer stonden alle aanwezigen op.
+</p>
+<p>De president vervolgde:
+</p>
+<p>„Zeer zeker zijn de kranten—uitgezonderd de berichten omtrent het hof en de politiek—het
+verderf van onzen tijd. Alle soorten <span class="corr" id="xd33e473" title="Bron: msidaden">misdaden</span>, ik noem bijvoorbeeld de vergoding van John Raffles— — —”
+</p>
+<p>„Zeer juist!” riep Baxter uit.
+</p>
+<p>De president zag zich genoodzaakt om te herhalen:
+</p>
+<p>„De vergoding van John Raffles. Het beschrijven van allerlei wandaden is gevaarlijker
+dan alle mogelijke sensatieromans, want bij deze laatste twijfelt men er aan, of dat,
+wat men leest, tot de mogelijkheden behoort, maar wat in de kranten staat, is helaas
+werkelijkheid.
+</p>
+<p><span>„</span>Ik bid u, mijne heeren, welken invloed moet het hebben op het karakter van een jong
+meisje van tien jaar, wanneer het des morgens in de kranten leest over een vergrijp
+tegen de goede zeden of op een jeugdigen knaap, die op de hoogte wordt gesteld van
+de <span class="corr" id="xd33e482" title="Bron: intiemiteiten">intimiteiten</span> uit het particuliere leven van de een of andere hooggeplaatste persoonlijkheid! Is
+het niet waar, mijne heeren, dat is een groot schandaal, het is publieke onzedelijkheid,
+welke voor iedereen te lezen staat.
+</p>
+<p><span>„</span>Aan dit alles moet een einde worden gemaakt en daarover wenschte ik te beraadslagen.”
+</p>
+<p>De hertog stond op en allen luisterden vol eerbied.
+</p>
+<p>„De oplossing van dit vraagstuk zou heel eenvoudig zijn”, sprak hij, „wanneer er geen
+misdaden meer gepleegd werden.”
+</p>
+<p>„Bravo! bravo!” riepen de aanwezigen, terwijl de spreker weer plaats nam.
+</p>
+<p>„Heeft nog iemand zijn oordeel hierover uit te spreken?” vroeg de voorzitter en daar
+niemand het waagde, na den hertog nog iets in het midden te brengen, verklaarde de
+voorzitter het zakelijke gedeelte <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>voor afgedaan en gaf tot algemeene vreugde het teeken om te gaan eten.
+</p>
+<p>Met een honger als wolven wierpen allen zich op de voorgediende spijzen.
+</p>
+<p>Na korten tijd stond de hertog op en verliet het gezelschap.
+</p>
+<p>Eerst nog had hij Baxter, als hooge onderscheiding, een handdruk gegeven en deze voelde
+zich hierdoor zoo vereerd, dat hij vol diep respect naar zijn hand keek.
+</p>
+<p>Nadat de hertog was vertrokken, begon volgens Engelsch gebruik een zwelgpartij. Het
+was reeds na middernacht, toen Baxter, arm in arm met den president, het hotel verliet
+om zich op straat te begeven.
+</p>
+<p>„Gaat gij al naar huis?” vroeg Sir Harper den inspecteur.
+</p>
+<p>„Ik ben gewend”, antwoordde deze, „bijtijds te gaan slapen. Mijn dienst is inspannend!”
+</p>
+<p>„Kom!”, lachte de president, „dan maakt gij heden een uitzondering. Ik ken hier in
+de buurt een klein Fransch restaurant, waar uitstekende champagne wordt geschonken
+en waar men zich kostelijk amuseert. Gij moet dat leeren kennen.”
+</p>
+<p>„Natuurlijk!” antwoordde de chef van Scotland Yard, „als gij erop gesteld zijt, dat
+ik u vergezel. Ik ben geen spelbreker.”
+</p>
+<p>Zij behoefden niet ver te loopen en gingen van het Strand een kleine zijstraat in.
+Zij bleven staan voor een huis, waaraan in geen enkel opzicht te zien was, dat er
+nog leven in heerschte.
+</p>
+<p>Aan de deur bevond zich een ouderwetsche klopper, dien zij meermalen in beweging moesten
+zetten.
+</p>
+<p>Na eenig wachten werd de deur geopend en een oude man, die er uitzag als een kamerdienaar,
+maakte een buiging en sprak in het Fransch:
+</p>
+<p>„Goeden avond, heeren!”
+</p>
+<p>Daarop gingen zij binnen, terwijl de bediende de deur geruischloos achter hen sloot.
+</p>
+<p>Beide heeren ontdeden zich in de deftig ingerichte, met zware tapijten belegde voorkamer
+van hun overjassen en Baxter hoorde het gedempte lachen van vrouwenstemmen, het klinken
+van wijnglazen en de zachte, welluidende tonen van een Zigeunerkapel.
+</p>
+<p>Baxter keek verbaasd om zich heen, wat de president zag.
+</p>
+<p>„Ja, ziet gij, mijn waarde”, sprak deze, terwijl hij voor een der spiegels zijn haar
+in orde maakte, dat zich uiterst spaarzaam op zijn spiegelgladden schedel vertoonde,
+„telkens na zulk een vermoeiende vergadering voel ik er behoefte aan, mij een kleine
+afleiding te gunnen. Ik verzeker u, dat gij u heerlijk zult amuseeren in dezen kleinen
+tempel.”
+</p>
+<p>Hij nam Baxters arm, de kamerdienaar, die eerbiedig bij een met Perzische gordijnen
+versierde deur stond, sloeg de portières terug, opende een kleine vleugeldeur en beide
+heeren traden een salon binnen.
+</p>
+<p>Daar wachtte een andere bediende, die ook een buiging maakte en hun tegelijkertijd
+een zilveren blad voorhield.
+</p>
+<p>„O, drommels”, mompelde Baxter, „ik heb geen visitekaartje bij mij.”
+</p>
+<p>De president lachte.
+</p>
+<p>„Een visitekaartje? Neen, mijn waarde, dat is ook niet noodig, maar een bankbiljet
+van een pond. Mocht gij er geen bij u hebben, dan ben ik bereid, u er aan te helpen.”
+</p>
+<p>Terwijl de inspecteur zijn portefeuille te voorschijn haalde om het verlangde geld
+op het blad te leggen, fluisterde hij:
+</p>
+<p>„Tot welk doel betaalt men hier?”
+</p>
+<p>„Dat zult gij dadelijk in de zaal wel zien. Ik verzeker u, mijn beste heer, dat het
+er heerlijk is.”
+</p>
+<p>Hij trok Baxter met zich mee.
+</p>
+<p>De portière van een tweede deur werd weggeslagen, een vleugeldeur geopend en beide
+heeren traden een schitterend verlichte zaal binnen, waar bij de muziek van een kleine
+kapel verscheiden paren dansten, terwijl rondom aan de muren uit een menigte nissen
+het vroolijke lachen en schertsen van dames en heeren weerklonk.
+</p>
+<p>Overal brandden roode lampen en stonden rijk bekleede fauteuils.
+</p>
+<p>Eenige der intiemste plekjes waren door blauw fluweelen gordijnen aan de blikken der
+gasten onttrokken, andere waren half of gedeeltelijk geopend en Baxter zag daarin
+alleenzittende dames, die hem met haar waaier wenkten en hem allerliefst toelachten.
+</p>
+<p>De president scheen hier een bekende persoonlijkheid te zijn.
+</p>
+<p>„Er moeten hier een paar nieuwelingen zijn”, fluisterde hij den inspecteur toe. „Luister
+naar mijn raad en neem niet een der oudjes. Ziet gij daarginds dat kleine zwartje,
+dat is een nieuwe. Hoe vindt gij haar? Of houdt gij meer van blondines met rijpere
+vormen?”
+</p>
+<p>Baxter wist van verbazing niet wat hij zou antwoorden.
+<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p>
+<p>Zonder dat hem verder iets werd gevraagd, schoof de president hem naar een dame en
+sprak:
+</p>
+<p>„Lady, het zal dezen heer een genoegen zijn, met u te soupeeren.”
+</p>
+<p>Hij zelf verdween in een der nissen.
+</p>
+<p>Toen de inspecteur vele uren later in een cab naar huis reed, had hij zooveel champagne
+gedronken, dat hij in de beste stemming zachtjes zong en eerst toen hij thuis was,
+herinnerde hij zich, dat hij om 6 uur des morgens dienst had en dat het nu tien minuten
+vóór 5 was.
+</p>
+<p>Zoo goed als het hem mogelijk was, trok hij zijn frack uit en kleedde zich in zijn
+dienstjas.
+</p>
+<p>In hetzelfde rijtuig, dat hem naar huis had gebracht, liet hij zich naar het hoofdbureau
+van politie brengen.
+</p>
+<p>De Vloo had juist een kopje morgenkoffie voor zich staan en een pijpje gestopt, toen
+Baxter binnentrad. Hij had moeite, op de been te blijven en liep waggelend naar zijn
+schrijftafel.
+</p>
+<p>„Wel, inspecteur”, riep de Vloo lachend, „waar komt gij vandaan?”
+</p>
+<p>„Gij moet mij vervangen”, stotterde zijn chef met moeite. „Gij weet immers, dat ik
+vergadering had van de Vereeniging voor ontucht van minnen en gummi-artikelen—en—en—en—
+— —”
+</p>
+<p>Marholm lachte luidkeels, maar antwoordde niet.
+</p>
+<p>„Ik zal u later alles vertellen.….. voorloopig moet ik slapen, mijn lieve Marholm.”
+</p>
+<p>Hij liet zich door de Vloo naar de kleine kamer naast het bureau brengen, waar een
+lederen sofa stond en nauwelijks lag hij, of hij sliep ook al.
+</p>
+<p>Marholm echter sprak tot zichzelf:
+</p>
+<p>„Jammer, dat John Raffles den inspecteur van politie niet heeft gezien; wat zou hij
+een pret hebben gehad!”
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">DERDE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">Het klaverblad van vier.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Lord Edward Lister, of, zooals hij zichzelf noemde, John C. Raffles, was juist met
+zijn vriend Charly Brand, die reeds verscheiden jaren zijn assistent was en den Grooten
+Onbekende als zijn meester beschouwde, van een Europeesche reis naar Londen teruggekeerd.
+</p>
+<p>De deftige kleine villa in Hydepark, welke hij onder den naam van baron Walkerfield
+had gehuurd en volgens zijn smaak op voorname manier ingericht, was door den kamerdienaar,
+den ouden Joe, op voorbeeldige wijze onderhouden.
+</p>
+<p>Met een verheugden glimlach had hij zijn heer ontvangen, die zich gedurende verscheiden
+weken in Parijs had opgehouden.
+</p>
+<p>„Nu zijn wij weer thuis, mijn jongen”, sprak John Raffles tot Charly Brand. „Ik moet
+je eerlijk bekennen, dat ik altijd, als ik eenige maanden uit Londen weg ben geweest,
+heimwee naar onze stad krijg met haar rustelooze menschenmassa.”
+</p>
+<p>Charly Brand zette een nadenkend en zeer ontevreden gezicht.
+</p>
+<p>„Ik moet zeggen”, sprak hij, een sigaret aanstekende, „dat ik altijd verlang naar
+den dag, waarop je mij mededeelt, dat wij Londen gaan verlaten. Ik sidder op dezen
+bodem, die altijd gevaar voor jou oplevert.”
+</p>
+<p>John Raffles lachte vroolijk.
+</p>
+<p>„Je bent toch niet bang voor inspecteur Baxter?”
+</p>
+<p>Hij nam zijn sigarettenkoker en stak er ook een aan. „Mijn beste jongen, die krenkt
+mij geen haar. Hij is blij, dat ik hem niets doe.”
+</p>
+<p>„Wie weet”, antwoordde Charly, „misschien heeft hij je met opzet jarenlang van een
+zekere veiligheid <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>laten genieten om er zich op een goeden dag, als hij ze gevangen heeft genomen, op
+te kunnen beroemen, dat het alleen hem, den alom gevreesden inspecteur Baxter van
+Scotland Yard, is gelukt, om jou den genialen amateur-roofridder, eindelijk onschadelijk
+te maken.”
+</p>
+<p>„Geloof je dat werkelijk, mijn beste, jongen?” vroeg zijn vriend. „Ik verzeker je,
+zoolang als ik op kalme wijze mijn eigenaardige sport blijf uitoefenen, is mijn beroep
+absoluut ongevaarlijk. Alleen dan wordt het een halsbrekend bedrijf, als ik lichtzinnig
+ga handelen.
+</p>
+<p><span>„</span>Dan gebeurt mij precies hetzelfde als dat elken zakenman of burger passeert: ik ga
+over den kop!”— —
+</p>
+<p>John Raffles nam, nadat hij deze woorden had gezegd, aan de groote empire-schrijftafel
+plaats en begon een mededeeling te schrijven aan zijn club, waarvan hij lid was, eveneens
+onder dien naam van baron Walkerfield, dat hij weer van zijn reis was teruggekeerd.
+</p>
+<p>Charly Brand had zich intusschen met de kranten bezig gehouden, welke juist door den
+kamerdienaar waren gebracht en las de nieuwstijdingen.
+</p>
+<p>Toen zijn vriend den brief af had, belde hij en gaf een kamerdienaar den brief ter
+bezorging.
+</p>
+<p>Daarop nam ook hij de kranten en vroeg of Charly iets interessants had gevonden.
+</p>
+<p>„Steeds hetzelfde,” antwoordde deze, „dezelfde misdaden, dezelfde ongelukken, dezelfde
+sportberichten. Alleen de namen der persoonen veranderen. Er is niet veel nieuws onder
+de zon.”
+</p>
+<p>„Stop!” riep Raffles. „Jij bent nog een onervaren jongmensch, mijn lieve Charly. Er
+is een groote massa nieuws, waarvan wij soms niet het flauwste vermoeden hebben.”
+</p>
+<p>Hij bladerde daarna de kranten door en sprak daarop, met een blik op het blad, dat
+Charly in de hand hield:
+</p>
+<p><span>„</span>Je hebt daar zeker het blad, waarin de nieuwtjes staan uit de Londensche hoogere kringen.
+Geef het mij eens.”
+</p>
+<p>Charly Brand blies met aandacht den rook van zijn sigaret in de lucht, nadat hij zijn
+vriend het nieuwsblad had gegeven, en sprak:
+</p>
+<p>„Je bent een eigenaardig mensch, lieve Edward; ieder ander leest eerst het werkelijk
+interessante, wat er in de wereld voorvalt: politiek—eventueele oorlogsberichten en
+dergelijke. Jij daarentegen— —”
+</p>
+<p>„Wees maar gerust”, viel John Raffles hem in de rede. „Je jeugd speelt je alweer parten.
+Ik verzeker je, mijn jongen, deze schijnbaar droge berichtjes, die mij vertellen,
+dat lord X met de dochter van den Amerikaanschen beurskoning Smith uit Chicago is
+getrouwd, of dat mevrouw v. Z. een eisch tot echtscheiding heeft ingediend tegen haar
+echtgenoot, of dat de eigendommen van den Schotsen baron Y. zijn verkocht—al die berichten
+zijn voor mij veel interessanter dan wat de kranten verder op uitvoerige wijze hun
+lezers vertellen. Dat, wat jij daar leest is voor de alledaagsche groote massa.
+</p>
+<p><span>„</span>Maar deze klein gedrukte mededeelingen zijn de werkelijk groote treurspelen, welke
+in het geheim worden opgevoerd.
+</p>
+<p><span>„</span>Toe, stoor mij nu eens een oogenblik niet.”
+</p>
+<p>Hij nam de krant en begon te lezen.
+</p>
+<p>Nauwelijks had hij een paar seconden lang de berichten doorgekeken, of hij liet plotseling
+het blad vallen en brak los in een luid gelach.
+</p>
+<p>Charly Brand sprong verschrikt op en liet zijn sigaret vallen.
+</p>
+<p>„Wat is er, Edward? Je doet mij werkelijk schrikken!”
+</p>
+<p>„Neen maar, het is kostelijk, lieve Charly!” riep John Raffles uit. „O, wat ik hier
+heb gelezen— —Je moet dit bericht uitknippen.”
+</p>
+<p>„<span class="ex" lang="en">Allright!</span>” sprak Charly Brand. Hij hield namelijk reeds jarenlang als secretaris van zijn vriend
+een archief bij, waarin hij alle berichten uit de kranten verzamelde, evenals alle
+mogelijke mededeelingen en opmerkingen, welke op eenigerlei wijze betrekking hadden
+op Raffles en welke hij alle zorgvuldig registreerde.
+</p>
+<p>John Raffles had het bericht nogmaals gelezen en lachte opnieuw.
+</p>
+<p>„Zou je mij niet willen vertellen,” vroeg Charly Brand, „waarom je zoo vroolijk bent?
+Je schijnt buitengewoon veel plezier te hebben.”
+</p>
+<p>„Zeker,” lachte John Raffles. „Alleen de Engelsche natie bezit zulke grappenmakers,
+zulke komieke lui, onze Falstaffs, zooals Shakespeare ze heeft geteekend.
+</p>
+<p><span>„</span>Een type daarvan is onze politie-inspecteur Baxter!
+</p>
+<p><span>„</span>Luister eens, wat hier staat: De Vereeniging ter bevordering der goede zeden in Engeland
+vierde eergisteren in hotel Cecilia haar tienjarig bestaan— —mooi, he?”
+</p>
+<p>Charly Brand antwoordde glimlachend:
+</p>
+<p>„Ik heb nog nooit iets gehoord van het bestaan eene dergelijke vereeniging.”
+<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p>
+<p>„Ik ook niet,” antwoordde Raffles, „en ik had ook nu misschien nog niets erover gelezen,
+wanneer een naam mijn aandacht niet had getrokken.
+</p>
+<p><span>„</span>Deze naam is het grappige van de geschiedenis.
+</p>
+<p><span>„</span>Luister naar hetgeen hier verder staat:
+</p>
+<p><span>„</span>Op den feestavond, waaraan ook werd deelgenomen door den beschermheer der Vereeniging,
+den hertog van Norfolk, werd door den president Sir Edwin Harper, den nieuwen tweeden
+voorzitter der Vereeniging geïnstalleerd: den inspecteur van politie Baxter van Scotland
+Yard— — —”
+</p>
+<p>Nu barstte ook Charly Brand in een luid gelach uit, waar zijn vriend opnieuw mee instemde.
+</p>
+<p>Daarop riep deze uit:
+</p>
+<p>„Dat is een mop, zooals men geen betere kan uithalen in de Vereenigde Koninkrijken!
+Men moet Baxter zoo goed kennen als wij, om de geestigheid, die in deze keus ligt
+opgesloten, te snappen.
+</p>
+<p><span>„</span>Deze drinker, om niet te zeggen zuiper, deze Don Juan, deze man, voor wien deugd eenvoudig
+niet bestaat— — —die troont nu als president aan het hoofd van een vereeniging ter
+bevordering van deugd en zedelijkheid.
+</p>
+<p><span>„</span>Mijn hemel, wat een prachtige geschiedenis! Laat ons verder lezen!
+</p>
+<p><span>„</span>Luister:
+</p>
+<p><span>„</span>De Vereeniging nam voor het nieuwe jaar de volgende werkzaamheden op zich:
+</p>
+<p><span>„</span>Het indienen van een wetsvoorstel betreffende afschaffing der onzedelijke advertenties,
+verscherping der theatercensuur en— — —”
+</p>
+<p>John Raffles moest plotseling naar lucht happen en riep, terwijl dikke tranen van
+het lachen over zijn wangen rolden:
+</p>
+<p>„Charly, Charly, de minnen zullen worden afgeschaft! De minnen zijn onzedelijk! Heb
+je ooit dergelijken nonsens gehoord? Deze mop is bijna even goed als die, om Baxter
+te benoemen tot president der <span id="xd33e644">Vereeniging</span>— — —”
+</p>
+<p>„Hoe kan het mogelijk zijn geweest, dat men hem voor een dergelijke functie uitkoos?”
+vroeg Charly Brand.
+</p>
+<p>Raffles dacht even na en sprak:
+</p>
+<p>„O, ik geloof, dat die oplossing heel eenvoudig is! Baxter is immer onze theater-censor
+en zorgt er, in die hoedanigheid, al sinds jaren voor, dat wij op het tooneel zoo
+weinig mogelijk gemeenheden te hooren en te zien krijgen.”
+</p>
+<p>„Och,” antwoordde Charly Brand, „daar mankeerde het anders niet aan. Ik herinner mij
+nog, een paar maanden geleden in een onzer schouwburgen dingen gezien en gehoord te
+hebben, die iemand een blos van schaamte op de kaken tooveren.”
+</p>
+<p>„Nu ja,” antwoordde Raffles, „de directeuren zullen wel over de brug zijn gekomen
+om toestemming te krijgen, hun stukken op te voeren.—Ja, ik herinner mij zelfs, dat
+de inspecteur een liaison had met een dame, die verbonden was aan een onzer voornaamste
+<span id="xd33e654">variété-theaters</span>.
+</p>
+<p><span>„</span>Maar dit heeft natuurlijk niets met zedelijkheid of deugd te maken.
+</p>
+<p><span>„</span>Doch nu genoeg.
+</p>
+<p><span>„</span>Kleed je aan en laat ons een wandeling in ons geliefde Londen gaan maken. Ik verheug
+er mij op, door de straten te flaneeren!”
+</p>
+<p>„Het is nog een beetje vroeg,” sprak Charly Brand.
+</p>
+<p>„Je hebt gelijk!” knikte zijn vriend. „Wij kunnen nog wachten totdat het tijd wordt
+voor de schouwburgen. Ik stel je voor om den avond door te brengen in het Lyceum-theater
+en daarna op echt Engelsche wijze ergens te gaan eten.”
+</p>
+<p>Voordat Raffles zijn woning verliet, voorzag hij zich, daar sinds zijn laatste zaakje
+zijn uiterlijk bekend was geworden, van een baard.
+</p>
+<p>Tot dat doel begaf hij zich naar een cabinet naast zijn slaapkamer, waarin een groote
+drie dubbele spiegel stond, welke van den vloer tot aan het plafond van de kamer reikte.
+</p>
+<p>Daarvoor waren electrische lichten aangebracht, zoodat de Groote Onbekende, als hij
+voor den spiegel stond, elke lijn van zijn gelaat kon onderscheiden.
+</p>
+<p>Aan den eenen kant van de kamer stond een groote kast, die uit verschillende deelen
+bestond en waarin costuums werden bewaard. Als deze geopend was, meende men, een theatergarderobe
+voor zich te zien.
+</p>
+<p>Aan den anderen muur bevonden zich langwerpige kasten, waarin allerlei soorten schmink
+en gummimaskers lagen. Verder bevonden zich daarin allerlei baarden.
+</p>
+<p>De Groote Onbekende overlegde een tijdlang, voordat hij besloot, welke verkleeding
+hij zou kiezen. Daarop ging hij naar de kast en nam het costuum van een voornaam Chinees
+eruit.
+</p>
+<p>Dit had hij met veel andere zaken van zijn laatste reis meegebracht en er viel niet
+aan de echtheid te twijfelen.
+</p>
+<p>Zelfs de naphtalinelucht, die gewoonlijk aan dergelijke kleeren hangt, ontbrak niet.
+<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p>
+<p>Met de uiterste zorgvuldigheid trok Lord Lister het costuum aan en vergat zelfs de
+daarbij behoorende onderkleeren niet. Daarop trok hij de vilten schoenen aan, die
+er bij pasten en begon zich te schminken.
+</p>
+<p>Daar zijn huid van nature bruin was en door de laatste zeereis nog donkerder dan gewoonlijk
+was geworden, had hij in het geheel geen schmink noodig, maar maakte alleen met een
+zwarte kleurstof zijn wenkbrauwen iets langer, zoodat hierdoor de stand der oogen
+schijnbaar een andere werd.
+</p>
+<p>Daarop nam hij een in goud gevatten bril, die aan zijn gelaat het uiterlijk gaf van
+een Chineesch geleerde.
+</p>
+<p>Ten slotte zette hij het in China gebruikelijke zwartzijden mutsje op, waaraan een
+zwarte staart was bevestigd. Daarop stak hij aan zijn vingers eenige ringen, nam een
+waaier in de hand en verliet door een zijdeur het cabinet.
+</p>
+<p>Langs een kleine trap kon hij in de gang van het huis komen, zonder de studeerkamer,
+waarin Charly Brand zich bevond, door te gaan.
+</p>
+<p>Toen de Groote Onbekende in de gang stond, opende hij zacht de deur en belde. Er verliep
+eenige tijd, daarop werd hem door den ouden kamerdienaar Joe opengedaan.
+</p>
+<p>John Raffles amuseerde zich over het verbaasde gezicht, waarmee de trouwe bediende
+hem aankeek.
+</p>
+<p>Nauwkeurig het neusgeluid van een voornamen Chinees nabootsend, sprak Lord Lister:
+</p>
+<p>„Ik zij een goed vriend van uw heer baron <span class="corr" id="xd33e690" title="Bron: Wakerfield">Walkerfield</span>. Mijn naam is <span id="xd33e693">Su-Ki-Bit-Wou-Wang</span>. Hier mijn kaartje.”
+</p>
+<p>De bediende nam het kaartje, dat de Chinees hem overhandigde en antwoordde:
+</p>
+<p>„Ik kan niet zeggen, Mr. Su-ki Bat Bung”— —
+</p>
+<p>„<span id="xd33e700">Su-Ki-Bit-Wou-Wang</span>”, verbeterde Raffles op nasalen toon.
+</p>
+<p>De oude, welopgevoede man sprak:
+</p>
+<p>„Pardon, Sir, de naam is wel een beetje lang en tamelijk moeilijk voor mij.”
+</p>
+<p>„O,” sprak Raffles, „wij hebben in China nog veel langere namen. Dit is maar een heel
+kleine.”
+</p>
+<p>„Ik zal eens hooren,” antwoordde de kamerdienaar met een buiging, „of mijnheer de
+baron u kan ontvangen.”
+</p>
+<p>„O,” zei Raffles, „hij zijn een goed vriend— —ik met u mee ga. Hij zeer blij zal zijn,
+wanneer hij mij ziet.”
+</p>
+<p>Joe wist niet, wat hij moest doen. Maar daar het bezoek zeker geen onaangenaamheden
+voor zijn heer kon hebben, stond hij toe, dat de Chinees hem vergezelde.
+</p>
+<p>Charly Brand sprong verschrikt uit zijn fauteuil op, toen de kamerdienaar met den
+Chinees binnentrad.
+</p>
+<p>„Pardon, Mr. Brand,” sprak de bediende, „deze gentleman zegt, dat hij een goed vriend
+van mijnheer den baron is en dat mijnheer zeer verheugd zal zijn hem te zien.”
+</p>
+<p>„Ja,” bevestigde Raffles met onuitstaanbaar neusgeluid en met een vreeselijk accent,
+„hij heel blij zal zijn, mij te zien. Wij veel te zamen beleefd hebben in Peking.”
+</p>
+<p>De kamerdienaar ging heen en de secretaris maakte een beleefde buiging voor den Chinees
+en sprak:
+</p>
+<p>„Mijn naam is Brand. Ik ben de vriend en vertrouwde van baron Walkerfield!”
+</p>
+<p>„O, ik dat weten!” antwoordde de Chinees. „Heeft dikwijls de baron verteld van zijn
+vriend.”
+</p>
+<p>„Zeer vleiend voor mij,” sprak Charly. „Mag ik vragen met wien ik de eer heb?”
+</p>
+<p>„Zeer goed,” antwoordde de Chinees, „men mij noemen Su-Ki-Bit-Wou-Wang”.
+</p>
+<p>Charly Brand maakte weer een buiging. Hij had al het andere verstaan, alleen den naam
+van den vermeenden bezoeker niet.
+</p>
+<p>Hij wees met zijn hand naar een fauteuil en verzocht:
+</p>
+<p>„Wees zoo goed, plaats te nemen, Sir, totdat mijn vriend komt. Ik verwacht hem oogenblikkelijk.”
+</p>
+<p>„Ik zal wachten,” antwoordde de Chinees, terwijl hij plaats nam.
+</p>
+<p>Charly Brand zag, dat de vreemdeling oplettend in de kamer rondkeek.
+</p>
+<p>Na eenige minuten van het diepste stilzwijgen sprak de Chinees:
+</p>
+<p>„Gij wonen zeer mooi hier in Londen. Ik had niet gedacht in China, dat men hier zooveel
+als bij ons bij elkaar kon stelen.”
+</p>
+<p>Pats!— — —
+</p>
+<p>De stoel, waarop Charly Brand zat, werd minstens een halven meter achteruitgeschoven.
+</p>
+<p>Met groote oogen staarde Charly Brand den zoon van het Hemelsche Rijk aan.
+</p>
+<p>Was de kerel gek of wat bezielde hem?
+</p>
+<p>Waarschijnlijk kende hij niet genoeg Engelsch en bedoelde hij een ander woord voor
+„stelen”.
+</p>
+<p>„Gij staat mij zeker toe, Sir, dat ik u verbeter. De meubelen zijn niet gestolen,
+maar gekocht.”
+</p>
+<p>„Ik weten alles,” glimlachte de Chinees. „De meubelen <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>gekocht zijn, maar het geld, dat ervoor noodig, zijn gestolen.”
+</p>
+<p>„Sir!” stoof Charly Brand op, „gij bevindt u in het huis van een gentleman, van een
+baron!”
+</p>
+<p>De Mongool glimlachte geheimzinnig en sprak door zijn neus:
+</p>
+<p>„Ik weten alles! Ik zelf dief ben en gij klein diefje zijn. Gij nog niet geslepen
+genoeg zijn!”
+</p>
+<p>De jonge man wist niet of de grond links of rechts onder hem draaide. Hij begreep
+niets van dien geheimzinnigen bezoeker en wist niet, wat hij moest doen. Zenuwachtig
+keek hij naar den Chinees, die was opgestaan en uit een <span id="xd33e742">sigarettenétui</span>, dat Raffles had laten liggen, een sigaret nam.
+</p>
+<p>Op zijn gemak begon hij te rooken en bekeek onderwijl het kostbare, met diamanten
+en robijnen bezette étui.
+</p>
+<p>Charly Brand werd bleek van schrik, toen de Chinees met zijn vervelend geluid sprak:
+</p>
+<p>„Zeer schoon étui, ik zulk werk mooi vinden en meenemen.”
+</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik had hij het étui in een der zakken van zijn wijd bruinzijden
+overkleed laten glijden.
+</p>
+<p>Nu werd het den secretaris al te erg. Hij ging naar den Chinees toe, legde zijn hand
+op diens arm en sprak:
+</p>
+<p>„Ik hoop, Sir, dat gij schertst. Het étui moogt gij u niet toeëigenen.”
+</p>
+<p>„O, waarom niet?” vroeg de Chinees op kalmen, onverschilligen toon. „Uw vriend, Mr.
+Raffles, kunnen zich immers een nieuw stelen.”
+</p>
+<p>De jonge man greep den arm van den Chinees met ijzeren vuist beet en trachtte hem
+het étui met de vrijgebleven hand weer uit den zak te halen.
+</p>
+<p>„Laat mij los!” klonk het dreigend terug, „of gij kunnen vliegen als een elastieken
+bal in den hoek.”
+</p>
+<p>„Vervloekt!” schreeuwde Charly Brand, „een dergelijke brutaliteit heb ik nog nooit
+beleefd. Geef het étui terug of ik neem het met geweld.”
+</p>
+<p>In het volgende oogenblik echter vloog hij als een voetbal midden door de kamer en
+viel in een hoek op het tapijt neer.
+</p>
+<p>Maar als een kat sprong hij weer op, haalde een Browningpistool uit zijn zak te voorschijn
+en hield dat den Chinees dreigend voor.
+</p>
+<p>„Geef het ding terug of ik schiet!”
+</p>
+<p>„Gij zijt weinig beleefd,” sprak de Mongool, kalm doorrookend.
+</p>
+<p>„Hoe komt gij ertoe om mij nog te sarren, nu gij u eerst op een manier hebt gedragen,
+die u werkelijk het recht beneemt, een ander te critiseeren? Gij steelt het étui van
+mijn vriend, gij gooit mij als een elastieken bal in den hoek en zegt dan nog tegen
+mij, dat ik niet beleefd genoeg ben tegenover u.”
+</p>
+<p>Daar barstte de Chinees plotseling in een luid gelach uit. Charly Brand keek verbaasd
+op, want dit lachen kwam hem buitengewoon bekend voor.
+</p>
+<p>En nu klonk, inplaats van het neusgeluid van den bezoeker de welbekende stem van zijn
+vriend, die uitriep:
+</p>
+<p>„Steek die proppenschieter weer in je zak, mijn beste jongen. Ik heb maar eens willen
+zien, of mijn vermomming onberispelijk is. Ik zie, dat het in orde is en dat jij noch
+Joe mij hebben herkend!”
+</p>
+<p>„Ben je het werkelijk?” vroeg Charly Brand en liep aarzelend, nog steeds het wapen
+in de hand houdend, naar Raffles toe.
+</p>
+<p>„Ja, ik ben het werkelijk!” herhaalde deze, „en ik ben blij, dat ik zulk een schitterend
+succes had als Su-Ki-Bit-Wou-Wang.”
+</p>
+<p>„Ongelooflijk!” sprak Charly, „wat zou jij een groot tooneelspeler zijn geworden,
+Edward!”
+</p>
+<p>„Mijn lieve Charly, om een groot tooneelspeler te zijn, is het noodzakelijk, dat men
+op de planken staat en beschilderde coulissen van linnen als milieu heeft. Ik ben
+van meening, dat men in het werkelijke leven een veel grooter acteur moet zijn, als
+men succes wil hebben.
+</p>
+<p><span>„</span>Doch maak je nu gereed en steek je in de uniform van een gardeluitenant, dan gaan
+wij—”
+</p>
+<p>Een half uur later verliet het tweetal in een cab de woning van Lord Lister om zich
+naar den schouwburg te begeven.
+</p>
+<p>De Londenaren, die gewend zijn, vreemdelingen te zien, keken gedurende de voorstelling
+toch vol belangstelling naar den Chinees, die naast een gardeluitenant in een loge
+dichtbij het tooneel zat.
+</p>
+<p>John Raffles interesseerde zich intusschen het meest voor een zijloge, waarin een
+zwartharige dame zat met <span class="corr" id="xd33e776" title="Bron: vonkelende">fonkelende</span> oogen, die blijkbaar in de beste stemming den naast haar zittenden gentleman pikante
+dingen in het oor fluisterde, waarover deze, zonder op zijn omgeving te letten, luidkeels
+lachte.
+</p>
+<p>„Wie is die dame? Ken je haar?” vroeg Charly Brand op zachten toon.
+</p>
+<p>„Ja!” sprak de Chinees door zijn neus. „Het is <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>een der sterren van ons Drury Lane theater, Miss Martha Raabe.”
+</p>
+<p>„En wie is de heer, die naast haar zit?”
+</p>
+<p>„Ik heb haar den naam een paar keer hooren noemen. Dat is de beroemde Edwin Harper,
+de voorzitter der <span id="xd33e788">Vereeniging</span> ter bevordering der goede zeden. Daar ontbreekt <span id="xd33e791">Mr.</span> Baxter nog maar aan om een waardig klaverblad te vormen.”
+</p>
+<p>„Het zou ook een klaverblad van vieren kunnen worden,” sprak Charly Brand, „als Baxter
+ook met een dame kwam!”
+</p>
+<p>Op dit oogenblik ging de deur open en—politie-inspecteur Baxter trad binnen in smoking,
+met een roode anjer in het knoopsgat, terwijl aan zijn arm zweefde een slanke sylphide
+met eigenaardige roodblonde krulletjes, een brutaal wipneusje en met zulke slanke
+vormen, dat zij veel overeenkomst vertoonde met een Engelsche rijzweep.
+</p>
+<p>Ook zij was buitengewoon vroolijk, klopte den inspecteur voortdurend op den schouder
+en noemde hem „mijn dikkertje”, terwijl hij haar teeder met „schatje” aansprak.
+</p>
+<p>Mr. Harper begroette haar met een vertrouwelijk lachje en hij sprak met zijn dikke
+stem:
+</p>
+<p>„Goeden avond, Miss Hansch.”
+</p>
+<p>Daarop wendde hij zich tot Baxter, dien hij reeds met jij en jou aansprak:
+</p>
+<p>„Zeg eens, doe mij het genoegen, hier naast mij te komen zitten, opdat Martha niet
+meer naar die loge daar kan kijken, waar die vervloekte Chinees zit. Zij stelt, geloof
+ik, veel te veel belang in de slangenoogen van dien kerel.”
+</p>
+<p>„<span class="ex" lang="en">Allright</span>,” antwoordde de inspecteur en nam op den aangewezen stoel plaats, zoodat zijn arm
+dien van Raffles bijna aanraakte.
+</p>
+<p>De tooneelspeelster met de zwarte schitteroogen sprak op eenigszins beleedigden toon:
+</p>
+<p>„Je maakt je belachelijk, Edwin, denk je heusch, dat ik verliefd zal worden op een
+Chinees?”
+</p>
+<p>De slanke Miss Hansch lachte spottend en sprak:
+</p>
+<p>„Nu, hoor eens, jij doet precies alsof Mr. Harper knapper was dan de Chinees. Ik denk,
+dat wij het eerst verliefd worden op den persoon, die het meeste geld heeft.”
+</p>
+<p>De gentleman wierp haar een woedenden blik toe, dien zij met een brutaal lachje beantwoordde.
+</p>
+<p>Daarop sprak hij:
+</p>
+<p>„<span class="ex">Wel</span>, als het op het meeste geld aankomt, dan denk ik mij wel met den Chinees te kunnen
+meten. Ik heb Miss Martha vandaag 1000 pond sterling gegeven.”
+</p>
+<p>De oogen van Miss Hansch <span class="corr" id="xd33e820" title="Bron: vonkelden">fonkelden</span> van hebzucht, toen zij die hooge som hoorde noemen.
+</p>
+<p>„Is dat waar, Martha?” vroeg zij op spijtigen toon.
+</p>
+<p>„Natuurlijk,” antwoordde deze, „waarvoor is hij anders bankier?”
+</p>
+<p>Daarop wendde Miss Hansch zich tot Baxter met de woorden:
+</p>
+<p>„Heb je gehoord, hoe netjes je vriend zich tegenover mijn vriendin heeft gedragen?”
+</p>
+<p>De inspecteur knikte toestemmend en sprak:
+</p>
+<p>„Zeker, mijn kind, hij is bankier en heeft het geld er voor!”
+</p>
+<p>„Och kom,” lachte het meisje spottend, „met de bankiers is het lang niet altijd zuiver
+spel. Ik heb al verscheiden van hen uit Londen zien verdwijnen, nadat zij den armen
+menschen hier hun geld afhandig hadden gemaakt.
+</p>
+<p><span>„</span>Ik moet ook zoo eentje zien te vinden.
+</p>
+<p><span>„</span>Jij bent gierig. Welk beroep heb je eigenlijk?”
+</p>
+<p>De inspecteur van politie, die de kleine actrice pas sinds een paar dagen kende, durfde
+haar zijn werkelijke betrekking niet noemen en daar hij niet wist, wat hij zou antwoorden,
+sprak hij:
+</p>
+<p>„Ik ben president!”
+</p>
+<p>Beide dames keken hem met scherpe blikken aan, daarop sprak Miss Hansch:
+</p>
+<p>„Wat voor een soort van president?”
+</p>
+<p>„Dat komt er niet op aan,” antwoordde Baxter.
+</p>
+<p>„Ja,” lachte Harper, „als je dat zoudt hooren, zou je vreeselijk schrikken en misschien
+hard wegloopen.”
+</p>
+<p>„Zoo?” lachten zij beiden, „is hij misschien president van de rechtbank?”
+</p>
+<p>„Och, vraag toch niet verder,” weerde Baxter af, „kijkt nu naar de voorstelling en
+dan gaan wij soupeeren.”
+</p>
+<p>„Zeg”, vroeg Miss Raabe haar vriendin, „heb jij wel eens een verhouding gehad met
+een Chinees?”
+</p>
+<p>„Neen,” antwoordde de andere, „jij?”
+</p>
+<p>„Ik zou het graag eens willen,” antwoordde Miss Raabe. „Als men dan valsch haar noodig
+heeft, neemt men er doodeenvoudig de vlecht van den Chinees bij! die zou verrukkelijk
+bij mijn haar passen.”
+</p>
+<p>„Houdt op met die flauwe aardigheden!” riep Harper uit, „jelui bent niet erg beleefd.
+Sinds ik je vandaag dat geld heb gegeven, schijn je te denken, dat je mijn vriendschap
+niet meer noodig hebt.”
+</p>
+<p>Miss Raabe lachte.
+<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p>
+<p>„Wat is 1000 pond!” sprak zij. „Ik had verleden jaar een vereerder, met wien ik in
+Monte Carlo en Nizza ben geweest, die heeft mij zijn geheele vermogen vermaakt.”
+</p>
+<p>„En wat is er van dien man geworden?” vroeg Baxter.
+</p>
+<p>„Hetzelfde, wat ik met het geld deed. Beide gingen aan den rol. Hij is nu ergens in
+Amerika als glazenwasscher.
+</p>
+<p><span>„</span>Maar dezen keer ben ik verstandiger. Ik laat het geld niet weer door mijn vingers
+gaan en als ik 10.000 pond bij elkaar heb, ga ik stil leven als een voorname dame.”
+</p>
+<p>„Wel”, knikte de bankier, „die 10,000 pond zal je wel gauw bij elkaar hebben. Van
+mij alleen heb je tot dusverre 7000 gehad.”
+</p>
+<p>„7000 pond? Drommels, dat is veel geld!”
+</p>
+<p>„Hij heeft het er immers voor,” lachte het meisje, „hij is immers bankier!”
+</p>
+<p>Bij die woorden maakte zij de beweging van iemand, die geld wegneemt, zoodat de drie
+anderen lachten.
+</p>
+<p>„Een net klaverblad,” fluisterde Charly Brand, wien geen woord van het gevoerde gesprek
+was ontgaan.
+</p>
+<p>Zijn vriend knikte toestemmend.
+</p>
+<p>Toen John Raffles den schouwburg verliet, sprak hij tot Charly Brand:
+</p>
+<p>„Mijn beste jongen, wil je wel gelooven, dat men Londen werkelijk een dienst bewees,
+wanneer men die <span id="xd33e869">Vereeniging</span> ter bevordering der zedelijkheid eens ging ontleden?
+</p>
+<p><span>„</span>Die <span id="xd33e875">Vereeniging</span> moet ontbonden worden, men moet de leden ontmaskeren.
+</p>
+<p><span>„</span>Men walgt letterlijk, als men bedenkt, dat dit de mannen zijn, die zedepreeken houden
+voor het volk. Met deze beide broeders moet ik mij nader bezighouden.”
+</p>
+<p>Daarop gingen zij soupeeren en reden al vroeg naar huis terug.
+</p>
+<p>Voordat de Groote Onbekende zich ter ruste begaf, sprak hij:
+</p>
+<p>„Ik heb een schitterend plan gemaakt en zal voorloopig als Chinees in Londen leven.
+</p>
+<p><span>„</span>Onthoud goed mijn naam: <span id="xd33e888"></span>Su-Ki-Bit-Wou-Wang!”
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">VIERDE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">Su-Ki-Bit-Wou-Wang in de kast.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was den volgenden morgen tegen tien uur, toen bij bankier Harper, die een kleine
+zaak had in de Regentstreet, de boekhouder een kaartje afgaf, dat de bankier eenige
+seconden bekeek.
+</p>
+<p>Eindelijk spelde hij: Su-Ki-Bit-Wou-Wang.
+</p>
+<p>Een vage voorstelling van een Chinees, die den vorigen avond in een loge naast hem
+had gezeten, vloog door zijn hoofd.
+</p>
+<p>Tegelijkertijd kwam een gevoel van jaloerschheid in hem op, daar zijn geliefde, Miss
+Raabe, te veel belang in den Mongool had gesteld.
+</p>
+<p>Hij dacht eenige oogenblikken na, of hij den man zou ontvangen of niet en besloot
+toen tot het eerste.
+</p>
+<p>„Su-Ki-Bit-Wou-Wang!” stelde de Chinees zich voor in zijn nasaal Engelsch, toen hij
+tegenover Harper stond.
+</p>
+<p>„Ik komen uit Peking.”
+</p>
+<p>De bankier fronste de wenkbrauwen en wierp den bezoeker een niet zeer vriendelijken
+blik toe.
+</p>
+<p>Het was werkelijk de man, aan wien hij zich in den schouwburg had moeten ergeren.
+</p>
+<p>„Wat wenscht gij van mij?” vroeg hij op korten toon. „Het is beurstijd en ik heb het
+zeer druk.”
+</p>
+<p>„O, dat niets hindert,” sprak de Chinees. „Bij ons in Peking wij doen alle zaken gedurende
+de beurs. Wij daar hebben veel tijd!”
+<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p>
+<p>„Dat is best mogelijk,” antwoordde Harper. „Wij in Londen hebben zeer weinig tijd.
+Zeg mij in korte woorden wat gij wenscht!”
+</p>
+<p>De zoon van het Hemelsche Rijk maakte een buiging en sprak:
+</p>
+<p>„Ik vernemen, dat gij president van de schoone <span id="xd33e912">Vereeniging</span> der bevorderde zedelijkheid en deugd. Ik zou willen verzoeken, als vreemdeling, in
+de <span id="xd33e915">Vereeniging</span> te worden opgenomen.”
+</p>
+<p>„Dan moet gij u tot den tweeden voorzitter wenden,” antwoordde Harper onvriendelijk.
+„Hij moet voor dergelijke dingen zorgen.”
+</p>
+<p>„Hoe heeten de tweede president?”
+</p>
+<p>„Politie-inspecteur Baxter van Scotland Yard.”
+</p>
+<p>„Ik dank u zeer, maar ik niet weten de adres van dezen man. Ik u verzoeken, mij eenige
+regels voor dien man mee te geven.”
+</p>
+<p>Harper, die blij was, dat hij den onwelkomen bezoeker zoo gauw mogelijk weer kwijt
+raakte, nam een blad papier, schreef het adres en een paar woorden erop, met verzoek
+aan Baxter om den Chinees voor het volgende diner der <span id="xd33e924">Vereeniging</span>, dat weer op Donderdag in hotel Cecilia gehouden zou worden, een uitnoodigingskaart
+te verstrekken.
+</p>
+<p>Met veel buigingen ging de Chinees heen en Harper begaf zich naar de beurs.
+</p>
+<p>Hij speculeerde den laatsten tijd op zeer twijfelachtige wijze om te trachten zijn
+inkomsten te vermeerderen, daar, ten gevolge van zijn levenswandel, zijn kas zeer
+gedund was.
+</p>
+<p>De Chinees was intusschen naar het hoofdbureau van politie gegaan en verwekte daar
+groot opzien bij de beambten.
+</p>
+<p>Baxter was juist in het bureau gekomen en daar hij zware hoofdpijn had wegens te weinig
+slaap, trachtte hij zijn slechte bui te koelen op zijn secretaris Marholm.
+</p>
+<p>Deze luisterde doodkalm naar de scheldwoorden van zijn chef en stopte zijn kort pijpje,
+alsof hij niets van al het gevloek van Baxter hoorde.
+</p>
+<p>„Wat is er voor nieuws?” vroeg hij de Vloo op barschen toon.
+</p>
+<p>„Dat wilde ik u juist vragen,” antwoordde Marholm. <span>„</span>Gij ziet eruit, alsof gij heel wat te vertellen hebt.”
+</p>
+<p>„Houdt uw b.…!” <span class="corr" id="xd33e940" title="Bron: bulde">brulde</span> Baxter. „Ik heb geen zin om flauwe aardigheden aan te hooren.”
+</p>
+<p>„Dat is ook niet noodig, inspecteur,” antwoordde de secretaris. „Gij schijnt flink
+katterig te zijn!”
+</p>
+<p>„Wat gaat u dat aan?”
+</p>
+<p>„Met uw verlof, heel veel! Gij schijnt mij als een soort zondebok te beschouwen. Raas
+en tier tegen iemand anders, alstublieft. Uw gevloek maakt op mij geen indruk!”
+</p>
+<p>„Wilt gij mij de les lezen?” vroeg Baxter op scherpen toon.
+</p>
+<p>„De hemel beware mij! Ik denk er niet aan,” antwoordde de Vloo. „Dat zou vergeefsche
+moeite zijn.”
+</p>
+<p>„Sir!” stoof Baxter weer op, zijn oogen woest latende rollen.
+</p>
+<p>Als antwoord blies de Vloo hem een dikke rookwolk in het gezicht.
+</p>
+<p>Daar trad een politie-agent binnen en meldde:
+</p>
+<p>„Een Chinees wenscht inspecteur Baxter te spreken.”
+</p>
+<p>Vol verbazing keek Baxter den agent aan.
+</p>
+<p>„Een Chinees? Wat moet die hier doen?”
+</p>
+<p>De agent haalde de schouders op en Marholm mompelde iets.
+</p>
+<p>„Breng den Chinaman hier!” beval de chef.
+</p>
+<p>Eenige oogenblikken later trad de Chinees het bureau binnen, neeg driemaal en sprak
+in de bloemrijke taal van zijn land:
+</p>
+<p>„Ik zie de zon opgaan en voel mij gelukkig, den hoogen politiemandarijn van Londen,
+de geweldige vuist van het Engelsche Rijk, voor mij te zien. O, ik mij voelen zeer
+gelukkig!”
+</p>
+<p>„Wat is dat voor gekkentaal?” sprak de Vloo en keek den vreemdeling vol belangstelling
+aan, die op iemand, dien hij kende, scheen te gelijken. Tevergeefs bedacht hij echter,
+wie het kon zijn.
+</p>
+<p>Ook Baxter kwam de Chinees bekend voor.
+</p>
+<p>De vele champagne van den vorigen nacht had alle herinnering van het theater bij hem
+uitgewischt.
+</p>
+<p>Maar hij sprak:
+</p>
+<p>„Ik moet u reeds meer hebben gezien, Mister—”
+</p>
+<p>„Su-Ki-Bit-Wou-Wang uit Peking!”
+</p>
+<p>„Juist, Sir Stucki-Kit-Sting-Stang,” antwoordde Baxter.
+</p>
+<p>„<i lang="en">No, no</i>,” verbeterde de Chinees, „Su-Ki-Bit-Wou-Wang! Geen mensch hier in Londen mijn naam
+kan uitspreken.”
+</p>
+<p>„Ja,” lachte de Vloo, „daar is ook groote vaardigheid voor noodig.”
+</p>
+<p>Baxter stelde voor om den naam af te korten en eenvoudig Mister Wang te zeggen.
+</p>
+<p>Nu overhandigde de Chinees hem den brief van Sir Harper.
+</p>
+<p>„<i lang="en">Allright!</i>” antwoordde Baxter, nadat hij hem had gelezen. „Hier hebt gij een kaart, het zal
+ons een groote eer zijn, u als onze gast bij ons te zien.”
+<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p>
+<p>De Chinees glimlachte gevleid en antwoordde:
+</p>
+<p>„O, ik hopen, dat daar nog meer zijn zulke schoone dames.”— —
+</p>
+<p>„Dames?”
+</p>
+<p>Baxter kreeg een schrik. Nu herinnerde hij zich plotseling, dat hij den zoon van het
+Hemelsche Rijk in den schouwburg had gezien.
+</p>
+<p>„Ja, dames,” knikte de Chinees. „Ik u immers gisteravond zag met dames, met zeer schoone
+dames in den schouwburg.”
+</p>
+<p>Baxter werd rood. Hij had den Mongool graag een oorvijg gegeven.
+</p>
+<p>„Gij vergist u, dat waren onze dames niet,” antwoordde hij, om zijn figuur tegenover
+de Vloo te redden.
+</p>
+<p>„O, ik begrijpen,” glimlachte de Chinees, „dat waren gekochte dames, niet echtgenooten.
+O, ik zoo graag weten wilde, hoe duur zulke dames zijn!”
+</p>
+<p>„Juist,” sprak Baxter, die begreep, dat Marholm vol inwendig genoegen zat te luisteren,
+„nu herinner ik mij eerst, wat gij bedoelt. Het was mijn zuster en de echtgenoote
+van een mijner vrienden, die met ons in de loge zat.”
+</p>
+<p>„Zeer schoone zuster, zeer schoone vrouw! Nu, ik wil niet verder storen, ik gaarne
+weerkomen aanstaanden Donderdag. Tot weerziens!”
+</p>
+<p>„Tot weerziens!” sprak Baxter en herademde, toen de onaangename bezoeker eindelijk
+het bureau verliet.
+</p>
+<p>Nauwelijks was de deur achter hem gesloten, of de Vloo vertrok zijn gelaat tot den
+breedsten glimlach, dien hij te voorschijn kon brengen.
+</p>
+<p>„Waarom grijnst gij zoo?” vroeg zijn chef, die dit lachen kende.
+</p>
+<p>„Waarom zou ik niet grijnzen?” antwoordde Marholm, „ik amuseer mij!”
+</p>
+<p>„<span class="corr" id="xd33e999" title="Bron: Hopenlijk">Hopelijk</span> niet over mij!” barstte Baxter los. „Ik bedank daarvoor.”
+</p>
+<p>„Gij moet u niet alles dadelijk zoo aantrekken,” sprak de Vloo, „ik had nooit gedacht,
+dat gij zoo aantrekkelijk waart!”
+</p>
+<p>De chef rolde met zijn oogen en daar Marholm kalm en behaaglijk bleef glimlachen,
+sloeg hij met de vuist op tafel en schreeuwde:
+</p>
+<p>„Wilt gij nu eindelijk eens ernstig kijken?”
+</p>
+<p>„Ik denk er niet aan,” antwoordde de Vloo, „in de dienstvoorschriften staat nergens,
+wat voor een gezicht men moet zetten!”
+</p>
+<p>„Vervloekte kerel!” riep Baxter uit en toen hij Marholm nog steeds vroolijk zag lachen,
+sprong hij van zijn stoel op en sprak:
+</p>
+<p>„Als gij nu nog doorgaat met uw gegrijns, gooi ik u de deur uit!”
+</p>
+<p>„Gelukkig!” zuchtte de Vloo, „ik verlang onuitsprekelijk naar frissche lucht! Gij
+riekt namelijk naar—”
+</p>
+<p>„Wat zegt gij, ik riek?” schreeuwde Baxter, hem in de rede vallend.
+</p>
+<p>„Ja, zeker,” bevestigde de secretaris. „Gij schijnt flink katterig te zijn! De Chinees
+schijnt u gisteravond goed opgenomen te hebben. Gelooft gij zelf iets van die vrouw
+en zuster?”
+</p>
+<p>„Wat? Of ik daaraan geloof? Gij hoordet immers, dat ik het zelf vertelde!”
+</p>
+<p>„Dat is immers juist het grappige”, lachte Marholm. „Gelooft gij, wat gij zelf hebt
+verteld?”
+</p>
+<p>„Ik geloof altijd, wat ik zelf vertel”, riep de inspecteur vol trots uit.<span id="xd33e1016"></span>
+</p>
+<p>Inplaats van te antwoorden, vertrok Marholm weer zijn gelaat tot dien breeden grijns,
+die Baxter woedend maakte.
+</p>
+<p>Weer barstte hij los en verbood Marholm te lachen.
+</p>
+<p>Daar de Vloo echter geen aanstalten maakte, om ernstig te kijken, kon Baxter zich
+niet meer bedwingen en schreeuwde:
+</p>
+<p>„Ik ontsla u zoolang uit den dienst, totdat gij weer een ernstig gelaat vertoont.
+</p>
+<p>„Er uit!”
+</p>
+<p>De inspecteur had nauwelijks het laatste woord gesproken, of Marholm sprong zoo vlug
+mogelijk van zijn stoel op, greep zijn hoed en snelde naar de deur.
+</p>
+<p>Daar keerde hij zich nog eens om en vertoonde, voordat hij het bureau verliet, den
+chef van politie zijn breedlachenden mond en met een knipoogje, dat veelbeteekenend
+was, nam hij afscheid van Baxter.
+</p>
+<p>De deur viel achter hem in het slot en—dat was geen oogenblik te vroeg, want Baxter
+had een inktpot opgenomen en hem dien nagegooid.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Ook John Raffles had met <span class="corr" id="xd33e1032" title="Niet in bron">een </span>veelzeggend glimlachje het hoofdbureau van politie verlaten.
+</p>
+<p>Hij nam een cab en reed naar het Drury Lane theater.
+</p>
+<p>Nadat hij den portier een fooi had gegeven, vernam hij van dezen het adres der actrice
+Miss Raabe.
+</p>
+<p>Hij gaf den koetsier den naam der straat en het nummer op en bevond zich een kwartier
+later voor het kleine huis met één verdieping, waar een voorname rust heerschte.
+</p>
+<p>Lord Lister behoefde niet lang te wachten. Een aardig <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>kamermeisje vroeg hem, wat hij wenschte en glimlachte vroolijk bij het zien van den
+Chinees.
+</p>
+<p>John Raffles gaf ook haar zijn Chineesch visitekaartje, waarmee zij verdween.
+</p>
+<p>Reeds de vestibule, waarin Raffles zich bevond, getuigde ervan, dat de bewoonster
+van het huis een uitstekenden smaak moest hebben, gepaard gaande aan grooten rijkdom,
+of wel, en Raffles wist, dat dit laatste het geval was, dat zij schatrijke aanbidders
+had.
+</p>
+<p>Terwijl hij de meubelen en curiositeiten bewonderde, die de vestibule versierden,
+kwam het kamermeisje terug en sprak:
+</p>
+<p>„Miss Raabe verzoekt u, binnen te komen.”
+</p>
+<p>Zij geleidde den bezoeker langs een trap naar boven en liet hem binnen in een boudoir,
+waaraan een <span class="corr" id="xd33e1048" title="Bron: grooter">grooten</span> muzieksalon grensde.
+</p>
+<p>Hier heerschte buitengewone weelde, die bijna iets parvenuachtigs had.
+</p>
+<p>Nauwelijks was de Chinees het boudoir binnengegaan, of hij hoorde het ruischen van
+een zijden sleep in het muzieksalon en een oogenblik later trad Miss Raabe in een
+met kanten bezet ochtendkleed binnen, dat haar lichaam als een glinsterende elastieke
+slangenhuid gaf.
+</p>
+<p>Onmiddellijk herkende zij den Chinees uit het Lyceumtheater van den vorigen avond
+en, terwijl zij glimlachend haar sneeuwwitte goed verzorgde tanden liet zien, riep
+zij uit:
+</p>
+<p>„O, dat is charmant, Mr. Jucki-Bit! Ach kom! Die naam is prachtig, ik zal u eenvoudig
+<span id="xd33e1056">Mr.</span> Jucki noemen— —Mijn lieve Mr. Jucki, ik ben zeer, zeer verheugd, kennis met u te
+maken en ik hoop, dat gij voldoende Engelsch verstaat, om elkaar te kunnen begrijpen.”
+</p>
+<p>„O, zeer zeker, wij elkaar zullen begrijpen,” antwoordde Raffles, „en als gij niet
+mijn Engelsch verstaat, zult gij mijn Chineesch wel begrijpen. In de liefde Engelsch
+en Chineesch volkomen gelijk zijn. Ik ben zeer vol geestdrift voor uw schoon gelaat!”
+</p>
+<p><span>„</span>Zoo?” glimlachte Miss Raabe gevleid, „maar gij hebt gelijk! Mr. Harper, een goed vriend
+van mij, zei onlangs, dat mijn gelaat een ongeschreven gedicht was.”
+</p>
+<p>„Nu, dat betwijfelen ik moet. Men ziet lijnen, waarop een gedicht te schrijven men
+zou kunnen!”
+</p>
+<p>„Foei, hoe hatelijk!” riep Miss Raabe uit met een koket lachje.
+</p>
+<p>„Ik weet, dat ik ben hatelijk, maar daarvoor is mijn geld zeer goed,” antwoordde de
+Chinees. „Men houden daarom van mij veel en zeggen, dat ik een zeer net mensen zijn.
+Gij zult dat ook nog van mij zeggen.”
+</p>
+<p>Miss Raabe keek hem met een smachtenden blik aan en lispelde:
+</p>
+<p>„Als gij heel lief voor mij wilt zijn! Maar gij moet mij niet te lang laten wachten,
+anders zeg ik het tegendeel. Voor alles, mijnheer, ben ik dol op brillanten<span id="xd33e1070">.”</span>
+</p>
+<p>„Daarmee kan ik van dienst zijn!” antwoordde Raffles, „ik niets ken van brillanten,
+maar ik goede cheques heb en daarvoor mijn vriendinnen brillanten kunnen koopen. Dan
+kunnen zij mij niet verwijten, wanneer zij door Engelsche koopmannen bedrogen worden.”
+</p>
+<p>„Gij hebt gelijk<span id="xd33e1076">.”</span> knikte de schoone. „Hebt gij misschien toevallig zoo’n cheque bij u?”
+</p>
+<p>„Ik die dragen altijd bij mij. Zouden gij gaarne een willen hebben?”
+</p>
+<p>Miss Raabe antwoordde zuchtend.
+</p>
+<p>„Ja, mijnheer, ik verlang er naar. Maar gij schertst zeker?”
+</p>
+<p>„O neen,” verzekerde de Chinees, „ik schertsen niet over zulke onderwerpen,” en met
+de onverschilligheid van iemand, die over millioenen beschikt, haalde hij zijn chequeboek
+uit zijn zak en vroeg:
+</p>
+<p>„Hoe groot wenschen gij, vriendin van mijn hart, een cheque?”
+</p>
+<p>Miss Raabe keek haar bezoeker verbaasd aan. Een dergelijke edelmoedigheid was haar
+vreemd. Zij wist niet, wat zij zou antwoorden.
+</p>
+<p>Maar de Chinees kwam haar te hulp en sprak:
+</p>
+<p>„Ik denken, dat een net brillanten sieraad zullen kosten 1000 pond sterling?”
+</p>
+<p>De hebzucht ontwaakte in Miss Raabe.
+</p>
+<p>Iemand, die haar zonder slag of stoot 1000 pond sterling wilde geven, zou ook meer
+voor haar over hebben.
+</p>
+<p>„Ik merk wel, dat gij nog geen brillanten sieraden hebt gekocht, Mr. Jucki, anders
+moest gij weten, dat men voor een dergelijk bedrag geen mooie steenen koopt.”
+</p>
+<p>„Gij gelijk hebben,” sprak de Chinaman, „ik werkelijk in mijn leven nog nooit brillanten
+gekocht hebben.”
+</p>
+<p>Met deze woorden sprak de Groote Onbekende de waarheid, want alle brillanten, die
+hij tot dusverre had bezeten, had hij den eigenaar afgenomen.
+</p>
+<p>„Mooi”, sprak hij, „zeg dan, hoeveel geld men noodig voor brillanten.”
+<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p>
+<p>Miss Raabe was dicht naast den Chinees gaan zitten en zijn hand streelende, sprak
+zij:
+</p>
+<p>„Mijn lieve, bruine Jucki— —nietwaar, gij zijt immers mijn lieve, bruine Jucki? Reeds
+gisteren in den schouwburg stelde ik belang in u en bewonderde uw mooie zwarte vlecht.”
+</p>
+<p>Zij streek met haar zachte hand over den gitzwarten glanzenden haartooi van haar nieuwen
+vriend.
+</p>
+<p>„Ik wilde weten, hoeveel kosten brillanten!”
+</p>
+<p>„Ja, ziet gij, mijn lieve Jucki, ik weet niet, of gij genoeg van mij houdt. Ik heb
+een aanbidder, die mij 10,000 pond sterling heeft beloofd, als ik hem mijn liefde
+wilde schenken!”
+</p>
+<p>„Beloofd!” riep Raffles uit, „ik niet beloven, maar geven!”
+</p>
+<p>„Hij heeft mij al 7000 pond gegeven, lieve Jucki!”
+</p>
+<p>Zij liet reeds het woordje „Mister” weg, wat de Groote Onbekende met genoegen opmerkte.
+</p>
+<p>„O, ik u ook kan geven zooveel en nog meer. Ik u geven wil een cheque op de Bank van
+Peking van 10,000 pond sterling, als de schoone miss mij wil schenken haar liefde.”
+</p>
+<p>Zij reikte hem haar hand, die schitterde van de juweelen en sprak:
+</p>
+<p>„Geef mij uw cheque en ik zal zooveel van u houden, dat gij niet naar China wenscht
+terug te keeren<span id="xd33e1109">.”</span>
+</p>
+<p>„<span class="ex" lang="en">Allright</span>, Miss Raabe,” sprak de Chinees, „hier is mijn cheque<span id="xd33e1117">.</span>”
+</p>
+<p>Hij vulde een formulier in en gaf het haar.
+</p>
+<p>Nauwkeurig las zij het en vroeg:
+</p>
+<p>„Moet ik de cheque naar de Bank van Peking zenden?”
+</p>
+<p>„Gij hem niet moeten zenden. Gij kunnen <span class="corr" id="xd33e1125" title="Bron: checque">cheque</span> geven aan Engelsche Bank en na vier weken geld laten uitbetalen. De Bank zullen zich
+het geld van Peking laten komen.”
+</p>
+<p>„Dat is lang,” antwoordde Miss Raabe, „vier weken! dan moet gij ook nog vier weken
+wachten voordat ik u mijn liefde schenk.”
+</p>
+<p>„Ik gaarne wachten,” sprak de Chinees, „ik echter hoop, u te mogen bezoeken.”
+</p>
+<p>„O ja,” lachte Miss Raabe, „dat moogt gij. Ik sta u zelfs toe, mij naar den schouwburg
+te vergezellen, soupers voor mij te bestellen, gij moogt met mij gaan wandelen en
+kleine rekeningen, die ik hier en daar in winkels heb, voor mij betalen.”
+</p>
+<p>„Ik met grootste genoegen dat doen zullen”, antwoordde John Raffles.
+</p>
+<p>Op dit oogenblik hoorde men het getoeter van een auto voor het huis en Miss Raabe
+snelde naar het raam.
+</p>
+<p>Nauwelijks had zij een blik naar buiten geworpen, of zij sprak zeer ontsteld:
+</p>
+<p>„O mijn hemel, wat moet ik nu doen! Daar komt mijn vriend Mr. Harper en wanneer hij
+u en mij hier samenvindt, zou hij u uit jaloezie misschien doodschieten.”
+</p>
+<p>De Chinees sprong verschrikt op en riep:
+</p>
+<p>„O neen, laat mij niet doodschieten! Ik zeer bang zijn daarvoor!”
+</p>
+<p>Men hoorde reeds de huisdeur open- en dichtgaan en er was niet veel tijd te verliezen.
+</p>
+<p>Gejaagd sprak Miss Raabe:
+</p>
+<p>„Kom gauw mee, gij moet u verbergen in mijn kleerkast. Ik heb daar een schuilplaats
+laten aanbrengen, waar niemand u kan vinden.”
+</p>
+<p>Zij voerde hem door het salon, waaraan haar slaapkamer grensde en hierdoor naar een
+kleedkamer, waarin aan den muur een groote kleerkast met drie deuren stond.
+</p>
+<p>Zij opende echter geen dezer deuren, maar drukte aan een der zijkanten op een lijst
+en geruischloos opende zich een smalle deur, die echter juist breed genoeg was om
+een mensen van gewonen omvang door te laten.
+</p>
+<p>Daarachter bevond zich een geheel afgescheiden ruimte, waarin zelfs een zitplaats
+was aangebracht.
+</p>
+<p>„Hier moet gij wachten, mijn lieve Jucki, totdat ik er u weer uitlaat.”
+</p>
+<p>„De zaak er gevaarlijk uitzien”, meende de Chinees; „maar ik hopen, dat gij mij niet
+te lang zullen laten wachten. Is Mr. Harper werkelijk zoo gevaarlijk een man?”
+</p>
+<p>„Zeer gevaarlijk, mijn lieve Jucki! Haast u nu, ik hoor hem al in het salon.”
+</p>
+<p>In het volgende oogenblik bevond Raffles zich in de kast en nauwelijks was de deur
+achter hem gesloten, of hij hoorde door de dunne houten deur de woedende stem van
+Harper:
+</p>
+<p>„Waar zit je eigenlijk?”
+</p>
+<p>„In mijn kleedkamer”, antwoordde Miss Raabe. „Waarom schreeuw je zoo? Je gedraagt
+je sinds eenigen tijd niet zeer „gentlemanlike”.”
+</p>
+<p>De bankier was binnengekomen en keek met wantrouwende blikken om zich heen.
+</p>
+<p>„Ben je alleen?” vroeg hij.
+</p>
+<p>„Natuurlijk! Wat beteekent die gekke vraag?”
+</p>
+<p>„Omdat ik weet, dat je bezoek hadt!”
+<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p>
+<p>„Bezoek?” vroeg zij, zacht lachend. „Ik geloof, dat je spoken ziet!”
+</p>
+<p>„Spoken? Dan zeker van vleesch en bloed! Waar is de man, die je heeft bezocht?”
+</p>
+<p>„Houd nu toch op! Als ik je zeg, dat er niemand bij mij is, dan is dat zoo!”
+</p>
+<p>John Raffles hoorde, hoe Harper naar de kleerkast ging en die opende.
+</p>
+<p>„Wat zoek je onder mijn kleeren?” vroeg de schoone. „Interesseeren mijn rokken je?
+of wil je je er persoonlijk van overtuigen, dat mijn toiletten, zooals ik je reeds
+herhaaldelijk vertelde, noodig moeten worden verbeterd? Je moest mij een paar nieuwe
+koopen bij Peter Robinson! Ik heb iedere japon al gedragen en zou graag weer eens
+nieuwe costuums willen hebben.”
+</p>
+<p>Harper had de kleeren op zij geschoven en ging nu naar het met zware zijden damastgordijnen
+behangen bed, dat hij eveneens doorzocht.
+</p>
+<p>Zij lachte opnieuw hoonend en met een woedende stem sprak hij:
+</p>
+<p>„Ik heb in je salon het bewijs gevonden, dat er iemand bij je is, wil je nog ontkennen?”
+</p>
+<p>„Bah!” antwoordde zij en haalde minachtend de schouders op.
+</p>
+<p>„Ik ben zeer nieuwsgierig, wat je gevonden hebt.”
+</p>
+<p>„Kijk,” sprak hij en hield haar het visitekaartje van den Chinees voor de oogen, „ken
+je dit kaartje?”
+</p>
+<p>„Ach— —dat— — —” antwoordde zij langzaam, „natuurlijk ken ik dat kaartje. Die malle
+Chinees kwam vanmorgen, maakte mij zijn opwachting en ik was blij, toen ik hem weer
+kwijt was. Je ziet dus, dat ik op nog meer mannen indruk maak dan op jou!”
+</p>
+<p>„Tart mij niet!” schreeuwde hij woedend, „of ik zou mijzelf kunnen vergeten. Is het
+werkelijk waar, dat de Chinees niet meer bij je is?”
+</p>
+<p>Weer antwoordde zij minachtend: „Bah!” en vervolgde:
+</p>
+<p>„Ik zou niet weten, waarom ik de aanwezigheid van dien heer, als hij nog hier was,
+zou verzwijgen. Ik ben je daarover toch geen rekenschap verschuldigd!”
+</p>
+<p>„Zoo?” sprak hij.
+</p>
+<p>„Is het kapitaal, dat ik tot heden aan je heb opgeofferd, niet de moeite waard?”
+</p>
+<p>„Je hebt niets aan mij opgeofferd, want het geld behoort aan je vrouw,” sprak zij
+op ijskouden toon.
+</p>
+<p>„Bewijs mij eerst, dat je inderdaad een offer voor mij kunt brengen.”
+</p>
+<p>Hij drukte haar arm zoo hartstochtelijk tegen zich aan, dat zij een kreet van pijn
+gaf. Daarop haalde hij een pakket uit zijn borstzak, dat 1000 pond aan bankpapier
+bevatte en riep uit:
+</p>
+<p>„Zottin, geloof je werkelijk, dat ik geen offer voor je zou kunnen brengen? Hier,
+neem dit geld! Je verlangdet 10,000 pond van mij. 7000 heb ik je al gegeven en wel,
+zooals je weet, het geld van mijn vrouw.
+</p>
+<p><span>„</span>De rest hoopte ik te winnen door beursspeculaties, maar dat is mislukt.
+</p>
+<p><span>„</span>Om echter aan je wenschen te voldoen, heb ik de gelden van mijn cliënten uit mijn
+brandkast genomen en voor je meegebracht. Je ziet dus …”
+</p>
+<p>Zij vlijde zich nu tegen hem aan als een groote witte kat en, liefkoozend fluisterend,
+sprak zij:
+</p>
+<p>„Ik wist het wel, dat je liefde grenzeloos is. Nu zal je vanavond de belooning ervoor
+krijgen. Ik zal je zoo lief hebben als nog geen enkele vrouw het heeft gedaan.
+</p>
+<p><span>„</span>Kom, laat ons nu gaan soupeeren!
+</p>
+<p><span>„</span>Ik zal al je zorgen verdrijven en het geld, dat je je cliënten hebt onteigend, zal
+je wel gauw terug verdienen.”
+</p>
+<p>Zij trok Harper, die nog eens met onderzoekende blikken rondkeek, in het salon en
+begaf zich met hem naar een kleine eetkamer aan de achterzijde van het huis.
+</p>
+<p>Nauwelijks had het tweetal de kamer verlaten, of Raffles opende de kast van binnen
+en trad er uit te voorschijn.
+</p>
+<p>Zacht sloop hij door de slaapkamer rond en ontdekte naast het bed een kleine ijzeren
+geldkist, die geopend was en waarin brillanten van groote waarde lagen.
+</p>
+<p>Daarin lag ook, in kleine pakjes verdeeld, een bedrag van bijna 10,000 pond, die Miss
+Raabe zelf bewaarde, daar zij een hekel aan Banken had.
+</p>
+<p>Later vernam Raffles, dat zij zoo slecht schreef, dat zij zich geneerde om haar naam
+onder een cheque te plaatsen en om die reden het geld thuis bewaarde.<span id="xd33e1201"></span>
+</p>
+<p>Met onderzoekende blikken bekeek Raffles dit alles en mompelde:
+</p>
+<p>„Het is de moeite waard, met deze kleine een liefdesgeschiedenis te beginnen; een
+dergelijke gevaarlijke slang moet onschadelijk worden gemaakt.”
+</p>
+<p>Een geluid in de eetkamer deed hem haastig in de kast terugkeeren.
+</p>
+<p>Toen hij er weer in zat, ontdekte hij, dat een roset van het houtsnijwerk verschoven
+kon worden, zoodat men in de kamer kon kijken.
+</p>
+<p>Harper en zijn geliefde kwamen weer binnen en hij kon duidelijk zien, hoe de schoone
+het geld in het kistje borg.
+<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p>
+<p>Daarop verlieten zij de kamer weer.
+</p>
+<p>De Groote Onbekende hoorde Harper zeggen:
+</p>
+<p>„Ik zal dus precies om zeven uur bij je zijn en verzoek je, mij niet lang te laten
+wachten. Wij zullen naar het Criterium-Theater gaan. En dan moet ik in elk geval tegen
+10 uur een uurtje naar de vergadering.”
+</p>
+<p>„Ach ja,” antwoordde zij, „ik heb er mij al op verheugd. Er moet een mooie klucht
+worden gegeven. Ik blijf natuurlijk in den schouwburg!”
+</p>
+<p>Zij glimlachte spottend, wat hij niet opmerkte.
+</p>
+<p>Hierna verlieten zij de kamer en Raffles wachtte geduldig op de dingen, die zouden
+komen.
+</p>
+<p>Ongeveer tien minuten later werd de geheime deur door de geliefde van den bankier
+geopend.
+</p>
+<p>Zij keek hem schalksch aan met haar zwarte oogen en met een overmoedig lachje riep
+zij:
+</p>
+<p>„Ik heb den ouden gek naar huis gestuurd. Hij had geen honger en nu moet gij met mij
+soupeeren, mijn lieve Jucki”.
+</p>
+<p>Zij sloeg haar arm om Raffles’ hals en trok hem met zich mee.
+</p>
+<p>„Zeer schoone hand, zeer schoone arm,” fluisterde de Chinees, schijnbaar vol verrukking.
+„Ik houden van schoone vrouwenarmen.”
+</p>
+<p>„<span class="ex" lang="en">Allright!</span>” lachte zij, „als je heel lief bent, laat ik je na het souper mijn geheelen arm zien.”
+</p>
+<p>„Zeer groote kostbaarheid voor mij zal dat zijn!”
+</p>
+<p>„Je bent een vleier,” antwoordde zij, „maar kom nu. Ik heb honger. Nu zullen wij ongestoord
+zijn!”
+</p>
+<p>Terwijl zij den bouillon dronk, die door het kamermeisje was gebracht, sprak zij:
+</p>
+<p>„Hij is namelijk getrouwd, mijn vriend, dien ik wegstuurde. Hij heeft een oude, gierige
+vrouw en als hij niet stipt om 2 uur aan tafel verschijnt, maakt zij hem het leven
+tot een hel.
+</p>
+<p><span>„</span>Ben jij ook getrouwd, lieve Jucki? Ik vind getrouwde vrouwen afschuwelijk!”
+</p>
+<p>„Ik ook,” antwoordde de Chinees. „Ik vinden <span class="ex">een</span> vrouw heel akelig. Wij in China meer vrouwen hebben.”
+</p>
+<p>„Zoo,” antwoordde zij op scherpen toon, „maar als je mijn vriend wilt worden, mag
+je geen tweede vrouw hebben. Ik wil je alleen liefhebben, ik verzeker je, dat jij
+de eenige man bent, dien ik liefheb!”
+</p>
+<p>„Gij mij maken zeer gelukkig,” fluisterde de Chinees. „Maar gij zijn een kleine slang.
+Alle vrouwen kleine slangen zijn, zoolang men ze niet opsluit. Wij in China onze vrouwen
+opgesloten houden.”
+</p>
+<p>„Hier in Londen bestaat dat niet,” legde zij hem uit, waarop hij antwoordde:
+</p>
+<p>„Zeer dom is dat!”
+</p>
+<p>Nadat zij hadden gesoupeerd, sprak zij:
+</p>
+<p>„Lieve Jucki, nu moet je gaan. Morgenochtend tusschen 11 en 1 kun je terugkomen. Dan
+is „hij” altijd naar de beurs en zoodra ik het geld heb van de Bank mag je bij mij
+komen wonen. Ik bekommer mij dan niet meer om den ouden kaffer.”
+</p>
+<p>„<span class="ex" lang="en">Allright, Lady</span>,” antwoordde hij opstaande, „ik nu zal gaan en terugkomen.”
+</p>
+<p>Zij gaf hem glimlachend een hand ten afscheid, die hij voorzichtig kuste. Ter verontschuldiging
+sprak hij:
+</p>
+<p>„Wij Chineezen het kussen niet verstaan.”
+</p>
+<p>„Ik zal het je leeren!” sprak zij, terwijl zij hem tot de voordeur vergezelde— — —
+</p>
+<p>Zeer voldaan over zijn bezoek keerde John Raffles naar huis terug en sprak tot Charly
+Brand, die hem vroeg, waar hij was geweest:
+</p>
+<p>„Ik heb de Vereeniging ter bevordering van ondeugd en onzedelijkheid bestudeerd.
+</p>
+<p><span>„</span>Ik was op het hoofdbureau van politie en heb bij een demi-mondaine gesoupeerd.
+</p>
+<p><span>„</span>Ik verzeker je, mijn lieve Charly, het wordt een prachtig zaakje, dat ik op touw heb
+gezet! Daaruit zou een uitstekend comediestuk te maken zijn!”
+<span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">VIJFDE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">De Moordenaar.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Mr. Harper bezat in het westen van Londen een eenvoudige, bescheiden woning.
+</p>
+<p>Mrs. Harper, een magere slanke vrouw, met verwelkte trekken, zat met haar twee kinderen,
+een jongen en een meisje van 6 en 8 jaren, aan de eenvoudig gedekte tafel en wachtte
+tot de bankier thuis kwam.
+</p>
+<p>Misschien reeds voor den tienden keer vermaande zij de kinderen:
+</p>
+<p>„Weest heel bedaard, als papa komt, hij zal wel vermoeid zijn.”
+</p>
+<p>Zij vermoedde niets van het slechte leven van haar man en meende, dat zijn voortdurende
+vermoeidheid het gevolg was van hard werken.
+</p>
+<p>Een half uur later verscheen Harper en nam met een boos gezicht en nauwelijks groetend
+aan tafel plaats.
+</p>
+<p>Hij zag niet de bezorgde blikken van zijn vrouw, die naar zijn vermoeid uiterlijk
+keek.
+</p>
+<p>De kinderen zaten stil op hun plaats en durfden hun bord bijna niet aanraken, omdat
+hun vader dat geluid niet kon verdragen.
+</p>
+<p>Niets smaakte hem.
+</p>
+<p>Hoewel het eten uitstekend was klaargemaakt, had hij overal iets op aan te merken,
+en stond eindelijk van tafel op en begaf zich naar zijn studeerkamer om daar op den
+divan te gaan slapen.
+</p>
+<p>Een uur later belde hij om koffie. Zijn vrouw bracht hem die zelf en toen zij het
+kopje neerzette, riep hij uit:
+</p>
+<p>„Waarom stuur je het dienstmeisje niet? Ik ben blij, als ik je gelaat, dat er altijd
+bleek en huilerig uitziet, niet voor mij heb.”
+</p>
+<p>„Ik kan mijn gezicht niet veranderen,” antwoordde zij op bescheiden toon. „Als ik
+mij niet zoo bezorgd maakte om jou, zou ik er beter uitzien.”
+</p>
+<p>„Maak je bezorgd om wien je wilt, alleen niet om mij. Ik wensch je medelijden niet.”
+</p>
+<p>Zij wilde bescheiden de kamer verlaten, maar bleef bij de deur aarzelend staan.
+</p>
+<p>„Wat wil je nog?” beet hij haar toe.
+</p>
+<p>„Ik heb wat huishoudgeld noodig,” antwoordde zij op zachten toon, „wees zoo vriendelijk,
+mij een paar pond te geven.”
+</p>
+<p>„Wat?” schreeuwde hij, „alweer geld? Eergisteren heb ik je pas 5 pond gegeven. Zijn
+die alweer op? Je schijnt aardig huis te houden!”
+</p>
+<p>„Ik moest onzen jongen broekjes en kousen koopen”, antwoordde zij, „en Erna, ons dochtertje,
+had eenige schoolboeken noodig.”
+</p>
+<p>„Laat mij met rust,” bromde hij, „de zaken worden met den dag slechter, de duivel
+mag weten, hoe dat moet eindigen. Denk je, dat ik geld kan maken? Kijk zelf maar,
+hoe je aan geld komt”.
+</p>
+<p>„Daar zie ik geen kans toe. Mijn ouders zijn dood en alles, wat ik bezat, heb ik jou
+gegeven.”
+</p>
+<p>„Wil je mij verwijten maken?”
+</p>
+<p>„Dat niet, maar het zou mij aangenaam zijn, als je werkelijk zoo het land aan mij
+hebt, dat je mij het geld terug gaaft, opdat ik daarvan voor de kinderen en mijzelf
+kon zorgen.”
+</p>
+<p>„Dat zou je wel willen”, lachte hij hoonend, „neen, mijn lieve, dat kan ik beter gebruiken.
+Gelukkig, dat ik zoo verstandig ben geweest om het in mijn zaak te steken.
+</p>
+<p><span>„</span>En stoor mij nu niet langer, want ik moet brieven schrijven.”
+</p>
+<p>„Je bent hard,” sprak zij. „Ik weet niet, waarvan ik het avondeten voor de kinderen
+en mij moet koopen.”
+</p>
+<p>„Ik ook niet,” antwoordde hij kortaf.
+</p>
+<p>Plotseling kleurde een blos de bleeke wangen der vrouw, de zachte uitdrukking verdween
+van haar gelaat en met gebalde vuisten riep zij uit:
+<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p>
+<p>„Nu is het genoeg! Ik heb nu lang genoeg gezwegen en mij door jou erger dan een slavin
+laten behandelen. Voor mij komt het er niet op aan, dat ik niets te eten krijg, maar
+de kinderen mogen geen honger lijden en ik zeg je dit—ik verlaat deze woning en ga
+onderdak zoeken met de kinderen bij onze vroegere keukenmeid.
+</p>
+<p><span>„</span>Al het verdere tusschen ons zal mijn advocaat regelen.
+</p>
+<p><span>„</span>Binnen de 24 uur zal ik je door de wet laten dwingen, mij het mij toekomende vermogen,
+dat ik je in bewaring heb gegeven, en waarvan ik gelukkig een quitantie bezit, terug
+te betalen.
+</p>
+<p><span>„</span>Het doet mij leed, dat ik den kinderen hun vader moet ontnemen, maar beter geen vader
+dan zulk een ruw, harteloos mensch als jij bent!”
+</p>
+<p>Gedurende de lange jaren van haar huwelijk had de vrouw nooit tegengesproken.
+</p>
+<p>Als stom van verbazing keek hij haar aan, totdat plotseling een zinnelooze woede zich
+van hem meester maakte.
+</p>
+<p>„Wat?” riep hij uit, „jij durft mij trotseeren, mij dreigen? Je wilt je verzetten
+tegen mij, je echtgenoot? Doodslaan zal ik je!”
+</p>
+<p>Hij was opgesprongen en had een zwaren, metalen kandelaar gegrepen, waarmee hij haar
+een slag op het hoofd wilde geven.
+</p>
+<p>Maar hij had zijn vrouw onderschat.
+</p>
+<p>Hoewel hij een breede, forsche man was en zij maar klein en mager te noemen was, sprong
+zij als een kleine, lenige kat naar hem toe, sloeg hem met haar vuist in het gelaat
+en stiet hem zoo hevig voor de borst, dat hij terug wankelde.
+</p>
+<p>„Als mijn kinderen er niet waren,” sprak zij, „zou ik mij kalm door je dood laten
+slaan, maar voor mijn kinderen moet ik leven. Mijn zoon zal mij eenmaal wreken! Ik
+zal het in de kranten laten publiceeren, wat voor een karakter de president van de
+Vereeniging ter bevordering der goede zeden heeft!”
+</p>
+<p>Op het volgende oogenblik vloog de zware ijzeren kandelaar door de kamer. Hoewel zij
+zich bukte, trof hij haar toch aan het hoofd.
+</p>
+<p>Een oogenblik dreigde zij neer te vallen, maar daarop maakte <span class="corr" id="xd33e1323" title="Bron: oneindigde">oneindige</span> woede zich meester van de kleine vrouw.
+</p>
+<p>„Je durft het wagen, de moeder van je kinderen zoo te behandelen?” riep zij uit.
+</p>
+<p>Zij trok de kast open, waarvoor zij stond en nam er eenige boeken uit.
+</p>
+<p>„Daar!” riep zij, terwijl zij de boeken naar hem toeslingerde. „Daar zijn je huichelachtige,
+leugenachtige boeken over deugd en zedelijkheid, waarmee je de wereld bedriegt!
+</p>
+<p><span>„</span>De menschen moesten je schrijftafel eens zien, die gevuld is met gemeene, onzedelijke
+prullen!
+</p>
+<p><span>„</span>Foei, jij slechte kerel!
+</p>
+<p><span>„</span>Maar dit is het allerlaatste! Je zult mij niet terugzien!”
+</p>
+<p>(Zie het titelblad.)
+</p>
+<p>Terwijl zij deze woorden sprak, had zij tientallen van vrome, stichtelijke boeken,
+sommige zoo dik als een bijbel, naar zijn hoofd geslingerd en zoo snel, dat hij zich
+niet kon verdedigen.
+</p>
+<p>Met een slag vloog de deur achter haar toe en als een overwonnene stond de president
+der <span id="xd33e1343">Vereeniging</span> ter bevordering der goede zeden te midden van een hoop verscheurde vrome geschriften
+en werken en knarste op de tanden van woede.
+</p>
+<p>Hij liep naar zijn schrijftafel en haalde uit een der laden een geladen revolver.
+</p>
+<p>Met een duivelschen grijns mompelde hij:
+</p>
+<p>„De heks zal eraan gelooven en de kinderen ook. Het is nu toch uit met mij. Mijn zaken
+zijn geheel en al in de war, het restant van de gelden mijner cliënten heb ik Miss
+Raabe gegeven. Een paar duizend pond heb ik nog in mijn zak en met dat geld zal ik
+naar Amerika gaan, na hier eerst schoon schip te hebben gemaakt. Daar ginds kunnen
+zij mannen, als mij, gebruiken.”
+</p>
+<p>Hij verliet het vertrek en begaf zich naar de eetkamer.
+</p>
+<p>Toen hij deze leeg vond, sloop hij zacht, als een roofdier, naar de slaapkamer en
+bleef een oogenblik luisterend staan.
+</p>
+<p>Hij hoorde zijn vrouw zacht snikken en de knaap, die tot haar zei:
+</p>
+<p>„Schrei niet, mama, wij zullen gauw weggaan. Ik wil geen vader hebben, die mijn moeder
+slaat. Als ik groot ben, zal ik hem terugslaan! En als wij niets te eten hebben, lief
+moedertje, zal ik, zooals andere jongens, kranten verkoopen en laarzen poetsen— —
+—”
+</p>
+<p>„En ik zal wel dienstmeisje worden en dan zullen wij samen zorgen, dat u brood hebt,”
+sprak het zusje.
+</p>
+<p>Nu trok Harper de deur open, zijn revolver in zijn broekzak gereedhoudende.
+</p>
+<p>Met een kreet van schrik keken de kinderen hem aan.
+</p>
+<p>„Wat wil je nog?” vroeg zijn vrouw, die onheil vermoedde.
+</p>
+<p>„Wat ik wil? Dat zal je dadelijk zien! Een mooie opvoeding geef jij je kinderen!”
+</p>
+<p>Nu kwam de kleine jongen met gebalde vuisten voor hem staan en riep:
+<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span></p>
+<p>„Pas op, als u mijn moeder slaat, zal ik u ook slaan!”
+</p>
+<p>Een duivelsche lach als van een krankzinnige kwam van de lippen van den ellendeling,
+hij haalde de revolver te voorschijn en hield die tegen het voorhoofd van den knaap.
+</p>
+<p>„Ik zal je leeren, wat slaan beteekent. Jij zult de eerste zijn, die op reis naar
+de eeuwigheid gaat.”
+</p>
+<p>Als verlamd, doodsbleek, staarde zijn vrouw naar dit ontzettende tooneel. Van schrik
+kon zij geen geluid geven en zich niet verroeren, zij kon geen hand uitsteken om haar
+jongen te redden.
+</p>
+<p>Een gil kwam over de lippen van den knaap, een tweede en derde volgden en aarzelend
+liet de ellendeling het wapen zinken.
+</p>
+<p>Nu schreeuwde ook het meisje om hulp en bliksemsnel sprong de knaap als een hond naar
+zijn vader toe en beet hem met zijn scherpe tandjes in de hand, zoodat deze woedend
+van pijn het wapen liet vallen.
+</p>
+<p>Maar een oogenblik later kreeg de kleine held een vuistslag en viel bewusteloos neer.
+</p>
+<p>De moordenaar wilde zich nu bukken om het wapen op te nemen, maar er was nu beweging
+gekomen in de moeder.
+</p>
+<p>Zij was vlugger dan haar echtgenoot, greep het wapen, richtte het op haar man en riep:
+</p>
+<p>„Ik tel tot drie en als je dan de kamer niet hebt verlaten, schiet ik!—Er uit!”
+</p>
+<p>Tandeknarsend en met een blik vol woede en haat wendde Harper zich naar de deur en
+mompelde:
+</p>
+<p>„Wacht maar, heks, daarvoor zal je boeten!”
+</p>
+<p>Het volgend oogenblik had hij de kamer verlaten en de deur achter zich dichtgetrokken.
+</p>
+<p>Zijn vrouw schoof de grendel er voor, snelde naar de waschtafel en legde een koudwatercompres
+op het hoofd van haar lieveling.
+</p>
+<p>Na eenige minuten kreeg het kind zijn bewustzijn terug en herinnerde zich onmiddellijk
+het voorgevallene.
+</p>
+<p>Hij keek om zich heen en toen hij zag, dat zijn vader de kamer had verlaten, lachte
+de kleine held en sprak:
+</p>
+<p>„Ziet u, mama, dat heb ik goed gedaan, nietwaar?”
+</p>
+<p>„Je bent een held, mijn jongen,” antwoordde de moeder met tranen in de oogen en kuste
+hem.
+</p>
+<p>„En nu, lieve kinderen, zullen wij ons kleeden en naar de oude Marie gaan. Zij zal
+ons wel een paar dagen bij zich willen houden.”
+</p>
+<p>Zij sloot den koffer, waarin zij linnengoed en kleeren voor zichzelf en de kinderen
+had gepakt, belde en gaf het dienstmeisje bevel, een rijtuig te bestellen.
+</p>
+<p>Verbaasd keek het dienstmeisje naar de koffer en vroeg:
+</p>
+<p>„Gaat mevrouw op reis?”
+</p>
+<p>„Ja, voor eenige dagen.”
+</p>
+<p>Eenige minuten later kwam een rijtuig voor en de koetsier bracht den koffer op zijn
+schouders naar beneden. De vrouw van den bankier nam haar kinderen bij de hand en
+volgde hem.
+</p>
+<p>Voordat zij het huis verliet, gaf zij de revolver, die zij in een doek had gepakt,
+aan het dienstmeisje en sprak:
+</p>
+<p>„Geef dit pakje aan mijnheer, hij wil het misschien als aandenken bewaren.”
+</p>
+<p>Het meisje schudde verbaasd het hoofd en keek het wegrollende rijtuig na, zoolang
+zij het kon zien.
+</p>
+<p>Toen zij de kamer van <span id="xd33e1394">Mr.</span> Harper binnentrad, zag zij daar een ontzettende wanorde.
+</p>
+<p>De heer des huizes keek ontstemd op, toen het meisje hem kwam storen en nam zwijgend
+het pakje uit haar handen.
+</p>
+<p>Met een hoonlach pakte hij de revolver uit en stak deze toen in een der zakken van
+zijn jas.
+<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">ZESDE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">Een detective-truc.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was slechts een kleine bestuursvergadering, die dezen avond plaats had in de Vereeniging
+ter bevordering der goede zeden.
+</p>
+<p>Meneer Harper verscheen even over tienen en vond de heeren al voltallig bij elkaar.
+</p>
+<p>Zijn gelaat straalde van zelfvoldoening en van het geluk, dat hij de laatste paar
+uren aan de zijde der bekoorlijke Miss Raabe had genoten.
+</p>
+<p>Terwijl hij de vergadering leidde, wachtte zij beneden in de leeszaal van het hotel.
+</p>
+<p>Om de verveling te verdrijven<span id="xd33e1411">,</span> bladerde zij de daar neergelegde couranten door.
+</p>
+<p>Plotseling zag ze midden door de zaal Su-Ki-Bit-Wou-Wang aankomen.
+</p>
+<p>„Hallo!” riep zij, „Mr. Jucki, waar wilt ge naar toe?”
+</p>
+<p>De Chinees deed eerst erg verlegen, doch sprak toen, zijn gelaat plooiend tot een
+beminnelijk glimlachje:
+</p>
+<p>„O, ik zijn zeer verheugd, u te zien, mooie Miss Raabe, ik wil gaan naar de „bevordering
+der goede zeden<span id="xd33e1418">”</span>
+</p>
+<p>„Och zoo,” lachte zij, „gij bedoelt die Vereeniging!”
+</p>
+<p>Hij knikte: „<span lang="en">Yes</span>, naar die Vereeniging!”
+</p>
+<p>Zij klopte hem op de schouders en zei: „Weet wel, lieve Jucki, dat ge daar niet veel
+wijzer zult worden. Ze bevorderen daar alleen de zeden van anderen, aan zichzelf denken
+ze niet.”
+</p>
+<p>„Dat hindert niets!” antwoordde de Chinees, „ik moet kennen leeren, of hier bij u
+in Engeland ook zulke onzedelijkheden als in China. Ik geloof, wij zijn even fatsoenlijke
+menschen!”
+</p>
+<p>„Veel fatsoenlijker,” lachte Miss Raabe, „geloof me, ik heb er ondervinding van. Ik
+ken de Londensche mannen.”
+</p>
+<p>„Ik niet daaraan twijfel en weet u, ik ook veel liever in uw gezelschap was dan in
+dat zedelijk gezelschap.”
+</p>
+<p>„Ik heb een idee,” hernam Miss Raabe, „blijf gij bij mij en laten we den avond ergens
+gaan doorbrengen. Ik verveel mij dood in gezelschap van Harper.”
+</p>
+<p>„O, hij is een zeer nette mensch, niet waar?”
+</p>
+<p>„Gij bedoelt, omdat hij mij verveelt?”
+</p>
+<p>„O ja, ik dat bedoel.”
+</p>
+<p>„Dan vergist gij u,” lachte de schoone, „hij is het absolute tegendeel van netheid.
+Gij begrijpt, dat men ook wel graag eens wat anders hoort, en ik zou blij zijn, in
+fatsoenlijk gezelschap te verkeeren. Daarom zou ik u willen verzoeken, den avond met
+elkaar door te brengen.”
+</p>
+<p>„Allright,” knikte Su-Ki-Bit-Wou-Wang. „Ik gaarne bereid ben daartoe. Maar wij wat
+doen?”
+</p>
+<p>„Ik weet wat. Vis-a-vis het hotel is een oestersalon. Net rechts tegenover het Strand.
+Daar zal ik op u wachten, als de vergadering is afgeloopen.”
+</p>
+<p>„Allright,” zei de Chinees.
+</p>
+<p>Het tweetal reikte elkaar de hand, waarna hij zich naar de aan het eind der gang gelegen
+kleine zaal begaf, waarin de vergadering plaats had.
+</p>
+<p>Bij zijn binnentreden keken alle aanwezigen hem nieuwsgierig aan.
+</p>
+<p>Baxter had de aanwezigen al meegedeeld, dat hij zou komen, en allen wachten in spanning
+zijn komst af.
+</p>
+<p>Een vroolijk lachje kwam op het gelaat der heeren, toen de Chinees volgens landsgebruik
+zijn vilten schoenen uittrok, driemaal op zijn knieën sloeg en eenige grappige buigingen
+maakte.
+</p>
+<p>„Dat is zijn begroeting”, fluisterden de Engelschen tot elkaar, stonden daarna op
+en maakten een stijve buiging.
+</p>
+<p>De Chinees trad naderbij, schudde ieder de hand en noemde zijn naam: Su-Ki-Bit-Wou-Wang.
+</p>
+<p>Toen hij bij Baxter en Harper was gekomen, wilde hij met hen volgens Chineesch gebruik
+gaan neus wrijven, hetwelk deze echter op hoffelijke wijze afweerden <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>door hem te verklaren, dat zij van zijn toegenegenheid waren overtuigd, ook al gaf
+hij hun slechts volgens gebruik de hand.
+</p>
+<p>Men bood daarop Su-Ki-Bit-Wou-Wang een stoel aan en de vergadering werd voortgezet—
+—
+</p>
+<p>Gedurende een kleine pauze vroeg de naast den Chinees zittende Engelschman, hoe het
+hem in hunne vergadering beviel.
+</p>
+<p>„O”, zei Su-Ki-Bit-Wou-Wang, „als straks komen de kleine meisjes, zal het zeer aardig
+worden!”
+</p>
+<p>De Engelschman, een predikant van streng rechtzinnige beginselen, week ontsteld achteruit
+en kon zijn ooren bijna niet gelooven. Doch eenige andere leden hadden de nogal luid
+gesproken woorden eveneens verstaan en, als echte Engelschen, wel van een grapje houdend,
+vroegen zij:
+</p>
+<p>„Wat voor kleine meisjes bedoelt u, Mr. Wang?”
+</p>
+<p>„O,” gaf de Chinees ten antwoord, „ik bedoel de kleine meisjes, bij wie ik mijne vrienden,
+de heeren presidenten, in den schouwburg zag zitten!”
+</p>
+<p>Opeens werd het ijzig stil als in een kerk. Harper en Baxter zaten als aan den grond
+genageld.
+</p>
+<p>Alle aanwezigen keken hen aan met een verwijtenden blik, die hen als het ware doorboorde.
+Vooral de predikant zette een gezicht, alsof hij de heilige <span class="corr" id="xd33e1461" title="Bron: aardsengel">aartsengel</span> in eigen persoon was, die Gods oordeel verkondigde.
+</p>
+<p>Hij was dan ook de eerste, die het stilzwijgen verbrak en aan Mr. Harper vroeg:
+</p>
+<p><span>„</span>Wat hebt gij op de merkwaardige woorden van dezen geachten gast te antwoorden, meneer
+de president?”
+</p>
+<p>Harper was zoo rood als een kreeft van opgewondenheid. Het zweet druppelde in dikke
+parelen van zijn voorhoofd. Hij stond op, want hij begreep, dat hij wat antwoorden
+moest.
+</p>
+<p>„Mijne heeren,” aldus begon hij, „Mr. Wang heeft gelijk, wanneer hij zegt, dat hij
+de presidenten van de Vereeniging ter bevordering der goede zeden in gezelschap heeft
+aangetroffen van twee meisjes, die helaas tot de verworpelingen van de maatschappij
+zijn te rekenen.”
+</p>
+<p>Een luid „Foei” klonk rondom de tafel, hetwelk Harper met een handbeweging bezwoer,
+waarna hij vervolgde:
+</p>
+<p>„Gij vergist u, mijne heeren, wanneer ge meent u over de houding van uwe presidenten
+ongerust te moeten maken; wij waren slechts in onze hoedanigheid van trouwe strijders
+voor de goede zeden in gezelschap van die dames.
+</p>
+<p><span>„</span>We hebben beproefd haar van haar slechten levenswandel terug te brengen en haar weer
+het pad des deugd en zedelijkheid te doen betreden.
+</p>
+<p><span>„</span>En het is mij gelukt een der zondaressen in een christelijk Tehuis onder dak te brengen.
+Zij zal voor liefdezuster worden opgeleid.”
+</p>
+<p>Nu weerklonk een luid „Bravo!”, terwijl de predikant sprak:
+</p>
+<p>„Ik verzoek u uit naam van mijn vrienden aan deze tafel om vergiffenis. De hemel moge
+uwen verderen strijd met zegen kronen.”
+</p>
+<p>De president boog en met tranen van ontroering in de oogen ging hij weer zitten om
+Baxter onder de tafel ongemerkt de hand te drukken.
+</p>
+<p>Men zou nu gaan confereeren over het verbod van de verkoop van sommige humoristische
+bladen.
+</p>
+<p>De predikant had het voorstel gedaan een der schendbladen voor ondeugd en onzedelijkheid
+van den Engelschen bodem te verbannen.
+</p>
+<p>Opeens stond Su-Ki-Bit-Wou-Wang op.
+</p>
+<p>„Pardon, heeren,” zei hij, „doch ik vinden deze vergadering zonder kleine meisjes
+te oninteressant! Ik zal weer vertrekken. Bij ons in China zorgen altijd kleine meisjes
+voor conversatie in heerengezelschap.”
+</p>
+<p>Opnieuw klonk een onrustbarend luid „Foei!” door de zaal.
+</p>
+<p>Toen greep Harper, die eindelijk gelegenheid vond zich op zijn aanvaller te wreken,
+den presidentshamer, gebood daarmee stilte en riep, op Su-Ki-Bit-Wou-Wang wijzend:
+„Eruit gij, immoreel en onzedelijk wezen! Waag het niet u ooit weer in ons midden
+te vertoonen. Gij zijt een liederlijk mensch!”
+</p>
+<p>„Liederlijk mensch!” riepen alle Engelschen tegelijk en spuwden op Engelsche wijze
+naar Su-Ki-Bit-Wou-Wang op den grond.
+</p>
+<p>Toen hij de zaal had verlaten, zei de predikant met ten hemel gerichte oogen:
+</p>
+<p>„Laten we opstaan van onze zitplaatsen, beste vrienden, en den hemel danken, dat hij
+den duivel, die in de gedaante van dien vuilen Chinees tot ons kwam, te rechter tijd
+uit onzen edelen deugdzamen kring heeft verdreven.”
+</p>
+<p>Allen stonden op, sloegen met den predikant de oogen op en gingen daarna weer zitten.
+</p>
+<p>Nadat men het er, na een kort debat, over eens was geworden, dat het bedoelde tijdschrift
+een schendblad van het ergste allooi was, dat stelselmatig, niet alleen de jeugd,
+doch ook de ouderen ten verderve voerde, en daarom moest verboden worden, verklaarde
+Mr. Harper <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>de zitting voor gesloten, en, zakelijke bezigheid voorwendend, verliet hij de vergadering.
+</p>
+<p>Toen hij in de leeszaal kwam, om zijn geliefde af te halen, keek hij vergeefs rond.
+</p>
+<p>Een voorgevoel zei hem, dat zij misschien dien vervloekten Chinees had ontmoet en
+met hem het hotel had verlaten.
+</p>
+<p>Als een woedende stier snelde hij naar haar huis en toen hem niet werd opengedaan,
+liep hij voortdurend daarvoor op en neer.— —
+</p>
+<p>Miss Raabe zoowel als Su-Ki-Bit-Wou-Wang hadden ondertusschen samen gesoupeerd. Tegen
+twee uur ’s nachts verklaarde zij gaarne naar huis te willen gaan.
+</p>
+<p>„Ik ben bang,” zei zij, „lieve Jucki!” (Ze waren nu al zeer intiem.) „Geloof mij,
+die jaloersche man, Mr. Harper, zal bepaald voor mijn huis staan om mij op te wachten.
+Ik ben bang, direct naar huis te gaan.”
+</p>
+<p>„Ik zal dien man wel weg werken,” antwoordde Raffles.
+</p>
+<p>Hij liet zich door den kellner papier en enveloppe brengen en schreef een paar bladzijden.
+Daarna liet hij door den kellner een nacht-kruier ontbieden.
+</p>
+<p>Dezen overhandigde hij den brief, nadat hij op geheimzinnige wijze verscheiden minuten
+met hem had gesproken. Na verloop van een kwartier zei de Groote Onbekende:
+</p>
+<p>„Ik zal u nu naar huis brengen, Miss Raabe, ge kunt volkomen gerust zijn.”
+</p>
+<p>„Is Harper er niet meer? Dat is mij een raadsel!” meende zij, „ik weet niet, hoe ge
+dat hebt klaar gespeeld.”
+</p>
+<p>Su-Ki-Bit-Wou-Wang glimlachte slechts, doch gaf geen antwoord.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Terzelfder tijd trad een nacht-kruier op den bankier toe, die nog steeds voor het
+huis op en neer wandelde, en, zijn pet afnemend, zei hij:
+</p>
+<p>„Is u Mr. Harper?”
+</p>
+<p>„Jawel”, antwoordde deze, „dat ben ik. Wat wenscht ge van mij?”
+</p>
+<p>„Ik moet u een brief overhandigen.”
+</p>
+<p>Hij gaf Mr. Harper het schrijven.
+</p>
+<p>„Van wien komt die brief?” vroeg hij.
+</p>
+<p>„Van den inspecteur van politie Baxter,” antwoordde de kruier.
+</p>
+<p>Zonder verder antwoord af te wachten, verliet hij den bankier en verdween in het nachtelijk
+duister.
+</p>
+<p>Harper echter snelde naar een straatlantaarn, scheurde den brief open en las:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first salute"><span>„</span><span lang="en">Dear Sir!</span>
+</p>
+<p>Ik ontving juist een alarmeerend bericht. Een van mijn detectives deelde mij mede,
+dat men ontdekt had, dat gij de deposito’s van uw klanten hebt verduisterd. Neem u
+in acht!”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>De brief was niet onderteekend.
+</p>
+<p>De straat begon opeens te draaien voor Harpers oogen. Hij viel bijna neer als een
+dronken man en moest zich aan een straatlantaarn vasthouden.
+</p>
+<p>Daarna frommelde hij het blad papier ineen, stak het in zijn zak en snelde weg. Zijn
+slecht geweten begon geweldig te knagen.
+</p>
+<p>Hij voelde zich als door den duivel bezeten. Als een schaduw vluchtte hij weg in de
+duisternis— —
+</p>
+<p>Terzelfder tijd hield een rijtuig voor het huis stil.
+</p>
+<p>De Chinees stapte uit en hielp Miss Raabe uit het rijtuig.
+</p>
+<p>„Gij moet mij in mijn woning begeleiden,” zei zij, „ik ben vreeselijk bang. Mogelijk
+loert die man daar op mij.”
+</p>
+<p>„Ik zijn zeer moe,” antwoordde de Chinees, „ik hier zal wachten, totdat gij woning
+doorzoekt en dan naar huis rijden. Ik graag in gevaar met jonge dames mag samen zijn.”
+</p>
+<p>Daar zij om den Chinees persoonlijk weinig gaf, doch slechts op zijn geld aasde, zei
+zij hem vluchtig goeden nacht, sloot het huis open en trad naar binnen.
+</p>
+<p>Raffles wachtte nog een paar minuten, daarna werd op de eerste etage een raam geopend,
+Miss Raabe verscheen, wenkte hem met haar zakdoek en riep:
+</p>
+<p>„Hier is niemand, ik dank u, lieve Jucki, goeden nacht!”
+</p>
+<p>De Chinees sprak door zijn neus een onwelluidend „Goeden nacht”, stapte in zijn rijtuig
+en reed weg.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Den volgenden morgen had Raffles het tot Charly Brands verbazing merkwaardig druk.
+</p>
+<p>Door middel van een advertentie in de courant had hij een stenographe in dienst genomen
+en begon deze een comediespel te dicteeren.
+</p>
+<p>Onvermoeid was hij daarmee bezig en rustte niet, voordat hij den éénacter in twee
+dagen klaar had.
+</p>
+<p>„Wil je mij het stuk niet voorlezen?” vroeg Charly Brand, die nieuwsgierig was naar
+den inhoud.
+</p>
+<p>„Dat is onnoodig, jongen, je zult het gauw genoeg op de planken zien.”
+</p>
+<p>John Raffles kende door zijn club den directeur van den Garrick-Schouwburg en bracht
+hem een bezoek.
+<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p>
+<p>„Er is me zeer veel aan gelegen,” wendde hij zich tot den directeur, „dat ge dezen
+éénacter al over een paar dagen op de planken laat spelen.
+</p>
+<p><span>„</span>Ik ben bereid alle aan de uitvoering verbonden kosten voor mijn rekening te nemen.
+Het geldt hier een privé-genoegen voor mij persoonlijk, en om te zien, of ik werkelijk
+de gave bezit, succesvolle theaterstukken te schrijven.”
+</p>
+<p>De directeur kende Lord Lister onder den naam Baron von <span class="corr" id="xd33e1562" title="Bron: Wakerfield">Walkerfield</span>. Hij bladerde het stuk door, en nadat hij het in een goed kwartier vluchtig had gelezen,
+verklaarde hij zich bereid, het stuk door zijn tooneelspelers in drie dagen te laten
+instudeeren en de première reeds over vier dagen te doen plaats hebben.
+</p>
+<p>Eén moeilijkheid was aan de zaak verbonden, en dat was de censuur der politie.
+</p>
+<p>„Hoe kunnen we dat klaarspelen?” vroeg Raffles.
+</p>
+<p>„Heel eenvoudig, beste baron”, antwoordde de schouwburgdirecteur, „ik zal een vriendelijk
+briefje schrijven aan den censor en er voorzichtig een biljet van 100 pond bij insluiten.”
+</p>
+<p>„Fameus,” lachte Raffles, „dan zijn we klaar, nietwaar?”
+</p>
+<p>„Jawel,” gaf de directeur ten antwoord, „ik heb echter nog één vraag, namelijk wie
+zal de rol van den Chinees <span id="xd33e1571">Su-Ki-Bit-Wou-Wang</span> spelen in het stuk?”
+</p>
+<p>John Raffles begon opnieuw te lachen en sprak:
+</p>
+<p>„Bijna had ik het voornaamste nog vergeten; die rol speel ik zelf.”
+</p>
+<p>„Gij zelf? Hebt gij den moed als tooneelspeler op te treden?”
+</p>
+<p>„Wel natuurlijk,” knikte de <span id="xd33e1580">Groote Onbekende</span>. „Ik speel in het gewone leven nog meer comedie dan op de planken noodig is.
+</p>
+<p>„Ik verzeker u, mijn beste directeur, nog afgezien van het feit, dat ik de kosten
+der opvoering betaal, zult ge schitterende zaken maken met het kleine tooneelspel.
+</p>
+<p><span>„</span>Ik zou durven wedden, dat geheel Londen hierheen komt om het stuk te zien.”
+</p>
+<p>„Dat ware te wenschen,” lachte de directeur, „ik heb op ’t oogenblik juist geen goed
+stuk. Laten we dus het beste hopen.”
+</p>
+<p>John Raffles nam afscheid en reeds den volgenden morgen begon de directeur met de
+voorbereidingen. Hij verklaarde den baron, dat deze hierbij zijn medewerking moest
+verleenen.
+</p>
+<p>Eenige uren later ontving Baxter, die, zooals vermeld, het ambt van censor voor tooneelspelen
+in Londen uitoefende, d.w.z. hij moest nagaan of de stukken ook gevaar opleverden
+voor de goede zeden, een brief van den directeur van den Garrick-schouwburg, benevens
+een blauwe portefeuille, waarin zich het tooneelstuk bevond.
+</p>
+<p>Baxter scheurde den brief open en las:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first salute"><i>Beste Inspecteur!</i>
+</p>
+<p>Hierbij een stuk voor de censuur, waarbij zeer veel haast is.
+</p>
+<p>Met vriendelijke groeten,
+</p>
+<p class="signed">Uw
+<br>GARRICK.</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>Tegelijkertijd had de inspecteur het bankbiljet van honderd pond gevonden en stak
+dit met een inwendig lachje in zijn vestjeszak. Hij kon het juist goed gebruiken,
+daar hij door zijne verhouding tot de vriendin van Miss Raabe, de kleine Trude Hansch,
+veel geld had uitgegeven.
+</p>
+<p>Hij nam het voorgeschreven politiestempel, dat het verlof tot de opvoering bekrachtigde,
+sloeg de klep der portefeuille op en drukte het zegel op den omslag van het tooneelstuk,
+zonder er verder naar om te zien.
+</p>
+<p>Daarna schelde hij een bode en liet het toegelaten stuk naar den directeur van den
+Garrick-schouwburg brengen.
+</p>
+<p>De <span id="xd33e1609">Vloo</span> had stilzwijgend toegezien en zei nu:
+</p>
+<p>„Weet ge, inspecteur, als ik me niet vergis, hebt ge daar juist weer toestemming verleend
+tot het opvoeren van een tooneelstuk, dat ge heelemaal niet kent. Ge zult u op een
+goeden keer nog eens gevoelig de vingers branden.”
+</p>
+<p>Baxter keek zijn secretaris woedend aan en sprak:
+</p>
+<p>„Veroorloof u geen kritiek op mijn handelingen. Daar hebt gij niet het recht toe.
+Overigens vergist gij u. Ik ken het tooneelstuk al. Het was dus niet noodig het nog
+eens door te zien. Ik zou dus gaarne verschoond blijven van uwe opmerkingen.”
+</p>
+<p>De <span id="xd33e1617">Vloo</span> boog zijn hoofd over de voor hem liggende acte en ging verder met zijn werk, terwijl
+Baxter een courant nam en begon te lezen.
+</p>
+<p>Midden in zijn lectuur werd hij gestoord. Een detective-sergeant trad binnen, bleef
+bij de deur staan en salueerde.
+</p>
+<p>„Wat wenscht gij?” vroeg Baxter.
+</p>
+<p>„Heb een gebeurtenis te melden, meneer de inspecteur,” rapporteerde de beambte. „De
+zaak van den bankier Harper is sedert gisteren gesloten, en heeft groote opgewondenheid
+te weeg gebracht onder de klanten van den bankier.”
+<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p>
+<p>Baxter schrok hevig. Wat was er met Harper gebeurd? Zou hem iets overkomen zijn?
+</p>
+<p>„Is bankier Harper niet te vinden?” vroeg hij.
+</p>
+<p>„Neen, meneer de inspecteur,” antwoordde de sergeant. „We hebben in zijn woning en
+bij verscheiden bekenden al een onderzoek ingesteld. Het laatst is de bankier twee
+dagen geleden in hotel Cecilia gezien. ’s Avonds 10 uur.”
+</p>
+<p>„Dat klopt,” zei Baxter, „ik was er persoonlijk met hem.”
+</p>
+<p>„Ook aan zijn woning vernamen wij van het dienstmeisje, dat de bankier sedert twee
+nachten niet thuis was gekomen en ook mevrouw en de kinderen het huis sedert eenige
+dagen hadden verlaten.
+</p>
+<p><span>„</span>De klanten van den bankier eischen, dat de zaak van politiewege wordt geopend en de
+deposito’s teruggegeven.”
+</p>
+<p>Baxter dacht een paar seconden na.
+</p>
+<p>Vergeefs brak hij zich het hoofd, wat er wel met Harper kon gebeurd zijn. Daarna wendde
+hij zich tot Marholm:
+</p>
+<p>„Neem een cab en rijd naar Lyttonstreet 16. Daar woont een tooneelspeelster, Miss
+Raabe. Vraag aan die dame, of zij iets weet omtrent het verblijf van den bankier Harper.
+Maak vlug voort, want voordat gij met haar antwoord hier zijt, kan ik niets beginnen.”
+</p>
+<p>Zonder een woord te antwoorden, verliet de <span id="xd33e1639">Vloo</span> de kamer, terwijl de detective-sergeant in het voorvertrek wachtte.
+</p>
+<p>Baxter echter liep onrustig heen en weer. De affaire scheen hem vreemd toe. Hij had
+een onbepaald voorgevoel, dat er iets gebeurd zou zijn, waar hij ook in betrokken
+zou worden. Tevergeefs probeerde hij zich te kalmeeren, door het rooken van een sigaar.
+Ten slotte begon hij weer te lezen.
+</p>
+<p>Er kon ongeveer een half uur verloopen zijn, toen Marholm, die zich zeer gehaast had,
+daar hij eveneens iets bijzonders vermoedde, terugkwam met de mededeeling, dat de
+bankier sedert verscheiden dagen niet in het huis der tooneelspeelster was geweest.
+</p>
+<p>Nu bleef Baxter niets anders over dan zijn recherche-afdeeling mobiel te maken en
+met de beambten naar de zaak van den bankier te rijden, deze te openen en te doorzoeken.
+</p>
+<p>De ijzeren luiken van het kleine kantoor waren stevig gesloten, toen Baxter met zijn
+beambten aankwam.
+</p>
+<p>De portier, dien Baxter liet roepen, beduidde hem, dat de meegebrachte slotenmaker
+een deur van de gang naar de zaak gemakkelijker zou kunnen open maken dan de ijzeren
+roljalousiën.
+</p>
+<p>In korten tijd was de deur open, en de portier, die in de zaak bekend was, draaide
+het electrische licht op.
+</p>
+<p>Nauwelijks was de ruimte helder verlicht of de portier liet een kreet van schrik hooren
+en lokte alle beambten naar zich toe.
+</p>
+<p>„Wat is er, wat gebeurt er!” riep de inspecteur en trok zijn revolver.
+</p>
+<p>Doch hij behoefde geen antwoord meer op zijn vraag.
+</p>
+<p>Midden in het vertrek, voor de geopende brandkast lag de gezochte bankier Harper op
+den grond en staarde met verglaasde oogen naar de zoldering.
+</p>
+<p>Geronnen bloed uit zijn slapen bedekte de eene helft van zijn hoofd en den grond.
+De rechterhand hield nog krampachtig de revolver omklemd, waarmee de ellendeling zich
+had doodgeschoten.
+</p>
+<p>Een oogenblik stonden de beambten zwijgend om den doode, doch daarna zei Baxter tot
+de Vloo:
+</p>
+<p>„Ga zitten en maak het proces-verbaal op. Waar is de lijkschouwer?”
+</p>
+<p>Deze was juist aangekomen en drong naar voren.
+</p>
+<p>„Is hij dood?” vroeg Baxter, waarop de dokter antwoordde:
+</p>
+<p>„Dat zou ik meenen.”
+</p>
+<p>En Marholm voegde er aan toe:
+</p>
+<p>„Die wordt door geen moraal weer levend gemaakt.”
+</p>
+<p>De gebruikelijke wettelijke formaliteiten werden door de beambten verricht, waarna
+Baxter zich met zijn beambten overtuigde, dat, behalve een paar duizend pond sterling,
+die de zelfmoordenaar in zijn zak droeg, zich geen enkel deposito in de brandkast
+bevond.
+</p>
+<p>Deze bevinding deelde hij aan de voor de deur wachtende klanten van den bankier mee.
+</p>
+<p>Vloeken en verwenschingen werden geuit, toen het lichaam van den doode in een ontboden
+lijkwagen der politie werd weggebracht.
+</p>
+<p>Des avonds stond in de Londensche couranten „De zelfmoord van den bankier!” kalmweg
+verteld. Slechts de korte bijvoeging, dat den volgenden dag verdere ophelderingen
+zouden volgen, hield de nieuwsgierigheid der lezers gespannen.
+</p>
+<p>Baxter wenschte liever waar ook dan in Londen te wonen, en deze opinie werd gedeeld
+door de andere leden van de Vereeniging ter bevordering der goede zeden.
+</p>
+<p>Het was een zware slag voor de <span id="xd33e1669">Vereeniging</span>, door den dood van haar president veroorzaakt.
+</p>
+<p>Alleen Su-Ki-Bit-Wou-Wang was over het verloop <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>zeer tevreden, en toen hij bij Miss Raabe kwam, veroorloofde deze zich zelfs grove
+scherts. Wel beschouwd had zij tenminste eenige bedroefdheid over den dood van haren
+vereerder moeten voorwenden.
+</p>
+<p>Ze zag niet den blik vol afschuw, dien de Chinees haar toewierp.
+</p>
+<p>Reeds den volgenden dag begonnen de couranten op ironischen en spottenden toon de
+verhouding van Harper tot de Vereeniging ter bevordering der goede zeden te critiseeren.
+Ook de hertog van Norfolk en de inspecteur van politie kregen hun aandeel.
+</p>
+<p>Baxter wond zich zoodanig op, dat hij niet op het bureau verscheen en de Vloo weer
+eens alleen de zaken moest afdoen.
+</p>
+<p>Hij heeft weer moreele Katzenjammer, lachte Marholm vergenoegd in zichzelf en rookte
+de eene pijp na de andere.— —
+</p>
+<p>Eerst op den avond van den dag, waarop de courantenstorm was bedaard, verscheen Baxter
+weer op het bureau.
+</p>
+<p>Hij vond verscheiden brieven, waaronder de mededeeling van den directeur van den Garrick-schouwburg,
+dat over twee dagen de première zou plaats hebben van den éénacter „Bevordering der
+goede zeden”.
+</p>
+<p>De uitdrukking „goede zeden” werkte thans op Baxter als een rood doek.
+</p>
+<p>„<span lang="en">Goddam</span>,” vloekte hij in zichzelf, doch zoo luid, dat de Vloo het hoorde, „als ik dat geweten
+had, zou ik dat stuk niet hebben toegelaten.”
+</p>
+<p>„Ziet ge wel,” zei de Vloo, „waarom hebt ge niet naar mij geluisterd. Als het kalf
+verdronken is, dempt gij den put. Ge hadt liever met uw vingers van die goede zeden
+moeten afblijven.”
+</p>
+<p>„Ja, ge hebt gelijk,” zuchtte Baxter, „daaruit komt niets anders voort dan een reusachtige
+katterigheid. Men dorscht daar het leege stroo en praat over dingen die niet bestaan.”
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">ZEVENDE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">De inbraak.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Miss Raabe wachtte Su-Ki-Bit-Wou-Wang tamelijk onverschillig op. Tevergeefs keek zij
+ieder oogenblik door de ruiten op straat om te zien of hij ook kwam, nu eerst herinnerde
+zij zich, dat zij nog nooit in zijn woning was geweest.
+</p>
+<p>Zij besloot vanavond de schade in te halen, en ontwierp een plan om den Chinees verder
+in haar netten te vangen, want na den dood van Harper had zij een nieuwen geldschieter
+noodig.
+</p>
+<p>Su-Ki-Bit-Wou-Wang kwam ’s avonds echter niet.
+</p>
+<p>Tegen middernacht besloot zij het wachten op te geven en trok zich terug in haar slaapkamer.
+</p>
+<p>Zooals gewoonlijk nam zij ook nu een slaapmiddel in en sliep weldra vast.
+</p>
+<p>De schemerlamp wierp haar getemperd licht op de kostbare, zijde dekens, waaronder
+de tooneelspeelster rustte, toen opeens de geheime deur der kleerkast open ging en
+de donkere gestalte van een man te voorschijn trad.
+</p>
+<p>Hij schreed de slaapkamer binnen tot aan het bed der slaapster. Het gelaat van den
+man was met een zijden masker bedekt, waaruit alleen twee donkere oogen fonkelden.
+</p>
+<p>De gemaskerde sloop naar het ijzeren kistje, dicht bij het bed en had weldra van een
+sleutelbos den passenden sleutel gevonden, waarmede hij het kistje openmaakte.
+</p>
+<p>Daarin bevonden zich diamanten, edelgesteenten en ringen, alsook meer dan 10,000 pond
+in bankpapier.
+</p>
+<p>De kostbaarheden en bankbiljetten waren spoedig in <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>een leeren taschje gepakt en na zijn visitekaartje in het kistje te hebben gelegd,
+verliet de gemaskerde even stil als hij gekomen was de kamer.— —
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Den volgenden morgen tegen 11 uur vloog de tooneelspeelster Miss Raabe als een krankzinnige
+bij Baxter het bureau binnen met den uitroep: „Ik ben door Raffles bestolen, heeren!”
+</p>
+<p>Verschrikt sprong Baxter op en riep: „Wat schreeuwt ge toch, Madam, door wien zijt
+ge bestolen?”
+</p>
+<p>„Door Raffles!” schreeuwde de miss opnieuw opgewonden. „Meer dan 10,000 pond aan bankbiljetten
+en evenveel waarde aan diamanten. Lieve inspecteur, help mij toch uit vriendschap.”
+</p>
+<p>„Pardon,” sprak Baxter, „gij zijt hier in het bureau van den inspecteur van politie!
+Laat mijn persoon er dus buiten.”
+</p>
+<p>Hij wilde voor de Vloo zijne betrekkingen tot de wereld verbergen.
+</p>
+<p>„Waar hebt ge Raffles leeren kennen?” vroeg hij aan Miss Raabe.
+</p>
+<p>„Ik heb hem nog nooit gezien,” antwoordde deze schouderophalend.
+</p>
+<p>„Maar hij moest toch weten, dat gij uw geld en sieraden thuis bewaart. De Groote Onbekende
+zal geen inbraak plegen zonder zich te oriënteeren.”
+</p>
+<p>„Misschien is hij onder een anderen naam bij u geweest,” viel de Vloo in de rede.
+</p>
+<p>„Ik ontvang geen heeren,” antwoordde de tooneelspeelster, „en heb trouwens maar één
+vriend, een buitenlander, die in het geheel niet in aanmerking komt.”
+</p>
+<p>„Een buitenlander is zeer verdacht. Wilt gij ons zijn naam noemen?” vroeg Baxter.
+</p>
+<p>„Dat heeft geen doel, heeren,” antwoordde de bestolene, „doch wanneer gij er <span class="corr" id="xd33e1725" title="Bron: bizonder">bijzonder</span> op staat en u zelf wilt overtuigen, het is een Chinees en hij heet Su-Ki-Bit-Wou-Wang”.
+</p>
+<p>„Zoo, zoo!” meende de Vloo, „als die Chinees Raffles maar niet is.”
+</p>
+<p>„Gij zijt en blijft een idioot, Marholm,” stoof de inspecteur op, en zich daarna tot
+Miss Raabe wendend:
+</p>
+<p>„Hoe weet ge, dat het Raffles was, die de inbraak pleegde?”
+</p>
+<p>„Hier is zijn visitekaartje, dat in het kistje lag,” antwoordde zij.
+</p>
+<p>Op dit oogenblik belde de telephoon en Baxter riep:
+</p>
+<p>„Hallo, wie daar?”
+</p>
+<p>„Spreek ik met inspecteur Baxter?”
+</p>
+<p>„Ja, wat wenscht u?”
+</p>
+<p>„Is Miss Raabe ook bij u?”
+</p>
+<p>„Ja, de Lady is hier op het bureau.”
+</p>
+<p>„Wel, groet haar dan van mij.”
+</p>
+<p>„Wie zijt ge dan?”
+</p>
+<p>Toen klonk langzaam en duidelijk door de telephoon:
+</p>
+<p>„John C. Raffles!”
+</p>
+<p>„De duivel hale u!” schreeuwde Baxter, waarop het lachend terugklonk: „Dat zal gebeuren!”
+</p>
+<p>De telephoon ophangend riep Baxter: „Dat is weer echt zijn brutaliteit. De kerel belt
+me op en drijft den spot met ons. Kon ik hem toch eindelijk eens pakken.”
+</p>
+<p>„Is die man dan werkelijk niet te pakken?” vroeg Miss Raabe.
+</p>
+<p>Baxter haalde de schouders op, doch de Vloo verklaarde:
+</p>
+<p>„Door ons niet, dat is zeker.”
+<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch8" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch8.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">ACHTSTE HOOFDSTUK.</h2>
+<h2 class="main">De tooneelvoorstelling.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het publiek, dat de première ging bijwonen in den Garrick-schouwburg, amuseerde zich
+vóór de voorstelling met het berichtje in de avondbladen betreffende de inbraak bij
+de tooneelspeelster. Daarna las men het programma van de voorstelling.
+</p>
+<p>Hoe meer men tuurde op de rollen, die in het nieuwe stuk voorkwamen, hoe meer het
+stuk hun verdacht voorkwam, temeer, daar de titel hen al herinnerde aan de jongste
+gebeurtenissen en de rollen van bankier, hertog en inspecteur van politie sterke gelijkenis
+toonden met de personen der zedelijkheidsvereeniging.
+</p>
+<p>Verder trof men onder de rollen die van een Chinees, Su-Ki-Bit-Wou-Wang, verder een
+tooneelspeelster, een danseres, en ten laatste als clou, als buitengewone sensatie,
+stond vermeld de naam: Raffles.
+</p>
+<p>De tooneelkijkers werden nieuwsgierig naar de loge gericht, waarin de inspecteur van
+politie Baxter met eenige andere politiebeambten zat. Deze had geen vermoeden, dat
+hij het middelpunt der belangstelling van het publiek was geworden.
+</p>
+<p>Zenuwachtig wachtten de ongeduldigen tot het belletje klonk, het gordijn omhoog ging
+en men een nauwkeurige copie van een der zalen uit hotel Cecilia op het tooneel zag.
+</p>
+<p>De redevoeringen der zoogenaamde bevorderaars der goede zeden wekten den algemeenen
+lachlust op, behalve bij Baxter, die zich nauwkeurig nagebootst op de planken zag,
+en zijne verbazing bereikte het toppunt, toen de bekende Su-Ki-Bit-Wou-Wang ten tooneele
+verscheen.
+</p>
+<p>Deze speelde zijn rol meesterlijk en het publiek genoot volop, toen hij uit de vergadering
+der zedelijke heeren werd verwijderd.
+</p>
+<p>Nu veranderde het tooneel. Dames der demi-monde traden binnen, en men kreeg tooneeltjes
+te aanschouwen, die in de Vereeniging ter bevordering der goede zeden allesbehalve
+thuis behoorden.
+</p>
+<p>Zoo werd achtereenvolgens al het gebeurde met Harper, Miss Raabe en den Chinees voor
+het voetlicht gebracht, tot zelfs de inbraak bij de tooneelspeelster en de vermakelijke
+scène op het bureau van den inspecteur Baxter.
+</p>
+<p>Het publiek riep enthusiast om den schrijver, waarna plotseling het gordijn vaneen
+ging, de Chinees verscheen en boog.
+</p>
+<p>Allen stonden verbluft.
+</p>
+<p>Baxter had den schouwburg allang verlaten met zijn beambten.
+</p>
+<p>Toen werd er van de galerij geroepen:
+</p>
+<p>„Masker af! We willen zien hoe gij er uitziet!”
+</p>
+<p>De Chinees gebood met een handgebaar stilte en sprak:
+</p>
+<p>„Ik ben zeer blij, dat het stuk u is bevallen, en voldoe gaarne aan uw wensch, mij
+zonder masker te zien. De inspecteur Baxter is toch niet meer in de zaal! Een oogenblik
+slechts!”
+</p>
+<p>Even later keerde hij terug als volmaakte heer, met gladgeschoren gelaat, monocle
+in het oog en in eleganten rok gekleed.
+</p>
+<p>„Raffles! Raffles!” klonk het van alle kanten.
+</p>
+<p>„En sta mij nu toe, dat ik mij aan u voorstel. Gij zult het begrijpelijk vinden, dat
+ik dadelijk daarna vertrek. Mijn naam is.….. John C. Raffles.…..”
+</p>
+<p>Het publiek stormde op het tooneel toe, doch Raffles was al verdwenen.
+</p>
+<p>Het gebeurde ging als een loopend vuurtje door Londen en niet het minst van allen
+was Baxter verbaasd, toen hij vernam, hoe de afloop was geweest na zijn vertrek uit
+den schouwburg, en dat Raffles had aangekondigd, dat het einde van het stuk morgen
+in de couranten te lezen zou zijn.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>En werkelijk bevatten de middagbladen van den <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>volgenden dag in vet gedrukte letters op de eerste bladzijde het volgende artikel:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first">„De schuldige aan den moord van den bankier Harper. Raffles’ inbraak uit medelijden.
+Raffles een weldoener.
+</p>
+<p>De weduwe van den bankier Harper, die zich voor een paar dagen van het leven beroofde
+wegens verliezen op de beurs, ontving heden van Raffles 7000 pond sterling met de
+mededeeling, dat hij dit ontstolen had aan een tooneelspeelster, die de beminde van
+den bankier was geweest. De bankier zou dit geld aan zijn beminde hebben cadeau gegeven—
+—
+</p>
+<p>Tegelijkertijd ontving het kantongerecht te Hampton Road 3000 pond sterling, zijnde
+de verduisterde deposito’s, welke door Raffles werden ter beschikking gesteld.
+</p>
+<p>De weduwe, die met haar twee kinderen in armoede verkeerde, is door deze daad tegen
+hongerlijden en ellende beschermd.
+</p>
+<p>Wij koesteren de hoop, dat Raffles onze stad nog dikwijls moge zegenen met dergelijke
+inbraken.<span id="xd33e1791">”</span></p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>„Hij heeft alweer een standbeeld verdiend”, zei de <span id="xd33e1795">Vloo</span>, toen hij het artikel las.
+</p>
+<p>Baxter echter was het een pak van het hart en hij dacht: „Raffles is toch een fatsoenlijk
+mensch.”
+</p>
+<p>„Ik ben blij, dat eindelijk van u te hooren”, sprak de <span id="xd33e1801">Vloo</span>.
+</p>
+<p>Daarna vroeg hij: „Blijft gij voorzitter van de <span id="xd33e1806">Vereeniging</span> ter bevordering der goede zeden?”
+</p>
+<p>„Ik heb maling aan de goede zeden”, schreeuwde Baxter, „de duivel moge ze halen!”
+</p>
+<p>„Hoerah!” riep de <span id="xd33e1812">Vloo</span>, „ik geloof, dat gij verstandig wordt en dat hebt gij alleen aan Raffles te danken.”
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1 last-child notice"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first center large">Titel van het volgend nummer: (47) is
+</p>
+<p class="center xxl">NEGERWAPENS.
+<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>
+</p>
+<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first underline xd33e1824">Belooning: 1000 pond sterling.
+</p>
+<div class="table">
+<table class="tbl.wanted.header">
+<tr>
+<td class="xd33e1827 cell-left cell-top xd33e1831">Wie kent hem?
+</td>
+<td rowspan="2" class="rowspan xd33e1828 cell-top cell-bottom">
+<div class="figure lordlisterwidth"><img src="images/lordlister.png" alt="Portret van Lord Lister." width="307" height="404"></div>
+</td>
+<td class="xd33e1827 cell-right cell-top xd33e1831">Wie heeft hem gezien?
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="xd33e1827 cell-left cell-bottom">Dat vraagt men in Scotland Yard!
+</td>
+<td class="xd33e1827 cell-right cell-bottom">Dat vraagt heel Londen!</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+<p class="xd33e1846">Lord Lister <span class="underline xd33e1848">genaamd</span> John C. Raffles, <span class="xd33e1851">de geniaalste aller dieven</span>
+</p>
+<p class="xd33e1854">brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters;
+ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt
+en behoeftigen ondersteunt.
+</p>
+<p class="xd33e1856">Man van eer in alle opzichten
+</p>
+<p class="xd33e1854">spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing
+op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat:
+</p>
+<p class="xd33e1860">Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren.
+</p>
+<p class="xd33e1854">Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, <b>Lord Lister</b>, genaamd <b>John C. Raffles</b>, den geniaalsten aller dieven, te vatten!
+</p>
+<div lang="en" class="div2 section warrant.en"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedText">
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p class="first xd33e1871">WARRANT OF ARREST.
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p class="first"><span class="underline">Vertaling</span>:
+</p>
+<p class="xd33e1983">Bevel tot aanhouding.
+</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p>Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension
+of the man described as under:
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p>Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt:
+</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p class="xd33e1875">DESCRIPTION:
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="cell-left cell-top"><span class="ex">Name</span>: </td>
+<td class="cell-right cell-top">Lord Edward Lister, alias John C. <span class="corr" id="xd33e1885" title="Bron: Sinclair">Raffles</span>.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Age</span>: </td>
+<td class="cell-right">32 to 35 years.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Height</span>: </td>
+<td class="cell-right">5 feet nine inches.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Weight</span>: </td>
+<td class="cell-right">176 pounds.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Figure</span>: </td>
+<td class="cell-right">Tall.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Complexion</span>: </td>
+<td class="cell-right">Dark.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Hair</span>: </td>
+<td class="cell-right">Black.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Beard</span>: </td>
+<td class="cell-right">A slight moustache.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Eyes</span>: </td>
+<td class="cell-right">Black.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left cell-bottom"><span class="ex">Language</span>: </td>
+<td class="cell-right cell-bottom">English, French, German, Russian, etc.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p class="xd33e1875">Beschrijving:
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="cell-left cell-top"><span class="ex">Naam</span>: </td>
+<td class="cell-right cell-top">Lord Edward Lister, genaamd John C<span id="xd33e1997">.</span> Raffles.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Leeftijd</span>: </td>
+<td class="cell-right">32–35 jaar.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Lengte</span>: </td>
+<td class="cell-right">ongeveer 1,76 meter.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Gewicht</span>: </td>
+<td class="cell-right">80 kilo.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Gestalte</span>: </td>
+<td class="cell-right">slank.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Gelaatskleur</span>: </td>
+<td class="cell-right">donker.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Haar</span>: </td>
+<td class="cell-right">zwart.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Baardgroei</span>: </td>
+<td class="cell-right">kleine snor.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left"><span class="ex">Oogen</span>: </td>
+<td class="cell-right">zwart.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cell-left cell-bottom"><span class="ex">Spreekt</span> </td>
+<td class="cell-right cell-bottom">Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p><span class="ex">Special notes</span>: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other
+day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown.
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p><span class="ex">Bijzondere kenteekenen</span>: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een
+ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam
+onbekend.
+</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p>Charged with robbery.
+</p>
+<p>A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man.
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p>Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000
+pond sterling.
+</p>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="first" lang="en">
+<p class="xd33e1875">Headquarters—Scotland Yard.
+</p>
+<p class="dateline"><span class="ex">London</span>, 1<sup>st</sup> October 1908.
+</p>
+<p class="signed"><b>Police Inspector</b>,<br>
+<span class="ex">Horny.</span>
+</p>
+</td>
+<td class="second" lang="nl">
+<p><b><i>Het Hoofdbureau van Politie <span class="corr" id="xd33e2073" title="Bron: Scotland-Yard">Scotland Yard</span>.</i></b>
+</p>
+<p class="dateline"><span class="ex">Londen</span>, 1. <span class="corr" id="xd33e2081" title="Bron: Oktober">October</span> 1908.
+</p>
+<p class="signed"><b><span class="corr" id="xd33e2086" title="Bron: Inspekteur">Inspecteur</span> van Politie</b><br>
+(get.) <span class="ex">Horny</span>.
+</p>
+</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first xd33e2095">Roman-Boekhandel <span class="xd33e2097">voorheen</span> A. Eichler
+</p>
+<p class="xd33e121">Singel 236—Amsterdam.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<table role="presentation">
+<tr id="ch1.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">I. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">Baxter wordt President.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch2.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">II. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">Een feestavond.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">4</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch3.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">III. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Het klaverblad van vier.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">8</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch4.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">IV. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">Su-Ki-Bit-Wou-Wang in de kast.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">14</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch5.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">V. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">De Moordenaar.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">21</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch6.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">VI. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">Een detective-truc.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">24</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch7.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">VII. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">De inbraak.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">29</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch8.toc" class="tocLevel0">
+<td class="tocDivNum">VIII. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch8">De tooneelvoorstelling.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">31</a></td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<div class="transcriberNote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
+zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
+dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2026-05-11 Begonnen.
+</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende 138 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctionTable">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+<th>Bewerkingsafstand</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><i title="77 gevallen">Passim.
+</i></td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom">„</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e216">2</a></td>
+<td class="width40 bottom">nadenken</td>
+<td class="width40 bottom">nadenkend</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e261">3</a>, <a class="pageref" href="#xd33e278">3</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1609">27</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1617">27</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1639">28</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1795">32</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1801">32</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1812">32</a></td>
+<td class="width40 bottom">vloo</td>
+<td class="width40 bottom">Vloo</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e308">3</a></td>
+<td class="width40 bottom">gooi</td>
+<td class="width40 bottom">Gooi</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e364">5</a>, <a class="pageref" href="#xd33e433">6</a>, <a class="pageref" href="#xd33e644">10</a>, <a class="pageref" href="#xd33e788">13</a>, <a class="pageref" href="#xd33e869">14</a>, <a class="pageref" href="#xd33e875">14</a>, <a class="pageref" href="#xd33e912">15</a>, <a class="pageref" href="#xd33e915">15</a>, <a class="pageref" href="#xd33e924">15</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1343">22</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1669">28</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1806">32</a></td>
+<td class="width40 bottom">vereeniging</td>
+<td class="width40 bottom">Vereeniging</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e418">5</a></td>
+<td class="width40 bottom">sir</td>
+<td class="width40 bottom">Sir</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e473">6</a></td>
+<td class="width40 bottom">msidaden</td>
+<td class="width40 bottom">misdaden</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e482">6</a></td>
+<td class="width40 bottom">intiemiteiten</td>
+<td class="width40 bottom">intimiteiten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e654">10</a></td>
+<td class="width40 bottom">varieté-theaters</td>
+<td class="width40 bottom">variété-theaters</td>
+<td class="bottom">1 / 0</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e690">11</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1562">27</a></td>
+<td class="width40 bottom">Wakerfield</td>
+<td class="width40 bottom">Walkerfield</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e693">11</a>, <a class="pageref" href="#xd33e700">11</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1571">27</a></td>
+<td class="width40 bottom">Su-ki-Bit-Wou-Wang</td>
+<td class="width40 bottom">Su-Ki-Bit-Wou-Wang</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e742">12</a></td>
+<td class="width40 bottom">sigarettenetui</td>
+<td class="width40 bottom">sigarettenétui</td>
+<td class="bottom">1 / 0</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e776">12</a></td>
+<td class="width40 bottom">vonkelende</td>
+<td class="width40 bottom">fonkelende</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e791">13</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1056">17</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1394">23</a></td>
+<td class="width40 bottom">mr.</td>
+<td class="width40 bottom">Mr.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e820">13</a></td>
+<td class="width40 bottom">vonkelden</td>
+<td class="width40 bottom">fonkelden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e888">14</a></td>
+<td class="width40 bottom">„</td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e940">15</a></td>
+<td class="width40 bottom">bulde</td>
+<td class="width40 bottom">brulde</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e999">16</a></td>
+<td class="width40 bottom">Hopenlijk</td>
+<td class="width40 bottom">Hopelijk</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1016">16</a></td>
+<td class="width40 bottom">”</td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1032">16</a></td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom">een </td>
+<td class="bottom">4</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1048">17</a></td>
+<td class="width40 bottom">grooter</td>
+<td class="width40 bottom">grooten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1070">17</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1076">17</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1109">18</a></td>
+<td class="width40 bottom">”.</td>
+<td class="width40 bottom">.”</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1117">18</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1997">33</a></td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1125">18</a></td>
+<td class="width40 bottom">checque</td>
+<td class="width40 bottom">cheque</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1201">19</a></td>
+<td class="width40 bottom">)</td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1323">22</a></td>
+<td class="width40 bottom">oneindigde</td>
+<td class="width40 bottom">oneindige</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1411">24</a></td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1418">24</a></td>
+<td class="width40 bottom">”.</td>
+<td class="width40 bottom">”</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1461">25</a></td>
+<td class="width40 bottom">aardsengel</td>
+<td class="width40 bottom">aartsengel</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1580">27</a></td>
+<td class="width40 bottom">groote onbekende</td>
+<td class="width40 bottom">Groote Onbekende</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1725">30</a></td>
+<td class="width40 bottom">bizonder</td>
+<td class="width40 bottom">bijzonder</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1791">32</a></td>
+<td class="width40 bottom">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom">”</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1885">33</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="en">Sinclair</td>
+<td class="width40 bottom" lang="en">Raffles</td>
+<td class="bottom">7</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2073">33</a></td>
+<td class="width40 bottom">Scotland-Yard</td>
+<td class="width40 bottom">Scotland Yard</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2081">33</a></td>
+<td class="width40 bottom">Oktober</td>
+<td class="width40 bottom">October</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2086">33</a></td>
+<td class="width40 bottom">Inspekteur</td>
+<td class="width40 bottom">Inspecteur</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78680 ***</div>
+</body>
+</html>
diff --git a/78680-h/images/lordlister.png b/78680-h/images/lordlister.png
new file mode 100644
index 0000000..e9e45f1
--- /dev/null
+++ b/78680-h/images/lordlister.png
Binary files differ
diff --git a/78680-h/images/lordlister0046-front.jpg b/78680-h/images/lordlister0046-front.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d712b93
--- /dev/null
+++ b/78680-h/images/lordlister0046-front.jpg
Binary files differ
diff --git a/78680-h/images/p0046-01.png b/78680-h/images/p0046-01.png
new file mode 100644
index 0000000..e9b9c46
--- /dev/null
+++ b/78680-h/images/p0046-01.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6c72794
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This book, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..4b29416
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for eBook #78680
+(https://www.gutenberg.org/ebooks/78680)