diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/66611-0.txt | 3044 | ||||
| -rw-r--r-- | old/66611-0.zip | bin | 46716 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/66611-h.zip | bin | 223549 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/66611-h/66611-h.htm | 4329 | ||||
| -rw-r--r-- | old/66611-h/images/lordlister.png | bin | 36856 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/66611-h/images/lordlister0005-front.jpg | bin | 114884 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/66611-h/images/p0005-01.png | bin | 13565 -> 0 bytes |
10 files changed, 17 insertions, 7373 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..2387005 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #66611 (https://www.gutenberg.org/ebooks/66611) diff --git a/old/66611-0.txt b/old/66611-0.txt deleted file mode 100644 index 829feaa..0000000 --- a/old/66611-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3044 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 5: De zwarte man in het -slaapvertrek, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek - -Author: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: October 25, 2021 [eBook #66611] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading - Team at https://www.pgdp.net/ - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN -IN HET SLAAPVERTREK *** - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 5 DE ZWARTE MAN IN HET SLAAPVERTREK. - - - - - - - - -DE GEMASKERDE IN HET BOUDOIR. - -EERSTE HOOFDSTUK. - -DE VERDWENEN JUWEELEN. - - -In de stille, donkere Diergaardestraat wierp het licht, dat uit de -villa van den bankier Von Hartstein straalde, zijn helder schijnsel. - -Het eene rijtuig na het andere reed voor, bedienden in livrei snelden -aan, openden het portier en geleidden de in lichte avondmantels gehulde -dames en de heeren in rok of uniform, naar binnen. - -Alles, wat in de hoofd- en residentiestad zich schoon en elegant mocht -noemen, zoomede al wie beroemd en bekend was, kwam samen in het huis -van dezen man, den fameus rijken directeur en eigenaar van de -voornaamste effectenbank. - -In de overdadig met bloemen en palmen versierde zaal ruischte de -verleidelijke dansmuziek. Verborgen achter de prachtigste tropische -planten, speelde een beroemde Zigeunerkapel, die men met groote -onkosten uit Weenen had laten overkomen. - -De zoete melodieën weerklonken ook in de aangrenzende vertrekken, die -de verrukkelijkste plekjes aanboden om gezellig te fluisteren of te -flirten na de vermoeienissen van den dans. - -De balletmeester, die in de groote zaal onder de reusachtige, met -guirlandes van rozen versierde kristallen gaskroon stond, had juist het -teeken tot den aanvang eener quadrille gegeven en men zag de slanke, -elegante vrouwen en meisjes zich bewegen tusschen de zwarte rokken en -schitterende uniformen der heeren. - -Men hoorde het vroolijke lachen en de schertswoorden af en toe boven de -tonen der muziek uit, toen plotseling, ongeveer in het midden der zaal, -op opvallende wijze verwarring onder de dansers ontstond. - -De heer, die zich bij deze vier paren onderscheidde door zijn bijzonder -schoone, mannelijke gestalte, gaf den balletmeester een teeken, waarop -deze door een beweging zijner hand het orkest het zwijgen oplegde. - -Algemeene nieuwsgierigheid ontstond, om de oorzaak van deze stoornis -uit te vorschen, maar reeds na eenige seconden speelde de muziek weer, -de dans werd voortgezet en slechts enkele personen kwamen te weten, dat -de jonge en bekoorlijke gastvrouw, Adelheid von Hartstein, haar collier -had verloren, dat was samengesteld uit de kostbaarste diamanten en -robijnen en een fabelachtige waarde vertegenwoordigde. - -Zoodra de quadrille was geëindigd, verscheen een groot aantal bedienden -in hun grijze, met zilver afgezette livrei. Met scherpe blikken -doorzochten zij eenige malen de geheele zaal, zonder echter op den -gladden parketvloer eenig spoor van het verloren collier te vinden. - -Adelheid von Hartstein was, met haar slanke en toch goed gevulde -gestalte, haar diepblauwe kinderoogen en het zachte, door krullend -blond haar omlijste gezichtje, een prachtige vrouw en het moest ieder -opvallen, hoe goed, juist door de groote tegenstelling, de heer bij -haar paste, aan wiens arm zij zich op dit oogenblik voortbewoog om in -een der zijvertrekken te komen, waar haar man, de bankier, zich met het -spel vermaakte. - -Lord Brigham had niet het gewone uiterlijk van den Engelschman. - -Zijn golvend haar was gitzwart en boven den typischen neus schitterden -een paar zwarte oogen. - -De fijnbesneden lippen waren zichtbaar onder de kleine, kortgeknipte -snor. - -Maar de kin teekende wilskracht en het lenige gespierde lichaam duidde -op buitengewone kracht en behendigheid. - -Lord Brigham sproot voort uit een der oudste adellijke families van -Engeland en had dus relaties in de beste kringen. - -Heden was hij echter voor den eersten keer de gast van den bankier Von -Hartstein. - -„Ik hoop, dat dit voorval u niet heeft ontstemd, mevrouw,” sprak hij -met zijn welluidende stem, „het is veilig aan te nemen, dat het collier -teruggevonden zal worden.” - -De jonge vrouw scheen deze meening niet volkomen te deelen. - -Terwijl zij haar cavalier, die een hoofd grooter was dan zijzelf, met -haar wonderlijke blauwe oogen aankeek, antwoordde zij: - -„Ik weet niet, Mylord, ik heb een onbestemd gevoel, alsof er iets.... -ja, ik weet niet, hoe ik mij zal uitdrukken...” - -„Gij gelooft toch niet, mevrouw de barones, dat.... nu ja, dat het -collier in minder gewenschte handen is gekomen?!” - -Zij haalde de schouders op, zonder haar cavalier aan te zien en terwijl -haar stem schuchter, bijna kinderlijk bedeesd klonk, sprak zij op -zachten toon: - -„Wij zijn hier immers te midden van vrienden.... Ik bedoel, onder onze -gasten. Het zou dus slecht van mij zijn, als ik ook slechts in de -verste verte iemand durfde verdenken.” - -Zij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen: - -„Het is zoo merkwaardig! Ik had nog in hetzelfde oogenblik het gevoel, -het collier om mijn hals te voelen. Men went daar zoo aan en als men -die kostbaarheden den geheelen avond draagt, dan mist men iets, als ze -opeens verdwenen zijn. En zoo bemerkte ik, dat het opeens zoo licht om -mijn hals werd....” - -Zij keek naar haar laag uitgesneden zalmkleurige zijden japon en de -bewonderende blikken van den heer volgden de hare in de kanten -garneering, die den schoonsten boezem en den bekoorlijksten vrouwenhals -omgaf. - -Bankier Von Hartstein moest reeds op de hoogte van het voorgevallene -zijn, want hij kwam zijn vrouw reeds tegemoet en geleidde haar en Lord -Brigham in een verder gelegen, tot dusverre niet verlicht kabinet, waar -hij het electrische licht opdraaide. - -Hij liet zich nauwkeurig vertellen wat er gebeurd was en was, evenals -zijn vrouw, ongerust over het feit, dat het diamanten halssieraad, dat -toch midden in de zaal verloren was geraakt, niet teruggevonden was. - -Maar toch troostte hij zijn echtgenoote en wees erop, hoe gemakkelijk -een der dames met haar sleep het kostbare kleinood weggeschoven kon -hebben. - -„Ik verzoek u, Mylord,” sprak hij op dringenden toon tot den -Engelschman, „laat uw vroolijkheid niet verstoren door dit voorval en -spreek er, als gij mij een genoegen wilt doen, tegen niemand over. Ik -zou niet willen, dat het pijnlijke geval aanleiding zou geven tot -verkeerde gevolgtrekkingen. - -„Verdwijnen kan er niets in mijn huis. Daarvoor staan mijn beproefde -bedienden en de vriendschap mijner gasten mij borg.” - -Lord Brigham boog. - -Een kleine pauze ontstond tusschen deze drie personen, die zich ieder -met hun eigen gedachten bezig hielden, maar daarop sprak de blonde -vrouw: - -„Het is toch merkwaardig, Maximiliaan, en je weet, dat wij in den -laatsten tijd dikwijls van personeel hebben moeten verwisselen.” - -De bankier schudde het hoofd. - -„Neem mij niet kwalijk, lieve kind, maar dat zie je niet goed in. Een -burgerman zou niets kunnen beginnen met een voorwerp van zóó groote -waarde. Niemand koopt die steenen van hem en daarenboven, doe mij het -genoegen, de geheele zaak voorloopig te vergeten. - -„Geloof mij, ik heb al moeilijker vraagstukken opgelost. En als het -collier werkelijk verloren mocht zijn”, sprak hij glimlachend, „dan -zullen wij ook daar overheen komen. - -„En nu wil ik je niet langer in het onderhoud met je cavalier storen, -die je zeer zeker wel weer in een goede luim zal weten te brengen.” - -Bij die woorden wendde de bankier, in wiens gelaat achter schitterende -brilleglazen een paar doordringende oogen fonkelden, zich met een -beleefd lachje tot den Engelschman, welke mevrouw Von Hartstein zijn -arm bood en haar weer in de danszaal teruggeleidde. - -De bankier, wiens kruin reeds bijna geheel kaal was, wachtte een -oogenblik, daarop volgde hij het paar, schoof zijn breedgeschouderd, -kort lichaam tusschen de heeren door, die voor den ingang van de -balzaal stonden en verdween achter een zijdeur. - -Eenige minuten later bevond hij zich in zijn particulier kantoor aan de -telefoon. - -Nadat men hem met het gewenschte nummer had verbonden, sprak de -bankdirecteur: - -„Spreek ik met het detectivebureau Rasmussen?” - -„Ja, hier Rasmussen, wie daar?” - -„Von Hartstein. Zijt gij daar zelf, mijnheer Rasmussen?” - -„Toevallig wel!” klonk het. „Ik verwacht een telegram, dat ik zelf in -ontvangst moet nemen, dus....” - -„Dat treft uitstekend. Ik heb een van uw lieden noodig, een vertrouwd -persoon. Een voorval, dat ik niet per telefoon wensch mee te deelen, en -dat juist in mijn villa tijdens een bal heeft plaats gevonden, dwingt -mij, uwe hulp in te roepen, mijnheer Rasmussen!” - -„Ja, wien zal ik u zenden....? Mijn luitjes zijn om dezen tijd moeilijk -en eerst over eenige uren te krijgen. Maar ik kan u toch onmiddellijk -iemand zenden.” - -„Een ervaren detective?” vroeg de bankier. - -„Hij is nog zeer jong,” klonk het van de andere zijde, „maar ik geloof, -dat de jonge man een groote toekomst voor zich heeft. Zooveel -tegenwoordigheid van geest, zooveel combinatievermogen en persoonlijken -moed heb ik nog nooit leeren kennen bij iemand die pas in het vak is.” - -„Goed, zend hem mij. Wanneer kan hij hier zijn?” - -„Onze auto’s staan gereed. In zes minuten kan Henry Stern bij u zijn.” - -„Mooi. Ik verwacht hem in mijn particulier kantoor. Ik zal order geven, -hem dadelijk toe te laten.” - -Nadat de bankier den portier per huistelefoon zijn bevelen had gegeven, -liep hij met op den rug gevouwen handen zijn kantoor op en neer. - -Achter het massieve voorhoofd werkten de gedachten van dezen -beurskoning om een oplossing van het geheimzinnige verdwijnen van zulk -een kostbaar voorwerp te vinden. - -Aan de mogelijkheid, die hij tegenover zijn vrouw had geuit, dat het -kleinood aan den sleep van een der dames was blijven hangen, geloofde -hij zelf niet. - -Deze lange ketting, wiens zeldzaam schoone diamanten in het licht der -balzaal als electrische vonken schitterden,—dit stuk van zoo enorme -waarde, moest iedereen dadelijk opvallen. - -De bankier kende de menschen. Hij wist, dat zelfs de rijke in -verzoeking zou kunnen komen waar het een dergelijk voorwerp betrof en -dat vooral de dames, verblind door de pracht van de diamanten en -robijnen, tot een daad zouden kunnen komen, die haar reeds in het -volgende oogenblik het grootste leed kon verschaffen. Hij was er van -overtuigd, dat het collier van den mooien hals zijner vrouw was -gegleden, eerst in de plooien eener japon en daarop in den zak van een -der schoonen, die nog op het bal aanwezig was. - -Hij hoopte met behulp van den detective een middel te vinden om weer in -het bezit van de kostbaarheid te komen, welke hij, ondanks zijn grooten -rijkdom, ongaarne zou missen. - -De bankier keek op de klok: 5 minuten waren voorbij, maar de zesde was -nog niet geheel verstreken, toen er zacht op zijn deur werd geklopt en -een slank gebouwde, jonge man binnentrad in onberispelijk -gezelschapscostuum, een monocle in het linkeroog en den cylinder met -een beleefde buiging afnemend. - -Glimlachend sprak de bezoeker: - -„Mijn naam is Stern, heer directeur, Henry Stern.” - -„Gij zijt....?” - -„De afgevaardigde van het detectivebureau Rasmussen,” voltooide de -jonge man den zin. - -Verbaasd vroeg de bankier: - -„Is dit uw gewone toilet of hoe hebt gij u anders zoo snel kunnen -verkleeden?” - -De detective antwoordde: - -„Een detective moet alles kunnen, mijnheer Von Hartstein; mijn chef zei -mij, dat ik in zes minuten bij u moest zijn en daar de auto in 3½ -minuut uw woning kon bereiken, bleef mij, als ik 1½ minuten rekende -voor de trappen, enz., nog 1 minuut om mij te verkleeden.” - -De bankier sprak met een zeker dosis eerbied voor zooveel nauwgezetheid -tot den nog zoo jongen man: - -„Ik zal u nu vertellen, waarvoor ik uwe hulp noodig heb.” - -De detective maakte een buiging. - -„Er is een voorwerp van groote waarde in uw huis zoek geraakt, niet -waar?” - -Verrast opziend, vroeg de bankier: - -„Heeft uw chef u dat verteld?” - -De jonge, elegante man schudde het hoofd. - -„Dat zou den heer Rasmussen onmogelijk zijn geweest, omdat hij zelf -niet wist, waarom gij mij hadt ontboden. Maar het was niet moeilijk, -dit te raden. - -„De wantrouwende blikken uwer bedienden onderling toonden mij -duidelijk, dat er hier sprake was van een diefstal, in elk geval, dat -er een voorwerp van waarde vermist moest zijn. Van waarde, omdat gij -zeker de hulp van ons bureau anders niet in den nacht ingeroepen zoudt -hebben, heer directeur.” - -De bankier knikte toestemmend. - -„Gij hebt volkomen gelijk,” sprak hij, „er is hier sprake van een -collier van diamanten en robijnen, dat mijn echtgenoote verloren heeft. -Ik vermoed tenminste, dat zij het verloren heeft en dat de vinder of -vindster tot dusverre nog geen reden meent te hebben gevonden om het -terug te geven.” - -Met een knikje sprak de detective: - -„En nu moet ik ervoor zorgen dat die persoon zich zijn plicht herinnert -en het collier terug geeft?” - -„Hij kan het ook weer verliezen,” meende de bankier, „en dan zou u de -eerlijke vinder zijn.” - -De detective knikte ernstig. - -Daarop sprak hij: - -„Ik kan voorloopig nog niet gelooven in den moed van een der dames uit -het gezelschap, om zich zulk een kostbaar voorwerp wederrechtelijk te -durven toe eigenen.... Zijt gij volkomen zeker van al uw gasten?” - -„Voor zoover dat mogelijk is, zeer zeker,” antwoordde de bankier. - -„Gij weet wel, mijnheer Stern, dat men zelfs voor zijn naaste -bloedverwanten niet kan instaan, laat staan, waar er sprake is van een -groot aantal voor het meerendeel oppervlakkige kennissen. De lieden, -die in mijn huis verkeeren, behooren doorgaans tot de bekende, beroemde -familiën der residentie. Daarom treft mij dit voorval des te meer.... -Overigens,”—de stem van den bankier klonk nu veel koeler, „mag ik u nu -naar het gezelschap brengen?” - -De detective schudde het hoofd. - -„Het zou mij aangenaam zijn, als gij, heer directeur, het eerste wildet -gaan en als ge u niet mee om mij wildet bekommeren. - -„Eerst later, als ik mij weer tot u wend, verzoek ik u, mij aan dezen -en genen voor te stellen.” - -De bankier knikte. - -„Zooals gij wenscht! Tot weerziens dus!” - -„Een oogenblik nog, als ’t u belieft,” verzocht de detective. „Het zou -mij aangenaam zijn, als gij mij een visitekaartje van uzelf wildet -geven, waarop gij mij volmacht verstrekt opdat uwe ondergeschikten zich -richten naar mijn bevelen.” - -„Is dat absoluut noodig?” - -„Zeker. In zulk een moeilijk geval kan ik niet weten, tot welke -maatregelen ik zal moeten overgaan. Voor alles zal ik waarschijnlijk -een livrei, zooals uw bedienden die dragen, noodig hebben.” - -De bankier had een van zijn groote visitekaarten uit de portefeuille -genomen, schreef hierop het noodige met een gouden vulpen en sprak, -terwijl hij den detective het kaartje ter hand stelde: - -„Wat dat laatste betreft, hebt gij u slechts te wenden tot mijn -hofmeester Martin, hij zal u in elk opzicht van dienst zijn.” - -De detective boog en de bankier ging heen. - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -DE RAADSELACHTIGE GAST. - - -Nadat de heer Von Hartstein zich bij zijn speelpartners had -verontschuldigd over zijn plotseling vertrek, begaf hij zich naar de -feestzaal, waar hij na eenig zoeken zijn echtgenoote trof. - -Mevrouw Adelheid had reeds naar haar man uitgezien om hem deelgenoot te -maken van een opmerking welke zij gemaakt had. - -Schijnbaar vroolijk babbelend liep zij aan zijn zijde, toen zij, naar -een nis aan haar rechterzijde kijkend, sprak: - -„Zie je dien heer daar, Maximiliaan? Hij is mij onbekend.” - -De bankier keek onopgemerkt in de aangeduide richting en beweerde ook, -dien heer niet te kennen. - -„Het is mogelijk,” fluisterde hij, „dat een van onze gasten hem heeft -geïntroduceerd. Dat zou niet volgens de gewoonte zijn, maar als er -sprake is van een bal...” - -Mevrouw Adelheid schudde het hoofd. - -„Misschien ben ik op ’t oogenblik een beetje wantrouwend,” sprak zij, -„maar je moest toch eens informeeren, Maximiliaan.” - -„Dat zal ik doen,” antwoordde haar echtgenoot. „Laat ik je intusschen -naar mevrouw Von Blendheim geleiden, die je zooeven wenkte. Daarna deel -ik je mede, wat ik te weten kom.” - -Een oogenblik later zat de jonge vrouw van den bankier naast haar oude -vriendin, die zij fluisterend deelgenoote maakte van het gebeurde, -terwijl mijnheer Von Hartstein tusschen de rijen der gasten doorliep en -scherp uitkeek naar den detective. - -Een der bedienden naderde hem met een zilveren blad vol gevulde glazen -en sprak, den bankier aankijkend: - -„Een glas Champagne, mijnheer?” - -De bankier keek op. - -Een glimlach vloog over zijn gelaat en terwijl hij een glas van het -blad nam, fluisterde hij den bediende toe: - -„Dat is snel gegaan, mijnheer Stern, ik zoek u juist.” - -De detective, die zijn gezelschapstoilet had verwisseld met de grijze -livrei, antwoordde, alsof het een bevel van zijn meester gold: - -„Gij wilt mij opmerkzaam maken op den heer ginds in die nis, nietwaar -mijnheer? Ik zag u zooeven met uwe vrouw daarlangs gaan.” - -De bankier antwoordde niet, maar het viel hem moeilijk, zijn -verwondering te verbergen over de bijna pijnlijke oplettendheid, die -Henry Stern aan den dag legde, waar het de gewichtige zaak gold. - -„Ik wilde nu gaarne mijn gang gaan,” vervolgde de detective, „ik -vermoed namelijk, dat die heer, die ook mij reeds is opgevallen, hier -niet lang meer zal blijven.” - -„Verdenkt gij hem?” vroeg de bankdirecteur. - -De detective, die nog steeds in dezelfde onderdanige houding het -zilveren blad met de champagneglazen vasthield, sprak, terwijl hij zijn -lippen nauwelijks bewoog: - -„Dat zou te veel gezegd zijn, maar in elk geval past die man niet -tusschen uw andere gasten, heer directeur.” - -Intusschen ging de detective zijn champagne aan de andere gasten -aanbieden en de gastheer zag, dat hij op deze wijze snel de deur -naderde. - -Nieuwsgierig of de geheimzinnige vreemdeling nog tegen de marmeren zuil -in de nis geleund stond, richtte de bankier zijn schreden nogmaals -daarheen, maar hij vond de plaats leeg. Dadelijk daarna kwamen een paar -van zijn beste vrienden hem in een beursgesprek wikkelen, zoodat hij -voorloopig niet meer aan het gestolen kleinood dacht. - -Toen hij zich weer naar de speelzaal begaf om zijn hombre-partijtje -voort te zetten, ontmoette hij nogmaals zijn echtgenoote aan den arm -van den schoonen, trotschen Engelschman, dien zij voor den geheelen -avond tot haar cavalier scheen te hebben gekozen. - -Een diepe blos kleurde haar wangen, toen zij haar echtgenoot zag. Deze -echter knikte haar en haar cavalier met een goedigen glimlach toe. - -De Lord beantwoordde dezen groet met een buiging van het hoofd en -sprak: - -„Uw man houdt blijkbaar heel veel van u, mevrouw de barones; zelfs het -groote verlies, dat gij hem, zij het dan ook onwillens, hebt berokkend, -bederft zijn goed humeur niet.” - -„Ja, mijn man is heel goed,” antwoordde zij, „ik herinner mij niet, hem -ook slechts een enkelen keer ontstemd te hebben gezien.” - -„Gij geeft er hem zeker ook geen aanleiding toe.” - -Een onderzoekende blik uit de donkere oogen van den man vloog langs de -bloeiende vrouwengestalte.... - -Adelheid von Hartstein was ten prooi aan de meest uiteenloopende -gewaarwordingen, toen zij nu, zonder te weten, waarheen haar geleider -haar bracht, bijna willoos aan zijn arm voortschreed. - -Een jaar geleden, nauwelijks 18 jaar oud, was zij haar driemaal zoo -ouden echtgenoot naar het altaar gevolgd. - -Ook zij was van een oud-adellijk, maar verarmd geslacht en had daarom -in haar eigen onderhoud moeten voorzien. Reeds maandenlang werkte zij -op een der groote kantoren van den heer Von Hartstein, toen op een -goeden dag de bankier zijn oog op haar liet vallen. - -Hij scheen informaties omtrent haar te hebben ingewonnen, want na -eenigen tijd liet hij haar bij zich roepen en sprak met een stem, die -alle vastheid verloren had: - -„Ik heb u iets te zeggen, juffrouw Von Sebald.” - -Hij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen: - -„Het hangt van u zelf af, of ge mijn verzoek wilt inwilligen.” - -Het jonge meisje had, ondanks zichzelf, gebloosd, had, nadat zij haar -chef even had aangezien, haar mooie oogen neergeslagen en met een -zekeren angst op zijn verdere woorden gewacht. - -„Dat, wat ik u zou willen vragen, betreft alleen mijzelf,” had de -bankier gezegd. - -Daarop had hij weer gezwegen. - -Adelheid von Sebald had diep blozend haar hoofdje nog meer gebogen, -totdat plotseling haar chef zich tot haar neerboog, haar hoofd in zijn -groote handen nam en sprak: - -„Ik bemin u, Adelheid, en ik wilde graag, dat ge mijn vrouw werd.” - -Zes weken later waren zij met elkaar getrouwd. - -Alles was als in een droom gegaan. Het jonge meisje, dat nooit iemand -had ontmoet, die diepen indruk op haar hart kon maken, was er zich -nauwelijks van bewust, hoe groot het verschil in jaren en -levensopvattingen was tusschen haar en haar man. - -Toen zij eenmaal getrouwd was, werd haar dit wel duidelijk, maar de -eindelooze goedheid van haar echtgenoot ruimde alles uit den weg wat -anders misschien een onoverkomelijke hinderpaal ware geworden. - -Nimmer was tot dusverre bij het zien van andere mannen de gedachte bij -haar opgekomen, dat een ander misschien beter bij haar gepast zou -hebben dan haar echtgenoot. - -Nu echter was Adelheid von Hartstein onrustig geworden. Een -gewaarwording, die haar verwarde en verrukte tegelijkertijd, maakte -zich van haar meester, als zij in de zwarte oogen van den Engelschman -keek, welke haar meer nog dan zijn woorden, zeiden, hoe ’n diepen -indruk ook zij op hem had gemaakt. - -Om zichzelf af te leiden, bracht zij, terwijl zij in een der kleinere -zalen op een rustbank hadden plaats genomen, het gesprek weer op het -verloren collier. - -„Mijn echtgenoot heeft reeds werk gemaakt van het geval”, sprak zij, -„en ik zelf meen ook iets te hebben opgemerkt, wat betrekking heeft op -het geval.” - -Zij gaf haar cavalier nu een beschrijving van den vreemdeling die haar -was opgevallen en die nu verdwenen scheen te zijn. - -„Maar hoe zou die man in uw nabijheid zijn gekomen,” sprak Lord -Brigham, over wiens aristocratisch gelaat een glimlach gleed. - -„Dat begrijp ik ook niet,” antwoordde Adelheid, nadenkend voor zich -kijkend, „maar ik heb een zeker voorgevoel, dat van dien man een nadere -verklaring te verkrijgen zou zijn.” - -„Het zal moeilijk vast te stellen zijn, of die man werkelijk iets met -den diefstal te maken heeft.” - -„Ik geloof, dat mijn man de noodige stappen reeds heeft gedaan. Hij -staat reeds jarenlang met het detective-bureau in verbinding en dat -zijn kranige, handige lieden.” - -De Engelschman knikte. - -„Dat is ook de eenige manier, ten minste als men een goed bureau aan de -hand heeft.” - -„O,” sprak de jonge vrouw, „het detectivebureau Rasmussen heeft den -naam, het beste en meest betrouwbare van geheel Berlijn te zijn.” - -Weer gleed een lachje langs de trekken van den Lord, die nu het gesprek -op andere onderwerpen bracht. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Intusschen was Henry Stern den man, die zulk een opvallende -verschijning in de oogen van mevrouw Adelheid was geweest, gevolgd. De -vreemdeling had het gastvrije huis van den bankier reeds verlaten. - -De raadselachtige man liep tamelijk snel de straten door, totdat hij -een huurauto tegenkwam, waarin hij plaats nam. - -Henry Stern bevond zich nog aan de andere zijde der straat, maar de -auto zette zich nauwelijks in beweging of de detective zat er reeds -achter op om op deze wijze den rit mee te maken. - -Het was goed, dat zich slechts weinig menschen meer op straat bevonden, -want het was een niet alledaagsch gezicht, een volwassen man als een -echte straatjongen aan een auto te zien hangen. - -In de buurt van het station Gesundbrunnen vertraagde het rijtuig zijn -vaart en dadelijk sprong Henry Stern van den wagen af om terwijl hij in -de schaduw der huizenrij voortliep het voertuig in het oog te houden. - -Voor een der huizen hield de auto stil, de detective zag, dat de -vreemdeling uitstapte, den koetsier betaalde, de huisdeur opensloot en -naar binnen ging. - -Zonder zich een oogenblik te bedenken, onderzocht Stern nu de -zij-ingangen der huizen en reeds in het tweede vond hij een open -huisdeur. - -Hij snelde de gang door naar een binnenplaats, waar hij als een kat -over de houten schutting klom, en toen hij 200 schreden verder was, -herhaalde hij ditzelfde nogmaals. - -Hij bevond zich nu in het huis, dat hem interesseerde, maar hij had -geen flauw vermoeden waar de vreemdeling zich nu zou bevinden. - -Plotseling viel zijn blik op een vrij hoog gelegen raam, dat nu -verlicht was. Hier wilde hij even naar binnen kijken! - -Snel besloten, zooals dat zijn gewoonte was, wist hij zich met behulp -van een tapijtklopper, dien hij op de binnenplaats vond, omhoog te -werken totdat hij de vensterbank van het verlichte raam kon -vastgrijpen. - -Als een eekhorentje was hij naar boven geklauterd en nu keek hij in de -kamer, waarin zich een man bevond, die een blouse droeg en die er -uitzag als een werkman. Hij was in gezelschap van twee jonge meisjes, -blijkbaar behoorend tot de armzalige Berlijnsche nachtvlinders. De -vierde persoon in de kamer was de vreemdeling, dien hij achtervolgde. - -Zij stonden samen bij een tafel en bekeken blijkbaar iets, dat de -vreemdeling hun liet zien. Daar zij echter, zooals zij daar naast -elkaar stonden, den detective hun ruggen toewendden, was deze niet in -staat, te onderscheiden, wat zoo de algemeene oplettendheid trok. - -In zijn pogingen om beter naar binnen te kunnen kijken, deed de -detective een misstap, waardoor hij bijna naar beneden was gerold. Hij -wist echter zijn evenwicht te bewaren, maar moest snel zijn hoofd en -bovenlijf terugtrekken om niet gezien te worden. - -Daarbinnen had men het geluid gehoord, allen hadden zich omgedraaid en -keken naar het venster. - -Het kwam den detective nu veiliger voor om zijn observatiepost te -verlaten. Hij liet zich weer naar beneden glijden en had juist de -houten schutting, waarover hij zooeven was geklommen, bereikt, toen de -deur, die van het huis naar de binnenplaats leidde, geopend werd. - -De detective zag, dat de vier personen, die hij in de kamer had gezien, -hem vervolgden. Hij hoorde een stem, die een hond aanzette en: - -„Tyras, pak hem!” riep. - -In hetzelfde oogenblik vloog een groote hond als een razende over de -plaats en pakte Henry Stern, die juist over de schutting wilde klimmen, -bij zijn jas. - -De jonge detective had zijn langen gummiknuppel te voorschijn gehaald -en gaf den hond daarmede een flinken slag op zijn snuit, zoodat het -dier luid jankte. - -Nu snelden ook de beide mannen toe en met een geweldigen sprong zwaaide -Stern zich over de schutting terwijl een flink stuk van zijn jas in den -bek van den hond achterbleef. - -De beide kerels waagden het blijkbaar niet, ook de schutting over te -klimmen. Zij riepen hem echter na: - -„Je zult ons toch niet ontsnappen, vervloekte speurhond!” - -Het was reeds bijna 5 uur in den morgen, Henry Stern wachtte nog eenige -minuten, maar toen alles rustig bleef, begaf hij zich naar buiten in de -pikdonkere straat. Nadat hij het huisnummer en den straatnaam had -genoteerd, snelde hij terug, totdat hij in een meer beschaafde wijk een -huurrijtuig vond, waarmede hij zich, zeer tevreden over zijn werk, naar -zijn bureau liet brengen. - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -IN DE SLAAPKAMER DER BARONES. - - -„Ik voel geen lust, om de politie in mijn zaken te mengen,” sprak de -bankier den volgenden morgen aan het ontbijt tot zijn echtgenoote, toen -er natuurlijk weer druk gesproken werd over het verdwijnen van het -collier. - -„Waartoe zou het ook dienen! Diefstallen, die op zulk een geslepen -manier gepleegd worden, ontdekt de politie bijna nooit. Ik twijfel -volstrekt niet aan den ijver en het doorzicht van onze beambten, maar -ik vrees, dat zij in dezen weinig zullen presteeren. Daarom heb ik mij -dadelijk tot Rasmussen gewend.” - -De jonge vrouw hoorde dat, wat haar man vertelde, als in een droom. Een -zeker iets, waarvan zij zichzelf geen rekenschap kon geven, omsluierde -al haar gewaarwordingen en gedachten. Het leven scheen haar dubbel -aangenaam! - -Zij betrapte er zich op, dat haar gedachten elders waren, in de -nabijheid van een rijzigen, slanken man met zwart krullend haar en -donkere, schitterende oogen, die weer, evenals gisteren in de -oranjerie, diep en smachtend in de hare keken. - -Hoeveel moeite zij zich ook gaf, om deze gedachten te verbannen, om -zich weer vol aandacht aan haar man te wijden, het hielp haar niet. - -Er was iets nieuws in haar leven gekomen en hoewel zij het zichzelf -niet wilde bekennen, zij smachtte naar het oogenblik, waarop zij hem -weer zou zien en spreken. - -Later op den dag, toen haar man naar de beurs was gegaan, zat zij -langen tijd in haar kostbaar ingericht boudoir. Zij vroeg zichzelf -herhaaldelijk af, of hij, met wien haar gedachten zich onophoudelijk -bezighielden, ook haar nog niet vergeten zou hebben. - -Wanneer zij dan weer aan haar echtgenoot dacht, gevoelde zij iets, wat -op wroeging geleek. - -Toen de heer Von Hartstein des avonds weer uitging om tegenwoordig te -zijn op een belangrijke vergadering, deelde hij haar vóór zijn vertrek -mede, dat het waarschijnlijk laat zou worden, eer hij terug kon zijn. - -Adelheid begaf zich tijdig ter ruste, maar het duurde een geruimen -tijd, voordat zij den slaap kon vatten. - -Eindelijk echter sliep zij in terwijl een zalig lachje om haar rooden -mond speelde.... - -Zij droomde. - -Het was haar, alsof een kamerdeur werd geopend en zachte, behoedzame -schreden haar weelderig bed naderden. - -Daar stond hij in het zachte, getemperde licht der gaskroon, hij, aan -wien zij den geheelen dag had moeten denken.... of was hij het -niet?.... En nu sprak hij zelfs tot haar.... Zij verstond hem niet.... -nu noemde hij haar naam, dien hij telkens met zachte, welluidende stem -herhaalde.... en nu knielde hij naast haar bed neer, strekte zijn -handen naar haar uit en.... - -Met een kreet van angst richtte Adelheid von Hartstein zich op en met -wijd geopende oogen staarde zij naar het donkere gelaat van den man, -die aan het voeteneind van haar bed neerknielde. - -Met bevende stem vroeg zij: - -„Wat wilt gij?... Wie zijt gij? ...Ik roep om hulp!” - -(Zie het titelblad.) - -De nachtelijke bezoeker hief zijn hoofd op, dat bedekt was door een -zwart fluweelen masker, waardoor alleen de oogen zichtbaar waren en met -een stem, die de jonge vrouw meende te kennen, maar die haar -tegelijkertijd vreemd in de ooren klonk, sprak hij: - -„Wees niet bang! Ik zal u geen kwaad doen. Ik ben hier gekomen, omdat -ik u moet zien.... Bij dag, als iedereen u kan zien, is het mij -onmogelijk om u te zeggen, wat mij op het hart ligt...” - -Met smeekend opgeheven handen vroeg zij weer, bijna fluisterend: - -„Ik weet niet, wie gij zijt, wat wilt gij van mij en waarom verbergt -gij uw gelaat? Zijt gij...” - -Maar zij durfde niet vragen of hij het was, die op het bal haar hart -stormenderhand had veroverd. - -Een zacht, welluidend lachje klonk van zijn lippen. - -„Of ik het ben, naar wien uw hart verlangt, dat weet ik niet. Maar -ik—ik kon geen weerstand bieden aan de onzichtbare macht, die mij tot u -voerde in dit stille uur.... Maar ik kom nog voor iets anders: Gij hebt -op het feest uw collier verloren, zoudt gij het graag terug willen -hebben?” - -Verrast en sprakeloos staarde de jonge vrouw naar den nachtelijken -bezoeker; zij schudde haar hoofd met het krullende goudblonde haar en -met doodsbleek gelaat hijgde zij: - -„Maar wie zijt gij toch? en wat weet gij van mijn collier? Zijt gij -misschien de man, die in de nis tegen de marmeren zuil leunde?” - -Hij schudde het hoofd. - -„Vraag mij niet wie ik ben, want ik moet u het antwoord eeuwig schuldig -blijven. Beschouw mij als een ongelukkige die uw medelijden verdient!” - -Hij nam haar hand in de zijne, tilde het fluweelen masker op en drukte -zijn lippen op haar gloeiende vingers. - -„Ik begrijp het niet,” sprak zij zacht, maar terwijl zij dit zeide, was -het, alsof een inwendige stem haar toefluisterde: - -„Hij is het! Hij is het dien gij liefhebt, aan wien je hart en je -zinnen toebehooren.” - -Maar—dan begon zij weer te twijfelen. - -Hoe zou de Engelsche aristocraat er een oogenblik aan kunnen denken om -des nachts een vreemde woning binnen te dringen, in de slaapkamer te -komen van de vrouw van een ander? En wat had Lord Brigham te maken met -het gestolen halssieraad? Maar misschien gaf hij dit slechts op als -voorwendsel voor zijn ongemotiveerde komst......? - -Zij voelde echter, dat zij in elk geval zich in schijn moest verzetten -tegen dit bezoek en met kloppend hart sprak zij: - -„Wilt gij mij nu uw naam noemen? Ik moet om hulp roepen als gij nog -langer hier blijft! Als man van eer moogt gij geen misbruik maken van -de hulpeloosheid eener vrouw... En daar in die andere kamer slaapt mijn -echtgenoot.” - -Zij wist niet, of de bankier reeds te huis was, maar hoe dan ook het -zou haar onmogelijk geweest zijn, om hulp te roepen. Zij vreesde dezen -man niet, die haar slaapkamer was binnengedrongen en als een smeekende -knaap aan haar voeten lag. - -Aarzelend vroeg zij: - -„Ken ik u?” - -Hij antwoordde niets, maar het was haar als hoorde zij een zacht lachen -van zijn lippen. - -Hierdoor moediger geworden, vroeg zij weer: - -„Kent gij mijn echtgenoot?” Hij lachte weer en fluisterde: - -„Ik ken u beiden en ik weet, waarom gij deze vraag tot mij richt.” - -Daarop vervolgde hij na een kleine pauze: - -„Misschien ook ken ik hem, aan wien gij denkt!” - -„Maar zijt gij het niet zelf?” vroeg zij in ademlooze spanning. - -Zonder hierop te antwoorden, sprak hij nogmaals. - -„Doet het u veel leed, dat gij uw collier hebt verloren?” - -Maar Adelheid, vervuld van geheel andere gevoelens, sprak -hoofdschuddend: - -„Mijn man is immers zoo rijk...... Men verliest zooiets natuurlijk niet -graag.... Vooral hij, mijn echtgenoot.... Mij kan het niet veel -schelen.... Hebt gij het misschien gevonden?” - -Hij antwoordde ook hierop niets, maar kuste nogmaals haar handen, die -zij hem beide gaf en stond toen langzaam op. - -„Het wordt tijd, dat ik heenga, maar gij hebt mij niet voor de laatste -maal gezien.” - -En zonder Adelheid tijd te gunnen om nog iets te zeggen, was de -nachtelijke bezoeker verdwenen. - -Zij gevoelde zich als verdoofd en als ware er niets bijzonders -voorgevallen, sluimerde zij rustig weer voort. - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -DE ZWARTE BRIEF. - - -Bankier Von Hartstein schuimbekte van woede. - -Hij had des morgens, toen hij zijn kantoor binnenkwam, op zijn -schrijftafel een brief gevonden in een zwart couvert, dat aan de -achterzijde een gouden monogram „J. R.” vertoonde. - -De brief was niet voorzien van een postzegel of stempel en blijkbaar -door een bode daar neergelegd. - -Het couvert bevatte een met de schrijfmachine geschreven brief van den -volgenden inhoud: - - - Geachte heer! - - Doe geen moeite, uit te vorschen, waar het diamanten collier van uw - echtgenoote zich bevindt. Het zou u niet helpen en u misschien in - gevaar brengen. Ditzelfde geldt voor degenen, wien gij dit werk - mocht opdragen. Het zal van omstandigheden, waarmede gij niets te - maken hebt afhangen, of men het collier aan uw vrouw zal - terugbezorgen. Het zal echter noch aan de politie noch aan de - detectives gelukken, op het spoor te komen van uw dienstwilligen, - - JOHN C. RAFFLES. - - -De heer Von Hartstein vertrouwde zijn oogen niet. Deze brutaliteit -overtrof alles! - -Onmiddellijk werd de oude, vertrouwde dienaar Martin geroepen. - -De oude man, die reeds den vader van den bankier had gediend, -verscheen, als altijd, onberispelijk in rok en met witte das, in het -kantoor van zijn heer en meester. - -Maar het was, alsof de handen van den man beefden, toen hij op den -drempel trad en zijn witte bakkebaarden door zijn vingers liet glijden. - -„Mijnheer beveelt?” - -„Mijn beste Martin,” sprak de bankier met gefronst voorhoofd, „ik moet -je, bijna voor den eersten keer, een verwijt maken. Er schijnen -verkeerde elementen onder de bedienden te zijn.... Hier, lees dezen -brief.” - -Hij gaf hem het couvert en vervolgde: - -„Dit schrijven vond ik hedenochtend op mijn tafel liggen. Franz, de -bediende, beweert geen flauw vermoeden te hebben, hoe het daar is -gekomen. Mag zoo iets in een goed geordend huishouden plaats vinden?” - -De oude man luisterde met gebogen hoofd naar de woorden van zijn -gebieder. Het was, alsof hij, schuldbewust, niet durfde antwoorden. - -De bankier vervolgde: - -„Je weet, beste Martin, welk verlies ik geleden heb op het bal. Een -half millioen is ook voor mij geen kleinigheid. - -„Maar dat ik bovendien door dien schurk in mijn eigen huis gehoond -word, dat is het schandelijkste van al! En, beste Martin, daarvoor stel -ik jou verantwoordelijk!” - -De oude man haalde de schouders op en sprak: - -„Het spijt mij zeer, mijnheer Von Hartstein, maar ik zelf sta -machteloos tegenover dit alles. Ik heb na den diefstal al onze -bedienden een voor een onder handen genomen, maar ik ben ervan -overtuigd, dat geen van hen tot een oneerlijke daad in staat is. Wat -echter den brief betreft, hieromtrent kan ik u persoonlijk, zij het dan -ook slechts gedeeltelijk, inlichten....” - -Verrast keek de bankier op. - -„Jij? Jij zelf, Martin? Ik ben zeer nieuwsgierig.” - -Met een droevig glimlachje sprak de oude man: - -„Ja, ik lijd, zooals mijnheer wel weet, aan slapeloosheid. Nu heb ik -eenigen tijd geleden, om een onbeduidende reden, van slaapkamer geruild -met de kamervrouw van mevrouw de barones. - -„Dezen nacht meende ik eenig geluid te hooren, ik draaide het -electrische licht op en zag, dat het bijna half drie was. Ik ging mijn -kamer uit en zag bij het zwakke licht van de ganglamp een zwarte -gedaante langs sluipen. - -„Het eerste oogenblik was ik verlamd van schrik, zoodat ik verzuimde, -hem na te snellen en daarna vond ik, ondanks alle moeite, zijn spoor -niet terug. - -„Ik was echter niet gerust, en begon, ongeveer een half uur later, nog -eens te zoeken. Terwijl ik langs de slaapkamer van mevrouw de barones -kom, wordt de deur naar de gang toe geopend en een hooge, in het zwart -gekleede gestalte komt onhoorbaar naar buiten......” - -De oude man zweeg en keek ontsteld in het doodsbleeke gelaat van zijn -heer. - -Op verontwaardigden toon vroeg Von Hartstein: - -„Hebt gij het gelaat van den man gezien?” - -„Dat was mij onmogelijk. Hij droeg een masker, of liever een -hoofdbedekking van zwart fluweel, waardoor alleen de oogen zichtbaar -waren.” - -„En je hebt hem laten gaan?!” vroeg de bankier diep ademhalend. - -„Dat maakt mij juist zoo ongelukkig!” sprak de oude Martin -handenwringend. - -„Ik was als verlamd van schrik door die spookachtige gedaante. Ik kon -zelfs geen enkel geluid geven. De vreemde, bovenaardsche verschijning -gleed onhoorbaar langs mij heen, zijn doordringende oogen onafgewend op -mij gericht. - -„Toen ik van den schrik bekomen was, was de geheimzinnige man -verdwenen. - -„Aan het kozijn van een der ramen dicht bij de trap, vond ik een zijden -koord bevestigd, waarlangs de misdadiger zich waarschijnlijk naar -beneden heeft laten glijden.” - -De bankier antwoordde niets. - -Hij had aan zijn schrijftafel plaats genomen en was in diep nadenken -verzonken. - -Hij dacht niet meer aan den brutalen brief in het zwarte couvert, zelfs -het verlies van het collier was hem in dit oogenblik -onverschillig—slechts de gedachte aan zijn vrouw hield hem bezig. - -Tot dusverre was nog nimmer de gedachte bij hem opgekomen, dat de -reine, blauwe oogen zijner vrouw verlangend naar andere mannen zouden -kunnen kijken. - -Hoe kwam het, dat nu opeens een gevoel van twijfel zich meester maakte -van het hart van den reeds bejaarden man? - -Was het niet zijner onwaardig, in de brutale handelwijze van een -schurk, die misschien in de vertrekken zijner vrouw was geweest, -terwijl deze sliep, trouweloosheid van het beminde wezen te willen -zoeken? - -Maar—dit was het niet alleen! - -Adelheids houding was na den nacht van het bal zoo geheel anders -geworden! Lief en vriendelijk als altijd, was zij toch in zichzelf -gekeerd en stil geworden. - -Wat kon deze man in zijn brief bedoelen met de omstandigheden, waarmede -hij zelf niets te maken had en waarvan het zou afhangen of men Adelheid -het gestolen collier zou terugbezorgen......? - -Al deze vragen pijnigden den bankier ontzettend. - -Eindelijk hief hij het hoofd op en sprak, met een goedig glimlachje den -ouden dienaar aanziende: - -„Ik dank je wel, beste Martin; wil je zoo goed zijn, door middel van de -kamervrouw mijn echtgenoote te laten zeggen, dat ik haar over een -kwartier wensch te spreken?” - -Martin verwijderde zich en kwam spoedig daarna terug met de -mededeeling, dat mevrouw de barones juist was opgestaan en mijnheer den -bankier over een kwartier verwachtte. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -EEN HARTSGEHEIM. - - -Adelheid was eerst laat uit haar droomen ontwaakt. - -Toen echter haar kamermeisje de gordijnen opende en het volle, heldere -daglicht in het meer dan weelderige slaapvertrek naar binnen viel, -waren alle visioenen van den nacht verdwenen. - -Zij bevond zich weer als de echtgenoote van den beroemden beurskoning -en millionair Von Hartstein in haar villa, zij was de rijke, voorname -vrouw, die haar echtgenoot trouw had gezworen en die, nu het nuchtere -verstand weer werkte, vast besloten was, alle andere gevoelens -onherroepelijk uit haar hart te verbannen. - -Was het werkelijkheid, haar droom van dien nacht? - -Maar waarom had zij dan niet om hulp geroepen, toen de vreemdeling bij -haar bed was neergeknield? - -Hoe had zij een oogenblik kunnen veronderstellen, dat de Engelsche -aristocraat en de inbreker, dezelfde, die haar collier had gestolen, -iets met elkaar te maken hadden? - -Zou Lord Brigham, een Peer van Engeland, in den nacht een vreemd huis -binnendringen om op deze wijze een dame zijn hulde te bewijzen? - -Neen! Zij wenschte, dat zij voor haar echtgenoot kon verschijnen om hem -te vertellen, wie den treurigen moed had gehad, in haar slaapvertrek te -komen! - -Maar dat was onmogelijk! - -Zij kende zijn wantrouwen en jaloezie en wist, dat hij haar niet zou -gelooven, als zij hem den loop van het nachtelijk avontuur zou -vertellen. - -En omdat zij den moed niet had, hem alles te zeggen, besloot zij te -zwijgen. - -In dit oogenblik kreeg zij de boodschap van haar man, dat hij haar -wilde spreken. - -Zij begreep, dat dit vroege onderhoud in verband stond met het -voorgevallene in den nacht en vol bange onzekerheid wachtte zij op de -komst van haar echtgenoot. - -Toen hij binnentrad, zag zij aan zijn vastgesloten lippen, dat zijn -humeur niet van de beste was, maar zij had tijd gehad om zich voor te -bereiden en was dus uiterlijk kalm en rustig. - -Nadat de bankier haar den brief in het zwarte couvert had laten lezen, -scheen zij hierover even verontwaardigd als hij zelf en antwoordde op -zijn vraag, of zij niets van de aanwezigheid van den schurk had -bemerkt: - -„Maar Max, je begrijpt toch, dat ik dan het geheele huis in opschudding -zou hebben gebracht. Ik zou van angst gestorven zijn!” - -Deze woorden stelden hem volkomen gerust. - -De zekerheid, dat het hart van zijn vrouw even rein en onschuldig was -als altijd, deed hem alle ongerustheid vergeten en Adelheid deed al -haar best om hem te bewijzen, dat zij hem meer dan ooit liefhad en aan -geen anderen man dacht. - -Met het blonde kopje aan zijn breede borst keek zij teeder naar hem op. -Geduldig liet zij zich op mond en oogen kussen, totdat hij, op de klok -kijkend, zag, dat het hoog tijd was om naar de beurs te gaan. - -De jonge vrouw begaf zich naar haar boudoir, waar zij zich weer aan -haar gedachten overgaf. - -Zou zij haar man alles vertellen? - -Maar neen, hij zou haar niet begrijpen, hij zou het niet kunnen! - -Eén slechts was er in de geheele wereld, die haar zou kunnen helpen! -Eén slechts, op wiens ridderlijkheid zij volkomen vertrouwde. - -Die eene was Lord Brigham! - -Als de vermetele onbekende het haar weer lastig zou maken, dan wilde -zij tot hèm gaan, tot den Engelschen edelman, van wiens vriendschap zij -redding verwachtte. - -Gesterkt door dit besluit, riep zij haar kamenier om zich voor een -rijtoer te laten kleeden. - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -IN HET DANSHUIS. - - -Henry Stern had juist de villa van den millionair verlaten, niet zeer -opgewekt over dat, wat hij daar had moeten vernemen. De bankier had hem -den zwarten brief getoond en erbij gezegd, dat, als hij niet binnen -eenige dagen tenminste het begin van eenig resultaat zag, hij de zaak -in handen zou geven van een ander detective-bureau. - -Dat was voor den jongen man als een slag in het gezicht. Hoewel hij pas -23 jaar oud was, hield hij zichzelf, en misschien niet geheel ten -onrechte, voor een genie in zijn beroep. - -De heer Von Hartstein verlangde, zoo dacht Stern, wel wat veel. Er -waren niet meer dan vier dagen verloopen sinds het bal in de villa had -plaats gehad en deze tijdsruimte was bijna te kort om een zoo geslepen -misdadiger op het spoor te komen. - -Henry Stern had immers een spoor, wat hij den millionair dan ook had -medegedeeld, maar het had tot dusverre tot niets geleid. - -Reeds in den voormiddag, volgende op den bewusten nacht, had hij het -huis, waar de auto hem had gebracht, weer opgezocht. - -Hij vond de woning zonder eenige moeite. Er huisde een oude vrouw, een -type, zooals men ze meer in de misdadigerswijken der groote steden -vindt. Zij verhuurde haar kamers voor enkele dagen of nachten, al naar -men het haar vroeg. - -Maar die oude beweerde niets van de zaak te weten. Den geheelen nacht, -zoo zei ze, had er geen licht in haar woning gebrand en niemand was -daar geweest, behalve zijzelf. De detective moest zich bepaald vergist -hebben. Waarschijnlijk bedoelde hij een ander huis uit de straat. - -Stern mocht de hulp der politie niet inroepen, daar de heer Von -Hartstein hem dit ten strengste verboden had. - -Aan dit verbod moest hij zich houden, hoewel juist in deze zaak de hulp -der politie hem veel waard was geweest. - -Zuchtend en ontevreden over zichzelf was Henry Stern nu op weg naar den -heer Rasmussen om, zooals zijn plicht was, dezen mede te deelen, wat -hij dien morgen in de villa had vernomen, toen een heer met -uitgestrekte handen naar hem toekwam. - -„Henry, oude jongen, hoe gaat het je?” - -De detective herkende onmiddellijk zijn vroegeren schoolkameraad Peter -Böcher en spoedig waren zij in een levendig gesprek gewikkeld, dat zij -op voorstel van den vriend, in een wijnrestaurant gingen voortzetten. - -Henry Stern vertelde, hoe hij eerst van plan was geweest om officier te -worden, maar dat een zeer onaangename duelgeschiedenis, die hij niet -had kunnen verhinderen, zijn carrière in het leger onmogelijk had -gemaakt. Door een toeval was hij detective geworden, een vak, waarvoor -hij werkelijk in de wieg scheen te zijn gelegd. - -„Dat is toevallig,” antwoordde de ander, „dan hebben wij ten slotte zoo -ongeveer hetzelfde beroep gekregen. Ik heb in de rechten gestudeerd en -ben geëindigd met commissaris van politie te worden.” - -„Hier in Berlijn?” vroeg Stern aangenaam verrast. - -De ander knikte toestemmend en vervolgde: - -„Ik weet, wat je zeggen wilt en ik zal je vraag dadelijk beantwoorden: -Als het mij eenigszins mogelijk is, zonder mijn plicht te verzaken, wil -ik je gaarne in ieder opzicht van dienst zijn.” - -Korten tijd daarna reden de beide vrienden in een huurrijtuig zamen -naar het hoofdbureau van politie. - -En nadat de commissaris Böcher daar zijn vriend zeer formeel aan den -chef van de recherche had voorgesteld, was deze zoo welwillend, -toestemming te geven tot het doorbladeren van het misdadigersalbum. - -Henry Stern deelde dien heer in vertrouwen mede waarom het hem te doen -was. - -Hierna bracht de commissaris den detective in een vertrek, dat het -zoogenaamde „misdadigersalbum” bevatte. Het was een langwerpige kamer -met tallooze vakken en planken aan de muren, waarin zich stapels -photographieën bevonden. Al deze beelden waren keurig gerangschikt -volgens leeftijd, kleur der haren, grootte en dergelijke kenteekenen -der misdadigers. - -Het was Henry Stern er om te doen, het portret van den man te vinden, -die op den balavond in de millionnairs-villa in de nis had gestaan, -tegen de marmeren zuil leunend en dien hij later was gevolgd tot op de -binnenplaats van het verdachte huis. - -Een geruimen tijd bleef zijn onderzoek vruchteloos. - -Eindelijk bracht de beambte een pakket pas aangekomen photo’s, welke -personen voorstelden, die in Berlijn of daar buiten bij het verlaten -van strafinrichtingen eerst kortelings waren gephotographeerd. - -Bij het bekijken van deze portretten greep Stern haastig naar een der -photo’s, terwijl hij sprak: - -„Die! Maar hij heeft zijn baard laten wegnemen!” - -Terwijl hij de photographie omdraaide, las de commissaris voor: - -„Adolf Müller, uit Myslowitz, bijgenaamd „Silezische Adolf”, geboren -den 23 Juli 1869. Herhaaldelijk gestraft wegens zwaren diefstal en -roof.” - -„Dat is hij!” sprak Henry Stern......., „als ik maar kon verklaren, hoe -de man in het bezit van het collier is gekomen. Want al heeft hij, hoe -dan ook, toegang gekregen tot de villa, de barones zal met hem toch in -geen geval gedanst hebben, want hij was niet eens aan haar -voorgesteld...... - -„En dat hij haar juist gepasseerd zou hebben in het oogenblik, waarop -zij het collier verloren heeft—zij miste het na een quadrille—is ook -niet aan te nemen!” - -De andere beambten haalden de schouders op en Peter Böcher sprak: - -„Ja, kerel, dat zijn de raadsels, die jij moet oplossen......” - -„In elk geval ben ik jou en de andere heeren heel dankbaar, dat ge mij -inzage van deze dingen hebt gegeven,” sprak Stern, „want ik weet nu -tenminste eenigszins met wien ik te doen heb.” - -„Ook wij zullen een oogje op den heer Adolf Müller houden,” verzekerde -de commissaris. - -Henry Stern nam afscheid en volgde dadelijk den raad, welken een der -heeren op het politiebureau hem had gegeven, door namelijk een bezoek -te gaan brengen aan een klein restaurant in de Seydelstraat, het -„Tipp-café”, zooals het door de bezoekers werd genoemd. - -De politie had dikwijls reden om dit restaurant in het oog te houden, -omdat er herhaaldelijk misdadigers en landloopers bijeen kwamen en -omdat er, hoewel de eigenaar dikwijls was gestraft, hoog gespeeld werd. - -In den namiddag van dienzelfden dag verscheen in het café Säusler, -zooals het officieel heette, een heer met kleine Engelsche bakkebaarden -en die ook volgens zijn kleeding en geheele optreden den burgerlijken -Engelschman verried. - -Hij bestelde op langzamen toon, met echt Engelsch accent sprekend, -eerst een glas bier en, omdat hij dit niet kon krijgen, een glas port. - -Met blijkbaar welbehagen dronk hij zijn glas leeg. - -Daarop nam hij een sportblad op en verdiepte zich in den inhoud -daarvan, waarbij hij dikke rookwolken blies uit een korte tabakspijp. - -Zoo zat hij een uur lang en daarna nog een uur, zonder dat hij zijn -jockeypet van het hoofd nam. - -Ook toen twee personen het overigens leege Tipp-café binnentraden, keek -hij niet uit het blad op, dat hem blijkbaar zeer interesseerde. - -De beide zeer elegant gekleede heeren gingen het bij dag steeds vrij -donkere café binnen en spraken bij het buffet een poosje met den daar -vertoevenden kellner. - -Daarop wilden zij blijkbaar het lokaal weer verlaten, toen de kleinste -der twee, iemand met een zwart snorretje en een bescheiden uiterlijk, -sprak: - -„Zeg, we zouden wel eerst een glaasje pils kunnen drinken.” - -Zij namen plaats in de onmiddellijke nabijheid van den Engelschman en -begonnen te spreken van een fuif, welke zij blijkbaar den vorigen avond -hadden meegemaakt. - -De Engelschman wendde, zich achter zijn blad verborgen houdend, geen -oog van hen af. - -Hij had dadelijk in den een den „Silezischen Adolf” herkend en was in -hetzelfde oogenblik vast besloten, hem nu niet weer uit het oog te -verliezen. - -Dit was nu, op klaarlichten dag, zoo gemakkelijk niet, maar Henry Stern -gevoelde, dat zijn goede naam als detective op het spel stond! - -Hij betaalde nu en vroeg den kellner iets in gebroken, met Engelsch -vermengd, Duitsch, wat deze niet verstond. Hij had de voldoening, dat -de kleinste zijner twee buren zijn woorden vertaalde. - -Daardoor kwam hij met hen in gesprek en vertelde, dat hij in Berlijn -vreemd was. Hij was voor de wedrennen overgekomen en omdat Berlijn hem -zoo goed beviel, wilde hij nog een paar dagen blijven. Maar tot zijn -spijt kende hij niemand die hem een beetje in de stad kon rondgeleiden, -en er was zooveel bezienswaardigs! - -De detective verstond meesterlijk de kunst om zich oliedom voor te doen -en dadelijk bemerkte hij, dat de beide heeren elkaar bij zijn verhaal -veelbeteekenend aankeken. - -„Wij zijn een paar echte Berlijners”, sprak nu Silezische Adolf, „en -het zou ons een genoegen zijn, u eens te laten zien, hoe het bij ons -toegaat.” - -„Ja,” viel de ander in, „wij zijn al sinds gisteren aan den boemel en -juist in de goede stemming. Als ge u bij ons wilt aansluiten, zult ge -eens zien! Als iemand geld heeft in Berlijn, kan hij den duivel laten -dansen!” - -„Wel”, sprak de Engelschman, „dat zal ik doen...! En ik dank ook -ervoor, dat gij mij meeneemt!” - -„O, dat beteekent niets,” antwoordde de kleine, die zich als Fritz von -Behr voorstelde, „dat is Christenplicht om een buitenlander een beetje -den weg te wijzen...! Kom maar, wij nemen nu een rijtuig en gaan er op -uit!” - -Al spoedig zat het drietal in een automobiel om de verschillende bars -en café’s der Friedrichstrasse te bezoeken. - -Henry Stern merkte al spoedig dat het zijn kameraden er om te doen was, -hem dronken te maken. - -Maar hij kon tamelijk veel verdragen en daarenboven nam hij slechts -vrij onschuldige dingen. - -Silezische Adolf scheen hoe langer hoe meer schik te krijgen in de -aanwezigheid van den nieuwen kennis. - -Het was intusschen avond geworden en Adolf stelde voor om iets zeer -interessants, een stukje van het echte donkere Berlijn te gaan zien. - -„Ik weet een danshuis,” sprak hij, „zooiets hebt gij in uw heele leven -nog niet gezien, Mr. Sylvers!” - -Onder dezen naam had de detective zich aan de beide booswichten -voorgesteld. - -„Gij kunt daar de ergste misdadigers van Berlijn te zien krijgen, -zooals je ze anders alleen in sensatieromans hebt. Iets interessanters -bestaat er niet!” - -Henry Stern bedacht zich niet lang. Hij had een dolk en een met zeven -patronen geladen pistool bij zich. - -Daarenboven was hij niet alleen sterk, maar ook buitengewoon behendig. - -En wat nog meer waard was, dat was de ongekende moed, dien hij in alle -omstandigheden aan den dag legde. - -De auto passeerde nu ongeveer dezelfde buurten als die, waardoor Henry -onlangs midden in den nacht op minder gemakkelijke wijze was gereden. -Eindelijk bleef de wagen staan voor een gebouw, boven welks ingang een -groote verlichte ballon prijkte, die den naam „Mooren-Paleis” leesbaar -maakte. - -„Eigenlijk heet het hier „de Pan,”” merkte Adolf op. „En gij zult zoo -meteen zien, wat in die pan gekookt wordt, mijnheer!” - -Door de deur kwam men eerst in een café van minder allooi, waar het -benauwd en onfrisch was. Hier deden zich tal van verloopen sujetten met -hun dames van twijfelachtig soort te goed aan groote glazen bier en -sterken drank. - -Dan kwam men in een smalle gang, die naar een groote kelderruimte -voerde. - -Dit vertrek, dat de drie mannen nu betraden, was laag van zoldering en -iemand van normale lengte moest oppassen om zijn hoofd niet te stooten -tegen de groote petroleumlampen die van het plafond afhingen. - -Deze danszaal was ongeveer tien meter lang en zes breed. - -Een lachende, schreeuwende menigte danste als dol in het rond bij de -tonen der woeste muziek. - -Een walgelijke reuk van alcohol, rook en menschelijke uitwaseming vulde -de ruimte, en het geheel maakte den indruk van een reusachtigen -heksenketel, waarin de menschelijke hartstochten en ondeugden -voortdurend koken. - -Hier beneden was het schuim van de bevolking der reuzenstad bijeen. - -De meisjes waren deels in lompen gehuld, deels opgesmukt als een pauw. -De mannen droegen smerige kielen, waarin zij langen tijd gewerkt hadden -of goede kleeren, die zeer zeker niet op rechtmatige wijze verkregen -waren. - -Henry Stern had veel woeste tooneelen in zijn leven bijgewoond; zijn -beroep bracht hem, al was het dan ook als toeschouwer, met dergelijke -toestanden in aanraking, maar hier werd hij toch met walging vervuld. - -Zijn beide geleiders, die blijkbaar niet veel beter waren dan de -danslustigen—dat bewezen de talrijke begroetingen en de knikjes van -verstandhouding uit de verschillende rijen der meisjes en mannen—zij -beiden hielden den detective in hun midden. En Henry Stern begreep, dat -het bezoek aan de Pan van niet onschuldigen aard zou zijn. - -Hij greep in zijn zak naar zijn pistool. - -In dit oogenblik drong weer een nieuwe stroom bezoekers de zich achter -hen bevindende deur binnen en Stern merkte op, dat Silezische Adolf -zich naast hem omkeerde en iemand een teeken gaf. - -Bijna tegelijkertijd kreeg de detective een geweldigen duw in zijn rug, -zoodat hij tegen de dansende paren werd geworpen. - -Hij werd teruggeslingerd en zonder dat het hem gelukte, weer op de been -te komen, vloog hij heen en weer tusschen de vuisten der gasten... - -De vrouwen schreeuwden, eenige mannen brulden, anderen lachten, en -gemeene scheldwoorden weerklonken. - -De detective begreep, dat dit een complot tegen hem was. - -En toen hij nu kreten vernam als: „Vervloekte spitsboef!” en -„Politiespion!” twijfelde hij er niet meer aan of Silezische Adolf had -hem herkend en aan zijn makkers verraden, ja, hem zelfs met opzet -hierheen gelokt. - -Deze gemeene schurk was slim genoeg om zijn vijand niet zelf te -lynchen, maar deze wraak over te laten aan het geheele gezelschap, dat -in dezen danskelder zijn woest bachanaal vierde. - -Getrapt, geslagen en bijna krankzinnig van woede en pijn, gelukte het -Henry Stern eindelijk om een der wanden te bereiken, waar hij een stoel -greep en ieder dreigde neer te slaan, die hem zou durven naderen. - -Maar nu kwamen zijn belagers eerst in al hun ruwheid los. De messen -werden te voorschijn gehaald en in een dichten drom naderden zij den -jongen man, wien nu niets anders overbleef dan zijn revolver te -voorschijn te halen en tegen de steeds nader dringende bende te -schreeuwen: - -„Halt! Wie nog één stap waagt, is een kind des doods!” - -Een oogenblik week de troep achteruit, vreezende voor een doodelijk -schot uit het wapen, maar dadelijk drongen de achtersten weer -voorwaarts, het gebrul verdubbelde en toen het eerste schot, dat Henry -Stern boven de hoofden zijner aanvallers richtte, afging, vlogen drie -tegelijk op hem aan, sloegen hem het wapen uit de hand, dat weer -afging, maar niemand trof, en sleurden hem op den grond. - -De detective dacht, dat dit zijn laatste oogenblik zou zijn. Slechts -het feit, dat hij zooveel aanvallers had en de een den ander wegduwde, -redde hem nog voor het oogenblik. - -Ondanks dit alles gaf hij den moed nog niet op. - -Hij had een der kerels bij de keel gegrepen en naar zich toe getrokken, -om op die wijze voorloopig een schild te hebben. Maar hij voelde -duidelijk, dat ook deze hulp slechts van korten duur zou zijn. - -Nu trok iemand met reuzenkracht zijn handen los, een geheele bende viel -op hem aan......! - -In dit oogenblik van allerhoogsten nood weerklonk plotseling een schril -gefluit door de onderaardsche zaal. - -De massa stoof uit elkaar, zij, die hem vasthielden, hem sloegen en -trapten, wendden zich allen tegelijk van hem af. - -En toen het hem, eindelijk bevrijd, gelukte zich op zijn knieën op te -richten, zag hij, dat van twee kanten tegelijk politieagenten het -lokaal waren binnengedrongen en dat dus, als door een wonder, op het -uiterste moment redding voor hem was opgedaagd. - -Hijgend en met groote moeite stond hij op en bereikte, zich aan den -muur vasthoudend, een stoel, waarop hij vol builen en schrammen en met -hevige pijn, neerviel. - -Een deel der schurken scheen ontkomen te zijn en meerdere -politiedienaren waren bezig, eenige individuen, die men reeds lang -zocht, gevangen te nemen. - -Tot zijn onuitsprekelijke vreugde bemerkte de detective, dat zich -zoowel Silezische Adolf als diens kleine vriend daarbij bevonden. - -Nu naderde een groote, corpulente politie-beambte, en Henry herkende -met het laatste restje bewustzijn, dat hem was gebleven, zijn ouden -vriend, den commissaris Böcher, die dezen inval had bevolen, in de -hoop, zijn vriend hier te zullen vinden en hem misschien te kunnen -helpen. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - -DE CLUB DER MILLIONAIRS. - - -Het was in den namiddag toen in het rooksalon van de Millionairsclub de -heeren in hun gemakkelijke fauteuils van hun mokka, likeur en fijne -sigaren zaten te genieten. - -Een der heeren, die het uiterlijk had van een bon-vivant en speler, zat -met iemand te praten, van een zeldzaam schoon, sympathiek uiterlijk. - -Hij streek met zijn slanke, witte vingers langs zijn zwarte snor en -vertelde juist een anecdote, toen een bediende van de Club binnentrad -en meldde, dat men Lord Brigham aan de telephoon te spreken vroeg. - -De ongeveer 30-jarige heer stond met een elastische beweging op en -volgde den bediende naar het telefoontoestel. - -De Lord bracht de telephoon aan zijn oor en riep met zijn aangename, -welluidende stem: - -„Hallo!... Wie daar?” - -Hij moest eenige oogenblikken wachten, daarop hoorde hij glimlachend, -hoe een met opzet veranderde, vrouwelijke stem sprak: - -„Mag ik om het adres van Lord Brigham verzoeken?” - -„Ik ben zelf aan het toestel,” antwoordde deze, „en woon in de -Victoriastraat 68, eerste etage.” - -„En wanneer is Mylord te spreken?” - -Als tegenvraag klonk het: - -„Met wien heb ik de eer?” - -„Men verzoekt u, hiernaar voorloopig niet te vragen... Uwe Lordschap -kan een dame een grooten dienst bewijzen, als gij haar zoo spoedig -mogelijk eenige minuten te woord wilt staan.” - -„Ik zal binnen tien minuten in mijn woning zijn.” - -„O, dank u!” - -De telephoonbel weerklonk en Lord Brigham ging naar de garderobe, waar -de bediende hem met zijn overjas hielp en hem den cylinder en stok -overhandigde. - -Hij besteeg zijn auto, die voor het gebouw op hem wachtte, en in minder -tijd dan hij had opgegeven, stond de Lord in de op Indische wijze -ingerichte kamer, die hem als ontvangsalon dienst deed. - -De vloer was hier met matten bedekt en de muren waren bekleed met het -zeldzame borduurwerk, dat van Madras komt. De meubelen, die uit verguld -bamboe waren vervaardigd, maakten alle den indruk van sierlijkheid en -elegance. Voor de vensters hingen kostbare moesseline gordijnen met -vreemde, gouden figuren bewerkt. Het geheele vertrek had hierdoor iets -sprookjesachtigs, vooral ook door het zachte, getemperde licht. - -Er werd gebeld. De binnentredende, als Engelsche jockey gekleede -bediende, diende een dame aan. - -„Ik verzoek, binnen te laten!” sprak de Lord. - -Dadelijk daarop trad mevrouw Adelheid von Hartstein den Indischen salon -binnen, den dichten sluier terugslaand en haar van verlegenheid blozend -gezichtje vertoonend. - -Lord Brigham ging haar met uitgestrekte handen tegemoet en sprak: - -„Mijn lieve Mevrouw! Wat verschaft mij de groote eer en het -onuitsprekelijke genoegen, u bij mij te zien?” - -De tranen kwamen in haar mooie, blauwe oogen te voorschijn. - -„Ik bid u,” zei hij zacht; terwijl hij de jonge vrouw naar een divan -geleidde, „blijf kalm, mevrouw. Om welke reden gij ook hier gekomen -zijt; als het in mijn macht ligt, zal ik u gaarne helpen, dat verzeker -ik u!” - -Zij knikte hem zacht weenend toe en sprak eindelijk met een diepen -zucht: - -„Het is zeker dwaas, dat ik mij tot u wend. Ik weet niet, hoe het komt, -dat ik zooveel vertrouwen in u stel......” - -Zij sloeg de oogen neer en een donkere blos bedekte haar gelaat en -hals. - -Met een weemoedigen glimlach keek hij naar haar en moedigde haar daarop -aan, hem haar zorgen mede te deelen, opdat hij die zoo mogelijk, zou -kunnen verlichten. - -Nu begon zij te vertellen van dien nacht, toen zij half slapend een -mannelijke gedaante voor haar bed had gezien; hoe zij eerst geen waarde -aan die verschijning had gehecht en—zij fluisterde bijna onhoorbaar—aan -iemand anders had gedacht. - -De blanke hand van den man tegenover haar streelde zacht haar gebogen -hoofd en toen zij daarna haar diepblauwe oogen tot hem opsloeg, vroeg -hij zacht en dringend: - -„Mag ik ook weten, wie het was, dien gij in dien nacht meendet voor u -te zien?” - -Zij antwoordde niet. - -Maar haar bekoorlijke verlegenheid, haar zwijgen en de hartstochtelijk -bevende lippen zeiden hem genoeg. - -Hij boog droevig het hoofd; een oogenblik was het, alsof hij haar in -zijn armen wilde nemen en aan zijn borst drukken; daarop fluisterde hij -met trillende lippen zacht en droef: - -„Mevrouw, gij zijt gehuwd en ik heb niet het recht, u los te rukken van -den man, die u een zonnig leven verschaft. Ik kom en ga en mag het lot -van een vrouw niet aan het mijne binden......” - -Met vochtige oogen keek zij naar hem op. Zij had er misschien niet over -gedacht, van haar man heen te gaan, maar het klonk haar zoo -merkwaardig. - -„Gij weet niet, wie ik ben!” - -Maar voordat zij hierover verder kon nadenken, verzocht hij haar hem te -vertellen, wat haar zoo angstig maakte. - -O, dat was spoedig gezegd. - -De man, die op het bal in de nis had gestaan en die ongetwijfeld de -dief van haar collier was, vervulde haar met zoo grooten angst. Hij was -het zeker ook geweest, die des nachts in haar slaapkamer was gedrongen! -Misschien omdat hij had gehoopt, nog meer te stelen. - -En hedenmorgen had haar echtgenoot haar meegedeeld, dat die man gepakt -was, dat hij reeds voor het gerecht was geleid. Als hij nu eens -vertelde, dat hij dien nacht in de slaapkamer van barones Von Hartstein -was geweest, dat hij voor haar bed had geknield en haar handen -gekust!...... Zij had dit niet aan haar echtgenoot durven vertellen! -Haar eenige verontschuldiging was, dat zij in de gestalte van den -inbreker het beeld van den man, dien zij liefhad, had meenen te zien, -en dit had zij haar man niet durven bekennen!... - -Terwijl Adelheid dit vertelde, vloeiden steeds haar tranen. - -Daarop echter sprak hij met een heimelijke vreugde, die zij niet -begreep: - -„Vrees niets! Al kan ik u ook niet alles verklaren, toch kunt gij mijn -woorden gelooven: de man, dien gij destijds in uw balzaal hebt zien -staan, is niet dezelfde geweest, die u in den nacht bezocht. Hij zal u -geen onaangenaamheden bereiden, want hij kent u niet en vermoedt -nauwelijks uw bestaan... Ik herhaal u nog eens, dat gij gerust en -onbezorgd kunt gaan slapen, niemand behalve uw eigen mond kan u -verraden!” - -Met verbaasde blikken keek zij hem aan. - -„Maar hoe...? Waarom...?” - -Met een zachten glimlach sprak hij: - -„Gij moogt mij niets vragen, al was het alleen, omdat het mij oneindig -leed doet, u ieder antwoord schuldig te moeten blijven! - -„Vóór alles zou ik graag willen dat gij, als wij afscheid hebben -genomen, in vriendschap aan mij bleeft denken!” - -„Gaat gij heen? Wanneer? Of mag ik ook dat niet weten?” vroeg zij -angstig. - -„Ik weet het zelf op dit oogenblik nog niet. Ik ben als een vogel, die -in de lucht opstijgt en aan de hand ontvlucht, die zich uitstrekt om -hem vast te houden.” - -De schemering daalde neer op aarde en hulde het vertrek in -sprookjesachtige schaduwen. Het was stil geworden in het Oostersche -salon. - - - - - - - - -ACHTSTE HOOFDSTUK. - -DE OVERVAL. - - -Ondervraagd door de politie, had Silezische Adolf elke verklaring -geweigerd. Hij beweerde met onverstoorbare kalmte, dat hij zich van -geen kwaad bewust was en niet begreep, wat de heeren van hem -verlangden. Hij verzocht beleefd, weer in zijn cel teruggebracht te -mogen worden, omdat hij moe was en slapen wilde. - -Eenigen tijd later werd hij opnieuw in verhoor genomen door commissaris -Böcher. Maar ook nu zonder eenig resultaat. Men had hier blijkbaar met -een zeer verstokten booswicht te doen, die niet gemakkelijk tot spreken -was te dwingen. - -Henry Stern was bij dit verhoor tegenwoordig en liet glimlachend de -woedende blikken van den misdadiger langs zich heen gaan... - -Op den dag na het voorgevallene in het danshuis was de bankier Von -Hartstein persoonlijk bij den jongen detective in diens woning geweest, -hij had hem zelfs zijn eigen dokter gezonden en hem een belangrijk -bedrag ter hand gesteld als extra belooning. - -„Ik waardeer ten volle, wat gij voor mij hebt gedaan,” sprak hij tot -den patiënt. „Als iemand zooals gij zijn leven op het spel zet in het -belang van degenen, die hem betalen, dan is hij iemand van -plichtsbetrachting, die alle achting verdient!” - -Henry Stern was zeer verheugd over deze woorden, ook het geld kon hij -best gebruiken en met verdubbelden ijver vatte hij, nog nauwelijks -hersteld en met verbonden hoofd, de zaak weer op. - -Toen men den misdadiger weer had weggebracht, sprak hij tot Peter -Böcher: - -„Men zal den anderen kerel, die helaas ontsnapt is, ook nog moeten -pakken en dan de beide vrouwen zien te vinden, die indertijd des nachts -in hun gezelschap waren, toen ik ze bespiedde.” - -„Goed en wel,” meende de commissaris, „maar dat zal zoo gemakkelijk -niet gaan.” - -In dit oogenblik hoorde men in de gang buiten een vervaarlijk -geschreeuw. De commissaris ging naar buiten en sprak, toen hij -terugkwam: - -„Het beteekent niets. De agenten hebben een kerel, die juist -binnengebracht werd, een briefje afgenomen.” - -„Mag ik het zien?” vroeg Henry Stern vol belangstelling. - -De commissaris gaf hem het door middengescheurde stukje papier en de -detective las: - -„Let op Hol! Nobele drietal uit de Sof!” - -Ook de andere beambten lazen het en lachten. Niemand begreep den -inhoud. - -Eindelijk sprak Stern, die zich ook theoretisch op de hoogte had -gesteld van zijn beroep: - -„Weet gij, wat dit beteekent, heeren?” - -„Neen,” sprak Peter Böcher, „weet jij het?” - -De detective knikte: - -„Zeker! Deze woorden beteekenen niets meer of minder dan dat iemand, -die van hier naar de strafgevangenis overgebracht zal worden, op moet -letten voor het „Hol”, dat beteekent Moabit, omdat daar „het nobele -drietal”, dat zijn natuurlijk drie zijner kameraden, op hem wachten, -die hem „uit de sof”, dat wil zeggen „uit de misère” zullen halen, dus -vrij zullen maken... Het is jammer, dat wij niet weten aan wien deze -brief is gericht!” - -„O!” meende Böcher, „dat zou wel uit te vorschen zijn. Wij zullen eens -kijken, waar de brenger van het briefje zich nu bevindt” - -Reeds was hij naar buiten gegaan en na eenige minuten kwam hij terug -met een lang opgeschoten, slungelachtigen jongen man, die ingepikt was -wegens moedwillige beleediging en overlast. - -„Het heeft er veel van,” fluisterde de commissaris tot zijn vrienden, -„alsof deze bengel, die er reeds een flinke boeventronie op nahoudt, -zich alleen heeft laten oppakken om dit briefje te kunnen overbrengen. -Ik geloof, dat het het beste is, dat wij ons houden alsof wij het -briefje niet kunnen ontcijferen en van hem willen weten, wat de woorden -beteekenen.” - -Hij wendde zich tot den jongen en deed een dusdanige vraag. Deze -grijnsde en sprak: - -„O, dat is maar een gijntje! Dat heb ik maar es zoo opgeschreven, voor -de mop!” - -De beambte antwoordde hierop niet, maar vroeg, plotseling een zeer -beleefden toon aannemend: - -„Hebt gij al ontbeten?” - -De aangesprokene schrikte op. Deze woorden beteekenen in de conversatie -der politiebeambten met de boeven, dat den onwilligen misdadiger een -flink pak slaag zal worden toegediend door de stevige knuisten der -politiemannen. - -„Ik laat me niet donderen!” riep de jongen op half huilenden toon. „Dat -mag je niet doen!” - -De commissaris sprak lachend: - -„Wat wij mogen of niet, zullen wij zelf wel het beste weten!” - -„Dat zal wel!” antwoordde de jonge man, „je wil mij zeker laten -smoezen?... Wat in dat briefje staat, vertel ik toch niet!” - -„Nu, denk er nog maar eens over na... In elk geval kun je je eerst -versterken!” - -Een der politieagenten bracht op bevel van zijn chef een paar dikke -boterhammen binnen, waarop de slungel aanviel als een hongerige wolf. - -Daarop bracht men hem met opzet in het vertrek der beklaagden, waar een -groot aantal personen, die gevangen waren genomen en hun eerste verhoor -moesten ondergaan, bijeen waren. - -Tien minuten later werd in deze groote, kale ruimte nog iemand -binnengelaten, die naar zijn uiterlijk scheen te behooren tot de hier -verzamelde elementen maar in werkelijkheid een beambte der politie was. - -Toen men dezen man een half uur later weer weghaalde, was hij volkomen -op de hoogte. De jonge man had hem dadelijk om papier en potlood -gevraagd en, toen hij in het bezit daarvan was, een nieuw briefje -geschreven. - -Daarop had hij op sluwe, maar ondubbelzinnige wijze geïnformeerd naar -Silezischen Adolf, die klaarblijkelijk het briefje moest ontvangen. - -Henry Stern en de commissaris overlegden samen, hoe zij dit zaakje -verder zouden behandelen. - -Adolf zou nog dienzelfden middag naar Moabit overgebracht worden, „en,” -sprak de commissaris, „ik vermoed absoluut niet, waar de kerels willen -probeeren, hun makker te bevrijden.” - -„Zij rekenen er zeker op,” vervolgde Peter Böcher, „dat wij zware -misdadigers liever niet in den gevangeniswagen, maar per rijtuig, -vergezeld door een paar vertrouwde mannen, naar Moabit overbrengen. En -van deze gewoonte zullen wij ook heden niet afwijken.” - -Een uur later werd dan ook werkelijk de gevangene Adolf Müller -getransporteerd. Maar eerst vertrok een ander rijtuig, waarin zich -Peter Böcher, de detective en bovendien nog twee reusachtig gebouwde -agenten van politie bevonden. - -Toen het rijtuig, waarin Silezische Adolf, in de Lehrterstrasse voor -den kleinen ingang van de Moabiter cellulaire gevangenis stilhield, -kwam toevallig een troepje mannen in werkkielen, die van hun arbeid -schenen te komen, den hoek om. Zij slenterden rookend en pratend naar -het rijtuig toe, waaruit juist de eerste politieagent te voorschijn -kwam. - -Een der arbeiders vroeg, stamelend, alsof hij dronken was: - -„Wien breng je daar, mannetje? O, wat een mooie jongen!” - -Intusschen klom de met een stalen ketting geboeide misdadiger uit het -rijtuig. Hij keek bliksemsnel om zich heen en had onmiddellijk den -toestand overzien. - -In dit oogenblik naderden twee meisjes met groote hoeden vol veeren, in -zijden japonnen en met gepoederde gezichten. - -„Jullie zult toch zeker niet dulden, dat ze je vriend in de Bajes -brengen? Slaat er op, dat hun helmen wegvliegen!” - -En tegelijkertijd sloeg zij reeds met haar parapluie naar den agent. - -Deze had werk om de nu snel op elkaar volgende slagen af te weren en -wilde juist zijn sabel trekken, toen de vijf arbeiders met kracht de -beide agenten wegduwden en den gevangene in een kring insloten. Een -eindweegs duwden zij hem voort, daarop zette hij het zelf op een loopen -zoo snel hij kon. - -Honderd pas verder stond een ander rijtuig, blijkbaar op iemand te -wachten. - -Maar nog voordat de kameraden van den misdadiger en deze zelf het -rijtuig konden bestijgen om weg te rijden, kwam een ander rijtuig -aangereden, waaruit twee beambten in uniform, commissaris Böcher en de -detective sprongen. - -Ook de twee andere politieagenten die zich met groote krachtsinspanning -van hun aanvallers hadden bevrijd, kwamen aangesneld. - -Vol woede, met hun messen in de hand, wierpen de handlangers van -Silezischen Adolf zich op de beambten. Adolf zelf sloeg en trapte als -een razende om zich heen. - -Nu beval de commissaris de sabels te trekken en dit maakte al rasch een -einde aan den strijd. - -Een der aanvallers stortte gewond neer, een paar ontvluchtten -schreeuwend en de anderen gaven zich op genade of ongenade over. - -Met den gevangene, die als een duivel om zich heen beet en trapte, -hadden de agenten de meeste moeite. Eindelijk wierpen zij hem, aan -handen en voeten geboeid in het rijtuig. - -Een der beide vrouwen, die samen ontsnapt waren, had op haar vlucht een -taschje verloren, dat Henry Stern opende en waaruit hij een -zakkalendertje met haar adres te voorschijn haalde. - -„Drommels!” sprak Böcher lachend, „ik geloof, dat zij een oude, goede -bekende van ons is. Het beste is, dat wij de agenten met het transport -naar het hoofdbureau zenden en zelf op onderzoek naar dit vrouw-mensch -uittrekken.” - -In de beide rijtuigen werden nu Silezische Adolf en zijn eveneens -geboeide handlangers gepakt, onder geleide der agenten terwijl de -commissaris en Stern een ander rijtuig namen. - -Zij reden naar de Gollnowstraat, waar het meisje, dat blijkbaar de -bruid van Silezischen Adolf was, woonde. - -Zij waren nog niet eens zoo ver gekomen, toen Henry Stern, toevallig -naar buiten kijkend, de beide vrouwen uit een kleinen -banketbakkerswinkel zag komen. - -„Let op”, sprak Böcher, „ik stap nu, achter haar, uit, jij rijdt nog -een eindje verder en loopt haar dan tegemoet. Op die wijze kunnen ze -ons niet ontsnappen.” - -Weinige minuten later zaten de beide vrouwspersonen met haar -ongewenschte cavaliers in een gesloten rijtuig, dat hen samen naar het -Alexanderplein bracht. - -Reeds onderweg verklapte de eene, die alles in het werk stelde om weer -op vrije voeten te komen, de zaak. Zij vertelde nauwkeurig, hoe het -plan om Silezischen Adolf te bevrijden, was uitgegaan van haar -gezellin, de zwarte Rosa, die de bruid van den misdadiger was. - -Nu hadden de beide mannen werk om het liefje van den inbreker, dat als -een furie op haar vriendin losvloog, tegen te houden. - -De andere verried in haar woede nog meer. - -„Je kunt zeggen, wat je wilt. De halsketting had hij bij ons, in de -Beumestraat...” - -De beide vrienden wisselden een snellen blik van verstandhouding. - -„Waar had hij die ketting gekregen?” vroeg Peter Böcher. - -„Van den een of anderen graaf!” antwoordde het meisje. „Misschien heeft -hij het ding nog in zijn huis.” - -„Waar woont Adolf Müller?” - -Maar nog voordat het meisje had kunnen antwoorden, stortte haar -vriendin zich op haar. - -Een woest gevecht speelde zich nu in het rijtuig af. De glasscherven -vlogen op straat, de koetsier liet de paarden stilstaan en een groote -menigte verzamelde zich om den wagen. - -Er bleef niets anders over, dan dat ieder der beide mannen met een der -meisjes in een rijtuig steeg en naar het politiebureau reed. - -De detective was in gezelschap van de zeer toegetakelde vriendin der -zwarte Rosa. Hij had met den commissaris afgesproken, dat hij het -meisje haar vrijheid terug zou geven, zoodra hij het adres der woning -van Adolf van haar had gekregen. - -En dit duurde niet lang; het rijtuig hield stil, het meisje maakte zich -uit de voeten en de detective reed naar het noordelijk gedeelte der -stad. - -Daar, vlak bij het danshuis, waar hij zulke bittere ervaringen had -opgedaan, was de woning van Silezischen Adolf. - -Hij woonde daar bij een vrouw, die een zeer ongunstigen indruk maakte -en gewoonweg ontkende, Adolf ooit gezien te hebben. Zij wilde Stern -beletten, het huis binnen te treden. - -Deze echter duwde haar eenvoudig op zij met de woorden dat zij, als zij -nog verdere bezwaren maakte, eveneens gevangen genomen zou worden. - -Intusschen verscheen ook Böcher, die telephonisch bericht van Stern had -gekregen. - -De beide vrienden moesten lang zoeken, eer zij dat, wat hun bijzonder -interesseerde, in de woning van Silezischen Adolf hadden gevonden. - -Wel vielen hun al dadelijk verschillende voorwerpen van waarde in -handen, die afkomstig moesten zijn van kleinere of grootere -diefstallen, maar het diamanten collier was niet te vinden en ook geen -enkel spoor van dezen diefstal. - -Toevalligerwijze zag Henry Stern, wiens speurdersoog overal rondblikte, -in een aschbakje een menigte sigarettenpuntjes liggen. Zij waren alle -zonder mondstuk, behalve een met een lang mondstuk, waarop in gouden -letters „C. D. M.” en een gouden kroontje waren gedrukt. Een beetje -verder stond de naam der firma „C. Caldiropulos, Berlijn W.” - -Met een fijnen glimlach nam Stern het papierrolletje op en toonde het -zijn vriend. - -Deze begreep dadelijk, dat nu het raadsel was opgelost. - -Silezische Adolf was het werktuig van een ander geweest. - -Een half uur later hield het rijtuig met de beide ambtenaren van -politie stil voor den sigarettenwinkel van een Griek, die hun op hun -vragen mededeelde, dat deze soort van sigaretten uitsluitend werd -vervaardigd voor de Club der Millionairs. - - - - - - - - -NEGENDE HOOFDSTUK. - -DE MACHT DER LIEFDE. - - -Baron Von Hartstein zat juist met zijn echtgenoote aan het diner, toen -de bediende een kaartje binnenbracht. - -Toen hij een blik op den naam had geworpen, sprak hij, aangenaam -verrast: - -„Laat dien heer dadelijk in mijn particulier kantoor!” - -„Is het zoo’n gewichtig bezoek, Maximiliaan?” vroeg zijn vrouw -verbaasd. - -„Zeker”, antwoordde de millionair en ging de kamer uit. - -Een kwartier later kwam hij in zeldzame opwinding terug. - -Zonder te weten waarom, had Adelheid een gevoel, alsof er iets -vreeselijks zou gebeuren, zij voelde zich den laatsten tijd, ondanks de -geruststellende verzekering van Lord Brigham, voortdurend zenuwachtig -en angstig. - -Haar echtgenoot had weer aan tafel plaats genomen en bleef in diepe -gedachten voor zich uit staren. - -Eindelijk vroeg de jonge vrouw op bedeesden toon: - -„Wat is er, Maximiliaan?.... Je maakt mij door je houding angstig.” - -„Het is ook bijna niet te gelooven”, antwoordde de bankier. - -„Wat dan? Vertel het mij toch!” smeekte zij. - -De bankier schudde het hoofd, bromde iets in zijn grijze snor en scheen -weer ernstig na te denken. - -Eindelijk sprak hij: - -„Het is onmogelijk! Het kan niet....” - -En weer na een pauze: - -„Die lui.... hm.... hm.... die detective en commissaris.... zij -gelooven....” - -Weer zweeg hij. - -„Neen! neen! neen! Het is àl te belachelijk! Het is een overdreven -inval van de politie!” - -Steeds angstiger en bijna weenend vroeg Adelheid: - -„Maar ik begrijp je niet! Je spreekt zoo onduidelijk! Wat is dan toch -onmogelijk? Verdenken die heeren iemand, die... die ons interesseert?” - -Terwijl zij dit vroeg, vermoedde de jonge vrouw reeds alles. Steeds -weer alles combineerend, wat er sinds dien nacht in haar slaapkamer was -gebeurd, had zij een voorgevoel gekregen, dat zij met alle kracht van -zich af wilde zetten. - -Zij waagde het niet, zich geheel rekenschap te geven van haar -gedachten, maar zij wist van te voren, wat haar echtgenoot haar nu zou -meedeelen. En daarom was zij niet zoo verbaasd als hij het zooeven was -geweest. - -„De beide heeren vermoeden,” sprak hij, „dat de dief van je collier een -der leden van de millionairsclub is. Wie—dat hebben zij zelf nog niet -ontdekt. Zij vroegen mij, of ik iemand verdacht, ik kon natuurlijk niet -het minste zeggen... Ik geloof, dat het een vergissing is en heb hun -den raad gegeven, zoo voorzichtig mogelijk te werk te gaan.” - -Het was de jonge vrouw, alsof plotseling al haar bloed tot ijs was -geworden, een onnatuurlijke kalmte had zich van haar meester gemaakt. -Zij wist nu, wie haar het collier ontstolen had! - -Maar geen enkele gedachte aan toorn kwam bij haar op. Zij vroeg niet, -waarom hij zoo gehandeld had. Zij bedacht niet, dat hij een misdadiger -was, dat hij niet paste in de kringen, waarin hij zich bewoog en waarin -hij zulk een sympathieke verschijning was! - -„Je blijft merkwaardig kalm”, merkte de bankier op. - -Zij glimlachte. Daarop sprak zij op onverschilligen toon: - -„Er gebeurt zooveel ongehoords, dat men zich over niets meer behoeft te -verbazen.” - -„Nu, het is goed, dat je het kalm opneemt”, sprak Von Hartstein, „maar -het bewijst, dat gij, vrouwen, sterkere zenuwen hebt dan wij. En nu -moet je mij verontschuldigen, ik heb een gewichtige vergadering.” - -O, hoe gaarne verontschuldigde zij hem! - -Nauwelijks had hij de kamer verlaten, toen ook zij zich door haar -kamenier liet kleeden om uit te gaan. Zij knoopte een dichten, bijna -ondoorzichtigen sluier om haar hoed en verliet te voet de villa. - -In een andere straat nam zij een automobiel, waarin zij zich naar een -afgelegen stadsgedeelte liet brengen. Daarop reed zij per tram een -eindweegs en legde een verder deel van haar weg weer te voet af. -Eindelijk nam zij nog een huurrijtuig en reed tot aan de straat, waarin -hij woonde. - -Het laatste eindje, tot aan zijn huis, legde zij te voet af. - -Zij snelde de trappen op en was innig gelukkig, toen de deftige -bediende haar meedeelde, dat zijn heer thuis was. - -Zij ging binnen in de kamer, waar hij was en nu vloeiden haar de -woorden van de lippen. - -„Men vervolgt u! Men is u op het spoor! Zij weten alles! Gij moet -vertrekken! Dadelijk, zoo gauw mogelijk!” - -Nauwelijks verschrikt keek hij haar eenige oogenblikken met zijn -verstandige, wonderschoone oogen aan. - -Daarop ging hij naar zijn schrijfbureau, opende een der vakjes en nam -daaruit het diamanten collier. - -Een blos van vreugde kleurde haar wangen, daarop echter drong zij er -weer op aan, dat hij zich zou haasten. - -Hij schudde glimlachend het hoofd. - -„Ik blijf!” antwoordde hij. „Ik weet niet eens, of die onnoozele kerels -zooveel verstand bezitten om het lid der club, dat zij zoeken, uit te -vinden... Ik ben niet gewend heen te gaan, voordat ik er de hooge -noodzakelijkheid van inzie..... Maar gij, arm vrouwtje, gij moet hier -vandaan! Ik hoop, dat wij elkaar nog eenmaal zullen weerzien!” - -De jonge vrouw bracht haar zakdoekje naar de oogen toen zij heenging en -een vastberaden trek lag om haar mond. - -Zij liet het collier in haar zak glijden en sloop als een schaduw de -stille straten van dat stadsgedeelte door. - -Zoo kwam zij in den Dierentuin en bij het donkere, troebele water -gekomen gleed haar hand in den zak van haar japon. Niemand was rondom -haar te zien. - -Bij het scheidende licht van den dag glinsterde en fonkelde iets,—dat -was het diamanten collier—dat zij neerwierp in het diepe donkere -meer...... - - - - - - - - -TIENDE HOOFDSTUK. - -DE LORD GAAT HEEN. - - -In de Millionairsclub heerschte de grootste ontsteltenis. - -Door den hofmeester namelijk was het den heeren bekend geworden, dat de -politie onder de clubleden een misdadiger vermoedde en naar hem zocht. - -„Het is bijna ongelooflijk, tot welke stommiteiten de politie soms in -staat is”, sprak de kleine burggraaf Von Hennequin. - -En graaf Steineck, de president der millionairsclub voegde er aan toe: - -„Eerlijk gezegd, hebben de heeren van de recherche dan ook een alles -behalve gemakkelijke taak. - -„Maar, nietwaar, men moet hun toch wel zooveel onderscheidingsvermogen -toeschrijven, dat zij moeten kunnen schiften—degelijk schiften. Ik -bedoel—, ik meen—, dat ze toch wel degelijk rekening moeten houden met -rang—met stand—met—met—eh—eh—nu ja, om het maar zoo eens te noemen—ze -moeten toch wel degelijk denken aan het moreele gewicht van de -persoonlijkheden, die door ons waardig worden gekeurd om als -clubgenooten te worden opgenomen— —eh— —eh— —ik bedoel—ik meen— —dat -moest toch voor de heeren van de politie waarborg genoeg zijn—meer dan -waarborg genoeg—dat moest hun te allen tijde ervan overtuigen dat hier -alles zuiver toegaat. - -„Eh— —eh— —eh— —wat is dat voor een zot idee— —een bespottelijk idee— -—een van onze clubgenooten.........? Wij hebben twintig heeren in onze -club—of eenentwintig— —eh— —eh— —hoeveel zijn het er ook weer precies— -—ik weet het niet al te juist— —enfin, dat is toch wel heel gemakkelijk -te tellen— —en als een van die twintig—of eenentwintig—ook maar het -allerkleinste sikkepitje over de schreef gaat— —eh— —eh— —ik bedoel— -—ik meen— —als hij door z’n karakter— —als hij maar een ziertje, een -snippertje aanstoot zou geven...” - -De graaf legde beide handen met een allergewichtigst gebaar op de zware -eikenhouten tafel en boog zich een eindweegs naar voren. - -Toen begon hij weer opnieuw. - -„Ja, mijne heeren, ik meen, dat wij met alle kracht moeten opkomen -tegen deze ongehoorde en mijns inziens ook ongeoorloofde daad van de -politie om maar ongevraagd bij ons binnen te dringen. - -„Ik stel voor om een dergelijk optreden op hoffelijke maar energieke -wijze te beletten. - -„En bovendien! - -„Wij zouden het toch zelf wel weten als onder ons zich een -minderwaardige bevond!” - -In hetzelfde oogenblik kwam de jongste der vier bestuursleden, lord -Brigham binnen. - -Deze was eerst kort geleden tot bestuurslid gekozen. - -Op levendigen toon verontschuldigde hij zich, dat hij zich een weinig -verlaat had en eerst nu kon komen op de inderhaast bijeengeroepen -samenkomst. - -Toen hij hoorde, waarover gesproken werd, zei hij met een glimlach, die -zijn gelaat een buitengewone aantrekkelijkheid gaf: - -„Maar heeren! De zaak is toch héél eenvoudig! - -„Weet ge, wat? - -„Wij moeten ons eenvoudig opstellen in een lange rij en dan langs de -heeren der politie gaan defileeren. - -„Die kunnen dan samen beslissen, wie van ons het meest verdacht er -uitziet!” - -Er werd hartelijk gelachen om dezen grappigen uitval van den jongen -lord. - -Nadat nog langen tijd geredeneerd was over de in dezen te volgen -gedragslijn, werd besloten om een schrijven te zenden naar het hoofd -der politie. - -Dit schrijven zou worden onderteekend door al de clubleden en de inhoud -ervan zou een verzoek behelzen om in den vervolge de Millionairsclub te -verschoonen van dergelijk bezoek. - -Daarna trokken de heeren zich in kleine groepjes terug in de gezellige -zaaltjes en werd verder de tijd gedood met een of ander spel of met -aangenaam gebabbel. - -Aan de onverkwikkelijke zaak werd niet meer gedacht. - -Het was omstreeks half acht. - -Lord Brigham verliet in gezelschap van graaf Steineck en den burggraaf -Von Hennequin de club om naar de opera te rijden. - -Toen zij het gebouw juist hadden verlaten, trad hen een heer in civiel -tegemoet, die zich als commissaris van politie bekend maakte. - -Op den meest hoffelijken toon vroeg hij, wie van de drie clubleden wel -lord Brigham was. - -Met een bijna onhoorbaar lachje maakte de lord zich bekend en stelde -zijn identiteit vast. - -De beide andere heeren waren zeer opgewonden. - -Op luiden, dringenden toon verklaarden zij, dat zij te allen tijde -instonden voor hun clubgenoot. - -De commissaris der recherche Peter Böcher—zijn collega Henry Stern -stond aan de overzijde der straat te wachten en op te letten—begon nu -toch te aarzelen. - -Totnogtoe was de politie door telegrafische inlichtingen naar alle -kanten slechts aan den weet gekomen, dat er inderdaad een zekere lord -Brigham bestond. - -Daarbij was echter ook gevoegd, dat deze zelfde lord officier was in -een Indisch regiment der huzaren, dat in dienst stond van den koning -van Groot-Britanje. - -De Engelsche politie-autoriteiten waren verder algemeen van oordeel, -dat men, de persoonsbeschrijving van dezen man in aanmerking genomen, -hoogstwaarschijnlijk hier te doen had met een buitengewoon geslepen -dief en oplichter, iemand, die zoowel in Australië als in Bombay van -zich had doen spreken; die velerlei schurkenstreken op zijn geweten -had, maar die totnogtoe door de politie, ondanks alle aangewende -moeite, nog niet gesnapt was kunnen worden. - -Dat alles klonk heel mooi! - -Het klopte zelfs als een bus. - -Maar—het gaf absoluut geen zekerheid. - -En al had Peter Böcher ook het bevel tot inhechtenisneming in den zak, -toch durfde hij nog niet te handelen. - -Hij wist, dat hij tegenover deze club, die zoozeer gezien was in de -hoogste standen, de allergrootste omzichtigheid in acht moest nemen. - -En als er iemand in hechtenis genomen moest worden, o, dan moest dit -vooral op de meest kiesche, de minst ruchtbaarmakende manier -geschieden. - -Om met dat alles rekening te houden, was voor den besten, braven Böcher -wel een heel moeilijke taak. - -Hij kon zich bij dit zaakje zoo heel licht de vingers branden. - -Ook de politie vergist zich wel eens, loopt wel eens in de val; wordt -wel eens „een enkel keertje” om den tuin geleid! - -En als nu de Londensche politie eens minder juist was ingelicht? - -Of als die bewuste lord Brigham, die officier was van Zijne Majesteit -den koning van Groot-Britanje, nu eens langer verlof had gekregen, dat -hij hier in Berlijn doorbracht? - -Dat zou dan toch maar een miserabele geschiedenis wezen om dezen man, -voor wien zulke voorname personages zich borg stelden, zoo maar evenals -den eersten den besten misdadiger op te pakken en te arresteeren! - -Neen! - -Böcher zou zich véél te leelijk den neus kunnen stooten en zich -blameeren op een manier, waar je niet zoo licht weer van op komt. - -Zijne heele loopbaan zou hij er mee naar de maan kunnen gooien! - -Stonden er niet altijd en overal jaloersche collega’s bij hoopen te -wachten, tot iemand in ongenade viel? Tot iemand zich door de een of -andere onhandigheid onmogelijk had gemaakt en eerlijk ontslag moest -nemen of—gedegradeerd of niet eervol ontslagen werd? - -Alle duivels! - -Het duizelde Böcher een oogenblik. - -Allerlei tegenstrijdige gedachten warrelden door zijn hersens en het -was of bonte lichtjes voor zijn oogen begonnen te flikkeren. - -Het suizelde daarbij in zijn ooren en zwaar bonsde het hart hem in de -keel. - -Wat moest hij doen? - -Wàt, in ’s hemelsnaam? - -„Twijfelt mijnheer de commissaris misschien aan mijn rang als lord?” - -De Engelschman vroeg dit op welluidenden, innemenden toon. - -„Dan wil ik graag”—de Engelsche tongval klonk bij deze woorden -duidelijker dan ooit—„dan wil ik graag, al was het maar alleen om de -club verder te vrijwaren van alle mogelijke onaangenaamheden en -onderzoekingen, den commissaris het genoegen doen om hem de officieele -papieren te toonen, die de echtheid van mijn adeldom, van mijn -lordschap bewijzen. - -„Als mijn zeer hooggeachte vrienden”—hij boog met elegant gebaar voor -zijn clubgenooten—„mij op dit extra-uitstapje zouden willen -vergezellen, dan zou het mij inderdaad een waar feest zijn, u bij deze -gelegenheid een glas Spaanschen wijn aan te bieden, dien ik zelf van -mijn reizen uit den Barancos di Santa Barbara heb meegebracht en dien -ge wel nooit zult hebben geproefd, althans niet van deze zuiverheid, en -prachtige kwaliteit!.... - -„Daar komt juist mijn automobiel! - -„Mag ik den heeren vriendelijk verzoeken, maar te willen instappen en -plaats te nemen?” - -Graaf Steineck en de burggraaf spraken eerst nog in vele bewoordingen -de overbodigheid uit van dezen stap. - -Zij waren er immers, zonder al deze formaliteiten maar al te zeer van -overtuigd, dat rang en titel van hun vriend echt waren. - -Zij twijfelden immers geen oogenblik! - -Maar den commissaris, wien in dit oogenblik zijn handiger vriend Henry -Stern geen goeden raad kon geven—den commissaris was dit redmiddel -hoogst welkom. - -En hij zat reeds in het voertuig, toen lord Brigham en na dezen, hoewel -nog steeds tegenpruttelend en aarzelend, de beide edellieden plaats -namen. - -De auto vloog tuffend en puffend op zijn veerende wielen voort. - -Na enkele minuten reeds hield zij stil voor het groote, voorname huis, -waarvan de lord de eerste etage bewoonde. - -Toen zij in de woning waren aangekomen, gaf de Engelschman in zijn -moedertaal den bediende een bevel. - -Daarna sprak hij, zich tot de drie heeren wendend: - -„Vóórdat wij overgaan tot het zakelijke gedeelte, stel ik er prijs op, -u met mijn wijn bekend te maken, waarvan ik zoo juist u den lof heb -gezongen. - -„Ik zal in dien tijd de papieren voor u halen, waarover ik u gesproken -heb!” - -De commissaris zou dolgraag den lord zijn gevolgd, die uit het Indische -salon verdween door de bontkleurige draperieën. - -Maar de waardigheid en de trotsche, kalme rust der beide adellijke -heeren, die daar zoo waardig in hun makkelijke stoelen troonden, -hielden hem aan zijn zetel gekluisterd. - -Hij haalde dan ook met verruimd gemoed adem, toen uit de aangrenzende -kamer de stem van den lord weerklonk. - -Deze sprak op den bekenden welluidenden toon: - -„Een oogenblik nog, heeren! De papieren heb ik tusschen allerlei andere -paperassen gelegd. Ik moet nog een oogenblik zoeken, maar dra zal ik -alles hebben gevonden!” - -Daarop volgde weer doodsche stilte. - -En ook in het Indische salon zaten de drie heeren stokstijf en zwijgend -bij elkaar te wachten. - -Papiergeritsel was in den beginne nog vernomen. - -Maar ook dat verstomde— — - -En de eene minuut na de andere verliep. - -Geen dienaar verscheen met den wijn. - -Geen gentleman kwam terug met de papieren, die zijn adeldom zouden -bewijzen. - -Toen vijf minuten ongeveer waren verloopen, werd de commissaris héél -erg ongeduldig. - -Ook de beide heeren begonnen in hun gemakkelijke zetels onrustig heen -en weer te schuiven. - -Eindelijk besloot men, na gezamenlijk overleg, eens in de aangrenzende -kamer te gaan kijken. - -Het was toch gek! - -Waar bleef de lord nu! - -Maar toen de commissaris opstond om eens te gaan neuzen achter de bonte -draperieën, maakte graaf Steineck bezwaren. - -Hij sprak op ontevreden, eenigszins verwijtenden toon: - -„Wij zijn hier in een vreemd huis, heeren! Ik hoop, dat ge daaraan zult -blijven denken!” - -„Ge hebt gelijk!” beaamde dadelijk de burggraaf. - -„Maar toch, ik geloof niet, dat onze vriend het ons zou kwalijk nemen, -als wij eens naar hem gaan kijken.... er kan hem immers best iets -gebeurd zijn!” - -„Zoudt ge denken?” vroeg Steineck, „neen, neen, dat zal het niet zijn! -Lord Brigham zocht naar de papieren. Hij kon toch ook geen oogenblik -vermoeden, dat men aan de echtheid van zijn adel zou twijfelen en nu -liggen de papieren maar niet zoo dadelijk voor de hand!” - -„Zeker, maar een ongeluk kan ieder toch overkomen! Wat denkt gij ervan, -heer commissaris?” - -De commissaris had totnogtoe weinig gezegd. - -Hij voelde zich niet zoo heel erg op zijn gemak in tegenwoordigheid van -die hooge oomes, die door hun gewichtig doen hem hier maar aan den -stoel hielden gekluisterd. - -En meer dan ooit voelde hij zijn gemis aan zelfstandigheid, dat hem -belette, doortastend te handelen. - -Maar nu kwam hij toch los. - -Op de vraag van den burggraaf liet hij een spottend lachje hooren. - -En hoewel de graaf onwillig met de schouders schokte en de wenkbrauwen -hoog optrok, als kwam hem het gezegde van Von Hennequin dwaas voor, -Peter Böcher liet zich daardoor ditmaal niet intimideeren. - -Hij zei: - -„Heeren, ik zal u mijn meening eens zeggen! - -„Deze zoogenaamde lord houdt u en mij voor den gek! - -„En u zult het mij zeker niet kwalijk nemen, als ik beweer, dat ik niet -hier ben om mij door een oplichter een rad voor de oogen te laten -draaien! - -„Ik denk er niet aan, heeren, om ook maar één enkel oogenblik verder te -gelooven aan de sprookjes, die deze zoogenaamde lord ons allemaal op -den mouw tracht te spelden! - -„Ik ga den boel eens verkennen!” - -Böcher sprong op met resoluut gebaar. - -Hij schoof de zware draperieën opzij en ging de aangrenzende kamer -binnen. - -De beide anderen keken elkander een paar seconden als verbluft aan. - -Wat te doen? - -Zij aarzelden een oogenblik: - -Maar na korte aarzeling volgden zij toch den commissaris. - -„Nu, wat heb ik u gezegd?” riep de rechercheur uit op woesten toon. - -„Wat zei ik? O! Wat ben ik dom geweest! Wat heb ik ondoordacht -gehandeld! Ik had den kerel dadelijk moeten arresteeren!” - -Inderdaad! - -De kamer was leeg! - -Heelemaal leeg! - -En toen de heeren naar de deur gingen, die op de gang uitkwam, merkten -zij tot hun niet geringe verbazing en schrik, dat deze—gesloten was. - -Ook de uitgang, die van den Indischen salon naar buiten leidde, was -versperd. - -De bediende had dus zeker wel een andere opdracht gekregen dan -Spaanschen wijn te halen uit den kelder en dezen den gasten te -presenteeren. - -Dat was een mooie geschiedenis. - -Een fraaie boel! - -Steineck en de burggraaf keken elkander aan met gezichten, die alles -behalve aangename gewaarwording uitdrukten. - -En de commissaris der recherche had van louter woede en spijt een -hoofd, zoo rood als een kreeft. - -O! had hij toch maar zijn zin gevolgd! - -Was hij maar niet zoo wankelmoedig geweest, zoo slap aangedraaid! - -Had hij maar eens op eigen initiatief gehandeld. - -Wat had hij een spijt! - -Een reuzenspijt! - -„Wat moet ik nu beginnen!” riep hij uit in de grootste wanhoop. - -„In plaats van een belooning te ontvangen, in plaats van promotie te -maken, zal ik nu van mijn superieuren een duchtigen uitbrander krijgen! - -„En gij, heeren! Gij zijt daaraan mede schuldig! Ja, inderdaad. Gij -zijt medeplichtig!” - -„Luister eens, beste vriend,” begon graaf Steineck met een hoog -neusgeluid, „luister eens. Gij moet ...— —eh— —eh— —gij moet— —neen, -dat is toch niet de manier— —eh— —eh— —dat is toch waarlijk niet de -juiste toon— —neen, niet de goede toon— —eh— —eh— —wat zegt gij er van, -waarde burggraaf— —eh— —eh— —wat zegt gij er van— —is dat wel de juiste -toon— —om tegen ons— —leden van de Millionairsclub— —zeg, burggraaf, -wat denkt gij ervan— —eh— —eh— —eh!”— — — - -„Daarom heeft daar straks ook de automobiel zoo geweldig gepuft”, sprak -de burggraaf op nadenkenden toon— — —„en het geritsel in de kamer -hiernaast— — —hield plotseling op— — —ja juist— — —dat heb ik dan toch -wel goed gehoord— — —ik meende al— — —ik verbeeldde het mij toch zoo -duidelijk— — —neen, neen— — —ik heb mij niet vergist— — —zeg eens, -mijnheer de commissaris— — —hebt gij dat ook niet gehoord?— — —dat was -toch heel duidelijk waarneembaar— — —niet waar, graaf?” - -„Ja,— — —maar— — —eh— — —eh— — —heel duidelijk— — —inderdaad heel -duidelijk— — —dat had die politieman toch moeten hooren— — —eh— — —eh— -— —ja, waarom heeft die politieman dat niet gehoord— — —dat komt niet -te pas— — —eh— — —eh— — —neen, dat komt niet te pas— — —als men toch -commissaris van de politie is— — —van de recherche— — —dat is -ongehoord— — —dat komt volstrekt niet te pas— — —eh— — —eh!” - -Razend, als een getergd dier, trapte de commissaris net zoo lang tegen -de gesloten deur, totdat deze open sprong. - -Toen vloog hij de trap af—maar de automobiel was verdwenen. - -Dat lord Brigham alias John Raffles in dit voertuig, dat puffend had -staan wachten, de wijde wereld was ingetrokken om daar vrijheid te -zoeken en te vinden, begreep Peter Böcher al spoedig even duidelijk als -de beide millionairs het deden, die nu ook naar beneden waren gekomen. - -Men deed later, ook van den kant der Millionairsclub, alle mogelijke -moeite om den handigen avonturier, die allen véél te slim was -afgeweest, op te sporen. - -Maar dit gelukte zelfs den onvermoeiden Henry Stern niet, die niets -ongedaan liet. - -Eerst veel, heel veel later zouden hij en de gezochte elkaar weer -ontmoeten in het Indische sprookjesland, waar de natuur zóóvele -wonderen heeft geschapen, dat zelfs de dolste avonturier er aan zijn -ongebreidelde fantazie kan toegeven. - - - - EINDE. - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN IN -HET SLAAPVERTREK *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/66611-0.zip b/old/66611-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 9fc0d30..0000000 --- a/old/66611-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/66611-h.zip b/old/66611-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index ae34bf0..0000000 --- a/old/66611-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/66611-h/66611-h.htm b/old/66611-h/66611-h.htm deleted file mode 100644 index 96ac58c..0000000 --- a/old/66611-h/66611-h.htm +++ /dev/null @@ -1,4329 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html -PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2021-10-25T20:11:32Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> -<title>Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek</title> -<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> -<link rel="coverpage" href="images/lordlister0005-front.jpg"> -<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> -<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> -<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals"> -<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals"> -<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */ -html { -line-height: 1.3; -} -body { -margin: 0; -} -main { -display: block; -} -h1 { -font-size: 2em; -margin: 0.67em 0; -} -hr { -height: 0; -overflow: visible; -} -pre { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -a { -background-color: transparent; -} -abbr[title] { -border-bottom: none; -text-decoration: underline; -text-decoration: underline dotted; -} -b, strong { -font-weight: bolder; -} -code, kbd, samp { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -small { -font-size: 80%; -} -sub, sup { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -} -sub { -bottom: -0.25em; -} -sup { -top: -0.5em; -} -img { -border-style: none; -} -body { -font-family: serif; -font-size: 100%; -text-align: left; -margin-top: 2.4em; -} -div.front, div.body { -margin-bottom: 7.2em; -} -div.back { -margin-bottom: 2.4em; -} -.div0 { -margin-top: 7.2em; -margin-bottom: 7.2em; -} -.div1 { -margin-top: 5.6em; -margin-bottom: 5.6em; -} -.div2 { -margin-top: 4.8em; -margin-bottom: 4.8em; -} -.div3 { -margin-top: 3.6em; -margin-bottom: 3.6em; -} -.div4 { -margin-top: 2.4em; -margin-bottom: 2.4em; -} -.div5, .div6, .div7 { -margin-top: 1.44em; -margin-bottom: 1.44em; -} -.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, -.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { -margin-bottom: 0; -} -blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, -.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { -margin-top: 0; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin: 1.6em auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { -font-size: 0.9em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -td.tocDivNum { -vertical-align: top; -} -td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -margin-top: 3.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.asc { -font-variant: small-caps; -text-transform: lowercase; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -border: none; -border-bottom: 1px solid black; -width: 45%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -} -hr.dotted { -border-bottom: 2px dotted black; -} -hr.dashed { -border-bottom: 2px dashed black; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.42em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.84em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0 0.05em 0 0; -padding: 0; -line-height: 0.8; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -.advertisement, .advertisements { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { -color: #660000; -} -.fnreturn { -color: #AAAAAA; -font-size: 80%; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -a { -text-decoration: none; -} -a:hover { -text-decoration: underline; -background-color: #e9f5ff; -} -a.noteRef, a.pseudoNoteRef { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -top: -0.5em; -text-decoration: none; -margin-left: 0.1em; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { -float: left; -min-width: 1.0em; -margin-left: -0.1em; -padding-top: 0.9em; -padding-right: 0.4em; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -white-space: nowrap; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.index p { -text-indent: -1em; -margin-left: 1em; -} -.indexToc { -text-align: center; -} -.transcriberNote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.missingTarget { -text-decoration: line-through; -color: red; -} -.correctionTable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -span.musictime { -vertical-align: middle; -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { -padding: 1px 0.5px; -font-size: xx-small; -font-weight: bold; -line-height: 0.7em; -} -span.musictime span.bottom { -display: block; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.splitListTable { -margin-left: 0; -} -.numberedItem { -text-indent: -3em; -margin-left: 3em; -} -.numberedItem .itemNumber { -float: left; -position: relative; -left: -3.5em; -width: 3em; -display: inline-block; -text-align: right; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -tr, td, th { -vertical-align: top; -} -tr.bottom, td.bottom, th.bottom { -vertical-align: bottom; -} -td.label, tr.label td { -font-weight: bold; -} -td.unit, tr.unit td { -font-style: italic; -} -td.leftbrace, td.rightbrace { -vertical-align: middle; -} -span.sum { -padding-top: 2px; -border-top: solid black 1px; -} -table.inlinetable { -display: inline-table; -} -table.borderOutside { -border-collapse: collapse; -} -table.borderOutside td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -} -table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.borderOutside .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft { -border-left: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight { -border-right: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside { -border-collapse: collapse; -} -table.verticalBorderInside td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -border-left: 1px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft { -border-left: 0 solid black; -} -table.borderAll { -border-collapse: collapse; -} -table.borderAll td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -border: 1px solid black; -} -table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.borderAll .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft { -border-left: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight { -border-right: 2px solid black; -} -tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop { -border-top: 1px solid black !important; -} -tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight { -border-right: 1px solid black !important; -} -tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft { -border-left: 1px solid black !important; -} -tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom { -border-bottom: 1px solid black !important; -} -tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal { -border-top: 1px solid black !important; -border-bottom: 1px solid black !important; -} -tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical { -border-right: 1px solid black !important; -border-left: 1px solid black !important; -} -tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll { -border: 1px solid black !important; -} -tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop { -border-top: none !important; -} -tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight { -border-right: none !important; -} -tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft { -border-left: none !important; -} -tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom { -border-bottom: none !important; -} -tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal { -border-top: none !important; -border-bottom: none !important; -} -tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical { -border-right: none !important; -border-left: none !important; -} -tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll { -border: none !important; -} -.cellDoubleUp { -border: 0 solid black !important; -width: 1em; -} -td.alignDecimalIntegerPart { -text-align: right; -border-right: none !important; -padding-right: 0 !important; -margin-right: 0 !important; -} -td.alignDecimalFractionPart { -text-align: left; -border-left: none !important; -padding-left: 0 !important; -margin-left: 0 !important; -} -td.alignDecimalNotNumber { -text-align: center; -} -table.alignedtext, table.alignedverse { -border-collapse: collapse; -} -table.alignedtext td { -vertical-align: top; -width: 50%; -} -table.alignedverse { -vertical-align: top; -} -table.alignedtext td.first, table.alignedverse td.first { -border-width: 0 0.2px 0 0; -border-color: gray; -border-style: solid; -padding-right: 10px; -} -table.alignedtext td.second, table.alignedverse td.second { -padding-left: 10px; -} -table.alignedverse td.first, table.alignedverse td.second { -width: 45%; -} -table.alignedverse td.lineNumbers { -width: 10%; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pageNum { -display: inline; -font-size: 70%; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -.right-marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -right: 3%; -position: absolute; -text-indent: 0; -text-align: right; -width: 11% -} -.cut-in-left-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: left; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; -} -.cut-in-right-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: right; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: right; -padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -text-indent: 0; -} -.pglink::after { -content: "\0000A0\01F4D8"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.catlink::after { -content: "\0000A0\01F4C7"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { -content: "\0000A0\002197\00FE0F"; -color: blue; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { -background-color: #FFDCDC; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { -text-align: left; -} -.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tablecaption { -text-align: center; -} -.arab { font-family: Scheherazade, serif; } -.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } -.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } -.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } -.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } -/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ -.imprint { -color: gray; text-align: center; -} -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.xd31e1216 { -text-align:center; vertical-align:middle; font-size:x-large; width:33%; -} -.xd31e1217 { -text-align:center; vertical-align:middle; -} -.cover-imagewidth { -width:561px; -} -.xd31e101 { -font-size:x-large; -} -.xd31e103 { -font-size:small; -} -.xd31e107 { -font-size:xx-large; -} -.xd31e1200 { -text-align:center; -} -.xd31e1205 { -text-align:center; font-size:xx-large; -} -.xd31e1213 { -text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; font-weight:bold; -} -.tbl\.wanted\.header { -width:100%; -} -.xd31e1220 { -font-size:xx-large; -} -.lordlisterwidth { -width:307px; -} -.xd31e1235 { -text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; -} -.xd31e1237 { -font-size:large; -} -.xd31e1240 { -font-size:large; -} -.xd31e1243 { -text-align:center; -} -.xd31e1245 { -text-align:center; font-size:x-large; -} -.xd31e1249 { -text-align:center; font-size:large; -} -.warrant\.en { -font-size:small; -} -.warrant\.nl { -display:none; font-size:small; -} -.xd31e1477 { -font-size:xx-large; -} -.xd31e1479 { -font-size:medium; -} -@media handheld { -} -/* ]]> */ </style> -</head> -<body> - -<div style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek, by Kurt Matull</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online -at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you -are not located in the United States, you will have to check the laws of the -country where you are located before using this eBook. -</div> - -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek</p> - -<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: Kurt Matull and Theo Blakensee</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Release Date: October 25, 2021 [eBook #66611]</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Language: Dutch</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Character set encoding: UTF-8</div> - -<div style='display:block; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/</div> - -<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN IN HET SLAAPVERTREK ***</div> -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0005-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="561" height="720"></div><p> -<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first xd31e101">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜ -</p> -<p class="xd31e103">UITGAVE VAN DEN „ROMAN-BOEKHANDEL VOORHEEN A. EICHLER”, SINGEL 236,—AMSTERDAM. -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<div class="figure"><img src="images/p0005-01.png" alt="De gemaskerde in het boudoir." width="720" height="224"></div> -<h2 class="super xd31e107">De gemaskerde in het boudoir.</h2> -<h2 class="label">EERSTE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">DE VERDWENEN JUWEELEN.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In de stille, donkere Diergaardestraat wierp het licht, dat uit de villa van den bankier -Von Hartstein straalde, zijn helder schijnsel. -</p> -<p>Het eene rijtuig na het andere reed voor, bedienden in livrei snelden aan, openden -het portier en geleidden de in lichte avondmantels gehulde dames en de heeren in rok -of uniform, naar binnen. -</p> -<p>Alles, wat in de hoofd- en residentiestad zich schoon en elegant mocht noemen, zoomede -al wie beroemd en bekend was, kwam samen in het huis van dezen man, den fameus rijken -directeur en eigenaar van de voornaamste effectenbank. -</p> -<p>In de overdadig met bloemen en palmen versierde zaal ruischte de verleidelijke dansmuziek. -Verborgen achter de prachtigste tropische planten, speelde een beroemde Zigeunerkapel, -die men met groote onkosten uit Weenen had laten overkomen. -</p> -<p>De zoete melodieën weerklonken ook in de aangrenzende vertrekken, die de verrukkelijkste -plekjes aanboden om gezellig te fluisteren of te flirten na de vermoeienissen van -den dans. -</p> -<p>De balletmeester, die in de groote zaal onder de reusachtige, met guirlandes van rozen -versierde kristallen gaskroon stond, had juist het teeken tot den aanvang eener quadrille -gegeven en men zag de slanke, elegante vrouwen en meisjes zich bewegen tusschen de -zwarte rokken en schitterende uniformen der heeren. -</p> -<p>Men hoorde het vroolijke lachen en de schertswoorden af en toe boven de tonen der -muziek uit, toen plotseling, ongeveer in het midden der zaal, op opvallende wijze -verwarring onder de dansers ontstond. -</p> -<p>De heer, die zich bij deze vier paren onderscheidde door zijn bijzonder schoone, mannelijke -gestalte, gaf den balletmeester een teeken, waarop deze door een beweging zijner hand -het orkest het zwijgen oplegde. -</p> -<p>Algemeene nieuwsgierigheid ontstond, om de oorzaak van deze stoornis uit te vorschen, -maar reeds na eenige seconden speelde de muziek weer, de dans werd voortgezet <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>en slechts enkele personen kwamen te weten, dat de jonge en bekoorlijke gastvrouw, -Adelheid von Hartstein, haar collier had verloren, dat was samengesteld uit de kostbaarste -diamanten en robijnen en een fabelachtige waarde vertegenwoordigde. -</p> -<p>Zoodra de quadrille was geëindigd, verscheen een groot aantal bedienden in hun grijze, -met zilver afgezette livrei. Met scherpe blikken doorzochten zij eenige malen de geheele -zaal, zonder echter op den gladden parketvloer eenig spoor van het verloren collier -te vinden. -</p> -<p>Adelheid von Hartstein was, met haar slanke en toch goed gevulde gestalte, haar diepblauwe -kinderoogen en het zachte, door krullend blond haar omlijste gezichtje, een prachtige -vrouw en het moest ieder opvallen, hoe goed, juist door de groote tegenstelling, de -heer bij haar paste, aan wiens arm zij zich op dit oogenblik voortbewoog om in een -der zijvertrekken te komen, waar haar man, de bankier, zich met het spel vermaakte. -</p> -<p>Lord Brigham had niet het gewone uiterlijk van den Engelschman. -</p> -<p>Zijn golvend haar was gitzwart en boven den typischen neus schitterden een paar zwarte -oogen. -</p> -<p>De fijnbesneden lippen waren zichtbaar onder de kleine, kortgeknipte snor. -</p> -<p>Maar de kin teekende wilskracht en het lenige gespierde lichaam duidde op buitengewone -kracht en behendigheid. -</p> -<p>Lord Brigham sproot voort uit een der oudste adellijke families van Engeland en had -dus relaties in de beste kringen. -</p> -<p>Heden was hij echter voor den eersten keer de gast van den bankier Von Hartstein. -</p> -<p>„Ik hoop, dat dit voorval u niet heeft ontstemd, mevrouw,” sprak hij met zijn welluidende -stem, „het is veilig aan te nemen, dat het collier teruggevonden zal worden.” -</p> -<p>De jonge vrouw scheen deze meening niet volkomen te deelen. -</p> -<p>Terwijl zij haar cavalier, die een hoofd grooter was dan zijzelf, met haar wonderlijke -blauwe oogen aankeek, antwoordde zij: -</p> -<p>„Ik weet niet, Mylord, ik heb een onbestemd gevoel, alsof er iets.… ja, ik weet niet, -hoe ik mij zal uitdrukken …” -</p> -<p>„Gij gelooft toch niet, mevrouw de barones, dat.… nu ja, dat het collier in minder -gewenschte handen is gekomen?!” -</p> -<p>Zij haalde de schouders<span class="corr" id="xd31e141" title="Niet in bron"> op</span>, zonder haar cavalier aan te zien en terwijl haar stem schuchter, bijna kinderlijk -bedeesd klonk, sprak zij op zachten toon: -</p> -<p>„Wij zijn hier immers te midden van vrienden.… Ik bedoel, onder onze gasten. Het zou -dus slecht van mij zijn, als ik ook slechts in de verste verte iemand durfde verdenken.” -</p> -<p>Zij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen: -</p> -<p>„Het is zoo merkwaardig! Ik had nog in hetzelfde oogenblik het gevoel, het collier -om mijn hals te voelen. Men went daar zoo aan en als men die kostbaarheden den geheelen -avond draagt, dan mist men iets, als ze opeens verdwenen zijn. En zoo bemerkte ik, -dat het opeens zoo licht om mijn hals werd.…” -</p> -<p>Zij keek naar haar laag uitgesneden zalmkleurige zijden japon en de bewonderende blikken -van den heer volgden de hare in de kanten garneering, die den schoonsten boezem en -den bekoorlijksten vrouwenhals omgaf. -</p> -<p>Bankier Von Hartstein moest reeds op de hoogte van het voorgevallene zijn, want hij -kwam zijn vrouw reeds tegemoet en geleidde haar en Lord Brigham in een verder gelegen, -tot dusverre niet verlicht kabinet, waar hij het electrische licht opdraaide. -</p> -<p>Hij liet zich nauwkeurig vertellen wat er gebeurd was en was, evenals zijn vrouw, -ongerust over het feit, dat het diamanten halssieraad, dat toch midden in de zaal -verloren was geraakt, niet teruggevonden was. -</p> -<p>Maar toch troostte hij zijn echtgenoote en wees erop, hoe gemakkelijk een der dames -met haar sleep het kostbare kleinood weggeschoven kon hebben. -</p> -<p>„Ik verzoek u, Mylord,” sprak hij op dringenden toon tot den Engelschman, „laat uw -<span class="corr" id="xd31e153" title="Bron: vrolijkheid">vroolijkheid</span> niet verstoren door dit voorval en spreek er, als gij mij een genoegen wilt doen, -tegen niemand over. Ik zou niet willen, dat het pijnlijke geval aanleiding zou geven -tot verkeerde gevolgtrekkingen. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e157" title="Niet in bron">„</span>Verdwijnen kan er niets in mijn huis. Daarvoor staan mijn beproefde bedienden en de -vriendschap mijner gasten mij borg.” -</p> -<p>Lord Brigham boog. -</p> -<p>Een kleine pauze ontstond tusschen deze drie personen, <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>die zich ieder met hun eigen gedachten bezig hielden, maar daarop sprak de blonde -vrouw: -</p> -<p>„Het is toch merkwaardig, Maximiliaan, en je weet, dat wij in den laatsten tijd dikwijls -van personeel hebben moeten verwisselen.” -</p> -<p>De bankier schudde het hoofd. -</p> -<p>„Neem mij niet kwalijk, lieve kind, maar dat zie je niet goed in. Een burgerman zou -niets kunnen beginnen met een voorwerp van zóó groote waarde. Niemand koopt die steenen -van hem en daarenboven, doe mij het genoegen, de geheele zaak voorloopig te vergeten. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e168" title="Niet in bron">„</span>Geloof mij, ik heb al moeilijker vraagstukken opgelost. En als het collier werkelijk -verloren mocht zijn”, sprak hij glimlachend, „dan zullen wij ook daar overheen komen. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e171" title="Niet in bron">„</span>En nu wil ik je niet langer in het onderhoud met je cavalier storen, die je zeer zeker -wel weer in een goede luim zal weten te brengen.” -</p> -<p>Bij die woorden wendde de bankier, in wiens gelaat achter schitterende brilleglazen -een paar doordringende oogen fonkelden, zich met een beleefd lachje tot den Engelschman, -welke mevrouw Von Hartstein zijn arm bood en haar weer in de danszaal <span class="corr" id="xd31e175" title="Bron: teruggeleide">teruggeleidde</span>. -</p> -<p>De bankier, wiens kruin reeds bijna geheel kaal was, wachtte een oogenblik, daarop -volgde hij het paar, schoof zijn breedgeschouderd, kort lichaam tusschen de heeren -door, die voor den ingang van de balzaal stonden en verdween achter een zijdeur. -</p> -<p>Eenige minuten later bevond hij zich in zijn particulier kantoor aan de telefoon. -</p> -<p>Nadat men hem met het gewenschte nummer had verbonden, sprak de bankdirecteur: -</p> -<p>„Spreek ik met het detectivebureau Rasmussen?” -</p> -<p>„Ja, hier Rasmussen, wie daar?” -</p> -<p>„Von Hartstein. Zijt gij daar zelf, mijnheer Rasmussen?” -</p> -<p>„Toevallig wel!” klonk het. „Ik verwacht een telegram, dat ik zelf in ontvangst moet -nemen, dus.…” -</p> -<p>„Dat treft uitstekend. Ik heb een van uw lieden noodig, een vertrouwd persoon. Een -voorval, dat ik niet per telefoon wensch mee te deelen, en dat juist in mijn villa -tijdens een bal heeft plaats gevonden, dwingt mij, uwe hulp in te roepen, mijnheer -Rasmussen!” -</p> -<p>„Ja, wien zal ik u zenden.…? Mijn luitjes zijn om dezen tijd moeilijk en eerst over -eenige uren te krijgen. Maar ik kan u toch onmiddellijk iemand zenden.” -</p> -<p>„Een ervaren detective?” vroeg de bankier. -</p> -<p>„Hij is nog zeer jong,” klonk het van de andere zijde, „maar ik geloof, dat de jonge -man een groote toekomst voor zich heeft. Zooveel tegenwoordigheid van geest, zooveel -combinatievermogen en persoonlijken moed heb ik nog nooit leeren kennen bij iemand -die pas in het vak is.” -</p> -<p>„Goed, zend hem mij. Wanneer kan hij hier zijn?” -</p> -<p>„Onze auto’s staan gereed. In zes minuten kan Henry Stern bij u zijn.” -</p> -<p>„Mooi. Ik verwacht hem in mijn particulier kantoor. Ik zal order geven, hem dadelijk -toe te laten.” -</p> -<p>Nadat de bankier den portier per huistelefoon zijn bevelen had gegeven, liep hij met -op den rug gevouwen handen zijn kantoor op en neer. -</p> -<p>Achter het massieve voorhoofd werkten de gedachten van dezen beurskoning om een oplossing -van het geheimzinnige verdwijnen van zulk een kostbaar voorwerp te vinden. -</p> -<p>Aan de mogelijkheid, die hij tegenover zijn vrouw had geuit, dat het kleinood aan -den sleep van een der dames was blijven hangen, geloofde <span class="corr" id="xd31e198" title="Bron: hijzelf">hij zelf</span> niet. -</p> -<p>Deze lange ketting, wiens zeldzaam schoone diamanten in het licht der balzaal als -electrische vonken schitterden,—dit stuk van zoo enorme waarde, moest iedereen dadelijk -opvallen. -</p> -<p>De bankier kende de menschen. Hij wist, dat zelfs de rijke in verzoeking zou kunnen -komen waar het een dergelijk voorwerp betrof en dat vooral de dames, verblind door -de pracht van de diamanten en robijnen, tot een daad zouden kunnen komen, die haar -reeds in het volgende oogenblik het grootste leed kon verschaffen. Hij was er van -overtuigd, dat het collier van den mooien hals zijner vrouw was gegleden, eerst in -de plooien eener japon en daarop in den zak van een der schoonen, die nog op het bal -aanwezig was. -</p> -<p>Hij hoopte met behulp van den detective een middel te vinden om weer in het bezit -van de kostbaarheid te komen, welke hij, ondanks zijn grooten rijkdom, ongaarne zou -missen. -</p> -<p>De bankier keek op de klok: 5 minuten waren voorbij, maar de zesde was nog niet geheel -verstreken, toen er zacht op zijn deur werd geklopt en een slank gebouwde, jonge man -binnentrad in onberispelijk gezelschapscostuum, een monocle in het linkeroog en den -cylinder met een beleefde buiging afnemend. -<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p> -<p>Glimlachend sprak de bezoeker: -</p> -<p>„Mijn naam is Stern, heer directeur, Henry Stern.” -</p> -<p>„Gij zijt.…?” -</p> -<p>„De afgevaardigde van het detectivebureau Rasmussen,” voltooide de jonge man den zin. -</p> -<p>Verbaasd vroeg de bankier: -</p> -<p>„Is dit uw gewone toilet of hoe hebt gij u anders zoo snel kunnen verkleeden?” -</p> -<p>De detective antwoordde: -</p> -<p>„Een detective moet alles kunnen, mijnheer Von Hartstein; mijn chef zei mij, dat ik -in zes minuten bij u moest zijn en daar de auto in 3½ minuut uw woning kon bereiken, -bleef mij, als ik 1½ minuten rekende voor de trappen, enz., nog 1 minuut om mij te -verkleeden.” -</p> -<p>De bankier sprak met een zeker dosis eerbied voor zooveel nauwgezetheid tot den nog -zoo jongen man: -</p> -<p>„Ik zal u nu vertellen, waarvoor ik uwe hulp noodig heb.” -</p> -<p>De detective maakte een buiging. -</p> -<p>„Er is een voorwerp van groote waarde in uw huis zoek geraakt, niet waar?” -</p> -<p>Verrast opziend, vroeg de bankier: -</p> -<p>„Heeft uw chef u dat verteld?” -</p> -<p>De jonge, elegante man schudde het hoofd. -</p> -<p>„Dat zou den heer Rasmussen onmogelijk zijn geweest, omdat hij zelf niet wist, waarom -gij mij hadt ontboden. Maar het was niet moeilijk, dit te raden. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e226" title="Niet in bron">„</span>De wantrouwende blikken uwer bedienden onderling toonden mij duidelijk, dat er hier -sprake was van een diefstal, in elk geval, dat er een voorwerp van waarde vermist -moest zijn. Van waarde, omdat gij zeker de hulp van ons bureau anders niet in den -nacht ingeroepen zoudt hebben, heer directeur.” -</p> -<p>De bankier knikte <span class="corr" id="xd31e230" title="Bron: toestemd">toestemmend</span>. -</p> -<p>„Gij hebt volkomen gelijk,” sprak hij, „er is hier sprake van een collier van diamanten -en robijnen, dat mijn echtgenoote verloren heeft. Ik vermoed tenminste, dat zij het -verloren heeft en dat de vinder of vindster tot dusverre nog geen reden meent te hebben -gevonden om het terug te geven.” -</p> -<p>Met een knikje sprak de detective: -</p> -<p>„En nu moet ik ervoor zorgen dat die persoon zich zijn plicht herinnert en het collier -terug geeft?” -</p> -<p>„Hij kan het ook weer verliezen,” meende de bankier<span class="corr" id="xd31e238" title="Niet in bron">,</span> „en dan zou u de eerlijke vinder zijn.” -</p> -<p>De detective knikte ernstig. -</p> -<p>Daarop sprak hij: -</p> -<p>„Ik kan voorloopig nog niet gelooven in den moed van een der dames uit het gezelschap, -om zich zulk een kostbaar voorwerp wederrechtelijk te durven toe eigenen.… Zijt gij -volkomen zeker van al uw gasten?” -</p> -<p>„Voor zoover dat mogelijk is, zeer zeker,” antwoordde de bankier. -</p> -<p>„Gij weet wel, mijnheer Stern, dat men zelfs voor zijn naaste bloedverwanten niet -kan instaan, laat staan, waar er sprake is van een groot aantal voor het meerendeel -oppervlakkige kennissen. De lieden, die in mijn huis verkeeren, behooren doorgaans -tot de bekende, beroemde familiën der residentie. Daarom treft mij dit voorval des -te meer.… Overigens,”—de stem van den bankier klonk nu veel koeler, „mag ik u nu naar -het gezelschap brengen?” -</p> -<p>De detective schudde het hoofd. -</p> -<p>„Het zou mij aangenaam zijn, als gij, heer directeur, het eerste wildet gaan en als -ge u niet mee om mij wildet bekommeren. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e249" title="Niet in bron">„</span>Eerst later, als ik mij weer tot u wend, verzoek ik u, mij aan dezen en genen voor -te stellen.” -</p> -<p>De bankier knikte. -</p> -<p>„Zooals gij wenscht! Tot weerziens dus!” -</p> -<p>„Een oogenblik nog, als ’t u belieft,” verzocht de detective. „Het zou mij aangenaam -zijn, als gij mij een visitekaartje van uzelf wildet geven, waarop gij mij volmacht -verstrekt opdat uwe ondergeschikten zich richten naar mijn bevelen.” -</p> -<p>„Is dat absoluut noodig?” -</p> -<p>„Zeker. In zulk een moeilijk geval kan ik niet weten, tot welke maatregelen ik zal -moeten overgaan. Voor alles zal ik waarschijnlijk een livrei, zooals uw bedienden -die dragen, noodig hebben.” -</p> -<p>De bankier had een van zijn groote visitekaarten uit de portefeuille genomen, schreef -hierop het noodige met een gouden vulpen en sprak, terwijl hij den detective het kaartje -ter hand stelde: -</p> -<p>„Wat dat laatste betreft, hebt gij u slechts te wenden tot mijn hofmeester Martin, -hij zal u in elk opzicht van dienst zijn.” -</p> -<p>De detective boog en de bankier ging heen. -<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">TWEEDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">DE RAADSELACHTIGE GAST.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Nadat de heer Von Hartstein zich bij zijn speelpartners had verontschuldigd over zijn -plotseling vertrek, begaf hij zich naar de feestzaal, waar hij na eenig zoeken zijn -<span class="corr" id="xd31e268" title="Bron: echtgenoot">echtgenoote</span> trof. -</p> -<p>Mevrouw Adelheid had reeds naar haar man uitgezien om hem deelgenoot te maken van -een opmerking welke zij gemaakt had. -</p> -<p>Schijnbaar vroolijk <span class="corr" id="xd31e274" title="Bron: babelend">babbelend</span> liep zij aan zijn zijde, toen zij, naar een nis aan haar rechterzijde kijkend, sprak: -</p> -<p>„Zie je dien heer daar, Maximiliaan? Hij is mij onbekend.” -</p> -<p>De bankier keek onopgemerkt in de aangeduide richting en beweerde ook, dien heer niet -te kennen. -</p> -<p>„Het is mogelijk,” fluisterde hij, „dat een van onze gasten hem heeft <span class="corr" id="xd31e281" title="Bron: geintroduceerd">geïntroduceerd</span>. Dat zou niet volgens de gewoonte zijn, maar als er sprake is van een bal …” -</p> -<p>Mevrouw Adelheid schudde het hoofd. -</p> -<p>„Misschien ben ik op ’t oogenblik een beetje wantrouwend,” sprak zij, „maar je moest -toch eens informeeren, Maximiliaan.” -</p> -<p>„Dat zal ik doen,” antwoordde haar echtgenoot. „Laat ik je intusschen naar mevrouw -Von Blendheim geleiden, die je zooeven wenkte. Daarna deel ik je mede, wat ik te weten -kom.” -</p> -<p>Een oogenblik later zat de jonge vrouw van den bankier naast haar oude vriendin, die -zij fluisterend deelgenoote maakte van het gebeurde, terwijl mijnheer Von Hartstein -tusschen de rijen der gasten doorliep en scherp uitkeek naar den detective. -</p> -<p>Een der bedienden naderde hem met een zilveren blad vol gevulde glazen en sprak, den -bankier aankijkend: -</p> -<p>„Een glas Champagne, mijnheer?” -</p> -<p>De bankier keek op. -</p> -<p>Een glimlach vloog over zijn gelaat en terwijl hij een glas van het blad nam, fluisterde -hij den bediende toe: -</p> -<p>„Dat is snel gegaan, mijnheer Stern, ik zoek u juist.” -</p> -<p>De detective, die zijn gezelschapstoilet had verwisseld met de grijze livrei, antwoordde, -alsof het een bevel van zijn meester gold: -</p> -<p>„Gij wilt mij opmerkzaam maken op den heer ginds in die nis, nietwaar mijnheer? Ik -zag u zooeven met uwe vrouw daarlangs gaan.” -</p> -<p>De bankier antwoordde niet, maar het viel hem moeilijk, zijn verwondering te verbergen -over de bijna pijnlijke oplettendheid, die Henry Stern aan den dag legde, waar het -de gewichtige zaak gold. -</p> -<p>„Ik wilde nu gaarne mijn gang gaan,” vervolgde de detective, „ik vermoed namelijk, -dat die heer, die ook mij reeds is opgevallen, hier niet lang meer zal blijven.” -</p> -<p>„Verdenkt gij hem?” vroeg de bankdirecteur. -</p> -<p>De detective, die nog steeds in dezelfde onderdanige houding het zilveren blad met -de champagneglazen vasthield, sprak, terwijl hij zijn lippen nauwelijks bewoog: -</p> -<p>„Dat zou te veel gezegd zijn, maar in elk geval past die man niet tusschen uw andere -gasten, heer directeur.” -</p> -<p>Intusschen ging de detective zijn champagne aan de andere gasten aanbieden en de gastheer -zag, dat hij op deze wijze snel de deur naderde. -</p> -<p>Nieuwsgierig of de geheimzinnige vreemdeling nog tegen de marmeren zuil in de nis -geleund stond, richtte de bankier zijn schreden nogmaals daarheen, maar hij vond de -plaats leeg. Dadelijk daarna kwamen een paar van zijn beste vrienden hem in een beursgesprek -wikkelen, zoodat hij voorloopig niet meer aan het gestolen kleinood dacht. -</p> -<p>Toen hij zich weer naar de speelzaal begaf om zijn hombre-partijtje voort te zetten, -ontmoette hij nogmaals <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>zijn echtgenoote aan den arm van den schoonen, trotschen Engelschman, dien zij voor -den geheelen avond tot haar cavalier scheen te hebben gekozen. -</p> -<p>Een diepe blos kleurde haar wangen, toen zij haar echtgenoot zag. Deze echter knikte -haar en haar cavalier met een goedigen glimlach toe. -</p> -<p>De Lord beantwoordde dezen groet met een buiging van het hoofd en sprak: -</p> -<p>„Uw man houdt blijkbaar heel veel van u, mevrouw de barones; zelfs het groote verlies, -dat gij hem, zij het dan ook onwillens, hebt berokkend, bederft zijn goed humeur niet.” -</p> -<p>„Ja, mijn man is heel goed,” antwoordde zij, „ik herinner mij niet, hem ook slechts -een enkelen keer ontstemd te hebben gezien.” -</p> -<p>„Gij geeft er hem zeker ook geen aanleiding toe.” -</p> -<p>Een onderzoekende blik uit de donkere oogen van den man vloog langs de bloeiende vrouwengestalte.… -</p> -<p>Adelheid von Hartstein was ten prooi aan de meest uiteenloopende gewaarwordingen, -toen zij nu, zonder te weten, waarheen haar geleider haar bracht, bijna willoos aan -zijn arm voortschreed. -</p> -<p>Een jaar geleden, nauwelijks 18 jaar oud, was zij haar driemaal zoo ouden echtgenoot -naar het altaar gevolgd. -</p> -<p>Ook zij was van een oud-adellijk, maar verarmd geslacht en had daarom in haar eigen -onderhoud moeten voorzien. Reeds maandenlang werkte zij op een der groote kantoren -van den heer Von Hartstein, toen op een goeden dag de bankier zijn oog op haar liet -vallen. -</p> -<p>Hij scheen informaties omtrent haar te hebben ingewonnen, want na eenigen tijd liet -hij haar bij zich roepen en sprak met een stem, die alle vastheid verloren had: -</p> -<p>„Ik heb u iets te zeggen, juffrouw Von Sebald.” -</p> -<p>Hij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen: -</p> -<p>„Het hangt van u zelf af, of ge mijn verzoek wilt inwilligen.” -</p> -<p>Het jonge meisje had, ondanks zichzelf, gebloosd, had, nadat zij haar chef even had -aangezien, haar mooie oogen neergeslagen en met een zekeren angst op zijn verdere -woorden gewacht. -</p> -<p>„Dat, wat ik u zou willen vragen, betreft alleen mijzelf,” had de bankier gezegd. -</p> -<p>Daarop had hij weer gezwegen. -</p> -<p>Adelheid von Sebald had diep blozend haar hoofdje nog meer gebogen, totdat plotseling -haar chef zich tot haar neerboog, haar hoofd in zijn groote handen nam en sprak: -</p> -<p>„Ik bemin u, Adelheid, en ik wilde graag, dat ge mijn vrouw werd.” -</p> -<p>Zes weken later waren zij met elkaar getrouwd. -</p> -<p>Alles was als in een droom gegaan. Het jonge meisje, dat nooit iemand had ontmoet, -die diepen indruk op haar hart kon maken, was er zich nauwelijks van bewust, hoe groot -het verschil in jaren en levensopvattingen was tusschen haar en haar man. -</p> -<p>Toen zij eenmaal getrouwd was, werd haar dit wel duidelijk, maar de eindelooze goedheid -van haar echtgenoot ruimde alles uit den weg wat anders misschien een onoverkomelijke -hinderpaal ware geworden. -</p> -<p>Nimmer was tot dusverre bij het zien van andere mannen de gedachte bij haar opgekomen, -dat een ander misschien beter bij haar gepast zou hebben dan haar echtgenoot. -</p> -<p>Nu echter was Adelheid von Hartstein onrustig geworden. Een gewaarwording, die haar -verwarde en verrukte tegelijkertijd, maakte zich van haar meester, als zij in de zwarte -oogen van den Engelschman keek, welke haar meer nog dan zijn woorden, zeiden, hoe -’n diepen indruk ook zij op hem had gemaakt. -</p> -<p>Om zichzelf af te leiden, bracht zij, terwijl zij in een der kleinere zalen op een -rustbank hadden plaats genomen, het gesprek weer op het verloren collier. -</p> -<p>„Mijn echtgenoot heeft reeds werk gemaakt van het geval”, sprak zij, „en ik zelf meen -ook iets te hebben opgemerkt, wat betrekking heeft op het geval.” -</p> -<p>Zij gaf haar cavalier nu een beschrijving van den vreemdeling die haar was opgevallen -en die nu verdwenen scheen te zijn. -</p> -<p>„Maar hoe zou die man in uw nabijheid zijn gekomen,” sprak Lord Brigham, over wiens -aristocratisch gelaat een glimlach gleed. -</p> -<p>„Dat begrijp ik ook niet,” antwoordde Adelheid, nadenkend voor zich kijkend, „maar -ik heb een zeker voorgevoel, dat van dien man een nadere verklaring te verkrijgen -zou zijn.” -</p> -<p>„Het zal moeilijk vast te stellen zijn, of die man werkelijk iets met den diefstal -te maken heeft.” -</p> -<p>„Ik geloof, dat mijn man de noodige stappen reeds <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>heeft gedaan. Hij staat reeds jarenlang met het detective-bureau in verbinding en -dat zijn kranige, handige lieden.” -</p> -<p>De Engelschman knikte. -</p> -<p>„Dat is ook de eenige manier, ten minste als men een goed bureau aan de hand heeft.” -</p> -<p>„O,” sprak de jonge vrouw, „het detectivebureau Rasmussen heeft den naam, het beste -en meest betrouwbare van geheel Berlijn te zijn.” -</p> -<p>Weer gleed een lachje langs de trekken van den Lord, die nu het gesprek op andere -onderwerpen bracht. -</p> -<p>— — — — — — — — — — — — — — — — —<br> -— — — — — — — — — — — — — — — — — -</p> -<p>Intusschen was Henry Stern den man, die zulk een opvallende verschijning in de oogen -van mevrouw Adelheid was geweest, gevolgd. De vreemdeling had het gastvrije huis van -den bankier reeds verlaten. -</p> -<p>De raadselachtige man liep tamelijk snel de straten door, totdat hij een huurauto -tegenkwam, waarin hij plaats nam. -</p> -<p>Henry Stern bevond zich nog aan de andere zijde der straat, maar de auto zette zich -nauwelijks in beweging of de detective zat er reeds achter op om op deze wijze den -rit mee te maken. -</p> -<p>Het was goed, dat zich slechts weinig menschen meer op straat bevonden, want het was -een niet alledaagsch gezicht, een <span class="corr" id="xd31e357" title="Bron: volwasen">volwassen</span> man als een echte straatjongen aan een auto te zien hangen. -</p> -<p>In de buurt van het station Gesundbrunnen vertraagde het rijtuig zijn vaart en dadelijk -sprong Henry Stern van den wagen af om terwijl hij in de schaduw der huizenrij voortliep -het voertuig in het oog te houden. -</p> -<p>Voor een der huizen hield de auto stil, de detective zag, dat de vreemdeling uitstapte, -den koetsier betaalde, de huisdeur opensloot en naar binnen ging. -</p> -<p>Zonder zich een oogenblik te bedenken, onderzocht Stern nu de zij-ingangen der huizen -en reeds in het tweede vond hij een open huisdeur. -</p> -<p>Hij snelde de gang door naar een binnenplaats, waar hij als een kat over de houten -schutting klom, en toen hij 200 schreden verder was, herhaalde hij ditzelfde nogmaals. -</p> -<p>Hij bevond zich nu in het huis, dat hem interesseerde<span class="corr" id="xd31e367" title="Niet in bron">,</span> maar hij had geen flauw vermoeden waar de vreemdeling zich nu zou bevinden. -</p> -<p>Plotseling viel zijn blik op een vrij hoog gelegen raam, dat nu verlicht was. Hier -wilde hij even naar binnen kijken! -</p> -<p>Snel besloten, zooals dat zijn gewoonte was, wist hij zich met behulp van een tapijtklopper, -dien hij op de binnenplaats vond, omhoog te werken totdat hij de vensterbank van het -verlichte raam kon vastgrijpen. -</p> -<p>Als een eekhorentje was hij naar boven geklauterd en nu keek hij in de kamer, waarin -zich een man bevond, die een blouse droeg en die er uitzag als een werkman. Hij was -in gezelschap van twee jonge meisjes, blijkbaar behoorend tot de armzalige Berlijnsche -nachtvlinders. De vierde persoon in de kamer was de vreemdeling, dien hij achtervolgde. -</p> -<p>Zij stonden samen bij een tafel en bekeken blijkbaar iets, dat de vreemdeling hun -liet zien. Daar zij echter, zooals zij daar naast elkaar stonden, den detective hun -ruggen toewendden, was deze niet in staat, te onderscheiden, wat zoo de algemeene -oplettendheid trok. -</p> -<p>In zijn pogingen om beter naar binnen te kunnen kijken, deed de detective een misstap, -waardoor hij bijna naar beneden was gerold. Hij wist echter zijn evenwicht te bewaren, -maar moest snel zijn hoofd en bovenlijf terugtrekken om niet gezien te worden. -</p> -<p>Daarbinnen had men het geluid gehoord, allen hadden zich omgedraaid en keken naar -het venster. -</p> -<p>Het kwam den detective nu veiliger voor om zijn observatiepost te verlaten. Hij liet -zich weer naar beneden glijden en had juist de houten schutting, waarover hij zooeven -was geklommen, bereikt, toen de deur, die van het huis naar de binnenplaats leidde, -geopend werd. -</p> -<p>De detective zag, dat de vier personen, die hij in de kamer had gezien, hem vervolgden. -Hij hoorde een stem, die een hond aanzette en: -</p> -<p>„Tyras, pak hem!” riep. -</p> -<p>In hetzelfde oogenblik vloog een groote hond als een razende over de plaats en pakte -Henry Stern, die juist over de schutting wilde klimmen, bij zijn jas. -</p> -<p>De jonge detective had zijn langen gummiknuppel te voorschijn gehaald en gaf den hond -daarmede een flinken slag op zijn snuit, zoodat het dier luid jankte. -</p> -<p>Nu snelden ook de beide mannen toe en met een geweldigen sprong zwaaide Stern zich -over de schutting <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>terwijl een flink stuk van zijn jas in den bek van den hond achterbleef. -</p> -<p>De beide kerels waagden het blijkbaar niet, ook de schutting over te klimmen. Zij -riepen hem echter na: -</p> -<p>„Je zult ons toch niet ontsnappen, vervloekte speurhond!” -</p> -<p>Het was reeds bijna 5 uur in den morgen, Henry Stern wachtte nog eenige minuten, maar -toen alles rustig bleef, begaf hij zich naar buiten in de pikdonkere straat. Nadat -hij het huisnummer en den straatnaam had genoteerd, snelde hij terug, totdat hij in -een meer beschaafde wijk een huurrijtuig vond, waarmede hij zich, zeer tevreden over -zijn werk, naar zijn bureau liet brengen. -<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">DERDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">IN DE SLAAPKAMER DER BARONES.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">„Ik voel geen lust, om de politie in mijn zaken te mengen,” sprak de bankier den volgenden -morgen aan het ontbijt tot zijn echtgenoote, toen er natuurlijk weer druk gesproken -werd over het verdwijnen van het collier. -</p> -<p>„Waartoe zou het ook dienen! Diefstallen, die op zulk een geslepen manier gepleegd -worden, ontdekt de politie bijna nooit. Ik twijfel volstrekt niet aan den ijver en -het doorzicht van onze beambten, maar ik vrees, dat zij in dezen weinig zullen presteeren. -Daarom heb ik mij dadelijk tot Rasmussen gewend.” -</p> -<p>De jonge vrouw hoorde dat, wat haar man vertelde, als in een droom. Een zeker iets, -waarvan zij zichzelf geen rekenschap kon geven, omsluierde al haar gewaarwordingen -en gedachten. Het leven scheen haar dubbel aangenaam! -</p> -<p>Zij betrapte er zich op, dat haar gedachten elders waren, in de nabijheid van een -rijzigen, slanken man met zwart krullend haar en donkere, schitterende oogen, die -weer, evenals gisteren in de oranjerie, diep en smachtend in de hare keken. -</p> -<p>Hoeveel moeite zij zich ook gaf, om deze gedachten te verbannen, om zich weer vol -aandacht aan haar man te wijden, het hielp haar niet. -</p> -<p>Er was iets nieuws in haar leven gekomen en hoewel zij het zichzelf niet wilde bekennen, -zij smachtte naar het oogenblik, waarop zij hem weer zou zien en spreken. -</p> -<p>Later op den dag, toen haar man naar de beurs was gegaan, zat zij langen tijd in haar -kostbaar ingericht boudoir. Zij vroeg zichzelf herhaaldelijk af, of hij, met wien -haar gedachten zich onophoudelijk bezighielden, ook haar nog niet vergeten zou hebben. -</p> -<p>Wanneer zij dan weer aan haar echtgenoot dacht, gevoelde zij iets, wat op wroeging -geleek. -</p> -<p>Toen de heer Von Hartstein des avonds weer uitging om tegenwoordig te zijn op een -belangrijke vergadering, deelde hij haar vóór zijn vertrek mede, dat het waarschijnlijk -laat zou worden, eer hij terug kon zijn. -</p> -<p>Adelheid begaf zich tijdig ter ruste, maar het duurde een geruimen tijd, voordat zij -den slaap kon vatten. -</p> -<p>Eindelijk echter sliep zij in terwijl een zalig lachje om haar rooden mond speelde.… -</p> -<p>Zij droomde. -</p> -<p>Het was haar, alsof een kamerdeur werd geopend en zachte, behoedzame schreden haar -weelderig bed naderden. -</p> -<p>Daar stond hij in het zachte, getemperde licht der gaskroon, hij, aan wien zij den -geheelen dag had moeten denken.… of was hij het niet?.… En nu sprak hij zelfs tot -haar.… Zij verstond hem niet.… nu noemde hij haar naam, dien hij telkens met zachte, -welluidende stem herhaalde.… en nu knielde hij naast haar bed neer, strekte zijn handen -naar haar uit en.… -</p> -<p>Met een kreet van angst richtte Adelheid von Hartstein zich op en met wijd <span class="corr" id="xd31e411" title="Bron: goepende">geopende</span> oogen staarde zij naar het donkere gelaat van den man, die aan het voeteneind van -haar bed neerknielde. -</p> -<p>Met bevende stem vroeg zij: -</p> -<p>„Wat wilt gij?… Wie zijt gij? … Ik roep om hulp!” -</p> -<p>(Zie het titelblad.) -</p> -<p>De nachtelijke bezoeker hief zijn hoofd op, dat bedekt was door een zwart fluweelen -masker, waardoor alleen de oogen zichtbaar waren en met een stem, die de jonge vrouw -meende te kennen, maar die haar tegelijkertijd vreemd in de ooren klonk, sprak hij: -</p> -<p>„Wees niet bang! Ik zal u geen kwaad doen. Ik ben hier gekomen, omdat ik u moet zien.… -Bij dag, als iedereen u kan zien, is het mij onmogelijk om u te zeggen, wat mij op -het hart ligt …” -<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p> -<p>Met smeekend opgeheven handen vroeg zij weer, bijna fluisterend: -</p> -<p>„Ik weet niet, wie gij zijt, wat wilt gij van mij en waarom verbergt gij uw gelaat? -Zijt gij …” -</p> -<p>Maar zij durfde niet vragen of hij het was, die op het bal haar hart stormenderhand -had veroverd. -</p> -<p>Een zacht, welluidend lachje klonk van zijn lippen. -</p> -<p>„Of ik het ben, naar wien uw hart verlangt, dat weet ik niet. Maar ik—ik kon geen -weerstand bieden aan de onzichtbare macht, die mij tot u voerde in dit stille uur.… -Maar ik kom nog voor iets anders: Gij hebt op het feest uw collier verloren, zoudt -gij het graag terug willen hebben?” -</p> -<p>Verrast en sprakeloos staarde de jonge vrouw naar den nachtelijken bezoeker; zij schudde -haar hoofd met het krullende goudblonde haar en met doodsbleek gelaat hijgde zij: -</p> -<p>„Maar wie zijt gij toch? en wat weet gij van mijn collier? Zijt gij misschien de man, -die in de nis tegen de marmeren zuil leunde?” -</p> -<p>Hij schudde het hoofd. -</p> -<p>„Vraag mij niet wie ik ben, want ik moet u het antwoord eeuwig schuldig blijven. Beschouw -mij als een ongelukkige die uw medelijden verdient!” -</p> -<p>Hij nam haar hand in de zijne, tilde het fluweelen masker op en drukte zijn lippen -op haar gloeiende vingers. -</p> -<p>„Ik begrijp het niet,” sprak zij zacht, maar terwijl zij dit zeide, was het, alsof -een inwendige stem haar toefluisterde: -</p> -<p>„Hij is het! Hij is het dien gij liefhebt, aan wien je hart en je zinnen toebehooren.” -</p> -<p>Maar—dan begon zij weer te twijfelen. -</p> -<p>Hoe zou de Engelsche aristocraat er een oogenblik aan kunnen denken om des nachts -een vreemde woning binnen te dringen, in de slaapkamer te komen van de vrouw van een -ander? En wat had Lord Brigham te maken met het gestolen halssieraad? Maar misschien -gaf hij dit slechts op als voorwendsel voor zijn ongemotiveerde komst.…..? -</p> -<p>Zij voelde echter, dat zij in elk geval zich in schijn moest verzetten tegen dit bezoek -en met kloppend hart sprak zij: -</p> -<p>„Wilt gij mij nu uw naam noemen? Ik moet om hulp roepen als gij nog langer hier blijft! -Als man van eer moogt gij geen misbruik maken van de hulpeloosheid eener vrouw … En -daar in die andere kamer slaapt mijn echtgenoot.” -</p> -<p>Zij wist niet, of de bankier reeds te huis was, maar hoe dan ook het zou haar onmogelijk -geweest zijn, om hulp te roepen. Zij vreesde dezen man niet, die haar slaapkamer was -binnengedrongen en als een smeekende knaap aan haar voeten lag. -</p> -<p>Aarzelend vroeg zij: -</p> -<p>„Ken ik u?” -</p> -<p>Hij antwoordde niets, maar het was haar als hoorde zij een zacht lachen van zijn lippen. -</p> -<p>Hierdoor moediger geworden, vroeg zij weer: -</p> -<p>„Kent gij mijn echtgenoot?” Hij lachte weer en fluisterde: -</p> -<p>„Ik ken u beiden en ik weet, waarom gij deze vraag tot mij richt.” -</p> -<p>Daarop vervolgde hij na een kleine pauze: -</p> -<p>„Misschien ook ken ik hem, aan wien gij denkt!” -</p> -<p>„Maar zijt gij het niet zelf?” vroeg zij in ademlooze spanning. -</p> -<p>Zonder hierop te antwoorden, sprak hij nogmaals. -</p> -<p>„Doet het u veel leed, dat gij uw collier hebt verloren?” -</p> -<p>Maar Adelheid, vervuld van geheel andere gevoelens, sprak hoofdschuddend: -</p> -<p>„Mijn man is immers zoo rijk.….. Men verliest zooiets natuurlijk niet graag.… Vooral -hij, mijn echtgenoot.… Mij kan het niet veel schelen.… Hebt gij het misschien gevonden?” -</p> -<p>Hij antwoordde ook hierop niets, maar kuste nogmaals haar handen, die zij hem beide -gaf en stond toen langzaam op. -</p> -<p>„Het wordt tijd, dat ik heenga, maar gij hebt mij niet voor de laatste maal gezien.” -</p> -<p>En zonder Adelheid tijd te gunnen om nog iets te zeggen, was de nachtelijke bezoeker -verdwenen. -</p> -<p>Zij gevoelde zich als verdoofd en als ware er niets bijzonders voorgevallen, sluimerde -zij rustig weer voort. -<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">VIERDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">DE ZWARTE BRIEF.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Bankier Von Hartstein schuimbekte van woede. -</p> -<p>Hij had des morgens, toen hij zijn kantoor binnenkwam, op zijn schrijftafel een brief -gevonden in een zwart couvert, dat aan de achterzijde een gouden monogram „J. R.” -vertoonde. -</p> -<p>De brief was niet voorzien van een postzegel of stempel en blijkbaar door een bode -daar neergelegd. -</p> -<p>Het couvert <span class="corr" id="xd31e470" title="Bron: bevatten">bevatte</span> een met de schrijfmachine geschreven brief van den volgenden inhoud: -</p> -<blockquote> -<p class="first salute">Geachte heer! -</p> -<p>Doe geen moeite, uit te vorschen, waar het diamanten collier van uw echtgenoote zich -bevindt. Het zou u niet helpen en u misschien in gevaar brengen. Ditzelfde geldt voor -degenen, wien gij dit werk mocht opdragen. Het zal van omstandigheden, waarmede gij -niets te maken hebt afhangen, of men het collier aan uw vrouw zal terugbezorgen. Het -zal echter noch aan de politie noch aan de detectives gelukken, op het spoor te komen -van uw dienstwilligen, -</p> -<p class="signed">JOHN C. RAFFLES.<span id="xd31e479"></span></p> -</blockquote><p> -</p> -<p>De heer Von Hartstein vertrouwde zijn oogen niet. Deze brutaliteit overtrof alles! -</p> -<p>Onmiddellijk werd de oude, vertrouwde dienaar Martin geroepen. -</p> -<p>De oude man, die reeds den vader van den bankier had gediend, verscheen, als altijd, -onberispelijk in rok en met witte das, in het kantoor van zijn heer en meester. -</p> -<p>Maar het was, alsof de handen van den man beefden, toen hij op den drempel trad en -zijn witte bakkebaarden door zijn vingers liet glijden. -</p> -<p>„Mijnheer beveelt?” -</p> -<p>„Mijn beste Martin,” sprak de bankier met gefronst voorhoofd, „ik moet je, bijna voor -den eersten keer, een verwijt maken. Er schijnen verkeerde elementen onder de bedienden -te zijn.… Hier, lees dezen brief.” -</p> -<p>Hij gaf hem het couvert en vervolgde: -</p> -<p>„Dit schrijven vond ik hedenochtend op mijn tafel liggen. Franz, de bediende, beweert -geen flauw vermoeden te hebben, hoe het daar is gekomen. Mag zoo iets in een goed -geordend huishouden plaats vinden?” -</p> -<p>De oude man luisterde met gebogen hoofd naar de woorden van zijn gebieder. Het was, -alsof hij, schuldbewust, niet durfde antwoorden. -</p> -<p>De bankier vervolgde<span class="corr" id="xd31e493" title="Niet in bron">:</span> -</p> -<p>„Je weet, beste Martin, welk verlies ik geleden heb op het bal. Een half millioen -is ook voor mij geen kleinigheid. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e497" title="Niet in bron">„</span>Maar dat ik bovendien door dien schurk in mijn eigen huis gehoond word, dat is het -schandelijkste van al! En, beste Martin, daarvoor stel ik jou verantwoordelijk!” -</p> -<p>De oude man haalde de schouders op en sprak: -</p> -<p>„Het spijt mij zeer, mijnheer Von Hartstein, maar ik zelf sta machteloos tegenover -dit alles. Ik heb na den diefstal al onze bedienden een voor een onder handen genomen, -maar ik ben ervan overtuigd, dat geen van hen tot een oneerlijke daad in staat is. -Wat echter den brief betreft, hieromtrent kan ik u persoonlijk, zij het dan ook slechts -gedeeltelijk, inlichten.…” -</p> -<p>Verrast keek de bankier op. -</p> -<p>„Jij? Jij zelf, Martin? Ik ben zeer nieuwsgierig.” -</p> -<p>Met een droevig glimlachje sprak de oude man: -</p> -<p>„Ja, ik lijd, zooals mijnheer wel weet, aan slapeloosheid. Nu heb ik eenigen tijd -geleden, om een onbeduidende reden, van slaapkamer geruild met de kamervrouw van mevrouw -de barones. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e507" title="Niet in bron">„</span>Dezen nacht meende ik eenig geluid te hooren, ik <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>draaide het electrische licht op en zag, dat het bijna half drie was. Ik ging mijn -kamer uit en zag bij het zwakke licht van de ganglamp een zwarte gedaante langs sluipen. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e512" title="Niet in bron">„</span>Het eerste oogenblik was ik verlamd van schrik, zoodat ik verzuimde, hem na te snellen -en daarna vond ik, ondanks alle moeite, zijn spoor niet terug. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e515" title="Niet in bron">„</span>Ik was echter niet gerust, en begon, ongeveer een half uur later, nog eens te zoeken. -Terwijl ik langs de slaapkamer van mevrouw de barones kom, wordt de deur naar de gang -toe geopend en een hooge, in het zwart gekleede gestalte komt onhoorbaar naar buiten.…..” -</p> -<p>De oude man zweeg en keek ontsteld in het doodsbleeke gelaat van zijn heer. -</p> -<p>Op verontwaardigden toon vroeg Von Hartstein: -</p> -<p>„Hebt gij het gelaat van den man gezien?” -</p> -<p>„Dat was mij onmogelijk. Hij droeg een masker, of liever een hoofdbedekking van zwart -fluweel, waardoor alleen de oogen zichtbaar waren.” -</p> -<p>„En je hebt hem laten gaan?!” vroeg de bankier diep ademhalend. -</p> -<p>„Dat maakt mij juist zoo ongelukkig!” sprak de oude Martin handenwringend. -</p> -<p>„Ik was als verlamd van schrik door die spookachtige gedaante. Ik kon zelfs geen enkel -geluid geven. De vreemde, bovenaardsche verschijning gleed onhoorbaar langs mij heen, -zijn doordringende oogen onafgewend op mij gericht. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e526" title="Niet in bron">„</span>Toen ik van den schrik bekomen was, was de geheimzinnige man verdwenen. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e529" title="Niet in bron">„</span>Aan het kozijn van een der ramen dicht bij de trap, vond ik een zijden koord bevestigd, -waarlangs de misdadiger zich waarschijnlijk naar beneden heeft laten glijden.” -</p> -<p>De bankier antwoordde niets. -</p> -<p>Hij had aan zijn schrijftafel plaats genomen en was in diep nadenken verzonken. -</p> -<p>Hij dacht niet meer aan den brutalen brief in het zwarte couvert, zelfs het verlies -van het collier was hem in dit oogenblik onverschillig—slechts de gedachte aan zijn -vrouw hield hem bezig. -</p> -<p>Tot dusverre was nog nimmer de gedachte bij hem opgekomen, dat de reine, blauwe oogen -zijner vrouw verlangend naar andere mannen zouden kunnen kijken. -</p> -<p>Hoe kwam het, dat nu opeens een gevoel van twijfel zich meester maakte van het hart -van den reeds bejaarden man? -</p> -<p>Was het niet zijner onwaardig, in de brutale handelwijze van een schurk, die misschien -in de vertrekken zijner vrouw was geweest, terwijl deze sliep, trouweloosheid van -het beminde wezen te willen zoeken? -</p> -<p>Maar—dit was het niet alleen! -</p> -<p>Adelheids houding was na den nacht van het bal zoo geheel anders geworden! Lief en -vriendelijk als altijd, was zij toch in zichzelf gekeerd en stil geworden. -</p> -<p>Wat kon deze man in zijn brief bedoelen met de omstandigheden, waarmede hij zelf niets -te maken had en waarvan het zou afhangen of men Adelheid het gestolen collier zou -terugbezorgen.…..? -</p> -<p>Al deze vragen pijnigden den bankier ontzettend. -</p> -<p>Eindelijk hief hij het hoofd op en sprak, met een goedig glimlachje den ouden dienaar -aanziende: -</p> -<p>„Ik dank je wel, beste Martin; wil je zoo goed zijn, door middel van de kamervrouw -mijn echtgenoote te laten zeggen, dat ik haar over een kwartier wensch te spreken?” -</p> -<p>Martin verwijderde zich en kwam spoedig daarna terug met de mededeeling, dat mevrouw -de barones juist was opgestaan en mijnheer den bankier over een kwartier verwachtte. -<span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">VIJFDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">EEN HARTSGEHEIM.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Adelheid was eerst laat uit haar droomen ontwaakt. -</p> -<p>Toen echter haar kamermeisje de gordijnen opende en het volle, heldere daglicht in -het meer dan weelderige slaapvertrek naar binnen viel, waren alle visioenen van den -nacht verdwenen. -</p> -<p>Zij bevond zich weer als de echtgenoote van den beroemden beurskoning en millionair -Von Hartstein in haar villa, zij was de rijke, voorname vrouw, die haar echtgenoot -trouw had gezworen en die, nu het nuchtere verstand weer werkte, vast besloten was, -alle andere gevoelens onherroepelijk uit haar hart te verbannen. -</p> -<p>Was het werkelijkheid, haar droom van dien nacht? -</p> -<p>Maar waarom had zij dan niet om hulp geroepen, toen de vreemdeling bij haar bed was -neergeknield? -</p> -<p>Hoe had zij een oogenblik kunnen veronderstellen, dat de Engelsche aristocraat en -de inbreker, dezelfde, die haar collier had gestolen, iets met elkaar te maken hadden? -</p> -<p>Zou Lord Brigham, een Peer van Engeland, in den nacht een vreemd huis binnendringen -om op deze wijze een dame zijn hulde te bewijzen? -</p> -<p>Neen! Zij wenschte, dat zij voor haar echtgenoot kon verschijnen om hem te vertellen, -wie den treurigen moed had gehad, in haar slaapvertrek te komen! -</p> -<p>Maar dat was onmogelijk! -</p> -<p>Zij kende zijn wantrouwen en jaloezie en wist, dat hij haar niet zou gelooven, als -zij hem den loop van het nachtelijk avontuur zou vertellen. -</p> -<p>En omdat zij den moed niet had, hem alles te zeggen, besloot zij te zwijgen. -</p> -<p>In dit oogenblik kreeg zij de boodschap van haar man, dat hij haar wilde spreken. -</p> -<p>Zij begreep, dat dit vroege onderhoud in verband stond met het voorgevallene in den -nacht en vol bange onzekerheid wachtte zij op de komst van haar echtgenoot. -</p> -<p>Toen hij binnentrad, zag zij aan zijn vastgesloten lippen, dat zijn humeur niet van -de beste was, maar zij had tijd gehad om zich voor te bereiden en was dus uiterlijk -kalm en rustig. -</p> -<p>Nadat de bankier haar den brief in het zwarte couvert had laten lezen, scheen zij -hierover even verontwaardigd als hij zelf en antwoordde op zijn vraag, of zij niets -van de aanwezigheid van den schurk had bemerkt: -</p> -<p>„Maar Max, je begrijpt toch, dat ik dan het geheele huis in opschudding zou hebben -gebracht. Ik zou van angst gestorven zijn!” -</p> -<p>Deze woorden stelden hem volkomen gerust. -</p> -<p>De zekerheid, dat het hart van zijn vrouw even rein en onschuldig was als altijd, -deed hem alle ongerustheid vergeten en Adelheid deed al haar best om hem te bewijzen, -dat zij hem meer dan ooit liefhad en aan geen anderen man dacht. -</p> -<p>Met het blonde kopje aan zijn breede borst keek zij teeder naar hem op. Geduldig liet -zij zich op mond en oogen kussen, totdat hij, op de klok kijkend, zag, dat het hoog -tijd was om naar de beurs te gaan. -</p> -<p>De jonge vrouw begaf zich naar haar boudoir, waar zij zich weer aan haar gedachten -overgaf. -</p> -<p>Zou zij haar man alles vertellen? -</p> -<p>Maar neen, hij zou haar niet begrijpen, hij zou het niet kunnen! -</p> -<p>Eén slechts was er in de geheele wereld, die haar zou kunnen helpen! Eén slechts, -op wiens ridderlijkheid zij volkomen vertrouwde. -</p> -<p>Die eene was Lord Brigham! -</p> -<p>Als de vermetele onbekende het haar weer lastig zou maken, dan wilde zij tot hèm gaan, -tot den Engelschen edelman, van wiens vriendschap zij redding verwachtte. -</p> -<p>Gesterkt door dit besluit, riep zij haar kamenier om zich voor een rijtoer te laten -kleeden. -<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">ZESDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">IN HET DANSHUIS.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Henry Stern had juist de villa van den millionair verlaten, niet zeer opgewekt over -dat, wat hij daar had moeten vernemen. De bankier had hem den zwarten brief getoond -en erbij gezegd, dat, als hij niet binnen eenige dagen tenminste het begin van eenig -resultaat zag, hij de zaak in handen zou geven van een ander detective-bureau. -</p> -<p>Dat was voor den jongen man als een slag in het gezicht. Hoewel hij pas 23 jaar oud -was, hield hij zichzelf, en misschien niet geheel ten onrechte, voor een genie in -zijn beroep. -</p> -<p>De heer Von Hartstein verlangde, zoo dacht Stern, wel wat veel. Er waren niet meer -dan vier dagen verloopen sinds het bal in de villa had plaats gehad en deze tijdsruimte -was bijna te kort om een zoo geslepen misdadiger op het spoor te komen. -</p> -<p>Henry Stern had immers een spoor, wat hij den millionair dan ook had medegedeeld, -maar het had tot dusverre tot niets geleid. -</p> -<p>Reeds in den voormiddag, volgende op den bewusten nacht, had hij het huis, waar de -auto hem had gebracht, weer opgezocht. -</p> -<p>Hij vond de woning zonder eenige moeite. Er huisde een oude vrouw, een type, zooals -men ze meer in de misdadigerswijken der groote steden vindt. Zij verhuurde haar kamers -voor enkele dagen of nachten, al naar men het haar vroeg. -</p> -<p>Maar die oude beweerde niets van de zaak te weten. Den geheelen nacht, zoo zei ze, -had er geen licht in haar woning gebrand en niemand was daar geweest, behalve zijzelf. -De detective moest zich bepaald vergist hebben. Waarschijnlijk bedoelde hij een ander -huis uit de straat. -</p> -<p>Stern mocht de hulp der politie niet inroepen, daar de heer Von Hartstein hem dit -ten strengste verboden had. -</p> -<p>Aan dit verbod moest hij zich houden, hoewel juist in deze zaak de hulp der politie -hem veel waard was geweest. -</p> -<p>Zuchtend en ontevreden over zichzelf was Henry Stern nu op weg naar den heer Rasmussen -om, zooals zijn plicht was, dezen mede te deelen, wat hij dien morgen in de villa -had vernomen, toen een heer met uitgestrekte handen naar hem toekwam. -</p> -<p>„Henry, oude jongen, hoe gaat het je?” -</p> -<p>De detective herkende onmiddellijk zijn vroegeren schoolkameraad Peter Böcher en spoedig -waren zij in een levendig gesprek gewikkeld, dat zij op voorstel van den vriend, in -een wijnrestaurant gingen voortzetten. -</p> -<p>Henry Stern vertelde, hoe hij eerst van plan was geweest om officier te worden, maar -dat een zeer onaangename duelgeschiedenis, die hij niet had kunnen verhinderen, zijn -carrière in het leger onmogelijk had gemaakt. Door een toeval was hij detective geworden, -een vak, waarvoor hij werkelijk in de wieg scheen te zijn gelegd. -</p> -<p>„Dat is toevallig,” antwoordde de ander, „dan hebben wij ten slotte zoo ongeveer hetzelfde -beroep gekregen. Ik heb in de rechten gestudeerd en ben geëindigd met commissaris -van politie te worden.” -</p> -<p>„Hier in Berlijn?” vroeg Stern aangenaam verrast. -</p> -<p>De ander knikte toestemmend en vervolgde: -</p> -<p>„Ik weet, wat je zeggen wilt en ik zal je vraag dadelijk beantwoorden: Als het mij -eenigszins mogelijk is, zonder mijn plicht te verzaken, wil ik je gaarne in ieder -opzicht van dienst zijn.” -</p> -<p>Korten tijd daarna reden de beide vrienden in een huurrijtuig zamen naar het hoofdbureau -van politie. -</p> -<p>En nadat de commissaris Böcher daar zijn vriend zeer formeel aan den chef van de recherche -had voorgesteld, was deze zoo welwillend, toestemming te geven tot het doorbladeren -van het misdadigersalbum. -<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p> -<p>Henry Stern deelde dien heer in vertrouwen mede waarom het hem te doen was. -</p> -<p>Hierna bracht de commissaris den detective in een vertrek, dat het zoogenaamde „misdadigersalbum” -bevatte. Het was een langwerpige kamer met tallooze vakken en planken aan de muren, -waarin zich stapels photographieën bevonden. Al deze beelden waren keurig gerangschikt -volgens leeftijd, kleur der haren, grootte en dergelijke kenteekenen der misdadigers. -</p> -<p>Het was Henry Stern er om te doen, het portret van den man te vinden, die op den balavond -in de millionnairs-villa in de nis had gestaan, tegen de marmeren zuil leunend en -dien hij later was gevolgd tot op de binnenplaats van het verdachte huis. -</p> -<p>Een geruimen tijd bleef zijn onderzoek vruchteloos. -</p> -<p>Eindelijk bracht de beambte een pakket pas aangekomen photo’s, welke personen voorstelden, -die in Berlijn of daar buiten bij het verlaten van strafinrichtingen eerst kortelings -waren gephotographeerd. -</p> -<p>Bij het bekijken van deze portretten greep Stern haastig naar een der photo’s, terwijl -hij sprak: -</p> -<p>„Die! Maar hij heeft zijn baard laten wegnemen!” -</p> -<p>Terwijl hij de photographie omdraaide, las de commissaris voor: -</p> -<p>„Adolf <span class="corr" id="xd31e618" title="Bron: Muller">Müller</span>, uit Myslowitz, bijgenaamd „Silezische Adolf”, geboren den 23 Juli 1869. Herhaaldelijk -gestraft wegens zwaren diefstal en roof.” -</p> -<p>„Dat is hij!” sprak Henry Stern.……, „als ik maar kon verklaren, hoe de man in het -bezit van het collier is gekomen. Want al heeft hij, hoe dan ook, toegang gekregen -tot de villa, de barones zal met hem toch in geen geval gedanst hebben, want hij was -niet eens aan haar voorgesteld.….. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e623" title="Niet in bron">„</span>En dat hij haar juist gepasseerd zou hebben in het oogenblik, waarop zij het collier -verloren heeft—zij miste het na een quadrille—is ook niet aan te nemen!” -</p> -<p>De andere beambten haalden de schouders op en Peter Böcher sprak: -</p> -<p>„Ja, kerel, dat zijn de raadsels, die jij moet oplossen.…..” -</p> -<p>„In elk geval ben ik jou en de andere heeren heel dankbaar, dat ge mij inzage van -deze dingen hebt gegeven,” sprak Stern, „want ik weet nu tenminste eenigszins met -wien ik te doen heb.” -</p> -<p>„Ook wij zullen een oogje op den heer Adolf <span class="corr" id="xd31e631" title="Bron: Muller">Müller</span> houden,” verzekerde de commissaris. -</p> -<p>Henry Stern nam afscheid en volgde dadelijk den raad, welken een der heeren op het -politiebureau hem had gegeven, door namelijk een bezoek te gaan brengen aan een klein -restaurant in de Seydelstraat, het „Tipp-café”, zooals het door de bezoekers werd -genoemd. -</p> -<p>De politie had dikwijls reden om dit restaurant in het oog te houden, omdat er herhaaldelijk -misdadigers en landloopers bijeen kwamen en omdat er, hoewel de eigenaar dikwijls -was gestraft, hoog gespeeld werd. -</p> -<p>In den namiddag van dienzelfden dag verscheen in het café Säusler, zooals het officieel -heette, een heer met kleine Engelsche bakkebaarden en die ook volgens zijn kleeding -en geheele optreden den burgerlijken Engelschman verried. -</p> -<p>Hij bestelde op langzamen toon, met echt Engelsch accent sprekend, eerst een glas -bier en, omdat hij dit niet kon krijgen, een glas port. -</p> -<p>Met blijkbaar welbehagen dronk hij zijn glas leeg. -</p> -<p>Daarop nam hij een sportblad op en verdiepte zich in den inhoud daarvan, waarbij hij -dikke rookwolken blies uit een korte tabakspijp. -</p> -<p>Zoo zat hij een uur lang en daarna nog een uur, zonder dat hij zijn jockeypet van -het hoofd nam. -</p> -<p>Ook toen twee personen het overigens leege Tipp-café binnentraden, keek hij niet uit -het blad op, dat hem blijkbaar zeer interesseerde. -</p> -<p>De beide zeer elegant gekleede heeren gingen het bij dag steeds vrij donkere café -binnen en spraken bij het buffet een poosje met den daar vertoevenden kellner. -</p> -<p>Daarop wilden zij blijkbaar het lokaal weer verlaten, toen de kleinste der twee, iemand -met een zwart snorretje en een bescheiden uiterlijk, sprak: -</p> -<p>„Zeg, we zouden wel eerst een glaasje pils kunnen drinken.” -</p> -<p>Zij namen plaats in de onmiddellijke nabijheid van den Engelschman en begonnen te -spreken van een fuif, welke zij blijkbaar den vorigen avond hadden meegemaakt. -</p> -<p>De Engelschman wendde, zich achter zijn blad verborgen houdend, geen oog van hen af. -</p> -<p>Hij had dadelijk in den een den „Silezischen Adolf” <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>herkend en was in hetzelfde oogenblik vast besloten, hem nu niet weer uit het oog -te verliezen. -</p> -<p>Dit was nu, op klaarlichten dag, zoo gemakkelijk niet, maar Henry Stern gevoelde, -dat zijn goede naam als detective op het spel stond! -</p> -<p>Hij betaalde nu en vroeg den kellner iets in gebroken, met Engelsch vermengd, Duitsch, -wat deze niet verstond. Hij had de voldoening, dat de kleinste zijner twee buren zijn -woorden vertaalde. -</p> -<p>Daardoor kwam hij met hen in gesprek en vertelde, dat hij in Berlijn vreemd was. Hij -was voor de wedrennen overgekomen en omdat Berlijn hem zoo goed beviel, wilde hij -nog een paar dagen blijven. Maar tot zijn spijt kende hij niemand die hem een beetje -in de stad kon rondgeleiden, en er was zooveel bezienswaardigs! -</p> -<p>De detective verstond meesterlijk de kunst om zich oliedom voor te doen en dadelijk -bemerkte hij, dat de beide heeren elkaar bij zijn verhaal veelbeteekenend aankeken. -</p> -<p>„Wij zijn een paar echte Berlijners”, sprak nu Silezische Adolf, „en het zou ons een -genoegen zijn, u eens te laten zien, hoe het bij ons toegaat.” -</p> -<p>„Ja,” viel de ander in, „wij zijn al sinds gisteren aan den boemel en juist in de -goede stemming. Als ge u bij ons wilt aansluiten, zult ge eens zien! Als iemand geld -heeft in Berlijn, kan hij den duivel laten dansen!” -</p> -<p>„Wel”, sprak de Engelschman, „dat zal ik doen …! En ik dank ook ervoor, dat gij mij -meeneemt!” -</p> -<p>„O, dat beteekent niets,” antwoordde de kleine, die zich als Fritz von Behr voorstelde, -„dat is Christenplicht om een buitenlander een beetje den weg te wijzen …! Kom maar, -wij nemen nu een rijtuig en gaan er op uit!” -</p> -<p>Al spoedig zat het drietal in een automobiel om de verschillende bars en café’s der -Friedrichstrasse te bezoeken. -</p> -<p>Henry Stern merkte al spoedig dat het zijn kameraden er om te doen was, hem dronken -te maken. -</p> -<p>Maar hij kon tamelijk veel verdragen en daarenboven nam hij slechts vrij onschuldige -dingen. -</p> -<p>Silezische Adolf scheen hoe langer hoe meer schik te krijgen in de aanwezigheid van -den nieuwen kennis. -</p> -<p>Het was intusschen avond geworden en Adolf stelde voor om iets zeer interessants, -een stukje van het echte donkere Berlijn te gaan zien. -</p> -<p>„Ik weet een danshuis,” sprak hij, „zooiets hebt gij in uw heele leven nog niet gezien, -Mr. Sylvers!” -</p> -<p>Onder dezen naam had de detective zich aan de beide booswichten voorgesteld. -</p> -<p>„Gij kunt daar de ergste misdadigers van Berlijn te zien krijgen, zooals je ze anders -alleen in sensatieromans hebt. Iets interessanters bestaat er niet!” -</p> -<p>Henry Stern bedacht zich niet lang. Hij had een dolk en een met zeven patronen geladen -pistool bij zich. -</p> -<p>Daarenboven was hij niet alleen sterk, maar ook buitengewoon behendig. -</p> -<p>En wat nog meer waard was, dat was de ongekende moed, dien hij in alle omstandigheden -aan den dag legde. -</p> -<p>De auto passeerde nu ongeveer dezelfde buurten als die, waardoor Henry onlangs midden -in den nacht op minder gemakkelijke wijze was gereden. Eindelijk bleef de wagen staan -voor een gebouw, boven welks ingang een groote verlichte ballon prijkte, die den naam -„Mooren-Paleis”<span id="xd31e675"></span> leesbaar maakte. -</p> -<p>„Eigenlijk heet het hier „de Pan,”<span class="corr" id="xd31e679" title="Niet in bron">”</span> merkte Adolf op. „En gij zult zoo meteen zien, wat in die pan gekookt wordt, mijnheer!” -</p> -<p>Door de deur kwam men eerst in een café van minder allooi, waar het benauwd en onfrisch -was. Hier deden zich tal van verloopen sujetten met hun dames van twijfelachtig soort -te goed aan groote glazen bier en sterken drank. -</p> -<p>Dan kwam men in een smalle gang, die naar een groote kelderruimte voerde. -</p> -<p>Dit vertrek, dat de drie mannen nu betraden, was laag van zoldering en iemand van -normale lengte moest oppassen om zijn hoofd niet te stooten tegen de groote petroleumlampen -die van het plafond afhingen. -</p> -<p>Deze danszaal was ongeveer tien meter lang en zes breed. -</p> -<p>Een lachende, schreeuwende menigte danste als dol in het rond bij de tonen der woeste -muziek. -</p> -<p>Een walgelijke reuk van alcohol, rook en menschelijke uitwaseming vulde de ruimte, -en het geheel maakte den indruk van een reusachtigen heksenketel, waarin de menschelijke -hartstochten en ondeugden voortdurend koken. -</p> -<p>Hier beneden was het schuim van de bevolking der reuzenstad bijeen. -<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p> -<p>De meisjes waren deels in lompen gehuld, deels opgesmukt als een pauw. De mannen droegen -smerige kielen, waarin zij langen tijd gewerkt hadden of goede kleeren, die zeer zeker -niet op rechtmatige wijze verkregen waren. -</p> -<p>Henry Stern had veel woeste tooneelen in zijn leven bijgewoond; zijn beroep bracht -hem, al was het dan ook als toeschouwer, met dergelijke toestanden in aanraking, maar -hier werd hij toch met walging vervuld. -</p> -<p>Zijn beide geleiders, die blijkbaar niet veel beter waren dan de danslustigen—dat -bewezen de talrijke begroetingen en de knikjes van verstandhouding uit de verschillende -rijen der meisjes en mannen—zij beiden hielden den detective in hun midden. En Henry -Stern begreep, dat het bezoek aan de Pan van niet onschuldigen aard zou zijn. -</p> -<p>Hij greep in zijn zak naar zijn pistool. -</p> -<p>In dit oogenblik drong weer een nieuwe stroom bezoekers de zich achter hen bevindende -deur binnen en Stern merkte op, dat Silezische Adolf zich naast hem omkeerde en iemand -een teeken gaf. -</p> -<p>Bijna tegelijkertijd kreeg de detective een geweldigen duw in zijn rug, zoodat hij -tegen de dansende paren werd geworpen. -</p> -<p>Hij werd teruggeslingerd en zonder dat het hem gelukte, weer op de been te komen, -vloog hij heen en weer tusschen de vuisten der gasten … -</p> -<p>De vrouwen schreeuwden, eenige mannen brulden, anderen lachten, en gemeene scheldwoorden -weerklonken. -</p> -<p>De detective begreep, dat dit een complot tegen hem was. -</p> -<p>En toen hij nu kreten vernam als: „Vervloekte spitsboef!” en „Politiespion!” twijfelde -hij er niet meer aan of Silezische Adolf had hem herkend en aan zijn makkers verraden, -ja, hem zelfs met opzet hierheen gelokt. -</p> -<p>Deze gemeene schurk was slim genoeg om zijn vijand niet zelf te lynchen, maar deze -wraak over te laten aan het geheele gezelschap, dat in dezen danskelder zijn woest -bachanaal vierde. -</p> -<p>Getrapt, geslagen en bijna krankzinnig van woede en pijn, gelukte het Henry Stern -eindelijk om een der wanden te bereiken, waar hij een stoel greep en ieder dreigde -neer te slaan, die hem zou durven naderen. -</p> -<p>Maar nu kwamen zijn belagers eerst in al hun ruwheid los. De messen werden te voorschijn -gehaald en in een dichten drom naderden zij den jongen man, wien nu niets anders overbleef -dan zijn revolver te voorschijn te halen en tegen de steeds nader dringende bende -te schreeuwen: -</p> -<p>„Halt! Wie nog één stap waagt, is een kind des doods!” -</p> -<p>Een oogenblik week de troep achteruit, vreezende voor een doodelijk schot uit het -wapen, maar dadelijk drongen de achtersten weer voorwaarts, het gebrul verdubbelde -en toen het eerste schot, dat Henry Stern boven de hoofden zijner aanvallers richtte, -afging, vlogen drie tegelijk op hem aan, sloegen hem het wapen uit de hand, dat weer -afging, maar niemand trof, en sleurden hem op den grond. -</p> -<p>De detective dacht, dat dit zijn laatste oogenblik zou zijn. Slechts het feit, dat -hij zooveel aanvallers had en de een den ander wegduwde, redde hem nog voor het oogenblik. -</p> -<p>Ondanks dit alles gaf hij den moed nog niet op. -</p> -<p>Hij had een der kerels bij de keel gegrepen en naar zich toe getrokken, om op die -wijze voorloopig een schild te hebben. Maar hij voelde duidelijk, dat ook deze hulp -slechts van korten duur zou zijn. -</p> -<p>Nu trok iemand met reuzenkracht zijn handen los, een geheele bende viel op hem aan.…..! -</p> -<p>In dit oogenblik van allerhoogsten nood weerklonk plotseling een schril gefluit door -de onderaardsche zaal. -</p> -<p>De massa stoof uit elkaar, zij, die hem vasthielden, hem sloegen en trapten, wendden -zich allen tegelijk van hem af. -</p> -<p>En toen het hem, eindelijk bevrijd, gelukte zich op zijn knieën op te richten, zag -hij, dat van twee kanten tegelijk politieagenten het lokaal waren binnengedrongen -en dat dus, als door een wonder, op het uiterste moment redding voor hem was opgedaagd. -</p> -<p>Hijgend en met groote moeite stond hij op en bereikte, zich aan den muur vasthoudend, -een stoel, waarop hij vol builen en schrammen en met hevige pijn, neerviel. -<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p> -<p>Een deel der schurken scheen ontkomen te zijn en meerdere politiedienaren waren bezig, -eenige individuen, die men reeds lang zocht, gevangen te nemen. -</p> -<p>Tot zijn onuitsprekelijke vreugde bemerkte de detective, dat zich zoowel Silezische -Adolf als diens kleine vriend daarbij bevonden. -</p> -<p>Nu naderde een groote, corpulente politie-beambte, en Henry herkende met het laatste -restje bewustzijn, dat hem was gebleven, zijn ouden vriend, den commissaris Böcher, -die dezen inval had bevolen, in de hoop, zijn vriend hier te zullen vinden en hem -misschien te kunnen helpen. -<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">ZEVENDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">DE CLUB DER MILLIONAIRS.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was in den namiddag toen in het rooksalon van de Millionairsclub de heeren in -hun gemakkelijke fauteuils van hun mokka, likeur en <span class="corr" id="xd31e729" title="Bron: fijna">fijne</span> sigaren zaten te genieten. -</p> -<p>Een der heeren, die het uiterlijk had van een bon-vivant en speler, zat met iemand -te praten, van een zeldzaam schoon, sympathiek uiterlijk. -</p> -<p>Hij streek met zijn slanke, witte vingers langs zijn zwarte snor en vertelde juist -een anecdote, toen een bediende van de Club binnentrad en meldde, dat men Lord Brigham -aan de telephoon te spreken vroeg. -</p> -<p>De ongeveer 30-jarige heer stond met een elastische beweging op en volgde den bediende -naar het telefoontoestel. -</p> -<p>De Lord bracht de telephoon aan zijn oor en riep met zijn aangename, welluidende stem: -</p> -<p>„Hallo!… Wie daar?” -</p> -<p>Hij moest eenige oogenblikken wachten, daarop hoorde hij glimlachend, hoe een met -opzet veranderde, vrouwelijke stem sprak: -</p> -<p>„Mag ik om het adres van Lord Brigham verzoeken?” -</p> -<p>„Ik ben zelf aan het toestel,” antwoordde deze, „en woon in de Victoriastraat 68, -eerste etage.” -</p> -<p>„En wanneer is Mylord te spreken?” -</p> -<p>Als tegenvraag klonk het: -</p> -<p>„Met wien heb ik de eer?” -</p> -<p>„Men verzoekt u, hiernaar voorloopig niet te vragen … Uwe Lordschap kan een dame een -grooten dienst bewijzen, als gij haar zoo spoedig mogelijk eenige minuten te woord -wilt staan.” -</p> -<p>„Ik zal binnen tien minuten in mijn woning zijn.” -</p> -<p>„O, dank u!” -</p> -<p>De telephoonbel weerklonk en Lord Brigham ging naar de garderobe, waar de bediende -hem met zijn overjas hielp en hem den cylinder en stok overhandigde. -</p> -<p>Hij besteeg zijn auto, die voor het gebouw op hem wachtte, en in minder tijd dan hij -had opgegeven, stond de Lord in de op Indische wijze ingerichte kamer, die hem als -ontvangsalon dienst deed. -</p> -<p>De vloer was hier met matten bedekt en de muren waren bekleed met het zeldzame borduurwerk, -dat van Madras komt. De meubelen, die uit verguld bamboe waren vervaardigd, maakten -alle den indruk van sierlijkheid en elegance. Voor de vensters hingen kostbare moesseline -gordijnen met vreemde, gouden figuren bewerkt. Het geheele vertrek had hierdoor iets -sprookjesachtigs, vooral ook door het zachte, getemperde licht. -</p> -<p>Er werd gebeld. De binnentredende, als Engelsche jockey gekleede bediende, diende -een dame aan. -</p> -<p>„Ik verzoek, binnen te laten!” sprak de Lord. -</p> -<p>Dadelijk daarop trad mevrouw Adelheid von Hartstein den Indischen salon binnen, den -dichten sluier terugslaand en haar van verlegenheid blozend gezichtje vertoonend. -</p> -<p>Lord Brigham ging haar met uitgestrekte handen tegemoet en sprak: -</p> -<p>„Mijn lieve Mevrouw! Wat verschaft mij de groote eer en het onuitsprekelijke genoegen, -u bij mij te zien?” -</p> -<p>De tranen kwamen in haar mooie, blauwe oogen te voorschijn. -</p> -<p>„Ik bid u,” zei hij zacht; terwijl hij de jonge vrouw naar een divan geleidde, „blijf -kalm, mevrouw. Om welke reden gij ook hier gekomen zijt; als het in mijn macht ligt, -zal ik u gaarne helpen, dat verzeker ik u!” -</p> -<p>Zij knikte hem zacht weenend toe en sprak eindelijk met een diepen zucht: -</p> -<p>„Het is zeker dwaas, dat ik mij tot u wend. Ik weet niet, hoe het komt, dat ik zooveel -vertrouwen in u stel.…..” -</p> -<p>Zij sloeg de oogen neer en een donkere blos bedekte haar gelaat en hals. -</p> -<p>Met een weemoedigen glimlach keek hij naar haar <span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span>en moedigde haar daarop aan, hem haar zorgen mede te deelen, opdat hij die zoo mogelijk, -zou kunnen verlichten. -</p> -<p>Nu begon zij te vertellen van dien nacht, toen zij half slapend een mannelijke gedaante -voor haar bed had gezien; hoe zij eerst geen waarde aan die verschijning had gehecht -en—zij fluisterde bijna onhoorbaar—aan iemand anders had gedacht. -</p> -<p>De blanke hand van den man tegenover haar streelde zacht haar gebogen hoofd en toen -zij daarna haar diepblauwe oogen tot hem opsloeg, vroeg hij zacht en dringend: -</p> -<p>„Mag ik ook weten, wie het was, dien gij in dien nacht meendet voor u te zien?” -</p> -<p>Zij antwoordde niet. -</p> -<p>Maar haar bekoorlijke verlegenheid, haar zwijgen en de hartstochtelijk bevende lippen -zeiden hem genoeg. -</p> -<p>Hij boog droevig het hoofd; een oogenblik was het, alsof hij haar in zijn armen wilde -nemen en aan zijn borst drukken; daarop fluisterde hij met trillende lippen zacht -en droef: -</p> -<p>„Mevrouw, gij zijt gehuwd en ik heb niet het recht, u los te rukken van den man, die -u een zonnig leven verschaft. Ik kom en ga en mag het lot van een vrouw niet aan het -mijne binden.…..” -</p> -<p>Met vochtige oogen keek zij naar hem op. Zij had er misschien niet over gedacht, van -haar man heen te gaan, maar het klonk haar zoo merkwaardig. -</p> -<p>„Gij weet niet, wie ik ben!” -</p> -<p>Maar voordat zij hierover verder kon nadenken, verzocht hij haar hem te vertellen, -wat haar zoo angstig maakte. -</p> -<p>O, dat was spoedig gezegd. -</p> -<p>De man, die op het bal in de nis had gestaan en die ongetwijfeld de dief van haar -collier was, vervulde haar met zoo grooten angst. Hij was het zeker ook geweest, die -des nachts in haar slaapkamer was gedrongen! Misschien omdat hij had gehoopt, nog -meer te stelen. -</p> -<p>En hedenmorgen had haar echtgenoot haar meegedeeld, dat die man gepakt was, dat hij -reeds voor het gerecht was geleid. Als hij nu eens vertelde, dat hij dien nacht in -de slaapkamer van barones Von Hartstein was geweest, dat hij voor haar bed had geknield -en haar handen gekust!.….. Zij had dit niet aan haar echtgenoot durven vertellen! -Haar eenige verontschuldiging was, dat zij in de gestalte van den inbreker het beeld -van den man, dien zij liefhad, had meenen te zien, en dit had zij haar man niet durven -bekennen!… -</p> -<p>Terwijl Adelheid dit vertelde, vloeiden steeds haar tranen. -</p> -<p>Daarop echter sprak hij met een heimelijke vreugde, die zij niet begreep: -</p> -<p>„Vrees niets! Al kan ik u ook niet alles verklaren, toch kunt gij mijn woorden gelooven: -de man, dien gij destijds in uw balzaal hebt zien staan, is niet dezelfde geweest, -die u in den nacht bezocht. Hij zal u geen onaangenaamheden bereiden, want hij kent -u niet en vermoedt nauwelijks uw bestaan … Ik herhaal u nog eens, dat gij gerust en -onbezorgd kunt gaan slapen, niemand behalve uw eigen mond kan u verraden!” -</p> -<p>Met verbaasde blikken keek zij hem aan. -</p> -<p>„Maar hoe …? Waarom …?<span class="corr" id="xd31e786" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Met een zachten glimlach sprak hij: -</p> -<p>„Gij moogt mij niets vragen, al was het alleen, omdat het mij oneindig leed doet, -u ieder antwoord schuldig te moeten blijven! -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e791" title="Niet in bron">„</span>Vóór alles zou ik graag willen dat gij, als wij afscheid hebben genomen, in vriendschap -aan mij bleeft denken!” -</p> -<p>„Gaat gij heen? Wanneer? Of mag ik ook dat niet weten?” vroeg zij angstig. -</p> -<p>„Ik weet het zelf op dit oogenblik nog niet. Ik ben als een vogel, die in de lucht -opstijgt en aan de hand ontvlucht, die zich uitstrekt om hem vast te houden.” -</p> -<p>De schemering daalde neer op aarde en hulde het vertrek in sprookjesachtige schaduwen. -Het was stil geworden in het Oostersche salon. -<span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch8.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">ACHTSTE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">DE OVERVAL.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Ondervraagd door de politie, had Silezische Adolf elke verklaring geweigerd. Hij beweerde -met onverstoorbare kalmte, dat hij zich van geen kwaad bewust was en niet begreep, -wat de heeren van hem verlangden. Hij verzocht beleefd, weer in zijn cel teruggebracht -te mogen worden, omdat hij moe was en slapen wilde. -</p> -<p>Eenigen tijd later werd hij opnieuw in verhoor genomen door commissaris Böcher. Maar -ook nu zonder eenig resultaat. Men had hier blijkbaar met een zeer verstokten booswicht -te doen, die niet gemakkelijk tot spreken was te dwingen. -</p> -<p>Henry Stern was bij dit verhoor tegenwoordig en liet glimlachend de woedende blikken -van den misdadiger langs zich heen gaan … -</p> -<p>Op den dag na het voorgevallene in het danshuis was de bankier Von Hartstein persoonlijk -bij den jongen detective in diens woning geweest, hij had hem zelfs zijn eigen dokter -gezonden en hem een belangrijk bedrag ter hand gesteld als extra belooning. -</p> -<p>„Ik waardeer ten volle, wat gij voor mij hebt gedaan,” sprak hij tot den patiënt. -„Als iemand zooals gij zijn leven op het spel zet in het belang van degenen, die hem -betalen, dan is hij iemand van plichtsbetrachting, die alle achting <span class="corr" id="xd31e808" title="Bron: verdiend">verdient</span>!” -</p> -<p>Henry Stern was zeer verheugd over deze woorden, ook het geld kon hij best gebruiken -en met verdubbelden ijver vatte hij, nog nauwelijks hersteld en met verbonden hoofd, -de zaak weer op. -</p> -<p>Toen men den misdadiger weer had weggebracht, sprak hij tot Peter Böcher: -</p> -<p>„Men zal den anderen kerel, die helaas ontsnapt is, ook nog moeten pakken en dan de -beide vrouwen zien te vinden, die indertijd des nachts in hun gezelschap waren, toen -ik ze bespiedde.” -</p> -<p>„Goed en wel,” meende de commissaris, „maar dat zal zoo gemakkelijk niet gaan.” -</p> -<p>In dit oogenblik hoorde men in de gang buiten een vervaarlijk geschreeuw. De commissaris -ging naar buiten en sprak, toen hij terugkwam: -</p> -<p>„Het beteekent niets. De agenten hebben een kerel, die juist binnengebracht werd, -een briefje afgenomen.” -</p> -<p>„Mag ik het zien?” vroeg Henry Stern vol belangstelling. -</p> -<p>De commissaris gaf hem het door middengescheurde stukje papier en de detective las: -</p> -<p>„Let op Hol! Nobele drietal uit de Sof!” -</p> -<p>Ook de andere beambten lazen het en lachten. Niemand begreep den inhoud. -</p> -<p>Eindelijk sprak Stern, die zich ook theoretisch op de hoogte had gesteld van zijn -beroep: -</p> -<p>„Weet gij, wat dit beteekent, heeren?” -</p> -<p>„Neen,” sprak Peter Böcher, „weet jij het?” -</p> -<p>De detective knikte: -</p> -<p>„Zeker! Deze woorden beteekenen niets meer of minder dan dat iemand, die van hier -naar de strafgevangenis overgebracht zal worden, op moet letten voor het „Hol”, dat -beteekent Moabit, omdat daar „het nobele drietal”, dat zijn natuurlijk drie zijner -kameraden, op hem wachten, die hem „uit de sof”, dat wil zeggen „uit de misère” zullen -halen, dus vrij zullen maken … Het is jammer, dat wij niet weten aan wien deze brief -is gericht!” -</p> -<p>„O!” meende Böcher, „dat zou wel uit te vorschen zijn. Wij zullen eens kijken, waar -de brenger van het briefje zich nu bevindt” -</p> -<p>Reeds was hij naar buiten gegaan en na eenige minuten kwam hij terug met een lang -opgeschoten, slungelachtigen jongen man, die ingepikt was wegens moedwillige beleediging -en overlast. -</p> -<p>„Het heeft er veel van,” fluisterde de commissaris tot zijn vrienden, „alsof deze -bengel, die er reeds een flinke boeventronie op nahoudt, zich alleen heeft laten oppakken -om dit briefje te kunnen overbrengen. Ik <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>geloof, dat het het beste is, dat wij ons houden alsof wij het briefje niet kunnen -ontcijferen en van hem willen weten, wat de woorden beteekenen.” -</p> -<p>Hij wendde zich tot den jongen en deed een dusdanige vraag. Deze grijnsde en sprak: -</p> -<p>„O, dat is maar een gijntje! Dat heb ik maar es zoo opgeschreven, voor de mop!” -</p> -<p>De beambte antwoordde hierop niet, maar vroeg, plotseling een zeer beleefden toon -aannemend: -</p> -<p>„Hebt gij al ontbeten?” -</p> -<p>De aangesprokene schrikte op. Deze woorden beteekenen in de conversatie der politiebeambten -met de boeven, dat den onwilligen misdadiger een flink pak slaag zal worden toegediend -door de stevige knuisten der politiemannen. -</p> -<p>„Ik laat me niet donderen!” riep de jongen op half huilenden toon. „Dat mag je niet -doen!” -</p> -<p>De commissaris sprak lachend: -</p> -<p>„Wat wij mogen of niet, zullen wij zelf wel het beste weten!” -</p> -<p>„Dat zal wel!” antwoordde de jonge man, „je wil mij zeker laten smoezen?… Wat in dat -briefje staat, vertel ik toch niet!” -</p> -<p>„Nu, denk er nog maar eens over na … In elk geval kun je je eerst versterken!” -</p> -<p>Een der politieagenten bracht op bevel van zijn chef een paar dikke boterhammen binnen, -waarop de slungel aanviel als een hongerige wolf. -</p> -<p>Daarop bracht men hem met opzet in het vertrek der beklaagden, waar een groot aantal -personen, die gevangen waren genomen en hun eerste verhoor moesten ondergaan, bijeen -waren. -</p> -<p>Tien minuten later werd in deze groote, kale ruimte nog iemand binnengelaten, die -naar zijn uiterlijk scheen te behooren tot de hier verzamelde elementen maar in werkelijkheid -een beambte der politie was. -</p> -<p>Toen men dezen man een half uur later weer weghaalde, was hij volkomen op de hoogte. -De jonge man had hem dadelijk om papier en potlood gevraagd en, toen hij in het bezit -daarvan was, een nieuw briefje geschreven. -</p> -<p>Daarop had hij op sluwe, maar ondubbelzinnige wijze geïnformeerd naar Silezischen -Adolf, die klaarblijkelijk het briefje moest ontvangen. -</p> -<p>Henry Stern en de commissaris overlegden samen, hoe zij dit zaakje verder zouden behandelen. -</p> -<p>Adolf zou nog dienzelfden middag naar Moabit <span class="corr" id="xd31e853" title="Bron: ovegebracht">overgebracht</span> worden<span class="corr" id="xd31e856" title="Niet in bron">,</span> „en,” sprak de commissaris, „ik vermoed absoluut niet, waar de kerels willen probeeren, -hun makker te bevrijden.” -</p> -<p>„Zij rekenen er zeker op,” vervolgde Peter Böcher, „dat wij zware misdadigers liever -niet in den gevangeniswagen, maar per rijtuig, vergezeld door een paar vertrouwde -mannen, naar Moabit overbrengen. En van deze gewoonte zullen wij ook heden niet afwijken.” -</p> -<p>Een uur later werd dan ook werkelijk de gevangene Adolf Müller getransporteerd. Maar -eerst vertrok een ander rijtuig, waarin zich Peter Böcher, de detective en bovendien -nog twee reusachtig gebouwde agenten van politie bevonden. -</p> -<p>Toen het rijtuig, waarin Silezische Adolf, in de Lehrterstrasse voor den kleinen ingang -van de Moabiter cellulaire gevangenis stilhield, kwam toevallig een troepje mannen -in werkkielen, die van hun arbeid schenen te komen, den hoek om. Zij slenterden rookend -en pratend naar het rijtuig toe, waaruit juist de eerste politieagent te voorschijn -kwam. -</p> -<p>Een der arbeiders vroeg, stamelend, alsof hij dronken was: -</p> -<p>„Wien breng je daar, mannetje? O, wat een mooie jongen!” -</p> -<p>Intusschen klom de met een stalen ketting geboeide misdadiger uit het rijtuig. Hij -keek bliksemsnel om zich heen en had onmiddellijk den toestand overzien. -</p> -<p>In dit oogenblik naderden twee meisjes met groote hoeden vol veeren, in zijden japonnen -en met gepoederde gezichten. -</p> -<p>„Jullie zult toch zeker niet dulden, dat ze je vriend in de Bajes brengen? Slaat er -op, dat hun helmen wegvliegen!” -</p> -<p>En tegelijkertijd sloeg zij reeds met haar parapluie naar den agent. -</p> -<p>Deze had werk om de nu snel op elkaar volgende slagen af te weren en wilde juist zijn -sabel trekken, toen de vijf arbeiders met kracht de beide agenten wegduwden en den -gevangene in een kring insloten. Een eindweegs duwden zij hem voort, daarop zette -hij het zelf op een loopen zoo snel hij kon. -</p> -<p>Honderd pas verder stond een ander rijtuig, blijkbaar op iemand te wachten. -</p> -<p>Maar nog voordat de kameraden van den misdadiger en deze zelf het rijtuig konden bestijgen -om weg te <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>rijden, kwam een ander rijtuig aangereden, waaruit twee beambten in uniform, commissaris -Böcher en de detective sprongen. -</p> -<p>Ook de twee andere politieagenten die zich met groote krachtsinspanning van hun aanvallers -hadden bevrijd, kwamen aangesneld. -</p> -<p>Vol woede, met hun messen in de hand, wierpen de handlangers van Silezischen Adolf -zich op de beambten. Adolf zelf sloeg en trapte als een razende om zich heen. -</p> -<p>Nu beval de commissaris de sabels te trekken en dit maakte al rasch een einde aan -den strijd. -</p> -<p>Een der aanvallers stortte gewond neer, een paar ontvluchtten schreeuwend en de anderen -gaven zich op genade of ongenade over. -</p> -<p>Met den gevangene, die als een duivel om zich heen beet en trapte, hadden de agenten -de meeste moeite. Eindelijk wierpen zij hem, aan handen en voeten geboeid in het rijtuig. -</p> -<p>Een der beide vrouwen, die samen ontsnapt waren, had op haar vlucht een taschje verloren, -dat Henry Stern opende en waaruit hij een zakkalendertje met haar adres te voorschijn -haalde. -</p> -<p>„Drommels!” sprak Böcher lachend, „ik geloof, dat zij een oude, goede bekende van -ons is. Het beste is, dat wij de agenten met het transport naar het hoofdbureau zenden -en zelf op onderzoek naar dit vrouw-mensch uittrekken.” -</p> -<p>In de beide rijtuigen werden nu Silezische Adolf en zijn eveneens geboeide handlangers -gepakt, onder geleide der agenten terwijl de commissaris en Stern een ander rijtuig -namen. -</p> -<p>Zij reden naar de Gollnowstraat, waar het meisje, dat blijkbaar de bruid van Silezischen -Adolf was, woonde. -</p> -<p>Zij waren nog niet eens zoo ver gekomen, toen Henry Stern, toevallig naar buiten kijkend, -de beide vrouwen uit een kleinen banketbakkerswinkel <span class="corr" id="xd31e886" title="Bron: zagen">zag</span> komen. -</p> -<p>„Let op”, sprak Böcher, „ik stap nu, achter haar, uit, jij rijdt nog een eindje verder -en loopt haar dan tegemoet. Op die wijze kunnen ze ons niet ontsnappen.” -</p> -<p>Weinige minuten later zaten de beide vrouwspersonen met haar ongewenschte cavaliers -in een gesloten rijtuig, dat hen samen naar het Alexanderplein bracht. -</p> -<p>Reeds onderweg verklapte de eene, die alles in het werk stelde om weer op vrije voeten -te komen, de zaak. Zij vertelde nauwkeurig, hoe het plan om Silezischen Adolf te bevrijden, -was uitgegaan van haar gezellin, de zwarte Rosa, die de bruid van den misdadiger was. -</p> -<p>Nu hadden de beide mannen werk om het liefje van den inbreker, dat als een furie op -haar vriendin losvloog, tegen te houden. -</p> -<p>De andere verried in haar woede nog meer. -</p> -<p>„Je kunt zeggen, wat je wilt. De halsketting had hij bij ons, in de Beumestraat …” -</p> -<p>De beide vrienden wisselden een snellen blik van verstandhouding. -</p> -<p>„Waar had hij die ketting gekregen?” vroeg Peter Böcher. -</p> -<p>„Van den een of anderen graaf!” antwoordde het meisje. „Misschien heeft hij het ding -nog in zijn huis.” -</p> -<p>„Waar woont Adolf Müller?” -</p> -<p>Maar nog voordat het meisje had kunnen antwoorden, stortte haar vriendin zich op haar. -</p> -<p>Een woest gevecht speelde zich nu in het rijtuig af. De glasscherven vlogen op straat, -de koetsier liet de paarden stilstaan en een groote menigte verzamelde zich om den -wagen. -</p> -<p>Er bleef niets anders over, dan dat ieder der beide mannen met een der meisjes in -een rijtuig steeg en naar het politiebureau reed. -</p> -<p>De detective was in gezelschap van de zeer toegetakelde vriendin der zwarte Rosa. -Hij had met den commissaris afgesproken, dat hij het meisje haar vrijheid terug zou -geven, zoodra hij het adres der woning van Adolf van haar had gekregen. -</p> -<p>En dit duurde niet lang; het rijtuig hield stil, het meisje maakte zich uit de voeten -en de detective reed naar het noordelijk gedeelte der stad. -</p> -<p>Daar, vlak bij het danshuis, waar hij zulke bittere ervaringen had opgedaan, was de -woning van Silezischen Adolf. -</p> -<p>Hij woonde daar bij een vrouw, die een zeer ongunstigen indruk maakte en gewoonweg -ontkende, Adolf ooit gezien te hebben. Zij wilde Stern beletten, het huis binnen te -treden. -</p> -<p>Deze echter duwde haar eenvoudig op zij met de woorden dat zij, als zij nog verdere -bezwaren maakte, eveneens gevangen genomen zou worden. -</p> -<p>Intusschen verscheen ook Böcher, die telephonisch bericht van Stern had gekregen<span class="corr" id="xd31e911" title="Niet in bron">.</span> -<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p> -<p>De beide vrienden moesten lang zoeken, eer zij dat, wat hun bijzonder interesseerde, -in de woning van Silezischen Adolf hadden gevonden. -</p> -<p>Wel vielen hun al dadelijk verschillende voorwerpen van waarde in handen, die afkomstig -moesten zijn van kleinere of grootere diefstallen, maar het diamanten collier was -niet te vinden en ook geen enkel spoor van dezen diefstal. -</p> -<p>Toevalligerwijze zag Henry Stern, wiens speurdersoog overal rondblikte, in een aschbakje -een menigte sigarettenpuntjes liggen. Zij waren alle zonder mondstuk, behalve een -met een lang mondstuk, waarop in gouden letters „C. D. M.” en een gouden kroontje -waren gedrukt. Een beetje verder stond de naam der firma „C. Caldiropulos, Berlijn -W.” -</p> -<p>Met een fijnen glimlach nam Stern het papierrolletje op en toonde het zijn vriend. -</p> -<p>Deze begreep dadelijk, dat nu het raadsel was opgelost. -</p> -<p>Silezische Adolf was het werktuig van een ander geweest. -</p> -<p>Een half uur later hield het rijtuig met de beide ambtenaren van politie stil voor -den sigarettenwinkel van een Griek, die hun op hun vragen mededeelde, dat deze soort -van sigaretten uitsluitend werd vervaardigd voor de Club der <span class="corr" id="xd31e923" title="Bron: Milionairs">Millionairs</span>. -<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch9" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch9.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">NEGENDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">DE MACHT DER LIEFDE.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Baron Von Hartstein zat juist met zijn echtgenoote aan het diner, toen de bediende -een kaartje binnenbracht. -</p> -<p>Toen hij een blik op den naam had geworpen, sprak hij, aangenaam verrast: -</p> -<p>„Laat dien heer dadelijk in mijn particulier kantoor!” -</p> -<p>„Is het zoo’n gewichtig bezoek, Maximiliaan?” vroeg zijn vrouw verbaasd. -</p> -<p>„Zeker”, antwoordde de millionair en ging de kamer uit. -</p> -<p>Een kwartier later kwam hij in zeldzame opwinding terug. -</p> -<p>Zonder te weten waarom, had Adelheid een gevoel, alsof er iets vreeselijks zou gebeuren, -zij voelde zich den laatsten tijd, ondanks de geruststellende verzekering van Lord -Brigham, voortdurend zenuwachtig en angstig. -</p> -<p>Haar echtgenoot had weer aan tafel plaats genomen en bleef in diepe gedachten voor -zich uit staren. -</p> -<p>Eindelijk vroeg de jonge vrouw op bedeesden toon: -</p> -<p>„Wat is er, Maximiliaan?.… Je maakt mij door je houding angstig.” -</p> -<p>„Het is ook bijna niet te gelooven”, antwoordde de bankier. -</p> -<p>„Wat dan? Vertel het mij toch!” smeekte zij. -</p> -<p>De bankier schudde het hoofd, bromde iets in zijn grijze snor en scheen weer ernstig -na te denken. -</p> -<p>Eindelijk sprak hij: -</p> -<p>„Het is onmogelijk! Het kan niet.…” -</p> -<p>En weer na een pauze: -</p> -<p>„Die lui.… hm.… hm.… die detective en commissaris.… zij gelooven.…” -</p> -<p>Weer zweeg hij. -</p> -<p>„Neen! neen! neen! Het is àl te belachelijk! Het is een overdreven inval van de politie!” -</p> -<p>Steeds angstiger en bijna weenend vroeg Adelheid: -</p> -<p>„Maar ik begrijp je niet! Je spreekt zoo onduidelijk! Wat is dan toch onmogelijk? -Verdenken die heeren iemand, die … die ons interesseert?” -</p> -<p>Terwijl zij dit vroeg, vermoedde de jonge vrouw reeds alles. Steeds weer alles combineerend, -wat er sinds dien nacht in haar slaapkamer was gebeurd, had zij een voorgevoel gekregen, -dat zij met alle kracht van zich af wilde zetten. -</p> -<p>Zij waagde het niet, zich geheel rekenschap te geven van haar gedachten, maar zij -wist van te voren, wat haar echtgenoot haar nu zou meedeelen. En daarom was zij niet -zoo verbaasd als hij het zooeven was geweest. -</p> -<p>„De beide heeren vermoeden,” sprak hij, „dat de dief van je <span class="corr" id="xd31e958" title="Bron: colier">collier</span> een der leden van de millionairsclub is. Wie—dat hebben zij zelf nog niet ontdekt. -Zij vroegen mij, of ik iemand verdacht, ik kon natuurlijk niet het minste zeggen … -Ik geloof, dat het een vergissing is en heb hun den raad gegeven, zoo voorzichtig -mogelijk te werk te gaan.” -</p> -<p>Het was de jonge vrouw, alsof plotseling al haar bloed tot ijs was geworden, een onnatuurlijke -kalmte had zich van haar meester gemaakt. Zij wist nu, wie haar het collier ontstolen -had! -</p> -<p>Maar geen enkele gedachte aan toorn kwam bij haar op. Zij vroeg niet, waarom hij zoo -gehandeld had. Zij bedacht niet, dat hij een misdadiger was, dat hij niet paste in -de kringen, waarin hij zich bewoog en waarin hij zulk een sympathieke verschijning -was! -</p> -<p>„Je blijft merkwaardig kalm”, merkte de bankier op. -</p> -<p>Zij glimlachte. Daarop sprak zij op onverschilligen toon: -</p> -<p>„Er gebeurt zooveel ongehoords, dat men zich over niets meer behoeft te verbazen.” -</p> -<p>„Nu, het is goed, dat je het kalm opneemt”, sprak <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>Von Hartstein, „maar het bewijst, dat gij, vrouwen, sterkere zenuwen hebt dan wij. -En nu moet je mij verontschuldigen, ik heb een gewichtige vergadering.” -</p> -<p>O, hoe gaarne verontschuldigde zij hem! -</p> -<p>Nauwelijks had hij de kamer verlaten, toen ook zij zich door haar kamenier liet kleeden -om uit te gaan. Zij knoopte een dichten, bijna ondoorzichtigen sluier om haar hoed -en verliet te voet de villa. -</p> -<p>In een andere straat nam zij een automobiel, waarin zij zich naar een afgelegen stadsgedeelte -liet brengen. Daarop reed zij per tram een eindweegs en legde een verder deel van -haar weg weer te voet af. Eindelijk nam zij nog een huurrijtuig en reed tot aan de -straat, waarin <i>hij</i> woonde. -</p> -<p>Het laatste eindje, tot aan zijn huis, legde zij te voet af. -</p> -<p>Zij snelde de trappen op en was innig gelukkig, toen de deftige bediende haar meedeelde, -dat zijn heer thuis was. -</p> -<p>Zij ging binnen in de kamer, waar hij was en nu vloeiden haar de woorden van de lippen. -</p> -<p>„Men vervolgt u! Men is u op het spoor! Zij weten alles! Gij moet vertrekken! Dadelijk, -zoo gauw mogelijk!” -</p> -<p>Nauwelijks verschrikt keek hij haar eenige oogenblikken met zijn verstandige, wonderschoone -oogen aan. -</p> -<p>Daarop ging hij naar zijn schrijfbureau, opende een der vakjes en nam daaruit het -diamanten collier. -</p> -<p>Een blos van vreugde kleurde haar wangen, daarop echter drong zij er weer op aan, -dat hij zich zou haasten. -</p> -<p>Hij schudde glimlachend het hoofd. -</p> -<p>„Ik blijf!” antwoordde hij. „Ik weet niet eens, of die onnoozele kerels zooveel verstand -bezitten om het lid der club, dat zij zoeken, uit te vinden … Ik ben niet gewend heen -te gaan, voordat ik er de hooge noodzakelijkheid van inzie.…. Maar gij, arm vrouwtje, -gij moet hier vandaan! Ik hoop, dat wij elkaar nog eenmaal zullen weerzien!” -</p> -<p>De jonge vrouw bracht haar zakdoekje naar de oogen toen zij heenging en een vastberaden -trek lag om haar mond. -</p> -<p>Zij liet het collier in haar zak glijden en sloop als een schaduw de stille straten -van dat stadsgedeelte door. -</p> -<p>Zoo kwam zij in den Dierentuin en bij het donkere, troebele water gekomen gleed haar -hand in den zak van haar japon. Niemand was rondom haar te zien. -</p> -<p>Bij het scheidende licht van den dag glinsterde en fonkelde iets,—dat was het diamanten -collier—dat zij neerwierp in het diepe donkere meer.….. -<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch10" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch10.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">TIENDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">DE LORD GAAT HEEN.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In de Millionairsclub heerschte de grootste ontsteltenis. -</p> -<p>Door den hofmeester namelijk was het den heeren bekend geworden, dat de politie onder -de clubleden een misdadiger vermoedde en naar hem zocht. -</p> -<p>„Het is bijna ongelooflijk, tot welke stommiteiten de politie soms in staat is”, sprak -de kleine burggraaf Von Hennequin. -</p> -<p>En graaf Steineck, de president der millionairsclub voegde er aan toe: -</p> -<p>„Eerlijk gezegd, hebben de heeren van de recherche dan ook een alles behalve gemakkelijke -taak. -</p> -<p>„Maar, nietwaar, men moet hun toch wel zooveel onderscheidingsvermogen toeschrijven, -dat zij moeten kunnen schiften—degelijk schiften. Ik bedoel—, ik meen—, dat ze toch -wel degelijk rekening moeten houden met rang—met stand—met—met—eh—eh—nu ja, om het -maar zoo eens te <span class="corr" id="xd31e1004" title="Bron: nemen">noemen</span>—ze moeten toch wel degelijk denken aan het moreele gewicht van de persoonlijkheden, -die door ons waardig worden gekeurd om als clubgenooten te worden opgenomen— —eh— -—eh— —ik bedoel—ik meen— —dat moest toch voor de heeren van de politie waarborg genoeg -zijn—meer dan waarborg genoeg—dat moest hun te allen tijde ervan overtuigen dat hier -alles zuiver toegaat. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e1008" title="Niet in bron">„</span>Eh— —eh— —eh— —wat is dat voor een zot idee— —een bespottelijk idee— —een van onze -clubgenooten.….….? Wij hebben twintig heeren in onze club—of eenentwintig— —eh— —eh— -—hoeveel zijn het er ook weer precies— —ik weet het niet al te juist— —enfin, dat -is toch wel heel gemakkelijk te tellen— —en als een van die twintig—of eenentwintig—ook -maar het allerkleinste sikkepitje over de schreef gaat— —eh— —eh— —ik bedoel— —ik -meen— —als hij door z’n karakter— —als hij maar een ziertje, een snippertje aanstoot -zou geven …” -</p> -<p>De graaf legde beide handen met een allergewichtigst gebaar op de zware eikenhouten -tafel en boog zich een eindweegs naar voren. -</p> -<p>Toen begon hij weer opnieuw. -</p> -<p>„Ja, mijne heeren, ik meen, dat wij met alle kracht moeten opkomen tegen deze ongehoorde -en mijns inziens ook ongeoorloofde daad van de politie om maar ongevraagd bij ons -binnen te dringen. -</p> -<p>„Ik stel voor om een dergelijk optreden op hoffelijke maar <span class="corr" id="xd31e1016" title="Bron: energische">energieke</span> wijze te beletten. -</p> -<p>„En bovendien! -</p> -<p>„Wij zouden het toch zelf wel weten als onder ons zich een minderwaardige bevond!” -</p> -<p>In hetzelfde oogenblik kwam de jongste der vier bestuursleden, lord Brigham binnen. -</p> -<p>Deze was eerst kort geleden tot bestuurslid gekozen. -</p> -<p>Op levendigen toon verontschuldigde hij zich, dat hij zich een weinig verlaat had -en eerst nu kon komen op de inderhaast bijeengeroepen samenkomst. -</p> -<p>Toen hij hoorde, waarover gesproken werd, zei hij met een glimlach, die zijn gelaat -een buitengewone aantrekkelijkheid gaf: -</p> -<p>„Maar heeren! De zaak is toch héél eenvoudig! -</p> -<p>„Weet ge, wat? -</p> -<p>„Wij moeten ons eenvoudig opstellen in een lange rij en dan langs de heeren der politie -gaan defileeren. -<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p> -<p>„Die kunnen dan samen beslissen, wie van ons het meest verdacht er uitziet!” -</p> -<p>Er werd hartelijk gelachen om dezen grappigen uitval van den jongen lord. -</p> -<p>Nadat nog langen tijd geredeneerd was over de in dezen te volgen gedragslijn, werd -besloten om een schrijven te zenden naar het hoofd der politie. -</p> -<p>Dit schrijven zou worden onderteekend door <i>al</i> de clubleden en de inhoud ervan zou een verzoek behelzen om in <span class="corr" id="xd31e1038" title="Bron: der">den</span> vervolge de Millionairsclub te verschoonen van dergelijk bezoek. -</p> -<p>Daarna trokken de heeren zich in kleine groepjes terug in de gezellige zaaltjes en -werd verder de tijd gedood met een of ander spel of met aangenaam gebabbel. -</p> -<p>Aan de onverkwikkelijke zaak werd niet meer gedacht. -</p> -<p>Het was omstreeks half acht. -</p> -<p>Lord Brigham verliet in gezelschap van graaf Steineck en den burggraaf Von Hennequin -de club om naar de opera te rijden. -</p> -<p>Toen zij het gebouw juist hadden verlaten, trad hen een heer in civiel tegemoet, die -zich als commissaris van politie bekend maakte. -</p> -<p>Op den meest hoffelijken toon vroeg hij, wie van de drie clubleden wel lord Brigham -was. -</p> -<p>Met een bijna onhoorbaar lachje maakte de lord zich bekend en stelde zijn identiteit -vast. -</p> -<p>De beide andere heeren waren zeer opgewonden. -</p> -<p>Op luiden, dringenden toon verklaarden zij, dat zij te allen tijde instonden voor -hun clubgenoot. -</p> -<p>De commissaris der recherche Peter Böcher—zijn collega Henry Stern stond aan de overzijde -der straat te wachten en op te letten—begon nu toch te aarzelen. -</p> -<p>Totnogtoe was de politie door telegrafische inlichtingen naar alle kanten slechts -aan den weet gekomen, dat er inderdaad een zekere lord Brigham bestond. -</p> -<p>Daarbij was echter ook gevoegd, dat deze zelfde lord officier was in een Indisch regiment -der huzaren, dat in dienst stond van den koning van Groot-Britanje. -</p> -<p>De Engelsche politie-autoriteiten waren verder algemeen van oordeel, dat men, de persoonsbeschrijving -van dezen man in aanmerking genomen, hoogstwaarschijnlijk hier te doen had met een -buitengewoon geslepen dief en oplichter, iemand, die zoowel in Australië als in Bombay -van zich had doen spreken; die velerlei schurkenstreken op zijn geweten had, maar -die totnogtoe door de politie, ondanks alle aangewende moeite, nog niet gesnapt was -kunnen worden. -</p> -<p>Dat alles klonk heel mooi! -</p> -<p>Het klopte zelfs als een bus. -</p> -<p>Maar—het gaf absoluut geen zekerheid. -</p> -<p>En al had Peter Böcher ook het bevel tot inhechtenisneming in den zak, toch durfde -hij nog niet te handelen. -</p> -<p>Hij wist, dat hij tegenover deze club, die zoozeer gezien was in de hoogste standen, -de allergrootste omzichtigheid in acht moest nemen. -</p> -<p>En als er iemand in hechtenis genomen moest worden, o, dan moest dit vooral op de -meest kiesche, de minst ruchtbaarmakende manier geschieden. -</p> -<p>Om met dat alles rekening te houden, was voor den besten, braven Böcher wel een heel -moeilijke taak. -</p> -<p>Hij kon zich bij dit zaakje zoo heel licht de vingers branden. -</p> -<p>Ook de politie vergist zich wel eens, loopt wel eens in de val; wordt wel eens „een -enkel keertje” om den tuin geleid! -</p> -<p>En als nu de Londensche politie eens minder juist was ingelicht? -</p> -<p>Of als die bewuste lord Brigham, die officier was van Zijne Majesteit den koning van -Groot-Britanje, nu eens langer verlof had gekregen, dat hij hier in Berlijn doorbracht? -</p> -<p>Dat zou dan toch maar een miserabele geschiedenis wezen om dezen man, voor wien zulke -voorname <span class="corr" id="xd31e1069" title="Bron: personnages">personages</span> zich borg stelden, zoo maar evenals den eersten den besten misdadiger op te pakken -en te arresteeren! -<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p> -<p>Neen! -</p> -<p>Böcher zou zich véél te leelijk den neus kunnen stooten en zich blameeren op een manier, -waar je niet zoo licht weer van op komt. -</p> -<p>Zijne heele loopbaan zou hij er mee naar de maan kunnen gooien! -</p> -<p>Stonden er niet altijd en overal jaloersche collega’s bij hoopen te wachten, tot iemand -in ongenade viel? Tot iemand zich door de een of andere onhandigheid onmogelijk had -gemaakt en eerlijk ontslag moest nemen of—gedegradeerd of niet eervol ontslagen werd? -</p> -<p>Alle duivels! -</p> -<p>Het duizelde Böcher een oogenblik. -</p> -<p>Allerlei tegenstrijdige gedachten warrelden door zijn hersens en het was of bonte -lichtjes voor zijn oogen begonnen te flikkeren. -</p> -<p>Het suizelde daarbij in zijn ooren en zwaar bonsde het hart hem in de keel. -</p> -<p>Wat moest hij doen? -</p> -<p>Wàt, in ’s hemelsnaam? -</p> -<p>„Twijfelt mijnheer de commissaris misschien aan mijn rang als lord?” -</p> -<p>De Engelschman vroeg dit op welluidenden, innemenden toon. -</p> -<p>„Dan wil ik graag”—de Engelsche tongval klonk bij deze woorden duidelijker dan ooit—„dan -wil ik graag, al was het maar alleen om de club verder te vrijwaren van alle mogelijke -onaangenaamheden en onderzoekingen, den commissaris het genoegen doen om hem de officieele -papieren te toonen, die de echtheid van mijn adeldom, van mijn lordschap bewijzen. -</p> -<p>„Als mijn zeer hooggeachte vrienden”—hij boog met elegant gebaar voor zijn clubgenooten—„mij -op dit extra-uitstapje zouden willen vergezellen, dan zou het mij inderdaad een waar -feest zijn, u bij deze gelegenheid een glas Spaanschen wijn aan te bieden, dien ik -zelf van mijn reizen uit den Barancos di Santa Barbara heb meegebracht en dien ge -wel nooit zult hebben geproefd, althans niet van deze zuiverheid, en prachtige kwaliteit!.… -</p> -<p>„Daar komt juist mijn automobiel! -</p> -<p>„Mag ik den heeren vriendelijk verzoeken, maar te willen instappen en plaats <span class="corr" id="xd31e1092" title="Niet in bron">te </span>nemen?” -</p> -<p>Graaf Steineck en de burggraaf spraken eerst nog in vele bewoordingen de overbodigheid -uit van dezen stap. -</p> -<p>Zij waren er immers, zonder al deze formaliteiten maar al te zeer van overtuigd, dat -rang en titel van hun vriend echt waren. -</p> -<p>Zij twijfelden immers geen oogenblik! -</p> -<p>Maar den commissaris, wien in dit oogenblik zijn handiger vriend Henry Stern geen -goeden raad kon geven—den commissaris was dit redmiddel hoogst welkom. -</p> -<p>En hij zat reeds in het voertuig, toen lord Brigham en na dezen, hoewel nog steeds -tegenpruttelend en aarzelend, de beide edellieden plaats namen. -</p> -<p>De auto vloog tuffend en puffend op zijn veerende wielen voort. -</p> -<p>Na enkele minuten reeds hield zij stil voor het groote, voorname huis, waarvan de -lord de eerste etage bewoonde. -</p> -<p>Toen zij in de woning waren aangekomen, gaf de Engelschman in zijn moedertaal den -bediende een bevel. -</p> -<p>Daarna sprak hij, zich tot de drie heeren wendend: -</p> -<p>„Vóórdat wij overgaan tot het zakelijke gedeelte, stel ik er prijs op, u met mijn -wijn bekend te maken, waarvan ik zoo juist u den lof heb gezongen. -</p> -<p>„Ik zal in dien tijd de papieren voor u halen, waarover ik u gesproken heb!” -</p> -<p>De commissaris zou dolgraag den lord zijn gevolgd, die uit het Indische salon verdween -door de bontkleurige draperieën. -</p> -<p>Maar de waardigheid en de trotsche, kalme rust der beide adellijke heeren, die daar -zoo waardig in hun makkelijke stoelen troonden, hielden hem aan zijn zetel gekluisterd. -<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p> -<p>Hij haalde dan ook met verruimd gemoed adem, toen uit de aangrenzende kamer de stem -van den lord weerklonk. -</p> -<p>Deze sprak op den bekenden welluidenden toon: -</p> -<p>„Een oogenblik nog, heeren! De papieren heb ik tusschen allerlei andere paperassen -gelegd. Ik moet nog een oogenblik zoeken, maar dra zal ik alles hebben gevonden!” -</p> -<p>Daarop volgde weer doodsche stilte. -</p> -<p>En ook in het Indische salon zaten de drie heeren stokstijf en zwijgend bij elkaar -te wachten. -</p> -<p>Papiergeritsel was in den beginne nog vernomen. -</p> -<p>Maar ook dat verstomde— — -</p> -<p>En de eene minuut na de andere verliep. -</p> -<p>Geen dienaar verscheen met den wijn. -</p> -<p>Geen gentleman kwam terug met de papieren, die zijn adeldom zouden bewijzen. -</p> -<p>Toen vijf minuten ongeveer waren verloopen, werd de commissaris héél erg ongeduldig. -</p> -<p>Ook de beide heeren begonnen in hun gemakkelijke zetels onrustig heen en weer te schuiven. -</p> -<p>Eindelijk besloot men, na gezamenlijk overleg, eens in de aangrenzende kamer te gaan -kijken. -</p> -<p>Het was toch gek! -</p> -<p>Waar bleef de lord nu! -</p> -<p>Maar toen de commissaris opstond om eens te gaan neuzen achter de bonte draperieën, -maakte graaf Steineck bezwaren. -</p> -<p>Hij sprak op ontevreden, eenigszins verwijtenden toon: -</p> -<p>„Wij zijn hier in een vreemd huis, heeren! Ik hoop, dat ge daaraan zult blijven denken!” -</p> -<p>„Ge hebt gelijk!” beaamde dadelijk de burggraaf. -</p> -<p>„Maar toch, ik geloof niet, dat onze vriend het ons zou kwalijk nemen, als wij eens -naar hem gaan kijken.… er kan hem immers best iets gebeurd zijn!” -</p> -<p>„Zoudt ge denken?” vroeg Steineck, „neen, neen, dat zal het niet zijn! Lord Brigham -zocht naar de papieren. Hij kon toch ook geen oogenblik vermoeden, dat men aan de -echtheid van zijn adel zou twijfelen en nu liggen de papieren maar niet zoo dadelijk -voor de hand!” -</p> -<p>„Zeker, maar een ongeluk kan ieder toch overkomen! Wat denkt gij ervan, heer commissaris?” -</p> -<p>De commissaris had totnogtoe weinig gezegd. -</p> -<p>Hij voelde zich niet zoo heel erg op zijn gemak in tegenwoordigheid van die hooge -oomes, die door hun gewichtig doen hem hier maar aan den stoel hielden gekluisterd. -</p> -<p>En meer dan ooit voelde hij zijn gemis aan zelfstandigheid, dat hem belette, doortastend -te handelen. -</p> -<p>Maar nu kwam hij toch los. -</p> -<p>Op de vraag van den burggraaf liet hij een spottend lachje hooren. -</p> -<p>En hoewel de graaf onwillig met de schouders schokte en de wenkbrauwen hoog optrok, -als kwam hem het gezegde van Von Hennequin dwaas voor, Peter Böcher liet zich daardoor -ditmaal niet intimideeren. -</p> -<p>Hij zei: -</p> -<p>„Heeren, ik zal u mijn meening eens zeggen! -</p> -<p>„Deze zoogenaamde lord houdt u en mij voor den gek! -</p> -<p>„En u zult het mij zeker niet kwalijk nemen, als ik beweer, dat ik niet hier ben om -mij door een oplichter een rad voor de oogen te laten draaien! -</p> -<p>„Ik denk er niet aan, heeren, om ook maar één enkel oogenblik verder te gelooven aan -de sprookjes, die deze zoogenaamde lord ons allemaal op den mouw tracht te spelden! -</p> -<p>„Ik ga den boel eens verkennen!” -</p> -<p>Böcher sprong op met resoluut gebaar. -</p> -<p>Hij schoof de zware draperieën opzij en ging de aangrenzende kamer binnen. -</p> -<p>De beide anderen keken elkander een paar seconden als verbluft aan. -</p> -<p>Wat te doen? -<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p> -<p>Zij aarzelden een oogenblik: -</p> -<p>Maar na korte aarzeling volgden zij toch den commissaris. -</p> -<p>„Nu, wat heb ik u gezegd?” riep de rechercheur uit op woesten toon. -</p> -<p>„Wat zei ik? O! Wat ben ik dom geweest! Wat heb ik ondoordacht gehandeld! Ik had den -kerel dadelijk moeten arresteeren!” -</p> -<p>Inderdaad! -</p> -<p>De kamer was leeg! -</p> -<p>Heelemaal leeg! -</p> -<p>En toen de heeren naar de deur gingen, die op de gang uitkwam, merkten zij tot hun -niet geringe verbazing en schrik, dat deze—gesloten was. -</p> -<p>Ook de uitgang, die van den Indischen salon naar buiten leidde, was versperd. -</p> -<p>De bediende had dus zeker wel een andere opdracht gekregen dan Spaanschen wijn te -halen uit den kelder en dezen den gasten te presenteeren. -</p> -<p>Dat was een mooie geschiedenis. -</p> -<p>Een fraaie boel! -</p> -<p>Steineck en de burggraaf keken elkander aan met gezichten, die alles behalve aangename -gewaarwording uitdrukten. -</p> -<p>En de commissaris der recherche had van louter woede en spijt een hoofd, zoo rood -als een kreeft. -</p> -<p>O! had hij toch maar zijn zin gevolgd! -</p> -<p>Was hij maar niet zoo wankelmoedig geweest, zoo slap aangedraaid! -</p> -<p>Had hij maar eens op eigen initiatief gehandeld. -</p> -<p>Wat had hij een spijt! -</p> -<p>Een reuzenspijt! -</p> -<p>„Wat moet ik nu beginnen!” riep hij uit in de grootste wanhoop. -</p> -<p>„In plaats van een belooning te ontvangen, in plaats van promotie te maken, zal ik -nu van mijn superieuren een duchtigen uitbrander krijgen! -</p> -<p>„En gij, heeren! Gij zijt daaraan mede schuldig! Ja, inderdaad. Gij zijt medeplichtig!” -</p> -<p>„Luister eens, beste vriend,” begon graaf Steineck met een hoog neusgeluid, „luister -eens. Gij moet …— —eh— —eh— —gij moet— —neen, dat is toch niet de manier— —eh— —eh— -—dat is toch waarlijk niet de juiste toon— —neen, niet de goede toon— —eh— —eh— —wat -zegt gij er van, waarde burggraaf— —eh— —eh— —wat zegt gij er van— —is dat wel de -juiste toon— —om tegen ons— —leden van de Millionairsclub— —zeg, burggraaf, wat denkt -gij ervan— —eh— —eh— —eh!”— — — -</p> -<p>„Daarom heeft daar straks ook de automobiel zoo geweldig gepuft”, sprak de burggraaf -op nadenkenden toon— — —„en het geritsel in de kamer <span class="corr" id="xd31e1180" title="Bron: hier naast">hiernaast</span>— — —hield plotseling op— — —ja juist— — —dat heb ik dan toch wel goed gehoord— — -—ik meende al— — —ik verbeeldde het mij toch zoo duidelijk— — —neen, neen— — —ik heb -mij niet vergist— — —zeg eens, mijnheer de commissaris— — —hebt gij dat ook niet gehoord?— -— —dat was toch heel duidelijk waarneembaar— — —niet waar, graaf?” -</p> -<p>„Ja,— — —maar— — —eh— — —eh— — —heel duidelijk— — —inderdaad heel duidelijk— — —dat -had die politieman toch moeten hooren— — —eh— — —eh— — —ja, waarom heeft die politieman -dat niet gehoord— — —dat komt niet te pas— — —eh— — —eh— — —neen, dat komt niet te -pas— — —als men toch commissaris van de politie is— — —van de recherche— — —dat is -ongehoord— — —dat komt volstrekt <i>niet</i> te pas— — —eh— — —eh!” -</p> -<p>Razend, als een getergd dier, trapte de commissaris net zoo lang tegen de gesloten -deur, totdat deze open sprong. -</p> -<p>Toen vloog hij de trap af—maar de automobiel was verdwenen. -</p> -<p>Dat lord Brigham alias John Raffles in dit <span class="corr" id="xd31e1192" title="Bron: vaartuig">voertuig</span>, dat puffend had staan wachten, de wijde wereld <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>was ingetrokken om daar vrijheid te zoeken en te vinden, begreep Peter Böcher al spoedig -even duidelijk als de beide millionairs het deden, die nu ook naar beneden waren gekomen. -</p> -<p>Men deed later, ook van den kant der Millionairsclub, alle mogelijke moeite om den -handigen avonturier, die allen véél te slim was afgeweest, op te sporen. -</p> -<p>Maar dit gelukte zelfs den onvermoeiden Henry Stern niet, die niets ongedaan liet. -</p> -<p>Eerst veel, heel veel later zouden hij en de gezochte elkaar weer ontmoeten in het -Indische sprookjesland, waar de natuur zóóvele wonderen heeft geschapen, dat zelfs -de dolste avonturier er aan zijn ongebreidelde fantazie kan toegeven. -</p> -<p class="trailer xd31e1200">EINDE.</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first">In de volgende aflevering, nummer 6, getiteld: -</p> -<p class="xd31e1205">„DE DUBBELGANGER VAN DEN BANKDIRECTEUR”, -</p> -<p>wordt verteld hoe <span class="ex">John C. Raffles</span> een ongelukkige vrouw beschermt tegen het willekeurig optreden van haar onwaardigen -echtgenoot. Hoe hij de bloedverwanten dier vrouw, die tot wanhoop zijn gebracht, bevrijdt -uit de klauwen van den bloedzuiger en een kostbaar kleinood, versierd met paarlen -en juweelen uit de handen van den schurk weet te halen. Zooals steeds, straft ook -in dit verhaal de meesterdief een booswicht, die tot nog toe ongestraft zijn schurkenstreken -heeft ten uitvoer kunnen brengen, daarin door geen wet tegengehouden. -</p> -</div> -</div> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first underline xd31e1213">Belooning: 1000 pond sterling. -</p> -<div class="table"> -<table class="tbl.wanted.header"> -<tr> -<td class="xd31e1216 cellLeft cellTop xd31e1220">Wie kent hem? -</td> -<td rowspan="2" class="rowspan xd31e1217 cellTop cellBottom"> -<div class="figure lordlisterwidth"><img src="images/lordlister.png" alt="Portret van Lord Lister." width="307" height="404"></div> -</td> -<td class="xd31e1216 cellRight cellTop xd31e1220">Wie heeft hem gezien? -</td> -</tr> -<tr> -<td class="xd31e1216 cellLeft cellBottom">Dat vraagt men in Scotland Yard! -</td> -<td class="xd31e1216 cellRight cellBottom">Dat vraagt heel Londen!</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<p class="xd31e1235">Lord Lister <span class="underline xd31e1237">genaamd</span> John C. Raffles, <span class="xd31e1240">de geniaalste aller dieven</span> -</p> -<p class="xd31e1243">brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters; -ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt -en behoeftigen ondersteunt. -</p> -<p class="xd31e1245">Man van eer in alle opzichten -</p> -<p class="xd31e1243">spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing -op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat: -</p> -<p class="xd31e1249">Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren. -</p> -<p class="xd31e1243">Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, <b>Lord Lister</b>, genaamd <b>John C. Raffles</b>, den geniaalsten aller dieven, te vatten! -</p> -<div lang="en" class="div2 section warrant.en"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p class="first">WARRANT OF ARREST. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first"><span class="underline">Vertaling</span>:<br> -Bevel tot aanhouding. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p>Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension -of the man described as under: -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt: -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p>DESCRIPTION: -</p> -<div class="table"> -<table> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"><span class="ex">Name</span>: </td> -<td class="cellRight cellTop">Lord Edward Lister, alias John C. <span class="corr" id="xd31e1274" title="Bron: Sinclair">Raffles</span>. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Age</span>: </td> -<td class="cellRight">32 to 35 years. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Height</span>: </td> -<td class="cellRight">5 feet nine inches. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Weight</span>: </td> -<td class="cellRight">176 pounds. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Figure</span>: </td> -<td class="cellRight">Tall. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Complexion</span>: </td> -<td class="cellRight">Dark. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Hair</span>: </td> -<td class="cellRight">Black. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Beard</span>: </td> -<td class="cellRight">A slight moustache. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Eyes</span>: </td> -<td class="cellRight">Black. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"><span class="ex">Language</span>: </td> -<td class="cellRight cellBottom">English, French, German, Russian, etc.</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>Beschrijving: -</p> -<div class="table"> -<table> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"><span class="ex">Naam</span>: </td> -<td class="cellRight cellTop">Lord Edward Lister, genaamd John C<span class="corr" id="xd31e1386" title="Niet in bron">.</span> Raffles. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Leeftijd</span>: </td> -<td class="cellRight">32–35 jaar. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Lengte</span>: </td> -<td class="cellRight">ongeveer 1,76 meter. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Gewicht</span>: </td> -<td class="cellRight">80 kilo. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Gestalte</span>: </td> -<td class="cellRight">slank. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Gelaatskleur</span>: </td> -<td class="cellRight">donker. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Haar</span>: </td> -<td class="cellRight">zwart. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Baardgroei</span>: </td> -<td class="cellRight">kleine snor. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Oogen</span>: </td> -<td class="cellRight">zwart. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"><span class="ex">Spreekt</span> </td> -<td class="cellRight cellBottom">Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p><span class="ex">Special notes</span>: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other -day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p><span class="ex">Bijzondere kenteekenen</span>: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een -ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam -onbekend. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p>Charged with robbery. -</p> -<p>A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000 -pond sterling. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p>Headquarters—Scotland Yard. -</p> -<p class="dateline"><span class="ex">London</span>, 1<sup>st</sup> October 1908. -</p> -<p class="signed"><b>Police Inspector</b>,<br> -<span class="ex">Horny.</span> -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p><b><i>Het Hoofdbureau van Politie Scotland-Yard.</i></b> -</p> -<p class="dateline"><span class="ex">Londen</span>, 1. Oktober 1908. -</p> -<p class="signed"><b><span class="corr" id="xd31e1468" title="Bron: Inspekteur">Inspecteur</span> van Politie</b><br> -(get.) <span class="ex">Horny</span>. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -</div> -<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first xd31e1477">Roman-Boekhandel <span class="xd31e1479">voorheen</span> A. Eichler -</p> -<p class="xd31e101">Singel 236—Amsterdam. -</p> -</div> -</div> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table summary="Inhoudsopgave"> -<tr id="ch1.toc"> -<td class="tocDivNum">I. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch1">DE VERDWENEN JUWEELEN.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> -</tr> -<tr id="ch2.toc"> -<td class="tocDivNum">II. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch2">DE RAADSELACHTIGE GAST.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">5</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.toc"> -<td class="tocDivNum">III. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch3">IN DE SLAAPKAMER DER BARONES.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">9</a></td> -</tr> -<tr id="ch4.toc"> -<td class="tocDivNum">IV. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch4">DE ZWARTE BRIEF.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">11</a></td> -</tr> -<tr id="ch5.toc"> -<td class="tocDivNum">V. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch5">EEN HARTSGEHEIM.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">13</a></td> -</tr> -<tr id="ch6.toc"> -<td class="tocDivNum">VI. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch6">IN HET DANSHUIS.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">14</a></td> -</tr> -<tr id="ch7.toc"> -<td class="tocDivNum">VII. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch7">DE CLUB DER MILLIONAIRS.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">19</a></td> -</tr> -<tr id="ch8.toc"> -<td class="tocDivNum">VIII. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch8">DE OVERVAL.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">21</a></td> -</tr> -<tr id="ch9.toc"> -<td class="tocDivNum">IX. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch9">DE MACHT DER LIEFDE.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch9">25</a></td> -</tr> -<tr id="ch10.toc"> -<td class="tocDivNum">X. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch10">DE LORD GAAT HEEN.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch10">27</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcriberNote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen -van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden -van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e41" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. -</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e41" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. -</p> -<p>De titel van deze aflevering is <i>De zwarte man in het slaapvertrek</i> op het omslag, terwijl die in de kop van de tekst <i>De gemaskerde in het boudoir</i> is. Deze aflevering is later opnieuw uitgegeven met de titel <i>Ongewenst bezoek in een slaapvertrek</i> (Lord Lister No. 518). -</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata" summary="Metadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/8133268/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Kurt Matull (1872–1930?)</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/56770919/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td> -<td>[1910]</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Trefwoorden:</b></td> -<td>Detective and mystery stories -- Periodicals</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b></b></td> -<td>Dime novels -- Periodicals</td> -<td></td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het -einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel -zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van -dit boek.</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2021-10-23 Begonnen. -</li> -</ul> -<h3 class="main">Externe Referenties</h3> -<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links -voor u niet werken.</p> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e141">2</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom"> op</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e153">2</a></td> -<td class="width40 bottom">vrolijkheid</td> -<td class="width40 bottom">vroolijkheid</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e157">2</a>, <a class="pageref" href="#xd31e168">3</a>, <a class="pageref" href="#xd31e171">3</a>, <a class="pageref" href="#xd31e226">4</a>, <a class="pageref" href="#xd31e249">4</a>, <a class="pageref" href="#xd31e497">11</a>, <a class="pageref" href="#xd31e507">11</a>, <a class="pageref" href="#xd31e512">12</a>, <a class="pageref" href="#xd31e515">12</a>, <a class="pageref" href="#xd31e526">12</a>, <a class="pageref" href="#xd31e529">12</a>, <a class="pageref" href="#xd31e623">15</a>, <a class="pageref" href="#xd31e791">20</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1008">27</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">„</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e175">3</a></td> -<td class="width40 bottom">teruggeleide</td> -<td class="width40 bottom">teruggeleidde</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e198">3</a></td> -<td class="width40 bottom">hijzelf</td> -<td class="width40 bottom">hij zelf</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e230">4</a></td> -<td class="width40 bottom">toestemd</td> -<td class="width40 bottom">toestemmend</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e238">4</a>, <a class="pageref" href="#xd31e367">7</a>, <a class="pageref" href="#xd31e856">22</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e268">5</a></td> -<td class="width40 bottom">echtgenoot</td> -<td class="width40 bottom">echtgenoote</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e274">5</a></td> -<td class="width40 bottom">babelend</td> -<td class="width40 bottom">babbelend</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e281">5</a></td> -<td class="width40 bottom">geintroduceerd</td> -<td class="width40 bottom">geïntroduceerd</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e357">7</a></td> -<td class="width40 bottom">volwasen</td> -<td class="width40 bottom">volwassen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e411">9</a></td> -<td class="width40 bottom">goepende</td> -<td class="width40 bottom">geopende</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e470">11</a></td> -<td class="width40 bottom">bevatten</td> -<td class="width40 bottom">bevatte</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e479">11</a></td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Verwijderd</i>] -</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e493">11</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">:</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e618">15</a>, <a class="pageref" href="#xd31e631">15</a></td> -<td class="width40 bottom">Muller</td> -<td class="width40 bottom">Müller</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e675">16</a></td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Verwijderd</i>] -</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e679">16</a>, <a class="pageref" href="#xd31e786">20</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e729">19</a></td> -<td class="width40 bottom">fijna</td> -<td class="width40 bottom">fijne</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e808">21</a></td> -<td class="width40 bottom">verdiend</td> -<td class="width40 bottom">verdient</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e853">22</a></td> -<td class="width40 bottom">ovegebracht</td> -<td class="width40 bottom">overgebracht</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e886">23</a></td> -<td class="width40 bottom">zagen</td> -<td class="width40 bottom">zag</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e911">23</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1386">32</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e923">24</a></td> -<td class="width40 bottom">Milionairs</td> -<td class="width40 bottom">Millionairs</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e958">25</a></td> -<td class="width40 bottom">colier</td> -<td class="width40 bottom">collier</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1004">27</a></td> -<td class="width40 bottom">nemen</td> -<td class="width40 bottom">noemen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1016">27</a></td> -<td class="width40 bottom">energische</td> -<td class="width40 bottom">energieke</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1038">28</a></td> -<td class="width40 bottom">der</td> -<td class="width40 bottom">den</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1069">28</a></td> -<td class="width40 bottom">personnages</td> -<td class="width40 bottom">personages</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1092">29</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">te </td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1180">31</a></td> -<td class="width40 bottom">hier naast</td> -<td class="width40 bottom">hiernaast</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1192">31</a></td> -<td class="width40 bottom">vaartuig</td> -<td class="width40 bottom">voertuig</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1274">32</a></td> -<td class="width40 bottom">Sinclair</td> -<td class="width40 bottom">Raffles</td> -<td class="bottom">7</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1468">32</a></td> -<td class="width40 bottom">Inspekteur</td> -<td class="width40 bottom">Inspecteur</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN IN HET SLAAPVERTREK ***</div> -<div style='text-align:left'> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Updated editions will replace the previous one—the old editions will -be renamed. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™ -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. -</div> - -<div style='margin:0.83em 0; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE<br> -<span style='font-size:smaller'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE<br> -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</span> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase “Project -Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg™ License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™ -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person -or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™ -electronic works. See paragraph 1.E below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the -Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™ -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg™ License when -you share it without charge with others. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work -on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the -phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: -</div> - -<blockquote> - <div style='display:block; margin:1em 0'> - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most - other parts of the world at no cost and with almost no restrictions - whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms - of the Project Gutenberg License included with this eBook or online - at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you - are not located in the United States, you will have to check the laws - of the country where you are located before using this eBook. - </div> -</blockquote> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase “Project -Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™ -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™ -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg™. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg™ License. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format -other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg™ website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain -Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works -provided that: -</div> - -<div style='margin-left:0.7em;'> - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation.” - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™ - works. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg™ works. - </div> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™ -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right -of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg™ -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any -Defect you cause. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™ -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s -goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg™ and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state’s laws. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation’s website -and official page at www.gutenberg.org/contact -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread -public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state -visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of -volunteer support. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Most people start at our website which has the main PG search -facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This website includes information about Project Gutenberg™, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. -</div> - -</div> - -</body> -</html> diff --git a/old/66611-h/images/lordlister.png b/old/66611-h/images/lordlister.png Binary files differdeleted file mode 100644 index e9e45f1..0000000 --- a/old/66611-h/images/lordlister.png +++ /dev/null diff --git a/old/66611-h/images/lordlister0005-front.jpg b/old/66611-h/images/lordlister0005-front.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index bee55c7..0000000 --- a/old/66611-h/images/lordlister0005-front.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/66611-h/images/p0005-01.png b/old/66611-h/images/p0005-01.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 0ca5dd5..0000000 --- a/old/66611-h/images/p0005-01.png +++ /dev/null |
