diff options
| author | www-data <www-data@mail.pglaf.org> | 2026-05-14 07:52:49 -0700 |
|---|---|---|
| committer | www-data <www-data@mail.pglaf.org> | 2026-05-14 07:52:49 -0700 |
| commit | f0aa6f830fdbb19c915c4495f82af7284386fdf0 (patch) | |
| tree | c92d3708ca0e99c72718779e4aa407e45d90bc57 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 78680-0.txt | 3313 | ||||
| -rw-r--r-- | 78680-h/78680-h.htm | 4523 | ||||
| -rw-r--r-- | 78680-h/images/lordlister.png | bin | 0 -> 36856 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 78680-h/images/lordlister0046-front.jpg | bin | 0 -> 99601 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 78680-h/images/p0046-01.png | bin | 0 -> 16886 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
8 files changed, 7852 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/78680-0.txt b/78680-0.txt new file mode 100644 index 0000000..987d854 --- /dev/null +++ b/78680-0.txt @@ -0,0 +1,3313 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78680 *** + + + + + LORD LISTER + GENAAMD RAFFLES + DE GROOTE ONBEKENDE. + + NO. 46 VEREENIGING TER BEVORDERING DER GOEDE ZEDEN. + + + + + + + + +VEREENIGING TER BEVORDERING DER GOEDE ZEDEN + + +EERSTE HOOFDSTUK. + +BAXTER WORDT PRESIDENT. + + +De inspecteur van politie Baxter van Scotland Yard, de almachtige chef +van de Londensche recherche, was zeer ontstemd op zijn bureau gekomen +en ergerde zich, omdat zijn secretaris Marholm, of zooals de Londensche +misdadigers hem noemden, de Vloo, niet aanwezig was. + +Zelfs het genot van zijn pijpje kon hem niet in de goede stemming +terugbrengen. + +Onmiddellijk drukte Baxter op het knopje van de electrische bel op zijn +schrijftafel, waarop uit het aangrenzende vertrek een der dienstdoende +agenten binnentrad. + +„Waar is secretaris Marholm?” snauwde Baxter hem toe. + +Het antwoord luidde: + +„Secretaris Marholm heeft een brief gezonden, die op de schrijftafel +van den inspecteur ligt”. + +Terwijl de politieagent nog wachtte, opende Baxter den brief en las: + + + „Waarde inspecteur! + + De vorige week zijt gij drie dagen ziek geweest en ik moest toen uw + dienst alleen waarnemen. Daar het vandaag ook zulk prachtig weer + is, neem ik de vrijheid, eveneens ziek te zijn en verzoek u mijn + werk er bij te willen doen. Met beste groeten. + + Marholm.” + + +Een oogenblik staarde Baxter onafgewend naar den brief. + +Daarop barstte hij los: + +„Een dergelijke onbeschaamdheid heb ik nog nooit beleefd. Deze +brutaliteit overtreft alles! Daarenboven ligt er hier een hoop werk +voor hem. Dat zou hij wel willen, dat ik ging zitten om zijn werk te +doen! + +„De duivel hale dien kerel, ik zou graag een anderen secretaris willen +hebben, maar helaas — —” + +Hij zuchtte woedend. + +„Ik kan onder die domme beambten geen enkelen vinden, die in staat is +een acte te schrijven, die leesbaar is en zonder taalfouten.” + +„Met woest rollende oogen wendde hij zich tot den bij de deur staanden +politieagent: + +„Zend onmiddellijk mijn secretaris naar het bureau!” + +„Tot uw dienst, inspecteur!” klonk het terug. + +Baxter ging nu aan zijn schrijftafel zitten en begon de ingekomen +stukken te lezen. + +De tweede brief, dien hij opende, droeg het gedrukte opschrift: + + + „Vereeniging ter bevordering der goede zeden. + + Geachte heer! + + Ondergeteekende, president Sir Edwin Harper, heeft de eer u te + verzoeken, tweede voorzitter te worden van de Vereeniging ter + bevordering der goede zeden in Engeland. + + Zooals u waarschijnlijk bekend is, staat onze Vereeniging onder + bescherming van Z. K. H. den hertog van Norfolk. + + Onder zijn voorzitterschap heeft aanstaanden Donderdag een + feestmaal plaats ter viering van het tienjarig bestaan, in hotel + Cecilia. + + De president is zoo vrij, u tot dezen feestmaaltijd uit te noodigen + en verzoekt u op de bijeenkomst den hertog van Norfolk te willen + mededeelen, dat gij het tweede voorzitterschap aanvaardt. + + Een eeretoelage van 500 pond sterling per jaar is aan deze + betrekking verbonden, ten einde de onkosten te dekken, welke de + werkzaamheden medebrengen. + + Op voorstel van verschillende onzer leden is de keus op u gevallen + voor het vervullen van deze betrekking en het zou ons verheugen, + een toestemmende beslissing te mogen vernemen. + + De president + Edwin Harper.” + + +De misnoegde uitdrukking was van het gelaat van den inspecteur +verdwenen. + +Zijn ijdelheid was door dit aanbod in de hoogste mate gestreeld en +zacht mompelde hij: + +„Natuurlijk neem ik dat aan! Ik zou wel dwaas zijn, als ik het afsloeg! +Men moet altijd trachten, relaties te krijgen met menschen, die hooger +staan dan wijzelf en de hertog van Norfolk is, voor zoover ik weet, een +intiem vriend van den koning. Ik zal den president onmiddellijk +antwoorden. — — + +„Marholm!” + +Hij keek paar de ledige plaats van zijn secretaris en had geheel +vergeten, dat deze niet aanwezig was! Hij keek weer ontstemd en +vloekte: + +„Het is eenvoudig ongelooflijk. Altijd als men dien man noodig heeft, +is hij er niet. + +„De duivel moge hem halen! + +„Er zal mij niets anders overblijven dan den president zelf te +schrijven.” + +Hij nam een vel papier, doopte zijn pen in en dacht na. + +Na eenige minuten begon hij: + + + „Hooggeachte heer president!” + + +Verder kwam hij niet. + +„Als ik nu maar wist, of de president dit kan lezen. Het is echter mijn +schuld niet, maar die van mijn leeraren, die het mij niet beter hebben +geleerd. + +„Ik betwijfel werkelijk, of iemand het zal kunnen lezen,” mompelde hij +nadenkend. „Ik zal het nog eens probeeren!” + +Hij nam een ander velletje en begon opnieuw, zorgvuldig de pen +hanteerend: + + + „Hooggeachte heer president!” + + +Daarop vergeleek hij de beide stukken met elkaar en bekeek ze op +eenigen afstand. + +Geen der twee vond hij goed genoeg en beide zoo onleesbaar, dat alleen +hij, die het had geschreven, het lezen kon. + +Het waren merkwaardig onduidelijke letters, die hem toegrijnsden. + +Opnieuw begon hij op Marholm te vloeken, daarop nam hij, om zijn woede +te luchten, de beide velletjes papier, kneep ze in elkaar en slingerde +ze in de papiermand. + +Op dit oogenblik werd de deur geopend en de vurig verlangde Marholm +trad met een glimlach op het gelaat de kamer binnen. + +„Goeden morgen, inspecteur”, riep hij, „wat is er aan de hand?” + +„Voor den duivel, Sir!” schreeuwde Baxter, „wat bezielt je eigenlijk? +Ik ben verbaasd over zooveel brutaliteit, hoe durf je het wagen?” + +„Ik ben ziek,” antwoordde de Vloo, steeds vroolijk glimlachend. + +„Ziek? Zijt gij ziek? Gij straalt van gezondheid en lacht zoo vroolijk, +alsof gij van het een of andere prettige feestje kwaamt. Welke ziekte +hebt gij? Wilt gij mij dat eens opgeven?” + +„Jawel,” antwoordde Marholm lachend, „ik heb rheumatiek!” + +„Rheumatiek?” vroeg Baxter. „Al hadt gij dat, dan zou dat nog geen +reden zijn om uit het bureau weg te blijven.” + +„Natuurlijk,” antwoordde de secretaris, „ik ben niet in staat om dienst +te doen.” + +„Hoor eens,” schreeuwde de inspecteur, „als alle menschen, die +rheumatiek hebben, zoo flink op hun beenen staan als gij, dan zou ik +die kwaal wel willen hebben.” + +„Wie zegt u, dat mijn knieën niet knikken?” vroeg de Vloo. + +„Waar hebt u pijn?” + +„In den arm!” + +„In welken? Toch niet in den rechter?” + +„Ik had nooit gedacht, dat gij zoo goed zoudt kunnen raden,” lachte +Marholm. + +Baxter sloeg met zijn vuist op de schrijftafel. + +„Gij wilt mij zenuwachtig maken, man, gij liegt natuurlijk!” + +„Volstrekt niet,” klonk het op drogen toon. „Ik kan geen pen +vasthouden. Ik kan mijn eigen naam niet eens zetten!” + +„Een mooie toestand!” kermde Baxter, „maar—” zijn gelaat helderde +plotseling op— — + +Hij ging naar Marholm toe en hield hem, zooals hij dat gewend was, bij +een van zijn jasknoopen vast. + +„Luister eens, Marholm,” sprak hij, terwijl hij den knoop begon rond te +draaien. + +„Ja, ik luister,” antwoordde de Vloo, „maar ik verzoek u vriendelijk, +mijn knoop te laten zitten!” + +„Gij zijt een slecht mensch,” sprak Baxter, „ik heb u op bedrog +betrapt!” + +„Nonsens!” riep de secretaris uit. „Ik zal er niet invliegen. Gij wilt +zeker probeeren, mij beet te nemen.” + +„En toch is het waar?” + +De Vloo keek ongeloovig en haalde de schouders op. + +„Wilt gij mij eens verklaren,” vervolgde de inspecteur, „als gij +rheumatiek in den rechterarm hebt en geen pen kunt hanteeren, wie dan +hedenmorgen dien brief voor u heeft geschreven?” + +„Wel, ikzelf natuurlijk,” antwoordde de secretaris. + +„Allright,” knikte Baxter, „en gij wilt mij wijsmaken, dat gij +rheumatiek in den rechterarm hebt? Neen, mijn waarde heer! Wie zulke +brieven kan schrijven, lijdt daar niet aan. Neem nu aan de schrijftafel +plaats en schrijf, wat ik u zal dicteeren.” + +„Onmogelijk,” antwoordde de secretaris hoofdschuddend. „Toen ik den +brief schreef, had ik nog geen rheumatiek, maar een zeker geprikkel in +de vingertoppen voorspelde mij, dat ik het zou krijgen en dat is +uitgekomen ook!” + +„Gij zijt onverbeterlijk!” + +Deze woorden warden met groote zelfbeheersching uitgesproken want de +chef van Scotland Yard spande zich in om niet woedend te worden, omdat +hij brandde van verlangen om den brief aan den president te dicteeren. + +„Maar,” vervolgde hij. „Misschien staat uw ziekte u toe, een klein +briefje voor mij te beantwoorden. Lees eens, welk schrijven ik +ontving.” + +Hij overhandigde Marholm den brief en terwijl deze las, stak hij een +sigaar op. Zoodoende kon hij het vroolijke lachje niet zien, dat bij +het lezen van den brief om den mond van de Vloo speelde. + +Marholm legde den brief neer en trok zijn overjas uit. + +Toen Baxter dat zag, kwam een zucht van verlichting over zijn lippen. + +„Als gij werkelijk rheumatiek hebt, mijn beste Marholm,” sprak hij op +vaderlijk bezorgden toon, „dan verzoek ik je om, nadat je dezen brief +hebt geschreven, weer naar huis te gaan. Gij kunt dan morgen wel +inhalen, wat er vandaag te doen was. + +„Ik weet uit eigen ervaring, hoe men onder die ziekte kan lijden. + +„Dus, zooals afgesproken, gij zult den brief voor mij schrijven, +nietwaar?” + +„Als gij het wilt aannemen, ben ik er gaarne toe bereid.” + +Marholm sprak op een eigenaardigen, ironischen toon, maar Baxter merkte +het niet. Hij zette zijn borst vooruit en begon te dicteeren: + + + „Hooggeachte heer president! + + Uw aanbod om het tweede voorzitterschap der Vereeniging ter + bevordering der goede zeden aan te nemen, is mij een buitengewone + eer. + + Ik ben gaarne bereid erop in te gaan. Niet alleen ter wille van het + aangename gezelschap en de relatie met mannen uit de hoogste + kringen, welke deze positie meebrengt, maar vóór alles, omdat ik + zelf sinds jaren een ijverig voorstander ben van deugd en + zedelijkheid.” + + +— —„Au!”— —riep Marholm op luiden toon, zoodat zijn chef verbaasd +opkeek. + +„Wat is er?” vroeg Baxter verschrikt. + +„Mijn rheumatiek werd veel erger, inspecteur en ik heb op deugd en +zedelijkheid een groote inktvlek laten vallen. Nu moet ik den brief nog +eens schrijven!” + +„Wees toch voorzichtig,” sprak de inspecteur. „Gooi geen vlekken op +deugd en zedelijkheid. Hebt gij nog zoo’n pijn, wacht dan liever even— +—Maar—waarom lacht gij eigenlijk?” + +„Dat doe ik om mijn pijn te verbijten,” antwoordde Marholm. + +„Wacht dus een oogenblik, inspecteur, totdat ik den brief +overgeschreven heb.” + +Na eenige minuten, terwijl Baxter nieuwsgierig toekeek, of de brief +niet weer door inktvlekken bezoedeld werd, had de secretaris den +laatsten zin geschreven, waarna hij op het verdere wachtte. + +Zijn chef kuchte en begon verder te dicteeren: + +„Met alle kracht doe ik mijn best om de onzedelijkheid in Londen uit te +roeien!”— — — + +„Ha, ha, ha, ha, ha,” klonk het van Marholms lippen, zoodat Baxter +verbaasd uitriep: + +„Mijn hemel, wat hebt gij toch!” + +„Ha, ha, ha, ha”, lachte Marholm, „o, inspecteur, die vervloekte +rheumatiek......” + +„Maak mij toch niet zoo verschrikt! Roep dan liever: Au!” + +„Dat gaat niet!” antwoordde de Vloo. „Als ik „au!” roep, dan maak ik +weer kladden!” + +„Nu—verder!” sprak Baxter, hoofdschuddend. + + + „Ik zal Donderdag gedurende het diner in hotel Cecilia de eer + hebben, persoonlijk met u kennis te maken en verblijf hoogachtend + + Baxter, + + Inspecteur van politie, chef van het hoofdbureau Scotland Yard.” + + +Met een tevreden glimlach nam Baxter nu den brief van de schrijftafel, +las hem nog eens door, sloot hem in een couvert en sprak: + +„Schrijf nu het adres.” + +„Ja, mijnheer de voorzitter,” knikte de Vloo. + +„Wat?” vroeg Baxter. „Hoe noemt gij mij?” + +„Wel, gij zijt nu immers: Voorzitter der Vereeniging voor deugd en +zedelijkheid?” + +„Zeer zeker,” antwoordde Baxter, „maar nog buiten dienst!” + +„Juist!” lachte de Vloo, „dat had ik bijna vergeten! Met den dienst +hebben deugd en zedelijkheid niets te maken!” + +„Gij kunt wel heengaan!” + +Met deze woorden draaide Baxter hem den rug toe en met een vlugheid, +die volstrekt geen rheumatiek deed vermoeden, nam Marholm zijn jas van +den kapstok en ging heen. + +Eenigen tijd later verliet ook de tweede voorzitter der Vereeniging ter +bevordering der goede zeden het hoofdbureau van politie, om den brief +persoonlijk op de post te bezorgen. + + + + + + + + +TWEEDE HOOFDSTUK. + +EEN FEESTAVOND. + + +In hotel Cecilia was in een der zalen de tafel gedekt voor de leden van +de Vereeniging ter bevordering der goede zeden in Engeland en de gasten +zaten in feestgewaad met witte, driekantige mutsen op het hoofd, witte +schorten, waarop in gouden letters „deugd” was geborduurd en witzijden, +breede linten over de borst, waarop in roode zijde het woord +„zedelijkheid” was aangebracht, rondom de tafel, aan wier hoofd het +eerelid de hertog van Norfolk, presideerde. + +Aan zijn rechterzijde zat de voorzitter, Sir Edward Harper en daarnaast +de inspecteur van politie Baxter van Scotland Yard. + +Om de vergadering te openen nam de voorzitter het woord en hield, onder +diep stilzwijgen der aanwezigen, de volgende rede: + +„Hooggeachte leden van onze Vereeniging! + +„Ik heet u allen welkom en ben verheugd, dat gij in zoo grooten getale +zijt verschenen om door trouwen arbeid ons werk voort te zetten.” + +Een algemeen handgeklap volgde op deze woorden. + +Daarop vervolgde hij: + +„Gij ziet hier aan mijn zijde den hooggeachten inspecteur van politie +Baxter van Scotland Yard, op wien onze keus is gevallen voor de functie +van tweeden voorzitter onzer Vereeniging.” + +Wederom weerklonk luid en langdurig applaus, waarop Baxter gevleid +boog. + +De president veegde met zijn servet het zweet van zijn vet gezicht en +keek met een vriendelijk lachje, zoodat zijn wangen nog dikker schenen, +naar Baxter, terwijl hij sprak: + +„Ja, hooggeachte heeren leden! Onze keus is een uitstekende geweest, +want Sir Baxter heeft, hoewel hij niet behoorde tot onze Vereeniging +ter bevordering der goede zeden in Engeland, reeds oneindig veel goeds +gedaan. + +„Gij weet, dat hij onze theaterstukken heeft te beoordeelen, dat de +censuur bij hem berust, dat hij moet beslissen, of een dergelijk stuk +zedig en niet van verderfelijken invloed is. + +„Wij danken onzen hooggeachten inspecteur Baxter de betere handhaving +der censuur in Engeland en wij hebben het steeds vol vreugde aangezien, +wanneer wederom een van de vele stukken, die voedsel geven aan de +wellust en de echtbreuk in de hand werken, of wel een loflied zingen +voor de ondeugd, verboden werd.” + +„Bravo! Bravo!” klonk het van alle kanten en Baxter maakte weer een +diepe buiging. + +„Het is te hopen,” vervolgde de president, „dat wij onder de leiding +van inspecteur Baxter nog strenger en energieker onzen veldtocht tegen +de onzedelijkheid zullen kunnen houden. + +„In de eerste plaats moet op krachtige wijze gestreden worden tegen de +vergiftiging van onze jeugd, van politiewege moet toezicht worden +gehouden op de lectuur voor onze jongens en meisjes. + +„Hoeveel kwaad wordt hierdoor berokkend? + +„Een geheel leger misdadigers wordt telken jare op deze wijze +aangekweekt. + +„Inspecteur Baxter zal dit wel met ons eens zijn en zijn ervaringen in +Scotland Yard zullen het bewijs leveren— — — + +„Niet waar, inspecteur?” + +Baxter had slechts met een half oor naar de laatste woorden geluisterd +en antwoordde met een vriendelijk lachje: + +„Gij hebt gelijk, mijnheer de voorzitter. Bij mij in Scotland Yard +worden dergelijke boeken ook gelezen”. + +Doodelijke stilte volgde. + +Het gelaat van den president geleek op dat van zijn Chineesch +afgodsbeeld, toen hij vroeg: + +„Hoe, mijnheer de inspecteur! versta ik u goed? Men leest ze bij u in +Scotland Yard?” + +Eerst nu bemerkte Baxter, dat hij zich op glad ijs had begeven. + +„Ja!” knikte hij en vervolgde: „Helaas! Men leest ze!” + +„O, wat een schande!” zuchtte de president en de geheele vergadering +zuchtte. + +Daarop vroeg Sir Harper: + +„En de misdadigers, die gij gevangen neemt...?” + +De Vloo zou gezegd hebben: + +„Eerst moeten wij ze te pakken kunnen krijgen.” + +Maar Baxter antwoordde: + +„De misdadigers worden allemaal achter slot en grendel gebracht!” + +„Neen, neen,” sprak de president, „ik bedoel of die misdadigers ook +dergelijke boeken lezen?” + +„Welneen, dat is onmogelijk,” antwoordde Baxter, „ik kan u bezweren, +mijne heeren, dat zij dergelijke boeken niet te lezen krijgen. Zulke +lectuur is in de gevangenisbibliotheek niet voorhanden.” + +„Gij begrijpt mij verkeerd,” riep de president uit. „Ik wensch te +weten, of de gevangenen niet vóór hun arrestatie die boeken hebben +gelezen en daardoor op het slechte pad zijn gekomen. In de laatste +verhandelingen van de politiebladen gaven de misdadigers het lezen van +dergelijke boeken steeds op als verontschuldiging voor hun daden.” + +„Dan liegen die kerels,” sprak Baxter, „want nog pas eenige dagen +geleden vertelde mijn secretaris mij, dat hij tot zijn groote ergernis +die boeken altijd moest koopen. Geen enkele van de schurken, die +opgebracht werden, had er een bij zich. + +„Ik moet bovendien den geachten voorzitter op dit punt tegenspreken! + +„Mijn beambten zijn ontegenzeggelijk nette menschen en lezen toch, +zooals ik nogmaals moet constateeren, bij voorkeur spannende verhalen. +In alle bureaux van Scotland Yard vind ik ze.” + +„Dat is merkwaardig. Daarvan wisten wij niets,” merkte Sir Harper +verbaasd op. „Die misstand moet onmiddellijk worden opgeheven, +inspecteur! Uw beambten moet leerzame en hoogstaande lectuur worden +verstrekt. Wij zullen u morgen uit onze bibliotheek een groot aantal +van zulke boeken doen toekomen! + +„En om nu op een ander onderwerp over te gaan: door Zijne Hoogheid den +hertog van Norfolk is de volgende wensch geuit: + +„De hertog beveelt om het dorp Sandram in Schotland onder streng +politietoezicht te stellen, opdat er een eind kome aan de daar +heerschende ontucht.” + +„Wat is daar dan voorgevallen?” vroeg een der leden, die aan het +ondereind van de tafel zat, waarna alle aanwezigen in een luid gelach +losbarstten. + +„Sir,” antwoordde de president, „weet gij niet, dat uit het dorp +Sandram alle minnen voor het geheele koninkrijk komen? Hebt gij nog +nooit een min noodig gehad?” + +„Neen, het spijt mij, maar ik ben ongehuwd,” antwoordde het lid der +Vereeniging. + +„Dus,” vervolgde de voorzitter, „het kweeken van minnen, of liever de +ontucht moet eindigen in dat dorp.” + +„Ja, maar,” opperde een der leden, „wat moet men dan doen, als men er +een noodig heeft in zijn familie?” + +Nu stond de hertog op, klemde zijn monocle in de holte van zijn +rechteroog en sprak langzaam en op plechtigen toon: + +„Sir, dan behelpt men zich zonder min. Er zijn, zooveel middelen, welke +dagelijks worden geannonceerd, dat het ten eenemale overbodig is, een +kind door een min te laten grootbrengen. Ik verzoek nogmaals de geachte +vergadering om mijn wensch, de minnen uit te roeien, te willen +vervullen.” + +„Laten wij het voorstel van Zijne Hoogheid in stemming brengen,” sprak +de voorzitter. + +Voor dit doel moesten de leden, die er vóór waren, van hun zetels +opstaan. + +Allen verhieven zich.— + +Ook de ongehuwden. + +Zijne Hoogheid knikte met een tevreden glimlachje en de voorzitter +sprak: + +„Het voorstel van Zijne Hoogheid is met algemeene stemmen aangenomen. + +„Als verder onderdeel onzer besprekingen komen de advertenties in de +kranten aan de orde en moeten wij een wet in het leven zien te roepen +om hieraan een einde te maken. + +„Geheele pagina’s onzer dagbladen zijn gevuld met afschuwelijke +onzedelijkheid. + +„In de eerste plaats zijn het de advertenties van onze +gummifabrikanten, verder die betreffende geneesmiddelen voor allerlei +geheime ziekten, gevolgen van jeugdzonden en dergelijke, in de derde +plaats de advertenties, waarin men onze dames een schoonen boezem wil +bezorgen. + +„Ik bid u, mijne heeren, werkt niet reeds het woord boezem onzedelijke +voorstellingen op? + +„Men kan gerust aannemen, dat dergelijke aankondigingen verderfelijk op +onze jeugd werken en aanleiding geven tot allerlei ondeugden. + +„Er moest dus voor gezorgd worden, dat door de een of andere wet deze +advertenties worden verboden en dat de kranten, die ze toch +publiceeren, met een hooge geldboete of met de gevangenis worden +gestraft. Ik verzoek u, dit voorstel in stemming te willen nemen”. + +Weer stonden alle aanwezigen op. + +De president vervolgde: + +„Zeer zeker zijn de kranten—uitgezonderd de berichten omtrent het hof +en de politiek—het verderf van onzen tijd. Alle soorten misdaden, ik +noem bijvoorbeeld de vergoding van John Raffles— — —” + +„Zeer juist!” riep Baxter uit. + +De president zag zich genoodzaakt om te herhalen: + +„De vergoding van John Raffles. Het beschrijven van allerlei wandaden +is gevaarlijker dan alle mogelijke sensatieromans, want bij deze +laatste twijfelt men er aan, of dat, wat men leest, tot de +mogelijkheden behoort, maar wat in de kranten staat, is helaas +werkelijkheid. + +„Ik bid u, mijne heeren, welken invloed moet het hebben op het karakter +van een jong meisje van tien jaar, wanneer het des morgens in de +kranten leest over een vergrijp tegen de goede zeden of op een +jeugdigen knaap, die op de hoogte wordt gesteld van de intimiteiten uit +het particuliere leven van de een of andere hooggeplaatste +persoonlijkheid! Is het niet waar, mijne heeren, dat is een groot +schandaal, het is publieke onzedelijkheid, welke voor iedereen te lezen +staat. + +„Aan dit alles moet een einde worden gemaakt en daarover wenschte ik te +beraadslagen.” + +De hertog stond op en allen luisterden vol eerbied. + +„De oplossing van dit vraagstuk zou heel eenvoudig zijn”, sprak hij, +„wanneer er geen misdaden meer gepleegd werden.” + +„Bravo! bravo!” riepen de aanwezigen, terwijl de spreker weer plaats +nam. + +„Heeft nog iemand zijn oordeel hierover uit te spreken?” vroeg de +voorzitter en daar niemand het waagde, na den hertog nog iets in het +midden te brengen, verklaarde de voorzitter het zakelijke gedeelte voor +afgedaan en gaf tot algemeene vreugde het teeken om te gaan eten. + +Met een honger als wolven wierpen allen zich op de voorgediende +spijzen. + +Na korten tijd stond de hertog op en verliet het gezelschap. + +Eerst nog had hij Baxter, als hooge onderscheiding, een handdruk +gegeven en deze voelde zich hierdoor zoo vereerd, dat hij vol diep +respect naar zijn hand keek. + +Nadat de hertog was vertrokken, begon volgens Engelsch gebruik een +zwelgpartij. Het was reeds na middernacht, toen Baxter, arm in arm met +den president, het hotel verliet om zich op straat te begeven. + +„Gaat gij al naar huis?” vroeg Sir Harper den inspecteur. + +„Ik ben gewend”, antwoordde deze, „bijtijds te gaan slapen. Mijn dienst +is inspannend!” + +„Kom!”, lachte de president, „dan maakt gij heden een uitzondering. Ik +ken hier in de buurt een klein Fransch restaurant, waar uitstekende +champagne wordt geschonken en waar men zich kostelijk amuseert. Gij +moet dat leeren kennen.” + +„Natuurlijk!” antwoordde de chef van Scotland Yard, „als gij erop +gesteld zijt, dat ik u vergezel. Ik ben geen spelbreker.” + +Zij behoefden niet ver te loopen en gingen van het Strand een kleine +zijstraat in. Zij bleven staan voor een huis, waaraan in geen enkel +opzicht te zien was, dat er nog leven in heerschte. + +Aan de deur bevond zich een ouderwetsche klopper, dien zij meermalen in +beweging moesten zetten. + +Na eenig wachten werd de deur geopend en een oude man, die er uitzag +als een kamerdienaar, maakte een buiging en sprak in het Fransch: + +„Goeden avond, heeren!” + +Daarop gingen zij binnen, terwijl de bediende de deur geruischloos +achter hen sloot. + +Beide heeren ontdeden zich in de deftig ingerichte, met zware tapijten +belegde voorkamer van hun overjassen en Baxter hoorde het gedempte +lachen van vrouwenstemmen, het klinken van wijnglazen en de zachte, +welluidende tonen van een Zigeunerkapel. + +Baxter keek verbaasd om zich heen, wat de president zag. + +„Ja, ziet gij, mijn waarde”, sprak deze, terwijl hij voor een der +spiegels zijn haar in orde maakte, dat zich uiterst spaarzaam op zijn +spiegelgladden schedel vertoonde, „telkens na zulk een vermoeiende +vergadering voel ik er behoefte aan, mij een kleine afleiding te +gunnen. Ik verzeker u, dat gij u heerlijk zult amuseeren in dezen +kleinen tempel.” + +Hij nam Baxters arm, de kamerdienaar, die eerbiedig bij een met +Perzische gordijnen versierde deur stond, sloeg de portières terug, +opende een kleine vleugeldeur en beide heeren traden een salon binnen. + +Daar wachtte een andere bediende, die ook een buiging maakte en hun +tegelijkertijd een zilveren blad voorhield. + +„O, drommels”, mompelde Baxter, „ik heb geen visitekaartje bij mij.” + +De president lachte. + +„Een visitekaartje? Neen, mijn waarde, dat is ook niet noodig, maar een +bankbiljet van een pond. Mocht gij er geen bij u hebben, dan ben ik +bereid, u er aan te helpen.” + +Terwijl de inspecteur zijn portefeuille te voorschijn haalde om het +verlangde geld op het blad te leggen, fluisterde hij: + +„Tot welk doel betaalt men hier?” + +„Dat zult gij dadelijk in de zaal wel zien. Ik verzeker u, mijn beste +heer, dat het er heerlijk is.” + +Hij trok Baxter met zich mee. + +De portière van een tweede deur werd weggeslagen, een vleugeldeur +geopend en beide heeren traden een schitterend verlichte zaal binnen, +waar bij de muziek van een kleine kapel verscheiden paren dansten, +terwijl rondom aan de muren uit een menigte nissen het vroolijke lachen +en schertsen van dames en heeren weerklonk. + +Overal brandden roode lampen en stonden rijk bekleede fauteuils. + +Eenige der intiemste plekjes waren door blauw fluweelen gordijnen aan +de blikken der gasten onttrokken, andere waren half of gedeeltelijk +geopend en Baxter zag daarin alleenzittende dames, die hem met haar +waaier wenkten en hem allerliefst toelachten. + +De president scheen hier een bekende persoonlijkheid te zijn. + +„Er moeten hier een paar nieuwelingen zijn”, fluisterde hij den +inspecteur toe. „Luister naar mijn raad en neem niet een der oudjes. +Ziet gij daarginds dat kleine zwartje, dat is een nieuwe. Hoe vindt gij +haar? Of houdt gij meer van blondines met rijpere vormen?” + +Baxter wist van verbazing niet wat hij zou antwoorden. + +Zonder dat hem verder iets werd gevraagd, schoof de president hem naar +een dame en sprak: + +„Lady, het zal dezen heer een genoegen zijn, met u te soupeeren.” + +Hij zelf verdween in een der nissen. + +Toen de inspecteur vele uren later in een cab naar huis reed, had hij +zooveel champagne gedronken, dat hij in de beste stemming zachtjes zong +en eerst toen hij thuis was, herinnerde hij zich, dat hij om 6 uur des +morgens dienst had en dat het nu tien minuten vóór 5 was. + +Zoo goed als het hem mogelijk was, trok hij zijn frack uit en kleedde +zich in zijn dienstjas. + +In hetzelfde rijtuig, dat hem naar huis had gebracht, liet hij zich +naar het hoofdbureau van politie brengen. + +De Vloo had juist een kopje morgenkoffie voor zich staan en een pijpje +gestopt, toen Baxter binnentrad. Hij had moeite, op de been te blijven +en liep waggelend naar zijn schrijftafel. + +„Wel, inspecteur”, riep de Vloo lachend, „waar komt gij vandaan?” + +„Gij moet mij vervangen”, stotterde zijn chef met moeite. „Gij weet +immers, dat ik vergadering had van de Vereeniging voor ontucht van +minnen en gummi-artikelen—en—en—en— — —” + +Marholm lachte luidkeels, maar antwoordde niet. + +„Ik zal u later alles vertellen...... voorloopig moet ik slapen, mijn +lieve Marholm.” + +Hij liet zich door de Vloo naar de kleine kamer naast het bureau +brengen, waar een lederen sofa stond en nauwelijks lag hij, of hij +sliep ook al. + +Marholm echter sprak tot zichzelf: + +„Jammer, dat John Raffles den inspecteur van politie niet heeft gezien; +wat zou hij een pret hebben gehad!” + + + + + + + + +DERDE HOOFDSTUK. + +HET KLAVERBLAD VAN VIER. + + +Lord Edward Lister, of, zooals hij zichzelf noemde, John C. Raffles, +was juist met zijn vriend Charly Brand, die reeds verscheiden jaren +zijn assistent was en den Grooten Onbekende als zijn meester +beschouwde, van een Europeesche reis naar Londen teruggekeerd. + +De deftige kleine villa in Hydepark, welke hij onder den naam van baron +Walkerfield had gehuurd en volgens zijn smaak op voorname manier +ingericht, was door den kamerdienaar, den ouden Joe, op voorbeeldige +wijze onderhouden. + +Met een verheugden glimlach had hij zijn heer ontvangen, die zich +gedurende verscheiden weken in Parijs had opgehouden. + +„Nu zijn wij weer thuis, mijn jongen”, sprak John Raffles tot Charly +Brand. „Ik moet je eerlijk bekennen, dat ik altijd, als ik eenige +maanden uit Londen weg ben geweest, heimwee naar onze stad krijg met +haar rustelooze menschenmassa.” + +Charly Brand zette een nadenkend en zeer ontevreden gezicht. + +„Ik moet zeggen”, sprak hij, een sigaret aanstekende, „dat ik altijd +verlang naar den dag, waarop je mij mededeelt, dat wij Londen gaan +verlaten. Ik sidder op dezen bodem, die altijd gevaar voor jou +oplevert.” + +John Raffles lachte vroolijk. + +„Je bent toch niet bang voor inspecteur Baxter?” + +Hij nam zijn sigarettenkoker en stak er ook een aan. „Mijn beste +jongen, die krenkt mij geen haar. Hij is blij, dat ik hem niets doe.” + +„Wie weet”, antwoordde Charly, „misschien heeft hij je met opzet +jarenlang van een zekere veiligheid laten genieten om er zich op een +goeden dag, als hij ze gevangen heeft genomen, op te kunnen beroemen, +dat het alleen hem, den alom gevreesden inspecteur Baxter van Scotland +Yard, is gelukt, om jou den genialen amateur-roofridder, eindelijk +onschadelijk te maken.” + +„Geloof je dat werkelijk, mijn beste, jongen?” vroeg zijn vriend. „Ik +verzeker je, zoolang als ik op kalme wijze mijn eigenaardige sport +blijf uitoefenen, is mijn beroep absoluut ongevaarlijk. Alleen dan +wordt het een halsbrekend bedrijf, als ik lichtzinnig ga handelen. + +„Dan gebeurt mij precies hetzelfde als dat elken zakenman of burger +passeert: ik ga over den kop!”— — + +John Raffles nam, nadat hij deze woorden had gezegd, aan de groote +empire-schrijftafel plaats en begon een mededeeling te schrijven aan +zijn club, waarvan hij lid was, eveneens onder dien naam van baron +Walkerfield, dat hij weer van zijn reis was teruggekeerd. + +Charly Brand had zich intusschen met de kranten bezig gehouden, welke +juist door den kamerdienaar waren gebracht en las de nieuwstijdingen. + +Toen zijn vriend den brief af had, belde hij en gaf een kamerdienaar +den brief ter bezorging. + +Daarop nam ook hij de kranten en vroeg of Charly iets interessants had +gevonden. + +„Steeds hetzelfde,” antwoordde deze, „dezelfde misdaden, dezelfde +ongelukken, dezelfde sportberichten. Alleen de namen der persoonen +veranderen. Er is niet veel nieuws onder de zon.” + +„Stop!” riep Raffles. „Jij bent nog een onervaren jongmensch, mijn +lieve Charly. Er is een groote massa nieuws, waarvan wij soms niet het +flauwste vermoeden hebben.” + +Hij bladerde daarna de kranten door en sprak daarop, met een blik op +het blad, dat Charly in de hand hield: + +„Je hebt daar zeker het blad, waarin de nieuwtjes staan uit de +Londensche hoogere kringen. Geef het mij eens.” + +Charly Brand blies met aandacht den rook van zijn sigaret in de lucht, +nadat hij zijn vriend het nieuwsblad had gegeven, en sprak: + +„Je bent een eigenaardig mensch, lieve Edward; ieder ander leest eerst +het werkelijk interessante, wat er in de wereld voorvalt: +politiek—eventueele oorlogsberichten en dergelijke. Jij daarentegen— —” + +„Wees maar gerust”, viel John Raffles hem in de rede. „Je jeugd speelt +je alweer parten. Ik verzeker je, mijn jongen, deze schijnbaar droge +berichtjes, die mij vertellen, dat lord X met de dochter van den +Amerikaanschen beurskoning Smith uit Chicago is getrouwd, of dat +mevrouw v. Z. een eisch tot echtscheiding heeft ingediend tegen haar +echtgenoot, of dat de eigendommen van den Schotsen baron Y. zijn +verkocht—al die berichten zijn voor mij veel interessanter dan wat de +kranten verder op uitvoerige wijze hun lezers vertellen. Dat, wat jij +daar leest is voor de alledaagsche groote massa. + +„Maar deze klein gedrukte mededeelingen zijn de werkelijk groote +treurspelen, welke in het geheim worden opgevoerd. + +„Toe, stoor mij nu eens een oogenblik niet.” + +Hij nam de krant en begon te lezen. + +Nauwelijks had hij een paar seconden lang de berichten doorgekeken, of +hij liet plotseling het blad vallen en brak los in een luid gelach. + +Charly Brand sprong verschrikt op en liet zijn sigaret vallen. + +„Wat is er, Edward? Je doet mij werkelijk schrikken!” + +„Neen maar, het is kostelijk, lieve Charly!” riep John Raffles uit. „O, +wat ik hier heb gelezen— —Je moet dit bericht uitknippen.” + +„Allright!” sprak Charly Brand. Hij hield namelijk reeds jarenlang als +secretaris van zijn vriend een archief bij, waarin hij alle berichten +uit de kranten verzamelde, evenals alle mogelijke mededeelingen en +opmerkingen, welke op eenigerlei wijze betrekking hadden op Raffles en +welke hij alle zorgvuldig registreerde. + +John Raffles had het bericht nogmaals gelezen en lachte opnieuw. + +„Zou je mij niet willen vertellen,” vroeg Charly Brand, „waarom je zoo +vroolijk bent? Je schijnt buitengewoon veel plezier te hebben.” + +„Zeker,” lachte John Raffles. „Alleen de Engelsche natie bezit zulke +grappenmakers, zulke komieke lui, onze Falstaffs, zooals Shakespeare ze +heeft geteekend. + +„Een type daarvan is onze politie-inspecteur Baxter! + +„Luister eens, wat hier staat: De Vereeniging ter bevordering der goede +zeden in Engeland vierde eergisteren in hotel Cecilia haar tienjarig +bestaan— —mooi, he?” + +Charly Brand antwoordde glimlachend: + +„Ik heb nog nooit iets gehoord van het bestaan eene dergelijke +vereeniging.” + +„Ik ook niet,” antwoordde Raffles, „en ik had ook nu misschien nog +niets erover gelezen, wanneer een naam mijn aandacht niet had +getrokken. + +„Deze naam is het grappige van de geschiedenis. + +„Luister naar hetgeen hier verder staat: + +„Op den feestavond, waaraan ook werd deelgenomen door den beschermheer +der Vereeniging, den hertog van Norfolk, werd door den president Sir +Edwin Harper, den nieuwen tweeden voorzitter der Vereeniging +geïnstalleerd: den inspecteur van politie Baxter van Scotland Yard— — +—” + +Nu barstte ook Charly Brand in een luid gelach uit, waar zijn vriend +opnieuw mee instemde. + +Daarop riep deze uit: + +„Dat is een mop, zooals men geen betere kan uithalen in de Vereenigde +Koninkrijken! Men moet Baxter zoo goed kennen als wij, om de +geestigheid, die in deze keus ligt opgesloten, te snappen. + +„Deze drinker, om niet te zeggen zuiper, deze Don Juan, deze man, voor +wien deugd eenvoudig niet bestaat— — —die troont nu als president aan +het hoofd van een vereeniging ter bevordering van deugd en +zedelijkheid. + +„Mijn hemel, wat een prachtige geschiedenis! Laat ons verder lezen! + +„Luister: + +„De Vereeniging nam voor het nieuwe jaar de volgende werkzaamheden op +zich: + +„Het indienen van een wetsvoorstel betreffende afschaffing der +onzedelijke advertenties, verscherping der theatercensuur en— — —” + +John Raffles moest plotseling naar lucht happen en riep, terwijl dikke +tranen van het lachen over zijn wangen rolden: + +„Charly, Charly, de minnen zullen worden afgeschaft! De minnen zijn +onzedelijk! Heb je ooit dergelijken nonsens gehoord? Deze mop is bijna +even goed als die, om Baxter te benoemen tot president der Vereeniging— +— —” + +„Hoe kan het mogelijk zijn geweest, dat men hem voor een dergelijke +functie uitkoos?” vroeg Charly Brand. + +Raffles dacht even na en sprak: + +„O, ik geloof, dat die oplossing heel eenvoudig is! Baxter is immer +onze theater-censor en zorgt er, in die hoedanigheid, al sinds jaren +voor, dat wij op het tooneel zoo weinig mogelijk gemeenheden te hooren +en te zien krijgen.” + +„Och,” antwoordde Charly Brand, „daar mankeerde het anders niet aan. Ik +herinner mij nog, een paar maanden geleden in een onzer schouwburgen +dingen gezien en gehoord te hebben, die iemand een blos van schaamte op +de kaken tooveren.” + +„Nu ja,” antwoordde Raffles, „de directeuren zullen wel over de brug +zijn gekomen om toestemming te krijgen, hun stukken op te voeren.—Ja, +ik herinner mij zelfs, dat de inspecteur een liaison had met een dame, +die verbonden was aan een onzer voornaamste variété-theaters. + +„Maar dit heeft natuurlijk niets met zedelijkheid of deugd te maken. + +„Doch nu genoeg. + +„Kleed je aan en laat ons een wandeling in ons geliefde Londen gaan +maken. Ik verheug er mij op, door de straten te flaneeren!” + +„Het is nog een beetje vroeg,” sprak Charly Brand. + +„Je hebt gelijk!” knikte zijn vriend. „Wij kunnen nog wachten totdat +het tijd wordt voor de schouwburgen. Ik stel je voor om den avond door +te brengen in het Lyceum-theater en daarna op echt Engelsche wijze +ergens te gaan eten.” + +Voordat Raffles zijn woning verliet, voorzag hij zich, daar sinds zijn +laatste zaakje zijn uiterlijk bekend was geworden, van een baard. + +Tot dat doel begaf hij zich naar een cabinet naast zijn slaapkamer, +waarin een groote drie dubbele spiegel stond, welke van den vloer tot +aan het plafond van de kamer reikte. + +Daarvoor waren electrische lichten aangebracht, zoodat de Groote +Onbekende, als hij voor den spiegel stond, elke lijn van zijn gelaat +kon onderscheiden. + +Aan den eenen kant van de kamer stond een groote kast, die uit +verschillende deelen bestond en waarin costuums werden bewaard. Als +deze geopend was, meende men, een theatergarderobe voor zich te zien. + +Aan den anderen muur bevonden zich langwerpige kasten, waarin allerlei +soorten schmink en gummimaskers lagen. Verder bevonden zich daarin +allerlei baarden. + +De Groote Onbekende overlegde een tijdlang, voordat hij besloot, welke +verkleeding hij zou kiezen. Daarop ging hij naar de kast en nam het +costuum van een voornaam Chinees eruit. + +Dit had hij met veel andere zaken van zijn laatste reis meegebracht en +er viel niet aan de echtheid te twijfelen. + +Zelfs de naphtalinelucht, die gewoonlijk aan dergelijke kleeren hangt, +ontbrak niet. + +Met de uiterste zorgvuldigheid trok Lord Lister het costuum aan en +vergat zelfs de daarbij behoorende onderkleeren niet. Daarop trok hij +de vilten schoenen aan, die er bij pasten en begon zich te schminken. + +Daar zijn huid van nature bruin was en door de laatste zeereis nog +donkerder dan gewoonlijk was geworden, had hij in het geheel geen +schmink noodig, maar maakte alleen met een zwarte kleurstof zijn +wenkbrauwen iets langer, zoodat hierdoor de stand der oogen schijnbaar +een andere werd. + +Daarop nam hij een in goud gevatten bril, die aan zijn gelaat het +uiterlijk gaf van een Chineesch geleerde. + +Ten slotte zette hij het in China gebruikelijke zwartzijden mutsje op, +waaraan een zwarte staart was bevestigd. Daarop stak hij aan zijn +vingers eenige ringen, nam een waaier in de hand en verliet door een +zijdeur het cabinet. + +Langs een kleine trap kon hij in de gang van het huis komen, zonder de +studeerkamer, waarin Charly Brand zich bevond, door te gaan. + +Toen de Groote Onbekende in de gang stond, opende hij zacht de deur en +belde. Er verliep eenige tijd, daarop werd hem door den ouden +kamerdienaar Joe opengedaan. + +John Raffles amuseerde zich over het verbaasde gezicht, waarmee de +trouwe bediende hem aankeek. + +Nauwkeurig het neusgeluid van een voornamen Chinees nabootsend, sprak +Lord Lister: + +„Ik zij een goed vriend van uw heer baron Walkerfield. Mijn naam is +Su-Ki-Bit-Wou-Wang. Hier mijn kaartje.” + +De bediende nam het kaartje, dat de Chinees hem overhandigde en +antwoordde: + +„Ik kan niet zeggen, Mr. Su-ki Bat Bung”— — + +„Su-Ki-Bit-Wou-Wang”, verbeterde Raffles op nasalen toon. + +De oude, welopgevoede man sprak: + +„Pardon, Sir, de naam is wel een beetje lang en tamelijk moeilijk voor +mij.” + +„O,” sprak Raffles, „wij hebben in China nog veel langere namen. Dit is +maar een heel kleine.” + +„Ik zal eens hooren,” antwoordde de kamerdienaar met een buiging, „of +mijnheer de baron u kan ontvangen.” + +„O,” zei Raffles, „hij zijn een goed vriend— —ik met u mee ga. Hij zeer +blij zal zijn, wanneer hij mij ziet.” + +Joe wist niet, wat hij moest doen. Maar daar het bezoek zeker geen +onaangenaamheden voor zijn heer kon hebben, stond hij toe, dat de +Chinees hem vergezelde. + +Charly Brand sprong verschrikt uit zijn fauteuil op, toen de +kamerdienaar met den Chinees binnentrad. + +„Pardon, Mr. Brand,” sprak de bediende, „deze gentleman zegt, dat hij +een goed vriend van mijnheer den baron is en dat mijnheer zeer verheugd +zal zijn hem te zien.” + +„Ja,” bevestigde Raffles met onuitstaanbaar neusgeluid en met een +vreeselijk accent, „hij heel blij zal zijn, mij te zien. Wij veel te +zamen beleefd hebben in Peking.” + +De kamerdienaar ging heen en de secretaris maakte een beleefde buiging +voor den Chinees en sprak: + +„Mijn naam is Brand. Ik ben de vriend en vertrouwde van baron +Walkerfield!” + +„O, ik dat weten!” antwoordde de Chinees. „Heeft dikwijls de baron +verteld van zijn vriend.” + +„Zeer vleiend voor mij,” sprak Charly. „Mag ik vragen met wien ik de +eer heb?” + +„Zeer goed,” antwoordde de Chinees, „men mij noemen +Su-Ki-Bit-Wou-Wang”. + +Charly Brand maakte weer een buiging. Hij had al het andere verstaan, +alleen den naam van den vermeenden bezoeker niet. + +Hij wees met zijn hand naar een fauteuil en verzocht: + +„Wees zoo goed, plaats te nemen, Sir, totdat mijn vriend komt. Ik +verwacht hem oogenblikkelijk.” + +„Ik zal wachten,” antwoordde de Chinees, terwijl hij plaats nam. + +Charly Brand zag, dat de vreemdeling oplettend in de kamer rondkeek. + +Na eenige minuten van het diepste stilzwijgen sprak de Chinees: + +„Gij wonen zeer mooi hier in Londen. Ik had niet gedacht in China, dat +men hier zooveel als bij ons bij elkaar kon stelen.” + +Pats!— — — + +De stoel, waarop Charly Brand zat, werd minstens een halven meter +achteruitgeschoven. + +Met groote oogen staarde Charly Brand den zoon van het Hemelsche Rijk +aan. + +Was de kerel gek of wat bezielde hem? + +Waarschijnlijk kende hij niet genoeg Engelsch en bedoelde hij een ander +woord voor „stelen”. + +„Gij staat mij zeker toe, Sir, dat ik u verbeter. De meubelen zijn niet +gestolen, maar gekocht.” + +„Ik weten alles,” glimlachte de Chinees. „De meubelen gekocht zijn, +maar het geld, dat ervoor noodig, zijn gestolen.” + +„Sir!” stoof Charly Brand op, „gij bevindt u in het huis van een +gentleman, van een baron!” + +De Mongool glimlachte geheimzinnig en sprak door zijn neus: + +„Ik weten alles! Ik zelf dief ben en gij klein diefje zijn. Gij nog +niet geslepen genoeg zijn!” + +De jonge man wist niet of de grond links of rechts onder hem draaide. +Hij begreep niets van dien geheimzinnigen bezoeker en wist niet, wat +hij moest doen. Zenuwachtig keek hij naar den Chinees, die was +opgestaan en uit een sigarettenétui, dat Raffles had laten liggen, een +sigaret nam. + +Op zijn gemak begon hij te rooken en bekeek onderwijl het kostbare, met +diamanten en robijnen bezette étui. + +Charly Brand werd bleek van schrik, toen de Chinees met zijn vervelend +geluid sprak: + +„Zeer schoon étui, ik zulk werk mooi vinden en meenemen.” + +Op hetzelfde oogenblik had hij het étui in een der zakken van zijn wijd +bruinzijden overkleed laten glijden. + +Nu werd het den secretaris al te erg. Hij ging naar den Chinees toe, +legde zijn hand op diens arm en sprak: + +„Ik hoop, Sir, dat gij schertst. Het étui moogt gij u niet toeëigenen.” + +„O, waarom niet?” vroeg de Chinees op kalmen, onverschilligen toon. „Uw +vriend, Mr. Raffles, kunnen zich immers een nieuw stelen.” + +De jonge man greep den arm van den Chinees met ijzeren vuist beet en +trachtte hem het étui met de vrijgebleven hand weer uit den zak te +halen. + +„Laat mij los!” klonk het dreigend terug, „of gij kunnen vliegen als +een elastieken bal in den hoek.” + +„Vervloekt!” schreeuwde Charly Brand, „een dergelijke brutaliteit heb +ik nog nooit beleefd. Geef het étui terug of ik neem het met geweld.” + +In het volgende oogenblik echter vloog hij als een voetbal midden door +de kamer en viel in een hoek op het tapijt neer. + +Maar als een kat sprong hij weer op, haalde een Browningpistool uit +zijn zak te voorschijn en hield dat den Chinees dreigend voor. + +„Geef het ding terug of ik schiet!” + +„Gij zijt weinig beleefd,” sprak de Mongool, kalm doorrookend. + +„Hoe komt gij ertoe om mij nog te sarren, nu gij u eerst op een manier +hebt gedragen, die u werkelijk het recht beneemt, een ander te +critiseeren? Gij steelt het étui van mijn vriend, gij gooit mij als een +elastieken bal in den hoek en zegt dan nog tegen mij, dat ik niet +beleefd genoeg ben tegenover u.” + +Daar barstte de Chinees plotseling in een luid gelach uit. Charly Brand +keek verbaasd op, want dit lachen kwam hem buitengewoon bekend voor. + +En nu klonk, inplaats van het neusgeluid van den bezoeker de welbekende +stem van zijn vriend, die uitriep: + +„Steek die proppenschieter weer in je zak, mijn beste jongen. Ik heb +maar eens willen zien, of mijn vermomming onberispelijk is. Ik zie, dat +het in orde is en dat jij noch Joe mij hebben herkend!” + +„Ben je het werkelijk?” vroeg Charly Brand en liep aarzelend, nog +steeds het wapen in de hand houdend, naar Raffles toe. + +„Ja, ik ben het werkelijk!” herhaalde deze, „en ik ben blij, dat ik +zulk een schitterend succes had als Su-Ki-Bit-Wou-Wang.” + +„Ongelooflijk!” sprak Charly, „wat zou jij een groot tooneelspeler zijn +geworden, Edward!” + +„Mijn lieve Charly, om een groot tooneelspeler te zijn, is het +noodzakelijk, dat men op de planken staat en beschilderde coulissen van +linnen als milieu heeft. Ik ben van meening, dat men in het werkelijke +leven een veel grooter acteur moet zijn, als men succes wil hebben. + +„Doch maak je nu gereed en steek je in de uniform van een +gardeluitenant, dan gaan wij—” + +Een half uur later verliet het tweetal in een cab de woning van Lord +Lister om zich naar den schouwburg te begeven. + +De Londenaren, die gewend zijn, vreemdelingen te zien, keken gedurende +de voorstelling toch vol belangstelling naar den Chinees, die naast een +gardeluitenant in een loge dichtbij het tooneel zat. + +John Raffles interesseerde zich intusschen het meest voor een zijloge, +waarin een zwartharige dame zat met fonkelende oogen, die blijkbaar in +de beste stemming den naast haar zittenden gentleman pikante dingen in +het oor fluisterde, waarover deze, zonder op zijn omgeving te letten, +luidkeels lachte. + +„Wie is die dame? Ken je haar?” vroeg Charly Brand op zachten toon. + +„Ja!” sprak de Chinees door zijn neus. „Het is een der sterren van ons +Drury Lane theater, Miss Martha Raabe.” + +„En wie is de heer, die naast haar zit?” + +„Ik heb haar den naam een paar keer hooren noemen. Dat is de beroemde +Edwin Harper, de voorzitter der Vereeniging ter bevordering der goede +zeden. Daar ontbreekt Mr. Baxter nog maar aan om een waardig klaverblad +te vormen.” + +„Het zou ook een klaverblad van vieren kunnen worden,” sprak Charly +Brand, „als Baxter ook met een dame kwam!” + +Op dit oogenblik ging de deur open en—politie-inspecteur Baxter trad +binnen in smoking, met een roode anjer in het knoopsgat, terwijl aan +zijn arm zweefde een slanke sylphide met eigenaardige roodblonde +krulletjes, een brutaal wipneusje en met zulke slanke vormen, dat zij +veel overeenkomst vertoonde met een Engelsche rijzweep. + +Ook zij was buitengewoon vroolijk, klopte den inspecteur voortdurend op +den schouder en noemde hem „mijn dikkertje”, terwijl hij haar teeder +met „schatje” aansprak. + +Mr. Harper begroette haar met een vertrouwelijk lachje en hij sprak met +zijn dikke stem: + +„Goeden avond, Miss Hansch.” + +Daarop wendde hij zich tot Baxter, dien hij reeds met jij en jou +aansprak: + +„Zeg eens, doe mij het genoegen, hier naast mij te komen zitten, opdat +Martha niet meer naar die loge daar kan kijken, waar die vervloekte +Chinees zit. Zij stelt, geloof ik, veel te veel belang in de +slangenoogen van dien kerel.” + +„Allright,” antwoordde de inspecteur en nam op den aangewezen stoel +plaats, zoodat zijn arm dien van Raffles bijna aanraakte. + +De tooneelspeelster met de zwarte schitteroogen sprak op eenigszins +beleedigden toon: + +„Je maakt je belachelijk, Edwin, denk je heusch, dat ik verliefd zal +worden op een Chinees?” + +De slanke Miss Hansch lachte spottend en sprak: + +„Nu, hoor eens, jij doet precies alsof Mr. Harper knapper was dan de +Chinees. Ik denk, dat wij het eerst verliefd worden op den persoon, die +het meeste geld heeft.” + +De gentleman wierp haar een woedenden blik toe, dien zij met een +brutaal lachje beantwoordde. + +Daarop sprak hij: + +„Wel, als het op het meeste geld aankomt, dan denk ik mij wel met den +Chinees te kunnen meten. Ik heb Miss Martha vandaag 1000 pond sterling +gegeven.” + +De oogen van Miss Hansch fonkelden van hebzucht, toen zij die hooge som +hoorde noemen. + +„Is dat waar, Martha?” vroeg zij op spijtigen toon. + +„Natuurlijk,” antwoordde deze, „waarvoor is hij anders bankier?” + +Daarop wendde Miss Hansch zich tot Baxter met de woorden: + +„Heb je gehoord, hoe netjes je vriend zich tegenover mijn vriendin +heeft gedragen?” + +De inspecteur knikte toestemmend en sprak: + +„Zeker, mijn kind, hij is bankier en heeft het geld er voor!” + +„Och kom,” lachte het meisje spottend, „met de bankiers is het lang +niet altijd zuiver spel. Ik heb al verscheiden van hen uit Londen zien +verdwijnen, nadat zij den armen menschen hier hun geld afhandig hadden +gemaakt. + +„Ik moet ook zoo eentje zien te vinden. + +„Jij bent gierig. Welk beroep heb je eigenlijk?” + +De inspecteur van politie, die de kleine actrice pas sinds een paar +dagen kende, durfde haar zijn werkelijke betrekking niet noemen en daar +hij niet wist, wat hij zou antwoorden, sprak hij: + +„Ik ben president!” + +Beide dames keken hem met scherpe blikken aan, daarop sprak Miss +Hansch: + +„Wat voor een soort van president?” + +„Dat komt er niet op aan,” antwoordde Baxter. + +„Ja,” lachte Harper, „als je dat zoudt hooren, zou je vreeselijk +schrikken en misschien hard wegloopen.” + +„Zoo?” lachten zij beiden, „is hij misschien president van de +rechtbank?” + +„Och, vraag toch niet verder,” weerde Baxter af, „kijkt nu naar de +voorstelling en dan gaan wij soupeeren.” + +„Zeg”, vroeg Miss Raabe haar vriendin, „heb jij wel eens een verhouding +gehad met een Chinees?” + +„Neen,” antwoordde de andere, „jij?” + +„Ik zou het graag eens willen,” antwoordde Miss Raabe. „Als men dan +valsch haar noodig heeft, neemt men er doodeenvoudig de vlecht van den +Chinees bij! die zou verrukkelijk bij mijn haar passen.” + +„Houdt op met die flauwe aardigheden!” riep Harper uit, „jelui bent +niet erg beleefd. Sinds ik je vandaag dat geld heb gegeven, schijn je +te denken, dat je mijn vriendschap niet meer noodig hebt.” + +Miss Raabe lachte. + +„Wat is 1000 pond!” sprak zij. „Ik had verleden jaar een vereerder, met +wien ik in Monte Carlo en Nizza ben geweest, die heeft mij zijn geheele +vermogen vermaakt.” + +„En wat is er van dien man geworden?” vroeg Baxter. + +„Hetzelfde, wat ik met het geld deed. Beide gingen aan den rol. Hij is +nu ergens in Amerika als glazenwasscher. + +„Maar dezen keer ben ik verstandiger. Ik laat het geld niet weer door +mijn vingers gaan en als ik 10.000 pond bij elkaar heb, ga ik stil +leven als een voorname dame.” + +„Wel”, knikte de bankier, „die 10,000 pond zal je wel gauw bij elkaar +hebben. Van mij alleen heb je tot dusverre 7000 gehad.” + +„7000 pond? Drommels, dat is veel geld!” + +„Hij heeft het er immers voor,” lachte het meisje, „hij is immers +bankier!” + +Bij die woorden maakte zij de beweging van iemand, die geld wegneemt, +zoodat de drie anderen lachten. + +„Een net klaverblad,” fluisterde Charly Brand, wien geen woord van het +gevoerde gesprek was ontgaan. + +Zijn vriend knikte toestemmend. + +Toen John Raffles den schouwburg verliet, sprak hij tot Charly Brand: + +„Mijn beste jongen, wil je wel gelooven, dat men Londen werkelijk een +dienst bewees, wanneer men die Vereeniging ter bevordering der +zedelijkheid eens ging ontleden? + +„Die Vereeniging moet ontbonden worden, men moet de leden ontmaskeren. + +„Men walgt letterlijk, als men bedenkt, dat dit de mannen zijn, die +zedepreeken houden voor het volk. Met deze beide broeders moet ik mij +nader bezighouden.” + +Daarop gingen zij soupeeren en reden al vroeg naar huis terug. + +Voordat de Groote Onbekende zich ter ruste begaf, sprak hij: + +„Ik heb een schitterend plan gemaakt en zal voorloopig als Chinees in +Londen leven. + +„Onthoud goed mijn naam: Su-Ki-Bit-Wou-Wang!” + + + + + + + + +VIERDE HOOFDSTUK. + +SU-KI-BIT-WOU-WANG IN DE KAST. + + +Het was den volgenden morgen tegen tien uur, toen bij bankier Harper, +die een kleine zaak had in de Regentstreet, de boekhouder een kaartje +afgaf, dat de bankier eenige seconden bekeek. + +Eindelijk spelde hij: Su-Ki-Bit-Wou-Wang. + +Een vage voorstelling van een Chinees, die den vorigen avond in een +loge naast hem had gezeten, vloog door zijn hoofd. + +Tegelijkertijd kwam een gevoel van jaloerschheid in hem op, daar zijn +geliefde, Miss Raabe, te veel belang in den Mongool had gesteld. + +Hij dacht eenige oogenblikken na, of hij den man zou ontvangen of niet +en besloot toen tot het eerste. + +„Su-Ki-Bit-Wou-Wang!” stelde de Chinees zich voor in zijn nasaal +Engelsch, toen hij tegenover Harper stond. + +„Ik komen uit Peking.” + +De bankier fronste de wenkbrauwen en wierp den bezoeker een niet zeer +vriendelijken blik toe. + +Het was werkelijk de man, aan wien hij zich in den schouwburg had +moeten ergeren. + +„Wat wenscht gij van mij?” vroeg hij op korten toon. „Het is beurstijd +en ik heb het zeer druk.” + +„O, dat niets hindert,” sprak de Chinees. „Bij ons in Peking wij doen +alle zaken gedurende de beurs. Wij daar hebben veel tijd!” + +„Dat is best mogelijk,” antwoordde Harper. „Wij in Londen hebben zeer +weinig tijd. Zeg mij in korte woorden wat gij wenscht!” + +De zoon van het Hemelsche Rijk maakte een buiging en sprak: + +„Ik vernemen, dat gij president van de schoone Vereeniging der +bevorderde zedelijkheid en deugd. Ik zou willen verzoeken, als +vreemdeling, in de Vereeniging te worden opgenomen.” + +„Dan moet gij u tot den tweeden voorzitter wenden,” antwoordde Harper +onvriendelijk. „Hij moet voor dergelijke dingen zorgen.” + +„Hoe heeten de tweede president?” + +„Politie-inspecteur Baxter van Scotland Yard.” + +„Ik dank u zeer, maar ik niet weten de adres van dezen man. Ik u +verzoeken, mij eenige regels voor dien man mee te geven.” + +Harper, die blij was, dat hij den onwelkomen bezoeker zoo gauw mogelijk +weer kwijt raakte, nam een blad papier, schreef het adres en een paar +woorden erop, met verzoek aan Baxter om den Chinees voor het volgende +diner der Vereeniging, dat weer op Donderdag in hotel Cecilia gehouden +zou worden, een uitnoodigingskaart te verstrekken. + +Met veel buigingen ging de Chinees heen en Harper begaf zich naar de +beurs. + +Hij speculeerde den laatsten tijd op zeer twijfelachtige wijze om te +trachten zijn inkomsten te vermeerderen, daar, ten gevolge van zijn +levenswandel, zijn kas zeer gedund was. + +De Chinees was intusschen naar het hoofdbureau van politie gegaan en +verwekte daar groot opzien bij de beambten. + +Baxter was juist in het bureau gekomen en daar hij zware hoofdpijn had +wegens te weinig slaap, trachtte hij zijn slechte bui te koelen op zijn +secretaris Marholm. + +Deze luisterde doodkalm naar de scheldwoorden van zijn chef en stopte +zijn kort pijpje, alsof hij niets van al het gevloek van Baxter hoorde. + +„Wat is er voor nieuws?” vroeg hij de Vloo op barschen toon. + +„Dat wilde ik u juist vragen,” antwoordde Marholm. „Gij ziet eruit, +alsof gij heel wat te vertellen hebt.” + +„Houdt uw b....!” brulde Baxter. „Ik heb geen zin om flauwe aardigheden +aan te hooren.” + +„Dat is ook niet noodig, inspecteur,” antwoordde de secretaris. „Gij +schijnt flink katterig te zijn!” + +„Wat gaat u dat aan?” + +„Met uw verlof, heel veel! Gij schijnt mij als een soort zondebok te +beschouwen. Raas en tier tegen iemand anders, alstublieft. Uw gevloek +maakt op mij geen indruk!” + +„Wilt gij mij de les lezen?” vroeg Baxter op scherpen toon. + +„De hemel beware mij! Ik denk er niet aan,” antwoordde de Vloo. „Dat +zou vergeefsche moeite zijn.” + +„Sir!” stoof Baxter weer op, zijn oogen woest latende rollen. + +Als antwoord blies de Vloo hem een dikke rookwolk in het gezicht. + +Daar trad een politie-agent binnen en meldde: + +„Een Chinees wenscht inspecteur Baxter te spreken.” + +Vol verbazing keek Baxter den agent aan. + +„Een Chinees? Wat moet die hier doen?” + +De agent haalde de schouders op en Marholm mompelde iets. + +„Breng den Chinaman hier!” beval de chef. + +Eenige oogenblikken later trad de Chinees het bureau binnen, neeg +driemaal en sprak in de bloemrijke taal van zijn land: + +„Ik zie de zon opgaan en voel mij gelukkig, den hoogen politiemandarijn +van Londen, de geweldige vuist van het Engelsche Rijk, voor mij te +zien. O, ik mij voelen zeer gelukkig!” + +„Wat is dat voor gekkentaal?” sprak de Vloo en keek den vreemdeling vol +belangstelling aan, die op iemand, dien hij kende, scheen te gelijken. +Tevergeefs bedacht hij echter, wie het kon zijn. + +Ook Baxter kwam de Chinees bekend voor. + +De vele champagne van den vorigen nacht had alle herinnering van het +theater bij hem uitgewischt. + +Maar hij sprak: + +„Ik moet u reeds meer hebben gezien, Mister—” + +„Su-Ki-Bit-Wou-Wang uit Peking!” + +„Juist, Sir Stucki-Kit-Sting-Stang,” antwoordde Baxter. + +„No, no,” verbeterde de Chinees, „Su-Ki-Bit-Wou-Wang! Geen mensch hier +in Londen mijn naam kan uitspreken.” + +„Ja,” lachte de Vloo, „daar is ook groote vaardigheid voor noodig.” + +Baxter stelde voor om den naam af te korten en eenvoudig Mister Wang te +zeggen. + +Nu overhandigde de Chinees hem den brief van Sir Harper. + +„Allright!” antwoordde Baxter, nadat hij hem had gelezen. „Hier hebt +gij een kaart, het zal ons een groote eer zijn, u als onze gast bij ons +te zien.” + +De Chinees glimlachte gevleid en antwoordde: + +„O, ik hopen, dat daar nog meer zijn zulke schoone dames.”— — + +„Dames?” + +Baxter kreeg een schrik. Nu herinnerde hij zich plotseling, dat hij den +zoon van het Hemelsche Rijk in den schouwburg had gezien. + +„Ja, dames,” knikte de Chinees. „Ik u immers gisteravond zag met dames, +met zeer schoone dames in den schouwburg.” + +Baxter werd rood. Hij had den Mongool graag een oorvijg gegeven. + +„Gij vergist u, dat waren onze dames niet,” antwoordde hij, om zijn +figuur tegenover de Vloo te redden. + +„O, ik begrijpen,” glimlachte de Chinees, „dat waren gekochte dames, +niet echtgenooten. O, ik zoo graag weten wilde, hoe duur zulke dames +zijn!” + +„Juist,” sprak Baxter, die begreep, dat Marholm vol inwendig genoegen +zat te luisteren, „nu herinner ik mij eerst, wat gij bedoelt. Het was +mijn zuster en de echtgenoote van een mijner vrienden, die met ons in +de loge zat.” + +„Zeer schoone zuster, zeer schoone vrouw! Nu, ik wil niet verder +storen, ik gaarne weerkomen aanstaanden Donderdag. Tot weerziens!” + +„Tot weerziens!” sprak Baxter en herademde, toen de onaangename +bezoeker eindelijk het bureau verliet. + +Nauwelijks was de deur achter hem gesloten, of de Vloo vertrok zijn +gelaat tot den breedsten glimlach, dien hij te voorschijn kon brengen. + +„Waarom grijnst gij zoo?” vroeg zijn chef, die dit lachen kende. + +„Waarom zou ik niet grijnzen?” antwoordde Marholm, „ik amuseer mij!” + +„Hopelijk niet over mij!” barstte Baxter los. „Ik bedank daarvoor.” + +„Gij moet u niet alles dadelijk zoo aantrekken,” sprak de Vloo, „ik had +nooit gedacht, dat gij zoo aantrekkelijk waart!” + +De chef rolde met zijn oogen en daar Marholm kalm en behaaglijk bleef +glimlachen, sloeg hij met de vuist op tafel en schreeuwde: + +„Wilt gij nu eindelijk eens ernstig kijken?” + +„Ik denk er niet aan,” antwoordde de Vloo, „in de dienstvoorschriften +staat nergens, wat voor een gezicht men moet zetten!” + +„Vervloekte kerel!” riep Baxter uit en toen hij Marholm nog steeds +vroolijk zag lachen, sprong hij van zijn stoel op en sprak: + +„Als gij nu nog doorgaat met uw gegrijns, gooi ik u de deur uit!” + +„Gelukkig!” zuchtte de Vloo, „ik verlang onuitsprekelijk naar frissche +lucht! Gij riekt namelijk naar—” + +„Wat zegt gij, ik riek?” schreeuwde Baxter, hem in de rede vallend. + +„Ja, zeker,” bevestigde de secretaris. „Gij schijnt flink katterig te +zijn! De Chinees schijnt u gisteravond goed opgenomen te hebben. +Gelooft gij zelf iets van die vrouw en zuster?” + +„Wat? Of ik daaraan geloof? Gij hoordet immers, dat ik het zelf +vertelde!” + +„Dat is immers juist het grappige”, lachte Marholm. „Gelooft gij, wat +gij zelf hebt verteld?” + +„Ik geloof altijd, wat ik zelf vertel”, riep de inspecteur vol trots +uit. + +Inplaats van te antwoorden, vertrok Marholm weer zijn gelaat tot dien +breeden grijns, die Baxter woedend maakte. + +Weer barstte hij los en verbood Marholm te lachen. + +Daar de Vloo echter geen aanstalten maakte, om ernstig te kijken, kon +Baxter zich niet meer bedwingen en schreeuwde: + +„Ik ontsla u zoolang uit den dienst, totdat gij weer een ernstig gelaat +vertoont. + +„Er uit!” + +De inspecteur had nauwelijks het laatste woord gesproken, of Marholm +sprong zoo vlug mogelijk van zijn stoel op, greep zijn hoed en snelde +naar de deur. + +Daar keerde hij zich nog eens om en vertoonde, voordat hij het bureau +verliet, den chef van politie zijn breedlachenden mond en met een +knipoogje, dat veelbeteekenend was, nam hij afscheid van Baxter. + +De deur viel achter hem in het slot en—dat was geen oogenblik te vroeg, +want Baxter had een inktpot opgenomen en hem dien nagegooid. + + + +Ook John Raffles had met een veelzeggend glimlachje het hoofdbureau van +politie verlaten. + +Hij nam een cab en reed naar het Drury Lane theater. + +Nadat hij den portier een fooi had gegeven, vernam hij van dezen het +adres der actrice Miss Raabe. + +Hij gaf den koetsier den naam der straat en het nummer op en bevond +zich een kwartier later voor het kleine huis met één verdieping, waar +een voorname rust heerschte. + +Lord Lister behoefde niet lang te wachten. Een aardig kamermeisje vroeg +hem, wat hij wenschte en glimlachte vroolijk bij het zien van den +Chinees. + +John Raffles gaf ook haar zijn Chineesch visitekaartje, waarmee zij +verdween. + +Reeds de vestibule, waarin Raffles zich bevond, getuigde ervan, dat de +bewoonster van het huis een uitstekenden smaak moest hebben, gepaard +gaande aan grooten rijkdom, of wel, en Raffles wist, dat dit laatste +het geval was, dat zij schatrijke aanbidders had. + +Terwijl hij de meubelen en curiositeiten bewonderde, die de vestibule +versierden, kwam het kamermeisje terug en sprak: + +„Miss Raabe verzoekt u, binnen te komen.” + +Zij geleidde den bezoeker langs een trap naar boven en liet hem binnen +in een boudoir, waaraan een grooten muzieksalon grensde. + +Hier heerschte buitengewone weelde, die bijna iets parvenuachtigs had. + +Nauwelijks was de Chinees het boudoir binnengegaan, of hij hoorde het +ruischen van een zijden sleep in het muzieksalon en een oogenblik later +trad Miss Raabe in een met kanten bezet ochtendkleed binnen, dat haar +lichaam als een glinsterende elastieke slangenhuid gaf. + +Onmiddellijk herkende zij den Chinees uit het Lyceumtheater van den +vorigen avond en, terwijl zij glimlachend haar sneeuwwitte goed +verzorgde tanden liet zien, riep zij uit: + +„O, dat is charmant, Mr. Jucki-Bit! Ach kom! Die naam is prachtig, ik +zal u eenvoudig Mr. Jucki noemen— —Mijn lieve Mr. Jucki, ik ben zeer, +zeer verheugd, kennis met u te maken en ik hoop, dat gij voldoende +Engelsch verstaat, om elkaar te kunnen begrijpen.” + +„O, zeer zeker, wij elkaar zullen begrijpen,” antwoordde Raffles, „en +als gij niet mijn Engelsch verstaat, zult gij mijn Chineesch wel +begrijpen. In de liefde Engelsch en Chineesch volkomen gelijk zijn. Ik +ben zeer vol geestdrift voor uw schoon gelaat!” + +„Zoo?” glimlachte Miss Raabe gevleid, „maar gij hebt gelijk! Mr. +Harper, een goed vriend van mij, zei onlangs, dat mijn gelaat een +ongeschreven gedicht was.” + +„Nu, dat betwijfelen ik moet. Men ziet lijnen, waarop een gedicht te +schrijven men zou kunnen!” + +„Foei, hoe hatelijk!” riep Miss Raabe uit met een koket lachje. + +„Ik weet, dat ik ben hatelijk, maar daarvoor is mijn geld zeer goed,” +antwoordde de Chinees. „Men houden daarom van mij veel en zeggen, dat +ik een zeer net mensen zijn. Gij zult dat ook nog van mij zeggen.” + +Miss Raabe keek hem met een smachtenden blik aan en lispelde: + +„Als gij heel lief voor mij wilt zijn! Maar gij moet mij niet te lang +laten wachten, anders zeg ik het tegendeel. Voor alles, mijnheer, ben +ik dol op brillanten.” + +„Daarmee kan ik van dienst zijn!” antwoordde Raffles, „ik niets ken van +brillanten, maar ik goede cheques heb en daarvoor mijn vriendinnen +brillanten kunnen koopen. Dan kunnen zij mij niet verwijten, wanneer +zij door Engelsche koopmannen bedrogen worden.” + +„Gij hebt gelijk.” knikte de schoone. „Hebt gij misschien toevallig +zoo’n cheque bij u?” + +„Ik die dragen altijd bij mij. Zouden gij gaarne een willen hebben?” + +Miss Raabe antwoordde zuchtend. + +„Ja, mijnheer, ik verlang er naar. Maar gij schertst zeker?” + +„O neen,” verzekerde de Chinees, „ik schertsen niet over zulke +onderwerpen,” en met de onverschilligheid van iemand, die over +millioenen beschikt, haalde hij zijn chequeboek uit zijn zak en vroeg: + +„Hoe groot wenschen gij, vriendin van mijn hart, een cheque?” + +Miss Raabe keek haar bezoeker verbaasd aan. Een dergelijke +edelmoedigheid was haar vreemd. Zij wist niet, wat zij zou antwoorden. + +Maar de Chinees kwam haar te hulp en sprak: + +„Ik denken, dat een net brillanten sieraad zullen kosten 1000 pond +sterling?” + +De hebzucht ontwaakte in Miss Raabe. + +Iemand, die haar zonder slag of stoot 1000 pond sterling wilde geven, +zou ook meer voor haar over hebben. + +„Ik merk wel, dat gij nog geen brillanten sieraden hebt gekocht, Mr. +Jucki, anders moest gij weten, dat men voor een dergelijk bedrag geen +mooie steenen koopt.” + +„Gij gelijk hebben,” sprak de Chinaman, „ik werkelijk in mijn leven nog +nooit brillanten gekocht hebben.” + +Met deze woorden sprak de Groote Onbekende de waarheid, want alle +brillanten, die hij tot dusverre had bezeten, had hij den eigenaar +afgenomen. + +„Mooi”, sprak hij, „zeg dan, hoeveel geld men noodig voor brillanten.” + +Miss Raabe was dicht naast den Chinees gaan zitten en zijn hand +streelende, sprak zij: + +„Mijn lieve, bruine Jucki— —nietwaar, gij zijt immers mijn lieve, +bruine Jucki? Reeds gisteren in den schouwburg stelde ik belang in u en +bewonderde uw mooie zwarte vlecht.” + +Zij streek met haar zachte hand over den gitzwarten glanzenden haartooi +van haar nieuwen vriend. + +„Ik wilde weten, hoeveel kosten brillanten!” + +„Ja, ziet gij, mijn lieve Jucki, ik weet niet, of gij genoeg van mij +houdt. Ik heb een aanbidder, die mij 10,000 pond sterling heeft +beloofd, als ik hem mijn liefde wilde schenken!” + +„Beloofd!” riep Raffles uit, „ik niet beloven, maar geven!” + +„Hij heeft mij al 7000 pond gegeven, lieve Jucki!” + +Zij liet reeds het woordje „Mister” weg, wat de Groote Onbekende met +genoegen opmerkte. + +„O, ik u ook kan geven zooveel en nog meer. Ik u geven wil een cheque +op de Bank van Peking van 10,000 pond sterling, als de schoone miss mij +wil schenken haar liefde.” + +Zij reikte hem haar hand, die schitterde van de juweelen en sprak: + +„Geef mij uw cheque en ik zal zooveel van u houden, dat gij niet naar +China wenscht terug te keeren.” + +„Allright, Miss Raabe,” sprak de Chinees, „hier is mijn cheque.” + +Hij vulde een formulier in en gaf het haar. + +Nauwkeurig las zij het en vroeg: + +„Moet ik de cheque naar de Bank van Peking zenden?” + +„Gij hem niet moeten zenden. Gij kunnen cheque geven aan Engelsche Bank +en na vier weken geld laten uitbetalen. De Bank zullen zich het geld +van Peking laten komen.” + +„Dat is lang,” antwoordde Miss Raabe, „vier weken! dan moet gij ook nog +vier weken wachten voordat ik u mijn liefde schenk.” + +„Ik gaarne wachten,” sprak de Chinees, „ik echter hoop, u te mogen +bezoeken.” + +„O ja,” lachte Miss Raabe, „dat moogt gij. Ik sta u zelfs toe, mij naar +den schouwburg te vergezellen, soupers voor mij te bestellen, gij moogt +met mij gaan wandelen en kleine rekeningen, die ik hier en daar in +winkels heb, voor mij betalen.” + +„Ik met grootste genoegen dat doen zullen”, antwoordde John Raffles. + +Op dit oogenblik hoorde men het getoeter van een auto voor het huis en +Miss Raabe snelde naar het raam. + +Nauwelijks had zij een blik naar buiten geworpen, of zij sprak zeer +ontsteld: + +„O mijn hemel, wat moet ik nu doen! Daar komt mijn vriend Mr. Harper en +wanneer hij u en mij hier samenvindt, zou hij u uit jaloezie misschien +doodschieten.” + +De Chinees sprong verschrikt op en riep: + +„O neen, laat mij niet doodschieten! Ik zeer bang zijn daarvoor!” + +Men hoorde reeds de huisdeur open- en dichtgaan en er was niet veel +tijd te verliezen. + +Gejaagd sprak Miss Raabe: + +„Kom gauw mee, gij moet u verbergen in mijn kleerkast. Ik heb daar een +schuilplaats laten aanbrengen, waar niemand u kan vinden.” + +Zij voerde hem door het salon, waaraan haar slaapkamer grensde en +hierdoor naar een kleedkamer, waarin aan den muur een groote kleerkast +met drie deuren stond. + +Zij opende echter geen dezer deuren, maar drukte aan een der zijkanten +op een lijst en geruischloos opende zich een smalle deur, die echter +juist breed genoeg was om een mensen van gewonen omvang door te laten. + +Daarachter bevond zich een geheel afgescheiden ruimte, waarin zelfs een +zitplaats was aangebracht. + +„Hier moet gij wachten, mijn lieve Jucki, totdat ik er u weer uitlaat.” + +„De zaak er gevaarlijk uitzien”, meende de Chinees; „maar ik hopen, dat +gij mij niet te lang zullen laten wachten. Is Mr. Harper werkelijk zoo +gevaarlijk een man?” + +„Zeer gevaarlijk, mijn lieve Jucki! Haast u nu, ik hoor hem al in het +salon.” + +In het volgende oogenblik bevond Raffles zich in de kast en nauwelijks +was de deur achter hem gesloten, of hij hoorde door de dunne houten +deur de woedende stem van Harper: + +„Waar zit je eigenlijk?” + +„In mijn kleedkamer”, antwoordde Miss Raabe. „Waarom schreeuw je zoo? +Je gedraagt je sinds eenigen tijd niet zeer „gentlemanlike”.” + +De bankier was binnengekomen en keek met wantrouwende blikken om zich +heen. + +„Ben je alleen?” vroeg hij. + +„Natuurlijk! Wat beteekent die gekke vraag?” + +„Omdat ik weet, dat je bezoek hadt!” + +„Bezoek?” vroeg zij, zacht lachend. „Ik geloof, dat je spoken ziet!” + +„Spoken? Dan zeker van vleesch en bloed! Waar is de man, die je heeft +bezocht?” + +„Houd nu toch op! Als ik je zeg, dat er niemand bij mij is, dan is dat +zoo!” + +John Raffles hoorde, hoe Harper naar de kleerkast ging en die opende. + +„Wat zoek je onder mijn kleeren?” vroeg de schoone. „Interesseeren mijn +rokken je? of wil je je er persoonlijk van overtuigen, dat mijn +toiletten, zooals ik je reeds herhaaldelijk vertelde, noodig moeten +worden verbeterd? Je moest mij een paar nieuwe koopen bij Peter +Robinson! Ik heb iedere japon al gedragen en zou graag weer eens nieuwe +costuums willen hebben.” + +Harper had de kleeren op zij geschoven en ging nu naar het met zware +zijden damastgordijnen behangen bed, dat hij eveneens doorzocht. + +Zij lachte opnieuw hoonend en met een woedende stem sprak hij: + +„Ik heb in je salon het bewijs gevonden, dat er iemand bij je is, wil +je nog ontkennen?” + +„Bah!” antwoordde zij en haalde minachtend de schouders op. + +„Ik ben zeer nieuwsgierig, wat je gevonden hebt.” + +„Kijk,” sprak hij en hield haar het visitekaartje van den Chinees voor +de oogen, „ken je dit kaartje?” + +„Ach— —dat— — —” antwoordde zij langzaam, „natuurlijk ken ik dat +kaartje. Die malle Chinees kwam vanmorgen, maakte mij zijn opwachting +en ik was blij, toen ik hem weer kwijt was. Je ziet dus, dat ik op nog +meer mannen indruk maak dan op jou!” + +„Tart mij niet!” schreeuwde hij woedend, „of ik zou mijzelf kunnen +vergeten. Is het werkelijk waar, dat de Chinees niet meer bij je is?” + +Weer antwoordde zij minachtend: „Bah!” en vervolgde: + +„Ik zou niet weten, waarom ik de aanwezigheid van dien heer, als hij +nog hier was, zou verzwijgen. Ik ben je daarover toch geen rekenschap +verschuldigd!” + +„Zoo?” sprak hij. + +„Is het kapitaal, dat ik tot heden aan je heb opgeofferd, niet de +moeite waard?” + +„Je hebt niets aan mij opgeofferd, want het geld behoort aan je vrouw,” +sprak zij op ijskouden toon. + +„Bewijs mij eerst, dat je inderdaad een offer voor mij kunt brengen.” + +Hij drukte haar arm zoo hartstochtelijk tegen zich aan, dat zij een +kreet van pijn gaf. Daarop haalde hij een pakket uit zijn borstzak, dat +1000 pond aan bankpapier bevatte en riep uit: + +„Zottin, geloof je werkelijk, dat ik geen offer voor je zou kunnen +brengen? Hier, neem dit geld! Je verlangdet 10,000 pond van mij. 7000 +heb ik je al gegeven en wel, zooals je weet, het geld van mijn vrouw. + +„De rest hoopte ik te winnen door beursspeculaties, maar dat is +mislukt. + +„Om echter aan je wenschen te voldoen, heb ik de gelden van mijn +cliënten uit mijn brandkast genomen en voor je meegebracht. Je ziet +dus...” + +Zij vlijde zich nu tegen hem aan als een groote witte kat en, +liefkoozend fluisterend, sprak zij: + +„Ik wist het wel, dat je liefde grenzeloos is. Nu zal je vanavond de +belooning ervoor krijgen. Ik zal je zoo lief hebben als nog geen enkele +vrouw het heeft gedaan. + +„Kom, laat ons nu gaan soupeeren! + +„Ik zal al je zorgen verdrijven en het geld, dat je je cliënten hebt +onteigend, zal je wel gauw terug verdienen.” + +Zij trok Harper, die nog eens met onderzoekende blikken rondkeek, in +het salon en begaf zich met hem naar een kleine eetkamer aan de +achterzijde van het huis. + +Nauwelijks had het tweetal de kamer verlaten, of Raffles opende de kast +van binnen en trad er uit te voorschijn. + +Zacht sloop hij door de slaapkamer rond en ontdekte naast het bed een +kleine ijzeren geldkist, die geopend was en waarin brillanten van +groote waarde lagen. + +Daarin lag ook, in kleine pakjes verdeeld, een bedrag van bijna 10,000 +pond, die Miss Raabe zelf bewaarde, daar zij een hekel aan Banken had. + +Later vernam Raffles, dat zij zoo slecht schreef, dat zij zich geneerde +om haar naam onder een cheque te plaatsen en om die reden het geld +thuis bewaarde. + +Met onderzoekende blikken bekeek Raffles dit alles en mompelde: + +„Het is de moeite waard, met deze kleine een liefdesgeschiedenis te +beginnen; een dergelijke gevaarlijke slang moet onschadelijk worden +gemaakt.” + +Een geluid in de eetkamer deed hem haastig in de kast terugkeeren. + +Toen hij er weer in zat, ontdekte hij, dat een roset van het +houtsnijwerk verschoven kon worden, zoodat men in de kamer kon kijken. + +Harper en zijn geliefde kwamen weer binnen en hij kon duidelijk zien, +hoe de schoone het geld in het kistje borg. + +Daarop verlieten zij de kamer weer. + +De Groote Onbekende hoorde Harper zeggen: + +„Ik zal dus precies om zeven uur bij je zijn en verzoek je, mij niet +lang te laten wachten. Wij zullen naar het Criterium-Theater gaan. En +dan moet ik in elk geval tegen 10 uur een uurtje naar de vergadering.” + +„Ach ja,” antwoordde zij, „ik heb er mij al op verheugd. Er moet een +mooie klucht worden gegeven. Ik blijf natuurlijk in den schouwburg!” + +Zij glimlachte spottend, wat hij niet opmerkte. + +Hierna verlieten zij de kamer en Raffles wachtte geduldig op de dingen, +die zouden komen. + +Ongeveer tien minuten later werd de geheime deur door de geliefde van +den bankier geopend. + +Zij keek hem schalksch aan met haar zwarte oogen en met een overmoedig +lachje riep zij: + +„Ik heb den ouden gek naar huis gestuurd. Hij had geen honger en nu +moet gij met mij soupeeren, mijn lieve Jucki”. + +Zij sloeg haar arm om Raffles’ hals en trok hem met zich mee. + +„Zeer schoone hand, zeer schoone arm,” fluisterde de Chinees, +schijnbaar vol verrukking. „Ik houden van schoone vrouwenarmen.” + +„Allright!” lachte zij, „als je heel lief bent, laat ik je na het +souper mijn geheelen arm zien.” + +„Zeer groote kostbaarheid voor mij zal dat zijn!” + +„Je bent een vleier,” antwoordde zij, „maar kom nu. Ik heb honger. Nu +zullen wij ongestoord zijn!” + +Terwijl zij den bouillon dronk, die door het kamermeisje was gebracht, +sprak zij: + +„Hij is namelijk getrouwd, mijn vriend, dien ik wegstuurde. Hij heeft +een oude, gierige vrouw en als hij niet stipt om 2 uur aan tafel +verschijnt, maakt zij hem het leven tot een hel. + +„Ben jij ook getrouwd, lieve Jucki? Ik vind getrouwde vrouwen +afschuwelijk!” + +„Ik ook,” antwoordde de Chinees. „Ik vinden een vrouw heel akelig. Wij +in China meer vrouwen hebben.” + +„Zoo,” antwoordde zij op scherpen toon, „maar als je mijn vriend wilt +worden, mag je geen tweede vrouw hebben. Ik wil je alleen liefhebben, +ik verzeker je, dat jij de eenige man bent, dien ik liefheb!” + +„Gij mij maken zeer gelukkig,” fluisterde de Chinees. „Maar gij zijn +een kleine slang. Alle vrouwen kleine slangen zijn, zoolang men ze niet +opsluit. Wij in China onze vrouwen opgesloten houden.” + +„Hier in Londen bestaat dat niet,” legde zij hem uit, waarop hij +antwoordde: + +„Zeer dom is dat!” + +Nadat zij hadden gesoupeerd, sprak zij: + +„Lieve Jucki, nu moet je gaan. Morgenochtend tusschen 11 en 1 kun je +terugkomen. Dan is „hij” altijd naar de beurs en zoodra ik het geld heb +van de Bank mag je bij mij komen wonen. Ik bekommer mij dan niet meer +om den ouden kaffer.” + +„Allright, Lady,” antwoordde hij opstaande, „ik nu zal gaan en +terugkomen.” + +Zij gaf hem glimlachend een hand ten afscheid, die hij voorzichtig +kuste. Ter verontschuldiging sprak hij: + +„Wij Chineezen het kussen niet verstaan.” + +„Ik zal het je leeren!” sprak zij, terwijl zij hem tot de voordeur +vergezelde— — — + +Zeer voldaan over zijn bezoek keerde John Raffles naar huis terug en +sprak tot Charly Brand, die hem vroeg, waar hij was geweest: + +„Ik heb de Vereeniging ter bevordering van ondeugd en onzedelijkheid +bestudeerd. + +„Ik was op het hoofdbureau van politie en heb bij een demi-mondaine +gesoupeerd. + +„Ik verzeker je, mijn lieve Charly, het wordt een prachtig zaakje, dat +ik op touw heb gezet! Daaruit zou een uitstekend comediestuk te maken +zijn!” + + + + + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK. + +DE MOORDENAAR. + + +Mr. Harper bezat in het westen van Londen een eenvoudige, bescheiden +woning. + +Mrs. Harper, een magere slanke vrouw, met verwelkte trekken, zat met +haar twee kinderen, een jongen en een meisje van 6 en 8 jaren, aan de +eenvoudig gedekte tafel en wachtte tot de bankier thuis kwam. + +Misschien reeds voor den tienden keer vermaande zij de kinderen: + +„Weest heel bedaard, als papa komt, hij zal wel vermoeid zijn.” + +Zij vermoedde niets van het slechte leven van haar man en meende, dat +zijn voortdurende vermoeidheid het gevolg was van hard werken. + +Een half uur later verscheen Harper en nam met een boos gezicht en +nauwelijks groetend aan tafel plaats. + +Hij zag niet de bezorgde blikken van zijn vrouw, die naar zijn vermoeid +uiterlijk keek. + +De kinderen zaten stil op hun plaats en durfden hun bord bijna niet +aanraken, omdat hun vader dat geluid niet kon verdragen. + +Niets smaakte hem. + +Hoewel het eten uitstekend was klaargemaakt, had hij overal iets op aan +te merken, en stond eindelijk van tafel op en begaf zich naar zijn +studeerkamer om daar op den divan te gaan slapen. + +Een uur later belde hij om koffie. Zijn vrouw bracht hem die zelf en +toen zij het kopje neerzette, riep hij uit: + +„Waarom stuur je het dienstmeisje niet? Ik ben blij, als ik je gelaat, +dat er altijd bleek en huilerig uitziet, niet voor mij heb.” + +„Ik kan mijn gezicht niet veranderen,” antwoordde zij op bescheiden +toon. „Als ik mij niet zoo bezorgd maakte om jou, zou ik er beter +uitzien.” + +„Maak je bezorgd om wien je wilt, alleen niet om mij. Ik wensch je +medelijden niet.” + +Zij wilde bescheiden de kamer verlaten, maar bleef bij de deur +aarzelend staan. + +„Wat wil je nog?” beet hij haar toe. + +„Ik heb wat huishoudgeld noodig,” antwoordde zij op zachten toon, „wees +zoo vriendelijk, mij een paar pond te geven.” + +„Wat?” schreeuwde hij, „alweer geld? Eergisteren heb ik je pas 5 pond +gegeven. Zijn die alweer op? Je schijnt aardig huis te houden!” + +„Ik moest onzen jongen broekjes en kousen koopen”, antwoordde zij, „en +Erna, ons dochtertje, had eenige schoolboeken noodig.” + +„Laat mij met rust,” bromde hij, „de zaken worden met den dag slechter, +de duivel mag weten, hoe dat moet eindigen. Denk je, dat ik geld kan +maken? Kijk zelf maar, hoe je aan geld komt”. + +„Daar zie ik geen kans toe. Mijn ouders zijn dood en alles, wat ik +bezat, heb ik jou gegeven.” + +„Wil je mij verwijten maken?” + +„Dat niet, maar het zou mij aangenaam zijn, als je werkelijk zoo het +land aan mij hebt, dat je mij het geld terug gaaft, opdat ik daarvan +voor de kinderen en mijzelf kon zorgen.” + +„Dat zou je wel willen”, lachte hij hoonend, „neen, mijn lieve, dat kan +ik beter gebruiken. Gelukkig, dat ik zoo verstandig ben geweest om het +in mijn zaak te steken. + +„En stoor mij nu niet langer, want ik moet brieven schrijven.” + +„Je bent hard,” sprak zij. „Ik weet niet, waarvan ik het avondeten voor +de kinderen en mij moet koopen.” + +„Ik ook niet,” antwoordde hij kortaf. + +Plotseling kleurde een blos de bleeke wangen der vrouw, de zachte +uitdrukking verdween van haar gelaat en met gebalde vuisten riep zij +uit: + +„Nu is het genoeg! Ik heb nu lang genoeg gezwegen en mij door jou erger +dan een slavin laten behandelen. Voor mij komt het er niet op aan, dat +ik niets te eten krijg, maar de kinderen mogen geen honger lijden en ik +zeg je dit—ik verlaat deze woning en ga onderdak zoeken met de kinderen +bij onze vroegere keukenmeid. + +„Al het verdere tusschen ons zal mijn advocaat regelen. + +„Binnen de 24 uur zal ik je door de wet laten dwingen, mij het mij +toekomende vermogen, dat ik je in bewaring heb gegeven, en waarvan ik +gelukkig een quitantie bezit, terug te betalen. + +„Het doet mij leed, dat ik den kinderen hun vader moet ontnemen, maar +beter geen vader dan zulk een ruw, harteloos mensch als jij bent!” + +Gedurende de lange jaren van haar huwelijk had de vrouw nooit +tegengesproken. + +Als stom van verbazing keek hij haar aan, totdat plotseling een +zinnelooze woede zich van hem meester maakte. + +„Wat?” riep hij uit, „jij durft mij trotseeren, mij dreigen? Je wilt je +verzetten tegen mij, je echtgenoot? Doodslaan zal ik je!” + +Hij was opgesprongen en had een zwaren, metalen kandelaar gegrepen, +waarmee hij haar een slag op het hoofd wilde geven. + +Maar hij had zijn vrouw onderschat. + +Hoewel hij een breede, forsche man was en zij maar klein en mager te +noemen was, sprong zij als een kleine, lenige kat naar hem toe, sloeg +hem met haar vuist in het gelaat en stiet hem zoo hevig voor de borst, +dat hij terug wankelde. + +„Als mijn kinderen er niet waren,” sprak zij, „zou ik mij kalm door je +dood laten slaan, maar voor mijn kinderen moet ik leven. Mijn zoon zal +mij eenmaal wreken! Ik zal het in de kranten laten publiceeren, wat +voor een karakter de president van de Vereeniging ter bevordering der +goede zeden heeft!” + +Op het volgende oogenblik vloog de zware ijzeren kandelaar door de +kamer. Hoewel zij zich bukte, trof hij haar toch aan het hoofd. + +Een oogenblik dreigde zij neer te vallen, maar daarop maakte oneindige +woede zich meester van de kleine vrouw. + +„Je durft het wagen, de moeder van je kinderen zoo te behandelen?” riep +zij uit. + +Zij trok de kast open, waarvoor zij stond en nam er eenige boeken uit. + +„Daar!” riep zij, terwijl zij de boeken naar hem toeslingerde. „Daar +zijn je huichelachtige, leugenachtige boeken over deugd en +zedelijkheid, waarmee je de wereld bedriegt! + +„De menschen moesten je schrijftafel eens zien, die gevuld is met +gemeene, onzedelijke prullen! + +„Foei, jij slechte kerel! + +„Maar dit is het allerlaatste! Je zult mij niet terugzien!” + +(Zie het titelblad.) + +Terwijl zij deze woorden sprak, had zij tientallen van vrome, +stichtelijke boeken, sommige zoo dik als een bijbel, naar zijn hoofd +geslingerd en zoo snel, dat hij zich niet kon verdedigen. + +Met een slag vloog de deur achter haar toe en als een overwonnene stond +de president der Vereeniging ter bevordering der goede zeden te midden +van een hoop verscheurde vrome geschriften en werken en knarste op de +tanden van woede. + +Hij liep naar zijn schrijftafel en haalde uit een der laden een geladen +revolver. + +Met een duivelschen grijns mompelde hij: + +„De heks zal eraan gelooven en de kinderen ook. Het is nu toch uit met +mij. Mijn zaken zijn geheel en al in de war, het restant van de gelden +mijner cliënten heb ik Miss Raabe gegeven. Een paar duizend pond heb ik +nog in mijn zak en met dat geld zal ik naar Amerika gaan, na hier eerst +schoon schip te hebben gemaakt. Daar ginds kunnen zij mannen, als mij, +gebruiken.” + +Hij verliet het vertrek en begaf zich naar de eetkamer. + +Toen hij deze leeg vond, sloop hij zacht, als een roofdier, naar de +slaapkamer en bleef een oogenblik luisterend staan. + +Hij hoorde zijn vrouw zacht snikken en de knaap, die tot haar zei: + +„Schrei niet, mama, wij zullen gauw weggaan. Ik wil geen vader hebben, +die mijn moeder slaat. Als ik groot ben, zal ik hem terugslaan! En als +wij niets te eten hebben, lief moedertje, zal ik, zooals andere +jongens, kranten verkoopen en laarzen poetsen— — —” + +„En ik zal wel dienstmeisje worden en dan zullen wij samen zorgen, dat +u brood hebt,” sprak het zusje. + +Nu trok Harper de deur open, zijn revolver in zijn broekzak +gereedhoudende. + +Met een kreet van schrik keken de kinderen hem aan. + +„Wat wil je nog?” vroeg zijn vrouw, die onheil vermoedde. + +„Wat ik wil? Dat zal je dadelijk zien! Een mooie opvoeding geef jij je +kinderen!” + +Nu kwam de kleine jongen met gebalde vuisten voor hem staan en riep: + +„Pas op, als u mijn moeder slaat, zal ik u ook slaan!” + +Een duivelsche lach als van een krankzinnige kwam van de lippen van den +ellendeling, hij haalde de revolver te voorschijn en hield die tegen +het voorhoofd van den knaap. + +„Ik zal je leeren, wat slaan beteekent. Jij zult de eerste zijn, die op +reis naar de eeuwigheid gaat.” + +Als verlamd, doodsbleek, staarde zijn vrouw naar dit ontzettende +tooneel. Van schrik kon zij geen geluid geven en zich niet verroeren, +zij kon geen hand uitsteken om haar jongen te redden. + +Een gil kwam over de lippen van den knaap, een tweede en derde volgden +en aarzelend liet de ellendeling het wapen zinken. + +Nu schreeuwde ook het meisje om hulp en bliksemsnel sprong de knaap als +een hond naar zijn vader toe en beet hem met zijn scherpe tandjes in de +hand, zoodat deze woedend van pijn het wapen liet vallen. + +Maar een oogenblik later kreeg de kleine held een vuistslag en viel +bewusteloos neer. + +De moordenaar wilde zich nu bukken om het wapen op te nemen, maar er +was nu beweging gekomen in de moeder. + +Zij was vlugger dan haar echtgenoot, greep het wapen, richtte het op +haar man en riep: + +„Ik tel tot drie en als je dan de kamer niet hebt verlaten, schiet +ik!—Er uit!” + +Tandeknarsend en met een blik vol woede en haat wendde Harper zich naar +de deur en mompelde: + +„Wacht maar, heks, daarvoor zal je boeten!” + +Het volgend oogenblik had hij de kamer verlaten en de deur achter zich +dichtgetrokken. + +Zijn vrouw schoof de grendel er voor, snelde naar de waschtafel en +legde een koudwatercompres op het hoofd van haar lieveling. + +Na eenige minuten kreeg het kind zijn bewustzijn terug en herinnerde +zich onmiddellijk het voorgevallene. + +Hij keek om zich heen en toen hij zag, dat zijn vader de kamer had +verlaten, lachte de kleine held en sprak: + +„Ziet u, mama, dat heb ik goed gedaan, nietwaar?” + +„Je bent een held, mijn jongen,” antwoordde de moeder met tranen in de +oogen en kuste hem. + +„En nu, lieve kinderen, zullen wij ons kleeden en naar de oude Marie +gaan. Zij zal ons wel een paar dagen bij zich willen houden.” + +Zij sloot den koffer, waarin zij linnengoed en kleeren voor zichzelf en +de kinderen had gepakt, belde en gaf het dienstmeisje bevel, een +rijtuig te bestellen. + +Verbaasd keek het dienstmeisje naar de koffer en vroeg: + +„Gaat mevrouw op reis?” + +„Ja, voor eenige dagen.” + +Eenige minuten later kwam een rijtuig voor en de koetsier bracht den +koffer op zijn schouders naar beneden. De vrouw van den bankier nam +haar kinderen bij de hand en volgde hem. + +Voordat zij het huis verliet, gaf zij de revolver, die zij in een doek +had gepakt, aan het dienstmeisje en sprak: + +„Geef dit pakje aan mijnheer, hij wil het misschien als aandenken +bewaren.” + +Het meisje schudde verbaasd het hoofd en keek het wegrollende rijtuig +na, zoolang zij het kon zien. + +Toen zij de kamer van Mr. Harper binnentrad, zag zij daar een +ontzettende wanorde. + +De heer des huizes keek ontstemd op, toen het meisje hem kwam storen en +nam zwijgend het pakje uit haar handen. + +Met een hoonlach pakte hij de revolver uit en stak deze toen in een der +zakken van zijn jas. + + + + + + + + +ZESDE HOOFDSTUK. + +EEN DETECTIVE-TRUC. + + +Het was slechts een kleine bestuursvergadering, die dezen avond plaats +had in de Vereeniging ter bevordering der goede zeden. + +Meneer Harper verscheen even over tienen en vond de heeren al voltallig +bij elkaar. + +Zijn gelaat straalde van zelfvoldoening en van het geluk, dat hij de +laatste paar uren aan de zijde der bekoorlijke Miss Raabe had genoten. + +Terwijl hij de vergadering leidde, wachtte zij beneden in de leeszaal +van het hotel. + +Om de verveling te verdrijven, bladerde zij de daar neergelegde +couranten door. + +Plotseling zag ze midden door de zaal Su-Ki-Bit-Wou-Wang aankomen. + +„Hallo!” riep zij, „Mr. Jucki, waar wilt ge naar toe?” + +De Chinees deed eerst erg verlegen, doch sprak toen, zijn gelaat +plooiend tot een beminnelijk glimlachje: + +„O, ik zijn zeer verheugd, u te zien, mooie Miss Raabe, ik wil gaan +naar de „bevordering der goede zeden” + +„Och zoo,” lachte zij, „gij bedoelt die Vereeniging!” + +Hij knikte: „Yes, naar die Vereeniging!” + +Zij klopte hem op de schouders en zei: „Weet wel, lieve Jucki, dat ge +daar niet veel wijzer zult worden. Ze bevorderen daar alleen de zeden +van anderen, aan zichzelf denken ze niet.” + +„Dat hindert niets!” antwoordde de Chinees, „ik moet kennen leeren, of +hier bij u in Engeland ook zulke onzedelijkheden als in China. Ik +geloof, wij zijn even fatsoenlijke menschen!” + +„Veel fatsoenlijker,” lachte Miss Raabe, „geloof me, ik heb er +ondervinding van. Ik ken de Londensche mannen.” + +„Ik niet daaraan twijfel en weet u, ik ook veel liever in uw gezelschap +was dan in dat zedelijk gezelschap.” + +„Ik heb een idee,” hernam Miss Raabe, „blijf gij bij mij en laten we +den avond ergens gaan doorbrengen. Ik verveel mij dood in gezelschap +van Harper.” + +„O, hij is een zeer nette mensch, niet waar?” + +„Gij bedoelt, omdat hij mij verveelt?” + +„O ja, ik dat bedoel.” + +„Dan vergist gij u,” lachte de schoone, „hij is het absolute tegendeel +van netheid. Gij begrijpt, dat men ook wel graag eens wat anders hoort, +en ik zou blij zijn, in fatsoenlijk gezelschap te verkeeren. Daarom zou +ik u willen verzoeken, den avond met elkaar door te brengen.” + +„Allright,” knikte Su-Ki-Bit-Wou-Wang. „Ik gaarne bereid ben daartoe. +Maar wij wat doen?” + +„Ik weet wat. Vis-a-vis het hotel is een oestersalon. Net rechts +tegenover het Strand. Daar zal ik op u wachten, als de vergadering is +afgeloopen.” + +„Allright,” zei de Chinees. + +Het tweetal reikte elkaar de hand, waarna hij zich naar de aan het eind +der gang gelegen kleine zaal begaf, waarin de vergadering plaats had. + +Bij zijn binnentreden keken alle aanwezigen hem nieuwsgierig aan. + +Baxter had de aanwezigen al meegedeeld, dat hij zou komen, en allen +wachten in spanning zijn komst af. + +Een vroolijk lachje kwam op het gelaat der heeren, toen de Chinees +volgens landsgebruik zijn vilten schoenen uittrok, driemaal op zijn +knieën sloeg en eenige grappige buigingen maakte. + +„Dat is zijn begroeting”, fluisterden de Engelschen tot elkaar, stonden +daarna op en maakten een stijve buiging. + +De Chinees trad naderbij, schudde ieder de hand en noemde zijn naam: +Su-Ki-Bit-Wou-Wang. + +Toen hij bij Baxter en Harper was gekomen, wilde hij met hen volgens +Chineesch gebruik gaan neus wrijven, hetwelk deze echter op hoffelijke +wijze afweerden door hem te verklaren, dat zij van zijn toegenegenheid +waren overtuigd, ook al gaf hij hun slechts volgens gebruik de hand. + +Men bood daarop Su-Ki-Bit-Wou-Wang een stoel aan en de vergadering werd +voortgezet— — + +Gedurende een kleine pauze vroeg de naast den Chinees zittende +Engelschman, hoe het hem in hunne vergadering beviel. + +„O”, zei Su-Ki-Bit-Wou-Wang, „als straks komen de kleine meisjes, zal +het zeer aardig worden!” + +De Engelschman, een predikant van streng rechtzinnige beginselen, week +ontsteld achteruit en kon zijn ooren bijna niet gelooven. Doch eenige +andere leden hadden de nogal luid gesproken woorden eveneens verstaan +en, als echte Engelschen, wel van een grapje houdend, vroegen zij: + +„Wat voor kleine meisjes bedoelt u, Mr. Wang?” + +„O,” gaf de Chinees ten antwoord, „ik bedoel de kleine meisjes, bij wie +ik mijne vrienden, de heeren presidenten, in den schouwburg zag +zitten!” + +Opeens werd het ijzig stil als in een kerk. Harper en Baxter zaten als +aan den grond genageld. + +Alle aanwezigen keken hen aan met een verwijtenden blik, die hen als +het ware doorboorde. Vooral de predikant zette een gezicht, alsof hij +de heilige aartsengel in eigen persoon was, die Gods oordeel +verkondigde. + +Hij was dan ook de eerste, die het stilzwijgen verbrak en aan Mr. +Harper vroeg: + +„Wat hebt gij op de merkwaardige woorden van dezen geachten gast te +antwoorden, meneer de president?” + +Harper was zoo rood als een kreeft van opgewondenheid. Het zweet +druppelde in dikke parelen van zijn voorhoofd. Hij stond op, want hij +begreep, dat hij wat antwoorden moest. + +„Mijne heeren,” aldus begon hij, „Mr. Wang heeft gelijk, wanneer hij +zegt, dat hij de presidenten van de Vereeniging ter bevordering der +goede zeden in gezelschap heeft aangetroffen van twee meisjes, die +helaas tot de verworpelingen van de maatschappij zijn te rekenen.” + +Een luid „Foei” klonk rondom de tafel, hetwelk Harper met een +handbeweging bezwoer, waarna hij vervolgde: + +„Gij vergist u, mijne heeren, wanneer ge meent u over de houding van +uwe presidenten ongerust te moeten maken; wij waren slechts in onze +hoedanigheid van trouwe strijders voor de goede zeden in gezelschap van +die dames. + +„We hebben beproefd haar van haar slechten levenswandel terug te +brengen en haar weer het pad des deugd en zedelijkheid te doen +betreden. + +„En het is mij gelukt een der zondaressen in een christelijk Tehuis +onder dak te brengen. Zij zal voor liefdezuster worden opgeleid.” + +Nu weerklonk een luid „Bravo!”, terwijl de predikant sprak: + +„Ik verzoek u uit naam van mijn vrienden aan deze tafel om vergiffenis. +De hemel moge uwen verderen strijd met zegen kronen.” + +De president boog en met tranen van ontroering in de oogen ging hij +weer zitten om Baxter onder de tafel ongemerkt de hand te drukken. + +Men zou nu gaan confereeren over het verbod van de verkoop van sommige +humoristische bladen. + +De predikant had het voorstel gedaan een der schendbladen voor ondeugd +en onzedelijkheid van den Engelschen bodem te verbannen. + +Opeens stond Su-Ki-Bit-Wou-Wang op. + +„Pardon, heeren,” zei hij, „doch ik vinden deze vergadering zonder +kleine meisjes te oninteressant! Ik zal weer vertrekken. Bij ons in +China zorgen altijd kleine meisjes voor conversatie in +heerengezelschap.” + +Opnieuw klonk een onrustbarend luid „Foei!” door de zaal. + +Toen greep Harper, die eindelijk gelegenheid vond zich op zijn +aanvaller te wreken, den presidentshamer, gebood daarmee stilte en +riep, op Su-Ki-Bit-Wou-Wang wijzend: „Eruit gij, immoreel en onzedelijk +wezen! Waag het niet u ooit weer in ons midden te vertoonen. Gij zijt +een liederlijk mensch!” + +„Liederlijk mensch!” riepen alle Engelschen tegelijk en spuwden op +Engelsche wijze naar Su-Ki-Bit-Wou-Wang op den grond. + +Toen hij de zaal had verlaten, zei de predikant met ten hemel gerichte +oogen: + +„Laten we opstaan van onze zitplaatsen, beste vrienden, en den hemel +danken, dat hij den duivel, die in de gedaante van dien vuilen Chinees +tot ons kwam, te rechter tijd uit onzen edelen deugdzamen kring heeft +verdreven.” + +Allen stonden op, sloegen met den predikant de oogen op en gingen +daarna weer zitten. + +Nadat men het er, na een kort debat, over eens was geworden, dat het +bedoelde tijdschrift een schendblad van het ergste allooi was, dat +stelselmatig, niet alleen de jeugd, doch ook de ouderen ten verderve +voerde, en daarom moest verboden worden, verklaarde Mr. Harper de +zitting voor gesloten, en, zakelijke bezigheid voorwendend, verliet hij +de vergadering. + +Toen hij in de leeszaal kwam, om zijn geliefde af te halen, keek hij +vergeefs rond. + +Een voorgevoel zei hem, dat zij misschien dien vervloekten Chinees had +ontmoet en met hem het hotel had verlaten. + +Als een woedende stier snelde hij naar haar huis en toen hem niet werd +opengedaan, liep hij voortdurend daarvoor op en neer.— — + +Miss Raabe zoowel als Su-Ki-Bit-Wou-Wang hadden ondertusschen samen +gesoupeerd. Tegen twee uur ’s nachts verklaarde zij gaarne naar huis te +willen gaan. + +„Ik ben bang,” zei zij, „lieve Jucki!” (Ze waren nu al zeer intiem.) +„Geloof mij, die jaloersche man, Mr. Harper, zal bepaald voor mijn huis +staan om mij op te wachten. Ik ben bang, direct naar huis te gaan.” + +„Ik zal dien man wel weg werken,” antwoordde Raffles. + +Hij liet zich door den kellner papier en enveloppe brengen en schreef +een paar bladzijden. Daarna liet hij door den kellner een nacht-kruier +ontbieden. + +Dezen overhandigde hij den brief, nadat hij op geheimzinnige wijze +verscheiden minuten met hem had gesproken. Na verloop van een kwartier +zei de Groote Onbekende: + +„Ik zal u nu naar huis brengen, Miss Raabe, ge kunt volkomen gerust +zijn.” + +„Is Harper er niet meer? Dat is mij een raadsel!” meende zij, „ik weet +niet, hoe ge dat hebt klaar gespeeld.” + +Su-Ki-Bit-Wou-Wang glimlachte slechts, doch gaf geen antwoord. + + + +Terzelfder tijd trad een nacht-kruier op den bankier toe, die nog +steeds voor het huis op en neer wandelde, en, zijn pet afnemend, zei +hij: + +„Is u Mr. Harper?” + +„Jawel”, antwoordde deze, „dat ben ik. Wat wenscht ge van mij?” + +„Ik moet u een brief overhandigen.” + +Hij gaf Mr. Harper het schrijven. + +„Van wien komt die brief?” vroeg hij. + +„Van den inspecteur van politie Baxter,” antwoordde de kruier. + +Zonder verder antwoord af te wachten, verliet hij den bankier en +verdween in het nachtelijk duister. + +Harper echter snelde naar een straatlantaarn, scheurde den brief open +en las: + + + „Dear Sir! + + Ik ontving juist een alarmeerend bericht. Een van mijn detectives + deelde mij mede, dat men ontdekt had, dat gij de deposito’s van uw + klanten hebt verduisterd. Neem u in acht!” + + +De brief was niet onderteekend. + +De straat begon opeens te draaien voor Harpers oogen. Hij viel bijna +neer als een dronken man en moest zich aan een straatlantaarn +vasthouden. + +Daarna frommelde hij het blad papier ineen, stak het in zijn zak en +snelde weg. Zijn slecht geweten begon geweldig te knagen. + +Hij voelde zich als door den duivel bezeten. Als een schaduw vluchtte +hij weg in de duisternis— — + +Terzelfder tijd hield een rijtuig voor het huis stil. + +De Chinees stapte uit en hielp Miss Raabe uit het rijtuig. + +„Gij moet mij in mijn woning begeleiden,” zei zij, „ik ben vreeselijk +bang. Mogelijk loert die man daar op mij.” + +„Ik zijn zeer moe,” antwoordde de Chinees, „ik hier zal wachten, totdat +gij woning doorzoekt en dan naar huis rijden. Ik graag in gevaar met +jonge dames mag samen zijn.” + +Daar zij om den Chinees persoonlijk weinig gaf, doch slechts op zijn +geld aasde, zei zij hem vluchtig goeden nacht, sloot het huis open en +trad naar binnen. + +Raffles wachtte nog een paar minuten, daarna werd op de eerste etage +een raam geopend, Miss Raabe verscheen, wenkte hem met haar zakdoek en +riep: + +„Hier is niemand, ik dank u, lieve Jucki, goeden nacht!” + +De Chinees sprak door zijn neus een onwelluidend „Goeden nacht”, stapte +in zijn rijtuig en reed weg. + + + +Den volgenden morgen had Raffles het tot Charly Brands verbazing +merkwaardig druk. + +Door middel van een advertentie in de courant had hij een stenographe +in dienst genomen en begon deze een comediespel te dicteeren. + +Onvermoeid was hij daarmee bezig en rustte niet, voordat hij den +éénacter in twee dagen klaar had. + +„Wil je mij het stuk niet voorlezen?” vroeg Charly Brand, die +nieuwsgierig was naar den inhoud. + +„Dat is onnoodig, jongen, je zult het gauw genoeg op de planken zien.” + +John Raffles kende door zijn club den directeur van den +Garrick-Schouwburg en bracht hem een bezoek. + +„Er is me zeer veel aan gelegen,” wendde hij zich tot den directeur, +„dat ge dezen éénacter al over een paar dagen op de planken laat +spelen. + +„Ik ben bereid alle aan de uitvoering verbonden kosten voor mijn +rekening te nemen. Het geldt hier een privé-genoegen voor mij +persoonlijk, en om te zien, of ik werkelijk de gave bezit, succesvolle +theaterstukken te schrijven.” + +De directeur kende Lord Lister onder den naam Baron von Walkerfield. +Hij bladerde het stuk door, en nadat hij het in een goed kwartier +vluchtig had gelezen, verklaarde hij zich bereid, het stuk door zijn +tooneelspelers in drie dagen te laten instudeeren en de première reeds +over vier dagen te doen plaats hebben. + +Eén moeilijkheid was aan de zaak verbonden, en dat was de censuur der +politie. + +„Hoe kunnen we dat klaarspelen?” vroeg Raffles. + +„Heel eenvoudig, beste baron”, antwoordde de schouwburgdirecteur, „ik +zal een vriendelijk briefje schrijven aan den censor en er voorzichtig +een biljet van 100 pond bij insluiten.” + +„Fameus,” lachte Raffles, „dan zijn we klaar, nietwaar?” + +„Jawel,” gaf de directeur ten antwoord, „ik heb echter nog één vraag, +namelijk wie zal de rol van den Chinees Su-Ki-Bit-Wou-Wang spelen in +het stuk?” + +John Raffles begon opnieuw te lachen en sprak: + +„Bijna had ik het voornaamste nog vergeten; die rol speel ik zelf.” + +„Gij zelf? Hebt gij den moed als tooneelspeler op te treden?” + +„Wel natuurlijk,” knikte de Groote Onbekende. „Ik speel in het gewone +leven nog meer comedie dan op de planken noodig is. + +„Ik verzeker u, mijn beste directeur, nog afgezien van het feit, dat ik +de kosten der opvoering betaal, zult ge schitterende zaken maken met +het kleine tooneelspel. + +„Ik zou durven wedden, dat geheel Londen hierheen komt om het stuk te +zien.” + +„Dat ware te wenschen,” lachte de directeur, „ik heb op ’t oogenblik +juist geen goed stuk. Laten we dus het beste hopen.” + +John Raffles nam afscheid en reeds den volgenden morgen begon de +directeur met de voorbereidingen. Hij verklaarde den baron, dat deze +hierbij zijn medewerking moest verleenen. + +Eenige uren later ontving Baxter, die, zooals vermeld, het ambt van +censor voor tooneelspelen in Londen uitoefende, d.w.z. hij moest nagaan +of de stukken ook gevaar opleverden voor de goede zeden, een brief van +den directeur van den Garrick-schouwburg, benevens een blauwe +portefeuille, waarin zich het tooneelstuk bevond. + +Baxter scheurde den brief open en las: + + + Beste Inspecteur! + + Hierbij een stuk voor de censuur, waarbij zeer veel haast is. + + Met vriendelijke groeten, + + Uw + GARRICK. + + +Tegelijkertijd had de inspecteur het bankbiljet van honderd pond +gevonden en stak dit met een inwendig lachje in zijn vestjeszak. Hij +kon het juist goed gebruiken, daar hij door zijne verhouding tot de +vriendin van Miss Raabe, de kleine Trude Hansch, veel geld had +uitgegeven. + +Hij nam het voorgeschreven politiestempel, dat het verlof tot de +opvoering bekrachtigde, sloeg de klep der portefeuille op en drukte het +zegel op den omslag van het tooneelstuk, zonder er verder naar om te +zien. + +Daarna schelde hij een bode en liet het toegelaten stuk naar den +directeur van den Garrick-schouwburg brengen. + +De Vloo had stilzwijgend toegezien en zei nu: + +„Weet ge, inspecteur, als ik me niet vergis, hebt ge daar juist weer +toestemming verleend tot het opvoeren van een tooneelstuk, dat ge +heelemaal niet kent. Ge zult u op een goeden keer nog eens gevoelig de +vingers branden.” + +Baxter keek zijn secretaris woedend aan en sprak: + +„Veroorloof u geen kritiek op mijn handelingen. Daar hebt gij niet het +recht toe. Overigens vergist gij u. Ik ken het tooneelstuk al. Het was +dus niet noodig het nog eens door te zien. Ik zou dus gaarne verschoond +blijven van uwe opmerkingen.” + +De Vloo boog zijn hoofd over de voor hem liggende acte en ging verder +met zijn werk, terwijl Baxter een courant nam en begon te lezen. + +Midden in zijn lectuur werd hij gestoord. Een detective-sergeant trad +binnen, bleef bij de deur staan en salueerde. + +„Wat wenscht gij?” vroeg Baxter. + +„Heb een gebeurtenis te melden, meneer de inspecteur,” rapporteerde de +beambte. „De zaak van den bankier Harper is sedert gisteren gesloten, +en heeft groote opgewondenheid te weeg gebracht onder de klanten van +den bankier.” + +Baxter schrok hevig. Wat was er met Harper gebeurd? Zou hem iets +overkomen zijn? + +„Is bankier Harper niet te vinden?” vroeg hij. + +„Neen, meneer de inspecteur,” antwoordde de sergeant. „We hebben in +zijn woning en bij verscheiden bekenden al een onderzoek ingesteld. Het +laatst is de bankier twee dagen geleden in hotel Cecilia gezien. ’s +Avonds 10 uur.” + +„Dat klopt,” zei Baxter, „ik was er persoonlijk met hem.” + +„Ook aan zijn woning vernamen wij van het dienstmeisje, dat de bankier +sedert twee nachten niet thuis was gekomen en ook mevrouw en de +kinderen het huis sedert eenige dagen hadden verlaten. + +„De klanten van den bankier eischen, dat de zaak van politiewege wordt +geopend en de deposito’s teruggegeven.” + +Baxter dacht een paar seconden na. + +Vergeefs brak hij zich het hoofd, wat er wel met Harper kon gebeurd +zijn. Daarna wendde hij zich tot Marholm: + +„Neem een cab en rijd naar Lyttonstreet 16. Daar woont een +tooneelspeelster, Miss Raabe. Vraag aan die dame, of zij iets weet +omtrent het verblijf van den bankier Harper. Maak vlug voort, want +voordat gij met haar antwoord hier zijt, kan ik niets beginnen.” + +Zonder een woord te antwoorden, verliet de Vloo de kamer, terwijl de +detective-sergeant in het voorvertrek wachtte. + +Baxter echter liep onrustig heen en weer. De affaire scheen hem vreemd +toe. Hij had een onbepaald voorgevoel, dat er iets gebeurd zou zijn, +waar hij ook in betrokken zou worden. Tevergeefs probeerde hij zich te +kalmeeren, door het rooken van een sigaar. Ten slotte begon hij weer te +lezen. + +Er kon ongeveer een half uur verloopen zijn, toen Marholm, die zich +zeer gehaast had, daar hij eveneens iets bijzonders vermoedde, +terugkwam met de mededeeling, dat de bankier sedert verscheiden dagen +niet in het huis der tooneelspeelster was geweest. + +Nu bleef Baxter niets anders over dan zijn recherche-afdeeling mobiel +te maken en met de beambten naar de zaak van den bankier te rijden, +deze te openen en te doorzoeken. + +De ijzeren luiken van het kleine kantoor waren stevig gesloten, toen +Baxter met zijn beambten aankwam. + +De portier, dien Baxter liet roepen, beduidde hem, dat de meegebrachte +slotenmaker een deur van de gang naar de zaak gemakkelijker zou kunnen +open maken dan de ijzeren roljalousiën. + +In korten tijd was de deur open, en de portier, die in de zaak bekend +was, draaide het electrische licht op. + +Nauwelijks was de ruimte helder verlicht of de portier liet een kreet +van schrik hooren en lokte alle beambten naar zich toe. + +„Wat is er, wat gebeurt er!” riep de inspecteur en trok zijn revolver. + +Doch hij behoefde geen antwoord meer op zijn vraag. + +Midden in het vertrek, voor de geopende brandkast lag de gezochte +bankier Harper op den grond en staarde met verglaasde oogen naar de +zoldering. + +Geronnen bloed uit zijn slapen bedekte de eene helft van zijn hoofd en +den grond. De rechterhand hield nog krampachtig de revolver omklemd, +waarmee de ellendeling zich had doodgeschoten. + +Een oogenblik stonden de beambten zwijgend om den doode, doch daarna +zei Baxter tot de Vloo: + +„Ga zitten en maak het proces-verbaal op. Waar is de lijkschouwer?” + +Deze was juist aangekomen en drong naar voren. + +„Is hij dood?” vroeg Baxter, waarop de dokter antwoordde: + +„Dat zou ik meenen.” + +En Marholm voegde er aan toe: + +„Die wordt door geen moraal weer levend gemaakt.” + +De gebruikelijke wettelijke formaliteiten werden door de beambten +verricht, waarna Baxter zich met zijn beambten overtuigde, dat, behalve +een paar duizend pond sterling, die de zelfmoordenaar in zijn zak +droeg, zich geen enkel deposito in de brandkast bevond. + +Deze bevinding deelde hij aan de voor de deur wachtende klanten van den +bankier mee. + +Vloeken en verwenschingen werden geuit, toen het lichaam van den doode +in een ontboden lijkwagen der politie werd weggebracht. + +Des avonds stond in de Londensche couranten „De zelfmoord van den +bankier!” kalmweg verteld. Slechts de korte bijvoeging, dat den +volgenden dag verdere ophelderingen zouden volgen, hield de +nieuwsgierigheid der lezers gespannen. + +Baxter wenschte liever waar ook dan in Londen te wonen, en deze opinie +werd gedeeld door de andere leden van de Vereeniging ter bevordering +der goede zeden. + +Het was een zware slag voor de Vereeniging, door den dood van haar +president veroorzaakt. + +Alleen Su-Ki-Bit-Wou-Wang was over het verloop zeer tevreden, en toen +hij bij Miss Raabe kwam, veroorloofde deze zich zelfs grove scherts. +Wel beschouwd had zij tenminste eenige bedroefdheid over den dood van +haren vereerder moeten voorwenden. + +Ze zag niet den blik vol afschuw, dien de Chinees haar toewierp. + +Reeds den volgenden dag begonnen de couranten op ironischen en +spottenden toon de verhouding van Harper tot de Vereeniging ter +bevordering der goede zeden te critiseeren. Ook de hertog van Norfolk +en de inspecteur van politie kregen hun aandeel. + +Baxter wond zich zoodanig op, dat hij niet op het bureau verscheen en +de Vloo weer eens alleen de zaken moest afdoen. + +Hij heeft weer moreele Katzenjammer, lachte Marholm vergenoegd in +zichzelf en rookte de eene pijp na de andere.— — + +Eerst op den avond van den dag, waarop de courantenstorm was bedaard, +verscheen Baxter weer op het bureau. + +Hij vond verscheiden brieven, waaronder de mededeeling van den +directeur van den Garrick-schouwburg, dat over twee dagen de première +zou plaats hebben van den éénacter „Bevordering der goede zeden”. + +De uitdrukking „goede zeden” werkte thans op Baxter als een rood doek. + +„Goddam,” vloekte hij in zichzelf, doch zoo luid, dat de Vloo het +hoorde, „als ik dat geweten had, zou ik dat stuk niet hebben +toegelaten.” + +„Ziet ge wel,” zei de Vloo, „waarom hebt ge niet naar mij geluisterd. +Als het kalf verdronken is, dempt gij den put. Ge hadt liever met uw +vingers van die goede zeden moeten afblijven.” + +„Ja, ge hebt gelijk,” zuchtte Baxter, „daaruit komt niets anders voort +dan een reusachtige katterigheid. Men dorscht daar het leege stroo en +praat over dingen die niet bestaan.” + + + + + + + + +ZEVENDE HOOFDSTUK. + +DE INBRAAK. + + +Miss Raabe wachtte Su-Ki-Bit-Wou-Wang tamelijk onverschillig op. +Tevergeefs keek zij ieder oogenblik door de ruiten op straat om te zien +of hij ook kwam, nu eerst herinnerde zij zich, dat zij nog nooit in +zijn woning was geweest. + +Zij besloot vanavond de schade in te halen, en ontwierp een plan om den +Chinees verder in haar netten te vangen, want na den dood van Harper +had zij een nieuwen geldschieter noodig. + +Su-Ki-Bit-Wou-Wang kwam ’s avonds echter niet. + +Tegen middernacht besloot zij het wachten op te geven en trok zich +terug in haar slaapkamer. + +Zooals gewoonlijk nam zij ook nu een slaapmiddel in en sliep weldra +vast. + +De schemerlamp wierp haar getemperd licht op de kostbare, zijde dekens, +waaronder de tooneelspeelster rustte, toen opeens de geheime deur der +kleerkast open ging en de donkere gestalte van een man te voorschijn +trad. + +Hij schreed de slaapkamer binnen tot aan het bed der slaapster. Het +gelaat van den man was met een zijden masker bedekt, waaruit alleen +twee donkere oogen fonkelden. + +De gemaskerde sloop naar het ijzeren kistje, dicht bij het bed en had +weldra van een sleutelbos den passenden sleutel gevonden, waarmede hij +het kistje openmaakte. + +Daarin bevonden zich diamanten, edelgesteenten en ringen, alsook meer +dan 10,000 pond in bankpapier. + +De kostbaarheden en bankbiljetten waren spoedig in een leeren taschje +gepakt en na zijn visitekaartje in het kistje te hebben gelegd, verliet +de gemaskerde even stil als hij gekomen was de kamer.— — + + + +Den volgenden morgen tegen 11 uur vloog de tooneelspeelster Miss Raabe +als een krankzinnige bij Baxter het bureau binnen met den uitroep: „Ik +ben door Raffles bestolen, heeren!” + +Verschrikt sprong Baxter op en riep: „Wat schreeuwt ge toch, Madam, +door wien zijt ge bestolen?” + +„Door Raffles!” schreeuwde de miss opnieuw opgewonden. „Meer dan 10,000 +pond aan bankbiljetten en evenveel waarde aan diamanten. Lieve +inspecteur, help mij toch uit vriendschap.” + +„Pardon,” sprak Baxter, „gij zijt hier in het bureau van den inspecteur +van politie! Laat mijn persoon er dus buiten.” + +Hij wilde voor de Vloo zijne betrekkingen tot de wereld verbergen. + +„Waar hebt ge Raffles leeren kennen?” vroeg hij aan Miss Raabe. + +„Ik heb hem nog nooit gezien,” antwoordde deze schouderophalend. + +„Maar hij moest toch weten, dat gij uw geld en sieraden thuis bewaart. +De Groote Onbekende zal geen inbraak plegen zonder zich te +oriënteeren.” + +„Misschien is hij onder een anderen naam bij u geweest,” viel de Vloo +in de rede. + +„Ik ontvang geen heeren,” antwoordde de tooneelspeelster, „en heb +trouwens maar één vriend, een buitenlander, die in het geheel niet in +aanmerking komt.” + +„Een buitenlander is zeer verdacht. Wilt gij ons zijn naam noemen?” +vroeg Baxter. + +„Dat heeft geen doel, heeren,” antwoordde de bestolene, „doch wanneer +gij er bijzonder op staat en u zelf wilt overtuigen, het is een Chinees +en hij heet Su-Ki-Bit-Wou-Wang”. + +„Zoo, zoo!” meende de Vloo, „als die Chinees Raffles maar niet is.” + +„Gij zijt en blijft een idioot, Marholm,” stoof de inspecteur op, en +zich daarna tot Miss Raabe wendend: + +„Hoe weet ge, dat het Raffles was, die de inbraak pleegde?” + +„Hier is zijn visitekaartje, dat in het kistje lag,” antwoordde zij. + +Op dit oogenblik belde de telephoon en Baxter riep: + +„Hallo, wie daar?” + +„Spreek ik met inspecteur Baxter?” + +„Ja, wat wenscht u?” + +„Is Miss Raabe ook bij u?” + +„Ja, de Lady is hier op het bureau.” + +„Wel, groet haar dan van mij.” + +„Wie zijt ge dan?” + +Toen klonk langzaam en duidelijk door de telephoon: + +„John C. Raffles!” + +„De duivel hale u!” schreeuwde Baxter, waarop het lachend terugklonk: +„Dat zal gebeuren!” + +De telephoon ophangend riep Baxter: „Dat is weer echt zijn brutaliteit. +De kerel belt me op en drijft den spot met ons. Kon ik hem toch +eindelijk eens pakken.” + +„Is die man dan werkelijk niet te pakken?” vroeg Miss Raabe. + +Baxter haalde de schouders op, doch de Vloo verklaarde: + +„Door ons niet, dat is zeker.” + + + + + + + + +ACHTSTE HOOFDSTUK. + +DE TOONEELVOORSTELLING. + + +Het publiek, dat de première ging bijwonen in den Garrick-schouwburg, +amuseerde zich vóór de voorstelling met het berichtje in de avondbladen +betreffende de inbraak bij de tooneelspeelster. Daarna las men het +programma van de voorstelling. + +Hoe meer men tuurde op de rollen, die in het nieuwe stuk voorkwamen, +hoe meer het stuk hun verdacht voorkwam, temeer, daar de titel hen al +herinnerde aan de jongste gebeurtenissen en de rollen van bankier, +hertog en inspecteur van politie sterke gelijkenis toonden met de +personen der zedelijkheidsvereeniging. + +Verder trof men onder de rollen die van een Chinees, +Su-Ki-Bit-Wou-Wang, verder een tooneelspeelster, een danseres, en ten +laatste als clou, als buitengewone sensatie, stond vermeld de naam: +Raffles. + +De tooneelkijkers werden nieuwsgierig naar de loge gericht, waarin de +inspecteur van politie Baxter met eenige andere politiebeambten zat. +Deze had geen vermoeden, dat hij het middelpunt der belangstelling van +het publiek was geworden. + +Zenuwachtig wachtten de ongeduldigen tot het belletje klonk, het +gordijn omhoog ging en men een nauwkeurige copie van een der zalen uit +hotel Cecilia op het tooneel zag. + +De redevoeringen der zoogenaamde bevorderaars der goede zeden wekten +den algemeenen lachlust op, behalve bij Baxter, die zich nauwkeurig +nagebootst op de planken zag, en zijne verbazing bereikte het toppunt, +toen de bekende Su-Ki-Bit-Wou-Wang ten tooneele verscheen. + +Deze speelde zijn rol meesterlijk en het publiek genoot volop, toen hij +uit de vergadering der zedelijke heeren werd verwijderd. + +Nu veranderde het tooneel. Dames der demi-monde traden binnen, en men +kreeg tooneeltjes te aanschouwen, die in de Vereeniging ter bevordering +der goede zeden allesbehalve thuis behoorden. + +Zoo werd achtereenvolgens al het gebeurde met Harper, Miss Raabe en den +Chinees voor het voetlicht gebracht, tot zelfs de inbraak bij de +tooneelspeelster en de vermakelijke scène op het bureau van den +inspecteur Baxter. + +Het publiek riep enthusiast om den schrijver, waarna plotseling het +gordijn vaneen ging, de Chinees verscheen en boog. + +Allen stonden verbluft. + +Baxter had den schouwburg allang verlaten met zijn beambten. + +Toen werd er van de galerij geroepen: + +„Masker af! We willen zien hoe gij er uitziet!” + +De Chinees gebood met een handgebaar stilte en sprak: + +„Ik ben zeer blij, dat het stuk u is bevallen, en voldoe gaarne aan uw +wensch, mij zonder masker te zien. De inspecteur Baxter is toch niet +meer in de zaal! Een oogenblik slechts!” + +Even later keerde hij terug als volmaakte heer, met gladgeschoren +gelaat, monocle in het oog en in eleganten rok gekleed. + +„Raffles! Raffles!” klonk het van alle kanten. + +„En sta mij nu toe, dat ik mij aan u voorstel. Gij zult het +begrijpelijk vinden, dat ik dadelijk daarna vertrek. Mijn naam is...... +John C. Raffles......” + +Het publiek stormde op het tooneel toe, doch Raffles was al verdwenen. + +Het gebeurde ging als een loopend vuurtje door Londen en niet het minst +van allen was Baxter verbaasd, toen hij vernam, hoe de afloop was +geweest na zijn vertrek uit den schouwburg, en dat Raffles had +aangekondigd, dat het einde van het stuk morgen in de couranten te +lezen zou zijn. + + + +En werkelijk bevatten de middagbladen van den volgenden dag in vet +gedrukte letters op de eerste bladzijde het volgende artikel: + + + „De schuldige aan den moord van den bankier Harper. Raffles’ + inbraak uit medelijden. Raffles een weldoener. + + De weduwe van den bankier Harper, die zich voor een paar dagen van + het leven beroofde wegens verliezen op de beurs, ontving heden van + Raffles 7000 pond sterling met de mededeeling, dat hij dit + ontstolen had aan een tooneelspeelster, die de beminde van den + bankier was geweest. De bankier zou dit geld aan zijn beminde + hebben cadeau gegeven— — + + Tegelijkertijd ontving het kantongerecht te Hampton Road 3000 pond + sterling, zijnde de verduisterde deposito’s, welke door Raffles + werden ter beschikking gesteld. + + De weduwe, die met haar twee kinderen in armoede verkeerde, is door + deze daad tegen hongerlijden en ellende beschermd. + + Wij koesteren de hoop, dat Raffles onze stad nog dikwijls moge + zegenen met dergelijke inbraken.” + + +„Hij heeft alweer een standbeeld verdiend”, zei de Vloo, toen hij het +artikel las. + +Baxter echter was het een pak van het hart en hij dacht: „Raffles is +toch een fatsoenlijk mensch.” + +„Ik ben blij, dat eindelijk van u te hooren”, sprak de Vloo. + +Daarna vroeg hij: „Blijft gij voorzitter van de Vereeniging ter +bevordering der goede zeden?” + +„Ik heb maling aan de goede zeden”, schreeuwde Baxter, „de duivel moge +ze halen!” + +„Hoerah!” riep de Vloo, „ik geloof, dat gij verstandig wordt en dat +hebt gij alleen aan Raffles te danken.” + + + + + + + + + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78680 *** diff --git a/78680-h/78680-h.htm b/78680-h/78680-h.htm new file mode 100644 index 0000000..b40c759 --- /dev/null +++ b/78680-h/78680-h.htm @@ -0,0 +1,4523 @@ +<!DOCTYPE HTML> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2026-05-12T19:26:17Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> +<html lang="nl"> +<head> +<title>Lord Lister No. 46: Vereeniging ter bevordering der goede zeden | Project Gutenberg</title> +<meta charset="utf-8"> +<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1920)"> +<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> +<link rel="coverpage" href="images/lordlister0046-front.jpg"> +<link rel="icon" href="images/lordlister0046-front.jpg" type="image/x-cover"> +<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 46: Vereeniging ter bevordering der goede zeden"> +<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1920)"> +<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> +<meta name="DC.Contributor" content="Alfred Gustav Christian Roloff (1879–1951)"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<meta name="DC.Format" content="text/html"> +<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> +<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals"> +<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals"> +<style> /* <![CDATA[ */ +html { +line-height: 1.3; +} +body { +margin: 0; +} +main { +display: block; +} +h1 { +font-size: 2em; +margin: 0.67em 0; +} +hr { +height: 0; +overflow: visible; +} +pre { +font-family: monospace; +font-size: 1em; +} +a { +background-color: transparent; +} +abbr[title] { +border-bottom: none; +text-decoration: underline; +} +b, strong { +font-weight: bolder; +} +code, kbd, samp { +font-family: monospace; +font-size: 1em; +} +small { +font-size: 80%; +} +sub, sup { +font-size: 67%; +line-height: 0; +position: relative; +vertical-align: baseline; +} +sub { +bottom: -0.25em; +} +sup { +top: -0.5em; +} +img { +border-style: none; +} +body { +font-family: serif; +font-size: 100%; +text-align: left; +margin-top: 2.4em; +} +div.front, div.body { +margin-bottom: 7.2em; +} +div.back { +margin-bottom: 2.4em; +} +.div0 { +margin-top: 7.2em; +margin-bottom: 7.2em; +} +.div1 { +margin-top: 5.6em; +margin-bottom: 5.6em; +} +.div2 { +margin-top: 4.8em; +margin-bottom: 4.8em; +} +.div3 { +margin-top: 3.6em; +margin-bottom: 3.6em; +} +.div4 { +margin-top: 2.4em; +margin-bottom: 2.4em; +} +.div5, .div6, .div7 { +margin-top: 1.44em; +margin-bottom: 1.44em; +} +.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, +.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { +margin-bottom: 0; +} +blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, +.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { +margin-top: 0; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .h3 { +font-size: 1.2em; +} +h3.label { +font-size: 1em; +margin-bottom: 0; +} +h4, .h4 { +font-size: 1em; +} +.alignleft { +text-align: left; +} +.alignright { +text-align: right; +} +.alignblock { +text-align: justify; +} +p.tb, hr.tb, .par.tb, li.tb { +margin: 1.6em auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { +font-size: 0.9em; +text-indent: 0; +} +p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { +margin: 1.58em 10%; +} +.opener, .address { +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +.addrline { +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.dateline { +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +text-align: right; +} +.salute { +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.signed { +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph { +font-size: 0.9em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl { +display: block; +text-align: right; +} +.trailer { +clear: both; +margin-top: 3.6em; +} +span.abbr, abbr { +white-space: nowrap; +} +span.parNum { +font-weight: bold; +} +span.corr, span.gap { +border-bottom: 1px dotted red; +} +span.num, span.trans { +border-bottom: 1px dotted gray; +} +span.measure { +border-bottom: 1px dotted green; +} +.ex { +letter-spacing: 0.2em; +} +.sc { +font-variant: small-caps; +} +.asc { +font-variant: small-caps; +text-transform: lowercase; +} +.uc { +text-transform: uppercase; +} +.tt { +font-family: monospace; +} +.underline { +text-decoration: underline; +} +.overline, .overtilde { +text-decoration: overline; +} +.rm { +font-style: normal; +} +.red { +color: red; +} +hr { +clear: both; +border: none; +border-bottom: 1px solid black; +width: 45%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +margin-top: 1em; +text-align: center; +} +hr.dotted { +border-bottom: 2px dotted black; +} +hr.dashed { +border-bottom: 2px dashed black; +} +.aligncenter { +text-align: center; +} +h1, h2, .h1, .h2 { +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5; +} +h1.label, h2.label { +font-size: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} +h5, h6 { +font-size: 1em; +font-style: italic; +} +p, .par { +text-indent: 0; +} +p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { +text-transform: uppercase; +} +.hangq { +text-indent: -0.32em; +} +.hangqq { +text-indent: -0.42em; +} +.hangqqq { +text-indent: -0.84em; +} +p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { +float: left; +clear: left; +margin: 0 0.05em 0 0; +padding: 0; +line-height: 0.8; +font-size: 420%; +vertical-align: super; +} +blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { +font-size: 0.9em; +margin: 1.58em 5%; +} +.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { +text-decoration: none; +} +.advertisement, .advertisements { +background-color: #FFFEE0; +border: black 1px dotted; +color: #000; +margin: 2em 5%; +padding: 1em; +} +span.accent { +display: inline-block; +text-align: center; +} +span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base { +line-height: 0.40em; +} +span.accent span.top { +font-weight: bold; +font-size: 5pt; +} +span.accent span.base { +display: block; +} +.footnotes .body, .footnotes .div1 { +padding: 0; +} +.fnarrow { +color: #660000; +font-weight: bold; +text-decoration: none; +} +.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { +color: #660000; +} +.fnreturn { +color: #660000; +font-size: 80%; +font-weight: bold; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +a { +text-decoration: none; +} +a:hover { +text-decoration: underline; +background-color: #e9f5ff; +} +a.noteRef, a.pseudoNoteRef { +font-size: 67%; +vertical-align: super; +text-decoration: none; +margin-left: 0.1em; +} +.externalUrl { +font-size: small; +font-family: monospace; +color: gray; +} +.displayfootnote { +display: none; +} +div.footnotes { +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep { +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote, .par.footnote { +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { +float: left; +margin-left: -0.1em; +min-width: 1.0em; +padding-right: 0.4em; +height: 1ex; +} +.apparatusnote { +text-decoration: none; +} +.apparatusnote:target, .fndiv:target { +background-color: #eaf3ff; +} +table.tocList { +width: 100%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +border-width: 0; +border-collapse: collapse; +} +td.tocText { +padding-top: 2em; +padding-bottom: 1em; +} +td.tocPageNum, td.tocDivNum { +text-align: right; +min-width: 10%; +border-width: 0; +white-space: nowrap; +} +td.tocDivNum { +padding-left: 0; +padding-right: 0.5em; +vertical-align: top; +} +td.tocPageNum { +padding-left: 0.5em; +padding-right: 0; +vertical-align: bottom; +} +td.tocDivTitle { +width: auto; +} +p.tocPart, .par.tocPart { +margin: 1.58em 0; +font-variant: small-caps; +} +p.tocChapter, .par.tocChapter { +margin: 1.58em 0; +} +p.tocSection, .par.tocSection { +margin: 0.7em 5%; +} +table.tocList td { +vertical-align: top; +} +table.tocList td.tocPageNum { +vertical-align: bottom; +} +table.inner { +display: inline-table; +border-collapse: collapse; +width: 100%; +} +td.itemNum { +text-align: right; +min-width: 5%; +padding-right: 0.8em; +} +td.innerContainer { +padding: 0; +margin: 0; +} +.index { +font-size: 80%; +} +.index p { +text-indent: -1em; +margin-left: 1em; +} +.indexToc { +text-align: center; +} +.transcriberNote { +background-color: #DDE; +border: black 1px dotted; +color: #000; +font-family: sans-serif; +font-size: 80%; +margin: 2em 5%; +padding: 1em; +} +.missingTarget { +text-decoration: line-through; +color: red; +} +.correctionTable { +width: 75%; +} +.width20 { +width: 20%; +} +.width40 { +width: 40%; +} +p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { +color: #666666; +font-size: 80%; +} +span.musictime { +vertical-align: middle; +display: inline-block; +text-align: center; +} +span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { +padding: 1px 0.5px; +font-size: xx-small; +font-weight: bold; +line-height: 0.7em; +} +span.musictime span.bottom { +display: block; +} +audio { +height: 20px; +margin-left: 0.5em; +margin-right: 0.5em; +} +ul { +list-style-type: none; +} +.splitListTable { +margin-left: 0; +} +.splitListTable td { +vertical-align: top; +} +.numberedItem { +text-indent: -3em; +margin-left: 3em; +} +.numberedItem .itemNumber { +float: left; +position: relative; +left: -3.5em; +width: 3em; +display: inline-block; +text-align: right; +} +.itemGroupTable { +border-collapse: collapse; +margin-left: 0; +} +.itemGroupTable td { +padding: 0; +margin: 0; +vertical-align: middle; +} +.itemGroupBrace { +padding: 0 0.5em !important; +} +div.figure, div.figureGroup { +text-align: center; +} +table.figureGroupTable { +width: 80%; +border-collapse: collapse; +} +.figure, .figureGroup { +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft { +float: left; +margin: 10px 10px 10px 0; +} +.floatRight { +float: right; +margin: 10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead, .par.figureHead { +font-size: 100%; +text-align: center; +} +.figAnnotation { +font-size: 80%; +position: relative; +margin: 0 auto; +} +.figTopLeft, .figBottomLeft { +float: left; +} +.figTopRight, .figBottomRight { +float: right; +} +.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par { +font-size: 80%; +margin-top: 0; +text-align: center; +} +img { +border-width: 0; +} +td.galleryFigure { +text-align: center; +vertical-align: middle; +} +td.galleryCaption { +text-align: center; +vertical-align: top; +} +caption, .tableCaption { +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +font-size: 1em; +margin-top: 1em; +margin-bottom: 1em; +} +tr, td, th { +vertical-align: top; +} +tr.bottom, td.bottom, th.bottom { +vertical-align: bottom; +} +td.label, tr.label td, tr.label th { +font-weight: bold; +} +td.unit, tr.unit td, tr.unit th { +font-style: italic; +} +td.leftbrace, td.rightbrace, th.leftbrace, th.rightbrace { +vertical-align: middle; +} +span.sum { +padding-top: 2px; +border-top: solid black 1px; +} +table.inlineTable { +display: inline-table; +} +table.borderOutside { +border-collapse: collapse; +} +table.borderOutside td, table.borderOutside th { +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +} +table.borderOutside .cell-head-top, table.borderOutside .cell-top { +border-top: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cell-head-bottom { +border-bottom: 1px solid black; +} +table.borderOutside .cell-bottom { +border-bottom: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cell-left, table.borderOutside .cell-head-left { +border-left: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cell-right, table.borderOutside .cell-head-right { +border-right: 2px solid black; +} +table.verticalBorderInside { +border-collapse: collapse; +} +table.verticalBorderInside td, table.verticalBorderInside th { +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +border-left: 1px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cell-head-top, table.verticalBorderInside .cell-top { +border-top: 2px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cell-head-bottom { +border-bottom: 1px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cell-bottom { +border-bottom: 2px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cell-left, table.verticalBorderInside .cell-head-left { +border-left: 0 solid black; +} +table.borderAll, +table.rtlBorderAll { +border-collapse: collapse; +} +table.borderAll td, table.borderAll th, +table.rtlBorderAll td, table.rtlBorderAll th { +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +border: 1px solid black; +} +table.borderAll .cell-head-top, table.borderAll .cell-top, +table.rtlBorderAll .cell-head-top, table.rtlBorderAll .cell-top { +border-top: 2px solid black; +} +table.borderAll .cell-head-bottom, +table.rtlBorderAll .cell-head-bottom { +border-bottom: 1px solid black; +} +table.borderAll .cell-bottom, +table.rtlBorderAll .cell-bottom { +border-bottom: 2px solid black; +} +table.borderAll .cell-left, +table.borderAll .cell-head-left { +border-left: 2px solid black; +} +table.borderAll .cell-right, +table.borderAll .cell-head-right { +border-right: 2px solid black; +} +table.rtlBorderAll .cell-left, +table.rtlBorderAll .cell-head-left { +border-right: 2px solid black; +} +table.rtlBorderAll .cell-right, +table.rtlBorderAll .cell-head-right { +border-left: 2px solid black; +} +tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop { +border-top: 1px solid black !important; +} +tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight { +border-right: 1px solid black !important; +} +tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft { +border-left: 1px solid black !important; +} +tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom { +border-bottom: 1px solid black !important; +} +tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal { +border-top: 1px solid black !important; +border-bottom: 1px solid black !important; +} +tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical { +border-right: 1px solid black !important; +border-left: 1px solid black !important; +} +tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll { +border: 1px solid black !important; +} +tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop { +border-top: none !important; +} +tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight { +border-right: none !important; +} +tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft { +border-left: none !important; +} +tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom { +border-bottom: none !important; +} +tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal { +border-top: none !important; +border-bottom: none !important; +} +tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical { +border-right: none !important; +border-left: none !important; +} +tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll { +border: none !important; +} +.cellDoubleUp { +border-width: 0 !important; +width: 1em; +} +.cellDummy { +border-width: 0 !important; +} +td.alignDecimalIntegerPart { +text-align: right; +border-right: none !important; +padding-right: 0 !important; +margin-right: 0 !important; +} +td.alignDecimalFractionPart { +text-align: left; +border-left: none !important; +padding-left: 0 !important; +margin-left: 0 !important; +} +td.alignDecimalNotNumber { +text-align: center; +} +table.alignedText, table.alignedVerse { +border-collapse: collapse; +width: 100%; +} +table.alignedText td.first, table.alignedText td.second { +vertical-align: top; +width: 50%; +} +table.alignedVerse { +vertical-align: top; +} +table.alignedText td.first, table.alignedVerse td.first { +border-width: 0 0.2px 0 0; +border-color: gray; +border-style: solid; +padding-right: 10px; +} +table.alignedText td.second, table.alignedVerse td.second { +padding-left: 10px; +} +table.alignedVerse td.first, table.alignedVerse td.second { +width: 45%; +} +table.alignedVerse td.lineNumbers { +width: 10%; +} +td.alignedDiv1 { +padding-top: 5.6em; +} +td.alignedDiv2 { +padding-top: 4.8em; +} +td.alignedDiv3 { +padding-top: 3.6em; +} +td.alignedDiv4 { +padding-top: 2.4em; +} +td.alignedDiv5, td.alignedDiv6, td.alignedDiv7 { +padding-top: 1.44em; +} +table.alignedText p:not(.first) { +margin-top: 0; +} +.alignedVerseHead { +margin: 1em 0 1em 0; +display: inline-block; +} +.alignedVerseSpacer { +height: 1.4em; +} +body { +padding: 1.58em 16%; +} +.pageNum { +font-variant: normal; +text-transform: none; +display: inline; +font-size: 12.8px; +font-style: normal; +margin: 0; +padding: 0; +position: absolute; +right: 1%; +text-align: right; +letter-spacing: normal; +} +.marginnote { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +height: 0; +left: 1%; +position: absolute; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: left; +} +.right-marginnote { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +height: 0; +right: 3%; +position: absolute; +text-indent: 0; +text-align: right; +width: 11% +} +.cut-in-left-note { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +left: 1%; +float: left; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: left; +padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; +} +.cut-in-right-note { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +left: 1%; +float: right; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: right; +padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; +} +span.tocPageNum, span.flushright { +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +text-indent: 0; +} +.pglink::after { +content: "\0000A0\01F4D8"; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.catlink::after { +content: "\0000A0\01F4C7"; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { +content: "\0000A0\002197\00FE0F"; +color: blue; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.pglink:hover { +background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover { +background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { +background-color: #FFDCDC; +} +body { +background: #FFFFFF; +font-family: serif; +} +body, a.hidden { +color: black; +} +h1, h2, .h1, .h2 { +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-weight: normal; +} +p.byline { +text-align: center; +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { +text-align: left; +} +.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { +color: #660000; +} +.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { +color: #666666; +} +a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { +color: red; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6 { +font-weight: normal; +} +table { +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +td.tocText { +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.5; +} +caption, .tableCaption { +text-align: center; +} +.Arab { font-family: Scheherazade, serif; } +.Aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } +.Grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } +.Hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } +.Syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } +/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ +.imprint { +color: #666666; text-align: center; +} +div.advertisement img { +} +.center { +text-align: center; +} +.large { +font-size: large; +} +.xl { +font-size: x-large; +} +.xxl { +font-size: xx-large; +} +.xxxl { +font-size: 300%; +} +/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ +.xd33e1827 { +text-align:center; vertical-align:middle; font-size:x-large; width:33%; +} +.xd33e1828 { +text-align:center; vertical-align:middle; +} +.cover-imagewidth { +width:558px; +} +.xd33e121 { +font-size:x-large; +} +.xd33e123 { +font-size:small; +} +.xd33e127 { +font-size:xx-large; +} +.xd33e1824 { +text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; font-weight:bold; +} +.tbl\.wanted\.header { +width:100%; +} +.xd33e1831 { +font-size:xx-large; +} +.lordlisterwidth { +width:307px; +} +.xd33e1846 { +text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; +} +.xd33e1848 { +font-size:large; +} +.xd33e1851 { +font-size:large; +} +.xd33e1854 { +text-align:center; +} +.xd33e1856 { +text-align:center; font-size:x-large; +} +.xd33e1860 { +text-align:center; font-size:large; +} +.warrant\.en { +font-size:small; border:2pt solid black; padding-left:1em; padding-right:1em; margin:1em; +} +.xd33e1871 { +font-size:x-large; text-align:center; +} +.xd33e1875 { +font-weight:bold; text-align:center; +} +.warrant\.nl { +display:none; font-size:small; +} +.xd33e1983 { +text-align:center; font-weight:bold; font-size:large; +} +.xd33e2095 { +font-size:xx-large; +} +.xd33e2097 { +font-size:medium; +} +/* ]]> */ </style> +</head> + +<body> +<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78680 ***</div> + +<div class="front"> +<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0046-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="558" height="720"></div><p> +<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first xd33e121">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜ +</p> +<p class="xd33e123">UITGAVE VAN DEN „ROMAN-BOEKHANDEL VOORHEEN A. EICHLER”, SINGEL 236,—AMSTERDAM. +</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="body"> +<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<div class="figure"><img src="images/p0046-01.png" alt="VEREENIGING TER BEVORDERING DER GOEDE ZEDEN" width="720" height="225"></div> +<h2 class="super xd33e127">VEREENIGING TER BEVORDERING DER GOEDE ZEDEN</h2> +<h2 class="label">EERSTE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Baxter wordt President.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De inspecteur van politie Baxter van Scotland Yard, de almachtige chef van de Londensche +recherche, was zeer ontstemd op zijn bureau gekomen en ergerde zich, omdat zijn secretaris +Marholm, of zooals de Londensche misdadigers hem noemden, de Vloo, niet aanwezig was. +</p> +<p>Zelfs het genot van zijn pijpje kon hem niet in de goede stemming terugbrengen. +</p> +<p>Onmiddellijk drukte Baxter op het knopje van de electrische bel op zijn schrijftafel, +waarop uit het aangrenzende vertrek een der dienstdoende agenten binnentrad. +</p> +<p>„Waar is secretaris Marholm?” snauwde Baxter hem toe. +</p> +<p>Het antwoord luidde: +</p> +<p>„Secretaris Marholm heeft een brief gezonden, die op de schrijftafel van den inspecteur +ligt”. +</p> +<p>Terwijl de politieagent nog wachtte, opende Baxter den brief en las: +</p> +<blockquote> +<p class="first salute">„Waarde inspecteur! +</p> +<p>De vorige week zijt gij drie dagen ziek geweest en ik moest toen uw dienst alleen +waarnemen. Daar het vandaag ook zulk prachtig weer is, neem ik de vrijheid, eveneens +ziek te zijn en verzoek u mijn werk er bij te willen doen. Met beste groeten. +</p> +<p class="signed"><span class="ex">Marholm.</span>”</p> +</blockquote><p> +</p> +<p>Een oogenblik staarde Baxter onafgewend naar den brief. +</p> +<p>Daarop barstte hij los: +</p> +<p>„Een dergelijke onbeschaamdheid heb ik nog nooit beleefd. Deze brutaliteit overtreft +alles! Daarenboven ligt er hier een hoop werk voor hem. Dat zou hij wel willen, dat +ik ging zitten om zijn werk te doen! +</p> +<p><span>„</span>De duivel hale dien kerel, ik zou graag een anderen secretaris willen hebben, maar +helaas — —” +</p> +<p>Hij zuchtte woedend. +</p> +<p>„Ik kan onder die domme beambten geen enkelen vinden, die in staat is een acte te +schrijven, die leesbaar is en zonder taalfouten.” +</p> +<p>„Met woest rollende oogen wendde hij zich tot den bij de deur staanden politieagent: +</p> +<p>„Zend onmiddellijk mijn secretaris naar het bureau!” +</p> +<p>„Tot uw dienst, inspecteur!” klonk het terug. +<span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span></p> +<p>Baxter ging nu aan zijn schrijftafel zitten en begon de ingekomen stukken te lezen. +</p> +<p>De tweede brief, dien hij opende, droeg het gedrukte opschrift: +</p> +<blockquote> +<p class="first center"><span>„</span><i>Vereeniging ter bevordering der goede zeden.</i> +</p> +<p class="salute">Geachte heer! +</p> +<p>Ondergeteekende, president Sir Edwin Harper, heeft de eer u te verzoeken, tweede voorzitter +te worden van de Vereeniging ter bevordering der goede zeden in Engeland. +</p> +<p>Zooals u waarschijnlijk bekend is, staat onze Vereeniging onder bescherming van Z. K. H. +den hertog van Norfolk. +</p> +<p>Onder zijn voorzitterschap heeft aanstaanden Donderdag een feestmaal plaats ter viering +van het tienjarig bestaan, in hotel Cecilia. +</p> +<p>De president is zoo vrij, u tot dezen feestmaaltijd uit te noodigen en verzoekt u +op de bijeenkomst den hertog van Norfolk te willen mededeelen, dat gij het tweede +voorzitterschap aanvaardt. +</p> +<p>Een eeretoelage van 500 pond sterling per jaar is aan deze betrekking verbonden, ten +einde de onkosten te dekken, welke de werkzaamheden medebrengen. +</p> +<p>Op voorstel van verschillende onzer leden is de keus op u gevallen voor het vervullen +van deze betrekking en het zou ons verheugen, een toestemmende beslissing te mogen +vernemen. +</p> +<p class="signed"><i>De president</i> +<br><span class="ex">Edwin Harper</span>.”</p> +</blockquote><p> +</p> +<p>De misnoegde uitdrukking was van het gelaat van den inspecteur verdwenen. +</p> +<p>Zijn ijdelheid was door dit aanbod in de hoogste mate gestreeld en zacht mompelde +hij: +</p> +<p>„Natuurlijk neem ik dat aan! Ik zou wel dwaas zijn, als ik het afsloeg! Men moet altijd +trachten, relaties te krijgen met menschen, die hooger staan dan wijzelf en de hertog +van Norfolk is, voor zoover ik weet, een intiem vriend van den koning. Ik zal den +president onmiddellijk antwoorden. — — +</p> +<p><span>„</span>Marholm!” +</p> +<p>Hij keek paar de ledige plaats van zijn secretaris en had geheel vergeten, dat deze +niet aanwezig was! Hij keek weer ontstemd en vloekte: +</p> +<p>„Het is eenvoudig ongelooflijk. Altijd als men dien man noodig heeft, is hij er niet. +</p> +<p><span>„</span>De duivel moge hem halen! +</p> +<p><span>„</span>Er zal mij niets anders overblijven dan den president zelf te schrijven.” +</p> +<p>Hij nam een vel papier, doopte zijn pen in en dacht na. +</p> +<p>Na eenige minuten begon hij: +</p> +<blockquote> +<p class="first salute"><span>„</span>Hooggeachte heer president!”</p> +</blockquote><p> +</p> +<p>Verder kwam hij niet. +</p> +<p>„Als ik nu maar wist, of de president dit kan lezen. Het is echter mijn schuld niet, +maar die van mijn leeraren, die het mij niet beter hebben geleerd. +</p> +<p><span>„</span>Ik betwijfel werkelijk, of iemand het zal kunnen lezen,” mompelde hij <span class="corr" id="xd33e216" title="Bron: nadenken">nadenkend</span>. „Ik zal het nog eens probeeren!” +</p> +<p>Hij nam een ander velletje en begon opnieuw, zorgvuldig de pen hanteerend: +</p> +<blockquote> +<p class="first salute"><span>„</span>Hooggeachte heer president!”</p> +</blockquote><p> +</p> +<p>Daarop vergeleek hij de beide stukken met elkaar en bekeek ze op eenigen afstand. +</p> +<p>Geen der twee vond hij goed genoeg en beide zoo onleesbaar, dat alleen hij, die het +had geschreven, het lezen kon. +</p> +<p>Het waren merkwaardig onduidelijke letters, die hem toegrijnsden. +</p> +<p>Opnieuw begon hij op Marholm te vloeken, daarop nam hij, om zijn woede te luchten, +de beide velletjes papier, kneep ze in elkaar en slingerde ze in de papiermand. +</p> +<p>Op dit oogenblik werd de deur geopend en de vurig verlangde Marholm trad met een glimlach +op het gelaat de kamer binnen. +</p> +<p>„Goeden morgen, inspecteur”, riep hij, „wat is er aan de hand?” +</p> +<p>„Voor den duivel, Sir!” schreeuwde Baxter, „wat bezielt je eigenlijk? Ik ben verbaasd +over zooveel brutaliteit, hoe durf je het wagen?” +</p> +<p>„Ik ben ziek,” antwoordde de Vloo, steeds vroolijk glimlachend. +</p> +<p>„Ziek? Zijt gij ziek? Gij straalt van gezondheid en lacht zoo vroolijk, alsof gij +van het een of andere prettige feestje kwaamt. Welke ziekte hebt gij? Wilt gij mij +dat eens opgeven?” +</p> +<p>„Jawel,” antwoordde Marholm lachend, „ik heb rheumatiek!” +</p> +<p>„Rheumatiek?” vroeg Baxter. „Al hadt gij dat, dan zou dat nog geen reden zijn om uit +het bureau weg te blijven.” +</p> +<p>„Natuurlijk,” antwoordde de secretaris, „ik ben niet in staat om dienst te doen.” +</p> +<p>„Hoor eens,” schreeuwde de inspecteur, „als alle <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>menschen, die rheumatiek hebben, zoo flink op hun beenen staan als gij, dan zou ik +die kwaal wel willen hebben.” +</p> +<p>„Wie zegt u, dat mijn knieën niet knikken?” vroeg de Vloo. +</p> +<p>„Waar hebt u pijn?” +</p> +<p>„In den arm!” +</p> +<p>„In welken? Toch niet in den rechter?” +</p> +<p>„Ik had nooit gedacht, dat gij zoo goed zoudt kunnen raden,” lachte Marholm. +</p> +<p>Baxter sloeg met zijn vuist op de schrijftafel. +</p> +<p>„Gij wilt mij zenuwachtig maken, man, gij liegt natuurlijk!” +</p> +<p>„Volstrekt niet,” klonk het op drogen toon. „Ik kan geen pen vasthouden. Ik kan mijn +eigen naam niet eens zetten!” +</p> +<p>„Een mooie toestand!” kermde Baxter, „maar—” zijn gelaat helderde plotseling op— — +</p> +<p>Hij ging naar Marholm toe en hield hem, zooals hij dat gewend was, bij een van zijn +jasknoopen vast. +</p> +<p>„Luister eens, Marholm,” sprak hij, terwijl hij den knoop begon rond te draaien. +</p> +<p>„Ja, ik luister,” antwoordde de Vloo, „maar ik verzoek u vriendelijk, mijn knoop te +laten zitten!” +</p> +<p>„Gij zijt een slecht mensch,” sprak Baxter, „ik heb u op bedrog betrapt!” +</p> +<p>„Nonsens!” riep de secretaris uit. „Ik zal er niet invliegen. Gij wilt zeker probeeren, +mij beet te nemen.” +</p> +<p>„En toch is het waar?” +</p> +<p>De <span id="xd33e261">Vloo</span> keek ongeloovig en haalde de schouders op. +</p> +<p>„Wilt gij mij eens verklaren,” vervolgde de inspecteur, „als gij rheumatiek in den +rechterarm hebt en geen pen kunt hanteeren, wie dan hedenmorgen dien brief voor u +heeft geschreven?” +</p> +<p>„Wel, ikzelf natuurlijk,” antwoordde de secretaris. +</p> +<p>„<span class="ex" lang="en">Allright</span>,” knikte Baxter, „en gij wilt mij wijsmaken, dat gij rheumatiek in den rechterarm +hebt? Neen, mijn waarde heer! Wie zulke brieven kan schrijven, lijdt daar niet aan. +Neem nu aan de schrijftafel plaats en schrijf, wat ik u zal dicteeren.” +</p> +<p>„Onmogelijk,” antwoordde de secretaris hoofdschuddend. „Toen ik den brief schreef, +had ik nog geen rheumatiek, maar een zeker geprikkel in de vingertoppen voorspelde +mij, dat ik het zou krijgen en dat is uitgekomen ook!” +</p> +<p>„Gij zijt onverbeterlijk!” +</p> +<p>Deze woorden warden met groote zelfbeheersching uitgesproken want de chef van Scotland +Yard spande zich in om niet woedend te worden, omdat hij brandde van verlangen om +den brief aan den president te dicteeren. +</p> +<p>„Maar,” vervolgde hij. „Misschien staat uw ziekte u toe, een klein briefje voor mij +te beantwoorden. Lees eens, welk schrijven ik ontving.” +</p> +<p>Hij overhandigde Marholm den brief en terwijl deze las, stak hij een sigaar op. Zoodoende +kon hij het vroolijke lachje niet zien, dat bij het lezen van den brief om den mond +van de <span id="xd33e278">Vloo</span> speelde. +</p> +<p>Marholm legde den brief neer en trok zijn overjas uit. +</p> +<p>Toen Baxter dat zag, kwam een zucht van verlichting over zijn lippen. +</p> +<p>„Als gij werkelijk rheumatiek hebt, mijn beste Marholm,” sprak hij op vaderlijk bezorgden +toon, „dan verzoek ik je om, nadat je dezen brief hebt geschreven, weer naar huis +te gaan. Gij kunt dan morgen wel inhalen, wat er vandaag te doen was. +</p> +<p><span>„</span>Ik weet uit eigen ervaring, hoe men onder die ziekte kan lijden. +</p> +<p><span>„</span>Dus, zooals afgesproken, gij zult den brief voor mij schrijven, nietwaar?” +</p> +<p>„Als gij het wilt aannemen, ben ik er gaarne toe bereid.” +</p> +<p>Marholm sprak op een eigenaardigen, ironischen toon, maar Baxter merkte het niet. +Hij zette zijn borst vooruit en begon te dicteeren: +</p> +<blockquote> +<p class="first salute">„Hooggeachte heer president! +</p> +<p>Uw aanbod om het tweede voorzitterschap der Vereeniging ter bevordering der goede +zeden aan te nemen, is mij een buitengewone eer. +</p> +<p>Ik ben gaarne bereid erop in te gaan. Niet alleen ter wille van het aangename gezelschap +en de relatie met mannen uit de hoogste kringen, welke deze positie meebrengt, maar +vóór alles, omdat ik zelf sinds jaren een ijverig voorstander ben van deugd en zedelijkheid.”</p> +</blockquote><p> +</p> +<p>— —<span>„</span>Au!”— —riep Marholm op luiden toon, zoodat zijn chef verbaasd opkeek. +</p> +<p>„Wat is er?” vroeg Baxter verschrikt. +</p> +<p>„Mijn rheumatiek werd veel erger, inspecteur en ik heb op deugd en zedelijkheid een +groote inktvlek laten vallen. Nu moet ik den brief nog eens schrijven!” +</p> +<p>„Wees toch voorzichtig,” sprak de inspecteur. „<span id="xd33e308">Gooi</span> geen vlekken op deugd en zedelijkheid. Hebt gij nog zoo’n pijn, wacht dan liever +even— —Maar—waarom lacht gij eigenlijk?” +</p> +<p>„Dat doe ik om mijn pijn te verbijten,” antwoordde Marholm. +<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p> +<p>„Wacht dus een oogenblik, inspecteur, totdat ik den brief overgeschreven heb.” +</p> +<p>Na eenige minuten, terwijl Baxter nieuwsgierig toekeek, of de brief niet weer door +inktvlekken bezoedeld werd, had de secretaris den laatsten zin geschreven, waarna +hij op het verdere wachtte. +</p> +<p>Zijn chef kuchte en begon verder te dicteeren: +</p> +<p>„Met alle kracht doe ik mijn best om de onzedelijkheid in Londen uit te roeien!”— +— — +</p> +<p>„Ha, ha, ha, ha, ha,” klonk het van Marholms lippen, zoodat Baxter verbaasd uitriep: +</p> +<p>„Mijn hemel, wat hebt gij toch!” +</p> +<p>„Ha, ha, ha, ha”, lachte Marholm, „o, inspecteur, die vervloekte rheumatiek.…..” +</p> +<p>„Maak mij toch niet zoo verschrikt! Roep dan liever: Au!” +</p> +<p>„Dat gaat niet!” antwoordde de Vloo. „Als ik „au!” roep, dan maak ik weer kladden!” +</p> +<p>„Nu—verder!” sprak Baxter, hoofdschuddend. +</p> +<blockquote> +<p class="first">„Ik zal Donderdag gedurende het diner in hotel Cecilia de eer hebben, persoonlijk +met u kennis te maken en verblijf hoogachtend +</p> +<p class="signed"><span class="ex">Baxter</span>, +</p> +<p>Inspecteur van politie, chef van het hoofdbureau Scotland Yard.”</p> +</blockquote><p> +</p> +<p>Met een tevreden glimlach nam Baxter nu den brief van de schrijftafel, las hem nog +eens door, sloot hem in een couvert en sprak: +</p> +<p>„Schrijf nu het adres.” +</p> +<p>„Ja, mijnheer de voorzitter,” knikte de Vloo. +</p> +<p>„Wat?” vroeg Baxter. „Hoe noemt gij mij?” +</p> +<p>„Wel, gij zijt nu immers: Voorzitter der Vereeniging voor deugd en zedelijkheid?” +</p> +<p>„Zeer zeker,” antwoordde Baxter, „maar nog buiten dienst!” +</p> +<p>„Juist!” lachte de Vloo, „dat had ik bijna vergeten! Met den dienst hebben deugd en +zedelijkheid niets te maken!” +</p> +<p>„Gij kunt wel heengaan!” +</p> +<p>Met deze woorden draaide Baxter hem den rug toe en met een vlugheid, die volstrekt +geen rheumatiek deed vermoeden, nam Marholm zijn jas van den kapstok en ging heen. +</p> +<p>Eenigen tijd later verliet ook de tweede voorzitter der Vereeniging ter bevordering +der goede zeden het hoofdbureau van politie, om den brief persoonlijk op de post te +bezorgen. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">TWEEDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Een feestavond.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In hotel Cecilia was in een der zalen de tafel gedekt voor de leden van de Vereeniging +ter bevordering der goede zeden in Engeland en de gasten zaten in feestgewaad met +witte, driekantige mutsen op het hoofd, witte schorten, waarop in gouden letters „deugd” +was geborduurd en witzijden, breede linten over de borst, waarop in roode zijde het +woord „zedelijkheid” was aangebracht, rondom de tafel, aan wier hoofd het eerelid +de hertog van Norfolk, presideerde. +</p> +<p>Aan zijn rechterzijde zat de voorzitter, Sir Edward Harper en daarnaast de inspecteur +van politie Baxter van Scotland Yard. +</p> +<p>Om de vergadering te openen nam de voorzitter het woord en hield, onder diep stilzwijgen +der aanwezigen, de volgende rede: +</p> +<p>„Hooggeachte leden van onze Vereeniging! +</p> +<p>„Ik heet u allen welkom en ben verheugd, dat gij in zoo grooten getale zijt verschenen +om door trouwen arbeid ons werk voort te zetten.” +</p> +<p>Een algemeen handgeklap volgde op deze woorden. +<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p> +<p>Daarop vervolgde hij: +</p> +<p>„Gij ziet hier aan mijn zijde den hooggeachten inspecteur van politie Baxter van Scotland +Yard, op wien onze keus is gevallen voor de functie van tweeden voorzitter onzer Vereeniging.” +</p> +<p>Wederom weerklonk luid en langdurig applaus, waarop Baxter gevleid boog. +</p> +<p>De president veegde met zijn servet het zweet van zijn vet gezicht en keek met een +vriendelijk lachje, zoodat zijn wangen nog dikker schenen, naar Baxter, terwijl hij +sprak: +</p> +<p>„Ja, hooggeachte heeren leden! Onze keus is een uitstekende geweest, want Sir Baxter +heeft, hoewel hij niet behoorde tot onze <span id="xd33e364">Vereeniging</span> ter bevordering der goede zeden in Engeland, reeds oneindig veel goeds gedaan. +</p> +<p><span>„</span>Gij weet, dat hij onze theaterstukken heeft te beoordeelen, dat de censuur bij hem +berust, dat hij moet beslissen, of een dergelijk stuk zedig en niet van verderfelijken +invloed is. +</p> +<p><span>„</span>Wij danken onzen hooggeachten inspecteur Baxter de betere handhaving der censuur in +Engeland en wij hebben het steeds vol vreugde aangezien, wanneer wederom een van de +vele stukken, die voedsel geven aan de wellust en de echtbreuk in de hand werken, +of wel een loflied zingen voor de ondeugd, verboden werd.” +</p> +<p>„Bravo! Bravo!” klonk het van alle kanten en Baxter maakte weer een diepe buiging. +</p> +<p>„Het is te hopen,” vervolgde de president, „dat wij onder de leiding van inspecteur +Baxter nog strenger en energieker onzen veldtocht tegen de onzedelijkheid zullen kunnen +houden. +</p> +<p><span>„</span>In de eerste plaats moet op krachtige wijze gestreden worden tegen de vergiftiging +van onze jeugd, van politiewege moet toezicht worden gehouden op de lectuur voor onze +jongens en meisjes. +</p> +<p><span>„</span>Hoeveel kwaad wordt hierdoor berokkend? +</p> +<p><span>„</span>Een geheel leger misdadigers wordt telken jare op deze wijze aangekweekt. +</p> +<p><span>„</span>Inspecteur Baxter zal dit wel met ons eens zijn en zijn ervaringen in Scotland Yard +zullen het bewijs leveren— — — +</p> +<p><span>„</span>Niet waar, inspecteur?” +</p> +<p>Baxter had slechts met een half oor naar de laatste woorden geluisterd en antwoordde +met een vriendelijk lachje: +</p> +<p>„Gij hebt gelijk, mijnheer de voorzitter. Bij mij in Scotland Yard worden dergelijke +boeken ook gelezen”. +</p> +<p>Doodelijke stilte volgde. +</p> +<p>Het gelaat van den president geleek op dat van zijn Chineesch afgodsbeeld, toen hij +vroeg: +</p> +<p>„Hoe, mijnheer de inspecteur! versta ik u goed? Men leest ze bij u in Scotland Yard?” +</p> +<p>Eerst nu bemerkte Baxter, dat hij zich op glad ijs had begeven. +</p> +<p>„Ja!” knikte hij en vervolgde: „Helaas! Men leest ze!” +</p> +<p>„O, wat een schande!” zuchtte de president en de geheele vergadering zuchtte. +</p> +<p>Daarop vroeg Sir Harper: +</p> +<p>„En de misdadigers, die gij gevangen neemt …?” +</p> +<p>De Vloo zou gezegd hebben: +</p> +<p>„Eerst moeten wij ze te pakken kunnen krijgen.” +</p> +<p>Maar Baxter antwoordde: +</p> +<p>„De misdadigers worden allemaal achter slot en grendel gebracht!” +</p> +<p>„Neen, neen,” sprak de president, „ik bedoel of die misdadigers ook dergelijke boeken +lezen?” +</p> +<p>„Welneen, dat is onmogelijk,” antwoordde Baxter, „ik kan u bezweren, mijne heeren, +dat zij dergelijke boeken niet te lezen krijgen. Zulke lectuur is in de gevangenisbibliotheek +niet voorhanden.” +</p> +<p>„Gij begrijpt mij verkeerd,” riep de president uit. „Ik wensch te weten, of de gevangenen +niet vóór hun arrestatie die boeken hebben gelezen en daardoor op het slechte pad +zijn gekomen. In de laatste verhandelingen van de politiebladen gaven de misdadigers +het lezen van dergelijke boeken steeds op als verontschuldiging voor hun daden.” +</p> +<p>„Dan liegen die kerels,” sprak Baxter, „want nog pas eenige dagen geleden vertelde +mijn secretaris mij, dat hij tot zijn groote ergernis die boeken altijd moest koopen. +Geen enkele van de schurken, die opgebracht werden, had er een bij zich. +</p> +<p><span>„</span>Ik moet bovendien den geachten voorzitter op dit punt tegenspreken! +</p> +<p><span>„</span>Mijn beambten zijn ontegenzeggelijk nette menschen en lezen toch, zooals ik nogmaals +moet constateeren, bij voorkeur spannende verhalen. In alle bureaux van Scotland Yard +vind ik ze.” +</p> +<p>„Dat is merkwaardig. Daarvan wisten wij niets,” merkte <span id="xd33e418">Sir</span> Harper verbaasd op. „Die misstand moet onmiddellijk worden opgeheven, inspecteur! +Uw beambten moet leerzame en hoogstaande lectuur worden verstrekt. Wij zullen u morgen +uit onze bibliotheek een groot aantal van zulke boeken doen toekomen! +<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p> +<p><span>„</span>En om nu op een ander onderwerp over te gaan: door Zijne Hoogheid den hertog van Norfolk +is de volgende wensch geuit: +</p> +<p><span>„</span>De hertog beveelt om het dorp Sandram in Schotland onder streng politietoezicht te +stellen, opdat er een eind kome aan de daar heerschende ontucht.” +</p> +<p>„Wat is daar dan voorgevallen?” vroeg een der leden, die aan het ondereind van de +tafel zat, waarna alle aanwezigen in een luid gelach losbarstten. +</p> +<p>„Sir,” antwoordde de president, „weet gij niet, dat uit het dorp Sandram alle minnen +voor het geheele koninkrijk komen? Hebt gij nog nooit een min noodig gehad?” +</p> +<p>„Neen, het spijt mij, maar ik ben ongehuwd,” antwoordde het lid der <span id="xd33e433">Vereeniging</span>. +</p> +<p>„Dus,” vervolgde de voorzitter, „het kweeken van minnen, of liever de ontucht moet +eindigen in dat dorp.” +</p> +<p>„Ja, maar,” opperde een der leden, „wat moet men dan doen, als men er een noodig heeft +in zijn familie?” +</p> +<p>Nu stond de hertog op, klemde zijn monocle in de holte van zijn rechteroog en sprak +langzaam en op plechtigen toon: +</p> +<p>„Sir, dan behelpt men zich zonder min. Er zijn, zooveel middelen, welke dagelijks +worden geannonceerd, dat het ten eenemale overbodig is, een kind door een min te laten +grootbrengen. Ik verzoek nogmaals de geachte vergadering om mijn wensch, de minnen +uit te roeien, te willen vervullen.” +</p> +<p>„Laten wij het voorstel van Zijne Hoogheid in stemming brengen,” sprak de voorzitter. +</p> +<p>Voor dit doel moesten de leden, die er vóór waren, van hun zetels opstaan. +</p> +<p>Allen verhieven zich.— +</p> +<p>Ook de ongehuwden. +</p> +<p>Zijne Hoogheid knikte met een tevreden glimlachje en de voorzitter sprak: +</p> +<p>„Het voorstel van Zijne Hoogheid is met algemeene stemmen aangenomen. +</p> +<p><span>„</span>Als verder onderdeel onzer besprekingen komen de advertenties in de kranten aan de +orde en moeten wij een wet in het leven zien te roepen om hieraan een einde te maken. +</p> +<p><span>„</span>Geheele pagina’s onzer dagbladen zijn gevuld met afschuwelijke onzedelijkheid. +</p> +<p><span>„</span>In de eerste plaats zijn het de advertenties van onze gummifabrikanten, verder die +betreffende geneesmiddelen voor allerlei geheime ziekten, gevolgen van jeugdzonden +en dergelijke, in de derde plaats de advertenties, waarin men onze dames een schoonen +boezem wil bezorgen. +</p> +<p><span>„</span>Ik bid u, mijne heeren, werkt niet reeds het woord <span class="ex">boezem</span> onzedelijke voorstellingen op? +</p> +<p><span>„</span>Men kan gerust aannemen, dat dergelijke aankondigingen verderfelijk op onze jeugd +werken en aanleiding geven tot allerlei ondeugden. +</p> +<p><span>„</span>Er moest dus voor gezorgd worden, dat door de een of andere wet deze advertenties +worden verboden en dat de kranten, die ze toch publiceeren, met een hooge geldboete +of met de gevangenis worden gestraft. Ik verzoek u, dit voorstel in stemming te willen +nemen”. +</p> +<p>Weer stonden alle aanwezigen op. +</p> +<p>De president vervolgde: +</p> +<p>„Zeer zeker zijn de kranten—uitgezonderd de berichten omtrent het hof en de politiek—het +verderf van onzen tijd. Alle soorten <span class="corr" id="xd33e473" title="Bron: msidaden">misdaden</span>, ik noem bijvoorbeeld de vergoding van John Raffles— — —” +</p> +<p>„Zeer juist!” riep Baxter uit. +</p> +<p>De president zag zich genoodzaakt om te herhalen: +</p> +<p>„De vergoding van John Raffles. Het beschrijven van allerlei wandaden is gevaarlijker +dan alle mogelijke sensatieromans, want bij deze laatste twijfelt men er aan, of dat, +wat men leest, tot de mogelijkheden behoort, maar wat in de kranten staat, is helaas +werkelijkheid. +</p> +<p><span>„</span>Ik bid u, mijne heeren, welken invloed moet het hebben op het karakter van een jong +meisje van tien jaar, wanneer het des morgens in de kranten leest over een vergrijp +tegen de goede zeden of op een jeugdigen knaap, die op de hoogte wordt gesteld van +de <span class="corr" id="xd33e482" title="Bron: intiemiteiten">intimiteiten</span> uit het particuliere leven van de een of andere hooggeplaatste persoonlijkheid! Is +het niet waar, mijne heeren, dat is een groot schandaal, het is publieke onzedelijkheid, +welke voor iedereen te lezen staat. +</p> +<p><span>„</span>Aan dit alles moet een einde worden gemaakt en daarover wenschte ik te beraadslagen.” +</p> +<p>De hertog stond op en allen luisterden vol eerbied. +</p> +<p>„De oplossing van dit vraagstuk zou heel eenvoudig zijn”, sprak hij, „wanneer er geen +misdaden meer gepleegd werden.” +</p> +<p>„Bravo! bravo!” riepen de aanwezigen, terwijl de spreker weer plaats nam. +</p> +<p>„Heeft nog iemand zijn oordeel hierover uit te spreken?” vroeg de voorzitter en daar +niemand het waagde, na den hertog nog iets in het midden te brengen, verklaarde de +voorzitter het zakelijke gedeelte <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>voor afgedaan en gaf tot algemeene vreugde het teeken om te gaan eten. +</p> +<p>Met een honger als wolven wierpen allen zich op de voorgediende spijzen. +</p> +<p>Na korten tijd stond de hertog op en verliet het gezelschap. +</p> +<p>Eerst nog had hij Baxter, als hooge onderscheiding, een handdruk gegeven en deze voelde +zich hierdoor zoo vereerd, dat hij vol diep respect naar zijn hand keek. +</p> +<p>Nadat de hertog was vertrokken, begon volgens Engelsch gebruik een zwelgpartij. Het +was reeds na middernacht, toen Baxter, arm in arm met den president, het hotel verliet +om zich op straat te begeven. +</p> +<p>„Gaat gij al naar huis?” vroeg Sir Harper den inspecteur. +</p> +<p>„Ik ben gewend”, antwoordde deze, „bijtijds te gaan slapen. Mijn dienst is inspannend!” +</p> +<p>„Kom!”, lachte de president, „dan maakt gij heden een uitzondering. Ik ken hier in +de buurt een klein Fransch restaurant, waar uitstekende champagne wordt geschonken +en waar men zich kostelijk amuseert. Gij moet dat leeren kennen.” +</p> +<p>„Natuurlijk!” antwoordde de chef van Scotland Yard, „als gij erop gesteld zijt, dat +ik u vergezel. Ik ben geen spelbreker.” +</p> +<p>Zij behoefden niet ver te loopen en gingen van het Strand een kleine zijstraat in. +Zij bleven staan voor een huis, waaraan in geen enkel opzicht te zien was, dat er +nog leven in heerschte. +</p> +<p>Aan de deur bevond zich een ouderwetsche klopper, dien zij meermalen in beweging moesten +zetten. +</p> +<p>Na eenig wachten werd de deur geopend en een oude man, die er uitzag als een kamerdienaar, +maakte een buiging en sprak in het Fransch: +</p> +<p>„Goeden avond, heeren!” +</p> +<p>Daarop gingen zij binnen, terwijl de bediende de deur geruischloos achter hen sloot. +</p> +<p>Beide heeren ontdeden zich in de deftig ingerichte, met zware tapijten belegde voorkamer +van hun overjassen en Baxter hoorde het gedempte lachen van vrouwenstemmen, het klinken +van wijnglazen en de zachte, welluidende tonen van een Zigeunerkapel. +</p> +<p>Baxter keek verbaasd om zich heen, wat de president zag. +</p> +<p>„Ja, ziet gij, mijn waarde”, sprak deze, terwijl hij voor een der spiegels zijn haar +in orde maakte, dat zich uiterst spaarzaam op zijn spiegelgladden schedel vertoonde, +„telkens na zulk een vermoeiende vergadering voel ik er behoefte aan, mij een kleine +afleiding te gunnen. Ik verzeker u, dat gij u heerlijk zult amuseeren in dezen kleinen +tempel.” +</p> +<p>Hij nam Baxters arm, de kamerdienaar, die eerbiedig bij een met Perzische gordijnen +versierde deur stond, sloeg de portières terug, opende een kleine vleugeldeur en beide +heeren traden een salon binnen. +</p> +<p>Daar wachtte een andere bediende, die ook een buiging maakte en hun tegelijkertijd +een zilveren blad voorhield. +</p> +<p>„O, drommels”, mompelde Baxter, „ik heb geen visitekaartje bij mij.” +</p> +<p>De president lachte. +</p> +<p>„Een visitekaartje? Neen, mijn waarde, dat is ook niet noodig, maar een bankbiljet +van een pond. Mocht gij er geen bij u hebben, dan ben ik bereid, u er aan te helpen.” +</p> +<p>Terwijl de inspecteur zijn portefeuille te voorschijn haalde om het verlangde geld +op het blad te leggen, fluisterde hij: +</p> +<p>„Tot welk doel betaalt men hier?” +</p> +<p>„Dat zult gij dadelijk in de zaal wel zien. Ik verzeker u, mijn beste heer, dat het +er heerlijk is.” +</p> +<p>Hij trok Baxter met zich mee. +</p> +<p>De portière van een tweede deur werd weggeslagen, een vleugeldeur geopend en beide +heeren traden een schitterend verlichte zaal binnen, waar bij de muziek van een kleine +kapel verscheiden paren dansten, terwijl rondom aan de muren uit een menigte nissen +het vroolijke lachen en schertsen van dames en heeren weerklonk. +</p> +<p>Overal brandden roode lampen en stonden rijk bekleede fauteuils. +</p> +<p>Eenige der intiemste plekjes waren door blauw fluweelen gordijnen aan de blikken der +gasten onttrokken, andere waren half of gedeeltelijk geopend en Baxter zag daarin +alleenzittende dames, die hem met haar waaier wenkten en hem allerliefst toelachten. +</p> +<p>De president scheen hier een bekende persoonlijkheid te zijn. +</p> +<p>„Er moeten hier een paar nieuwelingen zijn”, fluisterde hij den inspecteur toe. „Luister +naar mijn raad en neem niet een der oudjes. Ziet gij daarginds dat kleine zwartje, +dat is een nieuwe. Hoe vindt gij haar? Of houdt gij meer van blondines met rijpere +vormen?” +</p> +<p>Baxter wist van verbazing niet wat hij zou antwoorden. +<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p> +<p>Zonder dat hem verder iets werd gevraagd, schoof de president hem naar een dame en +sprak: +</p> +<p>„Lady, het zal dezen heer een genoegen zijn, met u te soupeeren.” +</p> +<p>Hij zelf verdween in een der nissen. +</p> +<p>Toen de inspecteur vele uren later in een cab naar huis reed, had hij zooveel champagne +gedronken, dat hij in de beste stemming zachtjes zong en eerst toen hij thuis was, +herinnerde hij zich, dat hij om 6 uur des morgens dienst had en dat het nu tien minuten +vóór 5 was. +</p> +<p>Zoo goed als het hem mogelijk was, trok hij zijn frack uit en kleedde zich in zijn +dienstjas. +</p> +<p>In hetzelfde rijtuig, dat hem naar huis had gebracht, liet hij zich naar het hoofdbureau +van politie brengen. +</p> +<p>De Vloo had juist een kopje morgenkoffie voor zich staan en een pijpje gestopt, toen +Baxter binnentrad. Hij had moeite, op de been te blijven en liep waggelend naar zijn +schrijftafel. +</p> +<p>„Wel, inspecteur”, riep de Vloo lachend, „waar komt gij vandaan?” +</p> +<p>„Gij moet mij vervangen”, stotterde zijn chef met moeite. „Gij weet immers, dat ik +vergadering had van de Vereeniging voor ontucht van minnen en gummi-artikelen—en—en—en— +— —” +</p> +<p>Marholm lachte luidkeels, maar antwoordde niet. +</p> +<p>„Ik zal u later alles vertellen.….. voorloopig moet ik slapen, mijn lieve Marholm.” +</p> +<p>Hij liet zich door de Vloo naar de kleine kamer naast het bureau brengen, waar een +lederen sofa stond en nauwelijks lag hij, of hij sliep ook al. +</p> +<p>Marholm echter sprak tot zichzelf: +</p> +<p>„Jammer, dat John Raffles den inspecteur van politie niet heeft gezien; wat zou hij +een pret hebben gehad!” +</p> +</div> +</div> +<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">DERDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Het klaverblad van vier.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Lord Edward Lister, of, zooals hij zichzelf noemde, John C. Raffles, was juist met +zijn vriend Charly Brand, die reeds verscheiden jaren zijn assistent was en den Grooten +Onbekende als zijn meester beschouwde, van een Europeesche reis naar Londen teruggekeerd. +</p> +<p>De deftige kleine villa in Hydepark, welke hij onder den naam van baron Walkerfield +had gehuurd en volgens zijn smaak op voorname manier ingericht, was door den kamerdienaar, +den ouden Joe, op voorbeeldige wijze onderhouden. +</p> +<p>Met een verheugden glimlach had hij zijn heer ontvangen, die zich gedurende verscheiden +weken in Parijs had opgehouden. +</p> +<p>„Nu zijn wij weer thuis, mijn jongen”, sprak John Raffles tot Charly Brand. „Ik moet +je eerlijk bekennen, dat ik altijd, als ik eenige maanden uit Londen weg ben geweest, +heimwee naar onze stad krijg met haar rustelooze menschenmassa.” +</p> +<p>Charly Brand zette een nadenkend en zeer ontevreden gezicht. +</p> +<p>„Ik moet zeggen”, sprak hij, een sigaret aanstekende, „dat ik altijd verlang naar +den dag, waarop je mij mededeelt, dat wij Londen gaan verlaten. Ik sidder op dezen +bodem, die altijd gevaar voor jou oplevert.” +</p> +<p>John Raffles lachte vroolijk. +</p> +<p>„Je bent toch niet bang voor inspecteur Baxter?” +</p> +<p>Hij nam zijn sigarettenkoker en stak er ook een aan. „Mijn beste jongen, die krenkt +mij geen haar. Hij is blij, dat ik hem niets doe.” +</p> +<p>„Wie weet”, antwoordde Charly, „misschien heeft hij je met opzet jarenlang van een +zekere veiligheid <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>laten genieten om er zich op een goeden dag, als hij ze gevangen heeft genomen, op +te kunnen beroemen, dat het alleen hem, den alom gevreesden inspecteur Baxter van +Scotland Yard, is gelukt, om jou den genialen amateur-roofridder, eindelijk onschadelijk +te maken.” +</p> +<p>„Geloof je dat werkelijk, mijn beste, jongen?” vroeg zijn vriend. „Ik verzeker je, +zoolang als ik op kalme wijze mijn eigenaardige sport blijf uitoefenen, is mijn beroep +absoluut ongevaarlijk. Alleen dan wordt het een halsbrekend bedrijf, als ik lichtzinnig +ga handelen. +</p> +<p><span>„</span>Dan gebeurt mij precies hetzelfde als dat elken zakenman of burger passeert: ik ga +over den kop!”— — +</p> +<p>John Raffles nam, nadat hij deze woorden had gezegd, aan de groote empire-schrijftafel +plaats en begon een mededeeling te schrijven aan zijn club, waarvan hij lid was, eveneens +onder dien naam van baron Walkerfield, dat hij weer van zijn reis was teruggekeerd. +</p> +<p>Charly Brand had zich intusschen met de kranten bezig gehouden, welke juist door den +kamerdienaar waren gebracht en las de nieuwstijdingen. +</p> +<p>Toen zijn vriend den brief af had, belde hij en gaf een kamerdienaar den brief ter +bezorging. +</p> +<p>Daarop nam ook hij de kranten en vroeg of Charly iets interessants had gevonden. +</p> +<p>„Steeds hetzelfde,” antwoordde deze, „dezelfde misdaden, dezelfde ongelukken, dezelfde +sportberichten. Alleen de namen der persoonen veranderen. Er is niet veel nieuws onder +de zon.” +</p> +<p>„Stop!” riep Raffles. „Jij bent nog een onervaren jongmensch, mijn lieve Charly. Er +is een groote massa nieuws, waarvan wij soms niet het flauwste vermoeden hebben.” +</p> +<p>Hij bladerde daarna de kranten door en sprak daarop, met een blik op het blad, dat +Charly in de hand hield: +</p> +<p><span>„</span>Je hebt daar zeker het blad, waarin de nieuwtjes staan uit de Londensche hoogere kringen. +Geef het mij eens.” +</p> +<p>Charly Brand blies met aandacht den rook van zijn sigaret in de lucht, nadat hij zijn +vriend het nieuwsblad had gegeven, en sprak: +</p> +<p>„Je bent een eigenaardig mensch, lieve Edward; ieder ander leest eerst het werkelijk +interessante, wat er in de wereld voorvalt: politiek—eventueele oorlogsberichten en +dergelijke. Jij daarentegen— —” +</p> +<p>„Wees maar gerust”, viel John Raffles hem in de rede. „Je jeugd speelt je alweer parten. +Ik verzeker je, mijn jongen, deze schijnbaar droge berichtjes, die mij vertellen, +dat lord X met de dochter van den Amerikaanschen beurskoning Smith uit Chicago is +getrouwd, of dat mevrouw v. Z. een eisch tot echtscheiding heeft ingediend tegen haar +echtgenoot, of dat de eigendommen van den Schotsen baron Y. zijn verkocht—al die berichten +zijn voor mij veel interessanter dan wat de kranten verder op uitvoerige wijze hun +lezers vertellen. Dat, wat jij daar leest is voor de alledaagsche groote massa. +</p> +<p><span>„</span>Maar deze klein gedrukte mededeelingen zijn de werkelijk groote treurspelen, welke +in het geheim worden opgevoerd. +</p> +<p><span>„</span>Toe, stoor mij nu eens een oogenblik niet.” +</p> +<p>Hij nam de krant en begon te lezen. +</p> +<p>Nauwelijks had hij een paar seconden lang de berichten doorgekeken, of hij liet plotseling +het blad vallen en brak los in een luid gelach. +</p> +<p>Charly Brand sprong verschrikt op en liet zijn sigaret vallen. +</p> +<p>„Wat is er, Edward? Je doet mij werkelijk schrikken!” +</p> +<p>„Neen maar, het is kostelijk, lieve Charly!” riep John Raffles uit. „O, wat ik hier +heb gelezen— —Je moet dit bericht uitknippen.” +</p> +<p>„<span class="ex" lang="en">Allright!</span>” sprak Charly Brand. Hij hield namelijk reeds jarenlang als secretaris van zijn vriend +een archief bij, waarin hij alle berichten uit de kranten verzamelde, evenals alle +mogelijke mededeelingen en opmerkingen, welke op eenigerlei wijze betrekking hadden +op Raffles en welke hij alle zorgvuldig registreerde. +</p> +<p>John Raffles had het bericht nogmaals gelezen en lachte opnieuw. +</p> +<p>„Zou je mij niet willen vertellen,” vroeg Charly Brand, „waarom je zoo vroolijk bent? +Je schijnt buitengewoon veel plezier te hebben.” +</p> +<p>„Zeker,” lachte John Raffles. „Alleen de Engelsche natie bezit zulke grappenmakers, +zulke komieke lui, onze Falstaffs, zooals Shakespeare ze heeft geteekend. +</p> +<p><span>„</span>Een type daarvan is onze politie-inspecteur Baxter! +</p> +<p><span>„</span>Luister eens, wat hier staat: De Vereeniging ter bevordering der goede zeden in Engeland +vierde eergisteren in hotel Cecilia haar tienjarig bestaan— —mooi, he?” +</p> +<p>Charly Brand antwoordde glimlachend: +</p> +<p>„Ik heb nog nooit iets gehoord van het bestaan eene dergelijke vereeniging.” +<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p> +<p>„Ik ook niet,” antwoordde Raffles, „en ik had ook nu misschien nog niets erover gelezen, +wanneer een naam mijn aandacht niet had getrokken. +</p> +<p><span>„</span>Deze naam is het grappige van de geschiedenis. +</p> +<p><span>„</span>Luister naar hetgeen hier verder staat: +</p> +<p><span>„</span>Op den feestavond, waaraan ook werd deelgenomen door den beschermheer der Vereeniging, +den hertog van Norfolk, werd door den president Sir Edwin Harper, den nieuwen tweeden +voorzitter der Vereeniging geïnstalleerd: den inspecteur van politie Baxter van Scotland +Yard— — —” +</p> +<p>Nu barstte ook Charly Brand in een luid gelach uit, waar zijn vriend opnieuw mee instemde. +</p> +<p>Daarop riep deze uit: +</p> +<p>„Dat is een mop, zooals men geen betere kan uithalen in de Vereenigde Koninkrijken! +Men moet Baxter zoo goed kennen als wij, om de geestigheid, die in deze keus ligt +opgesloten, te snappen. +</p> +<p><span>„</span>Deze drinker, om niet te zeggen zuiper, deze Don Juan, deze man, voor wien deugd eenvoudig +niet bestaat— — —die troont nu als president aan het hoofd van een vereeniging ter +bevordering van deugd en zedelijkheid. +</p> +<p><span>„</span>Mijn hemel, wat een prachtige geschiedenis! Laat ons verder lezen! +</p> +<p><span>„</span>Luister: +</p> +<p><span>„</span>De Vereeniging nam voor het nieuwe jaar de volgende werkzaamheden op zich: +</p> +<p><span>„</span>Het indienen van een wetsvoorstel betreffende afschaffing der onzedelijke advertenties, +verscherping der theatercensuur en— — —” +</p> +<p>John Raffles moest plotseling naar lucht happen en riep, terwijl dikke tranen van +het lachen over zijn wangen rolden: +</p> +<p>„Charly, Charly, de minnen zullen worden afgeschaft! De minnen zijn onzedelijk! Heb +je ooit dergelijken nonsens gehoord? Deze mop is bijna even goed als die, om Baxter +te benoemen tot president der <span id="xd33e644">Vereeniging</span>— — —” +</p> +<p>„Hoe kan het mogelijk zijn geweest, dat men hem voor een dergelijke functie uitkoos?” +vroeg Charly Brand. +</p> +<p>Raffles dacht even na en sprak: +</p> +<p>„O, ik geloof, dat die oplossing heel eenvoudig is! Baxter is immer onze theater-censor +en zorgt er, in die hoedanigheid, al sinds jaren voor, dat wij op het tooneel zoo +weinig mogelijk gemeenheden te hooren en te zien krijgen.” +</p> +<p>„Och,” antwoordde Charly Brand, „daar mankeerde het anders niet aan. Ik herinner mij +nog, een paar maanden geleden in een onzer schouwburgen dingen gezien en gehoord te +hebben, die iemand een blos van schaamte op de kaken tooveren.” +</p> +<p>„Nu ja,” antwoordde Raffles, „de directeuren zullen wel over de brug zijn gekomen +om toestemming te krijgen, hun stukken op te voeren.—Ja, ik herinner mij zelfs, dat +de inspecteur een liaison had met een dame, die verbonden was aan een onzer voornaamste +<span id="xd33e654">variété-theaters</span>. +</p> +<p><span>„</span>Maar dit heeft natuurlijk niets met zedelijkheid of deugd te maken. +</p> +<p><span>„</span>Doch nu genoeg. +</p> +<p><span>„</span>Kleed je aan en laat ons een wandeling in ons geliefde Londen gaan maken. Ik verheug +er mij op, door de straten te flaneeren!” +</p> +<p>„Het is nog een beetje vroeg,” sprak Charly Brand. +</p> +<p>„Je hebt gelijk!” knikte zijn vriend. „Wij kunnen nog wachten totdat het tijd wordt +voor de schouwburgen. Ik stel je voor om den avond door te brengen in het Lyceum-theater +en daarna op echt Engelsche wijze ergens te gaan eten.” +</p> +<p>Voordat Raffles zijn woning verliet, voorzag hij zich, daar sinds zijn laatste zaakje +zijn uiterlijk bekend was geworden, van een baard. +</p> +<p>Tot dat doel begaf hij zich naar een cabinet naast zijn slaapkamer, waarin een groote +drie dubbele spiegel stond, welke van den vloer tot aan het plafond van de kamer reikte. +</p> +<p>Daarvoor waren electrische lichten aangebracht, zoodat de Groote Onbekende, als hij +voor den spiegel stond, elke lijn van zijn gelaat kon onderscheiden. +</p> +<p>Aan den eenen kant van de kamer stond een groote kast, die uit verschillende deelen +bestond en waarin costuums werden bewaard. Als deze geopend was, meende men, een theatergarderobe +voor zich te zien. +</p> +<p>Aan den anderen muur bevonden zich langwerpige kasten, waarin allerlei soorten schmink +en gummimaskers lagen. Verder bevonden zich daarin allerlei baarden. +</p> +<p>De Groote Onbekende overlegde een tijdlang, voordat hij besloot, welke verkleeding +hij zou kiezen. Daarop ging hij naar de kast en nam het costuum van een voornaam Chinees +eruit. +</p> +<p>Dit had hij met veel andere zaken van zijn laatste reis meegebracht en er viel niet +aan de echtheid te twijfelen. +</p> +<p>Zelfs de naphtalinelucht, die gewoonlijk aan dergelijke kleeren hangt, ontbrak niet. +<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p> +<p>Met de uiterste zorgvuldigheid trok Lord Lister het costuum aan en vergat zelfs de +daarbij behoorende onderkleeren niet. Daarop trok hij de vilten schoenen aan, die +er bij pasten en begon zich te schminken. +</p> +<p>Daar zijn huid van nature bruin was en door de laatste zeereis nog donkerder dan gewoonlijk +was geworden, had hij in het geheel geen schmink noodig, maar maakte alleen met een +zwarte kleurstof zijn wenkbrauwen iets langer, zoodat hierdoor de stand der oogen +schijnbaar een andere werd. +</p> +<p>Daarop nam hij een in goud gevatten bril, die aan zijn gelaat het uiterlijk gaf van +een Chineesch geleerde. +</p> +<p>Ten slotte zette hij het in China gebruikelijke zwartzijden mutsje op, waaraan een +zwarte staart was bevestigd. Daarop stak hij aan zijn vingers eenige ringen, nam een +waaier in de hand en verliet door een zijdeur het cabinet. +</p> +<p>Langs een kleine trap kon hij in de gang van het huis komen, zonder de studeerkamer, +waarin Charly Brand zich bevond, door te gaan. +</p> +<p>Toen de Groote Onbekende in de gang stond, opende hij zacht de deur en belde. Er verliep +eenige tijd, daarop werd hem door den ouden kamerdienaar Joe opengedaan. +</p> +<p>John Raffles amuseerde zich over het verbaasde gezicht, waarmee de trouwe bediende +hem aankeek. +</p> +<p>Nauwkeurig het neusgeluid van een voornamen Chinees nabootsend, sprak Lord Lister: +</p> +<p>„Ik zij een goed vriend van uw heer baron <span class="corr" id="xd33e690" title="Bron: Wakerfield">Walkerfield</span>. Mijn naam is <span id="xd33e693">Su-Ki-Bit-Wou-Wang</span>. Hier mijn kaartje.” +</p> +<p>De bediende nam het kaartje, dat de Chinees hem overhandigde en antwoordde: +</p> +<p>„Ik kan niet zeggen, Mr. Su-ki Bat Bung”— — +</p> +<p>„<span id="xd33e700">Su-Ki-Bit-Wou-Wang</span>”, verbeterde Raffles op nasalen toon. +</p> +<p>De oude, welopgevoede man sprak: +</p> +<p>„Pardon, Sir, de naam is wel een beetje lang en tamelijk moeilijk voor mij.” +</p> +<p>„O,” sprak Raffles, „wij hebben in China nog veel langere namen. Dit is maar een heel +kleine.” +</p> +<p>„Ik zal eens hooren,” antwoordde de kamerdienaar met een buiging, „of mijnheer de +baron u kan ontvangen.” +</p> +<p>„O,” zei Raffles, „hij zijn een goed vriend— —ik met u mee ga. Hij zeer blij zal zijn, +wanneer hij mij ziet.” +</p> +<p>Joe wist niet, wat hij moest doen. Maar daar het bezoek zeker geen onaangenaamheden +voor zijn heer kon hebben, stond hij toe, dat de Chinees hem vergezelde. +</p> +<p>Charly Brand sprong verschrikt uit zijn fauteuil op, toen de kamerdienaar met den +Chinees binnentrad. +</p> +<p>„Pardon, Mr. Brand,” sprak de bediende, „deze gentleman zegt, dat hij een goed vriend +van mijnheer den baron is en dat mijnheer zeer verheugd zal zijn hem te zien.” +</p> +<p>„Ja,” bevestigde Raffles met onuitstaanbaar neusgeluid en met een vreeselijk accent, +„hij heel blij zal zijn, mij te zien. Wij veel te zamen beleefd hebben in Peking.” +</p> +<p>De kamerdienaar ging heen en de secretaris maakte een beleefde buiging voor den Chinees +en sprak: +</p> +<p>„Mijn naam is Brand. Ik ben de vriend en vertrouwde van baron Walkerfield!” +</p> +<p>„O, ik dat weten!” antwoordde de Chinees. „Heeft dikwijls de baron verteld van zijn +vriend.” +</p> +<p>„Zeer vleiend voor mij,” sprak Charly. „Mag ik vragen met wien ik de eer heb?” +</p> +<p>„Zeer goed,” antwoordde de Chinees, „men mij noemen Su-Ki-Bit-Wou-Wang”. +</p> +<p>Charly Brand maakte weer een buiging. Hij had al het andere verstaan, alleen den naam +van den vermeenden bezoeker niet. +</p> +<p>Hij wees met zijn hand naar een fauteuil en verzocht: +</p> +<p>„Wees zoo goed, plaats te nemen, Sir, totdat mijn vriend komt. Ik verwacht hem oogenblikkelijk.” +</p> +<p>„Ik zal wachten,” antwoordde de Chinees, terwijl hij plaats nam. +</p> +<p>Charly Brand zag, dat de vreemdeling oplettend in de kamer rondkeek. +</p> +<p>Na eenige minuten van het diepste stilzwijgen sprak de Chinees: +</p> +<p>„Gij wonen zeer mooi hier in Londen. Ik had niet gedacht in China, dat men hier zooveel +als bij ons bij elkaar kon stelen.” +</p> +<p>Pats!— — — +</p> +<p>De stoel, waarop Charly Brand zat, werd minstens een halven meter achteruitgeschoven. +</p> +<p>Met groote oogen staarde Charly Brand den zoon van het Hemelsche Rijk aan. +</p> +<p>Was de kerel gek of wat bezielde hem? +</p> +<p>Waarschijnlijk kende hij niet genoeg Engelsch en bedoelde hij een ander woord voor +„stelen”. +</p> +<p>„Gij staat mij zeker toe, Sir, dat ik u verbeter. De meubelen zijn niet gestolen, +maar gekocht.” +</p> +<p>„Ik weten alles,” glimlachte de Chinees. „De meubelen <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>gekocht zijn, maar het geld, dat ervoor noodig, zijn gestolen.” +</p> +<p>„Sir!” stoof Charly Brand op, „gij bevindt u in het huis van een gentleman, van een +baron!” +</p> +<p>De Mongool glimlachte geheimzinnig en sprak door zijn neus: +</p> +<p>„Ik weten alles! Ik zelf dief ben en gij klein diefje zijn. Gij nog niet geslepen +genoeg zijn!” +</p> +<p>De jonge man wist niet of de grond links of rechts onder hem draaide. Hij begreep +niets van dien geheimzinnigen bezoeker en wist niet, wat hij moest doen. Zenuwachtig +keek hij naar den Chinees, die was opgestaan en uit een <span id="xd33e742">sigarettenétui</span>, dat Raffles had laten liggen, een sigaret nam. +</p> +<p>Op zijn gemak begon hij te rooken en bekeek onderwijl het kostbare, met diamanten +en robijnen bezette étui. +</p> +<p>Charly Brand werd bleek van schrik, toen de Chinees met zijn vervelend geluid sprak: +</p> +<p>„Zeer schoon étui, ik zulk werk mooi vinden en meenemen.” +</p> +<p>Op hetzelfde oogenblik had hij het étui in een der zakken van zijn wijd bruinzijden +overkleed laten glijden. +</p> +<p>Nu werd het den secretaris al te erg. Hij ging naar den Chinees toe, legde zijn hand +op diens arm en sprak: +</p> +<p>„Ik hoop, Sir, dat gij schertst. Het étui moogt gij u niet toeëigenen.” +</p> +<p>„O, waarom niet?” vroeg de Chinees op kalmen, onverschilligen toon. „Uw vriend, Mr. +Raffles, kunnen zich immers een nieuw stelen.” +</p> +<p>De jonge man greep den arm van den Chinees met ijzeren vuist beet en trachtte hem +het étui met de vrijgebleven hand weer uit den zak te halen. +</p> +<p>„Laat mij los!” klonk het dreigend terug, „of gij kunnen vliegen als een elastieken +bal in den hoek.” +</p> +<p>„Vervloekt!” schreeuwde Charly Brand, „een dergelijke brutaliteit heb ik nog nooit +beleefd. Geef het étui terug of ik neem het met geweld.” +</p> +<p>In het volgende oogenblik echter vloog hij als een voetbal midden door de kamer en +viel in een hoek op het tapijt neer. +</p> +<p>Maar als een kat sprong hij weer op, haalde een Browningpistool uit zijn zak te voorschijn +en hield dat den Chinees dreigend voor. +</p> +<p>„Geef het ding terug of ik schiet!” +</p> +<p>„Gij zijt weinig beleefd,” sprak de Mongool, kalm doorrookend. +</p> +<p>„Hoe komt gij ertoe om mij nog te sarren, nu gij u eerst op een manier hebt gedragen, +die u werkelijk het recht beneemt, een ander te critiseeren? Gij steelt het étui van +mijn vriend, gij gooit mij als een elastieken bal in den hoek en zegt dan nog tegen +mij, dat ik niet beleefd genoeg ben tegenover u.” +</p> +<p>Daar barstte de Chinees plotseling in een luid gelach uit. Charly Brand keek verbaasd +op, want dit lachen kwam hem buitengewoon bekend voor. +</p> +<p>En nu klonk, inplaats van het neusgeluid van den bezoeker de welbekende stem van zijn +vriend, die uitriep: +</p> +<p>„Steek die proppenschieter weer in je zak, mijn beste jongen. Ik heb maar eens willen +zien, of mijn vermomming onberispelijk is. Ik zie, dat het in orde is en dat jij noch +Joe mij hebben herkend!” +</p> +<p>„Ben je het werkelijk?” vroeg Charly Brand en liep aarzelend, nog steeds het wapen +in de hand houdend, naar Raffles toe. +</p> +<p>„Ja, ik ben het werkelijk!” herhaalde deze, „en ik ben blij, dat ik zulk een schitterend +succes had als Su-Ki-Bit-Wou-Wang.” +</p> +<p>„Ongelooflijk!” sprak Charly, „wat zou jij een groot tooneelspeler zijn geworden, +Edward!” +</p> +<p>„Mijn lieve Charly, om een groot tooneelspeler te zijn, is het noodzakelijk, dat men +op de planken staat en beschilderde coulissen van linnen als milieu heeft. Ik ben +van meening, dat men in het werkelijke leven een veel grooter acteur moet zijn, als +men succes wil hebben. +</p> +<p><span>„</span>Doch maak je nu gereed en steek je in de uniform van een gardeluitenant, dan gaan +wij—” +</p> +<p>Een half uur later verliet het tweetal in een cab de woning van Lord Lister om zich +naar den schouwburg te begeven. +</p> +<p>De Londenaren, die gewend zijn, vreemdelingen te zien, keken gedurende de voorstelling +toch vol belangstelling naar den Chinees, die naast een gardeluitenant in een loge +dichtbij het tooneel zat. +</p> +<p>John Raffles interesseerde zich intusschen het meest voor een zijloge, waarin een +zwartharige dame zat met <span class="corr" id="xd33e776" title="Bron: vonkelende">fonkelende</span> oogen, die blijkbaar in de beste stemming den naast haar zittenden gentleman pikante +dingen in het oor fluisterde, waarover deze, zonder op zijn omgeving te letten, luidkeels +lachte. +</p> +<p>„Wie is die dame? Ken je haar?” vroeg Charly Brand op zachten toon. +</p> +<p>„Ja!” sprak de Chinees door zijn neus. „Het is <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>een der sterren van ons Drury Lane theater, Miss Martha Raabe.” +</p> +<p>„En wie is de heer, die naast haar zit?” +</p> +<p>„Ik heb haar den naam een paar keer hooren noemen. Dat is de beroemde Edwin Harper, +de voorzitter der <span id="xd33e788">Vereeniging</span> ter bevordering der goede zeden. Daar ontbreekt <span id="xd33e791">Mr.</span> Baxter nog maar aan om een waardig klaverblad te vormen.” +</p> +<p>„Het zou ook een klaverblad van vieren kunnen worden,” sprak Charly Brand, „als Baxter +ook met een dame kwam!” +</p> +<p>Op dit oogenblik ging de deur open en—politie-inspecteur Baxter trad binnen in smoking, +met een roode anjer in het knoopsgat, terwijl aan zijn arm zweefde een slanke sylphide +met eigenaardige roodblonde krulletjes, een brutaal wipneusje en met zulke slanke +vormen, dat zij veel overeenkomst vertoonde met een Engelsche rijzweep. +</p> +<p>Ook zij was buitengewoon vroolijk, klopte den inspecteur voortdurend op den schouder +en noemde hem „mijn dikkertje”, terwijl hij haar teeder met „schatje” aansprak. +</p> +<p>Mr. Harper begroette haar met een vertrouwelijk lachje en hij sprak met zijn dikke +stem: +</p> +<p>„Goeden avond, Miss Hansch.” +</p> +<p>Daarop wendde hij zich tot Baxter, dien hij reeds met jij en jou aansprak: +</p> +<p>„Zeg eens, doe mij het genoegen, hier naast mij te komen zitten, opdat Martha niet +meer naar die loge daar kan kijken, waar die vervloekte Chinees zit. Zij stelt, geloof +ik, veel te veel belang in de slangenoogen van dien kerel.” +</p> +<p>„<span class="ex" lang="en">Allright</span>,” antwoordde de inspecteur en nam op den aangewezen stoel plaats, zoodat zijn arm +dien van Raffles bijna aanraakte. +</p> +<p>De tooneelspeelster met de zwarte schitteroogen sprak op eenigszins beleedigden toon: +</p> +<p>„Je maakt je belachelijk, Edwin, denk je heusch, dat ik verliefd zal worden op een +Chinees?” +</p> +<p>De slanke Miss Hansch lachte spottend en sprak: +</p> +<p>„Nu, hoor eens, jij doet precies alsof Mr. Harper knapper was dan de Chinees. Ik denk, +dat wij het eerst verliefd worden op den persoon, die het meeste geld heeft.” +</p> +<p>De gentleman wierp haar een woedenden blik toe, dien zij met een brutaal lachje beantwoordde. +</p> +<p>Daarop sprak hij: +</p> +<p>„<span class="ex">Wel</span>, als het op het meeste geld aankomt, dan denk ik mij wel met den Chinees te kunnen +meten. Ik heb Miss Martha vandaag 1000 pond sterling gegeven.” +</p> +<p>De oogen van Miss Hansch <span class="corr" id="xd33e820" title="Bron: vonkelden">fonkelden</span> van hebzucht, toen zij die hooge som hoorde noemen. +</p> +<p>„Is dat waar, Martha?” vroeg zij op spijtigen toon. +</p> +<p>„Natuurlijk,” antwoordde deze, „waarvoor is hij anders bankier?” +</p> +<p>Daarop wendde Miss Hansch zich tot Baxter met de woorden: +</p> +<p>„Heb je gehoord, hoe netjes je vriend zich tegenover mijn vriendin heeft gedragen?” +</p> +<p>De inspecteur knikte toestemmend en sprak: +</p> +<p>„Zeker, mijn kind, hij is bankier en heeft het geld er voor!” +</p> +<p>„Och kom,” lachte het meisje spottend, „met de bankiers is het lang niet altijd zuiver +spel. Ik heb al verscheiden van hen uit Londen zien verdwijnen, nadat zij den armen +menschen hier hun geld afhandig hadden gemaakt. +</p> +<p><span>„</span>Ik moet ook zoo eentje zien te vinden. +</p> +<p><span>„</span>Jij bent gierig. Welk beroep heb je eigenlijk?” +</p> +<p>De inspecteur van politie, die de kleine actrice pas sinds een paar dagen kende, durfde +haar zijn werkelijke betrekking niet noemen en daar hij niet wist, wat hij zou antwoorden, +sprak hij: +</p> +<p>„Ik ben president!” +</p> +<p>Beide dames keken hem met scherpe blikken aan, daarop sprak Miss Hansch: +</p> +<p>„Wat voor een soort van president?” +</p> +<p>„Dat komt er niet op aan,” antwoordde Baxter. +</p> +<p>„Ja,” lachte Harper, „als je dat zoudt hooren, zou je vreeselijk schrikken en misschien +hard wegloopen.” +</p> +<p>„Zoo?” lachten zij beiden, „is hij misschien president van de rechtbank?” +</p> +<p>„Och, vraag toch niet verder,” weerde Baxter af, „kijkt nu naar de voorstelling en +dan gaan wij soupeeren.” +</p> +<p>„Zeg”, vroeg Miss Raabe haar vriendin, „heb jij wel eens een verhouding gehad met +een Chinees?” +</p> +<p>„Neen,” antwoordde de andere, „jij?” +</p> +<p>„Ik zou het graag eens willen,” antwoordde Miss Raabe. „Als men dan valsch haar noodig +heeft, neemt men er doodeenvoudig de vlecht van den Chinees bij! die zou verrukkelijk +bij mijn haar passen.” +</p> +<p>„Houdt op met die flauwe aardigheden!” riep Harper uit, „jelui bent niet erg beleefd. +Sinds ik je vandaag dat geld heb gegeven, schijn je te denken, dat je mijn vriendschap +niet meer noodig hebt.” +</p> +<p>Miss Raabe lachte. +<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p> +<p>„Wat is 1000 pond!” sprak zij. „Ik had verleden jaar een vereerder, met wien ik in +Monte Carlo en Nizza ben geweest, die heeft mij zijn geheele vermogen vermaakt.” +</p> +<p>„En wat is er van dien man geworden?” vroeg Baxter. +</p> +<p>„Hetzelfde, wat ik met het geld deed. Beide gingen aan den rol. Hij is nu ergens in +Amerika als glazenwasscher. +</p> +<p><span>„</span>Maar dezen keer ben ik verstandiger. Ik laat het geld niet weer door mijn vingers +gaan en als ik 10.000 pond bij elkaar heb, ga ik stil leven als een voorname dame.” +</p> +<p>„Wel”, knikte de bankier, „die 10,000 pond zal je wel gauw bij elkaar hebben. Van +mij alleen heb je tot dusverre 7000 gehad.” +</p> +<p>„7000 pond? Drommels, dat is veel geld!” +</p> +<p>„Hij heeft het er immers voor,” lachte het meisje, „hij is immers bankier!” +</p> +<p>Bij die woorden maakte zij de beweging van iemand, die geld wegneemt, zoodat de drie +anderen lachten. +</p> +<p>„Een net klaverblad,” fluisterde Charly Brand, wien geen woord van het gevoerde gesprek +was ontgaan. +</p> +<p>Zijn vriend knikte toestemmend. +</p> +<p>Toen John Raffles den schouwburg verliet, sprak hij tot Charly Brand: +</p> +<p>„Mijn beste jongen, wil je wel gelooven, dat men Londen werkelijk een dienst bewees, +wanneer men die <span id="xd33e869">Vereeniging</span> ter bevordering der zedelijkheid eens ging ontleden? +</p> +<p><span>„</span>Die <span id="xd33e875">Vereeniging</span> moet ontbonden worden, men moet de leden ontmaskeren. +</p> +<p><span>„</span>Men walgt letterlijk, als men bedenkt, dat dit de mannen zijn, die zedepreeken houden +voor het volk. Met deze beide broeders moet ik mij nader bezighouden.” +</p> +<p>Daarop gingen zij soupeeren en reden al vroeg naar huis terug. +</p> +<p>Voordat de Groote Onbekende zich ter ruste begaf, sprak hij: +</p> +<p>„Ik heb een schitterend plan gemaakt en zal voorloopig als Chinees in Londen leven. +</p> +<p><span>„</span>Onthoud goed mijn naam: <span id="xd33e888"></span>Su-Ki-Bit-Wou-Wang!” +</p> +</div> +</div> +<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">VIERDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Su-Ki-Bit-Wou-Wang in de kast.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het was den volgenden morgen tegen tien uur, toen bij bankier Harper, die een kleine +zaak had in de Regentstreet, de boekhouder een kaartje afgaf, dat de bankier eenige +seconden bekeek. +</p> +<p>Eindelijk spelde hij: Su-Ki-Bit-Wou-Wang. +</p> +<p>Een vage voorstelling van een Chinees, die den vorigen avond in een loge naast hem +had gezeten, vloog door zijn hoofd. +</p> +<p>Tegelijkertijd kwam een gevoel van jaloerschheid in hem op, daar zijn geliefde, Miss +Raabe, te veel belang in den Mongool had gesteld. +</p> +<p>Hij dacht eenige oogenblikken na, of hij den man zou ontvangen of niet en besloot +toen tot het eerste. +</p> +<p>„Su-Ki-Bit-Wou-Wang!” stelde de Chinees zich voor in zijn nasaal Engelsch, toen hij +tegenover Harper stond. +</p> +<p>„Ik komen uit Peking.” +</p> +<p>De bankier fronste de wenkbrauwen en wierp den bezoeker een niet zeer vriendelijken +blik toe. +</p> +<p>Het was werkelijk de man, aan wien hij zich in den schouwburg had moeten ergeren. +</p> +<p>„Wat wenscht gij van mij?” vroeg hij op korten toon. „Het is beurstijd en ik heb het +zeer druk.” +</p> +<p>„O, dat niets hindert,” sprak de Chinees. „Bij ons in Peking wij doen alle zaken gedurende +de beurs. Wij daar hebben veel tijd!” +<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p> +<p>„Dat is best mogelijk,” antwoordde Harper. „Wij in Londen hebben zeer weinig tijd. +Zeg mij in korte woorden wat gij wenscht!” +</p> +<p>De zoon van het Hemelsche Rijk maakte een buiging en sprak: +</p> +<p>„Ik vernemen, dat gij president van de schoone <span id="xd33e912">Vereeniging</span> der bevorderde zedelijkheid en deugd. Ik zou willen verzoeken, als vreemdeling, in +de <span id="xd33e915">Vereeniging</span> te worden opgenomen.” +</p> +<p>„Dan moet gij u tot den tweeden voorzitter wenden,” antwoordde Harper onvriendelijk. +„Hij moet voor dergelijke dingen zorgen.” +</p> +<p>„Hoe heeten de tweede president?” +</p> +<p>„Politie-inspecteur Baxter van Scotland Yard.” +</p> +<p>„Ik dank u zeer, maar ik niet weten de adres van dezen man. Ik u verzoeken, mij eenige +regels voor dien man mee te geven.” +</p> +<p>Harper, die blij was, dat hij den onwelkomen bezoeker zoo gauw mogelijk weer kwijt +raakte, nam een blad papier, schreef het adres en een paar woorden erop, met verzoek +aan Baxter om den Chinees voor het volgende diner der <span id="xd33e924">Vereeniging</span>, dat weer op Donderdag in hotel Cecilia gehouden zou worden, een uitnoodigingskaart +te verstrekken. +</p> +<p>Met veel buigingen ging de Chinees heen en Harper begaf zich naar de beurs. +</p> +<p>Hij speculeerde den laatsten tijd op zeer twijfelachtige wijze om te trachten zijn +inkomsten te vermeerderen, daar, ten gevolge van zijn levenswandel, zijn kas zeer +gedund was. +</p> +<p>De Chinees was intusschen naar het hoofdbureau van politie gegaan en verwekte daar +groot opzien bij de beambten. +</p> +<p>Baxter was juist in het bureau gekomen en daar hij zware hoofdpijn had wegens te weinig +slaap, trachtte hij zijn slechte bui te koelen op zijn secretaris Marholm. +</p> +<p>Deze luisterde doodkalm naar de scheldwoorden van zijn chef en stopte zijn kort pijpje, +alsof hij niets van al het gevloek van Baxter hoorde. +</p> +<p>„Wat is er voor nieuws?” vroeg hij de Vloo op barschen toon. +</p> +<p>„Dat wilde ik u juist vragen,” antwoordde Marholm. <span>„</span>Gij ziet eruit, alsof gij heel wat te vertellen hebt.” +</p> +<p>„Houdt uw b.…!” <span class="corr" id="xd33e940" title="Bron: bulde">brulde</span> Baxter. „Ik heb geen zin om flauwe aardigheden aan te hooren.” +</p> +<p>„Dat is ook niet noodig, inspecteur,” antwoordde de secretaris. „Gij schijnt flink +katterig te zijn!” +</p> +<p>„Wat gaat u dat aan?” +</p> +<p>„Met uw verlof, heel veel! Gij schijnt mij als een soort zondebok te beschouwen. Raas +en tier tegen iemand anders, alstublieft. Uw gevloek maakt op mij geen indruk!” +</p> +<p>„Wilt gij mij de les lezen?” vroeg Baxter op scherpen toon. +</p> +<p>„De hemel beware mij! Ik denk er niet aan,” antwoordde de Vloo. „Dat zou vergeefsche +moeite zijn.” +</p> +<p>„Sir!” stoof Baxter weer op, zijn oogen woest latende rollen. +</p> +<p>Als antwoord blies de Vloo hem een dikke rookwolk in het gezicht. +</p> +<p>Daar trad een politie-agent binnen en meldde: +</p> +<p>„Een Chinees wenscht inspecteur Baxter te spreken.” +</p> +<p>Vol verbazing keek Baxter den agent aan. +</p> +<p>„Een Chinees? Wat moet die hier doen?” +</p> +<p>De agent haalde de schouders op en Marholm mompelde iets. +</p> +<p>„Breng den Chinaman hier!” beval de chef. +</p> +<p>Eenige oogenblikken later trad de Chinees het bureau binnen, neeg driemaal en sprak +in de bloemrijke taal van zijn land: +</p> +<p>„Ik zie de zon opgaan en voel mij gelukkig, den hoogen politiemandarijn van Londen, +de geweldige vuist van het Engelsche Rijk, voor mij te zien. O, ik mij voelen zeer +gelukkig!” +</p> +<p>„Wat is dat voor gekkentaal?” sprak de Vloo en keek den vreemdeling vol belangstelling +aan, die op iemand, dien hij kende, scheen te gelijken. Tevergeefs bedacht hij echter, +wie het kon zijn. +</p> +<p>Ook Baxter kwam de Chinees bekend voor. +</p> +<p>De vele champagne van den vorigen nacht had alle herinnering van het theater bij hem +uitgewischt. +</p> +<p>Maar hij sprak: +</p> +<p>„Ik moet u reeds meer hebben gezien, Mister—” +</p> +<p>„Su-Ki-Bit-Wou-Wang uit Peking!” +</p> +<p>„Juist, Sir Stucki-Kit-Sting-Stang,” antwoordde Baxter. +</p> +<p>„<i lang="en">No, no</i>,” verbeterde de Chinees, „Su-Ki-Bit-Wou-Wang! Geen mensch hier in Londen mijn naam +kan uitspreken.” +</p> +<p>„Ja,” lachte de Vloo, „daar is ook groote vaardigheid voor noodig.” +</p> +<p>Baxter stelde voor om den naam af te korten en eenvoudig Mister Wang te zeggen. +</p> +<p>Nu overhandigde de Chinees hem den brief van Sir Harper. +</p> +<p>„<i lang="en">Allright!</i>” antwoordde Baxter, nadat hij hem had gelezen. „Hier hebt gij een kaart, het zal +ons een groote eer zijn, u als onze gast bij ons te zien.” +<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p> +<p>De Chinees glimlachte gevleid en antwoordde: +</p> +<p>„O, ik hopen, dat daar nog meer zijn zulke schoone dames.”— — +</p> +<p>„Dames?” +</p> +<p>Baxter kreeg een schrik. Nu herinnerde hij zich plotseling, dat hij den zoon van het +Hemelsche Rijk in den schouwburg had gezien. +</p> +<p>„Ja, dames,” knikte de Chinees. „Ik u immers gisteravond zag met dames, met zeer schoone +dames in den schouwburg.” +</p> +<p>Baxter werd rood. Hij had den Mongool graag een oorvijg gegeven. +</p> +<p>„Gij vergist u, dat waren onze dames niet,” antwoordde hij, om zijn figuur tegenover +de Vloo te redden. +</p> +<p>„O, ik begrijpen,” glimlachte de Chinees, „dat waren gekochte dames, niet echtgenooten. +O, ik zoo graag weten wilde, hoe duur zulke dames zijn!” +</p> +<p>„Juist,” sprak Baxter, die begreep, dat Marholm vol inwendig genoegen zat te luisteren, +„nu herinner ik mij eerst, wat gij bedoelt. Het was mijn zuster en de echtgenoote +van een mijner vrienden, die met ons in de loge zat.” +</p> +<p>„Zeer schoone zuster, zeer schoone vrouw! Nu, ik wil niet verder storen, ik gaarne +weerkomen aanstaanden Donderdag. Tot weerziens!” +</p> +<p>„Tot weerziens!” sprak Baxter en herademde, toen de onaangename bezoeker eindelijk +het bureau verliet. +</p> +<p>Nauwelijks was de deur achter hem gesloten, of de Vloo vertrok zijn gelaat tot den +breedsten glimlach, dien hij te voorschijn kon brengen. +</p> +<p>„Waarom grijnst gij zoo?” vroeg zijn chef, die dit lachen kende. +</p> +<p>„Waarom zou ik niet grijnzen?” antwoordde Marholm, „ik amuseer mij!” +</p> +<p>„<span class="corr" id="xd33e999" title="Bron: Hopenlijk">Hopelijk</span> niet over mij!” barstte Baxter los. „Ik bedank daarvoor.” +</p> +<p>„Gij moet u niet alles dadelijk zoo aantrekken,” sprak de Vloo, „ik had nooit gedacht, +dat gij zoo aantrekkelijk waart!” +</p> +<p>De chef rolde met zijn oogen en daar Marholm kalm en behaaglijk bleef glimlachen, +sloeg hij met de vuist op tafel en schreeuwde: +</p> +<p>„Wilt gij nu eindelijk eens ernstig kijken?” +</p> +<p>„Ik denk er niet aan,” antwoordde de Vloo, „in de dienstvoorschriften staat nergens, +wat voor een gezicht men moet zetten!” +</p> +<p>„Vervloekte kerel!” riep Baxter uit en toen hij Marholm nog steeds vroolijk zag lachen, +sprong hij van zijn stoel op en sprak: +</p> +<p>„Als gij nu nog doorgaat met uw gegrijns, gooi ik u de deur uit!” +</p> +<p>„Gelukkig!” zuchtte de Vloo, „ik verlang onuitsprekelijk naar frissche lucht! Gij +riekt namelijk naar—” +</p> +<p>„Wat zegt gij, ik riek?” schreeuwde Baxter, hem in de rede vallend. +</p> +<p>„Ja, zeker,” bevestigde de secretaris. „Gij schijnt flink katterig te zijn! De Chinees +schijnt u gisteravond goed opgenomen te hebben. Gelooft gij zelf iets van die vrouw +en zuster?” +</p> +<p>„Wat? Of ik daaraan geloof? Gij hoordet immers, dat ik het zelf vertelde!” +</p> +<p>„Dat is immers juist het grappige”, lachte Marholm. „Gelooft gij, wat gij zelf hebt +verteld?” +</p> +<p>„Ik geloof altijd, wat ik zelf vertel”, riep de inspecteur vol trots uit.<span id="xd33e1016"></span> +</p> +<p>Inplaats van te antwoorden, vertrok Marholm weer zijn gelaat tot dien breeden grijns, +die Baxter woedend maakte. +</p> +<p>Weer barstte hij los en verbood Marholm te lachen. +</p> +<p>Daar de Vloo echter geen aanstalten maakte, om ernstig te kijken, kon Baxter zich +niet meer bedwingen en schreeuwde: +</p> +<p>„Ik ontsla u zoolang uit den dienst, totdat gij weer een ernstig gelaat vertoont. +</p> +<p>„Er uit!” +</p> +<p>De inspecteur had nauwelijks het laatste woord gesproken, of Marholm sprong zoo vlug +mogelijk van zijn stoel op, greep zijn hoed en snelde naar de deur. +</p> +<p>Daar keerde hij zich nog eens om en vertoonde, voordat hij het bureau verliet, den +chef van politie zijn breedlachenden mond en met een knipoogje, dat veelbeteekenend +was, nam hij afscheid van Baxter. +</p> +<p>De deur viel achter hem in het slot en—dat was geen oogenblik te vroeg, want Baxter +had een inktpot opgenomen en hem dien nagegooid. +</p> +<hr class="tb"><p> +</p> +<p>Ook John Raffles had met <span class="corr" id="xd33e1032" title="Niet in bron">een </span>veelzeggend glimlachje het hoofdbureau van politie verlaten. +</p> +<p>Hij nam een cab en reed naar het Drury Lane theater. +</p> +<p>Nadat hij den portier een fooi had gegeven, vernam hij van dezen het adres der actrice +Miss Raabe. +</p> +<p>Hij gaf den koetsier den naam der straat en het nummer op en bevond zich een kwartier +later voor het kleine huis met één verdieping, waar een voorname rust heerschte. +</p> +<p>Lord Lister behoefde niet lang te wachten. Een aardig <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>kamermeisje vroeg hem, wat hij wenschte en glimlachte vroolijk bij het zien van den +Chinees. +</p> +<p>John Raffles gaf ook haar zijn Chineesch visitekaartje, waarmee zij verdween. +</p> +<p>Reeds de vestibule, waarin Raffles zich bevond, getuigde ervan, dat de bewoonster +van het huis een uitstekenden smaak moest hebben, gepaard gaande aan grooten rijkdom, +of wel, en Raffles wist, dat dit laatste het geval was, dat zij schatrijke aanbidders +had. +</p> +<p>Terwijl hij de meubelen en curiositeiten bewonderde, die de vestibule versierden, +kwam het kamermeisje terug en sprak: +</p> +<p>„Miss Raabe verzoekt u, binnen te komen.” +</p> +<p>Zij geleidde den bezoeker langs een trap naar boven en liet hem binnen in een boudoir, +waaraan een <span class="corr" id="xd33e1048" title="Bron: grooter">grooten</span> muzieksalon grensde. +</p> +<p>Hier heerschte buitengewone weelde, die bijna iets parvenuachtigs had. +</p> +<p>Nauwelijks was de Chinees het boudoir binnengegaan, of hij hoorde het ruischen van +een zijden sleep in het muzieksalon en een oogenblik later trad Miss Raabe in een +met kanten bezet ochtendkleed binnen, dat haar lichaam als een glinsterende elastieke +slangenhuid gaf. +</p> +<p>Onmiddellijk herkende zij den Chinees uit het Lyceumtheater van den vorigen avond +en, terwijl zij glimlachend haar sneeuwwitte goed verzorgde tanden liet zien, riep +zij uit: +</p> +<p>„O, dat is charmant, Mr. Jucki-Bit! Ach kom! Die naam is prachtig, ik zal u eenvoudig +<span id="xd33e1056">Mr.</span> Jucki noemen— —Mijn lieve Mr. Jucki, ik ben zeer, zeer verheugd, kennis met u te +maken en ik hoop, dat gij voldoende Engelsch verstaat, om elkaar te kunnen begrijpen.” +</p> +<p>„O, zeer zeker, wij elkaar zullen begrijpen,” antwoordde Raffles, „en als gij niet +mijn Engelsch verstaat, zult gij mijn Chineesch wel begrijpen. In de liefde Engelsch +en Chineesch volkomen gelijk zijn. Ik ben zeer vol geestdrift voor uw schoon gelaat!” +</p> +<p><span>„</span>Zoo?” glimlachte Miss Raabe gevleid, „maar gij hebt gelijk! Mr. Harper, een goed vriend +van mij, zei onlangs, dat mijn gelaat een ongeschreven gedicht was.” +</p> +<p>„Nu, dat betwijfelen ik moet. Men ziet lijnen, waarop een gedicht te schrijven men +zou kunnen!” +</p> +<p>„Foei, hoe hatelijk!” riep Miss Raabe uit met een koket lachje. +</p> +<p>„Ik weet, dat ik ben hatelijk, maar daarvoor is mijn geld zeer goed,” antwoordde de +Chinees. „Men houden daarom van mij veel en zeggen, dat ik een zeer net mensen zijn. +Gij zult dat ook nog van mij zeggen.” +</p> +<p>Miss Raabe keek hem met een smachtenden blik aan en lispelde: +</p> +<p>„Als gij heel lief voor mij wilt zijn! Maar gij moet mij niet te lang laten wachten, +anders zeg ik het tegendeel. Voor alles, mijnheer, ben ik dol op brillanten<span id="xd33e1070">.”</span> +</p> +<p>„Daarmee kan ik van dienst zijn!” antwoordde Raffles, „ik niets ken van brillanten, +maar ik goede cheques heb en daarvoor mijn vriendinnen brillanten kunnen koopen. Dan +kunnen zij mij niet verwijten, wanneer zij door Engelsche koopmannen bedrogen worden.” +</p> +<p>„Gij hebt gelijk<span id="xd33e1076">.”</span> knikte de schoone. „Hebt gij misschien toevallig zoo’n cheque bij u?” +</p> +<p>„Ik die dragen altijd bij mij. Zouden gij gaarne een willen hebben?” +</p> +<p>Miss Raabe antwoordde zuchtend. +</p> +<p>„Ja, mijnheer, ik verlang er naar. Maar gij schertst zeker?” +</p> +<p>„O neen,” verzekerde de Chinees, „ik schertsen niet over zulke onderwerpen,” en met +de onverschilligheid van iemand, die over millioenen beschikt, haalde hij zijn chequeboek +uit zijn zak en vroeg: +</p> +<p>„Hoe groot wenschen gij, vriendin van mijn hart, een cheque?” +</p> +<p>Miss Raabe keek haar bezoeker verbaasd aan. Een dergelijke edelmoedigheid was haar +vreemd. Zij wist niet, wat zij zou antwoorden. +</p> +<p>Maar de Chinees kwam haar te hulp en sprak: +</p> +<p>„Ik denken, dat een net brillanten sieraad zullen kosten 1000 pond sterling?” +</p> +<p>De hebzucht ontwaakte in Miss Raabe. +</p> +<p>Iemand, die haar zonder slag of stoot 1000 pond sterling wilde geven, zou ook meer +voor haar over hebben. +</p> +<p>„Ik merk wel, dat gij nog geen brillanten sieraden hebt gekocht, Mr. Jucki, anders +moest gij weten, dat men voor een dergelijk bedrag geen mooie steenen koopt.” +</p> +<p>„Gij gelijk hebben,” sprak de Chinaman, „ik werkelijk in mijn leven nog nooit brillanten +gekocht hebben.” +</p> +<p>Met deze woorden sprak de Groote Onbekende de waarheid, want alle brillanten, die +hij tot dusverre had bezeten, had hij den eigenaar afgenomen. +</p> +<p>„Mooi”, sprak hij, „zeg dan, hoeveel geld men noodig voor brillanten.” +<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p> +<p>Miss Raabe was dicht naast den Chinees gaan zitten en zijn hand streelende, sprak +zij: +</p> +<p>„Mijn lieve, bruine Jucki— —nietwaar, gij zijt immers mijn lieve, bruine Jucki? Reeds +gisteren in den schouwburg stelde ik belang in u en bewonderde uw mooie zwarte vlecht.” +</p> +<p>Zij streek met haar zachte hand over den gitzwarten glanzenden haartooi van haar nieuwen +vriend. +</p> +<p>„Ik wilde weten, hoeveel kosten brillanten!” +</p> +<p>„Ja, ziet gij, mijn lieve Jucki, ik weet niet, of gij genoeg van mij houdt. Ik heb +een aanbidder, die mij 10,000 pond sterling heeft beloofd, als ik hem mijn liefde +wilde schenken!” +</p> +<p>„Beloofd!” riep Raffles uit, „ik niet beloven, maar geven!” +</p> +<p>„Hij heeft mij al 7000 pond gegeven, lieve Jucki!” +</p> +<p>Zij liet reeds het woordje „Mister” weg, wat de Groote Onbekende met genoegen opmerkte. +</p> +<p>„O, ik u ook kan geven zooveel en nog meer. Ik u geven wil een cheque op de Bank van +Peking van 10,000 pond sterling, als de schoone miss mij wil schenken haar liefde.” +</p> +<p>Zij reikte hem haar hand, die schitterde van de juweelen en sprak: +</p> +<p>„Geef mij uw cheque en ik zal zooveel van u houden, dat gij niet naar China wenscht +terug te keeren<span id="xd33e1109">.”</span> +</p> +<p>„<span class="ex" lang="en">Allright</span>, Miss Raabe,” sprak de Chinees, „hier is mijn cheque<span id="xd33e1117">.</span>” +</p> +<p>Hij vulde een formulier in en gaf het haar. +</p> +<p>Nauwkeurig las zij het en vroeg: +</p> +<p>„Moet ik de cheque naar de Bank van Peking zenden?” +</p> +<p>„Gij hem niet moeten zenden. Gij kunnen <span class="corr" id="xd33e1125" title="Bron: checque">cheque</span> geven aan Engelsche Bank en na vier weken geld laten uitbetalen. De Bank zullen zich +het geld van Peking laten komen.” +</p> +<p>„Dat is lang,” antwoordde Miss Raabe, „vier weken! dan moet gij ook nog vier weken +wachten voordat ik u mijn liefde schenk.” +</p> +<p>„Ik gaarne wachten,” sprak de Chinees, „ik echter hoop, u te mogen bezoeken.” +</p> +<p>„O ja,” lachte Miss Raabe, „dat moogt gij. Ik sta u zelfs toe, mij naar den schouwburg +te vergezellen, soupers voor mij te bestellen, gij moogt met mij gaan wandelen en +kleine rekeningen, die ik hier en daar in winkels heb, voor mij betalen.” +</p> +<p>„Ik met grootste genoegen dat doen zullen”, antwoordde John Raffles. +</p> +<p>Op dit oogenblik hoorde men het getoeter van een auto voor het huis en Miss Raabe +snelde naar het raam. +</p> +<p>Nauwelijks had zij een blik naar buiten geworpen, of zij sprak zeer ontsteld: +</p> +<p>„O mijn hemel, wat moet ik nu doen! Daar komt mijn vriend Mr. Harper en wanneer hij +u en mij hier samenvindt, zou hij u uit jaloezie misschien doodschieten.” +</p> +<p>De Chinees sprong verschrikt op en riep: +</p> +<p>„O neen, laat mij niet doodschieten! Ik zeer bang zijn daarvoor!” +</p> +<p>Men hoorde reeds de huisdeur open- en dichtgaan en er was niet veel tijd te verliezen. +</p> +<p>Gejaagd sprak Miss Raabe: +</p> +<p>„Kom gauw mee, gij moet u verbergen in mijn kleerkast. Ik heb daar een schuilplaats +laten aanbrengen, waar niemand u kan vinden.” +</p> +<p>Zij voerde hem door het salon, waaraan haar slaapkamer grensde en hierdoor naar een +kleedkamer, waarin aan den muur een groote kleerkast met drie deuren stond. +</p> +<p>Zij opende echter geen dezer deuren, maar drukte aan een der zijkanten op een lijst +en geruischloos opende zich een smalle deur, die echter juist breed genoeg was om +een mensen van gewonen omvang door te laten. +</p> +<p>Daarachter bevond zich een geheel afgescheiden ruimte, waarin zelfs een zitplaats +was aangebracht. +</p> +<p>„Hier moet gij wachten, mijn lieve Jucki, totdat ik er u weer uitlaat.” +</p> +<p>„De zaak er gevaarlijk uitzien”, meende de Chinees; „maar ik hopen, dat gij mij niet +te lang zullen laten wachten. Is Mr. Harper werkelijk zoo gevaarlijk een man?” +</p> +<p>„Zeer gevaarlijk, mijn lieve Jucki! Haast u nu, ik hoor hem al in het salon.” +</p> +<p>In het volgende oogenblik bevond Raffles zich in de kast en nauwelijks was de deur +achter hem gesloten, of hij hoorde door de dunne houten deur de woedende stem van +Harper: +</p> +<p>„Waar zit je eigenlijk?” +</p> +<p>„In mijn kleedkamer”, antwoordde Miss Raabe. „Waarom schreeuw je zoo? Je gedraagt +je sinds eenigen tijd niet zeer „gentlemanlike”.” +</p> +<p>De bankier was binnengekomen en keek met wantrouwende blikken om zich heen. +</p> +<p>„Ben je alleen?” vroeg hij. +</p> +<p>„Natuurlijk! Wat beteekent die gekke vraag?” +</p> +<p>„Omdat ik weet, dat je bezoek hadt!” +<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p> +<p>„Bezoek?” vroeg zij, zacht lachend. „Ik geloof, dat je spoken ziet!” +</p> +<p>„Spoken? Dan zeker van vleesch en bloed! Waar is de man, die je heeft bezocht?” +</p> +<p>„Houd nu toch op! Als ik je zeg, dat er niemand bij mij is, dan is dat zoo!” +</p> +<p>John Raffles hoorde, hoe Harper naar de kleerkast ging en die opende. +</p> +<p>„Wat zoek je onder mijn kleeren?” vroeg de schoone. „Interesseeren mijn rokken je? +of wil je je er persoonlijk van overtuigen, dat mijn toiletten, zooals ik je reeds +herhaaldelijk vertelde, noodig moeten worden verbeterd? Je moest mij een paar nieuwe +koopen bij Peter Robinson! Ik heb iedere japon al gedragen en zou graag weer eens +nieuwe costuums willen hebben.” +</p> +<p>Harper had de kleeren op zij geschoven en ging nu naar het met zware zijden damastgordijnen +behangen bed, dat hij eveneens doorzocht. +</p> +<p>Zij lachte opnieuw hoonend en met een woedende stem sprak hij: +</p> +<p>„Ik heb in je salon het bewijs gevonden, dat er iemand bij je is, wil je nog ontkennen?” +</p> +<p>„Bah!” antwoordde zij en haalde minachtend de schouders op. +</p> +<p>„Ik ben zeer nieuwsgierig, wat je gevonden hebt.” +</p> +<p>„Kijk,” sprak hij en hield haar het visitekaartje van den Chinees voor de oogen, „ken +je dit kaartje?” +</p> +<p>„Ach— —dat— — —” antwoordde zij langzaam, „natuurlijk ken ik dat kaartje. Die malle +Chinees kwam vanmorgen, maakte mij zijn opwachting en ik was blij, toen ik hem weer +kwijt was. Je ziet dus, dat ik op nog meer mannen indruk maak dan op jou!” +</p> +<p>„Tart mij niet!” schreeuwde hij woedend, „of ik zou mijzelf kunnen vergeten. Is het +werkelijk waar, dat de Chinees niet meer bij je is?” +</p> +<p>Weer antwoordde zij minachtend: „Bah!” en vervolgde: +</p> +<p>„Ik zou niet weten, waarom ik de aanwezigheid van dien heer, als hij nog hier was, +zou verzwijgen. Ik ben je daarover toch geen rekenschap verschuldigd!” +</p> +<p>„Zoo?” sprak hij. +</p> +<p>„Is het kapitaal, dat ik tot heden aan je heb opgeofferd, niet de moeite waard?” +</p> +<p>„Je hebt niets aan mij opgeofferd, want het geld behoort aan je vrouw,” sprak zij +op ijskouden toon. +</p> +<p>„Bewijs mij eerst, dat je inderdaad een offer voor mij kunt brengen.” +</p> +<p>Hij drukte haar arm zoo hartstochtelijk tegen zich aan, dat zij een kreet van pijn +gaf. Daarop haalde hij een pakket uit zijn borstzak, dat 1000 pond aan bankpapier +bevatte en riep uit: +</p> +<p>„Zottin, geloof je werkelijk, dat ik geen offer voor je zou kunnen brengen? Hier, +neem dit geld! Je verlangdet 10,000 pond van mij. 7000 heb ik je al gegeven en wel, +zooals je weet, het geld van mijn vrouw. +</p> +<p><span>„</span>De rest hoopte ik te winnen door beursspeculaties, maar dat is mislukt. +</p> +<p><span>„</span>Om echter aan je wenschen te voldoen, heb ik de gelden van mijn cliënten uit mijn +brandkast genomen en voor je meegebracht. Je ziet dus …” +</p> +<p>Zij vlijde zich nu tegen hem aan als een groote witte kat en, liefkoozend fluisterend, +sprak zij: +</p> +<p>„Ik wist het wel, dat je liefde grenzeloos is. Nu zal je vanavond de belooning ervoor +krijgen. Ik zal je zoo lief hebben als nog geen enkele vrouw het heeft gedaan. +</p> +<p><span>„</span>Kom, laat ons nu gaan soupeeren! +</p> +<p><span>„</span>Ik zal al je zorgen verdrijven en het geld, dat je je cliënten hebt onteigend, zal +je wel gauw terug verdienen.” +</p> +<p>Zij trok Harper, die nog eens met onderzoekende blikken rondkeek, in het salon en +begaf zich met hem naar een kleine eetkamer aan de achterzijde van het huis. +</p> +<p>Nauwelijks had het tweetal de kamer verlaten, of Raffles opende de kast van binnen +en trad er uit te voorschijn. +</p> +<p>Zacht sloop hij door de slaapkamer rond en ontdekte naast het bed een kleine ijzeren +geldkist, die geopend was en waarin brillanten van groote waarde lagen. +</p> +<p>Daarin lag ook, in kleine pakjes verdeeld, een bedrag van bijna 10,000 pond, die Miss +Raabe zelf bewaarde, daar zij een hekel aan Banken had. +</p> +<p>Later vernam Raffles, dat zij zoo slecht schreef, dat zij zich geneerde om haar naam +onder een cheque te plaatsen en om die reden het geld thuis bewaarde.<span id="xd33e1201"></span> +</p> +<p>Met onderzoekende blikken bekeek Raffles dit alles en mompelde: +</p> +<p>„Het is de moeite waard, met deze kleine een liefdesgeschiedenis te beginnen; een +dergelijke gevaarlijke slang moet onschadelijk worden gemaakt.” +</p> +<p>Een geluid in de eetkamer deed hem haastig in de kast terugkeeren. +</p> +<p>Toen hij er weer in zat, ontdekte hij, dat een roset van het houtsnijwerk verschoven +kon worden, zoodat men in de kamer kon kijken. +</p> +<p>Harper en zijn geliefde kwamen weer binnen en hij kon duidelijk zien, hoe de schoone +het geld in het kistje borg. +<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p> +<p>Daarop verlieten zij de kamer weer. +</p> +<p>De Groote Onbekende hoorde Harper zeggen: +</p> +<p>„Ik zal dus precies om zeven uur bij je zijn en verzoek je, mij niet lang te laten +wachten. Wij zullen naar het Criterium-Theater gaan. En dan moet ik in elk geval tegen +10 uur een uurtje naar de vergadering.” +</p> +<p>„Ach ja,” antwoordde zij, „ik heb er mij al op verheugd. Er moet een mooie klucht +worden gegeven. Ik blijf natuurlijk in den schouwburg!” +</p> +<p>Zij glimlachte spottend, wat hij niet opmerkte. +</p> +<p>Hierna verlieten zij de kamer en Raffles wachtte geduldig op de dingen, die zouden +komen. +</p> +<p>Ongeveer tien minuten later werd de geheime deur door de geliefde van den bankier +geopend. +</p> +<p>Zij keek hem schalksch aan met haar zwarte oogen en met een overmoedig lachje riep +zij: +</p> +<p>„Ik heb den ouden gek naar huis gestuurd. Hij had geen honger en nu moet gij met mij +soupeeren, mijn lieve Jucki”. +</p> +<p>Zij sloeg haar arm om Raffles’ hals en trok hem met zich mee. +</p> +<p>„Zeer schoone hand, zeer schoone arm,” fluisterde de Chinees, schijnbaar vol verrukking. +„Ik houden van schoone vrouwenarmen.” +</p> +<p>„<span class="ex" lang="en">Allright!</span>” lachte zij, „als je heel lief bent, laat ik je na het souper mijn geheelen arm zien.” +</p> +<p>„Zeer groote kostbaarheid voor mij zal dat zijn!” +</p> +<p>„Je bent een vleier,” antwoordde zij, „maar kom nu. Ik heb honger. Nu zullen wij ongestoord +zijn!” +</p> +<p>Terwijl zij den bouillon dronk, die door het kamermeisje was gebracht, sprak zij: +</p> +<p>„Hij is namelijk getrouwd, mijn vriend, dien ik wegstuurde. Hij heeft een oude, gierige +vrouw en als hij niet stipt om 2 uur aan tafel verschijnt, maakt zij hem het leven +tot een hel. +</p> +<p><span>„</span>Ben jij ook getrouwd, lieve Jucki? Ik vind getrouwde vrouwen afschuwelijk!” +</p> +<p>„Ik ook,” antwoordde de Chinees. „Ik vinden <span class="ex">een</span> vrouw heel akelig. Wij in China meer vrouwen hebben.” +</p> +<p>„Zoo,” antwoordde zij op scherpen toon, „maar als je mijn vriend wilt worden, mag +je geen tweede vrouw hebben. Ik wil je alleen liefhebben, ik verzeker je, dat jij +de eenige man bent, dien ik liefheb!” +</p> +<p>„Gij mij maken zeer gelukkig,” fluisterde de Chinees. „Maar gij zijn een kleine slang. +Alle vrouwen kleine slangen zijn, zoolang men ze niet opsluit. Wij in China onze vrouwen +opgesloten houden.” +</p> +<p>„Hier in Londen bestaat dat niet,” legde zij hem uit, waarop hij antwoordde: +</p> +<p>„Zeer dom is dat!” +</p> +<p>Nadat zij hadden gesoupeerd, sprak zij: +</p> +<p>„Lieve Jucki, nu moet je gaan. Morgenochtend tusschen 11 en 1 kun je terugkomen. Dan +is „hij” altijd naar de beurs en zoodra ik het geld heb van de Bank mag je bij mij +komen wonen. Ik bekommer mij dan niet meer om den ouden kaffer.” +</p> +<p>„<span class="ex" lang="en">Allright, Lady</span>,” antwoordde hij opstaande, „ik nu zal gaan en terugkomen.” +</p> +<p>Zij gaf hem glimlachend een hand ten afscheid, die hij voorzichtig kuste. Ter verontschuldiging +sprak hij: +</p> +<p>„Wij Chineezen het kussen niet verstaan.” +</p> +<p>„Ik zal het je leeren!” sprak zij, terwijl zij hem tot de voordeur vergezelde— — — +</p> +<p>Zeer voldaan over zijn bezoek keerde John Raffles naar huis terug en sprak tot Charly +Brand, die hem vroeg, waar hij was geweest: +</p> +<p>„Ik heb de Vereeniging ter bevordering van ondeugd en onzedelijkheid bestudeerd. +</p> +<p><span>„</span>Ik was op het hoofdbureau van politie en heb bij een demi-mondaine gesoupeerd. +</p> +<p><span>„</span>Ik verzeker je, mijn lieve Charly, het wordt een prachtig zaakje, dat ik op touw heb +gezet! Daaruit zou een uitstekend comediestuk te maken zijn!” +<span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">VIJFDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">De Moordenaar.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Mr. Harper bezat in het westen van Londen een eenvoudige, bescheiden woning. +</p> +<p>Mrs. Harper, een magere slanke vrouw, met verwelkte trekken, zat met haar twee kinderen, +een jongen en een meisje van 6 en 8 jaren, aan de eenvoudig gedekte tafel en wachtte +tot de bankier thuis kwam. +</p> +<p>Misschien reeds voor den tienden keer vermaande zij de kinderen: +</p> +<p>„Weest heel bedaard, als papa komt, hij zal wel vermoeid zijn.” +</p> +<p>Zij vermoedde niets van het slechte leven van haar man en meende, dat zijn voortdurende +vermoeidheid het gevolg was van hard werken. +</p> +<p>Een half uur later verscheen Harper en nam met een boos gezicht en nauwelijks groetend +aan tafel plaats. +</p> +<p>Hij zag niet de bezorgde blikken van zijn vrouw, die naar zijn vermoeid uiterlijk +keek. +</p> +<p>De kinderen zaten stil op hun plaats en durfden hun bord bijna niet aanraken, omdat +hun vader dat geluid niet kon verdragen. +</p> +<p>Niets smaakte hem. +</p> +<p>Hoewel het eten uitstekend was klaargemaakt, had hij overal iets op aan te merken, +en stond eindelijk van tafel op en begaf zich naar zijn studeerkamer om daar op den +divan te gaan slapen. +</p> +<p>Een uur later belde hij om koffie. Zijn vrouw bracht hem die zelf en toen zij het +kopje neerzette, riep hij uit: +</p> +<p>„Waarom stuur je het dienstmeisje niet? Ik ben blij, als ik je gelaat, dat er altijd +bleek en huilerig uitziet, niet voor mij heb.” +</p> +<p>„Ik kan mijn gezicht niet veranderen,” antwoordde zij op bescheiden toon. „Als ik +mij niet zoo bezorgd maakte om jou, zou ik er beter uitzien.” +</p> +<p>„Maak je bezorgd om wien je wilt, alleen niet om mij. Ik wensch je medelijden niet.” +</p> +<p>Zij wilde bescheiden de kamer verlaten, maar bleef bij de deur aarzelend staan. +</p> +<p>„Wat wil je nog?” beet hij haar toe. +</p> +<p>„Ik heb wat huishoudgeld noodig,” antwoordde zij op zachten toon, „wees zoo vriendelijk, +mij een paar pond te geven.” +</p> +<p>„Wat?” schreeuwde hij, „alweer geld? Eergisteren heb ik je pas 5 pond gegeven. Zijn +die alweer op? Je schijnt aardig huis te houden!” +</p> +<p>„Ik moest onzen jongen broekjes en kousen koopen”, antwoordde zij, „en Erna, ons dochtertje, +had eenige schoolboeken noodig.” +</p> +<p>„Laat mij met rust,” bromde hij, „de zaken worden met den dag slechter, de duivel +mag weten, hoe dat moet eindigen. Denk je, dat ik geld kan maken? Kijk zelf maar, +hoe je aan geld komt”. +</p> +<p>„Daar zie ik geen kans toe. Mijn ouders zijn dood en alles, wat ik bezat, heb ik jou +gegeven.” +</p> +<p>„Wil je mij verwijten maken?” +</p> +<p>„Dat niet, maar het zou mij aangenaam zijn, als je werkelijk zoo het land aan mij +hebt, dat je mij het geld terug gaaft, opdat ik daarvan voor de kinderen en mijzelf +kon zorgen.” +</p> +<p>„Dat zou je wel willen”, lachte hij hoonend, „neen, mijn lieve, dat kan ik beter gebruiken. +Gelukkig, dat ik zoo verstandig ben geweest om het in mijn zaak te steken. +</p> +<p><span>„</span>En stoor mij nu niet langer, want ik moet brieven schrijven.” +</p> +<p>„Je bent hard,” sprak zij. „Ik weet niet, waarvan ik het avondeten voor de kinderen +en mij moet koopen.” +</p> +<p>„Ik ook niet,” antwoordde hij kortaf. +</p> +<p>Plotseling kleurde een blos de bleeke wangen der vrouw, de zachte uitdrukking verdween +van haar gelaat en met gebalde vuisten riep zij uit: +<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p> +<p>„Nu is het genoeg! Ik heb nu lang genoeg gezwegen en mij door jou erger dan een slavin +laten behandelen. Voor mij komt het er niet op aan, dat ik niets te eten krijg, maar +de kinderen mogen geen honger lijden en ik zeg je dit—ik verlaat deze woning en ga +onderdak zoeken met de kinderen bij onze vroegere keukenmeid. +</p> +<p><span>„</span>Al het verdere tusschen ons zal mijn advocaat regelen. +</p> +<p><span>„</span>Binnen de 24 uur zal ik je door de wet laten dwingen, mij het mij toekomende vermogen, +dat ik je in bewaring heb gegeven, en waarvan ik gelukkig een quitantie bezit, terug +te betalen. +</p> +<p><span>„</span>Het doet mij leed, dat ik den kinderen hun vader moet ontnemen, maar beter geen vader +dan zulk een ruw, harteloos mensch als jij bent!” +</p> +<p>Gedurende de lange jaren van haar huwelijk had de vrouw nooit tegengesproken. +</p> +<p>Als stom van verbazing keek hij haar aan, totdat plotseling een zinnelooze woede zich +van hem meester maakte. +</p> +<p>„Wat?” riep hij uit, „jij durft mij trotseeren, mij dreigen? Je wilt je verzetten +tegen mij, je echtgenoot? Doodslaan zal ik je!” +</p> +<p>Hij was opgesprongen en had een zwaren, metalen kandelaar gegrepen, waarmee hij haar +een slag op het hoofd wilde geven. +</p> +<p>Maar hij had zijn vrouw onderschat. +</p> +<p>Hoewel hij een breede, forsche man was en zij maar klein en mager te noemen was, sprong +zij als een kleine, lenige kat naar hem toe, sloeg hem met haar vuist in het gelaat +en stiet hem zoo hevig voor de borst, dat hij terug wankelde. +</p> +<p>„Als mijn kinderen er niet waren,” sprak zij, „zou ik mij kalm door je dood laten +slaan, maar voor mijn kinderen moet ik leven. Mijn zoon zal mij eenmaal wreken! Ik +zal het in de kranten laten publiceeren, wat voor een karakter de president van de +Vereeniging ter bevordering der goede zeden heeft!” +</p> +<p>Op het volgende oogenblik vloog de zware ijzeren kandelaar door de kamer. Hoewel zij +zich bukte, trof hij haar toch aan het hoofd. +</p> +<p>Een oogenblik dreigde zij neer te vallen, maar daarop maakte <span class="corr" id="xd33e1323" title="Bron: oneindigde">oneindige</span> woede zich meester van de kleine vrouw. +</p> +<p>„Je durft het wagen, de moeder van je kinderen zoo te behandelen?” riep zij uit. +</p> +<p>Zij trok de kast open, waarvoor zij stond en nam er eenige boeken uit. +</p> +<p>„Daar!” riep zij, terwijl zij de boeken naar hem toeslingerde. „Daar zijn je huichelachtige, +leugenachtige boeken over deugd en zedelijkheid, waarmee je de wereld bedriegt! +</p> +<p><span>„</span>De menschen moesten je schrijftafel eens zien, die gevuld is met gemeene, onzedelijke +prullen! +</p> +<p><span>„</span>Foei, jij slechte kerel! +</p> +<p><span>„</span>Maar dit is het allerlaatste! Je zult mij niet terugzien!” +</p> +<p>(Zie het titelblad.) +</p> +<p>Terwijl zij deze woorden sprak, had zij tientallen van vrome, stichtelijke boeken, +sommige zoo dik als een bijbel, naar zijn hoofd geslingerd en zoo snel, dat hij zich +niet kon verdedigen. +</p> +<p>Met een slag vloog de deur achter haar toe en als een overwonnene stond de president +der <span id="xd33e1343">Vereeniging</span> ter bevordering der goede zeden te midden van een hoop verscheurde vrome geschriften +en werken en knarste op de tanden van woede. +</p> +<p>Hij liep naar zijn schrijftafel en haalde uit een der laden een geladen revolver. +</p> +<p>Met een duivelschen grijns mompelde hij: +</p> +<p>„De heks zal eraan gelooven en de kinderen ook. Het is nu toch uit met mij. Mijn zaken +zijn geheel en al in de war, het restant van de gelden mijner cliënten heb ik Miss +Raabe gegeven. Een paar duizend pond heb ik nog in mijn zak en met dat geld zal ik +naar Amerika gaan, na hier eerst schoon schip te hebben gemaakt. Daar ginds kunnen +zij mannen, als mij, gebruiken.” +</p> +<p>Hij verliet het vertrek en begaf zich naar de eetkamer. +</p> +<p>Toen hij deze leeg vond, sloop hij zacht, als een roofdier, naar de slaapkamer en +bleef een oogenblik luisterend staan. +</p> +<p>Hij hoorde zijn vrouw zacht snikken en de knaap, die tot haar zei: +</p> +<p>„Schrei niet, mama, wij zullen gauw weggaan. Ik wil geen vader hebben, die mijn moeder +slaat. Als ik groot ben, zal ik hem terugslaan! En als wij niets te eten hebben, lief +moedertje, zal ik, zooals andere jongens, kranten verkoopen en laarzen poetsen— — +—” +</p> +<p>„En ik zal wel dienstmeisje worden en dan zullen wij samen zorgen, dat u brood hebt,” +sprak het zusje. +</p> +<p>Nu trok Harper de deur open, zijn revolver in zijn broekzak gereedhoudende. +</p> +<p>Met een kreet van schrik keken de kinderen hem aan. +</p> +<p>„Wat wil je nog?” vroeg zijn vrouw, die onheil vermoedde. +</p> +<p>„Wat ik wil? Dat zal je dadelijk zien! Een mooie opvoeding geef jij je kinderen!” +</p> +<p>Nu kwam de kleine jongen met gebalde vuisten voor hem staan en riep: +<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span></p> +<p>„Pas op, als u mijn moeder slaat, zal ik u ook slaan!” +</p> +<p>Een duivelsche lach als van een krankzinnige kwam van de lippen van den ellendeling, +hij haalde de revolver te voorschijn en hield die tegen het voorhoofd van den knaap. +</p> +<p>„Ik zal je leeren, wat slaan beteekent. Jij zult de eerste zijn, die op reis naar +de eeuwigheid gaat.” +</p> +<p>Als verlamd, doodsbleek, staarde zijn vrouw naar dit ontzettende tooneel. Van schrik +kon zij geen geluid geven en zich niet verroeren, zij kon geen hand uitsteken om haar +jongen te redden. +</p> +<p>Een gil kwam over de lippen van den knaap, een tweede en derde volgden en aarzelend +liet de ellendeling het wapen zinken. +</p> +<p>Nu schreeuwde ook het meisje om hulp en bliksemsnel sprong de knaap als een hond naar +zijn vader toe en beet hem met zijn scherpe tandjes in de hand, zoodat deze woedend +van pijn het wapen liet vallen. +</p> +<p>Maar een oogenblik later kreeg de kleine held een vuistslag en viel bewusteloos neer. +</p> +<p>De moordenaar wilde zich nu bukken om het wapen op te nemen, maar er was nu beweging +gekomen in de moeder. +</p> +<p>Zij was vlugger dan haar echtgenoot, greep het wapen, richtte het op haar man en riep: +</p> +<p>„Ik tel tot drie en als je dan de kamer niet hebt verlaten, schiet ik!—Er uit!” +</p> +<p>Tandeknarsend en met een blik vol woede en haat wendde Harper zich naar de deur en +mompelde: +</p> +<p>„Wacht maar, heks, daarvoor zal je boeten!” +</p> +<p>Het volgend oogenblik had hij de kamer verlaten en de deur achter zich dichtgetrokken. +</p> +<p>Zijn vrouw schoof de grendel er voor, snelde naar de waschtafel en legde een koudwatercompres +op het hoofd van haar lieveling. +</p> +<p>Na eenige minuten kreeg het kind zijn bewustzijn terug en herinnerde zich onmiddellijk +het voorgevallene. +</p> +<p>Hij keek om zich heen en toen hij zag, dat zijn vader de kamer had verlaten, lachte +de kleine held en sprak: +</p> +<p>„Ziet u, mama, dat heb ik goed gedaan, nietwaar?” +</p> +<p>„Je bent een held, mijn jongen,” antwoordde de moeder met tranen in de oogen en kuste +hem. +</p> +<p>„En nu, lieve kinderen, zullen wij ons kleeden en naar de oude Marie gaan. Zij zal +ons wel een paar dagen bij zich willen houden.” +</p> +<p>Zij sloot den koffer, waarin zij linnengoed en kleeren voor zichzelf en de kinderen +had gepakt, belde en gaf het dienstmeisje bevel, een rijtuig te bestellen. +</p> +<p>Verbaasd keek het dienstmeisje naar de koffer en vroeg: +</p> +<p>„Gaat mevrouw op reis?” +</p> +<p>„Ja, voor eenige dagen.” +</p> +<p>Eenige minuten later kwam een rijtuig voor en de koetsier bracht den koffer op zijn +schouders naar beneden. De vrouw van den bankier nam haar kinderen bij de hand en +volgde hem. +</p> +<p>Voordat zij het huis verliet, gaf zij de revolver, die zij in een doek had gepakt, +aan het dienstmeisje en sprak: +</p> +<p>„Geef dit pakje aan mijnheer, hij wil het misschien als aandenken bewaren.” +</p> +<p>Het meisje schudde verbaasd het hoofd en keek het wegrollende rijtuig na, zoolang +zij het kon zien. +</p> +<p>Toen zij de kamer van <span id="xd33e1394">Mr.</span> Harper binnentrad, zag zij daar een ontzettende wanorde. +</p> +<p>De heer des huizes keek ontstemd op, toen het meisje hem kwam storen en nam zwijgend +het pakje uit haar handen. +</p> +<p>Met een hoonlach pakte hij de revolver uit en stak deze toen in een der zakken van +zijn jas. +<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">ZESDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Een detective-truc.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het was slechts een kleine bestuursvergadering, die dezen avond plaats had in de Vereeniging +ter bevordering der goede zeden. +</p> +<p>Meneer Harper verscheen even over tienen en vond de heeren al voltallig bij elkaar. +</p> +<p>Zijn gelaat straalde van zelfvoldoening en van het geluk, dat hij de laatste paar +uren aan de zijde der bekoorlijke Miss Raabe had genoten. +</p> +<p>Terwijl hij de vergadering leidde, wachtte zij beneden in de leeszaal van het hotel. +</p> +<p>Om de verveling te verdrijven<span id="xd33e1411">,</span> bladerde zij de daar neergelegde couranten door. +</p> +<p>Plotseling zag ze midden door de zaal Su-Ki-Bit-Wou-Wang aankomen. +</p> +<p>„Hallo!” riep zij, „Mr. Jucki, waar wilt ge naar toe?” +</p> +<p>De Chinees deed eerst erg verlegen, doch sprak toen, zijn gelaat plooiend tot een +beminnelijk glimlachje: +</p> +<p>„O, ik zijn zeer verheugd, u te zien, mooie Miss Raabe, ik wil gaan naar de „bevordering +der goede zeden<span id="xd33e1418">”</span> +</p> +<p>„Och zoo,” lachte zij, „gij bedoelt die Vereeniging!” +</p> +<p>Hij knikte: „<span lang="en">Yes</span>, naar die Vereeniging!” +</p> +<p>Zij klopte hem op de schouders en zei: „Weet wel, lieve Jucki, dat ge daar niet veel +wijzer zult worden. Ze bevorderen daar alleen de zeden van anderen, aan zichzelf denken +ze niet.” +</p> +<p>„Dat hindert niets!” antwoordde de Chinees, „ik moet kennen leeren, of hier bij u +in Engeland ook zulke onzedelijkheden als in China. Ik geloof, wij zijn even fatsoenlijke +menschen!” +</p> +<p>„Veel fatsoenlijker,” lachte Miss Raabe, „geloof me, ik heb er ondervinding van. Ik +ken de Londensche mannen.” +</p> +<p>„Ik niet daaraan twijfel en weet u, ik ook veel liever in uw gezelschap was dan in +dat zedelijk gezelschap.” +</p> +<p>„Ik heb een idee,” hernam Miss Raabe, „blijf gij bij mij en laten we den avond ergens +gaan doorbrengen. Ik verveel mij dood in gezelschap van Harper.” +</p> +<p>„O, hij is een zeer nette mensch, niet waar?” +</p> +<p>„Gij bedoelt, omdat hij mij verveelt?” +</p> +<p>„O ja, ik dat bedoel.” +</p> +<p>„Dan vergist gij u,” lachte de schoone, „hij is het absolute tegendeel van netheid. +Gij begrijpt, dat men ook wel graag eens wat anders hoort, en ik zou blij zijn, in +fatsoenlijk gezelschap te verkeeren. Daarom zou ik u willen verzoeken, den avond met +elkaar door te brengen.” +</p> +<p>„Allright,” knikte Su-Ki-Bit-Wou-Wang. „Ik gaarne bereid ben daartoe. Maar wij wat +doen?” +</p> +<p>„Ik weet wat. Vis-a-vis het hotel is een oestersalon. Net rechts tegenover het Strand. +Daar zal ik op u wachten, als de vergadering is afgeloopen.” +</p> +<p>„Allright,” zei de Chinees. +</p> +<p>Het tweetal reikte elkaar de hand, waarna hij zich naar de aan het eind der gang gelegen +kleine zaal begaf, waarin de vergadering plaats had. +</p> +<p>Bij zijn binnentreden keken alle aanwezigen hem nieuwsgierig aan. +</p> +<p>Baxter had de aanwezigen al meegedeeld, dat hij zou komen, en allen wachten in spanning +zijn komst af. +</p> +<p>Een vroolijk lachje kwam op het gelaat der heeren, toen de Chinees volgens landsgebruik +zijn vilten schoenen uittrok, driemaal op zijn knieën sloeg en eenige grappige buigingen +maakte. +</p> +<p>„Dat is zijn begroeting”, fluisterden de Engelschen tot elkaar, stonden daarna op +en maakten een stijve buiging. +</p> +<p>De Chinees trad naderbij, schudde ieder de hand en noemde zijn naam: Su-Ki-Bit-Wou-Wang. +</p> +<p>Toen hij bij Baxter en Harper was gekomen, wilde hij met hen volgens Chineesch gebruik +gaan neus wrijven, hetwelk deze echter op hoffelijke wijze afweerden <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>door hem te verklaren, dat zij van zijn toegenegenheid waren overtuigd, ook al gaf +hij hun slechts volgens gebruik de hand. +</p> +<p>Men bood daarop Su-Ki-Bit-Wou-Wang een stoel aan en de vergadering werd voortgezet— +— +</p> +<p>Gedurende een kleine pauze vroeg de naast den Chinees zittende Engelschman, hoe het +hem in hunne vergadering beviel. +</p> +<p>„O”, zei Su-Ki-Bit-Wou-Wang, „als straks komen de kleine meisjes, zal het zeer aardig +worden!” +</p> +<p>De Engelschman, een predikant van streng rechtzinnige beginselen, week ontsteld achteruit +en kon zijn ooren bijna niet gelooven. Doch eenige andere leden hadden de nogal luid +gesproken woorden eveneens verstaan en, als echte Engelschen, wel van een grapje houdend, +vroegen zij: +</p> +<p>„Wat voor kleine meisjes bedoelt u, Mr. Wang?” +</p> +<p>„O,” gaf de Chinees ten antwoord, „ik bedoel de kleine meisjes, bij wie ik mijne vrienden, +de heeren presidenten, in den schouwburg zag zitten!” +</p> +<p>Opeens werd het ijzig stil als in een kerk. Harper en Baxter zaten als aan den grond +genageld. +</p> +<p>Alle aanwezigen keken hen aan met een verwijtenden blik, die hen als het ware doorboorde. +Vooral de predikant zette een gezicht, alsof hij de heilige <span class="corr" id="xd33e1461" title="Bron: aardsengel">aartsengel</span> in eigen persoon was, die Gods oordeel verkondigde. +</p> +<p>Hij was dan ook de eerste, die het stilzwijgen verbrak en aan Mr. Harper vroeg: +</p> +<p><span>„</span>Wat hebt gij op de merkwaardige woorden van dezen geachten gast te antwoorden, meneer +de president?” +</p> +<p>Harper was zoo rood als een kreeft van opgewondenheid. Het zweet druppelde in dikke +parelen van zijn voorhoofd. Hij stond op, want hij begreep, dat hij wat antwoorden +moest. +</p> +<p>„Mijne heeren,” aldus begon hij, „Mr. Wang heeft gelijk, wanneer hij zegt, dat hij +de presidenten van de Vereeniging ter bevordering der goede zeden in gezelschap heeft +aangetroffen van twee meisjes, die helaas tot de verworpelingen van de maatschappij +zijn te rekenen.” +</p> +<p>Een luid „Foei” klonk rondom de tafel, hetwelk Harper met een handbeweging bezwoer, +waarna hij vervolgde: +</p> +<p>„Gij vergist u, mijne heeren, wanneer ge meent u over de houding van uwe presidenten +ongerust te moeten maken; wij waren slechts in onze hoedanigheid van trouwe strijders +voor de goede zeden in gezelschap van die dames. +</p> +<p><span>„</span>We hebben beproefd haar van haar slechten levenswandel terug te brengen en haar weer +het pad des deugd en zedelijkheid te doen betreden. +</p> +<p><span>„</span>En het is mij gelukt een der zondaressen in een christelijk Tehuis onder dak te brengen. +Zij zal voor liefdezuster worden opgeleid.” +</p> +<p>Nu weerklonk een luid „Bravo!”, terwijl de predikant sprak: +</p> +<p>„Ik verzoek u uit naam van mijn vrienden aan deze tafel om vergiffenis. De hemel moge +uwen verderen strijd met zegen kronen.” +</p> +<p>De president boog en met tranen van ontroering in de oogen ging hij weer zitten om +Baxter onder de tafel ongemerkt de hand te drukken. +</p> +<p>Men zou nu gaan confereeren over het verbod van de verkoop van sommige humoristische +bladen. +</p> +<p>De predikant had het voorstel gedaan een der schendbladen voor ondeugd en onzedelijkheid +van den Engelschen bodem te verbannen. +</p> +<p>Opeens stond Su-Ki-Bit-Wou-Wang op. +</p> +<p>„Pardon, heeren,” zei hij, „doch ik vinden deze vergadering zonder kleine meisjes +te oninteressant! Ik zal weer vertrekken. Bij ons in China zorgen altijd kleine meisjes +voor conversatie in heerengezelschap.” +</p> +<p>Opnieuw klonk een onrustbarend luid „Foei!” door de zaal. +</p> +<p>Toen greep Harper, die eindelijk gelegenheid vond zich op zijn aanvaller te wreken, +den presidentshamer, gebood daarmee stilte en riep, op Su-Ki-Bit-Wou-Wang wijzend: +„Eruit gij, immoreel en onzedelijk wezen! Waag het niet u ooit weer in ons midden +te vertoonen. Gij zijt een liederlijk mensch!” +</p> +<p>„Liederlijk mensch!” riepen alle Engelschen tegelijk en spuwden op Engelsche wijze +naar Su-Ki-Bit-Wou-Wang op den grond. +</p> +<p>Toen hij de zaal had verlaten, zei de predikant met ten hemel gerichte oogen: +</p> +<p>„Laten we opstaan van onze zitplaatsen, beste vrienden, en den hemel danken, dat hij +den duivel, die in de gedaante van dien vuilen Chinees tot ons kwam, te rechter tijd +uit onzen edelen deugdzamen kring heeft verdreven.” +</p> +<p>Allen stonden op, sloegen met den predikant de oogen op en gingen daarna weer zitten. +</p> +<p>Nadat men het er, na een kort debat, over eens was geworden, dat het bedoelde tijdschrift +een schendblad van het ergste allooi was, dat stelselmatig, niet alleen de jeugd, +doch ook de ouderen ten verderve voerde, en daarom moest verboden worden, verklaarde +Mr. Harper <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>de zitting voor gesloten, en, zakelijke bezigheid voorwendend, verliet hij de vergadering. +</p> +<p>Toen hij in de leeszaal kwam, om zijn geliefde af te halen, keek hij vergeefs rond. +</p> +<p>Een voorgevoel zei hem, dat zij misschien dien vervloekten Chinees had ontmoet en +met hem het hotel had verlaten. +</p> +<p>Als een woedende stier snelde hij naar haar huis en toen hem niet werd opengedaan, +liep hij voortdurend daarvoor op en neer.— — +</p> +<p>Miss Raabe zoowel als Su-Ki-Bit-Wou-Wang hadden ondertusschen samen gesoupeerd. Tegen +twee uur ’s nachts verklaarde zij gaarne naar huis te willen gaan. +</p> +<p>„Ik ben bang,” zei zij, „lieve Jucki!” (Ze waren nu al zeer intiem.) „Geloof mij, +die jaloersche man, Mr. Harper, zal bepaald voor mijn huis staan om mij op te wachten. +Ik ben bang, direct naar huis te gaan.” +</p> +<p>„Ik zal dien man wel weg werken,” antwoordde Raffles. +</p> +<p>Hij liet zich door den kellner papier en enveloppe brengen en schreef een paar bladzijden. +Daarna liet hij door den kellner een nacht-kruier ontbieden. +</p> +<p>Dezen overhandigde hij den brief, nadat hij op geheimzinnige wijze verscheiden minuten +met hem had gesproken. Na verloop van een kwartier zei de Groote Onbekende: +</p> +<p>„Ik zal u nu naar huis brengen, Miss Raabe, ge kunt volkomen gerust zijn.” +</p> +<p>„Is Harper er niet meer? Dat is mij een raadsel!” meende zij, „ik weet niet, hoe ge +dat hebt klaar gespeeld.” +</p> +<p>Su-Ki-Bit-Wou-Wang glimlachte slechts, doch gaf geen antwoord. +</p> +<hr class="tb"><p> +</p> +<p>Terzelfder tijd trad een nacht-kruier op den bankier toe, die nog steeds voor het +huis op en neer wandelde, en, zijn pet afnemend, zei hij: +</p> +<p>„Is u Mr. Harper?” +</p> +<p>„Jawel”, antwoordde deze, „dat ben ik. Wat wenscht ge van mij?” +</p> +<p>„Ik moet u een brief overhandigen.” +</p> +<p>Hij gaf Mr. Harper het schrijven. +</p> +<p>„Van wien komt die brief?” vroeg hij. +</p> +<p>„Van den inspecteur van politie Baxter,” antwoordde de kruier. +</p> +<p>Zonder verder antwoord af te wachten, verliet hij den bankier en verdween in het nachtelijk +duister. +</p> +<p>Harper echter snelde naar een straatlantaarn, scheurde den brief open en las: +</p> +<blockquote> +<p class="first salute"><span>„</span><span lang="en">Dear Sir!</span> +</p> +<p>Ik ontving juist een alarmeerend bericht. Een van mijn detectives deelde mij mede, +dat men ontdekt had, dat gij de deposito’s van uw klanten hebt verduisterd. Neem u +in acht!”</p> +</blockquote><p> +</p> +<p>De brief was niet onderteekend. +</p> +<p>De straat begon opeens te draaien voor Harpers oogen. Hij viel bijna neer als een +dronken man en moest zich aan een straatlantaarn vasthouden. +</p> +<p>Daarna frommelde hij het blad papier ineen, stak het in zijn zak en snelde weg. Zijn +slecht geweten begon geweldig te knagen. +</p> +<p>Hij voelde zich als door den duivel bezeten. Als een schaduw vluchtte hij weg in de +duisternis— — +</p> +<p>Terzelfder tijd hield een rijtuig voor het huis stil. +</p> +<p>De Chinees stapte uit en hielp Miss Raabe uit het rijtuig. +</p> +<p>„Gij moet mij in mijn woning begeleiden,” zei zij, „ik ben vreeselijk bang. Mogelijk +loert die man daar op mij.” +</p> +<p>„Ik zijn zeer moe,” antwoordde de Chinees, „ik hier zal wachten, totdat gij woning +doorzoekt en dan naar huis rijden. Ik graag in gevaar met jonge dames mag samen zijn.” +</p> +<p>Daar zij om den Chinees persoonlijk weinig gaf, doch slechts op zijn geld aasde, zei +zij hem vluchtig goeden nacht, sloot het huis open en trad naar binnen. +</p> +<p>Raffles wachtte nog een paar minuten, daarna werd op de eerste etage een raam geopend, +Miss Raabe verscheen, wenkte hem met haar zakdoek en riep: +</p> +<p>„Hier is niemand, ik dank u, lieve Jucki, goeden nacht!” +</p> +<p>De Chinees sprak door zijn neus een onwelluidend „Goeden nacht”, stapte in zijn rijtuig +en reed weg. +</p> +<hr class="tb"><p> +</p> +<p>Den volgenden morgen had Raffles het tot Charly Brands verbazing merkwaardig druk. +</p> +<p>Door middel van een advertentie in de courant had hij een stenographe in dienst genomen +en begon deze een comediespel te dicteeren. +</p> +<p>Onvermoeid was hij daarmee bezig en rustte niet, voordat hij den éénacter in twee +dagen klaar had. +</p> +<p>„Wil je mij het stuk niet voorlezen?” vroeg Charly Brand, die nieuwsgierig was naar +den inhoud. +</p> +<p>„Dat is onnoodig, jongen, je zult het gauw genoeg op de planken zien.” +</p> +<p>John Raffles kende door zijn club den directeur van den Garrick-Schouwburg en bracht +hem een bezoek. +<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p> +<p>„Er is me zeer veel aan gelegen,” wendde hij zich tot den directeur, „dat ge dezen +éénacter al over een paar dagen op de planken laat spelen. +</p> +<p><span>„</span>Ik ben bereid alle aan de uitvoering verbonden kosten voor mijn rekening te nemen. +Het geldt hier een privé-genoegen voor mij persoonlijk, en om te zien, of ik werkelijk +de gave bezit, succesvolle theaterstukken te schrijven.” +</p> +<p>De directeur kende Lord Lister onder den naam Baron von <span class="corr" id="xd33e1562" title="Bron: Wakerfield">Walkerfield</span>. Hij bladerde het stuk door, en nadat hij het in een goed kwartier vluchtig had gelezen, +verklaarde hij zich bereid, het stuk door zijn tooneelspelers in drie dagen te laten +instudeeren en de première reeds over vier dagen te doen plaats hebben. +</p> +<p>Eén moeilijkheid was aan de zaak verbonden, en dat was de censuur der politie. +</p> +<p>„Hoe kunnen we dat klaarspelen?” vroeg Raffles. +</p> +<p>„Heel eenvoudig, beste baron”, antwoordde de schouwburgdirecteur, „ik zal een vriendelijk +briefje schrijven aan den censor en er voorzichtig een biljet van 100 pond bij insluiten.” +</p> +<p>„Fameus,” lachte Raffles, „dan zijn we klaar, nietwaar?” +</p> +<p>„Jawel,” gaf de directeur ten antwoord, „ik heb echter nog één vraag, namelijk wie +zal de rol van den Chinees <span id="xd33e1571">Su-Ki-Bit-Wou-Wang</span> spelen in het stuk?” +</p> +<p>John Raffles begon opnieuw te lachen en sprak: +</p> +<p>„Bijna had ik het voornaamste nog vergeten; die rol speel ik zelf.” +</p> +<p>„Gij zelf? Hebt gij den moed als tooneelspeler op te treden?” +</p> +<p>„Wel natuurlijk,” knikte de <span id="xd33e1580">Groote Onbekende</span>. „Ik speel in het gewone leven nog meer comedie dan op de planken noodig is. +</p> +<p>„Ik verzeker u, mijn beste directeur, nog afgezien van het feit, dat ik de kosten +der opvoering betaal, zult ge schitterende zaken maken met het kleine tooneelspel. +</p> +<p><span>„</span>Ik zou durven wedden, dat geheel Londen hierheen komt om het stuk te zien.” +</p> +<p>„Dat ware te wenschen,” lachte de directeur, „ik heb op ’t oogenblik juist geen goed +stuk. Laten we dus het beste hopen.” +</p> +<p>John Raffles nam afscheid en reeds den volgenden morgen begon de directeur met de +voorbereidingen. Hij verklaarde den baron, dat deze hierbij zijn medewerking moest +verleenen. +</p> +<p>Eenige uren later ontving Baxter, die, zooals vermeld, het ambt van censor voor tooneelspelen +in Londen uitoefende, d.w.z. hij moest nagaan of de stukken ook gevaar opleverden +voor de goede zeden, een brief van den directeur van den Garrick-schouwburg, benevens +een blauwe portefeuille, waarin zich het tooneelstuk bevond. +</p> +<p>Baxter scheurde den brief open en las: +</p> +<blockquote> +<p class="first salute"><i>Beste Inspecteur!</i> +</p> +<p>Hierbij een stuk voor de censuur, waarbij zeer veel haast is. +</p> +<p>Met vriendelijke groeten, +</p> +<p class="signed">Uw +<br>GARRICK.</p> +</blockquote><p> +</p> +<p>Tegelijkertijd had de inspecteur het bankbiljet van honderd pond gevonden en stak +dit met een inwendig lachje in zijn vestjeszak. Hij kon het juist goed gebruiken, +daar hij door zijne verhouding tot de vriendin van Miss Raabe, de kleine Trude Hansch, +veel geld had uitgegeven. +</p> +<p>Hij nam het voorgeschreven politiestempel, dat het verlof tot de opvoering bekrachtigde, +sloeg de klep der portefeuille op en drukte het zegel op den omslag van het tooneelstuk, +zonder er verder naar om te zien. +</p> +<p>Daarna schelde hij een bode en liet het toegelaten stuk naar den directeur van den +Garrick-schouwburg brengen. +</p> +<p>De <span id="xd33e1609">Vloo</span> had stilzwijgend toegezien en zei nu: +</p> +<p>„Weet ge, inspecteur, als ik me niet vergis, hebt ge daar juist weer toestemming verleend +tot het opvoeren van een tooneelstuk, dat ge heelemaal niet kent. Ge zult u op een +goeden keer nog eens gevoelig de vingers branden.” +</p> +<p>Baxter keek zijn secretaris woedend aan en sprak: +</p> +<p>„Veroorloof u geen kritiek op mijn handelingen. Daar hebt gij niet het recht toe. +Overigens vergist gij u. Ik ken het tooneelstuk al. Het was dus niet noodig het nog +eens door te zien. Ik zou dus gaarne verschoond blijven van uwe opmerkingen.” +</p> +<p>De <span id="xd33e1617">Vloo</span> boog zijn hoofd over de voor hem liggende acte en ging verder met zijn werk, terwijl +Baxter een courant nam en begon te lezen. +</p> +<p>Midden in zijn lectuur werd hij gestoord. Een detective-sergeant trad binnen, bleef +bij de deur staan en salueerde. +</p> +<p>„Wat wenscht gij?” vroeg Baxter. +</p> +<p>„Heb een gebeurtenis te melden, meneer de inspecteur,” rapporteerde de beambte. „De +zaak van den bankier Harper is sedert gisteren gesloten, en heeft groote opgewondenheid +te weeg gebracht onder de klanten van den bankier.” +<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p> +<p>Baxter schrok hevig. Wat was er met Harper gebeurd? Zou hem iets overkomen zijn? +</p> +<p>„Is bankier Harper niet te vinden?” vroeg hij. +</p> +<p>„Neen, meneer de inspecteur,” antwoordde de sergeant. „We hebben in zijn woning en +bij verscheiden bekenden al een onderzoek ingesteld. Het laatst is de bankier twee +dagen geleden in hotel Cecilia gezien. ’s Avonds 10 uur.” +</p> +<p>„Dat klopt,” zei Baxter, „ik was er persoonlijk met hem.” +</p> +<p>„Ook aan zijn woning vernamen wij van het dienstmeisje, dat de bankier sedert twee +nachten niet thuis was gekomen en ook mevrouw en de kinderen het huis sedert eenige +dagen hadden verlaten. +</p> +<p><span>„</span>De klanten van den bankier eischen, dat de zaak van politiewege wordt geopend en de +deposito’s teruggegeven.” +</p> +<p>Baxter dacht een paar seconden na. +</p> +<p>Vergeefs brak hij zich het hoofd, wat er wel met Harper kon gebeurd zijn. Daarna wendde +hij zich tot Marholm: +</p> +<p>„Neem een cab en rijd naar Lyttonstreet 16. Daar woont een tooneelspeelster, Miss +Raabe. Vraag aan die dame, of zij iets weet omtrent het verblijf van den bankier Harper. +Maak vlug voort, want voordat gij met haar antwoord hier zijt, kan ik niets beginnen.” +</p> +<p>Zonder een woord te antwoorden, verliet de <span id="xd33e1639">Vloo</span> de kamer, terwijl de detective-sergeant in het voorvertrek wachtte. +</p> +<p>Baxter echter liep onrustig heen en weer. De affaire scheen hem vreemd toe. Hij had +een onbepaald voorgevoel, dat er iets gebeurd zou zijn, waar hij ook in betrokken +zou worden. Tevergeefs probeerde hij zich te kalmeeren, door het rooken van een sigaar. +Ten slotte begon hij weer te lezen. +</p> +<p>Er kon ongeveer een half uur verloopen zijn, toen Marholm, die zich zeer gehaast had, +daar hij eveneens iets bijzonders vermoedde, terugkwam met de mededeeling, dat de +bankier sedert verscheiden dagen niet in het huis der tooneelspeelster was geweest. +</p> +<p>Nu bleef Baxter niets anders over dan zijn recherche-afdeeling mobiel te maken en +met de beambten naar de zaak van den bankier te rijden, deze te openen en te doorzoeken. +</p> +<p>De ijzeren luiken van het kleine kantoor waren stevig gesloten, toen Baxter met zijn +beambten aankwam. +</p> +<p>De portier, dien Baxter liet roepen, beduidde hem, dat de meegebrachte slotenmaker +een deur van de gang naar de zaak gemakkelijker zou kunnen open maken dan de ijzeren +roljalousiën. +</p> +<p>In korten tijd was de deur open, en de portier, die in de zaak bekend was, draaide +het electrische licht op. +</p> +<p>Nauwelijks was de ruimte helder verlicht of de portier liet een kreet van schrik hooren +en lokte alle beambten naar zich toe. +</p> +<p>„Wat is er, wat gebeurt er!” riep de inspecteur en trok zijn revolver. +</p> +<p>Doch hij behoefde geen antwoord meer op zijn vraag. +</p> +<p>Midden in het vertrek, voor de geopende brandkast lag de gezochte bankier Harper op +den grond en staarde met verglaasde oogen naar de zoldering. +</p> +<p>Geronnen bloed uit zijn slapen bedekte de eene helft van zijn hoofd en den grond. +De rechterhand hield nog krampachtig de revolver omklemd, waarmee de ellendeling zich +had doodgeschoten. +</p> +<p>Een oogenblik stonden de beambten zwijgend om den doode, doch daarna zei Baxter tot +de Vloo: +</p> +<p>„Ga zitten en maak het proces-verbaal op. Waar is de lijkschouwer?” +</p> +<p>Deze was juist aangekomen en drong naar voren. +</p> +<p>„Is hij dood?” vroeg Baxter, waarop de dokter antwoordde: +</p> +<p>„Dat zou ik meenen.” +</p> +<p>En Marholm voegde er aan toe: +</p> +<p>„Die wordt door geen moraal weer levend gemaakt.” +</p> +<p>De gebruikelijke wettelijke formaliteiten werden door de beambten verricht, waarna +Baxter zich met zijn beambten overtuigde, dat, behalve een paar duizend pond sterling, +die de zelfmoordenaar in zijn zak droeg, zich geen enkel deposito in de brandkast +bevond. +</p> +<p>Deze bevinding deelde hij aan de voor de deur wachtende klanten van den bankier mee. +</p> +<p>Vloeken en verwenschingen werden geuit, toen het lichaam van den doode in een ontboden +lijkwagen der politie werd weggebracht. +</p> +<p>Des avonds stond in de Londensche couranten „De zelfmoord van den bankier!” kalmweg +verteld. Slechts de korte bijvoeging, dat den volgenden dag verdere ophelderingen +zouden volgen, hield de nieuwsgierigheid der lezers gespannen. +</p> +<p>Baxter wenschte liever waar ook dan in Londen te wonen, en deze opinie werd gedeeld +door de andere leden van de Vereeniging ter bevordering der goede zeden. +</p> +<p>Het was een zware slag voor de <span id="xd33e1669">Vereeniging</span>, door den dood van haar president veroorzaakt. +</p> +<p>Alleen Su-Ki-Bit-Wou-Wang was over het verloop <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>zeer tevreden, en toen hij bij Miss Raabe kwam, veroorloofde deze zich zelfs grove +scherts. Wel beschouwd had zij tenminste eenige bedroefdheid over den dood van haren +vereerder moeten voorwenden. +</p> +<p>Ze zag niet den blik vol afschuw, dien de Chinees haar toewierp. +</p> +<p>Reeds den volgenden dag begonnen de couranten op ironischen en spottenden toon de +verhouding van Harper tot de Vereeniging ter bevordering der goede zeden te critiseeren. +Ook de hertog van Norfolk en de inspecteur van politie kregen hun aandeel. +</p> +<p>Baxter wond zich zoodanig op, dat hij niet op het bureau verscheen en de Vloo weer +eens alleen de zaken moest afdoen. +</p> +<p>Hij heeft weer moreele Katzenjammer, lachte Marholm vergenoegd in zichzelf en rookte +de eene pijp na de andere.— — +</p> +<p>Eerst op den avond van den dag, waarop de courantenstorm was bedaard, verscheen Baxter +weer op het bureau. +</p> +<p>Hij vond verscheiden brieven, waaronder de mededeeling van den directeur van den Garrick-schouwburg, +dat over twee dagen de première zou plaats hebben van den éénacter „Bevordering der +goede zeden”. +</p> +<p>De uitdrukking „goede zeden” werkte thans op Baxter als een rood doek. +</p> +<p>„<span lang="en">Goddam</span>,” vloekte hij in zichzelf, doch zoo luid, dat de Vloo het hoorde, „als ik dat geweten +had, zou ik dat stuk niet hebben toegelaten.” +</p> +<p>„Ziet ge wel,” zei de Vloo, „waarom hebt ge niet naar mij geluisterd. Als het kalf +verdronken is, dempt gij den put. Ge hadt liever met uw vingers van die goede zeden +moeten afblijven.” +</p> +<p>„Ja, ge hebt gelijk,” zuchtte Baxter, „daaruit komt niets anders voort dan een reusachtige +katterigheid. Men dorscht daar het leege stroo en praat over dingen die niet bestaan.” +</p> +</div> +</div> +<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">ZEVENDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">De inbraak.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Miss Raabe wachtte Su-Ki-Bit-Wou-Wang tamelijk onverschillig op. Tevergeefs keek zij +ieder oogenblik door de ruiten op straat om te zien of hij ook kwam, nu eerst herinnerde +zij zich, dat zij nog nooit in zijn woning was geweest. +</p> +<p>Zij besloot vanavond de schade in te halen, en ontwierp een plan om den Chinees verder +in haar netten te vangen, want na den dood van Harper had zij een nieuwen geldschieter +noodig. +</p> +<p>Su-Ki-Bit-Wou-Wang kwam ’s avonds echter niet. +</p> +<p>Tegen middernacht besloot zij het wachten op te geven en trok zich terug in haar slaapkamer. +</p> +<p>Zooals gewoonlijk nam zij ook nu een slaapmiddel in en sliep weldra vast. +</p> +<p>De schemerlamp wierp haar getemperd licht op de kostbare, zijde dekens, waaronder +de tooneelspeelster rustte, toen opeens de geheime deur der kleerkast open ging en +de donkere gestalte van een man te voorschijn trad. +</p> +<p>Hij schreed de slaapkamer binnen tot aan het bed der slaapster. Het gelaat van den +man was met een zijden masker bedekt, waaruit alleen twee donkere oogen fonkelden. +</p> +<p>De gemaskerde sloop naar het ijzeren kistje, dicht bij het bed en had weldra van een +sleutelbos den passenden sleutel gevonden, waarmede hij het kistje openmaakte. +</p> +<p>Daarin bevonden zich diamanten, edelgesteenten en ringen, alsook meer dan 10,000 pond +in bankpapier. +</p> +<p>De kostbaarheden en bankbiljetten waren spoedig in <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>een leeren taschje gepakt en na zijn visitekaartje in het kistje te hebben gelegd, +verliet de gemaskerde even stil als hij gekomen was de kamer.— — +</p> +<hr class="tb"><p> +</p> +<p>Den volgenden morgen tegen 11 uur vloog de tooneelspeelster Miss Raabe als een krankzinnige +bij Baxter het bureau binnen met den uitroep: „Ik ben door Raffles bestolen, heeren!” +</p> +<p>Verschrikt sprong Baxter op en riep: „Wat schreeuwt ge toch, Madam, door wien zijt +ge bestolen?” +</p> +<p>„Door Raffles!” schreeuwde de miss opnieuw opgewonden. „Meer dan 10,000 pond aan bankbiljetten +en evenveel waarde aan diamanten. Lieve inspecteur, help mij toch uit vriendschap.” +</p> +<p>„Pardon,” sprak Baxter, „gij zijt hier in het bureau van den inspecteur van politie! +Laat mijn persoon er dus buiten.” +</p> +<p>Hij wilde voor de Vloo zijne betrekkingen tot de wereld verbergen. +</p> +<p>„Waar hebt ge Raffles leeren kennen?” vroeg hij aan Miss Raabe. +</p> +<p>„Ik heb hem nog nooit gezien,” antwoordde deze schouderophalend. +</p> +<p>„Maar hij moest toch weten, dat gij uw geld en sieraden thuis bewaart. De Groote Onbekende +zal geen inbraak plegen zonder zich te oriënteeren.” +</p> +<p>„Misschien is hij onder een anderen naam bij u geweest,” viel de Vloo in de rede. +</p> +<p>„Ik ontvang geen heeren,” antwoordde de tooneelspeelster, „en heb trouwens maar één +vriend, een buitenlander, die in het geheel niet in aanmerking komt.” +</p> +<p>„Een buitenlander is zeer verdacht. Wilt gij ons zijn naam noemen?” vroeg Baxter. +</p> +<p>„Dat heeft geen doel, heeren,” antwoordde de bestolene, „doch wanneer gij er <span class="corr" id="xd33e1725" title="Bron: bizonder">bijzonder</span> op staat en u zelf wilt overtuigen, het is een Chinees en hij heet Su-Ki-Bit-Wou-Wang”. +</p> +<p>„Zoo, zoo!” meende de Vloo, „als die Chinees Raffles maar niet is.” +</p> +<p>„Gij zijt en blijft een idioot, Marholm,” stoof de inspecteur op, en zich daarna tot +Miss Raabe wendend: +</p> +<p>„Hoe weet ge, dat het Raffles was, die de inbraak pleegde?” +</p> +<p>„Hier is zijn visitekaartje, dat in het kistje lag,” antwoordde zij. +</p> +<p>Op dit oogenblik belde de telephoon en Baxter riep: +</p> +<p>„Hallo, wie daar?” +</p> +<p>„Spreek ik met inspecteur Baxter?” +</p> +<p>„Ja, wat wenscht u?” +</p> +<p>„Is Miss Raabe ook bij u?” +</p> +<p>„Ja, de Lady is hier op het bureau.” +</p> +<p>„Wel, groet haar dan van mij.” +</p> +<p>„Wie zijt ge dan?” +</p> +<p>Toen klonk langzaam en duidelijk door de telephoon: +</p> +<p>„John C. Raffles!” +</p> +<p>„De duivel hale u!” schreeuwde Baxter, waarop het lachend terugklonk: „Dat zal gebeuren!” +</p> +<p>De telephoon ophangend riep Baxter: „Dat is weer echt zijn brutaliteit. De kerel belt +me op en drijft den spot met ons. Kon ik hem toch eindelijk eens pakken.” +</p> +<p>„Is die man dan werkelijk niet te pakken?” vroeg Miss Raabe. +</p> +<p>Baxter haalde de schouders op, doch de Vloo verklaarde: +</p> +<p>„Door ons niet, dat is zeker.” +<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch8" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch8.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">ACHTSTE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">De tooneelvoorstelling.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het publiek, dat de première ging bijwonen in den Garrick-schouwburg, amuseerde zich +vóór de voorstelling met het berichtje in de avondbladen betreffende de inbraak bij +de tooneelspeelster. Daarna las men het programma van de voorstelling. +</p> +<p>Hoe meer men tuurde op de rollen, die in het nieuwe stuk voorkwamen, hoe meer het +stuk hun verdacht voorkwam, temeer, daar de titel hen al herinnerde aan de jongste +gebeurtenissen en de rollen van bankier, hertog en inspecteur van politie sterke gelijkenis +toonden met de personen der zedelijkheidsvereeniging. +</p> +<p>Verder trof men onder de rollen die van een Chinees, Su-Ki-Bit-Wou-Wang, verder een +tooneelspeelster, een danseres, en ten laatste als clou, als buitengewone sensatie, +stond vermeld de naam: Raffles. +</p> +<p>De tooneelkijkers werden nieuwsgierig naar de loge gericht, waarin de inspecteur van +politie Baxter met eenige andere politiebeambten zat. Deze had geen vermoeden, dat +hij het middelpunt der belangstelling van het publiek was geworden. +</p> +<p>Zenuwachtig wachtten de ongeduldigen tot het belletje klonk, het gordijn omhoog ging +en men een nauwkeurige copie van een der zalen uit hotel Cecilia op het tooneel zag. +</p> +<p>De redevoeringen der zoogenaamde bevorderaars der goede zeden wekten den algemeenen +lachlust op, behalve bij Baxter, die zich nauwkeurig nagebootst op de planken zag, +en zijne verbazing bereikte het toppunt, toen de bekende Su-Ki-Bit-Wou-Wang ten tooneele +verscheen. +</p> +<p>Deze speelde zijn rol meesterlijk en het publiek genoot volop, toen hij uit de vergadering +der zedelijke heeren werd verwijderd. +</p> +<p>Nu veranderde het tooneel. Dames der demi-monde traden binnen, en men kreeg tooneeltjes +te aanschouwen, die in de Vereeniging ter bevordering der goede zeden allesbehalve +thuis behoorden. +</p> +<p>Zoo werd achtereenvolgens al het gebeurde met Harper, Miss Raabe en den Chinees voor +het voetlicht gebracht, tot zelfs de inbraak bij de tooneelspeelster en de vermakelijke +scène op het bureau van den inspecteur Baxter. +</p> +<p>Het publiek riep enthusiast om den schrijver, waarna plotseling het gordijn vaneen +ging, de Chinees verscheen en boog. +</p> +<p>Allen stonden verbluft. +</p> +<p>Baxter had den schouwburg allang verlaten met zijn beambten. +</p> +<p>Toen werd er van de galerij geroepen: +</p> +<p>„Masker af! We willen zien hoe gij er uitziet!” +</p> +<p>De Chinees gebood met een handgebaar stilte en sprak: +</p> +<p>„Ik ben zeer blij, dat het stuk u is bevallen, en voldoe gaarne aan uw wensch, mij +zonder masker te zien. De inspecteur Baxter is toch niet meer in de zaal! Een oogenblik +slechts!” +</p> +<p>Even later keerde hij terug als volmaakte heer, met gladgeschoren gelaat, monocle +in het oog en in eleganten rok gekleed. +</p> +<p>„Raffles! Raffles!” klonk het van alle kanten. +</p> +<p>„En sta mij nu toe, dat ik mij aan u voorstel. Gij zult het begrijpelijk vinden, dat +ik dadelijk daarna vertrek. Mijn naam is.….. John C. Raffles.…..” +</p> +<p>Het publiek stormde op het tooneel toe, doch Raffles was al verdwenen. +</p> +<p>Het gebeurde ging als een loopend vuurtje door Londen en niet het minst van allen +was Baxter verbaasd, toen hij vernam, hoe de afloop was geweest na zijn vertrek uit +den schouwburg, en dat Raffles had aangekondigd, dat het einde van het stuk morgen +in de couranten te lezen zou zijn. +</p> +<hr class="tb"><p> +</p> +<p>En werkelijk bevatten de middagbladen van den <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>volgenden dag in vet gedrukte letters op de eerste bladzijde het volgende artikel: +</p> +<blockquote> +<p class="first">„De schuldige aan den moord van den bankier Harper. Raffles’ inbraak uit medelijden. +Raffles een weldoener. +</p> +<p>De weduwe van den bankier Harper, die zich voor een paar dagen van het leven beroofde +wegens verliezen op de beurs, ontving heden van Raffles 7000 pond sterling met de +mededeeling, dat hij dit ontstolen had aan een tooneelspeelster, die de beminde van +den bankier was geweest. De bankier zou dit geld aan zijn beminde hebben cadeau gegeven— +— +</p> +<p>Tegelijkertijd ontving het kantongerecht te Hampton Road 3000 pond sterling, zijnde +de verduisterde deposito’s, welke door Raffles werden ter beschikking gesteld. +</p> +<p>De weduwe, die met haar twee kinderen in armoede verkeerde, is door deze daad tegen +hongerlijden en ellende beschermd. +</p> +<p>Wij koesteren de hoop, dat Raffles onze stad nog dikwijls moge zegenen met dergelijke +inbraken.<span id="xd33e1791">”</span></p> +</blockquote><p> +</p> +<p>„Hij heeft alweer een standbeeld verdiend”, zei de <span id="xd33e1795">Vloo</span>, toen hij het artikel las. +</p> +<p>Baxter echter was het een pak van het hart en hij dacht: „Raffles is toch een fatsoenlijk +mensch.” +</p> +<p>„Ik ben blij, dat eindelijk van u te hooren”, sprak de <span id="xd33e1801">Vloo</span>. +</p> +<p>Daarna vroeg hij: „Blijft gij voorzitter van de <span id="xd33e1806">Vereeniging</span> ter bevordering der goede zeden?” +</p> +<p>„Ik heb maling aan de goede zeden”, schreeuwde Baxter, „de duivel moge ze halen!” +</p> +<p>„Hoerah!” riep de <span id="xd33e1812">Vloo</span>, „ik geloof, dat gij verstandig wordt en dat hebt gij alleen aan Raffles te danken.” +</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="div1 last-child notice"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first center large">Titel van het volgend nummer: (47) is +</p> +<p class="center xxl">NEGERWAPENS. +<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span> +</p> +<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first underline xd33e1824">Belooning: 1000 pond sterling. +</p> +<div class="table"> +<table class="tbl.wanted.header"> +<tr> +<td class="xd33e1827 cell-left cell-top xd33e1831">Wie kent hem? +</td> +<td rowspan="2" class="rowspan xd33e1828 cell-top cell-bottom"> +<div class="figure lordlisterwidth"><img src="images/lordlister.png" alt="Portret van Lord Lister." width="307" height="404"></div> +</td> +<td class="xd33e1827 cell-right cell-top xd33e1831">Wie heeft hem gezien? +</td> +</tr> +<tr> +<td class="xd33e1827 cell-left cell-bottom">Dat vraagt men in Scotland Yard! +</td> +<td class="xd33e1827 cell-right cell-bottom">Dat vraagt heel Londen!</td> +</tr> +</table> +</div><p> +</p> +<p class="xd33e1846">Lord Lister <span class="underline xd33e1848">genaamd</span> John C. Raffles, <span class="xd33e1851">de geniaalste aller dieven</span> +</p> +<p class="xd33e1854">brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters; +ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt +en behoeftigen ondersteunt. +</p> +<p class="xd33e1856">Man van eer in alle opzichten +</p> +<p class="xd33e1854">spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing +op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat: +</p> +<p class="xd33e1860">Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren. +</p> +<p class="xd33e1854">Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, <b>Lord Lister</b>, genaamd <b>John C. Raffles</b>, den geniaalsten aller dieven, te vatten! +</p> +<div lang="en" class="div2 section warrant.en"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedText"> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p class="first xd33e1871">WARRANT OF ARREST. +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p class="first"><span class="underline">Vertaling</span>: +</p> +<p class="xd33e1983">Bevel tot aanhouding. +</p> +</td> +</tr> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p>Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension +of the man described as under: +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p>Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt: +</p> +</td> +</tr> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p class="xd33e1875">DESCRIPTION: +</p> +<div class="table"> +<table> +<tr> +<td class="cell-left cell-top"><span class="ex">Name</span>: </td> +<td class="cell-right cell-top">Lord Edward Lister, alias John C. <span class="corr" id="xd33e1885" title="Bron: Sinclair">Raffles</span>. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Age</span>: </td> +<td class="cell-right">32 to 35 years. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Height</span>: </td> +<td class="cell-right">5 feet nine inches. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Weight</span>: </td> +<td class="cell-right">176 pounds. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Figure</span>: </td> +<td class="cell-right">Tall. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Complexion</span>: </td> +<td class="cell-right">Dark. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Hair</span>: </td> +<td class="cell-right">Black. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Beard</span>: </td> +<td class="cell-right">A slight moustache. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Eyes</span>: </td> +<td class="cell-right">Black. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left cell-bottom"><span class="ex">Language</span>: </td> +<td class="cell-right cell-bottom">English, French, German, Russian, etc.</td> +</tr> +</table> +</div><p> +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p class="xd33e1875">Beschrijving: +</p> +<div class="table"> +<table> +<tr> +<td class="cell-left cell-top"><span class="ex">Naam</span>: </td> +<td class="cell-right cell-top">Lord Edward Lister, genaamd John C<span id="xd33e1997">.</span> Raffles. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Leeftijd</span>: </td> +<td class="cell-right">32–35 jaar. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Lengte</span>: </td> +<td class="cell-right">ongeveer 1,76 meter. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Gewicht</span>: </td> +<td class="cell-right">80 kilo. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Gestalte</span>: </td> +<td class="cell-right">slank. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Gelaatskleur</span>: </td> +<td class="cell-right">donker. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Haar</span>: </td> +<td class="cell-right">zwart. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Baardgroei</span>: </td> +<td class="cell-right">kleine snor. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Oogen</span>: </td> +<td class="cell-right">zwart. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left cell-bottom"><span class="ex">Spreekt</span> </td> +<td class="cell-right cell-bottom">Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.</td> +</tr> +</table> +</div><p> +</p> +</td> +</tr> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p><span class="ex">Special notes</span>: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other +day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown. +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p><span class="ex">Bijzondere kenteekenen</span>: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een +ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam +onbekend. +</p> +</td> +</tr> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p>Charged with robbery. +</p> +<p>A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man. +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p>Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000 +pond sterling. +</p> +</td> +</tr> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p class="xd33e1875">Headquarters—Scotland Yard. +</p> +<p class="dateline"><span class="ex">London</span>, 1<sup>st</sup> October 1908. +</p> +<p class="signed"><b>Police Inspector</b>,<br> +<span class="ex">Horny.</span> +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p><b><i>Het Hoofdbureau van Politie <span class="corr" id="xd33e2073" title="Bron: Scotland-Yard">Scotland Yard</span>.</i></b> +</p> +<p class="dateline"><span class="ex">Londen</span>, 1. <span class="corr" id="xd33e2081" title="Bron: Oktober">October</span> 1908. +</p> +<p class="signed"><b><span class="corr" id="xd33e2086" title="Bron: Inspekteur">Inspecteur</span> van Politie</b><br> +(get.) <span class="ex">Horny</span>. +</p> +</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +</div> +<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first xd33e2095">Roman-Boekhandel <span class="xd33e2097">voorheen</span> A. Eichler +</p> +<p class="xd33e121">Singel 236—Amsterdam. +</p> +</div> +</div> +<div class="div1" id="toc"> +<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> +<table role="presentation"> +<tr id="ch1.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">I. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">Baxter wordt President.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> +</tr> +<tr id="ch2.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">II. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">Een feestavond.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">4</a></td> +</tr> +<tr id="ch3.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">III. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Het klaverblad van vier.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">8</a></td> +</tr> +<tr id="ch4.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">IV. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">Su-Ki-Bit-Wou-Wang in de kast.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">14</a></td> +</tr> +<tr id="ch5.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">V. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">De Moordenaar.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">21</a></td> +</tr> +<tr id="ch6.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">VI. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">Een detective-truc.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">24</a></td> +</tr> +<tr id="ch7.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">VII. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">De inbraak.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">29</a></td> +</tr> +<tr id="ch8.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">VIII. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch8">De tooneelvoorstelling.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">31</a></td> +</tr> +</table> +</div> +<div class="transcriberNote"> +<h2 class="main">Colofon</h2> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het +einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel +zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van +dit boek.</p> +<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>2026-05-11 Begonnen. +</li> +</ul> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende 138 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table class="correctionTable"> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +<th>Bewerkingsafstand</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><i title="77 gevallen">Passim. +</i></td> +<td class="width40 bottom"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom">„</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e216">2</a></td> +<td class="width40 bottom">nadenken</td> +<td class="width40 bottom">nadenkend</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e261">3</a>, <a class="pageref" href="#xd33e278">3</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1609">27</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1617">27</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1639">28</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1795">32</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1801">32</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1812">32</a></td> +<td class="width40 bottom">vloo</td> +<td class="width40 bottom">Vloo</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e308">3</a></td> +<td class="width40 bottom">gooi</td> +<td class="width40 bottom">Gooi</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e364">5</a>, <a class="pageref" href="#xd33e433">6</a>, <a class="pageref" href="#xd33e644">10</a>, <a class="pageref" href="#xd33e788">13</a>, <a class="pageref" href="#xd33e869">14</a>, <a class="pageref" href="#xd33e875">14</a>, <a class="pageref" href="#xd33e912">15</a>, <a class="pageref" href="#xd33e915">15</a>, <a class="pageref" href="#xd33e924">15</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1343">22</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1669">28</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1806">32</a></td> +<td class="width40 bottom">vereeniging</td> +<td class="width40 bottom">Vereeniging</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e418">5</a></td> +<td class="width40 bottom">sir</td> +<td class="width40 bottom">Sir</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e473">6</a></td> +<td class="width40 bottom">msidaden</td> +<td class="width40 bottom">misdaden</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e482">6</a></td> +<td class="width40 bottom">intiemiteiten</td> +<td class="width40 bottom">intimiteiten</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e654">10</a></td> +<td class="width40 bottom">varieté-theaters</td> +<td class="width40 bottom">variété-theaters</td> +<td class="bottom">1 / 0</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e690">11</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1562">27</a></td> +<td class="width40 bottom">Wakerfield</td> +<td class="width40 bottom">Walkerfield</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e693">11</a>, <a class="pageref" href="#xd33e700">11</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1571">27</a></td> +<td class="width40 bottom">Su-ki-Bit-Wou-Wang</td> +<td class="width40 bottom">Su-Ki-Bit-Wou-Wang</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e742">12</a></td> +<td class="width40 bottom">sigarettenetui</td> +<td class="width40 bottom">sigarettenétui</td> +<td class="bottom">1 / 0</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e776">12</a></td> +<td class="width40 bottom">vonkelende</td> +<td class="width40 bottom">fonkelende</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e791">13</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1056">17</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1394">23</a></td> +<td class="width40 bottom">mr.</td> +<td class="width40 bottom">Mr.</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e820">13</a></td> +<td class="width40 bottom">vonkelden</td> +<td class="width40 bottom">fonkelden</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e888">14</a></td> +<td class="width40 bottom">„</td> +<td class="width40 bottom"> +[<i>Verwijderd</i>] +</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e940">15</a></td> +<td class="width40 bottom">bulde</td> +<td class="width40 bottom">brulde</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e999">16</a></td> +<td class="width40 bottom">Hopenlijk</td> +<td class="width40 bottom">Hopelijk</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1016">16</a></td> +<td class="width40 bottom">”</td> +<td class="width40 bottom"> +[<i>Verwijderd</i>] +</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1032">16</a></td> +<td class="width40 bottom"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom">een </td> +<td class="bottom">4</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1048">17</a></td> +<td class="width40 bottom">grooter</td> +<td class="width40 bottom">grooten</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1070">17</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1076">17</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1109">18</a></td> +<td class="width40 bottom">”.</td> +<td class="width40 bottom">.”</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1117">18</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1997">33</a></td> +<td class="width40 bottom"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom">.</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1125">18</a></td> +<td class="width40 bottom">checque</td> +<td class="width40 bottom">cheque</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1201">19</a></td> +<td class="width40 bottom">)</td> +<td class="width40 bottom"> +[<i>Verwijderd</i>] +</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1323">22</a></td> +<td class="width40 bottom">oneindigde</td> +<td class="width40 bottom">oneindige</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1411">24</a></td> +<td class="width40 bottom"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom">,</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1418">24</a></td> +<td class="width40 bottom">”.</td> +<td class="width40 bottom">”</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1461">25</a></td> +<td class="width40 bottom">aardsengel</td> +<td class="width40 bottom">aartsengel</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1580">27</a></td> +<td class="width40 bottom">groote onbekende</td> +<td class="width40 bottom">Groote Onbekende</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1725">30</a></td> +<td class="width40 bottom">bizonder</td> +<td class="width40 bottom">bijzonder</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1791">32</a></td> +<td class="width40 bottom"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom">”</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1885">33</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="en">Sinclair</td> +<td class="width40 bottom" lang="en">Raffles</td> +<td class="bottom">7</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2073">33</a></td> +<td class="width40 bottom">Scotland-Yard</td> +<td class="width40 bottom">Scotland Yard</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2081">33</a></td> +<td class="width40 bottom">Oktober</td> +<td class="width40 bottom">October</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2086">33</a></td> +<td class="width40 bottom">Inspekteur</td> +<td class="width40 bottom">Inspecteur</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78680 ***</div> +</body> +</html> diff --git a/78680-h/images/lordlister.png b/78680-h/images/lordlister.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e9e45f1 --- /dev/null +++ b/78680-h/images/lordlister.png diff --git a/78680-h/images/lordlister0046-front.jpg b/78680-h/images/lordlister0046-front.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d712b93 --- /dev/null +++ b/78680-h/images/lordlister0046-front.jpg diff --git a/78680-h/images/p0046-01.png b/78680-h/images/p0046-01.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e9b9c46 --- /dev/null +++ b/78680-h/images/p0046-01.png diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6c72794 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This book, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..4b29416 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for eBook #78680 +(https://www.gutenberg.org/ebooks/78680) |
