diff options
Diffstat (limited to 'old/66611-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/66611-0.txt | 3044 |
1 files changed, 0 insertions, 3044 deletions
diff --git a/old/66611-0.txt b/old/66611-0.txt deleted file mode 100644 index 829feaa..0000000 --- a/old/66611-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3044 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 5: De zwarte man in het -slaapvertrek, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek - -Author: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: October 25, 2021 [eBook #66611] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading - Team at https://www.pgdp.net/ - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN -IN HET SLAAPVERTREK *** - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 5 DE ZWARTE MAN IN HET SLAAPVERTREK. - - - - - - - - -DE GEMASKERDE IN HET BOUDOIR. - -EERSTE HOOFDSTUK. - -DE VERDWENEN JUWEELEN. - - -In de stille, donkere Diergaardestraat wierp het licht, dat uit de -villa van den bankier Von Hartstein straalde, zijn helder schijnsel. - -Het eene rijtuig na het andere reed voor, bedienden in livrei snelden -aan, openden het portier en geleidden de in lichte avondmantels gehulde -dames en de heeren in rok of uniform, naar binnen. - -Alles, wat in de hoofd- en residentiestad zich schoon en elegant mocht -noemen, zoomede al wie beroemd en bekend was, kwam samen in het huis -van dezen man, den fameus rijken directeur en eigenaar van de -voornaamste effectenbank. - -In de overdadig met bloemen en palmen versierde zaal ruischte de -verleidelijke dansmuziek. Verborgen achter de prachtigste tropische -planten, speelde een beroemde Zigeunerkapel, die men met groote -onkosten uit Weenen had laten overkomen. - -De zoete melodieën weerklonken ook in de aangrenzende vertrekken, die -de verrukkelijkste plekjes aanboden om gezellig te fluisteren of te -flirten na de vermoeienissen van den dans. - -De balletmeester, die in de groote zaal onder de reusachtige, met -guirlandes van rozen versierde kristallen gaskroon stond, had juist het -teeken tot den aanvang eener quadrille gegeven en men zag de slanke, -elegante vrouwen en meisjes zich bewegen tusschen de zwarte rokken en -schitterende uniformen der heeren. - -Men hoorde het vroolijke lachen en de schertswoorden af en toe boven de -tonen der muziek uit, toen plotseling, ongeveer in het midden der zaal, -op opvallende wijze verwarring onder de dansers ontstond. - -De heer, die zich bij deze vier paren onderscheidde door zijn bijzonder -schoone, mannelijke gestalte, gaf den balletmeester een teeken, waarop -deze door een beweging zijner hand het orkest het zwijgen oplegde. - -Algemeene nieuwsgierigheid ontstond, om de oorzaak van deze stoornis -uit te vorschen, maar reeds na eenige seconden speelde de muziek weer, -de dans werd voortgezet en slechts enkele personen kwamen te weten, dat -de jonge en bekoorlijke gastvrouw, Adelheid von Hartstein, haar collier -had verloren, dat was samengesteld uit de kostbaarste diamanten en -robijnen en een fabelachtige waarde vertegenwoordigde. - -Zoodra de quadrille was geëindigd, verscheen een groot aantal bedienden -in hun grijze, met zilver afgezette livrei. Met scherpe blikken -doorzochten zij eenige malen de geheele zaal, zonder echter op den -gladden parketvloer eenig spoor van het verloren collier te vinden. - -Adelheid von Hartstein was, met haar slanke en toch goed gevulde -gestalte, haar diepblauwe kinderoogen en het zachte, door krullend -blond haar omlijste gezichtje, een prachtige vrouw en het moest ieder -opvallen, hoe goed, juist door de groote tegenstelling, de heer bij -haar paste, aan wiens arm zij zich op dit oogenblik voortbewoog om in -een der zijvertrekken te komen, waar haar man, de bankier, zich met het -spel vermaakte. - -Lord Brigham had niet het gewone uiterlijk van den Engelschman. - -Zijn golvend haar was gitzwart en boven den typischen neus schitterden -een paar zwarte oogen. - -De fijnbesneden lippen waren zichtbaar onder de kleine, kortgeknipte -snor. - -Maar de kin teekende wilskracht en het lenige gespierde lichaam duidde -op buitengewone kracht en behendigheid. - -Lord Brigham sproot voort uit een der oudste adellijke families van -Engeland en had dus relaties in de beste kringen. - -Heden was hij echter voor den eersten keer de gast van den bankier Von -Hartstein. - -„Ik hoop, dat dit voorval u niet heeft ontstemd, mevrouw,” sprak hij -met zijn welluidende stem, „het is veilig aan te nemen, dat het collier -teruggevonden zal worden.” - -De jonge vrouw scheen deze meening niet volkomen te deelen. - -Terwijl zij haar cavalier, die een hoofd grooter was dan zijzelf, met -haar wonderlijke blauwe oogen aankeek, antwoordde zij: - -„Ik weet niet, Mylord, ik heb een onbestemd gevoel, alsof er iets.... -ja, ik weet niet, hoe ik mij zal uitdrukken...” - -„Gij gelooft toch niet, mevrouw de barones, dat.... nu ja, dat het -collier in minder gewenschte handen is gekomen?!” - -Zij haalde de schouders op, zonder haar cavalier aan te zien en terwijl -haar stem schuchter, bijna kinderlijk bedeesd klonk, sprak zij op -zachten toon: - -„Wij zijn hier immers te midden van vrienden.... Ik bedoel, onder onze -gasten. Het zou dus slecht van mij zijn, als ik ook slechts in de -verste verte iemand durfde verdenken.” - -Zij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen: - -„Het is zoo merkwaardig! Ik had nog in hetzelfde oogenblik het gevoel, -het collier om mijn hals te voelen. Men went daar zoo aan en als men -die kostbaarheden den geheelen avond draagt, dan mist men iets, als ze -opeens verdwenen zijn. En zoo bemerkte ik, dat het opeens zoo licht om -mijn hals werd....” - -Zij keek naar haar laag uitgesneden zalmkleurige zijden japon en de -bewonderende blikken van den heer volgden de hare in de kanten -garneering, die den schoonsten boezem en den bekoorlijksten vrouwenhals -omgaf. - -Bankier Von Hartstein moest reeds op de hoogte van het voorgevallene -zijn, want hij kwam zijn vrouw reeds tegemoet en geleidde haar en Lord -Brigham in een verder gelegen, tot dusverre niet verlicht kabinet, waar -hij het electrische licht opdraaide. - -Hij liet zich nauwkeurig vertellen wat er gebeurd was en was, evenals -zijn vrouw, ongerust over het feit, dat het diamanten halssieraad, dat -toch midden in de zaal verloren was geraakt, niet teruggevonden was. - -Maar toch troostte hij zijn echtgenoote en wees erop, hoe gemakkelijk -een der dames met haar sleep het kostbare kleinood weggeschoven kon -hebben. - -„Ik verzoek u, Mylord,” sprak hij op dringenden toon tot den -Engelschman, „laat uw vroolijkheid niet verstoren door dit voorval en -spreek er, als gij mij een genoegen wilt doen, tegen niemand over. Ik -zou niet willen, dat het pijnlijke geval aanleiding zou geven tot -verkeerde gevolgtrekkingen. - -„Verdwijnen kan er niets in mijn huis. Daarvoor staan mijn beproefde -bedienden en de vriendschap mijner gasten mij borg.” - -Lord Brigham boog. - -Een kleine pauze ontstond tusschen deze drie personen, die zich ieder -met hun eigen gedachten bezig hielden, maar daarop sprak de blonde -vrouw: - -„Het is toch merkwaardig, Maximiliaan, en je weet, dat wij in den -laatsten tijd dikwijls van personeel hebben moeten verwisselen.” - -De bankier schudde het hoofd. - -„Neem mij niet kwalijk, lieve kind, maar dat zie je niet goed in. Een -burgerman zou niets kunnen beginnen met een voorwerp van zóó groote -waarde. Niemand koopt die steenen van hem en daarenboven, doe mij het -genoegen, de geheele zaak voorloopig te vergeten. - -„Geloof mij, ik heb al moeilijker vraagstukken opgelost. En als het -collier werkelijk verloren mocht zijn”, sprak hij glimlachend, „dan -zullen wij ook daar overheen komen. - -„En nu wil ik je niet langer in het onderhoud met je cavalier storen, -die je zeer zeker wel weer in een goede luim zal weten te brengen.” - -Bij die woorden wendde de bankier, in wiens gelaat achter schitterende -brilleglazen een paar doordringende oogen fonkelden, zich met een -beleefd lachje tot den Engelschman, welke mevrouw Von Hartstein zijn -arm bood en haar weer in de danszaal teruggeleidde. - -De bankier, wiens kruin reeds bijna geheel kaal was, wachtte een -oogenblik, daarop volgde hij het paar, schoof zijn breedgeschouderd, -kort lichaam tusschen de heeren door, die voor den ingang van de -balzaal stonden en verdween achter een zijdeur. - -Eenige minuten later bevond hij zich in zijn particulier kantoor aan de -telefoon. - -Nadat men hem met het gewenschte nummer had verbonden, sprak de -bankdirecteur: - -„Spreek ik met het detectivebureau Rasmussen?” - -„Ja, hier Rasmussen, wie daar?” - -„Von Hartstein. Zijt gij daar zelf, mijnheer Rasmussen?” - -„Toevallig wel!” klonk het. „Ik verwacht een telegram, dat ik zelf in -ontvangst moet nemen, dus....” - -„Dat treft uitstekend. Ik heb een van uw lieden noodig, een vertrouwd -persoon. Een voorval, dat ik niet per telefoon wensch mee te deelen, en -dat juist in mijn villa tijdens een bal heeft plaats gevonden, dwingt -mij, uwe hulp in te roepen, mijnheer Rasmussen!” - -„Ja, wien zal ik u zenden....? Mijn luitjes zijn om dezen tijd moeilijk -en eerst over eenige uren te krijgen. Maar ik kan u toch onmiddellijk -iemand zenden.” - -„Een ervaren detective?” vroeg de bankier. - -„Hij is nog zeer jong,” klonk het van de andere zijde, „maar ik geloof, -dat de jonge man een groote toekomst voor zich heeft. Zooveel -tegenwoordigheid van geest, zooveel combinatievermogen en persoonlijken -moed heb ik nog nooit leeren kennen bij iemand die pas in het vak is.” - -„Goed, zend hem mij. Wanneer kan hij hier zijn?” - -„Onze auto’s staan gereed. In zes minuten kan Henry Stern bij u zijn.” - -„Mooi. Ik verwacht hem in mijn particulier kantoor. Ik zal order geven, -hem dadelijk toe te laten.” - -Nadat de bankier den portier per huistelefoon zijn bevelen had gegeven, -liep hij met op den rug gevouwen handen zijn kantoor op en neer. - -Achter het massieve voorhoofd werkten de gedachten van dezen -beurskoning om een oplossing van het geheimzinnige verdwijnen van zulk -een kostbaar voorwerp te vinden. - -Aan de mogelijkheid, die hij tegenover zijn vrouw had geuit, dat het -kleinood aan den sleep van een der dames was blijven hangen, geloofde -hij zelf niet. - -Deze lange ketting, wiens zeldzaam schoone diamanten in het licht der -balzaal als electrische vonken schitterden,—dit stuk van zoo enorme -waarde, moest iedereen dadelijk opvallen. - -De bankier kende de menschen. Hij wist, dat zelfs de rijke in -verzoeking zou kunnen komen waar het een dergelijk voorwerp betrof en -dat vooral de dames, verblind door de pracht van de diamanten en -robijnen, tot een daad zouden kunnen komen, die haar reeds in het -volgende oogenblik het grootste leed kon verschaffen. Hij was er van -overtuigd, dat het collier van den mooien hals zijner vrouw was -gegleden, eerst in de plooien eener japon en daarop in den zak van een -der schoonen, die nog op het bal aanwezig was. - -Hij hoopte met behulp van den detective een middel te vinden om weer in -het bezit van de kostbaarheid te komen, welke hij, ondanks zijn grooten -rijkdom, ongaarne zou missen. - -De bankier keek op de klok: 5 minuten waren voorbij, maar de zesde was -nog niet geheel verstreken, toen er zacht op zijn deur werd geklopt en -een slank gebouwde, jonge man binnentrad in onberispelijk -gezelschapscostuum, een monocle in het linkeroog en den cylinder met -een beleefde buiging afnemend. - -Glimlachend sprak de bezoeker: - -„Mijn naam is Stern, heer directeur, Henry Stern.” - -„Gij zijt....?” - -„De afgevaardigde van het detectivebureau Rasmussen,” voltooide de -jonge man den zin. - -Verbaasd vroeg de bankier: - -„Is dit uw gewone toilet of hoe hebt gij u anders zoo snel kunnen -verkleeden?” - -De detective antwoordde: - -„Een detective moet alles kunnen, mijnheer Von Hartstein; mijn chef zei -mij, dat ik in zes minuten bij u moest zijn en daar de auto in 3½ -minuut uw woning kon bereiken, bleef mij, als ik 1½ minuten rekende -voor de trappen, enz., nog 1 minuut om mij te verkleeden.” - -De bankier sprak met een zeker dosis eerbied voor zooveel nauwgezetheid -tot den nog zoo jongen man: - -„Ik zal u nu vertellen, waarvoor ik uwe hulp noodig heb.” - -De detective maakte een buiging. - -„Er is een voorwerp van groote waarde in uw huis zoek geraakt, niet -waar?” - -Verrast opziend, vroeg de bankier: - -„Heeft uw chef u dat verteld?” - -De jonge, elegante man schudde het hoofd. - -„Dat zou den heer Rasmussen onmogelijk zijn geweest, omdat hij zelf -niet wist, waarom gij mij hadt ontboden. Maar het was niet moeilijk, -dit te raden. - -„De wantrouwende blikken uwer bedienden onderling toonden mij -duidelijk, dat er hier sprake was van een diefstal, in elk geval, dat -er een voorwerp van waarde vermist moest zijn. Van waarde, omdat gij -zeker de hulp van ons bureau anders niet in den nacht ingeroepen zoudt -hebben, heer directeur.” - -De bankier knikte toestemmend. - -„Gij hebt volkomen gelijk,” sprak hij, „er is hier sprake van een -collier van diamanten en robijnen, dat mijn echtgenoote verloren heeft. -Ik vermoed tenminste, dat zij het verloren heeft en dat de vinder of -vindster tot dusverre nog geen reden meent te hebben gevonden om het -terug te geven.” - -Met een knikje sprak de detective: - -„En nu moet ik ervoor zorgen dat die persoon zich zijn plicht herinnert -en het collier terug geeft?” - -„Hij kan het ook weer verliezen,” meende de bankier, „en dan zou u de -eerlijke vinder zijn.” - -De detective knikte ernstig. - -Daarop sprak hij: - -„Ik kan voorloopig nog niet gelooven in den moed van een der dames uit -het gezelschap, om zich zulk een kostbaar voorwerp wederrechtelijk te -durven toe eigenen.... Zijt gij volkomen zeker van al uw gasten?” - -„Voor zoover dat mogelijk is, zeer zeker,” antwoordde de bankier. - -„Gij weet wel, mijnheer Stern, dat men zelfs voor zijn naaste -bloedverwanten niet kan instaan, laat staan, waar er sprake is van een -groot aantal voor het meerendeel oppervlakkige kennissen. De lieden, -die in mijn huis verkeeren, behooren doorgaans tot de bekende, beroemde -familiën der residentie. Daarom treft mij dit voorval des te meer.... -Overigens,”—de stem van den bankier klonk nu veel koeler, „mag ik u nu -naar het gezelschap brengen?” - -De detective schudde het hoofd. - -„Het zou mij aangenaam zijn, als gij, heer directeur, het eerste wildet -gaan en als ge u niet mee om mij wildet bekommeren. - -„Eerst later, als ik mij weer tot u wend, verzoek ik u, mij aan dezen -en genen voor te stellen.” - -De bankier knikte. - -„Zooals gij wenscht! Tot weerziens dus!” - -„Een oogenblik nog, als ’t u belieft,” verzocht de detective. „Het zou -mij aangenaam zijn, als gij mij een visitekaartje van uzelf wildet -geven, waarop gij mij volmacht verstrekt opdat uwe ondergeschikten zich -richten naar mijn bevelen.” - -„Is dat absoluut noodig?” - -„Zeker. In zulk een moeilijk geval kan ik niet weten, tot welke -maatregelen ik zal moeten overgaan. Voor alles zal ik waarschijnlijk -een livrei, zooals uw bedienden die dragen, noodig hebben.” - -De bankier had een van zijn groote visitekaarten uit de portefeuille -genomen, schreef hierop het noodige met een gouden vulpen en sprak, -terwijl hij den detective het kaartje ter hand stelde: - -„Wat dat laatste betreft, hebt gij u slechts te wenden tot mijn -hofmeester Martin, hij zal u in elk opzicht van dienst zijn.” - -De detective boog en de bankier ging heen. - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -DE RAADSELACHTIGE GAST. - - -Nadat de heer Von Hartstein zich bij zijn speelpartners had -verontschuldigd over zijn plotseling vertrek, begaf hij zich naar de -feestzaal, waar hij na eenig zoeken zijn echtgenoote trof. - -Mevrouw Adelheid had reeds naar haar man uitgezien om hem deelgenoot te -maken van een opmerking welke zij gemaakt had. - -Schijnbaar vroolijk babbelend liep zij aan zijn zijde, toen zij, naar -een nis aan haar rechterzijde kijkend, sprak: - -„Zie je dien heer daar, Maximiliaan? Hij is mij onbekend.” - -De bankier keek onopgemerkt in de aangeduide richting en beweerde ook, -dien heer niet te kennen. - -„Het is mogelijk,” fluisterde hij, „dat een van onze gasten hem heeft -geïntroduceerd. Dat zou niet volgens de gewoonte zijn, maar als er -sprake is van een bal...” - -Mevrouw Adelheid schudde het hoofd. - -„Misschien ben ik op ’t oogenblik een beetje wantrouwend,” sprak zij, -„maar je moest toch eens informeeren, Maximiliaan.” - -„Dat zal ik doen,” antwoordde haar echtgenoot. „Laat ik je intusschen -naar mevrouw Von Blendheim geleiden, die je zooeven wenkte. Daarna deel -ik je mede, wat ik te weten kom.” - -Een oogenblik later zat de jonge vrouw van den bankier naast haar oude -vriendin, die zij fluisterend deelgenoote maakte van het gebeurde, -terwijl mijnheer Von Hartstein tusschen de rijen der gasten doorliep en -scherp uitkeek naar den detective. - -Een der bedienden naderde hem met een zilveren blad vol gevulde glazen -en sprak, den bankier aankijkend: - -„Een glas Champagne, mijnheer?” - -De bankier keek op. - -Een glimlach vloog over zijn gelaat en terwijl hij een glas van het -blad nam, fluisterde hij den bediende toe: - -„Dat is snel gegaan, mijnheer Stern, ik zoek u juist.” - -De detective, die zijn gezelschapstoilet had verwisseld met de grijze -livrei, antwoordde, alsof het een bevel van zijn meester gold: - -„Gij wilt mij opmerkzaam maken op den heer ginds in die nis, nietwaar -mijnheer? Ik zag u zooeven met uwe vrouw daarlangs gaan.” - -De bankier antwoordde niet, maar het viel hem moeilijk, zijn -verwondering te verbergen over de bijna pijnlijke oplettendheid, die -Henry Stern aan den dag legde, waar het de gewichtige zaak gold. - -„Ik wilde nu gaarne mijn gang gaan,” vervolgde de detective, „ik -vermoed namelijk, dat die heer, die ook mij reeds is opgevallen, hier -niet lang meer zal blijven.” - -„Verdenkt gij hem?” vroeg de bankdirecteur. - -De detective, die nog steeds in dezelfde onderdanige houding het -zilveren blad met de champagneglazen vasthield, sprak, terwijl hij zijn -lippen nauwelijks bewoog: - -„Dat zou te veel gezegd zijn, maar in elk geval past die man niet -tusschen uw andere gasten, heer directeur.” - -Intusschen ging de detective zijn champagne aan de andere gasten -aanbieden en de gastheer zag, dat hij op deze wijze snel de deur -naderde. - -Nieuwsgierig of de geheimzinnige vreemdeling nog tegen de marmeren zuil -in de nis geleund stond, richtte de bankier zijn schreden nogmaals -daarheen, maar hij vond de plaats leeg. Dadelijk daarna kwamen een paar -van zijn beste vrienden hem in een beursgesprek wikkelen, zoodat hij -voorloopig niet meer aan het gestolen kleinood dacht. - -Toen hij zich weer naar de speelzaal begaf om zijn hombre-partijtje -voort te zetten, ontmoette hij nogmaals zijn echtgenoote aan den arm -van den schoonen, trotschen Engelschman, dien zij voor den geheelen -avond tot haar cavalier scheen te hebben gekozen. - -Een diepe blos kleurde haar wangen, toen zij haar echtgenoot zag. Deze -echter knikte haar en haar cavalier met een goedigen glimlach toe. - -De Lord beantwoordde dezen groet met een buiging van het hoofd en -sprak: - -„Uw man houdt blijkbaar heel veel van u, mevrouw de barones; zelfs het -groote verlies, dat gij hem, zij het dan ook onwillens, hebt berokkend, -bederft zijn goed humeur niet.” - -„Ja, mijn man is heel goed,” antwoordde zij, „ik herinner mij niet, hem -ook slechts een enkelen keer ontstemd te hebben gezien.” - -„Gij geeft er hem zeker ook geen aanleiding toe.” - -Een onderzoekende blik uit de donkere oogen van den man vloog langs de -bloeiende vrouwengestalte.... - -Adelheid von Hartstein was ten prooi aan de meest uiteenloopende -gewaarwordingen, toen zij nu, zonder te weten, waarheen haar geleider -haar bracht, bijna willoos aan zijn arm voortschreed. - -Een jaar geleden, nauwelijks 18 jaar oud, was zij haar driemaal zoo -ouden echtgenoot naar het altaar gevolgd. - -Ook zij was van een oud-adellijk, maar verarmd geslacht en had daarom -in haar eigen onderhoud moeten voorzien. Reeds maandenlang werkte zij -op een der groote kantoren van den heer Von Hartstein, toen op een -goeden dag de bankier zijn oog op haar liet vallen. - -Hij scheen informaties omtrent haar te hebben ingewonnen, want na -eenigen tijd liet hij haar bij zich roepen en sprak met een stem, die -alle vastheid verloren had: - -„Ik heb u iets te zeggen, juffrouw Von Sebald.” - -Hij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen: - -„Het hangt van u zelf af, of ge mijn verzoek wilt inwilligen.” - -Het jonge meisje had, ondanks zichzelf, gebloosd, had, nadat zij haar -chef even had aangezien, haar mooie oogen neergeslagen en met een -zekeren angst op zijn verdere woorden gewacht. - -„Dat, wat ik u zou willen vragen, betreft alleen mijzelf,” had de -bankier gezegd. - -Daarop had hij weer gezwegen. - -Adelheid von Sebald had diep blozend haar hoofdje nog meer gebogen, -totdat plotseling haar chef zich tot haar neerboog, haar hoofd in zijn -groote handen nam en sprak: - -„Ik bemin u, Adelheid, en ik wilde graag, dat ge mijn vrouw werd.” - -Zes weken later waren zij met elkaar getrouwd. - -Alles was als in een droom gegaan. Het jonge meisje, dat nooit iemand -had ontmoet, die diepen indruk op haar hart kon maken, was er zich -nauwelijks van bewust, hoe groot het verschil in jaren en -levensopvattingen was tusschen haar en haar man. - -Toen zij eenmaal getrouwd was, werd haar dit wel duidelijk, maar de -eindelooze goedheid van haar echtgenoot ruimde alles uit den weg wat -anders misschien een onoverkomelijke hinderpaal ware geworden. - -Nimmer was tot dusverre bij het zien van andere mannen de gedachte bij -haar opgekomen, dat een ander misschien beter bij haar gepast zou -hebben dan haar echtgenoot. - -Nu echter was Adelheid von Hartstein onrustig geworden. Een -gewaarwording, die haar verwarde en verrukte tegelijkertijd, maakte -zich van haar meester, als zij in de zwarte oogen van den Engelschman -keek, welke haar meer nog dan zijn woorden, zeiden, hoe ’n diepen -indruk ook zij op hem had gemaakt. - -Om zichzelf af te leiden, bracht zij, terwijl zij in een der kleinere -zalen op een rustbank hadden plaats genomen, het gesprek weer op het -verloren collier. - -„Mijn echtgenoot heeft reeds werk gemaakt van het geval”, sprak zij, -„en ik zelf meen ook iets te hebben opgemerkt, wat betrekking heeft op -het geval.” - -Zij gaf haar cavalier nu een beschrijving van den vreemdeling die haar -was opgevallen en die nu verdwenen scheen te zijn. - -„Maar hoe zou die man in uw nabijheid zijn gekomen,” sprak Lord -Brigham, over wiens aristocratisch gelaat een glimlach gleed. - -„Dat begrijp ik ook niet,” antwoordde Adelheid, nadenkend voor zich -kijkend, „maar ik heb een zeker voorgevoel, dat van dien man een nadere -verklaring te verkrijgen zou zijn.” - -„Het zal moeilijk vast te stellen zijn, of die man werkelijk iets met -den diefstal te maken heeft.” - -„Ik geloof, dat mijn man de noodige stappen reeds heeft gedaan. Hij -staat reeds jarenlang met het detective-bureau in verbinding en dat -zijn kranige, handige lieden.” - -De Engelschman knikte. - -„Dat is ook de eenige manier, ten minste als men een goed bureau aan de -hand heeft.” - -„O,” sprak de jonge vrouw, „het detectivebureau Rasmussen heeft den -naam, het beste en meest betrouwbare van geheel Berlijn te zijn.” - -Weer gleed een lachje langs de trekken van den Lord, die nu het gesprek -op andere onderwerpen bracht. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Intusschen was Henry Stern den man, die zulk een opvallende -verschijning in de oogen van mevrouw Adelheid was geweest, gevolgd. De -vreemdeling had het gastvrije huis van den bankier reeds verlaten. - -De raadselachtige man liep tamelijk snel de straten door, totdat hij -een huurauto tegenkwam, waarin hij plaats nam. - -Henry Stern bevond zich nog aan de andere zijde der straat, maar de -auto zette zich nauwelijks in beweging of de detective zat er reeds -achter op om op deze wijze den rit mee te maken. - -Het was goed, dat zich slechts weinig menschen meer op straat bevonden, -want het was een niet alledaagsch gezicht, een volwassen man als een -echte straatjongen aan een auto te zien hangen. - -In de buurt van het station Gesundbrunnen vertraagde het rijtuig zijn -vaart en dadelijk sprong Henry Stern van den wagen af om terwijl hij in -de schaduw der huizenrij voortliep het voertuig in het oog te houden. - -Voor een der huizen hield de auto stil, de detective zag, dat de -vreemdeling uitstapte, den koetsier betaalde, de huisdeur opensloot en -naar binnen ging. - -Zonder zich een oogenblik te bedenken, onderzocht Stern nu de -zij-ingangen der huizen en reeds in het tweede vond hij een open -huisdeur. - -Hij snelde de gang door naar een binnenplaats, waar hij als een kat -over de houten schutting klom, en toen hij 200 schreden verder was, -herhaalde hij ditzelfde nogmaals. - -Hij bevond zich nu in het huis, dat hem interesseerde, maar hij had -geen flauw vermoeden waar de vreemdeling zich nu zou bevinden. - -Plotseling viel zijn blik op een vrij hoog gelegen raam, dat nu -verlicht was. Hier wilde hij even naar binnen kijken! - -Snel besloten, zooals dat zijn gewoonte was, wist hij zich met behulp -van een tapijtklopper, dien hij op de binnenplaats vond, omhoog te -werken totdat hij de vensterbank van het verlichte raam kon -vastgrijpen. - -Als een eekhorentje was hij naar boven geklauterd en nu keek hij in de -kamer, waarin zich een man bevond, die een blouse droeg en die er -uitzag als een werkman. Hij was in gezelschap van twee jonge meisjes, -blijkbaar behoorend tot de armzalige Berlijnsche nachtvlinders. De -vierde persoon in de kamer was de vreemdeling, dien hij achtervolgde. - -Zij stonden samen bij een tafel en bekeken blijkbaar iets, dat de -vreemdeling hun liet zien. Daar zij echter, zooals zij daar naast -elkaar stonden, den detective hun ruggen toewendden, was deze niet in -staat, te onderscheiden, wat zoo de algemeene oplettendheid trok. - -In zijn pogingen om beter naar binnen te kunnen kijken, deed de -detective een misstap, waardoor hij bijna naar beneden was gerold. Hij -wist echter zijn evenwicht te bewaren, maar moest snel zijn hoofd en -bovenlijf terugtrekken om niet gezien te worden. - -Daarbinnen had men het geluid gehoord, allen hadden zich omgedraaid en -keken naar het venster. - -Het kwam den detective nu veiliger voor om zijn observatiepost te -verlaten. Hij liet zich weer naar beneden glijden en had juist de -houten schutting, waarover hij zooeven was geklommen, bereikt, toen de -deur, die van het huis naar de binnenplaats leidde, geopend werd. - -De detective zag, dat de vier personen, die hij in de kamer had gezien, -hem vervolgden. Hij hoorde een stem, die een hond aanzette en: - -„Tyras, pak hem!” riep. - -In hetzelfde oogenblik vloog een groote hond als een razende over de -plaats en pakte Henry Stern, die juist over de schutting wilde klimmen, -bij zijn jas. - -De jonge detective had zijn langen gummiknuppel te voorschijn gehaald -en gaf den hond daarmede een flinken slag op zijn snuit, zoodat het -dier luid jankte. - -Nu snelden ook de beide mannen toe en met een geweldigen sprong zwaaide -Stern zich over de schutting terwijl een flink stuk van zijn jas in den -bek van den hond achterbleef. - -De beide kerels waagden het blijkbaar niet, ook de schutting over te -klimmen. Zij riepen hem echter na: - -„Je zult ons toch niet ontsnappen, vervloekte speurhond!” - -Het was reeds bijna 5 uur in den morgen, Henry Stern wachtte nog eenige -minuten, maar toen alles rustig bleef, begaf hij zich naar buiten in de -pikdonkere straat. Nadat hij het huisnummer en den straatnaam had -genoteerd, snelde hij terug, totdat hij in een meer beschaafde wijk een -huurrijtuig vond, waarmede hij zich, zeer tevreden over zijn werk, naar -zijn bureau liet brengen. - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -IN DE SLAAPKAMER DER BARONES. - - -„Ik voel geen lust, om de politie in mijn zaken te mengen,” sprak de -bankier den volgenden morgen aan het ontbijt tot zijn echtgenoote, toen -er natuurlijk weer druk gesproken werd over het verdwijnen van het -collier. - -„Waartoe zou het ook dienen! Diefstallen, die op zulk een geslepen -manier gepleegd worden, ontdekt de politie bijna nooit. Ik twijfel -volstrekt niet aan den ijver en het doorzicht van onze beambten, maar -ik vrees, dat zij in dezen weinig zullen presteeren. Daarom heb ik mij -dadelijk tot Rasmussen gewend.” - -De jonge vrouw hoorde dat, wat haar man vertelde, als in een droom. Een -zeker iets, waarvan zij zichzelf geen rekenschap kon geven, omsluierde -al haar gewaarwordingen en gedachten. Het leven scheen haar dubbel -aangenaam! - -Zij betrapte er zich op, dat haar gedachten elders waren, in de -nabijheid van een rijzigen, slanken man met zwart krullend haar en -donkere, schitterende oogen, die weer, evenals gisteren in de -oranjerie, diep en smachtend in de hare keken. - -Hoeveel moeite zij zich ook gaf, om deze gedachten te verbannen, om -zich weer vol aandacht aan haar man te wijden, het hielp haar niet. - -Er was iets nieuws in haar leven gekomen en hoewel zij het zichzelf -niet wilde bekennen, zij smachtte naar het oogenblik, waarop zij hem -weer zou zien en spreken. - -Later op den dag, toen haar man naar de beurs was gegaan, zat zij -langen tijd in haar kostbaar ingericht boudoir. Zij vroeg zichzelf -herhaaldelijk af, of hij, met wien haar gedachten zich onophoudelijk -bezighielden, ook haar nog niet vergeten zou hebben. - -Wanneer zij dan weer aan haar echtgenoot dacht, gevoelde zij iets, wat -op wroeging geleek. - -Toen de heer Von Hartstein des avonds weer uitging om tegenwoordig te -zijn op een belangrijke vergadering, deelde hij haar vóór zijn vertrek -mede, dat het waarschijnlijk laat zou worden, eer hij terug kon zijn. - -Adelheid begaf zich tijdig ter ruste, maar het duurde een geruimen -tijd, voordat zij den slaap kon vatten. - -Eindelijk echter sliep zij in terwijl een zalig lachje om haar rooden -mond speelde.... - -Zij droomde. - -Het was haar, alsof een kamerdeur werd geopend en zachte, behoedzame -schreden haar weelderig bed naderden. - -Daar stond hij in het zachte, getemperde licht der gaskroon, hij, aan -wien zij den geheelen dag had moeten denken.... of was hij het -niet?.... En nu sprak hij zelfs tot haar.... Zij verstond hem niet.... -nu noemde hij haar naam, dien hij telkens met zachte, welluidende stem -herhaalde.... en nu knielde hij naast haar bed neer, strekte zijn -handen naar haar uit en.... - -Met een kreet van angst richtte Adelheid von Hartstein zich op en met -wijd geopende oogen staarde zij naar het donkere gelaat van den man, -die aan het voeteneind van haar bed neerknielde. - -Met bevende stem vroeg zij: - -„Wat wilt gij?... Wie zijt gij? ...Ik roep om hulp!” - -(Zie het titelblad.) - -De nachtelijke bezoeker hief zijn hoofd op, dat bedekt was door een -zwart fluweelen masker, waardoor alleen de oogen zichtbaar waren en met -een stem, die de jonge vrouw meende te kennen, maar die haar -tegelijkertijd vreemd in de ooren klonk, sprak hij: - -„Wees niet bang! Ik zal u geen kwaad doen. Ik ben hier gekomen, omdat -ik u moet zien.... Bij dag, als iedereen u kan zien, is het mij -onmogelijk om u te zeggen, wat mij op het hart ligt...” - -Met smeekend opgeheven handen vroeg zij weer, bijna fluisterend: - -„Ik weet niet, wie gij zijt, wat wilt gij van mij en waarom verbergt -gij uw gelaat? Zijt gij...” - -Maar zij durfde niet vragen of hij het was, die op het bal haar hart -stormenderhand had veroverd. - -Een zacht, welluidend lachje klonk van zijn lippen. - -„Of ik het ben, naar wien uw hart verlangt, dat weet ik niet. Maar -ik—ik kon geen weerstand bieden aan de onzichtbare macht, die mij tot u -voerde in dit stille uur.... Maar ik kom nog voor iets anders: Gij hebt -op het feest uw collier verloren, zoudt gij het graag terug willen -hebben?” - -Verrast en sprakeloos staarde de jonge vrouw naar den nachtelijken -bezoeker; zij schudde haar hoofd met het krullende goudblonde haar en -met doodsbleek gelaat hijgde zij: - -„Maar wie zijt gij toch? en wat weet gij van mijn collier? Zijt gij -misschien de man, die in de nis tegen de marmeren zuil leunde?” - -Hij schudde het hoofd. - -„Vraag mij niet wie ik ben, want ik moet u het antwoord eeuwig schuldig -blijven. Beschouw mij als een ongelukkige die uw medelijden verdient!” - -Hij nam haar hand in de zijne, tilde het fluweelen masker op en drukte -zijn lippen op haar gloeiende vingers. - -„Ik begrijp het niet,” sprak zij zacht, maar terwijl zij dit zeide, was -het, alsof een inwendige stem haar toefluisterde: - -„Hij is het! Hij is het dien gij liefhebt, aan wien je hart en je -zinnen toebehooren.” - -Maar—dan begon zij weer te twijfelen. - -Hoe zou de Engelsche aristocraat er een oogenblik aan kunnen denken om -des nachts een vreemde woning binnen te dringen, in de slaapkamer te -komen van de vrouw van een ander? En wat had Lord Brigham te maken met -het gestolen halssieraad? Maar misschien gaf hij dit slechts op als -voorwendsel voor zijn ongemotiveerde komst......? - -Zij voelde echter, dat zij in elk geval zich in schijn moest verzetten -tegen dit bezoek en met kloppend hart sprak zij: - -„Wilt gij mij nu uw naam noemen? Ik moet om hulp roepen als gij nog -langer hier blijft! Als man van eer moogt gij geen misbruik maken van -de hulpeloosheid eener vrouw... En daar in die andere kamer slaapt mijn -echtgenoot.” - -Zij wist niet, of de bankier reeds te huis was, maar hoe dan ook het -zou haar onmogelijk geweest zijn, om hulp te roepen. Zij vreesde dezen -man niet, die haar slaapkamer was binnengedrongen en als een smeekende -knaap aan haar voeten lag. - -Aarzelend vroeg zij: - -„Ken ik u?” - -Hij antwoordde niets, maar het was haar als hoorde zij een zacht lachen -van zijn lippen. - -Hierdoor moediger geworden, vroeg zij weer: - -„Kent gij mijn echtgenoot?” Hij lachte weer en fluisterde: - -„Ik ken u beiden en ik weet, waarom gij deze vraag tot mij richt.” - -Daarop vervolgde hij na een kleine pauze: - -„Misschien ook ken ik hem, aan wien gij denkt!” - -„Maar zijt gij het niet zelf?” vroeg zij in ademlooze spanning. - -Zonder hierop te antwoorden, sprak hij nogmaals. - -„Doet het u veel leed, dat gij uw collier hebt verloren?” - -Maar Adelheid, vervuld van geheel andere gevoelens, sprak -hoofdschuddend: - -„Mijn man is immers zoo rijk...... Men verliest zooiets natuurlijk niet -graag.... Vooral hij, mijn echtgenoot.... Mij kan het niet veel -schelen.... Hebt gij het misschien gevonden?” - -Hij antwoordde ook hierop niets, maar kuste nogmaals haar handen, die -zij hem beide gaf en stond toen langzaam op. - -„Het wordt tijd, dat ik heenga, maar gij hebt mij niet voor de laatste -maal gezien.” - -En zonder Adelheid tijd te gunnen om nog iets te zeggen, was de -nachtelijke bezoeker verdwenen. - -Zij gevoelde zich als verdoofd en als ware er niets bijzonders -voorgevallen, sluimerde zij rustig weer voort. - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -DE ZWARTE BRIEF. - - -Bankier Von Hartstein schuimbekte van woede. - -Hij had des morgens, toen hij zijn kantoor binnenkwam, op zijn -schrijftafel een brief gevonden in een zwart couvert, dat aan de -achterzijde een gouden monogram „J. R.” vertoonde. - -De brief was niet voorzien van een postzegel of stempel en blijkbaar -door een bode daar neergelegd. - -Het couvert bevatte een met de schrijfmachine geschreven brief van den -volgenden inhoud: - - - Geachte heer! - - Doe geen moeite, uit te vorschen, waar het diamanten collier van uw - echtgenoote zich bevindt. Het zou u niet helpen en u misschien in - gevaar brengen. Ditzelfde geldt voor degenen, wien gij dit werk - mocht opdragen. Het zal van omstandigheden, waarmede gij niets te - maken hebt afhangen, of men het collier aan uw vrouw zal - terugbezorgen. Het zal echter noch aan de politie noch aan de - detectives gelukken, op het spoor te komen van uw dienstwilligen, - - JOHN C. RAFFLES. - - -De heer Von Hartstein vertrouwde zijn oogen niet. Deze brutaliteit -overtrof alles! - -Onmiddellijk werd de oude, vertrouwde dienaar Martin geroepen. - -De oude man, die reeds den vader van den bankier had gediend, -verscheen, als altijd, onberispelijk in rok en met witte das, in het -kantoor van zijn heer en meester. - -Maar het was, alsof de handen van den man beefden, toen hij op den -drempel trad en zijn witte bakkebaarden door zijn vingers liet glijden. - -„Mijnheer beveelt?” - -„Mijn beste Martin,” sprak de bankier met gefronst voorhoofd, „ik moet -je, bijna voor den eersten keer, een verwijt maken. Er schijnen -verkeerde elementen onder de bedienden te zijn.... Hier, lees dezen -brief.” - -Hij gaf hem het couvert en vervolgde: - -„Dit schrijven vond ik hedenochtend op mijn tafel liggen. Franz, de -bediende, beweert geen flauw vermoeden te hebben, hoe het daar is -gekomen. Mag zoo iets in een goed geordend huishouden plaats vinden?” - -De oude man luisterde met gebogen hoofd naar de woorden van zijn -gebieder. Het was, alsof hij, schuldbewust, niet durfde antwoorden. - -De bankier vervolgde: - -„Je weet, beste Martin, welk verlies ik geleden heb op het bal. Een -half millioen is ook voor mij geen kleinigheid. - -„Maar dat ik bovendien door dien schurk in mijn eigen huis gehoond -word, dat is het schandelijkste van al! En, beste Martin, daarvoor stel -ik jou verantwoordelijk!” - -De oude man haalde de schouders op en sprak: - -„Het spijt mij zeer, mijnheer Von Hartstein, maar ik zelf sta -machteloos tegenover dit alles. Ik heb na den diefstal al onze -bedienden een voor een onder handen genomen, maar ik ben ervan -overtuigd, dat geen van hen tot een oneerlijke daad in staat is. Wat -echter den brief betreft, hieromtrent kan ik u persoonlijk, zij het dan -ook slechts gedeeltelijk, inlichten....” - -Verrast keek de bankier op. - -„Jij? Jij zelf, Martin? Ik ben zeer nieuwsgierig.” - -Met een droevig glimlachje sprak de oude man: - -„Ja, ik lijd, zooals mijnheer wel weet, aan slapeloosheid. Nu heb ik -eenigen tijd geleden, om een onbeduidende reden, van slaapkamer geruild -met de kamervrouw van mevrouw de barones. - -„Dezen nacht meende ik eenig geluid te hooren, ik draaide het -electrische licht op en zag, dat het bijna half drie was. Ik ging mijn -kamer uit en zag bij het zwakke licht van de ganglamp een zwarte -gedaante langs sluipen. - -„Het eerste oogenblik was ik verlamd van schrik, zoodat ik verzuimde, -hem na te snellen en daarna vond ik, ondanks alle moeite, zijn spoor -niet terug. - -„Ik was echter niet gerust, en begon, ongeveer een half uur later, nog -eens te zoeken. Terwijl ik langs de slaapkamer van mevrouw de barones -kom, wordt de deur naar de gang toe geopend en een hooge, in het zwart -gekleede gestalte komt onhoorbaar naar buiten......” - -De oude man zweeg en keek ontsteld in het doodsbleeke gelaat van zijn -heer. - -Op verontwaardigden toon vroeg Von Hartstein: - -„Hebt gij het gelaat van den man gezien?” - -„Dat was mij onmogelijk. Hij droeg een masker, of liever een -hoofdbedekking van zwart fluweel, waardoor alleen de oogen zichtbaar -waren.” - -„En je hebt hem laten gaan?!” vroeg de bankier diep ademhalend. - -„Dat maakt mij juist zoo ongelukkig!” sprak de oude Martin -handenwringend. - -„Ik was als verlamd van schrik door die spookachtige gedaante. Ik kon -zelfs geen enkel geluid geven. De vreemde, bovenaardsche verschijning -gleed onhoorbaar langs mij heen, zijn doordringende oogen onafgewend op -mij gericht. - -„Toen ik van den schrik bekomen was, was de geheimzinnige man -verdwenen. - -„Aan het kozijn van een der ramen dicht bij de trap, vond ik een zijden -koord bevestigd, waarlangs de misdadiger zich waarschijnlijk naar -beneden heeft laten glijden.” - -De bankier antwoordde niets. - -Hij had aan zijn schrijftafel plaats genomen en was in diep nadenken -verzonken. - -Hij dacht niet meer aan den brutalen brief in het zwarte couvert, zelfs -het verlies van het collier was hem in dit oogenblik -onverschillig—slechts de gedachte aan zijn vrouw hield hem bezig. - -Tot dusverre was nog nimmer de gedachte bij hem opgekomen, dat de -reine, blauwe oogen zijner vrouw verlangend naar andere mannen zouden -kunnen kijken. - -Hoe kwam het, dat nu opeens een gevoel van twijfel zich meester maakte -van het hart van den reeds bejaarden man? - -Was het niet zijner onwaardig, in de brutale handelwijze van een -schurk, die misschien in de vertrekken zijner vrouw was geweest, -terwijl deze sliep, trouweloosheid van het beminde wezen te willen -zoeken? - -Maar—dit was het niet alleen! - -Adelheids houding was na den nacht van het bal zoo geheel anders -geworden! Lief en vriendelijk als altijd, was zij toch in zichzelf -gekeerd en stil geworden. - -Wat kon deze man in zijn brief bedoelen met de omstandigheden, waarmede -hij zelf niets te maken had en waarvan het zou afhangen of men Adelheid -het gestolen collier zou terugbezorgen......? - -Al deze vragen pijnigden den bankier ontzettend. - -Eindelijk hief hij het hoofd op en sprak, met een goedig glimlachje den -ouden dienaar aanziende: - -„Ik dank je wel, beste Martin; wil je zoo goed zijn, door middel van de -kamervrouw mijn echtgenoote te laten zeggen, dat ik haar over een -kwartier wensch te spreken?” - -Martin verwijderde zich en kwam spoedig daarna terug met de -mededeeling, dat mevrouw de barones juist was opgestaan en mijnheer den -bankier over een kwartier verwachtte. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -EEN HARTSGEHEIM. - - -Adelheid was eerst laat uit haar droomen ontwaakt. - -Toen echter haar kamermeisje de gordijnen opende en het volle, heldere -daglicht in het meer dan weelderige slaapvertrek naar binnen viel, -waren alle visioenen van den nacht verdwenen. - -Zij bevond zich weer als de echtgenoote van den beroemden beurskoning -en millionair Von Hartstein in haar villa, zij was de rijke, voorname -vrouw, die haar echtgenoot trouw had gezworen en die, nu het nuchtere -verstand weer werkte, vast besloten was, alle andere gevoelens -onherroepelijk uit haar hart te verbannen. - -Was het werkelijkheid, haar droom van dien nacht? - -Maar waarom had zij dan niet om hulp geroepen, toen de vreemdeling bij -haar bed was neergeknield? - -Hoe had zij een oogenblik kunnen veronderstellen, dat de Engelsche -aristocraat en de inbreker, dezelfde, die haar collier had gestolen, -iets met elkaar te maken hadden? - -Zou Lord Brigham, een Peer van Engeland, in den nacht een vreemd huis -binnendringen om op deze wijze een dame zijn hulde te bewijzen? - -Neen! Zij wenschte, dat zij voor haar echtgenoot kon verschijnen om hem -te vertellen, wie den treurigen moed had gehad, in haar slaapvertrek te -komen! - -Maar dat was onmogelijk! - -Zij kende zijn wantrouwen en jaloezie en wist, dat hij haar niet zou -gelooven, als zij hem den loop van het nachtelijk avontuur zou -vertellen. - -En omdat zij den moed niet had, hem alles te zeggen, besloot zij te -zwijgen. - -In dit oogenblik kreeg zij de boodschap van haar man, dat hij haar -wilde spreken. - -Zij begreep, dat dit vroege onderhoud in verband stond met het -voorgevallene in den nacht en vol bange onzekerheid wachtte zij op de -komst van haar echtgenoot. - -Toen hij binnentrad, zag zij aan zijn vastgesloten lippen, dat zijn -humeur niet van de beste was, maar zij had tijd gehad om zich voor te -bereiden en was dus uiterlijk kalm en rustig. - -Nadat de bankier haar den brief in het zwarte couvert had laten lezen, -scheen zij hierover even verontwaardigd als hij zelf en antwoordde op -zijn vraag, of zij niets van de aanwezigheid van den schurk had -bemerkt: - -„Maar Max, je begrijpt toch, dat ik dan het geheele huis in opschudding -zou hebben gebracht. Ik zou van angst gestorven zijn!” - -Deze woorden stelden hem volkomen gerust. - -De zekerheid, dat het hart van zijn vrouw even rein en onschuldig was -als altijd, deed hem alle ongerustheid vergeten en Adelheid deed al -haar best om hem te bewijzen, dat zij hem meer dan ooit liefhad en aan -geen anderen man dacht. - -Met het blonde kopje aan zijn breede borst keek zij teeder naar hem op. -Geduldig liet zij zich op mond en oogen kussen, totdat hij, op de klok -kijkend, zag, dat het hoog tijd was om naar de beurs te gaan. - -De jonge vrouw begaf zich naar haar boudoir, waar zij zich weer aan -haar gedachten overgaf. - -Zou zij haar man alles vertellen? - -Maar neen, hij zou haar niet begrijpen, hij zou het niet kunnen! - -Eén slechts was er in de geheele wereld, die haar zou kunnen helpen! -Eén slechts, op wiens ridderlijkheid zij volkomen vertrouwde. - -Die eene was Lord Brigham! - -Als de vermetele onbekende het haar weer lastig zou maken, dan wilde -zij tot hèm gaan, tot den Engelschen edelman, van wiens vriendschap zij -redding verwachtte. - -Gesterkt door dit besluit, riep zij haar kamenier om zich voor een -rijtoer te laten kleeden. - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -IN HET DANSHUIS. - - -Henry Stern had juist de villa van den millionair verlaten, niet zeer -opgewekt over dat, wat hij daar had moeten vernemen. De bankier had hem -den zwarten brief getoond en erbij gezegd, dat, als hij niet binnen -eenige dagen tenminste het begin van eenig resultaat zag, hij de zaak -in handen zou geven van een ander detective-bureau. - -Dat was voor den jongen man als een slag in het gezicht. Hoewel hij pas -23 jaar oud was, hield hij zichzelf, en misschien niet geheel ten -onrechte, voor een genie in zijn beroep. - -De heer Von Hartstein verlangde, zoo dacht Stern, wel wat veel. Er -waren niet meer dan vier dagen verloopen sinds het bal in de villa had -plaats gehad en deze tijdsruimte was bijna te kort om een zoo geslepen -misdadiger op het spoor te komen. - -Henry Stern had immers een spoor, wat hij den millionair dan ook had -medegedeeld, maar het had tot dusverre tot niets geleid. - -Reeds in den voormiddag, volgende op den bewusten nacht, had hij het -huis, waar de auto hem had gebracht, weer opgezocht. - -Hij vond de woning zonder eenige moeite. Er huisde een oude vrouw, een -type, zooals men ze meer in de misdadigerswijken der groote steden -vindt. Zij verhuurde haar kamers voor enkele dagen of nachten, al naar -men het haar vroeg. - -Maar die oude beweerde niets van de zaak te weten. Den geheelen nacht, -zoo zei ze, had er geen licht in haar woning gebrand en niemand was -daar geweest, behalve zijzelf. De detective moest zich bepaald vergist -hebben. Waarschijnlijk bedoelde hij een ander huis uit de straat. - -Stern mocht de hulp der politie niet inroepen, daar de heer Von -Hartstein hem dit ten strengste verboden had. - -Aan dit verbod moest hij zich houden, hoewel juist in deze zaak de hulp -der politie hem veel waard was geweest. - -Zuchtend en ontevreden over zichzelf was Henry Stern nu op weg naar den -heer Rasmussen om, zooals zijn plicht was, dezen mede te deelen, wat -hij dien morgen in de villa had vernomen, toen een heer met -uitgestrekte handen naar hem toekwam. - -„Henry, oude jongen, hoe gaat het je?” - -De detective herkende onmiddellijk zijn vroegeren schoolkameraad Peter -Böcher en spoedig waren zij in een levendig gesprek gewikkeld, dat zij -op voorstel van den vriend, in een wijnrestaurant gingen voortzetten. - -Henry Stern vertelde, hoe hij eerst van plan was geweest om officier te -worden, maar dat een zeer onaangename duelgeschiedenis, die hij niet -had kunnen verhinderen, zijn carrière in het leger onmogelijk had -gemaakt. Door een toeval was hij detective geworden, een vak, waarvoor -hij werkelijk in de wieg scheen te zijn gelegd. - -„Dat is toevallig,” antwoordde de ander, „dan hebben wij ten slotte zoo -ongeveer hetzelfde beroep gekregen. Ik heb in de rechten gestudeerd en -ben geëindigd met commissaris van politie te worden.” - -„Hier in Berlijn?” vroeg Stern aangenaam verrast. - -De ander knikte toestemmend en vervolgde: - -„Ik weet, wat je zeggen wilt en ik zal je vraag dadelijk beantwoorden: -Als het mij eenigszins mogelijk is, zonder mijn plicht te verzaken, wil -ik je gaarne in ieder opzicht van dienst zijn.” - -Korten tijd daarna reden de beide vrienden in een huurrijtuig zamen -naar het hoofdbureau van politie. - -En nadat de commissaris Böcher daar zijn vriend zeer formeel aan den -chef van de recherche had voorgesteld, was deze zoo welwillend, -toestemming te geven tot het doorbladeren van het misdadigersalbum. - -Henry Stern deelde dien heer in vertrouwen mede waarom het hem te doen -was. - -Hierna bracht de commissaris den detective in een vertrek, dat het -zoogenaamde „misdadigersalbum” bevatte. Het was een langwerpige kamer -met tallooze vakken en planken aan de muren, waarin zich stapels -photographieën bevonden. Al deze beelden waren keurig gerangschikt -volgens leeftijd, kleur der haren, grootte en dergelijke kenteekenen -der misdadigers. - -Het was Henry Stern er om te doen, het portret van den man te vinden, -die op den balavond in de millionnairs-villa in de nis had gestaan, -tegen de marmeren zuil leunend en dien hij later was gevolgd tot op de -binnenplaats van het verdachte huis. - -Een geruimen tijd bleef zijn onderzoek vruchteloos. - -Eindelijk bracht de beambte een pakket pas aangekomen photo’s, welke -personen voorstelden, die in Berlijn of daar buiten bij het verlaten -van strafinrichtingen eerst kortelings waren gephotographeerd. - -Bij het bekijken van deze portretten greep Stern haastig naar een der -photo’s, terwijl hij sprak: - -„Die! Maar hij heeft zijn baard laten wegnemen!” - -Terwijl hij de photographie omdraaide, las de commissaris voor: - -„Adolf Müller, uit Myslowitz, bijgenaamd „Silezische Adolf”, geboren -den 23 Juli 1869. Herhaaldelijk gestraft wegens zwaren diefstal en -roof.” - -„Dat is hij!” sprak Henry Stern......., „als ik maar kon verklaren, hoe -de man in het bezit van het collier is gekomen. Want al heeft hij, hoe -dan ook, toegang gekregen tot de villa, de barones zal met hem toch in -geen geval gedanst hebben, want hij was niet eens aan haar -voorgesteld...... - -„En dat hij haar juist gepasseerd zou hebben in het oogenblik, waarop -zij het collier verloren heeft—zij miste het na een quadrille—is ook -niet aan te nemen!” - -De andere beambten haalden de schouders op en Peter Böcher sprak: - -„Ja, kerel, dat zijn de raadsels, die jij moet oplossen......” - -„In elk geval ben ik jou en de andere heeren heel dankbaar, dat ge mij -inzage van deze dingen hebt gegeven,” sprak Stern, „want ik weet nu -tenminste eenigszins met wien ik te doen heb.” - -„Ook wij zullen een oogje op den heer Adolf Müller houden,” verzekerde -de commissaris. - -Henry Stern nam afscheid en volgde dadelijk den raad, welken een der -heeren op het politiebureau hem had gegeven, door namelijk een bezoek -te gaan brengen aan een klein restaurant in de Seydelstraat, het -„Tipp-café”, zooals het door de bezoekers werd genoemd. - -De politie had dikwijls reden om dit restaurant in het oog te houden, -omdat er herhaaldelijk misdadigers en landloopers bijeen kwamen en -omdat er, hoewel de eigenaar dikwijls was gestraft, hoog gespeeld werd. - -In den namiddag van dienzelfden dag verscheen in het café Säusler, -zooals het officieel heette, een heer met kleine Engelsche bakkebaarden -en die ook volgens zijn kleeding en geheele optreden den burgerlijken -Engelschman verried. - -Hij bestelde op langzamen toon, met echt Engelsch accent sprekend, -eerst een glas bier en, omdat hij dit niet kon krijgen, een glas port. - -Met blijkbaar welbehagen dronk hij zijn glas leeg. - -Daarop nam hij een sportblad op en verdiepte zich in den inhoud -daarvan, waarbij hij dikke rookwolken blies uit een korte tabakspijp. - -Zoo zat hij een uur lang en daarna nog een uur, zonder dat hij zijn -jockeypet van het hoofd nam. - -Ook toen twee personen het overigens leege Tipp-café binnentraden, keek -hij niet uit het blad op, dat hem blijkbaar zeer interesseerde. - -De beide zeer elegant gekleede heeren gingen het bij dag steeds vrij -donkere café binnen en spraken bij het buffet een poosje met den daar -vertoevenden kellner. - -Daarop wilden zij blijkbaar het lokaal weer verlaten, toen de kleinste -der twee, iemand met een zwart snorretje en een bescheiden uiterlijk, -sprak: - -„Zeg, we zouden wel eerst een glaasje pils kunnen drinken.” - -Zij namen plaats in de onmiddellijke nabijheid van den Engelschman en -begonnen te spreken van een fuif, welke zij blijkbaar den vorigen avond -hadden meegemaakt. - -De Engelschman wendde, zich achter zijn blad verborgen houdend, geen -oog van hen af. - -Hij had dadelijk in den een den „Silezischen Adolf” herkend en was in -hetzelfde oogenblik vast besloten, hem nu niet weer uit het oog te -verliezen. - -Dit was nu, op klaarlichten dag, zoo gemakkelijk niet, maar Henry Stern -gevoelde, dat zijn goede naam als detective op het spel stond! - -Hij betaalde nu en vroeg den kellner iets in gebroken, met Engelsch -vermengd, Duitsch, wat deze niet verstond. Hij had de voldoening, dat -de kleinste zijner twee buren zijn woorden vertaalde. - -Daardoor kwam hij met hen in gesprek en vertelde, dat hij in Berlijn -vreemd was. Hij was voor de wedrennen overgekomen en omdat Berlijn hem -zoo goed beviel, wilde hij nog een paar dagen blijven. Maar tot zijn -spijt kende hij niemand die hem een beetje in de stad kon rondgeleiden, -en er was zooveel bezienswaardigs! - -De detective verstond meesterlijk de kunst om zich oliedom voor te doen -en dadelijk bemerkte hij, dat de beide heeren elkaar bij zijn verhaal -veelbeteekenend aankeken. - -„Wij zijn een paar echte Berlijners”, sprak nu Silezische Adolf, „en -het zou ons een genoegen zijn, u eens te laten zien, hoe het bij ons -toegaat.” - -„Ja,” viel de ander in, „wij zijn al sinds gisteren aan den boemel en -juist in de goede stemming. Als ge u bij ons wilt aansluiten, zult ge -eens zien! Als iemand geld heeft in Berlijn, kan hij den duivel laten -dansen!” - -„Wel”, sprak de Engelschman, „dat zal ik doen...! En ik dank ook -ervoor, dat gij mij meeneemt!” - -„O, dat beteekent niets,” antwoordde de kleine, die zich als Fritz von -Behr voorstelde, „dat is Christenplicht om een buitenlander een beetje -den weg te wijzen...! Kom maar, wij nemen nu een rijtuig en gaan er op -uit!” - -Al spoedig zat het drietal in een automobiel om de verschillende bars -en café’s der Friedrichstrasse te bezoeken. - -Henry Stern merkte al spoedig dat het zijn kameraden er om te doen was, -hem dronken te maken. - -Maar hij kon tamelijk veel verdragen en daarenboven nam hij slechts -vrij onschuldige dingen. - -Silezische Adolf scheen hoe langer hoe meer schik te krijgen in de -aanwezigheid van den nieuwen kennis. - -Het was intusschen avond geworden en Adolf stelde voor om iets zeer -interessants, een stukje van het echte donkere Berlijn te gaan zien. - -„Ik weet een danshuis,” sprak hij, „zooiets hebt gij in uw heele leven -nog niet gezien, Mr. Sylvers!” - -Onder dezen naam had de detective zich aan de beide booswichten -voorgesteld. - -„Gij kunt daar de ergste misdadigers van Berlijn te zien krijgen, -zooals je ze anders alleen in sensatieromans hebt. Iets interessanters -bestaat er niet!” - -Henry Stern bedacht zich niet lang. Hij had een dolk en een met zeven -patronen geladen pistool bij zich. - -Daarenboven was hij niet alleen sterk, maar ook buitengewoon behendig. - -En wat nog meer waard was, dat was de ongekende moed, dien hij in alle -omstandigheden aan den dag legde. - -De auto passeerde nu ongeveer dezelfde buurten als die, waardoor Henry -onlangs midden in den nacht op minder gemakkelijke wijze was gereden. -Eindelijk bleef de wagen staan voor een gebouw, boven welks ingang een -groote verlichte ballon prijkte, die den naam „Mooren-Paleis” leesbaar -maakte. - -„Eigenlijk heet het hier „de Pan,”” merkte Adolf op. „En gij zult zoo -meteen zien, wat in die pan gekookt wordt, mijnheer!” - -Door de deur kwam men eerst in een café van minder allooi, waar het -benauwd en onfrisch was. Hier deden zich tal van verloopen sujetten met -hun dames van twijfelachtig soort te goed aan groote glazen bier en -sterken drank. - -Dan kwam men in een smalle gang, die naar een groote kelderruimte -voerde. - -Dit vertrek, dat de drie mannen nu betraden, was laag van zoldering en -iemand van normale lengte moest oppassen om zijn hoofd niet te stooten -tegen de groote petroleumlampen die van het plafond afhingen. - -Deze danszaal was ongeveer tien meter lang en zes breed. - -Een lachende, schreeuwende menigte danste als dol in het rond bij de -tonen der woeste muziek. - -Een walgelijke reuk van alcohol, rook en menschelijke uitwaseming vulde -de ruimte, en het geheel maakte den indruk van een reusachtigen -heksenketel, waarin de menschelijke hartstochten en ondeugden -voortdurend koken. - -Hier beneden was het schuim van de bevolking der reuzenstad bijeen. - -De meisjes waren deels in lompen gehuld, deels opgesmukt als een pauw. -De mannen droegen smerige kielen, waarin zij langen tijd gewerkt hadden -of goede kleeren, die zeer zeker niet op rechtmatige wijze verkregen -waren. - -Henry Stern had veel woeste tooneelen in zijn leven bijgewoond; zijn -beroep bracht hem, al was het dan ook als toeschouwer, met dergelijke -toestanden in aanraking, maar hier werd hij toch met walging vervuld. - -Zijn beide geleiders, die blijkbaar niet veel beter waren dan de -danslustigen—dat bewezen de talrijke begroetingen en de knikjes van -verstandhouding uit de verschillende rijen der meisjes en mannen—zij -beiden hielden den detective in hun midden. En Henry Stern begreep, dat -het bezoek aan de Pan van niet onschuldigen aard zou zijn. - -Hij greep in zijn zak naar zijn pistool. - -In dit oogenblik drong weer een nieuwe stroom bezoekers de zich achter -hen bevindende deur binnen en Stern merkte op, dat Silezische Adolf -zich naast hem omkeerde en iemand een teeken gaf. - -Bijna tegelijkertijd kreeg de detective een geweldigen duw in zijn rug, -zoodat hij tegen de dansende paren werd geworpen. - -Hij werd teruggeslingerd en zonder dat het hem gelukte, weer op de been -te komen, vloog hij heen en weer tusschen de vuisten der gasten... - -De vrouwen schreeuwden, eenige mannen brulden, anderen lachten, en -gemeene scheldwoorden weerklonken. - -De detective begreep, dat dit een complot tegen hem was. - -En toen hij nu kreten vernam als: „Vervloekte spitsboef!” en -„Politiespion!” twijfelde hij er niet meer aan of Silezische Adolf had -hem herkend en aan zijn makkers verraden, ja, hem zelfs met opzet -hierheen gelokt. - -Deze gemeene schurk was slim genoeg om zijn vijand niet zelf te -lynchen, maar deze wraak over te laten aan het geheele gezelschap, dat -in dezen danskelder zijn woest bachanaal vierde. - -Getrapt, geslagen en bijna krankzinnig van woede en pijn, gelukte het -Henry Stern eindelijk om een der wanden te bereiken, waar hij een stoel -greep en ieder dreigde neer te slaan, die hem zou durven naderen. - -Maar nu kwamen zijn belagers eerst in al hun ruwheid los. De messen -werden te voorschijn gehaald en in een dichten drom naderden zij den -jongen man, wien nu niets anders overbleef dan zijn revolver te -voorschijn te halen en tegen de steeds nader dringende bende te -schreeuwen: - -„Halt! Wie nog één stap waagt, is een kind des doods!” - -Een oogenblik week de troep achteruit, vreezende voor een doodelijk -schot uit het wapen, maar dadelijk drongen de achtersten weer -voorwaarts, het gebrul verdubbelde en toen het eerste schot, dat Henry -Stern boven de hoofden zijner aanvallers richtte, afging, vlogen drie -tegelijk op hem aan, sloegen hem het wapen uit de hand, dat weer -afging, maar niemand trof, en sleurden hem op den grond. - -De detective dacht, dat dit zijn laatste oogenblik zou zijn. Slechts -het feit, dat hij zooveel aanvallers had en de een den ander wegduwde, -redde hem nog voor het oogenblik. - -Ondanks dit alles gaf hij den moed nog niet op. - -Hij had een der kerels bij de keel gegrepen en naar zich toe getrokken, -om op die wijze voorloopig een schild te hebben. Maar hij voelde -duidelijk, dat ook deze hulp slechts van korten duur zou zijn. - -Nu trok iemand met reuzenkracht zijn handen los, een geheele bende viel -op hem aan......! - -In dit oogenblik van allerhoogsten nood weerklonk plotseling een schril -gefluit door de onderaardsche zaal. - -De massa stoof uit elkaar, zij, die hem vasthielden, hem sloegen en -trapten, wendden zich allen tegelijk van hem af. - -En toen het hem, eindelijk bevrijd, gelukte zich op zijn knieën op te -richten, zag hij, dat van twee kanten tegelijk politieagenten het -lokaal waren binnengedrongen en dat dus, als door een wonder, op het -uiterste moment redding voor hem was opgedaagd. - -Hijgend en met groote moeite stond hij op en bereikte, zich aan den -muur vasthoudend, een stoel, waarop hij vol builen en schrammen en met -hevige pijn, neerviel. - -Een deel der schurken scheen ontkomen te zijn en meerdere -politiedienaren waren bezig, eenige individuen, die men reeds lang -zocht, gevangen te nemen. - -Tot zijn onuitsprekelijke vreugde bemerkte de detective, dat zich -zoowel Silezische Adolf als diens kleine vriend daarbij bevonden. - -Nu naderde een groote, corpulente politie-beambte, en Henry herkende -met het laatste restje bewustzijn, dat hem was gebleven, zijn ouden -vriend, den commissaris Böcher, die dezen inval had bevolen, in de -hoop, zijn vriend hier te zullen vinden en hem misschien te kunnen -helpen. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - -DE CLUB DER MILLIONAIRS. - - -Het was in den namiddag toen in het rooksalon van de Millionairsclub de -heeren in hun gemakkelijke fauteuils van hun mokka, likeur en fijne -sigaren zaten te genieten. - -Een der heeren, die het uiterlijk had van een bon-vivant en speler, zat -met iemand te praten, van een zeldzaam schoon, sympathiek uiterlijk. - -Hij streek met zijn slanke, witte vingers langs zijn zwarte snor en -vertelde juist een anecdote, toen een bediende van de Club binnentrad -en meldde, dat men Lord Brigham aan de telephoon te spreken vroeg. - -De ongeveer 30-jarige heer stond met een elastische beweging op en -volgde den bediende naar het telefoontoestel. - -De Lord bracht de telephoon aan zijn oor en riep met zijn aangename, -welluidende stem: - -„Hallo!... Wie daar?” - -Hij moest eenige oogenblikken wachten, daarop hoorde hij glimlachend, -hoe een met opzet veranderde, vrouwelijke stem sprak: - -„Mag ik om het adres van Lord Brigham verzoeken?” - -„Ik ben zelf aan het toestel,” antwoordde deze, „en woon in de -Victoriastraat 68, eerste etage.” - -„En wanneer is Mylord te spreken?” - -Als tegenvraag klonk het: - -„Met wien heb ik de eer?” - -„Men verzoekt u, hiernaar voorloopig niet te vragen... Uwe Lordschap -kan een dame een grooten dienst bewijzen, als gij haar zoo spoedig -mogelijk eenige minuten te woord wilt staan.” - -„Ik zal binnen tien minuten in mijn woning zijn.” - -„O, dank u!” - -De telephoonbel weerklonk en Lord Brigham ging naar de garderobe, waar -de bediende hem met zijn overjas hielp en hem den cylinder en stok -overhandigde. - -Hij besteeg zijn auto, die voor het gebouw op hem wachtte, en in minder -tijd dan hij had opgegeven, stond de Lord in de op Indische wijze -ingerichte kamer, die hem als ontvangsalon dienst deed. - -De vloer was hier met matten bedekt en de muren waren bekleed met het -zeldzame borduurwerk, dat van Madras komt. De meubelen, die uit verguld -bamboe waren vervaardigd, maakten alle den indruk van sierlijkheid en -elegance. Voor de vensters hingen kostbare moesseline gordijnen met -vreemde, gouden figuren bewerkt. Het geheele vertrek had hierdoor iets -sprookjesachtigs, vooral ook door het zachte, getemperde licht. - -Er werd gebeld. De binnentredende, als Engelsche jockey gekleede -bediende, diende een dame aan. - -„Ik verzoek, binnen te laten!” sprak de Lord. - -Dadelijk daarop trad mevrouw Adelheid von Hartstein den Indischen salon -binnen, den dichten sluier terugslaand en haar van verlegenheid blozend -gezichtje vertoonend. - -Lord Brigham ging haar met uitgestrekte handen tegemoet en sprak: - -„Mijn lieve Mevrouw! Wat verschaft mij de groote eer en het -onuitsprekelijke genoegen, u bij mij te zien?” - -De tranen kwamen in haar mooie, blauwe oogen te voorschijn. - -„Ik bid u,” zei hij zacht; terwijl hij de jonge vrouw naar een divan -geleidde, „blijf kalm, mevrouw. Om welke reden gij ook hier gekomen -zijt; als het in mijn macht ligt, zal ik u gaarne helpen, dat verzeker -ik u!” - -Zij knikte hem zacht weenend toe en sprak eindelijk met een diepen -zucht: - -„Het is zeker dwaas, dat ik mij tot u wend. Ik weet niet, hoe het komt, -dat ik zooveel vertrouwen in u stel......” - -Zij sloeg de oogen neer en een donkere blos bedekte haar gelaat en -hals. - -Met een weemoedigen glimlach keek hij naar haar en moedigde haar daarop -aan, hem haar zorgen mede te deelen, opdat hij die zoo mogelijk, zou -kunnen verlichten. - -Nu begon zij te vertellen van dien nacht, toen zij half slapend een -mannelijke gedaante voor haar bed had gezien; hoe zij eerst geen waarde -aan die verschijning had gehecht en—zij fluisterde bijna onhoorbaar—aan -iemand anders had gedacht. - -De blanke hand van den man tegenover haar streelde zacht haar gebogen -hoofd en toen zij daarna haar diepblauwe oogen tot hem opsloeg, vroeg -hij zacht en dringend: - -„Mag ik ook weten, wie het was, dien gij in dien nacht meendet voor u -te zien?” - -Zij antwoordde niet. - -Maar haar bekoorlijke verlegenheid, haar zwijgen en de hartstochtelijk -bevende lippen zeiden hem genoeg. - -Hij boog droevig het hoofd; een oogenblik was het, alsof hij haar in -zijn armen wilde nemen en aan zijn borst drukken; daarop fluisterde hij -met trillende lippen zacht en droef: - -„Mevrouw, gij zijt gehuwd en ik heb niet het recht, u los te rukken van -den man, die u een zonnig leven verschaft. Ik kom en ga en mag het lot -van een vrouw niet aan het mijne binden......” - -Met vochtige oogen keek zij naar hem op. Zij had er misschien niet over -gedacht, van haar man heen te gaan, maar het klonk haar zoo -merkwaardig. - -„Gij weet niet, wie ik ben!” - -Maar voordat zij hierover verder kon nadenken, verzocht hij haar hem te -vertellen, wat haar zoo angstig maakte. - -O, dat was spoedig gezegd. - -De man, die op het bal in de nis had gestaan en die ongetwijfeld de -dief van haar collier was, vervulde haar met zoo grooten angst. Hij was -het zeker ook geweest, die des nachts in haar slaapkamer was gedrongen! -Misschien omdat hij had gehoopt, nog meer te stelen. - -En hedenmorgen had haar echtgenoot haar meegedeeld, dat die man gepakt -was, dat hij reeds voor het gerecht was geleid. Als hij nu eens -vertelde, dat hij dien nacht in de slaapkamer van barones Von Hartstein -was geweest, dat hij voor haar bed had geknield en haar handen -gekust!...... Zij had dit niet aan haar echtgenoot durven vertellen! -Haar eenige verontschuldiging was, dat zij in de gestalte van den -inbreker het beeld van den man, dien zij liefhad, had meenen te zien, -en dit had zij haar man niet durven bekennen!... - -Terwijl Adelheid dit vertelde, vloeiden steeds haar tranen. - -Daarop echter sprak hij met een heimelijke vreugde, die zij niet -begreep: - -„Vrees niets! Al kan ik u ook niet alles verklaren, toch kunt gij mijn -woorden gelooven: de man, dien gij destijds in uw balzaal hebt zien -staan, is niet dezelfde geweest, die u in den nacht bezocht. Hij zal u -geen onaangenaamheden bereiden, want hij kent u niet en vermoedt -nauwelijks uw bestaan... Ik herhaal u nog eens, dat gij gerust en -onbezorgd kunt gaan slapen, niemand behalve uw eigen mond kan u -verraden!” - -Met verbaasde blikken keek zij hem aan. - -„Maar hoe...? Waarom...?” - -Met een zachten glimlach sprak hij: - -„Gij moogt mij niets vragen, al was het alleen, omdat het mij oneindig -leed doet, u ieder antwoord schuldig te moeten blijven! - -„Vóór alles zou ik graag willen dat gij, als wij afscheid hebben -genomen, in vriendschap aan mij bleeft denken!” - -„Gaat gij heen? Wanneer? Of mag ik ook dat niet weten?” vroeg zij -angstig. - -„Ik weet het zelf op dit oogenblik nog niet. Ik ben als een vogel, die -in de lucht opstijgt en aan de hand ontvlucht, die zich uitstrekt om -hem vast te houden.” - -De schemering daalde neer op aarde en hulde het vertrek in -sprookjesachtige schaduwen. Het was stil geworden in het Oostersche -salon. - - - - - - - - -ACHTSTE HOOFDSTUK. - -DE OVERVAL. - - -Ondervraagd door de politie, had Silezische Adolf elke verklaring -geweigerd. Hij beweerde met onverstoorbare kalmte, dat hij zich van -geen kwaad bewust was en niet begreep, wat de heeren van hem -verlangden. Hij verzocht beleefd, weer in zijn cel teruggebracht te -mogen worden, omdat hij moe was en slapen wilde. - -Eenigen tijd later werd hij opnieuw in verhoor genomen door commissaris -Böcher. Maar ook nu zonder eenig resultaat. Men had hier blijkbaar met -een zeer verstokten booswicht te doen, die niet gemakkelijk tot spreken -was te dwingen. - -Henry Stern was bij dit verhoor tegenwoordig en liet glimlachend de -woedende blikken van den misdadiger langs zich heen gaan... - -Op den dag na het voorgevallene in het danshuis was de bankier Von -Hartstein persoonlijk bij den jongen detective in diens woning geweest, -hij had hem zelfs zijn eigen dokter gezonden en hem een belangrijk -bedrag ter hand gesteld als extra belooning. - -„Ik waardeer ten volle, wat gij voor mij hebt gedaan,” sprak hij tot -den patiënt. „Als iemand zooals gij zijn leven op het spel zet in het -belang van degenen, die hem betalen, dan is hij iemand van -plichtsbetrachting, die alle achting verdient!” - -Henry Stern was zeer verheugd over deze woorden, ook het geld kon hij -best gebruiken en met verdubbelden ijver vatte hij, nog nauwelijks -hersteld en met verbonden hoofd, de zaak weer op. - -Toen men den misdadiger weer had weggebracht, sprak hij tot Peter -Böcher: - -„Men zal den anderen kerel, die helaas ontsnapt is, ook nog moeten -pakken en dan de beide vrouwen zien te vinden, die indertijd des nachts -in hun gezelschap waren, toen ik ze bespiedde.” - -„Goed en wel,” meende de commissaris, „maar dat zal zoo gemakkelijk -niet gaan.” - -In dit oogenblik hoorde men in de gang buiten een vervaarlijk -geschreeuw. De commissaris ging naar buiten en sprak, toen hij -terugkwam: - -„Het beteekent niets. De agenten hebben een kerel, die juist -binnengebracht werd, een briefje afgenomen.” - -„Mag ik het zien?” vroeg Henry Stern vol belangstelling. - -De commissaris gaf hem het door middengescheurde stukje papier en de -detective las: - -„Let op Hol! Nobele drietal uit de Sof!” - -Ook de andere beambten lazen het en lachten. Niemand begreep den -inhoud. - -Eindelijk sprak Stern, die zich ook theoretisch op de hoogte had -gesteld van zijn beroep: - -„Weet gij, wat dit beteekent, heeren?” - -„Neen,” sprak Peter Böcher, „weet jij het?” - -De detective knikte: - -„Zeker! Deze woorden beteekenen niets meer of minder dan dat iemand, -die van hier naar de strafgevangenis overgebracht zal worden, op moet -letten voor het „Hol”, dat beteekent Moabit, omdat daar „het nobele -drietal”, dat zijn natuurlijk drie zijner kameraden, op hem wachten, -die hem „uit de sof”, dat wil zeggen „uit de misère” zullen halen, dus -vrij zullen maken... Het is jammer, dat wij niet weten aan wien deze -brief is gericht!” - -„O!” meende Böcher, „dat zou wel uit te vorschen zijn. Wij zullen eens -kijken, waar de brenger van het briefje zich nu bevindt” - -Reeds was hij naar buiten gegaan en na eenige minuten kwam hij terug -met een lang opgeschoten, slungelachtigen jongen man, die ingepikt was -wegens moedwillige beleediging en overlast. - -„Het heeft er veel van,” fluisterde de commissaris tot zijn vrienden, -„alsof deze bengel, die er reeds een flinke boeventronie op nahoudt, -zich alleen heeft laten oppakken om dit briefje te kunnen overbrengen. -Ik geloof, dat het het beste is, dat wij ons houden alsof wij het -briefje niet kunnen ontcijferen en van hem willen weten, wat de woorden -beteekenen.” - -Hij wendde zich tot den jongen en deed een dusdanige vraag. Deze -grijnsde en sprak: - -„O, dat is maar een gijntje! Dat heb ik maar es zoo opgeschreven, voor -de mop!” - -De beambte antwoordde hierop niet, maar vroeg, plotseling een zeer -beleefden toon aannemend: - -„Hebt gij al ontbeten?” - -De aangesprokene schrikte op. Deze woorden beteekenen in de conversatie -der politiebeambten met de boeven, dat den onwilligen misdadiger een -flink pak slaag zal worden toegediend door de stevige knuisten der -politiemannen. - -„Ik laat me niet donderen!” riep de jongen op half huilenden toon. „Dat -mag je niet doen!” - -De commissaris sprak lachend: - -„Wat wij mogen of niet, zullen wij zelf wel het beste weten!” - -„Dat zal wel!” antwoordde de jonge man, „je wil mij zeker laten -smoezen?... Wat in dat briefje staat, vertel ik toch niet!” - -„Nu, denk er nog maar eens over na... In elk geval kun je je eerst -versterken!” - -Een der politieagenten bracht op bevel van zijn chef een paar dikke -boterhammen binnen, waarop de slungel aanviel als een hongerige wolf. - -Daarop bracht men hem met opzet in het vertrek der beklaagden, waar een -groot aantal personen, die gevangen waren genomen en hun eerste verhoor -moesten ondergaan, bijeen waren. - -Tien minuten later werd in deze groote, kale ruimte nog iemand -binnengelaten, die naar zijn uiterlijk scheen te behooren tot de hier -verzamelde elementen maar in werkelijkheid een beambte der politie was. - -Toen men dezen man een half uur later weer weghaalde, was hij volkomen -op de hoogte. De jonge man had hem dadelijk om papier en potlood -gevraagd en, toen hij in het bezit daarvan was, een nieuw briefje -geschreven. - -Daarop had hij op sluwe, maar ondubbelzinnige wijze geïnformeerd naar -Silezischen Adolf, die klaarblijkelijk het briefje moest ontvangen. - -Henry Stern en de commissaris overlegden samen, hoe zij dit zaakje -verder zouden behandelen. - -Adolf zou nog dienzelfden middag naar Moabit overgebracht worden, „en,” -sprak de commissaris, „ik vermoed absoluut niet, waar de kerels willen -probeeren, hun makker te bevrijden.” - -„Zij rekenen er zeker op,” vervolgde Peter Böcher, „dat wij zware -misdadigers liever niet in den gevangeniswagen, maar per rijtuig, -vergezeld door een paar vertrouwde mannen, naar Moabit overbrengen. En -van deze gewoonte zullen wij ook heden niet afwijken.” - -Een uur later werd dan ook werkelijk de gevangene Adolf Müller -getransporteerd. Maar eerst vertrok een ander rijtuig, waarin zich -Peter Böcher, de detective en bovendien nog twee reusachtig gebouwde -agenten van politie bevonden. - -Toen het rijtuig, waarin Silezische Adolf, in de Lehrterstrasse voor -den kleinen ingang van de Moabiter cellulaire gevangenis stilhield, -kwam toevallig een troepje mannen in werkkielen, die van hun arbeid -schenen te komen, den hoek om. Zij slenterden rookend en pratend naar -het rijtuig toe, waaruit juist de eerste politieagent te voorschijn -kwam. - -Een der arbeiders vroeg, stamelend, alsof hij dronken was: - -„Wien breng je daar, mannetje? O, wat een mooie jongen!” - -Intusschen klom de met een stalen ketting geboeide misdadiger uit het -rijtuig. Hij keek bliksemsnel om zich heen en had onmiddellijk den -toestand overzien. - -In dit oogenblik naderden twee meisjes met groote hoeden vol veeren, in -zijden japonnen en met gepoederde gezichten. - -„Jullie zult toch zeker niet dulden, dat ze je vriend in de Bajes -brengen? Slaat er op, dat hun helmen wegvliegen!” - -En tegelijkertijd sloeg zij reeds met haar parapluie naar den agent. - -Deze had werk om de nu snel op elkaar volgende slagen af te weren en -wilde juist zijn sabel trekken, toen de vijf arbeiders met kracht de -beide agenten wegduwden en den gevangene in een kring insloten. Een -eindweegs duwden zij hem voort, daarop zette hij het zelf op een loopen -zoo snel hij kon. - -Honderd pas verder stond een ander rijtuig, blijkbaar op iemand te -wachten. - -Maar nog voordat de kameraden van den misdadiger en deze zelf het -rijtuig konden bestijgen om weg te rijden, kwam een ander rijtuig -aangereden, waaruit twee beambten in uniform, commissaris Böcher en de -detective sprongen. - -Ook de twee andere politieagenten die zich met groote krachtsinspanning -van hun aanvallers hadden bevrijd, kwamen aangesneld. - -Vol woede, met hun messen in de hand, wierpen de handlangers van -Silezischen Adolf zich op de beambten. Adolf zelf sloeg en trapte als -een razende om zich heen. - -Nu beval de commissaris de sabels te trekken en dit maakte al rasch een -einde aan den strijd. - -Een der aanvallers stortte gewond neer, een paar ontvluchtten -schreeuwend en de anderen gaven zich op genade of ongenade over. - -Met den gevangene, die als een duivel om zich heen beet en trapte, -hadden de agenten de meeste moeite. Eindelijk wierpen zij hem, aan -handen en voeten geboeid in het rijtuig. - -Een der beide vrouwen, die samen ontsnapt waren, had op haar vlucht een -taschje verloren, dat Henry Stern opende en waaruit hij een -zakkalendertje met haar adres te voorschijn haalde. - -„Drommels!” sprak Böcher lachend, „ik geloof, dat zij een oude, goede -bekende van ons is. Het beste is, dat wij de agenten met het transport -naar het hoofdbureau zenden en zelf op onderzoek naar dit vrouw-mensch -uittrekken.” - -In de beide rijtuigen werden nu Silezische Adolf en zijn eveneens -geboeide handlangers gepakt, onder geleide der agenten terwijl de -commissaris en Stern een ander rijtuig namen. - -Zij reden naar de Gollnowstraat, waar het meisje, dat blijkbaar de -bruid van Silezischen Adolf was, woonde. - -Zij waren nog niet eens zoo ver gekomen, toen Henry Stern, toevallig -naar buiten kijkend, de beide vrouwen uit een kleinen -banketbakkerswinkel zag komen. - -„Let op”, sprak Böcher, „ik stap nu, achter haar, uit, jij rijdt nog -een eindje verder en loopt haar dan tegemoet. Op die wijze kunnen ze -ons niet ontsnappen.” - -Weinige minuten later zaten de beide vrouwspersonen met haar -ongewenschte cavaliers in een gesloten rijtuig, dat hen samen naar het -Alexanderplein bracht. - -Reeds onderweg verklapte de eene, die alles in het werk stelde om weer -op vrije voeten te komen, de zaak. Zij vertelde nauwkeurig, hoe het -plan om Silezischen Adolf te bevrijden, was uitgegaan van haar -gezellin, de zwarte Rosa, die de bruid van den misdadiger was. - -Nu hadden de beide mannen werk om het liefje van den inbreker, dat als -een furie op haar vriendin losvloog, tegen te houden. - -De andere verried in haar woede nog meer. - -„Je kunt zeggen, wat je wilt. De halsketting had hij bij ons, in de -Beumestraat...” - -De beide vrienden wisselden een snellen blik van verstandhouding. - -„Waar had hij die ketting gekregen?” vroeg Peter Böcher. - -„Van den een of anderen graaf!” antwoordde het meisje. „Misschien heeft -hij het ding nog in zijn huis.” - -„Waar woont Adolf Müller?” - -Maar nog voordat het meisje had kunnen antwoorden, stortte haar -vriendin zich op haar. - -Een woest gevecht speelde zich nu in het rijtuig af. De glasscherven -vlogen op straat, de koetsier liet de paarden stilstaan en een groote -menigte verzamelde zich om den wagen. - -Er bleef niets anders over, dan dat ieder der beide mannen met een der -meisjes in een rijtuig steeg en naar het politiebureau reed. - -De detective was in gezelschap van de zeer toegetakelde vriendin der -zwarte Rosa. Hij had met den commissaris afgesproken, dat hij het -meisje haar vrijheid terug zou geven, zoodra hij het adres der woning -van Adolf van haar had gekregen. - -En dit duurde niet lang; het rijtuig hield stil, het meisje maakte zich -uit de voeten en de detective reed naar het noordelijk gedeelte der -stad. - -Daar, vlak bij het danshuis, waar hij zulke bittere ervaringen had -opgedaan, was de woning van Silezischen Adolf. - -Hij woonde daar bij een vrouw, die een zeer ongunstigen indruk maakte -en gewoonweg ontkende, Adolf ooit gezien te hebben. Zij wilde Stern -beletten, het huis binnen te treden. - -Deze echter duwde haar eenvoudig op zij met de woorden dat zij, als zij -nog verdere bezwaren maakte, eveneens gevangen genomen zou worden. - -Intusschen verscheen ook Böcher, die telephonisch bericht van Stern had -gekregen. - -De beide vrienden moesten lang zoeken, eer zij dat, wat hun bijzonder -interesseerde, in de woning van Silezischen Adolf hadden gevonden. - -Wel vielen hun al dadelijk verschillende voorwerpen van waarde in -handen, die afkomstig moesten zijn van kleinere of grootere -diefstallen, maar het diamanten collier was niet te vinden en ook geen -enkel spoor van dezen diefstal. - -Toevalligerwijze zag Henry Stern, wiens speurdersoog overal rondblikte, -in een aschbakje een menigte sigarettenpuntjes liggen. Zij waren alle -zonder mondstuk, behalve een met een lang mondstuk, waarop in gouden -letters „C. D. M.” en een gouden kroontje waren gedrukt. Een beetje -verder stond de naam der firma „C. Caldiropulos, Berlijn W.” - -Met een fijnen glimlach nam Stern het papierrolletje op en toonde het -zijn vriend. - -Deze begreep dadelijk, dat nu het raadsel was opgelost. - -Silezische Adolf was het werktuig van een ander geweest. - -Een half uur later hield het rijtuig met de beide ambtenaren van -politie stil voor den sigarettenwinkel van een Griek, die hun op hun -vragen mededeelde, dat deze soort van sigaretten uitsluitend werd -vervaardigd voor de Club der Millionairs. - - - - - - - - -NEGENDE HOOFDSTUK. - -DE MACHT DER LIEFDE. - - -Baron Von Hartstein zat juist met zijn echtgenoote aan het diner, toen -de bediende een kaartje binnenbracht. - -Toen hij een blik op den naam had geworpen, sprak hij, aangenaam -verrast: - -„Laat dien heer dadelijk in mijn particulier kantoor!” - -„Is het zoo’n gewichtig bezoek, Maximiliaan?” vroeg zijn vrouw -verbaasd. - -„Zeker”, antwoordde de millionair en ging de kamer uit. - -Een kwartier later kwam hij in zeldzame opwinding terug. - -Zonder te weten waarom, had Adelheid een gevoel, alsof er iets -vreeselijks zou gebeuren, zij voelde zich den laatsten tijd, ondanks de -geruststellende verzekering van Lord Brigham, voortdurend zenuwachtig -en angstig. - -Haar echtgenoot had weer aan tafel plaats genomen en bleef in diepe -gedachten voor zich uit staren. - -Eindelijk vroeg de jonge vrouw op bedeesden toon: - -„Wat is er, Maximiliaan?.... Je maakt mij door je houding angstig.” - -„Het is ook bijna niet te gelooven”, antwoordde de bankier. - -„Wat dan? Vertel het mij toch!” smeekte zij. - -De bankier schudde het hoofd, bromde iets in zijn grijze snor en scheen -weer ernstig na te denken. - -Eindelijk sprak hij: - -„Het is onmogelijk! Het kan niet....” - -En weer na een pauze: - -„Die lui.... hm.... hm.... die detective en commissaris.... zij -gelooven....” - -Weer zweeg hij. - -„Neen! neen! neen! Het is àl te belachelijk! Het is een overdreven -inval van de politie!” - -Steeds angstiger en bijna weenend vroeg Adelheid: - -„Maar ik begrijp je niet! Je spreekt zoo onduidelijk! Wat is dan toch -onmogelijk? Verdenken die heeren iemand, die... die ons interesseert?” - -Terwijl zij dit vroeg, vermoedde de jonge vrouw reeds alles. Steeds -weer alles combineerend, wat er sinds dien nacht in haar slaapkamer was -gebeurd, had zij een voorgevoel gekregen, dat zij met alle kracht van -zich af wilde zetten. - -Zij waagde het niet, zich geheel rekenschap te geven van haar -gedachten, maar zij wist van te voren, wat haar echtgenoot haar nu zou -meedeelen. En daarom was zij niet zoo verbaasd als hij het zooeven was -geweest. - -„De beide heeren vermoeden,” sprak hij, „dat de dief van je collier een -der leden van de millionairsclub is. Wie—dat hebben zij zelf nog niet -ontdekt. Zij vroegen mij, of ik iemand verdacht, ik kon natuurlijk niet -het minste zeggen... Ik geloof, dat het een vergissing is en heb hun -den raad gegeven, zoo voorzichtig mogelijk te werk te gaan.” - -Het was de jonge vrouw, alsof plotseling al haar bloed tot ijs was -geworden, een onnatuurlijke kalmte had zich van haar meester gemaakt. -Zij wist nu, wie haar het collier ontstolen had! - -Maar geen enkele gedachte aan toorn kwam bij haar op. Zij vroeg niet, -waarom hij zoo gehandeld had. Zij bedacht niet, dat hij een misdadiger -was, dat hij niet paste in de kringen, waarin hij zich bewoog en waarin -hij zulk een sympathieke verschijning was! - -„Je blijft merkwaardig kalm”, merkte de bankier op. - -Zij glimlachte. Daarop sprak zij op onverschilligen toon: - -„Er gebeurt zooveel ongehoords, dat men zich over niets meer behoeft te -verbazen.” - -„Nu, het is goed, dat je het kalm opneemt”, sprak Von Hartstein, „maar -het bewijst, dat gij, vrouwen, sterkere zenuwen hebt dan wij. En nu -moet je mij verontschuldigen, ik heb een gewichtige vergadering.” - -O, hoe gaarne verontschuldigde zij hem! - -Nauwelijks had hij de kamer verlaten, toen ook zij zich door haar -kamenier liet kleeden om uit te gaan. Zij knoopte een dichten, bijna -ondoorzichtigen sluier om haar hoed en verliet te voet de villa. - -In een andere straat nam zij een automobiel, waarin zij zich naar een -afgelegen stadsgedeelte liet brengen. Daarop reed zij per tram een -eindweegs en legde een verder deel van haar weg weer te voet af. -Eindelijk nam zij nog een huurrijtuig en reed tot aan de straat, waarin -hij woonde. - -Het laatste eindje, tot aan zijn huis, legde zij te voet af. - -Zij snelde de trappen op en was innig gelukkig, toen de deftige -bediende haar meedeelde, dat zijn heer thuis was. - -Zij ging binnen in de kamer, waar hij was en nu vloeiden haar de -woorden van de lippen. - -„Men vervolgt u! Men is u op het spoor! Zij weten alles! Gij moet -vertrekken! Dadelijk, zoo gauw mogelijk!” - -Nauwelijks verschrikt keek hij haar eenige oogenblikken met zijn -verstandige, wonderschoone oogen aan. - -Daarop ging hij naar zijn schrijfbureau, opende een der vakjes en nam -daaruit het diamanten collier. - -Een blos van vreugde kleurde haar wangen, daarop echter drong zij er -weer op aan, dat hij zich zou haasten. - -Hij schudde glimlachend het hoofd. - -„Ik blijf!” antwoordde hij. „Ik weet niet eens, of die onnoozele kerels -zooveel verstand bezitten om het lid der club, dat zij zoeken, uit te -vinden... Ik ben niet gewend heen te gaan, voordat ik er de hooge -noodzakelijkheid van inzie..... Maar gij, arm vrouwtje, gij moet hier -vandaan! Ik hoop, dat wij elkaar nog eenmaal zullen weerzien!” - -De jonge vrouw bracht haar zakdoekje naar de oogen toen zij heenging en -een vastberaden trek lag om haar mond. - -Zij liet het collier in haar zak glijden en sloop als een schaduw de -stille straten van dat stadsgedeelte door. - -Zoo kwam zij in den Dierentuin en bij het donkere, troebele water -gekomen gleed haar hand in den zak van haar japon. Niemand was rondom -haar te zien. - -Bij het scheidende licht van den dag glinsterde en fonkelde iets,—dat -was het diamanten collier—dat zij neerwierp in het diepe donkere -meer...... - - - - - - - - -TIENDE HOOFDSTUK. - -DE LORD GAAT HEEN. - - -In de Millionairsclub heerschte de grootste ontsteltenis. - -Door den hofmeester namelijk was het den heeren bekend geworden, dat de -politie onder de clubleden een misdadiger vermoedde en naar hem zocht. - -„Het is bijna ongelooflijk, tot welke stommiteiten de politie soms in -staat is”, sprak de kleine burggraaf Von Hennequin. - -En graaf Steineck, de president der millionairsclub voegde er aan toe: - -„Eerlijk gezegd, hebben de heeren van de recherche dan ook een alles -behalve gemakkelijke taak. - -„Maar, nietwaar, men moet hun toch wel zooveel onderscheidingsvermogen -toeschrijven, dat zij moeten kunnen schiften—degelijk schiften. Ik -bedoel—, ik meen—, dat ze toch wel degelijk rekening moeten houden met -rang—met stand—met—met—eh—eh—nu ja, om het maar zoo eens te noemen—ze -moeten toch wel degelijk denken aan het moreele gewicht van de -persoonlijkheden, die door ons waardig worden gekeurd om als -clubgenooten te worden opgenomen— —eh— —eh— —ik bedoel—ik meen— —dat -moest toch voor de heeren van de politie waarborg genoeg zijn—meer dan -waarborg genoeg—dat moest hun te allen tijde ervan overtuigen dat hier -alles zuiver toegaat. - -„Eh— —eh— —eh— —wat is dat voor een zot idee— —een bespottelijk idee— -—een van onze clubgenooten.........? Wij hebben twintig heeren in onze -club—of eenentwintig— —eh— —eh— —hoeveel zijn het er ook weer precies— -—ik weet het niet al te juist— —enfin, dat is toch wel heel gemakkelijk -te tellen— —en als een van die twintig—of eenentwintig—ook maar het -allerkleinste sikkepitje over de schreef gaat— —eh— —eh— —ik bedoel— -—ik meen— —als hij door z’n karakter— —als hij maar een ziertje, een -snippertje aanstoot zou geven...” - -De graaf legde beide handen met een allergewichtigst gebaar op de zware -eikenhouten tafel en boog zich een eindweegs naar voren. - -Toen begon hij weer opnieuw. - -„Ja, mijne heeren, ik meen, dat wij met alle kracht moeten opkomen -tegen deze ongehoorde en mijns inziens ook ongeoorloofde daad van de -politie om maar ongevraagd bij ons binnen te dringen. - -„Ik stel voor om een dergelijk optreden op hoffelijke maar energieke -wijze te beletten. - -„En bovendien! - -„Wij zouden het toch zelf wel weten als onder ons zich een -minderwaardige bevond!” - -In hetzelfde oogenblik kwam de jongste der vier bestuursleden, lord -Brigham binnen. - -Deze was eerst kort geleden tot bestuurslid gekozen. - -Op levendigen toon verontschuldigde hij zich, dat hij zich een weinig -verlaat had en eerst nu kon komen op de inderhaast bijeengeroepen -samenkomst. - -Toen hij hoorde, waarover gesproken werd, zei hij met een glimlach, die -zijn gelaat een buitengewone aantrekkelijkheid gaf: - -„Maar heeren! De zaak is toch héél eenvoudig! - -„Weet ge, wat? - -„Wij moeten ons eenvoudig opstellen in een lange rij en dan langs de -heeren der politie gaan defileeren. - -„Die kunnen dan samen beslissen, wie van ons het meest verdacht er -uitziet!” - -Er werd hartelijk gelachen om dezen grappigen uitval van den jongen -lord. - -Nadat nog langen tijd geredeneerd was over de in dezen te volgen -gedragslijn, werd besloten om een schrijven te zenden naar het hoofd -der politie. - -Dit schrijven zou worden onderteekend door al de clubleden en de inhoud -ervan zou een verzoek behelzen om in den vervolge de Millionairsclub te -verschoonen van dergelijk bezoek. - -Daarna trokken de heeren zich in kleine groepjes terug in de gezellige -zaaltjes en werd verder de tijd gedood met een of ander spel of met -aangenaam gebabbel. - -Aan de onverkwikkelijke zaak werd niet meer gedacht. - -Het was omstreeks half acht. - -Lord Brigham verliet in gezelschap van graaf Steineck en den burggraaf -Von Hennequin de club om naar de opera te rijden. - -Toen zij het gebouw juist hadden verlaten, trad hen een heer in civiel -tegemoet, die zich als commissaris van politie bekend maakte. - -Op den meest hoffelijken toon vroeg hij, wie van de drie clubleden wel -lord Brigham was. - -Met een bijna onhoorbaar lachje maakte de lord zich bekend en stelde -zijn identiteit vast. - -De beide andere heeren waren zeer opgewonden. - -Op luiden, dringenden toon verklaarden zij, dat zij te allen tijde -instonden voor hun clubgenoot. - -De commissaris der recherche Peter Böcher—zijn collega Henry Stern -stond aan de overzijde der straat te wachten en op te letten—begon nu -toch te aarzelen. - -Totnogtoe was de politie door telegrafische inlichtingen naar alle -kanten slechts aan den weet gekomen, dat er inderdaad een zekere lord -Brigham bestond. - -Daarbij was echter ook gevoegd, dat deze zelfde lord officier was in -een Indisch regiment der huzaren, dat in dienst stond van den koning -van Groot-Britanje. - -De Engelsche politie-autoriteiten waren verder algemeen van oordeel, -dat men, de persoonsbeschrijving van dezen man in aanmerking genomen, -hoogstwaarschijnlijk hier te doen had met een buitengewoon geslepen -dief en oplichter, iemand, die zoowel in Australië als in Bombay van -zich had doen spreken; die velerlei schurkenstreken op zijn geweten -had, maar die totnogtoe door de politie, ondanks alle aangewende -moeite, nog niet gesnapt was kunnen worden. - -Dat alles klonk heel mooi! - -Het klopte zelfs als een bus. - -Maar—het gaf absoluut geen zekerheid. - -En al had Peter Böcher ook het bevel tot inhechtenisneming in den zak, -toch durfde hij nog niet te handelen. - -Hij wist, dat hij tegenover deze club, die zoozeer gezien was in de -hoogste standen, de allergrootste omzichtigheid in acht moest nemen. - -En als er iemand in hechtenis genomen moest worden, o, dan moest dit -vooral op de meest kiesche, de minst ruchtbaarmakende manier -geschieden. - -Om met dat alles rekening te houden, was voor den besten, braven Böcher -wel een heel moeilijke taak. - -Hij kon zich bij dit zaakje zoo heel licht de vingers branden. - -Ook de politie vergist zich wel eens, loopt wel eens in de val; wordt -wel eens „een enkel keertje” om den tuin geleid! - -En als nu de Londensche politie eens minder juist was ingelicht? - -Of als die bewuste lord Brigham, die officier was van Zijne Majesteit -den koning van Groot-Britanje, nu eens langer verlof had gekregen, dat -hij hier in Berlijn doorbracht? - -Dat zou dan toch maar een miserabele geschiedenis wezen om dezen man, -voor wien zulke voorname personages zich borg stelden, zoo maar evenals -den eersten den besten misdadiger op te pakken en te arresteeren! - -Neen! - -Böcher zou zich véél te leelijk den neus kunnen stooten en zich -blameeren op een manier, waar je niet zoo licht weer van op komt. - -Zijne heele loopbaan zou hij er mee naar de maan kunnen gooien! - -Stonden er niet altijd en overal jaloersche collega’s bij hoopen te -wachten, tot iemand in ongenade viel? Tot iemand zich door de een of -andere onhandigheid onmogelijk had gemaakt en eerlijk ontslag moest -nemen of—gedegradeerd of niet eervol ontslagen werd? - -Alle duivels! - -Het duizelde Böcher een oogenblik. - -Allerlei tegenstrijdige gedachten warrelden door zijn hersens en het -was of bonte lichtjes voor zijn oogen begonnen te flikkeren. - -Het suizelde daarbij in zijn ooren en zwaar bonsde het hart hem in de -keel. - -Wat moest hij doen? - -Wàt, in ’s hemelsnaam? - -„Twijfelt mijnheer de commissaris misschien aan mijn rang als lord?” - -De Engelschman vroeg dit op welluidenden, innemenden toon. - -„Dan wil ik graag”—de Engelsche tongval klonk bij deze woorden -duidelijker dan ooit—„dan wil ik graag, al was het maar alleen om de -club verder te vrijwaren van alle mogelijke onaangenaamheden en -onderzoekingen, den commissaris het genoegen doen om hem de officieele -papieren te toonen, die de echtheid van mijn adeldom, van mijn -lordschap bewijzen. - -„Als mijn zeer hooggeachte vrienden”—hij boog met elegant gebaar voor -zijn clubgenooten—„mij op dit extra-uitstapje zouden willen -vergezellen, dan zou het mij inderdaad een waar feest zijn, u bij deze -gelegenheid een glas Spaanschen wijn aan te bieden, dien ik zelf van -mijn reizen uit den Barancos di Santa Barbara heb meegebracht en dien -ge wel nooit zult hebben geproefd, althans niet van deze zuiverheid, en -prachtige kwaliteit!.... - -„Daar komt juist mijn automobiel! - -„Mag ik den heeren vriendelijk verzoeken, maar te willen instappen en -plaats te nemen?” - -Graaf Steineck en de burggraaf spraken eerst nog in vele bewoordingen -de overbodigheid uit van dezen stap. - -Zij waren er immers, zonder al deze formaliteiten maar al te zeer van -overtuigd, dat rang en titel van hun vriend echt waren. - -Zij twijfelden immers geen oogenblik! - -Maar den commissaris, wien in dit oogenblik zijn handiger vriend Henry -Stern geen goeden raad kon geven—den commissaris was dit redmiddel -hoogst welkom. - -En hij zat reeds in het voertuig, toen lord Brigham en na dezen, hoewel -nog steeds tegenpruttelend en aarzelend, de beide edellieden plaats -namen. - -De auto vloog tuffend en puffend op zijn veerende wielen voort. - -Na enkele minuten reeds hield zij stil voor het groote, voorname huis, -waarvan de lord de eerste etage bewoonde. - -Toen zij in de woning waren aangekomen, gaf de Engelschman in zijn -moedertaal den bediende een bevel. - -Daarna sprak hij, zich tot de drie heeren wendend: - -„Vóórdat wij overgaan tot het zakelijke gedeelte, stel ik er prijs op, -u met mijn wijn bekend te maken, waarvan ik zoo juist u den lof heb -gezongen. - -„Ik zal in dien tijd de papieren voor u halen, waarover ik u gesproken -heb!” - -De commissaris zou dolgraag den lord zijn gevolgd, die uit het Indische -salon verdween door de bontkleurige draperieën. - -Maar de waardigheid en de trotsche, kalme rust der beide adellijke -heeren, die daar zoo waardig in hun makkelijke stoelen troonden, -hielden hem aan zijn zetel gekluisterd. - -Hij haalde dan ook met verruimd gemoed adem, toen uit de aangrenzende -kamer de stem van den lord weerklonk. - -Deze sprak op den bekenden welluidenden toon: - -„Een oogenblik nog, heeren! De papieren heb ik tusschen allerlei andere -paperassen gelegd. Ik moet nog een oogenblik zoeken, maar dra zal ik -alles hebben gevonden!” - -Daarop volgde weer doodsche stilte. - -En ook in het Indische salon zaten de drie heeren stokstijf en zwijgend -bij elkaar te wachten. - -Papiergeritsel was in den beginne nog vernomen. - -Maar ook dat verstomde— — - -En de eene minuut na de andere verliep. - -Geen dienaar verscheen met den wijn. - -Geen gentleman kwam terug met de papieren, die zijn adeldom zouden -bewijzen. - -Toen vijf minuten ongeveer waren verloopen, werd de commissaris héél -erg ongeduldig. - -Ook de beide heeren begonnen in hun gemakkelijke zetels onrustig heen -en weer te schuiven. - -Eindelijk besloot men, na gezamenlijk overleg, eens in de aangrenzende -kamer te gaan kijken. - -Het was toch gek! - -Waar bleef de lord nu! - -Maar toen de commissaris opstond om eens te gaan neuzen achter de bonte -draperieën, maakte graaf Steineck bezwaren. - -Hij sprak op ontevreden, eenigszins verwijtenden toon: - -„Wij zijn hier in een vreemd huis, heeren! Ik hoop, dat ge daaraan zult -blijven denken!” - -„Ge hebt gelijk!” beaamde dadelijk de burggraaf. - -„Maar toch, ik geloof niet, dat onze vriend het ons zou kwalijk nemen, -als wij eens naar hem gaan kijken.... er kan hem immers best iets -gebeurd zijn!” - -„Zoudt ge denken?” vroeg Steineck, „neen, neen, dat zal het niet zijn! -Lord Brigham zocht naar de papieren. Hij kon toch ook geen oogenblik -vermoeden, dat men aan de echtheid van zijn adel zou twijfelen en nu -liggen de papieren maar niet zoo dadelijk voor de hand!” - -„Zeker, maar een ongeluk kan ieder toch overkomen! Wat denkt gij ervan, -heer commissaris?” - -De commissaris had totnogtoe weinig gezegd. - -Hij voelde zich niet zoo heel erg op zijn gemak in tegenwoordigheid van -die hooge oomes, die door hun gewichtig doen hem hier maar aan den -stoel hielden gekluisterd. - -En meer dan ooit voelde hij zijn gemis aan zelfstandigheid, dat hem -belette, doortastend te handelen. - -Maar nu kwam hij toch los. - -Op de vraag van den burggraaf liet hij een spottend lachje hooren. - -En hoewel de graaf onwillig met de schouders schokte en de wenkbrauwen -hoog optrok, als kwam hem het gezegde van Von Hennequin dwaas voor, -Peter Böcher liet zich daardoor ditmaal niet intimideeren. - -Hij zei: - -„Heeren, ik zal u mijn meening eens zeggen! - -„Deze zoogenaamde lord houdt u en mij voor den gek! - -„En u zult het mij zeker niet kwalijk nemen, als ik beweer, dat ik niet -hier ben om mij door een oplichter een rad voor de oogen te laten -draaien! - -„Ik denk er niet aan, heeren, om ook maar één enkel oogenblik verder te -gelooven aan de sprookjes, die deze zoogenaamde lord ons allemaal op -den mouw tracht te spelden! - -„Ik ga den boel eens verkennen!” - -Böcher sprong op met resoluut gebaar. - -Hij schoof de zware draperieën opzij en ging de aangrenzende kamer -binnen. - -De beide anderen keken elkander een paar seconden als verbluft aan. - -Wat te doen? - -Zij aarzelden een oogenblik: - -Maar na korte aarzeling volgden zij toch den commissaris. - -„Nu, wat heb ik u gezegd?” riep de rechercheur uit op woesten toon. - -„Wat zei ik? O! Wat ben ik dom geweest! Wat heb ik ondoordacht -gehandeld! Ik had den kerel dadelijk moeten arresteeren!” - -Inderdaad! - -De kamer was leeg! - -Heelemaal leeg! - -En toen de heeren naar de deur gingen, die op de gang uitkwam, merkten -zij tot hun niet geringe verbazing en schrik, dat deze—gesloten was. - -Ook de uitgang, die van den Indischen salon naar buiten leidde, was -versperd. - -De bediende had dus zeker wel een andere opdracht gekregen dan -Spaanschen wijn te halen uit den kelder en dezen den gasten te -presenteeren. - -Dat was een mooie geschiedenis. - -Een fraaie boel! - -Steineck en de burggraaf keken elkander aan met gezichten, die alles -behalve aangename gewaarwording uitdrukten. - -En de commissaris der recherche had van louter woede en spijt een -hoofd, zoo rood als een kreeft. - -O! had hij toch maar zijn zin gevolgd! - -Was hij maar niet zoo wankelmoedig geweest, zoo slap aangedraaid! - -Had hij maar eens op eigen initiatief gehandeld. - -Wat had hij een spijt! - -Een reuzenspijt! - -„Wat moet ik nu beginnen!” riep hij uit in de grootste wanhoop. - -„In plaats van een belooning te ontvangen, in plaats van promotie te -maken, zal ik nu van mijn superieuren een duchtigen uitbrander krijgen! - -„En gij, heeren! Gij zijt daaraan mede schuldig! Ja, inderdaad. Gij -zijt medeplichtig!” - -„Luister eens, beste vriend,” begon graaf Steineck met een hoog -neusgeluid, „luister eens. Gij moet ...— —eh— —eh— —gij moet— —neen, -dat is toch niet de manier— —eh— —eh— —dat is toch waarlijk niet de -juiste toon— —neen, niet de goede toon— —eh— —eh— —wat zegt gij er van, -waarde burggraaf— —eh— —eh— —wat zegt gij er van— —is dat wel de juiste -toon— —om tegen ons— —leden van de Millionairsclub— —zeg, burggraaf, -wat denkt gij ervan— —eh— —eh— —eh!”— — — - -„Daarom heeft daar straks ook de automobiel zoo geweldig gepuft”, sprak -de burggraaf op nadenkenden toon— — —„en het geritsel in de kamer -hiernaast— — —hield plotseling op— — —ja juist— — —dat heb ik dan toch -wel goed gehoord— — —ik meende al— — —ik verbeeldde het mij toch zoo -duidelijk— — —neen, neen— — —ik heb mij niet vergist— — —zeg eens, -mijnheer de commissaris— — —hebt gij dat ook niet gehoord?— — —dat was -toch heel duidelijk waarneembaar— — —niet waar, graaf?” - -„Ja,— — —maar— — —eh— — —eh— — —heel duidelijk— — —inderdaad heel -duidelijk— — —dat had die politieman toch moeten hooren— — —eh— — —eh— -— —ja, waarom heeft die politieman dat niet gehoord— — —dat komt niet -te pas— — —eh— — —eh— — —neen, dat komt niet te pas— — —als men toch -commissaris van de politie is— — —van de recherche— — —dat is -ongehoord— — —dat komt volstrekt niet te pas— — —eh— — —eh!” - -Razend, als een getergd dier, trapte de commissaris net zoo lang tegen -de gesloten deur, totdat deze open sprong. - -Toen vloog hij de trap af—maar de automobiel was verdwenen. - -Dat lord Brigham alias John Raffles in dit voertuig, dat puffend had -staan wachten, de wijde wereld was ingetrokken om daar vrijheid te -zoeken en te vinden, begreep Peter Böcher al spoedig even duidelijk als -de beide millionairs het deden, die nu ook naar beneden waren gekomen. - -Men deed later, ook van den kant der Millionairsclub, alle mogelijke -moeite om den handigen avonturier, die allen véél te slim was -afgeweest, op te sporen. - -Maar dit gelukte zelfs den onvermoeiden Henry Stern niet, die niets -ongedaan liet. - -Eerst veel, heel veel later zouden hij en de gezochte elkaar weer -ontmoeten in het Indische sprookjesland, waar de natuur zóóvele -wonderen heeft geschapen, dat zelfs de dolste avonturier er aan zijn -ongebreidelde fantazie kan toegeven. - - - - EINDE. - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN IN -HET SLAAPVERTREK *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
