diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-23 03:28:08 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-23 03:28:08 -0800 |
| commit | 663e0ac1a82ad5b5a762f612c4357f5e4dcb6582 (patch) | |
| tree | 3c0651284904d522667ed4ec84d85cac7f2c4f23 | |
| parent | 97ce56e628af35940bbb0024d3c1fa43d657a4b9 (diff) | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/65088-0.txt | 5579 | ||||
| -rw-r--r-- | old/65088-0.zip | bin | 86389 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65088-h.zip | bin | 124890 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65088-h/65088-h.htm | 8160 | ||||
| -rw-r--r-- | old/65088-h/images/frontcover.png | bin | 11088 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/65088-h/images/titlepage.png | bin | 6050 -> 0 bytes |
9 files changed, 17 insertions, 13739 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..e0cc340 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #65088 (https://www.gutenberg.org/ebooks/65088) diff --git a/old/65088-0.txt b/old/65088-0.txt deleted file mode 100644 index 2ce6758..0000000 --- a/old/65088-0.txt +++ /dev/null @@ -1,5579 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of De Chineesche Filosofie (II), by Henry Borel - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: De Chineesche Filosofie (II) - Toegelicht voor niet-Sinologen, II. Lao Tsz' - -Author: Henry Borel - -Release Date: April 15, 2021 [eBook #65088] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading - Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg (This book - was produced from scanned images of public domain material - from the Google Books project.) - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE CHINEESCHE FILOSOFIE (II) *** - - - - DE - CHINEESCHE FILOSOFIE - TOEGELICHT VOOR NIET-SINOLOGEN - - II. - - LAO TSZʼ - - - DOOR - HENRI BOREL - - - AMSTERDAM - P. N. VAN KAMPEN & ZOON - - - - - - - -INHOUD. - - Blz. - Voorwoord 1 - Inleiding tot de filosofie van Lao Tszʼ 18 - Tao Teh King. - Eerste deel: Tao 74 - Tweede deel: Teh 144 - Aanhangsel 216 - - - - - - - -VOORWOORD. - - -Vóór mijne vertaling van de Tao Teh King te lezen, is het eerst nog -noodig, eenige nadere bizonderheden omtrent dit werk te weten, en zich -een denkbeeld te vormen van wat vertalingen uit het chineesch over het -algemeen zijn, en wat eene van Lao Tszʼ in het bizonder is. - -De chineesche geschreven taal is er niet een, als de onze bestaande uit -letters, maar haar karakter is idiografisch. „It is not surprising, -perhaps, that such an idiographic language as this was invented; for -the first thought of one who tries to write an idea, is more likely to -be to picture it than to attempt to express the sounds by which it is -spoken.” De chineesche geschreven taal heeft niet, als de egyptische, -het phonetisch element doen triomfeeren over het symbolische, om ten -slotte een alphabetische taal te worden, zegt S. Wells Williams verder, -[1] van wien ik voorgaand fragment aanhaalde, maar het symbolische -element bleef altijd het phonetische overheerschen. Hieruit volgt, dat -de chinees, van zijn jeugd af gewoon om ideeën te associeeren met -aparte pictoriale symbolen, het bijna ondoenlijk vindt om diezelfde -ideeën te associeeren met gecombineerde letters, die enkel klanken -uitdrukken. - -Prof. Legge zegt zeer terecht van de chineesche karakters of -schriftsymbolen: „The written characters of Chinese are not -representations of words but symbols of ideas, and the combination of -them in composition is not a representation of what the writer would -say, but of what he thinks. It is in vain, therefore, for a translator -to attempt a litteral version. When the symbolic characters have -brought his mind „en rapport” with that of the author, he is free to -render his ideas in his own, or any other speech, in the best manner he -can attain to...... In a study of a Chinese classical book there is not -so much an interpretation of the characters employed by the writer as a -participation of the thoughts; there is the seeing mind to mind.” [2] - -Jammer, dat dezelfde zendeling-geleerde die dit schreef, in zijne -vertalingen van chineesche klassieken, ook van de Tao Teh King, -dikwijls metrisch heeft willen vertalen, wat kinderachtige rijmpjes -gaf, en geheel in strijd is met deze beschouwing,—want beter en -kernachtiger kon moeilijk het juiste karakter van vertalingen uit het -chineesch worden gezegd. - -Juist, the seeing mind to mind, dit alleen is het éénige vereischte tot -het vertalen van een chineesch auteur, en woordelijk vertalen uit het -chineesch is onmogelijk, omdat een europeesche en de chineesche taal -van geheel andere essentie zijn, en men geen pictoriale symbolen, enkel -ideeën gevende, in letters van klank precies kan overzetten. - -Dr. Jowett zegt nog zoo mooi van vertalingen [3]: „An English -translation ought to be idiomatic and interesting, not only to the -scholar but to the unlearned reader, Its object should not simply be to -render the words of one language into the words of another, or to -preserve the construction and order of the original; this is the -ambition of a schoolboy, who wishes to show that he has made a good use -of his dictionary and grammar, but is quite unworthy of the translator -who seeks to produce on his reader an impression similar, or nearly -similar, to that produced by the original. To him the feeling should be -more important than the exact word.” - -En dit werd gezegd van eene vertaling uit de grieksche taal, die -tenminste nog het gemak oplevert van alphabetisch te zijn, dus hoeveel -moeilijker wordt zulk eene vertaling nog uit het idiographische -chineesch! - -Bovenstaande drie verklaringen van Wells Williams, Legge en Jowett zijn -de principes, van welke mijne vertaling van Lao Tszʼ uitgaat. Het op -hoofdpunten zijner vertaling in ’t geheel niet met hem eens zijnde, -stem ik volkomen in met wat de sinoloog en generaal-majoor G. G. -Alexander zegt over de bestaande vertalingen van de Tao Teh King, dat -zij voor den niet-sinoloog en „general reader,” niet aanlokkelijk, ja -„indeed repellent” zijn, „by a strained litteral accuracy which -overrides and destroys the interest of the subject.” [4] - -Een feit is, dat de verschillende vertalingen van de chineesche -klassieken bij niet-sinologen zeer weinig bekend zijn, en de reden -hiervan is, dat zij in den vorm waarin zij thans zijn, ook eigenlijk -alleen door sinologen te begrijpen zijn. - -Dit is de reden, waarom ik aan mijne „Chineesche Filosofie, toegelicht -voor niet-sinologen” begon. Ik zie niet in, waarom de chineesche -filosofie niet, evenals bv. de grieksche, voor de niet-ingewijden in -die taal genietbaar zou worden gemaakt. En daarom is het wel aardig dat -mij door een sinoloog verwijtend werd gevraagd hoe ik, na den zendeling -Prof. Legge, die veel meer dan twintig jaren chineesch had gestudeerd, -nog aan zoo iets was durven beginnen. Ik heb deze vraag eigenlijk reeds -in het Voorwoord van het eerste deel van dit werk, dat over Confucius, -beantwoord. Met den grooten eerbied dien ik voor dezen eminenten -sinoloog als taalgeleerde heb, kan ik mij niet vereenigen met vele -zijner opvattingen over verschillende chineesche begrippen. En -bovendien, dit is het ergste, is Prof. Legge bevooroordeeld. Hij is met -hart en ziel zendeling geweest, en bij de vertaling der chineesche -klassieken is hij van het standpunt uitgegaan dat alleen zijn -christelijke godsdienst de ware, en zijn christelijke God de onfeilbaar -éénige is, wat hem aanleiding geeft, overal in zijn werk de chineesche -filosofie gering te schatten en te verkleinen. Hierdoor is zij bij hem -niet tot haar recht gekomen, vooral niet die van Lao Tszʼ, in wien hij -nog wel verscheidene christelijke begrippen vindt, die er in ’t geheel -niet in staan, en dien hij veel te laag heeft geschat. [5] - -Het is een groot nadeel geweest voor de juiste interpretatie der -chineesche filosofie dat de meeste sinologen zendelingen waren, dus -bevooroordeeld met het idee, dat zij, als afwijkende van de -christelijke leer, per se dwaalbegrippen bevatte. - -Ik denk hierbij aan die mooie woorden van Ruskin in zijn werk over de -grieksche mythologie: „You must forgive me, therefore, for not always -distinctly calling the creeds of the past „superstition” and the creeds -of the present day religion.” En vooral dit, dat „whatever charge of -folly may justly attach to the saying „There is no God,” the folly is -prouder, deeper and less pardonable in saying „There is no God but -mine.”” [6] - -„There is no God but mine,”—van dit idee uitgaande zijn de chineesche -klassieken, is ook Lao Tszʼ, veelal vertaald. Daardoor worden zij in -een valsch licht gezien, en is het noodig dat er nieuwe, -onbevooroordeelde vertalingen komen. - - - -Een der eerste vertalers van Lao Tszʼ is geweest Abel Rémusat, die zijn -werk publiceerde onder den titel „Mémoire sur la vie et les ouvrages de -Lao Tseu.” Ik wil hier vooral de volgende regels van aanhalen: - -„Le livre de Lao Tseu n’est pas facile à entendre, parceque l’obscurité -des matières s’y joint à une sorte de concision antique, à un vague qui -va quelquefois jusqu’à rendre son style énigmatique.... Ce serait une -difficulté très grande s’il s’agissait de le traduire en entier et de -l’éclaircir sous le rapport de la doctrine qui l’enferme. Mais, cela ne -doit pas nous empêcher d’en extraire les passages les plus marquants et -d’en fixer le sens au moins d’une manière générale. Il suffit de -constater le sens le plus palbable, quelquefois même noter les -expressions, sans rechercher l’acception profonde et philosophique dont -elles sont susceptibles. Outre l’obscurité de la matière en elle même, -les anciens avaient des raisons de ne pas s’expliquer sur ces sortes de -sujets.... - -„Le texte est si plein d’obscurité, nous avons si peu de moyens pour en -acquérir l’intelligence parfaite, si peu de connaissance des -circonstances auxquelles l’auteur a voulu faire allusion; nous sommes, -en un mot, si loin à tous égards des idées sous l’influence desquelles -il écrivait, qu’il y aurait de la témérité à prétendre retrouver -exactement le sens qu’il avait en vue, quand ce sens nous échappe.” - -De commentator Sie Hoeï had alreeds eeuwen vroeger gezegd: „Het is niet -gemakkelijk om duidelijk de diepzinnigste passages van Lao Tszʼ uit te -leggen; alles wat de wetenschap kan doen is er de algemeene beteekenis -van geven.” - -Zeer terecht merkt Stanislas Julien op, dat de moeilijkheid voor -Rémusat, zoowel als voor anderen, bv. Prémare, niet zoozeer lag in het -boek zelf, als in hun systeem van interpretatie. Zij verkondigden -namelijk, dat in de Tao Teh King stukken uit de Heilige Schrift, ja -zelfs katholieke dogma’s waren te vinden. Montucci bv. zegt (in zijn -„De studiis sinicis”): „Beaucoup de passages parlent si clairement d’un -Dieu trine, que quiconque aura lu ce livre ne pourra douter que le -Mystère de la Très-Sainte-Trinité n’ait été révélé aux Chinois plus de -cinq siècles avant la venue de Jésus Christ.” - -Von Plänckner spreekt eveneens van in Tao gevonden te hebben eene -Drieëenheid, wel niet identiek, maar toch analoog aan de christelijke. -Rémusat, nog verder gaande, ziet in drie chineesche karakters I Hi Wei, -die eenvoudig „kleurloos, aphoon, onstoffelijk” beteekenen, een -verchineeschten vorm van Jehovah! En dat, terwijl die karakters niet -eens achter elkaar, maar ieder aan het begin van een aparten volzin -voorkomen! Hierop werden dan verder geheele theorieën gebouwd. Zelfs -Legge spreekt van „God in the Tao Teh King” d.i. dan de christelijke -God. Ook von Strauss is niet afkeerig van het woord Jehovah in Lao -Tszʼ. - -„Add to this the ingenuity of the Jesuit scholars in detecting in the -Tao Te King a heathen witness to the Trinity, the Logos, and the -Incarnation, five centuries before Christ,—and we shall have some idea -of the burden laid by interpreters on the shoulders of the great -mystical teacher of the East,” zegt Samuel Johnson hiervan terecht. -(Oriental Religions: China.) - -Terecht niet tevreden met Rémusat’s Mémoire begon Stanislas Julien eene -nieuwe vertaling (Le Livre de la Voie et de la Vertu. Paris. -L’Imprimerie Royale MDCCCXLII.) Deze vertaling zal misschien qua -taalkundige woord-vertaling wel het standaardwerk over Lao Tszʼ blijven -en is van het grootste nut voor andere vertalers, ook voor mij geweest. -Maar zij wordt totaal bedorven door de geheel verkeerde beteekenis aan -Lao Tsz’s „Tao” en aan de uitdrukking „Wu Wei” gegeven. Hield Julien -zich vrij van de dwaze ideeën der zendelingen, hij gaf in vele -gevallen, o.a. aan „Wu Wei,” beteekenissen, precies tegenovergesteld -aan wat de chineesche wijze bedoelde.—Julien maakte gebruik van -vertalingen en commentaren van verscheidene chineesche geleerden,—die -echter lang niet allen onfeilbaar zijn. De eminente schrijver Ma Touan -Lin zegt van de Tao Teh King, dat „de ware geest er van hoe langer hoe -meer verkeerd werd begrepen, naarmate de menschen verder verwijderd -waren van Lao Tsz’s tijd,” en Johnson zegt van Juliens chineesche -commentaren: „The immense resources of Julien for explaining the -Tao-te-king would give his version supreme authority but for the fact -that the later commentators whom he uses are as likely to illustrate -the philosopher’s statement that he was understood by few, as did the -men of his own generation.” - -Meerdere vertalingen zijn van G. Pauthier, J. Chalmers, Watters, von -Plänckner, von Strauss, Alexander, Balfour en eenige anderen [7]—Het is -merkwaardig te zien, hoe al deze vertalingen uiteenloopen, zóó ver -dikwijls, dat het bijna niet te gelooven wordt, dat zij allen uit één -en denzelfden tekst zijn gehaald. Ik neem voor de curiositeit dit -voorbeeld, één toevallig uit zeer velen grepen: - -—„De là vient que le saint homme marche toujours (dans le Tao) et ne -s’écarte point de la quiétude et de la gravité. Quoiqu’il possède des -palais magnifiques, il reste calme et les fuit.” (Stanislas Julien.) - -—„Therefore it is that the wise man does not—even when making but a -day’s journey—separate from his baggage-wagons, so that should a -beautiful view spread itself out before him, he rests a while and then -continues his journey.” (G. G. Alexander.) - -Twee gehéél verschillende interpretaties van één zelfden tekst! - -Of wel dit, een héél klein tekstje van maar vier karakters in het -chineesch, waarvan twee dezelfde zijn: - -—„The best part of knowledge is (conscious) ignorance.” (Chalmers.) - -—„Those who understand (the Tao) are unconscious of their upward -progress.” (Balfour.) - -—„To know, but to be as not knowing,—is good.” (Giles.) - -Somtijds zijn de vertalingen zelfs precies elkaars contrast. En het is -een feit, dat juist door die vele, uit elkaar loopende en -tegenstrijdige versies de ernstige bestudeerder van Lao Tszʼ veel meer -van de wijs raakt, dan wanneer hij zonder ééne enkele vertaling maar op -den oorspronkelijken tekst blijft turen. Zeer juist zegt Prof. R. K. -Douglas, [8] die echter, voor zoover ik weet, zelf nooit eene vertaling -van den geheelen Lao Tszʼ leverde, van al die verschillende -interpretaties: „There is with most people a tendency to seek below the -surface for some occult and far-fetched explanation of a difficulty -rather than adopt the plain interpretation which lies before them.” - -Op één punt waren de geleerden het echter allen ééns. De integriteit en -de originaliteit van de Tao Teh King waren onbetwistbaar.—De -Leipzigsche professor von der Gabelentz verklaarde dat de -authenticiteit van dit werk het minste was betwist van alle chineesche -klassieken, èn in China, èn zelfs in den kring der europeesche -sinologen.—En eenparig waren de sinologen [9] van hetzelfde gevoelen. - -Tot dat in 1886 een boek verscheen van H. A. Giles, een engelsche -consul en sinoloog in China, getiteld: „The Remains of Lao Tsz.”—Deze -verklaarde, dat bijna de geheele Tao Teh King „forgery” en „fraud” was, -en zij maar enkele oorspronkelijke gezegden van Lao Tszʼ bevatte. De -weinige oorspronkelijke, die er dan waren, verwaardigde hij zich te -vertalen. Bestaande vertalingen, van Legge, van Chalmers, enz. enz., -werden onbarmhartig en ridiculiseerend door hem afgebroken. Juliens -vertaling, die toch qua woordvertaling hoog staat, noemde hij eveneens -„wholly indefensible,” en „as the descent from one of Dantes horrid -bolgie to the next, so is the passage from one obscure utterance of Lao -Tzsʼ to another obscurer still,” sneerde hij.—De aanmatigende, heftige, -onwetenschappelijke toon van zijn geschrift is echter al voldoende om -al het vertrouwen in zijn argumenten te doen verliezen. [10] - -Maar het is voor den ernstiger zoeker naar de waarheid om het hoofd bij -te verliezen. Juliens vertaling is „indefensible,” zegt Giles. Von -Plänckner’s vertaling deugt niet, zegt Legge, want zijn „slender -acquaintance with Chinese by no means fitted him for such a task.”—Een -argument, dat oudere geleerden méér tegen jongeren gebruiken. Enz. Enz. -Niet één, die niet de vertaling van den ander veroordeelde, en de zijne -niet voor de alleen mogelijke hield. Een en ander nog erger gemaakt -door de jalousie de métier, die helaas! onder vele geleerden woedt, -maar onder de sinologen speciaal het toppunt heeft bereikt.—En het is -heel gemakkelijk, eene vertaling uit het chineesch te veroordeelen. -Juist doordat eene vertaling van idiografische karakters, die altijd -hetzelfde blijven, zonder vervoeging of verbuiging, en die, al naar -gelang van het verband waarin zij staan, de meest uiteenloopende -begrippen kunnen beteekenen, tot elkaars tegenovergesteld en -toe,—juist, zeg ik, doordat eene precieze, exacte vertaling totaal -onmogelijk is, al hebben sommige geleerden z.g. vertaalregels gemaakt, -die niet opgaan, kan de eene sinoloog altijd van elke versie zeggen dat -zij niet deugt, maar zóó en zóó moet zijn. Twee of drie chineesche -karakters kunnen dikwijls eene meening hebben, die alleen in een of -meer lange volzinnen kan uitgelegd worden, en alleen benaderd, niet -vertaald, zoodat men er altijd van zeggen kan, dat de interpretatie -niet deugt, en men er een andere voor kan geven, die daarom niet beter -is. - -Nadat ik veel werken over Lao Tszʼ had gelezen, en jaren over zijn boek -had nagedacht, besloot ik, mij los te maken van den invloed dier vele, -verschillend denkende geleerden, en zelf eene vertaling te beginnen, om -daarin nauwkeurig te omschrijven, wat ik voor mij in zijne filosofie -heb gezien en doorvoeld. Ik heb voorál steeds gedacht aan deze twee -teksten, die mij als eene waarschuwing schenen om toch vooral niet -verward te worden door schijnbare moeilijkheid, waar die misschien niet -bestond. - -„Mijne woorden zijn heel gemakkelijk te begrijpen, heel gemakkelijk te -betrachten. Maar niemand in het rijk kan ze begrijpen, noch betrachten. -Mijne woorden hebben een Oorsprong, mijne daden hebben een Meester. -Maar de menschen weten dat niet, en daarom begrijpen zij mij niet.” -(Hfdst. LXX.) - -„Zij, die Tao kennen, zijn niet geleerd; zij, die geleerd zijn, kennen -Tao niet.” (LXXXI.) - -Die Oorsprong, wat kon het anders zijn dan Tao? Daarom eerst goed, uit -het geheele werk, het begrip Tao trachten te begrijpen, en dan iederen -tekst vertalen, met bij elk dat idee van Tao trouw voor oogen, dat leek -mij de weg. En hoewel ik zijne woorden voor mij, westerling, nooit -„heel gemakkelijk” heb gevonden, is mij op die wijze veel licht -opgegaan, en is veel, wat ik ingewikkeld en erg geleerd-moeilijk dacht, -later uiterst simpel en puur gebleken. Ook is er toen een groote -Éénheid in het werk gekomen, die ik eerst niet had gezien. - -Ik heb daarbij getracht, voor zoover dat mogelijk bleef, zonder eene -goede uitlegging te schaden, zoo getrouw mogelijk aan den tekst te -blijven, maar het „seeing mind to mind”, niet eene enkele interpretatie -der chineesche karakters is voor mij de hoofdzaak gebleven. Evenals in -het eerste deel van dit werk heb ik absoluut onvertaalbare chineesche -karakters, in-chineesche begrippen symboliseerende, onvertaald gelaten, -maar uitvoerig omschreven. En waar de uiterste lakoniekheid, alleen met -de zoo simpele chineesche karakters mogelijk, die wel eens in -denzelfden zin verbum èn adjectief en substantief kunnen zijn, zonder -lidwoorden of bijwoorden verbonden, niet lakoniek was weer te geven, -heb ik een langeren, maar duidelijken volzin er van gemaakt. Want wat -de schrijver denkt, niet wat en hoe hij in ’t chineesch schrijft, is de -hoofdzaak. De charme en pracht van een chineesche -karakter-gedachten-reeks is toch in geen enkele woord-klanken-reeks -precies weer te geven. Het zijn twee geheel ongelijksoortige dingen, -van verschillende essentie. - -Men kan evenmin een kleurenpracht in tonen precies eender weêrgeven, -alleen een gelijke emotie zien op te wekken, maar met andere middelen. - -Het past mij te bekennen, dat ik veel nut heb gehad van vóór mij gedane -vertalingen, wat het exacte bij den tekst blijven aangaat, vooral van -Julien. [11] Ieder wetenschappelijk man wil er wel voor uitkomen, dat -hij heeft voortgebouwd op wat anderen vóór hem deden. Dikwijls, waar ik -twijfelde, heb ik, waar dit mij maar éénigszins aannemelijk scheen, de -versie van ouderen, met meer taalkundige ondervinding, gevolgd. Maar op -evenveel plaatsen, waar ik heel vast en zeker, mind to mind met den -chineeschen filosoof voelende, de overtuiging had, dat mijne -voorgangers uit het verband van wat Lao Tszʼ noemt „de Oorsprong zijner -woorden” gingen—en dat is bijna overal op hoofdpunten, waar de -begrippen Tao en Wu Wei voorkomen,—heb ik gemeend, mijn eigen gang te -moeten gaan, en heb ik vertaald zooals ik zelf, en niet zooals anderen -voelden. - -Ik heb, evenals in mijn eerste deel over Confucius, den tekst zooveel -mogelijk met noten toegelicht. Wie echter de teksten van-zelf begrijpt, -zal meer van het werk genieten door ze alléén te lezen, zonder de -noten, die dan overbodig zijn. Ik voegde ze toe voor het gemak van -velen, die nog niet genoeg van chineesche filosofie hebben gelezen, om -gemakkelijk de somtijds bruuske en schijnbaar onlogische -gedachtenwendingen en toespelingen te volgen. Want een publiek van -niet-sinologen had ik op het oog, dat zich nog niet in chineesche -begrippen en wijzen van denken heeft verplaatst. Lao Tsz’s filosofie, -die tot de hoogste openbaringen van wijsheid van alle eeuwen behoort, -is even waard buiten den beperkten kring van geleerden bekend te worden -als die van Plato, Thomas à Kempis, en andere groote denkers. En onze -taal, al wordt die ook maar door negen millioen menschen in en buiten -Noord- en Zuid-Nederland gesproken, een taal, waarin thans van de beste -poëzie en wijsheid van Europa wordt geschreven—ik denk hier b.v. aan -Willem Kloos en Frederik van Eeden—is mij gelukkig nog lief genoeg, om -mij haar de groote moeite, aan mijn werk besteed, overwaard te doen -vinden, ja mij gelukkig te doen voelen, al die wonder-simpele en -wereld-wijze gedachten van den chineeschen filosoof in háár vertrouwde -woord-klanken te hebben weergegeven. - -Dat mijne vertaling in het nederlandsch volstrekt geen overbodige -arbeid was, heeft het debiet van het eerste deel van dit werk, dat over -Confucius, bewezen. Binnen drie maanden na de verschijning waren de -kosten der uitgave, die op risico van den uitgever was ondernomen, -ruimschoots gedekt. En zóó is nu ook de uitgave van dit tweede deel, de -eerste nederlandsche vertaling [12] van Lao Tsz’s filosofie bevattende, -mogelijk geworden. - - - Makasser, 21 December 1897. - - - - - - - -INLEIDING TOT DE FILOSOFIE VAN LAO TSZʼ. - - -Heb ik eenige jaren geleden eene fantazie geschreven naar aanleiding -van Lao Tsz’s filosofie, nú is het mijn taak, op meer wetenschappelijke -wijze, getrouw bij den tekst blijvende, China’s grootsten wijze en -China’s hoogste filosofie in te leiden bij het publiek van -niet-sinologen. [13] - -Kon ik, bij de beschrijving van Confucius’ leven [14] beschikken over -zóóveel gegevens, dat ik heel veel ongebruikt moest laten liggen, van -Lao Tsz’s leven is zóó weinig bekend, dat ik er niet eens een apart -hoofdstuk mede zou kunnen vullen. Zoo openbaar en ceremonieus Confucius -leefde, zoo teruggetrokken en eenvoudig was het leven van Lao Tszʼ. - -Men weet niet eens, waar hij zijn laatste levensjaren heeft -doorgebracht, noch waar hij gestorven is; zóó weinig is, op historische -gronden althans, van hem bekend. Toen hij zag, dat de tijden al -slechter en slechter werden, is hij niet, zooals Confucius, van staat -tot staat getogen om zich als hervormer aan te bieden, maar is hij kalm -zijn vaderland uitgetrokken. Hij bleef zwerven in de landen van „het -Westen,” vermoedelijk Thibet en Indië, waar toen de hoogste wijsheid -der wereld werd geboren.—En sedert zijn vertrek is nooit meer iets van -hem gehoord. Maar zijn Boek, de „Tao Teh King,” een chineesche bijbel -van wijsheid en goedertierenheid, het verhevenste werk uit de -chineesche literatuur, is onsterfelijk, en staat in de Woord-kunst der -eeuwen naast de goddelijkste openbaringen, als die der Upanishads, die -van Plato, en die van het Oude Testament. - -De éénige historische documenten omtrent Lao Tsz’s leven zijn weinige -regelen, in mijne editie maar even twee bladzijden, uit de annalen van -China’s grootsten geschiedschrijver Szʼ Ma Ts’ien. Ik laat deze in -hoofdzaak hier volgen: - -„Lao Tszʼ was iemand uit het district K’u, de streek Li, en het gehucht -Khio Jin, van het rijk Chʼu [15]. - -„Zijn familienaam was Li, zijn bijnaam Rhʼ, zijn titelnaam Peh Yang en -zijn posthume naam Tan. Hij bekleedde het ambt van bewaarder der -archieven van het rijk Chow [16]. Confucius kwam in het rijk Chow, om -Lao Tszʼ te vragen over de Li [17] (het Decorum). Lao Tszʼ zeide: „De -menschen, over wie gij spreekt, zijn niet meer, en hunne beenderen zijn -allen vergaan. Alleen hun woorden bestaan nog. Als de Kiün Tszʼ (de -Goede Mensch) de gunstige omstandigheden treft stijgt hij in den wagen -(d.i. komt hij tot hooge betrekkingen), maar treft hij die gunstige -omstandigheden niet, dan zwerft hij als een bosje stroo over het zand. -Ik heb gehoord dat een goed koopman zijn schatten diep verbergt en als -leêg van alle goed schijnt, en dat de Kiün Tszʼ, wiens deugd volmaakt -is, een gezicht heeft als een domme. Doe vàn u dien trots, en die vele -begeerten, doe van u dat hooghartige air en die buitensporige -neigingen, want die zullen u tot niets dienen. Dit is, wat ik u te -zeggen heb.” - -Confucius, die in ’t geheel niet in Lao Tsz’s filosofie komen kon, -welke even zooveel dieper was dan de zijne als de essences dieper zijn -dan de uiterlijke schijn, was door de majesteit van Lao Tsz’s persoon -en den statigen toon zijner woorden blijkbaar diep getroffen, want, -verhaalt Szʼ Ma Ts’ien verder: - -„Confucius ging, en zeide tot zijne discipelen: „Ik weet, dat de vogels -kunnen vliegen, ik weet, dat de visschen kunnen zwemmen, ik weet, dat -de beesten kunnen loopen: zij, die loopen, kunnen in een net worden -gevangen, zij die zwemmen, kunnen aan den haak worden geslagen, en zij -die vliegen, kunnen met een pijl worden getroffen. Maar nu de Draak! Ik -kan niet weten, hoe hij op de wolken en den wind stijgt en ten hemel -rijst. Heden heb ik Lao Tszʼ gezien. Hij is als de Draak!”” - -Confucius bekende dus zelf, dat hij Lao Tszʼ niet kon begrijpen. - -Verder gaat Szʼ Ma Ts’ien door: - -„Lao Tszʼ cultiveerde de Tao en de Deugd, en legde er zich op toe om -eenzaam en onbekend te leven. Hij leefde lang in Chow, en toen hij zag, -dat Chow in verval raakte, nam hij haastig zijn ontslag, en ging naar -den bergpas (op de grens). I Hie, de bewaker van dien bergpas, zeide -tot hem: „Nu gij u in de eenzaamheid gaat terugtrekken, moet gij -absoluut een boek maken om mij tot leering te zijn.”—Toen schreef Lao -Tszʼ een werk in twee boeken, dat over de beteekenis van de Tao en de -Teh (Deugd) handelde, en vijfduizend karakters bevatte. Daarna ging hij -heen. Men weet niet hoe het einde was van zijn leven.” - - - -Deze weinige gegevens zijn alles, wat wij op zuiver historische gronden -van Lao Tsz’s leven weten. Enkele bizonderheden omtrent zijne zonen, -voor dit werk van geen belang, zal ik maar voorbijgaan. Welk een -verschil zien wij echter uit dit weinige al tusschen Confucius en Lao -Tszʼ! Confucius, die, toen Chow in verval was, met veel omslag van rijk -tot rijk trok om toch vooral propaganda te maken voor zijne ideeën, Lao -Tszʼ die, toen hij al de droevigheid zag aankomen, stil zijn ambt -neerlegde, en wegging uit het land der ongerechtigheid, om in den -vreemde kalm en rustig te leven, eenzaam met zijn ziel!...... - -Szʼ Ma Ts’ien geeft niet het geboortejaar op van Lao Tszʼ, maar volgens -eene geloofwaardige traditie was dit het 3e regeeringsjaar van Ting -Wang, van de Chow dynastie, alzoo het jaar 604 v. C.—Lao Tszʼ was dus -reeds 53 à 54 jaar, toen Confucius geboren werd.—Volgens overleveringen -en legenden—op welke men echter volstrekt niet zoo vertrouwen kan als -op Szʼ Ma Ts’ien’s Annalen „Shʼ Kiʼ”—was zijn vader een oude boer, die -eerst op zeventigjarigen leeftijd een vrouw van ongeveer vijf en dertig -trouwde. Zijne moeder ontving hem op bovennatuurlijke wijze, in een -lichtstraal van een vallende ster.—Zij droeg de vrucht twee en zeventig -jaren lang, zoodat het kind ter wereld kwam als een oud man, met grijze -haren. Vandaar, dat men den pas geborene Lao Tszʼ, d.i. het Oude Kind -noemde.—Dadelijk na zijne geboorte rees hij in de lucht op, en zeide, -met de linkerhand naar den hemel, en met de rechter naar de aarde -wijzende: „In den Hemel boven en op de Aarde beneden is alleen Tao -waardig om geëerd te worden.” Zijn gelaatskleur was wit, bij geel, -zijne ooren waren buitengewoon lang, en met drie gaten doorboord. Hij -had schoone wenkbrauwen, groote oogen en een vierkanten mond. Aan -iedere voet had hij tien teenen, en iedere hand was geörnamenteerd met -tien lijnen, enz. enz. Men merke hier de overeenkomst op met de -geboorte van Shakyamuni, Kwan Yin, en andere boeddha’s en heiligen. -Vermoedelijk zijn deze legenden door latere boeddhistiesche vereerders -[18] van Lao Tszʼ verzonnen, daar zij lijnrecht in strijd zijn met -zijne ideeën omtrent de onfeilbaarheid en heiligheid van de processen -der natuur.—In de Nan Hwa King, een boek van Lao Tsz’s voornaamsten -discipel, Chuang Tszʼ, vinden wij nog meer bizonderheden omtrent -ontmoetingen tusschen Confucius en Lao Tszʼ.— - -Lao Tszʼ vond Confucius eens bezig met lezen, en vroeg hem, wat hij -daar aan ’t studeeren was. - -„Het is de I King,” antwoordde Confucius, „die lazen de heilige mannen -der oudheid ook.” - -„Dat konden die heilige mannen doen,” zeide Lao Tszʼ, „maar met welk -doel leest gij die? Wat is de grondbedoeling van dat boek?” - -„Het komt neer op menschlievendheid en rechtvaardigheid,” was het -antwoord. - -En Lao Tszʼ zeide: „Rechtvaardigheid en menschlievendheid zijn -tegenwoordig maar holle namen; zij zijn een masker voor wreedheid, en -brengen de harten in verwarring; er is nooit meer strijd geweest dan -nu. De duif baadt zich niet altijd expres om wit te worden, de kraai -verft zich niet om zwart te zijn. De Hemel is van nature laag; zon en -maan schijnen van zelve; de sterren en planeten staan natuurlijk op hun -plaats, de planten en boomen vallen natuurlijk onder klassen, volgens -hunne soorten. Zoo, geleerde dokter, als gij Tao betracht, en u er met -uw geheele ziel naar ópheft, dan zult gij er vanzelf wel komen. Waar -zijn die menschlievendheid en rechtvaardigheid toch goed voor? Gij -lijkt op iemand, die op een trom gaat roffelen om een verloren schaap -terug te brengen. Meester, gij brengt de menschelijke natuur maar in -verwarring!” - -Maar ziet, er waren groote, essentieele verschillen tusschen Confucius -en Lao Tszʼ. Beiden leefden in ongeveer dezelfde omstandigheden, in het -verval van de Chow dynastie, toen het geheele rijk in wanorde was. [19] -Confucius wilde toen, door de verschillende deugden, als -menschlievendheid, oprechtheid, rechtvaardigheid, plichtmatigheid, -ouderlievendheid enz. te prediken, het volk hervormen. Lao Tszʼ zag -hier geen heil in, en hield het er voor, dat al deze dingen de -verwarring nog maar grooter zouden maken. - -Robert K. Douglas in zijn werk „Confucianism and Taouism” zegt hierover -zeer terecht: „Confucius dacht dat de voornaamste vereischte van den -tijd was, om goede namen te hebben (voor de dingen). Hij wilde de -menschen humaniteit doen betrachten, en dat (dan ook) -liefde-voor-de-ouders (Hiao) noemen; hij wilde de menschen met hun -geheele hart hun souverein doen dienen, en noemde dat getrouwheid. Lao -Tszʼ, daarentegen, hield vol, dat als de menschen zich uitgaven voor -menschlievend, ouderlievend en getrouw, dit een zeker teeken was, dat -de substantie verdwenen was, en alleen de schaduw overbleef. De duif is -niet wit omdat zij veel baadt, noch verft de kraai zich zwart. Als de -duif zich ging baden, en de kraai zich ging verven, zou dat geen teeken -zijn, dat zij hunne oorspronkelijke kleuren hadden verloren? Zoo ook -met de menschen. Als alle menschen menschlievend, ouderlievend en -getrouw waren, zou niemand zich op die deugden openlijk beroepen, en -die zouden daarom niet genoemd worden. En op dezelfde manier, als alle -menschen deugdzaam waren, zouden zelfs de namen der ondeugden onbekend -zijn.” - -Krachtig zegt Lao Tszʼ dit zelf in zijn Tao Teh King [20]: „Toen Tao -werd verwaarloosd kwamen Menschlievendheid en Gerechtigheid. Toen de -„scherpzinnigheid” en het „schrandere doorzicht” voor den dag kwamen, -ontstond de groote Huichelarij. Toen de familie niet meer in harmonie -leefde, kwamen de Hiao (Ouderlievendheid) en de Ts’zʼ (compassie). Toen -de staten van het rijk in verwarring waren, kwamen de getrouwe -onderdanen.”— - -En in een ander hoofdstuk [21]: „Doe de Filantropie vàn u, en wèg met -Gerechtigheid, en het volk zal (vanzelf) terugkeeren tot liefde voor de -ouders en voor de kinderen!” - -Zooals ik reeds zeide, het verschil tusschen Confucius en Lao Tszʼ is -op zeer veel punten dat tusschen Schijn en Wezen. - - - -Het Boek, dat Lao Tszʼ als eenig aandenken aan zijn leven bij den -wachter I Hie van den bergpas achterliet, was de Tao Teh King, het Boek -van Tao en Teh.—De Tao Teh King is wel het moeilijkste boek, waar de -sinoloog zich aan kan wagen, en ook voor den chineeschen literator is -het de zwaarste arbeid in zijne literatuur. Maar jaren van studie -loonen den ijverigen leerling met rijke winst.—Uit de diepe mijnen van -dit wondere wereldboek haalt de verrukte delver steeds edeler en -blinkender schatten van onvergankelijke wijsheid. „La sagesse humaine -n’a peut-être jamais exprimé des paroles plus saintes et plus -profondes,” roept de sinoloog Pauthier in bewondering uit. En Samuel -Johnson, een geleerde en een poëet, die, met minder geleerdheid maar -meer intuïtie en wijsgeerigen aanleg dan anderen in de essentieele -waarheden van oostersche godsdiensten en filosofieën is doorgedrongen, -zegt er zeer schoon en juist van: „He is a word; a protest and prophecy -in one; a book, the Tao Teh King, a voice of universal truth and -sentiment, appealing to all ages.” En ook nog: „Nothing like this book -exists in Chinese literature, nothing, so far as yet known, so lofty, -so vital, so restful at the roots of strength: in structure as -wonderful as in spirit; the fixed syllabic characters formed for -visible and definite meaning, here compacted into terse aphorisms of a -mystical and universal wisdom, so subtly translated out of their -ordinary spheres to meet a demand for spiritual expression, that it is -confessedly almost impossible to render them with certainty into -another tongue”. [22] - -De lezer zal wel reeds gemerkt hebben, dat ik het hiermede geheel ééns -ben, en dat ik slechts met moeite mijn enthoesiasme en innige vereering -voor Lao Tszʼ, die ik zoo vrij kon uiten in mijne fantazie „Wu Wei”, -bedwing, om precies bij de daadzaken eener op zuiver wetenschappelijken -grond berustende studie te blijven. Inderdaad is het in China gegaan -als in zoovele landen. Een wèl sereen en eerbiedwaardig, maar toch maar -heel zelden subliem wijsgeer als Confucius heeft een wereldvermaardheid -verkregen, en is in alle beschaafde landen op gezag bekend als zijn -grootsten man, terwijl zijn waarlijk allergrootste filosoof, een zoo -rein en simpel voeler en denker als Lao Tszʼ, die zich wist op te -droomen tot nabij de allerzuiverste conceptie van het goddelijk Wezen -die een mensch kan naderen, zoo goed als onbekend is gebleven buiten -het kleine kringetje der sinologen-vakgeleerden.— - - - -Lao Tszʼ leerde in zijn Tao Teh King in hoofdzaak het volgende: - -Vóór Hemel en Aarde bestonden, vóór de formatie der werelden, vóór het -begrip Shang Ti (de opperste Godheid) was er een Wezen, een essence, -voor ons niet te begrijpen, voor ons vaag en verward, voor ons, die aan -alle Zijn een zichtbaren vorm en eene gedaante verbinden, een -Niet-Zijn, een Wezen, of een Wereld-Ziel (al deze namen kunnen het -natuurlijk niet omschrijven), die alleen-in-zich-zelf eeuwig en -onsterfelijk bestond.—Natuurlijk kan zulk een Wezen, dat alleen -in-zich-zelf bestond, geen naam hebben, daar namen alleen dienen om -verschillende dingen te onderscheiden.—Omdat Lao Tszʼ er echter over -zou schrijven, moest hij het absoluut een naam geven, en, een goede, -juiste naam onbestaanbaar zijnde voor zulk een Wezen, noemde hij het -Tao, een woord, dat in de vroegere chineesche filosofie, en vooral in -Confucius meer bepaald „de Weg” of „het Pad” beteekent [23]. Hij zegt -er echter herhaaldelijk uitdrukkelijk bij, dat het Wezen, dat hij -bedoelt, niet Tao heet of kan heeten, maar dat hij dien naam maar -gebruikt, omdat er geen naam mogelijk is. Dit Wezen, deze Al-Ziel, deze -Essence [24] (men voelt, ook deze omschrijvingen zijn maar vage -benaderingen) was de Oorsprong aller dingen, en baarde de werelden en -de schepselen op ondoorgrondelijke wijze, ze allen doorvloeiende, en -gemanifesteerd zijnde in alles en allen, natuur, menschen, en dingen. -Als in-zich-zelf-bestaande Essence het Tao noemende, noemde hij het als -manifestatie in de creatie Teh, met een woord, dat in de gewone -beteekenis met Deugd is te vertalen, maar m. i., evenals Tao, zooveel -mogelijk onvertaald moet blijven.—Maar niet alleen, dat alle dingen uit -Tao geboren zijn, allen keeren ook weder tot Tao terug.—Aan alle dingen -is bij hun geboorte een beweging gegeven, een divien levensrythme, dat -hen onfeilbaar weer tot Tao zal terug brengen. Het eenige en simpele -middel om weer tot Tao terug te keeren is, zich eenvoudig aan dat -rythme over te geven, alles te weren, wat er van afleidt en aan die -beweging tegenstrijdig is.—Als pas-geboren kind is de mensch volkomen -zuiver en natuurlijk, en de hoogste levenswijsheid is, zich altijd zoo -zuiver te bewaren als het pasgeboren kind. Deze pure wijze van leven, -dit zich-laten-meêvoeren op het oorspronkelijke rythme, maar men -vergete hierbij niet, ook den energieken strijd tegen alles, wat van -dat rythme afwijkt en er tegenovergesteld aan is, noemde Lao Tszʼ Wu -Wei. Dit woord Wu Wei, samengesteld uit Wu—niet of niets,—en Wei,—doen, -zou, letterlijk, met een dictionnaire vertaald, beteekenen -„niets-doen”.—Deze letterlijke vertaling heeft vele sinologen [25] -aanleiding gegeven om te beweren dat Lao Tszʼ in een lui, bruut -niets-doen het hoogste heil zag, en daarom leerde om, onverschillig -voor alles en allen, maar in een soort slaperigheid het leven uit te -soezen. Ik behoef zeker niet te zeggen, dat precies het tegendeel waar -is, en dat Wu Wei geen niet-doen, geen inactie of inertie is, maar -juist zeer sterke en reëele actie en wel actie van het onsterfelijke -principe in den mensch, van de in hem gemanifesteerde Tao.—Deze actie -zal zijn eene beweging van het onsterfelijke in den mensch naar den -eindeloozen, eeuwigen Oorsprong, naar dat voor menschenbegrip -onbenaderbare en onbeschrijfelijke Wezen, die Al-Ziel, die bestond vóór -Hemel en Aarde, vóór gedaante en vorm bestonden, en die Lao Tszʼ, -voelende hoe onmogelijk zij met een naam aan te geven was, alleen met -den naam Tao noemde, omdat hij dien noodig had om haar concreet in een -letterteeken aan te duiden. Maar deze actie Wu Wei zal tevens zijn een -beweging tegen alle actie, die aan haar tegenstrijdig is, en den -weder-ópgang naar Tao stuit, dus tegen alle actie van menschelijke, -relatieve dingen als eerzucht, trots, woede, haat, hebzucht, passie, -enz. enz. En wie weet dat deze dingen de felste, sterkste en hevigste -van het geheele menschenleven zijn, zal begrijpen hoe moeilijk en zwaar -de strijd dáártegen moet zijn, dus hoe intens de actie Wu Wei moet -zijn, die zulke geduchte vijanden moet weêrstaan. Daar Tao het eenige -in-zich-zelf-bestaande en dus reëele is, en de menschelijke -hartstochten en begeerten allen sterfelijk en dus onreëel zijn, zouden -wij de gewone, alledaagsche beweging van het menschenleven naar die -hartstochten en begeerten onreëele actie, en Wu Wei, het ópgaan náár -Tao, reëele actie kunnen noemen, of ook wel, de eerste de actie van den -Schijn, en de tweede de actie van het Wezen. - -Zéér schoon zegt alweer Johnson hiervan, krachtig protesteerend tegen -velen, die Wu Wei maar door „niets-doen” vertaalden, en dus precies het -tegenovergestelde kregen van wat Lao Tszʼ bedoelde [26]: - -„Such misinterpretations as have been quoted simply reduce the -Tao-Teh-King to a mass of self-contradictions. Its „nonaction” does not -propose that man shall forbear while the work is done by heaven, but is -defined as a living union with Tao, as secret power to make all things -new through humility and self-renunciation: a still and unapparent -strength that „does not strive” but „hides itself while it lifts up -men”. Its paradoxes, putting the least above the greatest, and rest -above work, are intuitions of the spiritual mind; enforcements of -substance against shadow, of living soul against dead mass.” - -Zóó spreekt Lao Tszʼ ook dikwijls in zijn boek over „Wu Yiu”, -letterlijk vertaald „Niet-Zijn”.—Dit beteekent alweer niet zóó maar -niet-bestaan, in-’t-geheel-niet-zijn, maar enkel niet-sterfelijk-zijn, -niet zooals menschen, dieren en dingen zijn, die immers ééns moesten -sterven; dus eigenlijk beteekent het wel dégelijk Zijn, maar het Zijn -van het Wezen, in tegenoverstelling met het Zijn van den Schijn. Men -kan niet te voorzichtig zijn met woorden indien er sprake is van zulke -boven alle woordbegrip verheven dingen als b.v. God, of Nirvâna, of -Tao.—Men vergete dan niet, dat juist dat wat wij omschrijven willen van -zulk een transcendent, subtiel, spiritueel wezen is, dat alle woorden, -waarmede wij het willen aanraken, en die alleen veel meer nabije dingen -kunnen bereiken, slechts als steenen zijn, die ópgeworpen in de lucht, -toch nooit het azuur omhoog kunnen treffen. Onze woorden kunnen alleen -benaderen, richting aangeven in zoo’n geval, en men wachte zich wel, -het punt, waartoe zij komen, en dat in gewone gevallen het doel is, ook -nu voor het hoogste en juiste doel te houden.— - -Lao Tszʼ beschouwt nu Tao èn als Oorsprong van alles, ongemanifesteerd -en in-zich-zelf bestaande, èn als gemanifesteerd zijnde in de creatie, -of, mag ik nu wel na mijne juist omschreven opheldering zeggen, als Wu -Yiu (lett. Niet-Zijn) en als Yiu (lett. Zijn).— - -Ik zal, na al de voorgaande beschouwingen voorop gezet te hebben, nu -door een aantal vertalingen uit de Tao Teh King zelve, dus met Lao -Tsz’s eigen woorden, verder het idee Tao benaderen. De lezer kan dan -zelf oordeelen en zich een begrip vormen. - - - -„Als Niet-Zijn kan men Het [27] noemen het begin van Hemel en Aarde; -als Zijn kan men Het noemen de Moeder (dus: dat wat baarde) van alle -Dingen” [28]. - - - -„Tao is ledig en toch in Zijne operaties als onuitputtelijk. O! Hoe -diep! Het is de oer-vader aller dingen. Het verstompt zijn scherpte, -ontrafelt zijn verwardheid, tempert zijn verblindende schittering, en -maakt zich gelijk aan het stof. O hoe kalm is Het! Het lijkt eeuwig te -bestaan! Ik weet niet van wien Het het kind is. Het was vóór Shang Ti -(de Opperste God)” [29]. - - - -„Gij kijkt er naar, en gij ziet Het niet; men noemt Het kleurloos. Gij -luistert er naar, en hoort Het niet, men noemt Het aphoon. Gij tast er -naar, en raakt Het niet, men noemt Het onstoffelijk.—Zijn bovenste is -niet verlicht, Zijn onderste heeft geen schaduw. Het is eeuwig en kan -niet met een’ naam worden genoemd. Het keert terug tot het Niet-Zijn -(Wu Yiu). Dit noem ik het beeld van het beeldelooze, den vorm van het -vormelooze. Dit noem ik vaag en onbestemd. Gij nadert Het, en gij ziet -niet Zijn begin. Gij volgt Het en gij ziet niet Zijn einde” [30]. - - - -„—Als men tot het opperste ledig is gekomen, behoudt men een -onbewegelijke rust. Alle dingen worden te samen geboren; ik zie ze -weder terugkeeren. Alle dingen bloeien overvloediglijk; daarna keert -elk terug tot zijn Oorsprong. Tot den Oorsprong terugkeeren noem ik in -rust zijn. In rust zijn noem ik terugkeeren tot het (eeuwige, reëele) -Leven. Terugkeeren tot het Leven noem ik Eeuwigdurend zijn. Tao zijnde -is men altijddurend. Al sterft het lichaam, er is (dan toch) geen -gevaar (meer te duchten)” [31]. - - - -„De zichtbare manifestaties van de groote Teh (Deugd) zijn eene -emanatie van Tao. Ziehier de natuur van Tao: „Het is vaag en -verward.... Hoe verward.... Hoe vaag!.... En (toch) bevat Het de vormen -der dingen! Hoe vaag!.... Hoe verward!.... En (toch) bevat Het -wezens!.... Diep en duister!.... En (toch) bevat het eene spiritueele -essence! Deze spiritueele essence is ten zéérste reëel, en bevat de -onfeilbare getuigenis (van wat zij is). Het geeft geboorte aan de -geheele creatie” [32]. - - - -„Vóór Hemel en Aarde bestonden, was er een vaag Wezen. Hoe rustig-kalm! -Hoe onstoffelijk! Het staat alléén-op-zich-zelf en verandert niet. Het -doorvloeit alles en loopt geen gevaar. Het mag wel de Moeder van alles -onder den Hemel worden genoemd. Ik weet niet Zijnen naam. Het een -karakter [33] willende geven schrijf ik Het Tao. Wil ik Het met alle -geweld omschrijven, dan noem ik Het groot. Van groot noem ik Het -vervliedend. Van vervliedend noem ik Het vèr. Van vèr noem ik Het -weêr-terugkeerend. De wet van den koning is van de Aarde. De wet van de -aarde is van den Hemel. De wet van den Hemel is van Tao. (Maar) de wet -van Tao is van-zich-zelve” [34]. - - - -„Tao is eeuwig en heeft geen naam. Ofschoon zoo simpelklein van natuur, -durft de geheele wereld Het niet onderwerpen. Tao is verspreid in het -Heelal. Alles keert tot Tao terug, als de bergstroomen tot de rivieren -en zeeën” [35]. - - - -„Hoe oneindig strekt Tao zich uit! Het kan naar links gaan, Het kan -naar rechts gaan. Alle wezens steunen op Tao om geboren te worden, en -het weigert géén. Als het werk volbracht is noemt Tao het niet het -Zijne. Het heeft alle wezens lief, en voedt ze, en beschouwt zich toch -niet als hun Meester. Het is eeuwig zonder begeerte; men zou Het (dus) -klein kunnen noemen. Alle wezens keeren er toe terug, en toch beschouwt -Het zich niet als hun Meester; men zou Het (dus) groot kunnen noemen. -Daarom doet de Wijze zijn geheele leven lang niet groot, en daardoor -juist volmaakt hij zijne grootheid” [36]. - - - -„Als Tao uit onzen mond komt lijkt Het flauw en zonder smaak.—Wij -kijken er naar, en zien Het niet duidelijk; wij luisteren er naar, en -hooren Het niet genoeg; wij willen Het (geheel) gebruiken, maar Het is -onuitputtelijk” [37]. - -„Tao is eeuwig Wu Wei en toch is er niets, wat Het niet doet” [38]. - - - -„Het is een onvergankelijke ziele-oneindigheid” [39]. - - - -„De beweging van Tao is terugkeer (tot-zich-zelf). Zachtheid is zijn -functie. Alle bestaan is uit Zijn (Yiu). Alle Zijn is uit Niet-Zijn (Wu -Yiu)” [40]. - - - -„Tao baarde één; één baarde twee; twee baarde drie; drie baarde alle -dingen. Want alle dingen komen uit het duister naar het licht, en -worden in harmonie gebracht door den adem der Natuur” [41]. - - - -„Zich toeleggen op de studie is dagelijks „meer krijgen.” Zich wijden -aan Tao is dagelijks „minder krijgen,” minder, en steeds minder, tot Wu -Wei bereikt is. Wu Wei eenmaal bereikt, is er niets, wat men niet doen -kan, naar ik meen” [42]. - -„Tao brengt de dingen voort. Het brengt ze groot door Zijne -manifestatie (Teh) in hen, Het vormt ze door Zijne substantie, Het -volmaakt ze door Zijne impulsie. Daarom, van alle wezens is er géén, -dat niet Tao vereert, en Teh hoogacht. Die majesteit van Tao en die -eerwaardigheid van Teh zijn niet aan hen gegeven; zij bezitten die -eeuwig uit-zich-zelven. Daarom, Tao baart alle dingen, kweekt ze op, -doet ze groeien, brengt ze groot, volmaakt ze, doet ze rijpen, voedt -ze, beschermt ze. Te baren, en toch niet als eigendom te beschouwen, te -formeeren, en dat toch niet als glorie te beschouwen, te regeeren, en -toch vrij te laten,—dit noem ik de mysterieuze Deugd” [43]. - - - -„Als het hart voortdurend vrij van aardsche begeerten is kan men het -Mysterie aanschouwen van Tao’s spiritueele essence; als het hart -voortdurend vol begeerten is, kan men er enkel den begrensden Vorm van -zien” [44]. - - - -„Tao is de veilige rustplaats van alle dingen, de schat van de goeden, -de steun van de slechten. Hoe is het, dat de Ouden Tao zoo vereerden? -Is het niet, omdat men Het van-zelf vindt, zonder den ganschen dag te -zoeken, en Het de misdaden vergeeft? Daarom is Tao het -eerbiedwaardigste onder den Hemel” [45]. - - - -„De hemelsche Tao heeft geen lievelingen, en is toch altijd mild voor -de Goeden” [46]. - - - -Met deze teksten kan ik voorloopig volstaan. Het begrip Tao is er op -verschillende wijzen in benaderd. Welk een grootsche conceptie! Tao -was, vóór Hemel en Aarde bestonden, onzichtbaar, onhoorbaar, vormeloos, -beeldeloos, de eeuwige Oorsprong van alles en allen, altijd zonder -verlangen en behoefte, altijd in rust, zonder actie, en toch in Zijne -operaties onuitputtelijk, en de voeder, volmaker van alles wat leeft! -Het is lichaamloos, en voor ons vaag en duister, maar is een zuiver -spiritueel licht! - -Het is álom bestaande, links en rechts. Alle schepselen wachten er op, -om geboren te worden, en Het weigert geen! Het is ledig, roerloos, en -doet toch het Heelal bewegen. Is alles uit Tao ontsprongen, alles keert -ook weder tot Tao terug, want terugkeeren tot Tao is het rythme van het -leven van elk wezen. Het doordringt het ondoordringbare, en toch kan -het nooit worden gedeerd. Het is eene onvergankelijke, eeuwige -ziele-oneindigheid. Het is liefderijk zonder liefde, genadig zonder -genade, de veilige rustplaats der Goeden, de verlosser der -slechten.......... - -En dan te denken—hoe is ’t mógelijk—dat met al deze dingen gesold is -zooals een speelsche hond solt met een mooi boek, dat hij te pakken -heeft gekregen, zooals een klein kind knoeit met een ei! Hoe men van de -woorden: onzichtbaar—I, aphoon—Hi, en onstoffelijk—Wei, dus I Hi Wei, -een verchineeschten vorm van Jehovah, en van het „Tao baarde één, één -baarde twee, twee baarde drie,” een chineesche expressie voor de -Drieëenheid heeft gemaakt, en dan verkondigde, dat de kennis van den -waren (d.i. onzen christelijken) God al in het oude China bekend was! -Hoe zelfs Stanislas Julien, die zich een onschatbare verdienste heeft -verworven door voor het eerst eene goede vertaling [47] van Lao Tszʼ te -leveren, welke van alle altijd, qua taalwerk, de beste is gebleven, -gansch de essentieele beteekenis van Tao (dat hij met „de Weg” -vertaalde als in Confucius) en Wu Wei (dat hij met „inactie” vertaalde) -geheel verkeerd heeft voorgesteld, en dikwijls door precies het -tegenovergestelde heeft omschreven! - -De vertalers, zelfs ook Julien, hebben durven volhouden dat Lao Tszʼ -geloofde in een „chaos,” een „immens ledig” vóór de creatie, en zelfs -leerde „zonder te werken te leven ten koste van de lichtgeloovigheid -zijner medemenschen.”!! Men verweet hem „een meer negatieven en -vernielenden geest te hebben dan het boeddhisme,” „de zinnen tot totale -impotentie terug te willen brengen,” „een pessimist en obscurantist,” -ja, een „epicurist” te zijn, en te protesteeren tegen „alle actie van -het intellect” enz. enz. Wèl hebben deze menschen Lao Tsz’s eigen -gezegde geïllustreerd: „Mijne woorden zijn heel gemakkelijk te -begrijpen, heel gemakkelijk om te betrachten. Maar niemand in het rijk -kan ze begrijpen, noch ze betrachten. Mijne woorden hebben een -Oorsprong, mijne daden hebben een Meester. Maar de menschen weten dat -niet, en daarom begrijpen zij mij niet [48]. - -Veel beter, maar in een tegenovergestelde richting weer te vér gaande, -hebben de duitsche sinoloog von Strauss en de engelsche sinoloog G. G. -Alexander over Lao Tsz’s Tao geschreven. - -Von Strauss zegt—na, evenals ik hierboven deed, zij het met hier en -daar van de mijne afwijkende vertaling en met hier iets meer en daar -iets minder voorbeelden, uit de origineele teksten het begrip Tao te -hebben benaderd—: - -„Wir meinen, jeder Unbefangene, den man fragte, wie man in unserer -Sprache das Wesen bezeichne, von dem dies Alles ausgesagt werden -könnte, musste antworten: Gott, und nur Gott! Und wer die vorstehenden -Aussagen zusammenfasst, dem kann gar kein Zweifel bleiben, das Lao Tszʼ -ein überraschend grosses und tiefes Gottbewusstsein, einen erhabenen -und sehr bestimmten Gottesbegriff gehabt habe, der sich fast -durchgängig mit dem Gottesbegriff der Offenbarung deckt sofern dieser -nicht über ihn hinaus tiefer und reicher entwickelt ist, was denn -allerdings keiner Nachweisung bedarf. Aber ausserhalb Israels wird aus -allen vorchristlichen Jahrhunderten nichts Aehnliches nachzuweisen -sein.” - -Ja, Lao Tszʼ Tao is een Godsbegrip. En de éénige vertaling voor Tao is -God. Indien ik deze vertaling niet genomen heb, is dit alleen om niet -in een babylonische verwarring te geraken. Want, niet waar? het woord -„God” is zoo vertrouwd en gewoon geworden, men kent zoo goed zijn God -uit den bijbel en uit de kerk, zijn „persoonlijken God,” en men is er -niet bang voor, over Hem te spreken als ware Hij een of ander bekend -wezen, van wien men precies weet hoe hij er uitziet, wat hij aanheeft, -wat zijn natuur is. En die „God” zou op verre na niet eene goede -vertaling van Tao zijn. Lao Tszʼ kent Tao niet zoo goed, hij noemt het -vaag, en onbestemd, en verward, en duister voor zijn zwakke oogen.—Maar -indien ik met God bedoel dat majestueuze, zuiver geestelijke, -onsterfelijke Wezen, dat nooit éénig menschelijk woord heeft kunnen -beschrijven, dat nooit aan één onfeilbaren, alleen zaligmakenden -godsdienst heeft behoord als de ware, de eenige God, maar waar alle -godsdiensten van alle volkeren, allen met verschillende woorden en -namen, maar met dezelfde intuïtie naar gereikt hebben, dan is dat -Wezen, dat, eindeloos-in-zich-zelf-bestaande, geen naam kan hebben, en -alléén door het woord God wordt uitgedrukt omdat wij, bij het schrijven -daarover, een concreet letterteeken behoeven, in essentie hetzelfde als -het Wezen, door het chineesche karakter Tao voorgesteld.—Ja, Tao is -niet anders dan de leer van de goddelijkheid en de onsterfelijkheid der -ziel, en in essentie volstrekt geen andere, dan zooals wij die vinden -in den—goed gelezen—Bijbel, en in de Upanishads, en de Bhagavad-Gita. -G. G. Alexander heeft den moed de „Tao Teh King” te vertalen met -„Thoughts on the Nature and Manifestations of God” [49] en vertaalt Tao -overal door „God”, wat uitstekend zou zijn, als het, zooals ik -hierboven zeide, niet zooveel verwarring gaf, en zijne vertaling niet -van vrij, ongebonden ware geworden, want te veel aangepast aan dingen -uit den Bijbel, waar zij essentieel chineesch had behooren te -blijven.—Dat de „Tao Teh King” zoo weinig begrepen is, en men er zoowat -van alles van gemaakt heeft, was te voorzien. Vooral chineesche -commentaren, van welke honderden bestaan, geven verschrikkelijke dingen -te hooren. De filosoof Choe Hi, dezelfde, aan wien wij de bewerking en -uitgave der Confucianistische boeken hebben te danken, zegt dat -„kwakzalvers en toovenaars den naam van Lao Tszʼ stalen om er winst uit -te kloppen, zonder iets van zijne bedoelingen te begrijpen,” en de -beroemde geschiedschrijver Ma Touan Lin zegt van de Tao Teh King: „de -ware geest ervan werd hoe langer hoe meer verkeerd begrepen, naarmate -de menschen verder verwijderd waren van Lao Tsz’s tijd.” En Samuel -Johnson zegt nog zeer juist: „The attractions of spiritual genius are -universal; and a book like the Bible or the Tao Teh King becomes a -fetich to crude stages of mind, as well as a companion to higher ones.” - - - -Heb ik nu het begrip Tao zoo ver trachten te benaderen, als met alléén -’t concrete goed treffende woorden mogelijk is, nu wil ik duidelijk -maken, hoe Lao Tszʼ zich het zuivere leven van den mensch voorstelde in -zijne betrekking tot Tao, om dan te eindigen met zijne conceptie van -een ideaal-rijk, gegrondvest op Tao.— - -Ik begin met deze drie wonderschoone teksten voorop te stellen: - - - -„Als de mensch geboren wordt, is hij zacht en zwak, als hij sterft is -hij stijf en sterk. Als het gras en de boomen geboren worden zijn zij -soepel en teêr, als zij sterven zijn zij droog en schraal. Stijfheid en -Sterkte zijn de volgelingen van den dood; Zachtheid en Zwakheid zijn de -volgelingen van het leven. Wat sterk en groot is, is inferieur; wat -zacht en zwak is, is superieur. [50] - -„—De opperste Goedheid is als water. Water is goed, doet goed aan alle -dingen, en twist niet. Het woont in plaatsen, die de menschen -verachten.” [51] - -„—Niets is in de wereld zachter en zwakker dan het water, en toch is er -niets dat het overtreft in het breken van wat hard en sterk is. Daarom -is er niets, dat water evenaart. Het zachte overwint het harde, het -zwakke overwint het sterke.” [52] - - - -Deze drie teksten karakteriseeren Lao Tsz’s opvatting geheel.—Hij -predikt den deemoed, de zelf-verloochening, de nederigheid. Vér van -eerzucht en hartstocht en begeerte naar grootheid, zal de mensch -eenvoudig, simpel leven, rustig in de veilige schuilplaats van Tao. Hij -moet zijn zuiver en rein als het pasgeboren kind. Hij moet zijn -grootheid en zijn kennis verbergen, en als klein en onwetend schijnen. -Nooit moet hij met geweld en heftigheid optreden, maar tegenover kracht -stelle hij zachtheid, en tegenover beleediging weldaden. Want juist die -zachtheid en die zwakheid, die liefde, zouden wij in ’t europeesch -zeggen, overwint de wereld, en is onverbrekelijk. De ware wijze maakt -geen ophef van zijn weten, maar blijft bescheiden op den achtergrond, -want wèl wist Lao Tszʼ, dat de laatsten de eersten zullen zijn! Tao is -niet heftig en luidruchtig, en hij, die zich aan Tao houdt, is in rust, -als niet-doende, Wu Wei, maar biedt een onvernietigbaren tegenstand aan -het sterke en forsche, juist door zijn passieve taaiheid.— - -En, als eeuwig-stralende lichten van onvergankelijke levenswijsheid, -leidende de menschheid door alle tijden naar haar onsterfelijken -Oorsprong Tao, staan die wonderschoone woorden in dezen chineeschen -bijbel van vijf eeuwen vóór Christus: - - - -„Hemel en Aarde duren eeuwiglijk. Hemel en Aarde kunnen dáárom -eeuwiglijk duren, omdat zij niet voor-zich-zelf leven. Daarom stelt de -Wijze zichzelf achter, en wordt dan zelf (juist) de eerste. Hij maakt -zich los van zijn lichaam en dan blijft zijn lichaam juist behouden.” -[53] - - - -„—Alleen als de Wijze niet met anderen in strijd komt, is er niets in -hem te laken.” [54] - - - -„—Als het werk volbracht is en de naam gemaakt, moet men zich -terugtrekken.” [55] - - - -„—Hij, die het animale aan het spiritueele onderwerpt, kan zijn wil op -één ding (Tao) gericht houden, zoodat hij niet verdeeld is. Hij temt -zijn vitale kracht, tot hij gedwee wordt, en als een pasgeboren kind. -Als hij zijn inwendig gezicht klaar en puur maakt, zal hij vrij zijn -van gebreken. Hij zal zijn als de broedende hen, die volmaakt in rust -is, terwijl de processen van de natuur doorgaan. Als zijn licht overal -doordringt, zal hij als onwetend kunnen zijn.” [56] - - - -„De Wijze maakt werk van zijn binnenste en niet van zijn oogen; hij -verwerpt wat van buiten komt, hij langt naar wat van binnen is.” [57] - -„—In de Oudheid waren de goede filosofen, die zich aan Tao wijdden als -gering, subtiel, duister, en vérdoordringend. Zij waren bedeesd als -een, die in den winter een stroom doorwaadt. Zij waren op hun hoede, -als een, die zijn buren vreest. Zij waren ernstig als een gast -(tegenover zijn gastheer). Zij verdwenen als het ijs, dat gaat smelten. -Zij waren simpel, als onbewerkt hout. Zij waren ledig, als een vallei. -Zij waren als troebel water. Hij, die Tao behoudt, wenscht niet vol te -zijn. Juist omdat hij niet vol is, is hij voor altijd gevrijwaard tegen -verandering.” [58] - - - -„Ziet Uzelf in Uwen (oorspronkelijken) eenvoud, en behoudt Uw -(oorspronkelijke) puurheid. Hebt weinig egoïsme, en weinig begeerten.” -[59] - - - -„—Het onvolmaakte zal volmaakt worden. Het gebogene zal recht worden. -Het holle zal vol worden. Met weinig wordt Het verkregen; met véél -dwaalt men er van af. Daarom, de Wijze omvat het Eéne (Tao), en maakt -zich (zoo) het voorbeeld van de wereld. Hij wenscht zelf niet licht te -schijnen, en daarom juist is hij schitterend. Hij wenscht zelf niet de -ware man te wezen, en dáárom juist steekt hij boven anderen uit. Hij -pocht niet (op zijn werk) en heeft daarom juist verdienste. Hij stelt -zichzelf niet hoog, en is dáárom juist de meerdere. Hij strijdt niet, -en daarom juist is er niemand in de wereld, die tegen hem op kan” [60]. - - - -„Wie op zijn teenen gaat staan kan niet vast rechtop blijven; wie de -beenen ver uitstrekt kan niet loopen” [61]. - - - -„Hij, die zijne mannelijke kracht kent, en toch vrouwelijke zachtheid -behoudt, is de vallei van het rijk. Hij, die zijn licht kent, en toch -in de schaduw blijft, is het voorbeeld van het rijk. Hij, die zijne -glorie weet, en blijft in de schande, is de vallei van het rijk” [62]. - - - -„—Hij, die de menschen kent, is verstandig, maar hij die zich-zelf kent -is verlicht. Hij, die anderen overwint is sterk, maar hij, die -zich-zelf overwint, is almachtig” [63]. - - - -„De hoogste Deugd (Teh) is geen deugd en is daarom juist Deugd; de lage -deugd verliest nooit (het idee) deugd, en is daarom juist géén Deugd” -[64]. - - - -„De verlichten in Tao zijn als duister, de vergevorderden in Tao als -achteruitgaande; die aan Tao toe zijn, zijn als gewone menschen; zij, -die de opperste Deugd hebben, zijn (laag) als een vallei; de uiterst -reinen zijn als vuil; zij, die deugd in overvloed hebben, zijn alsof ze -niet genoeg hebben, die vast gegrondveste deugd hebben, zijn als lui; -die waar en simpel zijn, zijn als verachtelijk. Tao is verborgen, en -heeft geen naam” [65]. - - - -„(De Wijze) is ganschelijk volmaakt, en lijkt onvolmaakt; zijne -middelen raken nooit op. Hij is ganschelijk vol en lijkt ledig; zijne -bronnen zijn nooit uitgeput. Hij is ganschelijk recht en lijkt krom. -Hij is ganschelijk bekwaam en lijkt dom. Hij is zéér welsprekend en -lijkt een stamelaar. Hij, die puur en rustig is, wordt het voorbeeld -van de wereld” [66]. - - - -„Zonder uit te gaan ken ik de wereld; zonder uit mijn venster te kijken -zie ik den Weg des Hemels. Hoe verder gij gaat, hoe minder gij zult -weten. Daarom, de Wijze komt er zonder te loopen, noemt de dingen -zonder ze te zien, en volmaakt zich zonder actie” [67]. - - - -„(De Wijze) is voor de goeden goed. Voor de niet-goeden is hij ook -goed, om ze goed te maken” [68]. - -„Hij, die de reëele deugd bezit, is als een pasgeboren kind, dat de -venijnige insecten niet steken, de wilde beesten niet grijpen, en de -roofvogels niet meêvoeren” [69]. - - - -„Zij, die Tao weten, spreken er niet over; die er over spreken weten -Het niet. (De Wijze) doet zijn mond dicht, sluit zijne oogen en ooren, -haalt zijne hooge aspiraties neder, ontrafelt het verwarde, tempert het -(verblindend) schitterende, en maakt zich gelijk aan het stof. Dit noem -ik eene mystieke gelijkenis met Tao. Gunst noch ongenade, voorspoed -noch schade, eer noch verachting kunnen hem treffen. Daarom is hij de -eerbiedwaardigste mensch onder den Hemel” [70]. - - - -„De Wijze doet Wu Wei [lett. niet-doen], werkt aan géén werk, en -savoureert wat zonder smaak is. Hij wreekt kwaad met goed. Hij zoekt -geen groote dingen te doen, en daardoor juist volbrengt hij groote -dingen” [71]. - - - -„De Wijze begeert géén begeerten te hebben, en hecht geen waarde aan -moeilijk te verkrijgen dingen. Zijne studie is géén studie, en daardoor -ontloopt hij de fouten der menschen” [72]. - - - -„Waarom kunnen de groote rivieren en zeeën de koningen zijn van alle -stroomen? Omdat zij zich onder hen weten te houden, dáárom kunnen zij -de koningen aller stroomen zijn. Daarom, als de Wijze superieur wil -zijn aan het volk, moet hij in zijn spreken ónder het volk blijven. Als -hij voor het volk uit wil staan, moet hij zich op den achtergrond -houden. Daar hij allen strijd vermijdt is er niemand in het rijk, die -tegen hem strijden kan” [73]. - - - -„Te weten dat wij niet weten, is superieur; niet te weten en denken te -weten, dat is de ziekte der menschen. Als men om deze ziekte lijdt, zal -men haar ontkomen. De wijze heeft deze ziekte niet, juist omdat hij er -het lijden van weet” [74]. - - - -„Ware woorden zijn niet mooi; mooie woorden zijn niet waar. Zij, die -goed zijn, zijn niet welsprekend, zij, die welsprekend zijn, zijn niet -goed. Zij, die Tao kennen, zijn niet geleerd; zij, die geleerd zijn, -kennen Tao niet. De Wijze stapelt niet op (wat hij bezit). Hoe meer hij -gebruikt om de menschen te helpen, des te meer heeft hij over; hoe meer -hij den menschen geeft, des te rijker wordt hij.—De Weg des Hemels is: -wèl te doen en niet te schaden. De Weg des Menschen is: te handelen, -maar niet te strijden” [75]. - - - -Reine, zoete woorden van deemoed, klinkende door twee en twintig eeuwen -heen, en thans nog onvergankelijk van simpele waarheid! Leer van liefde -en genade, gepredikt in de zesde eeuw vóór Jezus Christus, door den -grootsten Wijze van China, en thans nog waardig om naast de leer van -christelijke liefde te schijnen als een Licht voor de menschheid. -Begint men te begrijpen, dat, áls China uit zijn diep verval zal worden -opgeheven, dat zéér goed zijn kan met geheel eigen hulpmiddelen, zonder -de inmenging der gehate vreemden? „The answer to Confucianism is -China,” heeft Prof. Legge eens gezegd, een zendeling. Dus ook „The -answer to Lao Tsz’ism is China!”—En daarom is het mij een groote -vreugde, de woorden van China’s grootsten wijze nog eens te doen -klinken, twee duizend twee honderd jaar later, in deze verlichte, -christelijke tijden. - -Is óns christelijke volk in Europa zoo deemoedig, en nederig, en puur, -zóó ongevoelig voor die nietigheden der wereld als eer, en roem, en -rijkdom? Zijn ónze groote mannen zoo bescheiden en simpel, zoo afkeerig -van glorie en naam, en zoo sterk en devoot van ziel? Zijn ónze tijden, -in welke de vrede alleen kan bestaan gegrondvest op bruut geweld en de -vrees van enkele machthebbers onderling, die vooral voor verlies van -eigen heerlijkheid bang zijn, zijn onze christelijke tijden zoo rein en -zuiver? Zijn onze tijden niet, met enkele uitwendige verschillen, -gelijk aan de tijden van Lao Tszʼ? Hebben wij niet de namen der dingen -voor de dingen zelven, niet de schaduw voor de substantie, den schijn -voor het wezen? Hebben wij niet „eminente, beroemde” geleerden met -ridderorden en palmen getooid, waarvan de lintjes elken dag gedragen -worden? Hebben wij niet staatslieden en ambtenaren, die zoo -„belangloos, en actief, en uiterst capabel, en vol dienstijver” zijn, -hebben wij geen „groote” o! „groote, groote” artiesten, die „hoog” o! -„hoog, hoog” boven ons uitsteken, vèr boven de gewone stervelingen, en -die, dronken van trots, dit elken dag met boller en boller opblazing -toonen, en klinkt de geheele europeesche pers niet van namen, en namen, -en nogeens namen, die toch vooral op den voorgrond moeten worden gezet? - -Maar waar is de eenvoud, en de deemoed, en de puurheid des -harten?...... - -Hoe rein en bizonder wordt die figuur van Lao Tszʼ, als we ons haar -voorstellen in de verwarring der tijden tegen het einde der -Chow-dynastie. Men wist het toen toch zoo! De heilige woorden van -hertog Chow, van koning Wên, en van koning Woe [76], men had ze zóó -lang herhaald, en van buiten geleerd, tot ze leêg van alle beteekenis, -enkel holle klanken waren geworden. Men wist precies hoe het gaan -moest, en hoe alles in elkaar moest zitten. Men wist precies de -inrichting van het goevernement, en de namen der deugden, waarmede men -het waarnemen moest.—De menschen waren o! zoo geleerd, en zoo verlicht, -en schepten zulk een vreugde in ’t leven! En toen zeide Lao Tszʼ deze -onsterfelijke woorden: - - - -„Alle menschen zijn blij en vroolijk, als hij, die geniet van -rundvleesch, als hij, die in de lente een hoog terras bestegen heeft. - -„Ik alleen ben kalm, en heb nog niet éven bewogen; ik ben als een klein -kindje, dat nog niet geglimlacht heeft. Ik ben vrij, zonder -belemmering, àlsof er niets was, waarheen ik zou willen terugkeeren. - -„De gewone menschen hebben óver, maar ik alleen ben als een die (alles) -verloren heeft. Ik heb het hart van een domme, ik ben een chaos van -verwarring. - -„De gewone menschen zijn schitterend verlicht; ik alleen ben als -duister. De gewone menschen zijn doordringend van doorzicht; ik alleen -ben droevig ongerust. Ik ben vaag als de zee, ik word door de golven -heen en weer gedreven, rusteloos... Alle menschen weten overal een -reden voor, ik alleen ben dom, als iemand van het land. - -„Ik alleen ben anders dan de (gewone) menschen, omdat ik de Moeder -vereer, die alles voedt (Tao)” [77]. - - - -En alles ging zoo goed in het rijk, al was alles in verwarring! Dat, -waarop het geheele rijk moest steunen, de reinheid en puurheid van het -volk en van den vorst, bestond niet meer, maar men had dan toch de -namen van de dingen! Men had menschlievendheid, en filantropie, en -gerechtigheid, men had ouderlievendheid, en getrouwheid en -oprechtheid!—Men was ook verbazend knap geworden, scherpzinnig, en -doordringend van doorzicht. Maar de essentie ontbrak. De essentie van -het zuivere, reine gemoed, waardoor vrede alleen mogelijk is, het -gemoed zonder égoïsme en begeerten, dat in een vorst onmisbaar is. De -grondvesten van het rijk, dit zuivere gemoed èn van het volk èn van den -vorst, waardoor alles vanzelf goed zoude gaan, waardoor alle deugden -vanzelf bestaan zouden, zonder nogeens apart met mooie namen te worden -genoemd omdat de natuurlijke loop der dingen, het leven der dingen -volgens de beweging van Tao, vanzelf zuiver is, deze grondvesten -ontbraken. De zoogenaamde beschaving, met hare precies geformuleerde -moraal, die aan alle dingen een juisten naam had gegeven, en die èn -vorst èn volk maar voller had gemaakt van altijd groeiende begeerten, -die verlichtheid en die studie, die, oorspronkelijk goed, de ijdelheid -en de eerzucht hadden opgezweept, hadden het reine gemoed van de -menschen verduisterd, en zóó de basis, waarop het geheele rijk moest -rusten, verwaarloosd. „Wat doet het er eigenlijk toe, of we het -karakter „wei” dan wel het karakter „oh” voor „ja!” gebruiken?” zeide -Lao Tszʼ, „maar het is héél iets anders om te weten het onderscheid -tusschen goed en kwaad” [78]. - -Beter dan de beschaving, die schijn en huichelarij ten grondslag had, -vond Lao Tszʼ dan nog de tijden, toen het volk onwetend, maar gelukkig; -ónbeschaafd, maar simpel; onceremonieus, maar rein van hart was, toen -de koningen van-zelf regeerden, zonder veel moeite te moeten doen, -omdat alles op natuurlijke wijze goed ging, en toen er minder rijkdom -en weelde was, maar het volk geen honger leed. Want óók, dit wist de -chineesche wijze, wat de meesten nú nog niet weten, die zoo vér zijn in -socialisme en humaniteit, dat het alleréérste vereischte tot geluk voor -het volk is, om geen honger te hebben. Alle andere dingen komen dan -later wel. En hij leerde, dat vóór alles noodig was een terugkeer naar -den oorspronkelijken, primitieven staat van éénvoud van lang voorheen. -Dat hij, zooals vele vertalers beweerd hebben, het volk daardoor voor -altijd in een soort bruten gelukstoestand wilde houden, ongeveer als -die van een rumineerende koe in de weide, geloof ik niet. Mijns inziens -was het hem vooral te doen, om een sterken nadruk dáárop te leggen, dat -vóór alles (het andere kwam dan later wel) de oorspronkelijke, zuivere, -pure menschennatuur moest wederkomen, de primitieve toestand, waarin de -menschheid eeuwen geleden had verkeerd, in een geluksstaat, een thans -ongeloofelijk schijnenden eenvoud, waarin het chineesche rijk in zijn -eerste stadium schijnt verkeerd te hebben, met ideaal-vorsten als Yaou -en Shoen aan het hoofd, meer dan tweeduizend jaren vóór onze -jaartelling.—Wetenschap, en kennis, en knapheid, en ook weelde van -kunst, waren mooi, maar zonder den eenvoud des harten, zonder het -diviene principe, door Tao in den mensch gelegd, was dat alles voos en -zonder reëel wezen. Dan liever onwetend, maar rein; dom, maar -kinderlijk; ongeciviliseerd, maar zuiver; dan liever geen oorlogen en -geen roemruchtige daden, maar vrede en liefde onder de menschen. Als -het hart van het volk en van den vorst maar weer rein was, dan zou de -regeering vanzelf wel gaan, zonder ingenieuze staatsinstellingen en -spitsvondige systemen en wetten, omdat dan de staat bezield zou wezen -met den heiligen adem van Tao, op welken alles, de geheele natuur, in -de onvermijdelijk juiste richting beweegt. Zóó, van déze dingen -uitgaande, en niet als onbereikbare, onmogelijke droomen moeten we de -leer van Lao Tszʼ over het volk, en het rijk, en den vorst opvatten.—En -de eenvoudige gezegden, die ik thans hieronder zal aanhalen, zouden zij -misschien ook nú niet, zóó opgevat, van toepassing zijn? - - - -„—Maakt geen ophef van eerwaardigheid, dan zal het volk niet twisten. -Hecht geen hooge waarde aan moeilijk te verkrijgen goederen, dan zal -het volk geen diefstal plegen. Ziet niet naar wat begeerlijk is, dan -zal het hart van het volk niet in opstand komen. Daarom, de Wijze -(vorst) regeert door de harten ledig (van begeerte) te maken, de buiken -stevig te voeden, de (slechte) neigingen te verzwakken, en het -beenderstelsel te versterken” [79]. - - - -„Doe de Wijsheid vàn U, en wèg met het Weten, dan zal het volk -honderdmaal meer gelukkig zijn! Doe de Filantropie vàn U, en wèg met -Gerechtigheid, en het volk zal (van-zelf) terugkeeren tot liefde voor -de ouders en voor de kinderen! Doe de Knapheid van U, en weg met -Gewinzucht, en er zullen geen dieven en roovers meer wezen!” [80] - - - -„Als de mensch het rijk wil volmaken met actie, zie ik dat hij niet -slaagt. Het rijk is een heilige offervaas, waaraan men niet mag werken. -Werkt men er aan, dan bederft men haar, grijpt men er naar, dan -verliest men haar” [81]. - - - -En nu ook deze mooie hoofdstukken over het oorlogvoeren, en den -krijgsroem: - - - -„Zij, die den heerscher over menschen helpen in Tao, onderwerpen het -rijk niet met geweld van wapenen. Wat men aan de menschen doet, krijgt -men op dezelfde wijze terug als het gegeven is. Overal, waar legers -zijn geweest, groeien doornen en distels. Op groote veldtochten volgen -stellig jaren van hongersnood. De ware Goede slaat ééns met vrucht een -slag, en houdt dàn op, maar durft niet met ruw geweld doorgaan” [82]. - - - -„De beste wapenen zijn instrumenten van onheil. Allen verachten ze; die -Tao bezitten, houden er zich niet mede op. In de woning van den Kiün -Tszʼ is de linkerplaats de eereplaats; hij, die soldaten gebruikt, eert -de rechterplaats. Wapenen zijn instrumenten van onheil, geen -instrumenten van den Kiün Tszʼ. Deze gebruikt ze alléén als ’t niet -anders kàn, en kalmte en rust zijn voor hem het hóógste. Overwint hij, -dan verblijdt hij er zich niet over, want zich daarover verblijden zou -zijn houden van menschen-doodslag. En wie houdt van doodslag kan nooit -zijn doel bereiken in de goede regeering van het rijk. In alles, wat -geluk aanbrengt, is de linkerplaats de hoogste, in alles wat onheil -aanbrengt de rechter. De onderbevelhebber neemt (dan ook) de -linkerplaats in, de opperbevelhebber de rechter. Dat is, men plaatst -hen volgens de ceremonieën van den rouwdienst. Hem, die een veldslag -gewonnen heeft, moet men plaatsen als in de ceremonieën voor de dooden” -[83]. - - - -En nog meerdere teksten, allen even kernachtig en juist. - - - -„Als de koningen en vorsten Wu Wei konden blijven, zouden alle menschen -zich hervormen” [84]. - - - -„De volken van het rijk stroomen toe naar hem, die de groote conceptie -van Tao kan omvatten” [85]. - - - -„Toen Tao in het rijk regeerde, zond men de vlugge paarden weg om ze op -’t land te gebruiken; toen Tao niet in het rijk regeerde, werden de -krijgsrossen gefokt op de grenzen” [86]. - - - -„Met rechtheid regeert men den staat, met listen voert men oorlog, met -Wu Wei wint men het rijk. Hoe weet ik, dat het zoo met het rijk is? -Door dit: Hoe meer bangmakende verbodsbepalingen er in het rijk zijn, -des te armer wordt het volk. Hoe meer middelen tot productie van weelde -er zijn, des te meer verwarring komt er. Hoe bekwamer en vernuftiger -het volk wordt, des te artificiëeler de dingen worden. Hoe rijker en -klaarder de wet wordt, des te meer dieven en roovers er komen. Daarom -zegt de Wijze: Ik ben Wu Wei, en dan zal het volk zich vanzelf -hervormen. Ik houd van de rust, en dan zal het volk vanzelf recht -worden. Ik doe geen werk en dan zal het volk vanzelf rijk worden. Ik -heb geen begeerten, en dan zal het volk vanzelf (weer) eenvoudig -worden” [87]. - - - -„Als de regeering tolerant is, zal het volk schuldeloos zijn; als de -regeering overal den neus in steekt, zal het volk telkens inbreuk op de -wet maken. Falen is de basis van slagen, en slagen is de basis van -falen” [88]. - - - -„De wijze is vierkant, zonder hoekig te zijn, is belangeloos zonder te -kwetsen, is oprecht zonder overdreven stipt te zijn, is schitterend, -zonder te verblinden” [89]. - - - -„Om de menschen te regeeren en den Hemel te dienen gaat er niets boven -de gematigdheid” [90]. - - - -„Om een groot rijk te regeeren, moet men even zoo voorzichtig zijn als -in ’t bakken van een klein vischje” [91]. - - - -„Een groot rijk moet zijn (nederig) als de groote stroomen, in welke -zich de wateren van het rijk uitstorten. Het moet de vrouwelijke sekse -navolgen, die juist door de rust (passiviteit) de mannelijke overwint. -Die rust is een vernedering. Daarom, als een groot rijk zich vernedert -voor kleinere staten, zal het die kleinere staten winnen. Als de -kleinere staten zich vernederen voor het groote rijk, zullen zij het -groote rijk winnen” [92]. - - - -„De ouden, die Tao bezaten, gebruikten Het niet om het volk verlicht te -maken, maar om het volk simpel te houden. Het volk is moeilijk te -regeeren omdat het zooveel weet. Hij, die een rijk regeert door het -weten te vermeerderen, is de geesel van het volk; hij, die niet met al -dat weten het rijk regeert, is het geluk van het volk” [93]. - - - -„Hij, die een goed veldheer is, is niet krijgszuchtig” [94]. - - - -„Een veldheer zeide eens: Ik durf niet gastheer te zijn (d.i. aan te -vallen), ik ben liever gast (d.i. defensief). Ik durf geen duim vooruit -te gaan, ik ga liever een voet terug” [95]. - -„Het volk heeft honger, omdat zijn vorst veel belastingen heft. Dáárom -heeft het honger. Het volk is moeilijk te regeeren, omdat zijn Heer (te -veel) doet. Dáárom is het moeilijk te regeeren” [96]. - - - -Men ziet, de geheele filosofie van Lao Tszʼ is gebaseerd op het zachte -en zwakke, op de nederigheid en den deemoed. De groote fouten van den -tijd waren, dat het leven gebaseerd werd op hardheid en sterkte, -brutaliteit en trots.—Lao Tszʼ zeide, dat hij drie groote schatten had: -liefde, zuinigheid en nederigheid. Door zijne liefde kon hij dapper -zijn, door zijne zuinigheid juist kon hij veel geven, door zijne -nederigheid, die hem verbood, de eerste te willen wezen, kon hij juist -in werkelijkheid de eerste zijn. Maar in den tijd, in welken hij -leefde, was men dapper zonder liefde, gaf men veel uit, zónder zuinig -te zijn, en ging men weg van de laatste plaats, om toch vooral de -eerste te zoeken. Dit alles leidde tot den dood, leerde hij. Alleen als -men strijdt met een hart vol liefde is men onverwinlijk. „De Hemel -schenkt de gave van liefde aan hem, dien zij beschermen wil” [97]. En -als twee legers van gelijke kracht strijden, leerde hij, was die -veldheer, die het meeste medelijden had, de overwinnaar. - -Zijn ideaal was, om te beginnen een kleinen staat te hebben, met -simpele menschen, zooals uit het 80e hoofdstuk blijkt. Hij zag zeker -in, dat het onmogelijk was, een heel groot rijk ineens volmaakt te -hebben, en droomde zich dus een klein, te verwezenlijken Arcadia. Als -hij dat kleine rijk had, met weinig volk, zou hij, al waren er voor -tien of honderd man wapenen, die wapenen toch niet gebruiken, noch -zouden de schepen en wagenen, noch zouden de kurassen dienst doen. Hij -zou het volk doen terugkeeren tot het gebruik der geknoopte koorden -[98]. „Het volk zou zoet genieten van zijn eten, zou zijne kleederen -mooi maken, rust hebben in zijne woning en vreugde scheppen in zijne -simpele zeden” [99]. - -En zóó bang was Lao Tszʼ dat het zuivere, reine gemoed van zijn volk—de -kostbaarste schat in zijn ideaal-rijk—zou bedorven worden door de -zoogenaamde beschaving, dat hij er ten slotte aan toevoegde: „Al lag -een naburige staat vlak over den mijne, zoodat de honden en hanen aan -weêrszijden elkanders geluid konden hooren, mijn volk zou oud worden en -doodgaan zonder er gemeenschap mede te hebben gehad.” - - - -En deze man is genoemd een pessimist, een obscurantist, en wat al niet -meer,—het staat in véle vertalingen van heel geleerde mannen te -lezen,—en zijn leer over de basis, waarop het rijk moet rusten, is -genoemd „anti-social pride” en „hostility to popular education and -progress,” en die over de superioriteit van Wu Wei is genoemd „negative -quietism” en zelfs „idleness” en „self-indulgence”! Is het niet of Lao -Tszʼ dit alles voorzien heeft, toen hij zeide: „Zij, die geleerd zijn -kennen Tao niet”? En blijkt hieruit niet, dat om Lao Tsz’s pure -filosofie te begrijpen, nog wat meer noodig is, dan enkele -taalgeleerdheid en spitsvondigheid en woordelijke, letterlijke -accuratesse, vooral wanneer, zooals in zijn wondere boek, de woorden -zoo subtiel uit hunne sfeer zijn gehaald, om aan de behoefte van eene -andere, hoogere spiritueele expressie te voldoen? Waar Lao Tszʼ -aangeeft, dat voor óns beperkte begrip Tao als duister en verward is, -verwijt men hem het geloof aan een „chaos” en aan „void time”, en zelfs -Stanislas Julien, als enkel sinoloog een eminent geleerde, houdt vol -dat Tao is „un être dépourvu d’action, de pensées” en dat het gebruik -en de definitie van het woord Tao „excluent toute idée de cause -intelligente”! - -De waarheid is, dat Lao Tsz’s leer, wel verre van den mensch te -abrutiseeren en ongevoelig te maken, hem opwekt tot verheven idealen, -en aan het leven op aarde hare pure zuiverheid wil teruggeven. Wel -vèrre van tot luiheid en anti-socialen trots aan te sporen, heeft Lao -Tsz’s leer vooral tot thema de zelf-verloochening en de liefde voor -onzen medemensch. Het is bedroevend te zien, hoe geleerden, die in de -taalwetenschap een eereplaats innemen, enkel en alleen omdat zij -denken, er het Christendom mede te verheffen, alle andere, vreemde -leeren bekladden. Zóó zegt de gewezen zendeling prof. Legge, de -vertaler der chineesche klassieken, dezelfde die overal à tout prix -Confucius neêrhaalt, van Lao Tsz’s gezegde „Wreek kwaad met goed”: -„There hardly belongs to it a moral character”! Terwijl zelfs Giles, -een der hevigste vijanden van de Tao Teh King, bij die passage moet -bekennen: „Those who, wanting in the logical faculty, have been foolish -enough to say that the Golden Rule of Confucius ranks lower than the -Golden Rule of Christ, have here had to take their shoes from off their -feet and admit that they are upon holy ground” [100]. - -Ik voor mij wil gaarne bekennen, dat ik bijna overal in de Tao Teh King -den heiligen grond betreed. Maar met een zuiver hart moeten zijne -simpele woorden gevoeld worden, en men moet ze lezen in stille -eenzaamheid, vér van de geruchten der wereld, en leêg van aardsche -gedachten, zooals men dat wereldwijze boek moet lezen, waarmede het -waard is vergeleken te worden: De Imitatione Christi van Thomas à -Kempis. - -Lao Tsz’s leer, tot het uiterste doorgevoerd zijnde, gaat er een geheel -nieuw licht over de dingen der wereld. De begrippen goed en kwaad gaan -weg, want wat Lao Tszʼ leerde was niet goed te zijn, daar er in de orde -der dingen niet zoo iets als goed, en ook niet zoo iets als kwaad was, -er was alleen zuiver, volgens de natuur, van-zelf zijn. De loop der -dingen en het wezen der dingen was niet goed of kwaad, het wàs -eenvoudig zooals het wàs. Alles gebeurde, omdat het in de natuurlijke -orde lag om te gebeuren. - -Zóó verliest ook de dood zijne verschrikking, en het leven zijn aan die -verschrikking tegenovergestelde vreugde. Wat nog volstrekt geen -onverschilligheid en ongevoeligheid in zich sluit, zooals velen beweerd -hebben. Integendeel. Zeer mooi wordt dit gezegd in den Nan Hwa King, -het mystieke werk van Lao Tsz’s grootsten discipel Chuang Tszʼ [101]: -„De geboorte van den wijze is de (natuurlijke) gang des Hemels, zijn -dood is de (natuurlijke) loop der dingen. Zijn leven is als drijven, -zijn dood is als rust” [102]. Het aannemen van alle dingen als gewoon, -natuurlijk, zuiver, was een eerste vereischte. Niets was bizonder blij -of bizonder droef, niets pleizieriger of treuriger dan iets anders, als -men maar Tao had. En daarom kon Chuang Tszʼ in hetzelfde hoofdstuk -zeggen: „Droefheid en Geluk zijn de afvalligen van de Deugd; Vreugde en -Toorn leiden af van Tao.”—Er was ook niet zoo iets aparts als leven en -dood, als contrasten, elk op zich zelf reëel bestaande. Een andere -discipel van Lao Tszʼ, Ljeh Tszʼ, zat eens aan den weg te eten, en zag -een honderdjarig doodshoofd liggen. Hij plukte een bosje gras af, en -wees daarmede naar den doodskop, zeggende: „Alleen gij en ik weten dat -er geen leven bestaat en geen dood.” - -Toen Chuang Tsz’s vrouw was gestorven, en men zich verwonderde, dat hij -er zoo kalm bij bleef, en tot tijdverdrijf op een schaal sloeg, zeide -hij, dat sterven volstrekt niets bizonders was, evenmin als geboren -worden; het was enkel maar verandering, en het lag in den natuurlijken -gang der dingen. „Dit is gelijk de gang der vier jaargetijden, lente, -herfst, winter en zomer. Rustigjes slaapt zij in het Groote Huis (Tao)” -[103]. - -Zóó verhaalt Chuang Tszʼ ook, dat toen, na Lao Tsz’s dood, de filosoof -Chʼin Shih op rouwbezoek ging, hij een groote schaar menschen om het -lijk zag geschaard, jammerlijk snikkende en huilende zooals het de -gewoonte was uren te blijven doen. Chʼin Shih gaf maar drie korte -schreeuwen, meer niet, en ging toen heen. Een der discipelen -verwonderde zich over dezen inbreuk op de ceremonieën en vroeg Chʼin -Shih verwijtend, of hij dan geen vriend van den Meester was. En toen -antwoordde Chʼin Shih, dat al dat gejammer en gekrijt maar gekheid was, -en afleidde van Tao. „Het is den Hemel weêrstaan, de emoties (der -wereld) verdubbelen, en vergeten wat ons oorspronkelijk deel is. De -Meester kwam precies omdat het zijn tijd was, hij ging precies heen, -omdat hij volgzaam aan zijn tijd was” [104]. - -Ik weet het, dit schijnt ongevoelig, onverschillig, onsympathiek. Maar, -wanneer men dieper doordenkt, getuigt het van een naïef, kinderlijk -vertrouwen, en tevens van een wèlbewuste zekerheid in de -onsterfelijkheid der ziel, of, meer eigenaardig chineesch uitgedrukt, -in het terugkeeren tot Tao. Het sterven was alleen een overgebracht -worden tot iets anders, evenals hout, dat verbrandt tot vuur, en het -vuur dat verdampt tot schijnbaar niets. Maar niets gaat verloren, de -essence is onvernietigbaar. - -Dit is de zekerheid die Chuang Tszʼ, doordrongen als hij was van Lao -Tsz’s principes, deze schoone woorden deed zeggen, toen hij zijn dood -voelde naderen, en zijne familie op het hart drukte, toch vooral niet -te jammeren, en hem geen pompeuze begrafenis te geven, maar gewoon -buiten te leggen, in het veld: - -„Ik wil den Hemel en de Aarde hebben voor mijn sarcophaag, de zon en de -maan zullen mijne eereteekenen zijn, waar ik op mijn staatsiebed lig, -en de geheele creatie zal de rouwende zijn bij mijn uitvaart.” - - - -Het is treurig te zien, wat het latere geslacht van Lao Tsz’s zuivere -leer gemaakt heeft. Den ontzaglijken eenvoud van zijne aphorismen niet -begrijpende, begonnen latere chineesche geleerden in zijn boek een -mystiek te zien, die over de kunst handelde om onsterfelijk te worden. -En men ging... het elixir zoeken, dat de gave schonk om eeuwig te -leven! Het lijkt haast onmogelijk de menschelijke dwaasheid zóó hoog -opgevoerd te zien, maar uit de Tao Teh King is de chineesche alchimie -en de magie geboren! Men begon in alle zinnen verborgen meeningen te -zien, dacht dat zij zinspeelden op tot nu toe onbekende Goden, op verre -gelukslanden ergens in den oceaan, en op geheime wonderdranken! Men -begon Lao Tszʼ zelf te vergoden, noemde hem een zuiver goddelijk wezen, -een incarnatie van Tao, die reeds vroeger op aarde was verschenen in -verschillende gedaanten, en ook in de toekomst weer verschijnen zou, -maar voor ’t oogenblik zalig was, in een paradijs, gelegen in de -Poolster, enz. enz. De boeddhisten die—en terecht—zeer veel punten van -gelijkenis zagen tusschen hun leer en de zijne, maakten een boeddha van -hem, en verzonnen omtrent zijn leven dezelfde legenden, als die welke -omtrent Shakyamuni in omloop waren. Men zag, eenmaal zoo ver verdwaald, -overal duivels en demonen, en ook heilige geesten en feeën, en zóó -ontstond die belachelijke goden- en geestendienst, met zijn eindeloos -pantheon van afgoden en mystieke personnages, dien men tegenwoordig in -China „het Taoïsme” noemt. Wèl jammer, dat men er dien naam aan gegeven -heeft, want dit Taoïsme, met zijn fetischdienst, en zijn verachtelijke -priesterschap, heeft absoluut niets te maken met de pure, zuivere, -menschelijke leer van Lao Tszʼ, zooals die is neergeschreven in den Tao -Teh King. Ik zal mij, hier althans, niet verder in dit latere Taoïsme -verdiepen, daar ik in deze studie alleen de oorspronkelijke leer van -Lao Tszʼ wensch te bespreken. En laten wij niet ál te veel op de -chineezen neêrzien, omdat zij van Lao Tsz’s zuivere ideeën zulke dolle -dingen hebben gemaakt. Wat is er in Europa al niet gemaakt van de leer -van Jezus Christus, en welke gruwelen en misdaden zijn er niet -bedreven, en welke valsche, leugenachtige voorstellingen zijn er niet -gemaakt in Zijnen naam, die lijnrecht in strijd zijn met wat Hij heeft -gepredikt? Ik heb reeds aangehaald, wat Samuel Johnson daar zoo terecht -van gezegd heeft: „a book like the Bible or the Tao Teh King becomes a -fetich to crude stages of mind, as well as a companion to higher ones.” - -En als ik er in geslaagd ben om, geïnspireerd als ik was door mijne -innige bewondering voor China’s grootsten wijze, de leer van Lao Tszʼ -zóó in deze studie te hebben voorgesteld, dat zij voor goed een -vertrouwde metgezel wordt voor velen, die er de uitdrukking in zullen -vinden van reeds lang in hen sluimerende, maar nog niet bewust geworden -ideeën, dan zou ik daarmede nog maar een klein weinigje van de -dankbaarheid gekweten hebben, die men hem, en álle groote voorlichters -van den menschelijken geest, is verschuldigd. Want hij heeft van het -reinste en nobelste werk gedaan, dat op aarde kan gedaan worden. - - - - - - - -TAO TEH KING. - -EERSTE DEEL: TAO. - - -HOOFDSTUK I. - -1. Kon Tao uitgezegd worden, dan zou het de eeuwige Tao niet zijn; kon -de naam genoemd worden, dan zou het de eeuwige Naam niet zijn. - -2. Als Niet-Zijn kan men Het noemen het begin van Hemel en Aarde; als -Zijn kan men Het noemen de Moeder van alle Dingen. - -3. Daarom, als het hart voortdurend Niet-Is (d.i. vrij van alle -aardsche begeerten) kan men het Mysterie aanschouwen van Tao’s -spiritueele essence; als het voortdurend Is (d.i. vol begeerten), kan -men er enkel den begrensden Vorm van zien. - -4. Deze beiden, Zijn en Niet-Zijn, komen uit hetzelfde voort, en hebben -verschillenden naam. - -5. Beiden zijn zij geheimzinnig. Het geheimzinnige er van is dubbel -geheimzinnig. - -6. Dit alles is de Poort van het spiritueele Mysterie. - - - -HOOFDSTUK II. - -1. Allen onder den Hemel weten zoo dat mooi „mooi” is; dan komt het -„leelijke” voor den dag. Allen weten zoo dat goed „goed” is; dan komt -het „slechte” voor den dag. - -2. Daarom, Zijn en Niet-Zijn produceeren elkaar wederkeerig. - -3. Moeilijk en Gemakkelijk brengen zich wederkeerig voort. Lang en kort -geven elkaar wederkeerig verschil in vorm. Hoog en Laag brengen -elkaar’s ongelijkheid voort. De Toon en de Stem harmoniëeren -wederkeerig. Het Vóór en het Ná volgen elkaar wederkeerig op. - -4. Daarom is het, dat de Wijze zijn zaak maakt van Wu Wei (Niet-Doen), -en hij begaat de leer zonder woorden. - -7. Als het werk volbracht is, hecht hij er zich niet (meer) aan. Juist -omdat hij er zich niet aan hecht, gaat het (de verdienste er van) niet -van hem weg. - - - -HOOFDSTUK III. - -1. Maakt geen ophef van eerwaardigheid, dan zal het volk niet twisten. - -2. Hecht geen hooge waarde aan moeilijk te verkrijgen goederen, dan zal -het volk geen diefstal plegen. - -3. Ziet niet naar wat begeerlijk is, dan zal het hart van het volk niet -in verwarring komen. - -4. Daarom, de Wijze regeert door de harten ledig (van begeerte) te -maken, de buiken stevig te voeden, de (slechte) neigingen te -verzwakken, en het beenderstelsel te versterken. - -5. Hij maakt voortdurend, dat het volk niet weet, en geen begeerten -heeft. - -6. Als dit niet geheel gelukt, maakt hij dat zij, die (wèl) weten, niet -durven ageeren. - -7. Hij doet Wu Wei (Niet-Doen), en dan is er niets, wat hij niet (goed) -regeert. - - - -HOOFDSTUK IV. - -1. Tao is ledig, en (toch) in Zijne operaties als onuitputtelijk. - -2. O! Hoe diep is Het! Het is de Oer-Vader aller dingen. - -3. Het verstompt zijn scherpte, ontrafelt zijne verwardheid, tempert -zijne (verblindende) schittering, en maakt zich gelijk aan het stof. - -4. O! Hoe kalm is Het! Het lijkt wel eeuwig te bestaan. - -5. Ik weet niet van wien Het het kind is. Het was vóór Shang Ti (den -oppersten God). - - - -HOOFDSTUK V. - -1. Hemel en Aarde zijn niet menschlievend, en alle dingen zijn voor hen -als de strooien honden (voor de offering). - -2. De Wijze is niet menschlievend, en beschouwt het volk als de -strooien honden (voor de offering). - -3. Te midden van Hemel en Aarde is als een blaasbalg; Het is ledig en -(toch) nooit uitgeput; hoe meer Het beweegt, hoe meer (kracht als wind) -er uitkomt. - -4. Maar met veel woorden raakt men uitgeput. Het is beter, het midden -te bewaren. - - - -HOOFDSTUK VI. - -1. De Geest van de vallei sterft niet, men noemt haar de mystieke -Moeder. - -2. De deur van de mystieke Moeder is de Wortel (Oorsprong) van Hemel en -Aarde. - -3. Het gaat eeuwiglijk door en schijnt altijd (als stoffelijk) te -blijven bestaan. - -4. Houdt u er altijd aan, en gij zult niet behoeven te bewegen. - - - -HOOFDSTUK VII. - -1. Hemel en Aarde duren eeuwiglijk. Hemel en Aarde kunnen dáárom -eeuwiglijk duren, omdat zij niet voor zich zelf leven. - -2. Daarom stelt de Wijze zich zelf achter de anderen, en wordt dan zelf -(juist) de eerste. - -3. Hij maakt zich los van zijn lichaam, en dan blijft zijn lichaam -(juist) behouden. - -4. Is dit niet, omdat hij geen egoïsme heeft? - -5. En (toch) wordt dan zijn egoïstisch eigenbelang volmaakt. - - - -HOOFDSTUK VIII. - -1. De opperste Goedheid is als water. - -2. Water is goed, doet goed aan alle dingen, en twist niet. - -3. Het woont in plaatsen, die de menschen verachten. - -4. Daarom komt (de Wijze, die als water is) dicht bij Tao. - -5. Hij woont (vanzelf) op de goede plaats. Hij houdt er van dat zijn -hart diep is als een afgrond. Als hij weldoet meent hij het in -menschlievendheid. Als hij spreekt, spreekt hij goed de waarheid. Als -hij regeert, houdt hij goed orde. Als hij zaken heeft, doet hij ze -goed. Als hij beweegt is het op den rechten tijd. - -6. (Maar alleen) als hij niet met anderen in strijd komt is er niets in -hem te laken. - - - -HOOFDSTUK IX. - -1. Beter dan een gevulde vaas aan beide zijden te dragen, is het, er in -’t geheel geen te dragen. - -2. Als men (een lemmet), na het gescherpt te hebben, telkens met de -hand voelt (om het te probeeren), zal het niet lang goed kunnen -blijven. - -3. Als men zijn zaal vol goud en edelgesteenten heeft, zal men haar -niet kunnen behouden. - -4. Als men, rijk en in aanzien zijnde, trotsch is, zal men zelf zijn -ongeluk na zich sleepen. - -5. Als het werk volbracht is, en de naam gemaakt, moet men zich -terugtrekken. Dit is de Weg van den Hemel. - - - -HOOFDSTUK X. - -1. Hij, die het animale aan het spiritueele onderwerpt, kan zijn wil op -één ding (d.i. Tao) gericht houden, zoodat hij niet verdeeld is -(tusschen wereldsche dingen). - -2. Hij temt zijn vitale kracht, tot hij gedwee (en gevoelig) wordt, en -als een pasgeboren kind. - -3. Als hij zijn inwendig gezicht klaar en puur maakt (vrij van de -duisterheden en twijfelingen van het Verstand), zal hij vrij zijn van -alle moreele gebreken. - -4. Als hij, met liefde voor het volk (als hij een Vorst is) het rijk -regeert, zal hij Wu Wei kunnen zijn. - -5. Hij zal zijn als de broedende hen, die in volmaakte rust is, terwijl -de processen van de natuur voortgaan. - -6. Als zijn licht overal doordringt, zal hij als onwetend kunnen zijn. - -7. Hij brengt de dingen voort en voedt ze. Hij brengt ze voort, zonder -ze (als bezit) te hebben. Hij vermeerdert en vermenigvuldigt, en rekent -niet op hun belooning. Hij regeert hen, en beschouwt zich niet als hun -Meester. - -Dit is wat men noemt de mysterieuze Deugd. - - - -HOOFDSTUK XI. - -1. De dertig spaken van een wiel vereenigen zich om een naaf. Maar -alleen door de ledige ruimte is de wagen van nut. - -2. De vaas is uit klei gekneed tot huisraad. Maar alleen door de ledige -ruimte (binnen in) is zij van nut. - -3. Men boort deuren en vensters uit om een huis te bouwen. Maar alleen -door de ledige ruimte zijn zij van nut. - -4 Daarom, het Zijn (het materieele) heeft zijn voordeel, maar van het -Niet-Zijn (het immaterieele) hangt het eigenlijke nut af. - - - -HOOFDSTUK XII. - -1. De vijf kleuren verblinden het oog van den mensch. De vijf tonen -verdooven het oor. De vijf smaken bederven den smaak. - -2. Dolle ritten en jachten brengen het menschelijk hart in verdwaling. -Moeilijk te verkrijgen goederen brengen den mensch tot verderfelijke -daden. - -3. Daarom maakt de Wijze werk van zijn binnenste en niet van zijne -oogen. - -4. Hij verwerpt wat van buiten komt, en langt naar wat van binnen is. - - - -HOOFDSTUK XIII. - -1. Hooge gratie en degradatie zijn dingen van vreeze. Het lichaam is -als een groote ramp. - -2. Hoe is het, dat men (dit) zegt (van) hooge gratie en degradatie? -Hooge gratie is iets inferieurs. Verkrijgt men haar, dan is men als in -vreeze. Verliest men haar, dan is men als in vreeze. Daarom zegt men: -hooge gratie en degradatie zijn dingen van vreeze. - -3. Hoe is het, dat men zegt: „Het lichaam is als eene groote ramp”? Ik -heb dáárom groote rampen, omdat ik een lichaam heb. - -4. Als ik zoover was, dat ik géén lichaam had, welke rampen zou ik dan -hebben? - -5. Daarom, wie het als een zware karrewei beschouwt, om het rijk te -regeeren, dien kan men het rijk toevertrouwen; wie het iets -verwerpelijks vindt om zelf het rijk te regeeren, dien kan men de -regeering van het rijk opdragen. - - - -HOOFDSTUK XIV. - -1. Gij kijkt er naar, en gij ziet Het niet; men noemt Het kleurloos -(I). - -Gij luistert er naar, en gij hoort Het niet; men noemt Het aphoon (Hi). - -Gij tast er naar, en gij raakt Het niet; men noemt Het onstoffelijk -(Wei). - -2. Deze drie dingen zijn niet met eigen woorden uit te leggen. - -3. Daarom, zij smelten samen tot één. - -4. Zijn bovenste is niet verlicht, Zijn onderste is niet duister (heeft -geen schaduw). - -5. Het is eeuwig, en kan niet met een naam worden genoemd! Het keert -terug tot het Niet-Zijn! Dit noem ik het beeld van het beeldelooze, den -vorm van het vormelooze. Dit noem ik vaag en onbestemd (een mysterie). - -6. Gij nadert Het, en gij ziet niet Zijn begin. Gij volgt Het, en gij -ziet niet Zijn einde. - -7. Gij moet het Tao van de Oudheid doorgronden, om over het bestaan van -het Heden te regeeren. Wie het Begin weet van het Oude, heeft de draad -van Tao in handen. - - - -HOOFDSTUK XV. - -1. In de Oudheid waren de goede filosofen, die zich aan Tao wijdden, -(als) gering, subtiel, duister, en vèr-doordringend. Zij waren zóó -diep, dat het niet is te begrijpen. - -2. Maar omdat het niet te begrijpen is, zal ik mij moeite doen om er -een beeld van te geven. - -3. Zij waren bedeesd als een, die in den winter een stroom doorwaadt. -Zij waren op hun hoede, als een, die zijne buren vreest. Zij waren -ernstig als een gast (tegenover zijn gastheer). Zij verdwenen als het -ijs, dat gaat smelten. Zij waren simpel, als onbewerkt hout. Zij waren -ledig, als een vallei. Zij waren als troebel water. - -4. Wie kan de onzuiverheden (van zijn hart) verreinen tot rust? - -Wie kan langzamerhand geboren worden (in Tao) door een langdurig -betrachte kalmte? - -5. Hij, die Tao behoudt, wenscht niet vol te zijn. Juist omdat hij niet -vol is, is hij voor altijd gevrijwaard tegen verandering. - - - -HOOFDSTUK XVI. - -1. Als men tot het opperste Ledig is gekomen, handhaaft men eene -onvergankelijke rust. - -2. Alle dingen worden te samen geboren; ik zie ze (daarna) weder -terugkeeren. - -3. Alle dingen bloeien overvloediglijk; (daarna) keert elk terug tot -zijn Oorsprong. - -4. Tot den Oorsprong terugkeeren heet in rust zijn. In rust zijn heet -terugkeeren tot het (eeuwige, reëele) Leven. - -5. Terugkeeren tot het Leven heet ik eeuwigdurend zijn. - -6. Te weten wat eeuwigdurend is heet verlicht zijn. Niet te weten wat -eeuwigdurend is heet eigen ellende bewerken. - -7. Weten wat eeuwigdurend is is een groote ziel hebben. Een groote ziel -hebbende is men rechtvaardig. Rechtvaardig zijnde is men koning. Koning -zijnde is men de Hemel. De Hemel zijnde is men Tao. - -8. Tao zijnde is men altijd-durend. Al sterft het lichaam, er is (dan -toch) geen gevaar (meer te duchten). - - - -HOOFDSTUK XVII. - -1. In de hooge Oudheid wist het volk alleen van de vorsten dat zij -bestonden. - -2. De vorsten die dáárna kwamen had het volk lief en prees hen. - -3. Die dáárna kwamen, vreesde het. - -4. Die dáárna kwamen, verachtte het. - -5. Hij, die anderen niet vertrouwt, krijgt het vertrouwen van anderen -niet. - -6. (De Ouden) waren langzaam en ernstig in hun woorden. - -7. Als zij de verdiensten hadden gemaakt, en de zaken volvoerd, zeide -het volk: „Wij zijn vanzelven (zooals onze natuur is)”. - - - -HOOFDSTUK XVIII. - -1. Toen Tao werd verwaarloosd, kwamen Menschlievendheid en -Gerechtigheid. - -2. Toen de „scherpzinnigheid” en „het schrandere doorzicht” voor den -dag kwamen, ontstond de groote Huichelarij. - -3. Toen de familie niet meer in harmonie leefde, kwamen de Hiao en de -Ts’zʼ. - -4. Toen de staten van het rijk in verwarring waren, kwamen de getrouwe -onderdanen. - - - -HOOFDSTUK XIX. - -1. Doe de Wijsheid vàn u, en weg met het Weten, dan zal het volk -honderdmaal meer gelukkig zijn. - -2. Doe de Filantropie vàn u, en weg met Gerechtigheid, en het volk zal -(vanzelf) terugkeeren tot liefde voor de ouders en voor de kinderen. - -3. Doe de Knapheid vàn u, en weg met Gewinzucht, en er zullen geen -dieven en roovers meer wezen. - -4. Doet afstand van deze drie dingen. Hebt niet genoeg aan den schijn. - -5. Daarom toon ik u, wáár gij u aan moet houden: Ziet uzelf in uwen -(oorspronkelijken) eenvoud en behoud uw (oorspronkelijke) puurheid. -Hebt weinig egoïsme en weinig begeerten. - - - -HOOFDSTUK XX. - -1. Doe de Studie vàn u, dan zult gij geen zorgen hebben. - -2. Wat doet het er eigenlijk toe of we het karakter „wei” dan wel het -karakter „oh” voor „ja!” gebruiken? (Maar) het is héél iets anders (om -te weten) het onderscheid tusschen goed en kwaad. - -3. Helaas! de wereld is een wildernis geworden, en er is nog geen einde -aan! - -4. Alle menschen zijn blij en vroolijk, als hij, die geniet van -rundvleesch, als hij, die in de lente een hoog terras heeft bestegen. - -5. Ik alleen ben kalm, en heb nog niet éven bewogen; ik ben als een -klein kindje, dat nog niet geglimlacht heeft. Ik ben vrij, zonder -belemmering, alsof er niets was, waarheen ik zou willen terugkeeren. - -6. De gewone menschen hebben over; ik alleen ben als een, die (alles) -verloren heeft. Ik heb het hart van een domme, ik ben een chaos van -verwarring. - -7. De gewone menschen zijn schitterend verlicht, ik alleen ben als -duister. De gewone menschen zijn doordringend van doorzicht; ik alleen -ben droevig ongerust. Ik ben vaag als de zee, ik word door de golven -heen en weêrgedreven, als rusteloos. - -8. Alle menschen hebben overal een reden voor; ik alleen ben dom, als -iemand van het land. - -9. Ik alleen ben anders dan de (gewone) menschen, omdat ik de Moeder -vereer, die alles voedt (Tao). - - - -HOOFDSTUK XXI. - -1. De (zichtbare) manifestaties van de groote Teh zijn eene emanatie -van Tao. - -Ziehier de natuur van Tao. - -2. Tao is vaag en verward. Hoe verward!... Hoe vaag!... En (toch) bevat -het de vormen (der dingen)! Hoe vaag!... Hoe verward!... En (toch) -bevat het eene spiritueele essence! Deze spiritueele essence is ten -zéerste reëel, en bevat de onfeilbare getuigenis (van wat zij is). - -3. Van oudsher tot nú toe was Zijn naam onvergankelijk, en Het geeft -geboorte aan de geheele creatie. - -4. Hoe weet ik, dat de geheele creatie hierin haar oorsprong heeft? -Door Tao zelf. - - - -HOOFDSTUK XXII. - -1. Het onvolmaakte zal volmaakt worden. Het gebogene zal recht worden. -Het holle zal vol worden. Het versletene zal nieuw worden. - -2. Met weinig wordt Het verkregen, met véél dwaalt men er van af. - -3. Daarom, de Wijze omvat het Eene (Tao), en maakt zich (zoo) het -voorbeeld van de wereld. - -4. Hij wenscht zelf niet licht te schijnen, en dáárom juist is hij -verlicht. Hij wenscht niet zelf de ware man te wezen, en dáárom juist -steekt hij boven de anderen uit. Hij pocht niet op zijn werk, en dáárom -juist heeft hij verdienste. Hij stelt zichzelf niet hoog, en is dáárom -juist de meerdere. Hij strijdt niet, en dáárom juist is er niemand in -de wereld die tegen hem op kan. - -5. Hoe zou het een leeg gezegde kunnen zijn wat de Ouden noemden: „Het -onvolmaakte wordt volmaakt”? Als iemand het volmaakte bereikt heeft, -onderwerpt zich alles aan hem. - - - -HOOFDSTUK XXIII. - -1. Wie weinig spreekt is van-zelf natuurlijk (Tszʼ Jan). - -2. Wat is het, dat maakt dat een strenge wind geen geheelen morgen -duurt, en een hevige regen geen geheelen dag? (De actie van) Hemel en -Aarde. Als de Hemel en de Aarde niet lang kunnen duren, hoeveel te -minder dan de mensch! - -3. Daarom de mensch die al zijne daden regelt naar Tao zal gelijk aan -Tao worden; degenen, die zich regelen naar de Deugd zullen gelijk aan -de Deugd worden; die zich regelt naar de Misdaad zal gelijk aan de -Misdaad worden. - -4. Wie gelijk aan Tao is verkrijgt ook Tao, wie gelijk aan de Deugd is -verkrijgt ook de Deugd, wie gelijk aan de Misdaad is verkrijgt ook de -Misdaad. - -5. Niet genoeg geloof hebben is géén geloof hebben. - - - -HOOFDSTUK XXIV. - -1. Wie op zijn teenen gaat staan kan niet rechtop blijven; wie de -beenen ver uitstrekt kan niet loopen. - -2. Wie zelf licht wenscht te schijnen is niet verlicht. Wie zelf de -ware man wenscht te wezen steekt niet boven de anderen uit. Wie op zijn -werk pocht heeft geen verdienste. Wie zich zelf hoog stelt is niet -superieur. - -3. Zulke manieren van doen, vergeleken bij (de goddelijke principes -van) Tao, zijn als overblijfseltjes van eten, of andere walgelijke -dingen, die altijd verafschuwd worden. - -4. Daarom, wie in Tao leven, houden er zich niet mede op. - - - -HOOFDSTUK XXV. - -1. Vóór Hemel en Aarde bestonden, was er een vaag Wezen. - -2. Hoe rustig-kalm! Hoe onstoffelijk! - -3. Het staat alleen, op-zich-zelf, en verandert niet. - -4. Het doorvloeit alles en loopt (toch) geen gevaar. - -5. Het mag wel de Moeder van alles onder den Hemel worden genoemd. - -6. Ik weet niet Zijnen naam. - -7. (Maar) Het een karakter willende geven noem ik Het Tao. - -8. Wil ik Het met alle geweld omschrijven, dan noem ik Het groot. - -9. Van groot noem ik Het vervliedend. - -10. Van vervliedend noem ik Het vèr. - -11. Van vèr noem ik Het (weer) terugkeerend. - -12. Daarom, Tao is groot, de Hemel is groot, de Aarde is groot, de -Koning is groot. - -13. Er zijn vier groote machten in de wereld, en de Koning is er één -van. - -14. De wet van den Koning is van de Aarde; de wet van de Aarde is van -den Hemel; de wet van den Hemel is van Tao. - -15. (Maar) de Wet van Tao is van-zich-zelven. - - - -HOOFDSTUK XXVI. - -1. Het zware is de wortel van het lichte; de rust is Overheerser van de -beweging. - -2. Daarom laat de Wijze nooit af van zwaarte en rust. - -3. Al is er nóg zooveel schoons te zien, hij blijft wonen in de rust, -en gaat er vér van. - -4. Maar helaas, de Heer van tienduizend wagenen acht het Rijk licht om -zich zelf. - -5. Door ze gering te achten verliest hij zijne ministers, door zich te -laten medesleepen verliest hij de heerschappij. - - - -HOOFDSTUK XXVII. - -1. Hij, die goed (in Tao) gaat, laat geen sporen achter. Hij, die goed -spreekt, geeft geen reden tot blaam. Hij, die goed telt, gebruikt geen -bamboe-tabletjes. Hij, die goed sluit, gebruikt geen houten bouten, en -toch kan men niet openen (wat hij sluit). Hij, die goed bindt, gebruikt -geen koorden, en toch kan men niet losmaken (wat hij bindt). - -2. Daarom, de Wijze munt altijd uit in het helpen van menschen, en hij -verwerpt er géén; hij munt altijd uit in het helpen van dingen, en hij -verwerpt er geen. Dit noem ik dubbel verlicht zijn. - -3. Daarom, de goede is de leermeester van den slechte; de slechte is de -leermeester van den goede. - -4. Hij, die geen waarde hecht aan macht, en niet houdt van weelde, al -moge zijn wijsheid als dom schijnen, heeft de Al-Wijsheid verkregen. - - - -HOOFDSTUK XXVIII. - -1. Hij, die zijne mannelijke kracht kent, en toch vrouwelijke zachtheid -behoudt, is de vallei van het rijk. - -2. Als hij de vallei is van het rijk, zal de altijddurende deugd hem -niet verlaten, en hij zal terugkeeren tot den simpelen staat van een -kind. - -3. Hij, die zijn licht kent, en toch in de schaduw blijft, is het -voorbeeld voor het rijk. - -4. Is hij het voorbeeld van het rijk, dan zal de altijddurende deugd in -hem niet falen, en hij keert terug tot het eindelooze. - -5. Hij, die zijne glorie weet en blijft in de schande, is de vallei van -het rijk. - -6. Als hij de vallei is van het rijk zal de altijddurende deugd in hem -haar volmaaktheid bereiken, en hij zal tot den oorspronkelijken, -simpelen staat terugkeeren. - -7. Toen de oorspronkelijke, simpele staat zich verspreidde, zijn de -dingen gevormd. - -8. De Wijze, als hij (dit alles) gebruikt, zal het hoofd der -mandarijnen zijn. - -9. Hij regeert met grandeur, en kwetst niemand. - - - -HOOFDSTUK XXIX. - -1. Als de mensch het rijk wil volmaken met actie, zie ik dat hij niet -slaagt. - -2. Het rijk is een heilige offervaas, waaraan men niet mag werken. - -3. Werkt men er aan, dan bederft men haar, grijpt men er naar, dan -verliest men haar. - -4. Daarom, onder de menschen zijn er die vooruitgaan en die volgen, die -verwarmen en die verkoelen, die sterk zijn en die zwak zijn, die -bewegen en die stilstaan. - -5. Daarom, de Wijze verwerpt den wellust, de luxe en de -buitensporigheid. - - - -HOOFDSTUK XXX. - -1. Zij, die den heerscher over menschen helpen in Tao, onderwerpen het -rijk niet met geweld van wapenen. - -2. Wat men aan de menschen doet krijgt men op dezelfde manier terug als -het gegeven is. - -3. Overal, waar legers zijn geweest, groeien doornen en distels. - -4. Op groote veldtochten volgen stellig jaren van hongersnood. - -5. De ware Goede slaat ééns met vrucht een slag en houdt dán op, maar -durft niet met ruw geweld doorgaan. - -6. Hij slaat één goeden slag, maar verheft zich niet. - -7. Hij slaat één goeden slag, maar roemt er niet over. - -8. Hij slaat één goeden slag, maar is er niet trotsch over. - -9. Hij slaat één goeden slag, maar alleen omdat hij niet anders kan. - -10. Hij slaat één goeden slag, maar wil niet sterk en geweldig lijken. - -11. Vanaf het toppunt van kracht worden de (menschen en) dingen oud, -dat wil zeggen, zij zijn niet gelijk aan Tao, en wat niet gelijk is aan -Tao neemt een spoedig einde. - - - -HOOFDSTUK XXXI. - -1. De beste wapenen zijn instrumenten van onheil. - -2. Allen verachten ze, daarom, zij die Tao bezitten houden er zich niet -mede op. - -3. In de woning van den Kiün Tszʼ is de linkerplaats de eereplaats, -hij, die soldaten gebruikt, eert de rechterplaats. - -4. Wapenen zijn instrumenten van onheil, geen instrumenten van den Kiün -Tszʼ. - -5. Deze gebruikt ze alléén als ’t niet anders kán, en de kalmte en de -rust zijn voor hem het hoogste. - -6. Overwint hij, dan verblijdt hij er zich niet over, want zich daarin -verblijden zou zijn houden van menschen-doodslag. - -7. En wie houdt van doodslag kan nooit zijn doel bereiken in de goede -regeering van het rijk. - -8. In alles, wat geluk aanbrengt, is de linkerplaats de hoogste, in al -wat ongeluk aanbrengt de rechterplaats. - -9. De onderbevelhebber neemt de linkerplaats in, de opperbevelhebber de -rechter. - -10. Dat is, men plaatst hen volgens de ceremonieën van den rouwdienst. - -11. Hij, die een groote menigte menschen gedood heeft, moet over hen -rouwen en weenen. - -12. Hem, die een veldslag gewonnen heeft, moet men plaatsen als in de -ceremonieën voor de dooden. - - - -HOOFDSTUK XXXII. - -1. Tao is eeuwig en heeft geen naam. - -2. Ofschoon zoo simpel-klein van natuur durft de geheele wereld Het -niet te onderwerpen. - -3. Als prinsen en koningen Het konden handhaven zouden de tienduizend -wezens en dingen zich aan hen onderwerpen. - -4. Hemel en Aarde zouden zich vereenigen, en een zoeten dauw doen -nederdalen, en het volk zou zonder bevelen van zelf tot harmonie komen. - -5. Van (het moment) dat Tao verdeeld was, kreeg Het een naam. - -6. Die naam, eenmaal bepaald zijnde, moet men zich weten in te houden. - -7. Wie zich weet in te houden komt in géén gevaar. - -8. Tao is verspreid in het Heelal. - -9. Alles keert tot Tao terug, als de bergstroomen tot de rivieren en -zeeën. - - - -HOOFDSTUK XXXIII. - -1. Hij, die de menschen kent, is verstandig, maar hij, die zichzelf -kent, is verlicht. - -2. Hij, die andere menschen overwint, is sterk, maar hij, die zichzelf -overwint, is almachtig. - -3. Hij, die zich weet te matigen, is rijk, maar hij, die energiek is, -heeft kracht van wil. - -4. Hij, die niet van zijn essentieele natuur afwijkt, zal lang leven, -maar hij, die sterft, en toch niet verloren gaat, geniet het -eeuwigdurend leven. - - - -HOOFDSTUK XXXIV. - -1. Hoe oneindig strekt Tao zich uit! - -2. Het kan naar links gaan, het kan naar rechts gaan. - -3. Alle wezens steunen op Tao om geboren te worden, en Het weigert -géén. - -4. Als het werk volbracht is, noemt Tao het niet het Zijne. - -5. Het heeft alle wezens lief, en voedt ze, en beschouwt zich toch niet -als hun Meester. - -6. Het is eeuwig zonder begeerte; men zou Het (dus) klein kunnen -noemen. - -7. Alle wezens keeren er toe terug, en toch beschouwt Het zich niet als -hun Meester, men zou Het (dus) groot kunnen noemen. - -8. Daarom doet de Wijze zijn geheele leven lang niet groot, en daardoor -juist volmaakt hij zijne grootheid. - - - -HOOFDSTUK XXXV. - -1. Alle volken van het rijk stroomen toe naar hem, die de groote -conceptie van Tao kan bevatten. - -2. Zij stroomen toe, en komen niet in gevaar, en hij zal ze tot rust en -vrede brengen. - -3. Voor muziek en fijne gerechten houdt de voorbijgaande vreemdeling -op. - -4. (Maar) als Tao uit onzen mond komt lijkt Het flauw en zonder smaak. - -5. Wij kijken er naar, en zien Het niet duidelijk; wij luisteren er -naar, en hooren Het niet genoeg; wij willen Het (geheel) gebruiken, -maar Het is onuitputtelijk. - - - -HOOFDSTUK XXXVI. - -1. Als een ding gaat contracteeren, moet het stellig oorspronkelijk -expansie hebben gehad. - -2. Als een ding gaat verzwakken, moet het stellig eerst sterkte hebben -gehad. - -3. Als een ding gaat vervallen moet het stellig eerst in bloei zijn -geweest. - -4. Als iemand op ’t punt staat beroofd te worden, moet hem stellig -eerst gegeven zijn. - -5. Dit noem ik een vage, en (tegelijk) heldere leer. - -6. Het zachte overwint het harde, het zwakke overwint het sterke. - -7. Visschen kunnen niet uit het water worden genomen; de instrumenten -van de regeering kunnen niet aan het volk worden gegeven. - - - -HOOFDSTUK XXXVII. - -1. Tao is eeuwig Wu Wei, en toch is er niets, wat Het niet doet. - -2. Als koningen en vorsten Wu Wei konden blijven, zouden alle menschen -zich hervormen. - -3. Als zij na die hervorming toch nog bewegen wilden, zou ik ze met het -simpele Wezen dat geen naam heeft (Tao) bedwingen. - -4. Het simpele Wezen dat geen naam heeft bevrijdt ons van begeerte, en, -vrij van begeerte, komen wij tot de Rust. - -5. En dan komt het Rijk van-zelf terecht. - - - - - - - -TWEEDE DEEL: TEH. - - -HOOFDSTUK XXXVIII. - -1. De hoogste Deugd (Teh) is geen deugd, en is dáárom juist Deugd. De -lagere deugd verliest niet (het idee) deugd, en is dáárom juist geen -Deugd. - -2. De hoogste Deugd is Wu Wei, zonder er (expres) iets voor te doen. De -lagere deugd is Wei (doende) en doet (alles) met opzet. - -3. De hoogste Menschlievendheid ageert, zonder er (expres) iets voor te -doen; de hoogste Plichtmatigheid ageert, maar doet (alles) met opzet. - -4. De hoogste Li (Decorum) ageert, maar er is geen antwoord op. Zij -wordt erkend door een beweging van den arm. - -5. Daarom, als Tao verloren is, komt daarna de deugd; als de deugd -verloren is, komt daarna de menschlievendheid; als de menschlievendheid -verloren is, komt daarna plichtmatigheid; als de plichtmatigheid -verloren is komt daarna het decorum. - -6. Welnu, het decorum is maar de schors van rechtheid en waarheid, en -het begin van verwarring. - -7. Het schijn-weten is maar de bloem van Tao, en het begin van domheid. - -8. Daarom houdt de wijze mensch zich aan wat substantieel en niet aan -wat oppervlakkig is, aan wat reëel en niet aan wat mooie schijn is. Hij -verwerpt het eene en langt naar het andere. - - - -HOOFDSTUK XXXIX. - -1. De dingen, die eertijds de Éénheid hebben verkregen zijn: - -de Hemel, die puur is door de Eénheid. - -de Aarde, die in rust is door de Eénheid. - -de Geesten, die spiritueel zijn door de Eénheid. - -de Valleien, die vol zijn door de Eénheid. - -de tienduizend Dingen die baren door Eénheid. - -de Prinsen en Koningen, die het voorbeeld der wereld zijn door hun -Eénheid. - -Dát heeft de Eénheid voortgebracht. - -2. Als de Hemel zijn puurheid niet had zou hij dreigen uiteen te -scheuren. - -Als de Aarde haar rust niet had zou zij gevaar loopen uiteen te -barsten. - -Als de Geesten hun spiritualiteit niet hadden zouden zij gevaar loopen -van optehouden te bestaan. - -Als de valleien niet gevuld werden, zouden zij gevaar loopen van te -verdrogen. - -Als de tienduizend Dingen niet baarden zouden zij gevaar loopen uit te -sterven. - -Als de prinsen en koningen trotsch waren op hun hoogheid, en niet het -voorbeeld der wereld waren, zouden zij gevaar loopen van den troon te -worden gestooten. - -3. Daarom, het aanzienlijke heeft zijn basis in het ordinaire, het -hooge heeft zijne grondvesten in het lage. - -Daarom noemen de prinsen en koningen zich weezen, menschen van weinig -verdienste, zonder deugd. Is dit niet omdat zij hun basis zien in het -ordinaire, en terecht? - -4. Wie véél basissen heeft, heeft géén basis. - -5. De Wijze wil niet hooggeschat worden als jaspis, maar ook niet -veracht als (gewone) steen. - - - -HOOFDSTUK XL. - -1. De beweging van Tao is terugkeer (tot zichzelf). - -Zachtheid is Zijne functie. - -2. Alle bestaan op de wereld is uit Zijn. Alle Zijn is uit Niet-Zijn. - - - -HOOFDSTUK XLI. - -1. Als superieure geleerden van Tao hooren, begaan zij Het (dadelijk) -ijverig. Als middelmatige geleerden van Tao hooren, handhaven zij Het -nú, en verliezen Het dán weer. Als inferieure geleerden van Tao hooren, -lachen zij er hard om. Als zij er niet om lachten zou het Tao niet -zijn. - -2. Daarom, een oud gezegde luidt: De verlichten in Tao zijn als -duister; de vergevorderden in Tao zijn als achteruitgaande; zij, die de -opperste deugd hebben zijn (laag) als een vallei; de uiterst reinen -zijn als vuil; zij, die deugd in overvloed hebben, zijn alsof ze niet -genoeg hebben; zij die (vast) gegrondveste deugd hebben, zijn als lui; -zij, die waar en simpel zijn, zijn als verachtelijk. - -3. Als een groot vierkant zonder hoeken, als een groote vaas, die nog -lang niet afgewerkt is, als een groot geluid, waarvan men den klank -zelden hoort, als een groot beeld zonder vormen, zóó is (voor ons) Tao -verborgen, en heeft geen naam. - -4. Het helpt de wezens en dingen en volmaakt ze. - - - -HOOFDSTUK XLII. - -1. Tao baarde één; één baarde twee; twee baarde drie; drie baarde alle -dingen. - -Want alle dingen komen uit het duister tot het licht, en worden in -harmonie gebracht door den adem der Natuur. - -2. Wat de menschen verafschuwen is te zijn weezen, menschen van weinig -verdiensten, zonder deugd, en toch noemen koningen en hertogen zich zoo -(als met een eerenaam). - -3. Daarom, wie zich vernedert zal verheven worden, en wie zich verheft -zal vernederd worden. - -4. Wat de menschen leeren, dat leer ik ook. - -5. De geweldigen en tyrannen zullen geen natuurlijken dood sterven. - -6. Ik zal hen tot het voorbeeld van mijn leer nemen. - - - -HOOFDSTUK XLIII. - -1. Het allerzachtste in de wereld overwint het allerhardste. - -2. Het immaterieele dringt binnen in het ondoordringbare. - -3. Vandaar, dat ik het nut weet van Wu Wei. - -Er zijn er maar weinigen onder den Hemel die toe zijn aan de Leer -zonder woorden, en aan het nut van Wu Wei. - - - -HOOFDSTUK XLIV. - -1. Wat is ons het naaste, onze naam of ons Zelf? - -Wat is ons het meeste, ons Zelf of onze rijkdommen? - -2. Wat is het ergste, ze te verkrijgen of ze te verliezen? - -3. Daarom is het, dat wie veel liefheeft, veel zal verkwisten. - -Wie veel (schatten) verbergt zal stellig veel verliezen. - -Wie genoeg weet te hebben zal niet onteerd worden. Wie weet (waar) op -te houden zal niet ondergaan. Deze zal langen tijd bestaan. - - - -HOOFDSTUK XLV. - -1. (De Wijze) is ganschelijk volmaakt, en lijkt onvolmaakt; zijne -middelen raken nooit op. Hij is ganschelijk vol en lijkt ledig; zijne -middelen (bronnen) zijn nooit uitgeput. Hij is ganschelijk recht en -lijkt krom. Hij is ganschelijk bekwaam en lijkt dom. Hij is zéér -welsprekend en lijkt een stamelaar. - -2. De beweging overwint de koude, de rust overwint de warmte. - -3. Hij die puur en rustig is, wordt het voorbeeld van het rijk. - - - -HOOFDSTUK XLVI. - -1. Toen Tao in het rijk regeerde, zond men de vlugge paarden weg om ze -op het land te gebruiken; toen Tao niet in het rijk regeerde, werden de -krijgsrossen gefokt op de grenzen. - -2. Er is géén zoo groote misdaad als zich veel begeerten toe te staan; -er is géén zoo groot ongeluk als niet genoeg weten te hebben; er is -géén zoo groote ramp als (altijd) maar te willen krijgen. - -3. Daarom, hij die genoeg weet te hebben, is altijd tevreden, naar ik -meen. - - - -HOOFDSTUK XLVII. - -1. Zonder mijn deur uit te gaan ken ik de wereld, zonder uit mijn -venster te kijken zie ik den Weg des Hemels. - -2. Hoe verder gij uitgaat, hoe minder gij zult weten. - -3. Daarom, de Wijze komt er zonder te loopen, noemt de dingen zonder ze -te zien, en volmaakt zich zonder actie. - - - -HOOFDSTUK XLVIII. - -1. Zich toeleggen op de studie is dagelijks „meer krijgen.” Zich wijden -aan Tao is dagelijks „minder krijgen,” minder en minder, tot Wu Wei -bereikt is. - -2. Wu Wei eenmaal bereikt, is er niets wat men niet kan doen, naar ik -meen. - -3. Door altijd niets te doen kan men over het Rijk meester worden. Maar -door te doen is men niet in staat, meester te worden van het Rijk. - - - -HOOFDSTUK XLIX. - -1. De Wijze heeft geen buitengewoon hart. Hij beschouwt het hart van -het volk als het zijne. - -2. Ik ben voor de goeden goed. Voor de niet-goeden ben ik ook goed, om -ze goed te maken. Ik geloof de oprechten. De niet-oprechten geloof ik -ook, om ze oprecht te maken. - -3. De wijze in de wereld is voortdurend in vreeze dat de wereld zijn -hart in verwarring zal brengen. - -4. De ooren en oogen der honderd families zijn op hem gericht, en hij -beschouwt hen als kinderen. - - - -HOOFDSTUK L. - -1. De mensch komt uit het leven en gaat in den dood. - -2. Er zijn dertien dienaren van het leven en dertien dienaren van den -dood. - -3. Als de mensch geboren is, bewegen hem ook al de dertien dienaren van -den dood. - -4. Wat is hier toch wel de reden van? Dat hij te intens wil leven, en -te veel vitaliteit verspilt. - -5. Ik heb hooren zeggen, dat hij, die zijn leven weet te regeeren, -zonder gevaar langs een weg kan gaan, waar rhinocerossen en tijgers -zijn, en in het leger kan treden zonder harnas of wapenen, want de -rhinoceros zou geen plek kunnen vinden om zijn hoorn in te boren, de -tijger geen plek om zijn klauwen in te slaan, de krijgsman geen plek om -zijn zwaard in te steken. - -6. En hoe komt dat dan wel? Omdat hij niet blootgesteld is aan den -dood. - - - -HOOFDSTUK LI. - -1. Tao brengt de dingen voort. Het brengt ze groot door Teh (Zijne -manifestatie in hen). Het vormt ze door Zijne substantie. Het volmaakt -ze door Zijne impulsie. - -2. Daarom, onder alle wezens is er geen, dat niet Tao vereert en Teh -hoogacht. - -3. Die majesteit van Tao en die eerwaardigheid van Teh zijn niet aan -hen gegeven, zij bezitten die eeuwig uit zichzelven. - -4. Daarom, Tao baart alle dingen, kweekt ze op, doet ze groeien, brengt -ze groot, volmaakt ze, doet ze rijpen, voedt ze, beschermt ze. - -5. Te baren, en toch niet als eigendom te beschouwen, te formeeren, en -dat toch niet als glorie te beschouwen, te regeeren, en toch vrij te -laten,—dit noem ik de mysterieuze Deugd. - - - -HOOFDSTUK LII. - -1. De wereld heeft een begin, dat werd de Moeder der wereld. - -2. Als men de moeder bezit kent men daardoor hare kinderen. Als men -hare kinderen kent en daarna de moeder behoudt, al sterft het lichaam -weg, men heeft dan geen gevaar te duchten. - -3. Hij, die zijn mond sluit, en zijne oogen en ooren dichtdoet, zal -zijn geheele leven lang niet (behoeven te) tobben. Hij, die zijn mond -opendoet, en zich druk gaat maken, is niet (meer) te redden. - -4. Het kleine te zien heet verlicht zijn, zwakheid te handhaven heet -sterk zijn. - -5. Als men gebruik maakt van de afschittering van Tao om daarna tot -Zijn licht terug te keeren, heeft het lichaam geen ramp meer te -vreezen. - -6. Dit noem ik dubbel verlicht zijn. - - - -HOOFDSTUK LIII. - -1. Als ik, bij toeval, eens een beetje kennis had, zou ik den grooten -Weg bewandelen. - -2. Mijn vrees zou zijn, of ik (deze leer) wel zou kunnen verspreiden. - -3. (Want) de groote Weg is zeer vlak, maar het volk houdt van de -zijpaden. - -4. Als de paleizen veel treden hebben, zijn de velden vol onkruid, en -zijn de graanschuren ganschelijk ledig. - -5. De prinsen kleeden zich in schitterende gewaden, dragende een scherp -zwaard; zij verzadigen zich aan (lekker) eten en drinken, en hebben -schatten en goederen te over. - -6. Dit noem ik het voorbeeld geven van diefstal. Dit is niet zich -toeleggen op Tao! - - - -HOOFDSTUK LIV. - -1. Hij, die goed weet te grondvesten, zal (zijn werk) niet ontworteld -zien; hij, die goed weet vast te houden, zal niet laten ontglippen. - -2. Zijn zonen en kleinzonen zullen voor hem offeren zonder ophouden. - -3. Als de mensch Het betracht in zich zelven, zal zijn deugd reëel -worden. Als hij Het betracht in zijne familie zal zijn deugd -overvloedig worden. Als hij Het in zijn dorp betracht zal zijn deugd -(vèr) verspreid worden. Als hij Het in zijn staat betracht zal zijn -deugd rijk-bloeiend worden. Als hij Het in het Rijk betracht zal zijn -deugd universeel worden. - -4. Daarom, naar zich zelf oordeelt men anderen, naar zijne familie -oordeelt men andere familieën; naar zijn dorp oordeelt men andere -dorpen; naar zijn staat oordeelt men andere staten; naar zijn Rijk -oordeelt men andere (toekomstige) Rijken. - -5. Hoe weet ik dat het aldus met het Rijk is? (Juist) door Dit. - - - -HOOFDSTUK LV. - -1. Hij die een intenze deugd heeft gelijkt op een pasgeboren kind, dat -de steken van venijnige insecten niet vreest, noch de klauwen van wilde -beesten, noch den greep van roofvogels. - -2. Zijn beenderen zijn zwak, zijn pezen zijn week, en (toch) houdt het -(de dingen) stevig vast. - -3. Het weet nog niet de gemeenschap der beide seksen en (toch) is er -(al) wat actie in zijn geslachtsdeel. Dit is door de volmaaktheid van -het semen. - -4. Het schreeuwt den ganschen dag en (toch) wordt zijn keel niet schor. -Dit is (door) de volmaaktheid van de harmonie. - -5. Te weten wat harmonie is heet onveranderlijk (eeuwigdurend) zijn. Te -weten wat onveranderlijk is heet verlicht zijn. Vermeerdering van leven -heet zaligheid. De geest het lichaam besturende heet kracht. - -6. Vanaf het toppunt van kracht worden de dingen oud, dat wil zeggen, -zij zijn niet gelijk aan Tao, en wat niet gelijk is aan Tao neemt een -spoedig einde. - - - -HOOFDSTUK LVI. - -1. Zij die (Tao) weten spreken er niet over; zij die er over spreken -weten Het niet. - -2. De Wijze doet zijn mond dicht, sluit oogen en ooren, haalt zijne -hooge aspiraties neder, ontrafelt het verwarde, tempert het -(verblindend) schitterende, en maakt zich gelijk aan het stof. Dit noem -ik eene mystieke gelijkenis (met Tao). - -3. Gunst noch ongenade, voorspoed noch schade, geëerdheid noch -verachting kunnen hem treffen. - -4. Daarom is hij de eerbiedwaardigste mensch onder den Hemel. - - - -HOOFDSTUK LVII. - -1. Met rechtheid regeert men den staat, met listen voert men oorlog, -met Wu Wei wint men het Rijk. - -2. Hoe weet ik, dat het zoo met het Rijk is? Door dit: - -3. Hoe meer bangmakende verbodsbepalingen er in het rijk zijn, des te -armer wordt het volk; hoe meer middelen tot productie van weelde het -volk heeft, des te verwarder wordt de staat; hoe bekwamer en -vernuftiger het volk is, des te meer artificiëele dingen worden er -gemaakt; hoe rijker en klaarder de wet wordt, des te meer dieven en -roovers er komen. - -4. Daarom zegt de Wijze: Ik ben Wu Wei en dan zal het volk zich vanzelf -hervormen. Ik houd van de rust, en dan zal het volk vanzelf recht -worden. Ik doe geen werk, en dan zal het volk vanzelf rijk worden. Ik -heb geen begeerten, en dan zal het volk vanzelf (weer) eenvoudig -worden. - - - -HOOFDSTUK LVIII. - -1. Als de regeering tolerant is, zal het volk schuldeloos zijn; als de -regeering overal den neus in steekt, zal het volk telkens inbreuk op de -wet maken. - -2. Falen is de basis van slagen; slagen is de basis van falen. Wie weet -(van die twee) het uiterste? - -3. Voor den ongerechte lijkt gerechtigheid als vreemd, en goedheid als -verdorvenheid. - -4. Waarlijk, de menschheid is gedompeld in dwaling, sinds menigen dag! - -5. Daarom, de Wijze is vierkant, zonder hoekig te zijn, is belangeloos -zonder te kwetsen, is oprecht zonder overdreven stipt te zijn, is -schitterend zonder te verblinden. - - - -HOOFDSTUK LIX. - -1. Om de menschen te regeeren en den Hemel te dienen gaat niets boven -de gematigdheid. - -2. Gematigdheid is het allereerst noodige voor den mensch. - -3. Dit allereerst noodige noem ik eene zware opeenstapeling van deugd. -Met eene zware opeenstapeling van deugd is er niets, wat hij niet -verwezenlijken kan. Als er niets is, wat hij niet verwezenlijken kan, -kent niemand de grenzen (van zijn macht). Als niemand de grenzen kent -(van zijn macht) is hij geschikt om het rijk te regeeren. - -4. Die het oer-principe van het rijk bezit, zal lang blijven -(regeeren). Dit is wat men noemt „een krachtigen en diep geplanten -wortel hebben”. Dit is de leer van lang te leven. - - - -HOOFDSTUK LX. - -1. Om een groot rijk te regeeren moet men even zoo voorzichtig zijn als -in ’t bakken van een klein vischje. - -2. Als men het rijk regeert met Tao zijn de kwade invloeden tot inactie -gedwongen; niet dat zij hun macht verloren hebben, maar zij kwetsen de -menschen niet. Niet alleen dat zij de menschen niet kunnen kwetsen, -maar zelfs de Wijze kwetst de menschen niet. - -3. Noch de Wijze, noch de kwade invloeden kwetsen hen, daarom zullen -hunne deugden samen ineenvloeien. - - - -HOOFDSTUK LXI. - -1. Een groot rijk moet zijn (nederig) als de groote stroomen, in welke -zich de wateren van het rijk uitstorten. - -2. Het moet de vrouwelijke sekse navolgen, die juist door de rust -(passiviteit) de mannelijke overwint. Die rust is eene vernedering. - -3. Daarom, als een groot rijk zich vernedert voor kleinere staten, zal -het die kleinere staten winnen. Als de kleinere staten zich vernederen -voor het groote rijk, zullen zij het groote rijk winnen. - -4. Daarom, de een vernedert zich om te krijgen, de ander om gekregen te -worden. - -5. Wat een groote staat enkel moet willen is zich te vergrooten en uit -te breiden, wat een kleine staat enkel moet willen is protectie, dan -krijgen beide wat zij noodig hebben. - -6. Maar de grooten behooren zich te vernederen! - - - -HOOFDSTUK LXII. - -1. Tao is de veilige schuilplaats van alle dingen, de schat van de -goeden, de steun van de slechten. - -2. Goede woorden kunnen ons tot voordeel zijn, en een eerwaardig gedrag -kan ons boven de anderen verheffen. - -3. Hoe kan men het wegmaken, dat er slechte menschen zijn? - -4. Daarom heeft men een keizerschap gegrondvest en drie ministers -ingesteld. - -5. Al houdt men in beide handen een jaspisstaf en gaat men vóór met een -vierspan, het is beter te blijven zitten en vooruit te gaan in Tao. - -6. Hoe is het, dat de ouden Tao zoo vereerden? Is het niet, omdat men -Het vanzelf vindt zonder den ganschen dag te zoeken, en omdat Het de -misdaden vergeeft? - -7. Daarom is Tao het eerbiedwaardigste onder den Hemel. - - - -HOOFDSTUK LXIII. - -1. De Wijze doet Wu Wei, werkt aan géén werk, en savoureert wat zonder -smaak is. - -2. Het groote en het kleine, het vele en het weinige zijn even -gewichtig voor hem. - -3. Hij wreekt kwaad met goed. - -4. Als hij moeilijke dingen ontwerpt, begint hij met de gemakkelijke, -als hij groote dingen wil doen, begint hij met de kleine. - -5. De moeilijke dingen onder den Hemel zijn stellig uit de gemakkelijke -gemaakt, de groote dingen onder den Hemel zijn stellig uit de kleine -gemaakt. - -6. Daarom, de Wijze zoekt geen groote dingen te doen, en daardoor juist -volbrengt hij groote dingen. - -7. Lichtvaardig gedane beloften worden stellig zelden gehouden, en wie -veel voor gemakkelijk houdt, ondervindt dat veel moeilijk is. - -8. Daarom, de Wijze vindt alsof alles moeilijk is, en daarom juist -ondervindt hij nooit moeilijkheden. - - - -HOOFDSTUK LXIV. - -1. Dat, wat in rust is, is gemakkelijk te behouden in zijn toestand; -dat wat nog niet verschenen is, is gemakkelijk te voorkomen; dat wat -broos is, is gemakkelijk te breken; dat wat klein is, is gemakkelijk te -verspreiden. - -2. Houdt het kwaad tegen vóór het bestaat, regeer wanorde vóór zij -uitbarst. - -3. Een boom dien gij met beide armen (nauwelijks) kunt omvatten is -gegroeid uit een vezeltje zoo fijn als een haar; een toren van negen -verdiepingen is uit een klein hoopje aarde opgericht, en een reis van -duizend li’s begint met een enkelen voetstap. - -4. Wie „doet” faalt, wie grijpt verliest (wat hij grijpt). - -5. Daarom, de Wijze is Wu Wei en faalt daarom niet, de Wijze grijpt -niet en verliest daarom niet. - -6. Als het volk iets doet faalt het altijd als het op het punt is om te -slagen. - -7. Zorg voor het einde zoowel als voor het begin, dan zult gij niet -falen. - -8. Vandaar, de Wijze begeert géén begeerten te hebben, en hecht geen -waarde aan moeilijk te verkrijgen dingen; zijn studie is géén studie en -daardoor ontkomt hij aan de fouten der menschen. Hij laat alle dingen -hun natuurlijken gang gaan, en komt niet tusschenbeide. - - - -HOOFDSTUK LXV. - -1. De Ouden, die Tao betrachtten, gebruikten Het niet om het volk -verlicht te maken, maar om het simpel te houden. - -2. Het volk is moeilijk te regeeren omdat het zooveel weet. - -3. Hij, die een rijk regeert door het weten te vermeerderen, is de -geesel van het volk; hij die niet met al dat weten het rijk regeert, is -het geluk van het volk. - -4. Hij die deze beide dingen weet, is ook een voorbeeld (voor het -rijk). Altijd een voorbeeld weten te zijn, noem ik de mystieke deugd -(hebben). (Deze deugd) is diep, en vèr-reikend, en tegenovergesteld aan -de (materieele) dingen! - -5. En daarna komt men tot den grooten vrede. - - - -HOOFDSTUK LXVI. - -1. Waarom kunnen de groote rivieren en zeeën de koningen zijn van alle -stroomen? Omdat zij zich onder hen weten te houden, daarom kunnen zij -de koningen aller stroomen zijn. - -2. Daarom, als de Wijze superieur wil zijn aan het volk, moet hij in -zijn spreken ónder het volk blijven. Als hij voor het volk uit wil -staan, moet hij zich op den achtergrond houden. - -3. Daardoor staat hij boven allen, en weegt (toch) niet zwaar op het -volk, staat hij voor allen uit en kwetst (toch) het volk niet. Daardoor -gehoorzaamt het rijk hem met vreugde, en wordt hem niet moede. - -4. Omdat hij allen strijd vermijdt is er niemand in het rijk, die met -hem strijden kan. - - - -HOOFDSTUK LXVII. - -1. Allen in het rijk noemen mij groot, maar ik ben als gedegenereerd. -Juist omdát ik groot ben, ben ik als gedegenereerd. - -2. Als ik daaraan (d.i. aan groot) gelijk ware.... reeds lang, naar ik -meen, weet ik daar het kleine van. - -3. Welnu, ik heb drie schatten, die ik vasthoud en in eere houd. De -eene heet Liefde. De tweede heet Zuinigheid. De derde heet Nederigheid. - -4. Door mijn liefde kan ik dapper zijn, door mijn zuinigheid kan ik -veel geven, door mijn nederigheid kan ik de eerste zijn. - -5. Tegenwoordig verwerpt men de liefde en is (toch) dapper, verwerpt -men de zuinigheid, en geeft (toch) veel uit, en verwerpt men de laatste -plaats om (toch) de eerste te zijn. - -Dit leidt tot den dood, naar ik meen. - -6. Welnu, als men strijdt vervuld van liefde, overwint men, en als men -iets verdedigt vervuld van liefde, zal men het behouden. - -7. De Hemel schenkt de gave van liefde aan hem, dien zij beschermen -wil. - - - -HOOFDSTUK LXVIII. - -1. Hij, die een goed veldheer is, is niet krijgszuchtig. Hij, die een -goed strijder is, is niet toornig. Hij, die een goed overwinnaar is, -worstelt niet. Hij, die goed menschen (weet te) gebruiken, stelt zich -onder hen. - -2. Dit noem ik de deugd die niet strijdt. Dit noem ik de kracht die de -menschen weet te gebruiken. Dit noem ik met den Hemel samen één zijn. - -3. Dit was het opperste, waartoe de Ouden kwamen. - - - -HOOFDSTUK LXIX. - -1. Een veldheer zeide eens: Ik durf niet gastheer te zijn (d.i. aan te -vallen); ik ben liever gast (d.i. defensief). Ik durf geen duim vooruit -te gaan; ik ga liever een voet terug. - -2. Dit noem ik vorderingen maken zonder vooruit te gaan, terugslaan -zonder de armen uit te strekken, vervolgen zonder dat er een vijand is, -grijpen zonder wapenen. - -3. Er is geen grooter ramp dan den vijand (te) gering te achten. Den -vijand gering te achten is bijna onzen schat verliezen. - -4. Als twee legers van gelijke kracht strijden, overwint dat leger dat -de liefde heeft. - - - -HOOFDSTUK LXX. - -1. Mijne woorden zijn heel gemakkelijk te begrijpen, heel gemakkelijk -te betrachten. Maar niemand in het rijk kan ze begrijpen, noch ze -betrachten. - -2. Mijne woorden hebben een’ Oorsprong, mijne daden hebben een’ Meester -(Tao). Maar de menschen weten dat niet, en daarom begrijpen ze mij -niet. - -3. Zij, die mij kennen, zijn zeldzaam. Dat is (juist) mijne -eerwaardigheid, naar ik meen. - -4. Daarom, de Wijze trekt grove wollen kleederen aan, en verbergt zijn -edelsteenen in zijn boezem. - - - -HOOFDSTUK LXXI. - -1. Te weten dat wij niet weten is superieur. Niet te weten en denken te -weten is de ziekte der menschen. - -2. Als men om deze ziekte lijdt zal men haar ontkomen. - -3. De Wijze heeft deze ziekte niet, (juist) omdat hij er het lijden van -weet. Dáárom is hij er niet ziek van. - - - -HOOFDSTUK LXXII. - -1. Als het volk niet vreest wat te vreezen is, zal dat, wat te vreezen -is, tot hem komen. - -2. Vindt uwe woning niet te nauw, walg niet van uw levenslot. - -3. Nu, ik walg niet van het mijne, daarom boezemt het mij geen walging -in. - -4. Daarom, de Wijze kent zichzelf, maar zonder gezien te willen worden; -hij heeft zich zelf lief, maar zonder zich hoog te stellen. Hij -verwerpt het eene, en langt naar het andere. - - - -HOOFDSTUK LXXIII. - -1. Hij, die zijn moed aanwendt om te durven, vindt den dood, maar hij, -die moed (genoeg) heeft om niet te durven, zal leven. - -2. Van deze twee dingen is het eene nuttig, het andere schadelijk. - -3. Wie weet de reden als de Hemel iets haat? - -4. Daarom, de Wijze is alsof hij alles moeilijk vindt. - -5. De Tao van den Hemel is niet te strijden en (toch) goed te -overwinnen, niet te spreken, en (toch) goed geantwoord te worden, niet -op te roepen en (toch) de menschen vanzelf te doen komen. - -6. Hij lijkt stil, maar maakt goed plannen. - -7. Het net van den Hemel is (eindeloos) groot; zijn mazen zijn ver van -elkaar, maar niemand ontsnapt er aan. - - - -HOOFDSTUK LXXIV. - -1. Als het volk den dood niet vreest, hoe het dan schrik aan te jagen -met den dood? - -2. Als het volk voortdurend den dood vreesde, en er waren slechten, dan -zou ik die grijpen en ter dood brengen, en wie zou dan nog durven? - -3. Er is altijd een Opperrechter om den doodstraf op te leggen. Hij, -die in plaats van dien Opperrechter wil dooden, is als een, die in -plaats van den timmerman hout gaat kappen. - -4. Onder hen, die in plaats van den timmerman hout gaan kappen, zijn er -maar weinigen, die niet hun vingers snijden. - - - -HOOFDSTUK LXXV. - -1. Het volk heeft honger, omdat zijn vorst veel belastingen heft. -Dáárom heeft het honger. Het volk is moeilijk te regeeren, omdat zijn -Heer (te veel) doet. Dáárom is het moeilijk te regeeren. Het volk schat -den dood gering, omdat het te intens zoekt te leven. - -2. Maar hij, die niets doet om te leven, is wijzer dan hij die het -leven (bovenmatig) hoogschat. - - - -HOOFDSTUK LXXVI. - -1. Als de mensch geboren wordt is hij zacht en zwak, als hij sterft is -hij stijf en sterk. Als het gras en de boomen geboren worden zijn zij -soepel en teêr, als zij sterven zijn zij droog en schraal. - -2. Stijfheid en sterkte zijn de volgelingen van den dood, zachtheid en -zwakheid zijn de volgelingen van het leven. - -3. Daarom, als een leger sterk is overwint het niet, als de boom sterk -is wordt hij omgehakt. - -4. Wat sterk en groot is, is inferieur, wat zacht en zwak is, is -superieur. - - - -HOOFDSTUK LXXVII. - -1. De Tao van den Hemel is als het spannen van een boog, dat het hooge -naar de laagte brengt, en het lage verheft, dat afneemt van wat te -veel, en toevoegt aan wat te weinig is. - -2. De Tao van den Hemel is om af te nemen van wat te veel, om toe te -voegen aan wat te weinig is. - -3. Maar de Tao van de menschen is om af te nemen van wie (al) niet -genoeg hebben, en toe te voegen aan wie (al) te veel hebben. - -4. Wie is in staat om wat hij over heeft aan de wereld te schenken? -Alleen hij, die Tao heeft. - -5. Daarom, de Wijze doet (goed) maar steunt er niet op; als zijn werk -volbracht is hecht hij er zich niet aan, en hij wenscht niet zijn eigen -eerwaardigheid te doen uitkomen. - - - -HOOFDSTUK LXXVIII. - -1. Niets in de wereld is zachter en zwakker dan het water, en toch is -er niets, dat het overtreft in het breken van wat hard is. Daarom is er -niets, dat water evenaart. Het zachte overwint het harde, het zwakke -overwint het sterke. - -2. Er is niemand in de wereld, die dit niet weet, maar niemand kan het -in toepassing brengen. - -3. Daarom zegt de Wijze: Hij, die de schande van het rijk op zich nemen -kan, is (geschikt om) Heer van het rijk (te zijn); hij, die de rampen -van het rijk op zich nemen kan, is (geschikt om) koning van het rijk te -zijn. - -4. Dit zijn ware woorden, die contradicties schijnen. - - - -HOOFDSTUK LXXIX. - -1. Als een groote twist beslecht is, blijft er stellig (altijd) nog wat -vijandigheid over. De kwestie is, hoe dit nu goed te maken. - -2. Daarom, de Wijze bewaart de linkerzijde van het contract, en eischt -niets van de anderen. - -3. Wie deugd heeft zorgt voor geven, wie geen deugd heeft zorgt voor -eischen. - -4. De hemelsche Tao heeft geen lievelingen, maar is toch altijd mild -voor de goeden. - - - -HOOFDSTUK LXXX. - -1. Als ik over een kleinen staat regeerde met een weinig volk zou ik, -al waren er wapenen voor tientallen of honderdtallen, die (toch) niet -gebruiken. - -2. Ik zou maken, dat het volk den dood vreesde, en niet emigreerde. - -3. Al waren er schepen en wagenen, men zou er niet ingaan. - -Al waren er kurassen en wapenen, men zou ze niet aandoen. - -4. Ik zou maken dat het volk terugkeerde tot het gebruik der geknoopte -koorden. - -5. Het volk zou zoet genieten van zijn eten, zou zijn kleederen mooi -maken, rust hebben in zijn woning, en vreugde scheppen in zijn simpele -zeden. - -6. Al lag een naburige staat vlak over den mijnen, zoodat de honden en -hanen aan weerszijden elkanders geluid konden hooren, mijn volk zou oud -worden en sterven zonder er gemeenschap mede te hebben gehad. - - - -HOOFDSTUK LXXXI. - -1. Ware woorden zijn niet mooi; mooie woorden zijn niet waar. - -2. Zij, die goed zijn, zijn niet welsprekend, zij, die welsprekend -zijn, zijn niet goed. - -3. Zij, die (Tao) kennen, zijn niet geleerd; zij, die geleerd zijn, -kennen (Tao) niet. - -4. De Wijze stapelt niet op (wat hij bezit). Hoe meer hij gebruikt om -de menschen te helpen, des te meer heeft hij over; hoe meer hij den -menschen geeft, des te rijker wordt hij. - -5. De Weg des Hemels is: wèl te doen en niet te schaden. De Weg des -Menschen is: te handelen, maar niet te strijden. - - - - - - - -TAO TEH KING. - -(NOTEN.) - -EERSTE DEEL: TAO. - - -HOOFDSTUK I. - -1. Dat het tweede Tao in den chineeschen tekst van den eersten zin -„zeggen” beteekent wordt bevestigd door meer dan één chineeschen -commentator, door het te omschrijven door „met den mond zeggen”. - -2. Van iets, dat eeuwig en onvergankelijk is, kan natuurlijk niet -gezegd worden dat het is of niet is, daar deze tegenstellingen alleen -betrekking kunnen hebben op sterfelijke dingen. - -Als abstractie, te subtiel voor woorden, zou men het kunnen noemen: -„het Begin van Hemel en Aarde”, en, beschouwd met betrekking tot zijn -oorsprong van alle dingen, als Zijn, kan men het noemen: „de Moeder van -alle Dingen”. - -3. „Niet zijn” (Wu Yiu) beteekent hier „vrij zijn van alle aardsche -begeerten” en „zijn” beteekent hier „in aardsche begeerte zijn”. - - - -HOOFDSTUK II. - -1. De hoofdbedoeling van dit hoofdstuk is aan te toonen, dat alle -dingen alleen gekend worden door hunne contrasten. - -Lao Tszʼ vond het gevaarlijk, het „goed” en „mooi” vinden, want goed en -mooi moeten dat van-zelf zijn. De mensch moet „mooi” en „goed” -vergeten, en van-zelf „Wu Wei” zijn, volgens het natuurlijke rythme, -hem door Tao gegeven. - -Aan het slot heb ik eenige teksten onvertaald gelaten, omdat ik niet -kan vermoeden wat zij beteekenen, en ook geen der bestaande versies -aannemelijk acht. En er maar iets van maken wilde ik niet. - - - -HOOFDSTUK III. - -5. Zooals Stanislas Julien terecht opmerkt, beteekent dit niets anders -dan „Hij brengt het volk tot zijnen primitieven (natuur) staat terug.” - -7. De natuurstaat is van-zelf Wu Wei, en daarin gaat alles vanzelf zijn -juisten gang.— - -Men vergelijke dit geheele hoofdstuk met in de „Imitation de Jésus -Christ”: „Dès que l’homme convoite une chose désordonnément, aussitôt -il devient inquiet en lui même. L’Orgueilleux et l’avare ne sont jamais -en repos. Le pauvre et l’humble en esprit vivent dans la plénitude de -la paix.” (Chap. VI. trad. L. Moreau.) - - - -HOOFDSTUK V. - -1. Alle wezens hebben van Tao dezelfde impulsie, hetzelfde rythme -gekregen, en deze impulsie doet het geheele Heelal vanzelf zijn -natuurlijken gang gaan. Daarom gaat het niet aan, te veronderstellen, -dat de Hemel en de Aarde nog eens eene aparte affectie voor enkele -wezens zouden hebben. - -2. Zoo ook met den Wijze, die alle menschen gelijkelijk liefheeft, en -niet nog eens apart den een boven den ander. - -3. Tao is als ledig, en toch onuitputtelijk, en hoe meer het beweegt, -hoe meer kracht het voortbrengt. - -4. Hoe meer woorden men gebruikt om Tao uit te drukken, des te eerder -raakt men uitgeput, en bereikt toch niet zijn doel. Daarom is het beter -het midden te bewaren, d.i. Wu Wei te zijn. - - - -HOOFDSTUK VI. - -1. Deze mystieke chineesche uitdrukking beteekent heel eenvoudig, dat -Tao is als de geest van eene vallei, even als een vallei ledig en toch -bestaande, eene figuurlijke uitdrukking voor „eene diepte van ziel” die -niet sterft, maar eeuwig is, eene onvergankelijke ziele-oneindigheid. -Dit is de mystieke Moeder, uit wie alle dingen worden geboren. - -2. Dit beteekent eenvoudig, dat alles en allen uit Tao geboren zijn, -dus hebben Hemel en Aarde hun oorsprong in Tao.— - -4. Dan zal namelijk alles van-zelf gaan, Wu Wei.— - - - -HOOFDSTUK VII. - -1. „Hemel en Aarde duren lang” omdat dit hun natuur is, n.l. Tszʼ Jan -(van-zelf), zonder dat zij er iets voor doen (Wei). Zij leven niet met -het doel, toch vooral voor zichzelf te zorgen. - -2. Zoo ook moet de Wijze niet aan zichzelf, zijn (egoïstisch) Ego -denken, maar zich absorbeeren in Tao. En dáár één mede, is hij dan -vanzelf al vér vóór de anderen. - -3. Letterlijk staat er „hij doet zijn lichaam (hier in den zin van -„zijn Zelf”) buiten zich” enz.—Zijn éénige doel is één zijn met Tao. - -5. Terwijl hij dus zijn (onreëel) eigenbelang schijnbaar verwaarloost, -heeft hij zijn (éénige, reëele) belang, het één zijn met het Absolute, -toch eigenlijk volmaakt. - - - -HOOFDSTUK VIII. - -2. De menschen trachten in hun eerzucht zoo hoog mogelijk in de -maatschappij te stijgen, verachtend het lage; maar het water (en ook de -Goedheid) stroomt naar de laagten en diepten. - -5. Er is verschil van gevoelen tusschen de chineesche commentators of -hier „de Wijze” of „Tao” bedoeld wordt. Ik méén de Wijze. Met het „op -de goede plaats wonen” wordt bedoeld, dat hij geen bizondere keuze -heeft, en het nederige hem tevreden stelt. Met „menschlievendheid” -liefde voor allen, géén bizondere voor enkelen. Met „goed regeeren” het -tot rust en vrede brengen van het rijk, zoodat het volk van-zelf goed -werd. Met „bewegen op den rechten tijd” wordt bedoeld, dat hij alles -precies doet (b.v. ambt aanvaarden, ontslag nemen, enz.) als het moment -het op dat oogenblik zoo meêbrengt, en het in de natuurlijke orde ligt. - -6. Lao Tsz’s discipel Chuang Tszʼ vergeleek den mensch, die in Tao -leeft, met een ledige boot. Géén schipper zou in woede ontsteken tegen -een ledige boot, als hij daarmede toevallig in aanvaring kwam. - - - -HOOFDSTUK IX. - -1. Letterlijk staat er „aan twee zijden (een vaas) vasthouden en (haar) -te vullen is niet zoo goed als er mede uit te scheiden.” De bedoeling -is figuurlijk n.l. dat het veel beter is, iets niet te doen dan het -door te zetten in het wilde, en niet van uitscheiden te weten. - -2. Dit is eveneens figuurlijk. Het laatste zou misschien ook wel kunnen -beteekenen „zal men zichzelf niet lang goed kunnen bewaren,” dus „zal -men zich wonden.” - -4. Voor „na zich sleepen,” staat lett. „nalaten.” - -5. Als het werk volbracht is, zal de Wijze, het onwezenlijke er van -inziende, zich terugtrekken, en streven naar het éénig wezenlijke, naar -Tao. - -Ik teeken hierbij aan, dat waar ik hier en in volgende noten van -„letterlijk” spreek men dit om zoo te zeggen niet „letterlijk” moet -opvatten, daar er in ’t chineesch geen letters zijn. Ik bedoel dan „het -dichtst bij de bedoeling en opvolging der karakters komende.” - - - -HOOFDSTUK X. - -1. Alexander vertaalt dit met „He who makes the investigation of his -spiritual nature his chief object” enz. St. Julien met „L’âme -spirituelle doit commander à l’âme sensitive” enz. Beiden, evenals ik, -hebben iets in den tekst moeten veranderen en verplaatsen. - -2. De ongetemde vitale kracht leidt n.l. tot woestheid en -losbandigheid. - -Het „als een pas geboren kind” zijn duidt aan een zuivere gevoeligheid -voor indrukken, en het volkomen puur zijn, zonder verwarring, van het -spiritueele. - -5. Letterlijk staat er voor „de processen van de natuur”: „het openen -en sluiten van de deuren des Hemels,” en wel deze operaties precies op -de juiste tijden gedaan. - -7. Het is niet recht duidelijk of Tao hier het onderwerp is dan wel de -Wijze. - - - -HOOFDSTUK XI. - -1. In den ouden tijd had een wiel dertig spaken, correspondeerende met -de dertig dagen van de maan (Lo Tchin Kong en Julien). - -2. Julien vertaalt „C’est pourquoi l’utilité vient de l’être, l’usage -vient du non-être.” Alexander door „however beneficial the material may -be, without the immaterial it would be useless.” Giles vindt dit -geheele hoofdstuk zoo absurd, dat hij het niet eens vertaalt, en zegt: -„This chapter is beneath contempt.” - -De commentator Peh Yü Sjen van een mijner edities zegt nog van den -laatsten zin: „Dat ik dit lichaam van mijne ouders kreeg is voordeel” -en vergelijkt dan het immaterieele met „het eeuwig behouden van den -Oorsprong, de eeuwige natuur, voor welke geen in- of uitwendig -bestaat.” - - - -HOOFDSTUK XII. - -1. „De vijf kleuren” zijn blauw, geel, rood, wit en zwart. Er zal hier -wel bedoeld zijn „alle kleuren,” in ’t algemeen. - -„De vijf tonen” zijn de chineesche tonen, „kung, shang, kioh, chʼi en -yü.” - -De vijf smaken: „zoet, scherp, zuur, zout, bitter.” - -3. Letterlijk staat er „zijn binnenste vullen,” in den zin van „vullen -met spiritueele dingen” en „ledigen zoowel van animale dingen als van -belemmerende affecties.” - -4. Men vergelijke Thomas à Kempis „Imitation de Jésus Christ”: -„Travaille donc à retirer ton cœur de l’amour des choses visibles pour -te porter aux invisibles. (Livre I, Ch. I, trad. L. Moreau.) - - - -HOOFDSTUK XIII. - -1. Er is in verschillende edities van den Tao Teh King geen -overeenstemming wat de volgorde van eenige karakters in dit hoofdstuk -aangaat. Zóó geven enkele commentators voor den tweeden volzin: -„geëerdheid en groote rampen zijn als het lichaam”.—De hoofdidee blijft -echter dezelfde. Peh Yü Shen teekent bij dit nummer aan: „De van-zelve -(d.i. natuurlijke) toestand van het hart (hier meer in den zin van -ziel) is zonder glorie of vernedering.” - -2. Is men bij den vorst in hooge gratie, dan is men in vreeze, dat men -haar niet behoudt, en is men in degradatie, dan is men in vreeze, dat -het misschien nooit weer beter kan worden. - -3. Peh Yü Shen teekent hierbij aan: „Ben ik Ik, dan heb ik ook een -lichaam, ben ik niet Ik, dan heb ik ook geen lichaam”. M.a.w. men moet -vrij zijn van alle begeerten en behoeften van het lichaam, en geheel -opgaan in Tao; dan kunnen rampen ons niet meer bereiken. - -4. Dezelfde commentator zegt: „het Ik vergeten, en de wereld vergeten, -dit is de reëele en Tszʼ Jan (van-zelve) toestand van den Hemel”. - -5. Wie het vorst-zijn in ’t geheel niet als iets bizonder glorieus’ -beschouwt, maar zich eigenlijk veel liever van alles terugtrok, om zich -geheel over te geven aan Tao, zóó iemand zou alleen als vorst geschikt -zijn, en zich nooit te buiten gaan aan eerzucht, haat, enz. Een -commentator maakt de vergelijking er bij: „Het hart (de ziel) is de -Vorst, het lichaam is het rijk.” - - - -HOOFDSTUK XIV. - -1. Rémusat, Strauss en nog anderen zagen in deze drie woorden „I” „Hi” -en „Wei” een verbastering voor „Jehovah” en groot was de verrassing -toen men hoorde, dat de chineezen vóór onze jaartelling reeds van -Jehovah afwisten. Er is echter geen kwestie van, of deze woorden hebben -den zin, die ik hier gebruik, evenals zij in authentieke commentaren -voorkomen. Julien en Legge hebben het ook nooit geloofd. De bedoeling -is: „Tao is kleurloos, aphoon, en onstoffelijk.” - -2 en 3. Wat deze drie dingen zijn is niet met woorden uit te drukken, -omdat zij met niets zijn te vergelijken, en ook niet van elkaar te -onderscheiden. Samen geven zij het immaterieele aan van Tao. - -4. Omdat het onstoffelijk is, is het ook niet, als alle stoffelijke -dingen van boven meer verlicht dan van onderen. Het kan licht noch -schaduw hebben. - -5. Het Niet-Zijn, hierin voorkomend, is het voor ons Niet-Zijn, daar -wij alleen stoffelijke, met de zintuigen waar te nemen dingen Zijn -noemen. Maar, hooger denkend, is dit Zijn reëel, want niet -eeuwigdurend, en onderhevig aan geboorte en dood, terwijl het -zoogenaamde Niet-Zijn eigenlijk het éénige reëele, eeuwigdurende Zijn -is.—Een vorm, die vergaat (als die van alle sterfelijke dingen) is -eigenlijk geen vorm, evenmin als een beeld, dat weer uitgewischt wordt -een beeld is, dat uit-zich-zelf eeuwig bestaat. Tao is voor ons -onzichtbaar, dus voor ons beeldeloos en vormeloos. Maar Tao bestaat uit -zich-zelf eeuwig, en daarom belichaamt Tao eigenlijk het éénige reëele -beeld, den éénigen reëelen vorm. - -6. Tao heeft verder begin noch einde, verleden noch toekomst. - -7. Het Tao weten van de Oudheid is weten, dat er oorspronkelijk geen -leven en dood is, dat er geen leven en dood als reëele dingen bestaan. -Het Begin van het Oude weten is weten, dat er geen verleden of toekomst -bestaat voor Tao, dat, voor hem, die in Tao opgaat, het heden morgen en -het morgen heden is, daar Tao alleen reëel in en nooit vergaat, -vermindert of vermeerdert. - - - -HOOFDSTUK XV. - -1. Deze volzin is een verwijt tegen de filosofen in Lao Tsz’s tijd, die -wanhopig waren, als zij miskend en onbekend bleven. De filosofen uit de -Oudheid waren één met Tao, en, evenals Tao zelf, schenen zij voor de -gewone menschen als gering, subtiel en duister, en drongen toch in -alles door. - -3. Het doorwaden van een stroom in den winter symboliseert hier een -groote moeilijkheid, waar men niet lichtvaardig aan begint. Het als -gast zijn beteekent zich mindere voelen en reverend zijn.—Het -versmelten als ijs in water symboliseert het terugkeeren van het -lichaam om te vergaan in Tao.—Als onbewerkt hout zijn is in den -natuurlijken staat zijn, zonder fraaiigheid.—Het ledig zijn als een -vallei symboliseert het vrij zijn van alle begeerten en stoffelijke -aantrekkingen.—Het vaag zijn duidt aan, dat zij zich volstrekt niet als -bizonder verlicht voordeden, maar dat de menschen hen als troebel en -duister vonden, en dachten, dat zij onwetend waren, daar zij zich niet -boven hun gewone dingen trachten te verheffen. - -4. Iedere beweging maakt de ziel onzuiver, evenals een beweging in -water. Alleen door volkomen kalmte blijven de ziel en het water helder -en puur.—Gedachten, begeerten, affecties, deze bewegen de ziel, en -alleen rust en kalmte houden haar rein. - -5. Wat vol is, loopt spoedig over, en verandert dus, of vermindert. Tao -is van een natuur, dat er niets bij kan of af kan gaan, dat het grooter -of kleiner maakt. Peh Yü Shen vergelijkt hier direct de ziel met Tao -door te zeggen: „Tao kan niet uitgeput worden, de ziel kan niet -uitgeput worden.” - -De filosofen van den nieuwen tijd, dacht Lao Tszʼ, wilden altijd maar -vol schijnen, vol glorie en geleerdheid. Die der Oudheid waren -oogenschijnlijk als ledig, maar bleven dan ook altijd hetzelfde, in -Tao. - - - -HOOFDSTUK XVI. - -1. „Ledig” beteekent hier weer „ledig van begeerten en egoïsme”.—Ik heb -hier letterlijk vertaald, waar Johnson, minder getrouw, maar misschien -duidelijker heeft: „Whoso has wholly ceased from self shall find -immovable rest”. - -„Het ledig en de ruste”, zegt Sie Hoei hierbij, „zijn de wortel (basis) -van onze natuur” (Julien). - -4. Met „Leven” wordt hier bedoeld het Leven zooals het oorspronkelijk -is, het eeuwige leven, zonder passies, van Tao. En dit is voor ieder te -bereiken, daar het de oorsprong van zijne natuur is. Alle beweging -ontstaat uit en is geworteld in rust. - -6. Wie niet weet wat eeuwigdurend is houdt zich op met voorbijgaande -verschijningen, en leeft van sterfelijke hartstochten, die hem -ongelukkig maken, omdat zij niet reëel zijn. - -7. Hier doet Lao Tszʼ wat ook Confucius deed: het exalteeren van den -Wijze, en hem één verklaren met den Hemel (zie Confucius’ „Choeng -Yoeng”). Alleen hij, die de hoogste rechtvaardigheid bezat, was volgens -Lao Tszʼ en Confucius waard koning te zijn, en over allen zonder -onderscheid zijne weldaden te verspreiden. - -8. Volgens enkele commentators moet de laatste zin luiden: „tot aan den -dood is er voor hem geen gevaar”.—Ik kan hier niet met hen medegaan. -Johnson vertaalt hier gelijk ik; Julien echter niet.—Johnson haalt bij -dit hoofdstuk de volgende twee schoone teksten aan uit de Vedanta: -„Those who know the Supreme Brahma become even Brahma”, en „When He is -known as the nature of every thought, than immortality is known”. - - - -HOOFDSTUK XVII. - -1. Lao Tszʼ bedoelde, dat vroeger de regeering zoo van-zelf (Tszʼ Jan), -zoo „Wu Wei” ging, doordat de Vorsten in Tao leefden, dat er niets -bizonders behoefde gedaan te worden, doordat alles van-zelf ageerde, en -zóó wist het volk alleen van de vorsten, dat zij bestonden. - -2, 3, en 4. Dit is een voorlooper van Hoofdstuk XVIII. Het verval wordt -erger en erger, zoodra alles niet meer „Wu Wei” is. In plaats van -natuurlijke dingen kwamen wetten, die dan veinzerij veroorzaakten, enz. -enz. - -5. Zoo de vorsten strenge wetten noodig hadden in plaats van natuurlijk -vertrouwen in het volk, vertrouwde het volk hen ook niet meer. - -7. Alles „Wu Wei” gaande, was er ook niets bizonders aan als alle zaken -gelukten en er voorspoed was. Dit was niet anders dan „Tszʼ Jan”, -vanzelf. - - - -HOOFDSTUK XVIII. - -1. Toen het volk nog in Tao leefde was er vanzelf liefde van de -menschen onder elkaar, was er vanzelf geen strijd en misdaad. Alles was -Wu Wei. Vanzelf was er dus ook geen begrip Menschlievendheid en geen -begrip Gerechtigheid. Zoodra die kwamen, was Tao al verlaten. - -2. De vorst, die in Tao leefde, regeerde Wu Wei (zie het vorige -Hoofdstuk), en behoefde geen bizondere slimheid te gebruiken; deed hij -dit, dan ging het volk dat met dezelfde wapenen te keer, en de -Huichelarij ontstond. - -Johnson geeft: „With the sharpening of the wits come trickery and -sham.”—Ik ga in dezen eerder mede met Thi We Tszʼ, The Thsing en -Julien, die dit gezegde betrekking doen hebben op de regeering (in -verband dus met het vorige hoofdstuk). - -3. Van ouds was er vanzelf harmonie in de familie (lett. staat er: „de -zes bloedverwanten” d.i. vader—zoon, oudere broeder—jongere broeder, en -man—vrouw). Het was Wu Wei, natuurlijk. Toen er Hiao (liefde voor de -ouders) en Tszʼ (hier: liefde voor de kinderen) kwamen was de harmonie -natuurlijk niet meer natuurlijk bestaande. - -4. Johnson zegt hiervan terecht: „The call for examples of this kind is -a sign. Lao Tszʼ is showing that what causes the boast or claim of -special virtues is the consciousness of self, the absence of -spontaneous goodness in an old traditioned state of society beset by -formulas and prescriptions.” - - - -HOOFDSTUK XIX. - -In verband met het vorige hoofdstuk is dit negentiende duidelijk -genoeg. Véél beter dan te weten achtte Lao Tszʼ het, zijn -oorspronkelijken natuurstaat te behouden. - -In den natuurstaat is men, volgens Lao Tszʼ, vanzelf (Tszʼ Jan) wijs, -filantropiesch en knap, maar zonder het te weten, onbewust, en zijn die -dingen dus een onbewuste realiteit. Zoodra men ze echter met namen gaat -noemen, als iets bizonders, ontaardt die realiteit in een schijn. - -Men vergelijke dit Hoofdstuk en ook het volgende met Hoofdstuk 3 uit de -„Imitation de Jésus Christ.” O.a. „L’humble connaissance de toi-même -est une voie plus sûre pour aller à Dieu que les profondes enquêtes de -la science,” en „Combien périssent par la vaine science dans le siècle, -insouciants du service de Dieu.” (trad L. Moreau.) Treffend is ook de -gelijkenis met Hoofdstuk 2 uit hetzelfde boek. O.a. „Tout homme désire -naturellement savoir; mais la science, sans la crainte de Dieu, que -produit-elle? Certainement, l’humble paysan qui sert Dieu vaut mieux -que le philosophe superbe qui, négligeant son âme, observe le cours des -astres.” Dit slaat ook op den eersten tekst van het volgende Hoofdstuk -XX. - - - -HOOFDSTUK XX. - -5. Ik vertaal hier „kalm” bij gebrek aan beter woord. Het karakter -„poh” beteekent „ankeren, ten anker liggen”, wat Alexander wel wat -vrij, maar zeer schoon doet vertalen: „I am as a solitary ship at -anchor on an unknown shore”. De commentator The Thsing merkt bij den -laatsten zin op: „Ik ben als een vaartuig, welks kabeltouw is -gebroken”. - -6. Lao Tszʼ meent met „alles verloren”: „alle aardsche dingen verloren, -maar het ééne, Tao, behouden. Ik heb een chaos van verwarring”, daar -„tun” beteekent „het neerstorten van een stroom, chaotisch, verward” -(Wells Williams.) Julien, op gezag van Sie Hoeï, vertaalt met -„dépourvue de connaissances, ignorant” deze herhaling „tun tun”. - -9. Dit correspondeert met in Hfdst. I: „Als Zijn kan men Het noemen de -Moeder aller dingen”. - -Ik heb na 2 een zin uitgelaten, luidende: „Voor dat, wat de menschen -vreezen, mogen wij niet onbevreesd zijn”, daar deze mij geheel buiten -het verband van dit zoo schoone hoofdstuk leek te liggen. - - - -HOOFDSTUK XXI. - -1. Hier gebruikt Lao Tszʼ „Deugd” (Teh) voor Tao. Letterlijk staat er -niet „manifestatie”, maar „uiterlijk, voorkomen, vorm”. In het tweede -deel van dit werk zal ik nader over deze verwisseling spreken.—Tao -heeft geen lichaam, maar in circulatie in het heelal noemt Lao Tszʼ het -Teh (Deugd), zoodat Teh (Deugd) de manifestatie van Tao is (Sou Tszʼ -You). - -2. Tao, met andere woorden, is de essence, het transcendentale, -mystieke, eeuwige Wezen van alle sterfelijke lichamen en dingen. - -Julien voegt hier bij: „In medio ejus est spiritus”. - -De onfeilbare getuigenis van het Wezen dier spiritueele essence is dat -zij onsterfelijk is, terwijl ál het andere buiten haar sterft. - -3. Het karakter, dat dit „geboorte geven” uitdrukt, bevat een poort. -Julien zegt er, op den commentator Sie Hoeï afgaande, bij: „Lao Tszʼ -vergelijkt hier Tao met een poort, waar alle wezens uitkomen om in het -leven te gaan.” - - - -HOOFDSTUK XXII. - -2. „Het” is hier Tao. - -5. Volgens anderen „Als iemand het volmaakte bereikt heeft, keeren -allen tot hun oorspronkelijken staat van eenvoud terug”. - - - -HOOFDSTUK XXIII. - -1. Zooals ik reeds in mijn vorige werk, over Confucius, zeide, is Tszʼ -Jan: „van-zelf, natuurlijk”. Sie Hoeï merkt hierbij aan, wat ik ook -reeds vroeger opmerkte vóór dit te lezen, dat Tszʼ Jan in Lao Tszʼ -gelijk is aan Wu Wei. - -5. Dit is weer iets uit het verband, of het geloof hebben zou moeten -slaan op het gelooven in de woorden van dit hoofdstuk, wat ik niet -waarschijnlijk vind. - - - -HOOFDSTUK XXV. - -2. Ik vertaal hier „tsih” met rustig-kalm, omdat het zoowel rustig als -kalm beteekent, en dit eigenlijk nog gecombineerd met „eenzaam”.—En -„liao”, dat „leeg, stil” beteekent, vertaal ik, evenals Julien, op -gezag van eenige chineesche commentators, met „onstoffelijk”. - -4. Lo Tchin Kong voegt hier aan toe: „De warmte van de zon verbrandt -Het niet, de vocht beschimmelt Het niet. Het gaat door alle lichamen en -is aan geen enkel gevaar blootgesteld” (Julien). - -5. Vergelijk Hoofdstuk I, 2. - -6 en 7. Deze teksten zijn wel het duidelijkste bewijs, dat Tao hier -niet, als in Confucius, kan vertaald worden en in Lao Tszʼ geen „Weg” -of „Pad” beteekent. Met „een karakter” wordt hier bedoeld „een -chineesch schriftteeken.” - -10. „Ver” hier meer in den zin van „die ver gaat, die in de verte gaat, -als in de grieksche werkwoorden τηλέπορος, μακροπορος (Julien). - -14 en 15. Op Tao komt dus alles neer, en wie koning wil zijn kan dus -niet buiten Tao. - - - -HOOFDSTUK XXVI. - -1. „Beweging” hier vooral als haastige, overijlde beweging. De geleerde -commentator Peh Yü Shen van een mijner edities, die heel korte, maar -treffende commentaren geeft, merkt bij dezen tekst op: „Het hart is de -wortel (lett. voorvader) van alle dingen, en Tao is het eigenlijke -Wezen van het hart”. - -3. Peh Yü Shen merkt hier bij op: „Het hart gaat buiten de dingen”. - -4. Vele commentators meenen dat met dezen „Heer van tienduizend -wagenen” de Keizer wordt bedoeld. Peh Yü Shen ziet er echter weder „het -hart” in. - - - -HOOFDSTUK XXVII. - -Dit Hoofdstuk is een der duisterste uit het geheele werk, wat de -constructie der chineesche zinnen aangaat, en heeft, zoowel van -chineesche als europeesche zijden, tot de meest verschillende en -uiteenloopende verklaringen aanleiding gegeven. Ik zou dan ook niet -gaarne volhouden dat mijne vertaling hier onfeilbaar is. - -1. Deze eerste tekst lijkt mij duidelijk genoeg. Ik ga hier gaarne mede -met den commentator Shun Yang van een mijner chineesche edities, die -hier in ziet de verheffing van Wu Wei (van-zelf doen) boven Wei -(onnatuurlijk doen). Alles wat Wu Wei gedaan wordt, staat er -figuurlijk, is onvernietigbaar. - -Vroeger rekende men met bamboe-tabletjes. - -2. Het „daarom” hier lijkt mij niet logisch te volgen in zinsverband -met het vorige. - -3 en 4. Deze teksten zijn zeer duister in het chineesch, zoodat ik niet -kan instaan voor de vertaling. Ik heb hier „yaou miao” met „teh Tao”, -eene mystieke uitdrukking voor „de Al-Wijsheid, het Al-Weten”, -vertaald, op gezag van Shun Yang. - - - -HOOFDSTUK XXVIII. - -1. De „vallei” is een geliefkoosd beeld van Lao Tszʼ om uit de drukken -het lage, nederige, waar toch alles zich aan onderwerpt en zich in -uitstort. - - - -HOOFDSTUK XXIX. - -1 en 2. Alleen met „Wu Wei” is het rijk te regeeren. De grondvesten van -het rijk zijn de diviene principes van Tao, dus dingen, die van-zelf, -natuurlijk uit Tao voortvloeien. Alleen door dus „Wu Wei” te zijn, d.i. -in alles gehoorzaam aan het rythme van Tao, is een goede regeering -mogelijk. - -4. De bedoeling is, dat de vorst aan de zoo verschillend aangelegde -menschen vrijheid moet laten om hun eigen natuur te volgen, maar ze -niet met alle geweld anders moet maken dan ze zijn. - - - -HOOFDSTUK XXXI. - -3. De eereplaats is ook thans nog bij de chineezen de linkerzijde. De -gast zit ter linkerzijde van den gastheer. - -6. Letterlijk staat er niet „verblijdt hij er zich niet over” maar -„vindt hij het niet mooi”. - -12. Als in den ouden tijd een generaal een veldslag gewonnen had, nam -hij den rouw aan, en ging hij in den tempel, in rouwkleederen, weenende -de ceremonieën der dooden verrichten. - - - -HOOFDSTUK XXXII. - -1. Zie de noot bij Hfdst. XXV 6 en 7. - -3. Letterlijk staat er niet „zich onderwerpen” maar „zouden alle dingen -(d.i. de geheele creatie) hun gasten zijn.” - -5. Toen Tao, het (schijnbaar) zoo simpel-kleine (want -één-in-zich-zelve), zich verdeelde (verspreidde), ontstond de creatie. - -6. Dit beteekent hier „De creatie eenmaal ontstaan zijnde,” dus ook „de -wezens eenmaal uit Tao geboren zijnde”. „Inhouden” is hier „zich aan -Tao houden,” zich niet door de actie van begeerten, hartstochten enz. -laten medesleepen. - -De commentator Peh Yü Shen van een mijner edities, wiens uitstekende, -geserreerde commentaren ik reeds menigmaal aanhaalde, ziet bij tekst 3 -in de „koningen en hertogen” slechts een symbolieke uitdrukking voor -„het hart”, in „de tienduizend dingen” de geheele creatie en in „het -volk” een uitdrukking voor „het lichaam.” In „het verspreiden van Tao” -ziet hij eene verborgen beteekenis voor „het zich verdeelen van Tao in -de menschelijke harten.” Zoodat hij in dit Hoofdstuk eigenlijk de -bedoeling ziet, dat als het hart slechts Tao behoudt, en daar nooit -buiten gaat, het lichaam ook vanzelf tot rust en harmonie komt, en het -hart dan de gastheer, de Meester is over alle wezens en dingen in de -creatie, die als zijne gasten zijn. Ik teeken hierbij aan dat „hart” in -’t chineesch dikwijls synoniem is met ziel. - - - -HOOFDSTUK XXXIII. - -4. Letterlijk staat er: „hij, die niet verliest wat hij gekregen -heeft,” dus hij, die niet van zijne essentieele natuur afwijkt, zal -lang leven. - -De bedoeling van den geheelen tekst, zooals vele chineesche commentaren -haar dan ook geven, zal wel deze zijn: „Het animale leven vergaat, maar -de ziel blijft altijd.” - - - -HOOFDSTUK XXXIV. - -Men vergelijke dit Hfdst. met Hfdst. X. - -8. Men vergelijke in Thomas à Kempis’ „Imitation de Jésus Christ”: -„Vraiment grand est celui qui en soi-même est petit et tient pour néant -tout faîte d’honneur.” (Ch. 3.) - - - -HOOFDSTUK XXXVI. - -6. Daar het uitgezette gaat contracteeren, het sterke verzwakken, het -bloeiende vervallen, enz., zoo is het ook duidelijk, dat het zachte het -harde overwint. - -7. Het verband van dezen tekst met het vorige is mij niet recht -duidelijk. Mijn commentator zegt dat „visschen kunnen niet uit het -water worden genomen” eene symbolische uitdrukking is voor „de ziel kan -niet buiten Tao gaan”. - - - -HOOFDSTUK XXXVII. - -1. Johnson ziet hier eene analogie met Hegel en zegt: „The analogy with -Hegels theses of the development of the Idea, in itself, and for -itself, of the logic of the movement of the spirit, and of progress as -the identity of being and nought,—is obvious. The German philosopher -has formulated for the West the same conceptions which are here -instinctive and intuitive in the East. Lao-Tse combines with them a -profoundly religious spirit, and a sense of personal liberty through -cognition of the universal, as rare as it is admirable”. - -3. Niet zeer getrouw aan den tekst, maar toch karakteristiek vertaalt -Giles: „Smouldering ambition I would repress by extreme simplicity”. - -4. Het is niet duidelijk of deze tekst misschien niet beter vertaald -ware met: „Het simpele Wezen, dat geen naam heeft, heeft geen begeerte, -en geen begeerte hebbende, is Het in rust”. - - - - - -TWEEDE DEEL: TEH. - - - -HOOFDSTUK XXXVIII. - -Dit hoofdstuk is een van de moeilijkste van het geheele werk, en iedere -vertaler heeft weer een andere versie. De meesten nemen „teh” -verkrijgen voor „teh” deugd, maar dit behoeft hier in ’t geheel niet. -Wie goed heeft gelezen wat ik in mijn Voorwoord over vertalingen uit -het chineesch heb gezegd, zal begrijpen, hoe weinig het verschil in -zinswending enz. er toe doet, mits het hoofdidee maar juist is. -Verscheidene vertalers hebben, op eigen beter weten, den chineeschen -tekst veranderd, en er een eigen chineeschen tekst van gemaakt. Toch -lijkt mij de hoofdbedoeling vrij duidelijk, in verband met den geheelen -geest van de Tao Teh King. Een zin uit Chuang Tszʼ: „Het hoogste Geluk -is geen geluk” correspondeert er mede. - -1 en 2. De hoogste Deugd is van-zelf, uit Tao, is dus Wu Wei. Maar -zoodra men, deugdzaam zijnde, het idee heeft: „dit is nu deugd,” dan is -het al geen Deugd meer, dan krijgt men den schijn voor de realiteit, -den naam voor het ding zelf. - -3. De hoogste Menschlievendheid doet goed van-zelf, omdat zij niet -anders kan, uit haar natuur. Zoodra er het idee „dit is mijn plicht” -bijkomt, wordt het al onzuiver. - -4. Hier ga ik mede met de van alle anderen afwijkende vertaling van -Giles. Deze zin komt mij ietwat misplaatst voor in het hoofdstuk. De -bedoeling schijnt te zijn: „De ware Liʼ is de Liʼ van het hart, meer -als een ding van zelf-respect gedaan dan als respect voor anderen. En -hierop kan natuurlijk geen antwoord zijn behalve de uitwendige en -zichtbare gebaren.” - -5. Dit correspondeert met de dingen in Hoofdstuk XVIII. Decorum (Liʼ) -is hier blijkbaar genomen in den lageren zin van alleen het uiterlijke -decorum, dat slechts een oppervlakkig ding is als de schors van een -boom. - -7. Met het „schijn-weten”, letterlijk „vooraf-weten”, wordt hier -bedoeld het geleerde, buitenissige weten van allerlei bizondere dingen, -zonder het ware al-wetten in Tao, dus het oppervlakkige weten van den -schijn der dingen, zonder het wezen te kennen. - - - -HOOFDSTUK XXXIX. - -1 en 2. De hoofdbedoeling hiervan is, te doen voelen, dat alle wezens -en dingen hunne verschillende naturen hebben te danken aan één ding, -Tao, de Eenheid. Die Eenheid is de basis van alle uiterlijk zoo -verschillende dingen. Zonder die Eenheid zou de Hemel niet puur zijn, -de Aarde niet in rust, enz. enz. - -3. De hoogheid en gedistingeerdheid der vorsten hebben tot basis de -laagheid en gewoonheid van het volk. De koningen geven zich uit -bescheidenheid die lage titels om te doen uitkomen, dat zij hun -oorsprong hebben gehad in het volk. - -4. Letterlijker staat er, véél wielen, géén wagen. De bedoeling is -duidelijk in verband met het vorige over de Eénheid. - - - -HOOFDSTUK XL. - -1. Deze zin correspondeert met wat ik in mijne Inleiding zeide, n.l. -dat niet alleen alle dingen uit Tao zijn voortgekomen, maar hun tevens -eene natuurlijke, van-zelve beweging is medegegeven, die hen -onvermijdelijk weder naar Tao terugvoert. Zich op die beweging in -gehoorzaamheid te laten meêgaan is, volgens Lao Tszʼ, de hoogste -levenswijsheid, is Wu Wei zijn. - -2. Zie Inleiding en Hfdst. I. - -2. Het „daarom” schijnt niet in direct logisch verband met het vorige -onder 1 te staan. De bedoeling is verder duidelijk genoeg, n.l. dat de -verlichten in Tao, in stede van trotsch te zijn, nederig blijven enz. -enz. De meeste vertalers hebben verder: „Hij, die de opperste deugd -heeft, enz. wat op hetzelfde neerkomt. In den tekst staat alleen, -zooals ik heb, „de opperste deugd,” „de groote reinheid” enz. - -3. Het volgende, ook al weer niet in direct verband met het vorige, -slaat weer op Tao. - - - -HOOFDSTUK XLII. - -1. Tao vóór de creatie, éénig in-zich-zelf, bestaande was er natuurlijk -niet eens het begrip één. Tao baarde één. Eén verdeelde zich in twee, -en wel de principes Yin (vrouwelijk, rust, duister), en Yang -(mannelijk, beweging, licht). De chineesche filosofie van de „I King” -leert dat door de verbinding in harmonie—dit is dus drie, de -harmoniesche samensmelting van Yin en Yang—dezer twee principes alle -dingen ontstaan zijn. Eén ontstond zoodra Tao zich naar buiten -manifesteerde, twéé zoodra één zich verdeelde in Yin en Yang, en drie -zoodra de harmonie ontstond tusschen die twee. - -Onnoodig te zeggen dat zendelingen in dezen tekst een chineesche -uitdrukking voor de Drieëenheid hebben gezocht! - -2–6. Dit volgt alweer niet in direct verband met het vorige, maar is -een tekst apart. - - - -HOOFDSTUK XLIII. - -1. Men vergelijke dit met het nog te volgen Hoofdstuk LXXVIII, waarin -Lao Tszʼ spreekt van water, dat, hoe zacht ook, het hardste kan -vernietigen. - -2. Letterlijk staat er „Het Niet-Zijn dringt binnen in waar geen -opening is”. - -3. Juist zooals het immaterieele het ondoordringbare doordringt, zoo -overwint ook Wu Wei, de zuivere ziele-actie, álle andere actie, die -niet uit de zuivere ziel komt. - - - -HOOFDSTUK XLIV. - -3. „Liefheeft” neme men hier in den lageren zin van passies, begeerten -hebben. Hij, die zoo liefheeft, zal veel van zijn beste goed -verkwisten. - -2. De bedoeling zal wel zijn die van Li Si Tchaï, door Julien -overgenomen, dat de beweging, die de koude overwint door warm te maken, -en de rust, die de warmte overwint door te verkoelen, beide hun grenzen -hebben. Maar als de mensch Wu Wei is, zoekt hij niet te overwinnen, en -daardoor kan ook niets hém overwinnen. - -3. Letterlijk staat er „puurheid en rust zijn het rechte van de -wereld”. - - - -HOOFDSTUK XLVI. - -1. Letterlijk staat er: „Toen het rijk Tao had” enz. De commentator Peh -Yü Shen neemt dezen tekst figuurlijk, en ziet in het rijk het hart, in -de paarden de hartstochten en begeerten. Ik geloof met anderen dat men -hier den tekst evengoed in letterlijken zin kan nemen. - - - -HOOFDSTUK XLVII. - -Men zou dit hoofdstuk in ’t kort kunnen verklaren door: „Alles moet van -binnen, niet van buiten komen. Het hoogste weten wordt alleen bereikt -door zelf-contemplatie, en de oorsprong van alle weten is in de eigen -ziel”. - - - -HOOFDSTUK XLVIII. - -1. Met „minder krijgen” is natuurlijk bedoeld „minder verlangens, -begeerten, aardsche dingen krijgen.” - -2. De woordspeling is hier alweer eigenaardig. „Als Wu (niets) Wei -(doen) bereikt is, is er niets (Wu) wat men niet kan doen (Wei). Ik leg -er nog eens den nadruk op voor de zóóveelste maal, en kan dit niet -genoeg doen, dat „Wu Wei” volstrekt niet zoo maar beteekent inactie, -indolentie, of niets doen, maar zooals ik in de Inleiding duidelijk -maakte, „niets tegen Tao in doen”, dus „zich bewegen, en doen, zuiver -en geheel volgens het rythme van Tao dat (zie Hoofdstuk XL weer) naar -Tao terugvoert. En dat met „doen” wordt bedoeld „onnatuurlijk, aardsch -gedoe van begeerten en verlangens”. - - - -HOOFDSTUK XLIX. - -1. Letterlijk staat er „geen eeuwig (onveranderlijk) hart”. Hart hier -ook in den zin van „gevoelens”. - -2. Van de juiste vertaling, hoe mooi die ook klinken moge, ben ik hier -lang niet zeker. Ik heb hier „Teh” deugd moeten vervangen door „teh” -verkrijgen, maken, eene verwisseling die in het oude chineesch veel -voorkomt, en die ook o.a. Giles e.a. en veel chineesche commentators -maken. Anderen behouden Teh als deugd, en vertalen dan aan het slot van -den zin: „Dit is het toppunt van de deugd”, waarvan „toppunt” echter -niet in den tekst staat. Weer andere chineesche commentaren zien in -dezen tekst niet anders dan ongenaakbaarheid, alsof Lao Tszʼ wilde -zeggen dat goeden en slechten, oprechten en niet-oprechten voor hem -hetzelfde waren, iets wat ik niet kan aannemen. - -3. Ook van deze vertaling ben ik niet zeker. Evenmin van die van -Julien: „Le Saint vivant dans ce monde reste calme et sincère et -conserve les mêmes sentiments pour tous”. Hij vat „hwun”, d.i. verward, -vuil, chaotisch, op als „het geheel, allen”. Beide beteekenissen staan -o.a. in Wells Williams’ dictionnaire. Maar „calme et sincère” voor -„tieh” vreesachtig, verlegen, bezorgd, kan ik niet aannemen. - -4. „De honderd families” is eene uitdrukking voor „het volk”. - - - -HOOFDSTUK L. - -2. Wie die dertien dienaren (sommigen vertalen „dienaren”, anderen -„oorzaken”) zijn, is niet recht duidelijk. De eene chineesche -commentator zegt dat het zijn 13 deugden (als b.v. zuiverheid, -zwakheid, nederigheid, zachtheid, armoede, enz.), die van ’t leven, en -13 ondeugden (b.v. onzuiverheid, rijkdom, kracht, hoogheid, zucht om -uit te blinken, enz.), die van den dood. De ander (b.v. Han Fei Tszʼ) -zegt dat de beide dertien identiek zijn, n.l. de vier leden, de mond, -de oogen, de neus, enz. die in ’t leven gebruikt worden en toch naar -den dood leiden.—Maar ik zou niet durven zeggen, wie nu eigenlijk de -dertien zijn. - -4. Dat „te intens leven” is hier „zijne hartstochten opzweepen, en zoo -zijn levenskracht verspillen”. - -5–6. Met „zijn leven regeeren” bedoelt Lao Tszʼ hier „Wu Wei” worden, -het spiritueele tot het hoogste opvoeren.—Hij, die alleen in ’t -spiritueele leeft, heeft als ’t ware geen lichaam meer, en is dus niet -meer blootgesteld aan den dood, die alleen ’t lichaam treft.—Johnson -vergelijkt deze regelen terecht met Markus XVI, 18: „Slangen zullen zij -(die gelooven) opnemen; en al is het dat zij iets doodelijks zullen -drinken, het zal hun niet schaden”. - - - -HOOFDSTUK LI. - -1. Ik herinner aan wat ik in de Inleiding uitlegde, n.l. dat Lao Tszʼ -Tao, in-zich-zelf beschouwd, Tao noemde, en dat hij Teh noemde: Tao als -gemanifesteerd zijnde in de creatie. - -Ik heb hier eene vrijheid genomen. Letterlijk staat er: „Tao brengt de -dingen voort, Teh brengt ze groot”.—Ik nam mijne vrije vertaling om nog -eens goed te doen uitkomen wat Teh is. - -5. Met dit „vrij laten” wordt bedoeld, dat Tao niet, zooals b.v. een -koning, nog eerst krachtige wetten behoeft te maken, en hen voortdurend -onder bedwang houdt, maar hen hun natuur laat volgen. - -Immers, als ze maar Wu Wei zijn, is alles vanzelf goed. - -Johnson vergelijkt den eersten tekst, 1, met den schoonen tekst uit de -Prasna Upanishad. „As the birds to a tree, so all beings repair to the -supreme Soul”. - - - -HOOFDSTUK LII. - -1. Vergelijk Hoofdstuk I. 2. - -2. De moeder is hier Tao, hare kinderen de door Hem gecreëerde wezens -en dingen. Hij, die weet hoe de wereld gecreëerd is, en waaruit zij is -ontstaan, vreest natuurlijk den dood van zijn lichaam niet. - -3. Voor „druk maken” (lett. staat er „zijn zaken redden”) hebben -sommigen eene uitdrukking voor „zijne begeerten vermeerderen” gezien. - -4. Het kleine, d.i. het subtiele. - -5. Deze tekst is niet heel duidelijk. De uitlegging van een chineesch -commentator Lüi Kie Fou, ook door Julien aangehaald, komt mij vrij -aannemelijk voor. Volgens dezen is zij „hij, die gebruik maakt van de -afschittering van Tao om de menschen en dingen te leeren kennen en zich -aan hen te onttrekken, en dan weer terug keert tot het licht van Tao -zelf, om tot de absolute rust te komen, zal niet in rampen komen”. Maar -dubieus blijft het. - - - -HOOFDSTUK LIII. - -1. Hier hebben wij weer een voorbeeld, dat Tao gewoon Weg, of Pad -beteekent, als zoo dikwijls in Confucius.—Hier dus, het Pad, de Weg van -Tao, het Pad, waarin men gaat (en dit is door Wu Wei te zijn) als men -in Tao leeft. Wells Williams, in zijn dictionnaire dit hoofdstuk -aanhalende, spreekt van „the way of truth” in dit geval. - -2. Door er een karakter bij te voegen, krijgen vele vertalers, er een -dat „doen” beteekent (Wei), achterplaatsende dézen zin: „wat ik vrees, -is om te ageeren”. Maar, het karakter zoo latende, krijg ik mijne -versie, die toch ook aannemelijk is, en wèl in verband met het -volgende. - -3. „Vlak” ook in den zin van „eenvoudig”. - -4. „Veel treden hebben”, d.i. dus hoog gelegen zijn, mooi en weelderig -zijn. - -6. Een zoo groot geleerde als keizer Khang Hi volgende, heb ik hier, -zooals hij in zijn beroemd „Khang Hi’s Woordenboek” deed, hier in deze -passage het karakter „ting” bijgevoegd, waardoor ik deze versie kreeg. -Letterlijk staat er „dit noem ik zich beroemen op diefstal”. - -Het geheele hoofdstuk, bemerkt men, is eene tirade tegen de toen ter -tijde regeerende vorsten, die Tao verzaakten in de regeering van het -rijk.—Het „de groote Weg” in den eersten volzin is een der voornaamste -argumenten van velen, dat Lao Tsz’s „Tao” met „Weg” zou moeten vertaald -worden.—Maar dat het karakter Tao hier even „Weg” beteekent, daaruit -volgt nog volstrekt niet, dat het dit per se nu ook overal elders moet -beteekenen. - - - -HOOFDSTUK LIV. - -1. „Grondvesten”, d.i. hier „grondvesten op Tao”. „Vast houden”, d.i. -hier „de beginselen van Tao goed vasthouden”.—Vergelijk in Confucius, -Choeng Yoeng, Hfdst. VIII, blz. 88. - -3. „Het” is hier weer „Tao”.—De opvolging van zich-zelf, zijne familie, -zijn dorp, zijn staat, zijn Rijk, doet hier aan een ideeëngang van -Confucius denken. Vergelijk „Confucius, Ta Hioh”, Hfdst. I, 5 en 6, -blz. 148. - -Sommige vertalers lezen hier voor „teh” niet overal deugd, maar de -gevolgen dier deugd, en krijgen dan o.a. „Hij, die Het in zijn dorp -betracht, zal „de bevolking (daarvan)” vermeerderd zien”. - -5. „Door Dit”, d.i. door Tao. - - - -HOOFDSTUK LV. - -1. D. i. „Hij die in Tao leeft”. - -4. Indien menschen schreeuwen van pijn of van pleizier, wordt de keel -schor, en is er geen harmonie in dien mensch. In het kind is de -volkomen harmonie der vitale krachten. - -5. Zie Hfdst. XVI.—Verlicht is hier synoniem met wijs. Letterlijk staat -er „het hart de vitale energie besturende”. - -6. Zie Hfdst. XXX. - - - -HOOFDSTUK LVI. - -2. Letterlijk staat er „sluit zijn deuren”, maar volgens verscheidene -chineesche commentators beteekenen die deuren hier „oogen en ooren”. - -3. Ik vertaal hier „hij haalt zijn hooge aspiraties neder”, maar -letterlijk staat er, als in Hfdst. IV: „Het verstompt zijn -scherpte”.—Men lette op de woordelijke gelijkenis met Hfdst. IV, waar -Tao het onderwerp is. Deze gelijkheid van uitdrukking maakt de -gelijkenis nog sterker. - - - -HOOFDSTUK LVII. - -1. Men denke er vooral om, wat ik reeds zoo herhaaldelijk releveerde, -dat „Wu Wei” niet zoomaar niets-doen beteekent. - -3. Herbert Giles vertaalt de laatste zinsnede kernachtiger, maar minder -getrouw aan den tekst: „Overlegislation increases crime”.—Denkt men bij -dezen tekst niet onwillekeurig aan den ontzaglijken berg folio’s van -Staatsbladen, die een ambtenaar in Ned.-Indië moet kennen? - -4. Men versta hier in dit speciale geval „de Wijze, die een vorst is”. -Met „géén werk” wordt bedoeld „geen militaire expedities, groote -ondernemingen”, enz. - - - -HOOFDSTUK LVIII. - -1. „Shun” is hier zoowel puur als eerlijk, ongemengd, zuiver.—Ik heb -mijn commentator Peh Yü Shen gevolgd, die een ander klassenhoofd voor -het karakter geeft dan er staat. Anderen, het oorspronkelijke -behoudend, krijgen „rijk, liberaal”. - -2. Letterlijk staat er „ongeluk is de basis van geluk” enz. - -3. Julien en anderen hebben: „Si le prince n’est pas droit, les hommes -droits deviendront trompeurs, et les hommes vertueux pervers”. - - - -HOOFDSTUK LIX. - -2. Op autoriteit van keizer Khang Hi neem ik, evenals Julien, hier een -kleine vrijheid met het woord „fuh”. Letterlijk staat er dan -„Gematigdheid is de eerste zaak van den mensch”. - -4. Letterlijk staat er „Wie de moeder van het rijk bezit”. - -In den laatsten volzin komt Tao hier voor in den zin van „leer”. - - - -HOOFDSTUK LX. - -1. Letterlijk staat er: „Het regeeren van een groot rijk is als ’t -bakken van een klein vischje”. Ik vertaalde vrijer, om beter de -bedoeling te doen uitkomen. - -2–3. De rest van dit hoofdstuk is vrij duister. De tekst spreekt hier -van „kwei” (zie „kwei-shin” in Confucius blz. 100), maar mij dunkt dat -Lao Tszʼ die niet kan bedoeld hebben, en daarom nam ik „kwade -invloeden”. - -4. Dit is niet erg duidelijk. - - - -HOOFDSTUK LXII. - -1. „De steun van de slechten”, omdat de slechten er altijd weer op -kunnen steunen om goed te worden. - -3. Dit is een heel lastige zin door de woordschikking in het chineesch. -Daarom geef ik hier twee andere versies er bij. Julien geeft n.l.: „Si -un homme n’est pas vertueux, pourrait-on le repousser avec mépris?” -Alexander: „By what means is it possible to get rid of the effects of a -mans vileness?” - -4. Het keizerschap en de ministers zijn n.l. juist ingesteld om er voor -te zorgen dat de slechten beter worden en - -5. daarvoor is het allereerst noodig dat zij zelf Tao betrachten, en -niet dat zij praal maken met jaspisstaven (teekenen van waardigheid der -hooge mandarijnen) en vierspannen. - - - -HOOFDSTUK LXIII. - -2. In het chineesch staat, zonder verdere verbinding, enkel achter -elkaar: „groot—klein—veel—weinig”. Men begrijpt hoe moeilijk de -vertaling wordt. Johnson, von Strauss aanhalend, heeft: „Let thy great -be as little, thy many the few”. Julien „Les choses grandes et petites, -nombreuses ou rares (sont égales à ses yeux)”. Alexander: „Turn the -small into the great, and the few into the many”, enz. Ik nam mijne -versie, omdat deze mij het nauwkeurigst scheen aan te sluiten aan wat -volgt. - -3. Letterlijk staat er: „Hij wreekt kwaad met deugd”. - -5. Letterlijk staat er niet „uit” maar „met”. - - - -HOOFDSTUK LXIV. - -Dit Hoofdstuk biedt vele moeilijkheden, zoodat ik vooruit moet -verklaren, niet in te durven staan voor de juistheid van de vertaling -op eenige punten. Ik zal deze nader aangeven. - -1. Ik volg hier, zelf geen rechte versie wetende, Stanislas Julien, in -wiens vertaling als letterlijke vertaling der woorden, zooals ik reeds -zeide, ik het meest vertrouw, maar ik betwijfel of zij de bedoeling wel -weergeeft. Giles, toch ook een eminent sinoloog, heeft: „While times -are quiet, it is easy to take action; ere coming troubles have cast -their shadows before, it is easy to lay plans”. Men ziet, het scheelt -nog al wat! - -2. Als boven. Alexander heeft „It is easier to prevent than to -suppress”. De chineesche commentaren, die ik bezit, verschillen allen. - -4. „Doet” hier in den zin als reeds zoovele malen, en in de inleiding, -door mij aangegeven. - -8. „Daardoor ontkomt hij aan de fouten der menschen”. Dit is op gezag -van eenige chineesche commentators, die ook Julien volgt.—Giles heeft: -„And you (hier dus he) will revert to a condition which mankind in -general have lost”. - - - -HOOFDSTUK LXV. - -3. Letterlijk staat er: „Hij die met het weten het rijk regeert”. - -5. Letterlijk staat in plaats van vrede: „gehoorzaamheid, -volgzaamheid”. - - - -HOOFDSTUK LXVII. - -1. De bedoeling van deze in ’t hollandsch moeilijk weer te geven -woordspelingen (siao is n.l. zoowel „gelijk als” als „klein” en met -„niet” er voor „gedegenereerd”) is blijkbaar, dat indien men iemand -groot noemt, en hij zich groot vindt, hij al niet groot meer is. Het is -dan niet Wu Wei meer. Zie ook Hfdst. II. - -3. Er staat niet in het chineesch „nederigheid” maar omschreven: „niet -durven de eerste in het rijk zijn”. - -6. Letterlijk staat er: „Als men strijdt met liefde”. - - - -HOOFDSTUK LXIX. - -2. Letterlijk staat er: „Gaan zonder te gaan”. Mijn commentator Peh Yü -Shen merkt hier terecht op dat deze tekst niets dan eene illustratie is -van „Wu Wei”, van „werken aan géén werk”, enz. - -4. „De liefde” hier vooral als het „medelijden”, meen ik. Anderen zien -er in „de liefde voor het vaderland”. - - - -HOOFDSTUK LXXI. - -De eigenaardige woordspeling, met het achtmaal in dit korte hoofdstukje -voorkomende karakter „ping”, dat zoowel „ziekte” als „ziek zijn” -beteekent, en hier zelfs ook „lijden door de ziekte”, gaat natuurlijk -in de vertaling geheel verloren. De bedoeling blijft echter, hoop ik, -duidelijk genoeg. - -Ik ben strikt getrouw aan den tekst gebleven, waarin staat: „weten niet -weten (is) superieur”. - -Anderen vertalen: „te weten, maar te doen alsof men niet weet is -superieur”. Maar het eerste is veel mooier en juister, en waar het -bovendien precies accuraat den tekst weergeeft, vond ik het verre te -verkiezen. - - - -HOOFDSTUK LXXII. - -1. „Dat wat te vreezen is”, is hier: „de dood”. - -4. „Het eene” is hier: „zelf gezien willen worden”, het andere „zich -zelf kennen”. Zoo ook met het tweede. - - - -HOOFDSTUK LXXIII. - -1. Als een bewijs hoe weinig in ’t chineesch letterlijke accuratesse -van vertaling er toe doet, diene de volgende vertaling van Alexander: -„He, whose courage amounts to rashness, will lose his life, but he in -whom it is tempered with discretion, will save it”. - -Mijne vertaling is getrouwer aan den tekst, maar de bedoeling blijkt -dezelfde. - -3. Het verband is mij hier niet duidelijk. - -4. Hetzelfde geldt voor dezen tekst, waarin ik alleen analogie vind met -Hfdst. LXIII. - -5. M.a.w.: De Tao van den Hemel is Wu Wei. Het „geantwoord” is hier ook -„gehoorzaamd”. - -6. „Hij” is hier „de Hemel”; „tʼan” is hier stil, rustig, dus in dezen -zin als niets doend, bijna lui. - - - -HOOFDSTUK LXXIV. - -1 en 2. Lao Tszʼ wilde zeggen dat hoe strenger en wreeder het -gouvernement met doodstraffen optreedt, hoe meer misdadigers er juist -zullen zijn, en hoe minder het volk den dood zal gaan vreezen. - -3. Alleen de Opperrechter, hier de Hemel (men vergete hierbij niet dat -de Keizer is de Zoon des Hemels) mag dooden, dus alleen een werkelijk -goed en rechtvaardig gouvernement of Keizer. Zij, die de regeering -usurpeeren en woest met de onderdanen te werk gaan, zullen zichzelf -snijden, d.i. ten onder brengen. - -4. Hoe ongeloofelijk het ook moge klinken van enkele geleerden, -waaronder zelfs de gewezen zendeling, later prof. Legge, hebben zij uit -deze eenvoudige vergelijking van een timmerman alweer den christelijken -God ontdekt, n.l. den grooten Architect (timmerman) van het Heelal!!! - - - -HOOFDSTUK LXXVII. - -1. Als de chineesche boogschutter zijn boog spant, heft hij het -benedenste eind op en brengt hij het bovenste eind naar de laagte, en -hij neemt zijn afstand door de hoogte van den boog minder of grooter te -maken naarmate het doel lager of hooger is. - -2. In 2 en 3 is hier Tao weer meer de weg, de manier van doen. - - - -HOOFDSTUK LXXVIII. - -1. Letterlijk staat er: „Daarom is er niets, dat het water kan -vervangen”. - -3. Alleen de zachte en zwakke kan die schande en die rampen verduren -zonder morren en beklag. - -4. Want de meeste menschen denken dat iemand een laag, verachtelijk -karakter moet hebben, om te verduren zonder in woede op te vliegen. - - - -HOOFDSTUK LXXIX. - -2. Letterlijk staat er niet „contract” maar „tablet”. In den ouden tijd -werden de contracten geschreven op houten tabletten, die in twee deelen -waren verdeeld. Hij, die de zaak, waarover gecontracteerd was, moest -geven, behield de linkerzijde van de tablet, hij die haar had te -eischen, behield de rechterzijde. Later, bij eventueele geschillen, -moesten de twee helften, die gekarteld of getand waren, weer precies in -elkaar passen, als de echtheid van het contract moest bewezen worden -(Pue Yeou Thsing, Julien). - -3. Letterlijk staat er voor „eischen”: „belasting heffen”. - -4. In de oude, oude tijden gebruikte men koorden met knoopen voor het -tellen. - - - -HOOFDSTUK LXXXI. - -1 en 2. Men vergelijke Confucius’ „Mooie woorden en een mooi gemaakt -gezicht gaan zelden samen met menschelijkheid”. (Zie mijn Chin. Fil., -deel I, „Loen Yü”, blz. 178.) - -Thomas à Kempis zegt (De Imitatione Christi): „Het is de Waarheid, die -men van de heilige geschriften moet eischen, en niet de -welsprekendheid.” (Hfdst. V.) - - - - - - - -AANHANGSEL. - - -Voor de lezers van het eerste deel van dit werk kan het wellicht -interessant zijn te vernemen, wat de heer Dr. Ch. M. van Deventer, de -bekende schrijver van „Platonische Studieën”, mij schreef, naar -aanleiding van mijne omschrijving van onvertaalbare chineesche -begrippen als Tao, Li, enz. Nadat hij in eene bespreking van mijn werk -(in het Weekblad „de Amsterdammer” van 27 September 1896) er in ’t kort -op gewezen had, dat eenige eveneens onvertaalbare grieksche begrippen -wellicht equivalenten waren voor mijne chineesche, was deze heer zoo -vriendelijk mij, op mijn verzoek, uitgebreider inlichtingen daaromtrent -te verschaffen.—Hij gaf mij de volgende dingen aan: - - - -Kiün Tszʼ (zie „Confucius” blz. 13) = καλοκἄγαθος (kalokagathos). - -De kleine man (Confucius blz. 14) = πονηρός (ponêros). - -Jên (door mij bij gebrek aan beter vertaald door menschelijkheid) (zie -Confucius blz. 8) = ἀρετή (aretê). - -Li, Decorum (Confucius blz. 16) = το μουσικόν (to mousikon). - -De rechtmatigheid die de dapperheid in toom houdt (Confucius blz. 263) -= δικαιοσύνη (dikaiosunê). - -Sing (Confucius blz. 8 en 80) waarschijnlijk = το θεῖον (to theion) en το -ἀγαθόν (to agathon). - -Shang (Confucius blz. 194) = σωφροσύνη (sofrosunê). - - - -Daar ik niet ingewijd ben in het grieksch, kan ik niet over de -juistheid dier equivalenten oordeelen, maar toch wilde ik ze gaarne in -dit werk opnemen. - -„Kalokagathos” schrijft de heer van Deventer, valt in vele gevallen als -woord van dagelijksch gebruik, geheel samen met gentleman, fatsoenlijk -man („fatsoenlijk man” wilde ik niet gebruiken, omdat er in onze taal -een luchtje aan is gekomen, en liever dan een engelsch woord te nemen, -behield ik het chineesche), man, op wien niets valt aan te merken. Het -kan echter hoogere wijding aannemen, en heeft dan zijn schoonste -voorwerp in den Platonischen Socrates. - -„Ponêros is zoowel de gemeene, als, en misschien het laatste nog meer, -de kleine, de niet-heroïsche, de plebeïsche, de klein- en grofzielige, -tegenovergesteld zoowel aan den kalokagathos als aan den mousikos. Als -het onheroïsche komt het voor in de beroemde bewering van Aristofanes -(Kikvorschen): de dichter moet het ponêron verbergen en niet op het -tooneel brengen”. - -Mij dunkt dat een en ander wonder wèl overeenstemt met den Kiün Tszʼ en -den Siao Jen van Confucius. (Zie „Confucius” blz. 14.) - -Omtrent „dikaiosunê” schrijft mij de heer Van Deventer: „Dikaiosunê -wordt gewoonlijk met rechtvaardigheid vertaald. In het grootste -document echter over de dikaiosunê, Plato’s Politeia, komt men er niet -met die vertaling. Beter is dan braafheid en rechtschapenheid, en -volgens Plato is een waar, braaf en rechtschapen man, als uitvloeisel -van de deugd, óók rechtvaardig”. (Zie „Confucius” blz. 263.) - -Het woord „sofrosunê”, schrijft de heer Van Deventer verder, -„gewoonlijk, doch met erkenning van het gebrekkige, door bescheidenheid -vertaald, heeft, naar ik meen, een vrij precies hollandsch aequivalent, -n.l. zedigheid. In zedigheid ligt iets meer vertoon dan in -bescheidenheid, en het verschil tusschen sofrosunê en zedigheid ligt -vooral daarin, dat die deugd bij de Hellenen hooger werd aangeslagen -dan bij ons. Vandaar dat men er niet om denkt om sofrosunê door -zedigheid te vertalen. Er is echter een dialoog van Plato, de -Charmides, waarin het begrip sofrosunê onderzocht wordt, en men kan de -dialektiek in de vertaling handhaven door ons woord zedigheid te -gebruiken. In de Phaedo, Cap. XIII, staat: „De sofrosunê, datgene wat -men de sofrosunê noemt, (is) het ten opzichte van de begeerten niet -ontstuimig zijn, doch zich tegenover hen met geringschatting en -welvoegelijk te verhouden.” Ik vertaal natuurlijk te lang en te stijf, -doch de bedoeling zal u blijken, zoomede dat de ingetogenheid veel weg -heeft van sofrosunê”. (Zie „Confucius”, blz. 194.) - -„To mousikon”, vervolgt de heer Van Deventer, „is uiterst moeilijk te -vertalen en zelfs te beschrijven. Een musisch man is hij, die een -hoogere beschaving van ziel en van geest op zijn minst erként, en -liefst beoefent. Het musische is het beginsel van het hoogere leven, -dat met geen mogelijkheid materieel en aardsch te verklaren is, en -intuïtief als een bewijs voor het bestaan van het goddelijke moet -begrepen worden; ik spreek steeds van een Helleensch standpunt”. (Zie -„Confucius” blz. 16, Li.) - - - -Ik herhaal nog eens, voor de juistheid dezer equivalenten ben ik niet -bevoegd in te staan. Maar als van den schrijver der „Platonische -Studieën” komende, vond ik het interessant, ze, met mijn’ hartelijken -dank voor zijne bereidwilligheid, in mijn werk op te nemen. - - - - - - - -AANTEEKENINGEN - - -[1] In zijn „Syllabic Dictionary of the Chinese Language.” - -[2] Preface of the „Yih King”. - -[3] Preface to the second and third editions of the Dialogues of Plato. - -[4] Preface to „Lao Tsze, the great Thinker.” - -[5] Legge, Texts of Taoism, 39e en 40e deel der „Sacred Books of the -East.” - -[6] John Ruskin, The Queen of the Air, Preface. - -[7] Bij het corrigeeren der drukproeven verneem ik nog, dat een nieuwe -vertaling juist is verschenen van Dr. Paul Carus: „Lao Tsz’s Tao Teh -King”, te Chicago. - -[8] „Confucianism and Taouism.” - -[9] o.a. Legge, Rémusat, Wylie, Von Faber, Julien, enz. - -[10] Toch is Giles een eminent sinoloog, die o.a. een -standaard-dictionnaire heeft gemaakt, waard naast die van Wells -Williams te staan. - -[11] Samuel Johnson, die zelf, meen ik, geen chineesch kent, heeft -anders gedaan. Hij heeft alle mogelijke vertalingen, van de oudste af, -bestudeerd, en met eene intuïtie, die zeker éénig is, uit al die -vertalingen het beste verzameld en bewaard (in zijn werk Oriental -Religions, China). En, wonder genoeg, zóó fijn en zuiver was die -intuïtie, dat hij, ofschoon zelf geen sinoloog zijnde, het allerbeste -over Lao Tszʼ heeft geschreven, wat ooit over hem geschreven is, en -zich uit al de verschillende, tegenstrijdige vertalingen, een apart en -zuiver idee van Lao Tsz’s filosofie heeft gevormd. Maar een eigen -vertaling kon hij natuurlijk niet geven. - -[12] Toen ik het eerste deel van dit werk uitgaf, dacht ik dat mijne -vertaling van Confucius de eerste in het nederlandsch was. Sedert -hoorde ik, dat er nog eene vroegere bestaat, maar deze is eene -vertaling vàn eene vertaling, n.l. van Legge’s engelsche vertaling, en -geen oorspronkelijke uit het chineesch. Zij behandelt Confucius en -Mencius. - -[13] Zie mijn „Wu Wei. Eene fantazie naar aanleiding van Lao Tsz’s -filosofie” in mijn Wijsheid en Schoonheid uit China (Amsterdam, P. N. -van Kampen en Zoon), voor ’t eerst verschenen in De Gids van Maart -1895. - -[14] De Chineesche Filosofie, toegelicht voor niet-sinologen. I. -Confucius. (Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon.) - -[15] Het rijk Chʼu bestond als feudale staat onder de Chow dynastie, -van 740 tot 330 v. C., en bevatte gedeelten van Honan en Kiangsu.—Khio -Jin lag dicht bij de tegenwoordige stad Lou-i in Honan. - -[16] Zie over Chow het 1e deel mijner Chin. Fil. over Confucius, blz. -30 en 39. - -[17] Zie over de Li hetzelfde werk blz. 16. Confucius wilde Lao Tszʼ -vragen over de schrijvers van de Li Ki (het Boek der Li). - -[18] Lao Tszʼ heeft altijd veel vereerders gehad onder de boedhisten. -Er zijn er die in hem eene incarnatie van een Boeddha hebben gezien. Er -zijn er ook, die zeggen dat het boedhisme veel aan Lao Tszʼ ontleend -heeft, en omgekeerd. Anderen weer brengen Lao Tsz’s boek in verband met -die der oude Hindoes.—Nog op het laatste Orientalistisch Congres te -Parijs (1897) werd door den sinoloog-consul Allen verklaard, dat Lao -Tszʼ niemand anders dan een Boeddha was. - -[19] Zie hieromtrent de „Historische Ophelderingen” in mijn eerste deel -der Chineesche Filosofie (Uitg. P. N. van Kampen en Zoon) blz. 30–33. - -[20] Hoofdstuk XVIII. - -[21] ,, XIX. - -[22] Sam. Johnson, Oriental Religions. China, blz. 862.—De -cursiveeringen zijn van mij. - -[23] Zie mijne Chineesche Filosofie. Confucius, blz. 15 en verder. - -[24] Prof. de Groot spreekt van „een ondoorgrondelijk beginsel,” dat -men door „universeele ziel van de Natuur” zou kunnen vertalen. -(Jaarlijksche Feesten enz., deel II, blz. 550.) - -[25] Vooral Stanislas Julien.— - -[26] Toen ik mijne fantazie „Wu Wei” schreef, had ik dit nog niet -gelezen, anders had ik het stellig aangehaald. - -[27] Ik neem Tao onzijdig. Natuurlijk kan het geen geslacht hebben. - -[28] Hoofdstuk I. - -[29] ,, IV. Voor Shang Ti zie men mijn Chineesche Filosofie. -Confucius, bl. 27. - -[30] Hoofdstuk XIV. - -[31] ,, XVI. - -[32] ,, XXI. - -[33] Met „karakter” bedoel ik hier een der chineesche schriftteekens. -Deze worden door de sinologen algemeen „karakters” genoemd. - -[34] Hoofdstuk XXV. - -[35] ,, XXXII. - -[36] ,, XXXIV. - -[37] ,, XXXV. - -[38] ,, XXXVII. - -[39] ,, VI. - -[40] ,, XL. Men zou ook, als G. G. Alexander kunnen vertalen: -„Alle bestaan is uit het materieele. Al het materieele is uit het -immaterieele (spiritueele). - -[41] Toen de creatie nog niet geformeerd was en alleen Tao als essence -in-zich-zelf bestond was er ook niet het begrip „één”, in tegenstelling -met „twee”. Zoodra er „één” was (d.i. zoodra Tao zich gemanifesteerd -had) was er ook „twee” gevormd en wel Yin (vrouwelijk, duister) en Yang -(mannelijk, licht). De z.g. „Khi” (levensadem, natuur-adem) vormt van -Yin en Yang in de juiste verhouding het schepsel, het ding.—Hoofdstuk -XLII. - -[42] Hoofdstuk XLVIII. - -[43] ,, XI. - -[44] ,, I. - -[45] ,, LXII. „De steun van den slechte” in zooverre, dat de -slechte, wil hij zich beteren, altijd weer op Tao kan steunen, dat hem -dan redden zal. - -[46] Hoofdstuk LXXIX. - -[47] Le Livre de la Voie de la Vertu, par Stanislas Julien. Paris. -Imprimerie Royale MDCCCXLII. - -[48] Hoofdstuk LXX. - -[49] Lao Tsze. The Great Thinker, by Major-General G. G. Alexander. -London. Kegan Paul, Trench, Trübner & Co. Ltd. 1895. - -[50] Hoofdstuk LXXVI. - -[51] ,, VIII.—Bedoeld worden de lagere, nederige plaatsen. - -[52] ,, LXXVIII. - -[53] ,, VII. - -[54] ,, VIII. - -[55] ,, IX. - -[56] ,, X. - -[57] ,, XII. - -[58] ,, XV. - -[59] ,, XIX. - -[60] ,, XXII. - -[61] ,, XXIV. - -[62] ,, XXVIII. Valleien hier genomen als diepten, waarin zich -alle wateren uitstorten. - -[63] Hoofdstuk XXXIII. - -[64] ,, XXXVIII. - -[65] ,, XLI. - -[66] ,, XLV. - -[67] ,, XLVII. - -[68] ,, XLIX. - -[69] ,, LV. - -[70] ,, LVI. - -[71] ,, LXIII. - -[72] ,, LXIV. - -[73] ,, LXVI. - -[74] ,, LXXI. - -[75] ,, LXXXI. - -[76] Zie mijne Chineesche Filosofie. Confucius, blz. 30–33. - -[77] Hoofdstuk XX. - -[78] ,, XX. - -[79] ,, III. - -[80] ,, XIX. - -[81] Hoofdstuk XXIX. D.w.z. vóór alles gaat Tao in het rijk, dat immers -door Tao geformeerd moet zijn, en door Zijn adem bezield. Dit -àllervoornaamste kan niet door actie worden gemaakt, maar moet -natuurlijk uit de ziel van vorst en volk voortvloeien. - -[82] Hoofdstuk XXX. - -[83] Hoofdstuk XXXI. De linkerplaats is nog steeds bij de chineezen de -eereplaats. In de oude tijden nam een generaal, die eene overwinning -had behaald, den rouw aan. Hij zette zich in den tempel op de plaats -van hem, die de ceremonieën voor de dooden leidt, en, gehuld in -rouwkleederen, weende en snikte hij. - -[84] Hoofdstuk XXXVII. - -[85] ,, XXXV. - -[86] ,, XLVI. - -[87] ,, LVII. - -[88] ,, LVIII. - -[89] ,, LVIII. - -[90] ,, LIX. - -[91] ,, LX. - -[92] ,, LXI. - -[93] ,, LXV. - -[94] ,, LXIX. - -[95] ,, LXXV. - -[96] ,, LXXV. - -[97] ,, LXVII. - -[98] In de oude, oude tijden gebruikte men koorden met knoopen voor het -tellen. - -[99] Hoofdstuk LXXX. - -[100] The remains of Lao Tzü by H. A. Giles. Hongkong. China Mail -office, blz. 43. - -[101] Over Chuang Tszʼ en zijn werk in zóóveel te zeggen, dat het hier -veel te ver zou voeren, en ik er apart over moet schrijven. - -[102] Nan Hwa King. Hoofdstuk XV. - -[103] Nan Hwa King. Hoofdstuk XVIII. - -[104] Volgens Szʼ Ma Ts’ien is Lao Tsz’s einde onbekend gebleven. -Chuang Ts’z zal dan ook deze episode alleen genomen hebben ter -invoering van zijn idee. Want na Lao Tsz’s vertrek naar het Westen is -nooit meer iets van hem gehoord. - -De aanhaling is uit Hoofdstuk III van den Nan Hwa King. - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE CHINEESCHE FILOSOFIE (II) *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/65088-0.zip b/old/65088-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 2dfd5d7..0000000 --- a/old/65088-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/65088-h.zip b/old/65088-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 66791e5..0000000 --- a/old/65088-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/65088-h/65088-h.htm b/old/65088-h/65088-h.htm deleted file mode 100644 index b736e2d..0000000 --- a/old/65088-h/65088-h.htm +++ /dev/null @@ -1,8160 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html -PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2021-04-14T14:58:53Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> -<title>De Chineesche filosofie toegelicht voor niet-sinologen II. Lao Tszʼ</title> -<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content="Henri Jean François Borel (1869–1933)"> -<link rel="coverpage" href="images/frontcover.png"> -<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> -<meta name="DC.Creator" content="Henri Jean François Borel (1869–1933)"> -<meta name="DC.Title" content="De Chineesche filosofie toegelicht voor niet-sinologen II. Lao Tszʼ"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC:Subject" content="#####"> -<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */ -html { -line-height: 1.3; -} -body { -margin: 0; -} -main { -display: block; -} -h1 { -font-size: 2em; -margin: 0.67em 0; -} -hr { -height: 0; -overflow: visible; -} -pre { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -a { -background-color: transparent; -} -abbr[title] { -border-bottom: none; -text-decoration: underline; -text-decoration: underline dotted; -} -b, strong { -font-weight: bolder; -} -code, kbd, samp { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -small { -font-size: 80%; -} -sub, sup { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -} -sub { -bottom: -0.25em; -} -sup { -top: -0.5em; -} -img { -border-style: none; -} -body { -font-family: serif; -font-size: 100%; -text-align: left; -margin-top: 2.4em; -} -div.front, div.body { -margin-bottom: 7.2em; -} -div.back { -margin-bottom: 2.4em; -} -.div0 { -margin-top: 7.2em; -margin-bottom: 7.2em; -} -.div1 { -margin-top: 5.6em; -margin-bottom: 5.6em; -} -.div2 { -margin-top: 4.8em; -margin-bottom: 4.8em; -} -.div3 { -margin-top: 3.6em; -margin-bottom: 3.6em; -} -.div4 { -margin-top: 2.4em; -margin-bottom: 2.4em; -} -.div5, .div6, .div7 { -margin-top: 1.44em; -margin-bottom: 1.44em; -} -.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, -.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { -margin-bottom: 0; -} -blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, -.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { -margin-top: 0; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin: 1.6em auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { -font-size: 0.9em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -td.tocDivNum { -vertical-align: top; -} -td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -margin-top: 3.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.asc { -font-variant: small-caps; -text-transform: lowercase; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -border: none; -border-bottom: 1px solid black; -width: 45%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -} -hr.dotted { -border-bottom: 2px dotted black; -} -hr.dashed { -border-bottom: 2px dashed black; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.42em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.84em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0 0.05em 0 0; -padding: 0; -line-height: 0.8; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -.advertisement, .advertisements { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { -color: #660000; -} -.fnreturn { -color: #AAAAAA; -font-size: 80%; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -a { -text-decoration: none; -} -a:hover { -text-decoration: underline; -background-color: #e9f5ff; -} -a.noteRef, a.pseudoNoteRef { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -top: -0.5em; -text-decoration: none; -margin-left: 0.1em; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { -float: left; -min-width: 1.0em; -margin-left: -0.1em; -padding-top: 0.9em; -padding-right: 0.4em; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -white-space: nowrap; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.index p { -text-indent: -1em; -margin-left: 1em; -} -.indexToc { -text-align: center; -} -.transcriberNote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.missingTarget { -text-decoration: line-through; -color: red; -} -.correctionTable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -span.musictime { -vertical-align: middle; -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { -padding: 1px 0.5px; -font-size: xx-small; -font-weight: bold; -line-height: 0.7em; -} -span.musictime span.bottom { -display: block; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.splitListTable { -margin-left: 0; -} -.numberedItem { -text-indent: -3em; -margin-left: 3em; -} -.numberedItem .itemNumber { -float: left; -position: relative; -left: -3.5em; -width: 3em; -display: inline-block; -text-align: right; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -.titlePage { -border: #DDDDDD 2px solid; -margin: 3em 0 7em 0; -padding: 5em 10% 6em 10%; -text-align: center; -} -.titlePage .docTitle { -line-height: 1.7; -margin: 2em 0 2em 0; -font-weight: bold; -} -.titlePage .docTitle .mainTitle { -font-size: 1.8em; -} -.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, -.titlePage .docTitle .volumeTitle { -font-size: 1.44em; -} -.titlePage .byline { -margin: 2em 0 2em 0; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.5; -} -.titlePage .byline .docAuthor { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -.titlePage .figure { -margin: 2em auto; -} -.titlePage .docImprint { -margin: 4em 0 0 0; -font-size: 1.2em; -line-height: 1.5; -} -.titlePage .docImprint .docDate { -font-size: 1.2em; -font-weight: bold; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -span.ditto { -display: inline-block; -vertical-align: middle; -text-align: center; -} -span.ditto span.s { -height: 0; -visibility: hidden; -line-height: 0; -} -span.ditto span.d { -display: block; -text-align: center; -line-height: 0.7em; -} -span.ditto span.i { -position: relative; -top: -2px; -} -table.alignedtext, table.alignedverse { -border-collapse: collapse; -} -table.alignedtext td { -vertical-align: top; -width: 50%; -} -table.alignedverse { -vertical-align: top; -} -table.alignedtext td.first, table.alignedverse td.first { -border-width: 0 0.2px 0 0; -border-color: gray; -border-style: solid; -padding-right: 10px; -} -table.alignedtext td.second, table.alignedverse td.second { -padding-left: 10px; -} -table.alignedverse td.first, table.alignedverse td.second { -width: 45%; -} -table.alignedverse td.lineNumbers { -width: 10%; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pageNum { -display: inline; -font-size: 70%; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -.right-marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -right: 3%; -position: absolute; -text-indent: 0; -text-align: right; -width: 11% -} -.cut-in-left-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: left; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; -} -.cut-in-right-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: right; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: right; -padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -text-indent: 0; -} -.pglink::after { -content: "\0000A0\01F4D8"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.catlink::after { -content: "\0000A0\01F4C7"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { -content: "\0000A0\002197\00FE0F"; -color: blue; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover { -background-color: #FFDCDC; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { -text-align: left; -} -.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tablecaption { -text-align: center; -} -.arab { font-family: Scheherazade, serif; } -.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } -.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } -.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } -.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.cover-imagewidth { -width:456px; -} -.xd30e103 { -text-align:center; font-size:large; -} -.titlepage-imagewidth { -width:476px; -} -.ttk\.1\.n { -display:none; -} -@media handheld { -} -/* CSS rules copied from @style attributes in TEI file */ -/* ]]> */ </style> -</head> -<body> - -<div style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of De Chineesche Filosofie (II), by Henry Borel</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online -at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you -are not located in the United States, you will have to check the laws of the -country where you are located before using this eBook. -</div> - -<table style='min-width:0; padding:0; margin-left:0; border-collapse:collapse'> - <tr><td>Title:</td><td>De Chineesche Filosofie (II)</td></tr> - <tr><td></td><td>Toegelicht voor niet-Sinologen, II. Lao Tsz'</td></tr> -</table> - -<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: Henry Borel</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Release Date: April 15, 2021 [eBook #65088]</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Language: Dutch</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Character set encoding: UTF-8</div> - -<div style='display:block; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg (This book was produced from scanned images of public domain material from the Google Books project.)</div> - -<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE CHINEESCHE FILOSOFIE (II) ***</div> -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/frontcover.png" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="456" height="720"></div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="div1 frenchtitle"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first xd30e103">DE CHINEESCHE FILOSOFIE <br>TOEGELICHT VOOR NIET-SINOLOGEN -</p> -</div> -</div> -<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="476" height="720"></div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="titlePage"> -<div class="docTitle"> -<div class="mainTitle">DE <br>CHINEESCHE FILOSOFIE <br>TOEGELICHT VOOR NIET-SINOLOGEN</div> -<div class="mainTitle">II.</div> -<div class="mainTitle">LAO TSZʼ</div> -</div> -<div class="byline">DOOR <br><span class="docAuthor">HENRI BOREL</span> </div> -<div class="docImprint">AMSTERDAM <br>P. N. VAN KAMPEN & ZOON </div> -</div> -<p></p> -<div id="toc" class="div1 contents"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">INHOUD.</h2> -<table class="tocList"> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"> </td> -<td class="tocPageNum">Blz.</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#voorwoord" id="xd30e145">Voorwoord</a> </td> -<td class="tocPageNum">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#inleiding" id="xd30e152">Inleiding tot de filosofie van Lao Tszʼ</a> </td> -<td class="tocPageNum">18</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7">Tao Teh King. </td> -<td class="tocPageNum"></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ttk.1" id="xd30e162">Eerste deel: Tao</a> </td> -<td class="tocPageNum">74</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#ttk.2" id="xd30e169">Tweede deel: Teh</a> </td> -<td class="tocPageNum">144</td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#aanhangsel" id="xd30e177">Aanhangsel</a> </td> -<td class="tocPageNum">216</td> -</tr> -</table> -<p><span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="voorwoord" class="div1 preface"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e145">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">VOORWOORD.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Vóór mijne vertaling van de Tao Teh King te lezen, is het eerst nog noodig, eenige -nadere bizonderheden omtrent dit werk te weten, en zich een denkbeeld te vormen van -wat vertalingen uit het chineesch over het algemeen zijn, en wat eene van Lao Tszʼ -in het bizonder is. -</p> -<p>De chineesche geschreven taal is er niet een, als de onze bestaande uit letters, maar -haar karakter is idiografisch. „<span lang="en">It is not surprising, perhaps, that such an idiographic language as this was invented; -for the first thought of one who tries to write an idea, is more likely to be to picture -it than to attempt to express the sounds by which it is spoken.</span>” De chineesche geschreven taal heeft niet, als de egyptische, het phonetisch element -doen triomfeeren over het symbolische, om ten slotte een alphabetische taal te worden, -zegt S. Wells Williams verder,<a class="noteRef" id="xd30e192src" href="#xd30e192">1</a> van wien ik voorgaand fragment aanhaalde, maar het symbolische element bleef altijd -het <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>phonetische overheerschen. Hieruit volgt, dat de chinees, van zijn jeugd af gewoon -om ideeën te associeeren met aparte pictoriale symbolen, het bijna ondoenlijk vindt -om diezelfde ideeën te associeeren met gecombineerde letters, die enkel klanken uitdrukken. -</p> -<p>Prof. Legge zegt zeer terecht van de chineesche karakters of schriftsymbolen: „<span lang="en">The written characters of Chinese are not representations of words but <i>symbols of ideas</i>, and the combination of them in composition is not a representation of what the writer -would say, but <i>of what he thinks. It is in vain, therefore, for a translator to attempt a litteral -version.</i> When the symbolic characters have brought his mind „en rapport” with that of the -author, he is free to render his ideas in his own, or any other speech, in the best -manner he can attain to.….. In a study of a Chinese classical book there is not so -much an interpretation of the characters employed by the writer as a participation -of the thoughts; <i>there is the seeing mind to mind</i>.</span>”<a class="noteRef" id="xd30e211src" href="#xd30e211">2</a> -</p> -<p>Jammer, dat dezelfde zendeling-geleerde die dit schreef, in zijne vertalingen van -chineesche klassieken, ook van de Tao Teh King, dikwijls <i>metrisch</i> heeft willen vertalen, wat kinderachtige rijmpjes gaf, en geheel in strijd is met -deze beschouwing,—want beter en kernachtiger kon moeilijk het juiste karakter van -vertalingen uit het chineesch worden gezegd. -<span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span></p> -<p>Juist, <i lang="en">the seeing mind to mind</i>, dit alleen is het éénige vereischte tot het vertalen van een chineesch auteur, en -woordelijk vertalen uit het chineesch is onmogelijk, omdat een europeesche en de chineesche -taal van geheel andere essentie zijn, en men geen pictoriale symbolen, enkel ideeën -gevende, in letters van klank precies kan overzetten. -</p> -<p>Dr. Jowett zegt nog zoo mooi van vertalingen<a class="noteRef" id="xd30e226src" href="#xd30e226">3</a>: „<span lang="en">An <span class="corr" id="xd30e231" title="Bron: english">English</span> translation ought to be idiomatic and interesting, not only to the scholar but to -the unlearned reader, Its object should not simply be to render the words of one language -into the words of another, or to preserve the construction and order of the original; -<i>this is the ambition of a schoolboy, who wishes to show that he has made a good use -of his dictionary and grammar</i>, but is quite unworthy of the translator who seeks to produce on his reader an impression -similar, or nearly similar, to that produced by the original. <i>To him the feeling should be more important than the exact word.</i></span>” -</p> -<p>En dit werd gezegd van eene vertaling uit de grieksche taal, die tenminste nog het -gemak oplevert van <span class="corr" id="xd30e240" title="Bron: alphabethisch">alphabetisch</span> te zijn, dus hoeveel moeilijker wordt zulk eene vertaling nog uit het idiographische -chineesch! -</p> -<p>Bovenstaande drie verklaringen van Wells Williams, Legge en Jowett zijn de principes, -van welke mijne vertaling van Lao Tszʼ uitgaat. Het op hoofdpunten <span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span>zijner vertaling in ’t geheel niet met hem eens zijnde, stem ik volkomen in met wat -de sinoloog en generaal-majoor G. G. Alexander zegt over de bestaande vertalingen -van de Tao Teh King, dat zij voor den niet-sinoloog en „<span lang="en">general reader</span>,” niet aanlokkelijk, ja „<span lang="en">indeed repellent</span>” zijn, „<span lang="en">by a strained litteral accuracy which overrides and destroys the interest of the subject.</span>”<a class="noteRef" id="xd30e256src" href="#xd30e256">4</a> -</p> -<p>Een feit is, dat de verschillende vertalingen van de chineesche klassieken bij niet-sinologen -zeer weinig bekend zijn, en de reden hiervan is, dat zij in den vorm waarin zij thans -zijn, ook eigenlijk alleen door sinologen te begrijpen zijn. -</p> -<p>Dit is de reden, waarom ik aan mijne „Chineesche Filosofie, toegelicht voor niet-sinologen” -begon. Ik zie niet in, waarom de chineesche filosofie niet, evenals bv. de grieksche, -voor de niet-ingewijden in die taal genietbaar zou worden gemaakt. En daarom is het -wel aardig dat mij door een sinoloog verwijtend werd gevraagd hoe ik, na den zendeling -Prof. Legge, die veel meer dan twintig jaren chineesch had gestudeerd, nog aan zoo -iets was durven beginnen. Ik heb deze vraag eigenlijk reeds in het Voorwoord van het -eerste deel van dit werk, dat over Confucius, beantwoord. Met den grooten eerbied -dien ik voor dezen eminenten sinoloog als taalgeleerde heb, kan ik mij niet vereenigen -met vele zijner opvattingen over verschillende chineesche begrippen. En <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>bovendien, dit is het ergste, is Prof. Legge bevooroordeeld. Hij is met hart en ziel -zendeling geweest, en bij de vertaling der chineesche klassieken is hij van het standpunt -uitgegaan dat alleen zijn christelijke godsdienst de ware, en zijn christelijke God -de onfeilbaar éénige is, wat hem aanleiding geeft, overal in zijn werk de chineesche -filosofie gering te schatten en te verkleinen. Hierdoor is zij bij hem niet tot haar -recht gekomen, vooral niet die van Lao Tszʼ, in wien hij nog wel verscheidene christelijke -begrippen vindt, die er in ’t geheel niet in staan, en dien hij veel te laag heeft -geschat.<a class="noteRef" id="xd30e264src" href="#xd30e264">5</a> -</p> -<p>Het is een groot nadeel geweest voor de juiste interpretatie der chineesche filosofie -dat de meeste sinologen zendelingen waren, dus bevooroordeeld met het idee, dat zij, -als afwijkende van de christelijke leer, per se dwaalbegrippen bevatte. -</p> -<p>Ik denk hierbij aan die mooie woorden van Ruskin in zijn werk over de grieksche mythologie: -„<span lang="en">You must forgive me, therefore, for not always distinctly calling the creeds of the -past „superstition” and the creeds of the present day religion.</span>” En vooral dit, dat „<span lang="en">whatever charge of folly may justly attach to the saying „There is no God,” the folly -is prouder, deeper and less pardonable in saying „There is no God but mine.”</span><span class="corr" id="xd30e282" title="Niet in bron">”</span><a class="noteRef" id="xd30e283src" href="#xd30e283">6</a> -<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p> -<p>„<span lang="en">There is no God but mine</span>,”—van dit idee uitgaande zijn de chineesche klassieken, is ook Lao Tszʼ, veelal vertaald. -Daardoor worden zij in een valsch licht gezien, en is het noodig dat er nieuwe, onbevooroordeelde -vertalingen komen. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Een der eerste vertalers van Lao Tszʼ is geweest Abel Rémusat, die zijn werk publiceerde -onder den titel „<span lang="fr">Mémoire sur la vie et les ouvrages de Lao Tseu.</span>” Ik wil hier vooral de volgende regels van aanhalen: -</p> -<p lang="fr">„Le livre de Lao Tseu n’est pas facile à entendre, parceque l’obscurité des matières -s’y joint à une sorte de concision antique, à un vague qui va quelquefois jusqu’à -rendre son style énigmatique.… Ce serait une difficulté très grande s’il s’agissait -de le traduire en entier et de l’éclaircir sous le rapport de la doctrine qui l’enferme. -Mais, cela ne doit pas nous empêcher d’en extraire les passages les plus marquants -et d’en fixer le sens au moins d’une manière générale. Il suffit de constater le sens -le plus palbable, quelquefois même noter les expressions, sans rechercher l’acception -profonde et philosophique dont elles sont susceptibles. Outre l’obscurité de la matière -en elle même, les anciens avaient des raisons de ne pas s’expliquer sur ces sortes -de sujets.… -</p> -<p lang="fr">„Le texte est si plein d’obscurité, nous avons si peu de moyens pour en acquérir l’intelligence -parfaite, si peu de connaissance des circonstances auxquelles l’auteur <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>a voulu faire allusion; nous sommes, en un mot, si loin à tous égards des idées sous -l’influence desquelles il écrivait, qu’il y aurait de la témérité à prétendre retrouver -exactement le sens qu’il avait en vue, quand ce sens nous échappe.” -</p> -<p>De commentator Sie Hoeï had alreeds eeuwen vroeger gezegd: „Het is niet gemakkelijk -om duidelijk de diepzinnigste passages van Lao Tszʼ uit te leggen; alles wat de wetenschap -kan doen is er de algemeene beteekenis van geven.” -</p> -<p>Zeer terecht merkt Stanislas Julien op, dat de moeilijkheid voor Rémusat, zoowel als -voor anderen, bv. Prémare, niet zoozeer lag in het boek zelf, als in hun systeem van -interpretatie. Zij verkondigden namelijk, dat in de Tao Teh King stukken uit de Heilige -Schrift, ja zelfs katholieke dogma’s waren te vinden. Montucci bv. zegt (in zijn „<span lang="la">De studiis sinicis</span>”): „<span lang="fr">Beaucoup de passages parlent si clairement d’un Dieu trine, que quiconque aura lu -ce livre ne pourra douter que le Mystère de la Très-Sainte-Trinité n’ait été révélé -aux Chinois plus de cinq siècles avant la venue de Jésus Christ.</span>” -</p> -<p>Von Plänckner spreekt eveneens van in Tao gevonden te hebben eene Drieëenheid, wel -niet identiek, maar toch analoog aan de christelijke. Rémusat, nog verder gaande, -ziet in drie chineesche karakters I Hi Wei, die eenvoudig „kleurloos, aphoon, onstoffelijk” -beteekenen, een verchineeschten vorm van Jehovah! En dat, terwijl die karakters niet -eens achter elkaar, maar ieder aan <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>het begin van een aparten volzin voorkomen! Hierop werden dan verder geheele theorieën -gebouwd. Zelfs Legge spreekt van „<span lang="en">God in the Tao Teh King</span><span class="corr" id="xd30e320" title="Niet in bron">”</span> <abbr title="dat is">d.i.</abbr> dan de christelijke God. Ook von Strauss is niet afkeerig van het woord Jehovah in -Lao Tszʼ. -</p> -<p>„<span lang="en">Add to this the ingenuity of the Jesuit scholars in detecting in the Tao Te King a -heathen witness to the Trinity, the Logos, and the Incarnation, five centuries before -Christ,—and we shall have some idea of the burden laid by interpreters on the shoulders -of the great mystical teacher of the East,</span>” zegt Samuel Johnson hiervan terecht. (<span lang="en">Oriental Religions: China</span>.) -</p> -<p>Terecht niet tevreden met Rémusat’s <span lang="fr">Mémoire</span> begon Stanislas Julien eene nieuwe vertaling (<span lang="fr">Le Livre de la Voie et de la Vertu. Paris. <span class="corr" id="xd30e340" title="Bron: L’Inprimerie">L’Imprimerie</span> Royale MDCCCXLII.</span>) Deze vertaling zal misschien qua taalkundige woord-vertaling wel het standaardwerk -over Lao Tszʼ blijven en is van het grootste nut voor andere vertalers, ook voor mij -geweest. Maar zij wordt totaal bedorven door de geheel verkeerde beteekenis aan Lao -Tsz’s „Tao” en aan de uitdrukking „Wu Wei” gegeven. Hield Julien zich vrij van de -dwaze ideeën der zendelingen, hij gaf in vele gevallen, <abbr title="onder andere">o.a.</abbr> aan „Wu Wei,” beteekenissen, precies tegenovergesteld aan wat de chineesche wijze -bedoelde.—Julien maakte gebruik van vertalingen en commentaren van verscheidene chineesche -geleerden,—die echter lang niet allen onfeilbaar zijn. De eminente schrijver Ma Touan -Lin zegt van de Tao Teh King, dat <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>„de ware geest er van hoe langer hoe meer verkeerd werd begrepen, naarmate de menschen -verder verwijderd waren van Lao Tsz’s tijd,” en Johnson zegt van Juliens chineesche -commentaren: <span class="corr" id="xd30e349" title="Bron: „„">„</span><span lang="en">The immense <span class="corr" id="xd30e353" title="Bron: ressources">resources</span> of Julien for explaining the Tao-te-king would give his version supreme authority -but for the fact that the later commentators whom he uses are as likely to illustrate -the philosopher’s statement that he was understood by few, as did the men of his own -generation.</span>” -</p> -<p>Meerdere vertalingen zijn van G. Pauthier, J. Chalmers, Watters, von Plänckner, von -Strauss, Alexander, Balfour en eenige anderen<a class="noteRef" id="xd30e360src" href="#xd30e360">7</a>—Het is merkwaardig te zien, hoe al deze vertalingen uiteenloopen, zóó ver dikwijls, -dat het bijna niet te gelooven wordt, dat zij allen uit één en denzelfden tekst zijn -gehaald. Ik neem voor de curiositeit dit voorbeeld, één toevallig uit zeer velen grepen: -</p> -<p lang="fr">—„De là vient que le saint homme marche toujours (dans le Tao) et ne s’écarte point -de la quiétude et de la gravité. <span class="corr" id="xd30e365" title="Bron: Quoiqu’ il">Quoiqu’il</span> possède des palais magnifiques, il reste calme et les fuit.” (Stanislas Julien.) -</p> -<p lang="en">—„Therefore it is that the wise man does not—even when making but a <span class="corr" id="xd30e370" title="Bron: day ’s">day’s</span> journey—separate from his baggage-wagons, so that should a beautiful <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>view spread itself out before him, he rests a while and then continues his journey.” -(G. G. Alexander.) -</p> -<p>Twee gehéél verschillende interpretaties van één zelfden tekst! -</p> -<p>Of wel dit, een héél klein tekstje van maar vier karakters in het chineesch, waarvan -twee dezelfde zijn: -</p> -<p lang="en">—„The best part of knowledge is (conscious) ignorance.” (Chalmers.) -</p> -<p lang="en">—„Those who understand (the Tao) are unconscious of their upward progress.” (Balfour.) -</p> -<p lang="en">—„To know, but to be as not knowing,—is good.” (Giles.) -</p> -<p>Somtijds zijn de vertalingen zelfs precies elkaars contrast. En het is een feit, dat -juist door die vele, uit elkaar loopende en tegenstrijdige versies de ernstige bestudeerder -van Lao Tszʼ veel meer van de wijs raakt, dan wanneer hij zonder ééne enkele vertaling -maar op den oorspronkelijken tekst blijft turen. Zeer juist zegt Prof. R. K. Douglas,<a class="noteRef" id="xd30e385src" href="#xd30e385">8</a> die echter, voor zoover ik weet, zelf nooit eene vertaling van den geheelen Lao Tszʼ -leverde, van al die verschillende interpretaties: „<span lang="en">There is with most people a tendency to seek below the surface for some occult and -far-fetched explanation of a difficulty <i>rather than adopt the plain interpretation which lies before them</i>.</span>” -</p> -<p>Op één punt waren de geleerden het echter allen ééns. <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>De integriteit en de originaliteit van de Tao Teh King waren onbetwistbaar.—De Leipzigsche -professor von der Gabelentz verklaarde dat de authenticiteit van dit werk het minste -was betwist van alle chineesche klassieken, èn in China, èn zelfs in den kring der -europeesche sinologen.—En eenparig waren de sinologen<a class="noteRef" id="xd30e400src" href="#xd30e400">9</a> van hetzelfde gevoelen. -</p> -<p>Tot dat in 1886 een boek verscheen van H. A. Giles, een engelsche consul en sinoloog -in China, getiteld: „<span lang="en">The Remains of Lao Tsz</span>.”—Deze verklaarde, dat bijna de geheele Tao Teh King „<span lang="en">forgery</span>” en „<span lang="en">fraud</span>” was, en zij maar enkele oorspronkelijke gezegden van Lao Tszʼ bevatte. De weinige -oorspronkelijke, die er dan waren, verwaardigde hij zich te vertalen. Bestaande vertalingen, -van Legge, van Chalmers, enz. enz., werden onbarmhartig en ridiculiseerend door hem -afgebroken. Juliens vertaling, die toch qua woordvertaling hoog staat, noemde hij -eveneens „<span lang="en">wholly indefensible</span>,” en „<span lang="en">as the descent from one of Dantes horrid <i lang="it">bolgie</i> to the next, so is the passage from one obscure utterance of Lao Tzsʼ to another -obscurer still,</span>” sneerde hij.—De aanmatigende, heftige, onwetenschappelijke toon van zijn geschrift -is echter al voldoende om al het vertrouwen in zijn argumenten te doen verliezen.<a class="noteRef" id="xd30e424src" href="#xd30e424">10</a> -<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p> -<p>Maar het is voor den ernstiger zoeker naar de waarheid om het hoofd bij te verliezen. -Juliens vertaling is <span class="corr" id="xd30e431" title="Niet in bron">„</span><span lang="en">indefensible</span>,” zegt Giles. Von Plänckner’s vertaling deugt niet, zegt Legge, want zijn „<span lang="en">slender acquaintance with Chinese by no means fitted him for such a task.</span>”—Een argument, dat oudere geleerden méér tegen jongeren gebruiken. Enz. Enz. Niet -één, die niet de vertaling van den ander veroordeelde, en de zijne niet voor de alleen -mogelijke hield. Een en ander nog erger gemaakt door de jalousie de métier, die helaas! -onder vele geleerden woedt, maar onder de sinologen speciaal het toppunt heeft bereikt.—En -het is heel gemakkelijk, eene vertaling uit het chineesch te veroordeelen. Juist doordat -eene vertaling van idiografische karakters, die altijd hetzelfde blijven, zonder vervoeging -of verbuiging, en die, al naar gelang van het verband waarin zij staan, de meest uiteenloopende -begrippen kunnen beteekenen, tot elkaars tegenovergesteld en toe,—juist, zeg ik, doordat -eene precieze, exacte vertaling totaal onmogelijk is, al hebben sommige geleerden -<abbr title="zoogenaamde">z.g.</abbr> vertaalregels gemaakt, die niet opgaan, kan de eene sinoloog altijd van elke versie -zeggen dat zij niet deugt, maar zóó en zóó moet zijn. Twee of drie chineesche karakters -kunnen dikwijls eene meening hebben, die alleen in een of meer lange volzinnen kan -uitgelegd worden, en alleen benaderd, niet vertaald, zoodat men er altijd van zeggen -kan, dat de interpretatie niet deugt, en men er een andere voor kan geven, die daarom -niet beter is. -<span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span></p> -<p>Nadat ik veel werken over Lao Tszʼ had gelezen, en jaren over zijn boek had nagedacht, -besloot ik, mij los te maken van den invloed dier vele, verschillend denkende geleerden, -en zelf eene vertaling te beginnen, om daarin nauwkeurig te omschrijven, wat ik voor -mij in zijne filosofie heb gezien en doorvoeld. Ik heb voorál steeds gedacht aan deze -twee teksten, die mij als eene waarschuwing schenen om toch vooral niet verward te -worden door schijnbare moeilijkheid, waar die misschien niet bestond. -</p> -<p>„<i>Mijne woorden zijn heel gemakkelijk te begrijpen, heel gemakkelijk te betrachten. -Maar niemand in het rijk kan ze begrijpen, noch betrachten. Mijne woorden hebben een -Oorsprong, mijne daden hebben een Meester. Maar de menschen weten dat niet, en daarom -begrijpen zij mij niet.</i>” (<i>Hfdst. <a href="#ch70">LXX</a>.</i>) -</p> -<p>„<i>Zij, die Tao kennen, zijn niet geleerd; zij, die geleerd zijn, kennen Tao niet.</i>” (<i><a href="#ch71">LXXXI</a>.</i>) -</p> -<p>Die Oorsprong, wat kon het anders zijn dan Tao? Daarom eerst goed, uit het geheele -werk, het begrip Tao trachten te begrijpen, en dan iederen tekst vertalen, met bij -elk dat idee van Tao trouw voor oogen, dat leek mij de weg. En hoewel ik zijne woorden -voor mij, westerling, nooit „heel gemakkelijk” heb gevonden, is mij op die wijze veel -licht opgegaan, en is veel, wat ik ingewikkeld en erg geleerd-moeilijk dacht, later -uiterst simpel en puur gebleken. Ook is er toen een groote Éénheid in het werk gekomen, -die ik eerst niet had gezien. -<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p> -<p>Ik heb daarbij getracht, voor zoover dat mogelijk bleef, zonder eene goede uitlegging -te schaden, zoo getrouw mogelijk aan den tekst te blijven, maar het „seeing mind to -mind”, niet eene enkele <span class="corr" id="xd30e467" title="Bron: intrepetatie">interpretatie</span> der chineesche karakters is voor mij de hoofdzaak gebleven. Evenals in het eerste -deel van dit werk heb ik absoluut onvertaalbare chineesche karakters, in-chineesche -begrippen symboliseerende, onvertaald gelaten, maar uitvoerig omschreven. En waar -de uiterste lakoniekheid, alleen met de zoo simpele chineesche karakters mogelijk, -die wel eens in denzelfden zin verbum èn adjectief en substantief kunnen zijn, zonder -lidwoorden of bijwoorden verbonden, niet lakoniek was weer te geven, heb ik een langeren, -maar duidelijken volzin er van gemaakt. Want wat de schrijver <span class="ex">denkt</span>, niet wat en hoe hij in ’t chineesch schrijft, is de hoofdzaak. De charme en pracht -van een chineesche karakter-gedachten-reeks is toch in geen enkele woord-klanken-reeks -precies weer te geven. Het zijn twee geheel ongelijksoortige dingen, van verschillende -essentie. -</p> -<p>Men kan evenmin een kleurenpracht in tonen precies eender weêrgeven, alleen een gelijke -emotie zien op te wekken, maar met andere middelen. -</p> -<p>Het past mij te bekennen, dat ik veel nut heb gehad van vóór mij gedane vertalingen, -wat het exacte bij den tekst blijven aangaat, vooral van Julien.<a class="noteRef" id="xd30e476src" href="#xd30e476">11</a> Ieder <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>wetenschappelijk man wil er wel voor uitkomen, dat hij heeft voortgebouwd op wat anderen -vóór hem deden. Dikwijls, waar ik twijfelde, heb ik, waar dit mij maar éénigszins -aannemelijk scheen, de versie van ouderen, met meer taalkundige ondervinding, gevolgd. -Maar op evenveel plaatsen, waar ik heel vast en zeker, mind to mind met den chineeschen -filosoof voelende, de overtuiging had, dat mijne voorgangers uit het verband van wat -Lao Tszʼ noemt „de Oorsprong zijner woorden” gingen—en dat is bijna overal op hoofdpunten, -waar de begrippen Tao en Wu Wei voorkomen,—heb ik gemeend, mijn eigen gang te moeten -gaan, en heb ik vertaald zooals ik zelf, en niet zooals anderen voelden. -</p> -<p>Ik heb, evenals in mijn eerste deel over Confucius, den tekst zooveel mogelijk met -noten toegelicht. Wie echter de teksten van-zelf begrijpt, zal meer van het werk genieten -door ze alléén te lezen, zonder de noten, <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>die dan overbodig zijn. Ik voegde ze toe voor het gemak van velen, die nog niet genoeg -van chineesche filosofie hebben gelezen, om gemakkelijk de somtijds bruuske en schijnbaar -onlogische gedachtenwendingen en toespelingen te volgen. Want een publiek van niet-sinologen -had ik op het oog, dat zich nog niet in chineesche begrippen en wijzen van denken -heeft verplaatst. Lao Tsz’s filosofie, die tot de hoogste openbaringen van wijsheid -van alle eeuwen behoort, is even waard buiten den beperkten kring van geleerden bekend -te worden als die van Plato, Thomas à Kempis, en andere groote denkers. En onze taal, -al wordt die ook maar door negen millioen menschen in en buiten Noord- en Zuid-Nederland -gesproken, een taal, waarin thans van de beste poëzie en wijsheid van Europa wordt -geschreven—ik denk hier <abbr title="bijvoorbeeld">b.v.</abbr> aan Willem Kloos en Frederik van Eeden—is mij gelukkig nog lief genoeg, om mij haar -de groote moeite, aan mijn werk besteed, overwaard te doen vinden, ja mij gelukkig -te doen voelen, al die wonder-simpele en wereld-wijze gedachten van den chineeschen -filosoof in háár vertrouwde woord-klanken te hebben weergegeven. -</p> -<p>Dat mijne vertaling in het nederlandsch volstrekt geen overbodige arbeid was, heeft -het debiet van het eerste deel van dit werk, dat over Confucius, bewezen. Binnen drie -maanden na de verschijning waren de kosten der uitgave, die op risico van den uitgever -was ondernomen, ruimschoots gedekt. En zóó is nu ook de uitgave van <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>dit tweede deel, de eerste nederlandsche vertaling<a class="noteRef" id="xd30e497src" href="#xd30e497">12</a> van Lao Tsz’s filosofie bevattende, mogelijk geworden. -</p> -<p class="dateline"><i>Makasser</i>, 21 December 1897. -<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span> </p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<div id="xd30e192"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e192src">1</a></span> In zijn „<span lang="en">Syllabic Dictionary of the Chinese Language</span>.” <a class="fnarrow" href="#xd30e192src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e211" lang="en"> -<p class="footnote" lang="en"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e211src">2</a></span> Preface of the „Yih King”. <a class="fnarrow" href="#xd30e211src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e226" lang="en"> -<p class="footnote" lang="en"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e226src">3</a></span> Preface to the second and third editions of the Dialogues of Plato. <a class="fnarrow" href="#xd30e226src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e256" lang="en"> -<p class="footnote" lang="en"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e256src">4</a></span> Preface to „Lao Tsze, the great Thinker.” <a class="fnarrow" href="#xd30e256src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e264"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e264src">5</a></span> Legge, <span lang="en">Texts of Taoism</span>, 39e en 40e deel der „<span lang="en">Sacred Books of the East.</span>” <a class="fnarrow" href="#xd30e264src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e283" lang="en"> -<p class="footnote" lang="en"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e283src">6</a></span> John Ruskin, The Queen of the Air, Preface. <a class="fnarrow" href="#xd30e283src" title="Ga terug naar noot 6 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e360"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e360src">7</a></span> Bij het corrigeeren der drukproeven verneem ik nog, dat een nieuwe vertaling juist -is verschenen van Dr. Paul Carus: „Lao Tsz’s Tao Teh King”, te Chicago. <a class="fnarrow" href="#xd30e360src" title="Ga terug naar noot 7 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e385" lang="en"> -<p class="footnote" lang="en"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e385src">8</a></span> <span class="corr" id="xd30e386" title="Niet in bron">„</span>Confucianism and Taouism.” <a class="fnarrow" href="#xd30e385src" title="Ga terug naar noot 8 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e400"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e400src">9</a></span> o.a. Legge, Rémusat, Wylie, Von Faber, Julien, enz. <a class="fnarrow" href="#xd30e400src" title="Ga terug naar noot 9 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e424"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e424src">10</a></span> Toch is Giles een eminent sinoloog, die o.a. een standaard-dictionnaire heeft gemaakt, -waard naast die van Wells Williams te staan. <a class="fnarrow" href="#xd30e424src" title="Ga terug naar noot 10 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e476"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e476src">11</a></span> Samuel Johnson, die zelf, meen ik, geen chineesch kent, <span class="pageNum" id="pb15n">[<a href="#pb15n">15</a>]</span>heeft anders gedaan. Hij heeft alle mogelijke vertalingen, van de oudste af, bestudeerd, -en met eene intuïtie, die zeker éénig is, uit al die vertalingen het beste verzameld -en bewaard (in zijn werk <span lang="en">Oriental Religions, China</span>). En, wonder genoeg, zóó fijn en zuiver was die intuïtie, dat hij, ofschoon zelf -geen sinoloog zijnde, het allerbeste over Lao Tszʼ heeft geschreven, wat ooit over -hem geschreven is, en zich uit al de verschillende, tegenstrijdige vertalingen, een -apart en zuiver idee van Lao Tsz’s filosofie heeft gevormd. Maar een eigen vertaling -kon hij natuurlijk niet geven. <a class="fnarrow" href="#xd30e476src" title="Ga terug naar noot 11 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e497"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e497src">12</a></span> Toen ik het eerste deel van dit werk uitgaf, dacht ik dat mijne vertaling van Confucius -de eerste in het nederlandsch was. Sedert hoorde ik, dat er nog eene vroegere bestaat, -maar deze is eene vertaling vàn eene vertaling, <abbr title="namelijk">n.l.</abbr> van Legge’s engelsche vertaling, en geen oorspronkelijke uit het chineesch. Zij behandelt -Confucius en Mencius. <a class="fnarrow" href="#xd30e497src" title="Ga terug naar noot 12 in tekst.">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="inleiding" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e152">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">INLEIDING TOT DE FILOSOFIE VAN LAO TSZʼ.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Heb ik eenige jaren geleden eene fantazie geschreven naar aanleiding van Lao Tsz’s -filosofie, nú is het mijn taak, op meer wetenschappelijke wijze, getrouw bij den tekst -blijvende, China’s grootsten wijze en China’s hoogste filosofie in te leiden bij het -publiek van niet-sinologen.<a class="noteRef" id="xd30e513src" href="#xd30e513">1</a> -</p> -<p>Kon ik, bij de beschrijving van Confucius’ leven<a class="noteRef" id="xd30e520src" href="#xd30e520">2</a> beschikken over zóóveel gegevens, dat ik heel veel ongebruikt moest laten liggen, -van Lao Tsz’s leven is zóó weinig bekend, dat ik er niet eens een apart hoofdstuk -mede zou kunnen vullen. Zoo openbaar en ceremonieus <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>Confucius leefde, zoo teruggetrokken en eenvoudig was het leven van Lao Tszʼ. -</p> -<p>Men weet niet eens, waar hij zijn laatste levensjaren heeft doorgebracht, noch waar -hij gestorven is; zóó weinig is, op historische gronden althans, van hem bekend. Toen -hij zag, dat de tijden al slechter en slechter werden, is hij niet, zooals Confucius, -van staat tot staat getogen om zich als hervormer aan te bieden, maar is hij kalm -zijn vaderland uitgetrokken. Hij bleef zwerven in de landen van „het Westen,” vermoedelijk -Thibet en Indië, waar toen de hoogste wijsheid der wereld werd geboren.—En sedert -zijn vertrek is nooit meer iets van hem gehoord. Maar zijn Boek, de „Tao Teh King,” -een chineesche bijbel van wijsheid en goedertierenheid, het verhevenste werk uit de -chineesche literatuur, is onsterfelijk, en staat in de Woord-kunst der eeuwen naast -de goddelijkste openbaringen, als die der Upanishads, die van Plato, en die van het -Oude Testament. -</p> -<p>De éénige historische documenten omtrent Lao Tsz’s leven zijn weinige regelen, in -mijne editie maar even twee bladzijden, uit de annalen van China’s grootsten geschiedschrijver -Szʼ Ma Ts’ien. Ik laat deze in hoofdzaak hier volgen: -</p> -<p>„Lao Tszʼ was iemand uit het district K’u, de streek Li, en het gehucht Khio Jin, -van het rijk Chʼu<a class="noteRef" id="xd30e530src" href="#xd30e530">3</a>. -<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p> -<p>„Zijn familienaam was Li, zijn bijnaam Rhʼ, zijn titelnaam Peh Yang en zijn posthume -naam Tan. Hij bekleedde het ambt van bewaarder der archieven van het rijk Chow<a class="noteRef" id="xd30e536src" href="#xd30e536">4</a>. Confucius kwam in het rijk Chow, om Lao Tszʼ te vragen over de Li<a class="noteRef" id="xd30e541src" href="#xd30e541">5</a> (het Decorum). Lao Tszʼ zeide: „De menschen, over wie gij spreekt, zijn niet meer, -en hunne beenderen zijn allen vergaan. Alleen hun woorden bestaan nog. Als de Kiün -Tszʼ (de Goede Mensch) de gunstige omstandigheden treft stijgt hij in den wagen (d.i. -komt hij tot hooge betrekkingen), maar treft hij die gunstige omstandigheden niet, -dan zwerft hij als een bosje stroo over het zand. Ik heb gehoord dat een goed koopman -zijn schatten diep verbergt en als leêg van alle goed schijnt, en dat de Kiün Tszʼ, -wiens deugd volmaakt is, een gezicht heeft als een domme. Doe vàn u dien trots, en -die vele begeerten, doe van u dat hooghartige air en die buitensporige neigingen, -want die zullen u tot niets dienen. Dit is, wat ik u te zeggen heb.” -</p> -<p>Confucius, die in ’t geheel niet in Lao Tsz’s filosofie komen kon, welke even zooveel -dieper was dan de zijne als de essences dieper zijn dan de uiterlijke schijn, was -door de majesteit van Lao Tsz’s persoon en den statigen <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>toon zijner woorden blijkbaar diep getroffen, want, verhaalt Szʼ Ma Ts’ien verder: -</p> -<p>„Confucius ging, en zeide tot zijne discipelen: „Ik weet, dat de vogels kunnen vliegen, -ik weet, dat de visschen kunnen zwemmen, ik weet, dat de beesten kunnen loopen: zij, -die loopen, kunnen in een net worden gevangen, zij die zwemmen, kunnen aan den haak -worden geslagen, en zij die vliegen, kunnen met een pijl worden getroffen. Maar nu -de Draak! Ik kan niet weten, hoe hij op de wolken en den wind stijgt en ten hemel -rijst. Heden heb ik Lao Tszʼ gezien. Hij is als de Draak!”<span class="corr" id="xd30e551" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Confucius bekende dus zelf, dat hij Lao Tszʼ niet kon begrijpen. -</p> -<p>Verder gaat Szʼ Ma Ts’ien door: -</p> -<p>„Lao Tszʼ cultiveerde de Tao en de Deugd, en legde er zich op toe om eenzaam en onbekend -te leven. Hij leefde lang in Chow, en toen hij zag, dat Chow in verval raakte, nam -hij haastig zijn ontslag, en ging naar den bergpas (op de grens). I Hie, de bewaker -van dien bergpas, zeide tot hem: „Nu gij u in de eenzaamheid gaat terugtrekken, moet -gij absoluut een boek maken om mij tot leering te zijn.”—Toen schreef Lao Tszʼ een -werk in twee boeken, dat over de beteekenis van de Tao en de Teh (Deugd) handelde, -en vijfduizend karakters bevatte. Daarna ging hij heen. Men weet niet hoe het einde -was van zijn leven.” -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Deze weinige gegevens zijn alles, wat wij op zuiver <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>historische gronden van Lao Tsz’s leven weten. Enkele bizonderheden omtrent zijne -zonen, voor dit werk van geen belang, zal ik maar voorbijgaan. Welk een verschil zien -wij echter uit dit weinige al tusschen Confucius en Lao Tszʼ! Confucius, die, toen -Chow in verval was, met veel omslag van rijk tot rijk trok om toch vooral propaganda -te maken voor zijne ideeën, Lao Tszʼ die, toen hij al de droevigheid zag aankomen, -stil zijn ambt neerlegde, en wegging uit het land der ongerechtigheid, om in den vreemde -kalm en rustig te leven, eenzaam met zijn ziel!.….. -</p> -<p>Szʼ Ma Ts’ien geeft niet het geboortejaar op van Lao Tszʼ, maar volgens eene geloofwaardige -traditie was dit het 3e regeeringsjaar van Ting Wang, van de Chow dynastie, alzoo -het jaar 604 v. C.—Lao Tszʼ was dus reeds 53 à 54 jaar, toen Confucius geboren werd.—Volgens -overleveringen en legenden—op welke men echter volstrekt niet zoo vertrouwen kan als -op Szʼ Ma Ts’ien’s Annalen „Shʼ Kiʼ<span class="corr" id="xd30e566" title="Niet in bron">”</span>—was zijn vader een oude boer, die eerst op zeventigjarigen leeftijd een vrouw van -ongeveer vijf en dertig trouwde. Zijne moeder ontving hem op bovennatuurlijke wijze, -in een lichtstraal van een vallende ster.—Zij droeg de vrucht twee en zeventig jaren -lang, zoodat het kind ter wereld kwam als een oud man, met grijze haren. Vandaar, -dat men den pas geborene Lao Tszʼ, d.i. het Oude Kind noemde.—Dadelijk na zijne geboorte -rees hij in de lucht op, en zeide, met de linkerhand naar den hemel, en met de rechter -<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>naar de aarde wijzende: „In den Hemel boven en op de Aarde beneden is alleen Tao waardig -om geëerd te worden.” Zijn gelaatskleur was wit, bij geel, zijne ooren waren buitengewoon -lang, en met drie gaten doorboord. Hij had schoone wenkbrauwen, groote oogen en een -vierkanten mond. Aan iedere voet had hij tien teenen, en iedere hand was geörnamenteerd -met tien lijnen, enz. enz. Men merke hier de overeenkomst op met de geboorte van Shakyamuni, -Kwan Yin, en andere boeddha’s en heiligen. Vermoedelijk zijn deze legenden door latere -boeddhistiesche vereerders<a class="noteRef" id="xd30e570src" href="#xd30e570">6</a> van Lao Tszʼ verzonnen, daar zij lijnrecht in strijd zijn met zijne ideeën omtrent -de onfeilbaarheid en heiligheid van de processen der natuur.—In de Nan Hwa King, een -boek van Lao Tsz’s voornaamsten discipel, Chuang Tszʼ, vinden wij nog meer bizonderheden -omtrent ontmoetingen tusschen Confucius en Lao Tszʼ.— -</p> -<p>Lao Tszʼ vond Confucius eens bezig met lezen, en vroeg hem, wat hij daar aan ’t studeeren -was. -</p> -<p>„Het is de I King<span class="corr" id="xd30e576" title="Niet in bron">,</span>” antwoordde Confucius, „die lazen de heilige mannen der oudheid ook.” -<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p> -<p>„Dat konden die heilige mannen doen,” zeide Lao Tszʼ, „maar met welk doel leest gij -die? Wat is de grondbedoeling van dat boek?” -</p> -<p>„Het komt neer op menschlievendheid en rechtvaardigheid,” was het antwoord. -</p> -<p>En Lao Tszʼ zeide: „Rechtvaardigheid en menschlievendheid zijn tegenwoordig maar holle -namen; zij zijn een masker voor wreedheid, en brengen de harten in verwarring; er -is nooit meer strijd geweest dan nu. De duif baadt zich niet altijd expres om wit -te worden, de kraai verft zich niet om zwart te zijn. De Hemel is van nature laag; -zon en <span class="corr" id="xd30e583" title="Bron: man">maan</span> schijnen van zelve; de sterren en planeten staan natuurlijk op hun plaats, de planten -en boomen vallen natuurlijk onder klassen, volgens hunne soorten. Zoo, geleerde dokter, -als gij Tao betracht, en u er met uw geheele ziel naar ópheft, dan zult gij er vanzelf -wel komen. Waar zijn die menschlievendheid en rechtvaardigheid toch goed voor? Gij -lijkt op iemand, die op een trom gaat roffelen om een verloren schaap terug te brengen. -Meester, gij brengt de menschelijke natuur maar in verwarring!” -</p> -<p>Maar ziet, er waren groote, essentieele verschillen tusschen Confucius en Lao Tszʼ. -Beiden leefden in ongeveer dezelfde omstandigheden, in het verval van de Chow dynastie, -toen het geheele rijk in wanorde was.<a class="noteRef" id="xd30e588src" href="#xd30e588">7</a> <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>Confucius wilde toen, door de verschillende deugden, als menschlievendheid, oprechtheid, -rechtvaardigheid, plichtmatigheid, ouderlievendheid enz. te prediken, het volk hervormen. -Lao Tszʼ zag hier geen heil in, en hield het er voor, dat al deze dingen de verwarring -nog maar grooter zouden maken. -</p> -<p>Robert K. Douglas in zijn werk „<span lang="en">Confucianism and Taouism</span>” zegt hierover zeer terecht: „Confucius dacht dat de voornaamste vereischte van den -tijd was, om goede namen te hebben (voor de dingen). Hij wilde de menschen humaniteit -doen betrachten, en dat (dan ook) liefde-voor-de-ouders (Hiao) noemen; hij wilde de -menschen met hun geheele hart hun souverein doen dienen, en noemde dat getrouwheid. -Lao Tszʼ, daarentegen, hield vol, dat als de menschen zich uitgaven voor menschlievend, -ouderlievend en getrouw, dit een zeker teeken was, dat de substantie verdwenen was, -en alleen de schaduw overbleef. De duif is niet wit omdat zij veel baadt, noch verft -de kraai zich zwart. Als de duif zich ging baden, en de kraai zich ging verven, zou -dat geen teeken zijn, dat zij hunne oorspronkelijke kleuren hadden verloren? Zoo ook -met de menschen. Als alle menschen menschlievend, ouderlievend en getrouw waren, zou -niemand zich op die deugden openlijk beroepen, en die zouden daarom niet genoemd worden. -En op dezelfde manier, als alle menschen deugdzaam waren, zouden zelfs de namen der -ondeugden onbekend zijn.” -<span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span></p> -<p>Krachtig zegt Lao Tszʼ dit zelf in zijn Tao Teh King<a class="noteRef" id="xd30e603src" href="#xd30e603">8</a>: „Toen Tao werd verwaarloosd kwamen Menschlievendheid en Gerechtigheid. Toen de „scherpzinnigheid” -en het „schrandere doorzicht” voor den dag kwamen, ontstond de groote Huichelarij. -Toen de familie niet meer in harmonie leefde, kwamen de Hiao (Ouderlievendheid) en -de Ts’zʼ (compassie). Toen de staten van het rijk in verwarring waren, kwamen de getrouwe -onderdanen.”— -</p> -<p>En in een ander hoofdstuk<a class="noteRef" id="xd30e614src" href="#xd30e614">9</a>: „Doe de Filantropie vàn u, en wèg met Gerechtigheid, en het volk zal (vanzelf) terugkeeren -tot liefde voor de ouders en voor de kinderen!” -</p> -<p>Zooals ik reeds zeide, het verschil tusschen Confucius en Lao Tszʼ is op zeer veel -punten dat tusschen Schijn en Wezen. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Het Boek, dat Lao Tszʼ als eenig aandenken aan zijn leven bij den wachter I Hie van -den bergpas achterliet, was de Tao Teh King, het Boek van Tao en Teh.—De Tao Teh King -is wel het moeilijkste boek, waar de sinoloog zich aan kan wagen, en ook voor den -chineeschen literator is het de zwaarste arbeid in zijne literatuur. Maar jaren van -studie loonen den ijverigen leerling met rijke winst.—Uit de diepe mijnen van dit -wondere wereldboek haalt de verrukte delver steeds edeler en <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>blinkender schatten van onvergankelijke wijsheid. „<span lang="fr">La sagesse humaine n’a peut-être jamais exprimé des paroles plus saintes et plus profondes</span>,” roept de sinoloog Pauthier in bewondering uit. En Samuel Johnson, een geleerde -en een poëet, die, met minder geleerdheid maar meer intuïtie en wijsgeerigen aanleg -dan anderen in de essentieele waarheden van oostersche godsdiensten en filosofieën -is doorgedrongen, zegt er zeer schoon en juist van: „<span lang="en">He is a word; a protest and prophecy in one; a book, the Tao Teh King, a voice of -universal truth and sentiment, appealing to all ages.</span>” En ook nog: „<span lang="en">Nothing like this book exists in Chinese literature, nothing, so far as yet known, -so lofty, so vital, so restful at the roots of strength: in structure as wonderful -as in spirit; <i>the fixed syllabic characters formed for visible and definite meaning, here compacted -into terse aphorisms of a mystical and universal wisdom, so subtly translated out -of their ordinary spheres to meet a demand for spiritual expression, that it is confessedly -almost impossible to render them with certainty into another tongue</i></span>”.<a class="noteRef" id="xd30e640src" href="#xd30e640">10</a> -</p> -<p>De lezer zal wel reeds gemerkt hebben, dat ik het hiermede geheel ééns ben, en dat -ik slechts met moeite mijn enthoesiasme en innige vereering voor Lao Tszʼ, die ik -zoo vrij kon uiten in mijne <i>fantazie</i> „Wu Wei”, bedwing, om precies bij de daadzaken eener op zuiver <span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span>wetenschappelijken grond berustende <i>studie</i> te blijven. Inderdaad is het in China gegaan als in zoovele landen. Een wèl sereen -en eerbiedwaardig, maar toch maar heel zelden subliem wijsgeer als Confucius heeft -een wereldvermaardheid verkregen, en is in alle beschaafde landen op gezag bekend -als zijn grootsten man, terwijl zijn waarlijk allergrootste filosoof, een zoo rein -en simpel voeler en denker als Lao Tszʼ, die zich wist op te droomen tot nabij de -allerzuiverste conceptie van het goddelijk Wezen die een mensch kan naderen, zoo goed -als onbekend is gebleven buiten het kleine kringetje der sinologen-vakgeleerden.— -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Lao Tszʼ leerde in zijn Tao Teh King in hoofdzaak het volgende: -</p> -<p>Vóór Hemel en Aarde bestonden, vóór de formatie der werelden, vóór het begrip Shang -Ti (de opperste Godheid) was er een Wezen, een essence, voor ons niet te begrijpen, -voor ons vaag en verward, voor ons, die aan alle Zijn een zichtbaren vorm en eene -gedaante verbinden, een Niet-Zijn, een Wezen, of een Wereld-Ziel (al deze namen kunnen -het natuurlijk niet omschrijven), die alleen-in-zich-zelf eeuwig en onsterfelijk bestond.—Natuurlijk -kan zulk een Wezen, dat alleen in-zich-zelf bestond, geen naam hebben, daar namen -alleen dienen om verschillende dingen te onderscheiden.—Omdat Lao Tszʼ er echter over -zou schrijven, moest hij het absoluut een naam geven, en, een goede, juiste naam onbestaanbaar -<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>zijnde voor zulk een Wezen, noemde hij het <i>Tao</i>, een woord, dat in de vroegere chineesche filosofie, en vooral in Confucius meer -bepaald „de Weg” of „het Pad” beteekent<a class="noteRef" id="xd30e663src" href="#xd30e663">11</a>. Hij zegt er echter herhaaldelijk uitdrukkelijk bij, dat het Wezen, dat <span class="corr" id="xd30e670" title="Bron: bij">hij</span> bedoelt, niet Tao heet of kan heeten, maar dat hij dien naam maar gebruikt, omdat -er geen naam mogelijk is. Dit Wezen, deze Al-Ziel, deze Essence<a class="noteRef" id="xd30e673src" href="#xd30e673">12</a> (men voelt, ook deze omschrijvingen zijn maar vage benaderingen) was de Oorsprong -aller dingen, en baarde de werelden en de schepselen op ondoorgrondelijke wijze, ze -allen doorvloeiende, en gemanifesteerd zijnde in alles en allen, natuur, menschen, -en dingen. Als in-zich-zelf-bestaande Essence het Tao noemende, noemde hij het als -manifestatie <i>in</i> de creatie Teh, met een woord, dat in de gewone beteekenis met Deugd is te vertalen, -maar m. i., evenals Tao, zooveel mogelijk onvertaald moet blijven.—Maar niet alleen, -dat alle dingen uit Tao geboren zijn, allen keeren ook weder tot Tao terug.—Aan alle -dingen is bij hun geboorte een beweging gegeven, een divien levensrythme, dat hen -onfeilbaar weer tot Tao zal terug brengen. Het eenige en simpele middel om weer tot -Tao terug te keeren is, zich eenvoudig aan dat rythme over <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>te geven, alles te weren, wat er van afleidt en aan die beweging tegenstrijdig is.—Als -pas-geboren kind is de mensch volkomen zuiver en natuurlijk, en de hoogste levenswijsheid -is, zich altijd zoo zuiver te bewaren als het pasgeboren kind. Deze pure wijze van -leven, dit zich-laten-meêvoeren op het oorspronkelijke rythme, maar men vergete hierbij -niet, <i>ook den energieken strijd tegen alles, wat van dat <span class="corr" id="xd30e683" title="Bron: rgthme">rythme</span> afwijkt en er tegenovergesteld aan is</i>, noemde Lao Tszʼ <i>Wu Wei</i>. Dit woord Wu Wei, samengesteld uit Wu—niet of niets,—en Wei,—doen, zou, letterlijk, -met een dictionnaire vertaald, beteekenen „niets-doen”.—Deze letterlijke vertaling -heeft vele sinologen<a class="noteRef" id="xd30e689src" href="#xd30e689">13</a> aanleiding gegeven om te beweren dat Lao Tszʼ in een lui, bruut niets-doen het hoogste -heil zag, en daarom leerde om, onverschillig voor alles en allen, maar in een soort -slaperigheid het leven uit te soezen. Ik behoef zeker niet te zeggen, dat precies -het tegendeel waar is, en dat Wu Wei geen niet-doen, geen inactie of inertie is, maar -juist zeer sterke en reëele actie en wel actie van het onsterfelijke principe in den -mensch, van de in hem gemanifesteerde Tao.—Deze actie zal zijn eene beweging van het -onsterfelijke in den mensch naar den eindeloozen, eeuwigen Oorsprong, naar dat voor -menschenbegrip onbenaderbare en onbeschrijfelijke Wezen, die Al-Ziel, die bestond -vóór Hemel en Aarde, vóór gedaante en vorm bestonden, en die Lao <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>Tszʼ, voelende hoe onmogelijk zij met een naam aan te geven was, alleen met den naam -Tao noemde, omdat hij dien noodig had om haar concreet in een letterteeken aan te -duiden. Maar deze actie Wu Wei zal tevens zijn een beweging <i>tegen</i> alle actie, die aan haar tegenstrijdig is, en den weder-ópgang naar Tao stuit, dus -tegen alle actie van menschelijke, relatieve dingen als eerzucht, trots, woede, haat, -hebzucht, passie, enz<span class="corr" id="xd30e697" title="Niet in bron">.</span> enz. En wie weet dat deze dingen de felste, sterkste en hevigste van het geheele -menschenleven zijn, zal begrijpen hoe moeilijk en zwaar de strijd dáártegen moet zijn, -dus hoe intens de actie Wu Wei moet zijn, die zulke geduchte vijanden moet weêrstaan. -Daar Tao het eenige in-zich-zelf-bestaande en dus reëele is, en de menschelijke hartstochten -en begeerten allen sterfelijk en dus onreëel zijn, zouden wij de gewone, alledaagsche -beweging van het menschenleven naar die hartstochten en begeerten <i>onreëele actie</i>, en Wu Wei, het ópgaan náár Tao, <i>reëele actie</i> kunnen noemen, of ook wel, de eerste <i>de actie van den Schijn</i>, en de tweede <i>de actie van het Wezen</i>. -</p> -<p>Zéér schoon zegt alweer Johnson hiervan, krachtig protesteerend tegen velen, die Wu -Wei maar door „niets-doen” vertaalden, en dus precies <span class="corr" id="xd30e709" title="Bron: bet">het</span> tegenovergestelde kregen van wat Lao Tszʼ bedoelde<a class="noteRef" id="xd30e712src" href="#xd30e712">14</a>: -</p> -<p lang="en">„Such misinterpretations as have been quoted simply <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>reduce the Tao-Teh-King to a mass of self-contradictions. Its „nonaction” does not -propose that man shall forbear while the work is done by heaven, but is defined <i>as a living union with Tao</i>, as secret power to make all things new through humility and self-renunciation: a -still and unapparent strength that „does not strive” but „hides itself while it lifts -up men”. Its paradoxes, putting the least above the greatest, and rest above work, -are intuitions of the spiritual mind; enforcements of substance against shadow, of -living soul against dead mass.” -</p> -<p>Zóó spreekt Lao Tszʼ ook dikwijls in zijn boek over „Wu Yiu”, letterlijk vertaald -„Niet-Zijn”.—Dit beteekent alweer niet <i>zóó</i> maar niet-bestaan, in-’t-geheel-niet-zijn, maar enkel niet-<i>sterfelijk-zijn</i>, niet zooals menschen, dieren en dingen zijn, die immers ééns moesten sterven; dus -eigenlijk beteekent het wel dégelijk Zijn, maar het Zijn van het Wezen, in tegenoverstelling -met het Zijn van den Schijn. Men kan niet te voorzichtig zijn met woorden indien er -sprake is van zulke boven alle woordbegrip verheven dingen als b.v. God, of Nirvâna, -of Tao.—Men vergete dan niet, dat juist dat wat wij omschrijven willen van zulk een -transcendent, subtiel, spiritueel wezen is, dat alle woorden, waarmede wij het willen -aanraken, en die alleen veel meer <span class="corr" id="xd30e727" title="Bron: nabijë">nabije</span> dingen kunnen bereiken, slechts als steenen zijn, die ópgeworpen in de lucht, toch -nooit het azuur omhoog kunnen treffen. Onze woorden kunnen alleen benaderen, richting -aangeven in zoo’n geval, en men wachte zich wel, het punt, waartoe <span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>zij komen, en dat in gewone gevallen het doel is, ook nu voor het hoogste en juiste -doel te houden.— -</p> -<p>Lao Tszʼ beschouwt nu Tao èn als Oorsprong van alles, ongemanifesteerd en in-zich-zelf -bestaande, èn als gemanifesteerd zijnde in de creatie, of, mag ik nu wel na mijne -juist omschreven opheldering zeggen, als Wu Yiu (lett. Niet-Zijn) en als Yiu (lett. -Zijn).— -</p> -<p>Ik zal, na al de voorgaande beschouwingen voorop gezet te hebben, nu door een aantal -vertalingen uit de Tao Teh King zelve, dus met Lao Tsz’s eigen woorden, verder het -idee Tao benaderen. De lezer kan dan zelf oordeelen en zich een begrip vormen. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Als Niet-Zijn kan men Het<a class="noteRef" id="xd30e740src" href="#xd30e740">15</a> noemen het begin van Hemel en Aarde; als Zijn kan men Het noemen de Moeder (dus: -dat wat baarde) van alle Dingen”<a class="noteRef" id="xd30e743src" href="#xd30e743">16</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Tao is ledig en toch in Zijne operaties als onuitputtelijk. O! Hoe diep! Het is de -oer-vader aller dingen. Het verstompt zijn scherpte, ontrafelt zijn verwardheid, tempert -zijn verblindende schittering, en maakt zich gelijk aan het stof. O hoe kalm is Het! -Het lijkt eeuwig te bestaan! Ik weet niet van wien Het het kind is. Het was vóór Shang -Ti (de Opperste God)”<a class="noteRef" id="xd30e753src" href="#xd30e753">17</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -<span class="pageNum" id="pb34">[<a href="#pb34">34</a>]</span></p> -<p>„Gij kijkt er naar, en gij ziet Het niet; men noemt Het kleurloos. Gij luistert er -naar, en hoort Het niet, men noemt Het aphoon. Gij tast er naar, en raakt Het niet, -men noemt Het onstoffelijk.—Zijn bovenste is niet verlicht, Zijn onderste heeft geen -schaduw. Het is eeuwig en kan niet met een’ naam worden genoemd. Het keert terug tot -het Niet-Zijn (Wu Yiu). Dit noem ik het beeld van het beeldelooze, den vorm van het -vormelooze. Dit noem ik vaag en onbestemd. Gij nadert Het, en gij ziet niet Zijn begin. -Gij volgt Het en gij ziet niet Zijn einde”<a class="noteRef" id="xd30e770src" href="#xd30e770">18</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„—Als men tot het opperste ledig is gekomen, behoudt men een onbewegelijke rust. Alle -dingen worden te samen geboren; ik zie ze weder terugkeeren. Alle dingen bloeien overvloediglijk; -daarna keert elk terug tot zijn Oorsprong. Tot den Oorsprong terugkeeren noem ik in -rust zijn. In rust zijn noem ik terugkeeren tot het (eeuwige, reëele) Leven. Terugkeeren -tot het Leven noem ik Eeuwigdurend zijn. Tao zijnde is men altijddurend. Al sterft -het lichaam, er is (dan toch) geen gevaar (meer te duchten)”<a class="noteRef" id="xd30e780src" href="#xd30e780">19</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„De zichtbare manifestaties van de groote Teh (Deugd) zijn eene emanatie van Tao. -Ziehier de natuur van Tao: <span class="pageNum" id="pb35">[<a href="#pb35">35</a>]</span>„Het is vaag en verward.… Hoe verward.… Hoe vaag!.… En (toch) bevat Het de vormen -der dingen! Hoe vaag!.… Hoe verward!.… En (toch) bevat Het <span class="corr" id="xd30e794" title="Bron: wezensl">wezens!</span>.… Diep en duister!.… En (toch) bevat het eene spiritueele essence! Deze spiritueele -essence is ten zéérste reëel, en bevat de onfeilbare getuigenis (van wat zij is). -Het geeft geboorte aan de geheele creatie”<a class="noteRef" id="xd30e797src" href="#xd30e797">20</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Vóór Hemel en Aarde bestonden, was er een vaag Wezen. Hoe rustig-kalm! Hoe onstoffelijk! -Het staat alléén-op-zich-zelf en verandert niet. Het doorvloeit alles en loopt geen -gevaar. Het mag wel de Moeder van alles onder den Hemel worden genoemd. Ik weet niet -Zijnen naam. Het een karakter<a class="noteRef" id="xd30e807src" href="#xd30e807">21</a> willende geven schrijf ik Het Tao. Wil ik Het met alle geweld omschrijven, dan noem -ik Het groot. Van groot noem ik Het vervliedend. Van vervliedend noem ik Het vèr. -Van vèr noem ik Het weêr-terugkeerend. De wet van den koning is van de Aarde. De wet -van de aarde is van den Hemel. De wet van den Hemel is van Tao. (Maar) de wet van -Tao is van-zich-zelve”<a class="noteRef" id="xd30e812src" href="#xd30e812">22</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Tao is eeuwig en heeft geen naam. Ofschoon zoo simpelklein van natuur, durft de geheele -wereld Het niet <span class="pageNum" id="pb36">[<a href="#pb36">36</a>]</span>onderwerpen. Tao is verspreid in het Heelal. Alles keert tot Tao terug, als de bergstroomen -tot de rivieren en zeeën”<a class="noteRef" id="xd30e824src" href="#xd30e824">23</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Hoe oneindig strekt Tao zich uit! Het kan naar links gaan, Het kan naar rechts gaan. -Alle wezens steunen op Tao om geboren te worden, en het weigert géén. Als het werk -volbracht is noemt Tao het niet het Zijne. Het heeft alle wezens lief, en voedt ze, -en beschouwt zich toch niet als hun Meester. Het is eeuwig zonder begeerte; men zou -Het (dus) klein kunnen noemen. Alle wezens keeren er toe terug, en toch beschouwt -Het zich niet als hun Meester; men zou Het (dus) groot kunnen noemen. Daarom doet -de Wijze zijn geheele leven lang niet groot, en daardoor juist volmaakt hij zijne -grootheid”<a class="noteRef" id="xd30e834src" href="#xd30e834">24</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Als Tao uit onzen mond komt lijkt Het flauw en zonder smaak.—Wij kijken er naar, -en zien Het niet duidelijk; wij luisteren er naar, en hooren Het niet genoeg; wij -willen Het (geheel) gebruiken, maar Het is onuitputtelijk”<a class="noteRef" id="xd30e846src" href="#xd30e846">25</a>. -</p> -<p>„Tao is eeuwig Wu Wei en toch is er niets, wat Het niet doet”<a class="noteRef" id="xd30e856src" href="#xd30e856">26</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -<span class="pageNum" id="pb37">[<a href="#pb37">37</a>]</span></p> -<p>„Het is een onvergankelijke ziele-oneindigheid”<a class="noteRef" id="xd30e869src" href="#xd30e869">27</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„De beweging van Tao is terugkeer (tot-zich-zelf). Zachtheid is zijn functie. Alle -bestaan is uit Zijn (Yiu). Alle Zijn is uit Niet-Zijn (Wu Yiu)”<a class="noteRef" id="xd30e880src" href="#xd30e880">28</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Tao baarde één; één baarde twee; twee baarde drie; drie baarde alle dingen. Want -alle dingen komen uit het duister naar het licht, en worden in harmonie gebracht door -den adem der Natuur”<a class="noteRef" id="xd30e890src" href="#xd30e890">29</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Zich toeleggen op de studie is dagelijks „meer krijgen.” Zich wijden aan Tao is dagelijks -„minder krijgen,” minder, en steeds minder, tot Wu Wei bereikt is. Wu Wei eenmaal -bereikt, is er niets, wat men niet doen kan, naar ik meen”<a class="noteRef" id="xd30e902src" href="#xd30e902">30</a>. -</p> -<p>„Tao brengt de dingen voort. Het brengt ze groot door <span class="pageNum" id="pb38">[<a href="#pb38">38</a>]</span>Zijne manifestatie (Teh) in hen, Het vormt ze door Zijne substantie, Het volmaakt -ze door Zijne impulsie. Daarom, van alle wezens is er géén, dat niet Tao vereert, -en Teh hoogacht. Die majesteit van Tao en die eerwaardigheid van Teh zijn niet aan -hen gegeven; zij bezitten die eeuwig uit-zich-zelven. Daarom, Tao baart alle dingen, -kweekt ze op, doet ze groeien, brengt ze groot, volmaakt ze, doet ze rijpen, voedt -ze, beschermt ze. Te baren, en toch niet als eigendom te beschouwen, te formeeren, -en dat toch niet als glorie te beschouwen, te regeeren, en toch vrij te laten,—dit -noem ik de mysterieuze Deugd”<a class="noteRef" id="xd30e912src" href="#xd30e912">31</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Als het hart voortdurend vrij van aardsche begeerten is kan men het Mysterie aanschouwen -van Tao’s spiritueele essence; als het hart voortdurend vol begeerten is, kan men -er enkel den begrensden Vorm van zien”<a class="noteRef" id="xd30e922src" href="#xd30e922">32</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Tao is de veilige rustplaats van alle dingen, de schat van de goeden, de steun van -de slechten. Hoe is het, dat de Ouden Tao zoo vereerden? Is het niet, omdat men Het -van-zelf vindt, zonder den ganschen dag te zoeken, en Het de misdaden vergeeft? Daarom -is Tao het eerbiedwaardigste onder den Hemel”<a class="noteRef" id="xd30e934src" href="#xd30e934">33</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -<span class="pageNum" id="pb39">[<a href="#pb39">39</a>]</span></p> -<p>„De hemelsche Tao heeft geen lievelingen, en is toch altijd mild voor de Goeden”<a class="noteRef" id="xd30e947src" href="#xd30e947">34</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Met deze teksten kan ik voorloopig volstaan. Het begrip Tao is er op verschillende -wijzen in benaderd. Welk een grootsche conceptie! Tao was, vóór Hemel en Aarde bestonden, -onzichtbaar, onhoorbaar, vormeloos, beeldeloos, de eeuwige Oorsprong van alles en -allen, altijd zonder verlangen en behoefte, altijd in rust, zonder actie, en toch -in Zijne operaties onuitputtelijk, en de voeder, volmaker van alles wat leeft! Het -is lichaamloos, en voor ons vaag en duister, maar is een zuiver spiritueel licht! -</p> -<p>Het is álom bestaande, links en rechts. Alle schepselen wachten er op, om geboren -te worden, en Het weigert geen! Het is ledig, roerloos, en doet toch het Heelal bewegen. -Is alles uit Tao ontsprongen, alles keert ook weder tot Tao terug, want terugkeeren -tot Tao is het rythme van het leven van elk wezen. Het doordringt het ondoordringbare, -en toch kan het nooit worden gedeerd. Het is eene onvergankelijke, eeuwige ziele-oneindigheid. -Het is liefderijk zonder liefde, genadig zonder genade, de veilige rustplaats der -Goeden, de verlosser der slechten.….….. -</p> -<p>En dan te denken—hoe is ’t mógelijk—dat met al deze dingen gesold is zooals een speelsche -hond solt <span class="pageNum" id="pb40">[<a href="#pb40">40</a>]</span>met een mooi boek, dat hij te pakken heeft gekregen, zooals een klein kind knoeit -met een ei! Hoe men van de woorden: onzichtbaar—I, aphoon—Hi, en onstoffelijk—Wei, -dus <i>I Hi Wei</i>, een verchineeschten vorm van <span class="corr" id="xd30e963" title="Bron: Jehova">Jehovah</span>, en van het „Tao baarde één, één baarde twee, twee baarde drie,” een chineesche expressie -voor de Drieëenheid heeft gemaakt, en dan verkondigde, dat de kennis van den waren -(d.i. <i>onzen</i> christelijken) God al in het oude China bekend was! Hoe zelfs Stanislas Julien, die -zich een onschatbare verdienste heeft verworven door voor het eerst eene goede vertaling<a class="noteRef" id="xd30e968src" href="#xd30e968">35</a> van Lao Tszʼ te leveren, welke van alle altijd, qua taalwerk, de beste is gebleven, -gansch de essentieele beteekenis van Tao (dat hij met „de Weg” vertaalde als in Confucius) -en Wu Wei (dat hij met „inactie” vertaalde) geheel verkeerd heeft voorgesteld, en -dikwijls door precies het tegenovergestelde heeft omschreven! -</p> -<p>De vertalers, zelfs ook Julien, hebben durven volhouden dat Lao Tszʼ geloofde in een -„chaos,” een „immens ledig” vóór de creatie, en zelfs leerde „zonder te werken te -leven ten koste van de lichtgeloovigheid zijner medemenschen.”!! Men verweet hem „een -meer negatieven en vernielenden geest te hebben dan het boeddhisme,” „de zinnen tot -totale impotentie terug te willen brengen,” „een pessimist en obscurantist,” ja, een -„epicurist” te <span class="pageNum" id="pb41">[<a href="#pb41">41</a>]</span>zijn, en te protesteeren tegen „alle actie van het intellect” enz. enz. Wèl hebben -deze menschen Lao Tsz’s eigen gezegde geïllustreerd: „Mijne woorden zijn heel gemakkelijk -te begrijpen, heel gemakkelijk om te betrachten. Maar niemand in het rijk kan ze begrijpen, -noch ze betrachten. Mijne woorden hebben een Oorsprong, mijne daden hebben een Meester. -Maar de menschen weten dat niet, en daarom begrijpen zij mij niet<a class="noteRef" id="xd30e976src" href="#xd30e976">36</a>. -</p> -<p>Veel beter, maar in een tegenovergestelde richting weer te vér gaande, hebben de duitsche -sinoloog von Strauss en de engelsche sinoloog G. G. Alexander over Lao Tsz’s Tao geschreven. -</p> -<p>Von Strauss zegt—na, evenals ik hierboven deed, zij het met hier en daar van de mijne -afwijkende vertaling en met hier iets meer en daar iets minder voorbeelden, uit de -origineele teksten het begrip Tao te hebben benaderd—: -</p> -<p lang="de">„Wir meinen, jeder Unbefangene, den man fragte, wie man in unserer Sprache das Wesen -bezeichne, von dem dies Alles ausgesagt werden könnte, musste antworten: Gott, und -nur Gott! Und wer die vorstehenden Aussagen zusammenfasst, dem kann gar kein Zweifel -bleiben, das Lao Tszʼ ein überraschend grosses und tiefes Gottbewusstsein, einen erhabenen -und sehr bestimmten Gottesbegriff gehabt habe, der sich fast durchgängig mit dem Gottesbegriff -der Offenbarung deckt sofern dieser <span class="pageNum" id="pb42">[<a href="#pb42">42</a>]</span>nicht über ihn hinaus tiefer und reicher entwickelt ist, was denn allerdings keiner -Nachweisung bedarf. Aber ausserhalb Israels wird aus allen vorchristlichen Jahrhunderten -nichts Aehnliches nachzuweisen sein.” -</p> -<p>Ja, Lao Tszʼ Tao <i>is een Godsbegrip</i>. En de éénige vertaling voor Tao is <i>God</i>. Indien ik deze vertaling niet genomen heb, is dit alleen om niet in een babylonische -verwarring te geraken. Want, niet waar? het woord „God” is zoo vertrouwd en gewoon -geworden, men kent zoo goed zijn God uit den bijbel en uit de kerk, zijn „persoonlijken -God,” en men is er niet bang voor, over Hem te spreken als ware Hij een of ander bekend -wezen, van wien men precies weet hoe hij er uitziet, wat hij aanheeft, wat zijn natuur -is. En die „God” zou op verre na niet eene goede vertaling van Tao zijn. Lao Tszʼ -kent Tao niet zoo goed, hij noemt het vaag, en onbestemd, en verward, en duister voor -zijn zwakke oogen.—Maar indien ik met God bedoel dat majestueuze, zuiver geestelijke, -onsterfelijke Wezen, dat nooit éénig menschelijk woord heeft kunnen beschrijven, dat -nooit aan één onfeilbaren, alleen zaligmakenden godsdienst heeft behoord als <i>de</i> ware, <i>de</i> eenige God, maar waar <i>alle</i> godsdiensten van <i>alle</i> volkeren, allen met verschillende woorden en namen, maar met dezelfde intuïtie naar -gereikt hebben, dan is dat Wezen, dat, eindeloos-in-zich-zelf-bestaande, geen naam -kan hebben, en alléén door het woord God wordt uitgedrukt omdat wij, bij het schrijven -daarover, een concreet letterteeken <span class="pageNum" id="pb43">[<a href="#pb43">43</a>]</span>behoeven, in essentie hetzelfde als het Wezen, door het chineesche karakter Tao voorgesteld.—Ja, -Tao is niet anders dan de leer van de goddelijkheid en de onsterfelijkheid der ziel, -en <i>in essentie</i> volstrekt geen andere, dan zooals wij die vinden in den—goed gelezen—Bijbel, en in -de Upanishads, en de Bhagavad-Gita. G. G. Alexander heeft den moed de „Tao Teh King” -te vertalen met „<span lang="en">Thoughts on the Nature and Manifestations of God</span>”<a class="noteRef" id="xd30e1011src" href="#xd30e1011">37</a> en vertaalt Tao overal door „God”, wat uitstekend zou zijn, als het, zooals ik hierboven -zeide, niet zooveel verwarring gaf, en zijne vertaling niet van vrij, ongebonden ware -geworden, want te veel aangepast aan dingen uit den Bijbel, waar zij essentieel chineesch -had behooren te blijven.—Dat de „Tao Teh King” zoo weinig begrepen is, en men er zoowat -van alles van gemaakt heeft, was te voorzien. Vooral chineesche commentaren, van welke -honderden bestaan, geven verschrikkelijke dingen te hooren. De filosoof Choe Hi, dezelfde, -aan wien wij de bewerking en uitgave der Confucianistische boeken hebben te danken, -zegt dat „kwakzalvers en toovenaars den naam van Lao Tszʼ stalen om er winst uit te -kloppen, zonder iets van zijne bedoelingen te begrijpen,” en de beroemde geschiedschrijver -Ma Touan Lin zegt van de Tao Teh King: „de ware geest ervan werd hoe langer hoe meer -verkeerd <span class="pageNum" id="pb44">[<a href="#pb44">44</a>]</span>begrepen, naarmate de menschen verder verwijderd waren van Lao Tsz’s tijd.” En Samuel -Johnson zegt nog zeer juist: „<span lang="en">The attractions of spiritual genius are universal; and a book like the Bible or the -Tao Teh King becomes a fetich to crude stages of mind, as well as a companion to higher -ones.</span>” -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Heb ik nu het begrip Tao zoo ver trachten te benaderen, als met alléén ’t concrete -goed treffende woorden mogelijk is, nu wil ik duidelijk maken, hoe Lao Tszʼ zich het -zuivere leven van den mensch voorstelde in zijne betrekking tot Tao, om dan te eindigen -met zijne conceptie van een ideaal-rijk, gegrondvest op Tao.— -</p> -<p>Ik begin met deze drie wonderschoone teksten voorop te stellen: -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Als de mensch geboren wordt, is hij zacht en zwak, als hij sterft is hij stijf en -sterk. Als het gras en de boomen geboren worden zijn zij soepel en teêr, als zij sterven -zijn zij droog en schraal. Stijfheid en Sterkte zijn de volgelingen van den dood; -Zachtheid en Zwakheid zijn de volgelingen van het leven. Wat sterk en groot is, is -inferieur; wat zacht en zwak is, is superieur.<a class="noteRef" id="xd30e1033src" href="#xd30e1033">38</a> -</p> -<p>„—De opperste Goedheid is als water. Water is goed, <span class="pageNum" id="pb45">[<a href="#pb45">45</a>]</span>doet goed aan alle dingen, en twist niet. Het woont in plaatsen, die de menschen verachten.”<a class="noteRef" id="xd30e1043src" href="#xd30e1043">39</a> -</p> -<p>„—Niets is in de wereld zachter en zwakker dan het water, en toch is er niets dat -het overtreft in het breken van wat hard en sterk is. Daarom is er niets, dat water -evenaart. Het zachte overwint het harde, het zwakke overwint het sterke.”<a class="noteRef" id="xd30e1051src" href="#xd30e1051">40</a> -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Deze drie teksten karakteriseeren Lao Tsz’s opvatting geheel.—Hij predikt den deemoed, -de zelf-verloochening, de nederigheid. Vér van eerzucht en hartstocht en begeerte -naar grootheid, zal de mensch eenvoudig, simpel leven, rustig in de veilige schuilplaats -van Tao. Hij moet zijn zuiver en rein als het pasgeboren kind. Hij moet zijn grootheid -en zijn kennis verbergen, en als klein en onwetend schijnen. Nooit moet hij met geweld -en heftigheid optreden, maar tegenover kracht stelle hij zachtheid, en tegenover beleediging -weldaden. Want juist die zachtheid en die zwakheid, die liefde, zouden wij in ’t europeesch -zeggen, overwint de wereld, en is onverbrekelijk. De ware wijze maakt geen ophef van -zijn weten, maar blijft bescheiden op den achtergrond, want wèl wist Lao Tszʼ, dat -de laatsten de eersten zullen zijn! Tao is niet heftig en luidruchtig, en hij, die -zich <span class="pageNum" id="pb46">[<a href="#pb46">46</a>]</span>aan Tao houdt, is in rust, als niet-doende, Wu Wei, maar biedt een onvernietigbaren -tegenstand aan het sterke en forsche, juist door zijn passieve taaiheid.— -</p> -<p>En, als eeuwig-stralende lichten van onvergankelijke levenswijsheid, leidende de menschheid -door alle tijden naar haar onsterfelijken Oorsprong Tao, staan die wonderschoone woorden -in dezen chineeschen bijbel van vijf eeuwen vóór Christus: -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Hemel en Aarde duren eeuwiglijk. Hemel en Aarde kunnen dáárom eeuwiglijk duren, omdat -zij niet voor-zich-zelf leven. Daarom stelt de Wijze zichzelf achter, en wordt dan -zelf (juist) de eerste. Hij maakt zich los van zijn lichaam en dan blijft zijn lichaam -juist behouden.”<a class="noteRef" id="xd30e1070src" href="#xd30e1070">41</a> -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„—Alleen als de Wijze niet met anderen in strijd komt, is er niets in hem te laken.”<a class="noteRef" id="xd30e1080src" href="#xd30e1080">42</a> -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„—Als het werk volbracht is en de naam gemaakt, moet men zich terugtrekken.”<a class="noteRef" id="xd30e1092src" href="#xd30e1092">43</a> -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„—Hij, die het animale aan het spiritueele onderwerpt, kan zijn wil op één ding (Tao) -gericht houden, zoodat <span class="pageNum" id="pb47">[<a href="#pb47">47</a>]</span>hij niet verdeeld is. Hij temt zijn vitale kracht, tot hij gedwee wordt, en als een -pasgeboren kind. Als hij zijn inwendig gezicht klaar en puur maakt, zal hij vrij zijn -van gebreken. Hij zal zijn als de broedende hen, die volmaakt in rust is, terwijl -de processen van de natuur doorgaan. Als zijn licht overal doordringt, zal hij als -onwetend kunnen zijn.”<a class="noteRef" id="xd30e1106src" href="#xd30e1106">44</a> -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„De Wijze maakt werk van zijn binnenste en niet van zijn oogen; hij verwerpt wat van -buiten komt, hij langt naar wat van binnen is.”<a class="noteRef" id="xd30e1116src" href="#xd30e1116">45</a> -</p> -<p>„—In de Oudheid waren de goede filosofen, die zich aan Tao wijdden als gering, subtiel, -duister, en vérdoordringend. Zij waren bedeesd als een, die in den winter een stroom -doorwaadt. Zij waren op hun hoede, als een, die zijn buren vreest. Zij waren ernstig -als een gast (tegenover zijn gastheer). Zij verdwenen als het ijs, dat gaat smelten. -Zij waren simpel, als onbewerkt hout. Zij waren ledig, als een vallei. Zij waren als -troebel water. Hij, die Tao behoudt, wenscht niet vol te zijn. Juist omdat hij niet -vol is, is hij voor altijd gevrijwaard tegen verandering.”<a class="noteRef" id="xd30e1126src" href="#xd30e1126">46</a> -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Ziet Uzelf in Uwen (oorspronkelijken) eenvoud, en <span class="pageNum" id="pb48">[<a href="#pb48">48</a>]</span>behoudt Uw (oorspronkelijke) puurheid. Hebt weinig egoïsme, en weinig begeerten.”<a class="noteRef" id="xd30e1140src" href="#xd30e1140">47</a> -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„—Het onvolmaakte zal volmaakt worden. Het gebogene zal recht worden. Het holle zal -vol worden. Met weinig wordt Het verkregen; met véél dwaalt men er van af. Daarom, -de Wijze omvat het Eéne (Tao), en maakt zich (zoo) het voorbeeld van de wereld. Hij -wenscht zelf niet licht te schijnen, en daarom juist is hij schitterend. Hij wenscht -zelf niet de ware man te wezen, en dáárom juist steekt hij boven anderen uit. Hij -pocht niet (op zijn werk) en heeft daarom juist verdienste. Hij stelt zichzelf niet -hoog, en is dáárom juist de meerdere. Hij strijdt niet, en daarom juist is er niemand -in de wereld, die tegen hem op kan”<a class="noteRef" id="xd30e1150src" href="#xd30e1150">48</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Wie op zijn teenen gaat staan kan niet vast rechtop blijven; wie de beenen ver uitstrekt -kan niet loopen”<a class="noteRef" id="xd30e1162src" href="#xd30e1162">49</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Hij, die zijne mannelijke kracht kent, en toch vrouwelijke zachtheid behoudt, is -de vallei van het rijk. Hij, die zijn licht kent, en toch in de schaduw blijft, is -het voorbeeld van het rijk. Hij, die zijne glorie weet, en blijft in de schande, is -de vallei van het rijk”<a class="noteRef" id="xd30e1174src" href="#xd30e1174">50</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -<span class="pageNum" id="pb49">[<a href="#pb49">49</a>]</span></p> -<p>„—Hij, die de menschen kent, is verstandig, maar hij die zich-zelf kent is verlicht. -Hij, die anderen overwint is sterk, maar hij, die zich-zelf overwint, is almachtig”<a class="noteRef" id="xd30e1187src" href="#xd30e1187">51</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„De hoogste Deugd (Teh) is geen deugd en is daarom juist Deugd; de lage deugd verliest -nooit (het idee) deugd, en is daarom juist géén Deugd”<a class="noteRef" id="xd30e1198src" href="#xd30e1198">52</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„De verlichten in Tao zijn als duister, de vergevorderden in Tao als achteruitgaande; -die aan Tao toe zijn, zijn als gewone menschen; zij, die de opperste Deugd hebben, -zijn (laag) als een vallei; de uiterst reinen zijn als vuil; zij, die deugd in overvloed -hebben, zijn alsof ze niet genoeg hebben, die vast gegrondveste deugd hebben, zijn -als lui; die waar en simpel zijn, zijn als verachtelijk. Tao is verborgen, en heeft -geen naam”<a class="noteRef" id="xd30e1210src" href="#xd30e1210">53</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„(De Wijze) is ganschelijk volmaakt, en lijkt onvolmaakt; zijne middelen raken nooit -op. Hij is ganschelijk vol en lijkt ledig; zijne bronnen zijn nooit uitgeput. Hij -is ganschelijk recht en lijkt krom. Hij is ganschelijk bekwaam en lijkt dom. Hij is -zéér welsprekend en lijkt een stamelaar. Hij, die puur en rustig is, wordt het voorbeeld -van de wereld”<a class="noteRef" id="xd30e1222src" href="#xd30e1222">54</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -<span class="pageNum" id="pb50">[<a href="#pb50">50</a>]</span></p> -<p>„Zonder uit te gaan ken ik de wereld; zonder uit mijn venster te kijken zie ik den -Weg des Hemels. Hoe verder gij gaat, hoe minder gij zult weten. Daarom, de Wijze komt -er zonder te loopen, noemt de dingen zonder ze te zien, en volmaakt zich zonder actie”<a class="noteRef" id="xd30e1235src" href="#xd30e1235">55</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„(De Wijze) is voor de goeden goed. Voor de niet-goeden is hij ook goed, om ze goed -te maken”<a class="noteRef" id="xd30e1245src" href="#xd30e1245">56</a>. -</p> -<p>„Hij, die de reëele deugd bezit, is als een pasgeboren kind, dat de venijnige insecten -niet steken, de wilde beesten niet grijpen, en de roofvogels niet meêvoeren”<a class="noteRef" id="xd30e1255src" href="#xd30e1255">57</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Zij, die Tao weten, spreken er niet over; die er over spreken weten Het niet. (De -Wijze) doet zijn mond dicht, sluit zijne oogen en ooren, haalt zijne hooge aspiraties -neder, ontrafelt het verwarde, tempert het (verblindend) schitterende, en maakt zich -gelijk aan het stof. Dit noem ik eene mystieke gelijkenis met Tao. Gunst noch ongenade, -voorspoed noch schade, eer noch verachting kunnen hem treffen. Daarom is hij de eerbiedwaardigste -mensch onder den Hemel”<a class="noteRef" id="xd30e1267src" href="#xd30e1267">58</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„De Wijze doet Wu Wei [lett. niet-doen], werkt aan géén werk, en savoureert wat zonder -smaak is. Hij wreekt <span class="pageNum" id="pb51">[<a href="#pb51">51</a>]</span>kwaad met goed. Hij zoekt geen groote dingen te doen, en daardoor juist volbrengt -hij groote dingen”<a class="noteRef" id="xd30e1281src" href="#xd30e1281">59</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„De Wijze begeert géén begeerten te hebben, en hecht geen waarde aan moeilijk te verkrijgen -dingen. Zijne studie is géén studie, en daardoor ontloopt hij de fouten der menschen”<a class="noteRef" id="xd30e1291src" href="#xd30e1291">60</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Waarom kunnen de groote rivieren en zeeën de koningen zijn van alle stroomen? Omdat -zij zich onder hen weten te houden, dáárom kunnen zij de koningen aller stroomen zijn. -Daarom, als de Wijze superieur wil zijn aan het volk, moet hij in zijn spreken ónder -het volk blijven. Als hij voor het volk uit wil staan, moet hij zich op den achtergrond -houden. Daar hij allen strijd vermijdt is er niemand in het rijk, die tegen hem strijden -kan”<a class="noteRef" id="xd30e1303src" href="#xd30e1303">61</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Te weten dat wij niet weten, is superieur; niet te weten en denken te weten, dat -is de ziekte der menschen. Als men om deze ziekte lijdt, zal men haar ontkomen. De -wijze heeft deze ziekte niet, juist omdat hij er het lijden van weet”<a class="noteRef" id="xd30e1315src" href="#xd30e1315">62</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -<span class="pageNum" id="pb52">[<a href="#pb52">52</a>]</span></p> -<p>„Ware woorden zijn niet mooi; mooie woorden zijn niet waar. Zij, die goed zijn, zijn -niet welsprekend, zij, die welsprekend zijn, zijn niet goed. Zij, die Tao kennen, -zijn niet geleerd; zij, die geleerd zijn, kennen Tao niet. De Wijze stapelt niet op -(wat hij bezit). Hoe meer hij gebruikt om de menschen te helpen, des te meer heeft -hij over; hoe meer hij den menschen geeft, des te rijker wordt hij.—De Weg des Hemels -is: wèl te doen en niet te schaden. De Weg des Menschen is: te handelen, maar niet -te strijden”<a class="noteRef" id="xd30e1329src" href="#xd30e1329">63</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Reine, zoete woorden van deemoed, klinkende door twee en twintig eeuwen heen, en thans -nog onvergankelijk van simpele waarheid! Leer van liefde en genade, gepredikt in de -zesde eeuw vóór Jezus Christus, door den grootsten Wijze van China, en thans nog waardig -om naast de leer van christelijke liefde te schijnen als een Licht voor de menschheid. -Begint men te begrijpen, dat, áls China uit zijn diep verval zal worden opgeheven, -dat zéér goed zijn kan met geheel eigen hulpmiddelen, zonder de inmenging der gehate -vreemden? „<span lang="en">The answer to Confucianism is China</span>,” heeft Prof. Legge eens gezegd, een zendeling. Dus ook „<span lang="en">The answer to Lao Tsz’ism is China!</span>”—En daarom is het mij een groote vreugde, de woorden van China’s grootsten wijze -nog eens te doen klinken, twee duizend twee honderd jaar later, in deze verlichte, -christelijke tijden. -<span class="pageNum" id="pb53">[<a href="#pb53">53</a>]</span></p> -<p>Is óns christelijke volk in Europa zoo deemoedig, en nederig, en puur, zóó ongevoelig -voor die nietigheden der wereld als eer, en roem, en rijkdom? Zijn ónze groote mannen -zoo bescheiden en simpel, zoo afkeerig van glorie en naam, en zoo sterk en devoot -van ziel? Zijn ónze tijden, in welke de vrede alleen kan bestaan gegrondvest op bruut -geweld en de vrees van enkele machthebbers onderling, die vooral voor verlies van -<i>eigen</i> heerlijkheid bang zijn, zijn onze christelijke tijden zoo rein en zuiver? Zijn onze -tijden niet, met enkele uitwendige verschillen, gelijk aan de tijden van Lao Tszʼ? -Hebben wij niet de namen der dingen voor de dingen zelven, niet de schaduw voor de -substantie, den schijn voor het wezen? Hebben wij niet „eminente, beroemde” geleerden -met ridderorden en palmen getooid, waarvan de lintjes elken dag gedragen worden? Hebben -wij niet staatslieden en ambtenaren, die zoo „belangloos, en actief, en uiterst capabel, -en vol dienstijver” zijn, hebben wij geen „groote” o! „groote, groote” artiesten, -die „hoog” o! „hoog, hoog” boven ons uitsteken, vèr boven de <span class="corr" id="xd30e1350" title="Bron: ge-gewone">gewone</span> stervelingen, en die, dronken van trots, dit elken dag met boller en boller opblazing -toonen, en klinkt de geheele europeesche pers niet van namen, en namen, en nogeens -namen, die toch vooral op den voorgrond moeten worden gezet? -</p> -<p>Maar waar is de eenvoud, en de deemoed, en de puurheid des harten?.….. -</p> -<p>Hoe rein en bizonder wordt die figuur van Lao Tszʼ, <span class="pageNum" id="pb54">[<a href="#pb54">54</a>]</span>als we ons haar voorstellen in de verwarring der tijden tegen het einde der Chow-dynastie. -Men wist het toen toch zoo! De heilige woorden van hertog Chow, van koning Wên, en -van koning Woe<a class="noteRef" id="xd30e1358src" href="#xd30e1358">64</a>, men had ze zóó lang herhaald, en van buiten geleerd, tot ze leêg van alle beteekenis, -enkel holle klanken waren geworden. Men wist precies hoe het gaan moest, en hoe alles -in elkaar moest zitten. Men wist precies de inrichting van het goevernement, en de -namen der deugden, waarmede men het waarnemen moest.—De menschen waren o! zoo geleerd, -en zoo verlicht, en schepten zulk een vreugde in ’t leven! En toen zeide Lao Tszʼ -deze onsterfelijke woorden: -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Alle menschen zijn blij en vroolijk, als hij, die geniet van rundvleesch, als hij, -die in de lente een hoog terras bestegen heeft. -</p> -<p><span class="corr" id="xd30e1369" title="Niet in bron">„</span>Ik alleen ben kalm, en heb nog niet éven bewogen; ik ben als een klein kindje, dat -nog niet geglimlacht heeft. Ik ben vrij, zonder belemmering, àlsof er niets was, waarheen -ik zou willen terugkeeren. -</p> -<p><span class="corr" id="xd30e1372" title="Niet in bron">„</span>De gewone menschen hebben óver, maar ik alleen ben als een die (alles) verloren heeft. -Ik heb het hart van een domme, ik ben een chaos van verwarring. -</p> -<p><span class="corr" id="xd30e1375" title="Niet in bron">„</span>De gewone menschen zijn schitterend verlicht; ik alleen ben als duister. De gewone -menschen zijn doordringend <span class="pageNum" id="pb55">[<a href="#pb55">55</a>]</span>van doorzicht; ik alleen ben droevig ongerust. Ik ben vaag als de zee, ik word door -de golven heen en weer gedreven, rusteloos … Alle menschen weten overal een reden -voor, ik alleen ben dom, als iemand van het land. -</p> -<p><span class="corr" id="xd30e1380" title="Niet in bron">„</span>Ik alleen ben anders dan de (gewone) menschen, omdat ik de Moeder vereer, die alles -voedt (Tao)”<a class="noteRef" id="xd30e1382src" href="#xd30e1382">65</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>En alles ging zoo goed in het rijk, al was alles in verwarring! Dat, waarop het geheele -rijk moest steunen, de reinheid en puurheid van het volk en van den vorst, bestond -niet meer, maar men had dan toch de namen van de dingen! Men had menschlievendheid, -en filantropie, en gerechtigheid, men had ouderlievendheid, en getrouwheid en oprechtheid!—Men -was ook verbazend knap geworden, scherpzinnig, en doordringend van doorzicht. Maar -de essentie ontbrak. De essentie van het zuivere, reine gemoed, waardoor vrede alleen -mogelijk is, het gemoed <span class="corr" id="xd30e1392" title="Bron: zouder">zonder</span> égoïsme en begeerten, dat in een vorst onmisbaar is. De grondvesten van het rijk, -dit zuivere gemoed èn van het volk èn van den vorst, waardoor alles <i>vanzelf</i> goed zoude gaan, waardoor alle deugden <i>vanzelf</i> bestaan zouden, zonder nogeens apart met mooie namen te worden genoemd omdat de natuurlijke -loop der dingen, het leven der dingen volgens de beweging van Tao, <i>vanzelf</i> zuiver is, deze grondvesten ontbraken. De zoogenaamde <span class="pageNum" id="pb56">[<a href="#pb56">56</a>]</span>beschaving, met hare precies geformuleerde moraal, die aan alle dingen een juisten -naam had gegeven, en die èn vorst èn volk maar voller had gemaakt van altijd groeiende -begeerten, die verlichtheid en die studie, die, oorspronkelijk goed, de ijdelheid -en de eerzucht hadden opgezweept, hadden het reine gemoed van de menschen verduisterd, -en zóó de basis, waarop het geheele rijk moest rusten, verwaarloosd. „Wat doet het -er eigenlijk toe, of we het karakter „wei” dan wel het karakter „oh” voor „ja!” gebruiken?” -zeide Lao Tszʼ, „maar het is héél iets anders om te weten het onderscheid tusschen -goed en kwaad”<a class="noteRef" id="xd30e1404src" href="#xd30e1404">66</a>. -</p> -<p>Beter dan de beschaving, die schijn en huichelarij ten grondslag had, vond Lao Tszʼ -dan nog de tijden, toen het volk onwetend, maar gelukkig; ónbeschaafd, maar simpel; -onceremonieus, maar rein van hart was, toen de koningen van-zelf regeerden, zonder -veel moeite te moeten doen, omdat alles op natuurlijke wijze goed ging, en toen er -minder rijkdom en weelde was, maar het volk geen honger leed. Want óók, dit wist de -chineesche wijze, wat de meesten nú nog niet weten, die zoo vér zijn in socialisme -en humaniteit, dat het alleréérste vereischte tot geluk voor het volk is, <i>om geen honger te hebben</i>. Alle andere dingen komen dan later wel. En hij leerde, dat vóór alles noodig was -een terugkeer naar den oorspronkelijken, primitieven staat van éénvoud van lang voorheen. -<span class="pageNum" id="pb57">[<a href="#pb57">57</a>]</span>Dat hij, zooals vele vertalers beweerd hebben, het volk daardoor voor altijd in een -soort bruten gelukstoestand wilde houden, ongeveer als die van een rumineerende koe -in de weide, geloof ik niet. Mijns inziens was het hem vooral te doen, om een sterken -nadruk dáárop te leggen, dat <i>vóór alles</i> (het andere kwam dan later wel) de oorspronkelijke, zuivere, pure menschennatuur -moest wederkomen, de primitieve toestand, waarin de menschheid eeuwen geleden had -verkeerd, in een geluksstaat, een thans ongeloofelijk schijnenden eenvoud, waarin -het chineesche rijk in zijn eerste stadium schijnt verkeerd te hebben, met ideaal-vorsten -als Yaou en Shoen aan het hoofd, meer dan tweeduizend jaren vóór onze jaartelling.—Wetenschap, -en kennis, en knapheid, en ook weelde van kunst, waren mooi, maar zonder den eenvoud -des harten, zonder het diviene principe, door Tao in den mensch gelegd, was dat alles -voos en zonder reëel wezen. Dan liever onwetend, maar rein; dom, maar kinderlijk; -ongeciviliseerd, maar zuiver; dan liever geen oorlogen en geen roemruchtige daden, -maar vrede en liefde onder de menschen. Als het hart van het volk en van den vorst -maar weer rein was, dan zou de regeering vanzelf wel gaan, zonder ingenieuze staatsinstellingen -en spitsvondige systemen en wetten, omdat dan de staat bezield zou wezen met den heiligen -adem van Tao, op welken alles, de geheele natuur, in de onvermijdelijk juiste richting -beweegt. Zóó, van déze dingen uitgaande, en niet als onbereikbare, onmogelijke droomen -moeten we de leer van Lao <span class="pageNum" id="pb58">[<a href="#pb58">58</a>]</span>Tszʼ over het volk, en het rijk, en den vorst opvatten.—En de eenvoudige gezegden, -die ik thans hieronder zal aanhalen, zouden zij misschien ook nú niet, zóó opgevat, -van toepassing zijn? -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„—Maakt geen ophef van eerwaardigheid, dan zal het volk niet twisten. Hecht geen hooge -waarde aan moeilijk te verkrijgen goederen, dan zal het volk geen diefstal plegen. -Ziet niet naar wat begeerlijk is, dan zal het hart van het volk niet in opstand komen. -Daarom, de Wijze (vorst) regeert door de harten ledig (van begeerte) te maken, de -buiken stevig te voeden, de (slechte) neigingen te verzwakken, en het beenderstelsel -te versterken”<a class="noteRef" id="xd30e1425src" href="#xd30e1425">67</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Doe de Wijsheid vàn U, en wèg met het Weten, dan zal het volk honderdmaal meer gelukkig -zijn! Doe de Filantropie vàn U, en wèg met Gerechtigheid, en het volk zal (van-zelf) -terugkeeren tot liefde voor de ouders en voor de kinderen! Doe de Knapheid van U, -en weg met Gewinzucht, en er zullen geen dieven en roovers meer wezen!<span class="corr" id="xd30e1435" title="Niet in bron">”</span><a class="noteRef" id="xd30e1436src" href="#xd30e1436">68</a> -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Als de mensch het rijk wil volmaken met actie, zie ik dat hij niet slaagt. Het rijk -is een heilige offervaas, <span class="pageNum" id="pb59">[<a href="#pb59">59</a>]</span>waaraan men niet mag werken. Werkt men er aan, dan bederft men haar, grijpt men er -naar, dan verliest men haar”<a class="noteRef" id="xd30e1448src" href="#xd30e1448">69</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>En nu ook deze mooie hoofdstukken over het oorlogvoeren, en den krijgsroem: -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Zij, die den heerscher over menschen helpen in Tao, onderwerpen het rijk niet met -geweld van wapenen. Wat men aan de menschen doet, krijgt men op dezelfde wijze terug -als het gegeven is. Overal, waar legers zijn geweest, groeien doornen en distels. -Op groote veldtochten volgen stellig jaren van hongersnood. De ware Goede slaat ééns -met vrucht een slag, en houdt dàn op, maar durft niet met ruw geweld doorgaan”<a class="noteRef" id="xd30e1465src" href="#xd30e1465">70</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„De beste wapenen zijn instrumenten van onheil. Allen verachten ze; die Tao bezitten, -houden er zich niet mede op. In de woning van den Kiün Tszʼ is de linkerplaats de -eereplaats; hij, die soldaten gebruikt, eert de rechterplaats. Wapenen zijn instrumenten -van onheil, geen instrumenten van den Kiün Tszʼ. Deze gebruikt ze alléén als ’t niet -anders kàn, en kalmte en rust zijn voor hem <span class="pageNum" id="pb60">[<a href="#pb60">60</a>]</span>het hóógste. Overwint hij, dan verblijdt hij er zich niet over, want zich daarover -verblijden zou zijn houden van menschen-doodslag. En wie houdt van doodslag kan nooit -zijn doel bereiken in de goede regeering van het rijk. In alles, wat geluk aanbrengt, -is de linkerplaats de hoogste, in alles wat onheil aanbrengt de rechter. De onderbevelhebber -neemt (dan ook) de linkerplaats in, de opperbevelhebber de rechter. Dat is, men plaatst -hen volgens de <span class="corr" id="xd30e1477" title="Bron: ceremoniën">ceremonieën</span> van den rouwdienst. Hem, die een veldslag gewonnen heeft, moet men plaatsen als in -de ceremonieën voor de dooden”<a class="noteRef" id="xd30e1480src" href="#xd30e1480">71</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>En nog meerdere teksten, allen even kernachtig en juist. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Als de koningen en vorsten Wu Wei konden blijven, zouden alle menschen zich hervormen”<a class="noteRef" id="xd30e1494src" href="#xd30e1494">72</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„De volken van het rijk stroomen toe naar hem, die de groote conceptie van Tao kan -omvatten”<a class="noteRef" id="xd30e1504src" href="#xd30e1504">73</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Toen Tao in het rijk regeerde, zond men de vlugge <span class="pageNum" id="pb61">[<a href="#pb61">61</a>]</span>paarden weg om ze op ’t land te gebruiken; toen Tao niet in het rijk regeerde, werden -de krijgsrossen gefokt op de grenzen”<a class="noteRef" id="xd30e1518src" href="#xd30e1518">74</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Met rechtheid regeert men den staat, met listen voert men oorlog, met Wu Wei wint -men het rijk. Hoe weet ik, dat het zoo met het rijk is? Door dit: Hoe meer bangmakende -verbodsbepalingen er in het rijk zijn, des te armer wordt het volk. Hoe meer middelen -tot productie van weelde er zijn, des te meer verwarring komt er. Hoe bekwamer en -vernuftiger het volk wordt, des te artificiëeler de dingen worden. Hoe rijker en klaarder -de wet wordt, des te meer dieven en roovers er komen. Daarom zegt de Wijze: Ik ben -Wu Wei, en dan zal het volk zich vanzelf hervormen. Ik houd van de rust, en dan zal -het volk vanzelf recht worden. Ik doe geen werk en dan zal het volk vanzelf rijk worden. -Ik heb geen begeerten, en dan zal het volk vanzelf (weer) eenvoudig worden”<a class="noteRef" id="xd30e1529src" href="#xd30e1529">75</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Als de regeering tolerant is, zal het volk schuldeloos zijn; als de regeering overal -den neus in steekt, zal het volk telkens inbreuk op de wet maken. Falen is de basis -van slagen, en slagen is de basis van falen”<a class="noteRef" id="xd30e1541src" href="#xd30e1541">76</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -<span class="pageNum" id="pb62">[<a href="#pb62">62</a>]</span></p> -<p>„De wijze is vierkant, zonder hoekig te zijn, is belangeloos zonder te kwetsen, is -oprecht zonder overdreven stipt te zijn, is schitterend, zonder te verblinden”<a class="noteRef" id="xd30e1554src" href="#xd30e1554">77</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Om de menschen te regeeren en den Hemel te dienen gaat er niets boven de gematigdheid”<a class="noteRef" id="xd30e1564src" href="#xd30e1564">78</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Om een groot rijk te regeeren, moet men even zoo voorzichtig zijn als in ’t bakken -van een klein vischje”<a class="noteRef" id="xd30e1574src" href="#xd30e1574">79</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Een groot rijk moet zijn (nederig) als de groote stroomen, in welke zich de wateren -van het rijk uitstorten. Het moet de vrouwelijke sekse navolgen, die juist door de -rust (passiviteit) de mannelijke overwint. Die rust is een vernedering. Daarom, als -een groot rijk zich vernedert voor kleinere staten, zal het die kleinere staten winnen. -Als de kleinere staten zich vernederen voor het groote rijk, zullen zij het groote -rijk winnen”<a class="noteRef" id="xd30e1586src" href="#xd30e1586">80</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„De ouden, die Tao bezaten, gebruikten Het niet om het volk verlicht te maken, maar -om het volk simpel te houden. Het volk is <span class="corr" id="xd30e1598" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span> te regeeren omdat het zooveel weet. Hij, die een rijk regeert door het weten te vermeerderen, -is de geesel van het volk; hij, <span class="pageNum" id="pb63">[<a href="#pb63">63</a>]</span>die niet met al dat weten het rijk regeert, is het geluk van het volk”<a class="noteRef" id="xd30e1603src" href="#xd30e1603">81</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Hij, die een goed veldheer is, is niet krijgszuchtig”<a class="noteRef" id="xd30e1613src" href="#xd30e1613">82</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>„Een veldheer zeide eens: Ik durf niet gastheer te zijn (d.i. aan te vallen), ik ben -liever gast (d.i. defensief). Ik durf geen duim vooruit te gaan, ik ga liever een -voet terug”<a class="noteRef" id="xd30e1623src" href="#xd30e1623">83</a>. -</p> -<p>„Het volk heeft honger, omdat zijn vorst veel belastingen heft. Dáárom heeft het honger. -Het volk is <span class="corr" id="xd30e1633" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span> te regeeren, omdat zijn Heer (te veel) doet. Dáárom is het <span class="corr" id="xd30e1636" title="Bron: moeielijk">moeilijk</span> te regeeren”<a class="noteRef" id="xd30e1639src" href="#xd30e1639">84</a>. -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Men ziet, de geheele filosofie van Lao Tszʼ is gebaseerd op het zachte en zwakke, -op de nederigheid en den deemoed. De groote fouten van den tijd waren, dat het leven -gebaseerd werd op hardheid en sterkte, brutaliteit en trots.—Lao Tszʼ zeide, dat hij -drie groote schatten had: liefde, zuinigheid en nederigheid. Door zijne liefde kon -hij dapper zijn, door zijne zuinigheid juist kon hij veel geven, door zijne nederigheid, -die hem verbood, de eerste te willen wezen, kon hij juist in werkelijkheid de eerste -zijn. Maar in den tijd, in welken hij leefde, was men dapper zonder liefde, gaf men -veel uit, <span class="pageNum" id="pb64">[<a href="#pb64">64</a>]</span>zónder zuinig te zijn, en ging men weg van de laatste plaats, om toch vooral de eerste -te zoeken. Dit alles leidde tot den dood, leerde hij. Alleen als men strijdt met een -hart vol liefde is men onverwinlijk. „De Hemel schenkt de gave van liefde aan hem, -dien zij beschermen wil”<a class="noteRef" id="xd30e1653src" href="#xd30e1653">85</a>. En als twee legers van gelijke kracht strijden, leerde hij, was die veldheer, die -het meeste medelijden had, de overwinnaar. -</p> -<p>Zijn ideaal was, om te beginnen een kleinen staat te hebben, met simpele menschen, -zooals uit het 80e hoofdstuk blijkt. Hij zag zeker in, dat het onmogelijk was, een -heel groot rijk ineens volmaakt te hebben, en droomde zich dus een klein, te verwezenlijken -Arcadia. Als hij dat kleine rijk had, met weinig volk, zou hij, al waren er voor tien -of honderd man wapenen, die wapenen toch niet gebruiken, noch zouden de schepen en -wagenen, noch zouden de kurassen dienst doen. Hij zou het volk doen terugkeeren tot -het gebruik der geknoopte koorden<a class="noteRef" id="xd30e1662src" href="#xd30e1662">86</a>. „Het volk zou zoet genieten van zijn eten, zou zijne kleederen mooi maken, rust -hebben in zijne woning en vreugde scheppen in zijne simpele zeden”<a class="noteRef" id="xd30e1665src" href="#xd30e1665">87</a>. -</p> -<p>En zóó bang was Lao Tszʼ dat het zuivere, reine gemoed van zijn volk—de kostbaarste -schat in zijn ideaal-rijk<span class="pageNum" id="pb65">[<a href="#pb65">65</a>]</span>—zou bedorven worden door de zoogenaamde beschaving, dat hij er ten slotte aan toevoegde: -„Al lag een naburige staat vlak over den mijne, zoodat de honden en hanen aan weêrszijden -elkanders geluid konden hooren, mijn volk zou oud worden en doodgaan zonder er gemeenschap -mede te hebben gehad.” -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>En deze man is genoemd een pessimist, een obscurantist, en wat al niet meer,—het staat -in véle vertalingen van heel geleerde mannen te lezen,—en zijn leer over de basis, -waarop het rijk moet rusten, is genoemd „<span lang="en">anti-social pride</span>” en „<span lang="en">hostility to popular education and progress</span>,” en die over de superioriteit van Wu Wei is genoemd „<span lang="en">negative quietism</span>” en zelfs „<span lang="en">idleness</span>” en „<span lang="en">self-indulgence</span>”! Is het niet of Lao Tszʼ dit alles voorzien heeft, toen hij zeide: „Zij, die geleerd -zijn kennen Tao niet”? En blijkt hieruit niet, dat om Lao Tsz’s pure filosofie te -begrijpen, nog wat meer noodig is, dan enkele taalgeleerdheid en spitsvondigheid en -woordelijke, letterlijke accuratesse, vooral wanneer, zooals in zijn wondere boek, -de woorden zoo subtiel uit hunne sfeer zijn gehaald, om aan de behoefte van eene andere, -hoogere spiritueele expressie te voldoen? Waar Lao Tszʼ aangeeft, dat voor óns beperkte -begrip Tao als duister en verward is, verwijt men hem het geloof aan een „chaos” en -aan „<span lang="en">void time</span>”, en zelfs Stanislas Julien, als enkel sinoloog een eminent geleerde, houdt vol dat -Tao is „<span lang="fr">un être dépourvu d’action, de pensées</span>” en dat het gebruik en de definitie <span class="pageNum" id="pb66">[<a href="#pb66">66</a>]</span>van het woord Tao „<span lang="fr">excluent toute idée de cause intelligente</span>”! -</p> -<p>De waarheid is, dat Lao Tsz’s leer, wel verre van den mensch te abrutiseeren en ongevoelig -te maken, hem opwekt tot verheven idealen, en aan het leven op aarde hare pure zuiverheid -wil teruggeven. Wel vèrre van tot luiheid en anti-socialen trots aan te sporen, heeft -Lao Tsz’s leer vooral tot thema de zelf-verloochening en de liefde voor onzen medemensch. -Het is bedroevend te zien, hoe geleerden, die in de taalwetenschap een eereplaats -innemen, enkel en alleen omdat zij denken, er het Christendom mede te verheffen, alle -andere, vreemde leeren bekladden. Zóó zegt de gewezen zendeling prof. Legge, de vertaler -der chineesche klassieken, dezelfde die overal <span lang="fr">à tout prix</span> Confucius neêrhaalt, van Lao Tsz’s gezegde „Wreek kwaad met goed”: „<span lang="en">There hardly belongs to it a moral character</span>”! Terwijl zelfs Giles, een der hevigste vijanden van de Tao Teh King, bij die passage -moet bekennen: „<span lang="en">Those who, wanting in the logical faculty, have been foolish enough to say that the -Golden Rule of Confucius ranks lower than the Golden Rule of Christ, have here had -to take their shoes from off their feet and admit that they are upon holy ground</span>”<a class="noteRef" id="xd30e1717src" href="#xd30e1717">88</a>. -</p> -<p>Ik voor mij wil gaarne bekennen, dat ik bijna overal <span class="pageNum" id="pb67">[<a href="#pb67">67</a>]</span>in de Tao Teh King den heiligen grond betreed. Maar met een zuiver hart moeten zijne -simpele woorden gevoeld worden, en men moet ze lezen in stille eenzaamheid, vér van -de geruchten der wereld, en leêg van aardsche gedachten, zooals men dat wereldwijze -boek moet lezen, waarmede het waard is vergeleken te worden: <span lang="la">De Imitatione Christi</span> van Thomas à Kempis. -</p> -<p>Lao Tsz’s leer, tot het uiterste doorgevoerd zijnde, gaat er een geheel nieuw licht -over de dingen der wereld. De begrippen goed en kwaad gaan weg, want wat Lao Tszʼ -leerde was niet goed te zijn, daar er in de orde der dingen niet zoo iets als goed, -en ook niet zoo iets als kwaad was, er was alleen zuiver, volgens de natuur, van-zelf -zijn. De loop der dingen en het wezen der dingen was niet goed of kwaad, het wàs eenvoudig -zooals het wàs. Alles gebeurde, omdat het in de natuurlijke orde lag om te gebeuren. -</p> -<p>Zóó verliest ook de dood zijne verschrikking, en het leven zijn aan die verschrikking -tegenovergestelde vreugde. Wat nog volstrekt geen onverschilligheid en ongevoeligheid -in zich sluit, zooals velen beweerd hebben. Integendeel. Zeer mooi wordt dit gezegd -in den Nan Hwa King, het mystieke werk van Lao Tsz’s grootsten discipel Chuang Tszʼ<a class="noteRef" id="xd30e1734src" href="#xd30e1734">89</a>: „De geboorte van den wijze is de (natuurlijke) gang des Hemels, zijn dood is de -(natuurlijke) loop der <span class="pageNum" id="pb68">[<a href="#pb68">68</a>]</span>dingen. Zijn leven is als drijven, zijn dood is als rust”<a class="noteRef" id="xd30e1739src" href="#xd30e1739">90</a>. Het aannemen van alle dingen als gewoon, natuurlijk, zuiver, was een eerste vereischte. -Niets was bizonder blij of bizonder droef, niets pleizieriger of treuriger dan iets -anders, <i>als men maar Tao had</i>. En daarom kon Chuang Tszʼ in hetzelfde hoofdstuk zeggen: „Droefheid en Geluk zijn -de afvalligen van de Deugd; Vreugde en Toorn leiden af van Tao.”—Er was ook niet zoo -iets aparts als leven en dood, als contrasten, elk op zich zelf reëel bestaande. Een -andere discipel van Lao Tszʼ, Ljeh Tszʼ, zat eens aan den weg te eten, en zag een -honderdjarig doodshoofd liggen. Hij plukte een bosje gras af, en wees daarmede naar -den doodskop, zeggende: „Alleen gij en ik weten dat er geen leven bestaat en geen -dood.” -</p> -<p>Toen Chuang Tsz’s vrouw was gestorven, en men zich verwonderde, dat hij er zoo kalm -bij bleef, en tot tijdverdrijf op een schaal sloeg, zeide hij, dat sterven volstrekt -niets bizonders was, evenmin als geboren worden; het was enkel maar verandering, en -het lag in den natuurlijken gang der dingen. „Dit is gelijk de gang der vier jaargetijden, -lente, herfst, winter en zomer. Rustigjes slaapt zij in het Groote Huis (Tao)”<a class="noteRef" id="xd30e1746src" href="#xd30e1746">91</a>. -</p> -<p>Zóó verhaalt Chuang Tszʼ ook, dat toen, na Lao Tsz’s dood, de filosoof Chʼin Shih -op rouwbezoek ging, hij een groote schaar menschen om het lijk zag geschaard, jammerlijk -<span class="pageNum" id="pb69">[<a href="#pb69">69</a>]</span>snikkende en huilende zooals het de gewoonte was uren te blijven doen. Chʼin Shih -gaf maar drie korte schreeuwen, meer niet, en ging toen heen. Een der discipelen verwonderde -zich over dezen inbreuk op de ceremonieën en vroeg Chʼin Shih verwijtend, of hij dan -geen vriend van den Meester was. En toen antwoordde Chʼin Shih, dat al dat gejammer -en gekrijt maar gekheid was, en afleidde van Tao. „Het is den Hemel weêrstaan, de -emoties (der wereld) verdubbelen, en vergeten wat ons oorspronkelijk deel is. De Meester -kwam precies omdat het zijn tijd was, hij ging precies heen, omdat hij volgzaam aan -zijn tijd was”<a class="noteRef" id="xd30e1753src" href="#xd30e1753">92</a>. -</p> -<p>Ik weet het, dit schijnt ongevoelig, onverschillig, onsympathiek. Maar, wanneer men -dieper doordenkt, getuigt het van een naïef, kinderlijk vertrouwen, en tevens van -een wèlbewuste zekerheid in de onsterfelijkheid der ziel, of, meer eigenaardig chineesch -uitgedrukt, in het terugkeeren tot Tao. Het sterven was alleen een overgebracht worden -tot iets anders, evenals hout, dat verbrandt tot vuur, en het vuur dat verdampt tot -schijnbaar niets. Maar niets gaat verloren, de essence is <span class="corr" id="xd30e1759" title="Bron: overnietigbaar">onvernietigbaar</span>. -</p> -<p>Dit is de zekerheid die Chuang Tszʼ, doordrongen als hij was van Lao Tsz’s principes, -deze schoone woorden <span class="pageNum" id="pb70">[<a href="#pb70">70</a>]</span>deed zeggen, toen hij zijn dood voelde naderen, en zijne familie op het hart drukte, -toch vooral niet te jammeren, en hem geen pompeuze begrafenis te geven, maar gewoon -buiten te leggen, in het veld: -</p> -<p>„Ik wil den Hemel en de Aarde hebben voor mijn sarcophaag, de zon en de maan zullen -mijne eereteekenen zijn, waar ik op mijn staatsiebed lig, en de geheele creatie zal -de rouwende zijn bij mijn uitvaart.” -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Het is treurig te zien, wat het latere geslacht van Lao Tsz’s zuivere leer gemaakt -heeft. Den ontzaglijken eenvoud van zijne aphorismen niet begrijpende, begonnen latere -chineesche geleerden in zijn boek een mystiek te zien, die over de kunst handelde -om onsterfelijk te worden. En men ging … het elixir zoeken, dat de gave schonk om -eeuwig te leven! Het lijkt haast onmogelijk de menschelijke dwaasheid zóó hoog opgevoerd -te zien, maar uit de Tao Teh King is de chineesche alchimie en de magie geboren! Men -begon in alle zinnen verborgen meeningen te zien, dacht dat zij zinspeelden op tot -nu toe onbekende Goden, op verre gelukslanden ergens in den oceaan, en op geheime -wonderdranken! Men begon Lao Tszʼ zelf te vergoden, noemde hem een zuiver goddelijk -wezen, een incarnatie van Tao, die reeds vroeger op aarde was verschenen in verschillende -gedaanten, en ook in de toekomst weer verschijnen zou, maar voor ’t oogenblik zalig -was, in een paradijs, gelegen in de Poolster, enz. enz. De boeddhisten die—en terecht—zeer -veel punten van <span class="pageNum" id="pb71">[<a href="#pb71">71</a>]</span>gelijkenis zagen tusschen hun leer en de zijne, maakten een boeddha van hem, en verzonnen -omtrent zijn leven dezelfde legenden, als die welke omtrent Shakyamuni in omloop waren. -Men zag, eenmaal zoo ver verdwaald, overal duivels en demonen, en ook heilige geesten -en feeën, en zóó ontstond die belachelijke goden- en geestendienst, met zijn eindeloos -pantheon van afgoden en mystieke personnages, dien men tegenwoordig in China „het -Taoïsme” noemt. Wèl jammer, dat men er dien naam aan gegeven heeft, want dit Taoïsme, -met zijn fetischdienst, en zijn verachtelijke priesterschap, heeft absoluut niets -te maken met de pure, zuivere, menschelijke leer van Lao Tszʼ, zooals die is neergeschreven -in den Tao Teh King. Ik zal mij, hier althans, niet verder in dit latere Taoïsme verdiepen, -daar ik in deze studie alleen de oorspronkelijke leer van Lao Tszʼ wensch te bespreken. -En laten wij niet ál te veel op de chineezen neêrzien, omdat zij van Lao Tsz’s zuivere -ideeën zulke dolle dingen hebben gemaakt. Wat is er in Europa al niet gemaakt van -de leer van Jezus Christus, en welke gruwelen en misdaden zijn er niet bedreven, en -welke valsche, leugenachtige voorstellingen zijn er niet gemaakt in Zijnen naam, die -lijnrecht in strijd zijn met wat Hij heeft gepredikt? Ik heb reeds aangehaald, wat -Samuel Johnson daar zoo terecht van gezegd heeft: „<span lang="en">a book like the Bible or the Tao Teh King becomes a fetich to crude stages of mind, -as well as a companion to higher ones</span>.” -</p> -<p>En als ik er in geslaagd ben om, geïnspireerd als ik <span class="pageNum" id="pb72">[<a href="#pb72">72</a>]</span>was door mijne innige bewondering voor China’s grootsten wijze, de leer van Lao Tszʼ -zóó in deze studie te hebben voorgesteld, dat zij voor goed een vertrouwde metgezel -wordt voor velen, die er de uitdrukking in zullen vinden van reeds lang in hen sluimerende, -maar nog niet bewust geworden ideeën, dan zou ik daarmede nog maar een klein weinigje -van de dankbaarheid gekweten hebben, die men hem, en álle groote voorlichters van -den menschelijken geest, is verschuldigd. Want hij heeft van het reinste en nobelste -werk gedaan, dat op aarde kan gedaan worden. -<span class="pageNum" id="pb73">[<a href="#pb73">73</a>]</span> </p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<div id="xd30e513"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e513src">1</a></span> Zie mijn „Wu Wei. Eene fantazie naar aanleiding van Lao Tsz’s filosofie” in mijn <i>Wijsheid en Schoonheid uit China</i> (Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon), voor ’t eerst verschenen in De Gids van Maart -1895. <a class="fnarrow" href="#xd30e513src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e520"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e520src">2</a></span> <i>De Chineesche Filosofie, toegelicht voor niet-sinologen.</i> I. Confucius. (Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon.) <a class="fnarrow" href="#xd30e520src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e530"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e530src">3</a></span> Het rijk Chʼu bestond als feudale staat onder de Chow dynastie, van 740 tot 330 v. -C., en bevatte gedeelten van Honan en Kiangsu.—Khio Jin lag dicht bij de tegenwoordige -stad Lou-i in Honan. <a class="fnarrow" href="#xd30e530src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e536"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e536src">4</a></span> Zie over Chow het 1e deel mijner <i>Chin. Fil.</i> over Confucius, blz. 30 en 39. <a class="fnarrow" href="#xd30e536src" title="Ga terug naar noot 4 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e541"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e541src">5</a></span> Zie over de Li hetzelfde werk blz. 16. Confucius wilde Lao Tszʼ vragen over de schrijvers -van de Li Ki (het Boek der Li)<span class="corr" id="xd30e543" title="Niet in bron">.</span> <a class="fnarrow" href="#xd30e541src" title="Ga terug naar noot 5 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e570"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e570src">6</a></span> Lao Tszʼ heeft altijd veel vereerders gehad onder de boedhisten. Er zijn er die in -hem eene incarnatie van een Boeddha hebben gezien. Er zijn er ook, die zeggen dat -het boedhisme veel aan Lao Tszʼ ontleend heeft, en omgekeerd. Anderen weer brengen -Lao Tsz’s boek in verband met die der oude Hindoes.—Nog op het laatste Orientalistisch -Congres te Parijs (1897) werd door den sinoloog-consul Allen verklaard, dat Lao Tszʼ -niemand anders dan een Boeddha was. <a class="fnarrow" href="#xd30e570src" title="Ga terug naar noot 6 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e588"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e588src">7</a></span> Zie hieromtrent de „Historische Ophelderingen” in mijn eerste deel der <i>Chineesche Filosofie</i> (Uitg. P. N. van Kampen en Zoon) blz. 30–33. <a class="fnarrow" href="#xd30e588src" title="Ga terug naar noot 7 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e603"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e603src">8</a></span> <span class="seg">Hoofdstuk</span> <a href="#ch18">XVIII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e603src" title="Ga terug naar noot 8 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e614"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e614src">9</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch19">XIX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e614src" title="Ga terug naar noot 9 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e640"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e640src">10</a></span> Sam. Johnson, <i lang="en">Oriental Religions. China</i>, blz. 862.—De cursiveeringen zijn van mij. <a class="fnarrow" href="#xd30e640src" title="Ga terug naar noot 10 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e663"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e663src">11</a></span> Zie mijne <i>Chineesche Filosofie</i>. <i>Confucius</i>, blz. 15 en verder. <a class="fnarrow" href="#xd30e663src" title="Ga terug naar noot 11 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e673"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e673src">12</a></span> Prof. de Groot spreekt van „een ondoorgrondelijk beginsel,” dat men door „universeele -ziel van de Natuur” zou kunnen vertalen. (Jaarlijksche Feesten enz., deel II, blz. -550.) <a class="fnarrow" href="#xd30e673src" title="Ga terug naar noot 12 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e689"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e689src">13</a></span> Vooral Stanislas Julien.— <a class="fnarrow" href="#xd30e689src" title="Ga terug naar noot 13 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e712"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e712src">14</a></span> Toen ik mijne fantazie „Wu Wei” schreef, had ik dit nog niet gelezen, anders had ik -het stellig aangehaald. <a class="fnarrow" href="#xd30e712src" title="Ga terug naar noot 14 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e740"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e740src">15</a></span> Ik neem Tao onzijdig. Natuurlijk kan het geen geslacht hebben. <a class="fnarrow" href="#xd30e740src" title="Ga terug naar noot 15 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e743"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e743src">16</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch1">I</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e743src" title="Ga terug naar noot 16 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e753"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e753src">17</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch4">IV</a>. Voor Shang Ti zie men mijn <i>Chineesche Filosofie</i>. <i>Confucius</i>, bl. 27. <a class="fnarrow" href="#xd30e753src" title="Ga terug naar noot 17 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e770"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e770src">18</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch14">XIV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e770src" title="Ga terug naar noot 18 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e780"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e780src">19</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch16">XVI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e780src" title="Ga terug naar noot 19 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e797"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e797src">20</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch21">XXI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e797src" title="Ga terug naar noot 20 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e807"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e807src">21</a></span> Met „karakter<span class="corr" id="xd30e809" title="Niet in bron">”</span> bedoel ik hier een der chineesche schriftteekens. Deze worden door de sinologen algemeen -„karakters” genoemd. <a class="fnarrow" href="#xd30e807src" title="Ga terug naar noot 21 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e812"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e812src">22</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch25">XXV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e812src" title="Ga terug naar noot 22 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e824"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e824src">23</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch32">XXXII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e824src" title="Ga terug naar noot 23 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e834"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e834src">24</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch34">XXXIV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e834src" title="Ga terug naar noot 24 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e846"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e846src">25</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch35">XXXV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e846src" title="Ga terug naar noot 25 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e856"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e856src">26</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch37">XXXVII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e856src" title="Ga terug naar noot 26 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e869"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e869src">27</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch6">VI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e869src" title="Ga terug naar noot 27 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e880"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e880src">28</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch40">XL</a>. Men zou ook, als G. G. Alexander kunnen vertalen: „Alle bestaan is uit het materieele. -Al het materieele is uit het immaterieele (spiritueele). <a class="fnarrow" href="#xd30e880src" title="Ga terug naar noot 28 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e890"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e890src">29</a></span> Toen de creatie nog niet geformeerd was en alleen Tao als essence in-zich-zelf bestond -was er ook niet het begrip „één”, in tegenstelling met „twee”. Zoodra er „één” was -(d.i. zoodra Tao zich gemanifesteerd had) was er ook „twee” gevormd en wel Yin (vrouwelijk, -duister) en Yang (mannelijk, licht). De z.g. „Khi” (levensadem, natuur-adem) vormt -van Yin en Yang <i>in de juiste verhouding</i> het schepsel, het ding.—Hoofdstuk <a href="#ch42">XLII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e890src" title="Ga terug naar noot 29 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e902"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e902src">30</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch48">XLVIII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e902src" title="Ga terug naar noot 30 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e912"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e912src">31</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch11">XI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e912src" title="Ga terug naar noot 31 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e922"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e922src">32</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch1">I</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e922src" title="Ga terug naar noot 32 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e934"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e934src">33</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch62">LXII</a>. „De steun van den slechte” in zooverre, dat de slechte, wil hij zich beteren, altijd -weer op Tao kan steunen, dat hem dan redden zal. <a class="fnarrow" href="#xd30e934src" title="Ga terug naar noot 33 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e947"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e947src">34</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch79">LXXIX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e947src" title="Ga terug naar noot 34 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e968" lang="fr"> -<p class="footnote" lang="fr"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e968src">35</a></span> <i>Le Livre de la Voie de la Vertu</i>, par Stanislas Julien. Paris. Imprimerie Royale MDCCCXLII. <a class="fnarrow" href="#xd30e968src" title="Ga terug naar noot 35 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e976"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e976src">36</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch70">LXX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e976src" title="Ga terug naar noot 36 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1011" lang="en"> -<p class="footnote" lang="en"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1011src">37</a></span> <i>Lao Tsze. The Great Thinker</i>, <span class="corr" id="xd30e1014" title="Bron: bij">by</span> Major-General G. G. Alexander. London. Kegan Paul, Trench, Trübner & Co. Ltd. 1895. <a class="fnarrow" href="#xd30e1011src" title="Ga terug naar noot 37 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1033"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1033src">38</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch76">LXXVI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1033src" title="Ga terug naar noot 38 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1043"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1043src">39</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch8">VIII</a>.—Bedoeld worden de lagere, nederige plaatsen. <a class="fnarrow" href="#xd30e1043src" title="Ga terug naar noot 39 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1051"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1051src">40</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch78">LXXVIII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1051src" title="Ga terug naar noot 40 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1070"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1070src">41</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch7">VII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1070src" title="Ga terug naar noot 41 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1080"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1080src">42</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch8">VIII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1080src" title="Ga terug naar noot 42 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1092"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1092src">43</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch9">IX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1092src" title="Ga terug naar noot 43 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1106"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1106src">44</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch10">X</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1106src" title="Ga terug naar noot 44 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1116"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1116src">45</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch12">XII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1116src" title="Ga terug naar noot 45 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1126"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1126src">46</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch15">XV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1126src" title="Ga terug naar noot 46 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1140"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1140src">47</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch19">XIX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1140src" title="Ga terug naar noot 47 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1150"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1150src">48</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch22">XXII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1150src" title="Ga terug naar noot 48 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1162"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1162src">49</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch24">XXIV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1162src" title="Ga terug naar noot 49 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1174"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1174src">50</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch28">XXVIII</a>. Valleien hier genomen als diepten, waarin zich alle wateren uitstorten. <a class="fnarrow" href="#xd30e1174src" title="Ga terug naar noot 50 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1187"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1187src">51</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch33">XXXIII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1187src" title="Ga terug naar noot 51 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1198"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1198src">52</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch38">XXXVIII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1198src" title="Ga terug naar noot 52 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1210"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1210src">53</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch41">XLI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1210src" title="Ga terug naar noot 53 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1222"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1222src">54</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch45">XLV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1222src" title="Ga terug naar noot 54 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1235"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1235src">55</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch47">XLVII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1235src" title="Ga terug naar noot 55 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1245"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1245src">56</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch49">XLIX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1245src" title="Ga terug naar noot 56 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1255"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1255src">57</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch55">LV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1255src" title="Ga terug naar noot 57 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1267"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1267src">58</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch56">LVI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1267src" title="Ga terug naar noot 58 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1281"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1281src">59</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch63">LXIII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1281src" title="Ga terug naar noot 59 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1291"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1291src">60</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch44">LXIV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1291src" title="Ga terug naar noot 60 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1303"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1303src">61</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch46">LXVI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1303src" title="Ga terug naar noot 61 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1315"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1315src">62</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch71">LXXI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1315src" title="Ga terug naar noot 62 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1329"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1329src">63</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch81">LXXXI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1329src" title="Ga terug naar noot 63 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1358"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1358src">64</a></span> Zie mijne <i>Chineesche Filosofie</i>. <i>Confucius</i>, blz. 30–33. <a class="fnarrow" href="#xd30e1358src" title="Ga terug naar noot 64 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1382"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1382src">65</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch20">XX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1382src" title="Ga terug naar noot 65 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1404"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1404src">66</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch20">XX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1404src" title="Ga terug naar noot 66 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1425"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1425src">67</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch3">III</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1425src" title="Ga terug naar noot 67 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1436"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1436src">68</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch19">XIX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1436src" title="Ga terug naar noot 68 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1448"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1448src">69</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch29">XXIX</a>. <abbr title="Dat wil zeggen">D.w.z.</abbr> vóór alles gaat Tao in het rijk, dat immers door Tao geformeerd moet zijn, en door -Zijn adem bezield. Dit àllervoornaamste kan niet door actie worden gemaakt, maar moet -natuurlijk uit de ziel van vorst en volk voortvloeien. <a class="fnarrow" href="#xd30e1448src" title="Ga terug naar noot 69 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1465"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1465src">70</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch30">XXX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1465src" title="Ga terug naar noot 70 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1480"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1480src">71</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch31">XXXI</a>. De linkerplaats is nog steeds bij de chineezen de eereplaats. In de oude tijden -nam een generaal, die eene overwinning had behaald, den rouw aan. Hij zette zich in -den tempel op de plaats van hem, die de ceremonieën voor de dooden leidt, en, gehuld -in rouwkleederen, weende en snikte hij. <a class="fnarrow" href="#xd30e1480src" title="Ga terug naar noot 71 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1494"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1494src">72</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch37">XXXVII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1494src" title="Ga terug naar noot 72 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1504"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1504src">73</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch35">XXXV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1504src" title="Ga terug naar noot 73 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1518"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1518src">74</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch46">XLVI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1518src" title="Ga terug naar noot 74 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1529"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1529src">75</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch57">LVII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1529src" title="Ga terug naar noot 75 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1541"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1541src">76</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch58">LVIII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1541src" title="Ga terug naar noot 76 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1554"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1554src">77</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch58">LVIII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1554src" title="Ga terug naar noot 77 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1564"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1564src">78</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch59">LIX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1564src" title="Ga terug naar noot 78 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1574"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1574src">79</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch60">LX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1574src" title="Ga terug naar noot 79 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1586"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1586src">80</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch61">LXI</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1586src" title="Ga terug naar noot 80 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1603"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1603src">81</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch65">LXV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1603src" title="Ga terug naar noot 81 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1613"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1613src">82</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch69">LXIX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1613src" title="Ga terug naar noot 82 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1623"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1623src">83</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch75">LXXV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1623src" title="Ga terug naar noot 83 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1639"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1639src">84</a></span> <span class="seg"><span class="ditto"><span class="s">Hoofdstuk</span><span class="d"><span class="i">,,</span></span></span> </span> <a href="#ch75">LXXV</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1639src" title="Ga terug naar noot 84 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1653"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1653src">85</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch67">LXVII</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1653src" title="Ga terug naar noot 85 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1662"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1662src">86</a></span> In de oude, oude tijden gebruikte men koorden met knoopen voor het tellen. <a class="fnarrow" href="#xd30e1662src" title="Ga terug naar noot 86 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1665"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1665src">87</a></span> Hoofdstuk <a href="#ch80">LXXX</a>. <a class="fnarrow" href="#xd30e1665src" title="Ga terug naar noot 87 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1717" lang="en"> -<p class="footnote" lang="en"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1717src">88</a></span> <i>The remains of Lao Tzü</i> <span class="corr" id="xd30e1720" title="Bron: bij">by</span> H. A. Giles. Hongkong. China Mail office, blz. 43. <a class="fnarrow" href="#xd30e1717src" title="Ga terug naar noot 88 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1734"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1734src">89</a></span> Over Chuang Tszʼ en zijn werk in zóóveel te zeggen, dat het hier veel te ver zou voeren, -en ik er apart over moet schrijven. <a class="fnarrow" href="#xd30e1734src" title="Ga terug naar noot 89 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1739"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1739src">90</a></span> Nan Hwa King. Hoofdstuk XV. <a class="fnarrow" href="#xd30e1739src" title="Ga terug naar noot 90 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1746"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1746src">91</a></span> Nan Hwa King. Hoofdstuk XVIII. <a class="fnarrow" href="#xd30e1746src" title="Ga terug naar noot 91 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div id="xd30e1753"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e1753src">92</a></span> Volgens Szʼ Ma Ts’ien is Lao Tsz’s einde onbekend gebleven. Chuang Ts’z zal dan ook -deze episode alleen genomen hebben ter invoering van zijn idee. Want na Lao Tsz’s -vertrek naar het Westen is nooit meer iets van hem gehoord. -</p> -<p class="footnote cont">De aanhaling is uit Hoofdstuk III van den Nan Hwa King. <a class="fnarrow" href="#xd30e1753src" title="Ga terug naar noot 92 in tekst.">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div id="ttk.1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e162">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="super">TAO TEH KING.</h2> -<p><span class="pageNum" id="pb74">[<a href="#pb74">74</a>]</span></p> -<h2 class="main">Eerste Deel: Tao.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<div id="ch1" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk I.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk I.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Kon Tao uitgezegd worden, dan zou het de eeuwige Tao niet zijn; kon de naam genoemd -worden, dan zou het de eeuwige Naam niet zijn. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Dat het tweede Tao in den chineeschen tekst van den eersten zin „zeggen” beteekent -wordt bevestigd door meer dan één chineeschen commentator, door het te omschrijven -door „met den mond zeggen”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Als Niet-Zijn kan men Het noemen het begin van Hemel en Aarde; als Zijn kan men -Het noemen de Moeder van alle Dingen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Van iets, dat eeuwig en onvergankelijk is, kan natuurlijk niet gezegd worden dat -het is of niet is, daar deze tegenstellingen alleen betrekking kunnen hebben op sterfelijke -dingen. -</p> -<p>Als abstractie, te subtiel voor woorden, zou men het kunnen noemen: „het Begin van -Hemel en Aarde”, en, beschouwd met betrekking tot zijn oorsprong van alle dingen, -als Zijn, kan men het noemen: „de Moeder van alle Dingen”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Daarom, als het hart voortdurend Niet-Is (d.i. vrij van alle aardsche begeerten) -kan men het Mysterie aanschouwen van Tao’s spiritueele essence; als het voortdurend -Is (d.i. vol begeerten), kan men er enkel den begrensden Vorm van zien. -<span class="pageNum" id="pb76">[<a href="#pb76">76</a>]</span></p> -<p>4. Deze beiden, Zijn en Niet-Zijn, komen uit hetzelfde voort, en hebben verschillenden -naam. -</p> -<p>5. Beiden zijn zij geheimzinnig. Het geheimzinnige er van is dubbel geheimzinnig. -</p> -<p>6. Dit alles is de Poort van het spiritueele Mysterie. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. „Niet zijn” (Wu Yiu) beteekent hier „vrij zijn van alle aardsche begeerten” en -„zijn” beteekent hier „in aardsche begeerte zijn”. -<span class="pageNum" id="pb77">[<a href="#pb77">77</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch2" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk II.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk II.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Allen onder den Hemel weten zoo dat mooi „mooi” is; dan komt het <span class="corr" id="xd30e1808" title="Bron: ”">„</span>leelijke” voor den dag. Allen weten zoo dat goed „goed” is; dan komt het „slechte” -voor den dag. -</p> -<p>2. Daarom, Zijn en Niet-Zijn produceeren elkaar wederkeerig. -</p> -<p>3. Moeilijk en Gemakkelijk brengen zich wederkeerig voort. Lang en kort geven elkaar -wederkeerig verschil in vorm. Hoog en Laag brengen elkaar’s ongelijkheid voort. De -Toon en <span class="pageNum" id="pb78">[<a href="#pb78">78</a>]</span>de Stem harmoniëeren wederkeerig. Het Vóór en het Ná volgen elkaar wederkeerig op. -</p> -<p>4. Daarom is het, dat de Wijze zijn zaak maakt van Wu Wei (Niet-Doen), en hij begaat -de leer zonder woorden. -</p> -<p>7. Als het werk volbracht is, hecht hij er zich niet (meer) aan. Juist omdat hij er -zich niet aan hecht, gaat het (de verdienste er van) niet van hem weg. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. De hoofdbedoeling van dit hoofdstuk is aan te toonen, dat alle dingen alleen gekend -worden door hunne contrasten. -</p> -<p>Lao Tszʼ vond het gevaarlijk, het „goed” en „mooi” vinden, want goed en mooi moeten -dat van-zelf zijn. De mensch moet „mooi” en „goed” vergeten, en van-zelf „Wu Wei” -zijn, volgens het natuurlijke rythme, hem door Tao gegeven. -</p> -<p>Aan het slot heb ik eenige teksten onvertaald gelaten, omdat ik niet kan vermoeden -wat zij beteekenen, en ook geen der bestaande versies aannemelijk acht. En er maar -iets van maken wilde ik niet. -<span class="pageNum" id="pb79">[<a href="#pb79">79</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch3" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk III.</h3> -<p class="first">1. Maakt geen ophef van eerwaardigheid, dan zal het volk niet twisten. -</p> -<p>2. Hecht geen hooge waarde aan moeilijk te verkrijgen goederen, dan zal het volk geen -diefstal plegen. -</p> -<p>3. Ziet niet naar wat begeerlijk is, dan zal het hart van het volk niet in verwarring -komen. -</p> -<p>4. Daarom, de Wijze regeert door de harten ledig (van begeerte) te maken, de buiken -stevig te voeden, de (slechte) neigingen te verzwakken, en het beenderstelsel te versterken. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk III.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Hij maakt voortdurend, dat het volk niet weet, en geen begeerten heeft. -<span class="pageNum" id="pb80">[<a href="#pb80">80</a>]</span></p> -<p>6. Als dit niet geheel gelukt, maakt hij dat zij, die (wèl) weten, niet durven ageeren. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">5. Zooals Stanislas Julien terecht opmerkt, beteekent dit niets anders dan „Hij brengt -het volk tot zijnen primitieven (natuur) staat terug.” -<span class="pageNum" id="pb81">[<a href="#pb81">81</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>7. Hij doet Wu Wei (Niet-Doen), en dan is er niets, wat hij niet (goed) regeert. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>7. De natuurstaat is van-zelf Wu Wei, en daarin gaat alles vanzelf zijn juisten gang.— -</p> -<p>Men vergelijke dit geheele hoofdstuk met in de <span lang="fr">„Imitation de Jésus Christ<span class="corr" id="xd30e3033" title="Niet in bron">”</span>: „Dès que l’homme convoite une chose désordonnément, aussitôt il devient inquiet -en lui même. L’Orgueilleux et l’avare ne sont jamais en repos. Le pauvre et l’humble -en esprit vivent dans la plénitude de la paix.” (Chap. VI. trad. L. Moreau.)</span> -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch4" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk IV.</h3> -<p class="first">1. Tao is ledig, en (toch) in Zijne operaties als onuitputtelijk. -</p> -<p>2. O! Hoe diep is Het! Het is de Oer-Vader aller dingen. -</p> -<p>3. Het verstompt zijn scherpte, ontrafelt zijne verwardheid, tempert zijne (verblindende) -schittering, en maakt zich gelijk aan het stof. -</p> -<p>4. O! Hoe kalm is Het! Het lijkt wel eeuwig te bestaan. -</p> -<p>5. Ik weet niet van wien Het het kind is. Het was vóór Shang Ti (den oppersten God). -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch5" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk V.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk V.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Hemel en Aarde zijn niet menschlievend, en alle dingen zijn voor hen als de strooien -honden (voor de offering). -<span class="pageNum" id="pb82">[<a href="#pb82">82</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Alle wezens hebben van Tao dezelfde impulsie, hetzelfde rythme gekregen, en deze -impulsie doet het geheele Heelal vanzelf zijn natuurlijken gang gaan. Daarom <span class="pageNum" id="pb83">[<a href="#pb83">83</a>]</span>gaat het niet aan, te veronderstellen, dat de Hemel en de Aarde nog eens eene aparte -affectie voor enkele wezens zouden hebben. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. De Wijze is niet menschlievend, en beschouwt het volk als de strooien honden (voor -de offering). -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Zoo ook met den Wijze, die alle menschen gelijkelijk liefheeft, en niet nog eens -apart den een boven den ander. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Te midden van Hemel en Aarde is als een blaasbalg; Het is ledig en (toch) nooit -uitgeput; hoe meer Het beweegt, hoe meer (kracht als wind) er uitkomt. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Tao is als ledig, en toch onuitputtelijk, en hoe meer het beweegt, hoe meer kracht -het voortbrengt. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Maar met veel woorden raakt men uitgeput. Het is beter, het midden te bewaren. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Hoe meer woorden men gebruikt om Tao uit te drukken, des te eerder raakt men uitgeput, -en bereikt toch niet zijn doel. Daarom is het beter het midden te bewaren, d.i. Wu -Wei te zijn. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch6" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk VI.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk VI.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. De Geest van de vallei sterft niet, men noemt haar de mystieke Moeder. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Deze mystieke chineesche uitdrukking beteekent heel eenvoudig, dat Tao is als de -geest van eene vallei, even als een vallei ledig en toch bestaande, eene figuurlijke -uitdrukking voor „eene diepte van ziel” die niet sterft, maar eeuwig is, eene onvergankelijke -ziele-oneindigheid. Dit is de mystieke Moeder, uit wie alle dingen worden geboren. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. De deur van de mystieke Moeder is de Wortel (Oorsprong) van Hemel en Aarde. -</p> -<p>3. Het gaat eeuwiglijk door en schijnt altijd (als stoffelijk) te blijven bestaan. -<span class="pageNum" id="pb84">[<a href="#pb84">84</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Dit beteekent eenvoudig, dat alles en allen uit Tao geboren zijn, dus hebben Hemel -en Aarde hun oorsprong in Tao.— -<span class="pageNum" id="pb85">[<a href="#pb85">85</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Houdt u er altijd aan, en gij zult niet behoeven te bewegen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Dan zal namelijk alles van-zelf gaan, Wu Wei.— -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch7" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk VII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk VII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Hemel en Aarde duren eeuwiglijk. Hemel en Aarde kunnen dáárom eeuwiglijk duren, -omdat zij niet voor zich zelf leven. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. „Hemel en Aarde duren lang” omdat dit hun natuur is, n.l. Tszʼ Jan (van-zelf), -zonder dat zij er iets voor doen (Wei). Zij leven niet met het doel, toch vooral <i>voor zichzelf</i> te zorgen. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Daarom stelt de Wijze zich zelf achter de anderen, en wordt dan zelf (juist) de -eerste. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Zoo ook moet de Wijze niet aan zichzelf, zijn (egoïstisch) Ego denken, maar zich -absorbeeren in Tao. En dáár één mede, is hij dan vanzelf al vér vóór de anderen. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Hij maakt zich los van zijn lichaam, en dan blijft zijn lichaam (juist) behouden. -</p> -<p>4. Is dit niet, omdat hij geen egoïsme heeft? -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Letterlijk staat er „hij doet zijn lichaam (hier in den zin van „zijn Zelf”) buiten -zich” enz.—Zijn éénige doel is één zijn met Tao. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. En (toch) wordt dan zijn egoïstisch eigenbelang volmaakt. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Terwijl hij dus zijn (onreëel) eigenbelang schijnbaar verwaarloost, heeft hij zijn -(éénige, reëele) belang, het één zijn met het Absolute, toch eigenlijk volmaakt. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch8" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk VIII.</h3> -<p class="first">1. De opperste Goedheid is als water. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk VIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Water is goed, doet goed aan alle dingen, en twist niet. -</p> -<p>3. Het woont in plaatsen, die de menschen verachten. -<span class="pageNum" id="pb86">[<a href="#pb86">86</a>]</span></p> -<p>4. Daarom komt (de Wijze, die als water is) dicht bij Tao. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">2. De menschen trachten in hun eerzucht zoo hoog mogelijk in de maatschappij te stijgen, -verachtend het lage; maar het water (en ook de Goedheid) stroomt naar de laagten en -diepten. -<span class="pageNum" id="pb87">[<a href="#pb87">87</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Hij woont (vanzelf) op de goede plaats. Hij houdt er van dat zijn hart diep is -als een afgrond. Als hij weldoet meent hij het in menschlievendheid. Als hij spreekt, -spreekt hij goed de waarheid. Als hij regeert, houdt hij goed orde. Als hij zaken -heeft, doet hij ze goed. Als hij beweegt is het op den rechten tijd. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Er is verschil van gevoelen tusschen de chineesche commentators of hier „de Wijze” -of „Tao” bedoeld wordt. Ik méén de Wijze. Met het „op de goede plaats wonen” wordt -bedoeld, dat hij geen bizondere keuze heeft, en het nederige hem tevreden stelt. Met -„menschlievendheid” liefde voor allen, géén bizondere voor enkelen. Met „goed regeeren” -het tot rust en vrede brengen van het rijk, zoodat het volk van-zelf goed werd. Met -„bewegen op den rechten tijd” wordt bedoeld, dat hij alles precies doet (b.v. ambt -aanvaarden, ontslag nemen, enz.) als het moment het op dat oogenblik zoo meêbrengt, -en het in de natuurlijke orde ligt. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. (Maar alleen) als hij niet met anderen in strijd komt is er niets in hem te laken. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>6. Lao Tsz’s discipel Chuang Tszʼ vergeleek den mensch, die in Tao leeft, met een -ledige boot. Géén schipper zou in woede ontsteken tegen een ledige boot, als hij daarmede -toevallig in aanvaring kwam. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch9" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk IX.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk IX.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Beter dan een gevulde vaas aan beide zijden te dragen, is het, er in ’t geheel -geen te dragen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Letterlijk staat er „aan twee zijden (een vaas) vasthouden en (haar) te vullen -is niet zoo goed als er mede uit te scheiden.” De bedoeling is figuurlijk n.l. dat -het veel beter is, iets niet te doen dan het door te zetten in het wilde, en niet -van uitscheiden te weten. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Als men (een lemmet), na het gescherpt te hebben, telkens met de hand voelt (om -het te probeeren), zal het niet lang goed kunnen blijven. -<span class="pageNum" id="pb88">[<a href="#pb88">88</a>]</span></p> -<p>3. Als men zijn zaal vol goud en edelgesteenten heeft, zal men haar niet kunnen behouden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Dit is eveneens figuurlijk. Het laatste zou misschien ook wel kunnen beteekenen -„zal men <i>zichzelf</i> niet lang goed kunnen bewaren,” dus „zal men zich wonden.” -<span class="pageNum" id="pb89">[<a href="#pb89">89</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Als men, rijk en in aanzien zijnde, trotsch is, zal men zelf zijn ongeluk na zich -sleepen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Voor „na zich sleepen,” staat lett. „nalaten.” -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Als het werk volbracht is, en de naam gemaakt, moet men zich terugtrekken. Dit -is de Weg van den Hemel. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Als het werk volbracht is, zal de Wijze, het onwezenlijke er van inziende, zich -terugtrekken, en streven naar het éénig wezenlijke, naar Tao. -</p> -<p>Ik teeken hierbij aan, dat waar ik hier en in volgende noten van „<i>letterlijk</i>” spreek men dit om zoo te zeggen niet „letterlijk” moet opvatten, daar er in ’t chineesch -geen letters zijn. Ik bedoel dan „het dichtst bij de bedoeling en opvolging der karakters -komende.” -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch10" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk X.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk X.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Hij, die het animale aan het spiritueele onderwerpt, kan zijn wil op één ding (d.i. -Tao) gericht houden, zoodat hij niet verdeeld is (tusschen wereldsche dingen). -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Alexander vertaalt dit met „<span lang="en">He who makes the investigation of his spiritual nature his chief object</span>” enz. St. Julien met „<span lang="fr">L’âme spirituelle doit commander à l’âme sensitive</span>” enz. Beiden, evenals ik, hebben iets in den tekst moeten veranderen en verplaatsen. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Hij temt zijn vitale kracht, tot hij gedwee (en gevoelig) wordt, en als een pasgeboren -kind. -</p> -<p>3. Als hij zijn inwendig gezicht klaar en puur maakt (vrij van de duisterheden en -twijfelingen van het Verstand), zal hij vrij zijn van alle moreele gebreken. -<span class="pageNum" id="pb90">[<a href="#pb90">90</a>]</span></p> -<p>4. Als hij, met liefde voor het volk (als hij een Vorst is) het rijk regeert, zal -hij Wu Wei kunnen zijn. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. De ongetemde vitale kracht leidt n.l. tot woestheid en losbandigheid. -</p> -<p>Het „als een pas geboren kind” zijn duidt aan een zuivere gevoeligheid voor indrukken, -en het volkomen puur zijn, zonder verwarring, van het spiritueele. -<span class="pageNum" id="pb91">[<a href="#pb91">91</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Hij zal zijn als de broedende hen, die in volmaakte rust is, terwijl de processen -van de natuur voortgaan. -</p> -<p>6. Als zijn licht overal doordringt, zal hij als onwetend kunnen zijn. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Letterlijk staat er voor „de processen van de natuur”: „het openen en sluiten van -de deuren des Hemels,” en wel deze operaties precies op de juiste tijden gedaan. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>7. Hij brengt de dingen voort en voedt ze. Hij brengt ze voort, zonder ze (als bezit) -te hebben. Hij vermeerdert en vermenigvuldigt, en rekent niet op hun belooning. Hij -regeert hen, en beschouwt zich niet als hun Meester. -</p> -<p>Dit is wat men noemt de mysterieuze Deugd. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>7. Het is niet recht duidelijk of Tao hier het onderwerp is dan wel de Wijze. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch11" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XI.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XI.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. De dertig spaken van een wiel vereenigen zich om een naaf. Maar alleen door de -ledige ruimte is de wagen van nut. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. In den ouden tijd had een wiel dertig spaken, correspondeerende met de dertig dagen -van de maan (Lo Tchin Kong en Julien). -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. De vaas is uit klei gekneed tot huisraad. Maar alleen door de ledige ruimte (binnen -in) is zij van nut. -<span class="pageNum" id="pb92">[<a href="#pb92">92</a>]</span></p> -<p>3. Men boort deuren en vensters uit om een huis te bouwen. Maar alleen door de ledige -ruimte zijn zij van nut. -</p> -<p>4 Daarom, het Zijn (het materieele) heeft zijn voordeel, maar van het Niet-Zijn (het -immaterieele) hangt het eigenlijke nut af. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Julien vertaalt „<span lang="fr">C’est pourquoi l’utilité vient de l’être, l’usage vient du non-être.</span>” Alexander door „<span lang="en">however beneficial the material may be, without the immaterial it would be useless.</span>” Giles vindt dit geheele hoofdstuk zoo absurd, dat hij het niet eens vertaalt, en -zegt: „<span lang="en">This chapter is beneath contempt.</span>” -</p> -<p>De commentator Peh Yü Sjen van een mijner edities <span class="pageNum" id="pb93">[<a href="#pb93">93</a>]</span>zegt nog van den laatsten zin: „Dat ik dit lichaam van mijne ouders kreeg is voordeel” -en vergelijkt dan het immaterieele met „het eeuwig behouden van den Oorsprong, de -eeuwige natuur, voor welke geen in- of uitwendig bestaat.” -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch12" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. De vijf kleuren verblinden het oog van den mensch. De vijf tonen verdooven het -oor. De vijf smaken bederven den smaak. -</p> -<p>2. Dolle ritten en jachten brengen het menschelijk hart in verdwaling. Moeilijk te -verkrijgen goederen brengen den mensch tot verderfelijke daden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. „De vijf kleuren” zijn blauw, geel, rood, wit en zwart. Er zal hier wel bedoeld -zijn „alle kleuren,” in ’t algemeen. -</p> -<p>„De vijf tonen” zijn de chineesche tonen, „kung, shang, kioh, chʼi en yü.” -</p> -<p>De vijf smaken: „zoet, scherp, zuur, zout, bitter.” -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Daarom maakt de Wijze werk van zijn binnenste en niet van zijne oogen. -<span class="pageNum" id="pb94">[<a href="#pb94">94</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Letterlijk staat er „zijn binnenste vullen,” in den zin van „vullen met spiritueele -dingen” en „ledigen zoowel van animale dingen als van belemmerende affecties.” -<span class="pageNum" id="pb95">[<a href="#pb95">95</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Hij verwerpt wat van buiten komt, en langt naar wat van binnen is. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Men vergelijke Thomas à Kempis <span lang="fr">„Imitation de Jésus Christ”: „Travaille donc à retirer ton cœur de l’amour des choses -visibles pour te porter aux invisibles. (Livre I, Ch. I, trad. L. Moreau.)</span> -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch13" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XIII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Hooge gratie en degradatie zijn dingen van vreeze. Het lichaam is als een groote -ramp. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Er is in verschillende edities van den Tao Teh King geen overeenstemming wat de -volgorde van eenige karakters in dit hoofdstuk aangaat. Zóó geven enkele commentators -voor den tweeden volzin: „<span class="corr" id="xd30e3152" title="Bron: geeërdheid">geëerdheid</span> en groote rampen zijn als het lichaam”.—De hoofdidee blijft echter dezelfde. Peh -Yü Shen teekent bij dit nummer aan: „De van-zelve (d.i. natuurlijke) toestand van -het hart (hier meer in den zin van ziel) is zonder glorie of vernedering.” -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Hoe is het, dat men (dit) zegt (van) hooge gratie en degradatie? Hooge gratie is -iets inferieurs. Verkrijgt men haar, dan is men als in vreeze. Verliest men haar, -dan is men als in vreeze. Daarom zegt men: hooge gratie en degradatie zijn dingen -van vreeze. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Is men bij den vorst in hooge gratie, dan is men in vreeze, dat men haar niet behoudt, -en is men in degradatie, dan is men in vreeze, dat het misschien nooit weer beter -kan worden. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Hoe is het, dat men zegt: „Het lichaam is als eene groote ramp”? Ik heb dáárom -groote rampen, omdat ik een lichaam heb. -<span class="pageNum" id="pb96">[<a href="#pb96">96</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Peh Yü Shen teekent hierbij aan: „Ben ik Ik, dan heb ik ook een lichaam, ben ik -niet Ik, dan heb ik ook geen lichaam”. M.a.w. men moet vrij zijn van alle begeerten -en behoeften van het lichaam, en geheel opgaan in Tao; dan kunnen rampen ons niet -meer bereiken. -<span class="pageNum" id="pb97">[<a href="#pb97">97</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Als ik zoover was, dat ik géén lichaam had, welke rampen zou ik dan hebben? -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Dezelfde commentator zegt: „het Ik vergeten, en de wereld vergeten, dit is de reëele -en <span class="corr" id="xd30e3162" title="Bron: Tsz">Tszʼ</span> Jan (van-zelve) toestand van den Hemel”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Daarom, wie het als een zware karrewei beschouwt, om het rijk te regeeren, dien -kan men het rijk toevertrouwen; wie het iets verwerpelijks vindt om zelf het rijk -te regeeren, dien kan men de regeering van het rijk opdragen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Wie het vorst-zijn in ’t geheel niet als iets bizonder glorieus’ beschouwt, maar -zich eigenlijk veel liever van alles terugtrok, om zich geheel over te geven aan Tao, -zóó iemand zou alleen als vorst geschikt zijn, en zich nooit te buiten gaan aan eerzucht, -haat, enz. Een commentator maakt de vergelijking er bij: „Het hart (de ziel) is de -Vorst, het lichaam is het rijk.” -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch14" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XIV.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XIV.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Gij kijkt er naar, en gij ziet Het niet; men noemt Het kleurloos (I). -</p> -<p>Gij luistert er naar, en gij hoort Het niet; men noemt Het aphoon (Hi). -</p> -<p>Gij tast er naar, en gij raakt Het niet; men noemt Het onstoffelijk (Wei). -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Rémusat, Strauss en nog anderen zagen in deze drie woorden „I” „Hi” en „Wei” een -verbastering voor „Jehovah” en groot was de verrassing toen men hoorde, dat de chineezen -vóór onze jaartelling reeds van Jehovah afwisten. Er is echter geen kwestie van, of -deze woorden hebben den zin, die ik hier gebruik, evenals zij in authentieke commentaren -voorkomen. Julien en Legge hebben het ook nooit geloofd. De bedoeling is: „Tao is -kleurloos, aphoon, en onstoffelijk.” -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Deze drie dingen zijn niet met eigen woorden uit te leggen. -</p> -<p>3. Daarom, zij smelten samen tot één. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2 en 3. Wat deze drie dingen zijn is niet met woorden uit te drukken, omdat zij met -niets zijn te vergelijken, en ook niet van elkaar te onderscheiden. Samen geven zij -het immaterieele aan van Tao. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Zijn bovenste is niet verlicht, Zijn onderste is niet duister (heeft geen schaduw). -<span class="pageNum" id="pb98">[<a href="#pb98">98</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Omdat het onstoffelijk is, is het ook niet, als alle stoffelijke dingen van boven -meer verlicht dan van onderen. Het kan licht noch schaduw hebben. -<span class="pageNum" id="pb99">[<a href="#pb99">99</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Het is eeuwig, en kan niet met een naam worden genoemd! Het keert terug <span class="corr" id="xd30e1980" title="Bron: tet">tot</span> het Niet-Zijn! Dit noem ik het beeld van het beeldelooze, den vorm van het vormelooze. -Dit noem ik vaag en onbestemd (een mysterie). -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Het Niet-Zijn, hierin voorkomend, is het voor ons Niet-Zijn, daar wij alleen stoffelijke, -met de zintuigen waar te nemen dingen Zijn noemen. Maar, hooger denkend, is dit Zijn -reëel, want niet eeuwigdurend, en onderhevig aan geboorte en dood, terwijl het zoogenaamde -Niet-Zijn eigenlijk het éénige reëele, eeuwigdurende Zijn is.—Een vorm, die vergaat -(als die van alle sterfelijke dingen) is eigenlijk geen vorm, evenmin als een beeld, -dat weer uitgewischt wordt een beeld is, dat uit-zich-zelf eeuwig bestaat. Tao is -voor ons onzichtbaar, dus voor ons beeldeloos en vormeloos. Maar Tao bestaat uit zich-zelf -eeuwig, en daarom belichaamt Tao eigenlijk het éénige reëele beeld, den éénigen reëelen -vorm. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. Gij nadert Het, en gij ziet niet Zijn begin. Gij volgt Het, en gij ziet niet Zijn -einde. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>6. Tao heeft verder begin noch einde, verleden noch toekomst. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>7. Gij moet het Tao van de Oudheid doorgronden, om over het bestaan van het Heden -te regeeren. Wie het Begin weet van het Oude, heeft de draad van Tao in handen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>7. Het Tao weten van de Oudheid is weten, dat er oorspronkelijk geen leven en dood -is, dat er geen leven en dood als <i>reëele</i> dingen bestaan. Het Begin van het Oude weten is weten, dat er geen verleden of toekomst -bestaat voor Tao, dat, voor hem, die in Tao opgaat, het heden morgen en het morgen -heden is, daar Tao alleen reëel in en nooit vergaat, vermindert of vermeerdert. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch15" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XV.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XV.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. In de Oudheid waren de goede filosofen, die zich aan Tao wijdden, (als) gering, -subtiel, duister, en vèr-doordringend. Zij waren zóó diep, dat het niet is te begrijpen. -<span class="pageNum" id="pb100">[<a href="#pb100">100</a>]</span></p> -<p>2. Maar omdat het niet te begrijpen is, zal ik mij moeite doen om er een beeld van -te geven. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Deze volzin is een verwijt tegen de filosofen in Lao Tsz’s tijd, die wanhopig waren, -als zij miskend en onbekend bleven. De filosofen uit de Oudheid waren één met Tao, -en, evenals Tao zelf, schenen zij voor de gewone <span class="pageNum" id="pb101">[<a href="#pb101">101</a>]</span>menschen als gering, subtiel en duister, en drongen toch in alles door. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Zij waren bedeesd als een, die in den winter een stroom doorwaadt. Zij waren op -hun hoede, als een, die zijne buren vreest. Zij waren ernstig als een gast (tegenover -zijn gastheer). Zij verdwenen als het ijs, dat gaat smelten. Zij waren simpel, als -onbewerkt hout. Zij waren ledig, als een vallei. Zij waren als troebel water. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Het doorwaden van een stroom in den winter symboliseert hier een groote moeilijkheid, -waar men niet lichtvaardig aan begint. Het als gast zijn beteekent zich mindere voelen -en reverend zijn.—Het versmelten als ijs in water symboliseert het terugkeeren van -het lichaam om te vergaan in Tao.—Als onbewerkt hout zijn is in den <i>natuurlijken</i> staat zijn, zonder fraaiigheid.—Het ledig zijn als een vallei symboliseert het vrij -zijn van alle begeerten en stoffelijke aantrekkingen.—Het vaag zijn duidt aan, dat -zij zich volstrekt niet als bizonder verlicht voordeden, maar dat de menschen hen -als troebel en duister vonden, en dachten, dat zij onwetend waren, daar zij zich niet -boven hun gewone dingen trachten te verheffen. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Wie kan de onzuiverheden (van zijn hart) verreinen tot rust? -</p> -<p>Wie kan langzamerhand geboren worden (in Tao) door een langdurig betrachte kalmte? -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Iedere beweging maakt de ziel onzuiver, evenals een beweging in water. Alleen door -volkomen kalmte blijven de ziel en het water helder en puur.—Gedachten, begeerten, -affecties, deze bewegen de ziel, en alleen rust en kalmte houden haar rein. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Hij, die Tao behoudt, wenscht niet vol te zijn. Juist omdat hij niet vol is, is -hij voor altijd gevrijwaard tegen verandering. -<span class="pageNum" id="pb102">[<a href="#pb102">102</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Wat vol is, loopt spoedig over, en verandert dus, of vermindert. Tao is van een -natuur, dat er niets bij kan of af kan gaan, dat het grooter of kleiner maakt. Peh -Yü Shen vergelijkt hier direct de ziel met Tao door te zeggen: „Tao kan niet uitgeput -worden, de ziel kan niet uitgeput worden.” -<span class="pageNum" id="pb103">[<a href="#pb103">103</a>]</span></p> -<p>De filosofen van den nieuwen tijd, dacht Lao Tszʼ, wilden altijd maar vol schijnen, -vol glorie en geleerdheid. Die der Oudheid waren oogenschijnlijk als ledig, maar bleven -dan ook altijd hetzelfde, in Tao. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch16" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XVI.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XVI.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Als men tot het opperste Ledig is gekomen, handhaaft men eene onvergankelijke rust. -</p> -<p>2. Alle dingen worden te samen geboren; ik zie ze (daarna) weder terugkeeren. -</p> -<p>3. Alle dingen bloeien overvloediglijk; (daarna) keert elk terug tot zijn Oorsprong. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. „Ledig” beteekent hier weer „ledig van begeerten en egoïsme”.—Ik heb hier letterlijk -vertaald, waar Johnson, minder getrouw, maar misschien duidelijker heeft: „<span lang="en">Whoso has wholly ceased from self shall find immovable rest</span>”. -</p> -<p>„Het ledig en de ruste”, zegt Sie Hoei hierbij, „zijn de wortel (basis) van onze natuur” -(Julien). -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Tot den Oorsprong terugkeeren heet in rust zijn. In rust zijn heet terugkeeren -tot het (eeuwige, reëele) Leven. -</p> -<p>5. Terugkeeren tot het Leven heet ik eeuwigdurend zijn. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Met „Leven” wordt hier bedoeld het Leven zooals het <i>oorspronkelijk</i> is, het eeuwige leven, zonder passies, van Tao. En dit is voor ieder te bereiken, -daar het de oorsprong van zijne natuur is. Alle beweging ontstaat uit en is geworteld -in rust. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. Te weten wat eeuwigdurend is heet verlicht zijn. Niet te weten wat eeuwigdurend -is heet eigen ellende bewerken. -<span class="pageNum" id="pb104">[<a href="#pb104">104</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>6. Wie niet weet wat eeuwigdurend is houdt zich op met voorbijgaande verschijningen, -en leeft van sterfelijke hartstochten, die hem ongelukkig maken, omdat zij niet reëel -zijn. -<span class="pageNum" id="pb105">[<a href="#pb105">105</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>7. Weten wat eeuwigdurend is is een groote ziel hebben. Een groote ziel hebbende is -men rechtvaardig. Rechtvaardig zijnde is men koning. Koning zijnde is men de Hemel. -De Hemel zijnde is men Tao. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>7. Hier doet Lao Tszʼ wat ook Confucius deed: het exalteeren van den Wijze, en hem -één verklaren met den Hemel (zie Confucius’ „Choeng Yoeng”). Alleen hij, die de hoogste -rechtvaardigheid bezat, was volgens Lao Tszʼ en Confucius waard koning te zijn, en -over allen zonder onderscheid zijne weldaden te verspreiden. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>8. Tao zijnde is men altijd-durend. Al sterft het lichaam, er is (dan toch) geen gevaar -(meer te duchten). -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>8. Volgens enkele commentators moet de laatste zin luiden: „tot aan den dood is er -voor hem geen gevaar”.—Ik kan hier niet met hen medegaan. Johnson vertaalt hier gelijk -ik; Julien echter niet.—Johnson haalt bij dit hoofdstuk de volgende twee schoone teksten -aan uit de Vedanta: „<span lang="en">Those who know the Supreme Brahma become even Brahma</span>”, en „<span lang="en">When He is known as the nature of every thought, than immortality is known</span>”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch17" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XVII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XVII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. In de hooge Oudheid wist het volk alleen van de vorsten dat zij bestonden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Lao Tszʼ bedoelde, dat vroeger de regeering zoo van-zelf (Tszʼ Jan), zoo „Wu Wei” -ging, doordat de Vorsten in Tao leefden, dat er niets bizonders behoefde gedaan te -worden, doordat alles van-zelf ageerde, en zóó wist het volk alleen van de vorsten, -dat zij bestonden. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. De vorsten die dáárna kwamen had het volk lief en prees hen. -</p> -<p>3. Die dáárna kwamen, vreesde het. -</p> -<p>4. Die dáárna kwamen, verachtte het. -<span class="pageNum" id="pb106">[<a href="#pb106">106</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2, 3, en 4. Dit is een voorlooper van Hoofdstuk XVIII. Het verval wordt erger en erger, -zoodra alles niet meer „Wu Wei” is. In plaats van natuurlijke dingen kwamen wetten, -die dan veinzerij veroorzaakten, enz. enz. -<span class="pageNum" id="pb107">[<a href="#pb107">107</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Hij, die anderen niet vertrouwt, krijgt het vertrouwen van anderen niet. -</p> -<p>6. (De Ouden) waren langzaam en ernstig in hun woorden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Zoo de vorsten strenge wetten noodig hadden in plaats van natuurlijk vertrouwen -in het volk, vertrouwde het volk hen ook niet meer. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>7. Als zij de verdiensten hadden gemaakt, en de zaken volvoerd, zeide het volk: „Wij -zijn vanzelven (zooals onze natuur is)”. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>7. Alles „Wu Wei” gaande, was er ook niets bizonders aan als alle zaken gelukten en -er voorspoed was. Dit was niet anders dan „Tszʼ Jan”, vanzelf. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch18" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XVIII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XVIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Toen Tao werd verwaarloosd, kwamen Menschlievendheid en Gerechtigheid. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Toen het volk nog in Tao leefde was er <i>vanzelf</i> liefde van de menschen onder elkaar, was er vanzelf geen strijd en misdaad. Alles -was Wu Wei. Vanzelf was er dus ook geen begrip Menschlievendheid en geen begrip Gerechtigheid. -Zoodra die kwamen, was Tao al verlaten. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Toen de „scherpzinnigheid” en „het schrandere doorzicht” voor den dag kwamen, ontstond -de groote Huichelarij. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. De vorst, die in Tao leefde, regeerde Wu Wei (zie het vorige Hoofdstuk), en behoefde -geen bizondere slimheid te gebruiken; deed hij dit, dan ging het volk dat met dezelfde -wapenen te keer, en de Huichelarij ontstond. -</p> -<p>Johnson geeft: „<span lang="en">With the sharpening of the wits come trickery and sham.</span>”—Ik ga in dezen eerder mede met Thi We Tszʼ, The <span class="corr" id="xd30e3249" title="Bron: Tsing">Thsing</span> en Julien, die dit gezegde betrekking doen hebben op de regeering (in verband dus -met het vorige hoofdstuk). -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Toen de familie niet meer in harmonie leefde, kwamen de Hiao en de Ts’zʼ. -<span class="pageNum" id="pb108">[<a href="#pb108">108</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Van ouds was er <i>vanzelf</i> harmonie in de familie (lett. staat er: „de zes bloedverwanten” d.i. vader—zoon, -oudere broeder—jongere broeder, en man—vrouw). Het was Wu Wei, natuurlijk. Toen er -Hiao <span class="pageNum" id="pb109">[<a href="#pb109">109</a>]</span>(liefde voor de ouders) en Tszʼ (hier: liefde voor de kinderen) kwamen was de harmonie -natuurlijk niet meer natuurlijk bestaande. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Toen de staten van het rijk in verwarring waren, kwamen de getrouwe onderdanen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Johnson zegt hiervan terecht: „<span lang="en">The call for examples of this kind is a sign. Lao Tszʼ is showing that what causes -the boast or claim of special virtues is the consciousness of self, the absence of -spontaneous goodness in an old traditioned state of society beset by formulas and -prescriptions.</span>” -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch19" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XIX.</h3> -<p class="first">1. Doe de Wijsheid vàn u, en weg met het Weten, dan zal het volk honderdmaal meer -gelukkig zijn. -</p> -<p>2. Doe de Filantropie vàn u, en weg met Gerechtigheid, en het volk zal (vanzelf) terugkeeren -tot liefde voor de ouders en voor de kinderen. -</p> -<p>3. Doe de Knapheid vàn u, en weg met Gewinzucht, en er zullen geen dieven en roovers -meer wezen. -</p> -<p>4. Doet afstand van deze drie dingen. Hebt niet genoeg aan den schijn. -</p> -<p>5. Daarom toon ik u, wáár gij u aan moet houden: Ziet uzelf in uwen (oorspronkelijken) -eenvoud en behoud uw (oorspronkelijke) puurheid. Hebt weinig egoïsme en weinig begeerten. -<span class="pageNum" id="pb110">[<a href="#pb110">110</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XIX.</h3> -<p class="first">In verband met het vorige hoofdstuk is dit negentiende duidelijk genoeg. Véél beter -dan te weten achtte Lao Tszʼ het, zijn oorspronkelijken natuurstaat te behouden. -</p> -<p>In den natuurstaat is men, volgens Lao Tszʼ, vanzelf (Tszʼ Jan) wijs, filantropiesch -en knap, maar zonder het te weten, onbewust, en zijn die dingen dus een onbewuste -realiteit. Zoodra men ze echter met namen gaat noemen, als iets bizonders, ontaardt -die realiteit in een schijn. -</p> -<p>Men vergelijke dit Hoofdstuk en ook het volgende met Hoofdstuk 3 uit de „<span lang="fr">Imitation de Jésus Christ</span>.” <abbr title="Onder andere">O.a.</abbr> „<span lang="fr">L’humble <span class="corr" id="xd30e3277" title="Bron: connaissauce">connaissance</span> de toi-même est une voie plus <span class="corr" id="xd30e3280" title="Bron: sure">sûre</span> pour aller à Dieu que les profondes enquêtes de la science</span>,” en „<span lang="fr">Combien périssent par la vaine science dans le siècle, insouciants du service de Dieu.</span>” (trad L. Moreau.) Treffend is ook de gelijkenis met Hoofdstuk 2 uit <span class="corr" id="xd30e3287" title="Bron: hetzefde">hetzelfde</span> boek. O.a. „<span lang="fr">Tout homme désire naturellement savoir; mais la science, sans la <span class="pageNum" id="pb111">[<a href="#pb111">111</a>]</span>crainte de Dieu, que produit-elle? Certainement, l’humble paysan qui sert Dieu vaut -mieux que le philosophe superbe qui, négligeant son âme, observe le cours des astres.</span>” Dit slaat ook op den eersten tekst van het volgende Hoofdstuk <a href="#ch20">XX</a>. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch20" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XX.</h3> -<p class="first">1. Doe de Studie vàn u, dan zult gij geen zorgen hebben. -</p> -<p>2. Wat doet het er eigenlijk toe of we het karakter „wei” dan wel het karakter „oh” -voor „ja!” gebruiken? (Maar) het is héél iets anders (om te weten) het onderscheid -tusschen goed en kwaad. -</p> -<p>3. Helaas! de wereld is een wildernis geworden, en er is nog geen einde aan! -</p> -<p>4. Alle menschen zijn blij en vroolijk, als hij, die geniet van rundvleesch, als hij, -die in de lente een hoog terras heeft bestegen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XX.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Ik alleen ben kalm, en heb nog niet éven bewogen; ik ben als een klein kindje, -dat nog niet geglimlacht heeft. Ik ben vrij, zonder belemmering, alsof er niets was, -waarheen ik zou willen terugkeeren. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">5. Ik vertaal hier „kalm” bij gebrek aan beter woord. Het karakter „poh” beteekent -„ankeren, ten anker liggen”, wat Alexander wel wat vrij, maar zeer schoon doet vertalen: -„<span lang="en">I am as a solitary ship at anchor on an unknown shore</span>”. De commentator The Thsing merkt bij den laatsten zin op: „Ik ben als een vaartuig, -welks kabeltouw is gebroken”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. De gewone menschen hebben over; ik alleen ben als een, die (alles) verloren heeft. -Ik <span class="pageNum" id="pb112">[<a href="#pb112">112</a>]</span>heb het hart van een domme, ik ben een chaos van verwarring. -</p> -<p>7. De gewone menschen zijn schitterend verlicht, ik alleen ben als duister. De gewone -menschen zijn doordringend van doorzicht; ik alleen ben droevig ongerust. Ik ben vaag -als de zee, ik word door de golven heen en weêrgedreven, als rusteloos. -</p> -<p>8. Alle menschen hebben overal een reden voor; ik alleen ben dom, als iemand van het -land. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>6. Lao Tszʼ meent met „alles verloren”: „alle aardsche dingen verloren, maar het ééne, -Tao, behouden. Ik heb <span class="pageNum" id="pb113">[<a href="#pb113">113</a>]</span>een chaos van verwarring”, daar „tun” beteekent „het neerstorten van een stroom, chaotisch, -verward” (Wells Williams.) Julien, op gezag van Sie Hoeï, vertaalt met „<span lang="fr">dépourvue de connaissances, ignorant</span>” deze herhaling „tun tun”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>9. Ik alleen ben anders dan de (gewone) menschen, omdat ik de Moeder vereer, die alles -voedt (Tao). -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>9. Dit correspondeert met in Hfdst. <a href="#ch1">I</a>: „Als Zijn kan men Het noemen de Moeder aller dingen”. -</p> -<p>Ik heb na 2 een zin uitgelaten, luidende: „Voor dat, wat de menschen vreezen, mogen -wij niet onbevreesd zijn”, daar deze mij geheel buiten het verband van dit zoo schoone -hoofdstuk leek te liggen. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch21" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXI.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXI.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. De (zichtbare) manifestaties van de groote Teh zijn eene emanatie van Tao. -</p> -<p>Ziehier de natuur van Tao. -<span class="pageNum" id="pb114">[<a href="#pb114">114</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Hier gebruikt Lao Tszʼ „Deugd” (Teh) voor Tao. Letterlijk staat er niet „manifestatie”, -maar „uiterlijk, voorkomen, vorm”. In het tweede deel van dit werk zal ik nader over -deze verwisseling spreken.—Tao heeft geen <span class="pageNum" id="pb115">[<a href="#pb115">115</a>]</span>lichaam, maar in circulatie in het heelal noemt Lao Tszʼ het Teh (Deugd), zoodat Teh -(Deugd) de manifestatie van Tao is (Sou Tszʼ You). -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Tao is vaag en verward. Hoe verward!… Hoe vaag!… En (toch) bevat het de vormen -(der dingen)! Hoe vaag!… Hoe verward!… En (toch) bevat het eene spiritueele essence! -Deze spiritueele essence is ten zéerste reëel, en bevat de onfeilbare getuigenis (van -wat zij is). -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Tao, met andere woorden, is de essence, het transcendentale, mystieke, eeuwige -Wezen van alle sterfelijke lichamen en dingen. -</p> -<p>Julien voegt hier bij: „<span lang="fr">In medio ejus est spiritus</span>”. -</p> -<p>De onfeilbare getuigenis van het Wezen dier spiritueele essence is dat zij onsterfelijk -is, terwijl ál het andere buiten haar sterft. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Van oudsher tot nú toe was Zijn naam onvergankelijk, en Het geeft geboorte aan -de geheele creatie. -</p> -<p>4. Hoe weet ik, dat de geheele creatie hierin haar oorsprong heeft? Door Tao zelf. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Het karakter, dat dit „geboorte geven” uitdrukt, bevat een poort. Julien zegt er, -op den commentator Sie Hoeï afgaande, bij: „Lao Tszʼ vergelijkt hier Tao met een poort, -waar alle wezens uitkomen om in het leven te gaan.” -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch22" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXII.</h3> -<p class="first">1. Het onvolmaakte zal volmaakt worden. Het gebogene zal recht worden. Het holle zal -vol worden. Het versletene zal nieuw worden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Met weinig wordt Het verkregen, met véél dwaalt men er van af. -</p> -<p>3. Daarom, de Wijze omvat het Eene (Tao), en maakt zich (zoo) het voorbeeld van de -wereld. -</p> -<p>4. Hij wenscht zelf niet licht te schijnen, en dáárom juist is hij verlicht. Hij wenscht -niet zelf <span class="pageNum" id="pb116">[<a href="#pb116">116</a>]</span>de ware man te wezen, en dáárom juist steekt hij boven de anderen uit. Hij pocht niet -op zijn werk, en dáárom juist heeft hij verdienste. Hij stelt zichzelf niet hoog, -en is dáárom juist de meerdere. Hij strijdt niet, en dáárom juist is er niemand in -de wereld die tegen hem op kan. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">2. „Het” is hier Tao. -<span class="pageNum" id="pb117">[<a href="#pb117">117</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Hoe zou het een leeg gezegde kunnen zijn wat de Ouden noemden: „Het onvolmaakte -wordt volmaakt”? Als iemand het volmaakte bereikt heeft, onderwerpt zich alles aan -hem. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Volgens anderen „Als iemand het volmaakte bereikt heeft, keeren allen tot hun oorspronkelijken -staat van eenvoud terug”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch23" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXIII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Wie weinig spreekt is van-zelf natuurlijk (Tszʼ Jan). -</p> -<p>2. Wat is het, dat maakt dat een strenge wind geen geheelen morgen duurt, en een hevige -regen geen geheelen dag? (De actie van) Hemel en Aarde. Als de Hemel en de Aarde niet -lang kunnen duren, hoeveel te minder dan de mensch! -</p> -<p>3. Daarom de mensch die al zijne daden regelt naar Tao zal gelijk aan Tao worden; -degenen, die zich regelen naar de Deugd zullen gelijk aan de <span class="pageNum" id="pb118">[<a href="#pb118">118</a>]</span>Deugd worden; die zich regelt naar de Misdaad zal gelijk aan de Misdaad worden. -</p> -<p>4. Wie gelijk aan Tao is verkrijgt ook Tao, wie gelijk aan de Deugd is verkrijgt ook -de Deugd, wie gelijk aan de Misdaad is verkrijgt ook de Misdaad. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Zooals ik reeds in mijn vorige werk, over <span class="corr" id="xd30e3347" title="Bron: Cunfucius">Confucius</span>, zeide, is Tszʼ Jan: „van-zelf, natuurlijk”. Sie Hoeï merkt hierbij aan, wat ik ook -reeds vroeger opmerkte vóór dit te lezen, dat Tszʼ Jan in Lao Tszʼ gelijk is aan Wu -Wei. -<span class="pageNum" id="pb119">[<a href="#pb119">119</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Niet genoeg geloof hebben is géén geloof hebben. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Dit is weer iets uit het verband, of het geloof hebben zou moeten slaan op het -gelooven in de woorden van dit hoofdstuk, wat ik niet waarschijnlijk vind. -<span class="pageNum" id="pb121">[<a href="#pb121">121</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch24" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXIV.</h3> -<p class="first">1. Wie op zijn teenen gaat staan kan niet rechtop blijven; wie de beenen ver uitstrekt -kan niet loopen. -</p> -<p>2. Wie zelf licht wenscht te schijnen is niet verlicht. Wie zelf de ware man wenscht -te wezen steekt niet boven de anderen uit. Wie op zijn werk pocht heeft geen verdienste. -Wie zich zelf hoog stelt is niet superieur. -</p> -<p>3. Zulke manieren van doen, vergeleken bij (de goddelijke principes van) Tao, zijn -als overblijfseltjes van eten, of andere walgelijke dingen, die altijd verafschuwd -worden. -</p> -<p>4. Daarom, wie in Tao leven, houden er zich niet mede op. -<span class="pageNum" id="pb120">[<a href="#pb120">120</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch25" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXV.</h3> -<p class="first">1. Vóór Hemel en Aarde bestonden, was er een vaag Wezen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXV.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Hoe rustig-kalm! Hoe onstoffelijk! -</p> -<p>3. Het staat alleen, op-zich-zelf, en verandert niet. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">2. Ik vertaal hier „tsih” met rustig-kalm, omdat het zoowel rustig als kalm beteekent, -en dit eigenlijk nog gecombineerd met „eenzaam”.—En „liao”, dat „leeg, stil” beteekent, -vertaal ik, evenals Julien, op gezag van eenige chineesche commentators, met „onstoffelijk”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Het doorvloeit alles en loopt (toch) geen gevaar. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Lo Tchin Kong voegt hier aan toe: „De warmte van de zon verbrandt Het niet, de -vocht beschimmelt Het niet. Het gaat door alle lichamen en is aan geen enkel gevaar -blootgesteld” (Julien). -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Het mag wel de Moeder van alles onder den Hemel worden genoemd. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Vergelijk Hoofdstuk I, 2. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. Ik weet niet Zijnen naam. -</p> -<p>7. (Maar) Het een karakter willende geven noem ik Het Tao. -</p> -<p>8. Wil ik Het met alle geweld omschrijven, dan noem ik Het groot. -</p> -<p>9. Van groot noem ik Het vervliedend. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>6 en 7. Deze teksten zijn wel het duidelijkste bewijs, dat Tao hier niet, als in Confucius, -kan vertaald worden en in Lao Tszʼ geen „Weg” of „Pad” beteekent. Met „een karakter” -wordt hier bedoeld „een chineesch schriftteeken.” -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>10. Van vervliedend noem ik Het vèr. -</p> -<p>11. Van vèr noem ik Het (weer) terugkeerend. -</p> -<p>12. Daarom, Tao is groot, de Hemel is groot, de Aarde is groot, de Koning is groot. -<span class="pageNum" id="pb122">[<a href="#pb122">122</a>]</span></p> -<p>13. Er zijn vier groote machten in de wereld, en de Koning is er één van. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>10. „Ver” hier meer in den zin van „die ver gaat, die in de verte gaat, als in de -grieksche werkwoorden <span class="trans" title="tēleporos"><span lang="grc" class="grek">τηλέπορος</span></span>, <span class="trans" title="makroporos"><span lang="grc" class="grek">μακροπορος</span></span> (Julien). -<span class="pageNum" id="pb123">[<a href="#pb123">123</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>14. De wet van den Koning is van de Aarde; de wet van de Aarde is van den Hemel; de -wet van den Hemel is van Tao. -</p> -<p>15. (Maar) de Wet van Tao is van-zich-zelven. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>14 en 15. Op Tao komt dus alles neer, en wie koning wil zijn kan dus niet buiten Tao. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch26" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXVI.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXVI.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Het zware is de wortel van het lichte; de rust is <span class="corr" id="xd30e2178" title="Bron: Overheerder">Overheerser</span> van de beweging. -</p> -<p>2. Daarom laat de Wijze nooit af van zwaarte en rust. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. „Beweging” hier vooral als haastige, overijlde beweging. De geleerde commentator -Peh Yü Shen van een mijner edities, die heel korte, maar treffende commentaren geeft, -merkt bij dezen tekst op: „Het hart is de wortel (lett. voorvader) van alle dingen, -en Tao is het eigenlijke Wezen van het hart”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Al is er nóg zooveel schoons te zien, hij blijft wonen in de rust, en gaat er vér -van. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Peh Yü Shen merkt hier bij op: „Het hart gaat buiten de dingen”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Maar helaas, de Heer van tienduizend wagenen acht het Rijk licht om zich zelf. -</p> -<p>5. Door ze gering te achten verliest hij zijne ministers, door zich te laten medesleepen -verliest hij de heerschappij. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Vele commentators meenen dat met dezen „Heer van tienduizend wagenen” de Keizer -wordt bedoeld. Peh Yü Shen ziet er echter weder „het hart” in. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch27" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXVII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXVII.</h3> -<p class="first">Dit Hoofdstuk is een der duisterste uit het geheele werk, wat de constructie der chineesche -zinnen aangaat, en heeft, zoowel van chineesche als europeesche zijden, <span class="pageNum" id="pb125">[<a href="#pb125">125</a>]</span>tot de meest verschillende en uiteenloopende verklaringen aanleiding gegeven. Ik zou -dan ook niet gaarne volhouden dat mijne vertaling hier onfeilbaar is. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Hij, die goed (in Tao) gaat, laat geen sporen achter. Hij, die goed spreekt, geeft -geen reden tot blaam. Hij, die goed telt, gebruikt geen <span class="pageNum" id="pb124">[<a href="#pb124">124</a>]</span>bamboe-tabletjes. Hij, die goed sluit, gebruikt geen houten bouten, en toch kan men -niet openen (wat hij sluit). Hij, die goed bindt, gebruikt geen koorden, en toch kan -men niet losmaken (wat hij bindt). -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>1. Deze eerste tekst lijkt mij duidelijk genoeg. Ik ga hier gaarne mede met den commentator -Shun Yang van een mijner chineesche edities, die hier in ziet de verheffing van Wu -Wei (van-zelf doen) boven Wei (onnatuurlijk doen). Alles wat Wu Wei gedaan wordt, -staat er figuurlijk, is onvernietigbaar. -</p> -<p>Vroeger rekende men met bamboe-tabletjes. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Daarom, de Wijze munt altijd uit in het helpen van menschen, en hij verwerpt er -géén; hij munt altijd uit in het helpen van dingen, en hij verwerpt er geen. Dit noem -ik dubbel verlicht zijn. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Het „daarom” hier lijkt mij niet logisch te volgen in zinsverband met het vorige. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Daarom, de goede is de leermeester van den slechte; de slechte is de leermeester -van den goede. -</p> -<p>4. Hij, die geen waarde hecht aan macht, en niet houdt van weelde, al moge zijn wijsheid -als dom schijnen, heeft de Al-Wijsheid verkregen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3 en 4. Deze teksten zijn zeer duister in het chineesch, zoodat ik niet kan instaan -voor de vertaling. Ik heb hier „yaou miao” met „teh Tao”, eene mystieke uitdrukking -voor „de Al-Wijsheid, het Al-Weten”, vertaald, op gezag van Shun Yang. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch28" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXVIII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXVIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Hij, die zijne mannelijke kracht kent, en toch vrouwelijke zachtheid behoudt, is -de vallei van het rijk. -<span class="pageNum" id="pb126">[<a href="#pb126">126</a>]</span></p> -<p>2. Als hij de vallei is van het rijk, zal de altijddurende deugd hem niet verlaten, -en hij zal terugkeeren tot den simpelen staat van een kind. -</p> -<p>3. Hij, die zijn licht kent, en toch in de schaduw blijft, is het voorbeeld voor het -rijk. -</p> -<p>4. Is hij het voorbeeld van het rijk, dan zal de altijddurende deugd in hem niet falen, -en hij keert terug tot het eindelooze. -</p> -<p>5. Hij, die zijne glorie weet en blijft in de schande, is de vallei van het rijk. -</p> -<p>6. Als hij de vallei is van het rijk zal de altijddurende deugd in hem haar volmaaktheid -bereiken, en hij zal tot den oorspronkelijken, simpelen staat terugkeeren. -</p> -<p>7. Toen de oorspronkelijke, simpele staat zich verspreidde, zijn de dingen gevormd. -</p> -<p>8. De Wijze, als hij (dit alles) gebruikt, zal het hoofd der mandarijnen zijn. -</p> -<p>9. Hij regeert met grandeur, en kwetst niemand. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. De „vallei” is een geliefkoosd beeld van Lao Tszʼ om uit de drukken het lage, nederige, -waar toch alles zich aan onderwerpt en zich in uitstort. -<span class="pageNum" id="pb127">[<a href="#pb127">127</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch29" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXIX.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXIX.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Als de mensch het rijk wil volmaken met actie, zie ik dat hij niet slaagt. -<span class="pageNum" id="pb128">[<a href="#pb128">128</a>]</span></p> -<p>2. Het rijk is een heilige offervaas, waaraan men niet mag werken. -</p> -<p>3. Werkt men er aan, dan bederft men haar, grijpt men er naar, dan verliest men haar. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1 en 2. Alleen met „Wu Wei” is het rijk te regeeren. De grondvesten van het rijk zijn -de diviene principes van Tao, dus dingen, die van-zelf, natuurlijk uit Tao <span class="pageNum" id="pb129">[<a href="#pb129">129</a>]</span>voortvloeien. Alleen door dus „Wu Wei” te zijn, d.i. in alles gehoorzaam aan het rythme -van Tao, is een goede regeering mogelijk. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Daarom, onder de menschen zijn er die vooruitgaan en die volgen, die verwarmen -en die verkoelen, die sterk zijn en die zwak zijn, die bewegen en die stilstaan. -</p> -<p>5. Daarom, de Wijze verwerpt den wellust, de luxe en de buitensporigheid. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. De bedoeling is, dat de vorst aan de zoo verschillend aangelegde menschen vrijheid -moet laten om hun eigen natuur te volgen, maar ze niet met alle geweld anders moet -maken dan ze zijn. -<span class="pageNum" id="pb131">[<a href="#pb131">131</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch30" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXX.</h3> -<p class="first">1. Zij, die den heerscher over menschen helpen in Tao, onderwerpen het rijk niet met -geweld van wapenen. -</p> -<p>2. Wat men aan de menschen doet krijgt men op dezelfde manier terug als het gegeven -is. -</p> -<p>3. Overal, waar legers zijn geweest, groeien doornen en distels. -</p> -<p>4. Op groote veldtochten volgen stellig jaren van hongersnood. -</p> -<p>5. De ware Goede slaat ééns met vrucht een slag en houdt dán op, maar durft niet met -ruw geweld doorgaan. -<span class="pageNum" id="pb130">[<a href="#pb130">130</a>]</span></p> -<p>6. Hij slaat één goeden slag, maar verheft zich niet. -</p> -<p>7. Hij slaat één goeden slag, maar roemt er niet over. -</p> -<p>8. Hij slaat één goeden slag, maar is er niet trotsch over. -</p> -<p>9. Hij slaat één goeden slag, maar alleen omdat hij niet anders kan. -</p> -<p>10. Hij slaat één goeden slag, maar wil niet sterk en geweldig lijken. -</p> -<p>11. Vanaf het toppunt van kracht worden de (menschen en) dingen oud, dat wil zeggen, -zij zijn niet gelijk aan Tao, en wat niet gelijk is aan Tao neemt een spoedig einde. -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch31" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXI.</h3> -<p class="first">1. De beste wapenen zijn instrumenten van onheil. -</p> -<p>2. Allen verachten ze, daarom, zij die Tao bezitten houden er zich niet mede op. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXI.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. In de woning van den Kiün Tszʼ is de linkerplaats de eereplaats, hij, die soldaten -gebruikt, eert de rechterplaats. -</p> -<p>4. Wapenen zijn instrumenten van onheil, geen instrumenten van den Kiün Tszʼ. -<span class="pageNum" id="pb132">[<a href="#pb132">132</a>]</span></p> -<p>5. Deze gebruikt ze alléén als ’t niet anders kán, en de kalmte en de rust zijn voor -hem het hoogste. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">3. De eereplaats is ook thans nog bij de chineezen de linkerzijde. De gast zit ter -linkerzijde van den gastheer. -<span class="pageNum" id="pb133">[<a href="#pb133">133</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. Overwint hij, dan verblijdt hij er zich niet over, want zich daarin verblijden -zou zijn houden van menschen-doodslag. -</p> -<p>7. En wie houdt van doodslag kan nooit zijn doel bereiken in de goede regeering van -het rijk. -</p> -<p>8. In alles, wat geluk aanbrengt, is de linkerplaats de hoogste, in al wat ongeluk -aanbrengt de rechterplaats. -</p> -<p>9. De onderbevelhebber neemt de linkerplaats in, de opperbevelhebber de rechter. -</p> -<p>10. Dat is, men <span class="corr" id="xd30e2285" title="Bron: plaats">plaatst</span> hen volgens de ceremonieën van den rouwdienst. -</p> -<p>11. Hij, die een groote menigte menschen gedood heeft, moet over hen rouwen en weenen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>6. Letterlijk staat er niet „verblijdt hij er zich niet over” maar „vindt hij het -niet mooi”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>12. Hem, die een veldslag gewonnen heeft, moet men plaatsen als in de ceremonieën -voor de dooden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>12. Als in den ouden tijd een generaal een veldslag gewonnen had, nam hij den rouw -aan, en ging hij in den tempel, in rouwkleederen, weenende de ceremonieën der dooden -verrichten. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch32" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Tao is eeuwig en heeft geen naam. -</p> -<p>2. Ofschoon zoo simpel-klein van natuur durft de geheele wereld Het niet te onderwerpen. -<span class="pageNum" id="pb134">[<a href="#pb134">134</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Zie de noot bij Hfdst. <a href="#ch25">XXV</a> 6 en 7. -<span class="pageNum" id="pb135">[<a href="#pb135">135</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Als prinsen en koningen Het konden handhaven zouden de tienduizend wezens en dingen -zich aan hen onderwerpen. -</p> -<p>4. Hemel en Aarde zouden zich vereenigen, en een zoeten dauw doen nederdalen, en het -volk zou zonder bevelen van zelf tot harmonie komen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Letterlijk staat er niet „zich onderwerpen” maar „zouden alle dingen (d.i. de geheele -creatie) hun gasten zijn.” -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Van (het moment) dat Tao verdeeld was, kreeg Het een naam. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Toen Tao, het (schijnbaar) zoo simpel-kleine (want één-in-zich-zelve), zich verdeelde -(verspreidde), ontstond de creatie. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. Die naam, eenmaal bepaald zijnde, moet men zich weten in te houden. -</p> -<p>7. Wie zich weet in te houden komt in géén gevaar. -</p> -<p>8. Tao is verspreid in het Heelal. -</p> -<p>9. Alles keert tot Tao terug, als de bergstroomen tot de rivieren en zeeën. -<span class="pageNum" id="pb136">[<a href="#pb136">136</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>6. Dit beteekent hier „De creatie eenmaal ontstaan zijnde,” dus ook „de wezens eenmaal -uit Tao geboren zijnde”. „Inhouden” is hier „zich aan Tao houden,” zich niet door -de actie van begeerten, hartstochten enz. laten medesleepen. -</p> -<p>De commentator Peh Yü Shen van een mijner edities, wiens uitstekende, geserreerde -commentaren ik reeds menigmaal aanhaalde, ziet bij tekst 3 in de „koningen en hertogen” -slechts een symbolieke uitdrukking voor „het hart”, in „de tienduizend dingen” de -geheele creatie en in „het volk” een uitdrukking voor „het lichaam.” In „het verspreiden -van Tao” ziet hij eene verborgen beteekenis voor „het zich verdeelen van Tao in de -menschelijke harten.” Zoodat hij in dit Hoofdstuk eigenlijk de bedoeling ziet, dat -als het hart slechts Tao behoudt, en daar nooit buiten gaat, het lichaam ook vanzelf -tot rust en harmonie komt, en het hart dan de gastheer, de <span class="pageNum" id="pb137">[<a href="#pb137">137</a>]</span>Meester is over alle wezens en dingen in de creatie, die als zijne gasten zijn. Ik -teeken hierbij aan dat „hart” in ’t chineesch dikwijls synoniem is met ziel. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch33" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXIII.</h3> -<p class="first">1. Hij, die de menschen kent, is verstandig, maar hij, die zichzelf kent, is verlicht. -</p> -<p>2. Hij, die andere menschen overwint, is sterk, maar hij, die zichzelf overwint, is -almachtig. -</p> -<p>3. Hij, die zich weet te matigen, is rijk, maar hij, die energiek is, heeft kracht -van wil. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Hij, die niet van zijn essentieele natuur afwijkt, zal lang leven, maar hij, die -sterft, en toch niet verloren gaat, geniet het eeuwigdurend leven. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">4. Letterlijk staat er: „hij, die niet verliest wat hij gekregen heeft,” dus hij, -die niet van zijne essentieele natuur afwijkt, zal lang leven. -</p> -<p>De bedoeling van den geheelen tekst, zooals vele chineesche commentaren haar dan ook -geven, zal wel deze zijn: „Het animale leven vergaat, maar de ziel blijft altijd.” -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch34" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXIV.</h3> -<p class="first">1. Hoe oneindig strekt Tao zich uit! -</p> -<p>2. Het kan naar links gaan, het kan naar rechts gaan. -</p> -<p>3. Alle wezens steunen op Tao om geboren te worden, en Het weigert géén. -<span class="pageNum" id="pb138">[<a href="#pb138">138</a>]</span></p> -<p>4. Als het werk volbracht is, noemt Tao het niet het Zijne. -</p> -<p>5. Het heeft alle wezens lief, en voedt ze, en beschouwt zich toch niet als hun Meester. -</p> -<p>6. Het is eeuwig zonder begeerte; men zou Het (dus) klein kunnen noemen. -</p> -<p>7. Alle wezens keeren er toe terug, en toch beschouwt Het zich niet als hun Meester, -men zou Het (dus) groot kunnen noemen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXIV.</h3> -<p class="first">Men vergelijke dit Hfdst. met Hfdst. <a href="#ch10">X</a>. -<span class="pageNum" id="pb139">[<a href="#pb139">139</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>8. Daarom doet de Wijze zijn geheele leven lang niet groot, en daardoor juist volmaakt -hij zijne grootheid. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>8. Men vergelijke in Thomas à Kempis’ „<span lang="fr">Imitation de Jésus Christ</span>”: „<span lang="fr">Vraiment grand est celui qui en soi-même est petit et tient pour néant tout faîte -d’honneur.</span>” (Ch. 3.) -<span class="pageNum" id="pb141">[<a href="#pb141">141</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch35" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXV.</h3> -<p class="first">1. Alle volken van het rijk stroomen toe naar hem, die de groote conceptie van Tao -kan bevatten. -</p> -<p>2. Zij stroomen toe, en komen niet in gevaar, en hij zal ze tot rust en vrede brengen. -</p> -<p>3. Voor muziek en fijne gerechten houdt de voorbijgaande vreemdeling op. -</p> -<p>4. (Maar) als Tao uit onzen mond komt lijkt Het flauw en zonder smaak. -</p> -<p>5. Wij kijken er naar, en zien Het niet duidelijk; wij luisteren er naar, en hooren -Het niet <span class="pageNum" id="pb140">[<a href="#pb140">140</a>]</span>genoeg; wij willen Het (geheel) gebruiken, maar Het is onuitputtelijk. -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch36" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXVI.</h3> -<p class="first">1. Als een ding gaat contracteeren, moet het stellig oorspronkelijk expansie hebben -gehad. -</p> -<p>2. Als een ding gaat verzwakken, moet het stellig eerst sterkte hebben gehad. -</p> -<p>3. Als een ding gaat vervallen moet het stellig eerst in bloei zijn geweest. -</p> -<p>4. Als iemand op ’t punt staat beroofd te worden, moet hem stellig eerst gegeven zijn. -</p> -<p>5. Dit noem ik een vage, en (tegelijk) heldere leer. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXVI.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. Het zachte overwint het harde, het zwakke overwint het sterke. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">6. Daar het uitgezette gaat contracteeren, het sterke verzwakken, het bloeiende vervallen, -enz., zoo is het ook duidelijk, dat het zachte het harde overwint. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>7. Visschen kunnen niet uit het water worden genomen; de instrumenten van de regeering -kunnen niet aan het volk worden gegeven. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>7. Het verband van dezen tekst met het vorige is mij niet recht duidelijk. Mijn commentator -zegt dat „visschen kunnen niet uit het water worden genomen” eene symbolische uitdrukking -is voor „de ziel kan niet buiten Tao gaan”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch37" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXVII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXVII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Tao is eeuwig Wu Wei, en toch is er niets, wat Het niet doet. -<span class="pageNum" id="pb142">[<a href="#pb142">142</a>]</span></p> -<p>2. Als koningen en vorsten Wu Wei konden blijven, zouden alle menschen zich hervormen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Johnson ziet hier eene analogie met Hegel en zegt: „<span lang="en">The analogy with Hegels theses of the development <span class="pageNum" id="pb143">[<a href="#pb143">143</a>]</span>of the Idea, in itself, and for itself, of the logic of the movement of the spirit, -and of progress as the identity of being and nought,—is obvious. The German philosopher -has formulated for the West the same conceptions which are here instinctive and intuitive -in the East. Lao-Tse combines with them a profoundly religious spirit, and a sense -of personal liberty through cognition of the universal, as rare as it is admirable</span>”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Als zij na die hervorming toch nog bewegen wilden, zou ik ze met het simpele Wezen -dat geen naam heeft (Tao) bedwingen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Niet zeer getrouw aan den tekst, maar toch karakteristiek vertaalt Giles: „<span lang="en">Smouldering ambition I would repress by extreme simplicity</span>”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Het simpele Wezen dat geen naam heeft <span class="corr" id="xd30e2386" title="Bron: bevrijt">bevrijdt</span> ons van begeerte, en, vrij van begeerte, komen wij tot de Rust<span class="corr" id="xd30e2389" title="Niet in bron">.</span> -</p> -<p>5. En dan komt het Rijk van-zelf terecht. -<span class="pageNum" id="pb144">[<a href="#pb144">144</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Het is niet duidelijk of deze tekst misschien niet beter vertaald ware met: „Het -simpele Wezen, dat geen naam heeft, heeft geen begeerte, en geen begeerte hebbende, -is Het in rust”. -<span class="pageNum" id="pb145">[<a href="#pb145">145</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -</div> -<div id="ttk.2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e169">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">Tweede Deel: Teh.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<div id="ch38" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXVIII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXVIII.</h3> -<p class="first">Dit hoofdstuk is een van de moeilijkste van het geheele werk, en iedere vertaler heeft -weer een andere versie. De meesten nemen „teh” verkrijgen voor „teh” deugd, maar dit -behoeft hier in ’t geheel niet. Wie goed heeft gelezen wat ik in mijn Voorwoord over -vertalingen uit het chineesch heb gezegd, zal begrijpen, hoe weinig het verschil in -zinswending enz. er toe doet, mits het hoofdidee maar juist is. Verscheidene vertalers -hebben, op eigen beter weten, den chineeschen tekst veranderd, en er een eigen chineeschen -tekst van gemaakt. Toch lijkt mij de hoofdbedoeling vrij duidelijk, in verband met -den geheelen geest van de Tao Teh King. Een zin uit Chuang Tszʼ: „Het hoogste Geluk -is geen geluk” correspondeert er mede. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. De hoogste Deugd (Teh) is geen deugd, en is dáárom juist Deugd. De lagere deugd -verliest niet (het idee) deugd, en is dáárom juist geen Deugd. -</p> -<p>2. De hoogste Deugd is Wu Wei, zonder er (expres) iets voor te doen. De lagere deugd -is Wei (doende) en doet (alles) met opzet. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>1 en 2. De hoogste Deugd is van-zelf, uit Tao, is dus Wu Wei. Maar zoodra men, deugdzaam -zijnde, het idee heeft: „dit is nu deugd,” dan is het al geen Deugd meer, dan krijgt -men den schijn voor de realiteit, den naam voor het ding zelf. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. De hoogste Menschlievendheid ageert, zonder er (expres) iets voor te doen; de hoogste -Plichtmatigheid ageert, maar doet (alles) met opzet. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. De hoogste Menschlievendheid doet goed van-zelf, omdat zij niet anders kan, uit -haar natuur. Zoodra er het idee „dit is mijn plicht” bijkomt, wordt het al onzuiver. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. De hoogste Li (Decorum) ageert, maar er <span class="pageNum" id="pb146">[<a href="#pb146">146</a>]</span>is geen antwoord op. Zij wordt erkend door een beweging van den arm. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Hier ga ik mede met de van alle anderen afwijkende <span class="pageNum" id="pb147">[<a href="#pb147">147</a>]</span>vertaling van Giles. Deze zin komt mij ietwat misplaatst voor in het hoofdstuk. De -bedoeling schijnt te zijn: „De ware Liʼ is de Liʼ van het hart, meer als een ding -van zelf-respect gedaan dan als respect voor anderen. En hierop kan natuurlijk geen -antwoord zijn behalve de uitwendige en zichtbare gebaren.” -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Daarom, als Tao verloren is, komt daarna de deugd; als de deugd verloren is, komt -daarna de menschlievendheid; als de menschlievendheid verloren is, komt daarna plichtmatigheid; -als de plichtmatigheid verloren is komt daarna het decorum. -</p> -<p>6. Welnu, het decorum is maar de schors van rechtheid en waarheid, en het begin van -verwarring. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Dit correspondeert met de dingen in Hoofdstuk XVIII. Decorum (Liʼ) is hier blijkbaar -genomen in den lageren zin van alleen het uiterlijke decorum, dat slechts een oppervlakkig -ding is als de schors van een boom. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>7. Het schijn-weten is maar de bloem van Tao, en het begin van domheid. -</p> -<p>8. Daarom houdt de wijze mensch zich aan wat substantieel en niet aan wat oppervlakkig -is, aan wat reëel en niet aan wat mooie schijn is. Hij verwerpt het eene en langt -naar het andere. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>7. Met het „schijn-weten”, letterlijk „vooraf-weten”, wordt hier bedoeld het geleerde, -buitenissige weten van allerlei bizondere dingen, zonder het ware al-wetten in Tao, -dus het oppervlakkige weten van den schijn der dingen, zonder het wezen te kennen. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch39" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXIX.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XXXIX.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. De dingen, die eertijds de Éénheid hebben verkregen zijn: -<span class="pageNum" id="pb148">[<a href="#pb148">148</a>]</span></p> -<p>de Hemel, die puur is door de Eénheid. -</p> -<p>de Aarde, die in rust is door de Eénheid. -</p> -<p>de Geesten, die spiritueel zijn door de Eénheid. -</p> -<p>de Valleien, die vol zijn door de Eénheid. -</p> -<p>de tienduizend Dingen die baren door Eénheid. -</p> -<p>de Prinsen en Koningen, die het voorbeeld der wereld zijn door hun Eénheid. -</p> -<p>Dát heeft de Eénheid voortgebracht. -</p> -<p>2. Als de Hemel zijn puurheid niet had zou hij dreigen uiteen te scheuren. -</p> -<p>Als de Aarde haar rust niet had zou zij gevaar loopen uiteen te barsten. -</p> -<p>Als de Geesten hun spiritualiteit niet hadden zouden zij gevaar loopen van optehouden -te bestaan. -</p> -<p>Als de valleien niet gevuld werden, zouden zij gevaar loopen van te verdrogen. -</p> -<p>Als de tienduizend Dingen niet baarden zouden zij gevaar loopen uit te sterven. -</p> -<p>Als de prinsen en koningen trotsch waren op hun hoogheid, en niet het voorbeeld der -wereld waren, zouden zij gevaar loopen van den troon te worden gestooten. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1 en 2. De hoofdbedoeling hiervan is, te doen voelen, dat alle wezens en dingen hunne -verschillende naturen <span class="pageNum" id="pb149">[<a href="#pb149">149</a>]</span>hebben te danken aan één ding, Tao, de Eenheid. Die Eenheid is de basis van alle uiterlijk -zoo verschillende dingen. Zonder die Eenheid zou de Hemel niet puur zijn, de Aarde -niet in rust, enz. enz. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Daarom, het aanzienlijke heeft zijn basis in het ordinaire, het hooge heeft zijne -grondvesten in het lage. -<span class="pageNum" id="pb150">[<a href="#pb150">150</a>]</span></p> -<p>Daarom noemen de prinsen en koningen zich weezen, menschen van weinig verdienste, -zonder deugd. Is dit niet omdat zij hun basis zien in het ordinaire, en terecht? -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. De hoogheid en gedistingeerdheid der vorsten hebben tot basis de laagheid en gewoonheid -van het volk. De koningen geven zich uit bescheidenheid die lage titels <span class="pageNum" id="pb151">[<a href="#pb151">151</a>]</span>om te doen uitkomen, dat zij hun oorsprong hebben gehad in het volk. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Wie véél basissen heeft, heeft géén basis. -</p> -<p>5. De Wijze wil niet hooggeschat worden als jaspis, maar ook niet veracht als (gewone) -steen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Letterlijker staat er, véél wielen, géén wagen. De bedoeling is duidelijk in verband -met het vorige over de Eénheid. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch40" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XL.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XL.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. De beweging van Tao is terugkeer (tot zichzelf). -</p> -<p>Zachtheid is Zijne functie. -</p> -<p>2. Alle bestaan op de wereld is uit Zijn. Alle Zijn is uit Niet-Zijn. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Deze zin correspondeert met wat ik in mijne Inleiding zeide, n.l. dat niet alleen -alle dingen uit Tao zijn voortgekomen, maar hun tevens eene natuurlijke, van-zelve -beweging is medegegeven, die hen onvermijdelijk weder naar Tao terugvoert. Zich op -die beweging in gehoorzaamheid te laten meêgaan is, volgens Lao Tszʼ, de hoogste levenswijsheid, -is Wu Wei zijn. -</p> -<p>2. Zie <a href="#inleiding">Inleiding</a> en Hfdst. <a href="#ch1">I</a>. -<span class="pageNum" id="pb153">[<a href="#pb153">153</a>]</span></p> -<p>2. Het „daarom” schijnt niet in direct logisch verband met het vorige onder 1 te staan. -De bedoeling is verder duidelijk genoeg, n.l. dat de verlichten in Tao, in stede van -trotsch te zijn, nederig blijven enz. enz. De meeste vertalers hebben verder: „Hij, -die de opperste deugd heeft, enz. wat op hetzelfde neerkomt. In den tekst staat alleen, -zooals ik heb, „de opperste deugd,” „de groote reinheid” enz. -</p> -<p>3. Het volgende, ook al weer niet in direct verband met het vorige, slaat weer op -Tao. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch41" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLI.</h3> -<p class="first">1. Als superieure geleerden van Tao hooren, begaan zij Het (dadelijk) ijverig. Als -middelmatige geleerden van Tao hooren, handhaven zij Het nú, en verliezen Het dán -weer. Als inferieure geleerden van Tao hooren, lachen zij er <span class="pageNum" id="pb152">[<a href="#pb152">152</a>]</span>hard om. Als zij er niet om lachten zou het Tao niet zijn. -</p> -<p>2. Daarom, een oud gezegde luidt: De verlichten in Tao zijn als duister; de vergevorderden -in Tao zijn als achteruitgaande; zij, die de opperste deugd hebben zijn (laag) als -een vallei; de uiterst reinen zijn als vuil; zij, die deugd in overvloed hebben, zijn -alsof ze niet genoeg hebben; zij die (vast) gegrondveste deugd hebben, zijn als lui; -zij, die waar en simpel zijn, zijn als verachtelijk. -</p> -<p>3. Als een groot vierkant zonder hoeken, als een groote vaas, die nog lang niet afgewerkt -is, als een groot geluid, waarvan men den klank zelden hoort, als een groot beeld -zonder vormen, zóó is (voor ons) Tao verborgen, en heeft geen naam. -</p> -<p>4. Het helpt de wezens en dingen en volmaakt ze. -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch42" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Tao baarde één; één baarde twee; twee baarde drie; drie baarde alle dingen. -</p> -<p>Want alle dingen komen uit het duister tot het licht, en worden in harmonie gebracht -door den adem der Natuur. -<span class="pageNum" id="pb154">[<a href="#pb154">154</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Tao vóór de creatie, éénig in-zich-zelf, bestaande was er natuurlijk niet eens -het begrip één. Tao baarde één. Eén verdeelde zich in twee, en wel de principes Yin -(vrouwelijk, rust, duister), en Yang (mannelijk, beweging, licht). De chineesche filosofie -van de „I King” <span class="pageNum" id="pb155">[<a href="#pb155">155</a>]</span>leert dat door de verbinding in harmonie—dit is dus drie, de harmoniesche samensmelting -van Yin en Yang—dezer twee principes alle dingen ontstaan zijn. Eén ontstond zoodra -Tao zich naar buiten manifesteerde, twéé zoodra één zich verdeelde in Yin en Yang, -en drie zoodra de harmonie ontstond tusschen die twee. -</p> -<p>Onnoodig te zeggen dat zendelingen in dezen tekst een chineesche uitdrukking voor -de Drieëenheid hebben gezocht! -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Wat de menschen verafschuwen is te zijn weezen, menschen van weinig verdiensten, -zonder deugd, en toch noemen koningen en hertogen zich zoo (als met een eerenaam). -</p> -<p>3. Daarom, wie zich vernedert zal verheven worden, en wie zich verheft zal vernederd -worden. -</p> -<p>4. Wat de menschen leeren, dat leer ik ook. -</p> -<p>5. De geweldigen en tyrannen zullen geen natuurlijken dood sterven. -</p> -<p>6. Ik zal hen tot het voorbeeld van mijn leer nemen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2–6. Dit volgt alweer niet in direct verband met het vorige, maar is een tekst apart. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch43" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLIII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Het allerzachtste in de wereld overwint het allerhardste. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Men vergelijke dit met het nog te volgen Hoofdstuk LXXVIII, waarin Lao Tszʼ spreekt -van water, dat, hoe zacht ook, het hardste kan vernietigen. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Het <span class="corr" id="xd30e2487" title="Bron: immateriëele">immaterieele</span> dringt binnen in het ondoordringbare. -<span class="pageNum" id="pb156">[<a href="#pb156">156</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Letterlijk staat er „Het Niet-Zijn dringt binnen in waar geen opening is”. -<span class="pageNum" id="pb157">[<a href="#pb157">157</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Vandaar, dat ik het nut weet van Wu Wei. -</p> -<p>Er zijn er maar weinigen onder den Hemel die toe zijn aan de Leer zonder woorden, -en aan het nut van Wu Wei. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Juist zooals het immaterieele het ondoordringbare doordringt, zoo overwint ook -Wu Wei, de zuivere ziele-actie, álle andere actie, die niet uit de zuivere ziel komt. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch44" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLIV.</h3> -<p class="first">1. Wat is ons het naaste, onze naam of ons Zelf? -</p> -<p>Wat is ons het meeste, ons Zelf of onze rijkdommen? -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLIV.</h3> -<p class="first">3. „Liefheeft” neme men hier in den lageren zin van passies, begeerten hebben. Hij, -die zoo liefheeft, zal veel van zijn beste goed verkwisten. -<span class="pageNum" id="pb159">[<a href="#pb159">159</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Wat is het ergste, ze te verkrijgen of ze te verliezen? -</p> -<p>3. Daarom is het, dat wie veel liefheeft, veel zal verkwisten. -</p> -<p>Wie veel (schatten) verbergt zal stellig veel verliezen. -</p> -<p>Wie genoeg weet te hebben zal niet onteerd worden. Wie weet (waar) op te houden zal -niet ondergaan. Deze zal langen tijd bestaan. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. De bedoeling zal wel zijn die van Li Si Tchaï, door Julien overgenomen, dat de -beweging, die de koude overwint door warm te maken, en de rust, die de warmte overwint -door te verkoelen, beide hun grenzen hebben. Maar als de mensch Wu Wei is, zoekt hij -niet te overwinnen, en daardoor kan ook niets hém overwinnen. -</p> -<p>3. Letterlijk staat er „puurheid en rust zijn het rechte van de wereld”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch45" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLV.</h3> -<p class="first">1. (De Wijze) is ganschelijk volmaakt, en lijkt onvolmaakt; zijne middelen raken nooit -op. Hij is ganschelijk vol en lijkt ledig; zijne middelen (bronnen) zijn nooit uitgeput. -Hij is ganschelijk <span class="pageNum" id="pb158">[<a href="#pb158">158</a>]</span>recht en lijkt krom. Hij is ganschelijk bekwaam en lijkt dom. Hij is zéér welsprekend -en lijkt een stamelaar. -</p> -<p>2. De beweging overwint de koude, de rust overwint de warmte. -</p> -<p>3. Hij die puur en rustig is, wordt het voorbeeld van het rijk. -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch46" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLVI.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLVI.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Toen Tao in het rijk regeerde, zond men de vlugge paarden weg om ze op het land -te gebruiken; toen Tao niet in het rijk regeerde, werden de krijgsrossen gefokt op -de grenzen. -</p> -<p>2. Er is géén zoo groote misdaad als zich veel begeerten toe te staan; er is <span class="corr" id="xd30e2521" title="Bron: geen">géén</span> zoo groot ongeluk als niet genoeg weten te hebben; er is géén zoo groote ramp als -(altijd) maar te willen krijgen. -</p> -<p>3. Daarom, hij die genoeg weet te hebben, is altijd tevreden, naar ik meen. -<span class="pageNum" id="pb160">[<a href="#pb160">160</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Letterlijk staat er: „Toen het rijk Tao had” enz. De commentator Peh Yü Shen neemt -dezen tekst figuurlijk, en ziet in het rijk het hart, in de paarden de hartstochten -en begeerten. Ik geloof met anderen dat men hier den tekst evengoed in letterlijken -zin kan nemen. -<span class="pageNum" id="pb161">[<a href="#pb161">161</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch47" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLVII.</h3> -<p class="first">1. Zonder mijn deur uit te gaan ken ik de wereld, zonder uit mijn venster te kijken -zie ik den Weg des Hemels. -</p> -<p>2. Hoe verder gij uitgaat, hoe minder gij zult weten. -</p> -<p>3. Daarom, de Wijze komt er zonder te loopen, noemt de dingen zonder ze te zien, en -volmaakt zich zonder actie. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLVII.</h3> -<p class="first">Men zou dit hoofdstuk in ’t kort kunnen verklaren door: „Alles moet van binnen, niet -van buiten komen. Het hoogste weten wordt alleen bereikt door zelf-contemplatie, en -de oorsprong van alle weten is in de eigen ziel”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch48" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLVIII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLVIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Zich toeleggen op de studie is dagelijks „meer krijgen.” Zich wijden aan Tao is -dagelijks „minder krijgen,” minder en minder, tot Wu Wei bereikt is. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Met „minder krijgen” is natuurlijk bedoeld „minder verlangens, begeerten, aardsche -dingen krijgen.” -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Wu Wei eenmaal bereikt, is er niets wat men niet kan doen, naar ik meen. -</p> -<p>3. Door altijd niets te doen kan men over het Rijk meester worden. Maar door te doen -is men niet in staat, meester te worden van het Rijk. -<span class="pageNum" id="pb162">[<a href="#pb162">162</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. De woordspeling is hier alweer eigenaardig. „Als Wu (niets) Wei (doen) bereikt -is, is er niets (Wu) wat men niet kan doen (Wei). Ik leg er nog eens den nadruk op -voor de zóóveelste maal, en kan dit niet genoeg doen, dat „Wu Wei” volstrekt niet -zoo maar beteekent inactie, indolentie, of niets doen, maar zooals ik in de Inleiding -duidelijk maakte, „niets tegen Tao in doen”, dus „zich bewegen, en doen, zuiver en -geheel volgens het rythme van Tao dat (zie Hoofdstuk XL weer) naar Tao terugvoert. -En dat met „doen” wordt bedoeld „onnatuurlijk, aardsch gedoe van begeerten en verlangens”. -<span class="pageNum" id="pb163">[<a href="#pb163">163</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch49" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLIX.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk XLIX.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. De Wijze heeft geen buitengewoon hart. Hij beschouwt het hart van het volk als -het zijne. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Letterlijk staat er „geen eeuwig (onveranderlijk) hart”. Hart hier ook in den zin -van „gevoelens”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Ik ben voor de goeden goed. Voor de niet-goeden ben ik ook goed, om ze goed te -maken. Ik geloof de oprechten. De niet-oprechten geloof ik ook, om ze oprecht te maken. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Van de juiste vertaling, hoe mooi die ook klinken moge, ben ik hier lang niet zeker. -Ik heb hier „Teh” deugd moeten vervangen door „teh” verkrijgen, maken, eene verwisseling -die in het oude chineesch veel voorkomt, en die ook o.a. Giles <abbr title="en anderen">e.a.</abbr> en veel chineesche commentators maken. Anderen behouden Teh als deugd, en vertalen -dan aan het slot van den zin: „Dit is het toppunt van de deugd”, waarvan „toppunt” -echter niet in den tekst staat. Weer andere chineesche commentaren zien in dezen tekst -niet anders dan ongenaakbaarheid, alsof Lao Tszʼ wilde zeggen dat goeden en slechten, -oprechten en niet-oprechten voor hem hetzelfde waren, iets wat ik niet kan aannemen. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. De wijze in de wereld is voortdurend in vreeze dat de wereld zijn hart in verwarring -zal brengen. -<span class="pageNum" id="pb164">[<a href="#pb164">164</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Ook van deze vertaling ben ik niet zeker. Evenmin van die van Julien: „<span lang="fr">Le Saint vivant dans ce monde reste calme et sincère et conserve les mêmes sentiments -pour tous</span>”. Hij vat „<i>hwun</i>”, d.i. verward, vuil, chaotisch, op als „het geheel, allen”. Beide beteekenissen -staan o.a. in Wells Williams’ dictionnaire. Maar „<span lang="fr">calme et <i>sincère</i></span>” voor „<i>tieh</i>” vreesachtig, verlegen, bezorgd, kan ik niet aannemen. -<span class="pageNum" id="pb165">[<a href="#pb165">165</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. De ooren en oogen der honderd families zijn op hem gericht, en hij beschouwt hen -als kinderen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. „De honderd families” is eene uitdrukking voor „het volk”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch50" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk L.</h3> -<p class="first">1. De mensch komt uit het leven en gaat in den dood. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk L.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Er zijn dertien dienaren van het leven en dertien dienaren van den dood. -</p> -<p>3. Als de mensch geboren is, bewegen hem ook al de dertien dienaren van den dood. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">2. Wie die dertien dienaren (sommigen vertalen „dienaren”, anderen „oorzaken”) zijn, -is niet recht duidelijk. De eene chineesche commentator zegt dat het zijn 13 deugden -(als b.v. zuiverheid, zwakheid, nederigheid, zachtheid, armoede, enz.), die van ’t -leven, en 13 ondeugden (b.v. onzuiverheid, rijkdom, kracht, hoogheid, zucht om uit -te blinken, enz.), die van den dood. De ander (b.v. Han Fei Tszʼ) zegt dat de beide -dertien identiek zijn, n.l. de vier leden, de mond, de oogen, de neus, enz. die in -’t leven gebruikt worden en toch naar den dood leiden.—Maar ik zou niet durven zeggen, -wie nu eigenlijk de dertien zijn. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Wat is hier toch wel de reden van? Dat hij te intens wil leven, en te veel vitaliteit -verspilt. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Dat „te intens leven” is hier „zijne hartstochten opzweepen, en zoo zijn levenskracht -verspillen”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Ik heb hooren zeggen, dat hij, die zijn leven weet te regeeren, zonder gevaar langs -een weg kan gaan, waar rhinocerossen en tijgers zijn, <span class="pageNum" id="pb166">[<a href="#pb166">166</a>]</span>en in het leger kan treden zonder harnas of wapenen, want de rhinoceros zou geen plek -kunnen vinden om zijn hoorn in te boren, de tijger geen plek om zijn klauwen in te -slaan, de krijgsman geen plek om zijn zwaard in te steken. -</p> -<p>6. En hoe komt dat dan wel? Omdat hij niet blootgesteld is aan den dood. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5–6. Met „zijn leven regeeren” bedoelt Lao Tszʼ hier „Wu Wei” worden, het spiritueele -tot het hoogste opvoeren.—Hij, die alleen in ’t spiritueele leeft, heeft <span class="pageNum" id="pb167">[<a href="#pb167">167</a>]</span>als ’t ware geen lichaam meer, en is dus niet meer blootgesteld aan den dood, die -alleen ’t lichaam treft.—Johnson vergelijkt deze regelen terecht met <a class="biblink xd30e39" title="Referentie naar de Bijbel: Marcus 16:18" href="https://classic.biblegateway.com/passage/?search=Mk%2016:18&version=HTB">Markus XVI, 18</a>: „Slangen zullen zij (die gelooven) opnemen; en al is het dat zij iets doodelijks -zullen drinken, het zal hun niet schaden”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch51" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LI.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LI.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Tao brengt de dingen voort. Het brengt ze groot door Teh (Zijne manifestatie in -hen). Het vormt ze door Zijne substantie. Het volmaakt ze door Zijne impulsie. -</p> -<p>2. Daarom, onder alle wezens is er geen, dat niet Tao vereert en Teh hoogacht. -</p> -<p>3. Die majesteit van Tao en die eerwaardigheid van Teh zijn niet aan hen gegeven, -zij bezitten die eeuwig uit zichzelven. -</p> -<p>4. Daarom, Tao baart alle dingen, kweekt ze op, doet ze groeien, brengt ze groot, -volmaakt ze, doet ze rijpen, voedt ze, beschermt ze. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Ik herinner aan wat ik in de Inleiding uitlegde, n.l. dat Lao Tszʼ Tao, in-zich-zelf -beschouwd, Tao noemde, en dat hij Teh noemde: Tao als gemanifesteerd zijnde in de -creatie. -</p> -<p>Ik heb hier eene vrijheid genomen. Letterlijk staat er: „Tao brengt de dingen voort, -Teh brengt ze groot”.—Ik nam mijne vrije vertaling om nog eens goed te doen uitkomen -wat Teh is. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Te baren, en toch niet als eigendom te beschouwen, te formeeren, en dat toch niet -als glorie te beschouwen, te regeeren, en toch vrij te laten,—dit noem ik de mysterieuze -Deugd. -<span class="pageNum" id="pb168">[<a href="#pb168">168</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Met dit „vrij laten” wordt bedoeld, dat Tao niet, zooals b.v. een koning, nog eerst -krachtige wetten behoeft te maken, en hen voortdurend onder bedwang houdt, maar hen -hun natuur laat volgen. -<span class="pageNum" id="pb169">[<a href="#pb169">169</a>]</span></p> -<p>Immers, als ze maar Wu Wei zijn, is alles vanzelf goed. -</p> -<p>Johnson vergelijkt den eersten tekst, 1, met den schoonen tekst uit de Prasna Upanishad. -„<span lang="en">As the birds to a tree, so all beings repair to the supreme Soul</span>”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch52" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. De wereld heeft een begin, dat werd de Moeder der wereld. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Vergelijk Hoofdstuk I. 2. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Als men de moeder bezit kent men daardoor hare kinderen. Als men hare kinderen -kent en daarna de moeder behoudt, al sterft het lichaam weg, men heeft dan geen gevaar -te duchten. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. De moeder is hier Tao, hare kinderen de door Hem gecreëerde wezens en dingen. Hij, -die weet hoe de wereld gecreëerd is, en waaruit zij is ontstaan, vreest natuurlijk -den dood van zijn lichaam niet. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Hij, die zijn mond sluit, en zijne oogen en ooren dichtdoet, zal zijn geheele leven -lang niet (behoeven te) tobben. Hij, die zijn mond opendoet, en zich druk gaat maken, -is niet (meer) te redden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Voor „druk maken” (lett. staat er „zijn zaken redden”) hebben sommigen eene uitdrukking -voor „zijne begeerten vermeerderen” gezien. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Het kleine te zien heet verlicht zijn, zwakheid te handhaven heet sterk zijn. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Het kleine, d.i. het subtiele. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Als men gebruik maakt van de afschittering van Tao om daarna tot Zijn licht terug -te keeren, heeft het lichaam geen ramp meer te vreezen. -</p> -<p>6. Dit noem ik dubbel verlicht zijn. -<span class="pageNum" id="pb170">[<a href="#pb170">170</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Deze tekst is niet heel duidelijk. De uitlegging van een chineesch commentator -Lüi Kie Fou, ook door Julien aangehaald, komt mij vrij aannemelijk voor. Volgens dezen -is zij „hij, die gebruik maakt van de afschittering van Tao om de menschen en dingen -te leeren kennen en zich aan hen te onttrekken, en dan weer terug keert tot het licht -van Tao zelf, om tot de absolute rust te komen, zal niet in rampen komen”. Maar dubieus -blijft het. -<span class="pageNum" id="pb171">[<a href="#pb171">171</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch53" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LIII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Als ik, bij toeval, eens een beetje kennis had, zou ik den grooten Weg bewandelen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Hier hebben wij weer een voorbeeld, dat Tao gewoon Weg, of Pad beteekent, als zoo -dikwijls in Confucius.—Hier dus, het Pad, de Weg van Tao, het Pad, waarin men gaat -(en dit is door Wu Wei te zijn) als men in Tao leeft. Wells Williams, in zijn dictionnaire -dit hoofdstuk aanhalende, spreekt van „<span lang="en">the way of truth</span>” in dit geval. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Mijn vrees zou zijn, of ik (deze leer) wel zou kunnen verspreiden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Door er een karakter bij te voegen, krijgen vele vertalers, er een dat „doen” beteekent -(Wei), achterplaatsende dézen zin: „wat ik vrees, is om te ageeren”. Maar, het karakter -zoo latende, krijg ik mijne versie, die toch ook aannemelijk is, en wèl in verband -met het volgende. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. (Want) de groote Weg is zeer vlak, maar het volk houdt van de zijpaden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. „Vlak” ook in den zin van „eenvoudig”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Als de paleizen veel treden hebben, zijn de velden vol onkruid, en zijn de graanschuren -ganschelijk ledig. -</p> -<p>5. De prinsen kleeden zich in schitterende gewaden, dragende een scherp zwaard; zij -verzadigen zich aan (lekker) eten en drinken, en hebben schatten en goederen te over. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. „Veel treden hebben”, d.i. dus hoog gelegen zijn, mooi en weelderig zijn. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. Dit noem ik het voorbeeld geven van diefstal. Dit is niet zich toeleggen op Tao! -<span class="pageNum" id="pb172">[<a href="#pb172">172</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>6. Een zoo groot geleerde als keizer Khang Hi volgende, heb ik hier, zooals hij in -zijn beroemd „Khang <span class="pageNum" id="pb173">[<a href="#pb173">173</a>]</span>Hi’s Woordenboek” deed, hier in deze passage het karakter „ting” bijgevoegd, waardoor -ik deze versie kreeg. Letterlijk staat er „dit noem ik zich beroemen op diefstal”. -</p> -<p>Het geheele hoofdstuk, bemerkt men, is eene tirade tegen de toen ter tijde regeerende -vorsten, die Tao verzaakten in de regeering van het rijk.—Het „de groote Weg” in den -eersten volzin is een der voornaamste argumenten van velen, dat Lao Tsz’s „Tao” met -„Weg” zou moeten vertaald worden.—Maar dat het karakter Tao hier even „Weg” beteekent, -daaruit volgt nog volstrekt niet, dat het dit per se nu ook overal elders moet beteekenen. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch54" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LIV.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LIV.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Hij, die goed weet te grondvesten, zal (zijn werk) niet ontworteld zien; hij, die -goed weet vast te houden, zal niet laten ontglippen. -</p> -<p>2. Zijn zonen en kleinzonen zullen voor hem offeren zonder ophouden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. „Grondvesten”, d.i. hier „grondvesten op Tao”. „Vast houden”, d.i. hier „de beginselen -van Tao goed vasthouden”.—Vergelijk in Confucius, Choeng Yoeng, Hfdst. VIII, blz. -88. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Als de mensch Het betracht in zich zelven, zal zijn deugd reëel worden. Als hij -Het betracht in zijne familie zal zijn deugd overvloedig worden. Als hij Het in zijn -dorp betracht zal zijn deugd (vèr) verspreid worden. Als hij Het in zijn staat betracht -zal zijn deugd rijk-bloeiend <span class="pageNum" id="pb174">[<a href="#pb174">174</a>]</span>worden. Als hij Het in het Rijk betracht zal zijn deugd universeel worden. -</p> -<p>4. Daarom, naar zich zelf oordeelt men anderen, naar zijne familie oordeelt men andere -familieën; naar zijn dorp oordeelt men andere dorpen; naar zijn staat oordeelt men -andere staten; naar zijn Rijk oordeelt men andere (toekomstige) Rijken. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. „Het” is hier weer „Tao”.—De opvolging van zich-zelf, zijne familie, zijn dorp, -zijn staat, zijn Rijk, doet hier aan een ideeëngang van Confucius denken. Vergelijk -„Confucius, Ta Hioh”, Hfdst. I, 5 en 6, blz. 148. -</p> -<p>Sommige vertalers lezen hier voor „teh” niet overal deugd, maar de gevolgen dier deugd, -en krijgen dan o.a. <span class="pageNum" id="pb175">[<a href="#pb175">175</a>]</span>„Hij, die Het in zijn dorp betracht, zal „de bevolking (daarvan)” vermeerderd zien”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Hoe weet ik dat het aldus met het Rijk is? (Juist) door Dit. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. „Door Dit”, d.i. door Tao. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch55" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LV.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LV.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Hij die een intenze deugd heeft gelijkt op een pasgeboren kind, dat de steken van -venijnige insecten niet vreest, noch de klauwen van wilde beesten, noch den greep -van roofvogels. -</p> -<p>2. Zijn beenderen zijn zwak, zijn pezen zijn week, en (toch) houdt het (de dingen) -stevig vast. -</p> -<p>3. Het weet nog niet de gemeenschap der beide seksen en (toch) is er (al) wat actie -in zijn geslachtsdeel. Dit is door de volmaaktheid van het semen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. D. i. „Hij die in Tao leeft”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Het schreeuwt den ganschen dag en (toch) wordt zijn keel niet schor. Dit is (door) -de volmaaktheid van de harmonie. -<span class="pageNum" id="pb176">[<a href="#pb176">176</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Indien menschen schreeuwen van pijn of van pleizier, wordt de keel schor, en is -er geen harmonie in dien mensch. In het kind is de volkomen harmonie der vitale krachten. -<span class="pageNum" id="pb177">[<a href="#pb177">177</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Te weten wat harmonie is heet onveranderlijk (eeuwigdurend) zijn. Te weten wat -onveranderlijk is heet verlicht zijn. Vermeerdering van leven heet zaligheid. De geest -het lichaam besturende heet kracht. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Zie Hfdst. <a href="#ch16">XVI</a>.—Verlicht is hier synoniem met wijs. Letterlijk staat er „het hart de vitale energie -besturende”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. Vanaf het toppunt van kracht worden de dingen oud, dat wil zeggen, zij zijn niet -gelijk aan Tao, en wat niet gelijk is aan Tao neemt een spoedig einde. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>6. Zie Hfdst. <a href="#ch30">XXX</a>. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch56" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LVI.</h3> -<p class="first">1. Zij die (Tao) weten spreken er niet over; zij die er over spreken weten Het niet. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LVI.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. De Wijze doet zijn mond dicht, sluit oogen en ooren, haalt zijne hooge aspiraties -neder, ontrafelt het verwarde, tempert het (verblindend) schitterende, en maakt zich -gelijk aan het stof. Dit noem ik eene mystieke gelijkenis (met Tao). -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">2. Letterlijk staat er „sluit zijn deuren”, maar volgens verscheidene chineesche commentators -beteekenen die deuren hier „oogen en ooren”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Gunst noch ongenade, voorspoed noch schade, geëerdheid noch verachting kunnen hem -treffen. -</p> -<p>4. Daarom is hij de eerbiedwaardigste mensch onder den Hemel. -<span class="pageNum" id="pb178">[<a href="#pb178">178</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Ik vertaal hier „hij haalt zijn hooge aspiraties neder”, maar letterlijk staat -er, als in Hfdst. <a href="#ch4">IV</a>: „Het verstompt zijn scherpte”.—Men lette op de woordelijke gelijkenis met Hfdst. -<a href="#ch4">IV</a>, waar Tao het onderwerp is. Deze gelijkheid van uitdrukking maakt de gelijkenis nog -sterker. -<span class="pageNum" id="pb179">[<a href="#pb179">179</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch57" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LVII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LVII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Met rechtheid regeert men den staat, met listen voert men oorlog, met Wu Wei wint -men het Rijk. -</p> -<p>2. Hoe weet ik, dat het zoo met het Rijk is? Door dit: -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Men denke er vooral om, wat ik reeds zoo herhaaldelijk releveerde, dat „Wu Wei” -niet zoomaar niets-doen beteekent. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Hoe meer bangmakende verbodsbepalingen er in het rijk zijn, des te armer wordt -het volk; hoe meer middelen tot productie van weelde het volk heeft, des te verwarder -wordt de staat; hoe bekwamer en vernuftiger het volk is, des te meer <span class="corr" id="xd30e2669" title="Bron: artificieele">artificiëele</span> dingen worden er gemaakt; hoe rijker en klaarder de wet wordt, des te meer dieven -en roovers er komen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Herbert Giles vertaalt de laatste zinsnede kernachtiger, maar minder getrouw aan -den tekst: „<span lang="en">Overlegislation increases crime</span>”.—Denkt men bij dezen tekst niet onwillekeurig aan den ontzaglijken berg folio’s -van Staatsbladen, die een ambtenaar in <abbr title="Nederlandsch-Indië">Ned.-Indië</abbr> moet kennen? -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Daarom zegt de Wijze: Ik ben Wu Wei en dan zal het volk zich vanzelf hervormen. -Ik houd van de rust, en dan zal het volk vanzelf recht worden. Ik doe geen werk, en -dan zal het volk vanzelf rijk worden. Ik heb geen begeerten, en dan zal het volk vanzelf -(weer) eenvoudig worden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Men versta hier in dit speciale geval „de Wijze, die een vorst is”. Met „géén werk” -wordt bedoeld „geen militaire expedities, groote ondernemingen”, enz. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch58" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LVIII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LVIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Als de regeering tolerant is, zal het volk schuldeloos zijn; als de regeering overal -den neus <span class="pageNum" id="pb180">[<a href="#pb180">180</a>]</span>in steekt, zal het volk telkens inbreuk op de wet maken. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. „Shun” is hier zoowel puur als eerlijk, ongemengd, zuiver.—Ik heb mijn commentator -Peh Yü Shen gevolgd, <span class="pageNum" id="pb181">[<a href="#pb181">181</a>]</span>die een ander klassenhoofd voor het karakter geeft dan er staat. Anderen, het oorspronkelijke -behoudend, krijgen „rijk, liberaal”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Falen is de basis van slagen; slagen is de basis van falen. Wie weet (van die twee) -het uiterste? -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Letterlijk staat er „ongeluk is de basis van geluk” enz. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Voor den ongerechte lijkt gerechtigheid als vreemd, en goedheid als verdorvenheid. -</p> -<p>4. Waarlijk, de menschheid is gedompeld in dwaling, sinds menigen dag! -</p> -<p>5. Daarom, de Wijze is vierkant, zonder hoekig te zijn, is belangeloos zonder te kwetsen, -is oprecht zonder overdreven stipt te zijn, is schitterend zonder te verblinden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Julien en anderen hebben: „<span lang="fr">Si le prince n’est pas droit, les hommes droits deviendront trompeurs, et les hommes -vertueux pervers</span>”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch59" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LIX.</h3> -<p class="first">1. Om de menschen te regeeren en den Hemel te dienen gaat niets boven de gematigdheid. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LIX.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Gematigdheid is het allereerst noodige voor den mensch. -</p> -<p>3. Dit allereerst noodige noem ik eene zware opeenstapeling van deugd. Met eene zware -opeenstapeling van deugd is er niets, wat hij niet verwezenlijken kan. Als er niets -is, wat hij niet verwezenlijken kan, kent niemand de grenzen (van <span class="pageNum" id="pb182">[<a href="#pb182">182</a>]</span>zijn macht). Als niemand de grenzen kent (van zijn macht) is hij geschikt om het rijk -te regeeren. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">2. Op autoriteit van keizer Khang Hi neem ik, evenals Julien, hier een kleine vrijheid -met het woord „fuh”. Letterlijk staat er dan „Gematigdheid is de eerste zaak van den -mensch”. -<span class="pageNum" id="pb183">[<a href="#pb183">183</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Die het oer-principe van het rijk bezit, zal lang blijven (regeeren). Dit is wat -men noemt „een krachtigen en diep geplanten wortel hebben<span class="corr" id="xd30e2701" title="Bron: ”">”</span>. Dit is de leer van lang te leven. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Letterlijk staat er „Wie de moeder van het rijk bezit”. -</p> -<p>In den laatsten volzin komt Tao hier voor in den zin van „leer”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch60" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LX.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LX.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Om een groot rijk te regeeren moet men even zoo voorzichtig zijn als in ’t bakken -van een klein vischje. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Letterlijk staat er: „Het regeeren van een groot rijk is als ’t bakken van een -klein vischje”. Ik vertaalde vrijer, om beter de bedoeling te doen uitkomen. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Als men het rijk regeert met Tao zijn de kwade invloeden tot inactie gedwongen; -niet dat zij hun macht verloren hebben, maar zij kwetsen de menschen niet. Niet alleen -dat zij de menschen niet kunnen kwetsen, maar zelfs de Wijze kwetst de menschen niet. -</p> -<p>3. Noch de Wijze, noch de kwade invloeden kwetsen hen, daarom zullen hunne deugden -samen ineenvloeien. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2–3. De rest van dit hoofdstuk is vrij duister. De tekst spreekt hier van „kwei” (zie -„kwei-shin” in Confucius blz. 100), maar mij dunkt dat Lao Tszʼ die niet kan bedoeld -hebben, en daarom nam ik „kwade invloeden”. -<span class="pageNum" id="pb185">[<a href="#pb185">185</a>]</span></p> -<p>4. Dit is niet erg duidelijk. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch61" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXI.</h3> -<p class="first">1. Een groot rijk moet zijn (nederig) als de groote stroomen, in welke zich de wateren -van het rijk uitstorten. -<span class="pageNum" id="pb184">[<a href="#pb184">184</a>]</span></p> -<p>2. Het moet de vrouwelijke sekse navolgen, die juist door de rust (passiviteit) de -mannelijke overwint. Die rust is eene vernedering. -</p> -<p>3. Daarom, als een groot rijk zich vernedert voor kleinere staten, zal het die kleinere -staten winnen. Als de kleinere staten zich vernederen voor het groote rijk, zullen -zij het groote rijk winnen. -</p> -<p>4. Daarom, de een vernedert zich om te krijgen, de ander om gekregen te worden. -</p> -<p>5. Wat een groote staat enkel moet willen is zich te vergrooten en uit te breiden, -wat een kleine staat enkel moet willen is protectie, dan krijgen beide wat zij noodig -hebben. -</p> -<p>6. Maar de grooten behooren zich te vernederen! -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch62" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Tao is de veilige schuilplaats van alle dingen, de schat van de goeden, de steun -van de slechten. -</p> -<p>2. Goede woorden kunnen ons tot voordeel zijn, en een eerwaardig gedrag kan ons boven -de anderen verheffen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. „De steun van de slechten”, omdat de slechten er altijd weer op kunnen steunen -om goed te worden. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Hoe kan men het wegmaken, dat er slechte menschen zijn? -<span class="pageNum" id="pb186">[<a href="#pb186">186</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Dit is een heel lastige zin door de woordschikking <span class="pageNum" id="pb187">[<a href="#pb187">187</a>]</span>in het chineesch. Daarom geef ik hier twee andere versies er bij. Julien geeft n.l.: -„<span lang="fr">Si un homme n’est pas vertueux, <span class="corr" id="xd30e3771" title="Bron: pourrait on">pourrait-on</span> le repousser avec mépris?</span>” Alexander: „<span lang="en">By what means is it possible to get rid of the effects of a mans vileness?</span>” -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Daarom heeft men een keizerschap gegrondvest en drie ministers ingesteld. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Het keizerschap en de ministers zijn n.l. juist ingesteld om er voor te zorgen -dat de slechten beter worden en -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. Al houdt men in beide handen een jaspisstaf en gaat men vóór met een vierspan, -het is beter te blijven zitten en vooruit te gaan in Tao. -</p> -<p>6. Hoe is het, dat de ouden Tao zoo vereerden? Is het niet, omdat men Het vanzelf -vindt zonder den ganschen dag te zoeken, en omdat Het de misdaden vergeeft? -</p> -<p>7. Daarom is Tao het eerbiedwaardigste onder den Hemel. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. daarvoor is het allereerst noodig dat zij zelf Tao betrachten, en niet dat zij -praal maken met jaspisstaven (teekenen van waardigheid der hooge mandarijnen) en vierspannen. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch63" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXIII.</h3> -<p class="first">1. De Wijze doet Wu Wei, werkt aan géén werk, en savoureert wat zonder smaak is. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Het groote en het kleine, het vele en het weinige zijn even gewichtig voor hem. -<span class="pageNum" id="pb188">[<a href="#pb188">188</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">2. In het chineesch staat, zonder verdere verbinding, enkel achter elkaar: „groot—klein—veel—weinig”. -Men begrijpt hoe moeilijk de vertaling wordt. Johnson, von Strauss aanhalend, heeft: -„<span lang="en">Let thy great be as little, thy many the few</span>”. Julien „<span lang="fr">Les choses grandes et petites, <span class="pageNum" id="pb189">[<a href="#pb189">189</a>]</span>nombreuses ou rares (sont égales à ses yeux)</span>”. Alexander: „<span lang="en">Turn the small into the great, and the few into the many</span>”, enz. Ik nam mijne versie, omdat deze mij het nauwkeurigst scheen aan te sluiten -aan wat volgt. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Hij wreekt kwaad met goed. -</p> -<p>4. Als hij moeilijke dingen ontwerpt, begint hij met de gemakkelijke, als hij groote -dingen wil doen, begint hij met de kleine. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Letterlijk staat er: „Hij wreekt kwaad met deugd”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. De moeilijke dingen onder den Hemel zijn stellig uit de gemakkelijke gemaakt, de -groote dingen onder den Hemel zijn stellig uit de kleine gemaakt. -</p> -<p>6. Daarom, de Wijze zoekt geen groote dingen te doen, en daardoor juist volbrengt -hij groote dingen. -</p> -<p>7. Lichtvaardig gedane beloften worden stellig zelden gehouden, en wie veel voor gemakkelijk -houdt, ondervindt dat veel moeilijk is. -</p> -<p>8. Daarom, de Wijze vindt alsof alles moeilijk is, en daarom juist ondervindt hij -nooit moeilijkheden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Letterlijk staat er niet „uit” maar „met”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch64" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXIV.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXIV.</h3> -<p class="first">Dit Hoofdstuk biedt vele moeilijkheden, zoodat ik vooruit moet verklaren, niet in -te durven staan voor de <span class="pageNum" id="pb191">[<a href="#pb191">191</a>]</span>juistheid van de vertaling op eenige punten. Ik zal deze nader aangeven. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Dat, wat in rust is, is gemakkelijk te behouden in zijn toestand; dat wat nog niet -verschenen <span class="pageNum" id="pb190">[<a href="#pb190">190</a>]</span>is, is gemakkelijk te voorkomen; dat wat broos is, is gemakkelijk te breken; dat wat -klein is, is gemakkelijk te verspreiden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>1. Ik volg hier, zelf geen rechte versie wetende, Stanislas Julien, in wiens vertaling -als letterlijke vertaling der woorden, zooals ik reeds zeide, ik het meest vertrouw, -maar ik betwijfel of zij de bedoeling wel weergeeft. Giles, toch ook een eminent sinoloog, -heeft: „<span lang="en">While times are quiet, it is easy to take action; ere coming troubles have cast their -shadows before, it is easy to lay plans</span>”. Men ziet, het scheelt nog al wat! -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Houdt het kwaad tegen vóór het bestaat, regeer wanorde vóór zij uitbarst. -</p> -<p>3. Een boom dien gij met beide armen (nauwelijks) kunt omvatten is gegroeid uit een -vezeltje zoo fijn als een haar; een toren van negen verdiepingen is uit een klein -hoopje aarde opgericht, en een reis van duizend li’s begint met een enkelen voetstap. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. Als boven. Alexander heeft „<span lang="en">It is easier to prevent than to suppress</span>”. De chineesche commentaren, die ik bezit, verschillen allen. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Wie „doet<span class="corr" id="xd30e2775" title="Bron: ”">”</span> faalt, wie grijpt verliest (wat hij grijpt). -</p> -<p>5. Daarom, de Wijze is Wu Wei en faalt daarom niet, de Wijze grijpt niet en verliest -daarom niet. -</p> -<p>6. Als het volk iets doet faalt het altijd als het op het punt is om te slagen. -<span class="pageNum" id="pb192">[<a href="#pb192">192</a>]</span></p> -<p>7. Zorg voor het einde zoowel als voor het begin, dan zult gij niet falen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. „Doet” hier in den zin als reeds zoovele malen, en in de inleiding, door mij aangegeven. -<span class="pageNum" id="pb193">[<a href="#pb193">193</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>8. Vandaar, de Wijze begeert géén begeerten te hebben, en hecht geen waarde aan moeilijk -te verkrijgen dingen; zijn studie is géén studie en daardoor ontkomt hij aan de fouten -der menschen. Hij laat alle dingen hun natuurlijken gang gaan, en komt niet tusschenbeide. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>8. „Daardoor ontkomt hij aan de fouten der menschen”. Dit is op gezag van eenige chineesche -commentators, die ook Julien volgt.—Giles heeft: „<span lang="en">And you (<span lang="nl">hier dus</span> he) will revert to a condition which mankind in general have lost</span>”. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch65" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXV.</h3> -<p class="first">1. De Ouden, die Tao betrachtten, gebruikten Het niet om het volk verlicht te maken, -maar om het simpel te houden. -</p> -<p>2. Het volk is moeilijk te regeeren omdat het zooveel weet. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXV.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Hij, die een rijk regeert door het weten te vermeerderen, is de geesel van het -volk; hij die niet met al dat weten het rijk regeert, is het geluk van het volk. -</p> -<p>4. Hij die deze beide dingen weet, is ook een voorbeeld (voor het rijk). Altijd een -voorbeeld weten te zijn, noem ik de mystieke deugd (hebben). (Deze deugd) is diep, -en vèr-reikend, en tegenovergesteld aan de (materieele) dingen! -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">3. Letterlijk staat er: „Hij die met het weten het rijk regeert”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. En daarna komt men tot den grooten vrede. -<span class="pageNum" id="pb194">[<a href="#pb194">194</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. Letterlijk staat in plaats van vrede: „gehoorzaamheid, volgzaamheid”. -<span class="pageNum" id="pb195">[<a href="#pb195">195</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch66" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXVI.</h3> -<p class="first">1. Waarom kunnen de groote rivieren en zeeën de koningen zijn van alle stroomen? Omdat -zij zich onder hen weten te houden, daarom kunnen zij de koningen aller stroomen zijn. -</p> -<p>2. Daarom, als de Wijze superieur wil zijn aan het volk, moet hij in zijn spreken -ónder het volk blijven. Als hij voor het volk uit wil staan, moet hij zich op den -achtergrond houden. -</p> -<p>3. Daardoor staat hij boven allen, en weegt (toch) niet zwaar op het volk, staat hij -voor allen uit en kwetst (toch) het volk niet. Daardoor gehoorzaamt het rijk hem met -vreugde, en wordt hem niet moede. -</p> -<p>4. Omdat hij allen strijd vermijdt is er niemand in het rijk, die met hem strijden -kan. -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch67" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXVII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXVII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Allen in het rijk noemen mij groot, maar ik ben als gedegenereerd. Juist omdát -ik groot ben, ben ik als gedegenereerd. -</p> -<p>2. Als ik daaraan (d.i. aan groot) gelijk ware.… reeds lang, naar ik meen, weet ik -daar het kleine van. -<span class="pageNum" id="pb196">[<a href="#pb196">196</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. De bedoeling van deze in ’t hollandsch moeilijk weer te geven woordspelingen (siao -is n.l. zoowel „gelijk als” als „klein” en met „niet” er voor „gedegenereerd”) is -blijkbaar, dat indien men iemand groot noemt, en hij zich groot vindt, hij al niet -groot meer is. Het is dan niet Wu Wei meer. Zie ook Hfdst. <a href="#ch2">II</a>. -<span class="pageNum" id="pb197">[<a href="#pb197">197</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Welnu, ik heb drie schatten, die ik vasthoud en in eere houd. De eene heet Liefde. -De tweede heet Zuinigheid. De derde heet Nederigheid. -</p> -<p>4. Door mijn liefde kan ik dapper zijn, door mijn zuinigheid kan ik veel geven, door -mijn nederigheid kan ik de eerste zijn. -</p> -<p>5. Tegenwoordig verwerpt men de liefde en is (toch) dapper, verwerpt men de zuinigheid, -en geeft (toch) veel uit, en verwerpt men de laatste plaats om (toch) de eerste te -zijn. -</p> -<p>Dit leidt tot den dood, naar ik meen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Er staat niet in het chineesch „nederigheid” maar omschreven: „niet durven de eerste -in het rijk zijn”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. Welnu, als men strijdt vervuld van liefde, overwint men, en als men iets verdedigt -vervuld van liefde, zal men het behouden. -</p> -<p>7. De Hemel schenkt de gave van liefde aan hem, dien zij beschermen wil. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>6. Letterlijk staat er: „Als men strijdt met liefde”. -<span class="pageNum" id="pb199">[<a href="#pb199">199</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch68" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXVIII.</h3> -<p class="first">1. Hij, die een goed veldheer is, is niet krijgszuchtig. Hij, die een goed strijder -is, is niet toornig. Hij, die een goed overwinnaar is, worstelt niet. Hij, die goed -menschen (weet te) gebruiken, stelt zich onder hen. -</p> -<p>2. Dit noem ik de deugd die niet strijdt. Dit <span class="pageNum" id="pb198">[<a href="#pb198">198</a>]</span>noem ik de kracht die de menschen weet te gebruiken. Dit noem ik met den Hemel samen -één zijn. -</p> -<p>3. Dit was het opperste, waartoe de Ouden kwamen. -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch69" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXIX.</h3> -<p class="first">1. Een veldheer zeide eens: Ik durf niet gastheer te zijn (d.i. aan te vallen); ik -ben liever gast (d.i. defensief). Ik durf geen duim vooruit te gaan; ik ga liever -een voet terug. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXIX.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Dit noem ik vorderingen maken zonder vooruit te gaan, terugslaan zonder de armen -uit te strekken, vervolgen zonder dat er een vijand is, grijpen zonder wapenen. -</p> -<p>3. Er is geen grooter ramp dan den vijand (te) gering te achten. Den vijand gering -te achten is bijna onzen schat verliezen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">2. Letterlijk staat er: „Gaan zonder te gaan”. Mijn commentator Peh Yü Shen merkt -hier terecht op dat deze tekst niets dan eene illustratie is van „Wu Wei”, van „werken -aan géén werk”, enz. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Als twee legers van gelijke kracht strijden, overwint dat leger dat de liefde heeft. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. „De liefde” hier vooral als het „medelijden”, meen ik. Anderen zien er in „de liefde -voor het vaderland”. -<span class="pageNum" id="pb201">[<a href="#pb201">201</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch70" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXX.</h3> -<p class="first">1. Mijne woorden zijn heel gemakkelijk te begrijpen, heel gemakkelijk te betrachten. -Maar niemand in het rijk kan ze begrijpen, noch ze betrachten. -<span class="pageNum" id="pb200">[<a href="#pb200">200</a>]</span></p> -<p>2. Mijne woorden hebben een’ Oorsprong, mijne daden hebben een’ Meester (Tao). Maar -de menschen weten dat niet, en daarom begrijpen ze mij niet. -</p> -<p>3. Zij, die mij kennen, zijn zeldzaam. Dat is (juist) mijne eerwaardigheid, naar ik -meen. -</p> -<p>4. Daarom, de Wijze trekt grove wollen kleederen aan, en verbergt zijn edelsteenen -in zijn boezem. -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch71" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXI.</h3> -<p class="first">1. Te weten dat wij niet weten is superieur. Niet te weten en denken te weten is de -ziekte der menschen. -</p> -<p>2. Als men om deze ziekte lijdt zal men haar ontkomen. -</p> -<p>3. De Wijze heeft deze ziekte niet, (juist) omdat hij er het lijden van weet. Dáárom -is hij er niet ziek van. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXI.</h3> -<p class="first">De eigenaardige woordspeling, met het achtmaal in dit korte hoofdstukje voorkomende -karakter „ping”, dat zoowel „ziekte” als „ziek zijn” beteekent, en hier zelfs ook -„lijden door de ziekte”, gaat natuurlijk in de vertaling geheel verloren. De bedoeling -blijft echter, hoop ik, duidelijk genoeg. -</p> -<p>Ik ben strikt getrouw aan den tekst gebleven, waarin staat: „weten niet weten (is) -superieur”. -</p> -<p>Anderen vertalen: „te weten, maar te doen alsof men niet weet is superieur”. Maar -het eerste is veel mooier en juister, en waar het bovendien precies accuraat den tekst -weergeeft, vond ik het verre te verkiezen. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch72" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Als het volk niet vreest wat te vreezen is, zal dat, wat te vreezen is, tot hem -komen. -<span class="pageNum" id="pb202">[<a href="#pb202">202</a>]</span></p> -<p>2. Vindt uwe woning niet te nauw, walg niet van uw levenslot. -</p> -<p>3. Nu, ik walg niet van het mijne, daarom boezemt het mij geen walging in. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. „Dat wat te vreezen is”, is hier: „de dood”. -<span class="pageNum" id="pb203">[<a href="#pb203">203</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Daarom, de Wijze kent zichzelf, maar zonder gezien te willen worden; hij heeft -zich zelf lief, maar zonder zich hoog te stellen. Hij verwerpt het eene, en langt -naar het andere. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. „Het eene” is hier: „zelf gezien willen worden”, het andere „zich zelf kennen”. -Zoo ook met het tweede. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch73" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXIII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXIII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Hij, die zijn moed aanwendt om te durven, vindt den dood, maar hij, die moed (genoeg) -heeft om niet te durven, zal leven. -</p> -<p>2. Van deze twee dingen is het eene nuttig, het andere schadelijk. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Als een bewijs hoe weinig in ’t chineesch letterlijke accuratesse van vertaling -er toe doet, diene de volgende vertaling van Alexander: „<span lang="en">He, whose courage amounts to rashness, will lose his life, but he in whom it is tempered -with discretion, will save it</span>”. -</p> -<p>Mijne vertaling is getrouwer aan den tekst, maar de bedoeling blijkt dezelfde. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Wie weet de reden als de Hemel iets haat? -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Het verband is mij hier niet duidelijk. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Daarom, de Wijze is alsof hij alles moeilijk vindt. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Hetzelfde geldt voor dezen tekst, waarin ik alleen analogie vind met Hfdst. <a href="#ch63">LXIII</a>. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>5. De Tao van den Hemel is niet te strijden en (toch) goed te overwinnen, niet te -spreken, en (toch) goed geantwoord te worden, niet op te roepen en (toch) de menschen -vanzelf te doen komen. -<span class="pageNum" id="pb204">[<a href="#pb204">204</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>5. <abbr title="Met andere woorden">M.a.w.</abbr>: De Tao van <span class="corr" id="xd30e3890" title="Bron: denHemel">den Hemel</span> is Wu Wei. Het „geantwoord” is hier ook „gehoorzaamd”. -<span class="pageNum" id="pb205">[<a href="#pb205">205</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>6. Hij lijkt stil, maar maakt goed plannen. -</p> -<p>7. Het net van den Hemel is (eindeloos) groot; zijn mazen zijn ver van elkaar, maar -niemand ontsnapt er aan. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>6. „Hij” is hier „de Hemel”; „tʼan” is hier stil, rustig, dus in dezen zin als niets -doend, bijna lui. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch74" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXIV.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXIV.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Als het volk den dood niet vreest, hoe het dan schrik aan te jagen met den dood? -</p> -<p>2. Als het volk voortdurend den dood vreesde, en er waren slechten, dan zou ik die -grijpen en ter dood brengen, en wie zou dan nog durven? -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1 en 2. Lao Tszʼ wilde zeggen dat hoe strenger en wreeder het gouvernement met doodstraffen -optreedt, hoe meer misdadigers er juist zullen zijn, en hoe minder het volk den dood -zal gaan vreezen. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Er is altijd een Opperrechter om den doodstraf op te leggen. Hij, die in plaats -van dien Opperrechter wil dooden, is als een, die in plaats van den timmerman hout -gaat kappen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Alleen de Opperrechter, hier de Hemel (men vergete hierbij niet dat de Keizer is -de Zoon des Hemels) mag dooden, dus alleen een werkelijk goed en rechtvaardig gouvernement -of Keizer. Zij, die de regeering usurpeeren en woest met de onderdanen te werk gaan, -zullen zichzelf snijden, d.i. ten onder brengen. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Onder hen, die in plaats van den timmerman hout gaan kappen, zijn er maar weinigen, -die niet hun vingers snijden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Hoe ongeloofelijk het ook moge klinken van enkele geleerden, waaronder zelfs de -gewezen zendeling, later prof. Legge, hebben zij uit deze eenvoudige vergelijking -van een timmerman alweer den christelijken God ontdekt, n.l. den grooten Architect -(timmerman) van het Heelal!!! -<span class="pageNum" id="pb207">[<a href="#pb207">207</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch75" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXV.</h3> -<p class="first">1. Het volk heeft honger, omdat zijn vorst veel belastingen heft. Dáárom heeft het -honger. <span class="pageNum" id="pb206">[<a href="#pb206">206</a>]</span>Het volk is moeilijk te regeeren, omdat zijn Heer (te veel) doet. Dáárom is het moeilijk -te regeeren. Het volk schat den dood gering, omdat het te intens zoekt te leven. -</p> -<p>2. Maar hij, die niets doet om te leven, is wijzer dan hij die het leven (bovenmatig) -hoogschat. -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch76" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXVI.</h3> -<p class="first">1. Als de mensch geboren wordt is hij zacht en zwak, als hij sterft is hij stijf en -sterk. Als het gras en de boomen geboren worden zijn zij soepel en <span class="corr" id="xd30e2919" title="Bron: teer">teêr</span>, als zij sterven zijn zij droog en schraal. -</p> -<p>2. Stijfheid en sterkte zijn de volgelingen van den dood, zachtheid en zwakheid zijn -de volgelingen van het leven. -</p> -<p>3. Daarom, als een leger sterk is overwint het niet, als de boom sterk is wordt hij -omgehakt. -</p> -<p>4. Wat sterk en groot is, is inferieur, wat zacht en zwak is, is superieur. -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch77" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXVII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXVII.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. De Tao van den Hemel is als het spannen van een boog, dat het hooge naar de laagte -brengt, en het lage verheft, dat afneemt van wat te veel, en toevoegt aan wat te weinig -is. -<span class="pageNum" id="pb208">[<a href="#pb208">208</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Als de chineesche boogschutter zijn boog spant, heft hij het benedenste eind op -en brengt hij het bovenste eind naar de laagte, en hij neemt zijn afstand door de -hoogte van den boog minder of grooter te maken naarmate het doel lager of hooger is. -<span class="pageNum" id="pb209">[<a href="#pb209">209</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. De Tao van den Hemel is om af te nemen van wat te veel, om toe te voegen aan wat -te weinig is. -</p> -<p>3. Maar de Tao van de menschen is om af te nemen van wie (al) niet genoeg hebben, -en toe te voegen aan wie (al) te veel hebben. -</p> -<p>4. Wie is in staat om wat hij over heeft aan de wereld te schenken? Alleen hij, die -Tao heeft. -</p> -<p>5. Daarom, de Wijze doet (goed) maar steunt er niet op; als zijn werk volbracht is -hecht hij er zich niet aan, en hij wenscht niet zijn eigen eerwaardigheid te doen -uitkomen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>2. In 2 en 3 is hier Tao weer meer de weg, de manier van doen. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch78" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXVIII.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk <span class="corr" id="xd30e3917" title="Bron: LXXXVIII">LXXVIII</span>.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Niets in de wereld is zachter en zwakker dan het water, en toch is er niets, dat -het overtreft in het breken van wat hard is. Daarom is er niets, dat water evenaart. -Het zachte overwint het harde, het zwakke overwint het sterke. -</p> -<p>2. Er is niemand in de wereld, die dit niet weet, maar niemand kan het in toepassing -brengen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1. Letterlijk staat er: „Daarom is er niets, dat het water kan vervangen”. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Daarom zegt de Wijze: Hij, die de schande van het rijk op zich nemen kan, is (geschikt -om) Heer van het rijk (te zijn); hij, die de rampen van het rijk op zich nemen kan, -is (geschikt om) koning van het rijk te zijn. -<span class="pageNum" id="pb210">[<a href="#pb210">210</a>]</span></p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Alleen de zachte en zwakke kan die schande en die rampen verduren zonder morren -en beklag. -<span class="pageNum" id="pb211">[<a href="#pb211">211</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. Dit zijn ware woorden, die contradicties schijnen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. Want de meeste menschen denken dat iemand een laag, verachtelijk karakter moet -hebben, om te verduren zonder in woede op te vliegen. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch79" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXIX.</h3> -<p class="first">1. Als een groote twist beslecht is, blijft er stellig (altijd) nog wat vijandigheid -over. De kwestie is, hoe dit nu goed te maken. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXIX.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>2. Daarom, de Wijze bewaart de linkerzijde van het contract, en eischt niets van de -anderen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">2. Letterlijk staat er niet „contract” maar „tablet”. In den ouden tijd werden de -contracten geschreven op houten tabletten, die in twee deelen waren verdeeld. Hij, -die de zaak, waarover gecontracteerd was, moest geven, behield de linkerzijde van -de tablet, hij die haar had te eischen, behield de rechterzijde. Later, bij eventueele -geschillen, moesten de twee helften, die gekarteld of getand waren, weer precies in -elkaar passen, als de echtheid van het contract moest bewezen worden (Pue Yeou Thsing, -Julien). -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>3. Wie deugd heeft zorgt voor geven, wie geen deugd heeft zorgt voor eischen. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>3. Letterlijk staat er voor „eischen”: „belasting heffen”. -<span class="pageNum" id="pb213">[<a href="#pb213">213</a>]</span></p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p>4. De hemelsche Tao heeft geen lievelingen, maar is toch altijd mild voor de goeden. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>4. In de oude, oude tijden gebruikte men koorden met knoopen voor het tellen. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch80" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXX.</h3> -<p class="first">1. Als ik over een kleinen staat regeerde met een weinig volk zou ik, al waren er -wapenen <span class="pageNum" id="pb212">[<a href="#pb212">212</a>]</span>voor tientallen of honderdtallen, die (toch) niet gebruiken. -</p> -<p>2. Ik zou maken, dat het volk den dood vreesde, en niet emigreerde. -</p> -<p>3. Al waren er schepen en wagenen, men zou er niet ingaan. -</p> -<p>Al waren er kurassen en wapenen, men zou ze niet aandoen. -</p> -<p>4. Ik zou maken dat het volk terugkeerde tot het gebruik der geknoopte koorden. -</p> -<p>5. Het volk zou zoet genieten van zijn eten, zou zijn kleederen mooi maken, rust hebben -in zijn woning, en vreugde scheppen in zijn simpele zeden. -</p> -<p>6. Al lag een naburige staat vlak over den mijnen, zoodat de honden en hanen aan weerszijden -elkanders geluid konden hooren, mijn volk zou oud worden en sterven zonder er gemeenschap -mede te hebben gehad. -</p> -</td> -<td class="second"></td> -</tr> -</table> -</div> -<div id="ch81" class="div2 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXXI.</h3> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<h3 class="main">Hoofdstuk LXXXI.</h3> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="nl"> -<p class="first">1. Ware woorden zijn niet mooi; mooie woorden zijn niet waar. -</p> -<p>2. Zij, die goed zijn, zijn niet welsprekend, zij, die welsprekend zijn, zijn niet -goed. -<span class="pageNum" id="pb214">[<a href="#pb214">214</a>]</span></p> -<p>3. Zij, die (Tao) kennen, zijn niet geleerd; zij, die geleerd zijn, kennen (Tao) niet. -</p> -<p>4. De Wijze stapelt niet op (wat hij bezit). Hoe meer hij gebruikt om de menschen -te helpen, des te meer heeft hij over; hoe meer hij den menschen geeft, des te rijker -wordt hij. -</p> -<p>5. De Weg des Hemels is: wèl te doen en niet te schaden. De Weg des Menschen is: te -handelen, maar niet te strijden. -<span class="pageNum" id="pb75">[<a href="#pb75">75</a>]</span> </p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first">1 en 2. Men vergelijke Confucius’ „Mooie woorden en een mooi gemaakt gezicht gaan -zelden samen met menschelijkheid”. (Zie mijn Chin. Fil., deel I, „Loen Yü”, blz. 178.) -<span class="pageNum" id="pb215">[<a href="#pb215">215</a>]</span></p> -<p>Thomas à Kempis zegt (<span lang="la">De Imitatione Christi</span>): „Het is de Waarheid, die men van de heilige geschriften moet eischen, en niet de -welsprekendheid.” (Hfdst. V.) -<span class="pageNum" id="pb216">[<a href="#pb216">216</a>]</span> </p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div id="aanhangsel" class="div1 appendix"><span class="pageNum">[<a href="#xd30e177">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="main">AANHANGSEL.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Voor de lezers van het eerste deel van dit werk kan het wellicht interessant zijn -te vernemen, wat de heer Dr. Ch. M. van Deventer, de bekende schrijver van „Platonische -Studieën”, mij schreef, naar aanleiding van mijne omschrijving van onvertaalbare chineesche -begrippen als Tao, Li, enz. Nadat hij in eene bespreking van mijn werk (in het Weekblad -„de Amsterdammer” van 27 September 1896) er in ’t kort op gewezen had, dat eenige -eveneens onvertaalbare grieksche begrippen wellicht equivalenten waren voor mijne -chineesche, was deze heer zoo vriendelijk mij, op mijn verzoek, uitgebreider inlichtingen -daaromtrent te verschaffen.—Hij gaf mij de volgende dingen aan: -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p><i>Kiün Tszʼ</i> (zie „Confucius” blz. 13) = <i>kalokagathos</i>. <span class="trans" title="kalokagathos"><span lang="grc" class="grek">καλοκἄγαθος</span></span> -</p> -<p>De kleine man (Confucius <span class="corr" id="xd30e3970" title="Bron: bl.">blz.</span> 14) = <i>ponêros</i>. <span class="trans" title="ponēros"><span lang="grc" class="grek">πονηρός</span></span> -</p> -<p><i>Jên</i> (door mij bij gebrek aan beter vertaald door menschelijkheid<span class="corr" id="xd30e3986" title="Niet in bron">)</span> (zie Confucius blz. 8) = <i>aretê</i>. <span class="trans" title="aretē"><span lang="grc" class="grek">ἀρετή</span></span> -</p> -<p><i>Li</i>, Decorum (Confucius blz. 16) = <i>to mousikon</i>. <span class="trans" title="to mousikon"><span lang="grc" class="grek">το μουσικόν</span></span> -<span class="pageNum" id="pb217">[<a href="#pb217">217</a>]</span></p> -<p><i>De rechtmatigheid die de dapperheid in toom houdt</i> (Confucius blz. 263) = <i>dikaiosunê</i>. <span class="trans" title="dikaiosynē"><span lang="grc" class="grek">δικαιοσύνη</span></span> -</p> -<p><i>Sing</i> (Confucius blz. 8 en 80) waarschijnlijk = <i>to theion</i> <span class="trans" title="to theion"><span lang="grc" class="grek">το θεῖον</span></span> en <i>to agathon</i>. <span class="trans" title="to agathon"><span lang="grc" class="grek">το ἀγαθόν</span></span> -</p> -<p><i>Shang</i> (Confucius blz. 194) = <i>sofrosunê</i>. <span class="trans" title="sōphrosynē"><span lang="grc" class="grek">σωφροσύνη</span></span> -</p> -<hr class="tb line"><p> -</p> -<p>Daar ik niet ingewijd ben in het grieksch, kan ik niet over de juistheid dier equivalenten -oordeelen, maar toch wilde ik ze gaarne in dit werk opnemen. -</p> -<p>„<i>Kalokagathos</i>” schrijft de heer van Deventer, valt in vele gevallen als woord van dagelijksch gebruik, -geheel samen met gentleman, fatsoenlijk man („fatsoenlijk man” wilde ik niet gebruiken, -omdat er in onze taal een luchtje aan is gekomen, en liever dan een engelsch woord -te nemen, behield ik het chineesche), man, op wien niets valt aan te merken. Het kan -echter hoogere wijding aannemen, en heeft dan zijn schoonste voorwerp in den Platonischen -Socrates. -</p> -<p><span class="corr" id="xd30e4070" title="Niet in bron">„</span><i>Ponêros</i> is zoowel de gemeene, als, en misschien het laatste nog meer, de kleine, de niet-heroïsche, -de plebeïsche, de klein- en grofzielige, tegenovergesteld zoowel aan den kalokagathos -als aan den mousikos. Als het onheroïsche komt het voor in de beroemde bewering van -Aristofanes (Kikvorschen): de dichter moet het ponêron verbergen en niet op het tooneel -brengen”. -</p> -<p>Mij dunkt dat een en ander wonder wèl overeenstemt met den Kiün Tszʼ en den Siao Jen -van Confucius. (Zie „Confucius” blz. 14.) -<span class="pageNum" id="pb218">[<a href="#pb218">218</a>]</span></p> -<p>Omtrent „<i>dikaiosunê</i>” schrijft mij de heer Van Deventer: „Dikaiosunê wordt gewoonlijk met rechtvaardigheid -vertaald. In het grootste document echter over de dikaiosunê, Plato’s Politeia, komt -men er niet met die vertaling. Beter is dan braafheid en rechtschapenheid, en volgens -Plato is een waar, braaf en rechtschapen man, als uitvloeisel van de deugd, óók rechtvaardig”. -(Zie „Confucius” blz. 263.) -</p> -<p>Het woord „<i>sofrosunê</i>”, schrijft de heer Van Deventer verder, „gewoonlijk, doch met erkenning van het gebrekkige, -door bescheidenheid vertaald, heeft, naar ik meen, een vrij precies hollandsch aequivalent, -n.l. zedigheid. In zedigheid ligt iets meer vertoon dan in bescheidenheid, en het -verschil tusschen sofrosunê en zedigheid ligt vooral daarin, dat die deugd bij de -Hellenen hooger werd aangeslagen dan bij ons. Vandaar dat men er niet om denkt om -sofrosunê door zedigheid te vertalen. Er is echter een dialoog van Plato, de Charmides, -waarin het begrip sofrosunê onderzocht wordt, en men kan de dialektiek in de vertaling -handhaven door ons woord zedigheid te gebruiken. In de Phaedo, Cap. XIII, staat: „De -sofrosunê, datgene wat men de sofrosunê noemt, (is) het ten opzichte van de begeerten -niet ontstuimig zijn, doch zich tegenover hen met geringschatting en welvoegelijk -te verhouden.” Ik vertaal natuurlijk te lang en te stijf, doch de bedoeling zal u -blijken, zoomede dat de ingetogenheid veel weg heeft van sofrosunê”. (Zie „Confucius”, -blz. 194.) -<span class="pageNum" id="pb219">[<a href="#pb219">219</a>]</span></p> -<p>„<i>To mousikon</i>”, vervolgt de heer Van Deventer, „is uiterst moeilijk te vertalen en zelfs te beschrijven. -Een musisch man is hij, die een hoogere beschaving van ziel en van geest op zijn minst -erként, en liefst beoefent. Het musische is het beginsel van het hoogere leven, dat -met geen mogelijkheid materieel en aardsch te verklaren is, en intuïtief als een bewijs -voor het bestaan van het goddelijke moet begrepen worden; ik spreek steeds van een -Helleensch <span class="corr" id="xd30e4089" title="Bron: standpnnt">standpunt</span>”. (Zie „Confucius” blz. 16, Li.) -</p> -<p class="tb"></p><p> -</p> -<p>Ik herhaal nog eens, voor de juistheid dezer equivalenten ben ik niet bevoegd in te -staan. Maar als van den schrijver der „Platonische Studieën” komende, vond ik het -interessant, ze, met mijn’ hartelijken dank voor zijne bereidwilligheid, in mijn werk -op te nemen. -</p> -</div> -</div> -<div class="div1"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table summary="Inhoudsopgave"> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#toc">INHOUD.</a></td> -<td class="tocPageNum"></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#voorwoord">VOORWOORD.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#voorwoord">1</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#inleiding">INLEIDING TOT DE FILOSOFIE VAN LAO TSZʼ.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#inleiding">18</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ttk.1">Eerste Deel: Tao.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ttk.1">73</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1">Hoofdstuk I.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">74</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2">Hoofdstuk II.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">76</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch3">Hoofdstuk III.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">78</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch4">Hoofdstuk IV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">80</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch5">Hoofdstuk V.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">80</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch6">Hoofdstuk VI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">82</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch7">Hoofdstuk VII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">84</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch8">Hoofdstuk VIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">84</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch9">Hoofdstuk IX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch9">86</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch10">Hoofdstuk X.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch10">88</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch11">Hoofdstuk XI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch11">90</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch12">Hoofdstuk XII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch12">92</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch13">Hoofdstuk XIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch13">94</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch14">Hoofdstuk XIV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch14">96</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch15">Hoofdstuk XV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch15">98</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch16">Hoofdstuk XVI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch16">102</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch17">Hoofdstuk XVII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch17">104</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch18">Hoofdstuk XVIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch18">106</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch19">Hoofdstuk XIX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch19">108</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch20">Hoofdstuk XX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch20">110</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch21">Hoofdstuk XXI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch21">112</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch22">Hoofdstuk XXII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch22">114</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch23">Hoofdstuk XXIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch23">116</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch24">Hoofdstuk XXIV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch24">118</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch25">Hoofdstuk XXV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch25">120</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch26">Hoofdstuk XXVI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch26">122</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch27">Hoofdstuk XXVII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch27">122</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch28">Hoofdstuk XXVIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch28">124</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch29">Hoofdstuk XXIX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch29">126</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch30">Hoofdstuk XXX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch30">128</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch31">Hoofdstuk XXXI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch31">130</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch32">Hoofdstuk XXXII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch32">132</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch33">Hoofdstuk XXXIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch33">136</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch34">Hoofdstuk XXXIV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch34">136</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch35">Hoofdstuk XXXV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch35">138</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch36">Hoofdstuk XXXVI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch36">140</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch37">Hoofdstuk XXXVII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch37">140</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ttk.2">Tweede Deel: Teh.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ttk.2">144</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch38">Hoofdstuk XXXVIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch38">144</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch39">Hoofdstuk XXXIX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch39">146</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch40">Hoofdstuk XL.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch40">150</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch41">Hoofdstuk XLI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch41">150</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch42">Hoofdstuk XLII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch42">152</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch43">Hoofdstuk XLIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch43">154</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch44">Hoofdstuk XLIV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch44">156</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch45">Hoofdstuk XLV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch45">156</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch46">Hoofdstuk XLVI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch46">158</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch47">Hoofdstuk XLVII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch47">160</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch48">Hoofdstuk XLVIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch48">160</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch49">Hoofdstuk XLIX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch49">162</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch50">Hoofdstuk L.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch50">164</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch51">Hoofdstuk LI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch51">166</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch52">Hoofdstuk LII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch52">168</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch53">Hoofdstuk LIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch53">170</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch54">Hoofdstuk LIV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch54">172</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch55">Hoofdstuk LV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch55">174</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch56">Hoofdstuk LVI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch56">176</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch57">Hoofdstuk LVII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch57">178</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch58">Hoofdstuk LVIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch58">178</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch59">Hoofdstuk LIX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch59">180</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch60">Hoofdstuk LX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch60">182</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch61">Hoofdstuk LXI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch61">182</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch62">Hoofdstuk LXII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch62">184</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch63">Hoofdstuk LXIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch63">186</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch64">Hoofdstuk LXIV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch64">188</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch65">Hoofdstuk LXV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch65">192</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch66">Hoofdstuk LXVI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch66">194</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch67">Hoofdstuk LXVII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch67">194</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch68">Hoofdstuk LXVIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch68">196</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch69">Hoofdstuk LXIX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch69">198</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch70">Hoofdstuk LXX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch70">198</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch71">Hoofdstuk LXXI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch71">200</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch72">Hoofdstuk LXXII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch72">200</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch73">Hoofdstuk LXXIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch73">202</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch74">Hoofdstuk LXXIV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch74">204</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch75">Hoofdstuk LXXV.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch75">204</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch76">Hoofdstuk LXXVI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch76">206</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch77">Hoofdstuk LXXVII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch77">206</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch78">Hoofdstuk LXXVIII.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch78">208</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch79">Hoofdstuk LXXIX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch79">210</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch80">Hoofdstuk LXXX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch80">210</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch81">Hoofdstuk LXXXI.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch81">212</a></td> -</tr> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#aanhangsel">AANHANGSEL.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#aanhangsel">216</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcriberNote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen -van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden -van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd30e39" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. -</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd30e39" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. -</p> -<p>Het eerste deel van deze serie, over Confucius, is beschikbaar als eboek nummer <a class="pglink xd30e39" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/64781">64781</a>. -</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata" summary="Metadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>De Chineesche filosofie toegelicht voor niet-sinologen II. Lao Tszʼ</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Henri Jean François Borel (1869–1933)</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/71515941/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td> -<td></td> -</tr> </table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het -einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel -zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van -dit boek.</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2021-04-12 Begonnen. </li> -</ul> -<h3 class="main">Externe Referenties</h3> -<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links -voor u niet werken.</p> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e231">3</a></td> -<td class="width40 bottom">english</td> -<td class="width40 bottom">English</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e240">3</a></td> -<td class="width40 bottom">alphabethisch</td> -<td class="width40 bottom">alphabetisch</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e282">5</a>, <a class="pageref" href="#xd30e320">8</a>, <a class="pageref" href="#xd30e551">21</a>, <a class="pageref" href="#xd30e566">22</a>, <a class="pageref" href="#xd30e809">35</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1435">58</a>, <a class="pageref" href="#xd30e3033">81</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e340">8</a></td> -<td class="width40 bottom">L’Inprimerie</td> -<td class="width40 bottom">L’Imprimerie</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e349">9</a></td> -<td class="width40 bottom">„„</td> -<td class="width40 bottom">„</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e353">9</a></td> -<td class="width40 bottom">ressources</td> -<td class="width40 bottom">resources</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e365">9</a></td> -<td class="width40 bottom">Quoiqu’ il</td> -<td class="width40 bottom">Quoiqu’il</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e370">9</a></td> -<td class="width40 bottom">day ’s</td> -<td class="width40 bottom">day’s</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e386">10</a>, <a class="pageref" href="#xd30e431">12</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1369">54</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1372">54</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1375">54</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1380">55</a>, <a class="pageref" href="#xd30e4070">217</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">„</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e467">14</a></td> -<td class="width40 bottom">intrepetatie</td> -<td class="width40 bottom">interpretatie</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e543">20</a>, <a class="pageref" href="#xd30e697">31</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2389">142</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e576">23</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e583">24</a></td> -<td class="width40 bottom">man</td> -<td class="width40 bottom">maan</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e670">29</a></td> -<td class="width40 bottom">bij</td> -<td class="width40 bottom">hij</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e683">30</a></td> -<td class="width40 bottom">rgthme</td> -<td class="width40 bottom">rythme</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e709">31</a></td> -<td class="width40 bottom">bet</td> -<td class="width40 bottom">het</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e727">32</a></td> -<td class="width40 bottom">nabijë</td> -<td class="width40 bottom">nabije</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e794">35</a></td> -<td class="width40 bottom">wezensl</td> -<td class="width40 bottom">wezens!</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e963">40</a></td> -<td class="width40 bottom">Jehova</td> -<td class="width40 bottom">Jehovah</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1014">43</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1720">66</a></td> -<td class="width40 bottom">bij</td> -<td class="width40 bottom">by</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1350">53</a></td> -<td class="width40 bottom">ge-gewone</td> -<td class="width40 bottom">gewone</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1392">55</a></td> -<td class="width40 bottom">zouder</td> -<td class="width40 bottom">zonder</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1477">60</a></td> -<td class="width40 bottom">ceremoniën</td> -<td class="width40 bottom">ceremonieën</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1598">62</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1633">63</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1636">63</a></td> -<td class="width40 bottom">moeielijk</td> -<td class="width40 bottom">moeilijk</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1759">69</a></td> -<td class="width40 bottom">overnietigbaar</td> -<td class="width40 bottom">onvernietigbaar</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1808">76</a></td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="width40 bottom">„</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1980">98</a></td> -<td class="width40 bottom">tet</td> -<td class="width40 bottom">tot</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2178">122</a></td> -<td class="width40 bottom">Overheerder</td> -<td class="width40 bottom">Overheerser</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2285">132</a></td> -<td class="width40 bottom">plaats</td> -<td class="width40 bottom">plaatst</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2386">142</a></td> -<td class="width40 bottom">bevrijt</td> -<td class="width40 bottom">bevrijdt</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2487">154</a></td> -<td class="width40 bottom">immateriëele</td> -<td class="width40 bottom">immaterieele</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2521">158</a></td> -<td class="width40 bottom">geen</td> -<td class="width40 bottom">géén</td> -<td class="bottom">2 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2669">178</a></td> -<td class="width40 bottom">artificieele</td> -<td class="width40 bottom">artificiëele</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2701">182</a>, <a class="pageref" href="#xd30e2775">190</a></td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="bottom">0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e2919">206</a></td> -<td class="width40 bottom">teer</td> -<td class="width40 bottom">teêr</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3152">95</a></td> -<td class="width40 bottom">geeërdheid</td> -<td class="width40 bottom">geëerdheid</td> -<td class="bottom">2 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3162">97</a></td> -<td class="width40 bottom">Tsz</td> -<td class="width40 bottom">Tszʼ</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3249">107</a></td> -<td class="width40 bottom">Tsing</td> -<td class="width40 bottom">Thsing</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3277">109</a></td> -<td class="width40 bottom">connaissauce</td> -<td class="width40 bottom">connaissance</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3280">109</a></td> -<td class="width40 bottom">sure</td> -<td class="width40 bottom">sûre</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3287">109</a></td> -<td class="width40 bottom">hetzefde</td> -<td class="width40 bottom">hetzelfde</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3347">117</a></td> -<td class="width40 bottom">Cunfucius</td> -<td class="width40 bottom">Confucius</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3771">187</a></td> -<td class="width40 bottom">pourrait on</td> -<td class="width40 bottom">pourrait-on</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3890">203</a></td> -<td class="width40 bottom">denHemel</td> -<td class="width40 bottom">den Hemel</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3917">209</a></td> -<td class="width40 bottom">LXXXVIII</td> -<td class="width40 bottom">LXXVIII</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3970">216</a></td> -<td class="width40 bottom">bl.</td> -<td class="width40 bottom">blz.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e3986">216</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">)</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e4089">219</a></td> -<td class="width40 bottom">standpnnt</td> -<td class="width40 bottom">standpunt</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Afkortingen</h3> -<p>Overzicht van gebruikte afkortingen.</p> -<table class="abbreviationtable" summary="Overzicht van gebruikte afkortingen."> -<tr> -<th>Afkorting</th> -<th>Uitgeschreven</th> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">b.v.</td> -<td class="bottom">bijvoorbeeld</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">d.i.</td> -<td class="bottom">dat is</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">D.w.z.</td> -<td class="bottom">Dat wil zeggen</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">e.a.</td> -<td class="bottom">en anderen</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">M.a.w.</td> -<td class="bottom">Met andere woorden</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">n.l.</td> -<td class="bottom">namelijk</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">Ned.-Indië</td> -<td class="bottom">Nederlandsch-Indië</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">o.a.</td> -<td class="bottom">onder andere</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">O.a.</td> -<td class="bottom">Onder andere</td> -</tr> -<tr> -<td class="bottom">z.g.</td> -<td class="bottom">zoogenaamde</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE CHINEESCHE FILOSOFIE (II) ***</div> -<div style='text-align:left'> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Updated editions will replace the previous one—the old editions will -be renamed. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™ -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. -</div> - -<div style='margin:0.83em 0; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE<br> -<span style='font-size:smaller'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE<br> -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</span> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase “Project -Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg™ License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™ -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person -or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™ -electronic works. See paragraph 1.E below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the -Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™ -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg™ License when -you share it without charge with others. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work -on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the -phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: -</div> - -<blockquote> - <div style='display:block; margin:1em 0'> - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most - other parts of the world at no cost and with almost no restrictions - whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms - of the Project Gutenberg License included with this eBook or online - at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you - are not located in the United States, you will have to check the laws - of the country where you are located before using this eBook. - </div> -</blockquote> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase “Project -Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™ -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™ -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg™. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg™ License. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format -other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg™ website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain -Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works -provided that: -</div> - -<div style='margin-left:0.7em;'> - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation.” - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™ - works. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg™ works. - </div> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™ -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right -of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg™ -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any -Defect you cause. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™ -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s -goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg™ and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state’s laws. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation’s website -and official page at www.gutenberg.org/contact -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread -public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state -visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of -volunteer support. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Most people start at our website which has the main PG search -facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This website includes information about Project Gutenberg™, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. -</div> - -</div> - -</body> -</html> diff --git a/old/65088-h/images/frontcover.png b/old/65088-h/images/frontcover.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 6acc5c6..0000000 --- a/old/65088-h/images/frontcover.png +++ /dev/null diff --git a/old/65088-h/images/titlepage.png b/old/65088-h/images/titlepage.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 05c4c4f..0000000 --- a/old/65088-h/images/titlepage.png +++ /dev/null |
