diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-22 12:33:04 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-22 12:33:04 -0800 |
| commit | ea549b88da5b4a3a7c8c38d5128ccfbb372cb518 (patch) | |
| tree | fac18397d8ee616c7c12e94c4f5565016881e3a4 /old/66594-0.txt | |
| parent | 396f83e40c95c9f63fdd8ee86a10468431f931bf (diff) | |
Diffstat (limited to 'old/66594-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/66594-0.txt | 3111 |
1 files changed, 0 insertions, 3111 deletions
diff --git a/old/66594-0.txt b/old/66594-0.txt deleted file mode 100644 index 4e02ce8..0000000 --- a/old/66594-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3111 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 4: De millioenenschat in de -Doodkist, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 4: De millioenenschat in de Doodkist - -Author: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: October 22, 2021 [eBook #66594] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 4: DE -MILLIOENENSCHAT IN DE DOODKIST *** - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 4 DE MILLIOENENSCHAT IN DE DOODKIST. - - - - - - - - -DE MILLIOENENSCHAT IN DE DOODKIST. - -EERSTE HOOFDSTUK. - -EEN AFGELUISTERD GESPREK. - - -„Stil Charly! Ga de „Nowoje Wremja” lezen en bemoei je niet met mij of -met het tafeltje naast ons!” - -Raffles fluisterde deze woorden bijna zonder de lippen te bewegen, -terwijl hij, als een echte man van de wereld, in zijn leunstoel -achterover lag. - -Dit gesprek had plaats in de eetzaal van het Hotel „Sint Petersburg”, -het voornaamste van de stad Irkoetsk. - -Voorname kalmte heerschte in de groote zaal, waar een zwaar, Oostersch -tapijt elken voetstap dempte en de kellners zich geluidloos bewogen. - -Onder de elegante verschijningen die zaten aan zwaar met kristal en -zilver beladen tafeltjes, bevond zich ook John C. Raffles. - -Schijnbaar in gedachten verdiept, luisterde hij toch zeer nauwkeurig -naar het gesprek aan het naburige tafeltje. - -Een tweetal heeren zaten daar druk te redeneeren. - -De een droeg de rijk versierde uniform van een Russisch generaal, de -ander was in smoking. - -Het gesprek werd op gedempten toon gevoerd en scheen voor geen vreemde -ooren bestemd. - -Charly Brand, de vriend, of, zooals hij genoemd werd, de secretaris van -den lord, had zich schijnbaar geheel verdiept in de „Nowoje Wremja”, -doch in werkelijkheid luisterde hij echter ook naar zijn buren. - -Hij verstond evenwel geen woord van het gesprokene. - -Verscholen keek hij dan weer naar het gelaat van Raffles, dat ijzig -kalm was en wiens oogen onverschillig rondkeken. - -Maar Charly kende het gebarenspel van zijn vriend veel te goed om niet -terstond op te merken, dat aan het naburige tafeltje een gesprek werd -gevoerd, dat Raffles niet alleen levendig interesseerde, maar dat hem -ook toornig maakte. - -De beide heeren staakten thans hun gesprek en verlieten de eetzaal. - -Nauwelijks was dit geschied of Raffles riep den kellner. - -Deze verscheen terstond. - -„Wie zijn die beide heeren, die zoo juist de zaal verlieten?” - -„Zijne Excellentie de gouverneur van Irkoetsk Ortschkoff en graaf -Barjatinsk, zijn districtschef.” - -„Waar logeeren ze?” - -„Kamer 38 en 39 op de eerste etage!” - -„Dank je!” - -De kellner ging. - -Charly Brand kon zijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. - -„Edward,” zei hij, „wat ben je van plan?” - -Hij beefde van opwinding, want het koude, sfinx-achtige gelaat van zijn -vriend, dat als uit marmer gehouwen was, vertelde hem maar al te -duidelijk, dat Raffles weer iets buitengewoons in het schild voerde. - -Hij begreep, dat zijn vriend het gesprek van de heeren had gehoord - -Maar lord Lister was er de man niet naar om met zijn geheimen te koop -te loopen, zelfs niet tegenover zijn vriend Brand, die, zooals Raffles -zei, „zoo schrikkelijk nerveus was.” - -„Edward, ik smeek je! Vertel mij toch, wat er gebeurt! Ik beef voor je -leven!” - -Lister lachte. - -„Poeh! Jij beeft altijd, Charly. Dat moet je afleeren. Je verandert mij -toch niet!” - -„En waarom niet, Edward? Dat is geen leven om altijd vol angst en zorg -te zitten. Staak die gevaarlijke ondernemingen toch! Ik ben er van -overtuigd, dat je hersens weer de een of andere dolle streek hebben -uitgebroed!” - -„En als dat nu eens zoo was?” - -„Dan zou ik je willen verzoeken om die dolle plannen te laten varen in -je eigen belang, of—” - -„Of?” - -„Of ik moet je verlaten!” - -„Je bent een groot kind, Charly!” - -Raffles stak een sigaret op. - -„Neen, Edward, ik ben geen kind! Integendeel! Ik zie verder dan jij! -Jou zullen je streken nog eens — —” - -„Aan de galg brengen! Dat bedoel je immers, Charly? Wel, waarom niet? -Ik wil ook wel eens met den strop kennis maken!” - -Brand verbleekte. - -Zijn oogen openden zich wijd. - -Lord Lister legde de hand op den arm van zijn vriend. - -„Luister, Charly! Je moet niet zulke rare gezichten trekken! Heusch -niet! Je verraadt mij, voordat ik nog iets gedaan heb. Luister! Ik zal -je tot zekere hoogte met mijn plannen bekend maken. Je bent mijn vriend -en moet mij vergezellen!” - -„Wil je weg?” - -„Ik moet!” - -„Waarom?” - -„Omdat ik die schurken niet kan uitstaan.” - -„Van wie spreek je?” - -„Van de beide kerels, die aan het tafeltje naast het onze hebben -gezeten.” - -„Van den generaal en den chef?” - -„Ja.” - -„Ken je ze?” - -„Ik heb ze leeren kennen.” - -„Door den kellner?” - -„Neen, door hun eigen gesprek. De kellner noemde alleen hun namen en de -nummers van hun kamers.” - -„Waarom wilde je die weten?” - -„Omdat ik de schurken en hun plannen nauwkeurig wil bestudeeren.” - -„Hoe wil je dat doen?” - -„Wij gaan verhuizen.” - -„Waarheen?” - -„Naar nummer 36 of 39.” - -„En als die bezet zijn?” - -Lord Lister glimlachte. - -„Je bent een echt kind, Charly! Weet je dan niet, dat wij in een -Russisch hotel zijn en veel geld hebben? Voor een paar roebel maken de -kellners hier alles in orde!” - -„Maar waarom wil je juist in een van die beide kamers wonen?” - -„Omdat ik de schurken wil beluisteren. Ze hebben buiten den waard -gerekend.” - -„Wat hebben ze dan misdaan, dat je zoo verbitterd bent?” - -„Ik zal het je op onze kamer vertellen. Hier zou ik niet kalm genoeg -blijven.” - -„Zijn het zulke schoften?” - -„Zij zijn meer dan dat. Het zijn vampiers. Maar kom nu, laat ons onzen -kostbaren tijd niet verliezen!” - -Raffles vouwde zijn servet samen, bekeek een oogenblik met peinzend -gebaar den prachtigen briljant aan den ringvinger van zijn rechterhand, -zette zijn hoogen hoed op en verliet met Charly Brand de eetzaal. - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -HET GEHEIM VAN TWEE SCHURKEN. - - -Hoofdschuddend was Charly Brand zijn vriend gevolgd. - -Hij geloofde geen oogenblik, dat het mogelijk was, de kamers zoo gauw -te verlaten als Raffles had beweerd. - -Maar lord Lister was een beter menschenkenner dan zijn secretaris. - -Geen tien minuten waren verloopen, toen werden reeds de koffers en -kleeren van een gast naar een andere kamer gebracht en de beide -vrienden hadden hun doel bereikt. - -Lord Lister sloot de kamerdeur en luisterde toen aan den muur, die -nummer 39 van nummer 38 scheidde. - -Zooals dat in hotels gebruikelijk is, bevond zich een deur tusschen de -beide kamers, die natuurlijk afgesloten was. - -Brand kon zijn ongeduld niet langer bedwingen. - -Ook hij ging aan de deur luisteren. - -„Pst,” fluisterde Raffles. „Laat dat! Jij kunt niet luisteren, Charly, -en verstaat toch niets!” - -„Jij wel?” - -„O, ja!” - -„Is er iets belangrijks?” - -„En of!” - -„Wat is het toch, Edward, vertel het mij!” - -„Hm! Kun je zwijgen, Charly? Ernstig zwijgen?” - -„Dacht je misschien, dat ik je zou verraden?” - -„Neen! Verraad vrees ik niet!” - -„Wat dan wel?” - -„Je tong. Ik verwacht geen waarschuwingen!” - -„Edward!” - -„Al goed, Charly! Ik ken je! Ik weet, dat je het goed meent!” - -„Ik doe immers alles uit louter vriendschap!” - -„Juist, m’n jongen! En dat is ook je eenige verontschuldiging.” - -„Vertel me dan toch eindelijk wat je met die beide lieden voor hebt!” - -„Nu goed! Ik zal het je vertellen. Maar je moet mij beloven, dat je -niet zult probeeren, mij van mijn plan af te brengen. Je zoudt me maar -boos maken en verder kom je er toch niet mee!” - -„Ik beloof het, Edward!” - -„Hoor dan!” - -„Die gouverneur Ortschkoff met zijn gouden tressen en zijn borst vol -ridderorden is een gemeene ploert. Hij perst het geld, dat hij -verbrast, van de allerarmsten. Aan al die schandelijk verdiende kopeken -kleven bloed en tranen.” - -Charly Brand stond verbluft. - -Raffles had alle koelbloedigheid verloren. - -Hij vervolgde: - -„De man, die bij den generaal is, is zijn districtschef graaf -Barjatinsk, die de belastingen voor hem int. De beide schurken hebben -goede zaken gemaakt, doordat zij pas de belastingen hebben verdubbeld. - -„Ortschkoff is er nu op uit om het voor hem gestolen geld naar Sint -Petersburg te brengen.” - -„Heb je dat allemaal in de eetzaal gehoord?” - -„Alles! Je weet, dat ik een buitengewoon scherp gehoor heb!” - -„Dat heeft je ook al heel wat diensten bewezen, Edward!” - -„Om nu vooral nergens eenig opzien te baren, is de generaal op een sluw -denkbeeld gekomen. Hij heeft Von Barjatinsk alles in een doodkist laten -pakken, die oogenschijnlijk het stoffelijk overschot van zijn oom -bevat. Het lijk van den militair zal nu onder sterk militair geleide in -een aparten goederenwagen naar Sint Petersburg worden gebracht. Je -begrijpt, Charly, dat niemand zich aan een lijk zal vergrijpen, zelfs -als—er iets gebeurde.” - -„Wat bedoel je, Edward?” - -„Hm! Wil je beslist alles weten?” - -„Ja, je moet mij de heele zaak vertellen!” - -„Nu dan, de trein rijdt door groote vlakten, waarin de arme bevolking -woont, die als een citroen is uitgeknepen. - -„De lui hebben niets te verliezen en hun hart is vervuld van wraak, -toorn en bitterheid. Het zou niet de eerste keer zijn, als de trein -werd overrompeld.” - -„En wat wil jij nu doen?” - -„Kun je dat nu inderdaad niet denken, Charly?” - -„Neen! Je weet, dat ik jouw overmoedigen gedachtengang niet kan -volgen!” - -Raffles knikte. - -„En toch is het de natuurlijkste zaak van de wereld!” - -Brand werd ongeduldig. - -„Je stelt mij wel héél erg op de proef, Edward. Plaag mij nu niet -langer. Wat is in jouw oogen de natuurlijkste zaak van de wereld?” - -„Dat ik den generaal zijn schat ontroof, voordat de Siberiërs het -doen!” - -Charly Brand was sprakeloos. - -Hij keek Raffles aan, alsof deze een spookverschijning was. - -Den schat rooven? - -Uit de doodkist, die door vele soldaten bewaakt werd? - -Hoe wilde hij dat doen? - -Dat was immers onmogelijk! - -„Charly, ik heb je hulp noodig,” viel Raffles plotseling in, nadat hij -weer een oogenblik aan de deur had geluisterd. - -„Bij de uitvoering van dat waanzinnige plan misschien?” - -Lord Lister glimlachte. - -„Ja en neen! Bij de uitvoering zelf kan ik je niet gebruiken, want de -haren zouden je te berge rijzen. Maar bij de voorbereidingen Charly, -heb ik je noodig!” - -„Goed. Zeg maar, wat ik te doen heb!” - -„Ga nu maar eens naar het station om te informeeren wanneer de trein -weggaat, die het lijk van den generaal vervoert, en in welken waggon -het ligt.” - -„Hoe moet ik dat gewaar worden?” - -„Doodeenvoudig. De doodkist zal wel door een eerewacht bewaakt worden!” - -„Ik vlieg al,” antwoordde Brand, blij, dat hij van dienst kon zijn. „Ik -kom gauw terug.” - -„Zorg, dat je alles precies weet, Charly, en bestel in den slaapwagen, -die het dichtst bij de doodkist is, voor ons twee bedden!” - -Charly keek Raffles aan. - -Hij begreep er niets van. - -En hoofdschuddend vertrok de secretaris. - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -EEN NOODLOTTIGE KLIMPARTIJ. - - -Brand verliet de kamer en Raffles grendelde haar zorgvuldig. - -Hij had zijn vriend naar het station gestuurd om alleen te zijn, want -hij voerde iets in het schild, waarbij hij geen angstig toeschouwer kon -gebruiken. - -Toen deed hij de balkondeur open en keek naar buiten. - -Het was volslagen donker; slechts enkele vensters waren flauwtjes -verlicht. - -Achter al de kamers van het hotel waren balkons aangebracht, waarop de -gasten wat frissche lucht konden scheppen. - -Lord Lister overzag den toestand nauwkeurig. - -Hij wilde op het balkon van nummer 38 komen om te zien, of de bewoners -zich daar ophielden of dat zij misschien in het aangrenzende kabinetje -waren. - -Maar de kloof tusschen de beide balkons was diep. - -Zelfs voor een geoefend turner als Raffles was het geen kleinigheid, -over dien afgrond te komen. - -Maar de meesterdief deinsde voor niets terug. - -Hij had zich voorgenomen het geheim van generaal Ortschkoff te -ontsluieren en nu was hem ook geen moeite te groot. - -Vlug haalde hij zijn wandelstok en een ladder, van paardenhaar -gevlochten, die zóó dun was, dat hij haar makkelijk in den zak kon -steken. - -De wandelstok kon, evenals een hengelroe, uit elkaar genomen worden. - -Maar de wandelstok noch de touwladder reikten tot het volgende balkon. - -Lord Lister liet zich echter niet afschrikken. - -Tusschen beide balkons hing een brandladder van het dak van het hotel -tot den tuin omlaag. Dat brak dus den afstand. - -Met groote handigheid slingerde hij de touwladder om de brandladder, -haalde toen met den uitgeschoven wandelstok het uiteinde weer naar zich -toe, maakte de beide einden stevig vast aan het balkon, waarop hij -stond en begon toen op handen en voeten door de lucht te klimmen. - -Het was een halsbrekende tocht, maar ongedeerd belandde hij toch op de -brandladder. - -En nu moest hij zich naar het balkon van nummer 38 slingeren. - -Ook dat gelukte. - -Door den sprong viel echter een steentje neer in den tuin van het -hotel. - -Het trof een kellner, die juist voorbij liep. - -„Hallo!” riep de man en hij keek naar boven. - -Raffles bukte zich snel en luisterde of de kellner bleef staan. - -Een poosje wachtte deze, toen ging hij verder. - -Raffles trachtte nu iets gewaar te worden van hetgeen in nummer 38 -voorviel. - -Van een gesprek kon hij niets verstaan. - -Hij hoorde echter duidelijk, dat er geld geteld werd, veel geld. - -Hij haalde zijn boor te voorschijn en maakte in de balkondeur heel -voorzichtig een gat. - -Toen keek hij erdoor en zag iemand, die een berg van goud voor zich -had. - -Maar wat was dat? - -Had lord Lister zich vergist? - -Was hij voor een verkeerde kamer terecht gekomen? - -Hij kende dien man niet. - -Zoo’n boeventronie had Raffles zijn heele leven nog niet gezien. - -Het was een gelaat, waarin duivelsche ruwheid en hebzucht hun sporen -hadden achtergelaten. - -Af en toe liet de geldteller eenige goudstukken in zijn zak verdwijnen, -waarbij hij met schuwen blik naar de deur keek, die naar de -aangrenzende kamer voerde. - -Het booze geweten sprak klaarblijkelijk bij dezen kerel. - -Raffles was ervan overtuigd, dat hij hier een nieuwe misdaad op het -spoor was, die met den schurkenstreek van den generaal niets had uit te -staan. - -Eensklaps schrikte de geldteller hevig. - -Vlug liet hij een handvol goudstukken in zijn zakken verdwijnen. - -Daarop vloog hij naar de deur, waarop geklopt was op heel bijzondere -wijze. - -Tot Raffles’ groote verbazing trad graaf Barjatinsk de kamer binnen. - -Hij was buiten adem en erg opgewonden, maar vergat desondanks niet, de -deur af te sluiten. - -„Goddank!” bracht hij uit. „Generaal Ortschkoff is afgereisd met het -lijk van zijn oom. Haha! Ik moest lachen om die dragonders en kozakken! -Met den grootsten eerbied stonden ze om de doodkist. Zij zullen den -schat wel veilig overbrengen. Ik zou niemand raden, met die jongens te -beginnen; het lijken wel buldoggen, zeg Pawlow.” - -De man, die met Pawlow werd aangesproken, keek op. - -Een hatelijke grijns vertrok zijn leelijk gelaat. - -„Ortschkoff gaat met den schat naar Sint Petersburg. Ik geloof, dat wij -een reuzendomheid hebben begaan!” - -„Hoezoo?” - -„Dat wij den gouverneur lieten vertrekken.” - -„Hebben wij hem niet genoeg afgezet? Hoeveel zou daar wel liggen, -Pawlow?” - -„Alles bij elkaar tachtigduizend, honderdduizend roebel! Een -belachelijke som in vergelijking tot wat de gouverneur wegsleept.” - -„Wat hadden we dan volgens jou moeten doen, Pawlow?” - -„We hadden steenen in de kist moeten pakken!” - -„En als hij het gemerkt had? Dan zou hij ons op levenslangen -dwangarbeid hebben getrakteerd.” - -„Hij zal wel oppassen. Hij moet ons ontzien!” - -„In ieder geval is het nu te laat. De trein is al op weg naar Europa!” - -„Dan is hij vijf uur vroeger vertrokken, dan was aangegeven!” - -„Ja, de generaal heeft het doorgezet!” - -Deze tijding was een hoogst onaangename verrassing voor Raffles. - -Zijn heele plan werd erdoor in duigen gegooid. - -De trein was met den schat vertrokken! Inhalen was onmogelijk! - -„De mensch moet tevreden zijn met wat hij heeft,” hoorde hij den -districtschef zeggen. „Ik hoop overigens, Pawlow, dat je niets hebt -achtergehouden!” - -De schurk kromp ineen. - -En bij die onwillekeurige beweging was het Barjatinsk alsof hij een -metalen klank hoorde. Alsof goudstukken legen elkaar rammelden. - -Had hij goed gehoord? - -Hij moest daar meer van weten. - -En hij nam zijn toevlucht tot een list. - -„Water, water!” stiet hij plotseling uit, „ik word zoo duizelig!” - -De graaf wankelde, greep naar zijn hoofd en viel op de sofa neer. - -„Wat is er gebeurd, uwe genade?” riep Pawlow en hij vloog op Barjatinsk -toe om hem te ondersteunen. - -Nu werd het goudgerinkel duidelijk hoorbaar in zijn zakken. - -De graaf zag, dat zijn secretaris gebogen liep onder den last van het -gestolen geld. - -„Nu heb ik je, ellendeling!” schreeuwde hij plotseling op wilden toon. - -Hij sprong van de sofa en pakte Pawlow bij de keel. - -Hevig schudde hij hem heen en weer, zoodat zelfs enkele goudstukken op -den grond rolden. - -Pawlow zag, dat hij verloren was. - -De zucht naar al het goud, dat daar lag opgestapeld, benevelde zijn -zinnen. - -Hij haalde een dolk van onder zijn vest en stiet in den blinde naar -Barjatinsk. - -Maar deze was hem voor. - -Ook hij bezat een wapen, een revolver, en nog voordat Pawlow den -doodelijken steek had kunnen toebrengen, drukte Barjatinsk hem het -wapen in het gelaat af. - -De kogel drong Pawlow in het linkeroog. - -Rochelend zonk Pawlow neer. Uit zijn zakken vloeide een ware goudregen. - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -VLUCHT EN VERVOLGING. - - -Het dreunende schot had natuurlijk het geheele hotelpersoneel op de -been gebracht. - -Uit alle vensters keken de verschrikte gasten en de kellners vlogen den -tuin in. - -Veel konden zij echter niet zien en het duurde een poosje, voordat -licht werd gebracht. - -Raffles had terstond zijn gevaarlijke positie geheel overzien. - -Op het balkon van nummer 38 kon hij onmogelijk blijven. - -Ieder zou zijn aanwezigheid daar met den moord in verband hebben -gebracht. - -Hij mocht tot geen prijs in hechtenis worden genomen. - -Iedere minuut, iedere seconde voor hem was kostbaar. - -Tuimelde niet reeds de trein, die den schat vervoerde, met razende -snelheid door de vlakte? - -Naar het balkon van nummer 39 durfde hij evenmin terugkeeren. - -En elk oogenblik kon de tuin helder verlicht worden. - -Zijn toestand was hachelijker dan ooit. Van de gang af drong men nummer -38 al binnen. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Intusschen verkeerde Charly Brand in duizend vreezen. - -Hij was, zooals boven beschreven, naar het station gegaan om te hooren, -wanneer het „lijk” zou vervoerd worden. - -Tot zijn groote ontzetting had hij daar gehoord, dat de trein „met het -lijk van den generaal” al vertrokken was. - -Hij was wanhopig en teleurgesteld. - -Charly toch wist maar al te goed, hoeveel het zijn vriend kon schelen -om mee te zijn vertrokken. - -Gelukkig echter verloor hij nog niet alle tegenwoordigheid van geest. - -Tijd winnen was het eenige, dat hier aan de orde was. - -Brand stapte dus dadelijk in een automobiel en suisde naar het hotel -„Sint Petersburg,” waar hij de trappen op vloog. - -In de haast had hij heelemaal vergeten, den chauffeur te betalen en -deze bleef dus kalm wachten, in de meening, dat de vreemdeling zijn -diensten nog wel verder zou noodig hebben. - -Charly Brand was niet weinig verbaasd, zijn vriend Edward niet in de -kamer te vinden. - -Hij rende naar de eetzaal, de leeszaal, de conversatiezaal, de -schrijfkamer. - -Raffles was er niet...... - -Niemand had den heer van nummer 38 het hotel zien verlaten. - -Doodelijk ontsteld en ongerust en zonder een oogenblik te denken aan de -wachtende auto vloog hij naar nummer 38 terug en pakte daar alles in -voor het geval, dat men plotseling zou moeten afreizen. - -Toen alles gepakt was, viel hem plotseling de automobiel weer in. - -Zijn eerste gedachte was nu, den chauffeur zoo gauw mogelijk weg te -sturen. - -Hij liet dit plan echter al heel gauw weer varen. - -Hij liet den koffer naar beneden brengen en op de auto laden, toen -betaalde hij de hotelrekening, want hij begreep dat Raffles, als hij -terugkwam, dadelijk zou willen vertrekken. - -Nadat dit alles was geschied, ging Charly terug naar nummer 39, nam -plaats op de sofa en wachtte doodkalm af, wat verder zou gebeuren. - -Plotseling werd in de aangrenzende kamer gedruisch vernomen. Toen -kraakte een schot en klonk het rinkelend geluid van geld.— — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Charly holde naar het venster, want in den tuin werden stemmen gehoord. - -Daar zag hij plotseling een donkere gedaante door de lucht vliegen. - -Het bloed stokte hem in de aderen. - -Die zwarte schaduw was een mensch. - -„Almachtige God!” stiet Charly uit en hij sloeg de handen voor het -gelaat om niet te zien, dat de ongelukkige te pletter viel. - -Maar er volgde geen noodkreet en geen doffe slag. - -Alleen vloog hem iets over het hoofd en hij hoorde de zacht maar -duidelijk gefluisterde woorden: - -„Charly, neem de touwladder en wacht mij met hoed en jas op onze -kamer!” - -„Dat was Edwards stem”, hijgde Charly toonloos. - -Werktuigelijk haalde hij de touwladder binnen en stak die in den zak. - -Nauwelijks was hij de kamer weer binnen gegaan of van den anderen kant -kwam—lord Lister, elegant gekleed, de sigaret tusschen de lippen, die -vol voorname minachting over de geheele wereld glimlachte. - -Raffles was door de dakgoot geloopen, die hij langs de brandladder -bereikt had, toen was hij door een luik geklommen en met de steeds -dóórloopende lift kwam hij op de verdieping, waar hij wezen moest. - -Doodkalm was hij toen naar zijn kamer gestapt. - -Charly was verstomd. - -En bovendien wist hij niet, hoe hij zijn vriend de Jobstijding moest -meedeelen. - -Maar Raffles was hem vóór. - -„De trein is al vertrokken, Charly!” - -„Wéét je dat al? Van wien?” - -„Komt er niet op aan!” - -„Maar—” - -„Hou je kalm, kerel! Wij moeten den trein inhalen!” - -„Inhalen? Dat is totaal onmogelijk!” - -Charly volgde echter zijn vriend naar de gang, waar de grootste -verwarring heerschte. - -De politie was druk in de weer en alle uitgangen werden afgezet. - -Niemand viel het echter in, den voornamen lord Lister en diens -secretaris vast te houden en terwijl alle hotelbedienden diep bogen, -verlieten de heeren het gebouw. - -„Naar het station”, beval Charly. - -De auto tufte weg. - -Raffles liet den automobiel niet voor den hoofdingang rijden; een -eindje tevoren reeds liet hij halt houden. - -Vlug trad hij toen het telegraafbureau binnen. - -„De trein naar Krasnojarsk is om 7 uur 45 minuten vertrokken, dus vijf -uren vroeger dan was aangegeven. Waar is hij nu?” - -De beambte raadpleegde een kaart. - -„Ongeveer tusschen Tscheremkowo en Kurulitz.” - -„Is hij Kurulitz nog niet voorbij?” - -„Neen! Dan zou ik reeds telegrafisch bericht hebben ontvangen.” - -„Goed. Telegrafeer dan vlug: De trein moet opgehouden, tot grootvorst -Peter Andrejew met zijn adjudant is aangekomen. Voor den grootvorst -moeten in den voorsten slaapwagen twee afdeelingen tegenover elkander, -elk met twee bedden, gereserveerd worden.” - -De beambte boog diep. - -Hij twijfelde er geen oogenblik aan of hier voor hem stond de adjudant -van den grootvorst. - -Toch antwoordde hij op bescheiden, maar vastberaden toon: - -„Uw telegram mag ik niet zonder toestemming van den stationschef -overseinen.” - -Nu veranderde Raffles van taktiek. - -Hij wist, dat men bij Russische beambten moet werken met den knoet en -den roebel. - -Lord Lister deed beide. - -Hij gaf den beambte een banknoot van honderd roebel en hield hem -dreigend een revolver voor. - -„Dadelijk telegrafeeren, jij hondsvot, anders schiet ik je neer, alsof -je dol waart geworden!” - -De beambte werd vaalbleek, maar hij deed, wat verlangd en bevolen werd. - -Toen dit geschied was, sprak Raffles: - -„En waag het nu niet, door een tweede telegram dit eerste te herroepen. -Het zou onherroepelijk je dood zijn.” - -Raffles ging heen. - -Hij was ervan overtuigd, dat de telegrafist geen tweede telegram zou -zenden. - -Onmiddellijk nam hij weer plaats in den auto, nadat hij den chauffeur -had bevolen, naar „Tscheremkowo” te rijden. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -EEN AUTO-TOCHT DOOR SIBERIË. - - -De chauffeur ontstelde niet weinig over deze opdracht. - -Hij deelde mede, dat deze tocht bijzonder duur was, daar ook de -terugrit betaald moest worden en zeker een tiendubbelen voorraad -benzine moest worden ingeslagen. - -„Alle duivels!” barstte Raffles los, „neem zooveel benzine mee als je -wilt. Ik heb naar geen prijs gevraagd. Denk je, dat grootvorst Peter -Andrejew, wiens adjudant ik ben, zoo’n kale jakhals is als jij? -Vooruit!” - -De chauffeur boog diep. - -Toen suisde hij weg. - -Hier moet even worden aangestipt, dat de groote verkeerswegen in -Siberië in uitstekenden staat verkeeren en dus voor automobieltochten -bij uitstek geschikt zijn. Als men tenminste de roovers en de wolven -terzijde laat. - -Voordat in Januari 1899 de groote Siberische spoorweg werd geopend, -waren namelijk deze heerwegen de eenige verkeerswegen, die dus door den -Staat goed werden onderhouden. - -In korten tijd was een reusachtige benzinevoorraad ingeslagen en de -tocht werd ondernomen. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Voordat wij de beide vrienden op hun tocht verder vergezellen, moeten -wij even nagaan, wat gebeurde in hotel „Sint Petersburg”, daar eenige -der daar aanwezige personen later nog onze belangstelling zullen -wekken. - -Toen de inspecteur van politie kamer 38 binnendrong om te constateeren, -wat gebeurd was, stond hij, tot zijn niet geringe verbazing, plotseling -tegenover zijn chef, graaf Barjatinsk. - -Pawlow, die eenige getuige van den moord—want van de aanwezigheid van -Raffles op het balkon wist geen sterveling iets—was dood. - -Hoog opgericht stond graaf Barjatinsk in het vertrek en zei: - -„Hier is een afschuwelijke moord gepleegd. Ik kwam juist erbij, toen de -moordenaar langs de balkondeur verdween. Het is voor mij een raadsel, -hoe de kerel is ontkomen, maar hij moet nog in huis zijn.” - -„De uitgangen van het hotel worden bewaakt”, sprak de -politie-inspecteur, „ik zal alles onderzoeken.” - -„Doe dat! Hier is de revolver, waarmee de moordenaar zijn slachtoffer -overhoop heeft geschoten!” - -De graaf gaf zijn eigen wapen. - -En terwijl Raffles en Charly Brand vooruitstoven, werd in Irkoetsk het -heele hotel Sint Petersburg op z’n hoofd gezet. - -De moordenaar moest op de een of andere manier op het balkon zijn -gekomen, waar hij zijn slachtoffer had zien geld tellen, totdat hij was -binnengedrongen en den man had overhoop geschoten. - -Met verbazing werd nagegaan, welk een halsbrekenden sprong de -moordenaar moest hebben gedaan en men kwam tot de overtuiging, dat het -een gewiekst inbreker moest zijn geweest, die hier aan het werk was -gegaan. - -De politie trok aan het werk. - -Al haar nasporingen echter leidden tot niets en geen oogenblik werd er -aan gedacht dat de voorname gentleman, die met zijn secretaris op 39 -had gelogeerd, iets van deze donkere daad kon afweten. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Raffles leunde op zijn dooie gemak achterover in den auto. - -Charly Brand daarentegen werd hoe langer hoe zenuwachtiger. - -„Je maakt me nog dol, Charly”, begon Raffles. „Je lijkt wel mal.” - -„Ik snap er vandaag nog minder van dan anders. Edward, wat beteekent -deze dolle tocht? Wat wil je in het nest Tscheremkowo, dat midden in de -steppe ligt?” - -„Ik wil me eens verfrisschen.” - -„Ga je daarom naar dat arme, Siberische dorp?” - -„Er zal wel een herberg te vinden zijn!” - -„Dat denk ik ook! Maar ’t is een gat, hoor!” - -„Hm!” - -„Is dat de eenige reden?” - -„En waarom niet?” - -„Omdat het waanzinnig is!” - -„Dank je!” - -„Niet te danken!” - -„Zeg, Charly!” - -„Watblief?” - -„’t Is toch niet de eenige reden!” - -„Dat dacht ik al!” - -„Ik ben van plan, in dat nest grootvorst Peter Andrejew te ontmoeten!” - -„Jij? John Raffles?” - -„Ja ik! Maar niet als John Raffles, doch als Teodor Timofejew!” - -„Waarom?” - -„Omdat ik onder dien naam een baantje als adjudant heb aangenomen!” - -„Jij? Een baantje als adjudant? Bij grootvorst Peter Andrejew?” - -„Zooals ik zei!” - -„En wat moet dat allemaal beteekenen? Wie is die grootvorst eigenlijk?” - -„Jij.” - -„Ik?” - -Charly schreeuwde het uit. Hij schrikte onnoembaar. - -„Je schijnt je rol nog niet heel goed te kunnen spelen.” - -„Neen! Ik heb er geen talent voor, Raffles. Ik snap er weer eens -niemendal van, Edward!” - -„Zie je wel, Charly, dat je nog altijd een onnoozel kind bent? Heb je -wel eens een grootvorst of een ander groot heer gadegeslagen?” - -„Ik geloof, dat wij daarvoor op onze internationale reizen nogal eens -de gelegenheid hebben gehad.” - -„Dan heb je al heel slecht opgelet Charly!” - -„Hoezoo?” - -„Omdat je anders moest weten, dat de adjudant feitelijk de leidende -persoon is, terwijl de grootvorst niets is dan de ledepop.” - -„Ik begrijp je. Je wilt dus je handen vrij hebben en mij behandelen als -een trekpop!” - -„Niet als een trekpop, Charly, maar als een grootvorst!” - -„Dat is hetzelfde.” - -„Nu heb je me begrepen. Maar vind je niet, dat onze auto -verschrikkelijk langzaam rijdt?” - -En met deze woorden deed hij de deur open en klom op den bok. - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -EEN MEDELIJDEND AUTOMOBILIST. - - -De chauffeur was niet weinig verbaasd over deze handeling van zijn -passagier. - -Lord Lister liet hem echter geen tijd, van deze verbazing te doen -blijken, maar vroeg hem, waarom hij niet sneller reed. - -„Het is al donker,” luidde het antwoord, „er is zoo weinig te zien op -den weg!” - -„Maar man, dan ben je blind! Ik zal je eens wijzen, hoe je moet -rijden!” - -Lord Lister nam het stuur. - -En nu raasde de autokar met verdubbelde snelheid voorwaarts. - -Maar halt! - -Wat was dat? - -Een dikke stofwolk dwarrelde op, de motor pufte met zoo’n kracht, dat -een ontploffing onvermijdelijk scheen. - -Charly stiet een kreet van schrik uit en vloog van zijn plaats. - -De chauffeur kwam met een groote bocht op den straatweg. - -De auto stond stil. - -Raffles had in allerijl gestopt, want ondanks de heerschende duisternis -had hij een vrouw en twee kinderen voor het voertuig zien vallen. - -De ongelukkige had zich met haar spruiten van het leven willen -berooven. - -Zij lag nu met haar schreiende kleinen midden op den weg. - -Raffles nam eerst de kinderen op en zette ze in den auto. - -Hij zei Charly, dat deze hen moest troosten, want ze beefden van -schrik. - -De arme vrouw ging te keer als een waanzinnige. - -Zij verweet Raffles in vele woorden, dat hij den auto had gestopt, -zoodat zij niet met haar kinderen den dood had gevonden, waarnaar zij -zoozeer had verlangd. - -„Beste, goede vrouw”, sprak Raffles in antwoord op de grove verwijten, -„is uw leed dan zoo groot, dat ik het niet kan helpen verzachten? -Vertel mij eens, wat u dreef tot deze wanhoopsdaad. Weet ge wel, dat -het heel zondig is om u zelve en uw kinderen van het leven te -berooven?” - -„Ik deed het, omdat ik mijn kinderen lief heb. Omdat ik een einde wilde -maken aan hun jammerlijk bestaan. Het is beter zoo te sterven, dan den -hongerdood te gemoet te gaan!” - -„Is het dus de honger? Als dat uw grootste zorg is, kan ik er u spoedig -van bevrijden!” - -„Gij? Wilt gij ons van den honger bevrijden, die ons martelt, zoover -onze herinnering strekt?” - -„Ja, goede vrouw, dat wil ik! Ik zal voor u en uw kinderen zorgen. -Leeft uw man nog?” - -De arme vrouw knikte bevestigend. - -Tranen verstikten haar stem. - -„Mijn arme man ligt uitgeput thuis. Hij zal spoedig sterven en om -verdere ellende te ontkomen, wilde ik mij met mijn kinderen van het -leven berooven!” - -„Dan is het hoog tijd, dat wij uw man redden!” - -Raffles ging weer aan het stuur zitten en liet de vrouw naast zich -plaats nemen, opdat zij hem den weg zou kunnen wijzen. - -De arme sloof vertelde hem onderweg treurige dingen. - -Het geheele gouvernement was uitgezogen, daar de bevolking krankzinnig -hooge belasting moest betalen. De laatste kopeken werden hun afgenomen, -de laatste koe, de laatste geit uit den stal gehaald en voortgedreven. - -Geen wonder, dat de boeren vertoornd waren, daar zij bijna allen tot -den bedelstaf waren gebracht. - -Toen de geredde vrouw hoorde, dat zij van lord Lister genoeg geld zou -krijgen om eenige maanden geheel zonder zorg te kunnen leven, kon zij -die blijde boodschap eerst niet gelooven. - -John Raffles gaf haar toen een beurs vol goudstukken, opdat zij zou -zien, dat het hem volle ernst was. - -Toen barstte de rampzalige los in een wilden schaterlach en zoende de -beurs. - -Na eenigen tijd reed de auto een dorp binnen, dat er erbarmelijk en -verwaarloosd uitzag en lord Lister bracht de vrouw en de kinderen naar -een barak, waarin geen stuk huisraad was. - -Op een legerstede van vervuild stroo lag de vader van het huisgezin, -die door gebrek aan voedsel totaal was uitgeput. - -De edele weldoener gaf den armen stumperd, die zijn geluk niet kon -beseffen, een groote som gelds en ging toen naar den Starosta, den -burgemeester van het dorp. - -Deze, een eerwaardige grijsaard, ging diep gebukt onder zorg en kommer. -Hij had zich niet ter ruste begeven, hoewel middernacht allang voorbij -was. - -Het ongeluk dat de dorpsgenooten had getroffen, hield de slaap uit zijn -oogen. - -De Starosta was hoogelijk verwonderd over deze plotselinge hulp. Hij -knielde neer en begon met luider stem te bidden. - -Toen hij eenigszins van zijn verrassing was bekomen, gaf de meesterdief -hem 5000 roebel en daarbij een gesloten brief, waarin hij enkele -woorden had geschreven. - -Brand wilde over den schouder van zijn vriend kijken. - -„Niet nieuwsgierig zijn, Charly. Je zult gauw genoeg hooren, wat er in -dezen brief staat!” - -„En waarom moet het tot zoolang een geheim blijven?” - -„Omdat het je te veel zou opwinden!” - -Dat was juist voor den zenuwachtigen Brand een reden om opgewonden te -worden. - -Raffles nam daarvan echter geen notitie. - -Hij sprak tot den starosta: - -„Open dezen brief niet, voordat ge in gemeenteraad vergaderd zijt. -Vaarwel!” - -De oude man wilde uiting geven aan zijn overgroote dankbaarheid. - -Raffles wachtte dat echter niet af. - -„Wat doe je toch weer geheimzinnig,” bromde Charly, „waarom geef je mij -toch voortdurend raadseltjes op!” - -„Ik denk er niet aan jou raadseltjes op te geven. Ik zou het zelfs veel -beter vinden, als je je wat minder bemoeidet met dingen, die je niet -aangaan. En stap nu in, Charly, wij moeten zoo gauw mogelijk naar -Tscheremkowo. Wij hebben ons hier al veel te lang opgehouden!” - -„Zeg mij dan tenminste, wat je in Tscheremkowo wilt!” - -John Raffles glimlachte. - -„Morgen zult ge alles vernemen, grootvorst Peter Andrejew, want als -zoodanig kun je je adjudant, Teodor Timofejew bevelen te zeggen, wat -hij weet.” - -Met deze woorden duwde lord Lister den verbluften secretaris in den -wagen, sprong op den bok en in het volgende oogenblik rende de -automobiel weer door de duisternis. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - -DE GROOTVORST EN ZIJN ADJUDANT. - - -De heldere morgen straalde in volle pracht, toen de automobiel -Tscheremkowo binnenreed, waar het voertuig stilhield voor een -eenvoudige herberg. - -Het was een afgelegen dorpje, dat uit houten huizen bestond. - -Charly Brand was koortsachtig opgewonden. - -Hij wist dat zijn vriend op het punt stond, een dollen streek uit te -halen, maar wat er feitelijk zou gebeuren was hem een volkomen raadsel. - -Waarom moest in dit kleine nest worden opgehouden? - -Het lag wel aan den spoorweg, maar de trein was allang gepasseerd. - -En wat had die geheimzinnige brief te beteekenen. - -Toen de auto stil hield, sprong Raffles van den bok, nam den hoed af en -fluisterde Brand toe: - -„Charly, zet een hoogmoedig gelaat, kijk zoo minachtend en verachtelijk -mogelijk, praat alleen met mij, bemoei je met niets en met niemand. In -één woord: speel den grootvorst!” - -Brand was zóó verbaasd in het eerste oogenblik, dat hij dacht ineen te -zinken. - -Maar de toon van lord Lister was zóó beslist, dat Charly zich -onmiddellijk verplaatste in de hem toebedeelde rol. - -De herbergier boog bijna tot den grond, toen hij hoorde, welke gasten -onder zijn nederig dak kwamen vertoeven. - -Zoo’n eer was hem nog nooit te beurt gevallen. - -Hij rende door zijn huis om het den gasten toch vooral naar den zin te -maken, want de adjudant had eten en drinken besteld, ook voor den -chauffeur. - -Nog wijder openden zich de oogen van den waard, toen hij bij terugkomst -den grootvorst zag in galagewaad. Hij had de uniform van het regiment -van Kaluga aangetrokken. - -Toen de reizigers zich gelaafd hadden, vertrokken zij weer en reeds van -verre zagen zij aan het station den trein staan, waarover Brand zich -niet genoeg kon verbazen. - -Op het station heerschte groote opgewondenheid, want de reizigers waren -er ganschelijk niet over gesticht, dat zij hier werden opgehouden. - -Lord Lister was onmiddellijk naar den stationschef gegaan. - -„De grootvorst gevoelt zich niet al te wel,” sprak hij, „hij zal -terstond naar den slaapwagen gaan. Is die gereed?” - -„Zeker, uwe genade. Zal ik u den coupé aanwijzen?” - -„Wacht even! Ik zal Zijne Excellentie vragen, wat hij wenscht!” - -Gouverneur Ortschkoff was intusschen ook verschenen en als een hondje -liep hij achter den adjudant aan. - -Hij gevoelde zich heel erg onbehagelijk en ondanks de heerschende koude -parelden groote zweetdroppels op zijn gelaat. - -De stationschef ook was niets op zijn gemak, zij het dan ook om geheel -andere redenen. - -Zijn angst verminderde niet, toen hij bemerkte, dat de „adjudant” -bijzondere belangstelling koesterde voor het lijkentransport. - -Hij liet zich den goederenwagen wijzen en de opmerking moest hem van -het hart, dat de eerewacht bij het lijk wel bijzonder groot en prachtig -was. - -„Als ge de heele doodkist vol goudstukken hadt”, sprak de meesterdief -tot den gouverneur, „zoudt ge haar niet zorgvuldiger kunnen laten -bewaken dan nu den dooden generaal.” - -De gouverneur verbleekte. - -De opmerking van den adjudant had hem als een bliksemstraal getroffen. - -Het duizelde hem een oogenblik. - -Maar toen hij opkeek, staarden zijn ontstelde oogen slechts in een -glimlachend, onbevangen gelaat. - -John Raffles wist genoeg. - -Hij wist thans zeker, dat de doodkist met goud gevuld was. - -Hij liet den gouverneur gaan met een handbeweging en sprak op -welwillenden toon: - -„Ik zal den grootvorst rapport doen.” - -Ortschkoff haalde verruimd adem. - -De meesterdief liet zich thans de voor hem en den grootvorst -gereserveerde afdeelingen toonen. - -Hij scheen er niet mee in zijn schik en Raffles—Tirmofejew verklaarde -eenvoudig, dat hij het niet zou durven wagen, den grootvorst deze -ruimte aan te bieden. - -De stationschef wist zich gewoonweg geen raad. - -Met een Russischen grootvorst valt nu eenmaal niet te spotten. - -Maar er gebeurde niets. - -De adjudant scheen inderdaad een heel vriendelijk heer te zijn. - -Hij stelde er zich mede tevreden, dat voor den grootvorst een aparte -slaapwagen werd aangehaakt. - -Als plaats daarvoor wees hij aan de plek vóór den goederenwagen, waarin -de doodkist werd vervoerd. - -De chef was blij, dat hij er zóó afkwam en alles werd terstond -geregeld, zooals de adjudant het verlangde. - -De reizigers haalden verruimd adem. Zij begrepen, dat men nu heel -spoedig Kutulik zou verlaten. - -Intusschen liep de pseudo-grootvorst in de wachtkamer als een hyena in -zijn kooi onrustig heen en weer. - -Hij was door Raffles in een toestand gebracht, waarin hij heelemaal -niet thuis behoorde. - -Daar kwam zijn vriend eindelijk aan. - -Hij sloot de deur, ging in militaire houding staan, sloeg aan en meldde -op korten, zakelijken toon: - -„Alles is in orde, Uwe Hoogheid! De slaapwagen wordt aangehaakt, over -een kwartier kunnen wij afreizen!” - -„Alle duivels, Edward, laat die gekheid!” barstte Charly los, „zou je -mij nu eens willen vertellen, wat al die poespas beteekent?” - -„Ik heb het je toch gezegd, Charly, dat ik het lijk moet hebben!” - -„Welk lijk?” - -„Dat in de doodkist ligt, die gouverneur Ortschkoff weg brengt!” - -„Ik dacht, dat er goud was in die doodkist!” - -„Des te beter! Dan neem ik het goud inplaats van het lijk. Ik zie, dat -de trein klaar is. Onze koffers worden al opgeladen; daar moet ik als -adjudant het toezicht op houden. Je moet voor grootvorst spelen, -Charly, trek vooral een lijdend gezicht en wees te ziek om iemand te -kunnen groeten. Denk er aan!” - -Raffles was de deur al uit, voordat Brand hem nog kon vasthouden. - -Lord Lister beloonde den chauffeur zóó rijkelijk, dat de man als door -midden boog. - -Charly’s bleekheid was nu geheel en al verdwenen. Hij was eerder rood -geworden van zenuwachtige spanning en groette met voorname minachting. - -De trein kon thans vertrekken. - -Raffles gaf den stationschef verlof, dat hij het sein kon geven en -spoedig zette de locomotief zich in beweging over de gladde rails, door -verdubbelde snelheid trachtend, het tijdverzuim in te halen. - - - - - - - - -ACHTSTE HOOFDSTUK. - -WAAGHALZERIJ. - - -Lord Lister viel zuchtende terug in de zachte kussens van een coupé -eerste klasse, waarin hij natuurlijk met Brand alleen was en strekte de -beenen behagelijk uit. - -„Het grootste offer heb ik toch gebracht,” sprak hij met een -sarcastisch lachje. - -„Hoezoo?” - -„Omdat ik den heelen tijd geen sigaret heb kunnen rooken. Als adjudant -in grootvorstelijken dienst kan ik dat toch onmogelijk doen. Maar ik -zal nu mijn schade inhalen.” - -„Heb je het krankzinnige plan om die doodkist te plunderen, nog altijd -niet opgegeven?” - -„Zie ik er uit, Charly, alsof ik een plan zou opgeven. En bovendien is -dat, wat ik van plan ben, allerminst, allerminst zot.” - -Charly Brand haalde de schouders op. - -„Uit een gesloten doodkist, die door soldaten wordt bewaakt, zou jij -den schat willen stelen?” - -„Het komt er maar op aan, hoe je dat doet, ouwe jongen! Als jij het -waagstuk zoudt willen ondernemen, zou ik je voor gek verklaren!” - -„Ik heb geen flauw vermoeden, hoe jij die boel zult opknappen.” - -„Dat begrijp ik.” - -„Het is levensgevaarlijk!” - -„Inderdaad!” - -„Maar hoe ga je dan te werk?” - -„Dat zal ik je niet vertellen!” - -„Waarom niet?” - -„Omdat je mij dan voor razend gek zoudt verslijten!” - -„Is het zóó erg?” - -„Voor mij niet, voor jou wel!” - -Charly draaide op zijn plaats heen en weer. - -Lord Lister daarentegen zat doodkalm en knipte de asch van zijn -sigaret. - -„Het ergste van deze heele zaak is,” sprak hij, „als ze in Irkoetsk -merken, dat de heele geschiedenis van den grootvorst en het telegram -bedrog is.” - -Brand schrikte. - -„Heb je dat gedaan?” - -Lister gniffelde vroolijk. - -„Dan kunnen we elk oogenblik ontmaskerd worden!” - -„Hm!” - -„Blijf je daar zóó onverschillig onder, Charly?” - -„Wat moet ik doen? Ik kan toch niet uitstappen?” - -„Als we nu ontdekt worden?” - -„Ja, wat dan, Edward?” - -„Kom, ’t zal zoo’n vaart niet loopen. Vannacht zal ons in elk geval -niets overkomen. Morgen vroeg hebben wij den buit al te pakken!” - -Charly Brand schudde ongeloovig het hoofd. Hij trachtte zijn vriend nog -van het dwaze plan af te houden. - -Maar deze bleef onverbiddelijk. - -„Laat ik je dan helpen!” - -„Als ik je hulp noodig heb, zal ik daarvan heel graag gebruik maken. In -dit geval echter zijn twee te veel; bovendien is de arbeid zoo -halsbrekend als je maar kunt denken.” - -„Maar ik kan hier niet rustig blijven als jou gevaar dreigt!” - -„De zaak zal toch zeker niet eenvoudiger worden, als jij je zonder -eenig doel óók in levensgevaar begeeft!” - -„Maar wat zal ik doen, Edward!” - -„Als je met alle geweld iets wilt doen, kijk dan, terwijl ik buiten -ben, uit het venster. Misschien kun je mij dan helpen of mij iets -afnemen. En laat ons nu in den restauratiewagen gaan. Daarna gaan we -slapen en dan— —” - -Brand sprong op. - -„Altijd bedaard, grootvorst Peter Andrejew” sprak de adjudant -kalmeerend, „vergeet nooit, wat je aan je stand verplicht bent. Kalmte -is vóór alles noodzakelijk!” - -„Waar zal ik die vandaan halen, als jou het zwaard van Damokles boven -het hoofd hangt.” - -De heeren gingen naar den spijswagen. - -Charly Brand genoot weinig van de heerlijke spijzen, maar Raffles -stelde zich dapper te weer en liet zich niet onbetuigd. - -... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... -... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... - -De avondschemering daalde neer over het Siberische landschap, waardoor -de trein voortrolde, toen de valsche grootvorst en zijn adjudant weer -naar den slaapwagen terug keerden. - -„Ziezoo,” sprak John Raffles, „nu zullen we het ons een beetje -gemakkelijk maken en de koffers zoodanig pakken, dat we ieder oogenblik -den trein kunnen verlaten, als de politie ons op het spoor is. Drie uur -kunnen wij rusten en dan aan ’t werk!” - -De meesterdief sliep daarna kalm en rustig in en om elf uur des nachts -werd hij weer wakker, het uur, dat hij voor de uitvoering van zijn plan -had gekozen. - -Charly Brand echter woelde rusteloos op zijn legerstede heen en weer. - -Hij kon den slaap onmogelijk vatten. - -Duizend dingen dwarrelden er door zijn hoofd en toen hij eindelijk -tegen half elf insliep, droomde hij van een grootvorst, van een arme -boerenvrouw met twee kinderen, van een telegrafist in Irkoetsk, van den -herbergier in Tscheremkowo, den starosta met den brief en van een -menigte politiemannen, die hem naar Siberië overbrachten, waarheen hij -als misdadiger tot levenslangen dwangarbeid was verbannen. - -John Raffles alleen zag hij niet en tevergeefs riep hij hem. - -Eindelijk ontwaakte hij, badend in zweet. - -Lord Lister stond voor hem, de onafscheidelijke sigaret in den mond. - -„’t Is tijd, Charly. Ik ga het goud halen!” - -Brand sprong op van zijn legerstede. - -Hij wilde zijn vriend nog eens waarschuwen. Maar een enkelen blik op -diens vastberaden trekken waarschuwde hem dit maar liever niet te doen. - -Voorzichtig liet Raffles het groote venster naar beneden aan den kant -van den trein, die niet door den helderen maneschijn werd belicht en -staarde in den donkeren nacht. - -Donderend ratelde de trein over de rails voort. - -En nu begon Raffles het levensgevaarlijke werk. - -Hij klauterde door het venster en krabbelde zoo langs den trein. - -Met angstig kloppend hart keek Brand hem na. - -Plotseling was Raffles verdwenen. - -Brand kon een schreeuw niet onderdrukken. De schrik was hem in de leden -geslagen, zijn slapen bonsden, het was hem alsof hij krankzinnig werd. - -Gelukkig had geen sterveling zijn angstkreet gehoord. Deze was verloren -gegaan in het snuiven en bonsen en stooten van den trein. - -Charly vloog naar den anderen kant van den trein, waar de maan helder -de vlakte belichtte. - -Ook hier was niets van Raffles te ontdekken. Nu boog de trein naar -rechts om. - -Maar wat was dat? - -Wat lag daar op de rails? - -Iets zwarts? En het bewoog zich niet—zooals een mensch, die zwaar -gewond, overreden is? - -De secretaris keek en keek. - -Maar de trein snelde voort, steeds voort en de zwarte vlek verdween in -de nachtelijke nevelen. - -Was het lord Lister geweest? Het was heel waarschijnlijk, want hij was -nergens te ontdekken. - -Nog langen tijd staarde Charly Brand naar buiten in den nacht, totdat -hem de oogen van inspanning begonnen te tranen. - -Zijn vriend zag hij niet weer. - -Toen werd hij overmand door smart. - -Hij deed het raam dicht, ging op de zachte kussens zitten en schreide -droef, als een kind. - -Buiten zongen de wielen hun eentonig, stootend lied en in zeurenden -rythmus donderde de trein al ratelend verder. - - - - - - - - -NEGENDE HOOFDSTUK. - -EEN GRIEZELIG HELDENSTUK. - - -Laat ons thans den moedigen klauteraar volgen op zijn griezeligen -tocht. - -De meesterdief was uit het venster geklommen en liep nu langs de -treeplanken van den trein. - -De dikke, met petroleumdamp bezwangerde lucht dreigde hem te -verstikken. - -Maar John Raffles klauterde verder. - -Hij drong zich vlak tegen de waggonzijde om niet toevallig te worden -opgemerkt door den een of ander. - -Thans had hij het einde van den waggon bereikt. Achter dien, waarop hij -zich thans bevond, was de goederenwagen met de doodkist gehaakt. - -Een zegevierend lachje gleed over zijn gelaat; nu was hij bij het doel. -Daar was de plaats, waar de schat verborgen lag. Hij stond voor hem. En -geen levende ziel—Charly Brand uitgezonderd—vermoedde, dat hij zóó -dicht bij het doel was. - -Maar hoe moest hij er komen? - -De treeplank van den waggon eindigde hier. Overspringen op den -goederenwagen was onmogelijk. - -Raffles boog zich naar achteren om tusschen de beide waggons te kunnen -doorzien. - -Daar waren de buffers en de koppeling, die van den eenen waggon tot de -anderen een goede verbinding vormden. - -Als men echter een misstap deed, als men uitgleed of door het heen en -weer slingeren van den trein werd afgeschud en op de rails viel, zou -een afschuwelijke dood onvermijdelijk volgen. - -Het moeilijkst was de sprong van de treeplank tot op den buffer van den -waggon. Deze sprong moest om den hoek worden gedaan; als de voet -uitgleed, zou terstond de dood volgen. - -De meesterdief sprong. - -Eén oogenblik zweefde hij in de lucht, toen kwam hij neer en het -gelukte hem, nog tijdig zijn evenwicht te herstellen. - -Dit was het oogenblik, dat Brand zijn vriend had gezien, die daarna -door den achterwand van den waggon aan Charly’s oog werd onttrokken. - -Raffles klom nu verder langs den waggon en het gelukte hem aldra de -plaats te vinden, waar de doodkist stond verborgen. - -De meesterdief had een grooten, leeren zak omgehangen, die diende om -den schat te verbergen. Boren, steekzagen, tangen, een dievenlantaarn -en een strik had hij bij zich. - -De bodem van den goederenwagen bestond uit hout van tamelijke dikte, -maar tegen stalen werktuigen was hij toch niet bestand. - -Spoedig had Raffles, die zich aan ankers en veeren met touwen had -vastgemaakt, zich in liggende houding vastgesnoerd. Nu kon hij met de -steekzaag gaan werken. - -Het gedruisch van den arbeid was door het vreeselijke lawaai, dat de -trein veroorzaakte, niet te verstaan. Het duurde dan ook niet al te -lang of John Raffles had in den bodem van den goederenwagen een rond -gat gezaagd, groot genoeg om er de hand door te steken. - -Het stuk hout bewaarde hij om het later weer vast te kleven, als de -roof was volbracht. - -De opening was juist onder de doodkist gezaagd. Nu had Raffles vrij -spel. - -Maar daar naderde de trein een station. De locomotief floot, de rem -werd aangetrokken, de geweldige vaart verminderde en ten slotte stond -de trein heelemaal stil. - -Dat was een gevaarlijke toestand. - -Zoolang de trein in volle vaart was, behoefde Raffles geen ontdekking -te vreezen. Maar aan het station kon hij gezien worden. Hij maakte in -allerijl de touwen los waarmee hij zich had vastgebonden. - -Daarna liet hij zich op den grond glijden en klom naar den kant, waar -geen menschen waren. - -Terwijl de trein een tijdlang stilstond, keek Raffles eens rond om den -toestand goed te overzien. De goederenwagen waarin de doodkist lag, was -slechts spaarzaam verlicht. - -De soldaten stonden voor de coupédeuren en keken over de vlakte. - -Zij bemoeiden zich weinig met het overschot van den dooden generaal. - -Waarom ook? - -Die beenderen zouden niet hard wegloopen. - -Charly Brand had van het oponthoud van den trein gebruik gemaakt om -vlug den coupé te verlaten en naar zijn vriend om te kijken. - -Hij liep voorzichtig naar den goederenwagen, waarin het lijk verborgen -was en deed toen alsof iets van hem op den grond was gevallen, opdat -hij onder den wagen zou kunnen zien. - -Maar Raffles was nergens te ontdekken. - -Hij was en bleef verdwenen. - -Zielsbedroefd keerde Charly terug naar den waggon, die voor den -grootvorst was gereserveerd en geheel gebroken viel hij neer op de -kussens. - -Toen het signaal tot vertrek gegeven werd, kroop Raffles weer te -voorschijn en ging naar zijn oude plaats. - -Nu kon hij den laatsten hinderpaal uit den weg ruimen. - -Hij zaagde een ronde opening in de doodkist en daar stroomde als een -gouden vloed de blinkende geldstukken in de leeren tasch. - -Het was gelukkig, dat de trein zoo’n oorverdoovend geweld maakte en het -geluid van de geldstukken geheel en al overstemde. - -De leeren tasch kon den gouden last nauwelijks dragen. - -Raffles moest dit eerste deel van den buit in veiligheid brengen -voordat hij meer haalde. - -Hij bond den wollen doek zóó vast dat het uitstroomende goud er door -werd opgevangen en klauterde toen terug naar den grootvorstelijken -coupé. - -Charly Brand kon van vreugde niet spreken, toen hij zijn vriend door -het venster zag binnenklimmen. Hij viel hem om den hals en uitte zijn -blijdschap op onstuimige wijze. - -„Laat dat, Charly! Daarvoor is nu geen tijd,” lachte Raffles. „Breng -het goud zoo spoedig mogelijk in veiligheid. Berg het in onze koffers. -Ik moet terug om een nieuwen voorraad te halen.” - -„Wat! Wil je dien dollen tocht nog eens wagen?” - -„Ik moet. Want tegelijkertijd wil ik de sporen van den diefstal doen -verdwijnen.” - -„Je schiet er nog eens het leven bij in.” - -„Geen nood, Charly! Geef me maar wat houtlijm.” - -Charly deed het. - -„We moeten een beetje haast maken. Als men uit Irkoutsk telegrafeert, -moet jij zoo gauw mogelijk den trein kunnen verlaten.” - -„Wat? Ik alleen?” - -„Ja.” - -„En waarom? Waarom gaan we niet samen?” - -„Omdat dat waarschijnlijk niet kan.” - -Raffles klom weer terug naar de doodkist, roofde wederom een grooten -voorraad goudstukken en lijmde toen het uitgezaagde gedeelte weer in -het hout. - -Daarna ging hij weer naar Charly Brand. - -„’t Is hoog tijd, Charly, de trein stopt spoedig aan het station -Kursan. Daar stappen we uit, ik verkleed mij vlug en rijd verder mee -als een Engelsche aristocraat. Jij gaat met de koffers naar Irkoutsk -terug en logeert dan als Mr. Brand in Hotel de Londres.” - -„Moet ik naar Irkoutsk terug?” - -„Ja.” - -„Wat moet ik daar doen?” - -„Dat heb ik je toch al gezegd, je moet als Mr. Brand in Hotel des -Londres logeeren.” - -„Ja, maar waarom dat?” - -„Omdat dat tot mijn plan behoort.” - -„Altijd die duivelsche plannen van jou, Edward.” - -„Zonder plannen komt men tot niets, Charly!” - -De trein floot. - -„Gauw, Charly, ga je verkleeden”. - - - - - - - - -TIENDE HOOFDSTUK. - -REISGEZELSCHAP, DAT NIET WELKOM WAS. - - -De trein verliet het station Kursan en bij den gouverneur in zijn coupé -nam een elegante Engelschman plaats. - -Zijne Excellentie keek allesbehalve vriendelijk toen dit reisgezelschap -instapte. - -Raffles deed natuurlijk alsof hij niets daarvan bemerkte: - -„Lord Cruzon,” sprak hij met voorname houding. - -Ook Ortschkoff noemde zijn naam. - -John Raffles ging tegenover den gouverneur zitten. - -Hij haalde zijn sigarettenétui voor den dag, opende dit en hield het -zijn reisgenoot voor: - -„Kan ik u dienen?” vroeg hij. - -Ortschkoff nam een cigarette. - -Hij was zeer ingenomen met zijn nieuwen reisgenoot, die zeker tot de -voornaamste kringen van Engeland behoorde. - -Die voorname jonge man boezemde hem niet het minste wantrouwen in. - -Het was een vervelende reis; waarom zou men dan niet een gesprek met -elkander beginnen? - -„Reist ge voor uw pleizier, Lord?” vroeg de Russische officier. - -In plaats van antwoord te geven, deed Raffles een wedervraag: - -„Staat ge mij toe, voordat ik u antwoord, een vraag te doen? Ge hebt u -voorgesteld als baron Ortschkoff. Zijt gij misschien de gouverneur van -Irkoutsk?” - -„Inderdaad,” antwoordde de baron een weinig bevreemd, „wist gij dat?” - -„Ja, dat wist ik. Ik geloof zelfs, dat ik nog in de uitoefening van -mijn beroep met u te doen zal krijgen.” - -„Wat bedoelt ge daarmee?” - -Ortschkoff vroeg het op onrustigen toon. - -„Ik ben detective van de Engelsche politie en erop uitgezonden om den -grootsten aller spitsboeven te vangen, namelijk den meesterdief John C. -Raffles.” - -De gouverneur schrikte. Hij dacht eraan, dat hij den schat vervoerde, -maar in het volgende oogenblik ook weer was hij gerustgesteld. Die -Engelsche gauwdief kon onmogelijk weten, wat er in de doodkist -verborgen zat. - -„Zou die Raffles dan hier in de buurt rondspoken?” vroeg hij. - -„Men vermoedt inderdaad, dat hij op den Siberischen spoorweg is, en men -heeft hem zelfs in Irkoutsk gezien.” - -„Zoo? Inderdaad?” - -„En op een station tusschen Irkoutsk en Krasnojarsk moet hij zich zelfs -voor den grootvorst Peter Andrejeff hebben uitgegeven.” - -„Hel en duivel!” schreeuwde de gouverneur, „dan is de gauwdief in -Koutoulik in den trein gekomen.” - -„Wat?” riep John Raffles, „in dezen trein?” - -„Zeker! De kerel had de brutaliteit, zich door zijn adjudant als -grootvorst Peter Andrejeff te laten aandienen.” - -„Is een adjudant bij hem?” - -„Ja. Hij draagt de uniform van het regiment van Kaluga.” - -„En de grootvorst?” - -„Die draagt de generaalsuniform met verscheiden orden en eereteekenen.” - -„Maar dat is toch onmogelijk?” - -„Waarde heer, ik heb de beide spitsboeven met eigen oogen gezien en -zelfs een ervan gesproken. Zij stapten in dezen trein, waar een aparte -wagen voor de dieven werd aangehaakt.” - -„Maar dat is belachelijk,” beweerde de Lord op vroolijken toon. „De -gewiekste oplichter zal dan zeker wel het een of andere schelmstuk in -zijn schild voeren, dat hij in dezen trein heeft plaats genomen.” - -„Zoudt gij dat denken?” - -De gouverneur stoof op. - -Zijn gelaat werd donkerrood en zijn oogen traden uit de kassen. - -„Ik heb u door die mededeeling toch niet beleedigd?” vroeg Lord Lister, -terwijl hij even boog. - -„Neen, maar ik ben geweldig geschrikt.” - -„Hoe zoo? Hebt ge soms een groote som gelds bij u?” - -„Dat is het juist. Niet meer of minder dan de belastinginkomsten van -het geheele gouvernement Irkoutsk over het geheele kwartaal. Ik moet -het geld aan de Russische regeering afdragen.” - -„Gij persoonlijk, heer gouverneur?” - -„Ja, ik mag het niemand toevertrouwen, onze beambten zijn niet te -vertrouwen.” - -De gouverneur veroordeelde zichzelf met deze opmerking. Hij had het -transport van het geld op zich genomen om hiervan zelf zooveel mogelijk -te kunnen stelen. - -Raffles moest onwillekeurig glimlachen. - -„Gij zult er wel voor gezorgd hebben, heer gouverneur,” sprak hij, „dat -het geld goed opgeborgen is. Ik weet niet, of het u bekend is, dat voor -dezen genialen dief niets veilig is!” - -„Maar dat is verschrikkelijk!” riep Ortschkoff, weer verbleekend, „doch -ik heb mijn schat zoo goed verzekerd, dat er aan geen diefstal te -denken valt, Lord!” - -„En hoe hebt ge dit gedaan, generaal?” - -„Ik wil het u wel vertellen, want gij zijt eigenlijk mijn bondgenoot. -Ik heb het geld in een doodkist gedaan, die schijnbaar het lijk van -mijn overleden oom bevat. Soldaten met geladen geweren waken er bij.” - -„En denkt gij door zulke middeltjes den gewieksten „Raffles te kunnen -terughouden? Neen, generaal! Die heeft wel andere dingen -klaargespeeld.” - -De gouverneur was sprakeloos. - -Doodsbleek en met geopenden mond staarde hij Raffles aan. - -„Ge wilt zeggen...” stamelde hij eindelijk. - -„Ik wil zeggen, dat John Raffles u stellig het geld uit de doodkist zal -halen—of het reeds heeft gedaan.” - -De gouverneur uitte een kreet. - -Daarop sprong hij op en trok met alle macht aan de noodrem. - -Een gillend gefluit van de locomotief weerklonk, de snelle vaart van -den trein verminderde en eindelijk stond deze geheel stil. - -Dat was juist, wat Raffles had gewild. Er moest tijd gewonnen worden en -dat gebeurde op deze manier het best. - -Hier konden geen telegrammen worden verzonden. - -John rekende er op, dat aan een der volgende stations een telegram uit -Irkoetsk ontvangen zou worden, met het bevel, den voorgewenden -grootvorst en zijn adjudant gevangen te nemen. - -Dit oogenblik moest hij zoo lang mogelijk verschuiven, om zoowel voor -Brand als voor zich zelf tijd te winnen om den buit in veiligheid te -brengen. - -Nauwelijks stond de trein stil of de gouverneur snelde naar den -bagagewagen, waar hij in groote opwinding dadelijk de doodkist liet -openen. - -Een luide gil weerklonk. - -Het grootste gedeelte van den schat was verdwenen. Slechts weinige -goudstukken bedekten nog den bodem. - -„Schurken, waar hebt ge mijn geld gelaten?” riep hij buiten zichzelf -van woede tot de soldaten, die hem met domme gezichten aankeken. -„Dieven, verraders en spionnen! Ge hebt mij bestolen! Geef het geld -terug, of ik zweer jelui, dat ik je in stukken zal laten hakken!” - -De ongelukkige dragonders en kozakken durfden zich niet te bewegen, -zelfs niet toen hun chef hen in zijn groote woede sloeg en trapte. - -Nu naderde ook Lord Cruzon den gouverneur. - -„Ik ben er van overtuigd, dat deze lieden geheel onschuldig zijn, heer -gouverneur. Ik zou echter den trein laten doorzoeken. Wanneer de -soldaten, wat ik niet veronderstel, het geld gestolen hebben, dan moet -het zich immers in den trein bevinden. Verder lijkt het mij het -verstandigste den vermomden grootvorst en zijn adjudant gevangen te -nemen. Ongetwijfeld vinden wij in hun bagage de vermiste som!” - -„Gij hebt gelijk, de grootvorst, die schurk, is de dader. Waar is de -hoofdconducteur?” brulde de generaal. - -Deze was reeds verschenen. - -„Breng mij onmiddellijk bij grootvorst Peter Andrejeff, ik wil hem -gevangen nemen!” - -De hoofdconducteur antwoordde: - -„Zijne hoogheid de grootvorst heeft den trein reeds verlaten bij het -station Kursan.” - -„Alleen?” vroeg de generaal. - -„Neen, met zijn adjudant!” - -„En met zijn bagage?” - -„Ja, met zijn bagage.” - -„Die schurk heeft mijn geld gestolen!” brulde Ortschkoff met luider -stem. - -Een luid gemor der passagiers, die getuige waren van dit gesprek, -weerklonk. Men was niet geneigd deze ongehoorde beschuldiging van een -der leden der keizerlijke familie te slikken. - -Nu trad John Raffles naar voren. Hij wilde ook nu doorgaan voor een -Engelschen detective, een vijand dus van den meester-dief, opdat men -hem niet zou kunnen verdenken Raffles zelf te zijn. - -„Heeren!” zoo wendde Lord Cruzon zich tot de opgewonden reizigers, -„hier is een misverstand in het spel. De woorden van den generaal -doelden natuurlijk niet op den werkelijken grootvorst Peter Andrejeff, -maar op een spitsboef, die onder zijn naam reist. De schurk, die in -Kursan uitgestapt is, heet John Raffles en heeft den gouverneur voor -meerdere honderdduizend roebels bestolen. - -„Ik ben een afgevaardigde van de politie, die hem gevangen moet nemen!” - -Groote verbazing ontstond. - -„Ik moet natuurlijk dadelijk terug om den dief te achtervolgen,” riep -de generaal buiten zichzelf van woede. „Laat de trein terugrijden!” - -De hoofdconducteur verklaarde zich hiertoe niet gemachtigd, wat een -heftige uitval van woede van den generaal ten gevolge had. - -Weer trad Raffles kalmeerend op. Hij legde zijn hand op den schouder -van Ortschkoff en fluisterde hem toe: - -„Kom, heer gouverneur! Laten wij den kostbaren tijd niet verliezen, -doch tot het volgende station meerijden, waar wij wel een locomotief -zullen krijgen. Ik heb een plan, waardoor wij er zeker achter zullen -komen, waar de schat gebleven is. In elk geval raad ik u, het weinige, -wat in de doodkist is achtergebleven, bij u te nemen. Gij ziet, deze -schuilplaats is niet voldoende gebleken.” - -De bestolene snelde naar den bagagewagen en stak het kleine beetje -goud, dat zich daar nog bevond, in zijn zak. In zijn haast en bij de -slechte verlichting lette hij niet op de ronde insnijding, die op den -bodem van de kist te zien was en aan een nauwkeurig opmerker niet zou -zijn ontgaan. - -Ortschkoff snelde met zijn kleinen buit naar zijn coupé terug en de -trein kon zich eindelijk weer in beweging zetten. - - - - - - - - -ELFDE HOOFDSTUK. - -EEN NIEUW SPOOR. - - -John Raffles veranderde nu van taktiek. - -Zwijgend nam hij in een hoek plaats, als iemand, die over een -diepzinnig vraagstuk nadenkt, in tegenstelling met den generaal, die -opgewonden in den coupé heen en weer liep. - -„Nu?” viel Ortschkoff uit, „gij weet zeker ook geen raad? Ja, het is -niet gemakkelijk, zoo’n genialen spitsboef te vangen! Gij zult het ook -niet kunnen, lord Cruzon!” - -„Ik ben van meening, dat Raffles in dit geval even onschuldig is als ik -zelf,” antwoordde John glimlachend. - -„En dat zegt gij?” riep de generaal verbaasd, „terwijl gij mij eerst -hebt gezegd, dat niemand anders dan Raffles de dief kan zijn?” - -„Dat is waar, maar nu staan de zaken anders!” - -„Waarom? Wilt u mij dit duidelijk maken?” - -„Zeker! als gij een beetje geduld hebt.” - -„Hm! Ik ben zeer nieuwsgierig.” - -„Gelooft gij, dat uw soldaten het geld gestolen hebben?” - -„Eerlijk gezegd: neen! Russische beambten stelen, maar Russische -militairen nooit.” - -„Goed! Dat denk ik ook. Wie kan het dan geweest zijn?” - -„Raffles natuurlijk!” schreeuwde de gouverneur. - -De lord schudde langzaam het hoofd en antwoordde: - -„Vertelt u mij dan eens, op welke wijze Raffles het geld had kunnen -stelen.” - -„Ik? Hoe zou ik dat weten, ik ben geen beroepsdief of inbreker.” - -„Ik weet ook niet!” - -„Wat wilt gij daarmee zeggen?” - -„Dat het onmogelijk is, uw vernuftige schuilplaats te bestelen. De kist -was nergens beschadigd, de soldaten hebben den wagen niet verlaten, er -is niemand behalve gijzelf in den wagen geweest, dus: geen mensch kan -de doodkist bestolen hebben.” - -„Zoo schijnt het, maar hebt gij een ander spoor?” - -„Zeker. Het staat vast,” begon Raffles met de scherpzinnigheid van een -rechter, „dat de diefstal niet gepleegd kan zijn gedurende de reis. -Daar de schat echter gestolen is, moet dit voor dien tijd geschied -zijn.” - -„Gij wilt zeggen,” barstte de gouverneur los, „dat graaf Barjatinsk de -dader is?” - -„Dezelfde!” - -„Maar hoe zou hij? — —” - -„Dood eenvoudig. Hij heeft u geen volle kist geleverd, maar alleen dat -ingepakt, wat gij er nog in gevonden hebt!” - -„Ongehoord! Dat zou dus het gemeenste bedrog zijn!” raasde de generaal! -„Maar wat moet ik doen? Ik heb geen bewijzen en de ellendeling zal -alles ontkennen.” - -„Dat zal hij ongetwijfeld, maar hij moet gevangen genomen worden!” - -„Als hij werkelijk gestolen heeft, en daaraan twijfel ik niet meer, zal -hij het nimmer willen bekennen!” - -„Het komt er maar op aan, hoe men de zaak aanpakt.” - -„Denkt gij het te kunnen?” - -„Ik zou een slecht detective moeten zijn, als ik het niet kon.” - -„Maar wat zal het helpen? Natuurlijk heeft hij het gestolene reeds in -veiligheid gebracht!” - -De generaal wist uit eigen ervaring, hoe men doet met achtergehouden -gelden. - -„Er bestaan middelen, om zelfs den brutaalsten misdadiger tot -bekentenis te brengen,” sprak Raffles kalm. „Zijn slecht geweten zal -een groote rol spelen. Wij zullen eens zien of mijn middel helpt. Ik -rijd met u mee naar Irkoutsk.” - -„Dat doet mij genoegen! Gij zijt een flinke kerel, Lord. Wij beiden -zullen goede vrienden worden.” - -Het was intusschen volkomen dag geworden. Raffles begaf zich met den -gouverneur naar den restauratiewagen, waar zij, naar Russische -gewoonte, de thee gebruikten. - -Het gesprek van alle reizigers draaide natuurlijk om het voorgevallene -van dien nacht, dus in de eerste plaats om Raffles. - -Men bewonderde den onverschrokken dief meer dan dat men hem vreesde, -want allen hadden gemerkt, dat zij zelf niet bestolen waren. - -Den generaal beklaagde men weinig, want het geld, dat gestolen was, had -aan de Regeering behoord en deze kon het verlies wel dragen. - -Men lachte om de voortreffelijk geslaagde list met de doodkist. -Voorwaar, de berooving van de door soldaten bewaakte kist was een -meesterstuk. - -De jonge detective, die zoo vertrouwelijk met den gouverneur zat te -fluisteren, werd algemeen beklaagd. Dit zeer elegante, maar schijnbaar -zoo onbeduidende mannetje zou opgewassen zijn tegen den grooten -Raffles? - -Neen, neen, met goede manieren, een keurig toilet en goede cigaretten -ving men Raffles niet! - -Tegen acht uur kwam de trein in Nischne-Udinsk aan, een plaats aan het -riviertje de Uda of Tschuna. - -Hier wachtte een nieuwe verrassing. - -De trein mocht niet dadelijk het station binnenrijden maar op ongeveer -honderd meter afstand blijven staan. - -Daar scheen een geheel leger te zijn opgesteld. - -Agenten van politie, gendarmen en geheime agenten waren daar aanwezig -en een geheele compagnie kozakken omsingelde het terrein, zoodat geen -muis had kunnen ontsnappen. - -Zooals Raffles reeds had vermoed, was het optreden van den -pseudo-grootvorst reeds bekend geworden en waren telegrafisch -maatregelen genomen om den misdadiger en zijn medeplichtige te snappen. - -Helaas was ook nu weer, zooals dat zoo dikwijls gaat, alle moeite voor -niets. De vermetele, die zijn slachtoffers steeds onder de schuldigen -zocht, was ontsnapt! - -De hoofdconducteur deelde mede dat hij met zijn adjudant reeds in -Kursan den trein had verlaten, om naar het heette, op de jacht te gaan. - -Onmiddellijk werden telegrafische berichten naar die plaats gezonden. - -Tegelijkertijd doorzocht de politie den trein nauwkeurig. Wie geen -voldoende identiteitsbewijzen bij zich had, werd onherroepelijk -gevangen genomen. - -Raffles had natuurlijk volledige papieren op den naam van Lord Cruzon -en daar hij geen bagage bij zich had, liet men hem volkomen ongemoeid. - -Gouverneur Ortschkoff nam intusschen de gelegenheid waar om bij de -hoofdpolitie te Nischne-Udinsk aangifte te doen van den diefstal. - -Hij was van plan om, wanneer hij met behulp van Lord Cruzon het geld -werkelijk los zou krijgen van graaf Barjatinsk, dit bedrag geheel en al -achter te houden. - -Barjatinsk zou zich wel wachten, hem te verraden en de diefstal der -belastingen op de Siberische spoorlijn was immers officieel -vastgesteld. - -Nu kon hij prachtig in troebel water visschen en een dubbelen buit -verwerven! - -Tot groote ergernis der reizigers, werd alles wat zich in den trein -bevond, grondig onderzocht. - -De wagons werden totaal leeggepakt, koffers, reistasschen, -hoedendoozen, zelfs parapluie-foudraals, alles werd doorzocht en niet -steeds geschiedde dit even voorzichtig. - -Raffles slenterde, een cigarette rookend, langzaam heen en weer, alsof -de geheele geschiedenis hem geen belang inboezemde. - -Integendeel, hij maakte bezwaren over het onnoodige oponthoud, waartoe -men hem noodzaakte, terwijl hij zich op zijn Lordstitel beriep. - -Eindelijk bracht hij het zoover, dat men hem en den gouverneur verlof -gaf, hun weg te gaan. - - - - - - - - -TWAALFDE HOOFDSTUK. - -VERIJDELDE HOOP. - - -Gouverneur Ortschkoff zorgde ervoor, dat de terugtocht naar Irkoetsk -zoo snel mogelijk plaats kon vinden. - -Hij brandde van verlangen om den verraderlijken districtschef rekening -en verantwoording te vragen en het geroofde van hem terug te krijgen. - -Hij kon en wou niet op den volgenden trein wachten, waarom hij een -extra-trein liet samenstellen, bestaande uit locomotief, tender en een -enkel salon-rijtuig. - -Hierin aanvaardde hij den terugtocht met Raffles; de zes soldaten en de -geestelijke moesten met den volgenden gewonen trein volgen. - -Tegen den avond kwam men in de hoofdstad aan, juist op het oogenblik, -dat de districtschef zich gereedmaakte, om naar het Casino te gaan, -waar hij vermoedelijk een groot deel van het geld, dat hij de boeren -had afgeperst, aan den speelduivel had geofferd. - -Graaf Barjatinsk was niet weinig verrast den gouverneur, dien hij reeds -in Krasnojask vermoedde, zoo plotseling voor zich te zien. - -De generaal viel terstond met de deur in huis. - -„Ge zult u wel verbazen, graaf Barjatinsk over mijn bezoek. Ik wilde u -verzoeken, mij het geld te geven, dat ge hebt vergeten in te pakken.” - -De districtschef werd aschgrauw in het gelaat. - -Hij was zich in dezen van geen schuld bewust, want hij had den -gouverneur rijkelijk diens aandeel in den buit gegeven. - -„Mijnheer de gouverneur,” begon hij, „ik weet waarlijk niet, hoe ik uw -woorden moet opvatten. Ge vergeet bovendien mij voor te stellen aan uw -geleider.” - -„Dat is de Engelsche detective lord Cruzon, die den grooten John -Raffles op het spoor is. Ik maakte in den trein kennis met den lord. -Hij was de persoon, die mij aanried de kist nader te onderzoeken.” - -„En welk belang had hij daarbij?” vroeg de graaf op scherpen toon. - -„Wij redeneerden over den meesterdief.” - -„Dan zal deze zeer zeker uw kas hebben bestolen.” - -„Dat dachten wij in den beginne ook. Maar de kist was niet geopend en -nog geheel en al dichtgeschroefd. De kozakken hebben den schat geen -oogenblik verlaten. Het geld moet dus al ontbroken hebben, graaf -Barjatinsk, voordat de kist in den goederenwagen werd geplaatst.” - -„Mijnheer de gouverneur!” - -De chef werd woedend. - -„Hoe kunt gij mij van een dergelijken lagen streek beschuldigen. Denkt -ge, dat ik het geld heb verduisterd?” - -De gouverneur werd veel kalmer en gematigder door dezen uitval. - -Hij beval John Raffles zelfs een oogenblik in de aangrenzende kamer te -gaan, daar hij nog een en ander met den chef had te bepraten. - -Lord Lister boog en verliet den salon. - -De gouverneur had gedacht, dat de graaf nu wel zoete broodjes zou gaan -bakken. - -Maar de graaf was in dezen werkelijk onschuldig. - -En hij verklaarde dan ook onomwonden, dat hij er niet aan dacht ook -maar een kopeke schadevergoeding te betalen. - -Dat maakte den gouverneur woedend. - -„Niet één enkele kopeke graaf? Vergeet niet, dat ik uw chef ben en u -elk oogenblik kan ontslaan.” - -„Dat zult ge niet doen, mijnheer de gouverneur,” antwoordde Barjatinsk -op kouden, snijdenden toon. - -„Waarom niet?” - -„Vraagt ge dat nog?” - -„Natuurlijk!” - -„Wel, omdat het u ook uw betrekking zou kosten! In hetzelfde oogenblik -namelijk, dat ge mij uit mijn ambt zou ontslaan, zou ik een brief -zenden naar de regeering, waarin ik eenvoudig verklaarde, dat -gouverneur Ortschkoff mijn medeplichtige is. Hij heeft niet alleen -alles afgeweten van mijn plichtsverzuim, maar hij heeft belastingen -opgelegd en groote sommen gestolen.” - -De gouverneur liet een kreunend geluid hooren. - -Ja! - -Het was maar al te waar! - -Hij was medeplichtige! Hij had geroofd en bedrogen en nu kon hij -moeilijk de openbare aanklager worden. - -Barjatinsk vroeg: - -„Blijft ge bij uw voornemen, mijnheer de gouverneur om mij te willen -aanklagen?” - -„Neen, neen!” sprak Ortschkoff op doffen toon, „ik zal geen aanklacht -jegens u indienen. Alles blijft bij het oude!” - -Het gelaat van den graaf straalde van duivelsche vreugde. - -Hij liet zijn chef de deur uit. - -„Nu?” vroeg Raffles dezen met lichten spot. Hij wist natuurlijk, hoe -dat gesprek moest afloopen. - -De generaal waagde het niet, den lord aan te kijken, - -„Nu?” vroeg deze nogmaals. - -„Wat is er?” - -„Hoe is het gegaan met den graaf?” - -„Er is niets met hem te beginnen. Ik geef het op.” - -„Wat? Heeft hij niets bekend? Wil hij niet betalen?” - -„Geen kopeke!” - -„Geen kopeke?” - -„Neen!” - -„Dat is een mooie boel! Dan moeten wij hem ertoe dwingen!” - -„Om Gods wil, doe dat niet! Het zou toch niets baten! Ik geloof -inderdaad, dat hij ditmaal onschuldig is. De verdoemde Raffles zal wel -een middel hebben gevonden om de doodkist te forceeren!” - -„Raffles en altijd weer Raffles? Ik zal u bewijzen, dat graaf -Barjatinsk de eenige schuldige is!” - -„Neen, neen! Kom liever mee! Laat hem met rust! Hij zou zich wreken!” - -„Aan wien?” - -„Aan mij!” - -„Zijt gij zijn chef niet?” - -„Zeker!” - -„Dan hebt ge ook geen wraak te duchten!” - -„Toch wel!” - -„Mijnheer de gouverneur, ge hebt hem alleen te vreezen, als ge zijn -medeplichtige zijt!” - -Ortschkoff kromp ineen. - -Raffles bemerkte het. - -Hij deed echter, alsof hij niets bemerkte en vervolgde: - -„En daarvan kan natuurlijk geen sprake zijn, baron Ortschkoff.” - -„Neen, neen! Zeker niet! Natuurlijk niet! Maar kom nu mee! De zaak -verveelt me geducht!” - -„Niet, voordat graaf Barjatinsk het gestolen geld heeft aangezuiverd!” - -„Wat?” - -„Hebt ge mij niet verstaan, baron?” - -„Ah!” - -Ortschkoff was de wanhoop nabij. - -„Wacht hier een oogenblik, baron, ik zal met graaf Barjatinsk gaan -spreken. Het zal niet lang duren!” - -De gouverneur stond als versteend. - -Ieder woord had hem getroffen als een vuistslag. - -„Het is uit”, mompelde hij „Heilige George, wat zal er nu gebeuren! Ik -ben een verloren man!” - - - - - - - - -DERTIENDE HOOFDSTUK. - -HOE JOHN RAFFLES RECHT DEED. - - -Raffles was bij den districtschef in de kamer gegaan. - -„Wat wilt gij hier?” vroeg de graaf hem op barschen toon. - -„Ge zult mij zeker wel veroorloven, dat ik plaats neem?” vroeg Raffles -op hoffelijken toon. - -„In gegoede kringen is het de gewoonte niet, den gast te laten staan, -vooral niet als men zelf zit!” - -Een blik van vlammenden haat schoot uit de oogen van den graaf. - -„Gij zijt mijn gast niet! Ge zijt een indringer,” brulde Barjatinsk. -„Vertrek onmiddellijk!” - -„Een oogenblik, graaf! Ik heb slechts een kleine aangelegenheid met u -in het reine te brengen!” - -„Maar ik heb geen lust om met u te redeneeren!” - -„Dat spijt me!” - -„Waarom?” - -„Omdat ik graag zou willen, dat ge mij eenige opheldering gaaft!” - -„Opheldering?” - -„Ja!” - -„Ik aan u?” - -„Ja, gij aan mij!” - -„En als ik weiger?” - -„Dan zal ik mij tot een ander wenden!” - -„Doet dat!” - -„Uitstekend!” - -„En tot wien zoudt ge u dan wel wenden?” - -„Stelt ge er belang in, dat te weten?” - -„Misschien!” - -„Tot uw secretaris Pawlow zou ik mij wenden, graaf!” - -De graaf schrikte en kromp in elkander. - -Wat? - -Hoe kwam die vreemde er bij juist dezen naam te noemen? - -Wist hij misschien meer dan goed was? - -Raffles was al bij de deur. - -„Hebt ge mij nog iets te zeggen?” vroeg toen de graaf plotseling. - -„Neem nog een oogenblik plaats.” - -Lord Cruzon draaide zich langzaam om. - -Toen gaf hij gevolg aan de uitnoodiging. - -„Ik heb”, begon hij, „een paar dagen in hotel „Sint Petersburg” -gelogeerd.” - -De graaf verbleekte. - -Hotel „Sint Petersburg?” - -Wat had hij daar gedaan? - -„Ik weet niet, of het u bekend is, graaf, dat dieven, oplichters, -moordenaars, ontrouwe ambtenaren en dergelijke bij voorkeur in hotels -logeeren om daar hun duistere zaakjes af te handelen. Dat is, om zoo te -zeggen, onpartijdig terrein”. - -De graaf werd nog bleeker. - -„Ge ziet wat bleek, graaf; zijt ge misschien wat ongesteld?” - -„Inderdaad, ik gevoel mij in de laatste dagen wat overspannen!” - -„Het innen der belastingen vooral moet wel zeer vermoeiend zijn, -graaf!” - -Dezen brak het angstzweet uit. - -Hij gevoelde, dat hij in het nauw werd gedreven. - -„Raffles—”, begon lord Lister. - -„Wat heb ik met dien Raffles te maken! Hij interesseert mij niet!” - -„Misschien toch wel! Ik logeerde dan in Hotel Sint Petersburg om den -meesterdief op het spoor te komen.” - -„Op zekeren dag vergiste ik mij in het nummer der kamer. - -„Ik wilde namelijk den spitsboef vanaf het balkon bespieden— — —” - -„—Vanaf het balkon!” - -„Ja. Dat was een fameus idee van mij, nietwaar! En ik zag wonderlijke -dingen!” - -Graaf Barjatinsk had de oogen wijd opengesperd. - -Nu begreep hij, waarop lord Cruzon doelde. - -Maar de graaf deinsde, als zijn veiligheid op het spel stond, voor geen -tweeden moord terug. - -Lord Cruzon vervolgde: - -„Ik klauterde dan het dak af, totdat ik het balkon meende te hebben -bereikt, waar ik Raffles kon bespieden. En ik werd getuige van een -moord — —”. - -„Een moord?” - -„Ja, graaf. Een moord om geld. En den moordenaar heb ik herkend.” - -Lord Lister was opgesprongen. - -Maar ook de graaf had zich van zijn zitplaats verheven en, den -papiersnijder krampachtig vastgeklemd, stormde hij op den detective -los. - -„Sterf ellendeling!” siste hij op heeschen toon. - -„Niet verder graaf!” - -En Raffles duwde hem zijn revolver onder den neus. - -Dat hielp. - -„Gooi dat mes weg, graaf!” - -Barjatinsk deed het. - -„Ik klaag u aan, graaf Barjatinsk, wegens het plegen van een moord, als -ge weigert, in te gaan op mijn voorstellen”. - -„En die zijn?” - -„Ze zijn heel aannemelijk. Ge moet slechts afstand doen van het geld, -dat ge de boeren hebt afgeperst. Zijt ge daar toe bereid?” - -„Ja!” - -„Goed. Leg het dan hier op tafel. De gouverneur zal het meenemen.” - -„De gouverneur? Die?” - -„Laat dat aan mij over. Wilt ge het geld geven of niet?” - -„Ja!” - -Met bevende handen sloot de graaf de brandkast open en haalde het -gestolen goud te voorschijn, waarvoor hij Pawlow had neergeschoten. - -„Is dat alles, wat ge gestolen hebt, graaf?” - -„Alles!” - -Raffles riep thans den gouverneur. - -Deze was niet weinig verbaasd dat hij moest komen. - -Raffles sprak: - -„Graaf Barjatinsk heeft zich vergist. Hij geeft u bij dezen het -ontbrekende geld. Ge kunt het nemen.” - -De baron deed het. - -„Wij zullen in „hotel de Londres” logeeren, als ge het goed vindt, -mijnheer de gouverneur. Ge reist zeker morgen met den avondsneltrein -naar Krasnojarsk. Ik zal u met uw geld naar den trein brengen voor alle -zekerheid.” - -In het hotel was Charly dol van vreugde, dat hij zijn vriend heelhuids -terug zag. - -Maar ook de gouverneur was in zijn nopjes, dat hij op zoo onverwachte -wijze in het bezit van een schat was gekomen. - -Hij haalde diep adem, toen den volgenden avond de sneltrein zich in -beweging zette. - -„En wat doen we nu?” vroeg Brand. - -„Je moet een telegram wegsturen, Charly! Ik zelf ga liever niet in het -telegraafkantoor, de beambte zou mij eens kunnen herkennen!” - -Charly keek verbaasd, toen hij las, aan wien het telegram gericht was. - -„Is dat den starost, wien je den geheimen brief hebt gegeven?” - -„Precies.” - -„En mag ik nu eindelijk eens weten, wat dat schrijven behelsde?” - -„Ja, dat mag je!” - -Charly luisterde aandachtig. - -„Er stond in den brief,” vertelde Raffles, „dat ik den starost nog den -juisten tijd zou berichten, wanneer de gouverneur met de afgeperste -belastingpenningen door die streek zou reizen. De boeren zullen dan, -natuurlijk gemaskerd, den trein tot stilstand brengen en den schurk -zijn buit weer afnemen! Een brief, dien zij den uitbuiter van mij -overhandigen, zal beletten, dat de booswicht de zaak aan de groote klok -hangt”. - -„Je bent een dolleman!” - -„Zoo, Charly! Dat doet me plezier! En ga nu mee een stukje eten!” - -Zooals Raffles had gezegd, gebeurde. - -Gewapende en gemaskerde mannen brachten omstreeks middernacht den trein -tot stilstand; zij lieten al de passagiers ongemoeid, behalve den -generaal, wien zij den geldschat afnamen. Voordat zij echter weer in -den duisteren nacht verdwenen, reikten zij den gouverneur een brief van -den volgenden inhoud: - - - „Generaal! De boeren handelen op mijn bevel. Zij zullen slechts - nemen, wat gij en uwe medeplichtige graaf Barjatinsk hun hebt - ontstolen. Als ge iets van deze zaak ruchtbaar maakt, zal ik niet - schromen, uw aandeel in deze afpersing en uw moord op Pawlow de - regeering mede te deelen. - - John Raffles, alias lord Cruzon, - voorheen Grootvorst Peter Andrejew.” - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 4: DE -MILLIOENENSCHAT IN DE DOODKIST *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
