summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/66611-0.txt3044
-rw-r--r--old/66611-0.zipbin46716 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/66611-h.zipbin223549 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/66611-h/66611-h.htm4329
-rw-r--r--old/66611-h/images/lordlister.pngbin36856 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/66611-h/images/lordlister0005-front.jpgbin114884 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/66611-h/images/p0005-01.pngbin13565 -> 0 bytes
10 files changed, 17 insertions, 7373 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..2387005
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #66611 (https://www.gutenberg.org/ebooks/66611)
diff --git a/old/66611-0.txt b/old/66611-0.txt
deleted file mode 100644
index 829feaa..0000000
--- a/old/66611-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3044 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 5: De zwarte man in het
-slaapvertrek, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek
-
-Author: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: October 25, 2021 [eBook #66611]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN
-IN HET SLAAPVERTREK ***
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 5 DE ZWARTE MAN IN HET SLAAPVERTREK.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE GEMASKERDE IN HET BOUDOIR.
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-DE VERDWENEN JUWEELEN.
-
-
-In de stille, donkere Diergaardestraat wierp het licht, dat uit de
-villa van den bankier Von Hartstein straalde, zijn helder schijnsel.
-
-Het eene rijtuig na het andere reed voor, bedienden in livrei snelden
-aan, openden het portier en geleidden de in lichte avondmantels gehulde
-dames en de heeren in rok of uniform, naar binnen.
-
-Alles, wat in de hoofd- en residentiestad zich schoon en elegant mocht
-noemen, zoomede al wie beroemd en bekend was, kwam samen in het huis
-van dezen man, den fameus rijken directeur en eigenaar van de
-voornaamste effectenbank.
-
-In de overdadig met bloemen en palmen versierde zaal ruischte de
-verleidelijke dansmuziek. Verborgen achter de prachtigste tropische
-planten, speelde een beroemde Zigeunerkapel, die men met groote
-onkosten uit Weenen had laten overkomen.
-
-De zoete melodieën weerklonken ook in de aangrenzende vertrekken, die
-de verrukkelijkste plekjes aanboden om gezellig te fluisteren of te
-flirten na de vermoeienissen van den dans.
-
-De balletmeester, die in de groote zaal onder de reusachtige, met
-guirlandes van rozen versierde kristallen gaskroon stond, had juist het
-teeken tot den aanvang eener quadrille gegeven en men zag de slanke,
-elegante vrouwen en meisjes zich bewegen tusschen de zwarte rokken en
-schitterende uniformen der heeren.
-
-Men hoorde het vroolijke lachen en de schertswoorden af en toe boven de
-tonen der muziek uit, toen plotseling, ongeveer in het midden der zaal,
-op opvallende wijze verwarring onder de dansers ontstond.
-
-De heer, die zich bij deze vier paren onderscheidde door zijn bijzonder
-schoone, mannelijke gestalte, gaf den balletmeester een teeken, waarop
-deze door een beweging zijner hand het orkest het zwijgen oplegde.
-
-Algemeene nieuwsgierigheid ontstond, om de oorzaak van deze stoornis
-uit te vorschen, maar reeds na eenige seconden speelde de muziek weer,
-de dans werd voortgezet en slechts enkele personen kwamen te weten, dat
-de jonge en bekoorlijke gastvrouw, Adelheid von Hartstein, haar collier
-had verloren, dat was samengesteld uit de kostbaarste diamanten en
-robijnen en een fabelachtige waarde vertegenwoordigde.
-
-Zoodra de quadrille was geëindigd, verscheen een groot aantal bedienden
-in hun grijze, met zilver afgezette livrei. Met scherpe blikken
-doorzochten zij eenige malen de geheele zaal, zonder echter op den
-gladden parketvloer eenig spoor van het verloren collier te vinden.
-
-Adelheid von Hartstein was, met haar slanke en toch goed gevulde
-gestalte, haar diepblauwe kinderoogen en het zachte, door krullend
-blond haar omlijste gezichtje, een prachtige vrouw en het moest ieder
-opvallen, hoe goed, juist door de groote tegenstelling, de heer bij
-haar paste, aan wiens arm zij zich op dit oogenblik voortbewoog om in
-een der zijvertrekken te komen, waar haar man, de bankier, zich met het
-spel vermaakte.
-
-Lord Brigham had niet het gewone uiterlijk van den Engelschman.
-
-Zijn golvend haar was gitzwart en boven den typischen neus schitterden
-een paar zwarte oogen.
-
-De fijnbesneden lippen waren zichtbaar onder de kleine, kortgeknipte
-snor.
-
-Maar de kin teekende wilskracht en het lenige gespierde lichaam duidde
-op buitengewone kracht en behendigheid.
-
-Lord Brigham sproot voort uit een der oudste adellijke families van
-Engeland en had dus relaties in de beste kringen.
-
-Heden was hij echter voor den eersten keer de gast van den bankier Von
-Hartstein.
-
-„Ik hoop, dat dit voorval u niet heeft ontstemd, mevrouw,” sprak hij
-met zijn welluidende stem, „het is veilig aan te nemen, dat het collier
-teruggevonden zal worden.”
-
-De jonge vrouw scheen deze meening niet volkomen te deelen.
-
-Terwijl zij haar cavalier, die een hoofd grooter was dan zijzelf, met
-haar wonderlijke blauwe oogen aankeek, antwoordde zij:
-
-„Ik weet niet, Mylord, ik heb een onbestemd gevoel, alsof er iets....
-ja, ik weet niet, hoe ik mij zal uitdrukken...”
-
-„Gij gelooft toch niet, mevrouw de barones, dat.... nu ja, dat het
-collier in minder gewenschte handen is gekomen?!”
-
-Zij haalde de schouders op, zonder haar cavalier aan te zien en terwijl
-haar stem schuchter, bijna kinderlijk bedeesd klonk, sprak zij op
-zachten toon:
-
-„Wij zijn hier immers te midden van vrienden.... Ik bedoel, onder onze
-gasten. Het zou dus slecht van mij zijn, als ik ook slechts in de
-verste verte iemand durfde verdenken.”
-
-Zij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen:
-
-„Het is zoo merkwaardig! Ik had nog in hetzelfde oogenblik het gevoel,
-het collier om mijn hals te voelen. Men went daar zoo aan en als men
-die kostbaarheden den geheelen avond draagt, dan mist men iets, als ze
-opeens verdwenen zijn. En zoo bemerkte ik, dat het opeens zoo licht om
-mijn hals werd....”
-
-Zij keek naar haar laag uitgesneden zalmkleurige zijden japon en de
-bewonderende blikken van den heer volgden de hare in de kanten
-garneering, die den schoonsten boezem en den bekoorlijksten vrouwenhals
-omgaf.
-
-Bankier Von Hartstein moest reeds op de hoogte van het voorgevallene
-zijn, want hij kwam zijn vrouw reeds tegemoet en geleidde haar en Lord
-Brigham in een verder gelegen, tot dusverre niet verlicht kabinet, waar
-hij het electrische licht opdraaide.
-
-Hij liet zich nauwkeurig vertellen wat er gebeurd was en was, evenals
-zijn vrouw, ongerust over het feit, dat het diamanten halssieraad, dat
-toch midden in de zaal verloren was geraakt, niet teruggevonden was.
-
-Maar toch troostte hij zijn echtgenoote en wees erop, hoe gemakkelijk
-een der dames met haar sleep het kostbare kleinood weggeschoven kon
-hebben.
-
-„Ik verzoek u, Mylord,” sprak hij op dringenden toon tot den
-Engelschman, „laat uw vroolijkheid niet verstoren door dit voorval en
-spreek er, als gij mij een genoegen wilt doen, tegen niemand over. Ik
-zou niet willen, dat het pijnlijke geval aanleiding zou geven tot
-verkeerde gevolgtrekkingen.
-
-„Verdwijnen kan er niets in mijn huis. Daarvoor staan mijn beproefde
-bedienden en de vriendschap mijner gasten mij borg.”
-
-Lord Brigham boog.
-
-Een kleine pauze ontstond tusschen deze drie personen, die zich ieder
-met hun eigen gedachten bezig hielden, maar daarop sprak de blonde
-vrouw:
-
-„Het is toch merkwaardig, Maximiliaan, en je weet, dat wij in den
-laatsten tijd dikwijls van personeel hebben moeten verwisselen.”
-
-De bankier schudde het hoofd.
-
-„Neem mij niet kwalijk, lieve kind, maar dat zie je niet goed in. Een
-burgerman zou niets kunnen beginnen met een voorwerp van zóó groote
-waarde. Niemand koopt die steenen van hem en daarenboven, doe mij het
-genoegen, de geheele zaak voorloopig te vergeten.
-
-„Geloof mij, ik heb al moeilijker vraagstukken opgelost. En als het
-collier werkelijk verloren mocht zijn”, sprak hij glimlachend, „dan
-zullen wij ook daar overheen komen.
-
-„En nu wil ik je niet langer in het onderhoud met je cavalier storen,
-die je zeer zeker wel weer in een goede luim zal weten te brengen.”
-
-Bij die woorden wendde de bankier, in wiens gelaat achter schitterende
-brilleglazen een paar doordringende oogen fonkelden, zich met een
-beleefd lachje tot den Engelschman, welke mevrouw Von Hartstein zijn
-arm bood en haar weer in de danszaal teruggeleidde.
-
-De bankier, wiens kruin reeds bijna geheel kaal was, wachtte een
-oogenblik, daarop volgde hij het paar, schoof zijn breedgeschouderd,
-kort lichaam tusschen de heeren door, die voor den ingang van de
-balzaal stonden en verdween achter een zijdeur.
-
-Eenige minuten later bevond hij zich in zijn particulier kantoor aan de
-telefoon.
-
-Nadat men hem met het gewenschte nummer had verbonden, sprak de
-bankdirecteur:
-
-„Spreek ik met het detectivebureau Rasmussen?”
-
-„Ja, hier Rasmussen, wie daar?”
-
-„Von Hartstein. Zijt gij daar zelf, mijnheer Rasmussen?”
-
-„Toevallig wel!” klonk het. „Ik verwacht een telegram, dat ik zelf in
-ontvangst moet nemen, dus....”
-
-„Dat treft uitstekend. Ik heb een van uw lieden noodig, een vertrouwd
-persoon. Een voorval, dat ik niet per telefoon wensch mee te deelen, en
-dat juist in mijn villa tijdens een bal heeft plaats gevonden, dwingt
-mij, uwe hulp in te roepen, mijnheer Rasmussen!”
-
-„Ja, wien zal ik u zenden....? Mijn luitjes zijn om dezen tijd moeilijk
-en eerst over eenige uren te krijgen. Maar ik kan u toch onmiddellijk
-iemand zenden.”
-
-„Een ervaren detective?” vroeg de bankier.
-
-„Hij is nog zeer jong,” klonk het van de andere zijde, „maar ik geloof,
-dat de jonge man een groote toekomst voor zich heeft. Zooveel
-tegenwoordigheid van geest, zooveel combinatievermogen en persoonlijken
-moed heb ik nog nooit leeren kennen bij iemand die pas in het vak is.”
-
-„Goed, zend hem mij. Wanneer kan hij hier zijn?”
-
-„Onze auto’s staan gereed. In zes minuten kan Henry Stern bij u zijn.”
-
-„Mooi. Ik verwacht hem in mijn particulier kantoor. Ik zal order geven,
-hem dadelijk toe te laten.”
-
-Nadat de bankier den portier per huistelefoon zijn bevelen had gegeven,
-liep hij met op den rug gevouwen handen zijn kantoor op en neer.
-
-Achter het massieve voorhoofd werkten de gedachten van dezen
-beurskoning om een oplossing van het geheimzinnige verdwijnen van zulk
-een kostbaar voorwerp te vinden.
-
-Aan de mogelijkheid, die hij tegenover zijn vrouw had geuit, dat het
-kleinood aan den sleep van een der dames was blijven hangen, geloofde
-hij zelf niet.
-
-Deze lange ketting, wiens zeldzaam schoone diamanten in het licht der
-balzaal als electrische vonken schitterden,—dit stuk van zoo enorme
-waarde, moest iedereen dadelijk opvallen.
-
-De bankier kende de menschen. Hij wist, dat zelfs de rijke in
-verzoeking zou kunnen komen waar het een dergelijk voorwerp betrof en
-dat vooral de dames, verblind door de pracht van de diamanten en
-robijnen, tot een daad zouden kunnen komen, die haar reeds in het
-volgende oogenblik het grootste leed kon verschaffen. Hij was er van
-overtuigd, dat het collier van den mooien hals zijner vrouw was
-gegleden, eerst in de plooien eener japon en daarop in den zak van een
-der schoonen, die nog op het bal aanwezig was.
-
-Hij hoopte met behulp van den detective een middel te vinden om weer in
-het bezit van de kostbaarheid te komen, welke hij, ondanks zijn grooten
-rijkdom, ongaarne zou missen.
-
-De bankier keek op de klok: 5 minuten waren voorbij, maar de zesde was
-nog niet geheel verstreken, toen er zacht op zijn deur werd geklopt en
-een slank gebouwde, jonge man binnentrad in onberispelijk
-gezelschapscostuum, een monocle in het linkeroog en den cylinder met
-een beleefde buiging afnemend.
-
-Glimlachend sprak de bezoeker:
-
-„Mijn naam is Stern, heer directeur, Henry Stern.”
-
-„Gij zijt....?”
-
-„De afgevaardigde van het detectivebureau Rasmussen,” voltooide de
-jonge man den zin.
-
-Verbaasd vroeg de bankier:
-
-„Is dit uw gewone toilet of hoe hebt gij u anders zoo snel kunnen
-verkleeden?”
-
-De detective antwoordde:
-
-„Een detective moet alles kunnen, mijnheer Von Hartstein; mijn chef zei
-mij, dat ik in zes minuten bij u moest zijn en daar de auto in 3½
-minuut uw woning kon bereiken, bleef mij, als ik 1½ minuten rekende
-voor de trappen, enz., nog 1 minuut om mij te verkleeden.”
-
-De bankier sprak met een zeker dosis eerbied voor zooveel nauwgezetheid
-tot den nog zoo jongen man:
-
-„Ik zal u nu vertellen, waarvoor ik uwe hulp noodig heb.”
-
-De detective maakte een buiging.
-
-„Er is een voorwerp van groote waarde in uw huis zoek geraakt, niet
-waar?”
-
-Verrast opziend, vroeg de bankier:
-
-„Heeft uw chef u dat verteld?”
-
-De jonge, elegante man schudde het hoofd.
-
-„Dat zou den heer Rasmussen onmogelijk zijn geweest, omdat hij zelf
-niet wist, waarom gij mij hadt ontboden. Maar het was niet moeilijk,
-dit te raden.
-
-„De wantrouwende blikken uwer bedienden onderling toonden mij
-duidelijk, dat er hier sprake was van een diefstal, in elk geval, dat
-er een voorwerp van waarde vermist moest zijn. Van waarde, omdat gij
-zeker de hulp van ons bureau anders niet in den nacht ingeroepen zoudt
-hebben, heer directeur.”
-
-De bankier knikte toestemmend.
-
-„Gij hebt volkomen gelijk,” sprak hij, „er is hier sprake van een
-collier van diamanten en robijnen, dat mijn echtgenoote verloren heeft.
-Ik vermoed tenminste, dat zij het verloren heeft en dat de vinder of
-vindster tot dusverre nog geen reden meent te hebben gevonden om het
-terug te geven.”
-
-Met een knikje sprak de detective:
-
-„En nu moet ik ervoor zorgen dat die persoon zich zijn plicht herinnert
-en het collier terug geeft?”
-
-„Hij kan het ook weer verliezen,” meende de bankier, „en dan zou u de
-eerlijke vinder zijn.”
-
-De detective knikte ernstig.
-
-Daarop sprak hij:
-
-„Ik kan voorloopig nog niet gelooven in den moed van een der dames uit
-het gezelschap, om zich zulk een kostbaar voorwerp wederrechtelijk te
-durven toe eigenen.... Zijt gij volkomen zeker van al uw gasten?”
-
-„Voor zoover dat mogelijk is, zeer zeker,” antwoordde de bankier.
-
-„Gij weet wel, mijnheer Stern, dat men zelfs voor zijn naaste
-bloedverwanten niet kan instaan, laat staan, waar er sprake is van een
-groot aantal voor het meerendeel oppervlakkige kennissen. De lieden,
-die in mijn huis verkeeren, behooren doorgaans tot de bekende, beroemde
-familiën der residentie. Daarom treft mij dit voorval des te meer....
-Overigens,”—de stem van den bankier klonk nu veel koeler, „mag ik u nu
-naar het gezelschap brengen?”
-
-De detective schudde het hoofd.
-
-„Het zou mij aangenaam zijn, als gij, heer directeur, het eerste wildet
-gaan en als ge u niet mee om mij wildet bekommeren.
-
-„Eerst later, als ik mij weer tot u wend, verzoek ik u, mij aan dezen
-en genen voor te stellen.”
-
-De bankier knikte.
-
-„Zooals gij wenscht! Tot weerziens dus!”
-
-„Een oogenblik nog, als ’t u belieft,” verzocht de detective. „Het zou
-mij aangenaam zijn, als gij mij een visitekaartje van uzelf wildet
-geven, waarop gij mij volmacht verstrekt opdat uwe ondergeschikten zich
-richten naar mijn bevelen.”
-
-„Is dat absoluut noodig?”
-
-„Zeker. In zulk een moeilijk geval kan ik niet weten, tot welke
-maatregelen ik zal moeten overgaan. Voor alles zal ik waarschijnlijk
-een livrei, zooals uw bedienden die dragen, noodig hebben.”
-
-De bankier had een van zijn groote visitekaarten uit de portefeuille
-genomen, schreef hierop het noodige met een gouden vulpen en sprak,
-terwijl hij den detective het kaartje ter hand stelde:
-
-„Wat dat laatste betreft, hebt gij u slechts te wenden tot mijn
-hofmeester Martin, hij zal u in elk opzicht van dienst zijn.”
-
-De detective boog en de bankier ging heen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-DE RAADSELACHTIGE GAST.
-
-
-Nadat de heer Von Hartstein zich bij zijn speelpartners had
-verontschuldigd over zijn plotseling vertrek, begaf hij zich naar de
-feestzaal, waar hij na eenig zoeken zijn echtgenoote trof.
-
-Mevrouw Adelheid had reeds naar haar man uitgezien om hem deelgenoot te
-maken van een opmerking welke zij gemaakt had.
-
-Schijnbaar vroolijk babbelend liep zij aan zijn zijde, toen zij, naar
-een nis aan haar rechterzijde kijkend, sprak:
-
-„Zie je dien heer daar, Maximiliaan? Hij is mij onbekend.”
-
-De bankier keek onopgemerkt in de aangeduide richting en beweerde ook,
-dien heer niet te kennen.
-
-„Het is mogelijk,” fluisterde hij, „dat een van onze gasten hem heeft
-geïntroduceerd. Dat zou niet volgens de gewoonte zijn, maar als er
-sprake is van een bal...”
-
-Mevrouw Adelheid schudde het hoofd.
-
-„Misschien ben ik op ’t oogenblik een beetje wantrouwend,” sprak zij,
-„maar je moest toch eens informeeren, Maximiliaan.”
-
-„Dat zal ik doen,” antwoordde haar echtgenoot. „Laat ik je intusschen
-naar mevrouw Von Blendheim geleiden, die je zooeven wenkte. Daarna deel
-ik je mede, wat ik te weten kom.”
-
-Een oogenblik later zat de jonge vrouw van den bankier naast haar oude
-vriendin, die zij fluisterend deelgenoote maakte van het gebeurde,
-terwijl mijnheer Von Hartstein tusschen de rijen der gasten doorliep en
-scherp uitkeek naar den detective.
-
-Een der bedienden naderde hem met een zilveren blad vol gevulde glazen
-en sprak, den bankier aankijkend:
-
-„Een glas Champagne, mijnheer?”
-
-De bankier keek op.
-
-Een glimlach vloog over zijn gelaat en terwijl hij een glas van het
-blad nam, fluisterde hij den bediende toe:
-
-„Dat is snel gegaan, mijnheer Stern, ik zoek u juist.”
-
-De detective, die zijn gezelschapstoilet had verwisseld met de grijze
-livrei, antwoordde, alsof het een bevel van zijn meester gold:
-
-„Gij wilt mij opmerkzaam maken op den heer ginds in die nis, nietwaar
-mijnheer? Ik zag u zooeven met uwe vrouw daarlangs gaan.”
-
-De bankier antwoordde niet, maar het viel hem moeilijk, zijn
-verwondering te verbergen over de bijna pijnlijke oplettendheid, die
-Henry Stern aan den dag legde, waar het de gewichtige zaak gold.
-
-„Ik wilde nu gaarne mijn gang gaan,” vervolgde de detective, „ik
-vermoed namelijk, dat die heer, die ook mij reeds is opgevallen, hier
-niet lang meer zal blijven.”
-
-„Verdenkt gij hem?” vroeg de bankdirecteur.
-
-De detective, die nog steeds in dezelfde onderdanige houding het
-zilveren blad met de champagneglazen vasthield, sprak, terwijl hij zijn
-lippen nauwelijks bewoog:
-
-„Dat zou te veel gezegd zijn, maar in elk geval past die man niet
-tusschen uw andere gasten, heer directeur.”
-
-Intusschen ging de detective zijn champagne aan de andere gasten
-aanbieden en de gastheer zag, dat hij op deze wijze snel de deur
-naderde.
-
-Nieuwsgierig of de geheimzinnige vreemdeling nog tegen de marmeren zuil
-in de nis geleund stond, richtte de bankier zijn schreden nogmaals
-daarheen, maar hij vond de plaats leeg. Dadelijk daarna kwamen een paar
-van zijn beste vrienden hem in een beursgesprek wikkelen, zoodat hij
-voorloopig niet meer aan het gestolen kleinood dacht.
-
-Toen hij zich weer naar de speelzaal begaf om zijn hombre-partijtje
-voort te zetten, ontmoette hij nogmaals zijn echtgenoote aan den arm
-van den schoonen, trotschen Engelschman, dien zij voor den geheelen
-avond tot haar cavalier scheen te hebben gekozen.
-
-Een diepe blos kleurde haar wangen, toen zij haar echtgenoot zag. Deze
-echter knikte haar en haar cavalier met een goedigen glimlach toe.
-
-De Lord beantwoordde dezen groet met een buiging van het hoofd en
-sprak:
-
-„Uw man houdt blijkbaar heel veel van u, mevrouw de barones; zelfs het
-groote verlies, dat gij hem, zij het dan ook onwillens, hebt berokkend,
-bederft zijn goed humeur niet.”
-
-„Ja, mijn man is heel goed,” antwoordde zij, „ik herinner mij niet, hem
-ook slechts een enkelen keer ontstemd te hebben gezien.”
-
-„Gij geeft er hem zeker ook geen aanleiding toe.”
-
-Een onderzoekende blik uit de donkere oogen van den man vloog langs de
-bloeiende vrouwengestalte....
-
-Adelheid von Hartstein was ten prooi aan de meest uiteenloopende
-gewaarwordingen, toen zij nu, zonder te weten, waarheen haar geleider
-haar bracht, bijna willoos aan zijn arm voortschreed.
-
-Een jaar geleden, nauwelijks 18 jaar oud, was zij haar driemaal zoo
-ouden echtgenoot naar het altaar gevolgd.
-
-Ook zij was van een oud-adellijk, maar verarmd geslacht en had daarom
-in haar eigen onderhoud moeten voorzien. Reeds maandenlang werkte zij
-op een der groote kantoren van den heer Von Hartstein, toen op een
-goeden dag de bankier zijn oog op haar liet vallen.
-
-Hij scheen informaties omtrent haar te hebben ingewonnen, want na
-eenigen tijd liet hij haar bij zich roepen en sprak met een stem, die
-alle vastheid verloren had:
-
-„Ik heb u iets te zeggen, juffrouw Von Sebald.”
-
-Hij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen:
-
-„Het hangt van u zelf af, of ge mijn verzoek wilt inwilligen.”
-
-Het jonge meisje had, ondanks zichzelf, gebloosd, had, nadat zij haar
-chef even had aangezien, haar mooie oogen neergeslagen en met een
-zekeren angst op zijn verdere woorden gewacht.
-
-„Dat, wat ik u zou willen vragen, betreft alleen mijzelf,” had de
-bankier gezegd.
-
-Daarop had hij weer gezwegen.
-
-Adelheid von Sebald had diep blozend haar hoofdje nog meer gebogen,
-totdat plotseling haar chef zich tot haar neerboog, haar hoofd in zijn
-groote handen nam en sprak:
-
-„Ik bemin u, Adelheid, en ik wilde graag, dat ge mijn vrouw werd.”
-
-Zes weken later waren zij met elkaar getrouwd.
-
-Alles was als in een droom gegaan. Het jonge meisje, dat nooit iemand
-had ontmoet, die diepen indruk op haar hart kon maken, was er zich
-nauwelijks van bewust, hoe groot het verschil in jaren en
-levensopvattingen was tusschen haar en haar man.
-
-Toen zij eenmaal getrouwd was, werd haar dit wel duidelijk, maar de
-eindelooze goedheid van haar echtgenoot ruimde alles uit den weg wat
-anders misschien een onoverkomelijke hinderpaal ware geworden.
-
-Nimmer was tot dusverre bij het zien van andere mannen de gedachte bij
-haar opgekomen, dat een ander misschien beter bij haar gepast zou
-hebben dan haar echtgenoot.
-
-Nu echter was Adelheid von Hartstein onrustig geworden. Een
-gewaarwording, die haar verwarde en verrukte tegelijkertijd, maakte
-zich van haar meester, als zij in de zwarte oogen van den Engelschman
-keek, welke haar meer nog dan zijn woorden, zeiden, hoe ’n diepen
-indruk ook zij op hem had gemaakt.
-
-Om zichzelf af te leiden, bracht zij, terwijl zij in een der kleinere
-zalen op een rustbank hadden plaats genomen, het gesprek weer op het
-verloren collier.
-
-„Mijn echtgenoot heeft reeds werk gemaakt van het geval”, sprak zij,
-„en ik zelf meen ook iets te hebben opgemerkt, wat betrekking heeft op
-het geval.”
-
-Zij gaf haar cavalier nu een beschrijving van den vreemdeling die haar
-was opgevallen en die nu verdwenen scheen te zijn.
-
-„Maar hoe zou die man in uw nabijheid zijn gekomen,” sprak Lord
-Brigham, over wiens aristocratisch gelaat een glimlach gleed.
-
-„Dat begrijp ik ook niet,” antwoordde Adelheid, nadenkend voor zich
-kijkend, „maar ik heb een zeker voorgevoel, dat van dien man een nadere
-verklaring te verkrijgen zou zijn.”
-
-„Het zal moeilijk vast te stellen zijn, of die man werkelijk iets met
-den diefstal te maken heeft.”
-
-„Ik geloof, dat mijn man de noodige stappen reeds heeft gedaan. Hij
-staat reeds jarenlang met het detective-bureau in verbinding en dat
-zijn kranige, handige lieden.”
-
-De Engelschman knikte.
-
-„Dat is ook de eenige manier, ten minste als men een goed bureau aan de
-hand heeft.”
-
-„O,” sprak de jonge vrouw, „het detectivebureau Rasmussen heeft den
-naam, het beste en meest betrouwbare van geheel Berlijn te zijn.”
-
-Weer gleed een lachje langs de trekken van den Lord, die nu het gesprek
-op andere onderwerpen bracht.
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Intusschen was Henry Stern den man, die zulk een opvallende
-verschijning in de oogen van mevrouw Adelheid was geweest, gevolgd. De
-vreemdeling had het gastvrije huis van den bankier reeds verlaten.
-
-De raadselachtige man liep tamelijk snel de straten door, totdat hij
-een huurauto tegenkwam, waarin hij plaats nam.
-
-Henry Stern bevond zich nog aan de andere zijde der straat, maar de
-auto zette zich nauwelijks in beweging of de detective zat er reeds
-achter op om op deze wijze den rit mee te maken.
-
-Het was goed, dat zich slechts weinig menschen meer op straat bevonden,
-want het was een niet alledaagsch gezicht, een volwassen man als een
-echte straatjongen aan een auto te zien hangen.
-
-In de buurt van het station Gesundbrunnen vertraagde het rijtuig zijn
-vaart en dadelijk sprong Henry Stern van den wagen af om terwijl hij in
-de schaduw der huizenrij voortliep het voertuig in het oog te houden.
-
-Voor een der huizen hield de auto stil, de detective zag, dat de
-vreemdeling uitstapte, den koetsier betaalde, de huisdeur opensloot en
-naar binnen ging.
-
-Zonder zich een oogenblik te bedenken, onderzocht Stern nu de
-zij-ingangen der huizen en reeds in het tweede vond hij een open
-huisdeur.
-
-Hij snelde de gang door naar een binnenplaats, waar hij als een kat
-over de houten schutting klom, en toen hij 200 schreden verder was,
-herhaalde hij ditzelfde nogmaals.
-
-Hij bevond zich nu in het huis, dat hem interesseerde, maar hij had
-geen flauw vermoeden waar de vreemdeling zich nu zou bevinden.
-
-Plotseling viel zijn blik op een vrij hoog gelegen raam, dat nu
-verlicht was. Hier wilde hij even naar binnen kijken!
-
-Snel besloten, zooals dat zijn gewoonte was, wist hij zich met behulp
-van een tapijtklopper, dien hij op de binnenplaats vond, omhoog te
-werken totdat hij de vensterbank van het verlichte raam kon
-vastgrijpen.
-
-Als een eekhorentje was hij naar boven geklauterd en nu keek hij in de
-kamer, waarin zich een man bevond, die een blouse droeg en die er
-uitzag als een werkman. Hij was in gezelschap van twee jonge meisjes,
-blijkbaar behoorend tot de armzalige Berlijnsche nachtvlinders. De
-vierde persoon in de kamer was de vreemdeling, dien hij achtervolgde.
-
-Zij stonden samen bij een tafel en bekeken blijkbaar iets, dat de
-vreemdeling hun liet zien. Daar zij echter, zooals zij daar naast
-elkaar stonden, den detective hun ruggen toewendden, was deze niet in
-staat, te onderscheiden, wat zoo de algemeene oplettendheid trok.
-
-In zijn pogingen om beter naar binnen te kunnen kijken, deed de
-detective een misstap, waardoor hij bijna naar beneden was gerold. Hij
-wist echter zijn evenwicht te bewaren, maar moest snel zijn hoofd en
-bovenlijf terugtrekken om niet gezien te worden.
-
-Daarbinnen had men het geluid gehoord, allen hadden zich omgedraaid en
-keken naar het venster.
-
-Het kwam den detective nu veiliger voor om zijn observatiepost te
-verlaten. Hij liet zich weer naar beneden glijden en had juist de
-houten schutting, waarover hij zooeven was geklommen, bereikt, toen de
-deur, die van het huis naar de binnenplaats leidde, geopend werd.
-
-De detective zag, dat de vier personen, die hij in de kamer had gezien,
-hem vervolgden. Hij hoorde een stem, die een hond aanzette en:
-
-„Tyras, pak hem!” riep.
-
-In hetzelfde oogenblik vloog een groote hond als een razende over de
-plaats en pakte Henry Stern, die juist over de schutting wilde klimmen,
-bij zijn jas.
-
-De jonge detective had zijn langen gummiknuppel te voorschijn gehaald
-en gaf den hond daarmede een flinken slag op zijn snuit, zoodat het
-dier luid jankte.
-
-Nu snelden ook de beide mannen toe en met een geweldigen sprong zwaaide
-Stern zich over de schutting terwijl een flink stuk van zijn jas in den
-bek van den hond achterbleef.
-
-De beide kerels waagden het blijkbaar niet, ook de schutting over te
-klimmen. Zij riepen hem echter na:
-
-„Je zult ons toch niet ontsnappen, vervloekte speurhond!”
-
-Het was reeds bijna 5 uur in den morgen, Henry Stern wachtte nog eenige
-minuten, maar toen alles rustig bleef, begaf hij zich naar buiten in de
-pikdonkere straat. Nadat hij het huisnummer en den straatnaam had
-genoteerd, snelde hij terug, totdat hij in een meer beschaafde wijk een
-huurrijtuig vond, waarmede hij zich, zeer tevreden over zijn werk, naar
-zijn bureau liet brengen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-IN DE SLAAPKAMER DER BARONES.
-
-
-„Ik voel geen lust, om de politie in mijn zaken te mengen,” sprak de
-bankier den volgenden morgen aan het ontbijt tot zijn echtgenoote, toen
-er natuurlijk weer druk gesproken werd over het verdwijnen van het
-collier.
-
-„Waartoe zou het ook dienen! Diefstallen, die op zulk een geslepen
-manier gepleegd worden, ontdekt de politie bijna nooit. Ik twijfel
-volstrekt niet aan den ijver en het doorzicht van onze beambten, maar
-ik vrees, dat zij in dezen weinig zullen presteeren. Daarom heb ik mij
-dadelijk tot Rasmussen gewend.”
-
-De jonge vrouw hoorde dat, wat haar man vertelde, als in een droom. Een
-zeker iets, waarvan zij zichzelf geen rekenschap kon geven, omsluierde
-al haar gewaarwordingen en gedachten. Het leven scheen haar dubbel
-aangenaam!
-
-Zij betrapte er zich op, dat haar gedachten elders waren, in de
-nabijheid van een rijzigen, slanken man met zwart krullend haar en
-donkere, schitterende oogen, die weer, evenals gisteren in de
-oranjerie, diep en smachtend in de hare keken.
-
-Hoeveel moeite zij zich ook gaf, om deze gedachten te verbannen, om
-zich weer vol aandacht aan haar man te wijden, het hielp haar niet.
-
-Er was iets nieuws in haar leven gekomen en hoewel zij het zichzelf
-niet wilde bekennen, zij smachtte naar het oogenblik, waarop zij hem
-weer zou zien en spreken.
-
-Later op den dag, toen haar man naar de beurs was gegaan, zat zij
-langen tijd in haar kostbaar ingericht boudoir. Zij vroeg zichzelf
-herhaaldelijk af, of hij, met wien haar gedachten zich onophoudelijk
-bezighielden, ook haar nog niet vergeten zou hebben.
-
-Wanneer zij dan weer aan haar echtgenoot dacht, gevoelde zij iets, wat
-op wroeging geleek.
-
-Toen de heer Von Hartstein des avonds weer uitging om tegenwoordig te
-zijn op een belangrijke vergadering, deelde hij haar vóór zijn vertrek
-mede, dat het waarschijnlijk laat zou worden, eer hij terug kon zijn.
-
-Adelheid begaf zich tijdig ter ruste, maar het duurde een geruimen
-tijd, voordat zij den slaap kon vatten.
-
-Eindelijk echter sliep zij in terwijl een zalig lachje om haar rooden
-mond speelde....
-
-Zij droomde.
-
-Het was haar, alsof een kamerdeur werd geopend en zachte, behoedzame
-schreden haar weelderig bed naderden.
-
-Daar stond hij in het zachte, getemperde licht der gaskroon, hij, aan
-wien zij den geheelen dag had moeten denken.... of was hij het
-niet?.... En nu sprak hij zelfs tot haar.... Zij verstond hem niet....
-nu noemde hij haar naam, dien hij telkens met zachte, welluidende stem
-herhaalde.... en nu knielde hij naast haar bed neer, strekte zijn
-handen naar haar uit en....
-
-Met een kreet van angst richtte Adelheid von Hartstein zich op en met
-wijd geopende oogen staarde zij naar het donkere gelaat van den man,
-die aan het voeteneind van haar bed neerknielde.
-
-Met bevende stem vroeg zij:
-
-„Wat wilt gij?... Wie zijt gij? ...Ik roep om hulp!”
-
-(Zie het titelblad.)
-
-De nachtelijke bezoeker hief zijn hoofd op, dat bedekt was door een
-zwart fluweelen masker, waardoor alleen de oogen zichtbaar waren en met
-een stem, die de jonge vrouw meende te kennen, maar die haar
-tegelijkertijd vreemd in de ooren klonk, sprak hij:
-
-„Wees niet bang! Ik zal u geen kwaad doen. Ik ben hier gekomen, omdat
-ik u moet zien.... Bij dag, als iedereen u kan zien, is het mij
-onmogelijk om u te zeggen, wat mij op het hart ligt...”
-
-Met smeekend opgeheven handen vroeg zij weer, bijna fluisterend:
-
-„Ik weet niet, wie gij zijt, wat wilt gij van mij en waarom verbergt
-gij uw gelaat? Zijt gij...”
-
-Maar zij durfde niet vragen of hij het was, die op het bal haar hart
-stormenderhand had veroverd.
-
-Een zacht, welluidend lachje klonk van zijn lippen.
-
-„Of ik het ben, naar wien uw hart verlangt, dat weet ik niet. Maar
-ik—ik kon geen weerstand bieden aan de onzichtbare macht, die mij tot u
-voerde in dit stille uur.... Maar ik kom nog voor iets anders: Gij hebt
-op het feest uw collier verloren, zoudt gij het graag terug willen
-hebben?”
-
-Verrast en sprakeloos staarde de jonge vrouw naar den nachtelijken
-bezoeker; zij schudde haar hoofd met het krullende goudblonde haar en
-met doodsbleek gelaat hijgde zij:
-
-„Maar wie zijt gij toch? en wat weet gij van mijn collier? Zijt gij
-misschien de man, die in de nis tegen de marmeren zuil leunde?”
-
-Hij schudde het hoofd.
-
-„Vraag mij niet wie ik ben, want ik moet u het antwoord eeuwig schuldig
-blijven. Beschouw mij als een ongelukkige die uw medelijden verdient!”
-
-Hij nam haar hand in de zijne, tilde het fluweelen masker op en drukte
-zijn lippen op haar gloeiende vingers.
-
-„Ik begrijp het niet,” sprak zij zacht, maar terwijl zij dit zeide, was
-het, alsof een inwendige stem haar toefluisterde:
-
-„Hij is het! Hij is het dien gij liefhebt, aan wien je hart en je
-zinnen toebehooren.”
-
-Maar—dan begon zij weer te twijfelen.
-
-Hoe zou de Engelsche aristocraat er een oogenblik aan kunnen denken om
-des nachts een vreemde woning binnen te dringen, in de slaapkamer te
-komen van de vrouw van een ander? En wat had Lord Brigham te maken met
-het gestolen halssieraad? Maar misschien gaf hij dit slechts op als
-voorwendsel voor zijn ongemotiveerde komst......?
-
-Zij voelde echter, dat zij in elk geval zich in schijn moest verzetten
-tegen dit bezoek en met kloppend hart sprak zij:
-
-„Wilt gij mij nu uw naam noemen? Ik moet om hulp roepen als gij nog
-langer hier blijft! Als man van eer moogt gij geen misbruik maken van
-de hulpeloosheid eener vrouw... En daar in die andere kamer slaapt mijn
-echtgenoot.”
-
-Zij wist niet, of de bankier reeds te huis was, maar hoe dan ook het
-zou haar onmogelijk geweest zijn, om hulp te roepen. Zij vreesde dezen
-man niet, die haar slaapkamer was binnengedrongen en als een smeekende
-knaap aan haar voeten lag.
-
-Aarzelend vroeg zij:
-
-„Ken ik u?”
-
-Hij antwoordde niets, maar het was haar als hoorde zij een zacht lachen
-van zijn lippen.
-
-Hierdoor moediger geworden, vroeg zij weer:
-
-„Kent gij mijn echtgenoot?” Hij lachte weer en fluisterde:
-
-„Ik ken u beiden en ik weet, waarom gij deze vraag tot mij richt.”
-
-Daarop vervolgde hij na een kleine pauze:
-
-„Misschien ook ken ik hem, aan wien gij denkt!”
-
-„Maar zijt gij het niet zelf?” vroeg zij in ademlooze spanning.
-
-Zonder hierop te antwoorden, sprak hij nogmaals.
-
-„Doet het u veel leed, dat gij uw collier hebt verloren?”
-
-Maar Adelheid, vervuld van geheel andere gevoelens, sprak
-hoofdschuddend:
-
-„Mijn man is immers zoo rijk...... Men verliest zooiets natuurlijk niet
-graag.... Vooral hij, mijn echtgenoot.... Mij kan het niet veel
-schelen.... Hebt gij het misschien gevonden?”
-
-Hij antwoordde ook hierop niets, maar kuste nogmaals haar handen, die
-zij hem beide gaf en stond toen langzaam op.
-
-„Het wordt tijd, dat ik heenga, maar gij hebt mij niet voor de laatste
-maal gezien.”
-
-En zonder Adelheid tijd te gunnen om nog iets te zeggen, was de
-nachtelijke bezoeker verdwenen.
-
-Zij gevoelde zich als verdoofd en als ware er niets bijzonders
-voorgevallen, sluimerde zij rustig weer voort.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-DE ZWARTE BRIEF.
-
-
-Bankier Von Hartstein schuimbekte van woede.
-
-Hij had des morgens, toen hij zijn kantoor binnenkwam, op zijn
-schrijftafel een brief gevonden in een zwart couvert, dat aan de
-achterzijde een gouden monogram „J. R.” vertoonde.
-
-De brief was niet voorzien van een postzegel of stempel en blijkbaar
-door een bode daar neergelegd.
-
-Het couvert bevatte een met de schrijfmachine geschreven brief van den
-volgenden inhoud:
-
-
- Geachte heer!
-
- Doe geen moeite, uit te vorschen, waar het diamanten collier van uw
- echtgenoote zich bevindt. Het zou u niet helpen en u misschien in
- gevaar brengen. Ditzelfde geldt voor degenen, wien gij dit werk
- mocht opdragen. Het zal van omstandigheden, waarmede gij niets te
- maken hebt afhangen, of men het collier aan uw vrouw zal
- terugbezorgen. Het zal echter noch aan de politie noch aan de
- detectives gelukken, op het spoor te komen van uw dienstwilligen,
-
- JOHN C. RAFFLES.
-
-
-De heer Von Hartstein vertrouwde zijn oogen niet. Deze brutaliteit
-overtrof alles!
-
-Onmiddellijk werd de oude, vertrouwde dienaar Martin geroepen.
-
-De oude man, die reeds den vader van den bankier had gediend,
-verscheen, als altijd, onberispelijk in rok en met witte das, in het
-kantoor van zijn heer en meester.
-
-Maar het was, alsof de handen van den man beefden, toen hij op den
-drempel trad en zijn witte bakkebaarden door zijn vingers liet glijden.
-
-„Mijnheer beveelt?”
-
-„Mijn beste Martin,” sprak de bankier met gefronst voorhoofd, „ik moet
-je, bijna voor den eersten keer, een verwijt maken. Er schijnen
-verkeerde elementen onder de bedienden te zijn.... Hier, lees dezen
-brief.”
-
-Hij gaf hem het couvert en vervolgde:
-
-„Dit schrijven vond ik hedenochtend op mijn tafel liggen. Franz, de
-bediende, beweert geen flauw vermoeden te hebben, hoe het daar is
-gekomen. Mag zoo iets in een goed geordend huishouden plaats vinden?”
-
-De oude man luisterde met gebogen hoofd naar de woorden van zijn
-gebieder. Het was, alsof hij, schuldbewust, niet durfde antwoorden.
-
-De bankier vervolgde:
-
-„Je weet, beste Martin, welk verlies ik geleden heb op het bal. Een
-half millioen is ook voor mij geen kleinigheid.
-
-„Maar dat ik bovendien door dien schurk in mijn eigen huis gehoond
-word, dat is het schandelijkste van al! En, beste Martin, daarvoor stel
-ik jou verantwoordelijk!”
-
-De oude man haalde de schouders op en sprak:
-
-„Het spijt mij zeer, mijnheer Von Hartstein, maar ik zelf sta
-machteloos tegenover dit alles. Ik heb na den diefstal al onze
-bedienden een voor een onder handen genomen, maar ik ben ervan
-overtuigd, dat geen van hen tot een oneerlijke daad in staat is. Wat
-echter den brief betreft, hieromtrent kan ik u persoonlijk, zij het dan
-ook slechts gedeeltelijk, inlichten....”
-
-Verrast keek de bankier op.
-
-„Jij? Jij zelf, Martin? Ik ben zeer nieuwsgierig.”
-
-Met een droevig glimlachje sprak de oude man:
-
-„Ja, ik lijd, zooals mijnheer wel weet, aan slapeloosheid. Nu heb ik
-eenigen tijd geleden, om een onbeduidende reden, van slaapkamer geruild
-met de kamervrouw van mevrouw de barones.
-
-„Dezen nacht meende ik eenig geluid te hooren, ik draaide het
-electrische licht op en zag, dat het bijna half drie was. Ik ging mijn
-kamer uit en zag bij het zwakke licht van de ganglamp een zwarte
-gedaante langs sluipen.
-
-„Het eerste oogenblik was ik verlamd van schrik, zoodat ik verzuimde,
-hem na te snellen en daarna vond ik, ondanks alle moeite, zijn spoor
-niet terug.
-
-„Ik was echter niet gerust, en begon, ongeveer een half uur later, nog
-eens te zoeken. Terwijl ik langs de slaapkamer van mevrouw de barones
-kom, wordt de deur naar de gang toe geopend en een hooge, in het zwart
-gekleede gestalte komt onhoorbaar naar buiten......”
-
-De oude man zweeg en keek ontsteld in het doodsbleeke gelaat van zijn
-heer.
-
-Op verontwaardigden toon vroeg Von Hartstein:
-
-„Hebt gij het gelaat van den man gezien?”
-
-„Dat was mij onmogelijk. Hij droeg een masker, of liever een
-hoofdbedekking van zwart fluweel, waardoor alleen de oogen zichtbaar
-waren.”
-
-„En je hebt hem laten gaan?!” vroeg de bankier diep ademhalend.
-
-„Dat maakt mij juist zoo ongelukkig!” sprak de oude Martin
-handenwringend.
-
-„Ik was als verlamd van schrik door die spookachtige gedaante. Ik kon
-zelfs geen enkel geluid geven. De vreemde, bovenaardsche verschijning
-gleed onhoorbaar langs mij heen, zijn doordringende oogen onafgewend op
-mij gericht.
-
-„Toen ik van den schrik bekomen was, was de geheimzinnige man
-verdwenen.
-
-„Aan het kozijn van een der ramen dicht bij de trap, vond ik een zijden
-koord bevestigd, waarlangs de misdadiger zich waarschijnlijk naar
-beneden heeft laten glijden.”
-
-De bankier antwoordde niets.
-
-Hij had aan zijn schrijftafel plaats genomen en was in diep nadenken
-verzonken.
-
-Hij dacht niet meer aan den brutalen brief in het zwarte couvert, zelfs
-het verlies van het collier was hem in dit oogenblik
-onverschillig—slechts de gedachte aan zijn vrouw hield hem bezig.
-
-Tot dusverre was nog nimmer de gedachte bij hem opgekomen, dat de
-reine, blauwe oogen zijner vrouw verlangend naar andere mannen zouden
-kunnen kijken.
-
-Hoe kwam het, dat nu opeens een gevoel van twijfel zich meester maakte
-van het hart van den reeds bejaarden man?
-
-Was het niet zijner onwaardig, in de brutale handelwijze van een
-schurk, die misschien in de vertrekken zijner vrouw was geweest,
-terwijl deze sliep, trouweloosheid van het beminde wezen te willen
-zoeken?
-
-Maar—dit was het niet alleen!
-
-Adelheids houding was na den nacht van het bal zoo geheel anders
-geworden! Lief en vriendelijk als altijd, was zij toch in zichzelf
-gekeerd en stil geworden.
-
-Wat kon deze man in zijn brief bedoelen met de omstandigheden, waarmede
-hij zelf niets te maken had en waarvan het zou afhangen of men Adelheid
-het gestolen collier zou terugbezorgen......?
-
-Al deze vragen pijnigden den bankier ontzettend.
-
-Eindelijk hief hij het hoofd op en sprak, met een goedig glimlachje den
-ouden dienaar aanziende:
-
-„Ik dank je wel, beste Martin; wil je zoo goed zijn, door middel van de
-kamervrouw mijn echtgenoote te laten zeggen, dat ik haar over een
-kwartier wensch te spreken?”
-
-Martin verwijderde zich en kwam spoedig daarna terug met de
-mededeeling, dat mevrouw de barones juist was opgestaan en mijnheer den
-bankier over een kwartier verwachtte.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-EEN HARTSGEHEIM.
-
-
-Adelheid was eerst laat uit haar droomen ontwaakt.
-
-Toen echter haar kamermeisje de gordijnen opende en het volle, heldere
-daglicht in het meer dan weelderige slaapvertrek naar binnen viel,
-waren alle visioenen van den nacht verdwenen.
-
-Zij bevond zich weer als de echtgenoote van den beroemden beurskoning
-en millionair Von Hartstein in haar villa, zij was de rijke, voorname
-vrouw, die haar echtgenoot trouw had gezworen en die, nu het nuchtere
-verstand weer werkte, vast besloten was, alle andere gevoelens
-onherroepelijk uit haar hart te verbannen.
-
-Was het werkelijkheid, haar droom van dien nacht?
-
-Maar waarom had zij dan niet om hulp geroepen, toen de vreemdeling bij
-haar bed was neergeknield?
-
-Hoe had zij een oogenblik kunnen veronderstellen, dat de Engelsche
-aristocraat en de inbreker, dezelfde, die haar collier had gestolen,
-iets met elkaar te maken hadden?
-
-Zou Lord Brigham, een Peer van Engeland, in den nacht een vreemd huis
-binnendringen om op deze wijze een dame zijn hulde te bewijzen?
-
-Neen! Zij wenschte, dat zij voor haar echtgenoot kon verschijnen om hem
-te vertellen, wie den treurigen moed had gehad, in haar slaapvertrek te
-komen!
-
-Maar dat was onmogelijk!
-
-Zij kende zijn wantrouwen en jaloezie en wist, dat hij haar niet zou
-gelooven, als zij hem den loop van het nachtelijk avontuur zou
-vertellen.
-
-En omdat zij den moed niet had, hem alles te zeggen, besloot zij te
-zwijgen.
-
-In dit oogenblik kreeg zij de boodschap van haar man, dat hij haar
-wilde spreken.
-
-Zij begreep, dat dit vroege onderhoud in verband stond met het
-voorgevallene in den nacht en vol bange onzekerheid wachtte zij op de
-komst van haar echtgenoot.
-
-Toen hij binnentrad, zag zij aan zijn vastgesloten lippen, dat zijn
-humeur niet van de beste was, maar zij had tijd gehad om zich voor te
-bereiden en was dus uiterlijk kalm en rustig.
-
-Nadat de bankier haar den brief in het zwarte couvert had laten lezen,
-scheen zij hierover even verontwaardigd als hij zelf en antwoordde op
-zijn vraag, of zij niets van de aanwezigheid van den schurk had
-bemerkt:
-
-„Maar Max, je begrijpt toch, dat ik dan het geheele huis in opschudding
-zou hebben gebracht. Ik zou van angst gestorven zijn!”
-
-Deze woorden stelden hem volkomen gerust.
-
-De zekerheid, dat het hart van zijn vrouw even rein en onschuldig was
-als altijd, deed hem alle ongerustheid vergeten en Adelheid deed al
-haar best om hem te bewijzen, dat zij hem meer dan ooit liefhad en aan
-geen anderen man dacht.
-
-Met het blonde kopje aan zijn breede borst keek zij teeder naar hem op.
-Geduldig liet zij zich op mond en oogen kussen, totdat hij, op de klok
-kijkend, zag, dat het hoog tijd was om naar de beurs te gaan.
-
-De jonge vrouw begaf zich naar haar boudoir, waar zij zich weer aan
-haar gedachten overgaf.
-
-Zou zij haar man alles vertellen?
-
-Maar neen, hij zou haar niet begrijpen, hij zou het niet kunnen!
-
-Eén slechts was er in de geheele wereld, die haar zou kunnen helpen!
-Eén slechts, op wiens ridderlijkheid zij volkomen vertrouwde.
-
-Die eene was Lord Brigham!
-
-Als de vermetele onbekende het haar weer lastig zou maken, dan wilde
-zij tot hèm gaan, tot den Engelschen edelman, van wiens vriendschap zij
-redding verwachtte.
-
-Gesterkt door dit besluit, riep zij haar kamenier om zich voor een
-rijtoer te laten kleeden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-IN HET DANSHUIS.
-
-
-Henry Stern had juist de villa van den millionair verlaten, niet zeer
-opgewekt over dat, wat hij daar had moeten vernemen. De bankier had hem
-den zwarten brief getoond en erbij gezegd, dat, als hij niet binnen
-eenige dagen tenminste het begin van eenig resultaat zag, hij de zaak
-in handen zou geven van een ander detective-bureau.
-
-Dat was voor den jongen man als een slag in het gezicht. Hoewel hij pas
-23 jaar oud was, hield hij zichzelf, en misschien niet geheel ten
-onrechte, voor een genie in zijn beroep.
-
-De heer Von Hartstein verlangde, zoo dacht Stern, wel wat veel. Er
-waren niet meer dan vier dagen verloopen sinds het bal in de villa had
-plaats gehad en deze tijdsruimte was bijna te kort om een zoo geslepen
-misdadiger op het spoor te komen.
-
-Henry Stern had immers een spoor, wat hij den millionair dan ook had
-medegedeeld, maar het had tot dusverre tot niets geleid.
-
-Reeds in den voormiddag, volgende op den bewusten nacht, had hij het
-huis, waar de auto hem had gebracht, weer opgezocht.
-
-Hij vond de woning zonder eenige moeite. Er huisde een oude vrouw, een
-type, zooals men ze meer in de misdadigerswijken der groote steden
-vindt. Zij verhuurde haar kamers voor enkele dagen of nachten, al naar
-men het haar vroeg.
-
-Maar die oude beweerde niets van de zaak te weten. Den geheelen nacht,
-zoo zei ze, had er geen licht in haar woning gebrand en niemand was
-daar geweest, behalve zijzelf. De detective moest zich bepaald vergist
-hebben. Waarschijnlijk bedoelde hij een ander huis uit de straat.
-
-Stern mocht de hulp der politie niet inroepen, daar de heer Von
-Hartstein hem dit ten strengste verboden had.
-
-Aan dit verbod moest hij zich houden, hoewel juist in deze zaak de hulp
-der politie hem veel waard was geweest.
-
-Zuchtend en ontevreden over zichzelf was Henry Stern nu op weg naar den
-heer Rasmussen om, zooals zijn plicht was, dezen mede te deelen, wat
-hij dien morgen in de villa had vernomen, toen een heer met
-uitgestrekte handen naar hem toekwam.
-
-„Henry, oude jongen, hoe gaat het je?”
-
-De detective herkende onmiddellijk zijn vroegeren schoolkameraad Peter
-Böcher en spoedig waren zij in een levendig gesprek gewikkeld, dat zij
-op voorstel van den vriend, in een wijnrestaurant gingen voortzetten.
-
-Henry Stern vertelde, hoe hij eerst van plan was geweest om officier te
-worden, maar dat een zeer onaangename duelgeschiedenis, die hij niet
-had kunnen verhinderen, zijn carrière in het leger onmogelijk had
-gemaakt. Door een toeval was hij detective geworden, een vak, waarvoor
-hij werkelijk in de wieg scheen te zijn gelegd.
-
-„Dat is toevallig,” antwoordde de ander, „dan hebben wij ten slotte zoo
-ongeveer hetzelfde beroep gekregen. Ik heb in de rechten gestudeerd en
-ben geëindigd met commissaris van politie te worden.”
-
-„Hier in Berlijn?” vroeg Stern aangenaam verrast.
-
-De ander knikte toestemmend en vervolgde:
-
-„Ik weet, wat je zeggen wilt en ik zal je vraag dadelijk beantwoorden:
-Als het mij eenigszins mogelijk is, zonder mijn plicht te verzaken, wil
-ik je gaarne in ieder opzicht van dienst zijn.”
-
-Korten tijd daarna reden de beide vrienden in een huurrijtuig zamen
-naar het hoofdbureau van politie.
-
-En nadat de commissaris Böcher daar zijn vriend zeer formeel aan den
-chef van de recherche had voorgesteld, was deze zoo welwillend,
-toestemming te geven tot het doorbladeren van het misdadigersalbum.
-
-Henry Stern deelde dien heer in vertrouwen mede waarom het hem te doen
-was.
-
-Hierna bracht de commissaris den detective in een vertrek, dat het
-zoogenaamde „misdadigersalbum” bevatte. Het was een langwerpige kamer
-met tallooze vakken en planken aan de muren, waarin zich stapels
-photographieën bevonden. Al deze beelden waren keurig gerangschikt
-volgens leeftijd, kleur der haren, grootte en dergelijke kenteekenen
-der misdadigers.
-
-Het was Henry Stern er om te doen, het portret van den man te vinden,
-die op den balavond in de millionnairs-villa in de nis had gestaan,
-tegen de marmeren zuil leunend en dien hij later was gevolgd tot op de
-binnenplaats van het verdachte huis.
-
-Een geruimen tijd bleef zijn onderzoek vruchteloos.
-
-Eindelijk bracht de beambte een pakket pas aangekomen photo’s, welke
-personen voorstelden, die in Berlijn of daar buiten bij het verlaten
-van strafinrichtingen eerst kortelings waren gephotographeerd.
-
-Bij het bekijken van deze portretten greep Stern haastig naar een der
-photo’s, terwijl hij sprak:
-
-„Die! Maar hij heeft zijn baard laten wegnemen!”
-
-Terwijl hij de photographie omdraaide, las de commissaris voor:
-
-„Adolf Müller, uit Myslowitz, bijgenaamd „Silezische Adolf”, geboren
-den 23 Juli 1869. Herhaaldelijk gestraft wegens zwaren diefstal en
-roof.”
-
-„Dat is hij!” sprak Henry Stern......., „als ik maar kon verklaren, hoe
-de man in het bezit van het collier is gekomen. Want al heeft hij, hoe
-dan ook, toegang gekregen tot de villa, de barones zal met hem toch in
-geen geval gedanst hebben, want hij was niet eens aan haar
-voorgesteld......
-
-„En dat hij haar juist gepasseerd zou hebben in het oogenblik, waarop
-zij het collier verloren heeft—zij miste het na een quadrille—is ook
-niet aan te nemen!”
-
-De andere beambten haalden de schouders op en Peter Böcher sprak:
-
-„Ja, kerel, dat zijn de raadsels, die jij moet oplossen......”
-
-„In elk geval ben ik jou en de andere heeren heel dankbaar, dat ge mij
-inzage van deze dingen hebt gegeven,” sprak Stern, „want ik weet nu
-tenminste eenigszins met wien ik te doen heb.”
-
-„Ook wij zullen een oogje op den heer Adolf Müller houden,” verzekerde
-de commissaris.
-
-Henry Stern nam afscheid en volgde dadelijk den raad, welken een der
-heeren op het politiebureau hem had gegeven, door namelijk een bezoek
-te gaan brengen aan een klein restaurant in de Seydelstraat, het
-„Tipp-café”, zooals het door de bezoekers werd genoemd.
-
-De politie had dikwijls reden om dit restaurant in het oog te houden,
-omdat er herhaaldelijk misdadigers en landloopers bijeen kwamen en
-omdat er, hoewel de eigenaar dikwijls was gestraft, hoog gespeeld werd.
-
-In den namiddag van dienzelfden dag verscheen in het café Säusler,
-zooals het officieel heette, een heer met kleine Engelsche bakkebaarden
-en die ook volgens zijn kleeding en geheele optreden den burgerlijken
-Engelschman verried.
-
-Hij bestelde op langzamen toon, met echt Engelsch accent sprekend,
-eerst een glas bier en, omdat hij dit niet kon krijgen, een glas port.
-
-Met blijkbaar welbehagen dronk hij zijn glas leeg.
-
-Daarop nam hij een sportblad op en verdiepte zich in den inhoud
-daarvan, waarbij hij dikke rookwolken blies uit een korte tabakspijp.
-
-Zoo zat hij een uur lang en daarna nog een uur, zonder dat hij zijn
-jockeypet van het hoofd nam.
-
-Ook toen twee personen het overigens leege Tipp-café binnentraden, keek
-hij niet uit het blad op, dat hem blijkbaar zeer interesseerde.
-
-De beide zeer elegant gekleede heeren gingen het bij dag steeds vrij
-donkere café binnen en spraken bij het buffet een poosje met den daar
-vertoevenden kellner.
-
-Daarop wilden zij blijkbaar het lokaal weer verlaten, toen de kleinste
-der twee, iemand met een zwart snorretje en een bescheiden uiterlijk,
-sprak:
-
-„Zeg, we zouden wel eerst een glaasje pils kunnen drinken.”
-
-Zij namen plaats in de onmiddellijke nabijheid van den Engelschman en
-begonnen te spreken van een fuif, welke zij blijkbaar den vorigen avond
-hadden meegemaakt.
-
-De Engelschman wendde, zich achter zijn blad verborgen houdend, geen
-oog van hen af.
-
-Hij had dadelijk in den een den „Silezischen Adolf” herkend en was in
-hetzelfde oogenblik vast besloten, hem nu niet weer uit het oog te
-verliezen.
-
-Dit was nu, op klaarlichten dag, zoo gemakkelijk niet, maar Henry Stern
-gevoelde, dat zijn goede naam als detective op het spel stond!
-
-Hij betaalde nu en vroeg den kellner iets in gebroken, met Engelsch
-vermengd, Duitsch, wat deze niet verstond. Hij had de voldoening, dat
-de kleinste zijner twee buren zijn woorden vertaalde.
-
-Daardoor kwam hij met hen in gesprek en vertelde, dat hij in Berlijn
-vreemd was. Hij was voor de wedrennen overgekomen en omdat Berlijn hem
-zoo goed beviel, wilde hij nog een paar dagen blijven. Maar tot zijn
-spijt kende hij niemand die hem een beetje in de stad kon rondgeleiden,
-en er was zooveel bezienswaardigs!
-
-De detective verstond meesterlijk de kunst om zich oliedom voor te doen
-en dadelijk bemerkte hij, dat de beide heeren elkaar bij zijn verhaal
-veelbeteekenend aankeken.
-
-„Wij zijn een paar echte Berlijners”, sprak nu Silezische Adolf, „en
-het zou ons een genoegen zijn, u eens te laten zien, hoe het bij ons
-toegaat.”
-
-„Ja,” viel de ander in, „wij zijn al sinds gisteren aan den boemel en
-juist in de goede stemming. Als ge u bij ons wilt aansluiten, zult ge
-eens zien! Als iemand geld heeft in Berlijn, kan hij den duivel laten
-dansen!”
-
-„Wel”, sprak de Engelschman, „dat zal ik doen...! En ik dank ook
-ervoor, dat gij mij meeneemt!”
-
-„O, dat beteekent niets,” antwoordde de kleine, die zich als Fritz von
-Behr voorstelde, „dat is Christenplicht om een buitenlander een beetje
-den weg te wijzen...! Kom maar, wij nemen nu een rijtuig en gaan er op
-uit!”
-
-Al spoedig zat het drietal in een automobiel om de verschillende bars
-en café’s der Friedrichstrasse te bezoeken.
-
-Henry Stern merkte al spoedig dat het zijn kameraden er om te doen was,
-hem dronken te maken.
-
-Maar hij kon tamelijk veel verdragen en daarenboven nam hij slechts
-vrij onschuldige dingen.
-
-Silezische Adolf scheen hoe langer hoe meer schik te krijgen in de
-aanwezigheid van den nieuwen kennis.
-
-Het was intusschen avond geworden en Adolf stelde voor om iets zeer
-interessants, een stukje van het echte donkere Berlijn te gaan zien.
-
-„Ik weet een danshuis,” sprak hij, „zooiets hebt gij in uw heele leven
-nog niet gezien, Mr. Sylvers!”
-
-Onder dezen naam had de detective zich aan de beide booswichten
-voorgesteld.
-
-„Gij kunt daar de ergste misdadigers van Berlijn te zien krijgen,
-zooals je ze anders alleen in sensatieromans hebt. Iets interessanters
-bestaat er niet!”
-
-Henry Stern bedacht zich niet lang. Hij had een dolk en een met zeven
-patronen geladen pistool bij zich.
-
-Daarenboven was hij niet alleen sterk, maar ook buitengewoon behendig.
-
-En wat nog meer waard was, dat was de ongekende moed, dien hij in alle
-omstandigheden aan den dag legde.
-
-De auto passeerde nu ongeveer dezelfde buurten als die, waardoor Henry
-onlangs midden in den nacht op minder gemakkelijke wijze was gereden.
-Eindelijk bleef de wagen staan voor een gebouw, boven welks ingang een
-groote verlichte ballon prijkte, die den naam „Mooren-Paleis” leesbaar
-maakte.
-
-„Eigenlijk heet het hier „de Pan,”” merkte Adolf op. „En gij zult zoo
-meteen zien, wat in die pan gekookt wordt, mijnheer!”
-
-Door de deur kwam men eerst in een café van minder allooi, waar het
-benauwd en onfrisch was. Hier deden zich tal van verloopen sujetten met
-hun dames van twijfelachtig soort te goed aan groote glazen bier en
-sterken drank.
-
-Dan kwam men in een smalle gang, die naar een groote kelderruimte
-voerde.
-
-Dit vertrek, dat de drie mannen nu betraden, was laag van zoldering en
-iemand van normale lengte moest oppassen om zijn hoofd niet te stooten
-tegen de groote petroleumlampen die van het plafond afhingen.
-
-Deze danszaal was ongeveer tien meter lang en zes breed.
-
-Een lachende, schreeuwende menigte danste als dol in het rond bij de
-tonen der woeste muziek.
-
-Een walgelijke reuk van alcohol, rook en menschelijke uitwaseming vulde
-de ruimte, en het geheel maakte den indruk van een reusachtigen
-heksenketel, waarin de menschelijke hartstochten en ondeugden
-voortdurend koken.
-
-Hier beneden was het schuim van de bevolking der reuzenstad bijeen.
-
-De meisjes waren deels in lompen gehuld, deels opgesmukt als een pauw.
-De mannen droegen smerige kielen, waarin zij langen tijd gewerkt hadden
-of goede kleeren, die zeer zeker niet op rechtmatige wijze verkregen
-waren.
-
-Henry Stern had veel woeste tooneelen in zijn leven bijgewoond; zijn
-beroep bracht hem, al was het dan ook als toeschouwer, met dergelijke
-toestanden in aanraking, maar hier werd hij toch met walging vervuld.
-
-Zijn beide geleiders, die blijkbaar niet veel beter waren dan de
-danslustigen—dat bewezen de talrijke begroetingen en de knikjes van
-verstandhouding uit de verschillende rijen der meisjes en mannen—zij
-beiden hielden den detective in hun midden. En Henry Stern begreep, dat
-het bezoek aan de Pan van niet onschuldigen aard zou zijn.
-
-Hij greep in zijn zak naar zijn pistool.
-
-In dit oogenblik drong weer een nieuwe stroom bezoekers de zich achter
-hen bevindende deur binnen en Stern merkte op, dat Silezische Adolf
-zich naast hem omkeerde en iemand een teeken gaf.
-
-Bijna tegelijkertijd kreeg de detective een geweldigen duw in zijn rug,
-zoodat hij tegen de dansende paren werd geworpen.
-
-Hij werd teruggeslingerd en zonder dat het hem gelukte, weer op de been
-te komen, vloog hij heen en weer tusschen de vuisten der gasten...
-
-De vrouwen schreeuwden, eenige mannen brulden, anderen lachten, en
-gemeene scheldwoorden weerklonken.
-
-De detective begreep, dat dit een complot tegen hem was.
-
-En toen hij nu kreten vernam als: „Vervloekte spitsboef!” en
-„Politiespion!” twijfelde hij er niet meer aan of Silezische Adolf had
-hem herkend en aan zijn makkers verraden, ja, hem zelfs met opzet
-hierheen gelokt.
-
-Deze gemeene schurk was slim genoeg om zijn vijand niet zelf te
-lynchen, maar deze wraak over te laten aan het geheele gezelschap, dat
-in dezen danskelder zijn woest bachanaal vierde.
-
-Getrapt, geslagen en bijna krankzinnig van woede en pijn, gelukte het
-Henry Stern eindelijk om een der wanden te bereiken, waar hij een stoel
-greep en ieder dreigde neer te slaan, die hem zou durven naderen.
-
-Maar nu kwamen zijn belagers eerst in al hun ruwheid los. De messen
-werden te voorschijn gehaald en in een dichten drom naderden zij den
-jongen man, wien nu niets anders overbleef dan zijn revolver te
-voorschijn te halen en tegen de steeds nader dringende bende te
-schreeuwen:
-
-„Halt! Wie nog één stap waagt, is een kind des doods!”
-
-Een oogenblik week de troep achteruit, vreezende voor een doodelijk
-schot uit het wapen, maar dadelijk drongen de achtersten weer
-voorwaarts, het gebrul verdubbelde en toen het eerste schot, dat Henry
-Stern boven de hoofden zijner aanvallers richtte, afging, vlogen drie
-tegelijk op hem aan, sloegen hem het wapen uit de hand, dat weer
-afging, maar niemand trof, en sleurden hem op den grond.
-
-De detective dacht, dat dit zijn laatste oogenblik zou zijn. Slechts
-het feit, dat hij zooveel aanvallers had en de een den ander wegduwde,
-redde hem nog voor het oogenblik.
-
-Ondanks dit alles gaf hij den moed nog niet op.
-
-Hij had een der kerels bij de keel gegrepen en naar zich toe getrokken,
-om op die wijze voorloopig een schild te hebben. Maar hij voelde
-duidelijk, dat ook deze hulp slechts van korten duur zou zijn.
-
-Nu trok iemand met reuzenkracht zijn handen los, een geheele bende viel
-op hem aan......!
-
-In dit oogenblik van allerhoogsten nood weerklonk plotseling een schril
-gefluit door de onderaardsche zaal.
-
-De massa stoof uit elkaar, zij, die hem vasthielden, hem sloegen en
-trapten, wendden zich allen tegelijk van hem af.
-
-En toen het hem, eindelijk bevrijd, gelukte zich op zijn knieën op te
-richten, zag hij, dat van twee kanten tegelijk politieagenten het
-lokaal waren binnengedrongen en dat dus, als door een wonder, op het
-uiterste moment redding voor hem was opgedaagd.
-
-Hijgend en met groote moeite stond hij op en bereikte, zich aan den
-muur vasthoudend, een stoel, waarop hij vol builen en schrammen en met
-hevige pijn, neerviel.
-
-Een deel der schurken scheen ontkomen te zijn en meerdere
-politiedienaren waren bezig, eenige individuen, die men reeds lang
-zocht, gevangen te nemen.
-
-Tot zijn onuitsprekelijke vreugde bemerkte de detective, dat zich
-zoowel Silezische Adolf als diens kleine vriend daarbij bevonden.
-
-Nu naderde een groote, corpulente politie-beambte, en Henry herkende
-met het laatste restje bewustzijn, dat hem was gebleven, zijn ouden
-vriend, den commissaris Böcher, die dezen inval had bevolen, in de
-hoop, zijn vriend hier te zullen vinden en hem misschien te kunnen
-helpen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK.
-
-DE CLUB DER MILLIONAIRS.
-
-
-Het was in den namiddag toen in het rooksalon van de Millionairsclub de
-heeren in hun gemakkelijke fauteuils van hun mokka, likeur en fijne
-sigaren zaten te genieten.
-
-Een der heeren, die het uiterlijk had van een bon-vivant en speler, zat
-met iemand te praten, van een zeldzaam schoon, sympathiek uiterlijk.
-
-Hij streek met zijn slanke, witte vingers langs zijn zwarte snor en
-vertelde juist een anecdote, toen een bediende van de Club binnentrad
-en meldde, dat men Lord Brigham aan de telephoon te spreken vroeg.
-
-De ongeveer 30-jarige heer stond met een elastische beweging op en
-volgde den bediende naar het telefoontoestel.
-
-De Lord bracht de telephoon aan zijn oor en riep met zijn aangename,
-welluidende stem:
-
-„Hallo!... Wie daar?”
-
-Hij moest eenige oogenblikken wachten, daarop hoorde hij glimlachend,
-hoe een met opzet veranderde, vrouwelijke stem sprak:
-
-„Mag ik om het adres van Lord Brigham verzoeken?”
-
-„Ik ben zelf aan het toestel,” antwoordde deze, „en woon in de
-Victoriastraat 68, eerste etage.”
-
-„En wanneer is Mylord te spreken?”
-
-Als tegenvraag klonk het:
-
-„Met wien heb ik de eer?”
-
-„Men verzoekt u, hiernaar voorloopig niet te vragen... Uwe Lordschap
-kan een dame een grooten dienst bewijzen, als gij haar zoo spoedig
-mogelijk eenige minuten te woord wilt staan.”
-
-„Ik zal binnen tien minuten in mijn woning zijn.”
-
-„O, dank u!”
-
-De telephoonbel weerklonk en Lord Brigham ging naar de garderobe, waar
-de bediende hem met zijn overjas hielp en hem den cylinder en stok
-overhandigde.
-
-Hij besteeg zijn auto, die voor het gebouw op hem wachtte, en in minder
-tijd dan hij had opgegeven, stond de Lord in de op Indische wijze
-ingerichte kamer, die hem als ontvangsalon dienst deed.
-
-De vloer was hier met matten bedekt en de muren waren bekleed met het
-zeldzame borduurwerk, dat van Madras komt. De meubelen, die uit verguld
-bamboe waren vervaardigd, maakten alle den indruk van sierlijkheid en
-elegance. Voor de vensters hingen kostbare moesseline gordijnen met
-vreemde, gouden figuren bewerkt. Het geheele vertrek had hierdoor iets
-sprookjesachtigs, vooral ook door het zachte, getemperde licht.
-
-Er werd gebeld. De binnentredende, als Engelsche jockey gekleede
-bediende, diende een dame aan.
-
-„Ik verzoek, binnen te laten!” sprak de Lord.
-
-Dadelijk daarop trad mevrouw Adelheid von Hartstein den Indischen salon
-binnen, den dichten sluier terugslaand en haar van verlegenheid blozend
-gezichtje vertoonend.
-
-Lord Brigham ging haar met uitgestrekte handen tegemoet en sprak:
-
-„Mijn lieve Mevrouw! Wat verschaft mij de groote eer en het
-onuitsprekelijke genoegen, u bij mij te zien?”
-
-De tranen kwamen in haar mooie, blauwe oogen te voorschijn.
-
-„Ik bid u,” zei hij zacht; terwijl hij de jonge vrouw naar een divan
-geleidde, „blijf kalm, mevrouw. Om welke reden gij ook hier gekomen
-zijt; als het in mijn macht ligt, zal ik u gaarne helpen, dat verzeker
-ik u!”
-
-Zij knikte hem zacht weenend toe en sprak eindelijk met een diepen
-zucht:
-
-„Het is zeker dwaas, dat ik mij tot u wend. Ik weet niet, hoe het komt,
-dat ik zooveel vertrouwen in u stel......”
-
-Zij sloeg de oogen neer en een donkere blos bedekte haar gelaat en
-hals.
-
-Met een weemoedigen glimlach keek hij naar haar en moedigde haar daarop
-aan, hem haar zorgen mede te deelen, opdat hij die zoo mogelijk, zou
-kunnen verlichten.
-
-Nu begon zij te vertellen van dien nacht, toen zij half slapend een
-mannelijke gedaante voor haar bed had gezien; hoe zij eerst geen waarde
-aan die verschijning had gehecht en—zij fluisterde bijna onhoorbaar—aan
-iemand anders had gedacht.
-
-De blanke hand van den man tegenover haar streelde zacht haar gebogen
-hoofd en toen zij daarna haar diepblauwe oogen tot hem opsloeg, vroeg
-hij zacht en dringend:
-
-„Mag ik ook weten, wie het was, dien gij in dien nacht meendet voor u
-te zien?”
-
-Zij antwoordde niet.
-
-Maar haar bekoorlijke verlegenheid, haar zwijgen en de hartstochtelijk
-bevende lippen zeiden hem genoeg.
-
-Hij boog droevig het hoofd; een oogenblik was het, alsof hij haar in
-zijn armen wilde nemen en aan zijn borst drukken; daarop fluisterde hij
-met trillende lippen zacht en droef:
-
-„Mevrouw, gij zijt gehuwd en ik heb niet het recht, u los te rukken van
-den man, die u een zonnig leven verschaft. Ik kom en ga en mag het lot
-van een vrouw niet aan het mijne binden......”
-
-Met vochtige oogen keek zij naar hem op. Zij had er misschien niet over
-gedacht, van haar man heen te gaan, maar het klonk haar zoo
-merkwaardig.
-
-„Gij weet niet, wie ik ben!”
-
-Maar voordat zij hierover verder kon nadenken, verzocht hij haar hem te
-vertellen, wat haar zoo angstig maakte.
-
-O, dat was spoedig gezegd.
-
-De man, die op het bal in de nis had gestaan en die ongetwijfeld de
-dief van haar collier was, vervulde haar met zoo grooten angst. Hij was
-het zeker ook geweest, die des nachts in haar slaapkamer was gedrongen!
-Misschien omdat hij had gehoopt, nog meer te stelen.
-
-En hedenmorgen had haar echtgenoot haar meegedeeld, dat die man gepakt
-was, dat hij reeds voor het gerecht was geleid. Als hij nu eens
-vertelde, dat hij dien nacht in de slaapkamer van barones Von Hartstein
-was geweest, dat hij voor haar bed had geknield en haar handen
-gekust!...... Zij had dit niet aan haar echtgenoot durven vertellen!
-Haar eenige verontschuldiging was, dat zij in de gestalte van den
-inbreker het beeld van den man, dien zij liefhad, had meenen te zien,
-en dit had zij haar man niet durven bekennen!...
-
-Terwijl Adelheid dit vertelde, vloeiden steeds haar tranen.
-
-Daarop echter sprak hij met een heimelijke vreugde, die zij niet
-begreep:
-
-„Vrees niets! Al kan ik u ook niet alles verklaren, toch kunt gij mijn
-woorden gelooven: de man, dien gij destijds in uw balzaal hebt zien
-staan, is niet dezelfde geweest, die u in den nacht bezocht. Hij zal u
-geen onaangenaamheden bereiden, want hij kent u niet en vermoedt
-nauwelijks uw bestaan... Ik herhaal u nog eens, dat gij gerust en
-onbezorgd kunt gaan slapen, niemand behalve uw eigen mond kan u
-verraden!”
-
-Met verbaasde blikken keek zij hem aan.
-
-„Maar hoe...? Waarom...?”
-
-Met een zachten glimlach sprak hij:
-
-„Gij moogt mij niets vragen, al was het alleen, omdat het mij oneindig
-leed doet, u ieder antwoord schuldig te moeten blijven!
-
-„Vóór alles zou ik graag willen dat gij, als wij afscheid hebben
-genomen, in vriendschap aan mij bleeft denken!”
-
-„Gaat gij heen? Wanneer? Of mag ik ook dat niet weten?” vroeg zij
-angstig.
-
-„Ik weet het zelf op dit oogenblik nog niet. Ik ben als een vogel, die
-in de lucht opstijgt en aan de hand ontvlucht, die zich uitstrekt om
-hem vast te houden.”
-
-De schemering daalde neer op aarde en hulde het vertrek in
-sprookjesachtige schaduwen. Het was stil geworden in het Oostersche
-salon.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ACHTSTE HOOFDSTUK.
-
-DE OVERVAL.
-
-
-Ondervraagd door de politie, had Silezische Adolf elke verklaring
-geweigerd. Hij beweerde met onverstoorbare kalmte, dat hij zich van
-geen kwaad bewust was en niet begreep, wat de heeren van hem
-verlangden. Hij verzocht beleefd, weer in zijn cel teruggebracht te
-mogen worden, omdat hij moe was en slapen wilde.
-
-Eenigen tijd later werd hij opnieuw in verhoor genomen door commissaris
-Böcher. Maar ook nu zonder eenig resultaat. Men had hier blijkbaar met
-een zeer verstokten booswicht te doen, die niet gemakkelijk tot spreken
-was te dwingen.
-
-Henry Stern was bij dit verhoor tegenwoordig en liet glimlachend de
-woedende blikken van den misdadiger langs zich heen gaan...
-
-Op den dag na het voorgevallene in het danshuis was de bankier Von
-Hartstein persoonlijk bij den jongen detective in diens woning geweest,
-hij had hem zelfs zijn eigen dokter gezonden en hem een belangrijk
-bedrag ter hand gesteld als extra belooning.
-
-„Ik waardeer ten volle, wat gij voor mij hebt gedaan,” sprak hij tot
-den patiënt. „Als iemand zooals gij zijn leven op het spel zet in het
-belang van degenen, die hem betalen, dan is hij iemand van
-plichtsbetrachting, die alle achting verdient!”
-
-Henry Stern was zeer verheugd over deze woorden, ook het geld kon hij
-best gebruiken en met verdubbelden ijver vatte hij, nog nauwelijks
-hersteld en met verbonden hoofd, de zaak weer op.
-
-Toen men den misdadiger weer had weggebracht, sprak hij tot Peter
-Böcher:
-
-„Men zal den anderen kerel, die helaas ontsnapt is, ook nog moeten
-pakken en dan de beide vrouwen zien te vinden, die indertijd des nachts
-in hun gezelschap waren, toen ik ze bespiedde.”
-
-„Goed en wel,” meende de commissaris, „maar dat zal zoo gemakkelijk
-niet gaan.”
-
-In dit oogenblik hoorde men in de gang buiten een vervaarlijk
-geschreeuw. De commissaris ging naar buiten en sprak, toen hij
-terugkwam:
-
-„Het beteekent niets. De agenten hebben een kerel, die juist
-binnengebracht werd, een briefje afgenomen.”
-
-„Mag ik het zien?” vroeg Henry Stern vol belangstelling.
-
-De commissaris gaf hem het door middengescheurde stukje papier en de
-detective las:
-
-„Let op Hol! Nobele drietal uit de Sof!”
-
-Ook de andere beambten lazen het en lachten. Niemand begreep den
-inhoud.
-
-Eindelijk sprak Stern, die zich ook theoretisch op de hoogte had
-gesteld van zijn beroep:
-
-„Weet gij, wat dit beteekent, heeren?”
-
-„Neen,” sprak Peter Böcher, „weet jij het?”
-
-De detective knikte:
-
-„Zeker! Deze woorden beteekenen niets meer of minder dan dat iemand,
-die van hier naar de strafgevangenis overgebracht zal worden, op moet
-letten voor het „Hol”, dat beteekent Moabit, omdat daar „het nobele
-drietal”, dat zijn natuurlijk drie zijner kameraden, op hem wachten,
-die hem „uit de sof”, dat wil zeggen „uit de misère” zullen halen, dus
-vrij zullen maken... Het is jammer, dat wij niet weten aan wien deze
-brief is gericht!”
-
-„O!” meende Böcher, „dat zou wel uit te vorschen zijn. Wij zullen eens
-kijken, waar de brenger van het briefje zich nu bevindt”
-
-Reeds was hij naar buiten gegaan en na eenige minuten kwam hij terug
-met een lang opgeschoten, slungelachtigen jongen man, die ingepikt was
-wegens moedwillige beleediging en overlast.
-
-„Het heeft er veel van,” fluisterde de commissaris tot zijn vrienden,
-„alsof deze bengel, die er reeds een flinke boeventronie op nahoudt,
-zich alleen heeft laten oppakken om dit briefje te kunnen overbrengen.
-Ik geloof, dat het het beste is, dat wij ons houden alsof wij het
-briefje niet kunnen ontcijferen en van hem willen weten, wat de woorden
-beteekenen.”
-
-Hij wendde zich tot den jongen en deed een dusdanige vraag. Deze
-grijnsde en sprak:
-
-„O, dat is maar een gijntje! Dat heb ik maar es zoo opgeschreven, voor
-de mop!”
-
-De beambte antwoordde hierop niet, maar vroeg, plotseling een zeer
-beleefden toon aannemend:
-
-„Hebt gij al ontbeten?”
-
-De aangesprokene schrikte op. Deze woorden beteekenen in de conversatie
-der politiebeambten met de boeven, dat den onwilligen misdadiger een
-flink pak slaag zal worden toegediend door de stevige knuisten der
-politiemannen.
-
-„Ik laat me niet donderen!” riep de jongen op half huilenden toon. „Dat
-mag je niet doen!”
-
-De commissaris sprak lachend:
-
-„Wat wij mogen of niet, zullen wij zelf wel het beste weten!”
-
-„Dat zal wel!” antwoordde de jonge man, „je wil mij zeker laten
-smoezen?... Wat in dat briefje staat, vertel ik toch niet!”
-
-„Nu, denk er nog maar eens over na... In elk geval kun je je eerst
-versterken!”
-
-Een der politieagenten bracht op bevel van zijn chef een paar dikke
-boterhammen binnen, waarop de slungel aanviel als een hongerige wolf.
-
-Daarop bracht men hem met opzet in het vertrek der beklaagden, waar een
-groot aantal personen, die gevangen waren genomen en hun eerste verhoor
-moesten ondergaan, bijeen waren.
-
-Tien minuten later werd in deze groote, kale ruimte nog iemand
-binnengelaten, die naar zijn uiterlijk scheen te behooren tot de hier
-verzamelde elementen maar in werkelijkheid een beambte der politie was.
-
-Toen men dezen man een half uur later weer weghaalde, was hij volkomen
-op de hoogte. De jonge man had hem dadelijk om papier en potlood
-gevraagd en, toen hij in het bezit daarvan was, een nieuw briefje
-geschreven.
-
-Daarop had hij op sluwe, maar ondubbelzinnige wijze geïnformeerd naar
-Silezischen Adolf, die klaarblijkelijk het briefje moest ontvangen.
-
-Henry Stern en de commissaris overlegden samen, hoe zij dit zaakje
-verder zouden behandelen.
-
-Adolf zou nog dienzelfden middag naar Moabit overgebracht worden, „en,”
-sprak de commissaris, „ik vermoed absoluut niet, waar de kerels willen
-probeeren, hun makker te bevrijden.”
-
-„Zij rekenen er zeker op,” vervolgde Peter Böcher, „dat wij zware
-misdadigers liever niet in den gevangeniswagen, maar per rijtuig,
-vergezeld door een paar vertrouwde mannen, naar Moabit overbrengen. En
-van deze gewoonte zullen wij ook heden niet afwijken.”
-
-Een uur later werd dan ook werkelijk de gevangene Adolf Müller
-getransporteerd. Maar eerst vertrok een ander rijtuig, waarin zich
-Peter Böcher, de detective en bovendien nog twee reusachtig gebouwde
-agenten van politie bevonden.
-
-Toen het rijtuig, waarin Silezische Adolf, in de Lehrterstrasse voor
-den kleinen ingang van de Moabiter cellulaire gevangenis stilhield,
-kwam toevallig een troepje mannen in werkkielen, die van hun arbeid
-schenen te komen, den hoek om. Zij slenterden rookend en pratend naar
-het rijtuig toe, waaruit juist de eerste politieagent te voorschijn
-kwam.
-
-Een der arbeiders vroeg, stamelend, alsof hij dronken was:
-
-„Wien breng je daar, mannetje? O, wat een mooie jongen!”
-
-Intusschen klom de met een stalen ketting geboeide misdadiger uit het
-rijtuig. Hij keek bliksemsnel om zich heen en had onmiddellijk den
-toestand overzien.
-
-In dit oogenblik naderden twee meisjes met groote hoeden vol veeren, in
-zijden japonnen en met gepoederde gezichten.
-
-„Jullie zult toch zeker niet dulden, dat ze je vriend in de Bajes
-brengen? Slaat er op, dat hun helmen wegvliegen!”
-
-En tegelijkertijd sloeg zij reeds met haar parapluie naar den agent.
-
-Deze had werk om de nu snel op elkaar volgende slagen af te weren en
-wilde juist zijn sabel trekken, toen de vijf arbeiders met kracht de
-beide agenten wegduwden en den gevangene in een kring insloten. Een
-eindweegs duwden zij hem voort, daarop zette hij het zelf op een loopen
-zoo snel hij kon.
-
-Honderd pas verder stond een ander rijtuig, blijkbaar op iemand te
-wachten.
-
-Maar nog voordat de kameraden van den misdadiger en deze zelf het
-rijtuig konden bestijgen om weg te rijden, kwam een ander rijtuig
-aangereden, waaruit twee beambten in uniform, commissaris Böcher en de
-detective sprongen.
-
-Ook de twee andere politieagenten die zich met groote krachtsinspanning
-van hun aanvallers hadden bevrijd, kwamen aangesneld.
-
-Vol woede, met hun messen in de hand, wierpen de handlangers van
-Silezischen Adolf zich op de beambten. Adolf zelf sloeg en trapte als
-een razende om zich heen.
-
-Nu beval de commissaris de sabels te trekken en dit maakte al rasch een
-einde aan den strijd.
-
-Een der aanvallers stortte gewond neer, een paar ontvluchtten
-schreeuwend en de anderen gaven zich op genade of ongenade over.
-
-Met den gevangene, die als een duivel om zich heen beet en trapte,
-hadden de agenten de meeste moeite. Eindelijk wierpen zij hem, aan
-handen en voeten geboeid in het rijtuig.
-
-Een der beide vrouwen, die samen ontsnapt waren, had op haar vlucht een
-taschje verloren, dat Henry Stern opende en waaruit hij een
-zakkalendertje met haar adres te voorschijn haalde.
-
-„Drommels!” sprak Böcher lachend, „ik geloof, dat zij een oude, goede
-bekende van ons is. Het beste is, dat wij de agenten met het transport
-naar het hoofdbureau zenden en zelf op onderzoek naar dit vrouw-mensch
-uittrekken.”
-
-In de beide rijtuigen werden nu Silezische Adolf en zijn eveneens
-geboeide handlangers gepakt, onder geleide der agenten terwijl de
-commissaris en Stern een ander rijtuig namen.
-
-Zij reden naar de Gollnowstraat, waar het meisje, dat blijkbaar de
-bruid van Silezischen Adolf was, woonde.
-
-Zij waren nog niet eens zoo ver gekomen, toen Henry Stern, toevallig
-naar buiten kijkend, de beide vrouwen uit een kleinen
-banketbakkerswinkel zag komen.
-
-„Let op”, sprak Böcher, „ik stap nu, achter haar, uit, jij rijdt nog
-een eindje verder en loopt haar dan tegemoet. Op die wijze kunnen ze
-ons niet ontsnappen.”
-
-Weinige minuten later zaten de beide vrouwspersonen met haar
-ongewenschte cavaliers in een gesloten rijtuig, dat hen samen naar het
-Alexanderplein bracht.
-
-Reeds onderweg verklapte de eene, die alles in het werk stelde om weer
-op vrije voeten te komen, de zaak. Zij vertelde nauwkeurig, hoe het
-plan om Silezischen Adolf te bevrijden, was uitgegaan van haar
-gezellin, de zwarte Rosa, die de bruid van den misdadiger was.
-
-Nu hadden de beide mannen werk om het liefje van den inbreker, dat als
-een furie op haar vriendin losvloog, tegen te houden.
-
-De andere verried in haar woede nog meer.
-
-„Je kunt zeggen, wat je wilt. De halsketting had hij bij ons, in de
-Beumestraat...”
-
-De beide vrienden wisselden een snellen blik van verstandhouding.
-
-„Waar had hij die ketting gekregen?” vroeg Peter Böcher.
-
-„Van den een of anderen graaf!” antwoordde het meisje. „Misschien heeft
-hij het ding nog in zijn huis.”
-
-„Waar woont Adolf Müller?”
-
-Maar nog voordat het meisje had kunnen antwoorden, stortte haar
-vriendin zich op haar.
-
-Een woest gevecht speelde zich nu in het rijtuig af. De glasscherven
-vlogen op straat, de koetsier liet de paarden stilstaan en een groote
-menigte verzamelde zich om den wagen.
-
-Er bleef niets anders over, dan dat ieder der beide mannen met een der
-meisjes in een rijtuig steeg en naar het politiebureau reed.
-
-De detective was in gezelschap van de zeer toegetakelde vriendin der
-zwarte Rosa. Hij had met den commissaris afgesproken, dat hij het
-meisje haar vrijheid terug zou geven, zoodra hij het adres der woning
-van Adolf van haar had gekregen.
-
-En dit duurde niet lang; het rijtuig hield stil, het meisje maakte zich
-uit de voeten en de detective reed naar het noordelijk gedeelte der
-stad.
-
-Daar, vlak bij het danshuis, waar hij zulke bittere ervaringen had
-opgedaan, was de woning van Silezischen Adolf.
-
-Hij woonde daar bij een vrouw, die een zeer ongunstigen indruk maakte
-en gewoonweg ontkende, Adolf ooit gezien te hebben. Zij wilde Stern
-beletten, het huis binnen te treden.
-
-Deze echter duwde haar eenvoudig op zij met de woorden dat zij, als zij
-nog verdere bezwaren maakte, eveneens gevangen genomen zou worden.
-
-Intusschen verscheen ook Böcher, die telephonisch bericht van Stern had
-gekregen.
-
-De beide vrienden moesten lang zoeken, eer zij dat, wat hun bijzonder
-interesseerde, in de woning van Silezischen Adolf hadden gevonden.
-
-Wel vielen hun al dadelijk verschillende voorwerpen van waarde in
-handen, die afkomstig moesten zijn van kleinere of grootere
-diefstallen, maar het diamanten collier was niet te vinden en ook geen
-enkel spoor van dezen diefstal.
-
-Toevalligerwijze zag Henry Stern, wiens speurdersoog overal rondblikte,
-in een aschbakje een menigte sigarettenpuntjes liggen. Zij waren alle
-zonder mondstuk, behalve een met een lang mondstuk, waarop in gouden
-letters „C. D. M.” en een gouden kroontje waren gedrukt. Een beetje
-verder stond de naam der firma „C. Caldiropulos, Berlijn W.”
-
-Met een fijnen glimlach nam Stern het papierrolletje op en toonde het
-zijn vriend.
-
-Deze begreep dadelijk, dat nu het raadsel was opgelost.
-
-Silezische Adolf was het werktuig van een ander geweest.
-
-Een half uur later hield het rijtuig met de beide ambtenaren van
-politie stil voor den sigarettenwinkel van een Griek, die hun op hun
-vragen mededeelde, dat deze soort van sigaretten uitsluitend werd
-vervaardigd voor de Club der Millionairs.
-
-
-
-
-
-
-
-
-NEGENDE HOOFDSTUK.
-
-DE MACHT DER LIEFDE.
-
-
-Baron Von Hartstein zat juist met zijn echtgenoote aan het diner, toen
-de bediende een kaartje binnenbracht.
-
-Toen hij een blik op den naam had geworpen, sprak hij, aangenaam
-verrast:
-
-„Laat dien heer dadelijk in mijn particulier kantoor!”
-
-„Is het zoo’n gewichtig bezoek, Maximiliaan?” vroeg zijn vrouw
-verbaasd.
-
-„Zeker”, antwoordde de millionair en ging de kamer uit.
-
-Een kwartier later kwam hij in zeldzame opwinding terug.
-
-Zonder te weten waarom, had Adelheid een gevoel, alsof er iets
-vreeselijks zou gebeuren, zij voelde zich den laatsten tijd, ondanks de
-geruststellende verzekering van Lord Brigham, voortdurend zenuwachtig
-en angstig.
-
-Haar echtgenoot had weer aan tafel plaats genomen en bleef in diepe
-gedachten voor zich uit staren.
-
-Eindelijk vroeg de jonge vrouw op bedeesden toon:
-
-„Wat is er, Maximiliaan?.... Je maakt mij door je houding angstig.”
-
-„Het is ook bijna niet te gelooven”, antwoordde de bankier.
-
-„Wat dan? Vertel het mij toch!” smeekte zij.
-
-De bankier schudde het hoofd, bromde iets in zijn grijze snor en scheen
-weer ernstig na te denken.
-
-Eindelijk sprak hij:
-
-„Het is onmogelijk! Het kan niet....”
-
-En weer na een pauze:
-
-„Die lui.... hm.... hm.... die detective en commissaris.... zij
-gelooven....”
-
-Weer zweeg hij.
-
-„Neen! neen! neen! Het is àl te belachelijk! Het is een overdreven
-inval van de politie!”
-
-Steeds angstiger en bijna weenend vroeg Adelheid:
-
-„Maar ik begrijp je niet! Je spreekt zoo onduidelijk! Wat is dan toch
-onmogelijk? Verdenken die heeren iemand, die... die ons interesseert?”
-
-Terwijl zij dit vroeg, vermoedde de jonge vrouw reeds alles. Steeds
-weer alles combineerend, wat er sinds dien nacht in haar slaapkamer was
-gebeurd, had zij een voorgevoel gekregen, dat zij met alle kracht van
-zich af wilde zetten.
-
-Zij waagde het niet, zich geheel rekenschap te geven van haar
-gedachten, maar zij wist van te voren, wat haar echtgenoot haar nu zou
-meedeelen. En daarom was zij niet zoo verbaasd als hij het zooeven was
-geweest.
-
-„De beide heeren vermoeden,” sprak hij, „dat de dief van je collier een
-der leden van de millionairsclub is. Wie—dat hebben zij zelf nog niet
-ontdekt. Zij vroegen mij, of ik iemand verdacht, ik kon natuurlijk niet
-het minste zeggen... Ik geloof, dat het een vergissing is en heb hun
-den raad gegeven, zoo voorzichtig mogelijk te werk te gaan.”
-
-Het was de jonge vrouw, alsof plotseling al haar bloed tot ijs was
-geworden, een onnatuurlijke kalmte had zich van haar meester gemaakt.
-Zij wist nu, wie haar het collier ontstolen had!
-
-Maar geen enkele gedachte aan toorn kwam bij haar op. Zij vroeg niet,
-waarom hij zoo gehandeld had. Zij bedacht niet, dat hij een misdadiger
-was, dat hij niet paste in de kringen, waarin hij zich bewoog en waarin
-hij zulk een sympathieke verschijning was!
-
-„Je blijft merkwaardig kalm”, merkte de bankier op.
-
-Zij glimlachte. Daarop sprak zij op onverschilligen toon:
-
-„Er gebeurt zooveel ongehoords, dat men zich over niets meer behoeft te
-verbazen.”
-
-„Nu, het is goed, dat je het kalm opneemt”, sprak Von Hartstein, „maar
-het bewijst, dat gij, vrouwen, sterkere zenuwen hebt dan wij. En nu
-moet je mij verontschuldigen, ik heb een gewichtige vergadering.”
-
-O, hoe gaarne verontschuldigde zij hem!
-
-Nauwelijks had hij de kamer verlaten, toen ook zij zich door haar
-kamenier liet kleeden om uit te gaan. Zij knoopte een dichten, bijna
-ondoorzichtigen sluier om haar hoed en verliet te voet de villa.
-
-In een andere straat nam zij een automobiel, waarin zij zich naar een
-afgelegen stadsgedeelte liet brengen. Daarop reed zij per tram een
-eindweegs en legde een verder deel van haar weg weer te voet af.
-Eindelijk nam zij nog een huurrijtuig en reed tot aan de straat, waarin
-hij woonde.
-
-Het laatste eindje, tot aan zijn huis, legde zij te voet af.
-
-Zij snelde de trappen op en was innig gelukkig, toen de deftige
-bediende haar meedeelde, dat zijn heer thuis was.
-
-Zij ging binnen in de kamer, waar hij was en nu vloeiden haar de
-woorden van de lippen.
-
-„Men vervolgt u! Men is u op het spoor! Zij weten alles! Gij moet
-vertrekken! Dadelijk, zoo gauw mogelijk!”
-
-Nauwelijks verschrikt keek hij haar eenige oogenblikken met zijn
-verstandige, wonderschoone oogen aan.
-
-Daarop ging hij naar zijn schrijfbureau, opende een der vakjes en nam
-daaruit het diamanten collier.
-
-Een blos van vreugde kleurde haar wangen, daarop echter drong zij er
-weer op aan, dat hij zich zou haasten.
-
-Hij schudde glimlachend het hoofd.
-
-„Ik blijf!” antwoordde hij. „Ik weet niet eens, of die onnoozele kerels
-zooveel verstand bezitten om het lid der club, dat zij zoeken, uit te
-vinden... Ik ben niet gewend heen te gaan, voordat ik er de hooge
-noodzakelijkheid van inzie..... Maar gij, arm vrouwtje, gij moet hier
-vandaan! Ik hoop, dat wij elkaar nog eenmaal zullen weerzien!”
-
-De jonge vrouw bracht haar zakdoekje naar de oogen toen zij heenging en
-een vastberaden trek lag om haar mond.
-
-Zij liet het collier in haar zak glijden en sloop als een schaduw de
-stille straten van dat stadsgedeelte door.
-
-Zoo kwam zij in den Dierentuin en bij het donkere, troebele water
-gekomen gleed haar hand in den zak van haar japon. Niemand was rondom
-haar te zien.
-
-Bij het scheidende licht van den dag glinsterde en fonkelde iets,—dat
-was het diamanten collier—dat zij neerwierp in het diepe donkere
-meer......
-
-
-
-
-
-
-
-
-TIENDE HOOFDSTUK.
-
-DE LORD GAAT HEEN.
-
-
-In de Millionairsclub heerschte de grootste ontsteltenis.
-
-Door den hofmeester namelijk was het den heeren bekend geworden, dat de
-politie onder de clubleden een misdadiger vermoedde en naar hem zocht.
-
-„Het is bijna ongelooflijk, tot welke stommiteiten de politie soms in
-staat is”, sprak de kleine burggraaf Von Hennequin.
-
-En graaf Steineck, de president der millionairsclub voegde er aan toe:
-
-„Eerlijk gezegd, hebben de heeren van de recherche dan ook een alles
-behalve gemakkelijke taak.
-
-„Maar, nietwaar, men moet hun toch wel zooveel onderscheidingsvermogen
-toeschrijven, dat zij moeten kunnen schiften—degelijk schiften. Ik
-bedoel—, ik meen—, dat ze toch wel degelijk rekening moeten houden met
-rang—met stand—met—met—eh—eh—nu ja, om het maar zoo eens te noemen—ze
-moeten toch wel degelijk denken aan het moreele gewicht van de
-persoonlijkheden, die door ons waardig worden gekeurd om als
-clubgenooten te worden opgenomen— —eh— —eh— —ik bedoel—ik meen— —dat
-moest toch voor de heeren van de politie waarborg genoeg zijn—meer dan
-waarborg genoeg—dat moest hun te allen tijde ervan overtuigen dat hier
-alles zuiver toegaat.
-
-„Eh— —eh— —eh— —wat is dat voor een zot idee— —een bespottelijk idee—
-—een van onze clubgenooten.........? Wij hebben twintig heeren in onze
-club—of eenentwintig— —eh— —eh— —hoeveel zijn het er ook weer precies—
-—ik weet het niet al te juist— —enfin, dat is toch wel heel gemakkelijk
-te tellen— —en als een van die twintig—of eenentwintig—ook maar het
-allerkleinste sikkepitje over de schreef gaat— —eh— —eh— —ik bedoel—
-—ik meen— —als hij door z’n karakter— —als hij maar een ziertje, een
-snippertje aanstoot zou geven...”
-
-De graaf legde beide handen met een allergewichtigst gebaar op de zware
-eikenhouten tafel en boog zich een eindweegs naar voren.
-
-Toen begon hij weer opnieuw.
-
-„Ja, mijne heeren, ik meen, dat wij met alle kracht moeten opkomen
-tegen deze ongehoorde en mijns inziens ook ongeoorloofde daad van de
-politie om maar ongevraagd bij ons binnen te dringen.
-
-„Ik stel voor om een dergelijk optreden op hoffelijke maar energieke
-wijze te beletten.
-
-„En bovendien!
-
-„Wij zouden het toch zelf wel weten als onder ons zich een
-minderwaardige bevond!”
-
-In hetzelfde oogenblik kwam de jongste der vier bestuursleden, lord
-Brigham binnen.
-
-Deze was eerst kort geleden tot bestuurslid gekozen.
-
-Op levendigen toon verontschuldigde hij zich, dat hij zich een weinig
-verlaat had en eerst nu kon komen op de inderhaast bijeengeroepen
-samenkomst.
-
-Toen hij hoorde, waarover gesproken werd, zei hij met een glimlach, die
-zijn gelaat een buitengewone aantrekkelijkheid gaf:
-
-„Maar heeren! De zaak is toch héél eenvoudig!
-
-„Weet ge, wat?
-
-„Wij moeten ons eenvoudig opstellen in een lange rij en dan langs de
-heeren der politie gaan defileeren.
-
-„Die kunnen dan samen beslissen, wie van ons het meest verdacht er
-uitziet!”
-
-Er werd hartelijk gelachen om dezen grappigen uitval van den jongen
-lord.
-
-Nadat nog langen tijd geredeneerd was over de in dezen te volgen
-gedragslijn, werd besloten om een schrijven te zenden naar het hoofd
-der politie.
-
-Dit schrijven zou worden onderteekend door al de clubleden en de inhoud
-ervan zou een verzoek behelzen om in den vervolge de Millionairsclub te
-verschoonen van dergelijk bezoek.
-
-Daarna trokken de heeren zich in kleine groepjes terug in de gezellige
-zaaltjes en werd verder de tijd gedood met een of ander spel of met
-aangenaam gebabbel.
-
-Aan de onverkwikkelijke zaak werd niet meer gedacht.
-
-Het was omstreeks half acht.
-
-Lord Brigham verliet in gezelschap van graaf Steineck en den burggraaf
-Von Hennequin de club om naar de opera te rijden.
-
-Toen zij het gebouw juist hadden verlaten, trad hen een heer in civiel
-tegemoet, die zich als commissaris van politie bekend maakte.
-
-Op den meest hoffelijken toon vroeg hij, wie van de drie clubleden wel
-lord Brigham was.
-
-Met een bijna onhoorbaar lachje maakte de lord zich bekend en stelde
-zijn identiteit vast.
-
-De beide andere heeren waren zeer opgewonden.
-
-Op luiden, dringenden toon verklaarden zij, dat zij te allen tijde
-instonden voor hun clubgenoot.
-
-De commissaris der recherche Peter Böcher—zijn collega Henry Stern
-stond aan de overzijde der straat te wachten en op te letten—begon nu
-toch te aarzelen.
-
-Totnogtoe was de politie door telegrafische inlichtingen naar alle
-kanten slechts aan den weet gekomen, dat er inderdaad een zekere lord
-Brigham bestond.
-
-Daarbij was echter ook gevoegd, dat deze zelfde lord officier was in
-een Indisch regiment der huzaren, dat in dienst stond van den koning
-van Groot-Britanje.
-
-De Engelsche politie-autoriteiten waren verder algemeen van oordeel,
-dat men, de persoonsbeschrijving van dezen man in aanmerking genomen,
-hoogstwaarschijnlijk hier te doen had met een buitengewoon geslepen
-dief en oplichter, iemand, die zoowel in Australië als in Bombay van
-zich had doen spreken; die velerlei schurkenstreken op zijn geweten
-had, maar die totnogtoe door de politie, ondanks alle aangewende
-moeite, nog niet gesnapt was kunnen worden.
-
-Dat alles klonk heel mooi!
-
-Het klopte zelfs als een bus.
-
-Maar—het gaf absoluut geen zekerheid.
-
-En al had Peter Böcher ook het bevel tot inhechtenisneming in den zak,
-toch durfde hij nog niet te handelen.
-
-Hij wist, dat hij tegenover deze club, die zoozeer gezien was in de
-hoogste standen, de allergrootste omzichtigheid in acht moest nemen.
-
-En als er iemand in hechtenis genomen moest worden, o, dan moest dit
-vooral op de meest kiesche, de minst ruchtbaarmakende manier
-geschieden.
-
-Om met dat alles rekening te houden, was voor den besten, braven Böcher
-wel een heel moeilijke taak.
-
-Hij kon zich bij dit zaakje zoo heel licht de vingers branden.
-
-Ook de politie vergist zich wel eens, loopt wel eens in de val; wordt
-wel eens „een enkel keertje” om den tuin geleid!
-
-En als nu de Londensche politie eens minder juist was ingelicht?
-
-Of als die bewuste lord Brigham, die officier was van Zijne Majesteit
-den koning van Groot-Britanje, nu eens langer verlof had gekregen, dat
-hij hier in Berlijn doorbracht?
-
-Dat zou dan toch maar een miserabele geschiedenis wezen om dezen man,
-voor wien zulke voorname personages zich borg stelden, zoo maar evenals
-den eersten den besten misdadiger op te pakken en te arresteeren!
-
-Neen!
-
-Böcher zou zich véél te leelijk den neus kunnen stooten en zich
-blameeren op een manier, waar je niet zoo licht weer van op komt.
-
-Zijne heele loopbaan zou hij er mee naar de maan kunnen gooien!
-
-Stonden er niet altijd en overal jaloersche collega’s bij hoopen te
-wachten, tot iemand in ongenade viel? Tot iemand zich door de een of
-andere onhandigheid onmogelijk had gemaakt en eerlijk ontslag moest
-nemen of—gedegradeerd of niet eervol ontslagen werd?
-
-Alle duivels!
-
-Het duizelde Böcher een oogenblik.
-
-Allerlei tegenstrijdige gedachten warrelden door zijn hersens en het
-was of bonte lichtjes voor zijn oogen begonnen te flikkeren.
-
-Het suizelde daarbij in zijn ooren en zwaar bonsde het hart hem in de
-keel.
-
-Wat moest hij doen?
-
-Wàt, in ’s hemelsnaam?
-
-„Twijfelt mijnheer de commissaris misschien aan mijn rang als lord?”
-
-De Engelschman vroeg dit op welluidenden, innemenden toon.
-
-„Dan wil ik graag”—de Engelsche tongval klonk bij deze woorden
-duidelijker dan ooit—„dan wil ik graag, al was het maar alleen om de
-club verder te vrijwaren van alle mogelijke onaangenaamheden en
-onderzoekingen, den commissaris het genoegen doen om hem de officieele
-papieren te toonen, die de echtheid van mijn adeldom, van mijn
-lordschap bewijzen.
-
-„Als mijn zeer hooggeachte vrienden”—hij boog met elegant gebaar voor
-zijn clubgenooten—„mij op dit extra-uitstapje zouden willen
-vergezellen, dan zou het mij inderdaad een waar feest zijn, u bij deze
-gelegenheid een glas Spaanschen wijn aan te bieden, dien ik zelf van
-mijn reizen uit den Barancos di Santa Barbara heb meegebracht en dien
-ge wel nooit zult hebben geproefd, althans niet van deze zuiverheid, en
-prachtige kwaliteit!....
-
-„Daar komt juist mijn automobiel!
-
-„Mag ik den heeren vriendelijk verzoeken, maar te willen instappen en
-plaats te nemen?”
-
-Graaf Steineck en de burggraaf spraken eerst nog in vele bewoordingen
-de overbodigheid uit van dezen stap.
-
-Zij waren er immers, zonder al deze formaliteiten maar al te zeer van
-overtuigd, dat rang en titel van hun vriend echt waren.
-
-Zij twijfelden immers geen oogenblik!
-
-Maar den commissaris, wien in dit oogenblik zijn handiger vriend Henry
-Stern geen goeden raad kon geven—den commissaris was dit redmiddel
-hoogst welkom.
-
-En hij zat reeds in het voertuig, toen lord Brigham en na dezen, hoewel
-nog steeds tegenpruttelend en aarzelend, de beide edellieden plaats
-namen.
-
-De auto vloog tuffend en puffend op zijn veerende wielen voort.
-
-Na enkele minuten reeds hield zij stil voor het groote, voorname huis,
-waarvan de lord de eerste etage bewoonde.
-
-Toen zij in de woning waren aangekomen, gaf de Engelschman in zijn
-moedertaal den bediende een bevel.
-
-Daarna sprak hij, zich tot de drie heeren wendend:
-
-„Vóórdat wij overgaan tot het zakelijke gedeelte, stel ik er prijs op,
-u met mijn wijn bekend te maken, waarvan ik zoo juist u den lof heb
-gezongen.
-
-„Ik zal in dien tijd de papieren voor u halen, waarover ik u gesproken
-heb!”
-
-De commissaris zou dolgraag den lord zijn gevolgd, die uit het Indische
-salon verdween door de bontkleurige draperieën.
-
-Maar de waardigheid en de trotsche, kalme rust der beide adellijke
-heeren, die daar zoo waardig in hun makkelijke stoelen troonden,
-hielden hem aan zijn zetel gekluisterd.
-
-Hij haalde dan ook met verruimd gemoed adem, toen uit de aangrenzende
-kamer de stem van den lord weerklonk.
-
-Deze sprak op den bekenden welluidenden toon:
-
-„Een oogenblik nog, heeren! De papieren heb ik tusschen allerlei andere
-paperassen gelegd. Ik moet nog een oogenblik zoeken, maar dra zal ik
-alles hebben gevonden!”
-
-Daarop volgde weer doodsche stilte.
-
-En ook in het Indische salon zaten de drie heeren stokstijf en zwijgend
-bij elkaar te wachten.
-
-Papiergeritsel was in den beginne nog vernomen.
-
-Maar ook dat verstomde— —
-
-En de eene minuut na de andere verliep.
-
-Geen dienaar verscheen met den wijn.
-
-Geen gentleman kwam terug met de papieren, die zijn adeldom zouden
-bewijzen.
-
-Toen vijf minuten ongeveer waren verloopen, werd de commissaris héél
-erg ongeduldig.
-
-Ook de beide heeren begonnen in hun gemakkelijke zetels onrustig heen
-en weer te schuiven.
-
-Eindelijk besloot men, na gezamenlijk overleg, eens in de aangrenzende
-kamer te gaan kijken.
-
-Het was toch gek!
-
-Waar bleef de lord nu!
-
-Maar toen de commissaris opstond om eens te gaan neuzen achter de bonte
-draperieën, maakte graaf Steineck bezwaren.
-
-Hij sprak op ontevreden, eenigszins verwijtenden toon:
-
-„Wij zijn hier in een vreemd huis, heeren! Ik hoop, dat ge daaraan zult
-blijven denken!”
-
-„Ge hebt gelijk!” beaamde dadelijk de burggraaf.
-
-„Maar toch, ik geloof niet, dat onze vriend het ons zou kwalijk nemen,
-als wij eens naar hem gaan kijken.... er kan hem immers best iets
-gebeurd zijn!”
-
-„Zoudt ge denken?” vroeg Steineck, „neen, neen, dat zal het niet zijn!
-Lord Brigham zocht naar de papieren. Hij kon toch ook geen oogenblik
-vermoeden, dat men aan de echtheid van zijn adel zou twijfelen en nu
-liggen de papieren maar niet zoo dadelijk voor de hand!”
-
-„Zeker, maar een ongeluk kan ieder toch overkomen! Wat denkt gij ervan,
-heer commissaris?”
-
-De commissaris had totnogtoe weinig gezegd.
-
-Hij voelde zich niet zoo heel erg op zijn gemak in tegenwoordigheid van
-die hooge oomes, die door hun gewichtig doen hem hier maar aan den
-stoel hielden gekluisterd.
-
-En meer dan ooit voelde hij zijn gemis aan zelfstandigheid, dat hem
-belette, doortastend te handelen.
-
-Maar nu kwam hij toch los.
-
-Op de vraag van den burggraaf liet hij een spottend lachje hooren.
-
-En hoewel de graaf onwillig met de schouders schokte en de wenkbrauwen
-hoog optrok, als kwam hem het gezegde van Von Hennequin dwaas voor,
-Peter Böcher liet zich daardoor ditmaal niet intimideeren.
-
-Hij zei:
-
-„Heeren, ik zal u mijn meening eens zeggen!
-
-„Deze zoogenaamde lord houdt u en mij voor den gek!
-
-„En u zult het mij zeker niet kwalijk nemen, als ik beweer, dat ik niet
-hier ben om mij door een oplichter een rad voor de oogen te laten
-draaien!
-
-„Ik denk er niet aan, heeren, om ook maar één enkel oogenblik verder te
-gelooven aan de sprookjes, die deze zoogenaamde lord ons allemaal op
-den mouw tracht te spelden!
-
-„Ik ga den boel eens verkennen!”
-
-Böcher sprong op met resoluut gebaar.
-
-Hij schoof de zware draperieën opzij en ging de aangrenzende kamer
-binnen.
-
-De beide anderen keken elkander een paar seconden als verbluft aan.
-
-Wat te doen?
-
-Zij aarzelden een oogenblik:
-
-Maar na korte aarzeling volgden zij toch den commissaris.
-
-„Nu, wat heb ik u gezegd?” riep de rechercheur uit op woesten toon.
-
-„Wat zei ik? O! Wat ben ik dom geweest! Wat heb ik ondoordacht
-gehandeld! Ik had den kerel dadelijk moeten arresteeren!”
-
-Inderdaad!
-
-De kamer was leeg!
-
-Heelemaal leeg!
-
-En toen de heeren naar de deur gingen, die op de gang uitkwam, merkten
-zij tot hun niet geringe verbazing en schrik, dat deze—gesloten was.
-
-Ook de uitgang, die van den Indischen salon naar buiten leidde, was
-versperd.
-
-De bediende had dus zeker wel een andere opdracht gekregen dan
-Spaanschen wijn te halen uit den kelder en dezen den gasten te
-presenteeren.
-
-Dat was een mooie geschiedenis.
-
-Een fraaie boel!
-
-Steineck en de burggraaf keken elkander aan met gezichten, die alles
-behalve aangename gewaarwording uitdrukten.
-
-En de commissaris der recherche had van louter woede en spijt een
-hoofd, zoo rood als een kreeft.
-
-O! had hij toch maar zijn zin gevolgd!
-
-Was hij maar niet zoo wankelmoedig geweest, zoo slap aangedraaid!
-
-Had hij maar eens op eigen initiatief gehandeld.
-
-Wat had hij een spijt!
-
-Een reuzenspijt!
-
-„Wat moet ik nu beginnen!” riep hij uit in de grootste wanhoop.
-
-„In plaats van een belooning te ontvangen, in plaats van promotie te
-maken, zal ik nu van mijn superieuren een duchtigen uitbrander krijgen!
-
-„En gij, heeren! Gij zijt daaraan mede schuldig! Ja, inderdaad. Gij
-zijt medeplichtig!”
-
-„Luister eens, beste vriend,” begon graaf Steineck met een hoog
-neusgeluid, „luister eens. Gij moet ...— —eh— —eh— —gij moet— —neen,
-dat is toch niet de manier— —eh— —eh— —dat is toch waarlijk niet de
-juiste toon— —neen, niet de goede toon— —eh— —eh— —wat zegt gij er van,
-waarde burggraaf— —eh— —eh— —wat zegt gij er van— —is dat wel de juiste
-toon— —om tegen ons— —leden van de Millionairsclub— —zeg, burggraaf,
-wat denkt gij ervan— —eh— —eh— —eh!”— — —
-
-„Daarom heeft daar straks ook de automobiel zoo geweldig gepuft”, sprak
-de burggraaf op nadenkenden toon— — —„en het geritsel in de kamer
-hiernaast— — —hield plotseling op— — —ja juist— — —dat heb ik dan toch
-wel goed gehoord— — —ik meende al— — —ik verbeeldde het mij toch zoo
-duidelijk— — —neen, neen— — —ik heb mij niet vergist— — —zeg eens,
-mijnheer de commissaris— — —hebt gij dat ook niet gehoord?— — —dat was
-toch heel duidelijk waarneembaar— — —niet waar, graaf?”
-
-„Ja,— — —maar— — —eh— — —eh— — —heel duidelijk— — —inderdaad heel
-duidelijk— — —dat had die politieman toch moeten hooren— — —eh— — —eh—
-— —ja, waarom heeft die politieman dat niet gehoord— — —dat komt niet
-te pas— — —eh— — —eh— — —neen, dat komt niet te pas— — —als men toch
-commissaris van de politie is— — —van de recherche— — —dat is
-ongehoord— — —dat komt volstrekt niet te pas— — —eh— — —eh!”
-
-Razend, als een getergd dier, trapte de commissaris net zoo lang tegen
-de gesloten deur, totdat deze open sprong.
-
-Toen vloog hij de trap af—maar de automobiel was verdwenen.
-
-Dat lord Brigham alias John Raffles in dit voertuig, dat puffend had
-staan wachten, de wijde wereld was ingetrokken om daar vrijheid te
-zoeken en te vinden, begreep Peter Böcher al spoedig even duidelijk als
-de beide millionairs het deden, die nu ook naar beneden waren gekomen.
-
-Men deed later, ook van den kant der Millionairsclub, alle mogelijke
-moeite om den handigen avonturier, die allen véél te slim was
-afgeweest, op te sporen.
-
-Maar dit gelukte zelfs den onvermoeiden Henry Stern niet, die niets
-ongedaan liet.
-
-Eerst veel, heel veel later zouden hij en de gezochte elkaar weer
-ontmoeten in het Indische sprookjesland, waar de natuur zóóvele
-wonderen heeft geschapen, dat zelfs de dolste avonturier er aan zijn
-ongebreidelde fantazie kan toegeven.
-
-
-
- EINDE.
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN IN
-HET SLAAPVERTREK ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/66611-0.zip b/old/66611-0.zip
deleted file mode 100644
index 9fc0d30..0000000
--- a/old/66611-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/66611-h.zip b/old/66611-h.zip
deleted file mode 100644
index ae34bf0..0000000
--- a/old/66611-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/66611-h/66611-h.htm b/old/66611-h/66611-h.htm
deleted file mode 100644
index 96ac58c..0000000
--- a/old/66611-h/66611-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,4329 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html
-PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2021-10-25T20:11:32Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
-<title>Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek</title>
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
-<link rel="coverpage" href="images/lordlister0005-front.jpg">
-<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
-<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals">
-<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals">
-<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */
-html {
-line-height: 1.3;
-}
-body {
-margin: 0;
-}
-main {
-display: block;
-}
-h1 {
-font-size: 2em;
-margin: 0.67em 0;
-}
-hr {
-height: 0;
-overflow: visible;
-}
-pre {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-a {
-background-color: transparent;
-}
-abbr[title] {
-border-bottom: none;
-text-decoration: underline;
-text-decoration: underline dotted;
-}
-b, strong {
-font-weight: bolder;
-}
-code, kbd, samp {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-small {
-font-size: 80%;
-}
-sub, sup {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-}
-sub {
-bottom: -0.25em;
-}
-sup {
-top: -0.5em;
-}
-img {
-border-style: none;
-}
-body {
-font-family: serif;
-font-size: 100%;
-text-align: left;
-margin-top: 2.4em;
-}
-div.front, div.body {
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-div.back {
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div0 {
-margin-top: 7.2em;
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-.div1 {
-margin-top: 5.6em;
-margin-bottom: 5.6em;
-}
-.div2 {
-margin-top: 4.8em;
-margin-bottom: 4.8em;
-}
-.div3 {
-margin-top: 3.6em;
-margin-bottom: 3.6em;
-}
-.div4 {
-margin-top: 2.4em;
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div5, .div6, .div7 {
-margin-top: 1.44em;
-margin-bottom: 1.44em;
-}
-.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
-.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
-margin-bottom: 0;
-}
-blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
-.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
-margin-top: 0;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin: 1.6em auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-td.tocDivNum {
-vertical-align: top;
-}
-td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-margin-top: 3.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-border: none;
-border-bottom: 1px solid black;
-width: 45%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-}
-hr.dotted {
-border-bottom: 2px dotted black;
-}
-hr.dashed {
-border-bottom: 2px dashed black;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.42em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.84em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0 0.05em 0 0;
-padding: 0;
-line-height: 0.8;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
-color: #660000;
-}
-.fnreturn {
-color: #AAAAAA;
-font-size: 80%;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-a {
-text-decoration: none;
-}
-a:hover {
-text-decoration: underline;
-background-color: #e9f5ff;
-}
-a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-top: -0.5em;
-text-decoration: none;
-margin-left: 0.1em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
-float: left;
-min-width: 1.0em;
-margin-left: -0.1em;
-padding-top: 0.9em;
-padding-right: 0.4em;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-white-space: nowrap;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.index p {
-text-indent: -1em;
-margin-left: 1em;
-}
-.indexToc {
-text-align: center;
-}
-.transcriberNote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.missingTarget {
-text-decoration: line-through;
-color: red;
-}
-.correctionTable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-margin-left: 3em;
-}
-.numberedItem .itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-tr, td, th {
-vertical-align: top;
-}
-tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
-vertical-align: bottom;
-}
-td.label, tr.label td {
-font-weight: bold;
-}
-td.unit, tr.unit td {
-font-style: italic;
-}
-td.leftbrace, td.rightbrace {
-vertical-align: middle;
-}
-span.sum {
-padding-top: 2px;
-border-top: solid black 1px;
-}
-table.inlinetable {
-display: inline-table;
-}
-table.borderOutside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderOutside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-}
-table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.verticalBorderInside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border-left: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft {
-border-left: 0 solid black;
-}
-table.borderAll {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderAll td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
-border-top: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
-border-right: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
-border-top: 1px solid black !important;
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
-border-right: 1px solid black !important;
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
-border: 1px solid black !important;
-}
-tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
-border-top: none !important;
-}
-tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
-border-right: none !important;
-}
-tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
-border-left: none !important;
-}
-tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
-border-top: none !important;
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
-border-right: none !important;
-border-left: none !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
-border: none !important;
-}
-.cellDoubleUp {
-border: 0 solid black !important;
-width: 1em;
-}
-td.alignDecimalIntegerPart {
-text-align: right;
-border-right: none !important;
-padding-right: 0 !important;
-margin-right: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalFractionPart {
-text-align: left;
-border-left: none !important;
-padding-left: 0 !important;
-margin-left: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalNotNumber {
-text-align: center;
-}
-table.alignedtext, table.alignedverse {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.alignedtext td {
-vertical-align: top;
-width: 50%;
-}
-table.alignedverse {
-vertical-align: top;
-}
-table.alignedtext td.first, table.alignedverse td.first {
-border-width: 0 0.2px 0 0;
-border-color: gray;
-border-style: solid;
-padding-right: 10px;
-}
-table.alignedtext td.second, table.alignedverse td.second {
-padding-left: 10px;
-}
-table.alignedverse td.first, table.alignedverse td.second {
-width: 45%;
-}
-table.alignedverse td.lineNumbers {
-width: 10%;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pageNum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.right-marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-right: 3%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-text-align: right;
-width: 11%
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-text-indent: 0;
-}
-.pglink::after {
-content: "\0000A0\01F4D8";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.catlink::after {
-content: "\0000A0\01F4C7";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
-content: "\0000A0\002197\00FE0F";
-color: blue;
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
-text-align: left;
-}
-.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
-.imprint {
-color: gray; text-align: center;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.xd31e1216 {
-text-align:center; vertical-align:middle; font-size:x-large; width:33%;
-}
-.xd31e1217 {
-text-align:center; vertical-align:middle;
-}
-.cover-imagewidth {
-width:561px;
-}
-.xd31e101 {
-font-size:x-large;
-}
-.xd31e103 {
-font-size:small;
-}
-.xd31e107 {
-font-size:xx-large;
-}
-.xd31e1200 {
-text-align:center;
-}
-.xd31e1205 {
-text-align:center; font-size:xx-large;
-}
-.xd31e1213 {
-text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; font-weight:bold;
-}
-.tbl\.wanted\.header {
-width:100%;
-}
-.xd31e1220 {
-font-size:xx-large;
-}
-.lordlisterwidth {
-width:307px;
-}
-.xd31e1235 {
-text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000;
-}
-.xd31e1237 {
-font-size:large;
-}
-.xd31e1240 {
-font-size:large;
-}
-.xd31e1243 {
-text-align:center;
-}
-.xd31e1245 {
-text-align:center; font-size:x-large;
-}
-.xd31e1249 {
-text-align:center; font-size:large;
-}
-.warrant\.en {
-font-size:small;
-}
-.warrant\.nl {
-display:none; font-size:small;
-}
-.xd31e1477 {
-font-size:xx-large;
-}
-.xd31e1479 {
-font-size:medium;
-}
-@media handheld {
-}
-/* ]]> */ </style>
-</head>
-<body>
-
-<div style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek, by Kurt Matull</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
-at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
-are not located in the United States, you will have to check the laws of the
-country where you are located before using this eBook.
-</div>
-
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek</p>
-
-<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: Kurt Matull and Theo Blakensee</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Release Date: October 25, 2021 [eBook #66611]</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Language: Dutch</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Character set encoding: UTF-8</div>
-
-<div style='display:block; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/</div>
-
-<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN IN HET SLAAPVERTREK ***</div>
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0005-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="561" height="720"></div><p>
-<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd31e101">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
-</p>
-<p class="xd31e103">UITGAVE VAN DEN „ROMAN-BOEKHANDEL VOORHEEN A. EICHLER”, SINGEL 236,—AMSTERDAM.
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure"><img src="images/p0005-01.png" alt="De gemaskerde in het boudoir." width="720" height="224"></div>
-<h2 class="super xd31e107">De gemaskerde in het boudoir.</h2>
-<h2 class="label">EERSTE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">DE VERDWENEN JUWEELEN.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In de stille, donkere Diergaardestraat wierp het licht, dat uit de villa van den bankier
-Von Hartstein straalde, zijn helder schijnsel.
-</p>
-<p>Het eene rijtuig na het andere reed voor, bedienden in livrei snelden aan, openden
-het portier en geleidden de in lichte avondmantels gehulde dames en de heeren in rok
-of uniform, naar binnen.
-</p>
-<p>Alles, wat in de hoofd- en residentiestad zich schoon en elegant mocht noemen, zoomede
-al wie beroemd en bekend was, kwam samen in het huis van dezen man, den fameus rijken
-directeur en eigenaar van de voornaamste effectenbank.
-</p>
-<p>In de overdadig met bloemen en palmen versierde zaal ruischte de verleidelijke dansmuziek.
-Verborgen achter de prachtigste tropische planten, speelde een beroemde Zigeunerkapel,
-die men met groote onkosten uit Weenen had laten overkomen.
-</p>
-<p>De zoete melodieën weerklonken ook in de aangrenzende vertrekken, die de verrukkelijkste
-plekjes aanboden om gezellig te fluisteren of te flirten na de vermoeienissen van
-den dans.
-</p>
-<p>De balletmeester, die in de groote zaal onder de reusachtige, met guirlandes van rozen
-versierde kristallen gaskroon stond, had juist het teeken tot den aanvang eener quadrille
-gegeven en men zag de slanke, elegante vrouwen en meisjes zich bewegen tusschen de
-zwarte rokken en schitterende uniformen der heeren.
-</p>
-<p>Men hoorde het vroolijke lachen en de schertswoorden af en toe boven de tonen der
-muziek uit, toen plotseling, ongeveer in het midden der zaal, op opvallende wijze
-verwarring onder de dansers ontstond.
-</p>
-<p>De heer, die zich bij deze vier paren onderscheidde door zijn bijzonder schoone, mannelijke
-gestalte, gaf den balletmeester een teeken, waarop deze door een beweging zijner hand
-het orkest het zwijgen oplegde.
-</p>
-<p>Algemeene nieuwsgierigheid ontstond, om de oorzaak van deze stoornis uit te vorschen,
-maar reeds na eenige seconden speelde de muziek weer, de dans werd voortgezet <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>en slechts enkele personen kwamen te weten, dat de jonge en bekoorlijke gastvrouw,
-Adelheid von Hartstein, haar collier had verloren, dat was samengesteld uit de kostbaarste
-diamanten en robijnen en een fabelachtige waarde vertegenwoordigde.
-</p>
-<p>Zoodra de quadrille was geëindigd, verscheen een groot aantal bedienden in hun grijze,
-met zilver afgezette livrei. Met scherpe blikken doorzochten zij eenige malen de geheele
-zaal, zonder echter op den gladden parketvloer eenig spoor van het verloren collier
-te vinden.
-</p>
-<p>Adelheid von Hartstein was, met haar slanke en toch goed gevulde gestalte, haar diepblauwe
-kinderoogen en het zachte, door krullend blond haar omlijste gezichtje, een prachtige
-vrouw en het moest ieder opvallen, hoe goed, juist door de groote tegenstelling, de
-heer bij haar paste, aan wiens arm zij zich op dit oogenblik voortbewoog om in een
-der zijvertrekken te komen, waar haar man, de bankier, zich met het spel vermaakte.
-</p>
-<p>Lord Brigham had niet het gewone uiterlijk van den Engelschman.
-</p>
-<p>Zijn golvend haar was gitzwart en boven den typischen neus schitterden een paar zwarte
-oogen.
-</p>
-<p>De fijnbesneden lippen waren zichtbaar onder de kleine, kortgeknipte snor.
-</p>
-<p>Maar de kin teekende wilskracht en het lenige gespierde lichaam duidde op buitengewone
-kracht en behendigheid.
-</p>
-<p>Lord Brigham sproot voort uit een der oudste adellijke families van Engeland en had
-dus relaties in de beste kringen.
-</p>
-<p>Heden was hij echter voor den eersten keer de gast van den bankier Von Hartstein.
-</p>
-<p>„Ik hoop, dat dit voorval u niet heeft ontstemd, mevrouw,” sprak hij met zijn welluidende
-stem, „het is veilig aan te nemen, dat het collier teruggevonden zal worden.”
-</p>
-<p>De jonge vrouw scheen deze meening niet volkomen te deelen.
-</p>
-<p>Terwijl zij haar cavalier, die een hoofd grooter was dan zijzelf, met haar wonderlijke
-blauwe oogen aankeek, antwoordde zij:
-</p>
-<p>„Ik weet niet, Mylord, ik heb een onbestemd gevoel, alsof er iets.… ja, ik weet niet,
-hoe ik mij zal uitdrukken …”
-</p>
-<p>„Gij gelooft toch niet, mevrouw de barones, dat.… nu ja, dat het collier in minder
-gewenschte handen is gekomen?!”
-</p>
-<p>Zij haalde de schouders<span class="corr" id="xd31e141" title="Niet in bron"> op</span>, zonder haar cavalier aan te zien en terwijl haar stem schuchter, bijna kinderlijk
-bedeesd klonk, sprak zij op zachten toon:
-</p>
-<p>„Wij zijn hier immers te midden van vrienden.… Ik bedoel, onder onze gasten. Het zou
-dus slecht van mij zijn, als ik ook slechts in de verste verte iemand durfde verdenken.”
-</p>
-<p>Zij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen:
-</p>
-<p>„Het is zoo merkwaardig! Ik had nog in hetzelfde oogenblik het gevoel, het collier
-om mijn hals te voelen. Men went daar zoo aan en als men die kostbaarheden den geheelen
-avond draagt, dan mist men iets, als ze opeens verdwenen zijn. En zoo bemerkte ik,
-dat het opeens zoo licht om mijn hals werd.…”
-</p>
-<p>Zij keek naar haar laag uitgesneden zalmkleurige zijden japon en de bewonderende blikken
-van den heer volgden de hare in de kanten garneering, die den schoonsten boezem en
-den bekoorlijksten vrouwenhals omgaf.
-</p>
-<p>Bankier Von Hartstein moest reeds op de hoogte van het voorgevallene zijn, want hij
-kwam zijn vrouw reeds tegemoet en geleidde haar en Lord Brigham in een verder gelegen,
-tot dusverre niet verlicht kabinet, waar hij het electrische licht opdraaide.
-</p>
-<p>Hij liet zich nauwkeurig vertellen wat er gebeurd was en was, evenals zijn vrouw,
-ongerust over het feit, dat het diamanten halssieraad, dat toch midden in de zaal
-verloren was geraakt, niet teruggevonden was.
-</p>
-<p>Maar toch troostte hij zijn echtgenoote en wees erop, hoe gemakkelijk een der dames
-met haar sleep het kostbare kleinood weggeschoven kon hebben.
-</p>
-<p>„Ik verzoek u, Mylord,” sprak hij op dringenden toon tot den Engelschman, „laat uw
-<span class="corr" id="xd31e153" title="Bron: vrolijkheid">vroolijkheid</span> niet verstoren door dit voorval en spreek er, als gij mij een genoegen wilt doen,
-tegen niemand over. Ik zou niet willen, dat het pijnlijke geval aanleiding zou geven
-tot verkeerde gevolgtrekkingen.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e157" title="Niet in bron">„</span>Verdwijnen kan er niets in mijn huis. Daarvoor staan mijn beproefde bedienden en de
-vriendschap mijner gasten mij borg.”
-</p>
-<p>Lord Brigham boog.
-</p>
-<p>Een kleine pauze ontstond tusschen deze drie personen, <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>die zich ieder met hun eigen gedachten bezig hielden, maar daarop sprak de blonde
-vrouw:
-</p>
-<p>„Het is toch merkwaardig, Maximiliaan, en je weet, dat wij in den laatsten tijd dikwijls
-van personeel hebben moeten verwisselen.”
-</p>
-<p>De bankier schudde het hoofd.
-</p>
-<p>„Neem mij niet kwalijk, lieve kind, maar dat zie je niet goed in. Een burgerman zou
-niets kunnen beginnen met een voorwerp van zóó groote waarde. Niemand koopt die steenen
-van hem en daarenboven, doe mij het genoegen, de geheele zaak voorloopig te vergeten.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e168" title="Niet in bron">„</span>Geloof mij, ik heb al moeilijker vraagstukken opgelost. En als het collier werkelijk
-verloren mocht zijn”, sprak hij glimlachend, „dan zullen wij ook daar overheen komen.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e171" title="Niet in bron">„</span>En nu wil ik je niet langer in het onderhoud met je cavalier storen, die je zeer zeker
-wel weer in een goede luim zal weten te brengen.”
-</p>
-<p>Bij die woorden wendde de bankier, in wiens gelaat achter schitterende brilleglazen
-een paar doordringende oogen fonkelden, zich met een beleefd lachje tot den Engelschman,
-welke mevrouw Von Hartstein zijn arm bood en haar weer in de danszaal <span class="corr" id="xd31e175" title="Bron: teruggeleide">teruggeleidde</span>.
-</p>
-<p>De bankier, wiens kruin reeds bijna geheel kaal was, wachtte een oogenblik, daarop
-volgde hij het paar, schoof zijn breedgeschouderd, kort lichaam tusschen de heeren
-door, die voor den ingang van de balzaal stonden en verdween achter een zijdeur.
-</p>
-<p>Eenige minuten later bevond hij zich in zijn particulier kantoor aan de telefoon.
-</p>
-<p>Nadat men hem met het gewenschte nummer had verbonden, sprak de bankdirecteur:
-</p>
-<p>„Spreek ik met het detectivebureau Rasmussen?”
-</p>
-<p>„Ja, hier Rasmussen, wie daar?”
-</p>
-<p>„Von Hartstein. Zijt gij daar zelf, mijnheer Rasmussen?”
-</p>
-<p>„Toevallig wel!” klonk het. „Ik verwacht een telegram, dat ik zelf in ontvangst moet
-nemen, dus.…”
-</p>
-<p>„Dat treft uitstekend. Ik heb een van uw lieden noodig, een vertrouwd persoon. Een
-voorval, dat ik niet per telefoon wensch mee te deelen, en dat juist in mijn villa
-tijdens een bal heeft plaats gevonden, dwingt mij, uwe hulp in te roepen, mijnheer
-Rasmussen!”
-</p>
-<p>„Ja, wien zal ik u zenden.…? Mijn luitjes zijn om dezen tijd moeilijk en eerst over
-eenige uren te krijgen. Maar ik kan u toch onmiddellijk iemand zenden.”
-</p>
-<p>„Een ervaren detective?” vroeg de bankier.
-</p>
-<p>„Hij is nog zeer jong,” klonk het van de andere zijde, „maar ik geloof, dat de jonge
-man een groote toekomst voor zich heeft. Zooveel tegenwoordigheid van geest, zooveel
-combinatievermogen en persoonlijken moed heb ik nog nooit leeren kennen bij iemand
-die pas in het vak is.”
-</p>
-<p>„Goed, zend hem mij. Wanneer kan hij hier zijn?”
-</p>
-<p>„Onze auto’s staan gereed. In zes minuten kan Henry Stern bij u zijn.”
-</p>
-<p>„Mooi. Ik verwacht hem in mijn particulier kantoor. Ik zal order geven, hem dadelijk
-toe te laten.”
-</p>
-<p>Nadat de bankier den portier per huistelefoon zijn bevelen had gegeven, liep hij met
-op den rug gevouwen handen zijn kantoor op en neer.
-</p>
-<p>Achter het massieve voorhoofd werkten de gedachten van dezen beurskoning om een oplossing
-van het geheimzinnige verdwijnen van zulk een kostbaar voorwerp te vinden.
-</p>
-<p>Aan de mogelijkheid, die hij tegenover zijn vrouw had geuit, dat het kleinood aan
-den sleep van een der dames was blijven hangen, geloofde <span class="corr" id="xd31e198" title="Bron: hijzelf">hij zelf</span> niet.
-</p>
-<p>Deze lange ketting, wiens zeldzaam schoone diamanten in het licht der balzaal als
-electrische vonken schitterden,—dit stuk van zoo enorme waarde, moest iedereen dadelijk
-opvallen.
-</p>
-<p>De bankier kende de menschen. Hij wist, dat zelfs de rijke in verzoeking zou kunnen
-komen waar het een dergelijk voorwerp betrof en dat vooral de dames, verblind door
-de pracht van de diamanten en robijnen, tot een daad zouden kunnen komen, die haar
-reeds in het volgende oogenblik het grootste leed kon verschaffen. Hij was er van
-overtuigd, dat het collier van den mooien hals zijner vrouw was gegleden, eerst in
-de plooien eener japon en daarop in den zak van een der schoonen, die nog op het bal
-aanwezig was.
-</p>
-<p>Hij hoopte met behulp van den detective een middel te vinden om weer in het bezit
-van de kostbaarheid te komen, welke hij, ondanks zijn grooten rijkdom, ongaarne zou
-missen.
-</p>
-<p>De bankier keek op de klok: 5 minuten waren voorbij, maar de zesde was nog niet geheel
-verstreken, toen er zacht op zijn deur werd geklopt en een slank gebouwde, jonge man
-binnentrad in onberispelijk gezelschapscostuum, een monocle in het linkeroog en den
-cylinder met een beleefde buiging afnemend.
-<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
-<p>Glimlachend sprak de bezoeker:
-</p>
-<p>„Mijn naam is Stern, heer directeur, Henry Stern.”
-</p>
-<p>„Gij zijt.…?”
-</p>
-<p>„De afgevaardigde van het detectivebureau Rasmussen,” voltooide de jonge man den zin.
-</p>
-<p>Verbaasd vroeg de bankier:
-</p>
-<p>„Is dit uw gewone toilet of hoe hebt gij u anders zoo snel kunnen verkleeden?”
-</p>
-<p>De detective antwoordde:
-</p>
-<p>„Een detective moet alles kunnen, mijnheer Von Hartstein; mijn chef zei mij, dat ik
-in zes minuten bij u moest zijn en daar de auto in 3½ minuut uw woning kon bereiken,
-bleef mij, als ik 1½ minuten rekende voor de trappen, enz., nog 1 minuut om mij te
-verkleeden.”
-</p>
-<p>De bankier sprak met een zeker dosis eerbied voor zooveel nauwgezetheid tot den nog
-zoo jongen man:
-</p>
-<p>„Ik zal u nu vertellen, waarvoor ik uwe hulp noodig heb.”
-</p>
-<p>De detective maakte een buiging.
-</p>
-<p>„Er is een voorwerp van groote waarde in uw huis zoek geraakt, niet waar?”
-</p>
-<p>Verrast opziend, vroeg de bankier:
-</p>
-<p>„Heeft uw chef u dat verteld?”
-</p>
-<p>De jonge, elegante man schudde het hoofd.
-</p>
-<p>„Dat zou den heer Rasmussen onmogelijk zijn geweest, omdat hij zelf niet wist, waarom
-gij mij hadt ontboden. Maar het was niet moeilijk, dit te raden.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e226" title="Niet in bron">„</span>De wantrouwende blikken uwer bedienden onderling toonden mij duidelijk, dat er hier
-sprake was van een diefstal, in elk geval, dat er een voorwerp van waarde vermist
-moest zijn. Van waarde, omdat gij zeker de hulp van ons bureau anders niet in den
-nacht ingeroepen zoudt hebben, heer directeur.”
-</p>
-<p>De bankier knikte <span class="corr" id="xd31e230" title="Bron: toestemd">toestemmend</span>.
-</p>
-<p>„Gij hebt volkomen gelijk,” sprak hij, „er is hier sprake van een collier van diamanten
-en robijnen, dat mijn echtgenoote verloren heeft. Ik vermoed tenminste, dat zij het
-verloren heeft en dat de vinder of vindster tot dusverre nog geen reden meent te hebben
-gevonden om het terug te geven.”
-</p>
-<p>Met een knikje sprak de detective:
-</p>
-<p>„En nu moet ik ervoor zorgen dat die persoon zich zijn plicht herinnert en het collier
-terug geeft?”
-</p>
-<p>„Hij kan het ook weer verliezen,” meende de bankier<span class="corr" id="xd31e238" title="Niet in bron">,</span> „en dan zou u de eerlijke vinder zijn.”
-</p>
-<p>De detective knikte ernstig.
-</p>
-<p>Daarop sprak hij:
-</p>
-<p>„Ik kan voorloopig nog niet gelooven in den moed van een der dames uit het gezelschap,
-om zich zulk een kostbaar voorwerp wederrechtelijk te durven toe eigenen.… Zijt gij
-volkomen zeker van al uw gasten?”
-</p>
-<p>„Voor zoover dat mogelijk is, zeer zeker,” antwoordde de bankier.
-</p>
-<p>„Gij weet wel, mijnheer Stern, dat men zelfs voor zijn naaste bloedverwanten niet
-kan instaan, laat staan, waar er sprake is van een groot aantal voor het meerendeel
-oppervlakkige kennissen. De lieden, die in mijn huis verkeeren, behooren doorgaans
-tot de bekende, beroemde familiën der residentie. Daarom treft mij dit voorval des
-te meer.… Overigens,”—de stem van den bankier klonk nu veel koeler, „mag ik u nu naar
-het gezelschap brengen?”
-</p>
-<p>De detective schudde het hoofd.
-</p>
-<p>„Het zou mij aangenaam zijn, als gij, heer directeur, het eerste wildet gaan en als
-ge u niet mee om mij wildet bekommeren.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e249" title="Niet in bron">„</span>Eerst later, als ik mij weer tot u wend, verzoek ik u, mij aan dezen en genen voor
-te stellen.”
-</p>
-<p>De bankier knikte.
-</p>
-<p>„Zooals gij wenscht! Tot weerziens dus!”
-</p>
-<p>„Een oogenblik nog, als ’t u belieft,” verzocht de detective. „Het zou mij aangenaam
-zijn, als gij mij een visitekaartje van uzelf wildet geven, waarop gij mij volmacht
-verstrekt opdat uwe ondergeschikten zich richten naar mijn bevelen.”
-</p>
-<p>„Is dat absoluut noodig?”
-</p>
-<p>„Zeker. In zulk een moeilijk geval kan ik niet weten, tot welke maatregelen ik zal
-moeten overgaan. Voor alles zal ik waarschijnlijk een livrei, zooals uw bedienden
-die dragen, noodig hebben.”
-</p>
-<p>De bankier had een van zijn groote visitekaarten uit de portefeuille genomen, schreef
-hierop het noodige met een gouden vulpen en sprak, terwijl hij den detective het kaartje
-ter hand stelde:
-</p>
-<p>„Wat dat laatste betreft, hebt gij u slechts te wenden tot mijn hofmeester Martin,
-hij zal u in elk opzicht van dienst zijn.”
-</p>
-<p>De detective boog en de bankier ging heen.
-<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">TWEEDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">DE RAADSELACHTIGE GAST.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Nadat de heer Von Hartstein zich bij zijn speelpartners had verontschuldigd over zijn
-plotseling vertrek, begaf hij zich naar de feestzaal, waar hij na eenig zoeken zijn
-<span class="corr" id="xd31e268" title="Bron: echtgenoot">echtgenoote</span> trof.
-</p>
-<p>Mevrouw Adelheid had reeds naar haar man uitgezien om hem deelgenoot te maken van
-een opmerking welke zij gemaakt had.
-</p>
-<p>Schijnbaar vroolijk <span class="corr" id="xd31e274" title="Bron: babelend">babbelend</span> liep zij aan zijn zijde, toen zij, naar een nis aan haar rechterzijde kijkend, sprak:
-</p>
-<p>„Zie je dien heer daar, Maximiliaan? Hij is mij onbekend.”
-</p>
-<p>De bankier keek onopgemerkt in de aangeduide richting en beweerde ook, dien heer niet
-te kennen.
-</p>
-<p>„Het is mogelijk,” fluisterde hij, „dat een van onze gasten hem heeft <span class="corr" id="xd31e281" title="Bron: geintroduceerd">geïntroduceerd</span>. Dat zou niet volgens de gewoonte zijn, maar als er sprake is van een bal …”
-</p>
-<p>Mevrouw Adelheid schudde het hoofd.
-</p>
-<p>„Misschien ben ik op ’t oogenblik een beetje wantrouwend,” sprak zij, „maar je moest
-toch eens informeeren, Maximiliaan.”
-</p>
-<p>„Dat zal ik doen,” antwoordde haar echtgenoot. „Laat ik je intusschen naar mevrouw
-Von Blendheim geleiden, die je zooeven wenkte. Daarna deel ik je mede, wat ik te weten
-kom.”
-</p>
-<p>Een oogenblik later zat de jonge vrouw van den bankier naast haar oude vriendin, die
-zij fluisterend deelgenoote maakte van het gebeurde, terwijl mijnheer Von Hartstein
-tusschen de rijen der gasten doorliep en scherp uitkeek naar den detective.
-</p>
-<p>Een der bedienden naderde hem met een zilveren blad vol gevulde glazen en sprak, den
-bankier aankijkend:
-</p>
-<p>„Een glas Champagne, mijnheer?”
-</p>
-<p>De bankier keek op.
-</p>
-<p>Een glimlach vloog over zijn gelaat en terwijl hij een glas van het blad nam, fluisterde
-hij den bediende toe:
-</p>
-<p>„Dat is snel gegaan, mijnheer Stern, ik zoek u juist.”
-</p>
-<p>De detective, die zijn gezelschapstoilet had verwisseld met de grijze livrei, antwoordde,
-alsof het een bevel van zijn meester gold:
-</p>
-<p>„Gij wilt mij opmerkzaam maken op den heer ginds in die nis, nietwaar mijnheer? Ik
-zag u zooeven met uwe vrouw daarlangs gaan.”
-</p>
-<p>De bankier antwoordde niet, maar het viel hem moeilijk, zijn verwondering te verbergen
-over de bijna pijnlijke oplettendheid, die Henry Stern aan den dag legde, waar het
-de gewichtige zaak gold.
-</p>
-<p>„Ik wilde nu gaarne mijn gang gaan,” vervolgde de detective, „ik vermoed namelijk,
-dat die heer, die ook mij reeds is opgevallen, hier niet lang meer zal blijven.”
-</p>
-<p>„Verdenkt gij hem?” vroeg de bankdirecteur.
-</p>
-<p>De detective, die nog steeds in dezelfde onderdanige houding het zilveren blad met
-de champagneglazen vasthield, sprak, terwijl hij zijn lippen nauwelijks bewoog:
-</p>
-<p>„Dat zou te veel gezegd zijn, maar in elk geval past die man niet tusschen uw andere
-gasten, heer directeur.”
-</p>
-<p>Intusschen ging de detective zijn champagne aan de andere gasten aanbieden en de gastheer
-zag, dat hij op deze wijze snel de deur naderde.
-</p>
-<p>Nieuwsgierig of de geheimzinnige vreemdeling nog tegen de marmeren zuil in de nis
-geleund stond, richtte de bankier zijn schreden nogmaals daarheen, maar hij vond de
-plaats leeg. Dadelijk daarna kwamen een paar van zijn beste vrienden hem in een beursgesprek
-wikkelen, zoodat hij voorloopig niet meer aan het gestolen kleinood dacht.
-</p>
-<p>Toen hij zich weer naar de speelzaal begaf om zijn hombre-partijtje voort te zetten,
-ontmoette hij nogmaals <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>zijn echtgenoote aan den arm van den schoonen, trotschen Engelschman, dien zij voor
-den geheelen avond tot haar cavalier scheen te hebben gekozen.
-</p>
-<p>Een diepe blos kleurde haar wangen, toen zij haar echtgenoot zag. Deze echter knikte
-haar en haar cavalier met een goedigen glimlach toe.
-</p>
-<p>De Lord beantwoordde dezen groet met een buiging van het hoofd en sprak:
-</p>
-<p>„Uw man houdt blijkbaar heel veel van u, mevrouw de barones; zelfs het groote verlies,
-dat gij hem, zij het dan ook onwillens, hebt berokkend, bederft zijn goed humeur niet.”
-</p>
-<p>„Ja, mijn man is heel goed,” antwoordde zij, „ik herinner mij niet, hem ook slechts
-een enkelen keer ontstemd te hebben gezien.”
-</p>
-<p>„Gij geeft er hem zeker ook geen aanleiding toe.”
-</p>
-<p>Een onderzoekende blik uit de donkere oogen van den man vloog langs de bloeiende vrouwengestalte.…
-</p>
-<p>Adelheid von Hartstein was ten prooi aan de meest uiteenloopende gewaarwordingen,
-toen zij nu, zonder te weten, waarheen haar geleider haar bracht, bijna willoos aan
-zijn arm voortschreed.
-</p>
-<p>Een jaar geleden, nauwelijks 18 jaar oud, was zij haar driemaal zoo ouden echtgenoot
-naar het altaar gevolgd.
-</p>
-<p>Ook zij was van een oud-adellijk, maar verarmd geslacht en had daarom in haar eigen
-onderhoud moeten voorzien. Reeds maandenlang werkte zij op een der groote kantoren
-van den heer Von Hartstein, toen op een goeden dag de bankier zijn oog op haar liet
-vallen.
-</p>
-<p>Hij scheen informaties omtrent haar te hebben ingewonnen, want na eenigen tijd liet
-hij haar bij zich roepen en sprak met een stem, die alle vastheid verloren had:
-</p>
-<p>„Ik heb u iets te zeggen, juffrouw Von Sebald.”
-</p>
-<p>Hij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen:
-</p>
-<p>„Het hangt van u zelf af, of ge mijn verzoek wilt inwilligen.”
-</p>
-<p>Het jonge meisje had, ondanks zichzelf, gebloosd, had, nadat zij haar chef even had
-aangezien, haar mooie oogen neergeslagen en met een zekeren angst op zijn verdere
-woorden gewacht.
-</p>
-<p>„Dat, wat ik u zou willen vragen, betreft alleen mijzelf,” had de bankier gezegd.
-</p>
-<p>Daarop had hij weer gezwegen.
-</p>
-<p>Adelheid von Sebald had diep blozend haar hoofdje nog meer gebogen, totdat plotseling
-haar chef zich tot haar neerboog, haar hoofd in zijn groote handen nam en sprak:
-</p>
-<p>„Ik bemin u, Adelheid, en ik wilde graag, dat ge mijn vrouw werd.”
-</p>
-<p>Zes weken later waren zij met elkaar getrouwd.
-</p>
-<p>Alles was als in een droom gegaan. Het jonge meisje, dat nooit iemand had ontmoet,
-die diepen indruk op haar hart kon maken, was er zich nauwelijks van bewust, hoe groot
-het verschil in jaren en levensopvattingen was tusschen haar en haar man.
-</p>
-<p>Toen zij eenmaal getrouwd was, werd haar dit wel duidelijk, maar de eindelooze goedheid
-van haar echtgenoot ruimde alles uit den weg wat anders misschien een onoverkomelijke
-hinderpaal ware geworden.
-</p>
-<p>Nimmer was tot dusverre bij het zien van andere mannen de gedachte bij haar opgekomen,
-dat een ander misschien beter bij haar gepast zou hebben dan haar echtgenoot.
-</p>
-<p>Nu echter was Adelheid von Hartstein onrustig geworden. Een gewaarwording, die haar
-verwarde en verrukte tegelijkertijd, maakte zich van haar meester, als zij in de zwarte
-oogen van den Engelschman keek, welke haar meer nog dan zijn woorden, zeiden, hoe
-’n diepen indruk ook zij op hem had gemaakt.
-</p>
-<p>Om zichzelf af te leiden, bracht zij, terwijl zij in een der kleinere zalen op een
-rustbank hadden plaats genomen, het gesprek weer op het verloren collier.
-</p>
-<p>„Mijn echtgenoot heeft reeds werk gemaakt van het geval”, sprak zij, „en ik zelf meen
-ook iets te hebben opgemerkt, wat betrekking heeft op het geval.”
-</p>
-<p>Zij gaf haar cavalier nu een beschrijving van den vreemdeling die haar was opgevallen
-en die nu verdwenen scheen te zijn.
-</p>
-<p>„Maar hoe zou die man in uw nabijheid zijn gekomen,” sprak Lord Brigham, over wiens
-aristocratisch gelaat een glimlach gleed.
-</p>
-<p>„Dat begrijp ik ook niet,” antwoordde Adelheid, nadenkend voor zich kijkend, „maar
-ik heb een zeker voorgevoel, dat van dien man een nadere verklaring te verkrijgen
-zou zijn.”
-</p>
-<p>„Het zal moeilijk vast te stellen zijn, of die man werkelijk iets met den diefstal
-te maken heeft.”
-</p>
-<p>„Ik geloof, dat mijn man de noodige stappen reeds <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>heeft gedaan. Hij staat reeds jarenlang met het detective-bureau in verbinding en
-dat zijn kranige, handige lieden.”
-</p>
-<p>De Engelschman knikte.
-</p>
-<p>„Dat is ook de eenige manier, ten minste als men een goed bureau aan de hand heeft.”
-</p>
-<p>„O,” sprak de jonge vrouw, „het detectivebureau Rasmussen heeft den naam, het beste
-en meest betrouwbare van geheel Berlijn te zijn.”
-</p>
-<p>Weer gleed een lachje langs de trekken van den Lord, die nu het gesprek op andere
-onderwerpen bracht.
-</p>
-<p>— — — — — — — — — — — — — — — — —<br>
-— — — — — — — — — — — — — — — — —
-</p>
-<p>Intusschen was Henry Stern den man, die zulk een opvallende verschijning in de oogen
-van mevrouw Adelheid was geweest, gevolgd. De vreemdeling had het gastvrije huis van
-den bankier reeds verlaten.
-</p>
-<p>De raadselachtige man liep tamelijk snel de straten door, totdat hij een huurauto
-tegenkwam, waarin hij plaats nam.
-</p>
-<p>Henry Stern bevond zich nog aan de andere zijde der straat, maar de auto zette zich
-nauwelijks in beweging of de detective zat er reeds achter op om op deze wijze den
-rit mee te maken.
-</p>
-<p>Het was goed, dat zich slechts weinig menschen meer op straat bevonden, want het was
-een niet alledaagsch gezicht, een <span class="corr" id="xd31e357" title="Bron: volwasen">volwassen</span> man als een echte straatjongen aan een auto te zien hangen.
-</p>
-<p>In de buurt van het station Gesundbrunnen vertraagde het rijtuig zijn vaart en dadelijk
-sprong Henry Stern van den wagen af om terwijl hij in de schaduw der huizenrij voortliep
-het voertuig in het oog te houden.
-</p>
-<p>Voor een der huizen hield de auto stil, de detective zag, dat de vreemdeling uitstapte,
-den koetsier betaalde, de huisdeur opensloot en naar binnen ging.
-</p>
-<p>Zonder zich een oogenblik te bedenken, onderzocht Stern nu de zij-ingangen der huizen
-en reeds in het tweede vond hij een open huisdeur.
-</p>
-<p>Hij snelde de gang door naar een binnenplaats, waar hij als een kat over de houten
-schutting klom, en toen hij 200 schreden verder was, herhaalde hij ditzelfde nogmaals.
-</p>
-<p>Hij bevond zich nu in het huis, dat hem interesseerde<span class="corr" id="xd31e367" title="Niet in bron">,</span> maar hij had geen flauw vermoeden waar de vreemdeling zich nu zou bevinden.
-</p>
-<p>Plotseling viel zijn blik op een vrij hoog gelegen raam, dat nu verlicht was. Hier
-wilde hij even naar binnen kijken!
-</p>
-<p>Snel besloten, zooals dat zijn gewoonte was, wist hij zich met behulp van een tapijtklopper,
-dien hij op de binnenplaats vond, omhoog te werken totdat hij de vensterbank van het
-verlichte raam kon vastgrijpen.
-</p>
-<p>Als een eekhorentje was hij naar boven geklauterd en nu keek hij in de kamer, waarin
-zich een man bevond, die een blouse droeg en die er uitzag als een werkman. Hij was
-in gezelschap van twee jonge meisjes, blijkbaar behoorend tot de armzalige Berlijnsche
-nachtvlinders. De vierde persoon in de kamer was de vreemdeling, dien hij achtervolgde.
-</p>
-<p>Zij stonden samen bij een tafel en bekeken blijkbaar iets, dat de vreemdeling hun
-liet zien. Daar zij echter, zooals zij daar naast elkaar stonden, den detective hun
-ruggen toewendden, was deze niet in staat, te onderscheiden, wat zoo de algemeene
-oplettendheid trok.
-</p>
-<p>In zijn pogingen om beter naar binnen te kunnen kijken, deed de detective een misstap,
-waardoor hij bijna naar beneden was gerold. Hij wist echter zijn evenwicht te bewaren,
-maar moest snel zijn hoofd en bovenlijf terugtrekken om niet gezien te worden.
-</p>
-<p>Daarbinnen had men het geluid gehoord, allen hadden zich omgedraaid en keken naar
-het venster.
-</p>
-<p>Het kwam den detective nu veiliger voor om zijn observatiepost te verlaten. Hij liet
-zich weer naar beneden glijden en had juist de houten schutting, waarover hij zooeven
-was geklommen, bereikt, toen de deur, die van het huis naar de binnenplaats leidde,
-geopend werd.
-</p>
-<p>De detective zag, dat de vier personen, die hij in de kamer had gezien, hem vervolgden.
-Hij hoorde een stem, die een hond aanzette en:
-</p>
-<p>„Tyras, pak hem!” riep.
-</p>
-<p>In hetzelfde oogenblik vloog een groote hond als een razende over de plaats en pakte
-Henry Stern, die juist over de schutting wilde klimmen, bij zijn jas.
-</p>
-<p>De jonge detective had zijn langen gummiknuppel te voorschijn gehaald en gaf den hond
-daarmede een flinken slag op zijn snuit, zoodat het dier luid jankte.
-</p>
-<p>Nu snelden ook de beide mannen toe en met een geweldigen sprong zwaaide Stern zich
-over de schutting <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>terwijl een flink stuk van zijn jas in den bek van den hond achterbleef.
-</p>
-<p>De beide kerels waagden het blijkbaar niet, ook de schutting over te klimmen. Zij
-riepen hem echter na:
-</p>
-<p>„Je zult ons toch niet ontsnappen, vervloekte speurhond!”
-</p>
-<p>Het was reeds bijna 5 uur in den morgen, Henry Stern wachtte nog eenige minuten, maar
-toen alles rustig bleef, begaf hij zich naar buiten in de pikdonkere straat. Nadat
-hij het huisnummer en den straatnaam had genoteerd, snelde hij terug, totdat hij in
-een meer beschaafde wijk een huurrijtuig vond, waarmede hij zich, zeer tevreden over
-zijn werk, naar zijn bureau liet brengen.
-<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">DERDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">IN DE SLAAPKAMER DER BARONES.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">„Ik voel geen lust, om de politie in mijn zaken te mengen,” sprak de bankier den volgenden
-morgen aan het ontbijt tot zijn echtgenoote, toen er natuurlijk weer druk gesproken
-werd over het verdwijnen van het collier.
-</p>
-<p>„Waartoe zou het ook dienen! Diefstallen, die op zulk een geslepen manier gepleegd
-worden, ontdekt de politie bijna nooit. Ik twijfel volstrekt niet aan den ijver en
-het doorzicht van onze beambten, maar ik vrees, dat zij in dezen weinig zullen presteeren.
-Daarom heb ik mij dadelijk tot Rasmussen gewend.”
-</p>
-<p>De jonge vrouw hoorde dat, wat haar man vertelde, als in een droom. Een zeker iets,
-waarvan zij zichzelf geen rekenschap kon geven, omsluierde al haar gewaarwordingen
-en gedachten. Het leven scheen haar dubbel aangenaam!
-</p>
-<p>Zij betrapte er zich op, dat haar gedachten elders waren, in de nabijheid van een
-rijzigen, slanken man met zwart krullend haar en donkere, schitterende oogen, die
-weer, evenals gisteren in de oranjerie, diep en smachtend in de hare keken.
-</p>
-<p>Hoeveel moeite zij zich ook gaf, om deze gedachten te verbannen, om zich weer vol
-aandacht aan haar man te wijden, het hielp haar niet.
-</p>
-<p>Er was iets nieuws in haar leven gekomen en hoewel zij het zichzelf niet wilde bekennen,
-zij smachtte naar het oogenblik, waarop zij hem weer zou zien en spreken.
-</p>
-<p>Later op den dag, toen haar man naar de beurs was gegaan, zat zij langen tijd in haar
-kostbaar ingericht boudoir. Zij vroeg zichzelf herhaaldelijk af, of hij, met wien
-haar gedachten zich onophoudelijk bezighielden, ook haar nog niet vergeten zou hebben.
-</p>
-<p>Wanneer zij dan weer aan haar echtgenoot dacht, gevoelde zij iets, wat op wroeging
-geleek.
-</p>
-<p>Toen de heer Von Hartstein des avonds weer uitging om tegenwoordig te zijn op een
-belangrijke vergadering, deelde hij haar vóór zijn vertrek mede, dat het waarschijnlijk
-laat zou worden, eer hij terug kon zijn.
-</p>
-<p>Adelheid begaf zich tijdig ter ruste, maar het duurde een geruimen tijd, voordat zij
-den slaap kon vatten.
-</p>
-<p>Eindelijk echter sliep zij in terwijl een zalig lachje om haar rooden mond speelde.…
-</p>
-<p>Zij droomde.
-</p>
-<p>Het was haar, alsof een kamerdeur werd geopend en zachte, behoedzame schreden haar
-weelderig bed naderden.
-</p>
-<p>Daar stond hij in het zachte, getemperde licht der gaskroon, hij, aan wien zij den
-geheelen dag had moeten denken.… of was hij het niet?.… En nu sprak hij zelfs tot
-haar.… Zij verstond hem niet.… nu noemde hij haar naam, dien hij telkens met zachte,
-welluidende stem herhaalde.… en nu knielde hij naast haar bed neer, strekte zijn handen
-naar haar uit en.…
-</p>
-<p>Met een kreet van angst richtte Adelheid von Hartstein zich op en met wijd <span class="corr" id="xd31e411" title="Bron: goepende">geopende</span> oogen staarde zij naar het donkere gelaat van den man, die aan het voeteneind van
-haar bed neerknielde.
-</p>
-<p>Met bevende stem vroeg zij:
-</p>
-<p>„Wat wilt gij?… Wie zijt gij? … Ik roep om hulp!”
-</p>
-<p>(Zie het titelblad.)
-</p>
-<p>De nachtelijke bezoeker hief zijn hoofd op, dat bedekt was door een zwart fluweelen
-masker, waardoor alleen de oogen zichtbaar waren en met een stem, die de jonge vrouw
-meende te kennen, maar die haar tegelijkertijd vreemd in de ooren klonk, sprak hij:
-</p>
-<p>„Wees niet bang! Ik zal u geen kwaad doen. Ik ben hier gekomen, omdat ik u moet zien.…
-Bij dag, als iedereen u kan zien, is het mij onmogelijk om u te zeggen, wat mij op
-het hart ligt …”
-<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p>
-<p>Met smeekend opgeheven handen vroeg zij weer, bijna fluisterend:
-</p>
-<p>„Ik weet niet, wie gij zijt, wat wilt gij van mij en waarom verbergt gij uw gelaat?
-Zijt gij …”
-</p>
-<p>Maar zij durfde niet vragen of hij het was, die op het bal haar hart stormenderhand
-had veroverd.
-</p>
-<p>Een zacht, welluidend lachje klonk van zijn lippen.
-</p>
-<p>„Of ik het ben, naar wien uw hart verlangt, dat weet ik niet. Maar ik—ik kon geen
-weerstand bieden aan de onzichtbare macht, die mij tot u voerde in dit stille uur.…
-Maar ik kom nog voor iets anders: Gij hebt op het feest uw collier verloren, zoudt
-gij het graag terug willen hebben?”
-</p>
-<p>Verrast en sprakeloos staarde de jonge vrouw naar den nachtelijken bezoeker; zij schudde
-haar hoofd met het krullende goudblonde haar en met doodsbleek gelaat hijgde zij:
-</p>
-<p>„Maar wie zijt gij toch? en wat weet gij van mijn collier? Zijt gij misschien de man,
-die in de nis tegen de marmeren zuil leunde?”
-</p>
-<p>Hij schudde het hoofd.
-</p>
-<p>„Vraag mij niet wie ik ben, want ik moet u het antwoord eeuwig schuldig blijven. Beschouw
-mij als een ongelukkige die uw medelijden verdient!”
-</p>
-<p>Hij nam haar hand in de zijne, tilde het fluweelen masker op en drukte zijn lippen
-op haar gloeiende vingers.
-</p>
-<p>„Ik begrijp het niet,” sprak zij zacht, maar terwijl zij dit zeide, was het, alsof
-een inwendige stem haar toefluisterde:
-</p>
-<p>„Hij is het! Hij is het dien gij liefhebt, aan wien je hart en je zinnen toebehooren.”
-</p>
-<p>Maar—dan begon zij weer te twijfelen.
-</p>
-<p>Hoe zou de Engelsche aristocraat er een oogenblik aan kunnen denken om des nachts
-een vreemde woning binnen te dringen, in de slaapkamer te komen van de vrouw van een
-ander? En wat had Lord Brigham te maken met het gestolen halssieraad? Maar misschien
-gaf hij dit slechts op als voorwendsel voor zijn ongemotiveerde komst.…..?
-</p>
-<p>Zij voelde echter, dat zij in elk geval zich in schijn moest verzetten tegen dit bezoek
-en met kloppend hart sprak zij:
-</p>
-<p>„Wilt gij mij nu uw naam noemen? Ik moet om hulp roepen als gij nog langer hier blijft!
-Als man van eer moogt gij geen misbruik maken van de hulpeloosheid eener vrouw … En
-daar in die andere kamer slaapt mijn echtgenoot.”
-</p>
-<p>Zij wist niet, of de bankier reeds te huis was, maar hoe dan ook het zou haar onmogelijk
-geweest zijn, om hulp te roepen. Zij vreesde dezen man niet, die haar slaapkamer was
-binnengedrongen en als een smeekende knaap aan haar voeten lag.
-</p>
-<p>Aarzelend vroeg zij:
-</p>
-<p>„Ken ik u?”
-</p>
-<p>Hij antwoordde niets, maar het was haar als hoorde zij een zacht lachen van zijn lippen.
-</p>
-<p>Hierdoor moediger geworden, vroeg zij weer:
-</p>
-<p>„Kent gij mijn echtgenoot?” Hij lachte weer en fluisterde:
-</p>
-<p>„Ik ken u beiden en ik weet, waarom gij deze vraag tot mij richt.”
-</p>
-<p>Daarop vervolgde hij na een kleine pauze:
-</p>
-<p>„Misschien ook ken ik hem, aan wien gij denkt!”
-</p>
-<p>„Maar zijt gij het niet zelf?” vroeg zij in ademlooze spanning.
-</p>
-<p>Zonder hierop te antwoorden, sprak hij nogmaals.
-</p>
-<p>„Doet het u veel leed, dat gij uw collier hebt verloren?”
-</p>
-<p>Maar Adelheid, vervuld van geheel andere gevoelens, sprak hoofdschuddend:
-</p>
-<p>„Mijn man is immers zoo rijk.….. Men verliest zooiets natuurlijk niet graag.… Vooral
-hij, mijn echtgenoot.… Mij kan het niet veel schelen.… Hebt gij het misschien gevonden?”
-</p>
-<p>Hij antwoordde ook hierop niets, maar kuste nogmaals haar handen, die zij hem beide
-gaf en stond toen langzaam op.
-</p>
-<p>„Het wordt tijd, dat ik heenga, maar gij hebt mij niet voor de laatste maal gezien.”
-</p>
-<p>En zonder Adelheid tijd te gunnen om nog iets te zeggen, was de nachtelijke bezoeker
-verdwenen.
-</p>
-<p>Zij gevoelde zich als verdoofd en als ware er niets bijzonders voorgevallen, sluimerde
-zij rustig weer voort.
-<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">VIERDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">DE ZWARTE BRIEF.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Bankier Von Hartstein schuimbekte van woede.
-</p>
-<p>Hij had des morgens, toen hij zijn kantoor binnenkwam, op zijn schrijftafel een brief
-gevonden in een zwart couvert, dat aan de achterzijde een gouden monogram „J. R.”
-vertoonde.
-</p>
-<p>De brief was niet voorzien van een postzegel of stempel en blijkbaar door een bode
-daar neergelegd.
-</p>
-<p>Het couvert <span class="corr" id="xd31e470" title="Bron: bevatten">bevatte</span> een met de schrijfmachine geschreven brief van den volgenden inhoud:
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first salute">Geachte heer!
-</p>
-<p>Doe geen moeite, uit te vorschen, waar het diamanten collier van uw echtgenoote zich
-bevindt. Het zou u niet helpen en u misschien in gevaar brengen. Ditzelfde geldt voor
-degenen, wien gij dit werk mocht opdragen. Het zal van omstandigheden, waarmede gij
-niets te maken hebt afhangen, of men het collier aan uw vrouw zal terugbezorgen. Het
-zal echter noch aan de politie noch aan de detectives gelukken, op het spoor te komen
-van uw dienstwilligen,
-</p>
-<p class="signed">JOHN C. RAFFLES.<span id="xd31e479"></span></p>
-</blockquote><p>
-</p>
-<p>De heer Von Hartstein vertrouwde zijn oogen niet. Deze brutaliteit overtrof alles!
-</p>
-<p>Onmiddellijk werd de oude, vertrouwde dienaar Martin geroepen.
-</p>
-<p>De oude man, die reeds den vader van den bankier had gediend, verscheen, als altijd,
-onberispelijk in rok en met witte das, in het kantoor van zijn heer en meester.
-</p>
-<p>Maar het was, alsof de handen van den man beefden, toen hij op den drempel trad en
-zijn witte bakkebaarden door zijn vingers liet glijden.
-</p>
-<p>„Mijnheer beveelt?”
-</p>
-<p>„Mijn beste Martin,” sprak de bankier met gefronst voorhoofd, „ik moet je, bijna voor
-den eersten keer, een verwijt maken. Er schijnen verkeerde elementen onder de bedienden
-te zijn.… Hier, lees dezen brief.”
-</p>
-<p>Hij gaf hem het couvert en vervolgde:
-</p>
-<p>„Dit schrijven vond ik hedenochtend op mijn tafel liggen. Franz, de bediende, beweert
-geen flauw vermoeden te hebben, hoe het daar is gekomen. Mag zoo iets in een goed
-geordend huishouden plaats vinden?”
-</p>
-<p>De oude man luisterde met gebogen hoofd naar de woorden van zijn gebieder. Het was,
-alsof hij, schuldbewust, niet durfde antwoorden.
-</p>
-<p>De bankier vervolgde<span class="corr" id="xd31e493" title="Niet in bron">:</span>
-</p>
-<p>„Je weet, beste Martin, welk verlies ik geleden heb op het bal. Een half millioen
-is ook voor mij geen kleinigheid.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e497" title="Niet in bron">„</span>Maar dat ik bovendien door dien schurk in mijn eigen huis gehoond word, dat is het
-schandelijkste van al! En, beste Martin, daarvoor stel ik jou verantwoordelijk!”
-</p>
-<p>De oude man haalde de schouders op en sprak:
-</p>
-<p>„Het spijt mij zeer, mijnheer Von Hartstein, maar ik zelf sta machteloos tegenover
-dit alles. Ik heb na den diefstal al onze bedienden een voor een onder handen genomen,
-maar ik ben ervan overtuigd, dat geen van hen tot een oneerlijke daad in staat is.
-Wat echter den brief betreft, hieromtrent kan ik u persoonlijk, zij het dan ook slechts
-gedeeltelijk, inlichten.…”
-</p>
-<p>Verrast keek de bankier op.
-</p>
-<p>„Jij? Jij zelf, Martin? Ik ben zeer nieuwsgierig.”
-</p>
-<p>Met een droevig glimlachje sprak de oude man:
-</p>
-<p>„Ja, ik lijd, zooals mijnheer wel weet, aan slapeloosheid. Nu heb ik eenigen tijd
-geleden, om een onbeduidende reden, van slaapkamer geruild met de kamervrouw van mevrouw
-de barones.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e507" title="Niet in bron">„</span>Dezen nacht meende ik eenig geluid te hooren, ik <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>draaide het electrische licht op en zag, dat het bijna half drie was. Ik ging mijn
-kamer uit en zag bij het zwakke licht van de ganglamp een zwarte gedaante langs sluipen.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e512" title="Niet in bron">„</span>Het eerste oogenblik was ik verlamd van schrik, zoodat ik verzuimde, hem na te snellen
-en daarna vond ik, ondanks alle moeite, zijn spoor niet terug.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e515" title="Niet in bron">„</span>Ik was echter niet gerust, en begon, ongeveer een half uur later, nog eens te zoeken.
-Terwijl ik langs de slaapkamer van mevrouw de barones kom, wordt de deur naar de gang
-toe geopend en een hooge, in het zwart gekleede gestalte komt onhoorbaar naar buiten.…..”
-</p>
-<p>De oude man zweeg en keek ontsteld in het doodsbleeke gelaat van zijn heer.
-</p>
-<p>Op verontwaardigden toon vroeg Von Hartstein:
-</p>
-<p>„Hebt gij het gelaat van den man gezien?”
-</p>
-<p>„Dat was mij onmogelijk. Hij droeg een masker, of liever een hoofdbedekking van zwart
-fluweel, waardoor alleen de oogen zichtbaar waren.”
-</p>
-<p>„En je hebt hem laten gaan?!” vroeg de bankier diep ademhalend.
-</p>
-<p>„Dat maakt mij juist zoo ongelukkig!” sprak de oude Martin handenwringend.
-</p>
-<p>„Ik was als verlamd van schrik door die spookachtige gedaante. Ik kon zelfs geen enkel
-geluid geven. De vreemde, bovenaardsche verschijning gleed onhoorbaar langs mij heen,
-zijn doordringende oogen onafgewend op mij gericht.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e526" title="Niet in bron">„</span>Toen ik van den schrik bekomen was, was de geheimzinnige man verdwenen.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e529" title="Niet in bron">„</span>Aan het kozijn van een der ramen dicht bij de trap, vond ik een zijden koord bevestigd,
-waarlangs de misdadiger zich waarschijnlijk naar beneden heeft laten glijden.”
-</p>
-<p>De bankier antwoordde niets.
-</p>
-<p>Hij had aan zijn schrijftafel plaats genomen en was in diep nadenken verzonken.
-</p>
-<p>Hij dacht niet meer aan den brutalen brief in het zwarte couvert, zelfs het verlies
-van het collier was hem in dit oogenblik onverschillig—slechts de gedachte aan zijn
-vrouw hield hem bezig.
-</p>
-<p>Tot dusverre was nog nimmer de gedachte bij hem opgekomen, dat de reine, blauwe oogen
-zijner vrouw verlangend naar andere mannen zouden kunnen kijken.
-</p>
-<p>Hoe kwam het, dat nu opeens een gevoel van twijfel zich meester maakte van het hart
-van den reeds bejaarden man?
-</p>
-<p>Was het niet zijner onwaardig, in de brutale handelwijze van een schurk, die misschien
-in de vertrekken zijner vrouw was geweest, terwijl deze sliep, trouweloosheid van
-het beminde wezen te willen zoeken?
-</p>
-<p>Maar—dit was het niet alleen!
-</p>
-<p>Adelheids houding was na den nacht van het bal zoo geheel anders geworden! Lief en
-vriendelijk als altijd, was zij toch in zichzelf gekeerd en stil geworden.
-</p>
-<p>Wat kon deze man in zijn brief bedoelen met de omstandigheden, waarmede hij zelf niets
-te maken had en waarvan het zou afhangen of men Adelheid het gestolen collier zou
-terugbezorgen.…..?
-</p>
-<p>Al deze vragen pijnigden den bankier ontzettend.
-</p>
-<p>Eindelijk hief hij het hoofd op en sprak, met een goedig glimlachje den ouden dienaar
-aanziende:
-</p>
-<p>„Ik dank je wel, beste Martin; wil je zoo goed zijn, door middel van de kamervrouw
-mijn echtgenoote te laten zeggen, dat ik haar over een kwartier wensch te spreken?”
-</p>
-<p>Martin verwijderde zich en kwam spoedig daarna terug met de mededeeling, dat mevrouw
-de barones juist was opgestaan en mijnheer den bankier over een kwartier verwachtte.
-<span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">VIJFDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">EEN HARTSGEHEIM.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Adelheid was eerst laat uit haar droomen ontwaakt.
-</p>
-<p>Toen echter haar kamermeisje de gordijnen opende en het volle, heldere daglicht in
-het meer dan weelderige slaapvertrek naar binnen viel, waren alle visioenen van den
-nacht verdwenen.
-</p>
-<p>Zij bevond zich weer als de echtgenoote van den beroemden beurskoning en millionair
-Von Hartstein in haar villa, zij was de rijke, voorname vrouw, die haar echtgenoot
-trouw had gezworen en die, nu het nuchtere verstand weer werkte, vast besloten was,
-alle andere gevoelens onherroepelijk uit haar hart te verbannen.
-</p>
-<p>Was het werkelijkheid, haar droom van dien nacht?
-</p>
-<p>Maar waarom had zij dan niet om hulp geroepen, toen de vreemdeling bij haar bed was
-neergeknield?
-</p>
-<p>Hoe had zij een oogenblik kunnen veronderstellen, dat de Engelsche aristocraat en
-de inbreker, dezelfde, die haar collier had gestolen, iets met elkaar te maken hadden?
-</p>
-<p>Zou Lord Brigham, een Peer van Engeland, in den nacht een vreemd huis binnendringen
-om op deze wijze een dame zijn hulde te bewijzen?
-</p>
-<p>Neen! Zij wenschte, dat zij voor haar echtgenoot kon verschijnen om hem te vertellen,
-wie den treurigen moed had gehad, in haar slaapvertrek te komen!
-</p>
-<p>Maar dat was onmogelijk!
-</p>
-<p>Zij kende zijn wantrouwen en jaloezie en wist, dat hij haar niet zou gelooven, als
-zij hem den loop van het nachtelijk avontuur zou vertellen.
-</p>
-<p>En omdat zij den moed niet had, hem alles te zeggen, besloot zij te zwijgen.
-</p>
-<p>In dit oogenblik kreeg zij de boodschap van haar man, dat hij haar wilde spreken.
-</p>
-<p>Zij begreep, dat dit vroege onderhoud in verband stond met het voorgevallene in den
-nacht en vol bange onzekerheid wachtte zij op de komst van haar echtgenoot.
-</p>
-<p>Toen hij binnentrad, zag zij aan zijn vastgesloten lippen, dat zijn humeur niet van
-de beste was, maar zij had tijd gehad om zich voor te bereiden en was dus uiterlijk
-kalm en rustig.
-</p>
-<p>Nadat de bankier haar den brief in het zwarte couvert had laten lezen, scheen zij
-hierover even verontwaardigd als hij zelf en antwoordde op zijn vraag, of zij niets
-van de aanwezigheid van den schurk had bemerkt:
-</p>
-<p>„Maar Max, je begrijpt toch, dat ik dan het geheele huis in opschudding zou hebben
-gebracht. Ik zou van angst gestorven zijn!”
-</p>
-<p>Deze woorden stelden hem volkomen gerust.
-</p>
-<p>De zekerheid, dat het hart van zijn vrouw even rein en onschuldig was als altijd,
-deed hem alle ongerustheid vergeten en Adelheid deed al haar best om hem te bewijzen,
-dat zij hem meer dan ooit liefhad en aan geen anderen man dacht.
-</p>
-<p>Met het blonde kopje aan zijn breede borst keek zij teeder naar hem op. Geduldig liet
-zij zich op mond en oogen kussen, totdat hij, op de klok kijkend, zag, dat het hoog
-tijd was om naar de beurs te gaan.
-</p>
-<p>De jonge vrouw begaf zich naar haar boudoir, waar zij zich weer aan haar gedachten
-overgaf.
-</p>
-<p>Zou zij haar man alles vertellen?
-</p>
-<p>Maar neen, hij zou haar niet begrijpen, hij zou het niet kunnen!
-</p>
-<p>Eén slechts was er in de geheele wereld, die haar zou kunnen helpen! Eén slechts,
-op wiens ridderlijkheid zij volkomen vertrouwde.
-</p>
-<p>Die eene was Lord Brigham!
-</p>
-<p>Als de vermetele onbekende het haar weer lastig zou maken, dan wilde zij tot hèm gaan,
-tot den Engelschen edelman, van wiens vriendschap zij redding verwachtte.
-</p>
-<p>Gesterkt door dit besluit, riep zij haar kamenier om zich voor een rijtoer te laten
-kleeden.
-<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">ZESDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">IN HET DANSHUIS.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Henry Stern had juist de villa van den millionair verlaten, niet zeer opgewekt over
-dat, wat hij daar had moeten vernemen. De bankier had hem den zwarten brief getoond
-en erbij gezegd, dat, als hij niet binnen eenige dagen tenminste het begin van eenig
-resultaat zag, hij de zaak in handen zou geven van een ander detective-bureau.
-</p>
-<p>Dat was voor den jongen man als een slag in het gezicht. Hoewel hij pas 23 jaar oud
-was, hield hij zichzelf, en misschien niet geheel ten onrechte, voor een genie in
-zijn beroep.
-</p>
-<p>De heer Von Hartstein verlangde, zoo dacht Stern, wel wat veel. Er waren niet meer
-dan vier dagen verloopen sinds het bal in de villa had plaats gehad en deze tijdsruimte
-was bijna te kort om een zoo geslepen misdadiger op het spoor te komen.
-</p>
-<p>Henry Stern had immers een spoor, wat hij den millionair dan ook had medegedeeld,
-maar het had tot dusverre tot niets geleid.
-</p>
-<p>Reeds in den voormiddag, volgende op den bewusten nacht, had hij het huis, waar de
-auto hem had gebracht, weer opgezocht.
-</p>
-<p>Hij vond de woning zonder eenige moeite. Er huisde een oude vrouw, een type, zooals
-men ze meer in de misdadigerswijken der groote steden vindt. Zij verhuurde haar kamers
-voor enkele dagen of nachten, al naar men het haar vroeg.
-</p>
-<p>Maar die oude beweerde niets van de zaak te weten. Den geheelen nacht, zoo zei ze,
-had er geen licht in haar woning gebrand en niemand was daar geweest, behalve zijzelf.
-De detective moest zich bepaald vergist hebben. Waarschijnlijk bedoelde hij een ander
-huis uit de straat.
-</p>
-<p>Stern mocht de hulp der politie niet inroepen, daar de heer Von Hartstein hem dit
-ten strengste verboden had.
-</p>
-<p>Aan dit verbod moest hij zich houden, hoewel juist in deze zaak de hulp der politie
-hem veel waard was geweest.
-</p>
-<p>Zuchtend en ontevreden over zichzelf was Henry Stern nu op weg naar den heer Rasmussen
-om, zooals zijn plicht was, dezen mede te deelen, wat hij dien morgen in de villa
-had vernomen, toen een heer met uitgestrekte handen naar hem toekwam.
-</p>
-<p>„Henry, oude jongen, hoe gaat het je?”
-</p>
-<p>De detective herkende onmiddellijk zijn vroegeren schoolkameraad Peter Böcher en spoedig
-waren zij in een levendig gesprek gewikkeld, dat zij op voorstel van den vriend, in
-een wijnrestaurant gingen voortzetten.
-</p>
-<p>Henry Stern vertelde, hoe hij eerst van plan was geweest om officier te worden, maar
-dat een zeer onaangename duelgeschiedenis, die hij niet had kunnen verhinderen, zijn
-carrière in het leger onmogelijk had gemaakt. Door een toeval was hij detective geworden,
-een vak, waarvoor hij werkelijk in de wieg scheen te zijn gelegd.
-</p>
-<p>„Dat is toevallig,” antwoordde de ander, „dan hebben wij ten slotte zoo ongeveer hetzelfde
-beroep gekregen. Ik heb in de rechten gestudeerd en ben geëindigd met commissaris
-van politie te worden.”
-</p>
-<p>„Hier in Berlijn?” vroeg Stern aangenaam verrast.
-</p>
-<p>De ander knikte toestemmend en vervolgde:
-</p>
-<p>„Ik weet, wat je zeggen wilt en ik zal je vraag dadelijk beantwoorden: Als het mij
-eenigszins mogelijk is, zonder mijn plicht te verzaken, wil ik je gaarne in ieder
-opzicht van dienst zijn.”
-</p>
-<p>Korten tijd daarna reden de beide vrienden in een huurrijtuig zamen naar het hoofdbureau
-van politie.
-</p>
-<p>En nadat de commissaris Böcher daar zijn vriend zeer formeel aan den chef van de recherche
-had voorgesteld, was deze zoo welwillend, toestemming te geven tot het doorbladeren
-van het misdadigersalbum.
-<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p>
-<p>Henry Stern deelde dien heer in vertrouwen mede waarom het hem te doen was.
-</p>
-<p>Hierna bracht de commissaris den detective in een vertrek, dat het zoogenaamde „misdadigersalbum”
-bevatte. Het was een langwerpige kamer met tallooze vakken en planken aan de muren,
-waarin zich stapels photographieën bevonden. Al deze beelden waren keurig gerangschikt
-volgens leeftijd, kleur der haren, grootte en dergelijke kenteekenen der misdadigers.
-</p>
-<p>Het was Henry Stern er om te doen, het portret van den man te vinden, die op den balavond
-in de millionnairs-villa in de nis had gestaan, tegen de marmeren zuil leunend en
-dien hij later was gevolgd tot op de binnenplaats van het verdachte huis.
-</p>
-<p>Een geruimen tijd bleef zijn onderzoek vruchteloos.
-</p>
-<p>Eindelijk bracht de beambte een pakket pas aangekomen photo’s, welke personen voorstelden,
-die in Berlijn of daar buiten bij het verlaten van strafinrichtingen eerst kortelings
-waren gephotographeerd.
-</p>
-<p>Bij het bekijken van deze portretten greep Stern haastig naar een der photo’s, terwijl
-hij sprak:
-</p>
-<p>„Die! Maar hij heeft zijn baard laten wegnemen!”
-</p>
-<p>Terwijl hij de photographie omdraaide, las de commissaris voor:
-</p>
-<p>„Adolf <span class="corr" id="xd31e618" title="Bron: Muller">Müller</span>, uit Myslowitz, bijgenaamd „Silezische Adolf”, geboren den 23 Juli 1869. Herhaaldelijk
-gestraft wegens zwaren diefstal en roof.”
-</p>
-<p>„Dat is hij!” sprak Henry Stern.……, „als ik maar kon verklaren, hoe de man in het
-bezit van het collier is gekomen. Want al heeft hij, hoe dan ook, toegang gekregen
-tot de villa, de barones zal met hem toch in geen geval gedanst hebben, want hij was
-niet eens aan haar voorgesteld.…..
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e623" title="Niet in bron">„</span>En dat hij haar juist gepasseerd zou hebben in het oogenblik, waarop zij het collier
-verloren heeft—zij miste het na een quadrille—is ook niet aan te nemen!”
-</p>
-<p>De andere beambten haalden de schouders op en Peter Böcher sprak:
-</p>
-<p>„Ja, kerel, dat zijn de raadsels, die jij moet oplossen.…..”
-</p>
-<p>„In elk geval ben ik jou en de andere heeren heel dankbaar, dat ge mij inzage van
-deze dingen hebt gegeven,” sprak Stern, „want ik weet nu tenminste eenigszins met
-wien ik te doen heb.”
-</p>
-<p>„Ook wij zullen een oogje op den heer Adolf <span class="corr" id="xd31e631" title="Bron: Muller">Müller</span> houden,” verzekerde de commissaris.
-</p>
-<p>Henry Stern nam afscheid en volgde dadelijk den raad, welken een der heeren op het
-politiebureau hem had gegeven, door namelijk een bezoek te gaan brengen aan een klein
-restaurant in de Seydelstraat, het „Tipp-café”, zooals het door de bezoekers werd
-genoemd.
-</p>
-<p>De politie had dikwijls reden om dit restaurant in het oog te houden, omdat er herhaaldelijk
-misdadigers en landloopers bijeen kwamen en omdat er, hoewel de eigenaar dikwijls
-was gestraft, hoog gespeeld werd.
-</p>
-<p>In den namiddag van dienzelfden dag verscheen in het café Säusler, zooals het officieel
-heette, een heer met kleine Engelsche bakkebaarden en die ook volgens zijn kleeding
-en geheele optreden den burgerlijken Engelschman verried.
-</p>
-<p>Hij bestelde op langzamen toon, met echt Engelsch accent sprekend, eerst een glas
-bier en, omdat hij dit niet kon krijgen, een glas port.
-</p>
-<p>Met blijkbaar welbehagen dronk hij zijn glas leeg.
-</p>
-<p>Daarop nam hij een sportblad op en verdiepte zich in den inhoud daarvan, waarbij hij
-dikke rookwolken blies uit een korte tabakspijp.
-</p>
-<p>Zoo zat hij een uur lang en daarna nog een uur, zonder dat hij zijn jockeypet van
-het hoofd nam.
-</p>
-<p>Ook toen twee personen het overigens leege Tipp-café binnentraden, keek hij niet uit
-het blad op, dat hem blijkbaar zeer interesseerde.
-</p>
-<p>De beide zeer elegant gekleede heeren gingen het bij dag steeds vrij donkere café
-binnen en spraken bij het buffet een poosje met den daar vertoevenden kellner.
-</p>
-<p>Daarop wilden zij blijkbaar het lokaal weer verlaten, toen de kleinste der twee, iemand
-met een zwart snorretje en een bescheiden uiterlijk, sprak:
-</p>
-<p>„Zeg, we zouden wel eerst een glaasje pils kunnen drinken.”
-</p>
-<p>Zij namen plaats in de onmiddellijke nabijheid van den Engelschman en begonnen te
-spreken van een fuif, welke zij blijkbaar den vorigen avond hadden meegemaakt.
-</p>
-<p>De Engelschman wendde, zich achter zijn blad verborgen houdend, geen oog van hen af.
-</p>
-<p>Hij had dadelijk in den een den „Silezischen Adolf” <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>herkend en was in hetzelfde oogenblik vast besloten, hem nu niet weer uit het oog
-te verliezen.
-</p>
-<p>Dit was nu, op klaarlichten dag, zoo gemakkelijk niet, maar Henry Stern gevoelde,
-dat zijn goede naam als detective op het spel stond!
-</p>
-<p>Hij betaalde nu en vroeg den kellner iets in gebroken, met Engelsch vermengd, Duitsch,
-wat deze niet verstond. Hij had de voldoening, dat de kleinste zijner twee buren zijn
-woorden vertaalde.
-</p>
-<p>Daardoor kwam hij met hen in gesprek en vertelde, dat hij in Berlijn vreemd was. Hij
-was voor de wedrennen overgekomen en omdat Berlijn hem zoo goed beviel, wilde hij
-nog een paar dagen blijven. Maar tot zijn spijt kende hij niemand die hem een beetje
-in de stad kon rondgeleiden, en er was zooveel bezienswaardigs!
-</p>
-<p>De detective verstond meesterlijk de kunst om zich oliedom voor te doen en dadelijk
-bemerkte hij, dat de beide heeren elkaar bij zijn verhaal veelbeteekenend aankeken.
-</p>
-<p>„Wij zijn een paar echte Berlijners”, sprak nu Silezische Adolf, „en het zou ons een
-genoegen zijn, u eens te laten zien, hoe het bij ons toegaat.”
-</p>
-<p>„Ja,” viel de ander in, „wij zijn al sinds gisteren aan den boemel en juist in de
-goede stemming. Als ge u bij ons wilt aansluiten, zult ge eens zien! Als iemand geld
-heeft in Berlijn, kan hij den duivel laten dansen!”
-</p>
-<p>„Wel”, sprak de Engelschman, „dat zal ik doen …! En ik dank ook ervoor, dat gij mij
-meeneemt!”
-</p>
-<p>„O, dat beteekent niets,” antwoordde de kleine, die zich als Fritz von Behr voorstelde,
-„dat is Christenplicht om een buitenlander een beetje den weg te wijzen …! Kom maar,
-wij nemen nu een rijtuig en gaan er op uit!”
-</p>
-<p>Al spoedig zat het drietal in een automobiel om de verschillende bars en café’s der
-Friedrichstrasse te bezoeken.
-</p>
-<p>Henry Stern merkte al spoedig dat het zijn kameraden er om te doen was, hem dronken
-te maken.
-</p>
-<p>Maar hij kon tamelijk veel verdragen en daarenboven nam hij slechts vrij onschuldige
-dingen.
-</p>
-<p>Silezische Adolf scheen hoe langer hoe meer schik te krijgen in de aanwezigheid van
-den nieuwen kennis.
-</p>
-<p>Het was intusschen avond geworden en Adolf stelde voor om iets zeer interessants,
-een stukje van het echte donkere Berlijn te gaan zien.
-</p>
-<p>„Ik weet een danshuis,” sprak hij, „zooiets hebt gij in uw heele leven nog niet gezien,
-Mr. Sylvers!”
-</p>
-<p>Onder dezen naam had de detective zich aan de beide booswichten voorgesteld.
-</p>
-<p>„Gij kunt daar de ergste misdadigers van Berlijn te zien krijgen, zooals je ze anders
-alleen in sensatieromans hebt. Iets interessanters bestaat er niet!”
-</p>
-<p>Henry Stern bedacht zich niet lang. Hij had een dolk en een met zeven patronen geladen
-pistool bij zich.
-</p>
-<p>Daarenboven was hij niet alleen sterk, maar ook buitengewoon behendig.
-</p>
-<p>En wat nog meer waard was, dat was de ongekende moed, dien hij in alle omstandigheden
-aan den dag legde.
-</p>
-<p>De auto passeerde nu ongeveer dezelfde buurten als die, waardoor Henry onlangs midden
-in den nacht op minder gemakkelijke wijze was gereden. Eindelijk bleef de wagen staan
-voor een gebouw, boven welks ingang een groote verlichte ballon prijkte, die den naam
-„Mooren-Paleis”<span id="xd31e675"></span> leesbaar maakte.
-</p>
-<p>„Eigenlijk heet het hier „de Pan,”<span class="corr" id="xd31e679" title="Niet in bron">”</span> merkte Adolf op. „En gij zult zoo meteen zien, wat in die pan gekookt wordt, mijnheer!”
-</p>
-<p>Door de deur kwam men eerst in een café van minder allooi, waar het benauwd en onfrisch
-was. Hier deden zich tal van verloopen sujetten met hun dames van twijfelachtig soort
-te goed aan groote glazen bier en sterken drank.
-</p>
-<p>Dan kwam men in een smalle gang, die naar een groote kelderruimte voerde.
-</p>
-<p>Dit vertrek, dat de drie mannen nu betraden, was laag van zoldering en iemand van
-normale lengte moest oppassen om zijn hoofd niet te stooten tegen de groote petroleumlampen
-die van het plafond afhingen.
-</p>
-<p>Deze danszaal was ongeveer tien meter lang en zes breed.
-</p>
-<p>Een lachende, schreeuwende menigte danste als dol in het rond bij de tonen der woeste
-muziek.
-</p>
-<p>Een walgelijke reuk van alcohol, rook en menschelijke uitwaseming vulde de ruimte,
-en het geheel maakte den indruk van een reusachtigen heksenketel, waarin de menschelijke
-hartstochten en ondeugden voortdurend koken.
-</p>
-<p>Hier beneden was het schuim van de bevolking der reuzenstad bijeen.
-<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p>
-<p>De meisjes waren deels in lompen gehuld, deels opgesmukt als een pauw. De mannen droegen
-smerige kielen, waarin zij langen tijd gewerkt hadden of goede kleeren, die zeer zeker
-niet op rechtmatige wijze verkregen waren.
-</p>
-<p>Henry Stern had veel woeste tooneelen in zijn leven bijgewoond; zijn beroep bracht
-hem, al was het dan ook als toeschouwer, met dergelijke toestanden in aanraking, maar
-hier werd hij toch met walging vervuld.
-</p>
-<p>Zijn beide geleiders, die blijkbaar niet veel beter waren dan de danslustigen—dat
-bewezen de talrijke begroetingen en de knikjes van verstandhouding uit de verschillende
-rijen der meisjes en mannen—zij beiden hielden den detective in hun midden. En Henry
-Stern begreep, dat het bezoek aan de Pan van niet onschuldigen aard zou zijn.
-</p>
-<p>Hij greep in zijn zak naar zijn pistool.
-</p>
-<p>In dit oogenblik drong weer een nieuwe stroom bezoekers de zich achter hen bevindende
-deur binnen en Stern merkte op, dat Silezische Adolf zich naast hem omkeerde en iemand
-een teeken gaf.
-</p>
-<p>Bijna tegelijkertijd kreeg de detective een geweldigen duw in zijn rug, zoodat hij
-tegen de dansende paren werd geworpen.
-</p>
-<p>Hij werd teruggeslingerd en zonder dat het hem gelukte, weer op de been te komen,
-vloog hij heen en weer tusschen de vuisten der gasten …
-</p>
-<p>De vrouwen schreeuwden, eenige mannen brulden, anderen lachten, en gemeene scheldwoorden
-weerklonken.
-</p>
-<p>De detective begreep, dat dit een complot tegen hem was.
-</p>
-<p>En toen hij nu kreten vernam als: „Vervloekte spitsboef!” en „Politiespion!” twijfelde
-hij er niet meer aan of Silezische Adolf had hem herkend en aan zijn makkers verraden,
-ja, hem zelfs met opzet hierheen gelokt.
-</p>
-<p>Deze gemeene schurk was slim genoeg om zijn vijand niet zelf te lynchen, maar deze
-wraak over te laten aan het geheele gezelschap, dat in dezen danskelder zijn woest
-bachanaal vierde.
-</p>
-<p>Getrapt, geslagen en bijna krankzinnig van woede en pijn, gelukte het Henry Stern
-eindelijk om een der wanden te bereiken, waar hij een stoel greep en ieder dreigde
-neer te slaan, die hem zou durven naderen.
-</p>
-<p>Maar nu kwamen zijn belagers eerst in al hun ruwheid los. De messen werden te voorschijn
-gehaald en in een dichten drom naderden zij den jongen man, wien nu niets anders overbleef
-dan zijn revolver te voorschijn te halen en tegen de steeds nader dringende bende
-te schreeuwen:
-</p>
-<p>„Halt! Wie nog één stap waagt, is een kind des doods!”
-</p>
-<p>Een oogenblik week de troep achteruit, vreezende voor een doodelijk schot uit het
-wapen, maar dadelijk drongen de achtersten weer voorwaarts, het gebrul verdubbelde
-en toen het eerste schot, dat Henry Stern boven de hoofden zijner aanvallers richtte,
-afging, vlogen drie tegelijk op hem aan, sloegen hem het wapen uit de hand, dat weer
-afging, maar niemand trof, en sleurden hem op den grond.
-</p>
-<p>De detective dacht, dat dit zijn laatste oogenblik zou zijn. Slechts het feit, dat
-hij zooveel aanvallers had en de een den ander wegduwde, redde hem nog voor het oogenblik.
-</p>
-<p>Ondanks dit alles gaf hij den moed nog niet op.
-</p>
-<p>Hij had een der kerels bij de keel gegrepen en naar zich toe getrokken, om op die
-wijze voorloopig een schild te hebben. Maar hij voelde duidelijk, dat ook deze hulp
-slechts van korten duur zou zijn.
-</p>
-<p>Nu trok iemand met reuzenkracht zijn handen los, een geheele bende viel op hem aan.…..!
-</p>
-<p>In dit oogenblik van allerhoogsten nood weerklonk plotseling een schril gefluit door
-de onderaardsche zaal.
-</p>
-<p>De massa stoof uit elkaar, zij, die hem vasthielden, hem sloegen en trapten, wendden
-zich allen tegelijk van hem af.
-</p>
-<p>En toen het hem, eindelijk bevrijd, gelukte zich op zijn knieën op te richten, zag
-hij, dat van twee kanten tegelijk politieagenten het lokaal waren binnengedrongen
-en dat dus, als door een wonder, op het uiterste moment redding voor hem was opgedaagd.
-</p>
-<p>Hijgend en met groote moeite stond hij op en bereikte, zich aan den muur vasthoudend,
-een stoel, waarop hij vol builen en schrammen en met hevige pijn, neerviel.
-<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p>
-<p>Een deel der schurken scheen ontkomen te zijn en meerdere politiedienaren waren bezig,
-eenige individuen, die men reeds lang zocht, gevangen te nemen.
-</p>
-<p>Tot zijn onuitsprekelijke vreugde bemerkte de detective, dat zich zoowel Silezische
-Adolf als diens kleine vriend daarbij bevonden.
-</p>
-<p>Nu naderde een groote, corpulente politie-beambte, en Henry herkende met het laatste
-restje bewustzijn, dat hem was gebleven, zijn ouden vriend, den commissaris Böcher,
-die dezen inval had bevolen, in de hoop, zijn vriend hier te zullen vinden en hem
-misschien te kunnen helpen.
-<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">ZEVENDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">DE CLUB DER MILLIONAIRS.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was in den namiddag toen in het rooksalon van de Millionairsclub de heeren in
-hun gemakkelijke fauteuils van hun mokka, likeur en <span class="corr" id="xd31e729" title="Bron: fijna">fijne</span> sigaren zaten te genieten.
-</p>
-<p>Een der heeren, die het uiterlijk had van een bon-vivant en speler, zat met iemand
-te praten, van een zeldzaam schoon, sympathiek uiterlijk.
-</p>
-<p>Hij streek met zijn slanke, witte vingers langs zijn zwarte snor en vertelde juist
-een anecdote, toen een bediende van de Club binnentrad en meldde, dat men Lord Brigham
-aan de telephoon te spreken vroeg.
-</p>
-<p>De ongeveer 30-jarige heer stond met een elastische beweging op en volgde den bediende
-naar het telefoontoestel.
-</p>
-<p>De Lord bracht de telephoon aan zijn oor en riep met zijn aangename, welluidende stem:
-</p>
-<p>„Hallo!… Wie daar?”
-</p>
-<p>Hij moest eenige oogenblikken wachten, daarop hoorde hij glimlachend, hoe een met
-opzet veranderde, vrouwelijke stem sprak:
-</p>
-<p>„Mag ik om het adres van Lord Brigham verzoeken?”
-</p>
-<p>„Ik ben zelf aan het toestel,” antwoordde deze, „en woon in de Victoriastraat 68,
-eerste etage.”
-</p>
-<p>„En wanneer is Mylord te spreken?”
-</p>
-<p>Als tegenvraag klonk het:
-</p>
-<p>„Met wien heb ik de eer?”
-</p>
-<p>„Men verzoekt u, hiernaar voorloopig niet te vragen … Uwe Lordschap kan een dame een
-grooten dienst bewijzen, als gij haar zoo spoedig mogelijk eenige minuten te woord
-wilt staan.”
-</p>
-<p>„Ik zal binnen tien minuten in mijn woning zijn.”
-</p>
-<p>„O, dank u!”
-</p>
-<p>De telephoonbel weerklonk en Lord Brigham ging naar de garderobe, waar de bediende
-hem met zijn overjas hielp en hem den cylinder en stok overhandigde.
-</p>
-<p>Hij besteeg zijn auto, die voor het gebouw op hem wachtte, en in minder tijd dan hij
-had opgegeven, stond de Lord in de op Indische wijze ingerichte kamer, die hem als
-ontvangsalon dienst deed.
-</p>
-<p>De vloer was hier met matten bedekt en de muren waren bekleed met het zeldzame borduurwerk,
-dat van Madras komt. De meubelen, die uit verguld bamboe waren vervaardigd, maakten
-alle den indruk van sierlijkheid en elegance. Voor de vensters hingen kostbare moesseline
-gordijnen met vreemde, gouden figuren bewerkt. Het geheele vertrek had hierdoor iets
-sprookjesachtigs, vooral ook door het zachte, getemperde licht.
-</p>
-<p>Er werd gebeld. De binnentredende, als Engelsche jockey gekleede bediende, diende
-een dame aan.
-</p>
-<p>„Ik verzoek, binnen te laten!” sprak de Lord.
-</p>
-<p>Dadelijk daarop trad mevrouw Adelheid von Hartstein den Indischen salon binnen, den
-dichten sluier terugslaand en haar van verlegenheid blozend gezichtje vertoonend.
-</p>
-<p>Lord Brigham ging haar met uitgestrekte handen tegemoet en sprak:
-</p>
-<p>„Mijn lieve Mevrouw! Wat verschaft mij de groote eer en het onuitsprekelijke genoegen,
-u bij mij te zien?”
-</p>
-<p>De tranen kwamen in haar mooie, blauwe oogen te voorschijn.
-</p>
-<p>„Ik bid u,” zei hij zacht; terwijl hij de jonge vrouw naar een divan geleidde, „blijf
-kalm, mevrouw. Om welke reden gij ook hier gekomen zijt; als het in mijn macht ligt,
-zal ik u gaarne helpen, dat verzeker ik u!”
-</p>
-<p>Zij knikte hem zacht weenend toe en sprak eindelijk met een diepen zucht:
-</p>
-<p>„Het is zeker dwaas, dat ik mij tot u wend. Ik weet niet, hoe het komt, dat ik zooveel
-vertrouwen in u stel.…..”
-</p>
-<p>Zij sloeg de oogen neer en een donkere blos bedekte haar gelaat en hals.
-</p>
-<p>Met een weemoedigen glimlach keek hij naar haar <span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span>en moedigde haar daarop aan, hem haar zorgen mede te deelen, opdat hij die zoo mogelijk,
-zou kunnen verlichten.
-</p>
-<p>Nu begon zij te vertellen van dien nacht, toen zij half slapend een mannelijke gedaante
-voor haar bed had gezien; hoe zij eerst geen waarde aan die verschijning had gehecht
-en—zij fluisterde bijna onhoorbaar—aan iemand anders had gedacht.
-</p>
-<p>De blanke hand van den man tegenover haar streelde zacht haar gebogen hoofd en toen
-zij daarna haar diepblauwe oogen tot hem opsloeg, vroeg hij zacht en dringend:
-</p>
-<p>„Mag ik ook weten, wie het was, dien gij in dien nacht meendet voor u te zien?”
-</p>
-<p>Zij antwoordde niet.
-</p>
-<p>Maar haar bekoorlijke verlegenheid, haar zwijgen en de hartstochtelijk bevende lippen
-zeiden hem genoeg.
-</p>
-<p>Hij boog droevig het hoofd; een oogenblik was het, alsof hij haar in zijn armen wilde
-nemen en aan zijn borst drukken; daarop fluisterde hij met trillende lippen zacht
-en droef:
-</p>
-<p>„Mevrouw, gij zijt gehuwd en ik heb niet het recht, u los te rukken van den man, die
-u een zonnig leven verschaft. Ik kom en ga en mag het lot van een vrouw niet aan het
-mijne binden.…..”
-</p>
-<p>Met vochtige oogen keek zij naar hem op. Zij had er misschien niet over gedacht, van
-haar man heen te gaan, maar het klonk haar zoo merkwaardig.
-</p>
-<p>„Gij weet niet, wie ik ben!”
-</p>
-<p>Maar voordat zij hierover verder kon nadenken, verzocht hij haar hem te vertellen,
-wat haar zoo angstig maakte.
-</p>
-<p>O, dat was spoedig gezegd.
-</p>
-<p>De man, die op het bal in de nis had gestaan en die ongetwijfeld de dief van haar
-collier was, vervulde haar met zoo grooten angst. Hij was het zeker ook geweest, die
-des nachts in haar slaapkamer was gedrongen! Misschien omdat hij had gehoopt, nog
-meer te stelen.
-</p>
-<p>En hedenmorgen had haar echtgenoot haar meegedeeld, dat die man gepakt was, dat hij
-reeds voor het gerecht was geleid. Als hij nu eens vertelde, dat hij dien nacht in
-de slaapkamer van barones Von Hartstein was geweest, dat hij voor haar bed had geknield
-en haar handen gekust!.….. Zij had dit niet aan haar echtgenoot durven vertellen!
-Haar eenige verontschuldiging was, dat zij in de gestalte van den inbreker het beeld
-van den man, dien zij liefhad, had meenen te zien, en dit had zij haar man niet durven
-bekennen!…
-</p>
-<p>Terwijl Adelheid dit vertelde, vloeiden steeds haar tranen.
-</p>
-<p>Daarop echter sprak hij met een heimelijke vreugde, die zij niet begreep:
-</p>
-<p>„Vrees niets! Al kan ik u ook niet alles verklaren, toch kunt gij mijn woorden gelooven:
-de man, dien gij destijds in uw balzaal hebt zien staan, is niet dezelfde geweest,
-die u in den nacht bezocht. Hij zal u geen onaangenaamheden bereiden, want hij kent
-u niet en vermoedt nauwelijks uw bestaan … Ik herhaal u nog eens, dat gij gerust en
-onbezorgd kunt gaan slapen, niemand behalve uw eigen mond kan u verraden!”
-</p>
-<p>Met verbaasde blikken keek zij hem aan.
-</p>
-<p>„Maar hoe …? Waarom …?<span class="corr" id="xd31e786" title="Niet in bron">”</span>
-</p>
-<p>Met een zachten glimlach sprak hij:
-</p>
-<p>„Gij moogt mij niets vragen, al was het alleen, omdat het mij oneindig leed doet,
-u ieder antwoord schuldig te moeten blijven!
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e791" title="Niet in bron">„</span>Vóór alles zou ik graag willen dat gij, als wij afscheid hebben genomen, in vriendschap
-aan mij bleeft denken!”
-</p>
-<p>„Gaat gij heen? Wanneer? Of mag ik ook dat niet weten?” vroeg zij angstig.
-</p>
-<p>„Ik weet het zelf op dit oogenblik nog niet. Ik ben als een vogel, die in de lucht
-opstijgt en aan de hand ontvlucht, die zich uitstrekt om hem vast te houden.”
-</p>
-<p>De schemering daalde neer op aarde en hulde het vertrek in sprookjesachtige schaduwen.
-Het was stil geworden in het Oostersche salon.
-<span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch8.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">ACHTSTE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">DE OVERVAL.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Ondervraagd door de politie, had Silezische Adolf elke verklaring geweigerd. Hij beweerde
-met onverstoorbare kalmte, dat hij zich van geen kwaad bewust was en niet begreep,
-wat de heeren van hem verlangden. Hij verzocht beleefd, weer in zijn cel teruggebracht
-te mogen worden, omdat hij moe was en slapen wilde.
-</p>
-<p>Eenigen tijd later werd hij opnieuw in verhoor genomen door commissaris Böcher. Maar
-ook nu zonder eenig resultaat. Men had hier blijkbaar met een zeer verstokten booswicht
-te doen, die niet gemakkelijk tot spreken was te dwingen.
-</p>
-<p>Henry Stern was bij dit verhoor tegenwoordig en liet glimlachend de woedende blikken
-van den misdadiger langs zich heen gaan …
-</p>
-<p>Op den dag na het voorgevallene in het danshuis was de bankier Von Hartstein persoonlijk
-bij den jongen detective in diens woning geweest, hij had hem zelfs zijn eigen dokter
-gezonden en hem een belangrijk bedrag ter hand gesteld als extra belooning.
-</p>
-<p>„Ik waardeer ten volle, wat gij voor mij hebt gedaan,” sprak hij tot den patiënt.
-„Als iemand zooals gij zijn leven op het spel zet in het belang van degenen, die hem
-betalen, dan is hij iemand van plichtsbetrachting, die alle achting <span class="corr" id="xd31e808" title="Bron: verdiend">verdient</span>!”
-</p>
-<p>Henry Stern was zeer verheugd over deze woorden, ook het geld kon hij best gebruiken
-en met verdubbelden ijver vatte hij, nog nauwelijks hersteld en met verbonden hoofd,
-de zaak weer op.
-</p>
-<p>Toen men den misdadiger weer had weggebracht, sprak hij tot Peter Böcher:
-</p>
-<p>„Men zal den anderen kerel, die helaas ontsnapt is, ook nog moeten pakken en dan de
-beide vrouwen zien te vinden, die indertijd des nachts in hun gezelschap waren, toen
-ik ze bespiedde.”
-</p>
-<p>„Goed en wel,” meende de commissaris, „maar dat zal zoo gemakkelijk niet gaan.”
-</p>
-<p>In dit oogenblik hoorde men in de gang buiten een vervaarlijk geschreeuw. De commissaris
-ging naar buiten en sprak, toen hij terugkwam:
-</p>
-<p>„Het beteekent niets. De agenten hebben een kerel, die juist binnengebracht werd,
-een briefje afgenomen.”
-</p>
-<p>„Mag ik het zien?” vroeg Henry Stern vol belangstelling.
-</p>
-<p>De commissaris gaf hem het door middengescheurde stukje papier en de detective las:
-</p>
-<p>„Let op Hol! Nobele drietal uit de Sof!”
-</p>
-<p>Ook de andere beambten lazen het en lachten. Niemand begreep den inhoud.
-</p>
-<p>Eindelijk sprak Stern, die zich ook theoretisch op de hoogte had gesteld van zijn
-beroep:
-</p>
-<p>„Weet gij, wat dit beteekent, heeren?”
-</p>
-<p>„Neen,” sprak Peter Böcher, „weet jij het?”
-</p>
-<p>De detective knikte:
-</p>
-<p>„Zeker! Deze woorden beteekenen niets meer of minder dan dat iemand, die van hier
-naar de strafgevangenis overgebracht zal worden, op moet letten voor het „Hol”, dat
-beteekent Moabit, omdat daar „het nobele drietal”, dat zijn natuurlijk drie zijner
-kameraden, op hem wachten, die hem „uit de sof”, dat wil zeggen „uit de misère” zullen
-halen, dus vrij zullen maken … Het is jammer, dat wij niet weten aan wien deze brief
-is gericht!”
-</p>
-<p>„O!” meende Böcher, „dat zou wel uit te vorschen zijn. Wij zullen eens kijken, waar
-de brenger van het briefje zich nu bevindt”
-</p>
-<p>Reeds was hij naar buiten gegaan en na eenige minuten kwam hij terug met een lang
-opgeschoten, slungelachtigen jongen man, die ingepikt was wegens moedwillige beleediging
-en overlast.
-</p>
-<p>„Het heeft er veel van,” fluisterde de commissaris tot zijn vrienden, „alsof deze
-bengel, die er reeds een flinke boeventronie op nahoudt, zich alleen heeft laten oppakken
-om dit briefje te kunnen overbrengen. Ik <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>geloof, dat het het beste is, dat wij ons houden alsof wij het briefje niet kunnen
-ontcijferen en van hem willen weten, wat de woorden beteekenen.”
-</p>
-<p>Hij wendde zich tot den jongen en deed een dusdanige vraag. Deze grijnsde en sprak:
-</p>
-<p>„O, dat is maar een gijntje! Dat heb ik maar es zoo opgeschreven, voor de mop!”
-</p>
-<p>De beambte antwoordde hierop niet, maar vroeg, plotseling een zeer beleefden toon
-aannemend:
-</p>
-<p>„Hebt gij al ontbeten?”
-</p>
-<p>De aangesprokene schrikte op. Deze woorden beteekenen in de conversatie der politiebeambten
-met de boeven, dat den onwilligen misdadiger een flink pak slaag zal worden toegediend
-door de stevige knuisten der politiemannen.
-</p>
-<p>„Ik laat me niet donderen!” riep de jongen op half huilenden toon. „Dat mag je niet
-doen!”
-</p>
-<p>De commissaris sprak lachend:
-</p>
-<p>„Wat wij mogen of niet, zullen wij zelf wel het beste weten!”
-</p>
-<p>„Dat zal wel!” antwoordde de jonge man, „je wil mij zeker laten smoezen?… Wat in dat
-briefje staat, vertel ik toch niet!”
-</p>
-<p>„Nu, denk er nog maar eens over na … In elk geval kun je je eerst versterken!”
-</p>
-<p>Een der politieagenten bracht op bevel van zijn chef een paar dikke boterhammen binnen,
-waarop de slungel aanviel als een hongerige wolf.
-</p>
-<p>Daarop bracht men hem met opzet in het vertrek der beklaagden, waar een groot aantal
-personen, die gevangen waren genomen en hun eerste verhoor moesten ondergaan, bijeen
-waren.
-</p>
-<p>Tien minuten later werd in deze groote, kale ruimte nog iemand binnengelaten, die
-naar zijn uiterlijk scheen te behooren tot de hier verzamelde elementen maar in werkelijkheid
-een beambte der politie was.
-</p>
-<p>Toen men dezen man een half uur later weer weghaalde, was hij volkomen op de hoogte.
-De jonge man had hem dadelijk om papier en potlood gevraagd en, toen hij in het bezit
-daarvan was, een nieuw briefje geschreven.
-</p>
-<p>Daarop had hij op sluwe, maar ondubbelzinnige wijze geïnformeerd naar Silezischen
-Adolf, die klaarblijkelijk het briefje moest ontvangen.
-</p>
-<p>Henry Stern en de commissaris overlegden samen, hoe zij dit zaakje verder zouden behandelen.
-</p>
-<p>Adolf zou nog dienzelfden middag naar Moabit <span class="corr" id="xd31e853" title="Bron: ovegebracht">overgebracht</span> worden<span class="corr" id="xd31e856" title="Niet in bron">,</span> „en,” sprak de commissaris, „ik vermoed absoluut niet, waar de kerels willen probeeren,
-hun makker te bevrijden.”
-</p>
-<p>„Zij rekenen er zeker op,” vervolgde Peter Böcher, „dat wij zware misdadigers liever
-niet in den gevangeniswagen, maar per rijtuig, vergezeld door een paar vertrouwde
-mannen, naar Moabit overbrengen. En van deze gewoonte zullen wij ook heden niet afwijken.”
-</p>
-<p>Een uur later werd dan ook werkelijk de gevangene Adolf Müller getransporteerd. Maar
-eerst vertrok een ander rijtuig, waarin zich Peter Böcher, de detective en bovendien
-nog twee reusachtig gebouwde agenten van politie bevonden.
-</p>
-<p>Toen het rijtuig, waarin Silezische Adolf, in de Lehrterstrasse voor den kleinen ingang
-van de Moabiter cellulaire gevangenis stilhield, kwam toevallig een troepje mannen
-in werkkielen, die van hun arbeid schenen te komen, den hoek om. Zij slenterden rookend
-en pratend naar het rijtuig toe, waaruit juist de eerste politieagent te voorschijn
-kwam.
-</p>
-<p>Een der arbeiders vroeg, stamelend, alsof hij dronken was:
-</p>
-<p>„Wien breng je daar, mannetje? O, wat een mooie jongen!”
-</p>
-<p>Intusschen klom de met een stalen ketting geboeide misdadiger uit het rijtuig. Hij
-keek bliksemsnel om zich heen en had onmiddellijk den toestand overzien.
-</p>
-<p>In dit oogenblik naderden twee meisjes met groote hoeden vol veeren, in zijden japonnen
-en met gepoederde gezichten.
-</p>
-<p>„Jullie zult toch zeker niet dulden, dat ze je vriend in de Bajes brengen? Slaat er
-op, dat hun helmen wegvliegen!”
-</p>
-<p>En tegelijkertijd sloeg zij reeds met haar parapluie naar den agent.
-</p>
-<p>Deze had werk om de nu snel op elkaar volgende slagen af te weren en wilde juist zijn
-sabel trekken, toen de vijf arbeiders met kracht de beide agenten wegduwden en den
-gevangene in een kring insloten. Een eindweegs duwden zij hem voort, daarop zette
-hij het zelf op een loopen zoo snel hij kon.
-</p>
-<p>Honderd pas verder stond een ander rijtuig, blijkbaar op iemand te wachten.
-</p>
-<p>Maar nog voordat de kameraden van den misdadiger en deze zelf het rijtuig konden bestijgen
-om weg te <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>rijden, kwam een ander rijtuig aangereden, waaruit twee beambten in uniform, commissaris
-Böcher en de detective sprongen.
-</p>
-<p>Ook de twee andere politieagenten die zich met groote krachtsinspanning van hun aanvallers
-hadden bevrijd, kwamen aangesneld.
-</p>
-<p>Vol woede, met hun messen in de hand, wierpen de handlangers van Silezischen Adolf
-zich op de beambten. Adolf zelf sloeg en trapte als een razende om zich heen.
-</p>
-<p>Nu beval de commissaris de sabels te trekken en dit maakte al rasch een einde aan
-den strijd.
-</p>
-<p>Een der aanvallers stortte gewond neer, een paar ontvluchtten schreeuwend en de anderen
-gaven zich op genade of ongenade over.
-</p>
-<p>Met den gevangene, die als een duivel om zich heen beet en trapte, hadden de agenten
-de meeste moeite. Eindelijk wierpen zij hem, aan handen en voeten geboeid in het rijtuig.
-</p>
-<p>Een der beide vrouwen, die samen ontsnapt waren, had op haar vlucht een taschje verloren,
-dat Henry Stern opende en waaruit hij een zakkalendertje met haar adres te voorschijn
-haalde.
-</p>
-<p>„Drommels!” sprak Böcher lachend, „ik geloof, dat zij een oude, goede bekende van
-ons is. Het beste is, dat wij de agenten met het transport naar het hoofdbureau zenden
-en zelf op onderzoek naar dit vrouw-mensch uittrekken.”
-</p>
-<p>In de beide rijtuigen werden nu Silezische Adolf en zijn eveneens geboeide handlangers
-gepakt, onder geleide der agenten terwijl de commissaris en Stern een ander rijtuig
-namen.
-</p>
-<p>Zij reden naar de Gollnowstraat, waar het meisje, dat blijkbaar de bruid van Silezischen
-Adolf was, woonde.
-</p>
-<p>Zij waren nog niet eens zoo ver gekomen, toen Henry Stern, toevallig naar buiten kijkend,
-de beide vrouwen uit een kleinen banketbakkerswinkel <span class="corr" id="xd31e886" title="Bron: zagen">zag</span> komen.
-</p>
-<p>„Let op”, sprak Böcher, „ik stap nu, achter haar, uit, jij rijdt nog een eindje verder
-en loopt haar dan tegemoet. Op die wijze kunnen ze ons niet ontsnappen.”
-</p>
-<p>Weinige minuten later zaten de beide vrouwspersonen met haar ongewenschte cavaliers
-in een gesloten rijtuig, dat hen samen naar het Alexanderplein bracht.
-</p>
-<p>Reeds onderweg verklapte de eene, die alles in het werk stelde om weer op vrije voeten
-te komen, de zaak. Zij vertelde nauwkeurig, hoe het plan om Silezischen Adolf te bevrijden,
-was uitgegaan van haar gezellin, de zwarte Rosa, die de bruid van den misdadiger was.
-</p>
-<p>Nu hadden de beide mannen werk om het liefje van den inbreker, dat als een furie op
-haar vriendin losvloog, tegen te houden.
-</p>
-<p>De andere verried in haar woede nog meer.
-</p>
-<p>„Je kunt zeggen, wat je wilt. De halsketting had hij bij ons, in de Beumestraat …”
-</p>
-<p>De beide vrienden wisselden een snellen blik van verstandhouding.
-</p>
-<p>„Waar had hij die ketting gekregen?” vroeg Peter Böcher.
-</p>
-<p>„Van den een of anderen graaf!” antwoordde het meisje. „Misschien heeft hij het ding
-nog in zijn huis.”
-</p>
-<p>„Waar woont Adolf Müller?”
-</p>
-<p>Maar nog voordat het meisje had kunnen antwoorden, stortte haar vriendin zich op haar.
-</p>
-<p>Een woest gevecht speelde zich nu in het rijtuig af. De glasscherven vlogen op straat,
-de koetsier liet de paarden stilstaan en een groote menigte verzamelde zich om den
-wagen.
-</p>
-<p>Er bleef niets anders over, dan dat ieder der beide mannen met een der meisjes in
-een rijtuig steeg en naar het politiebureau reed.
-</p>
-<p>De detective was in gezelschap van de zeer toegetakelde vriendin der zwarte Rosa.
-Hij had met den commissaris afgesproken, dat hij het meisje haar vrijheid terug zou
-geven, zoodra hij het adres der woning van Adolf van haar had gekregen.
-</p>
-<p>En dit duurde niet lang; het rijtuig hield stil, het meisje maakte zich uit de voeten
-en de detective reed naar het noordelijk gedeelte der stad.
-</p>
-<p>Daar, vlak bij het danshuis, waar hij zulke bittere ervaringen had opgedaan, was de
-woning van Silezischen Adolf.
-</p>
-<p>Hij woonde daar bij een vrouw, die een zeer ongunstigen indruk maakte en gewoonweg
-ontkende, Adolf ooit gezien te hebben. Zij wilde Stern beletten, het huis binnen te
-treden.
-</p>
-<p>Deze echter duwde haar eenvoudig op zij met de woorden dat zij, als zij nog verdere
-bezwaren maakte, eveneens gevangen genomen zou worden.
-</p>
-<p>Intusschen verscheen ook Böcher, die telephonisch bericht van Stern had gekregen<span class="corr" id="xd31e911" title="Niet in bron">.</span>
-<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p>
-<p>De beide vrienden moesten lang zoeken, eer zij dat, wat hun bijzonder interesseerde,
-in de woning van Silezischen Adolf hadden gevonden.
-</p>
-<p>Wel vielen hun al dadelijk verschillende voorwerpen van waarde in handen, die afkomstig
-moesten zijn van kleinere of grootere diefstallen, maar het diamanten collier was
-niet te vinden en ook geen enkel spoor van dezen diefstal.
-</p>
-<p>Toevalligerwijze zag Henry Stern, wiens speurdersoog overal rondblikte, in een aschbakje
-een menigte sigarettenpuntjes liggen. Zij waren alle zonder mondstuk, behalve een
-met een lang mondstuk, waarop in gouden letters „C.&nbsp;D. M.” en een gouden kroontje
-waren gedrukt. Een beetje verder stond de naam der firma „C. Caldiropulos, Berlijn
-W.”
-</p>
-<p>Met een fijnen glimlach nam Stern het papierrolletje op en toonde het zijn vriend.
-</p>
-<p>Deze begreep dadelijk, dat nu het raadsel was opgelost.
-</p>
-<p>Silezische Adolf was het werktuig van een ander geweest.
-</p>
-<p>Een half uur later hield het rijtuig met de beide ambtenaren van politie stil voor
-den sigarettenwinkel van een Griek, die hun op hun vragen mededeelde, dat deze soort
-van sigaretten uitsluitend werd vervaardigd voor de Club der <span class="corr" id="xd31e923" title="Bron: Milionairs">Millionairs</span>.
-<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch9" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch9.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">NEGENDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">DE MACHT DER LIEFDE.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Baron Von Hartstein zat juist met zijn echtgenoote aan het diner, toen de bediende
-een kaartje binnenbracht.
-</p>
-<p>Toen hij een blik op den naam had geworpen, sprak hij, aangenaam verrast:
-</p>
-<p>„Laat dien heer dadelijk in mijn particulier kantoor!”
-</p>
-<p>„Is het zoo’n gewichtig bezoek, Maximiliaan?” vroeg zijn vrouw verbaasd.
-</p>
-<p>„Zeker”, antwoordde de millionair en ging de kamer uit.
-</p>
-<p>Een kwartier later kwam hij in zeldzame opwinding terug.
-</p>
-<p>Zonder te weten waarom, had Adelheid een gevoel, alsof er iets vreeselijks zou gebeuren,
-zij voelde zich den laatsten tijd, ondanks de geruststellende verzekering van Lord
-Brigham, voortdurend zenuwachtig en angstig.
-</p>
-<p>Haar echtgenoot had weer aan tafel plaats genomen en bleef in diepe gedachten voor
-zich uit staren.
-</p>
-<p>Eindelijk vroeg de jonge vrouw op bedeesden toon:
-</p>
-<p>„Wat is er, Maximiliaan?.… Je maakt mij door je houding angstig.”
-</p>
-<p>„Het is ook bijna niet te gelooven”, antwoordde de bankier.
-</p>
-<p>„Wat dan? Vertel het mij toch!” smeekte zij.
-</p>
-<p>De bankier schudde het hoofd, bromde iets in zijn grijze snor en scheen weer ernstig
-na te denken.
-</p>
-<p>Eindelijk sprak hij:
-</p>
-<p>„Het is onmogelijk! Het kan niet.…”
-</p>
-<p>En weer na een pauze:
-</p>
-<p>„Die lui.… hm.… hm.… die detective en commissaris.… zij gelooven.…”
-</p>
-<p>Weer zweeg hij.
-</p>
-<p>„Neen! neen! neen! Het is àl te belachelijk! Het is een overdreven inval van de politie!”
-</p>
-<p>Steeds angstiger en bijna weenend vroeg Adelheid:
-</p>
-<p>„Maar ik begrijp je niet! Je spreekt zoo onduidelijk! Wat is dan toch onmogelijk?
-Verdenken die heeren iemand, die … die ons interesseert?”
-</p>
-<p>Terwijl zij dit vroeg, vermoedde de jonge vrouw reeds alles. Steeds weer alles combineerend,
-wat er sinds dien nacht in haar slaapkamer was gebeurd, had zij een voorgevoel gekregen,
-dat zij met alle kracht van zich af wilde zetten.
-</p>
-<p>Zij waagde het niet, zich geheel rekenschap te geven van haar gedachten, maar zij
-wist van te voren, wat haar echtgenoot haar nu zou meedeelen. En daarom was zij niet
-zoo verbaasd als hij het zooeven was geweest.
-</p>
-<p>„De beide heeren vermoeden,” sprak hij, „dat de dief van je <span class="corr" id="xd31e958" title="Bron: colier">collier</span> een der leden van de millionairsclub is. Wie—dat hebben zij zelf nog niet ontdekt.
-Zij vroegen mij, of ik iemand verdacht, ik kon natuurlijk niet het minste zeggen …
-Ik geloof, dat het een vergissing is en heb hun den raad gegeven, zoo voorzichtig
-mogelijk te werk te gaan.”
-</p>
-<p>Het was de jonge vrouw, alsof plotseling al haar bloed tot ijs was geworden, een onnatuurlijke
-kalmte had zich van haar meester gemaakt. Zij wist nu, wie haar het collier ontstolen
-had!
-</p>
-<p>Maar geen enkele gedachte aan toorn kwam bij haar op. Zij vroeg niet, waarom hij zoo
-gehandeld had. Zij bedacht niet, dat hij een misdadiger was, dat hij niet paste in
-de kringen, waarin hij zich bewoog en waarin hij zulk een sympathieke verschijning
-was!
-</p>
-<p>„Je blijft merkwaardig kalm”, merkte de bankier op.
-</p>
-<p>Zij glimlachte. Daarop sprak zij op onverschilligen toon:
-</p>
-<p>„Er gebeurt zooveel ongehoords, dat men zich over niets meer behoeft te verbazen.”
-</p>
-<p>„Nu, het is goed, dat je het kalm opneemt”, sprak <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>Von Hartstein, „maar het bewijst, dat gij, vrouwen, sterkere zenuwen hebt dan wij.
-En nu moet je mij verontschuldigen, ik heb een gewichtige vergadering.”
-</p>
-<p>O, hoe gaarne verontschuldigde zij hem!
-</p>
-<p>Nauwelijks had hij de kamer verlaten, toen ook zij zich door haar kamenier liet kleeden
-om uit te gaan. Zij knoopte een dichten, bijna ondoorzichtigen sluier om haar hoed
-en verliet te voet de villa.
-</p>
-<p>In een andere straat nam zij een automobiel, waarin zij zich naar een afgelegen stadsgedeelte
-liet brengen. Daarop reed zij per tram een eindweegs en legde een verder deel van
-haar weg weer te voet af. Eindelijk nam zij nog een huurrijtuig en reed tot aan de
-straat, waarin <i>hij</i> woonde.
-</p>
-<p>Het laatste eindje, tot aan zijn huis, legde zij te voet af.
-</p>
-<p>Zij snelde de trappen op en was innig gelukkig, toen de deftige bediende haar meedeelde,
-dat zijn heer thuis was.
-</p>
-<p>Zij ging binnen in de kamer, waar hij was en nu vloeiden haar de woorden van de lippen.
-</p>
-<p>„Men vervolgt u! Men is u op het spoor! Zij weten alles! Gij moet vertrekken! Dadelijk,
-zoo gauw mogelijk!”
-</p>
-<p>Nauwelijks verschrikt keek hij haar eenige oogenblikken met zijn verstandige, wonderschoone
-oogen aan.
-</p>
-<p>Daarop ging hij naar zijn schrijfbureau, opende een der vakjes en nam daaruit het
-diamanten collier.
-</p>
-<p>Een blos van vreugde kleurde haar wangen, daarop echter drong zij er weer op aan,
-dat hij zich zou haasten.
-</p>
-<p>Hij schudde glimlachend het hoofd.
-</p>
-<p>„Ik blijf!” antwoordde hij. „Ik weet niet eens, of die onnoozele kerels zooveel verstand
-bezitten om het lid der club, dat zij zoeken, uit te vinden … Ik ben niet gewend heen
-te gaan, voordat ik er de hooge noodzakelijkheid van inzie.…. Maar gij, arm vrouwtje,
-gij moet hier vandaan! Ik hoop, dat wij elkaar nog eenmaal zullen weerzien!”
-</p>
-<p>De jonge vrouw bracht haar zakdoekje naar de oogen toen zij heenging en een vastberaden
-trek lag om haar mond.
-</p>
-<p>Zij liet het collier in haar zak glijden en sloop als een schaduw de stille straten
-van dat stadsgedeelte door.
-</p>
-<p>Zoo kwam zij in den Dierentuin en bij het donkere, troebele water gekomen gleed haar
-hand in den zak van haar japon. Niemand was rondom haar te zien.
-</p>
-<p>Bij het scheidende licht van den dag glinsterde en fonkelde iets,—dat was het diamanten
-collier—dat zij neerwierp in het diepe donkere meer.…..
-<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch10" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch10.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">TIENDE HOOFDSTUK.</h2>
-<h2 class="main">DE LORD GAAT HEEN.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In de Millionairsclub heerschte de grootste ontsteltenis.
-</p>
-<p>Door den hofmeester namelijk was het den heeren bekend geworden, dat de politie onder
-de clubleden een misdadiger vermoedde en naar hem zocht.
-</p>
-<p>„Het is bijna ongelooflijk, tot welke stommiteiten de politie soms in staat is”, sprak
-de kleine burggraaf Von Hennequin.
-</p>
-<p>En graaf Steineck, de president der millionairsclub voegde er aan toe:
-</p>
-<p>„Eerlijk gezegd, hebben de heeren van de recherche dan ook een alles behalve gemakkelijke
-taak.
-</p>
-<p>„Maar, nietwaar, men moet hun toch wel zooveel onderscheidingsvermogen toeschrijven,
-dat zij moeten kunnen schiften—degelijk schiften. Ik bedoel—, ik meen—, dat ze toch
-wel degelijk rekening moeten houden met rang—met stand—met—met—eh—eh—nu ja, om het
-maar zoo eens te <span class="corr" id="xd31e1004" title="Bron: nemen">noemen</span>—ze moeten toch wel degelijk denken aan het moreele gewicht van de persoonlijkheden,
-die door ons waardig worden gekeurd om als clubgenooten te worden opgenomen— —eh—
-—eh— —ik bedoel—ik meen— —dat moest toch voor de heeren van de politie waarborg genoeg
-zijn—meer dan waarborg genoeg—dat moest hun te allen tijde ervan overtuigen dat hier
-alles zuiver toegaat.
-</p>
-<p><span class="corr" id="xd31e1008" title="Niet in bron">„</span>Eh— —eh— —eh— —wat is dat voor een zot idee— —een bespottelijk idee— —een van onze
-clubgenooten.….….? Wij hebben twintig heeren in onze club—of eenentwintig— —eh— —eh—
-—hoeveel zijn het er ook weer precies— —ik weet het niet al te juist— —enfin, dat
-is toch wel heel gemakkelijk te tellen— —en als een van die twintig—of eenentwintig—ook
-maar het allerkleinste sikkepitje over de schreef gaat— —eh— —eh— —ik bedoel— —ik
-meen— —als hij door z’n karakter— —als hij maar een ziertje, een snippertje aanstoot
-zou geven …”
-</p>
-<p>De graaf legde beide handen met een allergewichtigst gebaar op de zware eikenhouten
-tafel en boog zich een eindweegs naar voren.
-</p>
-<p>Toen begon hij weer opnieuw.
-</p>
-<p>„Ja, mijne heeren, ik meen, dat wij met alle kracht moeten opkomen tegen deze ongehoorde
-en mijns inziens ook ongeoorloofde daad van de politie om maar ongevraagd bij ons
-binnen te dringen.
-</p>
-<p>„Ik stel voor om een dergelijk optreden op hoffelijke maar <span class="corr" id="xd31e1016" title="Bron: energische">energieke</span> wijze te beletten.
-</p>
-<p>„En bovendien!
-</p>
-<p>„Wij zouden het toch zelf wel weten als onder ons zich een minderwaardige bevond!”
-</p>
-<p>In hetzelfde oogenblik kwam de jongste der vier bestuursleden, lord Brigham binnen.
-</p>
-<p>Deze was eerst kort geleden tot bestuurslid gekozen.
-</p>
-<p>Op levendigen toon verontschuldigde hij zich, dat hij zich een weinig verlaat had
-en eerst nu kon komen op de inderhaast bijeengeroepen samenkomst.
-</p>
-<p>Toen hij hoorde, waarover gesproken werd, zei hij met een glimlach, die zijn gelaat
-een buitengewone aantrekkelijkheid gaf:
-</p>
-<p>„Maar heeren! De zaak is toch héél eenvoudig!
-</p>
-<p>„Weet ge, wat?
-</p>
-<p>„Wij moeten ons eenvoudig opstellen in een lange rij en dan langs de heeren der politie
-gaan defileeren.
-<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p>
-<p>„Die kunnen dan samen beslissen, wie van ons het meest verdacht er uitziet!”
-</p>
-<p>Er werd hartelijk gelachen om dezen grappigen uitval van den jongen lord.
-</p>
-<p>Nadat nog langen tijd geredeneerd was over de in dezen te volgen gedragslijn, werd
-besloten om een schrijven te zenden naar het hoofd der politie.
-</p>
-<p>Dit schrijven zou worden onderteekend door <i>al</i> de clubleden en de inhoud ervan zou een verzoek behelzen om in <span class="corr" id="xd31e1038" title="Bron: der">den</span> vervolge de Millionairsclub te verschoonen van dergelijk bezoek.
-</p>
-<p>Daarna trokken de heeren zich in kleine groepjes terug in de gezellige zaaltjes en
-werd verder de tijd gedood met een of ander spel of met aangenaam gebabbel.
-</p>
-<p>Aan de onverkwikkelijke zaak werd niet meer gedacht.
-</p>
-<p>Het was omstreeks half acht.
-</p>
-<p>Lord Brigham verliet in gezelschap van graaf Steineck en den burggraaf Von Hennequin
-de club om naar de opera te rijden.
-</p>
-<p>Toen zij het gebouw juist hadden verlaten, trad hen een heer in civiel tegemoet, die
-zich als commissaris van politie bekend maakte.
-</p>
-<p>Op den meest hoffelijken toon vroeg hij, wie van de drie clubleden wel lord Brigham
-was.
-</p>
-<p>Met een bijna onhoorbaar lachje maakte de lord zich bekend en stelde zijn identiteit
-vast.
-</p>
-<p>De beide andere heeren waren zeer opgewonden.
-</p>
-<p>Op luiden, dringenden toon verklaarden zij, dat zij te allen tijde instonden voor
-hun clubgenoot.
-</p>
-<p>De commissaris der recherche Peter Böcher—zijn collega Henry Stern stond aan de overzijde
-der straat te wachten en op te letten—begon nu toch te aarzelen.
-</p>
-<p>Totnogtoe was de politie door telegrafische inlichtingen naar alle kanten slechts
-aan den weet gekomen, dat er inderdaad een zekere lord Brigham bestond.
-</p>
-<p>Daarbij was echter ook gevoegd, dat deze zelfde lord officier was in een Indisch regiment
-der huzaren, dat in dienst stond van den koning van Groot-Britanje.
-</p>
-<p>De Engelsche politie-autoriteiten waren verder algemeen van oordeel, dat men, de persoonsbeschrijving
-van dezen man in aanmerking genomen, hoogstwaarschijnlijk hier te doen had met een
-buitengewoon geslepen dief en oplichter, iemand, die zoowel in Australië als in Bombay
-van zich had doen spreken; die velerlei schurkenstreken op zijn geweten had, maar
-die totnogtoe door de politie, ondanks alle aangewende moeite, nog niet gesnapt was
-kunnen worden.
-</p>
-<p>Dat alles klonk heel mooi!
-</p>
-<p>Het klopte zelfs als een bus.
-</p>
-<p>Maar—het gaf absoluut geen zekerheid.
-</p>
-<p>En al had Peter Böcher ook het bevel tot inhechtenisneming in den zak, toch durfde
-hij nog niet te handelen.
-</p>
-<p>Hij wist, dat hij tegenover deze club, die zoozeer gezien was in de hoogste standen,
-de allergrootste omzichtigheid in acht moest nemen.
-</p>
-<p>En als er iemand in hechtenis genomen moest worden, o, dan moest dit vooral op de
-meest kiesche, de minst ruchtbaarmakende manier geschieden.
-</p>
-<p>Om met dat alles rekening te houden, was voor den besten, braven Böcher wel een heel
-moeilijke taak.
-</p>
-<p>Hij kon zich bij dit zaakje zoo heel licht de vingers branden.
-</p>
-<p>Ook de politie vergist zich wel eens, loopt wel eens in de val; wordt wel eens „een
-enkel keertje” om den tuin geleid!
-</p>
-<p>En als nu de Londensche politie eens minder juist was ingelicht?
-</p>
-<p>Of als die bewuste lord Brigham, die officier was van Zijne Majesteit den koning van
-Groot-Britanje, nu eens langer verlof had gekregen, dat hij hier in Berlijn doorbracht?
-</p>
-<p>Dat zou dan toch maar een miserabele geschiedenis wezen om dezen man, voor wien zulke
-voorname <span class="corr" id="xd31e1069" title="Bron: personnages">personages</span> zich borg stelden, zoo maar evenals den eersten den besten misdadiger op te pakken
-en te arresteeren!
-<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p>
-<p>Neen!
-</p>
-<p>Böcher zou zich véél te leelijk den neus kunnen stooten en zich blameeren op een manier,
-waar je niet zoo licht weer van op komt.
-</p>
-<p>Zijne heele loopbaan zou hij er mee naar de maan kunnen gooien!
-</p>
-<p>Stonden er niet altijd en overal jaloersche collega’s bij hoopen te wachten, tot iemand
-in ongenade viel? Tot iemand zich door de een of andere onhandigheid onmogelijk had
-gemaakt en eerlijk ontslag moest nemen of—gedegradeerd of niet eervol ontslagen werd?
-</p>
-<p>Alle duivels!
-</p>
-<p>Het duizelde Böcher een oogenblik.
-</p>
-<p>Allerlei tegenstrijdige gedachten warrelden door zijn hersens en het was of bonte
-lichtjes voor zijn oogen begonnen te flikkeren.
-</p>
-<p>Het suizelde daarbij in zijn ooren en zwaar bonsde het hart hem in de keel.
-</p>
-<p>Wat moest hij doen?
-</p>
-<p>Wàt, in ’s hemelsnaam?
-</p>
-<p>„Twijfelt mijnheer de commissaris misschien aan mijn rang als lord?”
-</p>
-<p>De Engelschman vroeg dit op welluidenden, innemenden toon.
-</p>
-<p>„Dan wil ik graag”—de Engelsche tongval klonk bij deze woorden duidelijker dan ooit—„dan
-wil ik graag, al was het maar alleen om de club verder te vrijwaren van alle mogelijke
-onaangenaamheden en onderzoekingen, den commissaris het genoegen doen om hem de officieele
-papieren te toonen, die de echtheid van mijn adeldom, van mijn lordschap bewijzen.
-</p>
-<p>„Als mijn zeer hooggeachte vrienden”—hij boog met elegant gebaar voor zijn clubgenooten—„mij
-op dit extra-uitstapje zouden willen vergezellen, dan zou het mij inderdaad een waar
-feest zijn, u bij deze gelegenheid een glas Spaanschen wijn aan te bieden, dien ik
-zelf van mijn reizen uit den Barancos di Santa Barbara heb meegebracht en dien ge
-wel nooit zult hebben geproefd, althans niet van deze zuiverheid, en prachtige kwaliteit!.…
-</p>
-<p>„Daar komt juist mijn automobiel!
-</p>
-<p>„Mag ik den heeren vriendelijk verzoeken, maar te willen instappen en plaats <span class="corr" id="xd31e1092" title="Niet in bron">te </span>nemen?”
-</p>
-<p>Graaf Steineck en de burggraaf spraken eerst nog in vele bewoordingen de overbodigheid
-uit van dezen stap.
-</p>
-<p>Zij waren er immers, zonder al deze formaliteiten maar al te zeer van overtuigd, dat
-rang en titel van hun vriend echt waren.
-</p>
-<p>Zij twijfelden immers geen oogenblik!
-</p>
-<p>Maar den commissaris, wien in dit oogenblik zijn handiger vriend Henry Stern geen
-goeden raad kon geven—den commissaris was dit redmiddel hoogst welkom.
-</p>
-<p>En hij zat reeds in het voertuig, toen lord Brigham en na dezen, hoewel nog steeds
-tegenpruttelend en aarzelend, de beide edellieden plaats namen.
-</p>
-<p>De auto vloog tuffend en puffend op zijn veerende wielen voort.
-</p>
-<p>Na enkele minuten reeds hield zij stil voor het groote, voorname huis, waarvan de
-lord de eerste etage bewoonde.
-</p>
-<p>Toen zij in de woning waren aangekomen, gaf de Engelschman in zijn moedertaal den
-bediende een bevel.
-</p>
-<p>Daarna sprak hij, zich tot de drie heeren wendend:
-</p>
-<p>„Vóórdat wij overgaan tot het zakelijke gedeelte, stel ik er prijs op, u met mijn
-wijn bekend te maken, waarvan ik zoo juist u den lof heb gezongen.
-</p>
-<p>„Ik zal in dien tijd de papieren voor u halen, waarover ik u gesproken heb!”
-</p>
-<p>De commissaris zou dolgraag den lord zijn gevolgd, die uit het Indische salon verdween
-door de bontkleurige draperieën.
-</p>
-<p>Maar de waardigheid en de trotsche, kalme rust der beide adellijke heeren, die daar
-zoo waardig in hun makkelijke stoelen troonden, hielden hem aan zijn zetel gekluisterd.
-<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p>
-<p>Hij haalde dan ook met verruimd gemoed adem, toen uit de aangrenzende kamer de stem
-van den lord weerklonk.
-</p>
-<p>Deze sprak op den bekenden welluidenden toon:
-</p>
-<p>„Een oogenblik nog, heeren! De papieren heb ik tusschen allerlei andere paperassen
-gelegd. Ik moet nog een oogenblik zoeken, maar dra zal ik alles hebben gevonden!”
-</p>
-<p>Daarop volgde weer doodsche stilte.
-</p>
-<p>En ook in het Indische salon zaten de drie heeren stokstijf en zwijgend bij elkaar
-te wachten.
-</p>
-<p>Papiergeritsel was in den beginne nog vernomen.
-</p>
-<p>Maar ook dat verstomde— —
-</p>
-<p>En de eene minuut na de andere verliep.
-</p>
-<p>Geen dienaar verscheen met den wijn.
-</p>
-<p>Geen gentleman kwam terug met de papieren, die zijn adeldom zouden bewijzen.
-</p>
-<p>Toen vijf minuten ongeveer waren verloopen, werd de commissaris héél erg ongeduldig.
-</p>
-<p>Ook de beide heeren begonnen in hun gemakkelijke zetels onrustig heen en weer te schuiven.
-</p>
-<p>Eindelijk besloot men, na gezamenlijk overleg, eens in de aangrenzende kamer te gaan
-kijken.
-</p>
-<p>Het was toch gek!
-</p>
-<p>Waar bleef de lord nu!
-</p>
-<p>Maar toen de commissaris opstond om eens te gaan neuzen achter de bonte draperieën,
-maakte graaf Steineck bezwaren.
-</p>
-<p>Hij sprak op ontevreden, eenigszins verwijtenden toon:
-</p>
-<p>„Wij zijn hier in een vreemd huis, heeren! Ik hoop, dat ge daaraan zult blijven denken!”
-</p>
-<p>„Ge hebt gelijk!” beaamde dadelijk de burggraaf.
-</p>
-<p>„Maar toch, ik geloof niet, dat onze vriend het ons zou kwalijk nemen, als wij eens
-naar hem gaan kijken.… er kan hem immers best iets gebeurd zijn!”
-</p>
-<p>„Zoudt ge denken?” vroeg Steineck, „neen, neen, dat zal het niet zijn! Lord Brigham
-zocht naar de papieren. Hij kon toch ook geen oogenblik vermoeden, dat men aan de
-echtheid van zijn adel zou twijfelen en nu liggen de papieren maar niet zoo dadelijk
-voor de hand!”
-</p>
-<p>„Zeker, maar een ongeluk kan ieder toch overkomen! Wat denkt gij ervan, heer commissaris?”
-</p>
-<p>De commissaris had totnogtoe weinig gezegd.
-</p>
-<p>Hij voelde zich niet zoo heel erg op zijn gemak in tegenwoordigheid van die hooge
-oomes, die door hun gewichtig doen hem hier maar aan den stoel hielden gekluisterd.
-</p>
-<p>En meer dan ooit voelde hij zijn gemis aan zelfstandigheid, dat hem belette, doortastend
-te handelen.
-</p>
-<p>Maar nu kwam hij toch los.
-</p>
-<p>Op de vraag van den burggraaf liet hij een spottend lachje hooren.
-</p>
-<p>En hoewel de graaf onwillig met de schouders schokte en de wenkbrauwen hoog optrok,
-als kwam hem het gezegde van Von Hennequin dwaas voor, Peter Böcher liet zich daardoor
-ditmaal niet intimideeren.
-</p>
-<p>Hij zei:
-</p>
-<p>„Heeren, ik zal u mijn meening eens zeggen!
-</p>
-<p>„Deze zoogenaamde lord houdt u en mij voor den gek!
-</p>
-<p>„En u zult het mij zeker niet kwalijk nemen, als ik beweer, dat ik niet hier ben om
-mij door een oplichter een rad voor de oogen te laten draaien!
-</p>
-<p>„Ik denk er niet aan, heeren, om ook maar één enkel oogenblik verder te gelooven aan
-de sprookjes, die deze zoogenaamde lord ons allemaal op den mouw tracht te spelden!
-</p>
-<p>„Ik ga den boel eens verkennen!”
-</p>
-<p>Böcher sprong op met resoluut gebaar.
-</p>
-<p>Hij schoof de zware draperieën opzij en ging de aangrenzende kamer binnen.
-</p>
-<p>De beide anderen keken elkander een paar seconden als verbluft aan.
-</p>
-<p>Wat te doen?
-<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p>
-<p>Zij aarzelden een oogenblik:
-</p>
-<p>Maar na korte aarzeling volgden zij toch den commissaris.
-</p>
-<p>„Nu, wat heb ik u gezegd?” riep de rechercheur uit op woesten toon.
-</p>
-<p>„Wat zei ik? O! Wat ben ik dom geweest! Wat heb ik ondoordacht gehandeld! Ik had den
-kerel dadelijk moeten arresteeren!”
-</p>
-<p>Inderdaad!
-</p>
-<p>De kamer was leeg!
-</p>
-<p>Heelemaal leeg!
-</p>
-<p>En toen de heeren naar de deur gingen, die op de gang uitkwam, merkten zij tot hun
-niet geringe verbazing en schrik, dat deze—gesloten was.
-</p>
-<p>Ook de uitgang, die van den Indischen salon naar buiten leidde, was versperd.
-</p>
-<p>De bediende had dus zeker wel een andere opdracht gekregen dan Spaanschen wijn te
-halen uit den kelder en dezen den gasten te presenteeren.
-</p>
-<p>Dat was een mooie geschiedenis.
-</p>
-<p>Een fraaie boel!
-</p>
-<p>Steineck en de burggraaf keken elkander aan met gezichten, die alles behalve aangename
-gewaarwording uitdrukten.
-</p>
-<p>En de commissaris der recherche had van louter woede en spijt een hoofd, zoo rood
-als een kreeft.
-</p>
-<p>O! had hij toch maar zijn zin gevolgd!
-</p>
-<p>Was hij maar niet zoo wankelmoedig geweest, zoo slap aangedraaid!
-</p>
-<p>Had hij maar eens op eigen initiatief gehandeld.
-</p>
-<p>Wat had hij een spijt!
-</p>
-<p>Een reuzenspijt!
-</p>
-<p>„Wat moet ik nu beginnen!” riep hij uit in de grootste wanhoop.
-</p>
-<p>„In plaats van een belooning te ontvangen, in plaats van promotie te maken, zal ik
-nu van mijn superieuren een duchtigen uitbrander krijgen!
-</p>
-<p>„En gij, heeren! Gij zijt daaraan mede schuldig! Ja, inderdaad. Gij zijt medeplichtig!”
-</p>
-<p>„Luister eens, beste vriend,” begon graaf Steineck met een hoog neusgeluid, „luister
-eens. Gij moet …— —eh— —eh— —gij moet— —neen, dat is toch niet de manier— —eh— —eh—
-—dat is toch waarlijk niet de juiste toon— —neen, niet de goede toon— —eh— —eh— —wat
-zegt gij er van, waarde burggraaf— —eh— —eh— —wat zegt gij er van— —is dat wel de
-juiste toon— —om tegen ons— —leden van de Millionairsclub— —zeg, burggraaf, wat denkt
-gij ervan— —eh— —eh— —eh!”— — —
-</p>
-<p>„Daarom heeft daar straks ook de automobiel zoo geweldig gepuft”, sprak de burggraaf
-op nadenkenden toon— — —„en het geritsel in de kamer <span class="corr" id="xd31e1180" title="Bron: hier naast">hiernaast</span>— — —hield plotseling op— — —ja juist— — —dat heb ik dan toch wel goed gehoord— —
-—ik meende al— — —ik verbeeldde het mij toch zoo duidelijk— — —neen, neen— — —ik heb
-mij niet vergist— — —zeg eens, mijnheer de commissaris— — —hebt gij dat ook niet gehoord?—
-— —dat was toch heel duidelijk waarneembaar— — —niet waar, graaf?”
-</p>
-<p>„Ja,— — —maar— — —eh— — —eh— — —heel duidelijk— — —inderdaad heel duidelijk— — —dat
-had die politieman toch moeten hooren— — —eh— — —eh— — —ja, waarom heeft die politieman
-dat niet gehoord— — —dat komt niet te pas— — —eh— — —eh— — —neen, dat komt niet te
-pas— — —als men toch commissaris van de politie is— — —van de recherche— — —dat is
-ongehoord— — —dat komt volstrekt <i>niet</i> te pas— — —eh— — —eh!”
-</p>
-<p>Razend, als een getergd dier, trapte de commissaris net zoo lang tegen de gesloten
-deur, totdat deze open sprong.
-</p>
-<p>Toen vloog hij de trap af—maar de automobiel was verdwenen.
-</p>
-<p>Dat lord Brigham alias John Raffles in dit <span class="corr" id="xd31e1192" title="Bron: vaartuig">voertuig</span>, dat puffend had staan wachten, de wijde wereld <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>was ingetrokken om daar vrijheid te zoeken en te vinden, begreep Peter Böcher al spoedig
-even duidelijk als de beide millionairs het deden, die nu ook naar beneden waren gekomen.
-</p>
-<p>Men deed later, ook van den kant der Millionairsclub, alle mogelijke moeite om den
-handigen avonturier, die allen véél te slim was afgeweest, op te sporen.
-</p>
-<p>Maar dit gelukte zelfs den onvermoeiden Henry Stern niet, die niets ongedaan liet.
-</p>
-<p>Eerst veel, heel veel later zouden hij en de gezochte elkaar weer ontmoeten in het
-Indische sprookjesland, waar de natuur zóóvele wonderen heeft geschapen, dat zelfs
-de dolste avonturier er aan zijn ongebreidelde fantazie kan toegeven.
-</p>
-<p class="trailer xd31e1200">EINDE.</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first">In de volgende aflevering, nummer 6, getiteld:
-</p>
-<p class="xd31e1205">„DE DUBBELGANGER VAN DEN BANKDIRECTEUR”,
-</p>
-<p>wordt verteld hoe <span class="ex">John C. Raffles</span> een ongelukkige vrouw beschermt tegen het willekeurig optreden van haar onwaardigen
-echtgenoot. Hoe hij de bloedverwanten dier vrouw, die tot wanhoop zijn gebracht, bevrijdt
-uit de klauwen van den bloedzuiger en een kostbaar kleinood, versierd met paarlen
-en juweelen uit de handen van den schurk weet te halen. Zooals steeds, straft ook
-in dit verhaal de meesterdief een booswicht, die tot nog toe ongestraft zijn schurkenstreken
-heeft ten uitvoer kunnen brengen, daarin door geen wet tegengehouden.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first underline xd31e1213">Belooning: 1000 pond sterling.
-</p>
-<div class="table">
-<table class="tbl.wanted.header">
-<tr>
-<td class="xd31e1216 cellLeft cellTop xd31e1220">Wie kent hem?
-</td>
-<td rowspan="2" class="rowspan xd31e1217 cellTop cellBottom">
-<div class="figure lordlisterwidth"><img src="images/lordlister.png" alt="Portret van Lord Lister." width="307" height="404"></div>
-</td>
-<td class="xd31e1216 cellRight cellTop xd31e1220">Wie heeft hem gezien?
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd31e1216 cellLeft cellBottom">Dat vraagt men in Scotland Yard!
-</td>
-<td class="xd31e1216 cellRight cellBottom">Dat vraagt heel Londen!</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p class="xd31e1235">Lord Lister <span class="underline xd31e1237">genaamd</span> John C. Raffles, <span class="xd31e1240">de geniaalste aller dieven</span>
-</p>
-<p class="xd31e1243">brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters;
-ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt
-en behoeftigen ondersteunt.
-</p>
-<p class="xd31e1245">Man van eer in alle opzichten
-</p>
-<p class="xd31e1243">spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing
-op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat:
-</p>
-<p class="xd31e1249">Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren.
-</p>
-<p class="xd31e1243">Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, <b>Lord Lister</b>, genaamd <b>John C. Raffles</b>, den geniaalsten aller dieven, te vatten!
-</p>
-<div lang="en" class="div2 section warrant.en"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext">
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p class="first">WARRANT OF ARREST.
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p class="first"><span class="underline">Vertaling</span>:<br>
-Bevel tot aanhouding.
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p>Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension
-of the man described as under:
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p>Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt:
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p>DESCRIPTION:
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"><span class="ex">Name</span>: </td>
-<td class="cellRight cellTop">Lord Edward Lister, alias John C. <span class="corr" id="xd31e1274" title="Bron: Sinclair">Raffles</span>.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Age</span>: </td>
-<td class="cellRight">32 to 35 years.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Height</span>: </td>
-<td class="cellRight">5 feet nine inches.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Weight</span>: </td>
-<td class="cellRight">176 pounds.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Figure</span>: </td>
-<td class="cellRight">Tall.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Complexion</span>: </td>
-<td class="cellRight">Dark.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Hair</span>: </td>
-<td class="cellRight">Black.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Beard</span>: </td>
-<td class="cellRight">A slight moustache.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Eyes</span>: </td>
-<td class="cellRight">Black.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"><span class="ex">Language</span>: </td>
-<td class="cellRight cellBottom">English, French, German, Russian, etc.</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p>Beschrijving:
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"><span class="ex">Naam</span>: </td>
-<td class="cellRight cellTop">Lord Edward Lister, genaamd John C<span class="corr" id="xd31e1386" title="Niet in bron">.</span> Raffles.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Leeftijd</span>: </td>
-<td class="cellRight">32–35 jaar.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Lengte</span>: </td>
-<td class="cellRight">ongeveer 1,76 meter.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Gewicht</span>: </td>
-<td class="cellRight">80 kilo.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Gestalte</span>: </td>
-<td class="cellRight">slank.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Gelaatskleur</span>: </td>
-<td class="cellRight">donker.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Haar</span>: </td>
-<td class="cellRight">zwart.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Baardgroei</span>: </td>
-<td class="cellRight">kleine snor.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><span class="ex">Oogen</span>: </td>
-<td class="cellRight">zwart.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"><span class="ex">Spreekt</span> </td>
-<td class="cellRight cellBottom">Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p><span class="ex">Special notes</span>: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other
-day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown.
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p><span class="ex">Bijzondere kenteekenen</span>: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een
-ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam
-onbekend.
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p>Charged with robbery.
-</p>
-<p>A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man.
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p>Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000
-pond sterling.
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="first" lang="en">
-<p>Headquarters—Scotland Yard.
-</p>
-<p class="dateline"><span class="ex">London</span>, 1<sup>st</sup> October 1908.
-</p>
-<p class="signed"><b>Police Inspector</b>,<br>
-<span class="ex">Horny.</span>
-</p>
-</td>
-<td class="second" lang="nl">
-<p><b><i>Het Hoofdbureau van Politie Scotland-Yard.</i></b>
-</p>
-<p class="dateline"><span class="ex">Londen</span>, 1. Oktober 1908.
-</p>
-<p class="signed"><b><span class="corr" id="xd31e1468" title="Bron: Inspekteur">Inspecteur</span> van Politie</b><br>
-(get.) <span class="ex">Horny</span>.
-</p>
-</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd31e1477">Roman-Boekhandel <span class="xd31e1479">voorheen</span> A. Eichler
-</p>
-<p class="xd31e101">Singel 236—Amsterdam.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table summary="Inhoudsopgave">
-<tr id="ch1.toc">
-<td class="tocDivNum">I. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch1">DE VERDWENEN JUWEELEN.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch2.toc">
-<td class="tocDivNum">II. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch2">DE RAADSELACHTIGE GAST.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">5</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch3.toc">
-<td class="tocDivNum">III. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch3">IN DE SLAAPKAMER DER BARONES.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">9</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch4.toc">
-<td class="tocDivNum">IV. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch4">DE ZWARTE BRIEF.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">11</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch5.toc">
-<td class="tocDivNum">V. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch5">EEN HARTSGEHEIM.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">13</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch6.toc">
-<td class="tocDivNum">VI. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch6">IN HET DANSHUIS.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">14</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch7.toc">
-<td class="tocDivNum">VII. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch7">DE CLUB DER MILLIONAIRS.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">19</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch8.toc">
-<td class="tocDivNum">VIII. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch8">DE OVERVAL.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">21</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch9.toc">
-<td class="tocDivNum">IX. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch9">DE MACHT DER LIEFDE.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch9">25</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch10.toc">
-<td class="tocDivNum">X. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch10">DE LORD GAAT HEEN.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch10">27</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="transcriberNote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e41" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e41" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<p>De titel van deze aflevering is <i>De zwarte man in het slaapvertrek</i> op het omslag, terwijl die in de kop van de tekst <i>De gemaskerde in het boudoir</i> is. Deze aflevering is later opnieuw uitgegeven met de titel <i>Ongewenst bezoek in een slaapvertrek</i> (Lord Lister No. 518).
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata" summary="Metadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Lord Lister No. 5: De zwarte man in het slaapvertrek</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/8133268/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Kurt Matull (1872–1930?)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/56770919/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>[1910]</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Trefwoorden:</b></td>
-<td>Detective and mystery stories -- Periodicals</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b></b></td>
-<td>Dime novels -- Periodicals</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2021-10-23 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links
-voor u niet werken.</p>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e141">2</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom"> op</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e153">2</a></td>
-<td class="width40 bottom">vrolijkheid</td>
-<td class="width40 bottom">vroolijkheid</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e157">2</a>, <a class="pageref" href="#xd31e168">3</a>, <a class="pageref" href="#xd31e171">3</a>, <a class="pageref" href="#xd31e226">4</a>, <a class="pageref" href="#xd31e249">4</a>, <a class="pageref" href="#xd31e497">11</a>, <a class="pageref" href="#xd31e507">11</a>, <a class="pageref" href="#xd31e512">12</a>, <a class="pageref" href="#xd31e515">12</a>, <a class="pageref" href="#xd31e526">12</a>, <a class="pageref" href="#xd31e529">12</a>, <a class="pageref" href="#xd31e623">15</a>, <a class="pageref" href="#xd31e791">20</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1008">27</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">„</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e175">3</a></td>
-<td class="width40 bottom">teruggeleide</td>
-<td class="width40 bottom">teruggeleidde</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e198">3</a></td>
-<td class="width40 bottom">hijzelf</td>
-<td class="width40 bottom">hij zelf</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e230">4</a></td>
-<td class="width40 bottom">toestemd</td>
-<td class="width40 bottom">toestemmend</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e238">4</a>, <a class="pageref" href="#xd31e367">7</a>, <a class="pageref" href="#xd31e856">22</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e268">5</a></td>
-<td class="width40 bottom">echtgenoot</td>
-<td class="width40 bottom">echtgenoote</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e274">5</a></td>
-<td class="width40 bottom">babelend</td>
-<td class="width40 bottom">babbelend</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e281">5</a></td>
-<td class="width40 bottom">geintroduceerd</td>
-<td class="width40 bottom">geïntroduceerd</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e357">7</a></td>
-<td class="width40 bottom">volwasen</td>
-<td class="width40 bottom">volwassen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e411">9</a></td>
-<td class="width40 bottom">goepende</td>
-<td class="width40 bottom">geopende</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e470">11</a></td>
-<td class="width40 bottom">bevatten</td>
-<td class="width40 bottom">bevatte</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e479">11</a></td>
-<td class="width40 bottom">”</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e493">11</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">:</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e618">15</a>, <a class="pageref" href="#xd31e631">15</a></td>
-<td class="width40 bottom">Muller</td>
-<td class="width40 bottom">Müller</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e675">16</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e679">16</a>, <a class="pageref" href="#xd31e786">20</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">”</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e729">19</a></td>
-<td class="width40 bottom">fijna</td>
-<td class="width40 bottom">fijne</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e808">21</a></td>
-<td class="width40 bottom">verdiend</td>
-<td class="width40 bottom">verdient</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e853">22</a></td>
-<td class="width40 bottom">ovegebracht</td>
-<td class="width40 bottom">overgebracht</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e886">23</a></td>
-<td class="width40 bottom">zagen</td>
-<td class="width40 bottom">zag</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e911">23</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1386">32</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e923">24</a></td>
-<td class="width40 bottom">Milionairs</td>
-<td class="width40 bottom">Millionairs</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e958">25</a></td>
-<td class="width40 bottom">colier</td>
-<td class="width40 bottom">collier</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1004">27</a></td>
-<td class="width40 bottom">nemen</td>
-<td class="width40 bottom">noemen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1016">27</a></td>
-<td class="width40 bottom">energische</td>
-<td class="width40 bottom">energieke</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1038">28</a></td>
-<td class="width40 bottom">der</td>
-<td class="width40 bottom">den</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1069">28</a></td>
-<td class="width40 bottom">personnages</td>
-<td class="width40 bottom">personages</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1092">29</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">te </td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1180">31</a></td>
-<td class="width40 bottom">hier naast</td>
-<td class="width40 bottom">hiernaast</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1192">31</a></td>
-<td class="width40 bottom">vaartuig</td>
-<td class="width40 bottom">voertuig</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1274">32</a></td>
-<td class="width40 bottom">Sinclair</td>
-<td class="width40 bottom">Raffles</td>
-<td class="bottom">7</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1468">32</a></td>
-<td class="width40 bottom">Inspekteur</td>
-<td class="width40 bottom">Inspecteur</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 5: DE ZWARTE MAN IN HET SLAAPVERTREK ***</div>
-<div style='text-align:left'>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Updated editions will replace the previous one&#8212;the old editions will
-be renamed.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg&#8482; electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG&#8482;
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-</div>
-
-<div style='margin:0.83em 0; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE<br>
-<span style='font-size:smaller'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE<br>
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</span>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-To protect the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221;), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg&#8482; License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg&#8482;
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg&#8482; electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
-or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.B. &#8220;Project Gutenberg&#8221; is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg&#8482; electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg&#8482; electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg&#8482;
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (&#8220;the
-Foundation&#8221; or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg&#8482; electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg&#8482;
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg&#8482; name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg&#8482; License when
-you share it without charge with others.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg&#8482; work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg&#8482; License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg&#8482; work (any work
-on which the phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; appears, or with which the
-phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-</div>
-
-<blockquote>
- <div style='display:block; margin:1em 0'>
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
- other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
- whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
- of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
- at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
- are not located in the United States, you will have to check the laws
- of the country where you are located before using this eBook.
- </div>
-</blockquote>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221; associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg&#8482;
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg&#8482; License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg&#8482;
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg&#8482;.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg&#8482; License.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg&#8482; work in a format
-other than &#8220;Plain Vanilla ASCII&#8221; or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg&#8482; website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original &#8220;Plain
-Vanilla ASCII&#8221; or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg&#8482; License as specified in paragraph 1.E.1.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg&#8482; works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-provided that:
-</div>
-
-<div style='margin-left:0.7em;'>
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg&#8482; works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg&#8482; trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, &#8220;Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation.&#8221;
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg&#8482;
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg&#8482;
- works.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg&#8482; works.
- </div>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg&#8482; trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg&#8482; collection. Despite these efforts, Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain &#8220;Defects,&#8221; such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the &#8220;Right
-of Replacement or Refund&#8221; described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg&#8482; trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you &#8216;AS-IS&#8217;, WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg&#8482; work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg&#8482; work, and (c) any
-Defect you cause.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg&#8482;
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg&#8482;&#8217;s
-goals and ensuring that the Project Gutenberg&#8482; collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg&#8482; and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation&#8217;s EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state&#8217;s laws.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation&#8217;s business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation&#8217;s website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; depends upon and cannot survive without widespread
-public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
-visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 5. General Information About Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg&#8482; concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg&#8482; eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This website includes information about Project Gutenberg&#8482;,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-</div>
-
-</div>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/66611-h/images/lordlister.png b/old/66611-h/images/lordlister.png
deleted file mode 100644
index e9e45f1..0000000
--- a/old/66611-h/images/lordlister.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/66611-h/images/lordlister0005-front.jpg b/old/66611-h/images/lordlister0005-front.jpg
deleted file mode 100644
index bee55c7..0000000
--- a/old/66611-h/images/lordlister0005-front.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/66611-h/images/p0005-01.png b/old/66611-h/images/p0005-01.png
deleted file mode 100644
index 0ca5dd5..0000000
--- a/old/66611-h/images/p0005-01.png
+++ /dev/null
Binary files differ