diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 78338-0.txt | 3233 | ||||
| -rw-r--r-- | 78338-h/78338-h.htm | 4412 | ||||
| -rw-r--r-- | 78338-h/images/lordlister.png | bin | 0 -> 36856 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 78338-h/images/lordlister0042-front.jpg | bin | 0 -> 93135 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 78338-h/images/p0042-01.png | bin | 0 -> 15362 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
8 files changed, 7661 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/78338-0.txt b/78338-0.txt new file mode 100644 index 0000000..ef3e3af --- /dev/null +++ b/78338-0.txt @@ -0,0 +1,3233 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78338 *** + + + + + LORD LISTER + GENAAMD RAFFLES + DE GROOTE ONBEKENDE. + + NO. 42 ONGEWENSCHTE WRAAK. + + + + + + + + +ONGEWENSCHTE WRAAK + + +EERSTE HOOFDSTUK. + +EEN EDELE DAAD VAN LORD LISTER EN EEN NIEUWE TRUC VAN RAFFLES. + + +In het beroemde café Austria in de Regentstraat ging het tegen acht uur +op een regenachtigen Octoberavond rumoerig toe. + +Zooeven had een der in het wit gekleede Oostenrijksche kellners een kop +koffie gebracht aan een eenigszins corpulent heer van middelbaren +leeftijd, die in een der vensternissen op zijn gemak in de kussens van +een divan leunde. Tegelijkertijd had de kellner de pas uitgekomen +avondbladen op het marmeren tafeltje voor den heer neergelegd. + +De corpulente heer stak een sigaret aan, proefde de koffie en verdiepte +zich in de politieke mededeelingen in de Daily Telegraph. + +Hij had nog niet lang gelezen, toen een jonge man van opvallend +Amerikaansch uiterlijk op den drempel van de deur in de onmiddellijke +nabijheid verscheen met een reusachtige reistasch in de rechterhand. + +Hij keek met onderzoekenden blik rond en glimlachte, toen hij den +dikken heer zoo dichtbij op den divan zag zitten. Hij liep dadelijk +naar hem toe en zette zijn groote tasch, die leeg scheen te zijn, neer +met een vroolijk: + +„Goeden avond, waarde oom, daar ben ik!” + +„Ah, zeer goed, Char... ik wou zeggen neef Bob!” antwoordde de +welgedane Amerikaan en legde zijn courant neer. „Ben je daar al! Je +hebt een waar monster van een tasch opgediept! Maar zij is uitstekend +geschikt voor ons plan en zal voldoende zijn! Ga zitten! Kellner! Nog +een koffie!” + +Charly Brand, want hij was het, ontdeed zich van zijn overjas en nam +plaats. + +Toen de kellner de koffie had gebracht, legde Lord Lister, die in zijn +Amerikaansche kleeding met het pneumatische buikkussen nauwelijks te +herkennen was, zijn hand op Charly’s arm. + +„Vandaag zullen wij eens iets gaan stelen, om den eigenaar een groot +genoegen te doen.” + +„Dat is eigenaardig, oom! Kan dat ook voorkomen?” + +Charly keek zoo naïef en verbaasd, dat Lord Lister onwillekeurig +glimlachte. + +„Dat zal je heel gauw begrijpen! Ik zal je in het kort mijn plannen +meedelen, want wij hebben geen tijd te verliezen! + +„Een bekwaam kunstenaar, hoogstaand als schilder en als etser, heeft er +zich door tegenspoed en geldgebrek toe laten drijven om valsch +papiergeld te maken, dat zoo uitstekend is nagebootst, dat het +nauwelijks van echt te onderscheiden is. + +„Hij heeft alleen een banknoot van vijftig pond uitgegeven en kreeg +toen berouw. Men droeg hem op een portret te schilderen en hij begaf +zich naar den heer, wien hij de valsche banknoot had gegeven, om hem te +verzoeken, hem het bankbiljet van vijftig pond, tegen betaling van dat +bedrag in klinkende munt, terug te geven. + +„Deze man, die de vervalsching ondanks alles onmiddellijk had +opgemerkt, had het bankbiljet bewaard, om den kunstenaar in zijn macht +te hebben + +„Hij weigerde beslist het terug te geven, als de ander hem niet een +aantal valsche bankbiljetten tegen betaling van den halven prijs wilde +geven. + +„Ik was toevallig getuige van het gesprek in een zijvertrek van de +beroemde heerenspeelclub in Westend. Het was mij opgevallen, dat de +beide heeren uit de speelzalen verdwenen, terwijl de artist er +ongelukkig en bedroefd uitzag. + +„Ik ben er blij om, dat ik het tweetal volgde en hun gesprek +afluisterde. + +„De smeekbeden, de oprechte smart van den niet meer onbekenden +kunstenaar tegenover den harteloozen jongen schurk gingen mij aan het +hart en ik besloot, hem te helpen! + +„Denzelfden avond had deze jonge man veel pech aan de speeltafel. Ik +speelde eveneens en had het geluk, hem ook nog iets af te winnen. Ten +slotte wierp hij, min of meer beschonken, een bankbiljet van vijftig +pond op tafel, dat gelukkig in mijn handen viel.” + +„Gelukkig voor den kunstenaar!” riep Charly Brand glimlachend uit. + +„Zooals je het op wilt vatten!” antwoordde Lord Lister. „Ja, het was de +valsche banknoot en daardoor is de schilder uit de klauwen van den +booswicht gered. + +„Maar ik vergat nog je te vertellen, dat deze ook bedreigingen uitte +tegen den ongelukkige. Ik vrees daarom, dat hij Scotland Yard heeft +ingelicht en dat, zonder dat de artist vermoedt wat hem boven het hoofd +hangt, huiszoeking bij hem zal worden gehouden. + +„Want de elegante jonge heer uitte deze dreigementen, toen hij den +artist verliet en bij het heengaan langs mijn schuilhoek ging. Dus aan +het werk, Charly, opdat wij Scotland Yard voor zijn!” + +Lord Lister betaalde en trok met moeite, geholpen door den kellner, +zijn overjas aan. Charly nam zijn reistasch op en beide heeren +verlieten het café Austria. + +Buiten stonden een massa huurrijtuigen en, na den koetsier een straat +te hebben opgegeven, namen zij plaats in het eerste het beste gesloten +rijtuig, dat met hen wegreed. + +Zij hadden nog niet lang door de Londensche straten gereden, toen luid +geschreeuw van courantenjongens Lord Lister naar buiten deed kijken. + +„Nu luister eens!” riep Lister vol verbazing uit, „hoor je wat zij +roepen, Charly? Een nieuwe streek van Raffles! Daar moeten wij toch ook +iets van weten. Hola, koetsier! Halt houden!” + +Het rijtuig bleef staan en op een wenk van zijn vriend en meester +sprong Charly eruit, kocht een nummer van de Times en gaf dat aan +Lister. + +Het was een extra-nummer, dat in groote letters het opschrift droeg: + + + „Een nieuwe truc van Raffles.—Een gestolen millioen.—Een failliete + reedersfirma.—Een afgeranselde medeplichtige.—Confrontatie van den + misdadiger op Scotland Yard met den reeder.—Scotland Yard zoekt + tevergeefs, enz.” + + +Ook den naam en het adres van den bestolen reeder waren opgegeven en de +bijzonderheden van den diefstal bij den voornamen reeder, welke +diefstal dien avond was gepleegd, onmiddellijk nadat de zaak was +gesloten, waren door den bestolene zelf meegedeeld. + +Lord Lister kon zijn oogen niet gelooven. Dat was sterk! + +Een gemeene bedrieger had misbruik gemaakt van zijn naam om ongestraft +een misdaad te begaan, die waarschijnlijk niets gemeen had met de +praktijken van den meesterdief. + +Daarbij was er een moord gepleegd, die in elk geval, al was het +slachtoffer ook slechts een verloopen misdadiger, toch op rekening van +Raffles kwam. + +Deze had daarom besloten, zich onmiddellijk naar de plek des onheils te +begeven om nauwkeurige inlichtingen in te winnen omtrent de op zijn +naam gepleegde schurkenstreek. + +Daarom liet hij het vol vertrouwen alleen aan Charly over, om de +valsche banknoten heimelijk uit het atelier van den schilder weg te +halen. + +Hij gaf Charly een brief, dien hij daarvoor inplaats moest achterlaten. +Hierin bevond zich, behalve een opdracht tot het schilderen van een +portret, een aanzienlijk bedrag, echter niet in papiergeld, maar in +goudgeld. + +De onderteekening luidde: + +„Een bewonderaar van uw kunst, dien gij spoedig zult leeren kennen.” + +Nadat Charly het adres had gekregen van den schilder Gower, reed hij +weg, terwijl Lord Lister in een leeg rijtuig, dat juist passeerde, +plaats nam om de plek van de misdaad te gaan opzoeken. + + + + + + + + +TWEEDE HOOFDSTUK. + +SCOTLAND YARD EN DE NIEUWE RAFFLESSTREEK. + + +Toen Lord Lister zich in de gedaante van den waardigen, oudachtigen Mr. +Shaw door de menschenmenigte wilde dringen, welke de kantoorlokalen der +firma Apsley en Co. omringde, wilde een agent van politie, gewapend met +een gummistok, hem terugdringen. + +„Hier is geen toegang, Sir!” sprak hij op barschen toon, „Scotland Yard +is daar binnen bezig en het publiek kan bij die werkzaamheden slechts +hinderlijk zijn!” + +„Ik ben het volkomen met u eens, waarde inspecteur”, antwoordde Lord +Lister met echt Yankee dialect. „Maar kunt gij mij misschien zeggen, of +een van mijn kennissen, de wereldberoemde kapitein Baxter, of +inspecteur Marholm daar binnen is?” + +„Zij zijn daar beiden, Sir!” antwoordde de agent van politie reeds op +veel beleefder toon. + +De oude Amerikaan haalde bedaard en met veel omhaal een visitekaartje +uit zijn notitieboekje, deed er een paar sigaren bij en gaf dit te +zamen aan den beambte. + +„Wilt gij zoo goed zijn, kapitein Baxter mijn kaartje te overhandigen? +Ik stel mijn zwakke krachten gaarne te zijner beschikking!” + +De politieagent verdween en kwam zeer snel weer terug. Hij verzocht den +heer Harry Shaw met groote vriendelijkheid, binnen te komen en stelde +het mopperende publiek tevreden met de mededeeling, dat die heer een +Amerikaansch detective was. + +Toen Lister in zijn goed gekozen vermomming nadertrad, kwam kapitein +Baxter hem reeds in het eerste kantoorlokaal tegemoet en begroette hem +met de grootst mogelijke beleefdheid. + +„Wat zegt gij van deze nieuwe brutaliteit van den zoogenaamden +meesterdief Raffles? Is het niet hemeltergend? + +„Evenals Mr. Apsley, de groote reeder, die nu zijn vermogen heeft +verloren en totaal geruïneerd is, hebben ook wij in Scotland Yard +telefonisch bericht gekregen, dat Raffles de brandkast der firma Apsley +Co. zou leeghalen. + +„Zoo’n onbeschaamdheid. + +„Wij konden niet eerder hier zijn en kwamen te laat. Mr. Apsley heeft +echter de dieven nog juist verrast en met de laatsten een harden strijd +gehad. + +„Kom mee, kom mee, alles ligt nog precies zoo als wij het hebben +gevonden. De door den heer Apsley gewurgde brandkastvernieler ligt op +een paar stoelen, omdat de lijkschouwer dadelijk zal komen!” + +„Hoe, door Mr. Apsley gewurgd?” vroeg Lister verbaasd. „Ik meende, +doodgeschoten!” + +Bij deze woorden waren beiden het derde kantoorlokaal, het particuliere +kantoor van Mr. Apsley, binnengetreden. + +Hier getuigde de groote wanorde, omver geworpen kantoorstoelen, een +gebroken lessenaar, inktkokers en inkt op den vloer, papiersnippers en +bovenal de gewelddadig geopende en droevig leege brandkast van de +inbraak en het gevecht. + +Terwijl de kortbeenige detective Marholm, bijgenaamd de vloo, juist de +beschadiging van de brandkast aan een onderzoek onderwierp, bekeek +detective Tijler met alle aandacht het op de binnenplaats uitziende, +openstaande venster, waardoor de spitsboeven volgens de verklaring van +Mr. Apsley, waren ontkomen. Door middel van een soort van lasso had hij +den derden inbreker van dat venster teruggetrokken en bij dien stevigen +ruk had hij hem tegen zijn wil gewurgd. + +De arme reeder, een man, die, naar het scheen, in de vijftig was, zag +er erbarmelijk uit. Zijn jas hing aan flarden om hem heen, de kraag was +er afgescheurd en zijn boord lag in onooglijken toestand op tafel. + +Aan zijn hals waren roode plekken zichtbaar en als hij den derden +spitsboef ten slotte gewurgd had, dan scheen hier de Voorzienigheid te +hebben ingegrepen, want de misdadiger moest hem eerst behoorlijk bij de +keel hebben gepakt. + +Ook de grijsachtige pruik, die hij op den reeds tamelijk kalen schedel +droeg, bewees door haar uiterlijk, dat zij blijkbaar een lijdelijke rol +in het gevecht had gespeeld. Vermoedelijk waren er meerdere vuistslagen +op neergedaald. + +Toen Lord Lister, alias Mr. Shaw, naderbij kwam, kwam een eigenaardige +uitdrukking op zijn gelaat. + +Hij had naast den reeder, die hulpbehoevend en geheel terneergeslagen +in zijn bureaustoel zat, een persoon opgemerkt, die hem bekend +voorkwam. + +Het was een zeer elegante, jonge man in zwarte gekleede jas en wiens +onberispelijke hooge hoed op de schrijftafel stond. Hij boog zich juist +liefdevol over den ouden heer en scheen bezig te zijn, dien te +troosten. + +„Wie is dat?” fluisterde Lister kapitein Baxter toe. + +„De beide heeren Apsley, vader en zoon!” antwoordde de inspecteur. + +Op dit oogenblik keerde de jongste der beide heeren zijn bleek, +afgeleefd gelaat met klein snorretje naar den nieuwen bezoeker. +Blijkbaar herkende hij Mr. Shaw niet, daar hij den vorigen dag, toen +hij met dezen had gespeeld, reeds in vrij hooge mate dronken was +geweest. + +Lister echter had hem onmiddellijk herkend als den persoon, die +onverbiddelijk was gebleven voor de smeekbeden van den artist. Hier +echter, tegenover zijn vader, bij dit geweldige verlies, dat ook hem +trof, maakte hij een zeer beminnelijken indruk. + +Hij scheen zich met groote zelfbeheersching over het geldelijke verlies +te kunnen heenzetten en zich alleen bezorgd te maken over zijn +ontroostbaren, geheel terneergeslagen vader. + +Met de wellevendheid van een man van de wereld stelde Lord Lister zich +dadelijk aan de beide heeren voor als Mr. Shaw uit Chicago en betuigde +hun zijn oprechte deelneming in hun groot verlies. + +Hij stelde zichzelf in ieder opzicht ter beschikking, daar alle naties +in den strijd tegen dergelijke gewetenlooze misdadigers zij aan zij +moesten staan. + +De beide heeren dankten natuurlijk hartelijk voor het vriendelijke +aanbod en waren een en al beleefdheid. + +„Ja”, sprak kapitein Baxter, „tot dusverre ontbreekt ons nog elke +aanduiding, waarheen de spitsboeven zijn gevlucht en hoe het hun zoo +gauw nadat de kantoren gesloten waren, mogelijk is geweest om de +vuurvaste, sterke brandkast open te breken en leeg te halen. + +„De heer Apsley heeft ons zooeven de toedracht der zaak meegedeeld, in +zooverre hij erin betrokken was! + +„Tot dusverre staat alleen vast, dat het weer die vervloekte Raffles +was, die met behulp van twee beroepsinbrekers de misdaad heeft +gepleegd!” + +„Raffles, waarom?” vroeg Lord Lister, alsof hij van niets wist. + +„Wel, weet gij dan niet”, vroeg kapitein Baxter, „dat die kerel, die +steeds brutaler wordt, ons hedenavond heeft opgebeld?” + +„Hoor eens, kapitein!” antwoordde Lister op beminnelijken toon, +„telefoneeren kan iedereen! Hoe kunt gij bewijzen, dat het werkelijk en +inderdaad Raffles is geweest?” + +Lister had bij die woorden de beide heeren Apsley met het +onverschilligste gezicht van de wereld aangekeken, alsof hij wilde +zeggen: + +„Zijt gij het niet met mij eens, heeren?” + +En het kwam hem voor, alsof de oudste heer Apsley zijn verlegenheid met +moeite verborg; terwijl hij als wanhopig voor zich staarde en het +vermeed, den spreker aan te zien. + +Het gelaat van den jongen Apsley scheen nog bleeker te zijn geworden. + +Hij wees naar de tafel en sprak: + +„De brutale kerel heeft ook den treurigen moed gehad, ons te +telegrafeeren! Daar ligt het telegram.” + +Lister nam het telegram op en las: + + + „Mr. Apsley en Co. Ik zal hedenavond een bezoek brengen aan uw + brandkast. + + JOHN RAFFLES.” + + +„Dat is sterk!” riep de eerlijke Amerikaan in onvervalscht +Yankee-dialect uit, „het verbaast mij, dat men op het telegraafkantoor +deze depêche heeft aangenomen! Wanneer is het telegram afgezonden? +Juist, om vijf uur! Hebt gij dan in het geheel geen maatregelen +genomen, Mr. Apsley?” + +De reeder haalde de schouders op. + +„Wie kan gelooven, dat een misdadiger zijn plan van te voren +aankondigt! Ik hield het voor een grap, voor de flauwe aardigheid van +een kennis, die misschien geld wilde komen halen of voor de boosaardige +grap van een mijner beambten, die mij bang wilde maken. + +„Hoewel ik er niet aan geloofde, veronderstelde ik, zooals +waarschijnlijk ieder in mijn plaats zou doen, dat, als er iets van aan +was, de inbraak veel later zou plaats hebben en niet zoo onmiddellijk +na het sluiten der kantoren, wanneer de straten nog vol menschen zijn. + +„Daarom besloot ik, hoewel ik ervan overtuigd was, dat er niets zou +gebeuren, toch bij uitzondering thuis te blijven. + +„Ik ging daarom naar boven, naar de eerste verdieping, waar ik eenige +kamers direct boven de kantoorlokalen heb. Ik heb niet veel vertrekken +noodig, daar ik helaas weduwnaar ben. Daar moest ik ieder geluid +beneden hooren. + +„Ik had juist een paar sandwiches, die ik in huis had, gebruikt, en mij +een kop thee ingeschonken; ik kon nog geen half uur boven zijn geweest. + +„Hoe weinig waarde ik eigenlijk aan den inhoud van het telegram had +gehecht, bewijst wel het beste de omstandigheid, dat ik mij niet eens +de moeite had gegeven om mijn kast te openen, daar mijn revolver uit te +nemen en die te laden. + +„Daar verneem ik plotseling beneden in de kantoorlokalen een geluid, +dat mij bekend voorkomt. + +„„Wat is dat?” vraag ik mijzelf af. + +„Ik heb een gevoel, alsof men mij op mijn hersens slaat! Voor een +oogenblik verlies ik mijn tegenwoordigheid van geest.— + +„Opeens voel ik een koude rilling langs mijn rug. + +„Drommels, dat is de brandkast! + +„Mijne heeren, de brandkast bevatte—ik ben failliet, ik ben +geruïneerd!—de brandkast bevatte 50,000 pond sterling! + +„Ik had de laatste dagen groote betalingen gehad, de derde termijn voor +onze groote stoomboot, enorme leveranties voor onze eigen +scheepstimmerwerven—alleen de hoofdbedragen! + +„Wij zijn geruïneerd! Alles, alles heeft die vervloekte schurk, die op +de een of andere wijze van het voorhanden zijn van dit bijzonder groote +bedrag in onze kas heeft geweten, meegesleept. + +„Geen penny heeft hij achtergelaten. + +„Wat hebben wij aan brandkasten met gepantserde platen, als die +virtuozen op het gebied der inbraakkunst in staat zijn, de beste +fabrikaten geruischloos open te breken, of liever gezegd: open te +smelten? + +„Want het is duidelijk, dat hier het slot met behulp van knalgas is +losgesmolten. + +„Gij kunt de plaatsen op den vloer zien, waar het gloeiende metaal af +is gedropen en waar het den vloer heeft verbrand!” + +„Dat klopt!” riep detective Marholm uit, „maar wat deedt gij verder, +Mr. Apsley, toen gij het knarsende geluid van de deur uwer brandkast +hadt vernomen?” + +„Ik keek om mij heen, zoekend naar het een of andere wapen. + +„Nu moet ik eerst vertellen, dat ik vroeger jarenlang in Amerika heb +gewoond, onder anderen te San Francisco en in de Westelijke +mijndistricten. Daar werkt men veel met de lasso. + +„Ik had dat ook geleerd. + +„Toevallig viel mijn blik op het eind sterk koord, dat ik voor mijn +gordijnen had gebruikt.” + +De vloo legde bij deze woorden van den reeder het bedoelde eind koord, +dat men van den hals van den inbreker had losgemaakt, op tafel. + +Het koord was veel dikker dan men het gewoonlijk voor het ophalen van +gordijnen gebruikt. Het was van een groote lus voorzien en bijzonder +geschikt om als lasso te worden gebruikt. + +Lord Lister maakte deze opmerkingen in stilte, toen hij het eind koord +bekeek. + +„Ik neem dus het koord in de hand en maak er onwillekeurig een lus in, +zonder er bij te denken, want mijn gedachten waren bij mijn brandkast. +Ik snelde naar beneden en rukte de kantoordeur open. + +„Ik zie nog juist, hoe een persoon iets uit het venster naar de +binnenplaats reikt en daarna er zelf uitspringt. Op hetzelfde oogenblik +echter krijg ik een slag op het hoofd en grijpt men mij bij de keel. + +„Natuurlijk verdedig ik mij zoo goed ik kan, maar in een ommezien lig +ik op den vloer. + +„De kerel laat mij los en wil naar het raam snellen. Juist toen ik +bliksemsnel weer ben opgestaan, springt de misdadiger op de +vensterbank, ik denk aan mijn lasso, slinger die in de hoogte en mik +zoo goed, dat ik den schurk erin vang. + +„Ik trek uit al mijn macht, zonder precies te weten wat ik doe, geheel +en al werktuigelijk en de kerel valt als een blok hout van de +vensterbank in de kamer terug. + +„Ik houd de lasso nog steeds gespannen. Maar hij beweegt zich niet en +naderbij komend zie ik, dat hij morsdood is! + +„Ik had hem, zonder het te willen, met mijn koord gewurgd! + +„Verder kan ik niets vertellen. + +„Ik telefoneerde onmiddellijk mijn zoon in zijn club, die dan ook heel +spoedig per auto aankwam en wiens schrik en verbazing over hetgeen in +zijn afwezigheid was voorgevallen, ge u kunt voorstellen! + +„Het spijt mij, dat die geschiedenis met de lasso is gebeurd!” + +„Kom, krijg daarover maar geen grijze haren, Mr. Apsley! Uw lasso was +werkelijk een uitstekende inval!” + + + + + + + + +DERDE HOOFDSTUK. + +HET GESTOLEN ONTWERP VOOR EEN ONDERZEESCHE BOOT. + + +Nauwelijks had kapitein Baxter deze woorden gesproken, of een jonge man +snelde geheel buiten zichzelf van opgewondenheid het particuliere +kantoor van den reeder binnen. + +„Om ’s Hemelswil, Mr. Apsley!” riep hij tot dien heer, die schijnbaar +in de diepste verslagenheid aan tafel zat, „tot mijn schrik hoor ik, +dat men bij u heeft ingebroken! Men heeft uw brandkast geplunderd! + +„Ik wilde juist hierheen om u teruggaaf te verzoeken van het ontwerp, +dat ik u eenige dagen geleden toevertrouwde. Gij weet wel, dat morgen +de wedstrijd wordt geopend. + +„O, stel mij toch gerust, mijn beste heer! Nietwaar, ik kan mijn +ontwerp toch heden terugkrijgen? De dieven zullen het toch niet hebben +meegenomen? Het had voor hen immers niet de minste waarde!” + +De oude reeder sloeg de handen boven het hoofd samen en drukte ze +daarna voor zijn oogen. + +„Mijn hemel, ook nog deze onoverkomelijke ramp!” + +Hij stond weenend op; hij zag er in zijn verscheurde kleeren jammerlijk +uit en omhelsde met vochtige oogen den jongen man. + +„O, mijn kranige Mr. Burton! Gij ziet in mij den ongelukkigsten man van +geheel Londen! Ik ben bestolen! Mijn geheele vermogen, ja, nog meer is +gestolen! En toch—niets gaat mij zoo aan het hart als uw onherstelbaar +verlies! + +„O, dwaas die ik ben, om mijn brandkast voor zoo veilig te houden! Het +is, alsof men mij nu het tegendeel heeft willen bewijzen! + +„Mijn lieve, kranige Burton, ook uw heerlijk ontwerp, dat u stellig den +eersten prijs zou hebben bezorgd, is gestolen!” + +Mr. Apsley weende hartverscheurend en bracht telkens weer zijn zakdoek +naar de oogen. + +Lord Lister beschouwde den zoozeer door het ongeluk getroffen jongen +man met innige deelneming. + +Het fijnbesneden gelaat van den blonden artist, die ongeveer achter in +de twintig moest zijn, drukte groote droefenis uit, toen hij uit den +mond van den reeder zijn ongeluk vernam. Hij beefde en moest zich aan +de tafel vasthouden. Blijkbaar was hij op het punt, in zwijm te vallen. + +Lord Lister naderde hem en sloeg zijn arm om hem heen. + +„Moed houden, moed houden, mijn jonge vriend!” sprak hij op meewarigen +toon. „Wij zullen trachten de papieren terug te vinden! En wij zullen +ze terugkrijgen, vooral daar zij geen waarde hebben voor de +misdadigers.” + +„Zou het mogelijk zijn, mijnheer—” + +„Mr. Shaw uit Chicago!” stelde Lister zich voor. + +„Edward Burton, chef-ingenieur der Apsley-werken in de Commercial +Docks!—Maar dan is het te laat! Wanneer de ontwerpen morgenmiddag niet +zijn ingeleverd bij de commissie, worden zij niet meer aangenomen door +de jury en heeft men geen aanspraak meer op den prijs. + +„Ik heb iets geheel nieuws in elkaar gezet en ben ervan overtuigd, dat +ik had gezegevierd over de weinige collega’s, die niets vermoeden van +mijn uitvinding!”— + +„O, Mr. Edward, gij verscheurt mij het hart!” weeklaagde de oude +reeder. „Natuurlijk zoudt gij hebben gezegevierd en nu moet ik door +mijn te groot vertrouwen ook u mee in het verderf storten! O, een +ongeluk komt zelden alleen!” + +De oude Apsley was wanhopig. + +Zijn zoon, die voortdurend had gezwegen, richtte zich nu, naar het +scheen, zeer onder den indruk, tot den jammerenden ingenieur. + +„Ziet gij dan niet, Mr. Burton, hoezeer gij mijn vader opwindt met uw +verwijten en klachten? Hoe durft gij het wagen, uw klein ongeluk hier +zoo uit te bazuinen op het oogenblik, waarop die vervloekte Raffles ons +totaal heeft geruïneerd! Het ontwerp, dat gij toch zelf hebt gemaakt, +zult gij toch wel gauw weer in elkaar kunnen zetten! Dat kleine uitstel +zal u toch wel niet ongelukkig maken!” + +„Maar Mr. Apsley, morgen wordt de wedstrijd immers reeds geopend! +Morgenmiddag is de termijn afgeloopen! Ik moet de mooiste gelegenheid, +die misschien nooit terugkomt, voorbij laten gaan! Mijn geheele +toekomst is vernietigd, als ik het ontwerp niet volgens mijn opgaaf +morgenmiddag kan inzenden! + +„Ik hoopte, dat het de grondslag zou zijn tot mijn levensgeluk. Mijn +bruid, die zoo vast in mij gelooft—alle toekomstplannen vallen in +duigen.” + +„Het doet mij leed, Mr. Burton,” viel de jonge Apsley hem tamelijk +ongevoelig in de rede. „Wat zullen wij doen? De spitsboeven hebben uw +voortreffelijk ontwerp meegenomen, zonder te weten, wat het beteekent. + +„Hoe kunnen wij u helpen, nu wij totaal ten gronde zijn gericht, nu men +ons tienduizenden ponden heeft ontstolen!—Draag uw verlies, dat immers +hersteld kan worden, als een man, Burton! Wij moeten u, helaas, vanaf +dit oogenblik uw ontslag geven. Onze firma is voor het oogenblik +insolvent!” + +De jonge ingenieur bedekte zijn oogen met de hand. Hij trachtte +tevergeefs zich te beheerschen. Deze slag was voor hem te onverwacht +gekomen. + +„O, mijn hemel, wat zal Ellinor zeggen! Nu is het gedaan met mij!—En +mijn betrekking ook verloren!” + +Met deze woorden wendde hij zich af met een groetende handbeweging en +verliet het vertrek. + +Lord Lister zag hem vol medelijden na. Hij zou wel lust hebben gehad om +hem te volgen. Maar wat had de jonge ingenieur hem nog kunnen +meedeelen, dat hij niet reeds wist? + +En misschien was het voor dezen nuttiger, wanneer hij zijn +navorschingen naar den oorsprong van deze geheimzinnige misdaad op de +plek zelf voortzette. + +Daar Lister onwillekeurig achteruit was gegaan, om den wanhopigen +ingenieur na te kijken en dicht bij de deur naar de andere +kantoorlokalen stond, kon hij daar een dienstman zien, die hem een wenk +gaf. De andere personen, die zich meer in het midden van het vertrek +bevonden en beide heeren Apsley konden den dienstman niet zien. + +Lord Lister herkende oogenblikkelijk Charly in een van zijn meest +geliefkoosde verkleedingen. Zeer gevat wendde hij zich tot kapitein +Baxter: + +„Ik wil toch even met den armen, ongelukkigen jongen man meegaan om hem +een paar troostwoorden toe te spreken. Hij zag er zoo wanhopig uit!” + +„Ja”, sprak de reeder op huilenden toon, „doe dat, ik zal er u zeer +dankbaar voor zijn!” + +De „Yankee” was reeds naar buiten gegaan en sprak met Charly, die hem +vertelde, dat alles in orde was en dat de banknoten in de villa +verborgen waren. Lister fluisterde hem toe, dat hij nauwkeurig op moest +letten, waarheen de oude en de jonge heer Apsley zich, na het sluiten +der kantoorlokalen, zouden begeven. Hij moest hen in elk geval, maar +voorzichtig en onopgemerkt volgen. Als zij elk een anderen weg namen, +moest hij den ouden heer volgen. + +Charly was vol vuur voor deze gewichtige opdracht, die zijn meester hem +gaf en verdween om, zonder opgemerkt te worden, tusschen de +menschenmassa, die zich nog steeds voor het reederskantoor bevond, zijn +observatiepost in te nemen. + +Schouderophalend kwam de dikke Amerikaan het kantoorlokaal weer binnen, +waar Scotland Yard zich rondom de heeren Apsley had verzameld. Toen de +oudste der beide heeren hem weer zag komen, kon hij een grimmig +„vervloekt!” niet onderdrukken. + +Daarop echter gaf hij zijn zoon een wenk en deze moest zijn vader +onmiddellijk hebben begrepen, want hij wendde zich zeer beleefd tot +kapitein Baxter en sprak: + +„Hebt gij nog gewichtige vragen te stellen, kapitein? Gij ziet, hoe +mijn vader onder den indruk is van het voorgevallene. Hij heeft nu +dringend behoefte aan rust. Ik wil hem echter vannacht niet alleen +laten met zijn verdriet en wanhoop. Gij zult dat begrijpen! + +„Wie weet, tot welke dingen hij na dit ontzettend verlies zou komen! Ik +zal hem meenemen naar mijn woning in het Oosteinde, dicht bij onze +werven, bij de Commercial Docks. + +„Ik maak mij ongerust over hem en ben dat dus verplicht. + +„Als wij u nog met inlichtingen van dienst kunnen zijn, zijn wij +daartoe gaarne bereid!” + +„Ik zou niet weten...”, antwoordde Baxter, zich achter de ooren +krabbend. „Denk eens na, Mr. Apsley, of gij nog het een of ander hebt +vergeten mee te deelen. Uw berichten zijn duidelijk, maar zij wijzen +ons den weg niet om deze geheimzinnige misdaad op te helderen”. + +De beide heeren Apsley keken elkaar, zooals Lister zeer goed merkte, +met een knipoogje aan. + +„Welnu, waarde kapitein”, sprak de zoon, „als gij ons geen verdere +vragen hebt te stellen, dan zouden wij ons nu gaarne, vooral in het +belang van mijn vader, die zeer ontdaan is, terugtrekken! Mij vindt +gij, zoo noodig, morgen op de werf. + +„Mijn vader zal wel hier moeten zijn om met zijn personeel de balans op +te maken voor de insolventverklaring. + +„Natuurlijk zijn wij gaarne ten allen tijde tot uw beschikking!” + +„Ik vind het uitstekend, dat gij u nu terugtrekt, heeren!” antwoordde +kapitein Baxter zeer voorkomend. + +„Gij hebt het protocol immers geteekend en verdere vragen heb ik u voor +het oogenblik niet te stellen”. + +Met een groet verliet de reeder, leunende op den arm van zijn zoon, de +kantoorlokalen, terwijl de beambten van Scotland Yard hem met meewarige +blikken volgden. + + + + + + + + +VIERDE HOOFDSTUK. + +EEN MODERNE LIJKENBEZWERING. + + +„Als nu Dr. Warrens hier was”, sprak Baxter, toen de beide heeren waren +heengegaan, „konden wij aan ons ander werk gaan!” + +„Gij hebt zeker nog veel te doen, vannacht?” vroeg Mr. Shaw met goed +gespeelde belangstelling. + +„Dat zou ik denken”, antwoordde de kapitein in het bewustzijn van zijn +gewicht. „Eerstens zijn wij van plan een groote opruiming te houden +onder het gepeupel, dat in Eastend weer de overhand krijgt en wij +drieën kunnen daarbij, als hoofdpersonen, niet gemist worden”. + +„Zeer begrijpelijk!” sprak Lister. + +„Kapitein!” riep Marholm, verheugd naar de deur wijzende, „als men van +den duivel spreekt... Daar komt de dokter juist!” + +„Gij komt als geroepen, Dr. Warrens”, begroette Baxter den +binnentredende, „daar achter ligt uw patiënt, die u wel niet veel werk +zal geven. Hij is zoo dood als een pier!” + +„Dood? Welk soort van dood?” vroeg de jonge dokter vol belangstelling. + +„Mijn beste dokter, het is een prachtig geval, zooals gij dat +waarschijnlijk noemt, al zegt gij het ook niet, van verwurging”. + +„Wat? Verwurging? Wat gij zegt! Inderdaad, dat is prachtig! Een geluk, +dat ik al het benoodigde bij mij heb! Waar is hij? Daar achter?” + +„Die grappenmaker van een dokter!” riep Baxter vroolijk uit, „net +zooals ik zei! En neem mij nu niet kwalijk! Wij hebben namelijk nog +zeer veel elders te doen. Het is al laat en men zal op ons wachten. + +„Dus veel genoegen met uw interessant geval! Maar een ding verzoek ik +u, maak dat gevaarlijke sujet, den meest beruchten inbreker van geheel +Engeland, bijgenaamd „Sloten-Bob”, niet weer levend. + +„Dat zou u weleens slecht kunnen bekomen en Scotland Yard is blij van +dien kerel bevrijd te zijn. + +„Hier is het protocol. En als gij nog verdere inlichtingen wenscht, dan +is hier—gij blijft immers nog een poosje, Mr. Shaw? Misschien stelt gij +er belang in, de lijkschouwing van Dr. Warrens bij te wonen?—dus Mr. +Shaw, die alles heeft gehoord. Hij zal u zeer zeker eventueele vragen +gaarne beantwoorden!” + +„Zeer aangenaam, dokter”, sprak Lord Lister lachend, terwijl hij den +dokter de hand reikte. + +„Als gij een assistent noodig hebt, ben ik gaarne tot uw dienst! Gij +weet, dat wij Amerikanen veel practischer zijn dan andere menschen!” + +„Nu, Mr. Shaw, ik zou u misschien wel eens aan uw woord kunnen houden”, +antwoordde de jonge dokter. + +„Ik wensch niet anders”, antwoordde Raffles vriendelijk. + +Reeds wilden de detectives met een groet heengaan, toen bij de deur +luid geschrei werd vernomen. + +Marholm snelde vooruit en kwam terug met de mededeeling, dat de vrouw +van „Sloten-Bob” met haar kind bij de deur stond en naar binnen wilde +om haar man te zien. Of de agent haar wilde binnenlaten? + +Nog voordat Baxter had kunnen antwoorden, riep de dokter: + +„Ja zeker, dat komt prachtig uit. Laat haar maar binnenkomen. Ik wil +namelijk een proef nemen en haar aanwezigheid daarbij is mij misschien +van groot nut!” + +„Nu, als u het goed vindt, dokter, mij is het onverschillig. Dus +Marholm, zeg haar, dat zij mag binnenkomen!” + +Een verloopen wijf met een uitdrukking van lafhartigheid op het magere, +pokdalige gelaat, waar omheen grijze haarstrengen ongekamd fladderden, +trad, in vuile lompen gehuld, met een ongeveer vijfjarig kind aan de +hand, snikkend en weeklagend nader. + +„Daar achter ligt je man, die fijne vechtersbaas, gesnapt bij den +inbraak en bij het leeghalen van de brandkast. Maar wees gedwee, je +hebt te doen, wat mijnheer de dokter je beveelt! + +„Dus vaarwel, heeren! en veel succes!” + +Met die woorden verlieten de drie detectives de kantoorlokalen der +firma Apsley en Co., waar een zoo geheimzinnige misdaad was gepleegd. + +Intusschen was dokter Warrens met zijn koffer nader gekomen en Lord +Lister was hem in gespannen verwachting gevolgd naar den doode. + +Wat wilde de dokter nu doen? + +Toen de vrouw, die hen schuw was nageslopen, haar man daar zoo stijf en +onbeweeglijk zag liggen, begon zij te snikken en te weeklagen en ook +het kind begon hartverscheurend te huilen. + +„Goede vrouw”, zei de dokter, „ik begrijp uw verdriet en waardeer dat. +Het strekt u tot eer en zelfs den doode daar! Maar ik kan mij nu niet +laten storen, ik heb te werken! Maak u liever nuttig en kleed uw man +uit.” + +De vrouw begon dit met trillende vingers te doen. + +De dokter ontdeed zich van zijn overjas en opende zijn koffer. + +„Ieder oogenblik is kostbaar! Een dergelijk gelukje heb ik nog niet +gehad. Bij lijken met schotwonden is niets uit te richten! Door de +kogels worden verschillende deelen gekwetst, die niet weer te +herstellen zijn. + +„Bij natuurlijke sterfgevallen of bij verwurging zijn nog alle organen, +in den regel ten minste, onaangeroerd, zoodat de proef, die ik wensch +te nemen, belooft te zullen slagen of in elk geval mogelijk is!” + +De doode was nu met behulp van Lister en van den dokter door de vrouw +ontkleed en de arts onderzocht de lichaamswarmte. + +„Dat treft bijzonder”, mompelde hij, zelf ontdaan. „De warmte is nog +zeer aanmerkelijk!” + +Bij die woorden wierp hij een van de groote venstergordijnen over hem +heen. Hij masseerde hem een weinig aan den hals en bracht daarna, nadat +hij den mond had geopend, de door de verwurging naar voren gedrukte +tong van den doode weder met groote handigheid op haar plaats. + +Hierdoor was het uiterlijk van den doode minder griezelig geworden. + +Nadat eenige gedeelten van den hals nogmaals gemasseerd waren, hadden +de trekken de natuurlijke uitdrukking teruggekregen. + +„Welke proef hebt gij op het oog, dokter? Zeg het mij! Ik zal u +krachtdadig helpen!” + +„Ziet gij, waarde heer Shaw. Mijn collega’s lachen erom en toch heb ik +iets dergelijks al eenmaal bereikt. + +„Het is een feit, dat ik, al was het ook maar voor een paar seconden, +iemand, die een paar uur geleden aan een ziekte was overleden, in het +leven heb teruggeroepen. Ik verzamel hiervoor materiaal. Iemand, die +gewurgd was, heb ik nog nooit machtig kunnen worden; van een dergelijk +geval is nog meer succes te verwachten, omdat alle organen nog kort van +te voren normaal waren. + +„Ik zal een schedelboring uitvoeren, aan de achterste oppervlakte van +de bulbus, alsof ik een abces zou moeten verwijderen. Wij zullen hem +sterk masseeren en verwarmen, ik giet hem deze druppels in, welke ik +voor dit doel heb geprepareerd en ik voorspel u, dat hij bij drukking +op den levensknoop der hersenen, al is het ook maar voor korten tijd, +zal ontwaken!” + +„Dat zou verbazend zijn!” riep Lister uit. „Maar denkt gij, dat hij zou +kunnen spreken, als hij tot bewustzijn komt?” + +„De mogelijkheid is niet uitgesloten, wanneer de indrukken, die op dit +oogenblik op hem inwerken, sterk genoeg zijn om zich in hem vast te +zetten en reactie op te wekken, d. w. z. een in zekeren zin +onwillekeurige uitwerking te weeg brengen.” + +Lister dacht een oogenblik na. + +Daarop legde hij zijn hand op den arm van den dokter. + +„Mag ik een opmerking maken? Het zou van het grootste gewicht zijn voor +de opheldering van deze geheimzinnige misdaad, als de doode kon +spreken! Het komt mij voor, alsof alles in deze zaak niet geheel in den +haak is! + +„Hoe zoudt gij het vinden, als wij den doode eerst terugbrachten in het +privé kantoor van Mr. Apsley en hem zoo neerlegden, dat hij het +allereerst de ledige brandkast ziet?” + +„Ik maak u mijn compliment, Mr. Shaw. Gij hebt groot gelijk! Ik heb de +wetenschappelijke quaestie nog niet beschouwd in verband met de +rechtszaak, dit moet ik tot mijn schande bekennen. Maar natuurlijk, +alleen het zien van de plek der misdaad zal hem tot spreken kunnen +brengen.” + +Zij begaven zich naar het vertrek, waar de brandkast stond, zetten daar +eenige stoelen zoo neer, dat Sloten-Bob, als hij ontwaakte, de geopende +brandkast vlak voor zich had. + +Daarop legden zij het lijk in de gewenschte houding. + +Mr. Shaw, of liever Lord Lister, ontstak een electrische gloeilamp, die +zich dicht bij de brandkast bevond en doofde alle anderen uit. Hierna +beval hij de arme vrouw om naast de brandkast te gaan staan en gaf haar +een handvol goudstukken, waarnaar zij met begeerige blikken keek. + +„Kijk nu niet naar het geld, vrouw, maar let op!” sprak Lord Lister op +dringenden toon. „Lukt het ons, je man in het leven terug te roepen en +aan het spreken te krijgen, dan zijn de goudstukken voor jou! + +„Let je echter niet op en verhinder je onze poging door je +onachtzaamheid, dan krijg je geen cent!” + +„O, ik zweer het u, Sir! Zeg mij maar, wat ik moet doen en wanneer ik +moet beginnen.” + +„Wat je te doen hebt, is niet moeilijk! Je moet hem alleen maar de +glinsterende goudstukken in je linkerhand laten zien. Begrijp je? En +verder moet je niets anders roepen dan: Bob—Bob!—Wie?—Bob—wie?” + +„Uitstekend, Mr. Shaw!” sprak de dokter. „Ik wou, dat ik altijd zoo’n +adsistent bij mij had! Gij hebt de zaak zoo eenvoudig gemaakt, dat hij +het, als hij ook maar even tot bewustzijn komt, moet begrijpen. Nu heb +ik alle hoop, dat de vermoorde ook zal spreken!” + +De vrouw staarde intusschen met een rilling naar het doen en laten der +beide mannen in de donkere kamer, waarin alleen een gloeilichtje +brandde. + +De dokter had intusschen uit zijn tasch een sleuteltje, chirurgische +instrumenten en een rood fleschje genomen. Uit een andere flesch goot +hij olie in een kom, welke hij naast zich plaatste. Daarop begon hij +met de schedelboring, nadat hij het lijk voorover had gelegd. In deze +houding hield Lord Lister den doode in zijn armen vast. + +Nadat de operatie was afgeloopen, legde hij het lijk weer achterover en +beide heeren, Lister en de dokter, doopten hun vingers in de olie en +begonnen met koortsachtigen ijver te masseeren, terwijl zij de +gemasseerde plaatsen steeds zorgvuldig bedekten. + +Nu opende de dokter den mond van den doode en goot hem den inhoud van +het roode fleschje in de keel. Daarop verzocht hij Lord Lister, snel en +krachtig de armen van den gewurgde op en neer te bewegen. Nu ging Dr. +Warrens achter den doode staan en riep: + +„Zeg, vrouw, kijk niet aldoor naar het goud, maar hierheen! Let op, of +hij ontwaakt!” + +„Ja, ja, mijnheer de dokter, dat doe ik!” + +Zij boog zich voorover en staarde angstig in de doffe oogen van haar +man, wachtende op het oogenblik, waarop hij weer zou opleven. Met de +linkerhand hield zij hem het goud voor en wees naar de leege brandkast. + +De dokter richtte nu, met behulp van Lister, het hoofd van den doode op +en wreef eenige minuten met kracht de slapen en de keel. Daarop drukte +hij een oogenblik op den levensknoop der hersenen. + +Al had de dokter het ook van te voren voorspeld, toch was het +griezelig, wat er nu in dit donkere vertrek midden in den nacht +gebeurde. + +Men hoorde een benauwd gerochel, alsof met moeite de lucht in de ledige +longen drong. De oogen van den gewurgden man openden zich al verder en +verder met angstige uitdrukking en zelfs den onverschrokken Lord Lister +liep een koude rilling over den rug. + +„Bob, Bob!” riep de vrouw rillend en bevend. „Bob—Bob—wie—wie?—Bob, zeg +mij wie?” + +Vol geestdrift volgde de arts den gang der gebeurtenissen en vol +spanning wachtte ook Lister op het antwoord van den gewurgde. + +En waarlijk, bewogen de lippen zich niet, alsof zij wilden spreken? +Maar de inspanning was nog te groot, er werd geen geluid vernomen. + +En opnieuw riep de vrouw nog luider en vol ontzetting: + +„Bob, Bob, hoor je mij?—Wie, zeg toch wie?” + +Weer wees zij naar de brandkast en het electrische licht deed de +goudstukken in haar hand fonkelen. + +En weer opende zich de mond van den vermoorde en zijn lippen trilden. + +Nog eenmaal vernam men het afschuwelijke gerochel en hierop volgde, +onduidelijk, als een kreet van schrik en ontzetting: „Zelf!” + +Daarop keek hij met verbaasden blik om zich heen en vroeg: + +„Waar ben ik?” + +Een oogenblik later zakte hij weer in elkaar. + +De dokter had zich over hem heengebogen en keek hem in de oogen. + +„Het is voorbij!” sprak hij. „De oogen zijn reeds weer verglaasd, de +mond is gesloten. De ademhaling heeft opgehouden. Alle andere moeite is +nu tevergeefs! Maar de werking was zeer sterk, al heeft hij ook niet +gesproken.” + +„Ongetwijfeld!” antwoordde Lister peinzend. + +Had hij zich vergist? + +Was het alleen de emotie van het oogenblik geweest, die hem dat „zelf” +had doen hooren, terwijl de ervaren geneesheer slechts een +onverstaanbaar geluid had vernomen? + +Als het echter werkelijk het woord „zelf” was geweest, op wien had het +dan betrekking? + +Bedoelde hij zichzelf? Hoogstwaarschijnlijk! + +Misschien was op dit uiterste oogenblik in deze verdorven +misdadigersziel een eigenaardige trots op de door hem volbrachte daad +opgekomen. + +Hij, de behendige dief en inbreker, die ook volgens Baxter’s beweren +zijns gelijken tevergeefs zocht, was het geweest, die dezen rijken en +vermoedelijk onbarmhartigen reeder alles had ontstolen. + +Wie kon in de ziel lezen van zulk een misdadiger! + +Of zou dat „zelf” op iemand anders slaan? Op een misdadiger, die het +nog verder had gebracht in de kunst van stelen?— — — + +Terwijl Lord Lister op deze wijze zijn hersens pijnigde over de +beteekenis van dit eene woordje, dat hij uit den mond van den +overledene meende te hebben gehoord, was de havelooze vrouw van den +misdadiger, aan wier rok zich het verwaarloosde kleine meisje +vastklemde, voor hem gaan staan, terwijl zij hem met schuwen blik de +handvol goudstukken voorhield. + +Zij durfde niets vragen, daar volgens haar meening niet aan de +voorwaarde, door den rijken heer gesteld, was voldaan. + +„Dus ook zij heeft niets gehoord! Zou ik mij dan toch vergist hebben? +Was het misschien mijn groote verbeeldingskracht, die mij het sissende +geluid als het woordje „zelf” deed verstaan?” dacht Lister. + +„Als gij mij wilt beloven, dat gij u hiervoor het allereerst kleeren en +voedsel zult koopen, moogt gij het geld behouden!” + +„Al dit goud voor mij?” stamelde de arme vrouw met ongeloovigen en +schuwen blik. + +„O, men zal mij niet gelooven! Men zal mij in de gevangenis opsluiten, +als men zooveel goud bij mij vindt en het kind zal van honger omkomen!” + +„Zij heeft gelijk, Mr. Shaw”, sprak de geneesheer. „Geef haar liever +zilver, goud kan haar slechts verdacht maken. + +„En het is ook veel te veel! Wat denkt gij, Mr. Shaw? Wij zijn hier +niet in Amerika!” + +„Nonsens!” antwoordde met echt Amerikaansche onverschilligheid de +Yankee. „Geef niet alles tegelijk uit en spaar iets voor later.” + +Daarop nam hij een visitekaartje uit zijn portefeuille en schreef er +met zijn vulpen aan de achterzijde eenige regels op, vermeldende, dat +Mrs. Cogwell, dit was de eigenlijke naam van den vermoorden Sloten-Bob, +tien sovereigns eerlijk had verdiend. + +Hij onderteekende het en ook de dokter zette er als getuige zijn naam +onder. + +„Hier, vrouw! Als iemand u wantrouwt en u wil ondervragen, toon dan dit +kaartje. Bewaar het goed. + +„En als gij voor u en het kind eenvoudige, warme kleeren hebt gekocht, +als gij gewasschen en gekamd zijt, kom dan aan het opgegeven adres aan +mijn villa, in het Westeinde. Begrijpt gij? + +„Dan zullen wij verder zien”. + +De arme vrouw staarde nog steeds ongeloovig naar al de goudstukken in +haar handen en twee dikke tranen rolden langs haar magere wangen. +Aarzelend deed zij het geld en het kaartje in haar zak, alsof zij een +misdaad pleegde. + +Daarop wilde zij Lister’s hand kussen. Maar Lister, die als vrije +Engelschman dergelijke betuigingen van onderworpenheid haatte, duwde +haar zacht weg en sprak: + +„Goed, goed, vrouwtje. Als gij uw dankbaarheid wilt betuigen, doe dan +wat ik u zeg. Geen sterken drank! Koopt er eten en drinken en kleeren +en dekens voor! Daarna kunt gij u bij mij vervoegen!” + +„Ja, ja, mylord, de Hemel zegene u! Gij meent het goed! Ik zal alles +doen! Ach, dat mijn arme Bob dit nog had beleefd! Hij had zulk goed +werk bij een rijk heer en nu is hij dood! + +„Bob was niet slecht, mijnheer, naar hij kon helaas den borrel niet +nalaten! Gij hebt gelijk mijnheer! De brandewijn is het verderf der +armen!” + +Bij die woorden maakte zij aanstalten om heen te gaan. + +„Wacht eens even!” riep Lister. „Hij had werk bij een rijk heer, zegt +gij? Heeft hij u ook verteld, hoe die heer heette?” + +„Neen, mijnheer, dat weet ik niet! Bob zei alleen nog: het is eerlijk +werk, Kate, en het wordt goed betaald. En toen vertelde hij mij nog—en +hij was goed nuchter—dat de rijke heer hem werk voor altijd had +beloofd, als hij zijn taak dezen keer goed volbracht. + +„Verder niets en o, ik was zoo blij!” + +Lister schudde het hoofd. + +Hierdoor kwam hij niet verder. + +„Dus het blijft bij hetgeen wij hebben afgesproken. Ik merk wel, dat +gij ook niets verder weet!” + +De vrouw groette, nam haar kind bij de hand en ging heen. + + + + + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK. + +CHARLY’S ONTDEKKING IN EEN ELEGANTE HEERENWONING. + + +Toen Lord Lister op vriendschappelijke wijze bij de deur van het +reederskantoor afscheid had genomen van dr. Warrens, kwam tot zijn +verbazing Charly op hem toe, nu in de vermomming van een Amerikaan. + +„Hier staat onze auto, oom!” sprak hij gevat. + +Nauwelijks hadden zij plaats genomen in de zachte kussens van het +onmiddellijk wegsnellende voertuig, of Charly vertelde den uitslag van +zijn navorschingen. + +„Zonder de deur uit het oog te verliezen, heb ik deze auto genomen, en +vanuit het raampje naar den ingang gekeken. Ik beloofde den chauffeur +den dubbelen prijs en een groote fooi, als hij ongemerkt twee heeren +zou volgen, die weldra uit het kantoor zouden komen, waar de inbraak +had plaats gehad. + +„Daar ik als kruier was gekleed, betaalde ik de gewone vracht vooruit. + +„Wij letten dus nauwkeurig op en het duurde niet lang of de beide +heeren kwamen uit de huisdeur naar buiten. + +„Ik had natuurlijk niet de voorste auto genomen, maar de derde. De +beide heeren namen de eerste en reden weg. + +„Ik volgde in dolle vaart. In een der deftigste straten in het +Westeinde lieten zij halt houden en stapten beiden uit. + +„Zij gingen een eind te voet, nadat zij hun auto hadden weggezonden en +ik sloop hen na aan de andere zijde der straat. + +„Toen ik hen een deftig huis zag binnengaan, waarvan de deur door den +jongen heer werd opengesloten, bleef ik voor een kunsthandel aan den +overkant staan en wachtte of er iets te zien zou zijn, dan wel of zij +er weer uit zouden komen. + +„Misschien wilde de oude heer gaan uitrusten of zich verkleeden. Ik +stak juist mijn tabakspijp aan, toen ik zag, dat op de tweede +verdieping plotseling twee vensters werden verlicht. Voordat de +jalouzieën neergelaten werden, meende ik, den slanken jongen heer +Apsley aan het raam te hebben herkend. + +„Het duurde echter niet lang of deze kwam er weer uit, riep een leeg +rijtuig aan en noemde bij het instappen de Heerenclub. + +„Daar ik dit adres kende en veronderstelde, dat hij er vrij lang zou +blijven, volgde ik hem niet, maar wachtte, of misschien de oude heer +ook nog niet zou gaan.” + +„Uitstekend!” sprak de Lord. „En werd je geduld beloond?” + +„Zeker! Er waren nauwelijks tien minuten verloopen, toen ik de deur +weer open zag gaan en, met een zeer elegante overjas en cylinder, een +fijne havanna in den mond, kwam de oude heer naar buiten. Hij zag er nu +veel jonger en zeer vergenoegd uit. + +„Hij begaf zich met veerkrachtigen tred, als een jonge man, naar de +Square, waar bij het kruispunt van de Nelson en Campbellstreet een +aantal auto’s van de Daimler-Company gestationeerd zijn. Maar ik hoorde +helaas niet, welk adres hij zijn chauffeur opgaf.” + +„En waarheen rijden wij nu?” vroeg Lister glimlachend. + +„Nu, ik dacht, dat gij misschien de woning in de Campbellstreet, +waarheen de heeren Apsley zich begaven, wel eens wildet zien.” + +„Je hebt mijn bedoeling uitstekend geraden, lieve neef Robert. Maar ik +word niet gedreven door gewone nieuwsgierigheid. + +„In de eerste plaats kost die inbraakgeschiedenis, die zoo ongehoord +brutaal is, mij veel hoofdbreken. Ik kan er nog niet achter komen, wie +hier de hand in het spel heeft. + +„Misschien vind ik in het logies van den reeder, die mij niet +betrouwbaar voorkomt, de een of andere vingerwijzing, misschien ook +niet! + +„Verder is een brave jonge man, de ingenieur der firma, die zijn chef +gewichtige ontwerpen ter veilige bewaring in diens brandkast heeft +toevertrouwd, bij deze zaak betrokken, misschien voor zijn verdere +leven ongelukkig gemaakt. + +„Ik vermoed dat Mr. Apsley, die met zijn ervaring op het gebied der +scheepbouwkunde, de genialiteit van dit ontwerp heeft ingezien, het +stuk heeft verduisterd en dat deze inbraak hem in zooverre zeer gelegen +kwam, omdat hem nu de mogelijkheid werd geopend, de verduistering van +het ontwerp te maskeeren!” + +„Zoo’n schurk!” riep Charly vol eerlijke verontwaardiging. „En ik had +nogal zoo’n medelijden met hem wegens zijn groot verlies en verbaasde +er mij daarom over, dat hij zoo welgemoed uit het huis kwam.” + +„Nu, het is voorloopig ook alleen een vermoeden van mij. Ik kan mij +vergissen en zou niet gaarne iemand onrecht willen aandoen.” + +„Als het ontwerp ook juist nu is verdwenen, dan komt mij dat zeer +verdacht voor. Je zult wel gelijk hebben met je veronderstelling. Dat +was de reden van zijn goede luim!” + +„Het zou prachtig zijn, als wij het ontwerp vonden. Morgen moeten de +stukken namelijk zijn ingediend. Wat des middags om 12 uur niet +aanwezig is, blijft buiten mededinging. + +„De hoop van den jongen man om een prijs te behalen, is niet zonder +grond. Dit ontwerp moet geheel nieuwe ideeën bevatten. + +„Burton is verloofd en zou gelukkig worden als hij zegeviert, waaraan +niet te twijfelen viel! Juist het verdwijnen van het ontwerp sterkt mij +in mijn overtuiging, dat het een voortreffelijk stuk werk is. + +„Het is echter mogelijk, dat wij Mr. Apsley groot onrecht doen. Ik heb +al gedacht, of hier niet een concurrent, die eveneens mededingt naar +den prijs en die Burton’s genie vreest, op deze wijze Burton heeft +buitengesloten. + +„Maar die zou zich niet vergrepen hebben aan het geld van de firma +Apsley, al is het ook waar, dat de gelegenheid den dief maakt. + +„Ook kan het een concurreerende firma van Mr. Apsley zijn geweest, +welke vreesde, dat de firma Apsley, als chef van den ingenieur Burton, +wanneer deze laatste den prijs behaalde, ook in de eerste plaats in +aanmerking zou komen om uitvoering te geven aan de plannen van den +uitvinder. + +„Men kon het ontwerp laten verdwijnen en maakte meteen de firma +tijdelijk onschadelijk, door de 50.000 pond te verduisteren. + +„Misschien komt Mr. Burton’s ontwerp weer te voorschijn als het werk +van een ander. Ik zie de zaak nog niet duidelijk in. Er zijn hier veel +verklaringen te geven!” + +Onder het uiten van deze veronderstellingen waren de beide vrienden in +de Campbellstreet aangekomen en lieten de auto stilhouden. Charly +betaalde het overeengekomen bedrag en liet den chauffeur met het +voertuig wegrijden, daar in de nabijheid wel weer een auto te krijgen +was. + +Charly had het huisnummer goed genoteerd en met den looper van den +Grooten Onbekende opende deze geruischloos de zware huisdeur. + +Zij klommen de met rijke loopers belegde, prachtige trappen op naar de +tweede verdieping en Charly, die nauwkeurig had opgelet, wees op een +hooge deur, die zich bevond tusschen de ingangen naar twee +huurwoningen. Die deur gaf toegang naar de kamer met de beide vensters +aan de voorzijde, die hij verlicht had gezien. + +Met verbazing las Lister op een visitekaartje boven een brievenbus: +„Mr. John Morris”. + +„In elk geval zullen wij de kamer onderzoeken. De naam doet er +eigenlijk niets toe!” meende Charly, terwijl hij aan het sleutelgat +luisterde. + +„Daar binnen is niemand”, sprak hij daarop. + +„Laat ons dan beginnen”, vond Lister. Zijn steeksleutel paste ook hier +en voorzichtig opende hij de deur. + +Alles was donker. + +Charly streek waslucifers aan en ontdekte het draaiknopje van het +electrische licht. Hij ontstak een der gloeilampjes aan de kroon en +keek om zich heen. + +Op hetzelfde oogenblik riep Lister met halfluide stem: + +„Hoera! Het klopt! De naam Morris is slechts een aangenomen naam. Een +der beide heeren Apsley, en wel naar ik vermoed de oudste, bedient zich +van deze vrijgezellenkamer onder een valschen naam. + +„Daar ligt namelijk de vernielde jas op den stoel en op tafel het +gescheurde boordje, de das en de slappe vilthoed, dien Mr. Apsley +droeg, toen hij het kantoor verliet.” + +Bij het doorsnuffelen van de jaszakken vielen Charly ten overvloede nog +eenige brieven in handen aan het adres van Mr. Apsley Senior, zoodat nu +geen twijfel meer mogelijk was. + +In de elegante woonkamer werden alle laden en kasten, vooral de inhoud +van het cylinderbureau, nauwkeurig onderzocht. Ook hierbij deed weer +Lister’s overal passende sleutel uitstekend dienst. + +Alle moeite was echter vergeefs. + +Lister onderzocht zelfs de hooge rugleuning van de sofa, de muren en +het buffet, maar geen geheime schuilplaats werd gevonden. + +„Nu naar de slaapkamer”, sprak Lister, over den drempel stappend. + +Ook hier werd een der electrische lampen opgedraaid en tegelijkertijd +deed Charly het licht in de woonkamer uit. + +Doch ook hier in de tamelijk leege kleerkast, in de laden van de +waschtafel, zelfs in het nachtkastje, ja, onder de bedden en kussens +werd niets gevonden. + +Plotseling bleef hij voor een tafel met een toiletspiegel staan. Hij +zette den spiegel eraf en voelde over de moiré-achtige, roode +bekleeding, waarop zich op gelijke afstanden bladornamenten bevonden. + +Hij had zich niet vergist. + +Het blad, waarover zijn vinger onderzoekend was heengegleden, bevond +zich op eenigen afstand van den vloer en was beweegbaar. Toen hij het +op zij schoof, kwam een sleutelgat te voorschijn. + +„Charly!” riep Lister met gesmoorde stem, „de schuilplaats!” + +Charly kwam op de teenen toegesneld. + +„Drommels, jij weet alles te vinden!” fluisterde hij vol bewondering. + +Lister had zijn looper reeds in het sleutelgat gestoken en de zoo +zorgvuldig verborgen deur van een muurkast bewoog zich geruischloos in +haar scharnieren. + +Toen de kast zich voor hun oogen had geopend, stonden Lister en Charly +stom van verbazing! + +Het was wel niet het ontwerp van den ingenieur dat zij voor zich zagen, +maar voor hen lag de som geld, die door Raffles zou zijn gestolen, de +50,000 pond sterling, meer dan een half millioen aan Hollandsch geld, +in zakken, rollen, banknoten en credietbrieven. + +Zooals een nader onderzoek, dat Lord Lister later instelde, bewees, was +het volle bedrag nog bij elkaar. + +Raffles keek vol verbazing Charly aan, die sprakeloos naast hem stond. +Daarop sprak Lister hoofdschuddend: + +„Op deze toch zoo voor de hand liggende mogelijkheid was +ik—waarschijnlijk uit achting voor het menschelijk karakter—niet +gekomen! + +„Dwaas die ik ben, de gewurgde man heeft het mij, toen hij een +oogenblik tot bewustzijn kwam, duidelijk gemaakt! + +„Hij bedoelde met het woordje „zelf”, dat zelfs de dokter niet, maar ik +wel heb verstaan, niet zichzelf, maar hemzelf, den ouden reeder, zijn +lastgever en—moordenaar! + +„De vijftigduizend pond waren hier reeds in veiligheid, toen de +inbreker van beroep, om de zaak geloofwaardig te maken, de brandkast +moest opensmelten met het moderne knalgas-blaastoestel. + +„Om den man onschadelijk te maken, misschien ook om den inbraak +geloofwaardiger te doen schijnen, hebben de beide heeren Apsley te +zamen den inbreker met het daartoe gereedliggende koord gewurgd. + +„De voorname, rijke heer, waarvan Bob heeft gesproken, was de reeder. +Het eerlijke werk was de opdracht van den eigenaar, om de brandkast te +openen. Wie weet, welke redenen men hem daarvoor had opgegeven. + +„Daarvoor had Apsley beloofd, hem doorloopend werk te geven. In zekeren +zin, maar op afschuwelijke wijze, heeft hij die belofte ook gehouden!” + +Lister rilde en Charly was bleek geworden, toen hem de groote +verdorvenheid van dezen rijkaard uit Lister’s woorden duidelijk werd. + +„Deze man, van wien men alles kan verwachten, heeft ook het ontwerp van +den ingenieur in zijn bezit. Daaraan valt in ’t geheel niet te +twijfelen. Maar hij draagt het, omdat het zoo kostbaar is, misschien +bij zich! + +„En nu geloof ik stellig, dat die geheele gefingeerde inbraak, ja, +zelfs de koelbloedige moord op dien beklagenswaardigen Bob, die juist +bezig was, zich weer aan eerlijken arbeid te wijden, enkel en alleen +het middel was om het verdwijnen van het ontwerp voor het bouwen van +een onderzeesche boot geloofwaardig te maken! + +„Wij moeten ook dat ontwerp nog vinden, al zou ik het dezen onmensch +ook met geweld moeten afhandig maken!” + +Lister knarste met de tanden en zijn oogen fonkelden van toorn en +verontwaardiging. + +„Ik wil hem straffen met de straf, die hem het hardst zal treffen. + +„De rijke man zal tot bedelaar worden! Ik wil zien, of hij het zal +dragen met de kracht en waardigheid, waarmede mijn vader het droeg, +waarmede ik het heb gedragen, toen verdorven bloedverwanten ons erfdeel +roofden! + +„Ik, Raffles, veroordeel u, beide heeren Apsley, onwaardige schurken, +om voortaan tot de bedelaars te behooren! Maar niet tot die, welke met +een rein geweten en vroolijke blijmoedigheid hun eerlijke armoede +dragen, neen, tot de bedelaars, die geen rust kunnen vinden, omdat hun +hartstochten en hun geweten, omdat de gedachte aan alle schatten, die +zij hebben verloren, hun geen rust gunt! + +„Bedelaars—bedelaars, opdat gij in al uw ellende en minderwaardigheid +bekend zult worden!” + +Lord Lister streek zich met een zucht over het bleeke gelaat, waarop +diepe ontroering te lezen stond. + +„Ik begrijp niet wat mij opeens zoo overweldigde! Maar deze slechtheid +grenst ook aan het ongelooflijke. + +„En nu aan het werk, Charly! Luister naar hetgeen je moet doen! Neem +een auto aan de Square, betaal drie- of vierdubbele vracht, maar vlieg, +opdat je terug bent, voordat de schurken terug komen. + +„Rijd naar onze villa en haal in de tasch de valsche banknoten hier! + +„Zoo snel als je kunt! Ik blijf hier. Zij zullen niet zoo gauw komen! + +„De jonge Apsley kan niet zoo gauw afscheid nemen van het spel in de +Club en als de oude onmensch komt, terwijl ik hier ben, dan zal hij een +onaangenaam kwartiertje beleven!” + +Charly nam vol geestdrift zijn bevelen in ontvangst en snelde heen. + +Lord Lister nam op de sofa plaats, legde zijn kleine revolver voor zich +op tafel en stak, om zichzelf eenigszins te kalmeeren, een sigaret aan. + +In diepe gedachten zat hij daar en was zeer verbaasd, toen Charly reeds +binnen zeer korten tijd met de groote tasch terug kwam. + +Dezen keer echter was zij vol en zwaar, want zij bevatte alle +banknoten, die den schilder waren ontnomen. + +Lister stak zijn revolver in den zak en stond op. + +„Je auto moet wel haast gevlogen hebben”, sprak hij. + +„Dat geloof ik bij driedubbelen prijs!” antwoordde Charly. + +Na een vluchtige schets te hebben gemaakt van de indeeling der kast, +waarbij hij noteerde, welke geld- en bankpapiersoorten elk vak bevatte, +nam nu Lister met behulp van Charly de valsche banknoten uit de +reistasch en legde ze, naar de waarde verdeeld, op de toilettafel. + +Daarop eerst nam hij de zakken en rollen goudstukken en de +verschillende stapels bankpapier uit den schuilhoek en borg alles in de +tasch: 50,000 pond sterling! + +Nu verdeelde Lister de valsche bankbiljetten in de vakjes van de kast +ongeveer zoo, als het echte geld daarin had gelegen. + +Overal waar zooeven nog het geld had gelegen, bevonden zich nu de +daarmee in waarde overeenkomende valsche banknoten. + +Een nauwkeurig onderzoek kon deze verandering natuurlijk niet +doorstaan, des te minder, omdat de zakken en rollen ontbraken, maar bij +oppervlakkige beschouwing zou men de verwisseling van het geld in het +geheel niet hebben waargenomen. + +Hierna sloot Lister voorzichtig de kastdeur en schoof het blad weer +voor het slot. + +Ook den toiletspiegel zette hij precies weer op de oude plaats. + +Hij draaide het electrische licht uit en beiden gingen de woonkamer +binnen. + +Alles was daar nog zooals zij het hadden aangetroffen en zij +overtuigden zich ervan, dat zij niets hadden achter gelaten, wat hun +aanwezigheid zou kunnen verraden. + +Zij gingen nu zoo zacht mogelijk de kamer uit en begaven zich naar het +trappenhuis. Daar heerschte duisternis en stilte. + +Onhoorbaar sloot Lord Lister de deur achter zich af. + +Hij had juist het handvat van de tasch mee beetgepakt, om Charly bij +het dragen van het zware voorwerp behulpzaam te zijn, toen hij staan +bleef. Zijn scherpe ooren hadden het geluid gehoord van een +huissleutel, die in het slot werd gestoken. + +„Halt, Charly,” fluisterde hij. „Het is mogelijk, dat de persoon, die +daar komt, in een der andere woningen moet zijn.” + +Maar de schreden naderden de trap en tegelijkertijd werden ook twee +stemmen vernomen, een zwaardere mannenstem en een vrouwelijke. + +„Zij komen naar boven,” fluisterde Charly, die zich voorzichtig +voorovergebogen had. „Hij strijkt een lucifer aan. Het is de oude +Apsley!” + +„Dan voorzichtig een trap hooger gegaan, Charly,” sprak Lister zacht en +met groote kalmte. + +Zij namen onhoorbaar de tasch op en slopen op de teenen naar de +volgende trap. Een paar treden in de hoogte zetten zij de tasch neer en +luisterden. + +En zij hoorden het volgende stichtelijke gesprek: + +„Hoeveel geef je mij, oudje, zeg eens?” + +„Daar zullen wij binnen over spreken, bij sherry en gebak.” + +„Nu, ook goed! Ik heb zoo’n afschuwelijken honger, oudje. Krijg ik een +sovereign? Nietwaar? Je bent een nobele jongen, ik krijg er een?” + +De reeder lachte. + +„Als je je eischen niet hooger stelt, met genoegen! En als je heel lief +bent, misschien zelfs wel twee!” + +„O, mijn lieve ouwetje! Daarvoor heb ik je hartstochtelijk lief!” + +Zij moest hem wel omhelsd en gekust hebben, want de heer Apsley sprak +lachend: + +„Mijn hemel, wat een liefdesvuur voor twee sovereigns! Laat mij ten +minste de deur eerst opensluiten, vleistertje!” + +En hij opende de deur, zoodat de weer dichtvallende deur den beiden +luisteraars belette, nog iets van het gesprek te hooren. Zij hoorden +alleen nog, hoe de respectabele oude heer zich met de straatdame, die +hij ergens had opgepikt, in de kamer opsloot. + +Toen Lister en Charly de straat hadden bereikt, namen zij op de +dichtstbijzijnde standplaats een auto, waarin Charly met de tasch +plaats nam, terwijl Raffles zich naar de Heerenclub liet rijden. + + + + + + + + +ZESDE HOOFDSTUK. + +AANGENAAME VERWACHTING EN ONAANGENAME VERRASSING. + + +Toen de reeder zijn kamer met zijn gezellin was binnengegaan, draaide +hij twee lichten der electrische kroon aan en sprak lachend: + +„Nu, maak het je gemakkelijk, kleintje. Hoe heet je eigenlijk?” + +„Ik ben je Claire, oudje! Maar drommels, hier is het piekfijn! Wat moet +je rijk zijn! Ik mag je hier wel dikwijls bezoeken, nietwaar?” + +Mr. Apsley lachte hartelijk. + +„Een flinke vrouw ben je! Je neemt als een handig handelsreiziger elke +gelegenheid te baat om vaste klanten te krijgen!” + +Claire lachte mee en ontdeed zich om te beginnen van haar reusachtigen, +modernen hoed, die van buiten grijs en van binnen rood was. Daarop trok +zij ongegeneerd haar grijze blouse uit en ging met bloote armen in een +hoek van de sofa zitten. + +Ook de reeder maakte het zich gemakkelijk. Hij trok overjas, gekleede +jas en gesteven vest uit en legde zijn gouden horloge met zwaren +ketting op zijn schrijftafel. + +Toen bracht hij zijn kleeren naar de slaapkamer en kwam eenige +oogenblikken later in een gemakkelijk fluweelen huisjasje weer te +voorschijn. + +Ook de nette laarzen trok hij uit en deed fijne viltpantoffels aan. + +„Zoo, mijn lief, blond poesje, nu is het veel behaaglijker!” + +„Maar je hebt mij beloofd, mij wat te eten te zullen geven, oudje; ik +heb zoo’n ontzettenden honger!” + +„Zeer juist opgemerkt”, antwoordde de reeder. „Overal gaat de honger +voor de liefde. Dat is een natuurwet, zoolang de wereld bestaat! Nu, +wij zullen eens zien, wat er is!” + +Apsley senior ging naar het buffet en opende de bovenste kast ervan. + +„Wacht, daar is nog zalm!” sprak hij. + +„Ach ja, zalm, heerlijk! heerlijk!” riep het meisje verrukt uit. + +De reeder zette een nog vrij groot stuk zalm, boter, wittebrood en +gebak op tafel en nam uit een ander kastje van het buffet een pas +aangebroken flesch sherry en twee glazen. + +„Nu, eet en drink zooveel je lust, hongerig schepseltje! Zoo, wensch je +ook een mes en vork?” + +Hij opende een lade en gaf Claire het benoodigde. Daarop schonk hij de +glazen vol en stiet met haar aan. Zij dronk gretig. + +„Hè! Zoo iets lekkers heb ik in langen tijd niet gedronken!” + +Daarop wijdde zij zich met alle aandacht aan de zalm en het brood en +gaf tot groot vermaak van den reeder uiting aan haar aangename +gewaarwordingen door onverstaanbare geluiden. + +De oude Apsley, die waarschijnlijk ergens anders had gesoupeerd, stond +haar gewillig het geheele stuk zalm af. Hij dronk zijn sherry en nam er +een stuk taart bij. + +Nadat de zalm en verschillende boterhammen waren verorberd, begon het +jonge meisje met grooten ijver van het gebak te eten, dat als sneeuw +voor de zon verdween. + +Eindelijk scheen de honger gestild te zijn. Met een zucht van +voldoening leunde zij in den stoel achterover. + +„Ach, dat heeft goed gesmaakt! Zooiets goeds krijgt iemand van ons slag +niet elken dag. O, ik zal altijd graag bij je komen! Ik zal je mijn +adres geven en zoodra je mij schrijft, kom ik!” + +„Dat kunnen wij doen!” vond de reeder met een vroolijk glimlachje. +„Meisje, jij bevalt mij! Kom, geef mij een kus!” + +„Voor zulk heerlijk eten en twee sovereigns zooveel als je wilt!” + +Zij vlijde zich tegen den reeder aan, die intusschen naast haar op de +sofa had plaats genomen en kuste hem vol vuur. + +„Zoo, mijn beste! O, ik heb je zoo lief en je zult tevreden over mij +zijn! Maar geef mij nu eerst de twee sovereigns, die je mij hebt +beloofd. Daaraan wil ik zien, oudje, of je evenveel van mij houdt als +ik van jou!” + +Mr. Apsley lachte. + +„Drommels! In jouw aderen vloeit het echte Engelsche handelsbloed. +Jammer, dat je geen man bent! Met jouw handelsgeest zou het je als +koopman goed zijn gegaan! + +„Zelfs in het vuur van de heetste liefde denk je aan geld! Dat is +bewonderenswaardig! + +„Maar, stel je gerust, je hebt het dezen keer gelukkig getroffen! Ik +ben in zulk een tevreden stemming, dat ik eens nobel wil zijn. Ik zal +je, als je heel lief wilt zijn, een biljet van vijf pond geven.” + +„Hoeveel?” vroeg het meisje aangenaam verrast. „Dat geloof ik niet, +oudje! Zoo zullen de biljetten van vijf pond je wel niet op den rug +groeien! Kom, geef dan hier, dan zal je mij morgen zelf moeten +bekennen, dat je je nog nooit zoo goed geamuseerd hebt als met mij!” + +„Mooi!” antwoordde Mr. Apsley en deed, alsof hij iets uit den zak van +zijn fluweelen jasje wilde halen. Dit onnoozele meisje behoefde niet te +weten, dat hij het biljet uit de muurkast ging halen. + +„Ach ja”, sprak hij daarop, „het is waar, ik heb mijn kleeren in de +kast gehangen! Wacht even.” + +De reeder ging naar zijn slaapkamer, tastte in het donker naar het +afsluitblad, haalde zijn sleutelbos te voorschijn uit den broekzak en +opende de kast. Hij greep in het vak, waarin de banknoten van vijf pond +lagen en nam daar een uit. Daarop sloot hij de kast weer en kwam in de +woonkamer terug. + +„Hier, ongeloovige Thomas, daar heb je het bankbiljet!” + +Hij wierp een vluchtigen blik op het biljet en gaf het aan het meisje. + +„Ben je nu tevreden, kind?” + +Hij nam weer naast haar plaats en legde zijn arm om haar middel, in het +bewustzijn, daar nu het volste recht op te hebben. + +Maar zoo hij het meisje eenige oogenblikken wegens haar handelsgeest +had bespot, hij zou nu gewaar worden, dat zij werkelijk een koopvrouw +was. + +Waarschijnlijk had zij in haar leven reeds minder aangename ervaringen +opgedaan met valsch geld, in elk geval, zij stak het bankbiljet niet, +zooals misschien zooveel vrouwen van haar soort gedaan zouden hebben, +onmiddellijk in haar zak, maar zij onderzocht het biljet van vijf pond +lang en nauwkeurig. + +Apsley keek met een spotlachje naar haar. + +„Alsof zij er verstand van had!” dacht hij. + +Na eenige minuten echter gaf zij hem het biljet terug en sprak vol +minachting: + +„Nee, oudje, daar vlieg ik niet in. Voor zoo dom moet je mij niet +aanzien! Dit biljet is valsch!” + +De reeder lachte luidkeels. + +„Waaraan zie je dat?” + +Maar onwillekeurig bekeek ook hij het biljet met aandacht. + +„Het is in elk geval fonkelnieuw en......... Mijn hemel! Maar het is +werkelijk valsch! Het is het goede papier niet! Het watermerk +ontbreekt!” + +Het gelaat van Mr. Apsley werd donkerrood, hij snelde letterlijk naar +de slaapkamer, woedend, dat men hem een valsch bankbiljet in de handen +had gestopt. + +Snel draaide hij het electrische licht op en opende zijn geheime kast, +want hij was bang, dat zich onder zijn geld nog meer onechte biljetten +konden bevinden. + +Hij keek in de kast en zijn knieën knikten. + +Wat hem in donker zooeven niet was opgevallen, zag hij nu op den +eersten blik. + +De zakken en rollen met de goudstukken ontbraken. Hoe hij ook zocht en +de pakketten papiergeld optilde en opzij zette, hij vond ze niet terug, +zij waren verdwenen. + +Nu maakte een onuitsprekelijke angst zich van hem meester en eerst nu +kwam de gedachte in hem op, dat ook de andere biljetten weleens valsch +konden zijn. + +Hij moest zich aan de waschtafel en aan de deur van de kast vasthouden +om niet neer te vallen. + +Met sidderende hand onderzocht hij het eene biljet na het andere en +wierp ze woedend in de vakjes, waaruit de goudstukken waren verdwenen. + +Eindelijk bekeek hij de biljetten ter waarde van vijftig pond. + +„Alles valsch! Alles valsch!” kermde hij. Zijn krachten begaven hem, +zijn knieën knikten en machteloos zonk de reeder, die zooeven nog zoo +levenslustig was geweest, op den grond neer. + +Hij kon niet meer denken en drukte beide handen tegen zijn gloeiend +voorhoofd. + +Het meisje, dat op de sofa in de zitkamer nog steeds zat te wachten, +begon eindelijk ongeduldig te worden. + +„Kom je, oude heer?” riep zij op luiden toon. „Kom, wees lief en breng +een echt bankbiljet voor mij mee, of een handvol sovereigns, die heb ik +nog liever!” + +Maar de reeder had allen lust voor liefdesavonturen verloren. + +„Loop naar den duivel, deerne!” riep hij woedend uit. „Wil je mij nog +bespotten ook? O, ik ben op een vreeselijke manier bedrogen.” + +En als een bliksemstraal schoot het plotseling door zijn hoofd: + +„Raffles—Raffles—dit is de wraak van Raffles!” + +Hij verloor het bewustzijn en zakte ineen. + +Het meisje wachtte nog een tijd lang. Toen echter alles stil bleef na +het geluid van den val, stond zij op en sloop onhoorbaar naar de +openstaande deur der slaapkamer. + +Hier zag zij Apsley roerloos op den grond liggen. + +„Misschien heeft hij een beroerte gehad!” fluisterde zij. „Dat komt wel +eens meer voor bij oude heeren. + +„Jammer voor hem, maar mij laat het koud! Wat kan mij zoo’n oude kerel +schelen, als hij geen geld heeft!” + +Maar ook in dit vreeselijke oogenblik liet haar koopmansgeest haar niet +in den steek. Zij keek met onderzoekende blikken om zich heen, +eigenlijk in hoofdzaak, om den huissleutel te zoeken. + +Zij ontdekte dezen ook op den schrijftafel van den reeder en nam hem +op. Toevallig echter lagen Apsley’s zwaar gouden horloge en de ketting +er naast en misschien was het alleen uit behoefte aan orde en netheid, +dat zij ook deze beide voorwerpen opnam en in haar zak stak. + +In een ommezien had zij zich gekleed en haar rooden reuzenhoed opgezet. +Nogmaals luisterde zij, of de oude heer rustig was. Toen zij geen +geluid vernam, ontsloot zij zacht de kamerdeur, sloop naar buiten, deed +de deur achter zich dicht en weldra was Miss Claire met de waardevolle +eigendommen van Mr. Apsley in den donkeren nacht verdwenen. + +Den huissleutel alleen nam zij niet mee, maar liet hem in het slot +steken. + + + + + + + + +ZEVENDE HOOFDSTUK. + +ONVERWACHTE GEBEURTENISSEN IN DE HEERENCLUB. + + +Toen Lord Lister in de vermomming van den welgedanen Amerikaan het +marmeren salon van de Heerenclub was binnengegaan, waar achter gesloten +deuren allerlei hazardspelen werden gehouden, keek hij overal rond. + +Het beruchte hazardspel wordt, zooals bekend is, door een bankhouder +gespeeld tegen een aantal pointeurs. Van een spel van 52 kaarten krijgt +ieder er 13 stuks, van het aas tot de 2, waarvan hij een of meer kan +bezitten. + +De jonge Apsley hield de bank en hem zocht Lord Lister. + +Hoewel natuurlijk, zooals bij de meeste hazardspelen, de bankier het +voordeeligst af is, scheen Mr. James Apsley hedenavond nog niet veel +geluk te hebben gehad. + +Hij had slechts een matige winst gehad en wat hij moest uitbetalen, had +de winst verre overtroffen. + +Mr. James was nog bleeker dan gewoonlijk en het zweet stond op zijn +voorhoofd. + +Om zijn zenuwen te sterken, goot hij twee glazen cognac naar binnen, +voordat hij zijn champagne, die de kellner juist voor hem had +binnengebracht, begon te drinken. + +Hierop wijdde hij weer alle aandacht aan het spel. + +Zijn oogen openden zich wijd van verbazing, toen hij ook den dikken +Amerikaan met onverschillig uiterlijk aan de speeltafel zag staan en +deze zich door den kellner 13 kaarten liet geven. + +Een lichte blos van verlegenheid kleurde het gelaat van den jongen +Apsley, omdat de Amerikaan hem hier aan de speeltafel zag, onmiddellijk +nadat deze heer van zijn vader had gehoord, dat bij de inbraak hun +geheele vermogen verloren was gegaan. + +Hij voelde zich gedrongen om den Amerikaan te groeten, wat deze +doodbedaard met een beleefde buiging van het hoofd beantwoordde. + +Lister had vijf kaarten bezet, ieder met 5 pond, zoodat de inzet dus 25 +pond bedroeg. + +Mr. James Apsley wierp nog een glas champagne naar binnen. + +Daarop schudde hij zorgvuldig de kaarten, nam de twee bovenste er af, +nadat hij de onderste kaart had laten zien, die geen winst geeft, doch +den bankhouder ten goede komt. + +Nadat de eerste keer was getrokken, had de Amerikaan het dubbele bedrag +op zijn kaarten staan, namelijk 600 gulden, terwijl de heer Apsley +Junior minstens evenveel had verloren, daar hij ook aan de andere +spelers had moeten uitbetalen. + +Zijn vingers trilden zichtbaar, toen hij opnieuw de kaarten schudde en +door Mr. Shaw liet trekken. + +„Va tout!” (het gaat om den geheelen inzet) riep Lord Lister op kalmen +toon. + +„Drommels, wat is dat, Mr. Shaw?” vroeg hem een zijner kennissen, die +ook meespeelde, „gij geeft den bankhouder immers alle voordeelen! Het +zou al heel toevallig zijn, als gij dezelfde kaarten weer kreegt.” + +„Nu, dat wil ik toch eens zien!” antwoordde de vermeende Yankee met +onverstoorbare, echt Amerikaansche kalmte, „ik heb een voorgevoel, +alsof Mr. Apsley, onze voortreffelijke bankhouder, vandaag niet erg +gevaarlijk is. Het is voor de Apsleys een ongeluksdag!” + +Mr. Apsley’s gelaat werd donkerrood. + +„Wat wilt gij daarmee zeggen, Mr. Shaw? Mag ik u om opheldering van uw +woorden verzoeken?” + +„Als ik mijn inzet liet staan op dezen voor u zoo ongelukkigen dag, +waarop uw firma door inbraak voor 50,000 pond is bestolen, dan deed ik +dat, omdat ik u de kans wilde geven, voor u zelf of uw schuldeischers +dit verlies ten minste voor een klein gedeelte te boven te komen!” + +Mr. Apsley werd donkerrood. + +„Ik bedank beleefd voor uw ongewenschte grootmoedigheid. + +„In de eerste plaats heb ik nog geld genoeg en in de tweede plaats zal +ik met behulp van mijn vrienden in staat zijn elk verlies te dekken!” + +„Daaraan twijfel ik evenzeer, Mr. Apsley, als uw vader. Gij herinnert u +zeker wel, dat ik erbij stond, toen hij handenwringend verklaarde, dat +de firma Apsley bankroet was. + +„Ik weet niet, of op zulk een dag de speelzaal van de heerenclub wel de +rechte plaats is om die verliezen terug te krijgen! Gij kent toch zeker +wel de bijbelspreuk, die van zooveel diepe wijsheid getuigt: + +„„Wie iets heeft, aan hem wordt gegeven en wie niets heeft, van hem +wordt ook nog genomen, dat wat hij heeft!”” + +„Zijt gij misschien speciaal hier gekomen met het doel om uw goedkoope +methodistenwijsheid aan den man te brengen?” schreeuwde Mr. Apsley, die +reeds half dronken was. + +Maar eenige leden der Club en goede kennissen kalmeerden hem. + +In de zaal hadden zich groepjes gevormd, die de woorden van Mr. Shaw +bespraken. Verscheiden heeren konden de waarheid der mededeelingen +bevestigen en een van hen toonde zelfs het extra avondblad van de +Times, waarin de inbraak—volgens opgaven van den reeder natuurlijk!—in +alle bijzonderheden werd beschreven. + +Ook de bestuursleden der Club stonden in een afzonderlijke groep bij +elkaar in een der kleine zijzalen, waar aan marmeren tafeltjes +gelegenheid tot soupeeren was. + +Zij zetten bedenkelijke gezichten en schudden de hoofden. + +Zij gaven Mr. Shaw volkomen gelijk en besloten, nauwkeurig te letten op +het spel van James Apsley en hem niet meer toe te staan, speelschulden +te maken, om hun andere leden voor verliezen te bewaren, als werkelijk +de firma insolvent zou worden verklaard. + +Intusschen had Mr. James nog een paar glazen cognac naar binnen +gespoeld. Hij was echter zoo kort aangebonden en onvriendelijk tegen +zijn vrienden, dat deze zich beleedigd terugtrokken. + +„Nu, hoe is het? Wij wachten hier nog steeds! Ik wil, ondanks al uw +onbeleefdheden, u deze kans nog geven. Va tout!” + +„Voor mijn part dan!” riep Apsley, bij voorbaat reeds genietend in het +vooruitzicht van zijn overwinning. Maar de kaarten, die hem in vroegere +dagen zoo dikwijls hadden gelokt, totdat hij reddeloos aan den +speelduivel was vervallen, zij lieten hem op dit oogenblik in den +steek. + +Onophoudelijk won Lister en toen het spel uit was, had de Amerikaan +honderd pond sterling op zijn kaarten staan. + +Mr. James veegde zich het zweet van het voorhoofd. Hij had nu op dezen +avond reeds de helft verspeeld van de 500 pond, die zijn vader hem had +gegeven, toen de 50,000 pond waren overgebracht naar de geheime kast +van de vrijgezellenkamers. + +Maar hij dacht er niet aan om op te houden, want hij wist immers, dat +in de kast van zijn vader zich een zeer groot bedrag bevond en dat hij +dus dit verlies gemakkelijk zou kunnen betalen. + +Ook twijfelde hij er niet aan, of zijn vader zou hem, al was het ook na +eenige verwijten te hebben geuit, het verloren bedrag wel teruggeven. + +Maar het hinderde hem, dat juist die Amerikaan alles had gewonnen en +hij zwoer zichzelf, hem zijn winst weer afhandig te maken. + +Hij keek echter verbaasd op, toen de Amerikaan zonder een spier van +zijn gelaat te vertrekken, kalm sprak: + +„Wilt gij uw geheele verlies met een enkelen slag terugwinnen? Hoeveel +staat er in de bank?” + +Apsley schrok, maar hij wilde dit niet laten merken. Een verraderlijke +uitdrukking kwam in zijn oogen. + +Zeker wilde deze dwaze Yankee nogmaals op dezelfde kaarten zetten! Dat +beteekende voor den bankhouder een bijna zekere winst. Deze gelegenheid +moest hij aangrijpen! + +„Hier liggen 150 pond”, sprak hij na vlug geteld te hebben en hij +haalde zijn laatste 100 pond uit den zak, welke hij erbij zette. + +„Nu staan er 250 pond op de bank”, vervolgde hij. + +„Apsley, zijt gij door den duivel bezeten?” riepen verscheiden stemmen. + +„Hij heeft de beste kansen!” riepen anderen. „Gij verliest, Mr. Shaw, +dat is zoo zeker als twee maal twee vier is.” + +„Va banque!” riep onder ademlooze stilte der aanwezigen, die zich nu om +de speeltafel verdrongen, Lord Lister. + +James trilde van opgewondenheid. + +Hij nam een glas cognac en dronk dat in een enkelen teug leeg. + +„Om ’s Hemels wil, Apsley!” vermaande hem een der bestuursleden, „drink +toch niet meer! Gij maakt u steeds meer opgewonden!” + +Maar de jonge man veegde zich het zweet van het voorhoofd. + +„Waarom ben ik zoo zenuwachtig?” vroeg hij zichzelf af, „ik heb toch de +meeste kans.” Wat hinderde hem in het ergste geval zulk een onbeduidend +verlies? + +Al meende de wereld ook, dat hun vermogen weg was, hij wist immers +beter! Zijn vader moest toch voor hem betalen. Wat had hij dus te +vreezen? + +„Ik geef u nogmaals kans om te winnen!” sprak de Amerikaan op ijskouden +toon. „Ik laat ook nu mijn inzet op dezelfde kaarten staan.” + +Van alle kanten hoorde men uitroepen van verbazing, en werden zelfs +weddenschappen aangegaan. + +Niemand geloofde aan het geluk van den Amerikaan. + +„Zooals gij wilt”, antwoordde Mr. James schouderophalend. + +Alle aanwezigen hadden opgehouden mee te spelen en keken vol spanning +naar den, zooals zij meenden, ongelijken strijd. + +Opnieuw schudde de bankhouder de kaarten en trok. + +Maar zijn aanvankelijke kalmte maakte plaats voor steeds grooter +opgewondenheid. De eene kaart na de andere viel bij het trekken weer +aan den kant van Lord Lister. + +De handen van James Apsley beefden toen hij Mr. Shaw de gewonnen 250 +pond toeschoof. + +Hij zocht gejaagd in den borstzak van zijn deftige, gekleede jas. Hij +haalde zijn portefeuille te voorschijn en opende die. + +Maar het gaf niets. Zij was leeg. Hij zocht ook in den anderen zak en +haalde er een groote enveloppe uit. Ook hierin bevond zich geen enkel +bankbiljet. + +Hij had alles verspeeld, de 500 pond waren naar den duivel. + +Opgewonden en bevend stak hij het couvert, waarin zich alleen een +manuscript op blauw papier bevond, weer bij zich. + +„Mr. Darley”, sprak hij tot een zijner vrienden, met wien hij zeer +intiem was, „ik zou nog een poging willen wagen, leen mij—!” + +„Ga naar huis, Apsley! Dat zal het beste voor u zijn! Ik heb weinig bij +mij!” + +„Mr. North, zoudt gij misschien zoo goed willen zijn—” + +„Het doet mij leed, Apsley, maar ik vind, dat gij heden, bij de +geruchten, welke in omloop zijn, beter hadt gedaan, niet te spelen. Wat +moeten uw schuldeischers daarvan denken!” + +Overal weigeringen! Hij gaf het op, en toch, welk een voldoening om +dezen Amerikaan toch nog weer te kunnen overwinnen! + +Haastig dronk hij nog een glas cognac en riep: + +„Mijn heeren, ik geef de bank over! Laat een ander zich in mijn plaats +met Mr. Shaw meten!” + +Lord Lister glimlachte. + +„Zoudt gij nog tegen mij willen spelen, Mr. Apsley? Nu, ik bega +misschien een domheid, maar ik wil u iets leenen. Misschien wint gij +juist daarmee, zooals meermalen gebeurt. + +„Maar na hetgeen mijnheer uw vader heden vertelde, zult gij begrijpen, +dat ik voor mijn geld eenig onderpand vraag”. + +„Hel en duivel, Sir. Twijfelt gij misschien aan mijn eerewoord?” + +„Dat niet, maar gij zoudt er morgen wel eens anders over kunnen denken +dan heden”, antwoordde Lister met nadruk. + +„Ja, ik zou alles weer van u willen terugwinnen, dat is mijn vurigste +wensch!” + +„Dat geloof ik! Mooi! Welk pand geeft gij?” + +„Wat wenscht gij? Horloge en ketting? Mijn ringen?” + +„Wat doe ik met dien rommel, als gij het geld niet teruggeeft? Neen, +het moet iets zijn, dat mij uw komst waarborgt. Hebt gij niets +dergelijks?” + +„Jawel, ouwe Yankee, ik heb hier iets! Maar ik moet het morgen kunnen +terughalen.” + +„Breng mij morgenochtend het geld en gij krijgt uw onderpand terug. Wat +is het?” + +Apsley dronk een glas champagne, zijn oogen waren met bloed beloopen. + +„Maar dat zeg ik je, Yankee, als ik je morgenochtend het geld breng en +je weigert mij de teruggave, dan schiet ik je neer als een hond. Bedenk +dat wel!” + +De president der Club legde zijn hand op den schouder van James Apsley. + +„Mr. Apsley, ik moet u verzoeken, u te matigen in uw uitdrukkingen en +geen bedreigingen te uiten tegen gasten der Club. Uw positie als lid +van deze Club is na alles, wat er is voorgevallen, niet al te zeker! +Gij gedraagt u heden, zooals dat een onzer leden onwaardig is.” + +„Als gij alle kletspraatjes gelooft! Ik onderhandel immers met Mr. +Shaw. Wat wilt gij eigenlijk?” + +„Hij is stomdronken! Men moet hem daarom iets vergeven bij zijn verlies +van hedenavond”, sprak de president, Lord Readen, tot den kassier van +de Club. „Maar neem de cognac weg, kellner!” + +Maar Mr. James verlangde dien sterken drank juist. Hij zag de karaf +wegbrengen en trok ze den kellner uit de hand. + +„Wat ga je doen, domkop? De cognac blijft hier! Dat is het beste, wat +er is!” + +Hij schonk zich een glaasje vol en dronk het leeg. + +Hierop waggelde hij naar den Amerikaan toe, hij trok het manuscript op +blauw papier uit zijn linkerborstzak en wierp het voor Mr. Shaw op de +groene tafel neer. + +„Wat is dat?” vroeg Lord Lister op ijskouden toon. + +„Dat zal ik u zeggen. Gij zult er wel niets van begrijpen, het is een +door mij gemaakt ontwerp voor het bouwen van een onderzeesche boot, dat +ik morgen op het Admiraliteitsgebouw moet bezorgen.” + +De aanwezigen spitsten de ooren. Dat had men niet gedacht van dezen +speler en zwierbol. + +Hij was wel scheepvaartkundig ingenieur, maar men had er niet veel +respect voor. + +Zou men zich zoo vergist hebben? + +Lord Lister glimlachte: het groote moment was gekomen! + +„En dit geniale ontwerp, dat van mij is en iets geheel nieuws brengt— +—Wat wilde ik zeggen? O ja! Dat zal ons verlies door dien vervloekten +Raffles spoedig weer vergoeden. + +„Wilt gij mij hierop 25 pond leenen?” + +Lister sloeg het manuscript open, om zich van den inhoud te overtuigen. + +Juist: teekeningen in witte lijnen op blauw papier en de technische +beschrijving. + +Hij stak het geniale ontwerp in zijn zak en wierp vijf biljetten van +vijf pond voor James op de groene tafel. + +„Morgen, of liever dezen ochtend, kunt gij het ontwerp terugkrijgen, +als gij mij het geld terugbrengt.” + +Lord Lister glimlachte. + +Intusschen had Mr. James de rest der cognac in een glas geschonken en +dit leeggedronken. Zijn oogen staarden zonder uitdrukking en het eerst +zoo zorgvuldig gepomadeerde haar zat slordig en liet het begin van een +kalen kop doorschemeren. + +Dikke zweetdroppelen parelden op zijn voorhoofd en slapen en zijn +trekken waren verwrongen. + +„Apsley ziet er afschuwelijk uit”, sprak de voorzitter tot zijn +vrienden, Mr. Darley en North. „Men moest hem beletten, door te +spelen!” + +„Dat ben ik volkomen met u eens, president!” sprak Darley ernstig. „Ik +zal— —” + +Maar reeds had Apsley de kaarten weer opgenomen en riep: + +„Ik houd de bank nogmaals! Wie zet?” + +Op een wenk van den president trokken zich de leden en geïntroduceerden +terug. Alleen Lord Lister sprak met onverstoorbare kalmte: + +„Als gij het inderdaad wenscht, Mr. Apsley, ben ik bereid, u revanche +te geven!” + +„Dat hoop ik, Mr. Shaw! Maar ik zie, dat gij nog maar alleen zijt. +Waarom dan al die drukte? Zwart voor u, rood voor mij! Wat het eerst +valt, wint!” + +„Zooals gij wilt, Mr. Apsley! Voor mijn part verliest gij de 25 pond +ook nog!” + +De geheele Club drong zich om de groene tafel, om dit roekelooze spel +gade te slaan. + +Apsley schudde, liet Mr. Shaw afnemen en wierp de eerste kaart neer: + +Hartenvrouw! + +Apsley had gewonnen! + +Onverschillig gaf Lister hem 5 biljetten en de belangstelling der +toeschouwers werd steeds grooter. + +„Datzelfde nogmaals!” riep de Amerikaan. + +„Va tout!” + +Bij die woorden legde hij tien biljetten van vijf pond voor zich neer. + +Toen Apsley weer de eerste kaart trok, was het klaveraas. Apsley had +alles verloren. Hij keek een oogenblik met zijn bloedbeloopen oogen +naar de vierkante gestalte van den Amerikaan, die de hem toegeschoven +biljetten kalm bij de zijne legde, als wilde hij zich op den Yankee +werpen. + +Zijn borst ging hijgend op en neer en hij moest zich aan de tafel +vasthouden. Zijn gedachten waren verward. + +„Hij mag niet zegevieren! Ik wil mij wreken! Ik wil hem geld en ontwerp +weer af winnen! De kaarten kunnen toch niet betooverd zijn! De +aanhouder wint!” + +„Mr. Shaw!” riep hij op luiden toon. + +Lister vroeg zich af, of hij nu niet heen zou gaan. Hij had het ontwerp +in zijn bezit. Hij was er zeker van, dat dit het rechtmatige eigendom +was van den ontwerper, Mr. Burton en dat Apsley het morgen niet zou +kunnen inwisselen. + +Mocht Apsley toch met het geld komen, dan kon hij altijd nog Scotland +Yard waarschuwen. + +„Mr. Shaw!” herhaalde de zoon van den reeder ongeduldig. + +„Wat wenscht gij nog? Ik zou denken, dat het tijd voor u was om naar +huis te gaan”, merkte Lister op. + +„Ik heb er nog zin in”, antwoordde de beschonkene. „Ik wil nog spelen! +Ik wil u uw geld weer afnemen en het manuscript ook!” + +„Dat wil ik wel gelooven! Maar daar is geld voor noodig” antwoordde de +Amerikaan koel. + +„Dat zult gij mij geven! Kellner, whisky!” + +„Ik zal mij wel in acht nemen, Mr. Apsley. Ik hoorde de verklaring van +uw vader omtrent de insolventie met mijn eigen ooren”, luidde Listers +antwoord. + +De kellner had de whiskyflesch op een tafeltje gezet en een glas +ingeschonken. Apsley nam het met sidderende hand op en dronk het leeg. + +„En gij zult mij toch geld geven, Mr. Shaw. Ik heb u mijn ontwerp voor +een onderzeesche boot verpand! Maar dat heeft voor mij niets te +beteekenen. Ik kan als uitvinder van dit plan elk oogenblik een geheel +ander, nog meer volkomen in elkaar zetten!” sprak Mr. Apsley bluffend, +terwijl hij, om op de been te blijven, nu eens voor- dan achteruit +liep. + +Hij verbeeldde zich misschien in zijn steeds duidelijker wordende +dronkenschap, de rechtmatige eigenaar van het ontwerp te zijn. + +„Wat geeft gij mij, als ik u het ontwerp verkoop?” + +Dit was den meesten aanwezigen toch te sterk. Zelfs zij, die zich eerst +hadden teruggetrokken om zijn lompe houding, kregen nu medelijden met +den beschonkene. + +„Apsley, zijt gij gek?” riep Mr. North. + +„Gij moet het ontwerp morgen immers hebben, wees toch verstandig!” riep +de voorzitter der Club. + +„Morgenmiddag is de inzending gesloten!” sprak Mr. Darley bezorgd. +„Latere inzending is onmogelijk.” + +Al deze heeren hadden natuurlijk niet het minste vermoeden, dat het +ontwerp van Mr. Burton was gestolen. + +Maar Apsley wees de welmeenende vrienden met een energische +handbeweging terug, hij hield zich aan de groene tafel vast en vroeg +met zware tong: + +„Wa—wat geeft gij mij voor het ontwerp, Mr. Shaw?” + +„Neemt hem rechts en links onder den arm!” beval de president. „Wij +mogen een dergelijke handelwijze niet dulden in onze Club.” + +Maar de beschonkene riep stotterend: + +„Dat is mijn zaak! Ik wil spelen! Ik wil toch eens zien— —” + +„Des menschen wil, des menschen leven!” citeerde Lord Lister +koelbloedig. „Daar is niets aan te doen, heeren. Laat hem zijn zin +volgen.” + +Hij haalde zijn portefeuille te voorschijn en nam er 1000 pond aan +bankpapier uit. + +„Hier zijn 1000 pond, Mr. Apsley”, riep hij den beschonkene toe. + +Hierop sprak Lister tot de leden der Club: + +„Heeren, overtuigt er u van, dat het bedrag juist is! Bij den toestand, +waarin zich mijn medespeler bevindt, is dat noodig!” + +„Dus gij neemt de 1000 pond en daarvoor is het ontwerp mijn eigendom!” +riep Lord Lister. + +„Top!” schreeuwde Apsley, die de banknoten met onvaste hand voor zich +neerlegde. + +„Hoe zullen wij spelen?” vroeg hij op heeschen toon. „Ik wil u het +ontwerp weer afwinnen en mijn geld erbij!” + +„Dat gaat nooit goed. Hij verliest dit geld ook nog. Mr. Shaw, neem gij +tenminste de bank. Hij kan de kaarten niet meer vasthouden.” + +Zoo spraken de toeschouwers door elkaar. + +„Als gij het wenscht, zal ik de bank nemen, Mr. Apsley. Het valt u +moeilijk om te schudden, dat zie ik wel. + +„Ik doe u het voorstel, in vijf keer, telkens voor tweehonderd pond, +het spel uit te maken. Ik heb er genoeg van, voortdurend met u alleen +te spelen.” + +„Dat vind ik goed. Dus gij neemt de bank.” + +Apsley kwam waggelend van achter de groene tafel naar voren. Maar hij +vergat niet, nog een glas whisky te nemen. De zoon van den reeder +geloofde met het idee fixe van dronken menschen, dat het geluk hem toch +nog toe zou lachen en dat het hem zou gelukken, alles terug te winnen. + +De beide eerste keeren won hij. Trots eischte hij nu ook verdere +revanche. + +Na het eind van de zevende taille echter waren de 1000 pond weer in het +bezit van Lord Lister, wien het blinde geluk den geheelen avond getrouw +bleef. + +Apsley staarde somber naar het bankpapier, dat Lord Lister met +stoïcijnsche kalmte weer in zijn portefeuille borg. + +Daarop haalde hij diep adem en mompelde, als versuft: + +„Alles weg, alles verloren!” + +Plotseling echter, bij het zien van de onverstoorbare kalmte van zijn +tegenstander, werd hij woedend. + +„Dat is niet eerlijk toegegaan! Er is hier een samenzwering tegen mij! +Vervloekte Amerikaan, je hebt mij bestolen, uitgeplunderd tot op het +hemd! Maar, schurk, ik zal je eens uit je onbeweeglijke kalmte +opwekken!” + +En nog voordat de verbaasde omstanders wisten, wat er gebeurde, had hij +een blinkende revolver uit zijn zak genomen en schoot die op Lord +Lister af. + +Deze had echter iets dergelijks verwacht en trad bliksemsnel op zij. +Doelloos kwam de kogel in den muur terecht. + +Nu echter verhief zich een ware storm van verontwaardiging onder de +leden en gasten der Club, die getuigen waren van dit tooneel. Niemand +van hen had echter zin om den woesteling beet te pakken. + +„Grijpt hem! Houdt hem vast!” riep de president. + +„Hij is totaal beschonken”, zuchtte Mr. North. + +„Dat zoo iets in onze Heerenclub kan passeeren!” weeklaagde de +voorzitter. + +Lister wilde zich op Apsley werpen, maar reeds was deze met dreigend +opgeheven revolver dwars door de zaal naar buiten gesneld. + +„Terug, jelui honden, als je leven je lief is!” riep hij, toen Lister +en andere heeren hem wilden volgen. + +Nog twee keer knalde een schot, maar omdat hij te dronken was om goed +te kunnen mikken vielen er geen dooden of gewonden in de speelzaal. + +„Vervloekte gauwdieven! Schurken! Gij heeren? Wat? Zakkenrollers en +dieven zijt gij!” + +Nogmaals schoot hij, zonder iets anders dan een grooten spiegel te +raken, vlak naast den voorzitter. Daarop opende hij de deur naar de +gang en wierp deze met een ruk in het slot. + +Een groote verwarring ontstond. Men riep om de politie en om Scotland +Yard. + +Slechts met moeite gelukte het Lord Lister, het woord te krijgen. + +„Heeren”, sprak hij, „laat den misdadiger aan zijn noodlot over, dat +hem spoedig genoeg zal treffen. + +„Gij hebt u heden misschien over mijn optreden en mijzelf verbaasd, +maar ik kwam hier met de bedoeling, het gestolen ontwerp voor een +onderzeesche boot te vinden en dit aan den ongelukkigen eigenaar en +uitvinder terug te kunnen geven. + +„Zooals gij hebt gezien, is mij dat gelukt.” + +Een algemeen bravo volgde. Allerlei vragen werden gedaan en men +bestormde Mr. Shaw om een nadere verklaring. + +„Ik kon al niet begrijpen, hoe dit lichtzinnige sujet een geniaal +ontwerp had uitgevonden,” merkte Mr. Darley op. + +Lister noemde den naam van Edward Burton als dien van den ontwerper en +nam, om verdere vragen te ontloopen, op beminnelijke wijze afscheid van +de heeren. + + + + + + + + +ACHTSTE HOOFDSTUK. + +APSLEY SENIOR EN JUNIOR. + + +De oude Mr. Apsley was ondertusschen weer tot zichzelve gekomen. Hij +was met moeite van den grond opgestaan en, na nog een wanhopigen blik +op de nog open staande kast met valsche bankbiljetten in de slaapkamer +te hebben geworpen, sloot hij de deur. + +Daarna had hij zich, met een bang gevoel voor de plaats des ongeluks, +naar de woonkamer gesleept, waar hij de verdwijning van zijn horloge en +van het meisje bemerkte. + +Hij nam hierop een flesch whisky uit het buffet, en schonk zich een +wijnglas vol, dat hij leeg dronk. + +Hierna begon hij zich beter te gevoelen. + +Hij ging in den hoek der sofa zitten, steunde zijn hoofd op zijn hand +en dacht na. + +Het was wel een ramp, die mooie 50.000 pond; al zijn spaarpenningen en +ontvangsten waren verdwenen. Iets van de geldswaardige papieren zou +misschien nog te redden zijn! + +„Maar per slot van rekening is het toch niet zoo erg; wij behouden toch +altijd nog het prachtige ontwerp. Morgen heeft de wedstrijd plaats, en +als mijn zoon of de firma Apsley & Co. den prijs wint, waaraan niet +valt te twijfelen, en ook met den bouw zelf wordt belast, zullen we dit +zware verlies spoedig genoeg weer te boven komen.” + +Met deze gedachte en vooruitzichten begon de reeder langzamerhand weer +moed te scheppen, en zijn werkkracht kwam opnieuw boven. + +Hoe meer hij over deze plannen nadacht, des te beter werd zijn humeur. + +Hij had de eerste neerslachtigheid al bijna geheel overwonnen, toen hij +iemand met zwaren tred en veel lawaai de trap hoorde opkomen. + +„Die moet flink wat naar binnen hebben gewerkt”, dacht hij bij +zichzelf, toen opeens de deur openging. + +Het was zijn zoon James. + +Maar hoe zag deze er uit! + +Den eleganten hoogen hoed had hij achter op zijn hoofd, en zijn donker +haar hing wild en verward op zijn voorhoofd. Zijn gelaat was krijtwit, +alleen de oogen gloeiden op onnatuurlijke wijze. + +Zijn dronkenschap scheen in de buitenlucht gedurende den tocht in de +auto nog toegenomen te zijn. Hij kon zich nauwelijks staande houden en +had moeite om zijn evenwicht te bewaren. + +„James, ongelukkige, wat zie jij er uit! In wat voor toestand verkeer +je? Och hemel, ook dat nog bij al het andere!” + +„Het geld is op, vader! Alleen het geluk was tegen me, anders zou ik +dien onbeschaamden Yankee toch nog gelegd hebben! + +„Kom, geef mij een whisky, vader, wees eens goed! En dan geld, nieuw +geld, dat is de hoofdzaak! + +„Is dat niet whi—whisky? Natuurlijk is het dat! Kom, ik heb een +afschuwelijken dorst, maar niet naar water.” + +„Je bent volslagen beschonken! Geen druppel krijg je meer!” + +Mr. Apsley nam gauw de flesch van tafel en sloot haar in het buffet. +Hij nam er een flesch sodawater uit en schonk daarmee een waterglas +vol. + +„Daar, lichtzinnig individu! Vooruit, drink! Ik wil het hebben.” + +James weerde eerst het onwelkome drankje af, doch toen zijn vader bleef +aandringen, nam hij het aan en slikte het met allerlei vreeselijke +grimassen naar binnen. + +„Ge hebt nu gezien, dat ik uw wil doe, voldoe nu ook aan mijn +verlangen! Geef mij geld, vader, veel geld! Ik verdwijn over den +grooten vijver.” + +„Onzin, James! Je hebt op ’t oogenblik je vijf zinnen niet bij elkaar. +Daar is geen sprake van! Jij moet werken. Het luie leventje, dat je tot +nu toe hebt geleid, moet thans ophouden. + +„In dit opzicht treft het nu bijzonder goed. Jij hebt het in je leven +altijd veel te gemakkelijk gehad, en ik was altijd te toegevend en gaf +je veel te veel geld, en altijd weer opnieuw. Dat was mijn fout, +waarvan ik nu spijt heb. + +„Maar dat moet nu ophouden, mijn jongen! En daar het niet anders kan, +zal het ook ophouden, en wel voor je eigen bestwil! We zullen allebei +flink gaan werken, om de geleden schade weer in te halen en ik hoop, +dat je me krachtig zult steunen en bijstaan en mij zult bewijzen, dat +je, ondanks alle lichtzinnigheid, een kern van de gelijkheid in je +hebt, en in waarheid mijn zoon bent.” + +„Werk? Neen, dierbare vader, daarvoor ben ik niet in de wieg gelegd. En +overigens moge de duivel mij halen, als ik ook maar een syllabe van uw +opbouwende zedepreek—louter nonsens, met uw verlof—begrijp! + +„We hebben immers geld genoeg, kunnen de andere menschen, de armen, de +hongerlijders, de dommen voor ons laten werken en zelf van het leven +genieten. + +„Dat is juist de kunst in het leven.” + +De reeder krabde zich bedenkelijk achter de ooren. + +„Mijn hemel, hij weet immers nog van niets! Dat vergat ik heelemaal! +Nu, dat zal een heele slag voor hem zijn, des te meer, nu hij van heden +af aan moet werken! En bij dit alles is hij nog dronken ook!” + +Hij slaagde er echter in, James de rest van het sodawater naar binnen +te laten werken. + +„Verduiveld!” zei James, wiens geest weer een beetje helder begon te +worden, zoodat hij zich bewust werd, dat hij zijn benarde positie aan +zichzelf had te wijten. „Ik moet weg! Ik moet geld hebben! Ik bezit +geen rooden duit meer! Alles verspeeld aan dien hond van een Yankee! + +„Allo, vader, geef mij zooveel, dat ik zoodra mogelijk weg kan over den +Atlantischen Oceaan, voordat het te laat is!” + +„Hij is nog totaal dronken!” mompelde de reeder bezorgd. „James, wat +praat je toch voor wartaal! Kom eens tot jezelf, mijn jongen! Ik +vergeef je immers alles en wil ook niet met je twisten. Maar dat moet +in de toekomst geheel ophouden. Van heden af aan. Beloof je me dat? + +„Kijk eens naar Mr. Edward, hoe die gewerkt heeft dag en nacht! Het +doet mij bijna leed, dat hij door ons toedoen niet de vruchten zal +plukken van zijn vlijt. Doch ieder is zichzelf het naast! Misschien +kunnen we ons later met hem associeeren!— + +„Niet waar, ik kan erop vertrouwen, James, dat je mij in onzen nieuwen +strijd om het bestaan trouw ter zijde zult staan?” + +„Dat is louter onzin, vader, wat ge praat! Ik moet weg!” + +Hij keek schuw naar de deur, of de menschen van Scotland Yard soms al +achter hem stonden. + +Het begon hem nu duidelijk te worden, dat hij in de Heerenclub een +vreeselijke domheid had begaan, om het niet erger te noemen. + +De reeder keek hem aandachtig aan, en haalde de schouders op, daar hij +zijn dwaas gepraat toeschreef aan dronkenschap. + +Doch James werd nu door eene zenuwachtige onrust bevangen. Hij wilde +zich in veiligheid brengen. + +„Kom, vader, ik heb alles verspeeld! Ik moet geld hebben! Ik moet weg! +Hoort gij niet? Geef mij toch zooveel, dat ik voldoende heb voor den +overtocht, geef mij tienduizend uit de geheime bergplaats daar binnen! +Verder zal ik geen aanspraak op iets maken.” + +„Uit de kast, jawel!” lachte de reeder hoonend. „Leg je schuldeischers, +als je ze hebt, maar op andere manier het zwijgen op. Geld kan ik je +niet meer geven!—Het geld is weg—is verdwenen!” + +De zoon barstte in een luid gelach los. + +„Ik zal er niet invliegen! Neen, zoo dom is uw zoon niet, vader! + +„Tracht dat een ander wijs te maken. Natuurlijk, ge wilt mij niets +geven, omdat ik dronken ben! Doch ik ben nu weer helder van geest! Ik +weet alles! Ik moet het hebben! Heusch! + +„Ik heb een domme streek uitgehaald! Doch ik was woedend, omdat ze mij +zoo leeggeplunderd hadden, en toen heb ik op den bankhouder, dien +vervloekten Yankee, Mr. Shaw, geschoten, en ik geloof, dat ik hem zijn +winst betaald gezet heb, en dat ik ook van de andere schurken een paar +gebrandmerkt heb.” + +Bij deze woorden wierp James zijn revolver op tafel, waarop zich nog +twee of drie patronen bevonden. + +„Die heeft mij op de schurkenbende gewroken! En het doet mij ook in ’t +geheel geen leed voor de schelmen! + +„Maar ziet ge, ik moet weg, snel weg, als de fameuze kapitein Baxter en +de gevaarlijke „vloo” me niet zullen pakken. Daarvoor echter heb ik +geld noodig, vader, veel geld!” + +De reeder sloeg de handen ineen over deze onthullingen. + +„Waanzinnige”, weeklaagde hij, „jij bent niet te helpen! Vlucht in ’s +hemelsnaam, als je iemand doodgeschoten hebt!” + +„Ja, ik wensch niets liever dan dat. Maar daar heb ik juist geld voor +noodig, hoe meer, hoe beter!” + +„Als ik je toch zeg, dat ik geen geld heb”, jammerde de oude Apsley +handenwringend. + +„Och, wat, gij zoudt geen geld hebben! We hebben toch eerst vanavond de +vijftigduizend pond hierheen in veiligheid gebracht!” + +„Maar zij zijn weg”, antwoordde zijn vader hem. „Zij zijn er niet meer. +Daar is niets meer aan te doen!” + +„Maar, vader, waar hebt ge ze dan?” vroeg James ongeloovig en mompelde +in zichzelf: „Hij wil het me maar niet zeggen.” + +„Een ellendige geschiedenis”, sprak de reeder, die de zaak voor +zichzelf gewikt en gewogen had. „James, James, wat haal jij voor dingen +uit! Maar we zullen alles wel weer in het goede spoor brengen! + +„Ondertusschen moet jij je verborgen houden. We zullen wel overleggen. +Al moeten we nu ook opnieuw beginnen, dat is niets, ik ben ertoe +besloten. Ik laat mij niet ten onder brengen. Wij zullen de +vijftigduizend pond terug zien te krijgen.” + +„Alsof ze inderdaad weg waren!” viel James spottend in de rede. + +„Ze zijn weg”, ging de reeder voort met een angstig gelaat. „Maar we +hebben immers het geniale plan van Mr. Burton, en dat zal ons weer van +deze schipbreuk redden. En spoedig zullen we er beter voorstaan dan +ooit te voren. + +„Natuurlijk kan jij er onder deze omstandigheden niet aan denken, het +ontwerp hedenvoormiddag persoonlijk in te leveren. Dat spreekt vanzelf! +Geef mij dus het plan, ik zal het bezorgen! Hedenvoormiddag wordt de +inschrijving voor den wedstrijd gesloten! En dan zullen we verder +overleg plegen!— — + +„Onze geheele toekomst hangt nu af van het prachtige ontwerp!” + +De jonge Apsley kreeg bij deze woorden van zijn vader toch een gevoel +van verlegenheid en schaamte over zich. Hij ergerde zich nu zelf over +zijn grenzenlooze lichtzinnigheid en dwaasheid. + +Hij trachtte echter dit gevoel van zich af te schudden en verborg zijn +schaamte achter een voorgewende driestheid. + +„Ik heb het ontwerp niet meer”, zei hij ronduit. + +De reeder keek hem sprakeloos aan. Hij kon het niet gelooven. + +„Wat?” vroeg hij, „heb je het ontwerp niet meer? Dat is onmogelijk!” + +James trad naderbij. + +„Neen, het is helaas zoo! Maar laten we daar geen woorden over +verspelen. Wat gebeurd is, is niet meer goed te maken. Ik heb het in +mijn speelwoede verpand, verkocht en het geld—nu, dat is ook al naar +den duivel.” + +„Jij, schurk!” schreeuwde de reeder, door ontzetting aangegrepen. + +„Is dat waar?” + +Zijn borst ging zwaar op en neer en zijn hart klopte luid. + +„Hahaha!” lachte zijn zoon boosaardig. „Kostelijk, hij noemt mij schurk +om het ontwerp, dat hij zelf stal! + +„Maar wees goed op me, vader, kom, geef mij het geld!—Ik zal bescheiden +zijn. Geef mij een vijfde, tienduizend pond, en ik zal voor altijd +bevredigd zijn.” + +De reeder zuchtte diep en greep zijn hoofd met beide handen vast. Toen +begon hij heesch te lachen. + +„Nietswaardige, dat is het einde van alles!” + +Met één greep richtte hij de op tafel blinkende revolver van zijn zoon +op zichzelf. + +Een schot knalde, en James Apsley’s vader stortte met bebloed gelaat +voor zijn zoon op het tapijt neer. + +James sprong in den eersten schrik een paar passen achteruit. Spoedig +echter kreeg de zelfzucht de overhand. + +„Die oude gek!” mompelde de liefdevolle zoon. „Hoe kon dat gestolen +ontwerp hem toch tot zoo’n wanhopige daad voeren? + +„Enfin, des te beter! De heele vijftigduizend voor mij! +Dadelijk—onmiddellijk zal ik verdwijnen. Misschien zoekt Scotland Yard +mij al! Ik geloof weliswaar niet, dat ik iemand trof, doch wie weet! De +duivel kan bij het schieten in het spel geweest zijn! Het was stom van +me, dat is waar! Doch wie kan zich beheerschen, wanneer zelfs de +laatste shilling in den wijden zak verdwijnt van dien vervloekten +Yankee, die daarbij geen spiertje van zijn gelaat vertrekt.” + +Met begeerigen blik en verwrongen gelaat snelde de nog sterk +beschonkene met wankelende schreden naar de slaapkamer van zijn vader, +waar hij wist, dat de vijftigduizend pond bewaard werden. + +Met één draai ontstak hij het electrisch licht en ging naar het geheime +kastje in den muur. De sleutelbos van zijn vader stak in het slot, +hetgeen hem eenigszins verwonderde. Snel sloot hij de deur open. + +„Nu, zei ik het niet”, lachte hij hoonend bij den aanblik van de pakjes +bankbiljetten. + +„Het is inderdaad zeer voorkomend van den oude mij zoo onverwacht in de +aangename positie van den lachenden erfgenaam te verplaatsen.” + +Hij haalde den koffer wat dichterbij, waarin zij beiden de +vijftigduizend pond hadden meegenomen en nam het eerste pakje uit een +der vakjes te voorschijn. + +Zijn oogen werden echter onnatuurlijk groot. Hij ging met het bundeltje +bij het electrisch licht, om beter te kunnen zien. + +Zijn zoowel door de zaak als door hazardspel geoefend oog herkende, in +weerwil van zijn dronkenschap, de vervalsching. + +Hij bekeek het een na het ander alle papieren van het pakket en +slingerde ze met kracht op den grond. + +Daarop ging hij naar de kast en keek ook de overige pakketten door. +Dikke zweetdruppels stonden hem op het voorhoofd. + +„Alles valsch!—Wat beteekent dat?” fluisterde hij. + +De dronkenschap scheen opeens verdwenen te zijn. In plaats van de +rozenroode sluiers van de door den roes opdoemende droombeelden zag hij +plotseling de naakte, grijze werkelijkheid. + +Hij rilde ervan.— + +Daarop snelde hij naar het woonvertrek. + +„Alles—alles voorbij! En hij”, steunde hij met den blik op het met +bloed bedekte lijk van zijn vader op het tapijt gericht, „hij—wist +het!” + +Met een gevoel van nijd in zich rukte hij uit de koude hand van den +doode de nog een of twee kogels bevattende revolver. + +Hij plaatste haar stevig tegen de slapen, en bij het knallen van het +schot zonk, over het lijk van zijn vader heen, ook de zoon met +verpletterden schedel op den grond. + + + + + + + + +NEGENDE HOOFDSTUK. + +DE HOOP VAN DEN KAPITEIN VAN POLITIE NIET VERWEZENLIJKT. + + +De kapitein van politie Baxter had het privé-kantoor der firma Apsley & +Co., na de inbraak door Lord Lister, alias Mr. Shaw, verlaten, ten +einde een razzia te houden in de Zuidoostelijke stadsgedeelten van +Londen. + +Hij had niet de zuivere, ten minste niet de geheele waarheid gesproken. + +Zulk een razzia toch was reeds van de zijde van andere detectives van +Scotland Yard in vollen gang. Hij zelf echter, met zijn speciale +ondergeschikten Tyler en Marholm, was van plan, de aanwijzingen van den +jongen Apsley te volgen en den vervalscher der bankbiljetten, den +schilder Mr. Gower, te overvallen, mee te nemen en in hechtenis te +brengen. + + + +Mr. Gower liep in zijn atelier, met grootendeels onomlijste +schilderijen en kopergravures versierd, onrustig op en neer en rookte +een sigaret. Op een teekentafel lagen de voor het kopergraveeren +benoodigde werktuigen, graveerstift, schaaf en polijststaal, benevens +een begonnen plaat. Op een piedestal op den achtergrond schitterde de +half-voltooide karakterkop van een apostel. + +De kunstenaar echter, die slechts zelden bij electrisch licht werkte, +had er dezen avond niet den minsten lust toe. + +Steeds weer moest hij er aan terugdenken, dat hij door nood gedrongen, +op een zwak oogenblik, aan zijn clubgenoot James Apsley een valsch +bankbiljet te wisselen had gegeven, dat nog in diens handen was en dat +deze de teruggave geweigerd had, ofschoon de kunstenaar hem het volle +bedrag en zelfs meer had geboden. + +De kunstenaar had een zijde van de bankbiljetten eenigen tijd geleden +klaar gemaakt voor een Londensche firma, die de keerzijde wenschte te +gebruiken om haar fabrikaten op humoristische wijze aan te prijzen. + +De biljetten waren echter zoo volkomen gelijkend uitgevallen, dat de +firma vreesde daardoor in conflict met de wet te komen en per slot van +rekening haar geheele plan opgaf. + +De schilder had nu de reeds gemaakte afdrukken voor zich liggen. Meer +gedreven door nieuwsgierigheid dan door hebzucht of met het doel om te +vervalschen, had hij de rugzijde ook nagestoken en achter op de gereed +zijnde biljetten afgedrukt. + +Hij was zelf verbaasd over de gelijkenis met de echte bankbiljetten, +had echter de pakjes weggesloten en bijna vergeten, totdat een +plotselinge geldnood hem eraan herinnerde. + +James Apsley had hem in zijn atelier opgezocht, om een historisch +schilderij van den kunstenaar te bezichtigen, voordat dit naar de +............expositie ging, waar het als „Messalina’s dood” veel van +zich deed spreken. + +Het was bij deze gelegenheid, dat Gower noodgedwongen het biljet van +vijftig pond uit een ouden stoel bij het atelierraam op den achtergrond +te voorschijn had gehaald en Mr. Apsley verzocht de banknoot voor hem +te wisselen. + +Hij had weliswaar gevreesd, dat de met alle geldsoorten goed bekende +zoon van den reeder dadelijk de vervalsching zou bemerken, in welk +geval hij hem zou vertellen, hoe hij tot dezen arbeid was gekomen en +hoe hij erover dacht, kortom, dat hij zich slechts een grap had +veroorloofd. + +Toen evenwel Apsley, die de vervalsching dadelijk had ontdekt, zich +niet in dien geest uitliet, doch zonder bedenking de banknoot wisselde, +had hij in zijn benarde positie de zwakheid om te zwijgen en de som, +hoewel zijn geweten hem erg knaagde, aan te nemen. + +Reeds een paar dagen later was hij in het bezit van een beduidende som +gelds, daar zijn schilderij „Messalina’s dood”, nauwelijks +tentoongesteld, een kooper had gevonden. + +Zijn eerste gang was naar Apsley geweest. + +Daar hij hem niet thuis trof, had hij hem in de Heerenclub opgezocht, +alwaar de bespreking had plaats gehad, die Lord Lister had +afgeluisterd. + +Door de onthulling van het ware karakter van Apsley en het in hem +opgewekte medegevoel voor den kunstenaar nam Lister het besluit +tusschenbeide te komen. + +Onrustig liep Mr. Gower zijn atelier op en neer. De weigering van James +Apsley om hem het biljet terug te geven en de daaruit blijkende +vijandelijke gezindheid en slechte bedoeling maakten hem zeer bezorgd. + +Hij was beslist van plan om in de eerstvolgende dagen alle nagemaakte +bankbiljetten aan het vuur prijs te geven. + +Steeds weer stelde het hem eenigszins gerust, dat zelfs in het ergste +geval wel niemand op de gedachte zou komen, dat zij in den ouden, +uitgesneden stoel waren verborgen, die bovendien nog alleen door een +moeilijk te vinden veer was open te krijgen. + +Op dit oogenblik werd er geklopt en nadat de schilder „binnen!” had +geroepen, trad eerst de kapitein van politie Baxter en achter hem de +detectives Tyler en de „Vloo” binnen. + +De kunstenaar verbleekte bij het zien van de hem bekende beambten van +Scotland Yard. + +„Wat verschaft mij de eer, meneer de kapitein van politie?” vroeg hij +met voorgewende kalmte. + +„Nu, Mr. Gower, wanneer ge dat nog niet weet, zult gij het spoedig +hooren. Wij komen om uwe schilderijen te bekijken. Het is alleen nog +maar de vraag, welke!” + +De hoop, dat de detectives de schuilplaats niet zouden vinden, gaf den +schilder kracht. + +„Ik heb mij niets te verwijten! Hier moet een vergissing in het spel +zijn, meneer de kapitein van politie”. + +Baxter haalde de schouders op. + +„Dat zegt iedereen natuurlijk. Maar de zeer juiste aanwijzingen, die ik +heb, laten geen twijfel over. + +„Ik moet u verzoeken geen pogingen te doen om te ontvluchten, zoolang +ons onderzoek nog niet is afgeloopen! + +„Het resultaat zal beslissend zijn! + +„Neemt u hier plaats en verroer u niet. + +„Tyler, gij blijft borg voor Mr. Gower!” + +Als een gebroken man zonk de kunstenaar op den stoel neer voor zijn +koperplaat en steunde zijn hoofd in zijn rechterhand. + +Diep ongelukkig mompelde hij: + +„O, wat een schande! O, wat een schande!” + +Nog grooter werd zijn schrik, toen hij zag, dat de kapitein van politie +en de vloo, zonder zich met eenig nader onderzoek bezig te houden, het +piedestal met het apostel-beeld voorbij gingen en regelrecht op den +stoel bij het achterste atelier-raam toe liepen. + +„Dat daar is een gesneden stoel, kapitein!” zei de vloo. „Die zal het +zijn! Nu zullen we eens zien, of we de veer kunnen vinden. + +„Het zou jammer zijn van het kostbare stuk, wanneer wij het moesten +openbreken!” + +„Kostbaar? Bah, dan heb ik wel eens wat kostbaarders gezien!” + +„Waarom niet? Het is toch een echt antiek stuk, misschien wel zes- of +zeven honderd jaar oud.” + +„Och praat toch niet. In dien tijd kende men toch zeker nog geen +geheime bergplaatsen!” + +„Dat is nog de vraag”, gaf de vloo ten antwoord. + +Dadelijk daarop riep hij triomfanteljk, zoodat het den schilder als een +doodsoordeel in de ooren klonk: + +„Ik heb de veer! Kijk, daar is de knop, het is snijwerk!” + +Gower zou het liefst door den grond zijn gezonken van schaamte en +ellende. + +Door den druk van Marholm was de stoel opengesprongen en de beide +detectives keken elkaar zeer verbaasd aan. + +„Wel verduiveld, wat is dat nu? De stoel is immers leeg? Wat beteekent +dat?” ging de kapitein van politie te keer. + +De schilder dacht te hebben misverstaan. Een gevoel van geluk kwam in +eens over hem. + +„Hier, kapitein, heb ik een zwaar couvert aan het adres van Mr. Gower. +Er schijnt geld in te zijn. Misschien geeft dat opheldering.” + +„Neen, dat klopt al niet! Volgens de ons verstrekte gegevens moest de +stoel bijna geheel met valsche bankbiljetten gevuld zijn. + +„Wat kan zich nu in dat couvert bevinden? Het schijnt mij bovendien toe +metaalgeld te zijn!” + +Nadat de beide detectives den stoel nog zoo nauwkeurig mogelijk hadden +onderzocht en zich hadden overtuigd, dat er behalve het couvert niets +in was en in kon zijn, lieten ze hem weer dicht vallen en kwamen met +den briefomslag naar Mr. Gower toe. + +„Ik vraag u excuus, Mr. Gower. De ons gedane aanwijzingen zijn onjuist +gebleken. + +„Het was echter onze plicht een onderzoek in te stellen. Hier is echter +nog een aan u geadresseerd, gesloten couvert. Gij weet natuurlijk wat +er in is?” + +„Geen flauw vermoeden”, antwoordde de kunstenaar overeenkomstig de +waarheid. + +„Dat is toch zonderling! Er is hard geld in”, sprak Baxter. + +„Dan moet ik u toch verzoeken, het couvert in ons bijzijn open te +maken”. + +Mr. Gower werd opnieuw opgewonden. Hij dacht aan dat eene, door hem +uitgegeven bankbiljet. + +Toen hij echter het couvert had opengesneden, rolden er 25 goudstukken +uit, terwijl hij een schrijven openvouwde, dat hij met blijde verbazing +las. + +Het luidde: + + + „Geachte Meester! + + Vergeefs hier op u wachtend met het doel u een portretschildering + op te dragen, ontdekte ik het geheim van den stoel en veroorloofde + mij, hieraan bijgaand voorschot op het aanstaand meesterwerk van uw + penseel toe te vertrouwen, zeer benieuwd, of en zoo ja, op welke + wijze gij dezen brief, ontdekken zult. + + Met verzoek de grap goed op te nemen, + + Iemand, dien gij spoedig zult leeren kennen.” + + +Gower liet het couvert zien. Verder bevatte het niets. + +De drie detectives stonden sprakeloos. + +„Dat is heel aardig”, zei kapitein Baxter erg bedaard. „Ik wou, dat ik +ook zulke onbekende vrienden had!” + +„Nu en of”, ging de vloo verder, „vijf-en-twintig sovereigns is geen +kinderspel, en dat heet nog maar een voorschot. Gij moet wel reusachtig +veel verdienen! + +„Ik zou wel eens willen weten, hoe lang dat daar al in ligt”. + +Mr. Gower haalde de schouders op. + +„Een datum is in het beleefde briefje niet aangegeven. Dat kan er wel +al lang in liggen”. + +„Welnu, meneer Gower, neem ons niet kwalijk. Dergelijke onaangename +plichten brengt ons beroep nu eenmaal mee. + +„In elk geval zijt gij volkomen in ’t gelijk gesteld. Met den aangever +hebben we nog een appeltje te schillen. + +„Wil ons dus verontschuldigen en vaarwel.” + +„Adieu, heeren!” + +De drie detectives van Scotland Yard hadden geen gelukkigen dag. + +Als drie natte poedels dropen ze af en aanvaardden den terugtocht. + +Mr. Gower evenwel sloeg van blijdschap de handen ineen, nu de storm zoo +kalm over zijn hoofd was heengegaan, en dacht ontroerd aan den +onbekenden vriend, aan wien hij zijn redding had te danken. + + + +Toen Lord Lister uit de club op zijn villa terugkwam, vond hij zijn +trouwen Charly, in weerwil van het vergevorderd uur, nog bezig aan zijn +aeronautischen arbeid. + +De luchtschip-techniek was Charly’s stokpaardje en ze zou hem nog +dikwijls te pas komen. + +„Arme kerel”, sprak Lister vol medelijden, „hij heeft zijn hoofd niet +durven neerleggen uit zorg voor onze schatten! + +„Dat is de vloek van het goud, Charly! + +„Men kan het draaien zooals men wil, het hebben of niet hebben baart +den mensch veel zorgen! + +„Doch genoeg over levenswijsheid! + +„Wij kunnen helaas nog niet naar bed gaan, want je moet nog eenmaal op +onderzoek uit!” + +„Ik ben bereid, Edward.” + +„Ik stel er namelijk veel belang in om te weten, of de verwisseling der +bankbiljetten in de ......street al ontdekt is!” + +„In welke gedaante?” + +„Als Mr. Shaw! Bedenk wel, dat de fameuze kapitein van politie een +tamelijk scherp oog heeft; nog daargelaten de in dit opzicht zeer +begaafde vloo. + +„Laat je nachtauto tegenover het garçonlogis van Apsley wachten, blijf +erin, totdat Scotland Yard wegtrekt, of totdat er leven komt in het +huis, en vraag naar het voorgevallene alsof je juist voorbij kwaamt!” + +„Goed”, antwoordde Charly, die reeds voor den spiegel stond om zich een +echt Amerikaansch aanzien te geven. + +In korten tijd was hij weer de elegante, jonge Mr. Robert Benting-Shaw +uit Chicago. + +Hij drukte Lord Lister de hand en ging haastig weg. + +Lister stak een sigaret op en liep peinzend heen en weer. + +Daarop nam hij een deel van Shakespeare’s meesterwerken van de plank en +verdiepte zich in zijn prachtige comedie „Cymbeline”. + +Eindelijk kwam Charly opgewonden en ontdaan terug en deelde mede, dat +zooeven, opgebeld door de bewoners van het huis, Scotland Yard was +aangekomen en de lijken der beide heeren Apsley in de +vrijgezellenwoning van den vader had gevonden. + +„Blijf hier, Charly, en zorg voor koffie. Het is bijna morgen. Ik ga +erheen en wil zelf hooren en zien, wat er gebeurd is. Ik zal niet lang +wegblijven!” + +De dikke Amerikaan werd op de plaats van het ongeval door de beambten +van Scotland Yard als een oude kennis met vreugde begroet. Vooral +Baxter was niet weinig gevleid, dat de wereldberoemde milliardair zoo +druk met hem omging. + +De beide lijken lagen nog, zooals men ze had gevonden, vader en zoon +over elkaar uitgestrekt. + +Terwijl de beambten de slaapkamer doorzochten en bij de ontdekking van +de kast in den muur luide uitroepen van verbazing en verontwaardiging +slaakten, stond Lord Lister met over elkaar geslagen armen in de +huiskamer en keek met ernstig gelaat naar het tweetal, dat zichzelf had +gestraft. + +Al waren het ook schurken en al hadden zij ook een moord op hun geweten +genomen, om geen getuige tegen zich te hebben, hun dood had hij toch +niet gewenscht. + +Daar trad, blijkbaar zeer opgewonden, kapitein Baxter de kamer binnen. + +„Wat is er, Mr. Baxter? Wat maakt u zoo nerveus? Hoe verklaart gij deze +aangelegenheid, die mij zoo onbegrijpelijk mogelijk is? Wat een +vreeselijk geval!” + +„De verklaring is heel eenvoudig”, antwoordde Baxter met +zelfvoldoening. + +„Ik wil geheel in het midden laten, of hier een moord of een dubbele +zelfmoord is gepleegd, daar de schoten uit dezelfde revolver kwamen. + +„Ik denk aan dubbelen zelfmoord. + +„De beide heeren Apsley zijn ontmaskerd als de uitgevers van de in +omloop zijnde valsche bankbiljetten. Daar binnen, in de slaapkamer, +bevindt zich een geheime muurkast, die geheel gevuld is met valsche +biljetten van vijf, tien en vijftig pond. Tyler en Marholm zijn juist +bezig het bedrag te tellen.” + +„De beide heeren Apsley vervalschers van bankpapier? Maar waarom hebben +zij elkaar dan om het leven gebracht?” vroeg Lord Lister. + +„Valsch papiergeld tot zulk een hoog bedrag”, antwoordde Baxter met een +gewichtig gelaat, „kan alleen bij hooge bedragen met echt papier mee +gesmokkeld worden. En daar de heeren Apsley door de inbraak in hun +kantoor hun geheele vermogen hebben verloren, zagen zij geen kans, het +valsche papier ooit te kunnen uitgeven. Daar zij door den diefstal van +Raffles alles kwijt waren, zochten zij te zamen den dood. Wat zegt gij +van deze verklaring?” + +„Die is zeer aannemelijk, kapitein. Wel, wel, wat hebt gij een gave om +te combineeren! Bewonderenswaardig!” + +„O, Mr. Shaw, gij maakt mij verlegen”, antwoordde Baxter gevleid. „Wat +mij het meest ergert is, dat deze jonge schurk hier op den grond—die +zichzelf nu heeft gestraft—den moed had om Scotland Yard leugenachtige +mededeelingen te doen omtrent een eerlijk man, terwijl hij zelf de +vervalscher was.” + +Lister gaf hem gelijk, hoewel het hem moeite kostte niet te +schaterlachen.— — — + +Toen Lord Lister in de villa terugkeerde, had Charly intusschen +heerlijke koffie gezet en de versche broodjes aangenomen van den +bakkersjongen. + +„Nu, mijn beste jongen”, sprak Lord Lister, een fijne sigaret +aanstekend, „laat ons nu allereerst eens zorgen voor het geluk van een +jong paar. + +„Neem het geniale plan van den ingenieur Burton en bezorg het, vermomd +als boodschapsjongen, met een begeleidend briefje van mij aan Miss +Betty Robertson, de bruid van den ingenieur. + +„Zij heeft nog tijd genoeg om het ontwerp aan haar verloofde ter hand +te stellen, opdat hij aan den wedstrijd kan deelnemen.”— — — + +Reeds vroeg in den morgen had ingenieur Burton zich naar het +Admiraliteitsgebouw begeven, waar in twee zalen de wedstrijd om tien +uur zou worden geopend. + +Hij was in zijn verdriet eigenlijk alleen gegaan om te zien of zijn +ontwerp niet door een ongerechtigde werd ingeleverd. + +Maar hij had alle hoop reeds opgegeven. + +Daar verschenen, bijna op het laatste oogenblik, twee dames in de +deuropening en hij hoorde door een bekende stem zijn naam roepen. + +Toen hij omkeek, zag hij naast een kennis zijn bruid staan, die een +blauw papier in de hoogte hield. + +Burton uitte een jubelkreet en vloog haar tegemoet. Het ontwerp was +terug en hij kon het nog tijdig inleveren. + +Daar er weinig ontwerpen ingekomen waren over dit zoo uiterst moeilijke +onderwerp, werd reeds na anderhalf uur door de jury beslist, dat +Burton’s plan als verreweg het beste met den prijs was bekroond en ter +uitvoering was aangenomen, welke hem eveneens was opgedragen. + +Toen de uitspraak bekend werd kwamen juist Lister en Charly nader om +naar den stand der zaken te informeeren. De groote onbekende kocht, in +zijn rol van den milliardair Shaw de nu stilstaande werken der firma +Apsley en stelde deze ter beschikking van den jongen ingenieur. + +Hierop reed het gezelschap per auto naar den schilder Gower om +verschillende bestellingen voor portretten te doen. + +Mr. Gower drukte Lord Lister onophoudelijk vol dankbaarheid de handen, +en toen het gezelschap zich in het atelier had verspreid, riep Lister +den kunstenaar apart en toonde hem een biljet van vijftig pond, dat +deze maar al te goed herkende. + +Lister streek een lucifer aan en verbrandde het voor zijn oogen. + +Mr. Gower kon van ontroering niet spreken, want eerst nu was hij weer +gerust. + +Het is waarschijnlijk, dat het door „Mr. Shaw” bestelde portret een +meesterstuk zal worden, evenals het model voor een Engelsche +onderzeesche boot van Mr. Burton. + + + + + + + + + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78338 *** diff --git a/78338-h/78338-h.htm b/78338-h/78338-h.htm new file mode 100644 index 0000000..80d9b8d --- /dev/null +++ b/78338-h/78338-h.htm @@ -0,0 +1,4412 @@ +<!DOCTYPE HTML> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2026-04-01T20:37:27Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> +<html lang="nl"> +<head> +<title>Lord Lister No. 42: Ongewenschte wraak | Project Gutenberg</title> +<meta charset="utf-8"> +<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> +<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1920)"> +<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> +<link rel="coverpage" href="images/lordlister0042-front.jpg"> +<link rel="icon" href="images/lordlister0042-front.jpg" type="image/x-cover"> +<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 42: Ongewenschte wraak"> +<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1920)"> +<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> +<meta name="DC.Contributor" content="Alfred Gustav Christian Roloff (1879–1951)"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<meta name="DC.Format" content="text/html"> +<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> +<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals"> +<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals"> +<style> /* <![CDATA[ */ +html { +line-height: 1.3; +} +body { +margin: 0; +} +main { +display: block; +} +h1 { +font-size: 2em; +margin: 0.67em 0; +} +hr { +height: 0; +overflow: visible; +} +pre { +font-family: monospace; +font-size: 1em; +} +a { +background-color: transparent; +} +abbr[title] { +border-bottom: none; +text-decoration: underline; +} +b, strong { +font-weight: bolder; +} +code, kbd, samp { +font-family: monospace; +font-size: 1em; +} +small { +font-size: 80%; +} +sub, sup { +font-size: 67%; +line-height: 0; +position: relative; +vertical-align: baseline; +} +sub { +bottom: -0.25em; +} +sup { +top: -0.5em; +} +img { +border-style: none; +} +body { +font-family: serif; +font-size: 100%; +text-align: left; +margin-top: 2.4em; +} +div.front, div.body { +margin-bottom: 7.2em; +} +div.back { +margin-bottom: 2.4em; +} +.div0 { +margin-top: 7.2em; +margin-bottom: 7.2em; +} +.div1 { +margin-top: 5.6em; +margin-bottom: 5.6em; +} +.div2 { +margin-top: 4.8em; +margin-bottom: 4.8em; +} +.div3 { +margin-top: 3.6em; +margin-bottom: 3.6em; +} +.div4 { +margin-top: 2.4em; +margin-bottom: 2.4em; +} +.div5, .div6, .div7 { +margin-top: 1.44em; +margin-bottom: 1.44em; +} +.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, +.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { +margin-bottom: 0; +} +blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, +.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { +margin-top: 0; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .h3 { +font-size: 1.2em; +} +h3.label { +font-size: 1em; +margin-bottom: 0; +} +h4, .h4 { +font-size: 1em; +} +.alignleft { +text-align: left; +} +.alignright { +text-align: right; +} +.alignblock { +text-align: justify; +} +p.tb, hr.tb, .par.tb, li.tb { +margin: 1.6em auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { +font-size: 0.9em; +text-indent: 0; +} +p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { +margin: 1.58em 10%; +} +.opener, .address { +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +.addrline { +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.dateline { +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +text-align: right; +} +.salute { +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.signed { +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph { +font-size: 0.9em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl { +display: block; +text-align: right; +} +.trailer { +clear: both; +margin-top: 3.6em; +} +span.abbr, abbr { +white-space: nowrap; +} +span.parNum { +font-weight: bold; +} +span.corr, span.gap { +border-bottom: 1px dotted red; +} +span.num, span.trans { +border-bottom: 1px dotted gray; +} +span.measure { +border-bottom: 1px dotted green; +} +.ex { +letter-spacing: 0.2em; +} +.sc { +font-variant: small-caps; +} +.asc { +font-variant: small-caps; +text-transform: lowercase; +} +.uc { +text-transform: uppercase; +} +.tt { +font-family: monospace; +} +.underline { +text-decoration: underline; +} +.overline, .overtilde { +text-decoration: overline; +} +.rm { +font-style: normal; +} +.red { +color: red; +} +hr { +clear: both; +border: none; +border-bottom: 1px solid black; +width: 45%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +margin-top: 1em; +text-align: center; +} +hr.dotted { +border-bottom: 2px dotted black; +} +hr.dashed { +border-bottom: 2px dashed black; +} +.aligncenter { +text-align: center; +} +h1, h2, .h1, .h2 { +font-size: 1.44em; +line-height: 1.5; +} +h1.label, h2.label { +font-size: 1.2em; +margin-bottom: 0; +} +h5, h6 { +font-size: 1em; +font-style: italic; +} +p, .par { +text-indent: 0; +} +p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { +text-transform: uppercase; +} +.hangq { +text-indent: -0.32em; +} +.hangqq { +text-indent: -0.42em; +} +.hangqqq { +text-indent: -0.84em; +} +p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { +float: left; +clear: left; +margin: 0 0.05em 0 0; +padding: 0; +line-height: 0.8; +font-size: 420%; +vertical-align: super; +} +blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { +font-size: 0.9em; +margin: 1.58em 5%; +} +.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { +text-decoration: none; +} +.advertisement, .advertisements { +background-color: #FFFEE0; +border: black 1px dotted; +color: #000; +margin: 2em 5%; +padding: 1em; +} +span.accent { +display: inline-block; +text-align: center; +} +span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base { +line-height: 0.40em; +} +span.accent span.top { +font-weight: bold; +font-size: 5pt; +} +span.accent span.base { +display: block; +} +.footnotes .body, .footnotes .div1 { +padding: 0; +} +.fnarrow { +color: #AAAAAA; +font-weight: bold; +text-decoration: none; +} +.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { +color: #660000; +} +.fnreturn { +color: #AAAAAA; +font-size: 80%; +font-weight: bold; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +a { +text-decoration: none; +} +a:hover { +text-decoration: underline; +background-color: #e9f5ff; +} +a.noteRef, a.pseudoNoteRef { +font-size: 67%; +vertical-align: super; +text-decoration: none; +margin-left: 0.1em; +} +.externalUrl { +font-size: small; +font-family: monospace; +color: gray; +} +.displayfootnote { +display: none; +} +div.footnotes { +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep { +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote, .par.footnote { +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { +float: left; +margin-left: -0.1em; +min-width: 1.0em; +padding-right: 0.4em; +height: 1ex; +} +.apparatusnote { +text-decoration: none; +} +.apparatusnote:target, .fndiv:target { +background-color: #eaf3ff; +} +table.tocList { +width: 100%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +border-width: 0; +border-collapse: collapse; +} +td.tocText { +padding-top: 2em; +padding-bottom: 1em; +} +td.tocPageNum, td.tocDivNum { +text-align: right; +min-width: 10%; +border-width: 0; +white-space: nowrap; +} +td.tocDivNum { +padding-left: 0; +padding-right: 0.5em; +vertical-align: top; +} +td.tocPageNum { +padding-left: 0.5em; +padding-right: 0; +vertical-align: bottom; +} +td.tocDivTitle { +width: auto; +} +p.tocPart, .par.tocPart { +margin: 1.58em 0; +font-variant: small-caps; +} +p.tocChapter, .par.tocChapter { +margin: 1.58em 0; +} +p.tocSection, .par.tocSection { +margin: 0.7em 5%; +} +table.tocList td { +vertical-align: top; +} +table.tocList td.tocPageNum { +vertical-align: bottom; +} +table.inner { +display: inline-table; +border-collapse: collapse; +width: 100%; +} +td.itemNum { +text-align: right; +min-width: 5%; +padding-right: 0.8em; +} +td.innerContainer { +padding: 0; +margin: 0; +} +.index { +font-size: 80%; +} +.index p { +text-indent: -1em; +margin-left: 1em; +} +.indexToc { +text-align: center; +} +.transcriberNote { +background-color: #DDE; +border: black 1px dotted; +color: #000; +font-family: sans-serif; +font-size: 80%; +margin: 2em 5%; +padding: 1em; +} +.missingTarget { +text-decoration: line-through; +color: red; +} +.correctionTable { +width: 75%; +} +.width20 { +width: 20%; +} +.width40 { +width: 40%; +} +p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { +color: #666666; +font-size: 80%; +} +span.musictime { +vertical-align: middle; +display: inline-block; +text-align: center; +} +span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { +padding: 1px 0.5px; +font-size: xx-small; +font-weight: bold; +line-height: 0.7em; +} +span.musictime span.bottom { +display: block; +} +audio { +height: 20px; +margin-left: 0.5em; +margin-right: 0.5em; +} +ul { +list-style-type: none; +} +.splitListTable { +margin-left: 0; +} +.splitListTable td { +vertical-align: top; +} +.numberedItem { +text-indent: -3em; +margin-left: 3em; +} +.numberedItem .itemNumber { +float: left; +position: relative; +left: -3.5em; +width: 3em; +display: inline-block; +text-align: right; +} +.itemGroupTable { +border-collapse: collapse; +margin-left: 0; +} +.itemGroupTable td { +padding: 0; +margin: 0; +vertical-align: middle; +} +.itemGroupBrace { +padding: 0 0.5em !important; +} +div.figure, div.figureGroup { +text-align: center; +} +table.figureGroupTable { +width: 80%; +border-collapse: collapse; +} +.figure, .figureGroup { +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft { +float: left; +margin: 10px 10px 10px 0; +} +.floatRight { +float: right; +margin: 10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead, .par.figureHead { +font-size: 100%; +text-align: center; +} +.figAnnotation { +font-size: 80%; +position: relative; +margin: 0 auto; +} +.figTopLeft, .figBottomLeft { +float: left; +} +.figTopRight, .figBottomRight { +float: right; +} +.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par { +font-size: 80%; +margin-top: 0; +text-align: center; +} +img { +border-width: 0; +} +td.galleryFigure { +text-align: center; +vertical-align: middle; +} +td.galleryCaption { +text-align: center; +vertical-align: top; +} +tr, td, th { +vertical-align: top; +} +tr.bottom, td.bottom, th.bottom { +vertical-align: bottom; +} +td.label, tr.label td { +font-weight: bold; +} +td.unit, tr.unit td { +font-style: italic; +} +td.leftbrace, td.rightbrace { +vertical-align: middle; +} +span.sum { +padding-top: 2px; +border-top: solid black 1px; +} +table.inlineTable { +display: inline-table; +} +table.borderOutside { +border-collapse: collapse; +} +table.borderOutside td { +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +} +table.borderOutside .cell-head-top, table.borderOutside .cell-top { +border-top: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cell-head-bottom { +border-bottom: 1px solid black; +} +table.borderOutside .cell-bottom { +border-bottom: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cell-left, table.borderOutside .cell-head-left { +border-left: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cell-right, table.borderOutside .cell-head-right { +border-right: 2px solid black; +} +table.verticalBorderInside { +border-collapse: collapse; +} +table.verticalBorderInside td { +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +border-left: 1px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cell-head-top, table.verticalBorderInside .cell-top { +border-top: 2px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cell-head-bottom { +border-bottom: 1px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cell-bottom { +border-bottom: 2px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cell-left, table.verticalBorderInside .cell-head-left { +border-left: 0 solid black; +} +table.borderAll, +table.rtlBorderAll { +border-collapse: collapse; +} +table.borderAll td, +table.rtlBorderAll td { +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +border: 1px solid black; +} +table.borderAll .cell-head-top, table.borderAll .cell-top, +table.rtlBorderAll .cell-head-top, table.rtlBorderAll .cell-top { +border-top: 2px solid black; +} +table.borderAll .cell-head-bottom, +table.rtlBorderAll .cell-head-bottom { +border-bottom: 1px solid black; +} +table.borderAll .cell-bottom, +table.rtlBorderAll .cell-bottom { +border-bottom: 2px solid black; +} +table.borderAll .cell-left, +table.borderAll .cell-head-left { +border-left: 2px solid black; +} +table.borderAll .cell-right, +table.borderAll .cell-head-right { +border-right: 2px solid black; +} +table.rtlBorderAll .cell-left, +table.rtlBorderAll .cell-head-left { +border-right: 2px solid black; +} +table.rtlBorderAll .cell-right, +table.rtlBorderAll .cell-head-right { +border-left: 2px solid black; +} +tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop { +border-top: 1px solid black !important; +} +tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight { +border-right: 1px solid black !important; +} +tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft { +border-left: 1px solid black !important; +} +tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom { +border-bottom: 1px solid black !important; +} +tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal { +border-top: 1px solid black !important; +border-bottom: 1px solid black !important; +} +tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical { +border-right: 1px solid black !important; +border-left: 1px solid black !important; +} +tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll { +border: 1px solid black !important; +} +tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop { +border-top: none !important; +} +tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight { +border-right: none !important; +} +tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft { +border-left: none !important; +} +tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom { +border-bottom: none !important; +} +tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal { +border-top: none !important; +border-bottom: none !important; +} +tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical { +border-right: none !important; +border-left: none !important; +} +tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll { +border: none !important; +} +.cellDoubleUp { +border-width: 0 !important; +width: 1em; +} +.cellDummy { +border-width: 0 !important; +} +td.alignDecimalIntegerPart { +text-align: right; +border-right: none !important; +padding-right: 0 !important; +margin-right: 0 !important; +} +td.alignDecimalFractionPart { +text-align: left; +border-left: none !important; +padding-left: 0 !important; +margin-left: 0 !important; +} +td.alignDecimalNotNumber { +text-align: center; +} +table.alignedText, table.alignedVerse { +border-collapse: collapse; +width: 100%; +} +table.alignedText td.first, table.alignedText td.second { +vertical-align: top; +width: 50%; +} +table.alignedVerse { +vertical-align: top; +} +table.alignedText td.first, table.alignedVerse td.first { +border-width: 0 0.2px 0 0; +border-color: gray; +border-style: solid; +padding-right: 10px; +} +table.alignedText td.second, table.alignedVerse td.second { +padding-left: 10px; +} +table.alignedVerse td.first, table.alignedVerse td.second { +width: 45%; +} +table.alignedVerse td.lineNumbers { +width: 10%; +} +td.alignedDiv1 { +padding-top: 5.6em; +} +td.alignedDiv2 { +padding-top: 4.8em; +} +td.alignedDiv3 { +padding-top: 3.6em; +} +td.alignedDiv4 { +padding-top: 2.4em; +} +td.alignedDiv5, td.alignedDiv6, td.alignedDiv7 { +padding-top: 1.44em; +} +table.alignedText p:not(.first) { +margin-top: 0; +} +.alignedVerseHead { +margin: 1em 0 1em 0; +display: inline-block; +} +.alignedVerseSpacer { +height: 1.4em; +} +body { +padding: 1.58em 16%; +} +.pageNum { +font-variant: normal; +text-transform: none; +display: inline; +font-size: 12.8px; +font-style: normal; +margin: 0; +padding: 0; +position: absolute; +right: 1%; +text-align: right; +letter-spacing: normal; +} +.marginnote { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +height: 0; +left: 1%; +position: absolute; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: left; +} +.right-marginnote { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +height: 0; +right: 3%; +position: absolute; +text-indent: 0; +text-align: right; +width: 11% +} +.cut-in-left-note { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +left: 1%; +float: left; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: left; +padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; +} +.cut-in-right-note { +font-variant: normal; +text-transform: none; +font-size: 12.8px; +left: 1%; +float: right; +text-indent: 0; +width: 14%; +text-align: right; +padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; +} +span.tocPageNum, span.flushright { +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +text-indent: 0; +} +.pglink::after { +content: "\0000A0\01F4D8"; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.catlink::after { +content: "\0000A0\01F4C7"; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { +content: "\0000A0\002197\00FE0F"; +color: blue; +font-size: 80%; +font-style: normal; +font-weight: normal; +} +.pglink:hover { +background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover { +background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { +background-color: #FFDCDC; +} +body { +background: #FFFFFF; +font-family: serif; +} +body, a.hidden { +color: black; +} +h1, h2, .h1, .h2 { +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-weight: normal; +} +p.byline { +text-align: center; +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { +text-align: left; +} +.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { +color: #660000; +} +.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { +color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { +color: red; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6 { +font-weight: normal; +} +table { +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +td.tocText { +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.5; +} +.tableCaption { +text-align: center; +} +.arab { font-family: Scheherazade, serif; } +.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } +.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } +.hebr { font-family: 'SBL Hebrew', Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } +.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } +/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ +.imprint { +color: gray; text-align: center; +} +div.advertisement img { +} +.center { +text-align: center; +} +.large { +font-size: large; +} +.xl { +font-size: x-large; +} +.xxl { +font-size: xx-large; +} +.xxxl { +font-size: 300%; +} +/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ +.xd33e1768 { +text-align:center; vertical-align:middle; font-size:x-large; width:33%; +} +.xd33e1769 { +text-align:center; vertical-align:middle; +} +.cover-imagewidth { +width:560px; +} +.xd33e123 { +font-size:x-large; +} +.xd33e125 { +font-size:small; +} +.xd33e129 { +font-size:xx-large; +} +.xd33e1765 { +text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; font-weight:bold; +} +.tbl\.wanted\.header { +width:100%; +} +.xd33e1772 { +font-size:xx-large; +} +.lordlisterwidth { +width:307px; +} +.xd33e1787 { +text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; +} +.xd33e1789 { +font-size:large; +} +.xd33e1792 { +font-size:large; +} +.xd33e1795 { +text-align:center; +} +.xd33e1797 { +text-align:center; font-size:x-large; +} +.xd33e1801 { +text-align:center; font-size:large; +} +.warrant\.en { +font-size:small; border:2pt solid black; padding-left:1em; padding-right:1em; margin:1em; +} +.xd33e1812 { +font-size:x-large; text-align:center; +} +.xd33e1816 { +font-weight:bold; text-align:center; +} +.warrant\.nl { +display:none; font-size:small; +} +.xd33e1924 { +text-align:center; font-weight:bold; font-size:large; +} +.xd33e2036 { +font-size:xx-large; +} +.xd33e2038 { +font-size:medium; +} +/* ]]> */ </style> +</head> +<body> +<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78338 ***</div> +<div class="front"> +<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0042-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="560" height="720"></div><p> +<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first xd33e123">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜ +</p> +<p class="xd33e125">UITGAVE VAN DEN „ROMAN-BOEKHANDEL VOORHEEN A. EICHLER”, SINGEL 236,—AMSTERDAM. +</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="body"> +<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<div class="figure"><img src="images/p0042-01.png" alt="ONGEWENSCHTE WRAAK" width="720" height="225"></div> +<h2 class="super xd33e129">ONGEWENSCHTE WRAAK</h2> +<h2 class="label">EERSTE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Een edele daad van <span id="xd33e135">Lord</span> Lister en een nieuwe truc van Raffles.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In het beroemde café Austria in de Regentstraat ging het tegen acht uur op een regenachtigen +Octoberavond rumoerig toe. +</p> +<p>Zooeven had een der in het wit gekleede Oostenrijksche kellners een kop koffie gebracht +aan een eenigszins corpulent heer van middelbaren leeftijd, die in een der vensternissen +op zijn gemak in de kussens van een divan leunde. Tegelijkertijd had de kellner de +pas uitgekomen avondbladen op het marmeren tafeltje voor den heer neergelegd. +</p> +<p>De corpulente heer stak een sigaret aan, proefde de koffie en verdiepte zich in de +politieke mededeelingen in de <i lang="en">Daily Telegraph</i>. +</p> +<p>Hij had nog niet lang gelezen, toen een jonge man van opvallend Amerikaansch uiterlijk +op den drempel van de deur in de onmiddellijke nabijheid verscheen met een reusachtige +reistasch in de rechterhand. +</p> +<p>Hij keek met onderzoekenden blik rond en glimlachte, toen hij den dikken heer zoo +dichtbij op den divan zag zitten. Hij liep dadelijk naar hem toe en zette zijn groote +tasch, die leeg scheen te zijn, neer met een vroolijk: +</p> +<p>„Goeden avond, waarde oom, daar ben ik!” +</p> +<p>„Ah, zeer goed, Char … ik wou zeggen neef Bob!” antwoordde de welgedane Amerikaan +en legde zijn courant neer. „Ben je daar al! Je hebt een waar monster van een tasch +opgediept! Maar zij is uitstekend geschikt voor ons plan en zal voldoende zijn! Ga +zitten! Kellner! Nog een koffie!” +</p> +<p>Charly Brand, want hij was het, ontdeed zich van zijn overjas en nam plaats. +</p> +<p>Toen de kellner de koffie had gebracht, legde Lord Lister, die in zijn Amerikaansche +kleeding met het pneumatische buikkussen nauwelijks te herkennen was, zijn hand op +Charly’s arm. +</p> +<p>„Vandaag zullen wij eens iets gaan stelen, om den eigenaar een groot genoegen te doen.” +</p> +<p>„Dat is eigenaardig, oom! Kan dat ook voorkomen?” +</p> +<p>Charly keek zoo <span id="xd33e156">naïef</span> en verbaasd, dat Lord Lister onwillekeurig glimlachte. +</p> +<p>„Dat zal je heel gauw begrijpen! Ik zal je in het kort mijn plannen meedelen, want +wij hebben geen tijd te verliezen! +</p> +<p><span>„</span>Een bekwaam kunstenaar, hoogstaand als schilder en als etser, heeft er zich door tegenspoed +en geldgebrek toe laten drijven om valsch papiergeld te maken, <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>dat zoo uitstekend is nagebootst, dat het nauwelijks van echt te onderscheiden is. +</p> +<p><span>„</span>Hij heeft alleen een banknoot van vijftig pond uitgegeven en kreeg toen berouw. Men +droeg hem op een portret te schilderen en hij begaf zich naar den heer, wien hij de +valsche banknoot had gegeven, om hem te verzoeken, hem het bankbiljet van vijftig +pond, tegen betaling van dat bedrag in klinkende munt, terug te geven. +</p> +<p><span>„</span>Deze man, die de vervalsching ondanks alles onmiddellijk had opgemerkt, had het bankbiljet +bewaard, om den kunstenaar in zijn macht te hebben +</p> +<p><span>„</span>Hij weigerde beslist het terug te geven, als de ander hem niet een aantal valsche +bankbiljetten tegen betaling van den halven prijs wilde geven. +</p> +<p><span>„</span>Ik was toevallig getuige van het gesprek in een zijvertrek van de beroemde heerenspeelclub +in Westend. Het was mij opgevallen, dat de beide heeren uit de speelzalen verdwenen, +terwijl de artist er ongelukkig en bedroefd uitzag. +</p> +<p><span>„</span>Ik ben er blij om, dat ik het tweetal volgde en hun gesprek afluisterde. +</p> +<p><span>„</span>De smeekbeden, de oprechte smart van den niet meer onbekenden kunstenaar tegenover +den harteloozen jongen schurk gingen mij aan het hart en ik besloot, hem te helpen! +</p> +<p><span>„</span>Denzelfden avond had deze jonge man veel pech aan de speeltafel. Ik speelde eveneens +en had het geluk, hem ook nog iets af te winnen. Ten slotte wierp hij, min of meer +beschonken, een bankbiljet van vijftig pond op tafel, dat gelukkig in mijn handen +viel.” +</p> +<p>„Gelukkig voor den kunstenaar!” riep Charly Brand glimlachend uit. +</p> +<p>„Zooals je het op wilt vatten!” antwoordde Lord Lister. „Ja, het was de valsche banknoot +en daardoor is de schilder uit de klauwen van den booswicht gered. +</p> +<p><span>„</span>Maar ik vergat nog je te vertellen, dat deze ook bedreigingen uitte tegen den ongelukkige. +Ik vrees daarom, dat hij Scotland Yard heeft ingelicht en dat, zonder dat de artist +vermoedt wat hem boven het hoofd hangt, huiszoeking bij hem zal worden gehouden. +</p> +<p><span>„</span>Want de elegante jonge heer uitte deze dreigementen, toen hij den artist verliet en +bij het heengaan langs mijn schuilhoek ging. Dus aan het werk, Charly, opdat wij Scotland +Yard voor zijn!” +</p> +<p>Lord Lister betaalde en trok met moeite, geholpen door den kellner, zijn overjas aan. +Charly nam zijn reistasch op en beide heeren verlieten het café Austria. +</p> +<p>Buiten stonden een massa huurrijtuigen en, na den koetsier een straat te hebben opgegeven, +namen zij plaats in het eerste het beste gesloten rijtuig, dat met hen wegreed. +</p> +<p>Zij hadden nog niet lang door de Londensche straten gereden, toen luid geschreeuw +van courantenjongens Lord Lister naar buiten deed kijken. +</p> +<p>„Nu luister eens!” riep Lister vol verbazing uit, „hoor je wat zij roepen, Charly? +Een nieuwe streek van Raffles! Daar moeten wij toch ook iets van weten. Hola, koetsier! +Halt houden!” +</p> +<p>Het rijtuig bleef staan en op een wenk van zijn vriend en meester sprong Charly eruit, +kocht een nummer van de <i>Times</i> en gaf dat aan Lister. +</p> +<p>Het was een extra-nummer, dat in groote letters het opschrift droeg: +</p> +<blockquote> +<p class="first">„Een nieuwe truc van Raffles.—Een gestolen millioen.—Een failliete reedersfirma.—Een +afgeranselde medeplichtige.—Confrontatie van den misdadiger op Scotland Yard met den +reeder.—Scotland Yard zoekt tevergeefs, enz.”</p> +</blockquote><p> +</p> +<p>Ook den naam en het adres van den bestolen reeder waren opgegeven en de bijzonderheden +van den diefstal bij den voornamen reeder, welke diefstal dien avond was gepleegd, +onmiddellijk nadat de zaak was gesloten, waren door den bestolene zelf meegedeeld. +</p> +<p>Lord Lister kon zijn oogen niet gelooven. Dat was sterk! +</p> +<p>Een gemeene bedrieger had misbruik gemaakt van zijn naam om ongestraft een misdaad +te begaan, die waarschijnlijk niets gemeen had met de praktijken van den meesterdief. +</p> +<p>Daarbij was er een moord gepleegd, die in elk geval, al was het slachtoffer ook slechts +een verloopen misdadiger, toch op rekening van Raffles kwam. +</p> +<p>Deze had daarom besloten, zich onmiddellijk naar de plek des onheils te begeven om +nauwkeurige inlichtingen in te winnen omtrent de op zijn naam gepleegde schurkenstreek. +</p> +<p>Daarom liet hij het vol vertrouwen alleen aan Charly over, om de valsche banknoten +heimelijk uit het atelier van den schilder weg te halen. +</p> +<p>Hij gaf Charly een brief, dien hij daarvoor inplaats moest achterlaten. Hierin bevond +zich, behalve een opdracht tot het schilderen van een portret, een aanzienlijk bedrag, +echter niet in papiergeld, maar in goudgeld. +</p> +<p>De onderteekening luidde: +</p> +<p>„Een bewonderaar van uw kunst, dien gij spoedig zult leeren kennen.” +<span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span></p> +<p>Nadat Charly het adres had gekregen van den schilder Gower, reed hij weg, terwijl +Lord Lister in een leeg rijtuig, dat juist passeerde, plaats nam om de plek van de +misdaad te gaan opzoeken. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">TWEEDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Scotland Yard en de nieuwe Rafflesstreek.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Toen Lord Lister zich in de gedaante van den waardigen, oudachtigen Mr. Shaw door +de menschenmenigte wilde dringen, welke de kantoorlokalen der firma Apsley en Co. +omringde, wilde een agent van politie, gewapend met een gummistok, hem terugdringen. +</p> +<p>„Hier is geen toegang, Sir!” sprak hij op barschen toon, „Scotland Yard is daar binnen +bezig en het publiek kan bij die werkzaamheden slechts hinderlijk zijn!” +</p> +<p>„Ik ben het volkomen met u eens, waarde inspecteur”, antwoordde Lord Lister met echt +Yankee dialect. „Maar kunt gij mij misschien zeggen, of een van mijn kennissen, de +wereldberoemde kapitein Baxter, of inspecteur Marholm daar binnen is?” +</p> +<p>„Zij zijn daar beiden, Sir!” antwoordde de agent van politie reeds op veel beleefder +toon. +</p> +<p>De oude Amerikaan haalde bedaard en met veel omhaal een visitekaartje uit zijn notitieboekje, +deed er een paar sigaren bij en gaf dit te zamen aan den beambte. +</p> +<p>„Wilt gij zoo goed zijn, kapitein Baxter mijn kaartje te overhandigen? Ik stel mijn +zwakke krachten gaarne te zijner beschikking!” +</p> +<p>De politieagent verdween en kwam zeer snel weer terug. Hij verzocht den heer Harry +Shaw met groote vriendelijkheid, binnen te komen en stelde het mopperende publiek +tevreden met de mededeeling, dat die heer een Amerikaansch detective was. +</p> +<p>Toen Lister in zijn goed gekozen vermomming nadertrad, kwam kapitein Baxter hem reeds +in het eerste kantoorlokaal tegemoet en begroette hem met de grootst mogelijke beleefdheid. +</p> +<p>„Wat zegt gij van deze nieuwe brutaliteit van den zoogenaamden meesterdief Raffles? +Is het niet hemeltergend? +</p> +<p><span>„</span>Evenals Mr. Apsley, de groote reeder, die nu zijn vermogen heeft verloren en totaal +geruïneerd is, hebben ook wij in Scotland Yard telefonisch bericht gekregen, dat Raffles +de brandkast der firma Apsley Co. zou leeghalen. +</p> +<p><span>„</span>Zoo’n onbeschaamdheid. +</p> +<p><span>„</span>Wij konden niet eerder hier zijn en kwamen te laat. Mr. Apsley heeft echter de dieven +nog juist verrast en met de laatsten een harden strijd gehad. +</p> +<p><span>„</span>Kom mee, kom mee, alles ligt nog precies zoo als wij het hebben gevonden. De door +den heer Apsley gewurgde brandkastvernieler ligt op een paar stoelen, omdat de lijkschouwer +dadelijk zal komen!” +</p> +<p>„Hoe, door Mr. Apsley gewurgd?” vroeg Lister verbaasd. „Ik meende, doodgeschoten!” +</p> +<p>Bij deze woorden waren beiden het derde kantoorlokaal, het particuliere kantoor van +Mr. Apsley, binnengetreden. +</p> +<p>Hier getuigde de groote wanorde, omver geworpen kantoorstoelen, een gebroken lessenaar, +inktkokers en inkt op den vloer, papiersnippers en bovenal de gewelddadig geopende +en droevig leege brandkast van de inbraak en het gevecht. +</p> +<p>Terwijl de kortbeenige detective Marholm, bijgenaamd de vloo, juist de beschadiging +van de brandkast aan een onderzoek onderwierp, bekeek detective Tijler met alle aandacht +het op de binnenplaats uitziende, openstaande venster, waardoor de spitsboeven volgens +de verklaring van Mr. Apsley, waren ontkomen. Door middel van een soort van lasso +had hij den derden inbreker van dat venster teruggetrokken en bij dien stevigen ruk +had hij hem tegen zijn wil gewurgd. +</p> +<p>De arme reeder, een man, die, naar het scheen, in de vijftig was, zag er erbarmelijk +uit. Zijn jas hing <span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span>aan flarden om hem heen, de kraag was er afgescheurd en zijn boord lag in onooglijken +toestand op tafel. +</p> +<p>Aan zijn hals waren roode plekken zichtbaar en als hij den derden spitsboef ten slotte +gewurgd had, dan scheen hier de Voorzienigheid te hebben ingegrepen, want de misdadiger +moest hem eerst behoorlijk bij de keel hebben gepakt. +</p> +<p>Ook de grijsachtige pruik, die hij op den reeds tamelijk kalen schedel droeg, bewees +door haar uiterlijk, dat zij blijkbaar een lijdelijke rol in het gevecht had gespeeld. +Vermoedelijk waren er meerdere vuistslagen op neergedaald. +</p> +<p>Toen <span id="xd33e260">Lord</span> Lister, alias Mr. Shaw, naderbij kwam, kwam een eigenaardige uitdrukking op zijn +gelaat. +</p> +<p>Hij had naast den reeder, die hulpbehoevend en geheel terneergeslagen in zijn bureaustoel +zat, een persoon opgemerkt, die hem bekend voorkwam. +</p> +<p>Het was een zeer elegante, jonge man in zwarte gekleede jas en wiens onberispelijke +hooge hoed op de schrijftafel stond. Hij boog zich juist liefdevol over den ouden +heer en scheen bezig te zijn, dien te troosten. +</p> +<p>„Wie is dat?” fluisterde Lister kapitein Baxter toe. +</p> +<p>„De beide heeren Apsley, vader en zoon!” antwoordde de inspecteur. +</p> +<p>Op dit oogenblik keerde de jongste der beide heeren zijn bleek, afgeleefd gelaat met +klein snorretje naar den nieuwen bezoeker. Blijkbaar herkende hij Mr. Shaw niet, daar +hij den vorigen dag, toen hij met dezen had gespeeld, reeds in vrij hooge mate dronken +was geweest. +</p> +<p>Lister echter had hem onmiddellijk herkend als den persoon, die onverbiddelijk was +gebleven voor de smeekbeden van den artist. Hier echter, tegenover zijn vader, bij +dit geweldige verlies, dat ook hem trof, maakte hij een zeer beminnelijken indruk. +</p> +<p>Hij scheen zich met groote zelfbeheersching over het geldelijke verlies te kunnen +heenzetten en zich alleen bezorgd te maken over zijn ontroostbaren, geheel terneergeslagen +vader. +</p> +<p>Met de wellevendheid van een man van de wereld stelde Lord Lister zich dadelijk aan +de beide heeren voor als Mr. Shaw uit Chicago en betuigde hun zijn oprechte deelneming +in hun groot verlies. +</p> +<p>Hij stelde zichzelf in ieder opzicht ter beschikking, daar alle naties in den strijd +tegen dergelijke gewetenlooze misdadigers zij aan zij moesten staan. +</p> +<p>De beide heeren dankten natuurlijk hartelijk voor het vriendelijke aanbod en waren +een en al beleefdheid. +</p> +<p>„Ja”, sprak kapitein Baxter, „tot dusverre ontbreekt ons nog elke aanduiding, waarheen +de spitsboeven zijn gevlucht en hoe het hun zoo gauw nadat de kantoren gesloten waren, +mogelijk is geweest om de vuurvaste, sterke brandkast open te breken en leeg te halen. +</p> +<p><span>„</span>De heer Apsley heeft ons zooeven de toedracht der zaak meegedeeld, in zooverre hij +erin betrokken was! +</p> +<p><span>„</span>Tot dusverre staat alleen vast, dat het weer die vervloekte Raffles was, die met behulp +van twee beroepsinbrekers de misdaad heeft gepleegd!” +</p> +<p>„Raffles, waarom?” vroeg Lord Lister, alsof hij van niets wist. +</p> +<p>„Wel, weet gij dan niet”, vroeg kapitein Baxter, „dat die kerel, die steeds brutaler +wordt, ons hedenavond heeft opgebeld?” +</p> +<p>„Hoor eens, kapitein!” antwoordde Lister op beminnelijken toon, „telefoneeren kan +iedereen! Hoe kunt gij bewijzen, dat het werkelijk en inderdaad Raffles is geweest<span class="corr" id="xd33e285" title="Bron: !">?</span>” +</p> +<p>Lister had bij die woorden de beide heeren Apsley met het onverschilligste gezicht +van de wereld aangekeken, alsof hij wilde zeggen: +</p> +<p>„Zijt gij het niet met mij eens, heeren?” +</p> +<p>En het kwam hem voor, alsof de oudste heer Apsley zijn verlegenheid met moeite verborg; +terwijl hij als wanhopig voor zich staarde en het vermeed, den spreker aan te zien. +</p> +<p>Het gelaat van den jongen Apsley scheen nog bleeker te zijn geworden. +</p> +<p>Hij wees naar de tafel en sprak: +</p> +<p>„De brutale kerel heeft ook den treurigen moed gehad, ons te telegrafeeren! Daar ligt +het telegram.” +</p> +<p>Lister nam het telegram op en las: +</p> +<blockquote> +<p class="first">„Mr. Apsley en Co. Ik zal hedenavond een bezoek brengen aan uw brandkast. +</p> +<p class="signed">JOHN RAFFLES.”</p> +</blockquote><p> +</p> +<p>„Dat is sterk!” riep de eerlijke Amerikaan in onvervalscht Yankee-dialect uit, „het +verbaast mij, dat men op het telegraafkantoor deze depêche heeft aangenomen! Wanneer +is het telegram afgezonden? Juist, om vijf uur! Hebt gij dan in het geheel geen maatregelen +genomen, Mr. Apsley?” +</p> +<p>De reeder haalde de schouders op. +</p> +<p>„Wie kan gelooven, dat een misdadiger zijn plan van te voren aankondigt! Ik hield +het voor een grap, voor de flauwe aardigheid van een kennis, die misschien geld wilde +komen halen of voor de boosaardige grap van een mijner beambten, die mij bang wilde +maken. +</p> +<p><span>„</span>Hoewel ik er niet aan geloofde, veronderstelde ik, <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>zooals waarschijnlijk ieder in mijn plaats zou doen, dat, als er iets van aan was, +de inbraak veel later zou plaats hebben en niet zoo onmiddellijk na het sluiten der +kantoren, wanneer de straten nog vol menschen zijn. +</p> +<p><span>„</span>Daarom besloot ik, hoewel ik ervan overtuigd was, dat er niets zou gebeuren, toch +bij uitzondering thuis te blijven. +</p> +<p><span>„</span>Ik ging daarom naar boven, naar de eerste verdieping, waar ik eenige kamers direct +boven de kantoorlokalen heb. Ik heb niet veel vertrekken noodig, daar ik helaas weduwnaar +ben. Daar moest ik ieder geluid beneden hooren. +</p> +<p><span>„</span>Ik had juist een paar sandwiches, die ik in huis had, gebruikt, en mij een kop thee +ingeschonken; ik kon nog geen half uur boven zijn geweest. +</p> +<p><span>„</span>Hoe weinig waarde ik eigenlijk aan den inhoud van het telegram had gehecht, bewijst +wel het beste de omstandigheid, dat ik mij niet eens de moeite had gegeven om mijn +kast te openen, daar mijn revolver uit te nemen en die te laden. +</p> +<p><span>„</span>Daar verneem ik plotseling beneden in de kantoorlokalen een geluid, dat mij bekend +voorkomt. +</p> +<p><span>„</span>„Wat is dat?” vraag ik mijzelf af. +</p> +<p><span>„</span>Ik heb een gevoel, alsof men mij op mijn hersens slaat! Voor een oogenblik verlies +ik mijn tegenwoordigheid van geest.— +</p> +<p><span>„</span>Opeens voel ik een koude rilling langs mijn rug. +</p> +<p><span>„</span>Drommels, dat is de brandkast! +</p> +<p><span>„</span>Mijne heeren, de brandkast bevatte—ik ben failliet, ik ben geruïneerd!—de brandkast +bevatte 50,000 pond sterling! +</p> +<p><span>„</span>Ik had de laatste dagen groote betalingen gehad, de derde termijn voor onze groote +stoomboot, enorme leveranties voor onze eigen scheepstimmerwerven—alleen de hoofdbedragen! +</p> +<p><span>„</span>Wij zijn geruïneerd! Alles, alles heeft die vervloekte schurk, die op de een of andere +wijze van het voorhanden zijn van dit bijzonder groote bedrag in onze kas heeft geweten, +meegesleept. +</p> +<p><span>„</span>Geen penny heeft hij achtergelaten. +</p> +<p><span>„</span>Wat hebben wij aan brandkasten met gepantserde platen, als die virtuozen op het gebied +der inbraakkunst in staat zijn, de beste fabrikaten geruischloos open te breken, of +liever gezegd: open te smelten? +</p> +<p><span>„</span>Want het is duidelijk, dat hier het slot met behulp van knalgas is losgesmolten. +</p> +<p><span>„</span>Gij kunt de plaatsen op den vloer zien, waar het gloeiende metaal af is gedropen en +waar het den vloer heeft verbrand!” +</p> +<p>„Dat klopt!” riep detective Marholm uit, „maar wat deedt gij verder, Mr. Apsley, toen +gij het knarsende geluid van de deur uwer brandkast hadt vernomen?” +</p> +<p>„Ik keek om mij heen, zoekend naar het een of andere wapen. +</p> +<p><span>„</span>Nu moet ik eerst vertellen, dat ik vroeger jarenlang in Amerika heb gewoond, onder +anderen te San Francisco en in de Westelijke mijndistricten. Daar werkt men veel met +de lasso. +</p> +<p><span>„</span>Ik had dat ook geleerd. +</p> +<p><span>„</span>Toevallig viel mijn blik op het eind sterk koord, dat ik voor mijn gordijnen had gebruikt.” +</p> +<p>De vloo legde bij deze woorden van den reeder het bedoelde eind koord, dat men van +den hals van den inbreker had losgemaakt, op tafel. +</p> +<p>Het koord was veel dikker dan men het gewoonlijk voor het ophalen van gordijnen gebruikt. +Het was van een groote lus voorzien en bijzonder geschikt om als lasso te worden gebruikt. +</p> +<p>Lord Lister maakte deze opmerkingen in stilte, toen hij het eind koord bekeek. +</p> +<p>„Ik neem dus het koord in de hand en maak er onwillekeurig een lus in, zonder er bij +te denken, want mijn gedachten waren bij mijn brandkast. Ik snelde naar beneden en +rukte de kantoordeur open. +</p> +<p><span>„</span>Ik zie nog juist, hoe een persoon iets uit het venster naar de binnenplaats reikt +en daarna er zelf uitspringt. Op hetzelfde oogenblik echter krijg ik een slag op het +hoofd en grijpt men mij bij de keel. +</p> +<p><span>„</span>Natuurlijk verdedig ik mij zoo goed ik kan, maar in een ommezien lig ik op den vloer. +</p> +<p><span>„</span>De kerel laat mij los en wil naar het raam snellen. Juist toen ik bliksemsnel weer +ben opgestaan, springt de misdadiger op de vensterbank, ik denk aan mijn lasso, slinger +die in de hoogte en mik zoo goed, dat ik den schurk erin vang. +</p> +<p><span>„</span>Ik trek uit al mijn macht, zonder precies te weten wat ik doe, geheel en al werktuigelijk +en de kerel valt als een blok hout van de vensterbank in de kamer terug. +</p> +<p><span>„</span>Ik houd de lasso nog steeds gespannen. Maar hij beweegt zich niet en naderbij komend +zie ik, dat hij morsdood is! +</p> +<p><span>„</span>Ik had hem, zonder het te willen, met mijn koord gewurgd! +</p> +<p><span>„</span>Verder kan ik niets vertellen. +</p> +<p><span>„</span>Ik telefoneerde onmiddellijk mijn zoon in zijn club, die dan ook heel spoedig per +auto aankwam en wiens schrik en verbazing over hetgeen in zijn afwezigheid was voorgevallen, +ge u kunt voorstellen! +<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p> +<p><span>„</span>Het spijt mij, dat die geschiedenis met de lasso is gebeurd!” +</p> +<p>„Kom, krijg daarover maar geen grijze haren, Mr. Apsley! Uw lasso was werkelijk een +uitstekende inval!” +</p> +</div> +</div> +<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">DERDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Het gestolen ontwerp voor een onderzeesche boot.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Nauwelijks had kapitein Baxter deze woorden gesproken, of een jonge man snelde geheel +buiten zichzelf van opgewondenheid het particuliere kantoor van den reeder binnen. +</p> +<p>„Om ’s Hemelswil, Mr. Apsley!” riep hij tot dien heer, die schijnbaar in de diepste +verslagenheid aan tafel zat, „tot mijn schrik hoor ik, dat men bij u heeft ingebroken! +Men heeft uw brandkast geplunderd! +</p> +<p><span>„</span>Ik wilde juist hierheen om u teruggaaf te verzoeken van het ontwerp, dat ik u eenige +dagen geleden toevertrouwde. Gij weet wel, dat morgen de wedstrijd wordt geopend. +</p> +<p><span>„</span>O, stel mij toch gerust, mijn beste heer! Nietwaar, ik kan mijn ontwerp toch heden +terugkrijgen? De dieven zullen het toch niet hebben meegenomen? Het had voor hen immers +niet de minste waarde!” +</p> +<p>De oude reeder sloeg de handen boven het hoofd samen en drukte ze daarna voor zijn +oogen. +</p> +<p>„Mijn hemel, ook nog deze onoverkomelijke ramp!” +</p> +<p>Hij stond weenend op; hij zag er in zijn verscheurde kleeren jammerlijk uit en omhelsde +met vochtige oogen den jongen man. +</p> +<p>„O, mijn kranige <span id="xd33e422">Mr.</span> Burton! Gij ziet in mij den ongelukkigsten man van geheel Londen! Ik ben bestolen! +Mijn geheele vermogen, ja, nog meer is gestolen! En toch—niets gaat mij zoo aan het +hart als uw onherstelbaar verlies! +</p> +<p><span>„</span>O, dwaas die ik ben, om mijn brandkast voor zoo veilig te houden! Het is, alsof men +mij nu het tegendeel heeft willen bewijzen! +</p> +<p><span>„</span>Mijn lieve, kranige Burton, ook uw heerlijk ontwerp, dat u stellig den eersten prijs +zou hebben bezorgd, is gestolen!” +</p> +<p>Mr. Apsley weende hartverscheurend en bracht telkens weer zijn zakdoek naar de oogen. +</p> +<p>Lord Lister beschouwde den zoozeer door het ongeluk getroffen jongen man met innige +deelneming. +</p> +<p>Het fijnbesneden gelaat van den blonden artist, die ongeveer achter in de twintig +moest zijn, drukte groote droefenis uit, toen hij uit den mond van den reeder zijn +ongeluk vernam. Hij beefde en moest zich aan de tafel vasthouden. Blijkbaar was hij +op het punt, in zwijm te vallen. +</p> +<p>Lord Lister naderde hem en sloeg zijn arm om hem heen. +</p> +<p>„Moed houden, moed houden, mijn jonge vriend!” sprak hij op meewarigen toon. „Wij +zullen trachten de papieren terug te vinden! En wij zullen ze terugkrijgen, vooral +daar zij geen waarde hebben voor de misdadigers.” +</p> +<p>„Zou het mogelijk zijn, mijnheer—” +</p> +<p>„Mr. Shaw uit Chicago!” stelde Lister zich voor. +</p> +<p>„Edward Burton, chef-ingenieur der Apsley-werken in de <span lang="en">Commercial Docks</span>!—Maar dan is het te laat! Wanneer de ontwerpen morgenmiddag niet zijn ingeleverd +bij de commissie, worden zij niet meer aangenomen door de jury en heeft men geen aanspraak +meer op den prijs. +</p> +<p><span>„</span>Ik heb iets geheel nieuws in elkaar gezet en ben ervan overtuigd, dat ik had gezegevierd +over de weinige collega’s, die niets vermoeden van mijn uitvinding!”— +</p> +<p>„O, <span id="xd33e449">Mr.</span> Edward, gij verscheurt mij het hart!” weeklaagde de oude reeder. „Natuurlijk zoudt +gij hebben gezegevierd en nu moet ik door mijn te groot vertrouwen ook u mee in het +verderf storten! O, een ongeluk komt zelden alleen!” +<span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span></p> +<p>De oude Apsley was wanhopig. +</p> +<p>Zijn zoon, die voortdurend had gezwegen, richtte zich nu, naar het scheen, zeer onder +den indruk, tot den jammerenden ingenieur. +</p> +<p>„Ziet gij dan niet, <span id="xd33e458">Mr.</span> Burton, hoezeer gij mijn vader opwindt met uw verwijten en klachten? Hoe durft gij +het wagen, uw klein ongeluk hier zoo uit te bazuinen op het oogenblik, waarop die +vervloekte Raffles ons totaal heeft geruïneerd! Het ontwerp, dat gij toch zelf hebt +gemaakt, zult gij toch wel gauw weer in elkaar kunnen zetten! Dat kleine uitstel zal +u toch wel niet ongelukkig maken!” +</p> +<p>„Maar <span id="xd33e463">Mr.</span> Apsley, morgen wordt de wedstrijd immers reeds geopend! Morgenmiddag is de termijn +afgeloopen! Ik moet de mooiste gelegenheid, die misschien nooit terugkomt, voorbij +laten gaan! Mijn geheele toekomst is vernietigd, als ik het ontwerp niet volgens mijn +opgaaf morgenmiddag kan inzenden! +</p> +<p><span>„</span>Ik hoopte, dat het de grondslag zou zijn tot mijn levensgeluk. Mijn bruid, die zoo +vast in mij gelooft—alle toekomstplannen vallen in duigen.” +</p> +<p>„Het doet mij leed, <span id="xd33e471">Mr.</span> Burton,” viel de jonge Apsley hem tamelijk ongevoelig in de rede. „Wat zullen wij +doen? De spitsboeven hebben uw voortreffelijk ontwerp meegenomen, zonder te weten, +wat het beteekent. +</p> +<p><span>„</span>Hoe kunnen wij u helpen, nu wij totaal ten gronde zijn gericht, nu men ons tienduizenden +ponden heeft ontstolen!—Draag uw verlies, dat immers hersteld kan worden, als een +man, Burton! Wij moeten u, helaas, vanaf dit oogenblik uw ontslag geven. Onze firma +is voor het oogenblik insolvent!” +</p> +<p>De jonge ingenieur bedekte zijn oogen met de hand. Hij trachtte tevergeefs zich te +beheerschen. Deze slag was voor hem te onverwacht gekomen. +</p> +<p>„O, mijn hemel, wat zal Ellinor zeggen! Nu is het gedaan met mij!—En mijn betrekking +ook verloren!” +</p> +<p>Met deze woorden wendde hij zich af met een groetende handbeweging en verliet het +vertrek. +</p> +<p>Lord Lister zag hem vol medelijden na. Hij zou wel lust hebben gehad om hem te volgen. +Maar wat had de jonge ingenieur hem nog kunnen meedeelen, dat hij niet reeds wist? +</p> +<p>En misschien was het voor dezen nuttiger, wanneer hij zijn navorschingen naar den +oorsprong van deze geheimzinnige misdaad op de plek zelf voortzette. +</p> +<p>Daar Lister onwillekeurig achteruit was gegaan, om den wanhopigen ingenieur na te +kijken en dicht bij de deur naar de andere kantoorlokalen stond, kon hij daar een +dienstman zien, die hem een wenk gaf. De andere personen, die zich meer in het midden +van het vertrek bevonden en beide heeren Apsley konden den dienstman niet zien. +</p> +<p>Lord Lister herkende oogenblikkelijk Charly in een van zijn meest geliefkoosde verkleedingen. +Zeer gevat wendde hij zich tot kapitein Baxter: +</p> +<p>„Ik wil toch even met den armen, ongelukkigen jongen man meegaan om hem een paar troostwoorden +toe te spreken. Hij zag er zoo wanhopig uit!” +</p> +<p>„Ja”, sprak de reeder op huilenden toon, „doe dat, ik zal er u zeer dankbaar voor +zijn!” +</p> +<p>De „Yankee” was reeds naar buiten gegaan en sprak met Charly, die hem vertelde, dat +alles in orde was en dat de banknoten in de villa verborgen waren. Lister fluisterde +hem toe, dat hij nauwkeurig op moest letten, waarheen de oude en de jonge heer Apsley +zich, na het sluiten der kantoorlokalen, zouden begeven. Hij moest hen in elk geval, +maar voorzichtig en onopgemerkt volgen. Als zij elk een anderen weg namen, moest hij +den ouden heer volgen. +</p> +<p>Charly was vol vuur voor deze gewichtige opdracht, die zijn meester hem gaf en verdween +om, zonder opgemerkt te worden, tusschen de menschenmassa, die zich nog steeds voor +het reederskantoor bevond, zijn observatiepost in te nemen. +</p> +<p>Schouderophalend kwam de dikke Amerikaan het kantoorlokaal weer binnen, waar Scotland +Yard zich rondom de heeren Apsley had verzameld. Toen de oudste der beide heeren hem +weer zag komen, kon hij een grimmig „vervloekt!” niet onderdrukken. +</p> +<p>Daarop echter gaf hij zijn zoon een wenk en deze moest zijn vader onmiddellijk hebben +begrepen, want hij wendde zich zeer beleefd tot kapitein Baxter en sprak: +</p> +<p>„Hebt gij nog gewichtige vragen te stellen, kapitein? Gij ziet, hoe mijn vader onder +den indruk is van het voorgevallene. Hij heeft nu dringend behoefte aan rust. Ik wil +hem echter vannacht niet alleen laten met zijn verdriet en wanhoop. Gij zult dat begrijpen! +</p> +<p><span>„</span>Wie weet, tot welke dingen hij na dit ontzettend verlies zou komen! Ik zal hem meenemen +naar mijn woning in het Oosteinde, dicht bij onze werven, bij de <span lang="en">Commercial Docks</span>. +</p> +<p><span>„</span>Ik maak mij ongerust over hem en ben dat dus verplicht. +</p> +<p><span>„</span>Als wij u nog met inlichtingen van dienst kunnen zijn, zijn wij daartoe gaarne bereid!” +</p> +<p>„Ik zou niet weten …”, <span class="corr" id="xd33e507" title="Bron: antwoorde">antwoordde</span> Baxter, zich achter de ooren krabbend. „Denk eens na, Mr. Apsley, <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>of gij nog het een of ander hebt vergeten mee te deelen. Uw berichten zijn duidelijk, +maar zij wijzen ons den weg niet om deze geheimzinnige misdaad op te helderen”. +</p> +<p>De beide heeren Apsley keken elkaar, zooals Lister zeer goed merkte, met een knipoogje +aan. +</p> +<p>„Welnu, waarde kapitein”, sprak de zoon, „als gij ons geen verdere vragen hebt te +stellen, dan zouden wij ons nu gaarne, vooral in het belang van mijn vader, die zeer +ontdaan is, terugtrekken! Mij vindt gij, zoo noodig, morgen op de werf. +</p> +<p><span>„</span>Mijn vader zal wel hier moeten zijn om met zijn personeel de balans op te maken voor +de insolventverklaring. +</p> +<p><span>„</span>Natuurlijk zijn wij gaarne ten allen tijde tot uw beschikking!” +</p> +<p>„Ik vind het uitstekend, dat gij u nu terugtrekt, heeren!” antwoordde kapitein Baxter +zeer voorkomend. +</p> +<p>„Gij hebt het protocol immers geteekend en verdere vragen heb ik u voor het oogenblik +niet te stellen”. +</p> +<p>Met een groet verliet de reeder, leunende op den arm van zijn zoon, de kantoorlokalen, +terwijl de beambten van Scotland Yard hem met meewarige blikken volgden. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">VIERDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Een moderne lijkenbezwering.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„Als nu Dr. Warrens hier was”, sprak Baxter, toen de beide heeren waren heengegaan, +„konden wij aan ons ander werk gaan!” +</p> +<p>„Gij hebt zeker nog veel te doen, vannacht?” vroeg Mr. Shaw met goed gespeelde belangstelling. +</p> +<p>„Dat zou ik denken”, antwoordde de kapitein in het bewustzijn van zijn gewicht. „Eerstens +zijn wij van plan een groote opruiming te houden onder het gepeupel, dat in Eastend +weer de overhand krijgt en wij drieën kunnen daarbij, als hoofdpersonen, niet gemist +worden”. +</p> +<p>„Zeer begrijpelijk!” sprak Lister. +</p> +<p>„Kapitein!” riep Marholm, verheugd naar de deur wijzende, „als men van den duivel +spreekt … Daar komt de dokter juist!” +</p> +<p>„Gij komt als geroepen, Dr. Warrens”, begroette Baxter den binnentredende, „daar achter +ligt uw patiënt, die u wel niet veel werk zal geven. Hij is zoo dood als een pier!” +</p> +<p>„Dood? Welk soort van dood?” vroeg de jonge dokter vol belangstelling. +</p> +<p>„Mijn beste dokter, het is een prachtig geval, zooals gij dat waarschijnlijk noemt, +al zegt gij het ook niet, van verwurging”. +</p> +<p>„Wat? Verwurging? Wat gij zegt! Inderdaad, dat is prachtig! Een geluk, dat ik al het +benoodigde bij mij heb! Waar is hij? Daar achter?” +</p> +<p>„Die grappenmaker van een dokter!” riep Baxter vroolijk uit, „net zooals ik zei! En +neem mij nu niet kwalijk! Wij hebben namelijk nog zeer veel elders te doen. Het is +al laat en men zal op ons wachten. +</p> +<p><span>„</span>Dus veel genoegen met uw interessant geval! Maar een ding verzoek ik u, maak dat gevaarlijke +sujet, den meest beruchten inbreker van geheel Engeland, bijgenaamd „Sloten-Bob”, +niet weer levend. +</p> +<p><span>„</span>Dat zou u weleens slecht kunnen bekomen en Scotland Yard is blij van dien kerel bevrijd +te zijn. +</p> +<p><span>„</span>Hier is het protocol. En als gij nog verdere inlichtingen wenscht, dan is hier—gij +blijft immers nog een poosje, Mr. Shaw? Misschien stelt gij er belang in, de lijkschouwing +van Dr. Warrens bij te wonen?—dus Mr. Shaw, die alles heeft gehoord. Hij zal u zeer +zeker eventueele vragen gaarne beantwoorden!” +</p> +<p>„Zeer aangenaam, dokter”, sprak Lord Lister lachend, terwijl hij den dokter de hand +reikte. +</p> +<p>„Als gij een assistent noodig hebt, ben ik gaarne tot uw dienst! Gij weet, dat wij +Amerikanen veel practischer zijn dan andere menschen!” +</p> +<p>„Nu, Mr. Shaw, ik zou u misschien wel eens aan <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>uw woord kunnen houden”, antwoordde de jonge dokter. +</p> +<p>„Ik wensch niet anders”, antwoordde Raffles vriendelijk. +</p> +<p>Reeds wilden de detectives met een groet heengaan, toen bij de deur luid geschrei +werd vernomen. +</p> +<p>Marholm snelde vooruit en kwam terug met de mededeeling, dat de vrouw van „Sloten-Bob” +met haar kind bij de deur stond en naar binnen wilde om haar man te zien. Of de agent +haar wilde binnenlaten? +</p> +<p>Nog voordat Baxter had kunnen antwoorden, riep de dokter: +</p> +<p>„Ja zeker, dat komt prachtig uit. Laat haar maar binnenkomen. Ik wil namelijk een +proef nemen en haar aanwezigheid daarbij is mij misschien van groot nut!” +</p> +<p>„Nu, als u het goed vindt, dokter, mij is het onverschillig. Dus Marholm, zeg haar, +dat zij mag binnenkomen!” +</p> +<p>Een verloopen wijf met een uitdrukking van lafhartigheid op het magere, pokdalige +gelaat, waar omheen grijze haarstrengen ongekamd fladderden, trad, in vuile lompen +gehuld, met een ongeveer vijfjarig kind aan de hand, snikkend en weeklagend nader. +</p> +<p>„Daar achter ligt je man, die fijne vechtersbaas, gesnapt bij den inbraak en bij het +leeghalen van de brandkast. Maar wees gedwee, je hebt te doen, wat mijnheer de dokter +je beveelt! +</p> +<p><span>„</span>Dus vaarwel, heeren! en veel succes!” +</p> +<p>Met die woorden verlieten de drie detectives de kantoorlokalen der firma Apsley en +Co., waar een zoo geheimzinnige misdaad was gepleegd. +</p> +<p>Intusschen was dokter Warrens met zijn koffer nader gekomen en Lord Lister was hem +in gespannen verwachting gevolgd naar den doode. +</p> +<p>Wat wilde de dokter nu doen? +</p> +<p>Toen de vrouw, die <span class="corr" id="xd33e570" title="Bron: hun">hen</span> schuw was nageslopen, haar man daar zoo stijf en onbeweeglijk zag liggen, begon zij +te snikken en te weeklagen en ook het kind begon hartverscheurend te huilen. +</p> +<p>„Goede vrouw”, zei de dokter, „ik begrijp uw verdriet en waardeer dat. Het strekt +u tot eer en zelfs den doode daar! Maar ik kan mij nu niet laten storen, ik heb te +werken! Maak u liever nuttig en kleed uw man uit.” +</p> +<p>De vrouw begon dit met trillende vingers te doen. +</p> +<p>De dokter ontdeed zich van zijn overjas en opende zijn koffer. +</p> +<p>„Ieder oogenblik is kostbaar! Een dergelijk gelukje heb ik nog niet gehad. Bij lijken +met schotwonden is niets uit te richten! Door de kogels worden verschillende deelen +gekwetst, die niet weer te herstellen zijn. +</p> +<p><span>„</span>Bij natuurlijke sterfgevallen of bij verwurging zijn nog alle organen, in den regel +ten minste, onaangeroerd, zoodat de proef, die ik wensch te nemen, belooft te zullen +slagen of in elk geval mogelijk is!” +</p> +<p>De doode was nu met behulp van Lister en van den dokter door de vrouw ontkleed en +de arts onderzocht de lichaamswarmte. +</p> +<p>„Dat treft bijzonder”, mompelde hij, zelf ontdaan. „De warmte is nog zeer aanmerkelijk!” +</p> +<p>Bij die woorden wierp hij een van de groote venstergordijnen over hem heen. Hij masseerde +hem een weinig aan den hals en bracht daarna, nadat hij den mond had geopend, de door +de verwurging naar voren gedrukte tong van den doode weder met groote handigheid op +haar plaats. +</p> +<p>Hierdoor was het uiterlijk van den doode minder griezelig geworden. +</p> +<p>Nadat eenige gedeelten van den hals nogmaals gemasseerd waren, hadden de trekken de +natuurlijke uitdrukking teruggekregen. +</p> +<p>„Welke proef hebt gij op het oog, dokter? Zeg het mij! Ik zal u krachtdadig helpen!” +</p> +<p>„Ziet gij, waarde heer Shaw. Mijn collega’s lachen erom en toch heb ik iets dergelijks +al eenmaal bereikt. +</p> +<p><span>„</span>Het is een feit, dat ik, al was het ook maar voor een paar seconden, iemand, die een +paar uur geleden aan een ziekte was overleden, in het leven heb teruggeroepen. Ik +verzamel hiervoor materiaal. Iemand, die gewurgd was, heb ik nog nooit machtig kunnen +worden; van een dergelijk geval is nog meer succes te verwachten, omdat alle organen +nog kort van te voren normaal waren. +</p> +<p><span>„</span>Ik zal een schedelboring uitvoeren, aan de achterste oppervlakte van de bulbus, alsof +ik een abces zou moeten verwijderen. Wij zullen hem sterk masseeren en verwarmen, +ik giet hem deze druppels in, welke ik voor dit doel heb geprepareerd en ik voorspel +u, dat hij bij drukking op den levensknoop der hersenen, al is het ook maar voor korten +tijd, zal ontwaken!” +</p> +<p>„Dat zou verbazend zijn!” riep Lister uit. „Maar denkt gij, dat hij zou kunnen spreken, +als hij tot bewustzijn komt?” +</p> +<p>„De mogelijkheid is niet uitgesloten, wanneer de indrukken, die op dit oogenblik op +hem inwerken, sterk genoeg zijn om zich in hem vast te zetten en reactie op te wekken, +d. w. z. een in zekeren zin onwillekeurige uitwerking te weeg brengen.” +</p> +<p>Lister dacht een oogenblik na. +<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p> +<p>Daarop legde hij zijn hand op den arm van den dokter. +</p> +<p>„Mag ik een opmerking maken? Het zou van het grootste gewicht zijn voor de opheldering +van deze geheimzinnige misdaad, als de doode kon spreken! Het komt mij voor, alsof +alles in deze zaak niet geheel in den haak is! +</p> +<p><span>„</span>Hoe zoudt gij het vinden, als wij den doode eerst terugbrachten in het privé kantoor +van Mr. Apsley en hem zoo neerlegden, dat hij het allereerst de ledige brandkast ziet?” +</p> +<p>„Ik maak u mijn compliment, Mr. Shaw. Gij hebt groot gelijk! Ik heb de wetenschappelijke +quaestie nog niet beschouwd in verband met de rechtszaak, dit moet ik tot mijn schande +bekennen. Maar natuurlijk, alleen het zien van de plek der misdaad zal hem tot spreken +kunnen brengen.” +</p> +<p>Zij begaven zich naar het vertrek, waar de brandkast stond, zetten daar eenige stoelen +zoo neer, dat Sloten-Bob, als hij ontwaakte, de geopende brandkast vlak voor zich +had. +</p> +<p>Daarop legden zij het lijk in de gewenschte houding. +</p> +<p>Mr. Shaw, of liever Lord Lister, ontstak een electrische gloeilamp, die zich dicht +bij de brandkast bevond en doofde alle anderen uit. Hierna beval hij de arme vrouw +om naast de brandkast te gaan staan en gaf haar een handvol goudstukken, waarnaar +zij met begeerige blikken keek. +</p> +<p>„Kijk nu niet naar het geld, vrouw, maar let op!” sprak Lord Lister op dringenden +toon. „Lukt het ons, je man in het leven terug te roepen en aan het spreken te krijgen, +dan zijn de goudstukken voor jou! +</p> +<p><span>„</span>Let je echter niet op en verhinder je onze poging door je onachtzaamheid, dan krijg +je geen cent!” +</p> +<p>„O, ik zweer het u, Sir! Zeg mij maar, wat ik moet doen en wanneer ik moet beginnen.” +</p> +<p>„Wat je te doen hebt, is niet moeilijk! Je moet hem alleen maar de glinsterende goudstukken +in je linkerhand laten zien. Begrijp je? En verder moet je niets anders roepen dan: +Bob—Bob!—Wie?—Bob—wie?” +</p> +<p>„Uitstekend, Mr. Shaw!” sprak de dokter. „Ik wou, dat ik altijd zoo’n adsistent bij +mij had! Gij hebt de zaak zoo eenvoudig gemaakt, dat hij het, als hij ook maar even +tot bewustzijn komt, moet begrijpen. Nu heb ik alle hoop, dat de vermoorde ook zal +spreken!” +</p> +<p>De vrouw staarde intusschen met een rilling naar het doen en laten der beide mannen +in de donkere kamer, waarin alleen een gloeilichtje brandde. +</p> +<p>De dokter had intusschen uit zijn tasch een <span class="corr" id="xd33e620" title="Bron: sleutelje">sleuteltje</span>, chirurgische instrumenten en een rood fleschje genomen. Uit een andere flesch goot +hij olie in een kom, welke hij naast zich plaatste. Daarop begon hij met de schedelboring, +nadat hij het lijk voorover had gelegd. In deze houding hield Lord Lister den doode +in zijn armen vast. +</p> +<p>Nadat de operatie was afgeloopen, legde hij het lijk weer achterover en beide heeren, +Lister en de dokter, doopten hun vingers in de olie en begonnen met koortsachtigen +ijver te masseeren, terwijl zij de gemasseerde plaatsen steeds zorgvuldig bedekten. +</p> +<p>Nu opende de dokter den mond van den doode en goot hem den inhoud van het roode fleschje +in de keel. Daarop verzocht hij Lord Lister, snel en krachtig de armen van den gewurgde +op en neer te bewegen. Nu ging Dr. Warrens achter den doode staan en riep: +</p> +<p>„Zeg, vrouw, kijk niet aldoor naar het goud, maar hierheen! Let op, of hij ontwaakt!” +</p> +<p>„Ja, ja, mijnheer de dokter, dat doe ik!” +</p> +<p>Zij boog zich voorover en staarde angstig in de doffe oogen van haar man, wachtende +op het oogenblik, waarop hij weer zou opleven. Met de linkerhand hield zij hem het +goud voor en wees naar de leege brandkast. +</p> +<p>De dokter richtte nu, met behulp van Lister, het hoofd van den doode op en wreef eenige +minuten met kracht de slapen en de keel. Daarop drukte hij een oogenblik op den levensknoop +der hersenen. +</p> +<p>Al had de dokter het ook van te voren voorspeld, toch was het griezelig, wat er nu +in dit donkere vertrek midden in den nacht gebeurde. +</p> +<p>Men hoorde een benauwd gerochel, alsof met moeite de lucht in de ledige longen drong. +De oogen van den gewurgden man openden zich al verder en verder met angstige uitdrukking +en zelfs den onverschrokken Lord Lister liep een koude rilling over den rug. +</p> +<p>„Bob, Bob!” riep de vrouw rillend en bevend. „Bob—Bob—wie—wie?—Bob, zeg mij wie?” +</p> +<p>Vol geestdrift volgde de arts den gang der gebeurtenissen en vol spanning wachtte +ook Lister op het antwoord van den gewurgde. +</p> +<p>En waarlijk, bewogen de lippen zich niet, alsof zij wilden spreken? Maar de inspanning +was nog te groot, er werd geen geluid vernomen. +</p> +<p>En opnieuw riep de vrouw nog luider en vol ontzetting: +</p> +<p>„Bob, Bob, hoor je mij?—Wie, zeg toch wie?” +<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p> +<p>Weer wees zij naar de brandkast en het electrische licht deed de goudstukken in haar +hand fonkelen. +</p> +<p>En weer opende zich de mond van den vermoorde en zijn lippen trilden. +</p> +<p>Nog eenmaal vernam men het afschuwelijke gerochel en hierop volgde, onduidelijk, als +een kreet van schrik en ontzetting: „Zelf!” +</p> +<p>Daarop keek hij met verbaasden blik om zich heen en vroeg: +</p> +<p>„Waar ben ik?” +</p> +<p>Een oogenblik later zakte hij weer in elkaar. +</p> +<p>De dokter had zich over hem heengebogen en keek hem in de oogen. +</p> +<p>„Het is voorbij!” sprak hij. „De oogen zijn reeds weer verglaasd, de mond is gesloten. +De ademhaling heeft opgehouden. Alle andere moeite is nu tevergeefs! Maar de werking +was zeer sterk, al heeft hij ook niet gesproken.” +</p> +<p>„Ongetwijfeld!” antwoordde Lister peinzend. +</p> +<p>Had hij zich vergist? +</p> +<p>Was het alleen de emotie van het oogenblik geweest, die hem dat „zelf” had doen hooren, +terwijl de ervaren geneesheer slechts een onverstaanbaar geluid had vernomen? +</p> +<p>Als het echter werkelijk het woord „zelf” was geweest, op wien had het dan betrekking? +</p> +<p>Bedoelde hij zichzelf? Hoogstwaarschijnlijk! +</p> +<p>Misschien was op dit uiterste oogenblik in deze verdorven misdadigersziel een eigenaardige +trots op de door hem volbrachte daad opgekomen. +</p> +<p>Hij, de behendige dief en inbreker, die ook volgens Baxter’s beweren zijns gelijken +tevergeefs zocht, was het geweest, die dezen rijken en vermoedelijk onbarmhartigen +reeder alles had ontstolen. +</p> +<p>Wie kon in de ziel lezen van zulk een misdadiger! +</p> +<p>Of zou dat „zelf” op iemand anders slaan? Op een misdadiger, die het nog verder had +gebracht in de kunst van stelen?— — — +</p> +<p>Terwijl Lord Lister op deze wijze zijn hersens pijnigde over de beteekenis van dit +eene woordje, dat hij uit den mond van den overledene meende te hebben gehoord, was +de havelooze vrouw van den misdadiger, aan wier rok zich het verwaarloosde kleine +meisje vastklemde, voor hem gaan staan, terwijl zij hem met schuwen blik de handvol +goudstukken voorhield. +</p> +<p>Zij durfde niets vragen, daar volgens haar meening niet aan de voorwaarde, door den +rijken heer gesteld, was voldaan. +</p> +<p>„Dus ook zij heeft niets gehoord! Zou ik mij dan toch vergist hebben? Was het misschien +mijn groote verbeeldingskracht, die mij het sissende geluid als het woordje „zelf” +deed verstaan?” dacht Lister. +</p> +<p>„Als gij mij wilt beloven, dat gij u hiervoor het allereerst kleeren en voedsel zult +koopen, moogt gij het geld behouden!” +</p> +<p>„Al dit goud voor mij?” stamelde de arme vrouw met ongeloovigen en schuwen blik. +</p> +<p>„O, men zal mij niet gelooven! Men zal mij in de gevangenis opsluiten, als men zooveel +goud bij mij vindt en het kind zal van honger omkomen!” +</p> +<p>„Zij heeft gelijk, Mr. Shaw”, sprak de geneesheer. „Geef haar liever zilver, goud +kan haar slechts verdacht maken. +</p> +<p><span>„</span>En het is ook veel te veel! Wat denkt gij, Mr. Shaw? Wij zijn hier niet in Amerika!” +</p> +<p>„Nonsens!” antwoordde met echt Amerikaansche onverschilligheid de Yankee. „Geef niet +alles tegelijk uit en spaar iets voor later<span id="xd33e671">.”</span> +</p> +<p>Daarop nam hij een visitekaartje uit zijn portefeuille en schreef er met zijn vulpen +aan de achterzijde eenige regels op, vermeldende, dat Mrs. Cogwell, dit was de eigenlijke +naam van den vermoorden Sloten-Bob, tien sovereigns eerlijk had verdiend. +</p> +<p>Hij onderteekende het en ook de dokter zette er als getuige zijn naam onder. +</p> +<p>„Hier, vrouw! Als iemand u wantrouwt en u wil ondervragen, toon dan dit kaartje. Bewaar +het goed. +</p> +<p><span>„</span>En als gij voor u en het kind eenvoudige, warme kleeren hebt gekocht, als gij gewasschen +en gekamd zijt, kom dan aan het opgegeven adres aan mijn villa, in het Westeinde. +Begrijpt gij? +</p> +<p><span>„</span>Dan zullen wij verder zien”. +</p> +<p>De arme vrouw staarde nog steeds ongeloovig naar al de goudstukken in haar handen +en twee dikke tranen rolden langs haar magere wangen. Aarzelend deed zij het geld +en het kaartje in haar zak, alsof zij een misdaad pleegde. +</p> +<p>Daarop wilde zij Lister’s hand kussen. Maar Lister, die als vrije Engelschman dergelijke +betuigingen van onderworpenheid haatte, duwde haar zacht weg en sprak: +</p> +<p>„Goed, goed, vrouwtje. Als gij uw dankbaarheid wilt betuigen, doe dan wat ik u zeg. +Geen sterken drank! Koopt er eten en drinken en kleeren en dekens voor! Daarna kunt +gij u bij mij vervoegen!” +</p> +<p>„Ja, ja, mylord, de Hemel zegene u! Gij meent het goed! Ik zal alles doen! Ach, dat +mijn arme Bob dit nog had beleefd! Hij had zulk goed werk bij een rijk heer en nu +is hij dood! +<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p> +<p><span>„</span>Bob was niet slecht, mijnheer, naar hij kon helaas den borrel niet nalaten! Gij hebt +gelijk mijnheer! De brandewijn is het verderf der armen!” +</p> +<p>Bij die woorden maakte zij aanstalten om heen te gaan. +</p> +<p>„Wacht eens even!” riep Lister. „Hij had werk bij een rijk heer, zegt gij? Heeft hij +u ook verteld, hoe die heer heette?” +</p> +<p>„Neen, mijnheer, dat weet ik niet! Bob zei alleen nog: het is eerlijk werk, Kate, +en het wordt goed betaald. En toen vertelde hij mij nog—en hij was goed nuchter—dat +de rijke heer hem werk voor altijd had beloofd, als hij zijn taak dezen keer goed +volbracht. +</p> +<p><span>„</span>Verder niets en o, ik was zoo blij!” +</p> +<p>Lister schudde het hoofd. +</p> +<p>Hierdoor kwam hij niet verder. +</p> +<p>„Dus het blijft bij hetgeen wij hebben afgesproken. Ik merk wel, dat gij ook niets +verder weet!” +</p> +<p>De vrouw groette, nam haar kind bij de hand en ging heen. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">VIJFDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main"><span class="corr" id="xd33e707" title="Bron: Charley's">Charly’s</span> ontdekking in een elegante heerenwoning.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Toen Lord Lister op vriendschappelijke wijze bij de deur van het reederskantoor afscheid +had genomen van dr. Warrens, kwam tot zijn verbazing Charly op hem toe, nu in de vermomming +van een Amerikaan. +</p> +<p>„Hier staat onze auto, oom!” sprak hij gevat. +</p> +<p>Nauwelijks hadden zij plaats genomen in de zachte kussens van het onmiddellijk wegsnellende +voertuig, of Charly vertelde den uitslag van zijn navorschingen. +</p> +<p>„Zonder de deur uit het oog te verliezen, heb ik deze auto genomen, en vanuit het +raampje naar den ingang gekeken. Ik beloofde den chauffeur den dubbelen prijs en een +groote fooi, als hij ongemerkt twee heeren zou volgen, die weldra uit het kantoor +zouden komen, waar de inbraak had plaats gehad. +</p> +<p><span>„</span>Daar ik als kruier was gekleed, betaalde ik de gewone vracht vooruit. +</p> +<p><span>„</span>Wij letten dus nauwkeurig op en het duurde niet lang of de beide heeren kwamen uit +de huisdeur naar buiten. +</p> +<p><span>„</span>Ik had natuurlijk niet de voorste auto genomen, maar de derde. De beide heeren namen +de eerste en reden weg. +</p> +<p><span>„</span>Ik volgde in dolle vaart. In een der deftigste straten in het Westeinde lieten zij +halt houden en stapten beiden uit. +</p> +<p><span>„</span>Zij gingen een eind te voet, nadat zij hun auto hadden weggezonden en ik sloop hen +na aan de andere zijde der straat. +</p> +<p><span>„</span>Toen ik hen een deftig huis zag binnengaan, waarvan de deur door den jongen heer werd +opengesloten, bleef ik voor een kunsthandel aan den overkant staan en wachtte of er +iets te zien zou zijn, dan wel of zij er weer uit zouden komen. +</p> +<p><span>„</span>Misschien wilde de oude heer gaan uitrusten of zich verkleeden. Ik stak juist mijn +tabakspijp aan, toen ik zag, dat op de tweede verdieping plotseling twee vensters +werden verlicht. Voordat de jalouzieën neergelaten werden, meende ik, den slanken +jongen heer Apsley aan het raam te hebben herkend. +</p> +<p><span>„</span>Het duurde echter niet lang of deze kwam er weer uit, riep een leeg rijtuig aan en +noemde bij het instappen de Heerenclub. +</p> +<p><span>„</span>Daar ik dit adres kende en veronderstelde, dat hij er vrij lang zou blijven, volgde +ik hem niet, maar wachtte, of misschien de oude heer ook nog niet zou gaan.<span id="xd33e742">”</span> +</p> +<p>„Uitstekend!” sprak de Lord. „En werd je geduld beloond?” +</p> +<p>„Zeker! Er waren nauwelijks tien minuten verloopen, toen ik de deur weer open zag +gaan en, met een zeer elegante overjas en cylinder, een fijne havanna in den mond, +kwam de oude heer naar buiten. Hij zag er nu veel jonger en zeer vergenoegd uit. +</p> +<p><span>„</span>Hij begaf zich met veerkrachtigen tred, als een jonge man, naar de Square, waar bij +het kruispunt van <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>de Nelson en <span class="corr" id="xd33e751" title="Bron: Campbellstraat">Campbellstreet</span> een aantal auto’s van de Daimler-Company gestationeerd zijn. Maar ik hoorde helaas +niet, welk adres hij zijn chauffeur opgaf<span id="xd33e754">.”</span> +</p> +<p>„En waarheen rijden wij nu?” vroeg Lister glimlachend. +</p> +<p>„Nu, ik dacht, dat gij misschien de woning in de Campbellstreet, waarheen de heeren +Apsley zich begaven, wel eens wildet zien.” +</p> +<p>„Je hebt mijn bedoeling uitstekend geraden, lieve neef Robert. Maar ik word niet gedreven +door gewone nieuwsgierigheid. +</p> +<p><span>„</span>In de eerste plaats kost die inbraakgeschiedenis, die zoo ongehoord brutaal is, mij +veel hoofdbreken. Ik kan er nog niet achter komen, wie hier de hand in het spel heeft. +</p> +<p><span>„</span>Misschien vind ik in het logies van den reeder, die mij niet <span class="corr" id="xd33e767" title="Bron: betrouwelijk">betrouwbaar</span> voorkomt, de een of andere vingerwijzing, misschien ook niet! +</p> +<p><span>„</span>Verder is een brave jonge man, de ingenieur der firma, die zijn chef gewichtige ontwerpen +ter veilige bewaring in diens brandkast heeft toevertrouwd, bij deze zaak betrokken, +misschien voor zijn verdere leven ongelukkig gemaakt. +</p> +<p><span>„</span>Ik vermoed dat Mr. Apsley, die met zijn ervaring op het gebied der scheepbouwkunde, +de genialiteit van dit ontwerp heeft ingezien, het stuk heeft verduisterd en dat deze +inbraak hem in zooverre zeer gelegen kwam, omdat hem nu de mogelijkheid werd geopend, +de verduistering van het ontwerp te maskeeren!” +</p> +<p>„Zoo’n schurk!” riep Charly vol eerlijke verontwaardiging. „En ik had nogal zoo’n +medelijden met hem wegens zijn groot verlies en verbaasde er mij daarom over, dat +hij zoo welgemoed uit het huis kwam.” +</p> +<p>„Nu, het is voorloopig ook alleen een vermoeden van mij. Ik kan mij vergissen en zou +niet gaarne iemand onrecht willen aandoen.” +</p> +<p>„Als het ontwerp ook juist nu is verdwenen, dan komt mij dat zeer verdacht voor. Je +zult wel gelijk hebben met je veronderstelling. Dat was de reden van zijn goede luim!” +</p> +<p>„Het zou prachtig zijn, als wij het ontwerp vonden. Morgen moeten de stukken namelijk +zijn ingediend. Wat des middags om 12 uur niet aanwezig is, blijft buiten mededinging. +</p> +<p><span>„</span>De hoop van den jongen man om een prijs te behalen, is niet zonder grond. Dit ontwerp +moet geheel nieuwe ideeën bevatten. +</p> +<p><span>„</span>Burton is verloofd en zou gelukkig worden als hij zegeviert, waaraan niet te twijfelen +viel! Juist het verdwijnen van het ontwerp sterkt mij in mijn overtuiging, dat het +een voortreffelijk stuk werk is. +</p> +<p><span>„</span>Het is echter mogelijk, dat wij Mr. Apsley groot onrecht doen. Ik heb al gedacht, +of hier niet een concurrent, die eveneens mededingt naar den prijs en die Burton’s +genie vreest, op deze wijze Burton heeft buitengesloten. +</p> +<p><span>„</span>Maar die zou zich niet vergrepen hebben aan het geld van de firma Apsley, al is het +ook waar, dat de gelegenheid den dief maakt. +</p> +<p><span>„</span>Ook kan het een concurreerende firma van Mr. Apsley zijn geweest, welke vreesde, dat +de firma Apsley, als chef van den ingenieur Burton, wanneer deze laatste den prijs +behaalde, ook in de eerste plaats in aanmerking zou komen om uitvoering te geven aan +de plannen van den uitvinder. +</p> +<p><span>„</span>Men kon het ontwerp laten verdwijnen en maakte meteen de firma tijdelijk onschadelijk, +door de 50.000 pond te verduisteren. +</p> +<p><span>„</span>Misschien komt Mr. Burton’s ontwerp weer te voorschijn als het werk van een ander. +Ik zie de zaak nog niet duidelijk in. Er zijn hier veel verklaringen te geven!” +</p> +<p>Onder het uiten van deze veronderstellingen waren de beide vrienden in de Campbellstreet +aangekomen en lieten de auto stilhouden. Charly betaalde het overeengekomen bedrag +en liet den chauffeur met het voertuig wegrijden, daar in de nabijheid wel weer een +auto te krijgen was. +</p> +<p>Charly had het huisnummer goed genoteerd en met den looper van den Grooten Onbekende +opende deze geruischloos de zware huisdeur. +</p> +<p>Zij klommen de met rijke loopers belegde, prachtige trappen op naar de tweede verdieping +en Charly, die nauwkeurig had opgelet, wees op een hooge deur, die zich bevond tusschen +de ingangen naar twee huurwoningen. Die deur gaf toegang naar de kamer met de beide +vensters aan de voorzijde, die hij verlicht had gezien. +</p> +<p>Met verbazing las Lister op een visitekaartje boven een brievenbus: „Mr. John Morris”. +</p> +<p>„In elk geval zullen wij de kamer onderzoeken. De naam doet er eigenlijk niets toe!” +meende Charly, terwijl hij aan het sleutelgat luisterde. +</p> +<p>„Daar binnen is niemand”, sprak hij daarop. +</p> +<p>„Laat ons dan beginnen”, vond Lister. Zijn steeksleutel paste ook hier en voorzichtig +opende hij de deur. +</p> +<p>Alles was donker. +<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p> +<p>Charly streek waslucifers aan en ontdekte het draaiknopje van het electrische licht. +Hij ontstak een der gloeilampjes aan de kroon en keek om zich heen. +</p> +<p>Op hetzelfde oogenblik riep Lister met halfluide stem: +</p> +<p>„Hoera! Het klopt! De naam Morris is slechts een aangenomen naam. Een der beide heeren +Apsley<span class="corr" id="xd33e817" title="Bron: en,">, en</span> wel naar ik vermoed de oudste, bedient zich van deze vrijgezellenkamer onder een +valschen naam. +</p> +<p><span>„</span>Daar ligt namelijk de vernielde jas op den stoel en op tafel het gescheurde boordje, +de das en de slappe vilthoed, dien Mr. Apsley droeg, toen hij het kantoor verliet.” +</p> +<p>Bij het doorsnuffelen van de jaszakken vielen Charly ten overvloede nog eenige brieven +in handen aan het adres van Mr. Apsley Senior, zoodat nu geen twijfel meer mogelijk +was. +</p> +<p>In de elegante woonkamer werden alle laden en kasten, vooral de inhoud van het cylinderbureau, +nauwkeurig onderzocht. Ook hierbij deed weer Lister’s overal passende sleutel uitstekend +dienst. +</p> +<p>Alle moeite was echter vergeefs. +</p> +<p>Lister onderzocht zelfs de hooge rugleuning van de sofa, de muren en het buffet, maar +geen geheime schuilplaats werd gevonden. +</p> +<p>„Nu naar de slaapkamer”, sprak Lister, over den drempel stappend. +</p> +<p>Ook hier werd een der electrische lampen opgedraaid en tegelijkertijd deed Charly +het licht in de woonkamer uit. +</p> +<p>Doch ook hier in de tamelijk leege kleerkast, in de laden van de waschtafel, zelfs +in het nachtkastje, ja, onder de bedden en kussens werd niets gevonden. +</p> +<p>Plotseling bleef hij voor een tafel met een toiletspiegel staan. Hij zette den spiegel +eraf en voelde over de moiré-achtige, roode bekleeding, waarop zich op gelijke afstanden +bladornamenten bevonden. +</p> +<p>Hij had zich niet vergist. +</p> +<p>Het blad, waarover zijn vinger onderzoekend was heengegleden, bevond zich op eenigen +afstand van den vloer en was beweegbaar. Toen hij het op zij schoof, kwam een sleutelgat +te voorschijn. +</p> +<p>„Charly!” riep Lister met gesmoorde stem, „de schuilplaats!” +</p> +<p>Charly kwam op de teenen toegesneld. +</p> +<p>„Drommels, jij weet alles te vinden!” fluisterde hij vol bewondering. +</p> +<p>Lister had zijn looper reeds in het sleutelgat gestoken en de zoo zorgvuldig verborgen +deur van een muurkast bewoog zich geruischloos in haar scharnieren. +</p> +<p>Toen de kast zich voor hun oogen had geopend, stonden Lister en Charly stom van verbazing! +</p> +<p>Het was wel niet het ontwerp van den ingenieur dat zij voor zich zagen, maar voor +hen lag de som geld, die door Raffles zou zijn gestolen, de 50,000 pond sterling, +meer dan een half millioen aan Hollandsch geld, in zakken, rollen, banknoten en credietbrieven. +</p> +<p>Zooals een nader onderzoek, dat Lord Lister later instelde, bewees, was het volle +bedrag nog bij elkaar. +</p> +<p>Raffles keek vol verbazing Charly aan, die sprakeloos naast hem stond. Daarop sprak +Lister hoofdschuddend: +</p> +<p>„Op deze toch zoo voor de hand liggende mogelijkheid was ik—waarschijnlijk uit achting +voor het menschelijk karakter—niet gekomen! +</p> +<p><span>„</span>Dwaas die ik ben, de gewurgde man heeft het mij, toen hij een oogenblik tot bewustzijn +kwam, duidelijk gemaakt! +</p> +<p><span>„</span>Hij bedoelde met het woordje „zelf”, dat zelfs de dokter niet, maar ik wel heb verstaan, +niet <i>zich</i>zelf, maar <i>hem</i>zelf, den ouden reeder, zijn lastgever en—moordenaar! +</p> +<p><span>„</span>De vijftigduizend pond waren hier reeds in veiligheid, toen de inbreker van beroep, +om de zaak geloofwaardig te maken, de brandkast moest opensmelten met het moderne +knalgas-blaastoestel. +</p> +<p><span>„</span>Om den man onschadelijk te maken, misschien ook om den inbraak geloofwaardiger te +doen schijnen, hebben de beide heeren Apsley te zamen den inbreker met het daartoe +gereedliggende koord gewurgd. +</p> +<p><span>„</span>De voorname, rijke heer, waarvan Bob heeft gesproken, was de reeder. Het eerlijke +werk was de opdracht van den eigenaar, om de brandkast te openen. Wie weet, welke +redenen men hem daarvoor had opgegeven. +</p> +<p><span>„</span>Daarvoor had Apsley beloofd, hem doorloopend werk te geven. In zekeren zin, maar op +afschuwelijke wijze, heeft hij die belofte ook gehouden!” +</p> +<p>Lister rilde en Charly was bleek geworden, toen hem de groote verdorvenheid van dezen +rijkaard uit Lister’s woorden duidelijk werd. +</p> +<p>„Deze man, van wien men alles kan verwachten, heeft ook het ontwerp van den ingenieur +in zijn bezit. Daaraan valt in ’t geheel niet te twijfelen. Maar hij draagt het, omdat +het zoo kostbaar is, misschien bij zich! +</p> +<p><span>„</span>En nu geloof ik stellig, dat die geheele gefingeerde inbraak, ja, zelfs de koelbloedige +moord op dien beklagenswaardigen Bob, die juist bezig was, zich <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>weer aan eerlijken arbeid te wijden, enkel en alleen het middel was om het verdwijnen +van het ontwerp voor het bouwen van een onderzeesche boot geloofwaardig te maken! +</p> +<p><span>„</span>Wij moeten ook dat ontwerp nog vinden, al zou ik het dezen onmensch ook met geweld +moeten afhandig maken!” +</p> +<p>Lister knarste met de tanden en zijn oogen fonkelden van toorn en verontwaardiging. +</p> +<p>„Ik wil hem straffen met de straf, die hem het hardst zal treffen. +</p> +<p><span>„</span>De rijke man zal tot bedelaar worden! Ik wil zien, of hij het zal dragen met de kracht +en waardigheid, waarmede mijn vader het droeg, waarmede ik het heb gedragen, toen +verdorven bloedverwanten ons erfdeel roofden! +</p> +<p><span>„</span>Ik, Raffles, veroordeel u, beide heeren Apsley, onwaardige schurken, om voortaan tot +de bedelaars te behooren! Maar niet tot die, welke met een rein geweten en vroolijke +blijmoedigheid hun eerlijke armoede dragen, neen, tot de bedelaars, die geen rust +kunnen vinden, omdat hun hartstochten en hun geweten, omdat de gedachte aan alle schatten, +die zij hebben verloren, hun geen rust gunt! +</p> +<p><span>„</span>Bedelaars—bedelaars, opdat gij in al uw ellende en minderwaardigheid bekend zult worden!” +</p> +<p>Lord Lister streek zich met een zucht over het bleeke gelaat, waarop diepe ontroering +te lezen stond. +</p> +<p>„Ik begrijp niet wat mij opeens zoo overweldigde! Maar deze slechtheid grenst ook +aan het ongelooflijke. +</p> +<p><span>„</span>En nu aan het werk, Charly! Luister naar hetgeen je moet doen! Neem een auto aan de +Square, betaal drie- of vierdubbele vracht, maar vlieg, opdat je terug bent, voordat +de schurken terug komen. +</p> +<p><span>„</span>Rijd naar onze villa en haal in de tasch de valsche banknoten hier! +</p> +<p><span>„</span>Zoo snel als je kunt! Ik blijf hier. Zij zullen niet zoo gauw komen! +</p> +<p><span>„</span>De jonge Apsley kan niet zoo gauw afscheid nemen van het spel in de Club en als de +oude onmensch komt, terwijl ik hier ben, dan zal hij een onaangenaam kwartiertje beleven!” +</p> +<p>Charly nam vol geestdrift zijn bevelen in ontvangst en snelde heen. +</p> +<p>Lord Lister nam op de sofa plaats, legde zijn kleine revolver voor zich op tafel en +stak, om zichzelf eenigszins te kalmeeren, een sigaret aan. +</p> +<p>In diepe gedachten zat hij daar en was zeer verbaasd, toen Charly reeds binnen zeer +korten tijd met de groote tasch terug kwam. +</p> +<p>Dezen keer echter was zij vol en zwaar, want zij bevatte alle banknoten, die den schilder +waren ontnomen. +</p> +<p>Lister stak zijn revolver in den zak en stond op. +</p> +<p>„Je auto moet wel haast gevlogen hebben”, sprak hij. +</p> +<p>„Dat geloof ik bij driedubbelen prijs!” antwoordde Charly. +</p> +<p>Na een vluchtige schets te hebben gemaakt van de indeeling der kast, waarbij hij noteerde, +welke geld- en bankpapiersoorten elk vak bevatte, nam nu Lister met behulp van Charly +de valsche banknoten uit de reistasch en legde ze, naar de waarde verdeeld, op de +toilettafel. +</p> +<p>Daarop eerst nam hij de zakken en rollen goudstukken en de verschillende stapels bankpapier +uit den schuilhoek en borg alles in de tasch: 50,000 pond sterling! +</p> +<p>Nu verdeelde Lister de valsche bankbiljetten in de vakjes van de kast ongeveer zoo, +als het echte geld daarin had gelegen. +</p> +<p>Overal waar zooeven nog het geld had gelegen, bevonden zich nu de daarmee in waarde +overeenkomende valsche banknoten. +</p> +<p>Een nauwkeurig onderzoek kon deze verandering natuurlijk niet doorstaan, des te minder, +omdat de zakken en rollen ontbraken, maar bij oppervlakkige beschouwing zou men de +verwisseling van het geld in het geheel niet hebben waargenomen. +</p> +<p>Hierna sloot Lister voorzichtig de kastdeur en schoof het blad weer voor het slot. +</p> +<p>Ook den toiletspiegel zette hij precies weer op de oude plaats. +</p> +<p>Hij draaide het electrische licht uit en beiden gingen de woonkamer binnen. +</p> +<p>Alles was daar nog zooals zij het hadden aangetroffen en zij overtuigden zich ervan, +dat zij niets hadden achter gelaten, wat hun aanwezigheid zou kunnen verraden<span id="xd33e921">.</span> +</p> +<p>Zij gingen nu zoo zacht mogelijk de kamer uit en begaven zich naar het trappenhuis. +Daar heerschte duisternis en stilte. +</p> +<p>Onhoorbaar sloot Lord Lister de deur achter zich af. +</p> +<p>Hij had juist het handvat van de tasch mee beetgepakt, om Charly bij het dragen van +het zware voorwerp behulpzaam te zijn, toen hij staan bleef. Zijn scherpe ooren hadden +het geluid gehoord van een huissleutel, die in het slot werd gestoken. +</p> +<p>„Halt, Charly,” fluisterde hij. „Het is mogelijk, dat de persoon, die daar komt, in +een der andere woningen moet zijn.” +</p> +<p>Maar de schreden naderden de trap en tegelijkertijd <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>werden ook twee stemmen vernomen, een zwaardere mannenstem en een vrouwelijke. +</p> +<p>„Zij komen naar boven,” fluisterde Charly, die zich voorzichtig voorovergebogen had. +„Hij strijkt een lucifer aan. Het is de oude Apsley!” +</p> +<p>„Dan voorzichtig een trap hooger gegaan, Charly,” sprak Lister zacht en met groote +kalmte. +</p> +<p>Zij namen onhoorbaar de tasch op en slopen op de teenen naar de volgende trap. Een +paar treden in de hoogte zetten zij de tasch neer en luisterden. +</p> +<p>En zij hoorden het volgende stichtelijke gesprek: +</p> +<p>„Hoeveel geef je mij, oudje, zeg eens?” +</p> +<p>„Daar zullen wij binnen over spreken, bij <span class="corr" id="xd33e939" title="Bron: cherry">sherry</span> en gebak.” +</p> +<p>„Nu, ook goed! Ik heb zoo’n afschuwelijken honger, oudje. Krijg ik een <span class="corr" id="xd33e944" title="Bron: souvereign">sovereign</span>? Nietwaar? Je bent een nobele jongen, ik krijg er een?” +</p> +<p>De reeder lachte. +</p> +<p>„Als je je eischen niet hooger stelt, met genoegen! En als je heel lief bent, misschien +zelfs wel twee!” +</p> +<p>„O, mijn lieve ouwetje! Daarvoor heb ik je hartstochtelijk lief!” +</p> +<p>Zij moest hem wel omhelsd en gekust hebben, want de heer Apsley sprak lachend: +</p> +<p>„Mijn hemel, wat een liefdesvuur voor twee sovereigns! Laat mij ten minste de deur +eerst opensluiten, vleistertje!” +</p> +<p>En hij opende de deur, zoodat de weer dichtvallende deur den beiden luisteraars belette, +nog iets van het gesprek te hooren. Zij hoorden alleen nog, hoe de respectabele oude +heer zich met de straatdame, die hij ergens had opgepikt, in de kamer opsloot. +</p> +<p>Toen Lister en Charly de straat hadden bereikt, namen zij op de dichtstbijzijnde standplaats +een auto, waarin Charly met de tasch plaats nam, terwijl Raffles zich naar de Heerenclub +liet rijden. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">ZESDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Aangenaame verwachting en onaangename verrassing.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Toen de reeder zijn kamer met zijn gezellin was binnengegaan, draaide hij twee lichten +der <span class="corr" id="xd33e961" title="Bron: elektrische">electrische</span> kroon aan en sprak lachend: +</p> +<p>„Nu, maak het je gemakkelijk, kleintje. Hoe heet je eigenlijk?” +</p> +<p>„Ik ben je Claire, oudje! Maar drommels, hier is het piekfijn! Wat moet je rijk zijn! +Ik mag je hier wel dikwijls bezoeken, nietwaar?” +</p> +<p>Mr. Apsley lachte hartelijk. +</p> +<p>„Een flinke vrouw ben je! Je neemt als een handig handelsreiziger elke gelegenheid +te baat om vaste klanten te krijgen!” +</p> +<p>Claire lachte mee en ontdeed zich om te beginnen van haar reusachtigen, modernen hoed, +die van buiten grijs en van binnen rood was. Daarop trok zij ongegeneerd haar grijze +blouse uit en ging met bloote armen in een hoek van de sofa zitten. +</p> +<p>Ook de reeder maakte het zich gemakkelijk. Hij trok overjas, gekleede jas en gesteven +vest uit en legde zijn gouden horloge met zwaren ketting op zijn schrijftafel. +</p> +<p>Toen bracht hij zijn kleeren naar de slaapkamer en kwam eenige oogenblikken later +in een gemakkelijk fluweelen huisjasje weer te voorschijn. +</p> +<p>Ook de nette laarzen trok hij uit en deed fijne viltpantoffels aan. +</p> +<p>„Zoo, mijn lief, blond poesje, nu is het veel behaaglijker!” +</p> +<p>„Maar je hebt mij beloofd, mij wat te eten te zullen geven, oudje; ik heb zoo’n ontzettenden +honger!” +</p> +<p>„Zeer juist opgemerkt”, antwoordde de reeder. „Overal gaat de honger voor de liefde. +Dat is een natuurwet, zoolang de wereld bestaat! Nu, wij zullen eens zien, wat er +is!” +</p> +<p>Apsley senior ging naar het buffet en opende de bovenste kast ervan. +</p> +<p>„Wacht, daar is nog zalm!” sprak hij. +</p> +<p>„Ach ja, zalm, heerlijk! heerlijk!” riep het meisje verrukt uit. +<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p> +<p>De reeder zette een nog vrij groot stuk zalm, boter, wittebrood en gebak op tafel +en nam uit een ander kastje van het buffet een pas aangebroken flesch sherry en twee +glazen. +</p> +<p>„Nu, eet en drink zooveel je lust, hongerig schepseltje! Zoo, wensch je ook een mes +en vork?” +</p> +<p>Hij opende een lade en gaf Claire het benoodigde. Daarop schonk hij de glazen vol +en stiet met haar aan. Zij dronk gretig. +</p> +<p>„Hè! Zoo iets lekkers heb ik in langen tijd niet gedronken!” +</p> +<p>Daarop wijdde zij zich met alle aandacht aan de zalm en het brood en gaf tot groot +vermaak van den reeder uiting aan haar aangename gewaarwordingen door onverstaanbare +geluiden. +</p> +<p>De oude Apsley, die waarschijnlijk ergens anders had gesoupeerd, stond haar gewillig +het geheele stuk zalm af. Hij dronk zijn sherry en nam er een stuk taart bij. +</p> +<p>Nadat de zalm en verschillende boterhammen waren verorberd, begon het jonge meisje +met grooten ijver van het gebak te eten, dat als sneeuw voor de zon verdween. +</p> +<p>Eindelijk scheen de honger gestild te zijn. Met een zucht van voldoening leunde zij +in den stoel achterover. +</p> +<p>„Ach, dat heeft goed gesmaakt! Zooiets goeds krijgt iemand van ons slag niet elken +dag. O, ik zal altijd graag bij je komen! Ik zal je mijn adres geven en zoodra je +mij schrijft, kom ik!” +</p> +<p>„Dat kunnen wij doen!” vond de reeder met een vroolijk glimlachje. „Meisje, jij bevalt +mij! Kom, geef mij een kus!” +</p> +<p>„Voor zulk heerlijk eten en twee sovereigns zooveel als je wilt!” +</p> +<p>Zij vlijde zich tegen den reeder aan, die intusschen naast haar op de sofa had plaats +genomen en kuste hem vol vuur. +</p> +<p>„Zoo, mijn beste! O, ik heb je zoo lief en je zult tevreden over mij zijn! Maar geef +mij nu eerst de twee sovereigns, die je mij hebt beloofd. Daaraan wil ik zien, oudje, +of je evenveel van mij houdt als ik van jou!” +</p> +<p>Mr. Apsley lachte. +</p> +<p>„Drommels! In jouw aderen vloeit het echte Engelsche handelsbloed. Jammer, dat je +geen man bent! Met jouw handelsgeest zou het je als koopman goed zijn gegaan! +</p> +<p><span>„</span>Zelfs in het vuur van de heetste liefde denk je aan geld! Dat is bewonderenswaardig! +</p> +<p><span>„</span>Maar, stel je gerust, je hebt het dezen keer gelukkig getroffen! Ik ben in zulk een +tevreden stemming, dat ik eens nobel wil zijn. Ik zal je, als je heel lief wilt zijn, +een biljet van vijf pond geven.” +</p> +<p>„Hoeveel?” vroeg het meisje aangenaam verrast. „Dat geloof ik niet, oudje! Zoo zullen +de biljetten van vijf pond je wel niet op den rug groeien! Kom, geef dan hier, dan +zal je mij morgen zelf moeten bekennen, dat je je nog nooit zoo goed geamuseerd hebt +als met mij!” +</p> +<p>„Mooi!” antwoordde Mr. Apsley en deed, alsof hij iets uit den zak van zijn fluweelen +jasje wilde halen. Dit onnoozele meisje behoefde niet te weten, dat hij het biljet +uit de muurkast ging halen. +</p> +<p>„Ach ja”, sprak hij daarop, „het is waar, ik heb mijn kleeren in de kast gehangen! +Wacht even.” +</p> +<p>De reeder ging naar zijn slaapkamer, tastte in het donker naar het afsluitblad, haalde +zijn sleutelbos te voorschijn uit den broekzak en opende de kast. Hij greep in het +vak, waarin de banknoten van vijf pond lagen en nam daar een uit. Daarop sloot hij +de kast weer en kwam in de woonkamer terug. +</p> +<p>„Hier, ongeloovige Thomas, daar heb je het bankbiljet!” +</p> +<p>Hij wierp een vluchtigen blik op het biljet en gaf het aan het meisje. +</p> +<p>„Ben je nu tevreden, kind?” +</p> +<p>Hij nam weer naast haar plaats en legde zijn arm om haar middel, in het bewustzijn, +daar nu het volste recht op te hebben. +</p> +<p>Maar zoo hij het meisje eenige oogenblikken wegens haar handelsgeest had bespot, hij +zou nu gewaar worden, dat zij werkelijk een koopvrouw was. +</p> +<p>Waarschijnlijk had zij in haar leven reeds minder aangename ervaringen opgedaan met +valsch geld, in elk geval, zij stak het bankbiljet niet, zooals misschien zooveel +vrouwen van haar soort gedaan zouden hebben, onmiddellijk in haar zak, maar zij onderzocht +het biljet van vijf pond lang en nauwkeurig. +</p> +<p>Apsley keek met een spotlachje naar haar. +</p> +<p>„Alsof zij er verstand van had!” dacht hij. +</p> +<p>Na eenige minuten echter gaf zij hem het biljet terug en sprak vol minachting: +</p> +<p>„Nee, oudje, daar vlieg ik niet in. Voor zoo dom moet je mij niet aanzien! Dit biljet +is valsch!” +</p> +<p>De reeder lachte luidkeels. +</p> +<p>„Waaraan zie je dat?” +</p> +<p>Maar onwillekeurig bekeek ook hij het biljet met aandacht. +</p> +<p>„Het is in elk geval fonkelnieuw en.….…. Mijn hemel! Maar het is werkelijk valsch! +Het is het goede papier niet! Het watermerk ontbreekt!” +<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p> +<p>Het gelaat van Mr. Apsley werd donkerrood, hij snelde letterlijk naar de slaapkamer, +woedend, dat men hem een valsch bankbiljet in de handen had gestopt. +</p> +<p>Snel draaide hij het electrische licht op en opende zijn geheime kast, want hij was +bang, dat zich onder zijn geld nog meer onechte biljetten konden bevinden. +</p> +<p>Hij keek in de kast en zijn knieën knikten. +</p> +<p>Wat hem in donker zooeven niet was opgevallen, zag hij nu op den eersten blik. +</p> +<p>De zakken en rollen met de goudstukken ontbraken. Hoe hij ook zocht en de pakketten +papiergeld optilde en opzij zette, hij vond ze niet terug, zij waren verdwenen. +</p> +<p>Nu maakte een onuitsprekelijke angst zich van hem meester en eerst nu kwam de gedachte +in hem op, dat ook de andere biljetten weleens valsch konden zijn. +</p> +<p>Hij moest zich aan de waschtafel en aan de deur van de kast vasthouden om niet neer +te vallen. +</p> +<p>Met sidderende hand onderzocht hij het eene biljet na het andere en wierp ze woedend +in de vakjes, waaruit de goudstukken waren verdwenen. +</p> +<p>Eindelijk bekeek hij de biljetten ter waarde van vijftig pond. +</p> +<p>„Alles valsch! Alles valsch!” kermde hij. Zijn krachten begaven hem, zijn knieën knikten +en machteloos zonk de reeder, die zooeven nog zoo levenslustig was geweest, op den +grond neer. +</p> +<p>Hij kon niet meer denken en drukte beide handen tegen zijn gloeiend voorhoofd. +</p> +<p>Het meisje, dat op de sofa in de zitkamer nog steeds zat te wachten, begon eindelijk +ongeduldig te worden. +</p> +<p>„<span class="corr" id="xd33e1040" title="Bron: Komt">Kom</span> je, oude heer?” riep zij op luiden toon. „Kom, wees lief en breng een echt bankbiljet +voor mij mee, of een handvol sovereigns, die heb ik nog liever!” +</p> +<p>Maar de reeder had allen lust voor liefdesavonturen verloren. +</p> +<p>„Loop naar den duivel, deerne!” riep hij woedend uit. „Wil je mij nog bespotten ook? +O, ik ben op een vreeselijke manier bedrogen.” +</p> +<p>En als een bliksemstraal schoot het plotseling door zijn hoofd: +</p> +<p>„Raffles—Raffles—dit is de wraak van Raffles!” +</p> +<p>Hij verloor het bewustzijn en zakte ineen. +</p> +<p>Het meisje wachtte nog een tijd lang. Toen echter alles stil bleef na het geluid van +den val, stond zij op en sloop onhoorbaar naar de openstaande deur der slaapkamer. +</p> +<p>Hier zag zij Apsley roerloos op den grond liggen. +</p> +<p>„Misschien heeft hij een beroerte gehad!” fluisterde zij. „Dat komt wel eens meer +voor bij oude heeren. +</p> +<p><span>„</span>Jammer voor hem, maar mij laat het koud! Wat kan mij zoo’n oude kerel schelen, als +hij geen geld heeft!” +</p> +<p>Maar ook in dit vreeselijke oogenblik liet haar koopmansgeest haar niet in den steek. +Zij keek met onderzoekende blikken om zich heen, eigenlijk in hoofdzaak, om den huissleutel +te zoeken. +</p> +<p>Zij ontdekte dezen ook op den schrijftafel van den reeder en nam hem op. Toevallig +echter lagen Apsley’s zwaar gouden horloge en de ketting er naast en misschien was +het alleen uit behoefte aan orde en netheid, dat zij ook deze beide voorwerpen opnam +en in haar zak stak. +</p> +<p>In een ommezien had zij zich gekleed en haar rooden reuzenhoed opgezet. Nogmaals luisterde +zij, of de oude heer rustig was. Toen zij geen geluid vernam, ontsloot zij zacht de +kamerdeur, sloop naar buiten, deed de deur achter zich dicht en weldra was Miss Claire +met de waardevolle eigendommen van Mr. Apsley in den donkeren nacht verdwenen. +</p> +<p>Den huissleutel alleen nam zij niet mee, maar liet hem in het slot steken. +<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">ZEVENDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Onverwachte gebeurtenissen in de Heerenclub.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Toen Lord Lister in de vermomming van den welgedanen Amerikaan het marmeren salon +van de Heerenclub was binnengegaan, waar achter gesloten deuren allerlei hazardspelen +werden gehouden, keek hij overal rond. +</p> +<p>Het beruchte hazardspel wordt, zooals bekend is, door een bankhouder gespeeld tegen +een aantal pointeurs. Van een spel van 52 kaarten krijgt ieder er 13 stuks, van het +aas tot de 2, waarvan hij een of meer kan bezitten. +</p> +<p>De jonge Apsley hield de bank en hem zocht Lord Lister. +</p> +<p>Hoewel natuurlijk, zooals bij de meeste hazardspelen, de bankier het voordeeligst +af is, scheen Mr. James Apsley hedenavond nog niet veel geluk te hebben gehad. +</p> +<p>Hij had slechts een matige winst gehad en wat hij moest uitbetalen, had de winst verre +overtroffen. +</p> +<p>Mr. James was nog bleeker dan gewoonlijk en het zweet stond op zijn voorhoofd. +</p> +<p>Om zijn zenuwen te sterken, goot hij twee glazen cognac naar binnen, voordat hij zijn +champagne, die de kellner juist voor hem had binnengebracht, begon te drinken. +</p> +<p>Hierop wijdde hij weer alle aandacht aan het spel. +</p> +<p>Zijn oogen openden zich wijd van verbazing, toen hij ook den dikken Amerikaan met +onverschillig uiterlijk aan de speeltafel zag staan en deze zich door den kellner +13 kaarten liet geven. +</p> +<p>Een lichte blos van verlegenheid kleurde het gelaat van den jongen Apsley, omdat de +Amerikaan hem hier aan de speeltafel zag, onmiddellijk nadat deze heer van zijn vader +had gehoord, dat bij de inbraak hun geheele vermogen verloren was gegaan. +</p> +<p>Hij voelde zich gedrongen om den Amerikaan te groeten, wat deze doodbedaard met een +beleefde buiging van het hoofd beantwoordde. +</p> +<p>Lister had vijf kaarten bezet, ieder met 5 pond, zoodat de inzet dus 25 pond bedroeg. +</p> +<p>Mr. James Apsley wierp nog een glas champagne naar binnen. +</p> +<p>Daarop schudde hij zorgvuldig de kaarten, nam de twee bovenste er af, nadat hij de +onderste kaart had laten zien, die geen winst geeft, doch den bankhouder ten goede +komt. +</p> +<p>Nadat de eerste keer was getrokken, had de Amerikaan het dubbele bedrag op zijn kaarten +staan, namelijk 600 gulden, terwijl de heer Apsley Junior minstens evenveel had verloren, +daar hij ook aan de andere spelers had moeten uitbetalen. +</p> +<p>Zijn vingers trilden zichtbaar, toen hij opnieuw de kaarten schudde en door Mr. Shaw +liet trekken. +</p> +<p>„<i lang="fr">Va tout!</i>” (het gaat om den geheelen inzet) riep Lord Lister op kalmen toon. +</p> +<p>„Drommels, wat is dat, Mr. Shaw?” vroeg hem een zijner kennissen, die ook meespeelde, +„gij geeft den bankhouder immers alle voordeelen! Het zou al heel toevallig zijn, +als gij dezelfde kaarten weer kreegt.” +</p> +<p>„Nu, dat wil ik toch eens zien!” antwoordde de vermeende Yankee met onverstoorbare, +echt Amerikaansche kalmte, „ik heb een voorgevoel, alsof Mr. Apsley, onze voortreffelijke +bankhouder, vandaag niet erg gevaarlijk is. Het is voor de Apsleys een ongeluksdag!” +</p> +<p>Mr. <span class="corr" id="xd33e1092" title="Bron: Apley's">Apsley’s</span> gelaat werd donkerrood. +</p> +<p>„Wat wilt gij daarmee zeggen, Mr. Shaw? Mag ik u om opheldering van uw woorden verzoeken?” +</p> +<p>„Als ik mijn inzet liet staan op dezen voor u zoo ongelukkigen dag, waarop uw firma +door inbraak voor 50,000 pond is bestolen, dan deed ik dat, omdat ik u de kans wilde +geven, voor u zelf of uw schuldeischers dit verlies ten minste voor een klein gedeelte +te boven te komen!” +</p> +<p>Mr. Apsley werd donkerrood. +</p> +<p>„Ik bedank beleefd voor uw ongewenschte grootmoedigheid. +</p> +<p><span>„</span>In de eerste plaats heb ik nog geld genoeg en in de tweede plaats zal ik met behulp +van mijn vrienden in staat zijn elk verlies te dekken!<span id="xd33e1103">”</span> +<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p> +<p>„Daaraan twijfel ik evenzeer, Mr. Apsley, als uw vader. Gij herinnert u zeker wel, +dat ik erbij stond, toen hij handenwringend verklaarde, dat de firma Apsley bankroet +was. +</p> +<p><span>„</span>Ik weet niet, of op zulk een dag de speelzaal van de heerenclub wel de rechte plaats +is om die verliezen terug te krijgen! Gij kent toch zeker wel de bijbelspreuk, die +van zooveel diepe wijsheid getuigt: +</p> +<p><span>„</span>„Wie iets heeft, aan hem wordt gegeven en wie niets heeft, van hem wordt ook nog genomen, +dat wat hij heeft!”<span id="xd33e1114">”</span> +</p> +<p>„Zijt gij misschien speciaal hier gekomen met het doel om uw goedkoope methodistenwijsheid +aan den man te brengen?” schreeuwde Mr. Apsley, die reeds half dronken was. +</p> +<p>Maar eenige leden der Club en goede kennissen kalmeerden hem. +</p> +<p>In de zaal hadden zich groepjes gevormd, die de woorden van Mr. Shaw bespraken. Verscheiden +heeren konden de waarheid der mededeelingen bevestigen en een van hen toonde zelfs +het extra avondblad van de Times, waarin de inbraak—volgens opgaven van den reeder +natuurlijk!—in alle bijzonderheden werd beschreven. +</p> +<p>Ook de bestuursleden der Club stonden in een afzonderlijke groep bij elkaar in een +der kleine zijzalen, waar aan marmeren tafeltjes gelegenheid tot soupeeren was. +</p> +<p>Zij zetten bedenkelijke gezichten en schudden de hoofden. +</p> +<p>Zij gaven Mr. Shaw volkomen gelijk en besloten, nauwkeurig te letten op het spel van +James Apsley en hem niet meer toe te staan, speelschulden te maken, om hun andere +leden voor verliezen te bewaren, als werkelijk de firma insolvent zou worden verklaard. +</p> +<p>Intusschen had Mr. James nog een paar glazen cognac naar binnen gespoeld. Hij was +echter zoo kort aangebonden en onvriendelijk tegen zijn vrienden, dat deze zich beleedigd +terugtrokken. +</p> +<p>„Nu, hoe is het? Wij wachten hier nog steeds! Ik wil, ondanks al uw onbeleefdheden, +u deze kans nog geven. <i lang="fr">Va tout!</i>” +</p> +<p>„Voor mijn part dan!” riep Apsley, bij voorbaat reeds genietend in het vooruitzicht +van zijn overwinning. Maar de kaarten, die hem in vroegere dagen zoo dikwijls hadden +gelokt, totdat hij reddeloos aan den speelduivel was vervallen, zij lieten hem op +dit oogenblik in den steek. +</p> +<p>Onophoudelijk won Lister en toen het spel uit was, had de Amerikaan honderd pond sterling +op zijn kaarten staan. +</p> +<p>Mr. James veegde zich het zweet van het voorhoofd. Hij had nu op dezen avond reeds +de helft verspeeld van de 500 pond, die zijn vader hem had gegeven, toen de 50,000 +pond waren overgebracht naar de geheime kast van de vrijgezellenkamers. +</p> +<p>Maar hij dacht er niet aan om op te houden, want hij wist immers, dat in de kast van +zijn vader zich een zeer groot bedrag bevond en dat hij dus dit verlies gemakkelijk +zou kunnen betalen. +</p> +<p>Ook twijfelde hij er niet aan, of zijn vader zou hem, al was het ook na eenige verwijten +te hebben geuit, het verloren bedrag wel teruggeven. +</p> +<p>Maar het hinderde hem, dat juist die Amerikaan alles had gewonnen en hij zwoer zichzelf, +hem zijn winst weer afhandig te maken. +</p> +<p>Hij keek echter verbaasd op, toen de Amerikaan zonder een spier van zijn gelaat te +vertrekken, kalm sprak: +</p> +<p>„Wilt gij uw geheele verlies met een enkelen slag terugwinnen? Hoeveel staat er in +de bank?” +</p> +<p>Apsley schrok, maar hij wilde dit niet laten merken. Een verraderlijke uitdrukking +kwam in zijn oogen. +</p> +<p>Zeker wilde deze dwaze Yankee nogmaals op dezelfde kaarten zetten! Dat beteekende +voor den bankhouder een bijna zekere winst. Deze gelegenheid moest hij aangrijpen! +</p> +<p>„Hier liggen 150 pond”, sprak hij na vlug geteld te hebben en hij haalde zijn laatste +100 pond uit den zak, welke hij erbij zette. +</p> +<p>„Nu staan er 250 pond op de bank”, vervolgde hij. +</p> +<p>„Apsley, zijt gij door den duivel bezeten?” riepen verscheiden stemmen. +</p> +<p>„Hij heeft de beste kansen!” riepen anderen. „Gij verliest, Mr. Shaw, dat is zoo zeker +als twee maal twee vier is<span id="xd33e1145">.”</span> +</p> +<p>„<i lang="fr">Va banque!</i>” riep onder ademlooze stilte der aanwezigen, die zich nu om de speeltafel verdrongen, +Lord Lister. +</p> +<p>James trilde van opgewondenheid. +</p> +<p>Hij nam een glas cognac en dronk dat in een enkelen teug leeg. +</p> +<p>„Om ’s Hemels wil, Apsley!” vermaande hem een der bestuursleden, „drink toch niet +meer! Gij maakt u steeds meer opgewonden!” +</p> +<p>Maar de jonge man veegde zich het zweet van het voorhoofd. +</p> +<p>„Waarom ben ik zoo zenuwachtig?” vroeg hij zichzelf af, <span>„</span>ik heb toch de meeste kans.” Wat hinderde <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>hem in het ergste geval zulk een onbeduidend verlies? +</p> +<p>Al meende de wereld ook, dat hun vermogen weg was, hij wist immers beter! Zijn vader +moest toch voor hem betalen. Wat had hij dus te vreezen? +</p> +<p>„Ik geef u nogmaals kans om te winnen!” sprak de Amerikaan op ijskouden toon. „Ik +laat ook nu mijn inzet op dezelfde kaarten staan<span id="xd33e1167">.”</span> +</p> +<p>Van alle kanten hoorde men uitroepen van verbazing, en werden zelfs weddenschappen +aangegaan. +</p> +<p>Niemand geloofde aan het geluk van den Amerikaan. +</p> +<p>„Zooals gij wilt”, antwoordde Mr. James schouderophalend. +</p> +<p>Alle aanwezigen hadden opgehouden mee te spelen en keken vol spanning naar den, zooals +zij meenden, ongelijken strijd. +</p> +<p>Opnieuw schudde de bankhouder de kaarten en trok. +</p> +<p>Maar zijn aanvankelijke kalmte maakte plaats voor steeds grooter opgewondenheid. De +eene kaart na de andere viel bij het trekken weer aan den kant van Lord Lister. +</p> +<p>De handen van James Apsley beefden toen hij Mr. Shaw de gewonnen 250 pond toeschoof. +</p> +<p>Hij zocht gejaagd in den borstzak van zijn deftige, gekleede jas. Hij haalde zijn +portefeuille te voorschijn en opende die. +</p> +<p>Maar het gaf niets. Zij was leeg. Hij zocht ook in den anderen zak en haalde er een +groote enveloppe uit. Ook hierin bevond zich geen enkel bankbiljet. +</p> +<p>Hij had alles verspeeld, de 500 pond waren naar den duivel. +</p> +<p>Opgewonden en bevend stak hij het couvert, waarin zich alleen een manuscript op blauw +papier bevond, weer bij zich. +</p> +<p>„Mr. Darley”, sprak hij tot een zijner vrienden, met wien hij zeer intiem was, „ik +zou nog een poging willen wagen, leen mij—!” +</p> +<p>„Ga naar huis, Apsley! Dat zal het beste voor u zijn! Ik heb weinig bij mij!” +</p> +<p>„Mr. North, zoudt gij misschien zoo goed willen zijn—” +</p> +<p>„Het doet mij leed, Apsley, maar ik vind, dat gij heden, bij de geruchten, welke in +omloop zijn, beter hadt gedaan, niet te spelen. Wat moeten uw schuldeischers daarvan +denken!” +</p> +<p>Overal weigeringen! Hij gaf het op, en toch, welk een voldoening om dezen Amerikaan +toch nog weer te kunnen overwinnen! +</p> +<p>Haastig dronk hij nog een glas cognac en riep: +</p> +<p>„Mijn heeren, ik geef de bank over! Laat een ander zich in mijn plaats met Mr. Shaw +meten!” +</p> +<p>Lord Lister glimlachte. +</p> +<p>„Zoudt gij nog tegen mij willen spelen, Mr. Apsley? Nu, ik bega misschien een domheid, +maar ik wil u iets leenen. Misschien wint gij juist daarmee, zooals meermalen gebeurt. +</p> +<p><span>„</span>Maar na hetgeen mijnheer uw vader heden vertelde, zult gij begrijpen, dat ik voor +mijn geld eenig onderpand vraag”. +</p> +<p>„Hel en duivel, Sir. Twijfelt gij misschien aan mijn eerewoord?” +</p> +<p>„Dat niet, maar gij zoudt er morgen wel eens anders over kunnen denken dan heden”, +antwoordde Lister met nadruk. +</p> +<p>„Ja, ik zou alles weer van u willen terugwinnen, dat is mijn vurigste wensch!” +</p> +<p>„Dat geloof ik! Mooi! Welk pand geeft gij?” +</p> +<p>„Wat wenscht gij? Horloge en ketting? Mijn ringen?” +</p> +<p>„Wat doe ik met dien rommel, als gij het geld niet teruggeeft? Neen, het moet iets +zijn, dat mij uw komst waarborgt. Hebt gij niets dergelijks?” +</p> +<p>„Jawel, ouwe Yankee, ik heb hier iets! Maar ik moet het morgen kunnen terughalen.” +</p> +<p>„Breng mij morgenochtend het geld en gij krijgt uw onderpand terug. Wat is het?” +</p> +<p>Apsley dronk een glas champagne, zijn oogen waren met bloed beloopen. +</p> +<p>„Maar dat zeg ik je, Yankee, als ik je morgenochtend het geld breng en je weigert +mij de teruggave, dan schiet ik je neer als een hond. Bedenk dat wel!” +</p> +<p>De president der Club legde zijn hand op den schouder van James Apsley. +</p> +<p>„Mr. Apsley, ik moet u verzoeken, u te matigen in uw uitdrukkingen en geen bedreigingen +te uiten tegen gasten der Club. Uw positie als lid van deze Club is na alles, wat +er is voorgevallen, niet al te zeker! Gij gedraagt u heden, zooals dat een onzer leden +onwaardig is.” +</p> +<p>„Als gij alle kletspraatjes gelooft! Ik onderhandel immers met Mr. Shaw. Wat wilt +gij eigenlijk?” +</p> +<p>„Hij is stomdronken! Men moet hem daarom iets vergeven bij zijn verlies van hedenavond”, +sprak de president, Lord Readen, tot den kassier van de Club. „Maar neem de cognac +weg, kellner!” +</p> +<p>Maar Mr. James verlangde dien sterken drank juist. Hij zag de karaf wegbrengen en +trok ze den kellner uit de hand. +</p> +<p>„Wat ga je doen, domkop? De cognac blijft hier! Dat is het beste, wat er is!” +</p> +<p>Hij schonk zich een glaasje vol en dronk het leeg. +<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p> +<p>Hierop waggelde hij naar den Amerikaan toe, hij trok het manuscript op blauw papier +uit zijn linkerborstzak en wierp het voor Mr. Shaw op de groene tafel neer. +</p> +<p>„Wat is dat?” vroeg Lord Lister op ijskouden toon. +</p> +<p>„Dat zal ik u zeggen. Gij zult er wel niets van begrijpen, het is een door mij gemaakt +ontwerp voor het bouwen van een onderzeesche boot, dat ik morgen op het Admiraliteitsgebouw +moet bezorgen.” +</p> +<p>De aanwezigen spitsten de ooren. Dat had men niet gedacht van dezen speler en zwierbol. +</p> +<p>Hij was wel scheepvaartkundig ingenieur, maar men had er niet veel respect voor. +</p> +<p>Zou men zich zoo vergist hebben? +</p> +<p>Lord Lister glimlachte: het groote moment was gekomen! +</p> +<p>„En dit geniale ontwerp, dat van mij is en iets geheel nieuws brengt— —Wat wilde ik +zeggen? O ja! Dat zal ons verlies door dien vervloekten Raffles spoedig weer vergoeden. +</p> +<p><span>„</span>Wilt gij mij hierop 25 pond leenen?” +</p> +<p>Lister sloeg het manuscript open, om zich van den inhoud te overtuigen. +</p> +<p>Juist: teekeningen in witte lijnen op blauw papier en de technische beschrijving. +</p> +<p>Hij stak het geniale ontwerp in zijn zak en wierp vijf biljetten van vijf pond voor +James op de groene tafel. +</p> +<p>„Morgen, of liever dezen ochtend, kunt gij het ontwerp terugkrijgen, als gij mij het +geld terugbrengt.” +</p> +<p>Lord Lister glimlachte. +</p> +<p>Intusschen had Mr. James de rest der cognac in een glas geschonken en dit leeggedronken. +Zijn oogen staarden zonder uitdrukking en het eerst zoo zorgvuldig gepomadeerde haar +zat slordig en liet het begin van een kalen kop doorschemeren. +</p> +<p>Dikke zweetdroppelen parelden op zijn voorhoofd en slapen en zijn trekken waren verwrongen. +</p> +<p>„Apsley ziet er afschuwelijk uit”, sprak de voorzitter tot zijn vrienden, Mr. Darley +en North. „Men moest hem beletten, door te spelen!” +</p> +<p>„Dat ben ik volkomen met u eens, president!” sprak Darley ernstig. „Ik zal— —” +</p> +<p>Maar reeds had Apsley de kaarten weer opgenomen en riep: +</p> +<p>„Ik houd de bank nogmaals! Wie zet?” +</p> +<p>Op een wenk van den president trokken zich de leden en geïntroduceerden terug. Alleen +Lord Lister sprak met onverstoorbare <span class="corr" id="xd33e1241" title="Bron: kalmt">kalmte</span>: +</p> +<p>„Als gij het inderdaad wenscht, Mr. Apsley, ben ik bereid, u revanche te geven!” +</p> +<p>„Dat hoop ik, Mr. Shaw! Maar ik zie, dat gij nog maar alleen zijt. Waarom dan al die +drukte? Zwart voor u, rood voor mij! Wat het eerst valt, wint!” +</p> +<p>„Zooals gij wilt, Mr. Apsley! Voor mijn part verliest gij de 25 pond ook nog!” +</p> +<p>De geheele Club drong zich om de groene tafel, om dit roekelooze spel gade te slaan. +</p> +<p>Apsley schudde, liet Mr. Shaw afnemen en wierp de eerste kaart neer: +</p> +<p>Hartenvrouw! +</p> +<p>Apsley had gewonnen! +</p> +<p>Onverschillig gaf Lister hem 5 biljetten en de belangstelling der toeschouwers werd +steeds grooter. +</p> +<p>„Datzelfde nogmaals!” riep de Amerikaan. +</p> +<p>„<i lang="fr">Va tout!</i>” +</p> +<p>Bij die woorden legde hij tien biljetten van vijf pond voor zich neer. +</p> +<p>Toen Apsley weer de eerste kaart trok, was het klaveraas. Apsley had alles verloren. +Hij keek een oogenblik met zijn bloedbeloopen oogen naar de vierkante gestalte van +den Amerikaan, die de hem toegeschoven biljetten kalm bij de zijne legde, als wilde +hij zich op den Yankee werpen. +</p> +<p>Zijn borst ging hijgend op en neer en hij moest zich aan de tafel vasthouden. Zijn +gedachten waren verward. +</p> +<p>„Hij mag niet zegevieren! Ik wil mij wreken! Ik wil hem geld en ontwerp weer af winnen! +De kaarten kunnen toch niet betooverd zijn! De aanhouder wint!” +</p> +<p>„Mr. Shaw!” riep hij op luiden toon. +</p> +<p>Lister vroeg zich af, of hij nu niet heen zou gaan. Hij had het ontwerp in zijn bezit. +Hij was er zeker van, dat dit het rechtmatige eigendom was van den ontwerper, Mr. +Burton en dat Apsley het morgen niet zou kunnen inwisselen. +</p> +<p>Mocht Apsley toch met het geld komen, dan kon hij altijd nog Scotland Yard waarschuwen. +</p> +<p>„Mr. Shaw!” herhaalde de zoon van den reeder ongeduldig. +</p> +<p>„Wat wenscht gij nog? Ik zou denken, dat het tijd voor u was om naar huis te gaan”, +merkte Lister op. +</p> +<p>„Ik heb er nog zin in”, antwoordde de beschonkene. „Ik wil nog spelen! Ik wil u uw +geld weer afnemen en het manuscript ook!” +</p> +<p>„Dat wil ik wel gelooven! Maar daar is geld voor noodig” antwoordde de Amerikaan koel. +</p> +<p>„Dat zult gij mij geven! Kellner, <span class="corr" id="xd33e1273" title="Bron: whiskey">whisky</span>!” +</p> +<p>„Ik zal mij wel in acht nemen, Mr. Apsley. Ik hoorde de verklaring van uw vader omtrent +de insolventie met mijn eigen ooren”, luidde Listers antwoord. +<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span></p> +<p>De kellner had de <span class="corr" id="xd33e1281" title="Bron: whiskeyflesch">whiskyflesch</span> op een tafeltje gezet en een glas ingeschonken. Apsley nam het met sidderende hand +op en dronk het leeg. +</p> +<p>„En gij zult mij toch geld geven, Mr. Shaw. Ik heb u mijn ontwerp voor een onderzeesche +boot verpand! Maar dat heeft voor mij niets te beteekenen. Ik kan als uitvinder van +dit plan elk oogenblik een geheel ander, nog meer volkomen in elkaar zetten!” sprak +Mr. Apsley bluffend, terwijl hij, om op de been te blijven, nu eens voor- dan achteruit +liep. +</p> +<p>Hij verbeeldde zich misschien in zijn steeds duidelijker wordende dronkenschap, de +rechtmatige eigenaar van het ontwerp te zijn. +</p> +<p>„Wat geeft gij mij, als ik u het ontwerp verkoop?” +</p> +<p>Dit was den meesten aanwezigen toch te sterk. Zelfs zij, die zich eerst hadden teruggetrokken +om zijn lompe houding, kregen nu medelijden met den beschonkene. +</p> +<p>„Apsley, zijt gij gek?” riep Mr. North. +</p> +<p>„Gij moet het ontwerp morgen immers hebben, wees toch verstandig!” riep de voorzitter +der Club. +</p> +<p>„Morgenmiddag is de inzending gesloten!” sprak Mr. <span class="corr" id="xd33e1293" title="Bron: Darly">Darley</span> bezorgd. „Latere inzending is onmogelijk.” +</p> +<p>Al deze heeren hadden natuurlijk niet het minste vermoeden, dat het ontwerp van Mr. +Burton was gestolen. +</p> +<p>Maar Apsley wees de welmeenende vrienden met een energische handbeweging terug, hij +hield zich aan de groene tafel vast en vroeg met zware tong: +</p> +<p>„Wa—wat geeft gij mij voor het ontwerp, Mr. Shaw?” +</p> +<p>„Neemt hem rechts en links onder den arm!” beval de president. „Wij mogen een dergelijke +handelwijze niet dulden in onze Club.<span id="xd33e1301">”</span> +</p> +<p>Maar de beschonkene riep stotterend: +</p> +<p>„Dat is mijn zaak! Ik wil spelen! Ik wil toch eens zien— —” +</p> +<p>„Des menschen wil, des menschen leven!” citeerde Lord Lister koelbloedig. „Daar is +niets aan te doen, heeren. Laat hem zijn zin volgen.” +</p> +<p>Hij haalde zijn portefeuille te voorschijn en nam er 1000 pond aan bankpapier uit. +</p> +<p>„Hier zijn 1000 pond, Mr. Apsley”, riep hij den beschonkene toe. +</p> +<p>Hierop sprak Lister tot de leden der Club: +</p> +<p>„Heeren, overtuigt er u van, dat het bedrag juist is! Bij den toestand, waarin zich +mijn medespeler bevindt, is dat noodig!” +</p> +<p>„Dus gij neemt de 1000 pond en daarvoor is het ontwerp mijn eigendom!” riep Lord Lister. +</p> +<p>„Top!” schreeuwde Apsley, die de banknoten met onvaste hand voor zich neerlegde. +</p> +<p>„Hoe zullen wij spelen?” vroeg hij op heeschen toon. „Ik wil u het ontwerp weer afwinnen +en mijn geld erbij!” +</p> +<p>„Dat gaat nooit goed. Hij verliest dit geld ook nog. Mr. Shaw, neem gij tenminste +de bank. Hij kan de kaarten niet meer vasthouden.” +</p> +<p>Zoo spraken de toeschouwers door elkaar. +</p> +<p>„Als gij het wenscht, zal ik de bank nemen, Mr. Apsley. Het valt u moeilijk om te +schudden, dat zie ik wel. +</p> +<p><span>„</span>Ik doe u het voorstel, in vijf keer, telkens voor tweehonderd pond, het spel uit te +maken. Ik heb er genoeg van, voortdurend met u alleen te spelen.” +</p> +<p>„Dat vind ik goed. Dus gij neemt de bank.” +</p> +<p>Apsley kwam waggelend van achter de groene tafel naar voren. Maar hij vergat niet, +nog een glas <span class="corr" id="xd33e1324" title="Bron: whiskey">whisky</span> te nemen. De zoon van den reeder geloofde met het idee fixe van dronken menschen, +dat het geluk hem toch nog toe zou lachen en dat het hem zou gelukken, alles terug +te winnen. +</p> +<p>De beide eerste keeren won hij. Trots eischte hij nu ook verdere revanche. +</p> +<p>Na het eind van de zevende taille echter waren de 1000 pond weer in het bezit van +Lord Lister, wien het blinde geluk den geheelen avond getrouw bleef. +</p> +<p>Apsley staarde somber naar het bankpapier, dat Lord Lister met stoïcijnsche kalmte +weer in zijn portefeuille borg. +</p> +<p>Daarop haalde hij diep adem en mompelde, als versuft: +</p> +<p>„Alles weg, alles verloren!” +</p> +<p>Plotseling echter, bij het zien van de onverstoorbare kalmte van zijn tegenstander, +werd hij woedend. +</p> +<p>„Dat is niet eerlijk toegegaan! Er is hier een samenzwering tegen mij! Vervloekte +Amerikaan, je hebt mij bestolen, uitgeplunderd tot op het hemd! Maar, schurk, ik zal +je eens uit je onbeweeglijke kalmte opwekken!” +</p> +<p>En nog voordat de verbaasde omstanders wisten, wat er gebeurde, had hij een blinkende +revolver uit zijn zak genomen en schoot die op Lord Lister af. +</p> +<p>Deze had echter iets dergelijks verwacht en trad bliksemsnel op zij. Doelloos kwam +de kogel in den muur terecht. +</p> +<p>Nu echter verhief zich een ware storm van verontwaardiging onder de leden en gasten +der Club, die getuigen waren van dit tooneel. Niemand van hen had echter zin om den +woesteling beet te pakken. +</p> +<p>„Grijpt hem! Houdt hem vast!” riep de president. +<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p> +<p>„Hij is totaal beschonken”, zuchtte Mr. North. +</p> +<p>„Dat zoo iets in onze Heerenclub kan passeeren!” weeklaagde de voorzitter. +</p> +<p>Lister wilde zich op Apsley werpen, maar reeds was deze met dreigend opgeheven revolver +dwars door de zaal naar buiten gesneld. +</p> +<p>„Terug, jelui honden, als je leven je lief is!” riep hij, toen Lister en andere heeren +hem wilden volgen. +</p> +<p>Nog twee keer knalde een schot, maar omdat hij te dronken was om goed te kunnen mikken +vielen er geen dooden of gewonden in de speelzaal. +</p> +<p>„Vervloekte gauwdieven! Schurken! Gij heeren? Wat? Zakkenrollers en dieven zijt gij!” +</p> +<p>Nogmaals schoot hij, zonder iets anders dan een grooten spiegel te raken, vlak naast +den voorzitter. Daarop opende hij de deur naar de gang en wierp deze met een ruk in +het slot. +</p> +<p>Een groote verwarring ontstond. Men riep om de politie en om Scotland Yard. +</p> +<p>Slechts met moeite gelukte het Lord Lister, het woord te krijgen. +</p> +<p>„Heeren”, sprak hij, „laat den misdadiger aan zijn noodlot over, dat hem spoedig genoeg +zal treffen. +</p> +<p><span>„</span>Gij hebt u heden misschien over mijn optreden en mijzelf verbaasd, maar ik kwam hier +met de bedoeling, het gestolen ontwerp voor een onderzeesche boot te vinden en dit +aan den ongelukkigen eigenaar en uitvinder terug te kunnen geven. +</p> +<p><span>„</span>Zooals gij hebt gezien, is mij dat gelukt.” +</p> +<p>Een algemeen bravo volgde. Allerlei vragen werden gedaan en men bestormde Mr. Shaw +om een nadere verklaring. +</p> +<p>„Ik kon al niet begrijpen, hoe dit lichtzinnige sujet een geniaal ontwerp had uitgevonden,” +merkte Mr. Darley op. +</p> +<p>Lister noemde den naam van Edward Burton als dien van den ontwerper en nam, om verdere +vragen te ontloopen, op beminnelijke wijze afscheid van de heeren. +</p> +</div> +</div> +<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch8.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">ACHTSTE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">Apsley Senior en Junior.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De oude Mr. Apsley was ondertusschen weer tot zichzelve gekomen. Hij was met moeite +van den grond opgestaan en, na nog een wanhopigen blik op de nog open staande kast +met valsche bankbiljetten in de slaapkamer te hebben geworpen, sloot hij de deur. +</p> +<p>Daarna had hij zich, met een bang gevoel voor de plaats des ongeluks, naar de woonkamer +gesleept, waar hij de verdwijning van zijn horloge en van het meisje bemerkte. +</p> +<p>Hij nam hierop een flesch whisky uit het buffet, en schonk zich een wijnglas vol, +dat hij leeg dronk. +</p> +<p>Hierna begon hij zich beter te gevoelen. +</p> +<p>Hij ging in den hoek der sofa zitten, steunde zijn hoofd op zijn hand en dacht na. +</p> +<p>Het was wel een ramp, die mooie 50.000 pond; al zijn spaarpenningen en ontvangsten +waren verdwenen. Iets van de geldswaardige papieren zou misschien nog te redden zijn! +</p> +<p>„Maar per slot van rekening is het toch niet zoo erg; wij behouden toch altijd nog +het prachtige ontwerp. Morgen heeft de wedstrijd plaats, en als mijn zoon of de firma +Apsley & Co. den prijs wint, waaraan niet valt te twijfelen, en ook met den bouw zelf +wordt belast, zullen we dit zware verlies spoedig genoeg weer te boven komen.” +</p> +<p>Met deze gedachte en vooruitzichten begon de reeder langzamerhand weer moed te scheppen, +en zijn werkkracht kwam opnieuw boven. +</p> +<p>Hoe meer hij over deze plannen nadacht, des te beter werd zijn humeur. +</p> +<p>Hij had de eerste neerslachtigheid al bijna geheel overwonnen, toen hij iemand met +zwaren tred en veel lawaai de trap hoorde opkomen. +<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p> +<p>„Die moet flink wat naar binnen hebben gewerkt”, dacht hij bij zichzelf, toen opeens +de deur openging. +</p> +<p>Het was zijn zoon James. +</p> +<p>Maar hoe zag deze er uit! +</p> +<p>Den eleganten hoogen hoed had hij achter op zijn hoofd, en zijn donker haar hing wild +en verward op zijn voorhoofd. Zijn gelaat was krijtwit, alleen de oogen gloeiden op +onnatuurlijke wijze. +</p> +<p>Zijn dronkenschap scheen in de buitenlucht gedurende den tocht in de auto nog toegenomen +te zijn. Hij kon zich nauwelijks staande houden en had moeite om zijn evenwicht te +bewaren. +</p> +<p>„James, ongelukkige, wat zie jij er uit! In wat voor toestand verkeer je? Och hemel, +ook dat nog bij al het andere!” +</p> +<p>„Het geld is op, vader! Alleen het geluk was tegen me, anders zou ik dien onbeschaamden +Yankee toch nog gelegd hebben! +</p> +<p><span>„</span>Kom, geef mij een whisky, vader, wees eens goed! En dan geld, nieuw geld, dat is de +hoofdzaak! +</p> +<p><span>„</span>Is dat niet whi—whisky? Natuurlijk is het dat! Kom, ik heb een afschuwelijken dorst, +maar niet naar water.” +</p> +<p>„Je bent volslagen beschonken! Geen druppel krijg je meer!” +</p> +<p>Mr. Apsley nam gauw de flesch van tafel en sloot haar in het buffet. Hij nam er een +flesch sodawater uit en schonk daarmee een waterglas vol. +</p> +<p>„Daar, lichtzinnig individu! Vooruit, drink! Ik wil het hebben.” +</p> +<p>James weerde eerst het onwelkome drankje af, doch toen zijn vader bleef aandringen, +nam hij het aan en slikte het met allerlei vreeselijke grimassen naar binnen. +</p> +<p>„Ge hebt nu gezien, dat ik uw wil doe, voldoe nu ook aan mijn verlangen! Geef mij +geld, vader, veel geld! Ik verdwijn over den grooten vijver.” +</p> +<p>„Onzin, James! Je hebt op ’t oogenblik je vijf zinnen niet bij elkaar. Daar is geen +sprake van! Jij moet werken. Het luie leventje, dat je tot nu toe hebt geleid, moet +thans ophouden. +</p> +<p><span>„</span>In dit opzicht treft het nu bijzonder goed. Jij hebt het in je leven altijd veel te +gemakkelijk gehad, en ik was altijd te toegevend en gaf je veel te veel geld, en altijd +weer opnieuw. Dat was mijn fout, waarvan ik nu spijt heb. +</p> +<p><span>„</span>Maar dat moet nu ophouden, mijn jongen! En daar het niet anders kan, zal het ook ophouden, +en wel voor je eigen bestwil! We zullen allebei flink gaan werken, om de geleden schade +weer in te halen en ik hoop, dat je me krachtig zult steunen en bijstaan en mij zult +bewijzen, dat je, ondanks alle lichtzinnigheid, een kern van de gelijkheid in je hebt, +en in waarheid mijn zoon bent.” +</p> +<p>„Werk? Neen, dierbare vader, daarvoor ben ik niet in de wieg gelegd. En overigens +moge de duivel mij halen, als ik ook maar een <span class="corr" id="xd33e1406" title="Bron: sylabe">syllabe</span> van uw opbouwende zedepreek—louter nonsens, met uw verlof—begrijp! +</p> +<p><span>„</span>We hebben immers geld genoeg, kunnen de andere menschen, de armen, de hongerlijders, +de dommen voor ons laten werken en zelf van het leven genieten. +</p> +<p><span>„</span>Dat is juist de kunst in het leven.” +</p> +<p>De reeder krabde zich bedenkelijk achter de ooren. +</p> +<p>„Mijn hemel, hij weet immers nog van niets! Dat vergat ik heelemaal! Nu, dat zal een +heele slag voor hem zijn, des te meer, nu hij van heden af aan moet werken! En bij +dit alles is hij nog dronken ook!” +</p> +<p>Hij slaagde er echter in, James de rest van het sodawater naar binnen te laten werken. +</p> +<p>„Verduiveld!” zei James, wiens geest weer een beetje helder begon te worden, zoodat +hij zich bewust werd, dat hij zijn benarde positie aan zichzelf had te wijten. „Ik +moet weg! Ik moet geld hebben! Ik bezit geen rooden duit meer! Alles verspeeld aan +dien hond van een Yankee! +</p> +<p><span>„</span>Allo, vader, geef mij zooveel, dat ik zoodra mogelijk weg kan over den Atlantischen +Oceaan, voordat het te laat is!” +</p> +<p>„Hij is nog totaal dronken!” mompelde de reeder bezorgd. „James, wat praat je toch +voor wartaal! Kom eens tot jezelf, mijn jongen! Ik vergeef je immers alles en wil +ook niet met je twisten. Maar dat moet in de toekomst geheel ophouden. Van heden af +aan. Beloof je me dat? +</p> +<p><span>„</span>Kijk eens naar Mr. Edward, hoe die gewerkt heeft dag en nacht! Het doet mij bijna +leed, dat hij door ons toedoen niet de vruchten zal plukken van zijn vlijt. Doch ieder +is zichzelf het naast! Misschien kunnen we ons later met hem associeeren!— +</p> +<p><span>„</span>Niet waar, ik kan erop vertrouwen, James, dat je mij in onzen nieuwen strijd om het +bestaan trouw ter zijde zult staan?” +</p> +<p>„Dat is louter onzin, vader, wat ge praat! Ik moet weg!” +</p> +<p>Hij keek schuw naar de deur, of de menschen van Scotland Yard soms al achter hem stonden. +</p> +<p>Het begon hem nu duidelijk te worden, dat hij in de Heerenclub een vreeselijke domheid +had begaan, om het niet erger te noemen. +</p> +<p>De reeder keek hem aandachtig aan, en haalde de <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>schouders op, daar hij zijn dwaas gepraat toeschreef aan dronkenschap. +</p> +<p>Doch James werd nu door eene zenuwachtige onrust bevangen. Hij wilde zich in veiligheid +brengen. +</p> +<p>„Kom, vader, ik heb alles verspeeld! Ik moet geld hebben! Ik moet weg! Hoort gij niet? +Geef mij toch zooveel, dat ik voldoende heb voor den overtocht, geef mij tienduizend +uit de geheime bergplaats daar binnen! Verder zal ik geen aanspraak op iets maken.” +</p> +<p>„Uit de kast, jawel!” lachte de reeder hoonend. „Leg je schuldeischers, als je ze +hebt, maar op andere manier het zwijgen op. Geld kan ik je niet meer geven!—Het geld +is weg—is verdwenen!” +</p> +<p>De zoon barstte in een luid gelach los. +</p> +<p>„Ik zal er niet invliegen! Neen, zoo dom is uw zoon niet, vader! +</p> +<p><span>„</span>Tracht dat een ander wijs te maken. Natuurlijk, ge wilt mij niets geven, omdat ik +dronken ben! Doch ik ben nu weer helder van geest! Ik weet alles! Ik moet het hebben! +Heusch! +</p> +<p><span>„</span>Ik heb een domme streek uitgehaald! Doch ik was woedend, omdat ze mij zoo leeggeplunderd +hadden, en toen heb ik op den bankhouder, dien vervloekten Yankee, Mr. Shaw, geschoten, +en ik geloof, dat ik hem zijn winst betaald gezet heb, en dat ik ook van de andere +schurken een paar gebrandmerkt heb.” +</p> +<p>Bij deze woorden wierp James zijn revolver op tafel, waarop zich nog twee of drie +patronen bevonden. +</p> +<p>„Die heeft mij op de schurkenbende gewroken! En het doet mij ook in ’t geheel geen +leed voor de schelmen! +</p> +<p><span>„</span>Maar ziet ge, ik moet weg, snel weg, als de fameuze kapitein Baxter en de gevaarlijke +„vloo” me niet zullen pakken. Daarvoor echter heb ik geld noodig, vader, veel geld!” +</p> +<p>De reeder sloeg de handen ineen over deze onthullingen. +</p> +<p>„Waanzinnige”, weeklaagde hij, „jij bent niet te helpen! Vlucht in ’s hemelsnaam, +als je iemand doodgeschoten hebt!” +</p> +<p>„Ja, ik wensch niets liever dan dat. Maar daar heb ik juist geld voor noodig, hoe +meer, hoe beter!” +</p> +<p>„Als ik je toch zeg, dat ik geen geld heb”, jammerde de oude Apsley handenwringend. +</p> +<p>„Och, wat, gij zoudt geen geld hebben! We hebben toch eerst vanavond de vijftigduizend +pond hierheen in veiligheid gebracht!” +</p> +<p>„Maar zij zijn weg”, antwoordde zijn vader hem. „Zij zijn er niet meer. Daar is niets +meer aan te doen!” +</p> +<p>„Maar, vader, waar hebt ge ze dan?” vroeg James ongeloovig en mompelde in zichzelf: +„Hij wil het me maar niet zeggen.” +</p> +<p>„Een ellendige geschiedenis”, sprak de reeder, die de zaak voor zichzelf gewikt en +gewogen had. „James, James, wat haal jij voor dingen uit! Maar we zullen alles wel +weer in het goede spoor brengen! +</p> +<p><span>„</span>Ondertusschen moet jij je verborgen houden. We zullen wel overleggen. Al moeten we +nu ook opnieuw beginnen, dat is niets, ik ben ertoe besloten. Ik laat mij niet ten +onder brengen. Wij zullen de vijftigduizend pond terug zien te krijgen.” +</p> +<p>„Alsof ze inderdaad weg waren!” viel James spottend in de rede. +</p> +<p>„Ze zijn weg”, ging de reeder voort met een angstig gelaat. „Maar we hebben immers +het geniale plan van Mr. Burton, en dat zal ons weer van deze schipbreuk redden. En +spoedig zullen we er beter voorstaan dan ooit te voren. +</p> +<p><span>„</span>Natuurlijk kan jij er onder deze omstandigheden niet aan denken, het ontwerp hedenvoormiddag +persoonlijk in te leveren. Dat spreekt vanzelf! Geef mij dus het plan, ik zal het +bezorgen! Hedenvoormiddag wordt de inschrijving voor den wedstrijd gesloten! En dan +zullen we verder overleg plegen!— — +</p> +<p><span>„</span>Onze geheele toekomst hangt nu af van het prachtige ontwerp!” +</p> +<p>De jonge Apsley kreeg bij deze woorden van zijn vader toch een gevoel van verlegenheid +en schaamte over zich. Hij ergerde zich nu zelf over zijn grenzenlooze lichtzinnigheid +en dwaasheid. +</p> +<p>Hij trachtte echter dit gevoel van zich af te schudden en verborg zijn schaamte achter +een voorgewende driestheid. +</p> +<p>„Ik heb het ontwerp niet meer”, zei hij ronduit. +</p> +<p>De reeder keek hem sprakeloos aan. Hij kon het niet gelooven. +</p> +<p>„Wat?” vroeg hij, „heb je het ontwerp niet meer? Dat is onmogelijk!” +</p> +<p>James trad naderbij. +</p> +<p>„Neen, het is helaas zoo! Maar laten we daar geen woorden over verspelen. Wat gebeurd +is, is niet meer goed te maken. Ik heb het in mijn speelwoede verpand, verkocht en +het geld—nu, dat is ook al naar den duivel.” +</p> +<p>„Jij, schurk!” schreeuwde de reeder, door ontzetting aangegrepen. +</p> +<p>„Is dat waar?” +</p> +<p>Zijn borst ging zwaar op en neer en zijn hart klopte luid. +</p> +<p>„Hahaha!” lachte zijn zoon boosaardig. „Kostelijk, <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>hij noemt mij schurk om het ontwerp, dat hij zelf stal! +</p> +<p><span>„</span>Maar wees goed op me, vader, kom, geef mij het geld!—Ik zal bescheiden zijn. Geef +mij een vijfde, tienduizend pond, en ik zal voor altijd bevredigd zijn.” +</p> +<p>De reeder zuchtte diep en greep zijn hoofd met beide handen vast. Toen begon hij heesch +te lachen. +</p> +<p>„Nietswaardige, dat is het einde van alles!” +</p> +<p>Met één greep richtte hij de op tafel blinkende revolver van zijn zoon op zichzelf. +</p> +<p>Een schot knalde, en James <span class="corr" id="xd33e1498" title="Bron: Apley's">Apsley’s</span> vader stortte met bebloed gelaat voor zijn zoon op het tapijt neer. +</p> +<p>James sprong in den eersten schrik een paar passen achteruit. Spoedig echter kreeg +de zelfzucht de overhand. +</p> +<p>„Die oude gek!” mompelde de liefdevolle zoon. „Hoe kon dat gestolen ontwerp hem toch +tot zoo’n wanhopige daad voeren? +</p> +<p><span>„</span>Enfin, des te beter! De heele vijftigduizend voor mij! Dadelijk—onmiddellijk zal ik +verdwijnen. Misschien zoekt Scotland Yard mij al! Ik geloof weliswaar niet, dat ik +iemand trof, doch wie weet! De duivel kan bij het schieten in het spel geweest zijn! +Het was stom van me, dat is waar! Doch wie kan zich beheerschen, wanneer zelfs de +laatste shilling in den wijden zak verdwijnt van dien vervloekten Yankee, die daarbij +geen spiertje van zijn gelaat vertrekt.” +</p> +<p>Met begeerigen blik en verwrongen gelaat snelde de nog sterk beschonkene met wankelende +schreden naar de slaapkamer van zijn vader, waar hij wist, dat de vijftigduizend pond +bewaard werden. +</p> +<p>Met één draai ontstak hij het electrisch licht en ging naar het geheime kastje in +den muur. De sleutelbos van zijn vader stak in het slot, hetgeen hem eenigszins verwonderde. +Snel sloot hij de deur open. +</p> +<p>„Nu, zei ik het niet”, lachte hij hoonend bij den aanblik van de pakjes bankbiljetten. +</p> +<p>„Het is inderdaad zeer voorkomend van den oude mij zoo onverwacht in de aangename +positie van den lachenden erfgenaam te verplaatsen.” +</p> +<p>Hij haalde den koffer wat dichterbij, waarin zij beiden de vijftigduizend pond hadden +meegenomen en nam het eerste pakje uit een der vakjes te voorschijn. +</p> +<p>Zijn oogen werden echter onnatuurlijk groot. Hij ging met het bundeltje bij het electrisch +licht, om beter te kunnen zien. +</p> +<p>Zijn zoowel door de zaak als door hazardspel geoefend oog herkende, in weerwil van +zijn dronkenschap, de vervalsching. +</p> +<p>Hij bekeek het een na het ander alle papieren van het pakket en slingerde ze met kracht +op den grond. +</p> +<p>Daarop ging hij naar de kast en keek ook de overige pakketten door. Dikke zweetdruppels +stonden hem op het voorhoofd. +</p> +<p>„Alles valsch!—Wat beteekent dat?” fluisterde hij. +</p> +<p>De dronkenschap scheen opeens verdwenen te zijn. In plaats van de rozenroode sluiers +van de door den roes opdoemende droombeelden zag hij plotseling de naakte, grijze +werkelijkheid. +</p> +<p>Hij rilde ervan.— +</p> +<p>Daarop snelde hij naar het woonvertrek. +</p> +<p>„Alles—alles voorbij! En hij”, steunde hij met den blik op het met bloed bedekte lijk +van zijn vader op het tapijt gericht, „hij—wist het!” +</p> +<p>Met een gevoel van nijd in zich rukte hij uit de koude hand van den doode de nog een +of twee kogels bevattende revolver. +</p> +<p>Hij plaatste haar stevig tegen de slapen, en bij het knallen van het schot zonk, over +het lijk van zijn vader heen, ook de zoon met verpletterden schedel op den grond. +<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch9" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#ch9.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> +<h2 class="label">NEGENDE HOOFDSTUK.</h2> +<h2 class="main">De hoop van den kapitein van politie niet verwezenlijkt.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">De kapitein van politie Baxter had het privé-kantoor der firma Apsley & Co., na de +inbraak door Lord Lister, alias Mr. Shaw, verlaten, ten einde een razzia te houden +in de Zuidoostelijke stadsgedeelten van Londen. +</p> +<p>Hij had niet de zuivere, ten minste niet de geheele waarheid gesproken. +</p> +<p>Zulk een razzia toch was reeds van de zijde van andere detectives van Scotland Yard +in vollen gang. Hij zelf echter, met zijn speciale ondergeschikten Tyler en Marholm, +was van plan, de aanwijzingen van den jongen Apsley te volgen en den vervalscher der +bankbiljetten, den schilder Mr. Gower, te overvallen, mee te nemen en in hechtenis +te brengen. +</p> +<hr class="tb"><p> +</p> +<p>Mr. Gower liep in zijn atelier, met grootendeels onomlijste schilderijen en kopergravures +versierd, onrustig op en neer en rookte een sigaret. Op een teekentafel lagen de voor +het kopergraveeren benoodigde werktuigen, graveerstift, schaaf en polijststaal, benevens +een begonnen plaat. Op een piedestal op den achtergrond schitterde de half-voltooide +karakterkop van een apostel. +</p> +<p>De kunstenaar echter, die slechts zelden bij electrisch licht werkte, had er dezen +avond niet den minsten lust toe. +</p> +<p>Steeds weer moest hij er aan terugdenken, dat hij door nood gedrongen, op een zwak +oogenblik, aan zijn clubgenoot James Apsley een valsch bankbiljet te wisselen had +gegeven, dat nog in diens handen was en dat deze de teruggave geweigerd had, ofschoon +de kunstenaar hem het volle bedrag en zelfs meer had geboden. +</p> +<p>De kunstenaar had een zijde van de bankbiljetten eenigen tijd geleden klaar gemaakt +voor een Londensche firma, die de keerzijde wenschte te gebruiken om haar fabrikaten +op humoristische wijze aan te prijzen. +</p> +<p>De biljetten waren echter zoo volkomen gelijkend uitgevallen, dat de firma vreesde +daardoor in conflict met de wet te komen en per slot van rekening haar geheele plan +opgaf. +</p> +<p>De schilder had nu de reeds gemaakte afdrukken voor zich liggen. Meer gedreven door +nieuwsgierigheid dan door hebzucht of met het doel om te vervalschen, had hij de rugzijde +ook nagestoken en achter op de gereed zijnde biljetten afgedrukt. +</p> +<p>Hij was zelf verbaasd over de gelijkenis met de echte bankbiljetten, had echter de +pakjes weggesloten en bijna vergeten, totdat een plotselinge geldnood hem eraan herinnerde. +</p> +<p>James Apsley had hem in zijn atelier opgezocht, om een historisch schilderij van den +kunstenaar te bezichtigen, voordat dit naar de .….….… expositie ging, waar het als +„Messalina’s dood” veel van zich deed spreken. +</p> +<p>Het was bij deze gelegenheid, dat Gower noodgedwongen het biljet van vijftig pond +uit een ouden stoel bij het atelierraam op den achtergrond te voorschijn had gehaald +en Mr. Apsley verzocht de banknoot voor hem te wisselen. +</p> +<p>Hij had weliswaar gevreesd, dat de met alle geldsoorten goed bekende zoon van den +reeder dadelijk de vervalsching zou bemerken, in welk geval hij hem zou vertellen, +hoe hij tot dezen arbeid was gekomen en hoe hij erover dacht, kortom, dat hij zich +slechts een grap had veroorloofd. +</p> +<p>Toen evenwel Apsley, die de vervalsching dadelijk had ontdekt, zich niet in dien geest +uitliet, doch zonder bedenking de banknoot wisselde, had hij in zijn benarde positie +de zwakheid om te zwijgen en de som, hoewel zijn geweten hem erg knaagde, aan te nemen. +</p> +<p>Reeds een paar dagen later was hij in het bezit van een beduidende som gelds, daar +zijn schilderij „Messalina’s dood”, nauwelijks tentoongesteld, een kooper had gevonden. +</p> +<p>Zijn eerste gang was naar Apsley geweest. +</p> +<p>Daar hij hem niet thuis trof, had hij hem in de <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>Heerenclub opgezocht, alwaar de bespreking had plaats gehad, die Lord Lister had afgeluisterd. +</p> +<p>Door de onthulling van het ware karakter van Apsley en het in hem opgewekte medegevoel +voor den kunstenaar nam Lister het besluit tusschenbeide te komen. +</p> +<p>Onrustig liep Mr. Gower zijn atelier op en neer. <span class="corr" id="xd33e1557" title="Bron: e">De</span> weigering van James Apsley om hem het biljet terug te geven en de daaruit blijkende +vijandelijke gezindheid en slechte bedoeling maakten hem zeer bezorgd. +</p> +<p>Hij was beslist van plan om in de eerstvolgende dagen alle nagemaakte bankbiljetten +aan het vuur prijs te geven<span class="corr" id="xd33e1562" title="Bron: en de daaruit blijkende vijandelijke gezind-">.</span> +</p> +<p>Steeds weer stelde het hem eenigszins gerust, dat zelfs in het ergste geval wel niemand +op de gedachte zou komen, dat zij in den ouden, uitgesneden stoel waren verborgen, +die bovendien nog alleen door een moeilijk te vinden veer was open te krijgen. +</p> +<p>Op dit oogenblik werd er geklopt en nadat de schilder „binnen!” had geroepen, trad +eerst de kapitein van politie Baxter en achter hem de detectives Tyler en de „Vloo” +binnen. +</p> +<p>De kunstenaar verbleekte bij het zien van de hem bekende beambten van Scotland Yard. +</p> +<p>„Wat verschaft mij de eer, meneer de kapitein van politie?” vroeg hij met voorgewende +kalmte. +</p> +<p>„Nu, Mr. Gower, wanneer ge dat nog niet weet, zult gij het spoedig hooren. Wij komen +om uwe schilderijen te bekijken. Het is alleen nog maar de vraag, welke!” +</p> +<p>De hoop, dat de detectives de schuilplaats niet zouden vinden, gaf den schilder kracht. +</p> +<p>„Ik heb mij niets te verwijten! Hier moet een vergissing in het spel zijn, meneer +de kapitein van politie”. +</p> +<p>Baxter haalde de schouders op. +</p> +<p>„Dat zegt iedereen natuurlijk. Maar de zeer juiste aanwijzingen, die ik heb, laten +geen twijfel over. +</p> +<p><span>„</span>Ik moet u verzoeken geen pogingen te doen om te ontvluchten, zoolang ons onderzoek +nog niet is afgeloopen! +</p> +<p><span>„</span>Het resultaat zal beslissend zijn! +</p> +<p><span>„</span>Neemt u hier plaats en verroer u niet. +</p> +<p><span>„</span>Tyler, gij blijft borg voor Mr. Gower!” +</p> +<p>Als een gebroken man zonk de kunstenaar op den stoel neer voor zijn koperplaat en +steunde zijn hoofd in zijn rechterhand. +</p> +<p>Diep ongelukkig mompelde hij: +</p> +<p>„O, wat een schande! O, wat een schande!” +</p> +<p>Nog grooter werd zijn schrik, toen hij zag, dat de kapitein van politie en de vloo, +zonder zich met eenig nader onderzoek bezig te houden, het piedestal met het apostel-beeld +voorbij gingen en regelrecht op den stoel bij het achterste atelier-raam toe liepen. +</p> +<p>„Dat daar is een gesneden stoel, kapitein!” zei de vloo. „Die zal het zijn! Nu zullen +we eens zien, of we de veer kunnen vinden. +</p> +<p><span>„</span>Het zou jammer zijn van het kostbare stuk, wanneer wij het moesten openbreken!” +</p> +<p>„Kostbaar? Bah, dan heb ik wel eens wat kostbaarders gezien!” +</p> +<p>„Waarom niet? Het is toch een echt antiek stuk, misschien wel zes- of zeven honderd +jaar oud.” +</p> +<p>„Och praat toch niet. In dien tijd kende men toch zeker nog geen geheime bergplaatsen!” +</p> +<p>„Dat is nog de vraag”, gaf de vloo ten antwoord. +</p> +<p>Dadelijk daarop riep hij triomfanteljk, zoodat het den schilder als een doodsoordeel +in de ooren klonk: +</p> +<p>„Ik heb de veer! Kijk, daar is de knop, het is snijwerk!” +</p> +<p>Gower zou het liefst door den grond zijn gezonken van schaamte en ellende. +</p> +<p>Door den druk van Marholm was de stoel opengesprongen en de beide detectives keken +elkaar zeer verbaasd aan. +</p> +<p>„Wel verduiveld, wat is dat nu? De stoel is immers leeg? Wat beteekent dat?” ging +de kapitein van politie te keer. +</p> +<p>De schilder dacht te hebben <span class="corr" id="xd33e1608" title="Bron: mis verstaan">misverstaan</span>. Een gevoel van geluk kwam in eens over hem. +</p> +<p>„Hier, kapitein, heb ik een zwaar couvert aan het adres van Mr. Gower. Er schijnt +geld in te zijn. Misschien geeft dat opheldering.<span id="xd33e1613">”</span> +</p> +<p>„Neen, dat klopt al niet! Volgens de ons verstrekte gegevens moest de stoel bijna +geheel met valsche bankbiljetten gevuld zijn. +</p> +<p><span>„</span>Wat kan zich nu in dat couvert bevinden? Het schijnt mij bovendien toe metaalgeld +te zijn!” +</p> +<p>Nadat de beide detectives den stoel nog zoo nauwkeurig mogelijk hadden onderzocht +en zich hadden overtuigd, dat er behalve het couvert niets in was en in kon zijn, +lieten ze hem weer dicht vallen en kwamen met den briefomslag naar Mr. Gower toe. +</p> +<p>„Ik vraag u excuus, Mr. Gower. De ons gedane aanwijzingen zijn onjuist gebleken. +</p> +<p><span>„</span>Het was echter onze plicht een onderzoek in te stellen. Hier is echter nog een aan +u geadresseerd, gesloten couvert. Gij weet natuurlijk wat er in is?” +</p> +<p>„Geen flauw vermoeden”, antwoordde de kunstenaar overeenkomstig de waarheid. +<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p> +<p>„Dat is toch zonderling! Er is hard geld in”, sprak Baxter. +</p> +<p>„Dan moet ik u toch verzoeken, het couvert in ons bijzijn open te maken”. +</p> +<p>Mr. Gower werd opnieuw opgewonden. Hij dacht aan dat eene, door hem uitgegeven bankbiljet. +</p> +<p>Toen hij echter het couvert had opengesneden, rolden er 25 goudstukken uit, terwijl +hij een schrijven openvouwde, dat hij met blijde verbazing las. +</p> +<p>Het luidde: +</p> +<blockquote> +<p class="first salute">„Geachte Meester! +</p> +<p>Vergeefs hier op u wachtend met het doel u een portretschildering op te dragen, ontdekte +ik het geheim van den stoel en veroorloofde mij, hieraan bijgaand voorschot op het +aanstaand meesterwerk van uw penseel toe te vertrouwen, zeer benieuwd, of en zoo ja, +op welke wijze gij dezen brief, ontdekken zult. +</p> +<p>Met verzoek de grap goed op te nemen, +</p> +<p class="signed">Iemand, dien gij spoedig zult leeren kennen.”</p> +</blockquote><p> +</p> +<p>Gower liet het couvert zien. Verder bevatte het niets. +</p> +<p>De drie detectives stonden sprakeloos. +</p> +<p>„Dat is heel aardig”, zei kapitein Baxter erg bedaard. „Ik wou, dat ik ook zulke onbekende +vrienden had!” +</p> +<p>„Nu en of”, ging de vloo verder, „vijf-en-twintig <span class="corr" id="xd33e1648" title="Bron: souvereinen">sovereigns</span> is geen kinderspel, en dat heet nog maar een voorschot. Gij moet wel reusachtig veel +verdienen! +</p> +<p><span>„</span>Ik zou wel eens willen weten, hoe lang dat daar al in ligt”. +</p> +<p>Mr. Gower haalde de schouders op. +</p> +<p>„Een datum is in het beleefde briefje niet aangegeven. Dat kan er wel al lang in liggen”. +</p> +<p>„Welnu, meneer Gower, neem ons niet kwalijk. Dergelijke onaangename plichten brengt +ons beroep nu eenmaal mee. +</p> +<p><span>„</span>In elk geval zijt gij volkomen in ’t gelijk gesteld. Met den aangever hebben we nog +een appeltje te schillen. +</p> +<p><span>„</span>Wil ons dus verontschuldigen en vaarwel.” +</p> +<p>„Adieu, heeren!” +</p> +<p>De drie detectives van Scotland Yard hadden geen gelukkigen dag. +</p> +<p>Als drie natte poedels dropen ze af en aanvaardden den terugtocht. +</p> +<p>Mr. Gower evenwel sloeg van blijdschap de handen ineen, nu de storm zoo kalm over +zijn hoofd was heengegaan, en dacht ontroerd aan den onbekenden vriend, aan wien hij +zijn redding had te danken. +</p> +<hr class="tb"><p> +</p> +<p>Toen Lord Lister uit de club op zijn villa terugkwam, vond hij zijn trouwen Charly, +in weerwil van het vergevorderd uur, nog bezig aan zijn aeronautischen arbeid. +</p> +<p>De luchtschip-techniek was Charly’s stokpaardje en ze zou hem nog dikwijls te pas +komen. +</p> +<p>„Arme kerel”, sprak Lister vol medelijden, „hij heeft zijn hoofd niet durven neerleggen +uit zorg voor onze schatten! +</p> +<p><span>„</span>Dat is de vloek van het goud, Charly! +</p> +<p><span>„</span>Men kan het draaien zooals men wil, het hebben of niet hebben baart den mensch veel +zorgen! +</p> +<p><span>„</span>Doch genoeg over levenswijsheid! +</p> +<p><span>„</span>Wij kunnen helaas nog niet naar bed gaan, want je moet nog eenmaal op onderzoek uit!” +</p> +<p>„Ik ben bereid, Edward.” +</p> +<p>„Ik stel er namelijk veel belang in om te weten, of de verwisseling der bankbiljetten +in de .…..street al ontdekt is!” +</p> +<p>„In welke gedaante?” +</p> +<p>„Als Mr. Shaw! Bedenk wel, dat de <span class="corr" id="xd33e1691" title="Bron: fameuse">fameuze</span> kapitein van politie een tamelijk scherp oog heeft; nog daargelaten de in dit opzicht +zeer begaafde vloo. +</p> +<p><span>„</span>Laat je nachtauto tegenover het garçonlogis van Apsley wachten, blijf erin, totdat +Scotland Yard wegtrekt, of totdat er leven komt in het huis, en vraag naar het voorgevallene +alsof je juist voorbij kwaamt!” +</p> +<p>„Goed”, antwoordde Charly, die reeds voor den spiegel stond om zich een echt Amerikaansch +aanzien te geven. +</p> +<p>In korten tijd was hij weer de elegante, jonge Mr. Robert Benting-Shaw uit Chicago. +</p> +<p>Hij drukte Lord Lister de hand en ging haastig weg. +</p> +<p>Lister stak een sigaret op en liep peinzend heen en weer. +</p> +<p>Daarop nam hij een deel van Shakespeare’s meesterwerken van de plank en verdiepte +zich in zijn prachtige comedie „<span class="corr" id="xd33e1704" title="Bron: Cymbelin">Cymbeline</span>”. +</p> +<p>Eindelijk kwam Charly opgewonden en ontdaan terug en deelde mede, dat zooeven, opgebeld +door de bewoners van het huis, Scotland Yard was aangekomen en de lijken der beide +heeren Apsley in de vrijgezellenwoning van den vader had gevonden. +</p> +<p>„Blijf hier, Charly, en zorg voor koffie. Het is bijna morgen. Ik ga erheen en wil +zelf hooren en zien, wat er gebeurd is. Ik zal niet lang wegblijven!” +</p> +<p>De dikke Amerikaan werd op de plaats van het <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>ongeval door de beambten van Scotland Yard als een oude kennis met vreugde begroet. +Vooral Baxter was niet weinig gevleid, dat de wereldberoemde milliardair zoo druk +met hem omging. +</p> +<p>De beide lijken lagen nog, zooals men ze had gevonden, vader en zoon over elkaar uitgestrekt. +</p> +<p>Terwijl de beambten de slaapkamer doorzochten en bij de ontdekking van de kast in +den muur luide uitroepen van verbazing en verontwaardiging slaakten, stond Lord Lister +met over elkaar geslagen armen in de huiskamer en keek met ernstig gelaat naar het +tweetal, dat zichzelf had gestraft. +</p> +<p>Al waren het ook schurken en al hadden zij ook een moord op hun geweten genomen, om +geen getuige tegen zich te hebben, hun dood had hij toch niet gewenscht. +</p> +<p>Daar trad, blijkbaar zeer opgewonden, kapitein Baxter de kamer binnen. +</p> +<p>„Wat is er, Mr. Baxter? Wat maakt u zoo nerveus? Hoe verklaart gij deze aangelegenheid, +die mij zoo onbegrijpelijk mogelijk is? Wat een vreeselijk geval!” +</p> +<p>„De verklaring is heel eenvoudig”, antwoordde Baxter met zelfvoldoening. +</p> +<p>„Ik wil geheel in het midden laten, of hier een moord of een dubbele zelfmoord is +gepleegd, daar de schoten uit dezelfde revolver kwamen. +</p> +<p><span>„</span>Ik denk aan dubbelen zelfmoord. +</p> +<p><span>„</span>De beide heeren Apsley zijn ontmaskerd als de uitgevers van de in omloop zijnde valsche +bankbiljetten. Daar binnen, in de slaapkamer, bevindt zich een geheime muurkast, die +geheel gevuld is met valsche biljetten van vijf, tien en vijftig pond. Tyler en Marholm +zijn juist bezig het bedrag te tellen.” +</p> +<p>„De beide heeren Apsley vervalschers van bankpapier? Maar waarom hebben zij elkaar +dan om het leven gebracht?” vroeg Lord Lister. +</p> +<p>„Valsch papiergeld tot zulk een hoog bedrag”, antwoordde Baxter met een gewichtig +gelaat, „kan alleen bij hooge bedragen met echt papier mee gesmokkeld worden. En daar +de heeren Apsley door de inbraak in hun kantoor hun geheele vermogen hebben verloren, +zagen zij geen kans, het valsche papier ooit te kunnen uitgeven. Daar zij door den +diefstal van Raffles alles kwijt waren, zochten zij te zamen den dood. Wat zegt gij +van deze verklaring?” +</p> +<p>„Die is zeer aannemelijk, kapitein. Wel, wel, wat hebt gij een gave om te combineeren! +Bewonderenswaardig!” +</p> +<p>„O, Mr. Shaw, gij maakt mij verlegen”, antwoordde Baxter gevleid. „Wat mij het meest +ergert is, dat deze jonge schurk hier op den grond—die zichzelf nu heeft gestraft—den +moed had om Scotland Yard leugenachtige mededeelingen te doen omtrent een eerlijk +man, terwijl hij zelf de vervalscher was.” +</p> +<p>Lister gaf hem gelijk, hoewel het hem moeite kostte niet te schaterlachen.— — — +</p> +<p>Toen Lord Lister in de villa terugkeerde, had Charly intusschen heerlijke koffie gezet +en de versche broodjes aangenomen van den bakkersjongen. +</p> +<p>„Nu, mijn beste jongen”, sprak Lord Lister, een fijne sigaret aanstekend, „laat ons +nu allereerst eens zorgen voor het geluk van een jong paar. +</p> +<p><span>„</span>Neem het geniale plan van den ingenieur Burton en bezorg het, vermomd als boodschapsjongen, +met een begeleidend briefje van mij aan Miss Betty Robertson, de bruid van den ingenieur. +</p> +<p><span>„</span>Zij heeft nog tijd genoeg om het ontwerp aan haar verloofde ter hand te stellen, opdat +hij aan den wedstrijd kan deelnemen.”— — — +</p> +<p>Reeds vroeg in den morgen had ingenieur Burton zich naar het Admiraliteitsgebouw begeven, +waar in twee zalen de wedstrijd om tien uur zou worden geopend. +</p> +<p>Hij was in zijn verdriet eigenlijk alleen gegaan om te zien of zijn ontwerp niet door +een ongerechtigde werd ingeleverd. +</p> +<p>Maar hij had alle hoop reeds opgegeven. +</p> +<p>Daar verschenen, bijna op het laatste oogenblik, twee dames in de deuropening en hij +hoorde door een bekende stem zijn naam roepen. +</p> +<p>Toen hij omkeek, zag hij naast een kennis zijn bruid staan, die een blauw papier in +de hoogte hield. +</p> +<p>Burton uitte een jubelkreet en vloog haar tegemoet. Het ontwerp was terug en hij kon +het nog tijdig inleveren. +</p> +<p>Daar er weinig ontwerpen ingekomen waren over dit zoo uiterst moeilijke onderwerp, +werd reeds na anderhalf uur door de jury beslist, dat Burton’s plan als verreweg het +beste met den prijs was bekroond en ter uitvoering was aangenomen, welke hem eveneens +was opgedragen. +</p> +<p>Toen de uitspraak bekend werd kwamen juist Lister en Charly nader om naar den stand +der zaken te informeeren. De groote onbekende kocht, in zijn rol van den milliardair +Shaw de nu stilstaande werken der firma Apsley en stelde deze ter beschikking van +den jongen ingenieur. +<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span></p> +<p>Hierop reed het gezelschap per auto naar den schilder Gower om verschillende bestellingen +voor portretten te doen. +</p> +<p>Mr. Gower drukte Lord Lister onophoudelijk vol dankbaarheid de handen, en toen het +gezelschap zich in het atelier had verspreid, riep Lister den kunstenaar apart en +toonde hem een biljet van vijftig pond, dat deze maar al te goed herkende. +</p> +<p>Lister streek een lucifer aan en verbrandde het voor zijn oogen. +</p> +<p>Mr. Gower kon van ontroering niet spreken, want eerst nu was hij weer gerust. +</p> +<p>Het is waarschijnlijk, dat het door „Mr. Shaw” bestelde portret een meesterstuk zal +worden, evenals het model voor een Engelsche onderzeesche boot van Mr. Burton. +</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first center">De volgende aflevering (No. 43) bevat +</p> +<p class="center xxl">Het luchtverschijnsel. +<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first underline xd33e1765">Belooning: 1000 pond sterling. +</p> +<div class="table"> +<table class="tbl.wanted.header"> +<tr> +<td class="xd33e1768 cell-left cell-top xd33e1772">Wie kent hem? +</td> +<td rowspan="2" class="rowspan xd33e1769 cell-top cell-bottom"> +<div class="figure lordlisterwidth"><img src="images/lordlister.png" alt="Portret van Lord Lister." width="307" height="404"></div> +</td> +<td class="xd33e1768 cell-right cell-top xd33e1772">Wie heeft hem gezien? +</td> +</tr> +<tr> +<td class="xd33e1768 cell-left cell-bottom">Dat vraagt men in Scotland Yard! +</td> +<td class="xd33e1768 cell-right cell-bottom">Dat vraagt heel Londen!</td> +</tr> +</table> +</div><p> +</p> +<p class="xd33e1787">Lord Lister <span class="underline xd33e1789">genaamd</span> John C. Raffles, <span class="xd33e1792">de geniaalste aller dieven</span> +</p> +<p class="xd33e1795">brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters; +ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt +en behoeftigen ondersteunt. +</p> +<p class="xd33e1797">Man van eer in alle opzichten +</p> +<p class="xd33e1795">spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing +op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat: +</p> +<p class="xd33e1801">Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren. +</p> +<p class="xd33e1795">Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, <b>Lord Lister</b>, genaamd <b>John C. Raffles</b>, den geniaalsten aller dieven, te vatten! +</p> +<div lang="en" class="div2 section warrant.en"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedText"> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p class="first xd33e1812">WARRANT OF ARREST. +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p class="first"><span class="underline">Vertaling</span>: +</p> +<p class="xd33e1924">Bevel tot aanhouding. +</p> +</td> +</tr> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p>Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension +of the man described as under: +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p>Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt: +</p> +</td> +</tr> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p class="xd33e1816">DESCRIPTION: +</p> +<div class="table"> +<table> +<tr> +<td class="cell-left cell-top"><span class="ex">Name</span>: </td> +<td class="cell-right cell-top">Lord Edward Lister, alias John C. <span class="corr" id="xd33e1826" title="Bron: Sinclair">Raffles</span>. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Age</span>: </td> +<td class="cell-right">32 to 35 years. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Height</span>: </td> +<td class="cell-right">5 feet nine inches. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Weight</span>: </td> +<td class="cell-right">176 pounds. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Figure</span>: </td> +<td class="cell-right">Tall. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Complexion</span>: </td> +<td class="cell-right">Dark. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Hair</span>: </td> +<td class="cell-right">Black. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Beard</span>: </td> +<td class="cell-right">A slight moustache. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Eyes</span>: </td> +<td class="cell-right">Black. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left cell-bottom"><span class="ex">Language</span>: </td> +<td class="cell-right cell-bottom">English, French, German, Russian, etc.</td> +</tr> +</table> +</div><p> +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p class="xd33e1816">Beschrijving: +</p> +<div class="table"> +<table> +<tr> +<td class="cell-left cell-top"><span class="ex">Naam</span>: </td> +<td class="cell-right cell-top">Lord Edward Lister, genaamd John C<span id="xd33e1938">.</span> Raffles. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Leeftijd</span>: </td> +<td class="cell-right">32–35 jaar. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Lengte</span>: </td> +<td class="cell-right">ongeveer 1,76 meter. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Gewicht</span>: </td> +<td class="cell-right">80 kilo. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Gestalte</span>: </td> +<td class="cell-right">slank. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Gelaatskleur</span>: </td> +<td class="cell-right">donker. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Haar</span>: </td> +<td class="cell-right">zwart. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Baardgroei</span>: </td> +<td class="cell-right">kleine snor. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left"><span class="ex">Oogen</span>: </td> +<td class="cell-right">zwart. +</td> +</tr> +<tr> +<td class="cell-left cell-bottom"><span class="ex">Spreekt</span> </td> +<td class="cell-right cell-bottom">Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.</td> +</tr> +</table> +</div><p> +</p> +</td> +</tr> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p><span class="ex">Special notes</span>: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other +day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown. +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p><span class="ex">Bijzondere kenteekenen</span>: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een +ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam +onbekend. +</p> +</td> +</tr> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p>Charged with robbery. +</p> +<p>A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man. +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p>Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000 +pond sterling. +</p> +</td> +</tr> +<tr> +<td class="first" lang="en"> +<p class="xd33e1816">Headquarters—Scotland Yard. +</p> +<p class="dateline"><span class="ex">London</span>, 1<sup>st</sup> October 1908. +</p> +<p class="signed"><b>Police Inspector</b>,<br> +<span class="ex">Horny.</span> +</p> +</td> +<td class="second" lang="nl"> +<p><b><i>Het Hoofdbureau van Politie <span class="corr" id="xd33e2014" title="Bron: Scotland-Yard">Scotland Yard</span>.</i></b> +</p> +<p class="dateline"><span class="ex">Londen</span>, 1. <span class="corr" id="xd33e2022" title="Bron: Oktober">October</span> 1908. +</p> +<p class="signed"><b><span class="corr" id="xd33e2027" title="Bron: Inspekteur">Inspecteur</span> van Politie</b><br> +(get.) <span class="ex">Horny</span>. +</p> +</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +</div> +<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a title="Ga naar de inhoudsopgave" href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> +<p class="first xd33e2036">Roman-Boekhandel <span class="xd33e2038">voorheen</span> A. Eichler +</p> +<p class="xd33e123">Singel 236—Amsterdam. +</p> +</div> +</div> +<div class="div1" id="toc"> +<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> +<table> +<tr id="ch1.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">I. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">Een edele daad van Lord Lister en een nieuwe truc van Raffles.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> +</tr> +<tr id="ch2.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">II. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">Scotland Yard en de nieuwe Rafflesstreek.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">3</a></td> +</tr> +<tr id="ch3.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">III. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Het gestolen ontwerp voor een onderzeesche boot.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">6</a></td> +</tr> +<tr id="ch4.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">IV. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">Een moderne lijkenbezwering.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">8</a></td> +</tr> +<tr id="ch5.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">V. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">Charly’s ontdekking in een elegante heerenwoning.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">12</a></td> +</tr> +<tr id="ch6.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">VI. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">Aangenaame verwachting en onaangename verrassing.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">16</a></td> +</tr> +<tr id="ch7.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">VII. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">Onverwachte gebeurtenissen in de Heerenclub.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">19</a></td> +</tr> +<tr id="ch8.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">VIII. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch8">Apsley Senior en Junior.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">24</a></td> +</tr> +<tr id="ch9.toc" class="tocLevel0"> +<td class="tocDivNum">IX. </td> +<td class="tocDivTitle"><a href="#ch9">De hoop van den kapitein van politie niet verwezenlijkt.</a></td> +<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch9">28</a></td> +</tr> +</table> +</div> +<div class="transcriberNote"> +<h2 class="main">Colofon</h2> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p>Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het +einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel +zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van +dit boek.</p> +<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>2026-03-29 Begonnen. +</li> +</ul> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende 205 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table class="correctionTable"> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +<th>Bewerkingsafstand</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e135">1</a>, <a class="pageref" href="#xd33e260">4</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">lord</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Lord</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e156">1</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">naief</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">naïef</td> +<td class="bottom">1 / 0</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><i title="156 gevallen">Passim. +</i></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">„</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e285">4</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">!</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">?</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e422">6</a>, <a class="pageref" href="#xd33e449">6</a>, <a class="pageref" href="#xd33e458">7</a>, <a class="pageref" href="#xd33e463">7</a>, <a class="pageref" href="#xd33e471">7</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">mr.</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Mr.</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e507">7</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">antwoorde</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">antwoordde</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e570">9</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">hun</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">hen</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e620">10</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">sleutelje</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">sleuteltje</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e671">11</a>, <a class="pageref" href="#xd33e754">13</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1145">20</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1167">21</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">”.</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">.”</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e707">12</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Charley’s</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Charly’s</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e742">12</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1114">20</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1301">23</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1613">29</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e751">13</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Campbellstraat</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Campbellstreet</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e767">13</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">betrouwelijk</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">betrouwbaar</td> +<td class="bottom">5</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e817">14</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> en,</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">, en</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e921">15</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1938">33</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl"> +[<i>Niet in bron</i>] +</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e939">16</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">cherry</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">sherry</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e944">16</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">souvereign</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">sovereign</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e961">16</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">elektrische</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">electrische</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1040">18</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Komt</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Kom</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1092">19</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1498">27</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Apley’s</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Apsley’s</td> +<td class="bottom">2</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1103">19</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">’</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1241">22</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">kalmt</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">kalmte</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1273">22</a>, <a class="pageref" href="#xd33e1324">23</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">whiskey</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">whisky</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1281">23</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">whiskeyflesch</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">whiskyflesch</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1293">23</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Darly</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Darley</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1406">25</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">sylabe</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">syllabe</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1557">29</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">e</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">De</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1562">29</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">en de daaruit blijkende vijandelijke gezind-</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td> +<td class="bottom">44</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1608">29</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">mis verstaan</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">misverstaan</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1648">30</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">souvereinen</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">sovereigns</td> +<td class="bottom">4</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1691">30</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">fameuse</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">fameuze</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1704">30</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Cymbelin</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Cymbeline</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e1826">33</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="en">Sinclair</td> +<td class="width40 bottom" lang="en">Raffles</td> +<td class="bottom">7</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2014">33</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Scotland-Yard</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Scotland Yard</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2022">33</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Oktober</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">October</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd33e2027">33</a></td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Inspekteur</td> +<td class="width40 bottom" lang="nl">Inspecteur</td> +<td class="bottom">1</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 78338 ***</div> +</body> +</html> diff --git a/78338-h/images/lordlister.png b/78338-h/images/lordlister.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e9e45f1 --- /dev/null +++ b/78338-h/images/lordlister.png diff --git a/78338-h/images/lordlister0042-front.jpg b/78338-h/images/lordlister0042-front.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..80bba4c --- /dev/null +++ b/78338-h/images/lordlister0042-front.jpg diff --git a/78338-h/images/p0042-01.png b/78338-h/images/p0042-01.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2b2c022 --- /dev/null +++ b/78338-h/images/p0042-01.png diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6c72794 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This book, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..282708a --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for eBook #78338 +(https://www.gutenberg.org/ebooks/78338) |
