summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-21 19:19:11 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-21 19:19:11 -0800
commitb4cfa3e8737d002e9f025a36f2473d135b2dbcef (patch)
tree80feaed2c98c29a40a512a3a4881f79aff92beda
parent3523e34a770d2a80802243ffe4f1f77e36d0372e (diff)
NormalizeHEADmain
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/68368-0.txt3420
-rw-r--r--old/68368-0.zipbin47561 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/68368-h.zipbin220302 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/68368-h/68368-h.htm4735
-rw-r--r--old/68368-h/images/lordlister.pngbin36856 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/68368-h/images/lordlister0014-front.jpgbin111962 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/68368-h/images/p0014-01.pngbin12137 -> 0 bytes
10 files changed, 17 insertions, 8155 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..10788cd
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #68368 (https://www.gutenberg.org/ebooks/68368)
diff --git a/old/68368-0.txt b/old/68368-0.txt
deleted file mode 100644
index 99feceb..0000000
--- a/old/68368-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3420 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0014: De verwisselde
-detective, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0014: De verwisselde detective
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: June 21, 2022 [eBook #68368]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0014: DE
-VERWISSELDE DETECTIVE ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 14 DE VERWISSELDE DETECTIVE.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE VERWISSELDE DETECTIVE.
-
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-INSPECTEUR BAXTER’S HELDENDAAD.
-
-
-„Ik zou toch wel eens willen weten, hoe die „Overal en Nergens” weet,
-wat ik onze club gezegd heb,” zei mr. Hopp tot verscheiden heeren, die
-in zijn studeerkamer stonden en als een levende muur geschaard waren om
-de reusachtige ijzeren brandkast.
-
-„Raffles hoort alles,” antwoordde inspecteur Baxter, „maar ik wil toch
-wel wedden, mr. Hopp, dat we dat heerschap, dat geheel Londen onveilig
-maakt, binnen drie dagen te pakken hebben. Ik heb al wel andere stukjes
-geleverd.”
-
-Hij zweeg eenige oogenblikken en de anderen knikten toestemmend, als om
-kracht bij te zetten aan zijn woorden.
-
-„Het is al heel brutaal,” zei nu de fabrikant Hopp, „om mij een
-boodschap te sturen, zooals Raffles heeft gewaagd, terwijl hij nog eens
-halfluid den brief las, die voor hem op de groene tafel lag:
-
-
- „Aan James Hopp & Co., Londen.
-
- „Waarde Heer!
-
- „Ik heb, twaalf uur geleden, gehoord, dat ge in uw club u op zeer
- gewaagde manier hebt uitgelaten. Ge hebt beweerd, dat Raffles u
- nooit een bezoek zou kunnen brengen, zonder dat ge hem dadelijk
- herkendet en dat het beslist onmogelijk was, u te bestelen.
-
- „En, mr. Hopp, ge hebt aan deze bewering nog enkele woorden
- toegevoegd, die nu juist geen vleierijen aan mijn adres inhielden.
- Daar ik juist van plan was, weer eenige armen te ondersteunen,
- komen de gelden, waarover gij hebt te beschikken, mij juist van
- pas. Ge zult toch zeker niet zoo laf zijn, uw ijzeren brandkast,
- die naar het nieuwste systeem vervaardigd is, te ledigen en uw
- papieren van waarde een Bank toevertrouwen. Ik neem uw uitdaging
- aan, die mij buitengewoon veel genoegen heeft verschaft en deel u
- mede, dat ik morgen, tusschen drie en vijf uur, het genoegen zal
- hebben u te bezoeken. Ik ben van plan om vijfhonderd pond uit uw
- brandkast te nemen.
-
- „Dat ik mij door niets en door niemand van mijn voornemen zal laten
- weerhouden, zult ge zeker wel begrijpen, mijn persoon in aanmerking
- genomen.
-
- „Tot weerziens dus!
-
- „Uw toegenegen
- JOHN C. RAFFLES.”
-
-
-Fabrikant Hopp keek om met een lichte rilling, toen hij den naam van
-Raffles herhaalde en hij had een gevoel alsof de Groote Onbekende al in
-het bureau rondspookte.
-
-Maar niemand was aanwezig dan de vier detectives, die onder leiding van
-Baxter de brandkast bewaakten.
-
-De inspecteur lachte, toen Hopp den brief had uitgelezen.
-
-„Dat is immers dwaasheid! Groote dwaasheid! De Groote Onbekende denkt
-overal mee te kunnen spotten, maar dezen keer heeft hij zich toch eens
-leelijk in de vingers gesneden! Ik, inspecteur Baxter, zal hem op
-heeterdaad betrappen, hem de hand op den schouder leggen en zeggen:
-
-„Waarde Raffles, het is ons een groot genoegen, dat ge ons hebt
-opgezocht! Wij zullen ons best doen, u zoolang mogelijk bij ons te
-houden!”
-
-Allen lachten.
-
-In hetzelfde oogenblik ging de deur open.
-
-Het werd doodstil.
-
-Een livreiknecht trad binnen en bracht op een zilveren blad een
-visitekaartje.
-
-„Frits Reinhard, ingenieur,” las hij, „laat binnenkomen!”
-
-Even later trad een slankgebouwde jongeman binnen, keurig gekleed, het
-haar in het midden gescheiden.
-
-„Ingenieur Reinhard,” stelde hij zich voor. „Ik kom namens de firma
-Kohlenhorst en Rifling, om met u te onderhandelen over een af te
-sluiten contract betreffende ijzerwerken.
-
-„Ge weet, mijnheer Hopp, dat de kansen voor u zeer gunstig zijn en dat
-ge goede zaken kunt maken.”
-
-De ingenieur sprak nog over verscheiden andere dingen.
-
-Intusschen naderde hij schijnbaar geheel toevallig de brandkast, keek
-eens naar de constructie, terwijl hij onophoudelijk verder redeneerde
-en liet de rechterhand langs het zeer ingewikkelde slot glijden, alsof
-hij naar een geheime veer zocht.
-
-„Halt!” schreeuwde nu Hopp plotseling uit en in het volgende oogenblik
-reeds had hij de revolver gegrepen, die op zijn schrijftafel lag en
-hield deze den ingenieur onder den neus.
-
-Deze maakte een sprong zijwaarts en sloeg den uitgestrekten arm van den
-fabrikant naar boven, zoodat het schot krakende tegen den zolder vloog.
-
-„Zijt ge gek geworden?” riep de ingenieur uit. „Help! Help!”
-
-„Wij komen al!” deed nu inspecteur Baxter zich hooren, die zich met de
-detectives in het aangrenzend vertrek had verstopt en thans voor den
-dag kwam.
-
-In een oogenblik was de geheimzinnige ingenieur door hen omringd en
-vastgehouden, zoodat hij geen beweging kon maken.
-
-„Gij zijt Raffles,” sprak Baxter kortaf.
-
-De ingenieur keek den inspecteur met groote oogen aan.
-
-„Raffles? Ik Raffles? Ge zijt krankzinnig! Ik ben ingenieur Reinhard,
-begrepen? Staat heel Londen dan op z’n hoofd?”
-
-„Geen uitvluchten!” antwoordde Baxter op strengen toon, „ge zijt op
-maar al te opmerkelijke wijze de brandkast genaderd.”
-
-„Natuurlijk! Ze trok mijn opmerkzaamheid!”
-
-„Aha! Zoozoo! Ge wildet de constructie van het slot leeren kennen!”
-
-„Juist. Is dat hier verboden?”
-
-„Neen. Maar waarom stelt ge er zooveel belang in?”
-
-„Omdat wij brandkasten fabriceeren en ik mijn firma vertegenwoordig!”
-
-Maar de inspecteur noch Hopp geloofden dit praatje en de rechercheurs
-brachten den gevangene in een aangrenzende kamer om hem, als het donker
-zou zijn geworden, zonder dat het opzien baarde aan de politie over te
-leveren.
-
-Intusschen kwam de livreiknecht voor den tweeden keer binnen.
-
-In militaire houding bleef hij voor Hopp staan en zei:
-
-„Frans Werner vraagt den heer Hopp te spreken.”
-
-De wenkbrauwen van den fabrikant fronsten zich.
-
-„Frans Werner, de meesterknecht, dien ik ontslagen heb? Enfin! Laat hem
-maar hier!”
-
-De gearresteerde werd in de aangrenzende kamer door een der
-rechercheurs bewaakt, de anderen hadden zich voor de brandkast op post
-gesteld.
-
-De oude man, die gebukt de kamer binnentrad, keek geheel verbluft naar
-de uniformen voor de brandkast.
-
-Frans Werner was van denzelfden leeftijd als Hopp.
-
-Maar wat een verschil!
-
-Daar achter de schrijftafel stond de zestigjarige man hoogopgericht met
-volle wangen, en blonden, een weinig grijzenden baard—en tegenover hem
-de door ouderdom en zorgen gebogen man met het ongeschoren gelaat en
-diepliggende oogen.
-
-„Ik wil u alleronderdanigst verzoeken, meneer Hopp,” begon de oude man
-met gebroken stem.
-
-„Ik wil niets weten! Wie heeft jouw dochter gezegd, dat ze het met mijn
-zoon moest aanleggen? De duivel mag haar halen! Als ik de macht er toe
-had, zou ik haar door de honden laten doodbijten!”
-
-„Waarom spreekt ge zoo hard over mijn kind? Uw zoon heeft toch de
-grootste schuld. Hij had moeten weten, dat— —”
-
-„Spreek alsjeblieft op een anderen toon over mijn zoon!” sprak Arthur
-Hopp op dreigenden toon, terwijl de aderen op zijn voorhoofd opzwollen.
-
-Dat was te veel voor den ouden man, die sinds vier-en-twintig jaren
-Hopp trouw gediend had.
-
-Zijn adem joeg; hij richtte zich half op en zei, terwijl zijn stem een
-harden klank kreeg:
-
-„Wat zegt ge? De arme meisjes uit het volk hebben evenveel behoefte aan
-een beetje glans en schoonheid als ieder ander. Is het dan een wonder,
-dat het den rijken jongelieden heel gemakkelijk gelukt haar het hoofd
-op hol te brengen?
-
-„Ja, mijn dochter heeft uw zoon liefgehad—innig liefgehad, totdat zij
-inzag, dat zij bedrogen werd en zij het ware karakter van uw zoon
-leerde kennen.
-
-„Hij is de verleider en in plaats dat ik hier als smeekende moest
-staan, moest ik de aanklager zijn. Alleen dan ook omdat mijn kind rein
-gebleven is en omdat zij begrepen heeft, dat zij niet het slachtoffer
-mocht worden van een verdorven zoon van rijke lieden, daarom—”
-
-Arthur Hopp liet den ouden man niet uitspreken. Zoo iets had nog geen
-sterveling hem ooit toegevoegd.
-
-„Er uit!” gilde hij, „er uit, of ik neem de hondenzweep.”
-
-Frans Werner knikte.
-
-„Ik had gedacht, dat het anders zou loopen,” prevelde hij voor zich
-heen, „nu is alle hoop verdwenen. Midden in den winter en geen werk—”
-
-Hij liep met gebukten hoofde door de aangrenzende vertrekken, terwijl
-hem een traan in den grauwen baard rolde.
-
-In de wachtkamer ontmoette bij een elegant gekleeden jongen man.
-
-„Wel oude, de zaak is niet naar wensch gegaan?” zei deze heer met een
-lachje.
-
-Frans Werner maakte een stom gebaar.
-
-„Ik zal je eens wat zeggen, Werner,” vervolgde de heer, „kom over—wacht
-eens—over drie dagen terug en ga dan kalm aan het werk. Ge zijt weer
-aangenomen, Werner!”
-
-De arbeider keek verbluft, zonder te weten wat hij moest antwoorden,
-den vreemdeling aan.
-
-De elegante jonge man scheen de gedachten van den oude te raden.
-
-„Ge twijfelt er aan, of ik wel gerechtigd ben om je weer aan te nemen?
-Heb geen zorg, alles komt terecht.”
-
-De dienaar kwam binnen.
-
-„Mr. Hopp wacht u, sir!”
-
-De jonge man trok zijn handschoenen uit en volgde.
-
-Vijf paar oogen richtten zich doorborend op hem. Hij gaf den fabrikant
-de hand:
-
-„Ge hebt op mijn kaartje reeds gezien, mr. Hopp,” begon hij, „dat ik
-detective ben. De Fransche politie stuurt mij. Ik wil en moet Raffles
-vangen tot elken prijs. Ha”—detective Mouris keek eens naar de
-rechercheurs—„ik zie, dat je er voor gezorgd hebt, dat Raffles op
-waardige wijze kan worden ontvangen! Dat is goed! Heel goed! Maar
-vertel mij eens, inspecteur”— —Mouris wendde zich tot den betreffende,
-die, met half overtuigden, half wantrouwenden blik toekeek—„ik hoorde,
-dat ge hier met vier rechercheurs waart gekomen. Waar is de vierde?”
-
-Mouris sprak op zoo beslisten toon, dat Baxter geen antwoord kon
-weigeren.
-
-„Wij hebben Raffles al gesnapt, mijnheer Mouris, ten minste, we zijn
-zoo goed als zeker van de zaak. We hebben in ieder geval iemand, die
-sprekend op hem lijkt en verdachte allures er op na houdt.”
-
-Detective Mouris keek op.
-
-„Hebt ge hem al? Maar chef, dat zou een schitterend succes zijn! Laat
-mij dien knaap eens zien!”
-
-„Met alle genoegen, monsieur Mouris!” antwoordde Baxter en hij bracht
-den detective naar het aangrenzend vertrek.
-
-Nauwelijks had Mouris den gevangene aangezien of hij riep in de
-grootste opwinding:
-
-„Dat is hij, mr. Hopp, dat is hij! Mijn hand er op, dat is Raffles!”
-
-Detective Mouris leunde daarbij met beide handen op de schrijftafel,
-juist voor Hopp en terwijl de rechercheurs, die om de kast heen
-stonden, den detective in het gelaat keken en ook de fabrikant hem in
-de oogen zag, gleed de hand van den Franschman tastend over het groene
-laken van de schrijftafel en liet het chèque-boek der firma Hopp en
-Co., waarin nog een vijftal blanco-chèques zaten, die de fabrikant voor
-zijn procuratiehouders reeds onderteekend had, in zijn mouw glijden.
-
-„Zijt ge er zeker van, dat het Raffles is? Hebt ge hem herkend?” vroeg
-Hopp. „Dat zou een groote geruststelling zijn, want ik beef voor mijn
-vermogen! Waar ik heenkijk, meen ik Raffles te zien!”
-
-Detective Mouris maakte een afwerende handbeweging.
-
-„Maak u niet bezorgd, mr. Hopp! Het is Raffles! Ik zal dadelijk naar
-het telegraafbureau gaan om den Parijschen bladen deze reuzenvangst te
-berichten! Inspecteur, ge zult de held van den dag zijn, ik voorspel
-het u!”
-
-„Heel vleiend voor mij, mijnheer Mouris!” antwoordde Baxter, terwijl
-hij dankbaar boog.
-
-Detective Mouris stak zijn linkerhand in den zak, hield ze er eenige
-oogenblikken in, haalde zijn horloge te voorschijn en zei:
-
-„Drommels! Half vijf! Ik moet mij naar het telegraafkantoor haasten!
-Excuseer mij, mr. Hopp! Ik kom zeker terug. Ik moet nog eens het
-genoegen hebben, u te bezoeken! Tot weerziens, inspecteur! Wij zullen
-elkaar nog wel eens spreken!”
-
-„Te veel eer,” antwoordde Baxter, die in de wolken was over den lof,
-hem door zijn Franschen collega toegezwaaid.
-
-Geruischloos opende de lakei de vleugeldeur voor monsieur Mouris.
-
-Baxter keek uit het raam.
-
-„’t Is nog niet donker genoeg”, sprak hij, „we zullen nog een half uur
-wachten.”
-
-Mouris kwam nog even terug.
-
-„Is ’t veroorloofd, mr. Hopp”, vroeg hij, „dat ik even van uw telefoon
-gebruik make?”
-
-„Met genoegen!”
-
-Mouris ging naar de schrijftafel, nam de telefoon en riep het Palace
-Hotel op.
-
-„Is daar de portier? Hier detective Mouris! Wilt ge mijn koffer van
-mijn kamer laten halen? Om zes uur ga ik naar Parijs terug!”
-
-Mouris dankte glimlachend en hing toen den microfoon aan den verkeerden
-kant van het apparaat, zoodat dit uitgeschakeld was.
-
-Toen ging hij.
-
-„Een nette kerel,” meende Hopp, „die Franschen zijn toch kwieke lui!”
-
-Baxter antwoordde:
-
-„Maar Raffles hebben ze toch niet gesnapt, mr. Hopp!”
-
-Toen keek hij eens met grimmigen blik naar de deur, waarachter
-ingenieur Reinhard zat, bewaakt door een rechercheur, die hem geen
-seconde uit het oog verloor.
-
-Mouris intusschen was op straat aangeland.
-
-Daar vond hij een jongeman, die hem opwachtte.
-
-„O, ben je daar al, Charly! Dat is mooi op tijd!
-
-„Hier heb je vier chèques. Vlieg naar de Bank van Engeland, boy en laat
-je het geld uitbetalen. Wacht, ik zal de chèques eerst invullen.
-Tweeduizend en tweeduizend is vierduizend en vijfhonderd, is
-vijf-en-veertig honderd pond.
-
-„Wacht nog even, Charly!”
-
-„’t Is beter, als je niet naar het hotel terug gaat. Wij zien elkaar
-vanavond in mijn huis wel terug. Tot straks dan!”
-
-Charly Brand, de secretaris van lord Lister—want deze en niemand anders
-was de detective Mouris, nam den hoed af en ging heen om de chèques te
-innen.
-
-Lord Lister echter ging naar het naastbijgelegen telefoonbureau en liet
-zich verbinden met de Bank van Engeland.
-
-„U spreekt met de machinefabriek van Hopp en Co. Hier Hopp. Ik wilde u
-even zeggen, dat u over een kwartier eenige chèques ter inning zullen
-worden aangeboden! Goeden dag!”
-
-De elegante jonge man ging nu weer de straat op. Hij ging een café
-binnen, liet zich papier en inkt brengen en schreef het volgende:
-
-
- „Inspecteur Baxter, p/a fabrikant Hopp.
-
- „Ik raad u aan, beste vriend, den jongeman dien ge gearresteerd
- hebt, dadelijk vrij te laten, als ge niet in groote
- onaangenaamheden wenscht te komen. Voorts groet ik u vriendelijk,
- chef, en ik geef u de verzekering, dat ge morgen de held van Londen
- zult zijn! Voor uw gewaardeerde hulp bij het nakomen van mijn
- belofte, dank ik u hartelijk.
-
- „JOHN C. RAFFLES.”
-
-
-Toen schreef hij een tweeden brief aan mr. Hopp:
-
-
- „Wilt ge u bij de Bank van Engeland ervan overtuigen, dat ik mijn
- belofte reeds grootendeels ben nagekomen? Ik dank u voor uw
- tegemoetkoming en hoop, dat wij elkaar spoedig zullen weerzien. Het
- geld, waarvan gij veel te veel bezit en dat ik, naar aanleiding van
- mijn belofte gehaald heb, zal ik matig gebruiken en daardoor een
- klein deel der schuld afdoen, die gij tegenover de armen op u hebt
- geladen.
-
- „JOHN C. RAFFLES.”
-
-
-Lord Lister liet een kruier komen, gaf hem beide brieven en keek op
-zijn horloge.
-
-„Tien minuten vóór vijf! De man heeft vijf minuten noodig om de brieven
-te bezorgen. Twee minuten later zit Baxter mij al achterna—ik heb dus
-nog drie minuten om mijn belofte heelemaal na te komen.”
-
-En lord Lister stak een sigaret aan, betaalde zijn koffie en slenterde
-langzaam naar het huis van Hopp. Drie minuten later overhandigde de
-bediende de beide brieven, die door den kruier gebracht waren.
-
-Baxter en Hopp openden en lazen het schrijven terzelfder tijd.
-
-En ook gelijktijdig lieten zij het papier vallen en keken elkander aan
-met onbeschrijflijke gezichten.
-
-Toen strekte Hopp beide armen in de lucht als een drenkeling, terwijl
-zijn gelaat donkerrood getint werd.
-
-„Dat is uw schuld, inspecteur”, brulde hij, en hij nam de telefoon. Als
-razend draaide hij de kruk.
-
-„De Bank van Engeland!—Spreek ik met de Bank? Hier Hopp en Co. Hebt ge
-de chèques?—Wat?—Hebt ge al uitbetaald? In naam van alle levende
-duivels—heb ik u soms opdracht gegeven?—Hoe komt ge er bij!—Wat?—Hebt
-ge zeven keer getelefoneerd?—Geen antwoord gekregen? Ach — —”
-
-Hopp gooide de microfoon op tafel, zoodat hij middendoor brak. En
-terzelfdertijd ging den fabrikant een licht op, zoo groot als een
-electrische booglamp.
-
-„Hij heeft de telefoon verkeerd opgehangen! De chèques heeft hij me
-ontstolen! En dat alles voor mijn oogen! Maar voor den duivel, waarvoor
-staat gij dan hier met vier detectives om mijn brandkast te bewaken! O,
-die Raffles! Heel Londen maakt hij gek!” schreeuwde Hopp uit.
-
-Nu gooide Baxter het hoofd in den nek.
-
-„Wie de schuld heeft? Gij zelf, mr. Hopp! Hebt ge dien Raffles niet
-dadelijk de hand gegeven? Gij hebt ons al die ellende berokkend! Maar
-nu ook is het met hem gedaan—heeft zijn laatste uur geslagen. Hij heeft
-zich zelven in onze handen overgeleverd!”
-
-Baxter vloog naar de deur, stiet ze open en riep uit:
-
-„Laat dien heer vrij!—Neem mij niet kwalijk, mijnheer de ingenieur! Een
-klein misverstand! Ge kunt Raffles danken! Overal, waar schurkerij
-gepleegd wordt, heeft Raffles de hand in het spel.”
-
-Toen wendde de inspecteur zich tot de detectives:
-
-„Volgt mij! Wij moeten het Palace-Hotel aan vier zijden omsingelen. En
-telefoneer ondertusschen naar Scotland-Yard, dat alle stations bezet
-worden. Hij zal en mag ons dit keer niet ontsnappen!”
-
-„Ik sluit mij bij u aan”, zei Hopp, terwijl hij zich hoed, jas en stok
-liet brengen. „ik wil er bij zijn, als Raffles wordt ingerekend. En
-mijn zuurverdiend geld wil ik terug hebben!”
-
-Onder groot lawaai trokken de politiemannen er op uit.
-
-Na verloop van een minuut was geen sterveling meer te bekennen in het
-bureau van den fabrikant.
-
-Het was twee minuten vóór vijven, toen dezelfde jongeman, die zich
-eerst als detective Mouris had voorgesteld en die Baxter in zoo groote
-ongelegenheid had gebracht, met een looper de hoofddeur van het huis
-opende en binnentrad.
-
-Hij floot een wijsje uit „Het vroolijke weeuwtje” en naderde de groote
-brandkast. Voorzichtig liet hij de gordijnen voor de vensters vallen en
-begon nu het ijzeren gevaarte te openen.
-
-„Ha! Nieuwe constructie”, fluisterde hij, „óók al goed!”
-
-De groote fabrieksklok sloeg vijf uur.
-
-Krakend vloog de deur der brandkast open. Meer dan vierduizend pond
-lagen, deels in goud, deels in papier, voor de oogen van Raffles.
-
-„Jammer!” mompelde hij, „ik had ook het dubbele kunnen gebruiken.”
-
-Hij telde het geld op tafel uit, sloot de kast en ging naar de andere
-kamer, waar hij de telefoon afhaakte.
-
-„Palace Hotel, alstublieft!—Spreek ik met Palace Hotel?—Is inspecteur
-Baxter daar?—Ja?—Och, mag ik hem even aan de telefoon?—Hallo,
-Baxter!—Hier, Raffles!—Doe verder geen moeite, beste kerel!—Ik ben
-verhinderd in het hotel terug te komen!—’t Spijt me wel!—Wat?—Waar ik
-nu ben?—Bij Hopp en Co.!—Zeg mr. Hopp, dat ik mijn belofte gehouden
-heb!—’t Is juist vijf uur!—Tot weerziens!”
-
-Hij hing het apparaat, dat gebroken was, weer op en ging naar de
-werkkamer van den secretaris.
-
-Tusschen een hoop paperassen, die in een aktentasch geborgen waren,
-vond hij daar al heel spoedig het schriftelijk ontslag van Frans
-Werner.
-
-Hij ging voor de schrijftafel zitten en schreef den bejaarden werkman
-een brief, waarin werd meegedeeld, dat het ontslag was ingetrokken.
-
-
- „Voor uw langdurigen, trouwen diensttijd in mijn fabriek”, stond
- er, „stuur ik u hierbij een som van honderd pond, die ge naar eigen
- goedvinden moogt aanwenden. Over vier dagen kunt ge weer in dienst
- komen.
-
- „HOPP & Co.”
-
-
-Raffles nam het stempel, drukte het af onder de onderteekening,
-verzegelde den brief en verliet het bureau om dit schrijven op de bus
-te gooien.
-
-Toen begaf hij zich naar zijn woning.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-IN DE SPEELCLUB.
-
-
-Raffles stond in zijn elegant gemeubeld salon en opende eenige brieven,
-waarvan het adres luidde: Aan graaf Selfar.
-
-„Is ’t niet gevaarlijk, dat je overal als je adres graaf Selfar
-opgeeft?” vroeg Charly Brand.
-
-„Waarom? Als er een gevaar dreigt, beste Charly, veranderen we
-doodgewoon van woning.”
-
-„Volkomen waar. Maar als je nu eens geen tijd genoeg hebt om op tijd
-het huis te verlaten—als men je hier zou arresteeren—”
-
-„Waartoe al die zorgen? Als ik mij verborg, zou het al heel gauw met
-mij gedaan zijn. Juist het feit, dat iedereen mijn huis kan vinden,
-maakt mij onvindbaar. Je weet, dat de politie altijd over het hoofd
-ziet, wat het meest voor de hand ligt!”
-
-Hij keek eens naar de klok.
-
-„Drommels! Kwart over tien! Ik moet naar de club. Bovendien wil ik
-graag kennis maken met een jongeman, waarmee ik een ernstig woordje te
-spreken heb. Je kunt uitgaan, Charly—ga, waarheen je wilt en amuseer
-je, maar vergeet niet, voordat je de huisdeur opent, het fluitsignaal
-te geven, dat door ons is afgesproken.”
-
-Met deze woorden schelde graaf Selfar.
-
-De kamerdienaar bracht de zware pelsjas, cylinder en stok binnen.
-
-„Rijdt de graaf uit?”
-
-„Ja, Jean, mijn auto komt dadelijk voor.”
-
-„Uitstekend!”
-
-De dienaar hielp zijn heer, boog diep en ging. Even daarna reed een
-auto voor.
-
-„Bonjour, Charly, tot spoedig!”
-
-Graaf Selfar reed naar de club.
-
-Daar werd hij met vreugde begroet.
-
-Hij was een der eerste spelers, die altijd kalm bleef, of hij
-fabelachtige sommen won of verloor.
-
-„Ge zijt hier in langen tijd niet geweest, graaf”, zei Francis Porter,
-een rijk sportsman.
-
-Toen stelde hij den graaf voor als een nieuw clublid.
-
-„Dokter Reinhold Marchner!”
-
-Graaf Selfar keek in een fijnbesneden, geestig en bleek gelaat, dat
-sprak van ontbering, maar ook van inwendigen trots. Een paar blauwe
-oogen keken den graaf aan, maar trokken zich toen onder de half
-gesloten wimpers terug.
-
-Graaf Selfar wierp een blik op de speeltafel. De jonge dokter ging weer
-zitten, schreef met koortsige hand een briefje en legde het op tafel
-neer.
-
-Een schuldbekentenis!
-
-Graaf Selfar werd opmerkzaam. Hij kruiste de armen over zijn rok en
-keek dokter Marchners partner eens aan.
-
-Deze reikte de graaf de hand.
-
-„Laat ge u ook weer eens zien?”
-
-Graaf Selfar kneep de oogen dicht, zonder op deze vraag te antwoorden.
-
-„Ge wint, zooals ik zie, mr. Hopp”.
-
-De aangesprokene was een jonge man van omstreeks acht-en-twintig jaren.
-Zijn gelaat was onnatuurlijk bleek, zijn oogen door groote donkere
-kringen omrand. De slappe, geknikte gestalte getuigde van nachtbraken.
-Hij ging wat achterover liggen, strekte de beenen uit en zei, met een
-vluchtigen, spottenden blik op zijn vis-à-vis:
-
-„Ja, graaf, ik win tot nog toe zeshonderd pond! Een aardig zakduitje
-voor de volgende maand, hè hè hè!”
-
-Hij klemde zijn monocle in het oog, liet de onderlip wat hangen en
-speelde verder.
-
-Graaf Selfar glimlachte.
-
-Het was een somber, onheilspellend glimlachje. Hij liep voorbij de
-spiegels, die zijn fraaie, elastische gestalte weerkaatsten en ging aan
-het buffet een glas sekt drinken.
-
-Hoewel hij hier door twee groote vleugeldeuren van de speeltafel
-gescheiden was, kon hij de beide spelers toch heel nauwkeurig gade
-slaan. Dr. Marchner scheen alle zelfbeheersching te hebben verloren en
-elk oogenblik wreef hij zich nerveus over het bleeke voorhoofd. En
-telkens schreef hij opnieuw een schuldbekentenis voor de tegenpartij.
-
-Zoo bleef graaf Selfar kijken, totdat hij zag, dat het tweetal de
-speeltafel had verlaten en achter een breede portière in een vertrek
-verdween, waar zoo dikwijls gevaarlijke gesprekken worden gevoerd, die
-niet zelden zonder resultaat blijven.
-
-Graaf Selfar haastte zich de speelzaal door en ging een vertrek binnen,
-grenzende aan dat, wat zoo juist door het tweetal was betreden en dat
-daarvan door een fluweelen portière was gescheiden.
-
-Een heel klein beetje trok de graaf een der fluweelen gordijnen op
-zijde.
-
-„Je hebt op je eerewoord gespeeld en weet, wat dat beteekent”, hoorde
-hij een heesche stem zeggen. Het was die van Alfred Hopp, de zoon van
-den rijken fabrikant.
-
-Voor hem stond, hoogopgericht, maar met gebogen hoofd, dr. Marchner.
-Zenuwachtig streek hij met de hand over het voorhoofd.
-
-„’t Is waar. Maar zou je mij niet vier-en-twintig uur langer uitstel
-willen geven, Alfred? Je doet mij daarmede een groot genoegen!”
-
-„Waar denk je aan? Geen uur zelfs! Speelschulden zijn eereschulden! Als
-je die vijfhonderd pond niet kunt betalen, waarom heb je dan gespeeld?”
-
-„Omdat ik hoopte, dat het geluk mij ook nog eens gunstig zou zijn!”
-
-De jonge dokter sprak op een toon vol vertwijfeling.
-
-De ander lachte spottend.
-
-„Je hoopte! Dat heeft al menig vriend van mij gedaan! Je moet die
-vijfhonderd pond morgen om dezen tijd betaald hebben of—”
-
-„Of?”
-
-Dokter Marchner hief het fijnbesneden gelaat op.
-
-„Of je zult zien, met wien je te doen hebt!”
-
-„Ik dacht, dat je mijn vriend waart, Alfred!”
-
-„Ik was het! Als je echter je woord niet houdt, ben je een eerlooze, en
-met zulke menschen hou ik geen vriendschap”.
-
-Een lange pauze volgde.
-
-„Ik kan mij niet eens meer een revolver koopen, die ik noodig heb”, zei
-Marchner toonloos.
-
-Hopp haalde een klein pistool, in nikkel gevat, te voorschijn.
-
-„Hier, als ik je daarmee soms van dienst kan zijn.”
-
-Marchner nam het wapen en in Hopp’s oogen lichtte het met duivelschen
-glans.
-
-Het gordijn ging open—Alfred Hopp verdween.
-
-„Vaarwel!”
-
-Wanhopig zonk Marchner in den stoel, zijn rechterhand hief langzaam de
-revolver—
-
-Daar werd de portière op den achtergrond geopend.
-
-Graaf Selfar trad binnen.
-
-„Halt!” sprak hij op bevelenden toon, „ongelukkige, ben je je leven al
-zoo zat, dat je het om een bagatel wilt vernietigen?”
-
-Met groote oogen keek Marchner den graaf aan.
-
-„Hebt ge—alles gehoord?”
-
-„Alles”. Een glimlachje speelde om de lippen van den graaf.
-
-„Hoeveel zijt ge Alfred Hopp schuldig?”
-
-„Vijf honderd pond. Maar—”
-
-Graaf Selfar haalde een portefeuille te voorschijn en drukte den jongen
-dokter tien banknoten in de hand.
-
-„Hier. Ga haar de speelzaal en betaal uw schuld. Waarom hebt ge
-gespeeld?”
-
-„Ik ben in deze club verzeild geraakt. Mijn vriend, Alfred Hopp heeft
-mij hier gebracht. Ik hoopte, mijn berooiden toestand te zullen
-beteren. Ach, hoe zal ik u danken voor dit geschenk!”
-
-„Maak u niet bezorgd! Ik krijg dat geld wel terug. Ga nu?”
-
-Marchner ging naar de speelzaal.
-
-De slanke, jonge man, die alleen in het zaaltje was achtergebleven,
-drukte nu op een electrische schel.
-
-Een dienaar verscheen.
-
-„Zeg mr. Hopp, dat een heer hem wenscht te spreken.”
-
-De lakei ging en de graaf draaide de helft van de lichten uit, haalde
-een zwart masker te voorschijn en bond dit voor het gelaat.
-
-Eenige oogenblikken later kwam Alfred Hopp binnen. Hij zag bleek van
-opwinding.
-
-„Is hier iemand?” vroeg hij.
-
-„Ja. Ik wilde u spreken.”
-
-Hopp keek in het gelaat met het zwarte masker en wilde, doodelijk
-verschrikt, terug gaan. Maar in hetzelfde oogenblik schitterde de loop
-van een revolver hem voor de oogen.
-
-„Geen stap verder, ellendeling, als je leven je lief is.”
-
-Hopp stond als vastgenageld op zijn plaats. Hij sprak geen woord en
-zijn lichaam kromp ineen, alsof hij een zweepslag afwachtte.
-
-„Wat wilt ge van mij?” kreunde hij.
-
-„Dokter Marchner betaalde u daar juist vijfhonderd pond, nietwaar?”
-
-„Ja.”
-
-„Hebt ge hem de schuldbekentenis teruggegeven?”
-
-„Natuurlijk.”
-
-„Goed. Leg die vijfhonderd pond dan hier op tafel.”
-
-„Maar—dat geld is mijn eigendom.”
-
-„Zwijg! Geen woord meer! Moet ik u naar de speelzaal brengen en daar de
-linkermouw uit uw rok snijden? Pas op, anders deel ik iedereen mee,
-waar ge uw valsche kaarten verbergen hebt.”
-
-Alfred Hopp schrikte. Maar nog aarzelde hij.
-
-De man met het masker glimlachte.
-
-„Ik tel tot drie. Als dan het geld niet op tafel ligt, gebeurt er iets
-vreeselijks. Eèn, twee—”
-
-Maar reeds had Hopp vliegensvlug het geld op tafel gelegd en met
-schuwen blik vroeg hij nu:
-
-„Wie ben jij?”
-
-De gemaskerde lachte weer.
-
-„Ga heen. Ik ben Raffles.”
-
-Hopp deinsde achteruit.
-
-„Raffles!” schreeuwde hij met een stem, die drie zalen ver klonk, en
-met een reuzensprong verdween hij.
-
-Eenige oogenblikken later drong een tiental heeren het vertrek binnen.
-Maar Raffles had de zaal al verlaten en op zijn dooie gemak, terwijl
-men hem overal zocht, daalde hij de trappen af, liet zich zijn jas
-geven en ging heen.
-
-Hij had zijn automobiel weggestuurd om den weg naar huis te voet te
-kunnen maken en te genieten van de kristalheldere nachtlucht.
-
-„En ik verzeker u, dat het graaf Selfar was en niemand anders,”
-schreeuwde Alfred Hopp tot zijn vrienden. „Ik zag het aan den
-prachtigen Indischen ring. En bovendien! Draai het woord Selfar eens
-om! Dan krijgt ge Raffles! Zoo’n bedrieger!”
-
-Allerwege heerschte de grootste opwinding.
-
-Overal zocht men naar den graaf.
-
-Hij was verdwenen.
-
-De lakeien deelden mede, dat ze hem hadden zien weggaan.
-
-„Dan is Raffles ook Selfar en Selfar Raffles,” klonk het dooreen.
-
-Alfred Hopp echter lachte.
-
-„Nee maar! Die is prachtig!” riep hij uit. „Ik zal dadelijk de politie
-telefoneeren. Bij ons thuis is het adres van dien schurk bekend! Wacht
-maar! Over een uur zit hij achter de tralies!”
-
-En Alfred Hopp waarschuwde de politie, in de heilige veronderstelling,
-dat hij wel heel gauw zijn vijfhonderd pond weer in den zak zou hebben.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-EEN INHECHTENISNEMNING DIE MISLUKTE.
-
-
-Een der detective nam de boodschap aan.
-
-Hij berichtte het terstond aan Baxter.
-
-Deze beval, dat een twaalftal politie-agenten, onder leiding van
-detective Marholm zich dadelijk naar de woning van Raffles moest
-begeven om deze bij zijn thuiskomst te arresteeren.
-
-Marholm echter had zijn eigen plan.
-
-„De Groote Onbekende,” zei hij, „is een vervloekte kerel. Honderd keer
-kan je zijn woning omsingelen en honderd keer ontsnapt hij weer. Ik heb
-een plan, waardoor ik mijn college Sherlock Holmes beschaamd en Baxter
-geel van afgunst zal maken.”
-
-Hij zocht twaalf agenten uit, die in burgerkleeding zich om het huis
-van graaf Selfar zouden opstellen.
-
-„Als ik fluit, komt ge! Dreigt gevaar dan schiet ik! Overigens moet ge
-mijn bevelen afwachten,” zei hij.
-
-De troep zette zich in beweging.
-
-Marholm sprong op een fiets en trapte naar de woning van den Grooten
-Onbekende.
-
-Het was één uur na middernacht. Alles sliep. Marholm schelde en een
-poos later opende de dienaar van graaf Selfar de deur.
-
-„Zijt gij de dienaar van graaf Selfar?”
-
-„Om u te dienen!”
-
-„Luister dan! De graaf zal heel spoedig thuis komen. Ik zal mij in zijn
-slaapkamer verbergen, daar ik hem persoonlijk wil arresteeren. Zeg dus
-den graaf geen woord. Verstaan?”
-
-„Verstaan wel, maar—”
-
-„Geen maren! Als je het waagt, je heer te waarschuwen, ben je er bij!”
-
-De dienaar haalde de schouders op.
-
-„Als dat zoo gevaarlijk is, zal ik het wel laten!”
-
-Marholm keek eens rond.
-
-„Vorstelijk ingericht”, mompelde hij, „als gewoonlijk! Maar waar
-verberg ik mij nu het best?”
-
-Hij keek eens onder het ledikant.
-
-„Dat is de beste gelegenheid. Ik zal wachten, tot hij gaat slapen!
-Jammer, dat ik zijn gezicht niet kan zien, als ik zoo plotseling den
-hand op zijn schouder leg en zeg: „Raffles, je bent mijn gevangene!””
-
-De dienaar knikte.
-
-„Noemt ge daar Raffles niet?” vroeg hij, „dat is die groote held, de
-man, die nog niet gevonden is en waarvoor ik een grenzenlooze vereering
-koester!”
-
-En terwijl hij deze woorden sprak, zette hij een grooten staanden
-spiegel zóó voor het ledikant, dat daarin nog juist de zolen van den
-daaronder liggende zichtbaar werden.
-
-„Zoo zal men mij niet kunnen zien, zeg?” vroeg Marholm.
-
-„Geen draad!”
-
-„Prachtig! En denk eraan, dat je je mond houdt!”
-
-„Natuurlijk!”
-
-Daar werd gescheld.
-
-Jean vloog weg.
-
-Het was graaf Selfar, die binnenkwam in gezelschap van een vreemden
-jongeman.
-
-Deze, met een rooden baard en bleek gelaat, was niemand anders dan
-dokter Marchner. Hij was graaf Selfar genaderd, toen deze bij zijn
-woning kwam.
-
-„Pardon, graaf—een enkel woord. Zijt gij Raffles?”
-
-De graaf dacht een oogenblik na.
-
-„Als ge er dan zooveel belang in stelt”, sprak hij toen, „ja, ik ben
-Raffles.”
-
-„Vlucht dan! Ik was nog in de club, toen gij vertrokken waart! Men
-heeft u herkend. De politie is gewaarschuwd! Twaalf agenten hebben het
-huis omsingeld!”
-
-Raffles haalde zijn gouden sigarettenkoker te voorschijn, bood den
-dokter een, stak zelf een op en keek met een lachje rond.
-
-„Ha! Ik zie verscheiden schaduwen!”
-
-„Doe toch geen stap verder, graaf—ge wordt gearresteerd!”
-
-„Och, dokter, maak u toch niet bezorgd! Kom toch mee! ’t Is hier te
-koud! Kom een glaasje cognac drinken in het huis van graaf Selfar! En
-laat ons wat babbelen en een paar sigaretten rooken.”
-
-Marchner werd doodsbleek.
-
-„Om Godswil—” fluisterde hij, „ge hebt mij het leven gered—ik ben u
-dankbaarheid verschuldigd, maar— —”
-
-„Ge zult verkouden worden, dokter, als ge voortdurend staat te praten”,
-lachte graaf Selfar en hij sloot de deur open.
-
-Niemand bewoog zich.
-
-De schaduwen bleven onbeweeglijk in de nissen.
-
-Daar kwam Jean, de huisdienaar.
-
-Graaf Selfar keek hem eens scherp aan.
-
-„Niets gebeurd, Jean?”
-
-„Niets, graaf!”
-
-„Geen brief gekomen?”
-
-„Neen, graaf. Ik heb den spiegel al klaar gezet, opdat ge u terstond
-kunt ontkleeden.”
-
-Graaf Selfar keek zijn dienaar nog eens scherp aan en liet toen zijn
-gast den salon binnentreden.
-
-Voordat ook de graaf binnentrad, ging deze eerst naar zijn slaapkamer.
-
-Zooals hij altijd deed, keek hij eerst eens aandachtig rond van onder
-zijn half dichtgeknepen wimpers.
-
-Daar zag hij, in den spiegel, twee vuile schoenzolen.
-
-Hij glimlachte eens en ging naar het salon terug, zonder de
-tusschendeur te sluiten, zoodat hij een ruimen blik over de slaapkamer
-had.
-
-„Maak het u gemakkelijk, dokter,” sprak de graaf en hij vulde twee
-glazen uit kristallen karaffen.
-
-Dokter Marchner viel van den eenen angst in den andere.
-
-Hij liep naar het venster en keek eens naar buiten.
-
-Graaf Selfar voegde zich bij hem.
-
-„Een mooie, heldere winternacht, nietwaar, dokter? Ik sta hier soms
-uren lang te kijken naar het firmament en beproef dan de geheimen te
-doorgronden, die zweven tusschen hemel en aarde, als langzaam en
-eentonig de sneeuwvlokken tegen het venster dwarrelen en heel Londen
-hult in een sluier van kristallijnen raadselen.
-
-„Maar gij zijt mij nog eenige opheldering schuldig, dokter. Neem het
-mij niet kwalijk als ik u een vraag doe. Ik ben zoo’n soort philosoof.
-Hoe hebt gij zoo kunnen toegeven aan den belachelijken hartstocht van
-het spel?”
-
-„Ik had mij al voorgenomen, graaf, u daarover eenige opheldering te
-geven.
-
-„Nog komt het mij voor, alsof ik een boozen droom heb doorleefd.
-
-„Maar luister naar de ware oorzaak.
-
-„Ik heb een arm meisje lief. Ja, lieve God, ze is arm, meer dan arm.
-
-„Magda Werner heeft ook mij lief en mij daardoor gemaakt tot een der
-gelukkigste stervelingen.
-
-„Ik zou gaarne bereid zijn, alle ontberingen met haar te deelen en
-vooral thans, nu de armoede zoo nijpend is in haar familie.
-
-„Zij is een kind uit het volk, graaf, maar voor mij is zij een prinses,
-want ze is edel en goed.
-
-„En om haar een onbezorgd bestaan te kunnen verschaffen, haar, die ik
-lief heb boven alles, daarom kwam ik op het rampzalige denkbeeld—nu
-ja—ge kent de rest.”
-
-Zwijgend had graaf Selfar zijn sigaret gerookt.
-
-Hij lag nu in een Amerikaanschen schommelstoel, de groote, heldere,
-donkere oogen omhoog gericht.
-
-Toen, plotseling, sprong hij op.
-
-„Magda Werner zegt ge, dokter?”
-
-„Ja. Kent ge haar? Haar vader werd twee dagen geleden ontslagen uit de
-fabriek van Arthur Hopp.”
-
-„Zoo—zoo—ja! Enfin, we spreken daar morgen nog wel eens over, dokter.”
-
-Dokter Marchner ging. Hij was moedeloos gestemd, want hij dacht, dat
-hij nu wel niets meer van den graaf zou hooren.
-
-Hij liep voort.
-
-Maar plotseling bleef hij staan.
-
-Hij hoorde een fluitje door de lucht snerpen en snel liep hij weg, met
-kloppend hart, om niet te zien, hoe zijn weldoener geboeid werd
-weggebracht.
-
-Intusschen had graaf Selfar gescheld.
-
-Jean trad binnen.
-
-„Je kunt gaan slapen, Jean, ik heb je niet meer noodig.”
-
-„Heel goed, graaf.”
-
-Jean boog en ging.
-
-Graaf Selfar ging naar zijn slaapkamer, draaide het electrische licht
-half af en nam plaats in een leunstoel, tegenover zijn bed.
-
-„Zeg eens, vriend,” begon hij toen, „heb je niet gezien dat beneden
-duidelijk staat: voeten vegen? Je hebt mijn tapijt leelijk
-vuilgemaakt.”
-
-Geen antwoord.
-
-„Zeg eens, hoor je niet, Marholm?”
-
-„Meent ge mij?”
-
-Op doffen toon kwam het van onder het bed vandaan.
-
-„Ja, wien zou ik anders meenen? Maar kom toch hier, dan kunnen we
-gezellig wat babbelen!”
-
-Marholm kroop te voorschijn.
-
-„Ge zijt mijn gevangene,” sprak hij toen tot graaf Selfar.
-
-Deze lachte eens.
-
-„Niet zoo gauw, Marholm. Ga eerst eens zitten! Je zult wel moe zijn!
-Een glaasje cognac?”
-
-„Niets!”
-
-„Hoe dat zoo?”
-
-„Ik ben geheelonthouder. En wees nu eens ernstig! Ge zijt mijn
-gevangene!”
-
-„Kom, kom, ik geef niet veel om de praatjes der politie!”
-
-„Ge zijt mijn gevangene!”
-
-En Marholm wilde naar het venster gaan om het afgesproken fluitsignaal
-te geven.
-
-Maar toen ook stond eensklaps, dreigend, graaf Selfars hooge gestalte
-voor hem.
-
-Schuimbekkend van woede haalde Marholm zijn gummistok te voorschijn.
-
-In ’t zelfde oogenblik gaf Raffles hem een stomp tegen de keel, dat hij
-ter aarde smakte.
-
-Hij sprong echter elastisch weer op de been en vloog op graaf Selfar
-af.
-
-Maar wat was dat?
-
-Als twee groote, lichtende sterren keken Selfars oogen den detective
-aan en deze kon zich niet losmaken uit die ban.
-
-Slap viel zijn hand met den gummistok langs zijn lichaam.
-
-En als van uit de verte klonken hem de woorden in het oor:
-
-„Slaap!”
-
-Alles werd zwart om hem heen.
-
-Alles werd nacht.
-
-„Ge slaapt. Weet ge, wie ge zijt? Neen, ge weet het niet!”
-
-„Ja——ik—weet—het!—Ik—ben—Mar—Mar,” maar verder kwam hij niet.
-
-„Neen. Ge zijt Raffles.”
-
-„Raffles?”
-
-„Ja. Ge zijt Raffles. Wie zijt ge?”
-
-„Mar——ik ben Raffles!”
-
-„Wie?”
-
-„Raffles!”
-
-„Zeg het nog eens!”
-
-„Raffles!”
-
-„Goed. Ge zijt Raffles! En ge zijt naar huisgegaan om te slapen, omdat
-ge vermoeid zijt. Nietwaar?”
-
-„Ja!”
-
-Graaf Selfar bekeek den slapende een oogenblik en haalde toen een etui
-te voorschijn.
-
-In dit oogenblik stak Jean die voortdurend door het sleutelgat geloerd
-had, zijn hoofd binnen de deur.
-
-„Wil ik, graaf?”
-
-„Durf je?”
-
-„Maar natuurlijk!”
-
-„Kom dan hier!”
-
-„Tot uw dienst!”
-
-En Jean begon in te zeepen.
-
-„Snor en baard, allebei afscheren, Jean. Trek hem dan de uniform uit,
-leg ze voor mij klaar en stop hem in bed. Trek hem eerst een van mijn
-zijden nachthemden aan.”
-
-„Uitstekend, graaf.”
-
-En Jean toog aan het werk.
-
-Met de handigheid van een tooneelspeler plakte nu Raffles zich een
-baard aan het gezicht, die sprekend geleek op dien, welken Marholm had
-gedragen.
-
-„Het staat me niet, maar het beantwoordt aan zijn doel,” mompelde
-Raffles.
-
-Hij zette den helm op en opende het venster.
-
-Een fluitsignaal weerklonk.
-
-Hevig spektakel volgde.
-
-Van alle kanten stormden de agenten de halfdonkere slaapkamer binnen,
-nadat zij zich toegang tot het huis hadden verschaft.
-
-„Chef?”
-
-Raffles hield den vinger op den mond.
-
-„Sst! Hij slaapt! Heb je de boeien?”
-
-„Ja, chef!”
-
-„Vooruit dan!”
-
-Raffles tikte den slapende op den neus.
-
-„Hé, word eens wakker!”
-
-„Wa—wat is er?”
-
-„Dat zult ge wel zien”
-
-„Hèèè— —
-
-„Zijt ge Raffles?”
-
-„Ik?? Ja—ik ben Raffles.”
-
-„Allo, jongens!”
-
-En Marholm werd door twaalf paar handen uit bed gesleurd, in een deken
-gewikkeld en in het rijtuig gedragen, dat al klaar stond.
-
-Raffles was intusschen naar zijn badkamer gegaan.
-
-Daar had hij zich vliegensvlug verkleed, een pelsjas aangeschoten, een
-hoogen hoed opgezet en het huis verlaten.
-
-„Waar is de chef?” vroegen de agenten.
-
-Zij zochten Marholm, maar toen ze hem niet vonden, dachten ze, dat hij
-al vooruit was gegaan.
-
-Raffles intusschen had in een telefoonbureau Scotland Yard opgescheld.
-
-„Daar Scotland Yard? Hier Raffles!—Wat?—Ja, hier Raffles!—Ik wilde u
-even meedeelen, dat ik detective Marholm naar u toe heb gestuurd.—Hij
-lag bij mij te slapen!—Wat?—Waar ik nu ben?—Telefoon-automaat nummer
-17.—Wat? Ik heb geen tijd meer!—Tot later!”
-
-Toen reed Raffles naar het Metropol hotel, waar hij Charly Brand den
-volgenden dag zou ontmoeten.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-DE REDDER DER ONTERFDEN.
-
-
-Charly Brand zat tegenover lord Lister in het Metropol Hotel.
-
-„En waar ben je zooal geweest, Charly?” vroeg Raffles.
-
-„O, overal! Ik heb eerst rondgeslenterd, toen gehoord, dat fabrikant
-Hopp en baron von Reutz, een vriend van dezen, een heel slechten naam
-en al heel wat op hun kerfstok hebben en kwam daarna thuis.”
-
-„Zoo. Nu, beste jongen, ik trek er weer op uit—en wel onder den naam
-van baron von Reutz.”
-
-„Wees voorzichtig, Edward”.
-
-„Dat ben ik altijd.”
-
-Baron von Reutz reed naar Witchapel Road en trad daar een der groote
-huurkazernes binnen.
-
-Al heel spoedig had hij gevonden wat hij zocht: het huis van Frans
-Werner.
-
-Het was een nette, doch armelijke woning.
-
-De werkman herkende terstond den eleganten heer.
-
-Deze vroeg naar Magda en vertelde, dat hij wist, hoe zeer dokter
-Marchner het meisje lief had.
-
-Werner verschoot van kleur.
-
-„Mijn dochter,” zei hij, „is niet hier.”
-
-„Waar is ze dan?”
-
-Aarzelend haalde de man een onaangenaam naar muskus riekend briefje te
-voorschijn en liet het baron von Reutz lezen.
-
-Er stond:
-
-
- „Mijn lieve, lieve Magda!
-
- „Ik moet je nog eens zien en spreken, liefste. Kom vanavond om acht
- uur op de bekende plaats. Noem den kellner mijn naam, hij zal je
- dan in een vertrek brengen, waar wij ongehinderd samen kunnen
- praten.
-
- „ALFRED”
-
-
-De baron wierp den brief terzijde, vol afschuw.
-
-„Is dat schrijven van den jongen Hopp?”
-
-„Ja. Ik smeekte haar, er niet heen te gaan. Maar zij wilde geen
-oogenblik aan eenige laagheid denken en ging toch.
-
-„Ik geloof, baron, dat ge er bij waart, toen de oude heer Hopp over de
-verhouding van mijn dochter en zijn zoon sprak. Ja, zij heeft zich
-voortdurend door hem laten bepraten; zij meende, hem lief te hebben—het
-was een kleine, vluchtige droom, zooals veel jonge meisjes dien
-droomen, maar zij is rein gebleven, ik kan de hand voor haar in het
-vuur steken, baron.
-
-„Als zij verstandig was geweest, dan had zij niet de onvoorzichtigheid
-begaan, dezen man een reeks brieven te schrijven, waarin zij haar
-geheele hart voor hem uitstortte.
-
-„Van die brieven maakt hij nu misbruik.
-
-„Door middel van die brieven tracht hij haar voor zich te behouden,
-hoewel zij niets meer van hem wil weten, want hij heeft een slecht
-karakter, het liefst zou ik hem eenvoudig neerschieten.
-
-„Hij heeft haar gedreigd, die brieven aan dr. Marchner te zullen geven.
-
-„En mijn kind is totaal veranderd, sinds zij dr. Marchner heeft leeren
-kennen.
-
-„Zij is gelukkig. Zij heeft in hem den man gevonden, dien zij kan
-vertrouwen.
-
-„En nu dat zoo goed zal gaan, treedt deze ellendeling tusschenbeide. U
-begrijpt, mijnheer de baron, welke gevolgen het zou hebben, als dr.
-Marchner die brieven kreeg.
-
-„Hoe verstandig en edelmoedig hij ook is—hij zou toch niet kunnen
-begrijpen, dat zij, die hij lief heeft, zulke brieven aan een ander
-heeft geschreven.
-
-„Het was beter geweest, als mijn dochter vanaf het begin eerlijk tegen
-hem was geweest, als zij hem alles had meegedeeld,—maar aanvankelijk
-had zij daartoe den moed niet en nu—nu is het te laat!”
-
-Baron von Reutz had met saamgeknepen lippen naar de woorden van Frans
-Werner geluisterd.
-
-„Zoo. En uw dochter hoopte blijkbaar, dat zij vanavond de brieven zou
-terug krijgen, waarvan haar geluk afhangt?”
-
-„Zoo is het! En ik vrees, dat hij haar een nieuwe hinderlaag heeft
-gelegd!
-
-„Zij beproeft het uiterste, compromiteert zichzelf en waagt het
-onmogelijke.
-
-„Hierdoor zal zij misschien in één oogenblik alles bederven, inplaats
-van haar levensgeluk te redden!”
-
-„Wij moeten het ergste niet denken, mijnheer Werner,” antwoordde baron
-von Reutz.
-
-„Ik zal over een paar dagen eens weer bij u komen!”
-
-Frans Werner vervolgde op fluisterenden toon:
-
-„Overmorgen zou het huwelijk tusschen mijn dochter en dr. Marchner
-voltrokken worden. Overmorgen reeds! Mag ik het genoegen hebben, u voor
-de bruiloft uit te noodigen?
-
-„Ik beef bij de gedachte, dat er misschien iets vreeselijks zou kunnen
-gebeuren, maar hopenlijk gaat alles goed— —”
-
-„Ik zal komen,” antwoordde baron von Reutz glimlachend.
-
-Daarop ging hij naar beneden, sprong in zijn rijtuig en riep den
-koetsier toe:
-
-„City!”
-
-De beide paarden zetten zich in beweging en in vollen draf ging het
-voorwaarts.
-
-Eindelijk bleven de paarden staan.
-
-Baron von Reutz stapte uit.
-
-Diep buigend naderde de oberkellner en toen de baron den naam Alfred
-Hopp noemde, antwoordde de „ober” geen woord, maar geleidde den jongen
-edelman door een lange gang.
-
-Voordat hij echter de zware gordijnen, die de kamer afsloten, op zij
-kon schuiven, voelde hij de hand van den gast op zijn arm.
-
-„Wacht even! Ik—ik wensch de kamer hiernaast te betrekken!”
-
-De kellner bracht den gast volgens dien verlangen naar het aangrenzende
-vertrek.
-
-Baron von Reutz gaf zijn verdere bevelen, waarop de oberkellner
-vertrok.
-
-De jonge baron ging nu weer naar buiten naar de corridor, waar hij
-zacht en voorzichtig de portière van het aangrenzende vertrek opende.
-
-Opgewonden stemmen klonken in zijn oor.
-
-Hij keek in het kleine vertrek, dat tooverachtig verlicht werd door de
-roodzijden kap van een schemerlamp.
-
-Op tafel stonden wijnglazen en flesschen, vruchten en gebak.
-
-Alfred Hopp zat op den divan, terwijl een jong beeldschoon meisje met
-smeekend uitgestrekte armen voor hem stond.
-
-Zij kon den ingang der kamer niet zien, terwijl ook Alfred Hopp met
-zijn rug naar de portière zat.
-
-Met een enkele onhoorbare beweging was baron von Reutz de kamer
-binnengegaan.
-
-Zijn hooge, slanke gestalte was voldoende verborgen door den donkeren
-achtergrond.
-
-Zoo bleef hij roerloos staan.
-
-„Is het mogelijk, dat gij zoo wreed kunt zijn?” vroeg Magda Werner,
-terwijl haar groote, donkerblauwe oogen vol tranen stonden.
-
-„Wat hebt gij aan de brieven? Waarom kwelt ge mij op zoo wreede wijze?
-Is het een genot voor u om mij en den man, die mijn gansche hart bezit,
-in het verderf te storten?”
-
-Alfred Hopp haalde op brutale en ruwe wijze de schouders op, terwijl
-hij zijn bleek, verlept gelaat oprichtte en het jonge meisje aankeek.
-
-„Een genot? Ja, dat is het! Dacht je werkelijk, dat ik je hier heb
-laten komen om je de brieven te overhandigen?
-
-„Ik denk er niet aan! Met deze brieven heb ik je in mijn macht. En ik
-laat je niet weer los—denk daaraan! Juist nu niet! Ik wil, dat je de
-mijne wordt!
-
-„Je hebt mij altijd naar je laten smachten!
-
-„Juist omdat ik weet, dat je mij niet liefhebt, omdat een ander je zal
-bezitten, daarom eisch ik dit offer!”
-
-Het jonge meisje stond sprakeloos tegenover haar beul.
-
-Haar boezem hijgde en het zware blonde haar was gedeeltelijk losgegaan,
-zoodat een paar lange krullen over haar schouders hingen.
-
-Haar oogen keken radeloos om zich heen en met bijna klanklooze stem
-sprak zij:
-
-„Ik begrijp u niet!”
-
-Alfred Hopp rekte zich eens uit op den divan.
-
-„Begrijp je mij niet? Je zult mij dadelijk begrijpen!
-
-„Zie je, er schuilt een bijzondere kracht in mij! Ik vind zelf, dat ik
-een soort Mefisto, een duivel, ben!
-
-„Het is mij voldoende, als ik iemand ongelukkig kan maken!
-
-„Waarom zal ik tegenover jou den edelmoedige spelen?
-
-„Waarom zal ik mij berustend terugtrekken en plaats maken voor een
-ander?
-
-„Ik denk er niet aan!
-
-„Als ik je later op straat tegenkom, als je wangen geverfd en gepoederd
-zijn en een eeuwig glimlachje om je lippen speelt—zie je, dan zal ik
-een duivelsche voldoening smaken!”
-
-Hij keek haar met strakke, meedoogenlooze oogen aan.
-
-Maar het jonge meisje scheen hem nog niet te begrijpen. Haar armen
-hingen slap langs haar lichaam neer en een uitdrukking van trots
-weerspiegelde zich in haar oogen.
-
-Plotseling sprong Alfred Hopp op, hij stortte zich als een roofdier op
-haar, omklemde haar in zijn armen en—terwijl zij een kreet van
-ontzetting slaakte—riep hij lachend uit:
-
-„Hier hoort niemand je, mijn duifje! Schreeuw zoo hard je kunt. Je bent
-in mijn macht!”
-
-„Nog niet!” sprak een diepe welluidende mannenstem.
-
-En in hetzelfde oogenblik vloog Alfred Hopp, door een krachtige hand
-weggeduwd, in een hoek der kamer.
-
-Snikkend en sidderend snelde het jonge meisje naar den vreemdeling, die
-met zijn rijzige gestalte midden in de kamer stond.
-
-Alfred Hopp was den eersten schrik te boven.
-
-Met vlammende oogen en gebalde vuisten stond hij voor den vreemdeling.
-
-„Raffles!”
-
-Hijgend riep hij dat woord uit.
-
-De ander glimlachte.
-
-„Ja, ik ben Raffles!”
-
-„Ellendeling, schurk!”
-
-„Waarom geeft gij mij de namen welke gij zelf zoo rijkelijk verdient?”
-antwoordde de groote onbekende met onverstoorbare kalmte, terwijl het
-jonge meisje hem angstig aankeek.
-
-„Wij spreken elkaar nader, Alfred Hopp. Gij zijt inderdaad een duivel,
-maar een, wien de noodige kracht ontbreekt. Gij zijt een van die
-duivels, die men op een aambeeld moet leggen en met een helschen hamer
-in stukken slaan.”
-
-En zonder den uitgang een oogenblik uit het oog te verliezen, nam
-Raffles den mantel van het jonge meisje van den muur.
-
-Zij begreep hem en liet zich door Raffles in den mantel hullen.
-
-Hij gaf haar een hand, die zij vol dankbaarheid aan haar lippen wilde
-drukken. Hij trok echter snel zijn hand terug, zoodat alleen haar
-brandende tranen zijn vingers bevochtigden.
-
-„Spoed u naar huis terug juffrouw Werner,” sprak Raffles op ernstigen
-toon.
-
-„Wacht gerust en kalm uw huwelijksdag af en bedenk steeds, dat Raffles,
-de groote onbekende, over u waakt.”
-
-„Blijf goed—want reinheid is de eenige schat der armen!”
-
-Magda Werner keek hem met haar groote, eerlijke oogen aan.
-
-Zij knikte, zonder een woord te kunnen zeggen, daarop gleed zij door de
-portière en snelde weg als een schuw vogeltje.
-
-Gereed tot den strijd stonden de beide mannen tegenover elkaar.
-
-„Hebt gij de brieven hier?” vroeg Raffles met over de borst gekruiste
-armen.
-
-„Neen! En al had ik ze hier, ik zou ze u niet geven, gij—”
-
-Maar Alfred Hopp kon zijn zin niet voltooien. Een harde klap in zijn
-gezicht deed hem neervallen.
-
-„Noodzaak mij niet, u nogmaals te kastijden,” sprak Raffles met
-dezelfde kalmte, die hem steeds kenmerkte.
-
-„De oorvijg, die ik u daar juist gaf, was voor de beleediging van
-zooeven.
-
-„Maar nu ter zake. Laat mij den inhoud van uw zakken zien, ten bewijze,
-dat de brieven van Magda Werner niet hier zijn!”
-
-Alfred Hopp stond op en met heimelijken angst keek hij naar den man,
-die hem met een enkele handbeweging in zijn macht had.
-
-Hij gehoorzaamde aan het bevel van Raffles.
-
-Het was waar, hij had de brieven thuis in een kast goed bewaard.
-Slechts een enkelen had hij bij zich, dien Raffles hem afnam.
-
-„De andere brieven zult gij mij ook geven, Alfred Hopp!”
-
-„Nooit!”
-
-„Jawel! Maar waarom schreeuwt gij zoo? De kellner hoort u niet. Gij
-zult mij de brieven geven, ik, Raffles, voorspel u dat. Verder heb ik
-voorloopig niets met u te bespreken!”
-
-Raffles maakte zich gereed om heen te gaan.
-
-Op spottenden toon vroeg Alfred Hopp:
-
-„En wanneer denkt gij, dat ik u die brieven zou overhandigen?”
-
-Raffles dacht een seconde na.
-
-„Overmorgen. Op den dag van Magda Werners huwelijk.”
-
-„Ah! Komt gij op de bruiloft?”
-
-„Ongetwijfeld!”
-
-Alfred Hopp drukte zijn lippen op elkaar, en een duivelsche trek
-verscheen op zijn gelaat.
-
-Raffles knoopte zijn pels dicht en verliet het vertrek.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-RAFFLES GEVANGEN?
-
-
-In een keurig restaurant in een der voorsteden vierde dr. Marchner zijn
-bruiloft.
-
-Alle zorgen en leed schenen gebannen te zijn van het blanke voorhoofd
-van den man, die zich innig gelukkig gevoelde te midden van zijn
-vrienden, die gekomen waren om dezen vreugdedag mee te vieren.
-
-Daar dr. Marchner in de uitgelezenste kringen van Londen verkeerde, had
-zich een voornaam gezelschap om hem heen verzameld.
-
-Niemand zou vermoed hebben, dat Magda, de gelukkige jonge vrouw van dr.
-Marchner, uit een arbeidersfamilie voortsproot.
-
-Haar natuurlijke bevalligheid en gratie vergoedden ten volle wat haar
-aan ontwikkeling misschien ontbrak.
-
-Als zij glimlachte, was iedereen verrukt over haar en Marchner zelf
-niet het minst van allen.
-
-Slechts af en toe trok er een wolkje over zijn voorhoofd, dan dwaalden
-zijn blikken vol verwachting door het venster naar het station.
-
-Blijkbaar verwachtte hij nog een gast.
-
-Hoewel hij zijn jonge echtgenoote niets van het avontuur met den
-grooten onbekende had verteld, scheen ook zij niet geheel rustig.
-
-Plotseling sprong dr. Marchner op.
-
-Een rijzige, slanke, elegante jonge man naderde van de zijde van het
-station. De sneeuw kraakte onder zijn veerkrachtige schreden.
-
-Een prachtige pelsjas omhulde zijn slanke gestalte.
-
-De onberispelijke cylinder deed den jongen man nog grooter schijnen dan
-hij was en paste volkomen bij het eenigszins bleeke, voorname,
-fijnbesneden gelaat met de dunne lippen en groote, heldere oogen.
-
-De nieuw aangekomene trok dadelijk de algemeene belangstelling.
-
-Dr. Marchner was hem reeds tegemoet gesneld.
-
-„Het verheugt mij, dat gij komt,” riep hij uit. „Ik had op u
-gewacht—ach, gij kunt niet begrijpen, wat ik gevoeld heb, sinds ik den
-laatsten keer uw huis verliet mijnheer—”
-
-„Baron von Reutz,” antwoordde de nieuwe gast lachend.
-
-Dr. Marchner haastte zich, den jongen man onder dien naam aan de
-aanwezigen voor te stellen.
-
-Binnen eenige minuten vormde de jonge edelman het middelpunt van het
-gesprek.
-
-Het feest verliep op de vroolijkste wijze.
-
-De avond was genaderd en reeds maakte men zich gereed om naar Londen
-terug te keeren.
-
-Plotseling werd de deur geopend en een jonge man trad binnen, bij
-verschillende der aanwezigen welbekend.
-
-Het was Alfred Hopp.
-
-In zijn oogen straalde een duivelsche gloed.
-
-Zijn rechterhand omvatte een bundeltje papieren. Hiermede naderde hij
-den gelukkigen bruidegom en terwijl hij hem de papieren aanbood, sprak
-hij:
-
-„Dr. Marchner, ik geef u deze brieven als huwelijksgeschenk.”
-
-Een ademlooze stilte ontstond.
-
-Iedereen begreep, dat hier iets bijzonders gebeurde.
-
-De jonge vrouw was opgesprongen. Haar wangen waren doodsbleek geworden,
-met angstige blikken keek zij naar haar echtgenoot, die langzaam
-opstond en zijn hand naar de brieven uitstrekte.
-
-In hetzelfde oogenblik echter kwam een andere vuist tusschenbeide, zoo
-snel en vastberaden, dat Alfred Hopp de brieven niet had kunnen
-terugtrekken.
-
-Baron von Reutz stond met opgeheven hoofd tusschen de beide mannen; de
-brieven verdwenen in een der zakken van zijn jas.
-
-„Dat is een ongehoorde brutaliteit”, riep de zoon van den rijken
-fabrikant schuimbekkend van woede uit. „Hoe hebt gij den moed, mij die
-papieren afhandig te maken? Zij zijn bestemd voor dr. Marchner!”
-
-„Ik denk, dat gij u vergist!” antwoordde baron von Reutz, terwijl hij
-de armen over de borst kruiste en den jongen zwierbol met een
-vernietigenden blik aankeek.
-
-„Neen, ik vergis mij niet!” brulde Alfred Hopp. „Heeren, ik roep u aan
-als getuigen! Deze ellendeling heeft mij mijn papieren ontstolen!”
-
-„Voor deze leugen komt u een kleine kastijding toe”, antwoordde de
-edelman en hij gaf den woesteling een slag in het gezicht, zoodat deze
-achteruit tuimelde.
-
-„Dat zult gij boeten!” schreeuwde deze. „Heeren, deze ellendeling, die
-zich vermeet, op zulk een wijze op te treden, is—”
-
-Iedereen luisterde in gespannen verwachting.
-
-Baron von Reutz vertrok geen spier van zijn gelaat.
-
-Maar Alfred Hopp sprak het woord niet uit, dat hem op de lippen lag.
-
-Zijn gelaat verwrong zich nog meer en hij beet den baron toe:
-
-„Neen, het is nog te vroeg! Maar als gij denkt, mij te kunnen beletten,
-mijn plan uit te voeren, dan vergist gij u.
-
-„Dr. Marchner, ik beweer, dat ik oudere rechten heb op mevrouw Magda,
-dan gij. Gij zijt met mijn beminde getrouwd—in de papieren, die baron
-von Reutz mij afhandig heeft gemaakt, ligt het bewijs.”
-
-De uitwerking dezer woorden was verschrikkelijk.
-
-Dr. Marchner was doodsbleek geworden, zijn handen sidderden en bevend
-wendde hij zich tot zijn jonge echtgenoote, zijn oogen dreigend en
-tegelijkertijd vragend op haar vestigend.
-
-De jonge vrouw zweeg.
-
-Zij wilde antwoorden, maar haar tong was als verlamd.
-
-Snikkend viel zij in haar stoel neer, zoodat het niet duidelijk was of
-schuldbewustzijn dan wel verdriet over de zware beleediging haar
-aangedaan, de ongelukkige verpletterde.
-
-Nu echter geschiedde iets onverwachts.
-
-Baron von Reutz trad naar voren en sprak, terwijl hij zich tot dr.
-Marchner wendde:
-
-„Ik beweer, dat deze kwajongen nu voor de tweede maal gelogen heeft.
-Het is er hem alleen om te doen, u uw jonge geluk te ontrooven.
-
-„Zijn vergiftigde, verdorven ziel weet zich met geen beter dingen bezig
-te houden dan zich te wreken op deugd en reinheid.
-
-„Om u te bewijzen, beste dokter, dat hij gelogen heeft, overhandig ik u
-hier de papieren, die ik hem heb afgenomen.”
-
-Baron von Reutz haalde het pakje brieven uit zijn zak te voorschijn en
-gaf het den jongen dokter.
-
-De jonge vrouw, die bij de eerste woorden van den baron vol hoop had
-opgekeken, verbleekte opnieuw.
-
-Alfred Hopp genoot!
-
-Frans Werner, die nog bij de tafel zat, boog zijn hoofd over zijn bord.
-
-Dr. Marchner echter nam de brieven en opende het pakje.
-
-Hij doorvloog den eersten, den tweeden, den derden—zijn gelaat helderde
-op en eindelijk wendde hij zich tot zijn jonge vrouw, greep haar beide
-handen en sprak op zachten toon:
-
-„Vergeef mij, Magda, vergeef mij, dat ik ook slechts een oogenblik aan
-je heb durven twijfelen. Gij echter, ellendige kwajongen”, sprak hij
-tot Hopp, die verschrikt achteruitging, „gij zult mij rekenschap geven
-van een beleediging, die meer dan brutaal is.
-
-„Wanneer gij niet krankzinnig zijt, staat gij gelijk met een
-moordenaar, want gij doet uw best om anderen menschen hun geluk en eer
-te ontnemen.”
-
-Eenige oogenblikken was Alfred Hopp niet in staat om te antwoorden. De
-andere bruiloftsgasten echter, verontwaardigd over het voorgevallene,
-zetten den rustverstoorder met vereende krachten op straat.
-
-Baron von Reutz nam afscheid.
-
-Hij boog zich diep over de hand der jonge vrouw en bracht die aan zijn
-lippen.
-
-Zij keek hem aan met vochtige oogen en fluisterde:
-
-„Hoe kan ik u ooit genoeg danken?”
-
-Hij glimlachte.
-
-„Door steeds goed te blijven, mevrouw! Er zijn zoo weinig menschen, van
-wie men dat kan zeggen.”
-
-Zwijgend drukte hij den jongen dokter de hand.
-
-Daarop nam hij zijn hoed, opende de deur en sloeg den weg in naar het
-station.
-
-Plotseling stond Frans Werner voor hem.
-
-„Vergeef mij, dat ik u een oogenblik staande houd. Het komt niet te
-pas, dat weet ik wel. Ik ben ook maar een werkman, en weet niet in
-welke woorden ik u mijn grooten dank zal uitspreken. Maar gij begrijpt
-mij wel, nietwaar?”
-
-Baron von Reutz drukte Werners hand.
-
-„Ik begrijp u! Vaarwel!”
-
-„Nog iets, heer baron! Hoe hebt gij dat aangelegd? Het waren immers de
-brieven van mijn dochter, die de ellendeling aan mijn schoonzoon wilde
-geven.”
-
-De jonge edelman glimlachte.
-
-„Zeker! Maar er zijn omstandigheden in het leven, waarin men een
-goocheltoer moet aanwenden om het goede te bereiken, mijnheer Werner.
-
-„Dat is een droevige waarheid, die echter mijn lijfspreuk is geworden.
-Ik heb den jongen man eergisteren een van die brieven afgenomen.
-
-„Hij meende slimmer te zijn dan ik en ik begreep, dat hij dit oogenblik
-zou uitzoeken om het geluk van de jonge mevrouw Magda voor altijd te
-vernietigen.
-
-„Daarom maakte ik vannacht een dozijn van dergelijke brieven gereed,
-die er zoo uitzagen als die, welke in zijn bezit waren.
-
-„Op die brieven schreef ik, terwijl ik Magda’s hand vervalschte, een
-paar nietszeggende gedichten. Ik bracht hierin eenige malen den naam
-van dr. Marchner, zoodat deze ze hoogstens op zichzelf kon toepassen.
-
-„Dit was het eenige middel om de brutale beschuldiging van dien schurk
-belachelijk te maken.”
-
-Met beide handen greep Frans Werner de rechterhand van den spreker.
-
-„Gij zijt een weldoener der menschheid!”
-
-Baron von Reutz glimlachte.
-
-Het was een weemoedig lachje.
-
-„Misschien wel—misschien ook niet, mijnheer Werner!”
-
-Hij haalde een pakje uit een zijner zakken te voorschijn en
-overhandigde dit aan den ouden man. Het bevatte de echte brieven van
-Magda.
-
-„Bewaar ze, mijnheer Werner. En als Magda ooit de beproevingen mocht
-vergeten, die zij heeft doorgemaakt,—mocht zij ooit in het leven
-struikelen, toon haar dan deze brieven, dan zal zij weer in het rechte
-spoor geraken.”
-
-Bij deze woorden draaide de jonge edelman zich om en met snelle
-schreden begaf hij zich naar het station.
-
-Frans Werner keek hem zwijgend na, totdat de hooge, slanke gestalte in
-het nachtelijk donker was verdwenen.
-
-Toen hij het station had bereikt, keek baron von Reutz vorschend om
-zich heen.
-
-„Het verbaast mij, dat er nog geen politie aanwezig is,” mompelde hij.
-„Mijn vriend Hopp schijnt een heel bijzonder plan te hebben opgemaakt.”
-
-Hij bleef eenige oogenblikken nadenkend staan, daarop wendde hij zich
-naar een coupé eerste klasse. Terzelfdertijd stonden onder de hooge
-boomen, die het stationsgebouw omgaven, twee mannen bij elkaar.
-
-Een van hen was Alfred Hopp, de andere was een jonge man, die er uitzag
-als een gemeen sujet en die ongetwijfeld niet paste in de mooie
-kleeren, welke hij droeg.
-
-Hoewel hij een slanke gestalte had, had hij niet de houding van een
-man, die gewend is, zich in goede kringen te bewegen.
-
-Nieuwe glacé’s bedekten zijn groote handen, op het vierkante hoofd met
-scherpe, hoekige lijnen en waarin een paar doordringende, loerende
-oogen schitterden, droeg hij een grijzen, eleganten vilten hoed.
-
-„Dus je weet, wat ik je beloofd heb, Frits, doe je zaken goed!” sprak
-Hopp.
-
-De andere lachte brutaal.
-
-„Gij kunt mij gerust vertrouwen! In dit gedeelte van Londen is niemand,
-die het mij verbetert!”
-
-Alfred Hopp knikte.
-
-„Je wacht mij op de afgesproken plek morgenavond, dan breng ik je het
-geld. En vergeet één ding niet. Ergens vóór Hydepark spring jij er af!
-Baxter rijdt met vijf politiebeambten in denzelfden trein. Zij zijn
-Raffles te slim af. Doe je werk goed!”
-
-De persoon, dien Hopp met den naam Frits had aangesproken, lachte met
-breeden grijns en verdween.
-
-Hij was een berucht inbreker, misschien nog erger, een kerel, dien de
-jonge Hopp reeds meermalen had gebruikt om lieden, die hem lastig
-waren, voor eenigen tijd onschadelijk te maken.
-
-Dezen keer echter stonden er veel ernstiger dingen op het spel.
-
-Frits had zijn hoed ver over het voorhoofd gedrukt en sloop met
-eenigszins voorovergebogen hoofd en met loerende oogen langs de
-spoorwegwaggons, terwijl hij in elke coupé keek.
-
-Raffles zag plotseling een paar bloeddorstige, hatelijke oogen naar
-binnen kijken. Daarop werd de deur geopend en een man met zeer
-twijfelachtig uiterlijk stapte binnen.
-
-Een halve minuut later zette de trein zich in beweging.
-
-Hijgend stoomde hij door het besneeuwde bosch, dat als in een mantel
-van sneeuw vóór hen lag.
-
-Raffles leunde achterover in de kussens.
-
-Een fijn glimlachje speelde om zijn lippen. Langzaam sloot hij de
-oogen—zoo verliepen ongeveer tien minuten.
-
-Toen scheen hij te slapen.
-
-Maar hij sliep niet.
-
-Door de bijna gesloten oogleden bespiedde hij elke beweging van zijn
-geheimzinnigen reisgenoot.
-
-Deze had eerst schijnbaar niet op hem gelet. Nu echter, toen hij
-bemerkte, dat de ander sliep, naderde hij het raampje.
-
-Eenige oogenblikken bleef hij daar staan om naar het besneeuwde bosch
-te kijken.
-
-Met een haastige beweging drukte hij zijn hoed nog dieper over het
-voorhoofd, waarop hij zich naar Raffles omwendde.
-
-Regelmatig ging de borst van den slapenden reiziger op en neer.
-
-Met een snelle beweging draaide Frits nu het licht bovenin de coupé uit
-en eenige minuten later sprong hij zoo haastig uit den wagen, dat hij
-met eenige wonden aan het hoofd van den spoordijk afrolde, totdat hij
-eindelijk nog slechts met moeite kon opstaan.
-
-„En weet gij volkomen zeker, dat het werkelijk Raffles is, die zich in
-den trein bevindt?” vroeg Baxter reeds voor den derden keer aan den
-jongen Hopp, die met hem in dezelfde coupé zat. Hij had telefonisch
-bericht ontvangen, dat Raffles, de groote onbekende, des avonds om zes
-uur dertig van N. naar. B. zou reizen.
-
-De kapitein was juist aangekomen om met zijn beambten in den
-vertrekkenden trein te kunnen meerijden.
-
-Hopp antwoordde:
-
-„Gij moogt mij gerust den grootsten ezel van geheel Londen noemen,
-mijnheer, als ik u dezen keer Raffles niet met huid en haar uitlever.”
-
-De ander knikte.
-
-„Ik heb in mijn leven nog nooit iemand zoo gehaat als dezen Raffles,”
-sprak hij, terwijl hij met zijn hand over het voorhoofd streek.
-
-„Die kerel brengt mij tot wanhoop. Ik zal op deze manier nog gek
-worden! Overal waar men komt hoort men over Raffles spreken! Het is om
-stapelgek te worden!
-
-„Maar nu, de duivel moge mij halen, als er nu niet een einde komt aan
-de zaak!”
-
-„Ik hoop het van ganscher harte!” antwoordde Alfred Hopp op eerlijken
-toon.
-
-Bij elk station, waar de trein stopte, verlieten de beambten den
-waggon. Baxter had besloten om af te wachten tot de trein het station
-B. bereikt zou hebben, waar hij Raffles kortweg zou arresteeren en naar
-de gevangenis brengen.
-
-Raffles stapte werkelijk nergens uit.
-
-Eindelijk had de trein het eindstation B. bereikt.
-
-Op een drafje snelde Baxter hijgend van inspanning, langs de wagens,
-gevolgd door den mageren Hopp.
-
-Baxter opende de deur van de coupé, waarin Raffles zat, en keek naar
-binnen.
-
-Een oogenblik bleef hij als vastgenageld op de treeplank staan.
-
-Daarop klom hij naar binnen, waar de anderen hem volgden en,
-verbleekend, riep hij uit:
-
-„Wat is hier gebeurd? Staat de geheele wereld op haar kop?”
-
-„Maar help mij toch!”, smeekte een oude heer in de coupé. „Ziet gij dan
-niet, dat ik aan handen en voeten gebonden ben?”
-
-Hij, die deze woorden sprak, was een grijsaard van ongeveer
-vijf-en-zestig jaar.
-
-Hij was inderdaad aan handen en voeten gekneveld en sprak met van
-ontroering heesche stem. Met doffe oogen keek hij naar de beambten op.
-
-„Snel, snel!” riep hij op klagenden toon. „Mijn portefeuille! Blijf
-hier toch niet werkloos staan! Drieduizend pond zijn mij ontstolen!”
-
-„Maar wie deed dat?” vroeg inspecteur Baxter op verbaasden toon.
-
-„Wie?” kermde de oude heer. „Vraagt gij ook nog wie? Raffles! Raffles
-heeft mij overvallen en mij bestolen!”
-
-Ook de jonge Hopp was sprakeloos. Hij vreesde, door den inspecteur ter
-verantwoording te zullen worden geroepen en daar hij niet van
-onaangenaamheden hield, maakte hij zich ijlings uit de voeten.
-
-Intusschen luisterde Baxter naar de mededeelingen van den ouden heer,
-die nauwkeurig aangaf, in welke richting Raffles was gevlucht.
-
-Onmiddellijk werd jacht gemaakt op den gauwdief.
-
-De politiebureaux in de omgeving van Londen kregen telefonisch bericht
-en Baxter maakte zich met zijn lieden gereed om den vluchteling in te
-halen, terwijl de oude heer zijn adres opgaf en naar zijn hotel reed.
-
-Des avonds om tien uur werd Raffles gevangen genomen.
-
-Wel had hij wanhopige pogingen gedaan om te ontsnappen, maar hij was
-aan alle kanten omsingeld en wist zich niet meer te redden.
-
-Een korte, wanhopige strijd ontstond, maar het einde hiervan was, dat
-Raffles, die nog had getracht zich door vermomming onkenbaar te maken,
-naar de Londensche gevangenis werd gebracht.
-
-Den volgenden dag weerklonk de naam van Raffles weer door de Londensche
-straten.
-
-„Raffles gevangen genomen”, zoo luidden de berichten, „Raffles in de
-gevangenis”, „Raffles ontkent”, „Raffles beweert, iemand anders te
-zijn, maar hij wil niet zeggen, wie!”, „Raffles beweert, dat hij een
-Franschman is en dat hij papieren bij zich heeft gedragen op naam van
-Lord Lister!”, „Lord Lister is Raffles!”
-
-Zoo klonk het luid geschreeuw op alle hoeken van straten, waar
-courantenventers stonden.
-
-Men vocht om de nieuwsbladen.
-
-Men verslond den inhoud, de bijzonderheden omtrent de aanhouding van
-Raffles en zijn laatste streek, de berooving van een reiziger.
-
-Het was werkelijk noodeloze moeite, dat Raffles alles ontkende.
-
-Men had het bedrag, dat hij den reiziger had ontstolen, in, in zijn
-bezit gevonden.
-
-Inspecteur Baxter zelf overhandigde den bestolene het geld.
-
-Raffles, die eindelijk inzag, dat hij verloren was, bekende, dat hij
-werkelijk de groote onbekende was.
-
-De behandeling der zaak zou over twee maanden plaats vinden.
-
-Maar op den tweeden dag na de inhechtenisneming van Raffles geschiedde
-iets, wat men niet had verwacht.
-
-De rechter van instructie, die de zaak leidde, werd op dien dag
-telefonisch opgebeld.
-
-„Zijt gij het, mijnheer de rechter van instructie? Ja? Ik heb vernomen,
-dat gij voortdurend op Raffles schimpt. Kent gij dien Raffles
-persoonlijk? Ja?”
-
-De rechter van instructie, verbaasd en woedend tegelijk, omdat iemand
-het waagde, hem in zijn werkuren te komen storen, antwoordde door de
-telefoon:
-
-„Zeker ken ik Raffles. Hij verschaft mij werk genoeg met al zijn
-streken en ik vind, dat hij lang niet zoo knap en elegant is als men
-hem altijd heeft beschreven.”
-
-„Zoo?” klonk het op spottenden toon. „Nu, ik heb er wel eens anders
-over hooren spreken. Wanneer heeft de behandeling der zaak plaats?”
-
-„Over twee maanden. Adieu.”
-
-„Nog een oogenblikje, heer rechter. Raffles zal niet tegenwoordig zijn
-bij die behandeling.”
-
-„Zoo? Ik zal er wel voor zorgen, dat hij aanwezig is, waarde heer!”
-
-„En ik verzeker u, dat hij er niet bij tegenwoordig zal zijn!”
-
-„Hoe kunt gij dat zoo nauwkeurig weten? Wilt gij mij voor den gek
-houden?”
-
-„Volstrekt niet. Ik heb te veel respect voor u. Maar ik herhaal, dat
-Raffles niet zal verschijnen.”
-
-Nu begon het gesprek den rechter van instructie te vervelen.
-
-Hij belde af.
-
-Twee minuten later trad de directeur van de gevangenis, waarin Raffles
-was opgesloten, bij hem binnen.
-
-„Een oogenblik, heer rechter van instructie. Ik ontvang daar juist een
-brief, waarin Raffles mij meedeelt, dat hij in geen geval bij de
-behandeling van zijn zaak zal tegenwoordig zijn.”
-
-„Wat?” riep de ander uit. „Och kom!” vervolgde hij na een oogenblik
-nadenken, „de een of andere onbeschaamde vlegel houdt ons voor den
-gek!”
-
-De gevangenisdirecteur haalde zijn schouders op.
-
-„Dat dacht ik ook. Maar het ongelukkige is, dat wij hebben uitgemaakt,
-dat deze brief onbetwist door Raffles zelf moet zijn geschreven.”
-
-„Maar beste directeur, dat is immers onmogelijk. Raffles is bij u
-gedetineerd. Gij zult zeker zelf het beste weten, of hij in zijn cel
-een brief kan schrijven en dezen op de post bezorgen. Kan dat?”
-
-„Datzelfde heb ik al honderd keer tegen mijzelf gezegd. Maar ik kan die
-gedachte niet van mij afzetten. Reeds driemaal heeft men mij opgebeld
-en telkens beweerde men, dat het Raffles was, met wien hij sprak.
-
-„Ik ben er zenuwachtig van en kan mijn gedachten niet meer bij elkaar
-houden. Die Raffles—”
-
-De directeur werd gestoord door het luide geschreeuw van een
-courantenjongen, die onder het raam schreeuwde:
-
-„Een nieuwe streek van Raffles! Raffles als inbreker, terwijl hij in de
-gevangenis zit! Raffles, de toovenaar! Een diefstal van twee millioen
-ten huize van Isaac Robinstein.”
-
-De beide heeren keken elkaar met doodsbleeke gezichten aan.
-
-In hetzelfde oogenblik werd de deur geopend en de landsadvocaat trad
-binnen.
-
-„De couranten weten het natuurlijk alweer! Ik kom zojuist van de villa
-Robinstein, heeren! Twee millioen is daar gestolen.
-
-„De dief is binnengedrongen op de meesterlijkste wijze. Hij heeft de
-brandkast vernield en twee millioen gestolen.
-
-„Als ik Robinstein niet kende als een gewetenlooze woekeraar, zou ik
-medelijden met hem hebben.
-
-„Mijnheer de rechter van instructie, wat zegt gij van dezen brief?”
-
-De advocaat wierp, een stuk papier op tafel. Hierop stond:
-
-
- „Ik ben zoo vrij, u mede te deelen, dat ik het baantje van
- strafrechter op mij heb genomen, omdat tot dusverre geen enkele
- bevoegde autoriteit zich de moeite heeft gegeven, maatregelen te
- nemen tegen de schandelijke praktijken van den te dezer stede
- welgestelden Isaac Robinstein.
-
- „Ik zal het geld aanwenden voor de armen, wier schuldeischer hij
- is.
-
- „Ik zou gaarne nog veel interessante bijzonderheden openbaar maken,
- die ik te weten, ben gekomen uit de particuliere correspondentie
- van Robinstein, maar de tijd ontbreekt mij, want over een kwartier
- moet ik alweer in mijn cel zitten.
-
- „JOHN C. RAFFLES.”
-
-
-De rechter van instructie sloeg met de hand op tafel, zoodat het papier
-in de hoogte sprong.
-
-„Ongelooflijk! Ik word gek! O, die Raffles! Ik wou, dat hij veranderde
-in een zoutpilaar. Het is om dol te worden!”
-
-De directeur der gevangenis balde de vuisten.
-
-„Ik kan u verzekeren, dat Raffles in de gevangenis zit,” sprak hij
-tandeknarsend, „dat de wacht elke twee uur de ronde doet en dat het tot
-de allergrootste onmogelijkheden behoort, dat hij ook maar een enkel
-oogenblik zijn cel zou hebben verlaten!”
-
-„Ik zou aan bedrog denken,” sprak de landsadvocaat op diepzinnigen
-toon, „als de inbraak bij Robinstein niet op zoo geniale wijze op touw
-was gezet! Dat was het werk van Raffles! En ook deze brief kan van
-niemand anders komen!”
-
-„Ik word krankzinnig!” riep de rechter van instructie uit.
-
-Hierop belde hij en beval den binnentredenden bediende om Raffles
-binnen te brengen.
-
-Tien minuten later werd Raffles binnengebracht.
-
-De drie heeren keken hem aan met blikken vol woede, maar tegelijkertijd
-met verholen bewondering.
-
-„Staat gij in eenige relatie met de buitenwereld, Raffles?” vroeg de
-rechter van instructie.
-
-Raffles schudde het hoofd.
-
-„Neen, Edelachtbare.”
-
-„Zult gij er eindelijk eens mee ophouden ons nog langer voor den gek te
-houden?”
-
-„Ik denk er niet aan, Edelachtbare, om u voor den gek te houden!”
-
-De rechter van instructie opende een sigarenkistje en keek den
-beschuldigde met half toegeknepen oogen aan.
-
-„Ga zitten, Raffles. Wilt gij een sigaar opsteken? Echte havanna’s! Gij
-zijt een goede sigaar gewend, Raffles! Luister eens! Wilt gij eenige
-gunsten?
-
-„Er zal waarschijnlijk niets op tegen zijn, dat gij af en toe een glas
-wijn drinkt. Gij zijt tot nu toe immers nog slechts in voorarrest.
-
-„Maar zeg mij in ’s hemels naam, wat gebeurt er in Londen?”
-
-Raffles stak langzaam een sigaar op, blies de rookwolken naar het
-plafond en sprak:
-
-„Ik heb al betere sigaren gerookt, Edelachtbare. Tegen den wijn heb ik
-geen bezwaar.
-
-„Voor de rest ben ik niet van plan, op een uwer vragen te antwoorden.”
-
-„Kerel! Zijt gij dol? Ik wil weten, wat die inbraak bij Robinstein te
-beduiden heeft!”
-
-„Bij Robinstein? Dat ben ik geweest, Edelachtbare.”
-
-„En gij zit in uw cel?”
-
-„Ik werd uit mijn cel afgehaald, Edelachtbare.”
-
-De rechter sprong op en riep den cipier toe:
-
-„Breng Raffles weg! De sigaren en den wijn mag hij niet hebben!”
-
-Nadat Raffles weggeleid was, sprak de rechter van instructie:
-
-„Wat nu, heeren?”
-
-„Ja, wat nu?”
-
-Op dit oogenblik belde de telefoon.
-
-„Hier rechter van instructie. Wie daar? Wie? Raffles? Groote Hemel!”
-
-Intusschen klonk hef door de telefoon:
-
-„Waarom moet ik weer terug in mijn cel, Edelachtbare? Een dergelijk
-verhoor heeft immers niet de minste waarde! Laat mij eindelijk met
-rust! Op de openbare zitting verschijn ik toch niet!”
-
-„Van waar uit telefoneert gij eigenlijk?”
-
-„Op het bijpostkantoor no. 29, Edelachtbare. Maar ik ben allang weer
-weg, als de politie komt!”
-
-„En zijt gij Raffles?”
-
-„Ik ben Raffles, op mijn woord van eer! Adieu!”
-
-De rechter van instructie hing de telefoon aan den haak en deelde den
-beiden heeren den inhoud van het gesprek mee.
-
-„Ik word krankzinnig!” zoo eindigde hij als gewoonlijk.
-
-De directeur der gevangenis echter sprak:
-
-„Er blijft ons nog één ding over: Ik zal Raffles in zijn cel laten
-bewaken. Een tweeden wacht zal ik dag en nacht voor de cel laten
-patrouilleeren.
-
-„Gij, heer rechter van instructie, wilt er zeker wel voor zorgen, dat
-de gevangenis door voldoende politiemacht wordt omsingeld.
-
-„Al gelukt het ons ook niet, het geheimzinnige in deze zaak uit te
-visschen, in elk geval moeten wij Raffles beletten, uit te breken.”
-
-Dit plan vond instemming.
-
-De drie heeren overlegden alles nog eens breedvoerig, daarop keerde de
-advocaat naar zijn bureau, de directeur naar de gevangenis terug.
-
-Op straat werd hij opgehouden door een grooten volksoploop. Hij boog
-zich uit het raampje van zijn rijtuig en vroeg:
-
-„Wat is hier gebeurd?”
-
-„Men heeft Raffles hier zooeven gezien!” riep een man, „maar hij is
-alweer weg!”
-
-„De duivel moge u allen te zamen halen,” bromde de directeur, terwijl
-hij zich weer in het rijtuig terugtrok.
-
-„Als het zoo doorgaat, wordt geheel Londen krankzinnig!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-EEN GENIALE STREEK.
-
-
-De landsadvocaat was een van de meest gevreesde juristen in Londen.
-Zijn welsprekendheid overtrof alles wat men ooit in Engelsche
-rechtszaken had gehoord; zijn logica was scherp—maar het was jammer,
-dat hij aan zijn bekwaamheden een groote mate van zelfingenomenheid
-paarde.
-
-Het gebeurde slechts zelden, dat een beschuldigde, die in handen viel
-van den landsadvocaat, het gerechtsgebouw op vrije voeten weer verliet,
-of hij schuldig dan wel onschuldig was.
-
-Hoogst zelden gelukte het een verdediger, het fijne net, dat de
-openbare aanklager wist te spannen, te vernietigen.
-
-Het proces tegen Raffles, den grooten onbekende, naderde.
-
-Nog slechts twee dagen moesten verloopen en heel Londen wachtte
-gespannen.
-
-De dames en heeren uit de voornaamste kringen vochten om de
-entreekaarten, want het gold hier een sensatiezaak, zooals Londen ze
-zelden beleefde.
-
-De landsadvocaat was vrijgezel.
-
-Zijn enorme rijkdom maakte hem volkomen onafhankelijk. Hij bezat een
-bijna vorstelijk huis in Regentpark. Het was geheel volgens zijn eigen
-smaak ingericht.
-
-Somber en grijs zag het er uitwendig uit en ook van binnen was het
-somber, antiek en zonder eenige moderne opschik of weelde.
-
-Het was twaalf uur in den nacht toen de advocaat de trap van zijn
-woning opging. Hij zond zijn bediende reeds in de gang heen, want hij
-wilde nog werken en wenschte daarbij niet gestoord te worden.
-
-Hij nam plaats bij de tafel in zijn studeerkamer en haalde een lijvigen
-aktenbundel te voorschijn, waarop in dikke, ronde letters stond:
-
-
- RAFFLES.
-
- Daaronder stond:
-
- Aangeklaagd wegens diefstal, inbraken, vrijheidsberooving,
- beleediging van beambten, bespotting der autoriteiten, vergrijpen
- tegen stedelijke verordeningen, betreffende het rijden met rijwiel
- of auto, enz. enz. in meer dan negen en dertig gevallen.
-
-
-De advocaat boog zich over de akten en zette de openbare aanklacht op
-papier, een combinatie van logische gedachten en gevolgtrekkingen, in
-welk net Raffles verward moest raken, zonder een enkelen uitweg te
-kunnen vinden.
-
-Terwijl de advocaat schreef, was het doodstil in de kamer. Slechts af
-en toe kraakte het in een der oude eikenhouten meubelen.
-
-Zwijgend keken de schilderijen uit hun omlijstingen neer op den laten
-werker.
-
-De advocaat keerde het blad papier om—maar met een onderdrukten kreet
-sprong hij op.
-
-Deze bladzijde was reeds beschreven.
-
-Hij vertrouwde zijn oogen niet.
-
-Opnieuw boog hij zich over het blad, hij zette zijn lorgnet op—maar het
-veranderde niet; dit blad was reeds beschreven.
-
-In koortsachtige haast sloeg hij de vorige bladzijden op—hij wist
-zeker, hoeveel hij geschreven had—hij wist zeker, dat de volgende
-bladen nog leeg waren geweest.
-
-„Ik ben opgewonden!” sprak hij tot zichzelf. „Dat komt van de alcohol!”
-
-Daarop nam hij zijn horloge in de hand en volgde driemaal den langzamen
-cirkelgang van de secondewijzer.
-
-„Maar ik ben toch volkomen nuchter!” riep hij woedend uit. „En dit blad
-is nog altijd beschreven!”
-
-Het was zijn eigen schrift. Hij was dus krankzinnig of—
-
-Ja, was er dan een andere mogelijkheid?
-
-Maar moest hij dan gelooven, dat hij gek was? Neen! Een dergelijk geval
-was in zijn familie nooit voorgekomen! En dat dit zoo opeens gekomen
-was—neen! Neen!
-
-Hij boog zich over het papier, want hij bedacht, dat hij nog niet
-gelezen had wat er op het papier stond.
-
-In het kleine, krabbelige schrift, dat geheel overeenkwam met zijn
-eigenaardig karakter, stond er het volgende:
-
-„Zonder twijfel zal ik mij niet meer herinneren, dat ik deze regelen
-neergeschreven heb, want mijn stemming verandert elk uur.
-
-„Maar zooveel is zeker, dat ik op de een of andere wijze een weg moet
-zoeken om mijzelf duidelijk te maken dat, wat waarheid is en wat ik in
-een helder oogenblik begrepen heb.
-
-„Raffles is onschuldig!
-
-„Raffles is volkomen onschuldig! Ik zal deze woorden zoolang herhalen,
-totdat ik ze eindelijk geloof, want het zou grenzenloos onrechtvaardig
-zijn om Raffles te veroordeelen!
-
-„Verder beveel ik mijzelf op dit oogenblik, mij niet van mijn plaats te
-begeven, mijn hand niet van het papier weg te nemen, geen oogenblik te
-trachten op te staan of naar een revolver te grijpen, maar doodstil,
-als onder den invloed van persoonlijk magnetisme, te blijven zitten.
-
-„En dan beveel ik mijzelf, het hoofd langzaam op te heffen en mijn oog
-te richten op het groote portret in olieverf van Chamberlain, dat
-tegenover mij hangt.—”
-
-De advocaat vergat, zijn mond te sluiten; langzaam, heel langzaam hief
-hij zijn hoofd op en keek naar het portret, dat vlak tegenover hem hing
-en een gevoel van verlamming maakte zich van hem meester.
-
-De advocaat uitte een kreet van verrassing en schrik. Hij wendde het
-hoofd af en keek daarna weer opnieuw naar het schilderij dat in zijn
-zware eikenhouten lijst aan den donkeren muur hing—en opnieuw stiet hij
-een half onderdrukten gil uit—het hoofd van Chamberlain leefde, het
-bewoog de oogen, het zag hem aan met een dreigenden blik. Een glimlach,
-die niet bij dat gelaat paste, speelde om den mond, een brutaal
-glimlachje, dat nu zoo waar overging in een luid, ongedwongen lachen,
-en nu—waarachtig, nu kwam de geheele figuur uit de omlijsting te
-voorschijn en naderde den advocaat.
-
-Nu had deze echter zijn zelfbeheersching terug gekregen.
-
-Buiten zichzelf van woede sprong hij op en riep:
-
-„Ellendeling! Hoe durft gij het wagen, zoo met mij te spelen? Wie zijt
-gij?”
-
-De ander glimlachte, streek met zijn blanke, goedverzorgde hand over
-zijn onberispelijken rok en antwoordde:
-
-„Raffles!”
-
-Vernietigd, gebroken, zuchtend zonk de advocaat in zijn stoel terug.
-
-„Raffles!” herhaalde hij. „Raffles! Raffles en altijd weer Raffles!
-Maar zijt gij dan de duivel in eigen persoon? Hoe komt gij hier?”
-
-„Langs den gewonen weg, mijnheer, langs de trap en door de deur. Ik was
-echter tot mijn spijt genoodzaakt om gebruik te maken van een valschen
-sleutel!”
-
-De advocaat keek den ongenoodigden bezoeker aan.
-
-Inderdaad, het was dezelfde persoon, die in de gevangeniscel achter
-slot en grendel zat. Zijn hand greep naar de telefoon, maar bliksemsnel
-belette Raffles hem dit.
-
-„Geen alarm, mijnheer! Ik begrijp, dat mijn bezoek u verbaast. Maar ik
-wil het u niet langer lastig maken. Ik zou uw woning al verlaten hebben
-voordat gij thuis kwaamt, maar toevallig verscheent gij tien minuten
-eerder dan ik had berekend.”
-
-„Zijt gij dan al langer hier?” vroeg de advocaat, terwijl zijn arm
-heel, heel langzaam, zoodat Raffles het onmogelijk kon merken, naar
-beneden gleed in de schuiflade, waarin de revolver lag.
-
-„Gij staat mij zeker toe om plaats te nemen? Ik vermoed, dat gij
-verschillende vragen tot mij te richten zult hebben.”
-
-En Raffles nam plaats, haalde zijn cigarettenkoker te voorschijn, bood
-die den advocaat aan en vroeg:
-
-„Kan ik u dienen? Uitstekende sigaretten! Regelrecht uit Constantinopel
-ingevoerd!”
-
-De advocaat hief met afwerend gebaar zijn hand op.
-
-„Ik dank u! Ik rook geen sigaretten!”
-
-Raffles glimlachte, streek een lucifer af en eenige oogenblikken later
-blies hij de fijne, blauwe, geurige rookwolkjes om zich heen.
-
-Op hetzelfde oogenblik werd een lade met kracht opengerukt en de
-advocaat stond met een opgericht hoofd als een God der Wraak voor den
-indringer, wien hij een zesloops revolver voorhield.
-
-„Op de knieën, ellendeling! Het spel is uit—gij zijt in mijn macht!”
-
-Maar Raffles bleef kalm zitten. Hij strekte zijn lange beenen nog
-verder uit, blies den cigarettenrook behaaglijk in de lucht, trok de
-wenkbrauwen op en vroeg:
-
-„Waarom windt gij u zoo op? En waarvoor is het noodig, dat ik kniel?
-Dat strijdt ten eenenmale met mijn principes. Als gij zoo ongastvrij
-zijt, zal ik liever uw woning verlaten.”
-
-„Neen, dat zult gij niet!”
-
-„Niet? Ik dacht, dat gij mij graag kwijt zoudt zijn! Ik heb echter den
-tijd!”
-
-„Geen gekheid, alstublieft! Als gij niet binnen drie seconden de armen
-in de hoogte strekt, jaag ik u een kogel door de hersens.”
-
-„Maar dat zou immers een moord zijn! Gij bevindt u immers niet in
-levensgevaar! Bedenk eens, welk een vreeselijke aanklacht gij dan tegen
-uzelf zoudt moeten houden! Gij zult toch niet een onschuldig mensch,
-zooals ik ben willen doodschieten?”
-
-De advocaat dacht er niet over om Raffles dood te schieten. Hij wilde
-hem alleen een kogel door den rechter arm jagen, opdat hij zich niet
-meer zou kunnen verdedigen.
-
-Toen dus zijn laatste bevel niet werd opgevolgd, stond de advocaat op
-om zijn bediende te bellen.
-
-„Doe geen moeite!” sprak Raffles. „Ik heb de bel afgezet!”
-
-„In ’s hemels naam, denkt gij dan aan alles?”
-
-„Ja, aan alles, mijnheer!”
-
-Maar de voorname ambtenaar had er nu genoeg van om zich te laten
-beetnemen. Hij pakte den indringer woedend beet en trachtte hem op den
-vloer te werpen. Was het echter slechts toeval of bezat Raffles een
-buitengewone kracht en behendigheid—inplaats van Raffles viel de
-aanvaller zelf op het tapijt.
-
-In het volgende oogenblik echter stond de advocaat weer tegenover
-Raffles, hij hief zijn revolver op en hield die met uitgestrekten arm
-zijn tegenstander voor de oogen.
-
-„Op de knieën of ik schiet, er moge van komen wat er wil!”
-
-„Ik zei u immers al, dat ik niet kniel!” antwoordde Raffles op
-onverschilligen toon. „Waarom? Ik ben niet van plan, mijn pantalon
-stoffig te maken!”
-
-„Ik schiet!”
-
-„Gerust, mijnheer! Dat ding geeft immers toch geen vuur!”
-
-„Gij vergist u! Ik heb de revolver zelf geladen!”
-
-„Best mogelijk! Maar ik haalde de patronen er weer uit!”
-
-De advocaat drukte af.
-
-Inderdaad, de revolver was niet geladen!
-
-Bevend van woede zonk hij in zijn stoel terug en met vonkelende oogen
-keek hij den man aan, die zijn gevaarlijk spel dreef met iedereen, die
-zijn weg kruiste.
-
-„Nu zult u wel inzien, mijnheer, dat het de verstandigste partij is om
-mij weer te laten heengaan.”
-
-Raffles keek op zijn horloge.
-
-„Ik moet over een half uur weer in de gevangenis terug zijn, mijnheer,
-ik moet mij dus het genoegen ontzeggen, u verder gezelschap te houden.”
-
-Raffles haalde een revolver te voorschijn.
-
-„Deze is geladen! Ik verzoek u het mij op geen enkele manier moeilijk
-te maken om uw huis te verlaten, ik zou anders genoodzaakt zijn vuur te
-geven!
-
-„Vaarwel en denk nog eens aan mij!
-
-„A propos—op de terechtzitting kom ik niet, Edelachtbare!”
-
-De advocaat antwoordde:
-
-„En als ik het je nu eens vriendelijk, verzocht, Raffles? Gij bezit
-immers zoo bijzonder veel moed! Zijt gij bang om te verschijnen?”
-
-Raffles glimlachte.
-
-„Volstrekt niet! Als het u genoegen doet—”
-
-„Zeer zeker, Raffles. Dus je komt?”
-
-„Met genoegen! Omdat gij het zoo gaarne hebt, mijnheer de advocaat, zal
-ik u dat pleizier doen!”
-
-„Op uw eerewoord?”
-
-„Op mijn woord van eer!”
-
-De advocaat knikte.
-
-„Vaarwel!”
-
-Raffles maakte een beleefde buiging, hoffelijk als een echte gentleman
-en ging naar de deur.
-
-De advocaat was hem ondanks de hem afgeperste belofte, graag achterna
-gesneld, maar Raffles hield zijn revolver steeds gereed.
-
-Eerst nadat hij de deur achter zich gesloten had, stak hij het
-gevaarlijke wapen weer bij zich, terwijl hij mompelde:
-
-„Waar zoo’n cigarettenknipper al niet goed voor is!”
-
-En met langzame schreden daalde hij de trap af.
-
-De advocaat wachtte eenige oogenblikken, daarna snelde hij naar de deur
-om zijn bediende te roepen.
-
-Maar de deur was op slot. Woedend zocht hij naar den sleutel—maar
-Raffles had er blijkbaar voor gezorgd, dat die aan de buitenzijde in
-het slot stak, en had de deur gesloten, toen hij heenging.
-
-Toen liep de jonge advocaat naar de telefoon om het dichtbij gelegen
-politiebureau op te bellen—maar eer er iemand kwam, was er van Raffles
-geen spoor meer te ontdekken.
-
-Wel deed hij nog de onaangename ontdekking, dat Raffles uit zijn
-brandkast vijfhonderd pond had meegenomen.
-
-Op de plaats, waar het pakje papiergeld had gelegen, vond hij een
-briefje van den volgenden inhoud:
-
-„De verdedigers vragen tegenwoordig een groot honorarium, mijnheer. En
-omdat ik een knap jurist noodig heb, ben ik zoo vrij, dezen uit uw
-middelen te betalen, want gijzelf dwingt er mij toe, een advocaat te
-nemen. Het is dus niet meer dan billijk, dat gij zelf mijn verdediger
-betaalt!”
-
-De advocaat was verpletterd.—
-
-Raffles begaf zich terug naar het Metropol-hotel.
-
-Charly Brand wachtte reeds op hem met groot ongeduld.
-
-„Eindelijk!” riep Charly hem toe. „Ik ben doodelijk ongerust over je!
-Als dit avontuur maar goed afloopt!”
-
-Raffles ontdeed zich van zijn pels, nam in den ruimen leunstoel plaats
-en sprak:
-
-„Het zal evengoed afloopen als zoovele andere, Charly!”
-
-„Alle couranten staan vol over je onbegrijpelijke handelwijze,” sprak
-Charly na een poosje. „Vertel mij toch eens, hoe het mogelijk is, dat
-de politie je in de gevangenis denkt, terwijl je tegelijkertijd
-bezoeken aflegt, bij de overheidspersonen zelf!”
-
-„Och, dat hangt van een kleinigheid af!” antwoordde Raffles lachend.
-„Ik heb je immers verteld, dat ik op mijn reis naar Londen werd
-overvallen door een of ander sujet. Eerst was ik van plan, dien kerel
-zijn vrijheid weer te verschaffen, maar ik ben er achter gekomen, dat
-hij niet minder dan drie moorden op zijn geweten heeft. Hem zal ’k dus
-zijn rechtvaardige straf niet onthouden.
-
-„Maar ter zake:
-
-„Die kerel overviel mij, toen hij meende, dat ik sliep. Hij gaf mij een
-slag op de hersens, die ten gevolge had, dat ik een paar seconden lang
-duizelig was. Ik deed echter, alsof ik bewusteloos was.
-
-„De kerel nam mij toen alles af, wat ik bij mij had: mijn geld, mijn
-papieren, die op naam van lord Lister waren gesteld,—enfin, alles!
-Daarop haalde hij een mes te voorschijn en wilde mij de keel afsnijden.
-
-„Je begrijpt, mijn jongen, dat ik mij toen niet langer bewusteloos
-hield, van dergelijke dingen moet ik niets hebben.
-
-„Ik sprong daarom plotseling op, gaf een slag tegen zijn reeds
-opgeheven arm en gaf den schurk zulk een geweldigen trap, dat hij als
-een blok hout tegen de deur van de coupé vloog, welke blijkbaar zoo
-slecht gesloten was, dat zij openvloog en de kerel hals over kop van
-den spoordijk afrolde.
-
-„Mijn plan stond dadelijk vast.
-
-„Ik wist, dat zich politiemacht in den trein bevond en dat men mij aan
-het station in Londen gevangen wilde nemen. Ik moest dus zorgen, dat
-dit laatste hun niet kon gelukken en tevens wilde ik mijn geld
-terughebben, dat de schurk mij ontstolen had.
-
-„Je weet, beste Charly, ik bezit een middel om mij totaal onkenbaar te
-maken. Ik maak er zelden gebruik van, omdat het altijd een paar dagen
-duurt eer ik door middel van warme baden, massage, enz. de uitwerking
-van het middel weer heb uitgewischt.
-
-„Het is een bijtend vocht, dat de huid als perkament verdroogt en tot
-rimpels samentrekt.
-
-„Wilde ik aan het gevaar ontkomen, dan moest ik dit middel nu
-aanwenden. Daar ik altijd een baard bij mij heb, kon ik mijzelf binnen
-vijf minuten veranderen in een grijsaard van zeventig jaar. Met mijn
-haarverfkam voltooide ik de vermomming. Ik streek er mede door mijn
-haar, dat oogenblikkelijk sneeuwwit werd.
-
-„Daarop boeide ik mijzelf en leverde mij zoo aan de politie over, die
-van haar kant de goedheid had, mij het gestolen geld terug te brengen
-en den gevluchten bandiet voor Raffles te houden, hoewel er veel
-phantasie voor noodig is om eenige gelijkenis tusschen ons beiden te
-ontdekken.
-
-„De kerel was echter in het bezit van mijn papieren en de politie kwam
-natuurlijk niet op de gedachte, dat ook die weleens gestolen konden
-zijn.
-
-„De misdadiger heeft alle reden, om zijn identiteit te verbergen, want
-dan kwam hij ongetwijfeld op het schavot. Hij gaat daarom veel liever
-voor Raffles door en zoodoende gelukte het tot in dit oogenblik om het
-bedrog door te zetten. De gevangene behoeft slechts alles te bekennen,
-wat ik doe.
-
-„Als de politie dien zoogenaamden Raffles eens had uitgevraagd, zou het
-geheele bedrog aan het licht zijn gekomen.
-
-„Natuurlijk heb ik in den laatsten tijd de gevangenis voortdurend in
-het oog gehouden en zoo was het mij bijvoorbeeld mogelijk, om twee
-minuten nadat de pseudo Raffles door den rechter van instructie was
-verhoord, dien heer op te bellen en hem mede te deelen, dat het
-nutteloos was, mij voortdurend lastig te vallen. Ik had den
-gevangenwagen zien voorrijden en kon er mij toevallig van overtuigen,
-dat de valsche Raffles juist van een verhoor teruggebracht werd.”
-
-„En wat moet er nu gebeuren, beste vriend?” vroeg Charly, die den
-spreker vol bewondering had aangehoord.
-
-„Eerst zullen wij onze rekening hier betalen, Charly, want wij zullen
-weer van woning moeten veranderen. En daarop zal ik morgen een bezoek
-gaan brengen bij mijn advocaat Newman.”
-
-„Je bedoelt dien dr. Newman, die de verdediging op zich heeft genomen
-van den voorgewenden Raffles?”
-
-„Ja. Het is noodig, dat ik hem nog van eenige kleinigheden op de hoogte
-breng.”
-
-„En dan?”
-
-Raffles leunde behaaglijk in zijn stoel achterover, en keek zijn vriend
-glimlachend aan.
-
-Daarop deelde hij hem een nieuw plan mede, bij welk verhaal Charly
-Brand in komische wanhoop de handen boven zijn hoofd samensloeg.
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Twee dagen waren voorbijgegaan.
-
-De groote rechtzaal in het Paleis van Justitie was overvol. De openbare
-aanklager was zenuwachtiger dan men dit van hem gewend was.
-
-Toen de beklaagde werd binnengebracht, werd een algemeen gemompel
-vernomen. De voorname dames en heeren, die de verhandeling bijwoonden,
-deelden elkaar hun opmerkingen mede, fluisterden elkaar toe, welken
-indruk de groote onbekende op hen maakte.
-
-Over het algemeen was men teleurgesteld. Men had zich hem veel
-eleganter, grooter, knapper gedacht. Ook scheen hij reeds door het
-gevangenisleven geleden te hebben. Zijn gang was min of meer sleepend
-en toen hij de eerste vragen van den voorzitter beantwoordde, zag men
-menigeen onder het publiek de schouders ophalen.
-
-„Hij spreekt als een echte plebejer!” meende de een. „Hebt gij zijn
-handen gezien?” vroeg een jonge dame. „Hij heeft handen als een
-slager!—En zijn oogen! Daar zou ik nooit verliefd op worden!”—
-
-Andere dames protesteerden. Zij vonden Raffles bekoorlijk,
-verrukkelijk! Ja, eenige van haar werden beurtelings bleek en rood, als
-zij naar hem keken en een dame tusschen de twintig en vijftig viel van
-verrukking in onmacht.
-
-In de advocatenbank had de verdediger van Raffles plaats genomen.
-
-Op de eerste drie dagen der zitting viel niets bijzonders voor. Raffles
-verdedigde zich zeer onhandig, raakte verward door de vele strikvragen,
-die hem gedaan werden, sprak zichzelf dikwijls tegen—in het
-kort—niemand twijfelde eraan of hij zou tot minstens twintig jaar
-veroordeeld worden.
-
-Men stelde geen belang in hem.
-
-Op den vierden dag kregen de pleiters het woord.
-
-De openbare aanklager was opgestaan.
-
-De rede, die hij hield, was zeer zeker een meesterstuk van
-welbespraaktheid. Als een stroom vloeiden de woorden van zijn lippen.
-De geheele akte van beschuldiging was in elkaar gezet als een hecht
-gebouw, waaraan geen enkel steentje ontbrak!
-
-Het was een vurige, overtuigende rede, waarvan echter elke zin en elk
-woord wel overwogen was.
-
-Een zucht ging door de menigte, toen de openbare aanklager zweeg.
-
-Twintig jaar had hij geëischt.
-
-„En die krijgt hij ook!”—was de publieke opinie.
-
-Nu stond dr. Newman, de verdediger van Raffles op.
-
-„Edelachtbare Heeren!” zoo begon hij.
-
-„Ik moet heden een pleidooi voor u houden, dat de grootste verwondering
-zal opwekken.
-
-„Er is hier sprake van een lange reeks strafbare handelingen, gepleegd
-door mijn cliënt. Ik zal niet op de zaak zelf ingaan; ik wil alleen
-wijzen op de beweegredenen en bedoelingen, die mijn genialen cliënt
-bewogen hebben om te handelen zooals hij deed.
-
-„Raffles is zonder twijfel een genie, dat heeft zelfs de openbare
-aanklager erkend. Raffles heeft nooit, geen enkelen keer, de geldsommen
-welke hij zich toeeigende voor zichzelf gebruikt. Raffles is geen dief,
-zooals de openbare aanklager dit noemt. Raffles is ook geen inbreker,
-Raffles is zelfs, volgens menschelijke opvatting, niet eens verplicht
-om hier als beklaagde te verschijnen, om zich door zijn medemenschen te
-laten veroordeelen en straffen!
-
-„De maatschappij is integendeel dezen genialen man grooten dank
-verschuldigd, want hij is het, die tracht om eenigszins goed te maken,
-wat er in onze onrechtvaardige, verdorven maatschappij aan
-wantoestanden bestaat.
-
-„Raffles heeft ontelbare tranen gedroogd. Hij heeft ongelukkigen voor
-den dood bewaard, door hun tijdig hulp te verschaffen.
-
-„Raffles heeft meisjes en vrouwen, die reeds aan den rand van den
-afgrond stonden, op het laatste oogenblik de reddende hand gereikt.
-
-„Den kapitalisten kost het geen moeite om rechtvaardig te zijn en hun
-dochters voor schande te bewaren. Maar zij, die ellendig en arm zijn,
-die geen brood hebben om hun honger te stillen, die niet kunnen
-genieten van zonneschijn en frissche lucht,—zij hebben geen beschermer
-of raadgever, alleen vijanden, die klaar staan om hen in den afgrond en
-het verderf te storten, door middel van de voordeelen, die verbonden
-zijn aan het bezit van hun kapitaal.
-
-„Raffles heeft begrepen, dat de dochters der armoede een beschermer
-noodig hebben, maar ook heeft hij begrepen, dat de armen recht hebben
-op een deel van de enorme kapitalen, welke zich in handen van enkelen
-ophoopen. Raffles heeft begrepen, dat de ongelukkigen, de vertrapten,
-de onterfden, die door onrechtvaardigheid terneergedrukt worden en hun
-ellendig lot moeten dragen, aanspraak mogen maken op hulp en redding.
-
-„En omdat hij inzag, dat geen enkele van hen, die zich de
-rechtvaardigen noemen, zich het lot dier armen en ongelukkigen aantrok,
-daarom trad hij op om de weenenden te troosten, de wanhopigen te
-redden, den bedroefden zonneschijn te brengen, de vallenden te steunen
-en hun, die door de maatschappij wreed werden verstooten, den weg te
-wijzen om recht te vinden.
-
-„Raffles had in het bezit moeten zijn van ontelbare millioenen, als hij
-al het grenzelooze leed, dat er uit den weg te ruimen valt, uit eigen
-middelen had willen bestrijden.
-
-„Dit vermogen bezat Raffles niet.
-
-„Dit vermogen echter zijn zij, die alleen den zonnigen kant van het
-leven hebben leeren kennen, schuldig aan de armen en ongelukkigen.
-
-„En dit vermogen wil Raffles teruggeven aan hen, die lijden. Hij
-strooit het geld met kwistige hand onder hen, die het behoeven en de
-maatschappij is den grootsten dank schuldig aan dezen zeldzamen man,
-die zooeven door den openbaren aanklager zoo scherp veroordeeld werd.
-
-„Is het niet gelukkig, dat Raffles de schurkenstreken van Arthur Hopp
-heeft ontmaskerd? De wandaden van den man, die steeds is beschouwd als
-een der steunpilaren van de maatschappij? Arthur Hopp werd gisteren
-gevangen genomen. Hij evenals zijn zoon hebben zich onmogelijk gemaakt
-voor de menschelijke samenleving.
-
-„Dat is het werk van Raffles—inderdaad geen slecht werk! De
-vijftigduizend pond, die Raffles den heer Hopp heeft ontnomen, had deze
-van de armen gestolen. En aan wie heeft Raffles ze gegeven? Aan de
-armen!
-
-„En juist omdat deze man nimmer iets uit eigenbelang heeft ondernomen,
-omdat hij den armen heeft teruggegeven, wat hun wederrechtelijk
-ontnomen was, eisch ik de vrijspraak van Raffles bij verstek!”
-
-In ademlooze spanning hadden gezworenen en publiek geluisterd.
-
-Toen de advocaat zweeg, sprong de voorzitter verschrikt op met den
-uitroep:
-
-„Raffles bij verstek vrijspreken? Raffles staat hier, immers!”
-
-„Ik moet tot mijn leedwezen mededeelen, dat Raffles zijn belofte heeft
-gehouden: Hij is niet als beklaagde verschenen!”
-
-Ademlooze stilte volgde. Men had een speld kunnen hooren vallen.
-
-De voorzitter wendde zich tot beklaagde:
-
-„Dat beteekent dus, dat gij Raffles niet zijt?”
-
-Beklaagde zweeg.
-
-De advocaat echter verhief zich opnieuw en vervolgde:
-
-„Ik meen te mogen gelooven, dat alles wat ik ten gunste van mijn cliënt
-heb gezegd, de rechters heeft getroffen, vooral omdat zij zelf weten,
-dat alles wat ik beweerd heb, op waarheid berust. En daarom zou de
-mogelijkheid kunnen bestaan, dat de heeren, misschien uit groote
-bewondering voor Raffles, dezen ellendeling, die hier als beklaagde
-voor ons staat, zouden vrijspreken.
-
-„Deze man echter is een werkelijke misdadiger, een drievoudig
-moordenaar, een van hen, van wie niets meer te redden valt, die
-misdaden plegen uit zucht tot kwaad en die dus aan de gerechtigheid
-moeten worden overgeleverd. Ik stel dezen beklaagde dus in handen van
-het gerecht.”
-
-Weer ontstond een pauze.
-
-Daarna stelde de president den beklaagde verschillende vragen. En deze,
-die begreep, dat er geen uitweg meer voor hem overbleef, dat zijn
-identiteit was vastgesteld, bekende, dat hij Frits was, de reeds lang
-gezochte dief en moordenaar.
-
-Beklaagde werd weggebracht naar zijn cel, waar hij zou blijven totdat
-zijn zaak opnieuw in behandeling zou komen.
-
-Daarop wendde de president zich met doodsbleek gelaat tot den
-verdediger:
-
-„Maar waar is Raffles?”
-
-De advocaat haalde glimlachend de schouders op.
-
-Nu verhief zich de openbare aanklager in zijn volle lengte met de
-woorden:
-
-„De verdediger schilderde ons Raffles uit als een ridderlijk mensch,
-waaraan de besten onder ons een voorbeeld zouden kunnen nemen. Hoe komt
-het dan, dat deze man zijn woord niet houdt. Mijzelf heeft hij zijn
-eerewoord gegeven, op de openbare zitting te zullen verschijnen. Hij is
-niet gekomen.”
-
-Weer glimlachte de verdediger.
-
-„Gij vergist u! Hij is er. Wilt gij zoo vriendelijk zijn na afloop
-dezer zitting advocaat Dr. Newman uit zijn woning te bevrijden, waar
-hij is opgesloten? Ik ben Raffles!”
-
-Met een enkele beweging trok de spreker zijn pruik af en wreef met zijn
-vingers de plooien en rimpels uit zijn gelaat.
-
-En allen zagen Raffles. Daar stond hij, met fier opgericht hoofd,
-tusschen het publiek en de gezworenen, glimlachend om zich heen
-kijkend.
-
-En voordat iemand der aanwezigen van zijn verbazing bekomen was, was
-hij met een enkelen sprong, tusschen de verbaasde politieagenten door,
-verdwenen.
-
-„Raffles!”
-
-Ontelbare monden stieten tegelijk dit woord uit en in het volgende
-oogenblik snelde iedereen naar de deuren om jacht te maken op Raffles,
-den grooten onbekende.
-
-In een ommezien stond het geheele gebouw op stelten; men holde de
-trappen af, de gangen door—maar Raffles was verdwenen.
-
-Ook in de omliggende straten werd hij niet gevonden.
-
-Raffles was echter het huis niet ontvlucht. Kalm had hij een kleine
-deur geopend, die zich naast de publieke zaal bevond en naar een klein
-vertrekje leidde, waar de gezworenen samenkwamen om over het lot van
-een beklaagde te beslissen.
-
-Daar had hij aan de tafel plaats genomen en een paar regels op papier
-gezet. En toen het in het gerechtsgebouw weer rustig was geworden,
-omdat men op straat naar Raffles zocht, had hij jas en hoed genomen,
-zich gekleed en met opgeslagen kraag het gebouw verlaten.
-
-„Is Raffles al gepakt?” vroeg hij in het voorbijgaan aan een paar
-opgewonden politieagenten.
-
-„Neen, heer, dokter, dat is de duivel in eigen persoon!”
-
-Raffles verliet lachend door een zijdeur het gebouw.
-
-Toen de gezworenen zich in het kleine vertrek hadden verzameld, vonden
-zij op tafel het briefje van den volgenden inhoud:
-
-
- „Ik moest mijn pelsjas en hoed nog even hier vandaan halen. Ik
- groet u hartelijk! Tot weerziens!
-
- „RAFFLES.”
-
-
-Zoo eindigde dit avontuur van den grooten onbekende.
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0014: DE
-VERWISSELDE DETECTIVE ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/68368-0.zip b/old/68368-0.zip
deleted file mode 100644
index aaf164c..0000000
--- a/old/68368-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/68368-h.zip b/old/68368-h.zip
deleted file mode 100644
index 877c425..0000000
--- a/old/68368-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/68368-h/68368-h.htm b/old/68368-h/68368-h.htm
deleted file mode 100644
index d5d2286..0000000
--- a/old/68368-h/68368-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,4735 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html
-PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2022-06-21T19:45:41Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
-<title>Lord Lister No. 14: De verwisselde detective</title>
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
-<link rel="coverpage" href="images/lordlister0014-front.jpg">
-<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
-<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 14: De verwisselde detective">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals">
-<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals">
-<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */
-html {
-line-height: 1.3;
-}
-body {
-margin: 0;
-}
-main {
-display: block;
-}
-h1 {
-font-size: 2em;
-margin: 0.67em 0;
-}
-hr {
-height: 0;
-overflow: visible;
-}
-pre {
-font-family: monospace;
-font-size: 1em;
-}
-a {
-background-color: transparent;
-}
-abbr[title] {
-border-bottom: none;
-text-decoration: underline;
-text-decoration: underline dotted;
-}
-b, strong {
-font-weight: bolder;
-}
-code, kbd, samp {
-font-family: monospace;
-font-size: 1em;
-}
-small {
-font-size: 80%;
-}
-sub, sup {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-}
-sub {
-bottom: -0.25em;
-}
-sup {
-top: -0.5em;
-}
-img {
-border-style: none;
-}
-body {
-font-family: serif;
-font-size: 100%;
-text-align: left;
-margin-top: 2.4em;
-}
-div.front, div.body {
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-div.back {
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div0 {
-margin-top: 7.2em;
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-.div1 {
-margin-top: 5.6em;
-margin-bottom: 5.6em;
-}
-.div2 {
-margin-top: 4.8em;
-margin-bottom: 4.8em;
-}
-.div3 {
-margin-top: 3.6em;
-margin-bottom: 3.6em;
-}
-.div4 {
-margin-top: 2.4em;
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div5, .div6, .div7 {
-margin-top: 1.44em;
-margin-bottom: 1.44em;
-}
-.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
-.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
-margin-bottom: 0;
-}
-blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
-.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
-margin-top: 0;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin: 1.6em auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-margin-top: 3.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-border: none;
-border-bottom: 1px solid black;
-width: 45%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-}
-hr.dotted {
-border-bottom: 2px dotted black;
-}
-hr.dashed {
-border-bottom: 2px dashed black;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.42em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.84em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0 0.05em 0 0;
-padding: 0;
-line-height: 0.8;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-span.accent {
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
-line-height: 0.40em;
-}
-span.accent span.top {
-font-weight: bold;
-font-size: 5pt;
-}
-span.accent span.base {
-display: block;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
-color: #660000;
-}
-.fnreturn {
-color: #AAAAAA;
-font-size: 80%;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-a {
-text-decoration: none;
-}
-a:hover {
-text-decoration: underline;
-background-color: #e9f5ff;
-}
-a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-top: -0.5em;
-text-decoration: none;
-margin-left: 0.1em;
-}
-.externalUrl {
-font-size: small;
-font-family: monospace;
-color: gray;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
-float: left;
-margin-left: -0.1em;
-margin-top: 0.9em;
-min-width: 1.0em;
-padding-right: 0.4em;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-.apparatusnote:target, .fndiv:target {
-background-color: #eaf3ff;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-white-space: nowrap;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-vertical-align: top;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-vertical-align: bottom;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.index p {
-text-indent: -1em;
-margin-left: 1em;
-}
-.indexToc {
-text-align: center;
-}
-.transcriberNote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.missingTarget {
-text-decoration: line-through;
-color: red;
-}
-.correctionTable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-.splitListTable td {
-vertical-align: top;
-}
-.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-margin-left: 3em;
-}
-.numberedItem .itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-tr, td, th {
-vertical-align: top;
-}
-tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
-vertical-align: bottom;
-}
-td.label, tr.label td {
-font-weight: bold;
-}
-td.unit, tr.unit td {
-font-style: italic;
-}
-td.leftbrace, td.rightbrace {
-vertical-align: middle;
-}
-span.sum {
-padding-top: 2px;
-border-top: solid black 1px;
-}
-table.inlineTable {
-display: inline-table;
-}
-table.borderOutside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderOutside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-}
-table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.verticalBorderInside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border-left: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft {
-border-left: 0 solid black;
-}
-table.borderAll,
-table.rtlBorderAll {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderAll td,
-table.rtlBorderAll td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop,
-table.rtlBorderAll .cellHeadTop, table.rtlBorderAll .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadBottom,
-table.rtlBorderAll .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellBottom,
-table.rtlBorderAll .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellLeft,
-table.borderAll .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellRight,
-table.borderAll .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.rtlBorderAll .cellLeft,
-table.rtlBorderAll .cellHeadLeft {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.rtlBorderAll .cellRight,
-table.rtlBorderAll .cellHeadRight {
-border-left: 2px solid black;
-}
-tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
-border-top: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
-border-right: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
-border-top: 1px solid black !important;
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
-border-right: 1px solid black !important;
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
-border: 1px solid black !important;
-}
-tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
-border-top: none !important;
-}
-tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
-border-right: none !important;
-}
-tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
-border-left: none !important;
-}
-tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
-border-top: none !important;
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
-border-right: none !important;
-border-left: none !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
-border: none !important;
-}
-.cellDoubleUp {
-border: 0 solid black !important;
-width: 1em;
-}
-td.alignDecimalIntegerPart {
-text-align: right;
-border-right: none !important;
-padding-right: 0 !important;
-margin-right: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalFractionPart {
-text-align: left;
-border-left: none !important;
-padding-left: 0 !important;
-margin-left: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalNotNumber {
-text-align: center;
-}
-table.alignedtext, table.alignedverse {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.alignedtext td {
-vertical-align: top;
-width: 50%;
-}
-table.alignedverse {
-vertical-align: top;
-}
-table.alignedtext td.first, table.alignedverse td.first {
-border-width: 0 0.2px 0 0;
-border-color: gray;
-border-style: solid;
-padding-right: 10px;
-}
-table.alignedtext td.second, table.alignedverse td.second {
-padding-left: 10px;
-}
-table.alignedverse td.first, table.alignedverse td.second {
-width: 45%;
-}
-table.alignedverse td.lineNumbers {
-width: 10%;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pageNum {
-display: inline;
-font-size: 8.4pt;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-letter-spacing: normal;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.right-marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-right: 3%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-text-align: right;
-width: 11%
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-text-indent: 0;
-}
-.pglink::after {
-content: "\0000A0\01F4D8";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.catlink::after {
-content: "\0000A0\01F4C7";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
-content: "\0000A0\002197\00FE0F";
-color: blue;
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
-text-align: left;
-}
-.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
-.imprint {
-color: gray; text-align: center;
-}
-.center {
-text-align: center;
-}
-.xxl {
-font-size: xx-large;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.xd31e1725 {
-text-align:center; vertical-align:middle; font-size:x-large; width:33%;
-}
-.xd31e1726 {
-text-align:center; vertical-align:middle;
-}
-.cover-imagewidth {
-width:554px;
-}
-.xd31e97 {
-font-size:x-large;
-}
-.xd31e99 {
-font-size:small;
-}
-.xd31e103 {
-font-size:xx-large;
-}
-.xd31e1722 {
-text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; font-weight:bold;
-}
-.tbl\.wanted\.header {
-width:100%;
-}
-.xd31e1729 {
-font-size:xx-large;
-}
-.lordlisterwidth {
-width:307px;
-}
-.xd31e1744 {
-text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000;
-}
-.xd31e1746 {
-font-size:large;
-}
-.xd31e1749 {
-font-size:large;
-}
-.xd31e1752 {
-text-align:center;
-}
-.xd31e1754 {
-text-align:center; font-size:x-large;
-}
-.xd31e1758 {
-text-align:center; font-size:large;
-}
-.warrant\.en {
-font-size:small; border:2pt solid black; padding-left:1em; padding-right:1em; margin:1em;
-}
-.xd31e1769 {
-font-size:x-large; text-align:center;
-}
-.xd31e1773 {
-font-weight:bold; text-align:center;
-}
-.warrant\.nl {
-display:none; font-size:small;
-}
-.xd31e1881 {
-text-align:center; font-weight:bold; font-size:large;
-}
-.xd31e1986 {
-font-size:xx-large;
-}
-.xd31e1988 {
-font-size:medium;
-}
-/* ]]> */ </style>
-</head>
-<body>
-<div lang='en' xml:lang='en'>
-<p style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 0014: De verwisselde detective</span>, by Kurt Matull</p>
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
-at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
-are not located in the United States, you will have to check the laws of the
-country where you are located before using this eBook.
-</div>
-</div>
-
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 0014: De verwisselde detective</span></p>
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Authors: Kurt Matull</p>
-<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Theo Blakensee</p>
-<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Release Date: June 21, 2022 [eBook #68368]</p>
-<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Language: Dutch</p>
- <p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em; text-align:left'>Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg</p>
-<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 0014: DE VERWISSELDE DETECTIVE</span> ***</div>
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0014-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="554" height="720"></div><p>
-<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd31e97">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
-</p>
-<p class="xd31e99">UITGAVE VAN DEN „ROMAN-BOEKHANDEL VOORHEEN A. EICHLER”, SINGEL 236,—AMSTERDAM.
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure"><img src="images/p0014-01.png" alt="De verwisselde detective." width="720" height="226"></div>
-<h2 class="super xd31e103">De verwisselde detective.</h2>
-<h2 class="label">EERSTE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">INSPECTEUR BAXTER’S HELDENDAAD.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">„Ik zou toch wel eens willen weten, hoe die „Overal en Nergens” weet, wat ik onze
-club gezegd heb,” zei mr. Hopp tot verscheiden heeren, die in zijn studeerkamer stonden
-en als een levende muur geschaard waren om de reusachtige ijzeren brandkast.<span id="xd31e110"></span>
-</p>
-<p>„Raffles hoort alles,” antwoordde inspecteur Baxter, „maar ik wil toch wel wedden,
-mr. Hopp, dat we dat heerschap, dat geheel Londen onveilig maakt, binnen drie dagen
-te pakken hebben. Ik heb al wel andere stukjes geleverd.”
-</p>
-<p>Hij zweeg eenige oogenblikken en de anderen knikten toestemmend, als om kracht bij
-te zetten aan zijn woorden.
-</p>
-<p>„Het is al heel brutaal,” zei nu de fabrikant Hopp, „om mij een boodschap te sturen,
-zooals Raffles heeft gewaagd, terwijl hij nog eens halfluid den brief las, die voor
-hem op de groene tafel lag:
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first address"><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Aan James Hopp &amp; Co., <br>Londen.
-</p>
-<p class="salute">„Waarde Heer!
-</p>
-<p>„Ik heb, twaalf uur geleden, gehoord, dat ge in uw club u op zeer gewaagde manier
-hebt uitgelaten. Ge hebt beweerd, dat Raffles u nooit een bezoek zou kunnen brengen,
-zonder dat ge hem dadelijk herkendet en dat het beslist onmogelijk was, u te bestelen.
-</p>
-<p>„En, mr. Hopp, ge hebt aan deze bewering nog enkele woorden toegevoegd, die nu juist
-geen vleierijen aan mijn adres inhielden. Daar ik juist van plan was, weer eenige
-armen te ondersteunen, komen de gelden, waarover gij hebt te beschikken, mij juist
-van pas. Ge zult toch zeker niet zoo laf zijn, uw ijzeren brandkast, die naar het
-nieuwste systeem vervaardigd is, te ledigen en uw papieren van waarde een Bank toevertrouwen.
-Ik neem uw uitdaging aan, die mij buitengewoon <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>veel genoegen heeft verschaft en deel u mede, dat ik morgen, tusschen drie en vijf
-uur, het genoegen zal hebben u te bezoeken. Ik ben van plan om vijfhonderd pond uit
-uw brandkast te nemen.
-</p>
-<p>„Dat ik mij door niets en door niemand van mijn voornemen zal laten weerhouden, zult
-ge zeker wel begrijpen, mijn persoon in aanmerking genomen.
-</p>
-<p class="signed"><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Tot weerziens dus!
-</p>
-<p class="signed"><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Uw toegenegen
-<br>JOHN C. RAFFLES.”</p>
-</blockquote><p>
-</p>
-<p>Fabrikant Hopp keek om met een lichte rilling, toen hij den naam van Raffles herhaalde
-en hij had een gevoel alsof de Groote Onbekende al in het bureau rondspookte.
-</p>
-<p>Maar niemand was aanwezig dan de vier detectives, die onder leiding van Baxter de
-brandkast bewaakten.
-</p>
-<p>De inspecteur lachte, toen Hopp den brief had uitgelezen.
-</p>
-<p>„Dat is immers dwaasheid! Groote dwaasheid! De Groote Onbekende denkt overal mee te
-kunnen spotten, maar dezen keer heeft hij zich toch eens leelijk in de vingers gesneden!
-Ik, inspecteur Baxter, zal hem op heeterdaad betrappen, hem de hand op den schouder
-leggen en zeggen:
-</p>
-<p>„Waarde Raffles, het is ons een groot genoegen, dat ge ons hebt opgezocht! Wij zullen
-ons best doen, u zoolang mogelijk bij ons te houden!”
-</p>
-<p>Allen lachten.
-</p>
-<p>In hetzelfde oogenblik ging de deur open.
-</p>
-<p>Het werd doodstil.
-</p>
-<p>Een livreiknecht trad binnen en bracht op een zilveren blad een visitekaartje.
-</p>
-<p>„Frits Reinhard, ingenieur,” las hij, „laat binnenkomen!”
-</p>
-<p>Even later trad een slankgebouwde jongeman binnen, keurig gekleed, het haar in het
-midden gescheiden.
-</p>
-<p>„Ingenieur Reinhard,” stelde hij zich voor. „Ik kom namens de firma Kohlenhorst en
-Rifling, om met u te onderhandelen over een af te sluiten contract betreffende ijzerwerken.
-</p>
-<p>„Ge weet, mijnheer Hopp, dat de kansen voor u zeer gunstig zijn en dat ge goede zaken
-kunt maken.”
-</p>
-<p>De ingenieur sprak nog over verscheiden andere dingen.
-</p>
-<p>Intusschen naderde hij schijnbaar geheel toevallig de brandkast, keek eens naar de
-constructie, terwijl hij onophoudelijk verder redeneerde en liet de rechterhand langs
-het zeer ingewikkelde slot glijden, alsof hij naar een geheime veer zocht.
-</p>
-<p>„Halt!” schreeuwde nu Hopp plotseling uit en in het volgende oogenblik reeds had hij
-de revolver gegrepen, die op zijn schrijftafel lag en hield deze den ingenieur onder
-den neus.
-</p>
-<p>Deze maakte een sprong zijwaarts en sloeg den uitgestrekten arm van den fabrikant
-naar boven, zoodat het schot krakende tegen den zolder vloog.
-</p>
-<p>„Zijt ge gek geworden?” riep de ingenieur uit. „Help! Help!”
-</p>
-<p>„Wij komen al!” deed nu inspecteur Baxter zich hooren, die zich met de detectives
-in het aangrenzend vertrek had verstopt en thans voor den dag kwam.
-</p>
-<p>In een oogenblik was de geheimzinnige ingenieur door hen omringd en vastgehouden,
-zoodat hij geen beweging kon maken.
-</p>
-<p>„Gij zijt Raffles,” sprak Baxter kortaf.
-</p>
-<p>De ingenieur keek den inspecteur met groote oogen aan.
-</p>
-<p>„Raffles? Ik Raffles? Ge zijt krankzinnig! Ik ben ingenieur Reinhard, begrepen? Staat
-heel Londen dan op z’n hoofd?”
-</p>
-<p>„Geen uitvluchten!” antwoordde Baxter op strengen toon, „ge zijt op maar al te opmerkelijke
-wijze de brandkast genaderd.”
-</p>
-<p>„Natuurlijk! Ze trok mijn opmerkzaamheid!”
-</p>
-<p>„Aha! Zoozoo! Ge wildet de constructie van het slot leeren kennen!”
-</p>
-<p>„Juist. Is dat hier verboden?”
-</p>
-<p>„Neen. Maar waarom stelt ge er zooveel belang in?”
-</p>
-<p>„Omdat wij brandkasten fabriceeren en ik mijn firma vertegenwoordig!”
-</p>
-<p>Maar de inspecteur noch Hopp geloofden dit praatje en de rechercheurs brachten den
-gevangene in een aangrenzende <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>kamer om hem, als het donker zou zijn geworden, zonder dat het opzien baarde aan de
-politie over te leveren.
-</p>
-<p>Intusschen kwam de livreiknecht voor den tweeden keer binnen.
-</p>
-<p>In militaire houding bleef hij voor Hopp staan en zei:
-</p>
-<p>„Frans Werner vraagt den heer Hopp te spreken.”
-</p>
-<p>De wenkbrauwen van den fabrikant fronsten zich.
-</p>
-<p>„Frans Werner, de meesterknecht, dien ik ontslagen heb? Enfin! Laat hem maar hier!”
-</p>
-<p>De gearresteerde werd in de aangrenzende kamer door een der rechercheurs bewaakt,
-de anderen hadden zich voor de brandkast op post gesteld.
-</p>
-<p>De oude man, die gebukt de kamer binnentrad, keek geheel verbluft naar de uniformen
-voor de brandkast.
-</p>
-<p>Frans Werner was van denzelfden leeftijd als Hopp.
-</p>
-<p>Maar wat een verschil!
-</p>
-<p>Daar achter de schrijftafel stond de zestigjarige man hoogopgericht met volle wangen,
-en blonden, een weinig grijzenden baard—en tegenover hem de door ouderdom en zorgen
-gebogen man met het ongeschoren gelaat en diepliggende oogen.
-</p>
-<p>„Ik wil u alleronderdanigst verzoeken, meneer Hopp,” begon de oude man met gebroken
-stem.
-</p>
-<p>„Ik wil niets weten! Wie heeft jouw dochter gezegd, dat ze het met mijn zoon moest
-aanleggen? De duivel mag haar halen! Als ik de macht er toe had, zou ik haar door
-de honden laten doodbijten!”
-</p>
-<p>„Waarom spreekt ge zoo hard over mijn kind? Uw zoon heeft toch de grootste schuld.
-Hij had moeten weten, dat— —”
-</p>
-<p>„Spreek alsjeblieft op een anderen toon over mijn zoon!” sprak Arthur Hopp op dreigenden
-toon, terwijl de aderen op zijn voorhoofd opzwollen.
-</p>
-<p>Dat was te veel voor den ouden man, die sinds vier-en-twintig jaren Hopp trouw gediend
-had.
-</p>
-<p>Zijn adem joeg; hij richtte zich half op en zei, terwijl zijn stem een harden klank
-kreeg:
-</p>
-<p>„Wat zegt ge? De arme meisjes uit het volk hebben evenveel behoefte aan een beetje
-glans en schoonheid als ieder ander. Is het dan een wonder, dat het den rijken jongelieden
-heel gemakkelijk gelukt haar het hoofd op hol te brengen?
-</p>
-<p>„Ja, mijn dochter heeft uw zoon liefgehad—innig liefgehad, totdat zij inzag, dat zij
-bedrogen werd en zij het ware karakter van uw zoon leerde kennen.
-</p>
-<p>„Hij is de verleider en in plaats dat ik hier als smeekende moest staan, moest ik
-de aanklager zijn. Alleen dan ook omdat mijn kind rein gebleven is en omdat zij begrepen
-heeft, dat zij niet het slachtoffer mocht worden van een verdorven zoon van rijke
-lieden, daarom—”
-</p>
-<p>Arthur Hopp liet den ouden man niet uitspreken. Zoo iets had nog geen sterveling hem
-ooit toegevoegd.
-</p>
-<p>„Er uit!” gilde hij, „er uit, of ik neem de hondenzweep.”
-</p>
-<p>Frans Werner knikte.
-</p>
-<p>„Ik had gedacht, dat het anders zou loopen,” prevelde hij voor zich heen, „nu is alle
-hoop verdwenen. Midden in den winter en geen werk—”
-</p>
-<p>Hij liep met gebukten hoofde door de aangrenzende vertrekken, terwijl hem een traan
-in den grauwen baard rolde.
-</p>
-<p>In de wachtkamer ontmoette bij een elegant gekleeden jongen man.
-</p>
-<p>„Wel oude, de zaak is niet naar wensch gegaan?” zei deze heer met een lachje.
-</p>
-<p>Frans Werner maakte een stom gebaar.
-</p>
-<p>„Ik zal je eens wat zeggen, Werner,” vervolgde de heer, „kom over—wacht eens—over
-drie dagen terug en ga dan kalm aan het werk. Ge zijt weer aangenomen, Werner!”
-</p>
-<p>De arbeider keek verbluft, zonder te weten wat hij moest antwoorden, den vreemdeling
-aan.
-</p>
-<p>De elegante jonge man scheen de gedachten van den oude te raden.
-</p>
-<p>„Ge twijfelt er aan, of ik wel gerechtigd ben om je weer aan te nemen? Heb geen zorg,
-alles komt terecht.”
-</p>
-<p>De dienaar kwam binnen.
-</p>
-<p>„Mr. Hopp wacht u, sir!”
-</p>
-<p>De jonge man trok zijn handschoenen uit en volgde.
-<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
-<p>Vijf paar oogen richtten zich doorborend op hem. Hij gaf den fabrikant de hand:
-</p>
-<p>„Ge hebt op mijn kaartje reeds gezien, mr. Hopp,” begon hij, „dat ik detective ben.
-De Fransche politie stuurt mij. Ik wil en moet Raffles vangen tot elken prijs. Ha”—detective
-Mouris keek eens naar de rechercheurs—„ik zie, dat je er voor gezorgd hebt, dat Raffles
-op waardige wijze kan worden ontvangen! Dat is goed! Heel goed! Maar vertel mij eens,
-inspecteur”— —Mouris wendde zich tot den betreffende, die, met half overtuigden, half
-wantrouwenden blik toekeek—„ik hoorde, dat ge hier met vier rechercheurs waart gekomen.
-Waar is de vierde?”
-</p>
-<p>Mouris sprak op zoo beslisten toon, dat Baxter geen antwoord kon weigeren.
-</p>
-<p>„Wij hebben Raffles al gesnapt, mijnheer Mouris, ten minste, we zijn zoo goed als
-zeker van de zaak. We hebben in ieder geval iemand, die sprekend op hem lijkt en verdachte
-allures er op na houdt.”
-</p>
-<p>Detective Mouris keek op.
-</p>
-<p>„Hebt ge hem al? Maar chef, dat zou een schitterend succes zijn! Laat mij dien knaap
-eens zien!”
-</p>
-<p>„Met alle genoegen, monsieur Mouris!” antwoordde Baxter en hij bracht den detective
-naar het aangrenzend vertrek.
-</p>
-<p>Nauwelijks had Mouris den gevangene aangezien of hij riep in de grootste opwinding:
-</p>
-<p>„Dat is hij, mr. Hopp, dat is hij! Mijn hand er op, dat is Raffles!”
-</p>
-<p>Detective Mouris leunde daarbij met beide handen op de schrijftafel, juist voor Hopp
-en terwijl de rechercheurs, die om de kast heen stonden, den detective in het gelaat
-keken en ook de fabrikant hem in de oogen zag, gleed de hand van den Franschman tastend
-over het groene laken van de schrijftafel en liet het chèque-boek der firma Hopp en
-Co., waarin nog een vijftal blanco-chèques zaten, die de fabrikant voor zijn procuratiehouders
-reeds onderteekend had, in zijn mouw glijden.
-</p>
-<p>„Zijt ge er zeker van, dat het Raffles is? Hebt ge hem herkend?” vroeg Hopp. „Dat
-zou een groote geruststelling zijn, want ik beef voor mijn vermogen! Waar ik heenkijk,
-meen ik Raffles te zien!”
-</p>
-<p>Detective Mouris maakte een afwerende handbeweging.
-</p>
-<p>„Maak u niet bezorgd, mr. Hopp! Het <i>is</i> Raffles! Ik zal dadelijk naar het telegraafbureau gaan om den Parijschen bladen deze
-reuzenvangst te berichten! Inspecteur, ge zult de held van den dag zijn, ik voorspel
-het u!”
-</p>
-<p>„Heel vleiend voor mij, mijnheer Mouris!” antwoordde Baxter, terwijl hij dankbaar
-boog.
-</p>
-<p>Detective Mouris stak zijn linkerhand in den zak, hield ze er eenige oogenblikken
-in, haalde zijn horloge te voorschijn en zei:
-</p>
-<p>„Drommels! Half vijf! Ik moet mij naar het telegraafkantoor haasten! Excuseer mij,
-mr. Hopp! Ik kom zeker terug. Ik moet nog eens het genoegen hebben, u te bezoeken!
-Tot weerziens, inspecteur! Wij zullen elkaar nog wel eens spreken!”
-</p>
-<p>„Te veel eer,” antwoordde Baxter, die in de wolken was over den lof, hem door zijn
-Franschen collega toegezwaaid.
-</p>
-<p>Geruischloos opende de lakei de vleugeldeur voor monsieur Mouris.
-</p>
-<p>Baxter keek uit het raam.
-</p>
-<p>„’t Is nog niet donker genoeg”, sprak hij, „we zullen nog een half uur wachten.”
-</p>
-<p>Mouris kwam nog even terug.
-</p>
-<p>„Is ’t veroorloofd, mr. Hopp”, vroeg hij, „dat ik even van uw telefoon gebruik make?”
-</p>
-<p>„Met genoegen!”
-</p>
-<p>Mouris ging naar de schrijftafel, nam de telefoon en riep het Palace Hotel op.
-</p>
-<p>„Is daar de portier? Hier detective Mouris! Wilt ge mijn koffer van mijn kamer laten
-halen? Om zes uur ga ik naar Parijs terug!”
-</p>
-<p>Mouris dankte glimlachend en hing toen den microfoon aan den verkeerden kant van het
-apparaat, zoodat dit uitgeschakeld was.
-</p>
-<p>Toen ging hij.
-</p>
-<p>„Een nette kerel,” meende Hopp, „die Franschen zijn toch kwieke lui!”
-<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p>
-<p>Baxter antwoordde:
-</p>
-<p>„Maar Raffles hebben ze toch niet gesnapt, mr. Hopp!”
-</p>
-<p>Toen keek hij eens met grimmigen blik naar de deur, waarachter ingenieur Reinhard
-zat, bewaakt door een rechercheur, die hem geen seconde uit het oog verloor.
-</p>
-<p>Mouris intusschen was op straat aangeland.
-</p>
-<p>Daar vond hij een jongeman, die hem opwachtte.
-</p>
-<p>„O, ben je daar al, Charly! Dat is mooi op tijd!
-</p>
-<p>„Hier heb je vier chèques. Vlieg naar de Bank van Engeland, boy en laat je het geld
-uitbetalen. Wacht, ik zal de chèques eerst invullen. Tweeduizend en tweeduizend is
-<span class="corr" id="xd31e258" title="Bron: vier duizend">vierduizend</span> en <span class="corr" id="xd31e261" title="Bron: vijf honderd">vijfhonderd</span>, is <span class="corr" id="xd31e264" title="Bron: vijf en vee-tig">vijf-en-veertig</span> honderd pond.
-</p>
-<p>„Wacht nog even, Charly!”
-</p>
-<p>„’t Is beter, als je niet naar het hotel terug gaat. Wij zien elkaar vanavond in mijn
-huis wel terug. Tot straks dan!”
-</p>
-<p>Charly Brand, de secretaris van lord Lister—want deze en niemand anders was de detective
-Mouris, nam den hoed af en ging heen om de chèques te innen.
-</p>
-<p>Lord Lister echter ging naar het naastbijgelegen telefoonbureau en liet zich verbinden
-met de Bank van Engeland.
-</p>
-<p>„U spreekt met de machinefabriek van Hopp en Co. Hier Hopp. Ik wilde u even zeggen,
-dat u over een kwartier eenige chèques ter inning zullen worden aangeboden! Goeden
-dag!”
-</p>
-<p>De elegante jonge man ging nu weer de straat op. Hij ging een café binnen, liet zich
-papier en inkt brengen en schreef het volgende:
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first address">„Inspecteur Baxter, p/a fabrikant Hopp.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik raad u aan, beste vriend, den jongeman dien ge gearresteerd hebt, dadelijk vrij
-te laten, als ge niet in groote onaangenaamheden wenscht te komen. Voorts <span class="corr" id="xd31e281" title="Bron: groot">groet</span> ik u vriendelijk, chef, en ik geef u de verzekering, dat ge morgen de held van Londen
-zult zijn! Voor uw gewaardeerde hulp bij het nakomen van mijn belofte, dank ik u hartelijk.
-</p>
-<p class="signed"><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>JOHN C. RAFFLES.”</p>
-</blockquote><p>
-</p>
-<p>Toen schreef hij een tweeden brief aan mr. Hopp:
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first">„Wilt ge u bij de Bank van Engeland ervan overtuigen, dat ik mijn belofte reeds grootendeels
-ben nagekomen? Ik dank u voor uw tegemoetkoming en hoop, dat wij elkaar spoedig zullen
-weerzien. Het geld, waarvan gij veel te veel bezit en dat ik, naar aanleiding van
-mijn belofte gehaald heb, zal ik matig gebruiken en daardoor een klein deel der schuld
-afdoen, die gij tegenover de armen op u hebt geladen.
-</p>
-<p class="signed"><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>JOHN C. RAFFLES.”</p>
-</blockquote><p>
-</p>
-<p>Lord Lister liet een kruier komen, gaf hem beide brieven en keek op zijn horloge.
-</p>
-<p>„Tien minuten vóór vijf! De man heeft vijf minuten noodig om de brieven te bezorgen.
-Twee minuten later zit Baxter mij al achterna—ik heb dus nog drie minuten om mijn
-belofte heelemaal na te komen.”
-</p>
-<p>En lord Lister stak een sigaret aan, betaalde zijn koffie en slenterde langzaam naar
-het huis van Hopp. Drie minuten later overhandigde de bediende de beide brieven, die
-door den kruier gebracht waren.
-</p>
-<p>Baxter en Hopp openden en lazen het schrijven terzelfder tijd.
-</p>
-<p>En ook gelijktijdig lieten zij het papier vallen en keken elkander aan met onbeschrijflijke
-gezichten.
-</p>
-<p>Toen strekte Hopp beide armen in de lucht als een drenkeling, terwijl zijn gelaat
-donkerrood getint werd.
-</p>
-<p>„Dat is <i>uw</i> schuld, inspecteur”, brulde hij, en hij nam de telefoon. Als razend draaide hij de
-kruk.
-</p>
-<p>„De Bank van Engeland!—Spreek ik met de Bank? Hier Hopp en Co. Hebt ge de chèques?—Wat?—Hebt
-ge al uitbetaald? In naam van alle levende duivels—heb ik u soms opdracht gegeven?—Hoe
-komt ge er bij!—Wat?—Hebt ge zeven keer getelefoneerd?—Geen antwoord gekregen? Ach
-— —”
-</p>
-<p>Hopp gooide de <span class="corr" id="xd31e310" title="Bron: microphoon">microfoon</span> op tafel, zoodat hij middendoor brak. En terzelfdertijd ging den fabrikant een licht
-op, zoo groot als een electrische booglamp.
-</p>
-<p>„Hij heeft de <span class="corr" id="xd31e315" title="Bron: telephoon">telefoon</span> verkeerd opgehangen! De chèques heeft hij me ontstolen! En dat alles voor <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>mijn oogen! Maar voor den duivel, waarvoor staat <i>gij</i> dan hier met vier detectives om mijn brandkast te bewaken! O, die Raffles! Heel Londen
-maakt hij gek!” schreeuwde Hopp uit.
-</p>
-<p>Nu gooide Baxter het hoofd in den nek.
-</p>
-<p>„Wie de schuld heeft? Gij zelf, mr. Hopp! Hebt ge dien Raffles niet dadelijk de hand
-gegeven? Gij hebt ons al die ellende berokkend! Maar nu ook is het met hem gedaan—heeft
-zijn laatste uur geslagen. Hij heeft zich zelven in onze handen overgeleverd!”
-</p>
-<p>Baxter vloog naar de deur, stiet ze open en riep uit:
-</p>
-<p>„Laat dien heer vrij!—Neem mij niet kwalijk, mijnheer de ingenieur! Een klein misverstand!
-Ge kunt Raffles danken! Overal, waar schurkerij gepleegd wordt, heeft Raffles de hand
-in het spel.”
-</p>
-<p>Toen wendde de inspecteur zich tot de detectives:
-</p>
-<p>„Volgt mij! Wij moeten het Palace-Hotel aan vier zijden omsingelen. En <span class="corr" id="xd31e329" title="Bron: telephoneer">telefoneer</span> ondertusschen naar Scotland-Yard, dat alle stations bezet worden. Hij <i>zal</i> en <i>mag</i> ons dit keer niet ontsnappen!”
-</p>
-<p>„Ik sluit mij bij u aan”, zei Hopp, terwijl hij zich hoed, jas en stok liet brengen.
-„ik wil er bij zijn, als Raffles wordt ingerekend. En mijn zuurverdiend geld wil ik
-terug hebben!”
-</p>
-<p>Onder groot lawaai trokken de politiemannen er op uit.
-</p>
-<p>Na verloop van een minuut was geen sterveling meer te bekennen in het bureau van den
-fabrikant.
-</p>
-<p>Het was twee minuten vóór vijven, toen dezelfde jongeman, die zich eerst als detective
-Mouris had voorgesteld en die Baxter in zoo groote ongelegenheid had gebracht, met
-een looper de hoofddeur van het huis opende en binnentrad.
-</p>
-<p>Hij floot een wijsje uit „Het vroolijke weeuwtje” en naderde de groote brandkast.
-Voorzichtig liet hij de gordijnen voor de vensters vallen en begon nu het ijzeren
-gevaarte te openen.
-</p>
-<p>„Ha! Nieuwe constructie”, fluisterde hij, „óók al goed!”
-</p>
-<p>De groote fabrieksklok sloeg vijf uur.
-</p>
-<p>Krakend vloog de deur der brandkast open. Meer dan vierduizend pond lagen, deels in
-goud, deels in papier, voor de oogen van Raffles.
-</p>
-<p>„Jammer!” mompelde hij, „ik had ook het dubbele kunnen gebruiken.”
-</p>
-<p>Hij telde het geld op tafel uit, sloot de kast en ging naar de andere kamer, waar
-hij de <span class="corr" id="xd31e348" title="Bron: telephoon">telefoon</span> afhaakte.
-</p>
-<p>„Palace Hotel, alstublieft!—Spreek ik met Palace Hotel?—Is inspecteur Baxter daar?—Ja?—Och,
-mag ik hem even aan de <span class="corr" id="xd31e353" title="Bron: telephoon">telefoon</span>?—Hallo, Baxter!—Hier, Raffles!—Doe verder geen moeite, beste kerel!—Ik ben verhinderd<span id="xd31e356"></span> in het hotel terug te komen!—’t Spijt me wel!—Wat?—Waar ik nu ben?—Bij Hopp en Co.!—Zeg
-mr. Hopp, dat ik mijn belofte gehouden heb!—’t Is juist vijf uur!—Tot weerziens!”
-</p>
-<p>Hij hing het apparaat, dat gebroken was, weer op en ging naar de werkkamer van den
-secretaris.
-</p>
-<p>Tusschen een hoop paperassen, die in een aktentasch geborgen waren, vond hij daar
-al heel spoedig het schriftelijk ontslag van Frans Werner.
-</p>
-<p>Hij ging voor de schrijftafel zitten en schreef den bejaarden werkman een brief, waarin
-werd meegedeeld, dat het ontslag was ingetrokken.
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first">„Voor uw langdurigen, trouwen diensttijd in mijn fabriek”, stond er, „stuur ik u hierbij
-een som van honderd pond, die ge naar eigen goedvinden moogt aanwenden. Over vier
-dagen kunt ge weer in dienst komen.
-</p>
-<p class="signed"><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>HOPP &amp; Co.”</p>
-</blockquote><p>
-</p>
-<p>Raffles nam het stempel, drukte het af onder de onderteekening, verzegelde den brief
-en verliet het bureau om dit schrijven op de bus te gooien.
-</p>
-<p>Toen begaf hij zich naar zijn woning.
-<span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">TWEEDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">IN DE SPEELCLUB.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Raffles stond in zijn elegant gemeubeld salon en opende eenige brieven, waarvan het
-adres luidde: Aan graaf Selfar.
-</p>
-<p>„Is ’t niet gevaarlijk, dat je overal als je adres graaf Selfar opgeeft?” vroeg Charly
-Brand.
-</p>
-<p>„Waarom? Als er <span class="corr" id="xd31e381" title="Bron: geen">een</span> gevaar dreigt, beste Charly, veranderen we doodgewoon van woning.”
-</p>
-<p>„Volkomen waar. Maar als je nu eens geen tijd genoeg hebt om op tijd het huis te verlaten—als
-men je hier zou arresteeren—”
-</p>
-<p>„Waartoe al die zorgen? Als ik mij verborg, zou het al heel gauw met mij gedaan zijn.
-Juist het feit, dat iedereen mijn huis kan vinden, maakt mij onvindbaar. Je weet,
-dat de politie altijd over het hoofd ziet, wat het meest voor de hand ligt!”
-</p>
-<p>Hij keek eens naar de klok.
-</p>
-<p>„Drommels! Kwart over tien! Ik moet naar de club. Bovendien wil ik graag kennis maken
-met een jongeman, waarmee ik een ernstig woordje te spreken heb. Je kunt uitgaan,
-Charly—ga, waarheen je wilt en amuseer je, maar vergeet niet, voordat je de huisdeur
-opent, het fluitsignaal te geven, dat door ons is afgesproken.”
-</p>
-<p>Met deze woorden schelde graaf Selfar.
-</p>
-<p>De kamerdienaar bracht de zware pelsjas, cylinder en stok binnen.
-</p>
-<p>„Rijdt de graaf uit?”
-</p>
-<p>„Ja, Jean, mijn auto komt dadelijk voor.”
-</p>
-<p>„Uitstekend!”
-</p>
-<p>De dienaar hielp zijn heer, boog diep en ging. Even daarna reed een auto voor.
-</p>
-<p>„Bonjour, Charly, tot spoedig!”
-</p>
-<p>Graaf Selfar reed naar de club.
-</p>
-<p>Daar werd hij met vreugde begroet.
-</p>
-<p>Hij was een der eerste spelers, die altijd kalm bleef, of hij fabelachtige sommen
-won of verloor.
-</p>
-<p>„Ge zijt hier in langen tijd niet geweest, graaf”, zei Francis Porter, een rijk sportsman.
-</p>
-<p>Toen stelde hij den graaf voor als een nieuw clublid.
-</p>
-<p>„Dokter Reinhold Marchner!”
-</p>
-<p>Graaf Selfar keek in een fijnbesneden, geestig en bleek gelaat, dat sprak van ontbering,
-maar ook van inwendigen trots. Een paar blauwe oogen keken den graaf aan, maar trokken
-zich toen onder de half gesloten wimpers terug.
-</p>
-<p>Graaf Selfar wierp een blik op de speeltafel. De jonge dokter ging weer zitten, schreef
-met koortsige hand een briefje en legde het op tafel neer.
-</p>
-<p>Een schuldbekentenis!
-</p>
-<p>Graaf Selfar werd opmerkzaam. Hij kruiste de armen over zijn rok en keek dokter Marchners
-partner eens aan.
-</p>
-<p>Deze reikte de graaf de hand.
-</p>
-<p>„Laat ge u ook weer eens zien?”
-</p>
-<p>Graaf Selfar kneep de oogen dicht, zonder op deze vraag te antwoorden.
-</p>
-<p>„Ge wint, zooals ik zie, mr. Hopp”.
-</p>
-<p>De aangesprokene was een jonge man van omstreeks acht-en-twintig jaren. Zijn gelaat
-was onnatuurlijk bleek, zijn oogen door groote donkere kringen omrand. De slappe,
-geknikte gestalte getuigde van nachtbraken. Hij ging wat achterover liggen, strekte
-de beenen uit en zei, met een vluchtigen, spottenden blik op zijn vis-à-vis:
-</p>
-<p>„Ja, graaf, ik win <span class="corr" id="xd31e414" title="Bron: totnogtoe">tot nog toe</span> zeshonderd pond! Een aardig zakduitje voor de volgende maand, hè hè hè!”
-<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p>
-<p>Hij klemde zijn monocle in het oog, liet de onderlip wat hangen en speelde verder.
-</p>
-<p>Graaf Selfar glimlachte.
-</p>
-<p>Het was een somber, onheilspellend glimlachje. Hij liep voorbij de spiegels, die zijn
-fraaie, elastische gestalte weerkaatsten en ging aan het buffet een glas sekt drinken.
-</p>
-<p>Hoewel hij hier door twee groote vleugeldeuren van de speeltafel gescheiden was, kon
-hij de beide spelers toch heel nauwkeurig gade slaan. Dr. Marchner scheen alle zelfbeheersching
-te hebben verloren en elk oogenblik wreef hij zich nerveus over het bleeke voorhoofd.
-En telkens schreef hij opnieuw een schuldbekentenis voor de tegenpartij.
-</p>
-<p>Zoo bleef graaf Selfar kijken, totdat hij zag, dat het tweetal de speeltafel had verlaten
-en achter een breede portière in een vertrek verdween, waar zoo dikwijls gevaarlijke
-gesprekken worden gevoerd, die niet zelden zonder resultaat blijven.
-</p>
-<p>Graaf Selfar haastte zich de speelzaal door en ging een vertrek binnen, grenzende
-aan dat, wat zoo juist door het tweetal was betreden en dat daarvan door een fluweelen
-portière was gescheiden.
-</p>
-<p>Een heel klein beetje trok de graaf een der fluweelen gordijnen op zijde.
-</p>
-<p>„Je hebt op je eerewoord gespeeld en weet, wat dat beteekent”, hoorde hij een heesche
-stem zeggen. Het was die van Alfred Hopp, de zoon van den rijken fabrikant.
-</p>
-<p>Voor hem stond, hoogopgericht, maar met gebogen hoofd, dr. Marchner. Zenuwachtig streek
-hij met de hand over het voorhoofd.
-</p>
-<p>„’t Is waar. Maar zou je mij niet vier-en-twintig uur langer uitstel willen geven,
-Alfred? Je doet mij daarmede een groot genoegen!”
-</p>
-<p>„Waar denk je aan? Geen uur zelfs! Speelschulden zijn eereschulden! Als je die vijfhonderd
-pond niet kunt betalen, waarom heb je dan gespeeld?”
-</p>
-<p>„Omdat ik hoopte, dat het geluk mij ook nog eens gunstig zou zijn!”
-</p>
-<p>De jonge dokter sprak op een toon vol vertwijfeling.
-</p>
-<p>De ander lachte spottend.
-</p>
-<p>„Je hoopte! Dat heeft al menig vriend van mij gedaan! Je moet die vijfhonderd pond
-morgen om dezen tijd betaald hebben of—”
-</p>
-<p>„Of?”
-</p>
-<p>Dokter Marchner hief het <span class="corr" id="xd31e438" title="Bron: fijn besneden">fijnbesneden</span> gelaat op.
-</p>
-<p>„Of je zult zien, met wien je te doen hebt!”
-</p>
-<p>„Ik dacht, dat je mijn vriend waart, Alfred!”
-</p>
-<p>„Ik was het! Als je echter je woord niet houdt, ben je een eerlooze, en met zulke
-menschen hou ik geen vriendschap”.
-</p>
-<p>Een lange pauze volgde.
-</p>
-<p>„Ik kan mij niet eens meer een revolver koopen, die ik noodig heb”, zei Marchner toonloos.
-</p>
-<p>Hopp haalde een klein pistool, in nikkel gevat, te voorschijn.
-</p>
-<p>„Hier, als ik je daarmee soms van dienst kan zijn.”
-</p>
-<p>Marchner nam het wapen en in Hopp’s oogen lichtte het met duivelschen glans.
-</p>
-<p>Het gordijn ging open—Alfred Hopp verdween.
-</p>
-<p>„Vaarwel!”
-</p>
-<p>Wanhopig zonk Marchner in den stoel, zijn rechterhand hief langzaam de revolver—
-</p>
-<p>Daar werd de portière op den achtergrond geopend.
-</p>
-<p>Graaf Selfar trad binnen.
-</p>
-<p>„Halt!” sprak hij op bevelenden toon, „ongelukkige, ben je je leven al zoo zat, dat
-je het om een bagatel wilt vernietigen?”
-</p>
-<p>Met groote oogen keek Marchner den graaf aan.
-</p>
-<p>„Hebt ge—alles gehoord?”
-</p>
-<p>„Alles”. Een glimlachje speelde om de lippen van den graaf.
-</p>
-<p>„Hoeveel zijt ge Alfred Hopp schuldig?”
-</p>
-<p>„Vijf honderd pond. Maar—”
-</p>
-<p>Graaf Selfar haalde een portefeuille te voorschijn en drukte den jongen dokter tien
-banknoten in de hand.
-</p>
-<p>„Hier. Ga haar de speelzaal en betaal uw schuld. Waarom hebt ge gespeeld?”
-</p>
-<p>„Ik ben in deze club verzeild geraakt. Mijn vriend, Alfred Hopp heeft mij hier gebracht.
-Ik hoopte, mijn <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>berooiden toestand te zullen beteren. Ach, hoe zal ik u danken voor dit geschenk!”
-</p>
-<p>„Maak u niet bezorgd! Ik krijg dat geld wel terug. Ga nu?”
-</p>
-<p>Marchner ging naar de speelzaal.
-</p>
-<p>De slanke, jonge man, die alleen in het zaaltje was achtergebleven, drukte nu op een
-electrische schel.
-</p>
-<p>Een dienaar verscheen.
-</p>
-<p>„Zeg mr. Hopp, dat een heer hem wenscht te spreken.”
-</p>
-<p>De lakei ging en de graaf draaide de helft van de lichten uit, haalde een zwart masker
-te voorschijn en bond dit voor het gelaat.
-</p>
-<p>Eenige oogenblikken later kwam Alfred Hopp binnen. Hij zag bleek van opwinding.
-</p>
-<p>„Is hier iemand?” vroeg hij.
-</p>
-<p>„Ja. Ik wilde u spreken<span class="corr" id="xd31e479" title="Bron: ”.">.”</span>
-</p>
-<p>Hopp keek in het gelaat met het zwarte masker en wilde, doodelijk verschrikt, terug
-gaan. Maar in hetzelfde oogenblik schitterde de loop van een revolver hem voor de
-oogen.
-</p>
-<p>„Geen stap verder, ellendeling, als je leven je lief is<span class="corr" id="xd31e485" title="Bron: ”.">.”</span>
-</p>
-<p>Hopp stond als vastgenageld op zijn plaats. Hij sprak geen woord en zijn lichaam kromp
-ineen, alsof hij een zweepslag afwachtte.
-</p>
-<p>„Wat wilt ge van mij?” kreunde hij.
-</p>
-<p>„Dokter Marchner betaalde u daar juist vijfhonderd pond, nietwaar?”
-</p>
-<p>„Ja<span class="corr" id="xd31e493" title="Bron: ”.">.”</span>
-</p>
-<p>„Hebt ge hem de schuldbekentenis teruggegeven?”
-</p>
-<p>„Natuurlijk<span class="corr" id="xd31e499" title="Bron: ”.">.”</span>
-</p>
-<p>„Goed. Leg die vijfhonderd pond dan hier op tafel<span class="corr" id="xd31e505" title="Bron: ”.">.”</span>
-</p>
-<p>„Maar—dat geld is mijn eigendom<span class="corr" id="xd31e510" title="Bron: ”.">.”</span>
-</p>
-<p>„Zwijg! Geen woord meer! Moet ik u naar de speelzaal brengen en daar de linkermouw
-uit uw rok snijden? Pas op, anders deel ik iedereen mee, waar ge uw valsche kaarten
-verbergen hebt<span class="corr" id="xd31e515" title="Bron: ”.">.”</span>
-</p>
-<p>Alfred Hopp schrikte. Maar nog aarzelde hij.
-</p>
-<p>De man met het masker glimlachte.
-</p>
-<p>„Ik tel tot drie. Als dan het geld niet op tafel ligt, gebeurt er iets vreeselijks.
-<span class="corr" id="xd31e522" title="Bron: Één">Eèn</span>, twee—”
-</p>
-<p>Maar reeds had Hopp vliegensvlug het geld op tafel gelegd en met schuwen blik vroeg
-hij nu:
-</p>
-<p>„Wie ben jij?”
-</p>
-<p>De gemaskerde lachte weer.
-</p>
-<p>„Ga heen. Ik ben Raffles.”
-</p>
-<p>Hopp deinsde achteruit.
-</p>
-<p>„Raffles!” schreeuwde hij met een stem, die drie zalen ver klonk, en met een reuzensprong
-verdween hij.
-</p>
-<p>Eenige oogenblikken later drong een tiental heeren het vertrek binnen. Maar Raffles
-had de zaal al verlaten en op zijn dooie gemak, terwijl men hem overal zocht, daalde
-hij de trappen af, liet zich zijn jas geven en ging heen.
-</p>
-<p>Hij had zijn automobiel weggestuurd om den weg naar huis te voet te kunnen maken en
-te genieten van de kristalheldere nachtlucht.
-</p>
-<p>„En ik verzeker u, dat het graaf Selfar was en niemand anders,” schreeuwde Alfred
-Hopp tot zijn vrienden. „Ik zag het aan den prachtigen Indischen ring. En bovendien!
-Draai het woord Selfar eens om! Dan krijgt ge Raffles! Zoo’n bedrieger!”
-</p>
-<p>Allerwege heerschte de grootste opwinding.
-</p>
-<p>Overal zocht men naar den graaf.
-</p>
-<p>Hij was verdwenen.
-</p>
-<p>De lakeien deelden mede, dat ze hem hadden zien weggaan.
-</p>
-<p>„Dan is Raffles ook Selfar en Selfar Raffles,” klonk het dooreen.
-</p>
-<p>Alfred Hopp echter lachte.
-</p>
-<p>„Nee maar! Die is prachtig!” riep hij uit. „Ik zal dadelijk de politie telefoneeren.
-Bij ons thuis is het adres van dien schurk bekend! Wacht maar! Over een uur zit hij
-achter de tralies!”
-</p>
-<p>En Alfred Hopp waarschuwde de politie, in de heilige veronderstelling, dat hij wel
-heel gauw zijn vijfhonderd pond weer in den zak zou hebben.
-<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label"><span class="corr" id="xd31e548" title="Niet in bron">DERDE HOOFDSTUK.</span></h2>
-<h2 class="main">EEN INHECHTENISNEMNING DIE MISLUKTE.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Een der detective nam de boodschap aan.
-</p>
-<p>Hij berichtte het terstond aan Baxter.
-</p>
-<p>Deze beval, dat een twaalftal politie-agenten, onder leiding van detective Marholm
-zich dadelijk naar de woning van Raffles moest begeven om deze bij zijn thuiskomst
-te arresteeren.
-</p>
-<p>Marholm echter had zijn eigen plan.
-</p>
-<p>„De Groote Onbekende,” zei hij, „is een vervloekte kerel. Honderd keer kan je zijn
-woning omsingelen en honderd keer ontsnapt hij weer. Ik heb een plan, waardoor ik
-mijn college Sherlock Holmes beschaamd en Baxter geel van afgunst zal maken.”
-</p>
-<p>Hij zocht twaalf agenten uit, die in burgerkleeding zich om het huis van graaf Selfar
-zouden opstellen.
-</p>
-<p>„Als ik fluit, komt ge! Dreigt gevaar dan schiet ik! Overigens moet ge mijn bevelen
-afwachten,” zei hij.
-</p>
-<p>De troep zette zich in beweging.
-</p>
-<p>Marholm sprong op een fiets en trapte naar de woning van den Grooten Onbekende.
-</p>
-<p>Het was één uur na middernacht. Alles sliep. Marholm schelde en een poos later opende
-de dienaar van graaf Selfar de deur.
-</p>
-<p>„Zijt gij de dienaar van graaf Selfar?”
-</p>
-<p>„Om u te dienen!”
-</p>
-<p>„Luister dan! De graaf zal heel spoedig thuis komen. Ik zal mij in zijn slaapkamer
-verbergen, daar ik hem persoonlijk wil arresteeren. Zeg dus den graaf geen woord.
-Verstaan?”
-</p>
-<p>„Verstaan wel, maar—”
-</p>
-<p>„Geen maren! Als je het waagt, je heer te waarschuwen, ben je er bij!”
-</p>
-<p>De dienaar haalde de schouders op.
-</p>
-<p>„Als dat zoo gevaarlijk is, zal ik het wel laten!”
-</p>
-<p>Marholm keek eens rond.
-</p>
-<p>„Vorstelijk ingericht”, mompelde hij, „als gewoonlijk! Maar waar verberg ik mij nu
-het best?”
-</p>
-<p>Hij keek eens onder het ledikant.
-</p>
-<p>„Dat is de beste gelegenheid. Ik zal wachten, tot hij gaat slapen! Jammer, dat ik
-zijn gezicht niet kan zien, als ik zoo plotseling den hand op zijn schouder leg en
-zeg: „Raffles, je bent mijn gevangene!”<span class="corr" id="xd31e574" title="Niet in bron">”</span>
-</p>
-<p>De dienaar knikte.
-</p>
-<p>„Noemt ge daar Raffles niet?” vroeg hij, „dat is die groote held, de man, die nog
-niet gevonden is en waarvoor ik een grenzenlooze vereering koester!”
-</p>
-<p>En terwijl hij deze woorden sprak, zette hij een grooten staanden spiegel zóó voor
-het ledikant, dat daarin nog juist de zolen van den daaronder liggende zichtbaar werden.
-</p>
-<p>„Zoo zal men mij niet kunnen zien, zeg?” vroeg Marholm.
-</p>
-<p>„Geen draad!”
-</p>
-<p>„Prachtig! En denk eraan, dat je je mond houdt!”
-</p>
-<p>„Natuurlijk!”
-</p>
-<p>Daar werd gescheld.
-</p>
-<p>Jean vloog weg.
-</p>
-<p>Het was graaf Selfar, die binnenkwam in gezelschap van een vreemden jongeman.
-</p>
-<p>Deze, met een rooden baard en bleek gelaat, was niemand anders dan dokter Marchner.
-Hij was graaf Selfar genaderd, toen deze bij zijn woning kwam.
-</p>
-<p>„Pardon, graaf—een enkel woord. Zijt gij Raffles?”
-</p>
-<p>De graaf dacht een oogenblik na.
-<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p>
-<p>„Als ge er dan zooveel belang in stelt”, sprak hij toen, „ja, ik ben Raffles.”
-</p>
-<p>„Vlucht dan! Ik was nog in de club, toen gij vertrokken waart! Men heeft u herkend.
-De politie is gewaarschuwd! Twaalf agenten hebben het huis omsingeld!”
-</p>
-<p>Raffles haalde zijn gouden sigarettenkoker te voorschijn, bood den dokter een, stak
-zelf een op en keek met een lachje rond.
-</p>
-<p>„Ha! Ik zie verscheiden schaduwen!”
-</p>
-<p>„Doe toch geen stap verder, graaf—ge wordt gearresteerd!”
-</p>
-<p>„Och, dokter, maak u toch niet bezorgd! Kom toch mee! ’t Is hier te koud! Kom een
-glaasje cognac drinken in het huis van graaf Selfar! En laat ons wat babbelen en een
-paar sigaretten rooken.”
-</p>
-<p>Marchner werd doodsbleek.
-</p>
-<p>„Om Godswil—” fluisterde hij, „ge hebt mij het leven gered—ik ben u dankbaarheid verschuldigd,
-maar— —”
-</p>
-<p>„Ge zult verkouden worden, dokter, als ge voortdurend staat te praten”, lachte graaf
-Selfar en hij sloot de deur open.
-</p>
-<p>Niemand bewoog zich.
-</p>
-<p>De schaduwen bleven onbeweeglijk in de nissen.
-</p>
-<p>Daar kwam Jean, de huisdienaar.
-</p>
-<p>Graaf Selfar keek hem eens scherp aan.
-</p>
-<p>„Niets gebeurd, Jean?”
-</p>
-<p>„Niets, graaf!”
-</p>
-<p>„Geen brief gekomen?”
-</p>
-<p>„Neen, graaf. Ik heb den spiegel al klaar gezet, opdat ge u terstond kunt ontkleeden.”
-</p>
-<p>Graaf Selfar keek zijn dienaar nog eens scherp aan en liet toen zijn gast den salon
-binnentreden.
-</p>
-<p>Voordat ook de graaf binnentrad, ging deze eerst naar zijn slaapkamer.
-</p>
-<p>Zooals hij altijd deed, keek hij eerst eens aandachtig rond van onder zijn half dichtgeknepen
-wimpers.
-</p>
-<p>Daar zag hij, in den spiegel, twee vuile schoenzolen.
-</p>
-<p>Hij glimlachte eens en ging naar het salon terug, zonder de tusschendeur te sluiten,
-zoodat hij een ruimen blik over de slaapkamer had.
-</p>
-<p>„Maak het u gemakkelijk, dokter,” sprak de graaf en hij vulde twee glazen uit kristallen
-karaffen.
-</p>
-<p>Dokter Marchner viel van den eenen angst in den andere.
-</p>
-<p>Hij liep naar het venster en keek eens naar buiten.
-</p>
-<p>Graaf Selfar voegde zich bij hem.
-</p>
-<p>„Een mooie, heldere winternacht, nietwaar, dokter? Ik sta hier soms uren lang te kijken
-naar het firmament en beproef dan de geheimen te doorgronden, die zweven tusschen
-hemel en aarde, als langzaam en eentonig de sneeuwvlokken tegen het venster dwarrelen
-en heel Londen hult in een sluier van kristallijnen raadselen.
-</p>
-<p>„Maar gij zijt mij nog eenige opheldering schuldig, dokter. Neem het mij niet kwalijk
-als ik u een vraag doe. Ik ben zoo’n soort philosoof. Hoe hebt gij zoo kunnen toegeven
-aan den belachelijken hartstocht van het spel?”
-</p>
-<p>„Ik had mij al voorgenomen, graaf, u daarover eenige opheldering te geven.
-</p>
-<p>„Nog komt het mij voor, alsof ik een boozen droom heb doorleefd.
-</p>
-<p>„Maar luister naar de ware oorzaak.
-</p>
-<p>„Ik heb een arm meisje lief. Ja, lieve God, ze <i>is</i> arm, meer dan arm.
-</p>
-<p>„Magda Werner heeft ook mij lief en mij daardoor gemaakt tot een der gelukkigste stervelingen.
-</p>
-<p>„Ik zou gaarne bereid zijn, alle ontberingen met haar te deelen en vooral thans, nu
-de armoede zoo nijpend is in haar familie.
-</p>
-<p>„Zij is een kind uit het volk, graaf, maar voor mij is zij een prinses, want ze is
-edel en goed.
-</p>
-<p>„En om haar een onbezorgd bestaan te kunnen verschaffen, haar, die ik lief heb boven
-alles, daarom kwam ik op het rampzalige denkbeeld—nu ja—ge kent de rest.”
-</p>
-<p>Zwijgend had graaf Selfar zijn sigaret gerookt.
-</p>
-<p>Hij lag nu in een Amerikaanschen schommelstoel, de groote, heldere, donkere oogen
-omhoog gericht.
-</p>
-<p>Toen, plotseling, sprong hij op.
-</p>
-<p>„Magda Werner zegt ge, dokter?”
-</p>
-<p>„Ja. Kent ge haar? Haar vader werd twee dagen <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>geleden ontslagen uit de fabriek van Arthur Hopp.”
-</p>
-<p>„Zoo—zoo—ja! Enfin, we spreken daar morgen nog wel eens over, dokter.”
-</p>
-<p>Dokter Marchner ging. Hij was moedeloos gestemd, want hij dacht, dat hij nu wel niets
-meer van den graaf zou hooren.
-</p>
-<p>Hij liep voort.
-</p>
-<p>Maar plotseling bleef hij staan.
-</p>
-<p>Hij hoorde een fluitje door de lucht snerpen en snel liep hij weg, met kloppend hart,
-om niet te zien, hoe zijn weldoener geboeid werd weggebracht.
-</p>
-<p>Intusschen had graaf Selfar gescheld.
-</p>
-<p>Jean trad binnen.
-</p>
-<p>„Je kunt gaan slapen, Jean, ik heb je niet meer noodig.”
-</p>
-<p>„Heel goed, graaf.”
-</p>
-<p>Jean boog en ging.
-</p>
-<p>Graaf Selfar ging naar zijn slaapkamer, draaide het electrische licht half af en nam
-plaats in een leunstoel, tegenover zijn bed.
-</p>
-<p>„Zeg eens, vriend,” begon hij toen, „heb je niet gezien dat beneden duidelijk staat:
-voeten vegen? Je hebt mijn tapijt leelijk vuilgemaakt.”
-</p>
-<p>Geen antwoord.
-</p>
-<p>„Zeg eens, hoor je niet, Marholm?”
-</p>
-<p>„Meent ge mij?”
-</p>
-<p>Op doffen toon kwam het van onder het bed vandaan.
-</p>
-<p>„Ja, wien zou ik anders meenen? Maar kom toch hier, dan kunnen we gezellig wat babbelen!”
-</p>
-<p>Marholm kroop te voorschijn.
-</p>
-<p>„Ge zijt mijn gevangene,” sprak hij toen tot graaf Selfar.
-</p>
-<p>Deze lachte eens.
-</p>
-<p>„Niet zoo gauw, Marholm. Ga eerst eens zitten! Je zult wel moe zijn! Een glaasje cognac?”
-</p>
-<p>„Niets!”
-</p>
-<p>„Hoe dat zoo?”
-</p>
-<p>„Ik ben geheelonthouder. En wees nu eens ernstig! Ge zijt mijn gevangene!”
-</p>
-<p>„Kom, kom, ik geef niet veel om de praatjes der politie!”
-</p>
-<p>„Ge zijt mijn gevangene!”
-</p>
-<p>En Marholm wilde naar het venster gaan om het afgesproken fluitsignaal te geven.
-</p>
-<p>Maar toen ook stond eensklaps, dreigend, graaf <span class="corr" id="xd31e674" title="Bron: Selfar’s">Selfars</span> hooge gestalte voor hem.
-</p>
-<p>Schuimbekkend van woede haalde Marholm zijn gummistok te voorschijn.
-</p>
-<p>In ’t zelfde oogenblik gaf Raffles hem een stomp tegen de keel, dat hij ter aarde
-smakte.
-</p>
-<p>Hij sprong echter elastisch weer op de been en vloog op graaf Selfar af.
-</p>
-<p>Maar wat was dat?
-</p>
-<p>Als twee groote, lichtende sterren keken Selfars oogen den detective aan en deze kon
-zich niet losmaken uit die ban.
-</p>
-<p>Slap viel zijn hand met den gummistok langs zijn lichaam.
-</p>
-<p>En als van uit de verte klonken hem de woorden in het oor:
-</p>
-<p>„Slaap!”
-</p>
-<p>Alles werd zwart om hem heen.
-</p>
-<p>Alles werd nacht.
-</p>
-<p>„Ge slaapt. Weet ge, wie ge zijt? Neen, ge weet het niet!”
-</p>
-<p>„Ja——ik—weet—het!—Ik—ben—Mar—Mar,” maar verder kwam hij niet.
-</p>
-<p>„Neen. Ge zijt Raffles.”
-</p>
-<p>„Raffles?”
-</p>
-<p>„Ja. Ge zijt Raffles. Wie zijt ge?”
-</p>
-<p>„Mar——ik ben Raffles!”
-</p>
-<p>„Wie?”
-</p>
-<p>„Raffles!”
-</p>
-<p>„Zeg het nog eens!”
-</p>
-<p>„Raffles!”
-</p>
-<p>„Goed. Ge zijt Raffles! En ge zijt naar huisgegaan om te slapen, omdat ge vermoeid
-zijt. Nietwaar?”
-</p>
-<p>„Ja!”
-</p>
-<p>Graaf Selfar bekeek den slapende een oogenblik en haalde toen een etui te voorschijn.
-</p>
-<p>In dit oogenblik stak Jean die voortdurend door het sleutelgat geloerd had, zijn hoofd
-binnen de deur.
-</p>
-<p>„Wil ik, graaf?”
-<span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span></p>
-<p>„Durf je?”
-</p>
-<p>„Maar natuurlijk!”
-</p>
-<p>„Kom dan hier!”
-</p>
-<p>„Tot uw dienst!”
-</p>
-<p>En Jean begon in te zeepen.
-</p>
-<p>„Snor en baard, allebei afscheren, Jean. Trek hem dan de uniform uit, leg ze voor
-mij klaar en stop hem in bed. Trek hem eerst een van mijn zijden nachthemden aan.”
-</p>
-<p>„Uitstekend, graaf.”
-</p>
-<p>En Jean toog aan het werk.
-</p>
-<p>Met de handigheid van een tooneelspeler plakte nu Raffles zich een baard aan het gezicht,
-die sprekend geleek op dien, welken Marholm had gedragen.
-</p>
-<p>„Het staat me niet, maar het beantwoordt aan zijn doel,” mompelde Raffles.
-</p>
-<p>Hij zette den helm op en opende het venster.
-</p>
-<p>Een fluitsignaal weerklonk.
-</p>
-<p>Hevig spektakel volgde.
-</p>
-<p>Van alle kanten stormden de agenten de halfdonkere slaapkamer binnen, nadat zij zich
-toegang tot het huis hadden verschaft.
-</p>
-<p>„Chef?”
-</p>
-<p>Raffles hield den vinger op den mond.
-</p>
-<p>„Sst! Hij slaapt! Heb je de boeien?”
-</p>
-<p>„Ja, chef!”
-</p>
-<p>„Vooruit dan!”
-</p>
-<p>Raffles tikte den slapende op den neus.
-</p>
-<p>„Hé, word eens wakker!”
-</p>
-<p>„Wa—wat is er?”
-</p>
-<p>„Dat zult ge wel zien”
-</p>
-<p>„Hèèè— —
-</p>
-<p>„Zijt ge Raffles?”
-</p>
-<p>„Ik?? Ja—ik ben Raffles.”
-</p>
-<p>„Allo, jongens!”
-</p>
-<p>En Marholm werd door twaalf paar handen uit bed gesleurd, in een deken gewikkeld en
-in het rijtuig gedragen, dat al klaar stond.
-</p>
-<p>Raffles was intusschen naar zijn badkamer gegaan.
-</p>
-<p>Daar had hij zich vliegensvlug verkleed, een pelsjas aangeschoten, een hoogen hoed
-opgezet en het huis verlaten.
-</p>
-<p>„Waar is de chef?” vroegen de agenten.
-</p>
-<p>Zij zochten Marholm, maar toen ze hem niet vonden, dachten ze, dat hij al vooruit
-was gegaan.
-</p>
-<p>Raffles intusschen had in een telefoonbureau Scotland Yard opgescheld.
-</p>
-<p>„Daar Scotland Yard? Hier Raffles!—Wat?—Ja, hier Raffles!—Ik wilde u even meedeelen,
-dat ik detective Marholm naar u toe heb gestuurd.—Hij lag bij mij te slapen!—Wat?—Waar
-ik nu ben?—Telefoon-automaat nummer 17.—Wat? Ik heb geen tijd meer!—Tot later!”
-</p>
-<p>Toen reed Raffles naar het Metropol hotel, waar hij Charly Brand den volgenden dag
-zou ontmoeten.
-<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">VIERDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">DE REDDER DER ONTERFDEN.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Charly Brand zat tegenover lord Lister in het Metropol Hotel.
-</p>
-<p>„En waar ben je zooal geweest, Charly?” vroeg Raffles.
-</p>
-<p>„O, overal! Ik heb eerst rondgeslenterd, toen gehoord, dat fabrikant Hopp en baron
-<span class="corr" id="xd31e754" title="Bron: Von">von</span> Reutz, een vriend van dezen, een heel slechten naam en al heel wat op hun kerfstok
-hebben en kwam daarna thuis.”
-</p>
-<p>„Zoo. Nu, beste jongen, ik trek er weer op uit—en wel onder den naam van baron <span class="corr" id="xd31e759" title="Bron: Von">von</span> Reutz.”
-</p>
-<p>„Wees voorzichtig, Edward”.
-</p>
-<p>„Dat ben ik altijd.”
-</p>
-<p>Baron <span class="corr" id="xd31e766" title="Bron: Von">von</span> Reutz reed naar Witchapel Road en trad daar een der groote huurkazernes binnen.
-</p>
-<p>Al heel spoedig had hij gevonden wat hij zocht: het huis van Frans Werner.
-</p>
-<p>Het was een nette, doch armelijke woning.
-</p>
-<p>De werkman herkende terstond den eleganten heer.
-</p>
-<p>Deze vroeg naar Magda en vertelde, dat hij wist, hoe zeer dokter Marchner het meisje
-lief had.
-</p>
-<p>Werner verschoot van kleur.
-</p>
-<p>„Mijn dochter,” zei hij, „is niet hier.”
-</p>
-<p>„Waar is ze dan?”
-</p>
-<p>Aarzelend haalde de man een onaangenaam naar muskus riekend briefje te voorschijn
-en liet het baron <span class="corr" id="xd31e779" title="Bron: Von">von</span> Reutz lezen.
-</p>
-<p>Er stond:
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first salute"><span class="corr" title="Niet in bron">„</span><i>Mijn lieve, lieve Magda!</i>
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik moet je nog eens zien en spreken, liefste. Kom vanavond om acht uur op de bekende
-plaats. Noem den kellner mijn naam, hij zal je dan in een vertrek brengen, waar wij
-ongehinderd samen kunnen praten.
-</p>
-<p class="signed"><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>ALFRED”</p>
-</blockquote><p>
-</p>
-<p>De baron wierp den brief terzijde, vol afschuw.
-</p>
-<p>„Is dat schrijven van den jongen Hopp?”
-</p>
-<p>„Ja. Ik smeekte haar, er niet heen te gaan. Maar zij wilde geen oogenblik aan eenige
-laagheid denken en ging toch.
-</p>
-<p>„Ik geloof, baron, dat ge er bij waart, toen de oude heer Hopp over de verhouding
-van mijn dochter en zijn zoon sprak. Ja, zij heeft zich voortdurend door hem laten
-bepraten; zij meende, hem lief te hebben—het was een kleine, vluchtige droom, zooals
-veel jonge meisjes dien droomen, maar zij is rein gebleven, ik kan de hand voor haar
-in het vuur steken, baron.
-</p>
-<p>„Als zij verstandig was geweest, dan had zij niet de onvoorzichtigheid begaan, dezen
-man een reeks brieven te schrijven, waarin zij haar geheele hart voor hem uitstortte.
-</p>
-<p>„Van die brieven maakt hij nu misbruik.
-</p>
-<p>„Door middel van die brieven tracht hij haar voor zich te behouden, hoewel zij niets
-meer van hem wil weten, want hij heeft een slecht karakter, het liefst zou ik hem
-eenvoudig neerschieten.
-</p>
-<p>„Hij heeft haar gedreigd, die brieven aan dr. Marchner te zullen geven.
-</p>
-<p>„En mijn kind is totaal veranderd, sinds zij dr. Marchner heeft leeren kennen.
-</p>
-<p>„Zij is gelukkig. Zij heeft in hem den man gevonden, dien zij kan vertrouwen.
-</p>
-<p>„En nu dat zoo goed zal gaan, treedt deze ellendeling tusschenbeide. U begrijpt, mijnheer
-de baron, welke gevolgen het zou hebben, als dr. Marchner die brieven kreeg.
-</p>
-<p>„Hoe verstandig en edelmoedig hij ook is—hij zou toch niet kunnen begrijpen, dat zij,
-die hij lief heeft, zulke brieven aan een ander heeft geschreven.
-<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het was beter geweest, als mijn dochter vanaf het begin eerlijk tegen hem was geweest,
-als zij hem alles had meegedeeld,—maar aanvankelijk had zij daartoe den moed niet
-en nu—nu is het te laat!”
-</p>
-<p>Baron <span class="corr" id="xd31e816" title="Bron: Von">von</span> Reutz had met saamgeknepen lippen naar de woorden van Frans Werner geluisterd.
-</p>
-<p>„Zoo. En uw dochter hoopte blijkbaar, dat zij vanavond de brieven zou terug krijgen,
-waarvan haar geluk afhangt?”
-</p>
-<p>„Zoo is het! En ik vrees, dat hij haar een nieuwe hinderlaag heeft gelegd!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Zij beproeft het uiterste, compromiteert zichzelf en waagt het onmogelijke.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Hierdoor zal zij misschien in één oogenblik alles bederven, inplaats van haar levensgeluk
-te redden!”
-</p>
-<p>„Wij moeten het ergste niet denken, mijnheer Werner,” antwoordde baron <span class="corr" id="xd31e830" title="Bron: Von">von</span> Reutz.
-</p>
-<p>„Ik zal over een paar dagen eens weer bij u komen!”
-</p>
-<p>Frans Werner vervolgde op fluisterenden toon:
-</p>
-<p>„Overmorgen zou het huwelijk tusschen mijn dochter en dr. Marchner voltrokken worden.
-Overmorgen reeds! Mag ik het genoegen hebben, u voor de bruiloft uit te noodigen?
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik beef bij de gedachte, dat er misschien iets vreeselijks zou kunnen gebeuren, maar
-hopenlijk gaat alles goed— —”
-</p>
-<p>„Ik zal komen,” antwoordde baron <span class="corr" id="xd31e841" title="Bron: Von">von</span> Reutz glimlachend.
-</p>
-<p>Daarop ging hij naar beneden, sprong in zijn rijtuig en riep den koetsier toe:
-</p>
-<p>„City!”
-</p>
-<p>De beide paarden zetten zich in beweging en in vollen draf ging het voorwaarts.
-</p>
-<p>Eindelijk bleven de paarden staan.
-</p>
-<p>Baron von Reutz stapte uit.
-</p>
-<p>Diep buigend naderde de oberkellner en toen de baron den naam Alfred Hopp noemde,
-antwoordde de „ober” geen woord, maar geleidde den jongen edelman door een lange gang.
-</p>
-<p>Voordat hij echter de zware gordijnen, die de kamer afsloten, op zij kon schuiven,
-voelde hij de hand van den gast op zijn arm.
-</p>
-<p>„Wacht even! Ik—ik wensch de kamer hiernaast te betrekken!”
-</p>
-<p>De kellner bracht den gast volgens dien verlangen naar het aangrenzende vertrek.
-</p>
-<p>Baron von Reutz gaf zijn verdere bevelen, waarop de oberkellner vertrok.
-</p>
-<p>De jonge baron ging nu weer naar buiten naar de corridor, waar hij zacht en voorzichtig
-de portière van het aangrenzende vertrek opende.
-</p>
-<p>Opgewonden stemmen klonken in zijn oor.
-</p>
-<p>Hij keek in het kleine vertrek, dat tooverachtig verlicht werd door de roodzijden
-kap van een schemerlamp.
-</p>
-<p>Op tafel stonden wijnglazen en flesschen, vruchten en gebak.
-</p>
-<p>Alfred Hopp zat op den divan, terwijl een jong beeldschoon meisje met smeekend uitgestrekte
-armen voor hem stond.
-</p>
-<p>Zij kon den ingang der kamer niet zien, terwijl ook Alfred Hopp met zijn rug naar
-de portière zat.
-</p>
-<p>Met een enkele onhoorbare beweging was baron <span class="corr" id="xd31e864" title="Bron: Von">von</span> Reutz de kamer binnengegaan.
-</p>
-<p>Zijn hooge, slanke gestalte was voldoende verborgen door den donkeren achtergrond.
-</p>
-<p>Zoo bleef hij roerloos staan.
-</p>
-<p>„Is het mogelijk, dat gij zoo wreed kunt zijn?” vroeg Magda Werner, terwijl haar groote,
-donkerblauwe oogen vol tranen stonden.
-</p>
-<p>„Wat hebt gij aan de brieven? Waarom kwelt ge mij op zoo wreede wijze? Is het een
-genot voor u om mij en den man, die mijn gansche hart bezit, in het verderf te storten?”
-</p>
-<p>Alfred Hopp haalde op brutale en ruwe wijze de schouders op, terwijl hij zijn bleek,
-verlept gelaat oprichtte en het jonge meisje aankeek.
-</p>
-<p>„Een genot? Ja, dat is het! Dacht je werkelijk, dat ik je hier heb laten komen om
-je de brieven te overhandigen?
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik denk er niet aan! Met deze brieven heb ik je in mijn macht. En ik laat je niet
-weer los—denk daaraan! Juist nu niet! Ik wil, dat je de mijne wordt!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Je hebt mij altijd naar je laten smachten!
-<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Juist omdat ik weet, dat je mij niet liefhebt, omdat een ander je zal bezitten, daarom
-eisch ik dit offer!”
-</p>
-<p>Het jonge meisje stond sprakeloos tegenover haar beul.
-</p>
-<p>Haar boezem hijgde en het zware blonde haar was gedeeltelijk losgegaan, zoodat een
-paar lange krullen over haar schouders hingen.
-</p>
-<p>Haar oogen keken radeloos om zich heen en met bijna klanklooze stem sprak zij:
-</p>
-<p>„Ik begrijp u niet!”
-</p>
-<p>Alfred Hopp rekte zich eens uit op den divan.
-</p>
-<p>„Begrijp je mij niet? Je zult mij dadelijk begrijpen!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Zie je, er schuilt een bijzondere kracht in mij! Ik vind zelf, dat ik een soort Mefisto,
-een duivel, ben!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het is mij voldoende, als ik iemand ongelukkig kan maken!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Waarom zal ik tegenover jou den edelmoedige spelen?
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Waarom zal ik mij berustend terugtrekken en plaats maken voor een ander?
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik denk er niet aan!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Als ik je later op straat tegenkom, als je wangen geverfd en gepoederd zijn en een
-eeuwig glimlachje om je lippen speelt—zie je, dan zal ik een duivelsche voldoening
-smaken!”
-</p>
-<p>Hij keek haar met strakke, meedoogenlooze oogen aan.
-</p>
-<p>Maar het jonge meisje scheen hem nog niet te begrijpen. Haar armen hingen slap langs
-haar lichaam neer en een uitdrukking van trots weerspiegelde zich in haar oogen.
-</p>
-<p>Plotseling sprong Alfred Hopp op, hij stortte zich als een roofdier op haar, omklemde
-haar in zijn armen en—terwijl zij een kreet van ontzetting slaakte—riep hij lachend
-uit:
-</p>
-<p>„Hier hoort niemand je, mijn duifje! Schreeuw zoo hard je kunt. Je bent in mijn macht!”
-</p>
-<p>„Nog niet!” sprak een diepe welluidende mannenstem.
-</p>
-<p>En in hetzelfde oogenblik vloog Alfred Hopp, door een krachtige hand weggeduwd, in
-een hoek der kamer.
-</p>
-<p>Snikkend en sidderend snelde het jonge meisje naar den vreemdeling, die met zijn rijzige
-gestalte midden in de kamer stond.
-</p>
-<p>Alfred Hopp was den eersten schrik te boven.
-</p>
-<p>Met vlammende oogen en gebalde vuisten stond hij voor den vreemdeling.
-</p>
-<p>„Raffles!”
-</p>
-<p>Hijgend riep hij dat woord uit.
-</p>
-<p>De ander glimlachte.
-</p>
-<p>„Ja, ik ben Raffles!”
-</p>
-<p>„Ellendeling, schurk!”
-</p>
-<p>„Waarom geeft gij mij de namen welke gij zelf zoo rijkelijk verdient?” antwoordde
-de groote onbekende met onverstoorbare kalmte, terwijl het jonge meisje hem angstig
-aankeek.
-</p>
-<p>„Wij spreken elkaar nader, Alfred Hopp. Gij zijt inderdaad een duivel, maar een, wien
-de noodige kracht ontbreekt. Gij zijt een van die duivels, die men op een aambeeld
-moet leggen en met een helschen hamer in stukken slaan.”
-</p>
-<p>En zonder den uitgang een oogenblik uit het oog te verliezen, nam Raffles den mantel
-van het jonge meisje van den muur.
-</p>
-<p>Zij begreep hem en liet zich door Raffles in den mantel hullen.
-</p>
-<p>Hij gaf haar een hand, die zij vol dankbaarheid aan haar lippen wilde drukken. Hij
-trok echter snel zijn hand terug, zoodat alleen haar brandende tranen zijn vingers
-bevochtigden.
-</p>
-<p>„Spoed u naar huis terug juffrouw Werner,” sprak Raffles op ernstigen toon.
-</p>
-<p>„Wacht gerust en kalm uw huwelijksdag af en bedenk steeds, dat Raffles, de groote
-onbekende, over u waakt<span class="corr" id="xd31e933" title="Bron: ”.">.”</span>
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Blijf goed—want reinheid is de eenige schat der armen!”
-</p>
-<p>Magda Werner keek hem met haar groote, eerlijke oogen aan.
-</p>
-<p>Zij knikte, zonder een woord te kunnen zeggen, daarop gleed zij door de portière en
-snelde weg als een schuw vogeltje.
-</p>
-<p>Gereed tot den strijd stonden de beide mannen tegenover elkaar.
-<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p>
-<p>„Hebt gij de brieven hier?” vroeg Raffles met over de borst gekruiste armen.
-</p>
-<p>„Neen! En al had ik ze hier, ik zou ze u niet geven, gij—”
-</p>
-<p>Maar Alfred Hopp kon zijn zin niet voltooien. Een harde klap in zijn gezicht deed
-hem neervallen.
-</p>
-<p>„Noodzaak mij niet, u nogmaals te kastijden,” sprak Raffles met dezelfde kalmte, die
-hem steeds kenmerkte.
-</p>
-<p>„De oorvijg, die ik u daar juist gaf, was voor de beleediging van zooeven.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar nu ter zake. Laat mij den inhoud van uw zakken zien, ten bewijze, dat de brieven
-van Magda Werner niet hier zijn!”
-</p>
-<p>Alfred Hopp stond op en met heimelijken angst keek hij naar den man, die hem met een
-enkele handbeweging in zijn macht had.
-</p>
-<p>Hij gehoorzaamde aan het bevel van Raffles.
-</p>
-<p>Het was waar, hij had de brieven thuis in een kast goed bewaard. Slechts een enkelen
-had hij bij zich, dien Raffles hem afnam.
-</p>
-<p>„De andere brieven zult gij mij ook geven, Alfred Hopp!”
-</p>
-<p>„Nooit!”
-</p>
-<p>„Jawel! Maar waarom schreeuwt gij zoo? De kellner hoort u niet. Gij zult mij de brieven
-geven, ik, Raffles, voorspel u dat. Verder heb ik voorloopig niets met u te bespreken!”
-</p>
-<p>Raffles maakte zich gereed om heen te gaan.
-</p>
-<p>Op spottenden toon vroeg Alfred Hopp:
-</p>
-<p>„En wanneer denkt gij, dat ik u die brieven zou overhandigen?”
-</p>
-<p>Raffles dacht een seconde na.
-</p>
-<p>„Overmorgen. Op den dag van Magda Werners huwelijk.”
-</p>
-<p>„Ah! Komt gij op de bruiloft?”
-</p>
-<p>„Ongetwijfeld!”
-</p>
-<p>Alfred Hopp drukte zijn lippen op elkaar, en een duivelsche trek verscheen op zijn
-gelaat.
-</p>
-<p>Raffles knoopte zijn pels dicht en verliet het vertrek.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">VIJFDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">RAFFLES GEVANGEN?</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In een keurig restaurant in een der voorsteden vierde dr. Marchner zijn bruiloft.
-</p>
-<p>Alle zorgen en leed schenen gebannen te zijn van het blanke voorhoofd van den man,
-die zich innig gelukkig gevoelde te midden van zijn vrienden, die gekomen waren om
-dezen vreugdedag mee te vieren.
-</p>
-<p>Daar dr. Marchner in de uitgelezenste kringen van Londen verkeerde, had zich een voornaam
-gezelschap om hem heen verzameld.
-</p>
-<p>Niemand zou vermoed hebben, dat Magda, de gelukkige jonge vrouw van dr. Marchner,
-uit een arbeidersfamilie voortsproot.
-</p>
-<p>Haar natuurlijke bevalligheid en gratie vergoedden ten volle wat haar aan ontwikkeling
-misschien ontbrak.
-</p>
-<p>Als zij glimlachte, was iedereen verrukt over haar en Marchner zelf niet het minst
-van allen.
-</p>
-<p>Slechts af en toe trok er een wolkje over zijn voorhoofd, dan dwaalden zijn blikken
-vol verwachting door het venster naar het station.
-</p>
-<p>Blijkbaar verwachtte hij nog een gast.
-</p>
-<p>Hoewel hij zijn jonge echtgenoote niets van het avontuur met den grooten onbekende
-had verteld, scheen ook zij niet geheel rustig.
-<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p>
-<p>Plotseling sprong dr. Marchner op.
-</p>
-<p>Een rijzige, slanke, elegante jonge man naderde van de zijde van het station. De sneeuw
-kraakte onder zijn veerkrachtige schreden.
-</p>
-<p>Een prachtige pelsjas omhulde zijn slanke gestalte.
-</p>
-<p>De onberispelijke cylinder deed den jongen man nog grooter schijnen dan hij was en
-paste volkomen bij het eenigszins bleeke, voorname, fijnbesneden gelaat met de dunne
-lippen en groote, heldere oogen.
-</p>
-<p>De nieuw aangekomene trok dadelijk de algemeene belangstelling.
-</p>
-<p>Dr. Marchner was hem reeds tegemoet gesneld.
-</p>
-<p>„Het verheugt mij, dat gij komt,” riep hij uit. „Ik had op u gewacht—ach, gij kunt
-niet begrijpen, wat ik gevoeld heb, sinds ik den laatsten keer uw huis verliet mijnheer—”
-</p>
-<p>„Baron <span class="corr" id="xd31e994" title="Bron: Von">von</span> Reutz,” antwoordde de nieuwe gast lachend.
-</p>
-<p>Dr. Marchner haastte zich, den jongen man onder dien naam aan de aanwezigen voor te
-stellen.
-</p>
-<p>Binnen eenige minuten vormde de jonge edelman het middelpunt van het gesprek.
-</p>
-<p>Het feest verliep op de vroolijkste wijze.
-</p>
-<p>De avond was genaderd en reeds maakte men zich gereed om naar Londen terug te keeren.
-</p>
-<p>Plotseling werd de deur geopend en een jonge man trad binnen, bij verschillende der
-aanwezigen welbekend.
-</p>
-<p>Het was Alfred Hopp.
-</p>
-<p>In zijn oogen straalde een duivelsche gloed.
-</p>
-<p>Zijn rechterhand omvatte een bundeltje papieren. Hiermede naderde hij den gelukkigen
-bruidegom en terwijl hij hem de papieren aanbood, sprak hij:
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dr. Marchner, ik geef u deze brieven als huwelijksgeschenk.”
-</p>
-<p>Een ademlooze stilte ontstond.
-</p>
-<p>Iedereen begreep, dat hier iets bijzonders gebeurde.
-</p>
-<p>De jonge vrouw was opgesprongen. Haar wangen waren doodsbleek geworden, met angstige
-blikken keek zij naar haar echtgenoot, die langzaam opstond en zijn hand naar de brieven
-uitstrekte.
-</p>
-<p>In hetzelfde oogenblik echter kwam een andere vuist tusschenbeide, zoo snel en vastberaden,
-dat Alfred Hopp de brieven niet had kunnen terugtrekken.
-</p>
-<p>Baron von Reutz stond met opgeheven hoofd tusschen de beide mannen; de brieven verdwenen
-in een der zakken van zijn jas.
-</p>
-<p>„Dat is een ongehoorde brutaliteit”, riep de zoon van den rijken fabrikant schuimbekkend
-van woede uit. „Hoe hebt gij den moed, mij die papieren afhandig te maken? Zij zijn
-bestemd voor dr. Marchner!”
-</p>
-<p>„Ik denk, dat gij u vergist!” antwoordde baron von Reutz, terwijl hij de armen over
-de borst kruiste en den jongen zwierbol met een vernietigenden blik aankeek.
-</p>
-<p>„Neen, ik vergis mij niet!” brulde Alfred Hopp. „Heeren, ik roep u aan als getuigen!
-Deze ellendeling heeft mij mijn papieren ontstolen!”
-</p>
-<p>„Voor deze leugen komt u een kleine kastijding toe”, antwoordde de edelman en hij
-gaf den woesteling een slag in het gezicht, zoodat deze achteruit tuimelde.
-</p>
-<p>„Dat zult gij boeten!” schreeuwde deze. „Heeren, deze ellendeling, die zich vermeet,
-op zulk een wijze op te treden, is—”
-</p>
-<p>Iedereen luisterde in gespannen verwachting.
-</p>
-<p>Baron von Reutz vertrok geen spier van zijn gelaat.
-</p>
-<p>Maar Alfred Hopp sprak het woord niet uit, dat hem op de lippen lag.
-</p>
-<p>Zijn gelaat verwrong zich nog meer en hij beet den baron toe:
-</p>
-<p>„Neen, het is nog te vroeg! Maar als gij denkt, mij te kunnen beletten, mijn plan
-uit te voeren, dan vergist gij u.
-</p>
-<p>„Dr. Marchner, ik beweer, dat ik oudere rechten heb op mevrouw Magda, dan gij. Gij
-zijt met mijn beminde getrouwd—in de papieren, die baron von Reutz mij afhandig heeft
-gemaakt, ligt het bewijs.”
-</p>
-<p>De uitwerking dezer woorden was verschrikkelijk.
-</p>
-<p>Dr. Marchner was doodsbleek geworden, zijn handen sidderden en bevend wendde hij zich
-tot zijn jonge <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>echtgenoote, zijn oogen dreigend en tegelijkertijd vragend op haar vestigend.
-</p>
-<p>De jonge vrouw zweeg.
-</p>
-<p>Zij wilde antwoorden, maar haar tong was als verlamd.
-</p>
-<p>Snikkend viel zij in haar stoel neer, zoodat het niet duidelijk was of schuldbewustzijn
-dan wel verdriet over de zware beleediging haar aangedaan, de ongelukkige verpletterde.
-</p>
-<p>Nu echter geschiedde iets onverwachts.
-</p>
-<p>Baron von Reutz trad naar voren en sprak, terwijl hij zich tot dr. Marchner wendde:
-</p>
-<p>„Ik beweer, dat deze kwajongen nu voor de tweede maal gelogen heeft. Het is er hem
-alleen om te doen, u uw jonge geluk te ontrooven.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Zijn vergiftigde, verdorven ziel weet zich met geen beter dingen bezig te houden dan
-zich te wreken op deugd en reinheid.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Om u te bewijzen, beste <span class="corr" id="xd31e1044" title="Bron: doktor">dokter</span>, dat hij gelogen heeft, overhandig ik u hier de papieren, die ik hem heb afgenomen.”
-</p>
-<p>Baron von Reutz haalde het pakje brieven uit zijn zak te voorschijn en gaf het den
-jongen dokter.
-</p>
-<p>De jonge vrouw, die bij de eerste woorden van den baron vol hoop had opgekeken, verbleekte
-opnieuw.
-</p>
-<p>Alfred Hopp genoot!
-</p>
-<p>Frans Werner, die nog bij de tafel zat, boog zijn hoofd over zijn bord.
-</p>
-<p>Dr. Marchner echter nam de brieven en opende het pakje.
-</p>
-<p>Hij doorvloog den eersten, den tweeden, den derden—zijn gelaat helderde op en eindelijk
-wendde hij zich tot zijn jonge vrouw, greep haar beide handen en sprak op zachten
-toon:
-</p>
-<p>„Vergeef mij, Magda, vergeef mij, dat ik ook slechts een oogenblik aan je heb durven
-twijfelen. Gij echter, ellendige kwajongen”, sprak hij tot Hopp, die verschrikt achteruitging,
-„gij zult mij rekenschap geven van een beleediging, die meer dan brutaal is.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Wanneer gij niet krankzinnig zijt, staat gij gelijk met een moordenaar, want gij doet
-uw best om anderen menschen hun geluk en eer te ontnemen.”
-</p>
-<p>Eenige oogenblikken was Alfred Hopp niet in staat om te antwoorden. De andere bruiloftsgasten
-echter, verontwaardigd over het voorgevallene, zetten den rustverstoorder met vereende
-krachten op straat.
-</p>
-<p>Baron von Reutz nam afscheid.
-</p>
-<p>Hij boog zich diep over de hand der jonge vrouw en bracht die aan zijn lippen.
-</p>
-<p>Zij keek hem aan met vochtige oogen en fluisterde:
-</p>
-<p>„Hoe kan ik u ooit genoeg danken?”
-</p>
-<p>Hij glimlachte.
-</p>
-<p>„Door steeds goed te blijven, mevrouw! Er zijn zoo weinig menschen, van wie men dat
-kan zeggen.”
-</p>
-<p>Zwijgend drukte hij den jongen dokter de hand.
-</p>
-<p>Daarop nam hij zijn hoed, opende de deur en sloeg den weg in naar het station.
-</p>
-<p>Plotseling stond Frans Werner voor hem.
-</p>
-<p>„Vergeef mij, dat ik u een oogenblik staande houd. Het komt niet te pas, dat weet
-ik wel. Ik ben ook maar een werkman, en weet niet in welke woorden ik u mijn grooten
-dank zal uitspreken. Maar gij begrijpt mij wel, nietwaar?”
-</p>
-<p>Baron von Reutz drukte Werners hand.
-</p>
-<p>„Ik begrijp u! Vaarwel!”
-</p>
-<p>„Nog iets, heer baron! Hoe hebt gij dat aangelegd? Het waren immers de brieven van
-mijn dochter, die de ellendeling aan mijn schoonzoon wilde geven.”
-</p>
-<p>De jonge edelman glimlachte.
-</p>
-<p>„Zeker! Maar er zijn omstandigheden in het leven, waarin men een goocheltoer moet
-aanwenden om het goede te bereiken, mijnheer Werner.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dat is een droevige waarheid, die echter mijn lijfspreuk is geworden. Ik heb den jongen
-man eergisteren een van die brieven afgenomen.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Hij meende slimmer te zijn dan ik en ik begreep, dat hij dit oogenblik zou uitzoeken
-om het geluk van de jonge mevrouw Magda voor altijd te vernietigen.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Daarom maakte ik vannacht een dozijn van dergelijke brieven gereed, die er zoo uitzagen
-als die, welke in zijn bezit waren.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Op die brieven schreef ik, terwijl ik Magda’s hand vervalschte, een paar nietszeggende
-gedichten. Ik bracht hierin eenige malen den naam van dr. Marchner, <span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span>zoodat deze ze hoogstens op zichzelf kon toepassen.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dit was het eenige middel om de brutale beschuldiging van dien schurk belachelijk
-te maken.”
-</p>
-<p>Met beide handen greep Frans Werner de rechterhand van den spreker.
-</p>
-<p>„Gij zijt een weldoener der menschheid!”
-</p>
-<p>Baron von Reutz glimlachte.
-</p>
-<p>Het was een weemoedig lachje.
-</p>
-<p>„Misschien wel—misschien ook niet, mijnheer Werner!”
-</p>
-<p>Hij haalde een pakje uit een zijner zakken te voorschijn en overhandigde dit aan den
-ouden man. Het bevatte de echte brieven van Magda.
-</p>
-<p>„Bewaar ze, mijnheer Werner. En als Magda ooit de beproevingen mocht vergeten, die
-zij heeft doorgemaakt,—mocht zij ooit in het leven struikelen, toon haar dan deze
-brieven, dan zal zij weer in het rechte spoor geraken.”
-</p>
-<p>Bij deze woorden draaide de jonge edelman zich om en met snelle schreden begaf hij
-zich naar het station.
-</p>
-<p>Frans Werner keek hem zwijgend na, totdat de hooge, slanke gestalte in het nachtelijk
-donker was verdwenen.
-</p>
-<p>Toen hij het station had bereikt, keek baron <span class="corr" id="xd31e1105" title="Bron: Von">von</span> Reutz vorschend om zich heen.
-</p>
-<p>„Het verbaast mij, dat er nog geen politie aanwezig is,” mompelde hij. „Mijn vriend
-Hopp schijnt een heel bijzonder plan te hebben opgemaakt.”
-</p>
-<p>Hij bleef eenige oogenblikken nadenkend staan, daarop wendde hij zich naar een coupé
-eerste klasse. Terzelfdertijd stonden onder de hooge boomen, die het stationsgebouw
-omgaven, twee mannen bij elkaar.
-</p>
-<p>Een van hen was Alfred Hopp, de andere was een jonge man, die er uitzag als een gemeen
-sujet en die ongetwijfeld niet paste in de mooie kleeren, welke hij droeg.
-</p>
-<p>Hoewel hij een slanke gestalte had, had hij niet de houding van een man, die gewend
-is, zich in goede kringen te bewegen.
-</p>
-<p>Nieuwe glacé’s bedekten zijn groote handen, op het vierkante hoofd met scherpe, hoekige
-lijnen en waarin een paar doordringende, loerende oogen schitterden, droeg hij een
-grijzen, eleganten vilten hoed.
-</p>
-<p>„Dus je weet, wat ik je beloofd heb, Frits, doe je zaken goed!” sprak Hopp.
-</p>
-<p>De andere lachte brutaal.
-</p>
-<p>„Gij kunt mij gerust vertrouwen! In dit gedeelte van Londen is niemand, die het mij
-verbetert!”
-</p>
-<p>Alfred Hopp knikte.
-</p>
-<p>„Je wacht mij op de afgesproken plek morgenavond, dan breng ik je het geld. En vergeet
-één ding niet. Ergens vóór Hydepark spring jij er af! Baxter rijdt met vijf politiebeambten
-in denzelfden trein. Zij zijn Raffles te slim af. Doe je werk goed!”
-</p>
-<p>De persoon, dien Hopp met den naam Frits had aangesproken, lachte met breeden grijns
-en verdween.
-</p>
-<p>Hij was een berucht inbreker, misschien nog erger, een kerel, dien de jonge Hopp reeds
-meermalen had gebruikt om lieden, die hem lastig waren, voor eenigen tijd onschadelijk
-te maken.
-</p>
-<p>Dezen keer echter stonden er veel ernstiger dingen op het spel.
-</p>
-<p>Frits had zijn hoed ver over het voorhoofd gedrukt en sloop met eenigszins voorovergebogen
-hoofd en met loerende oogen langs de spoorwegwaggons, terwijl hij in elke coupé keek.
-</p>
-<p>Raffles zag plotseling een paar bloeddorstige, hatelijke oogen naar binnen kijken.
-Daarop werd de deur geopend en een man met zeer twijfelachtig uiterlijk stapte binnen.
-</p>
-<p>Een halve minuut later zette de trein zich in beweging.
-</p>
-<p>Hijgend stoomde hij door het besneeuwde bosch, dat als in een mantel van sneeuw vóór
-hen lag.
-</p>
-<p>Raffles leunde achterover in de kussens.
-</p>
-<p>Een fijn glimlachje speelde om zijn lippen. Langzaam sloot hij de oogen—zoo verliepen
-ongeveer tien minuten.
-</p>
-<p>Toen scheen hij te slapen.
-</p>
-<p>Maar hij sliep niet.
-</p>
-<p>Door de bijna gesloten oogleden bespiedde hij elke beweging van zijn geheimzinnigen
-reisgenoot.
-</p>
-<p>Deze had eerst schijnbaar niet op hem gelet. Nu <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>echter, toen hij bemerkte, dat de ander sliep, naderde hij het raampje.
-</p>
-<p>Eenige oogenblikken bleef hij daar staan om naar het besneeuwde bosch te kijken.
-</p>
-<p>Met een haastige beweging drukte hij zijn hoed nog dieper over het voorhoofd, waarop
-hij zich naar Raffles omwendde.
-</p>
-<p>Regelmatig ging de borst van den slapenden reiziger op en neer.
-</p>
-<p>Met een snelle beweging draaide Frits nu het licht bovenin de coupé uit en eenige
-minuten later sprong hij zoo haastig uit den wagen, dat hij met eenige wonden aan
-het hoofd van den spoordijk afrolde, totdat hij eindelijk nog slechts met moeite kon
-opstaan.
-</p>
-<p>„En weet gij volkomen zeker, dat het werkelijk Raffles is, die zich in den trein bevindt?”
-vroeg Baxter reeds voor den derden keer aan den jongen Hopp, die met hem in dezelfde
-coupé zat. Hij had <span class="corr" id="xd31e1142" title="Bron: telephonisch">telefonisch</span> bericht ontvangen, dat Raffles, de groote onbekende, des avonds om zes uur dertig
-van N. naar. B. zou reizen.
-</p>
-<p>De kapitein was juist aangekomen om met zijn beambten in den vertrekkenden trein te
-kunnen meerijden.
-</p>
-<p>Hopp antwoordde:
-</p>
-<p>„Gij moogt mij gerust den grootsten ezel van geheel Londen noemen, mijnheer, als ik
-u dezen keer Raffles niet met huid en haar uitlever.”
-</p>
-<p>De ander knikte.
-</p>
-<p>„Ik heb in mijn leven nog nooit iemand zoo gehaat als dezen Raffles,” sprak hij, terwijl
-hij met zijn hand over het voorhoofd streek.
-</p>
-<p>„Die kerel brengt mij tot wanhoop. Ik zal op deze manier nog gek worden! Overal waar
-men komt hoort men over Raffles spreken! Het is om stapelgek te worden!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar nu, de duivel moge mij halen, als er nu niet een einde komt aan de zaak!”
-</p>
-<p>„Ik hoop het van ganscher harte!” antwoordde Alfred Hopp op eerlijken toon.
-</p>
-<p>Bij elk station, waar de trein stopte, verlieten de beambten den waggon. Baxter had
-besloten om af te wachten tot de trein het station B. bereikt zou hebben, waar hij
-Raffles kortweg zou arresteeren en naar de gevangenis brengen.
-</p>
-<p>Raffles stapte werkelijk nergens uit.
-</p>
-<p>Eindelijk had de trein het eindstation B. bereikt.
-</p>
-<p>Op een drafje snelde Baxter hijgend van inspanning, langs de wagens, gevolgd door
-den mageren Hopp.
-</p>
-<p>Baxter opende de deur van de coupé, waarin Raffles zat, en keek naar binnen.
-</p>
-<p>Een oogenblik bleef hij als vastgenageld op de treeplank staan.
-</p>
-<p>Daarop klom hij naar binnen, waar de anderen hem volgden en, verbleekend, riep hij
-uit:
-</p>
-<p>„Wat is hier gebeurd? Staat de geheele wereld op haar kop?”
-</p>
-<p>„Maar help mij toch!”, smeekte een oude heer in de coupé. „Ziet gij dan niet, dat
-ik aan handen en voeten gebonden ben?”
-</p>
-<p>Hij, die deze woorden sprak, was een grijsaard van ongeveer vijf-en-zestig jaar.
-</p>
-<p>Hij was inderdaad aan handen en voeten gekneveld en sprak met van ontroering heesche
-stem. Met doffe oogen keek hij naar de beambten op.
-</p>
-<p>„Snel, snel!” riep hij op klagenden toon. <span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Mijn portefeuille! Blijf hier toch niet werkloos staan! Drieduizend pond zijn mij
-ontstolen!”
-</p>
-<p>„Maar wie deed dat?” vroeg inspecteur Baxter op verbaasden toon.
-</p>
-<p>„Wie?” kermde de oude heer. „Vraagt gij ook nog wie? Raffles! Raffles heeft mij overvallen
-en mij bestolen!”
-</p>
-<p>Ook de jonge Hopp was sprakeloos. Hij vreesde, door den inspecteur ter verantwoording
-te zullen worden geroepen en daar hij niet van onaangenaamheden hield, maakte hij
-zich ijlings uit de voeten.
-</p>
-<p>Intusschen luisterde Baxter naar de mededeelingen van den ouden heer, die nauwkeurig
-aangaf, in welke richting Raffles was gevlucht.
-</p>
-<p>Onmiddellijk werd jacht gemaakt op den gauwdief.
-</p>
-<p>De politiebureaux in de omgeving van Londen kregen telefonisch bericht en Baxter maakte
-zich met zijn <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>lieden gereed om den vluchteling in te halen, terwijl de oude heer zijn adres opgaf
-en naar zijn hotel reed.
-</p>
-<p>Des avonds om tien uur werd Raffles gevangen genomen.
-</p>
-<p>Wel had hij wanhopige pogingen gedaan om te ontsnappen, maar hij was aan alle kanten
-omsingeld en wist zich niet meer te redden.
-</p>
-<p>Een korte, wanhopige strijd ontstond, maar het einde hiervan was, dat Raffles, die
-nog had getracht zich door vermomming onkenbaar te maken, naar de Londensche gevangenis
-werd gebracht.
-</p>
-<p>Den volgenden dag weerklonk de naam van Raffles weer door de Londensche straten.
-</p>
-<p>„Raffles gevangen genomen”, zoo luidden de berichten, „Raffles in de gevangenis”,
-„Raffles ontkent”, „Raffles beweert, iemand anders te zijn, maar hij wil niet zeggen,
-wie!”, „Raffles beweert, dat hij een Franschman is en dat hij papieren bij zich heeft
-gedragen op naam van Lord Lister!”, „Lord Lister is Raffles!”
-</p>
-<p>Zoo klonk het luid geschreeuw op alle hoeken van straten, waar courantenventers stonden.
-</p>
-<p>Men vocht om de nieuwsbladen.
-</p>
-<p>Men verslond den inhoud, de bijzonderheden omtrent de aanhouding van Raffles en zijn
-laatste streek, de berooving van een reiziger.
-</p>
-<p>Het was werkelijk noodeloze moeite, dat Raffles alles ontkende.
-</p>
-<p>Men had het bedrag, dat hij den reiziger had ontstolen, in, in zijn bezit gevonden.
-</p>
-<p>Inspecteur Baxter zelf overhandigde den bestolene het geld.
-</p>
-<p>Raffles, die eindelijk inzag, dat hij verloren was, bekende, dat hij werkelijk de
-groote onbekende was.
-</p>
-<p>De behandeling der zaak zou over twee maanden plaats vinden.
-</p>
-<p>Maar op den tweeden dag na de inhechtenisneming van Raffles geschiedde iets, wat men
-niet had verwacht.
-</p>
-<p>De rechter van instructie, die de zaak leidde, werd op dien dag telefonisch opgebeld.
-</p>
-<p>„Zijt gij het, mijnheer de rechter van instructie? Ja? Ik heb vernomen, dat gij voortdurend
-op Raffles schimpt. Kent gij dien Raffles persoonlijk? Ja?”
-</p>
-<p>De rechter van instructie, verbaasd en woedend tegelijk, omdat iemand het waagde,
-hem in zijn werkuren te komen storen, antwoordde door de telefoon:
-</p>
-<p>„Zeker ken ik Raffles. Hij verschaft mij werk genoeg met al zijn streken en ik vind,
-dat hij lang niet zoo knap en elegant is als men hem altijd heeft beschreven.”
-</p>
-<p>„Zoo?” klonk het op spottenden toon. „Nu, ik heb er wel eens anders over hooren spreken.
-Wanneer heeft de behandeling der zaak plaats?”
-</p>
-<p>„Over twee maanden. Adieu.”
-</p>
-<p>„Nog een oogenblikje, heer rechter. Raffles zal niet tegenwoordig zijn bij die behandeling.”
-</p>
-<p>„Zoo? Ik zal er wel voor zorgen, dat hij aanwezig is, waarde heer!”
-</p>
-<p>„En ik verzeker u, dat hij er niet bij tegenwoordig zal zijn!”
-</p>
-<p>„Hoe kunt gij dat zoo nauwkeurig weten? Wilt gij mij voor den gek houden?”
-</p>
-<p>„Volstrekt niet. Ik heb te veel respect voor u. Maar ik herhaal, dat Raffles niet
-zal verschijnen.”
-</p>
-<p>Nu begon het gesprek den rechter van instructie te vervelen.
-</p>
-<p>Hij belde af.
-</p>
-<p>Twee minuten later trad de directeur van de gevangenis, waarin Raffles was opgesloten,
-bij hem binnen.
-</p>
-<p>„Een oogenblik, heer rechter van instructie. Ik ontvang daar juist een brief, waarin
-Raffles mij meedeelt, dat hij in geen geval bij de behandeling van zijn zaak zal tegenwoordig
-zijn.”
-</p>
-<p>„Wat?” riep de ander uit. „Och kom!” vervolgde hij na een oogenblik nadenken, „de
-een of andere onbeschaamde vlegel houdt ons voor den gek!”
-</p>
-<p>De gevangenisdirecteur haalde zijn schouders op.
-</p>
-<p>„Dat dacht ik ook. Maar het ongelukkige is, dat wij hebben uitgemaakt, dat deze brief
-onbetwist door Raffles zelf moet zijn geschreven.”
-</p>
-<p>„Maar beste directeur, dat is immers onmogelijk. Raffles is bij u gedetineerd. Gij
-zult zeker zelf het <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>beste weten, of hij in zijn cel een brief kan schrijven en dezen op de post bezorgen.
-Kan dat?”
-</p>
-<p>„Datzelfde heb ik al honderd keer tegen <span class="corr" id="xd31e1223" title="Bron: mij zelf">mijzelf</span> gezegd. Maar ik kan die gedachte niet van mij afzetten. Reeds driemaal heeft men
-mij opgebeld en telkens beweerde men, dat het Raffles was, met wien hij sprak.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik ben er zenuwachtig van en kan mijn gedachten niet meer bij elkaar houden. Die Raffles—”
-</p>
-<p>De directeur werd gestoord door het luide geschreeuw van een courantenjongen, die
-onder het raam schreeuwde:
-</p>
-<p>„Een nieuwe streek van Raffles! Raffles als inbreker, terwijl hij in de gevangenis
-zit! Raffles, de toovenaar! Een diefstal van twee <span class="corr" id="xd31e1232" title="Bron: milloen">millioen</span> ten huize van Isaac Robinstein.”
-</p>
-<p>De beide heeren keken elkaar met doodsbleeke gezichten aan.
-</p>
-<p>In hetzelfde oogenblik werd de deur geopend en de landsadvocaat trad binnen.
-</p>
-<p>„De couranten weten het natuurlijk alweer! Ik kom zojuist van de villa Robinstein,
-heeren! Twee millioen is daar gestolen.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>De dief is binnengedrongen op de meesterlijkste wijze. Hij heeft de brandkast vernield
-en twee millioen gestolen.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Als ik Robinstein niet kende als een gewetenlooze woekeraar, zou ik medelijden met
-hem hebben.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Mijnheer de rechter van instructie, wat zegt gij van dezen brief?”
-</p>
-<p>De advocaat wierp, een stuk papier op tafel. Hierop stond:
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first">„Ik ben zoo vrij, u mede te deelen, dat ik het baantje van strafrechter op mij heb
-genomen, omdat tot dusverre geen enkele bevoegde autoriteit zich de moeite heeft gegeven,
-maatregelen te nemen tegen de schandelijke <span class="corr" id="xd31e1253" title="Bron: practijken">praktijken</span> van den te dezer stede welgestelden Isaac Robinstein.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik zal het geld aanwenden voor de armen, wier schuldeischer hij is.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik zou gaarne nog veel interessante bijzonderheden openbaar maken, die ik te weten,
-ben gekomen uit de particuliere correspondentie van Robinstein, maar de tijd ontbreekt
-mij, want over een kwartier moet ik alweer in mijn cel zitten.
-</p>
-<p class="signed"><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>JOHN C. RAFFLES.”</p>
-</blockquote><p>
-</p>
-<p>De rechter van instructie sloeg met de hand op tafel, zoodat het papier in de hoogte
-sprong.
-</p>
-<p>„Ongelooflijk! Ik word gek! O, die Raffles! Ik wou, dat hij veranderde in een zoutpilaar.
-Het is om dol te worden!”
-</p>
-<p>De directeur der gevangenis balde de vuisten.
-</p>
-<p>„Ik kan u verzekeren, dat Raffles in de gevangenis zit,” sprak hij tandeknarsend,
-„dat de wacht elke twee uur de ronde doet en dat het tot de allergrootste onmogelijkheden
-behoort, dat hij ook maar een enkel oogenblik zijn cel zou hebben verlaten!”
-</p>
-<p>„Ik zou aan bedrog denken,” sprak de landsadvocaat op diepzinnigen toon, „als de inbraak
-bij Robinstein niet op zoo geniale wijze op touw was gezet! Dat was het werk van Raffles!
-En ook deze brief kan van niemand anders komen!”
-</p>
-<p>„Ik word krankzinnig!” riep de rechter van instructie uit.
-</p>
-<p>Hierop belde hij en beval den binnentredenden bediende om Raffles binnen te brengen.
-</p>
-<p>Tien minuten later werd Raffles binnengebracht.
-</p>
-<p>De drie heeren keken hem aan met blikken vol woede, maar tegelijkertijd met verholen
-bewondering.
-</p>
-<p>„Staat gij in eenige relatie met de buitenwereld, Raffles?” vroeg de rechter van instructie.
-</p>
-<p>Raffles schudde het hoofd.
-</p>
-<p>„Neen, Edelachtbare.”
-</p>
-<p>„Zult gij er eindelijk eens mee ophouden ons nog langer voor den gek te houden?”
-</p>
-<p>„Ik denk er niet aan, Edelachtbare, om u voor den gek te houden!”
-</p>
-<p>De rechter van instructie opende een sigarenkistje en keek den beschuldigde met half
-toegeknepen oogen aan.
-</p>
-<p>„Ga zitten, Raffles. Wilt gij een sigaar opsteken? Echte havanna’s! Gij zijt een goede
-sigaar gewend, Raffles! Luister eens! Wilt gij eenige gunsten?
-<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Er zal waarschijnlijk niets op tegen zijn, dat gij af en toe een glas wijn drinkt.
-Gij zijt tot nu toe immers nog slechts in voorarrest.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar zeg mij in ’s hemels naam, wat gebeurt er in Londen?”
-</p>
-<p>Raffles stak langzaam een sigaar op, blies de rookwolken naar het plafond en sprak:
-</p>
-<p>„Ik heb al betere sigaren gerookt, Edelachtbare. Tegen den wijn heb ik geen bezwaar.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Voor de rest ben ik niet van plan, op een uwer vragen te antwoorden.”
-</p>
-<p>„Kerel! Zijt gij dol? Ik wil weten, wat die inbraak bij Robinstein te beduiden heeft!”
-</p>
-<p>„Bij Robinstein? Dat ben ik geweest, Edelachtbare.”
-</p>
-<p>„En gij zit in uw cel?”
-</p>
-<p>„Ik werd uit mijn cel afgehaald, Edelachtbare.”
-</p>
-<p>De rechter sprong op en riep den cipier toe:
-</p>
-<p>„Breng Raffles weg! De sigaren en den wijn mag hij niet hebben!”
-</p>
-<p>Nadat Raffles weggeleid was, sprak de rechter van instructie:
-</p>
-<p>„Wat nu, heeren?”
-</p>
-<p>„Ja, wat nu?”
-</p>
-<p>Op dit oogenblik belde de telefoon.
-</p>
-<p>„Hier rechter van instructie. Wie daar? Wie? Raffles? Groote Hemel!”
-</p>
-<p>Intusschen klonk hef door de telefoon:
-</p>
-<p>„Waarom moet ik weer terug in mijn cel, Edelachtbare? Een dergelijk verhoor heeft
-immers niet de minste waarde! Laat mij eindelijk met rust! Op de openbare zitting
-verschijn ik toch niet!”
-</p>
-<p>„Van waar uit telefoneert gij eigenlijk?”
-</p>
-<p>„Op het bijpostkantoor no. 29, Edelachtbare. Maar ik ben allang weer weg, als de politie
-komt!”
-</p>
-<p>„En zijt gij Raffles?”
-</p>
-<p>„Ik ben Raffles, op mijn woord van eer! Adieu!”
-</p>
-<p>De rechter van instructie hing de telefoon aan den haak en deelde den beiden heeren
-den inhoud van het gesprek mee.
-</p>
-<p>„Ik word krankzinnig!” zoo eindigde hij als gewoonlijk.
-</p>
-<p>De directeur der gevangenis echter sprak:
-</p>
-<p>„Er blijft ons nog één ding over: Ik zal Raffles in zijn cel laten bewaken. Een tweeden
-wacht zal ik dag en nacht voor de cel laten patrouilleeren.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Gij, heer rechter van instructie, wilt er zeker wel voor zorgen, dat de gevangenis
-door voldoende politiemacht wordt omsingeld.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Al gelukt het ons ook niet, het geheimzinnige in deze zaak uit te visschen, in elk
-geval moeten wij Raffles beletten, uit te breken.”
-</p>
-<p>Dit plan vond instemming.
-</p>
-<p>De drie heeren overlegden alles nog eens breedvoerig, daarop keerde de advocaat naar
-zijn bureau, de directeur naar de gevangenis terug.
-</p>
-<p>Op straat werd hij opgehouden door een grooten volksoploop. Hij boog zich uit het
-raampje van zijn rijtuig en vroeg:
-</p>
-<p>„Wat is hier gebeurd?”
-</p>
-<p>„Men heeft Raffles hier zooeven gezien!” riep een man, „maar hij is alweer weg!”
-</p>
-<p>„De duivel moge u allen te zamen halen,” bromde de directeur, terwijl hij zich weer
-in het rijtuig terugtrok.
-</p>
-<p>„Als het zoo doorgaat, wordt geheel Londen krankzinnig!”
-<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch6" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">ZESDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">EEN GENIALE STREEK.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De landsadvocaat was een <span id="xd31e1341"></span>van de meest gevreesde juristen in Londen. Zijn welsprekendheid overtrof alles wat
-men ooit in Engelsche rechtszaken had gehoord; zijn logica was scherp—maar het was
-jammer, dat hij aan zijn bekwaamheden een groote mate van zelfingenomenheid paarde.
-</p>
-<p>Het gebeurde slechts zelden, dat een beschuldigde, die in handen viel van den landsadvocaat,
-het gerechtsgebouw op vrije voeten weer verliet, of hij schuldig dan wel onschuldig
-was.
-</p>
-<p>Hoogst zelden gelukte het een verdediger, het fijne net, dat de openbare aanklager
-wist te spannen, te vernietigen.
-</p>
-<p>Het proces tegen Raffles, den grooten onbekende, naderde.
-</p>
-<p>Nog slechts twee dagen moesten verloopen en heel Londen wachtte gespannen.
-</p>
-<p>De dames en heeren uit de voornaamste kringen vochten om de entreekaarten, want het
-gold hier een sensatiezaak, zooals Londen ze zelden beleefde.
-</p>
-<p>De landsadvocaat was vrijgezel.
-</p>
-<p>Zijn enorme rijkdom maakte hem volkomen onafhankelijk. Hij bezat een bijna vorstelijk
-huis in Regentpark. Het was geheel volgens zijn eigen smaak ingericht.
-</p>
-<p>Somber en grijs zag het er uitwendig uit en ook van binnen was het somber, antiek
-en zonder eenige moderne opschik of weelde.
-</p>
-<p>Het was twaalf uur in den nacht toen de advocaat de trap van zijn woning opging. Hij
-zond zijn bediende reeds in de gang heen, want hij wilde nog werken en wenschte daarbij
-niet gestoord te worden.
-</p>
-<p>Hij nam plaats bij de tafel in zijn studeerkamer en haalde een lijvigen aktenbundel
-te voorschijn, waarop in dikke, ronde letters stond:
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first center"><span class="ex">Raffles.</span>
-</p>
-<p>Daaronder stond:
-</p>
-<p><span class="ex">Aangeklaagd wegens diefstal, inbraken, vrijheidsberooving, beleediging van beambten,
-bespotting der autoriteiten, vergrijpen tegen stedelijke verordeningen, betreffende
-het rijden met rijwiel of auto, enz. enz. in meer dan negen en dertig gevallen.</span></p>
-</blockquote><p>
-</p>
-<p>De advocaat boog zich over de <span class="corr" id="xd31e1367" title="Bron: acten">akten</span> en zette de openbare aanklacht op papier, een combinatie van logische gedachten en
-gevolgtrekkingen, in welk net Raffles verward moest raken, zonder een enkelen uitweg
-te kunnen vinden.
-</p>
-<p>Terwijl de advocaat schreef, was het doodstil in de kamer. Slechts af en toe kraakte
-het in een der oude eikenhouten meubelen.
-</p>
-<p>Zwijgend keken de schilderijen uit hun omlijstingen neer op den laten werker.
-</p>
-<p>De advocaat keerde het blad papier om—maar met een onderdrukten kreet sprong hij op.
-</p>
-<p>Deze bladzijde was reeds beschreven.
-</p>
-<p>Hij vertrouwde zijn oogen niet.
-</p>
-<p>Opnieuw boog hij zich over het blad, hij zette zijn lorgnet op—maar het veranderde
-niet; dit blad was reeds beschreven.
-</p>
-<p>In koortsachtige haast sloeg hij de vorige bladzijden op—hij wist zeker, hoeveel hij
-geschreven had—hij wist zeker, dat de volgende bladen nog leeg waren geweest.
-</p>
-<p>„Ik ben opgewonden!” sprak hij tot zichzelf. „Dat komt van de alcohol!”
-</p>
-<p>Daarop nam hij zijn horloge in de hand en volgde <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>driemaal den langzamen cirkelgang van de secondewijzer.
-</p>
-<p>„Maar ik ben toch volkomen nuchter!” riep hij woedend uit. „En dit blad is nog altijd
-beschreven!”
-</p>
-<p>Het was zijn eigen schrift. Hij was dus krankzinnig of—
-</p>
-<p>Ja, was er dan een andere mogelijkheid?
-</p>
-<p>Maar moest hij dan gelooven, dat hij gek was? Neen! Een dergelijk geval was in zijn
-familie nooit voorgekomen! En dat dit zoo opeens gekomen was—neen! Neen!
-</p>
-<p>Hij boog zich over het papier, want hij bedacht, dat hij nog niet gelezen had wat
-er op het papier stond.
-</p>
-<p>In het kleine, krabbelige schrift, dat geheel overeenkwam met zijn eigenaardig karakter,
-stond er het volgende:
-</p>
-<p>„Zonder twijfel zal ik mij niet meer herinneren, dat ik deze regelen neergeschreven
-heb, want mijn stemming verandert elk uur.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar zooveel is zeker, dat ik op de een of andere wijze een weg moet zoeken om mijzelf
-duidelijk te maken dat, wat waarheid is en wat ik in een helder oogenblik begrepen
-heb.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Raffles is onschuldig!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Raffles is volkomen onschuldig! Ik zal deze woorden zoolang herhalen, totdat ik ze
-eindelijk geloof, want het zou grenzenloos onrechtvaardig zijn om Raffles te veroordeelen!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Verder beveel ik mijzelf op dit oogenblik, mij niet van mijn plaats te begeven, mijn
-hand niet van het papier weg te nemen, geen oogenblik te trachten op te staan of naar
-een revolver te grijpen, maar doodstil, als onder den invloed van persoonlijk magnetisme,
-te blijven zitten.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>En dan beveel ik mijzelf, het hoofd langzaam op te heffen en mijn oog te richten op
-het groote portret in olieverf van Chamberlain, dat tegenover mij hangt.—”
-</p>
-<p>De advocaat vergat, zijn mond te sluiten; langzaam, heel langzaam hief hij zijn hoofd
-op en keek naar het portret, dat vlak tegenover hem hing en een gevoel van verlamming
-maakte zich van hem meester.
-</p>
-<p>De advocaat uitte een kreet van verrassing en schrik. Hij wendde het hoofd af en keek
-daarna weer opnieuw naar het schilderij dat in zijn zware eikenhouten lijst aan den
-donkeren muur hing—en opnieuw stiet hij een half onderdrukten gil uit—het hoofd van
-Chamberlain leefde, het bewoog de oogen, het zag hem aan met een dreigenden blik.
-Een glimlach, die niet bij dat gelaat paste, speelde om den mond, een brutaal glimlachje,
-dat nu zoo waar overging in een luid, ongedwongen lachen, en nu—waarachtig, nu kwam
-de geheele figuur uit de omlijsting te voorschijn en naderde den advocaat.
-</p>
-<p>Nu had deze echter zijn zelfbeheersching terug gekregen.
-</p>
-<p>Buiten zichzelf van woede sprong hij op en riep:
-</p>
-<p>„Ellendeling! Hoe durft gij het wagen, zoo met mij te spelen? Wie zijt gij?”
-</p>
-<p>De ander glimlachte, streek met zijn blanke, goedverzorgde hand over zijn onberispelijken
-rok en antwoordde:
-</p>
-<p>„Raffles!”
-</p>
-<p>Vernietigd, gebroken, zuchtend zonk de advocaat in zijn stoel terug.
-</p>
-<p>„Raffles!” herhaalde hij. „Raffles! Raffles en altijd weer Raffles! Maar zijt gij
-dan de duivel in eigen persoon? Hoe komt gij hier?”
-</p>
-<p>„Langs den gewonen weg, mijnheer, langs de trap en door de deur. Ik was echter tot
-mijn spijt genoodzaakt om gebruik te maken van een valschen sleutel!”
-</p>
-<p>De advocaat keek den ongenoodigden bezoeker aan.
-</p>
-<p>Inderdaad, het was dezelfde persoon, die in de gevangeniscel achter slot en grendel
-zat. Zijn hand greep naar de telefoon, maar bliksemsnel belette Raffles hem dit.
-</p>
-<p>„Geen alarm, mijnheer! Ik begrijp, dat mijn bezoek u verbaast. Maar ik wil het u niet
-langer lastig maken. Ik zou uw woning al verlaten hebben voordat gij thuis kwaamt,
-maar toevallig verscheent gij tien minuten eerder dan ik had berekend.”
-</p>
-<p>„Zijt gij dan al langer hier?” vroeg de advocaat, <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>terwijl zijn arm heel, heel langzaam, zoodat Raffles het onmogelijk kon merken, naar
-beneden gleed in de schuiflade, waarin de revolver lag.
-</p>
-<p>„Gij staat mij zeker toe om plaats te nemen? Ik vermoed, dat gij verschillende vragen
-tot mij te richten zult hebben.”
-</p>
-<p>En Raffles nam plaats, haalde zijn cigarettenkoker te voorschijn, bood die den advocaat
-aan en vroeg:
-</p>
-<p>„Kan ik u dienen? Uitstekende sigaretten! Regelrecht uit Constantinopel ingevoerd!”
-</p>
-<p>De advocaat hief met afwerend gebaar zijn hand op.
-</p>
-<p>„Ik dank u! Ik rook geen sigaretten!”
-</p>
-<p>Raffles glimlachte, streek een lucifer af en eenige oogenblikken later blies hij de
-fijne, blauwe, geurige rookwolkjes om zich heen.
-</p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik werd een lade met kracht opengerukt en de advocaat stond met
-een opgericht hoofd als een God der Wraak voor den indringer, wien hij een zesloops
-revolver voorhield.
-</p>
-<p>„Op de knieën, ellendeling! Het spel is uit—gij zijt in mijn macht!”
-</p>
-<p>Maar Raffles bleef kalm zitten. Hij strekte zijn lange beenen nog verder uit, blies
-den cigarettenrook behaaglijk in de lucht, trok de wenkbrauwen op en vroeg:
-</p>
-<p>„Waarom windt gij u zoo op? En waarvoor is het noodig, dat ik kniel? Dat strijdt ten
-eenenmale met mijn principes. Als gij zoo ongastvrij zijt, zal ik liever uw woning
-verlaten.”
-</p>
-<p>„Neen, dat zult gij niet!”
-</p>
-<p>„Niet? Ik dacht, dat gij mij graag kwijt zoudt zijn! Ik heb echter den tijd!”
-</p>
-<p>„Geen gekheid, alstublieft! Als gij niet binnen drie seconden de armen in de hoogte
-strekt, jaag ik u een kogel door de hersens.”
-</p>
-<p>„Maar dat zou immers een moord zijn! Gij bevindt u immers niet in levensgevaar! Bedenk
-eens, welk een vreeselijke aanklacht gij dan tegen uzelf zoudt moeten houden! Gij
-zult toch niet een onschuldig mensch, zooals ik ben willen doodschieten?”
-</p>
-<p>De advocaat dacht er niet over om Raffles dood te schieten. Hij wilde hem alleen een
-kogel door den rechter arm jagen, opdat hij zich niet meer zou kunnen verdedigen.
-</p>
-<p>Toen dus zijn laatste bevel niet werd opgevolgd, stond de advocaat op om zijn bediende
-te bellen.
-</p>
-<p>„Doe geen moeite!” sprak Raffles. „Ik heb de bel afgezet!”
-</p>
-<p>„In ’s hemels naam, denkt gij dan aan alles?”
-</p>
-<p>„Ja, aan alles, mijnheer!”
-</p>
-<p>Maar de voorname ambtenaar had er nu genoeg van om zich te laten beetnemen. Hij pakte
-den indringer woedend beet en trachtte hem op den vloer te werpen. Was het echter
-slechts toeval of bezat Raffles een buitengewone kracht en behendigheid—inplaats van
-Raffles viel de aanvaller zelf op het tapijt.
-</p>
-<p>In het volgende oogenblik echter stond de advocaat weer tegenover Raffles, hij hief
-zijn revolver op en hield die met uitgestrekten arm zijn tegenstander voor de oogen.
-</p>
-<p>„Op de knieën of ik schiet, er moge van komen wat er wil!”
-</p>
-<p>„Ik zei u immers al, dat ik niet kniel!” antwoordde Raffles op onverschilligen toon.
-„Waarom? Ik ben niet van plan, mijn pantalon stoffig te maken!”
-</p>
-<p>„Ik schiet!”
-</p>
-<p>„Gerust, mijnheer! Dat ding geeft immers toch geen vuur!”
-</p>
-<p>„Gij vergist u! Ik heb de revolver zelf geladen!”
-</p>
-<p>„Best mogelijk! Maar ik haalde de patronen er weer uit!”
-</p>
-<p>De advocaat drukte af.
-</p>
-<p>Inderdaad, de revolver was niet geladen!
-</p>
-<p>Bevend van woede zonk hij in zijn stoel terug en met vonkelende oogen keek hij den
-man aan, die zijn gevaarlijk spel dreef met iedereen, die zijn weg kruiste.
-</p>
-<p>„Nu zult u wel inzien, mijnheer, dat het de verstandigste partij is om mij weer te
-laten heengaan.”
-</p>
-<p>Raffles keek op zijn horloge.
-</p>
-<p>„Ik moet over een half uur weer in de gevangenis terug zijn, mijnheer, ik moet mij
-dus het genoegen ontzeggen, u verder gezelschap te houden.”
-</p>
-<p>Raffles haalde een revolver te voorschijn.
-<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p>
-<p>„<i>Deze</i> is geladen! Ik verzoek u het mij op geen enkele manier moeilijk te maken om uw huis
-te verlaten, ik zou anders genoodzaakt zijn vuur te geven!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Vaarwel en denk nog eens aan mij!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>A propos—op de terechtzitting kom ik niet, Edelachtbare!”
-</p>
-<p>De advocaat antwoordde:
-</p>
-<p>„En als ik het je nu eens vriendelijk, verzocht, Raffles? Gij bezit immers zoo bijzonder
-veel moed! Zijt gij bang om te verschijnen?”
-</p>
-<p>Raffles glimlachte.
-</p>
-<p>„Volstrekt niet! Als het u genoegen doet—”
-</p>
-<p>„Zeer zeker, Raffles. Dus je komt?”
-</p>
-<p>„Met genoegen! Omdat gij het zoo gaarne hebt, mijnheer de advocaat, zal ik u dat pleizier
-doen!”
-</p>
-<p>„Op uw eerewoord?”
-</p>
-<p>„Op mijn woord van eer!”
-</p>
-<p>De advocaat knikte.
-</p>
-<p>„Vaarwel!”
-</p>
-<p>Raffles maakte een beleefde buiging, hoffelijk als een echte gentleman en ging naar
-de deur.
-</p>
-<p>De advocaat was hem ondanks de hem afgeperste belofte, graag achterna gesneld, maar
-Raffles hield zijn revolver steeds gereed.
-</p>
-<p>Eerst nadat hij de deur achter zich gesloten had, stak hij het gevaarlijke wapen weer
-bij zich, terwijl hij mompelde:
-</p>
-<p>„Waar zoo’n cigarettenknipper al niet goed voor is!”
-</p>
-<p>En met langzame schreden daalde hij de trap af.
-</p>
-<p>De advocaat wachtte eenige oogenblikken, daarna snelde hij naar de deur om zijn bediende
-te roepen.
-</p>
-<p>Maar de deur was op slot. Woedend zocht hij naar den sleutel—maar Raffles had er blijkbaar
-voor gezorgd, dat die aan de buitenzijde in het slot stak, en had de deur gesloten,
-toen hij heenging.
-</p>
-<p>Toen liep de jonge advocaat naar de <span class="corr" id="xd31e1494" title="Bron: telephoon">telefoon</span> om het dichtbij gelegen politiebureau op te bellen—maar eer er iemand kwam, was er
-van Raffles geen spoor meer te ontdekken.
-</p>
-<p>Wel deed hij nog de onaangename ontdekking, dat Raffles uit zijn brandkast vijfhonderd
-pond had meegenomen.
-</p>
-<p>Op de plaats, waar het pakje papiergeld had gelegen, vond hij een briefje van den
-volgenden inhoud:
-</p>
-<p>„De verdedigers vragen tegenwoordig een groot honorarium, mijnheer. En omdat ik een
-knap jurist noodig heb, ben ik zoo vrij, dezen uit uw middelen te betalen, want gijzelf
-dwingt er mij toe, een advocaat te nemen. Het is dus niet meer dan billijk, dat gij
-zelf mijn verdediger betaalt!”
-</p>
-<p>De advocaat was verpletterd.—
-</p>
-<p>Raffles begaf zich terug naar het Metropol-hotel.
-</p>
-<p>Charly Brand wachtte reeds op hem met groot ongeduld.
-</p>
-<p>„Eindelijk!” riep Charly hem toe. „Ik ben doodelijk ongerust over je! Als dit avontuur
-maar goed afloopt!”
-</p>
-<p>Raffles ontdeed zich van zijn pels, nam in den ruimen leunstoel plaats en sprak:
-</p>
-<p>„Het zal evengoed afloopen als zoovele andere, Charly!”
-</p>
-<p>„Alle couranten staan vol over je onbegrijpelijke handelwijze,” sprak Charly na een
-poosje. „Vertel mij toch eens, hoe het mogelijk is, dat de politie je in de gevangenis
-denkt, terwijl je tegelijkertijd bezoeken aflegt, bij de overheidspersonen zelf!”
-</p>
-<p>„Och, dat hangt van een kleinigheid af!” antwoordde Raffles lachend. „Ik heb je immers
-verteld, dat ik op mijn reis naar Londen werd overvallen door een of ander sujet.
-Eerst was ik van plan, dien kerel zijn vrijheid weer te verschaffen, maar ik ben er
-achter gekomen, dat hij niet minder dan drie moorden op zijn geweten heeft. Hem zal
-’k dus zijn rechtvaardige straf niet onthouden.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Maar ter zake:
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Die kerel overviel mij, toen hij meende, dat ik sliep. Hij gaf mij een slag op de
-hersens, die ten gevolge had, dat ik een paar seconden lang duizelig was. Ik deed
-echter, alsof ik bewusteloos was.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>De kerel nam mij toen alles af, wat ik bij mij had: mijn geld, mijn papieren, die
-op naam van lord Lister waren gesteld,—enfin, alles! Daarop haalde hij een <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>mes te voorschijn en wilde mij de keel afsnijden.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Je begrijpt, mijn jongen, dat ik mij toen niet langer bewusteloos hield, van dergelijke
-dingen moet ik niets hebben.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik sprong daarom plotseling op, gaf een slag tegen zijn reeds opgeheven arm en gaf
-den schurk zulk een geweldigen trap, dat hij als een blok hout tegen de deur van de
-coupé vloog, welke blijkbaar zoo slecht gesloten was, dat zij openvloog en de kerel
-hals over kop van den spoordijk afrolde.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Mijn plan stond dadelijk vast.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Ik wist, dat zich politiemacht in den trein bevond en dat men mij aan het station
-in Londen gevangen wilde nemen. Ik moest dus zorgen, dat dit laatste hun niet kon
-gelukken en tevens wilde ik mijn geld terughebben, dat de schurk mij ontstolen had.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Je weet, beste Charly, ik bezit een middel om mij totaal onkenbaar te maken. Ik maak
-er zelden gebruik van, omdat het altijd een paar dagen duurt eer ik door middel van
-warme baden, massage, enz. de uitwerking van het middel weer heb uitgewischt.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Het is een bijtend vocht, dat de huid als perkament verdroogt en tot rimpels samentrekt.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Wilde ik aan het gevaar ontkomen, dan moest ik dit middel nu aanwenden. Daar ik altijd
-een baard bij mij heb, kon ik mijzelf binnen vijf minuten veranderen in een grijsaard
-van zeventig jaar. Met mijn haarverfkam voltooide ik de vermomming. Ik streek er mede
-door mijn haar, dat oogenblikkelijk sneeuwwit werd.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Daarop boeide ik mijzelf en leverde mij zoo aan de politie over, die van haar kant
-de goedheid had, mij het gestolen geld terug te brengen en den gevluchten bandiet
-voor Raffles te houden, hoewel er veel phantasie voor noodig is om eenige gelijkenis
-tusschen ons beiden te ontdekken.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>De kerel was echter in het bezit van mijn papieren en de politie kwam natuurlijk niet
-op de gedachte, dat ook die weleens gestolen konden zijn.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>De misdadiger heeft alle reden, om zijn identiteit te verbergen, want dan kwam hij
-ongetwijfeld op het schavot. Hij gaat daarom veel liever voor Raffles door en zoodoende
-gelukte het tot in dit oogenblik om het bedrog door te zetten. De gevangene behoeft
-slechts alles te bekennen, wat ik doe.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Als de politie dien zoogenaamden Raffles eens had uitgevraagd, zou het geheele bedrog
-aan het licht zijn gekomen.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Natuurlijk heb ik in den laatsten tijd de gevangenis voortdurend in het oog gehouden
-en zoo was het mij bijvoorbeeld mogelijk, om twee minuten nadat de pseudo Raffles
-door den rechter van instructie was verhoord, dien heer op te bellen en hem mede te
-deelen, dat het nutteloos was, mij voortdurend lastig te vallen. Ik had den gevangenwagen
-zien voorrijden en kon er mij toevallig van overtuigen, dat de valsche Raffles juist
-van een verhoor teruggebracht werd.”
-</p>
-<p>„En wat moet er nu gebeuren, beste vriend?” vroeg Charly, die den spreker vol bewondering
-had aangehoord.
-</p>
-<p>„Eerst zullen wij onze rekening hier betalen, Charly, want wij zullen weer van woning
-moeten veranderen. En daarop zal ik morgen een bezoek gaan brengen bij mijn advocaat
-<span class="corr" id="xd31e1560" title="Bron: Newmann">Newman</span>.”
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Je bedoelt dien dr. <span class="corr" id="xd31e1567" title="Bron: Newmann">Newman</span>, die de verdediging op zich heeft genomen van den voorgewenden Raffles?”
-</p>
-<p>„Ja. Het is noodig, dat ik hem nog van eenige kleinigheden op de hoogte breng.”
-</p>
-<p>„En dan?”
-</p>
-<p>Raffles leunde behaaglijk in zijn stoel achterover, en keek zijn vriend glimlachend
-aan.
-</p>
-<p>Daarop deelde hij hem een nieuw plan mede, bij welk verhaal Charly Brand in komische
-wanhoop de handen boven zijn hoofd samensloeg.
-</p>
-<p class="center">— — — — — — — — — — — — — — — —<br>
-— — — — — — — — — — — — — — — —
-</p>
-<p>Twee dagen waren voorbijgegaan.
-</p>
-<p>De groote rechtzaal in het Paleis van Justitie was overvol. De openbare aanklager
-was zenuwachtiger dan men dit van hem gewend was.
-</p>
-<p>Toen de beklaagde werd binnengebracht, werd een algemeen gemompel vernomen. De voorname
-dames en heeren, die de verhandeling bijwoonden, deelden elkaar <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>hun opmerkingen mede, fluisterden elkaar toe, welken indruk de groote onbekende op
-hen maakte.
-</p>
-<p>Over het algemeen was men teleurgesteld. Men had zich hem veel eleganter, grooter,
-knapper gedacht. Ook scheen hij reeds door het gevangenisleven geleden te hebben.
-Zijn gang was min of meer sleepend en toen hij de eerste vragen van den voorzitter
-beantwoordde, zag men menigeen onder het publiek de schouders ophalen.
-</p>
-<p>„Hij spreekt als een echte plebejer!” meende de een. „Hebt gij zijn handen gezien?”
-vroeg een jonge dame. „Hij heeft handen als een slager!—En zijn oogen! Daar zou ik
-nooit verliefd op worden!”—
-</p>
-<p>Andere dames protesteerden. Zij vonden Raffles bekoorlijk, verrukkelijk! Ja, eenige
-van haar werden beurtelings bleek en rood, als zij naar hem keken en een dame tusschen
-de twintig en vijftig viel van verrukking in onmacht.
-</p>
-<p>In de advocatenbank had de verdediger van Raffles plaats genomen.
-</p>
-<p>Op de eerste drie dagen der zitting viel niets bijzonders voor. Raffles verdedigde
-zich zeer onhandig, raakte verward door de vele strikvragen, die hem gedaan werden,
-sprak zichzelf dikwijls tegen—in het kort—niemand twijfelde eraan of hij zou tot minstens
-twintig jaar veroordeeld worden.
-</p>
-<p>Men stelde geen belang in hem.
-</p>
-<p>Op den vierden dag kregen de pleiters het woord.
-</p>
-<p>De openbare aanklager was opgestaan.
-</p>
-<p>De rede, die hij hield, was zeer zeker een meesterstuk van welbespraaktheid. Als een
-stroom vloeiden de woorden van zijn lippen. De geheele akte van beschuldiging was
-in elkaar gezet als een hecht gebouw, waaraan geen enkel steentje ontbrak!
-</p>
-<p>Het was een vurige, overtuigende rede, waarvan echter elke zin en elk woord wel overwogen
-was.
-</p>
-<p>Een zucht ging door de menigte, toen de openbare aanklager zweeg.
-</p>
-<p>Twintig jaar had hij geëischt.
-</p>
-<p>„En die krijgt hij ook!”—was de publieke opinie.
-</p>
-<p>Nu stond dr. <span class="corr" id="xd31e1601" title="Bron: Newmann">Newman</span>, de verdediger van Raffles op.
-</p>
-<p>„Edelachtbare Heeren!” zoo begon hij.
-</p>
-<p>„Ik moet heden een pleidooi voor u houden, dat de grootste verwondering zal opwekken.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Er is hier sprake van een lange reeks strafbare handelingen, gepleegd door mijn cliënt.
-Ik zal niet op de zaak zelf ingaan; ik wil alleen wijzen op de beweegredenen en bedoelingen,
-die mijn genialen cliënt bewogen hebben om te handelen zooals hij deed.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Raffles is zonder twijfel een genie, dat heeft zelfs de openbare aanklager erkend.
-Raffles heeft nooit, geen enkelen keer, de geldsommen welke hij zich toeeigende voor
-zichzelf gebruikt. Raffles is geen dief, zooals de openbare aanklager dit noemt. Raffles
-is ook geen inbreker, Raffles is zelfs, volgens menschelijke opvatting, niet eens
-verplicht om hier als beklaagde te verschijnen, om zich door zijn medemenschen te
-laten veroordeelen en straffen!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>De maatschappij is integendeel dezen genialen man grooten dank verschuldigd, want
-hij is het, die tracht om eenigszins goed te maken, wat er in onze onrechtvaardige,
-verdorven maatschappij aan wantoestanden bestaat.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Raffles heeft ontelbare tranen gedroogd. Hij heeft ongelukkigen voor den dood bewaard,
-door hun tijdig hulp te verschaffen.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Raffles heeft meisjes en vrouwen, die reeds aan den rand van den afgrond stonden,
-op het laatste oogenblik de reddende hand gereikt.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Den kapitalisten kost het geen moeite om rechtvaardig te zijn en hun dochters voor
-schande te bewaren. Maar zij, die ellendig en arm zijn, die geen brood hebben om hun
-honger te stillen, die niet kunnen genieten van zonneschijn en frissche lucht,—zij
-hebben geen beschermer of raadgever, alleen vijanden, die klaar staan om hen in den
-afgrond en het verderf te storten, door middel van de voordeelen, die verbonden zijn
-aan het bezit van hun kapitaal.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Raffles heeft begrepen, dat de dochters der armoede een beschermer noodig hebben,
-maar ook heeft hij begrepen, dat de armen recht hebben op een deel van de enorme kapitalen,
-welke zich in handen van enkelen ophoopen. Raffles heeft begrepen, dat de ongelukkigen,
-<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>de vertrapten, de onterfden, die door onrechtvaardigheid terneergedrukt worden en
-hun ellendig lot moeten dragen, aanspraak mogen maken op hulp en redding.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>En omdat hij inzag, dat geen enkele van hen, die zich de rechtvaardigen noemen, zich
-het lot dier armen en ongelukkigen aantrok, daarom trad hij op om de weenenden te
-troosten, de wanhopigen te redden, den bedroefden zonneschijn te brengen, de vallenden
-te steunen en hun, die door de maatschappij wreed werden verstooten, den weg te wijzen
-om recht te vinden.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Raffles had in het bezit moeten zijn van ontelbare millioenen, als hij al het grenzelooze
-leed, dat er uit den weg te ruimen valt, uit eigen middelen had willen bestrijden.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dit vermogen bezat Raffles niet.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dit vermogen echter zijn zij, die alleen den zonnigen kant van het leven hebben leeren
-kennen, schuldig aan de armen en ongelukkigen.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>En dit vermogen wil Raffles teruggeven aan hen, die lijden. Hij strooit het geld met
-kwistige hand onder hen, die het behoeven en de maatschappij is den grootsten dank
-schuldig aan dezen zeldzamen man, die zooeven door den openbaren aanklager zoo scherp
-veroordeeld werd.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Is het niet gelukkig, dat Raffles de schurkenstreken van Arthur Hopp heeft ontmaskerd?
-De wandaden van den man, die steeds is beschouwd als een der steunpilaren van de maatschappij?
-Arthur Hopp werd gisteren gevangen genomen. Hij evenals zijn zoon hebben zich onmogelijk
-gemaakt voor de menschelijke samenleving.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Dat is het werk van Raffles—inderdaad geen slecht werk! De vijftigduizend pond, die
-Raffles den heer Hopp heeft ontnomen, had deze van de armen gestolen. En aan wie heeft
-Raffles ze gegeven? Aan de armen!
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>En juist omdat deze man nimmer iets uit eigenbelang heeft ondernomen, omdat hij den
-armen heeft teruggegeven, wat hun wederrechtelijk ontnomen was, eisch ik de vrijspraak
-van Raffles bij verstek!”
-</p>
-<p>In ademlooze spanning hadden gezworenen en publiek geluisterd.
-</p>
-<p>Toen de advocaat zweeg, sprong de voorzitter verschrikt op met den uitroep:
-</p>
-<p>„Raffles bij verstek vrijspreken? Raffles staat hier, immers!”
-</p>
-<p>„Ik moet tot mijn leedwezen mededeelen, dat Raffles zijn belofte heeft gehouden: Hij
-is niet als beklaagde verschenen!”
-</p>
-<p>Ademlooze stilte volgde. Men had een speld kunnen hooren vallen.
-</p>
-<p>De voorzitter wendde zich tot beklaagde:
-</p>
-<p>„Dat beteekent dus, dat gij Raffles niet zijt?”
-</p>
-<p>Beklaagde zweeg.
-</p>
-<p>De advocaat echter verhief zich opnieuw en vervolgde:
-</p>
-<p>„Ik meen te mogen gelooven, dat alles wat ik ten gunste van mijn cliënt heb gezegd,
-de rechters heeft getroffen, vooral omdat zij zelf weten, dat alles wat ik beweerd
-heb, op waarheid berust. En daarom zou de mogelijkheid kunnen bestaan, dat de heeren,
-misschien uit groote bewondering voor Raffles, dezen ellendeling, die hier als beklaagde
-voor ons staat, zouden vrijspreken.
-</p>
-<p><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>Deze man echter is een werkelijke misdadiger, een drievoudig moordenaar, een van hen,
-van wie niets meer te redden valt, die misdaden plegen uit zucht tot kwaad en die
-dus aan de gerechtigheid moeten worden overgeleverd. Ik stel dezen beklaagde dus in
-handen van het gerecht.”
-</p>
-<p>Weer ontstond een pauze.
-</p>
-<p>Daarna stelde de president den beklaagde verschillende vragen. En deze, die begreep,
-dat er geen uitweg meer voor hem overbleef, dat zijn identiteit was vastgesteld, bekende,
-dat hij Frits was, de reeds lang gezochte dief en moordenaar.
-</p>
-<p>Beklaagde werd weggebracht naar zijn cel, waar hij zou blijven totdat zijn zaak opnieuw
-in behandeling zou komen.
-</p>
-<p>Daarop wendde de president zich met doodsbleek gelaat tot den verdediger:
-</p>
-<p>„Maar waar is Raffles?”
-</p>
-<p>De advocaat haalde glimlachend de schouders op.
-<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span></p>
-<p>Nu verhief zich de openbare aanklager in zijn volle lengte met de woorden:
-</p>
-<p>„De verdediger schilderde ons Raffles uit als een ridderlijk mensch, waaraan de besten
-onder ons een voorbeeld zouden kunnen nemen. Hoe komt het dan, dat deze man zijn woord
-niet houdt. <span class="corr" id="xd31e1680" title="Bron: Mij zelf">Mijzelf</span> heeft hij zijn eerewoord gegeven, op de openbare zitting te zullen verschijnen. Hij
-is niet gekomen.”
-</p>
-<p>Weer glimlachte de verdediger.
-</p>
-<p>„Gij vergist u! Hij is er. Wilt gij zoo vriendelijk zijn na afloop dezer zitting advocaat
-Dr. <span class="corr" id="xd31e1686" title="Bron: Newmann">Newman</span> uit zijn woning te bevrijden, waar hij is opgesloten? Ik ben Raffles!”
-</p>
-<p>Met een enkele beweging trok de spreker zijn pruik af en wreef met zijn vingers de
-plooien en rimpels uit zijn gelaat.
-</p>
-<p>En allen zagen Raffles. Daar stond hij, met fier opgericht hoofd, tusschen het publiek
-en de gezworenen, glimlachend om zich heen kijkend.
-</p>
-<p>En voordat iemand der aanwezigen van zijn verbazing bekomen was, was hij met een enkelen
-sprong, tusschen de verbaasde politieagenten door, verdwenen.
-</p>
-<p>„<span class="ex">Raffles!</span>”
-</p>
-<p>Ontelbare monden stieten tegelijk dit woord uit en in het volgende oogenblik snelde
-iedereen naar de deuren om jacht te maken op Raffles, den grooten onbekende.
-</p>
-<p>In een ommezien stond het geheele gebouw op stelten; men holde de trappen af, de gangen
-door—maar Raffles was verdwenen.
-</p>
-<p>Ook in de omliggende straten werd hij niet gevonden.
-</p>
-<p>Raffles was echter het huis niet ontvlucht. Kalm had hij een kleine deur geopend,
-die zich naast de publieke zaal bevond en naar een klein vertrekje leidde, waar de
-gezworenen samenkwamen om over het lot van een beklaagde te beslissen.
-</p>
-<p>Daar had hij aan de tafel plaats genomen en een paar regels op papier gezet. En toen
-het in het gerechtsgebouw weer rustig was geworden, omdat men op straat naar Raffles
-zocht, had hij jas en hoed genomen, zich gekleed en met opgeslagen kraag het gebouw
-verlaten.
-</p>
-<p>„Is Raffles al gepakt?” vroeg hij in het voorbijgaan aan een paar opgewonden politieagenten.
-</p>
-<p>„Neen, heer, dokter, dat is de duivel in eigen persoon!”
-</p>
-<p>Raffles verliet lachend door een zijdeur het gebouw.
-</p>
-<p>Toen de gezworenen zich in het kleine vertrek hadden verzameld, vonden zij op tafel
-het briefje van den volgenden inhoud:
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first">„Ik moest mijn pelsjas en hoed nog even hier vandaan halen. Ik groet u hartelijk!
-Tot weerziens!
-</p>
-<p class="signed"><span class="corr" title="Niet in bron">„</span>RAFFLES.”</p>
-</blockquote><p>
-</p>
-<p>Zoo eindigde dit avontuur van den grooten onbekende.
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first">Het volgend deel (nummer 15) zal bevatten:
-</p>
-<p class="center xxl">DE ZILVEREN APOSTEL.
-<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first underline xd31e1722">Belooning: 1000 pond sterling.
-</p>
-<div class="table">
-<table class="tbl.wanted.header">
-<tr>
-<td class="xd31e1725 cellLeft cellTop xd31e1729">Wie kent hem?
-</td>
-<td rowspan="2" class="rowspan xd31e1726 cellTop cellBottom">
-<div class="figure lordlisterwidth"><img src="images/lordlister.png" alt="Portret van Lord Lister." width="307" height="404"></div>
-</td>
-<td class="xd31e1725 cellRight cellTop xd31e1729">Wie heeft hem gezien?
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd31e1725 cellLeft cellBottom">Dat vraagt men in Scotland Yard!
-</td>
-<td class="xd31e1725 cellRight cellBottom">Dat vraagt heel Londen!</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p class="xd31e1744">Lord Lister <span class="underline xd31e1746">genaamd</span> John C. Raffles, <span class="xd31e1749">de geniaalste aller dieven</span>
-</p>
-<p class="xd31e1752">brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters;
-ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt
-en behoeftigen ondersteunt.
-</p>
-<p class="xd31e1754">Man van eer in alle opzichten
-</p>
-<p class="xd31e1752">spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing
-op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat:
-</p>
-<p class="xd31e1758">Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren.
-</p>
-<p class="xd31e1752">Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, <b>Lord Lister</b>, genaamd <b>John C. Raffles</b>, den geniaalsten aller dieven, te vatten!
-</p>
-<div lang="en" class="div2 section warrant.en"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext">
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p class="first xd31e1769">WARRANT OF ARREST.
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p class="first"><span class="underline">Vertaling</span>:
-</p>
-<p class="xd31e1881">Bevel tot aanhouding.
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p>Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension
-of the man described as under:
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p>Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt:
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p class="xd31e1773">DESCRIPTION:
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"><span class="ex">Name</span>: </td>
-<td class="cellRight cellTop">Lord Edward Lister, alias John C. <span class="corr" id="xd31e1783" title="Bron: Sinclair">Raffles</span>.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Age</span>: </td>
-<td class="cellRight">32 to 35 years.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Height</span>: </td>
-<td class="cellRight">5 feet nine inches.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Weight</span>: </td>
-<td class="cellRight">176 pounds.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Figure</span>: </td>
-<td class="cellRight">Tall.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Complexion</span>: </td>
-<td class="cellRight">Dark.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Hair</span>: </td>
-<td class="cellRight">Black.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Beard</span>: </td>
-<td class="cellRight">A slight moustache.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Eyes</span>: </td>
-<td class="cellRight">Black.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"><span class="ex">Language</span>: </td>
-<td class="cellRight cellBottom">English, French, German, Russian, etc.</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p class="xd31e1773">Beschrijving:
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"><span class="ex">Naam</span>: </td>
-<td class="cellRight cellTop">Lord Edward Lister, genaamd John C<span class="corr" id="xd31e1895" title="Niet in bron">.</span> Raffles.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Leeftijd</span>: </td>
-<td class="cellRight">32–35 jaar.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Lengte</span>: </td>
-<td class="cellRight">ongeveer 1,76 meter.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Gewicht</span>: </td>
-<td class="cellRight">80 kilo.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Gestalte</span>: </td>
-<td class="cellRight">slank.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Gelaatskleur</span>: </td>
-<td class="cellRight">donker.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Haar</span>: </td>
-<td class="cellRight">zwart.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Baardgroei</span>: </td>
-<td class="cellRight">kleine snor.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Oogen</span>: </td>
-<td class="cellRight">zwart.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"><span class="ex">Spreekt</span> </td>
-<td class="cellRight cellBottom">Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p><span class="ex">Special notes</span>: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other
-day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown.
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p><span class="ex">Bijzondere kenteekenen</span>: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een
-ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam
-onbekend.
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p>Charged with robbery.
-</p>
-<p>A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man.
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p>Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000
-pond sterling.
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p class="xd31e1773">Headquarters—Scotland Yard.
-</p>
-<p class="dateline"><span class="ex">London</span>, 1<sup>st</sup> October 1908.
-</p>
-<p class="signed"><b>Police Inspector</b>,<br>
-<span class="ex">Horny.</span>
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p><b><i>Het Hoofdbureau van Politie Scotland-Yard.</i></b>
-</p>
-<p class="dateline"><span class="ex">Londen</span>, 1. Oktober 1908.
-</p>
-<p class="signed"><b><span class="corr" id="xd31e1977" title="Bron: Inspekteur">Inspecteur</span> van Politie</b><br>
-(get.) <span class="ex">Horny</span>.
-</p>
-</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd31e1986">Roman-Boekhandel <span class="xd31e1988">voorheen</span> A. Eichler
-</p>
-<p class="xd31e97">Singel 236—Amsterdam.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table summary="Inhoudsopgave">
-<tr id="ch1.toc">
-<td class="tocDivNum">I. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">INSPECTEUR BAXTER’S HELDENDAAD.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch2.toc">
-<td class="tocDivNum">II. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">IN DE SPEELCLUB.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">7</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch3.toc">
-<td class="tocDivNum">III. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">EEN INHECHTENISNEMNING DIE MISLUKTE.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">10</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch4.toc">
-<td class="tocDivNum">IV. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">DE REDDER DER ONTERFDEN.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">14</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch5.toc">
-<td class="tocDivNum">V. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">RAFFLES GEVANGEN?</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">17</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch6.toc">
-<td class="tocDivNum">VI. </td>
-<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">EEN GENIALE STREEK.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">25</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="transcriberNote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e41" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e41" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata" summary="Metadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Lord Lister No. 14: De verwisselde detective</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]</td>
-<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/8133268/</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Kurt Matull (1872–1930?)</td>
-<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/56770919/</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Aanmaakdatum bestand:</b></td>
-<td>2022-06-21 19:45:41 UTC</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>[1910]</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Trefwoorden:</b></td>
-<td>Detective and mystery stories -- Periodicals</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b></b></td>
-<td>Dime novels -- Periodicals</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2022-06-21 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e110">1</a></td>
-<td class="width40 bottom">”</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><i title="88 gevallen">Passim.
-</i></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">„</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e258">5</a></td>
-<td class="width40 bottom">vier duizend</td>
-<td class="width40 bottom">vierduizend</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e261">5</a></td>
-<td class="width40 bottom">vijf honderd</td>
-<td class="width40 bottom">vijfhonderd</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e264">5</a></td>
-<td class="width40 bottom">vijf en vee-tig</td>
-<td class="width40 bottom">vijf-en-veertig</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e281">5</a></td>
-<td class="width40 bottom">groot</td>
-<td class="width40 bottom">groet</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e310">5</a></td>
-<td class="width40 bottom">microphoon</td>
-<td class="width40 bottom">microfoon</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e315">5</a>, <a class="pageref" href="#xd31e348">6</a>, <a class="pageref" href="#xd31e353">6</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1494">28</a></td>
-<td class="width40 bottom">telephoon</td>
-<td class="width40 bottom">telefoon</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e329">6</a></td>
-<td class="width40 bottom">telephoneer</td>
-<td class="width40 bottom">telefoneer</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e356">6</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e381">7</a></td>
-<td class="width40 bottom">geen</td>
-<td class="width40 bottom">een</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e414">7</a></td>
-<td class="width40 bottom">totnogtoe</td>
-<td class="width40 bottom">tot nog toe</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e438">8</a></td>
-<td class="width40 bottom">fijn besneden</td>
-<td class="width40 bottom">fijnbesneden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e479">9</a>, <a class="pageref" href="#xd31e485">9</a>, <a class="pageref" href="#xd31e493">9</a>, <a class="pageref" href="#xd31e499">9</a>, <a class="pageref" href="#xd31e505">9</a>, <a class="pageref" href="#xd31e510">9</a>, <a class="pageref" href="#xd31e515">9</a>, <a class="pageref" href="#xd31e933">16</a></td>
-<td class="width40 bottom">”.</td>
-<td class="width40 bottom">.”</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e522">9</a></td>
-<td class="width40 bottom">Één</td>
-<td class="width40 bottom">Eèn</td>
-<td class="bottom">2 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e548">10</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">DERDE HOOFDSTUK.</td>
-<td class="bottom">16</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e574">10</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">”</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e674">12</a></td>
-<td class="width40 bottom">Selfar’s</td>
-<td class="width40 bottom">Selfars</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e754">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e759">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e766">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e779">14</a>, <a class="pageref" href="#xd31e816">15</a>, <a class="pageref" href="#xd31e830">15</a>, <a class="pageref" href="#xd31e841">15</a>, <a class="pageref" href="#xd31e864">15</a>, <a class="pageref" href="#xd31e994">18</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1105">20</a></td>
-<td class="width40 bottom">Von</td>
-<td class="width40 bottom">von</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1044">19</a></td>
-<td class="width40 bottom">doktor</td>
-<td class="width40 bottom">dokter</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1142">21</a></td>
-<td class="width40 bottom">telephonisch</td>
-<td class="width40 bottom">telefonisch</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1223">23</a></td>
-<td class="width40 bottom">mij zelf</td>
-<td class="width40 bottom">mijzelf</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1232">23</a></td>
-<td class="width40 bottom">milloen</td>
-<td class="width40 bottom">millioen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1253">23</a></td>
-<td class="width40 bottom">practijken</td>
-<td class="width40 bottom">praktijken</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1341">25</a></td>
-<td class="width40 bottom">man </td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">4</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1367">25</a></td>
-<td class="width40 bottom">acten</td>
-<td class="width40 bottom">akten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1560">29</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1567">29</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1601">30</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1686">32</a></td>
-<td class="width40 bottom">Newmann</td>
-<td class="width40 bottom">Newman</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1680">32</a></td>
-<td class="width40 bottom">Mij zelf</td>
-<td class="width40 bottom">Mijzelf</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1783">33</a></td>
-<td class="width40 bottom">Sinclair</td>
-<td class="width40 bottom">Raffles</td>
-<td class="bottom">7</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1895">33</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1977">33</a></td>
-<td class="width40 bottom">Inspekteur</td>
-<td class="width40 bottom">Inspecteur</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<div lang='en' xml:lang='en'>
-<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 0014: DE VERWISSELDE DETECTIVE</span> ***</div>
-<div style='text-align:left'>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Updated editions will replace the previous one&#8212;the old editions will
-be renamed.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg&#8482; electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG&#8482;
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away&#8212;you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-</div>
-
-<div style='margin-top:1em; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE</div>
-<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE</div>
-<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-To protect the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221;), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg&#8482; License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg&#8482;
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg&#8482; electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
-or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.B. &#8220;Project Gutenberg&#8221; is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg&#8482; electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg&#8482; electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg&#8482;
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (&#8220;the
-Foundation&#8221; or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg&#8482; electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg&#8482;
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg&#8482; name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg&#8482; License when
-you share it without charge with others.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg&#8482; work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg&#8482; License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg&#8482; work (any work
-on which the phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; appears, or with which the
-phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-</div>
-
-<blockquote>
- <div style='display:block; margin:1em 0'>
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
- other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
- whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
- of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
- at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
- are not located in the United States, you will have to check the laws
- of the country where you are located before using this eBook.
- </div>
-</blockquote>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221; associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg&#8482;
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg&#8482; License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg&#8482;
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg&#8482;.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg&#8482; License.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg&#8482; work in a format
-other than &#8220;Plain Vanilla ASCII&#8221; or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg&#8482; website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original &#8220;Plain
-Vanilla ASCII&#8221; or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg&#8482; License as specified in paragraph 1.E.1.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg&#8482; works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-provided that:
-</div>
-
-<div style='margin-left:0.7em;'>
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg&#8482; works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg&#8482; trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, &#8220;Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation.&#8221;
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg&#8482;
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg&#8482;
- works.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg&#8482; works.
- </div>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg&#8482; trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg&#8482; collection. Despite these efforts, Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain &#8220;Defects,&#8221; such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the &#8220;Right
-of Replacement or Refund&#8221; described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg&#8482; trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you &#8216;AS-IS&#8217;, WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg&#8482; work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg&#8482; work, and (c) any
-Defect you cause.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg&#8482;
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg&#8482;&#8217;s
-goals and ensuring that the Project Gutenberg&#8482; collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg&#8482; and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation&#8217;s EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state&#8217;s laws.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation&#8217;s business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation&#8217;s website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; depends upon and cannot survive without widespread
-public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
-visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 5. General Information About Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg&#8482; concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg&#8482; eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This website includes information about Project Gutenberg&#8482;,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-</div>
-
-</div>
-</div>
-</body>
-</html>
diff --git a/old/68368-h/images/lordlister.png b/old/68368-h/images/lordlister.png
deleted file mode 100644
index e9e45f1..0000000
--- a/old/68368-h/images/lordlister.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/68368-h/images/lordlister0014-front.jpg b/old/68368-h/images/lordlister0014-front.jpg
deleted file mode 100644
index e316600..0000000
--- a/old/68368-h/images/lordlister0014-front.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/68368-h/images/p0014-01.png b/old/68368-h/images/p0014-01.png
deleted file mode 100644
index 04a2d34..0000000
--- a/old/68368-h/images/p0014-01.png
+++ /dev/null
Binary files differ