summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/67943-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/67943-0.txt')
-rw-r--r--old/67943-0.txt3021
1 files changed, 0 insertions, 3021 deletions
diff --git a/old/67943-0.txt b/old/67943-0.txt
deleted file mode 100644
index 5d11710..0000000
--- a/old/67943-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3021 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0385: De Hotelratten,
-by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0385: De Hotelratten
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
- Felix Hageman
-
-Release Date: April 27, 2022 [eBook #67943]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0385: DE
-HOTELRATTEN ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 385 DE HOTELRATTEN.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE HOTELRATTEN.
-
-
-HOOFDSTUK I.
-
-RAADSELACHTIGE DIEFSTALLEN.
-
-
-Sedert eenigen tijd werd Scotland Yard, het befaamde hoofdbureau van
-politie te Londen, bezig gehouden door een eigenaardige reeks
-diefstallen, die allen in hetzelfde hotel hadden plaats gehad en die
-zich in de laatste weken op een wijze begonnen te vermeerderen, die
-groote ontsteltenis had gewekt bij den eigenaar van het hotel in
-kwestie, die zich des te meer ongerust maakte, daar zijn inrichting nog
-sedert korten tijd was geopend en hij wel moest vreezen een groot
-aantal klanten te zullen verliezen.
-
-In den aanvang had Carington, zoo was de naam van den eigenaar van het
-hotel, de diefstallen zorgvuldig verzwegen, en hij had zichzelf het
-offer opgelegd, zijn bestolen logeergasten althans gedeeltelijk
-schadeloos te stellen voor het geleden verlies.
-
-Maar de derde maal gelukte dit niet, want toen was de bestolene een
-zeer slecht gehumeurd Amerikaan, die zich een paar kostbare juweelen
-had zien ontfutselen en die doof bleef voor den smeekenden Carington,
-maar regelrecht naar Scotland Yard snelde en daar mededeelde, wat hem
-was overkomen en zulks in een toestand, die niet veel verschilde van
-razernij.
-
-Van dat oogenblik af had het volstrekt geen doel meer, eenige
-geheimhouding te bewaren, want de Amerikaan haastte zich, elders een
-onderdak te zoeken en hij liet niet na, aan iedereen die het hooren
-wilde, zijn beklag te doen.
-
-Dit was nu zeer onaangenaam voor den heer Carington en hij had zich dan
-ook voorgenomen, nu iedere geheimhouding te laten varen en de politie
-in den arm te nemen.
-
-Omstreeks drie maanden geleden was zijn hotel, het Kensington-Hotel,
-geopend.
-
-De naam duidt reeds aan dat het gelegen was in de wijk van Kensington
-in het noorden van de reusachtige wereldstad.
-
-Aan de Highgate-road, waaraan het nieuwe hotel gelegen was, had een
-combinatie van rijke ondernemers een paar jaren geleden een complex
-oude huizen gekocht, dank zij eenige intriges, die nog geruimen tijd
-stof opleverden voor perscommentaren, en die van vele kanten kritiek
-uitlokten, met het oog op den nog steeds heerschenden woningnood.
-
-De combinatie van geldmannen had echter den hotelnood als tegenmotief
-aangevoerd en had de vier of vijf huizen met bekwamen spoed laten
-sloopen, die vervolgens plaats maakten voor een modern hotel, van alle
-gemakken voorzien en dat vooral zeer gewaardeerd zou worden door de
-reizigers die uit het noorden des lands kwamen en afstapten aan het
-Kensington-Hotel.
-
-Het duurde dan ook niet lang, of het hotel, met zijn drie honderd
-kamers en bijna even zooveel badkamers, dat waarlijk weelderig was
-ingericht, mocht zich in een druk bezoek verheugen.
-
-En toen kwam nauwelijks een maand na de opening dat betreurenswaardige
-voorval, de eerste diefstal.
-
-De heer Carington was volslagen leek op het gebied van hoteldiefstallen
-en om de waarheid te zeggen begreep hij er volstrekt niets van.
-
-De beroofde had een kamer gehad op de bovenste verdieping van het
-hotel, die toch altijd nog een half pond sterling per dag deed. Hij had
-zijn portefeuille met geldswaarde, naar hij stijf en sterk volhield, op
-de tafel in het midden van het vertrek laten liggen, hij had de
-gangdeur op slot gedaan en gegrendeld. Zijn kamer had geen andere
-deuren, behalve die op het balkon uitkwamen, en niettemin was den
-volgenden morgen de portefeuille verdwenen, alsof ze nooit bestaan had.
-
-En toch viel er in het geheele vertrek geen spoor van braak waar te
-nemen.
-
-Men zou hebben kunnen denken, dat de dief wellicht langs den kant van
-het balkon was binnen gedrongen, maar dat was totaal onmogelijk, want
-het bevond zich op een hoogte van minstens dertig meter van den beganen
-grond, en bovendien viel er aan de beide deuren geen spoor van braak te
-ontdekken, geen krasje, geen deukje. De ruiten zaten behoorlijk in de
-sponningen, de stopverf was hard als een bikkel. In het hout was
-nergens een klein gaatje te ontdekken, waardoor de dief wellicht een
-ijzerdraad met een haakje aan het eind had kunnen steken, hetgeen hem
-echter in dit geval ook weinig zou hebben geholpen, daar de espagnolet
-van het dubbele raam een hefboom en geen kruk had, die men trouwens met
-een dun ijzerdraad toch onmogelijk had kunnen omdraaien.
-
-Kortom het was eenvoudig een raadsel, hoe de dief kon zijn binnen
-gedrongen, en vooral, hoe hij de kamer weder had verlaten om zich met
-zijn buit in veiligheid te brengen. Met den tweeden diefstal was het
-evenzoo gesteld, maar met dit onderscheid, dat de beroofde een kamer
-had op de vierde verdieping, dat wil zeggen op een na de hoogste
-verdieping.
-
-Ook hier tastte de beklagenswaardige Carington volkomen in het duister
-aangaande de wijze, waarop de brutale dief was binnen gedrongen en
-niemand kon het hem euvel duiden, dat hij ook den tweeden keer aan een
-bedrog van den kant van den beroofde begon te gelooven.
-
-Maar de Amerikaan kon hem niet langer in twijfel laten.
-
-Ook deze had een kamer op de bovenste verdieping gehad en behalve zijn
-juweelen had men hem een bedrag van ongeveer twee duizend dollar in
-bankpapier ontstolen, welke hij in zijn portefeuille op zijn
-nachtkastje had gelegd.
-
-Maar ook deze derde maal was het volkomen onverklaarbaar hoe de dief
-kans had gezien het vertrek binnen te dringen, waarvan de twee deuren
-stevig van binnen gesloten waren, het geld en de juweelen weg te nemen,
-zonder dat het slachtoffer er iets van bemerkte en tenslotte weder te
-verdwijnen op dezelfde wijze als hij gekomen was, dat wil zeggen op een
-wijze, die niemand begreep.
-
-Scotland Yard zond onmiddellijk zijn beste detectives, die in het
-geheim een uitgebreid onderzoek begonnen in te stellen.
-
-Het spreekt vanzelf dat het niet lang duurde, of de verdenking begon
-zich te richten tegen het hotelpersoneel.
-
-Weliswaar was Carington zeer kiesch in het uitzoeken van zijn kellners,
-zijn portiers, zijn kamermeisjes, koks, liftboys, kruiers en ander
-personeel, maar het zou voldoende zijn, als er onder die vele een
-enkele bedrieger was geweest om althans eenigermate te kunnen verklaren
-hoe de diefstal had plaats gevonden.
-
-Maar zelfs dan bleef nog altijd het een raadsel van de knippen op de
-deur.
-
-Hieraan wijdden de detectives het eerst hun aandacht.
-
-Het waren mannen met koele koppen, die niet aan bovennatuurlijke dingen
-geloofden, en die er vast van overtuigd waren, dat de dader een middel
-had bezeten om de kamers binnen te dringen, want men kon het wel als
-vaststaande aannemen, dat alle drie de diefstallen moesten worden
-toegeschreven aan een en dezelfde persoon.
-
-De heeren detectives begonnen dus met een zeer nauwkeurig onderzoek van
-de sluitingen der kamerdeuren die op de breede gang uitkwamen en wel
-speciaal met de knippen.
-
-Het waren stevige stalen schuifknippen, die wegens hun nieuwheid
-tamelijk stroef werkten en waarvan er zich twee aan iedere deur
-bevonden.
-
-Met hun vergrootglazen gewapend, onderzochten de politiebeambten zeer
-zorgvuldig het hout van de deur in de buurt van de knippen, maar zij
-konden volstrekt niets ontdekken, wat op een doorboring van de deurpost
-wees.
-
-Met een goed buigzaam staaldraadje door een klein gaatje gestoken, ware
-het wellicht mogelijk geweest den knop van den grendel te bereiken, en
-deze op die wijze terug te trekken, maar er was niets te vinden, dat
-daarop wees, niet het kleinste krasje op de koperen grendelknoppen,
-geen spoor van doorboring van het hout.
-
-Bovendien twee van de drie beroofden verklaarden zeer pertinent, dat
-zij om hun kamer te verlaten, nadat zij den diefstal ontdekt hadden,
-den sleutel in het slot hadden moeten omdraaien, en deze waren zoo
-vervaardigd, dat men van buiten af onmogelijk het slot had kunnen
-omdraaien, wanneer daarop aan de binnenzijde de sleutel stak.
-
-Het duurde niet lang of de heeren van Scotland Yard moesten tot de
-erkentenis komen, dat ze hier voor een raadselachtig geval stonden.
-
-Ook zij helden al spoedig tot de meening, dat de dader onder het
-hotelpersoneel moest worden gezocht, maar zelfs al was dit zoo, dan zou
-daardoor toch nog altijd niet het geheim van het binnendringen der
-kamer zijn opgelost.
-
-Toch begon men aanstonds alle leden van het personeel, onverschillig of
-zij in het hotel overnachtten of niet, in het geheim te bestudeeren,
-zonder het minste resultaat evenwel.
-
-En dat niet alleen, vier dagen na de berooving van den Amerikaan had er
-in hetzelfde Kensington-Hotel opnieuw een diefstal plaats, die onder
-juist dezelfde omstandigheden als de drie anderen gepleegd werd.
-
-De politiebeambten waren woedend, dat men als het ware onder hun neus
-door ging met de geheimzinnige berooving en hun ijver verdubbelde nog.
-
-Maar hoe goed zij ook opletten, zij slaagden er niet in, den dief op
-heeterdaad te betrappen.
-
-Een paar der detectives namen hun intrek in het hotel, als reizigers
-vermomd, maar dat hielp ook al niet, de dief scheen er lucht van te
-hebben gekregen en de detectives goed te kennen, want er gebeurde hen
-volstrekt niets.
-
-Wel echter had er in den derden nacht van hun aanwezigheid in het hotel
-de vijfde diefstal plaats.
-
-Carington was de wanhoop nabij en loofde een zeer hooge premie uit voor
-de aanhouding van den brutalen hoteldief, die binnen een paar weken
-tijd voor een waarde van ongeveer negen duizend pond sterling had
-gestolen.
-
-Maar het zag er volstrekt niet naar uit, alsof hij deze premie binnen
-afzienbaren tijd zou moeten betalen.
-
-Toen nam hij tot een ander middel zijn toevlucht.
-
-Een oberkellner, wiens betrouwbaarheid boven iederen twijfel verheven
-was, kreeg de opdracht, de uiterste waakzaamheid te betrachten en de
-oogen goed open te zetten, in de hoop dat hij er wellicht in zou
-slagen, den geheimzinnigen hoteldief te vinden en op heeterdaad
-betrappen.
-
-Bovendien stelde men een aantal detectives en rechercheurs verdekt op
-verschillende punten van het groote hotel op, en met name op de vierde
-en vijfde verdieping, waar tot dusverre alle beroovingen hadden plaats
-gevonden.
-
-Het hielp echter niets.
-
-Op een nacht werd er opnieuw een diefstal gepleegd in het
-logeervertrek, in welks onmiddellijke nabijheid zich toevallig den
-geheelen nacht een detective had opgehouden.
-
-Dat was bijna meer dan Carington kon verdragen.
-
-Hij dacht er over om de vloeren en zolderingen te laten onderzoeken, om
-het behang van de wanden te laten rukken, teneinde zich te overtuigen,
-dat er zich geen geheime deuren in de muren bevonden, ofschoon hij in
-zijn binnenste zeer wel wist dat dit volkomen ondenkbaar was.
-
-Toch werden hier en daar de kleeden opgenomen en de vloeren werden
-zorgvuldig onderzocht, maar overal waren de planken behoorlijk
-vastgespijkerd, nergens viel een luik te bespeuren. De kalk van de
-plafonds was smetteloos en vlak als een biljardlaken, nergens vertoonde
-het behang een reet.
-
-En steeds bleven de diefstallen voortgang hebben.
-
-Men begon nu de logeergasten te verdenken, hetgeen ook niet kon
-uitblijven.
-
-Van iedereen verlangde men zijn papieren en iedereen moest zich
-behoorlijk legitimeeren, waarbij de hoteldirecteur zich in duizend
-verontschuldigingen uitputte.
-
-Scotland Yard kwam met haar misdadigersalbum aanzetten, afdeeling
-„hotelratten”, dat prijkte met honderden afbeeldingen van bekende
-internationale hoteldieven. Er begon als het ware een vergelijkende
-studie, maar veel logeergasten moesten volstrekt niets hebben van deze
-onderzoekingen en vertrokken zoo spoedig zij konden naar aangenamer
-oorden.
-
-In stilte hoopte Carington, dat onder degenen die vertrokken, misschien
-de dief was, maar ook daarin kwam hij spoedig tot een andere
-overtuiging, toen de berooving met angstwekkende regelmaat meestal eens
-in de week voortgang bleek te hebben.
-
-Natuurlijk had zich de pers reeds lang op dit smakelijke hapje geworpen
-en de Head Line-schrijvers, dat zijn de journalisten, wier eenige taak
-het is pakkende opschriften boven de artikelen te plaatsen, trachtten
-elkander een vlieg af te vangen in het bedenken van sensationeele
-„kopjes”.
-
-Toen brak er een tijd aan, waarop de reeks diefstallen even plotseling
-werd afgebroken, als zij een aanvang had genomen en reeds meende
-Carington rustig te kunnen adem halen.
-
-Maar zijn opluchting was maar van korten duur. Nog geen volle maand
-later werd een Russische grootvorstin, die een tamelijk groot fortuin
-had kunnen redden en die juist drie dagen te voren haar intrek in het
-hotel had genomen, des nachts in haar kamer, zonder dat zij er iets van
-bemerkte, van een bedrag van bijna drie duizend pond beroofd.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK II.
-
-RAFFLES STELT BELANG IN DE ZAAK.
-
-
-Het was in den morgen, volgende op dezen nieuwen brutalen diefstal,
-toen John Raffles en zijn trouwe vriend Charly Brand aan het ontbijt
-gezeten waren in de lichte fraai gemeubileerde eetkamer van het huis,
-hetwelk de Gentleman-Inbreker reeds sedert vele jaren onder den naam
-van Lord William Aberdeen in de Regentstreet bewoonde.
-
-De heeren hadden juist het ontbijt beëindigd en Raffles was verdiept in
-de lezing van de Daily Mail.
-
-Plotseling riep hij uit:
-
-„Hij begint weer.”
-
-„Wie begint weer? Waarmee begint hij?” vroeg Charly Brand verbaasd,
-terwijl hij Raffles onderzoekend aankeek.
-
-„Vraag je dat nog? De geheimzinnige dief van het Kensington-Hotel. Je
-weet dat ik bijzonder veel belang in de zaak stel.”
-
-„En niet zonder reden, Edward,” kwam Charly Brand. „Het gaat er zeer
-geheimzinnig in zijn werk, dat is zeker.”
-
-„Het lijkt maar zoo, mijn waarde,” hernam Raffles glimlachend.
-„Natuurlijk zal achteraf blijken, dat alles heel gewoon in zijn werk is
-gegaan, ik wil echter toegeven, dat alles wel een zeer geheimzinnigen
-indruk maakt, en dat is ook niet te verwonderen. Ik zelf heb mij niet
-kunnen onttrekken aan den indruk dat we hier met een knappen kop te
-doen hebben. Dat is waar ook, ik las gisteren voor het eerst ergens,
-dat John Raffles wel de dader zou blijken te zijn.”
-
-„Dat is wel het grootste compliment dat men den dader had kunnen maken
-en hij zal er danig mee in zijn nopjes zijn,” riep Charly uit. „Maar je
-zeide zooeven dat de man weder begonnen is, na bijna een maand rust,
-wie is het slachtoffer ditmaal?”
-
-„Een Russische grootvorstin.”
-
-„Rijk?”
-
-„Dat gaat nog al naar het schijnt.”
-
-„Wat voert zij hier uit?”
-
-„Wat zou ze hier uitvoeren? Niets natuurlijk. Je kunt het tenminste
-geen bezigheid noemen, geloof ik, wanneer men zich uit de handen der
-Bolsjewiki tracht te houden.”
-
-„In het land zelf zou het dat zeker zijn,” merkte Charly lachend op.
-
-„Ik zal je eens wat zeggen, Charly,” hernam Raffles na eenigen tijd te
-hebben nagedacht. „Ik gevoel grooten lust dien geheimzinnigen dief eens
-van nabij in zijn verrichtingen gade te slaan. Daarmee wil ik volstrekt
-niet zeggen, dat ik mede wil helpen om hem te vangen, dat moet de
-politie zelf maar opknappen. Natuurlijk zoolang de man zich niet te
-buiten gaat aan geweldplegingen, want dan zal ik natuurlijk handelend
-optreden. Ik wil echter van nabij zijn methode eens bestudeeren.”
-
-„Hoe denk je dat te doen?”
-
-„Wel, heel eenvoudig. Wij zullen onzen intrek nemen in het
-Kensington-Hotel. Je hebt toch zeker wel lust om mij te vergezellen?”
-
-„Wat een vraag. Ik zou je zeker niet alleen laten gaan. Ik zelf ben er
-zeer nieuwsgierig naar hoe de man te werk gaat.”
-
-„Om je de waarheid te zeggen ben ik nog nieuwsgieriger naar de kamers,”
-merkte Raffles glimlachend op. „Ik heb veel respect voor de detectives
-van Scotland Yard, waaronder inderdaad schrandere mannen zijn, maar het
-kan dunkt mij niet anders of zij hebben ditmaal hun onderzoek niet op
-de goede wijze ingericht. Het is immers duidelijk, dat er iets aan de
-kamers moet zijn, dat tot dusverre aan hun aandacht is ontgaan.
-Onverschillig of de dader onder het personeel moet worden gezocht,
-onder de logeergasten, of buiten het hotel, er kan niet aan getwijfeld
-worden, of de kamers, waar de diefstallen plaats vonden moeten ergens
-toegankelijk zijn.”
-
-„Wanneer wil je er heen gaan?”
-
-„Wel, vandaag nog.”
-
-„Onder welk uiterlijk?”
-
-„Dat komt er volstrekt niet op aan. Alleen zou het verstandig zijn,
-wanneer ik mijn uiterlijk als Lord Aberdeen maar afleg! Wel is waar
-zijn er in de wijk niet veel armen, die mijn uiterlijk kennen, maar men
-kan toch nimmer te voorzichtig zijn. Kom, laten wij maar aanstonds werk
-van de zaak gaan maken—ik ben werkelijk benieuwd, wat wij daarginds
-zullen zien.”
-
-De beide vrienden stonden van de tafel op, en begaven zich naar hun
-slaapkamers, die aan elkander grensden, en waar zij ruimschoots
-gelegenheid vonden hun uiterlijk geheel te veranderen.
-
-Er bevonden zich daar verscheidene kasten vol kleeren, pruiken en
-baarden, en de beide vrienden wisten daarvan een uitstekend gebruik te
-maken.
-
-Er was nog geen half uur verloopen, of zij waren volkomen onherkenbaar.
-Niet alleen was hun gelaatskleur veranderd, maar ook hadden zij door
-verschillende middelen den vorm van hun gezicht weten te veranderen, en
-in deze twee reizigers met hun Galicische typen zou men stellig niet
-Lord Aberdeen en zijn altijd zoo keurig gekleeden jongen secretaris
-herkennen.
-
-De beide vrienden hadden een valies met goed gepakt en verlieten nu het
-huis aan de tuinzijde, waar een kleine tuinpoort toegang verleende tot
-een stille zijstraat, waar zich nimmer een levende ziel vertoonde.
-
-Zij moesten de zware valiezen naar de Regentstreet dragen, maar daar
-hadden zij spoedig een huurauto gevonden, waarvan de chauffeur last
-kreeg hen naar het Kensington-Station te rijden.
-
-Daar gekomen stapten zij uit, dankten den chauffeur af, en namen een
-tweede auto, die juist kwam aanrijden, en waarvan de chauffeur niet
-anders kon denken of zij waren zooeven met den trein aangekomen.
-
-Na een rit van een kwartier ongeveer stond de auto stil voor het
-prachtige nieuwe hotel, wat het toneel was geweest van de geheimzinnige
-diefstallen, welke de gelederen der logeergasten reeds aanzienlijk
-hadden gedund.
-
-Die gebleven waren konden wel onverschillig of zeer stoutmoedig genoemd
-worden, die als het ware het lot tartten of er vast van overtuigd
-waren, dat men in hun kamers niet zou binnen dringen.
-
-Daar de diefstallen merkwaardig genoeg allen op de vierde of vijfde
-verdieping hadden plaats gehad, was er een groote vraag naar de kamers
-op de drie andere etages en de portier moest dan ook aan Raffles en
-Charly mededeelen dat er alleen een kamer op de vierde en vijfde
-verdieping te krijgen was.
-
-Terwijl hij dit zeide keek de man de beide reizigers schuw aan, want
-hij had het gevoel, alsof reeds iedereen wist van de reeks beroovingen,
-zelfs twee reizigers, die blijkbaar regelrecht uit een of andere stad
-in het hartje van den Balkan kwamen.
-
-Maar Raffles haalde eenvoudig de schouders op en antwoordde
-onverschillig:
-
-„Het laat ons volkomen koud. Een kamer met twee bedden, wat ik je
-verzoeken mag, portier, of anders twee kamers naast elkander met een
-combinatiedeur.”
-
-„Zou ik om de paspoorten der heeren mogen verzoeken?” vroeg de portier.
-„Gij zijt immers geen Engelschen.”
-
-Nu had Raffles ook hierop gerekend, en zoo konden de beide mannen een
-paar voortreffelijk nagemaakte paspoorten laten zien, voorzien van alle
-mogelijke officieele stempels.
-
-Nadat deze plechtigheid was afgeloopen, konden de beide vrienden een
-zeer gemakkelijke, voortreffelijk ingerichte kamer op de bovenste
-verdieping betrekken.
-
-Een der hotelkruiers sjouwde de zware valiezen naar boven, kreeg daar
-zijn fooi en verdween.
-
-Zoodra zij alleen waren, plantte Raffles zich, na overjas en hoed op
-zijn bed te hebben geworpen, midden in het vertrek, steunde de beide
-handen in de zijden en liet zijn blikken glimlachend in het rond waren.
-
-„Daar zijn we dus in het hol van den leeuw,” zeide hij zachtjes, alsof
-iemand hem had kunnen hooren, buiten Charly. „Wie weet is het zelfs wel
-een van deze kamers, waar een diefstal heeft plaats gehad, maar
-natuurlijk zou de portier er zich wel voor hebben gewacht, om dit te
-openbaren.”
-
-Zachtjes fluitend, trad hij op een der wanden toe en klopte er op
-verscheidene plaatsen op. „Een massieve muur, van verborgen deuren is
-geen sprake, en dat is toch ook immers iets onmogelijks. Ik kan
-aannemen, dat er in zulk een groot hotel clandestien het een of ander
-gemaakt is, dat er niet hoort, en dat niet door den architect is
-voorzien, maar zeker geen geheime tusschendeuren.”
-
-„En evenmin luiken in den vloer dunkt mij.”
-
-„Dat klinkt tenminste al zeer weinig waarschijnlijk,” hernam Raffles.
-
-Hij had zijn vergrootglas uit zijn zak gehaald en was op de gangdeur
-toegetreden.
-
-Met eindeloos geduld onderzocht hij de deurpost in de buurt van den
-grendel en na ongeveer een kwartier zeide hij zich tot Charly wendend:
-
-„Niets te zien. Wanneer hier ergens een gat was geboord, als was het
-niet grooter dan om een naald door te laten, dan zou ik het met dit
-vergrootglas moeten zien en al zou het met stopverf zijn dicht gemaakt,
-dan zou ook dat mij niet ontgaan. Bovendien gaan deze grendels
-bijzonder stroef en ik kan ook volstrekt niet merken, dat zij
-bijvoorbeeld overdag door den dief zelf of een handlanger hier in het
-hotel geolied zijn, om het schuiven te vergemakkelijken. Ik acht het
-volstrekt buitengesloten, dat men met een dun ijzerdraad dezen zwaren
-grendel zou kunnen terugtrekken, om nog niet eens van den sleutel in
-het slot te spreken. Je zult je namelijk wel herinneren, dat op zijn
-minst twee der bestolenen pertinent hebben verklaard, den sleutel in
-het slot te hebben moeten terugdraaien, voor zij in den morgen na den
-diefstal de kamer konden verlaten. Ik heb te veel kennis van sloten, om
-niet te zien, dat men deze dingen hier onmogelijk aan den kant van de
-gang kan openen als van binnen de sleutel er op steekt.”
-
-„Maar zouden alle kamers zoo zijn ingericht?”
-
-„Er is volstrekt geen reden om daaraan te twijfelen. Natuurlijk zijn al
-die deuren en al deze sloten als massa-fabricatie gemaakt, en zij
-lijken op elkander als druppels water.”
-
-„Dan ben ik er benieuwd naar, Edward, hoe jij het denkt te kunnen
-verklaren op welke wijze de dief hier is binnen gedrongen.”
-
-„Wij zullen ons niet overhaasten, Charly. Wij zijn nu tot de
-overtuiging gekomen, dat het niet ging door de gangdeur, dan kan het
-niet anders of het moet aan de zijde van het balkon zijn geschied.”
-
-„Maar het is dertig meter van den grond, Edward,” riep Charly uit.
-
-„Die opmerking hebben de detectives ook gemaakt, mijn waarde. En ik kan
-niet zeggen, dat ze van groote schranderheid getuigt,” hernam Raffles
-schouderophalend. „Het is nog al duidelijk, dat de dief niet tegen het
-balkon is opgeklommen.”
-
-„Hoe heeft hij het dan bereikt, volgens jou?”
-
-„Op de eenige andere manier. Hij heeft zich van het dak er op laten
-neer zakken, een afstand die heel wat korter is dan dertig meter.”
-
-„Hoe kwam hij op het dak?”
-
-„Van een der aangrenzende huizen natuurlijk.”
-
-„Goed, ik wil een oogenblik aannemen, dat de dief op het balkon is.
-Daar staat hij dus, achter de gesloten deur. Vertel me nu eens, hoe hij
-de deuren opent, en vooral hoe hij ze weer sluit achter zich, zonder de
-ruiten te vernielen en ook zonder dat er een spoor van te zien valt?”
-
-„Wij zullen ons eens op het balkon begeven, mijn waarde, en zien wat
-het is,” zeide Raffles bedaard.
-
-Hij trad op de beide balkondeuren toe, maar opende ze niet dadelijk en
-onderzocht de sluiting aan de binnenzijde.
-
-Het was een gewoon dubbele balkondeur, met een groote smalle ruit er in
-en aan de onderzijde uit hout bestaande.
-
-Zij werd gesloten door middel van een van die ijzeren stangen, welke
-door middel van een klein tandrad, hetwelk aan een ijzeren, met hout
-bekleede greep bevestigd is, grijpt in een tandrad, welke zich aan den
-stang bevindt, waardoor de beide heften van dezen stang onder en boven
-aan de deur in een stevig ijzer oog grijpen, waardoor de deur gesloten
-wordt.
-
-Raffles duwde den greep naar beneden, de beide heften van de sluitstang
-maakten zich los uit de oogen en hij kon de deur naar zich toetrekken.
-
-Langzaam trad hij op het balkon, dat over een lengte van bijna dertig
-meter langs den voorgevel liep, die uitkwam op de breede Highgate-road.
-
-Hij bukte zich over de ijzeren leuning van het balkon, en zag dat er op
-de vierde verdieping juist zoo een zich uitstrekte.
-
-De balkons op de andere verdieping liepen niet door, maar waren allen
-afzonderlijk.
-
-„Men kan gemakkelijk van het balkon het dak bereiken, met behulp van
-een ladder die niet langer dan twee meter behoeft te zijn,” zeide hij
-tot Charly, die naast hem was komen staan.
-
-„Dus de dief zou een ladder bij zich gehad moeten hebben?” vroeg
-Charly.
-
-„Hij kan zeer wel van een touwladder gebruik hebben gemaakt, die geeft
-geen indrukken, die verliest geen houtspaanders, die kan men
-gemakkelijk om het lichaam wikkelen en onder jas of mantel verbergen.
-Die hindert niet in de bewegingen en die maakt tenslotte volstrekt geen
-geraas.”
-
-„Waarde Edward, ik zeide je reeds dat ik gaarne wil aannemen, dat de
-dief over de daken heen tot vlak boven dit balkon komt, zich laat
-zakken, en veilig voor de balkondeur belandt, welke hij zich heeft
-uitgezocht, de vraag is nu maar hoe hij de deur opent. Dat is alles,
-wat ik wil weten.”
-
-„Je zult moeten erkennen, dat het tevens de hoofdzaak is,” zeide
-Raffles glimlachend. „Wij zullen echter eens zien, in hoeverre er een
-antwoord kan worden gegeven op je vraag.”
-
-Hij trok de beide helften van de balkondeur zoover hij kon dicht en
-zeide toen tot Charly:
-
-„Het volgende staat vast. Zelfs wanneer men bij voorbeeld met behulp
-van een in hout gedraaide boor of een trapoog de deur geheel zou kunnen
-dicht trekken, dan nog zou het volkomen onmogelijk zijn, de greep weder
-in zijn oorspronkelijken toestand terug te brengen. Even onmogelijk als
-het mij overigens toeschijnt, haar door de dichte deur heen neer te
-drukken, als men op het balkon staat.”
-
-„Die meening ben ik ook toegedaan,” riep Charly uit. „Dat de ruiten er
-uit zijn genomen en naderhand weer ingezet, is ook buitengesloten.”
-
-„Volkomen. Niet alleen bevindt de stopverf zich aan de binnenzijde van
-de deur, maar ook luiden de verklaringen eenparig, dat die stopverf
-volkomen hard was, met een laag verf bedekt, en dus onmogelijk enkele
-uren van te voren kon zijn aangebracht. Stopverf heeft minstens een dag
-of zes noodig en in dit jaargetij toch nog altijd vier om volkomen hard
-op te drogen. Dat men de ruit naast de stopverf heeft uitgesneden en er
-naderhand weer heeft ingezet, is al even ondenkbaar. Bij de minste
-beweging zou zij immers vallen?”
-
-Raffles had zich gebukt, zoodat hij bijna met het gelaat op den vloer
-van het balkon lag en trachtte onder de deur van het balkon te zien.
-
-„Wat doe je daar?” vroeg Charly nieuwsgierig.
-
-„Ik probeer om onder de deurreet door te kijken.”
-
-„Waarom?”
-
-„Omdat ik mij wil overtuigen dat de kier niet groot genoeg is, om er
-een zeer lang ijzerdraad door te steken, in een rechten hoek gebogen en
-aan het einde voorzien van een oog, om daarmede den knop van de greep
-van de spagnolet te vatten en die omlaag te trekken. Maar ik zie al dat
-dat volstrekt onmogelijk is. Een ijzerdraad van de noodige lengte en
-dikte zou men onmogelijk onder de kier kunnen door krijgen en in het
-beste geval zou de inbreker uren en uren noodig hebben, voor hij
-eindelijk als bij toeval de greep beet had en daarop kan natuurlijk
-geen dief, die zijn vak verstaat het laten aankomen.”
-
-„Dan geef ik het op,” riep Charly uit.
-
-„Daaraan denk ik nog zoo spoedig niet, mijn waarde,” hernam Raffles.
-
-Hij was het vertrek weder binnen getreden en begon de deuren opnieuw
-aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen. Na eenigen tijd zeide hij
-langzaam:
-
-„Ik kan niet aanstonds zeggen wat het is, maar er is aan deze deur iets
-eigenaardigs.”
-
-„Bedoel je misschien dat de stang van de spagnolet rond is, terwijl zij
-in verreweg de meeste gevallen plat zijn.”
-
-„Dat heb je goed ingezien, ronde spagnoletstangen komen maar weinig
-voor, platte zijn meestal steviger, maar ik heb nog iets meer ontdekt,
-mijn waarde. De scharnieren van de deuren zitten namelijk niet aan de
-binnenzijde, zooals meestal het geval is, maar aan den buitenkant van
-de deur.”
-
-„Daar had ik nog niet op gelet,” riep Charly uit. „Dat komt ook maar
-zelden voor geloof ik, want de meeste balkondeuren gaan naar binnen
-open.”
-
-Raffles was opnieuw op het balkon gegaan, had zijn vergrootglas weder
-ter hand genomen en bukte zich, teneinde een der onderste scharnieren
-van de deur met groote aandacht te bezien.
-
-Teneinde het scharnier zoolang mogelijk tegen roest te beschermen was
-het geschilderd met dezelfde kleur van de deuren.
-
-Maar aanstonds zag Raffles, dat de pen, welke de beide helften van het
-scharnier verbond, en waarom het draaide, van boven voorzien was van
-een ronden kop, die haar belette door het gat van de scharnier te
-vallen.
-
-Hij tuurde aandachtig door zijn vergrootglas en toen ontsnapte een
-lichte kreet van zegepraal aan zijn mond.
-
-Dadelijk kwam Charly vol belangstelling naderbij.
-
-„Heb je iets ontdekt?” vroeg hij.
-
-„Ik geloof tenminste dat ik reeds heel wat verder ben. Kom eens hier en
-zeg me eens, wat je van dat scharnier denkt?”
-
-Charly kwam op het balkon, hurkte naast Raffles neder, bekeek het
-scharnier aandachtig en zeide toen:
-
-„Het lijkt op een van die scharnieren, zooals men ze vaak vindt aan
-gewone kamerdeuren en waarvan de pen al zeer gemakkelijk er
-uitgetrokken kan worden.”
-
-„Zoo is het, mijn waarde. In ieder geval is dat scharnier er bepaald op
-gemaakt, om er de pennen gemakkelijk uit te nemen. Zie maar eens hoe
-goed zij geolied zijn.”
-
-Raffles had onder het spreken zijn zakmes te voorschijn gehaald, waarin
-zich verschillende kleine instrumentjes bevonden, en had met behulp van
-een schroevendraaiertje, dat hij tegen den ronden kop van de pen zette,
-deze laatste met het grootste gemak uit de scharnier genomen.
-
-Maar dadelijk stak hij er de ijzeren stift weder in, stond op en zeide
-tot Charly:
-
-„Ga eens naar binnen en doe de deur dicht.”
-
-Charly ging het vertrek binnen en draaide de greep van de spagnolet
-naar boven, zoodat de ronde stangen in de gaten grepen en de deur
-gesloten was.
-
-Toen keek hij vol aandacht naar wat Raffles deed.
-
-Hij zag, hoe deze vlug de twee pennen uit het bovenste en onderste
-scharnier van de linker deurhelft nam en tot zijn groote verbazing
-duwde Raffles de deurhelft langzaam open, en stond het volgende
-oogenblik naast hem.
-
-„Dat is....,” riep Charly stom verbaasd uit.
-
-„Het is weinig minder dan geniaal, Charly. De spagnoletstang is van
-bestemming veranderd en fungeert nu als scharnier. Je ziet wel, dat het
-goed beschouwd het ei van Columbus is.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-OP HET SPOOR VAN DE HOTELRATTEN.
-
-
-Charly bleef een oogenblik verwonderd en zwijgend naar de geopende
-deurhelft kijken, alsof hij zijn oogen nog altijd niet kon vertrouwen
-en daarop bekeek hij de deur wat nauwkeuriger.
-
-Het was zoo. De ronde stangen, waaruit de sluiting bestond, waren in
-een soort scharnier veranderd, waarom een van de deurhelften zeer
-gemakkelijk kon draaien.
-
-Gemakkelijk en geruischloos, want ook de uiteinde van de stangen bleken
-goed geolied te zijn.
-
-Volkomen onhoorbaar draaide de deurhelft, nadat de werkelijke
-scharnieren buiten dienst waren gesteld.
-
-Wanneer de dief weder heen ging, trok hij de deurhelft aan de
-scharnieren naar zich toe, stak er de ijzeren pen weder in en nu was er
-volstrekt niet te zien dat iemand door de deur was binnen gegaan.
-
-„En toch is er iets, wat ik volstrekt niet begrijp,” barstte Charly na
-eenige oogenblikken uit. „Hoe is het mogelijk dat de dief al deze
-deuren zoo heeft ingericht, zonder dat men er in het hotel iets van
-bemerkte?”
-
-Maar Raffles schudde glimlachend het hoofd en zeide:
-
-„Daarvan is natuurlijk in het geheel geen sprake. Ik wil je wel zeggen
-wat ik er van denk, maar eerst zullen we de deur weder in normalen
-stand terug brengen.” Raffles ging weder op het balkon, trok de
-deurhelft naar zich toe, stak de pennen in de scharnieren en daarop
-opende Charly aan den binnenkant de balkondeur en Raffles trad weder
-binnen.
-
-Wel waren eenige voorbijgangers blijven stil staan, toen ze de beide
-mannen bezig zagen, maar allen daar in de buurt wisten, dat het hotel
-sedert eenigen tijd letterlijk krioelde van politiebeambten en ze zagen
-de beide heeren natuurlijk voor detectives aan.
-
-Ook konden zij wegens de hoogte waarop de kamers gelegen waren, en de
-tamelijke breedte van het balkon zelfs aan de overzijde van de straat
-niet waarnemen, wat er met de balkondeur geschied was.
-
-Zoodra Raffles weder was binnen getreden en de balkondeur had gesloten,
-begon hij:
-
-„Ik herhaal je, Charly, er kan geen sprake van zijn, dat al deze deuren
-door den dief zoo zijn ingericht, nadat het hotel gebouwd was en ik ben
-nu ook zeker, dat wij hier met een heel complot te doen hebben en dat
-er minstens drie of vier personen bij deze diefstallen zijn en die
-personen hebben allen iets te maken met het bouwvak, of zij hebben er
-zich tijdelijk ingedrongen, met het doel, dat je kent. De balkondeuren
-zijn, zooals wij ze nu zien, reeds bij den bouw van het hotel zoo
-aangebracht en wel door dezelfde lieden, die naderhand de diefstallen
-pleegden. De deuren bevinden zich alleen op de vierde en vijfde
-verdieping en daarom hadden de beroovingen ook alleen op die etages
-plaats.”
-
-„Maar hoe konden deze deuren aangebracht worden, zonder dat de
-architect, of tenminste de bouwopzichter het merkte,” riep Charly uit.
-
-„In welk opzicht wijken deze balkondeuren dan af van de gewone?” was de
-wedervraag van Raffles. „Alles goed beschouwd, valt er niet veel
-bijzonders aan op te merken en wij wilden er eenmaal iets bijzonders
-aan vinden, omdat we niet wilden aannemen, dat de dief door een
-sleutelgat was gekropen. Het spreekt echter vanzelf, dat degene, die
-deze deuren maakte, verkocht, of misschien veranderde, medeplichtig is
-aan de diefstallen. Balkondeuren vormen natuurlijk slechts een zeer
-onbeteekenend onderdeel van zulk een groot bouwwerk en de bouwopzichter
-heeft er volstrekt geen acht op geslagen.
-
-„Hij heeft dat overgelaten aan den man, den timmerman waarschijnlijk,
-die de deuren leverde. Hij zag dat ze voortreffelijk werkten en het was
-hem blijkbaar volmaakt onverschillig of de spagnolet rond of vierkant,
-of de scharnieren buiten, of binnen waren.
-
-„Maar in dat geval kan Scotland Yard de dieven over een paar uren in
-handen hebben.”
-
-„Dat kan zij, indien wij haar inlichten,” zeide Raffles droogjes.
-
-„Ben je dat dan niet voornemens?”
-
-„Voorloopig niet. Ik wil eerst eens zelf op onderzoek uitgaan. Mijn
-concurrenten hebben al voor een flink bedrag in dit hotel gestolen en
-ik zou het een zeer opwindend tijdverdrijf achten, wanneer ik hen dien
-buit kon afhandig maken.”
-
-„Een gevaarlijk werkje, Edward. Die lieden zijn natuurlijk lid van een
-of ander machtig dievengenootschap.”
-
-„Dat denk ik ook wel, maar dat kan mij niet weerhouden. Wanneer wij met
-een weinig beleid en voorzichtigheid te werk gaan, kunnen wij
-waarschijnlijk een goeden slag slaan, de stelers bestelen, ik ken geen
-sport, die zoo opwindend is.”
-
-„Blijven wij nu hier?”
-
-„Meer dan ooit. Ik zal wel zorgen, dat het spoedig ruchtbaar wordt, hoe
-rijk wij Galiciërs zijn.”
-
-„Waarom?”
-
-„Om de dieven tot ons te trekken, in geval wij hen niet mochten
-ontdekken.”
-
-„Zou je den hotelhouder in ieder geval niet in het geheim nemen?”
-
-„Niet voordat wij zekerheid hebben. Wij moeten nu eerst eens
-onderzoeken, Charly, wie de aannemer van dit gebouw is geweest, wie de
-materialen, wie de arbeiders heeft geleverd.”
-
-„Het zal een langdurig onderzoek worden.”
-
-„Ongetwijfeld, het hotel is zeer groot, het is in betrekkelijk korten
-tijd gebouwd en er zullen wel een paar honderd werklieden op zijn minst
-bij betrokken zijn geweest. Toch wordt ons arbeidsterrein aanmerkelijk
-beperkt door de omstandigheid, dat we ons volstrekt niet te bekommeren
-hebben om de metselaars, de loodgieters, de schilders of de dakdekkers,
-maar uitsluitend om de timmerlieden, want zij zetten er de deuren en
-vensters in, en dan natuurlijk om de leveranciers van de balkondeuren.
-Kom, wij zullen maar dadelijk aan het werk gaan.”
-
-De beide vrienden ontpakten nu hun valies, hingen hun goed op, sloten
-hun kamers, brachten de sleutels, zooals het gebruik wilde, aan de
-jonge dame, die in haar vestibule in haar loge zat met een reusachtig
-bord met sleutels achter haar en knoopte toen een praatje aan met den
-portier, die dadelijk goed op de hoogte bleek te zijn met alles, wat
-met den bouw van het hotel in verband stond.
-
-Hij kon hem om te beginnen den naam noemen van de aannemersfirma,
-Talbot en Pearson, Holbornstreet 37.
-
-Natuurlijk waren de beide mannen wel zoo verstandig hem geen
-bijzonderheden te vragen, daar zij volstrekt geen achterdocht wilden
-wekken en zij verlieten het hotel, riepen op straat een huurauto aan,
-en lieten zich aanstonds naar het kantoor van de aannemers brengen.
-
-De heeren dreven de zaken op grooten voet, dat was aanstonds te zien
-aan den omvang van hun kantoorgebouw en aan de weelderige wijze, waarop
-het was ingericht.
-
-Raffles en Charly hadden zich uitgegeven voor detectives, zooals zij
-bij vroegere gelegenheden reeds menigmaal met succes hadden gedaan en
-zij werden, ofschoon de kantoortijd reeds voorbij was, dadelijk
-toegelaten bij de beide firmanten.
-
-De een zoowel als de ander was van heel klein af zijn loopbaan begonnen
-en dat was nog duidelijk merkbaar in de wijze, waarop zij hun stijven
-vilthoed, dien zij zelfs binnenshuis zelden afzetten, achter op het
-hoofd droegen en hun uitgesproken voorliefde voor zware rooktabak.
-
-Het waren twee stoere, door een langdurig verblijf in de buitenlucht
-gebruinde heeren, die Raffles en Charly ontvingen.
-
-„U is voor vandaag nummer acht en negen,” riep Talbot uit, nadat zijn
-beide bezoekers hadden plaats genomen.
-
-„Wilt gij zeggen, dat gij vandaag reeds zeven van mijn collega’s hebt
-ontvangen?” vroeg Raffles.
-
-„Niet meer en niet minder. Wat de heeren van mij willen, is mij niet
-recht duidelijk,” hernam Talbot. „Natuurlijk komt u ook in de zaak van
-het Kensington-Hotel, nietwaar?”
-
-„Zoo is het, mijnheer.”
-
-„Nu, dan weet ik al wat u komt vragen. Gij denkt zeker ook, juist als
-die andere heeren, dat er ergens geheime luiken, deuren, wat weet ik
-moeten zijn.”
-
-Maar Raffles schudde glimlachend het hoofd en zeide:
-
-„Wij weten wel beter, mijnheer. Dat willen we volstrekt niet van u
-weten. Wij weten wel, dat een modern hotel geen spookslot is, of een
-ruïne uit een film. Wij wenschen eenvoudig te weten van u, wie u de
-balkondeuren voor het hotel geleverd heeft.”
-
-Talbot en Pearson zagen elkander verbaasd aan en toen herhaalde de
-laatste:
-
-„De balkondeuren, wel ik geloof dat het Plumkett was, ik zal het
-aanstonds eens voor u opzoeken.”
-
-Hij trad op zijn schrijftafel toe, sloeg een geweldig register open,
-zocht eenigen tijd, zachtjes voor zich heen fluitend en zeide toen na
-eenigen tijd:
-
-„Ja, alle deuren, de balkondeuren zoowel als de andere zijn door
-Plumkett geleverd in Waltonstreet.”
-
-„Ik dank u zeer, mijnheer,” kwam Raffles, die het adres aanstonds had
-opgeschreven. „Nu nog eenige vragen: Wilt gij mij zeggen hoeveel
-arbeiders gij ongeveer in dienst had?”
-
-„Drie honderd en zeven en tachtig,” antwoordde Talbot zonder aarzelen.
-
-„Dat is nog meer dan ik dacht. Wie leverde u die?”
-
-„Wij hebben een vaste kern van driehonderd man, die geregeld voor ons
-werken en als wij daaraan niet genoeg hebben, dan levert onze agent,
-Turner. Hij kan er nog altijd zooveel krijgen als hij wil.”
-
-„Doet Turner onderzoek naar de menschen die zich bij hem komen
-aanbieden?”
-
-„Wat bedoelt gij? Naar hun bekwaamheid? Dat zou maar tijd vermorsen
-zijn. Dat is immers na tien minuten wel op het werk te zien? En ik
-verzeker u dat die methode heel wat beter is dan vragen stellen, want
-iedere arbeider zegt toch altijd van zichzelf, dat hij bekwaam is, dat
-deed ik zelf ook, toen ik nog steenenkruier was. Een arbeider, van wien
-na een kwartier blijkt, dat hij zijn vak niet kent, gaat er aanstonds
-uit.”
-
-„Heel practisch. Zeg mij eens, mijnheer Talbot. Is het tijdens den bouw
-voorgekomen, dat u om die reden arbeiders hebt moeten weg zenden?”
-
-„Slechts eenmaal. Het gold een loodgieter, die zich als heel bekwaam
-had aangemeld, en die zich verbeeldde, dat je ijzer met koper kunt
-samen soldeeren.”
-
-„Nu dit nog: wie zette de ramen en deuren in? Doen dat uw eigen
-timmerlieden, of geschiedt dat door speciale arbeiders van Plumkett.”
-
-„Dat hangt er van af. Gewone kamerdeuren stuurt hij op het werk, en dan
-hangen onze timmerlieden ze in de scharnieren. Een kwestie van
-niemendal. Maar als het bijvoorbeeld nog al ingewikkelde constructies
-zijn, zooals draaideuren, of balkondeuren met espagnolet, dan stuurt
-Plumkett een paar van zijn eigen menschen.”
-
-„Was dat ook nu het geval?”
-
-„Ja, dat weet ik zeker. Maar zeg mij eens, mijnheer, waarom stelt u mij
-al die vragen?” kwam Talbot verbaasd.
-
-„Het spijt mij, dat ik u daarop geen antwoord kan geven, mijnheer
-Talbot. Later zal u dat wel duidelijk worden.”
-
-Raffles was reeds opgestaan, na Charly een wenk te hebben gegeven en
-had zijn hoed gegrepen.
-
-Nu wendde hij zich weder tot de beide aannemers en zeide:
-
-„Ik hoop, mijne heeren, dat gij voorloopig het stilzwijgen zult bewaren
-over ons gesprek. Wij zijn particuliere detectives en wij zouden niet
-gaarne de vruchten van onze inspanning zien ontgaan, als Scotland Yard
-hoorde van ons gesprek en de bedoeling raadde van de vragen, welke ik u
-reeds gesteld heb.”
-
-„Mijnheer, u hebt groot gelijk,” riep Talbot op jovialen toon. „Niemand
-laat zich graag de kaas van het brood eten. U kunt er van op aan, dat
-we niets zullen zeggen.”
-
-En met deze toezegging konden Raffles en Charly heen gaan.
-
-„Waar nu heen?” vroeg Charly, toen de beide mannen weder op straat
-stonden.
-
-„Naar Plumkett.”
-
-„Dat is een heel eind uit de buurt. Het is ook de vraag of wij hem
-thuis zullen treffen.”
-
-„Dat moeten wij dan maar probeeren, maar ik begrijp het al, Charly. Je
-maag begint te jeuken. Welnu, hier aan de overzijde is toevallig een
-lunchroom. Wij zullen ons versterken met een kop bouillon en de helft
-van een koude kip.”
-
-„Ik wil niet verzwijgen, dat ik blij ben met deze oplossing.” zeide
-Charly lachend. „De zaak interesseert me bijzonder, maar ik ben het
-volkomen eens met den grooten Napoleon, die zeide, dat een soldaat met
-een leege maag geen veldslag kan winnen.”
-
-De beide mannen stapten de lunchroom binnen, gebruikten haastig iets,
-en stonden een kwartier later weder buiten, om rond te zien naar een
-huurauto waarvan de chauffeur bereid zou zijn, den langen weg naar de
-Waltonstreet af te leggen.
-
-Het duurde inderdaad eenigen tijd, voor zij een chauffeur hadden
-gevonden die onzelfzuchtig genoeg was, om hen, al was het dan tegen een
-zeer groote fooi, naar de genoemde straat te brengen.
-
-De rit duurde ruim een uur, en eindelijk hield de auto stil voor een
-fraai huis, dat deel scheen uit te maken van een groot fabriekscomplex.
-
-Op een koperen bordje op de deur was de naam Plumkett gegraveerd.
-
-Raffles belde aan, en vernam van den huisknecht, die de deur opende,
-dat mijnheer Plumkett juist van tafel was opgestaan, maar dat hij hem
-zou vragen of hij twee particuliere detectives in een belangrijke zaak
-wilde ontvangen.
-
-De heer Plumkett was zeker in een goede bui, want hij stond het verzoek
-toe en een oogenblik later stonden de beide vrienden tegenover een
-kleinen, mageren man, met doordringende zwarte oogen en een intelligent
-gelaat. Het gelaat van den pienteren, ondernemenden zakenman.
-
-„Waarmee kan ik de heeren dienen?” vroeg Plumkett, nadat hij Raffles en
-Charly met een gebaar tot zitten had genoodigd.
-
-„Wij zullen u niet lang ophouden, mijnheer Plumkett,” antwoordde
-Raffles. „Wij komen in de zaak van het Kensington-Hotel, waarin den
-laatsten tijd een groot aantal even stoutmoedige, als geheimzinnige
-diefstallen heeft plaats gehad.”
-
-„Daar heb ik van gelezen,” hernam Plumkett verwonderd. „Maar ik kan met
-den besten wil van de wereld niet inzien, wat ik daarmee te maken heb!
-Verdenkt gij mij soms?”
-
-„Neen, mijnheer Plumkett!” antwoordde Raffles glimlachend. „Maar gij
-zoudt ons misschien eenige waardevolle inlichtingen kunnen geven.”
-
-„Als gij dat denkt mijnheer, vraag dan slechts!”
-
-„Ik dank u voor deze toestemming, en ik kom ter zake. Gij hebt de
-deuren en ramen geleverd voor het hotel wat ik zooeven noemde,
-nietwaar?”
-
-„Ja.”
-
-„Zijn de balkondeuren, welke gij geleverd hebt, van een courant model?”
-
-„Welzeker zijn ze dat! Ik heb er al zoo duizenden geleverd!”
-
-„Met ronde spagnoletstangen?”
-
-„Met ronde spagnoletstangen?” herhaalde Plumkett, terwijl hij zijn
-wenkbrauwen hoog optrok. „Wel neen, die maak ik nooit, die zijn minder
-sterk dan platte! In mijn deurenfabriek gebruiken wij nooit anders dan
-platte spagnoletten.”
-
-„Het is zeker onmogelijk, dat in uw fabriek, waar zooveel vervaardigd
-wordt, bijvoorbeeld van een veertigtal deuren de stangen rond gemaakt
-worden, zonder dat gij dat bemerkt?”
-
-„Dat is volkomen buitengesloten, mijnheer!” antwoordde Plumkett kortaf.
-„Dat is onbestaanbaar! Vergeet niet dat men aan de ronde stangen alleen
-niet genoeg heeft, maar dat er dan natuurlijk ook ronde oogen noodig
-zijn, en geen vierhoekige!”
-
-„Worden de stangen ook in uw fabriek gesmeed?”
-
-„Alles gebeurt hier. Wij draaien zelf de schroeven, wij verven onzen
-deuren en ramen zelf, wij leveren de raamgewichten, en het eenige dat
-wij van andere fabrieken krijgen is het touw en de verf. Natuurlijk zou
-er op mijn fabriek wel eens door dezen of genen een ronde stang gesmeed
-kunnen worden, maar zelfs dat zouden de werkbazen onmiddellijk zien en
-ik zou het weten, maar dat men voor dertig of veertig deuren ronde
-spagnolettes zou maken, dat wil zeggen een lengtje van bijna tachtig
-meter, ik herhaal u dat het volkomen is uitgesloten. Wilt u mij niet
-zeggen, waarom u mij dat vraagt?”
-
-„Kan ik op uw stilzwijgen rekenen, mijnheer Plumkett?”
-
-„Volkomen.”
-
-„Welnu, in het Kensington-Hotel zijn op de vierde en vijfde verdieping
-alle balkondeuren voorzien van ronde spagnoletstangen. De scharnieren
-zitten aan den buitenkant en zij hebben losse pennen, die zeer
-gemakkelijk uitgetrokken kunnen worden.”
-
-„Pennen met koppen?” vroeg Plumkett, die zijn ooren niet scheen te
-vertrouwen.
-
-„Ja.”
-
-„Weet ge dat volkomen zeker?”
-
-„Ik heb mij er persoonlijk van overtuigd.”
-
-„Daar staat mijn verstand bij stil,” riep Plumkett uit. „Ik kan u
-verzekeren, mijnheer, dat ik weliswaar een groote fabriek heb, maar dat
-ik toch op een spijker na weet, wat er om gaat. Zonder dat ik de
-teekeningen behoef na te gaan, kan ik u al zeggen, dat de deuren, welke
-ik voor het hotel leverde weliswaar de scharnieren aan de buitenzijde
-hadden, maar dat de pennen zonder koppen waren. Zulke scharnieren breng
-ik altijd alleen maar op binnendeuren, omdat de menschen dergelijke
-deuren soms wel eens willen uitnemen en vervangen door portières. Ik
-moet u zeggen, dat ik er volstrekt niets van begrijp.”
-
-„Het zal u wel spoedig genoeg duidelijk worden, mijnheer Plumkett, maar
-eerst nog eens een paar vragen: Zijn al uw arbeiders volkomen
-betrouwbaar?”
-
-„Dat is een vraag, mijnheer, waarop ik u niet zoo gemakkelijk kan
-antwoorden,” riep Plumkett uit. „Ik heb negen honderd vijftig arbeiders
-in dienst, in de smederij, de bankwerkerij, de glassnijderij, de
-zagerij en de timmermanswerkplaats en ik zou er niet graag mijn hand
-voor in het vuur willen steken, dat al die menschen van een
-onberispelijken levenswandel zijn, dat kan geen enkel fabrikant.”
-
-„Dat ben ik volkomen met u eens, mijnheer Plumkett,” gaf Raffles toe.
-„Mijn vraag was misschien niet zoo heel verstandig en toch ben ik er
-zeker van dat onder uw werklieden, en waarschijnlijk ook onder enkele
-werkbazen elementen te vinden zijn, die gij ongetwijfeld op staanden
-voet zoudt ontslaan, als gij wist, of althans vermoedde, wat zij op hun
-kerfstok hebben,”
-
-„Wat dan wel, mijnheer,” vroeg Plumkett verbaasd.
-
-„Hebt ge dat nog niet afgeleid uit mijn vragen? Het is dunkt mij
-volkomen duidelijk, dat, daar de balkondeuren, die zich thans in het
-hotel bevinden, niet in uw fabriek vervaardigd zijn, tenminste wat de
-onderdeelen der sluiting betreft, zij op weg van uw fabriek naar het
-bouwwerk een verandering moeten hebben ondergaan en het is duidelijk,
-dat die alleen door uw werklieden kan zijn aangebracht.”
-
-„Gij maakt mij aan het schrikken, mijnheer,” riep Plumkett uit, „en
-toch, zoo moet het wel gegaan zijn. Een andere oplossing is er niet.”
-
-„Ik ben overtuigd, mijnheer Plumkett, dat het zoo en niet anders in
-zijn werk is gegaan,” hernam Raffles kalm.
-
-„Maar dan moeten die lieden onmiddellijk onschadelijk worden gemaakt,”
-riep de fabrikant woedend uit.
-
-„Ook dat geef ik u toe, mijnheer, maar alvorens hen onschadelijk te
-maken, moet men hen kennen,” hernam Raffles glimlachend. „En gij zult
-zelf wel inzien dat dit met eenige moeilijkheden gepaard gaat. Al uw
-werklieden van de deurenafdeeling te laten aantreden en hen een voor
-een te laten vragen, of zij soms iets uitstaande hebben met de brutale
-diefstallen in het Kensington-Hotel.... Ik vrees dat ons dat niet veel
-verder zou brengen.”
-
-„Gij hebt gelijk, maar wat is er dan te doen?”
-
-„Er is een heel eenvoudig middel, mijnheer Plumkett. Gij neemt ons
-eenvoudig als zoogenaamde arbeiders in dienst. Onze handen zullen niet
-verkeerd staan, zooals gij spoedig zult merken en ik geloof, u wel te
-mogen verzekeren, dat wij binnen weinige dagen de daders zullen hebben
-uitgevonden. Wilt gij ons daartoe verlof geven?”
-
-Plumkett dacht slechts een oogenblik na en antwoordde toen:
-
-„Toegestemd, mijne heeren. Van dit oogenblik af maakt gij deel uit van
-mijn personeel.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-LICHT IN DE DUISTERNIS.
-
-
-Raffles en Charly namen onmiddellijk de noodige maatregelen.
-
-Zij besloten des nachts in het hotel te blijven logeeren onder de
-vermomming welke zij daar tot dusver hadden aangenomen en de dag en de
-avond zouden er aan besteed worden om onderzoek te doen naar de brutale
-diefstallen.
-
-Het hotel wilden zij voorloopig niet verlaten, teneinde aldus niet de
-kans te missen, dat zij zelve wellicht het slachtoffer zouden worden
-van de brutale hoteldieven, welke kans des te grooter was, daar het
-gerucht van hun grooten rijkdom reeds in breede kringen de ronde had
-gedaan.
-
-Men kon gerust aannemen, dat de daders in het hotel althans een of twee
-medeplichtigen hadden en deze zouden niet nalaten, hen nauwkeurig op de
-hoogte te houden aangaande de finantieele positie van de logeergasten,
-die hun intrek in het hotel namen.
-
-Raffles begreep, dat hij deze kans niet mocht laten voorbijgaan en
-daarom werd het besluit genomen, den nacht in ieder geval in het hotel
-door te brengen.
-
-Het zou tamelijk vermoeiend zijn, maar hij moest voor de goede zaak
-iets over hebben.
-
-Reeds den volgenden dag, vroeg in den morgen, kwamen Raffles en Charly
-zich als arbeiders aanmelden.
-
-Zoo voortreffelijk was hun vermomming, zoozeer geleken ze op hetgeen ze
-moesten voorstellen, dat het geruimen tijd duurde, voor Plumkett wilde
-gelooven, dat zij dezelfde personen waren, die zich den avond te voren
-bij hem kwamen aanmelden, en dat Raffles verplicht was, het geheele
-verhaal van de diefstallen en van zijn vermoedens nogmaals te doen,
-alvorens de waardige fabrikant zich liet overtuigen.
-
-„Ik moet zeggen, heeren, dat ge mij verbaasd doet staan,” riep Plumkett
-uit, terwijl hij Raffles en Charly beurtelings aangaapte. „Ik heb wel
-eens vernomen, dat detectives zich vermommen, maar ik heb altijd in de
-veronderstelling verkeerd, dat die vermomming voor iemand, die goede
-oogen in het hoofd had, al heel doorzichtig was. Ik ben nu verplicht
-van die meening terug te komen, want ik zou eerder aan mijn eigen
-persoonlijkheid getwijfeld hebben, dan dat ik u beiden zou hebben
-gehouden voor de beide detectives, die mij gisteravond kwamen
-bezoeken.”
-
-„Wij danken u voor uw compliment, mijnheer Plumkett,” zeide Raffles met
-een lichte buiging. „Is alles in orde?”
-
-„Ja, gij kunt aanstonds aan het werk gaan. Het is een gelukkig toeval
-dat ik eenige arbeiders ben kwijt geraakt, die zelf een zaak gingen
-beginnen.”
-
-„Arbeiders van de deuren- en ramenafdeeling?”
-
-„Ja, het speet me genoeg. Het waren bekwame werklieden. Ze hadden wat
-geld over gespaard, zeiden zij me, en nu wilden zij het zelf eens gaan
-probeeren.”
-
-„Een gevaarlijk begin in dezen tijd,” zeide Raffles hoofdschuddend.
-„Wees zoo goed en schrijf mij de namen van die arbeiders eens op, als
-het kan met hun adressen er bij.”
-
-„Waarom, mijnheer? Gij denkt toch niet dat....”
-
-„Ik denk voor het oogenblik niets, maar ik acht het verstandig met alle
-mogelijkheden rekening te houden.”
-
-Plumkett was op zijn bureau toegetreden, nam een klein register uit een
-lade, bladerde er een oogenblik in, nam een stukje papier en schreef er
-drie namen uit over met de adressen er achter, hetwelk hij aan Raffles
-ter hand stelde.
-
-Een oogenblik later waren de beide gewaande arbeiders naar hun
-afdeelingen vertrokken, welke zich bleken te bevinden in een groote
-ruime werkloods, waar een honderdtal arbeiders druk aan het werk waren.
-
-In de loods stonden een aantal cirkelzagen, machines om gaten in de
-posten van de deuren te hakken, schaafbanken, een paar draaibanken, en
-in een hoek bevond zich een kleine smidse, waar klein ijzerwerk gesmeed
-werd.
-
-De arbeiders hadden slechts even nieuwsgierig van hun werk opgekeken,
-toen de beide nieuwelingen binnen traden en daarop bogen zij zich weder
-over hun werk.
-
-Er was juist een bestelling van een ander groot hotel, dat in het
-centrum der stad zou worden gebouwd, onder handen.
-
-In een der hoeken van de werkplaats lagen reeds een dertigtal
-kamerdeuren opgestapeld, nog ongeschilderd en die ook nog van sloten en
-knoppen moesten worden voorzien. Daarnaast waren een paar dozijn ramen
-opgestapeld, die nog slechts op de ruiten wachten en de verfkwast.
-
-Raffles en Charly waren door den opzichter, die hen in ontvangst had
-genomen, naar een groote schaafbank geleid, waar zij dadelijk aan het
-werk konden gaan, dat bestond in het gladschaven van deurposten.
-
-Het was een tamelijk eentonig werkje en heel veel kennis en aandacht
-vereischte het niet, maar zelfs al zou het dat wel hebben gedaan, dan
-zouden Raffles en Charly toch niet verlegen hebben gestaan, want zij
-waren gewend met houtbewerkingsmachines, zoowel als met draai- en
-fraisbanken om te gaan, waarvan er zich eenige bevonden in de geheime
-werkplaats, die zich bevond onder het tuinhuis in den grooten tuin, die
-zich achter het huis van Lord Aberdeen in de Regentstreet uitstrekte.
-
-Maar juist omdat de arbeid niet veel toezicht vorderde en de beide
-mannen eigenlijk weinig anders te doen hadden, dan de ruwe balken,
-waarvan een groote stapel naast de werkbank lag, telkens op nieuw onder
-de ronde schaaf te schuiven en deze te verstellen, tot de juiste dikte
-van de deurpost was verkregen, konden ze al hun aandacht wijden aan hun
-omgeving.
-
-Voorloopig echter viel er weinig anders te doen dan de gezichten te
-bestudeeren van de werklieden, die hier bezig waren.
-
-Er waren jongen zoowel als ouden en op dit oogenblik kon men alleen
-zeggen dat ze hard aan het werk waren.
-
-Te hooren viel er niets. De machines maakten zulk een geweldig lawaai,
-dat de werkbaas alle aanwijzingen met luide stem moest schreeuwen en
-nog liever met gebaren zijn toevlucht nam.
-
-Het schaftuur naderde tamelijk snel en de arbeiders begaven zich naar
-de ruime heldere schaftkamer, waar zij voor weinig geld een zeer goeden
-maaltijd konden krijgen en dus bij slecht weder niet genood waren, de
-fabriek te verlaten.
-
-Ook Raffles en Charly namen in deze schaftzaal plaats en zetten hun
-ooren thans goed open.
-
-Maar de arbeiders hadden het over niets anders dan over de groote
-staking die toen juist in de metaalnijverheid was uitgebroken en geen
-enkel oogenblik konden de beide mannen een snel gewisselden blik van
-verstandhouding, een paar gefluisterde woorden, of iets anders
-verdachts opmerken.
-
-Zij stonden tamelijk spoedig weder op en op de groote binnenplaats
-hadden zij gelegenheid een paar woorden tot elkander te kunnen
-wisselen.
-
-„Het werkje zal ons niet meevallen, geloof ik, Charly,” begon Raffles.
-„Maar toch hoop ik aan een halve week genoeg te hebben. Er zijn acht en
-negentig werklieden op de afdeeling, daarvan zijn zestien jongens en
-nog twaalf gezellen die nog geen zestien jaar zijn, en die dus ook niet
-in aanmerking komen. Die acht en twintig kunnen wij er dus afrekenen.
-Bovendien heb ik een achttiental zeer oude werklieden opgemerkt, die al
-evenmin in aanmerking komen. Ik denk dat Plumkett hen meer uit
-medelijden houdt. Er blijven er dus twee en vijftig over, dat is dus
-voor ons ieder zes en twintig, Charly. Van die zes en twintig moeten
-wij zoo spoedig mogelijk de levensomstandigheden te weten zien te komen
-en daarbij kan Plumkett zelf ons natuurlijk goed helpen. Wanneer je de
-fabriek uitgaat zullen we scheiden en wij nemen ieder zooveel arbeiders
-voor onze rekening, als wij maar kunnen afdoen, maar eerst vragen wij
-natuurlijk aan Plumkett de namen van degenen die door hun geheele
-gedrag en hun verleden reeds bij voorbaat van iedere verdenking zijn
-vrij gesteld. Dat zal onze onderzoekingen aanzienlijk bekorten.”
-
-In den loop van den middag vond Raffles gelegenheid den directeur nog
-eens te spreken en deze beschreef hem een aantal werklieden, wier namen
-hij opgaf en die reeds vele jaren in zijn dienst waren volgens zijn
-meening onmogelijk schuldig konden zijn aan den diefstal in het
-Kensington-Hotel.
-
-Dat was alweer zooveel gewonnen en toen de bel om half vijf luidde, die
-voor dien dag de beëindiging van het werk aankondigde, verlieten
-Raffles en Charly de fabriek, voorzien van een lijstje met namen en
-adressen en bezield met de beste voornemens om zoo spoedig mogelijk met
-eenig tastbaar resultaat terug te keeren.
-
-Daarin echter zouden zij bedrogen uitkomen.
-
-Zij onderzochten ieder dien avond de levensomstandigheden van een
-zevental arbeiders die allen in dezelfde wijk woonden, hetgeen al weder
-veel tijd bespaarde en al die menschen waren brave, eenvoudige kerels,
-die heel kalmpjes leefden, vrouw en kinderen hadden, van wie zij veel
-hielden, des Zondags vischten, of naar een voetbalwedstrijd gingen,
-Zaterdagsmiddags op de Theems roeiden, of een uitstapje maakten in de
-omstreken, ’s avonds in een café soms een partijtje domino speelden en
-er een glas bier bij dronken, en die lid van de een of andere zang-,
-gymnastiek- of voetbalvereeniging waren. Kortom volkomen onschadelijke
-leden van de maatschappij, die zeker geen seconde zouden wenschen, zich
-te vergrijpen aan een andermans goed.
-
-Den volgenden dag ging het niet veel beter.
-
-Toen troffen zij wel eenige minder soliede heerschappen aan, die wel
-eens te diep in het glaasje keken, en waarvan er een zelfs een
-geregelde sport van maakte, tweemaal in de week zijn vrouw af te
-rossen, maar al die lieden gedroegen zich volstrekt niet als
-misdadigers, die in korten tijd een zeer hoog bedrag bijeen hadden
-gestolen, waar zij desnoods jaren lang van zouden kunnen leven.
-
-Integendeel, de lichtmissen onder de arbeiders verkeerden in tamelijk
-belabberde omstandigheden en zij waren op de geheele fabriek berucht om
-de geniale wijze, waarop zij onder allerlei voorwendsels geld wisten te
-leenen dat maar bij hooge uitzonderingen werd terug betaald.
-
-En het scheen wel, of het vervaardigen van deuren en ramen een
-heilzamen invloed had op het zedelijke peil van de arbeiders, want den
-derden avond had Raffles en Charly weder met louter degelijke en
-fatsoenlijke werklieden te doen, waarvan er zelfs vier als brave
-Hendrikken befaamd waren.
-
-Toen de beide vrienden zich om twaalf uur in den nacht van den derden
-avond tamelijk vermoeid van hun zwerftochten in hun hotelkamer
-bevonden, zeide Charly mismoedig:
-
-„Nu blijven er nog maar twee of drie over en je zult zien, dat
-leerlingen, die pas van een Zondagsschool komen, niet braver kunnen
-zijn.”
-
-„Zoo is het ook, Charly,” kwam Raffles kalm. „Ik heb er den werkbaas al
-naar gevraagd, onder een voorwendsel natuurlijk en als de twee brave
-kerels, die er nog overschieten het hemelrijk niet beërven, dan hebben
-millioenen anderen hier te Londen geen schijn van een kans.”
-
-„Dus wij moeten het opgeven?”
-
-„Dat kan ik nog niet toegeven.”
-
-„Maar wij hebben alle arbeiders nu afgewerkt.”
-
-„Op drie na, die er niet meer zijn.”
-
-„Je bedoelt de drie werklieden die er uit zijn getrokken om zelf een
-zaak te beginnen?”
-
-„Zoo is het. Om je de waarheid te zeggen is het mij aanstonds een
-weinig vreemd voorgekomen, dat drie werklieden gezamenlijk een nieuwe
-zaak opzetten. Een doet het wel eens, twee doen het samen, maar zelden,
-en drie doen het nooit want zij kennen elkaar en weten, dat zij
-waarschijnlijk zeer spoedig ruzie zouden krijgen. In ieder geval is het
-wel de moeite waard, de gangen van die drie verdwenen arbeiders eens na
-te gaan. Ik heb nog altijd hun namen en adressen.”
-
-„En de werkbaas? Komt die niet in aanmerking?”
-
-„Dat geloof ik niet. Hij is pas een week op de afdeeling, ter
-vervanging van een baas die daar tot dusverre het toezicht uitoefende,
-en die ernstig ziek is geworden naar het schijnt. Morley heet de man.
-Wij zullen morgen eens dadelijk een onderzoek gaan instellen.”
-
-„Weet je wat ik daar bedenk, Edward?”
-
-„Laat eens hooren?”
-
-„Als wij eens kalm afwachten, tot de kerels onze eigen kamer binnen
-dringen en hen dan pakken.”
-
-„Ten eerste zou dat nog zeer lang kunnen duren en ten tweede moet ik
-vreezen, dat zij het geld, hetwelk zij in dit geval hebben buit
-gemaakt, niet in hun zak bij zich dragen en ik wil je niet verbergen,
-dat mij dat een groote teleurstelling zou zijn, want het is me niet in
-de laatste plaats om hun geld te doen.”
-
-„Dan zal ik zeker ook geen succes hebben met mijn voorstel om
-bijvoorbeeld op het dak in hinderlaag te leggen en te zien waar zij
-blijven?”
-
-„Dat klinkt al anders, Charly. Het is echter niet bepaald een
-ontspanning in dit jaargetij, om nachten achtereen op het dak te
-blijven overnachten, of liever, om daar een geheelen nacht wakker te
-blijven. Wel ben ik voornemens zoodra het mogelijk is, het dak eens te
-onderzoeken. Misschien vinden wij wel het huis, vanwaar de dieven hun
-sluiptochten beginnen en voor het oogenblik gevoel ik er nog het
-allermeeste voor naar bed te gaan.”
-
-De volgende dag was het Zondag en Raffles en Charly hadden dus alle
-gelegenheid een onderzoek in te stellen naar de drie arbeiders, die
-eenigen tijd geleden de fabriek hadden verlaten.
-
-Ze heetten Hammond, O’Reilly en Deary, en toen ze nog op de fabriek
-werkzaam waren woonden ze alle drie in de wijk van Hounsditch.
-
-Aan het eerste adres wachtte de beide vrienden een teleurstelling. Op
-hun los daarheen geworpen vraag deelde een van de buren hen mede, dat
-Hammond, die daar geruimen tijd gewoond had, omstreeks veertien dagen
-geleden was verhuisd en niemand kon zeggen, waarheen.
-
-Dat was een tegenslag die nog geen half uur later gevolgd werd door een
-tweede, want ook O’Reilly bleek niet meer te wonen op de vijfde
-verdieping van het oude huis, waar hij zich vroeger had opgehouden en
-niemand kon zeggen, waarheen hij gegaan was.
-
-Maar zij werden schadeloos gesteld voor hun teleurstelling, toen zij
-aan het derde adres kwamen.
-
-Een paar kinderen, die in de nauwe straat aan het spelen waren, deelden
-mede, dat Deary een kamer bewoonde op de derde verdieping.
-
-Hij was thuis, maar hij zou wel spoedig uitgaan. „Hij had in de loterij
-gewonnen en hij was een fijne man geworden,” babbelden de kinderen,
-terwijl Raffles met een glimlach om de lippen toeluisterde.
-
-Toen hij genoeg naar zijn zin wist nam hij met Charly plaats achter het
-eenige raam van een klein Italiaansch wijnhuis, vanwaar hij de deur van
-het huis, aan de overzijde, waar Deary woonde, goed in het oog kon
-houden.
-
-Na verloop van een half uur kwam de man te voorschijn.
-
-En wel was het dadelijk aan hem te zien, dat het fortuin hem blijkbaar
-gunstig was geweest want hij droeg een splinternieuw costuum,
-parelgrijze slobkousen over zijn lichtgele schoenen, een dure sportpels
-en een deukhoed van fijn vilt.
-
-Raffles betaalde aanstonds de vertering, en daarop verlieten de beide
-vrienden het café en begonnen den man te volgen.
-
-„Weet je wel zeker, dat hij het is?” vroeg Charly na eenige
-oogenblikken.
-
-„Vergissen is niet mogelijk. Plumkett heeft mij een zeer goede
-beschrijving omtrent den man gegeven en alles klopt: klein, tenger, met
-een ontzaglijk sterk gebogen neus, een echte Cyrano de Bergerac neus,
-zwarte wenkbrauwen, die elkander bij de neuswortels ontmoeten, en een
-ongezonde, vale kleur. Zie je wel hoe alles aan den man glimt van
-nieuwheid. Kijk hem eens loopen, zoo trots als een pauw, en merk eens
-op hoe zijn prachtige kleeren contrasteeren met deze armoedige
-volksbuurt en haar bewoners.”
-
-„Wat zou hij voornemens zijn?”
-
-„Misschien wel een van zijn aanstaande compagnons bezoeken,” zeide
-Raffles spottend. „Wij zullen het spoedig genoeg zien.”
-
-Na ongeveer een kwartier te hebben geloopen, riep Deary een huurauto
-aan en Raffles en Charly prezen zich gelukkig dat ook zij zich van zulk
-een voertuig konden meester maken, dat juist voorbij reed. De chauffeur
-kreeg bevel, de andere auto te volgen en nu begon er een rit, die bijna
-een uur duurde, en die tot groote verbazing van Charly voor het
-Kensington-Hotel eindigde.
-
-Raffles scheen evenwel volstrekt niet verbaasd te zijn. Het was alsof
-hij niet anders had verwacht.
-
-De beide vrienden, die de auto op een twintigtal meters afstand hadden
-laten stil staan, zagen hoe Deary uit het open portier leunde, en hoe
-er daarop een der kellners kwam toesnellen, met wien hij eenige woorden
-scheen te wisselen, waarop de kellner in het hotel verdween, Deary zijn
-hoofd terug trok, na iets tot den chauffeur te hebben gezegd en de auto
-daarop weder verder reed.
-
-Maar de tocht duurde thans maar een minuut of tien en toen bracht de
-chauffeur zijn voertuig opnieuw tot stand.
-
-De auto bevond zich nu voor een fraai groot huis, blijkbaar een
-pension, waar de prijzen wel niet zeer laag zouden zijn, naar het
-uiterlijk van het huis te oordeelen. Deary stapte uit, dankte zijn
-chauffeur af, betaalde den man en ging binnen.
-
-Raffles en Charly waren op hun beurt uitgestapt en de eerste stond in
-beraad wat hij doen zou.
-
-Toen scheen hem iets in te vallen.
-
-Hij wendde zich tot Charly en zeide op zachten toon:
-
-„Wacht een oogenblik bij de auto en houd die nog eenigen tijd vast,
-misschien hebben wij haar nog noodig. Ik zal eens zien, wat Deary in
-dat huis zoekt.”
-
-Hij liep op de huisdeur toe, die open stond, en kwam tegenover den
-portier te staan, een zwaarlijvig man, die den op zijn Zondags
-gekleeden werkman tamelijk achterdochtig beschouwde.
-
-„Wat is er van je dienst, vriend?” vroeg hij.
-
-„Kun je mij ook zeggen portier, of hier iemand woont, die Raymond
-heet?”
-
-„Raymond, neen man, we hebben wel iemand in huis, die Hammond heet.
-Moet je dien soms hebben?”
-
-„Neen, neen, ik geloof niet dat die het moet zijn,” zeide Raffles
-hoofdschuddend.
-
-Hij haalde een papiertje uit den zak, waarop iets gekrabbeld stond,
-scheen het te bestudeeren en hernam toen op een toon van aarzeling:
-
-„Op welke verdieping woont hij?”
-
-„Op de derde, de rechtsche gang, de laatste deur aan je linkerhand.
-
-„Mijnheer Hammond is hier pas ingetrokken met een vriend van hem
-O’Reilly. Is dat nu de man dien je hebben moet?”
-
-„Ik weet het niet. Ik durf hem eigenlijk niet goed lastig te vallen. Ik
-denk dat ik nog wel eens terug zal komen.”
-
-En Raffles nam zijn bolhoedje af en verwijderde zich weder. Hij wist nu
-wat hij weten wilde. De drie mannen waren daar bij elkaar.
-
-„Hammond en O’Reilly wonen dus in dat huis?” vroeg Charly opgewonden.
-
-„Zoo is het en Deary is hen komen opzoeken. Wij zullen hen nog eenigen
-tijd nagaan en dan zien, waar zij blijven.”
-
-„Als zij ons maar niet gaan verdenken. Ze kunnen ons wel hebben gezien
-in onze Zondagsche spullen.”
-
-„Dat bezwaar is te ondervangen, Charly. We hebben niets anders te doen,
-dan onze arbeidskleeren af te werpen, en een weinig aan ons gezicht te
-veranderen, een schoone boord om te doen, die wij bij ons dragen,
-benevens een paar manchetten en dan zullen wij er als heeren uitzien.”
-
-„Maar dan moet je den chauffeur in het geheim nemen, want die zou zeer
-verbaasd zijn, als twee gegoede arbeiders, die hij in zijn auto nam,
-bij het verlaten daarvan deftige heeren blijken te zijn.”
-
-„Dat behoeft niet meer, Charly. Ik heb den man al voor wij instapten
-gezegd, dat wij detectives waren, en hij stelt al bijna evenveel belang
-in de zaak als ik zelf.”
-
-„Geloof je dan, dat we op dit oogenblik op het goede spoor zijn?”
-
-„Dat geloof ik. Je geeft me zeker wel gewonnen, dat het gedrag van die
-drie signeurs al heel eigenaardig is. Dat gewonnen loterijlot is
-natuurlijk een praatje, alleen bedacht als voorwendsel om de
-plotselinge weelde van onzen vriend Deary aannemelijk te maken. Het is
-een zeer oude truc en getuigt niet van veel originaliteit. Ook van de
-nieuwe zaak, welke die heeren willen beginnen, geloof ik niets. Neen,
-ik meen wel te mogen verzekeren, dat wij op het oogenblik het wild op
-het spoor zijn. Vergeet niet dat Deary zooeven met een van de kellners
-gesproken heeft, dat beteekent ook niet veel goeds, hoe het ook zij,
-wij zullen nu spoedig genoeg weten, waaraan wij ons te houden hebben,
-en kom nu weder in de auto dan zullen wij ons snel verkleeden.”
-
-De beide vrienden stapten in, nadat Raffles den chauffeur met enkele
-woorden op de hoogte had gebracht, die zijn auto een eindje terug reed,
-en ontdeden zich nu snel van hun overkleederen, die hun eigen keurig
-gesneden wandeltoilet bedekten.
-
-Zij haalden hun boorden te voorschijn, deden ze aan, zetten hun pruiken
-af, borstelden zorgvuldig hun haar, lieten hun trekken snel een
-grondige verandering ondergaan en voor er tien minuten verloopen waren
-was het onmogelijk uit deze beide chique gekleede heeren de werklieden
-van zooeven te herkennen.
-
-En van dat oogenblik af wachtten de beide vrienden met het geduld van
-een kat, op wat er verder zon geschieden.
-
-Hun geduld zou niet lang op de proef worden gesteld, want er was nog
-nauwelijks een kwartier verloopen sedert zij hun vermomming hadden
-afgelegd, of de deur van het pension ging open, drie mannen verschenen.
-Het waren Hammond, O’Reilly en Deary.
-
-De chauffeur, die zijn instructies reeds gekregen had, lette goed op en
-toen de drie mannen na eenige vergeefsche pogingen eindelijk een auto
-hadden gevonden, ging hij deze weder na. Na een tocht van tien minuten
-ongeveer bevonden Raffles en Charly zich in de Highgateroad, waar het
-Kensington-Hotel gelegen was.
-
-De auto minderde vaart en stond eindelijk stil op nauwelijks vijftig
-pas afstand van het hotel.
-
-Raffles en Charly keken voorzichtig naar buiten.
-
-Zij zagen hoe de drie mannen, die zij gevolgd waren, uit de auto stegen
-en den chauffeur weg zonden en hoe zij vervolgens een huis binnen
-gingen, dicht bij het hotel gelegen, waarvan Deary de deur met zijn
-eigen sleutels opende.
-
-Toen de deur achter hen was dicht gevallen keek Raffles Charly
-glimlachend aan en zeide meesmuilend:
-
-„Twijfel je er nu nog aan, Charly, of wij het goede spoor hebben?”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-DE VAL WORDT UITGEZET.
-
-
-Charly wachtte eenigen tijd voor hij antwoordde:
-
-„Ik moet erkennen, dat de nabuurschap van het huis, waarvan Deary een
-sleutel schijnt te hebben al zeer toevallig is.”
-
-„Al te toevallig, mijn waarde, om daarmee rekening te moeten houden,”
-zeide Raffles hoofdschuddend. „Neen, het is nu wel bijna zeker, dat we
-zooeven de drie stoutmoedige hotelratten het huis hebben zien binnen
-gaan. Ik ga verder en ik zeg, dat zij zeer waarschijnlijk voor vanavond
-weder een nieuwe berooving hebben beraamd.”
-
-„Waarom denk je dat?”
-
-„Omdat Deary zooeven een kort gesprek met een van de kellners had, die
-waarschijnlijk wel in het complot zal zijn en omdat zij nu dat huis
-zijn binnen gegaan. Er kan niet aan getwijfeld worden, of vandaar uit
-beginnen zij hun strooptochten. Het moet niet zeer moeilijk zijn, van
-het dak van het huis dat van het hotel te bereiken. Dat zullen we
-trouwens spoedig genoeg zien, want ik ben voornemens eens een onderzoek
-in dat huis in te stellen.”
-
-„Terwijl zij daar zijn?”
-
-„Als het moet zeker. Maar ik wacht natuurlijk liever totdat zij
-verdwenen zijn.”
-
-„Dat kan een lange grap worden.”
-
-„Ongetwijfeld, maar dat moeten wij er voor overhebben. Wij zouden
-desnoods in de buurt kunnen blijven en hier lunchen en als het moet ook
-dineeren. Nu ik eenmaal op hun spoor ben, denk ik er natuurlijk niet
-aan, hen zoo spoedig weer uit het oog te verliezen. Wacht eens, daar
-aan de overzijde is een bar, die er nog al goed uit ziet. Daar zouden
-we kunnen gaan zitten en vandaar zouden wij ook het huis in het oog
-kunnen houden.”
-
-De twee vrienden stapten uit de auto en nu werd de chauffeur, met een
-fooi, die hem van genoegen deed grijnzen, weg gezonden.
-
-De man was blijkbaar van oordeel dat het in sommige gevallen geen
-windeieren legt, wanneer men detectives moet rijden.
-
-Maar Raffles riep hem nog eens terug en zeide op zachten toon:
-
-„Er liggen in de auto nog tamelijk goede kleeren, maar die mag je voor
-jezelf behouden. Wij zullen ze waarschijnlijk niet meer noodig hebben.”
-
-Weer grijnsde de chauffeur en daarop reed hij voor goed heen.
-
-Raffles en Charly traden de bar binnen, waar zij wegens het
-betrekkelijk vroege uur slechts zeer weinig gasten zagen en namen voor
-een der ramen plaats.
-
-Toen de kellner kwam om de bestelling op te nemen, wendde Raffles zich
-tot hem met de vraag:
-
-„Ben je hier lang in dienst, kellner?”
-
-„Zeventien jaar, mijnheer,” antwoordde de man niet zonder trots.
-
-„Dan ken je de buurt zeker goed?”
-
-„Dat zou ik meenen, mijnheer.”
-
-„Je hebt natuurlijk het hotel aan den overkant van de eerste steen af
-zien bouwen?”
-
-„Zoo is het, mijnheer.”
-
-„En het huis dat op een vijftigtal passen meer hier naartoe ligt, staat
-dat er al lang?”
-
-„Dat huis van roode baksteenen? O ja.”
-
-„Wat is het voor een soort huis?”
-
-„Ik geloof een soort pension, mijnheer,” antwoordde de kellner wiens
-verbazing gewekt werd door de vragen welke de vreemdeling hem stelde.
-
-Raffles die op het gelaat van den kellner las als in een open boek stak
-hem glimlachend een banknoot van een pond toe en zeide:
-
-„Ik vraag het niet louter uit nieuwsgierigheid, goede vriend. Ik behoef
-er geen geheim van te maken, tenminste niet tegenover jou, als je weet
-te zwijgen. Ik ben van de politie en ik stel bijzonder veel belang in
-het huis met de roode baksteenen.”
-
-„Zoo, mijnheer,” kwam de kellner verbaasd. „Er is anders niet veel
-merkwaardigs aan.”
-
-„Aan het huis zelf niet, mijn vriend, daarentegen wel aan sommige van
-zijn bewoners,” hernam Raffles bedaard. „Zeg mij eens, in deze bar zijn
-natuurlijk ook wel stille uren, en wat doet een kellner dan al anders
-dan een weinig naar buiten kijken, nietwaar?”
-
-„Zoo is het, mijnheer, dat doen wij,” antwoordde de man lachend.
-
-„Je hebt dus ook wel eens acht geslagen op de bewoners van dat pension,
-of wat het dan mag zijn.”
-
-„Zeker, mijnheer.”
-
-„Je kent hen zoo’n beetje?”
-
-„Als mijn vader en mijn moeder, mijnheer.”
-
-„Het kan niet mooier. Welnu dan, mijn vriend. Is er sedert een paar
-weken iemand in het huis getrokken, klein en tenger, vaak gekleed met
-een licht grijze sportpels en een ceintuur en een kraag van beverbont
-met een heel grooten gebogen neus en kleine zwarte oogjes?”
-
-„Dat is mijnheer Deary, dien ge daar beschrijft, mijnheer,” riep de
-kellner uit. „Wel, hij woont er reeds langer dan een maand, zou ik
-zeggen. Het kunnen misschien zes weken zijn.”
-
-Het antwoord stelde Raffles niet geheel en al tevreden, want het was
-hem bekend, dat de drie arbeiders pas veertien dagen geleden hun
-ontslag hadden gevraagd van de fabriek.
-
-Het was dus bijna niet aan te nemen, dat Deary hier gewoond had en toch
-zijn werk had verricht op de fabriek.
-
-Maar de volgende opmerking van den kellner stelde hem spoedig gerust.
-
-„Hij woonde er mijnheer, en hij woonde er toch weer niet,” hernam de
-man. „’s Ochtends heel vroeg ging de man al uit en hij kwam pas laat
-terug.”
-
-„En dan bleef hij zeker meestal thuis?”
-
-„Niet altijd, mijnheer, maar toch zeker wel een paar keer in de week.”
-
-„Ontving hij dan ’s avonds wel bezoek?”
-
-„Damesbezoek, bedoelt u?” vroeg de kellner met een knipoog. „Ja,
-mijnheer, dat gebeurde ook wel.”
-
-„Goed zoo, maar dat bedoelde ik op dat oogenblik niet.”
-
-„Heeren kwamen ook wel.”
-
-„Heb je die ooit weder zien vertrekken?”
-
-„Neen, nooit, het waren zeker geweldige plakkers.”
-
-„Hoe laat ga je hier ’s nachts weg?”
-
-„Om een uur, mijnheer.”
-
-„Ik dank je voor je inlichtingen, vriend, die voor ons van groot belang
-zijn,” zeide Raffles, terwijl hij den man opnieuw een bankbiljet in de
-hand drukte. „Ik behoef je zeker niet te zeggen, dat ik er staat op
-maak, dat dit alles tusschen ons blijft, anders zou je mij beletten de
-diefstallen in het hotel tot klaarheid te brengen.”
-
-„Dus u gelooft, mijnheer....” riep de kellner verbaasd uit.
-
-Maar Raffles legde hem met een gebaar het stilzwijgen op en zeide
-glimlachend:
-
-„Op het oogenblik geloof ik nog niets anders dan dat het het beste is,
-over deze zaak nog niet te praten. Ik heb nog slechts vermoedens en
-misschien worden die vannacht reeds bewaarheid.”
-
-Terwijl Raffles met den kellner sprak, had Charly voortdurend zijn
-blikken gevestigd gehouden op het huis van baksteen aan den overkant.
-
-Toen de kellner wilde heen gaan met een diepe buiging, vroeg Charly
-haastig:
-
-„Op welke verdieping woont mijnheer Deary, kellner?”
-
-„Op de bovenste, mijnheer. Hij komt wel eens voor zijn venster staan.”
-
-Nog een hoofdknikje en daarop verwijderde de man zich, zeer gelukkig
-met de goede fooi, die hij op zulk een gemakkelijke wijze verdiend had.
-
-Van dat oogenblik af begonnen de beide vrienden het huis met het geduld
-van een kat te bespieden.
-
-Zij lunchten in de bar en bleven trouw op dezelfde plek zitten, slechts
-nu en dan een paar woorden wisselend.
-
-Maar om drie uur in den middag had er eindelijk een verandering van
-tooneel plaats. De drie gewaande arbeiders verlieten het huis weder,
-wachtten eenigen tijd op een huurauto en reden toen weg.
-
-„Laat je hen gaan?” vroeg Charly verwonderd, die reeds was
-opgesprongen.
-
-„Natuurlijk. Ik heb voorloopig niet hen noodig, maar hun woning. Kom
-spoedig mee.”
-
-Raffles betaalde de vertering en beide vrienden verlieten haastig de
-bar.
-
-Zij staken de straat over en belden aan de deur van het huis van roode
-baksteenen.
-
-Een dienstmeisje deed hen open en vroeg hen wat zij wenschten.
-
-„Wij wenschen je meesteres te spreken, kindlief,” antwoordde Raffles.
-
-Het dienstmeisje liet de beide bezoekers in een soort ontvangkamertje
-en ging toen heen.
-
-Eenige minuten later werd de deur weer geopend en een corpulente dame
-trad binnen, wie het was aan te zien, dat zij zich liefst zoo weinig
-mogelijk bewoog.
-
-„Verlangen de heeren kamers?” vroeg zij een weinig ongeduldig. En
-Raffles begreep dadelijk, dat zij in haar middagdutje gestoord was.
-„Daaraan kan ik u tot mijn spijt niet helpen.”
-
-„Wij zoeken geen kamers, madame, wij zoeken een paar dieven,”
-antwoordde Raffles laconiek.
-
-„Dieven? Dieven, in mijn huis,” riep de pensionhoudster verontwaardigd
-uit.
-
-„Het spijt mij, dat ik het u moet zeggen, madame, maar wij gelooven
-inderdaad dat zich onder uw dak een zeer gevaarlijk signeur ophoudt,
-die van hier uit strooptochten onderneemt op het Kensington-Hotel.”
-
-De corpulente dame slaakte een kreet van afkeer en woede en riep toen:
-
-„Dat moet een vergissing zijn, mijnheer. Dat is onmogelijk.”
-
-„Er is niets onmogelijk, madame,” hernam Raffles kalmpjes. „Wij zullen
-u daar spoedig genoeg van overtuigen. Hier is mijn aanstelling als
-particulier detective. Zoudt gij de goedheid willen hebben, ons naar de
-bovenste verdieping te willen vergezellen?”
-
-„Wilt gij mij vier trappen laten beklimmen, mijnheer,” riep de dame op
-klagenden toon. „Dat kunt gij toch niet meenen. Als gij een onderzoek
-wilt instellen, kunt gij dat heel goed alleen doen, daarvan ben ik
-overtuigd. Waar moet gij zijn?”
-
-„O, wij willen alleen maar even den zolder onderzoeken,” antwoordde
-Raffles luchtig. „Geef u maar geen moeite mevrouw, wij zullen het zelf
-wel vinden.”
-
-En voor de corpulente dame nog iets had kunnen opmerken, waren Raffles
-en Charly de trap reeds op.
-
-Zonder zich ergens op te houden, bereikten zij de bovenste verdieping.
-
-Juist kwam er uit een der woningen een eenvoudig gekleed man, die
-beleefd zijn hoed af nam en de trap wilde afgaan.
-
-„Pardon, mijnheer,” zoo hield Raffles hem aan, „kunt u mij ook zeggen,
-waar de woning van mijnheer Deary is?”
-
-„Gij staat er juist voor, mijnheer,” antwoordde de heer die daarop
-nogmaals zijn hoed af nam en zich verwijderde.
-
-Raffles wachtte tot de voetstappen van den bewoner zich hadden
-verwijderd en trachtte den knop van de deur om te draaien maar zooals
-hij vermoedde was de deur op slot.
-
-Dit was echter voor een man als Raffles wel het kleinste van alle
-bezwaren.
-
-Hij had hierop voorbereid moeten zijn, en zich voorzien van een klein
-bosje loopers, die spoedig uit een achterzak te voorschijn kwam en
-binnen enkele seconden hun dienst hadden verricht.
-
-Raffles en Charly slopen binnen, lieten de deur op een kier staan,
-gingen de kleine gang teneinde, openden een tweede deur, stonden toen
-in een goed gemeubeld vertrek, hetwelk door een combinatiedeur in
-verbinding stond met een even fraai gemeubeld slaapvertrek.
-
-„Voor een voormalig fabrieksarbeider ziet het er hier heel schappelijk
-uit,” zeide Raffles glimlachend, terwijl hij zijn blikken om zich heen
-liet dwalen, „en nu zullen wij eens zien, of het inwendige van al die
-fraaie meubeltjes ons niets onthult. Neem jij de wandkast maar voor je
-rekening, dan zal ik eens beginnen met dat fraaie bureau.”
-
-Het duurde niet lang of de kast zoowel als het bureau waren geopend en
-van beiden werd de inhoud zorgvuldig onderzocht.
-
-Raffles vond een aantal compromitteerende papieren, die zeer duidelijk
-wezen op het bestaan van een tamelijk wijd vertakte dievenbende, die
-zich speciaal bezig hield met de berooving van hotels, en Charly was de
-gelukkige ontdekker van een tasch met uitmuntende inbrekerswerktuigen,
-die zelfs de bewondering gaande maakte van een kenner als de
-Gentleman-Inbreker.
-
-De beide mannen vonden verder nog een paar doozen met scherpe
-browningpatronen, een spits geslepen dolk in schede, een gummi
-ploertendooder, en nog enkele andere wapens, benevens in een houten
-kistje verborgen een fleschje met een of ander bedwelmend middel,
-hoogstwaarschijnlijk chloroform.
-
-Dit alles werd zeer behoedzaam juist weder op dezelfde plaats gezet.
-Alles werd weder gesloten en daarop verlieten Raffles en Charly de
-woning, zooals zij gekomen waren.
-
-Het was intusschen donker geworden en overal in huis waren de lichten
-ontstoken.
-
-„Nu zullen we eens gaan zien, of de zolder ons niet iets nieuws kan
-leeren, ofschoon ik het niet denk,” merkte Raffles op toen zij op het
-portaal stonden.
-
-Zij beklommen nog een trap, bereikten heel gemakkelijk den zolder,
-zonder een enkele deur te moeten openen en zagen aanstonds, dat er een
-gemakkelijk te beklimmen ladder voerde naar het zolderluik.
-
-Zij bestegen deze ladder, duwden het luik open, bereikten het platte
-dak, en konden een eind verder, afstekend tegen den half donkeren
-hemel, den rand zien van het hoteldak, dat bijna twee meter hooger was
-gelegen.
-
-„Hoe komen zij daar tegen op?” vroeg Charly op zachten toon.
-
-„Ik denk dat zij telkens een ladder meenemen, niet langer dan
-anderhalve meter, die ik in een hoek van den zolder heb zien staan,”
-antwoordde Raffles.
-
-„Vind je het niet vreemd, Edward, dat je in het bureau van Deary maar
-een zeer geringe som geld hebt gevonden?”
-
-„Dat is zoo bijzonder niet. Het is zeer wel mogelijk, dat hij al het
-geld al heeft opgemaakt dat zijn diefstallen hem opleverde, maar het
-kan ook zeer goed zijn, dat hij het geld verborgen heeft in zijn andere
-woning in Hounsditch. Kom, laten we nu maar weer gaan. Er valt nu niet
-meer aan te twijfelen, of wij hebben een bezoek gebracht bij de lang
-gezochte hoteldieven.”
-
-De beide vrienden daalden de ladder weder af, na het luik zorgvuldig,
-zooals zij het gevonden hadden weder op de ijzeren pen te hebben gezet
-en zochten vervolgens de pension-houdster op in haar eigen kamer.
-
-„Geen woord over ons bezoek, mevrouw,” begon Raffles op ernstigen toon,
-„want dat zou onaangename gevolgen voor u kunnen hebben.”
-
-„U maakt me aan het schrikken, mijnheer. Hebt u werkelijk dieven in
-mijn huis gevonden?” riep de corpulente dame uit.
-
-„Nog niet mevrouw en misschien zullen wij hen hier ook niet vinden,
-maar daarvoor is het noodig dat gij de grootste bescheidenheid en
-stilzwijgendheid in acht neemt. Morgen zult gij wel nader van ons
-hooren. Bovendien moogt gij aan niemand van uw huurders, aan niemand,
-verstaat ge, omtrent onze komst iets mededeelen.”
-
-„Ik beloof het u, mijnheer,” antwoordde de kamerverhuurster op bevenden
-toon. „Dat ik dat nog moet beleven op mijn ouden dag.”
-
-„Het zal zoo’n vaart niet loopen, mevrouw. Gij behoeft u volstrekt niet
-ongerust te maken,” hernam Raffles glimlachend. „In ieder geval zult ge
-natuurlijk vrij uit gaan en geen overlast ondervinden.”
-
-Nog een buiging en daarop waren de beide mannen uit het vertrek
-verdwenen en een oogenblik later stonden zij op straat.
-
-„Wat doen we nu?” vroeg Charly.
-
-„Dineeren, mijn waarde,” antwoordde Raffles laconiek.
-
-„Waar?”
-
-„In ons eigen hotel.”
-
-„In dit uiterlijk?”
-
-„Neen, we zullen eerst even onze vermomming maken, welke wij droegen
-toen wij onze kamers bestelden.”
-
-Het was daartoe noodig, dat de beide vrienden zich begaven naar de
-Victoriastreet, waar Raffles een huis in eigendom had, hetwelk geheel
-was ingericht voor dergelijke verkleedingen en dat twee ingangen boven
-den grond en daarenboven nog een in den kelder had.
-
-Zoodra zij zich weder het uiterlijk van rijke, Slavische handelaars
-hadden gegeven, lieten zij zich in een huurauto weder naar het hotel
-rijden, waar zij juist bijtijds aankwamen om in de groote eetzaal nog
-een paar onbezette plaatsen te kunnen vinden.
-
-Terwijl zij zwijgend hun soep nuttigden, stootte Raffles Charly
-zachtjes aan met den elleboog en zeide:
-
-„Kijk eens naar dien jeugdigen, hoogblonden kellner daar ginds. Hij
-loopt juist met een koelemmer en een paar flesschen champagne voorbij.”
-
-Charly wendde zijn blik in de aangewezen richting, en vroeg toen:
-
-„Wat is er met hem?”
-
-„Dat is de kellner, met wien Deary vanmorgen snel eenige woorden
-wisselde, welk gesprek mij op het denkbeeld heeft gebracht, dat de
-heeren hedennacht hun slag denken te slaan.”
-
-„Hij is dus de medeplichtige, dien de hotelratten hier hebben?”
-
-„Ja, hij is als het ware de impresario, de man die alles schikt, die de
-noodige inlichtingen verstrekt, en die hen waarschijnlijk moet
-waarschuwen als er onheil dreigt en dat laatste zal hem moeilijk genoeg
-vallen, want de politie is zeer voorzichtig, wantrouwt iedereen in het
-hotel en zou het zeker niet aan de groote klok hangen, wanneer zij
-voornemens is iets te doen, teneinde de daders in hun netten te laten
-loopen.”
-
-„En wat zijn jouw plannen voor vanavond, Edward?”
-
-„Ik ga op mijn beurt mijn vallen uitzetten, Charly.”
-
-„En waar zal die val worden opgezet?”
-
-„Voor hedennacht op het dak, het is maar voor een keer en wanneer het
-vannacht niet lukt, dan beloof ik je, dat de voorstelling niet zal
-worden herhaald.”
-
-„O, mij kan het niet veel schelen. Ik begrijp alleen maar niet goed,
-wat je op het dak wilt uitvoeren.”
-
-„Het is toch tamelijk eenvoudig. Ik wil hen kalm hun slag laten slaan,
-ik wil hen ook rustig den terugtocht laten aanvaarden, en daarop wil ik
-hen volgen, teneinde te zien, waar zij met den buit blijven. Zij zullen
-dien ongetwijfeld aanstonds bij de rest van het gestolene gaan brengen
-en zoo zullen zij zelf de speurhond zijn, die ons het wild onder schot
-brengt.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VI.
-
-OP HET DAK.
-
-
-Raffles liet zich volstrekt niet beïnvloeden door het vooruitzicht, dat
-hij waarschijnlijk uren in de koude op het dak moest doorbrengen en at
-met den grootsten smaak, opgewekt door het denkbeeld, dat hij misschien
-in de gelegenheid zou zijn, de hotelratten op hun beurt te ontlasten
-van hetgeen zij in dit hotel en wie weet waar nog meer hadden buit
-gemaakt.
-
-Terwijl hij kalm een peer zat te schillen zeide hij tot Charly:
-
-„Het is geen groote kunst goede sier te slaan van andermans geld,
-waarvan men zich meester heeft gemaakt, het stelen zelf is veel
-moeilijker en onder alle andere omstandigheden zou ik er waarschijnlijk
-niet aan denken, de heeren concurrenten lastig te vallen en in de
-wielen te rijden, maar uit het kleine arsenaal, dat wij in de woning
-van Deary hebben gevonden, blijkt in de eerste plaats, dat zij voor
-geweld blijkbaar niet terug deinzen. Daarop wijst in ieder geval de
-dolk en de ploertendooder. Van de browning zal ik nu maar niet spreken,
-evenmin als van de chloroform. Dat is mij al weinig sympathiek en ook
-lijkt het mij heel onwaarschijnlijk, dat het edele drietal het gestolen
-goud op dezelfde wijze zal aanwenden, als ik reeds sedert jaren doe. Ik
-maak er dus volstrekt geen gewetenszaak uit, een klein spelletje met
-die heeren te spelen. Een spelletje, dat ik hoop te winnen.”
-
-„Maar, veronderstel nu eens, Edward, dat ze het vannacht juist op ons
-voorzien hebben?”
-
-„Wel, dan vangen zij natuurlijk bot,” zeide Raffles glimlachend.
-
-„Maar zij zullen onze kamer leeg vinden.”
-
-„Wat zou dat. Denk je dat ze daaruit onmiddellijk afleiden, dat wij
-boven hun hoofd op het dak zitten om op hen te wachten?”
-
-„Dat nu niet, maar zij zullen misschien aanstonds rechts om keert
-maken, onverrichterzake, en zij zullen zich dus ook niet naar de plek
-begeven, waar zij hun buit bewaren.”
-
-„Daar moeten wij het op aan laten komen, Charly. Ik voor mij geloof
-niet, dat zij, als zij eenmaal den tocht begonnen zijn, met leege
-handen zullen terug keeren. Als zij ons vertrek ledig vinden, of liever
-zonder geldswaarde, want onze persoon zal hen wel volkomen
-onverschillig zijn, dan zullen zij het eenvoudig een weinig verder
-beproeven en zeg me nu eens, wat je denkt over een bezoek aan het
-Garricktheater, waar zij vanavond een stuk van Pinero vertoonen?”
-
-„Ik heb er volstrekt niets op tegen,” antwoordde Charly. „Als wij maar
-bijtijds terug zijn.”
-
-„Maak je daaromtrent niet bezorgd. Ik weet zeker, dat we ons niet
-behoeven te haasten. De kellner die in het complot is, zal hen wel op
-de een of andere wijze met lichtseinen, of iets dergelijks, of
-eenvoudig per huistelefoon, waarvan de draden over het dak kunnen
-loopen, waarschuwen, als het slachtoffer zich ter ruste heeft begeven.
-Wanneer de drie heeren inderdaad het op ons voorzien hebben, dan zou de
-zaak zich wel ongeveer als volgt toedragen. De medeplichtige kellner
-houdt zijn oogen goed open en bewaakt meer speciaal onze kamers. Zoodra
-wij het hotel zijn binnen gegaan, wijdt hij zijn bijzondere aandacht
-aan ons en wanneer wij ons in onze slaapvertrekken hebben begeven,
-waarschuwt hij zijn kornuiten, die dan een aanvang kunnen maken met hun
-kleine onderneming. Maar daar zij wel een uur op zijn minst zullen
-laten verloopen tusschen de ontvangst van het waarschuwingssein en
-inbraak, als men het zoo noemen mag, want van braak in eigen,
-rechtskundigen zin van het woord is geen sprake, zullen wij gelegenheid
-in overvloed hebben ons naar het dak te begeven.”
-
-„Alles goed en wel, maar dan zullen zij des te meer achterdocht
-koesteren als zij ons niet meer in de kamers aanwezig vinden.”
-
-Raffles dacht een oogenblik na en hernam toen:
-
-„Je kunt misschien wel gelijk hebben. In ieder geval moeten we daarmee
-rekening houden. Dan zouden wij wellicht beter doen, wanneer wij ons
-dadelijk maar meester maken van de schelmen, maar dan toch pas, wanneer
-zij op den terug weg zijn. Ik laat het er liever op aankomen, dat zij
-aan een plotseling vertrek van de beide Galiciërs gelooven, en laten
-wij ons nu gereed maken voor de voorstelling, het is laat.”
-
-Een half uur later ongeveer bevonden de beide vrienden zich in het
-Garricktheater, waar Raffles sedert eenigen tijd een vaste loge had en
-genoten van het voortreffelijk spel de beide hoofdpersonen in Pinero’s
-tragisch spel van liefde en wraakzucht „Mid-Channel”.
-
-Zooals gewoonlijk was de geheele aandacht van Raffles bij het spel en
-niets verried op het gelaat van dezen merkwaardigen man dat hij zich
-binnen weinige uren ging begeven in een avontuur dat wel eens niet
-zonder gevaar kon zijn.
-
-Zooals steeds „leefde” hij het oogenblik, zooals hij het placht te
-zeggen, want wat later kwam was van later zorg.
-
-Om ruim elf uur verlieten de beide vrienden den schouwburg en lieten
-zich met een huurauto naar hun hotel terug rijden.
-
-Zij gebruikten een klein souper in de eetzaal op hun eigen verdieping,
-en hadden daarbij de gelegenheid op te merken, dat de blonde kellner
-inderdaad tamelijk veel aandacht aan hen wijdde.
-
-Het was bijna half een voor zij hun slaapkamer gingen opzoeken.
-
-Raffles sloot zorgvuldig de gordijnen voor de balkondeuren en begon de
-weinige kostbaarheden, die de schijnbaar schatrijke Galiciërs hadden
-mede genomen, in zijn valies te pakken. Het kon wel eens noodzakelijk
-zijn, het hotel sneller te verlaten dan waarop hij gerekend had.
-
-Daarna werden de revolvers goed nagezien, men moest op alle
-gebeurlijkheden voorbereid zijn en de drie schavuiten konden wel
-voornemens zijn, zich gewapenderhand te weer te stellen.
-
-Van te voren had Charly er zich deugdelijk van overtuigd, dat de
-sleutel zoodanig in het slot stak, dat het onmogelijk was door het
-sleutelgat te kijken.
-
-Nu zocht Raffles een lang en zeer sterk touw uit zijn bagage, aan het
-einde voorzien van een stalen haak en rolde dit zorgvuldig op.
-
-„Waarvoor dient dit touw?” vroeg Charly nieuwsgierig.
-
-„Ter vervanging van de trap, wanneer wij snel naar beneden moeten
-gaan,” antwoordde Raffles. „Men kan nooit genoeg voorzorgsmaatregelen
-nemen. Dat is een beginsel, waarbij ik me altijd goed heb bevonden.
-Voor touwen vooral heb ik steeds een bijzondere voorliefde gehad. Een
-touw is werkelijk van buitengewoon nut, vooral wanneer het van een
-voortreffelijke hoedanigheid als dit is. Het is niet te dik, doch
-ijzersterk en kan gemakkelijk het gewicht van drie mannen tegelijk
-dragen. Men kan twintig meter touw om het middel winden, onder de
-kleederen, zonder dat het opvalt.”
-
-Hij had onder het spreken een blik op zijn horloge geworpen en
-vervolgde:
-
-„Het is niet ver van half twee en wij zijn reeds een kwartier in onze
-kamer. Het wordt dus langzamerhand tijd, onze observatiepost op het dak
-te gaan innemen. Trek je dikke pels aan want het zal daarboven nijpen.”
-
-Charly gaf aanstonds gehoor aan deze uitnoodiging en trok een dik
-gevoerde korte pels aan die warm zat en hem toch niet zou hinderen in
-zijn bewegingen.
-
-Terwijl hij het kleedingstuk dicht knoopte, vroeg hij:
-
-„Dat is waar ook. Weet je den weg naar het dak te vinden?”
-
-Raffles keek Charly een oogenblik zwijgend en hoofdschuddend aan en
-zeide toen op bestraffenden toon:
-
-„Wij werken al eenige jaren samen, Charly. Je hebt ruimschoots
-gelegenheid gevonden, je met mijn methoden vertrouwd te maken. Je weet
-dat ik slechts weinig van het toeval laat afhangen en je vraagt of ik
-den weg naar het dak weet. Maar mijn waarde, de weg naar het dak is in
-ieder vreemd huis steeds de eerste weg dien ik verken. Je weet niet
-welke mogelijkheden er schuilen in een behoorlijk begaanbaar dak. Lees
-er de bladen maar eens over. Wanneer de politie een inbreker op het
-spoor is en de man weet niettemin te ontvluchten uit het huis waar hij
-des nachts een bezoek bracht, dan zal die ontvluchting negen van de
-tien keer over de daken plaats vinden, maar dat lukt slechts dan
-wanneer de dief zich van te voren goed op de hoogte heeft gebracht van
-de plaatselijke gesteldheid.”
-
-„Dan heb ik niets meer op te merken, Edward, en ik maak je mijn
-verontschuldiging, dat ik je die vraag stelde.”
-
-„Dan nu naar het dak en ik hoop, dat wij niet te lang meer behoeven te
-wachten.”
-
-Raffles doofde het licht, trad op de kamerdeur toe, en luisterde eenige
-oogenblikken met de grootste aandacht.
-
-Daar het echter buiten in de gang volkomen stil was, opende hij
-behoedzaam de deur, keek naar buiten, luisterde nogmaals en wenkte
-Charly.
-
-Zoodra de beide mannen op de gang waren, sloot Raffles de kamerdeur van
-buiten, liet den sleutel in den zak glijden, en liep onhoorbaar en zeer
-snel voort, zoo dat Charly eenige moeite had, hem in de halve
-duisternis, die hier heerschte, bij te houden.
-
-Aan het einde van deze dwarsgang opende Raffles een deur en nu bevonden
-de twee mannen zich op een smal portaal, slechts flauwtjes verlicht
-door een kaarslantaarn, en waar een ijzeren wenteltrap begon, die naar
-de zolderverdieping voerde.
-
-Zonder meer gerucht te maken, dan katten gedaan zouden hebben,
-beklommen Raffles en Charly deze trap, die bleek uit te komen op een
-ruimen droogzolder, waar zich een mangelpers van geweldige afmeting
-bevond, met een wit geschuurde tafel, waarop naar alle
-waarschijnlijkheid het tafelgoed van het hotel behandeld werd.
-
-Over een aantal drooglijnen hingen tallooze stukken linnengoed,
-beddenlakens, tafellakens en servetten.
-
-De zolder had twee vensters, waarboven zich twee hijschbalken bevonden.
-
-Charly kon dit echter slechts als het ware in vogelvlucht opmerken,
-want Raffles trok hem met zich mede, en beklom een ladder, die toegang
-bleek te geven tot het zolderluik.
-
-Een oogenblik later bevonden de beide vrienden zich op het dak.
-
-Het was tamelijk onregelmatig van vorm, als gevolg van de bouworde van
-het hotel, en niet overal even hoog.
-
-Maar nergens was het verschil zoo groot, dat men het niet gemakkelijk
-kon overklimmen.
-
-In de duisternis rezen hier en daar schoorsteenpijpen op, logge,
-vierkante gevaarten van baksteen.
-
-Sommige schoorsteenpijpen waren zoo hoog, dat zij geschoord moesten
-worden door ijzeren steunstangen, stevig in het metselwerk verankerd.
-
-„Nu zul je wel inzien,” begon Raffles fluisterend, „op welk een
-betrekkelijk gemakkelijke wijze de dieven zich konden laten zakken,
-door het einde van hun touwladdertje te bevestigen aan een van die
-sterke ijzeren steunsels. En kom nu mede naar het einde van het dak,
-waar wij ons verdekt zullen opstellen, en de heeren dieven zullen
-opwachten!”
-
-De beide mannen begaven zich, moeite doende om hun schreden zooveel
-mogelijk te dempen, op het dunne laagje grint, waarmede het zink van
-het dak bedekt was, naar het einde van het dak, waar zich het huis
-bevond, hetwelk den drie mannen tot punt van uitgang diende, wanneer
-zij op rooftocht uitgingen.
-
-Zoo bereikten zij den rand van het dak, en toen Charly zich daarover
-heenboog, zag hij daar het kleine laddertje staan, hetwelk hij reeds
-bij een vroegere gelegenheid had ontdekt.
-
-Hij wilde een sigaret opsteken, maar snel legde Raffles zijn hand op
-zijn arm, met de waarschuwing:
-
-„Niet rooken, Charly! Bedenk dat wij hier als het ware onder het oog
-van den vijand in een vooruitgeschoven stelling op wacht zitten. Wij
-hebben stellig niet met ezels te doen, en al verschuilen wij ons achter
-dezen schoorsteen, zij zouden den rook van je sigaret toch kunnen
-zien—en haar kunnen ruiken ook, want de wind is van ons af!”
-
-Charly gehoorzaamde zuchtend, en daarop posteerden de beide vrienden
-zich achter een der zware schoorsteenen, zoodat slechts hun hoofd er
-boven uitstak en tuurden aandachtig naar het dak van het huis, waar
-Deary verblijf hield.
-
-Er verliep een half uur, waarin weinig gesproken werd.
-
-Maar eensklaps hieven zij bijna tegelijker tijd het hoofd op,—hun
-scherp oor had eenig gerucht ontvangen.
-
-Ingespannen tuurden zij in de duisternis.
-
-Het kon niet worden geloochend—er klonken ergens gedempte schreden,
-niet ver van hen af.
-
-En eensklaps fluisterde Charly:
-
-„Daar komen zij aan—zij kruipen juist achter dien schoorsteen vandaan.”
-
-Hij had goed gezien—daar naderden de drie hotelratten, allen met
-donkere kleederen aan, ten einde zoo weinig mogelijk in het oog te
-vallen.
-
-Maar de maan, welke dien avond vol was, scheen hen juist in het gelaat
-en zelfs op dien afstand herkende Raffles hen aanstonds.
-
-Behoedzaam kwamen de drie schelmen naderbij—en het zou niet lang duren
-of zij zouden het kleine laddertje bereikt hebben.
-
-Maar eensklaps had er iets plaats, hetwelk een volslagen ommekeer
-bracht in den toestand.
-
-Want plotseling, voor Raffles en Charly er op verdacht waren, verhieven
-zich drie gedaanten achter hen, en een stentorstem riep op bevelenden
-toon:
-
-„Handen op, en geef u over! Gehoorzaam of wij schieten!”
-
-In het maanlicht schitterden de loopen van drie revolvers, die een even
-duidelijke als onweerstaanbare taal spraken.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VII.
-
-WIE HET LAATST LACHT....
-
-
-Er behoefde niet aan te worden getwijfeld—de drie mannen die zoo
-onverhoeds ten tooneele waren verschenen, behoorden tot de politie—het
-was een inspecteur, door twee detectives vergezeld.
-
-Een gevoel van woede en spijt maakte zich van Raffles meester, dat hij
-niet kon onderdrukken.
-
-Door de schuld van deze drie domkoppen zou hem wellicht een prachtige
-gelegenheid ontgaan, om een goeden slag te slaan, ten koste van de
-hotelratten.
-
-„Ezels!” kwam het sissend over zijn lippen. „Je hebt de verkeerde
-voor!”
-
-„Maak geen praatjes, en volg ons, of wij gebruiken geweld!”
-
-„Schreeuw niet zoo hard! Je jaagt de werkelijke dieven op den loop!”
-kwam Raffles, die veel lust had de drie agenten te oorvegen.
-
-Het was maar al te waar, de drie dieven hadden het stemgerucht gehoord,
-wat niet te verwonderen viel, want de inspecteur had hard genoeg
-geschreeuwd, toen hij Raffles het bevel gaf de handen op te steken en
-zij kozen nu ijlings het hazenpad. Hun gestalten waren zeer duidelijk
-zichtbaar, zooals zij daar over het platte dak heensnelden.
-
-Maar de inspecteur liet slechts een kort lachje hooren en zeide:
-
-„Jullie medeplichtigen! Dacht je dat ik je spelletje niet doorzag,
-vriend? Maak geen beweging of het zou je berouwen!”
-
-„Ik denk er niet aan om beweging te maken!” riep Raffles ongeduldig.
-„Ik denk er alleen maar aan, als mijn overtuiging te kennen te geven,
-dat ik menigmaal leeghoofden onder de politie heb aangetroffen, maar
-gij tot dusver het record slaat! Zult gij die mannen laten ontsnappen?”
-
-„Wij zullen hen wel krijgen! Je zult wel zoo verstandig zijn je
-medeplichtigen te verraden!” liet de inspecteur op korten toon zich
-hooren. „En nu vooruit, en niet langer tegenstribbelen of getracht mij
-om den tuin te leiden met onnoozele praatjes, want je bederft er je
-zaak maar mee! ’t Was toch maar een goed denkbeeld van mij vannacht
-maar eens op het dak te gaan neuzen!”
-
-Raffles haalde de schouders op, en zeide op zachten toon eenige woorden
-tot Charly, in een voor den inspecteur en zijn mannen volkomen
-onbegrijpelijke taal.
-
-„Wat zeg je daar?” vroeg de inspecteur dreigend.
-
-„Niets van beteekenis, inspecteur!” antwoordde Raffles op hoffelijken
-toon. „Ik zeide slechts tot mijn vriend dat hij zich in acht moet nemen
-voor de scherpe nachtlucht!”
-
-En hierop werd de tocht aanvaard.
-
-De inspecteur liep vooraan, daarop volgden Raffles en Charly, en de
-beide detectives sloten den stoet, en de twee vrienden voelden
-onophoudelijk de bedreiging van de beide revolverloopen in hun rug.
-
-Zoo bereikten zij het nog steeds openstaande zolderluik.
-
-De inspecteur zette het eerst zijn voet op de ladder, de revolver nog
-altijd in de rechtervuist geklemd en begon haar af te dalen.
-
-Raffles volgde hem, na hem kwam Charly en vervolgens de beide
-detectives.
-
-Deze opstelling bleek maar al te spoedig strategisch verkeerd te
-zijn....
-
-Want juist toen de inspecteur zich ongeveer halverwege de ladder
-bevond, en de eerste detective dit voorwerp wilde gaan afdalen, zette
-Raffles zijn voet in de lendenen van den politiebeambte, en deed hem
-sneller dan zijn bedoeling was, de ladder aftuimelen, terwijl Charly
-met een vlugge beweging en terwijl hij zich snel bukte, teneinde het
-zware voorwerp niet op zijn hoofd te krijgen, de stang onder het luik
-weg trok, dat met een luiden klap dicht viel.
-
-En het zou niet zoo gemakkelijk weder open zijn te krijgen, want er
-bevond zich aan de buitenzijde geen ring, of iets dergelijks.
-
-De inspecteur had in zijn val onwillekeurig beide handen voor zich
-uitgestrekt met het natuurlijke gevolg, dat hij zijn revolver moest
-missen die een eind verder neer kwam. In ieder geval buiten zijn
-bereik.
-
-De inspecteur krabbelde spoedig overeind; een weinig verdoofd, maar
-woedend en vol strijdlust, maar de arme man zou dien nacht geen kans
-meer krijgen.
-
-Hij stormde vol van drift, met opgeheven vuisten op Raffles toe en hij
-was een sterk man, wiens vuisten zeker kwaad genoeg konden aanrichten.
-
-Maar de Groote Onbekende wist zich voortreffelijk aan de omstandigheden
-aan te passen, en hij werd op dat merkwaardige oogenblik tot
-stierenvechter.
-
-Met een vlugge beweging had hij een van de groote lakens van de
-drooglijn getrokken en toen de inspecteur op hem toestormde liep hij
-als een snoek in de fuik, en zag zichzelf als het ware gevangen in de
-plooien van het beddelaken.
-
-Hij struikelde er over, slaakte een vloek, die iedere kaaiwerker hem
-had moeten benijden, en een onderdeel van een seconde later had Raffles
-en Charly de punten van het laken kruiselings over den gevallen man
-heen geslagen en bakerden hem nu vliegensvlug in, alsof hij een
-zuigeling was.
-
-„Het is verwonderlijk, welk een remmende kracht een nieuw sterk
-beddelaken kan hebben op de beweging van een krachtig man als gij zijt,
-mijnheer de inspecteur,” kwam Raffles glimlachend. „Men zou het niet
-gelooven, maar gij zoudt op zijn minst wel een kwartier noodig hebben,
-om u uit dit laken weder te bevrijden. Het schreeuwen zullen we u maar
-niet beletten, want dat heeft toch geen doel. Ik hoorde daar reeds
-voetstappen naderen, men heeft zeker het lawaai van het luik reeds
-vernomen. Kom mede, amice.”
-
-Dit laatste was gericht tot Charly Brand, die de punten van het laken
-met een paar stevige knoopen had dicht gebonden, zoodat de inspecteur
-zich als in een dwangbuis bevond, dat ook zijn beenen tot
-onbewegelijkheid doemde.
-
-Raffles snelde intusschen naar de zolderdeur en wist deze op behendige
-wijze af te sluiten met behulp van een zwaren droogstok, dien hij er
-schuin voor plaatste en schoor zette tegen een uitstekende plank in den
-vloer.
-
-Daarop haalde hij zijn touw te voorschijn, ging op de vensterbank van
-de ramen staan, en sloeg den stalen haak om den sterken ring van het
-hijschblok.
-
-Hij wierp het touw naar beneden, en liet zich aanstonds zakken, terwijl
-hij tot Charly riep:
-
-„Volg mij. Er is niet veel tijd te verliezen.”
-
-Een oogenblik later was zijn hoofd onder den rand van de vensterbank
-verdwenen, terwijl de inspecteur brulde op een wijze, zooals hij
-waarschijnlijk nog nimmer gebruld had.
-
-Charly zwaaide zich op zijn beurt over de vensterbank en liet zich
-langs een touw naar beneden glijden.
-
-Maar Raffles liet zich niet geheel en al naar omlaag glijden, zooals de
-jonge man gedacht had, maar sprong op het balkon van de bovenste
-verdieping, haalde snel de pennen uit de scharnieren van de eerste de
-beste deur, en duwde de helft van het raam voorzichtig open. Charly
-volgde hem op den voet.
-
-„Groote hemel, welk een noodlottige vergissing,” zeide Raffles
-zachtjes, terwijl hij een spottenden blik in het rond wierp. „Het is
-niet onze eigen kamer.”
-
-„Welke kamer is het dan?”
-
-„De kamer van een dame, en nog wel van een dame, die zeer veel zorg aan
-haar uiterlijk besteed. Zie maar eens naar al die potjes, doosjes en
-flaconnetjes, naar het fijne ondergoed, en naar de zilveren
-toiletgarnituren. Charly, ik geloof, dat de voorzienigheid met me is.
-De vergissing is lang niet zoo noodlottig, als ik eerst dacht. Wij zijn
-hier in de kamer van een zeer rijke dame, en daar staat het kistje met
-juweelen, dat ons als het ware tegenlonkt.”
-
-Juist toen Raffles het voorwerp greep en in zijn zak liet glijden, werd
-de dame wakker, richtte zich met een schreeuw in haar bed op, en riep:
-
-„Wie zijt gij? Wat wilt gij?”
-
-„Het is van weinig belang, madame, en uw laatste vraag komt te laat.
-Wat ik wilde heb ik reeds verricht. Het spijt mij, dat wij u in uw
-slaap hebben gestoord. Doe vooral geen moeite om ons uit te laten. We
-vinden den weg wel.”
-
-En Raffles sprong op de deur toe, schoof de grendels terug, draaide den
-sleutel om en stond in de gang.
-
-Snel als de wind liepen zij de gang teneinde, renden een kellner
-ondersteboven, die juist den hoek omkwam, stormden de trappen af en
-bereikten ongehinderd de vestibule.
-
-Daar was alles in de meest volkomen rust, want het was onmogelijk hier
-iets te hooren van hetgeen er op het dak of de bovenste verdieping
-plaats vond. En zoo schreden Raffles en Charly heel kalm langs den
-slaperigen nachtportier en bereikten de straat. Geen volle vijf
-minuten, nadat voor het eerst de dreigende stem van den inspecteur in
-hun ooren had geklonken.
-
-Raffles zette twee vingers in den mond, en een schril gefluit klonk
-door de nachtelijke stilte.
-
-Bijna aanstonds kwam er een auto aanrijden die bestuurd bleek te worden
-door Henderson, den geweldig sterken chauffeur van Lord Aberdeen.
-
-„Waar gaan wij heen?” vroeg Charly.
-
-„Naar het andere huis van Deary.”
-
-„Om wat te doen?”
-
-„Om de drie schelmen daar op te wachten.”
-
-„Denk je dan dat ze daar heen zullen gaan?”
-
-„Dat zou volstrekt niet verwonderlijk zijn. Zij hebben door het
-intermezzo op het dak begrepen, dat men hen in de kaart heeft gezien en
-daar zij vreezen dat men hen kent, zullen zij zich haasten te vluchten.
-Maar niet nadat zij den buit zijn gaan halen en ik denk wel haast, dat
-die in het oude huis van Deary verborgen is.
-
-„Hoe het ook zij, zij zullen ons niet meer ontsnappen, komen ze daar
-niet, dan vinden wij hen wel elders.”
-
-Hij wendde zich tot Henderson en zeide:
-
-„Rijd zoo snel als je kunt. Het adres heb ik je reeds gegeven. Bedenk
-dat we vijf minuten achter zijn.”
-
-De reus knikte. Raffles en Charly sprongen in de auto, en deze zette
-zich in beweging, om na een zeer snellen rit van een half uur stil te
-staan voor het huis van Deary.
-
-De twee vrienden stapten uit, Henderson ging de auto stallen in een
-nachtgarage op een dertig pas afstand en kwam zich toen bij de anderen
-voegen.
-
-Reeds was op het schellen van Raffles de deur geopend door een
-slaperigen portier, die hem echter aanstonds binnen liet, toen Raffles
-hem zijn penning als detective toonde en hem een pond sterling in de
-hand had gedrukt.
-
-Nadat de man bevel had gekregen, alle lichten weder te dooven, en zich
-te houden alsof hij sliep, begaven de drie mannen zich snel naar de
-woning van Deary, waar zij nadat Raffles de deur met zijn looper
-geopend had, binnentraden en zich verscholen achter de gordijnen en
-achter een zware boekenkast.
-
-Zij behoefden niet lang te wachten, want een kwartier later klonken er
-schreden, de deur werd geopend, het electrische licht werd ontstoken,
-en Deary en zijn beide medeplichtigen traden binnen.
-
-Zij schenen groote haast te hebben, want Deary verloor volstrekt geen
-tijd, maar liep op de boekenkast toe, opende ze, nam er een geweldig
-zwaar en dik boek uit, en toen hij dit openklapte, na de koperen sloten
-te hebben geopend, vertoonde zich een menigte sieraden, diamanten
-ringen, oorhangers, kostbare colliers, en ook eenige pakken
-bankbiljetten.
-
-„Dat zou ik zonder uw hulp zeker zoo spoedig niet gevonden hebben!”
-liet eensklaps de stem van Raffles zich hooren, die met opgeheven
-revolver van achter zijn gordijn te voorschijn kwam.
-
-Met een schreeuw van woede en wraakzucht wilden de drie hoteldieven
-zich op hem werpen, maar Henderson sprak een woordje mee, en in een
-ommezien was nu het pleit beslecht!
-
-De drie kerels rolden als kegels door de kamer, en voor zij konden
-overeind krabbelen, waren zij al stevig gebonden en gekneveld.
-
-Raffles stak den buit met een koel glimlachje bij zich, en zeide, met
-een blik op de drie gevangen bandieten:
-
-„Het was een goede dag, mijne heeren! En nu zal ik u kans laten! Want
-ik ben van oordeel, dat men ook anderen gelegenheid moet geven om weg
-te loopen! Ik zal over een uur de politie waarschuwen, en hier heen
-zenden! Hebt gij u binnen dien tijd weten te bevrijden, des te beter
-voor u! Zijt gij er dan echter niet in geslaagd, het spijt mij, maar
-dan zal het uw eigen schuld zijn. Ik wensch u het beste toe, mijne
-heeren, ik geef u mijn oprechte bewondering te kennen over uw geniale
-vondst met die hoteldeuren, en ik heb de eer u te groeten!”
-
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0385: DE
-HOTELRATTEN ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.