summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/66611-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/66611-0.txt')
-rw-r--r--old/66611-0.txt3044
1 files changed, 0 insertions, 3044 deletions
diff --git a/old/66611-0.txt b/old/66611-0.txt
deleted file mode 100644
index 829feaa..0000000
--- a/old/66611-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3044 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 5: De zwarte man in het
-slaapvertrek, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek
-
-Author: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: October 25, 2021 [eBook #66611]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN
-IN HET SLAAPVERTREK ***
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 5 DE ZWARTE MAN IN HET SLAAPVERTREK.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE GEMASKERDE IN HET BOUDOIR.
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-DE VERDWENEN JUWEELEN.
-
-
-In de stille, donkere Diergaardestraat wierp het licht, dat uit de
-villa van den bankier Von Hartstein straalde, zijn helder schijnsel.
-
-Het eene rijtuig na het andere reed voor, bedienden in livrei snelden
-aan, openden het portier en geleidden de in lichte avondmantels gehulde
-dames en de heeren in rok of uniform, naar binnen.
-
-Alles, wat in de hoofd- en residentiestad zich schoon en elegant mocht
-noemen, zoomede al wie beroemd en bekend was, kwam samen in het huis
-van dezen man, den fameus rijken directeur en eigenaar van de
-voornaamste effectenbank.
-
-In de overdadig met bloemen en palmen versierde zaal ruischte de
-verleidelijke dansmuziek. Verborgen achter de prachtigste tropische
-planten, speelde een beroemde Zigeunerkapel, die men met groote
-onkosten uit Weenen had laten overkomen.
-
-De zoete melodieën weerklonken ook in de aangrenzende vertrekken, die
-de verrukkelijkste plekjes aanboden om gezellig te fluisteren of te
-flirten na de vermoeienissen van den dans.
-
-De balletmeester, die in de groote zaal onder de reusachtige, met
-guirlandes van rozen versierde kristallen gaskroon stond, had juist het
-teeken tot den aanvang eener quadrille gegeven en men zag de slanke,
-elegante vrouwen en meisjes zich bewegen tusschen de zwarte rokken en
-schitterende uniformen der heeren.
-
-Men hoorde het vroolijke lachen en de schertswoorden af en toe boven de
-tonen der muziek uit, toen plotseling, ongeveer in het midden der zaal,
-op opvallende wijze verwarring onder de dansers ontstond.
-
-De heer, die zich bij deze vier paren onderscheidde door zijn bijzonder
-schoone, mannelijke gestalte, gaf den balletmeester een teeken, waarop
-deze door een beweging zijner hand het orkest het zwijgen oplegde.
-
-Algemeene nieuwsgierigheid ontstond, om de oorzaak van deze stoornis
-uit te vorschen, maar reeds na eenige seconden speelde de muziek weer,
-de dans werd voortgezet en slechts enkele personen kwamen te weten, dat
-de jonge en bekoorlijke gastvrouw, Adelheid von Hartstein, haar collier
-had verloren, dat was samengesteld uit de kostbaarste diamanten en
-robijnen en een fabelachtige waarde vertegenwoordigde.
-
-Zoodra de quadrille was geëindigd, verscheen een groot aantal bedienden
-in hun grijze, met zilver afgezette livrei. Met scherpe blikken
-doorzochten zij eenige malen de geheele zaal, zonder echter op den
-gladden parketvloer eenig spoor van het verloren collier te vinden.
-
-Adelheid von Hartstein was, met haar slanke en toch goed gevulde
-gestalte, haar diepblauwe kinderoogen en het zachte, door krullend
-blond haar omlijste gezichtje, een prachtige vrouw en het moest ieder
-opvallen, hoe goed, juist door de groote tegenstelling, de heer bij
-haar paste, aan wiens arm zij zich op dit oogenblik voortbewoog om in
-een der zijvertrekken te komen, waar haar man, de bankier, zich met het
-spel vermaakte.
-
-Lord Brigham had niet het gewone uiterlijk van den Engelschman.
-
-Zijn golvend haar was gitzwart en boven den typischen neus schitterden
-een paar zwarte oogen.
-
-De fijnbesneden lippen waren zichtbaar onder de kleine, kortgeknipte
-snor.
-
-Maar de kin teekende wilskracht en het lenige gespierde lichaam duidde
-op buitengewone kracht en behendigheid.
-
-Lord Brigham sproot voort uit een der oudste adellijke families van
-Engeland en had dus relaties in de beste kringen.
-
-Heden was hij echter voor den eersten keer de gast van den bankier Von
-Hartstein.
-
-„Ik hoop, dat dit voorval u niet heeft ontstemd, mevrouw,” sprak hij
-met zijn welluidende stem, „het is veilig aan te nemen, dat het collier
-teruggevonden zal worden.”
-
-De jonge vrouw scheen deze meening niet volkomen te deelen.
-
-Terwijl zij haar cavalier, die een hoofd grooter was dan zijzelf, met
-haar wonderlijke blauwe oogen aankeek, antwoordde zij:
-
-„Ik weet niet, Mylord, ik heb een onbestemd gevoel, alsof er iets....
-ja, ik weet niet, hoe ik mij zal uitdrukken...”
-
-„Gij gelooft toch niet, mevrouw de barones, dat.... nu ja, dat het
-collier in minder gewenschte handen is gekomen?!”
-
-Zij haalde de schouders op, zonder haar cavalier aan te zien en terwijl
-haar stem schuchter, bijna kinderlijk bedeesd klonk, sprak zij op
-zachten toon:
-
-„Wij zijn hier immers te midden van vrienden.... Ik bedoel, onder onze
-gasten. Het zou dus slecht van mij zijn, als ik ook slechts in de
-verste verte iemand durfde verdenken.”
-
-Zij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen:
-
-„Het is zoo merkwaardig! Ik had nog in hetzelfde oogenblik het gevoel,
-het collier om mijn hals te voelen. Men went daar zoo aan en als men
-die kostbaarheden den geheelen avond draagt, dan mist men iets, als ze
-opeens verdwenen zijn. En zoo bemerkte ik, dat het opeens zoo licht om
-mijn hals werd....”
-
-Zij keek naar haar laag uitgesneden zalmkleurige zijden japon en de
-bewonderende blikken van den heer volgden de hare in de kanten
-garneering, die den schoonsten boezem en den bekoorlijksten vrouwenhals
-omgaf.
-
-Bankier Von Hartstein moest reeds op de hoogte van het voorgevallene
-zijn, want hij kwam zijn vrouw reeds tegemoet en geleidde haar en Lord
-Brigham in een verder gelegen, tot dusverre niet verlicht kabinet, waar
-hij het electrische licht opdraaide.
-
-Hij liet zich nauwkeurig vertellen wat er gebeurd was en was, evenals
-zijn vrouw, ongerust over het feit, dat het diamanten halssieraad, dat
-toch midden in de zaal verloren was geraakt, niet teruggevonden was.
-
-Maar toch troostte hij zijn echtgenoote en wees erop, hoe gemakkelijk
-een der dames met haar sleep het kostbare kleinood weggeschoven kon
-hebben.
-
-„Ik verzoek u, Mylord,” sprak hij op dringenden toon tot den
-Engelschman, „laat uw vroolijkheid niet verstoren door dit voorval en
-spreek er, als gij mij een genoegen wilt doen, tegen niemand over. Ik
-zou niet willen, dat het pijnlijke geval aanleiding zou geven tot
-verkeerde gevolgtrekkingen.
-
-„Verdwijnen kan er niets in mijn huis. Daarvoor staan mijn beproefde
-bedienden en de vriendschap mijner gasten mij borg.”
-
-Lord Brigham boog.
-
-Een kleine pauze ontstond tusschen deze drie personen, die zich ieder
-met hun eigen gedachten bezig hielden, maar daarop sprak de blonde
-vrouw:
-
-„Het is toch merkwaardig, Maximiliaan, en je weet, dat wij in den
-laatsten tijd dikwijls van personeel hebben moeten verwisselen.”
-
-De bankier schudde het hoofd.
-
-„Neem mij niet kwalijk, lieve kind, maar dat zie je niet goed in. Een
-burgerman zou niets kunnen beginnen met een voorwerp van zóó groote
-waarde. Niemand koopt die steenen van hem en daarenboven, doe mij het
-genoegen, de geheele zaak voorloopig te vergeten.
-
-„Geloof mij, ik heb al moeilijker vraagstukken opgelost. En als het
-collier werkelijk verloren mocht zijn”, sprak hij glimlachend, „dan
-zullen wij ook daar overheen komen.
-
-„En nu wil ik je niet langer in het onderhoud met je cavalier storen,
-die je zeer zeker wel weer in een goede luim zal weten te brengen.”
-
-Bij die woorden wendde de bankier, in wiens gelaat achter schitterende
-brilleglazen een paar doordringende oogen fonkelden, zich met een
-beleefd lachje tot den Engelschman, welke mevrouw Von Hartstein zijn
-arm bood en haar weer in de danszaal teruggeleidde.
-
-De bankier, wiens kruin reeds bijna geheel kaal was, wachtte een
-oogenblik, daarop volgde hij het paar, schoof zijn breedgeschouderd,
-kort lichaam tusschen de heeren door, die voor den ingang van de
-balzaal stonden en verdween achter een zijdeur.
-
-Eenige minuten later bevond hij zich in zijn particulier kantoor aan de
-telefoon.
-
-Nadat men hem met het gewenschte nummer had verbonden, sprak de
-bankdirecteur:
-
-„Spreek ik met het detectivebureau Rasmussen?”
-
-„Ja, hier Rasmussen, wie daar?”
-
-„Von Hartstein. Zijt gij daar zelf, mijnheer Rasmussen?”
-
-„Toevallig wel!” klonk het. „Ik verwacht een telegram, dat ik zelf in
-ontvangst moet nemen, dus....”
-
-„Dat treft uitstekend. Ik heb een van uw lieden noodig, een vertrouwd
-persoon. Een voorval, dat ik niet per telefoon wensch mee te deelen, en
-dat juist in mijn villa tijdens een bal heeft plaats gevonden, dwingt
-mij, uwe hulp in te roepen, mijnheer Rasmussen!”
-
-„Ja, wien zal ik u zenden....? Mijn luitjes zijn om dezen tijd moeilijk
-en eerst over eenige uren te krijgen. Maar ik kan u toch onmiddellijk
-iemand zenden.”
-
-„Een ervaren detective?” vroeg de bankier.
-
-„Hij is nog zeer jong,” klonk het van de andere zijde, „maar ik geloof,
-dat de jonge man een groote toekomst voor zich heeft. Zooveel
-tegenwoordigheid van geest, zooveel combinatievermogen en persoonlijken
-moed heb ik nog nooit leeren kennen bij iemand die pas in het vak is.”
-
-„Goed, zend hem mij. Wanneer kan hij hier zijn?”
-
-„Onze auto’s staan gereed. In zes minuten kan Henry Stern bij u zijn.”
-
-„Mooi. Ik verwacht hem in mijn particulier kantoor. Ik zal order geven,
-hem dadelijk toe te laten.”
-
-Nadat de bankier den portier per huistelefoon zijn bevelen had gegeven,
-liep hij met op den rug gevouwen handen zijn kantoor op en neer.
-
-Achter het massieve voorhoofd werkten de gedachten van dezen
-beurskoning om een oplossing van het geheimzinnige verdwijnen van zulk
-een kostbaar voorwerp te vinden.
-
-Aan de mogelijkheid, die hij tegenover zijn vrouw had geuit, dat het
-kleinood aan den sleep van een der dames was blijven hangen, geloofde
-hij zelf niet.
-
-Deze lange ketting, wiens zeldzaam schoone diamanten in het licht der
-balzaal als electrische vonken schitterden,—dit stuk van zoo enorme
-waarde, moest iedereen dadelijk opvallen.
-
-De bankier kende de menschen. Hij wist, dat zelfs de rijke in
-verzoeking zou kunnen komen waar het een dergelijk voorwerp betrof en
-dat vooral de dames, verblind door de pracht van de diamanten en
-robijnen, tot een daad zouden kunnen komen, die haar reeds in het
-volgende oogenblik het grootste leed kon verschaffen. Hij was er van
-overtuigd, dat het collier van den mooien hals zijner vrouw was
-gegleden, eerst in de plooien eener japon en daarop in den zak van een
-der schoonen, die nog op het bal aanwezig was.
-
-Hij hoopte met behulp van den detective een middel te vinden om weer in
-het bezit van de kostbaarheid te komen, welke hij, ondanks zijn grooten
-rijkdom, ongaarne zou missen.
-
-De bankier keek op de klok: 5 minuten waren voorbij, maar de zesde was
-nog niet geheel verstreken, toen er zacht op zijn deur werd geklopt en
-een slank gebouwde, jonge man binnentrad in onberispelijk
-gezelschapscostuum, een monocle in het linkeroog en den cylinder met
-een beleefde buiging afnemend.
-
-Glimlachend sprak de bezoeker:
-
-„Mijn naam is Stern, heer directeur, Henry Stern.”
-
-„Gij zijt....?”
-
-„De afgevaardigde van het detectivebureau Rasmussen,” voltooide de
-jonge man den zin.
-
-Verbaasd vroeg de bankier:
-
-„Is dit uw gewone toilet of hoe hebt gij u anders zoo snel kunnen
-verkleeden?”
-
-De detective antwoordde:
-
-„Een detective moet alles kunnen, mijnheer Von Hartstein; mijn chef zei
-mij, dat ik in zes minuten bij u moest zijn en daar de auto in 3½
-minuut uw woning kon bereiken, bleef mij, als ik 1½ minuten rekende
-voor de trappen, enz., nog 1 minuut om mij te verkleeden.”
-
-De bankier sprak met een zeker dosis eerbied voor zooveel nauwgezetheid
-tot den nog zoo jongen man:
-
-„Ik zal u nu vertellen, waarvoor ik uwe hulp noodig heb.”
-
-De detective maakte een buiging.
-
-„Er is een voorwerp van groote waarde in uw huis zoek geraakt, niet
-waar?”
-
-Verrast opziend, vroeg de bankier:
-
-„Heeft uw chef u dat verteld?”
-
-De jonge, elegante man schudde het hoofd.
-
-„Dat zou den heer Rasmussen onmogelijk zijn geweest, omdat hij zelf
-niet wist, waarom gij mij hadt ontboden. Maar het was niet moeilijk,
-dit te raden.
-
-„De wantrouwende blikken uwer bedienden onderling toonden mij
-duidelijk, dat er hier sprake was van een diefstal, in elk geval, dat
-er een voorwerp van waarde vermist moest zijn. Van waarde, omdat gij
-zeker de hulp van ons bureau anders niet in den nacht ingeroepen zoudt
-hebben, heer directeur.”
-
-De bankier knikte toestemmend.
-
-„Gij hebt volkomen gelijk,” sprak hij, „er is hier sprake van een
-collier van diamanten en robijnen, dat mijn echtgenoote verloren heeft.
-Ik vermoed tenminste, dat zij het verloren heeft en dat de vinder of
-vindster tot dusverre nog geen reden meent te hebben gevonden om het
-terug te geven.”
-
-Met een knikje sprak de detective:
-
-„En nu moet ik ervoor zorgen dat die persoon zich zijn plicht herinnert
-en het collier terug geeft?”
-
-„Hij kan het ook weer verliezen,” meende de bankier, „en dan zou u de
-eerlijke vinder zijn.”
-
-De detective knikte ernstig.
-
-Daarop sprak hij:
-
-„Ik kan voorloopig nog niet gelooven in den moed van een der dames uit
-het gezelschap, om zich zulk een kostbaar voorwerp wederrechtelijk te
-durven toe eigenen.... Zijt gij volkomen zeker van al uw gasten?”
-
-„Voor zoover dat mogelijk is, zeer zeker,” antwoordde de bankier.
-
-„Gij weet wel, mijnheer Stern, dat men zelfs voor zijn naaste
-bloedverwanten niet kan instaan, laat staan, waar er sprake is van een
-groot aantal voor het meerendeel oppervlakkige kennissen. De lieden,
-die in mijn huis verkeeren, behooren doorgaans tot de bekende, beroemde
-familiën der residentie. Daarom treft mij dit voorval des te meer....
-Overigens,”—de stem van den bankier klonk nu veel koeler, „mag ik u nu
-naar het gezelschap brengen?”
-
-De detective schudde het hoofd.
-
-„Het zou mij aangenaam zijn, als gij, heer directeur, het eerste wildet
-gaan en als ge u niet mee om mij wildet bekommeren.
-
-„Eerst later, als ik mij weer tot u wend, verzoek ik u, mij aan dezen
-en genen voor te stellen.”
-
-De bankier knikte.
-
-„Zooals gij wenscht! Tot weerziens dus!”
-
-„Een oogenblik nog, als ’t u belieft,” verzocht de detective. „Het zou
-mij aangenaam zijn, als gij mij een visitekaartje van uzelf wildet
-geven, waarop gij mij volmacht verstrekt opdat uwe ondergeschikten zich
-richten naar mijn bevelen.”
-
-„Is dat absoluut noodig?”
-
-„Zeker. In zulk een moeilijk geval kan ik niet weten, tot welke
-maatregelen ik zal moeten overgaan. Voor alles zal ik waarschijnlijk
-een livrei, zooals uw bedienden die dragen, noodig hebben.”
-
-De bankier had een van zijn groote visitekaarten uit de portefeuille
-genomen, schreef hierop het noodige met een gouden vulpen en sprak,
-terwijl hij den detective het kaartje ter hand stelde:
-
-„Wat dat laatste betreft, hebt gij u slechts te wenden tot mijn
-hofmeester Martin, hij zal u in elk opzicht van dienst zijn.”
-
-De detective boog en de bankier ging heen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-DE RAADSELACHTIGE GAST.
-
-
-Nadat de heer Von Hartstein zich bij zijn speelpartners had
-verontschuldigd over zijn plotseling vertrek, begaf hij zich naar de
-feestzaal, waar hij na eenig zoeken zijn echtgenoote trof.
-
-Mevrouw Adelheid had reeds naar haar man uitgezien om hem deelgenoot te
-maken van een opmerking welke zij gemaakt had.
-
-Schijnbaar vroolijk babbelend liep zij aan zijn zijde, toen zij, naar
-een nis aan haar rechterzijde kijkend, sprak:
-
-„Zie je dien heer daar, Maximiliaan? Hij is mij onbekend.”
-
-De bankier keek onopgemerkt in de aangeduide richting en beweerde ook,
-dien heer niet te kennen.
-
-„Het is mogelijk,” fluisterde hij, „dat een van onze gasten hem heeft
-geïntroduceerd. Dat zou niet volgens de gewoonte zijn, maar als er
-sprake is van een bal...”
-
-Mevrouw Adelheid schudde het hoofd.
-
-„Misschien ben ik op ’t oogenblik een beetje wantrouwend,” sprak zij,
-„maar je moest toch eens informeeren, Maximiliaan.”
-
-„Dat zal ik doen,” antwoordde haar echtgenoot. „Laat ik je intusschen
-naar mevrouw Von Blendheim geleiden, die je zooeven wenkte. Daarna deel
-ik je mede, wat ik te weten kom.”
-
-Een oogenblik later zat de jonge vrouw van den bankier naast haar oude
-vriendin, die zij fluisterend deelgenoote maakte van het gebeurde,
-terwijl mijnheer Von Hartstein tusschen de rijen der gasten doorliep en
-scherp uitkeek naar den detective.
-
-Een der bedienden naderde hem met een zilveren blad vol gevulde glazen
-en sprak, den bankier aankijkend:
-
-„Een glas Champagne, mijnheer?”
-
-De bankier keek op.
-
-Een glimlach vloog over zijn gelaat en terwijl hij een glas van het
-blad nam, fluisterde hij den bediende toe:
-
-„Dat is snel gegaan, mijnheer Stern, ik zoek u juist.”
-
-De detective, die zijn gezelschapstoilet had verwisseld met de grijze
-livrei, antwoordde, alsof het een bevel van zijn meester gold:
-
-„Gij wilt mij opmerkzaam maken op den heer ginds in die nis, nietwaar
-mijnheer? Ik zag u zooeven met uwe vrouw daarlangs gaan.”
-
-De bankier antwoordde niet, maar het viel hem moeilijk, zijn
-verwondering te verbergen over de bijna pijnlijke oplettendheid, die
-Henry Stern aan den dag legde, waar het de gewichtige zaak gold.
-
-„Ik wilde nu gaarne mijn gang gaan,” vervolgde de detective, „ik
-vermoed namelijk, dat die heer, die ook mij reeds is opgevallen, hier
-niet lang meer zal blijven.”
-
-„Verdenkt gij hem?” vroeg de bankdirecteur.
-
-De detective, die nog steeds in dezelfde onderdanige houding het
-zilveren blad met de champagneglazen vasthield, sprak, terwijl hij zijn
-lippen nauwelijks bewoog:
-
-„Dat zou te veel gezegd zijn, maar in elk geval past die man niet
-tusschen uw andere gasten, heer directeur.”
-
-Intusschen ging de detective zijn champagne aan de andere gasten
-aanbieden en de gastheer zag, dat hij op deze wijze snel de deur
-naderde.
-
-Nieuwsgierig of de geheimzinnige vreemdeling nog tegen de marmeren zuil
-in de nis geleund stond, richtte de bankier zijn schreden nogmaals
-daarheen, maar hij vond de plaats leeg. Dadelijk daarna kwamen een paar
-van zijn beste vrienden hem in een beursgesprek wikkelen, zoodat hij
-voorloopig niet meer aan het gestolen kleinood dacht.
-
-Toen hij zich weer naar de speelzaal begaf om zijn hombre-partijtje
-voort te zetten, ontmoette hij nogmaals zijn echtgenoote aan den arm
-van den schoonen, trotschen Engelschman, dien zij voor den geheelen
-avond tot haar cavalier scheen te hebben gekozen.
-
-Een diepe blos kleurde haar wangen, toen zij haar echtgenoot zag. Deze
-echter knikte haar en haar cavalier met een goedigen glimlach toe.
-
-De Lord beantwoordde dezen groet met een buiging van het hoofd en
-sprak:
-
-„Uw man houdt blijkbaar heel veel van u, mevrouw de barones; zelfs het
-groote verlies, dat gij hem, zij het dan ook onwillens, hebt berokkend,
-bederft zijn goed humeur niet.”
-
-„Ja, mijn man is heel goed,” antwoordde zij, „ik herinner mij niet, hem
-ook slechts een enkelen keer ontstemd te hebben gezien.”
-
-„Gij geeft er hem zeker ook geen aanleiding toe.”
-
-Een onderzoekende blik uit de donkere oogen van den man vloog langs de
-bloeiende vrouwengestalte....
-
-Adelheid von Hartstein was ten prooi aan de meest uiteenloopende
-gewaarwordingen, toen zij nu, zonder te weten, waarheen haar geleider
-haar bracht, bijna willoos aan zijn arm voortschreed.
-
-Een jaar geleden, nauwelijks 18 jaar oud, was zij haar driemaal zoo
-ouden echtgenoot naar het altaar gevolgd.
-
-Ook zij was van een oud-adellijk, maar verarmd geslacht en had daarom
-in haar eigen onderhoud moeten voorzien. Reeds maandenlang werkte zij
-op een der groote kantoren van den heer Von Hartstein, toen op een
-goeden dag de bankier zijn oog op haar liet vallen.
-
-Hij scheen informaties omtrent haar te hebben ingewonnen, want na
-eenigen tijd liet hij haar bij zich roepen en sprak met een stem, die
-alle vastheid verloren had:
-
-„Ik heb u iets te zeggen, juffrouw Von Sebald.”
-
-Hij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen:
-
-„Het hangt van u zelf af, of ge mijn verzoek wilt inwilligen.”
-
-Het jonge meisje had, ondanks zichzelf, gebloosd, had, nadat zij haar
-chef even had aangezien, haar mooie oogen neergeslagen en met een
-zekeren angst op zijn verdere woorden gewacht.
-
-„Dat, wat ik u zou willen vragen, betreft alleen mijzelf,” had de
-bankier gezegd.
-
-Daarop had hij weer gezwegen.
-
-Adelheid von Sebald had diep blozend haar hoofdje nog meer gebogen,
-totdat plotseling haar chef zich tot haar neerboog, haar hoofd in zijn
-groote handen nam en sprak:
-
-„Ik bemin u, Adelheid, en ik wilde graag, dat ge mijn vrouw werd.”
-
-Zes weken later waren zij met elkaar getrouwd.
-
-Alles was als in een droom gegaan. Het jonge meisje, dat nooit iemand
-had ontmoet, die diepen indruk op haar hart kon maken, was er zich
-nauwelijks van bewust, hoe groot het verschil in jaren en
-levensopvattingen was tusschen haar en haar man.
-
-Toen zij eenmaal getrouwd was, werd haar dit wel duidelijk, maar de
-eindelooze goedheid van haar echtgenoot ruimde alles uit den weg wat
-anders misschien een onoverkomelijke hinderpaal ware geworden.
-
-Nimmer was tot dusverre bij het zien van andere mannen de gedachte bij
-haar opgekomen, dat een ander misschien beter bij haar gepast zou
-hebben dan haar echtgenoot.
-
-Nu echter was Adelheid von Hartstein onrustig geworden. Een
-gewaarwording, die haar verwarde en verrukte tegelijkertijd, maakte
-zich van haar meester, als zij in de zwarte oogen van den Engelschman
-keek, welke haar meer nog dan zijn woorden, zeiden, hoe ’n diepen
-indruk ook zij op hem had gemaakt.
-
-Om zichzelf af te leiden, bracht zij, terwijl zij in een der kleinere
-zalen op een rustbank hadden plaats genomen, het gesprek weer op het
-verloren collier.
-
-„Mijn echtgenoot heeft reeds werk gemaakt van het geval”, sprak zij,
-„en ik zelf meen ook iets te hebben opgemerkt, wat betrekking heeft op
-het geval.”
-
-Zij gaf haar cavalier nu een beschrijving van den vreemdeling die haar
-was opgevallen en die nu verdwenen scheen te zijn.
-
-„Maar hoe zou die man in uw nabijheid zijn gekomen,” sprak Lord
-Brigham, over wiens aristocratisch gelaat een glimlach gleed.
-
-„Dat begrijp ik ook niet,” antwoordde Adelheid, nadenkend voor zich
-kijkend, „maar ik heb een zeker voorgevoel, dat van dien man een nadere
-verklaring te verkrijgen zou zijn.”
-
-„Het zal moeilijk vast te stellen zijn, of die man werkelijk iets met
-den diefstal te maken heeft.”
-
-„Ik geloof, dat mijn man de noodige stappen reeds heeft gedaan. Hij
-staat reeds jarenlang met het detective-bureau in verbinding en dat
-zijn kranige, handige lieden.”
-
-De Engelschman knikte.
-
-„Dat is ook de eenige manier, ten minste als men een goed bureau aan de
-hand heeft.”
-
-„O,” sprak de jonge vrouw, „het detectivebureau Rasmussen heeft den
-naam, het beste en meest betrouwbare van geheel Berlijn te zijn.”
-
-Weer gleed een lachje langs de trekken van den Lord, die nu het gesprek
-op andere onderwerpen bracht.
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Intusschen was Henry Stern den man, die zulk een opvallende
-verschijning in de oogen van mevrouw Adelheid was geweest, gevolgd. De
-vreemdeling had het gastvrije huis van den bankier reeds verlaten.
-
-De raadselachtige man liep tamelijk snel de straten door, totdat hij
-een huurauto tegenkwam, waarin hij plaats nam.
-
-Henry Stern bevond zich nog aan de andere zijde der straat, maar de
-auto zette zich nauwelijks in beweging of de detective zat er reeds
-achter op om op deze wijze den rit mee te maken.
-
-Het was goed, dat zich slechts weinig menschen meer op straat bevonden,
-want het was een niet alledaagsch gezicht, een volwassen man als een
-echte straatjongen aan een auto te zien hangen.
-
-In de buurt van het station Gesundbrunnen vertraagde het rijtuig zijn
-vaart en dadelijk sprong Henry Stern van den wagen af om terwijl hij in
-de schaduw der huizenrij voortliep het voertuig in het oog te houden.
-
-Voor een der huizen hield de auto stil, de detective zag, dat de
-vreemdeling uitstapte, den koetsier betaalde, de huisdeur opensloot en
-naar binnen ging.
-
-Zonder zich een oogenblik te bedenken, onderzocht Stern nu de
-zij-ingangen der huizen en reeds in het tweede vond hij een open
-huisdeur.
-
-Hij snelde de gang door naar een binnenplaats, waar hij als een kat
-over de houten schutting klom, en toen hij 200 schreden verder was,
-herhaalde hij ditzelfde nogmaals.
-
-Hij bevond zich nu in het huis, dat hem interesseerde, maar hij had
-geen flauw vermoeden waar de vreemdeling zich nu zou bevinden.
-
-Plotseling viel zijn blik op een vrij hoog gelegen raam, dat nu
-verlicht was. Hier wilde hij even naar binnen kijken!
-
-Snel besloten, zooals dat zijn gewoonte was, wist hij zich met behulp
-van een tapijtklopper, dien hij op de binnenplaats vond, omhoog te
-werken totdat hij de vensterbank van het verlichte raam kon
-vastgrijpen.
-
-Als een eekhorentje was hij naar boven geklauterd en nu keek hij in de
-kamer, waarin zich een man bevond, die een blouse droeg en die er
-uitzag als een werkman. Hij was in gezelschap van twee jonge meisjes,
-blijkbaar behoorend tot de armzalige Berlijnsche nachtvlinders. De
-vierde persoon in de kamer was de vreemdeling, dien hij achtervolgde.
-
-Zij stonden samen bij een tafel en bekeken blijkbaar iets, dat de
-vreemdeling hun liet zien. Daar zij echter, zooals zij daar naast
-elkaar stonden, den detective hun ruggen toewendden, was deze niet in
-staat, te onderscheiden, wat zoo de algemeene oplettendheid trok.
-
-In zijn pogingen om beter naar binnen te kunnen kijken, deed de
-detective een misstap, waardoor hij bijna naar beneden was gerold. Hij
-wist echter zijn evenwicht te bewaren, maar moest snel zijn hoofd en
-bovenlijf terugtrekken om niet gezien te worden.
-
-Daarbinnen had men het geluid gehoord, allen hadden zich omgedraaid en
-keken naar het venster.
-
-Het kwam den detective nu veiliger voor om zijn observatiepost te
-verlaten. Hij liet zich weer naar beneden glijden en had juist de
-houten schutting, waarover hij zooeven was geklommen, bereikt, toen de
-deur, die van het huis naar de binnenplaats leidde, geopend werd.
-
-De detective zag, dat de vier personen, die hij in de kamer had gezien,
-hem vervolgden. Hij hoorde een stem, die een hond aanzette en:
-
-„Tyras, pak hem!” riep.
-
-In hetzelfde oogenblik vloog een groote hond als een razende over de
-plaats en pakte Henry Stern, die juist over de schutting wilde klimmen,
-bij zijn jas.
-
-De jonge detective had zijn langen gummiknuppel te voorschijn gehaald
-en gaf den hond daarmede een flinken slag op zijn snuit, zoodat het
-dier luid jankte.
-
-Nu snelden ook de beide mannen toe en met een geweldigen sprong zwaaide
-Stern zich over de schutting terwijl een flink stuk van zijn jas in den
-bek van den hond achterbleef.
-
-De beide kerels waagden het blijkbaar niet, ook de schutting over te
-klimmen. Zij riepen hem echter na:
-
-„Je zult ons toch niet ontsnappen, vervloekte speurhond!”
-
-Het was reeds bijna 5 uur in den morgen, Henry Stern wachtte nog eenige
-minuten, maar toen alles rustig bleef, begaf hij zich naar buiten in de
-pikdonkere straat. Nadat hij het huisnummer en den straatnaam had
-genoteerd, snelde hij terug, totdat hij in een meer beschaafde wijk een
-huurrijtuig vond, waarmede hij zich, zeer tevreden over zijn werk, naar
-zijn bureau liet brengen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-IN DE SLAAPKAMER DER BARONES.
-
-
-„Ik voel geen lust, om de politie in mijn zaken te mengen,” sprak de
-bankier den volgenden morgen aan het ontbijt tot zijn echtgenoote, toen
-er natuurlijk weer druk gesproken werd over het verdwijnen van het
-collier.
-
-„Waartoe zou het ook dienen! Diefstallen, die op zulk een geslepen
-manier gepleegd worden, ontdekt de politie bijna nooit. Ik twijfel
-volstrekt niet aan den ijver en het doorzicht van onze beambten, maar
-ik vrees, dat zij in dezen weinig zullen presteeren. Daarom heb ik mij
-dadelijk tot Rasmussen gewend.”
-
-De jonge vrouw hoorde dat, wat haar man vertelde, als in een droom. Een
-zeker iets, waarvan zij zichzelf geen rekenschap kon geven, omsluierde
-al haar gewaarwordingen en gedachten. Het leven scheen haar dubbel
-aangenaam!
-
-Zij betrapte er zich op, dat haar gedachten elders waren, in de
-nabijheid van een rijzigen, slanken man met zwart krullend haar en
-donkere, schitterende oogen, die weer, evenals gisteren in de
-oranjerie, diep en smachtend in de hare keken.
-
-Hoeveel moeite zij zich ook gaf, om deze gedachten te verbannen, om
-zich weer vol aandacht aan haar man te wijden, het hielp haar niet.
-
-Er was iets nieuws in haar leven gekomen en hoewel zij het zichzelf
-niet wilde bekennen, zij smachtte naar het oogenblik, waarop zij hem
-weer zou zien en spreken.
-
-Later op den dag, toen haar man naar de beurs was gegaan, zat zij
-langen tijd in haar kostbaar ingericht boudoir. Zij vroeg zichzelf
-herhaaldelijk af, of hij, met wien haar gedachten zich onophoudelijk
-bezighielden, ook haar nog niet vergeten zou hebben.
-
-Wanneer zij dan weer aan haar echtgenoot dacht, gevoelde zij iets, wat
-op wroeging geleek.
-
-Toen de heer Von Hartstein des avonds weer uitging om tegenwoordig te
-zijn op een belangrijke vergadering, deelde hij haar vóór zijn vertrek
-mede, dat het waarschijnlijk laat zou worden, eer hij terug kon zijn.
-
-Adelheid begaf zich tijdig ter ruste, maar het duurde een geruimen
-tijd, voordat zij den slaap kon vatten.
-
-Eindelijk echter sliep zij in terwijl een zalig lachje om haar rooden
-mond speelde....
-
-Zij droomde.
-
-Het was haar, alsof een kamerdeur werd geopend en zachte, behoedzame
-schreden haar weelderig bed naderden.
-
-Daar stond hij in het zachte, getemperde licht der gaskroon, hij, aan
-wien zij den geheelen dag had moeten denken.... of was hij het
-niet?.... En nu sprak hij zelfs tot haar.... Zij verstond hem niet....
-nu noemde hij haar naam, dien hij telkens met zachte, welluidende stem
-herhaalde.... en nu knielde hij naast haar bed neer, strekte zijn
-handen naar haar uit en....
-
-Met een kreet van angst richtte Adelheid von Hartstein zich op en met
-wijd geopende oogen staarde zij naar het donkere gelaat van den man,
-die aan het voeteneind van haar bed neerknielde.
-
-Met bevende stem vroeg zij:
-
-„Wat wilt gij?... Wie zijt gij? ...Ik roep om hulp!”
-
-(Zie het titelblad.)
-
-De nachtelijke bezoeker hief zijn hoofd op, dat bedekt was door een
-zwart fluweelen masker, waardoor alleen de oogen zichtbaar waren en met
-een stem, die de jonge vrouw meende te kennen, maar die haar
-tegelijkertijd vreemd in de ooren klonk, sprak hij:
-
-„Wees niet bang! Ik zal u geen kwaad doen. Ik ben hier gekomen, omdat
-ik u moet zien.... Bij dag, als iedereen u kan zien, is het mij
-onmogelijk om u te zeggen, wat mij op het hart ligt...”
-
-Met smeekend opgeheven handen vroeg zij weer, bijna fluisterend:
-
-„Ik weet niet, wie gij zijt, wat wilt gij van mij en waarom verbergt
-gij uw gelaat? Zijt gij...”
-
-Maar zij durfde niet vragen of hij het was, die op het bal haar hart
-stormenderhand had veroverd.
-
-Een zacht, welluidend lachje klonk van zijn lippen.
-
-„Of ik het ben, naar wien uw hart verlangt, dat weet ik niet. Maar
-ik—ik kon geen weerstand bieden aan de onzichtbare macht, die mij tot u
-voerde in dit stille uur.... Maar ik kom nog voor iets anders: Gij hebt
-op het feest uw collier verloren, zoudt gij het graag terug willen
-hebben?”
-
-Verrast en sprakeloos staarde de jonge vrouw naar den nachtelijken
-bezoeker; zij schudde haar hoofd met het krullende goudblonde haar en
-met doodsbleek gelaat hijgde zij:
-
-„Maar wie zijt gij toch? en wat weet gij van mijn collier? Zijt gij
-misschien de man, die in de nis tegen de marmeren zuil leunde?”
-
-Hij schudde het hoofd.
-
-„Vraag mij niet wie ik ben, want ik moet u het antwoord eeuwig schuldig
-blijven. Beschouw mij als een ongelukkige die uw medelijden verdient!”
-
-Hij nam haar hand in de zijne, tilde het fluweelen masker op en drukte
-zijn lippen op haar gloeiende vingers.
-
-„Ik begrijp het niet,” sprak zij zacht, maar terwijl zij dit zeide, was
-het, alsof een inwendige stem haar toefluisterde:
-
-„Hij is het! Hij is het dien gij liefhebt, aan wien je hart en je
-zinnen toebehooren.”
-
-Maar—dan begon zij weer te twijfelen.
-
-Hoe zou de Engelsche aristocraat er een oogenblik aan kunnen denken om
-des nachts een vreemde woning binnen te dringen, in de slaapkamer te
-komen van de vrouw van een ander? En wat had Lord Brigham te maken met
-het gestolen halssieraad? Maar misschien gaf hij dit slechts op als
-voorwendsel voor zijn ongemotiveerde komst......?
-
-Zij voelde echter, dat zij in elk geval zich in schijn moest verzetten
-tegen dit bezoek en met kloppend hart sprak zij:
-
-„Wilt gij mij nu uw naam noemen? Ik moet om hulp roepen als gij nog
-langer hier blijft! Als man van eer moogt gij geen misbruik maken van
-de hulpeloosheid eener vrouw... En daar in die andere kamer slaapt mijn
-echtgenoot.”
-
-Zij wist niet, of de bankier reeds te huis was, maar hoe dan ook het
-zou haar onmogelijk geweest zijn, om hulp te roepen. Zij vreesde dezen
-man niet, die haar slaapkamer was binnengedrongen en als een smeekende
-knaap aan haar voeten lag.
-
-Aarzelend vroeg zij:
-
-„Ken ik u?”
-
-Hij antwoordde niets, maar het was haar als hoorde zij een zacht lachen
-van zijn lippen.
-
-Hierdoor moediger geworden, vroeg zij weer:
-
-„Kent gij mijn echtgenoot?” Hij lachte weer en fluisterde:
-
-„Ik ken u beiden en ik weet, waarom gij deze vraag tot mij richt.”
-
-Daarop vervolgde hij na een kleine pauze:
-
-„Misschien ook ken ik hem, aan wien gij denkt!”
-
-„Maar zijt gij het niet zelf?” vroeg zij in ademlooze spanning.
-
-Zonder hierop te antwoorden, sprak hij nogmaals.
-
-„Doet het u veel leed, dat gij uw collier hebt verloren?”
-
-Maar Adelheid, vervuld van geheel andere gevoelens, sprak
-hoofdschuddend:
-
-„Mijn man is immers zoo rijk...... Men verliest zooiets natuurlijk niet
-graag.... Vooral hij, mijn echtgenoot.... Mij kan het niet veel
-schelen.... Hebt gij het misschien gevonden?”
-
-Hij antwoordde ook hierop niets, maar kuste nogmaals haar handen, die
-zij hem beide gaf en stond toen langzaam op.
-
-„Het wordt tijd, dat ik heenga, maar gij hebt mij niet voor de laatste
-maal gezien.”
-
-En zonder Adelheid tijd te gunnen om nog iets te zeggen, was de
-nachtelijke bezoeker verdwenen.
-
-Zij gevoelde zich als verdoofd en als ware er niets bijzonders
-voorgevallen, sluimerde zij rustig weer voort.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-DE ZWARTE BRIEF.
-
-
-Bankier Von Hartstein schuimbekte van woede.
-
-Hij had des morgens, toen hij zijn kantoor binnenkwam, op zijn
-schrijftafel een brief gevonden in een zwart couvert, dat aan de
-achterzijde een gouden monogram „J. R.” vertoonde.
-
-De brief was niet voorzien van een postzegel of stempel en blijkbaar
-door een bode daar neergelegd.
-
-Het couvert bevatte een met de schrijfmachine geschreven brief van den
-volgenden inhoud:
-
-
- Geachte heer!
-
- Doe geen moeite, uit te vorschen, waar het diamanten collier van uw
- echtgenoote zich bevindt. Het zou u niet helpen en u misschien in
- gevaar brengen. Ditzelfde geldt voor degenen, wien gij dit werk
- mocht opdragen. Het zal van omstandigheden, waarmede gij niets te
- maken hebt afhangen, of men het collier aan uw vrouw zal
- terugbezorgen. Het zal echter noch aan de politie noch aan de
- detectives gelukken, op het spoor te komen van uw dienstwilligen,
-
- JOHN C. RAFFLES.
-
-
-De heer Von Hartstein vertrouwde zijn oogen niet. Deze brutaliteit
-overtrof alles!
-
-Onmiddellijk werd de oude, vertrouwde dienaar Martin geroepen.
-
-De oude man, die reeds den vader van den bankier had gediend,
-verscheen, als altijd, onberispelijk in rok en met witte das, in het
-kantoor van zijn heer en meester.
-
-Maar het was, alsof de handen van den man beefden, toen hij op den
-drempel trad en zijn witte bakkebaarden door zijn vingers liet glijden.
-
-„Mijnheer beveelt?”
-
-„Mijn beste Martin,” sprak de bankier met gefronst voorhoofd, „ik moet
-je, bijna voor den eersten keer, een verwijt maken. Er schijnen
-verkeerde elementen onder de bedienden te zijn.... Hier, lees dezen
-brief.”
-
-Hij gaf hem het couvert en vervolgde:
-
-„Dit schrijven vond ik hedenochtend op mijn tafel liggen. Franz, de
-bediende, beweert geen flauw vermoeden te hebben, hoe het daar is
-gekomen. Mag zoo iets in een goed geordend huishouden plaats vinden?”
-
-De oude man luisterde met gebogen hoofd naar de woorden van zijn
-gebieder. Het was, alsof hij, schuldbewust, niet durfde antwoorden.
-
-De bankier vervolgde:
-
-„Je weet, beste Martin, welk verlies ik geleden heb op het bal. Een
-half millioen is ook voor mij geen kleinigheid.
-
-„Maar dat ik bovendien door dien schurk in mijn eigen huis gehoond
-word, dat is het schandelijkste van al! En, beste Martin, daarvoor stel
-ik jou verantwoordelijk!”
-
-De oude man haalde de schouders op en sprak:
-
-„Het spijt mij zeer, mijnheer Von Hartstein, maar ik zelf sta
-machteloos tegenover dit alles. Ik heb na den diefstal al onze
-bedienden een voor een onder handen genomen, maar ik ben ervan
-overtuigd, dat geen van hen tot een oneerlijke daad in staat is. Wat
-echter den brief betreft, hieromtrent kan ik u persoonlijk, zij het dan
-ook slechts gedeeltelijk, inlichten....”
-
-Verrast keek de bankier op.
-
-„Jij? Jij zelf, Martin? Ik ben zeer nieuwsgierig.”
-
-Met een droevig glimlachje sprak de oude man:
-
-„Ja, ik lijd, zooals mijnheer wel weet, aan slapeloosheid. Nu heb ik
-eenigen tijd geleden, om een onbeduidende reden, van slaapkamer geruild
-met de kamervrouw van mevrouw de barones.
-
-„Dezen nacht meende ik eenig geluid te hooren, ik draaide het
-electrische licht op en zag, dat het bijna half drie was. Ik ging mijn
-kamer uit en zag bij het zwakke licht van de ganglamp een zwarte
-gedaante langs sluipen.
-
-„Het eerste oogenblik was ik verlamd van schrik, zoodat ik verzuimde,
-hem na te snellen en daarna vond ik, ondanks alle moeite, zijn spoor
-niet terug.
-
-„Ik was echter niet gerust, en begon, ongeveer een half uur later, nog
-eens te zoeken. Terwijl ik langs de slaapkamer van mevrouw de barones
-kom, wordt de deur naar de gang toe geopend en een hooge, in het zwart
-gekleede gestalte komt onhoorbaar naar buiten......”
-
-De oude man zweeg en keek ontsteld in het doodsbleeke gelaat van zijn
-heer.
-
-Op verontwaardigden toon vroeg Von Hartstein:
-
-„Hebt gij het gelaat van den man gezien?”
-
-„Dat was mij onmogelijk. Hij droeg een masker, of liever een
-hoofdbedekking van zwart fluweel, waardoor alleen de oogen zichtbaar
-waren.”
-
-„En je hebt hem laten gaan?!” vroeg de bankier diep ademhalend.
-
-„Dat maakt mij juist zoo ongelukkig!” sprak de oude Martin
-handenwringend.
-
-„Ik was als verlamd van schrik door die spookachtige gedaante. Ik kon
-zelfs geen enkel geluid geven. De vreemde, bovenaardsche verschijning
-gleed onhoorbaar langs mij heen, zijn doordringende oogen onafgewend op
-mij gericht.
-
-„Toen ik van den schrik bekomen was, was de geheimzinnige man
-verdwenen.
-
-„Aan het kozijn van een der ramen dicht bij de trap, vond ik een zijden
-koord bevestigd, waarlangs de misdadiger zich waarschijnlijk naar
-beneden heeft laten glijden.”
-
-De bankier antwoordde niets.
-
-Hij had aan zijn schrijftafel plaats genomen en was in diep nadenken
-verzonken.
-
-Hij dacht niet meer aan den brutalen brief in het zwarte couvert, zelfs
-het verlies van het collier was hem in dit oogenblik
-onverschillig—slechts de gedachte aan zijn vrouw hield hem bezig.
-
-Tot dusverre was nog nimmer de gedachte bij hem opgekomen, dat de
-reine, blauwe oogen zijner vrouw verlangend naar andere mannen zouden
-kunnen kijken.
-
-Hoe kwam het, dat nu opeens een gevoel van twijfel zich meester maakte
-van het hart van den reeds bejaarden man?
-
-Was het niet zijner onwaardig, in de brutale handelwijze van een
-schurk, die misschien in de vertrekken zijner vrouw was geweest,
-terwijl deze sliep, trouweloosheid van het beminde wezen te willen
-zoeken?
-
-Maar—dit was het niet alleen!
-
-Adelheids houding was na den nacht van het bal zoo geheel anders
-geworden! Lief en vriendelijk als altijd, was zij toch in zichzelf
-gekeerd en stil geworden.
-
-Wat kon deze man in zijn brief bedoelen met de omstandigheden, waarmede
-hij zelf niets te maken had en waarvan het zou afhangen of men Adelheid
-het gestolen collier zou terugbezorgen......?
-
-Al deze vragen pijnigden den bankier ontzettend.
-
-Eindelijk hief hij het hoofd op en sprak, met een goedig glimlachje den
-ouden dienaar aanziende:
-
-„Ik dank je wel, beste Martin; wil je zoo goed zijn, door middel van de
-kamervrouw mijn echtgenoote te laten zeggen, dat ik haar over een
-kwartier wensch te spreken?”
-
-Martin verwijderde zich en kwam spoedig daarna terug met de
-mededeeling, dat mevrouw de barones juist was opgestaan en mijnheer den
-bankier over een kwartier verwachtte.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-EEN HARTSGEHEIM.
-
-
-Adelheid was eerst laat uit haar droomen ontwaakt.
-
-Toen echter haar kamermeisje de gordijnen opende en het volle, heldere
-daglicht in het meer dan weelderige slaapvertrek naar binnen viel,
-waren alle visioenen van den nacht verdwenen.
-
-Zij bevond zich weer als de echtgenoote van den beroemden beurskoning
-en millionair Von Hartstein in haar villa, zij was de rijke, voorname
-vrouw, die haar echtgenoot trouw had gezworen en die, nu het nuchtere
-verstand weer werkte, vast besloten was, alle andere gevoelens
-onherroepelijk uit haar hart te verbannen.
-
-Was het werkelijkheid, haar droom van dien nacht?
-
-Maar waarom had zij dan niet om hulp geroepen, toen de vreemdeling bij
-haar bed was neergeknield?
-
-Hoe had zij een oogenblik kunnen veronderstellen, dat de Engelsche
-aristocraat en de inbreker, dezelfde, die haar collier had gestolen,
-iets met elkaar te maken hadden?
-
-Zou Lord Brigham, een Peer van Engeland, in den nacht een vreemd huis
-binnendringen om op deze wijze een dame zijn hulde te bewijzen?
-
-Neen! Zij wenschte, dat zij voor haar echtgenoot kon verschijnen om hem
-te vertellen, wie den treurigen moed had gehad, in haar slaapvertrek te
-komen!
-
-Maar dat was onmogelijk!
-
-Zij kende zijn wantrouwen en jaloezie en wist, dat hij haar niet zou
-gelooven, als zij hem den loop van het nachtelijk avontuur zou
-vertellen.
-
-En omdat zij den moed niet had, hem alles te zeggen, besloot zij te
-zwijgen.
-
-In dit oogenblik kreeg zij de boodschap van haar man, dat hij haar
-wilde spreken.
-
-Zij begreep, dat dit vroege onderhoud in verband stond met het
-voorgevallene in den nacht en vol bange onzekerheid wachtte zij op de
-komst van haar echtgenoot.
-
-Toen hij binnentrad, zag zij aan zijn vastgesloten lippen, dat zijn
-humeur niet van de beste was, maar zij had tijd gehad om zich voor te
-bereiden en was dus uiterlijk kalm en rustig.
-
-Nadat de bankier haar den brief in het zwarte couvert had laten lezen,
-scheen zij hierover even verontwaardigd als hij zelf en antwoordde op
-zijn vraag, of zij niets van de aanwezigheid van den schurk had
-bemerkt:
-
-„Maar Max, je begrijpt toch, dat ik dan het geheele huis in opschudding
-zou hebben gebracht. Ik zou van angst gestorven zijn!”
-
-Deze woorden stelden hem volkomen gerust.
-
-De zekerheid, dat het hart van zijn vrouw even rein en onschuldig was
-als altijd, deed hem alle ongerustheid vergeten en Adelheid deed al
-haar best om hem te bewijzen, dat zij hem meer dan ooit liefhad en aan
-geen anderen man dacht.
-
-Met het blonde kopje aan zijn breede borst keek zij teeder naar hem op.
-Geduldig liet zij zich op mond en oogen kussen, totdat hij, op de klok
-kijkend, zag, dat het hoog tijd was om naar de beurs te gaan.
-
-De jonge vrouw begaf zich naar haar boudoir, waar zij zich weer aan
-haar gedachten overgaf.
-
-Zou zij haar man alles vertellen?
-
-Maar neen, hij zou haar niet begrijpen, hij zou het niet kunnen!
-
-Eén slechts was er in de geheele wereld, die haar zou kunnen helpen!
-Eén slechts, op wiens ridderlijkheid zij volkomen vertrouwde.
-
-Die eene was Lord Brigham!
-
-Als de vermetele onbekende het haar weer lastig zou maken, dan wilde
-zij tot hèm gaan, tot den Engelschen edelman, van wiens vriendschap zij
-redding verwachtte.
-
-Gesterkt door dit besluit, riep zij haar kamenier om zich voor een
-rijtoer te laten kleeden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-IN HET DANSHUIS.
-
-
-Henry Stern had juist de villa van den millionair verlaten, niet zeer
-opgewekt over dat, wat hij daar had moeten vernemen. De bankier had hem
-den zwarten brief getoond en erbij gezegd, dat, als hij niet binnen
-eenige dagen tenminste het begin van eenig resultaat zag, hij de zaak
-in handen zou geven van een ander detective-bureau.
-
-Dat was voor den jongen man als een slag in het gezicht. Hoewel hij pas
-23 jaar oud was, hield hij zichzelf, en misschien niet geheel ten
-onrechte, voor een genie in zijn beroep.
-
-De heer Von Hartstein verlangde, zoo dacht Stern, wel wat veel. Er
-waren niet meer dan vier dagen verloopen sinds het bal in de villa had
-plaats gehad en deze tijdsruimte was bijna te kort om een zoo geslepen
-misdadiger op het spoor te komen.
-
-Henry Stern had immers een spoor, wat hij den millionair dan ook had
-medegedeeld, maar het had tot dusverre tot niets geleid.
-
-Reeds in den voormiddag, volgende op den bewusten nacht, had hij het
-huis, waar de auto hem had gebracht, weer opgezocht.
-
-Hij vond de woning zonder eenige moeite. Er huisde een oude vrouw, een
-type, zooals men ze meer in de misdadigerswijken der groote steden
-vindt. Zij verhuurde haar kamers voor enkele dagen of nachten, al naar
-men het haar vroeg.
-
-Maar die oude beweerde niets van de zaak te weten. Den geheelen nacht,
-zoo zei ze, had er geen licht in haar woning gebrand en niemand was
-daar geweest, behalve zijzelf. De detective moest zich bepaald vergist
-hebben. Waarschijnlijk bedoelde hij een ander huis uit de straat.
-
-Stern mocht de hulp der politie niet inroepen, daar de heer Von
-Hartstein hem dit ten strengste verboden had.
-
-Aan dit verbod moest hij zich houden, hoewel juist in deze zaak de hulp
-der politie hem veel waard was geweest.
-
-Zuchtend en ontevreden over zichzelf was Henry Stern nu op weg naar den
-heer Rasmussen om, zooals zijn plicht was, dezen mede te deelen, wat
-hij dien morgen in de villa had vernomen, toen een heer met
-uitgestrekte handen naar hem toekwam.
-
-„Henry, oude jongen, hoe gaat het je?”
-
-De detective herkende onmiddellijk zijn vroegeren schoolkameraad Peter
-Böcher en spoedig waren zij in een levendig gesprek gewikkeld, dat zij
-op voorstel van den vriend, in een wijnrestaurant gingen voortzetten.
-
-Henry Stern vertelde, hoe hij eerst van plan was geweest om officier te
-worden, maar dat een zeer onaangename duelgeschiedenis, die hij niet
-had kunnen verhinderen, zijn carrière in het leger onmogelijk had
-gemaakt. Door een toeval was hij detective geworden, een vak, waarvoor
-hij werkelijk in de wieg scheen te zijn gelegd.
-
-„Dat is toevallig,” antwoordde de ander, „dan hebben wij ten slotte zoo
-ongeveer hetzelfde beroep gekregen. Ik heb in de rechten gestudeerd en
-ben geëindigd met commissaris van politie te worden.”
-
-„Hier in Berlijn?” vroeg Stern aangenaam verrast.
-
-De ander knikte toestemmend en vervolgde:
-
-„Ik weet, wat je zeggen wilt en ik zal je vraag dadelijk beantwoorden:
-Als het mij eenigszins mogelijk is, zonder mijn plicht te verzaken, wil
-ik je gaarne in ieder opzicht van dienst zijn.”
-
-Korten tijd daarna reden de beide vrienden in een huurrijtuig zamen
-naar het hoofdbureau van politie.
-
-En nadat de commissaris Böcher daar zijn vriend zeer formeel aan den
-chef van de recherche had voorgesteld, was deze zoo welwillend,
-toestemming te geven tot het doorbladeren van het misdadigersalbum.
-
-Henry Stern deelde dien heer in vertrouwen mede waarom het hem te doen
-was.
-
-Hierna bracht de commissaris den detective in een vertrek, dat het
-zoogenaamde „misdadigersalbum” bevatte. Het was een langwerpige kamer
-met tallooze vakken en planken aan de muren, waarin zich stapels
-photographieën bevonden. Al deze beelden waren keurig gerangschikt
-volgens leeftijd, kleur der haren, grootte en dergelijke kenteekenen
-der misdadigers.
-
-Het was Henry Stern er om te doen, het portret van den man te vinden,
-die op den balavond in de millionnairs-villa in de nis had gestaan,
-tegen de marmeren zuil leunend en dien hij later was gevolgd tot op de
-binnenplaats van het verdachte huis.
-
-Een geruimen tijd bleef zijn onderzoek vruchteloos.
-
-Eindelijk bracht de beambte een pakket pas aangekomen photo’s, welke
-personen voorstelden, die in Berlijn of daar buiten bij het verlaten
-van strafinrichtingen eerst kortelings waren gephotographeerd.
-
-Bij het bekijken van deze portretten greep Stern haastig naar een der
-photo’s, terwijl hij sprak:
-
-„Die! Maar hij heeft zijn baard laten wegnemen!”
-
-Terwijl hij de photographie omdraaide, las de commissaris voor:
-
-„Adolf Müller, uit Myslowitz, bijgenaamd „Silezische Adolf”, geboren
-den 23 Juli 1869. Herhaaldelijk gestraft wegens zwaren diefstal en
-roof.”
-
-„Dat is hij!” sprak Henry Stern......., „als ik maar kon verklaren, hoe
-de man in het bezit van het collier is gekomen. Want al heeft hij, hoe
-dan ook, toegang gekregen tot de villa, de barones zal met hem toch in
-geen geval gedanst hebben, want hij was niet eens aan haar
-voorgesteld......
-
-„En dat hij haar juist gepasseerd zou hebben in het oogenblik, waarop
-zij het collier verloren heeft—zij miste het na een quadrille—is ook
-niet aan te nemen!”
-
-De andere beambten haalden de schouders op en Peter Böcher sprak:
-
-„Ja, kerel, dat zijn de raadsels, die jij moet oplossen......”
-
-„In elk geval ben ik jou en de andere heeren heel dankbaar, dat ge mij
-inzage van deze dingen hebt gegeven,” sprak Stern, „want ik weet nu
-tenminste eenigszins met wien ik te doen heb.”
-
-„Ook wij zullen een oogje op den heer Adolf Müller houden,” verzekerde
-de commissaris.
-
-Henry Stern nam afscheid en volgde dadelijk den raad, welken een der
-heeren op het politiebureau hem had gegeven, door namelijk een bezoek
-te gaan brengen aan een klein restaurant in de Seydelstraat, het
-„Tipp-café”, zooals het door de bezoekers werd genoemd.
-
-De politie had dikwijls reden om dit restaurant in het oog te houden,
-omdat er herhaaldelijk misdadigers en landloopers bijeen kwamen en
-omdat er, hoewel de eigenaar dikwijls was gestraft, hoog gespeeld werd.
-
-In den namiddag van dienzelfden dag verscheen in het café Säusler,
-zooals het officieel heette, een heer met kleine Engelsche bakkebaarden
-en die ook volgens zijn kleeding en geheele optreden den burgerlijken
-Engelschman verried.
-
-Hij bestelde op langzamen toon, met echt Engelsch accent sprekend,
-eerst een glas bier en, omdat hij dit niet kon krijgen, een glas port.
-
-Met blijkbaar welbehagen dronk hij zijn glas leeg.
-
-Daarop nam hij een sportblad op en verdiepte zich in den inhoud
-daarvan, waarbij hij dikke rookwolken blies uit een korte tabakspijp.
-
-Zoo zat hij een uur lang en daarna nog een uur, zonder dat hij zijn
-jockeypet van het hoofd nam.
-
-Ook toen twee personen het overigens leege Tipp-café binnentraden, keek
-hij niet uit het blad op, dat hem blijkbaar zeer interesseerde.
-
-De beide zeer elegant gekleede heeren gingen het bij dag steeds vrij
-donkere café binnen en spraken bij het buffet een poosje met den daar
-vertoevenden kellner.
-
-Daarop wilden zij blijkbaar het lokaal weer verlaten, toen de kleinste
-der twee, iemand met een zwart snorretje en een bescheiden uiterlijk,
-sprak:
-
-„Zeg, we zouden wel eerst een glaasje pils kunnen drinken.”
-
-Zij namen plaats in de onmiddellijke nabijheid van den Engelschman en
-begonnen te spreken van een fuif, welke zij blijkbaar den vorigen avond
-hadden meegemaakt.
-
-De Engelschman wendde, zich achter zijn blad verborgen houdend, geen
-oog van hen af.
-
-Hij had dadelijk in den een den „Silezischen Adolf” herkend en was in
-hetzelfde oogenblik vast besloten, hem nu niet weer uit het oog te
-verliezen.
-
-Dit was nu, op klaarlichten dag, zoo gemakkelijk niet, maar Henry Stern
-gevoelde, dat zijn goede naam als detective op het spel stond!
-
-Hij betaalde nu en vroeg den kellner iets in gebroken, met Engelsch
-vermengd, Duitsch, wat deze niet verstond. Hij had de voldoening, dat
-de kleinste zijner twee buren zijn woorden vertaalde.
-
-Daardoor kwam hij met hen in gesprek en vertelde, dat hij in Berlijn
-vreemd was. Hij was voor de wedrennen overgekomen en omdat Berlijn hem
-zoo goed beviel, wilde hij nog een paar dagen blijven. Maar tot zijn
-spijt kende hij niemand die hem een beetje in de stad kon rondgeleiden,
-en er was zooveel bezienswaardigs!
-
-De detective verstond meesterlijk de kunst om zich oliedom voor te doen
-en dadelijk bemerkte hij, dat de beide heeren elkaar bij zijn verhaal
-veelbeteekenend aankeken.
-
-„Wij zijn een paar echte Berlijners”, sprak nu Silezische Adolf, „en
-het zou ons een genoegen zijn, u eens te laten zien, hoe het bij ons
-toegaat.”
-
-„Ja,” viel de ander in, „wij zijn al sinds gisteren aan den boemel en
-juist in de goede stemming. Als ge u bij ons wilt aansluiten, zult ge
-eens zien! Als iemand geld heeft in Berlijn, kan hij den duivel laten
-dansen!”
-
-„Wel”, sprak de Engelschman, „dat zal ik doen...! En ik dank ook
-ervoor, dat gij mij meeneemt!”
-
-„O, dat beteekent niets,” antwoordde de kleine, die zich als Fritz von
-Behr voorstelde, „dat is Christenplicht om een buitenlander een beetje
-den weg te wijzen...! Kom maar, wij nemen nu een rijtuig en gaan er op
-uit!”
-
-Al spoedig zat het drietal in een automobiel om de verschillende bars
-en café’s der Friedrichstrasse te bezoeken.
-
-Henry Stern merkte al spoedig dat het zijn kameraden er om te doen was,
-hem dronken te maken.
-
-Maar hij kon tamelijk veel verdragen en daarenboven nam hij slechts
-vrij onschuldige dingen.
-
-Silezische Adolf scheen hoe langer hoe meer schik te krijgen in de
-aanwezigheid van den nieuwen kennis.
-
-Het was intusschen avond geworden en Adolf stelde voor om iets zeer
-interessants, een stukje van het echte donkere Berlijn te gaan zien.
-
-„Ik weet een danshuis,” sprak hij, „zooiets hebt gij in uw heele leven
-nog niet gezien, Mr. Sylvers!”
-
-Onder dezen naam had de detective zich aan de beide booswichten
-voorgesteld.
-
-„Gij kunt daar de ergste misdadigers van Berlijn te zien krijgen,
-zooals je ze anders alleen in sensatieromans hebt. Iets interessanters
-bestaat er niet!”
-
-Henry Stern bedacht zich niet lang. Hij had een dolk en een met zeven
-patronen geladen pistool bij zich.
-
-Daarenboven was hij niet alleen sterk, maar ook buitengewoon behendig.
-
-En wat nog meer waard was, dat was de ongekende moed, dien hij in alle
-omstandigheden aan den dag legde.
-
-De auto passeerde nu ongeveer dezelfde buurten als die, waardoor Henry
-onlangs midden in den nacht op minder gemakkelijke wijze was gereden.
-Eindelijk bleef de wagen staan voor een gebouw, boven welks ingang een
-groote verlichte ballon prijkte, die den naam „Mooren-Paleis” leesbaar
-maakte.
-
-„Eigenlijk heet het hier „de Pan,”” merkte Adolf op. „En gij zult zoo
-meteen zien, wat in die pan gekookt wordt, mijnheer!”
-
-Door de deur kwam men eerst in een café van minder allooi, waar het
-benauwd en onfrisch was. Hier deden zich tal van verloopen sujetten met
-hun dames van twijfelachtig soort te goed aan groote glazen bier en
-sterken drank.
-
-Dan kwam men in een smalle gang, die naar een groote kelderruimte
-voerde.
-
-Dit vertrek, dat de drie mannen nu betraden, was laag van zoldering en
-iemand van normale lengte moest oppassen om zijn hoofd niet te stooten
-tegen de groote petroleumlampen die van het plafond afhingen.
-
-Deze danszaal was ongeveer tien meter lang en zes breed.
-
-Een lachende, schreeuwende menigte danste als dol in het rond bij de
-tonen der woeste muziek.
-
-Een walgelijke reuk van alcohol, rook en menschelijke uitwaseming vulde
-de ruimte, en het geheel maakte den indruk van een reusachtigen
-heksenketel, waarin de menschelijke hartstochten en ondeugden
-voortdurend koken.
-
-Hier beneden was het schuim van de bevolking der reuzenstad bijeen.
-
-De meisjes waren deels in lompen gehuld, deels opgesmukt als een pauw.
-De mannen droegen smerige kielen, waarin zij langen tijd gewerkt hadden
-of goede kleeren, die zeer zeker niet op rechtmatige wijze verkregen
-waren.
-
-Henry Stern had veel woeste tooneelen in zijn leven bijgewoond; zijn
-beroep bracht hem, al was het dan ook als toeschouwer, met dergelijke
-toestanden in aanraking, maar hier werd hij toch met walging vervuld.
-
-Zijn beide geleiders, die blijkbaar niet veel beter waren dan de
-danslustigen—dat bewezen de talrijke begroetingen en de knikjes van
-verstandhouding uit de verschillende rijen der meisjes en mannen—zij
-beiden hielden den detective in hun midden. En Henry Stern begreep, dat
-het bezoek aan de Pan van niet onschuldigen aard zou zijn.
-
-Hij greep in zijn zak naar zijn pistool.
-
-In dit oogenblik drong weer een nieuwe stroom bezoekers de zich achter
-hen bevindende deur binnen en Stern merkte op, dat Silezische Adolf
-zich naast hem omkeerde en iemand een teeken gaf.
-
-Bijna tegelijkertijd kreeg de detective een geweldigen duw in zijn rug,
-zoodat hij tegen de dansende paren werd geworpen.
-
-Hij werd teruggeslingerd en zonder dat het hem gelukte, weer op de been
-te komen, vloog hij heen en weer tusschen de vuisten der gasten...
-
-De vrouwen schreeuwden, eenige mannen brulden, anderen lachten, en
-gemeene scheldwoorden weerklonken.
-
-De detective begreep, dat dit een complot tegen hem was.
-
-En toen hij nu kreten vernam als: „Vervloekte spitsboef!” en
-„Politiespion!” twijfelde hij er niet meer aan of Silezische Adolf had
-hem herkend en aan zijn makkers verraden, ja, hem zelfs met opzet
-hierheen gelokt.
-
-Deze gemeene schurk was slim genoeg om zijn vijand niet zelf te
-lynchen, maar deze wraak over te laten aan het geheele gezelschap, dat
-in dezen danskelder zijn woest bachanaal vierde.
-
-Getrapt, geslagen en bijna krankzinnig van woede en pijn, gelukte het
-Henry Stern eindelijk om een der wanden te bereiken, waar hij een stoel
-greep en ieder dreigde neer te slaan, die hem zou durven naderen.
-
-Maar nu kwamen zijn belagers eerst in al hun ruwheid los. De messen
-werden te voorschijn gehaald en in een dichten drom naderden zij den
-jongen man, wien nu niets anders overbleef dan zijn revolver te
-voorschijn te halen en tegen de steeds nader dringende bende te
-schreeuwen:
-
-„Halt! Wie nog één stap waagt, is een kind des doods!”
-
-Een oogenblik week de troep achteruit, vreezende voor een doodelijk
-schot uit het wapen, maar dadelijk drongen de achtersten weer
-voorwaarts, het gebrul verdubbelde en toen het eerste schot, dat Henry
-Stern boven de hoofden zijner aanvallers richtte, afging, vlogen drie
-tegelijk op hem aan, sloegen hem het wapen uit de hand, dat weer
-afging, maar niemand trof, en sleurden hem op den grond.
-
-De detective dacht, dat dit zijn laatste oogenblik zou zijn. Slechts
-het feit, dat hij zooveel aanvallers had en de een den ander wegduwde,
-redde hem nog voor het oogenblik.
-
-Ondanks dit alles gaf hij den moed nog niet op.
-
-Hij had een der kerels bij de keel gegrepen en naar zich toe getrokken,
-om op die wijze voorloopig een schild te hebben. Maar hij voelde
-duidelijk, dat ook deze hulp slechts van korten duur zou zijn.
-
-Nu trok iemand met reuzenkracht zijn handen los, een geheele bende viel
-op hem aan......!
-
-In dit oogenblik van allerhoogsten nood weerklonk plotseling een schril
-gefluit door de onderaardsche zaal.
-
-De massa stoof uit elkaar, zij, die hem vasthielden, hem sloegen en
-trapten, wendden zich allen tegelijk van hem af.
-
-En toen het hem, eindelijk bevrijd, gelukte zich op zijn knieën op te
-richten, zag hij, dat van twee kanten tegelijk politieagenten het
-lokaal waren binnengedrongen en dat dus, als door een wonder, op het
-uiterste moment redding voor hem was opgedaagd.
-
-Hijgend en met groote moeite stond hij op en bereikte, zich aan den
-muur vasthoudend, een stoel, waarop hij vol builen en schrammen en met
-hevige pijn, neerviel.
-
-Een deel der schurken scheen ontkomen te zijn en meerdere
-politiedienaren waren bezig, eenige individuen, die men reeds lang
-zocht, gevangen te nemen.
-
-Tot zijn onuitsprekelijke vreugde bemerkte de detective, dat zich
-zoowel Silezische Adolf als diens kleine vriend daarbij bevonden.
-
-Nu naderde een groote, corpulente politie-beambte, en Henry herkende
-met het laatste restje bewustzijn, dat hem was gebleven, zijn ouden
-vriend, den commissaris Böcher, die dezen inval had bevolen, in de
-hoop, zijn vriend hier te zullen vinden en hem misschien te kunnen
-helpen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK.
-
-DE CLUB DER MILLIONAIRS.
-
-
-Het was in den namiddag toen in het rooksalon van de Millionairsclub de
-heeren in hun gemakkelijke fauteuils van hun mokka, likeur en fijne
-sigaren zaten te genieten.
-
-Een der heeren, die het uiterlijk had van een bon-vivant en speler, zat
-met iemand te praten, van een zeldzaam schoon, sympathiek uiterlijk.
-
-Hij streek met zijn slanke, witte vingers langs zijn zwarte snor en
-vertelde juist een anecdote, toen een bediende van de Club binnentrad
-en meldde, dat men Lord Brigham aan de telephoon te spreken vroeg.
-
-De ongeveer 30-jarige heer stond met een elastische beweging op en
-volgde den bediende naar het telefoontoestel.
-
-De Lord bracht de telephoon aan zijn oor en riep met zijn aangename,
-welluidende stem:
-
-„Hallo!... Wie daar?”
-
-Hij moest eenige oogenblikken wachten, daarop hoorde hij glimlachend,
-hoe een met opzet veranderde, vrouwelijke stem sprak:
-
-„Mag ik om het adres van Lord Brigham verzoeken?”
-
-„Ik ben zelf aan het toestel,” antwoordde deze, „en woon in de
-Victoriastraat 68, eerste etage.”
-
-„En wanneer is Mylord te spreken?”
-
-Als tegenvraag klonk het:
-
-„Met wien heb ik de eer?”
-
-„Men verzoekt u, hiernaar voorloopig niet te vragen... Uwe Lordschap
-kan een dame een grooten dienst bewijzen, als gij haar zoo spoedig
-mogelijk eenige minuten te woord wilt staan.”
-
-„Ik zal binnen tien minuten in mijn woning zijn.”
-
-„O, dank u!”
-
-De telephoonbel weerklonk en Lord Brigham ging naar de garderobe, waar
-de bediende hem met zijn overjas hielp en hem den cylinder en stok
-overhandigde.
-
-Hij besteeg zijn auto, die voor het gebouw op hem wachtte, en in minder
-tijd dan hij had opgegeven, stond de Lord in de op Indische wijze
-ingerichte kamer, die hem als ontvangsalon dienst deed.
-
-De vloer was hier met matten bedekt en de muren waren bekleed met het
-zeldzame borduurwerk, dat van Madras komt. De meubelen, die uit verguld
-bamboe waren vervaardigd, maakten alle den indruk van sierlijkheid en
-elegance. Voor de vensters hingen kostbare moesseline gordijnen met
-vreemde, gouden figuren bewerkt. Het geheele vertrek had hierdoor iets
-sprookjesachtigs, vooral ook door het zachte, getemperde licht.
-
-Er werd gebeld. De binnentredende, als Engelsche jockey gekleede
-bediende, diende een dame aan.
-
-„Ik verzoek, binnen te laten!” sprak de Lord.
-
-Dadelijk daarop trad mevrouw Adelheid von Hartstein den Indischen salon
-binnen, den dichten sluier terugslaand en haar van verlegenheid blozend
-gezichtje vertoonend.
-
-Lord Brigham ging haar met uitgestrekte handen tegemoet en sprak:
-
-„Mijn lieve Mevrouw! Wat verschaft mij de groote eer en het
-onuitsprekelijke genoegen, u bij mij te zien?”
-
-De tranen kwamen in haar mooie, blauwe oogen te voorschijn.
-
-„Ik bid u,” zei hij zacht; terwijl hij de jonge vrouw naar een divan
-geleidde, „blijf kalm, mevrouw. Om welke reden gij ook hier gekomen
-zijt; als het in mijn macht ligt, zal ik u gaarne helpen, dat verzeker
-ik u!”
-
-Zij knikte hem zacht weenend toe en sprak eindelijk met een diepen
-zucht:
-
-„Het is zeker dwaas, dat ik mij tot u wend. Ik weet niet, hoe het komt,
-dat ik zooveel vertrouwen in u stel......”
-
-Zij sloeg de oogen neer en een donkere blos bedekte haar gelaat en
-hals.
-
-Met een weemoedigen glimlach keek hij naar haar en moedigde haar daarop
-aan, hem haar zorgen mede te deelen, opdat hij die zoo mogelijk, zou
-kunnen verlichten.
-
-Nu begon zij te vertellen van dien nacht, toen zij half slapend een
-mannelijke gedaante voor haar bed had gezien; hoe zij eerst geen waarde
-aan die verschijning had gehecht en—zij fluisterde bijna onhoorbaar—aan
-iemand anders had gedacht.
-
-De blanke hand van den man tegenover haar streelde zacht haar gebogen
-hoofd en toen zij daarna haar diepblauwe oogen tot hem opsloeg, vroeg
-hij zacht en dringend:
-
-„Mag ik ook weten, wie het was, dien gij in dien nacht meendet voor u
-te zien?”
-
-Zij antwoordde niet.
-
-Maar haar bekoorlijke verlegenheid, haar zwijgen en de hartstochtelijk
-bevende lippen zeiden hem genoeg.
-
-Hij boog droevig het hoofd; een oogenblik was het, alsof hij haar in
-zijn armen wilde nemen en aan zijn borst drukken; daarop fluisterde hij
-met trillende lippen zacht en droef:
-
-„Mevrouw, gij zijt gehuwd en ik heb niet het recht, u los te rukken van
-den man, die u een zonnig leven verschaft. Ik kom en ga en mag het lot
-van een vrouw niet aan het mijne binden......”
-
-Met vochtige oogen keek zij naar hem op. Zij had er misschien niet over
-gedacht, van haar man heen te gaan, maar het klonk haar zoo
-merkwaardig.
-
-„Gij weet niet, wie ik ben!”
-
-Maar voordat zij hierover verder kon nadenken, verzocht hij haar hem te
-vertellen, wat haar zoo angstig maakte.
-
-O, dat was spoedig gezegd.
-
-De man, die op het bal in de nis had gestaan en die ongetwijfeld de
-dief van haar collier was, vervulde haar met zoo grooten angst. Hij was
-het zeker ook geweest, die des nachts in haar slaapkamer was gedrongen!
-Misschien omdat hij had gehoopt, nog meer te stelen.
-
-En hedenmorgen had haar echtgenoot haar meegedeeld, dat die man gepakt
-was, dat hij reeds voor het gerecht was geleid. Als hij nu eens
-vertelde, dat hij dien nacht in de slaapkamer van barones Von Hartstein
-was geweest, dat hij voor haar bed had geknield en haar handen
-gekust!...... Zij had dit niet aan haar echtgenoot durven vertellen!
-Haar eenige verontschuldiging was, dat zij in de gestalte van den
-inbreker het beeld van den man, dien zij liefhad, had meenen te zien,
-en dit had zij haar man niet durven bekennen!...
-
-Terwijl Adelheid dit vertelde, vloeiden steeds haar tranen.
-
-Daarop echter sprak hij met een heimelijke vreugde, die zij niet
-begreep:
-
-„Vrees niets! Al kan ik u ook niet alles verklaren, toch kunt gij mijn
-woorden gelooven: de man, dien gij destijds in uw balzaal hebt zien
-staan, is niet dezelfde geweest, die u in den nacht bezocht. Hij zal u
-geen onaangenaamheden bereiden, want hij kent u niet en vermoedt
-nauwelijks uw bestaan... Ik herhaal u nog eens, dat gij gerust en
-onbezorgd kunt gaan slapen, niemand behalve uw eigen mond kan u
-verraden!”
-
-Met verbaasde blikken keek zij hem aan.
-
-„Maar hoe...? Waarom...?”
-
-Met een zachten glimlach sprak hij:
-
-„Gij moogt mij niets vragen, al was het alleen, omdat het mij oneindig
-leed doet, u ieder antwoord schuldig te moeten blijven!
-
-„Vóór alles zou ik graag willen dat gij, als wij afscheid hebben
-genomen, in vriendschap aan mij bleeft denken!”
-
-„Gaat gij heen? Wanneer? Of mag ik ook dat niet weten?” vroeg zij
-angstig.
-
-„Ik weet het zelf op dit oogenblik nog niet. Ik ben als een vogel, die
-in de lucht opstijgt en aan de hand ontvlucht, die zich uitstrekt om
-hem vast te houden.”
-
-De schemering daalde neer op aarde en hulde het vertrek in
-sprookjesachtige schaduwen. Het was stil geworden in het Oostersche
-salon.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ACHTSTE HOOFDSTUK.
-
-DE OVERVAL.
-
-
-Ondervraagd door de politie, had Silezische Adolf elke verklaring
-geweigerd. Hij beweerde met onverstoorbare kalmte, dat hij zich van
-geen kwaad bewust was en niet begreep, wat de heeren van hem
-verlangden. Hij verzocht beleefd, weer in zijn cel teruggebracht te
-mogen worden, omdat hij moe was en slapen wilde.
-
-Eenigen tijd later werd hij opnieuw in verhoor genomen door commissaris
-Böcher. Maar ook nu zonder eenig resultaat. Men had hier blijkbaar met
-een zeer verstokten booswicht te doen, die niet gemakkelijk tot spreken
-was te dwingen.
-
-Henry Stern was bij dit verhoor tegenwoordig en liet glimlachend de
-woedende blikken van den misdadiger langs zich heen gaan...
-
-Op den dag na het voorgevallene in het danshuis was de bankier Von
-Hartstein persoonlijk bij den jongen detective in diens woning geweest,
-hij had hem zelfs zijn eigen dokter gezonden en hem een belangrijk
-bedrag ter hand gesteld als extra belooning.
-
-„Ik waardeer ten volle, wat gij voor mij hebt gedaan,” sprak hij tot
-den patiënt. „Als iemand zooals gij zijn leven op het spel zet in het
-belang van degenen, die hem betalen, dan is hij iemand van
-plichtsbetrachting, die alle achting verdient!”
-
-Henry Stern was zeer verheugd over deze woorden, ook het geld kon hij
-best gebruiken en met verdubbelden ijver vatte hij, nog nauwelijks
-hersteld en met verbonden hoofd, de zaak weer op.
-
-Toen men den misdadiger weer had weggebracht, sprak hij tot Peter
-Böcher:
-
-„Men zal den anderen kerel, die helaas ontsnapt is, ook nog moeten
-pakken en dan de beide vrouwen zien te vinden, die indertijd des nachts
-in hun gezelschap waren, toen ik ze bespiedde.”
-
-„Goed en wel,” meende de commissaris, „maar dat zal zoo gemakkelijk
-niet gaan.”
-
-In dit oogenblik hoorde men in de gang buiten een vervaarlijk
-geschreeuw. De commissaris ging naar buiten en sprak, toen hij
-terugkwam:
-
-„Het beteekent niets. De agenten hebben een kerel, die juist
-binnengebracht werd, een briefje afgenomen.”
-
-„Mag ik het zien?” vroeg Henry Stern vol belangstelling.
-
-De commissaris gaf hem het door middengescheurde stukje papier en de
-detective las:
-
-„Let op Hol! Nobele drietal uit de Sof!”
-
-Ook de andere beambten lazen het en lachten. Niemand begreep den
-inhoud.
-
-Eindelijk sprak Stern, die zich ook theoretisch op de hoogte had
-gesteld van zijn beroep:
-
-„Weet gij, wat dit beteekent, heeren?”
-
-„Neen,” sprak Peter Böcher, „weet jij het?”
-
-De detective knikte:
-
-„Zeker! Deze woorden beteekenen niets meer of minder dan dat iemand,
-die van hier naar de strafgevangenis overgebracht zal worden, op moet
-letten voor het „Hol”, dat beteekent Moabit, omdat daar „het nobele
-drietal”, dat zijn natuurlijk drie zijner kameraden, op hem wachten,
-die hem „uit de sof”, dat wil zeggen „uit de misère” zullen halen, dus
-vrij zullen maken... Het is jammer, dat wij niet weten aan wien deze
-brief is gericht!”
-
-„O!” meende Böcher, „dat zou wel uit te vorschen zijn. Wij zullen eens
-kijken, waar de brenger van het briefje zich nu bevindt”
-
-Reeds was hij naar buiten gegaan en na eenige minuten kwam hij terug
-met een lang opgeschoten, slungelachtigen jongen man, die ingepikt was
-wegens moedwillige beleediging en overlast.
-
-„Het heeft er veel van,” fluisterde de commissaris tot zijn vrienden,
-„alsof deze bengel, die er reeds een flinke boeventronie op nahoudt,
-zich alleen heeft laten oppakken om dit briefje te kunnen overbrengen.
-Ik geloof, dat het het beste is, dat wij ons houden alsof wij het
-briefje niet kunnen ontcijferen en van hem willen weten, wat de woorden
-beteekenen.”
-
-Hij wendde zich tot den jongen en deed een dusdanige vraag. Deze
-grijnsde en sprak:
-
-„O, dat is maar een gijntje! Dat heb ik maar es zoo opgeschreven, voor
-de mop!”
-
-De beambte antwoordde hierop niet, maar vroeg, plotseling een zeer
-beleefden toon aannemend:
-
-„Hebt gij al ontbeten?”
-
-De aangesprokene schrikte op. Deze woorden beteekenen in de conversatie
-der politiebeambten met de boeven, dat den onwilligen misdadiger een
-flink pak slaag zal worden toegediend door de stevige knuisten der
-politiemannen.
-
-„Ik laat me niet donderen!” riep de jongen op half huilenden toon. „Dat
-mag je niet doen!”
-
-De commissaris sprak lachend:
-
-„Wat wij mogen of niet, zullen wij zelf wel het beste weten!”
-
-„Dat zal wel!” antwoordde de jonge man, „je wil mij zeker laten
-smoezen?... Wat in dat briefje staat, vertel ik toch niet!”
-
-„Nu, denk er nog maar eens over na... In elk geval kun je je eerst
-versterken!”
-
-Een der politieagenten bracht op bevel van zijn chef een paar dikke
-boterhammen binnen, waarop de slungel aanviel als een hongerige wolf.
-
-Daarop bracht men hem met opzet in het vertrek der beklaagden, waar een
-groot aantal personen, die gevangen waren genomen en hun eerste verhoor
-moesten ondergaan, bijeen waren.
-
-Tien minuten later werd in deze groote, kale ruimte nog iemand
-binnengelaten, die naar zijn uiterlijk scheen te behooren tot de hier
-verzamelde elementen maar in werkelijkheid een beambte der politie was.
-
-Toen men dezen man een half uur later weer weghaalde, was hij volkomen
-op de hoogte. De jonge man had hem dadelijk om papier en potlood
-gevraagd en, toen hij in het bezit daarvan was, een nieuw briefje
-geschreven.
-
-Daarop had hij op sluwe, maar ondubbelzinnige wijze geïnformeerd naar
-Silezischen Adolf, die klaarblijkelijk het briefje moest ontvangen.
-
-Henry Stern en de commissaris overlegden samen, hoe zij dit zaakje
-verder zouden behandelen.
-
-Adolf zou nog dienzelfden middag naar Moabit overgebracht worden, „en,”
-sprak de commissaris, „ik vermoed absoluut niet, waar de kerels willen
-probeeren, hun makker te bevrijden.”
-
-„Zij rekenen er zeker op,” vervolgde Peter Böcher, „dat wij zware
-misdadigers liever niet in den gevangeniswagen, maar per rijtuig,
-vergezeld door een paar vertrouwde mannen, naar Moabit overbrengen. En
-van deze gewoonte zullen wij ook heden niet afwijken.”
-
-Een uur later werd dan ook werkelijk de gevangene Adolf Müller
-getransporteerd. Maar eerst vertrok een ander rijtuig, waarin zich
-Peter Böcher, de detective en bovendien nog twee reusachtig gebouwde
-agenten van politie bevonden.
-
-Toen het rijtuig, waarin Silezische Adolf, in de Lehrterstrasse voor
-den kleinen ingang van de Moabiter cellulaire gevangenis stilhield,
-kwam toevallig een troepje mannen in werkkielen, die van hun arbeid
-schenen te komen, den hoek om. Zij slenterden rookend en pratend naar
-het rijtuig toe, waaruit juist de eerste politieagent te voorschijn
-kwam.
-
-Een der arbeiders vroeg, stamelend, alsof hij dronken was:
-
-„Wien breng je daar, mannetje? O, wat een mooie jongen!”
-
-Intusschen klom de met een stalen ketting geboeide misdadiger uit het
-rijtuig. Hij keek bliksemsnel om zich heen en had onmiddellijk den
-toestand overzien.
-
-In dit oogenblik naderden twee meisjes met groote hoeden vol veeren, in
-zijden japonnen en met gepoederde gezichten.
-
-„Jullie zult toch zeker niet dulden, dat ze je vriend in de Bajes
-brengen? Slaat er op, dat hun helmen wegvliegen!”
-
-En tegelijkertijd sloeg zij reeds met haar parapluie naar den agent.
-
-Deze had werk om de nu snel op elkaar volgende slagen af te weren en
-wilde juist zijn sabel trekken, toen de vijf arbeiders met kracht de
-beide agenten wegduwden en den gevangene in een kring insloten. Een
-eindweegs duwden zij hem voort, daarop zette hij het zelf op een loopen
-zoo snel hij kon.
-
-Honderd pas verder stond een ander rijtuig, blijkbaar op iemand te
-wachten.
-
-Maar nog voordat de kameraden van den misdadiger en deze zelf het
-rijtuig konden bestijgen om weg te rijden, kwam een ander rijtuig
-aangereden, waaruit twee beambten in uniform, commissaris Böcher en de
-detective sprongen.
-
-Ook de twee andere politieagenten die zich met groote krachtsinspanning
-van hun aanvallers hadden bevrijd, kwamen aangesneld.
-
-Vol woede, met hun messen in de hand, wierpen de handlangers van
-Silezischen Adolf zich op de beambten. Adolf zelf sloeg en trapte als
-een razende om zich heen.
-
-Nu beval de commissaris de sabels te trekken en dit maakte al rasch een
-einde aan den strijd.
-
-Een der aanvallers stortte gewond neer, een paar ontvluchtten
-schreeuwend en de anderen gaven zich op genade of ongenade over.
-
-Met den gevangene, die als een duivel om zich heen beet en trapte,
-hadden de agenten de meeste moeite. Eindelijk wierpen zij hem, aan
-handen en voeten geboeid in het rijtuig.
-
-Een der beide vrouwen, die samen ontsnapt waren, had op haar vlucht een
-taschje verloren, dat Henry Stern opende en waaruit hij een
-zakkalendertje met haar adres te voorschijn haalde.
-
-„Drommels!” sprak Böcher lachend, „ik geloof, dat zij een oude, goede
-bekende van ons is. Het beste is, dat wij de agenten met het transport
-naar het hoofdbureau zenden en zelf op onderzoek naar dit vrouw-mensch
-uittrekken.”
-
-In de beide rijtuigen werden nu Silezische Adolf en zijn eveneens
-geboeide handlangers gepakt, onder geleide der agenten terwijl de
-commissaris en Stern een ander rijtuig namen.
-
-Zij reden naar de Gollnowstraat, waar het meisje, dat blijkbaar de
-bruid van Silezischen Adolf was, woonde.
-
-Zij waren nog niet eens zoo ver gekomen, toen Henry Stern, toevallig
-naar buiten kijkend, de beide vrouwen uit een kleinen
-banketbakkerswinkel zag komen.
-
-„Let op”, sprak Böcher, „ik stap nu, achter haar, uit, jij rijdt nog
-een eindje verder en loopt haar dan tegemoet. Op die wijze kunnen ze
-ons niet ontsnappen.”
-
-Weinige minuten later zaten de beide vrouwspersonen met haar
-ongewenschte cavaliers in een gesloten rijtuig, dat hen samen naar het
-Alexanderplein bracht.
-
-Reeds onderweg verklapte de eene, die alles in het werk stelde om weer
-op vrije voeten te komen, de zaak. Zij vertelde nauwkeurig, hoe het
-plan om Silezischen Adolf te bevrijden, was uitgegaan van haar
-gezellin, de zwarte Rosa, die de bruid van den misdadiger was.
-
-Nu hadden de beide mannen werk om het liefje van den inbreker, dat als
-een furie op haar vriendin losvloog, tegen te houden.
-
-De andere verried in haar woede nog meer.
-
-„Je kunt zeggen, wat je wilt. De halsketting had hij bij ons, in de
-Beumestraat...”
-
-De beide vrienden wisselden een snellen blik van verstandhouding.
-
-„Waar had hij die ketting gekregen?” vroeg Peter Böcher.
-
-„Van den een of anderen graaf!” antwoordde het meisje. „Misschien heeft
-hij het ding nog in zijn huis.”
-
-„Waar woont Adolf Müller?”
-
-Maar nog voordat het meisje had kunnen antwoorden, stortte haar
-vriendin zich op haar.
-
-Een woest gevecht speelde zich nu in het rijtuig af. De glasscherven
-vlogen op straat, de koetsier liet de paarden stilstaan en een groote
-menigte verzamelde zich om den wagen.
-
-Er bleef niets anders over, dan dat ieder der beide mannen met een der
-meisjes in een rijtuig steeg en naar het politiebureau reed.
-
-De detective was in gezelschap van de zeer toegetakelde vriendin der
-zwarte Rosa. Hij had met den commissaris afgesproken, dat hij het
-meisje haar vrijheid terug zou geven, zoodra hij het adres der woning
-van Adolf van haar had gekregen.
-
-En dit duurde niet lang; het rijtuig hield stil, het meisje maakte zich
-uit de voeten en de detective reed naar het noordelijk gedeelte der
-stad.
-
-Daar, vlak bij het danshuis, waar hij zulke bittere ervaringen had
-opgedaan, was de woning van Silezischen Adolf.
-
-Hij woonde daar bij een vrouw, die een zeer ongunstigen indruk maakte
-en gewoonweg ontkende, Adolf ooit gezien te hebben. Zij wilde Stern
-beletten, het huis binnen te treden.
-
-Deze echter duwde haar eenvoudig op zij met de woorden dat zij, als zij
-nog verdere bezwaren maakte, eveneens gevangen genomen zou worden.
-
-Intusschen verscheen ook Böcher, die telephonisch bericht van Stern had
-gekregen.
-
-De beide vrienden moesten lang zoeken, eer zij dat, wat hun bijzonder
-interesseerde, in de woning van Silezischen Adolf hadden gevonden.
-
-Wel vielen hun al dadelijk verschillende voorwerpen van waarde in
-handen, die afkomstig moesten zijn van kleinere of grootere
-diefstallen, maar het diamanten collier was niet te vinden en ook geen
-enkel spoor van dezen diefstal.
-
-Toevalligerwijze zag Henry Stern, wiens speurdersoog overal rondblikte,
-in een aschbakje een menigte sigarettenpuntjes liggen. Zij waren alle
-zonder mondstuk, behalve een met een lang mondstuk, waarop in gouden
-letters „C. D. M.” en een gouden kroontje waren gedrukt. Een beetje
-verder stond de naam der firma „C. Caldiropulos, Berlijn W.”
-
-Met een fijnen glimlach nam Stern het papierrolletje op en toonde het
-zijn vriend.
-
-Deze begreep dadelijk, dat nu het raadsel was opgelost.
-
-Silezische Adolf was het werktuig van een ander geweest.
-
-Een half uur later hield het rijtuig met de beide ambtenaren van
-politie stil voor den sigarettenwinkel van een Griek, die hun op hun
-vragen mededeelde, dat deze soort van sigaretten uitsluitend werd
-vervaardigd voor de Club der Millionairs.
-
-
-
-
-
-
-
-
-NEGENDE HOOFDSTUK.
-
-DE MACHT DER LIEFDE.
-
-
-Baron Von Hartstein zat juist met zijn echtgenoote aan het diner, toen
-de bediende een kaartje binnenbracht.
-
-Toen hij een blik op den naam had geworpen, sprak hij, aangenaam
-verrast:
-
-„Laat dien heer dadelijk in mijn particulier kantoor!”
-
-„Is het zoo’n gewichtig bezoek, Maximiliaan?” vroeg zijn vrouw
-verbaasd.
-
-„Zeker”, antwoordde de millionair en ging de kamer uit.
-
-Een kwartier later kwam hij in zeldzame opwinding terug.
-
-Zonder te weten waarom, had Adelheid een gevoel, alsof er iets
-vreeselijks zou gebeuren, zij voelde zich den laatsten tijd, ondanks de
-geruststellende verzekering van Lord Brigham, voortdurend zenuwachtig
-en angstig.
-
-Haar echtgenoot had weer aan tafel plaats genomen en bleef in diepe
-gedachten voor zich uit staren.
-
-Eindelijk vroeg de jonge vrouw op bedeesden toon:
-
-„Wat is er, Maximiliaan?.... Je maakt mij door je houding angstig.”
-
-„Het is ook bijna niet te gelooven”, antwoordde de bankier.
-
-„Wat dan? Vertel het mij toch!” smeekte zij.
-
-De bankier schudde het hoofd, bromde iets in zijn grijze snor en scheen
-weer ernstig na te denken.
-
-Eindelijk sprak hij:
-
-„Het is onmogelijk! Het kan niet....”
-
-En weer na een pauze:
-
-„Die lui.... hm.... hm.... die detective en commissaris.... zij
-gelooven....”
-
-Weer zweeg hij.
-
-„Neen! neen! neen! Het is àl te belachelijk! Het is een overdreven
-inval van de politie!”
-
-Steeds angstiger en bijna weenend vroeg Adelheid:
-
-„Maar ik begrijp je niet! Je spreekt zoo onduidelijk! Wat is dan toch
-onmogelijk? Verdenken die heeren iemand, die... die ons interesseert?”
-
-Terwijl zij dit vroeg, vermoedde de jonge vrouw reeds alles. Steeds
-weer alles combineerend, wat er sinds dien nacht in haar slaapkamer was
-gebeurd, had zij een voorgevoel gekregen, dat zij met alle kracht van
-zich af wilde zetten.
-
-Zij waagde het niet, zich geheel rekenschap te geven van haar
-gedachten, maar zij wist van te voren, wat haar echtgenoot haar nu zou
-meedeelen. En daarom was zij niet zoo verbaasd als hij het zooeven was
-geweest.
-
-„De beide heeren vermoeden,” sprak hij, „dat de dief van je collier een
-der leden van de millionairsclub is. Wie—dat hebben zij zelf nog niet
-ontdekt. Zij vroegen mij, of ik iemand verdacht, ik kon natuurlijk niet
-het minste zeggen... Ik geloof, dat het een vergissing is en heb hun
-den raad gegeven, zoo voorzichtig mogelijk te werk te gaan.”
-
-Het was de jonge vrouw, alsof plotseling al haar bloed tot ijs was
-geworden, een onnatuurlijke kalmte had zich van haar meester gemaakt.
-Zij wist nu, wie haar het collier ontstolen had!
-
-Maar geen enkele gedachte aan toorn kwam bij haar op. Zij vroeg niet,
-waarom hij zoo gehandeld had. Zij bedacht niet, dat hij een misdadiger
-was, dat hij niet paste in de kringen, waarin hij zich bewoog en waarin
-hij zulk een sympathieke verschijning was!
-
-„Je blijft merkwaardig kalm”, merkte de bankier op.
-
-Zij glimlachte. Daarop sprak zij op onverschilligen toon:
-
-„Er gebeurt zooveel ongehoords, dat men zich over niets meer behoeft te
-verbazen.”
-
-„Nu, het is goed, dat je het kalm opneemt”, sprak Von Hartstein, „maar
-het bewijst, dat gij, vrouwen, sterkere zenuwen hebt dan wij. En nu
-moet je mij verontschuldigen, ik heb een gewichtige vergadering.”
-
-O, hoe gaarne verontschuldigde zij hem!
-
-Nauwelijks had hij de kamer verlaten, toen ook zij zich door haar
-kamenier liet kleeden om uit te gaan. Zij knoopte een dichten, bijna
-ondoorzichtigen sluier om haar hoed en verliet te voet de villa.
-
-In een andere straat nam zij een automobiel, waarin zij zich naar een
-afgelegen stadsgedeelte liet brengen. Daarop reed zij per tram een
-eindweegs en legde een verder deel van haar weg weer te voet af.
-Eindelijk nam zij nog een huurrijtuig en reed tot aan de straat, waarin
-hij woonde.
-
-Het laatste eindje, tot aan zijn huis, legde zij te voet af.
-
-Zij snelde de trappen op en was innig gelukkig, toen de deftige
-bediende haar meedeelde, dat zijn heer thuis was.
-
-Zij ging binnen in de kamer, waar hij was en nu vloeiden haar de
-woorden van de lippen.
-
-„Men vervolgt u! Men is u op het spoor! Zij weten alles! Gij moet
-vertrekken! Dadelijk, zoo gauw mogelijk!”
-
-Nauwelijks verschrikt keek hij haar eenige oogenblikken met zijn
-verstandige, wonderschoone oogen aan.
-
-Daarop ging hij naar zijn schrijfbureau, opende een der vakjes en nam
-daaruit het diamanten collier.
-
-Een blos van vreugde kleurde haar wangen, daarop echter drong zij er
-weer op aan, dat hij zich zou haasten.
-
-Hij schudde glimlachend het hoofd.
-
-„Ik blijf!” antwoordde hij. „Ik weet niet eens, of die onnoozele kerels
-zooveel verstand bezitten om het lid der club, dat zij zoeken, uit te
-vinden... Ik ben niet gewend heen te gaan, voordat ik er de hooge
-noodzakelijkheid van inzie..... Maar gij, arm vrouwtje, gij moet hier
-vandaan! Ik hoop, dat wij elkaar nog eenmaal zullen weerzien!”
-
-De jonge vrouw bracht haar zakdoekje naar de oogen toen zij heenging en
-een vastberaden trek lag om haar mond.
-
-Zij liet het collier in haar zak glijden en sloop als een schaduw de
-stille straten van dat stadsgedeelte door.
-
-Zoo kwam zij in den Dierentuin en bij het donkere, troebele water
-gekomen gleed haar hand in den zak van haar japon. Niemand was rondom
-haar te zien.
-
-Bij het scheidende licht van den dag glinsterde en fonkelde iets,—dat
-was het diamanten collier—dat zij neerwierp in het diepe donkere
-meer......
-
-
-
-
-
-
-
-
-TIENDE HOOFDSTUK.
-
-DE LORD GAAT HEEN.
-
-
-In de Millionairsclub heerschte de grootste ontsteltenis.
-
-Door den hofmeester namelijk was het den heeren bekend geworden, dat de
-politie onder de clubleden een misdadiger vermoedde en naar hem zocht.
-
-„Het is bijna ongelooflijk, tot welke stommiteiten de politie soms in
-staat is”, sprak de kleine burggraaf Von Hennequin.
-
-En graaf Steineck, de president der millionairsclub voegde er aan toe:
-
-„Eerlijk gezegd, hebben de heeren van de recherche dan ook een alles
-behalve gemakkelijke taak.
-
-„Maar, nietwaar, men moet hun toch wel zooveel onderscheidingsvermogen
-toeschrijven, dat zij moeten kunnen schiften—degelijk schiften. Ik
-bedoel—, ik meen—, dat ze toch wel degelijk rekening moeten houden met
-rang—met stand—met—met—eh—eh—nu ja, om het maar zoo eens te noemen—ze
-moeten toch wel degelijk denken aan het moreele gewicht van de
-persoonlijkheden, die door ons waardig worden gekeurd om als
-clubgenooten te worden opgenomen— —eh— —eh— —ik bedoel—ik meen— —dat
-moest toch voor de heeren van de politie waarborg genoeg zijn—meer dan
-waarborg genoeg—dat moest hun te allen tijde ervan overtuigen dat hier
-alles zuiver toegaat.
-
-„Eh— —eh— —eh— —wat is dat voor een zot idee— —een bespottelijk idee—
-—een van onze clubgenooten.........? Wij hebben twintig heeren in onze
-club—of eenentwintig— —eh— —eh— —hoeveel zijn het er ook weer precies—
-—ik weet het niet al te juist— —enfin, dat is toch wel heel gemakkelijk
-te tellen— —en als een van die twintig—of eenentwintig—ook maar het
-allerkleinste sikkepitje over de schreef gaat— —eh— —eh— —ik bedoel—
-—ik meen— —als hij door z’n karakter— —als hij maar een ziertje, een
-snippertje aanstoot zou geven...”
-
-De graaf legde beide handen met een allergewichtigst gebaar op de zware
-eikenhouten tafel en boog zich een eindweegs naar voren.
-
-Toen begon hij weer opnieuw.
-
-„Ja, mijne heeren, ik meen, dat wij met alle kracht moeten opkomen
-tegen deze ongehoorde en mijns inziens ook ongeoorloofde daad van de
-politie om maar ongevraagd bij ons binnen te dringen.
-
-„Ik stel voor om een dergelijk optreden op hoffelijke maar energieke
-wijze te beletten.
-
-„En bovendien!
-
-„Wij zouden het toch zelf wel weten als onder ons zich een
-minderwaardige bevond!”
-
-In hetzelfde oogenblik kwam de jongste der vier bestuursleden, lord
-Brigham binnen.
-
-Deze was eerst kort geleden tot bestuurslid gekozen.
-
-Op levendigen toon verontschuldigde hij zich, dat hij zich een weinig
-verlaat had en eerst nu kon komen op de inderhaast bijeengeroepen
-samenkomst.
-
-Toen hij hoorde, waarover gesproken werd, zei hij met een glimlach, die
-zijn gelaat een buitengewone aantrekkelijkheid gaf:
-
-„Maar heeren! De zaak is toch héél eenvoudig!
-
-„Weet ge, wat?
-
-„Wij moeten ons eenvoudig opstellen in een lange rij en dan langs de
-heeren der politie gaan defileeren.
-
-„Die kunnen dan samen beslissen, wie van ons het meest verdacht er
-uitziet!”
-
-Er werd hartelijk gelachen om dezen grappigen uitval van den jongen
-lord.
-
-Nadat nog langen tijd geredeneerd was over de in dezen te volgen
-gedragslijn, werd besloten om een schrijven te zenden naar het hoofd
-der politie.
-
-Dit schrijven zou worden onderteekend door al de clubleden en de inhoud
-ervan zou een verzoek behelzen om in den vervolge de Millionairsclub te
-verschoonen van dergelijk bezoek.
-
-Daarna trokken de heeren zich in kleine groepjes terug in de gezellige
-zaaltjes en werd verder de tijd gedood met een of ander spel of met
-aangenaam gebabbel.
-
-Aan de onverkwikkelijke zaak werd niet meer gedacht.
-
-Het was omstreeks half acht.
-
-Lord Brigham verliet in gezelschap van graaf Steineck en den burggraaf
-Von Hennequin de club om naar de opera te rijden.
-
-Toen zij het gebouw juist hadden verlaten, trad hen een heer in civiel
-tegemoet, die zich als commissaris van politie bekend maakte.
-
-Op den meest hoffelijken toon vroeg hij, wie van de drie clubleden wel
-lord Brigham was.
-
-Met een bijna onhoorbaar lachje maakte de lord zich bekend en stelde
-zijn identiteit vast.
-
-De beide andere heeren waren zeer opgewonden.
-
-Op luiden, dringenden toon verklaarden zij, dat zij te allen tijde
-instonden voor hun clubgenoot.
-
-De commissaris der recherche Peter Böcher—zijn collega Henry Stern
-stond aan de overzijde der straat te wachten en op te letten—begon nu
-toch te aarzelen.
-
-Totnogtoe was de politie door telegrafische inlichtingen naar alle
-kanten slechts aan den weet gekomen, dat er inderdaad een zekere lord
-Brigham bestond.
-
-Daarbij was echter ook gevoegd, dat deze zelfde lord officier was in
-een Indisch regiment der huzaren, dat in dienst stond van den koning
-van Groot-Britanje.
-
-De Engelsche politie-autoriteiten waren verder algemeen van oordeel,
-dat men, de persoonsbeschrijving van dezen man in aanmerking genomen,
-hoogstwaarschijnlijk hier te doen had met een buitengewoon geslepen
-dief en oplichter, iemand, die zoowel in Australië als in Bombay van
-zich had doen spreken; die velerlei schurkenstreken op zijn geweten
-had, maar die totnogtoe door de politie, ondanks alle aangewende
-moeite, nog niet gesnapt was kunnen worden.
-
-Dat alles klonk heel mooi!
-
-Het klopte zelfs als een bus.
-
-Maar—het gaf absoluut geen zekerheid.
-
-En al had Peter Böcher ook het bevel tot inhechtenisneming in den zak,
-toch durfde hij nog niet te handelen.
-
-Hij wist, dat hij tegenover deze club, die zoozeer gezien was in de
-hoogste standen, de allergrootste omzichtigheid in acht moest nemen.
-
-En als er iemand in hechtenis genomen moest worden, o, dan moest dit
-vooral op de meest kiesche, de minst ruchtbaarmakende manier
-geschieden.
-
-Om met dat alles rekening te houden, was voor den besten, braven Böcher
-wel een heel moeilijke taak.
-
-Hij kon zich bij dit zaakje zoo heel licht de vingers branden.
-
-Ook de politie vergist zich wel eens, loopt wel eens in de val; wordt
-wel eens „een enkel keertje” om den tuin geleid!
-
-En als nu de Londensche politie eens minder juist was ingelicht?
-
-Of als die bewuste lord Brigham, die officier was van Zijne Majesteit
-den koning van Groot-Britanje, nu eens langer verlof had gekregen, dat
-hij hier in Berlijn doorbracht?
-
-Dat zou dan toch maar een miserabele geschiedenis wezen om dezen man,
-voor wien zulke voorname personages zich borg stelden, zoo maar evenals
-den eersten den besten misdadiger op te pakken en te arresteeren!
-
-Neen!
-
-Böcher zou zich véél te leelijk den neus kunnen stooten en zich
-blameeren op een manier, waar je niet zoo licht weer van op komt.
-
-Zijne heele loopbaan zou hij er mee naar de maan kunnen gooien!
-
-Stonden er niet altijd en overal jaloersche collega’s bij hoopen te
-wachten, tot iemand in ongenade viel? Tot iemand zich door de een of
-andere onhandigheid onmogelijk had gemaakt en eerlijk ontslag moest
-nemen of—gedegradeerd of niet eervol ontslagen werd?
-
-Alle duivels!
-
-Het duizelde Böcher een oogenblik.
-
-Allerlei tegenstrijdige gedachten warrelden door zijn hersens en het
-was of bonte lichtjes voor zijn oogen begonnen te flikkeren.
-
-Het suizelde daarbij in zijn ooren en zwaar bonsde het hart hem in de
-keel.
-
-Wat moest hij doen?
-
-Wàt, in ’s hemelsnaam?
-
-„Twijfelt mijnheer de commissaris misschien aan mijn rang als lord?”
-
-De Engelschman vroeg dit op welluidenden, innemenden toon.
-
-„Dan wil ik graag”—de Engelsche tongval klonk bij deze woorden
-duidelijker dan ooit—„dan wil ik graag, al was het maar alleen om de
-club verder te vrijwaren van alle mogelijke onaangenaamheden en
-onderzoekingen, den commissaris het genoegen doen om hem de officieele
-papieren te toonen, die de echtheid van mijn adeldom, van mijn
-lordschap bewijzen.
-
-„Als mijn zeer hooggeachte vrienden”—hij boog met elegant gebaar voor
-zijn clubgenooten—„mij op dit extra-uitstapje zouden willen
-vergezellen, dan zou het mij inderdaad een waar feest zijn, u bij deze
-gelegenheid een glas Spaanschen wijn aan te bieden, dien ik zelf van
-mijn reizen uit den Barancos di Santa Barbara heb meegebracht en dien
-ge wel nooit zult hebben geproefd, althans niet van deze zuiverheid, en
-prachtige kwaliteit!....
-
-„Daar komt juist mijn automobiel!
-
-„Mag ik den heeren vriendelijk verzoeken, maar te willen instappen en
-plaats te nemen?”
-
-Graaf Steineck en de burggraaf spraken eerst nog in vele bewoordingen
-de overbodigheid uit van dezen stap.
-
-Zij waren er immers, zonder al deze formaliteiten maar al te zeer van
-overtuigd, dat rang en titel van hun vriend echt waren.
-
-Zij twijfelden immers geen oogenblik!
-
-Maar den commissaris, wien in dit oogenblik zijn handiger vriend Henry
-Stern geen goeden raad kon geven—den commissaris was dit redmiddel
-hoogst welkom.
-
-En hij zat reeds in het voertuig, toen lord Brigham en na dezen, hoewel
-nog steeds tegenpruttelend en aarzelend, de beide edellieden plaats
-namen.
-
-De auto vloog tuffend en puffend op zijn veerende wielen voort.
-
-Na enkele minuten reeds hield zij stil voor het groote, voorname huis,
-waarvan de lord de eerste etage bewoonde.
-
-Toen zij in de woning waren aangekomen, gaf de Engelschman in zijn
-moedertaal den bediende een bevel.
-
-Daarna sprak hij, zich tot de drie heeren wendend:
-
-„Vóórdat wij overgaan tot het zakelijke gedeelte, stel ik er prijs op,
-u met mijn wijn bekend te maken, waarvan ik zoo juist u den lof heb
-gezongen.
-
-„Ik zal in dien tijd de papieren voor u halen, waarover ik u gesproken
-heb!”
-
-De commissaris zou dolgraag den lord zijn gevolgd, die uit het Indische
-salon verdween door de bontkleurige draperieën.
-
-Maar de waardigheid en de trotsche, kalme rust der beide adellijke
-heeren, die daar zoo waardig in hun makkelijke stoelen troonden,
-hielden hem aan zijn zetel gekluisterd.
-
-Hij haalde dan ook met verruimd gemoed adem, toen uit de aangrenzende
-kamer de stem van den lord weerklonk.
-
-Deze sprak op den bekenden welluidenden toon:
-
-„Een oogenblik nog, heeren! De papieren heb ik tusschen allerlei andere
-paperassen gelegd. Ik moet nog een oogenblik zoeken, maar dra zal ik
-alles hebben gevonden!”
-
-Daarop volgde weer doodsche stilte.
-
-En ook in het Indische salon zaten de drie heeren stokstijf en zwijgend
-bij elkaar te wachten.
-
-Papiergeritsel was in den beginne nog vernomen.
-
-Maar ook dat verstomde— —
-
-En de eene minuut na de andere verliep.
-
-Geen dienaar verscheen met den wijn.
-
-Geen gentleman kwam terug met de papieren, die zijn adeldom zouden
-bewijzen.
-
-Toen vijf minuten ongeveer waren verloopen, werd de commissaris héél
-erg ongeduldig.
-
-Ook de beide heeren begonnen in hun gemakkelijke zetels onrustig heen
-en weer te schuiven.
-
-Eindelijk besloot men, na gezamenlijk overleg, eens in de aangrenzende
-kamer te gaan kijken.
-
-Het was toch gek!
-
-Waar bleef de lord nu!
-
-Maar toen de commissaris opstond om eens te gaan neuzen achter de bonte
-draperieën, maakte graaf Steineck bezwaren.
-
-Hij sprak op ontevreden, eenigszins verwijtenden toon:
-
-„Wij zijn hier in een vreemd huis, heeren! Ik hoop, dat ge daaraan zult
-blijven denken!”
-
-„Ge hebt gelijk!” beaamde dadelijk de burggraaf.
-
-„Maar toch, ik geloof niet, dat onze vriend het ons zou kwalijk nemen,
-als wij eens naar hem gaan kijken.... er kan hem immers best iets
-gebeurd zijn!”
-
-„Zoudt ge denken?” vroeg Steineck, „neen, neen, dat zal het niet zijn!
-Lord Brigham zocht naar de papieren. Hij kon toch ook geen oogenblik
-vermoeden, dat men aan de echtheid van zijn adel zou twijfelen en nu
-liggen de papieren maar niet zoo dadelijk voor de hand!”
-
-„Zeker, maar een ongeluk kan ieder toch overkomen! Wat denkt gij ervan,
-heer commissaris?”
-
-De commissaris had totnogtoe weinig gezegd.
-
-Hij voelde zich niet zoo heel erg op zijn gemak in tegenwoordigheid van
-die hooge oomes, die door hun gewichtig doen hem hier maar aan den
-stoel hielden gekluisterd.
-
-En meer dan ooit voelde hij zijn gemis aan zelfstandigheid, dat hem
-belette, doortastend te handelen.
-
-Maar nu kwam hij toch los.
-
-Op de vraag van den burggraaf liet hij een spottend lachje hooren.
-
-En hoewel de graaf onwillig met de schouders schokte en de wenkbrauwen
-hoog optrok, als kwam hem het gezegde van Von Hennequin dwaas voor,
-Peter Böcher liet zich daardoor ditmaal niet intimideeren.
-
-Hij zei:
-
-„Heeren, ik zal u mijn meening eens zeggen!
-
-„Deze zoogenaamde lord houdt u en mij voor den gek!
-
-„En u zult het mij zeker niet kwalijk nemen, als ik beweer, dat ik niet
-hier ben om mij door een oplichter een rad voor de oogen te laten
-draaien!
-
-„Ik denk er niet aan, heeren, om ook maar één enkel oogenblik verder te
-gelooven aan de sprookjes, die deze zoogenaamde lord ons allemaal op
-den mouw tracht te spelden!
-
-„Ik ga den boel eens verkennen!”
-
-Böcher sprong op met resoluut gebaar.
-
-Hij schoof de zware draperieën opzij en ging de aangrenzende kamer
-binnen.
-
-De beide anderen keken elkander een paar seconden als verbluft aan.
-
-Wat te doen?
-
-Zij aarzelden een oogenblik:
-
-Maar na korte aarzeling volgden zij toch den commissaris.
-
-„Nu, wat heb ik u gezegd?” riep de rechercheur uit op woesten toon.
-
-„Wat zei ik? O! Wat ben ik dom geweest! Wat heb ik ondoordacht
-gehandeld! Ik had den kerel dadelijk moeten arresteeren!”
-
-Inderdaad!
-
-De kamer was leeg!
-
-Heelemaal leeg!
-
-En toen de heeren naar de deur gingen, die op de gang uitkwam, merkten
-zij tot hun niet geringe verbazing en schrik, dat deze—gesloten was.
-
-Ook de uitgang, die van den Indischen salon naar buiten leidde, was
-versperd.
-
-De bediende had dus zeker wel een andere opdracht gekregen dan
-Spaanschen wijn te halen uit den kelder en dezen den gasten te
-presenteeren.
-
-Dat was een mooie geschiedenis.
-
-Een fraaie boel!
-
-Steineck en de burggraaf keken elkander aan met gezichten, die alles
-behalve aangename gewaarwording uitdrukten.
-
-En de commissaris der recherche had van louter woede en spijt een
-hoofd, zoo rood als een kreeft.
-
-O! had hij toch maar zijn zin gevolgd!
-
-Was hij maar niet zoo wankelmoedig geweest, zoo slap aangedraaid!
-
-Had hij maar eens op eigen initiatief gehandeld.
-
-Wat had hij een spijt!
-
-Een reuzenspijt!
-
-„Wat moet ik nu beginnen!” riep hij uit in de grootste wanhoop.
-
-„In plaats van een belooning te ontvangen, in plaats van promotie te
-maken, zal ik nu van mijn superieuren een duchtigen uitbrander krijgen!
-
-„En gij, heeren! Gij zijt daaraan mede schuldig! Ja, inderdaad. Gij
-zijt medeplichtig!”
-
-„Luister eens, beste vriend,” begon graaf Steineck met een hoog
-neusgeluid, „luister eens. Gij moet ...— —eh— —eh— —gij moet— —neen,
-dat is toch niet de manier— —eh— —eh— —dat is toch waarlijk niet de
-juiste toon— —neen, niet de goede toon— —eh— —eh— —wat zegt gij er van,
-waarde burggraaf— —eh— —eh— —wat zegt gij er van— —is dat wel de juiste
-toon— —om tegen ons— —leden van de Millionairsclub— —zeg, burggraaf,
-wat denkt gij ervan— —eh— —eh— —eh!”— — —
-
-„Daarom heeft daar straks ook de automobiel zoo geweldig gepuft”, sprak
-de burggraaf op nadenkenden toon— — —„en het geritsel in de kamer
-hiernaast— — —hield plotseling op— — —ja juist— — —dat heb ik dan toch
-wel goed gehoord— — —ik meende al— — —ik verbeeldde het mij toch zoo
-duidelijk— — —neen, neen— — —ik heb mij niet vergist— — —zeg eens,
-mijnheer de commissaris— — —hebt gij dat ook niet gehoord?— — —dat was
-toch heel duidelijk waarneembaar— — —niet waar, graaf?”
-
-„Ja,— — —maar— — —eh— — —eh— — —heel duidelijk— — —inderdaad heel
-duidelijk— — —dat had die politieman toch moeten hooren— — —eh— — —eh—
-— —ja, waarom heeft die politieman dat niet gehoord— — —dat komt niet
-te pas— — —eh— — —eh— — —neen, dat komt niet te pas— — —als men toch
-commissaris van de politie is— — —van de recherche— — —dat is
-ongehoord— — —dat komt volstrekt niet te pas— — —eh— — —eh!”
-
-Razend, als een getergd dier, trapte de commissaris net zoo lang tegen
-de gesloten deur, totdat deze open sprong.
-
-Toen vloog hij de trap af—maar de automobiel was verdwenen.
-
-Dat lord Brigham alias John Raffles in dit voertuig, dat puffend had
-staan wachten, de wijde wereld was ingetrokken om daar vrijheid te
-zoeken en te vinden, begreep Peter Böcher al spoedig even duidelijk als
-de beide millionairs het deden, die nu ook naar beneden waren gekomen.
-
-Men deed later, ook van den kant der Millionairsclub, alle mogelijke
-moeite om den handigen avonturier, die allen véél te slim was
-afgeweest, op te sporen.
-
-Maar dit gelukte zelfs den onvermoeiden Henry Stern niet, die niets
-ongedaan liet.
-
-Eerst veel, heel veel later zouden hij en de gezochte elkaar weer
-ontmoeten in het Indische sprookjesland, waar de natuur zóóvele
-wonderen heeft geschapen, dat zelfs de dolste avonturier er aan zijn
-ongebreidelde fantazie kan toegeven.
-
-
-
- EINDE.
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN IN
-HET SLAAPVERTREK ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.