summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/66594-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/66594-0.txt')
-rw-r--r--old/66594-0.txt3111
1 files changed, 0 insertions, 3111 deletions
diff --git a/old/66594-0.txt b/old/66594-0.txt
deleted file mode 100644
index 4e02ce8..0000000
--- a/old/66594-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3111 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 4: De millioenenschat in de
-Doodkist, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 4: De millioenenschat in de Doodkist
-
-Author: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: October 22, 2021 [eBook #66594]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 4: DE
-MILLIOENENSCHAT IN DE DOODKIST ***
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 4 DE MILLIOENENSCHAT IN DE DOODKIST.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE MILLIOENENSCHAT IN DE DOODKIST.
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-EEN AFGELUISTERD GESPREK.
-
-
-„Stil Charly! Ga de „Nowoje Wremja” lezen en bemoei je niet met mij of
-met het tafeltje naast ons!”
-
-Raffles fluisterde deze woorden bijna zonder de lippen te bewegen,
-terwijl hij, als een echte man van de wereld, in zijn leunstoel
-achterover lag.
-
-Dit gesprek had plaats in de eetzaal van het Hotel „Sint Petersburg”,
-het voornaamste van de stad Irkoetsk.
-
-Voorname kalmte heerschte in de groote zaal, waar een zwaar, Oostersch
-tapijt elken voetstap dempte en de kellners zich geluidloos bewogen.
-
-Onder de elegante verschijningen die zaten aan zwaar met kristal en
-zilver beladen tafeltjes, bevond zich ook John C. Raffles.
-
-Schijnbaar in gedachten verdiept, luisterde hij toch zeer nauwkeurig
-naar het gesprek aan het naburige tafeltje.
-
-Een tweetal heeren zaten daar druk te redeneeren.
-
-De een droeg de rijk versierde uniform van een Russisch generaal, de
-ander was in smoking.
-
-Het gesprek werd op gedempten toon gevoerd en scheen voor geen vreemde
-ooren bestemd.
-
-Charly Brand, de vriend, of, zooals hij genoemd werd, de secretaris van
-den lord, had zich schijnbaar geheel verdiept in de „Nowoje Wremja”,
-doch in werkelijkheid luisterde hij echter ook naar zijn buren.
-
-Hij verstond evenwel geen woord van het gesprokene.
-
-Verscholen keek hij dan weer naar het gelaat van Raffles, dat ijzig
-kalm was en wiens oogen onverschillig rondkeken.
-
-Maar Charly kende het gebarenspel van zijn vriend veel te goed om niet
-terstond op te merken, dat aan het naburige tafeltje een gesprek werd
-gevoerd, dat Raffles niet alleen levendig interesseerde, maar dat hem
-ook toornig maakte.
-
-De beide heeren staakten thans hun gesprek en verlieten de eetzaal.
-
-Nauwelijks was dit geschied of Raffles riep den kellner.
-
-Deze verscheen terstond.
-
-„Wie zijn die beide heeren, die zoo juist de zaal verlieten?”
-
-„Zijne Excellentie de gouverneur van Irkoetsk Ortschkoff en graaf
-Barjatinsk, zijn districtschef.”
-
-„Waar logeeren ze?”
-
-„Kamer 38 en 39 op de eerste etage!”
-
-„Dank je!”
-
-De kellner ging.
-
-Charly Brand kon zijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen.
-
-„Edward,” zei hij, „wat ben je van plan?”
-
-Hij beefde van opwinding, want het koude, sfinx-achtige gelaat van zijn
-vriend, dat als uit marmer gehouwen was, vertelde hem maar al te
-duidelijk, dat Raffles weer iets buitengewoons in het schild voerde.
-
-Hij begreep, dat zijn vriend het gesprek van de heeren had gehoord
-
-Maar lord Lister was er de man niet naar om met zijn geheimen te koop
-te loopen, zelfs niet tegenover zijn vriend Brand, die, zooals Raffles
-zei, „zoo schrikkelijk nerveus was.”
-
-„Edward, ik smeek je! Vertel mij toch, wat er gebeurt! Ik beef voor je
-leven!”
-
-Lister lachte.
-
-„Poeh! Jij beeft altijd, Charly. Dat moet je afleeren. Je verandert mij
-toch niet!”
-
-„En waarom niet, Edward? Dat is geen leven om altijd vol angst en zorg
-te zitten. Staak die gevaarlijke ondernemingen toch! Ik ben er van
-overtuigd, dat je hersens weer de een of andere dolle streek hebben
-uitgebroed!”
-
-„En als dat nu eens zoo was?”
-
-„Dan zou ik je willen verzoeken om die dolle plannen te laten varen in
-je eigen belang, of—”
-
-„Of?”
-
-„Of ik moet je verlaten!”
-
-„Je bent een groot kind, Charly!”
-
-Raffles stak een sigaret op.
-
-„Neen, Edward, ik ben geen kind! Integendeel! Ik zie verder dan jij!
-Jou zullen je streken nog eens — —”
-
-„Aan de galg brengen! Dat bedoel je immers, Charly? Wel, waarom niet?
-Ik wil ook wel eens met den strop kennis maken!”
-
-Brand verbleekte.
-
-Zijn oogen openden zich wijd.
-
-Lord Lister legde de hand op den arm van zijn vriend.
-
-„Luister, Charly! Je moet niet zulke rare gezichten trekken! Heusch
-niet! Je verraadt mij, voordat ik nog iets gedaan heb. Luister! Ik zal
-je tot zekere hoogte met mijn plannen bekend maken. Je bent mijn vriend
-en moet mij vergezellen!”
-
-„Wil je weg?”
-
-„Ik moet!”
-
-„Waarom?”
-
-„Omdat ik die schurken niet kan uitstaan.”
-
-„Van wie spreek je?”
-
-„Van de beide kerels, die aan het tafeltje naast het onze hebben
-gezeten.”
-
-„Van den generaal en den chef?”
-
-„Ja.”
-
-„Ken je ze?”
-
-„Ik heb ze leeren kennen.”
-
-„Door den kellner?”
-
-„Neen, door hun eigen gesprek. De kellner noemde alleen hun namen en de
-nummers van hun kamers.”
-
-„Waarom wilde je die weten?”
-
-„Omdat ik de schurken en hun plannen nauwkeurig wil bestudeeren.”
-
-„Hoe wil je dat doen?”
-
-„Wij gaan verhuizen.”
-
-„Waarheen?”
-
-„Naar nummer 36 of 39.”
-
-„En als die bezet zijn?”
-
-Lord Lister glimlachte.
-
-„Je bent een echt kind, Charly! Weet je dan niet, dat wij in een
-Russisch hotel zijn en veel geld hebben? Voor een paar roebel maken de
-kellners hier alles in orde!”
-
-„Maar waarom wil je juist in een van die beide kamers wonen?”
-
-„Omdat ik de schurken wil beluisteren. Ze hebben buiten den waard
-gerekend.”
-
-„Wat hebben ze dan misdaan, dat je zoo verbitterd bent?”
-
-„Ik zal het je op onze kamer vertellen. Hier zou ik niet kalm genoeg
-blijven.”
-
-„Zijn het zulke schoften?”
-
-„Zij zijn meer dan dat. Het zijn vampiers. Maar kom nu, laat ons onzen
-kostbaren tijd niet verliezen!”
-
-Raffles vouwde zijn servet samen, bekeek een oogenblik met peinzend
-gebaar den prachtigen briljant aan den ringvinger van zijn rechterhand,
-zette zijn hoogen hoed op en verliet met Charly Brand de eetzaal.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-HET GEHEIM VAN TWEE SCHURKEN.
-
-
-Hoofdschuddend was Charly Brand zijn vriend gevolgd.
-
-Hij geloofde geen oogenblik, dat het mogelijk was, de kamers zoo gauw
-te verlaten als Raffles had beweerd.
-
-Maar lord Lister was een beter menschenkenner dan zijn secretaris.
-
-Geen tien minuten waren verloopen, toen werden reeds de koffers en
-kleeren van een gast naar een andere kamer gebracht en de beide
-vrienden hadden hun doel bereikt.
-
-Lord Lister sloot de kamerdeur en luisterde toen aan den muur, die
-nummer 39 van nummer 38 scheidde.
-
-Zooals dat in hotels gebruikelijk is, bevond zich een deur tusschen de
-beide kamers, die natuurlijk afgesloten was.
-
-Brand kon zijn ongeduld niet langer bedwingen.
-
-Ook hij ging aan de deur luisteren.
-
-„Pst,” fluisterde Raffles. „Laat dat! Jij kunt niet luisteren, Charly,
-en verstaat toch niets!”
-
-„Jij wel?”
-
-„O, ja!”
-
-„Is er iets belangrijks?”
-
-„En of!”
-
-„Wat is het toch, Edward, vertel het mij!”
-
-„Hm! Kun je zwijgen, Charly? Ernstig zwijgen?”
-
-„Dacht je misschien, dat ik je zou verraden?”
-
-„Neen! Verraad vrees ik niet!”
-
-„Wat dan wel?”
-
-„Je tong. Ik verwacht geen waarschuwingen!”
-
-„Edward!”
-
-„Al goed, Charly! Ik ken je! Ik weet, dat je het goed meent!”
-
-„Ik doe immers alles uit louter vriendschap!”
-
-„Juist, m’n jongen! En dat is ook je eenige verontschuldiging.”
-
-„Vertel me dan toch eindelijk wat je met die beide lieden voor hebt!”
-
-„Nu goed! Ik zal het je vertellen. Maar je moet mij beloven, dat je
-niet zult probeeren, mij van mijn plan af te brengen. Je zoudt me maar
-boos maken en verder kom je er toch niet mee!”
-
-„Ik beloof het, Edward!”
-
-„Hoor dan!”
-
-„Die gouverneur Ortschkoff met zijn gouden tressen en zijn borst vol
-ridderorden is een gemeene ploert. Hij perst het geld, dat hij
-verbrast, van de allerarmsten. Aan al die schandelijk verdiende kopeken
-kleven bloed en tranen.”
-
-Charly Brand stond verbluft.
-
-Raffles had alle koelbloedigheid verloren.
-
-Hij vervolgde:
-
-„De man, die bij den generaal is, is zijn districtschef graaf
-Barjatinsk, die de belastingen voor hem int. De beide schurken hebben
-goede zaken gemaakt, doordat zij pas de belastingen hebben verdubbeld.
-
-„Ortschkoff is er nu op uit om het voor hem gestolen geld naar Sint
-Petersburg te brengen.”
-
-„Heb je dat allemaal in de eetzaal gehoord?”
-
-„Alles! Je weet, dat ik een buitengewoon scherp gehoor heb!”
-
-„Dat heeft je ook al heel wat diensten bewezen, Edward!”
-
-„Om nu vooral nergens eenig opzien te baren, is de generaal op een sluw
-denkbeeld gekomen. Hij heeft Von Barjatinsk alles in een doodkist laten
-pakken, die oogenschijnlijk het stoffelijk overschot van zijn oom
-bevat. Het lijk van den militair zal nu onder sterk militair geleide in
-een aparten goederenwagen naar Sint Petersburg worden gebracht. Je
-begrijpt, Charly, dat niemand zich aan een lijk zal vergrijpen, zelfs
-als—er iets gebeurde.”
-
-„Wat bedoel je, Edward?”
-
-„Hm! Wil je beslist alles weten?”
-
-„Ja, je moet mij de heele zaak vertellen!”
-
-„Nu dan, de trein rijdt door groote vlakten, waarin de arme bevolking
-woont, die als een citroen is uitgeknepen.
-
-„De lui hebben niets te verliezen en hun hart is vervuld van wraak,
-toorn en bitterheid. Het zou niet de eerste keer zijn, als de trein
-werd overrompeld.”
-
-„En wat wil jij nu doen?”
-
-„Kun je dat nu inderdaad niet denken, Charly?”
-
-„Neen! Je weet, dat ik jouw overmoedigen gedachtengang niet kan
-volgen!”
-
-Raffles knikte.
-
-„En toch is het de natuurlijkste zaak van de wereld!”
-
-Brand werd ongeduldig.
-
-„Je stelt mij wel héél erg op de proef, Edward. Plaag mij nu niet
-langer. Wat is in jouw oogen de natuurlijkste zaak van de wereld?”
-
-„Dat ik den generaal zijn schat ontroof, voordat de Siberiërs het
-doen!”
-
-Charly Brand was sprakeloos.
-
-Hij keek Raffles aan, alsof deze een spookverschijning was.
-
-Den schat rooven?
-
-Uit de doodkist, die door vele soldaten bewaakt werd?
-
-Hoe wilde hij dat doen?
-
-Dat was immers onmogelijk!
-
-„Charly, ik heb je hulp noodig,” viel Raffles plotseling in, nadat hij
-weer een oogenblik aan de deur had geluisterd.
-
-„Bij de uitvoering van dat waanzinnige plan misschien?”
-
-Lord Lister glimlachte.
-
-„Ja en neen! Bij de uitvoering zelf kan ik je niet gebruiken, want de
-haren zouden je te berge rijzen. Maar bij de voorbereidingen Charly,
-heb ik je noodig!”
-
-„Goed. Zeg maar, wat ik te doen heb!”
-
-„Ga nu maar eens naar het station om te informeeren wanneer de trein
-weggaat, die het lijk van den generaal vervoert, en in welken waggon
-het ligt.”
-
-„Hoe moet ik dat gewaar worden?”
-
-„Doodeenvoudig. De doodkist zal wel door een eerewacht bewaakt worden!”
-
-„Ik vlieg al,” antwoordde Brand, blij, dat hij van dienst kon zijn. „Ik
-kom gauw terug.”
-
-„Zorg, dat je alles precies weet, Charly, en bestel in den slaapwagen,
-die het dichtst bij de doodkist is, voor ons twee bedden!”
-
-Charly keek Raffles aan.
-
-Hij begreep er niets van.
-
-En hoofdschuddend vertrok de secretaris.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-EEN NOODLOTTIGE KLIMPARTIJ.
-
-
-Brand verliet de kamer en Raffles grendelde haar zorgvuldig.
-
-Hij had zijn vriend naar het station gestuurd om alleen te zijn, want
-hij voerde iets in het schild, waarbij hij geen angstig toeschouwer kon
-gebruiken.
-
-Toen deed hij de balkondeur open en keek naar buiten.
-
-Het was volslagen donker; slechts enkele vensters waren flauwtjes
-verlicht.
-
-Achter al de kamers van het hotel waren balkons aangebracht, waarop de
-gasten wat frissche lucht konden scheppen.
-
-Lord Lister overzag den toestand nauwkeurig.
-
-Hij wilde op het balkon van nummer 38 komen om te zien, of de bewoners
-zich daar ophielden of dat zij misschien in het aangrenzende kabinetje
-waren.
-
-Maar de kloof tusschen de beide balkons was diep.
-
-Zelfs voor een geoefend turner als Raffles was het geen kleinigheid,
-over dien afgrond te komen.
-
-Maar de meesterdief deinsde voor niets terug.
-
-Hij had zich voorgenomen het geheim van generaal Ortschkoff te
-ontsluieren en nu was hem ook geen moeite te groot.
-
-Vlug haalde hij zijn wandelstok en een ladder, van paardenhaar
-gevlochten, die zóó dun was, dat hij haar makkelijk in den zak kon
-steken.
-
-De wandelstok kon, evenals een hengelroe, uit elkaar genomen worden.
-
-Maar de wandelstok noch de touwladder reikten tot het volgende balkon.
-
-Lord Lister liet zich echter niet afschrikken.
-
-Tusschen beide balkons hing een brandladder van het dak van het hotel
-tot den tuin omlaag. Dat brak dus den afstand.
-
-Met groote handigheid slingerde hij de touwladder om de brandladder,
-haalde toen met den uitgeschoven wandelstok het uiteinde weer naar zich
-toe, maakte de beide einden stevig vast aan het balkon, waarop hij
-stond en begon toen op handen en voeten door de lucht te klimmen.
-
-Het was een halsbrekende tocht, maar ongedeerd belandde hij toch op de
-brandladder.
-
-En nu moest hij zich naar het balkon van nummer 38 slingeren.
-
-Ook dat gelukte.
-
-Door den sprong viel echter een steentje neer in den tuin van het
-hotel.
-
-Het trof een kellner, die juist voorbij liep.
-
-„Hallo!” riep de man en hij keek naar boven.
-
-Raffles bukte zich snel en luisterde of de kellner bleef staan.
-
-Een poosje wachtte deze, toen ging hij verder.
-
-Raffles trachtte nu iets gewaar te worden van hetgeen in nummer 38
-voorviel.
-
-Van een gesprek kon hij niets verstaan.
-
-Hij hoorde echter duidelijk, dat er geld geteld werd, veel geld.
-
-Hij haalde zijn boor te voorschijn en maakte in de balkondeur heel
-voorzichtig een gat.
-
-Toen keek hij erdoor en zag iemand, die een berg van goud voor zich
-had.
-
-Maar wat was dat?
-
-Had lord Lister zich vergist?
-
-Was hij voor een verkeerde kamer terecht gekomen?
-
-Hij kende dien man niet.
-
-Zoo’n boeventronie had Raffles zijn heele leven nog niet gezien.
-
-Het was een gelaat, waarin duivelsche ruwheid en hebzucht hun sporen
-hadden achtergelaten.
-
-Af en toe liet de geldteller eenige goudstukken in zijn zak verdwijnen,
-waarbij hij met schuwen blik naar de deur keek, die naar de
-aangrenzende kamer voerde.
-
-Het booze geweten sprak klaarblijkelijk bij dezen kerel.
-
-Raffles was ervan overtuigd, dat hij hier een nieuwe misdaad op het
-spoor was, die met den schurkenstreek van den generaal niets had uit te
-staan.
-
-Eensklaps schrikte de geldteller hevig.
-
-Vlug liet hij een handvol goudstukken in zijn zakken verdwijnen.
-
-Daarop vloog hij naar de deur, waarop geklopt was op heel bijzondere
-wijze.
-
-Tot Raffles’ groote verbazing trad graaf Barjatinsk de kamer binnen.
-
-Hij was buiten adem en erg opgewonden, maar vergat desondanks niet, de
-deur af te sluiten.
-
-„Goddank!” bracht hij uit. „Generaal Ortschkoff is afgereisd met het
-lijk van zijn oom. Haha! Ik moest lachen om die dragonders en kozakken!
-Met den grootsten eerbied stonden ze om de doodkist. Zij zullen den
-schat wel veilig overbrengen. Ik zou niemand raden, met die jongens te
-beginnen; het lijken wel buldoggen, zeg Pawlow.”
-
-De man, die met Pawlow werd aangesproken, keek op.
-
-Een hatelijke grijns vertrok zijn leelijk gelaat.
-
-„Ortschkoff gaat met den schat naar Sint Petersburg. Ik geloof, dat wij
-een reuzendomheid hebben begaan!”
-
-„Hoezoo?”
-
-„Dat wij den gouverneur lieten vertrekken.”
-
-„Hebben wij hem niet genoeg afgezet? Hoeveel zou daar wel liggen,
-Pawlow?”
-
-„Alles bij elkaar tachtigduizend, honderdduizend roebel! Een
-belachelijke som in vergelijking tot wat de gouverneur wegsleept.”
-
-„Wat hadden we dan volgens jou moeten doen, Pawlow?”
-
-„We hadden steenen in de kist moeten pakken!”
-
-„En als hij het gemerkt had? Dan zou hij ons op levenslangen
-dwangarbeid hebben getrakteerd.”
-
-„Hij zal wel oppassen. Hij moet ons ontzien!”
-
-„In ieder geval is het nu te laat. De trein is al op weg naar Europa!”
-
-„Dan is hij vijf uur vroeger vertrokken, dan was aangegeven!”
-
-„Ja, de generaal heeft het doorgezet!”
-
-Deze tijding was een hoogst onaangename verrassing voor Raffles.
-
-Zijn heele plan werd erdoor in duigen gegooid.
-
-De trein was met den schat vertrokken! Inhalen was onmogelijk!
-
-„De mensch moet tevreden zijn met wat hij heeft,” hoorde hij den
-districtschef zeggen. „Ik hoop overigens, Pawlow, dat je niets hebt
-achtergehouden!”
-
-De schurk kromp ineen.
-
-En bij die onwillekeurige beweging was het Barjatinsk alsof hij een
-metalen klank hoorde. Alsof goudstukken legen elkaar rammelden.
-
-Had hij goed gehoord?
-
-Hij moest daar meer van weten.
-
-En hij nam zijn toevlucht tot een list.
-
-„Water, water!” stiet hij plotseling uit, „ik word zoo duizelig!”
-
-De graaf wankelde, greep naar zijn hoofd en viel op de sofa neer.
-
-„Wat is er gebeurd, uwe genade?” riep Pawlow en hij vloog op Barjatinsk
-toe om hem te ondersteunen.
-
-Nu werd het goudgerinkel duidelijk hoorbaar in zijn zakken.
-
-De graaf zag, dat zijn secretaris gebogen liep onder den last van het
-gestolen geld.
-
-„Nu heb ik je, ellendeling!” schreeuwde hij plotseling op wilden toon.
-
-Hij sprong van de sofa en pakte Pawlow bij de keel.
-
-Hevig schudde hij hem heen en weer, zoodat zelfs enkele goudstukken op
-den grond rolden.
-
-Pawlow zag, dat hij verloren was.
-
-De zucht naar al het goud, dat daar lag opgestapeld, benevelde zijn
-zinnen.
-
-Hij haalde een dolk van onder zijn vest en stiet in den blinde naar
-Barjatinsk.
-
-Maar deze was hem voor.
-
-Ook hij bezat een wapen, een revolver, en nog voordat Pawlow den
-doodelijken steek had kunnen toebrengen, drukte Barjatinsk hem het
-wapen in het gelaat af.
-
-De kogel drong Pawlow in het linkeroog.
-
-Rochelend zonk Pawlow neer. Uit zijn zakken vloeide een ware goudregen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-VLUCHT EN VERVOLGING.
-
-
-Het dreunende schot had natuurlijk het geheele hotelpersoneel op de
-been gebracht.
-
-Uit alle vensters keken de verschrikte gasten en de kellners vlogen den
-tuin in.
-
-Veel konden zij echter niet zien en het duurde een poosje, voordat
-licht werd gebracht.
-
-Raffles had terstond zijn gevaarlijke positie geheel overzien.
-
-Op het balkon van nummer 38 kon hij onmogelijk blijven.
-
-Ieder zou zijn aanwezigheid daar met den moord in verband hebben
-gebracht.
-
-Hij mocht tot geen prijs in hechtenis worden genomen.
-
-Iedere minuut, iedere seconde voor hem was kostbaar.
-
-Tuimelde niet reeds de trein, die den schat vervoerde, met razende
-snelheid door de vlakte?
-
-Naar het balkon van nummer 39 durfde hij evenmin terugkeeren.
-
-En elk oogenblik kon de tuin helder verlicht worden.
-
-Zijn toestand was hachelijker dan ooit. Van de gang af drong men nummer
-38 al binnen.
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Intusschen verkeerde Charly Brand in duizend vreezen.
-
-Hij was, zooals boven beschreven, naar het station gegaan om te hooren,
-wanneer het „lijk” zou vervoerd worden.
-
-Tot zijn groote ontzetting had hij daar gehoord, dat de trein „met het
-lijk van den generaal” al vertrokken was.
-
-Hij was wanhopig en teleurgesteld.
-
-Charly toch wist maar al te goed, hoeveel het zijn vriend kon schelen
-om mee te zijn vertrokken.
-
-Gelukkig echter verloor hij nog niet alle tegenwoordigheid van geest.
-
-Tijd winnen was het eenige, dat hier aan de orde was.
-
-Brand stapte dus dadelijk in een automobiel en suisde naar het hotel
-„Sint Petersburg,” waar hij de trappen op vloog.
-
-In de haast had hij heelemaal vergeten, den chauffeur te betalen en
-deze bleef dus kalm wachten, in de meening, dat de vreemdeling zijn
-diensten nog wel verder zou noodig hebben.
-
-Charly Brand was niet weinig verbaasd, zijn vriend Edward niet in de
-kamer te vinden.
-
-Hij rende naar de eetzaal, de leeszaal, de conversatiezaal, de
-schrijfkamer.
-
-Raffles was er niet......
-
-Niemand had den heer van nummer 38 het hotel zien verlaten.
-
-Doodelijk ontsteld en ongerust en zonder een oogenblik te denken aan de
-wachtende auto vloog hij naar nummer 38 terug en pakte daar alles in
-voor het geval, dat men plotseling zou moeten afreizen.
-
-Toen alles gepakt was, viel hem plotseling de automobiel weer in.
-
-Zijn eerste gedachte was nu, den chauffeur zoo gauw mogelijk weg te
-sturen.
-
-Hij liet dit plan echter al heel gauw weer varen.
-
-Hij liet den koffer naar beneden brengen en op de auto laden, toen
-betaalde hij de hotelrekening, want hij begreep dat Raffles, als hij
-terugkwam, dadelijk zou willen vertrekken.
-
-Nadat dit alles was geschied, ging Charly terug naar nummer 39, nam
-plaats op de sofa en wachtte doodkalm af, wat verder zou gebeuren.
-
-Plotseling werd in de aangrenzende kamer gedruisch vernomen. Toen
-kraakte een schot en klonk het rinkelend geluid van geld.— — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Charly holde naar het venster, want in den tuin werden stemmen gehoord.
-
-Daar zag hij plotseling een donkere gedaante door de lucht vliegen.
-
-Het bloed stokte hem in de aderen.
-
-Die zwarte schaduw was een mensch.
-
-„Almachtige God!” stiet Charly uit en hij sloeg de handen voor het
-gelaat om niet te zien, dat de ongelukkige te pletter viel.
-
-Maar er volgde geen noodkreet en geen doffe slag.
-
-Alleen vloog hem iets over het hoofd en hij hoorde de zacht maar
-duidelijk gefluisterde woorden:
-
-„Charly, neem de touwladder en wacht mij met hoed en jas op onze
-kamer!”
-
-„Dat was Edwards stem”, hijgde Charly toonloos.
-
-Werktuigelijk haalde hij de touwladder binnen en stak die in den zak.
-
-Nauwelijks was hij de kamer weer binnen gegaan of van den anderen kant
-kwam—lord Lister, elegant gekleed, de sigaret tusschen de lippen, die
-vol voorname minachting over de geheele wereld glimlachte.
-
-Raffles was door de dakgoot geloopen, die hij langs de brandladder
-bereikt had, toen was hij door een luik geklommen en met de steeds
-dóórloopende lift kwam hij op de verdieping, waar hij wezen moest.
-
-Doodkalm was hij toen naar zijn kamer gestapt.
-
-Charly was verstomd.
-
-En bovendien wist hij niet, hoe hij zijn vriend de Jobstijding moest
-meedeelen.
-
-Maar Raffles was hem vóór.
-
-„De trein is al vertrokken, Charly!”
-
-„Wéét je dat al? Van wien?”
-
-„Komt er niet op aan!”
-
-„Maar—”
-
-„Hou je kalm, kerel! Wij moeten den trein inhalen!”
-
-„Inhalen? Dat is totaal onmogelijk!”
-
-Charly volgde echter zijn vriend naar de gang, waar de grootste
-verwarring heerschte.
-
-De politie was druk in de weer en alle uitgangen werden afgezet.
-
-Niemand viel het echter in, den voornamen lord Lister en diens
-secretaris vast te houden en terwijl alle hotelbedienden diep bogen,
-verlieten de heeren het gebouw.
-
-„Naar het station”, beval Charly.
-
-De auto tufte weg.
-
-Raffles liet den automobiel niet voor den hoofdingang rijden; een
-eindje tevoren reeds liet hij halt houden.
-
-Vlug trad hij toen het telegraafbureau binnen.
-
-„De trein naar Krasnojarsk is om 7 uur 45 minuten vertrokken, dus vijf
-uren vroeger dan was aangegeven. Waar is hij nu?”
-
-De beambte raadpleegde een kaart.
-
-„Ongeveer tusschen Tscheremkowo en Kurulitz.”
-
-„Is hij Kurulitz nog niet voorbij?”
-
-„Neen! Dan zou ik reeds telegrafisch bericht hebben ontvangen.”
-
-„Goed. Telegrafeer dan vlug: De trein moet opgehouden, tot grootvorst
-Peter Andrejew met zijn adjudant is aangekomen. Voor den grootvorst
-moeten in den voorsten slaapwagen twee afdeelingen tegenover elkander,
-elk met twee bedden, gereserveerd worden.”
-
-De beambte boog diep.
-
-Hij twijfelde er geen oogenblik aan of hier voor hem stond de adjudant
-van den grootvorst.
-
-Toch antwoordde hij op bescheiden, maar vastberaden toon:
-
-„Uw telegram mag ik niet zonder toestemming van den stationschef
-overseinen.”
-
-Nu veranderde Raffles van taktiek.
-
-Hij wist, dat men bij Russische beambten moet werken met den knoet en
-den roebel.
-
-Lord Lister deed beide.
-
-Hij gaf den beambte een banknoot van honderd roebel en hield hem
-dreigend een revolver voor.
-
-„Dadelijk telegrafeeren, jij hondsvot, anders schiet ik je neer, alsof
-je dol waart geworden!”
-
-De beambte werd vaalbleek, maar hij deed, wat verlangd en bevolen werd.
-
-Toen dit geschied was, sprak Raffles:
-
-„En waag het nu niet, door een tweede telegram dit eerste te herroepen.
-Het zou onherroepelijk je dood zijn.”
-
-Raffles ging heen.
-
-Hij was ervan overtuigd, dat de telegrafist geen tweede telegram zou
-zenden.
-
-Onmiddellijk nam hij weer plaats in den auto, nadat hij den chauffeur
-had bevolen, naar „Tscheremkowo” te rijden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-EEN AUTO-TOCHT DOOR SIBERIË.
-
-
-De chauffeur ontstelde niet weinig over deze opdracht.
-
-Hij deelde mede, dat deze tocht bijzonder duur was, daar ook de
-terugrit betaald moest worden en zeker een tiendubbelen voorraad
-benzine moest worden ingeslagen.
-
-„Alle duivels!” barstte Raffles los, „neem zooveel benzine mee als je
-wilt. Ik heb naar geen prijs gevraagd. Denk je, dat grootvorst Peter
-Andrejew, wiens adjudant ik ben, zoo’n kale jakhals is als jij?
-Vooruit!”
-
-De chauffeur boog diep.
-
-Toen suisde hij weg.
-
-Hier moet even worden aangestipt, dat de groote verkeerswegen in
-Siberië in uitstekenden staat verkeeren en dus voor automobieltochten
-bij uitstek geschikt zijn. Als men tenminste de roovers en de wolven
-terzijde laat.
-
-Voordat in Januari 1899 de groote Siberische spoorweg werd geopend,
-waren namelijk deze heerwegen de eenige verkeerswegen, die dus door den
-Staat goed werden onderhouden.
-
-In korten tijd was een reusachtige benzinevoorraad ingeslagen en de
-tocht werd ondernomen.
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Voordat wij de beide vrienden op hun tocht verder vergezellen, moeten
-wij even nagaan, wat gebeurde in hotel „Sint Petersburg”, daar eenige
-der daar aanwezige personen later nog onze belangstelling zullen
-wekken.
-
-Toen de inspecteur van politie kamer 38 binnendrong om te constateeren,
-wat gebeurd was, stond hij, tot zijn niet geringe verbazing, plotseling
-tegenover zijn chef, graaf Barjatinsk.
-
-Pawlow, die eenige getuige van den moord—want van de aanwezigheid van
-Raffles op het balkon wist geen sterveling iets—was dood.
-
-Hoog opgericht stond graaf Barjatinsk in het vertrek en zei:
-
-„Hier is een afschuwelijke moord gepleegd. Ik kwam juist erbij, toen de
-moordenaar langs de balkondeur verdween. Het is voor mij een raadsel,
-hoe de kerel is ontkomen, maar hij moet nog in huis zijn.”
-
-„De uitgangen van het hotel worden bewaakt”, sprak de
-politie-inspecteur, „ik zal alles onderzoeken.”
-
-„Doe dat! Hier is de revolver, waarmee de moordenaar zijn slachtoffer
-overhoop heeft geschoten!”
-
-De graaf gaf zijn eigen wapen.
-
-En terwijl Raffles en Charly Brand vooruitstoven, werd in Irkoetsk het
-heele hotel Sint Petersburg op z’n hoofd gezet.
-
-De moordenaar moest op de een of andere manier op het balkon zijn
-gekomen, waar hij zijn slachtoffer had zien geld tellen, totdat hij was
-binnengedrongen en den man had overhoop geschoten.
-
-Met verbazing werd nagegaan, welk een halsbrekenden sprong de
-moordenaar moest hebben gedaan en men kwam tot de overtuiging, dat het
-een gewiekst inbreker moest zijn geweest, die hier aan het werk was
-gegaan.
-
-De politie trok aan het werk.
-
-Al haar nasporingen echter leidden tot niets en geen oogenblik werd er
-aan gedacht dat de voorname gentleman, die met zijn secretaris op 39
-had gelogeerd, iets van deze donkere daad kon afweten.
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Raffles leunde op zijn dooie gemak achterover in den auto.
-
-Charly Brand daarentegen werd hoe langer hoe zenuwachtiger.
-
-„Je maakt me nog dol, Charly”, begon Raffles. „Je lijkt wel mal.”
-
-„Ik snap er vandaag nog minder van dan anders. Edward, wat beteekent
-deze dolle tocht? Wat wil je in het nest Tscheremkowo, dat midden in de
-steppe ligt?”
-
-„Ik wil me eens verfrisschen.”
-
-„Ga je daarom naar dat arme, Siberische dorp?”
-
-„Er zal wel een herberg te vinden zijn!”
-
-„Dat denk ik ook! Maar ’t is een gat, hoor!”
-
-„Hm!”
-
-„Is dat de eenige reden?”
-
-„En waarom niet?”
-
-„Omdat het waanzinnig is!”
-
-„Dank je!”
-
-„Niet te danken!”
-
-„Zeg, Charly!”
-
-„Watblief?”
-
-„’t Is toch niet de eenige reden!”
-
-„Dat dacht ik al!”
-
-„Ik ben van plan, in dat nest grootvorst Peter Andrejew te ontmoeten!”
-
-„Jij? John Raffles?”
-
-„Ja ik! Maar niet als John Raffles, doch als Teodor Timofejew!”
-
-„Waarom?”
-
-„Omdat ik onder dien naam een baantje als adjudant heb aangenomen!”
-
-„Jij? Een baantje als adjudant? Bij grootvorst Peter Andrejew?”
-
-„Zooals ik zei!”
-
-„En wat moet dat allemaal beteekenen? Wie is die grootvorst eigenlijk?”
-
-„Jij.”
-
-„Ik?”
-
-Charly schreeuwde het uit. Hij schrikte onnoembaar.
-
-„Je schijnt je rol nog niet heel goed te kunnen spelen.”
-
-„Neen! Ik heb er geen talent voor, Raffles. Ik snap er weer eens
-niemendal van, Edward!”
-
-„Zie je wel, Charly, dat je nog altijd een onnoozel kind bent? Heb je
-wel eens een grootvorst of een ander groot heer gadegeslagen?”
-
-„Ik geloof, dat wij daarvoor op onze internationale reizen nogal eens
-de gelegenheid hebben gehad.”
-
-„Dan heb je al heel slecht opgelet Charly!”
-
-„Hoezoo?”
-
-„Omdat je anders moest weten, dat de adjudant feitelijk de leidende
-persoon is, terwijl de grootvorst niets is dan de ledepop.”
-
-„Ik begrijp je. Je wilt dus je handen vrij hebben en mij behandelen als
-een trekpop!”
-
-„Niet als een trekpop, Charly, maar als een grootvorst!”
-
-„Dat is hetzelfde.”
-
-„Nu heb je me begrepen. Maar vind je niet, dat onze auto
-verschrikkelijk langzaam rijdt?”
-
-En met deze woorden deed hij de deur open en klom op den bok.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-EEN MEDELIJDEND AUTOMOBILIST.
-
-
-De chauffeur was niet weinig verbaasd over deze handeling van zijn
-passagier.
-
-Lord Lister liet hem echter geen tijd, van deze verbazing te doen
-blijken, maar vroeg hem, waarom hij niet sneller reed.
-
-„Het is al donker,” luidde het antwoord, „er is zoo weinig te zien op
-den weg!”
-
-„Maar man, dan ben je blind! Ik zal je eens wijzen, hoe je moet
-rijden!”
-
-Lord Lister nam het stuur.
-
-En nu raasde de autokar met verdubbelde snelheid voorwaarts.
-
-Maar halt!
-
-Wat was dat?
-
-Een dikke stofwolk dwarrelde op, de motor pufte met zoo’n kracht, dat
-een ontploffing onvermijdelijk scheen.
-
-Charly stiet een kreet van schrik uit en vloog van zijn plaats.
-
-De chauffeur kwam met een groote bocht op den straatweg.
-
-De auto stond stil.
-
-Raffles had in allerijl gestopt, want ondanks de heerschende duisternis
-had hij een vrouw en twee kinderen voor het voertuig zien vallen.
-
-De ongelukkige had zich met haar spruiten van het leven willen
-berooven.
-
-Zij lag nu met haar schreiende kleinen midden op den weg.
-
-Raffles nam eerst de kinderen op en zette ze in den auto.
-
-Hij zei Charly, dat deze hen moest troosten, want ze beefden van
-schrik.
-
-De arme vrouw ging te keer als een waanzinnige.
-
-Zij verweet Raffles in vele woorden, dat hij den auto had gestopt,
-zoodat zij niet met haar kinderen den dood had gevonden, waarnaar zij
-zoozeer had verlangd.
-
-„Beste, goede vrouw”, sprak Raffles in antwoord op de grove verwijten,
-„is uw leed dan zoo groot, dat ik het niet kan helpen verzachten?
-Vertel mij eens, wat u dreef tot deze wanhoopsdaad. Weet ge wel, dat
-het heel zondig is om u zelve en uw kinderen van het leven te
-berooven?”
-
-„Ik deed het, omdat ik mijn kinderen lief heb. Omdat ik een einde wilde
-maken aan hun jammerlijk bestaan. Het is beter zoo te sterven, dan den
-hongerdood te gemoet te gaan!”
-
-„Is het dus de honger? Als dat uw grootste zorg is, kan ik er u spoedig
-van bevrijden!”
-
-„Gij? Wilt gij ons van den honger bevrijden, die ons martelt, zoover
-onze herinnering strekt?”
-
-„Ja, goede vrouw, dat wil ik! Ik zal voor u en uw kinderen zorgen.
-Leeft uw man nog?”
-
-De arme vrouw knikte bevestigend.
-
-Tranen verstikten haar stem.
-
-„Mijn arme man ligt uitgeput thuis. Hij zal spoedig sterven en om
-verdere ellende te ontkomen, wilde ik mij met mijn kinderen van het
-leven berooven!”
-
-„Dan is het hoog tijd, dat wij uw man redden!”
-
-Raffles ging weer aan het stuur zitten en liet de vrouw naast zich
-plaats nemen, opdat zij hem den weg zou kunnen wijzen.
-
-De arme sloof vertelde hem onderweg treurige dingen.
-
-Het geheele gouvernement was uitgezogen, daar de bevolking krankzinnig
-hooge belasting moest betalen. De laatste kopeken werden hun afgenomen,
-de laatste koe, de laatste geit uit den stal gehaald en voortgedreven.
-
-Geen wonder, dat de boeren vertoornd waren, daar zij bijna allen tot
-den bedelstaf waren gebracht.
-
-Toen de geredde vrouw hoorde, dat zij van lord Lister genoeg geld zou
-krijgen om eenige maanden geheel zonder zorg te kunnen leven, kon zij
-die blijde boodschap eerst niet gelooven.
-
-John Raffles gaf haar toen een beurs vol goudstukken, opdat zij zou
-zien, dat het hem volle ernst was.
-
-Toen barstte de rampzalige los in een wilden schaterlach en zoende de
-beurs.
-
-Na eenigen tijd reed de auto een dorp binnen, dat er erbarmelijk en
-verwaarloosd uitzag en lord Lister bracht de vrouw en de kinderen naar
-een barak, waarin geen stuk huisraad was.
-
-Op een legerstede van vervuild stroo lag de vader van het huisgezin,
-die door gebrek aan voedsel totaal was uitgeput.
-
-De edele weldoener gaf den armen stumperd, die zijn geluk niet kon
-beseffen, een groote som gelds en ging toen naar den Starosta, den
-burgemeester van het dorp.
-
-Deze, een eerwaardige grijsaard, ging diep gebukt onder zorg en kommer.
-Hij had zich niet ter ruste begeven, hoewel middernacht allang voorbij
-was.
-
-Het ongeluk dat de dorpsgenooten had getroffen, hield de slaap uit zijn
-oogen.
-
-De Starosta was hoogelijk verwonderd over deze plotselinge hulp. Hij
-knielde neer en begon met luider stem te bidden.
-
-Toen hij eenigszins van zijn verrassing was bekomen, gaf de meesterdief
-hem 5000 roebel en daarbij een gesloten brief, waarin hij enkele
-woorden had geschreven.
-
-Brand wilde over den schouder van zijn vriend kijken.
-
-„Niet nieuwsgierig zijn, Charly. Je zult gauw genoeg hooren, wat er in
-dezen brief staat!”
-
-„En waarom moet het tot zoolang een geheim blijven?”
-
-„Omdat het je te veel zou opwinden!”
-
-Dat was juist voor den zenuwachtigen Brand een reden om opgewonden te
-worden.
-
-Raffles nam daarvan echter geen notitie.
-
-Hij sprak tot den starosta:
-
-„Open dezen brief niet, voordat ge in gemeenteraad vergaderd zijt.
-Vaarwel!”
-
-De oude man wilde uiting geven aan zijn overgroote dankbaarheid.
-
-Raffles wachtte dat echter niet af.
-
-„Wat doe je toch weer geheimzinnig,” bromde Charly, „waarom geef je mij
-toch voortdurend raadseltjes op!”
-
-„Ik denk er niet aan jou raadseltjes op te geven. Ik zou het zelfs veel
-beter vinden, als je je wat minder bemoeidet met dingen, die je niet
-aangaan. En stap nu in, Charly, wij moeten zoo gauw mogelijk naar
-Tscheremkowo. Wij hebben ons hier al veel te lang opgehouden!”
-
-„Zeg mij dan tenminste, wat je in Tscheremkowo wilt!”
-
-John Raffles glimlachte.
-
-„Morgen zult ge alles vernemen, grootvorst Peter Andrejew, want als
-zoodanig kun je je adjudant, Teodor Timofejew bevelen te zeggen, wat
-hij weet.”
-
-Met deze woorden duwde lord Lister den verbluften secretaris in den
-wagen, sprong op den bok en in het volgende oogenblik rende de
-automobiel weer door de duisternis.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK.
-
-DE GROOTVORST EN ZIJN ADJUDANT.
-
-
-De heldere morgen straalde in volle pracht, toen de automobiel
-Tscheremkowo binnenreed, waar het voertuig stilhield voor een
-eenvoudige herberg.
-
-Het was een afgelegen dorpje, dat uit houten huizen bestond.
-
-Charly Brand was koortsachtig opgewonden.
-
-Hij wist dat zijn vriend op het punt stond, een dollen streek uit te
-halen, maar wat er feitelijk zou gebeuren was hem een volkomen raadsel.
-
-Waarom moest in dit kleine nest worden opgehouden?
-
-Het lag wel aan den spoorweg, maar de trein was allang gepasseerd.
-
-En wat had die geheimzinnige brief te beteekenen.
-
-Toen de auto stil hield, sprong Raffles van den bok, nam den hoed af en
-fluisterde Brand toe:
-
-„Charly, zet een hoogmoedig gelaat, kijk zoo minachtend en verachtelijk
-mogelijk, praat alleen met mij, bemoei je met niets en met niemand. In
-één woord: speel den grootvorst!”
-
-Brand was zóó verbaasd in het eerste oogenblik, dat hij dacht ineen te
-zinken.
-
-Maar de toon van lord Lister was zóó beslist, dat Charly zich
-onmiddellijk verplaatste in de hem toebedeelde rol.
-
-De herbergier boog bijna tot den grond, toen hij hoorde, welke gasten
-onder zijn nederig dak kwamen vertoeven.
-
-Zoo’n eer was hem nog nooit te beurt gevallen.
-
-Hij rende door zijn huis om het den gasten toch vooral naar den zin te
-maken, want de adjudant had eten en drinken besteld, ook voor den
-chauffeur.
-
-Nog wijder openden zich de oogen van den waard, toen hij bij terugkomst
-den grootvorst zag in galagewaad. Hij had de uniform van het regiment
-van Kaluga aangetrokken.
-
-Toen de reizigers zich gelaafd hadden, vertrokken zij weer en reeds van
-verre zagen zij aan het station den trein staan, waarover Brand zich
-niet genoeg kon verbazen.
-
-Op het station heerschte groote opgewondenheid, want de reizigers waren
-er ganschelijk niet over gesticht, dat zij hier werden opgehouden.
-
-Lord Lister was onmiddellijk naar den stationschef gegaan.
-
-„De grootvorst gevoelt zich niet al te wel,” sprak hij, „hij zal
-terstond naar den slaapwagen gaan. Is die gereed?”
-
-„Zeker, uwe genade. Zal ik u den coupé aanwijzen?”
-
-„Wacht even! Ik zal Zijne Excellentie vragen, wat hij wenscht!”
-
-Gouverneur Ortschkoff was intusschen ook verschenen en als een hondje
-liep hij achter den adjudant aan.
-
-Hij gevoelde zich heel erg onbehagelijk en ondanks de heerschende koude
-parelden groote zweetdroppels op zijn gelaat.
-
-De stationschef ook was niets op zijn gemak, zij het dan ook om geheel
-andere redenen.
-
-Zijn angst verminderde niet, toen hij bemerkte, dat de „adjudant”
-bijzondere belangstelling koesterde voor het lijkentransport.
-
-Hij liet zich den goederenwagen wijzen en de opmerking moest hem van
-het hart, dat de eerewacht bij het lijk wel bijzonder groot en prachtig
-was.
-
-„Als ge de heele doodkist vol goudstukken hadt”, sprak de meesterdief
-tot den gouverneur, „zoudt ge haar niet zorgvuldiger kunnen laten
-bewaken dan nu den dooden generaal.”
-
-De gouverneur verbleekte.
-
-De opmerking van den adjudant had hem als een bliksemstraal getroffen.
-
-Het duizelde hem een oogenblik.
-
-Maar toen hij opkeek, staarden zijn ontstelde oogen slechts in een
-glimlachend, onbevangen gelaat.
-
-John Raffles wist genoeg.
-
-Hij wist thans zeker, dat de doodkist met goud gevuld was.
-
-Hij liet den gouverneur gaan met een handbeweging en sprak op
-welwillenden toon:
-
-„Ik zal den grootvorst rapport doen.”
-
-Ortschkoff haalde verruimd adem.
-
-De meesterdief liet zich thans de voor hem en den grootvorst
-gereserveerde afdeelingen toonen.
-
-Hij scheen er niet mee in zijn schik en Raffles—Tirmofejew verklaarde
-eenvoudig, dat hij het niet zou durven wagen, den grootvorst deze
-ruimte aan te bieden.
-
-De stationschef wist zich gewoonweg geen raad.
-
-Met een Russischen grootvorst valt nu eenmaal niet te spotten.
-
-Maar er gebeurde niets.
-
-De adjudant scheen inderdaad een heel vriendelijk heer te zijn.
-
-Hij stelde er zich mede tevreden, dat voor den grootvorst een aparte
-slaapwagen werd aangehaakt.
-
-Als plaats daarvoor wees hij aan de plek vóór den goederenwagen, waarin
-de doodkist werd vervoerd.
-
-De chef was blij, dat hij er zóó afkwam en alles werd terstond
-geregeld, zooals de adjudant het verlangde.
-
-De reizigers haalden verruimd adem. Zij begrepen, dat men nu heel
-spoedig Kutulik zou verlaten.
-
-Intusschen liep de pseudo-grootvorst in de wachtkamer als een hyena in
-zijn kooi onrustig heen en weer.
-
-Hij was door Raffles in een toestand gebracht, waarin hij heelemaal
-niet thuis behoorde.
-
-Daar kwam zijn vriend eindelijk aan.
-
-Hij sloot de deur, ging in militaire houding staan, sloeg aan en meldde
-op korten, zakelijken toon:
-
-„Alles is in orde, Uwe Hoogheid! De slaapwagen wordt aangehaakt, over
-een kwartier kunnen wij afreizen!”
-
-„Alle duivels, Edward, laat die gekheid!” barstte Charly los, „zou je
-mij nu eens willen vertellen, wat al die poespas beteekent?”
-
-„Ik heb het je toch gezegd, Charly, dat ik het lijk moet hebben!”
-
-„Welk lijk?”
-
-„Dat in de doodkist ligt, die gouverneur Ortschkoff weg brengt!”
-
-„Ik dacht, dat er goud was in die doodkist!”
-
-„Des te beter! Dan neem ik het goud inplaats van het lijk. Ik zie, dat
-de trein klaar is. Onze koffers worden al opgeladen; daar moet ik als
-adjudant het toezicht op houden. Je moet voor grootvorst spelen,
-Charly, trek vooral een lijdend gezicht en wees te ziek om iemand te
-kunnen groeten. Denk er aan!”
-
-Raffles was de deur al uit, voordat Brand hem nog kon vasthouden.
-
-Lord Lister beloonde den chauffeur zóó rijkelijk, dat de man als door
-midden boog.
-
-Charly’s bleekheid was nu geheel en al verdwenen. Hij was eerder rood
-geworden van zenuwachtige spanning en groette met voorname minachting.
-
-De trein kon thans vertrekken.
-
-Raffles gaf den stationschef verlof, dat hij het sein kon geven en
-spoedig zette de locomotief zich in beweging over de gladde rails, door
-verdubbelde snelheid trachtend, het tijdverzuim in te halen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ACHTSTE HOOFDSTUK.
-
-WAAGHALZERIJ.
-
-
-Lord Lister viel zuchtende terug in de zachte kussens van een coupé
-eerste klasse, waarin hij natuurlijk met Brand alleen was en strekte de
-beenen behagelijk uit.
-
-„Het grootste offer heb ik toch gebracht,” sprak hij met een
-sarcastisch lachje.
-
-„Hoezoo?”
-
-„Omdat ik den heelen tijd geen sigaret heb kunnen rooken. Als adjudant
-in grootvorstelijken dienst kan ik dat toch onmogelijk doen. Maar ik
-zal nu mijn schade inhalen.”
-
-„Heb je het krankzinnige plan om die doodkist te plunderen, nog altijd
-niet opgegeven?”
-
-„Zie ik er uit, Charly, alsof ik een plan zou opgeven. En bovendien is
-dat, wat ik van plan ben, allerminst, allerminst zot.”
-
-Charly Brand haalde de schouders op.
-
-„Uit een gesloten doodkist, die door soldaten wordt bewaakt, zou jij
-den schat willen stelen?”
-
-„Het komt er maar op aan, hoe je dat doet, ouwe jongen! Als jij het
-waagstuk zoudt willen ondernemen, zou ik je voor gek verklaren!”
-
-„Ik heb geen flauw vermoeden, hoe jij die boel zult opknappen.”
-
-„Dat begrijp ik.”
-
-„Het is levensgevaarlijk!”
-
-„Inderdaad!”
-
-„Maar hoe ga je dan te werk?”
-
-„Dat zal ik je niet vertellen!”
-
-„Waarom niet?”
-
-„Omdat je mij dan voor razend gek zoudt verslijten!”
-
-„Is het zóó erg?”
-
-„Voor mij niet, voor jou wel!”
-
-Charly draaide op zijn plaats heen en weer.
-
-Lord Lister daarentegen zat doodkalm en knipte de asch van zijn
-sigaret.
-
-„Het ergste van deze heele zaak is,” sprak hij, „als ze in Irkoetsk
-merken, dat de heele geschiedenis van den grootvorst en het telegram
-bedrog is.”
-
-Brand schrikte.
-
-„Heb je dat gedaan?”
-
-Lister gniffelde vroolijk.
-
-„Dan kunnen we elk oogenblik ontmaskerd worden!”
-
-„Hm!”
-
-„Blijf je daar zóó onverschillig onder, Charly?”
-
-„Wat moet ik doen? Ik kan toch niet uitstappen?”
-
-„Als we nu ontdekt worden?”
-
-„Ja, wat dan, Edward?”
-
-„Kom, ’t zal zoo’n vaart niet loopen. Vannacht zal ons in elk geval
-niets overkomen. Morgen vroeg hebben wij den buit al te pakken!”
-
-Charly Brand schudde ongeloovig het hoofd. Hij trachtte zijn vriend nog
-van het dwaze plan af te houden.
-
-Maar deze bleef onverbiddelijk.
-
-„Laat ik je dan helpen!”
-
-„Als ik je hulp noodig heb, zal ik daarvan heel graag gebruik maken. In
-dit geval echter zijn twee te veel; bovendien is de arbeid zoo
-halsbrekend als je maar kunt denken.”
-
-„Maar ik kan hier niet rustig blijven als jou gevaar dreigt!”
-
-„De zaak zal toch zeker niet eenvoudiger worden, als jij je zonder
-eenig doel óók in levensgevaar begeeft!”
-
-„Maar wat zal ik doen, Edward!”
-
-„Als je met alle geweld iets wilt doen, kijk dan, terwijl ik buiten
-ben, uit het venster. Misschien kun je mij dan helpen of mij iets
-afnemen. En laat ons nu in den restauratiewagen gaan. Daarna gaan we
-slapen en dan— —”
-
-Brand sprong op.
-
-„Altijd bedaard, grootvorst Peter Andrejew” sprak de adjudant
-kalmeerend, „vergeet nooit, wat je aan je stand verplicht bent. Kalmte
-is vóór alles noodzakelijk!”
-
-„Waar zal ik die vandaan halen, als jou het zwaard van Damokles boven
-het hoofd hangt.”
-
-De heeren gingen naar den spijswagen.
-
-Charly Brand genoot weinig van de heerlijke spijzen, maar Raffles
-stelde zich dapper te weer en liet zich niet onbetuigd.
-
-... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ...
-... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ...
-
-De avondschemering daalde neer over het Siberische landschap, waardoor
-de trein voortrolde, toen de valsche grootvorst en zijn adjudant weer
-naar den slaapwagen terug keerden.
-
-„Ziezoo,” sprak John Raffles, „nu zullen we het ons een beetje
-gemakkelijk maken en de koffers zoodanig pakken, dat we ieder oogenblik
-den trein kunnen verlaten, als de politie ons op het spoor is. Drie uur
-kunnen wij rusten en dan aan ’t werk!”
-
-De meesterdief sliep daarna kalm en rustig in en om elf uur des nachts
-werd hij weer wakker, het uur, dat hij voor de uitvoering van zijn plan
-had gekozen.
-
-Charly Brand echter woelde rusteloos op zijn legerstede heen en weer.
-
-Hij kon den slaap onmogelijk vatten.
-
-Duizend dingen dwarrelden er door zijn hoofd en toen hij eindelijk
-tegen half elf insliep, droomde hij van een grootvorst, van een arme
-boerenvrouw met twee kinderen, van een telegrafist in Irkoetsk, van den
-herbergier in Tscheremkowo, den starosta met den brief en van een
-menigte politiemannen, die hem naar Siberië overbrachten, waarheen hij
-als misdadiger tot levenslangen dwangarbeid was verbannen.
-
-John Raffles alleen zag hij niet en tevergeefs riep hij hem.
-
-Eindelijk ontwaakte hij, badend in zweet.
-
-Lord Lister stond voor hem, de onafscheidelijke sigaret in den mond.
-
-„’t Is tijd, Charly. Ik ga het goud halen!”
-
-Brand sprong op van zijn legerstede.
-
-Hij wilde zijn vriend nog eens waarschuwen. Maar een enkelen blik op
-diens vastberaden trekken waarschuwde hem dit maar liever niet te doen.
-
-Voorzichtig liet Raffles het groote venster naar beneden aan den kant
-van den trein, die niet door den helderen maneschijn werd belicht en
-staarde in den donkeren nacht.
-
-Donderend ratelde de trein over de rails voort.
-
-En nu begon Raffles het levensgevaarlijke werk.
-
-Hij klauterde door het venster en krabbelde zoo langs den trein.
-
-Met angstig kloppend hart keek Brand hem na.
-
-Plotseling was Raffles verdwenen.
-
-Brand kon een schreeuw niet onderdrukken. De schrik was hem in de leden
-geslagen, zijn slapen bonsden, het was hem alsof hij krankzinnig werd.
-
-Gelukkig had geen sterveling zijn angstkreet gehoord. Deze was verloren
-gegaan in het snuiven en bonsen en stooten van den trein.
-
-Charly vloog naar den anderen kant van den trein, waar de maan helder
-de vlakte belichtte.
-
-Ook hier was niets van Raffles te ontdekken. Nu boog de trein naar
-rechts om.
-
-Maar wat was dat?
-
-Wat lag daar op de rails?
-
-Iets zwarts? En het bewoog zich niet—zooals een mensch, die zwaar
-gewond, overreden is?
-
-De secretaris keek en keek.
-
-Maar de trein snelde voort, steeds voort en de zwarte vlek verdween in
-de nachtelijke nevelen.
-
-Was het lord Lister geweest? Het was heel waarschijnlijk, want hij was
-nergens te ontdekken.
-
-Nog langen tijd staarde Charly Brand naar buiten in den nacht, totdat
-hem de oogen van inspanning begonnen te tranen.
-
-Zijn vriend zag hij niet weer.
-
-Toen werd hij overmand door smart.
-
-Hij deed het raam dicht, ging op de zachte kussens zitten en schreide
-droef, als een kind.
-
-Buiten zongen de wielen hun eentonig, stootend lied en in zeurenden
-rythmus donderde de trein al ratelend verder.
-
-
-
-
-
-
-
-
-NEGENDE HOOFDSTUK.
-
-EEN GRIEZELIG HELDENSTUK.
-
-
-Laat ons thans den moedigen klauteraar volgen op zijn griezeligen
-tocht.
-
-De meesterdief was uit het venster geklommen en liep nu langs de
-treeplanken van den trein.
-
-De dikke, met petroleumdamp bezwangerde lucht dreigde hem te
-verstikken.
-
-Maar John Raffles klauterde verder.
-
-Hij drong zich vlak tegen de waggonzijde om niet toevallig te worden
-opgemerkt door den een of ander.
-
-Thans had hij het einde van den waggon bereikt. Achter dien, waarop hij
-zich thans bevond, was de goederenwagen met de doodkist gehaakt.
-
-Een zegevierend lachje gleed over zijn gelaat; nu was hij bij het doel.
-Daar was de plaats, waar de schat verborgen lag. Hij stond voor hem. En
-geen levende ziel—Charly Brand uitgezonderd—vermoedde, dat hij zóó
-dicht bij het doel was.
-
-Maar hoe moest hij er komen?
-
-De treeplank van den waggon eindigde hier. Overspringen op den
-goederenwagen was onmogelijk.
-
-Raffles boog zich naar achteren om tusschen de beide waggons te kunnen
-doorzien.
-
-Daar waren de buffers en de koppeling, die van den eenen waggon tot de
-anderen een goede verbinding vormden.
-
-Als men echter een misstap deed, als men uitgleed of door het heen en
-weer slingeren van den trein werd afgeschud en op de rails viel, zou
-een afschuwelijke dood onvermijdelijk volgen.
-
-Het moeilijkst was de sprong van de treeplank tot op den buffer van den
-waggon. Deze sprong moest om den hoek worden gedaan; als de voet
-uitgleed, zou terstond de dood volgen.
-
-De meesterdief sprong.
-
-Eén oogenblik zweefde hij in de lucht, toen kwam hij neer en het
-gelukte hem, nog tijdig zijn evenwicht te herstellen.
-
-Dit was het oogenblik, dat Brand zijn vriend had gezien, die daarna
-door den achterwand van den waggon aan Charly’s oog werd onttrokken.
-
-Raffles klom nu verder langs den waggon en het gelukte hem aldra de
-plaats te vinden, waar de doodkist stond verborgen.
-
-De meesterdief had een grooten, leeren zak omgehangen, die diende om
-den schat te verbergen. Boren, steekzagen, tangen, een dievenlantaarn
-en een strik had hij bij zich.
-
-De bodem van den goederenwagen bestond uit hout van tamelijke dikte,
-maar tegen stalen werktuigen was hij toch niet bestand.
-
-Spoedig had Raffles, die zich aan ankers en veeren met touwen had
-vastgemaakt, zich in liggende houding vastgesnoerd. Nu kon hij met de
-steekzaag gaan werken.
-
-Het gedruisch van den arbeid was door het vreeselijke lawaai, dat de
-trein veroorzaakte, niet te verstaan. Het duurde dan ook niet al te
-lang of John Raffles had in den bodem van den goederenwagen een rond
-gat gezaagd, groot genoeg om er de hand door te steken.
-
-Het stuk hout bewaarde hij om het later weer vast te kleven, als de
-roof was volbracht.
-
-De opening was juist onder de doodkist gezaagd. Nu had Raffles vrij
-spel.
-
-Maar daar naderde de trein een station. De locomotief floot, de rem
-werd aangetrokken, de geweldige vaart verminderde en ten slotte stond
-de trein heelemaal stil.
-
-Dat was een gevaarlijke toestand.
-
-Zoolang de trein in volle vaart was, behoefde Raffles geen ontdekking
-te vreezen. Maar aan het station kon hij gezien worden. Hij maakte in
-allerijl de touwen los waarmee hij zich had vastgebonden.
-
-Daarna liet hij zich op den grond glijden en klom naar den kant, waar
-geen menschen waren.
-
-Terwijl de trein een tijdlang stilstond, keek Raffles eens rond om den
-toestand goed te overzien. De goederenwagen waarin de doodkist lag, was
-slechts spaarzaam verlicht.
-
-De soldaten stonden voor de coupédeuren en keken over de vlakte.
-
-Zij bemoeiden zich weinig met het overschot van den dooden generaal.
-
-Waarom ook?
-
-Die beenderen zouden niet hard wegloopen.
-
-Charly Brand had van het oponthoud van den trein gebruik gemaakt om
-vlug den coupé te verlaten en naar zijn vriend om te kijken.
-
-Hij liep voorzichtig naar den goederenwagen, waarin het lijk verborgen
-was en deed toen alsof iets van hem op den grond was gevallen, opdat
-hij onder den wagen zou kunnen zien.
-
-Maar Raffles was nergens te ontdekken.
-
-Hij was en bleef verdwenen.
-
-Zielsbedroefd keerde Charly terug naar den waggon, die voor den
-grootvorst was gereserveerd en geheel gebroken viel hij neer op de
-kussens.
-
-Toen het signaal tot vertrek gegeven werd, kroop Raffles weer te
-voorschijn en ging naar zijn oude plaats.
-
-Nu kon hij den laatsten hinderpaal uit den weg ruimen.
-
-Hij zaagde een ronde opening in de doodkist en daar stroomde als een
-gouden vloed de blinkende geldstukken in de leeren tasch.
-
-Het was gelukkig, dat de trein zoo’n oorverdoovend geweld maakte en het
-geluid van de geldstukken geheel en al overstemde.
-
-De leeren tasch kon den gouden last nauwelijks dragen.
-
-Raffles moest dit eerste deel van den buit in veiligheid brengen
-voordat hij meer haalde.
-
-Hij bond den wollen doek zóó vast dat het uitstroomende goud er door
-werd opgevangen en klauterde toen terug naar den grootvorstelijken
-coupé.
-
-Charly Brand kon van vreugde niet spreken, toen hij zijn vriend door
-het venster zag binnenklimmen. Hij viel hem om den hals en uitte zijn
-blijdschap op onstuimige wijze.
-
-„Laat dat, Charly! Daarvoor is nu geen tijd,” lachte Raffles. „Breng
-het goud zoo spoedig mogelijk in veiligheid. Berg het in onze koffers.
-Ik moet terug om een nieuwen voorraad te halen.”
-
-„Wat! Wil je dien dollen tocht nog eens wagen?”
-
-„Ik moet. Want tegelijkertijd wil ik de sporen van den diefstal doen
-verdwijnen.”
-
-„Je schiet er nog eens het leven bij in.”
-
-„Geen nood, Charly! Geef me maar wat houtlijm.”
-
-Charly deed het.
-
-„We moeten een beetje haast maken. Als men uit Irkoutsk telegrafeert,
-moet jij zoo gauw mogelijk den trein kunnen verlaten.”
-
-„Wat? Ik alleen?”
-
-„Ja.”
-
-„En waarom? Waarom gaan we niet samen?”
-
-„Omdat dat waarschijnlijk niet kan.”
-
-Raffles klom weer terug naar de doodkist, roofde wederom een grooten
-voorraad goudstukken en lijmde toen het uitgezaagde gedeelte weer in
-het hout.
-
-Daarna ging hij weer naar Charly Brand.
-
-„’t Is hoog tijd, Charly, de trein stopt spoedig aan het station
-Kursan. Daar stappen we uit, ik verkleed mij vlug en rijd verder mee
-als een Engelsche aristocraat. Jij gaat met de koffers naar Irkoutsk
-terug en logeert dan als Mr. Brand in Hotel de Londres.”
-
-„Moet ik naar Irkoutsk terug?”
-
-„Ja.”
-
-„Wat moet ik daar doen?”
-
-„Dat heb ik je toch al gezegd, je moet als Mr. Brand in Hotel des
-Londres logeeren.”
-
-„Ja, maar waarom dat?”
-
-„Omdat dat tot mijn plan behoort.”
-
-„Altijd die duivelsche plannen van jou, Edward.”
-
-„Zonder plannen komt men tot niets, Charly!”
-
-De trein floot.
-
-„Gauw, Charly, ga je verkleeden”.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TIENDE HOOFDSTUK.
-
-REISGEZELSCHAP, DAT NIET WELKOM WAS.
-
-
-De trein verliet het station Kursan en bij den gouverneur in zijn coupé
-nam een elegante Engelschman plaats.
-
-Zijne Excellentie keek allesbehalve vriendelijk toen dit reisgezelschap
-instapte.
-
-Raffles deed natuurlijk alsof hij niets daarvan bemerkte:
-
-„Lord Cruzon,” sprak hij met voorname houding.
-
-Ook Ortschkoff noemde zijn naam.
-
-John Raffles ging tegenover den gouverneur zitten.
-
-Hij haalde zijn sigarettenétui voor den dag, opende dit en hield het
-zijn reisgenoot voor:
-
-„Kan ik u dienen?” vroeg hij.
-
-Ortschkoff nam een cigarette.
-
-Hij was zeer ingenomen met zijn nieuwen reisgenoot, die zeker tot de
-voornaamste kringen van Engeland behoorde.
-
-Die voorname jonge man boezemde hem niet het minste wantrouwen in.
-
-Het was een vervelende reis; waarom zou men dan niet een gesprek met
-elkander beginnen?
-
-„Reist ge voor uw pleizier, Lord?” vroeg de Russische officier.
-
-In plaats van antwoord te geven, deed Raffles een wedervraag:
-
-„Staat ge mij toe, voordat ik u antwoord, een vraag te doen? Ge hebt u
-voorgesteld als baron Ortschkoff. Zijt gij misschien de gouverneur van
-Irkoutsk?”
-
-„Inderdaad,” antwoordde de baron een weinig bevreemd, „wist gij dat?”
-
-„Ja, dat wist ik. Ik geloof zelfs, dat ik nog in de uitoefening van
-mijn beroep met u te doen zal krijgen.”
-
-„Wat bedoelt ge daarmee?”
-
-Ortschkoff vroeg het op onrustigen toon.
-
-„Ik ben detective van de Engelsche politie en erop uitgezonden om den
-grootsten aller spitsboeven te vangen, namelijk den meesterdief John C.
-Raffles.”
-
-De gouverneur schrikte. Hij dacht eraan, dat hij den schat vervoerde,
-maar in het volgende oogenblik ook weer was hij gerustgesteld. Die
-Engelsche gauwdief kon onmogelijk weten, wat er in de doodkist
-verborgen zat.
-
-„Zou die Raffles dan hier in de buurt rondspoken?” vroeg hij.
-
-„Men vermoedt inderdaad, dat hij op den Siberischen spoorweg is, en men
-heeft hem zelfs in Irkoutsk gezien.”
-
-„Zoo? Inderdaad?”
-
-„En op een station tusschen Irkoutsk en Krasnojarsk moet hij zich zelfs
-voor den grootvorst Peter Andrejeff hebben uitgegeven.”
-
-„Hel en duivel!” schreeuwde de gouverneur, „dan is de gauwdief in
-Koutoulik in den trein gekomen.”
-
-„Wat?” riep John Raffles, „in dezen trein?”
-
-„Zeker! De kerel had de brutaliteit, zich door zijn adjudant als
-grootvorst Peter Andrejeff te laten aandienen.”
-
-„Is een adjudant bij hem?”
-
-„Ja. Hij draagt de uniform van het regiment van Kaluga.”
-
-„En de grootvorst?”
-
-„Die draagt de generaalsuniform met verscheiden orden en eereteekenen.”
-
-„Maar dat is toch onmogelijk?”
-
-„Waarde heer, ik heb de beide spitsboeven met eigen oogen gezien en
-zelfs een ervan gesproken. Zij stapten in dezen trein, waar een aparte
-wagen voor de dieven werd aangehaakt.”
-
-„Maar dat is belachelijk,” beweerde de Lord op vroolijken toon. „De
-gewiekste oplichter zal dan zeker wel het een of andere schelmstuk in
-zijn schild voeren, dat hij in dezen trein heeft plaats genomen.”
-
-„Zoudt gij dat denken?”
-
-De gouverneur stoof op.
-
-Zijn gelaat werd donkerrood en zijn oogen traden uit de kassen.
-
-„Ik heb u door die mededeeling toch niet beleedigd?” vroeg Lord Lister,
-terwijl hij even boog.
-
-„Neen, maar ik ben geweldig geschrikt.”
-
-„Hoe zoo? Hebt ge soms een groote som gelds bij u?”
-
-„Dat is het juist. Niet meer of minder dan de belastinginkomsten van
-het geheele gouvernement Irkoutsk over het geheele kwartaal. Ik moet
-het geld aan de Russische regeering afdragen.”
-
-„Gij persoonlijk, heer gouverneur?”
-
-„Ja, ik mag het niemand toevertrouwen, onze beambten zijn niet te
-vertrouwen.”
-
-De gouverneur veroordeelde zichzelf met deze opmerking. Hij had het
-transport van het geld op zich genomen om hiervan zelf zooveel mogelijk
-te kunnen stelen.
-
-Raffles moest onwillekeurig glimlachen.
-
-„Gij zult er wel voor gezorgd hebben, heer gouverneur,” sprak hij, „dat
-het geld goed opgeborgen is. Ik weet niet, of het u bekend is, dat voor
-dezen genialen dief niets veilig is!”
-
-„Maar dat is verschrikkelijk!” riep Ortschkoff, weer verbleekend, „doch
-ik heb mijn schat zoo goed verzekerd, dat er aan geen diefstal te
-denken valt, Lord!”
-
-„En hoe hebt ge dit gedaan, generaal?”
-
-„Ik wil het u wel vertellen, want gij zijt eigenlijk mijn bondgenoot.
-Ik heb het geld in een doodkist gedaan, die schijnbaar het lijk van
-mijn overleden oom bevat. Soldaten met geladen geweren waken er bij.”
-
-„En denkt gij door zulke middeltjes den gewieksten „Raffles te kunnen
-terughouden? Neen, generaal! Die heeft wel andere dingen
-klaargespeeld.”
-
-De gouverneur was sprakeloos.
-
-Doodsbleek en met geopenden mond staarde hij Raffles aan.
-
-„Ge wilt zeggen...” stamelde hij eindelijk.
-
-„Ik wil zeggen, dat John Raffles u stellig het geld uit de doodkist zal
-halen—of het reeds heeft gedaan.”
-
-De gouverneur uitte een kreet.
-
-Daarop sprong hij op en trok met alle macht aan de noodrem.
-
-Een gillend gefluit van de locomotief weerklonk, de snelle vaart van
-den trein verminderde en eindelijk stond deze geheel stil.
-
-Dat was juist, wat Raffles had gewild. Er moest tijd gewonnen worden en
-dat gebeurde op deze manier het best.
-
-Hier konden geen telegrammen worden verzonden.
-
-John rekende er op, dat aan een der volgende stations een telegram uit
-Irkoetsk ontvangen zou worden, met het bevel, den voorgewenden
-grootvorst en zijn adjudant gevangen te nemen.
-
-Dit oogenblik moest hij zoo lang mogelijk verschuiven, om zoowel voor
-Brand als voor zich zelf tijd te winnen om den buit in veiligheid te
-brengen.
-
-Nauwelijks stond de trein stil of de gouverneur snelde naar den
-bagagewagen, waar hij in groote opwinding dadelijk de doodkist liet
-openen.
-
-Een luide gil weerklonk.
-
-Het grootste gedeelte van den schat was verdwenen. Slechts weinige
-goudstukken bedekten nog den bodem.
-
-„Schurken, waar hebt ge mijn geld gelaten?” riep hij buiten zichzelf
-van woede tot de soldaten, die hem met domme gezichten aankeken.
-„Dieven, verraders en spionnen! Ge hebt mij bestolen! Geef het geld
-terug, of ik zweer jelui, dat ik je in stukken zal laten hakken!”
-
-De ongelukkige dragonders en kozakken durfden zich niet te bewegen,
-zelfs niet toen hun chef hen in zijn groote woede sloeg en trapte.
-
-Nu naderde ook Lord Cruzon den gouverneur.
-
-„Ik ben er van overtuigd, dat deze lieden geheel onschuldig zijn, heer
-gouverneur. Ik zou echter den trein laten doorzoeken. Wanneer de
-soldaten, wat ik niet veronderstel, het geld gestolen hebben, dan moet
-het zich immers in den trein bevinden. Verder lijkt het mij het
-verstandigste den vermomden grootvorst en zijn adjudant gevangen te
-nemen. Ongetwijfeld vinden wij in hun bagage de vermiste som!”
-
-„Gij hebt gelijk, de grootvorst, die schurk, is de dader. Waar is de
-hoofdconducteur?” brulde de generaal.
-
-Deze was reeds verschenen.
-
-„Breng mij onmiddellijk bij grootvorst Peter Andrejeff, ik wil hem
-gevangen nemen!”
-
-De hoofdconducteur antwoordde:
-
-„Zijne hoogheid de grootvorst heeft den trein reeds verlaten bij het
-station Kursan.”
-
-„Alleen?” vroeg de generaal.
-
-„Neen, met zijn adjudant!”
-
-„En met zijn bagage?”
-
-„Ja, met zijn bagage.”
-
-„Die schurk heeft mijn geld gestolen!” brulde Ortschkoff met luider
-stem.
-
-Een luid gemor der passagiers, die getuige waren van dit gesprek,
-weerklonk. Men was niet geneigd deze ongehoorde beschuldiging van een
-der leden der keizerlijke familie te slikken.
-
-Nu trad John Raffles naar voren. Hij wilde ook nu doorgaan voor een
-Engelschen detective, een vijand dus van den meester-dief, opdat men
-hem niet zou kunnen verdenken Raffles zelf te zijn.
-
-„Heeren!” zoo wendde Lord Cruzon zich tot de opgewonden reizigers,
-„hier is een misverstand in het spel. De woorden van den generaal
-doelden natuurlijk niet op den werkelijken grootvorst Peter Andrejeff,
-maar op een spitsboef, die onder zijn naam reist. De schurk, die in
-Kursan uitgestapt is, heet John Raffles en heeft den gouverneur voor
-meerdere honderdduizend roebels bestolen.
-
-„Ik ben een afgevaardigde van de politie, die hem gevangen moet nemen!”
-
-Groote verbazing ontstond.
-
-„Ik moet natuurlijk dadelijk terug om den dief te achtervolgen,” riep
-de generaal buiten zichzelf van woede. „Laat de trein terugrijden!”
-
-De hoofdconducteur verklaarde zich hiertoe niet gemachtigd, wat een
-heftige uitval van woede van den generaal ten gevolge had.
-
-Weer trad Raffles kalmeerend op. Hij legde zijn hand op den schouder
-van Ortschkoff en fluisterde hem toe:
-
-„Kom, heer gouverneur! Laten wij den kostbaren tijd niet verliezen,
-doch tot het volgende station meerijden, waar wij wel een locomotief
-zullen krijgen. Ik heb een plan, waardoor wij er zeker achter zullen
-komen, waar de schat gebleven is. In elk geval raad ik u, het weinige,
-wat in de doodkist is achtergebleven, bij u te nemen. Gij ziet, deze
-schuilplaats is niet voldoende gebleken.”
-
-De bestolene snelde naar den bagagewagen en stak het kleine beetje
-goud, dat zich daar nog bevond, in zijn zak. In zijn haast en bij de
-slechte verlichting lette hij niet op de ronde insnijding, die op den
-bodem van de kist te zien was en aan een nauwkeurig opmerker niet zou
-zijn ontgaan.
-
-Ortschkoff snelde met zijn kleinen buit naar zijn coupé terug en de
-trein kon zich eindelijk weer in beweging zetten.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ELFDE HOOFDSTUK.
-
-EEN NIEUW SPOOR.
-
-
-John Raffles veranderde nu van taktiek.
-
-Zwijgend nam hij in een hoek plaats, als iemand, die over een
-diepzinnig vraagstuk nadenkt, in tegenstelling met den generaal, die
-opgewonden in den coupé heen en weer liep.
-
-„Nu?” viel Ortschkoff uit, „gij weet zeker ook geen raad? Ja, het is
-niet gemakkelijk, zoo’n genialen spitsboef te vangen! Gij zult het ook
-niet kunnen, lord Cruzon!”
-
-„Ik ben van meening, dat Raffles in dit geval even onschuldig is als ik
-zelf,” antwoordde John glimlachend.
-
-„En dat zegt gij?” riep de generaal verbaasd, „terwijl gij mij eerst
-hebt gezegd, dat niemand anders dan Raffles de dief kan zijn?”
-
-„Dat is waar, maar nu staan de zaken anders!”
-
-„Waarom? Wilt u mij dit duidelijk maken?”
-
-„Zeker! als gij een beetje geduld hebt.”
-
-„Hm! Ik ben zeer nieuwsgierig.”
-
-„Gelooft gij, dat uw soldaten het geld gestolen hebben?”
-
-„Eerlijk gezegd: neen! Russische beambten stelen, maar Russische
-militairen nooit.”
-
-„Goed! Dat denk ik ook. Wie kan het dan geweest zijn?”
-
-„Raffles natuurlijk!” schreeuwde de gouverneur.
-
-De lord schudde langzaam het hoofd en antwoordde:
-
-„Vertelt u mij dan eens, op welke wijze Raffles het geld had kunnen
-stelen.”
-
-„Ik? Hoe zou ik dat weten, ik ben geen beroepsdief of inbreker.”
-
-„Ik weet ook niet!”
-
-„Wat wilt gij daarmee zeggen?”
-
-„Dat het onmogelijk is, uw vernuftige schuilplaats te bestelen. De kist
-was nergens beschadigd, de soldaten hebben den wagen niet verlaten, er
-is niemand behalve gijzelf in den wagen geweest, dus: geen mensch kan
-de doodkist bestolen hebben.”
-
-„Zoo schijnt het, maar hebt gij een ander spoor?”
-
-„Zeker. Het staat vast,” begon Raffles met de scherpzinnigheid van een
-rechter, „dat de diefstal niet gepleegd kan zijn gedurende de reis.
-Daar de schat echter gestolen is, moet dit voor dien tijd geschied
-zijn.”
-
-„Gij wilt zeggen,” barstte de gouverneur los, „dat graaf Barjatinsk de
-dader is?”
-
-„Dezelfde!”
-
-„Maar hoe zou hij? — —”
-
-„Dood eenvoudig. Hij heeft u geen volle kist geleverd, maar alleen dat
-ingepakt, wat gij er nog in gevonden hebt!”
-
-„Ongehoord! Dat zou dus het gemeenste bedrog zijn!” raasde de generaal!
-„Maar wat moet ik doen? Ik heb geen bewijzen en de ellendeling zal
-alles ontkennen.”
-
-„Dat zal hij ongetwijfeld, maar hij moet gevangen genomen worden!”
-
-„Als hij werkelijk gestolen heeft, en daaraan twijfel ik niet meer, zal
-hij het nimmer willen bekennen!”
-
-„Het komt er maar op aan, hoe men de zaak aanpakt.”
-
-„Denkt gij het te kunnen?”
-
-„Ik zou een slecht detective moeten zijn, als ik het niet kon.”
-
-„Maar wat zal het helpen? Natuurlijk heeft hij het gestolene reeds in
-veiligheid gebracht!”
-
-De generaal wist uit eigen ervaring, hoe men doet met achtergehouden
-gelden.
-
-„Er bestaan middelen, om zelfs den brutaalsten misdadiger tot
-bekentenis te brengen,” sprak Raffles kalm. „Zijn slecht geweten zal
-een groote rol spelen. Wij zullen eens zien of mijn middel helpt. Ik
-rijd met u mee naar Irkoutsk.”
-
-„Dat doet mij genoegen! Gij zijt een flinke kerel, Lord. Wij beiden
-zullen goede vrienden worden.”
-
-Het was intusschen volkomen dag geworden. Raffles begaf zich met den
-gouverneur naar den restauratiewagen, waar zij, naar Russische
-gewoonte, de thee gebruikten.
-
-Het gesprek van alle reizigers draaide natuurlijk om het voorgevallene
-van dien nacht, dus in de eerste plaats om Raffles.
-
-Men bewonderde den onverschrokken dief meer dan dat men hem vreesde,
-want allen hadden gemerkt, dat zij zelf niet bestolen waren.
-
-Den generaal beklaagde men weinig, want het geld, dat gestolen was, had
-aan de Regeering behoord en deze kon het verlies wel dragen.
-
-Men lachte om de voortreffelijk geslaagde list met de doodkist.
-Voorwaar, de berooving van de door soldaten bewaakte kist was een
-meesterstuk.
-
-De jonge detective, die zoo vertrouwelijk met den gouverneur zat te
-fluisteren, werd algemeen beklaagd. Dit zeer elegante, maar schijnbaar
-zoo onbeduidende mannetje zou opgewassen zijn tegen den grooten
-Raffles?
-
-Neen, neen, met goede manieren, een keurig toilet en goede cigaretten
-ving men Raffles niet!
-
-Tegen acht uur kwam de trein in Nischne-Udinsk aan, een plaats aan het
-riviertje de Uda of Tschuna.
-
-Hier wachtte een nieuwe verrassing.
-
-De trein mocht niet dadelijk het station binnenrijden maar op ongeveer
-honderd meter afstand blijven staan.
-
-Daar scheen een geheel leger te zijn opgesteld.
-
-Agenten van politie, gendarmen en geheime agenten waren daar aanwezig
-en een geheele compagnie kozakken omsingelde het terrein, zoodat geen
-muis had kunnen ontsnappen.
-
-Zooals Raffles reeds had vermoed, was het optreden van den
-pseudo-grootvorst reeds bekend geworden en waren telegrafisch
-maatregelen genomen om den misdadiger en zijn medeplichtige te snappen.
-
-Helaas was ook nu weer, zooals dat zoo dikwijls gaat, alle moeite voor
-niets. De vermetele, die zijn slachtoffers steeds onder de schuldigen
-zocht, was ontsnapt!
-
-De hoofdconducteur deelde mede dat hij met zijn adjudant reeds in
-Kursan den trein had verlaten, om naar het heette, op de jacht te gaan.
-
-Onmiddellijk werden telegrafische berichten naar die plaats gezonden.
-
-Tegelijkertijd doorzocht de politie den trein nauwkeurig. Wie geen
-voldoende identiteitsbewijzen bij zich had, werd onherroepelijk
-gevangen genomen.
-
-Raffles had natuurlijk volledige papieren op den naam van Lord Cruzon
-en daar hij geen bagage bij zich had, liet men hem volkomen ongemoeid.
-
-Gouverneur Ortschkoff nam intusschen de gelegenheid waar om bij de
-hoofdpolitie te Nischne-Udinsk aangifte te doen van den diefstal.
-
-Hij was van plan om, wanneer hij met behulp van Lord Cruzon het geld
-werkelijk los zou krijgen van graaf Barjatinsk, dit bedrag geheel en al
-achter te houden.
-
-Barjatinsk zou zich wel wachten, hem te verraden en de diefstal der
-belastingen op de Siberische spoorlijn was immers officieel
-vastgesteld.
-
-Nu kon hij prachtig in troebel water visschen en een dubbelen buit
-verwerven!
-
-Tot groote ergernis der reizigers, werd alles wat zich in den trein
-bevond, grondig onderzocht.
-
-De wagons werden totaal leeggepakt, koffers, reistasschen,
-hoedendoozen, zelfs parapluie-foudraals, alles werd doorzocht en niet
-steeds geschiedde dit even voorzichtig.
-
-Raffles slenterde, een cigarette rookend, langzaam heen en weer, alsof
-de geheele geschiedenis hem geen belang inboezemde.
-
-Integendeel, hij maakte bezwaren over het onnoodige oponthoud, waartoe
-men hem noodzaakte, terwijl hij zich op zijn Lordstitel beriep.
-
-Eindelijk bracht hij het zoover, dat men hem en den gouverneur verlof
-gaf, hun weg te gaan.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWAALFDE HOOFDSTUK.
-
-VERIJDELDE HOOP.
-
-
-Gouverneur Ortschkoff zorgde ervoor, dat de terugtocht naar Irkoetsk
-zoo snel mogelijk plaats kon vinden.
-
-Hij brandde van verlangen om den verraderlijken districtschef rekening
-en verantwoording te vragen en het geroofde van hem terug te krijgen.
-
-Hij kon en wou niet op den volgenden trein wachten, waarom hij een
-extra-trein liet samenstellen, bestaande uit locomotief, tender en een
-enkel salon-rijtuig.
-
-Hierin aanvaardde hij den terugtocht met Raffles; de zes soldaten en de
-geestelijke moesten met den volgenden gewonen trein volgen.
-
-Tegen den avond kwam men in de hoofdstad aan, juist op het oogenblik,
-dat de districtschef zich gereedmaakte, om naar het Casino te gaan,
-waar hij vermoedelijk een groot deel van het geld, dat hij de boeren
-had afgeperst, aan den speelduivel had geofferd.
-
-Graaf Barjatinsk was niet weinig verrast den gouverneur, dien hij reeds
-in Krasnojask vermoedde, zoo plotseling voor zich te zien.
-
-De generaal viel terstond met de deur in huis.
-
-„Ge zult u wel verbazen, graaf Barjatinsk over mijn bezoek. Ik wilde u
-verzoeken, mij het geld te geven, dat ge hebt vergeten in te pakken.”
-
-De districtschef werd aschgrauw in het gelaat.
-
-Hij was zich in dezen van geen schuld bewust, want hij had den
-gouverneur rijkelijk diens aandeel in den buit gegeven.
-
-„Mijnheer de gouverneur,” begon hij, „ik weet waarlijk niet, hoe ik uw
-woorden moet opvatten. Ge vergeet bovendien mij voor te stellen aan uw
-geleider.”
-
-„Dat is de Engelsche detective lord Cruzon, die den grooten John
-Raffles op het spoor is. Ik maakte in den trein kennis met den lord.
-Hij was de persoon, die mij aanried de kist nader te onderzoeken.”
-
-„En welk belang had hij daarbij?” vroeg de graaf op scherpen toon.
-
-„Wij redeneerden over den meesterdief.”
-
-„Dan zal deze zeer zeker uw kas hebben bestolen.”
-
-„Dat dachten wij in den beginne ook. Maar de kist was niet geopend en
-nog geheel en al dichtgeschroefd. De kozakken hebben den schat geen
-oogenblik verlaten. Het geld moet dus al ontbroken hebben, graaf
-Barjatinsk, voordat de kist in den goederenwagen werd geplaatst.”
-
-„Mijnheer de gouverneur!”
-
-De chef werd woedend.
-
-„Hoe kunt gij mij van een dergelijken lagen streek beschuldigen. Denkt
-ge, dat ik het geld heb verduisterd?”
-
-De gouverneur werd veel kalmer en gematigder door dezen uitval.
-
-Hij beval John Raffles zelfs een oogenblik in de aangrenzende kamer te
-gaan, daar hij nog een en ander met den chef had te bepraten.
-
-Lord Lister boog en verliet den salon.
-
-De gouverneur had gedacht, dat de graaf nu wel zoete broodjes zou gaan
-bakken.
-
-Maar de graaf was in dezen werkelijk onschuldig.
-
-En hij verklaarde dan ook onomwonden, dat hij er niet aan dacht ook
-maar een kopeke schadevergoeding te betalen.
-
-Dat maakte den gouverneur woedend.
-
-„Niet één enkele kopeke graaf? Vergeet niet, dat ik uw chef ben en u
-elk oogenblik kan ontslaan.”
-
-„Dat zult ge niet doen, mijnheer de gouverneur,” antwoordde Barjatinsk
-op kouden, snijdenden toon.
-
-„Waarom niet?”
-
-„Vraagt ge dat nog?”
-
-„Natuurlijk!”
-
-„Wel, omdat het u ook uw betrekking zou kosten! In hetzelfde oogenblik
-namelijk, dat ge mij uit mijn ambt zou ontslaan, zou ik een brief
-zenden naar de regeering, waarin ik eenvoudig verklaarde, dat
-gouverneur Ortschkoff mijn medeplichtige is. Hij heeft niet alleen
-alles afgeweten van mijn plichtsverzuim, maar hij heeft belastingen
-opgelegd en groote sommen gestolen.”
-
-De gouverneur liet een kreunend geluid hooren.
-
-Ja!
-
-Het was maar al te waar!
-
-Hij was medeplichtige! Hij had geroofd en bedrogen en nu kon hij
-moeilijk de openbare aanklager worden.
-
-Barjatinsk vroeg:
-
-„Blijft ge bij uw voornemen, mijnheer de gouverneur om mij te willen
-aanklagen?”
-
-„Neen, neen!” sprak Ortschkoff op doffen toon, „ik zal geen aanklacht
-jegens u indienen. Alles blijft bij het oude!”
-
-Het gelaat van den graaf straalde van duivelsche vreugde.
-
-Hij liet zijn chef de deur uit.
-
-„Nu?” vroeg Raffles dezen met lichten spot. Hij wist natuurlijk, hoe
-dat gesprek moest afloopen.
-
-De generaal waagde het niet, den lord aan te kijken,
-
-„Nu?” vroeg deze nogmaals.
-
-„Wat is er?”
-
-„Hoe is het gegaan met den graaf?”
-
-„Er is niets met hem te beginnen. Ik geef het op.”
-
-„Wat? Heeft hij niets bekend? Wil hij niet betalen?”
-
-„Geen kopeke!”
-
-„Geen kopeke?”
-
-„Neen!”
-
-„Dat is een mooie boel! Dan moeten wij hem ertoe dwingen!”
-
-„Om Gods wil, doe dat niet! Het zou toch niets baten! Ik geloof
-inderdaad, dat hij ditmaal onschuldig is. De verdoemde Raffles zal wel
-een middel hebben gevonden om de doodkist te forceeren!”
-
-„Raffles en altijd weer Raffles? Ik zal u bewijzen, dat graaf
-Barjatinsk de eenige schuldige is!”
-
-„Neen, neen! Kom liever mee! Laat hem met rust! Hij zou zich wreken!”
-
-„Aan wien?”
-
-„Aan mij!”
-
-„Zijt gij zijn chef niet?”
-
-„Zeker!”
-
-„Dan hebt ge ook geen wraak te duchten!”
-
-„Toch wel!”
-
-„Mijnheer de gouverneur, ge hebt hem alleen te vreezen, als ge zijn
-medeplichtige zijt!”
-
-Ortschkoff kromp ineen.
-
-Raffles bemerkte het.
-
-Hij deed echter, alsof hij niets bemerkte en vervolgde:
-
-„En daarvan kan natuurlijk geen sprake zijn, baron Ortschkoff.”
-
-„Neen, neen! Zeker niet! Natuurlijk niet! Maar kom nu mee! De zaak
-verveelt me geducht!”
-
-„Niet, voordat graaf Barjatinsk het gestolen geld heeft aangezuiverd!”
-
-„Wat?”
-
-„Hebt ge mij niet verstaan, baron?”
-
-„Ah!”
-
-Ortschkoff was de wanhoop nabij.
-
-„Wacht hier een oogenblik, baron, ik zal met graaf Barjatinsk gaan
-spreken. Het zal niet lang duren!”
-
-De gouverneur stond als versteend.
-
-Ieder woord had hem getroffen als een vuistslag.
-
-„Het is uit”, mompelde hij „Heilige George, wat zal er nu gebeuren! Ik
-ben een verloren man!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERTIENDE HOOFDSTUK.
-
-HOE JOHN RAFFLES RECHT DEED.
-
-
-Raffles was bij den districtschef in de kamer gegaan.
-
-„Wat wilt gij hier?” vroeg de graaf hem op barschen toon.
-
-„Ge zult mij zeker wel veroorloven, dat ik plaats neem?” vroeg Raffles
-op hoffelijken toon.
-
-„In gegoede kringen is het de gewoonte niet, den gast te laten staan,
-vooral niet als men zelf zit!”
-
-Een blik van vlammenden haat schoot uit de oogen van den graaf.
-
-„Gij zijt mijn gast niet! Ge zijt een indringer,” brulde Barjatinsk.
-„Vertrek onmiddellijk!”
-
-„Een oogenblik, graaf! Ik heb slechts een kleine aangelegenheid met u
-in het reine te brengen!”
-
-„Maar ik heb geen lust om met u te redeneeren!”
-
-„Dat spijt me!”
-
-„Waarom?”
-
-„Omdat ik graag zou willen, dat ge mij eenige opheldering gaaft!”
-
-„Opheldering?”
-
-„Ja!”
-
-„Ik aan u?”
-
-„Ja, gij aan mij!”
-
-„En als ik weiger?”
-
-„Dan zal ik mij tot een ander wenden!”
-
-„Doet dat!”
-
-„Uitstekend!”
-
-„En tot wien zoudt ge u dan wel wenden?”
-
-„Stelt ge er belang in, dat te weten?”
-
-„Misschien!”
-
-„Tot uw secretaris Pawlow zou ik mij wenden, graaf!”
-
-De graaf schrikte en kromp in elkander.
-
-Wat?
-
-Hoe kwam die vreemde er bij juist dezen naam te noemen?
-
-Wist hij misschien meer dan goed was?
-
-Raffles was al bij de deur.
-
-„Hebt ge mij nog iets te zeggen?” vroeg toen de graaf plotseling.
-
-„Neem nog een oogenblik plaats.”
-
-Lord Cruzon draaide zich langzaam om.
-
-Toen gaf hij gevolg aan de uitnoodiging.
-
-„Ik heb”, begon hij, „een paar dagen in hotel „Sint Petersburg”
-gelogeerd.”
-
-De graaf verbleekte.
-
-Hotel „Sint Petersburg?”
-
-Wat had hij daar gedaan?
-
-„Ik weet niet, of het u bekend is, graaf, dat dieven, oplichters,
-moordenaars, ontrouwe ambtenaren en dergelijke bij voorkeur in hotels
-logeeren om daar hun duistere zaakjes af te handelen. Dat is, om zoo te
-zeggen, onpartijdig terrein”.
-
-De graaf werd nog bleeker.
-
-„Ge ziet wat bleek, graaf; zijt ge misschien wat ongesteld?”
-
-„Inderdaad, ik gevoel mij in de laatste dagen wat overspannen!”
-
-„Het innen der belastingen vooral moet wel zeer vermoeiend zijn,
-graaf!”
-
-Dezen brak het angstzweet uit.
-
-Hij gevoelde, dat hij in het nauw werd gedreven.
-
-„Raffles—”, begon lord Lister.
-
-„Wat heb ik met dien Raffles te maken! Hij interesseert mij niet!”
-
-„Misschien toch wel! Ik logeerde dan in Hotel Sint Petersburg om den
-meesterdief op het spoor te komen.”
-
-„Op zekeren dag vergiste ik mij in het nummer der kamer.
-
-„Ik wilde namelijk den spitsboef vanaf het balkon bespieden— — —”
-
-„—Vanaf het balkon!”
-
-„Ja. Dat was een fameus idee van mij, nietwaar! En ik zag wonderlijke
-dingen!”
-
-Graaf Barjatinsk had de oogen wijd opengesperd.
-
-Nu begreep hij, waarop lord Cruzon doelde.
-
-Maar de graaf deinsde, als zijn veiligheid op het spel stond, voor geen
-tweeden moord terug.
-
-Lord Cruzon vervolgde:
-
-„Ik klauterde dan het dak af, totdat ik het balkon meende te hebben
-bereikt, waar ik Raffles kon bespieden. En ik werd getuige van een
-moord — —”.
-
-„Een moord?”
-
-„Ja, graaf. Een moord om geld. En den moordenaar heb ik herkend.”
-
-Lord Lister was opgesprongen.
-
-Maar ook de graaf had zich van zijn zitplaats verheven en, den
-papiersnijder krampachtig vastgeklemd, stormde hij op den detective
-los.
-
-„Sterf ellendeling!” siste hij op heeschen toon.
-
-„Niet verder graaf!”
-
-En Raffles duwde hem zijn revolver onder den neus.
-
-Dat hielp.
-
-„Gooi dat mes weg, graaf!”
-
-Barjatinsk deed het.
-
-„Ik klaag u aan, graaf Barjatinsk, wegens het plegen van een moord, als
-ge weigert, in te gaan op mijn voorstellen”.
-
-„En die zijn?”
-
-„Ze zijn heel aannemelijk. Ge moet slechts afstand doen van het geld,
-dat ge de boeren hebt afgeperst. Zijt ge daar toe bereid?”
-
-„Ja!”
-
-„Goed. Leg het dan hier op tafel. De gouverneur zal het meenemen.”
-
-„De gouverneur? Die?”
-
-„Laat dat aan mij over. Wilt ge het geld geven of niet?”
-
-„Ja!”
-
-Met bevende handen sloot de graaf de brandkast open en haalde het
-gestolen goud te voorschijn, waarvoor hij Pawlow had neergeschoten.
-
-„Is dat alles, wat ge gestolen hebt, graaf?”
-
-„Alles!”
-
-Raffles riep thans den gouverneur.
-
-Deze was niet weinig verbaasd dat hij moest komen.
-
-Raffles sprak:
-
-„Graaf Barjatinsk heeft zich vergist. Hij geeft u bij dezen het
-ontbrekende geld. Ge kunt het nemen.”
-
-De baron deed het.
-
-„Wij zullen in „hotel de Londres” logeeren, als ge het goed vindt,
-mijnheer de gouverneur. Ge reist zeker morgen met den avondsneltrein
-naar Krasnojarsk. Ik zal u met uw geld naar den trein brengen voor alle
-zekerheid.”
-
-In het hotel was Charly dol van vreugde, dat hij zijn vriend heelhuids
-terug zag.
-
-Maar ook de gouverneur was in zijn nopjes, dat hij op zoo onverwachte
-wijze in het bezit van een schat was gekomen.
-
-Hij haalde diep adem, toen den volgenden avond de sneltrein zich in
-beweging zette.
-
-„En wat doen we nu?” vroeg Brand.
-
-„Je moet een telegram wegsturen, Charly! Ik zelf ga liever niet in het
-telegraafkantoor, de beambte zou mij eens kunnen herkennen!”
-
-Charly keek verbaasd, toen hij las, aan wien het telegram gericht was.
-
-„Is dat den starost, wien je den geheimen brief hebt gegeven?”
-
-„Precies.”
-
-„En mag ik nu eindelijk eens weten, wat dat schrijven behelsde?”
-
-„Ja, dat mag je!”
-
-Charly luisterde aandachtig.
-
-„Er stond in den brief,” vertelde Raffles, „dat ik den starost nog den
-juisten tijd zou berichten, wanneer de gouverneur met de afgeperste
-belastingpenningen door die streek zou reizen. De boeren zullen dan,
-natuurlijk gemaskerd, den trein tot stilstand brengen en den schurk
-zijn buit weer afnemen! Een brief, dien zij den uitbuiter van mij
-overhandigen, zal beletten, dat de booswicht de zaak aan de groote klok
-hangt”.
-
-„Je bent een dolleman!”
-
-„Zoo, Charly! Dat doet me plezier! En ga nu mee een stukje eten!”
-
-Zooals Raffles had gezegd, gebeurde.
-
-Gewapende en gemaskerde mannen brachten omstreeks middernacht den trein
-tot stilstand; zij lieten al de passagiers ongemoeid, behalve den
-generaal, wien zij den geldschat afnamen. Voordat zij echter weer in
-den duisteren nacht verdwenen, reikten zij den gouverneur een brief van
-den volgenden inhoud:
-
-
- „Generaal! De boeren handelen op mijn bevel. Zij zullen slechts
- nemen, wat gij en uwe medeplichtige graaf Barjatinsk hun hebt
- ontstolen. Als ge iets van deze zaak ruchtbaar maakt, zal ik niet
- schromen, uw aandeel in deze afpersing en uw moord op Pawlow de
- regeering mede te deelen.
-
- John Raffles, alias lord Cruzon,
- voorheen Grootvorst Peter Andrejew.”
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 4: DE
-MILLIOENENSCHAT IN DE DOODKIST ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.