diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-21 23:24:20 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-21 23:24:20 -0800 |
| commit | 3e229fe2558d569918ba437ef2f14cd2da07e554 (patch) | |
| tree | afb78f82c70e072b10c1e290aec016a092e8475d /old/67943-0.txt | |
| parent | b096253d46467885010a3eab8c9ffc1a291ef097 (diff) | |
Diffstat (limited to 'old/67943-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/67943-0.txt | 3021 |
1 files changed, 0 insertions, 3021 deletions
diff --git a/old/67943-0.txt b/old/67943-0.txt deleted file mode 100644 index 5d11710..0000000 --- a/old/67943-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3021 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0385: De Hotelratten, -by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 0385: De Hotelratten - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - Felix Hageman - -Release Date: April 27, 2022 [eBook #67943] - -Language: Dutch - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0385: DE -HOTELRATTEN *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 385 DE HOTELRATTEN. - - - - - - - - -DE HOTELRATTEN. - - -HOOFDSTUK I. - -RAADSELACHTIGE DIEFSTALLEN. - - -Sedert eenigen tijd werd Scotland Yard, het befaamde hoofdbureau van -politie te Londen, bezig gehouden door een eigenaardige reeks -diefstallen, die allen in hetzelfde hotel hadden plaats gehad en die -zich in de laatste weken op een wijze begonnen te vermeerderen, die -groote ontsteltenis had gewekt bij den eigenaar van het hotel in -kwestie, die zich des te meer ongerust maakte, daar zijn inrichting nog -sedert korten tijd was geopend en hij wel moest vreezen een groot -aantal klanten te zullen verliezen. - -In den aanvang had Carington, zoo was de naam van den eigenaar van het -hotel, de diefstallen zorgvuldig verzwegen, en hij had zichzelf het -offer opgelegd, zijn bestolen logeergasten althans gedeeltelijk -schadeloos te stellen voor het geleden verlies. - -Maar de derde maal gelukte dit niet, want toen was de bestolene een -zeer slecht gehumeurd Amerikaan, die zich een paar kostbare juweelen -had zien ontfutselen en die doof bleef voor den smeekenden Carington, -maar regelrecht naar Scotland Yard snelde en daar mededeelde, wat hem -was overkomen en zulks in een toestand, die niet veel verschilde van -razernij. - -Van dat oogenblik af had het volstrekt geen doel meer, eenige -geheimhouding te bewaren, want de Amerikaan haastte zich, elders een -onderdak te zoeken en hij liet niet na, aan iedereen die het hooren -wilde, zijn beklag te doen. - -Dit was nu zeer onaangenaam voor den heer Carington en hij had zich dan -ook voorgenomen, nu iedere geheimhouding te laten varen en de politie -in den arm te nemen. - -Omstreeks drie maanden geleden was zijn hotel, het Kensington-Hotel, -geopend. - -De naam duidt reeds aan dat het gelegen was in de wijk van Kensington -in het noorden van de reusachtige wereldstad. - -Aan de Highgate-road, waaraan het nieuwe hotel gelegen was, had een -combinatie van rijke ondernemers een paar jaren geleden een complex -oude huizen gekocht, dank zij eenige intriges, die nog geruimen tijd -stof opleverden voor perscommentaren, en die van vele kanten kritiek -uitlokten, met het oog op den nog steeds heerschenden woningnood. - -De combinatie van geldmannen had echter den hotelnood als tegenmotief -aangevoerd en had de vier of vijf huizen met bekwamen spoed laten -sloopen, die vervolgens plaats maakten voor een modern hotel, van alle -gemakken voorzien en dat vooral zeer gewaardeerd zou worden door de -reizigers die uit het noorden des lands kwamen en afstapten aan het -Kensington-Hotel. - -Het duurde dan ook niet lang, of het hotel, met zijn drie honderd -kamers en bijna even zooveel badkamers, dat waarlijk weelderig was -ingericht, mocht zich in een druk bezoek verheugen. - -En toen kwam nauwelijks een maand na de opening dat betreurenswaardige -voorval, de eerste diefstal. - -De heer Carington was volslagen leek op het gebied van hoteldiefstallen -en om de waarheid te zeggen begreep hij er volstrekt niets van. - -De beroofde had een kamer gehad op de bovenste verdieping van het -hotel, die toch altijd nog een half pond sterling per dag deed. Hij had -zijn portefeuille met geldswaarde, naar hij stijf en sterk volhield, op -de tafel in het midden van het vertrek laten liggen, hij had de -gangdeur op slot gedaan en gegrendeld. Zijn kamer had geen andere -deuren, behalve die op het balkon uitkwamen, en niettemin was den -volgenden morgen de portefeuille verdwenen, alsof ze nooit bestaan had. - -En toch viel er in het geheele vertrek geen spoor van braak waar te -nemen. - -Men zou hebben kunnen denken, dat de dief wellicht langs den kant van -het balkon was binnen gedrongen, maar dat was totaal onmogelijk, want -het bevond zich op een hoogte van minstens dertig meter van den beganen -grond, en bovendien viel er aan de beide deuren geen spoor van braak te -ontdekken, geen krasje, geen deukje. De ruiten zaten behoorlijk in de -sponningen, de stopverf was hard als een bikkel. In het hout was -nergens een klein gaatje te ontdekken, waardoor de dief wellicht een -ijzerdraad met een haakje aan het eind had kunnen steken, hetgeen hem -echter in dit geval ook weinig zou hebben geholpen, daar de espagnolet -van het dubbele raam een hefboom en geen kruk had, die men trouwens met -een dun ijzerdraad toch onmogelijk had kunnen omdraaien. - -Kortom het was eenvoudig een raadsel, hoe de dief kon zijn binnen -gedrongen, en vooral, hoe hij de kamer weder had verlaten om zich met -zijn buit in veiligheid te brengen. Met den tweeden diefstal was het -evenzoo gesteld, maar met dit onderscheid, dat de beroofde een kamer -had op de vierde verdieping, dat wil zeggen op een na de hoogste -verdieping. - -Ook hier tastte de beklagenswaardige Carington volkomen in het duister -aangaande de wijze, waarop de brutale dief was binnen gedrongen en -niemand kon het hem euvel duiden, dat hij ook den tweeden keer aan een -bedrog van den kant van den beroofde begon te gelooven. - -Maar de Amerikaan kon hem niet langer in twijfel laten. - -Ook deze had een kamer op de bovenste verdieping gehad en behalve zijn -juweelen had men hem een bedrag van ongeveer twee duizend dollar in -bankpapier ontstolen, welke hij in zijn portefeuille op zijn -nachtkastje had gelegd. - -Maar ook deze derde maal was het volkomen onverklaarbaar hoe de dief -kans had gezien het vertrek binnen te dringen, waarvan de twee deuren -stevig van binnen gesloten waren, het geld en de juweelen weg te nemen, -zonder dat het slachtoffer er iets van bemerkte en tenslotte weder te -verdwijnen op dezelfde wijze als hij gekomen was, dat wil zeggen op een -wijze, die niemand begreep. - -Scotland Yard zond onmiddellijk zijn beste detectives, die in het -geheim een uitgebreid onderzoek begonnen in te stellen. - -Het spreekt vanzelf dat het niet lang duurde, of de verdenking begon -zich te richten tegen het hotelpersoneel. - -Weliswaar was Carington zeer kiesch in het uitzoeken van zijn kellners, -zijn portiers, zijn kamermeisjes, koks, liftboys, kruiers en ander -personeel, maar het zou voldoende zijn, als er onder die vele een -enkele bedrieger was geweest om althans eenigermate te kunnen verklaren -hoe de diefstal had plaats gevonden. - -Maar zelfs dan bleef nog altijd het een raadsel van de knippen op de -deur. - -Hieraan wijdden de detectives het eerst hun aandacht. - -Het waren mannen met koele koppen, die niet aan bovennatuurlijke dingen -geloofden, en die er vast van overtuigd waren, dat de dader een middel -had bezeten om de kamers binnen te dringen, want men kon het wel als -vaststaande aannemen, dat alle drie de diefstallen moesten worden -toegeschreven aan een en dezelfde persoon. - -De heeren detectives begonnen dus met een zeer nauwkeurig onderzoek van -de sluitingen der kamerdeuren die op de breede gang uitkwamen en wel -speciaal met de knippen. - -Het waren stevige stalen schuifknippen, die wegens hun nieuwheid -tamelijk stroef werkten en waarvan er zich twee aan iedere deur -bevonden. - -Met hun vergrootglazen gewapend, onderzochten de politiebeambten zeer -zorgvuldig het hout van de deur in de buurt van de knippen, maar zij -konden volstrekt niets ontdekken, wat op een doorboring van de deurpost -wees. - -Met een goed buigzaam staaldraadje door een klein gaatje gestoken, ware -het wellicht mogelijk geweest den knop van den grendel te bereiken, en -deze op die wijze terug te trekken, maar er was niets te vinden, dat -daarop wees, niet het kleinste krasje op de koperen grendelknoppen, -geen spoor van doorboring van het hout. - -Bovendien twee van de drie beroofden verklaarden zeer pertinent, dat -zij om hun kamer te verlaten, nadat zij den diefstal ontdekt hadden, -den sleutel in het slot hadden moeten omdraaien, en deze waren zoo -vervaardigd, dat men van buiten af onmogelijk het slot had kunnen -omdraaien, wanneer daarop aan de binnenzijde de sleutel stak. - -Het duurde niet lang of de heeren van Scotland Yard moesten tot de -erkentenis komen, dat ze hier voor een raadselachtig geval stonden. - -Ook zij helden al spoedig tot de meening, dat de dader onder het -hotelpersoneel moest worden gezocht, maar zelfs al was dit zoo, dan zou -daardoor toch nog altijd niet het geheim van het binnendringen der -kamer zijn opgelost. - -Toch begon men aanstonds alle leden van het personeel, onverschillig of -zij in het hotel overnachtten of niet, in het geheim te bestudeeren, -zonder het minste resultaat evenwel. - -En dat niet alleen, vier dagen na de berooving van den Amerikaan had er -in hetzelfde Kensington-Hotel opnieuw een diefstal plaats, die onder -juist dezelfde omstandigheden als de drie anderen gepleegd werd. - -De politiebeambten waren woedend, dat men als het ware onder hun neus -door ging met de geheimzinnige berooving en hun ijver verdubbelde nog. - -Maar hoe goed zij ook opletten, zij slaagden er niet in, den dief op -heeterdaad te betrappen. - -Een paar der detectives namen hun intrek in het hotel, als reizigers -vermomd, maar dat hielp ook al niet, de dief scheen er lucht van te -hebben gekregen en de detectives goed te kennen, want er gebeurde hen -volstrekt niets. - -Wel echter had er in den derden nacht van hun aanwezigheid in het hotel -de vijfde diefstal plaats. - -Carington was de wanhoop nabij en loofde een zeer hooge premie uit voor -de aanhouding van den brutalen hoteldief, die binnen een paar weken -tijd voor een waarde van ongeveer negen duizend pond sterling had -gestolen. - -Maar het zag er volstrekt niet naar uit, alsof hij deze premie binnen -afzienbaren tijd zou moeten betalen. - -Toen nam hij tot een ander middel zijn toevlucht. - -Een oberkellner, wiens betrouwbaarheid boven iederen twijfel verheven -was, kreeg de opdracht, de uiterste waakzaamheid te betrachten en de -oogen goed open te zetten, in de hoop dat hij er wellicht in zou -slagen, den geheimzinnigen hoteldief te vinden en op heeterdaad -betrappen. - -Bovendien stelde men een aantal detectives en rechercheurs verdekt op -verschillende punten van het groote hotel op, en met name op de vierde -en vijfde verdieping, waar tot dusverre alle beroovingen hadden plaats -gevonden. - -Het hielp echter niets. - -Op een nacht werd er opnieuw een diefstal gepleegd in het -logeervertrek, in welks onmiddellijke nabijheid zich toevallig den -geheelen nacht een detective had opgehouden. - -Dat was bijna meer dan Carington kon verdragen. - -Hij dacht er over om de vloeren en zolderingen te laten onderzoeken, om -het behang van de wanden te laten rukken, teneinde zich te overtuigen, -dat er zich geen geheime deuren in de muren bevonden, ofschoon hij in -zijn binnenste zeer wel wist dat dit volkomen ondenkbaar was. - -Toch werden hier en daar de kleeden opgenomen en de vloeren werden -zorgvuldig onderzocht, maar overal waren de planken behoorlijk -vastgespijkerd, nergens viel een luik te bespeuren. De kalk van de -plafonds was smetteloos en vlak als een biljardlaken, nergens vertoonde -het behang een reet. - -En steeds bleven de diefstallen voortgang hebben. - -Men begon nu de logeergasten te verdenken, hetgeen ook niet kon -uitblijven. - -Van iedereen verlangde men zijn papieren en iedereen moest zich -behoorlijk legitimeeren, waarbij de hoteldirecteur zich in duizend -verontschuldigingen uitputte. - -Scotland Yard kwam met haar misdadigersalbum aanzetten, afdeeling -„hotelratten”, dat prijkte met honderden afbeeldingen van bekende -internationale hoteldieven. Er begon als het ware een vergelijkende -studie, maar veel logeergasten moesten volstrekt niets hebben van deze -onderzoekingen en vertrokken zoo spoedig zij konden naar aangenamer -oorden. - -In stilte hoopte Carington, dat onder degenen die vertrokken, misschien -de dief was, maar ook daarin kwam hij spoedig tot een andere -overtuiging, toen de berooving met angstwekkende regelmaat meestal eens -in de week voortgang bleek te hebben. - -Natuurlijk had zich de pers reeds lang op dit smakelijke hapje geworpen -en de Head Line-schrijvers, dat zijn de journalisten, wier eenige taak -het is pakkende opschriften boven de artikelen te plaatsen, trachtten -elkander een vlieg af te vangen in het bedenken van sensationeele -„kopjes”. - -Toen brak er een tijd aan, waarop de reeks diefstallen even plotseling -werd afgebroken, als zij een aanvang had genomen en reeds meende -Carington rustig te kunnen adem halen. - -Maar zijn opluchting was maar van korten duur. Nog geen volle maand -later werd een Russische grootvorstin, die een tamelijk groot fortuin -had kunnen redden en die juist drie dagen te voren haar intrek in het -hotel had genomen, des nachts in haar kamer, zonder dat zij er iets van -bemerkte, van een bedrag van bijna drie duizend pond beroofd. - - - - - - - - -HOOFDSTUK II. - -RAFFLES STELT BELANG IN DE ZAAK. - - -Het was in den morgen, volgende op dezen nieuwen brutalen diefstal, -toen John Raffles en zijn trouwe vriend Charly Brand aan het ontbijt -gezeten waren in de lichte fraai gemeubileerde eetkamer van het huis, -hetwelk de Gentleman-Inbreker reeds sedert vele jaren onder den naam -van Lord William Aberdeen in de Regentstreet bewoonde. - -De heeren hadden juist het ontbijt beëindigd en Raffles was verdiept in -de lezing van de Daily Mail. - -Plotseling riep hij uit: - -„Hij begint weer.” - -„Wie begint weer? Waarmee begint hij?” vroeg Charly Brand verbaasd, -terwijl hij Raffles onderzoekend aankeek. - -„Vraag je dat nog? De geheimzinnige dief van het Kensington-Hotel. Je -weet dat ik bijzonder veel belang in de zaak stel.” - -„En niet zonder reden, Edward,” kwam Charly Brand. „Het gaat er zeer -geheimzinnig in zijn werk, dat is zeker.” - -„Het lijkt maar zoo, mijn waarde,” hernam Raffles glimlachend. -„Natuurlijk zal achteraf blijken, dat alles heel gewoon in zijn werk is -gegaan, ik wil echter toegeven, dat alles wel een zeer geheimzinnigen -indruk maakt, en dat is ook niet te verwonderen. Ik zelf heb mij niet -kunnen onttrekken aan den indruk dat we hier met een knappen kop te -doen hebben. Dat is waar ook, ik las gisteren voor het eerst ergens, -dat John Raffles wel de dader zou blijken te zijn.” - -„Dat is wel het grootste compliment dat men den dader had kunnen maken -en hij zal er danig mee in zijn nopjes zijn,” riep Charly uit. „Maar je -zeide zooeven dat de man weder begonnen is, na bijna een maand rust, -wie is het slachtoffer ditmaal?” - -„Een Russische grootvorstin.” - -„Rijk?” - -„Dat gaat nog al naar het schijnt.” - -„Wat voert zij hier uit?” - -„Wat zou ze hier uitvoeren? Niets natuurlijk. Je kunt het tenminste -geen bezigheid noemen, geloof ik, wanneer men zich uit de handen der -Bolsjewiki tracht te houden.” - -„In het land zelf zou het dat zeker zijn,” merkte Charly lachend op. - -„Ik zal je eens wat zeggen, Charly,” hernam Raffles na eenigen tijd te -hebben nagedacht. „Ik gevoel grooten lust dien geheimzinnigen dief eens -van nabij in zijn verrichtingen gade te slaan. Daarmee wil ik volstrekt -niet zeggen, dat ik mede wil helpen om hem te vangen, dat moet de -politie zelf maar opknappen. Natuurlijk zoolang de man zich niet te -buiten gaat aan geweldplegingen, want dan zal ik natuurlijk handelend -optreden. Ik wil echter van nabij zijn methode eens bestudeeren.” - -„Hoe denk je dat te doen?” - -„Wel, heel eenvoudig. Wij zullen onzen intrek nemen in het -Kensington-Hotel. Je hebt toch zeker wel lust om mij te vergezellen?” - -„Wat een vraag. Ik zou je zeker niet alleen laten gaan. Ik zelf ben er -zeer nieuwsgierig naar hoe de man te werk gaat.” - -„Om je de waarheid te zeggen ben ik nog nieuwsgieriger naar de kamers,” -merkte Raffles glimlachend op. „Ik heb veel respect voor de detectives -van Scotland Yard, waaronder inderdaad schrandere mannen zijn, maar het -kan dunkt mij niet anders of zij hebben ditmaal hun onderzoek niet op -de goede wijze ingericht. Het is immers duidelijk, dat er iets aan de -kamers moet zijn, dat tot dusverre aan hun aandacht is ontgaan. -Onverschillig of de dader onder het personeel moet worden gezocht, -onder de logeergasten, of buiten het hotel, er kan niet aan getwijfeld -worden, of de kamers, waar de diefstallen plaats vonden moeten ergens -toegankelijk zijn.” - -„Wanneer wil je er heen gaan?” - -„Wel, vandaag nog.” - -„Onder welk uiterlijk?” - -„Dat komt er volstrekt niet op aan. Alleen zou het verstandig zijn, -wanneer ik mijn uiterlijk als Lord Aberdeen maar afleg! Wel is waar -zijn er in de wijk niet veel armen, die mijn uiterlijk kennen, maar men -kan toch nimmer te voorzichtig zijn. Kom, laten wij maar aanstonds werk -van de zaak gaan maken—ik ben werkelijk benieuwd, wat wij daarginds -zullen zien.” - -De beide vrienden stonden van de tafel op, en begaven zich naar hun -slaapkamers, die aan elkander grensden, en waar zij ruimschoots -gelegenheid vonden hun uiterlijk geheel te veranderen. - -Er bevonden zich daar verscheidene kasten vol kleeren, pruiken en -baarden, en de beide vrienden wisten daarvan een uitstekend gebruik te -maken. - -Er was nog geen half uur verloopen, of zij waren volkomen onherkenbaar. -Niet alleen was hun gelaatskleur veranderd, maar ook hadden zij door -verschillende middelen den vorm van hun gezicht weten te veranderen, en -in deze twee reizigers met hun Galicische typen zou men stellig niet -Lord Aberdeen en zijn altijd zoo keurig gekleeden jongen secretaris -herkennen. - -De beide vrienden hadden een valies met goed gepakt en verlieten nu het -huis aan de tuinzijde, waar een kleine tuinpoort toegang verleende tot -een stille zijstraat, waar zich nimmer een levende ziel vertoonde. - -Zij moesten de zware valiezen naar de Regentstreet dragen, maar daar -hadden zij spoedig een huurauto gevonden, waarvan de chauffeur last -kreeg hen naar het Kensington-Station te rijden. - -Daar gekomen stapten zij uit, dankten den chauffeur af, en namen een -tweede auto, die juist kwam aanrijden, en waarvan de chauffeur niet -anders kon denken of zij waren zooeven met den trein aangekomen. - -Na een rit van een kwartier ongeveer stond de auto stil voor het -prachtige nieuwe hotel, wat het toneel was geweest van de geheimzinnige -diefstallen, welke de gelederen der logeergasten reeds aanzienlijk -hadden gedund. - -Die gebleven waren konden wel onverschillig of zeer stoutmoedig genoemd -worden, die als het ware het lot tartten of er vast van overtuigd -waren, dat men in hun kamers niet zou binnen dringen. - -Daar de diefstallen merkwaardig genoeg allen op de vierde of vijfde -verdieping hadden plaats gehad, was er een groote vraag naar de kamers -op de drie andere etages en de portier moest dan ook aan Raffles en -Charly mededeelen dat er alleen een kamer op de vierde en vijfde -verdieping te krijgen was. - -Terwijl hij dit zeide keek de man de beide reizigers schuw aan, want -hij had het gevoel, alsof reeds iedereen wist van de reeks beroovingen, -zelfs twee reizigers, die blijkbaar regelrecht uit een of andere stad -in het hartje van den Balkan kwamen. - -Maar Raffles haalde eenvoudig de schouders op en antwoordde -onverschillig: - -„Het laat ons volkomen koud. Een kamer met twee bedden, wat ik je -verzoeken mag, portier, of anders twee kamers naast elkander met een -combinatiedeur.” - -„Zou ik om de paspoorten der heeren mogen verzoeken?” vroeg de portier. -„Gij zijt immers geen Engelschen.” - -Nu had Raffles ook hierop gerekend, en zoo konden de beide mannen een -paar voortreffelijk nagemaakte paspoorten laten zien, voorzien van alle -mogelijke officieele stempels. - -Nadat deze plechtigheid was afgeloopen, konden de beide vrienden een -zeer gemakkelijke, voortreffelijk ingerichte kamer op de bovenste -verdieping betrekken. - -Een der hotelkruiers sjouwde de zware valiezen naar boven, kreeg daar -zijn fooi en verdween. - -Zoodra zij alleen waren, plantte Raffles zich, na overjas en hoed op -zijn bed te hebben geworpen, midden in het vertrek, steunde de beide -handen in de zijden en liet zijn blikken glimlachend in het rond waren. - -„Daar zijn we dus in het hol van den leeuw,” zeide hij zachtjes, alsof -iemand hem had kunnen hooren, buiten Charly. „Wie weet is het zelfs wel -een van deze kamers, waar een diefstal heeft plaats gehad, maar -natuurlijk zou de portier er zich wel voor hebben gewacht, om dit te -openbaren.” - -Zachtjes fluitend, trad hij op een der wanden toe en klopte er op -verscheidene plaatsen op. „Een massieve muur, van verborgen deuren is -geen sprake, en dat is toch ook immers iets onmogelijks. Ik kan -aannemen, dat er in zulk een groot hotel clandestien het een of ander -gemaakt is, dat er niet hoort, en dat niet door den architect is -voorzien, maar zeker geen geheime tusschendeuren.” - -„En evenmin luiken in den vloer dunkt mij.” - -„Dat klinkt tenminste al zeer weinig waarschijnlijk,” hernam Raffles. - -Hij had zijn vergrootglas uit zijn zak gehaald en was op de gangdeur -toegetreden. - -Met eindeloos geduld onderzocht hij de deurpost in de buurt van den -grendel en na ongeveer een kwartier zeide hij zich tot Charly wendend: - -„Niets te zien. Wanneer hier ergens een gat was geboord, als was het -niet grooter dan om een naald door te laten, dan zou ik het met dit -vergrootglas moeten zien en al zou het met stopverf zijn dicht gemaakt, -dan zou ook dat mij niet ontgaan. Bovendien gaan deze grendels -bijzonder stroef en ik kan ook volstrekt niet merken, dat zij -bijvoorbeeld overdag door den dief zelf of een handlanger hier in het -hotel geolied zijn, om het schuiven te vergemakkelijken. Ik acht het -volstrekt buitengesloten, dat men met een dun ijzerdraad dezen zwaren -grendel zou kunnen terugtrekken, om nog niet eens van den sleutel in -het slot te spreken. Je zult je namelijk wel herinneren, dat op zijn -minst twee der bestolenen pertinent hebben verklaard, den sleutel in -het slot te hebben moeten terugdraaien, voor zij in den morgen na den -diefstal de kamer konden verlaten. Ik heb te veel kennis van sloten, om -niet te zien, dat men deze dingen hier onmogelijk aan den kant van de -gang kan openen als van binnen de sleutel er op steekt.” - -„Maar zouden alle kamers zoo zijn ingericht?” - -„Er is volstrekt geen reden om daaraan te twijfelen. Natuurlijk zijn al -die deuren en al deze sloten als massa-fabricatie gemaakt, en zij -lijken op elkander als druppels water.” - -„Dan ben ik er benieuwd naar, Edward, hoe jij het denkt te kunnen -verklaren op welke wijze de dief hier is binnen gedrongen.” - -„Wij zullen ons niet overhaasten, Charly. Wij zijn nu tot de -overtuiging gekomen, dat het niet ging door de gangdeur, dan kan het -niet anders of het moet aan de zijde van het balkon zijn geschied.” - -„Maar het is dertig meter van den grond, Edward,” riep Charly uit. - -„Die opmerking hebben de detectives ook gemaakt, mijn waarde. En ik kan -niet zeggen, dat ze van groote schranderheid getuigt,” hernam Raffles -schouderophalend. „Het is nog al duidelijk, dat de dief niet tegen het -balkon is opgeklommen.” - -„Hoe heeft hij het dan bereikt, volgens jou?” - -„Op de eenige andere manier. Hij heeft zich van het dak er op laten -neer zakken, een afstand die heel wat korter is dan dertig meter.” - -„Hoe kwam hij op het dak?” - -„Van een der aangrenzende huizen natuurlijk.” - -„Goed, ik wil een oogenblik aannemen, dat de dief op het balkon is. -Daar staat hij dus, achter de gesloten deur. Vertel me nu eens, hoe hij -de deuren opent, en vooral hoe hij ze weer sluit achter zich, zonder de -ruiten te vernielen en ook zonder dat er een spoor van te zien valt?” - -„Wij zullen ons eens op het balkon begeven, mijn waarde, en zien wat -het is,” zeide Raffles bedaard. - -Hij trad op de beide balkondeuren toe, maar opende ze niet dadelijk en -onderzocht de sluiting aan de binnenzijde. - -Het was een gewoon dubbele balkondeur, met een groote smalle ruit er in -en aan de onderzijde uit hout bestaande. - -Zij werd gesloten door middel van een van die ijzeren stangen, welke -door middel van een klein tandrad, hetwelk aan een ijzeren, met hout -bekleede greep bevestigd is, grijpt in een tandrad, welke zich aan den -stang bevindt, waardoor de beide heften van dezen stang onder en boven -aan de deur in een stevig ijzer oog grijpen, waardoor de deur gesloten -wordt. - -Raffles duwde den greep naar beneden, de beide heften van de sluitstang -maakten zich los uit de oogen en hij kon de deur naar zich toetrekken. - -Langzaam trad hij op het balkon, dat over een lengte van bijna dertig -meter langs den voorgevel liep, die uitkwam op de breede Highgate-road. - -Hij bukte zich over de ijzeren leuning van het balkon, en zag dat er op -de vierde verdieping juist zoo een zich uitstrekte. - -De balkons op de andere verdieping liepen niet door, maar waren allen -afzonderlijk. - -„Men kan gemakkelijk van het balkon het dak bereiken, met behulp van -een ladder die niet langer dan twee meter behoeft te zijn,” zeide hij -tot Charly, die naast hem was komen staan. - -„Dus de dief zou een ladder bij zich gehad moeten hebben?” vroeg -Charly. - -„Hij kan zeer wel van een touwladder gebruik hebben gemaakt, die geeft -geen indrukken, die verliest geen houtspaanders, die kan men -gemakkelijk om het lichaam wikkelen en onder jas of mantel verbergen. -Die hindert niet in de bewegingen en die maakt tenslotte volstrekt geen -geraas.” - -„Waarde Edward, ik zeide je reeds dat ik gaarne wil aannemen, dat de -dief over de daken heen tot vlak boven dit balkon komt, zich laat -zakken, en veilig voor de balkondeur belandt, welke hij zich heeft -uitgezocht, de vraag is nu maar hoe hij de deur opent. Dat is alles, -wat ik wil weten.” - -„Je zult moeten erkennen, dat het tevens de hoofdzaak is,” zeide -Raffles glimlachend. „Wij zullen echter eens zien, in hoeverre er een -antwoord kan worden gegeven op je vraag.” - -Hij trok de beide helften van de balkondeur zoover hij kon dicht en -zeide toen tot Charly: - -„Het volgende staat vast. Zelfs wanneer men bij voorbeeld met behulp -van een in hout gedraaide boor of een trapoog de deur geheel zou kunnen -dicht trekken, dan nog zou het volkomen onmogelijk zijn, de greep weder -in zijn oorspronkelijken toestand terug te brengen. Even onmogelijk als -het mij overigens toeschijnt, haar door de dichte deur heen neer te -drukken, als men op het balkon staat.” - -„Die meening ben ik ook toegedaan,” riep Charly uit. „Dat de ruiten er -uit zijn genomen en naderhand weer ingezet, is ook buitengesloten.” - -„Volkomen. Niet alleen bevindt de stopverf zich aan de binnenzijde van -de deur, maar ook luiden de verklaringen eenparig, dat die stopverf -volkomen hard was, met een laag verf bedekt, en dus onmogelijk enkele -uren van te voren kon zijn aangebracht. Stopverf heeft minstens een dag -of zes noodig en in dit jaargetij toch nog altijd vier om volkomen hard -op te drogen. Dat men de ruit naast de stopverf heeft uitgesneden en er -naderhand weer heeft ingezet, is al even ondenkbaar. Bij de minste -beweging zou zij immers vallen?” - -Raffles had zich gebukt, zoodat hij bijna met het gelaat op den vloer -van het balkon lag en trachtte onder de deur van het balkon te zien. - -„Wat doe je daar?” vroeg Charly nieuwsgierig. - -„Ik probeer om onder de deurreet door te kijken.” - -„Waarom?” - -„Omdat ik mij wil overtuigen dat de kier niet groot genoeg is, om er -een zeer lang ijzerdraad door te steken, in een rechten hoek gebogen en -aan het einde voorzien van een oog, om daarmede den knop van de greep -van de spagnolet te vatten en die omlaag te trekken. Maar ik zie al dat -dat volstrekt onmogelijk is. Een ijzerdraad van de noodige lengte en -dikte zou men onmogelijk onder de kier kunnen door krijgen en in het -beste geval zou de inbreker uren en uren noodig hebben, voor hij -eindelijk als bij toeval de greep beet had en daarop kan natuurlijk -geen dief, die zijn vak verstaat het laten aankomen.” - -„Dan geef ik het op,” riep Charly uit. - -„Daaraan denk ik nog zoo spoedig niet, mijn waarde,” hernam Raffles. - -Hij was het vertrek weder binnen getreden en begon de deuren opnieuw -aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen. Na eenigen tijd zeide hij -langzaam: - -„Ik kan niet aanstonds zeggen wat het is, maar er is aan deze deur iets -eigenaardigs.” - -„Bedoel je misschien dat de stang van de spagnolet rond is, terwijl zij -in verreweg de meeste gevallen plat zijn.” - -„Dat heb je goed ingezien, ronde spagnoletstangen komen maar weinig -voor, platte zijn meestal steviger, maar ik heb nog iets meer ontdekt, -mijn waarde. De scharnieren van de deuren zitten namelijk niet aan de -binnenzijde, zooals meestal het geval is, maar aan den buitenkant van -de deur.” - -„Daar had ik nog niet op gelet,” riep Charly uit. „Dat komt ook maar -zelden voor geloof ik, want de meeste balkondeuren gaan naar binnen -open.” - -Raffles was opnieuw op het balkon gegaan, had zijn vergrootglas weder -ter hand genomen en bukte zich, teneinde een der onderste scharnieren -van de deur met groote aandacht te bezien. - -Teneinde het scharnier zoolang mogelijk tegen roest te beschermen was -het geschilderd met dezelfde kleur van de deuren. - -Maar aanstonds zag Raffles, dat de pen, welke de beide helften van het -scharnier verbond, en waarom het draaide, van boven voorzien was van -een ronden kop, die haar belette door het gat van de scharnier te -vallen. - -Hij tuurde aandachtig door zijn vergrootglas en toen ontsnapte een -lichte kreet van zegepraal aan zijn mond. - -Dadelijk kwam Charly vol belangstelling naderbij. - -„Heb je iets ontdekt?” vroeg hij. - -„Ik geloof tenminste dat ik reeds heel wat verder ben. Kom eens hier en -zeg me eens, wat je van dat scharnier denkt?” - -Charly kwam op het balkon, hurkte naast Raffles neder, bekeek het -scharnier aandachtig en zeide toen: - -„Het lijkt op een van die scharnieren, zooals men ze vaak vindt aan -gewone kamerdeuren en waarvan de pen al zeer gemakkelijk er -uitgetrokken kan worden.” - -„Zoo is het, mijn waarde. In ieder geval is dat scharnier er bepaald op -gemaakt, om er de pennen gemakkelijk uit te nemen. Zie maar eens hoe -goed zij geolied zijn.” - -Raffles had onder het spreken zijn zakmes te voorschijn gehaald, waarin -zich verschillende kleine instrumentjes bevonden, en had met behulp van -een schroevendraaiertje, dat hij tegen den ronden kop van de pen zette, -deze laatste met het grootste gemak uit de scharnier genomen. - -Maar dadelijk stak hij er de ijzeren stift weder in, stond op en zeide -tot Charly: - -„Ga eens naar binnen en doe de deur dicht.” - -Charly ging het vertrek binnen en draaide de greep van de spagnolet -naar boven, zoodat de ronde stangen in de gaten grepen en de deur -gesloten was. - -Toen keek hij vol aandacht naar wat Raffles deed. - -Hij zag, hoe deze vlug de twee pennen uit het bovenste en onderste -scharnier van de linker deurhelft nam en tot zijn groote verbazing -duwde Raffles de deurhelft langzaam open, en stond het volgende -oogenblik naast hem. - -„Dat is....,” riep Charly stom verbaasd uit. - -„Het is weinig minder dan geniaal, Charly. De spagnoletstang is van -bestemming veranderd en fungeert nu als scharnier. Je ziet wel, dat het -goed beschouwd het ei van Columbus is.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK III. - -OP HET SPOOR VAN DE HOTELRATTEN. - - -Charly bleef een oogenblik verwonderd en zwijgend naar de geopende -deurhelft kijken, alsof hij zijn oogen nog altijd niet kon vertrouwen -en daarop bekeek hij de deur wat nauwkeuriger. - -Het was zoo. De ronde stangen, waaruit de sluiting bestond, waren in -een soort scharnier veranderd, waarom een van de deurhelften zeer -gemakkelijk kon draaien. - -Gemakkelijk en geruischloos, want ook de uiteinde van de stangen bleken -goed geolied te zijn. - -Volkomen onhoorbaar draaide de deurhelft, nadat de werkelijke -scharnieren buiten dienst waren gesteld. - -Wanneer de dief weder heen ging, trok hij de deurhelft aan de -scharnieren naar zich toe, stak er de ijzeren pen weder in en nu was er -volstrekt niet te zien dat iemand door de deur was binnen gegaan. - -„En toch is er iets, wat ik volstrekt niet begrijp,” barstte Charly na -eenige oogenblikken uit. „Hoe is het mogelijk dat de dief al deze -deuren zoo heeft ingericht, zonder dat men er in het hotel iets van -bemerkte?” - -Maar Raffles schudde glimlachend het hoofd en zeide: - -„Daarvan is natuurlijk in het geheel geen sprake. Ik wil je wel zeggen -wat ik er van denk, maar eerst zullen we de deur weder in normalen -stand terug brengen.” Raffles ging weder op het balkon, trok de -deurhelft naar zich toe, stak de pennen in de scharnieren en daarop -opende Charly aan den binnenkant de balkondeur en Raffles trad weder -binnen. - -Wel waren eenige voorbijgangers blijven stil staan, toen ze de beide -mannen bezig zagen, maar allen daar in de buurt wisten, dat het hotel -sedert eenigen tijd letterlijk krioelde van politiebeambten en ze zagen -de beide heeren natuurlijk voor detectives aan. - -Ook konden zij wegens de hoogte waarop de kamers gelegen waren, en de -tamelijke breedte van het balkon zelfs aan de overzijde van de straat -niet waarnemen, wat er met de balkondeur geschied was. - -Zoodra Raffles weder was binnen getreden en de balkondeur had gesloten, -begon hij: - -„Ik herhaal je, Charly, er kan geen sprake van zijn, dat al deze deuren -door den dief zoo zijn ingericht, nadat het hotel gebouwd was en ik ben -nu ook zeker, dat wij hier met een heel complot te doen hebben en dat -er minstens drie of vier personen bij deze diefstallen zijn en die -personen hebben allen iets te maken met het bouwvak, of zij hebben er -zich tijdelijk ingedrongen, met het doel, dat je kent. De balkondeuren -zijn, zooals wij ze nu zien, reeds bij den bouw van het hotel zoo -aangebracht en wel door dezelfde lieden, die naderhand de diefstallen -pleegden. De deuren bevinden zich alleen op de vierde en vijfde -verdieping en daarom hadden de beroovingen ook alleen op die etages -plaats.” - -„Maar hoe konden deze deuren aangebracht worden, zonder dat de -architect, of tenminste de bouwopzichter het merkte,” riep Charly uit. - -„In welk opzicht wijken deze balkondeuren dan af van de gewone?” was de -wedervraag van Raffles. „Alles goed beschouwd, valt er niet veel -bijzonders aan op te merken en wij wilden er eenmaal iets bijzonders -aan vinden, omdat we niet wilden aannemen, dat de dief door een -sleutelgat was gekropen. Het spreekt echter vanzelf, dat degene, die -deze deuren maakte, verkocht, of misschien veranderde, medeplichtig is -aan de diefstallen. Balkondeuren vormen natuurlijk slechts een zeer -onbeteekenend onderdeel van zulk een groot bouwwerk en de bouwopzichter -heeft er volstrekt geen acht op geslagen. - -„Hij heeft dat overgelaten aan den man, den timmerman waarschijnlijk, -die de deuren leverde. Hij zag dat ze voortreffelijk werkten en het was -hem blijkbaar volmaakt onverschillig of de spagnolet rond of vierkant, -of de scharnieren buiten, of binnen waren. - -„Maar in dat geval kan Scotland Yard de dieven over een paar uren in -handen hebben.” - -„Dat kan zij, indien wij haar inlichten,” zeide Raffles droogjes. - -„Ben je dat dan niet voornemens?” - -„Voorloopig niet. Ik wil eerst eens zelf op onderzoek uitgaan. Mijn -concurrenten hebben al voor een flink bedrag in dit hotel gestolen en -ik zou het een zeer opwindend tijdverdrijf achten, wanneer ik hen dien -buit kon afhandig maken.” - -„Een gevaarlijk werkje, Edward. Die lieden zijn natuurlijk lid van een -of ander machtig dievengenootschap.” - -„Dat denk ik ook wel, maar dat kan mij niet weerhouden. Wanneer wij met -een weinig beleid en voorzichtigheid te werk gaan, kunnen wij -waarschijnlijk een goeden slag slaan, de stelers bestelen, ik ken geen -sport, die zoo opwindend is.” - -„Blijven wij nu hier?” - -„Meer dan ooit. Ik zal wel zorgen, dat het spoedig ruchtbaar wordt, hoe -rijk wij Galiciërs zijn.” - -„Waarom?” - -„Om de dieven tot ons te trekken, in geval wij hen niet mochten -ontdekken.” - -„Zou je den hotelhouder in ieder geval niet in het geheim nemen?” - -„Niet voordat wij zekerheid hebben. Wij moeten nu eerst eens -onderzoeken, Charly, wie de aannemer van dit gebouw is geweest, wie de -materialen, wie de arbeiders heeft geleverd.” - -„Het zal een langdurig onderzoek worden.” - -„Ongetwijfeld, het hotel is zeer groot, het is in betrekkelijk korten -tijd gebouwd en er zullen wel een paar honderd werklieden op zijn minst -bij betrokken zijn geweest. Toch wordt ons arbeidsterrein aanmerkelijk -beperkt door de omstandigheid, dat we ons volstrekt niet te bekommeren -hebben om de metselaars, de loodgieters, de schilders of de dakdekkers, -maar uitsluitend om de timmerlieden, want zij zetten er de deuren en -vensters in, en dan natuurlijk om de leveranciers van de balkondeuren. -Kom, wij zullen maar dadelijk aan het werk gaan.” - -De beide vrienden ontpakten nu hun valies, hingen hun goed op, sloten -hun kamers, brachten de sleutels, zooals het gebruik wilde, aan de -jonge dame, die in haar vestibule in haar loge zat met een reusachtig -bord met sleutels achter haar en knoopte toen een praatje aan met den -portier, die dadelijk goed op de hoogte bleek te zijn met alles, wat -met den bouw van het hotel in verband stond. - -Hij kon hem om te beginnen den naam noemen van de aannemersfirma, -Talbot en Pearson, Holbornstreet 37. - -Natuurlijk waren de beide mannen wel zoo verstandig hem geen -bijzonderheden te vragen, daar zij volstrekt geen achterdocht wilden -wekken en zij verlieten het hotel, riepen op straat een huurauto aan, -en lieten zich aanstonds naar het kantoor van de aannemers brengen. - -De heeren dreven de zaken op grooten voet, dat was aanstonds te zien -aan den omvang van hun kantoorgebouw en aan de weelderige wijze, waarop -het was ingericht. - -Raffles en Charly hadden zich uitgegeven voor detectives, zooals zij -bij vroegere gelegenheden reeds menigmaal met succes hadden gedaan en -zij werden, ofschoon de kantoortijd reeds voorbij was, dadelijk -toegelaten bij de beide firmanten. - -De een zoowel als de ander was van heel klein af zijn loopbaan begonnen -en dat was nog duidelijk merkbaar in de wijze, waarop zij hun stijven -vilthoed, dien zij zelfs binnenshuis zelden afzetten, achter op het -hoofd droegen en hun uitgesproken voorliefde voor zware rooktabak. - -Het waren twee stoere, door een langdurig verblijf in de buitenlucht -gebruinde heeren, die Raffles en Charly ontvingen. - -„U is voor vandaag nummer acht en negen,” riep Talbot uit, nadat zijn -beide bezoekers hadden plaats genomen. - -„Wilt gij zeggen, dat gij vandaag reeds zeven van mijn collega’s hebt -ontvangen?” vroeg Raffles. - -„Niet meer en niet minder. Wat de heeren van mij willen, is mij niet -recht duidelijk,” hernam Talbot. „Natuurlijk komt u ook in de zaak van -het Kensington-Hotel, nietwaar?” - -„Zoo is het, mijnheer.” - -„Nu, dan weet ik al wat u komt vragen. Gij denkt zeker ook, juist als -die andere heeren, dat er ergens geheime luiken, deuren, wat weet ik -moeten zijn.” - -Maar Raffles schudde glimlachend het hoofd en zeide: - -„Wij weten wel beter, mijnheer. Dat willen we volstrekt niet van u -weten. Wij weten wel, dat een modern hotel geen spookslot is, of een -ruïne uit een film. Wij wenschen eenvoudig te weten van u, wie u de -balkondeuren voor het hotel geleverd heeft.” - -Talbot en Pearson zagen elkander verbaasd aan en toen herhaalde de -laatste: - -„De balkondeuren, wel ik geloof dat het Plumkett was, ik zal het -aanstonds eens voor u opzoeken.” - -Hij trad op zijn schrijftafel toe, sloeg een geweldig register open, -zocht eenigen tijd, zachtjes voor zich heen fluitend en zeide toen na -eenigen tijd: - -„Ja, alle deuren, de balkondeuren zoowel als de andere zijn door -Plumkett geleverd in Waltonstreet.” - -„Ik dank u zeer, mijnheer,” kwam Raffles, die het adres aanstonds had -opgeschreven. „Nu nog eenige vragen: Wilt gij mij zeggen hoeveel -arbeiders gij ongeveer in dienst had?” - -„Drie honderd en zeven en tachtig,” antwoordde Talbot zonder aarzelen. - -„Dat is nog meer dan ik dacht. Wie leverde u die?” - -„Wij hebben een vaste kern van driehonderd man, die geregeld voor ons -werken en als wij daaraan niet genoeg hebben, dan levert onze agent, -Turner. Hij kan er nog altijd zooveel krijgen als hij wil.” - -„Doet Turner onderzoek naar de menschen die zich bij hem komen -aanbieden?” - -„Wat bedoelt gij? Naar hun bekwaamheid? Dat zou maar tijd vermorsen -zijn. Dat is immers na tien minuten wel op het werk te zien? En ik -verzeker u dat die methode heel wat beter is dan vragen stellen, want -iedere arbeider zegt toch altijd van zichzelf, dat hij bekwaam is, dat -deed ik zelf ook, toen ik nog steenenkruier was. Een arbeider, van wien -na een kwartier blijkt, dat hij zijn vak niet kent, gaat er aanstonds -uit.” - -„Heel practisch. Zeg mij eens, mijnheer Talbot. Is het tijdens den bouw -voorgekomen, dat u om die reden arbeiders hebt moeten weg zenden?” - -„Slechts eenmaal. Het gold een loodgieter, die zich als heel bekwaam -had aangemeld, en die zich verbeeldde, dat je ijzer met koper kunt -samen soldeeren.” - -„Nu dit nog: wie zette de ramen en deuren in? Doen dat uw eigen -timmerlieden, of geschiedt dat door speciale arbeiders van Plumkett.” - -„Dat hangt er van af. Gewone kamerdeuren stuurt hij op het werk, en dan -hangen onze timmerlieden ze in de scharnieren. Een kwestie van -niemendal. Maar als het bijvoorbeeld nog al ingewikkelde constructies -zijn, zooals draaideuren, of balkondeuren met espagnolet, dan stuurt -Plumkett een paar van zijn eigen menschen.” - -„Was dat ook nu het geval?” - -„Ja, dat weet ik zeker. Maar zeg mij eens, mijnheer, waarom stelt u mij -al die vragen?” kwam Talbot verbaasd. - -„Het spijt mij, dat ik u daarop geen antwoord kan geven, mijnheer -Talbot. Later zal u dat wel duidelijk worden.” - -Raffles was reeds opgestaan, na Charly een wenk te hebben gegeven en -had zijn hoed gegrepen. - -Nu wendde hij zich weder tot de beide aannemers en zeide: - -„Ik hoop, mijne heeren, dat gij voorloopig het stilzwijgen zult bewaren -over ons gesprek. Wij zijn particuliere detectives en wij zouden niet -gaarne de vruchten van onze inspanning zien ontgaan, als Scotland Yard -hoorde van ons gesprek en de bedoeling raadde van de vragen, welke ik u -reeds gesteld heb.” - -„Mijnheer, u hebt groot gelijk,” riep Talbot op jovialen toon. „Niemand -laat zich graag de kaas van het brood eten. U kunt er van op aan, dat -we niets zullen zeggen.” - -En met deze toezegging konden Raffles en Charly heen gaan. - -„Waar nu heen?” vroeg Charly, toen de beide mannen weder op straat -stonden. - -„Naar Plumkett.” - -„Dat is een heel eind uit de buurt. Het is ook de vraag of wij hem -thuis zullen treffen.” - -„Dat moeten wij dan maar probeeren, maar ik begrijp het al, Charly. Je -maag begint te jeuken. Welnu, hier aan de overzijde is toevallig een -lunchroom. Wij zullen ons versterken met een kop bouillon en de helft -van een koude kip.” - -„Ik wil niet verzwijgen, dat ik blij ben met deze oplossing.” zeide -Charly lachend. „De zaak interesseert me bijzonder, maar ik ben het -volkomen eens met den grooten Napoleon, die zeide, dat een soldaat met -een leege maag geen veldslag kan winnen.” - -De beide mannen stapten de lunchroom binnen, gebruikten haastig iets, -en stonden een kwartier later weder buiten, om rond te zien naar een -huurauto waarvan de chauffeur bereid zou zijn, den langen weg naar de -Waltonstreet af te leggen. - -Het duurde inderdaad eenigen tijd, voor zij een chauffeur hadden -gevonden die onzelfzuchtig genoeg was, om hen, al was het dan tegen een -zeer groote fooi, naar de genoemde straat te brengen. - -De rit duurde ruim een uur, en eindelijk hield de auto stil voor een -fraai huis, dat deel scheen uit te maken van een groot fabriekscomplex. - -Op een koperen bordje op de deur was de naam Plumkett gegraveerd. - -Raffles belde aan, en vernam van den huisknecht, die de deur opende, -dat mijnheer Plumkett juist van tafel was opgestaan, maar dat hij hem -zou vragen of hij twee particuliere detectives in een belangrijke zaak -wilde ontvangen. - -De heer Plumkett was zeker in een goede bui, want hij stond het verzoek -toe en een oogenblik later stonden de beide vrienden tegenover een -kleinen, mageren man, met doordringende zwarte oogen en een intelligent -gelaat. Het gelaat van den pienteren, ondernemenden zakenman. - -„Waarmee kan ik de heeren dienen?” vroeg Plumkett, nadat hij Raffles en -Charly met een gebaar tot zitten had genoodigd. - -„Wij zullen u niet lang ophouden, mijnheer Plumkett,” antwoordde -Raffles. „Wij komen in de zaak van het Kensington-Hotel, waarin den -laatsten tijd een groot aantal even stoutmoedige, als geheimzinnige -diefstallen heeft plaats gehad.” - -„Daar heb ik van gelezen,” hernam Plumkett verwonderd. „Maar ik kan met -den besten wil van de wereld niet inzien, wat ik daarmee te maken heb! -Verdenkt gij mij soms?” - -„Neen, mijnheer Plumkett!” antwoordde Raffles glimlachend. „Maar gij -zoudt ons misschien eenige waardevolle inlichtingen kunnen geven.” - -„Als gij dat denkt mijnheer, vraag dan slechts!” - -„Ik dank u voor deze toestemming, en ik kom ter zake. Gij hebt de -deuren en ramen geleverd voor het hotel wat ik zooeven noemde, -nietwaar?” - -„Ja.” - -„Zijn de balkondeuren, welke gij geleverd hebt, van een courant model?” - -„Welzeker zijn ze dat! Ik heb er al zoo duizenden geleverd!” - -„Met ronde spagnoletstangen?” - -„Met ronde spagnoletstangen?” herhaalde Plumkett, terwijl hij zijn -wenkbrauwen hoog optrok. „Wel neen, die maak ik nooit, die zijn minder -sterk dan platte! In mijn deurenfabriek gebruiken wij nooit anders dan -platte spagnoletten.” - -„Het is zeker onmogelijk, dat in uw fabriek, waar zooveel vervaardigd -wordt, bijvoorbeeld van een veertigtal deuren de stangen rond gemaakt -worden, zonder dat gij dat bemerkt?” - -„Dat is volkomen buitengesloten, mijnheer!” antwoordde Plumkett kortaf. -„Dat is onbestaanbaar! Vergeet niet dat men aan de ronde stangen alleen -niet genoeg heeft, maar dat er dan natuurlijk ook ronde oogen noodig -zijn, en geen vierhoekige!” - -„Worden de stangen ook in uw fabriek gesmeed?” - -„Alles gebeurt hier. Wij draaien zelf de schroeven, wij verven onzen -deuren en ramen zelf, wij leveren de raamgewichten, en het eenige dat -wij van andere fabrieken krijgen is het touw en de verf. Natuurlijk zou -er op mijn fabriek wel eens door dezen of genen een ronde stang gesmeed -kunnen worden, maar zelfs dat zouden de werkbazen onmiddellijk zien en -ik zou het weten, maar dat men voor dertig of veertig deuren ronde -spagnolettes zou maken, dat wil zeggen een lengtje van bijna tachtig -meter, ik herhaal u dat het volkomen is uitgesloten. Wilt u mij niet -zeggen, waarom u mij dat vraagt?” - -„Kan ik op uw stilzwijgen rekenen, mijnheer Plumkett?” - -„Volkomen.” - -„Welnu, in het Kensington-Hotel zijn op de vierde en vijfde verdieping -alle balkondeuren voorzien van ronde spagnoletstangen. De scharnieren -zitten aan den buitenkant en zij hebben losse pennen, die zeer -gemakkelijk uitgetrokken kunnen worden.” - -„Pennen met koppen?” vroeg Plumkett, die zijn ooren niet scheen te -vertrouwen. - -„Ja.” - -„Weet ge dat volkomen zeker?” - -„Ik heb mij er persoonlijk van overtuigd.” - -„Daar staat mijn verstand bij stil,” riep Plumkett uit. „Ik kan u -verzekeren, mijnheer, dat ik weliswaar een groote fabriek heb, maar dat -ik toch op een spijker na weet, wat er om gaat. Zonder dat ik de -teekeningen behoef na te gaan, kan ik u al zeggen, dat de deuren, welke -ik voor het hotel leverde weliswaar de scharnieren aan de buitenzijde -hadden, maar dat de pennen zonder koppen waren. Zulke scharnieren breng -ik altijd alleen maar op binnendeuren, omdat de menschen dergelijke -deuren soms wel eens willen uitnemen en vervangen door portières. Ik -moet u zeggen, dat ik er volstrekt niets van begrijp.” - -„Het zal u wel spoedig genoeg duidelijk worden, mijnheer Plumkett, maar -eerst nog eens een paar vragen: Zijn al uw arbeiders volkomen -betrouwbaar?” - -„Dat is een vraag, mijnheer, waarop ik u niet zoo gemakkelijk kan -antwoorden,” riep Plumkett uit. „Ik heb negen honderd vijftig arbeiders -in dienst, in de smederij, de bankwerkerij, de glassnijderij, de -zagerij en de timmermanswerkplaats en ik zou er niet graag mijn hand -voor in het vuur willen steken, dat al die menschen van een -onberispelijken levenswandel zijn, dat kan geen enkel fabrikant.” - -„Dat ben ik volkomen met u eens, mijnheer Plumkett,” gaf Raffles toe. -„Mijn vraag was misschien niet zoo heel verstandig en toch ben ik er -zeker van dat onder uw werklieden, en waarschijnlijk ook onder enkele -werkbazen elementen te vinden zijn, die gij ongetwijfeld op staanden -voet zoudt ontslaan, als gij wist, of althans vermoedde, wat zij op hun -kerfstok hebben,” - -„Wat dan wel, mijnheer,” vroeg Plumkett verbaasd. - -„Hebt ge dat nog niet afgeleid uit mijn vragen? Het is dunkt mij -volkomen duidelijk, dat, daar de balkondeuren, die zich thans in het -hotel bevinden, niet in uw fabriek vervaardigd zijn, tenminste wat de -onderdeelen der sluiting betreft, zij op weg van uw fabriek naar het -bouwwerk een verandering moeten hebben ondergaan en het is duidelijk, -dat die alleen door uw werklieden kan zijn aangebracht.” - -„Gij maakt mij aan het schrikken, mijnheer,” riep Plumkett uit, „en -toch, zoo moet het wel gegaan zijn. Een andere oplossing is er niet.” - -„Ik ben overtuigd, mijnheer Plumkett, dat het zoo en niet anders in -zijn werk is gegaan,” hernam Raffles kalm. - -„Maar dan moeten die lieden onmiddellijk onschadelijk worden gemaakt,” -riep de fabrikant woedend uit. - -„Ook dat geef ik u toe, mijnheer, maar alvorens hen onschadelijk te -maken, moet men hen kennen,” hernam Raffles glimlachend. „En gij zult -zelf wel inzien dat dit met eenige moeilijkheden gepaard gaat. Al uw -werklieden van de deurenafdeeling te laten aantreden en hen een voor -een te laten vragen, of zij soms iets uitstaande hebben met de brutale -diefstallen in het Kensington-Hotel.... Ik vrees dat ons dat niet veel -verder zou brengen.” - -„Gij hebt gelijk, maar wat is er dan te doen?” - -„Er is een heel eenvoudig middel, mijnheer Plumkett. Gij neemt ons -eenvoudig als zoogenaamde arbeiders in dienst. Onze handen zullen niet -verkeerd staan, zooals gij spoedig zult merken en ik geloof, u wel te -mogen verzekeren, dat wij binnen weinige dagen de daders zullen hebben -uitgevonden. Wilt gij ons daartoe verlof geven?” - -Plumkett dacht slechts een oogenblik na en antwoordde toen: - -„Toegestemd, mijne heeren. Van dit oogenblik af maakt gij deel uit van -mijn personeel.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK IV. - -LICHT IN DE DUISTERNIS. - - -Raffles en Charly namen onmiddellijk de noodige maatregelen. - -Zij besloten des nachts in het hotel te blijven logeeren onder de -vermomming welke zij daar tot dusver hadden aangenomen en de dag en de -avond zouden er aan besteed worden om onderzoek te doen naar de brutale -diefstallen. - -Het hotel wilden zij voorloopig niet verlaten, teneinde aldus niet de -kans te missen, dat zij zelve wellicht het slachtoffer zouden worden -van de brutale hoteldieven, welke kans des te grooter was, daar het -gerucht van hun grooten rijkdom reeds in breede kringen de ronde had -gedaan. - -Men kon gerust aannemen, dat de daders in het hotel althans een of twee -medeplichtigen hadden en deze zouden niet nalaten, hen nauwkeurig op de -hoogte te houden aangaande de finantieele positie van de logeergasten, -die hun intrek in het hotel namen. - -Raffles begreep, dat hij deze kans niet mocht laten voorbijgaan en -daarom werd het besluit genomen, den nacht in ieder geval in het hotel -door te brengen. - -Het zou tamelijk vermoeiend zijn, maar hij moest voor de goede zaak -iets over hebben. - -Reeds den volgenden dag, vroeg in den morgen, kwamen Raffles en Charly -zich als arbeiders aanmelden. - -Zoo voortreffelijk was hun vermomming, zoozeer geleken ze op hetgeen ze -moesten voorstellen, dat het geruimen tijd duurde, voor Plumkett wilde -gelooven, dat zij dezelfde personen waren, die zich den avond te voren -bij hem kwamen aanmelden, en dat Raffles verplicht was, het geheele -verhaal van de diefstallen en van zijn vermoedens nogmaals te doen, -alvorens de waardige fabrikant zich liet overtuigen. - -„Ik moet zeggen, heeren, dat ge mij verbaasd doet staan,” riep Plumkett -uit, terwijl hij Raffles en Charly beurtelings aangaapte. „Ik heb wel -eens vernomen, dat detectives zich vermommen, maar ik heb altijd in de -veronderstelling verkeerd, dat die vermomming voor iemand, die goede -oogen in het hoofd had, al heel doorzichtig was. Ik ben nu verplicht -van die meening terug te komen, want ik zou eerder aan mijn eigen -persoonlijkheid getwijfeld hebben, dan dat ik u beiden zou hebben -gehouden voor de beide detectives, die mij gisteravond kwamen -bezoeken.” - -„Wij danken u voor uw compliment, mijnheer Plumkett,” zeide Raffles met -een lichte buiging. „Is alles in orde?” - -„Ja, gij kunt aanstonds aan het werk gaan. Het is een gelukkig toeval -dat ik eenige arbeiders ben kwijt geraakt, die zelf een zaak gingen -beginnen.” - -„Arbeiders van de deuren- en ramenafdeeling?” - -„Ja, het speet me genoeg. Het waren bekwame werklieden. Ze hadden wat -geld over gespaard, zeiden zij me, en nu wilden zij het zelf eens gaan -probeeren.” - -„Een gevaarlijk begin in dezen tijd,” zeide Raffles hoofdschuddend. -„Wees zoo goed en schrijf mij de namen van die arbeiders eens op, als -het kan met hun adressen er bij.” - -„Waarom, mijnheer? Gij denkt toch niet dat....” - -„Ik denk voor het oogenblik niets, maar ik acht het verstandig met alle -mogelijkheden rekening te houden.” - -Plumkett was op zijn bureau toegetreden, nam een klein register uit een -lade, bladerde er een oogenblik in, nam een stukje papier en schreef er -drie namen uit over met de adressen er achter, hetwelk hij aan Raffles -ter hand stelde. - -Een oogenblik later waren de beide gewaande arbeiders naar hun -afdeelingen vertrokken, welke zich bleken te bevinden in een groote -ruime werkloods, waar een honderdtal arbeiders druk aan het werk waren. - -In de loods stonden een aantal cirkelzagen, machines om gaten in de -posten van de deuren te hakken, schaafbanken, een paar draaibanken, en -in een hoek bevond zich een kleine smidse, waar klein ijzerwerk gesmeed -werd. - -De arbeiders hadden slechts even nieuwsgierig van hun werk opgekeken, -toen de beide nieuwelingen binnen traden en daarop bogen zij zich weder -over hun werk. - -Er was juist een bestelling van een ander groot hotel, dat in het -centrum der stad zou worden gebouwd, onder handen. - -In een der hoeken van de werkplaats lagen reeds een dertigtal -kamerdeuren opgestapeld, nog ongeschilderd en die ook nog van sloten en -knoppen moesten worden voorzien. Daarnaast waren een paar dozijn ramen -opgestapeld, die nog slechts op de ruiten wachten en de verfkwast. - -Raffles en Charly waren door den opzichter, die hen in ontvangst had -genomen, naar een groote schaafbank geleid, waar zij dadelijk aan het -werk konden gaan, dat bestond in het gladschaven van deurposten. - -Het was een tamelijk eentonig werkje en heel veel kennis en aandacht -vereischte het niet, maar zelfs al zou het dat wel hebben gedaan, dan -zouden Raffles en Charly toch niet verlegen hebben gestaan, want zij -waren gewend met houtbewerkingsmachines, zoowel als met draai- en -fraisbanken om te gaan, waarvan er zich eenige bevonden in de geheime -werkplaats, die zich bevond onder het tuinhuis in den grooten tuin, die -zich achter het huis van Lord Aberdeen in de Regentstreet uitstrekte. - -Maar juist omdat de arbeid niet veel toezicht vorderde en de beide -mannen eigenlijk weinig anders te doen hadden, dan de ruwe balken, -waarvan een groote stapel naast de werkbank lag, telkens op nieuw onder -de ronde schaaf te schuiven en deze te verstellen, tot de juiste dikte -van de deurpost was verkregen, konden ze al hun aandacht wijden aan hun -omgeving. - -Voorloopig echter viel er weinig anders te doen dan de gezichten te -bestudeeren van de werklieden, die hier bezig waren. - -Er waren jongen zoowel als ouden en op dit oogenblik kon men alleen -zeggen dat ze hard aan het werk waren. - -Te hooren viel er niets. De machines maakten zulk een geweldig lawaai, -dat de werkbaas alle aanwijzingen met luide stem moest schreeuwen en -nog liever met gebaren zijn toevlucht nam. - -Het schaftuur naderde tamelijk snel en de arbeiders begaven zich naar -de ruime heldere schaftkamer, waar zij voor weinig geld een zeer goeden -maaltijd konden krijgen en dus bij slecht weder niet genood waren, de -fabriek te verlaten. - -Ook Raffles en Charly namen in deze schaftzaal plaats en zetten hun -ooren thans goed open. - -Maar de arbeiders hadden het over niets anders dan over de groote -staking die toen juist in de metaalnijverheid was uitgebroken en geen -enkel oogenblik konden de beide mannen een snel gewisselden blik van -verstandhouding, een paar gefluisterde woorden, of iets anders -verdachts opmerken. - -Zij stonden tamelijk spoedig weder op en op de groote binnenplaats -hadden zij gelegenheid een paar woorden tot elkander te kunnen -wisselen. - -„Het werkje zal ons niet meevallen, geloof ik, Charly,” begon Raffles. -„Maar toch hoop ik aan een halve week genoeg te hebben. Er zijn acht en -negentig werklieden op de afdeeling, daarvan zijn zestien jongens en -nog twaalf gezellen die nog geen zestien jaar zijn, en die dus ook niet -in aanmerking komen. Die acht en twintig kunnen wij er dus afrekenen. -Bovendien heb ik een achttiental zeer oude werklieden opgemerkt, die al -evenmin in aanmerking komen. Ik denk dat Plumkett hen meer uit -medelijden houdt. Er blijven er dus twee en vijftig over, dat is dus -voor ons ieder zes en twintig, Charly. Van die zes en twintig moeten -wij zoo spoedig mogelijk de levensomstandigheden te weten zien te komen -en daarbij kan Plumkett zelf ons natuurlijk goed helpen. Wanneer je de -fabriek uitgaat zullen we scheiden en wij nemen ieder zooveel arbeiders -voor onze rekening, als wij maar kunnen afdoen, maar eerst vragen wij -natuurlijk aan Plumkett de namen van degenen die door hun geheele -gedrag en hun verleden reeds bij voorbaat van iedere verdenking zijn -vrij gesteld. Dat zal onze onderzoekingen aanzienlijk bekorten.” - -In den loop van den middag vond Raffles gelegenheid den directeur nog -eens te spreken en deze beschreef hem een aantal werklieden, wier namen -hij opgaf en die reeds vele jaren in zijn dienst waren volgens zijn -meening onmogelijk schuldig konden zijn aan den diefstal in het -Kensington-Hotel. - -Dat was alweer zooveel gewonnen en toen de bel om half vijf luidde, die -voor dien dag de beëindiging van het werk aankondigde, verlieten -Raffles en Charly de fabriek, voorzien van een lijstje met namen en -adressen en bezield met de beste voornemens om zoo spoedig mogelijk met -eenig tastbaar resultaat terug te keeren. - -Daarin echter zouden zij bedrogen uitkomen. - -Zij onderzochten ieder dien avond de levensomstandigheden van een -zevental arbeiders die allen in dezelfde wijk woonden, hetgeen al weder -veel tijd bespaarde en al die menschen waren brave, eenvoudige kerels, -die heel kalmpjes leefden, vrouw en kinderen hadden, van wie zij veel -hielden, des Zondags vischten, of naar een voetbalwedstrijd gingen, -Zaterdagsmiddags op de Theems roeiden, of een uitstapje maakten in de -omstreken, ’s avonds in een café soms een partijtje domino speelden en -er een glas bier bij dronken, en die lid van de een of andere zang-, -gymnastiek- of voetbalvereeniging waren. Kortom volkomen onschadelijke -leden van de maatschappij, die zeker geen seconde zouden wenschen, zich -te vergrijpen aan een andermans goed. - -Den volgenden dag ging het niet veel beter. - -Toen troffen zij wel eenige minder soliede heerschappen aan, die wel -eens te diep in het glaasje keken, en waarvan er een zelfs een -geregelde sport van maakte, tweemaal in de week zijn vrouw af te -rossen, maar al die lieden gedroegen zich volstrekt niet als -misdadigers, die in korten tijd een zeer hoog bedrag bijeen hadden -gestolen, waar zij desnoods jaren lang van zouden kunnen leven. - -Integendeel, de lichtmissen onder de arbeiders verkeerden in tamelijk -belabberde omstandigheden en zij waren op de geheele fabriek berucht om -de geniale wijze, waarop zij onder allerlei voorwendsels geld wisten te -leenen dat maar bij hooge uitzonderingen werd terug betaald. - -En het scheen wel, of het vervaardigen van deuren en ramen een -heilzamen invloed had op het zedelijke peil van de arbeiders, want den -derden avond had Raffles en Charly weder met louter degelijke en -fatsoenlijke werklieden te doen, waarvan er zelfs vier als brave -Hendrikken befaamd waren. - -Toen de beide vrienden zich om twaalf uur in den nacht van den derden -avond tamelijk vermoeid van hun zwerftochten in hun hotelkamer -bevonden, zeide Charly mismoedig: - -„Nu blijven er nog maar twee of drie over en je zult zien, dat -leerlingen, die pas van een Zondagsschool komen, niet braver kunnen -zijn.” - -„Zoo is het ook, Charly,” kwam Raffles kalm. „Ik heb er den werkbaas al -naar gevraagd, onder een voorwendsel natuurlijk en als de twee brave -kerels, die er nog overschieten het hemelrijk niet beërven, dan hebben -millioenen anderen hier te Londen geen schijn van een kans.” - -„Dus wij moeten het opgeven?” - -„Dat kan ik nog niet toegeven.” - -„Maar wij hebben alle arbeiders nu afgewerkt.” - -„Op drie na, die er niet meer zijn.” - -„Je bedoelt de drie werklieden die er uit zijn getrokken om zelf een -zaak te beginnen?” - -„Zoo is het. Om je de waarheid te zeggen is het mij aanstonds een -weinig vreemd voorgekomen, dat drie werklieden gezamenlijk een nieuwe -zaak opzetten. Een doet het wel eens, twee doen het samen, maar zelden, -en drie doen het nooit want zij kennen elkaar en weten, dat zij -waarschijnlijk zeer spoedig ruzie zouden krijgen. In ieder geval is het -wel de moeite waard, de gangen van die drie verdwenen arbeiders eens na -te gaan. Ik heb nog altijd hun namen en adressen.” - -„En de werkbaas? Komt die niet in aanmerking?” - -„Dat geloof ik niet. Hij is pas een week op de afdeeling, ter -vervanging van een baas die daar tot dusverre het toezicht uitoefende, -en die ernstig ziek is geworden naar het schijnt. Morley heet de man. -Wij zullen morgen eens dadelijk een onderzoek gaan instellen.” - -„Weet je wat ik daar bedenk, Edward?” - -„Laat eens hooren?” - -„Als wij eens kalm afwachten, tot de kerels onze eigen kamer binnen -dringen en hen dan pakken.” - -„Ten eerste zou dat nog zeer lang kunnen duren en ten tweede moet ik -vreezen, dat zij het geld, hetwelk zij in dit geval hebben buit -gemaakt, niet in hun zak bij zich dragen en ik wil je niet verbergen, -dat mij dat een groote teleurstelling zou zijn, want het is me niet in -de laatste plaats om hun geld te doen.” - -„Dan zal ik zeker ook geen succes hebben met mijn voorstel om -bijvoorbeeld op het dak in hinderlaag te leggen en te zien waar zij -blijven?” - -„Dat klinkt al anders, Charly. Het is echter niet bepaald een -ontspanning in dit jaargetij, om nachten achtereen op het dak te -blijven overnachten, of liever, om daar een geheelen nacht wakker te -blijven. Wel ben ik voornemens zoodra het mogelijk is, het dak eens te -onderzoeken. Misschien vinden wij wel het huis, vanwaar de dieven hun -sluiptochten beginnen en voor het oogenblik gevoel ik er nog het -allermeeste voor naar bed te gaan.” - -De volgende dag was het Zondag en Raffles en Charly hadden dus alle -gelegenheid een onderzoek in te stellen naar de drie arbeiders, die -eenigen tijd geleden de fabriek hadden verlaten. - -Ze heetten Hammond, O’Reilly en Deary, en toen ze nog op de fabriek -werkzaam waren woonden ze alle drie in de wijk van Hounsditch. - -Aan het eerste adres wachtte de beide vrienden een teleurstelling. Op -hun los daarheen geworpen vraag deelde een van de buren hen mede, dat -Hammond, die daar geruimen tijd gewoond had, omstreeks veertien dagen -geleden was verhuisd en niemand kon zeggen, waarheen. - -Dat was een tegenslag die nog geen half uur later gevolgd werd door een -tweede, want ook O’Reilly bleek niet meer te wonen op de vijfde -verdieping van het oude huis, waar hij zich vroeger had opgehouden en -niemand kon zeggen, waarheen hij gegaan was. - -Maar zij werden schadeloos gesteld voor hun teleurstelling, toen zij -aan het derde adres kwamen. - -Een paar kinderen, die in de nauwe straat aan het spelen waren, deelden -mede, dat Deary een kamer bewoonde op de derde verdieping. - -Hij was thuis, maar hij zou wel spoedig uitgaan. „Hij had in de loterij -gewonnen en hij was een fijne man geworden,” babbelden de kinderen, -terwijl Raffles met een glimlach om de lippen toeluisterde. - -Toen hij genoeg naar zijn zin wist nam hij met Charly plaats achter het -eenige raam van een klein Italiaansch wijnhuis, vanwaar hij de deur van -het huis, aan de overzijde, waar Deary woonde, goed in het oog kon -houden. - -Na verloop van een half uur kwam de man te voorschijn. - -En wel was het dadelijk aan hem te zien, dat het fortuin hem blijkbaar -gunstig was geweest want hij droeg een splinternieuw costuum, -parelgrijze slobkousen over zijn lichtgele schoenen, een dure sportpels -en een deukhoed van fijn vilt. - -Raffles betaalde aanstonds de vertering, en daarop verlieten de beide -vrienden het café en begonnen den man te volgen. - -„Weet je wel zeker, dat hij het is?” vroeg Charly na eenige -oogenblikken. - -„Vergissen is niet mogelijk. Plumkett heeft mij een zeer goede -beschrijving omtrent den man gegeven en alles klopt: klein, tenger, met -een ontzaglijk sterk gebogen neus, een echte Cyrano de Bergerac neus, -zwarte wenkbrauwen, die elkander bij de neuswortels ontmoeten, en een -ongezonde, vale kleur. Zie je wel hoe alles aan den man glimt van -nieuwheid. Kijk hem eens loopen, zoo trots als een pauw, en merk eens -op hoe zijn prachtige kleeren contrasteeren met deze armoedige -volksbuurt en haar bewoners.” - -„Wat zou hij voornemens zijn?” - -„Misschien wel een van zijn aanstaande compagnons bezoeken,” zeide -Raffles spottend. „Wij zullen het spoedig genoeg zien.” - -Na ongeveer een kwartier te hebben geloopen, riep Deary een huurauto -aan en Raffles en Charly prezen zich gelukkig dat ook zij zich van zulk -een voertuig konden meester maken, dat juist voorbij reed. De chauffeur -kreeg bevel, de andere auto te volgen en nu begon er een rit, die bijna -een uur duurde, en die tot groote verbazing van Charly voor het -Kensington-Hotel eindigde. - -Raffles scheen evenwel volstrekt niet verbaasd te zijn. Het was alsof -hij niet anders had verwacht. - -De beide vrienden, die de auto op een twintigtal meters afstand hadden -laten stil staan, zagen hoe Deary uit het open portier leunde, en hoe -er daarop een der kellners kwam toesnellen, met wien hij eenige woorden -scheen te wisselen, waarop de kellner in het hotel verdween, Deary zijn -hoofd terug trok, na iets tot den chauffeur te hebben gezegd en de auto -daarop weder verder reed. - -Maar de tocht duurde thans maar een minuut of tien en toen bracht de -chauffeur zijn voertuig opnieuw tot stand. - -De auto bevond zich nu voor een fraai groot huis, blijkbaar een -pension, waar de prijzen wel niet zeer laag zouden zijn, naar het -uiterlijk van het huis te oordeelen. Deary stapte uit, dankte zijn -chauffeur af, betaalde den man en ging binnen. - -Raffles en Charly waren op hun beurt uitgestapt en de eerste stond in -beraad wat hij doen zou. - -Toen scheen hem iets in te vallen. - -Hij wendde zich tot Charly en zeide op zachten toon: - -„Wacht een oogenblik bij de auto en houd die nog eenigen tijd vast, -misschien hebben wij haar nog noodig. Ik zal eens zien, wat Deary in -dat huis zoekt.” - -Hij liep op de huisdeur toe, die open stond, en kwam tegenover den -portier te staan, een zwaarlijvig man, die den op zijn Zondags -gekleeden werkman tamelijk achterdochtig beschouwde. - -„Wat is er van je dienst, vriend?” vroeg hij. - -„Kun je mij ook zeggen portier, of hier iemand woont, die Raymond -heet?” - -„Raymond, neen man, we hebben wel iemand in huis, die Hammond heet. -Moet je dien soms hebben?” - -„Neen, neen, ik geloof niet dat die het moet zijn,” zeide Raffles -hoofdschuddend. - -Hij haalde een papiertje uit den zak, waarop iets gekrabbeld stond, -scheen het te bestudeeren en hernam toen op een toon van aarzeling: - -„Op welke verdieping woont hij?” - -„Op de derde, de rechtsche gang, de laatste deur aan je linkerhand. - -„Mijnheer Hammond is hier pas ingetrokken met een vriend van hem -O’Reilly. Is dat nu de man dien je hebben moet?” - -„Ik weet het niet. Ik durf hem eigenlijk niet goed lastig te vallen. Ik -denk dat ik nog wel eens terug zal komen.” - -En Raffles nam zijn bolhoedje af en verwijderde zich weder. Hij wist nu -wat hij weten wilde. De drie mannen waren daar bij elkaar. - -„Hammond en O’Reilly wonen dus in dat huis?” vroeg Charly opgewonden. - -„Zoo is het en Deary is hen komen opzoeken. Wij zullen hen nog eenigen -tijd nagaan en dan zien, waar zij blijven.” - -„Als zij ons maar niet gaan verdenken. Ze kunnen ons wel hebben gezien -in onze Zondagsche spullen.” - -„Dat bezwaar is te ondervangen, Charly. We hebben niets anders te doen, -dan onze arbeidskleeren af te werpen, en een weinig aan ons gezicht te -veranderen, een schoone boord om te doen, die wij bij ons dragen, -benevens een paar manchetten en dan zullen wij er als heeren uitzien.” - -„Maar dan moet je den chauffeur in het geheim nemen, want die zou zeer -verbaasd zijn, als twee gegoede arbeiders, die hij in zijn auto nam, -bij het verlaten daarvan deftige heeren blijken te zijn.” - -„Dat behoeft niet meer, Charly. Ik heb den man al voor wij instapten -gezegd, dat wij detectives waren, en hij stelt al bijna evenveel belang -in de zaak als ik zelf.” - -„Geloof je dan, dat we op dit oogenblik op het goede spoor zijn?” - -„Dat geloof ik. Je geeft me zeker wel gewonnen, dat het gedrag van die -drie signeurs al heel eigenaardig is. Dat gewonnen loterijlot is -natuurlijk een praatje, alleen bedacht als voorwendsel om de -plotselinge weelde van onzen vriend Deary aannemelijk te maken. Het is -een zeer oude truc en getuigt niet van veel originaliteit. Ook van de -nieuwe zaak, welke die heeren willen beginnen, geloof ik niets. Neen, -ik meen wel te mogen verzekeren, dat wij op het oogenblik het wild op -het spoor zijn. Vergeet niet dat Deary zooeven met een van de kellners -gesproken heeft, dat beteekent ook niet veel goeds, hoe het ook zij, -wij zullen nu spoedig genoeg weten, waaraan wij ons te houden hebben, -en kom nu weder in de auto dan zullen wij ons snel verkleeden.” - -De beide vrienden stapten in, nadat Raffles den chauffeur met enkele -woorden op de hoogte had gebracht, die zijn auto een eindje terug reed, -en ontdeden zich nu snel van hun overkleederen, die hun eigen keurig -gesneden wandeltoilet bedekten. - -Zij haalden hun boorden te voorschijn, deden ze aan, zetten hun pruiken -af, borstelden zorgvuldig hun haar, lieten hun trekken snel een -grondige verandering ondergaan en voor er tien minuten verloopen waren -was het onmogelijk uit deze beide chique gekleede heeren de werklieden -van zooeven te herkennen. - -En van dat oogenblik af wachtten de beide vrienden met het geduld van -een kat, op wat er verder zon geschieden. - -Hun geduld zou niet lang op de proef worden gesteld, want er was nog -nauwelijks een kwartier verloopen sedert zij hun vermomming hadden -afgelegd, of de deur van het pension ging open, drie mannen verschenen. -Het waren Hammond, O’Reilly en Deary. - -De chauffeur, die zijn instructies reeds gekregen had, lette goed op en -toen de drie mannen na eenige vergeefsche pogingen eindelijk een auto -hadden gevonden, ging hij deze weder na. Na een tocht van tien minuten -ongeveer bevonden Raffles en Charly zich in de Highgateroad, waar het -Kensington-Hotel gelegen was. - -De auto minderde vaart en stond eindelijk stil op nauwelijks vijftig -pas afstand van het hotel. - -Raffles en Charly keken voorzichtig naar buiten. - -Zij zagen hoe de drie mannen, die zij gevolgd waren, uit de auto stegen -en den chauffeur weg zonden en hoe zij vervolgens een huis binnen -gingen, dicht bij het hotel gelegen, waarvan Deary de deur met zijn -eigen sleutels opende. - -Toen de deur achter hen was dicht gevallen keek Raffles Charly -glimlachend aan en zeide meesmuilend: - -„Twijfel je er nu nog aan, Charly, of wij het goede spoor hebben?” - - - - - - - - -HOOFDSTUK V. - -DE VAL WORDT UITGEZET. - - -Charly wachtte eenigen tijd voor hij antwoordde: - -„Ik moet erkennen, dat de nabuurschap van het huis, waarvan Deary een -sleutel schijnt te hebben al zeer toevallig is.” - -„Al te toevallig, mijn waarde, om daarmee rekening te moeten houden,” -zeide Raffles hoofdschuddend. „Neen, het is nu wel bijna zeker, dat we -zooeven de drie stoutmoedige hotelratten het huis hebben zien binnen -gaan. Ik ga verder en ik zeg, dat zij zeer waarschijnlijk voor vanavond -weder een nieuwe berooving hebben beraamd.” - -„Waarom denk je dat?” - -„Omdat Deary zooeven een kort gesprek met een van de kellners had, die -waarschijnlijk wel in het complot zal zijn en omdat zij nu dat huis -zijn binnen gegaan. Er kan niet aan getwijfeld worden, of vandaar uit -beginnen zij hun strooptochten. Het moet niet zeer moeilijk zijn, van -het dak van het huis dat van het hotel te bereiken. Dat zullen we -trouwens spoedig genoeg zien, want ik ben voornemens eens een onderzoek -in dat huis in te stellen.” - -„Terwijl zij daar zijn?” - -„Als het moet zeker. Maar ik wacht natuurlijk liever totdat zij -verdwenen zijn.” - -„Dat kan een lange grap worden.” - -„Ongetwijfeld, maar dat moeten wij er voor overhebben. Wij zouden -desnoods in de buurt kunnen blijven en hier lunchen en als het moet ook -dineeren. Nu ik eenmaal op hun spoor ben, denk ik er natuurlijk niet -aan, hen zoo spoedig weer uit het oog te verliezen. Wacht eens, daar -aan de overzijde is een bar, die er nog al goed uit ziet. Daar zouden -we kunnen gaan zitten en vandaar zouden wij ook het huis in het oog -kunnen houden.” - -De twee vrienden stapten uit de auto en nu werd de chauffeur, met een -fooi, die hem van genoegen deed grijnzen, weg gezonden. - -De man was blijkbaar van oordeel dat het in sommige gevallen geen -windeieren legt, wanneer men detectives moet rijden. - -Maar Raffles riep hem nog eens terug en zeide op zachten toon: - -„Er liggen in de auto nog tamelijk goede kleeren, maar die mag je voor -jezelf behouden. Wij zullen ze waarschijnlijk niet meer noodig hebben.” - -Weer grijnsde de chauffeur en daarop reed hij voor goed heen. - -Raffles en Charly traden de bar binnen, waar zij wegens het -betrekkelijk vroege uur slechts zeer weinig gasten zagen en namen voor -een der ramen plaats. - -Toen de kellner kwam om de bestelling op te nemen, wendde Raffles zich -tot hem met de vraag: - -„Ben je hier lang in dienst, kellner?” - -„Zeventien jaar, mijnheer,” antwoordde de man niet zonder trots. - -„Dan ken je de buurt zeker goed?” - -„Dat zou ik meenen, mijnheer.” - -„Je hebt natuurlijk het hotel aan den overkant van de eerste steen af -zien bouwen?” - -„Zoo is het, mijnheer.” - -„En het huis dat op een vijftigtal passen meer hier naartoe ligt, staat -dat er al lang?” - -„Dat huis van roode baksteenen? O ja.” - -„Wat is het voor een soort huis?” - -„Ik geloof een soort pension, mijnheer,” antwoordde de kellner wiens -verbazing gewekt werd door de vragen welke de vreemdeling hem stelde. - -Raffles die op het gelaat van den kellner las als in een open boek stak -hem glimlachend een banknoot van een pond toe en zeide: - -„Ik vraag het niet louter uit nieuwsgierigheid, goede vriend. Ik behoef -er geen geheim van te maken, tenminste niet tegenover jou, als je weet -te zwijgen. Ik ben van de politie en ik stel bijzonder veel belang in -het huis met de roode baksteenen.” - -„Zoo, mijnheer,” kwam de kellner verbaasd. „Er is anders niet veel -merkwaardigs aan.” - -„Aan het huis zelf niet, mijn vriend, daarentegen wel aan sommige van -zijn bewoners,” hernam Raffles bedaard. „Zeg mij eens, in deze bar zijn -natuurlijk ook wel stille uren, en wat doet een kellner dan al anders -dan een weinig naar buiten kijken, nietwaar?” - -„Zoo is het, mijnheer, dat doen wij,” antwoordde de man lachend. - -„Je hebt dus ook wel eens acht geslagen op de bewoners van dat pension, -of wat het dan mag zijn.” - -„Zeker, mijnheer.” - -„Je kent hen zoo’n beetje?” - -„Als mijn vader en mijn moeder, mijnheer.” - -„Het kan niet mooier. Welnu dan, mijn vriend. Is er sedert een paar -weken iemand in het huis getrokken, klein en tenger, vaak gekleed met -een licht grijze sportpels en een ceintuur en een kraag van beverbont -met een heel grooten gebogen neus en kleine zwarte oogjes?” - -„Dat is mijnheer Deary, dien ge daar beschrijft, mijnheer,” riep de -kellner uit. „Wel, hij woont er reeds langer dan een maand, zou ik -zeggen. Het kunnen misschien zes weken zijn.” - -Het antwoord stelde Raffles niet geheel en al tevreden, want het was -hem bekend, dat de drie arbeiders pas veertien dagen geleden hun -ontslag hadden gevraagd van de fabriek. - -Het was dus bijna niet aan te nemen, dat Deary hier gewoond had en toch -zijn werk had verricht op de fabriek. - -Maar de volgende opmerking van den kellner stelde hem spoedig gerust. - -„Hij woonde er mijnheer, en hij woonde er toch weer niet,” hernam de -man. „’s Ochtends heel vroeg ging de man al uit en hij kwam pas laat -terug.” - -„En dan bleef hij zeker meestal thuis?” - -„Niet altijd, mijnheer, maar toch zeker wel een paar keer in de week.” - -„Ontving hij dan ’s avonds wel bezoek?” - -„Damesbezoek, bedoelt u?” vroeg de kellner met een knipoog. „Ja, -mijnheer, dat gebeurde ook wel.” - -„Goed zoo, maar dat bedoelde ik op dat oogenblik niet.” - -„Heeren kwamen ook wel.” - -„Heb je die ooit weder zien vertrekken?” - -„Neen, nooit, het waren zeker geweldige plakkers.” - -„Hoe laat ga je hier ’s nachts weg?” - -„Om een uur, mijnheer.” - -„Ik dank je voor je inlichtingen, vriend, die voor ons van groot belang -zijn,” zeide Raffles, terwijl hij den man opnieuw een bankbiljet in de -hand drukte. „Ik behoef je zeker niet te zeggen, dat ik er staat op -maak, dat dit alles tusschen ons blijft, anders zou je mij beletten de -diefstallen in het hotel tot klaarheid te brengen.” - -„Dus u gelooft, mijnheer....” riep de kellner verbaasd uit. - -Maar Raffles legde hem met een gebaar het stilzwijgen op en zeide -glimlachend: - -„Op het oogenblik geloof ik nog niets anders dan dat het het beste is, -over deze zaak nog niet te praten. Ik heb nog slechts vermoedens en -misschien worden die vannacht reeds bewaarheid.” - -Terwijl Raffles met den kellner sprak, had Charly voortdurend zijn -blikken gevestigd gehouden op het huis van baksteen aan den overkant. - -Toen de kellner wilde heen gaan met een diepe buiging, vroeg Charly -haastig: - -„Op welke verdieping woont mijnheer Deary, kellner?” - -„Op de bovenste, mijnheer. Hij komt wel eens voor zijn venster staan.” - -Nog een hoofdknikje en daarop verwijderde de man zich, zeer gelukkig -met de goede fooi, die hij op zulk een gemakkelijke wijze verdiend had. - -Van dat oogenblik af begonnen de beide vrienden het huis met het geduld -van een kat te bespieden. - -Zij lunchten in de bar en bleven trouw op dezelfde plek zitten, slechts -nu en dan een paar woorden wisselend. - -Maar om drie uur in den middag had er eindelijk een verandering van -tooneel plaats. De drie gewaande arbeiders verlieten het huis weder, -wachtten eenigen tijd op een huurauto en reden toen weg. - -„Laat je hen gaan?” vroeg Charly verwonderd, die reeds was -opgesprongen. - -„Natuurlijk. Ik heb voorloopig niet hen noodig, maar hun woning. Kom -spoedig mee.” - -Raffles betaalde de vertering en beide vrienden verlieten haastig de -bar. - -Zij staken de straat over en belden aan de deur van het huis van roode -baksteenen. - -Een dienstmeisje deed hen open en vroeg hen wat zij wenschten. - -„Wij wenschen je meesteres te spreken, kindlief,” antwoordde Raffles. - -Het dienstmeisje liet de beide bezoekers in een soort ontvangkamertje -en ging toen heen. - -Eenige minuten later werd de deur weer geopend en een corpulente dame -trad binnen, wie het was aan te zien, dat zij zich liefst zoo weinig -mogelijk bewoog. - -„Verlangen de heeren kamers?” vroeg zij een weinig ongeduldig. En -Raffles begreep dadelijk, dat zij in haar middagdutje gestoord was. -„Daaraan kan ik u tot mijn spijt niet helpen.” - -„Wij zoeken geen kamers, madame, wij zoeken een paar dieven,” -antwoordde Raffles laconiek. - -„Dieven? Dieven, in mijn huis,” riep de pensionhoudster verontwaardigd -uit. - -„Het spijt mij, dat ik het u moet zeggen, madame, maar wij gelooven -inderdaad dat zich onder uw dak een zeer gevaarlijk signeur ophoudt, -die van hier uit strooptochten onderneemt op het Kensington-Hotel.” - -De corpulente dame slaakte een kreet van afkeer en woede en riep toen: - -„Dat moet een vergissing zijn, mijnheer. Dat is onmogelijk.” - -„Er is niets onmogelijk, madame,” hernam Raffles kalmpjes. „Wij zullen -u daar spoedig genoeg van overtuigen. Hier is mijn aanstelling als -particulier detective. Zoudt gij de goedheid willen hebben, ons naar de -bovenste verdieping te willen vergezellen?” - -„Wilt gij mij vier trappen laten beklimmen, mijnheer,” riep de dame op -klagenden toon. „Dat kunt gij toch niet meenen. Als gij een onderzoek -wilt instellen, kunt gij dat heel goed alleen doen, daarvan ben ik -overtuigd. Waar moet gij zijn?” - -„O, wij willen alleen maar even den zolder onderzoeken,” antwoordde -Raffles luchtig. „Geef u maar geen moeite mevrouw, wij zullen het zelf -wel vinden.” - -En voor de corpulente dame nog iets had kunnen opmerken, waren Raffles -en Charly de trap reeds op. - -Zonder zich ergens op te houden, bereikten zij de bovenste verdieping. - -Juist kwam er uit een der woningen een eenvoudig gekleed man, die -beleefd zijn hoed af nam en de trap wilde afgaan. - -„Pardon, mijnheer,” zoo hield Raffles hem aan, „kunt u mij ook zeggen, -waar de woning van mijnheer Deary is?” - -„Gij staat er juist voor, mijnheer,” antwoordde de heer die daarop -nogmaals zijn hoed af nam en zich verwijderde. - -Raffles wachtte tot de voetstappen van den bewoner zich hadden -verwijderd en trachtte den knop van de deur om te draaien maar zooals -hij vermoedde was de deur op slot. - -Dit was echter voor een man als Raffles wel het kleinste van alle -bezwaren. - -Hij had hierop voorbereid moeten zijn, en zich voorzien van een klein -bosje loopers, die spoedig uit een achterzak te voorschijn kwam en -binnen enkele seconden hun dienst hadden verricht. - -Raffles en Charly slopen binnen, lieten de deur op een kier staan, -gingen de kleine gang teneinde, openden een tweede deur, stonden toen -in een goed gemeubeld vertrek, hetwelk door een combinatiedeur in -verbinding stond met een even fraai gemeubeld slaapvertrek. - -„Voor een voormalig fabrieksarbeider ziet het er hier heel schappelijk -uit,” zeide Raffles glimlachend, terwijl hij zijn blikken om zich heen -liet dwalen, „en nu zullen wij eens zien, of het inwendige van al die -fraaie meubeltjes ons niets onthult. Neem jij de wandkast maar voor je -rekening, dan zal ik eens beginnen met dat fraaie bureau.” - -Het duurde niet lang of de kast zoowel als het bureau waren geopend en -van beiden werd de inhoud zorgvuldig onderzocht. - -Raffles vond een aantal compromitteerende papieren, die zeer duidelijk -wezen op het bestaan van een tamelijk wijd vertakte dievenbende, die -zich speciaal bezig hield met de berooving van hotels, en Charly was de -gelukkige ontdekker van een tasch met uitmuntende inbrekerswerktuigen, -die zelfs de bewondering gaande maakte van een kenner als de -Gentleman-Inbreker. - -De beide mannen vonden verder nog een paar doozen met scherpe -browningpatronen, een spits geslepen dolk in schede, een gummi -ploertendooder, en nog enkele andere wapens, benevens in een houten -kistje verborgen een fleschje met een of ander bedwelmend middel, -hoogstwaarschijnlijk chloroform. - -Dit alles werd zeer behoedzaam juist weder op dezelfde plaats gezet. -Alles werd weder gesloten en daarop verlieten Raffles en Charly de -woning, zooals zij gekomen waren. - -Het was intusschen donker geworden en overal in huis waren de lichten -ontstoken. - -„Nu zullen we eens gaan zien, of de zolder ons niet iets nieuws kan -leeren, ofschoon ik het niet denk,” merkte Raffles op toen zij op het -portaal stonden. - -Zij beklommen nog een trap, bereikten heel gemakkelijk den zolder, -zonder een enkele deur te moeten openen en zagen aanstonds, dat er een -gemakkelijk te beklimmen ladder voerde naar het zolderluik. - -Zij bestegen deze ladder, duwden het luik open, bereikten het platte -dak, en konden een eind verder, afstekend tegen den half donkeren -hemel, den rand zien van het hoteldak, dat bijna twee meter hooger was -gelegen. - -„Hoe komen zij daar tegen op?” vroeg Charly op zachten toon. - -„Ik denk dat zij telkens een ladder meenemen, niet langer dan -anderhalve meter, die ik in een hoek van den zolder heb zien staan,” -antwoordde Raffles. - -„Vind je het niet vreemd, Edward, dat je in het bureau van Deary maar -een zeer geringe som geld hebt gevonden?” - -„Dat is zoo bijzonder niet. Het is zeer wel mogelijk, dat hij al het -geld al heeft opgemaakt dat zijn diefstallen hem opleverde, maar het -kan ook zeer goed zijn, dat hij het geld verborgen heeft in zijn andere -woning in Hounsditch. Kom, laten we nu maar weer gaan. Er valt nu niet -meer aan te twijfelen, of wij hebben een bezoek gebracht bij de lang -gezochte hoteldieven.” - -De beide vrienden daalden de ladder weder af, na het luik zorgvuldig, -zooals zij het gevonden hadden weder op de ijzeren pen te hebben gezet -en zochten vervolgens de pension-houdster op in haar eigen kamer. - -„Geen woord over ons bezoek, mevrouw,” begon Raffles op ernstigen toon, -„want dat zou onaangename gevolgen voor u kunnen hebben.” - -„U maakt me aan het schrikken, mijnheer. Hebt u werkelijk dieven in -mijn huis gevonden?” riep de corpulente dame uit. - -„Nog niet mevrouw en misschien zullen wij hen hier ook niet vinden, -maar daarvoor is het noodig dat gij de grootste bescheidenheid en -stilzwijgendheid in acht neemt. Morgen zult gij wel nader van ons -hooren. Bovendien moogt gij aan niemand van uw huurders, aan niemand, -verstaat ge, omtrent onze komst iets mededeelen.” - -„Ik beloof het u, mijnheer,” antwoordde de kamerverhuurster op bevenden -toon. „Dat ik dat nog moet beleven op mijn ouden dag.” - -„Het zal zoo’n vaart niet loopen, mevrouw. Gij behoeft u volstrekt niet -ongerust te maken,” hernam Raffles glimlachend. „In ieder geval zult ge -natuurlijk vrij uit gaan en geen overlast ondervinden.” - -Nog een buiging en daarop waren de beide mannen uit het vertrek -verdwenen en een oogenblik later stonden zij op straat. - -„Wat doen we nu?” vroeg Charly. - -„Dineeren, mijn waarde,” antwoordde Raffles laconiek. - -„Waar?” - -„In ons eigen hotel.” - -„In dit uiterlijk?” - -„Neen, we zullen eerst even onze vermomming maken, welke wij droegen -toen wij onze kamers bestelden.” - -Het was daartoe noodig, dat de beide vrienden zich begaven naar de -Victoriastreet, waar Raffles een huis in eigendom had, hetwelk geheel -was ingericht voor dergelijke verkleedingen en dat twee ingangen boven -den grond en daarenboven nog een in den kelder had. - -Zoodra zij zich weder het uiterlijk van rijke, Slavische handelaars -hadden gegeven, lieten zij zich in een huurauto weder naar het hotel -rijden, waar zij juist bijtijds aankwamen om in de groote eetzaal nog -een paar onbezette plaatsen te kunnen vinden. - -Terwijl zij zwijgend hun soep nuttigden, stootte Raffles Charly -zachtjes aan met den elleboog en zeide: - -„Kijk eens naar dien jeugdigen, hoogblonden kellner daar ginds. Hij -loopt juist met een koelemmer en een paar flesschen champagne voorbij.” - -Charly wendde zijn blik in de aangewezen richting, en vroeg toen: - -„Wat is er met hem?” - -„Dat is de kellner, met wien Deary vanmorgen snel eenige woorden -wisselde, welk gesprek mij op het denkbeeld heeft gebracht, dat de -heeren hedennacht hun slag denken te slaan.” - -„Hij is dus de medeplichtige, dien de hotelratten hier hebben?” - -„Ja, hij is als het ware de impresario, de man die alles schikt, die de -noodige inlichtingen verstrekt, en die hen waarschijnlijk moet -waarschuwen als er onheil dreigt en dat laatste zal hem moeilijk genoeg -vallen, want de politie is zeer voorzichtig, wantrouwt iedereen in het -hotel en zou het zeker niet aan de groote klok hangen, wanneer zij -voornemens is iets te doen, teneinde de daders in hun netten te laten -loopen.” - -„En wat zijn jouw plannen voor vanavond, Edward?” - -„Ik ga op mijn beurt mijn vallen uitzetten, Charly.” - -„En waar zal die val worden opgezet?” - -„Voor hedennacht op het dak, het is maar voor een keer en wanneer het -vannacht niet lukt, dan beloof ik je, dat de voorstelling niet zal -worden herhaald.” - -„O, mij kan het niet veel schelen. Ik begrijp alleen maar niet goed, -wat je op het dak wilt uitvoeren.” - -„Het is toch tamelijk eenvoudig. Ik wil hen kalm hun slag laten slaan, -ik wil hen ook rustig den terugtocht laten aanvaarden, en daarop wil ik -hen volgen, teneinde te zien, waar zij met den buit blijven. Zij zullen -dien ongetwijfeld aanstonds bij de rest van het gestolene gaan brengen -en zoo zullen zij zelf de speurhond zijn, die ons het wild onder schot -brengt.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK VI. - -OP HET DAK. - - -Raffles liet zich volstrekt niet beïnvloeden door het vooruitzicht, dat -hij waarschijnlijk uren in de koude op het dak moest doorbrengen en at -met den grootsten smaak, opgewekt door het denkbeeld, dat hij misschien -in de gelegenheid zou zijn, de hotelratten op hun beurt te ontlasten -van hetgeen zij in dit hotel en wie weet waar nog meer hadden buit -gemaakt. - -Terwijl hij kalm een peer zat te schillen zeide hij tot Charly: - -„Het is geen groote kunst goede sier te slaan van andermans geld, -waarvan men zich meester heeft gemaakt, het stelen zelf is veel -moeilijker en onder alle andere omstandigheden zou ik er waarschijnlijk -niet aan denken, de heeren concurrenten lastig te vallen en in de -wielen te rijden, maar uit het kleine arsenaal, dat wij in de woning -van Deary hebben gevonden, blijkt in de eerste plaats, dat zij voor -geweld blijkbaar niet terug deinzen. Daarop wijst in ieder geval de -dolk en de ploertendooder. Van de browning zal ik nu maar niet spreken, -evenmin als van de chloroform. Dat is mij al weinig sympathiek en ook -lijkt het mij heel onwaarschijnlijk, dat het edele drietal het gestolen -goud op dezelfde wijze zal aanwenden, als ik reeds sedert jaren doe. Ik -maak er dus volstrekt geen gewetenszaak uit, een klein spelletje met -die heeren te spelen. Een spelletje, dat ik hoop te winnen.” - -„Maar, veronderstel nu eens, Edward, dat ze het vannacht juist op ons -voorzien hebben?” - -„Wel, dan vangen zij natuurlijk bot,” zeide Raffles glimlachend. - -„Maar zij zullen onze kamer leeg vinden.” - -„Wat zou dat. Denk je dat ze daaruit onmiddellijk afleiden, dat wij -boven hun hoofd op het dak zitten om op hen te wachten?” - -„Dat nu niet, maar zij zullen misschien aanstonds rechts om keert -maken, onverrichterzake, en zij zullen zich dus ook niet naar de plek -begeven, waar zij hun buit bewaren.” - -„Daar moeten wij het op aan laten komen, Charly. Ik voor mij geloof -niet, dat zij, als zij eenmaal den tocht begonnen zijn, met leege -handen zullen terug keeren. Als zij ons vertrek ledig vinden, of liever -zonder geldswaarde, want onze persoon zal hen wel volkomen -onverschillig zijn, dan zullen zij het eenvoudig een weinig verder -beproeven en zeg me nu eens, wat je denkt over een bezoek aan het -Garricktheater, waar zij vanavond een stuk van Pinero vertoonen?” - -„Ik heb er volstrekt niets op tegen,” antwoordde Charly. „Als wij maar -bijtijds terug zijn.” - -„Maak je daaromtrent niet bezorgd. Ik weet zeker, dat we ons niet -behoeven te haasten. De kellner die in het complot is, zal hen wel op -de een of andere wijze met lichtseinen, of iets dergelijks, of -eenvoudig per huistelefoon, waarvan de draden over het dak kunnen -loopen, waarschuwen, als het slachtoffer zich ter ruste heeft begeven. -Wanneer de drie heeren inderdaad het op ons voorzien hebben, dan zou de -zaak zich wel ongeveer als volgt toedragen. De medeplichtige kellner -houdt zijn oogen goed open en bewaakt meer speciaal onze kamers. Zoodra -wij het hotel zijn binnen gegaan, wijdt hij zijn bijzondere aandacht -aan ons en wanneer wij ons in onze slaapvertrekken hebben begeven, -waarschuwt hij zijn kornuiten, die dan een aanvang kunnen maken met hun -kleine onderneming. Maar daar zij wel een uur op zijn minst zullen -laten verloopen tusschen de ontvangst van het waarschuwingssein en -inbraak, als men het zoo noemen mag, want van braak in eigen, -rechtskundigen zin van het woord is geen sprake, zullen wij gelegenheid -in overvloed hebben ons naar het dak te begeven.” - -„Alles goed en wel, maar dan zullen zij des te meer achterdocht -koesteren als zij ons niet meer in de kamers aanwezig vinden.” - -Raffles dacht een oogenblik na en hernam toen: - -„Je kunt misschien wel gelijk hebben. In ieder geval moeten we daarmee -rekening houden. Dan zouden wij wellicht beter doen, wanneer wij ons -dadelijk maar meester maken van de schelmen, maar dan toch pas, wanneer -zij op den terug weg zijn. Ik laat het er liever op aankomen, dat zij -aan een plotseling vertrek van de beide Galiciërs gelooven, en laten -wij ons nu gereed maken voor de voorstelling, het is laat.” - -Een half uur later ongeveer bevonden de beide vrienden zich in het -Garricktheater, waar Raffles sedert eenigen tijd een vaste loge had en -genoten van het voortreffelijk spel de beide hoofdpersonen in Pinero’s -tragisch spel van liefde en wraakzucht „Mid-Channel”. - -Zooals gewoonlijk was de geheele aandacht van Raffles bij het spel en -niets verried op het gelaat van dezen merkwaardigen man dat hij zich -binnen weinige uren ging begeven in een avontuur dat wel eens niet -zonder gevaar kon zijn. - -Zooals steeds „leefde” hij het oogenblik, zooals hij het placht te -zeggen, want wat later kwam was van later zorg. - -Om ruim elf uur verlieten de beide vrienden den schouwburg en lieten -zich met een huurauto naar hun hotel terug rijden. - -Zij gebruikten een klein souper in de eetzaal op hun eigen verdieping, -en hadden daarbij de gelegenheid op te merken, dat de blonde kellner -inderdaad tamelijk veel aandacht aan hen wijdde. - -Het was bijna half een voor zij hun slaapkamer gingen opzoeken. - -Raffles sloot zorgvuldig de gordijnen voor de balkondeuren en begon de -weinige kostbaarheden, die de schijnbaar schatrijke Galiciërs hadden -mede genomen, in zijn valies te pakken. Het kon wel eens noodzakelijk -zijn, het hotel sneller te verlaten dan waarop hij gerekend had. - -Daarna werden de revolvers goed nagezien, men moest op alle -gebeurlijkheden voorbereid zijn en de drie schavuiten konden wel -voornemens zijn, zich gewapenderhand te weer te stellen. - -Van te voren had Charly er zich deugdelijk van overtuigd, dat de -sleutel zoodanig in het slot stak, dat het onmogelijk was door het -sleutelgat te kijken. - -Nu zocht Raffles een lang en zeer sterk touw uit zijn bagage, aan het -einde voorzien van een stalen haak en rolde dit zorgvuldig op. - -„Waarvoor dient dit touw?” vroeg Charly nieuwsgierig. - -„Ter vervanging van de trap, wanneer wij snel naar beneden moeten -gaan,” antwoordde Raffles. „Men kan nooit genoeg voorzorgsmaatregelen -nemen. Dat is een beginsel, waarbij ik me altijd goed heb bevonden. -Voor touwen vooral heb ik steeds een bijzondere voorliefde gehad. Een -touw is werkelijk van buitengewoon nut, vooral wanneer het van een -voortreffelijke hoedanigheid als dit is. Het is niet te dik, doch -ijzersterk en kan gemakkelijk het gewicht van drie mannen tegelijk -dragen. Men kan twintig meter touw om het middel winden, onder de -kleederen, zonder dat het opvalt.” - -Hij had onder het spreken een blik op zijn horloge geworpen en -vervolgde: - -„Het is niet ver van half twee en wij zijn reeds een kwartier in onze -kamer. Het wordt dus langzamerhand tijd, onze observatiepost op het dak -te gaan innemen. Trek je dikke pels aan want het zal daarboven nijpen.” - -Charly gaf aanstonds gehoor aan deze uitnoodiging en trok een dik -gevoerde korte pels aan die warm zat en hem toch niet zou hinderen in -zijn bewegingen. - -Terwijl hij het kleedingstuk dicht knoopte, vroeg hij: - -„Dat is waar ook. Weet je den weg naar het dak te vinden?” - -Raffles keek Charly een oogenblik zwijgend en hoofdschuddend aan en -zeide toen op bestraffenden toon: - -„Wij werken al eenige jaren samen, Charly. Je hebt ruimschoots -gelegenheid gevonden, je met mijn methoden vertrouwd te maken. Je weet -dat ik slechts weinig van het toeval laat afhangen en je vraagt of ik -den weg naar het dak weet. Maar mijn waarde, de weg naar het dak is in -ieder vreemd huis steeds de eerste weg dien ik verken. Je weet niet -welke mogelijkheden er schuilen in een behoorlijk begaanbaar dak. Lees -er de bladen maar eens over. Wanneer de politie een inbreker op het -spoor is en de man weet niettemin te ontvluchten uit het huis waar hij -des nachts een bezoek bracht, dan zal die ontvluchting negen van de -tien keer over de daken plaats vinden, maar dat lukt slechts dan -wanneer de dief zich van te voren goed op de hoogte heeft gebracht van -de plaatselijke gesteldheid.” - -„Dan heb ik niets meer op te merken, Edward, en ik maak je mijn -verontschuldiging, dat ik je die vraag stelde.” - -„Dan nu naar het dak en ik hoop, dat wij niet te lang meer behoeven te -wachten.” - -Raffles doofde het licht, trad op de kamerdeur toe, en luisterde eenige -oogenblikken met de grootste aandacht. - -Daar het echter buiten in de gang volkomen stil was, opende hij -behoedzaam de deur, keek naar buiten, luisterde nogmaals en wenkte -Charly. - -Zoodra de beide mannen op de gang waren, sloot Raffles de kamerdeur van -buiten, liet den sleutel in den zak glijden, en liep onhoorbaar en zeer -snel voort, zoo dat Charly eenige moeite had, hem in de halve -duisternis, die hier heerschte, bij te houden. - -Aan het einde van deze dwarsgang opende Raffles een deur en nu bevonden -de twee mannen zich op een smal portaal, slechts flauwtjes verlicht -door een kaarslantaarn, en waar een ijzeren wenteltrap begon, die naar -de zolderverdieping voerde. - -Zonder meer gerucht te maken, dan katten gedaan zouden hebben, -beklommen Raffles en Charly deze trap, die bleek uit te komen op een -ruimen droogzolder, waar zich een mangelpers van geweldige afmeting -bevond, met een wit geschuurde tafel, waarop naar alle -waarschijnlijkheid het tafelgoed van het hotel behandeld werd. - -Over een aantal drooglijnen hingen tallooze stukken linnengoed, -beddenlakens, tafellakens en servetten. - -De zolder had twee vensters, waarboven zich twee hijschbalken bevonden. - -Charly kon dit echter slechts als het ware in vogelvlucht opmerken, -want Raffles trok hem met zich mede, en beklom een ladder, die toegang -bleek te geven tot het zolderluik. - -Een oogenblik later bevonden de beide vrienden zich op het dak. - -Het was tamelijk onregelmatig van vorm, als gevolg van de bouworde van -het hotel, en niet overal even hoog. - -Maar nergens was het verschil zoo groot, dat men het niet gemakkelijk -kon overklimmen. - -In de duisternis rezen hier en daar schoorsteenpijpen op, logge, -vierkante gevaarten van baksteen. - -Sommige schoorsteenpijpen waren zoo hoog, dat zij geschoord moesten -worden door ijzeren steunstangen, stevig in het metselwerk verankerd. - -„Nu zul je wel inzien,” begon Raffles fluisterend, „op welk een -betrekkelijk gemakkelijke wijze de dieven zich konden laten zakken, -door het einde van hun touwladdertje te bevestigen aan een van die -sterke ijzeren steunsels. En kom nu mede naar het einde van het dak, -waar wij ons verdekt zullen opstellen, en de heeren dieven zullen -opwachten!” - -De beide mannen begaven zich, moeite doende om hun schreden zooveel -mogelijk te dempen, op het dunne laagje grint, waarmede het zink van -het dak bedekt was, naar het einde van het dak, waar zich het huis -bevond, hetwelk den drie mannen tot punt van uitgang diende, wanneer -zij op rooftocht uitgingen. - -Zoo bereikten zij den rand van het dak, en toen Charly zich daarover -heenboog, zag hij daar het kleine laddertje staan, hetwelk hij reeds -bij een vroegere gelegenheid had ontdekt. - -Hij wilde een sigaret opsteken, maar snel legde Raffles zijn hand op -zijn arm, met de waarschuwing: - -„Niet rooken, Charly! Bedenk dat wij hier als het ware onder het oog -van den vijand in een vooruitgeschoven stelling op wacht zitten. Wij -hebben stellig niet met ezels te doen, en al verschuilen wij ons achter -dezen schoorsteen, zij zouden den rook van je sigaret toch kunnen -zien—en haar kunnen ruiken ook, want de wind is van ons af!” - -Charly gehoorzaamde zuchtend, en daarop posteerden de beide vrienden -zich achter een der zware schoorsteenen, zoodat slechts hun hoofd er -boven uitstak en tuurden aandachtig naar het dak van het huis, waar -Deary verblijf hield. - -Er verliep een half uur, waarin weinig gesproken werd. - -Maar eensklaps hieven zij bijna tegelijker tijd het hoofd op,—hun -scherp oor had eenig gerucht ontvangen. - -Ingespannen tuurden zij in de duisternis. - -Het kon niet worden geloochend—er klonken ergens gedempte schreden, -niet ver van hen af. - -En eensklaps fluisterde Charly: - -„Daar komen zij aan—zij kruipen juist achter dien schoorsteen vandaan.” - -Hij had goed gezien—daar naderden de drie hotelratten, allen met -donkere kleederen aan, ten einde zoo weinig mogelijk in het oog te -vallen. - -Maar de maan, welke dien avond vol was, scheen hen juist in het gelaat -en zelfs op dien afstand herkende Raffles hen aanstonds. - -Behoedzaam kwamen de drie schelmen naderbij—en het zou niet lang duren -of zij zouden het kleine laddertje bereikt hebben. - -Maar eensklaps had er iets plaats, hetwelk een volslagen ommekeer -bracht in den toestand. - -Want plotseling, voor Raffles en Charly er op verdacht waren, verhieven -zich drie gedaanten achter hen, en een stentorstem riep op bevelenden -toon: - -„Handen op, en geef u over! Gehoorzaam of wij schieten!” - -In het maanlicht schitterden de loopen van drie revolvers, die een even -duidelijke als onweerstaanbare taal spraken. - - - - - - - - -HOOFDSTUK VII. - -WIE HET LAATST LACHT.... - - -Er behoefde niet aan te worden getwijfeld—de drie mannen die zoo -onverhoeds ten tooneele waren verschenen, behoorden tot de politie—het -was een inspecteur, door twee detectives vergezeld. - -Een gevoel van woede en spijt maakte zich van Raffles meester, dat hij -niet kon onderdrukken. - -Door de schuld van deze drie domkoppen zou hem wellicht een prachtige -gelegenheid ontgaan, om een goeden slag te slaan, ten koste van de -hotelratten. - -„Ezels!” kwam het sissend over zijn lippen. „Je hebt de verkeerde -voor!” - -„Maak geen praatjes, en volg ons, of wij gebruiken geweld!” - -„Schreeuw niet zoo hard! Je jaagt de werkelijke dieven op den loop!” -kwam Raffles, die veel lust had de drie agenten te oorvegen. - -Het was maar al te waar, de drie dieven hadden het stemgerucht gehoord, -wat niet te verwonderen viel, want de inspecteur had hard genoeg -geschreeuwd, toen hij Raffles het bevel gaf de handen op te steken en -zij kozen nu ijlings het hazenpad. Hun gestalten waren zeer duidelijk -zichtbaar, zooals zij daar over het platte dak heensnelden. - -Maar de inspecteur liet slechts een kort lachje hooren en zeide: - -„Jullie medeplichtigen! Dacht je dat ik je spelletje niet doorzag, -vriend? Maak geen beweging of het zou je berouwen!” - -„Ik denk er niet aan om beweging te maken!” riep Raffles ongeduldig. -„Ik denk er alleen maar aan, als mijn overtuiging te kennen te geven, -dat ik menigmaal leeghoofden onder de politie heb aangetroffen, maar -gij tot dusver het record slaat! Zult gij die mannen laten ontsnappen?” - -„Wij zullen hen wel krijgen! Je zult wel zoo verstandig zijn je -medeplichtigen te verraden!” liet de inspecteur op korten toon zich -hooren. „En nu vooruit, en niet langer tegenstribbelen of getracht mij -om den tuin te leiden met onnoozele praatjes, want je bederft er je -zaak maar mee! ’t Was toch maar een goed denkbeeld van mij vannacht -maar eens op het dak te gaan neuzen!” - -Raffles haalde de schouders op, en zeide op zachten toon eenige woorden -tot Charly, in een voor den inspecteur en zijn mannen volkomen -onbegrijpelijke taal. - -„Wat zeg je daar?” vroeg de inspecteur dreigend. - -„Niets van beteekenis, inspecteur!” antwoordde Raffles op hoffelijken -toon. „Ik zeide slechts tot mijn vriend dat hij zich in acht moet nemen -voor de scherpe nachtlucht!” - -En hierop werd de tocht aanvaard. - -De inspecteur liep vooraan, daarop volgden Raffles en Charly, en de -beide detectives sloten den stoet, en de twee vrienden voelden -onophoudelijk de bedreiging van de beide revolverloopen in hun rug. - -Zoo bereikten zij het nog steeds openstaande zolderluik. - -De inspecteur zette het eerst zijn voet op de ladder, de revolver nog -altijd in de rechtervuist geklemd en begon haar af te dalen. - -Raffles volgde hem, na hem kwam Charly en vervolgens de beide -detectives. - -Deze opstelling bleek maar al te spoedig strategisch verkeerd te -zijn.... - -Want juist toen de inspecteur zich ongeveer halverwege de ladder -bevond, en de eerste detective dit voorwerp wilde gaan afdalen, zette -Raffles zijn voet in de lendenen van den politiebeambte, en deed hem -sneller dan zijn bedoeling was, de ladder aftuimelen, terwijl Charly -met een vlugge beweging en terwijl hij zich snel bukte, teneinde het -zware voorwerp niet op zijn hoofd te krijgen, de stang onder het luik -weg trok, dat met een luiden klap dicht viel. - -En het zou niet zoo gemakkelijk weder open zijn te krijgen, want er -bevond zich aan de buitenzijde geen ring, of iets dergelijks. - -De inspecteur had in zijn val onwillekeurig beide handen voor zich -uitgestrekt met het natuurlijke gevolg, dat hij zijn revolver moest -missen die een eind verder neer kwam. In ieder geval buiten zijn -bereik. - -De inspecteur krabbelde spoedig overeind; een weinig verdoofd, maar -woedend en vol strijdlust, maar de arme man zou dien nacht geen kans -meer krijgen. - -Hij stormde vol van drift, met opgeheven vuisten op Raffles toe en hij -was een sterk man, wiens vuisten zeker kwaad genoeg konden aanrichten. - -Maar de Groote Onbekende wist zich voortreffelijk aan de omstandigheden -aan te passen, en hij werd op dat merkwaardige oogenblik tot -stierenvechter. - -Met een vlugge beweging had hij een van de groote lakens van de -drooglijn getrokken en toen de inspecteur op hem toestormde liep hij -als een snoek in de fuik, en zag zichzelf als het ware gevangen in de -plooien van het beddelaken. - -Hij struikelde er over, slaakte een vloek, die iedere kaaiwerker hem -had moeten benijden, en een onderdeel van een seconde later had Raffles -en Charly de punten van het laken kruiselings over den gevallen man -heen geslagen en bakerden hem nu vliegensvlug in, alsof hij een -zuigeling was. - -„Het is verwonderlijk, welk een remmende kracht een nieuw sterk -beddelaken kan hebben op de beweging van een krachtig man als gij zijt, -mijnheer de inspecteur,” kwam Raffles glimlachend. „Men zou het niet -gelooven, maar gij zoudt op zijn minst wel een kwartier noodig hebben, -om u uit dit laken weder te bevrijden. Het schreeuwen zullen we u maar -niet beletten, want dat heeft toch geen doel. Ik hoorde daar reeds -voetstappen naderen, men heeft zeker het lawaai van het luik reeds -vernomen. Kom mede, amice.” - -Dit laatste was gericht tot Charly Brand, die de punten van het laken -met een paar stevige knoopen had dicht gebonden, zoodat de inspecteur -zich als in een dwangbuis bevond, dat ook zijn beenen tot -onbewegelijkheid doemde. - -Raffles snelde intusschen naar de zolderdeur en wist deze op behendige -wijze af te sluiten met behulp van een zwaren droogstok, dien hij er -schuin voor plaatste en schoor zette tegen een uitstekende plank in den -vloer. - -Daarop haalde hij zijn touw te voorschijn, ging op de vensterbank van -de ramen staan, en sloeg den stalen haak om den sterken ring van het -hijschblok. - -Hij wierp het touw naar beneden, en liet zich aanstonds zakken, terwijl -hij tot Charly riep: - -„Volg mij. Er is niet veel tijd te verliezen.” - -Een oogenblik later was zijn hoofd onder den rand van de vensterbank -verdwenen, terwijl de inspecteur brulde op een wijze, zooals hij -waarschijnlijk nog nimmer gebruld had. - -Charly zwaaide zich op zijn beurt over de vensterbank en liet zich -langs een touw naar beneden glijden. - -Maar Raffles liet zich niet geheel en al naar omlaag glijden, zooals de -jonge man gedacht had, maar sprong op het balkon van de bovenste -verdieping, haalde snel de pennen uit de scharnieren van de eerste de -beste deur, en duwde de helft van het raam voorzichtig open. Charly -volgde hem op den voet. - -„Groote hemel, welk een noodlottige vergissing,” zeide Raffles -zachtjes, terwijl hij een spottenden blik in het rond wierp. „Het is -niet onze eigen kamer.” - -„Welke kamer is het dan?” - -„De kamer van een dame, en nog wel van een dame, die zeer veel zorg aan -haar uiterlijk besteed. Zie maar eens naar al die potjes, doosjes en -flaconnetjes, naar het fijne ondergoed, en naar de zilveren -toiletgarnituren. Charly, ik geloof, dat de voorzienigheid met me is. -De vergissing is lang niet zoo noodlottig, als ik eerst dacht. Wij zijn -hier in de kamer van een zeer rijke dame, en daar staat het kistje met -juweelen, dat ons als het ware tegenlonkt.” - -Juist toen Raffles het voorwerp greep en in zijn zak liet glijden, werd -de dame wakker, richtte zich met een schreeuw in haar bed op, en riep: - -„Wie zijt gij? Wat wilt gij?” - -„Het is van weinig belang, madame, en uw laatste vraag komt te laat. -Wat ik wilde heb ik reeds verricht. Het spijt mij, dat wij u in uw -slaap hebben gestoord. Doe vooral geen moeite om ons uit te laten. We -vinden den weg wel.” - -En Raffles sprong op de deur toe, schoof de grendels terug, draaide den -sleutel om en stond in de gang. - -Snel als de wind liepen zij de gang teneinde, renden een kellner -ondersteboven, die juist den hoek omkwam, stormden de trappen af en -bereikten ongehinderd de vestibule. - -Daar was alles in de meest volkomen rust, want het was onmogelijk hier -iets te hooren van hetgeen er op het dak of de bovenste verdieping -plaats vond. En zoo schreden Raffles en Charly heel kalm langs den -slaperigen nachtportier en bereikten de straat. Geen volle vijf -minuten, nadat voor het eerst de dreigende stem van den inspecteur in -hun ooren had geklonken. - -Raffles zette twee vingers in den mond, en een schril gefluit klonk -door de nachtelijke stilte. - -Bijna aanstonds kwam er een auto aanrijden die bestuurd bleek te worden -door Henderson, den geweldig sterken chauffeur van Lord Aberdeen. - -„Waar gaan wij heen?” vroeg Charly. - -„Naar het andere huis van Deary.” - -„Om wat te doen?” - -„Om de drie schelmen daar op te wachten.” - -„Denk je dan dat ze daar heen zullen gaan?” - -„Dat zou volstrekt niet verwonderlijk zijn. Zij hebben door het -intermezzo op het dak begrepen, dat men hen in de kaart heeft gezien en -daar zij vreezen dat men hen kent, zullen zij zich haasten te vluchten. -Maar niet nadat zij den buit zijn gaan halen en ik denk wel haast, dat -die in het oude huis van Deary verborgen is. - -„Hoe het ook zij, zij zullen ons niet meer ontsnappen, komen ze daar -niet, dan vinden wij hen wel elders.” - -Hij wendde zich tot Henderson en zeide: - -„Rijd zoo snel als je kunt. Het adres heb ik je reeds gegeven. Bedenk -dat we vijf minuten achter zijn.” - -De reus knikte. Raffles en Charly sprongen in de auto, en deze zette -zich in beweging, om na een zeer snellen rit van een half uur stil te -staan voor het huis van Deary. - -De twee vrienden stapten uit, Henderson ging de auto stallen in een -nachtgarage op een dertig pas afstand en kwam zich toen bij de anderen -voegen. - -Reeds was op het schellen van Raffles de deur geopend door een -slaperigen portier, die hem echter aanstonds binnen liet, toen Raffles -hem zijn penning als detective toonde en hem een pond sterling in de -hand had gedrukt. - -Nadat de man bevel had gekregen, alle lichten weder te dooven, en zich -te houden alsof hij sliep, begaven de drie mannen zich snel naar de -woning van Deary, waar zij nadat Raffles de deur met zijn looper -geopend had, binnentraden en zich verscholen achter de gordijnen en -achter een zware boekenkast. - -Zij behoefden niet lang te wachten, want een kwartier later klonken er -schreden, de deur werd geopend, het electrische licht werd ontstoken, -en Deary en zijn beide medeplichtigen traden binnen. - -Zij schenen groote haast te hebben, want Deary verloor volstrekt geen -tijd, maar liep op de boekenkast toe, opende ze, nam er een geweldig -zwaar en dik boek uit, en toen hij dit openklapte, na de koperen sloten -te hebben geopend, vertoonde zich een menigte sieraden, diamanten -ringen, oorhangers, kostbare colliers, en ook eenige pakken -bankbiljetten. - -„Dat zou ik zonder uw hulp zeker zoo spoedig niet gevonden hebben!” -liet eensklaps de stem van Raffles zich hooren, die met opgeheven -revolver van achter zijn gordijn te voorschijn kwam. - -Met een schreeuw van woede en wraakzucht wilden de drie hoteldieven -zich op hem werpen, maar Henderson sprak een woordje mee, en in een -ommezien was nu het pleit beslecht! - -De drie kerels rolden als kegels door de kamer, en voor zij konden -overeind krabbelen, waren zij al stevig gebonden en gekneveld. - -Raffles stak den buit met een koel glimlachje bij zich, en zeide, met -een blik op de drie gevangen bandieten: - -„Het was een goede dag, mijne heeren! En nu zal ik u kans laten! Want -ik ben van oordeel, dat men ook anderen gelegenheid moet geven om weg -te loopen! Ik zal over een uur de politie waarschuwen, en hier heen -zenden! Hebt gij u binnen dien tijd weten te bevrijden, des te beter -voor u! Zijt gij er dan echter niet in geslaagd, het spijt mij, maar -dan zal het uw eigen schuld zijn. Ik wensch u het beste toe, mijne -heeren, ik geef u mijn oprechte bewondering te kennen over uw geniale -vondst met die hoteldeuren, en ik heb de eer u te groeten!” - - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0385: DE -HOTELRATTEN *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
